-ocr page 1-
-ocr page 2-

I

s

-ocr page 3-

{

-ocr page 4-
-ocr page 5-

VERTROUWELIJKE /

SAMENSPRAKEN

MET

mts AA\\ DE\\ VOET VAN HET ÏABEKSAKEL,

GEVOLGD DOOIJ EENE DAGE LUK.SC HE BEGROETING DER

ALLERH. MAAGI) MARIA,

DOOR DEN EERWAARDEN PATER

EGIDIirS ■VOGELS

Priester van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers. Met ecne levensschets en eene staatgrucure van den schrijver

NIEUWE VERBETERDE UITGAVE. 5--\'

GULPEN, 1886.

DRUK \\\'.VX M. ALBERTS EN ZONEN.

-ocr page 6-

PRELO SUBJICI ET EDI POTEST. Rurcemundce 22/6 \'81.

3?. J. H. Hussel,

ad hoc delegatus.

IMPRIMATUR

SERVATIS DE JURE SERVANDIS.

Arnstelodami hac 15 Sept. i 885.

3?. Oomen. CSöR.

SUP. PROV.

-ocr page 7-

VOORREDE DER NIEUWE UITGAVE

Toen voor conige jaren de eerste editie der «Vertrouwelijke Samensprakenquot; verscheen, durfden wij ons niet vleien dat dit werkje een zoo ruim en zoo snel deliist zou hebben, en zie het heeft zijn weg gemaakt, het heeft ingang weten te vinden bij klein en groot, bij rijk en arm , in één woord het valt in den smaak van iedereen. De reden van dien al^e-meenen bijval ligt niet ver van de hand. Open de «Vertrouwelijke Samensprakenquot; lees een paar blad-zjjden, al aanstonds wordt gij getroffen door dien naïeven eenvoud die er in doorstraalt, en die eene der eerste vereischten moet wez \'n van een ascetisch werk, bijname van een gebedenboek Aan dien eenvoud van taal en woorden paart het werkje eene gulle hartelijkheid en gemoedelijkheid in gedachten en gevoelens, die vooral optreedt in die vele ontboezemingen van liefde tot Jesus in zijn II Sacrament en tot de Allerh. Maagd Maria, onder wier indruk het hart als medegesleept en verteederd wordt, llui-deljjk kan men zien dat de E. P. Vogels in zijne «Vertrouweljjke Samensprakenquot; onzen II. Vader Al-phonsus tot model, tot toonbeeld genomen heeft. Eenvoud in taal, gemoedelijk- en teederheid in ■gedachten en gevoelens, zijn immers de karakteristiek der Schriften van dien gronten II. Kerkleeraar.

Volgaarne voldeden wij dan ook aan den algemeen geuiten wensch van het godvruchtig Publiek om eene tweede uitgave te bewerken van Pater Vogels «Vertrouwelijke Samenspraken.quot; Wij hebben gemeend de oud-hollandsche spelling door de nieuwe te moeten vervangen ; hier en daar hebben wjj een woord ver-

-ocr page 8-

VOORREDE.

niiderd, eenen volzin gewijzigd of iets dergelijks, overigens hebben wij gecne wijzigingen aangebra.\'lit: geene bijvoegingen of inkortingen gediinn, uit vrees van afbreuk te doen aan het eigenaardig karakter van het werkje.

Met vertrouwen, bieden wij u, vrome Lezer deze «Vertrouwelijke Samensprakenquot; aan. Gij vindt daarin eene rijke keuze van overwegingen en gebeden ter cere van Jesus in zijn II. Sacrament, en van de Allerh, Maagd Maria. Bedien u van de «Vertrouwelijke Samensprakenquot; tjjdens de H. Mis; als gij gedurende den dag een bezoek brengt aan Jesus in het II. Sacrament en aan de Allerh. Maagd Maria; bij gelegenheid van het 40-uren gebed: bij uwe voorbereiding tot, en uwe dankzegging na de 11. Communie. Daar is echter één geval, waarin de «Vertrouwelijke Samensprakenquot; u bijzonder van dienst kunnen zijn, ten tijde namelijk van geestelijke dorheid en verlatenheid. In dien droeven zielstoestand, in die bittere beproeving, neem dan die samenspraken ter hand, overweeg of lees eene of andere bladzijde, voeg daarbij een vurig gebed tot Jesus en Maria, uit het werkje zelf genomen, en uw hart zal worden opgebeurd , uwe ziel zal getroost worden.

Moge ten slotte dit werkje iets bijdragen om de liefde tot Jesus en Maria in de harten der mensehen meer en meer te ontsteken en te ontvlammen, het getal van Jesus\' aanbidders immer en immer te vermeerderen, dit is de vurige wensch van

IV

Den Beu-erker,

WiTTE.M. 11. Sacramentsdag. ■188.-,.

-ocr page 9-

VOORWOORD EN OPDRACHT.

Ongetwijfeld was het eene gelukkige gedachte, die de gilde van het II. Sacrament te Amsterdam in het leven riep. Want, alhoewel dit Hoogwaardig Sacrament overal en door alle geloovigen hoog verdient geëerd te worden , is het evenwel billijk, dat dit op meer bijzondere wr\'ze geschiede in die plaatsen, waar God zelf\' zich gewaardigd heeft dit heilig Sacrament door wonderen te verheerlijken. Daar dit nu het geval is met Amsterdam, noemden wij het juist hierom eene gelukkige gedachte, welke die gilde daar tor plaatse in het loven riep. Do leden immers dier gilde rekenen het zich ten plicht, iederen Donderdag, als het II. Sacrament in het Begijnhof tor aanbidding wordt uitgesteld, voor Jesus\' liefdetroon een uur of een half uur in gebed door te brengen.

Dit is dan ook de gelcgenheidgevende oorzaak, waarom deze vertrouwelijke Samenspraken met Jesus aan den voet van het Tabernakel opgedragen worden aan de leden van genoemde gilde, in de overtuiging dat zij uitstekend geschikt zijn om hen in hunne devotie te gcraoet te komen. Daarmede willen wij echter geenszins de anderen geloovigen en minnaars van Jesus dezen gecsUdijkcn en kost haren schat onthouden. O neen! dan immers zouden wij niet beantwoorden aan den vurigen wensch en aan het doel dat de E. P. Vogels zich voorstelde. Zijn doel immers was het vuur van Jesus\' liefde, dat zijn hart verteerde, te doen

Samenspr. 1

-ocr page 10-

Vt VOOnwOORD.

ontvlammen in de harten van al dn geloooigen; zijn wensch: al de Christenen om Jesus\' troon te scharen en hen met hemelsche soliatten te verrijken. Welaan dan, Jesus\' minnende zielen, voor v heeft de Eerw. Pater deze troostvolle Samenspraken geschreven ; voor u ook zijn er schoone lessen, treffende voorbeelden, zoete vertroostingen in opgesloten.

Hen , die des Paters heilige eenvoudigheid en zuivere bedoelingen kem en, behoeven wij er niet op te wijzen, dat de nSamensprakcnquot; eenvoudig en hartelijk geschreven zijn, en, omdat zij de taal waren van zijn hart, natuurlijkerwijze gekunstelde sierlijkheid van stjjl of verhevenheid van gedachte missen — En ligt misschien niet juist hierin de voornaamste verdienste? Heeft ook niet de H. kerkleeraar Alphon-sus al zijne geestelijke werken, en bjj name zijne «Bezoekenquot; in den eenvoudigsten stijl geschreven? En toch deden zij den genialen Broere in verrukking uitroepen : «Zijn de Bezoeken van den 11. Alphonsus «aan het 11. Sacrament en de II. Maagd Maria niet «aanbiddelijk schoon?quot; \\Vjj durven dan deze «Vertrouwelijke Samensprakenquot; aan de godvruchtige minnaars van Jesus in het Altaargeheim aanbieden, zooals ze ons door Pater Vogels zijn nagelaten, zonder er eenige verandering aan te brengen.

Mogen zij veel goed stichten, gelijk een ander even nuttig als eenvoudig boek van denzdfden schrijver, namelijk: »De ziel op den Kruisweg;\' opdit allengs a\' zijne overige werken het licht mogen zie t tot eer van God en heil der zielen.

:PI O.

-ocr page 11-

Levensbericht van den Schrijver.

De E. P. Aegidius Vogels werd den W™ Juli 1804 te Nuenen, Provincie Noord-Brabant, uit echt godsdienstige ouders geboren. Zijn Vader heette Lucas Vogels, on zijne Moedor Maria van Lieshout. Behalve een oom van vaderszijde, had hij nog van moeders-zjjde drie neven man Lieshoutquot; die priester waren.. \') Dank aan dien christelijken geest, die erfeljjk in hunne familie scheen, gaven de ouders alle zo g aan Aegidius\' opvoeding, en vormden in hem die vastheid van karakter, waarop de genade als bij voorkeur het gebouw zijner volmaaktheid en heiliging wilde optrekken. Nauwelijks had Aegidius den ouderdom van zeven of acht jaren bereikt, of hij mocht dagelijks den Priester bij de H. Offerande als misdienaar behulpzaam zijn. De Hooge Feestdagen van onze Moeder de II. Kerk, en de plechtigheden, waarmede z|j ze doet vergezeld gaan, hadden zooveel aantrekkelijks voor zijn gemoed, dat hij er reeds lang te voren naar uitzag en ze ook in stilte nabootste.

Vroegtijdig openbaarde Aegidius zijne neiging voor den geestelijken stand. Na eerst in zijne geboorteplaats met godsvrucht zjjne eerste II. Communie te hebben gedaan, vertrok hij den April 1817

naar het kortelings geopende Klein Seminarie te St. Miohiels-Gestel om er zijne latijnsche studiën te maken. )

1) Coppens zegt: ;ian deze familie van Lieshoiit heeft de kerk vjiti Nuenen veel ie dunken.

2) Zijne professoren waren; in de beide Fignren , r\'etrin Jacobus Minorelli; in de Grammatica en Syntaxis, Christianu^

-ocr page 12-

Vt VOOnwOORD.

ontvlammen in de harten van al dn geloooigen; zijn wensch: al de Christenen om Jesus\' troon te scharen en hen met hemelsche soliatten te verrijken. Welaan dan, Jesus\' minnende zielen, voor v heeft de Eerw. Pater deze troostvolle Samenspraken geschreven ; voor u ook zijn er schoone lessen, treffende voorbeelden, zoete vertroostingen in opgesloten.

Hen , die des Paters heilige eenvoudigheid en zuivere bedoelingen kem en, behoeven wij er niet op te wijzen, dat de nSamensprakcnquot; eenvoudig en hartelijk geschreven zijn, en, omdat zij de taal waren van zijn hart, natuurlijkerwijze gekunstelde sierlijkheid van stjjl of verhevenheid van gedachte missen — En ligt misschien niet juist hierin de voornaamste verdienste? Heeft ook niet de H. kerkleeraar Alphon-sus al zijne geestelijke werken, en bjj name zijne «Bezoekenquot; in den eenvoudigsten stijl geschreven? En toch deden zij den genialen Broere in verrukking uitroepen : «Zijn de Bezoeken van den 11. Alphonsus «aan het 11. Sacrament en de II. Maagd Maria niet «aanbiddelijk schoon?quot; \\Vjj durven dan deze «Vertrouwelijke Samensprakenquot; aan de godvruchtige minnaars van Jesus in het Altaargeheim aanbieden, zooals ze ons door Pater Vogels zijn nagelaten, zonder er eenige verandering aan te brengen.

Mogen zij veel goed stichten, gelijk een ander even nuttig als eenvoudig boek van denzdfden schrijver, namelijk: »De ziel op den Kruisweg;\' opdit allengs a\' zijne overige werken het licht mogen zie t tot eer van God en heil der zielen.

:PI O.

-ocr page 13-

Levensbericht van den Schrijver.

De E. P. Aegidius Vogels werd den W™ Juli 1804 te Nuenen, Provincie Noord-Brabant, uit echt godsdienstige ouders geboren. Zijn Vader heette Lucas Vogels, on zijne Moedor Maria van Lieshout. Behalve een oom van vaderszijde, had hij nog van moeders-zjjde drie neven man Lieshoutquot; die priester waren.. \') Dank aan dien christelijken geest, die erfeljjk in hunne familie scheen, gaven de ouders alle zo g aan Aegidius\' opvoeding, en vormden in hem die vastheid van karakter, waarop de genade als bij voorkeur het gebouw zijner volmaaktheid en heiliging wilde optrekken. Nauwelijks had Aegidius den ouderdom van zeven of acht jaren bereikt, of hij mocht dagelijks den Priester bij de H. Offerande als misdienaar behulpzaam zijn. De Hooge Feestdagen van onze Moeder de II. Kerk, en de plechtigheden, waarmede z|j ze doet vergezeld gaan, hadden zooveel aantrekkelijks voor zijn gemoed, dat hij er reeds lang te voren naar uitzag en ze ook in stilte nabootste.

Vroegtijdig openbaarde Aegidius zijne neiging voor den geestelijken stand. Na eerst in zijne geboorteplaats met godsvrucht zjjne eerste II. Communie te hebben gedaan, vertrok hij den April 1817

naar het kortelings geopende Klein Seminarie te St. Miohiels-Gestel om er zijne latijnsche studiën te maken. )

1) Coppens zegt: ;ian deze familie van Lieshoiit heeft de kerk vjiti Nuenen veel ie dunken.

2) Zijne professoren waren; in de beide Fignren , r\'etrin Jacobus Minorelli; in de Grammatica en Syntaxis, Christianu^

-ocr page 14-

Vt VOOnwOORD.

ontvlammen in de harten van al dn geloooigen; zijn wensch: al de Christenen om Jesus\' troon te scharen en hen met hemelsche soliatten te verrijken. Welaan dan, Jesus\' minnende zielen, voor v heeft de Eerw. Pater deze troostvolle Samenspraken geschreven ; voor u ook zijn er schoone lessen, treffende voorbeelden, zoete vertroostingen in opgesloten.

Hen , die des Paters heilige eenvoudigheid en zuivere bedoelingen kem en, behoeven wij er niet op te wijzen, dat de nSamensprakcnquot; eenvoudig en hartelijk geschreven zijn, en, omdat zij de taal waren van zijn hart, natuurlijkerwijze gekunstelde sierlijkheid van stjjl of verhevenheid van gedachte missen — En ligt misschien niet juist hierin de voornaamste verdienste? Heeft ook niet de H. kerkleeraar Alphon-sus al zijne geestelijke werken, en bjj name zijne «Bezoekenquot; in den eenvoudigsten stijl geschreven? En toch deden zij den genialen Broere in verrukking uitroepen : «Zijn de Bezoeken van den 11. Alphonsus «aan het 11. Sacrament en de II. Maagd Maria niet «aanbiddelijk schoon?quot; \\Vjj durven dan deze «Vertrouwelijke Samensprakenquot; aan de godvruchtige minnaars van Jesus in het Altaargeheim aanbieden, zooals ze ons door Pater Vogels zijn nagelaten, zonder er eenige verandering aan te brengen.

Mogen zij veel goed stichten, gelijk een ander even nuttig als eenvoudig boek van denzdfden schrijver, namelijk: »De ziel op den Kruisweg;\' opdit allengs a\' zijne overige werken het licht mogen zie t tot eer van God en heil der zielen.

:PI O.

-ocr page 15-

Levensbericht van den Schrijver.

De E. P. Aegidius Vogels werd den W™ Juli 1804 te Nuenen, Provincie Noord-Brabant, uit echt godsdienstige ouders geboren. Zijn Vader heette Lucas Vogels, on zijne Moedor Maria van Lieshout. Behalve een oom van vaderszijde, had hij nog van moeders-zjjde drie neven man Lieshoutquot; die priester waren.. \') Dank aan dien christelijken geest, die erfeljjk in hunne familie scheen, gaven de ouders alle zo g aan Aegidius\' opvoeding, en vormden in hem die vastheid van karakter, waarop de genade als bij voorkeur het gebouw zijner volmaaktheid en heiliging wilde optrekken. Nauwelijks had Aegidius den ouderdom van zeven of acht jaren bereikt, of hij mocht dagelijks den Priester bij de H. Offerande als misdienaar behulpzaam zijn. De Hooge Feestdagen van onze Moeder de II. Kerk, en de plechtigheden, waarmede z|j ze doet vergezeld gaan, hadden zooveel aantrekkelijks voor zijn gemoed, dat hij er reeds lang te voren naar uitzag en ze ook in stilte nabootste.

Vroegtijdig openbaarde Aegidius zijne neiging voor den geestelijken stand. Na eerst in zijne geboorteplaats met godsvrucht zjjne eerste II. Communie te hebben gedaan, vertrok hij den April 1817

naar het kortelings geopende Klein Seminarie te St. Miohiels-Gestel om er zijne latijnsche studiën te maken. )

1) Coppens zegt: ;ian deze familie van Lieshoiit heeft de kerk vjiti Nuenen veel ie dunken.

2) Zijne professoren waren; in de beide Fignren , r\'etrin Jacobus Minorelli; in de Grammatica en Syntaxis, Christianu^

-ocr page 16-

X

genomen om deze rampzalige beslissing zooveel mogelijk onschadelijk te maken, behoorde deze. dat men de kweekelingen van het Seminarie onder de hoede stolde van «bekwame en ijverige zielenherdersquot;: mannen alzoo van rjjpon leeftijd en rijpe deugd, die met het onderwijs en de vorming belast werden. Mogen wij hier aanteekenen, dat de kerkeljjke overheid voor drze gewichtige taak hare oogen liet vallen op onzen theologant, destijds nog op zijn hoogst diaken; \') dan hebbc n wij met é\'\'n trek èn zjjn deugd en zijne toenmalige wetenschap weergegeven. Levert deze vereerende onderscheiding het beste en welsprekendste getuigenis van den hoogen dunk, welken destijds de Vicaris van Alphen en zjjne rechterhand, de President Antonius van Gils, over den jeugdigen theologant koesterden; de toekomst van dezen heei\'t wederkcerig de juistheid van beider oordeel en keuze op schitterende wijze bevestigd.

De ouderlijke woning werd nu in eene communiteit herschapen, waar zooveel mogeljjk krachtens een bijzonder reglement het Seminarieleven werd gevolgd. -) — Treffend is het de ontboezemingen van bewondering en eerbied le vernemen, welke enkele nog overlevenden. oud-leerlingen van P. Vogels, over hunnen leeraar en bestierder uitbrengen. Hoe waren zij aan hem gesticht, vooral aan den Priester! Nog herinneren zij zich met welke godsvrucht en ingetogenheid hij iederen morgen zijne meditatie deed, zich een half uur voorbereidde tot de H. Mis en even-zooveel tijd in dankzegging doorbracht; hoe hij beide die oefeningen op de knieën en in onbeweeglijke houding verricht(e. En als een hunner den grijs geworden Pater in zijn breviergebed ontmoet, meent liij nog den jeugdigen priester van voor 30 jaren te erkennen. Met zoo kennelijke godsvrucht en ingetogenheid kweet hij zich toen reeds van deze verplichting.

l i Hij werd subdiaken pewijd 21 Oct. 1825: diaken 30 Maart 1827; Priester 1 Maart 1828,

2t »n 1N27 ontvincen 9 studenten godgeleerd onderwijs le Nuenen bij K. Voj;lt;-ls (Aot. van Gils dcor Allard bi. 428).

-ocr page 17-

XI

Ongeveer twee jaren later vatte de Vicaris het ]ilan op 18 of 20 theologanten (de wet gedoogde geen vereeniging van meer dan 20) over te brengen op liet kasteel Eckart bij VVocnsal, en hij had Vogels reeds benoemd tot hun professor, toen door de heropening der Serainariën deze maarregel overbodig werd, en tegelijk ook de benoeming verviel.

Nu begon eene nieuwe loopbaan voor P. Vogels. In 1829 werd hjj door den Vicaris tot kapelaan benoemd van de parochie het G lirkp. te Tilburg. Daar de Priester vóór alles persoonlijke deugd moet bezitten , om daartoe met vrucht anderen te kunnen aansporen, zoo kunnen we niet beter doen, dan met hierover bet getuigenis te geven van iemand, met wien kapelaan Vogels in de nauwste betrekking stond, zoo onder tijdelijk als geestelijk opzicht. «Onder al zijne deugden, zegt ZKw., (die wij uit bescheMenheid niet mogen noemen), blonken vooral uit zijn geest van gebed en zijne boetvaardigheid. Reeds van zijne kinderjaren was het gebed zijn voedsel en meer dan de studie de bron zjjner verkregene wetenschap. Deze geest des gebeds is hem steeds bijgebleven; zoodat hij niet alleen vóór en na zijne functiën ijverig bad, maar om zoo te zeggen, don ganschen dag in geb(d was. Gelijk het gebed, zoo was ook de verslerving zijne trouwe gezellin. Niet alleen vastte hij op de Zaterdagen ter eere van O L. Vrouw, maar beoefende gedurig de versterving, zelfs aan tafel, door onopgemerkt zich altijd iets van de spijzen te onttrekken en eene moeielijke lichaamshouding aan te nemen. Eiken dag hield hij, volgens huiselijk reglement, eene stichtende lezing gedurende het avondmaal en bad daarna het rozenhoedje voor. Hjj was getrouw aan zijn gemaakt voornemen om iedere week te biechten.quot; »ik heb zeer dikwijls opgemerkt. zoo getuigt een ander, dat kapelaan Vogels, telkens als de klok sloeg, met den duim op do borst het teeken des kruises maakte. Maar wat vooral in hem stichtte en bijzonder de aandacht trok , was het nuttig besteden van /jjnen tijd. In navolging van den II. Alphonsus, zou ik zeggen, besteedde hij zoo zijnen tjjd, dat hjj

-ocr page 18-

xu

er niets van verloor.quot; Zoo getuigt een zjjner parochianen , die thans in het verre westen als missionaris onder de negers werkzaam is. «Als hij, b. v. uit de kerk kwam, ging hij dadelijk naar zijne kamer, al moest hij na 5 minuten wederkeeren. Dit werd ook door de dienstboden opgemerkt, die liet mij zeiden. \' \') — Zijn zielenijver gaf zich het eerst lucht in de verzorging der jeugd , een arbeid die weldra zijne vooringenomenheid had gewonnen. Wekelijks ging hij één tot tweemaal onderrichting geven aan de godvruchtige dochters, die met het onderwjjs der jeugd belast waren. Onder weg, zooals de geloovigen opmerkten, bad hij gedurig den rozenkrans. ) De kinderen wist hij door een beminnelijk voorkomen en door het geven van kleine geestelijke voorwerpen tot zich te trekken. 11 jj maakte zeer veel werk van hunne uitwendige vorming. Zoo leerde hij hen. hoe zij zich te gedragen hadden buiten de school, op straat, te huis tegenover vader en moeder, enz. De ouders zeiven kwamen, zoo als licht te begrijpen valt, gaarne en dikwijls naar de onderrichtingen luisteren. Bjj meer dan gewone feesten wist hij voor hen gedichtjes en kleine toespraken te maken, zoo geëigend voor hunne bevattelijkheid en zoo natuurlijk om voor te dragen, dat Mgr. Zwijsen. destjjds Pastoor te Tilburg. menigwerf er door getroffen was. Waar het de belangen dezer scholen gold. daar kwam men nooit bij kapelaan Vogels ongelegen. Deze bijzonderheden omtrent zijne voorliefde voor de jeugd zijn zooveel te treffender, daar zij ons geworden zjjn door iemand, die zelf door den kapelaan in het klooster gebracht de

1) Een eerwaardige getuige, die jaren niet kapelaan Vogels onder hetzelfde dak woonde, haait lot bewijs hiervan het voorbeeld aan, dat onder het aankomen \\aii deii barbier, en .erwijl Pastoor en kapelaan vóór hern geholpen werden, P. v\'ogeis altijd iets aan de hand had , waarmede hij zich die oogen-blikken ten nutte maakte.

2) Het ontging ook niet aan de opmerkzaamheid des volks, dat de kapelaan uit boetvaardigheid in het hartje van den winter even dun gekleed uing als des zomers. Zijn krachtig gestel veroorloofde hem dit.

-ocr page 19-

Xtll

hoeksteen werd eener paa ontluikende Congregatie, uitsluitend aan dit edele doel gewijd. \')

(Heruit kan men reeds opmaken met welke zorglij] zich van zjjue bediening moet gekweten hebben, waar het de onmiddeljjke belangen gold van de zielen der parochianen, hetzjj hjj hun het Woord Gods verkondigde op den predikstoel, of de geheimen hun» gewetens doorschouwde in den biechtstoel, of ze aan het ziekbed bjjstond. De nagelaten geschriften van P. Vogels uit dien tjjd leveren de ondubbelzinnigste bewjjzen van de zorg, waarmede hjj zich tot het predikambt voorbereidde; met welke vrijmoedigheid hjj zjjne hoorders op de gevaren hunner ziel wist te wjjzen, zonder hen te kwetsen. Hij bleef steeds getrouw aan den regel, dien hjj zich had voorgeschreven , om altijd langs den weg der overtuiging te werk te gaan , en alvorens zelf het harde woord te behoeven uit te spreken , de hoorders over hun eigen toestand te laten beslissen. Met kinderlijken eerbied bracht hij te gelegener tijd de verordeningen zijner respectieve oversten in herinnering; en waar hij de tolk moest zjjn hunner waarschuwende stem, daar deed hij het niet veel klom en vrijmoedigheid. In 1842 was er Missie in Tilburg. Hoe kapelaan Vogels de genade eener H Missie op prjjs stelde, toonde hjj door zijnen ijver om de vruchten daarvan blijvend te maken. — «Wat troost voor mij, U heden na de H. Missie, van alle zonden gezuiverd, voor het eerst weer te zien .... O wat geluk voor U! . .. . O dagen van zaligheid! . . . . O wat heilzame vruchten van boetvaardigheid hebben zij voortgebracht. — Gij hebt U verzoend met uwe vijanden, — het ontvreemde goed hersteld: — de eendracht en liefde is terugge-

1) Wij mogen hier gerust den naam noemen van den Eerw Broeder Bernardus, \\eertig jaren Generaal-oversle der Congregatie van de flioeders der Onbevlekte Ontvangenis \\aii Maria. Met eerbied bewaarde hij eenen brief, dien zijn geest»-iijke leidsman, toen nog kapelaan, hem in bet noviciaat had toegezonden Na den dood van den Pater teekende bij hgt;*t pnesteiiiik karakter van P. Vogels in dezen korten trek; hij had bet \'oHervaardig evenbeeld van kapelaan Vogels sedert niet meer gezien.

-ocr page 20-

XIV

keerd in do familie, — Gij hobt weer recht op den herael — rust des harten — blijdschap in den Heer.quot; Dit was de stof\', welke kapelaan Vogels ontwikkelde den eersten maal. dat hij na de Missie, onder den vorm van meditatie, den 11. Kruisweg met de parochianen deed. En in een der volgende zondagspre-ken, het was bij gelogenhiid der kermis, zeide hij; Nu zal de duivel ook eens Missie gaan geven. —■ Maar wat een verschil met die der EK. PP... Denkt i og eens aan de H. Missie !... Wat dacht gjj toen ? Welke waren toen uwe voornemens? hoe dachten de EE. Paters er over. mannen van ondervinding!... Den 13 Februari van het volgende jaar deelde de kapelaan aan zijne familie met veel belangstelling de tijding mede van de hernieuwing der Missie. \') Deze enkele aangehaalde feiten van zielenijver en deugd overschrijden, wel is waar, de gewone grenzen niet van de prlesterljjke volmaaktheid en jjver; maar wat die akten vooral in de oogen van God in waarde deed stijgen, was de geest, waaruit zjj voortsproien: het was die zuivere meening, welke hem in dit alles louter de eer van God en de vervulling vaa den Goddelijken Wil deed zoeken; het was die geest van orde. voorzichtigheid en wijsheid, die deze akten regelde, er dien glans van het bovennatuurlijke aan gaf. en er tevens de duurzaamheid en den zegenrijken uitslag van verzekerde.

Dit bljjkt ten duidelijkste uit den levensregel »Be-ijula vita;,quot; dien hij zich voorschreef, en dien wij mogen beschouwen als een gedenkstuk van den hoo-gen geest van volmaaktheid , waarmede hjj zijn in-en uitwendig gedrag bezielde, en waardoor hij ten schouwspel f-trekte voor God, de engelen en men-

t» Zaterdag avond om 5 uren, zoo schreef hij, zal hier de vernieuwing der H. .Missie beginnen. Wij hopen en bidden den goeden God, dat hij dezelve gelieve vruehibaar te maken. Deze zal slechts 6 dagen duren. Men vertelt hier algemeen, dat de Geretormeerden op het Veer te Baamsdonk \'ïich vele spolterniien hebben veroorloofd omtrent de KK Fatws; onder «lid* ren hebben zij drie pa irden niet namen der KK PP. be-stemppld. Het eenê heette It .. lipt andere M ... en het derde v. d. S..., maar zij zijn alle drie plotseling gestuiteu. —

-ocr page 21-

XV

sc\'.ien. Immers al zijne priesterlijke bedieningen, zijne godvruchtige oefeningen, zijne verhouding tot de ge-loovigen, zijne werken van naastenliefde, zjjne verstervingen en bootplegingen tot zelfs de onverschilligste akten van het dageljjksch leven zijn daarin tot in bijzonderheden omschreven, op voorkomende gevallen toegepast en gewijzigd, uitgebreid of beperkt, en altijd op eene wijze, die hem het volmaaktste toescheen. Verre van daar dan ook, dat deze levensregel do vrucht zou geweest zijn der bespiegeling of van een voorbjjgoanden ijver. Neen ! hij was het werk van de daad en de ondervinding. Alvorens de dienaar Gods die regelen op schrift dorst brengen, stonden zij reeds lang gegrift in \'s Priesters harte; en alvorens zij aan Gods plaatsbekleeder op aarde ter goedkeuring werden voorgelegd, vonden de hemelingen reeds er de akten van opgeteekend in het Boek des Levens. Hoe ernstig het hem met de onderhouding van dien regel gemeend was, blijkt uit de groote gedachte, welke hij er z:ch van maakte, en uit de voorzorgen, die hij nam, om alle verzuim daarvan, zooveel als nienschelijkerwijze mogelijk was, te verhoeden. — Fentnaal bezegeld met de goedkeuring van een ver-lichten zieisbestierder beschouwde hij diens levensregel niet men\' als zijn eigen werk, maar als een geschenk hem van den hemel gezonden, waarvan hem eenmaal strenge rekenschap zou gevraagd worden. »0 mjjne ziel! — zoo spreekt hjj zich zeiven toe in de opdracht van dien regel, — daar deze levensregel door uwen biechtvader, Gods plaatsbekleeder voor U, is goedgekeurd ; beschouw en onderhoud hem dan als had men hem u uit den Hemel gebracht (ut de coelo tibi allatam) ; en bedenk , dat gjj, met dien te onderhouden, den Wil van God volbrengt, die u door de goedkeuring van uwen biechtvader geopenbaard is. Hoezeer moet deze gedachte — voegt hij er bij — u ten spoorslag dienen, om hem blijmoedig (alacriter) en nauwgezet na te komen!... Welk een zoet vertrouwen belooft u do onderhouding hiervan op uw sterfbed!. , hoe groot eene belooning voor de gansche

-ocr page 22-

XVI

eeuwigheid!quot; \') Met recht mocht hij don oorspror g van dezen levensregel zoo hoog zoeken; want zoowel de keuze dezer levensregelen, waaraan geen andere begrippen tot grondslag liggen dan die van volmaakte plichtbetrachting en zelfverloochening, als «ene 50 jarige getrouwe naleving daarvan, gronden •de meening, dat dit plan hem van hooger was ingegeven. De verklaringen van getuigen, die met hem geleefd hebben zoo in het klooster, als in de wereld, stemmen op verrassende wijze overeen ; en \'t is ills hadden zij dezen levensregel voor oogen, wanneer zij hem beschrijven naar hetgeen zij van hem •zagen of hoorden. —

Zóó dan leefde Gods dienaar 13 jaren in zijne be-trekking als kapelaan van \'t Goirke, tot geestelijk heil der geloovigen, tot stichting van allen, die zijn omgang deelden, tot eer van den stand, waarvan hij ■de waardigheid door den roep zjjner deugden met zooveel glans ophield. Waarlijk! hjj had liet priesterlijk gewaad eer aangedaan, de vrome dienaar Gods, ■die jaren nog, na het verlaten zijner standplaats, in den mond des volks niet anders herdacht werd ■dan onder de eerbiedige benaming van: «Mijnheer Vogels, de heilige man!quot; -) Aan zulk een leven, zou

1) Het gebed tot O. H. J. C . waarmode deze opdracht besloten wordt, luidt vertaald aldus: «Hecre J. C.! aan de voeten van liet kruisbeeld neergeknield aanvaard ik met eerbied dezen levensregel, als ware hij mij door uwe met nagelen doorboorde banden van den hemel overgezonden ; ik zal hem beschouweu als de uitdrukking van den Goddeliiken quot;wil en ik zal trachten hem indezen zin te onderhouden. Maar anijne zwakheid is IJ beter bekend dan aan mij zeiven. Daarom smeek ik U mij door uwe verdiensten krachten te willen bijzetten, opdat ik hem met standvastigheid vervulle, alle moeie-Hjkheden te boven kome, en tot het einde mijns leNens in ■de onderhouding daarvan volharde O IleereJesus! bekrachtig dezen wil. Amen!quot; Na de H. Maagd en zijne bijzondere patronen te hebben aangeroepen, maakt hij dé bepaling: 1o. iedere maand eer m ial met aandacht dezen Hegel over te lezen. 2o. Vrijdags een bepaald gedeelte; 3o elkfn dag over da hoofdpunten zijn gewetensonderzoek in te ste len

2) Zoo dikwijls de later zoo beroemd geworden Missionaris H. Smarius S. J., als student, bij hef einde der vacantie uit zijne geboorteplaats, Tilburg, naar het Seminarie tert gkeerde.

-ocr page 23-

XVII

men zeggen, zoo rijk in deugden en verdiensten T ontbrak niets meer, en wie hem te rade had moeten strekken, hij zou zich misschien in geweten verplicht, gerekend hebben hem als «beste deelquot; voor te schrij-yen, te zijn wat hij scheen, — te blijven wat hij; was. Zoo evenwel dacht God er niet over, die hein-nog voor hooger bestemd had. Is het waar, dat er aan de uitwendige akten van den Priester niets ontbrak ; is het nog waar, dat deze vergezeld gingen van groote deugd en inwendige volmaaktheid — er was toch nog ééne zaak, die de kapelaan zich voorbehouden had; ééne zaak, maar waarop God het meeste prijs stelt. Het was zijn eigen wil, zijne vrijheid van doen en laten. Hij had, wel is waar, «it vrije keuze dien wil aan banden gelegd door de vrome voornemens van zijnen levensregel, maar wat hij vrij had voorgenomen, kon hij ook vrij herroepen ; kortom, zoowel van den vruchtboom als van de vruchten, d. w. z. zoowel van zijn eigen wil en vrijheid als van zijne vrije akten van deugd, had de priester zich den eigendom voorbehouden. Het woord nu van den H. Hieronymus blijft altijd waar; «De deugd vermeerdert in evenredigheid van wat men aan den eigen wil ontneemt.quot; J) Daarom, zegt hierop do H. Alphonsus, zien wij zoovele priesters, zelfs pastoors en bisschoppen, hoezeer zij ook een stichtend leven leidden, kloosterling worden, om order de gehoorzaamlu id te staan; overtuigd, dat men Gode geen grooter otter brengen kan dan dat van den eigen wil. Naar dit groote otter nu zag God bij zijnen dienaar uit: maar deze wist het niet! — Ziehier langs welke wegen de voorzienigheid hem zoover bracht.

Op zekeren dag, dat do ijvervolle kapelaan, al» raar gewooi le, de 11. Schrift las, en aan de woorden kwam van Christus: «Neenit mijn juk op Ur

knn hij nnoit uilgeroepen komen over de veie en stichlende vooiheeiden van Priesterdeu^d, die de kapelaan van het Goirke hem gegeven had.

11 Tanlum adjicies virluli, quantum subtraxeris propria; volunt iti.

-ocr page 24-

XVIII

verneemt hjj inwendig eone stem, die duideljjk en verstaanbaar vervolgt: in dc Congreyatic des AUer-heUtgslen Verlossers. Wen begrijpt, hoe hij getroffen ■was, daar hjj, volgens eigen verklaring, nooit aan het klooster had gedacht. Zijne eerste akte bij het vernemen dezer openbaring was eene algeheele opdracht van zich zeiven voor alles, wat Gods H. Wil van hem mocht vorderen. Raad te nemen bij bevoegde personen aangaande de werkelijkheid zijner hemelsche roeping betrachtte hjj nu als zijn duren plicht, wilde hij zich van alle begoocheling vrijwaren. Sterk dan, na rijp beraad, mot dezer voile goedkeu-ring, vertrok hij, onder den zegen van zijn geestelijken bestierder, in Augustus -1843 naar St. Truiden, het noviciaat der Redemptoristen, om zijne roeping verder te laten onderzoeken.

Novicenmeester aldaar was destjjds de E. P. Oilman, wiens aandenken nog in gezegende herinnering leeft bij de vele ouderlingen der Congregatie, die aan hem hunne eerste religieuze opvoeding te danken hebben. Om de gave der onderscheiding, die hij in hooge mate bezat, was Pater Üttman de raadsman van leek en priester, die van verre tot hem kwamen, om hem over de zaken huns gewetens te raadplegen. Kapelaan Vogels was alzoo in de gelukkige noodzakelijkheid met dezen ervaren leidsman in betrekking te komen, en mocht van hem, even als zoovele anderen, de heilrijkste vruchten voor zijne toekomst plukken.

Zijne eerste intrede kenmerkte zich aanstonds door een dier tooneelen, waarin de krachtige roepingen zich openbaren «Den eersten dag zijner aankomst, zoo spreekt een zijner medebroeders, die toen belast was met de ontvangst en de verzorging der vreemdelingen , nam ik met hem het middagmaal in bijzijn van een Engelschman, die retraite hield, en ■wij bemerkten aanstonds, dat wij een hoogst waar-digen Priester met ons hadden Aan tafel zijnde werd ZEerw. door P. Oftman ontboden oai in den grooten refter zijn verlangen publiek aan de Communiteit kenbaar te maken. Terstond verliet

-ocr page 25-

XIX

ons beiden, en in den refter aangekomen, viel hij op zijne knieën en smeekte bjj al wat heilig was, bij al do liefde der Paters, Broeders en Novicen, dat zjj zich toch zjjner erbarmen en een goed woord ten zijnen gunste doen zouden, om aangenomen te worden. Zoo ver was het treilend. — Toen begon de Novicenmeester hem te beproeven , zeggende allerlei zaken ter zjjner vernedciing: zijne jaren waren te ver gevorderd, zijne verbeelding was te zeer opgewonden , h|j scheen de heiligen te willen voornit-loopen, ja, Alphonsus zelf te verbeteren, door het schrijven van ascetische werken, enz. enz. Vogels bleet\' volkomen kalm en bedaard, altijd de oogen op het lieeld van Maria gevestigd; en toen de Novicenmeester ophield, viel hij plat op den vloer, en zich bij order opriclitend, zeide lijj: Eerw. Paters en liroe-ders, gij hebt het gehoord, gij weit nu bjjna, wie ik ben. Erbarming dan voor den ouden Priester, dieniet meer in de wereld kan noch zal terugkeeren.... neemt mij onder de uwen aan.... liet werd tijd eon einde te maken. Allen weenden. Hij alleen bleef kalm, doch diep getroïlen. Ik was getuige van dit alles staande aan üe deur van den refter en haastte mij naar mijn Engelschman terug, waar hij zelf weldra kwam , en, — tot onze groote verwondering — met een eenvoudig, bedaard voorkomen ; maar vol hoop en vertrouwen.quot; Om zijn voornemen nog te versterken, en het licht van bovin over zjjne roeping nog in hoogere mate af te trekken , wilde hij aanstonds de oefeningen der retraite volgen onder de leiding van den bekwamen zielbesticrder, die hem reeds de eerste proef had doen doorstaan. Eene nieuwe beproeving wachtte hem in deze dagen , doch van eene andere zijde; maar de wijze, waarop de hel (want zij waa het, die eene laatste poging wilde wagen tot verijdeling dezer hemelsche roeping) hier te werk ging, toonde nog eenmaal te meer den hoogen trap van deugd, welken die vrome Priester bereikt had.

Het was den 29 Aug. feestdag van de onthoofding van St. Jan Baptist, dat hij het hoofd moest buigen en neerleggen in de handen van zijnen Verlosser.

-ocr page 26-

XVIII

verneemt hjj inwendig eone stem, die duideljjk en verstaanbaar vervolgt: in dc Congreyatic des AUer-heUtgslen Verlossers. Wen begrijpt, hoe hij getroffen ■was, daar hjj, volgens eigen verklaring, nooit aan het klooster had gedacht. Zijne eerste akte bij het vernemen dezer openbaring was eene algeheele opdracht van zich zeiven voor alles, wat Gods H. Wil van hem mocht vorderen. Raad te nemen bij bevoegde personen aangaande de werkelijkheid zijner hemelsche roeping betrachtte hjj nu als zijn duren plicht, wilde hij zich van alle begoocheling vrijwaren. Sterk dan, na rijp beraad, mot dezer voile goedkeu-ring, vertrok hij, onder den zegen van zijn geestelijken bestierder, in Augustus -1843 naar St. Truiden, het noviciaat der Redemptoristen, om zijne roeping verder te laten onderzoeken.

Novicenmeester aldaar was destjjds de E. P. Oilman, wiens aandenken nog in gezegende herinnering leeft bij de vele ouderlingen der Congregatie, die aan hem hunne eerste religieuze opvoeding te danken hebben. Om de gave der onderscheiding, die hij in hooge mate bezat, was Pater Üttman de raadsman van leek en priester, die van verre tot hem kwamen, om hem over de zaken huns gewetens te raadplegen. Kapelaan Vogels was alzoo in de gelukkige noodzakelijkheid met dezen ervaren leidsman in betrekking te komen, en mocht van hem, even als zoovele anderen, de heilrijkste vruchten voor zijne toekomst plukken.

Zijne eerste intrede kenmerkte zich aanstonds door een dier tooneelen, waarin de krachtige roepingen zich openbaren «Den eersten dag zijner aankomst, zoo spreekt een zijner medebroeders, die toen belast was met de ontvangst en de verzorging der vreemdelingen , nam ik met hem het middagmaal in bijzijn van een Engelschman, die retraite hield, en ■wij bemerkten aanstonds, dat wij een hoogst waar-digen Priester met ons hadden Aan tafel zijnde werd ZEerw. door P. Oftman ontboden oai in den grooten refter zijn verlangen publiek aan de Communiteit kenbaar te maken. Terstond verliet

-ocr page 27-

XIX

ons beiden, en in den refter aangekomen, viel hij op zijne knieën en smeekte bjj al wat heilig was, bij al do liefde der Paters, Broeders en Novicen, dat zjj zich toch zjjner erbarmen en een goed woord ten zijnen gunste doen zouden, om aangenomen te worden. Zoo ver was het treilend. — Toen begon de Novicenmeester hem te beproeven , zeggende allerlei zaken ter zjjner vernedciing: zijne jaren waren te ver gevorderd, zijne verbeelding was te zeer opgewonden , h|j scheen de heiligen te willen voornit-loopen, ja, Alphonsus zelf te verbeteren, door het schrijven van ascetische werken, enz. enz. Vogels bleet\' volkomen kalm en bedaard, altijd de oogen op het lieeld van Maria gevestigd; en toen de Novicenmeester ophield, viel hij plat op den vloer, en zich bij order opriclitend, zeide lijj: Eerw. Paters en liroe-ders, gij hebt het gehoord, gij weit nu bjjna, wie ik ben. Erbarming dan voor den ouden Priester, dieniet meer in de wereld kan noch zal terugkeeren.... neemt mij onder de uwen aan.... liet werd tijd eon einde te maken. Allen weenden. Hij alleen bleef kalm, doch diep getroïlen. Ik was getuige van dit alles staande aan üe deur van den refter en haastte mij naar mijn Engelschman terug, waar hij zelf weldra kwam , en, — tot onze groote verwondering — met een eenvoudig, bedaard voorkomen ; maar vol hoop en vertrouwen.quot; Om zijn voornemen nog te versterken, en het licht van bovin over zjjne roeping nog in hoogere mate af te trekken , wilde hij aanstonds de oefeningen der retraite volgen onder de leiding van den bekwamen zielbesticrder, die hem reeds de eerste proef had doen doorstaan. Eene nieuwe beproeving wachtte hem in deze dagen , doch van eene andere zijde; maar de wijze, waarop de hel (want zij waa het, die eene laatste poging wilde wagen tot verijdeling dezer hemelsche roeping) hier te werk ging, toonde nog eenmaal te meer den hoogen trap van deugd, welken die vrome Priester bereikt had.

Het was den 29 Aug. feestdag van de onthoofding van St. Jan Baptist, dat hij het hoofd moest buigen en neerleggen in de handen van zijnen Verlosser.

-ocr page 28-

XXII

gelooft mij vrij, bij gebreke hiervan, zullen er velen j

verloren gaan ; 3° eene groote devotie tot Maria, it

onze goede Moeder, te hebben, en Haar te vereeren I door het ontvangen der HU. Sakramenten bij gelegen-

heid barer Feestdagen____ door dagelijks te bidden p

drie Wees gegrcelen ter eere van Hare H. Zuiverheid;

eindelijk, door dagelijks — Ja, dagelijks — te zamen -c

met uwe huisgenooten het rozenhoedje te bidden.quot; — s

Daarop kwam hjj wederom naar Tilburg, om zijne h

zaken te regelen, hield er den \'24 September voor n

goed zijne afscheidspreek, en betraf zich den vol- v

genden dag naar bet oord zijner bestemming. 25 jaren k

later brengt hij dit gebeurde met dag en datum, ti

onder dankbetuiging jegens üod, aan zijne familie in lt;J

herinnering t

Nog ruim een maand bleef kapelaan Vogels pos- lt;5 tulant, tot de 15 Ooiober aanbrak, de feestdag van

de H. Teresia, bijzondere patrones onzer Congregatie, I

en tevens de dag waarop bij voorkeur de inkleeding v

en professie plaats heeft. De Novice voelde zich ge- v

drongen nog dienzelfden dag deze heugelijke tijding v

naar Tilburg en verdere familiebetrekkingen over te v

brengen. De brief is gericht aan den Zliw. Heer Pas- il

toor en coadjutores.. . Broeders en zusters enz. — -e

Met de woorden, waarmede de H. Kerk den Paasch- a dag aankondigt, vangt hjj aan; «Dit is de dag, dien

de Heer gemaakt heeft! Komt laten wij ons verblij- ij

den... Ja, ik herhaal het, \'t is heden voor ons waar- v

lijk een blijde dag, een dag, dien de Heer op eene k

bijzondere wijze zoet en aangenaam voor ons gemaakt v

heeft.... Heden hebben negen der Novicen hunne ge- o

Inflen afgelegd; drie onder welke K. van H., zullen li

het, als \'t God belieft, over drie weken doen;... v

heden hebben er zeven het kleed van boetvaardigheid z

ontvangen, waarvan ik er een ben... Deo Gratias. lt;3

God zij eeuwige dank, die mij onwaardigen tot v

het kloosterleven geroepen heeft---- Ik bevind mjj £

waarlijk gelukkig en zou voor de geheele wereld, v

voor al hare vermaken, voor al have rijkdommen, -a

voor al hare grootheden mijn kloosterkleed niet willen i

ruilen. Neen!... De Ew. P. Bernard was ook bij de ^

-ocr page 29-

XXfll

elen plechtiglieid tegenwoordig; hij heeft eene zeer schoone

ria, -toespraak gehouden oyer het groot vertrouwen der

aren H. Teresia op üod; over hare verzuchtingen tot God

jen- «n over hare zucht tot lijden om God. Heden avond

Iden preekt hij wederom in de kerk....

eid; De uitwendige strengheid in het klooster is zoo

men erg niet als velen zich inbeelden____ De voorname

quot; — strengheid bestaat in het afleggen van de vrijheid,

iijne het oordeel en den wil... in blindelings te gehoorza-

roor jnen, in de stipte naleving van den Regel, in do

vol- verloochening van zich zeiven en het beteugelen zijner

iren kwade neigingen. Gewoonlijk hebben wij slechts twee

urn, uren, dat wij mogen spreken; een uur na het mid-

e in -dagmaal en een na het avondmaal. Donderdags is het reoreatiedag; dan gaan wij meestal wandelen; soms

pos- iéén of twee uren ver, vóór en na den middag. Vrij-

van -dags is iiet een dag van ingetogenheid en stilzwijgen,

itie, Ik hoop met de genade Gods , door de voorspraak

ling van Maria en door de gebeden van u allen in mijne

ge- voornemens te zullen volharden tot den laatsten snik

ling van mijn leven. Ziedaar in het kort eenige regels

• te welke de vreugde van dezen dag mij heeft ingegeven,

\'as- ik hoop, dat gij allen in mijne vreugde zult deelen

— en voor mij bidden zult, gelijk ik dagelijks voor u

;ch- allen doe.quot;

lien liet behoeft met gezegd te worden met welken

jlij- ijver hij zijn Noviciaat doorbracht, dat met zulke ge-

lar- voelens was ingezet. Zijn levensregel , die hem een

ene kloosterling scheen gemaakt te hebben onder het

akt wereldlijk priesterhabijt, maakte hem de verschillende

ge- onderhoudingen der regeltucht bij voorbaat gemakke-

llen lijk. Hoe moest hij zich niet tot ijveriger onderhouding

... van zijn levensregel voelen aangezet, daar deze onder

icid zoo menig opzicht werd opgenomen en volmaakt in

ias. den Regel van zjjne roeping. en dus zooveel in

tot waarde steeg, als deze uit honger bron kwam, de

mij goedkeuring bezat niet enkel voor het geweten maar

ld, voor de geheele li. Kerk, en daarenboven eenmaal

en, aanvaard geen terugtrekken toeliet. Deze vermeer-

len derde ijver boezemde hem dan ook nog altijd nieuwe

de voornemens in, welke zijn levensregel moesten vol-

-ocr page 30-

XXIV

maken. Zoo nam hjj nog in zijn Noviciaat het besluit, om datgene, wat hij deed buiten den Regel en de oon-stitutiën, niet meer enkel met verlof zijner oversten, maar op gehoorzaamheid te verrichten: sub merito obcdientia;. «Eerwaarde Pater, is mij deze of die versterving, deze of gene akte van gebed, van broederlijke liefde geoorloofd onder verdienste der gehoorzaamheid,quot; Zoo luidde zijn verzoek. Zoo werden deze akten voor hem des te verdienstelijker , naarmate zij meer het karakter van verplichting verkregen. Den 3fl .lanuari quot;1844, zoo vinden wij aangeteekend nam hij te Cortenbosch (nabij St. Truiden) voor hetquot; wonderbeeld der A. H. Maagd Maria, het besluit, om altijd datgene te kiezen , wat hjj weten zou het aangenaamst aan zjjnen overste te zijn, en wel zoor dat hjj geen gebruik zou maken van eene vergunningdes oversten, zoo hij wist, dat het tegenovergestelde-aan dezen welgevalliger mocht zijn. Deze heilige voornemens bleven niet enkel op de lijst dor vrome wenschen, — zij gingen in zijn levensgedrag ovar r waarin ze voor eenieder te lezen stonden.

Alvorens den novice buiten het Noviciaat te volgen,, moeten wij de aandacht vestigen op een verschijnsel,, ilat zich in het proefjaar van P. quot;Vogels voordeed. Hier is het meest leerrijke van geheel zijn leven. — quot;Wie had het kunnen denken? Die Priester, die daar uit de wereld kwam met den onbetwistbaren roep van heiligheid en priesterlijke volmaaktheid, ontdekte thans,, iloor Gods genade verlicht, een hartstocht, die in zjjn binnenste schuilde, en waarvan hij het bestaan niet eens vermoedde! — De levensregel, die er geen melding van maakt, laat deze bewering buiten twijfel.— Zijne rechtgeaardheid, zjjno zachtzinnige manieren waren van jorgs af geprezen, en nu? Tot zjjne greote-verbazing, kwam hij tot de kennis, dat hij stuursch en streng was van inborst, driftig en opvliegend van aard. Van waar dit verschijnsel in iemand van zulk een ingetogen leven? — Twee gronden gelooven we tot verklaring hiervan te vinden. De goede üod vooreerst, meenen we, heeft hem deze gebrekkige zijde -van zijne inborst willen verborgen houden, ten einde

-ocr page 31-

XXV

Tiem later eene bijblijvende sto\':\' te laten tet zelf be-schaming, en opdat hij des te meer de volmaaktheid van zijne hoogere roeping zou beseffen, wanneer hij daar in eene diepere kennis van zich zeiven zou treden. Een tweede grond ligt in het ontbreken van gelegenheden, welke zijn sluimerenden hartstocht konden opwekken. Immers, aan een vaste orde ge--woon, zooals we gezien hebben, kwam hjj nooit in aanraking met de mensehen dan uit noodzakelijkheid, «n verscheen er slechts als een engel des vredes , of als weldoener om gunsten uit te deelen. Van daar dat hij door eenieder met dubbele voorkomendheid bejegend werd, die voortsproot zoowel uit den eerbied voor zijn persoon, als uit verschuldigde dankbaarheid, In het communiteitsleven getreden, veranderde deze verhouding. Hier stond hij niet meer als de meerdere onder minderen, maar onder zoovele gelijken als hij medebroeders telde, die ieder hun eigen inborst en karakter medebrachten, hun gewoonten en landaard, hunne hebbelijkheden en menscheljjkheden. In zulk eene menging van karakters was overvloedige gelegenheid tot verloochening van zijne zienswijzen. zijne gehechtheden enz. — oGod laat toe, zegt de M. Alphonsus, dat zelfs heilige personen, zonder hun toedoen, soms een gevoel van natuurlijken afkeer ontwaren . of dat er tussehen overigens deugdzame en inwendige medebroeders verschil van zienswijze of verschil van karakter besta; iets wat toch veel onaangenaamheid veroorzaakt.quot; «Hier derhalve, in het klooster, zegt Thomas van Kempen, wordt men beproefd als het goud in den oven. Hier houdt zich niemand staande, die zich niet van ganscher harte om God wil vernederen.quot; \') Zoo meenden wij dit verschijnsel in P. Vogels te kunnen oplossen, toon ons eene bladzijde uit zijne aanteeke-ningen onder het oog viel, die deze opvatting geheel

1) llic erpo probantur homines sicut aurum in fornace. Hie nemo potest stare, nisi ex toto corde se voluerit propter Deum humiliare. (I, 17.)

-ocr page 32-

XXVI

en al bevestigde. Laten wij hem dus zelf spreken : »0 goede God! volgaarne en met een gevoel van dankbaarheid erken ik tjjdens mijn Noviciaat vele genaden en verlichtingen te hebben ontvangen, en Ü daarvoor niet genoeg te kunnen lofprijzen.

Ik beken, dat ik in het begin nog niet de nuttigheid van het Noviciaat kon vatten, noch ook waarin de volmaaktheid van het kloosterleven bestond. Ik zag vele onvolmaaktheden van mjjne medebroeders, die door de oversten geduld werden, hetgeen ik mij niet konde verklaren, tot ik door uwe genade verlicht , de waarheid inzag van de woorden, welke-Christus tot de Phariseërs sprak; «niemand doet nieuwen wijn in de oude zakken; anders zal de wijn de zakken doen bersten, en de wijn zal uitloopen, en de-zakken zullen verloren gaan.quot; \') O mijn God ! ik erken uwe goedheid en wonderbare Voorzienigheid irt alles. Want met uwe genade zijn de onvolmaaktheden van anderen mij tot winst geworden : daaruit leerde ik mijn eigen onvolmaaktheid, mjjne hardvochtigheid en ongeduld, mijn gebrek aan hartelijkheid, gezegge-lijkheid, inschikkelijkheid; daardoor hebt Gij mjj odIc gelegenheden gegeven om te strijden en mij te overwinnen____ O barmhartige God! ik hoop met uwe

1gt; Nemo miltit vinura novum in utres veteres alioquin üirumpet vinum utres. et vinum elTundetur, el utres penbunt. ■Marc. II. 22) De Zaligmaker geeft hierdoor te kennen, dat hij onverstandig zou bundelen, wilde hij zijnen nog jongen eti zwakken leerlingen strenge oefeningen voorschrijven iBeelen I. c.) De kloosterstaat vordert niet van iedereen, dat hij volmaakt zij bij zijn intreden ; maar dat hij het wil worden. Hoe deze volmaaktheid zelve wederom aan verschillende graden onderhevig is, treedt zonneklaar in het licht bij het onderscheid van twee klassen van personen voor wie de H.Thomas de omhelzing van den kloosterstaat nuttig oordeelt. Zij , die reeds een zekeren graad van volmaaktheid bereikt hebben, doen goed het kloosterleven te omhelzen om r/roolere volmaaktheid Ie verwerven; zij, die nog niet gevorderd zijn in de onderhouding der geboden doen evenzeer goed hierriiede, op.dat zij gemakkelijker de zonde vermijden en de volniaakt-he\'d bereiken : Religionetn ingredi non solum expedit his, qui sunt exercilali in prïeceptis. ut ad majorem perfectionem perveniant; sed etiam his qui non sunt exercitati, ut facilius peccata vitent et perfectionem assequantur. 2. 2. q. 189. a. 1.

-ocr page 33-

XXVII

genade hieruit voor de toekomst deze gevolgtrekking te maken, de verplichting namelijk, die op mij berust, om nooit de handelwijze van anderen , vooral van oversten te beoordeelen, maar integendeel geduldig, ja volgaarne alle soort var. karakters te verdragen.\'\' Om zich nu de overwinning van dezen hartstocht te verzekeren, nam hij van het Noviciaat af deze drie maatregelen. Eerstens ver.ichtte hjj al zijne goede werken en gebeden van den dag tot de volgende intentie: do uitroeiing van zijne stuurschheid en het verkrijgen der zachtzinnigheid. Ten tweede zou diezelfde intentie het hoofddoel zijn van zijne jaarljjksche afzondering van tien dagen. Eindelijk bepaalde hij de soort van boete voor iederen keer, dat hij in zijne fout zou hervallen. Dank aan die voorzorgen werden dan ook zijne fouten hierin van lieverlede zeldzamer en zeldzamer; zij waren gewoonljjk, zoo niet altijd onvrijwillig, gelet op het beginsel dat er de hoofddrijfveer van was, nameljjk een blakende ijver voor Gods eer, welke hij gekrenkt waande. Het behaagde evenwel de Voorzienigheid niet, — ondanks zjjne gebeden en tranen, — geheel en al zijnen hartstocht én zijne onbehagelijke inborst te veranderen. zooals dat gebeurde met een H. Franciscus van Sales, een H. Ignatius , een U. Vincentius a Paulo. Voor anderen moge daarom zijne deugd minder nuttig zijn geweest, dewijl zij zich met zooveel minder bevalligheid en aantrekkelijkheid in zijn persoon kon voordoen : voor hem zeiven waren deze onvolmaaktheden een waarborg voor zijne deugd, eene bron van verdiensten. Door het ééne oog altijd gevestigd te houden op zijne zwakke zijde, om langs dezen kant niet verrast te worden, bleef het andere gesloten voor de deugden en goede werken, welke de genade in hem uitwerkte; en terwjjl hjj dagelijks hooger steeg op den weg der volmaaktheid en der vereeniging met God, daalde hjj altijd dieper en dieper in zijne eigene gedachte. Van hoevele verdiensten werden voor den dienaar Gods die fouten de aanleidende oorzaak, door het geweld dat hij zich moest aandoen, om zijne drift in toom te houden; van hoevele verdiensten door de stichtende

-ocr page 34-

XXVIII

voorbeelden van.boetvaardigheid en nederigheid, welke hij daarbij gaf. Wat was het aandoenlijk, dien zestig-jarigen Priester zich voor de gebeele communiteit te zien nederwerpen, zich beschuldigen van zijne opwellingen , en er vergiffenis en boete voor vragen ! Dan was er niemand, die niet luide of bij zich zeiven zeide; »hoe duidelijk dat God P. Vogels die zwakheid gelaten heeft, om hem voor eigenwaan te behoeden!quot; Nooit heeft dan ook die zwakheid de achting voor zjjne deugd kunnen verminderen, en wel het allerminst in het Noviciaat. Novicen zoowel als No-vicenmeester aarzelden niet hem als een toonbeeld van alle priesterlijke en religieuse deugden aan te wjjzen De laatste schreef na den dood van P. Vogels: «Ik heb den novice altijd voor eene buitengewoon bevoorrechte ziel gehouden, en heb hem sinds altijd als een heilige geschat.quot; \') —

Zoo liep het proefjaar van P. Vogels ten einde. Den •K)\'1quot;1 Juli, feestdag van O L. V. van den lierg Karmel, legde hij zijne kloostergeloften af met eene al-geheele toewijding van zich zeiven aan de Congregatie ya.quot;. ^ Alphonsus, welke hij nooit verloochende. A\\ ij zouden hieromtrent nog een gezagvoller, nog een welsprekender getuigenis kunnen geven dan dat van een van P. Vogels\' medebroeders, die èn zijn niedenovice en jaren lang zijn overste geweest is; die het zich tot een eer en vreugde rekende aan de uitnoodiging te voldoen, om eenige stichtelijke bijzonderheden uit het priesterlijk en religieus leven van P. Vogels z. g. mede te deelen.

AVel zal ik niets nieuws kunnen zeggen, zoo spreekt de tegenwoordige bisschop van Suriname, Myr. Hchaap, immers het gansche leven van dien waar-achtigen vriend Gods is een open boek geweest, toegankelijk en verstaanbaar voor een iegelijk, die oogen heeft om te zien en begrip om te verstaan. Maar

1

Nog tijdens het Noviciaat belastte hem de Novicennrieester met de vervaardiginK eener reeks quot;eesleiijke oefeningen ten behoeve der postulanten van het Noviciaat.quot; Hij maakte ze ia het latijn en vertaalde ze later zelf in het hollandsch.

-ocr page 35-

« XX\'X

het kan volstrekt niet schaden, dat velen hetzelfde zeggen: in ore duorum vol trium testium stabit omre verbum. «Vooreerst betuig ik plechtig, dat ik in P. Vogels nouit , nooit, van het noviciaat af (hjj had slechts weinige maanden vóór mij het kleed ontvangen) gedureide al den tijd, dien ik met hem in de I Congregatie doorgebracht heb {circa 3i jaren), éénen enkelen dag, één enkel oogenblik van verflauwing in de betrachting der priesterlijke en religieuse deugden waargenomen heb. Die liefde tot de armoede , dien geest van waarachtige godsvrucht, die heldhaftige versterving, die onthechting van al het aardsche, die allernauwkeurigste onderhouding der HH. Re gelen, en nog zoovele andere deugden, welke jongere medebroeders in P. Vogels bewonderden, hebben wjj ouderen reeds bewonderd in het noviciaat. Reeds in het noviciaat gold P. Vogels èn bjj zjjne medenovicen (onder welke verschillende priesters geteld werden) èn bjj den Novicennicester zeiven, voor een volmaakt priester en religieus. En nooit heeft hij opgehouden i zulks te schijnen en te zjjn in de oogen van allen,

zoo binnen als buiten het klooster, van allen, die het onwaardeerbaar geluk gehad hebben met hem te leven of hem te kennen.quot; \')

De goede God, die zich nooit in edelmoedigheid laat overwinnen, vergoedde ruimschoots aan zijnen dienaar de ontberingen en opott\'eringen, welke lij) zich voor zijnen dienst getroost had. Was het verlies zijner vrijheid zyn grootste offer geweest, toen hij de wereld verliet ; nu voelde hij zjjne ziel overgoten van hemelsei) geluk bij de gedachte zoo innig mot God vereenigd te leven, en zijnen Allerheiligsten Wil tot in de minste bijzondorheden zonder begoocheling te kunnen weten. Soms, als hij meende ongezien te

1) Van hem zeiven, vervolgt hier Mgr.. meen ik vernonvn te helil an. dat hij de verschillende praktijken van podsvruclit en versterving, welke hij in de Congregatie met de goedkeuring zijner oversten beoefende — praktijkfn, welke ik zoo vaak t. t vervoering bewonderd heb — reeds allen beoefende, toen hij oog priester in de wereld — ja , als ik mij niet vergis — to \'n tnj nog student in hel Seminarie was.

-ocr page 36-

XXX

zijn, kon hij zicli niet weerhouden het zalige genot lucht te geven, dat hij in het kloosterleven ondervond ; en dan, gelijk de H. Maria Magdalena van Pazzi, kuste hij de muren zijner kloostercel, in dankbaarheid voor de onwaardeerbare gave der kloosterroeping. «Voor het overige, zoo schreef hij in quot;1845 uit Luik, aan zjjne broeders en zusters, voor het overige kan ik U niet zeggen, hoe gelukkig en tevreden ik ben. Ik zou wenschen, dat alle menschen zoo gelukkig waren. Hier is men vrij van alle wereldsche bekommernis, en men vindt zjjn genoegen in God. Met een dankbaar hart zeg ik dikwijls : O minzame cel\' hoe gemakkelijk is hier de weg naar den Hemel...\', en het volgende .jaar schreef hij uit St. Truiden, waarheen hij verplaatst was: »lk leef hier zoo gerust en zoo weltevreden ! de tijd vervliegt. Ik weet niet, waar de dagen, de weken, de maanden blijven; zij zijn voorbjj, eer ik er aan denk, zoodat ik met onzen H. Vader Alphousus zou kunnen schrjjven. toen hij in het begin onzer Congregatie te Scala met menige Paters vereenigd loefde, en groote armoede leed ; «Hier denkt men nergens meer aan ; noch aan zijne ouders, noch aan zijn vaderland, noch aan zijn \'ijden. Hier denkt men slechts op God, om Hem te beminnen en zijnen H. Wil te volbrengen.quot; — Wel mocht hij zich deze woorden toeëigenen, want zijn kloostercel verkreeg meer dan één trek van geljjkenis met de grot van Scala ; hetzij om de eenzaamheid en afgetrokkenheid van de wereld, welke hij daarin beoefende — de goede God had den Pater geen bijzondere talenten gegeven voor de werkzaamheden naar buiten — hetzij om de heldhaftige deugden, waarvan hjj haar getuige deed zijn.

We mogen toch vooraf aanteekenen, dat de weinige werkzaamheden waarmede hjj belast werd , en die gewoonlijk bestonden in het geven der geestelijke oefeningen, van een bijzonderen zegen vergezeld gingen ; zoodat hij met de verdiensten zijner deugden te gemoet scheen te komen aan het ontbrekende zijner natuurlijke gaven. Het waren dan vooral de boetvaardigheid en zelfverloochening — z\'jne twee

-ocr page 37-

xxxi

karakterdeugden — welke hij aan de zielen wist in te boezemen, die aan zijne leiding waren toevertrouwd.

De bijzonderheden, ons door een klooster medegedeeld , dat langen tijd onder zijne geestelijke zorg-stond, zijn te stichtend, om ze voorbij te gaan. Zjj teekenen al de kracht van den eersten ijver. — Al de kloosterzusters hadden de grootste achting voor hem, en, ondanks zjjne geringe welsprekendheid, \') getuigen zjj, dat zijne woorden voor hen orakelswaren zoowel in de conferentiën als in den biechtstoel. De heilige Pater verstond de kunst, om de harten in goddelijke liefde te ontvlammen en er een grooten geest van verloochening en van versterving in op te wekken De zuster, die belast was om hem te dienen, heeft verklaard, dat zij Pater Vogels, wanneer hij meende ongemerkt te zijn , zoodanig ontvlamd zag van hemelsche liefde, dat zij hem in verrukking meende. De heilige overledene bleef dikwijls, gedurende een langen tijd met het hoofd ontdekt, aan de brandende zon blootgesteld. a) Des middags vond de portierster hem eens in het voorportaal op do knieën ter plaats waar de armen gestaan hadden om de soep te halen ; en zij zag hem daar een dier gewone verstervingen beoefenen, welke de H. Al-phonsus ook onder het volk ingevoerd heeft om de-zonden der tong te boeten ; terwijl hij niet terugdeinsde voor een dier heldhaftige overwinningen op de natuur , welke zelfs de heiligen slechts dan gekend schijnen te hebben, als dringende naastenliefde dit vorderde. De zuster vroeg hem , of hij iets verloren had, en de goede Pater antwoordde; «Maak a niet ongerust, zuster, ik zal het wel vinden.quot; Nooit wilde hij bediend zjjn aan tafel. Hij nam zelf de spijzen van de rol, en alsdan kuste hij ze met eerbied in den geest van heilige armoede, als om zijne erkentelijkheid te betoonen voor de ontvangen aal-

Ij Daarenboven in de fransche taal.

2) In navolging, zoo het schijnt, van den H. A.lphonsusr van wien dezeirde irek verhaald wordt als beoefend uit eerbied voor Gods tegenwoordigheid.

-ocr page 38-

XXXII

moes. \') De goede Pater bracht gewoonlijk een (Vel van den nacht in de kapel door om .lesus in het heilig tabernakel gezelschap to houden. Zijne gedach--tenis is hier nog altijd levendig en men spreekt van hem altijd met den grootsten eerbied. De zusters, die onder zijne leiding zijn geweest, herinneren zich nog met geluk de raadgevingen van hun geestelijken l

•vader.quot; — Dit behoeft ons niet te verwonderen, want hij had een bijzondere studie gemaakt van de ascesis. Behalve de ascetische werken van di n H. Alphonsus welke hij door en door bezat, maakte hij aanteeke-ningen uit den 11. Joannes van het Kruis, llenri Boudon, verder uit Surin. Nouet, en een korte samenvatting van Scaramelli. Toen dan ook de kerkelijke overheid een persoon aan zijne leiding onderwierp,

lt;iie in de buitengewone wegen scheen te verkoelen,

1

toonde hij zijne bedrevenheid in de mystiek, door de omzichtigheid, waarmede hij te werk ging, door de juiste vragen, die hij stelde of deed stellen, en door de beproevingen, waaraan hij haar onderwierp; hetgeen alles den gelukkigsten uitslng verwierf. Was hij geen gezocht biechtvader voor de menigte, die weiniger., die jiich aan zijne leiding toevertrouwden en daarin volhardden , hadden alle reden om hem oprecht dankbaar -te zijn. Het was hem niet zoozeer te doen om vele biechtelingen te hebben als wel weinigen met veel zorg beter te maken. De zielbestierder zal niet enkel rekenschap afleggen van de zonden, welke hij had kunnen voorkomen; maar ook van den hoogercn trap van volmaaktheid, waartoe hij de zielen had kunnen bren-.gen en niet gebracht heett. Wordt naar dit beginsel de arbeid van P. Vogels in den biechtstoel gemeten , ■dan mag hij met vreugde er 0|i neerzien; want niets lag hem meer tor harte ilan de waarachtige volmaaktheid van diegenen, die zich onder zijne bestiering stel-

1) In de X statie de VIII oefenim? zijner Kruiswejen over de kloostergeloften sprekende, zegt hij: »0 Maria, bia voor mij opdat ik de heilige armoede hetninne, en alles wat rm.Mot gebruik gegeten wordt, dagelijks als eene aalmoes uit Ouas handen ontvange.

-ocr page 39-

xxxilr

den. \') Zijne raadgevingen drongen tot de ziel door. Waren het zijne medebroeders , die zich onder zjjne geestelijke leiding stelder;, dan verdubbelde hij zijne zorgen. Üngeloofelijke moeite getroostte hij zich voor de vorming der leekebroedera , wier zorg hem, hetzjj als Novioenmeester, of als Broederprefekt, was opgedragen. Zoo besteedde hij eens zes maanden in iemand eenvoudig het dienen van een stille II. Mis^ te leeren. Op zekeren dag kwam een broeder zjjnen Novicenmeester eene bekoring blootleggen. De Pater rraakt een kruisje ep het voorhoofd van den broeder on zegt op hartelijken toon : »er over heen gaan doch als hij zag, dat de broeder hiermede nog niet ten volle bevredigd was, nam hij hem wat meer ter zijde, als om hem e^n geheim te openbaren. Daarop zegt hij in volle vertrouwen; «Zie, Broeder, ik heb een werk voor 1\'. Provinciaal afgemaakt; ik heb er zes weken over geschreven. Ik kom het hem brengen, en aanstonds scheurt hij het voor mijne oogen aan stukken. Een tweede maal nog eens hetzelfde. Zie, Broeder, hervat daarop de Pater, voor U is het maar eene bekoring van een oogenblik; voor mij duurt ze nu reeds zoovele weken. Meent ge, dat ik dit niet gevoel? Voorzeker wel. Maar komaan, zeg ik. Gloria Patri! — Onnoodig te zeggen, dat de bekoring verdwenen was. — Sedert speelt den goeden broeder, die aldus van zijne bekoring verlost werd, onophoudelijk. bij alles wat htm overkomt, het Gloria Patri

1) Onder meer andere pchrcef liij zich de volgende gulden regelen voor. — Conahor non :inVc.tnre niultos, nee prje-ci^iue divites aut nobiles poenitentes; si lamen multi accedantr conabor me totum impendeie. bj Ponam custodiam oculis-meis ne videant vanitalem , et ne os t cenilentis claudalur. cl Dimittendoa suaviter monitos dimiiteie conabor, dicens v. g. .oraho mterea pro te. Bono animo esto!... dj Post con-fessionem aniinas po^nitenlium Deo commendabo, ut opus ineepturn pei liciat et incrementuni det, dicendo: rospice, qu:esuinus, Domine, super hos pcenitentes , pro quibus Do-minus N. J. G. non dubitavit manibus tradi norentium et ciucis subtre tormentum deinde Ave. — ey lis qui habitualiter et Irtquenler apud me confilentur, injungam, ut pro iibertate conscientiae, saitem quater in anno confessarium extraordinarius adeant.

-ocr page 40-

XXXIV

in den mond. — Ofschoon P; Vogels, zooals we gelegd hebben, weinig talenten had voor den predikstoel , zoo is dit vooral te verstaan van meer zware stoffen. De onderrichtingen, welke hij op Missie deed, hebben dikwerf den grootsten bijval genoten; •en nu nog zijn er vele plaatsen, waar P. Vogels, om de vroeger aldaar door hein gegeven missie zeer gunstig herdacht wordt. Ln waar het woord hem te kort schoot, daar gold zijn voorbeeld alti|d voor eene dubbele predikatie. Dan hoorde men^ hot volk mompelen: O, die Pater \\ ogels, wat een heilige

Man! — .

Tot zoover iets over zijne uitwendige werkzaamheden. Dat deze arbeid niet zijne roeping in zijne roeping was (om ons zoo uit te drukken», mocht de Pater zelf weldra inzien. »Den 7 Aug. 1877 tijdens lt;le groote afzondering, zoo teekent hij aan , heb ik •de genade erkend, die God mij gedaan heelt met mij weinig talenten voor het uitwendige te geven, als b. v. een aangename omgang met de menschen, eene schoone stem enz.; daardoor is het gebeurd, dat ik mij van het verkeer met de menschen verwijdeid heb, en ik gedwongen ben geweest in de eenzaamheid te verblijven, om daar alleen met God te verkeer cn. ~

Ja, met zijnen God en Schepper verkeeren, en des te vertrouwelijker omgang hebben, naarmate hij infer van het gewoel der wereld verwijderd zou blijven; dit was P. Vogels\' roeping, dat was zijn leven. — Nooit verliet hij zijne cel tenzij plicht ot noodzakelijkheid hem rièpeii; en zonder een dezer twee wettige redenen zou hij buiten zijn cel nooit het stil-zwijgen verbroken, ol de kloosterstilte gestoord hebben. Bij het uitgaan of het inkomen zijner cel vereerde hij de Goddelijke Majesteit, die hij daar tegenwoordig aanschouwde, door zich op de knieën te werpen en den grond te kussen. Dergelijke akten waren hem meermalen door den dag eigen. vooral tijdens den namiddag, waarvan de H. Alphonsus in zjjne ^0^quot; gregatie de drie eerste uren , ter gedachtenis aan de drie uren die Jesus op het Kruis doorbracht, door

-ocr page 41-

XXXV

een verplichtend stilzwijgen geheiligd heeft. Des nachts nog onderbrak hij eenige oogenblikken zijne rust, om voor God de fouten, die hij zijne zonden noemde, te beweenen in rouwmoedigheid en vermorzeling des harten. Lacrymis meis stratum meum rigavi: ik he\'* mijne legerstede met mijne tranen besproeid. zoo sprak hij met den Propheet; en hield door deze gestadige akten vasten voet op den eeni-gen waren grondslag der degelijke volmaaktheid, die der zuivering en boete. De uitwendige houding van den Pater in zijne cel was een voortdurende uiting van geloof aan Gods tegenwoordigheid. Nooit heeft men hem zien zitten, maar altijd slechts geknield of staande. «Deze akte van versterving, zegt Mgr. Schaap, jaren lang, tot op een hoogen ouderdom beoefend, heeft mij altijd met den diepsten eerbied vervuld voor den persoon van P. Vogels.quot; Als de H. Alphonsus zijnen volgelingen een groot begrip wilde geven van den geest van ingetogenheid, welke hij van hen vorderde, gaf hij hun tot leus: buitenshuis moesten zjj apostelen zijn: binnenshuis Karthuizers! — Of P. Vogels het aandeel, dat hem van deze uitspraak toekwam. ook in zijn persoon verwezenlijkte? — Was zijn leven niet eene voortdurende herinnering daaraan ? — Datzelfde geloof, waarmede hjj slechts do welgevallige blikken van zijnen God zocht, boezemde hem ook eene groote getrouwheid in het kleine in, en wel bij voorkeur dan, wanneer hij niet gezien werd, want, zoo zeide hij, het betaamt dat ik op het punt van de versterving der zintuigen , van de zindelijkheid en de zedigheid, minstens even nauwgezet zij in de tegenwoordigheid van God, als ik zou zijn in die van een voornaam persoon. Daaruit sproot die zorgvuldigheid voort, waarmede hjj zich aan zijne bedieningen en de hem opgedragen posten wijdde. Hij was hij b. v. belast met het opmaken, voltooien en bijhouden van de kronieken der Provincie en van de huizen waar hij verbleef; een arbeid, die boekdoelen beslaan kan. Wat nu juist het meest treft daarin, is dezelfde orde, dezelfde volledigheid en nauwkeurigheid, waarmede het eerste tot het laatste is

-ocr page 42-

XXXVI

afgewerkt; zoodat men niet één dag van verslapping kan bespeuren. waarop P. Vogels zijne taak met minder zorg zou behartigd hebben. Waarlijk eeno heldhaftige taak alleen reeds om den duur en de volharding! — Belast met de goede uitvoering dei-ceremoniën in de kerk, maakte hij nog eene bijzondere studie van de Rubrieken, liet oveiige van zijn tijd was verdeeld onder de studie der theologie . de schriftuur en ascesis; maar werd toch hoofdzakelijk ingenomen door het schrijven zijner samenspraken , meditatiën, kruiswegen , enz. En al zouden de samenspraken enz. die hier achter volgen, op geen andere vruchten kunnen wijzen, dan dat \'zij jaren lang het werktuig van heiliging zijn quot;quot;cwerst voor den schrijver zeiven, het waren voorzeker niet weinig benijdenswaardige vruchten! — Immers ze zijn niét het werk van liet dorre verstand; ze zijn de vruchten zijner eigene meditatiën, de uitstortingen zijner eigene ziel aan de voeten van het Tabernakel. Jesus in het H. Sakrament des Altaars maakte geheel zijn leven zijn troost uit, en was zjjn gezel, met wien hij voortdurend verkeerde. Hij kon nimmer in de nabijheid der bidplaats komen, waar het Allerheiligste rustte, of hij moest er minstens ter loops (in transitu), zooals hij zich uitdrukte, ingaan. Hij had niet alleen dagelijks zijne vaste uren , welke hij bij Jesus-ging daarbrongen; maar ook, in navolging van P. Alvarez, S. J, wiens voorbeeld hij zoo gaarne aanhaalde, ontnam hij zelfs aan de nachtrust verscheidene nren, om aan de voeten van .lesus in zijn Sakrament te verbljjven. Men meene evenwel niet, dat dit nachtelijk oponthoud bjj .lesus, en in het algemeen de 5e-oe\'ening van het gebed en de geestelijke oefeningen hem zoo gemakkelijk vielen. Dezelfde getuige, dien wij straks aanhaalden, zegt hieromtrent; «Het gebed was zijn leven en als zijn ademhaling; hij bad altijd. Zoo lees ik op het aan zijne vrome nagedachtenis gewijde bidprentje. Men kon niet beter zeggen. Maar niet aan eenieder was het gegeven — laat mij beter zoggen — de Alwetende üod alleen is bij machte geweest de inspanningen te waardeeren , welke do

-ocr page 43-

XXXV\'I

zalige man zich getroostte; het heilig geweld, dat hij zich moest aandoen om zóó te kunnen bidden; om b. v. den slaap te overwinnen, waardoor hij ten allen tijde zeer gekweld werd. Hij was waarlijk schrander in het uitvinden der middelen, om zijne nachtelijke uren voor het H. Sakrament zoo levendig en verdienstelijk mogelijk door te brengen. En al werd hij ook den eenen nacht door zijnen vijand overwonnen en plat ter aarde geworpen (zoo vond ik hem eens in de huiselijke kapel) stellig zou dit voor den diep verstorven man geen reden zijn, om niet den eerstvolgenden nacht in denzelf\'den geest van boete en versterving door te brengen.quot; Zóó verstond P. Vogels het bidden: bjj den wierook des ge-beds , die naar den Hemel opsteeg, voegde hij de myrrhe der verstorving. — Geen wonder, dat een overvloed van genaden uit dien geest van gebed in zijne ziel neerdaalde. Duizendmaal dank, o Heer, riep bij uit, dat Gij mij geroepen hebt tot deze Congregatie, waar Gij Ü gewaardigt mij zoo groote en zoovele genaden en verlichtingen te geven: genaden, waarmede Gij mij zoo zachtkens verlicht, zoo zacht berispt, zoo zacht opwekt, om mijne ellenden te erkennen , mijne zonden te beweenen, mijne gebreken te verbeteren, en J. C. te volgen op den weg der vernedering, der verloochening en des kruises. — De geheimen van ons geloof waren hem een bron van zielsgeneugten , doordat hij er altijd nieuwe schoonheden in ontdekte. en daarin alzoo een blijvend maar altijd verlevendigd middel bezat, om met zijnen God te verkeeren. Wij spraken reeds van zijn verkeer met Jesus in het H. Sacrament. De overwegingen, welke hier achter volgen, zijn er do uiting van. Wij kunnen er nog bjjvoegen dat, als P. Vogels zijn Brevier bad. hij gewoonljjk eene plaats uitkoos dfe uitzicht gaf op de huiskapel, waar het Allerheiligste rustte. Hij ieder Gloria Patri wendde hij zich onder eene eerbiedige hoofdbuiging naar dien kant. Kn als hij de 11. Communie uitdeelde, dan deed hij het telkens met een gevoel van innig geluk, met eene heilige schroomvalligheid, als was het eerste Samenspr. 3

-ocr page 44-

XXXVIII

maal van zijn priesterlijke loopbaan ; terwijl de eerbied , dien hij daarbij betuigde, zichtbaar zjjn geloof en zijne liefde voor dit geheim verried. Geef, Heere Jesus, zoo bad hij dikwijls, dat ik inwendig zoo doordrongen zij van uwe goddelijke Majesteit, dat zulks uitwendig in de houding des lichaams blijke. — Het Goddelijk Kindje in den stal van Bethlehem was een bijzonder voorwerp van de teedere devotie van den H. Alphonsus. Hij wilde dat dit Geheim eene bijzondere vereering zou genieten in het Noviciaat, en beoogde daarmede in evenredigheid alle de geestelijke voordeelen te behalen , welke het Kerstfeest tolken jare geroepen is onder de christenen te bewerken. De \'25sle,- zooals die viering genoemd wordt, is daarom ook het geestelijk feest der novicen. Poësie en zang \'kon men het anders verwachten van Alphonsus ?) brengen het hunne bij om er dit feestelijk karakter aan te geven. — P. Vogels vond aanstonds smaak in dit teeder en zacht Geheim der Menscbwording, en wel zóó, dat hij de vereering daarvan geheel zijn leven bijhield. Verbleef hij in het huis waar het Noviciaat was, dan volgde hij al de geestelijke oefeningen, en de daarmede verbonden praktijken. Het eerste jaar na zijn Noviciaat, in Luik zjjnde, kon hij niet lichamelijk do oefeningen van het Noviciaat bjjwonen ; hij verzon daarop een middel , waarvan wij de eerste sporen vinden in het leven van den Gelukzaligen Herman Joseph en van den H. Stanislaus Kostka, en dat de H. Alphonsus met zjjne gezellen tot een gebruik invoerden. Wat deed \'dus de ijverige navolger van Alphonsus? — Hij nam pen en papier en schreef in allen eenvoud een briefje aan het Goddelijk Kindje, waarin hij Het zijn geestelijken nood klaagde, om hulp en raad vroeg omtrent de uitoefening van zijne bedieningen alsook over eenige punten der volmaaktheid. Dezen brief bezorgde hij aan zijn adres door de hai.den van denzelfden Novicenmeester, die het jaar te voren de voor hem zoo gelukkige tolk van den wil des Heeren geweest was. Het antwoord, hetwelk hij hierop ontving, was van den volgenden inhoud;

-ocr page 45-

XXXIX

«Aangezien het Lieve Kindje Teaus niet schrijven kan, zoo ben ik gelast (het is de liovicenraeester die spreekt) zulks in zijn plaats en in zijnen Naam te doen, door de liefde die ons beiden vereenigt in zijn heilig Hart. Al uwe bedieningen zjjn klaarblijkelijk boven uwe krachten, maar het Kindje Jesus zal u daarin door zjjne genade bijstaan: 1° zoo gij ze bekleedt uit gehoorzaamheid; 2° zoo gij u daarvan kwijt in den geest van boetvaardigheid; 3\' zoo gij er de minste punten van onderhoudt met die broederlijke liefde , waarmede gij zoudt verlangen, dat men u zelf in tlergeljjke gevallen zou behandelen; 4quot; zoo gij aan uzelven al de oorzaak, of ten minste de voornaamste oorzaak toeschrijft van ieder gemis aan uitslag in alles wat gij doen of zeggen zult tot welslagen van uwe bedieningen; öquot; zoo gjj het van harte bekent, met innige overtuiging, in spiritu fidei, en voor God, en voor de menschen , naar gelang het de stichting der medebroeders eischt, en de regeien der bovennatuurlijke voorzichtigheid of korter: de gehoorzaamheid het gedoogen; 6° dat gij niet ophoudt Jesus en Maria te bidden, om uwe bedieningen naar behooren te vervullen. Wat de verstervingen aangaat, die door anderen kunnen worden opgemerkt, hierin moet gij u volstrekt naar de gemeenschappelijke gebruiken voegen; wat de andere verstervingen betreft, die niet onder het oog vallen, doe hieromtrent alles, wat uwe oversten en uw zielbestierder zullen toestaan; nadat gij hun alles hebt medegedeeld, wat betrekking heeft zoo op uwe inwendige gesteltenissen als op uwe lichaamskrachten.quot; Deze wenken werden hem tot een tweeden levensregel.

Welk eene godsvrucht P. Vogels tot het II. Lijden van .1. C. koesterde, kunnen wij hieruit opmaken, dat hij reeds, nog in de wereld zijnde, alle dagen over deze stof zjjne meditatie hield. Te Tilburg hield hjj eene reeks van preken en meditatiën over den kruisweg. In het jaar \'1840 gaf hij voor het eerst »de ziel op den Kruisweg in het licht.quot; «Hoewel er eene oplage van 3000 exemplaren genomen was, zoo getuigt hij zelf in de voorrede van zijne Kruiswegen, waa

-ocr page 46-

XL

dezelve spoedig uitverkocht. De verschillende herdrukken, die er nog hetzelfde jaar op volgden r werden met dezelfde gretigheid gezocht en als verslonden. Het volgend jaar versoheen eene nieuwe uitgave, met 3 oefeningan vermeerderd. In het jaar 1848 zag te St. Truiden eene derde het licht, welke met 7 oefeningen vermeerderd was. — Deze vermeerderde uitgave, waarvan het getal nog eens verdubbeld werd , werd de stof van eene nieuwe uitgave, welke in 1856 te Amsterdam bij Lenfring het licht zag oiidcr den titel van ; 4-2 kruiswegen of de ziel vereenigd im t .fesus op den kruisweg. — »Tot meerdere regelma-tijiheid heb ik bij deze uitgave, zegt hij, eene nieuwe-volgorde in de oefeningen der kruiswegen vastgesteld, waarbij ik do wegen der volmaaktheid in het oog ge-gehouden heb.quot; — «He godvruchtige lezer, zoo besluit hij verder, zal hieruit kunnen zien, dat de strekking-dt-zer uitgave is: de geloovigen door het beoefenen van den kruisweg tot de volmaaktheid op te leiden.quot; — Edele bedoeling, den schrijver volkomen waardig, die zelf eerst in zich verwezenlijkte, wat hij anderen leerde! Het is overbekend , welk een buitengewonen bijval zijn werk van de Kruiswegen genoten heeft. De-zogen , waarmede de Voorzienigheid zich gewaardigd heeft zijn edel doel te bekronen, geeft hem aanspraak op de verdienste; ten onzent »de hersteller en verspreider van den Kruiswegquot; geweest te zijn

Men had moeten zien , met welke stichting hijzelf dagelijks den kruisweg deed. Op de dagen der afzondering volgde hij hem tweemaal daags, maar daa ook was hij zijn gevoel niet meer meester als hij bij iedere statie letterlijk op den grond neerviel. Als P. Vogels den kruisweg doet, zoo zeide men onder zjjr.e medebroeders, dan is het niet meer dezelfde man-Het was een waar genot hem alsdan gade te slaan; mi als onwillekeurig voelde men jets van die devotie, v aarvan zijn binnenste als overstelpt scheen.

Hieruit mogen we berekenen met welk een geloof hij bezield moet zjjn geweest, wanneer het geluk hem te beurt viel niet enkel het H. Lijden bij herinnering te overwegen, maar het bij hernieuwing te vieren in het

-ocr page 47-

XLI

II. Sacrificie van de Mis. Reeds in de eerste jaren -van zijn priesterschap had hij zich voorgonomen altijd eene groote achting aan te kweeken voor liet H. Sacrificie der Mis; op grond, dat door één H. Mis Gode meer eer geschonken wordt dan alle engelen en heiligen aan God geven kunnen. Geen bezigheden zoo dringend zouden hem ooit een dag het M. Misoffer doen overslaan, dewijl God, die nooit genoeg geprezen kan worden, door het H. Sacrificie oneindig verheerlijkt wordt. Niet tevreden met zich dikwijls de vermaning te binnen te brengen van het Concilie van Trente over de waardigheid van het H. Misoffer en de daaruit voortspruitende verplichting van levenswjjze, zorgde hjj nog in het bijzonder om ook uitwendig diep godvruchtig te zijn in zijn gang, in het maken der kniebuigingen en der kruisen, in het bewaken van de oogen , om ze niet door de kerk te laten ronddwalen , iu één woord : in geheel zijn uiterlijk voorkomen, tot in het uitspreken der woorden. (Reg. V. n. 6.) «Voor zulk een heilig werk zal ik trachten mij in de rechte gesteltenis te brengen door een heiligen levenswandel, door veelvuldige verzuchtingen daags te voren: veni Doniine Jesu, veni. Kon tleere Jesus, kom; vervolgens door tegen den avond eene meditatie ic houden bij wijze van bezoek tot het Allerheiligste , en door het bidden van de voorbereidende psalmen, of door het Rozenhoedje, eindelijk met vóór •de Heilige Mis minstens een kwartier uurs voorbereiding te maken. In deze voorbereiding zal ik trachten het volgende te bedenken: Christus zegt: 4) «Doet dit ter mijner gedachtenis derhalve is de boste voorbereiding de overweging van Christusquot; lijden , en alzoo kan ik zeer nuttig als voorbereiding «n als dankzegging den H. Kruisweg verrichten. In deze voorbereiding zal ik trachten mijne zonden, mijne onvolmaaktheden en gebreken te beweenen, opdat Christus dezelve door zijne verdiensten gelieve uit te roeien, en in mij het vuur zijner goddelijke liefde te ontsteken. Ik zai eveneens trachten te voorzien, welke

1) Hoc facite in meam commemoraticnem.

-ocr page 48-

XLII

gelegenheid van zonde zich dien dag misschien zou voordoen, om ze te voorkomen, en welke werken ik dien dag zal moeten verrichten, opdat ik ze heilig volbrenge. Ik zal ook voor de Mis het besluit maken alle, ook de kleinste zonden te vermijden, die toch lichtelijk ontvallen, zooals zijn: overhaasting (dus zal ik omstreeks een half uur besteden), ronddwalen van de oogen, verwaarloozing der rubrieken, verstrooiing half vrijwillig, gebrek aan godsvrucht eenigermate vrijwillig, een niet al te zuivere bedoeling.quot; (Reg. V. n. 7.) Op deze wijze gevierd werd het H. Misoffer voor hem de bron van genaden , waar hij die offervaardigheid putto in het volbrengen van alles, wat hij wist Gode het meest welgevallig te zijn.

Na de Geheimen der Verlossing was zijn hart, zooals zich denken laat, op de eerste plaats voor Haar, die met het Verlossingswerk het innigst verbonden is. De getrouwe lezing van het ascetisch-tlieo-logisch werk der «Heerlijkheden van Mariaquot; van den H. Alphonsus, had hem zijne Moeder leeren kennen in die ruimte van blik, welke aan de katholieke theologie alleen eigen is. Die taal der Kerkvaderen en der heiligen, die daar beurt op beurt den 1lt; f van Mai ia, nu eens leerend. dan eens biddend, dan in verrukking bezingen; die taal, welke de protestant begrijpen noch gevoelen kan, omdat hem , en het genie ontbreekt , om de diepte er van te doorgronden, èn nog veel meer het geloovige hart, om te gevoelen, wie Maria is ; die grootsche en tegelijk eenvoudige taal der Heerlijkheden van Maria had in Pater Vogels een te vaste, een te vurige overtuiging opgewekt dan dat hij niet moest verlangen , die overtuiging ook door anderen gedeeld te zien. Zijne kinderljjke devotie voor den H. Alphonsus, die met het schrijven van zijn werk niet anders gezocht had, dan de kennis en de liefde van Maria over de geheele wereld te verlevendigen; die kinderliefde, welke de gevoelens van zijnen geestelijken Vader in hem deed overgaan, was hierin geen geringe prikkel. De correspondentiën omtrent zekere uitgaven uit de jaren \'54, \'55, \'50\' en de daarbij ontstane kritiek toonen ons, dat P. Vogel»

-ocr page 49-

XLIlt

ook het zijne heeft bijgedragen, om die tijden van blooheid door te breken , waarin de katholieke zaak destijds verkeerde, toen men meende alles ongeroerd te moeten laten, wat de kritiek van andersdenkenden zou kunnen oproepen. Even zelfstandig als P. Vogels zijne taak opvatte, even bescheiden voerde hij ze uit. Oordeelden alzoo sommigen ; dat men, voorzichtigheidshalve, ten onzent de groote lofspraken en uitdrukkingen der Heiligen over Maria in het duister moest laten, om geen aanstoot te geven ; P. Vogels verklaarde vrijmoedig deze enghartige zienswijze niet te kunnen deelen. Hij voor zich meende, dat men gerust en vnjeljjk, in het bewustzijn van zijn recht, de leeringen, de lofspraken, de uitboezemingen en de gebeden der heiligen over en tot Maria, in hun volle daglicht mocht stellen. Droegen zij niet de goedkeuring der H. Kerk! en noodigde Deze niet de geloovigen tot het bidden daarvan dringend uit, door er de geestelijke gunsten der hh. aflaten aan te hechten ? Verlangde men misschien wijziging dier gebeden?... maar hoe het werk der heiligen in wezen veranderen, zonder het te verminken? Trouwens— en dit was doorslaand — daarmede vervielen de aflaten, en met deze de goedkeuring van het hoogst kerkeljjk gezag. Neen, dan liever zo hun eigen weg laten gaan! Hun innerlijke echtheid bezat een waarborg te over in de goedkeuring van de H. Kerk zelve... Daarenboven zjjn kwaadwilligen er op uit, om in dergelijke gebeden opwerpingen tegen den godsdienst te zoeken , door ze eene betee-kenis te geven, welke de schrijvers er nooit aan gehecht hebben ; dan zullen zij die in menigte kunnen vinden tot zelfs in de Liturgie der H. Kerk. Zoo dacht ik (voegt hij er scherpzinnig bij) aan meer dan eene uitdrukking in het Salve Regina, waar de H. Maagd onze hoop, ja zelfs, ons leven genoemd wordt; in het Alma Redempioris, waar het krachtige peccalorum miserere klinkt, dat, in den letterlijken zin genomen en niet in dien der Kerk, eene volkomen refutatie oplevert van het argument uit het om pro nobis door P. F ... tegen Z... aangevoerd. Voorts dacht ik aan sommige uitdrukkingen in het Sancta Maria, sue-

-ocr page 50-

XLII

gelegenheid van zonde zich dien dag misschien zou voordoen, om ze te voorkomen, en welke werken ik dien dag zal moeten verrichten, opdat ik ze heilig volbrenge. Ik zal ook voor de Mis het besluit maken alle, ook de kleinste zonden te vermijden, die toch lichtelijk ontvallen, zooals zijn: overhaasting (dus zal ik omstreeks een half uur besteden), ronddwalen van de oogen, verwaarloozing der rubrieken, verstrooiing half vrijwillig, gebrek aan godsvrucht eenigermate vrijwillig, een niet al te zuivere bedoeling.quot; (Reg. V. n. 7.) Op deze wijze gevierd werd het H. Misoffer voor hem de bron van genaden , waar hij die offervaardigheid putto in het volbrengen van alles, wat hij wist Gode het meest welgevallig te zijn.

Na de Geheimen der Verlossing was zijn hart, zooals zich denken laat, op de eerste plaats voor Haar, die met het Verlossingswerk het innigst verbonden is. De getrouwe lezing van het ascetisch-tlieo-logisch werk der «Heerlijkheden van Mariaquot; van den H. Alphonsus, had hem zijne Moeder leeren kennen in die ruimte van blik, welke aan de katholieke theologie alleen eigen is. Die taal der Kerkvaderen en der heiligen, die daar beurt op beurt den 1lt; f van Mai ia, nu eens leerend. dan eens biddend, dan in verrukking bezingen; die taal, welke de protestant begrijpen noch gevoelen kan, omdat hem , en het genie ontbreekt , om de diepte er van te doorgronden, èn nog veel meer het geloovige hart, om te gevoelen, wie Maria is ; die grootsche en tegelijk eenvoudige taal der Heerlijkheden van Maria had in Pater Vogels een te vaste, een te vurige overtuiging opgewekt dan dat hij niet moest verlangen , die overtuiging ook door anderen gedeeld te zien. Zijne kinderljjke devotie voor den H. Alphonsus, die met het schrijven van zijn werk niet anders gezocht had, dan de kennis en de liefde van Maria over de geheele wereld te verlevendigen; die kinderliefde, welke de gevoelens van zijnen geestelijken Vader in hem deed overgaan, was hierin geen geringe prikkel. De correspondentiën omtrent zekere uitgaven uit de jaren \'54, \'55, \'50\' en de daarbij ontstane kritiek toonen ons, dat P. Vogel»

-ocr page 51-

XLIlt

ook het zijne heeft bijgedragen, om die tijden van blooheid door te breken , waarin de katholieke zaak destijds verkeerde, toen men meende alles ongeroerd te moeten laten, wat de kritiek van andersdenkenden zou kunnen oproepen. Even zelfstandig als P. Vogels zijne taak opvatte, even bescheiden voerde hij ze uit. Oordeelden alzoo sommigen ; dat men, voorzichtigheidshalve, ten onzent de groote lofspraken en uitdrukkingen der Heiligen over Maria in het duister moest laten, om geen aanstoot te geven ; P. Vogels verklaarde vrijmoedig deze enghartige zienswijze niet te kunnen deelen. Hij voor zich meende, dat men gerust en vnjeljjk, in het bewustzijn van zijn recht, de leeringen, de lofspraken, de uitboezemingen en de gebeden der heiligen over en tot Maria, in hun volle daglicht mocht stellen. Droegen zij niet de goedkeuring der H. Kerk! en noodigde Deze niet de geloovigen tot het bidden daarvan dringend uit, door er de geestelijke gunsten der hh. aflaten aan te hechten ? Verlangde men misschien wijziging dier gebeden?... maar hoe het werk der heiligen in wezen veranderen, zonder het te verminken? Trouwens— en dit was doorslaand — daarmede vervielen de aflaten, en met deze de goedkeuring van het hoogst kerkeljjk gezag. Neen, dan liever zo hun eigen weg laten gaan! Hun innerlijke echtheid bezat een waarborg te over in de goedkeuring van de H. Kerk zelve... Daarenboven zjjn kwaadwilligen er op uit, om in dergelijke gebeden opwerpingen tegen den godsdienst te zoeken , door ze eene betee-kenis te geven, welke de schrijvers er nooit aan gehecht hebben ; dan zullen zij die in menigte kunnen vinden tot zelfs in de Liturgie der H. Kerk. Zoo dacht ik (voegt hij er scherpzinnig bij) aan meer dan eene uitdrukking in het Salve Regina, waar de H. Maagd onze hoop, ja zelfs, ons leven genoemd wordt; in het Alma Redempioris, waar het krachtige peccalorum miserere klinkt, dat, in den letterlijken zin genomen en niet in dien der Kerk, eene volkomen refutatie oplevert van het argument uit het om pro nobis door P. F ... tegen Z... aangevoerd. Voorts dacht ik aan sommige uitdrukkingen in het Sancta Maria, sue-

-ocr page 52-

XLVI

voudig de redenen blootleggen, welke ik er tegen mocht hebben, bereid onverschillig tot alles, wat hij zal opleggen : en die redenen blootleggen, bjj wijze van vraag; b. v. Gelooft UEw., dat ik daartoe geschikt ben, want...? of, zou het misschien beter zjjn... ? enz. Ten vierde zal ik trachten vaardig — op het eerste teeken der communiteitsklok of van den overste — nauwgezet, opgeruimd en eenvoudig te gehoorzamen, zeggende: Ecce Doming, venio ut far iarn voluntalem tu im. Zie Heer, ik kom, om uwen wil te volbrengen. Ten vijfde, om God gehoorzamen; en Hem alleen te behagen en zijnen Wil te volbrengen, ja, als ware het aan God zei ven : daarom zal ik even nauwgezet trachten te zjjn in de eenzaamheid als in openbare plaatsen. Ten zesde : in praktijk te brengen dezen regel der heiligen : niets vragen en niets weigeren; maar alleen de behoeften blootleggen. Ten zevende, mijnen Regel en Constitution te onderhouden als mijn Evangelie, vooral in die punten , welke met de gemeenschappelijke oefeningen in betrekking staan. Ten achtste, ik zal trachten datgene te doen, wat meer volgens het believen des oversten is, en aldus geen gebruik maken van een verlof, r/ oo het tegenovergestelde hem aangenamer is.quot; Hij eigende zich den drievoudigen gulden regel toe van de 11. Maria Magdalena van Pazzi, met betrekking tot de onderhouding van den Regel; 1° Mijnen Regel zoo hoog schatten als God zelf; 2quot; mij verplicht rekenen tot deszelfs onderhouding, als stond ik alléén , zinder op anderen te letten ; 3» de fouten van anderen vergoeden. —

De geest van gehoorzaamheid, volgens deze besluiten beoefend, muntte zoozeer in P. Vogels uit, en was voor een ieders oogen zoo duidelijk, dat deze hem het zeldzaam voorrecht waarborgde, de degelijkheid en echtheid zijner deugd boven alle verdenking gewaardeerd te zien. De gehoorzaamheid toch is, volgens alle heiligen, de toetssteen der ware deugd. »Zou het ook niet der vermelding waardig zijn, bemerkt terecht Mgr. Schaap. dat P. Vogels onder elk bestuur, onder eiken overste, in elke communi-

-ocr page 53-

XLV1I

sn j feit, altoos en overal op zijne plaats was? Eeniegelijk lij \' toch, ietwat ingewijd in de wetenschap van het com-?e muniteitsleven, zal het mij gewonnen geven, als ik

6- beweer , dat niets meer pleit voor \'s mans echt bo-

;r vennatuurlijken zin. De genade had P. Vogels, — van

~ nature minder buigzaam, — gemaakt tot een gedwee

n en altoos bruikbaar geestelijk werktuig in de hand

? van eiken overste.quot; —

t De armoede des geestes had hij reeds als kape-

1 laan beoefend door de onthechting aan de gemak-

; ken des levens, door een sobere levenswijze en

een groote eenvoudigheid in alles wat hem toebehoorde. Door de gelofte omhelsde hij den staat van vrijwillige armoede. Men oordeele uit zijne geestelijke besluiten, of hjj zich zijnen stand schaamde; 1° Ik zal trachten de armoede hoog te schatten : omdat Christus haar verkozen heeft, de armen gelukzalig heeft genoemd , en op haar de volmaaktheid heeft gegrondvest: Si vis perfectus esse, vade ct vctide omnia. Zoo gij volmaakt vilt wc.ien, ga en verkoop alles. Dus : habentes alimenia et quibus teganiur his con-tenti sinws. (I. Tim. 6. 8.); dus laat ons tevreden zijn met het noodzakelijke in voedsel en kleederen. quot;1quot; Ik zal trachten arm van geest te zijn , zoodat ik aan niets gehecht zij, zelfs niet aan een prentje; maar veeleer er mijn genoegen in vinde dat mij iets ontbreke: omnia arbitror ut stercora, ut Christum lucrifaciam. (Phil. 3. 8.) 3° Ik zal ook de armen hoogschatten en hun bewijzen van welwillendheid betoenen, in navolging van Jezus en Maria. 4° Ik zal trachten in den geest van armoede te leven, zoodat ik alles, wat mij ten gebruike gegeven wordt, als een aalmoes uit Gods handen ontvange. en tevreden zij met hetgeen mij gegeven wordt; door in alles het minst goede te kiezen in spijs en kleederen, in boeken, in gereedschappen en gerief. 5° ]k zal dit alles in den geest van armoede gebruiken; want de armoede beoefent de spaarzaamheid en zuinigheid ook in minder kostbare zaken; en dit wel niet uit gierigheid of zucht naar rjjkdommen, maar uit liefde voor de deugd. De armoede versmaadt niets, zelfs niet de

quot;

-ocr page 54-

XLVIII

geringste voorwerpen. Daarom gebruikt zij ze met behoedzaamheid, als zjjnde niet eigen maar andermans goed; met zindelijkheid, opdat ze niet te spoedig verslijten ; met soberheid, niet meer dan noodig is b. v. papier, pennen, inkt, kaarsen, brandstoffen enz. Schande is het, als een arme die van aalmoezen moet bestaan, or ruim en zorgeloos op aan leeft. Gquot; Ik zal ■die voorwerpen niet gebruiken als eigenaar, maar naar believen der oversten, en tot het doel, waartoe zij gegeven zjjn. 7» Ik zal met geduld en blijdschap de uitwerkselen omhelzen van de armoede, zooals honger , dorst, koude , vermoeienis, sobere spijzen, •eenvoudig gerief\', ja zelf lut gebrek aan het noodzakelijke. 8° ik zal trachten het overvloedige te verfoeien. 9° Aanstonds aan mijnen overste verklaren, als ik eenige gehechtheid aan eene zaak gevoel.quot; — Het ware te lang, in de stichtende bijzonderheden af te dalen, waarin, volgens getuigen, I\'. Vogels deze besluiten in beoefening bracht; zij laten zich beter verhalen dan beschrijven \') Vóór zjjnen dood deod hij afstand van een nalatenschap, wel\'te hem vermaakt was; — hoofdzakelijk om in volslagen armoede te kunnen sterven. Op de tijding, dat de Rechtbank van \'s Bosch zijne verwerping bekrachtigd on geregistreerd had, toonde hij een grootere blijdschap, dai. de wereldling betuigt, bij het aanvaarden daarvan, en schreef tot tweemaal aan de familie: «Goddank! nu kan ik sterven, zonder een cent in eigendom te bezitten ! —

Hij was een toonbeeld van strenge kloosterljjke zedigheid, in zijne houding en in heel zjjn uiterlijk gedrag, en dat altijd en overal, zoowel op zijne kamer alleen zjjndo, als in gezelschap van anderen, zoodat het woord van den Apostel zijn wachtwoord scheen te zijn: spectaculion facli sumus mundo et avgelis ct honnnihus Nooit hief hjj zijne oogen op, tenzjj de wellevendheid, de broederlijke liefde of de vervuiling zijner

1) Eene zijner godvruchtige verlangens, welke in den Hemel voor de daad staan aanKeschreven, was, als een veriaLetie en arme in een gasthuis te sterven.

-ocr page 55-

XLIX

plicliten dit in werkelijkheid vorderde. Eene uitzon-dorirg maakte hjj nog uitdrukkelijk, als het namelijk gold geestelijke voorwerpen of de schoone natuur tamp; bewonderen. Alleen de gehoorzaamheid, waar het noodig was, kon hem overhalen zijn religieus kleed met een wereldlijk te verwisselen.

Over de versterving van P. Vogels hebben we-reelt;!s meermalen gelegenheid gehad een en ander jnodo te deelen. «Van mijne jeugd af, zoo spreekt hij tot God. hebt Gij mij opgewekt tot de versterving^ voornamelijk in spijs en drank, door minstens ge-(\'oeltclijke onthouding daarvan.quot; De versterving van d.Ti smaak behelst ook een der schoonste hoofdstukken van ziji en levensregel. Do lessen en de klachten di s II, Augustinus over deze stof «aren hem hierin tut leiddraad. Laten we hier wat breedvoeriger zijn-liet is eene gelegenheid een nader begrip te vormen van den heiligen Levensregel, waarvan in dit leven zoo dikwijls spraak is. —

»1. O mijne ziel! bedenk, dat God het is, de Vader van alles, die spjjs en drank geeft aan eenieder, naar het zeggen van den propheet David : Ovuli omnium in te spaant, Vonüne, et Tn das escam illoruni in tempore opportuno. Aller noyrn hopen op U, Ileerr en Gij geeft hun spijs ten bekwamen tijde. Gebruik daarom spijs en drank, niet om uwe zinnelijkheid te voldoen, maar om aan God te behagen. Sive nian-(tucatis sive bihitis, sine aliud quid l\'acitis, omnia in i/loriam Dei Incite (I. Cor. X. 31.); tracht het te doen mot dezelfde meening, waarmede Christus op aarde liet deed.

iJ. Pas op U den regel van den II. Augustinus toe, ais hij zegt: »Ken matig man heeft alzoo in de ster-fel -ko en vergankelijke zaken van dezen aard een levensregel, door de beide Tesfamenten bevestigd, dat hij namelijk geen dezer dingen beminne, geen dezer zijner genegenheid waardig keure, maar hiervan zooveel gebruike als noodzakelijk is tot levons-omlerhoud en tot vervulling der plichten, met ge-iiiaMgdlieid zonder gehechtheid.

o. Pas u ook dien anderen regel toe van den

-ocr page 56-

H. Augustinus: »Dit hebt gij mij geleerd dat ik de spijzen moet nemen als geneesmiddelen. Want honger en dorst zijn als \'t ware smartelijke ziekten; zij branden en dooden als de koorts, zoo de spijzen niet als geneesmiddelen te gemoet komen. Derhalve als het, gelijk dezelfde Heilige zegt, aan die voorzichtigen en matigen gegund werd te leven zonder spijs of drank, met hoeveel blijdschap zouden zij die weldaad aannemen, opdat zij niet meer gedwongen zouden worden af te dalen , waar zij gewoon waren te vallen, maar altijd konden opgeheven bljjven in den Heer? \') terwijl daarentegen de mensoh,, die zijne geheele gelukzaligheid in eten en drinken stelt, gelijk het vee in de kribbe, deze weldaad haat. (Serrn. 63. de div. 14.)

4. Derhalve, mijne ziel! tracht spijs en drank slechts te gebruiken uit noodzakelijkheid; en doet ge liet niet smaak (cum sapore), wacht U het te doen om den smaak (ob saporem) of de zinnelijkheid; want dit zou zonde zijn.

5. Daarom let op u zelve, want hierin bestaat groot gevaar en voortdurende strijd: zooals de H. Augustinus van zich zeiven niet smart getuigt, zeggende : «Mij belaagt de strik der begeerlijkheid, ook dan wanneer het lichamelijk welzijn de reden is van het nemen van spijs of drank .... want wat voldoende is voor de gezondheid, is te weinig voor de genieting, en dikwijls is het onzeker, of het do noodige zorg des lichaams is, die om hulp vraagt, of wel de begeerlijkheid. Bij dit onzekere verheugt zich de ongelukkige ziel en zoekt daarin hare verschooning, zich

1) »Hahet igitur vir temperans in hujusmodi rebus morta-iibus et Ouentibus vitre re^ulam, utroque Testamento firma-tam, ut eorum nihil diligat, hihil per se appetemlum putet: sed ad vitae Iiujus atque offlciorum necessitdton, quartum satis est, usurpet, utentis modestia, non amantis afTectu quot; — »Hoc me docuisti, ut, quemadmodum medicarnenta, sic alimenta sumpturus accedam; nam fames el silis quidam dolores sunt; urunt et sicut lebris necant, nisi alimeutoruin medicina succurrat, (i. 10. conf. c. 31.)

ultaque istis prudentibus et temperantibus si cfTerretur, ut sine cibo et potu viverent, quanto gaudio ampicc\'erentur hoc benc/icium, ut, quo cadere cnnsueverant, oer dusceudere co-feerentur, sed semper suspenderentur in Doniinu?quot;

-ocr page 57-

u

verblijdend, dat het niet duidelijk is, wat voldoende is voor de matigste zorg der gezondheid, opdat zij onder voorwendsel der gezondheid de begeerlijkheid kunne verbergen. Aan deze bekoringen tracht ik dagelijks te weerstaan, en roep ik de hulp in van uwe rechterhand.quot; \') Doe gij zoo insgelijks, mijne ziel, en zeg met den Apostel: car nis curani ne feceritis in desideriis; (Rom 13. uit.) verzorgt het vleesch niet tot begeerlijkheden; hetgeen hij door zijn voorbeeld bevestigt: castign corpus meuni et in servitutem re-digo (I. Cor. 9. 27), ik kastijd mijn lidiaam en maak het dienstbaar; dat is nameljjk door honger, dorst en veel vasten, fame, siti, jejaniis multis (11. Cor. XI. 27.)

7. O mijne ziel! bedenk, dat aldus de heiligen gewoon waren te doen; Job zeide: antei/uam comedam, suspiro (c. 3. 2i.). David zeide: quia cinerem tamquam panem manducaham, et polum meuni cum fletu ntis-ceham. (Ps. lOl. 10.) Want assche at ik als brood, en mjjn drank mengde ik met mijne tranen. Zoo dikwerf de H. Bernardus spijs moest nuttigen , zoo menigmaal scheen hij als op de pijnbank te liggen uitgestrekt. (Brev. Kom.)

8. Derhalve, mjjne ziel, let op u zelve: «want door de dagclijksche ondervinding wordt het bewezen, dat de scherpte van het verstand verstompt door den overvloed van drank, en de zielskracht verzwakt door te veel spijs. — (S. Leo Brev. Rom. Dom. I. Adv. 1. 5.)quot;

Met opzet hebben we over dez gt; stof\' overvloediger uit zijn levensregel willen overschrijven, opdat het bhjke, uit welke edele beginselen die Priester zich op de uitwendige versterving loelegde, en met welke zorgvuldigheid hij er naar streefde de roepstem der

1) ïMihi insidialur laqucus ronc.upiscentiae {etiam) cum salus sit causa ertendi et bibeodi Nam quod saluti satis est, delec-tationi parum est, et saene incertum est, utrum adhuc ne-cessaria corporis cura suDsidium petat an voluptuaria cupi-ditatis. Ad hoe incertum hilarescit infelix anmna et ia ec praparat cxcusalionis pati ocininm, gaudens non apparere, quid satis sit moderationi vMetudinis, ut obtei.tu saiutis obumbret nogotium voluptatis Hisce tenlationibus quotidie conor resistere, et invoco dexteram tuam.quot;

-ocr page 58-

genade in te volgen, die hem van zijne prilste jeugd daartoe aanspoorde. Was het alzoo geen kleingeestigheid, welke hem die deugd tot in de geringste bijzonderheden deed najagen, het was ook geene overschatting van de uitwendige versterving, als bestond daarin geheel de volmaaktheid, terwijl zij daarentegen in de orde der deugden eene der laatste plaatsen bekleedt. Want zoo vervolgt hjj:

9. «Wacht U ook iemand te beoordeelen omtrent hetgeen hij eet ot\' drinkt; (Coll. II. 16.) omdat bij God alles rein is. (Kom. c. XIV. 30.) en ieder scliepsel goed is, en men niets mag verwerpen dat met dankzegging genuttigd wordt. (I. Tim. IV. 4.) Spijze maakt ons aan God niet aangenaam, want hetzij dat wij gegeten hebben, wjj zullen er niet beter: neque abundabimus (profectu spirituali), hetzij dat wij niet gegeten hebben, er niet minder om wezen. (1. Cor. Vlll. 8.) Herhalve die eet verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordeels hem niet, die eet. (Rom. XIV. 3.) Want het is niet de spijs, maar de begeerlijkheid die ons bezoedelen kan, en waarom de H. Augustinus haar zoo vreesde.

Bid dus met den Ecclesiasticus (c. XXIII. 6.): Do-v\' ine Pater, et Deus vitce nieo\'.... anfer a me ventris mticupiscentias; en tracht met allen ijver de begeerlijkheid te beteugelen: want niet de spijs, maar de begeerlijkheid is berispenswaardig. «Neque enim cibus, scd appetitus in vitio est,quot; (S. Greg. I. 31 moral c. \'27.) —

Wien valt het niet in het oog, dat die vrome Priester nergens anders de beginselen zijner volmaaktheid geput heeft, dan aan de eerste bron , ik bedoel: de Schriftuur en de godgeleerdheid, bjj monde der Kerkvaderen. Klaarblijkelijk, de ascesis van P Vogels wortelde in deze twee wetenschappen, bestudeerd in den geest van gebed; en zoo mogen we het woord van een hooggeplaatst geestelijke tegelijk herhalen en bevestigen, «Het gebed, meer nog dan de studie, was voor 1\'. Vogels de bron zijner verkregen wetenschappen,quot; Zjjne studie was een voortdurend gebed. De geestelijke voordeelen, zoo ruimschoots uit deze studio

-ocr page 59-

genoten, verklaren ons de voorliefde, welke P. Vogels deze twee gewijde wetenschappen toedroeg, en welke hem geheel zijn leven zoo bijbleef, dat hij er een gewetenszaak van maakte lederen dag een uur daaraan te besteden. —

Zien wij jiu de besluiten welke de vruchten zijn van deze schoone gedachten en gevoelens over de versterving. —

1. «Ik zal, wat het gebruik van spijs en drank aan-gaut, trachten niemand te beoordeel n, maar alleenlijk hierop bedacht zyn, mjjne eigene begeerlijkheid in toom te houden, — dus

\'2. Zal ik boven alles trachten mijn hait onthecht to houden van spijs en drank; en er niet over spreken met belangstelling en gehechtheid; het zou immers schande z n, in d.-ze nietige dingen, even als de dieren, mijn genoegen te stellen, ik, die voor God geschapen ben.

3. Ik zal trachten het voedsel slechts te gebruiken uit noodzakelijke lichaamsbehoefte, om bekwaam te zjjn voor den dienst van God, en al mijne bedieningen te kunnen vervullen.

4. Buiten den maaltijd zal ik noch eten of drinken, tenzij om reden van ziekte, wellevendheid, uitspanning, of, voegde hij er Jater bij, van gehoorzaamheid en naastenliefde.

5. Ik zal de volgende dagen vasten : a) des woensdags ter eere van den 11. Aegidius, mijn Engelbewaarder en den H Joseph, — opdat (zoo voegt hij er na zijne intrede in de Congregatie bjj) opdat ik zachtmoedig en nederig van harte worde, in woorden en in werken b) \'s Vrijdags ter eere van den dood van Christus , en om een zaligen dood te verwerven, c) \'s Zaterdags, ter eere van de Allerzaligste Maagd, opdat ik

| kuisch leve. d) Insgelijks de negen dagen voor Kerst-! mis. tot dankzefrging voor de grootste der weldaden, \' de Menschwordiiig van O. H Jesus Christus.

(gt;. \'s Morgens en \'s avonds zal ik geen vleescli gebruiken, tenzij er een betamelijke reden tusschen beiden kome, en dan — zeer weinig.

7. Ik zal trachten nimmer van tafel op te staan, Samenspr. 4

-ocr page 60-

UI

zonder eenig offer van versterving ter liefde van Jesua te verrichten. —

Dit offer zal bestaan in de volgende punten :

a) Ik zal matig zijn in het gebruik van spjjzen en dranken, zoodat ik nooit tot verzadiging toe zal eten of drinken, iets waardoor het hart en het lichaam bezwaard worden.

b) Ik zal trachten de al te hevige drift, welke zich als op de spijzen werpt, te matigen; dus langzaam en als met tusschenpoozen.

c) Spijzen, welke meer de zinnelijkheid streelen , zal ik mjj minstens gedeeltelijk onttrekken, om ze als een offer aan .lesus te brengen.

d) Ik zal ni\'men van de spijzen, welke het eerst worden opgediend, zoodat ik noch verschillende groenten, noch verschillende vlecschsoorten zal nemen. Deze regel, voegde hjj er later bij, houdt op in de Congregatie , waar hij namelijk zich moest voegen naar de gemeenschappelijke regeling. Hiervoor voegde hij in de plaats, de spijzen te nemen gelijk ze gegeven worden , zonder den smaak er van door kruiderijen te verbeteren. «Verder, had hij nog hierin zijn vaste maat, welke hem slechts ten halve voldoen kon. Men zou zich deerljjk vergissen — gt-\'lijk men zich wel eens vergist heeft — met te meenen, dat P. Vogels, van een strengen aard zijnde, ook als van nature tot deze verstervingen meer genegen moent zijn. Niets is minder waar. Niemand wellicht, die op dit punt een meer hevigen strjjd te strijden had dan P. Vogels. Zijn gezond lichaamsgestel kende nimmer eer.ige dier onpasselijkheden, welke de begeerlijkheden verstompen, en daarom ook door de Heiligen als een weldaad worden aangezien. Hij had dus met de natuur in al hare kracht te kampen. En juist daarom dreef de genade hem altijd meer en meer aan tot het bestrijden van deze begeerten. In het noviciaat werd hij geplaagd door een «verslindendenquot; honger, waarvan de gedachte hem later nog schrik aanjoeg, en voor welks bevrijding hij God herhaaldelijk zijnen dank bracht. Het waren ook wederom deze bekoringen, welke hein overvloedige

-ocr page 61-

Uil

g ! stof tot zelfvernedering leverden. De rechtvaardige immers schrikt voor de schaduw van de zonde als voor de zonde zelve. De hartstochten, de begeerlijk-\\ heden en bekoringen, voor zoover zij zich doen ge-n voelen, zijn de schaduwen van de zonde. Deze kan ii alleen van den wil voortkomen, door de eersten op te wekken of er in toe te stemmen. I aar de recht-h vaardige dikwerf het ge\\oel niet weet te onderschei-ii den van de toestemming, zoo is hjj in zijne uiterste bezorgdheid om de zonde te vluchten, liefst de eerste .1 beschuldiger van zich zeiven. Daarom hooren wij s P. Vogels zich onophoudelijk voor God en zijne ziel-bestierders vernederen en zjjn beklag maken over t zijne zinnelijkheden, zijne begeerlijkheden, zooals hij ze noemde, de diep verstorven Man, van wien naar

0 alle wanrheid kan gezegd worden, dat hij zich ieder, zelfs het meest geoorloofde zingenot weigerde! —

r Geen zintuig inderdaad, dat niet iederen dag zijn j bepaalde verstervingen had. Van zijne zedigheid der n oogen hebben we reeds melding gemaakt. Zijne nieuws-n gierigheid plaagde hij door de ooren gesloten te hou-e den voor onverwachte nieuwstijdingen. Bij het ontvangen van brieven was zijne onveranderlijke gewoonte

1 ze eenigen tijd ongeopend te laten liggen, tenzij hij vermoedde, dat het eenige zaak van gewicht betrof, die spoed eischte. Wel verre van plaatsen of gelegenheden te vluchten, welke zijn reukorgaan konden

i kwellen, zocht h|j ze op, met de bedoeling zich in 1 de nederigheid en de verachting ^ a i zich zelven te s oefenen; terwijl hij dan sprak ; Dvilior fiam plus qnam factus sum: et ero humiHs in oculis meis:quot; dut ik 3 verachtelijker worde, dan ik geweest ben ; ik zal 1 nederig zijn in mijne eigene oogen. —

i Eene andere üode zeer aangename versterving

i welke P. Vogels in eere hield , was het geduldig i verdragen van de wisselvalligheden en de ongemakken welke de verschillende jaargetjjden en weersgesteld-r heden medebrengen, alsook de kwellingen der insec-1 ten; met recht waardeerde hij zulke verstervingen : boven zijne vrijwillige boetewerken. — Versterving gt; was, in één woord, het kort begrip van geheel het

-ocr page 62-

I.IV

leven van dezen waardijen Man Gods. Wel verre van zijne eerste verstervingen ongetrouw te worden r namen deze met de jaren toe, en hielden ze gelijken tred met den inwendigen voortgang zijner ziel.

Wie P. Vogels slechts bij faam kende, en van zijne verstervingen en strenge deugden hoorde gewagen, of ze met te oppervlakkig oog opnam, hij vermoedde weinig of niet de verhevenheid van beginsel, welke als de levensader was dier krachtig gespierde deug den. »De Wil van Godzoo schreef hij zich zelveit voor, «de Wil van God overal en altijd, ziedaar liet beginsel van al mijne handelingen!quot; Voluntaa Ilei semper et ubique; ecce principium omnium actio-num mearum ! Het wantrouwen, dat hij gevoelde, zich zeiven in zijne oefeningen van godsvrucht te zoeken in plaats van louter het welbehagen van God, ging zoover, dat hij aarzelde zich van zijne eigene geschriften te bedienen, uit vreeze, dat de eigenliefde er onder mocht sluipen. De verzekering alleen van zijn zielbestierder deed ze hem met gerustheid ter hand nemen. —

Ten slotte van al de deugden, waarvan wij een overzicht gaven, moeten wij nog eene laatste behandelen, die de kroon der deugden genoemd wordt, omdat zij haar de kroon dor verheerlijking op het hoofd drukt; de deugd namelijk der heilige volharding.

Inderdaad, P. Vogels beschouwde de volharding niet enkel als een gevolg van de beoefening dei-deugden; hij beschouwde en beoefende haar als eene ui/.onderlijke deugd. Wel met recht! llad hij nevens dc geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid ook niet die der volharding afgelegd, en zelfs-deze nog afzonderlijk met cede bekrachtigd? — Hooien wij met hoeveel theologische luistheiil li j zijne besluiten over deze deugd opstelt: »\'1quot; Ik zal de genade mijner roeping hoog trachten te waardeeren en Z3 in bewaring houden als een kostbaren schat. \'2° Ik zal dikwijls denken : wee ray , indien ik niet volharde; want dan zal het mij in het oordeel zooveel te erger gaan! Vervolgens, dat zij alleen gekroond worden, die tot het einde huns levjns zullen

-ocr page 63-

volhard hebben. Tane, quod hahes; ne aller arcipiat wronani luani. Houd, wat gij bezit, opdat niet een jinder uwe kroon ontvange! 3° Jk zal dikwijls gedurende •den dag de gave der volharding vragen, met het vaste vertrouwen ze te verkrijgen. Doniine Jesu, ne per-ndttas me separavi a Te. Heere Jesus, laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde. Tot ditzelfde einde zal ik nog al mijne werken, gebeden, meditatiën en boetplegingen opdragen.quot;

Ziedaar de voorzorgen, door den dienaar Gods genomen om de genaden en deugden, waarmede zijne ziel als beladen was, in veilige have te brengen. De vreeze Gods, aangekweekt door de herdenking aan Gods ondoorgrondelijke oordeelen in de uitdeeling zijner genaden, was alzoo de grondslag er van. Deze stelde hij als eene tegenmacht aan de stormen der bekoringen en de slingeringen van zijn eigen bedorven natuur. Geen zwakheid of mismoedigheid, die hier deze gave des H. Geestes in verdenking gebracht, of minstens in hare zalige uitwerkselen zou gestoord hebben. Een hart daarbij verruimd door het vertrouwen op God, in het bewustzijn, dat de gewichtige taak, welke hij op zich genomen had, in den dienst vnn God te volharden, veel meer het werk van God lt;l,in van hem zeiven was, en stellig verzekerd van lt;1,- onfeilbare belofte deze genade der eindvolhar-ding door het gebed te zullen verkrjjgen. Doch niet tevreden met zijne deugd aan beide uitersten tegen verkeerde neigingen verzekerd te hebben, gaf hij ook nog eene gelukkige richting aan zjjne goede genegenheden. Ondanks zijne strenge inborst met teedere aandoeningen bezield, bezat hij van jongs af eene innige genegenheid en liefde voor zijne ouders, broeders en zusters. Zonder het minste hiervan te verloochenen , keerde en verdubbelde hij deze karakter-zijde ten gunste van zjjne nieuwe Moeder naar het geestelijke, zijne Congregatie, waarin hij zijne schoone roeping gevonden had. Haar geestelijk en tijdelijk welzijn ging hem innig ter harte. Geen dag ging voorbij, zonder dat hij zich voor een beeld der Allerheiligste Maagd Maria, onder den titel van O. L. V.

-ocr page 64-

I.VI

van Altijddurenden Bijstand, had neergeworpon, en van Haar de uitbreiding, de volmaking en de bestendiging in het goede voor zijne Orde had afgesmeekt. IJie liefde voor zijne roeping bracht hem ook als van zelf in gemeenschap met zijne verheerlijkte medebroeders in den Hemel. In een heiligen wedijver met hen treden en hunne deugden navolgen, dat was zijn voornaamste streven in de vereering, welke hij hun bewees. Ziedaar hoe de Dienaar Gods zijne deugd langs alle kanten gewaarborgd zag! Wat blijft er ons nu nog over, tenzij het zalige uiteinde te verhalen, waarmede die getrouwe dienstknecht des Heeren zijn leven besloot. — Opus con summa vi, qtiod dedisti ririhi ut faciavi: Ik heb het werk voltrokken, dat gij mij gezegd had te verrichten, zoo kon deze arbeider des Heeren met den Verlosser spreken : het werk namelijk zijner persoonljjke volmaking. Dat werk, waartoe de genade hem van kindsbeen had aangespoord , dat werk, waarvan zij hem het grondplan had aangewezen in zijnen heiligen levensregel, en dat hij eindelijk met de genade voltrok in de beoefening der kloosterdeugden Bij gelegenheid van zijn üö jarig feest van Professie (1807) schreef P. Vogels: »Laat ons maar zoo leven , dat wij eenmaal heilig worden. Dat wil niet zeggen, om plechtig door de Kerk heilig verklaard te worden, dat ia te lioog voor ons; en ook (voegt hij er luimig bij) dat kost te vee)

geld!____ Wij zullen maar stilletjes aan doen om in

den Hemel het geluk der Heiligen te genieten , ofschoon dit onbekend bljjve voor de mensehen op aarde. Wij kunnen toch dat geluk genieten, en in den laatsten dag zal God zelf die heiligverklaring voor geheel de wereld uitspreken.quot; — De wensch. dien P. Vogels hier voor zich zeiven uitspreekt, is, Gode zij dank, verwezenlijkt. Hij stierf den dood der rechtvaardigen. Hoe kon liet andeis? — Geheel zjjn leven was eene voorbereiding geweest tot dezen laatsten maar aller-gewichtigsten stap. Behalve door zjjn heiligen levenswandel , waarvan wij hierboven eene korte schets hebben gegeven, bereidde hij zich nog door bijzondere oefeningen tot den dood voor. Maandelijks deed hij de

-ocr page 65-

LVIl

öMen van den goeden dood. verbeeldde zich als^n te moeten sterven, maakte zijne rekening op van de goede werkenquot;, welke Mj gedurende de maand had moeten verrichten, terwijl hij des morgens aan het altaar ons Heer bij wijze van laatste teerspijze nuttigde. Het gebed van den H. Alphonsus tot Maria om een zaligen dood had hij eigenhandig overgeschreven en bad het geregeld. Ook verzocht hij dan de gunst op zijn sterfbed de genademiddelen der H. Kerk met volle kennis te mogen ontvangen, en met groote vurigheid zijne religieuze beloften te hernieuwen. De ondervinding heeft geleerd, dat dusdanig gebod aan God hoogst welgevallig is, en hij het dikwerf tastbaar verhoort. P. Vogels kan er zelfs als een nieuwe bevestiging van dienen. Alles is hem naar wensch overkomen, zoodat hij in volle bewustzijn de komst van zijnen Heer afwachtte. «Welk een troost zal het mij zijn op mjjn sterfbed, zoo besloot hjj zijne gebeden voor een goeden dood, U tot sreleider te hebben , die mjj in het huis mijner eeuwigheid zult binnenleiden, en in uwe vereeniging uit de wereld te vertrekken, om U te loven in de eeuwen der eeuwigheden. Kom, Ileere Jesus, kom!quot; — Dat ooj^enblik moest weldra aanbreken. De sterfgevallen van zijne vroegere kennissen, die de een na den andere hem ontvielen, waren als zoovele boden, die hem zijdelings den korten tijd boodschapten, welken hij nog op de wereld had door te brengen. Wellicht zal die tijd spoedig komen, zoo schreef hij twee maanden vóór zijn dood, 20 Sept. 1877. Al de kennissen gaan mjj de een na den andere voor. Spoedig zal men zeggen : Pater Vogels is gestorven.quot; — Was deze voorzegging louter gissing, of verzekering? \') In alle

1) De candidaat-broeder JnstiiP, die bijna een jaar ^or hein overleed, na on zijn sterfbed het religieus kleed ontvangen en de kloosterKPloften te hebben afgelegd, zon op den dag zijnpr begrafenis aan den Kei w. Pater Vogels verschenen zijn en h^m wenkend gezegd hebben , dat het nu aan zijne beurt \\nn stervpii \\vnlt; Zoo vertelde de Ew Pater zelf in alle eenvoudigheid. Of hij waarde hechtte aan die verschijning of haar als een droom beschouwde, is met bekend —

-ocr page 66-

Lvni

geval belielsde zij de waarheid buiten en tegen alle verwachting. De ziekte toch, welke den Ew. P. Vogels naar het graf voerde, liet zich in den aanvang in het geheel niet bedenkelijk aanzien, zoodat de dokter stellig verzekerde, de zieke zou weldra hersteld zijn. Deze echter, ofschoon bereidvaardig om alle voorgesohrevene geneesmiddelen te gebruiken , hield staande, dat hij naar «de Liefdequot;\' ging (het R. K Kerkhof te Amsterdam, »du Liefdequot;\' genaamd.) Het bleek dan ook reeds spoedig, dat zijne ziekte niets anders was dan eene algeheele uitgeputheid van krachten, door geen middelen der kunst meer te herstellen. liet sterke lichaamsgestel bezweek, niet zoozeer onder den last der jaren , (ofschoon hij zijn 70sle jaar was ingetreden) als veeleer onder de aanhoudende verstervingen en boetplegingen, welke li ij met bewonderenswaardigen moed tot het einde had voortgezet. Rustig en kalm, zelfs blijmoedig zag hij den dood te gemoet. Als zijne medebroeders hem zeiden , dat zij hem toch zoo gaarne den eersten Maart van het volgend jaar zouden zien beleven, waarop hij het gouden Jubilé van zijn Priesterschap vieren moest, gaf hij lachend ten antwoord, dat hij het nog beter hoopte te vieren in den Hemel. Intus-schen woonde hij nog altijd, zoo lang het hem niet verboden werd, alle gemeenschappeijjke oefeningen van den Regel bij; kweet zich nog, met zijne gewone stiptheid, van al zijne kleine huiselijke bedieningen; en bleef zijne kloostercel bewonen, tot dat hij op last des oversten de ziekenkamer moest betrekken. Het lezen der H. Mis staakte hij niet, vooraleer het hem, ter oorzake van zwakte , zes dagen vóór zjjn dood, onmogelijk geworden was. Van nu af ontving hij dageljjks de H. Communie, en had het geluk iederen dag de H. Mis te hooren, welke in de kapel der ziekenkamer werd opgedragen. Den 4l!en October kondigde de MoogEw 1\'. Provinciaal hem aan, dat de dokter het geraden achtte hem het H. Oliesel toe te dienen. Met innige dankbaarheid en ware zielsvreugde ontving hjj deze tijding, en vev-zocht nu alléén te mogen blijven, om zich tot het

-ocr page 67-

IIX

ontvangen van dat [I. Sacrament beter voor te he-reiden. Na eerst nog eens zijne biecht gesproken te hebben, bracht hij een geruimen tjjd in gebed en overweging door, om aan do vruchten en uitwerkselen van dit troostvol Sacrament in ruimere mate deelachtig te worden. Als het oogenblik der toediening daar was, vergaderden zich alle Paters en Broeders des kloosters om hem, om, zooals de H. Regel voorschrijft, den zieke met hunne gebeden ter hulp te komen. Alsdan verzocht dc Pater, in zijn leuningstoel arezeten. een woord tot do communiteit te mogen richten; doch zijne stem niet meer kunnende verheffen, bad hij den HoogEw. P. Provinciaal zijn tolk te willen zijn. Het kon P. Vogels niet ontgaan zjjn, dat zijne medebroeders eene hooge gedachte koesterden van zjjne deugd, en daarom begon hij niet te zeggen: zij zouden hem niet als een heilige beschouwen, want dat was hij volstrekt niet. Ik moest, zoo sprak hjj verder, een heilige geweest zijn, hadde ik met de buitengewone genaden, welke God mjj geschonken hoeft, medegewerkt; maar ik ben het niet. En ziedaar, wat mij thans met vrees vervult voor Gods oordeelen; want van hem, aan wlen veel gegeven is, zal veel gevorderd worden. Daarom bid en smeek ik u allen. veel voor mjj nu en na mijnen dood te bidden, opdat God mij barmhartig zij. Vervolgens vroeg hij aan allen om vergiffenis voor al hetgeen hjj te hunnen opzichte misdaan had , en vernieuwde nu nog eens zijne kloostergeloften. om aan God zijne dankbaarheid te betuigen voor zjjne H. Roeping en de volharding in de Congregatie des Allerh. Verlossers. Daarop ontving hjj met de teederste godsvrucht, die zich door zijn bekenden glimlach openbaarde, het H. Oliesel. Na afloop daarvan bedankte hij zijn Provinciaal en al de aanwezige medebroeders, aan wier gebed hjj zich, op last der gehoorzaamheid, aanbeval, om, zoo het God behagen mocht, do gezondheid terug te erlangen.

Was de zieke tijdens zijne gezonde dagen een voorbeeld geweest van gebed, versterving, gehoor-

-ocr page 68-

LX

zaamheid, kortom, van alle kloosterlijke deugden ; hjj was dit ook nog op zjjn sterfbed. — Onverschillig wat hem werd aangeboden, zoet of bitter, veel of weinig, smakelijk of onsmakelijk, lüj nam het dankbaar aan , maar vroeg ook om niets. De kalmte en de tevredenheid zijner ziel straalden van zijn gelaat. Nooit kwam zijn overste bij hem, of hij vroeg hem ootmoedig zijnen zegen en kustte hem eerbiedig de hand Hij ontving elk bezoek zijner medebroeders met welgemeende erkentelijkheid , doch onderhield zich bij voorkeur in stilte met zijnen God, aan wien hij zijne laatste levensdagen met eene algeheele onderwerping van zjjn wil teu offer bracht. Daar hij sedert eenigen tjjd niet geslapen had, wenschte hem de ziekenbroeder een goeden nacht toe ; ».la, ik dank u . maar bovenal gelijk de goede God wil.quot; — Be schietgebeden , die hem in zijn leven zoo gemeenzaam waren, volgden elkander ook nu onophoudelijk op. Zijne handen zelfs, die voortdurend den rozenkrans of het kruisbeeld omklemden , en zjjne oogen , die zich herhaaldelijk op de beeltenis van Maria of van den 11. Alphonsus vestigden, vereenigden zich met zijne ziel in het gebed. En toch klaagde hij. dat men in die laatste oogenblikken aan niets meer denken . noch iets doen kon. Treffend was het vooral, waar te nemen, zoo getuigt een zjjner medebroeders die sedert de toediening van het H. Oliesel bijna aanhoudend bij hem bleef, hoe de ootmoedige Pater al zijn vertrouwen enkel en alleen stelde op de oneindige Uarm-hartigheid van God, op de verdiensten van Onzen Heer Jesus Christus en op do voorspraak der Allerheiligste Maagd en van de Heiligen des Hemels. Dezelfde Pater heeft nog opgemerkt, hoe de zieke, nu niet meer in staat zijne gewone boetplegingen te verrichten, zich daarvoor schadeloos stelde door onbeweeglijk op zjjn ziekbed te blijven liggen. Hij scheen dit geleerd te hebben van den grooten Dienaar Gods Dominicus Blasucci, wiens levensgeschiedenis hij kort te voren gelezen had. ()ok de geest van armoede bleef hem tot zjjn uitersle bij. In het geheim verzocht hij den ziekenbroeder hem na zijnen

-ocr page 69-

LXI

dood zjjn ouden toog aan te doen, als ten minste, zoo voegde hij er bij , de oversten liet goed vinden. Ongetwijfeld dacht hij hier aan den cerbiedwaardigen Dienaar Gods Januarius Maria Sarnelli, die insgelijks kort vóór zijn dood den leekebroeder, die hem oppaste , beval zijn lijk met zijn versleten toog te kleeden, opdat met zijn dood niets zou verloren gaan. Zaterdag den G,lei1 October scheen zjjn einde nabij. Als om voor goed afscheid te nemen, bedankte hij allerhartelijkst èn den ziekenbroeder, die hem zoo trouw ter zijde had gestaan , èn den dokter, dien hij daarenboven nog troostte omdat hij zijn patient niet had kunnen genezen — God had het niet gewild — en allen . die iets voor hem gedaan hadden. Tegen den avond vergaderden alle leden des huize» bij zijn sterfbed en baden de gebeden der zieltogen-den, want men meende, dat zijn laatste uur geslagen was. Nooit in zijn leven, getuigde de geneesheer, zag hij iemand zoo kalm verscheiden. Maar neen, het laatste uur was nog niet daar. De stervende had voor dat gewichtige uur tjjdens zjjn leven zoo dikwijls met don 11. Alphonsus de tegenwoordigheid van Maria gevraagd, — dit gebed was niet te vergeefs gestort. I)en volgenden dag 7 Oct. dS??, was het, naar den kerkelijken kalender, het feest van den 11. Rozenkrans. De Rozenkrans was na de ver-eering van het II. Sacrament en de beoefening van den Kruisweg zijne geliefkoosde devotie geweest. In oogenblikken van bekoring, van moeielijkheid was de rozenkrans zjjn wapen . schafte de rozenkrans hem raad Veel ook had hij gedaan, om den rozenkrans onder het volk te verspreiden. Zou dit niet de dag zijn, door Maria uitverkoren, om haren dienaar te troosten? hij hoopte het, en werd in zijne hoop niet teleurgesteld. Middernacht was voorbij, en nog geen uur later maakte zijne schoone ziel zich onder do gebeden zjji.er medebroeders los van het lichaam, waarop zij den indruk van eene onuitsprekelijke kalmte, en een zaligen glimlach achterliet. Niet met huivering maar met genoegen aanschouwde men dat lijk, hetwelk niet dat van een gestorvene, maar van

-ocr page 70-

IXII

«on zacht slapende scheen. Din zich vernadert :nl verheven worden. Dit wonrd van Jesus kwam ook hier in vervulling. De Tijd maakte volgenderwijze zijn afsterven bekend. «Gisteren nacht omstreeks één uur ontsliep hier ter stede zacht en kalm in den Heer, de WelEw. Pater Egidius Vogels, priester van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers. Zoo zacht ■was zijn doodsstrijd, dat eenieder , die daarvan getuige was, als onwillekeurig bij zich zeiven dacht; In zijn leven heeft de goede Pater zich zeiven niet gespaard, maar door eene voortdurende versterving zijn eigen lichaam aan God opgedragen als een levende olferande; nu in het uur van sterven vrijwaart God hem van de smarten en benauwdheden des doods. Het is niet onopgemerkt gebleven , dat hij stierf op het feest van den [l. Rozenkrans, welken hij zijn leven lang zoo trouw en zoo herhaaldeljjk gebeden heeft. H|j was in het Tiquot;\' jaar van zijn ouderdom, in het 50quot; van zijn priesterschap en in het 57s\'e zijner religieuse professie. Verliezen zijne medebroeders in hem een onvergelijkelijk voorbeeld van kloosterlijke deugd, de geloovigen missen in hem oen waren priester naar Gods hart, die door zijne diepe godsvrucht |hen steeds stichtte en aanmoedigde ten goede. Zijn plechtige uitvaart enz.quot; (De Tijd. 9 Oct. 1877). Toen het lijk des dinsdags in de kerk werd uitgesteld, knielden vele godvruchtige geloovigen daarbij neder om te bidden, \'s Anderendaags, den quot;10 Oct., had de plechtige uitvaart plaats, welke zeer druk werd bijgewoond, terwijl niet weinigen voor de zielrust des overledenen tot do tl. Tafel naderden. De toenmalige Rector des kloosters, dó ZeerEw. Pater W. Wulftngh, hield bij die gelegenheid eene kleine lijkrede, en toonde aan, hoe op den ontslapene van toepassing waren dj woorden der H. Schrift, waarbij het leven des rechtvaardigen vergeleken wordt bij een snelvarend sc\'iip, dat met kostbare vruchten beladen is. Zijn leven tosh was kostbaar geweest in de oogon van God door zijn hoogen graad van versterving en zijn onvorsaagden ijver in het gebed; kostbaar voor de menschen door zijne stichtende voorbeel-

-ocr page 71-

Lïlll

den; kostbaar voor hem zei ven, door het goed getuigenis van zjjn geweten en de rust zijner ziel zoo in zijn leven als bij zjjn sterven. — Waar men het wagen durfde van den kansel, in tegenwoordigheid van zoovele getuigen, die hem van nabij gekend hadden, den goeden Pater Vogels zoo hoog te verheften, daar moest de gunstigste opinio omtrent zijn heiligen levenswandel wel goed gevestigd zijn geweest. \') Na de H. Mis volgde de plechtige begrafenis op hot li. K. Kerkhof »de Liefde,\'\' waarbij wedero n vele, zeer vele geloovigen tegenwoordtg waren. Behoeft het ons wel te verwonderen, dat er onder dezen zelfs waren, die met een levendig vertrouwen op zijne voorspraak bij (jod bezield, het lijk naar het graf vergezelden in de hoop van uit netelige omstandigheden te worden gered, en dat do uitkomst, zooals zij getuigden op zichtbare wijze aan hunne verwachting beantwoordde ? Met volle recht mocht dan ook de Iloog-Ew. Pater Provinciaal in zijn dankwoord aan allen, die zijn waardigen medebroeder de laatste eer hadden willen bewijzen, zijne kleine toespraak besluiten met de woorden, tot den overledene gericht: Gij, dierbare medebroeder, zeidet kort vóór uwen dood: nu blijft mij niets meer over dan het graf, solum mihi superest scyulchrur». Neen, U blijlt nog veel meer over, de gedachtenis r. m. vun uw stil in God verborgen leven, van uwen sticlitei den levenswandel, voor u zoo rijk aan verdiensten, en voor ons zoo rijk aan voorbeelden.quot; — Voor dienzelfden dag stond de Pater geteekend om aan de communiteit de gebrui-

1) Zfilfs tijdens 7!)n leven durfde de. ZeerEw. lieer Schuljes v-\'ni Ik;in schrijven: iMenidius Vogels. Ktboren den quot;^0 Julij 1H)4, kreeg in hel jaar 1825. tyd\'■ us de sluiting van liet Se— niniarie, last om aan enkele sludenlen de ijiiilosophie le verklaren ; liij werd in 18-9 kapelaan te Tilourg Gnirke en li-ad 18:13 bij de Redemplorislen in Noviciaat, en sticlit een:eder rinur iijne hijzondere gudavrucin. die ook doorstraalt in Kraisweg-ocfcntH\'jrn, door hem in hel licht gegeven, en in korte\'jaren lit\'rh. allelijk gedruki. (scliutjes. Geschiedenis van het Kisdom \'s Hertouenbuscli, Deel V. artikel Nuenen, bludz, 207).

-ocr page 72-

I.X1V

kelijke wekelijksche ascetische conferentie te houden ; maar zijne begrafenis was een zeer welsprekende en indrukwekkende conferentie, zoodat allen bij zich zeiven den wensch uitspraken: moge mijn uiteinde ook eens zoo gelukkig zjjn ! —

Ziedaar, lezer, eene korte levensschets van den Schrijver dezer «Samenspraken.quot; Wanneer ge dus die schoone gevoelens en gebeden zult lezen , door Pater Vogels in dit boekje neergelegd, vraag dan aan Jesus de genade om even als die voorbeeldige dienaar Gods u niet te bepalen bij woorden en gevoelens , maar om uwe liefde te toonen door daden; dan zullen ook voor u deze «Samensprakenquot; eene bron zijn van vurigheid, van heiligheid , van eeuwig geluk.

-ocr page 73-

CX^IDIFl.A.GIiT

AAN DE

Onbevlekte Maagd Maria.

Neorgoknielil, oin (ie samenspraken met Jcsus in het H. Sacrament des Altaars te schrijven, weet ik niet tot wie beter mijne toevlucht te nemen, dan tot U, Moeder Maria; te meer daar wij heden den feestdag uwer blijde Geboorte vieren. O Maria, kind van genade, kind van glorie, ik nader thans met een groot vertrouwen tot U, en vereenig mij met de Engelen , die nederig uwe wieg omringen, U in bewondering aanschouwen , en uitroepen; Wie is deze ... schoon als de maan, uitgelezen als de zon; vreeselijk als een leger in slagorde geschaard\'/ (Cant. VI. 9).

Ü hadde ik (luizende tongen , om uwen lof, en dien van Jesus uwen Goddelijken Zoon overal

te verkondigen____! Hoe brandde uw hart vau

liefde, toen gij voor het H. Tabernakel waart neergeknield, om daar uwen Goddelijken Zoon te aanbidden, of Hem als zielespijs te ontvangen...! Verwerf mij de genade, dat ook mijn hart van liefde voor Hem brande. Geef, dat ik door het schrijven dezer samenspraken, iets moge bijdragen tot verheerlijking van Jesus, en dat de geloovigen er door aangemoedigd worden, Hein vuriger te beminnen, dikwijler te bezoeken, en met meer eerbied en liefde in de H. Communie te ontvangen.

-ocr page 74-

opdracht aan maria.

O Maria, Moeder van Jesus en mijne Moeder, de liefde, die ik U toedraag, noopt mij, om bij iedere samenspraak met Jesus, er ook ééne tot U bij te voegen, ten einde daardoor het liefdevuur jegens Ü, zoo wel in mijn hart, als in de harten der geloovigen meer en meer te ontsteken.

Ten einde ook deze samenspraken met meer hartelijkheid en zalving te schrijven, wend ik mij tot Jesus, uwen lieven Zoon, opdat Hij mij ingeve wat strekken kan om Hem en U te verheerlijken en aller harten in liefde te ontvlammen.

Uw onwaardige maar zeer toegenegen dienaar E. VOGELS.

Priester van de Congoegatie des Allerh. Verlossers.

Amsterdam den 8sten September 1854 in ons Klooster toegewijd aan Het Allerzuiverstc Hart van Maria.

ii

-ocr page 75-

godvruchtige lezing.

§i-

Jesus ie waarlijk en wezenlijk tegenwoordig in het Heilig- Bacrament des Altaars.

Dat Jesus waarlijk en wezenlijk tegenwoordig is in het H. Sacrament des Altaars blijkt;

I. Uit de woorden der belofte. Jesus zegt (Joannes VI. 52.) Het brood, dut ik geven zal, is mijn vleesch voor het leoen der wereld. Deze woorden zijn duidelijk, en moeten in den na-tuurlijken zin en van een lichamelijk nuttigen van zijn vleesch verstaan worden; want 1) Dc Joden en anderen, die er bij tegenwoordig waren, hebben zo zóó verstaan; daarom zeiden zij , onder elkander twistend : hoe kan deze ons zijn vleesch te eten geven? (vs. 53.) Aan dat twisten ware terstond een einde geweest, indien Jesus niet gesproken had van een lichamelijk nuttigen van zijn vleesch, met eenvoudig zijne woorden in dien zin uit te leggen ; doch wel verre van dit te doen, gaf Hij nog duidelijker te kennen, dat Hij inderdaad een lichamelijk nuttigen van zijn vleesch bedoelde, door in vs. 54 en 55 dat nuttigen duidelijk te beschrijven, als zijnde een eten van zijn vleesch en een drinken van zijn bloed. In vs. 5-4 zegt Hij ; Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: tenzij gij het vleesch van den Zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt, zult gij het leven in u niet hebhen. (vs. 55.) Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eenwig leven , en Ik zal hem opwekken len jong sten dage. (vs. 56.)

Samenspr. 5

ill

-ocr page 76-

GODVRUCHTIGE LEZING.

Want mijn vleesch is ivaarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank; dat is: mijn vleesch en bloed, genuttigd zijnde, is een waarachtig voedsel voor de ziel, een voedsel, niet enkel met den naam, maar werkelijk en metterdaad. Gelijk spijs en drank tot onderhoud dienen van het natuurlijk en lichamelijk leven, zoo is mijn vleesch en bloed een voedsel tot onderhoud van het bovennatuurlijk en eeuwig leven der ziel. In (vs. 57) zegt Jesus verder; Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. (vs. 58.) Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef om den Vader: zoo zal ook hij die Mij eet, om Mij leven (vs. 59.) Dit is het brood, dat van den hemel is nedergedaald; niet gelijk uwe vaderen het Manna aten en stierven: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. Deze woorden geven duidelijk te kennen dat het brood, waarvan Hij sprak, zijn natuurlijk en waarachtig vleesch is; dat het eten van dat brood noodzakelijk is, om het geestelijk leven der ziel te bewaren; dat wij door dat brood te eten, innig met Hem vereenigd worden, en genade ontvangen, om voor God te leven, en ten jongsten dago tot het leven te verrijzen; eindelijk dat het iets meer is dan het Manna. Zeker had Jesus niet zoo kunnen spreken, indien Hij slechts een figuurlijk of zinnebeeldig brood, en niet zijn eigen vleesch had willen aanduiden.

2) Ook de leerlingen verstonden zijne woorden in den natuurlijken zin, en werden er door geërgerd, zeggende (vs. 61): Dat ivoord is hard, en wie kan het aanhooren? Christus wist, dat zij er door geërgerd waren, en evenwel legt

IV

-ocr page 77-

GODVRUCHTIGE LEZING.

Hij zijne woorden niet figuurlijk uil. Had Hij in een figuurlijken of zinnebeeldigen zin gesproken, dan moest Hij dit ongetwijfeld aan het volk en de leerlingen te kennen hebben gegeven, om alle aanleiding tot ergernis weg te nomen; maar nu bevestigt Hij zijne woorden nog meer en zegt: Ergert u dit? wat zal het dan zijn, indien gij den Zoon des menschen zult zien opvaren, waar Hij te voren was? \'tls als wilde de Zaligmaker zeggen: indien gij niet gelooft, dat Ik u mijn vleesch en bloed te nuttigen kan geven, terwijl Ik hier nog op aarde bij u ben; hoe zult gij het dan gelooven, wanneer gij Mij met dit lichaam zult zien opvaren ten hemel?

3) Jesus wist dat één zijner apostelen niet geloofde. Hij zag dat velen zijner leerlingen Hem daarom verlieten, en toch legde Hij zijne woorden niet anders uit, maar liet ze henen gaan; iets, hetgeen Christus niet had kunnen dulden, indien men zijne woorden in een figuurlijken zin had moeten verstaan.

4) Hij wendde zich tot zijne apostelen en vroeg hun: Wilt gij ook niet heengaan? Als wilde Hij zeggen: »gij moet gelooven, wat Ik u zeg, of anders moet gij ook maar heengaan.quot; Petrus antwoordde uit naam van allen: Heere, tot ivien zullen wij gaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

Hoe kon Jesus duidelijker spreken, en hoe zou het mogelijk zijn , na zulke duidelijke verklaring, nog te kunnen twijfelen! Daarom hebben alle HH. Vaders met de geheele H. Kerk, van den beginne af, het altijd zóó verstaan. Vóór de elfde eeuw heeft er niemand aan getwijfeld; toen kwam zekere Berengarius, die deze leer in

V

-ocr page 78-

godvruchtige lezing.

twijfel trok ; (toch aanstonds verklaarde de ge-licele H. Kerk zich tegen hem, zoo dat hij van-zijne dwaling overtuigd werd, haar herriep en openlijk verklaarde, dat hij evenals de geheele I!. Kerk, vastelijk geloofde, dat Jesus Christus in het H. Sacrament dos Altaars waarlijk en ■wezenlijk tegenwoordig is.

De wezenlijke tegenwoordigheid van Jesus in hot H. Sacrament des Altaars blijkt:

II. Uit al dk omstandigheden der instelling; namelijk : Jesus nam brood en zeide: Neemt en eet: dit is mijn lichaam; ook nam Hij den kelk met wijn en zeide: dit is mijn bloed des-nieuwen Testaments. (Matth. XXVI. 28). Deze woorden zijn eenvoudig en duidelijk, en moeten in den natuurlijken zin verstaan worden, zooals blijkt uit al de omstandigheden, welke die instelling voorafgingen en vergezelden. Al die omstandigheden toonen aan, dat er iets groots plaats had, en er spraak was van heel wat anders dan van een figuurlijk of zinnebeeldig brood. Dit blijkt

1) uit de plaats zelve, welke Jesus daartoe uitkoos. Altijd en in alles zocht Hij het geringste, het nederigste en het eenvoudigste, maar bij de instelling van dit H. Sacrament koos Hij, ten einde het waardig te vieren, eene groote gespreide (of met tapijten belegde) bovenzaal. Ccenaculmn grande stratum. (Marc. XIV. 15)..

2) Hij gaf het groot verlangen te kennen, dat. Hem bezielde, om dit Paaschlam met hen te eten, zeggende: met (groot) verlan/en. heb Ik verlangd dit Paaschlam met u te eten, voordnl ik lijde. (Luc. XXII. 15.)

3) Hij zelf wiesch de voeten zijner apostelen.

VI

-ocr page 79-

GODVRUCHTIGE LEZING.

om te kennen te geven, hoe zuiver men zijn moet, om waardig tot een zoo verheven Sacrament te naderen.

4) Hij maakte een soort van testament, gaf «ene ivet, en stelde een Sacrament in: welnu, bij het maken van testamenten, bij het geven van wetten en bij het instellen van Sacramenten, behoort men duidelijke woorden te gebruiken, opdat de belanghebbenden in zulke gewichtige jiunten niet misleid worden. Het was derhalve noodzakelijk, dat Christus, de wijsheid zelve, duidelijk sprak , om geen aanleiding tot twist on dwaling, of tot misverstand te geven: te meer moest Hij dit doen, omdat Hij toen sprak tot zijne apostelen, aan wie Hij volgens zijno eigene verklaring, gewoon was, de geheimen van het rijk Gods bekend te maken : U is het (ferjeven, zeide Hij, de geheimen van het rijk Gods te kennen. (Marc. IV. 11.) Hij sprak tot hou gelijk een Vader tot zijne kinderen, en wel op den vóóravond van zijn lijden en dood, een tijd , waarop men gewoon is duidelijk te spreken, en do gevoelens van zijn hart eenvoudig en rechtzinnig te verklaren.

5) Indien het waar is, dat de woorden van Jesus figuurlijk of zinnebeeldig moeten verstaan worden, dan spruiten daaruit de meest bespiot-telijke en meest godslasterende gevolgen voort; dan immers zou het zooveel zijn, alsof iemand, die ons ten maaltijd verzocht had, ons een geschilderden en zinnebeeldigen maaltijd voorstelde: Ja,, wat nog erger is, dan zon men kunnen en moeten zeggen, dat Christus zelf zijne Kerk in dwaling gebracht en oorzaak gesteld heeft, dat de geloovigen afgoderij bedrijven met dit H. Sa-

VH

-ocr page 80-

godvruchtige lezing.

crament te aanbidden; verder, zou zijne Kerk vijftien honderd jaren lang in afgoderij geleefd liebben, en wel uit kracht zijner eigene woorden: en God zou eerst na 1500 jaren Luther en Calvijn verlicht hebben, om de Kerk uit die vreeselijke dwaling te verlossen! Is dat nu geloofelijk, of zou dat strooken met zijne goddelijke wijsheid en oneindige heiligheid? Zeker niet.

De wezenlijke tegenwoordigheid van Jesus, in het H. Sacrament des Altaare, blijkt:

III. Uit den eersten brief van den H. Pau-lus aan de geloovigen van Corinthe; «Want ik «heb van den Heer ontvangen hetgeen ik u ook »heb overgegeven : dat de Heer Jesus in den «nacht, waarin Hij geleverd werd, brood nam. »en gedankt hebbende, het brak en zeide: neemt ygt;en eet dit in mijn lichaam, dat voor u gele-

»verd zal worden____Desgelijks ook den kelk,

«nadat Hij den maaltijd genomen had, zeggende : ygt;Deze kelk is het ISieuwe Testament in mijn Moed; doet dit, zoo dikwijls ff ij dien zult ytdrinken, tot mijne gedachtenis. Want zoo dik-swijls gij dit brood zult eten en den kelk drin-»ken, zult gij den dood des Hoeren verkondigen, «totdat Hij kome.quot; (23—26.) Hieruit besluit de Apostel: 1° »A1 wie onwaardig dit brood zal «gegeten of den kelk des Heeren gedronken «hebben, zal schuldig wezen aan het lichaam «en bloed des Heeren,quot; of (gelijk Beden zegt) maakt zich schuldig en bezondigt zich door heiligschennis aan het lichaam en bloed des Heeren; dat is, volgens den geleerden Theoderetus, zooveel als Christus kruisen gelijk de Joden gedaan hebben, of Hem overleveren, gelijk Judas. De

vm

-ocr page 81-

godvruchtige lezing.

Apostel besluit er uit 2°: »De mcnsch beproeve «zich zeiven, en zoo ete hij van dit brood, en Klrinke hij van den kelk; want wie onwaardig ))eet en drinkt, eet en drinkt zich een oordeel, somdat hij het lichaam des Heeren niet onder-«scheidt.quot; Zou nu de Apostel zoo kunnen spreken, indien dit Sacrament slechts een afbeeldsel, of eene figuur was van Christus\' lichaam en bloed ? Het Manna en het Paaschlam waren afbeeldsels van dit H. Sacrament, gelijk de Zaligmaker zelf gezegd heeft; doch nooit is iemand op de gedachte gekomen, om te zeggen, dat hij, die het Manna of het Paaschlam onwaardig at, zich schuldig maakte aan het lichaam en bloed des Heeren ; en evenmin, dat hij zich een oordeel at, omdat hij het lichaam des Heeren niet onderscheidde 1

De wezenlijke tegenwoordigheid van Jesus, in het H. Sacrament des Altaars, blijkt:

IV. Uit de heilige Vaders.

Do II. Cijrillus van Jerusalem, gestorven in het jaar 1380, bewijst dit uit de woorden der Consecratie. Nadat die Heilige alles goed overwogen en diep doordacht had, en de onmogelijkheid inzag, om dit geheim te begrijpen, alsmede de schijnbare tegenstrijdigheid, die bet aan onze zinnen aanbood, sprak hij: »Daar Christus zelf »het verzekert en zegt: dit is mijn lichaam — ■»dit is mijn bloed, wie zal dan nog durven «twijfelen? Hij heeft voorheen te Cana in Gali-;»lea enkel door zijnen wil het water in wijn ver-»anderd... Zal Hij dan niet verdienen geloofd te «worden, dat Hij wijn in bload veranderd heeft?... «Derhalve wil ik niet, dat gij het zoo beschouwt,

ix

-ocr page 82-

GODVRUCHTIGE LEZIN\'G.

»als ware liet enkel brood en enkel wijn ; im-»mers \'t is het lichaam en bloed van Christus; )nvant ofschion uwe zinnen dit verwerpen, het «geloof versterkt u. Beoordeel de zaak niet vol-»gens den smaak, maar volgens het geloof, dat »11 zonder den minsten twijfel overtuigt, dat »gij waardig geworden zijt, deelachtig te zijn »aaii het lichaam en bloed van Christus.quot;

De /ƒ. Ambrosius spreekt niet minder duidelijk en overtuigend van dit H. Sacrament. Hij zegt: «Dit brood is brood vóór de woorden van »de Consecratie; maar als het geconsacreerd »wordt, verandert dit brood in het vleesch van »Christus.quot; Vervolgens vraagt hij :

»Hoe kan dit brood het lichaam van Christus ))zijii?quot;— Hij antwoordt: »Door de Consecratie.quot; Verder vraagt hij: »Maar door wien geschiedt »de Consecratie?quot; — Hij antwoordt: »Door de woorden van den Heerc Jesus; derhalve wordt »dit Sacrament door het woord van Christus «voortgebracht. De H. Ambrosius gaat verder en vraagt: »Welk is het woord van Christus?quot; »Hij antwoordt: «Hetzelfde waardoor alles ge-»schapen is. De Heer beval, en de hemel is ge-»maakt; de Heer beval, en de aarde is gescha-»pen. Hij heeft gesproken en alles is geschapen. »Indien er dan eene zoo groote kracht was in »het woord van den Heere Jesus, dat dingen, »die eerst niet waren, aanvingen te zijn, hoeveel »te meer dan zal het krachtig zijn, om dingen »die reeds bestonden, in iets anders te verande-»ren? Er was geen hemel, er was geene aarde; »maar hoor: Hij heeft gesproken en alles is gesmaakt. — Dus, om u te beantwoorden, zeg ik: »Vóór de Consecratie was er Christus\' lichaam

X

-ocr page 83-

GODVRUCHTIGE LEZING.

»niet; maar na de Consecratie zeg ik, dat het jChristus\' lichaam is.quot; Wat kan er duidelijker en tevens krachtiger gezegd worden ?

Verbeelden wij ons ten slotte een protestant en een katholiek voor de vierschaar van Jesus, om geoordeeld te worden.

Eerst verschijnt de protestant, en Jesus vraagt hem ; »Waarom hebt gij niet geloofd, dat Ik «waarlijk en wezenlijk tegenwoordig ben in het »H. Sacrament des Altaars ? — Wat zal hij antwoorden? Hij kan niets anders zeggen dan: »J/c kon niet begrijpen, hoe het mogelijk is, dat door de woorden van een priester, een eenvoudig mensch gelijk alle andere menschen, het brood in uw vleesch en de wijn in uw bloed konde veranderen. — Ik kon niet her/rijpen, hoe dat geschieden kon, zonder uitwendig iets van die verandering te ontwaren. — Ik kon niet begrijpen, hoe Gij er tegenwoordig kondet zijn , daar mijne oogen er niets zagen dan brood en wijn, mijn reuk er niets ontdekte dan brood en wijn, mijn smaak er niets proefde dan brood en wijn, en eindelijk mijn gevoel er niets tastte dan brood en wijn. Ik kon niet begrijpen, hoe Gij onder eene zoo kleine gedaante, en dit wel te gelijkerujd, op zoo vele plaatsen tegenwoordig kondet zijn. Eindelijk ik kon niet begrijpen, hoe Gij U zeiven tot voedsel kondet geven, en door zoo vele duizende menschen genuttigd worden , cn tevens. dat de schijn van brood en wijn verteerde gelijk gewoon voedsel, zonder dat Gij daardoor iets leed. Daar ik niets van dit alles kon begrijpen, cn als onmogelijk beschouwde, zocht ik in uwe woorden een liguurlijken en zin-

XI

-ocr page 84-

godvruchtige lezing.

nebceldigen zin, als haddet Gij gezegd : niet — dit is, maar dit beteekent mijn lichaam!quot;

Zal de Heer hem dan niet zeggen?— »Wel, hoe hebt gij u verstout, mijne werken te beoor» deelen en mijne macht te betwijfelen?—Moest gij niet uw verstand ten dienste van het geloof gevangen geven, en met den apostel Petrus zeggen: Heere, tot ivien zouden wij gaan; Gij immers hebt de woorden des eeuwigen levens? (Joan. VI. 69.)— Waarom hebt gij niet geluisterd naar hen, die ik had aangesteld om liet woord Gods te verkondigen?... Door naar hen te luisteren , kondet gij niet dwalen ; immers Ik heb beloofd, altijd met hen te zullen zijn tot aan het einde der wereld. (Matth. XXVIII. 20.)

Nu verschijnt de katholiek: Jesus vraagt hem : sWaarom hebt gij geloofd, dat Ik waarlijk en wezenlijk tegenwoordig ben in het H. Sacrament des Altaars?quot; De katholiek geeft hem ten antwoord : somdat Gij, die de Almacht en Wijsheid zelve zijt, gezegd hebt: dit is mijn lichaam — deze is de kelk van mijn bloed. — Omdat Gi j een gezag in uwe Kerk hebt ingesteld, en aan alle geloovigen een gebod hebt gegeven, om naar die oversten, evenals naar U zeiven te luisteren, zeggende; die u hoort, hoort Mij; en die u versmaadt, versmaadt Mij. (Luc. X. 10.) Wel nu, deze uwe oversten hebben mij gezegd, dat uwe woorden in den natuurlijken zin moeten verstaan worden, en tevens dat die woorden in geenen anderen zin kunnen verklaard worden, zonder in vele ongerijmdheden te vallen. Ik heb dit, als een leerzaam kind, met onderwerping aangenomen, zooals Gij mij bevolen hebt te doen, zeggende: indien gij niet wordt als kleine kin-

xn

-ocr page 85-

GODVRUCHTIGE LEZING.

deren, zult gij het rijk der Hemelen niet ingaan. (Matth. XVIII. 3.) Mot den apostel Petrus heb ik uwe woorden als woorden van waarheid, met eenvoudigheid en een leerzaam hart aangenomen, zeggende: Heere, tot wien zon ik gaan; Gij immers hebt de woorden des eeuwigen levens? Wat zou de Heer op deze eenvoudige redeneering kunnen antwoorden — of welk kwaad zou Hij hem voor dusdanige handeling kunnen toerekenen ? Ongetwijfeld niets. —■

Laat ons derhalve eenvoudig gelooven, eh ons geloof door werken toonen, voornamelijk, door dikwijls tot Jesus in het H. Sacrament te naderen , zoowel om Hem te bezoeken en te aanbidden, als om Hem als zielespijs te ontvangen en te nuttigen.

§ n.

2Tet ïd een plicht voor ieder Ohristen Jesus in liet H. ÉSacrament des Altaars te bezoeken en te aanbidden.

I. Ei\' is geene zoo degelijke devotie als Jesus in het H. Sacrament te bezoeken en te aanbidden.

Alle heiligen hadden voor het aanbiddelijk Altaargeheim eene groote devotie en gevoelden zich als gedrongen om Jesus daar te bezoeken, en als den Koning der koningen en den God van hemel en aarde met den meest mogelijken eerbied te aanbidden. Dikwijls brachten zij daar geheele dagen en nachten door, en konden zich niet verzadigen met Jesus te aanbidden en te loven, en Hem bewijzen van hunne liefde te bren-hen. — Als zij verhinderd waren lichamelijker-wijze voor het H. Tabernakel te verschijnen,

XIII

-ocr page 86-

GODVRUCHTIGE LEZING.

deden zij dit geestelijkerwijze door de begeerten \'hunner harten: zij bleven in den geest aan den voet van het altaar, om daar als eene godslamp van liefde voor Jesus te branden, en, in veree-niging met de Engelen, Hem daar voortdurend te aanbidden, te loven en te verheerlijken.

De H. Alphonsus voelde zich altijd getrokken ■om Jesus in het H. Sacrament te bezoeken: de liefde dreef hem voort, trok hem tot Jesus en kluisterde hem aan het 11. Tabernakel, zoodat hij zich van daar niet kon verwijderen. Dikwijls bleef hij daar uren lang onbewegelijk zitten; dit ■deed hij reeds, toen hij nog als advokaat in de wereld pleitte, en een grooten naam had. Hij benijdde, om zoo te spreken, het lot der bloe-men, die bestemd waren, om ter vereering van Jesus altijd, dag en nacht, op liet altaar te blijven. Gaarne zou hij er altijd gebleven zijn, indien dit mogelijk ware geweest, om van liefde tot Jesus verteerd te worden, gelijk de olie eener brandende godslamp. —- Toen hij, om zijn hoogen leeftijd, niet meer naar de kerk kon gaan, om Jesus in het H. Sacrament te bezoeken, was er «en gebod van zijnen zielsbestierder noodig, om hem gerust te stellen, want de liefde trok hem altijd tot Jesus. Zoodra het uur der aanbidding naderde, strompelde hij naar den trap, om naar de kerk te gaan; doch daar hij den trap niet kon afklimmen , moest hij met droefheid terugkeeren. Eens had hij het besluit gemaakt, in weerwil van de grootste moeite, naar beneden te gaan; doch de broeder hem hoorende, kwam toegesneld, om hem tegen te houden. Alphonsus smeekte dringend, hem naar de kerk te geleiden, ten einde een bezoek aan Jesus in het H. Sacrament te

X(V

-ocr page 87-

GODVRUCHTIGE LEZING.

brengen. De broeder zeide: »Gij kunt ook hier uw bezoek doen.quot; Alphonsus antwoordde: »Hier is Jesus niet.quot; De broeder hernam: »Laat ons-in de kapel gaan.quot; »Neen, zeide Alphonsus, het H. Sacrament is niet in de kapel.quot; Zoo werd hij altijd tot Jesus getrokken, en dacht altijd aan Hem. Dikwijls zeide hij tot den broeder: »Laat ons naar de kerk gaan ; laat ons Jesus bezoeken.quot; Doch, daar hem dit onmogelijk was, moest-hij zich tevreden stellen met dit bezoek in den geest, in zijne kamer te doen; doch om do grootheid zijner liefde eenigszins te bevredigen, deed hij dit met bijzonderen ijver, diepen eerbied en groote plechtigheid; te dien einde liet hij. kaarsen op het altaar ontsteken en vereenigde de liefde verzuchtingen van zijn hart met de-vlammen van het brandend waslicht.

Men verwondere zich niet, dat de H. Alphonsus en andere Heiligen zoo zeer tot Jesus iit het H. Sacrament getrokken werden; want er bestaat geen zoo degelijke devotie, als deze; zij immers heeft Jesus zeiven, die daar waarlijk en wezenlijk tegenwoordig is, tot voorwerp. Zij heeft Hem tot voorwerp , niet enkel in figuur of afbeeldsel, niet enkel in gedachte of verbeelding, maar metterdaad en in waarheid; immers Hij is-or persoonlijk tegenwoordig met zijne Godheid en Menschheid, met zijn vleesch en bloed, met ziel en lichaam, gelijk Hij glorievol in den hemel is.

Als men iu zijne kamer of elders, waar het II. Sacrament niet bewaard wordt, een bezoek aan Jesus wil brengen, tot Hem wil spreken. Hem aanbidden en teekenen van liefde wil geven, geschiedt dit alleen in den geest, omdat Christus cr niet tegenwoordig is; maar als men

XV

-ocr page 88-

GODVRUCHTIGE LEZING.

voor liet H. Sacrament neerknielt, dan is men tij Jesus, die daar in persoon en lichamelijk tegenwoordig is; dan brengt men een bezoek aan Jesus zeiven, men knielt voor Hem zeiven neder; men spreekt vertrouwelijk met Hem, en Hij spreekt tot ons, gelijk twee boezemvrienden, die elkander een bezoek brengen en vertrouwelijk met elkander spreken.

Er is dus geeno zoo degelijke en wezenlijke devotie als deze, die ons aanzet, om Jesus in het H. Sacrament te bezoeken en te aanbidden. — Jesus is er altijd, zoowel bij nacht als bij dag tegenwoordig. Hij blijft er altijd. Hij is daar om zich over mij te ontfermen, altijd bereid mij aan te hooren, vertrouwelijk met mij te onderhandelen, en zijne gunsten milddadig over mij uit te storten. Hj is daar tegenwoordig omgeven van millioenen engelen, die zich eerbiedig voor Hem neerbuigen, en Hem steeds aanbidden, loven en verheerlijken. Wanneer ik derhalve voor het H. Sacrament neergeknield ben, bevind ik mij in het midden dier hemelingen, en met hen vereonigd, aanbid ik mijnen Jesus, en word ik aangenaam in zijne oogen. Indien Hij zich op eene enkele plaats der wereld zichtbaar vertoonde, mij dunkt, ik zou genegen zijn, Hom een bezoek te brengen, al moest ik daartoe eene groote, moeilijke en kostbare reis ondernemen; zelfs zou ik het mij ten plicht rekenen dit te doen, ten einde Hem een bewijs van liefde en dankbaarheid te geven. Het is evenwel zeker, dat Hij daar niet waarachtiger noch wezenlijker tegenwoordig zou kunnen zijn, dan Hij op onze altaren, in het aanbiddelijk Sacrament tegenwoordig is. Daar wij Hem thans dicht bij ons, en in ons midden hebben, en het

XVI

-ocr page 89-

GODVRUCHTIGE LEZING.

niet noodig is, groote reizen te ondernemen, welken ijver behooren wij dan niet aan den dag te leggen, om Hem dikwijls te bezoeken? — Wel is waar zien wij Hem niet, maar wij weten toch zeker door liet Geloof, dat Hij daar tegenwoordig is; en het Geloof vult in ruime mate het gebrek onzer zinnen aan; want wat wij door het Geloof weten, moet ons zekerder zijn, dan wat wij met onze oogen zien; wijl de oogen ons kunnen bedriegen, maar niet het Geloof.

Hoe komt het dan, dat vele geloovigen, zelfs priesters en religieuzen, jegens dit H. Sacrament zoo onverschillig zijn en zich zoo weinig beijveren, Jesus te bezoeken en te aanbidden? — Is het misschien bij gebrek aan tijd ? — Men zal dit wellicht voorgeven. — Doch hadden zij meer geloof en meer liefde, dan zouden de meesten wel tijd vinden, niet alléén om dagelijks een bezoek aan Jesus te brengen , maai\' zelfs oin het dikwijls, ten minste in het voorbijgaan, en in het kort te doen. — Hoe vele heiligen vonden daar al hunnen troost en kwamen er dikwijls van hunne vermoeiendste bezigheden uitrusten? De profeet David verlangde niets zoo zeer, dan naar den tempel des Heeren te gaan, hij zou zich gelukkig geacht hebben, daar altijd te mogen blijven; hoewel die tempel slechts een afbeeldsel was, eene flauwe schaduw van onze kerken, waar Jesus in het H. Sacrament tegenwoordig is. — De profeet Daniël in de Babylonische gevangenis, verwijderd van het heilig Land, opende dagelijks driemaal de vensters zijner kamer langs den kant van Jerusalem, en boog eerbiedig zijne knieën voor den Heer zijnen God, om, als ware hij in den tempel, zijne gebeden van daar hemel-

XVII

-ocr page 90-

GODVRUCHTIGE LEZING.

waarts te zenden. {Daniel VI. 10.) — De eerste Christenen waren zoo vol liefde voor Jesus, dat zij altijd bij Hem in het H. Sacrament des Altaars zonden hebben willen blijven, en verlof ontvingen het H. Sacrament mede naar hunne huizen te dragen, ten einde altijd bij Jesus te zijn. — Hoe gelukkig zijn de priesters en religieuzen, die Jesus altijd bij zich in hunne huizen hebben, Hem dikwijls kunnen bezoeken, en vertrouwelijk met Hem omgaan; een geluk, dat wereldsche men-schen niet kunnen hebben ! Maar helaas ! hoe •weinigen zijn er, die er een goed gebruik van maken, en dankbaar zijn voor zulke genade! Het voorbeeld der wereldlingen moest hen beschamen, en aanzetten, om met meer ijver Jesus, hunnen Koning te bezoeken. Hoe ijverig zijn de wereldlingen, om hunne opwachting bij den koning te maken en hem hulde te bewijzen ; terwijl wij koud en onverschillig blijven voor Jesus. Welk eene ondankbaarheid! welk eene ontaarding! zullen wij altijd zoo ondankbaar en zoo ontaard blijven? — Zouden wij den naam van Christenen en kinderen Gods wel verdienen , indien wij eene zoo groote verplichting langer verwaarloosden ?

11. Ei- is geene devotie die meer strookt met de inzichten van Jesus, dan Hem dikwijls te bezoeken in het H. Sacrament des Altaars.

Hovelingen doen gewoonlijk hun best, om de inzichten en neigingen des konings te kennen en in te volgen, ten einde zijne gunst te winnen en eenige weldaad te erlangen. Doch veeltijds is het hun niet mogelijk hun doel te bereiken.

Wat ons betreft, wij behoeven niet veel moeite te doen, om de inzichten en begeerten van Jesus

xvm

-ocr page 91-

GODVRUCHTIGE LEZING.

onzen Opperkoning te kennen. Hij zelf heeft het ons verklaard met te zeggen: mijn vermaak is h\' zijn met de kinderen der mensdien. (Prov. VIII, 31.) Hij zegt niet: mijne glorie of mijn roem, maar mijn vermaak is te zijn met de kinderen der memel ten. — Zijne glorie en zijn roem stralen in duizenderlei andere dingen door, b. v. in het beheer der gansche natuur; in liet bestuur van hemel en aarde; in de regeling van don loop der zon, maan en sterren; in de afwisseling der jaargetijden, in de schikkingen zijner Voorzienigheid enz. Niettemin betuigt Hij dat zijn vermaak is, te zijn met de kinderen der menschen, en le zien, dat zij tot Hem komen, om Hem hunne noodwendigheden te openbaren, en zijne genade te vragen. Daarom zegt Hij : komt tot mij allen, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken; (Matth. XI. 28.) en Hij beloofde aan de apostelen, vóór dat Hij de wereld verliet: Ik zal u niet als weezen laten. (Joan. XIV. 18.) Ik ben met u lot het einde der wereld. (Matth. XXVIII. 20.) — Deze belofte deed Hij niet alleen aan de apostelen, maar aan alle geloovigen, en vervult ze in het H. Sacrament des Altaars. Het is, als hadde Hij gezegd: »Ik zal u niet als weezen laten ; ziet hier, in het H. Sacrament des Altaars, daar ben Ik, niet slechts voor eenige dagen, weken, maanden of jaren; mapr altijd, dag en nacht, tot het einde der wereld. Ofschoon ik tot mijnen Vader terugkeer , om in den hemel verheerlijkt te worden, moet gij evenwel niet gelooven, dat Ik u verlaten heb; want ik ben bij u, en zal alt jd bij u blijven in het H. Sacrament des Altaars, opdat gij altijd uwe toevlucht tot Mij zoudet nemen,

Samenspr. C

XIX

-ocr page 92-

GODVRUCHTIGE LEZING.

en Ik ii altijd in al uwe noodwendigheden zou kunnen troosten en onderstand verschaften.quot; Zóó sprtekt de Zaligmaker tot ons, en verklaart ons zijnen wil en zijn verlangen!— Willen wij nu aan zijn verlangen beantwoorden, dan moeten wij Hem dikwijls bezoeken, en onze ellenden met vertrouwen aan Hem blootleggen, ook moeten wij dan, zoo lang wij kunnen, bij Hem blijven, en Hem niet dan met weerzin verlaten. Daar Hij verlangt bij ons te zijn en zijn vermaak bij ons vindt, is het billijk dat wij ons dikwijls met Hem komen onderhouden en Hem dit genoegen geven.

Hieruit volgt: iquot; dat wij niets doen kunnen, wat aangenamer aan Jesus is, dan dikwijls een bezoek aan het H. Sacrament te brengen, ten einde daar Jesus te aanbidden. Hij roept ons allen tot zich; Hij noodigt ons allen dringend uit, en dwingt ons, als het ware, tot Hem te komen. Hetzelfde verlangen dat Hem bezielt bij ons te zijn, moet ook ons bezielen, bij Hem te wezen. Dat verlangen noopt Hem, er altijd tegenwoordig te blijven, en onze komst met lankmoedigheid af te wachten, ten einde zich over ons te ontfermen; dat verlangen moet ons dan ook aanzetten, om dikwijls tot Hem onze toevlucht te nemen, een bezoek bij hem af te leggen, en zoo lang bij Hem te blijven, als ons mogelijk zal zijn, zoodat wij ons niet van Hem verwijderen, tenzij uit noodzakelijkheid en met weerzin, en wij in dit geval nog bij Hem blijven door onze verlangens. — Daar lange bezoeken ons veeltijds onmogelijk zijn, moeten wij trachten dikwijls korte bezoeken, en als in het voorbijgaan te doen; ten einde Hem te groeten. Hem ons

XX

-ocr page 93-

GODVRUCHTIGE LEZING.

liart aan te bieden en dat met zijn hart te vereenigen.

Hieruit volgt \'2° dat wij Jesus geene groo-tere smart kunnen veroorzaken, dan Hem daar •alléén te laten. — Zou een koning zich niet verontwaardigen , indien zijn paleis verlaten werd, en men zich niet gewaardigde, hem daar te komen bezoeken , en hulde te brengen ? :— Maar nu , het Heilig Tabernakel is het paleis van Jesus, onzen Opperkoning: hoe hard moet liet Hem dan niet vallen door zijn eigen volk verlaten te worden ? — Het verwijt dat Hij deed aan de Apostelen in den bof van Olijven: Zoo hebt gij dan geen uur met Mij kunnen waken? (Matth. XXVI. 40.) zou ongetwijfeld op ons toepasselijk zijn, indien wij verwaarloosden Jesus in liet H. Sacrament te bezoeken. — Acb, lieve Jesus, Gij wordt maar al te zeer vergeten, en uwe goedheid wordt maar al te zeer miskend! — Helaas, hoe weinigen zijn er, die U komen bezoeken! — Wereldsclie menschen denken zelden of nooit aan U. Vele priesters en zelfs religieuzen, in plaats van hun vermaak bij U te zoeken, zijn dikwijls zoo onverschillig en liefdeloos jegens U, dat zij verwaarloozen, U te bezoeken, of dit slechts tor loops en met onachtzaamheid doen.

Ach, lieve Jesus, konde ik ten minste U dikwijls bezoeken en de verlangens van uw hart bevredigen! — Konde ik alle menschen tot liefde Jegens LJ ontsteken! — konde ik ze allen brengen aan den voet van het H. Tabernakel! — konde ik sterven , opdat alle menschen U beminnen r cn van liefde tot U branden ! —

XXI

-ocr page 94-

godvruchtige lezing.

III. Er is geene devotie die zoo nuttig en zoo heilzaam is voor ons, als de devotie tot het. H. Sacrament.

flet is een algemeen gebruik in de wereld, elkander te bezoeken; docli welk nut trekt men uit die bijeenkomsten? — In plaats van nut er uit te trekken, veroorzaken zij gewoonlijk tijdverlies, en hoe onschuldig zij ook mogen schijnen, zijn zij evenwel meestal nutteloos en dikwijl» schadelijk; zij benemen ons immers de rust en den vrede des harten en vervullen den geest met ijdele gedachten en verbeeldingen. — I)och zoo is het niet gelegen met de bezoeken tot Jesus in het H. Sacrament des Altaars; want deze zijn heilige, zalige en troostvolle bezoeken.

Het zijn heilige bezoeken, — zoowel om de bedoeling die men zich daarbij voorstelt, als oitj de oefeningen waarmede men zich bezig houdt, namelijk: om Jesus te eeren door oefeningen van geloof, hoop, liefde, ootmoedigheid, onderwerping aan Gods wil enz., alsmede door droefheid eit leedwezen over onze ondankbaarheden, trouweloosheden en zonden ; eindelijk ook om nieuwe ■weldaden van Hem te vragen en de genade der volharding te verwerven.

Met zijn zalige bezoeken, wijl men spreekt, tot de bron van genade en zaligheid. Gelijk Jesus de volheid der genade in zich bevat en de Godheid zelve in Hem woont, zoo zjn ook alle scl atten van genade en zaligheid in dit H. Sacrament opgesloten, waaraan wij deelachtig worden door ons daar met Jesus godvruchtig te onderbonden. — Dezelfde wonderen, die Hij gedurende zijn sterfelijk leven uitwerkte tot genezing der

xxii

-ocr page 95-

godvruchtige lezing.

lichamelijke kwalen, door aan de blinden het gezicht, aan de dooven het gehoor, aan de stommen de spraak, aan de kreupelen den gang, aan de zieken de gezondheid, aan de dooden het leven weer te geven, werkt Hij nog voortdurend uit in het H. Sacrament des Altaars, om de kwalen der ziel te genezen, door haar van de geestelijke blindheid, doofheid, sprakeloosheid, mankheid, inelaatschheid, waaraan zij onderworpenis, te bevrijden. Gelukkig zij, die dikwijls met eerbied en godsvrucht tot Jesus naderen! Gewis zullen zij bij Hem genade verwerven en het leven vinden.

Het zijn troostvolle bezoeken. Dit zal men ondervinden, indien men zich gewoon maakt, die dikwijls en met een goeden geest te doen. 2 Ü geven troost en zoetheid niet naar het lichaam of naar de zinnen, maar naar de ziel en naar den geest: eene zoetheid, die niet gekend wordt, tenzij dooi- hen, die ze geproefd hoeft; daarom zegt de profeet David: proeft en ziet hoe zoet de Heer is. — Het leven is vol bitterheden; waar men zich keert of wendt, overal ontmoet men bitterheden. Gelukkig de ziel, die in al die bitterheden haren troost bij Jesus gaat zoeken! Een enkel woord met Jesus gesproken is dikwijls genoeg om ons hart te veranderen en van bedroefd als het was, vroolijk te maken. Hoe dikwijls hebben de heiligen dit ondervonden! Bedrukt, neerslachtig en ontsteld voor het H. Tabernakel neerknielende, keerden zij van daar getroost en opgebeurd terug.

Groot waren de beproevingen, die de H. Al-phonsus moest verduren, maar hij zocht altijd zijnen troost aan den voet van het H. Tabernakel. Als hij door zijne naastbes taanden en vrienden

xxiii

-ocr page 96-

GODVRUCHTIGE LEZING.

veracht, en verstooten werd door zijnen vader, die niet kon verdragen, flat liij de wereld verliet, om het religieus leven te aanvaarden, wierp hij zich voor liet H. Tabernakel neder, en bleef daar op den vloer neergeknield, in eene onbewegelijke houding, uren lang; hij was dan geheel in God verslonden, en scheen niets te hooren noch te zien van alles wat er rondom hem omging : de menschen, die hem dan zagen, werden er door getroffen en gevoelden zich tot godsvrucht opgewekt of waren ten minste beschaamd over hunne ongevoeligheid. De liefde tot Jesus in het H. Sacrament had hem dermate overmeesterd , dat hij gaarne zijn leven daarvoor ten offer zou gebracht hebben. Hoe dikwijls zuchtte hij over de blindheid en ongevoeligheid der menschen, die meestal traag en onachtzaam zijn, om Jesus in het H. Sacrament te bezoeken en te vereoren. Hoe gaarne zou hij zijn loven gegeven hebben, om alle menschen aan den voet van het H. Tabernakel te brengen.

De eerbiedw. broeder Gerardus Majella van de Congregatie des Allerh. Verlossers, muntte ook bijzonder uit in de liefde tot dit H. Sacrament. Hij was er niet van af te houden, en zijn hart werd er altijd naar toe getrokken, daar zijn grootste vermaak was, bij Jesus aan den voet van liet H. Tabernakel te zijn. Hij ging er zeer kinderlijk met Jesus om, genoot er veelvuldige geestverrukkingen, was er steeds in Jesus zijnen goddelijken quot;Bruidegom verslonden , en bracht er dikwijls geheele nachten biddend door; zelfs gebeurde het somtijds dat Jesus hem aansprak, zeggende: »Broeder Gerardus, gij zijt dwaas van liefde,quot; en de broeder antwoordde :

XXIV

-ocr page 97-

I

godvruchtige lezing. xxv

si\', I ))Ja! maar niet zoo dwaas als Gij: Gij immers

;r- «hebt liet mij geleerd met hier altijd tegen-

rp »woordig te blijven.quot;

•ef Hoe smartelijk is het te zien, dat, terwijl do

e- Heiligen zoo vol liefde voor Jesns waren, wij

e- zoo koud en ongevoelig jegens Hem zijn ! wat

ïn is de reden daarvan ? Ongetwijfeld geene andere,

(i- dan gebrek aan geloof en ijver; hadden wij meer

\'tl geloof en meer ijver om Hem dikwijls te bezoe-

s- ken, dan zou ons geloof meer verlevendigd en

id ons hart meer ontstoken worden, en zoo zouden

is wij meer smaak in den omgang niet Jesns vin-

r- den ; want zijn omgang heeft niets hitters en

ir zijn verkeer niets verdrietigs; maar vreugde

Is en blijdschap. (Sap. VIII. 16.)

d

n § UI.

11 Eenigre godvmclatig-e Oefeninfren, gre-solTikt om. aan. de inxicliteii, die Jesus

t bij de instelling- van liet H. Sacrament des Altaars beoogde, te

ï beantwoorden.

s -jste Oefening.

^ yezns in het IT. Sacrament dikwijls bezoeken.

c- De II. Alphonsus, in de inleiding zijner Bezoe-

) ken tot het H. Sacrament, drukt zich hierover

in dezer voege uit: ))Het is zeker, dat na bet «ontvangen der HH. Sacramenten , onder alle 5 «godvruchtige oefeningen, de verhevenstc, Gode

t «aangenaamste en ons voordeeligste oefening is :

: «de aanbidding van Jesus Christus in het Hoog-

»waardigste Sacrament.—Welaan, godvruchtige «ziel, wil dan deze heilzame oefening niet langer «verzuimen; verwijder u van het gezelschap der

-ocr page 98-

GODVRUCHTIGE LEZING.

smenschen en begeef u van heden af dagelijks snaar eene kerk, om u daar eenigen tijd, ten «minste een half of een vierde uur met Jesus »in liet H. Sacrament te onderhouden. Proef en ygt;zie, hoe zoet de Heer is. — Neem er eens de «proef van, en gij zult ondervinden hoe zoet en «voordeelig dit is. — Houd u overtuigd dat de tijd, »dien gij met godvruchtige oefeningen voor het »allerh. Sacrament hebt doorgebracht, niet beter »kan besteed worden, en dat deze nog eens uwen »troost znl uitmaken op uw sterfbed en gedu-»rende de gansche eeuwigheid. — Weet ook, «dat gij met een kwartier uurs, aan den voet ))van het altaar doorgebracht, misschien meer »zult winnen, dan met al uwe andere geestelijke «oefeningen, gedurende den ganschen dag.quot;

De H. Alphonsus voegt er nog bij: «Uit «dankbaarheid aan mijnen in het H. Sacrament «verborgenen Jesus, moet ik bekennen, dat ik «het aan de godsvrucht tot het allerh. Sarra-«ment, ofschoon flauw en onvolmaakt door mij «beoefend, te danken heb, dat ik de wereld heb «verlaten, waarin ik, ongelukkige, tot in mijn «zes en twintigste jaar leefde. — Gelukkig zijt «gij, indien gij vroeger de wereld verlaat en u «geheel geeft aan Hem, die zich geheel aan u «gegeven heeft! —Geloof mij, al die wereldsche «vermaken, die feesten en schouwspelen, die «bijeenkomsten en avond-partijtjes, het zijn ge-«noegeiis dezer wereld, maar genoegens vol bit-«terheid en doornen. Geloof mij, want ik weet «het helaas! bij ondervinding; entevens kan ik «u verzekeren dat Jesus Christus aan eene ziel, «die met een weinig godsvrucht voor het aller-«heiligste Sacrament neerknielt, meer troost

XXVI

-ocr page 99-

godvruchtige lezing.

»geeft, clan de wereld met al liare feesten en «vermaken geven kan.quot;

De eerwaarde Pater Alvarez, bezield met dezelfde gevoelens als de H. Alphonsus, achtte de religieuzen gelukkig, omdat zij Jesus altijd in hunne huizen hebben, en het hun gegeven is, Hem dikwijls, ja bijna alle uren van don dag te kunnen bezoeken. — Hij beschouwde het klooster als de zaal van het laatste Avondmaal, welks deuren voor de wereld gesloten zijn en waar binnen de Apostelen zich bevinden, terwijl Jesus in hun midden is, om hun den vrede te geven : pax vobis. Vrede, zij met u. —-

De eerwaarde Pater Saledus van de Sociëteit van Jesus werd nooit moede het Hoogwaardigste te bezoeken: riep men hem aan de deur, keerde hij terug naar zijne kamer of moest hij hier of daar gaan, altijd zocht hij bij die gelegenheden de bezoeken tot Jesus zijnen Goddelijken Meester te verdubbelen, zoodat men opmerkte, dat er bijna geen uur voorbijging waarin hij Jesus niet bezocht

De Heer zelf gebood aan de //. Maria Mag-lena de Pazzi, Hem dagelijks drie en dertig maal in het H. Sacrament te bezoeken. Deze ijverige en van liefde brandende bruid des Heeren gehoorzaamde trouw aan dat voorschrift van Jesus.

Laten wij ons beijveren, hunne voorbeelden na te volgen, en Hem dagelijks ten minste éénmaal een bezoek te brengen, en vooral op de zon- en feestdagen het lof eerbiedig bij te wonen.

2lt;le Oefening.

Ons best doen , o?it anderen, zoo veel in ons is, aan te scoren, Resits in het //. Sacrament dikwijls te bezoeken — en integendeel droevig zijn bij het zien , hoe

xxvii

-ocr page 100-

GODVRUCHTIGE LEZING.

ye sus door de Dieesten zoo schandelijk verlaten wordt r en zijne kerken ledig blijven, tei~wijl de paleizen der koningen en de dans- en balzalen met menschen gevuld zijn.

De Eerw. Pater Alvarez was zeer bedroefd, dat Jesus in liet H. Sacrament zoo verlaten werd. Hij weende als hij dacht, dat de huizen van de grooten dezer wereld steeds vol menschen waren, die voortdurend hun hof bij eenen mensch maakten, van wien zij niets dan eenig aardsch en vergankelijk goed te wachten hadden, terwijl de kerken ledig bleven, waar de Heer van hemel en aarde, rijk in oneindige en eeuwige schatten op eenen troon van liefde woont, bereid om allen met liefde te ontvangen, en mot geestelijke goederen te verrijken.

3de Oefening.

Door het verlangen om altijd bij yestts te blijven, en ah eene godslamj) altijd van liefde voor Hem te branden.

De 77. Catharina van Siena zag Jesus in het H. Sacrament als in een fornuis van liefde; somtijds scheen haar het altaar geheel in brand te zijn, of omgeven met lichtstralen, die door de gansche kerk een wondervol licht verspreidden. Bij die vertooning brandde zij van liefde, en stond verbaasd dat er nog menschen waren, die na zulke liefde gezien te hebben, nog leven konden zonder insgelijks van liefde voor Jesus te branden.

In de bul der heiligverklaring van den H. Al-phonsus zegt Zijne Heiligheid Gregorius XVI: «Zijne gevoelens van eerbied en liefde jegens het »H. Sacrament waren zoo groot, dat hij uren

XXVIII

-ocr page 101-

godvruchtige lezing.

slang daar vertoefde, terwijl zijn geest van buitensgewone zoetheid overgoten was.quot; Hij benijdde,, gelijk iiij zelf zeide, die onschuldige bloemen,, die het geluk hadden tor eere van Jesus dag en nacht op hot altaar te blijven, en was altijd verheugd , als het altaar van het allerheiligste-Sacrament niet groen en schoone welriekende bloemen versierd was. God vergold deze liefde van d( n II. Alphonsus met groote en buitengewone; genaden en versterkte hem daarom, om de banden, die hem nog aan de wereld konden kluisteren, geheel en al te verbreken, en ziel» geheel, zonder uitzondering of voorbehoud aan-God te geven. De teedere liefde van Alphonsus jegens het allerh. Sacrament is hem niet alleen altijd bijgebleven, maar groeide dagelijks in hem aan, zoodat hij daarom terecht: de, minnaar van het allerh. Sacrament mag genoemd worden,

4de Oefening.

lot het Hoogwaardig Sacrament groote verlangens in zich ojrzuekken.

Wij moeten wenschen zoovele harten te hebben-als er tabernakels in de wereld zijn , om Jesus overal te kunnen aanbidden met eene liefde r gelijk aan die der Cherubijnen en Seraphijnen,, ja, gelijk aan die der allerh. Maagd Maria.— Laat ons wenschen het liefdevuur in de harten van alle menschen te kunnen ontsteken, opdat Jesus door allen aanbeden en verheerlijkt worde. Daar de H. Alphonsus met dat verlangen bezield was, spaarde hij geene. moeite, om dat liefdevuur in •Ie harten der geloovigen te ontsteken. Daarom deed hij zijn best, om in alle kerken, waar hij

xxix

-ocr page 102-

godvruchtige lezing.

missie gaf, het gebruik in te voeren dagelijks gezamenlijk een bezoek aan Jesus in het H, Sacrament te brengen. Om dat doel te bevorderen, schreef hij dat kostbare boekje: Bezoeken tot Jesus in liet H. Sacrament.

5de Oefening.

In het voorbijgaan eener kerk, kaf el of andere f laats, waar het H. Sacrament bewaard wordt, Jesus door een schietgebedje groeten.

Als de eerbiedwaardige Broeder Franciscus van het Kind Jesus, een ongeschoeide Carmeliet, ■eene kerk voorbijging, waar het Hoogwaardigste rustte, kon hij niet nalaten hetzelve te bezoeken, zeggende: ))Het betaamt niet,\'Mat een vriend »het huis van zijnen vriend voorbijgaat zonder »binnen te gaan om hem te groeten, en een «woordje te zeggen.quot; Binnen zijnde, kon hij niet ■vveg, en bleef er zoo lang als het hem eenigszins mogelijk was. Zoo moet ieder christen zich beijveren om Jesus in het H. Sacrament te eeren, en Hem in het voorbijgaan ten minste te groeten, ■zeggende: Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het Allerheiligste en Goddelijk Sacrament.

(Dagelijks 100 dagen aflaat — «n eens in de maaud een vollen allaat. Pius VI. 1776).

0\'ie Oefening.

Onder zijne dagelijksche bezigheden zich van tijd tot tijd tuenden naar eene kerk of kapel, om Jesus in het //. Sa-trament te groeten, zeggende b. v. : Geloofd zij yesus Christus in het //. Sacrament des Altaars,

De Eerw. Pater Alvarez s\'oeg dikwijls zijne oogen, zelfs te midden der verstrooiendste bezigheden, naar de plaats, waar hij wist, dat Jesus

XXX

-ocr page 103-

godvruchtige lezing. xxxi

iin liet AUerh. Sacrament rustte: hij bezocht jliut zonder ophouden, en bleef dikwijls geheele-inachten voor hetzelve nedergeknield.

7dB Oefening.

1 Zooveel mogelijk zijn best doen, dat alles, wat het taber-\\ na kei, het altaar en de ////. vaten betreft, zuiver eit sierlijk, ja zelfs kostbaar en prachtig zij.

Ten tijde van zijn sterfelijk leven heeft Jesus-5 altijd het nederige, het eenvoudige, het geringe ja, het armoedige gekozen; doch bij het instel-| Ion van het Allerh. Sacrament ging Hij geheel * anders te werk: daartoe verkoos Hij eene groote : genpreide of met tapijten belegde bovenzaal. Hij zeule tot zijne apostelen Petrus en Joannes: Gaat naar de stad, en bij het ingaan zal u een mensch met eene kruik water ontmoeten; volgt hem in het huis waar hij binnengaat en zegt tot den lieer des huisgezins: de Meester zegt: mijn lijd is nabij: ik zal bij u liet paaschmaal houden met mijne leerlingen; en hij zal u eene g -oote gespreide (of met tapijten belegde) bovenzaal toonen; bereidt daar voor ons het paascltmaal. (Matth. XXVI. Marc. XIV.)

8ste Oefening.

Zich laten inschrijven in het broederschap der gedurige Aanbidding, en de kerken bezoeken waar het veertig urengebed gehouden wordt,

Be H. Alphonsus bezocht bij voorkeur de kerken, waar Jt-sus ter aanbidding werd uitgesteld, omdat hij daar inniger met ons vereenigd is en zijne genade milddadiger over ons uitstort; alsmede omdat Hij den ganschen dag uitgesteld

-ocr page 104-

godvbuciitige lezing.

blijft, opdat wij Hem zouden komen aanbidden. Hij wacht daar geduldig onze komst af, om zich ■over ons te ontfermen, en ons met genaden te quot;verrijken.

9Je Oefening.

Het H, Sacrament naar de zieken vergezellen.

De H. Franciscus van Borgia, hertog van Candië heeft er ons een treffend voorbeeld van gegeven. Nimmer werd het H. Sacrament naar de zieken gedragen, of hij vergezelde het te voet, niets was in staat hem daarvan terug te houden. Alles moest er voor wijken; zelfs was hij altijd bereid de grootste vermaken der jacht daarvoor te verlaten. Ten einde er altoos bij te kunnen zijn, had hij bevolen, twee uren vóór de bediening met de groote stadsklok te luiden, ten ■einde het teeken der nabij zijnde zieken-bedie-ning aan te kondigen.

10lie Oefening.

Dl/nu ijls comnnmiceeren, en zich goed voorbereiden om Jesus met een zuiver hart te ontvangen.

Jesus heeft een groot verlangen om met ons \'het paaschmaal te eten: en de Kerkvergadering ■tan Trente zegt: het ware te wenschen, dat de geloovigen zich zóó gedroegen, dat zij waardig bevonden werden, om dagelijks te commu-niceeren, gelijk ten tijde dor Apostelen de eerste christenen gewoon waren te doen. Indien wij zor. zuiver niet leven, om dagelijks tot de H. Tafel te naderen, laten wij ten minste ons best doen, om het wekelijks of maandelijks te doen, volgens den raad van onzen biechtvader. Jesus

xxxii

-ocr page 105-

godvruchtige lezing.

toch verlangt zoo vurig naar ons! — Op zekeren kerstnacht bij het Domine non sum dignus van de eerste H, Mis, zag eene heilige kloosterzuster op het altaar het Kind Jesus, dat met ongeduld wachtte, om in de H. Communie ontvangen te worden; en het Goddelijk Kind sprak tot haar: »0, haddet gij een zoo groot verlangen, om tot »Mij te komen, als Ik, om tot u te komen, en mijn verblijf in uw hart nemen!quot; Bij die woorden werd zij met een zoo levendig geloof, eene zoo groote vrees en eene zoo vurige liefde doordrongen, dat ze de hevigheid dier gevoelens bijna niet kon verdragen, en brandend van liefde tot Jesus naderde, om Hem in de H. Communie te ontvangen. — Na de H. Communie sprak Jesus haar op zoo eene wonderbare wijze over de liefde, die Hem bewogen had, in haar hart, als in eene nieuwe krib, geboren te worden, dat ze geene woorden kon vinden, om het uit te drukken. Zij zegt: »Het was de liefde die sprak; »zijne woorden waren niets dan vuur en vlam: »ieder woord was een doordringende en vurige «pijl: de geheele samenspraak was een gloeiende soven, ontstoken door dat schoon en heilig vuur, «waardoor de harten der Serafijnen ontstoken »zijn, en hetwelk Hij op aarde is komen bren-»gen. O welk genoegen deed Hij mij op dat »oogenblik smaken!quot;

llde Oefening.

Dikwijls geestelijkenuijze communiceer en,

§ iv.

Over de Geestelijke Communie.

1. De geestelijke Communie bestaat, volgens

xxxiii

-ocr page 106-

GODVRUCHTIGE LEZING.

lt;len H. Thomas hierin, dat men in Christus ge-loove en verlange om Hem in dit Sacrament te ontvangen. Als wij dus gelooven dat Jesus waarlijk en wezenlijk in het H. Sacrament des Altaars tegenwoordig is met een vurig verlangen , Hem daar te ontvangen, dan doen wij eene geestelijke Communie,

2. De geestelijke Communie is zeer voordeelig; het Concilie van Trente prijst haar zeer aan, eu vermaant de geloovigen ze dikwijls te doen, omdat wij daardoor eenigszins deelachtig worden aan de uitwerkselen van dit H. Sacrament.

3. De Eerwaarde Pater Scaramelli zegt, dat cene geestelijke Communie, uit een vurig verlangen voortkomende, Gode aangenamer en ons voordeeliger is dan eene wezenlijke of sacramen-teele Communie, die met onachtzaamheid verricht wordt. Dezelfde Pater voegt er bij , dat men dikwijls, ja hondorde malen op eenen dag, geestelijkervvijze kan en mag communiceeren. — De H. Catharina van Siëna viel dikwijls in onmacht door de hevige begeerte die zij gevoelde, om Jesus te ontvangen; dit behaagde zoo zeer aan God, dat zij eens het geluk had op eene bovennatuurlijke wijze een deeltje van de H. Hos-tie des priesters te mogen ontvangen.

4. De Heiligen waren gewoon dikwijls geestelijkervvijze te communiceeren. De H. Ignatius martelaar zegt: non voluptas hujus mimdi desidero, sed panein Dei, panem crrlealem, panem vitas, qui est caro Jesu Christi, Füii Dii vivi. »Ik verlang geene wellusten dezer »wereld, maar het brood des Heeren, het hemelsch »brood, het brood des levens, dat het vleesch »vin Jesus Christus, den Zoon van den levenden

XXXIV

-ocr page 107-

GODVRUCHTIGE LEZING.

öGorl is.quot; De H. Bernardus zegt: cibus meus Christus est; «mijne spijs is Christus.quot;

5. De H. Maria Magdalena de Pazzi, nog kind zijnde, brandde reeds van verlangen naar Jesus in het H. Sacrament; zij communiceerde dikwijls geestelijkorwijze, en verheugde zich over liet geluk van hen, die Jesus Christus waarlijk en wezenlijk konden ontvangen. Op de dagen, dat hare moeder te Communie geweest was, hleef zij altijd bij haar, omdat moeder, gelijk zij zeide, haar dan aan Jesus denken deed. Dat verlangen tot de H. Communie bleef haar altijd bij, nam dagelijks meer en meer toe, en zij verkreeg daardoor de groote genade, tusschen al hare bezigheden altijd niet Jesus vereenigd te blijven.

De zalige Agatha van het Kruis was gewoon dagelijks tweehonderd maal geestelijkorwijze te communiceeren. Deze en duizende andere voorbeelden van Heiligen leeren ons. dat wij ons ook moeten beijveren, om dikwijls geestelijker wijze te communiceeren. Als wij Jesus waarlijk beminnen, dan zullen wij ongetwijfeld verlangen, met Hem vereenigd te zijn; want do liefde verlangt naar vcreeniging, en door dat verlangen verrichten wij de geestelijke Communie.

ü. Het is allen menschen niet gegeven, juist zoo dikwijls als de Heiligen , geestelijkerwijze te communiceeren; echter is het van zeer groot belang, ons er op loe te leggen, het dikwijls te doen. De 11. Alphonsus zegt: »Ik vermaan «eenieder, die in de liefde tot Jesus wil toe-snemen, ten minste ééns daags, bij het bezoek »van het Allerheiligste, alsmede in iedere Mis, sop die wijze te communiceeren.quot; En Pater Scaramelli zegt, dat men ten minste éénmaal

Samenspr. 7

XXXV

-ocr page 108-

GODVRUCHTIGE LEZING.

daags, en wel onder de H. Mis des priesters, met eene bijzondere zorg geestelijkenvijze behoort te communiceeren. Hij zegt, met eene bijzondere zorg, dat is niet slechts ter loops, door eenige verzuchtingen, gelijk dat gewoonlijk geschiedt, maar door zich er toe voor te bereiden op dezelfde manier, als men gewoon is te doen, wanneer men werkelijk te Communie gaat, en daarna de dankzegging te verrichten, als ware men wezenlijk te Communie geweest. (Direct. asc. I. c. 7.) Dezelfde Pater verhaalt verder het voorbeeld van een eenvoudig man, uit de gewone volksklas, die te Neurenberg leefde. Deze man leidde een zeer oppassend en godvruchtig leven, en had eene bijzondere liefde tot Jesus in het H. Sacrament. Daar hij niet dikwijls tot de tafel des Heeren kon naderen, trachtte hij dit door de geestelijke Communie te vergoeden. Op de feestdagen deed hij dit met eene bijzondere voorbereiding, a!s moest hij werkelijk te Communie gaan; onderzoek van geweten, biechten, \'s morgens akten van voorbereiding enz. En als het oogenblik der nuttiging van den Priester daar was, dan boog hij eerbiedig het hoofd, opende — in zijn eenvoud — den mond, als werd hem de H. Hostie toegereikt — en — o wonder! — de Heer kon aan den aandrang van zulk verlangen niet weerstaan, de brave man voelde de H. Hostie in werkelijkheid op zijne lippen drukken, terwijl hij in zijne ziel eene hemelsche vreugde gevoelde. (Ibidem.)

7. Om te sluiten, vermaan ik u, godvruchtige lezer, dikwijls geestelijkerwijze te communiceeren; tracht dit te doen: 1° in elke H. Mis bij de Communie van den priester; 2° bij elk bezoek

XX\'CVI

-ocr page 109-

GODVRUCHTIGE LEZING.

aan het H. Sacrament; daarom wordt bij elk bezoek de geestelijke Communie aanbevolen, met bijvoeging van eene oefening, die daartoe geschikt is. 3J Dikwijls door den dag, tusschen de dage-lijksche bezigheden; gij kunt ze gaande en staande doen, zonder eenig verlet: gij kunt ze doen door korte schietgebeden, ja door eene enkele verzuchting als deze : »Kom, Heere Jesus, kom... Ik

verlang vurig naar U____ kom tot mij, geef U

aan mij, want ik verlang vurig naai\' U,quot; enz.

§ v.

Samenspraak: met Maria.

1. De nietkatholieken verwerpen de vereering der beelden, als ware dit strijdig met de eer van God. Het is echter een punt van ons heilig geloof, dat het goed en voordeelig is de beelden te vereeren. De 11. Kerk wil dat wij beelden In de kerken hebben, om ze te vereeren. Zij zegt in het Concilie van Trente [ss. 25 de veneral: Sanct. et Imag.J «Bovenal zal er gezorgd »wordcn, dat men beelden van Christus, van de »Maagd en Moeder Gods en van andere Heiligen j)iii de kerken liebbe en beware, en daaraan de »verschuldigde eer en hulde bewijze, niet als »geloofde men, dat daarin eenige godheid of »kracht gelegen is, weshalve zij vereerd zouden «moeten worden; noch als wilde men er iets »van verkrijgen, noch als stelde men er verstrouwen op, zooals de heidenen deden, die op «hunne afgoden vertrouwden; maar omdat de »eer, die men er aan bewijst, terugkaatst op »den persoon dien zij verbeelden; zoodat wij in ))de beelden, die wij vereeren en waarvoor wij

XXXVII

-ocr page 110-

GODVRUCHTIGE LEZING.

»het hooftl buigen en neerknielen, Christus aan-»bidden, en de Heiligen, die er door verbeeld «worden, vereeren; hetgeen door de besluiten »der kerkvergaderingen, bijzonder door die der «tweede kerkvergadering van Nicea, tegen de «bestrijders der beelden is vastgesteld.quot;

2. Bovenal is het ons heilzaam de beelden der allerh. Maagd Maria te vereeren, omdat wij door liare voorspraak alles, wat ons ter zaligheid noo-dig is, van God kunnen verkrijgen. De Heiligen hebben er steeds met veel vrucht gebruik van gemaakt. De H. Bernardus is van gevoelen, dat Ood alle genaden uitdeelt door de handen van Maria; en Pater Suarez zegt: »\'t Is een god-«vruchtig gevoelen, algemeen door de leeraars »der Kerk aangenomen, dat de voorspraak van «Maria niet alleen voordeelig, maar ook eeniger-«mate noodzakelijk is om genaden te ontvangen.\'quot;

3. Do H. Alphonsus had een allergrootst vertrouwen op de voorspraak van Maria; ook nam hij alle gelegenheden te baat, om dat vertrouwen aan anderen mede te deelen. Altijd droeg hij eene beeltenis zijner Moeder bij zich. Toen hij nog maar twaalf jaren oud was, bevond hij zich eens ter uitspanning met zijne meesters en de overige leerlingen op een buitengoed. Terwijl andere kinderen zich gezamenlijk vermaakten,. verwijderde hij zich, en ging iu een afgelegen hoek van het bosch; hechtte zijn Maria-beeldje aan een boom, knielde voor hetzelve neder, en bleef daar in geestverrukking tot laat in den avond onbewegelijk bidden. Dagelijks bezocht hij eens of meermalen een beeld van Maria, ten einde haar zijnen verschuldigden eerbied te bewijzen; wanneer hij zijne kamer binnentrad, of er uit-

XXXVIII

-ocr page 111-

GODVRUCHTIGE LEZING.

ging, kusttc hij telkens een Maria-beeldje, dat ten dien einde aan de deur was vastgehecht. Dikwijls gebeurde het dat er heldere stralen uit liet beeld van Maria schoten en, ten aanzien van duizende menschen, op zijn hoofd neerkwamen, terwijl hij bezig was met over hare heerlijkheden te preeken. — Toen hij op zijn sterfbed door zware bekoringen gekweld werd, sloeg hij met vertrouwen zijne oogen op een Maria-beeldje, •en aanstonds voelde hij zich getroost en versterkt.

•4. Daar de H. Alphonsus de heilzame uitwerkselen der vereering van Maria door eigen ondervinding kende, heeft hij niet alleen gewild, dat de leden zijner Congregatie dagelijks een bezoek aan Maria voor een harer beelden zouden brengen, maar verlangde ook dat ieder christen dat doen zoude; daarom heeft hij bij elk bezoek tot Jesus in het H. Sacrament, een bezoek gevoegd tot Maria.

In navolging van onzen H. Vader Alphonsus, laat ik eveneens achter elke samenspraak met Jesus in hot H. Sacrament, eene samenspraak met Maria volgen, opdat, naarmate onze liefde tot Jesus grooter wordt, die tot Maria insgelijks toeneme. Ik heb de samenspraken met Maria genomen uit de eeretitels, die de H. Kerk haar geeft in de litanie van O. L. V. van Lorette; opdat de geloovigen des te beter do beteekenis en kracht dier eertitels zouden beseflen en opgewekt worden om die litanie met meer aandacht en devotie te bidden. Verder heb ik die samenspraken genomen uit het Salve It eg hm, waarin de schoonste oeretitels aan Maria gegeven worden.

5. De godvruchtige schrijvers spreken van ontelbare gunsten, die Maria verworven heeft voor diegenen, welke haar dikwijls in eene harer

XXXIX

-ocr page 112-

GODVRUCHTIGE LEZINC.

kerken, of voor een harer beelden kwamen vereeren. — Getuigen hiervan een H. Aloisius van Gonzaga, een H. Stanislaus Kostka, een eerbiedwaardige broeder Gerardus Majella van de Congregatie des Allerh. Verlossers, een zalige Joannes Berclimans en dnizende anderen. Maria liet die godvruchtige oefeningen niet onbeloond. Zij verwierf voor hare minnaars eene zalige vrees voor de zonde en voor alles, wat eenigs-zins aan God zou hebben kunnen mishagen T afkeer van de wereld en van al het aardsche, liefde tot de deugd, sterkte in do bekoringen, standvastigheid in de beproevingen, geduld in het lijden, en volharding in het goede tot het einde toe.

6. Ik sluit met de woorden van den H. Al-phonsus : «Tracht dan, beminde lezer, dagelijks, als gij Jesus in het Allerh. Sacrament gaat vereeren, ook aan Maria een klein bezoek te brengen. Indien gij die devotie met vertrouwen en liefde blijft verrichten, kunt gij groote dingen van die milddadige koningin verhopen, dier volgens het zeggen van den H. Andreas van Creta, de geringste diensten met de grootste genaden beloont.

O Maria, mijne lieve Moeder, mijne zoete hoop! wie zou u ooit kunnen vergeten? Wie zou ooit kunnen nalaten, u te bezoeken en te vereeren? — Neen, Maria, laat niet toe, dat ik zoo ontaard zij, noch een mijner lezers.— Wees onze troost in dit leven, onze bescherming in de gevaren, onze zegepraal in den strijd, onze volharding tot het einde toe, en onze zaligheid in lt;Ie eeuwigheid. Amen.

XL

-ocr page 113-

EERSTE REEKS

VAN SAMENSPRAKEN MET JESUS

IN HET

ALLERH. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORCEUEIDINGSGEBET).

O ziel, stol u ill Gods tegenwoordigheid 011 denk: God ziet mij. — Verborgen in het H. Tabernakel, let Hij op mij , en luistert naar mijn gebed, bereid om het te verhooren.

Ik geloof, allerliefste Jesus, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het Allerh. Sacrament des Altaars, met uwe Godheid en Menschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam, gelijk Gij glorievol in den hernel zijt. —-Ik geloof, dat Gij mij ziet, mij aanhoort, op mij let, en eenmaal van mij rekenschap zult vragen. — Ik ben niet waardig in uwe tegenwoordigheid te verschijnen, om de menigte mijner zonden en ondankbaarheden; maar Gij, (lie goed zijt en rijk in barmhartigheden, Gij wilt, dat ik tot U kome; daarom zal ik met vertrouwen tot U spreken, hoewel ik maar stof en ascli ben. — O driewerf heilige God, Vader, Zoon en heilige Geest! Verlicht mijn verstand, en beweeg mijnen wil, om deze samenspraak met

-ocr page 114-

VOORBEHEIDIXGSGEIIEI).

lieiligen eerbied, ware godsvrucht cn vurige liefde te verrichten, en er heilzame vruchten uit te trekken. Lieve Jesus, ontvang de verzuchtingen van mijn hart:

1 quot;■ Om uwe Opperheerschappij over mij en alle schepselen, cn onze afhankelijkheid van U te erkennen, en ü hier, ia vereeniging met alle engelen en heiligen, nederig te aanbidden.

2°. Om U te bedanken voor alle ontvangene weldaden, bijzonder voor de groote weldaad, van hier altijd tegenwoordig te blijven, en mij toe te laten tot U te naderen en U te aanbidden.

3°. Om de vergiffenis mijner zonden te verwerven, en de U aangedane oneer eenigermate te vergoeden; eindelijk:

4°. Om nieuwe weldaden te vragen, bijzonder om alles in vereeniging met uwen M. wil te verrichten, en steeds meer en meer in liefde tot U en het H. Sacrament toe te nemen.

Dierbare Jesus, geef mij uwe liefde, en laat niet toe, dat ik buiten U nog iets beminne. O hadde ik een oneindig getal harten, brandend van liefde, om U te beminnen, gelijk Maria U beminde, toen zij nog op aarde was, en gelijk zij U thans bemint, en eeuwig zal beminnen in den hemel... O hadde ik zoovele harten als er Tabernakels in de wereld zijn, om U overal te kunnen beminnen, bewijzen van eerbied te geven , en als eene godslamp van liefde voor IJ te branden, en van liefde te verteeren.... O kon ik sterven, opdat alle menschen U beminnen. ..!

Lieve Jesus, ik geef mij geheel aan U; handel met mij, en met alles, wat mij aangaat, volgens uw welbehagen. Ik zoek niets anders

2

-ocr page 115-

1. SAMENSPRAAK. 3

lt;lan uwe lieilige liefde, do volmaakte vervulling van uwen H. wil, en do volharding tot den dood.

0 Maria, bid voor mij, opdat ik bezield worde met dezelfde gevoelens, waarmede gij jegens het H. Sacrament des Altaars altijd bezield zijt geweest. Amen.

I. SAMENSPRAAK.

O ziel, verbeeld u in de zaal van het laatste Avondmaal te zijn, en te zien, hoe Jesus daar met zijn twaalf apostelen aan tafel zit. Hij zat in het midden; de apostelen, ook de apostel Judas, zaten links en rechts aan zijne zijde... Hij sprak vertrouwelijk met hen, gelijk een teerhartige vader, die afscheid neemt van zijne kinderen. Daar zij over zijn vertrek innig bedroefd waren, troostte Hij hen, zeggende: Uw hart worde niet ontroerd.... Ik zal u niet als weezen laten; Ik zul tot u komen.... Te dien dage, zult gij erkennen, dat Jk in mijnen Vader ben, en gij in Mij, en Jk in u. (Joan. XIV. 1.18. 20.) Deze woorden des Zaligmakers waren ongetwijfeld zeer troostend voor de diep bedroefde en weenende apostelen; maar zij zijn niet minder troostend voor mij, wijl ze nog voortdurend ten mijnen gunste in het H. Sacrament bewaarheid worden; daar vernieuwt Hij nog altijd diezelfde beloften, en schijnt ons nog voortdurend te zeggen: )gt;Uu) hart worde niet ontroerd; het ont-))stelle zich niet over de kruisen en wederwaar-»digheden, die u overvallen, noch over de be-sleedigingen, die u worden aangedaan. Ik zal ygt;v niet als weezen laten, maar Ik zal tot n

-ocr page 116-

I. SAMENSPRAAK.

»komen. Hier in het H. Tabernakel ben Ik «waarlijk en wezenlijk tegenwoordig, en zal er «altijd blijven tot het einde der wereld, om n »in al uwe noodwendigheden en beproevingen »te troosten, en te versterken.... Ik zal u doen verkennen, dat ik in mijnen Vader hen, en ygt;gij in Mij en Ik in u.quot;

Dierbare Jesus, zoo zijt en blijft gij hier dan altijd tegenwoordig, om mij in al mijne wederwaardigheden te troosten, en in al mijne gevaren bij te staan, en te helpen! O welke goedheid...! O welke liefde...! Hoe kunt Gij mij zoo beminnen...? Waar heeft men ooit cenen koning gevonden, die zijn hof verlaat, om in een ver afgelegen land onder zijne slaven zijn verblijf te nemen, ten einde hen te troosten, en in al hunne noodwendigheden hulp en bijstand te verleenen...? Neen, dusdanige koning wordt niet op de aarde gevonden, maar in den hemel. Gij, lieve Jesus, zijt die koning. Gij, hoewel de Koning der koningen, hebt uit liefde uw verblijf in ons midden gevestigd, en blijft altijd in het H. Sacrament tegenwoordig om ons in onze smarten te troosten, en in onze armoede met genaden te verrijken. Dierbare Jesus, hoe kunt Gij jegens een ondankbaren slaaf, gelijk ik ben, zoo goed, en zoo liefdevol zijn? maar ik integendeel, hoe kan ik jegens U zoo onverschillig, zoo koud en zoo liefdeloos wezen? Helaas, hoe traag en onachtzaam ben ik in U te bezoeken! Ik vind tijd, om vrienden te bezoeken, en mij langen tijd bij hen op te houden; maar ik vinei geen tijd, om tot U te komen, en eenige woorden van liefde en hoogachting tot U te spreken ! Nauwelijks ben ik bij U, of ik voel mij inwen-

4

-ocr page 117-

I. SAMENSPRAAK.

dig gejaagd, om U wederom te verlaten. Welke ontaarding! — welke ondankbaarheid ! Minnelijke Zaligmaker! ik schaam mij voor U, wanneer ik aan mijne ondankbaarheid en liefdeloosheid denk, en vraag er U rouwmoedig vergiffenis over. Ontferm U mijner, lieve Jesus, en wees mij,, arm zondaar genadig. Geef mij uwe liefde, opdat ik voortaan geheel aan U zij. Geef mij eene vurige, standvastige en edelmoedige liefde, opdat ik in het vervolg U dikwijls bezoeke, eu mij langen tijd bij U ophoude. Dierbare Jesus, trek mij altijd tot U, vereenig mij innig en onafscheidbaar\' met U, opdat deze uwe minzame woorden in mij bewaarheid worden. Te dien dage zult gij erkennen, dat Ik in mijnen Vader hen, en gij in Mij en Ik in u. O zoete woorden: gij in Mij en Ik in u. O ja, lieve Jesus, het zij zoo. — Gij in mij en ik in U! — Alzoo hoop ik, alzoo zij het, nu en in alle eeuwigheid. Gij in Mij, en ik in u! Amen.

GEESTELIJKE COMMUNIE.

Dierbare Jesus, ik geloof, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het Allerh. Sacrament des Altaars. Ik aanbid de liefde, die U bewogen heeft, het in te stellen en er altijd tegenwoordig te blijven en dank U daarvoor. —-Om de menigte mijner zonden en ondankbaar-heden ben ik niet waardig, in uwe tegenwoordigheid te verschijnen en veel minder, U te ontvangen. — Ik bemin U, lieve Jesus! — Ik bemin U, mijn God en al! — Ik bemin Ur mijn opperst en eenigst Goed! Kom tot mij;

-ocr page 118-

i. samenspraak.

geef U aan mij; want ik verlang vurig naar U. — Daar ik U thans niet wezenlijk ontvan--gen kan, bid ik U vurig, geestelijkerwijze tot mij te komen en in mij het vuur uwer liotile te ontstoken evenais had de ik u wezenlijk ontvangen. 0 Jesus, mijne liefde! Ontvlam mij gc-heel in liefde, opdat ik, met U vereenigd, in waarheid moge zeggen: Ik leef nu, niet ik, maar Jesus leeft in mij. Amen.

I. SAMENSPRAAK

met

MARIA. \')

Sancta Maria, ora pro nobis.

Heilige Marin, hid voor ons.

*3

O Maria, uw naam is heilig, zoet en krachtig. Telkens als ik uwen naam, dien heiligen naam Maria uitspreek, ontwaar ik troost in mijne smarten en sterkte in mijne zwakheden. Uw naam wordt niet zonder reden met olie vergeleken. Evenals de olie, verzacht hij de smarten

i) Na iedere samenspraak met Jesus in het H. Sacrament volgt eene samenspraak met de allerheiligste Maagd Maria. In die samenspraken worden de eere-titels overwogen, welke de H. Kerk haar geelt in de Litanie van O. L. I\', van Lorettn, ten einde derzel-ver beteekenis beter te leeren kennen, en ze met meer eerbied en godsvrucht te bidden.

-ocr page 119-

i. samenspraak. t

en bitterheden onzer ziel, geneest onze geestelijke wonden, de wonden namelijk , die de zonden in onze ziel gebracht hebben; en eindelijk ontsteekt in ons binnenste het vuur der Goddelijke liefde en doet onze zielen van liefde voor God branden. O Moeder Maria, daar ik mij om mijne onachtzaamheden en zonden in. een beklagenswaardigen toestand bevind, bid ik ii, u over mij te ontfermen, mij aan den machtigen invloed van uwen heiligen naam deelachtig te maken en zijne beteekenis in mij te verwezenlijken. De aanroeping van uwen naam zij mijn troost in bitterheden, mijne hoop in gevaren, mijn schild in bekoringen en mijn steun in den doodsstrijd. Steeds zij hij mij een honig in den moid, een zoet gehad in liet oor, en eene vreugde in het hart. Amen.

SLTJITGEBED

VAN DEN

HEILIGEN BERNARDUS.

Gebed Memorare. \')

Memorare. O piissima virgo Maria, non esse

1) Pius IX (11 December 184(1) verleent een aflaat va» 300 d\'ujcii aan alle geloovigen telken male als zij met een rouwmoedig hart het Memorare van den 11 üernardus bidden, en een vullen aflaat aan hen, di.; het da^eljjks eene maand lang zullen gebeden hebben, te verdienen op een dag naar verkiezing, mits zij, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bidden tot intentie van Zijne Heiligheid.

Deze aflaten zijn toepasselijk op de zielen in het vagevuur.

-ocr page 120-

II. SAMENSPRAAK.

auditum a stuculo, quemquam ad tua curren-tem praesidia, tua implorantcm auxilia, tua petentem sufiragia, esse derelictum. Ego tali animatus confidentia, ad te Virgo virginum, Mater, curro; ad te venio; coram te gemens peccator assisto. Noli Mater Verbi, verba mea despicere; sed audi propitia et exaudi. Amen.

Gebed MEMORARE.

Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat men nimmer gehoord heeft dat iemand, die tot u zijne toevlucht nam, uwen bijstand inriep, uwe voorspraak verzocht, door u verlaten is geworden. Van zulk een vertrouwen bezield, snel ik tot u, o Maagd der maagden, o Moeder. Tot u kom ik, voor u sta ik zuchtende over mijne zonden; wil o Moeder des Woords, mijne woorden niet versmaden, maar hoor zo gena-diglijk en verhoor mij. Amen.

II. SAMENSPRAAK MET JESUS

ix het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereilingsgereu. O Ziel Slel U, bl. 4.

O ziel, verbeeld u Jesus te zien in het H. Tabernakel, gezeten op een heerlijken troon, schitterend van luister en glorie, om u aan zijne genaden deelachtig te maken en u met weldaden te verrijken. — Gelijk Hij op het laatste Avondmaal bij zijne apostelen was, hen troostte, onderwees, en met genaden verrijkte, om hen

8

-ocr page 121-

II. SAMENSPRAAK.

vruchtbaar voor den hemel te maken; zoo is Hij in het H. Sacrament des Altaars voortdurend tegenwoordig, om u te troosten, te onderwij-I zen en met genaden te verrijken; ten einde u i vruchtbaar te maken voor den hemel.

Dierbare Jesus, moet ik clan gelooven, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, I om mij in mijne smarten en bitterheden te troosten, in mijne twijfelachtigheden te onderwijzen, in mijne armoede en geestelijke nood-\' wendigheden met genaden te verrijken en zóó vruchtbaar voor den hemel te maken.... ? Ja | zeker moet ik dat gelooven. Ook geloof ik het vastelijk en ben bereid met de hulp uwer genade voor dat geloof te sterven. Lieve Jesus, zoo zijt gij hier dan waarlijk en wezenlijk tegenwoordig, en wel om mij te troosten en met weldaden te verrijken! O welke goedheid.,..! O welke liefde...! Hoe kunt Gij mij zoo beminnen en jegens een zoo ondankbaren zondaar, zooals ik ben, zoo genadig en barmhartig zijn.... ? Ofschoon Gij stervend de wereld moest verlaten om tot uwen Vader terug te keeren, was het U toch niet mogelijk mij te verlaten: (laai\'voor was uwe liefde te groot; zij praamde U om altijd bij mij te blijven, evenals hadde uw geluk van mij afgehangen. — Dierbare Jesus, hoe kunt Gij mij zoo beminnen, daar Gij oneindig volmaakt zijt en mij in geenen deele noodig hebt? Hoe kunt Gij zoo verlangend zijn, om U met mij te vereenigen, dat Gij mij van uit het H. Tabernakel altijd toeroept: blijf in Mij en Ik in u... Ik hen de wijnstok; gij zijl de ranken; \'U\'ie m Mij blijft en in wien ik hlijve, hij zal ] vele vruchten voortbrengen. (Joan. XV. 4. 5.)

9

-ocr page 122-

II. SAMENSPRAAK.

10

Minnelijke Zaligmaker, zoo zijt Gij hier dan altijd tegenwoordig om U mot mij te vereeni-gon en mij, als een bloeiende wijngaardrank vruchtbaar te maken in verdiensten en goede werken....! Hoe komt het dan, dat ik zoo weinig vruchten voortbrenge ? Helaas, het komt omdat ik nog zoo liefdeloos tegen U ben — zoo traag in U te bezoeken en zoo onachtzaam in U te aanbidden....! Vrienden hier op de wereld zijn gaarne bij elkander en vermenigvuldigen, zoo veel mogelijk, hunne bezoeken. Maai\' helaas, ik bezoek U zoo zelden en verveel mij zoo spoedig bij U; nauwelijks ben ik eenige oogenblikken bij U, ot\'ik haast mij U wederom te verlaten. O mijn Jesus, hoe is is het mogelijk, dat ik zoo weinig liefde tot U heb en zoo weinig bezorgd ben ü te bezoeken en te aanbidden....! Lievo Jesus, ik vraag U ootmoedig vergiffenis voor mijne onachtzaamheden en zorgeloosheid, en maak liet voornemen, U voortaan dikwijler te bezoeken, eerbiediger voor U te verschijnen en langer bij U te vertoeven. Minnelijke Zaligmaker, ontferm U mijner, trek mij tot U, vereenig mij geheel met U en maak dat ik voortaan leve onder den invloed uwer genade, gelijk de rank leeft door het sap van den wijnstok, ten einde vele vruchten voort te brengen ten eeuwigen leven. — O Jesus, mijn God en mijn al! ik geef mij geheel aan U. Ontvang mij en alles wat in mij is, opdat illt; geheel aan U zij. Ik wd geen hart meer hebben dan om U te beminnen ; geen geheugen dan om aan U te denken; geen verstand dan om het ten dienste van het geloof gevangen te geven; geenen wil dan om te willen wat Gij wilt un in alles aan uwen wil

-ocr page 123-

II. SAMENSPRAAK.

gelijkvormig tc zijn. Met één woord, ik wil geheel aan IJ zijn. Ik wil niet, dat er een enkel zintuig, een enkel doeltje in mij zij, dat niet voor U is. O welke zalige gedachte: f/eheel aan Jesus zijn...! zich yeheel mei Hem vereenigen...! O zalige vereeniging! God gave dat ik zoo gelukkig ware... o, dan zou ik vele vruchten ten eeuwigen leven voortbrengen, gelijk gij zelf mij vci\'zekerd hebt, zeggende: Ik hen de wijnstok : gij zijl de ranken. Wie in mij blijft en in wien ik blijve, zal vele vruchten voortbrengen. Alzoo hoop ik. Alzoo zij het. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, enz. bladz. 5.

II. SAMENSPEAAK

.met üe

H. M A A G D M A R 1 A.

Sancla Dei Genitrix, ora pro nobis.

Heilige Moeder Gods, bid voor ons.

O Maria, ik erken en vereer u als do Moeder van God. wijl Gij Jesus, waarachtig God gelijk de Vader, door de werking van den II. Geest in uwen schoot ontvangen en zonder smart of verlies uwer maagdelijke zuiverheid gebaard hebt. — Daar gij Moeder van God zijt, zijt gij het vcrhevenste aller schepselen en gaat gij de engelen zeiven in waardigheid te boven. Door uw goddelijk moederschap zijt gij de Godheid

Samenspr. 8

11

-ocr page 124-

ui. samenspraak.

zoo nabij gekomen als dit voor cenig schepsel mogelijk is en zondt gij met Hem niet nauwer kunnen vereenigd worden, tenzij gij zelve God waart. De gelukzalige Albertus de (ïroote zegt: magis Deo conjimgi, nisi fieret Deus, non po-tuit. ))Zij kon niet nauwer met Go 1 vereenigd worden tenzij zij zelve God werd.quot; Als Moeder van God hebt gij eene zekere macht, een zeker gebied over Jesus zeiven ontvangen, en is Hij bereid uwe bevelen te volbrengen. De H. Ber-nardus zegt: imperia Virginis omnia famu-lantur, etiam ipse Deus. «Alles, God zelf, gehoorzaamt aan de bevelen der Maagd.quot; Alles wat zij hem vraagt, verkrijgt zij, omdat zi j alvermogend bij Hem is. Wat God kan door natuur, kan zij door genade. — O Maria, met dit vertrouwen nader ik tot u en bid u, medelijden niet mij te hebben. Aanschouw den ellen-digen staat mijner ziel en ontferm u mijner. Groot zijn de gevaren die mij van alle kanten omgeven; bid derhalve voor mij, opdat ik volharde en het geluk hebbe bij mijn sterven zegevierend ten hemel opgenomen te worden en God in alle eeuwigheid te verheerlijken. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bl. 7.

III. SAMENSPBAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooubere1dingsgered. O ziel, Stel U, bl. 1.

O ziel, verbeeld u Jesus in het H. Sacrament te zien op een verheven en luisterrijken

12

-ocr page 125-

III. SAMENSPRAAK.

troon, zeggende: Ik hen voortgesproten uit den mond des Allerhoogsten. Ik ben vóór alle schepselen geboren. Mijne icoonstede is in den Hooge en mijn troon in de wolkzuil. Ik voer het gebied over alle volken. Bij dit alles heb Ik eene rustplaats gezocht en zal Ik iconen in de erfenis des Heeren. En zoo ben Ik gevestigd in Sion en blijf Ik rusten in de heilige stad. (Eccli XXIV. 5. 7. 10. 11. 15.)

Dierbare Jesus, van alle eeuwigheid uit God geboren, waarachtig God gelijk de Vader en de H. Geest, verheven boven alle schepselen en •over alles gebied voerende, Gij hebt dan eene rustplaats op aarde gezocht en gevonden in het H, Sacrament des Altaars, waar Gij uwen troon zoodanig gevestigd hebt, dat Gij er altijd, dag en nacht, tegenwoordig zijt en altijd zult blijven tot het einde der wereld, om ons in onze baliingschap gezelschap te houden, in onze kwellingen te troosten en in onze armoede met genaden te verrijken. — O welke goedheid! O welke liefde! Gij, hoewel oneindig gelukkig in den hemel, hebt dan uwe rustplaats in ons midden gezocht en gevonden in het H. Tabernakel! — Gij hebt dan uwen troon voor altijd in ons midden gevestigd, zonder ons een oogen.-blik te kunnen verlaten! — Gij zijt dan altijd gereed om onze komst af te wachten, onze smeekingen te aanhooren en ons met weldaden te overladen! Minnelijke Jesus, wat heeft U bewogen ons zóó te beminnen? Hebt Gij ons voor iets noodig of hebt Gij iets van ons te verwachten? — Neen, ziel, in het minste niet; wijl Ik in Mij en door Mij zeiven oneindig gelukkig ben. — Dierbare Jesus, wat heeft U dan.

13

-ocr page 126-

III. SAMENSPRAAK.

14

bewogen, om altijd bij ons te blijven? — O ziel,, niets anders dan de liefde; zonder Mij waart gij ongelukkig, en, ofschoon Ik wist dat gij ondankbaar zoudet zijn, bad ik tocli medelijden met u, omdat Ik u grootelijks bemin en niets-anders verlang dan u gelukkig te zien. O ziel,, zult gij dan nog langer ongevoelig jegens Mij. blijven of Mij uwe liefde weigeren.\' — Neen-lieve Jesus, nooit meer! Roods al te lang ben-ik jegens U ondankbaar geweest; voortaan wil ik U beminnen: ik wil U veel beminnen; ik wil U beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten; wijl Gij bet opperste Goed en alle liefde waardig zijt. Hoe is het mogelijk dat er menschen zijn, die U niet beminnen, en verwaarloozen U in het H. Sacrament te bezoeken en te aanbidden? Ach,, hoe zeer zijn die menschen te beklagen...! Vooral beklaag ik den tijd, waarop ik U niet beminde en verwaarloosde U te bezoeken. Ongelukkige tijd, toen ik U vergat en mijn vermaak buiten U in ijdelheden zocht...! Ontferm U mijner, lieve Jesus, en vergeef mij mijne ondankbaarheden en trouweloosheden. Herstel mij in uwe genade-en geef, dat ik U voortaan oprecht beminne. Or zoo ik eens geheel in liefde tot U ontvlamde , om buiten U niets meer, tenzij om U, te beminnen en voortdurend uit liefde tot U gedreven te worden, gelijk de H. Catharina van Genuar die niets anders verlangde dan bij het H. Tabernakel te zijn en ü in de H. Communie te ontvangen. De gedachte alleen aan het H. Sacrament, des Altaars verwekte in haar eene zoo vurige liefde en een zoo grooten honger, dat zij haar zelve niet meer meester was. In alle andere dingen kon

-ocr page 127-

III. SAMENSPRAAK.

zij haren wil naar dien van anderen schikken, maar in dit punt was zij haar zelve niet meester. Als haar biechtvader tot haar zeide: »Ik wil niet dat gij te Communie gaat;quot; was zij wel vaardig en eenvoudig gehoorzaam, eu zeide: »Zeer goed. Vaderquot;! Evenwel kan ik niet zeggen gelijk gij: »Ik wil niet te Communie gaan;quot; want ik zou wel willen. Niets ter wereld kon liaar gelukkig maken noch genoegen verschafl\'eii dan Jesus. Wanneer zij door de H. Communie met Hem vereenigd was, was zij zoo gelukkig, dat geen lijden haar kon ontstellen. Zij benijdde de priesters, die het voorrecht hebben, de H. Hostie aan te raken en zich zeiven de H. Communie te geven; die heilige afgunst vermeerderde nog op het feest van Kerstmis, als het den priesters vergund is driemaal hot H. Misoffer op te dragen en te communiceeren. In hare eenvoudigheid en in de vurigheid barer liefde deed zij minzame klachten aan Jesus, wijl haar dat geluk niet gegeven was.

O ziel, hoedanig is uwe liefde? is Jesus uw •eenige troost? wordt gij altijd tot Hem getrokken? voelt gij ii gelukkig, als Hij bij u is en gij bij Hem? — Dierbare Jesus, hoe Hauw is mijne liefde en hoe zelden denk ik aan U! — Geef mij, bid ik (J, eene vurige en zuivere liefde, om (J alléén te beminnen, U alléén t; 2oeken, U alléén aan te kleven: Gij toch zijt mijn eenige troost; buiten U kan mij niets gelukkig maken. O Jesus, trek mij altijd tot U en geef dat ik altijd, zelfs te midden der drukste bezigheden, mij met U vereenigd boude. Hoe zoet is het, altijd met U vereenigd te zijn en te midden aller bitterheden, moeilijkheden ca

15

-ocr page 128-

iii. samenspraak.

kruisen dooi- U getroost, geholpen en verlicht te worden! — Van nu af geef ik mij geheel en voor altijd aan U en aan het H. Sacrament, om immer voor U te leven, alles voor U te lijden en eindelijk voor U te sterven. Zoo hoop ik, lieve Jesus, zoo zij het. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

III. SAMENSPRAAK

met de

II. MAAGD MARIA.

Sancta Virgo virginum, ora pro nobis.

Heilige Maagd der maagden, hid voor on.v..

O Maria, ik verheug mij, u te mogen begroeten met den heerlijken eeretitel: Maagd der maagden, — een titel, dien gij zoo overwaardig zijt, wijl gij u zelve het eerst van allen aan God hebt toegewijd door gelofte van eeuwige-zuiverheid en het zuiverste en onbevlektste van allen voor zijn aanschijn geleefd hebt. Gij waart Moeder en tevens Maagd. — Gij waart Maagd vóór het baren, in het baren en na het baren. O Maria, ik loof en prijs u om uwe maagdelijke zuiverheid, waardoor gij den engelen tot bewondering diendet, behagelijk waart in Gods oogen en waardig bevonden werdt, de Moeder van Jesus te worden. De schitterende glans uwer onbevlekte zuiverheid heeft duizenden van beiderlei geslacht bewogen, om de wereld met 4il hare bekoorlijkheden en vermaken te veria-

16

-ocr page 129-

iv. samenspraak.

ton, zich door gelofte van zuiverheid aan den dienst des Heeren toe te wijden en hunne vrijheid , ja hun leven zelfs edelmoedig ten oflor te brengen ; ten einde die kostbare deugd der maagdelijke zuiverheid ongeschonden te bewaren.

O Maria, Maagd der maagden, voorbeeld van allo deugden, maar bovenal der maagdelijke zuiverheid, ik bid u, verwerf mij de genade, dat ik de heilige deugd van zuiverheid zoo naar ziel als lichaam, zoo beoefene, dat ik over alle bekoringen zegeviere en het geluk hebbe in den hemel, in het gezelschap der maagden, \'s Heeren lof in alle eeuwigheid te zingen Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 8.

IV. SAMENSPBAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O ziel, Stel U, bl. 1.

O ziel, verbeeld u, Jesus in het H. Tabernakel te zien op een verheven troon, vol luister en glorie, omgeven van millioenen engelen, die Hem aanbidden. — Verbeeld u verder, dat Hij u uitnoodigt, tot Hem te komen, zeggende: komt tot Mij allen die begeeruj naar Mij zijt, en verzadigt u met mijne vruchten; want mijn geest is zoeter dan honig en mijne erfenis zoeter dan honig en honigraten. (Eccli XXIV. \'26. 27.) Dierbare Jesus, hoe troostend zijn voor mij die woorden....! Zijt Gij dan waarlijk en wezenlijk in het H. Sacrament tegenwoordig, om U met mij te vereenigen en mij met uwe

47

-ocr page 130-

IV. SAMENSPRAAK.

18

vruchten to verzadigen. — Gij, die zoeter zijt dan honig en door wien alle quot;genade, hulp en hoop van leven en dood is ? O welk ecne goedheid! welk eenc liefde!... Waardoor of wanneer heb ik eene zoo groote genade verdiend? Helaas, ik ben een nietige aardworm , een ondankbaar schepsel, een trouwelooze zondaar en onwaardig eenige genade te ontvangen. Desniettegenstaande zijt Gij bereid, mij de grootste aller genaden, ja de bron van alle genaden, U zeiven, te geven. Komt, zegt Gij, komt lot Mij allen, die begeerü/ naar Mij zijt en verzadigt u met mijne vruchten. — O zoete woorden, o minzame uitnoodi-ging!... waar liceft men ooit eene zoo teerhartige moeder gevonden — eene moeder, die zulke liefde aan haar eenig en teergeliefd kind betoont , gelijk Gij mij betoont in het 11. Sacrament des Altaars?... Mot welke lankmoedigheid verdraagt Gij, uit liefde tot mij, de veelvuldige beleedi-gingen, die U hier ten allen tijde, op alle plaatsen en door alle soorten van personen worden aangedaan; integendeel met welke mildheid beloont Gij dengene, die met vertrouwen eu liefde tot U nadert! In hem bewaarheidt Gij de beloften, waarvan de Wijze man spreekt, zeggende: Ik ben de moeder der sclwone liefde, der vrees, der kennis en der heilige hoop. In Mij is alle genadehulp van den weg en de waarheid. In Mij is alle hoop van leven en deugd... Dierbare Jesus, hier aan den voet van het H. Tabernakel eerbiedig voor U noorgebogen, vertrouw ik, dat Gij deze uwe beloften in mij zult vervullen. Geef mij die schoone, die reine liefde, wier moedor Gij zijt, eu welke Gij baart in de harten uwer lievelingen. Ach, ik bid U,

-ocr page 131-

IV. SAMENSPRAAK.

jt 5 geef mij de liefde, om U alléén te beminnen.

n : O Jesus, ook zijt Gij de Moeder der vrees; baar

1- derhalve in mij eene ware, eene kinderlijke vrees,

«r om alles te vermijden, wat eenigszins aan uwe

s, heilige oogen zou kunnen mishagen. Ook zijt Gij

r de Moeder der kennis; baar in mij eene ware,

u- eene heilige kennis, — de kennis van het geloof

Ie en van de geheimen van den godsdienst — de

i, kennis der heiligen, (Scientia Sanctorum) om

i. al het aardsche als slijk te verachten en het

\'il hemelsche als kostbare parelen te zoeken. Ook

(- zijt Gij de Moeder der heilige hoop; baar dus

i- ook in mij de heilige hoop, om mijn vertrouwen

e nooit op eenig schepsel, maar alléén op U te

e; vestigen. Minnelijke Zaligmaker, ontferm (J mijner, en trek mij geheel tot U. Hoe spijt het mij,

!S mij ooit van U verwijderd , of buiten U eenig

;t vermaak gezocht te hebben. Ik maak nu het

i- besluit, U alléén te zoeken, in U alléén mij te

Ie verheugen en te verblijden, alsmede U di\'cwijler te bezoeken, eerbiediger voor U te verschijnen

d en langer bij U te vertoeven. — Hoe groot en

u troostend is het mij bij U te zijn!... Uw geest

e is mij zoeter dan honig, en uwe vertroostingen gaan alle wereldsche vertroostingen oneindig ver

■, te boven. Ik geef mij derhalve, zonder eenig

n, voorbehoud, geheel aan U, en stel mij geheel

\'e in uwe handen, om naar verkiezing met mij te

/i handelen.— Ontvang mij met alles, wat in mij

n is of mij toebehoort. — Ontvang mijne ziel en

i, mijn lichaam, mijn verstand, mijn geheugen,

ij mijnen wil en mijne gansche vrijheid. — Ont-

e vang mijn gezicht, mijn gehoor, mijnen reuk,

•t mijnen smaak en mijn gevoel. — Ontvang mijue

, gedachten, woordenen werken. — Ontvang mijne

19

-ocr page 132-

IV. SAMENSPRAAK.

verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen. — Eindelijk, ontvang mijn leven en mijnen dood; mijnen tijd, elk oogenblik van mijnen J tijd en mijne gansche eeuwigheid. Maak dat er ; volstrekt niets in mij blijve wat niet voor U is; 1 want ik wil voortaan geheel en alléén aan U zijn. Dierbare Jesus, ontsteek in mij het vuur uwer liefde, en geef mij de genade, dat liefdevuur meer en meer te voeden. Wat kan er wenschelijker, wat heilzamer zijn, dan die zuivere en vurige liefde, waarmede men God bemint boven al, zonder eigenbelang of verdeeldheid. — Eene liefde, waardoor men Hem bemint uit geheel zijn hart, uit geheel zijne ziel en al zijne vermogens. — Eene liefde, waardoor men geheel aan Hem is, zonder iets anders meer te beminnen. Minnelijke Zaligmaker, geef mij die schoone liefde, opdat ik voortaan het aardsche en vergankelijke verachte, en steeds aangezet worde, U alléén te zoeken , aan U alléén te denken, voor U alléén te arbeiden, en eindelijk uit liefde voor U alléén te sterven. — O Jesus, mijne liefde! — Zoo hoop ik. — Zoo zij het. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

20

-ocr page 133-

iv. samenspraak.

IV. SAMENSPKAAK

met de

H. MAAGD MARIA.

Mater Christi, ara pro nobis. Moeder van Christus, bid voor ons.

O Maria, met eerbied en bewondering bc-quot;f- schouw ik uwe verheven waardigheid van Moe-l der van Christus. Gij kunt met waarheid tot Jesus, den eeniggeboren Zoon des Vaders zeg-l ~ quot;f n , wat do moeder der Machabeën tot haar

np— o \' ...

. kind zeide; Ik heb u negen maanden m rny-znen schoot gedragen ; Ui heb u met tie moe-alquot; \' dermelk gevoed en opgekweekt. — 0 Maria, a;Lquot; zeker kan u geen schooner, geen verhevener cel\' eerenaam gegeven worden dan die van: Moeder ïa.quot; van Christus. — De heerlijkheid zijner God-etTj heid straalt op u terug, doet u scliitteren boven den glans der zon en verheft u boven alle ,en\' schepselen, zelfs boven de engelen eu heili-quot; gen. — O Maria, Moeder van Christus, gewaar-00^ dig u ook, mijne moeder te zijn. — Hoe zoet en troostend is het voor mij, te mogen zeggen: Maria, Moeder van Christus en mijne Moeder, hid voor mij. Geve God, dat ik mij door een deugdzaam en heilig leven den naam van kinigt; van Maria waardig make, en het geluk hebbe, steeds hare bescherming te genieten, om niet te struikelen en in den afgrond te storten!

O Maria, mijne moeder, bescherm mij, bestier mij, geleid mij en maak mij zalig. Amen.

21

Si.uitgered. Memorare, bladz. 7.

.

-ocr page 134-

IV. SAMENSPRAAK.

verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen. — Eindelijk, ontvang mijn levtn en mijnen (lood; mijnen tijd, elk oogenblik van mijnen tijd en mijne gansche eeuwigheid. Maak dat er volstrekt niets in mij blijve wat niet voor U is; want ik wil voortaan geheel en alléén aan U zijn. Dierbare Jesus, ontsteek in mij het vuur uwer liefde, en geef mij de genade, dat liefdevuur meer en meer tc voeden. Wat kan er wenschelijker, wat heilzamer zijn, dan die zuivere en vurige liefde, waarmede men God bemint boven al, zonder eigenbelang of verdeeldheid. — Eene liefde, waardoor men Hem bemint uit geheel zijn hart, uit geheel zijne ziel en al zijne vermogens. — Eene liefde, waardoor men geheel aan Hem is, zonder iets anders meer te beminnen. Minnelijke Zaligmaker, geef mij die schoone liefde, opdat ik voortaan het aardsche en vergankelijke verachte, en steeds aangezet worde, U alléén te zoeken , aan U alléén te denken, voor U alléén te arbeiden, en eindelijk uit liefde voor U alléén te sterven. — O Jesus, mijne liefde! — Zoo hoop ik. — Zoo zij het. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

20

-ocr page 135-

iv. samenspraak.

IV. SAMENSPBAAK

met de

H. MAAGD MARIA.

Mater Christi, ora pro nobis.

Moeder van Christus, bid voor ons.

O Maria, met eerbied en bewondering beschouw ik uwe verheven waardigheid van Moe-! der van Christus. Gij kunt met waarheid tot Jesus, den eeniggeboren Zoon des Vaders zeggen , wat de moeder der Machabeën tot haar kind zeide ; Ik heb u negen maanden in mijnen schoot gedragen ; ih heb u met de moedermelk gevoed en opgekweekt. — O Maria, zeker kan u geen schooner, geen verhevener ; eerenaam gegeven worden dan die van: Moeder van Ciiristus. — De heerlijkheid zijner God-heid straalt op u terug, doet u schitteren boven den glans der zon en verheft u boven allo-schepselen, zelfs boven de engelen en heili-; gen. — O Maria, Moeder van Christus, gewaar-dig u ook, mijne moeder te zijn. — Hoe zoet en troostend is het voor mij, te mogen zeggen: Maria, Moeder van Christus en mijne Moederr bid voor mij. Geve God, dat ik mij door een deugdzaam en heilig leven den naam van kinigt; i van Maria waardig make, en het geluk hebbe. 1 steeds hare bescherming te genieten , om niet te struikelen en in den afgrond te storten!

O Maria, mijne moeder, bescherm mij, bestier mij, geleid mij en maak mij zalig. Amen. Sluitgebei). Memorare, bladz. 7.

21

-ocr page 136-

V. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED. O ziel, Stel U, bl. 1.

O ziel, nader iti uwe armoede met vertrouwen tot Jesus, die oneindig rijk is, en altijd bereid u in uwe behoefte te helpen. — Kniel ■eerbiedig en biddend voor bot H. Tabernakel neder, om uwen goddelijkcn Zaligmaker te aanbidden en onderstand in uwe armoede te vragen. Uit liefde tot u is Hij daar altijd tegenwoordig cn steeds bereid, n met goedheid en liefde te ontvangen. De profeet Isaïas zegt: (3U. 18.) De Heer wacht om zich over 11 te ontfermen ; en mooi ligt u uit, om tot Hem te komen, zeggende: Indien iemand dorst heeft, Hij korne tot Mij. •(.loan. 7. 37). Ik zal den dorstige uit Je fontein van het loater des levens geven. (Apoc. 21. 7.)

Dierbare Jesus, hoe zoet en troostend zijn mij deze uwe uitnoodigingen...! Ik ben arm en behoeftig ; ik heb gebrek aan alles; maar Gij, ■oneindig rijk, wacht in het H. Tabernakel, om U over mij te ontfermen en mijne dorstige ziel uit de fontein der levende wateren te laven, ■en haar door de zoetheid uwer genade te verkwikken.. U welken overvloed van genaden hebben de heiligen niet uit de fontein van het H. Sacrament geput...! Dewijl zij afkeer hadden van zinnelijke voldoeningen in spijs en drank en van ijdele vermaken der wereld; en integendeel dorstig naar U waren, werden zij rijkelijk verkwikt door de zoetheid uwer genade, en

-ocr page 137-

V. SAMENSPRAAK. L2\'J-

I ontvingen zij schatten van hemelsche gaven.— ZÜ vonden bij U eene zoo groote rust en tevredenheid , dat zij verlangden altijd bij U te-kunnen blijven, en zich geweld moesten aandoen,, als de tijd daar was, om U te moeten verlaten.. ontvingen zij schatten van hemelsche gaven.— ZÜ vonden bij U eene zoo groote rust en tevredenheid , dat zij verlangden altijd bij U te-kunnen blijven, en zich geweld moesten aandoen,, als de tijd daar was, om U te moeten verlaten..

De gravin van Feria, eene kloosterzuster uit de orde dei\' H. Clara, werd de bruid van het II. Sacrament genoemd, om de liefde die zij il tot Jesus had in het H. Sacrament, en om den ■1 langen tijd dien zij aan den voet van het ïl II. Tabernakel doorbracht. Toen men haar eens i- vro.-g, wat zij daar zoo lang deed? Antwoordde 1. \' zij: sik zou (laar altijd willen blijven. Vindt men o- »{lan in het 11. Sacrament niet wezenlijk God, e »die het genot der zaligen is?quot; en zij riep met V; aandoening en in verwondering uit: «Mijn God,, n «men vraagt wat men er doet.... Men bemint, i: ))inen looft, men dankt, men bidt...! Wat doet ƒ. : »een arme in de tegenwoordigheid eens rijken;. li »cen zieke bij den geneesheer; een dorstige bij .) scene heldere waterbron; een hongerige bij eene ij »rijk voorziene tafel.quot; Ieder doet zijn best, om zich het noodige in zijnen behoeftigen toestand j, te verschafl\'en. — Hetzelfde doen do godmin-m nende zielen, als zij voor quot;het II. Sacrament el neergeknield zijn, en hulp vragen in de geeste-^ lijke behoeften hunner ziel. — En ik, helaas, verwaarloos het...! Het gedrag der wereldlingen [)- ■ zou mij ten voorbeeld moeten strekken. — Een ot arm en behoeftig man wendt zich tot den rijke, om eene aalmoes te ontvangen; en ik, alhoewel ,!lt; arm en behoeftig naar de ziel, ik verzuim mijne n- toevlucht te nemen tot U. — Ach, hoe kan ik jk zoo onachtzaam zijn.... 1 Uwe goedheid is zoo ■n grool, dat Gij in het H. Sacrament voortdurend

-ocr page 138-

V. SAMENSPRAAK.

•24

i

tegenwoordig blijft, oin U over mij te ontfermen , en toch verzuim ik tot U te naderen. Dierbare Jesus, ik vraag U van ganscher liarte vergiffenis voor deze onachtzaamheid en kom thans met groef vertrouwen tot U, om U mijne noodwendigheden en behoeften bloot te leggen. Dierbare Jesus, ik erken nederig, dat ik geheel iirm en behoeftig ben. Ik ben arm in deugden; arm in goede werken; arm in verdiensten. — Ik ben integendeel vol fouten en gebreken; vol ■eigenliefde, vol hoogmoed en zucht om te behagen. Ach, hoezeer ben ik nog gehecht aan ijdele vermaken en zinnelijke voldoeningen van ■eten, drinken, slapen, uitspanningen, feesten ■enz.... 1 Hoe ongeduldig! Hoe lichtzinnig! Hoe onverstorven in het zien, hooren en spreken! — Hoe koud en ongevoelig in do meditatie...! Hoe verstrooid in het gebed...! Hoe onverschillig bij Jiet ontvangen der HH. Sacramenten...! In één woord, hoe traag in het goed — hoe onachtzaam in het volbrengen mijner plichten en hoe geneigd tot het kwaad. — Ziedaar lieve Jesus, lt;lon ellendigen en armoedigen staat mijner ziel...! zoudt Gij daarvoor ongevoelig kunnen blijven of\' mij uwe genade weigeren...? Neen, lieve Jesus, dat kunt Gij niet; daarvoor is uwe goedheid te groot en uw verlangen te vurig, om mij te helpen ; Gij immers zijt hier in liet H. Tabernakel, om U over mij te ontfermen en mij met weldaden te verrijken. Dierbare Jesus, wees mij derhalve genadig en ontferm U mijner. Storit uwe genade milddadig over mij uit; maak mij rijk in deugden, rijk in goede werken, rijk in verdiensten, en bovenal, geef mij e;ne vurige liefde, eene zuivere en standvastige liifde om U

-ocr page 139-

V. SAMENSPRAAK.

- : alléén te beminnen. O ja, lieve Jesus! geef mij . 1 uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk e ;: genoeg en vraag U niets anders meer. Amen.

11 r--; Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

ïi --

2 V. SAMENSPBAAK

gt;\' \' MET DE

\' H. MAAGD MARIA.

quot; Mater divince gratice, ora pro nobis

Moeder der goddelijke genade, hid voor ons.

Allergezegendste Maagd Maria, gij zijt waarquot;

ie lijk de Moeder der goddelijke liefde; gij im-

iij mers zijt het kostbare kanaal, waarlangs het Gode

n behaagt zijne genade over ons uit te storten, t- ; (11. Bernardus.J En hoe zou liet anders kun-

)e nen zijn, aangezien de Heer zelf, de Gever van

s, alle goed en de Bron aller genade, u tot de

.! waardigheid van Moeder Gods verheven en met

of zulk een overvloed van genade vervuld heeft,

s, dat de engel Gabriel u vol van genade noemde,

te zeggende : Wees gegroet, vol van genade. te O Maria, Moeder der goddelijke genade, daar

!•. mijne onwaardigheid, mijne ellende en mijne

et zonden mij wederhouden, om onmiddellijk tot

lij God te naderen, wend ik mij tot u en smeek

irt ik u, mij aan de volheid uwer genade deelach-

iij tig te maken. —- Gelijk een kind in alle nood-

in wendigheden zich wendt tot zijne moeder, zoo

ge nader ik thans met een kinderlijk vertrouwen

U tot u, u biddende, medelijden met mij te heb-

25

-ocr page 140-

vi. samenspraak.

l)cii cn mij aan Gods genade deelachtig te maken ; opdat ik alle zonden zorgvuldig vermijde, steeds voortgang make in deugden en goede werken, en in het goede volharde tot het einde toe. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

VI. SAMENSPHAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED. 0 ziel, Stel U, bl. 4.

O ziel, dorstig — gelijk een hert naar de quot;waterbronnen,— naar Jesus, uwen goddelijken Zaligmaker: nader met vertrouwen tot het heilig Tabernakel, waar Jesus wezenlijk tegenwoo-dig is, om u uit de bronnen zijner goddelijke genade met een heilzamen drank van zaligheid te laven.

Wat doet een dorstige bij eene heldere waterbron, vroeg de gravin van Feria, die vurige bruid van het H. Sacrament? — Hij tracht er zijnen dorst te lesschen. Hetzelfde doet eene godminnende ziel bij het H. Sacrament des Altaars. Zij heeft een geestelijken dorst, die door geene aardsche genoegens kan gelescht worden. Dat gaf Jesus te kennen aan de Samaritaansche vrouw, toen zij water kwam scheppen uit den put van Jacob : Al wie van dit water drinkt, zal wederom dorst krijgen ; maar tvie drinkt van het water, dat Jk hem lt;jeven zal, zal in eeuwigheid niet dorsten. (Joan. IV. 13.)

O ziel, ziedaar de minzame belofte, die Jesus

\'20

-ocr page 141-

VI. SAMENSPRAAK.

aan de Samaritaansche vrouw deed, en die Hij van uit liet H. Tabernakel nog doet aan allen; ons verzekerende, dat wij nooit verzadiging zullen vinden in de wereld noch in hare goederen, maar altéén in Hem en zijne genade, als wilde Hij zeggen: O ziel, hecht uw hart niet aan de wereld, noch aan hare goederen, vermaken , grootheden of\' bekoorlijkheden , want niets van dit alles kan uwen dorst lesschen noch uw hart bevredigen. Integendeel vestig de genegenheden van uw hart op Mij; Ik ben uw üod en uw al; — Ik ben do bron van alle goed, van alle genade en vertroostingen ; Ik alléén kan uwen dorst lesschen en de verlangens van uw hart bevredigen. Kom derhalve tot Mij, om verzadigd te worden, en in eeuwigheid geen dorst meer te hebben. Minzame Jesus, hoe troostrijk is mij deze uwe verzekering! — Gij zijt dan altijd tegenwoordig in het H. Sacrament, om mij te troosten, mijnen geestelijken dorst te lesschen en de verlangens van mijn hart te bevredigen. O Jesus, hoe goed zijt Gij jegens mij, maar helaas, hoe ondankbaar ben ik jegens U! — Ach, hoe koud, onverschillig en liefdeloos ben ik jegens U, en hoe dikwijls heb ik verzuimd U hier te komen aanbidden, loven en danken! — Nauwelijks had de Samaritaansche vrouw uwe woorden gehoord, of aanstonds zeide zij met een vurig verlangen: Heere! geef mij dat water, opdat ik niet meer dorste, noch hier moete komen om water te putten. Ach, hadde ook ik een zoo groot en vurig verlangen! Minnelijke Jesus, hoe kan ik nog zoo dwaas zijn, van naar de wereld om te zien en ijdele vermaken na te jagen, die mijnen dorst nimmer

Samenspr. 9

\'27

-ocr page 142-

VI. SAMENSPUAAK.

zullen lesschcn....! Wat zijn toch alle aardsclie goederen, vermaken, grootheden, uitspanningen, feestmalen anders dan bedrog en leugen! — Waarom zoek ik dat bedrog, die leugen nog? — Waarom ga ik niet liever tot U, om het geestelijk water uwer genade, dat Gij mij zoo overvloedig en liefderijk aanbiedt, te verkrijgen? Te vergeefs zoek ik mijnen dorst aan wereldsche genoegens te lesschen; Gij immers hebt gezegd, en de ondervinding leert het: al wie van dit water (van het water dat de wereld aanbiedt) drinkt, zal wederom dorst krijgen. — Mijn hart is voor U geschapen en het is ontevreden en zal steeds ontevreden blijven, totdat het ruste in U.

De eerwaarde Pater Cafaro van de Congregatie des allerh. Verlossers, vond nergens troost tenzij bij Jcsus in het H. Sacrament des Altaars. Dagelijks bracht hij twee uren aan den voet van het H. Tabernakel door; dikwijls ging hij des nachts naar de kerk en bleef somtijds twee of drie uren voor de kerkdeur op zijne knieën, tot dat ze open gedaan werd. Zijn hart en al zijne genegenheden werden altijd tot Jesus getrokken, en zijn eenig genoegen was bij Hem te zijn.

Minnelijke Zaligmaker, hoe is het dan mogelijk, dat ik nog zoo koud, zoo ongevoelig en liefdeloos voor U ben! — Ach, ik bid U, ontferm U mijner, en ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik hongerig en dorstig naar U zij en mij steeds tot U begeve, om door U verzadigd te worden. Gij toch zijt die heilzame bron, door Isaïas voorzegd: gij zult met blijdschap water scheppen uit de fontein des Zaligmakers. (Isaias XII. 3.) Lieve Jesus, hoe

28

-ocr page 143-

VI. SAMENSPBAAK.

zoet is hot mij bij U te zijn en door U verzadigd te worden. — Thans besef ik de waarheid van Davids gezegde : proaft en ziet hoe zoet de Heer is. (Ps. XXXIII. 9.) Ik heb U geproefd en ondervonden dat uwe zoetheid alle andere zoetheden oneindig ver te boven gaal. — Wat wil ik in den hemel en buiten U, wat wil ik op de aarde, o God van mijn hart en mijn deel, o God in eeuwigheid! Ontvang mij o mijn God ! -— ik wil voortaan geheel aan U zijn en slechts éénen wil met U hebben. — 0 zoete gedachte, Gods wil! — Als ik denk: \'t is Gods wil, dan verdwijnen aanstonds alle bitterheden, en veranderen in vertroostingen en zoetheden. — O Jesus, mijne liefde! O Jesus, mijn God en mijn Al! Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

VI. SA.MENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Mater purissima, or a pro nobis.

Allerzviverste Moeder, hid voor ons.

O Maria, allerzuiverste Moeder, geheel schoon en onbevlekt, ik vereer u met de H. Kerk als het zuiverste aller schepselen, dat ooit geweest is, nu is, of nog zijn zal. — God, de zuiverheid zelve kon niet dulden, dat in u, uit wie Jesus, zijn eenige Zoon, moest geboren worden, de minste vlek te vinden zou zijn. — En gij,

29

-ocr page 144-

vii. samenspraak,

Maria, lioc lief hadt gij steeds de II. zuiverheid en hoezeer waart gij bezorgd om alles te-vermijden wat haar eenigszins zou kunnen bevlekken of in gevaar brengen! Die deugd was u zoo dierbaar, dat gij liever liadt afgezien van de waardigheid van Moeder Gods dan haar te-verliezen of haren glans te verduisteren. — O Maria, allerzuiverste Moeder, ik buig mij eerbiedig voor u neder, om uwe schoonheden en uwe-meer dan engelachtige zuiverheid te vereeren, vermits gij, als eene onbewolkt opkomende zon,, geheel schoon en vlekkeloos in de wereld verschenen zijt; alsmede om mij uithoofde mijner zonden rouwmoedig voor u te vernederen. Ach,, of ik nooit gezondigd hadde! Ach, of ik ze door tranen van boetvaardigheid kon uitwisschen.... 1 O Maria, allerzuiverste Moeder, verkrijg mij de-genade, om voor mijne zonden te boeten, voortaan zuiver en heilig voor God te leven, en het geluk te hebben, Hem in den hemel in alle eeuwigheid te bezitten. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

VII. SAMENSFEAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voordereidin\'gsgebed. O Zlél, Stel U, bl. I.

O ziel, gij zijt ziek. Misschien verbeeldt gij u gezond te zijn: doch pas de woorden des Engels aan de bisschoppen van Sardes en Laodicea op u toe: Ik ken uwe werken; (jij lieht den naam dat ge leeft; maar gij zijt dood. —

30

-ocr page 145-

VII. SAMENSPRAAK.

Gij zegt, dat gij rijk zijt en aan niets gebrek hebt, en gij weel niet, dat gij ellendig en er-har melijk, en arm en blind en naakt zijt. (Apoc. III. 1. 17.)

O ziel, werp u, doordrongen van die gedachte, voor Jesus in het H. Sacrament des Altaars rouwmoedig neder. — Hij is daar waarlijk en wezenlijk tegenwoordig om uwe geestelijke krankheden te genezen. — Wat doet een zieke bij den geneesheer ? vroeg de gravin van Feria, die ijverige bruid van het H. Sacrament. —-Hij maakt hem zijne ziekte, zoo goed mogelijk, bekend, ten einde zijne genezing te verwerven. Hetzelfde doet eene oprecht nederige ziel, als zij voor Jesus verschijnt en voor het H. Tabernakel neerknielt. — Ten volle overtuigd van hare geestelijke ellenden en krankheden maakt zij die aan Jesus ootmoedig bekend, met oen kinderlijk vertrouwen, dat zij de genezing daarvan bekomen zal.

Maria en Martha zonden iemand tot Jesus, om Hem de ziekte van haren broeder Lazarus bekend te rnaken : Heere, lieten zij zeggen, dien Gij bemint is ziek. (Joan. XI. 3.) Meer was er niet noodig, om Hem tot medelijden te bewegen , en de opwekking van Lazarus te verwerven. Deze uwe goedheid, lieve Jesus, boezemt mij, te midden mijner geestelijke ellenden en zielskwalen, een groot vertrouwen in, en zet mij aan, om nederig tot U te komen, zeggende: Heere, dien Gij bemint, is ziek; mijne ziel bevindt zich in een ellendigen en gevaarlijken toestand: genees haar; want ik heb tegen U gezondigd. Dierbare Jesus, Gij kent mijne ziel en weet beter dan ik, hoe ziek zij is en hoe

31

-ocr page 146-

Vil. SAMENSPRAAK.

32

gevaarlijk haar toestand is. Gij ziet, hoe zij steeds wordt aangevallen door brandende koortsen, door de begeerlijkheden in haar te weeg gebracht. De H. Ambrosius zegt: «Onze koorts is de gie-»righeid; onze koorts is de onkuischheid; onze »koorts is de eerzucht; onze koorts is de gram-»schap in één woord , onze koortsen zijn onze ongeregelde begeerlijkheden. Dierbare Jesus, door deze en soortgelijke koortsen, driften en kwade neigingen word ik dagelijks gekweld; zij verhinderen mij mijn hart van de wereld los te rukken en hemelwaarts te verheflen. Ach, hoe kan het zijn, dat ik te midden mijner geestelijke krankheden en ellenden zoo onverschillig, zoo traag en onachtzaam ben in U te bezoeken, en mijne noodwendigheden aan U bekend te maken; daar Gij toch de eenige Geneesheer mijner ziel zijt... ? Toen Gij nog zichtbaar op de wereld rondwandeldet, bracht men van alle kanten de zieken en lijdenden tot U. Het was U genoeg, dat zij vol geloof en vertrouwen tot U kwamen, om ze aanstonds te genezen, en zoo trokt Gij ze allen tot U. Niet minder groot is de liefde en welwillendheid, die Gij ons betoont in het H. Sacrament des Altaars, waar Gij uit liefde tot ons, voortdurend tegenwoordig blijft, altijd gereed, om onze zielskwalen te genezen, als wij met een rouwmoedig hart, een levendig geloof en vast vertrouwen tot U naderen. En toch, niettegenstaande dit alles zijn de meeste menschen onverschillig voor U, en gaan zij buiten U, maar te vergeefs, hunnen troost en de genezing hunner zielskwalen zoeken. Ook ik ben zoo dwaas en uitzinnig geweest. — Ach, hoe spijt mij dit, lieve Jesus! — Thans nader ik

-ocr page 147-

VII. SAMENSPRAAK.

rouwmoedig en met groot vertrouwen tot U, om U mijne noodwendigheden bloot te leggen, en ik zeg met de zusters van Lazarus : Heera, dien Gij bemint, is ziek; mijne ziel, waarvoor Gij uw dierbaar bloed zoo overvloedig vergoten hebt, kwijnt en zal weldra sterven, indien Gij er niet in voorziet. Zij is ziek door liare kwade begeerlijkheden, door hare zucht naar wereldsche vermaken., aardsche goederen en ijdele grootheden; door hare neiging om te behagen, boven anderen uit te schijnen en vereerd te worden; door hare liefdeloosheid, afgunst en jaloersch-heid, door hare traagheid in het vervullen harer plichten, door hare lauwheid in hare godvruchtige oefeningen en onstandvastigheid in hare voornemens. Ziedaar, lieve Jesus, den ellendigen staat mijner ziel! — Zij kwijnt, is ziek en zal weldra sterven, tenzij Gij er in voorziet. Ik bid U derhalve, medelijden met haar te hebben en hare kwalen te genezen, gelijk Gij eertijds de krankheden van allen, die tot U kwamen, genaast. Genees mijne ziel, want ik hel) tegen U gezondigd; Sana animam meain, quia peccavi libi; (Ps. XL. 5.) en geef dat ik voortaan zuiver en heilig voor U leve, en niets anders meer zoeke dan uwen heiligen wil en uw welbehagen. 0 Jesus, mijne liefde! — Geef mij uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

33

-ocr page 148-

VII. SAMENSPRAAK.

VII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Maler castissima, om pro nobis.

Allerkuischte Moeder, bid voor ons.

O Maria, eerbiedig voor u neergeknield, beschouw ik met eene heilige aandoening den voortreffelijken eerenaatn van allerkuischte Moeder, dien de H. Kerk u geeft. Welk wonder cn tevens welk groot geheim, dat gij terzelfder tijd Moeder en Maagd zijt...! Een voorrecht, dat buiten u aan niemand ooit is gegeven cn nooit gegeven zal worden. O Maria, gij zijt dan Moeder — en wel do Moeder van God, en tevens zijt gij Maagd, en wel de reinste en kuischte aller maagden. Uwe maagdelijke zuiverheid, in plaats van geschonden te worden door uw goddelijk moederschap, werd er nog meer door volmaakt en veredeld. — O Maria, hoe verheven zijt gij...! De il. Ambrosius zegt: ygt;Die de zuiverheid heivaart, is een engelquot; maar gij hebt meer gedaan, vermits gij do zuiverheid met het goddelijk moederschap ver-eenigd hebt; daarom heeft God u boven allen gezegend en met zulken overvloed Tan genaden verrijkt, — dat gij door den engel vol van genade genoemd werdt.

O Maria, verheven Maagd en allerkuischte Moeder! eerbiedig voor u neergebogen, vereer ik u als het zuiverst, het reinst, het heiligst schepsel, dat ooit bestaan heeft of in eeuwigheid bestaan zal; en bid u tevens, voor mij te

-ocr page 149-

viii. samenspraak.

bidden, opdat ik voortaan zuiver, kuisch en heilig voor God leve. Gedoog niet, dat ik mijne üiel ooit met de minste vlek van onzuiverheid besmeure; maar geef dat ik, te midden der hevigste bekoringen, standvastig blijve; om op het oogenblik van sterven, onbevlekt voor God te verschijnen en het loon des hemels te ontvangen. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

VIII. SAMENSPRAAK MET JEStTS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O zif\'l, stel U, bl. 1.

Maria Magdalena, bedroefd over den dood van haren broeder Lazarus, zocht vruchteloos troost bij hare kennissen. — Nauwelijks had zij de troostvolle woorden gehoord, die hare zuster Martha haar toesprak: De Meester is daar en roept u — of aanstonds stond zij op, ging tot Jesus en werd getroost. (Joan. XI.)

Welaan , mijne ziel, waarom zijt gij zoo bedroefd of waarom ontstelt gij u zoo .\'\' Zie, Jesus, uw Heer en Meester is daar — in het H. Tabernakel. Hij is er waarlijk en wezenlijk tegenwoordig en roept u, zeggende: komt tot Mij allen, die vermoeid en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. Ü welke zoete, welke troostrijke woorden...! Lieve Jesus, Gij zijt hier dan waarlijk en wezenlijk tegenwoordig en roept mij. opdat ik tot U kome en door U getroost worde! 0 goedheid! — ü liefde...! Ach! hoe kan ik

35

-ocr page 150-

VIII. SAMENSPRAAK.

36

zoo koud, zoo onverschillig, zoo liefdeloos jegens U zijn? — Hoe dikwijls sprak de engel tot mijn hart deze troostvolle woorden: De meester is daar, wijzende op het H. Tabernakel, en roept u! — Evenwel bleef ik ongevoelig voor U, en verwijderde mij van U, om elders troost te zoeken. Ach! hoe spijt mij dit...! thans betreur ik mijne dwaasheid, en maak het besluit, alléén bij U en in U mijnen troost te zoeken, die buiten U niet te vinden is... Aan den voet van het H. Tabernakel neergeknield, erken ik mijne ellenden — mijne ziel is ziek door hare fouten, onvolmaaktheden en gebreken; zij kwijnt ten gevolge harcr begeerlijkheden en ongeregelde neigingen; ja misschien is zij dood door hare zonden en hoosheden. — Genadige Jesus, het eenvoudig gezegde van Maria Magdalena: Heere, dien Gij bemint is ziek, was genoeg om U tot medelijden te bewegen en Lazarus van den dood op te wekken; zoudt Gij dan ongevoelig kunnen blijven, bij het zien mijner zielskrankheden of haar mêedoogenloos kunnen verstoeten? — O neen, lieve Jesus, dat zoudt Gij niet kunnen; daarvoor is uwe liefde te groot. Mij dunkt, dat Gij mij van uit dit Tabernakel toespreekt met dezelfde woorden, waarmede Elcana eertijds zijne vrouw Anna toesprak om haar te troosten, zeggende: «Anna, waarom weent gij ? waarom »is uw hart ontsteld? Ben ik u niet beter dan »tien kinderen? Ben ik u niet beter, dan alles, »wat de wereld geven kan?quot;... Ja lieve Jesus! — zeker zijt Gij mij meer waard dan alles, wat de wereld geven kan ; daarom verzaak ik voor altijd aan hare vermaken, goederen en grootheden, om U alleen te zoeken en aan te

-ocr page 151-

VIII. SAMENSPRAAK.

kleven en voortaan geheel aan U te zijn... Dat ik nu ween, is niet om het gemis van eenig tijdelijk goed noch om het lijden van smarten of vernederingen; maar om de geestelijke armoede mijner ziel en om mijne fouten en gebreken, die U zoo zeer mishagen. Dierbare Jesus, ontferm U mijner, vergeef mij al mijne zonden en ondankbaarheden en wasch mij van al mijne onzuiverheden en vlekken, opdat ik aangenaam zij in uwe oogen en voortaan heilig voor U leve. Zie, nu geef ik mij geheel aan U met alles wat in mij is. Ik geef U mijne ziel en mijn lichaam, — mijn verstand, mijn geheugen, mijnen wil en mijne vrijheid, — mijne gedachten, woorden en werken, mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhafingen, — mijn leven en mijnen dood, — mijnen tijd, elk oogenblik van mijnen tijd en mijne gansche eeuwigheid; — in één woord: ik geef mij geheel en onherroepelijk aan U en stel mij volkomen in uwe al-wijze beschikking; doe met mij en met alles wat mij aangaat naar uwen heiligen wil en uw welbehagen. Dierbare Jesus, gewaardig U deze offerande goedgunstig aan te nemen en mij op al mijne wegen te geleiden, opdat ik IJ nooit meer verlate noch in het minste be-leedige. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

37

-ocr page 152-

VU!. SAMENSPRAAK.

VIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Mater inviolata, om pro nobis.

Ongeschonden Moeder, bid voor ons.

O Maria, ik verheug mij u te mogen begroeten mot den voortreffelijken eerenaam van: Ongeschonden moeder: Een naam die u alléén toekomt. Ofschoon gij Moeder zijt, zijt gij toch ongeschonden, geheel schoon, zonder de minste vlek. Gij zijt niet alleen van de erfzonde, maar ook van alle dadelijke \'zonden, zelfs van de minste onvolmaaktheid vrij gebleven. God kon niet dulden, dat gij, uit wie Jesus, de Heiligheid zelve, geboren moest worden, ooit met de minste vlek zoudt besmeurd geweest zijn; gij moest geheel schoon, geheel zuiver, geheel onbevlekt zijn en blijven. Indien de ark des Ver-Tbonds, bestemd om de twee tafelen der wet te bewaren, van onbederfelijk hout gemaakt en met het zuiverste goud bekleed moest zijn, hoeveel te meer was het dan betamelijk, dat gij, die Jesus, den wetgever zeiven, negen maanden in uwen schoot moest dragen, onbederfelijk ■en ongeschonden zoudt blijven, bekleedt met hot zuiverst goud der liefde!

O Maria, ongeschonden Moeder, ik bid u, ook mijne ziel zuiver en onbevlekt te bewaren. Ach! ■wat spijt het mij haar zoo dikwijls met zonden besmeurd te hebben! Geef tranen aan mijne oogen om ze te zuiveren; en verkrijg mij de

38

-ocr page 153-

ix. samenspraak.

ifcuadc om voortaan scheel zuiver en onbevlekt »

voor Gotl te leven. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

IX. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereiijingsgebei). O ziel, Stel U, bl. 1.

God vertoonde zich eens aan Moses te midden van een brandend braambosch. Toen Moses het braambosch zag branden, zonder dat het verbrandde, dacht hij : »Ik zal dat groot geheim «gaan zien, waarom dat braambosch niet ver-»brandt.quot; De Heer ziende dat hij nabij kwam,

riep hem toe: »Moses, Moses____! nader niet:

«ontbind de schoenen uwer voeten ; want de «plaats waar gij staat, is eene heilige aarde.quot; Terstond bedekte Moses zijn aangezicht, want hij durfde tot God niet opzien. (Exodi III.)

Dierbare .lesus. Gij zijt dat wonderbare braambosch , dat altijd brandt zonder te verbranden. Gij zijt hier in het H. Tabernakel, in het H. Sacrament dos Altaars, als in een vlammend vuur, altijd van liefde brandend. Hier mag ik met den H. Augustinus uitroepen: »0 liefde, die altijd brandt en nooit uitdooft!quot; Hoe vurig brandde uw hart van liefde, toen Gij dit H. Sacrament insteldet; en hoe vurig blijft het van liefde branden, in weerwil der oneerbiedigheden, ondankbaarheden en beleedigingen, die Gij er

voortdurend moet verdragen.....! Wie zou de

grootheid der liefde kunnen beseffen, die U be-

39^

-ocr page 154-

IX. SAMENSPRAAK.

wogen hoeft, zoo wol bij nacht als bij dag, te midden van duizende onteeringen, hier tegenwoordig te blijven? O indien ik de groot-lieid uwer liefde besefte, dan zeker zou mijn hart in liefde ontvlammen...! Ik kom derhalve gelijk Moses, eerbiedig tot U, om dit groot geheim — het geheim uwer liefde — te zien; waarom het liefdevuur altijd in U brandt, zonder te verbranden of door iets uitgedoofd te kunnen worden,

O ziel, liet is omdat mijne liefde eene oneindige, eene goddelijke liefde is. — Nooit, hoe groot de beleedigingen ook zijn mogen, die Mij worden aangedaan, — nooit zal mijne liefde uitdooven. — O Jesus, mijne liefde! — O God van oneindige liefde ! —■ Wie zou ooit in staat kunnen zijn, de grootheid, de vurigheid uwer liefde te begrijpen ? — Neen , geen schepsel is ■daartoe in staat...! Men zou de liefde eens ko-nings bewonderen, indien hij zich slechts éénmaal gewaardigde, een armen slaaf of behoef-tigen bedelaar te bezoeken. Gij , lieve Jesus, de Koning der koningen, doet dat niet slechts éénmaal, maar dagelijks duizende malen en zult het blijven doen tot het einde der wereld; ja wat meer is. Gij blijft voortdurend bij ons, zonder ons een oogenblik te verlaten en houdt U altijd gereed om onze komst af te wachten, vertrouwelijk met ons om te gaan en ons met genaden en geestelijke goederen te verrijken. Wie is derhalve in staat, de grootheid, de vurigheid uwer liefde genoegzaam te bewonderen of U genoegzame dankbaarheid daarvoor te betuigen? — Zeker, niemand. — Neen, lieve Jesus, uwe liefde miat alles te bo-

40

-ocr page 155-

IX. SAMENSPRAAK.

ven. Ofschoon ik U niet kan beminnen zoo veel als Gij verdient bemind te worden, zal ik toch mijn best doen, U te beminnen, zoo veel ik kan en mij zoo diep mogelijk voor U vernederen. — Ik betreur mijne voorgaande oneerbiedigheden, wijl ik zoo onverschillig en koud jegens U geweest ben. Terwijl de engelen zich eerbiedig voor TJ nederwierpen en van liefde tot U brandden, bleef ik koud en liefdeloos. — Gij spraakt inwendig tot mijn iiart, opdat ik het van alles zou onthechten, zeggende; »Mijn kind, snader niet; — ontbind de schoenen uwer voeten; «onthecht uw hart van de wereld en hare ijdelsheden; want de plaats waar gij staat, is eene «heilige aarde.quot; In plaats van de genegenheden mijns harten van alles los te maken en te onthechten, bleef ik aan de wereld, hare vermaken, schijngoederen en bedriegelijke grootheden gehecht. Minnelijke Zaligmaker, ontferm U mijner; vergeef mij al mijne zonden, onvolmaaktheden en gebreken, en ontsteek in mij het vuur uwer liefde. — O kon ik alle andere liefde uit mijn hart verbannen om U alléén te beminnen...! O kon ik U de lofzangen en eerbewijzingen van alle engelen en heiligen ja van God zeiven geven; Gij immers zijt een oneindigen lof waardig....! Daar mij dit niet mogelijk is, wensch ik IJ te loven zooveel een schepsel dat vermag te doen en zooals Gij het van mij verlangt. Amen.

Geestelijkc Co mrnunie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

41

-ocr page 156-

IX. SAMENSPRAAK.

IX. SAMENSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Mater inicmernta, ura pro nohis.

Onbevlekt/; Moeder, bid voor ons.

O Maria, gaarne begroet ik u met den eertitel van: Onbevlekte Moeder. Dezen eertitel toch geeft u de H. Kerk en komt u toe ; gij immers zijt die bevoorrechte Maagd door den profeet Isaïas voorspeld : Zie, eene Maagd zal ontvangen en eenen zoon haren, en zijn naam zal Emmanuel genoemd worden. — Gij zijt de eene, de volmaakte duif in Salomons Hooglied aangekondigd en boven alle anderen aangenaam aan den goddelijken Bruidegom. (Cant. VI. 8.) Gij zijt die verheven Maagd, in wie do Almachtige zoo groote en wonderbare dingen heeft uitgewerkt, dat gij bij de beschouwing dier gunsten al dankend uitriept; Mijne ziel maakt groot den Heere; want Hij die machtig is, heeft groote dingen aan mij gedaan.

O onbevlekte Moedermaagd, door God zeiven verheerlijkt, ik werp mij eerbiedig voor u neder, en bid u, voor mij de genade te verkrijgen, om voortaan zuiver en onbevlekt voor God te leven. Verwijder van mij de gevaren, die mij van alle kanten omgeven, en verkrijg mij sterkte orn alle aanvechtingen van den duivel, do wereld en het vleeseh oogenblikkelijk af te weren; opdat ik het geluk hebbe, onbevlekt voor den rechterstoel van den oneindig heiligen God te

42

-ocr page 157-

X. SAMENSPRAAK.

vcrscliijnen on tot de eeuwige bruiloft van het Lam te worden toegelaten. Amen.

Sluitgeüed. Memorare, bladz. 7.

X. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORÜEUEIDIXGSGERED. 0 zid, Stel II , 1)1. 1.

Groot was het geluk van Mosos, toon God zich aan hem vertoonde en hem zeide den berg te bestijgen, om daar als boezemvriend vertrouwelijk met Hom te spreken. De U. schrift zegt: Moses klom den berg op.... en God sprak met hem. (Exodi XXJV. 18 en XXV. 1.) — Hoe gelukkig was Mosos op Sinaï, toen hij, door eene wolk van het volk gescheiden, zich met God alléén kon bezighouden , en op eene buitengewone wijze aan do genade des Hoeren deelachtig werd....!

O ziel, ons geluk is niet minder groot, dewijl het ons vergund is, tot bet H. Tabernakel te naderen en daar vertrouwelijk met Jesus te spreken. O ware ik eens zoo gelukkig, om, gelijk Moses, die door eene wolk van het volk gescheiden was, mij ook zoo van alles te scheiden , mij met God alleen bezig te houden en mij innig met Hem te vereenigen,...! O welke heilige zaak, zich met God alleen bezig te houden en innig met Hem vereenigd te zijn!

Dierbare Jesus, hoe goed zijt Gij jegens mij, daar Gij mij toelaat, den berg van het H. Ta-

Samenspr. iO

•43

-ocr page 158-

X. SAMENSPRAAK.

u

bcrnakel tc beklimmen, rnij boven liot aardschc te veiliefl\'en en mij innig met U te vereenigen! Boven het aaidsche vcriieven, en met U ver-eenigd, schijnt mij alles wat beneden is, klein en nietig; immers alles wat beneden is, schijnt klein aan hem, die hoog verheven is; en wie is er booger verheven, dan eene ziel, die zich op den berg van het H. Tabernakel met U, mijn God, innig vereenigt? Welk geluk voor mij dagelijks, ja elk oogenblik van den dag, dien berg te kunnen bestijgen, om mij daar innig met U, lieve Jesus, te vereenigen..! Maar, belaas! boe ondankbaar ben ik , wijl ik er zoo weinig gebruik van maak en mij zoo licht van U laat aftrekken, om mij tot do wereld te begeven en mij met ijdelbeden bezig te honden....! Wat is toch do wereld, en wat zijn alle goederen der wereld, als men ze aan den voet van het H. Tabernakel beschouwt? — Niets anders dan ijdelheid en kwelling des geestes. Dierbare Jesus, verlicht mij om de ijdelheid en nietigheid van \'t aardsche meer en meer te kennen, en versterk mij om het ook als dusdanig te verachten. — Geef, dat ik, gelijk Moses, mij van alles afscheide en geheel voor LT zij. oin buiten U niets meer tc beminnen, te zoeken ofte betrachten. — Hoe gelukkig was Moses op den berg Sinaï. —• Gescheiden van het aardsche en vereenigd met God, werd hij deelachtig aan de goddelijke schoonheden en heerlijkheden, en ontvlamde hij zoozeer in liefde, dat de vurigheid dier liefde zich op zijn aangezicht vertoonde en zulke schitterende str alen van zich afwierp, dat het volk diens glans niet kon verdragen en bij verplicht was, zijn aangezicht met een sluier te bedekken. (Exodi X XI\\ .

-ocr page 159-

X. SAMENSPRAAK.

45

;]3.) Minnelijke Zaligmaker, geef flat ik ook zoo geheel aan U zij. Laat niet toe dat er een vonk je liefde in mij blijve, dat niet voor U is; ik wil geheel aan U zijn en niets dan U beminnen, ïk geef mij thans geheel aan U; namelijk mijn lichaam en mijne ziel; mijne zintuigen en inwendige vermogens; mijnen wil, mijne vrijheid, mijn verstand en mijn geheugen — ook mijne gedachten, woorden, werken, mijne verbeelding en mijn oordeel — in één woord, alles, wat in mij is, om voortaan U alléén te beminnen en mijn geluk in U alléén te zoeken. Als Moses met God zoo gelukkig was op den berg Sinaï, ben ik niet minder gelukkig met U, lieve Jesus, in het H. Sacrament des Altaars; want, al is het mij niet vergund, gelijk Moses, uwe glorie en heer lijk! leid te zien, weet ik toch zeker en geloof ik vastelijk, dat Gij daar waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, en bereid, U zeiven geheel aan mij te geven en de spijs mijner ziel te worden. Daarenboven verzekeren mij de godvruchtige schrijvers, dat Gij uwe glorie en heerlijkheid bedekt uit liefde lot mij, om mij vertrouwen in te boezemen en aan te moedigen, om des te vrijer en te \'vertrouwelijker tot U te naderen en met U te spreken. Indien Gij U zeiven hier in uwe glorie en heerlijkheid vertoondet, zou het mij niet mogelijk zijn tot U te naderen; mijne oogen zouden den glans uwer goddelijke Majesteit niet kunnen verdragen, bijgevolg zou ik de weldaad uwer tegenwoordigheid niet kunnen genieten. Minnelijke Jesus, hoe goed zijt Gij jegens mij , en hoe minzaam zijn uwe uitvindingen ! — Gij legt uwe heerlijkheid af eti bedekt uwen luister onder den schijn van brood.

-ocr page 160-

X. SAMENSPRAAK.

opdat ik tot U zou kunnen naderen, met U spreken cn U aanbidden. — O welk cene on-gchoorde goedheid ! welk eene voorbceldeloozé lii fde! — Wanneer zal illt; ook eens geheel aan (\' zijn en van liefde tot U branden...? O ware ik eens zoo gelukkig! O liefde! — O zoete, o Goddelijke liefde! overwin mijn hart, opdat het geheel in liefde ontvlamme. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

X. SAMENSPSAAK

MET DE

II. M A A G D MART A.

Mater amdbilis, or a pro nobis.

Beminnelijke Moeder, hid voor ons.

0 Maria, beminnelijke Moeder, ik buig mij eerbiedig voor u neder, om uwe verrukkelijke-schoonheden te beschouwen, waardoor gij niet alleen voor de engelen , maar voor God zeiven beminnelijk zijt. De glans uwer onbevlekte zuiverheid, de luister uwer heiligheid, de rijkdom uwer deugden en de schat uwer verdiensten maken u zoo beminnelijk, dat do engelen op den dag uwer hemelvaart met verwondering zeiden : Wie is zij, die opstijgt uit de woestijn, overvloeiend van geneugten, leunend op haren Beminde...\'? Wie is zij, die ie voorschijn treedt nis een opkomende dageraad, schoon nis d? maan, uitgelezen als de zon? (Cant. \\ III. 5. en VI. ().) Ja, uwe schoonheid is zoo verruk-

-ocr page 161-

X. SAMENSPRAAK.

kelijk en maakt u zoo beminnelijk, dat God zelf begecrig naar u was en u uitnoodigendo, zoide: kom af van den Libanon, mijne bruid, kom .af van den Libanon, kom af, gij zult gekroond worden... Gij hebt mjn hart gewond, mijne zuster, mijne bruid ; gij hebt mijn hart •gewond door één uwer oogen; namelijk: door -de eenvoudigheid on zuiverheid uwer inzichten; dewijl uw oog, dat is, uwe meening en uw \'inzicht, op niets anders doelt dan op God en zijn welbehagen, niets anders zoekt dan Hem alleen te behagen. (Cant. IV. 8.)

O Maria, daar gij zoo schoon en zoo beminnelijk zijt, wil ook ik u vurig beminnen. O kon ik u oprecht beminnen...! O kon ik u beminnen gelijk zoo vele heiligen u bemind hebben...! O kon ik u beminnen, gelijk de engelen in den hemel...! O kon ik u zoo beminnen, dat die liefde mij aanmoedigde om uwe voorbeelden na te volgen en gelijk gij, God alleen te beminnen, alles uit liefde tot Hem alleen te verrichten , zijne eer in alles te zoeken en alles om zijnentwil geduldig te lijden. O Maria, bid voor tnij en verkrijg voor mij eene ware liefde. Amen.

Si.uitgebed. Memorare, bladz. 7.

XI. SAMENSPRAAK MET JESTJS

IX HET

II. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOOniiEREIDINGSGECED. O ziel, Stel U, 1.

Welk een verheven en indrukwekkend schouw-

47

-ocr page 162-

XI. SAMENSPRAAK.

spel was het, toen God op den berg Sinaï in cone wolk afdaalde, met Moses een verbond aanging, en hem zijne bescherming beloofde; terwijl Moses voor Gods aanschijn stond, en sprak: Heer God, heerschar! barmhartig en genadig, gedtddig, vol mededoogen en waarachtig...! Indien ik (en hier wierp Moses zich ter aarde neder). Indien ik genade hij U gevonden heb, dan bid ik U met mij en mijn volk-te willen optrekken. (Exodi XXXIV.)

Verheven en indrukwekkend was die verschijning voor Moses, doch niet minder verheven en indrukwekkend is het voor ons, als wij Jesus dagelijks op het woord eens priesters uit den hemel zien afdalen, om zijn verblijf onder ons te nemen, en ons te beschermen. De eerste christenen, vol geloof en liefde, waren ei\' zoo vol van, dat zij altoos zochten bij Jesus te zijn, en verlangden Hem altijd in het H. Sacrament te aanbidden. Ook werd het hun vergund, het H. Sacrament naar huis mede te nemen, ten einde deszelfs heilzame tegenwoordigheid altijd te kunnen genieten. Dagelijks 1 varen zij eenparig volhardend in den tempel (in het gebed), en in de huizen braken zij hun brood, (namelijk de H. Eucharistie), en spijsden in verheuging en eenvoudigheid des harten. (Act. Ap. II. 46). Zoo vonden zij dan geenen troost, geen geluk, tenzij in Jesus te aanbidden en ais zie-lespijs in de H. Communie te ontvangen...! O ziel, waarin vindt gij uwen troost, uw geluk en uwe vreugde? Is Jesus in het H. Sacrament ook het eenig voorwerp van uwe betrachting? Hoedanig is uw geloof, uw eerbied en uwe liefde als gij voor het H. Tabernakel verschijnt...?

48

-ocr page 163-

XI. SAMENSPRAAK.

49

Diezelfde God, die aan Moses verscheen om met hem een verbond aan te gaan en hem zijne bescherming te beloven, is ook hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig en verlangt ook met ii een verbond aan te gaan. Van zijnen kant belooft Hij u zijne bescherming; van uwen kant vordert Hij getrouwheid in het vervullen uwer plichten... Zult gij hern dit weigeren.,. ? Neen mijn God, zeker zal ik U dat niet weigeren; want er kan mij niets heilzamers aangeboden worden. — Ik beloof U dus getrouw te zijn tot aan mijnen dood. Zie, ik buig mij thans, gelijk Moses, eerbiedig voor u neder, om mij geheel aan U te geven en mij voor altijd aan uwen dienst toe te wijden. Gij immers zijt mijn God en mijn Al, genadig en barmhartig, lijdzaam en mededoogend, waarachtig en getrouw in uwe beloften, die uw woord gestand doet tot in de laatste tijden en tot de vorste nakomelingschap. Voor U neergebogen, maak ik een verbond met IJ, om mij geheel aan U te geven met alles wat in mij is en mij toebehoort, met liet vast besluit U getrouw te blijven tot aan den dood. Ik geef mij thans geheel aan U, als eim levende, heilige en Gode hehagelijke o/fer-unde. (Rom. XII.) Voortaan zal ik mijne oogen gebruiken om uwe grootheden te beschouwen; mijne ooren om naar heilzame onderrichtingen te luisteren; mijne long om IJ te loven en te verheerlijken; mijne handen om voor U te arbeiden, en mijne voeten om de wegen uwer geboden ijverig te bewandelen; in één woord, ik zal voortaan mijn lichaam met al deszelfs zintuigen voor U alleen gebruiken. Ziedaar, lieve Jesus, het verbond dat Ik thans met U maak

-ocr page 164-

XI. SAMENSPRAAK.

en liet ofler dat ik U aanbied; gewaardig U hetzelve goedgunstig te aanvaarden en niet te dulden dat ik U ontrouw worde. Geef dat ik voortaan geheel aan U zij, U steeds vurig be-minne en dankbaar zij voor de menigvuldiquot;e weldaden, die Gij mij bewezen hebt en nog dagelijks bewijst, bijzonder voor die groote weldaad van hier altijd tegenwoordig te blijven. O Jesus, ontferm U mijner volgens de menigte uwer barwhartigheden; en, zoo ik genade bij U gevonden heb, gewaardig U dan altijd bij mij te blijven, rr.ij op al mijne wegen te vergezellen en tegen\' alle vijanden te beschermen, opdat ik in het goede volharde en zalig worde. Amen.

Geeft tel jke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Mater ad mirabilis, or a pro nobis.

Wonderbare Moeder, bid voor ons.

Waarlijk Maria, gij zijt eene wonderbare Moeder...! Met genoegen beschouw ik de wonderen die God in en door u heeft uitgewerkt. Gij immers zijt de vrucht eener onvruchtbare Moeder; op eene wonderbare en bovennatuurlijke wijze hebt gij door de medewerking van den H. Geest een goddelijk Kind in uwen schoot ontvangen; gij hebt eenen Zoon gebaard zonder

50

-ocr page 165-

xi. samenspraak.

pijn en zonder verlies uwer maagdelijke zuiverheid; gij zijt Maagd en Moeder te zamen; ja, gij zijt Moeder van God, Moeder van Hem, die ii het leven gegeven heeft. Gij hadt derhalve •wel reden in de verrukking mvs geestes te zeggen: Hij die machtig is heeft «au mij (jroole dingen gedaan. (Luc. I. 49.) Ook heeft Hij, do Machtige, u eene groote macht medegedeeld en alle schepselen aan uw beheer onderworpen, zoodat alle elementen u gehoorzamen. Hoe dikwijls is eene besmettelijke lucht door uwe voorspraak gezuiverd en gezond geworden! Hoe dikwijls zijn op uwen wenk de vlammen van een verslindend vuur gebluscht en de golven eener onstuimige zee kalm geworden! Hoe dikwijls is eene dorre aarde op uw verzoek vruchtbaar geworden! wat meer is, hoevelen zijn er thans in den hemel, die zonder u in de hel of ten minste in het vagevuur zouden zijn...! O Maria, ik bewonder uw groot vermogen, uwe voorrechten en verhevenheden, en buig mij eerbiedig voor u neder, om God te danken voor de gunsten en genaden, die Hij in u uitgewerkt en door u aan ons bewezen heeft; vooral dat Hij mij door uwe voorspraak van de hel bewaard heeft.... O Maria, wonderbare Moeder, gij hebt reeds zoo vele wonderen verricht, doe nog dit wonder, dat ik brande van liefde tot u en tot Jesus uwen goddelijken Zoon, dagelijks meer en meer in liefde tot u en tot Jesus toeneme en eindelijk van liefde tot u en tot Jesus ver-teere en sterve. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

51

-ocr page 166-

Xir. SAMENSPRAAK

XII. SAMENSPHA.AK MET JESTJS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

V00RBERE1DINGSGEBED. O zil\'l, ntd 11, 1)1. 1.

Hoe gelukkig was Moses op den berg Sinaï, waar God hem zijne heerlijkheid vertoonde en van aanschijn tot aanschijn vertrouwelijk met hem sprak, gelijk een vriend gewoon is te doen met zijnen vriend, terwijl do Heer voor het volk zijn aanschijn verborg dooi\' eene wolkkolom. Li\' Hear npmk tot Moses van aanschijn tot aanschijn, zooals can mensch cjr.ivoon is te spreken tot zijnen vriend. (Exodi XXXIII. TI.)

Dierbare Jesus, ik bon niet minder gelukkig, daar het mij buiten zoo vele anderen vergund is, dagelijks tot U te naderen, en vertrouwelijk met U te spreken. Al kan ik U niet zien met de oogen des lichaams, ik weet toch zeker en geloof vastelijk dat Gij in het H. Sacrament des Altaars waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, en mij toelaat tot IJ te naderen en kinderlijk tot U te spreken, terwijl die gunst aan zoovele anderen\' nooit of\' zelden wordt toegestaan. Ach, lieve Jesus, hoevelen zijn er die door de wolkkolom, dat is, door de beslommeringen der aardsche bezigheden, door de nevelen der zonden, door de wolken der ongeregelde begeerlijkheden, door de duisternissen des hei-dendoms en des ongeloofs, alsmede door de hardnekkigheid der ketterijen belet worden tot U te naderen en zich vertrouwelijk met U te onderhouden. Indien zij dezelfde kennis, dezelfde ge-

52

-ocr page 167-

XII. SAMENSPRAAK.

IcgcTihcid cn dezelfde genade hadden die ik heb, zouden er ongetwijfeld velen zijn die er beter gebruik van zouden maken dan ik... Helaas hoeveel verschil ik van Moses , die door den omgang met God als vergoddelijkt word en zoodanig in liefde ontvlamde, dat zijn aangezicht schitterde en het volk den glans der stralen. die van hem uitgingen, niet kon verdragen... Goddelijke Zaligmaker, Gij gewaardigt U op de minzaamste wijze tot mij te spreken en toch blijf ik koud en ongevoelig voor U— Ik ben koud als ik voor U verschijn; koud als ik bij U ben en koud als ik van U wegga.... Hoe komt dat, lieve Jesus! is uw arm verkort, uwe goedheid verflauwd of uwe mildheid verminderd...! Neeru lieve Jesus, de oorzaak hiervan is niet in U maar in mij... Gij immers zijt altijd even machtig , even goed en even milddadig; doch ik maak mij uwer gunsten onwaardig, omdat ik te zeer gehecht blijf aan zinnelijke voldoeningen, aardsche grootheden en vergankelijke goederen. O ware ik van alles onthecht gelijk Moses.... T O hadde ik de liefde en den eerbied dien hij had, dan zou ik ongetwijfeld dezelfde genade ontvangen en gelijk hij van liefde tot U brander.! Maar door mijne onverstorvenheid, en verkleefdheid aan lichamelijke gemakken en zinnelijke voldoeningen stel ik er beletsel aan en blijf ik koud en ongevoelig.

Goddelijke Zaligmaker, eerbiedig voor U neergebogen, vraag ik U rouwmoedig vergiflenis voor alle fouten, onvolmaaktheden en gebreken, waaraan ik mij in uwe tegenwoordigheid dikwijls schuldig gemaakt heb; en tevens bid ik ü, mij meer eerbied en liefde tot U en het H. Sacra-

53

-ocr page 168-

•54 XII. SAMENSPRAAK.

ment in te boezemen. Ik geef mij thans geheel aan U en wensch vurig, voortaan zuiver voor IJ te leven en door een heiligen levenswandel te beantwoorden aan de genaden, die Gij mij zoo rijkelijk boven anderen verleend hebt. — Ontvang mij en alles wat in mij is , mijne ziel, mijn lichaam en geheel mijn leven. Ik stel mij geheel in uwe handen ; beschik over mij naar uw welbehagen. Ik wil bijgevolg geene ziel meer, dan om ze dagelijks meer en meer te zuiveren, te versieren en te heiligen ; geen lichaam dan om het te kastijden en zijne ongeregelde begeerlijkheden te beteugelen; geene zielsvermogens noch zintuigen des lichaams, dan om er naar uwen wil en uw welbehagen een goed eu heilig gebruik van te maken. O kon ik voortaan geheel voor U leven...! O mocht ik van liefde voor U verteoren en sterven....! O Jesus, geef mij uwe liefde en beschik over mij on over alles wat mij betreft naar uwen heiligen wil en uw welbehagen. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, enz. bladz. 5.

XII. SAMENSPBAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Mater Cr eat or is, or a pro nobis.

Moeder des Scliejipers, hid voor ons. O Maria! welk oene verheven benaming, Moeder des Scliepjiers, die de H. Kerk en met haar alle geloovigen u geven! Waarlijk, Maria,

-ocr page 169-

xii. samenspraak.

pij zijt flc Moeder dos Scheppers, dewijl gij .lesus, den Schepper van het heelal gebaard hebt. — Welk een geheim !

De H. Joannes zegt: Alles is door Hem ge- • worden; en zonder Hem is niets geworden dat geworden is. (,Ioa. I. 3.) Ook gij, Maria, zijt door Hem geworden en zonder Hem zoudt gij niet zijn ; en desniettemin is ook Hij in uwen schoot ontvangen en uit u geboren. Gij zijt derhalve zijne Moeder en kunt mot waarheid zeggen : Die mij geschapen heeft , heeft in mijne\' lente (in-mijnen schoot] gerust. (Eccli. XXIV., Ii2.) — »0 wonderbare inschikkelijkheidquot; mag ik hier met de H. Kerk uitroepen. »De Schep-»prr van het menschelijk geslacht heeft door ^een bezield lichaam aan te nemen, zich ge-waardigd uit eene Maagd geboren te worden... sMaria heeft ons den Verlosser gebaard; en de »11. Joannes Hem aanschouwende riep uit: Z\\e-»daar het Lam Gods, ziedaar die wegjieemt de vzonden der wereld ! (In ojf. I\'. M. V. in SabbJ »0 welk groot geheim!.... De Schepper van het slteolal wordt uit eene Maagd geboren!.... De «onmetelijke sluit zich op in den schoot eener «Maagd, en blijft daar gedurende negen maan-sdi\'ii als in een duisteren kerker opgesloten!quot;

O Maria, uwe waardigheid van Moeder des Scheppers boezemt mij eerbied voor u in en noopt mij n vurig te bidden, ook mijne Moeder te willen zijn, mij als uw kind onder uwe bescherming te nemen en mij met Gods genade te verrijken, opdat ik voortaan den Heer getrouw diene en Hem vurig beminne. Amen.

Sluitgeisei!. Memorare, bl. 7.

-ocr page 170-

XIII. SAMENSPRAAK.

XIII. SAMENSFEAAK MET JESUS

IN HKT

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDIXGSGEBED. 0 ziel, Stel K, bi. ].

0 ziel, stel u voor den geest het visioen van Jacob, waarin hem eene ladder werd getoond, die van de aarde tot den hemel reikte: verbeeld u de engelen te zien, die daarlangs op- en afklimmen , en God , die boven op de ladder staande , zeidc: Ik hen de God nws vaders ; de God van Abraham; de God van Isacik. Verbeeld u eindelijk, dat Jacob ontwaakte, eu in verrukking des goestes uitroept: De Heer is waarlijk in deze plaat* en ik ivist het niet\'. (Gen. XXVIII.) Verrukkelijk was dit visioen voor Jacob, maar oneindig verrukkelijker is voor ons liet geheim van het allerh. Sacrament lt;les Altaars.

O mijne ziel, beschouw de grootheden van dit H. Sacrament, waarvan Jacobs lt;.eh ■imzinnige ladder slechts oen flauw afbeeldsel is. Indien Jacob over de verschijning dier ladder van bewondering was opgetogen, hoeveel te meer behoort gij opgetogen te zijn over het groot geheim van het H. Sacrament des Altaars!.... Hoe groot, hoe verheven en eerbiedwekkend is dit geheim, dat evenals de ladder van Jacob, de aarde met den hemel vereenigt!.... Jesus daalt hier dagelijks van uit den hemel neder; Hij blijft er voortdurend tegenwoordig en zoo vereenigt Hij de aarde met den hemel, of liever — Hij maakt zoo van de aarde eenen hemel; want waar Hij is, daar is ook de hemel.

•56

-ocr page 171-

XIII. SAMENSPRAAK.

Dierbare Jesus, mijn God en Al, hoe goed zijt Gij jegens mij !____ Immers \'t is mij vergund tot U te naderen en in uwe tegenwoordigheid te verschijnen. Ja, \'t is mij als het ware vergund, ten hemel op te stijgen en daar binnen te gaan om mij geheel met U te vereenigen. Ach, hoe kan het zijn, dat ik er zoo weinig gebruik van maak en U zoo zelden kom bezoeken? Hoe kan het zijn, dat ik jegens U zoo onverschillig ben eu mij zoo zeer van ü verwijder? O Jesus, trek mij tot U, opdat ik voortaan mijne toevlucht tot U neme en deelachtig moge worden aan de gunsten en genaden, welke hier verborgen zijn.,..

Welaan, mijne ziel, buig u eerbiedig voor het H. Sacrament neder, waarvan Jacobs geheimzinnige ladder een treilend afbeeldsel was. Verbeeld u God in den hemel. staande boven oji die geestelijke ladder, en Jesus die zich bevindt aan deszelfs voet, rustend in het H. Tabernakel , terwijl de engelen langs de ladder van het H. Altaargeheim op- en afklimmen; eensdeels om uwe gebeden en smeekingen als kostbare reukwerken ten hemel op te voeren en te brengen voor den troon van God; ander-deels om geestelijke gaven en hemelsche weldaden van God te ontvangen en er u mede te verrijken. O welke verhevene beschouwing! God iu den hemel — Jesus in het H. Tabernakel —-De engelen als Gods gezanten tusschen beiden!

Dierbare Jesus, wat doet Gij veel voor mij, nietigen aardworm en ondankbaren zondaar! Hoe kunt Gij mij zoo beminnen en mij zoo vele bewijzen uwer liefde geven ? Geef dat ik U ook beminne en U vele bewijzen mijner liefde

57

-ocr page 172-

58 XIH. SAMENSPRAAK.

geve; geel\' dat ik steeds eerbiedig mijne toc-vlucht tot U neme en vertrouwelijk voor liet ]J. Altaar neerkniele. Voorheen was ik er ongevoelig voor en kon met Jacob zeggen ; De Heer is wanvlijk in deze plaats en ik wist hel niet — of ten minste — ik deed zoo, als liadde ik het niet geweten; maar nu, verlicht door een straal uwer genade, erken ik U hier quot;waarachtig tegenwoordig, ik betreur mijne vroegere onachtzaam l ieden en wensch vurig geheel aan U te zijn. Minnelijke Zaligmaker, ontsteek in mij het vuur uwer liefde. Ik wil U voortaan alléén beminnen, ik wil U veel beminnen, ik wil U beminnen uit geheel mijn hart en uit al mijne kracht: ii. O Jesus, mijne liefde, ontvang mijn hart met a! deszelfe genegenheden , en maak, dat ik buiten CJ niets, tenzij om U, be-minne; want hij bemint U te weinig, die buiten U iets bemint, dat hij niet om U bemint. /S. Auguslinus). Geef dat ik U beminne met eene zuivere liefde en dat al mijne genegenbeden, verzuchtingen en hartkloppingen strek-Jven tot uitbreiding uwer glorie en tot bevordering mijner zaligheid. O Jesus, ik geef mij geheel aan U en wijd mij voor eeuwig toe aan ile liefde van het H. Sacrament. Gij hebt mij voor U geschapen; ik moet U dus steeds loven en verheerlijken. Laat niet toe, dat ik mijns bestemming miskenne, of afwijke van hot doel mijner schepping: neen, lieve Jesus! laat niet toe, dat ik zoo ondankbaar zij. Hemel en aarde verkondigen uwen lof en uwe heerlijkheid ; ook ik wil steeds uwen lof en uwe heerlijkheid verkondigen. Ootmoedig derhalve voor U neergebogen, loof ik U uit al mijne krachten; ik loof

ü

-ocr page 173-

XIII. SAMENSPRAAK.

U in vereeniging met alle schepselen , zoo in den hemel als op de aarde; in vereeniging mot alle Engelen en Heiligen; in vereeniging met de allerh. Maagd Maria; eindelijk in vereeniging met God den Vader en God den H. Geest. O Jesus, geef dat ik U altijd verheerlijke en dat uw lot\' altijd in mijnen mond zij. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof\', bl. 5.

XIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A GD MA R I A.

Maler Salvatoris, om pro nobis.

Moeder des Zaligmakers, bid voor ons.

O Maria, hoe zoet en troostend is liet mij, u te groeten met dien schoonen ecretitel: Moeder des Zaligmakers!... Die eeretitel boezemt mij de levendigste gevoelens van liefde en hoogachting voor u in, wijl gij door Jesus, den Zaligmaker der wereld te baren, medegewerkt hebt aan onze zaligheid. O Maria, ik verheug mij over uwe waardigheid van Moeder des Zaligmakers en loof u met de vrouw van het Evangelie, die, bij het zien der mirakelen, welke Jesus deed, in opgetogenheid des geestes uitriep: Zalig is de schoot die U gedragen iw.ejï en de borsten die Gij gezogen hebt! — Ook vereenig ik mij mij met de Herders, die u het eerst in den stal van Bethlehem als de Moeder des Zaligmakers erkend en vereerd hebben.

S;iirieiigt;jgt;r. 1\'

59

-ocr page 174-

xiv. samenspraak.

O Maria, daar gij do Moeder des Zaligmakers zijt, noem ik u tevens, met den H. Bonaven-tura, de middelares onzer zaligheid, dewijl gij, volgens het zeggen van den H. Joannes l)a-mascenus, in zekeren zin aan de zaligheid der wereld hebt medegewerkt, door namelijk uwe toestemming te geven en tot de menschwording van het eeuwig Woord, en tot den dood van uwen Zoon, toen Hij voor onze zaligheid aan liet kruis geslaclitoflerd werd.

O Maria , Moeder des Zaligmakers en mijne | Moeder, wees de Middelares mijner zaligheid en maak door uwe voorspraak dat ik zalig worde. Amen.

Sluitgebed. Memo rara, bl. 7.

XIV. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebeij. O ziel, Stel U, bl. 1.

In verrukking des geestes en met eene eerbiedige vrees beschouwde Jacob den lieer zijnen God, die zich bevond boven op de geheimzinnige ladder, en de engelen die die daarlangs op- cn afklommen. (Gen. XXVIII. 12.)

O ziel, voor het H. Tabernakel neergeknield, beschouw nu ook met verrukking en eerbied de groote geheimen van het H. Altaar-Sacra-ment. Jesus, uw God en Schepper, rust hier in het H. Tabernakel, terwijl de engelen uit den hemel afdalen en het altaar omringen, om er hunnen God en Schepper te aanbidden. De

GO

-ocr page 175-

XIV. SAMENSPRAAK.

01

H. Chr ysostomus zegt: [lib. 6. de Sac. cap. 4./ »De plaats naast het altaar is gevuld met en-))gelenkoren, ter eere van Hem, die daar wordt «opgedragen.quot; O ziel, overweeg de groote eer, die u te beurt valt, als gij tot liet H. Tabernakel nadert. Dan wordt liet u vergund, u met de engelen te vereenigen en eenparig met hen uwen Zaligmaker, uwen God en uw Al te aanbidden. O Jesus, wie ben ik, dat Gij mij zoo verheerlijkt en toelaat dat ik mij voor uw aanschijn vertoone, om U in vereeniging met de engelen te aanbidden?... Ach, hoe is het mogelijk, dat ik niet in liefde ontvlam me!... Dierbare Jesus, geef mij eene ware, vurige en zuivere liefde; geef mij eene standvastige en onwankelbare liefde, om U altijd, ook ten tijde van kruisen, vernederingen, ontberingen, verdrukkingen en beproevingen, te beminnen.... O liefde! O zoete liefde\' Ik verlang niets anders dan liefde; ik verlang vurig, IJ te beminnen met eene volmaakt zuivere liefde. Dierbare Jesus, de liefde, die Gij mij betoont, door mij toegang tot U te verleenen, is waarlijk groot en schijnt mij nog grooter toe als ik daarbij overweeg, dat de engelen het altaar omgeven, niet alleen om U daar te aanbidden, maar ook om mijne gebeden en smeekingen als aangename en zoete reukwerken Gode aan te bieden en zijne gunsten en genaden tot mij over te brengen. Mij dunkt ik zie die verheven Geesten uit den hemel nederdalen, beladen met hemelsche schatten, om ze aan oprecht Godminnende zielen uit te deelen, alsmede om de gebeden en verzuchtingen dier zielen, met zich ten hemel op te voeren en als dank-, zoen- en smeekolTers

-ocr page 176-

XIV. SAMENSPRAAK.

Gode aan te bicden, ten einde nieuwe wekladeit

cn genaden te verwerven____ O verheven en

tevens troostvolle beschouwing!... De engelen zijn dan mijne dienaren en staan gereed om mijne gebeden tot God op te voeren en mij Gods genaden te doen geworden. Ü welk een wonder!... Welk eene liefde!... Mijn God en Zaligmaker, hoe is het mogelijk dat ik zoo koud en liefdeloos voor U blijf en niet vuriger gedrongen word om U dik wij Ier te bezoeken cn mij inniger met U te vereenigen?... Dat een wereldschgezinde zich begeve tot aardsche vermaken, vergankelijke schijngoederen, bedricge-lijke grootheden, ijdcle sieraden, en bekoorlijke schoonheden; ik integendeel, zal mij tot U begeven; want, gelijk David zegt: \'tis mij goedr Gode aan le kleven. (Ps. LXXII. \'28.) O kort, maar zoet woord: de wereld verachten en God aankleven !... Zeker, lieve Jesus!... \'t Is mij goed U aan te kleven. — Gij zijt mijn God en mijn Al; mijn opperst en eenigst Goed; mijn geluk en mijne zaligheid... Hoe zoet is het mij, van U te spreken, aan U te denken, U aan te kleven en aan den voet van het H. Tabernakel

met U vereenigd te blijven!____ O wereld, ga

weg van mij met al uwe schijngoederen en be-driegelijke vermaken; ik heb Jesus, mijn God en Al, tot mijn eenig deel verkozen: Hem alléén

wil ik toebehooren; Hem alléén aankleven____

Dierbare Jesus, God van mijn hart, ik oilér mij geheel en onherroepelijk aan U op; ontvang mij met alles wat mij toebehoort; ontvang\' mijn leven met alles wat mij in hetzelve nog staat te wachten; beschik cr over volgens uwen H. Wil; ik wil niet meer leven, tenzij om U

(52

-ocr page 177-

XIV. SAMENSPRAAK.

te behagen en uwen wil te volbrengen— O Jesns, geef\' dat ik geheel aan U zij en U steeds aankleve. Amen.

G eest el ijke Com mu nie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bl. 5.

XIV. SAMENSPBAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Virgo prudentissima, ora pro nobis.

Allervoorzichtigste Maagd, bid voor ons.

0 Maria , gij zijt waarlijk de allervoorzichtigste Maagd, wijl gij altijd en in alles het beste deel gekozen hebt; daarom past de H. Kerk deze woorden van het Evangelie op u toe : Maria heeft het beste deel gekozen, t welk haar niet zal ontnomen worden (Comm. in Missa Assumpt.) En i.iderdaad, gij immers hebt u van het begin mvs levens af geheel aan God toegewijd en Hem tot uw eenig deel gekozen. Nooit heeft iets ter wereld n kunnen behagen of ingang in uw hart kunnen vinden, wijl het geheel voor God wras.

O Maria, allervoorzichtigste Maagd, verlaat mij niet te midden der gevaren en twijfelachtigheden, waarin ik mij meermalen bevind; bid voor mij, opdat God mij verlichte en ik steeds het beste verkieze. Hoe dwaas zijn die menschen, die het aardsche, het zinnelijke, het vergankelijke tot hun deel kiezen! O kinderen der ■menschen, riep David uit, hoe lang zult gij zwaar van hart zijn? Waarom bemint gij dn

G3

-ocr page 178-

xv. samenspraak.

ijdelheid en zoekt gij de leugens\'? (Ps. IV. 3). — O Maria, mijne minnelijke voorspreekster, bid voor mij opdat ik nooit zoo dwaas zij, van de wereld of\' iets dat wereldsch is, te beminnen en aan te kleven. Maak dat ik geheel aan God zij en naar uw voorbeeld. Hem alleen tot mijn deel kicze; wijl Hij alleen het deel mijner erfenis is in eeuwigheid. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bi. 7.

XV. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT UES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O ziel Stel U, bl. 1.

Hoe ontzagwekkend, hoe vreeselijk ia deze plaats! loaarlijk hier is niets anders, dun het Huis van God en de deur des hemels. (Gen. XXVIII. vs. \'Hi. 17). Deze ontzagwekkende woorden sprak Jacob in de opgetogenheid zijns geestes, toen God zich aan hem in een visioen vertoonde.

O ziel, wat zegt gij, neergeknield aan den voet van het H. Tabernakel, waar Jesus, uw God en Al, niet slechts in visioen, maar in waarheid met ziel en lichaam tegenwoordig is...? Zult gij met Jacob niet uitroepen: hoe vreeselijk, hoe eerbiedwaardig is deze plaats! toaarlijk \'t is hier niets anders dan het Huis van God en de deur des hemels.

Ja zeker zal ik het doen, lieve Jesus! De plaats van het H. Sacrament des Altaars, waar Gij waarlijk tegenwoordig zijt, is eerbiedwaardig

64

-ocr page 179-

XV. SAMENSPRAAK.

65

on vrceselijk : zij is het Huis van God die er zijnen zetel vestigt, terwijl do engelen uit den hemel neerdalen, om Hem daar te aanbidden... O ziel, hebt gij ook eerbied voor die plaats.\' verschijnt gij er met eene eerbiedige vrees? zijt gij er ingetogen? kan men uit de houding uws lichaams zien, dat gij van zijne tegenwoordigheid doordrongen zijt...? Dierbare .Tosus, schaamte bevangt mij, als ik denk aan de onverschilligheid en minachting, die ik U hier meermaals betoond heb... Acii, hoe kan ik zoo koud, zoo onverschillig en zoo liefdeloos voor U zijn...! Verlevendig mijn geloof\', opdat ik met eene heilige vrees voor dit H. Sacrament doordrongen worde, en ontsteek in mij het vuur uwer liefde opdat ik, steeds van liefde tot (J getrokken worde, U dikwijls bezoeke en mij geheel aan U toewijde... Dierbare .lesus, welk geluk voor mij, hier tot U te mogen naderen! Deze plaats is niet alleen het hiiis van God maar ook de. deur des hemels. Ik mag met Jacob uitroepen: Waarlijk \'t is niets anders dan het huis van God en de deur des hemels! Hier wordt mij de toegang tot den hemel geopend, en tevens is het mij vergund er binnen te gaan. Dierbare Josus, ik zal dan voortaan deze plaats aanzien als de deur des hemels en er met vertrouwen komen aankloppen, om tot leniging mijner ziels-armoede, geestelijke aalmoezen en hemelsche gaven te ontvangen. En dan welke genaden mag ik hier niet verwachten, wijl Gij, de Gever van alle goed, er waarlijk tegenwoordig zijt, om U over mij te ontfermen en mij met gaven te verrijken...? Minnelijke Zaligmaker, wat zal ik U vergelden voor al het

-ocr page 180-

XV. SAMENSPRAAK.

66

goed, dat Gij mij gedaan hebt en nog dagelijks doet..,? Ik heb niets — ik kan niets— ik ben niets uit mij zei ven, ik kan dus niets anders doen, dan mij voor U vernederen, mijne onmacht erkennen en mij, arm en behoeftig als ik ben, geheel aan U geven. Voortaan wil ik niet meer aan mij zeiven en nog minder aan de wereld toebehooren, maar aan U eii aan het H. Sacrament des Altaars. Ik zal hier dikwijls met IJ komen spreken, want deze plaats zal ik aanzien niet alleen als de deur des hemels, maar als den hemd zeiven; want gij zijt de zaligheid des hemels en de vreugde van engelen en heiligen en dus waar Gij zijt daar is de hernel. Lieve Jesus, zoo mag ik dan zeggen, dat Gij uit liefde tot mij den hemel verplaatst en op aarde gebracht hebt! Waar of wanneer heelt men ooit van eene zoo groote goedheid gehoord...? Welke koning verplaatst ooit zijnen troon, om naast de hut van een armen bedelaar te gaan wonen? of welke vorst laat toe dat een behoeftige slaaf dagelijks tot hem nadert om vertrouwelijk met hem te spreken en onderstand te vragen....\' O neen! dusdanige koning vindt men op aarde niet: die koning is in den hemel; — Gij zijt die koning, lieve Jesus. — Gij, hoewel de Opperkoning, laat toe dat ik dagelijks tot U kome om onderstand te vragen en zijt altijd bereid mij eene milde aalmoes te geven. — O wolk wonder van goedheid en genade! —Dierbare Jesus, zou ik U dan niet beminnen,..? Zou ik mij dan niet geheel aan U geven? Ja zeker zal ik dat doen, lieve Jesus...! Zie ik geef mij thans geheel aan U; ontvang mij en alles wat in mij is; want ik wil geheel aan U zijn.

-ocr page 181-

XV. SAMENSPRAAK.

O Jesus, mijne liefde! wat is er mij in den hemel, en builen U tvnt wil ik op de aarde; o God mijns harten en mijn deel, o God in eemvigheid! Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Virgo venera nda, ora pro nobis.

Eerwaardige Maagd, bid voor ons.

0 Maria, gij zi.jt waarlijk eerbiedwaardig, omdat men, gelijk de H. Anselmus zegt, na de waardigheid van Moeder Gods in geen enkel schepsel iets verhevener zon kunnen denken. Daarom vereer ik u en roep met denzelfden heilige uit: »0 mijne koningin, niets is aan u »gelijk, want alles wat er bestaat, is of grooter »dan gij en dit is God alleen, of hot is minder »dan gij en dit is alles wat niet God is.quot; Do engelen in den hemel hebben den grootsten eerbied voor u, omdat gij boven allen verheven zijt; zij honden niet np, gelijk de H. Bonaven-tnra zegt, u gezarnculijk te loven, zeggende: »Heilig, heilig, heilig Maria, de Moeder van God, »Moeder en Maagd!quot; Ook op aarde zijt gij eerbiedwaardig, want volgens uwe voorzegging, wordt gij door alle geslachten en volken verheerlijkt en zalig genoemd. I\'ca tam me dicent omnes generationes. Alle geloovigen die de God-

07

-ocr page 182-

xvi. samenspraak.

licid van Jesus uwen Zoon erkennen, betoenen u eerbied en hoogachting. Hoe vele tempels zijn er u ter eere opgericht..! Hoe vele boetple-gingen gedaan...! Hoe vele aalmoezen en liefdewerken... ! Hce vele processiën en bedevaarten...! Waarlijk Maria, gij zijt eerbiedwaardig... De duivel zelf, ofschoon hij u haat, is toch verplicht, u te verheerlijken en voor uwe over-macht te zwichten... Ook ik, Maria, ik wil u vereeren; ik wil u veel vereeren; ik wil u altijd vereeren. ü kon illt; u eeren, zooals gij het verdient, en mij zóó waardig maken onder uwe bescherming te leven en te sterven! Amen.

Sluitgehed. Memorare, bladz. 7.

XVI. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereiijixgsgeded. O ziél, stel II , bl. \'J.

Verheven is de troon van God in den hemel. De profeet Isaïas in een visioen ten hemel opgenomen , zegt: »Ik heb den Heer gezien, «gezeten op een hoogen en verheven troon, »en de boorden zijner kleederen vervulden den «tempel. Rondom don troon stonden twee Se-«raphijnen, die ieder zes vleugelen hadden. Twee »om hun aangezicht en twee om hunne voeten »te bedekken, en twee om te vliegen. — Zij «riepen elkander beurtelings toe, en zeiden: »Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, de God der »Iieirkrachten; geheel het aardrijk is vol van ygt;zijne heerlijkheid.quot; (Isaïas VI. 1. etc.).

68

-ocr page 183-

XVI. SAMENSPRAAK.

O ziel, zoo dit visioen u eerbied inboezemt, zult gij dan koud en ongevoelig blijven aan den voet van het H. Tabernakel, waar Jesus, omgeven van millioenen engelen, als op een lioogen en verheven troon, waarlijk en wezenlijk tegenwoordig is? — Neon, lieve Jesus! —- zeker zal ik niet ongevoelig blijven. Uwe tegenwoordigheid boezemt mij eerbied en hoogachting in en beweegt mij om er met do meest mogelijke ingetogenheid te verschijnen. -- Welk geluk voor mij tot U te mogen naderen en in veree-niging met de engelen U te mogen aanbidden-en verheerlijken...! O welk eene groote genade...! Dierbare Jesus, hoe hebt gij ons zoo kunnen beminnen...? Wist Gij dan niet, dat zoovelen misbruik van uwe goedheid zouden maken! — Helaas, hoevelen zijn en blijven liefdeloos voor U, en verwaarloozen U hier te komen bezoeken! — Terwijl do paleizen van aardsche koningen steeds druk bezocht worden en hunne-tronen voortdurend door vleiers omgeven zijn, is uw paleis ledig en uw troon verlaten. — De-H. Teresia kon er niet aan denken, zonder innig bedroefd te worden; zij weende bitter, ziende dat de huizen van de vorsten der wereld druk bezocht en \'s Heeren tempels meestal verlaten werden. — Dierbare Jesus, doe er mij ook over weenen, en vooral geef, dat ik immer inet waren eerbied en diepe nederigheid voor U verschijne en evenals de engelen, U met ware godsvrucht verheerlijke... Hoe groot behoort mijn eerbied niet te zijn! 1) Indien de Seraphijnen uit eerbied hun aanschijn voor U bedekken, wat moet ik dan niet doen? Hoe diep rnoet ik mij dan niet vernederen! Wat ben ik toch in ver-

-ocr page 184-

XVI. SAMENSPRAAK.

gelijking met de Seraphijnen..,? Hoe verheven, hoe schoon, hoe heerlijk zijn zij: terwijl ik nietig ben —■ vol onvolmaaktheden en zonden...! — 2) Indien de Seraphijnen hunne voeten voor U \'bedekken, om zoo , ware het mogelijk, hunne nietigheid en hunne onvolmaaktheden voor uwe oogen te verbergen. — Wat moet ik dan niet doen, om, ware het mogelijk, mijne fouten en gebreken voor U te verbergen, of liever, om mij van mijne fouten en onvolmaaktheden te -zuiveren? — Helaas, hoe menigvuldig zijn ze! O kon ik ze uitwisschen met tranen van boetvaardigheid...! Dierbare Jesus, geef tranen aan mijne oogen, om mijne misstappen dag en nacht te beweenen en ze te reinigen in uw dierbaar Bloed, voor mij aan het kruis vergoten...! O mijn Jesus, ontferm U mijner, en geef dat ik voortaan zuiver voor U verschijne. — 3) Indien de Seraphijnen voor Gods troon altijd gereed staan om te vliegen, dat is: om zijne bevelen oogenblikkelijk ten uitvoer te brengen ; zou\' ik dan ook niet altijd gereed zijn, om oogenblikkelijk aan Gods wil en aan de bevelen mijner ■oversten te gehoorzamen? — .Ta zeker zal ik dat doen, lieve Jesus...! Daarom offer ik mij ge-beel aan U op, en stel mij volkomen in uwe han-■den. — Doe met mij, wat Gij wilt; zie ik beu tot alles bereid — zoowel tot bitterheden als •zoetheden; — zoowel tot vernederingen als vei-beffingen; — zoowel tot gebrek als overvloed;

— zoowel tot ziekte als gezondheid; — zoowel tot dorheden als vertroostingen: — zoowel tot duisternissen als verlichtingen; — in één woerd

— tot alles. Ik geef rnij geheel en onherroepelijk aan U; handel met mij naar uw welbeha-

70

-ocr page 185-

XVI. SAMENSPRAAK. 71

gen; geef mij slechts uwe liefde met uwe genade dan beu ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. o.

XVI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD M A li I A.

Virgo prcedicanda, om pro nobis.

Lofwaardige Maagd, bid voor ons.

0 Maria, de H. Kerk zegt terecht, dat gij; lofwaardig zijt, immers zegt de H. Ildephou-siis, de lof, aan u gegeven, keert terug tot uwen goddelijken Zoon, die dezen beschouwt als aan zich zeiven gedaan. Daarom is uw naam overal, waar het evangelie verkondigd is, groot onder de volken. — Overal vindt gij getrouwe dienaars, die u loven en verheerlijken; en dior vtrbaasd over uwe grootheden en voorrechten^ voortdurend uwen lof verkondigen, en u met de H. Kerk juichend toezingen: »Heilige en «onbevlekte Maagd! ik weet niet met welke «lofzangen ik u zal verheden; want, dien de «hemelen niet kunnen bevatten , hebt gij in «uwen schoot gedragen. Gezegend zijt gij boven «alle vrouwen en gezegend is de vrucht van «uwen schoot.quot; [In off, B. M. V.J

Ü Maria, gedoog, dat ik u love. 0 kon ik u

eens naar waarde loven!____ Als de dochters

van Sion uwe grootheden en verhevenheden be-

-ocr page 186-

XVIt. SAMENSPRAAK.

schouwden, noemden zij u Je allerzaligste; de koningin loofde u als de bevoorrechte; de Bnii--degom, Jesus Christus, prees u als de schoonste. (Hooglied.}

O Maria, gij zijt zoo lofwaardig, dat uw lof niet alleen in den mond der geloovigen, maar •ook in dien dor engelen is. Hoe loofden zij u op den dag uwer hemelvaart? De H. Kerk in het officie uwer hemelvaart hiervan sprekende, •zegt: «Maria is ten hemel opgenomen; de en-»gelen verheugen zich, en onder liet aanheffen »van lofzangen, zegenen zij God.quot;

O Maria, gedoog dat ik mijnen zwakken lof met dien der engelen vereenige, en uit al mijn vermogen arbeide, uwen lof meer en meer uit te breiden, opdat ik waardig bevonden worde, uwen lof in den hemel eeuwig te verkondigen. Amen.

Sluitgeued. Memorare, hladz. 7.

XVII. SAMENSPRAAK MET JESTJS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. o Ziel, Stel U, hl. 1.

O ziel, verbeeld u ootmoedig aan den voet van het li. Tabernakel neergebogen, — Jesus te zien op een zeer verheven en schitterenden troon, omgeven van millioenen eng.den, die Hem aanbidden. — Eens vertoonde de Heer aan den H. Joannes eene schaduw der hemelsche glorie, die hij met deze woorden beschrijft: «Ik zag eene groote menigte die niemand kon

72

-ocr page 187-

XVII. SAMENSPRAAK.

stellen, uit alle natiën en stammen, en volken, »cn talen, staande vóór den troon en vóór het «aangezicht des Lams, gekleed in witte klee-sderen en met palmtakken in hunne handen; ))en zij riepen met luider stemme, en zeiden : »De zaligheid is van onzen God, die op den ygt;troon zit en van het Lam. — En zij vielen »op hunne aangezichten vóór den troon en aan-sbaden God, zeggende: Amen! lof en heerlijk-»lieid en wijsheid en dankzegging, en eer en Dmacht en sterkte zij aan onzen God, in alle »eeuwen der eeuwen. Amen. (Apoc. VII. 10-12.)

O ziel, overweeg, hoe Jesus hier vol luister en heerlijkheid tegenwoordig is, en hoe hielde engelen zijnen troon omgeven, zich eerbiedig voor Hem neerbuigen en Hem voortdurend aanbidden, loven en prijzen. —Dierbare Jesus, zoo hebt Gij dan uwen zetel op aarde overgebracht en in het H. Tabernakel geplaatst, opdat wij U daar zouden komen aanbidden. O welke goedheid! welke liefde!.... O kon ik U aanbidden en loven met dezelfde vurigheid en liefde, waarmede de engelen het doen in den hemel! Daar zij den luister uwer goddelijke Majesteit van aanschijn tot aanschijn aanschouwen, ontvlammen zij zoo zeer van liefde tot U en worden zij zoo zeer aangemoedigd om uwen lof te verkondigen , dat zij niet ophouden dag en nacht in eeuwigheid U ter eere te zingen: gt;gt;Heilig, Dheilig, heilig. Heer, de almachtige God, die »ivas, die is en die komen zal.quot; (Apoc. IV. 8.)

Welaan mijne ziel, nader tot Jesus: Hij wacht u in het H. Sacrament; thans wordt het u vergund, u met de engelen te vereenigen en in die vereeniging den Heer, uwen God, te lo-

73

-ocr page 188-

XVII. SAMENSPRAAK.

ven en te verlieerlijken. Zult gij u dan niet beijveren, om een veelvuldig gebruik van deze zoo groote gunst te maken....? Ja zeker zal ik dat doen, lieve Jesus...! Welk een groot geluk voor mij tot U te mogen naderen....! Ik, stof en ascb, ik een nietige aardworm, ik een ondankbare zondaar, een booswicht, ik mag tot LF komen en met U spreken, tot U, lieve Jesus, mijn God en Koning, tot U, voor wien de Machten des hemels sidderen, tremunt Po testates... ! Wie ben ik, dat Gij mij zoo begunstigt...? Ik erken nederig en in de volste overtuiging mijns harten, niet waardig te zijn voor U te verschijnen; daar Gij het mij evenwel toelaat en zelfs gebiedt, kom ik met vertrouwen tot U en werp mij eerbiedig voor U neder, om U in vereeni-ging met de engelen te loven, zeggende: »Heer, ygt;onze (iod! Gij zijt waardig te ontvangen de ^heerlijkheid, en de eer, en de kracht; ivant ygt;Gij hebt alles geschapen en alles was en is tgt;geschapen om uwen wil.quot; (Apoc. IV. \'11.) Hoe gelukkig zou ik zijn , lieve Jesus, indien ik U altijd, zonder ophouden, kon loven en prijzen, gelijk de engelen in den hemel! David zegt: vZalig zijn ze, die wonen in uw huis. Heer, »zj prijzen Uin eeuwigheid.quot; (Ps. LXXXIII. 5.) Maar helaas, dit is mij niet mogelijk; de wereld en de aardsche bekommeringen trekken mij gestadig van U af en noodzaken mij voortdurend, mij met tijdelijke dingen en lichamelijke noodwendigheden bezig te houden. O zoo ik ontheven ware van ally aardsche zorgen en lichamelijke noodwendigheden, om voortdurend met ü bezig te kunnen zijn...! »IJeere, verlos mij van mijne ^noodwendigheden,quot; (Ps. XXIV. 17.) en geef, dat

-ocr page 189-

XVII. SAMENSPRAAK.

ik nimmer iets doe uit eigen voldoening, noch uit zinnelijkheid, noch uit zucht om aan men-schon te behagen, maar dat ik alles doe, alleen om U te verheerlijken en uwen heiligen wil te volbrengen. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof\', bladz. 5.

XVII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Virgo po tens, om pro nobis.

Machtiije Maagd, bil voor ons.

O Maria, gij wordt met recht genoemd, machtige Maagd! ))\\Velko Heilige, vraagt de H. Al-))phonsus, is zoo machtig bij God, als zijne al-

■ Oerheiligste. Moeder; zij verkrijgt alles wat zij ))wil.quot; \'t Is genoeg dat gij wilt, zegt de II. Bei-nardus, en alles geschiedt. Alles wat God kan dour zijne natuur en door zich zeiven, kunt gij door de genade, waardoor gij almachtig zijt.

S [St. Bevnardus.) Gij zijt de vrouw der belofte, die den kop van het serpent moest verpletten, j (Gen. III. 15.) De sterke vrouw, die naar het

■ zeggen van den Wijzen-man, gezocht verdient | te worden tot aan de uiterste grenzen der aarde.

(Prov. XXXI. lü.) De weergalooze vrouw, die in Salomons Hooglied genoemd wordt, vreeselijk als een leger, in slagorde gerangschikt. (Cant. VI. 9.)

O Maria, daar gij zoo machtig bij God zijt, zal ik steeds met groot vertrouwen m\'jn; toevlucht

Simenspr. t \'1

75

-ocr page 190-

XVIII. SAMENSPRAAK.

tot it nemen. Bij u heb ik niets te vreezen; door U beschermd, zal ik te midden der gevaren standvastig blijven en over alle vijanden zegevieren. — O Maria, neem mij onder nwe bescherming en sta mij bij in alle gevaren; gedoog niet dat ik bezwijke, of dat satan mijne ziel roove; maar geef dat ik de zegepraal be-hale en eeuwig met God heersche in den hemel. Amen.

Sluitgehed. Memorare, bladz. 7.

XVIII. SAMENSPKAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDIXGSGEBED. O ziel, Stel 11, bl. \'1.

Hoe gelukkig was Maria Magdalena, toen zij aan de voeten van Jesus zat, om uit zijnen mond het woord Gods te hooren....! Terwijl Martha, f hare zuster, vol angst en kommer, druk bezig was met dienen, bleef zij aan de voeten van Jesus zitten en ontving er een overvloed van genade. De H. Augustinus zegt: (Serm. \'26./ «Hoe nederiger zij aan Jesus\' voeten zat, des te smeer ontving zij; want de wateren loopen in ))de laagte der valleien te zamen.quot; O ziel, gij zijt niet minder gelukkig, dewijl het u ook vergund is, tot Jesus te naderen en aan zijne v oeten te zitten, ten einde daar, als aan de bron van alle genaden, hemelsche gaven le putten. Hier zal Jesus tot u spreken, u verlichten en u doen inzien, hoe ijdel het aardsche, en hoe verheven het hemelsche is____ Dierbare Jesus,

70

-ocr page 191-

XVIII. SAMENSPRAAK.

77

welk een groot geluk voor mij, tot U te mogen nadoron en door U verlicht te worden om de ijdelheid der wereld te leeren kennen? Hoeveel troost en genade hebben de Heiligen steeds bij U gevonden....! Pater Surin ontvlamde geheel van liefde, als hij bij het H. Altaar was. Het Tabernakel was zijn troost, zijn vermaak, zijn paradijs; hij bleef er zoo lang hij kon; zelfs stond hij \'s nachts op, om er zich heen te begeven. —- Minnelijke Zaligmaker, ontvlam ook mijn hart in liefde; Gij zijt mijn troost, mijn schat en mijn al. Mijn eenig vermaak is bij U te zijn en gelijk Magdalena aan uwe voeten te zitten en die te omhelzen. — Dat de wereld zich met ijdelheden bekommereen gelijk Martha, zich afslave door angstige zorgen voor feestmalen, vermaken, grootheden en aardsche goederen; ik zal mij liever, gelijk Maria Magdalena, met U bezig houden en mijn geluk bij U zoeken. Hoe gelukkig zijn de religieuzen en vooral de priesters, die gedurig tot U kunnen naderen, om als boezemvrienden vertrouwelijk met U te ? spreken, U als een slachtofler aan God op te dragen cn als eene zielespijs te nuttigen....! Dierbare Jesus, hoe groot is uwe goedheid en liefde, wijl Gij er niet alleen voor priesters en religieuzen, maar ook voor alle geloovigen tegenwoordig blijft, en hen allen uitnoodigtom tot Ü te komen en bij U verlichting in hunne smarten en wederwaardigheden te zoeken. Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank omdat Gij er ook uit liefde voor mij tegenwoordig blijft en altijd bereid zijt mij welwillend te ontvangen. — O Jesus, ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik brandend van liefde, U dikwijls be-

-ocr page 192-

XVIII. SAMENSPRAAK.

zoi ke. »0 vuur dat altijd brandt en nooit wordi? anitgedoofd! — O liefde die altijd toeneemt en »nooit verflauwt....! Ontsteek in mij het vuur «uwer liefde. Geef dat ik geheel in liefde ont-»viamriie, om U alleen te beminnen; want hij «bemint U te weinig, die buiten U iets bemint,. »\'t welk hij niet bemint om ü.quot; [S. Augustinus: Solil c.9.1 Geef, dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en.\' vei teere, opdat ik uit liefde tot U sterve, gelijk G.j U gewaardigd hebt ter liefde van mij aani een schandelijk kruis te sterven. Amen.

G eest el ijhe Co m 1 nu n i e.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XVIII. SAMENSPBAAK

MET DE

IJ. MAAGD MARIA.

Virgo clemens, ora pro nobis.

Goedertieren Maagd, hid voor ons.

O Maria, welke zoete benaming: goedertieren-Maagd! — Zoo machtig gij bij God zijt, zoo goedertieren en mededoogend zijt gij jegens lt;:e zondaars. [S. AlphonsnsJ. Noch macht noch wil kunnen u ontbreken. fS. Barnardus]. Boe zou u de wil kunnen ontbreken, daar gij onze moeder zijt! — Als eene teerhartige moeder, zijt gij altijd goedertieren en mededoogend en stelt gij uwen schoot van barmhartigheid voor allen, zelfs voor de grootste zondaars open. Ja Maria, uwe goedertierenheid is zoo groot, dat

78

-ocr page 193-

xix. samenspraak.

•gij onze smeekingen dikwijls voorkomt en ons ïn onze nooflwcndiglieden bijstaat, zelfs dan, als •wij ondankbaar zijn en ons van u en God verwijderen. Daarom neem ik met groot vertrouwen tot u mijne toevlucht; want al verdien ik geen mededoogen, gij zijt evenwel goedertieren en altoos bereid, mij in genade te ontvangen. — O Maria, goedertieren Maagd, sta mij bij en bescherm mij tegen alle gevaren; wees mijn troost in allo bitterheden en kruisen, mijn schild ïn den strijd, rnijne sterkte in de bekoringen «n mijn steun iti den doodsstrijd. O Maria, toon dun vooral, dat gij eene goedertieren Moeder zijt; bescherm mij dan vooral tegen de aanvallen van satan , die alles zal aanwenden om mijne ziel te rooven, en bid dan voor mij, opdat ik volharde en zalig worde. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

XIX. SAMENSPRAAK MET JESUS

ix het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooubereiiungsgebei). O ziel, .ttd U, bl. 1.

Indien een hoveling het zich tot eer rekent voor den koning te mogen verschijnen en met bem te spreken, voor welke eer moet ik het lt;laii niet rekenen, voor Jesus, den Opperkoning, te mogen verschijnen om vertrouwelijk met Hem te spreken....? Ü kort maar zoet woord: voor Jesus verschijnen ! — vertrouwelijk met Jesus spreken...! Wie ben ik, om mot Jesus, mijnen God, mijnen Heer en Meester te spreken? —

79

-ocr page 194-

XIX. SAMENSPRAAK.

O welke groote genade! — Daarenboven wordt mij nog deze genade vergund, dat de engelen uit den hemel neerdalen en zich als dienaren bij mij voegen, om in gouden schalen mijne gebeden Gode aan te bieden, en als zoete en verkwikkende reukwerken te plaatsen op het gouden allaar, dat L.taat voor den troon des Allerhoogsten, die zich gewaardigt naar mijne gebeden te luisteren en ze als kostbare reukwerken met welgevallen te aanvaarden. (Apoc. V. en VII.) O welk eene genade....! Nooit kan ik er genoegzame dankbaarheid voor betuigen.

Dierbare Jems, zoo mag ik dan in uwe tegenwoordigheid verschijnen en uls boezemvriend met IJ spreken, terwijl Gij U gewaardigt naar mijne gebeden te luisteren en ze met welgevallen te aanhooren? Minnelijke Zaligmaker, hoe kunt Gij zoo goed jegens mij zijn en mij zoo verheerlijken ? Een onderdaan rekent zich gelukkig , als hij vertrouwelijk met den koning heeft mogen spreken ; hij roemt het als eene groote eer, die hem te beurt gevallen is. Zou ik mij dan niet veel meer gelukkig en vereerd rekenen, daar het mij vergund is vertrouwelijk met U te spreken! — En niet alleen is het mij vergund, maar de goedheid van Jesus is zoo proot, dat Hij mij zelfs daartoe uitnoodigt ja mij gebiedt, met de belofte, mij goedgunstig te zullen ontvangen en mij in mijne smarten te verkwikken, zeggende: vkomt tot Mij allen, die D vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u ver-ygt;kwikken.quot; (Matth. XI. 28.) Indien liet mij jaarlijks eens vergund werd tot U, lieve Jesus, te naderen, zou ik dit reeds als eene groote weldaad moeten beschouwen. Ook is het elkeen

80

-ocr page 195-

XIX SAMENSPRAAK.

81

niet gegeven, jaarlijks eens tot den koning te naderen; mij is het evenwel vergund dagelijks tot U te naderen en vertrouwelijk met IJ te spreken. Uit liefde tot mij zijt Uij in het II. Sacrament waarlijk en wezenlijk tegenwoordig. Gij blijft er voortdurend, om mijne komst af te wachten, mij te aanhooren en uwe gaven over mij uit te storten. O mijn Jesus, hoe kunt Gij jegens mij zoo goed zijn, terwijl ik zoo onverschillig en liefdeloos jegens U ben....? Ik ben over mij zeiven beschaamd, omdat ik zoo weinig liefde tot U heb en U zoo weinig gelijk. — Gij gewaardigt U altijd naar mijne smeekingen te luisteren, terwijl ik dikwijls mijn aanschijn afkeer van arme, noodlijdendeen min aanzienlijke menschen, en mij niet gewaardig naar hunne smeekingen te luisteren. — Welke schande voor mij , zoo onmededoogend jegens anderen te zijn, terwijl Gij zoo goed voor mij zijt....! Lieve Jesus, geef dat ik voortaan minzaam zij jegens behoeftige menschen, opdat ik waardig bevonden worde, in al mijne noodwendigheden een genadigen blik van U te ontvangen. (Tobias IV. 7.) Dierbare Jesus, ontferm U mijner; trek mij steeds tot U en geef dat ik U dagelijks ten minste éénmaal bezoeke, om mij voor Ü te vernederen, U te aanbidden en de oneer U aangedaan, zoo veel in mij is, te vergoeden. Geef mij daarenboven de genade, om altijd in den geest bij U te blijven, tusschen mijne dagelijksche bezigheden gedurig naar U en naar het H. Sacrament te verzuchten en in liet voorbijgaan eener kerk of kapel waar het 11. Sacrament bewaard wordt, IJ te groeten zeggende; »Geloojd zij Jesus Christus in het

-ocr page 196-

XIX. SAMENSPRAAK.

dH. Sacrament des Altaarsquot; of\' Geloofd en ge-ygt;dankt zij ten allen tijde het allerheiligst ygt;en goddelijk Sacrament.quot; \') Eindelijk bid ik U, mij gehocl mpt U te vereenigen; want ik wil geheel aan U zijn, met het vurigst verlangen van mijn leven voor U en voor het H. Altaargeheim te mogen slachtofTeren. O Jesns, geef mij uwe liefde, opdat ik van liefde voor het H. Sacrament verteere en sterve. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XIX. SAMENSPHAAK

MET HE

H. MAAGD MARIA.

Virgo fidelis, ara pro nobis.

Getrouwe Maagd , bid voor ons.

82

Maria gij zijt waarlijk eene getrouwe Maagd, wijl gij van het begin uws levens af getrouw

\') De gelooviqen, die met een rouwmoedig hart, genoemd schietgebed godvruclitig bidden ter eere yan het H. Sacrament, kunnen verdienen: 1* Een aflait : van 100 dur/ei eenniaul dam/s. 2\' Driemaal daays alle doncUtrd\'iijen van het jaar en gedurende da octaaf van het Allerh. Sacrament. — 3quot; K\'-n vallet aflaat, indien zij dit schietgebed een maand hing gebeden hebben, op voorwaarde dat Z\'i biechten, communicee- 1 ren enz. iquot; Een aflaat van 100 dagen éénmaal ondor elke II. Mis, op voorwaarde, dat zij gedurende de | consecratie godvruchtig en met een rouwmoedig hart, genoemd schietgebed zullen zeggen. (Pius VII. 30 Juni | 1810. — 7 Dec. 1819.)

-ocr page 197-

XIX. SAMENSPRAAK.

waart aan Gods geboden, aan zijnen heiligen Wil en zijne alwijze beschikking. Bij het eerste, gebruik der rede hebt gij u zelve Gode aangeboden en u onherroepelijk aan zijnen wil toegewijd, zonder Hem ooit, zelfs niet in de geringste punten te beleedigen. Hoe getrouw waart gij in het volbrengen der wet, zelfs ten koste van uwe eer! Daarom onderwierpt gij u aan de vernederende plechtigheid der zuiverings-wet, alhoewel uw maagdom ongeschonden was, en deswege vertoondet gij u zelve voor het oog der wereld, als stondt gij op dit punt met alle andere vrouwen gelijk. Daarenboven hoe getrouw waart gij in het beantwoorden aan de inzichten der Goddelijke Voorzienigheid! Nauwelijks had de Engel tot den H. Joseph gezegd: sta op, neem het kind en vlucht naar Egypte, of aanstonds waart gij er toe bereid, zonder de inzichten der Goddelijke Voorzienigheid te willen doorgronden of u zelve dooi\' zoo eene moeilijke en gevaarvolle reis te laten afschrikken. Eindelijk, hoe getrouw waart gij in u zelve aan Gods wil te onderwerpen! God had besloten den mensch te verlossen door het bitter lijden on door den schandelijken kruisdood van uwen Goddelijken Zoon; ofschoon u dit allersmartelijkst viel, waart gij toch tevreden en geheel aan Gods Wil onderworpen.

O Maria, bid voor mij, opdat ik ook zoo in alles getrouw zij; namelijk getrouw aan Gods geboden; getrouw aan de beschikking zijner Voorzienigheid; getrouw aan zijnen heiligen Wil en aan alles wat Hij van mij verlangt; opdat ik verdiene het loon te ontvangen, dat Jesus aan den getrouwen dienaar beloofd heeft, zeg-

83

-ocr page 198-

xx. samenspraak.

gende: •»Welaan, goede en cjetronwe dienst-oknecht! omdat gij over weinig getrouw gedweest zijl, zal Ik u over veel stellen: »treed binnen in de blijdschap des lleeren.quot; (Matth. XXV. 21.) Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

XX. SAMENSPBAAK MET JESUS

IN\' het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O ziel, Stel U, bl. \']. gt;)KomL tot Mij, gij allen, die begeerig naar »Mij zijl, en verzadigt u met mijne vruchten; ygt;want mijn geest is zoeter dan honig en mijne

ygt;erfenis zoeter dan honigraten.quot; (Eccl\' XXIV. \'26. 27.)

O ziel, ziedaar de zoete en troostvolle woorden , die Jesus van uit het Tabernakel on? | allen toeroept!... Door deze minzame uitnoo-diging opgewekt, namen de heiligen en god-iTiitmende zielen gestadig hunne toevlucht tot Jesus, in het H. Sacrament des Altaars, waar zij al hunne rust en voldoening vonden. Dé ƒ/. Maria Magdalena de Pazzi voelde zich gedurig tot Jesus getrokken; in den loop van den dag ging ze haren Welbeminde drie en dertig malen bezoeken; zij was zoo eerbiedig en zoo ingetogen in zijne tegenwoordigheid, dat zij een engel scheen te zijn; zij smaakte er steeds de grootste voldoening en dikwerf proefde zij daar een voorsmaak van den hemel.

Dierbare Jesus, onthecht ook mijn hart van

8i

-ocr page 199-

XX. SAMENSPRAAK.

85

nsl- \'\'c wereld, opdat liet geheel voor U zij ! Gij (je_ alléén kunt het troosten en gelukkig maken. \'eed zijn de vermaken, rijkdommen en groot-^h. lieden der wereld, — wat anders, dan bedrie-gelijke schijngoederen, die ons spoedig zullen |ontnomen worden? — Wat anders, dan een droom, waarin men zich verbeeldt een heerlijken maaltijd te genieten, en ontwakende zich bedrogen vindt? (Ps. LXXII. 20.) Doch zoo is het niet gelegen met uwe vertroostingen, lieve Josus; want uw geest is zoeter dan honk) en mee erfenis zoeter dan honigraten. .. Gij zijt het eenige en ware Goed, dat mijn hart en \'• mijne genegenheden volkomen verzadigen kunt. tar Gij zijt mijne rust, mijne vreugde en mijn troost ; en; Gij zijt mijn roem, mijn rijkdom en mijn schat: jne in één woord, Gij zijt mijn leven, mijn God en IV. mijn Al. — Ik begeer niets buiten U; ik zoek niets buiten U; ik bemin niets buiten U; want or- in U vind ik alles; in U smaak ik alles; in U ms hezit ik alles; in U kan ik alles; in en door U oo- ben ik alles. — Gij zijt immers mijn God, mijn 3(1- al en mijn deel in eeuwigheid! O mijn JesusT tot welk een troost is bet voor mi j, U hier te lar mogen bezoeken, met U te mogen spreken, en Dé wij geheel aan U te mogen geven!... Ontvang ro- mij, dierbare Jesus, met alles wat in mij is;, en want buiten U ben ik nergens veilig tegen de tig |veelvuldige gevaren, die mij van alle kanten :oo |omgeven, noch tegen de bekoringen, die mij en i voortdurend kwellen. Ik word bevreesd, als ik de \'\'e vijanden mijner zaligheid woedend op mij ar zie aanvallen oin mij te verscheuren en in het verderf tc storten; maar ik ben getroost als ik an denk, dat Gij hier verblijft om mij te bescher-

___

-ocr page 200-

XX. SAMENSPRAAK.

men. O minnelijke Zaligmaker, ontvang mij derhalve en bescherm mij; ontvang mij met alles wat mij toebehoort. — Gij zijt immers do Heer en meester van alles. — Ontvang mijne ziel en mijn lichaam; mijn verstand, mijn geheugen, mijnen wil en geheel mijne vrijheid; in één woord, ik geef U alles, en heilig mij geheel aan U toe. Ik wil niet meer voor mij zeiven leven, maar voor U, die voor mij gestorven zijt, ik wil niet meer leven tenzij om U te beminnen. O liefde! — O zoete liefde, waardoor men God bemint bovenal, geheel voor Hem leeft, alles voor hem lijdt en eindelijk voor Hem sterft. O Jesus, geef mij die liefde met uwe krachtdadige genade, dan bon ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XX. SAMSNSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Virgo fidelis , ora pro nobis.

Getrouwe Maagd, bid voor ons.

O Maria, hoe, getrouw waart gij steeds in bet beantwoorden aan Gods genaden en inspraken, en welke vorderingen maaktet gij daarom ■dagelijks, ja elk oogenblik, op den weg dt volmaaktheid!... Hoe getrouw waart gij aan Jesus, uwen Goddelijken Zoon, mot deel

-ocr page 201-

XX. SAMENSPRAAK.

nemen in al zijn lijden en Hem overal te vergezellen, zelfs tot den berg van Calvarië, ■waargij onder het kruis stondt en getuige waart van zijn bitteren dood. Eindelijk hoe getrouw waai t gij en zijt gij nog in het beantwoorden aan do waardigheid van uw algemeen Moederschap, waartoe Jesus u verhief, toen Hij aan het kruis u aansprak en zeide; Vrouw, zie uwen Zoon, wijzende met zijne oogen op den H. Joannes, en tot den discipel: Zie uwe Moeder. In hoedanigheid van algeméene moeder neemt gij do zaligheid aller menschen innig ter harte, en draagt gij voor allen in het algemeen en voor ieder in het bijzonder eene meer dan moederlijke zorg: vooral toont gij uwe liefde en bezorgdheid, als wij hulpeloos op ons sterfbed liggen en satan vol woede op ons afkomt om (iiize zielen te rooven; dan vooral doet gij uw best om den duivel van ons af te weren en ons tegen zijne f.anvallen te verdedigen, met voor ons te bidden, ons onder uwe bescherming to nemen en in uwen moederlijken schoot te verbergen; en eindelijk ons, als wij sterven, voorde Goddelijke vierschaar te geleiden en daar een genadig oordeel voor ons af te smeeken.

O Maria, bid voor mij opdat ook ik in alles getrouw zij, namelijk getrouw in het beantwoorden aan de Goddelijke genaden en inspraken; getrouw aan Jesus tot in zijn lijden en bitteren flood; getrouw aan mijne bestemming en plichten van staat; getrouw in mijne toevlucht tot u te nemen; want dan ben ik vau mijn geluk verzekerd, üij immers zegt: Zalij is de mensch, die mij hoort en dagelijks aan mijne deur quot;waakt. (Prov. VIII. 34.) In één woord, maak

ST

mij

net do ijnc

£lt;■-ïid; mij mij

om Fdc, ■oor

\'OOI\' .

ni^t

in )ra-■om dcrj

aan tel

-ocr page 202-

•88 xxi. samenspraak.

■dat ik zoo getrouw zij in u te dienen en mijne ^ toevlucht tot u te nemen, als gij getrouw zijt, \'el om diegenen te helpen die u aanroepen. Amen. ^

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7. „e

- \\ï

XXI. SAMENSPRAAK MET JESUS en

ik

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidinüsgebed. o zie/, titel U, bï. 4.

Jesus vertoonde zich eens aan den H. Joannes te midden van zeven gouden kandelaren. Zijne lenden waren omgord met eenen goudei riem; zijn hoofd en zijne haren waren helderwit als sneeuw en zijne oogen als ecne vlammel vuurs. De Apostel Hem ziende, viel als ontzield voor zijne voeten neder; doch Jesus zeide hem: Vrees niet.... Ik hen de eerste en de laatste: Ik ivas dood. en zie, Ik leef in de eeuwen der eeuwen. (Apoc. I.)

O ziel, diezelfde Jesus is hier in het H. Tabernakel tegenwoordig. Hij is er op eenen troon van genade, te midden der zeven gaven van den H. Geest en brandt van liefde tot ons. Zijn hoofd en zijne haren zijn helderwit om zijne heiligheid en den glans zijner Godheid; zijne oogen zijn gelijk aan eene vlamme vuurs om den brand van liefde, die Hem inwendig verteert; onder de borst is Hij omgord met eenen gouden riem, het zinnebeeld der geestelijke schatten, die Hij bij zich draagt en bereid is. ons mede te deelen.

-ocr page 203-

XXI. SAMENSPRAAK.

Dierbare Jesus, hoe troostend en tevens hoe jcrnoedigcnd is mij die voorstelling—! Mij lunkt, ik zie U hier in het H. Tabernakel, brandend van begeerte om de schatten uwer genade over mij uit te storten. Gij waart dood, maar zijt verrezen. ïlians leeft Gij in de eeuwen [Ier eeuwen. Minnelijke Zaligmaker, mijn God ■en Schepper; als ik U zoo beschouw, word ;ik gelijk de H. Joannes met eene heilige vrees Ibevangen en worp mij in den geest voor U fieder, om U te aanbidden en te verheerlijken. Jk bemin U, wijl Gij mijn God zijt: trek mij i- tot U, opdat ik geheel aan U zij en steeds met )an- U vereenigd blijve.

ren De eerbiedwaardige broeder Gerard us Majella (jen van de Congregatie des Allerh. Verlossers vond der- zijn eenig vermaak bij Jesus in het H. Sacra-)nie ment des Altaars, hij verzuchtte altijd tot Hem igl,! en zou gewenscht hebben, dag en nacht aan ïril. den voet van het H. Tabernakel te blijven, s^.. indien hem dit mogelijk geweest ware. Daar dr\'rl \'zync kloosterplichten hem dit beletteden, deed iüj toch zijn best om er zoolang te blijven als Ta- mogelijk was, en daar de dagen hem te kort 00M waren, bleef hij er dikwijls geheele nachten, om vail zijn hart geheel voor Jesus uit te storten en de fjj,, oneer te beweenen, die Hij er steeds te lijden heeft. Het H. Sacrament was voor hem als een magneet, hij werd er altijd door aangetrokken en moest zich geweld aandoen, om weg te gaan, als de gehoorzaamheid hem elders riep. Hij zuchtte dikwijls en weende bitter, als hij zag dat de kerken ledig bleven, terwijl de openbare plaatsen en feestzalen steeds opgevuld zijn met menschen. — Lieve Jesus, wanneer

89

ujnc zijt. mii.

,|ne jne om er-len jke is.

-ocr page 204-

XXI. SAMENSPRAAK.

zal mijn hart ook eens van liefde tot U branden en opgewekt worden om bij U te zijn....? Hoe is het mogelijk dat ik zoo ongevoelig jegens U ben en U zoo dikwijls vergeet; terwijl Gij zoo goed jegens mij zijt, altijd aan mij denkt, altijd over mij waakt en mij altijd geleidt?... O Jesus, ik wil U vurig beminnen en zou liever tot gruis verbrijzeld worden, dan U niet beminnen. O Jesus, mijne liefde, geef mij uwe liefde, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

G eest el ijk e Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Speculum Jicstitice, ora pro nobis.

Spiegel der rechtvaardigheid, hid voor ons.

O Maria, gij zijt waarlijk een Spiegel der rechtvaardigheid, dar. is: van Jesus Christus, de zon der recht vaardigheid. Toen God u verhief tot de waardigheid van Moeder van Jesus, maakte Hij u zoo zeer aan Hem gelijkvoi\'mig, dat gij een levend afbeeldsel, een spiegel der rechtvaardigheid en een toonbeeld van deugden werdt. Hoe zedig waart gij steeds in geheel uwen handel en wandel! — Hoe ingetogen! — Hoe verstorven!-— Hoe nederig! — Hoe zachtmoedig! — Hoe liefderijk! — Hoe zuiver en kuisch! —• Hoe geduldig! — Hoe gelaten in al-

90

-ocr page 205-

XXir. SAMENSPRAAK.

los! Hoe getrouw in al uwe plicliten! en vooral, hoe brandend van liefde! — De H. Ildephonsus aarzelt niet te zeggen, (1. Serm. de Ass.J »Ge lijk »het ijzer door het vuur, zoo was dit hart ge-»heel ontsoken door den H. Geest; het was »zoo gloeiend, dat in hetzelve niets dan liet »vuur der Goddelijke liefde kon bespeurd wor-»den.quot; O Maria, ik verheug mij bij het beschouwen uwer deugden en bid u, mij de genade te verwerven, om ze ten minste van verre na te volgen, en gelijk gij, een spiegel van rechtvaardigheid en van deugden te zijn. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bl. 7.

XXII. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

IJ. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O ziel, Stel U, bl. 1.

Toen de wijsgeer Seneca op zijn sterfbed lag en niets vond, dat hij tot gedachtenis aan zijne vrienden kon nalaten, gaf hij hun het voorbeeld zijner deugden. Zij stelden er zulken prijs op, dat zij dit geschenk boven elk ander waardeerden en zich gelukkiger waanden, erfgenamen zijner deugden dan bezitters van alle aardsche goederen te zijn. — Indien Seneca\'s vrienden op de eenvoudige nagedachtenis zijner deugden zoo veel [irijs stelden, welken prijs moeten wij dan niet stellen op het H. Sacrament des Altaars, \'t welk Jesus ons in het laatste avondmaal als een liefdebewijs, heeft achtergelaten,

Samenspr. 13

91

-ocr page 206-

XXU. SAMENSPRAAK.

92

om zicli zeiven met al zijne deugden en verdiensten aan ons te geven? O welke schoone voorbeelden van deugden gaf Hij, toen Hij zichtbaar met de menschcn op aarde rondwandelde — en dan — welke heilzame schatten van genade heeft Hij ons bereid in het H. Sacrament des Altaars! — Waarlijk lieve .lesus, Gij hebt ons giootelijks bemind! —Uwe liefde was zoo groot dat Gij, stervende, ons niet kondet verlaten en bereid waart liever alle soort van onteeringen te lijden, dan ons te verlaten of U van ons tn verwijderen. Dierbare Jesus, hoe kan het zijn dat deze uwe liefde zoo weinig door de menschen geteld wordt?—Helaas hoe weinigen zijn er, die U hier komen bezoeken en uwe liefde met wederliefde vergelden! — Gij leert ons uit liefde tot U alles opofferen en alle beleedigingen gaarne verduren; maar waar vindt men Christenen die acht geven op uwe voorbeelden en dankbaar zijn voor uwe weldaden? — En dan vooral, hoe kan het zijn dat ik er zoo weinig acht op geef, en zoo traag ben in U te bezoeken, te aanbidden en dankbaar te zijn ? — Lieve Jesus. geef mij eene ware liefde, opdat ik dikwijls tot U kome en door het beschouwen uwer liefde in wederliefde ontvlamme en aangemoedigd worde mij aan U gelijkvormig te maken; want wie bemint, wil gelijk zijn aan het voorwerp zijner liefde. — Daarom bid ik U, mij te versterken, om uw heilig leven na te volgen en de beeltenis uwer deugden in mij te volmaken. — O Jesus, geef dat ik, gelijk de IJ. Joannes de Aalmoezenier, de beeltenis uwer liefde jegens arme en noodlijdende menschen steeds in mij vertoone, door evenals

-ocr page 207-

XXU. SAMENSPRAAK.

Gij, jegens hen goedaardig, spraakzaam en hen s s behulpzaam te zijn. — Geef dat ik, gelijk de i H. Alexius, de beeltenis uwer ootmoedigheid

en zachtzinnigheid in mij ronddrage, door hot i verachten van alle wereldsche grootheden en het

verdragen van alle beleedigingen, verongelijkin-i gen en versmadingen. Geef dat ik , gelijk de

! H. Alphonsus, de beeltenis uws zielenijvers in

; mij beware door mijn leven geheel voor de za-

i ligheid der zielen te besteden. — Geef dat ik,

gelijk de H. Franciscus van Assisië van alles : onthecht zij, opdat de beeltenis uwer armoede

in mij uitschijne. — Eindelijk geef dat ik, ge-i lijk de II. Joannes van het Kruis de beeltenis

i uwer liefde voor het kruis in mij vertoone,

door steeds het kruis boven alle schatten dei-wereld te verkiezen en met blijdschap te aanvaarden. Dierbare Jesus, ontferm U mijner en geef mij eene vurige liefde, opdat ik steeds den weg bewandele dien Gij mij gebaand hebt. Tc vergeefs draagt men den naam van Christen, indien men uwe voorbeelden niet navolgt. (S. Leo Serm. 5. de Nat. Domini.] Daarom bid ik U, U over mij te ontfermen, opdat ik door het beschouwen uwer liefde, die Gij mij in het II. Sacrament voortdurend blijft betoonen, aangemoedigd en versterkt worde, om uw voorbeeld te volgen, alles met geduld en gelatenheid te lijden en eindelijk uit liefde tot U te sterven. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

93

il

I

-ocr page 208-

xxii. samenspraak.

XXII. SAMENSPRAAK

met de

H. MAAGD MARIA.

Speculum Justiticc, ora pro nohi*.

Spiegel der rechtvaardigheid, bid voor ons.

O Maria, terecht begroet men u met den schoonen naam van: spiegel der rechtvaardigheid, omdat uw leven niets anders was daic «■ene aaneenschakeling van deugden, die gij in geheel uwen handel en wandel vertoondet, en. overal deed uitschijnen; maar ik, helaas! ben een spiegel van ongerechtigheid en zonden. 0 Maria, bid voor mij, opdat ik mij voortaan ia uwe deugden zoo spiegele, dat ik er door opgewekt worde om die na te volgen. Laot een straaltje uwer heerlijkheid over mij afdalen, om mij in mijne duisternissen te verlichten, in mijne zwakheden te versterken en in mijne-onstandvastigheid aan te moedigen, om te volharden tot het einde toe. Genees mijn hoogmoed door uwe nederigheid, mijn ongeduld door uwe lijdzaamheid, mijne zinnelijkheid door uw versterven leven, mijne lauwheid door de vurigheid uwer liefde, mijne zucht om te behagen door de zuiverheid uwer meening, niets anders bc-oogende dan het welbehagen van God, in één woord , maak dat ik voortaan een spiegel der rechtvaardigheid zij en uitschijne in alle deug-«len. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

-ocr page 209-

XXIII. SAMENSPRAAK.

XXIII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN\' HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

TOORBEREIDINGSGEBED. O ziel, Stel li, bl.

Do Schepper van liemel en aarde plaatste in Jiet aardsch paradijs ceiie rivier, die van daar uitging en zicli in vier armen verdeelde om de gansclie aarde tc besproeien en vruchtbaar te maken. — Die rivier is een afbeeldsel van het H. Sacrament des Altaars, waarin Jesus, de bron van alle genade, tegenwoordig is, en van waar Hij stroomen van genade uitzendt, om de harten van alle menschen over de gansclie wereld te besproeien en vruchtbaar voor den hemel te jiiaken. God zegt in de H. Schrift: (Eccl1 XXIV. 40—45.) Ik, de Wijsheid, heb stroomen van genade uitgestort... als eene waterleiding ben ik uit het paradijs voortgekomen; Ik heb gezegd: Ik zal mijnen plantenhof bevochtigen, en het gewas mijner weide rijkelijk besproeien... Ik zal doordringen tot de diepste deden der aarde, en zal hen verlichten die op den Heer vertrouwen. Lieve Jesus, hoe troostend zijn mij deze uwe woorden, die Gij nog voortdurend van uit het H. Sacrament des Altaars ons allen toespreekt!.. Uit mij zeiven ben ik als eene dorre aarde, onvruchtbaar voor den hemel; maar Gij blijft hier altijd tegenwoordig, om onze harten met de stroomen uwer genade rijkelijk te besproeien en vruchtbaar in deugden en goede werken te maken. Hoeveel stroomen van genaden hebt Gij niet van uit dit H. Sacra-

95

-ocr page 210-

XXIII. SAMENSPRAAK.

96

ment over ons uitgestort?... In hoeveel harten hebt gij niet door de genade van dif H. Sacrament het verlangen tut volmaaktheid opgewekt, aangekweekt en tot rijpheid gebracht? Hoe vele deugdzame en voor de wereld verborgen zielen hebt Gij door hetzelve van liefde tot God doen branden?... Hoe vele zwakke jongelingen, tee-dere maagden en grijsaards zijn er niet door versterkt, om over alle wederwaardigheden te zegevieren en in de hevigste beproevingen standvastig te blijven? Dierbare Jesus, daar zoo vele christenen door de genade van dit H. Sacrament van liefde ontstoken zijn, hoe komt het dan, dat ik er zoo koud en zoo ongevoelig voor blijve?... Ach, ik bid U, mijn hart van liefde te ontsteken, want ik verlang vurig, U te beminnen met eene groote, vurige, zuivere en standvastige liefde. Biddend zeg ik: mijn Heer en mijn God, ik bemin U bovenal uit geheet mijn hart; en toch bemin ik U niet, noch breng ik liefdewerken voort. Helaas, wat zullen mij de woorden baten, indien zij niet bewaarheid worden door de werken!... Wat baat het een vruchtboom, die weelderig bloeit, maar geene vruchten voortbrengt?... Voorzeker weinig of niets; en toch helaas is het zoo met mij gelegen. Ik zeg met woorden, dat ik U bemin uit geheel mijn hart, maar loochen het door werken. De Apostel zegt: de liefde is gediddig, zij is (joedaarcUj; de liefde is niet afcjunstic; zij praalt niet; zij is niet opgeblazen ; zij is niet eerzuchtig; zij zoekt zich zelve niet; zij ivoriit niet oploopend; zij rekent het kwaad niet tor; zij verheugt zich niet over de boosheid, maar is verblijd met de waarheid; zij

-ocr page 211-

XXIII. SAMENSPRAAK.

verdraagt alles; zij gelooft alles; zij hooiit alles; zij verduurt allen. (I. Cor. 13.1 Ach, lii\'ve Jesus, hoo veel verschilt mijne liefde van die, welke de Apostel hier beschrijft!... De ware liefde onthoudt zich van alle kwaad, zelfs van de minste fouten; integendeel, zij brengt alle goed voort; doch ik ben ontbloot van deugden en vol gebreken en onvolmaaktheden. Helaas, hoe ongeduldig ben ik nog; hoe ontevreden, hoe afgunstig, hoe baatzuchtig, hoe opgeblazen door eigenliefde, hoe begeerig naar eer, achting en lofspraken, hoe grammoedig en opvliegend, hoe vol kwade gedachten en lichtvaardige oor-deelen; eindelijk hoe onmeêdoogend jegens noodlijdenden!... Deze en meer andere fouten, strijdig met de liefde, heerschen nog in mij. Dierbare Jesus, ik bid IJ, deze fouten in mij uit te loeien en mijn hart rijkelijk te besproeien met de genaden, die zoo overvloedig in het H. Sacrament verborgen zijn, om het vruchtbaar te maken in deugden en goede werken. — O .lesus, ik wil U beminnen en mij door de liefde geheel met U vereenigen. O zoete liefdeband, die onze harten innig met God vereenigt! bind en vereenig mij zoodanig met Hem, dat niets bekwaam zij, mij van Hem te scheiden. Dierbare Jesus, ik bemin U en omdat ik U bemin, verzaak Ik aan alle vermaken, grootheden en goederen der wereld, ten einde volmaakt met U vereenigd te zijn. Minnelijke Zaligmaker, geef mij slechts uwe liefde met uwe genade dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bl. 5.

07

I

-ocr page 212-

XXIII. SAMENSPRAAK.

XXIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Sedes Sapientice, ora pro nobis.

Zetel der Wijsheid, bid voor ons.

O Maria, gij zijt waarlijk de zetel der wijsheid; en wel i), omdat gij Jcsns, de wijsheid zelve, negen maanden in uwen schoot gedragen hebt; daarom noemt de H. Bonaventura u, de troon der goddelijke genade en de kardinaal Hugo: de troon van God. — 2) zijt gij de zetel der wijsheid, omdat de H. Geest u, boven alle anderen, met de gaaf van wijsheid verrijkt heeft; daarom zegt de Goddelijke Bruidegom in het Hooglied, van u sprekende: mijne duif is eenig, wijl er geene andere gelijk aan u gevonden wordt; gij immers zijt het huis, \'t welk de goddelijke wijsheid voor zich gebouwd, en met zeven kolommen, dat is, met de zeven hoofddeugden versierd heeft, namelijk met de drie goddelijke deugden, geloof, hoop en liefde en met de vier kardinale deugden, voorzichtigheid, rechtvaardigheid, matigheid en sterkte. — 3) wordt gij nog de zetel der wijsheid genoemd, omdat de deugd van wijsheid u altijd op eene bijzondere wijze eigen geweest is en in geheel uwen levenswandel uitgeschenen heeft, zoodat gij altijd even bescheiden waart in uwe vragen, als wijs in uwe antwoorden.

O Maria, bid voor mij, opdat ik ook door een deugdzaam en heilig leven een troon van liefde in mijn hart gereed make en Jesus er zijnen zetel voor immer in vestige.

!)8

-ocr page 213-

xxiv. samenspraak.

Ook bid ik u, mij de ware wijsheid tc geven, opdat ik voortaan matig, rechtvaardig en godvruchtig voor God leve , liet vergankelijke verachte en kloekmoedig strijde tegen de vijanden mijner zaligheid. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

XXIV. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORUEREIDINGSGEBED. 0 ziel, Slel U, bl. 1.

Heer, hoe goed en zoel is uw geest in alles en jegens allen, zelfs jegens de goddeloozon! (Sap. XII. ■].) Ziedaar de minzame woorden, die de Wijze man in de verrukking zijns geestes sprak, toen hij de liefderijke handelwijze van Gods voorzienigheid in de leiding van zijn volk en in de straf der goddeloozen beschouwde. Heer, zeide hij, hoe goed en zoet is uw geest in alles en jegens allen, zelfs jegens de zondaars, hen .straffende, niet terstond, maar langzaam , om hen tot nadenken en bekeering te brengen. Inderdaad, lieve Jesns, uw geest is goed in alles en jegens allen. Deze uwe goedheid en zoetaardigheid schijnt bovenal uit in het H. Sacrament des Altaars, waar Gij uit liefde tot ons nietige schepselen en ondankbare zondaren voortdurend tegenwoordig blijft , onze komst met geduld afwachtende, ten einde ons met weldaden te overladen. Hoe dwaas en ondankbaar zijn die menschen, die U verlaten en hun vermaak in de wereld gaan zoeken! Hoe ijdel

99

-ocr page 214-

XXIV. SAMENSPRAAK.

100

en kortstondig zijn alle aardsche genoegens...? Terwijl de wereldling, gelijk de rijke man van het Evangelie, zich gelukkig acht, omdat hij overvloed heeft van alles, en dientengevolge het besluit maakt, zijne overige levensdagen in genoegen te slijten, — nadert de onbarmhartige dood en zegt hem: Dwaze! nor/ dezen nacht zal men uwe ziel van u opeischen; en het-c/ren gij bereid hebt, voor ivien zal dit zijn? (Lucas XII. 20.) En zoo moest die dwaze sterven , toen hij meende gelukkig te zijn...! Hij moest scheiden van al zijne goederen en bezittingen en alles overlaten aan anderen, terwijl hij zelf\' arm en zonder verdiensten voor den Rechter moest verschijnen. — Hoe dwaas zijn dus die menschen, die hun geluk op de wereld zoeken, waar het niet te vinden is...! Neen, lieve Jesus, buiten U bestaat er geen geluk. Gij alleen zijt de schat onzer ziel, ons genoegen, onze tevredenheid en ons al. — Heer, hoe goed en zoet is nw geest in alles! — Welk geluk is liet voor mij, U hier te mogen bezoeken, aanbidden en verheerlijken! — Ik acht dit geluk en die genade hooger dan koninkrijken en tronen ; en al het goud der aarde, hiermede vergeleken, is niets anders dan slijk. (Sap. VII. 7). Lieve Jesus, doordring mij meer en meer van die waarheid, opdat ik, gelijk de Apostel, al liet aardsche als ijdelheid achte en als slijk versmade, om U te winnen en eeuwig te bezitten. (Phil. III. 8.) Ach, lieve Jesus, hoe spijt het mij, U nog zoo weinig bemind en zoo weinig voor U gedaan te hebben! — Nauwelijks had de koopman van het Evangelie die kostbare parel gevonden, of\' hij gaf\' er alles voor ten

-ocr page 215-

XXIV. SAMENSPRAAK.

101

boste. (Matth. XIII. 45.) Minnelijke Zaligmakeiv Gij zijt die kostbare parel; ik vind U in liet 11. Sacrament; cn tocli doe ik zoo weinig om bij U te zijn. Helaas, een klein ongemak, eene dorheid, eene zucht tot vermaken, of\' iets dergelijks, is genoeg om mij van U te verwijderen en de geestelijke oefeningen te doen verwaar-loozen, of ton minste met onachtzaamheid en overhaasting te verrichten. Hoe ijverig waren de heiligen in U te bezoeken en hoe eerbiedig in U te aanbidden...! Dikwijls bleven zij uren, dagen en nachten aan den voet aan het H. Tabernakel neergeknield, om zich voor U te vernederen, U te aanbidden, te loven en te verheerlijken. De eerbiedwaardige broeder Gerar-dus Majdla, van de Congregatie des Allerh. Verlossers, ontvlamde zoo zeer in liefde tot Jesus in het H. Altaargeheim, dat hij zijn verinaak er in vond geheele nachten aan den voet van het H. Tabernakel te blijven, en daar zijn hart in liefde verzuchtingen voor Jesus uit te storten; hij weende bitter over de oneer, die Jesus van de zondaars, bijzonder gedurende den nacht moet lijden, en geeselde zich ten bloede toe, om dien hoon eenigszins te vergoeden. Geef\', lieve Jesus, dat dit voorbeeld en dat van zoovele andere heiligen mij opwekke om U voortaan niet ijver te bezoeken en met vurigheid te aanbidden. Trek mijn hart en mijne genegenheden van alles af\', om U alleen te beminnen. O kon ik mij altijd met U bezighouden! O kon ik altijd aan U denken , U altijd loven, U altijd verheerlijken! — 0 Jesus, daar ik niet voortdurend bij U kan zijn, zoo bid ik U, mij uwe genade te geven, om ten minste met mijn hart

-ocr page 216-

XXIV. SAMENSPRAAK.

en mijne genegenhorlen altijd bij U to blijven,, U steeds voor oogen to houden, geheel voor U te leven, alles voor U te lijden en eindelijk voor U te sterven. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXIV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Causa nostra; Icetitia\', om pro nabis.

Oorzaak onzer blijdschap, bid voor ons.

O Maria, gij zijt waarlijk de oorzaak onzer blijdschap; van die blijdschap, die de engel bij de geboorte des Zaligmakers der wereld heeft aangekondigd. Reeds was de wereld meer dan 4000 jaren door Satan gekluisterd en met dikke duisternissen overdekt, zonder dat eenig schepsel haar uit dien staat van ellenden vermocht te redden. Daarom heeft Christus zelf in zijne oneindige goedheid dit werk op zich genomen; doch God had besloten Hem niet te zenden tenzij met uitdrukkelijke toestemming van Maria, die zij gaf, toen zij tot den engel zeide: Zie de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. Op hetzelfde oogenblik , dat zij hare toestemming gaf, daalde Jesus uit don hemel neder en nam de rnenschelijke natuur aan; en zoo werd zij de oorzaak der blijdschap, die Jesus der wereld aanbracht en die de engel den herders aankondigde, toen •lij zeide : Zie

102

-ocr page 217-

xxv. samenspraak.

ik verkondig u eene groote blijdschap, die voor het gansche volk wezen zal; want heden is u een Verlosser geboren. (Luc. 11. 10. 11.) O Maria, zoo zijt gij dan de oorzaak onzer blijdschap! — O liadde ik duizend tongen om u onophoudelijk te loven en te prijzen, als de oorzaak onzer blijdschap! Maar helaas, ik ben bedroefd, als ik denk, dat ik zoo dikwerf eene oorzaak van droefheid geweest ben. — Bid voor mij, opdat ik door een boetvaardig en deugdzaam leven voortaan eene oorzaak van blijdschap zij en mij zoo waardig make de vreugde des hemels te genieten, die Jesus ons verdiend licef\'t. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

XXV. SAMENSPRAAK MET JESTTS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O ziel, Stel U, bl. 1.

Mijn vermaak is te zijn met de kinderen der mensdien. (Prov. VIII.) Ziedaar de minzame woorden, die Jesus van uit dit H. Sacrament ons allen toeroept: — Als wilde Hij zeggen ; »ü mensch! Ik bemin u zoo zeer, dat het Mij »oene vreugde, een vermaak is, met u te zijn!quot; Hoe aangenaam zou het voor een hoveling zijn, als de koning hem zeide: Mijn vermaak is bij u te zijn ! — Doch hoeveel aangenamer moet liet mij niet zijn, uit den mond van Jesus, den Koning der koningen, te hooren, dat het Hem ei-n vermaak is bij mij te zijn! — Dierbare

103

-ocr page 218-

XXV. SAMENSPRAAK.

Jesus, I loo is liet mogelijk, dat Gij uw vermaak bij mij vindt? — Wat is er in mij, dat U tot vermaak zou kunnen dienen? — Hebt Gij mij ergens toe noodig? — of ontbreekt er iets aan uw geluk? ■— Zijt Gij niet in do opperste rust en hoogste eer met God den Vader? — Zijt Gij niet oneindig in volmaaktheden ? — O ja, ziel. Ik ben oneindig in volmaaktheden. — Ik ben in de opperste rust en hoogste eer met God den Vader en God den H. Geest, en zal in eeuwigheid een volmaakt geluk met hen genieten ; en desniettegenstaande is het Mij een vermaak bij u te zijn , omdat Ik u bemin en u gelukkig wil maken.

Dierbare Jesus, boe kunt Gij mij zoo beminnen?— Waar heeft men ooit eenen koning go-vonden, die zijn vermaak bij ondankbare slaven zoekt, om hen gelukkig te maken? Neen , lieve Jesus, dusdanige koningen vindt men op aarde niet, maar wel bier in het 11. Altaarsacrament. — Gij zijt die Koning; Gij immers gewaardigt U altijd bij ons te blijven en U geheel met ons te vereenigen, om ons gelukkig te maken. — O welke goedheid! O welke liefde! — Dierbare Jesus, ontsteek in mij het vuur uwer liefde ; want ik verlang vurig U te beminnen. Minnaars der wereld verlangen elkanders gezelschap zoo zeer, en scheppen zulk genoegen in hun weder-zijdsch onderhoud, dat zij dikwijls uren, dagen en nachten gezamenlijk doorbrengen. Hoe kan ik dan zoo liefdeloos jegens U blijven, en zoo traag zijn in U te bezoeken? — Gij vindt uw vermaak bij mij, en ik, helaas! vindt het mijne niet bij U! Ach, hoe is dat mogelijk! Hoe kan ik toch zoo koud en onverschillig voor U zijn!

UH

-ocr page 219-

XXV. SAMENSPRAAK.

Gij zijt mijn God, mijn schat, mijne zaligheid ■en mijn al, en evenwel vlucht ik uw gezelschap! Ik ben voor U geschapen en mijn hart is onrustig en ontevreden tot dat het in U ruste — en echter ben ik zoo dwaas om buiten U mijn vermaak te zoeken. Ach, welke uitzinnigheid! »0 menschen,quot; roept de H. Teresia al weenend uit, »0 menschen, hoe kunt gij eenen God versgrammen, die U verzekert dat Hij er zijn ver-smaak in vindt bij U te zijn? — 0 hemel! — sJesus vindt zijn vermaak bij ons, en wij zou-)gt;den het onze niet vinden bij Jesus, — wij svooral die het geluk hebben in zijn paleis te »wonen ?quot;

O ziel, zult gij nog langer ongevoelig en koud voor Hein blijven.\' — Zult gij nog voortgaan buiten Hem uw vermaak te zoeken of Hem te beleedigen?—Neen, lieve Jesus, neen ik wil U niet meer beleedigen, noch buiten U mijn vermaak zoeken. — Hoe zou ik nog zoo dwaas kunnen zijn de wereld of hare schijngoederen te beminnen, welke mijn hart nooit kunnen verzadigen? Derhalve verzaak ik van nu af aan alle aardsche genoegens en zinnelijke voldoeningen om mijn hart geheel en onverdeeld aan U te geven, U alleen te beminnen, voor U alleen te leven, alles voor U alleen te lijden en eindelijk voor U en uit liefde tot U alleen te sterven. — Wanneer zal de tijd eens komen dat ik met den Apostel in waarheid zal kunnen zeggen: Ik leef\', niet meer ik, maar Jesus leeft in mij....! Dierbare Jesus, hoe gelukkig zal ik dan zijn! — Dan zal uw geest in mij leven, dan zal ik God beminnen door uwe liefde, en. een wals hebbende van alles

105

-ocr page 220-

XXV. SAMENSPRAAK.

wat in tie wereld is, zal ik in waarheid kunnen zeggen : Mijn vermaak is bij U te. zijn. — O ja, lieve Jesus, Gij zijt mijn vermaak en mijn eenig genoegen voor tijd en eeuwigheid. Amen.

Gees tel jke Comm unie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Fas spirituale, om pro nobis.

Geestelijk vat, bid voor ons.

O Maria, \'t is mij een groot genoegen u te mogen begroeten met den schoonen naam en eertitel van: Geestelijk vat. Een titel, die u om vele redenen toekomt, en wel

1) omdat gij Josns, God van eeuwigheid, in uwen schoot gedragen hebt... Evenals de heilige Vaten, door de bedienaren der Kerk gezegend, bestemd zijn, om de H. Hostie, Jesus Christus zeiven, te bewaren, zoo waart gij door God zei ven gezegend en bestemd, om dienzelfden Jesus negen maanden in uwen schoot te dragen.

2) Omdat de H. Geest de volheid zijner genade dermate over u uitgestort heeft, dat de engel Gabriel u daarom vol van genade noemde.

^i) Omdat die genade door de heiligheid van uw leven dagelijks zoo zeer toenam en aangroeide, dat gij alle heiligen en engelen in geestelijke gaven en verdiensten overtroft.

-KX)

-ocr page 221-

XXVI. SAMENSPRAAK. 107

iu O Maria, geestelijk vat, woonplaats van Jesus O Christus, vol van genade, vol van den H. Geest, jn vol van geestelijke schatten en verdiensten, ik n. bid 11 gt; het vat mijns lichaams zuiver te bewaren, te heiligen, met genaden te vervullen en met deugden te verrijken. Heb medelijden met mij, wijl ik van jongs af tot het kwaad genegen ben, en gelijk de Apostel zegt, den koslelijken \' schat van Gods genade in een broos vat, in een zwak lichaam draag. (II. Cor. IV. 7.) Bid voor mij, opdat ik voorzichtig wandele, dagelijks in deugden en verdiensten toeneme en eindelijk het geluk hebbe, vol van genaden, en verdiensten voor de vierschaar van Jesus Christus te verschijnen en den hemel te ontvangen. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

Q

1 XXVI. SAMENSPBAAK MET JESUS

l

IN HET

i H. SACRAMENT DES ALTAARS.

\'gt;

voorbereidingsgebed. O Ziel, Stél U, bl. 1.

y

g. Zóó lief heeft God de wereld gehad, dat t H\'j zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft. i (.loan. III. 16.) Ziedaar de zinrijke woorden die de H. Joannes in de verrukking zijns geestes uitte, toen hij bij zich zeiven de overgroote gt; liefde beschouwde, die God ons bewezen heeft door zijnen eeniggeboren Zoon te geven, om i voor ons te lijden en te sterven.... Doch wat zullen wij zeggen, als wij overwegen dat God i dienzelfden Zoon gegeven heeft, niet alleen om voor ons te lijden en te sterven, maar ook om

LSamenspr. 14Samenspr. 14

-ocr page 222-

XXVI. SAMENSPRAAK.

108

altijd bij ons te blijven en de spijs onzer ziel te worden...? Hebben wij dan niet meer redenen om uit te roepen : Zóó lief heeft God de wereld, dat Hij zijn eeniggeboren Zoon gaf! — Ja zoo lief heeft Hij de wereld gehad, dat Hij dien Zoon niet slechts éénmaal heeft gegeven, maar nog dagelijks geeft, en zal blijven geven tot het einde der wereld....! Ja zeker hebben wij er meer redenen toe; zeker zal ik steeds met erkentelijkheid zeggen : Zóó lief heeft God de wereld en mij in het bijzonder gehad, dat Hij zijn eeniggeboren Zoon gegeven heeft, niet alléén om te lijden en te sterven, maar ook om de spijs mijner ziel te worden! — Ja, mijn God, Gij hebt mij bemind en uwen Zoon voor mij gegeven... O welk eene ongehoorde liefde...! Hoe is het mogelijk dat Gij mij zoo hebt kunnen beminnen; Gij immers hebt mij niet noodig, aangezien Gij oneindig in volmaaktheden zijt en niets U ontbreekt noch kan ontbreken....! O God, ik begrijp U! De liefde alleen heeft het gedaan; zij heeft U bewogen, om het H. Sacrament des Altaars in te stellen, er altijd tegenwoordig te blijven, en de spijs onzer zielen te worden, ten einde U zoo geheel met mij te vereenigen... O God, hoe groot is uwe liefde! -— Ten bewijze uwer liefde hebt Gij uwen beminden Zoon gegeven — dien zoon, die in alles aan U gelijk is, en dien Gij bemint gelijk U zeiven. O God, wie is in staat eene zoo groote liefde naar waarde te schatten....? Als een koning zijnen zoon voor eenen slaaf ten beste zou geven, zou men ongetwijfeld zijne liefde bewonderen, zelfs dan wanneer hij nog vele andere zonen had, en hij eenig voordeel van

-ocr page 223-

XXVI. SAMENSPRAAK.

•dien slaaf kou verwachten ; maar als die zoon zijn eenige en teergeliefde zoon, en die slaaf een booze en trouwelooze slaaf ware, dan zeker zou men die liefde nog meer bewonderen, en met verbazing uitroepen: »Zóó lief heeft de «koning zijnen slaaf gehad, dat hij voor hem »zijnen eenigen zoon heeft gegeven!quot; Maar wat moeten wij dan niet zeggen van de liefde van God tot den ondankbaren mensch...? Wat is een koning met God vergeleken...? Wat een zoon lt;les konings in vergelijking met den Zoon van God ? — Minder dan een wormpje, dat wij met de voeten treden— O God! ik werp mij hier voor uwe voeten neder, om uwe liefde te aanbidden, en in liefde tot U te ontvlammen.... O kon ik U oprecht beminnen en mij door de liefde geheel en onverdeeld aan U geven! — O God, geef mij uwe liefde. — Geef dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere, opdat ik uit liefde tot U sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt uit liefde tot mij aan een schandelijk kruis te sterven. — Lieve Jesus, uwe liefde heeft mij overwonnen en dwingt mij tot wederliefde. Zie, thans geef ik mij geheel aan U; ontvang mij geheel met alles wat in mij is; ontvang mij zonder eenig voorbehoud; ontvang mij voor den tijd en voor de eeuwigheid. Ik geef mij geheel aan U; doe met mij wat Gij wilt; geef mij slechts uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, en vraag U niets meer. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

109

-ocr page 224-

XXVI. SAMENSPRAAK.

XXVI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Fas honorabïle, or a pro nobis.

Eerwaardig vat, bid mor ons.

Indien de gewijde vaten, waarin liet Allerheiligste bewaard wordt, zoo eerbiedwaardig zijiir dut het slechts aan priesters en sommige geestelijke personen geoorloofd is, die aan te raken; hoeveel eerbied waardige)- zijt gij dan niet,, o Maria! wijl uw sciioot, als een heiligdom voor Jesus, door den heiligen Geest zeiven geheiligd is, en Hij daarin negen maanden lieett willen verblijven....? God strafte eertijds het volk van Israel, de Bethsamiten, de Philistijnen ea Oza met den dood, omdat zij te weinig eerbied voor de Ark toonden. Welke straf hebben zij dan niet te wachten, die n, de levende Ark, miskennen en versmaden, of zich verstouten uwe voorrechten en ceretitels aan te randen? O Maria, daar gij zoo eerbiedwaardig zijt, nader ik met kinderlijken eerbied tot u, en stel mij, met een groot vertrouwen onder uwe moederlijke bescherming. i)e joden naderden slechts sidderend tot de Ark (les verbonds, maar ik kom tot u met een kinderlijk vertrouwen, u dringend smeekende, mijne moeder te willen zijn, en mij op het pad der deugd te geleiden. Verwerf mij de genade, bij alle gelegenheden uwe eer voor te staan, en mij zoo waardig te jnaken, uwe bescherming in het uur des doods-

110

-ocr page 225-

xxvii. samenspraak. i ll

•on uwe voorspraak in het oordeel f.e verwerven. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

XXVII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORliEREIUIXGSGEBED. O ziel, stel u, bl. A.

Dierbare Jesus, bij de beschouwing, dat Gij uit liefde tot mij in het H. Sacrament waarlijk •en wezenlijk tegenwoordig zijt, en altijd blijven zult tot het einde der wereld; sta ik verbaasd, en zeg met den Apostel: (Gal. 11. 20.) ygt;Die mij heeft lief riehad en zich zeiven gele-»t\'erd heeft voor mij.quot; Ja, lieve Jesus, Gij hebt mij waarlijk liefgehad...! Maar wie zijt Gij en wie ben ik, om mij zoo lief te hebben? Gij — de eenige Zoon van God, waarachtig God met den Vader en den H. Geest, Schepper van het Heelal; maar ik —• een nietig schepsel, een ellendige aardworm; — Gij — de Koning der Koningen, de Heer der Heeren; maar ik —een dienstknecht, een verworpen slaaf; Gij — de Heilige der Heiligen; maar ik — een zondaar, een booswicht; en niettemin hebt Gij mij bemind ! — Ja, Gij hebt mij in het bijzonder bemind, en U zeiven voor mij in het bijzonder gegeven; die liefde jegens mij was zoo groot, dat Gij U zei ven voor mij alléén zoudt geleverd hebben , ware liet noodig geweest; Gij immers bemint mij met dezelfde maat van liefde, waarmede Gij de geheele wereld bemint. (St.

-ocr page 226-

XXVII. SAMENSPRAAK.

Chryst. in Ap. ad Gal. II. 20.) — Ik kan eit moet dus met den Apostel zeggen: Die mij heeft lief qehad en zich zeiven geleverd heeft voor mij. Dierbare Jesus, mag ik U eens vragen, I waarom Gij mij zoo bemint en U zeiven voor mij hebt geleverd? — O ziel, Ik heb liet ge- \' daan, niet omdat gij bet waardig waart ot\' verdiend hadt, noch omdat ik u noodig of iets van ii te verwacbten had, maar omdat Ik u beminde en u gelukkig wilde maken.

Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank voor zulke goedheid en liefde.... ! Uwe liefde dwingt mij tot wederliefde en doet mij uitroepen: Die mij heeft lief qehad en zich zeiven geleverd heeft voor mij...! Ja, Gij hebt mij bemind met eene zuivere, oneindige liefde; met cene standvastige en eeuwige liefde; ten bewijze hiervan hebt Gij U zeiven aan mij geleverd. Gij hebt U geleverd, niet alleen in uwe mensch-wording en geboorte; niet alleen lijdende en stervende aan het kruis; maar ook in het II. Sacrament des Altaars, waar Gij altijd tegenwoordig blijft, om mijne komst af te wachten, mijne gebeden en smeekingen goedgunstig te aanhoo-ren, en U geheel aan mij te geven ; daarenboven zijt Gij bereid, U als loon aan mij to geven in den hemel; Gij immers hebt gezegd : Ego merces Uia magna nimis. Ik hen kw overgroot loon. (Genes. XV. 1.)

Dierbare Jesus, welke dankbaarheid ben ik U voor zulke goedheid en liefde niet verschuldigd...? Al slachtollerde ik mij zeiven duizend millioenen malen, dan ware bet nog te weinig; want uwe liefde is cene oneindige, eene Goddelijke liefde, cn vordert derhalve eene oneindige, eene Godde-

112

-ocr page 227-

XXVII. SAMENSPRAAK.

lijke wederliefde. Maar dewijl dit niet in mijne maclit is, kan ik niets anders doen, dan mij diep voor U vernederen, mijne nietigheid en ellenden erkennen, en II opdragen al de akten van liefde en dankzegging, die U opgedragen zijn van het begin der schepping, die thans nog opgedragen, en in eeuwigheid nog zullen opgedragen worden in den hemel, door allo engelen en heiligen, en vooral door de allerh. Maagd Maria.

Minnelijke Zaligmaker, ontferm U mijner, geef dat ik U steeds een dankbaar hart toone, en een goed gebruik make van de genade, die Gij mij zoo gulhartig aanbiedt; om met den Apostel in waarheid te kunnen zeggen : Xon ub-jicio gratiam Dei. Ik verwerp Gods genade niet. (Gal. II. 21.) Helaas, hoe weinig voordeel heb ik tot nog toe met uwe genade gedaan...! Hoe zelden kom ik U bezoeken, en als ik kom,hoe (lauw en ongevoelig ben ik dan nog voor U, en hoe haast ik mij , U wederom te verlaten....! Terwijl wereldsche bezoeken mij behagen, mijn hart innemen, en mij langen tijd ophouden, blijf ik koud en liefdeloos voor U, en verveel mij in uwe tegenwoordigheid. 0 Jesus, ik schaam mij over deze mijne onverschilligheid jegens U, en vraag U daarvoor ootmoedig om vergiflenis. Ik maak thans een vast besluit, ijveriger te zijn in U te bezoeken, vuriger in ü te beminnen en eerbiediger in U te loven en te verheerlijken. Zie, thans geef ik mij geheel aan U: ik wil geenen wil meer hebben, dan om den uwen te volbrengen , en in alles aan den uwen gelijkvormig te zijn; geen verstand dan om het ten dienste van het geloof gevangen te geven; geen geheugen dan

113

-ocr page 228-

XXVII. SAMENSPRAAK.

om uwe weldaden te gedenken; geene vrijheid dan om U te dienen ; geen hart dan om U te beminnen; in één woord, ik wil geheel aan U zijn; ik wil voor U alleen leven, alles voor II lijden en eindelijk voor U sterven. O Jesus, ontferm U mijner en geef mij uwe genade met uwe liefde. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXVII. SAMENSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Fas insigne devotionis, or a pro nobis.

Uitmuntend vat van devotie, hid voor ons.

O Maria, gij wordt met reden, uitmuntend vat van devotie genoemd, om den vurigen ijver en de brandende liefde, waarmede gij steeds alle godvruchtige oefeningen volbracht; die ijver was zoo groot, en die liefde zoo vurig, dat uw hart geheel van vuur scheen te zijn. De H. II-dephonsus aarzelt niet te zeggen: «Gelijk het «ijzer, gegloeid door het vuur, geheel vuur «schijnt te zijn, zoo scheen uw hart, ontstoken «door de liefde des H. Geestes, ook geheel vuur «te zijn.quot; Het brandde zoodanig van liefde, dat daarin niets dan het vuur der Goddelijke liefde kon bespeurd worden. Ook zegt de H. Bona-ventura, dat gij van uwe jongste jaren af gewoon waart (les nachts op te staan, en naar het altaar te saan, om uw hart zuiver var

114

-ocr page 229-

XXVtir. SAMENSPRAAK.

alle zonden en brandend van liefde als een slachtoffer aan God op te dragen.

0 Maria, bid voor mij, opdat ik God vurig beminne en alle godvruchtige oefeningen met ware devotie en vurigen ijver volbrenge. Amen.

SLUiTGEHEn. Memorare,, bladz. 7.

XXVIII. SAMENSPRAAK MET JESXIS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED. O ziel, stel 11, bl. 1.

O ziel, verbeeld u Jesus in liet H. Tabernakel te zien. Hij is daar vol luister en glorie — als op een troon van genade en barmhartigheid, brandend van liefde tot u, en bereid om u goedgunstig te ontvangen, en met weldaden te verrijken. — Hij is daar op eenen troon van liefde, en met uitgestrekte armen noodigt Hij allen uit, tot Hem te komen, zeggende: Kami tot Mij, uilen die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken. (Matth. XI. 28).

Dierbare Jesus, hoe troostvol zijn deze uwe woorden voor alle zondaren, maar vooral voor mij, die het meest van allen met zonden en boosheden beladen ben! — Aangemoedigd door uwe minzame uitnoodiging, kom ik met een groot vertrouwen tot U, om door U van den last mijner zonden bevrijd te worden. Hoe zou ik zoo dwaas kunnen zijn, om buiten U opbeuring te gaan zoeken, daar Gij mijn eenige troost on verkwikking zijt\'? of hoe zou ik zoo boos,

115

-ocr page 230-

XXVIir. SAMENSPRAAK.

zoo ondankbaar kunnen zijn, om mij aan uw juk te onttrekken, of den last dien Gij mij oplegt, van mij te verwijderen, vermits Gij mij gezegd hebt: Neem mijn juk op u en leer van Mij, dal ik zachtmoedig en ootmoedig van harte hen, en gij zult rust voor uwe ziel vinden; want mijn juk is zoet en mijn last is licht. (Mattli. XI. 28, 29, 30.) Lieve Jesus, ootmoedig voor U neergebogen, geef ik mij geheel aan U — zie, ik ben bereid uw juk o[gt; te nemen, en van U te leeren, zachtmoedig en ootmoedig van harte te zijn. Gedurende uw gansch leven, maar bijzonder in liet H. Sacrament, geeft Gij blijken uwer zachtmoedigheid en nederigheid.

1). Hier toont gij uwe overgroote zachtmoedigheid, met onze komst zoo lankmoedig af te wachten, en de U aangedane beleedigingen zoo geduldig te verdragen. Wie is in staat al de beleedigingen op te tellen die U hier, van het begin af aangedaan zijn, en nog voortdurend aangedaan worden?.. En toch zijt Gij altijd even minzaam en goedaardig, en bereid allen die tot U komen, met liefde te ontvangen.

2). Ook toont Gij hier uwen geest van ootmoedigheid ; vermits Gij altijd bereid zijt op-het woord eens priesters uit den hemel neer te dalen , en U zeiven onder de gedaante van brood en wijn te vernederen. In uwe mensch-wording verborgt Gij uwe Godheid, en vertoon-det U in de gedaante van een kind; maar hier verbergt Gij én Godheid én menschheid, en neemt de gedaante van brood en wijn aan. — O welk eene ongehoorde vernedering! ... Zou ik na zulk voorbeeld van ootmoed gezien to

-116

-ocr page 231-

XXVIII. SAMENSPRAAK.

117

hebben, nog hoovaardig blijven?.. Neen, lieve Jesus: ik zal nietiger worden, meer dan ik geweest ben, en nederig zijn in mijne oogen. (II. Reg. VI. S\'i.) Nederig zijnde, zal ik ook zachtmoedig en geduldig zijn, zelfs te midden der vcrongelijkingen en beleedigingen, en met Job zeggen : »Ik heb gezondigd en ben nog niet snaar verdienste beleedigd en vernederd.quot; In deze gesteltenis zal ik waarlijk gelukkig zijn, en vrede genieten. Gij immers hebt gezegd : Leer van Mij dat Ik zachtmoedig en ootmoedig van harte hen, en gij zult rust voor uwe ziel vinden; want mijn juk is zoet en mijn last is licht. (Matth. XI. 29. 30.) \'t Was daarom dat de martelaren, zelfs in de hevigste folteringen en pijnen tevreden waren en de zoetste vertroosting genoten. En hoeveel troost hebben niet de heilige en godminnende zielen aan den voet van het H. Tabernakel ondervonden?... De H. Maria Magdalena de Pazzi vond buiten U nergens troost, altijd verzuchtte zij tot U, en menigmaal, zoo bij nacht als bij dag, knielde zij voor het H. Takernakel neder, om U te aanbidden. O kon ik U ook zoo beminnen!... O kon ik allo andere liefde uit mijn hart verwijderen , om U alleen te beminnen!... Lieve Jesus, Gij hebt zoo veel gedaan, om mijne liefde te winnen en toch bemin ik U niet, of ten minste ik bemin U te weinig. Geef, lieve Jesus, dat ik U vurig beminne. Ach, hoe ongelukkig zou ik zijn, indien ik zonder uwe liefde sterven moest! Bewaar mij, bid ik U, voor zulk een groot onheil. O Jesus, ik wil U voortaan beminnen; ik wil U veel beminnen; ik wil U beminnen uit geheel mijn hart en al mijne krachten; ik

-ocr page 232-

XXVIII. SAMENSPRAAK.

wil U altijd cn eeuwig beminnen. Dierbare .Te-sus, ik bemin U bovenal, ik bemin U uit geheel mijn hart; ik bemin U meer dan mij zeiven, en omdat ik U bemin, verzaak ik aan alle dingen; want Gij alleen zijt mij genoeg. O Jesus, bewaar in mij deze goede gevoelens, cn versterk ze dagelijks meer en meer, opdat ik voortaan geheel aan U zij. Amen.

Geestelijke Coin m unie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXVIII. SAMENSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Bosa mxjstica, ora pro nobis.

Geheimzinnige roos, bid voor ons.

0 Maria, gij wordt terecht bij eene roos vergeleken; dewijl gij, om do heiligheid van uw leven, gelijk eene roos bevallig waart aan God en aan de menschen; alsmede omdat uw hart brandde van het vuur der Goddelijke liefde, waarvan de roos een zinnebeeld is. Men noemt li: geheimzinnige of verborgen roos, omdat gij de heiligheid van uw leven, en do verhevenheid uwer deugden voor het oog fier menschen zóó wist te verbergen, dat ze aan Go I alléén bekend waren en gij daarom in de II. Schriftuur genoemd wordt: een gesloten hof\'; (Cant. IV. 12.) een hof, waartoe God alleen toegang had, en waarin Hij alle soorten van bloemen plantte, welke gij uit nederigheid aan het oog der men-

118

-ocr page 233-

XXIX. SAMENSPRAAK.

schen wist te onttrekken, maar die thans de Kerk versieren. Zulke bloemen waren: »het viooltje der ootmoedigheid, de lelie der zuiver-»heid en de roos der liefde.quot; (S. Bernardus.) O Maria, geheimzinnige roos, hoe zont is mij de geur uwer deugden, en hoe verkwikkend de gedachte aan uwe heiligheid, en aan de vurigheid uwer liefde, waardoor uw hart verteerd en de draad van uw leven verbroken is, want gij stierft uit liefde tot God. O Maria, bid voor mij, opdat ik naai- uw voorbeeld een zoeten geur van deugden, vooral van ootmoedigheid, zuiverheid en liefde verspreide. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bl. 7.

XXIX. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEUEIDINGSGEBEI). O ziel, Slel II, bl. 1.

Toen koning David voor Absalon vluchtte, zeide-hij tot zijnen hoveling Ethaï, die hem op zijne-vlucht en in zijne ballingschap vergezelde, huiswaarts te koeren ; doch deze gaf ten antwoord: «Zoo waar als de Heer leeft: ik uw dienaar )gt;/:al op de plaats ziju , waar gij mijn heer en «koning zijt ; ik zal bij u blijven zoo wel in »leven als in dood.quot; (II. Reg. XV. 21.)

O ziel, indien die hoveling zoo getrouw was,, zijnen koning overal, zelfs op zijne vlucht en in zijne ballingschap, te volgen; zou het dan voor ons gcene schande, geene lafhartigheid, geeae ondankbaarheid zijn, als wij Jesus, onzen

119

-ocr page 234-

XXIX. SAMENSPRAAK.

19,0

Opperkoning zouden verlaten, terwijl Hij uit liefde tot ons altijd tegenwoordig blijft in liet H. Sacrament, om ons, gedurende onze ballingschap op aarde te troosten en met weldaden te verrijken? — Daar Ethaï bereid was bij zijnen koning te blijven zoo wel in leven als in dood, zoudt gij dan ook niet bereid zijn , bij Jesus, uwen Opperkoning, te blijven, zelfs te midden van alle kwellingen en bitterheden? Ja zeker ben ik daartoe bereid, lieve Jesus; uwe goedheid , tijdens uw sterfelijk leven, trok de apostelen en leerlingen tot U en deed hen uitroepen : Heer, wij zullen U volgen overal waar Gij gaan zult. Deze uwe goedheid trekt ook mij en dringt mij tot U te komen en U getrouw te blijven tot in den dood. 0 welk geluk, bij U te zijn!... Gedeon sprak tot Israels volk ■en zeide: Doet alles wat gij mij zult zien doen (Jud. VII. 17); aanstonds waren zij daartoe bereid en deden alles wat hij deed. O ziel, verbeeld u dat Jesus dezelfde woorden tot u spreekt, zeggende : Doe alles wat gij mij ziet doen. Uit liefde tot u verlaat ik den hemel; uit liefde tot u blijf ik hier altijd tegenwoordig; verlaat dan ook ter liefde van Mij de wereld en hare ijdele vermaken, om Mij aan den voet van het H. Tabernakel gezelschap te houden. Dierbare Jesus, gaarne zeg ik uit liefde tot U vaarwel aan de wereld en hare schijngoederen, om mij met U te vereenigen. O welk geluk voor mij U te mogen bezoeken ! O kon ik altijd bij U blijven! O kon ik aan den voet van het H. Tabernakel leven en sterven!... Uwe liefde, o mijn Jesus, heeft mij geheel ingenomen. Voortaan wil ik zijn waar Gij zijt; ik zal altijd

-ocr page 235-

XXIX. SAMENSPRAAK.

bij U blijven, zoo wel in leven als in dood; Gij immers besluit in U alle goed, alle volmaaktheden ; door het beschouwen dezer volmaaktheden zal ik trachten U gelijkvormig te worden, gelijk Gij, volmaakt te zijn en uit to munten in goedheid, in liefde, in zachtmoedigheid, in nederigheid, in standvastigheid en getrouwheid, volhardende tot hot einde toe, in weerwil van alle kruisen en wederwaardigheden. O Jesus, ontferm U mijner, opdat ik, ontbonden van alles, U alléén aankleve. Amen.

Gees te! ijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXIX. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M ARIA.

Rosa mystica, om piv nobis.

Geheimzinnige roos, bid voor ons.

Met reden wordt gij, Maria, eene geheimzinnige roos genoemd, daar de deugden, die gij in hot geheim en in het verborgen beoefendet on aan het oog der menschen wist te onttrekken, een zoo zoeten geur door do gansche wereld verspreid hebben, dat gij daarom door allen geroemd en geprezen wordt. De H. Am-brosius stond, bij het beschouwen uwer deugden zoo verbaasd, dat hij , na uwe zuiverheid geprezen te hebben, uitriep: »Wat zal ik van »hare andere deugden zeggen? Zij was maagd.

121

-ocr page 236-

xxix. samenspraak.

snict alleen naar liet lichaam, maar ook naar ))(llt;;n geest, zonder hare genegenheden ooit aan iiiets buiten God te schenken: zij was nederig »van harte; voorzichtig van geest; spaarzaam in »\'t spreken, doch meer genegen tot lezen; niet »stennende op onzekere rijkdommen, maar op »een ootmoedig gebed; zij was steeds werkzaam, »bescheiden in den omgang, en gewoon , niet seen mensch maar God tot getuige harer gc-»moedsbewegingen te nemen. Haar regel was: «niemand beleedigen; jegens allen goedgunstig »zijn; voor meerderjarigen opstaan; jegens geslijken niet afgunstig zijn; zich wachten van sijdele grootspraak; de rede volgen en de deugd «beminnen. Wanneer heeft zij hare ouders ooit, »zell\'s maar door de blikken harer oogen, be~ »leedigd ? Wanneer leefde zij ooit in misverstand smet hare naastbestaar.den! Wanneer heeft zij »ooit iemand van geringe afkomst versmaad , seen zwakken bespot, of een armen ontweken? szij had niets stouts in hare blikken, niets strotsch in hare woorden, niets stootends of on-sbeleefds in hare handelingen... met één woord, sde houding zelve van haar lichaam was het «afbeeldsel harer ziel, hot toonbeeld der braaf-sheid.quot; (Breviarium Bom. in festo Cone. B. M. V. led. II. NocturniJ

O Maria, bid voor mij, opdat ik uw heilig leven ten minste van verre navolge en het geluk hebbe, u in den hemel te verheerlijken. Amen.

Sluitgkbed. Memorare, bladz. 7.

-ocr page 237-

XXX. SAMENSPRAAK.

XXX. SAMENSPEA.AK MET JESUS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDIXGSGEBED. O Zid, Md It, bl. 1.

O ziel, aanschouw uwen Jt\'sus in het H. Sacrament des Altaars als in een gloeiend fornuis, brandend van liefde. Aanschouw Hem daar als op oen troon van liefde, vurige vlammen naar de vier hoeken der wereld verspreidende, om het liefdevuur in aller harten te ontsteken. Toen de H. Catharina van Siëna op zekeren dag Jesus aldus in het H. Tabernakel tegenwoordig zag, stond zij zeer verwonderd, dat de geheele wereld niet in liefde ontvlamde. En inderdaad, hoe is het mogelijk dat er menschen gevonden worden, die voor zulke liefde ongevoelig en

koud blijven?---- In de wereld is men er op

uit, om liefde met liefde te vergelden, en zoo men het niet doet wordt men als een ondankbare veracht en door allen verstoeten, evenals iemand die onwaardig is nieuwe weldaden te ontvangen; en evenwel wordt de liefde van Jesus miskend en worden zijne woldaden met ondankbaarheid vergolden.

Dierbare Jesus, hoe is het mogelijk, dat een menschenhart zoo ongevoelig en ondankbaar kan zijn?... Hoe is het mogelijk dat niet alleen de Joden, Heidenen en Ketters, maar zelfs vele Katholieken liefdeloos en koud jegens U zijn en zich niet gewaardigen U te komen bezoeken, of het met zulke onachtzaamheid doen, als ha.lden zij geen geloof ? Hoe pijnlijk valt mij

Samrnspr. 15

I \'23

-ocr page 238-

XXX. SAMENSPRAAK.

124

de gedachte, dat Gij de goedheid zelve, zoo schandelijk onteerd wordt!... Gaarne zoudt Gij in de harten aller mcnschen het vuur uwer liefde ontsteken, maar zij willen niet; zij blijven ongevoelig en koud, en niettemin blijft Gij jegens hen nog goedgunstig. In plaats van uwe bliksems over hen af te zenden, en hen te vernietigen, gaat Gij voort, hen met de lichtstralen uwer genade te beschijnen, ten einde hun verstand te verlichten en hun hart van liefde te ontvlammen. O liefde, hoe sterk zijt gij, aangezien gij den strafl\'enden arm van Gods rechtvaardige gramschap tegenhoudt, en Hem als praamt ons te beminnen.... O liefde! O Goddelijke liefde! daal toch in mijn hart neder, en toon er uwen machtigen invloed, met alle aardsche liefde daaruit te verdrijven, en het vuur der Goddelijke liefde daarin zoo zeer te ontsteken, dat ik voortaan God alleen en niets buiten Hem, tenzij om Hem beminne. O welke schoone zaak is het. God te beminnen — Hem alléén te beminnen — van het vuur zijner liefde te kwijnen, te verteeren en testerven!... Ziedaar de genade die ik U heden ootmoedig vraag; namelijk de genade van U te beminnen, U vurig te beminnen en buiten U niets te beminnen. Minnelijke Zaligmaker, ik hoop, dat Gij mij deze genade niet zult weigeren, want daarom zijt Gij, volgens uwe eigen verklaring, in de wereld gekomen: Ik ben vuur in de wereld komen brengen, en wat wil ik anders dan dat het ontstoken worde? (Luc. XII. 49.) Dat vuur is een liefdevuur, verborgen in \'net H. Sacrament des Altaars, waardoor de harten van vele heiligen zoo zeer ontvlamd waren, dat

-ocr page 239-

XXX. SAMENSPRAAK.

zij door dien liefdebrand zouden gestorven zijn, tenzij Gij dien verkoeld haddet. — En evenwel blijf ik koud en liefdeloos. — Minnelijke Zaligmaker, hoe bitter valt mij de gedachte, •dat ik jegens U zoo liefdeloos geweest ben, en U zoo menigmaal onteerd en beleedigd heb. Voortaan wil ïk U beminnen; ontvlam mij zoo zeer in liefde, dat ik buiten U niets meer be-minne. O hadde ik millioenen harten om U te beminnen! O hadde ik de liefde van allo engelen en heiligen, en vooral de liefde der idierheiligste Maagd Maria om U met eene vurige en geheel zuivere liefde te beminnen!... Maar dan zou ik U nog niet genoeg beminnen; wijl Gij de liefde van alle schepselen ver te boven gaat, en met eene oneindige liefde ver-dient bemind te worden. Dierbare Jesus, al kan ik U niet beminnen zoo veel Gij verdient bemind te worden, geef mij dan ten minste die genade, ■dat ik U beminne zoo veel ik kan en Gij het begeert. Amen.

Geestelijke Cormnmiie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXX. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Turris Davidica, or a pro nobis.

Toren van David, hid voor ons.

O Maria, \'t is mij een groote troost, u met den heerlijken eerenaam van Toren van David te mogen begroeten. (Cant. IV. 4.) Gelijk de

125

-ocr page 240-

xxx. samenspraak.

toren van David, op Sions\' berg gelegen, met bolwerken omgeven en van schilden en wapentuig overvloedig voorzien, onoverwinbaar en. ontoegankelijk was; zoo ook, ja veel meer waart gij, Maria, onoverwinbaar en ontoegankelijk voor den duivel — en wel :

1) Om de verhevenheid uwer deugden en de uitnemende heiligheid van uw leven, waardoor {jij, als op een hoogen berg boven het aardsche-verheven, innig met God vereenigd waart.

2) Om de volheid der Goddelijke genade waardoor gij, als door bolwerken en muren omgeven , onoverwinbaar en ontoegankelijk waart voor den duivel.

3) Om de vurigheid uwer gebeden, waardoor gij als door zoo vele schilden, de aanvechtingen des duivels afweerdet en onschadelijk maaktet..

4) Omdat gij de koningin van hemel en aarde, even als de toren van David, eene veilige schuilplaats zijt voor allen, die in strijd zijn. Gij opent de armen voor allen , die zich tot uwe bescherming wenden, en ontvangt hen met groote-minzaamheid, zoodat het nimmer gehoord is, dut iemand, die met vertrouwen zijne toevlucht tot u nam, door u verstoeten werd.

O Maria, onoverwinbaar gelijk Davids toren, ik neem met vertrouwen mijne toevlucht tot u en bid u, mij onder uwe bescherming te nemen. Ik ben zwak en ongestadig: mijne vijanden daarentegen zijn machtig, en houden niet op, mij dag en nacht te bekoren; derhalve bid ik ii, mij onder uwe bescherming te nemen, opdat ik volharde en de zegepraal behale. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

-126

-ocr page 241-

XXXI. SAMENSPRAAK.

XXXI. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED. 0 ZÏél, Std U, bi. 1.

Welaan, mijne ziel, laten wij tot Jesus onzen Goddelijken Zaligmaker gaan : Hij heeft zijnen troon van barmhartigheid en liefde in het H. Tabernakel gevestigd : de engelen dalen uit den hemel neder, omringen het altaar en aanbidden Horn. O ziel, verbeeld u die hetnelsche geesten te zien, u uitnoodigende om te zamcn met hen uwen Jesus te aanbidden: »kotnt, zeggen zij, .»laten wij ons in den Heer verblijden, en jui-»chend den lof\' van God onzen Zaligmaker zinsgen.quot; Venite , exultemus Domino ; jubilemus Dm salutari nostro. (Ps. CXIV, 1.) Zie, lieve Jesus, hier ben ik; ik kom, om U, in vereeni-ging met de engelen te aanbidden. O hadde ik nu de vurigheid der Cherubijnen en de liefde der Seraphijnen! maar helaas, ik ben zoo koud «n zoo liefdeloos. Minnelijke Zaligmaker, ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik uwen lof met vurigheid zinge . en met de engelen onop-lioudelijk zcggo : d Heilig , hcilij, heilig, Heer

God der heirkrachten____quot; Lieve Jesus, daar

Gij geheel aan mij zijt, hoe zou ik dan ook niet geheel aan U zijn ? Daar Gij U geheel aan mij geeft, hoe zou ik mij dan ook niet geheel aan U geven? Daar Gij uit liefde tot mij hier altijd tegenwoordig blijft, altijd gereed om iViij te ontvangen en met weldaden te verrijken.

127

-ocr page 242-

XXXI. SAMENSPRAAK.

•128

hoe zou ik dan liefdeloos jegens U knnnon blijven, en nalaten U dikwijls te bezoeken? Daar Gij hier uit liefde tot mij zoo vele onteeringen en beleedigingen verdraagt, hoe zou ik dan uit liefde tot U niet alle smarten , bitterheden en vernederingen willen lijden ? Zou dit weinige mij nog te veel zijn, daar Gij, lieve Jesus, oneindig meer voor mij gedaan hebt, en nog voortdurend blijft doen ? Noen , lieve Jesus T zeker zal mij dit niet te veel zijn. Al gaf ifc mij duizende malen voor U, dan zou het nog te weinig zijn, om U, ook maar voor de minste-uwer weldaden, naar waarde te danken. Ofschoon ik niet in staat ben, om U naar waarde te danken, te vereeren en te beminnen , wil ik het toch doen, zoo veel ik kan, en mijiv bost doen U in alles te behagen; doch bovenal zal ik trachten , aan den voet van het H. Tabernakel mij dikwijls bij U te vervoegen, en mij daar met de koren dor engelen te vereenigen, om gezamenlijk met hen uwen lot voortdurend te zingen , en evenals zij , daarin mijn geluk, mijn genoegen on mijne zaligheid te zoeken. De profeet David zegt: Zaliy zijn zijT dip. in uw huis wonen, Heer, in de eeuwen der eeuwen zidlen zij Uloven. (Ps. LXXXIII. 5.) Hoe gelukkig ben ik dan, lieve .lesus, dewijl het mij reeds in dit leven vergund is, U voortdurend te loven en de bediening der engelen te verrichten ! O Jesus, voortaan wil ik U lover» en prijzen, en U met de engelen steeds toeroepen: »Ileilifj, heitig r heilig. Heer, God der vheirkrachtenook wil ik U beminnen uit geheel mijn hart, en mijn eenig verlangen isr U te beminnen mot eeno volmaakte zuivere

-ocr page 243-

XXXI. SAMENSPRAAK.

liefde. Dierbare Jesus, verliclit mij, om uwe goedheid beter te kennen, en U vuriger te beminnen ; want de liefde tot U groeit aan naarmate de kennis uwer goedheid grooter wordt. Te laat heb ik U gekend, o liefde van mijnen Jesus! te laat heb ik U bemind. maar thans maak ik het vast besluit, het overige van mijn leven te besteden, om U uit geheel mijn hart te dienen en te beminnen. O Jesus, mijne liefde, ontsteek mij geheel in liefde. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXXI. SAMENSPBAAK

MET DE

H. MAAGD M A R 1 A.

Turns eburnea, om pro nobis.

Ivoren toren , bid voor ons.

De benaming van ivoren toren, die de heilige Kerk op Maria toepast, is zeer geschikt, om hare onoverwinnelijke zuiverheid aan te duiden: deze namelijk wordt aangeduid èn door de witheid des ivoors èn door de sterkte des torens. De zuiverheid ging haar zoo zeer ter harte , dat zij deze voor niets ter wereld zou opgeofferd hebben, zelfs niet voor de waardigheid van Moeder Gods; daarom werd zij waardig bevonden, Jesus in haren schoot tc ontvangen, en Moeder van God te worden.

O Maria, ivoren toren en bolwerk der zui-

12!)

-ocr page 244-

xxxi. samenspraak.

verheid, neem mij onder uwe bescherming, opdat ik die heilige en engelachtige deugd altijd beware; doe mij wel begrijpen, dat ik, om ze ongeschonden te bewaren, noodzakelijk alle gelegenheden tot onzuiverheid moet vluchten, alsmede dat ik eene wacht bij ai mijne zintuigen, maar vooral bij mijne oogen moet stellen, opdat de onzuivere geest door deze geen ingang in mij vindc ; zonder die voorzorg zou ik, zelts onder uwe bescherming, niet veilig zijn. Ik zal derhalve een verbond met mijne oogen aangaan , om ze nooit op ongelijke personen te vestigen, ten einde met geene onzuivere gedachten of verbeeldingen geplaagd te worden. Ook bid ik u, Maria, mij de genade te ver-werven, om alle aanvechtingen tegen de heilige zuiverheid steeds kloekmoedig te bestrijden, en ook te midden der hevigste bekoringen standvastig te blijven en te volharden tot het einde toe. Amen.

Sluitgebed. Memorare, bladz. 7.

430

-ocr page 245-

twbf.de reeks

VAN SAMENSPRAKEN MET JESUS

IN HET

ALLERH. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED.

0 ziel, stel u, in Gods tegenwoordigheid, en lt;lenk dat Hij u ziet, u hoort en op u let. Verneder u voor Hem, u zelve onwaardig achtende, voor Hem te verschijnen. Bid Hem, deze samenspraak met godsvrucht te mogen doen, en met die meening, die Hem het aangenaamst, u het voordeeligst en het meest geschikt is, om Hem te verheerlijken. Zeg derhalve tot dit drievoudig doel:

I. Dierbare Jesus, ik geloof, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt met uwe Godheid en menschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam, gelijk Gij verheerlijkt in den hemel zijt. Ofschoon ik u niet zien kan met mijne oogen, noch ontdekken door mijnen reuk, noch proeven door mijnen smaak, noch tasten door mijn gevoel, geloof ik toch vaste-lijk, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt; gaarne breng ik U het ofler van mijn gezicht, van mijnen reuk, van mijnen

-ocr page 246-

VOO rt I! KRK11 JIN\'GSG K li EI).

smaak en van mijn gevoel. Gij naamt brood en zeidet: dit is mijn lichaam-, en vervolgens den kelk niet wijn: Dit is mijn bloed des nieuwen Testaments. (Matth. XXVI. 28). Die woorden zijn duidelijk; de H. kerk heeft !ze zoo verklaard, daarom ook overtuigen zij mij, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. O kon ik sterven ter bevestiging van mijn geloof, zooals zoo vele heiligen gedaan hebben 1

II. Dierbare Jesus, ik ben i.iet waardig voor U te verschijnen, om in vereeniging met de engelen U hier te aanbidden; maar daar Gij het wilt, en ik cr behoefte aan heb, zal ik met vertrouwen tot U spreken, hoewel ik maar stof en asch ben.

III. O driewerf heilige God, Vader, Zoon eu H. Geest! verlicht mijn verstand en beweeg mijnen wil, om deze samenspraak met ware godsvrucht te doen en er heilzame vruchten uit to trekken. Ik heb de meening, deze samenspraak te verrichten: 1.) Om uwe opperheerschappij over ons en alle schepselen, en onze afhankelijkheid van U te erkennen. 2.) Om U te danken voor de menigvuldige weldaden, die wij voortdurend van U ontvangen, en in \'t bijzonder voor de allergrootste weldaad hier altijd tegenwoordig te blijven, en mij toe te laten, U hier te bezoeken. 3.) Om vergiffenis te verwerven van mijne zonden, en de oneer die U in liet H. Sacrament zoo dikwijls is aangedaan eu nog dagelijks aangedaan wordt, eenigszins te herstellen. 4.) Om van U nieuwe weldaden te verwerven, vooral om meer en meer too to nemen in uwe liefde, en te volharden tot het einde.

132

-ocr page 247-

I. SAMENSPRAAK.

0 Jesus, ik verlang U vurig te beminnen,, uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. O kon ik U beminnen met die liefde, waarmede Maria U beminde, toen zij U den eersten keer aanschouwde in den stal van Bethlehem; toen zij U ontving in de H. Communie; toen zij U zag sterven aan het kruis; toen zij op haar sterfbed lag en Gij U aan haar vertoondet, om hare van liefde brandende ziel met U ten hemel op te voeren.

O kon ik sterven, opdat alle menschen U beminnen; Gij toch verdient door allen geëerd, gediend, bemind en verheerlijkt te worden!

Lieve Jesus, ik geef mij geheel aan U; handel met mij en met alles w-at ik heb, volgens uw welbehagen. Ik zoek niets anders dan uwe heilige liefde, de volmaakte \'vervulling van uwen heiligen wil en de volharding tot het einde.

D Maria, bid voor mij, opdat ik bezield worde met die gevoelens, waarmede gij steeds jegens het Allerh. Sacrament bezield waart. Amen.

I. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOOKBEREID1NGSGEBED. O ziél stel U, bl. 131.

O ziel, verbeeld u, Jesus onder de gedaante van brood waarlijk en wezenlijk tegenwoordig te zien in het allerheiligste Sacrament des Altaars. Verbeeld u. Hem daar te zien, gelijk Hij zich bij verschillende gelegenheden vertoonde aan zijne nederige dienares Anna Maria Tair/i*.

133quot;

-ocr page 248-

I. SAMEXSPUAAK.

Nedcrgeknicld aan don voet van het H. Tabernakel, zag zij Hom in de H. Hostio, dan eens glinsterend van licht en majesteit, dan eens als rustend op eene lelie: tevens hoorde zij Hem duidelijk en klaar zeggen: »Ik hen de bloem »der velden en do lelio der valleien en behoor «geheel aan u.quot; O welk eene indrukwekkende en tevens minzame vertooning...!

Minnelijke Zaligmaker, geef mij een levendig geloof, om steeds met diepen eerbied voor U te verschijnen, en U in do II. Hostie tegenwoordig te zien, gelijk de godvruchtige Anna Maria Taïgi U daar zag... Ofschoon ik die gunst niet verdien, en evenmin waardig ben U hier met mijne oogen te aanschouwen, geloof ik toch vastelijk, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Gaarne breng ik U liet otter van mijn gezicht, van mijnen reuk, van mijnen smaak en mijn gevoel. Gij hebt gezegd: Dit is mijn lichaam. Deze is de kelk van mijn blonl. Die woorden zijn duidelijk en volgons de uitspraak der H. Kerk verzekeren zij mij, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijl: mijne oogen zien U niet; mijn reuk ontwaart U niet; mijn smaak proeft U niet; mijn gevoel tast U niet; evenwel geloof ik vastelijk, dat Gij hier tegenwoordig zijt met uwe Godheid en menschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam gelijk Gij verheerlijkt in den hemel zijt. Ik geloof dit vastelijk, omdat Gij, de eeuwige Waarheid zelve, het geopenbaard en door de H. Kerk hebt voorgesteld te gelooven. — O zalig geloof, \'t welk mij overtuigt, dat Gij waarlijk in de H. Hostie tegenwoordig zijt! O zalig geloof, \'t welk mij troost in al mijne kruisen

134

-ocr page 249-

I. SAMENSPRAAK.

cn wederwaardigheden! — O zalig geloof, dat mij verwijdert van de wereld en met U ver-ecnigt...! O zalig geloof\', dat mij leert in al mijne noodwendigheden mijne toevlucht tot U te nemen; Gij immers roept ons allen voortdurend toe: Komt tot Mij allen, die vermoeid rn beladen zijt en U; zal u verkwikken. (Matth. XI. \'28).

O Jesus, geef mij een oprecht en levendig geloof, opdat ik steeds met waren eerbied en vurige liefde voor U verschijne. Laat niet toe, dat ik hehoore tot het getal diergenen, van wie Gij eens sprekende tot uwe nederige dienares Anna Maria Tairji zeidet: sWist gij eens, smijne dochter, door hoe weinigen van hen, die-»Mij komen bezoeken. Ik wezenlijk getroost »word...! onder de gansche menigte, die gij in »deze kerk ziet, zijn er nauwelijks twee, die sopreciit en waarlijk godvruchtig zijn. Al de sovcrigen zijn gestemd voor de kerk als voor «een tooneel en voor andere zinnelijke feesten cder wereld. Voorzeker, als Ik u het binnenste sjhunner harten wilde ontsluieren, zoudt gij den «onaangenamen reuk, die er uit oprijst, niet skunnen verdragen.quot;

Dierbare Jesus, \'t is droevig zulks te moeten hooren; misschien hebt Gij reden om hetzelfde ook van mij te zeggen. — Helaas hoe dikwijls heb ik U in uw H. Sacrament van liefde bedroefd en beleedigd! O kon ik sterven om de U aangedane oneer eenigermate te herstellen...; Thans geef ik mij geheel aan U, lieve Jesus; ik wil niet meer voor de wereld zijn; noch voor hare zinnelijke vermaken, uitspanningen, ver-looningen, feestmalen, bijeenkomsten, pracht of

135

-ocr page 250-

136 I- SAMENSPRAAK.

grootheden. Neen, lieve Jesus...! ik wil ^oi U zijn; ik zoek U, — ja U alléén; Gij immers zijt mijn God en mijn al. — ^ at heb ik m den hemel en wat verlang ik buiten U op de aarde; o God mijns harten en mijn deel, « God in eeuwigheid! Ó Jesus, geef inij uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, en vraag U niets meer. — Dat de vurige en ho-nigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere, opdat ik ter liefde van U sterve, gelijk Gij U gewaardigt hebt ter liefde van mij aan een schandelijk kruis te stei ven.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

I. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Domus aurea, om pro nobis.

Gulden huis, bid voor ons.

Het verheugt mij, o Maria, u te mogen quot;roeten met den schoenen eeretitel van gulden huis. Gij zijt dat kostbare huis, dat de eeuwige Wijsheid voor zich bouwde en met zeven kolommen versierde, namelijk met de drie Goddelijke deugden, het geloof, de hoop en de liefde, en met de vier kardinale- of hoofddeugden, namelijk de voorzichtigheid, matigheid, rechtvaardigheid en sterkte. Gij zijt als de tempel van Salomon, die met het kostbaarste goud versierd was, en waarover de glorie des Ueeren neer-

-ocr page 251-

i. samenspraak.

•daalde. Gelijk in den tempel van.Salomon alles van het fijnste goud schitterde, zoo was uwe schoone ziel met heiligheid omkleed en schitterde van het goud der zuiverste liefde. Nooit werd uwe heiligheid dooi\' de minste fout of de geringste onvolmaaktheid besmeurd; daarom daalde de H. Geest in de volheid zijner genade over u neder, en bouwde in uw hart eene woning voor Jesus, die daarin negen maanden heeft gerust. — O Maria, daar God u zoo verheerlijkt heeft, werp ik mij eerbiedig voor u neder om uwe grootheden en heerlijkheden te loven, en God daarvoor te danken. Ook bid ik u, een gouden huis, een huis van liefde voor Jesus in mijn hart te bouwen, opdat Hij daarin kome rusten door de H. Communie, en er altijd blijve door zijne heiligmakende genade. Amen.

Algemeen Slultgebed.

Wees gegroet, allervoortreffelijkste Koningin van vrede, allerzaligste Moeder van God! — Door het allerheiligst Hart van Jesus, uwen Zoon, den Vorst van vrede, maak dat zijne gramschap bedare en Hij over ons heersche in vrede. Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat het in eeuwigheid niet gehoord is, dat iemand, die uwe voorspraak inriep, verlaten is geworden. Met dit vertrouwen bezield, kom ik tot u, Moeder des Woords; wil mijn gebed niet verstoeten, maar hoor mij genadiglijk en verhoor mij. O genadige, o barmhartige, o zoete Maagd Maria!

Ieder maal 300 dagen aflaat. — Bidt men dit gebed dagelijks eene maand lang, dan verdient men

137

-ocr page 252-

i. samenspraak.

een vollen aflaat, mits men biechte, communiceert en bidde ter intentie der H. Kerk. (Pius IX. \'23 September 184G.)

Schietgebed in de bekoringen.

O mijne Meesteres! o mijne Moeder! gedenk dat ik de uwe ben. Bewaar mij, bescherm mij als uwe zaak, als uw eigendom.

Telkens 40 dagen aflaat. (Pius IX. 5 Aug. 1851.)

Ave Augustissima Regina pacis, Sanctissima. Mater Dei, per Sacratissimum cor Jesu Filii tui Pr.ncipis pacis, fac ut quiescat ira ipsius et rcgnet super nos in pace. Memorare, o piissitna Virgo Maria, non esse auditum a sseculo, quem-qi:am tua petentem Suffragia esse derelictum. Euo tali animatus confidentia ad te venio. Noli Mater Vei bi, verba mea despicere, sed audi propitia et exaudi, o clemens, o pia, o dulcis Virgo Maria!

O Domina mea! o Mater mea! memento me esse tuum. Serva me , defende me ut rem ac possessionem tuain.

II. SAMENSPRAAK MET JESTJS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorhebeidingsgebed. O ziel, stel u, bl. lol.

y,Komt tol Mij allen, die vermoeid en hn-vloden zijt rn )k zal u verkwikkenquot; (Matth. XI. 28.) — O ziel, ziedaar de troostvolle woor-dlt; n, die Jesus van uit het H. Tabernakel u eu

138

-ocr page 253-

II. SAMENSPRAAK.

1.\'!!)

allen toeroept: Komt tot Mij allen, die vermoeid en heUtden zijt, en Ik zal u verkwikken. Zijt gij dan in druk en lijden; overladen met bezigheden en zorgen; gekweld met beko-ringen, benauwdheden en zielsangsten, of troosteloos in de wereld; ga dan tot Jesus. Hij wacht in het H. Sacrament om zich over u te ontfermen, u te troosten, te verlichten en te versterken. Hij bemint u met eene groote, ja, oneindige liefde; nooit is het gehoord, dat iemand, die met vertrouwen zijne toevlucht tot Hem nam, door Hem verstoeten werd. Ook gij zult door Hem niet verstoeten worden, indien gij met een eerbiedig vertrouwen tot Hem nadert. — Ontmoet gij dan moeilijkheden in uwe ondernemingen, werpen zich van alle kanten zwarigheden of hinderpalen op, ontmoedig u daarom niet, noch laat daarom na, uw vertrouwen op Jesus te stellen: Hij heeft zijn woord gegeven en zeker zal Hij het ten uitvoer brengen. Komt, heeft Hij gezegd, komt tot Mij allen, die vermoeid en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. Hoe grooter en menig-vuldiger de bezwaren zijn, die zich voordoen, of hoe meer gij gedrukt en gekweld wordt, des te grooter moet uw vertrouwen zijn en des te vuriger moet gij, vertrouwend tegen allo hoop in, tot Jesus uwe toevlucht nemen en zeker zal Hij u verkwikken en bemoedigen. Eens zeide de Heer tot zijne nederige dienares Anna Maria Taicji deze bemoedigende woorden: »Wan-«neer gij in de zaken , die gij te behandelen «hebt, moeilijkheden ontmoet; wanneer van »alle kanten zwarigheden, tegenkantingen en «hinderpalen zich daartegen opwerpen, wees Samenspr. IG

-ocr page 254-

440 ii- samenspraak.

»dan verzekerd, dat die zaken mij aangenaam »011 behagelijk zijn, en ongetwijfeld met een roeden uitslag zullen bekroond worden. — »Wat gemakkelijk is, schijnt ook goed te we-»zen, maar een geheim git is er m verboi-gt;)(ren. _ In den beginne slaagt alles wel,flater «echter quot;aat men van kwaad tot erger, dn ejus vild cap. IX.) Welaan, mijne ziel, neem met quot;root vertrouwen uwe toevlucht tot Jesus, cn hoe meer de zaak, waarmede gy belast ziit, moeielijk schijnt, des te vertrouwelijker en inniger moet gij u aan Jesus uwen Beminde aanbevelen. Hij immers is uw trouwste vriend, uw teederste broeder, uw beminnelijkste bnn-deo-om, uw liefderijkste vader, die u gelukkig kan en wil maken: Hij zoekt niets dan uw welzijn. Het is zijn plicht u uit uwe verlegenheid te redden, en alle bezwaren uit den weg te ruimen; gij hebt niets anders te doen, dan de noodige zorg aan te wenden , op Hem uw vertrouwen te vestigen en den uitslag met gelatenheid van Hem af te wachten; want al wie op don Heer vertrouwt, zal nimmer beschaamd

worden. , ,

O ziel, als gij overvallen wordt door inwendige dorheden , duisternissen of gewetensangsten ook dan zal Jesus uw troost z.ijn, Hij immers heeft gezegd: Komt tot mij allen, dw vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken. Zoek in uwe benauwdheden, droet-heden of mistroostigheden nimmer eomgc ydele verstrooiing, wereldsche uitspanning of mensche-lüke verlichting; maar zoek altijd en uitsluitend geestelijke verlichtingen, geestelijke vertroostingen en uitspanningen. Kom tot Jesus, kniel

-ocr page 255-

II. SAMENSPRAAK.

neder aan den voet van liet H. Tabernakel; vertrouw op zijne goedheid, en geef u geheel aan Hem en aan zijne Goddelijke beschikking •over; dan zeker zal Hij u volgens zijn woord verkwikken.

O Jesus, mijne hoop, ik geef mij geheel aan U. Welk een troost voor mij te denken, dut Oij hier altijd tegenwoordig zijt om mij te troosten, te verlichten en te versterken...! Trek mij af van alle wereldsche vertroostingen, om bij IJ alléén mijn troost te zoeken. — 0 Jesus, mijne liefde; geef mij uwe liefde, opdat ik brandend van liefde steeds tot U mijne toevlucht neme.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, lladz. 5.

li. sam:en3phaak

MET D O

H. MAAGD MARIA.

F teder is area, ora pro nobis.

Ark des Verhonds, bid voor ons.

Ik verheug mij, o Maria, u te mogen groe-ten met den schoonen eeretitel van : Ark ties Verbonds. Gelijk de Ark bestemd was, om do wet, dooi\' God zeiven op twee steenen tafelen geschreven, te bewaren, zoo waart gij bestemd, niet alleen om de wet, maar den wetgever zeiven, Jesus Christus, negen maanden in uwen schoot te dragen. — Gelijk de Ark van onbederfelijk hout gemaakt en met goud bekleed was, zoo heeft God u gevrijwaard van

141

-ocr page 256-

142 iii, samenspraak.

alle bederf der zonde, en bekleed met het goud zijner liefde, waardoor gij geheel schoon waart.. Gelijk het Propitiatorivm ot Verzoendeksel, van waar God zich met het volk liet verzoenen en zijne genade over hen uitstortte, op de-Ark quot;eplaatst was; zoo heeft God zijnen zetel van verzoening, als het ware, op u geplaatst,, om door n met ons verzoend te worden, en zijne genade over ons uit te storten.

\' O Maria, ware Ark des nieuwen Verhonds,. met een groot vertrouwen neem ik mijne toevlucht tot u en bid u, mijne ziel te zuiveren, 0,1 met het goud der liefde te bekleeden, opdat ze een waardig verblijf voor Jesus zij. als lly door de H. Communie tot mij komt. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

III. SAMENSPRAAK MET JESUS

ix itet

II. SACRAMENT DES ALTAARS.

V00RI3EREIDINGSGEBEU. O Ztei, Stel li, bl. 131-

»7/o« lang nocj helt gij over naar twee Mn-xlen? Indien de Heer God is, volgt Hem :ian. (III. Reg. XVIII. 21.)

O ziel, overweeg deze treffende woorden, waai mede de profeet Elias Israels volk aansprak en opwekte om hunne harten niet te verdeden tusschen God en den duivel, tusschen Gort en de wereld , tusschen God en de zonde; maav ze geheel en onverdeeld aan God te geven.

-ocr page 257-

III. SAMENSPRAAK.

Verbeeld u dat de Engelbewaarder u diezelfde woorden toespreekt, om u uit uwe lauwheid op te wekken en u aan te sporen, u geheel aan .lesus te geven en Hem dikwijls in het H. Sacrament te bezoeken. «Mijn kind,quot; zegt Hij, »hoe lang zult gij aarzelen? — Hoe lang »zult gij uw hart verdeelen? — Indien de Heer, »u\\v God is, volg Hem dan, doch niet ten halve, •«uoch voor eenigen tijd, maar uit geheel uw »hart en met standvastigheid. — Dierbare Jesus, ik heb uwe stem gehoord en ben beschaamd geworden. Helaas, hoe dwaas en ondankbaar was ik, toen ik mijn hart van IJ afwendde en het tot de wereld keerde...? Gij immers zijt mijn ■God en mijn Al, mijn opperst en eenig Goed; buiten U i.s alles ijdelheid, alles baart mij bitterheid en kwelling des geestes; hoe ben ik dan zoo dwaas geweest, om do neigingen mijns harten van U af te wenden en tot wereldsche ijdelheden te keeren?

Lieve Jesus, ik erken U voor mijnen Heer ■en Meester, voor mijnen God en mijn Al; geef ■derhalve, dat ik voortaan mijn hart geheel en onverdeeld aan U geve en mij onafscheidbaar met U vereenige. Dierbare Jesus, Gij zijt geheel aan mij en blijft uit liefde tot mij altijd tegenwoordig in het Allerh. Sacrament ; ook ik wil geheel aan U zijn en, ware het mogelijk, dan zon ik hier altijd bij U willen blijven, om U voortdurend te aanbidden en mij voortdurend met U te vereenigen: daar mij dit lichamelijker-wijze niet mogelijk is, zal ik mijn best doen, om het ten minste geesteli jkerwijze of door mijne gedachten en door do genegenheden mijns har-len te doen.— O mijn Jesus, Gij toont mij uwe

143

-ocr page 258-

III. SAMENSPRAAK.

144

«■oedhcicl en liefde, met toe te laten dat ik altijd, zoo dikwijls ik wil, tot ü nadere, om U te aanbidden; maar ik geef U daarentegen blijken mijner ondankbaarheid door mij van U te verwijderen en mij tot de wereld en hare schijnvermaken te wenden. — Thans betreur ik mijne ondankbaarheid, lieve Jesus, en maak een vast besluit, voortaan geheel aan U te zij in en U alléén te dienen en te beminnen. — Genadige Jesus, verlos mij van mijne lichamelijke noodwendigheden, wijl ze mij steeds van U aftrekken en tot het zinnelijke neigen. Helaas, hoe dikwijls ben ik genoodzaakt mijn lichaam te voeden en het door uitspanningen, rust en slaap te verkwikken....! De Heiligen treurden, omdat zij aan die lichamelijke behoeften onderhevig waren. — Job bedroefde zich, en weende als hij moest eten: antequam comedam, suspiro; David mengde zijn voedsel met zijne tranen -\'t Was eenc foltering voor den H. Bernard us spijzen te moeten gebruiken. De H. Alphonsus mengde zijne spijzen met bittere kruiden , zoodat \'ze bijna onbruikbaar waren. — Helaasr lieve Jesus, hoe ver ben ik hiervan verwijderd! ik vind mijn genoegen in de maaltijden en zoek mijne voldoening in zinnelijke spijzen en dranken. Gave God, dat ik van die lichamelijke behoeften ontheven ware en mijn geluk alleen in God en Goddelijke dingen vond! — Dierbare Jesus, ik wensch ontbonden te worden, en met U te zijn; doch bijaldien Gij wilt dat ik nog eenigen tijd op aarde leve, dan bid ik l mij de genade te verleenen, om, in weerwil dier lichamelijke behoeften, mij toch met U vei-eenigd te houden en te midden der aardsch©

-ocr page 259-

III. SAMENSPRAAK. 145

bezigheden en tijdelijke beslommeringen mijn hart0 steeds tot U te verheffen, ten einde in uwe liefde te leven en door uwe liefde te sterven. Amen.

Geestelijke Co i) hnunie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

III. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Fcederis Area, om pro nobis.

Ark des Verhonds, bid voor ons.

Maria, gij zijt waarlijk de Ark des Verbonds,. want gelijk de ark in de oude wet het eerbiedwaardigst gedenkteeken van den ganschen godsdienst was, en gelijk de heiligen in allo noodwendigheden met een eerbiedig vertrouwen-hunne toevlucht tot do ark namen, zoo zijt gij, na God en Jesus Christus, in de nieuwe wet, de eerbiedwaardigste van allen, en nemen de geloovigen steeds met eerbied en vertrouwen tot u hunne toevlucht, om door uwe tusschen-komst genade van God te verwerven. Nimmer is het gehoord, zoo spreekt de H. Bernardus, dat iemand die met een waar vertrouwen tot u zijne toevlucht nam, door u verstoeten werd. — O Maria, Ark des Verhonds, ik neem thans met eerbied en vertrouwen mijne toevlucht tot u.. Ontvang mij onder uwe moederlijke bescherming, opdat ik veilig zij tegen alle aanvechtingen van

-ocr page 260-

146 iv. samenspraak.

Satan en te midden der gevaren in liet goede volharde. Amen.

Sluitgeued.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. 137.

IVquot;. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN\' HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooruereiijingsgebeü. O Ziel, stel U, bl. 131.

O ziel, overweeg de goedheid en minzaamheid van Jesus in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars. Zich zeiven aan u gevende, zegt Hij : Stel Mij als een zegel op uw hart, nis een zegel op uwen arm. (Cant. VIII. ö.) O ziel. erken hier zijne goedheid en liefde. Hij zegt : Stel Mij als een zegel op uw hart, daardooi geeft Hij te kennen dat ^ij uw hart moet verzegelen, door er Jesus\' afbeeldsel in te drukken en zijne deugden na te volgen , waarvan Hij u een voorbeeld gegeven heeft. O ziel, denk er aan : gij moet het afbeeldsel zijner deugden in u dragen, namelijk van zijne liefde, gehoorzaamheid , ootmoedigheid , ingetogenheid , versterving , zachtmoedigheid, tevredenheid met Gods wil en van zijne andere deugden. Ach, lieve Jesus. ik word bij deze gedachte beschaamd ! Helaas, uw hart is zuiver en onbevlekt; maar bet mijne is onrein, vol gebreken en zonden! Het uwe is zachtmoedig, ootmoedig, gehoorzaam, ingetogen, verstorven, liefderijk; maar het mijne is ongeduldig, hoovaardig, on-

-ocr page 261-

IV. SAMENSPRAAK.

gehoorzaam, uitgestort, onverstorven en liefdeloos; daarom bid ik U, lieve Jesns, neem Gij zelt mijn hart om het te zuiveren en aan het uwe gelijkvormig te maken ; gedoog niet dat de duivel het roove; want ik wil dat het geheel ■en alléén aan (J zij.

Dierbare Jesus, zeggende : Hiel Mij als een zegel op uw hart, wilt Gij nog dat mijn hart geheel aan U toebehoore; Gij wilt er de eenige Heer en Meester van zijn, en duldt niet, dat in mijn hart eenige andere liefde ingang vinde. •Gij wilt dat het zij als eene verzegelde bron, wier wateren door niets ontreinigd worden. O welk geluk voor mij, U te hebben tot Heer en Meester, en geheel aan U te zijn!... Ach, hoe betreur ik nu den tijd, waarop ik andere meesters diende en mijn hart aan ijdelheden schonk. — Geef dat ik voortaan alle gedachten en genegenheden, die niet voor U zijn, uit mijn hart verbanne, om U alléén te beminnen! — O, zoo ïk U oprecht konde beminnen!... O, kon ik sterven, opdat alle inenschen U beminnen; Gij immers zijt alle liefde waardig!

Dierbare Jesus, zeggende: Stel Mij als een zegel op uw hart, wilt gij ten laatste te kennen geven, dat ik het zorgvuldig moet bewaken en de toegang tot hetzelve voor alle anderen moet gesloten houden, om het voor U alléén te openen. Gij imm.TS wilt dat het hart uwer bruid een gesloten hof, een verzegelde bron zij. (Cant. IV. l\'i.) haai- tevens vermanende hetzelve zorgvuldig te bewaren. Bewaar uw hart met alle oplettendheid. (Prov. IV. 23.) Minnelijke Jesus, ontferm U mijner en geef, dat ik nooit zoo dwaas zij om mijn hart voor iets

447

-ocr page 262-

-J48 IV. SAMENSPRAAK.

buiten U te openen. Neen, lieve Jesus, buiten U is alles ijdelheid. Wat heb ik ui den hemd en wat verlang ik huiten U op de aarde ... O God mijn* harten en mijn deel, o eeuwiaheid? — Voortaan wil ik geene ge(lachter ceene begeerte of genegenheid hebben tenzij voor U. Ik wil geheel aan Ij zijn en zou wen-schen uit liefde tot U te sterven. O Jesus sta mij bij. om deze goede gevoelens steeds in bc

06 O^el, ^Jesus quot;zegt\' ook: Stel Mij als een zee,el op uwen arm. Het moet u dan met genoeg zijn, uw hart te verzegelen: dit zou u wtnmg baten, indien gij daarenboven ook «^en a\'\'^ „iet verzegeld et, om voor Hem alleen te a beiden en uwe krachten alleen tot zijne eei en glorie te bezigen; Hij immers gedoogt met, dat zijne bruid eene enkele handeling vemehte met een ander oogmerk, dan om Hem alleen te bc

\'^Minnelijke Zaligmaker, ik wil voortaan geheel aan U zijn en ben bereid, mij en al mijne krachten ten dienste van U alleen te ^steden. Thans betreur ik den tijd waarop ik l- ^ \'g; en mijne ledematen als werktuigen der booshe.d gebruikte, om Satan te dienen Horn. V L 13 ) O mijn Jesus, laat met toe, dat ik nog ooit zoo boos of zoo ondankbaar zij. Laat mij dan Uever op dit oogenblik sterven. Zie, thans geef Ik mij geheel aan U, met het vaste voornemen mij en mijne krachten uitsluitend voor U te

^Daarlk U thans als eon zegel op mijn hart on op mijnen arm gesteld heb, om gehee aan U te zijn, zoo bid ik U vung: duld met dat

-ocr page 263-

IV. SAMENSPRAAK.

ik dat zegel ooit verbreke. Die het koninklijk zegel verbreekt, is plichtig aan misdaad van gekwetste Majesteit; doch ik zou veel plichtiger zijn door uw zegel te verbreken. Laat dus niet toe, dat ik zoo boos of zoo trouweloos worde; maar geef mij eene vurige en standvastige liefde, opdat ik geheel aan U zij. — Geef, dat de-vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere; opdat ik uit liefde tot U sterve, gelijk gij U gewaar-digd hebt uit liefde tot mij aan een schandelijk kruis te sterven. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bl. 5.

IV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A GD M A R I A.

Janna cccdi, om pro nobis.

Deur des hemels, bid voor ons.

O Maria, met een kinderlijk vertrouwen hef ik mijne oogen opwaarts tot u, daar gij de deur des hemels zijt en ik door u den hemel moet ingaan. De H. Bonaventura zegt, dat niemand den hemel in kan gaan, tenzij door u; ook noemt diezelfde Heilige u terecht: de ladder des hemels; wijl men door u ten hemel moet opklimmen en daar binnentreden. Als men liet ongeluk heeft, den hemel voor zich te sluiten door de zonden, behoeft men slechts met vertrouwen tot u zijne toevlucht te nemen en

149

-ocr page 264-

150 V. SAMENSPRAAK.

aanstonds zijt gij bereid dien voor den berouw-hebbenden zondaar te openen. — O Maria welke dankbaarheid ben ik u niet verschuldigd voor de genaden, die gij mij reeds verworven hebt, en nog dagelijks verwerft! — Om de zonde was de hemel voor mij gesloten; ik had hel verdiend en lag ongetwijfeld reeds voor eeuwig to branden, indien jrij voor mij niet gebeden liadt; derhalve bon ik u groote dank-baarheid verschuldigd. — Daar gi| de deur des hemel* zijt, zal ik dikwijls bij quot; aan

kloppen, opdat gij ze voor mij moogt openen en mij groote genaden verwerven; — iiameiij gt;, een waar berouw over mijne zonden, eeno groote liefde tot God en den naaste, eene vol-komene tevredenheid met Gods wil, de yolhai-ding tot het einde, en eindelijk de eeuwige zaligheid. Amen.

Sluitgkbed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. i\'M.

V. SAMENSPRAAK MET JSSUS

INT HET

H. SACRAMENT 13ES ALTAARS. voorbereidingsgehed. O ziel, stel it, bl. J31. Fortitudo mna et lans mea Dominus et f\'actus est mihi in salutem. De Heer ts vujne sterkte en mijn lof\'; H\'j ™ ^e~

worden. (Exod. XV. 2.) .

Als Moses zoo sprak na de verlossing uit Egypte, wat moet ik dan niet zeggen, neerge-

-ocr page 265-

V. SAMENSPRAAK.

knicld aan den voet van hot Fl. Tabernakel ? Zeker heb ik veel meer redenen om te zeggen: De Heer is mijne sterkte en mijn lof; Hij is mij ten heil geworden. Ja, lieve Jesus, Gij zijt mijne sterkte; ik ben overtuigd van mijne eigene zwakheid en onmacht; zonder U kan ik zelfs gcene enkele goede gedachte vormen, maar val ik in alle zonden en buitensporigheden. — Gij zijt dus geheel mijne sterkte en op uwen bijstand stel ik al mijn betrouwen. Als ik maar-ootmoedig ben en liefde heb, zal ik sterk zijn tegen mijne vijanden: den duivel, de wereld en het vleesch; dan zal ik zeker zegevieren en zalig worden. Dierbare Jesus, innig overtuigd van mijne zwakheid. neem ik met vertrouwen mijne toevlucht tot U, rustend in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars. Ik bid U, mij te versterken, opdat ik altijd standvastig blijve te midden der bekoringen en aanvechtingen dor hel, altijd getrouw zij aan mijne voornemens en godvruchtige oefeningen; en altijd op den weg dor volkmaaktheid vooruitga om eindelijk, bij mijn dood, l ijk aan deugden en verdiensten, •fen hemel binnen to gaati. — Geef dat ik sterk zij te midden aller beproevingen, inwendige duisternissen en dorheden; to midden der lasteringen,, vervolgingen on verdrukkingen, waaraan uwe Voorzienigheid mij zou willen ©vorgovon; geef dat ik sterk zij ifi de bestendige zelfverloochening, in de gestadige deelnoming aan uw kruis en bittor lijden, alsmede in de standvastige beoefening dor gohoorzaam-heid en broederlijke liefde. Dierbare Jesus, ge-inkkig de christen, die overtuigd van zijne on-itiacht, bij U in het aanbiddelijk Sacrament des

-ocr page 266-

V. SAMENSPRAAK.

152

Altaars zijne sterkte zoekt! — Hoe veilig zullen zijne schreden zijn, indien liij in al zijn doen ea laten op U alléén steunt!... Hoe vreedzaam en gelukkig zal zijn hart zijn, indien hij het geheel aan U geeft en Gij het met genaden vervult!.. Dierbare Jesus, hadde ik altijd mijne toevlucht tot U genomen, dan zou ik niet zoo onstandvastig geweest zijn in de beproevingen, vernederingen en bekoringen, noch in het verrichten mijner godvruchtige oefeningen en in het volbrengen mijner voornemens, die ik met behulp uwer genade gemaakt had. — O mijn Jesus. had ik meer geduld en liefde, dan zeker zou ik sterk zijn en volharden te midden der mocielijkheden, bekoringen, vernederingen, dorheden en duisternissen; ook zou ik dan alles met liefde verdragen, zonder mij over iets te beklagen, in navolging van U, wiens liefdevol geduld de profeet David op eene zoo treflende wijze afschildert zeggende: Ah een doove hoorde Ik niet, en ah een stomme opende Ik mijnen mond niet. (Ps. XXXVII. 14.) Hadde ik meer liefde, dan zou ik ook sterk zijn, om voortdurend mijnen eet- en drinklust te versterven; de versterving toch van den smaak is eene allerbelangrijkste deugd; zij is aan God alleraangenaamst en voor den christen allernoodzakelijkst, wil hij vrede en geestelijke vertroosting genieten en vorderen op den weg der volmaaktheid; integendeel de begeerlijkheid, onmatigheid cn zinnelijkheid zijn hem zeer nadeelig en mishagen zeer aan God; ook is het daardoor dat de bitterheden van Jesus lijden en de gruwelen, die zijnen allerheiligsten mond ten deel vielen, vernieuwd worden, gelijk Hij zelf meer-

-ocr page 267-

V. SAMENSPRAAK.

malen herhaald heeft aan de godvruchtige Anna Maria Taïgi. (in ejus vita cap. XIII.) — Dierbare Jesus, aan den voet van uw aanbiddelijk Sacrament neergeknield, vraag ik U die heilzame sterkte,, om mij van alles te onthechten, te midden der kruisen standvastig te blijven, buiten U geenen troost meer te zoeken en in weerwil van alle moielijkheden en tegenheden te volharden. Ontvang mij, lieve Jesus, opdat ik voortaan geheel aan U zij en buiten U niets meer verlange: Wat heb ik in don hemel, en wat wil ik op aarde buiten U, o God mijns harten en mijn deel, o God in eeuwigheid:\' (Ps. LXXII. 25, 2(3.) Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

V. SAMEKSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA,

Stella mntutina, ora pro nobis.

Morgenster, bid voor ons.

0 Maria, hoe schoon past u de naam van Morgenster, daar gij de wereld, die om de zonden en boosheden als in een duisteren nacht gedompeld lag, door uwe geboorte en heilig leven verlicht en opgebeurd hebt. Hoe ellendig was het met de wereld gesteld? — Tot welke schandelijke afgoderij waren de menschen vervallen, en aan welke afschuwelijke misdaden

453

-ocr page 268-

-151 vi. samenspraak.

traven zij zich schaamteloos over! — Dochr evenals de Morgenster, zoo was ook uwe geboorte de voorbode om aan te kondigen dat de duisternissen van den nacht, dat is, der zonden weldra zouden verdwijnen, om plaats te maken voor liet licht van de zon der rechtvaardigheid, Christus Jesus. — Hoe troostend is het voor een reiziger, die door de duisternissen des nachts van den rechten weg is afgedwaald, de morgenster, het voorteeken der opkomende zon, te zien verschijnen; doch hoeveel troostvoller was het voor ons, u, o Maria, de geestelijke Moi-gcn.,ter, te zien opdagen, als het voorteeken van de zon der rechtvaardigheid, om ons m onze duisternissen te verlichten en op den weg der zaligheid, waarvan wij afgedwaald warenT terug te brengen!

O Maria, onze heilzame Morgenster, gewaav-dig u, ons in onze duisternissen te verlichten, crT op den rechten weg van heiligheid en zaligheid te geleiden, opdat wij het geluk hebben in den hemel aan te landen , waar wij Jesus, de zon van rechtvaardigheid in eeuwigheid zullen aanschouwen. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. 137.

VI. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooebereidingsgebed. O Ziel, Stel U, bl. 431. Zijne handen schitteren van gouden ringen

-ocr page 269-

VI. SAMENSPRAAK.

geheel bezet met hyacinten of kostelijke gesteenten. (Cant. V. 14.)

0 ziel, ziedaar tie lofspraak, waarmede de Bruid van het Hooglied tie liefde des Bruidegoms, Jesus Christus, en tie rijkdommen zijner genade prijst: Zijne handen schitteren van het (/oud der rinjen en dar edelgesteenten. — O ziel , nader tot Jesus in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars; verbeeld u Hem daar te zien op een troon van genade met glinsterende handen, omdat al zijne werken volmaakt zijn, zonder eenig gebrek, schitterend can goud, ten teeken zijner liefde, en geheel bezet met kostbare hyacinten, ten bewijze der geestelijke schatten, die Hij bereid is over ons uit te storten. Dierbare Jesus, hoe goed en milddadig zijt (Jij jegens mij. wijl Gij uit liefde tot mij hier altijd tegenwoordig blijft, om mij aan den overvloed uwer geestelijke gaven deelachtig te maken!... Geen wonder, dat de heiligen zoo ijverig waren en zich dikwijls de nachtrust onttrokken, om U te kunnen bezoeken; zij wisten toch, welk geluk het is, U in het aanbiddelijk Sacrament te mogen bezoeken en deelachtig te worden aan de groote genaden, die hier verborgen zijn. De II. Alphonsus zegt, dat zelfs .weinige oogenblikken, in godvruchtige oefeningen aan den voet van het H. Tabernakel doorgebracht, soms wonderen van genaden voortbrengen. Wat moeten dan in hem niet voortgebracht hebben die lange uren, die hij tot het bezoeken en aanbidden van dit,H. Sacrament besteedde. Ook schrijft hij alles toe aan de liefde tot het H.\' Sacrament en aan de getrouwheid in hetzelve te bezoeken. Dieibare Jesus, hoe is het mogelijk,

Samenspr. 17

155

-ocr page 270-

150 VI. SAMENSPRAAK.

dat ik zoo onverschillig en liefdeloos tot l ben\' . Ach, ik bid U, ontsteek in my het vuurquot; uwer liefde, opdat ik U vurig hemmne en alles uit liefde tot ü verrichte; geef mij een hart van zuivere liefde; een hart zuiver van alle wereldsche liefde; een hart, dat geheel vooi U is en steeds bereid, om alles voor U ^ ^ 1 en te liiden. Dierbare Jesus, hoe goed zijt bij, daar Gij altijd hier tegenwoordig blijft, om mij

J n»kn, Je quot;rtogV*

den, die Gij altijd in uwe lm.Kle d aagtI ^ Het hangt dus maar van mij al, njk g ■ te worden. Helaas, hoe kan ik zoo onverschillig voor U zijn 1 Ik bid U, lieve Jesus, maak een

einde aan deze mijne onverschilligheid, en gee rrdi ecne vurige liefde, opdat ik steeds tot U getrokken worde, en deelachtig zij aan de gaven

van zaligheid, die Gij uwShaquot;^n ^om om mij er mede te verrijken, immei* . c vertoondet Gij U aan de Bruid van het Hoogl «.l met handen als van gouden nngen . veirijkt met kostbare hyacinten. — Ook ha Gi] die handen doornagelen en behieldt ^am ook na uwe verrijzenis de gaten der nagelen, om dooi dezelve, als door zoo vele kanalen uwe hemelsche

oaven over ons uit te storten, (bt. Ljpnanus.j Hoe zou ik dan nog zoo üi1daiikbaar kinine zijn om deze uwe liefde met onverschilligheid te beantwoorden? - O neen, \'^vc Jesu^ ik w zoo ondankbaar met meer zijn. - Goe /nj ui ik U eene groote, vurige en werkdadige Helde die alles uitvindt om U te behagen; eene y ver.ge liefde die onvermoeid is, om vooi de ee God e i voor de zaligheid der zielen te arbeiden. - Ach, hoe kan het zijn, dat de meeste men-

-ocr page 271-

VI. SAMENSPRAAK.

sclien zoo onverschillig voor U en voor uwe gaven zijn? — Indien een koning zich op zijnen troon plaatste en kostelijke edelgesteenten in zijne handen droeg, om ze uit te deelen aan allen, ■die er hem om komen vragen , wie zou zich dan niet beijveren om tot hem te komen en zich te verrijken? Lieve Jesus, Gij zijt die rijke ■en milde koning, en toch wordt Gij verlaten. In plaats van zijne toevlucht tot U te nemen, verkiest men liever arm naar de ziel te blijven. Wat doet men niet om aardsche goederen te vergaderen en rijk naar het lichaam te worden, terwijl men onverschillig blijft voor de onsterfelijke ziel en voor de goederen des hemels? — Dierbare Jesus, hoe treurig is het te zien, dat de paleizen van aardsche vorsten steeds druk bezocht worden, terwijl uw paleis, het H. Tabernakel waar Gij uwen troon gevestigd hebt, zoo jammerlijk verlaten wordt? Hoe gaarne zou ik alle rnenschen, zoo het in mijne macht ware, aan den voet van het H. Tabernakel brengen!... Dierbare Jesus, geef dat ik ten minste U oprecht beminne, en U dikwijls kome bezoeken. Amen.

6\' eestelijke Co mm nnie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

VI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Sains infirrnomm, oru pro nobis.

Heil der zieken, bid voor ons.

O Maria, hoe gaarne geef ik u den eeretiteJ

157

-ocr page 272-

vi. samenspraak.

van Heil der zieken. Die benaming boezemt mij een groot vertrouwen in, wijl gij in die-hoe \'anigheid den wil en de macht hebt, mij te I elpen. Gij hebt er da macht toe: daar Jesus die macht aan de apostelen eti heiligen gegeven-heei\'t, kan er geen twijfel zijn of Hij heeft die ook gegeven aan u, die zijne Moeder zijt. Er kan ook geen twijfel zijn aan uwen icil; eene-moeder kan haar lijdend kind niet vergeten .. en gij zijt de teerhartigste aller moeders. Gij verlangt meer, ons te helpen, dan wij verlangen om geholpen te worden; gij wacht met ongeduld het orgenblik af, dat wij met vertrouwen tot u naderen en aanstonds zijt gij gereed ons te-helpen. De kerkelijke jaarboeken geven hiervart de treffendste voorbeelden, en dan hoe menigvuldig zijn de genezingen, die in onze dagent geschieden door het godvruchtig vereeren van de medaille uwer Onbevlekte Ontvangenis — lt;locr de deelneming aan de broederschap van wo onbevlekt Hart, — alsmede door het godvruchtig gebruik van het water van Salette. waaraan gij, bij uwe verschijning aan twee-arme kinderen eene bijzondere kracht gegeven, hebt. om alle soorten van ziekten te genezen. — O Maria, Heil der zieken, ik neem derhal vernet een groot vertrouwen tot u mijne toevlucht, doch niet zoo zeer om de genezing mijns 11-chaams als die mijner zielsziekten te bekomen. — Helaas, hoe menigvuldig zijn deze en hoe zeer drukken ze op mij! — Sta mij bij, opdat ik er niet onder bezwijke. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. 137.

158

-ocr page 273-

VII. SAMENSPRAAK.

VII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN\' HET

H. SACRAMENT ÜES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBEI). O ziel, sld u, bl. 13L De twee leerlingen, rlie, op het woord van Joannes den Dooper, Christus volgden, vroegen den Heer: Meester, waar woont Gij? (Joan. 1.38 •en 39.) En Hij antwoordde: Komt en ziet. En zij volgden Hem en bleven dien avond en den geheelen nacht bij .lesus en spraken over de zaken hunner zaligheid. — O zalige dag. —• O zalige nacht! roept de H. Augustinus uit, wie zal ons zeggen, wat zij toen \\Mn den Heer hoorden? — Lieve Jesus, wij behoeven niet te vragen, waar Gij uw verblijf houdt. Wij weten maar al te goed, dat Gij in het H. Sacrament uwe woontente hebt opgeslagen, en daar vol goedheid ons afwacht, en met liefde allen ontvangt, die verlangen U te spreken, uwen raad of bijstand in te roepon. Komt, roept Gij ons allen toe. Komt tot mij, allen, die belast enquot; beladen zijt, en -— geloof Mij , op mijn Goddelijk woord , Ik zal u verkwikken. Maar wat ik niet kan begrijpen, en waarover ik mij schaam, als ik aan den ijver dier twee leerlingen denk. is, dat er zoo weinigen gevonden worden, die aan uwe uitnoodiging gehoor geven. Ik zie er, die hunne vermoeienissen, hunne nooddruft. hunne nachtrust, tot zelfs hunne gezondheid opofferen om een wereldsch vermaak bij te wonen , om aan iemand van rang te behagen, of om andere tijdelijke inzichten; maar om bij U te

159

-ocr page 274-

Vil. SAMENSPRAAK.

160

komen, daartoe willen zij geen voet verzetten. Ach, lieve Jesus, zij hebben niet ondervonflen welk eene zoete geneugte het is, met geloof en eene teedere godsvrucht aan den voet van uw Tabernakel neer te knielen. Daarom roept Gij hen nog van verre toe: Gustate at videte. Wilt Gij mij niet op mijn woord gelooven, welaan, neem ei\' dan eens de proef van, en gij zult de waarheid mijner belofte ondervinden, — maar zij hooren niet. — Laat niet toe, dat ik ten minste tot het getal dier ondankbaren belmore. De H. Petrus op Tliabor een straaltje uwer glorie ziende, smaakte een zoo grooten trocst, dat hij uitriep: Heer, \'t is ons goed hier te zijn, en hij wenschte daar altijd te mogen blijven.— Ja zeker is het mij goed bij U te zijn, lieve Jesus I Gave God dat ik hier altijd bij U kon blijven! — Gij immers besluit alle goed in U, Gij zijt de vreugde der engelen, de kroon der heiligen en de troost der godminnende zielen. Ik bid U derhalve met den H. Augustinus, sniij alle «dingen buiten U bitter te maken, opdat mijne «ziel in U alléén haren troost vinde; want Gij szijt de onschatbare zoetigheid, waardoor allo swereldsche bitterheden verdwijnen. (Solil. 0.22.) O opperste en eenige zoetigheid! O ware troost mijns harten! Waarom bemin ik U zoo weinig? Waarom ben ik zoo onachtzaaam in U te bezoeken? Waarom ben ik zoo gejaagd om mij spoedig van IJ te verwijderen? — Helaas, lieve Jesus, het is ongetwijfeld, omdat ik nog zoo aardsch en zinnelijk ben; \'t is, omdat ik te zeer verwaarloos de grootheid uwer liefde, uwer goedheid en beminnelijkheid te beschouwen; Giji immers wordt niet bemind, tenzij door hen die

-ocr page 275-

VII. SAMENSPRAAK.

161

U kennen en zich aan het aardsche en zinnelijke onttrekken. O Jesus, mijne liefde! Ontvlam mij geheel van liefde, opdat ik buiten U niets be-minne. Do gelukzalige Joanna Fmncisca de Chantal had eene zoo teedere devotie tot het H. Sacrament van liefde, dat zij aan den voet van het H. Tabernakel verzachting vond in al hare smarten, sterkte in al hare bekoringen en troost in al hare bitterheden. Mare liefde was zoo groot, dat ze niet kon begrijpen , hoe iemand er or gevoelig voor kon blijven; hoe iemand gelijk zij zeide: vin een groot vuur hon zijn zonder warm te worden.quot; Helaas, lieve Jesus, ik ben een dier wanschepsels. Ik ben en blijf koud bij U, hoewel Gij van liefde brandt; Ik ben onverschillig voor U, terwijl de heiligen steeds van liefde tot U ontstoken waren. — De 11. Wencedaus, koning van Boheme, was zoo vol liefde voor U, dat hij des nachts opstond , om beurtelings verschillende kerken te bezoeken; hij was zoo vurig, dat hij voor de felste koude ongevoelig bleef, en de sneeuw als onder zijne voeten wegsmolt. {Brev. Hom.) Ook de H. Alphonsus was zoo vol liefde voor dit H. Sacrament, dat Hij somtijds van vreugde opsprong en eens met eene kinderlijke eenvoudigheid en als dronken van liefde uitriep: »Hier sis het H. Sacrament; — hier geeft men de ))H. Communie; — men vindt niet overal het »H. Sacrament. — Verrukkend schouwspel! — «Hier branden altijd twee lampen voor het Ta-sbernakel ; — hier wordt het Sacrament ter «aanbidding uitgesteld. — Hoe lang zullen wij shier mogen blijven? — Wanneer zal het ons «vergund zijn, hier terug te komen?quot; Minne-

-ocr page 276-

V[r. SAMENSPRAAK.

lijke Zaligmaker, trek ook mij tot U; en doe mij van liefde tot U branden, en voor alles buiten U koud en onverschillig worden, om U alléén en niets dan U te beminnen, wijl Gij do eenige troost, de eenige vreugde mijns harten zijt. — Bij U ben ik gelukkig; in uwe bezoeken vind ik rust en tevredenheid , terwijl vvereldschc bezoeken mij bitterheden on kwelling veroorzaken. Lieve Jesus, ontbind mij van alles en trek mij tot U, opdat ik U aankleve en steeds met U vereenigd hlijve. Amen.

Geestelijke Cowmuuie.

Dierbare Jesus, ik geloof\', bladz. 5.

VII. SAMENSPRAAK

MET liE

H. MAAGD MARIA.

Salus infirmonnn, ora pro nobis.

Heil- der zieken, bid voor ons.

O Maria, de heiligen van alle tijden en de geloovigen van alle landen en natiën prijzen steeds uwe bereidvaardigheid in de zieken en noodlijdenden te helpen. Hoevele gevaren, ongevallen en ziekten hebt gij van mij afgeweerd, die zonder uwe tusschenkomt mij zouden getroffen hebben! Van hoeveel ziekten ben ik hersteld, die zonder uwe bemiddeling doodelijk zouden geworden zijn! En dan, hoevele ziels-kwalen en gevaren hebt gij van mij afgewend, die zonder uwe voorspraak mij ongelukkig zouden gemaakt hebben! — Welke dankbaarheid ben ik

102

-ocr page 277-

viii. samenspraak.

u daarvoor niot verschuldigd ? — maar helaas, ik ben aan dezen mijnen plicht veel te kort gebleven; in plaats van dankbaar te zijn, was ik ondankbaar. U Maria, teerhartige Moeder, ik bid u, mij daarom niet te verstoeten ; maar integendeel medelijden met mij te hebben en uw ambt van : Ih\'d der zieken jegens mij te blijven uitoefenen, opdat ik van de kwalen der ziel verlost worde, en die van mijn lichaam gebruike tot mijne zaligheid. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. 137.

VIII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDIXaSGEBED. 0 Ziel, stel U, bl. 1.

De Heer yiny hen voor, om hun den iveg uan te toonen, bij dag in eene wolkkolom, en des nachts in eene vuurzuil; om hun reisgezel te zijn voor heide tijden. Nooit verliet hen de wolkkolom hij dage, noch de vu urzuil bij nachte. (Exodi XIII. 22.)

0 ziel, ziedaar hoe Moses de weldaden prijst, waarmede God het volk van Israel bevoorrechtte! Gedurende 40 jaren geleidde Hij zijn volk in eene dorre en onvruchtbare woestijn door eene wonderbare kolom, die des daags eene wolk en des nachts vuur scheen te zijn — aantoonende den tijd wanneer, en de plaats waarheen zij moesten vertrekken. — Door de wolkzuil wer-

163

-ocr page 278-

VIII. SAMENSPRAAK.

den zij bij dag beveiligd tegen de hitte dei-brandende zon , eu \'s naclits verlicht door de vuurzuil, ten einde temidden der duisternissen niet af te dwalen; daarenboven werden zij door die wonderbare wolk- en vuurzuil beschermd tegen de aanvallen fier vijanden. — Groot voorzeker en menigvuldig waren de weldaden dier wonderbare kolom ; doch veel grooter en talrijker zijn de weldaden, die het aanbiddelijk Sacrament des Altaars ons aanbrengt, waarvan de wonderbare kolom slechts een Hauw afbeeldsel was.

O ziel, werp u dan eerbiedig voor het H. Sacrament des Altaars neder, om de genaden en weldaden, die daarin verborgen zijn, te beschouwen. — Jesus, uw God en Al, is daar waarlijk en wezenlijk tegenwoordig, om u in de woestijn dezer wereld te geleiden en n den weg tot den hemel te toonen; om u in uwe duisternissen te verlichten; tegen de hitte der bekoringen te beveiligen en tegen de aanvallen der helsche vijanden te beschermen. -— O God, hoe gelukkig was uw volk onder uwe weldadige leiding en bescherming, maar hoe voel gelukkiger ben ik in het bezit van het aanbiddelijk Sacrament des Altaars! — Immers, Jesus uw Goddelijke Zoon is daar waarlijk en wezenlijk tegenwoordig; Hij is mijn troost in bitterheden; mijn vertrouwen in moedeloosheden; mijne sterkte in gevaren: mijn raadsman in twijfelachtigheden; mijne verlichting in duisternissen en mijne beschutting tegen de aanvallen mijner vijanden.— Dierbare Jesus, hoe gelukkig ben ik, daar het inij altijd vergund is tot U te naderen, met de verzekering van in al mijne noodwendigheden

164

-ocr page 279-

IX. SAMENSPRAAK.

165

troost bij U te zullen vinden! — Hoe is het mogelijk, dat Gij zoo goed jegens mij zijt ert mij zoo groote bewijzen uwer liefde gewaardigt tc geven?—-Wie ben ik toch dat Gij mij zoozeer lief hebt? — Helaas, ik ben een nietig schepsel — stof en asch — ja wat nog erger is — een zondaar, een ondankbare booswicht, die-reeds lang in de hel had moeten branden. Ik ben dus onwaardig, door U bemind te worden; er was niets in mij, dat U tot liefde kon bewegen; doch uwe overgroote liefde hoeft er IJ toe bewogen. Dierbare Jesus, wat zal ik U vergelden, voor alles wat Gij mij gedaan hebt en voortdurend blijft doen? — O kon ik mij geheel voor U ten beste geven! — O kon ik alles voor U lijden ! — O kon ik uit liefde tot U sterven! •— Maar helaas, hoe ongevoelig en liefdeloos ben ik voor U, en hoe weinig voordeel trek ik uit uwe weldaden! — Het gaat met mij, gelijk het met den koning Pharaö en zijn volk ging;, want de vuurkolom, die het volk Israels verlichtte , was duister voor de Egyptenaren ; zoo ook is het H. Altaar-Sacrament een licht voor-deugdzame en godminnende zielen, terwijl ik bij hetzelve in liet duistere blijf. Wat al genaden en verlichtingen ontvingen de heiligen aan den voet van het H. Tabernakel. De H. Alphon-sus bekent alles aan dit II. Sacrament verschuldigd te zijn, — voornamelijk de genade van do-wereld te hebben verlaten, — van bezield te zijn geworden met een zóó vurigen ijver voor-de apostolische werkzaamheden en de zaligheid der zielen, dat hij gaatne voor dezen zijn leven zou gegeven hebben, alsmede van God getrouw te zijn gebleven in weerwil van alle-

-ocr page 280-

VIII. SAMENSPRAAK.

■onaangenaambeden, vernederingen en boproe-■vingen, die hij geheel zijn leven ondervonden heeft. — Minnelijke Zaligmaker, ontferm U mijner, opdat ik ook deelachtig worde aan de veelvuldige genaden, die in dit aanbiddelijk Sacrament verborgen zijn. — On steek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik U oprecht beminne on voortaan het pad der deugd — den weg «Ier zaligheid — met ijver bewandele. O inijn Jesus, ik draag mij thans geheel aan U op, en stel mij met alles wat mij toebehooit, ter uwer beschikking! — Ik geef U mijne ziel en mijn lichaam, mijn leven en mijn dood, mijnen tijd ou mijne gansche eeuwigheid. Ik wil geheel uan U zijn; ik wil niet meer leven, tenzij om U te loven en te verheerlijken, nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Geestelijke Gom mu nie.

Dierbare Jesus, ik gelojf, bla Iz. 5.

VIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Refugium peccatornm, om pro nobis.

Toevlucht der zondaren, bid voor ons.

0 Maria, hoe troostend en bemoedigend is mij deze uwe ceretitel: Toevlucht der zondaren! Als ik de boosheid en menigte mijner zonden beschouw, zou ik moeten wanhopen; maar als ik aan u denk en hoor dat gij de toevlucht dei-zondaren zijt, dan krijg ik moed en vertrou-

1GG

-ocr page 281-

viii. samenspraak.

wen. — Als onze Moeder zijt gij jegens ons-vol goedheid en liefde en bereid alle, ook de grootste zondaars in genade to ontvangen, en als Moeder van Jesus, onzen Rechter, hebt gij do macht om alle genaden voor. ons te verwerven. De H. Ililcphonsus zegt: »Wij kunnen grens-«moeder vindon die machtiger is, om de gramsschap des Rechters te stillen, dan u, dio-»waardig bevonden zijt. Moeder to zijn van sdienzelfden Verlosser, die ook onze Rechter »zal zijn.quot; (Serin. 9. de assumpt.) Ik neem dus met groot vertrouwen mijne toevlucht tot u, te meer daar gij zelve eens zeidet tot do-li. Birgitta: »Ik ben de Moeder van allo zon-»daren, die zich willen bokeeren.quot; (Hevel. UIk IV. c. 138.) O Maria, ik beken dat ik een zondaar ben, maar ik wil mij bokeeren; dus zijt gij mijne Moeder, en moet gij mij genadig zijit en mij met Jesus verzoenen. Ik heb een kinderlijk vertrouwen, dat gij het inderdaad doen zult, en dat gij mij goedgunstig onder uwe bescherming nemen en voor mij genaden zult verwerven. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissiina, bl. 137.

IX. SAMENSPBAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereimxgsgebed. O ziel, Stel K, bl. \'131. De lieer ia waarlijk in deze plaats en ik wist hel niet. (üen. XXVIII. 10.) Ziedaar de

-ocr page 282-

IX. SAMENSPRAAK.

J 68

.gevoelens die Jacobs hart bezielden, toen God hem in een visioen verscheen. — I)t; Heer is-waarlijk in deze plaats en ik wist het niet! De H. Franciscus van Sales zegt, dat hij wel ■wist dat God er tegenwoordig was, maar er niet aan dacht, gelijk het behoorde. — Lieve Jesus, hetzelfde zou ik kunnen zeggen, als ik voor het H. Sacrament verschijn; De Heer is ■waarlijk in deze plaats en ik wist het niet; .althans ik deed als hadde ik het niet geweten, wijl ik er met onverschilligheid en zonder eerbied verscheen. quot;Ware ik van uwe tegenwoordigheid levendig doordrongen, gelijk zoovele heiligen het geweest zijn, dan zou ik voor hetzelve ongetwijfeld meer eerbied en liefde hebben, •en ijveriger zijn om U dikwijls te bezoeken. Maar helaas, mijne zonden en verkleefdheden aan aardsche goederen en zinnelijke vermaken verduisteren mijn geloof en beletten mij den luister uwer glorie en heerlijkheid te erkennen. De engelen staan vol eerbied voor uwen troon ■on de Machten sidderen voor den glans uwer Goddelijke Majesteit. De H. Kerk zingt: Tre-munt Potentates. De Machten sidderen. — God zeide in het oude Verbond: Beeft bij mijn Heiligdom. (Lev. XXVI. 2.) Siddert bij mijne heilige Tente. De hovelingen verschijnen met eene eerbiedige huivering voor hunne vorsten, maar ik, helaas, verschijn met onverschilligheid voor mv aanschijn. Dierbare Jesus, ontferm U mijner; verlevendig mijn geloof en geef, dat ik voortaan met eerbied voor U verschijne. Ik geloot dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. Sacrament des Altaars gelijk (Jij glorievol in den hemel zijt: namelijk met uw maag-

-ocr page 283-

IX. SAMENSPRAAK.

dclijk lichaam, dat al de schoonheden der wereld oneindig ver te boven gaat; met uwe zuivere ziel, die zoo schoon en zoo beminnelijk is, dat God zelf\' er zijn behagen in schept; met uw Goddelijk wezen, waardoor Gij hemel en aarde met glorie en heerlijkheid vervult en overal tegenwoordig zijt. —

O ziel, kom laten icij God aanbidden en i\'oor zijn aanschijn neder vallen, om onze zonden te boweenen en de grootheid zijner liefde te beschouwen. De profeet David was verwonderd dat God zich gewaardigde aan ons te denben : Heer, zegt hij, ivid is de mensch, dat Gij zijner gedachtig zijt-? (Ps. VIII. 5.) Hoeveel te meer moet ik verwonderd zijn, wijl zijne liefde tot mij veel verder gaat. Niet alleen is Hij mijner gedachtig, maar is daarenboven bereid altijd bij mij te blijven en zich geheel aan rnij te geven. Ach, Heer, wie ben ik, dat Gij U gewaardigt altijd bij mij te blijven en mij gezelschap te houden?— Hoe kunt gij een zoo nietig, een zoo ondankbaar schepsel, gelijk ik ben, zoo zeer beminnen?— Gij geeft U geheel aan mij, en toch geef ik mij niet geheel aan U; helaas, ik misken en beleedig U ! — Ach, mijn God, hoe kan ik zoo liefdeloos jegens U zijn; maar Gij, o mijn God, hoe kunt Gij jegens mij en jegens ondankbare menschen zoo goed zijn? — O welk eene groote liefde, waarover de engelen verbaasd staan ! — Dierbare Jesus, Gij vernietigt U ter liefde van den ondankbaren mensch, terwijl de meeste menschen onverschillig voor U blijven, en velen zoo ver gaan van uwe weldaden te miskennen en zelfs te lasteren. De H. Teresia was zoo bedroefd

169

-ocr page 284-

-170 IX. SAMENSPRAAK.

daarover, dat zij hemel en aarde, engelen cn mensclien, ja. God zeiven bezwoer , Jesus to bevelen, ons niet zoo veel te beminnen, wijl zijne al te groote liefde Hem aan zoo vele ontwringen blootstelde. »Ach , groote God, riep zij uit, «indien Gij geen bevel geeft, zal die «Goddelijke Zaligmaker, om zijne al te groote «liefde jegens de mensclien, zicli nog aan nieuwe »versmadingen blootstellen.quot; Ook smeekte zij bare kloosterzusters, haar te helpen bidden,, i opdat Jesus niet zoo schandelijk zou onteerd worden. — Lieve Jesus, ook ik hen innig be-droefd over de onteeringen, die U voortdurend aangedaan worden , en bijzonder over de onteeringen , die ik zelf U aangedaan heb. Reeds langer dan i800 jaren blijft Gij ter liefde \\an mij in het U. Sacrament tegenwoordig en zult «laar altijd , tot het einde der wereld, ter liefde van mij tegenwoordig blijven; en toch helaas, blijf ik slechts weinige oogenblikken bij U, en verveel mij spoedig in mijne samenspraken met U. — Dierbare Jesus, ontferm U mijner, en ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik IJ dikwijls bezoeke en bij U blijve, zoo lang mijne plichten van staat hot mij toelaten. - O Jesus, mijno Liefde, ik wil geheel aan IJ zijn, en zou wenschen aan den voet van het H. 1 a-bernakel te kunnen leven en sterven. — O Jesus, mijne Liefde, geef mij uwe liefde, en maak dat ik geheel aan U zij. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bl. 5.

-ocr page 285-

IX. SAMENSPRAAK.

IX. SAMENSPRAAK

met de

H. MAAGD MARIA.

Befugium peccutoi-um, nru /int nobis. Toevlucht dar zondaren, bid voor ons. Maria, toevlucht der zondaren, bid voor mij, arm zondaar. Naast Jesus stel ik op u al mijn vertrouwen; al heeft een zondaar zich schuldig gemaakt aan gekwetste Goddelijke Majesteit, al heeft hij den dood verdiend , dat: nog zijt gij voor hem een levend altaar waartoe hij zijne it- toevlucht kan nemen, cdlare animatuin, (S. Methodius) en vindt hij bij n nog altijd eene vei-lige schuilplaats, ü Maria, ik word op de zee dezer wereld door allerlei stormwinden en bekoringen heen en weer geslingerd; ik word voortdurend door den duivel geplaagd en ben steeds in groot gevaarte vergaan; maar gij zijt mij een veilig toevluchtsoord; dooi\' u beschermd, heb ik niets te vreezen. — God zelf zeide eens tot de H. Catharina, dat geen zondaar, die met vertrouwen zijne toevlucht tot u neemt, door Satan zal geroofd worden; zelfs hebt gij voor den goeden moordenaar op het einde van zijn leven het Paradijs verworven. j\'S. Petrus Damianus. Serin, de LntroneJ Zon ik dan nog aan uwe goedheid kunnen twijfelen of vreezen tot u mijne toevlucht te nemen — O neen, Maria, toevlucht i der zondaren, steeds zal ik met groot vertrouwen tot u mijne toevlucht nemen. Amen. Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. i.\'37.

Samenspr, ^

171

-ocr page 286-

X. SAMENSPRAAK.

X. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

V00RBEUEIDINGS6EBED. O ziel, Stel U, bi. 131. ygt;Gij, o mijn God, heht vw volk gevoed met Dde spijs der engelen en het zonder arbeid een vbrood gegeven, dat in den hemel bereid tras ygt;en dat alle wellust alsmede de zoetheid van »eiken smaak in zich bevatte.quot; (Sap. XVI. 20.)

ü ziel, ziedaar de zinrijke woorden van den Wijzen man waarvan Hij zich bedient om \'s Heeren goedheid te prijzen, die gedurende 40 jaren zijn volk met eene liemelsche spijs, met liet manna, heeft gevoed. Zeker kan eene zoo groote weldaad nooit genoeg geprezen worden. God spijsde zijn volk 40 jaren lang in eene dorre en onvruchtbare woestijn, met een hemelsei) brood, met het manna, dat alle wellust en de zoetheid van allen smaak in zich bevatte...! O God, uwe goedheid was waarlijk groot en verdient door allen geprezen te worden; evenwel is uwe goedheid jegens de chris-ten-volkeren veel grooter en verdient oneindig meer geprezen te worden; Gij stelt U niet tevreden met hun een hemelsch voedsel te geven; maar Gij geeft U zeiven en spijst hen met uw vleesch en bloed. 0 welke goedheid! — o welke liefde! — Op het woord eens priesters daalt Gij dagelijks uit den hemel neder. — Gij doet dit niet slechts éénmaal noch op ééne plaats; maar overal, waar priesters gevonden worden, en zoo dikwijls zij het H. Misoffer opdragen.

172

-ocr page 287-

X. SAMENSPRAAK. 173

Gij blijft er altijd tegenwoordig — niet slechts in den vroegen morgen; maar gedurende den ganschen dag en zelfs gedurende den nacht; zoodat Gij U geen oogenblik van hen verwijderd houdt. — Hier daalt Gij dagelijks uit den hemel neder — niet slechts gedurende 40 jaren, maar reeds meer dan 1800 jaren, en zult liet blijven doen tot hot einde der wereld; — en dit alles doet Gij — niet uit eigenbelang of voordeel — maar uit enkele goedheid en liefde, om ons in de dorre woestijn dezer wereld gezelschap te houden, in al onze kwellingen en wederwaardigheden ons te troosten en tegen alle gevaren en bekoringen ons te versterken. — O welk eene onbegrijpelijke goedheid ! — Wie is in staat, eene zoo groote liefde genoegzaam te prijzen? — En toch helaas, wordt zij door do meesten miskend! — Gelijk Israels volk spoedig afkeer van het manna kreeg, zoo gaat het thans nog met vele christenen. — Ach, iioevelen zijn onverschillig voor die Goddelijke spijs en hebben er een walg van!... Hoevelen haken naar zinnelijke spijzen en azen op zondige vermaken, terwijl zij van U en uw Goddelijk Sacrament afkeer en walging hebben...! Dierbare Jesus, hoe is het mogelijk dat een christen liefdeloos voor U blijft en zijn vermaak buiten U zoekt? — \'t Is ongetwijfeld omdat Hij U niet kent. De Apostel zegt: Een vleesche-lijk mensch verslaat niet wat van den Geest Gods is. (I. Cor. II. 14). Indien hij U kende, zou hij U zeker beminnen, gelijk de heiligen, die al hun vermaak bij U vonden en zich niet konden verzadigen, in uw gezelschap te blijven, wijl het II. Sacrament voor hen een hemel op

-ocr page 288-

X. SAMENSPRAAK.

•174

aarde was. Do II. Alplwnsus verlangde altijd\' bij Jesus te zijn en was er op uit om Hem in het H. Sacrament herhaalde malen te bezoeken niets kon hem er van terughouden en voortdurend heeft hij de schitterendste bewijzen van zijne liefde en genegenheid gegeven. De kardinaal Clemens Villecourt zigt: »Het was zijne-sstandvastige devotie tot het aanbiddelijk Sa-»crament des Altaars, die zijn hart van liefde »tot God deed branden en die hem altijd, tot »het einde van zijn leven, nieuwen moed en lijver schonk. Van zijne jeugd af tot het einde ))van zijn leven, was hij getrouw in het bezoe-»ken der kerken, waar het H. Sacrament ter «aanbidding was uitgesteld. Hij bleef er uren »iang, altijd geknield, en de oogen gevestigd »op het aanbiddelijk Sacrament.quot; {Tom. IV. c. Vil.) O God, hoe kan het zijn, dat niettemin de meeste menschen onverschillig voor dit aanbiddelijk Sacrament blijven! O kon ik hen allen-, tot uwe kennis en liefde brengen! — maar helaas, ik zeil\' ben een ondankbare. Hoe koud en liefdeloos ben ik steeds jegens dit H. Sacrament! Minnelijke Zaligmaker, ontferm U mijner, opdat ik walging krijge van do wereld, van hare bedriegelijke schijngoederen en van alles wat de zinnen streelt; geef dat voortaan het 11. Sacrament mij een hemel op aarde zij, dat ik er steeds naar verzuchte en mij er voor immer aan toewijde. O ja, lieve Jesus, ik wil geheel en voor altijd aan het H. Sacrament zijn, en heilig mij en alles wat in mij is of mij aangaat, onherroepelijk aan hetzelve toe. Lieve Jesus, gewaardig L\' mij te ontvangen; ik offer U mijn verstand, mijn geheugen, mijne vrijheid

-ocr page 289-

X. SAMENSPRAAK.

•en mijnen wil; ik ofler U mijne gedachten, woorden on werken; ik offer U mijne ziel met al liaro vermogens en mijn lichaam met al zijne zintuigen; ik olier U mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen; ik ofler U mijne gezondheid en ziekte, mijnen voor- en tegenspoed, mijn leven en mijnen dood, mijn tijd en mijne eeuwigheid; eindelijk ofler ik U mijn uiterste, mijn laatsten snik en mijn oordeel. O Jesus, wees mij barmhartig; laat niet toe dat nk van U gescheiden worde. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

X. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Consolatrix afjliclorurn, om pro nobis.

Troosteres der bedrukten, bid voor ons.

O Maria, hoe zoet is mij de eeretitel: Troos-teres der bedrukten, dien de H. Kerk u geeft ■en die u zoo roemvol toekomt, vermits gij als •eene teedere moeder, met de grootste bezorgdheid over ons waakt, altijd gereed, om ons in ■onze kwellingen te troosten. De II. Bernardus .zegt: (Serm. 4. de Ass. B. V). »Dat uw schoot »van barmhartigheid voor allen open staat, op-»dat allen uit uwe volheid ontvangen, namelijk »de gevangene verlossing, de zieke genezing, »de bedrukte vertroosting, de zondaar genade, »de engel vreugde.quot; Waarlijk Maria, gij zijt de

175

-ocr page 290-

xi. samenspraak.

Troosteres der bedrukten. Uwe teederheid is zoo groot, dat gij niet wacht, totdat wij uwen bijstand komen afsmeeken, maar ons in onze ellenden voorkomt en ons hulp verleent, eer wij er nog om vragen. (Ri char dus a S. Vic-torej. Overal, op alle plaatsen der katholieke wereld vindt men bewijzen uwer goedheid- en liefde. Hoevele kerken, kapellen, altaren en andere gedenkteekenen vindt men, uit dankbaarheid, ter uwer eer opgericht door hen, die troost in hunne smarten en kwellingen van u ontvangen hebben! O Maria, thans nader ik niet een groot veilrouwen tot u, om van u troost te erlangen in mijne smarten, en te midden der kruisen en beproevingen stavdvas-tig te blijven. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bi. 137.

XI. SAMENSPEAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORIiEUEIDIXGSGEBED. O ziel, Stel U, bl. 131.

»Zte de lente Gods bij de menschen: Hij ))zai bij hen wonen; en zij, zij zullen zijn Dvolk zijn, en God zelf zed met hen zijn als ygt;hun God.quot; (Apoc. XXI. 3).

O zie), ziedaar de troostvolle woorden, die de engel tot Joannes sprak, en die hij, op het Tabernakel wijzende, nog tot ons spreekt: Zie, de tente Gods hij de mensehen. Hij zal bij hen ■wonen en zij zullen zijn uolk zijn, en God zelf\'

17G

-ocr page 291-

XI. SAMENSPRAAK.

is zal met hen zijn als hun God. Jcsus stelt zich niet tevreden met ons van tijil tot tijd te be-icr zoeken of een kortstondig verblijf bij ons te sr nemen, maar om de al te groote liefde die Hij c- ons toedraagt, wil Hij altijd bij ons blijven , :e zonder zich een oogenblik van ons te verwijde-\'igt; ren: zelfs stelt Hij zich niet tevreden, met den i- ganschen dag, van \'s morgens vroeg tot \'s avonds laat bij ons te blijven; maar ook des nachts, ie als de kerken gesloten worden, blijft Hij hij u ons; opdat wij Hem \'s morgens vroeg zouden k vinden, en zelfs des nachts onze noodwendig-ii heden aan Hem zouden kuunen blootleggen, c- Waarlijk, lieve Jesus, Gij zijt al te goed voor

i- ons! Uwe liefde is al te groot; zij heeft U onzen gevangene gemaakt. Toen David \'s Hec-ren weldaden overdacht, riep hij dankend uit: Hoe goed is Israels God. (Juam bonus Israel Deus! Maar wat zullen wij zeggen, bij het beschouwen der weldaden, die Hij ons dagelijks

bewijst?____ Immers, dierbare Jesus, Gij blijft

altijd bij ons; Gij laat U als onzen gevangene in het Tabernakel opsluiten; Gij laat U altijd daar vinden en zijt altijd bereid, allen die U komen bezoeken , met liefde te ontvangen. Het is niet te verwonderen, dat ue heidenen en } wilde volken, toen zi j deze uwe goedheid en » liefde door de missionarissen hoorden verkondi-i | gen, met verbazing uitriepen : Hoe goed is de

IGod der Christenen! Quam bonus Christiano-rum Deus!God der Christenen! Quam bonus Christiano-rum Deus! — Maar het is zeer te verwonderen, dat de Christenen zoo ongevoelig en koud daarvoor blijven. O ziel, hoe is het met u gesteld ? zult gij u door eene zoo groote liefde niet laten innemen? zult gij er niet door bewogen worden,

177

-ocr page 292-

IX. SAMENSPRAAK.

178

om dikwijls naar de kerk te gaan, ten einde dat groot geheim van liefde te beschouwen, en zoo lang daar te blijven als gij kunt en van daar niet weg te gaan, tenzij met weerzin en uit noodzakelijkheid? Zal eeno zoo groote liefde ii daarenboven niet bewegen, om dikwijls aan Jesus te denken en ten minste met het hart aan den voet van het Tabernakel te blijven? Dewijl de profeet Daniël in de Babylonische gevangenis belet was naar den tempel te gaan en daar zijnen God te aanbidden, opende hij driemaal daags do vensters zijner kamer naar dien kant, waar de tempel stond, om zich ten minste in den geest daarheen te begeven er, er zijnen God te aanbidden. (Dan. VI.) ü ziel, zult gij ook niet door liefde tot Jesus getrokken worden? Zult gij u zeiven ook niet dikwijls wenden naar dien kant, waar gij weet dat Jesus in het Tabernakel rust, om Hem daar in den geest te aanbidden, en u zeiven aan Hern op te dragen ? — O ja , lieve Jesus! uwe liefde overwint mijn hart en noopt mij, mij geheel aan U te geven. Gij blijft altijd bij mij, ik wil ook altijd bij U blijven. — O zoete gedachte - -Jesus bij mij, en ik bij Jesus! Minnelijke Zaligmaker, voortaan zal mijne rustplaats bij U zijn: aan den voet van het H. Tabernakel zal ik rnsten, aangezien ik die plaats verkozen heb. O Jesus, ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat mijn hart steeds brande van liefde tot U. O, hadde ik zoovele harten als er Tabernakels in de wereld zijn, om U overal te aanbidden ; overal, als eene godslamp van liefde tot U te branden en van liefde tot U te verteeren en te sterven. Dierbare Jesus, ik geef

-ocr page 293-

XI. SAMENSPRAAK.

mij geheel aau U; ontvang mijne vrijheid, mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; Gij hebt mij alles gegeven, ik geef Ü alles terug, om volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen daarover te beschikken. Geef mij slechts uwe liefde met uwe genade dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XI. SAMENSPHAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Consolatrix afflictorum, om pro nobis.

Troosteres der bedrukten, bid voor ons.

O ziel, waarom zijt gij bedroefd en weent gij? Ga tot Maria; zij is do Troosteres der bedrukten. De godvruchtige Thomas van Kempen zegt: (Serm. 2. ad Novit. parte 3.) »Wilt gij »troost in uwe kwellingen ontvangen? Gaat dan ))tot Maria, de Moeder van Jesus,... en alle bitsterheden zullen spoedig van u verdwijnen of «lichter worden. Kiest deze allerteerhartigste «Moeder van Jesus boven ouders, naastbestaan-»den en vrienden. Kiest haar tot eene bijzon-iedere Moeder. Maria zal om de teederheid baars «harten gaarne voor u bidden, en Jesus zal «zijne Moeder, om hare eerbiedwaardigheid, «gaarne verhooren.quot;

O Maria, mijne Moeder en Troosteres, ik nader tot u met een groot vertrouwen, en smeek

179

-ocr page 294-

xii. samenspraak.

u voor mij te willen bidden. Tot wien zou ik in mijne smarten mijne toevluclit nemen, tenzij tot u? Sta mij steeds bij in alle gevaren, die mij omgeven, en troost mij bij de gedachte , dat Jesus, uw Goddelijke Zoon, en Gij zijne lieve Moeder, en alle heiligen, zijne vrienden, door vele wederwaardigheden en kwellingen de glorie zijt ingegaan. Hoe gelukkig zijt gij en alle heiligen met u, in den hemel! uw lijden is in verblijden, uwe oneer in glorie en uw gebrek in overvloed veranderd. O Maria, troost mij met deze en soortgelijke gedachten, ojidat ik voortaan niet alleen met geduld maar zelfs met blijdschap alles lijde ; want het lijden zal mij tot de glorie en vreugde des hemels brengen-Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

XII. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS. voorbereidingsgehed. O ziel, stel u, b\'. 131.

igt;ZAel, Ik hen met u al de dagen lot het Deinde der wereld.quot; (Matth. XV1I1. 20.) Ziedaar de minzame en tevens stellige woorden die Jesus tot zijne apostelen sprak, om hen te troosten en hen van zijnen bijstand te verzekeren. Diezelfde woorden spreekt Hij nog tot u en tot alle mensclien. Van uit het Tabernakel roept Hij ons allen voortdurend toe : Ziet, Ik

180

-ocr page 295-

XII. SAMENSPRAAK.

■181!

hen met u al de dagen tot het einde der wereld. Dierbare Jesus, zoo zijt Gij clan altijd liij mij , om mij in kwellingen en bitterheden te troosten; in zwakheden en gevaren te ondersteunen; in bekoringen en aanvallen der vijanden te beschermen! Ü welke genade en barmhartigheid!.... Lieve Jesus, hoe hebt Gij mij zoo kunnen beminnen? Wist Gij dan niet , dat Gij in het H. Sacrament zooveel oneer zondt moe-tcn lijden? — O ja, ziel, dat wist Ik en was-er bedroefd over tot den dood, want daarom vooral heb Ik in den hof van Olijven water en bloed gezweet; doch Ik beminde u en wilde u gelukkig maken, en deswege heb Ik Mij aan al die versmadingen willen blootstellen; heb Ik Mij vernederd en ben Ik gelijk geworden aan de bloem des velds en aan de lelie der valleien.. l \'(jo /los cam pi et Uliurn convallium. Ik ben de bloem den velds en de lelie der valleien, (Cant. II, 1.) Gelijk de toegang tot de bloem des velds altijd en voor allen openstaat, zoo-ook staat de toegang tot Mij in het aanbiddelijk Sacrament altijd en voor allen open; daarenboven evenals eene bloem des velds aan allerlei wisselingen van het gure jaargetijde is blootgesteld , zoo ben Ik hier ook blootgesteld aan allerlei onteeringen, versmadingen en bitterheden. ■— Gelijk de lelie der valleien nederig staat aan den voet des bergs, zoo ook ben Ik hier vernederd; — afgedaald uit de hoogte des hemels ; Ik ben hier, als in eene vallei, in den toestand der diepste vernedering. — O Jesus,. wat doet Gij toch veel voor mij! Hoe kunt Gij IJ zeiven uit liefde tot mij zoo diep vernederen, cn aan zoo vele versmadingen en bitterheden-

-ocr page 296-

XII. SAMENSPRAAK.

182

blootstellen? Wat is er toch in mij dat uwe j liefde kan verdienen? Wat ben ik anders dan stof en asch ? En gave God, dat liet nog niet | •veel erger ware! Helaas, ik ben daarenboven «en zondaar, een ondankbare en tronweloozi\', •die misbruik van uwe goedheid gemaakt heb. — Ik beken het volgaarne, lieve Jesus, ik ben een booswicht en trouwelooze: maar hoe boosaardiger en trouweloozer ik jegens II ge-weest ben, des te meer schijnt uwe goedheid gt;en liefde jegens mij uit; en des te meer liefdiquot; «n dankbaarheid ben ik U verschuldigd!.... O ziel, daar gij mijne liefde zoo zeer prijst en bewondert, hoe komt het dan dat gij jegens 1 Mij zoo koud en liefdeloos blijft, en Mij zoo melden komt bezoeken ? Ik blijf hier altijd tegenwoordig om u in uwe smarten te troosten. Waarom verwijdert gij u dan van Mij en gaat gij buiten Mij uwen troost en uw vermaak zoeken?.... Zult gij dan nog langer ongevoelig jegens Mij blijven, en verzuimen , Mij hier te s bezoeken.\'... Neen, lieve Jesus, ik kan voor U jj niet langer koud en ongevoelig blijven. Uwe y liefde heeft mij overwonnen en dwingt mij, U dikwijls te bezoeken. O kon ik hier altijd blijven •uit liefde tot U, gelijk Gij altijd hier tegenwoordig blijft uit liefde tot mij ! — Daar mij dit lichamelijkerwijze onmogelijk is, zal ik trachten, het geestelijkerwijze te doen, en door de genegenheden des harten mij altijd met U ver-eenigd houden ; ik zal daarenboven U dagelijks ten minste éénmaal een bezoek brengen, om U bier te aanbidden en U mijne zielskwalen te openbaren. Ach , hoe vol onvolmaaktheden en zonden ben ik nog! — Hoe onachtzaam in mijne

-ocr page 297-

XII. SAMENSPRAAK.

plichten! Iioo zwak in den strijd! Iioo moedeloos in de bekoringen! hoe ongeduldig ia het lijden! hoe ontevreden in den tegenspoed! hoe vol eigenliefde in den voorspoed! hoe afgurstig jegens gelijken ! hoe lichtvaardig in het oor-dooien ! hoe verstrooid en koud in het gebed! hoe zinnelijk en onmatig in het nemen vaa spijs en drank, en integendeel hoe onverschillig tot de II. Communie! Minnelijke Zaligmaker, ik. schaam mij voor IJ, bij het beschouwen mijner onvolmaaktheden en gebreken. Ik ben niet waardig-in uwe tegenwoordigheid te verschijnen , veel minder, eenige gnnst of genade van U te ontvangen; maar wijl Gij zoo goed zijt en altijd bereid, den boetvaardigen zondaar met liefde te-ontvangen, kniel ik met een groot vertrouwen voor U neder en smeek U rouwmoedig om de vergeving mijner zonden en de genezing mijner geestelijke krankheden en gebreken. Genadige Jesns, ontferm U mijner; verwerp mij niet van uw aanschijn. Zoo gij mij verstoot, tot wien zal ik dan mijne toevlucht nemen ? Maar neen;, Gij zult mij niet verstoeten. Ik hoop op U en vertrouw, dat Gij mij genadig zult zijn. Gij immers hebt gezegd : »lk zal 11 nic.t als weezen laten; Ik zal lot u komen en hij u blijven.quot; Welaan dan , lieve Jesns, laat mij niet als wees; kom tot mij en sta mij bij in alle noodwendigheden en gevaren , opdat ik standvastig blijve , over alle hinderpalen zegeviere en de eeuwige kroon ontvange, die Gij den overwinnaar beloofd hebt. Amen.

Geestelijke Cow munie.

Dierbare .lesus, ik geloof, bladz. 5.

183

-ocr page 298-

XII. SAMENSPRAAK,

XIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Auxilium Christianorum, ora pro nobis.

Hulp der Christenen, bid voor ons.

Welk een troost voor mij, o Maria, u Hulp der Christenen tc mogen noemen...! Ik ben zwak, omgeven van vijanden, en altijd in gevaar van te vallen; evenwel vertrouw ik op uwe moederlijke en machtige bescherming; Gij immers zijt de Hulp der Christenen. Duid niet dat ik door wederwaardigheden, vernederingen of kruisen, noch door Satans bekoringen overwonnen worde. Jesus, uw Goddelijke Zoon, heeft mij aan uwe machtige bescherming toevertrouwd, toen Hij aan het kruis hangende, tot ü zeide: Vrouw, zie uwen Zoon. Door die woorden heeft Hij in den persoon van den H. Joannes mij en alle christenen aan uwe moederlijke zorg aanbevolen, en zoo heeft Hij ons aangemoedigd om in al onze noodwendigheden tot u, als tot onze Moeder, onze toevlucht te 1 nemen. O Maria, ik nader dus met een groot vertrouwen tot u, wetende dat gij altijd bereid zijt, mij te helpen en onder uwe moederlijke bescherming te nemen. O Maria, toon, dat gij de Hulp der Christenen zijt, met mij en alle geloovigen alsmede geheel de H. Kerk in alle gevaren bij te staan, om over alle moeilijkheden te zegevieren en steeds in de liefde Gods 1 te volharden. 0 Maria, laat niet toe, dat ik i

184

-ocr page 299-

xiii. samenspraak.

■ooit van God gescheiden worde, noch dat de vijanden over de Kerk zegevieren. Amen. Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

voorbereidingsgebed. O ziel, Stel U, bl. 1.

In het oude Verbond moest Gods volk zich in alle noodwendigheden naar Jerusalem begeven, om den Heer in den tempel te aanbidden en zijne gaven te ontvangen. Slechts zelden kon dit geschieden, wijl het te moeilijk en te kostbaar was eene zoo groote reis te ondernemen: doch in het nieuw Verbond heeft Jesus genadiger met ons gehandeld, met voor ons den toegang tot Hem gemakkelijker te maken. Hij vergenoegt zich niet in ééne plaats van het koninkrijk, noch in de hoofdsteden of kathedrale kerken tegenwoordig te blijven; neen, —Zijne liefde beeft hem bewogen, om in alle steden, dorpen, kerken en kapellen der katholieke wereld tegenwoordig te blijven, en den toegang tot zich voor allen open te stellen. Hij noodigt allen uit en zegt: Komt tot Mij allen die belust en heiaden zijl. Hij sluit niemand uit, maar is bereid allen die komen, met liefde te ontvangen: — Zoowel de armen, blinden en kreupelen, zoowel de ongeleerden en allen, voor de wereld verachtelijke menschen, als de rijken, geleerden, aanzienlijken en beroemden der we-

185

-ocr page 300-

XIII. SAMENSPRAAK.

rcld. Hij heeft geene poorten noch schildwachten aan zijn paleis gesteld, om tot Hem te kunnen naderen, maar geeft aan allen vrijen toegang met de verzekering allen, die eerbiedig tot Hem naderen, te verlichten, te troosten en te helpen. sKomt tot Mij, zegt Hij, allen die »begeerig naar Mij zijt en verzadigt u met «mijne vruchten.quot;

Minnelijke Jesus, hoe is het mógelijk, dat uwe goedheid en liefde zoo zeer miskend en misbruikt worden...? Terwijl de paleizen van aardsche vorsten steeds druk bezocht worden, zijn uwe kerken veeltijds verlaten. Somtijds doet men groote bedevaarten om plaatsen te bezoeken. waar het een of ander geheim van den godsdienst vereerd wordt, terwijl men onverschillig blijft voor het H. Sacrament, waar Gij, het middelpunt aller Geheimen, waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Minnelijke Zaligmaker, vergeef het rnij als ik zeg, (lat uwe al te groote goedheid de oorzaak van veler onverschilligheid is. Als er slechts ééne plaats op aarde was, waar men de weldaad uwer tegenwoordigheid kon genieten, dan zeker zou iedereen verlangen, zich daar te bevinden, om het voorrecht te hebben U dikwijls te kunnen bezoeken; maar nu Gij overal tegenwoordig zijt, nu men op alle plaatsen uwe tegenwoordigheid kan genieten, nu wordt Gij overal, in steden zoowel als in dorpen, verlaten, en moet Gij meestal alléén in het Tabernakel blijven, zonder iemand te vinden, die U komt aanbidden. Ten tijde van uw sterfelijk leven, toen Gij mirakelen verricht-tet, was do aandrang van het volk zoo groot, dat het dikwijls onmogelijk was tot U te na-

18(3

-ocr page 301-

XIII. SAMENSPRAAK.

deren en men om den lamme voor uwe voeten te brengen, genoodzaakt was, het dak van liet huis weg te nemen. Maar nu, helaas, wordt Gij bijna overal verlaten! De kerken staan open en nauwelijks is er iemand te vinden die IJ komt aanbidden. O kon ik alle menschen voor uw H. Tabernakel brengen! O kon ik sterven, opdat allen U hier komen aanbidden...! O zielen, door het kostbaar bloed van een Godmensch vrijgekocht! — O dwaze wereldlingen. die uw geluk zoekt in bedriegelijke schijngoederen! — O arme zondaren, die u zeiven moedwillig in het verderf stort! — Komt tot Jesus, komt tot zijn Goddelijk Hart; komt tot zijn aanbiddelijk Sacrament, de. bron aller genade, den oceaan zijner liefde, komt allen tot Jesus en verlaat de zonden; komt tot het Ff. Tabernakel om Jesus uwen Goddelijken Bruidegom te aanbidden. In en door Hem zult gij gelukkig zijn voor dit en het toekomende leven: voor tijd en eeuwigheid.

Dierbare Jesus, daar het mij niet vergund is alle menschen voor uw H. Tabernakel te brengen, wil ik mij toch beijveren, zelf U hier dikwijls te bezoeken, U mijnen eerbied en liefde Ie betnonen en mij geheel aan U toe te wijden. O kon ik hier altijd blijven, en gelijk de olie der Godslamp ter uwer liefde branden en verteeren! — Ontvang mij, lieve Jesus, en alles wat in mij is: ik wil geheel aan ü en voor U zijn. Ik wil niet meer leven tenzij om U te dienen, te beminnen, te loven en te prijzen. Dierbare Jesus, ik bemin U bovenal; ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne vermogens. O kon ik Ü b ■min-Samenspr. 19

187

-ocr page 302-

Xlir. SAMENSPRAAK.

nen met eene zoo groote liefde, als die, waarmede de vurigste heiligen U bemind hebben op aarde, en waarmede do Cherubijnen en Sera-phijnen, ja de Moeder Gods zelve U beminnen in den hemel! Maar dan nog zou ik U niet beminnen gelijk Gij verdient bemind te worden. Ik zou U daarenboven willen beminnen, gelijk God de Vader en God do H. Geest U bom innen. en gelijk Gij zelf\' uit liefde tot Hen ontstoken zijt; doch, daar dit onmogelijk is, wil ik U beminnen zooveel ik U beminnen kan en Gij hot begeert. O Jesus, mijne liefde, geef mij uwe liefde, opdat ik U alléén en niets buiten U beminre. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XIII. SAMENSPRAAK

MET DE

II. MAAGD MARIA.

Auxilmm Christianoriim, or a pro nobis.

Ihdp der Christenen, hid voor ons.

Eene andere toevlucht voor ons^arme zondaren, is Maria de IhUp der Christenen. Zij is altijd bereid ons te helpen. Do profeet David, tot God sprekende, zegt: De Koningin staat aan uwe rechterhand in een met goud gestikt en veelkleurig gewaad. (Ps. XLIV, 10). Hij zegt: de Koningin staat, om te kennen te geven dat zij altijd bereid is, ons te helpen; want slaan, zegt de H. Augustinus, geeft te kennen

488

-ocr page 303-

xiv. samenspraak.

«Ie bediening van helper en voorspreker: Stare auciliantis est et advocaü officium, zij staat aan de rechterhand van God, om als bescherm-.ster het wraaknemend zwaard van Gods rechtvaardigheid, dat reeds was uitgetrokken, tegen te houden en den slag af te weren. (Hugo d. S. Victor, lib. 4. de laud. Virg.) O Maria, welke dankbaarheid ben ik u niet verschuldigd, dewijl gij den wraaknemenden arm van Gods rechtvaardige gramschap zoo dikwijls weerhouden on zijne straflen zoo menigmaal van mij hebt afgeweerd; zonder u lag ik misschien reeds lang te branden: desniettegenstaande ben ik u dikwijls ondankbaar geweest en iieb ik verwaarloosd, mijne toevlucht tot u te nemen. O zoo ik altijd mijne toevlucht tot U genomen hadde, dan zou ik nooit gevallen noch onder de bekoringen bezweken zijn! Maar, helaas, ik ben gevallen, omdat ik verwaarloosde mijne toevlucht tot ii te nemen. Ik maak derhalve het vast besluit voortaan in alle gevaren mijne toevlucht tot u te nomen. O Maria, bid voor mij en neem mij onder uwe moederlijke bescherming. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

XIV. SAMENSPBAAK MET Ji-SUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

v00rbereid1ngsgeded. O ziel, Stel V, bl. 131.

Dierbare Jesus, ik sta verbaasd over de diepo vernedering, waarvan Gij ons een voorbeeld

-ocr page 304-

XIV. SAMENSPRAAK.

geeft in liet Allerheiligste Sacrament des Altaars, ])e apostel Paulns beschouwt met verwondering\' uwe overgroote vernedering in de Menschwor-ding, en zegt met een dankbaar hart: Hij heeft zich vernietigd, de gedaante can slaaf aannemende. (Philip. II. 7.) Maar wat zal ik zeggenvan uwe vernedering en vernietiging in het rl.. Sacrament des Altaars? Hier neemt Gij do gedaante aan niet alleen van slaaf, maar zelfs-van brood en wijn. Ten tijde van uw sterfelijk leven op aarde gaaft Gij te midden uwer vernederingen blijken uwer grootheid, maar liier zijt Gij in eene volslagene vernedering: hier stelt Gij U zeiven geheel in de macht uwer schepselen en lijdt er alle soorten van versma-dingen. Gij duldt dat booswichten U onteeren, de H. Hostiën uit het Tabernakel rukken, op-den grond werpen, met voeten trappen, met messen doorsteken en in vuilnisplaatsen werpen. Gij geeft den glans aan zon, maan en sterren;-, maar hier blijft Gij zelf verborgen en schuilt Gij onder de geringe gedaante van brood en wijn. Welk eene ongehoorde vernedering...! Met reden kunt Gij zeggen: Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben. — Geen wonder dat de heiligen bij het beschouwen uwer vernedering verheugd waren, omdat ze waardig bevonden werden, versmaadneden voor U te lijden, en dat Moses liever nut Israels volk veracht en mishandeld wilde worden,, dan alle grootheden en genoegens van Pharaö-te genieten. — O ziel, zult gij bij het zien van een zoo diep vernederden God u zei ven nog durven verhellen? — Zult gij bij het zien zijner versmading en nog durven klagen, als gij som-

-ocr page 305-

XIV. SAMENSPRAAK.

491

tijds niet genoeg geëerbiedigd of een weinig vernederd wordt! Neen, lieve Jesus, neen ik zal niet meer daarover klagen. Voortaan wil ik uit liefde tot U gaarne alle vernederingen lijden. Duar Gij U zeiven zoo die[) vernederd hebt, afdalende van den lioogsten trap van glorie, tot den laagsten trap van vernedering, zou ik ■dan ook niet gaarne vernederd worden? Zou ik dan niet bereid zijn, alle versmadingen te lijden, ja mij niet verheugen, iets uit liefde tot U te mogen verduren? Dierbare Jesus, uit liefde tot U zal ik nietiger worden, dan ik geweest ben •en ootmoedig zijn in mijne oogen. Uit mij zelven ben ik niets, heb ik niets, kan ik niets, zonder mvc genade kan ik zelfs geene goede gedachte vormen, veel minder een goed woord spreken ■of een goed werk verrichten; wat meer is, zonder U val ik in alie zonden en buitensporigheden; en zou ik mij dan nog durven verheffen of mij over de mij aangedane beleedigingen beklagen? Neen, lieve Jesus, dat niet meer; ik zal integendeel mij gelukkig achten, als ik vernederingen moet ondergaan, wijl ik daardoor aan U gelijkvormig word, ik zal dankbaar daarvoor zijn, en met David zeggen; \'t Is goed. Heer, dat Gij mij vernederd hehi. (Ps. CXVIII.) Ja zeker zal liet mij goed zijn, indien ik met LT vernederingen mag lijden: want zoo ik hier met U vernederingen zal geleden hebben, zal Ik hiernamaals met U verheerlijkt worden. O welken troost en welke sterkte vonden de heiligen aan den voet van het H. Sacrament, te midden der beleedigingen. De H. Alphonsus had vele verongelijkingen te lijden, niet alleen van vreemden, maar ook van naastbestaanden, ja

-ocr page 306-

XIV. SAMENSPRAAK.

zelfs van personen met kerkelijke waardigheden bekleed; maar omdat liij getrouw was Jesus aan den voet van het H. Tabernakel te bezoeken, bleef hij ook getrouw in alle beproevingen, en was hij verheugd uit liefde tot Jesus versmaad lied en te mogen lijden. — Als hij de be-leedigingen, die hij leed, vergeleek met die van Jesus, dan zag hij dat zijne beleedigingert niet eens den naam van beleedigingen verdienden; daarenboven overwoog hij, dat Jesus,! de Heiligheid zelve, onschuldig leed, terwijl hij -i om zijne onvolmaaktheden, gebreken en zonden | rechtvaardig vernederd werd, en dacht bij zich zeiven wat de goede moordenaar aan het kruis | zeide; Wij lijdnn rechtvaardig; want wij onl-vangen loon naar werken ; maar Deze, welk • kwaad heeft Hij gedaan\'? (Lucas XX1ÏI. 41). | Geef lieve Jesus, dat ook ik bij elke veronge- | lijking of vernedering mijne toevlucht tot het 5 li. Sacrament neme, om door het beschouwen \'f-mver vernederingen, aangemoedigd te worden , alle beleedigingen met geduld te lijden, en zelfs in de vernederingen mij te verheugen. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5,

XVI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Auxilium Christianorinn, ara pro nobis. Hulp der Christenen, hid voor ons. O Maria, deze woorden; Vrouw, zie uwert

192

-ocr page 307-

XIV. SAMENSPRAAK.

Zoon, en die andere: zie uwd Mosder, die Jesus tot u en den leerling sprak voordat Hij stierf, geven mij een groot vertrouwen op uwe moederlijke bescherming en machtige hulp; gij immers zijt mijne Moeder geworden op het oogenblik dat Jesus ging steryen. Jesus sprak die woorden tot u, voordat Hij stiert, opdat ze meer indruk op u zouden maken en gij ze nimmer zoudt vergeten; immers de laatste woorden van een stervend kind maken meer indruk op het moederlijk hart en nimmer kan zij die vergeten: en zeker koudet gij, Maria, die woorden nooit vergeten ; daar gij de teerhartigste aller moeders zijt. en Jesus het beste aller kinderen is. Gedurende uw sterfelijk leven dacht •rij er altijd aan en, nu gij in den hemel zijt, zweven zij nog altijd voor uwen geest, en maken ze u steeds indachtig, dat gij mijne Moeder zijt en ik uw kind ben.

Misschien zult gij zeggen, dat ik een ondankbaar kind ben en uwe bescherming met verdien; ik geef u daarin volkomen gelijk en erken volmondig, dat ik uwer barmhartigheid onwaardig ben; doch dit kan u niet ontslaan van den plicht om als moeder voor mij te zorgen; gij immers zijt eene goede Moeder, eeno Moeder van barmhartigheid; ja alle heiligen verzekeren mij , dat gij alleen meer liefde tot ons hebt dan alle moeders te zamen hunne kinderen kunnen toedragen; als dit zoo is, gelijk ik vastelijk geloof, dan zijt gij ook verplicht, mij, hoewel onwaardig, onder uwe bescherming te nemen: immers teerhartige moeders hebben ook groote zorg en liefde voor ondankbare kinderen; ja hare bezorgdheid voor beu

193

-ocr page 308-

xv. samenspraak.

wordt grooter, naarmate zij zich dieper in liet verderf storten. Do H. Monica weende tien jaren en nog langer om haren ongelnkkigen zoon Au-gustinus, te bokeeren; doch uwe liefde is grooter dan die van duizend Monica\'s: derhalve, al ware ik duizendmaal boozer dan Augustinus , dan zou uwe liefde jegens mij nog niet uitgedoofd zijn. Gij zelve hebt aan de H. Birgitta gezegd; Ik ben de moeder van alle zondaars, die zich willen hekeeren: Mater sum ominnm pec-ealorum, se emendare volenlium. (Revel, lib. 4 cap. \'i;38.) Welnu Maria, ik wil mij bekee-ren ; op dit oogenblik doe ik afstand van alle zonden , en geef mij geheel aau U, om heilig voor God te leven. Ik verlaat mij thans geheel op uwen bijstand en hoop door uwe bemiddeling die genade van God te verkrijgen, welke gij weet, Gode het aangenaamst en mij liet voor-deeligst te zijn. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bi. 137.

XV. SAMENSPRAAK MET JESUS

ix het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidixgsgebed. o Ziel, Stel m, j|, V.]quot;],

O ziel, verbeeld u, Jesus te zien in het II. Tabernakel, als een oven brandend van liefde, die vurige liefdevlammen naar de vier hoeken der wereld verspreidt, om de harten aller menschen in liefde te ontsteken. Toen de

194

-ocr page 309-

XV. SAMENSPRAAK.

195

Joden zagen, dat Jesns over den dood van zijnen vriend Lazarus weenden, zeiden zij: Zie, ]ioe lief Hij hem had. (Joan. XI. 36.) O ziel, daar de tranen van Jesus de Joden deden zeggen: Zie, hm; lief Hij hem had; wat zult gij dan van zijne liefde zeggen, daar Hij niet alleen over u weent, maar zicli voor u slacht-oiïert en dag en nacht in het H. Sacrament des Altaars tegenwoordig blijft, om n altijd gezelschap te houden, als boezemvriend vertrouwelijk met ii om te gaan , u in uwe armoede te verrijken, in uwe zwakheden te versterken , in uwe bekoringen te ondersteunen, in uwe gevaren te helpen, in de aanvallen uwer vijanden u te doen zegevieren , eindelijk u na den strijd met de kroon van heerlijkheid te kronen. O ziel . zult gij dan niet zeggen : Zie, hoe lief Hij mij had en nog heeft? Lieve Jesus, ik vind geene woorden, om uwe minzaamheid en de grootheid uwer liefde jegens mij genoeg te prijzen. Wat hebt Gij toch veel gedaan, om mij uwe liefde te betoonen, en mij in liefde tot U te ontsteken! Nu mag ik met de Bruid van Salomon\'s Hooglied zeggen : Hij heeft mij in zijnen wijnkelder (/ebracht, en de liefde tegen mij in slagorde gesteld. (Cant. 11. 4.) Ja, lieve Jesus, Gij hebt mij in uwen wijnkelder gebracht — zinnebeeld van de zoetheden uwer liefde. Gij hebt mij die zoetheden doen ■ smaken en mij daardoor ais dronken gemaakt. Ook heht Gij de liefde tegen mij in slagorde gesteld, om door de veelvuldigheid uwer liefde-bewijzen, mijn hart als \'t ware stormenderhand ^ian te vallen, in te nemen en van liefde Ie ■doen branden. O Jesus, hoe menigvuldig zijn

I

-ocr page 310-

XV. SAMENSPRAAK.

de bewijzen uwer liefde, die Gij als een machtig heirleger tegen mij in slagorde stelt, ten einde mijn hart door de kracht uwer liefde in te nemen en daarin den standaard uwer liefde te planten!

Uit liefde tot mij daalt Gij dagelijks, 0[) het woord eens priesters, uit den hemel neder, stelt U geheel in zijne handen en duldt, dat hi j U drage en plaatse waar hij wil. — Uit [ liefde tot mij blijft Gij altijd, dag en nacht, g in het H. Sacrament tegenwoordig en laat Gij | toe, dat ik tot U koine, om vertrouwelijk met ; U te spreken, en in al mijne smarten door U L vertroost te worden, zeggende: Komt lot Mij I allen dir. heiast en beladen zijt en Ik zal v verkwikken.

Uit liefde tot mij hebt Gij U blootgesteld | aan allerlei onteeringen, die Gij voorzaagt, dat U in het aanbiddelijk Sacrament zouden worden aangedaan. Gij hadt zulken afkeer van die | onteeringen, dat Gij daarom tot den dood toe bedroefd waart en water en bloed zweettet, i maar om de grootheid uwer liefde jegens mij, f-zijt Gij over dit alles heengestapt, ten einde altijd met mij te zijn en te blijven. — Uit liefde tot mij geeft Gij U zeiven tot spijs mijner ziel, ofschoon Gij voorzaagt, dat ik jegens U zoo ondankbaar zou zijn en zoo weinig vrucht uit dat geestelijk voedsel zou trekken.

O ziel, zullen die liefdebewijzen nog geen indruk op u maken en u nog niet bewegen, u geheel aan Mij te geven en Mij alléén te beminnen ? — Ja zeker maken zij indruk op mij, lieve Jesus, en bewegen zij mij tot wederliefde. Hoe zou ik nog langer ongevoelig voor

196

-ocr page 311-

XV. SAMENSPRAAK.

197

U kunnen blijven cn mijn hart voor U sluiten? — Mij dunkt, lieve Jesus, dat Gij van uit dit H. Tabernakel mij onophoudelijk toeroept: »0 ziel, bemin Mij, wijl Ik u eerst bemind heb. Bemin Mij, wijl ik uit liefde tot u hier altijd tegenwoordig blijf\'. Bemin Mij, want \'t is uit liefde tot u , dat Ik Mij zoo diep vernederd en aan zoo vele beleedigingen heb blootgesteld. Bemin Mij, want als Vader, ben ik altijd bereid, vertrouwelijk met u om te gaan, naar-uwe smeekingen te luisteren en u in uwe noodwendigheden troost en verlichting te schenken. Bemin Mij, want Ik heb Mij geheel ter uwer beschikking gesteld en ben bereid het voedsel uwer ziel te worden. — O ziel, zult gij na, zoo vele en zoo groote bewijzen van liefde nog koud en ongevoelig jegens Mij blijven? — Neen, lieve Jesus, ik kan niet langer ongevoelig voor IJ blijven. Uwe liefde dwingt mij tot wederliefde. De Apostel zegt; De liefde van Christus dringt ons. (II. Cor. V. 14.) Ook ik zeg hetzelfde, lieve Jesus. Uwe liefde dringt en praamt mij, U te beminnen, alles uit liefde tot U te doen, en mijn lichaam met zijne hegeerlijkheden te kruisigen. De Apostel in zijnen brief tot de Galla-tiërs (v. 24.) zegt: Zij nu, die aan Christus toebehoor en, hebben hun vleesch met zijne ondeugden en begeerlijkheden gekruisigd. O Jesus, ik wil U geheel toebehooren , derhalve zal ik mijn vleesch met zijne ondeugden en begeerlijkheden kruisigen. —- O ziel, als gij zulks doet, zult gij Mij welgevallig zijn ; — doch vergeet niet, wat het is: Zijn vleesch met zijne ondeugden en begeerlijkheden kruisigen. De toestand van iemand die cekruist wordt, is, dat

-ocr page 312-

XV. SAMENSPRAAK.

zijne handen on voeten uitgerekt en doornageld ■worden en dat hij, onbewegelijk aan het kruis hangende, langzamerhand wegkwijnt en sterft. O ziel, zoo moet gij dan uw vleesch met zijn ondeugden en begeerlijkheden kruisigen; — ten eerste, gij moet het kruisigen dooi\' waken, onthoudingen en verstervingen;— ten tweede, door zelfverloochening en hot verdragen van alle verongelijkingen , versmadingen en vernederingen; — ten derde, gij moet daarmede voortgaan al de dagen van uw leven en volharden tot den dood, gelijk Jesus uit liefde tot u aan hot kruis gestorven is en tegenwoordig blijft in het aanbiddelijk Sacrament tot het einde der wereld, blootgesteld aan alle onteeringen.

Lieve Jesus, mijne zwakheid deinst hiervoor terug, maar uwe liefde praamt mij daartoe, en dringt mij, voortaan mijn vleesch met zijne ondeugden en begeerlijkheden te kruisigen. O Jesus, sta mij bij; mijn geest is wel vaardig maar het vleesch is zwak; ik bid U, mij krachtdadig bij te staan. — Uwe liefde heeft mij overwonnen; zij heeft mijn hart geheel ingenomen en thans kwijnt lint van liefde. (Cant. II. 5.) Geef dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en ver-teere, opdat ik tor liefde van U sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt ter liefde van mij aan ■een schandelijk kruis te sterven en het 11. Sacrament in te stellen, orn altijd bij mij te blijven en de spijs mijner ziel te worden. Amen.

Geestéljke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

198

-ocr page 313-

XV. SAMENSPRAAK.

XV. SAMENSPRAAK.

MET DE

II. MAAGD MARIA.

Auxilium Christiunorum, om pro nobis.

Hulp der Christenen, bid voor ons.

O ziel, neem met een groot vertrouwen uwe toevlucht tot Maria; zij toch is de Hul[t der Christenen. Antonius S|imelli zegt; »door eeiic sbijzoiulere gunst van God is de allerheiligste «Maagd het menschdom ter bescherming ge-»geven.quot; (Ant. Spinelli in throno B. M. V\'. cap. i*5. n. C2J Zij is altijd gereed ons te helpen, maar bijzonder als wij op het sterfbed liggen en de duivel, wetende dat er hem maar weinig tijd meer overblijft, met groote woede op ons aankomt, om onze zielen te rooven.

O Maria, uwe goedheid en bereidvaardigheid in ons te helpen, boezemen mij een groot vertrouwen in, en moedigen mij aan, om, hoewel onwaardig, u eene groote gunst, cene bijzondere genade te vragen, namelijk, mij op mijn sterfbed niet te vergeten en tegen de aanvallen van Satan te versterken, ü Maria, ik bid u , ge-waardig ii dan tot mij te komen en mij onder uwe bescherming te nemen. Ik ben deze gunst niet waardig; maar gij zijt mijne Moeder; gij weet, dat ik dan uwen bijstand bijzonder zal noodig hebben; gij hebt die genade aan zoo vele anderen verleend, die er minder behoefte aan hadden dan ik; dus moogt gij ze mij ook niet weigeren. — O Maria, ik bemin u en heb eeu groot vertrouwen op u: kom dan tot mij

-ocr page 314-

XV. SAMENSPRAAK.

zijne handen en voeten uitgerekt en doornagcid -worden en dat liij, onbewegelijk aan liet kruis hangende, langzamerhand wegkwijnt en sterft. O ziel, zoo moet gij dan uw vleesch met zijn ondeugden en begeerlijkheden kruisigen; — ten eerste, gij moet hot kruisigen dooi1 waken, onthoudingen en verstervingen;— ten tweede, door zelfverloochening en het verdragen van alle verongelijkingen , versmadingen en vernederingen; — ten derde, gij moet daarmede voortgaan al de dagen van uw leven en volharden tot den dood, gelijk Jesus uit liefde tot u aan het kruis gestorven is en tegenwoordig blijft in het aanbiddelijk Sacrament tot het einde der wereld, blootgesteld aan alle onteeringen.

Lieve Jesus, mijne zwakheid deinst hiervoor terug, maar uwe liefde praamt mij daartoe, en dringt mij, voortaan mijn vleesch met zijne ondeugden en begeerlijkheden te kruisigen. O Jesus, sta mij bij; mijn geest is wel vaardig maar het vleesch is zwak; ik bid IJ, mij krachtdadig bij te staan. -— Uwe liefde heeft mij overwonnen; zij heeft mijn hart geheel ingenomen en thans kwijnt het van liefde. (Cant. II. 5.) Geef dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en ver-teere, opdat ik ter liefde van U sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt ter liefde van mij aan -een schandelijk kruis te sterven en hot 11. Sacrament in te stellen, om altijd bij mij te blijven en de spijs mijner ziel te worden. Amen.

Geestelijke Com mKnie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

198

-ocr page 315-

XV. SAMENSPRAAK.

XVquot;. SAMENSPRAAK

MET DE

II. MAAGD MARIA.

Auxïlium Christianorum, ora jiro nobis, llidp der Christenen, hid voor ons.

O ziel, neem met een groot vertrouwen uwe toevlucht tot Maria; zij toch is de Hulp der Christenen. Antonius Spinelli zegt; sdoor eenc «bijzondere gunst van Uoil is ile allerheiligste »Maagd het menschdom tor bescherming ge-»geven.quot; (Ant. Spinelli in throno 11. M. V. cap. -5- n. %} Zij is altijd gereed ons te helpen, maar bijzonder als wij op het sterfbed liggen en de duivel, wetende dat er hem maar weinig tijd meer overblijft, met groote woede op ons aankomt, om onze zielen te moven.

O Maria, uwe goedheid en bereidvaardigheid in ons te helpen, boezemen mij een groot vertrouwen in, en moedigen mij aan, om, hoewel onwaardig, u eene groote gunst, eene bijzondere genade te vragen, namelijk, mij op mijn sterfbed niet te vergeten en tegen de aanvallen van Satan te versterken, ü Maria , ik bid u , ge-waardig u dan tot mij te komen en mij onder uwe bescherming te nernen. Ik ben deze gunst niet waardig; maar gij zijt mijne Moeder; gij weet, dat ik dan uwen bijstand bijzonder zal noodig hebben; gij hebt die genade aan zoo vele anderen verleend, die er minder behoefte aan hadden dan ik; dus moogt gij ze mij ook niet weigeren. —- O Maria, ik bemin u en heb ec-n groot vertrouwen op u : kom dan tot mij

-ocr page 316-

xvi. samenspraak.

met het kind Jesus, met den H. Joseph, don H. Alphonsus en do H. Teresia, om mij in die laatste en beslissende oogenblikken te troosten, tegen de aanvallen van Satan te versterken , en een genadig oordeel voor mij te verwerven. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. VM.

XIV. SAMENSPBAAK MET JESUS

ix het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorhereidingsgebed. O Ziel, Slc.l U, bl. 131.

Laat om met vertrouwen gaan tot ilen troon van genade, om barmhartiijheid te verwerven en genade te vinden ten einde ten bekwamen tijde Gods hulp te verkrijgen. (Hebr. IV. 16.) — O ziel, die troon van genade is bij uitnemendheid het H. Tabernakel, waar Jesus, de Gever van alle genade, altijd tegenwoordig blijft, om onze komst af te wachten, ons aan zijne genade deelachtig te maken en onderstand te verleenen ten bekwamen tijde. — Dierbare Jesus, hoe troostvol is het voor mij, U altijd bij ons, in onze kerken en Tabernakels dicht bij onze huizen te hebben, en U /00 gemakkelijk te kunnen bezoeken! — Wie zijt Gij, lieve Jesus, en wie ben ik, dat Gij U zeiven om mijnentwil zoo vernedert? — Gij zijt do Eenig-geboren Zoon van God, God met den Vader en den H. Geest, de Schepper van het heelal. Als

200

-ocr page 317-

XVI. SAMENSPRAAK.

ik de schoonheden der wereld, den glans van 2011, maan en sterren en de onmeetbare groot-Jieden van hemel en aarde beschouw, sta ik verbaasd; maar intusschen is het, als hoorde ik overal stemmen, die mij toeroepen; let niet op ons, bewonder ons niet, maar veeleer Jesus. den Schepper: Hij immers heeft ons gemaakt en niet wij ons zeiven. (Ps. IC. 3.) Als ik weder met mijne gedachten ten hemel opklim, den luister uwer Majesteit aanschouw, en zie, hoe Gij daar door millioenen Engelen en Heiligen wordt aanbeden, dan bewonder en aanbid ik uwe liefde, die U bewogen heeft U zeiven in het Altaar-geheim zoo diep te vernederen, en voel ik mij gedrongen U te beminnen, te loven en te prijzen, wijl Gij U zelven uit liefde tot mij zoo diep vernederd hebt. David zegt: looft den Heer, wijl Hij goed is. Ja zeker zijt Gij goed, lieve Jesus! zeker zijt Gij allen lofwaardig. — Helaas, ik schaam mij voor U, als ik bedenk dat ik jegens U zoo ondankbaar en liefdeloos geweest ben. Wat zal er van mij geworden, als Gij ten oordeel zult komen en U zelven zult plaatsen, niet gelijk hier, op een troon van genade, maar van rechtvaardigheid ?— Dierbare Jesus, ik vrees, als ik denk aan de menigte mijner ondankbaarheden en trouweloosheden ; maai- uwe groote goedheid en barmhartigheid beschouwende, vind ik mij wederom getroost en aangemoedigd om met vertrouwen mijne toevlucht tot U te nemen.

O ziel, zoo gij nu, terwijl het nog tyd is, uwe toevlucht tot Mij neemt, zult gij in Mij, een vader van genade en barmhartigheid vinden; nu heb Ik nog medelijden met uwe zwak-

\'201

-ocr page 318-

XVI. SAMENSPRAAK.

lieden en ben nog bereid n met liefde te ontvangen: doch spoedig zal de tijd komen, dat Ik, gezeten op de wolken des hemels, met grooto macht en heerlijkheid zal afdalen, om u zonder genade te oordcelen , want op dien dag zal Ik geen medelijden meer hebben; non misevébor. Lieve Jesus, daar het nog tijd is, haast ik mij om tot U te komen, boetvaardigheid te doen en genade te verwerven. Hoe spijt het mij, tot nu toe zoo koud en liefdeloos jeger.s U geweest te zijn! — Een kind gaat zoo gaarne tot zijnen Vader, om hem bewijzen van liefde te geven; maar helaas, ik heb dikwijls verwaarloosd tot U, den besten der Vaderen te naderen, en ü blijken mijner liefde te geven. Minnelijke Zaligmaker, uwe goedheid moet wel groot zijn, daar Gij een zoo boos en ondankbaar schepsel, als ik ben, zoo lang op aarde hebt kunnen dulden \'r maar integendeel, mijn hart moet wel versteend zijn, daar het voor zulke liefde zoo ongevoelig geWeven is. O Jesus, uwe liefde heeft eindelijk mijn hart ingenomen. Voortaan wil ik U beminnen; ik wil U vurig beminnen en zou wen-sclu n uit liefde tot ü te sterven. Ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik U uit al mijne krachten beminne. Geef dat de vurige kracht uwer liefde mijn hart zoo zeer in \'iefde ontvlamme, dat ik buiten U r.iets rr.eer beminne. O Jesus, mijne liefde, geef dat ik geheel aan U zij. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

202

-ocr page 319-

xv!. samenspraak.

XVI. SA.MENSPJRAA.K

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Beyina Aiir/elorum . ora pro no1)}*.

Koningin der Engelen, hul voor ons.

O Maria, welke roemvolle eerenaam is lt;lio van Koningin der Engelen! — Hoe verlieveti zijn He Engelen en hoe schittert limine glorie! — Maar gij zijt veel verhevener, en veel luisterrijker schittert uwe glorie; wijl (üj als hunne koningin ver boven hen allen verheven zijt. Daarom zingt de H. Kerk ter uwer eer: »De «heilige Moeder Gods is verheven boven de «koren der Engelen tot in het hemelscli rijk.quot; Ja uwe heerlijkheid is zoo verheven, dat de Engelen zeiver. bij uwe tenhemelopneming er verbaasd over stonden, en elkander met verwondering vroegen: »Wie is zij, die oprijst uit sde woestijn, schoon als de maan, uitgelezen »als do zon?quot; O Maria, als de Engelen over uwe heerlijkheid zoo verwonderd stonden en zich daarom zoo diep voor n vernederden: hoe veel te meer moet ik er dan over verwonderd staan en mij daarom voor u vernederen? — O ja Maria, ik zal mij steeds voor u vernederen, en U als do koningin der Engelen verheerlijken. Amen.

Sluiïgeded.

203

Wees gegroet. —Ave Augu-tissi na, bi. 137.

20

Samcnspr.

-ocr page 320-

XVII. SAMEXSPUAAK.

XVII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN\' I IET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIIJINGSGEBED. O ziel st\' l U, bl. \'131.

O ziel, .stel u Jesus voor, glorievol in den liemel, maar nederig in het H. Tabernakel. Eertijds zeide Hij door den rnoi.d van den profeet David: h]/o sum pauper el tlolens. Jk ben arm en lijdend. (Ps. LX VIII. 34.) Hetzelfde schijnt Hij ons nog te zeggen van uit het aanbiddelijk Sacrament des Altaars. Ik ben arm en lijdend.

Waarlijk, lieve Jesus, Gij waart arm en lijdend in de dagen van uw sterfelijk leven op aarde; somtijds hadt Gij geen nachtverblijf, noch iets om uw hoofd te laten rusten ; maar ook nu zijt Gij dikwijls arm en lijdend iu uw H. Sacrament van liefde. Hoe dikwijls zijt Gij hier van alles ontbloot, zonder Godslamp, zonder eenige sieraden, zonder aanbidders! Hoe dikwijls moet gij verblijven in slechte Tabernakels en onzindelijke Ciborie\'s! — Hoe dikwijls worden er, tot het verrichten der H. Geheimen , besmeurde korporalen, alben en andere kerkgewaden gebezigd , terwijl de huizen der rijken overvloeien van kostbare meubels en heerlijke sieraden! — Geen wonder, lieve Jesus, dat de Heiligen, bij het beschouwen van dezen armoe-digen en ellendigen toestand, bitter weenden en zich aargespoord voelden, om de milddadigheid der geloovigen en den ijver der priesters op te wekken, ten einde deze H. Geheimen met meer eerbied en waardigheid te doen verrichten.

204

-ocr page 321-

XVII. SAMENSPRAAK.

205

Dc H. Alphonsus vond zijn vermaak in het iiitaar en het H. Tabernakel met bloemen en kransen smaakvol te versieren, met kaarsen luisterrijk te verlichten en met rijke sieraden heerlijk te bekleeden. — Als men ter eere van «en aardsch koning de wegen zuivert, de pallen met bloemen bestrooit, de huizen kunstmatig verlicht en de zalen kostbaar versiert, zou het dan geene schande zijn dit aan den Opperkoning te weigeren? — Dierbare Jesus, uwe liefde tot ons moet wel groot geweest zijn, dewijl zij U bewogen heeft, om dit H. Sacra-ment in te stellen, hoewel Gij voorzaagt, dat men er U op de laagste en onteerendste wijze zou behandelen. — O kon ik die oneer herstellen! — O hadde ik eene ware devotie tot Uw aanbiddelijk Sacrament, gelijk de H. Alphonsus gedurende zijn gansch loven gehad heeft! — Dan zou ik, evenals die Heilige, vele genade van U verwerven. Hij zelf schrijft an deze zijne devotie al de genaden toe, die hij gedurende zijn leven zoo overvloedig van U ontvangen heeft — namelijk dien afkeer van de wereld — dien ijver voor do eer van God «n voor de zaligheid der zielen — die standvastigheid in alle beproevingen, vernederingen, ontberingen en kruisen, welke hij gedurende zijn gansch leven ondervonden heeft. — O Jesus, geef mij eene groote liefde tot dit aanbiddelijk Sacrament! Geef, dat uwe liefde mijn hart overwinne, om gaarne armoede , ontberingen en kruisen voor U te lijden. Hoe zou ik mij nog over de bitterheid der armoede durven beklagen. daar Gij U zeiven uit liefde tot mij aan oene veel grootere armoede onderworpen hebt?—

-ocr page 322-

XVII. SAMENSPRAAK.

206

Neen, lieve Jesus, ik zou liet niet meer durven;: integendeel, ik zal mij dan liever gelukkig achten , aan U gelijkvormig te zijn, en met U armoede en bitterheden te mogen lijden. —- O zalige armoede door uwe armoede geheiligd! — Dierbare Jesus, onthecht mijn hart van alles wat in de wereld is, om het geheel aan U te-geven. Geef dat het mij een genoegen zij, de tijdelijke goederen te gebruiken, om uwe altaren en Tabernakels te versieren en de godsdienstoefeningen met eerbied en luister te doen verrichten. — O Jesus, o mijn God en Al! Ik ben uw eigendom. Alles wat ik heb is het uwe Gij zijt van alles Heer en Meester; derhalve-wil ik al mijne goederen tot uwe eer en glorie-besteden. — Gedurende uw sterfelijk leven hebt Gij in alles en altijd de armoede beoefend; evenwel hebt Gij het H. Sacrament des Altaars, in eene groote met tapijten belegde zaal, met groote jM\'acht en waardigheid willen vieren, om ons te-leereiir dat wij de geheimen van den Godsdienst en vooral van het aanbiddelijk Sacrament, met pracht, waardigheid en luister moeten verrichten. — Lieve Jesus, dat ik veracht en versmaad worde, armoede lijde, eene geringe woning,, slechte meubelen en kleedercn bebbe, indien men U maar eert, en de Geheimen van het II. Sacrament met waardigheid verrichte! — O Jesus, laat niet toe dat ik ooit toegeve aan de zucht tot aardsche goederen. — Ik zoek U alleen; Gij alléén zijt mij genoeg. Gaarne wil ik uit liefde tot U armoede en gebrek lijden, ik ben altijd tevreden, als Gij maar geëerd en verheerlijkt wordt en ik het geluk hebbe, U eeuwig te bezitten in den hemel. Amen.

-ocr page 323-

XVII. SAMENSPRAAK.

G eest el jke Communie. Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XVII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MA\'AGD MARIA.

lieijina Angelonim, om pro nobis.

Koningin der Engelen, bid voor ons.

0 Maria, ik vereer en groet u als de Koningin der Engelen. Op aarde hebt ge ze allen iu ootmoed en nederigheid overtrolïen, daarom ■zijt Gij nu boven allen verheven. — God zou ii om uwe waardigheid van Moeder Gods in den tiemel niet boven de Engelen verheven hebben, indien gij u zelve op aarde niet beneden allen hadt vernederd. — Groot was uwe ootmoedigheid, vooreerst omdat gij een geringe meening van u zelve hadt; do grootheden van God en uwe eigene nietigheid beschouwende, zonkt gij als weg in den afgrond van uw niet, en stondt gij verbaasd, dat God zich gewaardigde een ■enkelen blik van genade op u te werpen. — Ten tweede, omdat gij uit ootmoedigheid bezorgd waart, uwe voorrechten en waardigheden voor hot oog van allen, zelfs van den H. Joseph, le verbergen, u zelve als eene gewone vrouw gedragende, en den lof, dien men u gaf, van u afwerende, ten einde dien geheel tot God te stieren. — Toon do II. Elisabeth u prees, om mve waardigheid van Moeder Gods, zeidet gij. God verheerlijkende: Mijne ziel verheft den

207

-ocr page 324-

XVIir. SAMENSPRAAK.

Heer, omdat Hij neder zag op de geringheid van zijne dienstmaagd. — Ten derde, omdat gij uit ootmoedigheid er op uit waart alle we-reidsche grootheden te vluchten en versmadingen te zoeken. — Daarom vertoondet Rij u niet, toen Jesus zijne heerlijke intrede in Jerusalem deed , maar wel toen Ilij zijn kruis droeg en stierf tusschen twee moordenaars. O Maria, zoo hebt gij u zelve dan op aarde beneden allen vernederd en zijt gij daarom in den hemel boven allen verheven!.... O zalige vernedering!.... O Maria, bid voor mij, en verwerf mij de genade dat ik mij altijd vernedere, steeds eeue geringe meening van mij zeiven hebbe en mij in de versmadingen verhenge; opdat ik hij n ijn dood waardig bevonden worde met u in den hemel verheven te worden, en God in eeuwigheid te loven en te danken. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. i\'.il.

XVIII. SAMENSPHAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorrereidingsgeded. O ziel, Stel V, bl. 137.

Eens vertoonde zich Jesus aan de apostelen aan den oever van het meer van Tiberias. De II. Joannes, Hem erkennende, zeide: Dominus est. \'t Is de Heer. Petrus dit hoorende, ontvlamde zoozeer in liefde en verlangde zoo vurig bij Hem te zijn, dat hij in het water sprong, om naar den oever

208

-ocr page 325-

XVIII. SAMENSPRAAK.

te zwemmen en den Heer te omhelzen. — O ziel, ziedaar een treffend voorbeeld van liefde! — Nauwelijks had Petrus die woorden, Do mimi* est, \'t is de Heer, gehoord, of\' hij sprong in het water, om spoediger bij Hem te zijn. De H. Hieronitnus zegt: »Hij was zoo ongeduldig «van verlangen, en werd door de liefde zoo .«sterk aangedreven, dat hij geen acht gat, noch sop de wonderbare vischvangst, noch op het «gevaar, waaraan hij zich blootstelde.quot; Immers de liefde kent geen dralen, zij vreest geene gevaren, zij doet alles vergeten en denkt maar aan het beminde voorwerp, om het te bezitten en zich met hetzelve te vereenigen. — O ziel, hoe is uwe liefde? — Voert zij u ook tot Jcsus, die uit liefde tot u in het H. Sacrament tegenwoordig is en blijft\' — Verbeeld u de stem van uwen Engelbewaarder te hooren, die u wijst op het 11. Tabernakel, zegt: Domimis ast, daar is da Heer. — Hij is er waarlijk en wezenlijk tegenwoordig en wacht n, opdat gij Hem zoudet komen bezoeken; waarom komt gij dan niet? — De Heer is daar, om u gelukkig te maken en toch laat gij u om wat moeite of tegenzin, daarvan terughouden. — Dn lieer is daar; Hij is de fontein uwer zaligheid en uw opperste goed , en toch verwijdert gij u van Hem en hecht gij u aan de wereld en hare schijnvermaken , die u niet gelukkig kunnen maken. — De Heer is daar, om in u het liefdevuur te ontsteken, en toch blijft gij koud en ongevoelig voor Hem.

Dierbare Jesus, ik schaam mij over myne onachtzaamheden en liefdeloosheid. — Uit liefde tot mij blijft Gij hier altijd tegenwoordig, eiv

20!)

-ocr page 326-

XVIII. SAMENSPRAAK.

tocli blijt\' ik koud en licfileloos voor U, — traag in U te bezoeken, -— (lauw in U te aanbidden, —

koud in U te ontvangen. — ü mijn Jesus, wanneer zal ik eens van liefde tot IJ branden? — De apostelen stonden verwonderd bij liet zien van den maaltijd, dien zij op den oever der zee gereed vonden, en ontvlamden iu liefde, toen Gij hun zeidet: komt en eet, omdat zij wisten, dat Gij de Heer waart. IJoe veel te meer moet de ik niet verwonderd zijn en in liefde ontvlam- | Ik men, dewijl ik in het aanbiddelijk Sacrament to niet alleen eenen maaltijd van brood en visch, lM maar van uw eigen vleesch en bloed gereed | Ik vind, en Gij mij zegt: kom en eet, dit is mijn lichaam, — deze is de kelk van mijn bloed. — Kom en eet; dit is het brood der Engelen, al wie van dit brood eet, zal leven in eeuwigheid, en Ik zal Hem ten jongsten dage opwekken. — Kom en eet; al wie van dit brood eet, zal één met Mij worden; liij zal in Mij blijven en Ik in hem.

Dierbare Jesus, welke genade! — welke goedheid! — welke liefde! -— Hoe kunt Gij zoo goed jegens mij zijn en U zeiven zoo geheel aan mij geven?— Wie ben ik, dat Gij zoo goedgunstig jegens mij zijt? — Hebt Gij mij ergens toe noodig, of\' kan ik uw geluk in iets vergrooten, dat Gij zoo goedgunstig zijt jegens mij en mij zoo vele blijken van liefde geeft — O neen, ziel, dit kunt gij niet; wijl Ik oneindig volmaakt ben; Ik ben de Heer van hernel en van aarde; en alles behoort Mij toe; en zoo ben Ik in Mij zeiven, om Mij zeiven, en door Mij zeiven oneindig\' gelukkig.

Dierbare Jesus, waarom stelt Gij dan zoo veel

210

-ocr page 327-

XVIII. SAMEXSPRAAK.

belang in mij? — of — waarom noodigt Gij mij dan zoo dringend uit om tot U te komen? — O ziel, ik doe het enkel uit liefde, om u gelukkig te maken; mijne liefde tot u is zoo groot, dat ze door gcene woorden kan uitgedrukt, noch door eenig verstand achterhaald worden; daarom heeft de H. Petrus van Alcantara zeer wel gezegd, dat gcene tong in staat is, de grootheid der liefde uit te drukken, welke Ik de zielen, die in staat van genade zijn, steeds toedraag. — O ziel, kom derhalve tot Mij, om Mij in het H. Tabernakel te aanbidden, dan zal Ik u gelukkig maken, en met hemelsche ze-igeningen overladen.

I Waarlijk, lieve Jesus, Gij zijt goed en uwe uitnoodigingen zijn opbeurend, zij hebben mijn hart geheel ingenomen en nopen mij tot U te komen. Uit liefde tot U zeg ik thans vaarwel aan alle aardsche goederen en schijnvermaken; omdat Gij mijn opperste goed en mijn eenig vermaak zijt. — O zoo ik nu Waarlijk, lieve Jesus, Gij zijt goed en uwe uitnoodigingen zijn opbeurend, zij hebben mijn hart geheel ingenomen en nopen mij tot U te komen. Uit liefde tot U zeg ik thans vaarwel aan alle aardsche goederen en schijnvermaken; omdat Gij mijn opperste goed en mijn eenig vermaak zijt. — O zoo ik nu f/ehed aan U en volkomen één met U ware...! Ik verlang niets anders meer, dan U te beminnen, mij geheel met U te vereenigen, en in uwe vereeniging te leven, te lijden en te sterven. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bl. 5.

211

-ocr page 328-

XVIIT. SAMENSPRAAK.

M lt;

XVIII. SAMENSPRAAK |

MET DE \'

H. M AAGD MARIA. \\

Regina Patriarcharum, om pro nobis. ^ Koningin der Patriarchen, bid voor ons,

De liL\'iligo mannen, die voor den tijd va» Moses leefden en als opperhoofden der geslachten en vaders van het ware geloof, Gods volk ; op den weg der zaligheid geleidden, werden Patriarchen of stamvaders genoemd.

0 Maria, daar gij, als Moeder Gods, alle volken op den weg der zaligheid geleidt, verdient I gij ongetwijfeld den heerlijken eeretitel van: Koningin der Patriarchen; maar nog veelt meer verdient gij dien eeretitel, omdat gij heni op aarde in deugden en verdiensten hebt over-troflen, en nu in den hemel boven hen allen, verheven zijt. — De Patriarchen gaven tijdens; hun leven de schoonste voorbeelden van glt;\'-k hoorzaamheid; doch uwe gehoorzaamheid was veel volmaakter. — Als dienstmaagd des Hoeren waart gij altijd. in alles en aan allen gehoorzaam , en onderwierpt gij u in alles aan Gods wil en aan zijne H. beschikking. De 11. , Thomas van Villanova van u sprekende, zegt: »Die getrouwe dienstmaagd verzette zich nooit «tegen den Heer, noch door werken, noch door «woorden, zelfs niet door gedachten ; maar ge-»heel onthecht van haren wil, gehoorzaamde »zij altijd en in alles aan dien van God.quot; Groot was voorzeker de gehoorzaamheid van Abraham in het offeren van zijnen eenigen zoon Isuak:; l

212

-ocr page 329-

xix. samenspraak.

lt;loch veel grooter was uwe gehoorzaamheid in het oHcren van uwen Goddelijken Zoon Jesus, lt;lic oneindig waardiger is dan Isaak, en dien -ij veel meer bemindet dan Abraham zijnen zoon Isaak lief had. — O Maria, Koningin der Patriarchen, bid voor mij, opdat ik ook zoo in idles gehoorzame en voor geene oilers, hoe bittor ook, terugwijke. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. —■ Ave Augustissima, bl. \\\'31

INT HET

)l- XIX. SAMENSPRAAK MET JESUS

ut n:

iel H. SACRAMENT DES ALTAARS.

en I

■r- voORREiiEiniXGSOEHEi). O ziel, stel u, bl. 131. eu I Simon, zoon van Joannes, bemint gij Mij ns I meer dan dezen\'? — ziedaar eene gewichtige •e- vraag die Jesus aan Petrus deed! (Joan. XXL asi 15.) — Zonder zicli boven de anderen te ver-:ti-| hellen, antwoordde Petrus eenvoudig, maar met ;c-|een kinderlijk vertrouwen: Ja Heer; Gij weel dat ik U bemin. — O ziel, verbeeld u, dat Jesus uit het H. Tabernakel u dezelfde vraag stelt: Mijn zoon, bemint Gij Mij meer dan dezenquot;? Zoudt gij Hem het eenvoudig maar veel beteekenend antwoord van Petrus kunnen geven: Ja Heer; Gij weet dat ik U bemin1? ■— Dierbare Jesus, wat zal ik zeggen? Schaamte belet mij te spreken. Helaas, mijne liefde is zoo imlllauw! — Hoe zou ik durven zeggen, dat ik ik:|U bemin, daar ik weet en Gij nog beter dan

213

IS.

m O

h-Ik

-ocr page 330-

XIX. SAMENSPRAAK.

214

ik. dat mijne liefde te flauw is, om liefde genoemd te kunnen worden. — Neen — zij verdient den naam van liefde niet. — Hoe toeli zou ik durven zeggen dat ik U bemin, als ik nadenk, dat Gij uit liefde tot mij zoo veel gedaan hebt en voortdurend blijft doen, terwijl ik voor U zoo weinig gedaan lieb en nog zoo weinig doe?.— Gij zijt uit liefde tot mij niet alleen mensch geworden en gestorven aan het kruis, maar daarenboven hebt Gij uit liefde tot mij het Heilig Sacrament ingesteld , waar Gij altijd tegenwoordig blijft, om mij met weldaden te overladen en één met mij te worden; en evenwel blijf ik koud voor U en traag in U te bezoeken. Ach, hoe zelden kom ik U bezoeken en boe spoedig verveel ik mij in uwe tegenwoordigheid! — Nauwelijks bon ik bij U, of ik voel mij gedrongen, U te verlaten en buiten ü mijnen troost, mijn vermaak en mijne voldoening te zoeken. Ik kan derhalve niet zeggen, dat ik U bemin. Gij hebt mij, van mijne kindsche dagen af, zoo vele blijken uwer liefde gegeven; Gij hebt mij buiten zoo vele anderen zoo genadiglijk tot uw kind aangenomen; altijd gaat Gij nog voort mij de schitterendste bewijzen uwer liefde te geven, door mij te verlichten, tot het goede aan te sporen, en mij mot uw eigen vleesch en bloed te spijzen, en evenwel doe ik zoo weinig voor U en ben zoo weinig bezorgd, uwe liefde met wederliefde te beantwoorden. Hoe velen zijn er die minder genaden ontvangen hebben dan ik en die toch van liefde tot U branden, terwijl ik koud en liefdeloos voor IJ bon ; — hoe zou ik dan durven zeggen, dat ik U bemin? — Dierbare Jesus,

-ocr page 331-

xrx. SAMENSPRAAK.

215

ik buig mij thans rouwmoedig voor U neder, om mijne fouten, onvolmaaktheden en gebreken te beweenen. — Aeh, wat zal er van mij in het oordeel geworden, als de heidenen, onge-loovigen en ketters tegen mij zullen opstaan en mij verwijten, dat ik zoo slecht aan uwe genade beantwoord heb? — Hoe velen van hen,, hadden zij dezelfde genade ontvangen, die ik ontvangen heb, zouden strenge boetvaardigheid gedaan en U vurig bemind hebben...! Maar ik, helaas, blijf liefdeloos en onachtzaam! — Dier-bare Jesus, ontferm U mijner, en geef mij eene-ware, zuivere en vurige liefde, opdat ik in waarheid moge zeggen: Heer, Gij weet dat ik U bemin. — O Jesus, ik verlang vurig U oprecht te beminnen en U uit ware liefde dikwijls te bezoeken; want al diegenen, die U oprecht beminnen, zijn bereid, U dikwijls te bezoeken en zich met ü bezig te houden. De eerbiedwaardige Pater Sarnelli van de Congregatie des Allerh. Verlossers, had van zijne vroegste jaren eene groote devotie tot Jesus in het H. Sacrament. Al den tijd, dien hij kon besparen, besteedde hij, orn Jesus in het H. Sacrament te bezoeken. Als iemand hem verlangde te spreken, zeiden de hnisgenooten gewoonlijk: »Ga naaide kerk, datir zult gij hem vinden.quot; Het H. Sacrament was voor hem eene bron van vele genaden; zijn hart werd er door onthecht van de wereld en zoodanig van liefde ontstoken, dat hij geheel voor God leefde en in geur van heiligheid stierf. Dierbare Jesus, trek mij ook tot U, en geef, dat ik U dikwijls bezoeke en één met U worde. Ik bemin U, lieve Jesus; ik bemin U «it geheel mijn hart; ik bemin U meer

-ocr page 332-

XIX. SAMENSPRAAK.

dan alle goederen der wereld; meer dan mijne vrienden en naastbestaanden, meer dan mij zeiven: Plus quam mca; plus quam meou: plus quam mn. (S. Bernardus.) 0 ja, lieve Jesus. ik bemin U uit geheel mijn verstand, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. Ik bemin U ten allen tijde; zoowel ten tijde van tegen-als van voorspoed; — ik bemin U voor den tijd en voor de eeuwigheid. O kon ik sterven. opdat alle menschen U beminnen! — 0 Jesus. mijne liefde! — O Jesus, mijn God en miin Al! Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof\', bladz. 5.

XIX. SAMEWSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Regina Prophetarum, ora pro nobis.

Koningin der Profeten, bid voor ons.

0 Maria, ik verheug mij, u met de H. Kerk te mogen noemen: Koningin der Profeten, wijl gij meer dan eenig profeet met den geest Gods vervuld zijt geweest, en meer verlicht waart om de geheimen van den godsdienst en de eeuwige raadsbesluiten van Gods oneindige Wijsheid te kennen. — De Profeten gaven door hunne voorzeggingen getuigenis van het leven, lijden en den dood des Zaligmakers, maar gij gaaft er grootere getuigenis van, door Hem te

216

-ocr page 333-

XX. SAMENSPRAAK.

baron, te voeden, tc aanbidden en overal, tot op Calvarie toe, te volgen. - Door Gods geest verlicht, hebt gij voorzegd, dat alle geslachten u, om uwe waardigheid van Moeder Gods, zalig zouden noemen. Ecce enim ex hoc heatam me dicent omnes generationes. Want zie, van nu ■af, zullen alle geslachten mij zalig noemen. (Lucas I. 48.) De en^el Gabriël gaf op aarde den toon aan van dien eeuwigen lofzang, zeggende: Gj zijt de gezegendste der vrouwen. De H. Elisabeth zette dien voort, en thans hoort men dien overal luide herhalen. Alle katholieken der gansche wereld sproken van uw geluk, zij verkondigen uwen lof en vereeren u om uwe waardigheid van Moeder Gods en om uwe uitstekende glorie, die gij thans boven alle Profeten in den hemel geniet. 0 Maria, laat toe, dat ik mijnen lof met dien van alle volken ver-eenige, en u steeds als de Koningin der Profeten vereere. Amen.

SLÜITGEBEI).

Wees gegroet— Ave Augustissima, bl. 4 37

erk | vijl ods art de

ijs-

oor

en,

gii ti\'

XX. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN\' HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBEU. O ziel, Stel U, bl. 131.

De apostel Paulus, de gehoorzaamheid prijzende, waarvan Jesus gedurende zijn sterfelijk leven een zoo schitterend voorbeeld gegeven heeft, zegt: De Heer Jesus Christus heeft zich ver-

217

ij lie mij

\'OÏ ; 5IJ.S.

leel iiin en-rlen en.

51IS, lij.l

-ocr page 334-

XX. SAMENSPRAAK.

nederd, gehoorzaam zijnde tot den dood, ja tot den dood des kruinen. (Philipp. 11. 8.) Allo heiligen stonden verbaasd over deze gelioorzaam-beid, en dachten, om zich tot gehoorzaamheid aan te sporen, slechts aan deze woorden; factus obediens usque ad mortem. Jesus was gehoorzaam tot den dood en wel tot den dood des krnises; zou ik dan ook niet gehoorzaam zijn? — Die gedachte zette hen aan om altijd, in alles en aan allen te gehoorzamen, en alles, ook het moeielijkste, het nederigste, het tegenstrijdigste met liefde en vaardigheid te volbrengen.

Lieve Jesus, indien alle heiligen de gehoorzaamheid, waarvan Gij stervende, ons een voorbeeld gegeven hebt, zoo zeer bewonderd hebben, hoezeer moeten wij dan de gehoorzaamheid niet bewonderen, waarvan Gij voortdurend een voorbeeld geeft in het H. Sacrament des Altaars? — Want hier zijt Gij aan alle priesters, zonder onderscheid, gehoorzaam en geeft U zclvcn geheel aan hunnen wil over, hoe onwaardig zij ook zouden mogen zijn.—Hier zijt Gij in alles gehoorzaam, en zoo volmaakt, dat Gij U zeiven op hun woord als vernietigt, de gedaante aannemende van brood en wijn, en het voedsel wordend van ellendige aardwormen. — Hier zijt Gij vaardig gehoorzaam, zonder een oogenblik te aarzelen of iets tegen te zeggen: Ego autem non contradico. Ik echter spreek niet tegen. (Isaias L. 5.) Op hetzelfde oogenblik dat de priester de woorden der H. Consecratie uitspreekt, verandert het brood in uw Vleesch en öe wijn in uw Bloed en daalt Gij uit den hemel neder, en zoodra de geloovigen komen om U te ontvangen, zijt Gij bereid U aan hen te geven. —

218

-ocr page 335-

XX. SAMENSPRAAK.

21!)

Hier zijt Gij blindelings gehoorzaam, zonder eenige opmerking te maken, nocli wegens den tijd, noch wegens de plaats, noch wegens de wijze, noch wegens de personen; geen onderscheid makende tusschen dag of nacht; tnsschen kerken of\' bijzondere huizen; tusschen rijken of armen; tusschen zondaars of rechtvaardigen; met één woord: Gij zijt er altijd in alles en aan allen blindelings gehoorzaam, zelfs aan hen, die U op eene onwaardige en hoonende wijze behandelen. Eindelijk hier zijt Gij voortdurend en standvastig gehoorzaam, in weerwil van alle vernederingen en beleedigingen, die daaraan verbonden zijn. Reeds meer dan IcSOU jaren onderwerpt Gij IJ zeiven aan den wil uwer eigene schepselen en stelt Gij U geheel ter hunner beschikking; en dit zult Gij blijven doen tot het einde der wereld. — Lieve Jesus, aan hoeveel onteeringen van ketters, van zondaars, van geloovigen, ja, zelfs van U toegewijde personen heeft die gehoorzaamheid U niet blootgesteld ? Gij hadt ze allen voorzien, en toch hebt Gij er U aan onderworpen—-en dit— ter liefde van mij...! zou ik dan ook niet ter liefde van U mij onderwerpen aan alles, wat de gehoorzaamheid van mij vordert? Zou het niet onredelijk zijn, indien ik mij over den last daarvan zou beklagen? zou het niet wraakroepend zijn, indien ik de bevelen der oversten zou durven beknibbelen, afkeuren of ovoiireden? zou het geene schande zijn, indien ik aanmerkingen zou durven maken wegens den tijd, de personen, de zaken, de plaatsen, de wijze of den duur.\' — Ja zeker gt;ou dit eene .schande zijn, lieve Jesus; het zou onredelijk en wraakroepend zijn; (Jij immer.-, Sarnenspr. 21

-ocr page 336-

XX. SAMENSPRAAK.

hoewel Heer van liemel en aarde, zijt uit liefde tot mij gehoorzaam aan allen, in alles, overal en ten allen tijde; Gij zijt blindelings, vaardig en voortdurend gehoorzaam, zeker zou het wraakroepend zijn, indien ik zon weigeren te gehoorzamen. Ik wil derhalve, uit liefde tot U, voortdurend aan allen, in alles, overal en ten allen tijde gehoorzamen; ik wil blindelings, vaardig en voortdurend gehoorzamen; ik zal U erkennen en eerbiedigen in den persoon mijner oversten; uw wil in hunnen wil; uwe bevelen in hunne bevelen. — Dierbare Jesus, voor uw 11. Tabernakel neergeknield, bid illt; U ootmoedig om de genade, voortaan aan deze mijne voornemens getrouw te blijven en in alles volmaakt te gehoorzamen. Amen.

Geestelijkf Communie.

Dierbare Je-us, ik geloof, b\'a Iz. 5.

XX. SAMENSPRAAK

MET DE

IJ. M A A G D M A li I A.

Itegina Projthetarum, ora pro nobis, Koningin der Profeten, bid voor ons.

O Maria, ik vereer u als de Koningin der Profeten , niet alleen omdat gij meer dan alle Profeten in de geheimen van den godsdienst verlicht waart, maar vooral omdat gij om de volmaaktheid uwer deugden boven hen allen verheven zijt. en wel in het bijzonder, om de

-ocr page 337-

XX. SAMENSPRAAK.

grootheid on levendigheid van uw Geloof , waarin gij ze allen te boven gaat. — Groot was het geloof der Profeten, want zij leefden uit en door het geloof. Justus ex fide vivit. De rechtvaardige leeft uit het geloof. — Doch uw geloof gaat dat van hen allen ver te boven; daarom prees n de H. Elisabeth: Zalig zijt gij, die geloofd hebt; want in u zal vervuld worden alles, wat u door den Heer voorzegd is. (Luc. I. 45.) Uw geloof was zoo groot, dat do 11. Kerk daaraan de uitroeiing der ketterijen toeschrijft, zeggende: «Verheug u Maagd Maria; »gij alléén hebt al de ketterijen in de gansche »were!d uitgeroeid.quot; Gaudquot;, Marin Virgo cunc-tas hcereses sola interemisti in universo mundo. Uw geloof was zoo groot, gelijk de II. Methodius zegt, dat gij daardoor verdiend hebt het licht aller geloovigen te worden; en de H. Cvrillus verklaart, dat gij daarom waardig bevonden zijt, ile koningin van hel ware geloof to zijn; en de H. Anselrnus aarzelt niet te zeggen, dat gij door uw geloof den hemel voor de menschen geopend hebt. — O Maria, bid voor mij, opdat ik een groot en levendig geloof hebbe, de waarde der eeuwige en de nietigheid der aardsche goederen kenne, en, ten gevolge dier kennis, het tijdelijke als ijdelheid verachte on het oeuwigo als mijn eenig dool beschouwe. Amen.

Sluitgebei).

Wees gegroet — Avo Augustissima, bl. 137-

221

-ocr page 338-

XXI. SAMENSPRAAK.

XXI. SAMENSPRAAK MET JESUS

INT HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBERErDINGSGERED. 0 ziel, stel 11, bl. 131,

O ziel, aanschouw ilo H. Maagd Maria met liet kind Jesus in den stal van Betleliem, en lt;leiikT hoe gelukkig zij daar was. Arm naar het lichaam, ontbloot van alle aardsche bezittingen en aan alles gebrek lijdend, was zij rijk naar de ziel : in liet bezit van Jesus had zij a\'ilesr en zekei\' zou zij dien schat met allo koninkrijken der wereld niet hebben willen verruilen. Hoe aandoenlijk is hot, zich het oogenblik te verbeelden , waarop Maria voor de eerste maal de grot verliet om haar Goddelijk kind in den tempel op te dragen, en waarop de oude Simeon, brandend van liefde, het iu zijne armen nam, aan zijn hart drukte en van vreugde wenschte te sterven, zeggende: Nu, Heer, laat Gij uwen dienaar volgens uw woord rjaa/n in vrede; want mijne (xujen hebben uw heil gezien! — O ziel, zijt gij niet gelukkig en rijk in genade? Verheugt gij u ook niet, wijl datzelfde Goddelijk kind hier in het H. Sacrament waarlijk tegenwoordig is, en het u gegeven isr Het niet alleen te bezoeken en te aanbidden, maar ook als geestelijk voedsel te nuttigen? — Ja zeker acht ik mij daarom gelukkig en rijk in genade , en zeker verheug ik mij, U altijd bij mij te hebben, te mogen aanbidden en als ziclespijs te nuttigen. — O Jesus, mijne liefde, lioo goed zijt Gij jegens mij! — Uit liefde tot mij blijft (lij hier onophoudelijk tegenwoordig.

222

-ocr page 339-

XXI. SAMENSPRAAK.

223

«n zijt Gij altijd bereid, mij te ontvangen, als Ik U kom aanbidden; altijd bereid U aan mij te geven als ik U kom ontvangen in de H. Communie. — Dierbare Jesus, trek mij steeds tot U, en ontsteek in mijn hart iiet vuur uwer liefde, opdat ik dikwijls U kome aanbidden; en, als eene godslamp van liefde tot U te branden. Het hart van Maria brandde van liefde, toen zij U naar den tempel droeg, en de oude Simeon sprong op van vreugde, toen hij het geluk had, U in zijne armen te nemen en aan zijn liart te drukken ; hoe zou ik dan nog langer koud en ongevoelig voor U kunnen blijven? — O, mocht ik bezield worden met ware gevoelens van liefde, om gelijk de oude Simeon, onthecht van alles, geen verlangen meer te hebben, dan \'bij U te zijn en aan alles buiten U te sterven! — O mijn Jesus, ik omhels U in den geest en verlang vurig U aan mijn hart te drukken ■en mij geheel met U te vereenigen.— O zoete, o zalige vereeniging! — O, hadde ik het geluk, aan den voet van liet H. Tabernakel te leven en te sterven! — O kon ik sterven, om de waarheid van dit H. Sacrament te bevestigen en de kotters te bekeeren! — o liefde, o zoete liefde! — Dierbare Jesus, eenig voorwerp mijner liefde, kom tot mij, vereenig U met mij ■en geef, dat ik geheel voor U leve en den dood uit liefde tot U en met blijdschap omhelze, ten •einde volmaakt in uw bezit gesteld te worden. Kom tot mij, lieve Jesus, eu onthecht mij van alles, opdat ik tot God opstijge en in Hem ruste. Hoe kostbaar is de dood van een rechtvaardige!... Geve God, dat mijn dood aan den zijne gelijk zij! O Jesus, nu wensch ik ontbon-

-ocr page 340-

XXI. SAMENSPRAAK.

den te worden en met U te zijn. — Ontvang: mij met alles, wat in mij is en mij toebehoort. Ik stel mij geheel ter uwer H. beschikking. — Wat heb ik in den hemel of wat wil ik op aarde buiten U, o God mijns harten en mijn deel, o God in eeuwigheid ? — Gij zijt mijn eenig geluk ; Gij zijt mijn troost, mijn genoegen, mijn rijkdom, mijn leven, mijn schat en mijn al. O ja, lieve Jesns, Gij zijt mijn al; ik verlang, ik vraag niets buiten U; want in U bezit ik alles. — Thans bid ik U slechts om ééne zaak, namelijk de genade om U te beminnen, voor U alléén te leven, alles voor U te lijden en brandend van liefde voor U te sterven. Ook bid ik U om de genade van vóór mijnen dood U mot volle kennis, met een volmaakt berouw en zuivere liefde te mogen ontvangen, en met U vereenigd de wereld te verlaten. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

liegina Ajioslolorum, om pro nalas. Koningin der Apostelen, hid voor cms.

Allerdierbaarste Maagd Maria, welk groot geluk was liet voor de apostelen en voor do eerste Christenen, dat zij u, na den dood van Jesus iiog eenige jaren bij zich op aarde mochten behouden! — De II. Birgitta zegt: «Toen de Zoon snaar het rijk opsteeg, werd het aan de Maagd

224

-ocr page 341-

xxi. s.vmkxsi kaak.

xMiiria vergund in deze wereld te blijven tot «troost der braven en bestraffing der dwalen-sden; want zij was de meesteres der apostelen, ïde mood der martelaren, de leermeesteres der «belijders, de helderste spiegel der maagden, sde troosteres de gehuwden, het treffendste «voorbeeld en de volmaaktste steun van allen in Dliet katholiek geloof.quot; (S. Birg. lib. Revel, c. (il.)

O Maria, met welk vertrouwen nam Petrus, nadat hij .lesus verloochend had, tot U zijne toevlucht! De H. Anselmus zegt: «Toen (te weten den avond van goeden vrijdag) «toen «kwam Petrus (tot haai\') en begon bitter te «weeneii, omdat hij zijnen Meester verloochend ))Iiad.quot; Tune Feltus adccnii et qiiocl Ipmm nc.gaverat umarissime jlcre ccpil. — Even zoo hadden de andere apostelen en alle gelooyigen hunne oogen op u gevestigd, en namen zij met groot vertrouwen hunne toevlucht tot 11 in al liutme noodwendigheden.

ü Maria, ik neem thans ook mijne toevlucht tot u en ben zeker, dat gij , ofschoon gij nu in den hemel zijt, mij evenwel niet zult ver-stooten; ik ben zeker, dat gij mij onder uwe bescherming zult nemen en mij ongehinderd te midden der gevaren zult geleiden, opdat ik altijd zuiver voor God leve, alles uit liefde tot Hem verrichte , alles uit liefde voor Hem lljdo en eindelijk het geluk hebbe ter liefde van Hem te sterven, en in den hemel u als de Koninyin der Apostelen te vereeren. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. PiT.

lt;25

-ocr page 342-

XXII. SAMENSPRAAK.

XXII. SAMENSPRAAK MET JESTJS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

V00RBERE1DIXGSGEBED. O ziel, Stel 71, bl. 131.

O ziel, verbeeld u Jesus te zien in bet aanbiddelijk Sacrament op eenen troon van glorie, scbitterend van luister en heerlijkheid, glansrijker dan de zon, als zijnde het licht der wereld, om alle menschen te verlichten. Hij zegt: Ik hen het licht der wereld, opdat alwie in MJ gelooft, niet blijoe in de duisternissen. (Joan. XH 46.)

1.) Door de Goddelijkheid van uw woord en de zuiverheid uwer leer, waardoor Gij mij den weg tot den hemel leert kennen.

2.) Door de heiligheid en reinheid uwer voor-heetden; waardoor Gij mij op den weg naar den hemel Voorgaat, en toeroept; die Mij volgt, wandelt niet in de duisternissen, maar zal liet licht des levens hebben. (Joan. VUL 12.)

3.) Door de gunst uwer genade, waardoor Gij mijn verstand verlicht, om alles te gelooven wat Gij geopenbaard hebt en do waarheid uwer leer te beseffen, en tevens mijnen wil beweegt om baar in beoefening te brengen en uwe voorbeelden na te volgen. O Jesus, hoe goed zijt Gij, wijl Gij, het eeuwig en waarachtig licht, buiten \'t welk alles duisternis is, uit liefde tot mij altijd tegenwoordig blijft in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars om mij in mijne duisternissen te verlichten en op den smallen en glib-berigen weg der zaligheid te geleiden. Welk

226

-ocr page 343-

XXir. SAMENSPRAAK.

227

geluk voor mij altijd tot U te kunnen naderen, om door U verlicht en geleid te worden; maar welke ondankbaarheid en uitzinnigheid van mij, daarvan zoo weinig gebruik te maken !... Dierbare Jesus, wat baat het mij , dat Gij hier altijd tegenwoordig blijft, indien ik verwaarloos, U te bezoeken? — Hoe ijverig waren de heiligen, in U te bezoeken en hoe overvloedig werden zij aan uwe genade deelachtig! Hier ontvingen zij licht in hunne duisternissen, raad in hunne twijfelachtigheden, sterkte in hunne zwakheden en kruisen en de overwinning in hunne bekoringen. De H. Alphonsus erkent aan den voet van het Tabernakel geput te hebben, die overmaat van licht en dien gloed van inwendige genade, die hem bezielden met een zoo grooten afkeer van de wereld en hare ijdei-heden, en met een zoo grooten ijver voor de eer van God en voor de zaligheid der zielen, dat hij voor haar gaarne zijn leven zou geslachtofferd hebben. — Maar ik, helaas, verwijder mij van U en bemin de duisternissen, omdat mijne werken vol fouten, onvolmaaktheden en gebreken zijn, (Joan. III. 19.) en zoo wordt Gij voor mij, volgens de voorzegging van den ouden Simeon, een steen des aanstoots. Deze is gesteld tot val en opstanding van velen in Israël. — Maar hoe is het mogelijk, lieve Jesus, dat Gij iemand tot val kunt strekken; Gij immers zijt de heiligheid zelve en bemint ons allen met eene eeuwige liefde! ü ziel, \'t is juist de grootheid mijner liefde, die velen tot val dient. Daar zij niet kunnen begrijpen, hoe een God zich zeiven tot spijs kan geven aan ondankbare menschen, worden zij ongevoelig en verlaten

-ocr page 344-

XXIF. SAMENSPRAAK.

228

i

il I\'

Mij, zeggende : hou knn deze ons zijn vleeseh te eten genen\'? Minnelijke Zaligmaker, lioo bitter moet U deze ongeloovigheid en ondankbaarheid vallen? — Ik bid U. mij voor zulken val, voor zulke ondankbaarheid te bewaren. — Lieve Jesus, ik geloof vastelijk dat Gij in het H. Sacrament waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt en ben bereid ter bevestiging van dit geloof mijn bloed te vergieten en mijn leven ten boste te geven. — Hoe bitter valt mij de gedachte, dat Gij hier zoo zeer onteerd en, volgons de voorzegging van den ouden Simeon, als een teek en van tegenspraak gesteld wordt! — Ach, hoe veel tegenspraak hebt Gij in dit aanbiddelijk Sacrament steeds moeten verduren en moet Gij er nog voortdurend lijden? Hoe velen zijn er, die er niet aan gelooven? Hoe velen, die er mede spotten? Hoe velen, die het ontceren, versmaden en lasteren? Moe velen, die zoo ver gegaan zijn, van de HH. Vaten uit de Tabernakels te rukken en de H. Hostiën op den grond te werpen en met voeten te treden? — Hoe velen, zelfs onder personen, die op oeno bijzondere wijze U zijn toegewijd, die niet schromen met een besmeurd geweten de H. Communie te ontvangen? — Lieve Jesus, Gij zijt hier waarlijk als een teeken van tegenspraak, als een mikpunt, waarheen de zondaars de pijlen hunner ongerechtigheden richten. Aeli, hoe vele pijlen van tegenspraak en ongerechtigheden schieten de zondaars dagelijks, ja elk oogenblik van den dag op U af! — Iedere zonde is als een vurige pijl die uw minzaam hart doorboort — en dan — hoe vele zonden worden er dagelijks niet bedreven en dus, hoe vele ontee-

-ocr page 345-

XXII. SAMEXSPRAAK.

ringen moet uw liefderijk hart dagelijks niet verduren? — Lieve Jesus, uw Goddelijk Hart vertoont zich aan mij als brandend van liefde maar geheel doorwond. — Hoe zou ik bij die beschouwing mijne tranen kunnen bedwingen r daar Gij de goedheid zelve, zoo wreedaardig onteerd wordt.\' — O, indien ik de oneer kon herstellen, hoe gaarne zou ik daarvoor mijn leven slachtofleren! — Maar, helaas, wat mij het meeste grieft, is de gedachte dat ik zelf zoo ondankbaar geweest ben. Ontferm U mijner, lieve Jesus, en vergeef mij mijne ondankbaarheden. Zie, ik geef mij thans geheel aan U en zal trachten U door eene oprechte boetvaardigheid als met een zoelen halsem te troosten en de wonden van uw heilig Hart te heelen. — O Jesus, geel mij eene vurige liefde, opdat ik door de vurigheid der liefde kwijne, verteere en sterve. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXtl. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Regina Apostolorum, ora pro nobis. Koningin der Apostelen, bid voor ons.

O Maria, met recht wordt gij do koningin der Apostelen genoemd, omdat gij tijdens uw sterfelijk leven hen in liefde te boven gingt en. thans in den hemel boven hen allen verheven

220

-ocr page 346-

xx1i1. samenspraak.

zijt. Groot was de liefde der Apostelen, die zich geheel hebben toegewijd aan de eer Van God en aan de zaligheid huns naasten, en zoo ver gegaan zijn, dat het hun eene vreugde was voor den naam van Jesus te lijden en hun bloed te vergieten. Ofschoon deze hunne liefde groot was, de uwe was toch veel grooter. — Gelijk de olie eener brandende lamp door de vlam langzamerhand verteert, aldus verteerden ook nwe levenskrachten allengs door de vlam der Goddelijke liefde, die in u brandde; en zoo dooide vurigheid uwer liefde verteerd, word eindelijk uwe heilige ziel in eene laatste liefdeverzuchting aan het lichaam ontrukt en ten hemel opgenomen, om zich daar door eene eeuwige liefde geheel met God te vereenigen. — O Maria, koningin der Apostelen, bid voor mij, opdat mijn hart steeds van liefde brande en ik bereid zij, mij zeiven voor de eer van Goil en de zaligheid mijns naasten te slachtofferen. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, hl. 137.

XXIII. SAMENSPBAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. O ziel, Stel U, bl. 131.

Lieve Jesus, als ik, neergeknield voor het 11. Tabernakel, overweeg dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt en uit liefde tot mij ;schuilt onder de geringe gedaante van brood,

-230

-ocr page 347-

XXIII. SAMENSPRAAK.

sla ik verbaasd cti zeg met den profeet Isaïas: waarlijk, Gij zjt een verborgen God. (Is. XLV. 15.).

Ja, lieve Jesus, Gij zijt -waarlijk een verborgen God! — Uwe glorie en heerlijkheid, uwe-Godheid en Mensehheid verbergende, schuilt Gij hier onder do nietige gedaante van brood. Gij, de Almachtige, zijt hier als waart Gij machteloos. — Gij. die het heelal bestiert en den loop van zon, maan en sterren regelt, zijt hier als waart Gij onbewegelijk. — Gij , de Heiligheid zelve, die de minste onvolmaaktheid voor uw aanschijn niet kunt dulden, zijt hier, als waart üij ongevoelig voor alle beleedigingen, die U hier voortdurend worden aangedaan. — Gij, de onmetelijke God, die hemel en aarde met uw Goddelijk wezen vervult, zijt hier als vernietigd; Gij schuilt onder de gedaante eener kleine Hos-tic, ja zelfs, onder het kleinste gedeelte dier Hostie, ais die gebroken is. -— Waarlijk, lieve Jesus, Gij zijl een verborgen God! — Hier verbergt Gij niet alleen uwe Godheid, maar ook uwe Mensehheid. — Tijdens uw sterfelijk leven vertoondet Gij U zeiven als een kind in den stal van Betlehem; als een behoeftig werkman in het huisje van Nazareth; als een leeraar het land van Judea rondgaande, om het Evangelie te verkondigen en dit door mirakelen te bevestigen; als een booswicht op den dag van uw lijden en schandelijken kruisdood; maar hierf in liet aanbiddelijk Sacrament verbergt Gij alles. Uwe Godheid schuilt, uwe Mensehheid schuilt, slechts blijken de ingewanden uwer liefde. Latet Divinitas, late.f hnmanitas, sola ■patent viscera diaritatis. (S. Bern.)

IHerbare Jesus, waartoe beeft de liefde U

231

-ocr page 348-

XXIII. SAMEXSPKAAK.

toch gebraclit? Hoe hebt Gij U toch zoo zeer kunnen vernederen? — Hadt Gij ten minste de gedaante van een edel schepsel, van een koning of engel aangenomen; maar neen! uwe liefde ging verder. L\' zeiven geheel vernietigende, hebi Gij de geringe gedaante van brood en wijn aangenomen, oin ons zoo de grootheid uwei liefde te toonen, en te leeren dat wij uit liefde tot U alle grootheden moeten minachten, en ons hart en onze genegenheden van alles onthechten, om ze geheel aan U te geven. O zalige, o heilzame lessen, die Gij door uwe vernietiging iii het aanbiddelijk Sacrament ons gewaardigt ti geven! — Maar, helaas, waar zijn de zielen,; die ze in acht nemen en in beoefening bren-l gen! — waar vindt men zielen, die naar uw voorbeeld zich vernederen en zich van alles onthechten, om geheel aan U te zijn/ — \'t i-■eigen aan minnaars, alles te verlaten ter liefilifl van het voorwerp, dat ze beminnen; maar helaas, men is onverschillig voor U: zelfs degenen! die den naam van godvruchtigen dragen, heeli-| ten zich aan ijdele goederen, schijnvermaken ci zinnelijke voldoeningen; — of aan personen.! plaatsen, ambten en bedieningen; — of aail ijdele lofspraken, uitwendige begaafdheden, gees-l telijke zoetheden en inwendige vertroostingen:! met één woord, zij hechten zich aan zich zelveni ■en zijn vol eigenliefde. — Dierbare Jesus, waai zal men eene ziel vinden, die oprecht nederig van alles onthecht en geheel aan ü is?... Wanneer zal ik eens oprecht nederig, van alles onthecht en geheel aan U zijn? Wannei r zal mv( liefde mijn hart eens overweldigen, om buitei II niets meer te beminnen, tenzij om U?..

-ocr page 349-

XXIII. SAMENSPRAAK.

Dierbare Josus, ik bemin U uit geheel mijn liart; ik heb geen verlangen meer, tenzij U alleen te beminnen en dagelijks in uwe liefde meer en meer toe te nemen. •— T.Vat lieh ik in den hemel of wat wil ik op aarde, buiten U, o God mijns harten en mijn deel, o üod in eeuwigheid!... Wie zal mij geven, dat ik ont-hecht van alles, geheel aan U en voor U zij ?... Ach, dat ik, onbekend en verborgen voor de wereld, steeds met U vereenigd ware en van liefde tot U brande! Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXIII. SAMENSPRAAK

MET DE

If. M A A G D M A R l A.

Regina Martijrum, ora pro nobis.

Koningin der Martelaren, bid voor ons.

O Maria, Moeder van smarten; met recht geeft men u den naam van : Koningin der Mar-telaren, omdat gij meer en langer dan zij, geleden hebt. Uw hart was steeds als in eene zee van bitterheden door de voorkennis van Jesus\' lijden. — Hoe dikwijls kwamen deze en soortgelijke gedachten u voor den geest: »0 s.lesus, mijn Goddelijk kind, ik bemin U meer »(lan alles, wat op de aarde is; ik bemin U «meer dan mijne goederen, meer dan mijne «vrienden en naastbestaanden, meer dan mij »zelven, meer dan mijn leven, ja meer dan

\'233

-ocr page 350-

xxiii. samenspraak.

»inijiie zaligheid; maar ach, wat zult Gij veel »te lijden hebben!... Uw gezegend hoofd zal »e(,ii.s met doornen gekroond, uw minzaam ge-slaat bespuwd, uwe weldadige handen en voe-»ten met nagels doorboord, en uwe zuivere le-»deniaten door geeselslagen geheel verscheurd »vvorden. Dierbare Jesus, Goddelijk kind, mijne slielde het oenig voorwerp mijner liefde, ik heb «medelijden met U. — O, kon ik sterven in »uw(gt; ])laats en uit liefde tot U!quot; 0 Maria, welke smart ontwaardet gij bij deze en soortgelijke gedachten! — De profeet Jeremias van ii sprekende, zegt: Waarbij zal ik u vergelijken, of\' waarmede zal ik Ugelijk stellen? Want uwe bitterheid is groot gelijk de zee. (Thren-II. 13.) Hoe groot, hoe lang, hoe breed, hoe diep is de zee! hoe bitter zijn hare wateren! — quot;Welnu, zoo groot, zoo lang, zoo breed, zoo diep, zoo bitter waren uwe smarten ; zij waren zoo bitter, dat gij ieder oogenblik van droefheid zoudet gestorven zijn, indien God u niet op eene bijzondere wijze in het leven bewaard had, lt;H. Ansel mus.\') Groot waren dus uwe smarten, maar niet minder groot waren uw geduld, uwe tevredenheid en liefde, De H. Bernardus zegt, dat gij u zelve geheel aan God gevende, zeidetr 5)Mijn hart is bereid. Heer; mijn hart is bereid »tot alles, zoowel tot het bittere als tot het JDzoete.quot; O Maria, Koningin der Martelaren, bid voor mij, opdat ik uit liefde tot God treure over de oneer, die Hem voortdurend dooi\' de zondaars wordt aangedaan. Amen.

Sluitgkbed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

-ocr page 351-

XXIV. SAMENSPRAAK.

xxiv. sam;enspba.ak met jesus

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORI3EREIDINGSGEBED. O ziel, stel U, bl. 131.

Welk een minzaam schouwspel, Jesus tc zien bij den put van Jacob, terwijl Hij tot de Sa-maritaansche vrouw spreekt, en zegt: geef Mij te drinken, er bijvoegende, omdat zij over die vraag verwonderd stond: O, zoo gij de gave Gods kendet, en wist, wie het is, die tot n \'zegt: geef Mij te drinken; zeker zoudt gij zelve dit van Hem gevraagd hebben, en Hij zou ü levend water hebben gegeven. (Joan. IV. 7. 10.) O welke goedheid van Jesus, daar bij Jacobs put tc vertoeven en uit te rusten, om die vrouw te onderwijzen en te bekeeren — en welk geluk voor die vrouw het woord des eeuwigen levens uit zijnen mond te hooren en door Hom onderwezen en met do levende wateren van Gods genade gelaafd tc worden!... U ziel, do goedheid van Jesus jegens u en uw geluk is thans niet minder groot, daar Hij altijd in hot H. Sacrament tegenwoordig blijft, om uwe koi^st af te wachten, zich over u te ontfermen, u tc verlichten, te onderwijzen en met de lovende wateren zijner genade te laven. — O, zegt Hij, indien gij de weldaad kendet, die Ik u geschonken heb, met dit H. Sacrament voor u in to stellen? — O, indien gij wist, wie Ik ben, dio hier om uwentwil altijd tegenwoordig: blijf! — Dan zeker, zoudt pij ijverig zijn, in Mij dikwijl; te bezoeken, eerbiedig voor Mij te verschijnen,

« Q9

Samenspr.

235

-ocr page 352-

XXIV. SAMENSPRAAK.

ootmoedig voor Mij neer te knielen en met vertrouwen en liefde Mij te aanbidden; en Ik zou ii de levende wateren van Gods genade geven, ii met liemeisclie zoetheden laven en u geheel tot Mij trekken, om buiten Mij niets meer te beminnen, noch te zoeken, noch te verlangen. — O, indien gij wist, wie Ik ben, die u wil laven met de levende wateren van Gods genade! dan zeker zoudt gij niet meer gaan putten in de wereld, noch uw vermaak of\' voldoening in ijdelheden zoeken; maar Gij zoudt tot Mij komen, en Ik zou u gelukkig maken en doen proeven, hoe zoet de Heer is.

O Jesus, mijn God en Al! Verlicht mijn verstand, opdat ik U kenne, en besell\'e, hoe groot en beminnelijk Gij zijt. — Gij zijt mijn God en mijn Al. Buiten U is er voor mij geen geluk, geen heil, geene zaligheid. — De discipelen van Emmaüs werden door uwe tegenwoordigheid en minzame gesprekken te midden hunner droefheden zoo getroost, dat zij elkander toespraken: Was ons hart inwendig niet brandend, toen Hij op den weg tot ons sprak en ons de Schriften opende? (Luc. XXIV. 32.) En waarlijk, lieve Jesus, hoe zouden wij niet getroost zijn en niet in liefde ontvlammen, als Gij inwendig tot ons spreekt? Gij hebt ons voor U geschapen, daarom kan ons hart buiten ü geene ware, geene bestendige rust vinden. Welk geluk is het dan voor mij , altijd bij U te rnogen zijn en met U te mogen spreken? — O Jesus, spreek tot mij, want uw dienaar luistert en is bereid uwen H. Wil in alles te volbrengen. Zie, ik geef mij thans geheel aan ff met alles wat in mij is; ik geef U mijn

230

-ocr page 353-

XXIV. SAMENSPRAAK.

IJicliaam en mijne ziel; mijn leven en mijnen ■dood; mijne gedachten, begeerten, woorden en werken ; mijne verzuchtingen , hartkloppingen en ademhalingen; mijn verstand, mijn geheugen , mijnen wil en mijne vrijheid; met één woord, ik geef mij geheel aan U, met alles ■wat in mij is of\' mij toebehoort, en dit wel voor altijd, voor tijd en eeuwigheid; ik wil niet dat er iets in mij zij of blijve dat niet voor u is; maar bovenal geef ik U mijn hart; wijl Gij het mij zoo minzaam en zoo nadrukkelijk afvraagt, zeggende: mijn zoon, geef\' mij uw hurl. Zie-•daar lieve Jesus, zie daar is rnijn hart. Gaarne geef ik het aan U. O hadde ik duizend harten , om ze U te geven en U te beminnen met \'die vurigheid en liefde, gelijk zoo vele \'heiligen en vooral de allerheiligste Maagd Maria gedaan hebben en nog doen in den hemel. Doch ik weet, lieve Jesus, dat ik eene zoo groote genade niet waardig ben. Helaas, ik beu •een zondaar en verdien niet, dat Gij een blik van genade op mij laat vallen; daarom zal ik mij steeds vernederen en U verheerlijken- Geef\' mij slechts de genade U te mogen beminnen met eene vurige en zuivere liefde, niet zoo zeer uit hoop op den hemel noch uit vrees voor de hol, maai\' omdat Gij oneindig goed en alle liefde waardig zijt. Amen.

Geestelijke Com rnunie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

237

-ocr page 354-

XXIV. SAMENSPRAAK.

XXIV. SAMENSPHAAK

MET DE

IL MAAGD MARIA.

Jïegina Martyrum, ora pro nobis.

Koningin der Martelaren, bid voor ons.

O Maria, Moeder van smarten, ik eer u als; de koningin der Martelaren, omdat gij op aarde uw lijden met meer geduld dan eenig martelaar hebt verdragen, alsinede omdat gij nu in den hemel boven hen allen verhevens zijt. De godvruchtige Lireus over uw lijdenlt; schrijvende, zegt: sgelijk men in de zee geen «druppel vindt, die niet bitter is, zoo was eiquot; »in uw leven geen oogenblik dat niet door-«drongen was door de bitterheid van vele sniar-»ten en kwellingen.quot; (In Trisag. pausa 9.); Alles wat Jesus leed in zijn lichaam, leedt gij in uwe ziel, daarom zegt de H. Bonaventura-»0 Maria, mijne Meesteres! ik zie uw hart,. »maar het wordt mij vertoond, niet als een» »hart, maar als mirre, alsem en gal; ik zoek »de Moeder van God , maar ik vind niets dan «tranen, geesels en wonden. O welk geheim ! «Gij zijt geheel in de wonden van Christus en «de gekruiste Christus is geheel in het binnenste-«van uw hart.quot; (S. Bonav. in Stim. amaris-\'lgt;. 1. C. 3.) O Maria, hoe gelukkig en tevreden waart gij te midden van zooveel lijden!—-De godvruchtige Blosius zegt daarom terecht: «Daar de H. Maagd zag, dat haar Zoon, om «zijne al te groote en al te vurige liefde tot sons, de bitterste pijnen, niet alleen met het

238

-ocr page 355-

xxy. samenspraak.

f)volmaaktste geduld, maar zelfs met inwendige «blijdschap verduurde, verdroeg ook zij allo smartten met eene vurige begeerte en eene groote «blijdschap.quot; O Maria, daar gij zoo groote smarten met een zoo groot geduld hebt verdragen, is liet niet te verwonderen, dat gij als Koningin der Martelaren boven allen verheven zijt. Thans bid ik u mij bij te staan te midden der smarten die mij kwellen, opdat ik standvastig blijve en •een zaligen dood sterve. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. 137.

XXV. SAMENSPBA.AK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS,.

voordereiijingsgebed. O ziel, titel U, bl. 131.

O ziel, verbeeld u, venr het H. Tabernakel •neergeknield , Jesus den Koning van hemel en ■aarde daar te zien als op een heerlijken troon, omgeven van millioenen Engelen, die Hem aanbidden, loven en verheerlijken.

O ziel, hoe groot is thans uw geluk, wijl het u gegeven is, u met de engelen te veree-■nigen en in die vereeniging Jesus te aanbidden. \'Tot welk eene eer wordt liet in de wereld gerekend, met den koning te mogen spreken, ïn zijn paleis te wonen of een vriendelijk woordje van hem te ontvangen ? —• Doch zult gij de eer, die u te beurt valt, niet veel hooger achten, als gij aan den voet van het H. Taber-nakel neergeknield, met Jesus, don Koning der

239

-ocr page 356-

XXV. SAMENSPRAAK.

240

koningen, moogt spreken, Hem uwe hoogachting aanbieden, Hem in vereeniging met do-engelen aanbidden? — Ja zeker zal ik die eer hooger achten. — Wat is een koning vergeleken rnet U? —■ Hij is gelijk ieder mensch eeii\' nietig schepsel, en zal zoowel als de armste bedelaar sterven en den wormen tot aas dienen. Maar, lieve Jesus, Gij zijt het Opperwezen r zonder begin en zonder einde, voor Wien de Engelen uit eerbied hun aangezicht bedekken. Welke eer is het dan voor mij, mij met de engelen te mogen vereenigen en in die vereeniging U te aanbidden? Welk geluk zou het voor een slaaf zijn, indien do koning hem ophief uit zijne-ellende en hem plaatste onder zijne hovelingen I Evenwel moet ik mij veel gelukkiger achten r aangezien Gij, lieve Jesus, mij genadiglijk uit de ellende dor zonden opgeheven en in uwe Kerk, in uw huis, onder uwe lievelingen hebt geplaatst, en mij de gelegenheid geeft, dikwijls tot U te naderen en met U te spreken. Lieve Jesus, welke dankbaarheid ben ik U daarvoor niet verschuldigd? Ik was een slaaf van den duivel, een brandhout voor do hel, een voorwerp van vervloeking; maar Gij hadt medelijden met mij en naamt ter liefde van mij de men-schelijke natuur aan — niet alleen om te lijden en te sterven, maar ook nog om het H. Sacrament in te stellen en altijd bij mij te blijven, O welke goedheid!— O welke liefde! O Jesus,. Gij zijt dan uit liefde tot mij hier tegenwoordig en laat toe dat ik U kom aanbidden! — Uit dankbaarheid en liefde zal ik steeds uwen naam loven met den profeet David en zeggen ; »Wie sis gelijk aan den Heer onzen God die in de

-ocr page 357-

XXV. SAMENSPRAAK.

241

»hoogte der hemelen woont en zicli toch ge-swaardigt in zijne goedheid neer te zien ü|gt; shet geringste zijner schepselen in den heme! »en op aarde ? — Die den behoeftige opricht snit het stof en den arme verheft uit het slijk som hem te plaatsen naast de vorsten, naast »de vorsten van zijn volk.quot; (Ps. CXII. 5—9.) O ja, lieve Jesus! — ik zal U steeds loven cn prijzen; Gij immers hebt uit barmhartigheid op mij neergezien, mij uit het modder der zonden getrokken en tot uw kind aangenomen: daaren-1 oven blijft Gij ter liefde van mij altijd in het H. Sacrament tegenwoordig, opdat ik in alle noodwendigheden altijd tot U mijne toevlucht zou kunnen nemen. Dierbare Jesus, doe mij uwe goedheid en liefde steeds meer en moer kennen; uit mij zeiven ben ik blind en besef ik geenszins uwe goedheid. De geringste uwer weldaden is reeds van eene zoo groote waarde, dat ze mijn verstand ver te boven gaat; hoe zou ik dan de waarde van zoo vele en zoo groote weldaden kunnen beseflen, en er U eene billijke dankbaarheid voor kunnen betuigen, tenzij Gij mij daartoe eene bijzondere genade geeft? Helaas, lieve Jesus! — in mij is niets dan blindheid, onwetendheid, zwakheid, boosheid en zonde ; daarom zal ik mij steeds voor U vernederen , om U alléén te verheerlijken, wijl al het goede, dat in mij is of zijn kan, eene onverdiende gunst is van uwe goedheid. — Uit liefde en dankbaarheid geef ik mij geheel aan U; ik geef U mijne ziel en mijn lichaam, met alles wat in mij is of mij toebehoort. — Beschik er óver volgens uwen heiligen Wil en uw welbehagen, wijl Gij er de eenige Heer

-ocr page 358-

XXV. SAMENSPRAAK.

en Meester van zijt. Ik wil niet meer leven dan om U te dienen, ik wil geen hart meer dan om U te beminnen, geenen wil dan om den uwen te volbrengen, geene tong dan om U te loven, gcene banden dan om voor U te werken, geene voeten dan om de wegen uwer geboden te bewandelen; met één woord: ik wil niets meer — geene vrijheid — geene eigen beschikking. — Ik geef mij gelreel aan U, om mij door de banden der gehoorzaamheid te binden en te laten leiden waarheen het U zal believen. — Dierbare Jesus, welk geluk is het voor mij, geheel aan U te zijn , om U alléén te dienen en to beminnen! — Hoe is het mogelijk dat er men-schen gevonden worden, die U niet beminnen, of dat Gij een gebod moest gevjn, om U te doen beminnen? — De H. Au \'ustinus roept al zuchtend uit: »0 Heer, wie ben ik, dat Gij mij «gebiedt, U te beminnen? — Is het dan eene «kleine ramp, U niet te beminnen?quot; — Neen, lieve Jesus, neen, het is geene kleine ramp, U niet te beminnen; en toch helaas, heb ik veel tijd zonder U te beminnen, in zonden doorgebracht. — Ach, hoe spijt mij dit! — O kon ik die ondankbaarheid door eene ware boetvaardigheid herstellen! — O Jesus, geef mij uwe liefde. Geef dat de vurige en houig-vloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere, opdat ik uit liefde tot U sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt uit liefde tot mij aan een schandelijk kruis te sterven. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

242

-ocr page 359-

xxv. samenspraak.

XXV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Rc.cjina Confessorum, om pro nobis.

Koningin der Belijders, bid voor ons.

O Maria, ik groet en vereer u als de koningin der Belijders, omdat gij door uwe onwankelbare standvastigheid te midden der grootste beproevingen, kloekmoediger dan eenig belijder Jesus Christus beleden hebt; alsmede omdat gij door den band eener onoverwinnelijke liefde het innigst mot Hem vereenigd waart. Geheel vrij van alle verstrooidheden en kwade neigingen, bleeft gij altijd één met Hem en werdt gij dagelijks, tot aan uwen dood, nauwer met Hem vereenigd, totdat gij, door liefde geheel verteerd, de wereld verliet en in den hemel boven alle belijders verheven, door de liefde volmaakt met Hem vereenigd werdt. —

O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds standvastig blijve, Jesus en zijne heilige leer door woorden en werken te belijden, en onthecht van al hot geschapene, dagelijks inniger met .lesus en het H. Sacrament vereenigd worde.

Sluïtgebed.

Wees gegroet. — Ave Angustissima, bl. 137.

243

-ocr page 360-

XVI. SAMENSPRAAK.

XXVI. SAMENSPBAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIUINGSGEBED. O ziel, Stel U, bl. 131.

Er is geen ander volk (ter wereld) zoo groot, dat goden heeft zoo gemeenzaam, als onze God gemeenzaam is met ons. (Deut. IV. 7.)

Die voortreffelijke woorrlen sprak Moses tot Israels volk om de grootheden van Gods goedheid en genade jegens hen te prijzen, en hen tot dankbaarheid en eerbied op te wekken. Doch welke woorden moeten wij Christenen gebruiken om de goedheid van God en de grootheid zijner genade genoegzaam te prijzen, als wij de weldaad van het aanbiddelijk Altaar-geheim beschouwen; waardoor God den afgrond zijner liefde uitput, en de schatten zijner genaden en rijkdommen geheel over ons uitstort, met niet alléén op onze altaren tegenwoordig te zijn. maar zich geheel aan ons te geven en als zie-lespijs zich innig met ons te vereenigen? — Hoever zijn wij boven Israels volk verheven; en hoever overtreffen de weldaden, die God ons gedaan heeft en nog voortdurend doet, de weldaden die Hij het volk van Israël bewezen heeft!. .. Zij hadden slechts de offeranden van dieren, maar wij hebben de offerande van het vlekkelooze Lam, van Jesus Christus, den eeni-gen Zoon van God, die voortdurend in het H. Sacrament tegenwoordig blijft en altijd bereid is, ons goedgunstig te ontvangen en met weldaden te overladen; derhalve hebben wij meer

244

-ocr page 361-

XVI. SAMENSPRAAK.

redenen dan Moses, om vol bewondering eic dankbaarheid uit te roepen: er is geen volk zoo-(/root, dat goden heeft, zoo gemeenzaam als onze God gemeenzaam is met ons. — Neen, lieve Jesus, zeker is er geen volk zoo groot, zoo gelukkig en zoo bevoorrecht! Geen volk is er, dat met zijne valsche goden zoo nauw ver-cenigd is, als wij vereenigd zijn met U, den waren God van hemel en aarde. — Toen de heidenen dit hoorden, stonden zij daarover zoo\' verbaasd, dat zij volgens het getuigenis der missionarissen uitriepen; »hoe goed is de God »der Christenen!quot; — Waarlijk, lieve Jezus, Gij zijt goed jegens ons — ja, ik mag zeggen. Gij zijt jegens ons, ondankbare booswichten, al-te goed, al te barmhartig. — Do overvloedige-weldaden, die Gij ons bewezen hebt, geven ous^ eene overgroote waardigheid, en verheffen ons boven alle andere volken. Do heiligen konden in het overwegen dier weldaden en in het beschouwen uwer liefde zich niet verzadigen: zij. waren van bewondering als buiten hun zeiven. Pater Ludovicus Laimza had van zijne jeugd af eene groote devotie U in het aanbiddelijk Sacrament te bezoeken: gaarne zou hij altijd aan den voet van het H. Tabernakel gebleven-zijn, om daar voortdurend uwe tegenwoordigheid te genieten; maar volgens het voorschrift van zijnen biechtvader mocht hij er slechts ééit uur blijven; en als dat uur voorbij was, moest hij zich geweld aandoen om heen te gaan ein van U te scheiden; zijn hart en zijne genegenheden bleven echter altijd bij U; en steeds verlangde hij, otn spoedig terug te komen en wederom bij U, het voorwerp zijner liefde te-

-ocr page 362-

XVI. SAMENSPRAAK.

wezen. — Ach, lieve Jesus, lioe is liet mogelijk, dat ik zoo flauw en zoo liefdeloos blijf\'? — Wat zal er van mij worden in liet oordeel, als Gij mij rekening vragen zult van al die genaden, welke Gij mij geeft en waarmede ik zoo -weinig voordeel doe? — Dan gewis zullen de \'heidenen tegen mij opstaan en mij mijne ondankbaarheid verwijten, zeggende: «Ondankbare! »Indien bij ons in onze wildernissen de wonde-»ren geschied waren, die bij u geschied zijn en »wij de genade en de middelen ter zaligheid «ontvangen hadden, die gij ontvangen hebt, dan »zeker zouden wij boetvaardigheid gedaan en «heilig geleefd hebben; maar te midden ran •»zoo vele genademiddelen en wonderen zijt gij »koud en ongevoelig gebleven.quot; Dierbare Jesus, quot;ik schaam mij over mijne onachtzaamheden en vrees voor uw rechtvaardig oordeel; wijl Gij ■dan met die wilde volken genadiger zult han-•delen dan met mij, omdat zij minder genaden •ontvangen hebben. Helaas, lieve Jesus, ik verdien de verwijting, die Moses eertijds a,an het volk deed, zeggende: Dit zoo geliefkoosd volk, na zich mei den overvloed der Goddelijke gaven te hebben gereed, is tegen zijn God opgestaan; en aldus gespijsd, volkomen voldaan en overvloedig verzadigd, heeft het God, zijnen Schepper verlaten en zich van God, zijn Heil, venvijderd. (Deut. XXXII. 15.)

Ach, lieve Jesus, die verwijting zou men nog .-aan vele Christenen en in het bijzonder aan mij kunnen doen. Gij hebt mij door den overs loed uwer genaden volkomen voldaan en toch, helaas, ■was ik trouweloos en bleef ik arm naai1 de .ziel. — Uit liefde tot mij zijt Gij uit den hemel

\'246

-ocr page 363-

XVI. SAMENSPRAAK.

\'247\'

neergedaald; vit liefde tot mij hebt Gij drie en dertig jaren in de wereld doorgebracht: uit liefde tot mij hebt Gij een armoedig, verworpen en smartvol leven geleid; uit liefde tot mij hebt Gij uw bloed tot den laatsten druppel vergoten, en zijt Gij tusschen twee moordenaars-in oneer gestorven; uit liefde tot mij eindelijk hebt Gij het aanbiddelijk Sacrament des Altaars ingesteld, om altijd bij mij te blijven, mij met uw vleesch en bloed te spijzen en één met mi] te worden. O mijn Jesus, ik erken dankbaar, dat Gij een overvloed van genaden over mij uitgestort hebt, om mij, als het ware, met uwe-weldaden te overladen, en toch blijf ik arm, zonder deugden, zonder goede werken, zonderverdiensten; helaas, ik heb geweigerd U te gehoorzamen, mij van U losgescheurd en U verlaten — U — in wien mijn heil, mijn gelukr mijne zaligheid gelegen is. — Ach, dierbare-Jesus, wdk eene smartelijke gedachte voor mij I — Ik heb U dan verlaten , in wien mijn heil gelegen is ! — Ontferm U mijner, volgens de-menigte uwer erbarmingen; geef dat ik voortaan van liefde tot U brande, en mijn geluk en zaligheid in U alléén zoeke. — Dierbare Jesus r ik verlang vurig, voortaan geheel aan U te zijn, voor U alléén te leven en heilig voor U te sterven. O, kon ik U beminnen gelijk de Cherubijnen en Seraphijnen!... O, kon ik U beminnen , gelijk Maria U op de aarde bemind heeft en eeuwig beminnen zal in den hemel! — O, kon ik sterven van liefde, opdat alle men-schen U beminnen! O Jesus, mijne liefde, geef mij uwe liefde! Amen.

-ocr page 364-

548 XXVI. SAMENSPRAAK.

Geestelijke Communie. Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXVI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Jlegina Virginum , om pro nobis.

Koningin der Maagden, bid voor ons.

0 Maria, ik vereer u ais de Koningin der Maagden en liet voorbeeld van zuiverheid, wijl gij het eerst onder de maagden uwen maagdom iian God hebt toegewijd. De H. Ambrosius zegt: »Maria heeft den standaard der heilige maag-»dclijkheid opgeheven, en tot voorbeeld der skuische maagden het heilig vaandel van Chris-»tiis opgenomen.quot; Van het eerste oogenblik baars levens met het gebruik der rede begaafd, heeft zij zich van toen af, door de gelofte van zuiverheid geheel aan Uod toegewijd, /S. Alphonsvs.J ■en voortdurend zuiver en heilig voor God geleefd. — O Maria, ofschoon uw hart van het begin af zuiver is geweest, waart gij evenwel zeer bezorgd, het dagelijks meer en meer te zuiveren, ten einde het aan den driewerf heiligen God steeds aangenamer en bevalliger te maken. Uwe zuiverheid werd dan ook zoo volmaakt, zoo schitterend, dat God als in verrukking uitriep: O, hoe schoon zijt gij mijne vriendin, o, hoe schoon rij/ gij! — 0 ja, Maria, gij ;zijt schoon, gelijk de IJ. liernardus zegt: vSciioort, »om uwe buitengewone onschuld; schoon, om

-ocr page 365-

xxvii. samrnspraak.

«uwe onbevlekte zuiverheid; schoon, om uwe »diepe ootmoedigheid. De koning was begeerig, snaar uwe schoonheid, en nam er behagen in, »;lat gij de nederigheid met de onschuld en «maagdelijke zuiverheid vereenigdet. — Welke «zuiverheid,quot; vraagt de H. Bernardus, «zelfs die »van oenen engel, zou met de uwe kunnen «vergeleken worden, daar gij waardig bevonden «zijt, het verblijf van den H. Geest en de woon-«plaats van Gods Zoon te worden?quot; Daar uwe zuiverheid zoo volmaakt was, is het geenszins te verwonderen, dat Gij nu in den hemel als koningin boven alle maagden verheven zijt, en als de waardigste van allen ter eere van Jesus het nieuwe lied zingt, dat niemand anders dan gij kunt zingen. (Apoc. XIV. 3.) — O Maria, bid voor mij, opdat ik mijne onzuiverheden door rouwmoedige tranen uitwissche en aangemoedigd worde, in het vervolg zuiver voor God te leven en alles te vermijden, waardoor de H. zuiverheid in het minst gekwetst of in gevaar gebracht zou worden. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet —- Ave Augustissima, hl. 437.

XXVII. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS. voonnEREiDiNGSGEBEi). O ziel, stel u, bl. 131.

O ziel, verbeeld u te zien het minzaam Hart van Jesus in het H. Tabernakel, brandend van

249

-ocr page 366-

XXVII. SAMENSPRAAK.

\'250

liefde, gelijk het zich eens vertoonde aan zuster Margaretha Alacoque. »Dit Hart zoo zegt zij »zelve: word mij vertoond op ecnen troon van «vuur van alle kanten doorschijnend, glansrijker »lt;lan do zon en doorschijnendf r dan kristal. Het »werd mij vertoond met deze klagende woorden r »Ik heb een vurigen dorst, (een vurig verlan-»gen) om in mijn Sacrament van liefde door »allen geëerd en bemind te worden; maar nau-«welijks is er iemand te vinden, die zich do »moeite doet, om Mij volgens mijn verlangen nliefde voor liefde te bewijzen.quot; — Dierbare Jesus, evenals de minzaamheid en liefde van uw Hart mij troosten, zoo bedroeven mij integendeel uwe klachten over de groote onverschilligheid der meeste menschen, en bovenal bedroeft rnij de gedachte, dat ik zelf zoo onverschillig en liefdeloos voor U ben geweest en nog ben. — Hoe dikwijls hebt Gij te vergeefs aan mijn hart geklopt, zeggende : Doe open mijne zuster, mijne vriendin, mijne duif, mijne onbevlekte, want mijn hoofd is geheel bedauwd, door den dauw der Goddelijke genade, om er uw hart mede te besproeien en vruchtbaar te maken. (Cant. V. 2). Maar, helaas, ik bleef doof voor uwe stem en hield mijn hart voor U gesloten; terwijl ik het openstelde voor de wereld en hare bedriegelijke vermaken. Gij waart bereil mij met alle genaden te verrijken en daarom ver-toefdet Gij met geduld aan de deur mijns harten voortdurend kloppend en zeggend: Doe open, mijne zuster. — Zie, Ik sta aan de deur van nw hart en klop: doch ik bleef doof voor uwe stem en hield mijn hart voor U gesloten; en, als ik U later zocht, vond ik U niet meer, of

-ocr page 367-

XXVH. SAMENSPRAAK,

als ik tot U riep, kreeg ik geen antwoord, omdat Gij afwezig waait en U verwijderd liadt. (Cant. V. 7). — Ach, lieve Jesus, hoe zeei\' grieven mij die gedachten, niet zoo zeer om liet nadeel, dat ik daardoor leed. als om de oneer, die ik IJ daardoor veroorzaakt heb; want zeker moet het U smartelijk gevallen zijn, zoo weinig erkentelijkheid en wederliefde van mij ontvangen te hebben. O, kon ik U voortaan vnrig beminnen! — Gij toch verdient al mijne liefde, wijl Gij mijn God én mijn Al zijt. — Zie, lieve Jesus, eenige Bruidegom mijner ziel, thans ben ik geheel aan U. Ik heb geene liefde meer tenzij voor U; geen genoegen tenzij bij U; geen vrede tenzij in Ü. Neen, lieve Jesus, bniten U is er niets, dat mij troost, genoegen of tevredenheid geven kan; daarom zal ik mij steeds tot U en tot het H. Sacrament wenden, in navolging der heiligen, die altijd tot IJ en tot het H. Sacrament getrokken werden. De 11. Wen-ceslavs, koning van Boheme, was zoo \\ol liefde voor Jesus in het aanbiddelijk Sacrament, dat niets in staat was, hem daarvan terug te houden; zijne liefde overwon alle moeilijkheden en hinderpalen en deed hem alle nachten opstaan om zich naar de kerk te begeven en Jesus in het H. Sacrament te aanbidden. Noch wind, noch regen, noch hagel, noch sneeuw, noch koude, noch andere ongemakken of moeilijkheden konden hem terughouden. Het liefdevuur brandde zoo zeer in zijn hart, dat hij over alles zegevierde, zelfs over de bitterste koude, die l\'Ü om de hitte van het liefdevuur, dat in hein gloeide, niet voelde. Dierbare Jesus, het voorbeeld van zulken koning maakt mij beschaamd Samenppr.

-ocr page 368-

XXVII. SAMENSPRAAK.

over mijne lauwheid en moedigt mij aan, om voor goene ongemakken, opofferingen of moeiten ooit meer terug te wijken. — O neen, lieve Jesus! Ik hoop, dat voortaan niets meer in staat zal zijn, mij terug te houden; immers ik bemin U uit geheel mijn hart; ik wil U altijd beminnen; ik wil U steeds meer en meer beminnen; ik wil U beminnen in den tijd en in de eeuwigheid. 0 kon ik sterven, opdat alle menschen U beminnen! — Hoe betreur ik nu den tijd, waarop ik U niet beminde en verwaarloosde U te bezoeken! — Voortaan zal ik U dagelijks bezoeken, en trachten ten minste een kwartier uurs, bij U door te brengen. Ook zal ik trachten, tusschen mijne dagelijksche bezigheden, mij dikwijls te keeren naar die zijde, waar Gij rust Tii het H. Sacrament, om U in den geest te aanbidden. O Jesus, geef mij uwe liefde, en maak dat ik geheel aan U zij, om buiten U niets meer te beminnen. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXVII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Ttegina Sanctorum omnium, ora pro nobis. Koningin van alle heiligen, Md voor ons.

O Maria, ik verheug mij, u te mogen groeten met den voortreffelijken naam van Koningin van alle heiligen —• een naam, dien gij zoo

25\'2

-ocr page 369-

xxvii. samenspraak.

overwaardig zijt, omdat gij op den dag uwer liemelvaart boven allen verheven en naast den troon van God geplaatst zijt. Ue H. Bernardus uwe glorierijke hemelvaart overwegende, zegt : AVie zal kunnen besefl\'en, hoe luisterrijk de «Koningin der wereld vandaag lieentoog, en «met welke gevoelens van eerbied de hemelsche «legioenen haar te gemoet kwamen?... Wie zal «kunnen beseffen, onder welke lofzangen zij tot »den troon van glorie werd opgevoerd, en met »welke Goddelijke omhelzingen zij door haren »Zoon ontvangen en boven alle schepselen vergheven werd. — O het was met die eer welke «aan dusdanige moeder toekwam , en met dien «luister, welke aan zulken Zoon betamelijk was; gt;)— want naarmate zij op aarde meer genade »dan alle anderen heeft ontvangen, ontvangt ze »nu in den hemel meer glorie.quot; (Brcv. Rom. 5 ■die infra oct. Ass. B. M. V. Lect. V. VI.)

O Maria, ik verheug mij over uwe verheerlijking in den hemel en bid u, mij de genade te verwerven, uwe heilige deugden, waardoor gij zoo verheven zijt, ten minste van verre na to voigen; te weten: uwe ootmoedigheid, zuiverheid, zachtmoedigheid, gelatenheid en liefde, opdat ik het geluk moge hebben met de engelen •en heiligen in den hemel u als de Koningin van alle heiligen te loven en te prijzen. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet — Ave Augustissima, bl. 137,

253

-ocr page 370-

25-i XXVIII. SAMKNSPRAAK.

XXVIII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORDEREIDINkjSGEIiED. 0 Ziel, stel U, bl. Kil,

Minnelijke Zaligmaker, met bewondering en erkentelijkheid beschouw ik de grootheid der liefde, die U bewogen heeft het aanbiddelijk Sacrament in te stellen en altijd bij ons te-blijven , in weerwil der onteeringen die Gij voorzaagt, dat U hier zouden worden aangedaan, niet alleen door onkatholieken en eenvoudige-geloovigen, maar zelfs door personen op eene bijzondere wijze aan U toegewijd.

De Apostel zegt: de liefde lijdt alles; de liefde verdraagt alles. (I. Cor. XIII.) Minnelijke-Jesus, dit ziet men op eene voortreffelijke wijze in U bewaarheid. Wat heeft do liefde U niet doen lijden, en wat doet ze U nog lijden?... — Hoe dikwijls heeft men godslasteringen tegen U en tegen uw aanbiddelijk Sacrament uitgesproken! — Hoe dikwijls heeft men het H. Tabernakel opengebroken en de heilige Vaten ont-eerd! — Ja, lieve Jesus, ik zeg het met huivering en verontwaardiging, hoe dikwijls ging de boosheid der kwaadwilligen zoo ver, dat zij de H. Hostiën op den grond of in het vuur ■wierpen, met voeten traden, met messen doorstaken , o God 1 — den honden tot spijs voorlegden; of op nog meer onteerende wijzen misbruikten!.... — Gij hebt alles voorzien: maar -de liefde deed U over alles heenstappen. — Zij bewoog U alles te lijden, alles te verdragen.

-ocr page 371-

XXVIII. SAMENSPRAAK.

•Gij wordt in uw Sacrament van liefde niet alleen onteerd door joden, heidenen en onkatholieken, maar ook door katholieken, die U kennen, in U gelooven en door U met (luizende weldaden en genaden verrijkt worden. -— Hoe velen zijn er, die zich niet gewaardigen U te komen aanbidden, of die oneerbiedig voor U verschijnen, of zonder eerbied of aandacht bij U blijven, even als of zij niet geloofden , dat Gij hier tegenwoordig zijt!.... Hoe velen zijn er, die zich in uwe tegenwoordigheid aan onkuische gedachten, voorstellingen of begeerten overgeven. ja zelfs, zich verstouten met een besmeurd geweten tot U te naderen, U te ontvangen en Ü aldus aan den duivel overleveren? — Ach, lieve Jesus, hoe bitter en hartgrievend moet dit niet voor ü zijn!... En evenwel zijt Gij zoo goed om alles te lijden, alles te verdragen. — Eindelijk, hoe ■dikwijls wordt Gij hier onteerd door personen, die U geheel zijn toegewijd, en zich als uwe

grootste lievelingen voordoen!.....I udas , een

apostel, onteerde U op hetzelfde oogenblik, dat Gij het H. Sacrament insteldet, en U zeiven voor de eerste maal aan de apostelen tot voedsel gaaft. Bit viel U allerbitterst, deed U in den geest ontsteld worden, (turbatus est spiritu) en met verontwaardiging zeggen : Voorwaar, de hand van hem die Mij verraden zal, is mei Mij aan tafel. (Luc. XXII. 21.) Indien het een vijand ware geweest. .. dan zou ik hel ongetwijfeld verdragen hebben... Maar nu het mijn vriend is, mijn leidsman, mijn beminde, wiens hart, naar Ik meende, één was met het mijne. — Gij, die zoo vertrouwelijk met Mij aan mijne tafel zaat en Mij vergezeldet naar liet huis den

255

-ocr page 372-

XXVIH. SAMENSPRAAK.

256

Heer en! (Ps LIV. 12. 14. 15.) — Geen wonder, lieve Jesus, dat die onteering U zoo hard e» bitter viel en U aldus deed klagen. — Maar,, ach, hoe dikwijls is die misdaad van Judas vernieuwd, en hoe dikwijls wordt ze nog vernieuwd door de Christenen, die met een besmeurd geweten U in de H. Communie ontvangen!... Gij hadt alles voorzien, en toch heeft de liefde U bewogen om dit aanbiddelijk Sacrament in-te stellen en altijd bij ons te blijven. — O: liefde, wat hebt gij Jesus veel doen lijden! — O ziel, zal de goedheid van Jesus, die zoo veel voor u doet en lijdt, geen zaligen indruk op u maken , of zult gij nog weigeren alles met geduld te lijden uit liefde tot Hem ?.... Neen, lieve Jesus, zeker zal ik dat niet meer weigeren. Uwe liefde heeft mijn hart getroffen en geheel ingenomen, zie, thans ben ik bereid alles te lijden uit liefde tot U. Beschik over mij en over alles wat mij betreft volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen. — Hoe ontvlamden de heiligen in liefde, als zij deze uwe goedheid overwogen!.... De liefde was soms zoo groot, dat zij dorstig waren naar het lijden, en zich verheugden als zij veel te lijden hadden. Dierbare Jesus ontsteek ook in mij dat liefdevuur, opdat ik ten minste met geduld en liefde alles lijde. — Geef dat ik in alle smarten en bitterheden tot U in het H. Sacrament mijne toevlucht neme, ten einde te volharden en alles met go-duld te lijden. — O kon ik de oneer herstellen, die U in het H. Sacrament zoo dikwijls is aangedaan, en nog dagelijks U aangedaan wordt! — O hadde ik een oneindig getal harten, brandend van liefde om U vurig te beminnen! — O kon

-ocr page 373-

XXVIII. SAMENSPRAAK.

ik, gelijk de olie der godslamp, voor alle Tabernakels, van liefde voor U branden, door liefde verteeren en sterven!... Maar helaas, ik ben cu blijf steeds koud en liefdeloos. — Geef, lieve Jesus, dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en ver-teere, opdat ik uit liefde tot U sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt ter liefde van mij aan een schandelijk kruis te sterven. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXVIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Regina Sanctorum omnium, om pro nobis,

Koningin van alle heiligen, bid voor ons.

O Maria, ik dank Jesus, dat Hij u op don dag uwer hemelvaart tot Koningin van alle Heiligen gekroond heeft. Hoe heerlijk was deze uwe kroning! — Jesus, uw beminde Zoon riep u tot zich en zeide: kom af van den Libanon mijne bruid; kom af van den Libanon; kom af, gij zult gekroond worden. (Cant. IV. 8.) O Maria, hoe eerbiedig naderdet gij tot Hem en hoe plechtstatig werdt gij door Hem gekroond, niet alleen als koningin van alle heiligen, maar ook als dochter van God den Vader, als moeder van God den Zoon, en als Bruid van God den H. Geest. En dan hoe schoon en kostbaar is de kroon, waarmede gij gekroond werdt! De

257

-ocr page 374-

xxix. samenspraak.

H. Bonaventura zegt; »Do Koning dor koningen «heeft op liaar hoofd de rijkskroon gezet, die ))zoo kostbaar, zoo schoon en zoo wonderbaar ))is, dat het door geene tong kan uitgesproken «noch door eenig verstand kan achterhaald wor-»den. (In speculo. c. 7.) O Maria, ik verheug mij over uwe verheerlijking en bid n, mij en de ganscho Kerk onder uwe machtige bescherming te nemen. — Heb medelijden met ons, ellendige bannelingen. Helaas, wij zijn nog aan zoo vele gevaren blootgesteld!.,.. Verkrijg ver-gifienis voor de schuldigen: gezondheid voor de zieken ; sterkte voor de zwakken ; vertrouwen voor de kleinmoedigen; troost voor de bedrukten ; lndp voor de noodlijdenden; zegepraal voor de strijdenden en volharding voor allen, opdat wij eens bet geluk hebben met u in den hemel gekroond te worden en u daar als de koningin van alle heiligen te vereeren. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet— Ave Augustissima, bl. 137.

XXIX. SAMENSPHAA.K MET JESTJS

in het

II. SACRAMENT DES ALTAARS.

voobbereiijingsgebed. O ziel, Stel 11, bl. IS\'Ï.

Minnelijke Zaligmaker, ik buig mij hier ootmoedig voor U neder, om uwe goedheid en liefde te prijzen, die U bewogen hebben , hier altijd tegenwoordig te blijven. Vooreerst als Koning om rnij te beschermen. Gij hebt mij eene tafel

258

-ocr page 375-

XXIX. SAMENSPRAAK.

259

bereid, waaraan ik oene spijs zal ontvangen , lt;iie mij versterken zal tegen allen die mij kwellen. (Ps. XXII. 5.) Verder als Vader en Herder om mij te voeden en mij op al mijne wegen te geleiden. De Heer is mijn herder: Hij bestuurt mij; en mij zal niets ontbreken, want in een grazig oord doet Hij mij nederliggert. (Ibid. I,) Als Voorspreker, die met mij en voor mij bidt: Hij verschijnt Hu voor het aangezicht Gods en bidt mor ons. (Hebr. IX. 24 en Hom. VIII. 34.) O welk geluk en welke troost voor mij, U altijd bij mij te hebben en verzekerd tc zijn dat Gij altijd voor mij bidt en de straffen afweert, die de door mijne zonden verdiend had! Uwe barmhartigheid zal mij genadig zijn al de dagen mijns levens; zij zal mij binnen leiden in het huis des Heeren, om er eeuwig te blijven. (Ps. XXII. 8. 9.) Als Geneesheer, om de kwalen en krankheden mijner ziel te genezen on haar aangenaam aan God te maken. Ach, lieve Jesus, ontferm U mijner. Door mijne zonden heb ik doodelijke wonden aan mijne ziel toegebracht, ik bid U, haar te genezen. Genees mijne ziel; want ik heb tegen U gezondigd, (Ps. XL. 5.) en versterk mij, om voortaan voor God te leven. Als Bruidegom, om met mij een geestelijk huwelijk aan te gaan en één met mij te worden, zeggende: T)ie mijn vieesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in mj en ik in hem. (Joan. VI.) O eenige en ware Bruidegom mijner ziel! daar Gij uit liefde tot mij hier altijd tegenwoordig blijft, zal ik u dikwijls komen bezoeken, om U te aanbidden en één met U te worden. O welk geluk, één zijn met Jesus!.... Uit mij zclven ben ik nietig, maar met U, lieve

-ocr page 376-

XXIX. SAMENSPRAAK.

260

Jesus, ben ik groot en verheven. Uit mij zelven ben ik zwak en ga ik zeker verloren; maar met. en door U ben ik sterk, en van mijn eeuwig heil verzekerd. O welk geluk voor mij, altijd mijne toevlucht tot U te kunnen nemen! — Hoe ijverig waren de heiligen in U te bezoeken, en hoedikwijls vonden zij bij U een voorsmaak der he-melsche vreugde! Als de II. Alphonsus zich in druk en lijden bevond , was het H. Sacrament des Altaars zijne toevlucht. Dan knielde hij neder aan den voet van het H. Tabernakel, stortte zijn bedrukt hart voor Jesus uit, en vond telkens nieuwen troost en nieuwe sterkte, om te midden der beproevingen tevreden te zijn en alles met geduld te lijden. Zelfs toen hij door allen verlaten was en ten onrechte voor een verrader zijner Congregatie werd gehouden, vond hij troost aan den voet van het H. Tabernakel, en werd daar versterkt om alles volgens Gods wil met overgeving te lijden; en zoo werden de beloften des Zaligmakers in hem bewaarheid: Komt tot Mij allen, die balast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. Dierbare Jesus, geef mij de genade, om ook in alle beproevingen tot U mijne toevlucht te nemen, om door U versterkt, alles met geduld te lijden. O mijn Jesus, hoe zoet is mij de gedachte, U altijd bij mij te hebben, altijd mijne toevlucht tot U te kunnen nemen en mijnen troost bij U te kunnen zoeken! — Schenk mij maar de genade, om er steeds een goed gebruik van te maken, dan ben ik gelukkig; Gij immers zijt mijn Koning, mijn Vader, mijn Herder, mijn Voorspreker, mijn Geneesheer, mijn Bruidegom, mijn God en mijn Al. In U en door U heb ik alles.

-ocr page 377-

XXIX. SAMENSPRAAK.

In U en door U kau ik alles. In U en door U ben ik gelukkig voor tijd en eeuwigheid. — Lieve Jesus, ik zoek U — ja IJ alléén — U alléén! buiten U heb ik niets; zoek ik niets wil ik niets. — Ik wil geheel aan U zijn. — ■la, lieve Jesus, geheel aan U — geheel aan Ur nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen-Amen.

Geeslelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bl. 5.

XXIX. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

llegina nine lube originali concepta,ora pro nobis.-Koningin zonder erf smet ontvangen, hid voor ons~

Ik groet u Maria, als de Koningin van hemel en aarde, cn onder alle schepselen het meest door God verheerlijkt, — Ik groet u , als de Goddelijke Maagd, door uwe ongeschon-denc heiligheid en weergalooze schoonheid, de-Cherubijnen en Seraphijnen ver overtreffend. Ik groet u, als\' de Moeder des eeuwigen Ko-nings, die over den vloek der zonde en over hare rampzalige gevolgen hebt gezegevierd. — Ik groet u als de onbevlekte Maagd en verheug mij met de geheele H. Kerk, wijl het nu zeker is, dat gij altoos vrij van de erfsmet gebleven zijt; ook dank ik (iod, dat hij deze waarheid door de uitspraak zijner Heiligheid Paus Pius IX als eene geloofswaarheid heeft vastgesteld.

-ocr page 378-

xxix. samenspraak.

O Maria, gij zijt derhalve de onbevlekte Maagd, die nimmer aan de erfsmet onderhevig waart; gij zijt die schoone dageraad, altijd versierd met het Goddelijk licht; die uitverkoren Ark van zaligheid, bevrijd van de algerneene schipbreuk der zonde; die onbevlekte en volmaakte duif, die nooit baars gelijke heeft gehad; die gesloten hof, die voor God alleen openstaat; die verzegelde bron, wier toegang de boozc vijand nooit heeft gevonden, om haar te ontreinigen ; die luilt.e lelie, groeiende onder do doornen, dat is, onder de kinderen van Adam, zonder iemand te hinderen of door iemand gehinderd te worden. — O Maria, ongeschonden Maagd, laat toe dat ik u prijze en met den Goddelijken Bruidegom zegge : Hoe schoon zijt gij, mijne vriendin, hoe schoon zijt gij!— (*{} zijt geheel schoon en er is geene vlek in —• Neen Maria! in u is geene vlok, maar ik ben geheel besmeurd door mijne zonden. — Ach, ik bid u, medelijden met mij te hebben. God heeft u, niet zoo zeer voor u zelve als voor ons verheven, opdat gij door uwe alvermogende tus-schenkomst genade voor ons zoudt verwerven, ons tegen onze vijanden versterken en ons zalig maken. Amen.

Sluitgeded.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

-262

-ocr page 379-

XXX. SAMENSPRAAK.

XXX. SAMENSPRAAK MET JESTJS

1NT HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORIiEUEIDINGSGEDED. O Ziel, Stel U, bl. 131.

O ziel, verbeeld u Jesus te zien in het aanbiddelijk Sacrament op een troon van glorie en lieerlijklieid. — Brandend van liefde, om zich met « te vereenigen, zegt Hij: Mijn zoon, geef mij uw hart. (Prov. XXIII. 26.) ü ziel, ziedaar de minzame woorden van Jesus, prent ze diep in uw geheugen , en bewonder de liefde, waarmede Hij zoo vurig naar u verlangt, om u gelukkig te maken, — O ziel, zoudt gij nog na eene zoo minzame uitnoodiging weigeren, uw hart aan Hem te geven? — of zoudt gij nog zoo ondankbaar zijn, het aan iemand, of aan iets anders buiten Hem te geven ? Of zoudt gij het slechts ten deelo aan Hem geven, terwijl gij het ten deele voor iets anders, buiten-Hem . zoudt terughouden? -— Neen , lieve Jesus, ik wil zoo ondankbaar niet zijn: mijn hart is geheel aan U; geheel — geheel! — \'t Is mij een groot genoegen, eene groote voldoening het geheel aan U te mogen geven. — Zie, daar is mijn hart, lieve Jesus! — Zie, daar is het, met alles wat in mij is : ik geef het geheel aan Ur ontvang het met alles wat mij toebehoort; ik geef het geheel en zonder verdeeling aan IJ. Ik geef het voor altijd en onherroepelijk; ik geef het U voor tijd en eeuwigheid. O welk geluk voor mij, mijn hart aan U te mogen geven ! — Gij immers zijt de almachtige God; Gij

-ocr page 380-

-2(i4 XXX. SAMENSPRAAK.

alleen kunt het tegen de aanvallen mijner vijanden beschermen. — De duivel, die aartsvijand onzer zielen loopt rond als een brieschende leeuw, zoekend wien hij zal verslinden, en geen schepsel is machtig genoeg om mij tegen zijne listige en hevige aanvallen te beveiligen. Aan wien zou ik dan mijn hart geven, indien ik bet niet aan U gaf? Ach, lieve Jesus, hoe berouwt het mij nu, mijn hart niet altijd aan U gegeven te hebben! Hoe beklaag ik nu die dagen, waarop ik het aan iemand anders buiten U schonk, of deszelfs neigingen op zondige of ijdele vermaken stelde? — Dierbare Jesus, ik vraag U thans rouwmoedig vergiflenis over de misstappen mijner jeugd en over mijne onwetendheden , en bied U mijn hart aan om het te zuiveren, te versieren en tot een heerlijk verblijf voor U in te richten , ten einde daarin uwe woning voor altijd te vestigen. — Ik weet wel, lieve Jesus, dat het niet tot verblijf voor •U geschikt is, maar omdat Gij het mij afvraagt, geef ik het U toch met een groot vertrouwen, in de zekere hoop, dat Gij het door uw heilig bloed zuiveren en er uw verblijf voor eeuwig in zult vestigen.

O ziel, het offer van uw hart is Mij zeer aangenaam , maar ik verlang dat gij met uw bart Mij tevens uwen wil en uwe genegenheden geeft; want zonder deze, kan bet offer van uw hart Mij niet behagen.

Dierbare Jesus, gaarne ook voldoe ik aan dit uw verlangen. — Ziedaar mijnen wil! — Ziedaar mijne genegenbeden ! — Ik geef U alles. Uw wil is de mijne, en mijn wil is de uwe. Uwe genegenheden zijn de mijne, en do mijne

-ocr page 381-

XXX. SAMENSPRAAK.

zijn de uwe. Doe met mij , en in mij alles wat U behaagt. Ik wil alles wat Gij wilt en niets van hetgeen Gij niet wilt. — Ik ben bereid alles te doen , wat Gij gebiedt en te laten wat Gij verbiedt. — Hoe gelukkig zal ik zijn, als ik slechts één hart, éénen wil, ééne genegenheid met U zal hebben! — Ontferm u mijner, lieve Jesus, opdat ik voortaan geheel aan U zij, gelijk Gij geheel aan mij zijt. — Gij geeft U geheel aan mij, met uwe Godheid en Menscbheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam; ik geef mij derhalve ook geheel aan U, met alles wat in mij is. — Hoe zou ik nog zoo ondankbaar kunnen zijn om mijn hart, mijnen wil, of mijne genegenheden te verdee-len, tusschen U en de wereld, tusschen U en de vermaken, tusschen U en do zinnelijke voldoeningen? O neen, lieve Jesus!.... Nooit zal ik jegens U zoo ondankbaar zijn. Ik wil voortaan geheel aan U zijn. — Nu betreur ik mijne vroegere trouweloosheden. Helaas, hoe dikwijls heb ik mijn hart verdeeld!... Voortaan wil ik het geheel aan U geven; wijl het II geheel toebehoort. Uit liefde tot U verzaak ik nu aan alles, om voor U alléén te leven. Vermaken der wereld, grootheden der wereld, rijkdommen der wereld verwijdert u van mij met al uwe bekoorlijke aanlokselen; mijn hart, mijn wil en mijne genegenheden zijn nu geheel voor Jesus; ik heb ze geheel en voor immer aan Hem gegeven; wijl Hij ze mij heeft gevraagd en ze Hem geheel toebehooren.

Thans bid ik LI, lieve Jesus, mij goedgunstig als uw eigendom te ontvangen en door de liefde onafscheidbaar met U te vereenigen. Ontsteek

205

-ocr page 382-

XXX(. SAMENSPRAAK.

in mij liet vuur der Goddelijke liefde, opdat de-zucht tot aardsche, vergankelijke en zinnelijke dingen in mij verteerd worde\', en ik geen verlangen meer hebbe dan U te behagen en mij steeds inniger met U te vereenigen. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXXI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Jtegina sine labeoriginali concepta, om pro nobis. Koningin zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons.

O Maria, ik groet u als de Koningin zonder erfsmet ontvangen; wijl gij door een bijzonder voorrecht van God en uit kracht der verdiensten van Jesus Christus altijd zuiver en onbevlekt zijt geweest. — Daar gij bestemd waart om met en dooi- Jesus het gevallen menschdom met God te verzoenen, den kop van het helsch serpent te verpletten, de moede r van Jesus Christus en de Voorspreekster aller menschen te zijn , was het betamelijk, dat gij altijd van alle vlekken zuiver zoudt blijven. — Hoe zoudt gij naast Jesus als de middelares en verzoenster van allen hebben kunnen optreden, indien gij zelve met God verzoend had moeten worden ? — Hoe zoudt gij den kop van het helsch serpent hebben kunnen verpletten, indien gij zelve zijne slavin geweest waart? — Hoe znudt gij eene waardige woonplaats voor Jesus lu bben kunnen

-ocr page 383-

XXXI. SAMKXSI\'UAAK.

zijn, imüon de duivel het eerst in u gewoond had\'?— O neen, Maria, dit schijnt mij onmogelijk, althans onbetamelijk te zijn. Ik geloot\' dus met kinderlijke eenvoudigheid , dat gij zonder ertsmet ontvangen zijt; ja wat meer is, na de uitspraak der heilige Kerk geloof ik het vastelijk en neem het aan als ern punt van ons heilig geloof. Ook dank ik God, dat Hij u die groote gunst heeft verleend. — ü Maria, zonder erfsmet ontvangen, ik bid u, medelijden met mij te hebben. Helaas, mijne zonden zijn zoo groot en zoo menigvuldig; bid voor mij, opdat Jesus zich mijner ontferme en mij ver-sterke, opdat ik niet meer zondige. — Neen, in eeuwigheid geene zonde meer! Ik wil liever sterven dan vrijwillig te zondigen. O Maria, bid voor mij, opdat ik voortaan heilig leve en het geluk hebbe, heilig te sterven. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet— Ave Augustissima, hl. 137.

XXXI. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOOHBEREIDIN\'GSGEIiED. O ziél, Stel II, bl. \'131.

Verbond met Jesus.

O ziel, verbeeld u Jesus te zien in het H. Sacrament als op een troon van liefde, om met u een eeuwigdurend verbond aan te gaan.

Van zijnen kant belooft Hij zich geheel aan ii te geven en altijd bij u te blijven, zeggende: Sainensrr- -

267

-ocr page 384-

XXXI. SAMENSPRAAK,

Zie, Ik hen met u al de dagen, tol liet einde der ivereld.

Van uwen kant vordert Hij, dat gij u gc- ji heul en voor altijd aan Hem geeft.... O ziel, | kan er u ooit iets heilzamers aangeboden worden ? Wie zijt gij?... en wie is Jems?...

Lieve Jesus, Gij zijt het oneindig Opperwezen , de Heer van alles, wien alles toebehoort ; maar ik ben een niet. — Ik verbeeldde mij iets te zijn, doch ik heb mij bedrogen, zooals de Apostel leert: Indien iemand meent iets te zijn, ofschoon hij niets is, hij bedriegt zich zeiten. (Gal. VI. 3.) Uwe oneindige grootheden beschouwende, moet ik erkennen een niet te zijn , en met David zeggen : Ik ben tot niel gebracht en ik wist het niet. (Ps. LXXH. 21. ) Mjn wezen is cds een niet voor U. (Ps. XXXVIII. 6.) — Dierbare Jesus, daar ik als een niet voor U ben, hoe wilt Gij dan een verbond met mij aangaan? — O ziel, de liefde dringt Mij daartoe. — Enkel uit liefde wil Ik bij u zijn en Mij geheel aan u geven. ■— Toen ik het H. Sacrament instelde, heb ik mij verplicht altijd bij ii te blijven, uwe smeekingen goedgunstig te aanhooren en uwe begeerten te vervullen; ook heb Ik Mij verplicht. Mij geheel aan u te geven en de verdiensten van mijn lijden, van mijne vernederingen en beleedigingen, alsmede van mijnen dood met u te deelen. — Lieve Jesus, hoe kunt Gij een ondankbaar en trouweloos schepsel zooals ik ben zoo zeer beminnen? —■ O liefde, wat zijt gij sterk , vermits gij den Almachtige overwint! Wat alle vorsten en volken der aarde niet kunnen, hebt gij gedaan. Gij zegeviert over het hart van God zeiven, en

268

-ocr page 385-

XXXI. SAMENSPRAAK.

beweegt Hem, zich ten dienste van mij, nietigen aardworm en ondankbaren zondaar, geheel ten \'p beste te geven.

Minnelijke Zaligmaker, wat vraagt Gij van mij, niet mij zoo zeer te beminnen? — O ziel. Ik vraag uwe liefde. Gij zult den Heer, uwen God r\' liefhebben uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel en uit al uwe krachten. — Moses zeide eertijds tot het volk van Israël: »En nn, Israël, 1\' »wat anders vraagt de Heer, uw God van u, dan p »dat gij Hem vreezen, in zijne wegen wandelen, S\' »Hem beminnen en uit geheel uw hart dienen szoudt?quot; (Dent. X. 12.) Hetzelfde zeg Ik ook tot u. Ik vraag u niets anders, dan dat gij den Heer uwen God zoudt dienen en beminnen. Mijn zoon, geef Mij uw hart, met uwen wil, • uwe genegenheden en bcg.\'erten, want Ik wil. ^ dat gij geheel aan Mij zijt.

j.. Lieve Jesus, gaarne voldoe ik aan Uw ver-

•\' zoek. Ziedaar mijn hart, — mijn wil, — mijne 1\' begeerten en genegenheden. Ik ben geheel aan U, mijn lichaam en mijne ziel, mijn verstand, mijn geheugen en mijn wil, de zintuigen van \'8 mijn lichaam en de vermogens mijner ziel behooren U toe; Gij hebt mij alles gegeven; maar toch blijft Gij van alles de eenige Heer en Meester. Gij hebt recht om alles terug te nemen, wanneer en gelijk gij wilt. — Als ik mij aan U geef, dan geef ik U slechts datgene wat U in eigendom toekomt. — Welk geluk voor mij, mij geheel aan U te mogen geven!... 11 Daar ik in mijne handen niet veilig ben, geef ik mij volgaarne aan U, U tevens biddende, mij genadiglijk als uw eigendom te ontvangen en mij tegen mijne vijanden in bescherming te

2Gfgt;

-ocr page 386-

XXXt. SAMKiVSPUAAK.

nemen. — Ontvang mijn lichaam cu bctonget deszelfs begcerlijkhoden, opdat liet inij nooit meer tot zonde brenge. Ontvang niijne ziel-zuiver en versier haar, en richt haar in tot -woonplaats voor den 11. Geest, opdat Hij er zijnen zetel in vestige. — Ontvang mijnen cjeest ; vernieuw en verlevendig hein, opdat hij zich steeds met U bezig boude, en zijn vermaak in U alleen vinde. Ontvang mijne zintuigen; mijn-gezicht, mijn gehoor, mijnen reuk, mijnen smaak, mijn spraakvermogen en mijn gevoel, en geef dat ik ze voortaan volgens uwen heiligen wil bestiere. Ontvang Je vermogens mijner ziel, mijne vrijheid, mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil en maak dat ze geheel aan U zijn en ik er geen gebruik meer van make, dan om U meer en meer te beminnen en mij nauwer met U te vereenigen. — Ik wil niets meerr tenzij wat Gij wilt. O zoete gedachte: Cods wil!... .Ta, lieve Jesus, uw wil is mijn wil; — en mijn wil is uw wil. Wilt Gij, dat ik het gezicht, het gehoor of de spraak verlieze; ik wil het ook, omdat Gij het wilt. — Wilt Gijr dat ik met ziekte of rampspoed geslagen worde: ik wil het ook. Wilt Gij, dat ik tot den staat van armoede, verdrukking, vernedering en zelfs verachting vervalle, ik wil het ook zoo; want uw wil is de mijne. — Ik geef mij thans geheel aan U; beschik over mij en over alles wat mij betreft, volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen.

Ziedaar, lieve Jesus, het verbond, dat ik thans met U aanga. Gij aan mij — en ik aan U!... O heilig, o zalig verbond! — J.ieve Jesus, terwijl ik dit verbond met U maak, word ik

-270

-ocr page 387-

XXXL SAMENSPRAAK.

beangstigd. Helaas, ik ben zoo zwak; het lichaam dat bederft, bezwaart de ziel, en de aardscho inwoning drukt den geest neder, die zich met vele bekommeringen bezig houdt. (Sap. IX. 15.) Doch de gedachte dat Gij zoo goed zijt, geeft mij moed en vertrouwen: door U versterkt kan ik alles en zal ik alle moeilijkheden te boven komen. Dierbare Jesus, laat toch nooit toe, dat ik U ontrouw worde, of hot verbond met IJ aangegaan, verbreke.

O Maria, H. Joseph, alle Engelen en Heiligen des hemels, woest de getuigen van dit verbond, en bidt voor mij, opdat ik steeds getrouw daar aan blijve. Amen.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof, bladz. 5.

XXXI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

Regina «inelaheoriginaliconcepta.ora pro nobis. Koningin zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons.

O Maria, ik verheug mij over het voorrecht uwer Onbevlekte Ontvangenis. De H. Bonaven-tura zegt: »God kon eene grootere wereld en »een hoogeren en schoonoren hemel scheppen; »maar Hij kon zich geene moeder vormen die Dwaardiger was dan Maria.quot; — Dij de beschouwing uwer schoonheden was de Bruidegom van liet Hooglied zoo verrukt, dat Flij uitriep: Hoe schoon zijt gij, mijne vriendin, hoe schoon zijt

271

-ocr page 388-

xviii. samenspraak.

272

gij!... Gij zijt yeJieel schoon en er is yeene vlek in u. (Cant. IV. 1. 7.) O neen, Maria, er is geene vlek in u. — De H. Joannes Damas-cenus van u sprekende, zegt: »Tot dit paradijs »heeft liet serpent nooit toegang geliad.quot; (Orat. 2. do Nat. M. V.) Gij immers, zooals de H. Lau-rentius verklaart, zijt van uwe ontvangenis af in zegening bevonden. (Serm. de Ann.)

O Maria, het verheugt mij, u den eerenaam van; onbevlekte Maagd — en Koningin zonder erf smet ontvangen, te mogen geven: immers die naam strekt tot uwe eer en tot verheerlijking van God den Vader, van God den Zoon. en van God den H. Geest. — Maar ik ben bedroefd, als ik denk dat ik niet alleen in zonde ontvangen ben, maar dat ik daarenboven iu zonden geleefd en mijnen God onteerd en be-leedigd heb. — 0 Maria, ontvang mijn hart, zuiver het van alle zonden, onvolmaaktheden en gebreken en versier het met alle deugden, opdat het een aangenaam verblijf voor Jesus zij, als Hij door de H. Communie tot mij komt. O Maria, bid voor mij, opdat Jesus mij genadig zij, mij al mijne zonden vergeve, zijn verblijf in mij vestige en mij met alle deugden verrijke. Amen.

Sluitgebed.

Wees gegroet. — Ave Augustissima, bl. 137.

-ocr page 389-

DERDE REEKS

VAN SAMENSPRAKEN MET JESUS

IN HET

ALLERH. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED.

Dierbare .Tesus, ik geloof dat Gij waarlijk e» wezenlijk tegenwoordig zijt in liet allerheiligste Sacrament des Altaars, met uwe Godheid en Menschheid, met Vleesch en Bloed, met Ziel en lichaam, gelijk Gij glorievol in den hemel zijt. Ik bedank U voor de overgroote liefde, die U bewogen heeft, hier altijd tegenwoordig te Mij-ven en toe te laten , dat ik in vereeniging der Engelen U hier aanbidde. -— Met welken eerbied aanbidden zij U, niet alleen hier, maar ook op alle plaatsen der wereld, waar Gij in het H. Tabernakel rust! De H. Chrysostomus getuigt meermalen met eigen oogen gezien te hebben, dat het altaar omringd was door eene menigte van Engelen, die II aanbidden. — In den hemel niet alleen , maar ook hier, houden zij niet op, U altijd te loven en te prijzen, zeggende : Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der

-ocr page 390-

VOORIiERKIDIXGSGERED.

Heerkrachten ! — Neon ! — nooit hebben zij rust, dag noch nacht, altijd zingend: Heilig, Heilig, Heilig ! -— Welk cone oer voor mij , mij hier te mogen vereenigen met de Engelen die niet alleen ü loven en verheerlijken, maar ook als dienaars met gonden wierooksvaten gereed staan, om mijne gebeden als kostbare reukwerken aan U op te dragen! — De 11. Joannes in het boek dei* Openbaring zegt: «Een «andere Engel kwam en plaatste zich voor hot «altaar, en hij had een gouden wierooksvat en »hem werden vele reukwerken gegeven, opdat »hij van de geboden aller Heiligen zoude log-»gen op het gouden altaar, dat staat voor den «troon van God, en de rook der reukwerken »vaii de gebeden der Heiligen, steeg van do «hand des Engels vóór Gods aangezicht op.quot; (Apoc. VIII. :s. 4.)

Dierbare .lesus, ik schaam mij over mijne ellenden. Wie ben ik om voor U te verschijnen, mij te vereenigen met de Engelen en U tc verheerlijken ? Helaas, mijne gebeden kunnen op haar zei oen U niet behagen, in plaats van als de rook van kostbare reukwerken U bevallig te zijn , zouden zij U mishagen en walging veroorzaken; daarom vereenig ik ze met die der Engclon en Heiligen, met die der allerheiligste Maagd Maria, alsmede met uwe gebeden, die Gij tijdens uw sterfelijk leven aan God hebt opgedragen, en Hem voortdurend opdraagt in den hemel en in het H. Sacrament des Altaars. In die vereeniging buig ik mij hier eerbiedig voor U neder, ten eerste, om uwe Opperheerschappij over ons en alle schepselen, en onze onafhankelijkheid van IJ te erkennen;

274

-ocr page 391-

1. samenspraak.

ten tweede, om U te danken voor alle ontvangen weldaden; ten derde, om vergiffenis te vragen van al mijne zonden , ondankbaarheden en trouweloosheden en eindelijk ten vierde, om nieuwe weldaden van U te verwerven, vooral om U meer en meer te beminnen en altijd en in alles mot uwen H. Wil tevreden te zijn.

O Jesus, geef mij uwe liefde, opdat ik dooide liefde geheel met U vereenigd zijnde, niets meer zoeke dan U alléén. O kon ik sterven, opdat alle menschen U beminnen! — Ten minste wil ik liever sterven dan U niet beminnen. O Jesus, geef mij uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. —

O Maria, bid voor mij, opdat ik deze samenspraak met dezelfde liefde en met dezelfde meening verrichte, waarmede gij tijdens uw sterfelijk leven u zoo dikwijls met Jesus onderhouden hebt. Amen.

1. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebed. Dierbare Jesus, bl. 273.

Minnelijke Jesus, ik aanbid uwe liefde, die U bewogen heeft, het H. Sacrament des Altaars in te stellen en altijd bij ons te blijven. — Uw hemelsche Vader wilde dat Gij stierft en tot Hem terugkeerdet; maar uwe liefde tot ons was zoo groot, dat Gij het niet van U kondet verkrijgen, ons te verlaten. Ook was het

275

-ocr page 392-

I. SAMENSPRAAK.

276

U niet genoeg, cene bloote gedachtenis van U zeiven na te laten; Gij wildet zelf bij ons blijven. — Een vader gevoelt droefheid als hij zijne kinderen moet verlaten; daar hij ze vurig bemint, verlangt hij, dat zij ook na zijnen dood aan hem zullen denken en geeft hun daarom het een of ander geschenk, zeggende: «Ziedaar smijne kinderen een geschenk, denkt aan mij; )gt;verge(t mij niet; ik heb u altijd bemind en «bemin u nog, ook ik wil dat gij mij blijft «beminnen en steeds aan mij zoudt denken.quot; Doch hiermede waart Gij niet tevreden, lieve Jesus; Gij wildet zolf bij ons blijven en ons altijd gezelschap houden, gelijk Gij gedaan hebt door de instelling van het H. Sacrament des Altaars; immers daar zijt Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig, daar houdt Gij ons voortdurend gezelschap en toont ons de grootste minzaamheid, barmhartigheid en liefde. Hocvele be-leedigingen, onteeringen en versmadingen hebt Gij daar uit liefde tot ons moeten lijden 1 Gij lijdt alles geduldig en stilzwijgend ter liefde van ons, om ons te leeren ook zoo alles met geduld en stilzwijgend te lijden uit liefde tot U. — Dierbare Jesus, wat kan er billijker en heilzamer zijn, dan te lijden ter liefde van U? Gij zijt onschuldig; Gij zijt de Heiligheid zelve, en toch hebt Gij zoo veel geleden; maar ik ben een zondaar, een misdadiger, een booswicht; het is derhalve billijk, dat ik lijde en door het lijden mijne schulden afboete. Gij hebt mij een voorbeeld gegeven om alles met geduld te lijden; hoe zou ik dan zoo ontaard en zoo on-dankbaai\' kunnen zijn, mij over het lijden te beklagen ? — Ik moet hier aan U gelijkvormig

-ocr page 393-

II. SAMENSPRAAK.I. SAMENSPRAAK. 277

worden en mot U deelen in het lijden, indien ik liet geluk wil hebben hiernamaals met ü ie te deelen in de glorie.

!- Dierbare Jesus, zoo moet ik liet dan als een

d groot geluk beschouwen, indien ik met U mag n lijden! Ik stel mij dan geheel ter uwer be-r schikking. Kap en kerf\' mij hier, zoo veel hot ; U belieft: zie , ik ben tot alles bereid. — Van n nu af neem ik alle kruisen gewillig aan, ook \'t die mij door anderen aangedaan worden. Ik zal alle kruisen als gnnsten aanzien, met geduld e dragen en met liefde omhelzen, als van U ko-s mende, en als zijnde zoo vele deeltjes van uw t H. Kruis. — Doch ik erken mijne zwakheid, s lieve Jesus. — Het willen is wel in mij, maarniet het uitwerken. Geef mij dus den overvloed uwer genade , opdat ik al de kruisen en wederwaardigheden van dit leven met geduld verdrage. —

t ,

j DAGELIJKSCH GEKKI) lilj IEDERE SAMENSPRAAK.

e

t Dierbare Jesus, ik heilig mij, en alles wat

t in mij is, aan U en aan het H. Sacrament toe.

n Ik wil voortaan geheel aan L\' zijn. Ik geef U

? mijn lichaam en mijne ziel, mijn leven en

, mijnen dood, mijnen tijd en elk oogenblik van

{ mijnen tijd met alles wat ik ben, met alles wat

; ik heb. — Ik geef U geheel mijne vrijheid, mijn

t verstand, mijn geheugen en mijnen wil: — ik

i geef U mijne zintuigen: mijn gezicht, mijn gehoor , mijnen reuk, mijnen smaak en mijn gevoel ; — ik geef U mijne gedachten, begeer-

i ten , woorden en werken ; — met één woord,

* ik geef U alles en heilig mij met alles, wat in

-ocr page 394-

1. SAMENSPRAAK.

-278

mij is, toe aan U en aan liet H. Sacrament lt;les Altaars. Ik wensch vurig geheel aan U te zijn, gelijk Gij geheel aan mij zijt; ik betuig rechtzinnig voor U allo gedachten, die U kunnen mishagen , uit mijn hart te willen verbannen. Ik bid U vurig, al mijne gedachten, ■woorden en werken, al mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen, al mijne bewegingen, in- en uitwendige, vrijwillige en onvrijwillige aan te nemen als zoo vele duizend millioenen akten van zuivere liefde, gelijk aan die van de allerheiligste Maagd Maria, toen /ij U aanbad in het H. Sacrament fles Altaars, of liever gelijk aan die van U, lieve Jesus, waarmede Gij ons bemindet, toen Gij dit aanbiddelijk Sacrament insteldet, en waarmede Gij ons in dit Sacrament altijd bemind hebt en nog voortdurend blijft beminnen, [n die vereeniging draag ik U alles op tot bekeering van alle on-geloovigen, heidenen, joden, ketters, scheurmaker en arme zondaars — alsmede tot verlossing van alle zielen uit het vagevuur; en eindelijk opdat alle geloovigen in eene allerzuiverste lietde tot U mogen ontvlammen , en Gij door allen geloofd, geëerd en gediend, bemind en verheerlijkt wordet. — O Jesus, mijne liefde, ik heb geen ander verlangen meer dan U alléén te behagen; daarom zal ik mijn best doen, alles te vermijden wat U zon kunnen mishagen; integendeel alles te doen wat U behaagt en dit wel op die wijze en met die meening, welke U het aangenaamst is. Ziedaar het verbond, dat ik met U maak ; neem het met welgevallen aan, en geef dat ik er steeds getrouw aan blijve. Amen.

-ocr page 395-

i. samenspraak.

Geestelijke Communie.

Dierbare Jesus, ik geloof dat Gij waarlijk cn wezenlijk tegenwoordig zijt in het allerheiligste Sacrament des Altaars. — Ik aanbid uwe liefde die U bewogen heeft, het li. Sacrament in ttv stellen en er altijd tegenwoordig te blijven ■— en dit wel uit liefde tot mij. — Ik bemin U, mijn Jesus! — Ik bemin U, mijn 0|i-lierste goed! kom tot mij ; geef U aan mij ; want ik verlang vurig naar U, en daar ik U thans niet wezenlijk kan ontvangen, bid ik U, geestelijker wijze tot mij te komen en mij zóó in liefde te ontsteken, als hadde ik U waarlijk en wezenlijk ontvangen. O Jesus, mijne liefde ! ontsteek mij geheel in liefde, opdat ik door de liefde ontstoken zijnde, met den Apostel in waarheid zegge: ik leef nu, niet ik , maar Jesus leeft in mij ! Amen.

I. SAMENSPRAAK

met de

H. MAAGD MARIA. t)

Salve Regina! — Wees gegroet Koningin ! O Maria, ik verheug mij over uwe groote

\'270

I waardigheid van waardigheid van Koningin; alsmede dat het mij vergund is, met de H. Kerk, tot u te mogen zeggen ; Salve Regina ! Wees gegroet,

1) In do samenspraken worden heilige vei-zuc-htin-f^en en gebeden opgezonden tot de allerheiligste Maagd Muria in betrekking met het Sulve Reyina.

-ocr page 396-

I. SAMENSPRAAK.

Koningin! — Gelijk aan oen armen bedelaar, die voor eeno groote vorstin verschijnt, zoo buig ik mij hier voor u neder, gewaardig u, van af uwen verheven troon genadiglijk uwe oogen op mij, ellendigen zondaar, neer te slaan. God immers heeft u verheven en tot koningin aangesteld, om do armen te verrijken en de bedrukten te troosten. Ik ben arm in deugden en verdiensten en lijd allerlei soort van kwellingen , bekoringen , dorheden en duisternissen. Aanzie mij dan en heb medelijden met mij ; verlaat mij niet, vóórdat gij mij in den hemel ziet en ik veilig in hot bezit van God ben. — Ik weet wel, dat ik uwe voorspraak niet waardig ben; maar toch vertrouw ik, dat gij ze mij niet zult weigeren, omdat gij goed zijt.

O Maria , Koningin van hemel en aarde, ik wijd mij geheel aan uwen dienst toe en zeg u met den H. Bonaventura: «O Maria, mijne «Koningin, bestier mij en laat mij niet aan »mij zeiven over. Doe met mij naar uw wel-»behagen; kastijd mij als ik u niet gehoorzaam »bcn; deze uwe kastijdingen zullen mij nuttig sen heilzaam zijn. Liever wil ik uw dienaar, «dan koning der geheele wereld zijn. Ontvang »mij voor den uwen en maak mij zalig.quot; (Trtiis ■sum ecjo; salvum ma fac.) Ik hoor u toe, maak mij zalig. Ik geef mij geheel aan u ; ik wil mij zeiven niet meer toebehooren. Helaas, voorheen heb ik u slecht gediend, en vele gelegenheden om u te eeren, verwaarloosd; doch voortaan zal ik getrouwer zijn. Ik vereenig mij van nu af met al uwe dienaren, die u het meest beminnen en u hot getrouwst dienen. Ik wil niet, dat er iemand zij, die u meer

-ocr page 397-

I. samenspraak.

bemint dan ik. O Maria, sta mij bij. Ik hoo)gt; door uwen hijstand te volbrengen, wat ik thans beloof. Amen.

Dagelijksch gebed van den H. Alphonsus

om een zaligen dood.

O Maria, boe zal mijn dood zijn ? als ik aan dat oogenblik denk, dan sidder ik en ben ontsteld. O Troosteres der bedrukten , verlaat mij niet in het oogenblik van mijnen dood. Verkrijg mij de genade, u dan dikwijler aan te roepen, opdat ik sterve met uwen zoeten naam en dien van Jesus, uwen Goddelijkcn Zoon op de lippen. Ja, wat meer is, mijne Koningin, (vergeef mij de stoutheid) kom gij zelve vóór dat ik sterf mij met uwe tegenwoordigheid troosten. Die gunst hebt gij aan zoo velen uwer dienaren verleend , ik verlang en hoop ze ook te verkrijgen; ik ben een zondaar, een ondankbare; ik verdien die gunst niet; maar ik ben uw dienaar; ik bemin u en heb een groot vertrouwen op u: weiger mij dien troost niet. Indien mijne vrijpostigheid groot is, uwe goedheid is nog grooter; want deze gaat zelfs de ellendigsten opzoeken, om hen te troosten. Amen.

281

-ocr page 398-

11. SAMENSPRAAK.

II. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

IJ. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREiDiNGSGEDKi). Dierbare. Jesus, bl. 27;?.

O .Tosus, ik aanbid uwe liefde, die Gij den inenschen betoond hebt, door het instellen van het aanbiddelijk Sacrament des Altaars; daardoor toch, gelijk de II. Kerk zegt in het Concilie van Trente, (Sess. 13. 2.) hebt Gij al do schatten uwer liefde, die Gij voor de men-schen in bezit hadt, uitgestort. — Groot was de liefde die Gij ons toondet door de mensche-lijke natuur voor ons aan te nemen en als een klein kind in een stal geboren te worden; — door drie en dertig jaren lang op aarde in armoede, vernedering en lijden voor ons door te brengen; — dooi\' de pijnen der geeseling, de schande der kroning niet doornen en den vloek «les kruisdoods voor ons te lijden; evenwelwas uwe liefde nog niet voldaan; zij ging verdelen wilde nog meer voor ons doen. De H. Ber-nardinus van Siëna zegt, dat Gij brandend van liefde, niet tevreden waart, met uw leven voor ons ten beste te geven; maar dat Gij, om de al te groote liefde waarmede Gij ons beinin-det, U zeiven gedrongen voeldet om .voor uwen dood , ons nog grootere bewijzen van liefde te geven, en wel door eene daad, die alles zou overtreffen, wat Gij tot dusverre voor ons hadt gedaan ; namelijk door het H. Sacrament des Altaars in te stellen en U zeiven tot spijs te geven. Dierbare Jesus, wat zal ik U daarvoor

282

-ocr page 399-

11. SAMENSPRAAK.

vergelden. — Calicem salutaris accipiam et nomen Domini invocabo. Ik zal den lijdenskelk blijmoedig aannemen, alles met geduld lijden, en uwen naam loven en prijzen; dit toch zal liet beste bewijs mijner dankbaarheid zijn; want, zegt de H. Jacobus, de qeduldiqlieid is een volmaakt werk. (I. Jacob. I. 4.) Niets be-■ii haagt U meer dan eene ziel, die met geduld n alle krnisen draagt, welke Gij haar toezendt. [•- . (S. Alphonsus). Al de wonden, die Gij in uw i- lichaam ontvangen hebt, zegt de H. Franciscus Ie van Sales, zijn zoo vele monden, die ons leeren, i- hoe men voor U moet lijden. Zij roepen ons is toe, dat wij moeten lijden uit liefde tot U, üe-!- lijk Gij uit liefde tot ons hebt geleden. — Hoe u verstandig waren de heiligen, die ten gevolge - dier heilzame lessen, steeds standvastig waren in het lijden en zich verheugden, behandeld te ;o worden, gelijk Gij behandeld zijt geweest; en e arm, bespot en veracht te zijn, gelijk Gij arm, k bespot en veracht geweest zijt.

is O Jesus, geef mij de genade, aan deze voor-

■r nemens getrouw te blijven. Hoe gelukkig zal ik op mijn sterbed zijn, indien ik ter liefde van ii U, alles met geduld zal geleden hebben! — ir Dan toch zal ik stervende den palmtak , het zin-e nèbeeld der martelaren ontvangen ; want niet alléér, zullen als martelaars gekroond worden de ii heiligen die door het staal gemarteld zijn, maar o ook zij die al hun lijden, al hunne kruisen en ii verongelijkingen met geduld en gelatenheid zul-t len geleden hebben. Dierbare Jesus, ik heilig s mij nu geheel aan U toe, en bied mij aan, om e alle kruisen, wederwaardigheden, vernederin-r gen, verongelijkingen en ontbei ingen gewillig en Samenspr. 25

283

-ocr page 400-

II. SAMENSPRAAK.

blijmoedig uit uwe hand te aanvaarden. Gaarne geef ik U dit bewijs mijner liefde ter vergelding der oneindige liefde die U bewogen heeft het H. Sacrament in te stellen en altijd bij ons te blijven.

Dagelijksch yebsd, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

II. SAMENSPBAAK

MET 1)E

H. MAAGD MARIA.

So Ire Regina! — Wees gegroet Koningin !

O Maria, daar Jesus, uw Zoon, Koning van hemel en aarde is, zijt gij, zijne Moeder, ook de Koningin van hernel en aarde. (S. Al(ihonsus). Ja Maria 1 gij zijt Koningin van hemel en aarde, en wel — Koningin van harmhartigheid. Jesus, uw Zoon is Koning; maar Koning van recht-vaardighèid; doch gij zijt Koningin, niet van rechtvaardigheid, maar van barmhartigheid. David zegt: O God! geef\' uw oordeel den koning en uwe reclilvaardigiieid aan den zoon des konings. Doch ik log dit vers met den H. Bonaventura volgenderwijze uit en zeg: »0 ))God! geef uw oordeel den Koning en uwe »barmhartigheid der Moeder des Konings.quot; O Maria! ik geloof met den H. Alphonsus, dat God u de goedheid, liefde en minzaamheid eener barmhartige Koningin heeft gegeven, dat gij altijd bereid zijt deze uwe barmhartigheid aan ons allen te toonen, ofschoon wij ze niet

284

-ocr page 401-

1[. SAMENSPRAAK.

\'285

arne verdienen, en dat Jesus, uw Zoon, altijd ge-\'iig negen is, uw gebed te verhoeren. — Gelijk de l|et koning A.ssuerus op het verzoek van Esther s te Jen joden genade schonk, zoo ook schenkt Jesus genade aan allen , voor wie gij bidt. Zeg dan tot Jesus wat Esther tot Assuerus zeide ; »0 koning, indien ik genade gevonden heb in «niwe oogen, geef mij dan mijn volk; geef mij »dien zondaar, voor wien ik U genade vraag.quot; \'Zeker zal Jesus uw verzoek niet afslaan; want, gelijk de H. Alphonsus zegt: elk gebed dat gij doet, is als eene wet, waardoor de Heer zich zei ven verbonden heeft, om den zondaar, voor wien gij vraagt, genade te schenken, j t O Maria, Koningin van barmhartigheid! om-ferm u mijner en maak mij zalig. Zeg niet dat ■an gij rny niet kunt helpen om de menigte mijner )0k zonden; want uwe barmhartigheid en uwe macht !s)- 71 jn zoo groot, dat mijne zonden, hoe groot en de» menigvuldig ook, deze niet kunnen overtref-usgt; fen. — O Maria, ik stel in u al mijn vertrou-\'t- wen : gij immers hebt een groot vermogen bij an God en zijt rijk in barmhartigheden. Ja uwe laquot; barmhartigheid is zoo groot, dat er niemand :o~ op aarde is, die daaraan niet deelachtig wordt, m : gelijk gij zelve geopenbaard hebt aan de H. Bir-gitta. (I. Kevel. c. (gt;.) — O Maria, ik bid u O dan, neem mij onder uwe bescherming en maak \'G mij zalig. Amen.

^ Dagelijksch gebed, bladz. 281.

IL d :t

-ocr page 402-

III. SAMENSPRAAK.

m. SAMSNSPRAAK MET JESUS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooRBEREiDiNGSGEBED. Dierbare Jesus, bl. \'273, Dierbare Jesus, ik aanbid uwe liefde, die Gij mij getoond hebt, door het instellen van het H. Sacrament des Altaars; immers dit Sacrament is een Sacrament van liefde, gelijk de-H. Thomas liet noemt; \'t is een onderpand uwer liefde. Niets heeft U tot het instellen, van dit Sacrament kunnen bewegen dan de-liefde ; en zoo wij ooit aan uwe liefde mochten twijfelen , zal dit Sacrament een onwederlegbaar bewijs, een zeker onderpand zijn, om ons van de grootheid uwer liefde te overtuigen. Het is als hadt Gij bij het instellen van dit H. Sacrament gezegd : «Beminde zielen , mocht gij ooit «twijfelen aan mijne liefde — ziet —■ ik laat »Mij zeiven aan u in dit Sacrament ; — met »(lit onderpand in handen kunt gij voorzeker ïinict twijfelen aan mijne liefde.quot; (S. Alplion-sus). De H. Bernardus was hiervan zoo door-drongen. dat hij dit Sacrament noemt: de liefde-der liefde; de allergrootste liefde — de liefde die alle liefde in zich besluit; omdat dit H. Sacrament alle weldaden in zich bevat, die Jesus den menschen ooit bewezen heeft, zooals de schepping, de verlossing, de voorbeschikking ter zaligheid. — Dit H. Sacrament is niet alleen het onderpand zijner liefde, maar ook het onderpand der toekomende c/lorie, die Hij voor li bereid heeft in den hemel: daarom zingt de

280

-ocr page 403-

r

III. SAMENSPRAAK. 287

II. Kerk in een liarer lofzangen ter eere van .dit Sacrament: Et j\'ulurce glorice nobis pignu* datur. En onx wordt het onderpand der eeu-wige glorie gegeven.

O Jesus, uwe liefde tot ons is waarlijk groot, ja zij is oneindig.... Wat doet Gij veel om ons bewijzen uwer liefde te geven en ons in liefde te ontvlammen ? —• Maar helaas , hoe wei-j nig doe ik uit liefde tot UL. Hoe flauw, hoe \\ zwak, hoe onstandvastig is mijne liefde tot nu toe geweest ? — Voortaan wensch ik U vurig te beminnen en tot bewijs mijner liefde, geef i iik mij thans geheel aan Ü, bereid om alles uit liefde tot U te lijden ; de liefde toch bestaat niet in gevoelens, verzuchtingen of woorden, maar in werken en daden, bijzonder in alles met geduld te lijden uit liefde tot den bc-

I .minde. Hierom zendt God de moeste kruisen ■over aan hen, die Hij het meest bemint; gelijk Jesus zelf eens openbaarde aan de H. Teresia, zeggende: »Gelool\' Mij, mijne dochter, die het »mcest door mijnen Vader bemind wordt, dien »zendt Hij het meeste lijden toe.quot; Daarom wil ik tot bewijs mijner liefde alles lijden met geduld , uit liefde tot U, dierbare Jesus, Wat mij ook overkome of niet, steeds zal ik U loven en danken, in navolging van den H. Lodewijk, koning van Krankrijk, die U altijd dankte, als Gij hem kruisen overzendt. Door de Mahome-lt;lanon gevangen genomen, zeide hij: »Ik ver-ohcug mij en dank God meer om het geduld, quot;dat Hij mij in den tijd mijner gevangenschap «heeft geschonken, dan, indien ik de gansche «wereld overwonnen had.quot; .minde. Hierom zendt God de moeste kruisen ■over aan hen, die Hij het meest bemint; gelijk Jesus zelf eens openbaarde aan de H. Teresia, zeggende: »Gelool\' Mij, mijne dochter, die het »mcest door mijnen Vader bemind wordt, dien »zendt Hij het meeste lijden toe.quot; Daarom wil ik tot bewijs mijner liefde alles lijden met geduld , uit liefde tot U, dierbare Jesus, Wat mij ook overkome of niet, steeds zal ik U loven en danken, in navolging van den H. Lodewijk, koning van Krankrijk, die U altijd dankte, als Gij hem kruisen overzendt. Door de Mahome-lt;lanon gevangen genomen, zeide hij: »Ik ver-ohcug mij en dank God meer om het geduld, quot;dat Hij mij in den tijd mijner gevangenschap «heeft geschonken, dan, indien ik de gansche «wereld overwonnen had.quot;

Dierbare Jesus, ware ik eens zoo gelukkig

-ocr page 404-

III. SAMENSPRAAK,

om alles met geduld tc lijden ter liefde van U, mij over het lijden te verheugen en er (J voor te danken, gelijk de H. Elisabeth van Thuringen deed. Toen zij na den dood van. haren echtgenoot, den hertog Lode wijk , met hare drie kinderen uit hare staten verdreven en door allen verlaten was, begaf zij zich naar eone kloosterkerk , knielde neder aan den voet van het H. Tabernakel en beval den kloosterlingen liet Te Deinn te zingen, om God te danken voor die genade en om uit liefde tot Hem die-versmading te mogen lijden. O Jesus, geef mij uwe genade, om ten minste de kleine kruisjes en dagelijksche moeilijkheden, lasten, vernederingen of verongelijkingen, die mij overkomen, met liefde en onderwerping aan te nemen, enr neergeknield aan den voet van het H. Tabernakel, TJ daarvoor te danken door het bidden van liet Te Deinn of het Glorie zij den Vader.

Dagelijksch gehed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

UI. SAMENSPHAAK

MET DE

M. MAAGD MARIA.

Salve liegina, Mater misericord ice.

Wees gegroet Koningin, Moeder van barmhartigheid.

O Maria, niet zonder reden geven de geloo-vigen met de H. Kerk u den zoeten naam van Moeder; «jij immers zijt onze Moedor, wijl gij

288

-ocr page 405-

IIJ. SAMENSPRAAK.

ons tot liet leven der genade hebt gebaard. De zonde benam ons dat leven ; maar gij baardet Jesus, die ons hetzelve wedergaf, en zoo hebt gij , door Jesus te baren, ons allen het leven geschonken. — Jesus offerde zijn leven, om ons van den eeuwigen dood te verlossen en het leven der ziel weder te geven, en zoo hebt gij, door uwen Zoon voor ons te offeren, ons van den eeuwigen dood verlost en ten tweedemale ons tot het leven der genade gebaard. — Daarenboven , die Zoon heeft, voordat Hij stierf, u als Moeder der geloovigen aangesteld, door hen in den persoon van den H. Joannes aan U aan to bevelen, zeggende : Vrouw, zie uwen Zoon. En tot den discipel: Zie uwe Moeder.

O Maria, gij zijt derhalve mijne Moeder! Geene Moeder heeft ooit zoo veel liefde tot haar eenig kind gehad, als gij steeds voor mij hebt. Welk geluk voor mij, onder de bescherming van eene zoo teedere Moeder te leven!... Nu ben ik gerust en mag volgens de bemerking van den H. Bonaventura zeggen : «Wat »vreest gij, mijne ziel: — aangezien uwe eeu-»wige zaligheid in de handen van Jesus. uwen «Broeder, en van Maria, uwe Moeder islquot; O Maria, ik stel mij derhalve met vertrouwen onder uwe bescherming; ontvang mij, bewaar mij en maak mij zalig. Amen.

Dajelijksch cjebed, bladz. 281.

289

-ocr page 406-

IV. SAMENSPRAAK.

IV. SAMEN SPHAAK MET JESUS

IN HET

Fl. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorueheidixgsgered. Dierbare Jesus, bl. 273.

Minnelijke Jcsus, ik aanbid uwe liefde, die Gij bij liet instellen van dit aanbiddelijk Sacrament mij betoond hebt. Waar zou men ooit eene grootcre liefde kunnen vinden?... Welken naam zou men aan dit Sacrament kunnen geven, dan dien van Sacrament van liefde-?... De H. Pbi-lippus Nerius vond daar geen anderen naam voor. Toen bij de H. Communie als Teerspijs ontving riep bij uit: ^Ziedaar mijne liefde! — ^Ziedaar mijne liefde!.... Geef mij mijne bliefde !quot; Geen wonder dat de heiligen zoo vol liefde voor dit Sacrament waren. — Daar zij zagen, dat Jesus ons zoo vurig bemint cn uit loutere liefde altijd bij ons wil blijven; stonden zij verbaasd en ontvlamden geheel in liefde. O .lesus, geef mij uwe liefde. — Doe mij de liefde kennen, die Gij mij toedraagt en die U bewogen heeft, altijd bij ons te blijven, in weerwil der onteeringen, die Gij voorzaagt, dat U in dit Sacrament voortdurend zouden worden aangedaan. Geef, dat ik door de overweging uwer liefde in wederliefde ontvlamme en aangemoedigd worde, ook ter liefde van U gaarne alle vernederingen, beleedigingen, kruiser en bitterheden to lijden. Do vernederingen en onteeringen, die Gij om mijnentwil geleden hebt en nog voortdurend lijdt, zijn onwedersprekelijke getuigen van de grootheid uwer liefde; geef

(290

-ocr page 407-

IV. SAMENSPRAAK.

dat ook illt; bewijzen mijner liefde geve, door : alles te lijden ter liefde van U; mijne liefde zou geene liefde genoemd kunnen worden , indien ik niet bereid ware, alles uit liefde tot U te lijden. Hoe gelukkig zal ik zijn, als ik alles uit liefde tot U zal geleden hebben! Het lijden ■ toch zal mij brengen tot de eeuwige vreugde. Gij Indien ik hier met U lijd, zal ik mij nader-ent hand met IJ verblijden. Hoe meer lijden hier, des ine te meer vreugde hiernamaals. — Toen men den am H. Agapitus, nog kind zijnde, bedreigde dat men lan hem een gloeienden helm op het hoofd zou hi- zetten, zoo hij Christus niet verzaakte, ant-iim woordde hij: »Welk grooter geluk kan ik lieb-)ijs »ben, dan hier mijn hoofd te verliezen, om het — «gekroond te zien in den hemel!quot;

Dierbare Jesus, hoe dwaas was ik, toen ik vol mij over het lijden beklaagde! Het lijden toch zy is geen ongeluk; integendeel \'t is eene kostbare uit parel, waarvoor men eeuwigdurende schatten en in den hemel verdient. Hoe danken nu de hei-Ü ligen God in den hemel. omdat zij op aarde de zooveel geleden hebben ! Dat lijden toch heeft \'o- hen tot die glorie gebracht, die zij nu genieten vil en eeuwig zullen blijven genieten. Minnelijke in Zaligmaker, Gij weet dat ik U bemin; maar n- zoo ik U waarlijk bemin, hoe zou ik dan wei-er geren uit liefde tot U te lijden: de liefde toch ie- vertoont zich in het lijden!... Zie, lieve Jesus, He thans ben ik bereid alles voor U te lijden. Ik T- wil lijden al de dagen van mijn leven. Van nu ii- af geef ik mij geheel aan uwe beschikking i\'n over, bereid om alles te lijden ; —■ in het bij-ke zonder neem ik met liefde aan de smarten, ef die ik in mijne laatste ziekte zal moeten ver-

291

-ocr page 408-

IV. SAMENSPRAAK.

duren. Dierbare Jesus, sta mij altijd bij, maar vooral in do benauwdheden des doods; geef, dat ik ze met blijdschap lijde in vereeniging met de benauwdheden, die Gij leedt in den hof van Olijven, toen Gij water en bloed gezweet hebt en toen Gij aan het kruis hangende uit-riept: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ! —

O Maria, bid voor mij , nu en in het uur van mijnen dood. Amen.

Dagelijksch gebed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 297.

IV. SAMENSPRAAK

MKT DE

H. MAAGD MARIA.

Salve Begina, Mater misericordice.

Wees gegroet. Koningin, Moeder van barmhartigheid.

O Maria, ik verheug mij , in navolging der H. Kerk, u Moeder te mogen noemen. Bovenal verheug ik mij, u te mogen groeten, als Moeder van barmhartigheid ; gij immers zijt de minzaamste, de teerhartigste, de liefderijkste aller moeders; maar ik, helaas, ben een ondankbare zondaar. — Hoe is het mogelijk, dat ik zoo liefdeloos jegens U ben ? Hoe is het mogelijk, dat ik niets dan het schepsel en de vermaken bemin, terwijl gij geheel van liefde tot God ontstoken zijt?... Dat ik zoo arm ben in deugden en verdiensten, terwijl gij zoo rijk zijt?....

292

-ocr page 409-

v. samenspraak. 293

f

Dat ik zoo Hauw, zoo traag , zoo onachtzaam ben in liet goede, terwijl gij zoo ijverig, zoo vurig en zoo getrouw waart in alles? O Maria, ik bid u slechts om eéno genade, namelijk mij tot uwen dienaar (uwe dienares) aan tc nemen ; die gunst acht ik boven alle waardigheden der wereld en ben bereid aan alles wat in de wereld is, vaarwel te zeggen, om onder-het getal uwer dienaren gerekend te worden. Ofschoon ik mij niet waardig acht uw dienaar te zijn, laat evenwel toe, dat ik u Moeder-noeme. Die naam troost mij en maakt mij indachtig, hoe zeer ik verplicht ben u te beminnen; als mijne zonden en de gedachte aan de-Goddelijke rechtvaardigheid mij schrik aanjagen,, voel ik mij versterkt en tot vertrouwen opgewekt door de gedachte, dat gij mijne Moeder-zijt. Laat toe dat ik zegge en dikwijls herhaler; O Maria, mijne Moeder!... O genadige Moeder!... O minnelijke Moeder!.., O Moeder! o Moeder,, help mij; bid voor mij; maak mij zalig. Amen..

Dagelijksch gebed, bladz. 284.

V. SAMENSPBAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS. vooiïBEREiDiNGSGEBED. Dierbare Jesus bl. \'27.\'.!. Dierbare Jesus, ik aanbid de liefde, die U\' bewogen heeft het H. Sacrament des Altaars in. te stellen. Wat anders toch heeft U daartoe kunnen bewegen, tenzij de liefde?... Wij bezitten niets, — wij hebben niets in ons, — niets

-ocr page 410-

Y. SAMENSPRAAK.

hadt Gij van ons te wachten, dat U daartoe kon bewegen. Neen! — De liefde, en niets anders dan de liefde, heeft hot kunnen doen. Wie had ooit kunnen denken, dat Gij U zeiven aan ondankbare menschen tot voedsel zoudt geven?... Schijnt het geene dwaasheid te zijn, vraagt de H. Augustinus, te zeggen ; Eet mijn vleesch en drinkt mijn bloed 9 Wie zou dit groot geheim kunnen gelooven, indien Gij de eeuwige cn onfeilbare waarheid zelve het ons niet gezegd hadt? — Toen Gij dit Sacrament beloofdet, waren er velen, zelfs onder uwe discipelen, die het niet konden gelooven, ofschoon Gij uwe Godheid door vele wonderen bewezen hadt, en die U daarom verlieten, zeggende: die woorden zijn hard, wie kan ze verdragenquot;?... Hoe kan

deze ons zijn vleesch te eten geven? (Joan.VI. 53-)

Minnelijke Zaligmaker, wat de menschen niet konden denken en zelfs niet wilden gelooven, toen Gij het hun bekend maaktet, dat heeft uwe liefde uitgedacht en volvoerd. Gij blijft altijd bij ons, —- Gij zijt altijd bereid ons te ontvangen — ons aan te liooren en met weldaden te overladen; — zelfs zijt Gij bereid tot ons te komen en het voedsel onzer zielen te worden. Neemt en eet, zeidet Gij tot uwe discipelen en door hen tot ons allen: Neemt en eet. — En welke spijs biedt Gij ons\\aan? Geen gewone, geene aardsche spijs. — Neen — Gij geeft U zeiven met alles, wat Gij zijt en wat Gij hebt. Neemt en eet — dit is mijn lichaam ■— deze is de kelk van mijn bloed. — Groot is dus uwe liefde; maar helaas, aan hoevele verongelijkingen heeft die liefde U blootgesteld!...

294

-ocr page 411-

V. SAMENSPRAAK. \'295

Illoevclen zijn er onverschillig voor? Hoevelcu yijn er, die U daar onteeren, versmaden en beschimpen? Ja hocvelen, die zoo ver gaan, dat zij U met een besmeurd geweien ontvangen en U aldus overleveren aan den duivel?... De Apostel zegt:lloevclen zijn er onverschillig voor? Hoevelcu yijn er, die U daar onteeren, versmaden en beschimpen? Ja hocvelen, die zoo ver gaan, dat zij U met een besmeurd geweien ontvangen en U aldus overleveren aan den duivel?... De Apostel zegt: de liefde is yediddig. — Zij lijdt idle*. — Zij verdraagt alles. Dit gezegde van den Apostel hebt Gij door uw voorbeeld bevestigd. — Gij zijt vol liefde en daarom zijt Gij \' geduldig. — Gij bemint ons en daarom verdraagt Gij alle beleedigingen, verongelijkingen, e versmadingen en onteeringen, die U in het 11. c Sacrament voortdurend worden aangedaan. — quot; Helaas, hoe flauw is mijne liefde!... Zoo mijne quot; liefde oprecht ware, dan zeker zou ik geduldig 11 zijn, alles lijden, alles verdragen; en zoo zou ik I- waarlijk gelukkig zijn en een grooten vrede genieten; want gelijk de H. Alphonsus zegt: Het ^ is zeker dat Hij, die het geduldigst lijdt den \'\' grootsten vrede geniet. En do H. Teresia verft zekert, dat hij, die de hem toegezondene krui-sen, bereidvaardig omhelst, geene kruisen meer te gevoelt; integendeel, zoo spreekt de H. Fran-•\'* ciscus van Sales, zij vervullen het hart met een ot zoeten vrede, waarbij niets op aarde kan verte geleken worden, omdat, zegt de H. Alphonsus r squot; het bittere met geduld uit Gods hand aauge-nomen, zoet en dierbaar wordt aan zielen die ™ Hem oprecht beminnen.

\'Ü O ziel, welke zijn uwe kruisen? Hoe draagt at gij ze? Zijt gij te midden uwer kruisen te-»1 vreden ?

gt;ot Lieve Jesus, ik ben nog te zwak, te onvol--lc maakt, om ze met blijdschap te dragen Geef !••• mij uwe liefde met uwe genade en versterk

-ocr page 412-

V. SAMENSPRAAK.

mij, opdat ik voortaan allo kruisen hlijmoedig aanvaarde. Zie, liove Jezus, mijn hart is bereid; maar ik ben te zwak. Sta mij bij, opdat ik volharde te midden der kruisen en uwen naam steeds love en prijze. Amen.

Dagelijksch ijehed , bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

V. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Salve Regina, Mater misericurdice.

Wees gegroet Koningin, Moeder van barmhartigheid.

O Maria, daar gij Moeder zijt en wel Moeder van barmhartigheid, is uwe liefde en teerhartigheid jegens ons ook zeer groot en gaat, alle beschrijving te boven. De liefde eener moeder jegens hare kinderen is somtijds zoo groot dat zij tot dwaasheid schijnt over te gaan; doch uwe liefde gaat die van allo moeders te boven. De Eerwaarde Pater Nieremberg aarzelt niet te zeggen, dat uwe liefde die van alle moeders ja van alle engelen en heiligen te zamen ver overtreft. O Maria, geef mij ook eene groote liefde tot u; want ik verlang u te beminnen; ik wil u vc-el en vurig beminnen; ik wil u beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten; ik zou u willen beminnen met die vurigheid, waarmede de grootste heiligen u bemind hebben, — giTyk een

-ocr page 413-

vi. samenspraak.

H. Bernardus, die u eene hartenroofster noemde. — O Maria, neem gij zelf mijne ziel en ontsteek in haar een groot liefdevuur, opdat ik brande van liefde. Ik bid u met den H. Ansel-mus, maak dat mijn hart altijd brande van liefde tot Jesus, mijnen Zaligmaker, en tot u, Maria, mijne Moeder, en dat het geheel dooide liefde verslonden worde: verleen mij de genade u zooveel te beminnen, als gij verdient bemind te worden; of ten minste, dat ik u beminne, zooveel ik kan en God het verlangt. Amen.

Dayelijkfich gebed, bladz. 281.

VI. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS. vookbereiuingsgebed. Dierbare Jesus, bl. 27:!.

Minnelijke Zaligmaker, ik aanbid de liefde, die U bewogen heeft dit aanbiddelijk Sacrament in te stellen. De liefde verlangt naar vereeniging: dit hebt Gij door uw voorbeeld getoond; immers Gij bemindet ons met eene vurige liefde, en daarom hadt Gij eene zoo groote begeerte, om met ons te zijn en te blijven : daarom zei-det Gij bij het instellen van het H. Sacrament; Ik heb met begeerte verlangd dit Paaschfeest met u te eten. — Jcsus zeide: Jk heb met begeerte verlangd, om de onmetelijke liefde, die Hij ons toedroeg. (S. Laurentius Justiniaims.) Be liefde is goedertieren, zegt de Apostel; ook

297

-ocr page 414-

VI. SAMENSPRAAK.

•lit heeft Jcsus ons getoond in het H. Sacni-tnent des Altaars. Het zij mij hier geoorloofd, lieve Jesus, met den Wijzen man uit te roepen: Hoe goed en zoet is uw geest Jegens allen! — Hij is zoeter dan honig. (Eccli. XXIV. 27). Hij is goed en zoet jegens allen, bijzonder jegens armen, zieken, ellendigen en vijanden. Gij toch, lieve Jesus, toont U vader der armen; trooster der zieken en bedrukten; minnaar uwer vijanden. Gij wilt dat allen tot U komen en noo-digt allen uit, in liet bijzonder de arfnen, ge-hrekkigen, hl inden, kreupelen en allen, die in druk en lijden zijn , en zijt bereid allen met goedheid te ontvangen. Ja bij voorkeur ontvangt (Jij de ellendigsten met goedheid en liefde, terwijl Gij uwe oogen afkeert van de grooten. rijken en machtigen der wereld.

Dierbare Jesns, ik wil U beminnen, en omdat ik U bemin , verlang ik met U vereenigd tc zijn en te blijven. O kon ik mij altijd met U vereenigd houden! O kon ik uit liefde tot U ten allen tijde goedertieren zijn jegens allen — vooral jegens armen, die het meest verlaten zijn, — jegens zieken, die zich in druk en lijden bevinden, — jegens vijanden, die afkeerig van mij zijn of mij bitterheden veroorzaken!.... O mijn Jesus, geef dat ik ter liefde van U goedertieren en goedgunstig jegens hen allen zij , en kwaad met goed vergelde. Geef, dat ik liefdadig zij jegens hen, die mij haten, — zachtmoedig jegens hen die mij verdrukken, — en minzaam jegens hen die mij verongelijken of beleedigen. Dierbare Jesus, ofschoon dit zwaar valt aan de bedorven natuur, zal ik evenwel mijn best doen het niet alleen te doen, maar

\'298

-ocr page 415-

VI. SAMENSPRAAK.

zelfs liet gaarne te doen ter liefde van U. — Welk geluk zal liet voor mij zijn, op zulke wijze U een klein bewijs mijner liefde te geven en uw voorbeeld ten minste van verre te volgen. O mijn Jesus, hoe zachtmoedig en liefderijk waart Gij jegens allen toen Gij nog zichtbaar op deze aarde verbiedt! Steeds vertoondet Gij U minzaam, goedertieren en goedgunstig in geheel uwen handel en wandel, •— in uwe blikken, — in uwe woorden en gesprekken, — in uwe daden en handelingen; — in navolging van dit voorbeeld zal ik trachten jegens allen minzaam, goedertieren en goedaardig te zijn in geheel mijnen wandel. in mijn doen en laten , in mijne woorden en werken, in mijne blikken en in geheel mijnen omgang. Ontferm U mijner, lieve Jesus, en bekrachtig deze voornemens door eene bijzondere genade, zonder welke niets goed in mij is, noch zijn kan.

Dagelijksch gebed, bladz. \'277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

VI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Salve Regina, Mater misencordue.

Wees gegroet Koningin, Moeder van barmhartigheid.

O Maria, beminnelijke Moeder, door uwe schoonheid, goedaardigheid en minzaamheid trekt gij de harten uwer dienaren tot u; trek ook

Sarnenspr 20

290

-ocr page 416-

;J00 VI. SAMENSPRAAK.

mijn hart, opdat ik u vurig beminne. Door uwe scliuonheid hebt gij God zeiven uit den hemel in uwen schoot doen neerdalen: zou ik dan ook niet tot u getrokken worden — of zou ik nog kunnen leven, zonder u te beminnen ? — Neen Maria! ik zal geene rust hebben, zoo min als de gelukzalige Berchmans, zoo lang ik niet zeker ben, de genade eener teedere liefde tot u verkregen te hebben. — Indien gij mij zoozeer bemind hebt, toen ik u niet beminde, wat mag ik dan van uwe goedheid niet verwachten , nu ik vurig wensch, u uit geheel mijn hart te beminnen! O ja Maria! ik bemin u uit geheel mijn hart, en zou millioenen harten willen liebben, om u te beminnen in plaats van zoovele ongelukkigen, die 11 niet beminnen. — ü kon ik sterven , opdat alle menschen u beminnen!.... Ik bemin u, Maria, maar tevens vrees ik, dat ik n niet bemin, wijl ik u zoo weinig gelijkvormig ben. — Gij zijt geheel schoon en zuiver, en ik ben besmeurd; gij zijt ootmoedig en ik ben hoovaardig, vol eigenliefde; gij zijt heilig en ik ben boos; gij zijt zachtmoedig en ik ben oploopend en driftig; gij zijt verstorven en ik ben zinnelijk; gij zijt ingetogen en ik ben uitgelaten; gij zijt innig met God vereenigd en ik ben gehecht aan de wereld. O Maria, maak dat ik u vurig beminne en u in deugden gelijk worde. Maak mij heilig, maak mij zalig. Dit hoop ik; dit zij zoo. Amen.

Dajel jkscli geheel, bladz. 281.

-ocr page 417-

301

VII. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorhereidin\'gsgebed. Dierbare Jesuit, bl. 273.

Minnelijke Jesus, ik aanbid de liefde, die U bewogen heeft, hier altijd tegenwoordig te blijven uit liefde tot ons, om ons in onze bal-Jingschap te troosten en in onze ellenden te verkwikken en op te beuren. — Niets anders dan de liefde heeft U bewogen hier altijd tegenwoordig te blijven, gij noodigt ons uit tot IJ te komen en door ü getroost te worden. hdnit allen tol Mij, hebt Gij gezegd , die be-Jast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. (Matth. XI. 28). — Gij hebt voorzien, dat wij zoo weinig belang in U zouden stellen en U -slechts zelden zouden komen bezoeken; doch uwe liefde stapt daar over en doet U geduldig het oogenblik afwachten, waarop wij ü komen bezoeken, en Gij ons kunt troosten. Uwe liefde heeft geen ander doel dan één te zijn met ons en ons gelukkig te maken. De heiligen, met dienzelfden liefdegeest bezield, hadden geen ander verlangen, geen ander streven dan één met U te zijn: hunne oogen waren altijd lt;gt;p U gericht; in al hun doen en laten hadden zij geene andere bedoeling, dan U te behagen, hierdoor werden zij zoo aangenaam aan U, dat uw hart daardoor verteederd en gewond werd on Gij zeidet in het Hooglied van Salomon iCant. IV. 9.) Mijtte zuster, mijne bruid, Gij hebt mijn hart gewond door één uwer oogenr

-ocr page 418-

VII. SAMENSPRAAK.

4lat is, dooi\' do zuivere meoning om Mij allééni te behagen oil één met mij te zijn.

Minnelijke Zaligmaker . geef dat ik ook geheel aan LI zij en U in alles zoeke; dat illt; alles-slechts doe, om U te l» hagen en één met U te zijn. Indien ik IJ oprecht beminde, hoe zouc ik dan nog iets buiten U kunnen begeeren? — Dat de wereldling zich met andere zaken in-late; dat hij naar andere dingen streve; dat hij, zijn hart stelle op eer, rijkdommen en vermaken! ik zoek U alléén. Wat wil ik in den hemel en wat verlang ik op aarde buiten U, O\' God mijns harten en mijn deel , o God in. eeuwigheid! — Wat zou ik anders verlangen in dit en liet toekomende leven dan U alléén? — Gij zijt immers mijn God en mijn Al, — mijn rijkdom, mijn schat, mijne eer, mijne vreugde en mijn vermaak. — Ik heilig mij voortaan geheel toe aan U en aan het H. Sacrament. Ontvang mij met alles, wat in mij is; ontvang mij voor den tijd en de eeuwigheid. — O liefde-o zoete liefde! bind mij geheel aan Jesus. Amen.

Dagelijksch gebed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

VII. SA.MENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A RIA.

Sal te Ri\'yina, Mater misericordice.

Wees gegroet Koningin, Moeder van barmhartigheid.

O Maria , uwe goedheid en barmhartigheid

302

-ocr page 419-

VII. SAMENSPRAAK.

zijn zoo groot, dat gij niet alleen de Moeder der rechtvaardigen, maar ook der boetvaardige zondaars zijt, gelijk gij zelve geopenbaard hebt :aan de H. Brigitta, toen gij haar zeidet: Kgo mm quasi mater omnium peccntorum s\'t; vo-■lenlium emandare. (Revel. I. IVr. c. 138). Ik hen de Moeder oan alle zondaars die zich willen hekeeren. Moe zeer verlangt gij de bekecring der arme zondaars en hoe vaardig zijt gij hen te helpen, als zij zich willen bekeeren? — Zoo haast zij zich tot n wenden met het verlangen aich te bekeeren, zijt gij gereed hen te helpen, •de ketenen, waarmede de duivel hen gekluisterd heeft, te verbreken en hen met üod te ver-vzoenen. — O Maria, ik ben niet waardig uw kind te zijn , maar toch vertrouw ik op uwe goedheid. Ik ben een zondaar, maar ik wil mij bekeeren, derhalve zijt gij, volgens uwe eigene verklaring, ook mijne Moeder en moet gij mij als Moeder helpen. Eene moeder heeft geene rust, voordat zij haar kind uit het gevaar gered heeft, hoe zoudt gij, de teerhartigste aller moeders, dan rust kunnen hebben, voordat gij mij ■uit mijne zonden, onvolmaaktheden en ellenden verlost hebt! O Maria, ik stel geheel mijn vertrouwen op n. Als ik het geluk mag hebben in de tegenwoordigheid van een uwer beelden te sterven, terwijl ik mij aan u aanbeveel, heb ik de vaste hoop zalig te zullen worden en u eeuwig te loven in het gezelschap van velen uwer dienaren, die op hun sterfbed uwe hulp inriepen en door uwe alvermogende tusschen-komst, zalig zijn geworden. Amen. Dit hoop ik^ «.lit zij zoo. Amen.

Dagelijksch gebed, bl. 281.

-ocr page 420-

304

VIII. SAMENSPBAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS. vooRBEBEiDrNGSGERED. Dierbare Jesus, bl. \'iTo.

Dierbare Jesus, ik aanbid uwe liefde, die U bewogen heeft, altijd bij ons te blijven in liet H. Sacrament dtes Altaars , minzaam met ons? te verkeeren en ons te herinneren aan de liefdedie Gij ons voortdurend toedraagt. — En dan. — hoe groot is deze uwe liefde! Zij gaat al onze verbeelding te boven. De H. Petrus van. Alcantara roept uit: »Geene tong is in staat »uit te drukken de grootheid der liefde, waar-smecfe Jesus de zielen bemint, die in staat van «genade zijn.quot; Die liefde is zoo groot, dat Hij, stervende, ons niet kon verlaten en Hij ook na; zijnen dood bij ons wilde blijven. Daarom stelde-Hij het aanbiddelijk Sacrament in , opdat wij altijd tot Hem zouden kunnen naderen en de herinnering aan zijne tegenwoordigheid altijd levendig in ons zou blijven.

Dierbare Jesus, hoe is het mogelijk dat Gij rnij zoo zeer bemint en dat ik evenwel zoo koud en onverschillig voor U blijf? — Gij vindt alles-uit, om mij blijken uwer liefde te geven en irn mij het vuur uwer liefde te ontsteken; en toch. blijf ik ongevoelig en liefdeloos voor U !... O hadde ik eene waré liefde tot U, dan zon ik altijd naar U verlangen, U alléén zoeken, en in al mijn doen en laten niets ander.* beoogen dan uwen wil en uw welbehagen. — Ach, ik bid U, geef mij uwe lielile l geef dat er in mij geen

-ocr page 421-

VIII. SAMENSPRAAK.

eigenwil, geen eigenliefde meer overblijve. Geet. dat mijn wil volkomen één met uwen wil zij. — Geet\', dat ik voortaan geen onderscheid meer make tusschen het zoete en het biltere, — tus-schen het aangename en het onaangename, — tusschen hot verhevene en het nederige: — in één woord : geef dat al mijn streven zij U te behagen en uwen wil te volbrengen. — O Jesus, ik bemin U, en omdat ik U bemin, wil ik alles doen wat U behaagt, en dit wel op die wijze, in dien tijd en in die omstandigheden, zooals het U behaagt. Ik wil slechts ééne zaak, namelijk, uwe liefde met uwe genade, dan bon ik rijk genoeg, al heb ik niets anders — geene gezondheid , geene goederen , geene eer. — O Jesus! nwe liefde met uwe genade is mij genoeg.

Dageiijksch gebed, bl. \'277.

Geestelijke Communie, bl. \'279.

VIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Salve Regina, Mater miaericordice.

Wees gegroet Koningin, Moeder van barmhartigheid.

O Maria! zou ik , ondankbare zondaar, de stoutmoedigheid durven hebben tot u te naderen en u Moeder te noemen, -— ik — die u en uwen Goddelijken Zoon zoo dikwijls onteerd en beleedigd heb? Ik weet, dat ik geene genade verdien; maar de benaming vau Moeder van

3Ü5

-ocr page 422-

IX. SAMENSPRAAK.

barmharliyheid geeft mij moed 011 vertrouwen, In dit vertrouwen nader ik tot u; zie. hier ben ik. Ik bid n eens na te gaan, wat Jesus uw Goddelijke Zoon voor mij gedaan en geleden heeft en verstoot mij daarna, indien gij kunt. Het bloed van Jesus roept voor mij om genade; zeker kimt gij daar niet doof voor blijven. Ik beken, dat ik geene genade verdien , maar bet kwaad is bedreven en het bloed van .lesus vraagt voor mij die genade; dus kunt gij ze mij niet weigeren. Zie bier ben ik en neem met vertrouwen tot u mijne toevlucht; help mij om voortaan gebeel voor God te leven. Ik weet, dat gij door uw gebed almachtig zijt en mij kunt helpen; ook weet ik dat gij goed zijt en den wil hebt, mij te heipen. Ik vertrouw derhalve, dat gij mij inderdaad zult helpen. Ontferm u mijner, Moeder van barmhartigheid! Bid voor mij; verzoen mij met Jesus en verkrijg mij de genade , dat ik voortaan dankbaar zij , deugdzaam leve en zalig sterve. Amen.

Dagelijksch gebed, bl. 281.

IX. SAMENSPRAAK MET JESUS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED. DierbitrU JeSUS, bl. l.\'ll.

Dierbare Jesus, ik aanbid uwe liefde, die Gij ons betoond hebt, mot voor ons het H. Sacrament in te stellen. Uwe liefde was zoo groot, dat Gij ons niet ids weezen wildot achterlaten.

30()

-ocr page 423-

IX. SAMENSPRAAK.

307

Ofsclioon Gij tot uwen Vader moest terugkee-ren, wildet Gij toch nog bij ons blijven, opdat wij voortdurend uw gezelschap zouden genieten. O zoete liefde, die U deed zeggen : Zie, ik ban met h al de dagen tot het eind:\', der wereld. (Matth. XXVin. \'20.) Minnelijke Jesus, Gij zijt dan altijd bij ons, opdat wij altijd tot U zouden kunnen naderen en U onze belangen blootleggen. Het is aan alle menschen niet geoorloofd tot den koning te naderen en met hem te spreken. Somtijds kost bet groole moeite om bij bem gehoor te verkrijgen; maar Gij. lieve Jesus, zijt bereid aan alle m-nscben, boe ellendig ook, gehoor te verleeivn, — en dit wel ten allen tijde en bij alle gelegenheden. Gij legt uwen luister en uwe glorie af en verbergt die onder den schijn van brood opdat wij met des te meer vertrouwen tot U naderen en dooiden glans uwer Godheid niet afgeschrikt zouden worden; want wie zou tot U durven, of zelfs kunnen naderen, indien Gij U in uwen vollen luisteren glorie vertoondet? maar nu verbergt Gij die, opdat wij met vertrouwen, zonder vrees of hinderpaal tot U zouden komen. O Jesus, mijne liefde! Geef, dat ik steeds tot U en tot het H. Sacrament getrokken worde, en er op uit zij, U dikwijls te bezoeken; er bestaat toch geen beminnenswaardiger heiligdom dan eene kerk , waarin het H. Sacrament bewaard wordt. De plaatsen van uwe geboorte, uw verblijf te Nazareth, uwe geeseling, uwe kroning met doornen, uwe kruisiging, uwe begrafenis zijn dooi\' uwe tegenwoordigheid geheiligd en zijn daarom dierbaar aan bet hart van een waren christen; doch het IL Tabernakel

-ocr page 424-

IX. SAMENSPRAAK.

is hem duizendmaal dierbaarder, wijl hier de plaats is, waar Gij nog altijd waarlijk en wezenlijk woont en verblijft. Dat andoren er dan op uit zijn, om naai\' elders te reizen en do plaatsen te bezoeken, waar Gij geboren werdt, waar Gij leefdet of uw verblijf naamt; waar Gij leedt, stierft of begraven werdt; ik wil liever mijne toevlucht tot U in het H. Sacrament nemen; daar toch zijt en blijft Gij voortdurend tegenwoordig, altijd bereid om mij te ontvangen en mijne smcekingen te verhooren. O Jesus, geef mij maar uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag u niets meer. Amen.

Dagelijksch gehed, bl. 277.

Geestelijke Communie, bl. 27!).

IX. SAMENSPBAAK

MET 1JE

H. MAAGD MARIA.

Vita... nostra. - Ons leven.

Hoe ongelukkig is de mensch, die door de zonde het leven der genade heeft verloren! Hij is als dood voor God. Misschien lieeft hij nog den naam dat hij leeft, maar inderdaad is hij dood voor God. Daarom zeide de Engel tn het boek der Openbaring tot den bisschop van Sar-des: Nomen habes, quod vivas et mortnus es. Gij hebt den naam dat gij leeft, maar gij zijt dood. (Apoc. HI. -J.) O God, hoe goed ïijt Gij, dat Gij ons uwe Moeder tot moeder gegeven

.-308

-ocr page 425-

X. SAMENSPRAAK.

hebt, om door Haar tot het leven opgewekt te worden. Gelukkig die zondaars, die tot Haar hunne toevlucht nemen; immers door Maria worden zij tot liet leven der genade opgewekt zij zelve verzekert het ons : die mij vindt, vindt het leven. Qui me invenerit, inveniet vitam* O Maria, gij zijt mijn leven, door mij de genade te herkrijgen, die ik door de zonden verloren had, en mij zoo geestelijkerwijze te doen-verrijzen. Ik groet u derhalve, met den H. Chry-sostomus, als Moeder van God en als Moeder-van ons allen. Bid Jesus voor mij , opdat ik door uwe gebeden het leven der genade ver-werve. Gij bidt voor zoo vele zondaars, bid ook voor mij. Zeg aan God, dat gij mijne zaligheid-begeert en zeker zal Hij mij zalig maken. Zeg Hem, dat ik u toebehoor; dit is mij genoeg,, ik vraag u niets anders. Amen.

Dagelijksch gebed, bl. 281.

X. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooRBEREiDiNGSGEBED. Dierbare Jems, bl. 273gt; Dierbare Jesus, ik aanbid uwe liefde, die U bewogen heeft, om het Sacrament voor ons in te stellen. -— O welke genaden zijn voor ons in dit aanbiddelijk Sacrament verborgen! Hier-toch is onze hemel op aarde. Hetgeen de heiligen doen in den hemel voor den troon vat* God, doen wij op aarde voor het heilig Sacrament, gelijk de H. Teresia eens zeide tot een.

30!gt;

-ocr page 426-

X. SAMENSPRAAK.

harer geestelijke zusters: »Wij in den hemel sen gij O]) aarde moeten aan elkander gelijk »zijn in zuiverheid en liefde; wij door te ge-»nieten, gij door te lijden; want wat wij in den shemol voor de Godheid zelve doen , moet gij sop aarde doen voor liet Allerheiligste.quot; Lieve Jesus, kan eene ziel, die U waarlijk bemint, een schooneren hemel op aarde vinden dan het aanbiddelijk Sacrament, waar Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt? Daar knielt, zij eerbiedig voor U neder; daar aanbidt zij U met ootmoed en vertrouwen; daar verzekert zij U van hare liefde, die zij Ü toedraagt; daar offert zij zich zelve met alles wat haar toebehoort, aan U op en maakt U haar verlangen bekend. U weldra in den hemel van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen en op eene volmaakte -wijze te beminnen.

Lieve Jesus. wanneer zal ik eens ge\'ieol aan U zijn, gelijk Gij gehe i aan mij zijt? Wanneer zal ik mijne rust, mijn genoegen bij U alléén zoeken? Wanneer zal ik walging krijgen van de wereld en van alles wat in de wereld is. om U alléén te beminnen en toe te behooren! — Voortaan zal ik U alléén beminnen en steeds verheerlijken; maar mij zei ven zal ik verachten en vernederen. — Ik bid U, lieve Jesus, dooide verdiensten uwer nederigheid, die U zoo vele versmadingen beeft doen ondergaan , mij van -allen hoogmoed te bevrijden en mij aan uwe nederigheid deelachtig te maken — O mijn Jesus, Gij hebt U diep vern ederd, toen Gij no-c leefdet op aarde en hebt toen alle versmadingen en beleedigingen met liefde verdragen; maar wi in het H. Sacrament verne lert Gij U zelveu

310

-ocr page 427-

X. SAMENSPRAAK.

nog dieper on lijdt nog moer verougolijkingcu en versmadingen; door die vernederingen, bid ik U, geef\' mij de genade om ook gaarne uit liefde tot ü vernederd, versmaad en verongelijkt te worden. Ik bemin U. lieve Jesus, en. uit liefde tot U wil ik alles lijden, namelijk:, vernederingen, beleodigingen, verongelijkingen, versmadingen, verdrukkingen, kruisen, wederwaardigheden , met één woord, alles wat Gij mij zult gelieven over te zenden. Het is genoeg,, dat Gij mij niet verlaat; dat Gij bij mij blijft, mij troost en versterkt; want door U versterkt,, kan ik alles. Dierbare Jesus, ik zoek uwe liefde mot uwe genade, als ik die heb, ben ik tevreden, al heb ik niets anders. — O Jesus, heb medelijden met mij, ik verdien niets, en toch hoop ik alles van U te verkrijgen, omdat Gij zoo goed en zoo vol liefde jegens mij zijt. Ook hoop ik alles van Maria, uwe en mijne Moeder;, zij toch is de toevlucht der zondaren, de troosteres der bedrukten.

Dagelijksch gebed, bl. 277.

Geestelijke Communie, bl. 270.

X. SAMENSPBAAK

MET DE

H. MAAGD M A HI A.

Vita.... nostra. — Ons leven.

O Maria, gij zijt waarlijk ons leven, niet alléén om lat gij het leven der genade verkrijgt voor de zondaars, maar ook dat dor volharding voor de rechtvaardigen. God geeft geene genade.

311

-ocr page 428-

XI. SAMENSPRAAK.

■tenzij door uwe handen, zegt de H. Barnardus; ■derhalve, zoo spreekt de H. Alphonsus, die groote, die allernoodzakelijkste genade, namelijk — der volharding, gaat ook door uwe handen.... O Maria, maak, dat ik dagelijks mijne toevlucht tot u neme en door uwe voorspraak lt;le volharding vrage en ook verkrijge. ü Maria, bid steeds voor mij; duld niet dat ik van God gescheiden worde, wees mijne sterkte in den strijd mijner zaligheid en mijn schild tegen de vurige pijlen van Satan; wees mij eene verkoeling, eene verkwikking tegen den brand mijner driften en begeerlijkheden, een iicht in mijne duisternissen; eene ster die mij behouden brengt in de haven mijner zaligheid. O Maria, mijn leven, bid voor mij, nu en altijd en vooral in het uur van mijnen dood. Amen. Dit hoop ik. Dit zij zoo. Amen.

Dagelijksch gebed, bl. 281.

XI. SAMEJSSPBAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooRBEREiD[NGSGEBELgt;. Eierhcire Jesus, bl. 27.3.

Goddelijke Zaligmaker, ik aanbid uwe liefde. lt;lie U bewogen heeft, het aanbiddelijk Sacrament in te stellen en altijd bij ons te blijven, ten einde in al onze wederwaardigheden ons te troosten. Ons leven op deze aarde is vol ellenden en kwellingen en voortdnre id ontwaren wij vele kruisen en bitterheden. De mensch komt als eene bloem te voorschijn, maar wordt spoedig

312

-ocr page 429-

XI. SAMENSPRAAK.

vertreden; hij vlucht weg als eene schaduwen blijft nooit in denzelfden staat. Daar het met ons zoo treurig gesteld is, hadt Gij medelijden met ons en wildet zelf bij ons blijven, om ons gezelschap te houden en te troosten, zeggende: Komt tot Mij allen die heiast en heiaden zijt en Ik zal u verkwikken... Hoe troostend zijn die woorden voor eene bedrukte ziel! Zij gaat met vertrouwen tot U; buigt zich biddend voor U neder en vindt bij U verkwikking in al hare kruisen ; ja menigmaal vindt zij bij U en aan den voet van het H. Tabernakel eene hemelsche zoetigheid. Hoe gelukkig zijn de zielen, die U dikwijls komen bezoeken!... Hoe gelukkig de priesters en religieuzen, die U zoo nabij hebben en altijd tot U kunnen naderen! Zij immers zijn als uwe huisgenooten , en wonen met U onder hetzelfde dak. Het is niet noodig dat zij groote reizen doen, om bij U te zijn; zelfs is liet niet noodig, dat zij hun huis verlaten om U te bezoeken; wijl Gij bij hen woont in hetzelfde huis. Eenige schreden buiten hunne kamers zijn genoeg om bij U te zijn; daarenboven kunnen zij U vinden ten allen tijde, \'s morgens vroeg en \'s avonds laat — bij dag en bij nacht. Hoe gelukkig acht men de hovelingen, aan wie liet vergund is, in het koninklijk paleis te wonen en altijd de tegenwoordigheid des konings te genieten! Doch hoeveel gelukkiger is een priester en religieus, wien het vergund is, te wonen in het paleis van den Opperkoning, zich met de engelen en heiligen te vereenigen en in die vereeniging den God van hemel en aarde te aanbidden, te loven en te verheerlijken!

O mijn Jesus! ik dank U voor die aller-

313

-ocr page 430-

XI. SAMENSPRAAK.

grootste genade mij in uwen dienst opgenomen te liebben, en mij toe te laten, U altijd te bezoeken , met U te spreken en in vereeniging met de engelen U te aanbidden, te loven en to prijzen. Hoe spijt bet mij zoo weinig gebruik van die vergunning gemaakt te hebben, en zoo onachtzaam, zoo Hauw en onverschillig in die bezoeken geweest te zijn. — O Jesus, onthecht mijn hart van alles, opdat ik geheel aan U zij. Geef dat ik de zucht tot vermaken, zinnelijke voldoeningen, zoetigheden en vertroostingen, tot eer, achting en aardsche goederen of bezittingen allegge. Geef, dat ik mij van alles buiten U onthechte, om U alléén te zoeken en toe te behooren. — O ja, lieve Jesus, U alléén, U alléén zoek ik te behagen. — Geheel aan U, geheel aan U wil ik zijn. — Geheel aan U voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.

DayelijkscJi gebed, hl. \'277.

Geestelijke Communie, bl. 279.

XI. SAMENPSRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Vita... nostra. — Ons teren.

O Maria, mijne Moeder en mijn leven ! Gij ziet hier voor uwe voeten een groot zondaar, die het leven der genade, dat gij voor hem verkregen hadt, misbruikende, u en uwen Zoon ven-aden heeft. Evenwel blijf ik op u vertrouwen, omdat gij zoo goed zijt en het leven peelt aan hen die liet verloren of misbruikt hebben.

-ocr page 431-

XII. SAMENSPRAAK.

Illt; vrees niets, als gij mij onder uwe bescher-miiig neemt, nocli mijne zonden, omdat gij liet kwaad kunt hersteilen; noch de hel, omdat gij machtiger zijt dan Satan; noch zelfs uwen Zoon, ofschoon Hij te recht op mij vergramd is; omdat één woordje van ü genoeg is, om zijne gramschap te stillen en Hem met inij te verzoenen. Slechts ééne zaak vrees ik, namelijk te verzuimen mijne toevlucht tot u te nemen, mij in de bekoringen aan u aan te bevelen en zoo verloren te gaan. Ik maak thans het vaste besluit altijd mijne toevlucht tot n te nemen en bid u, mij te helpen om dit voornemen steeds ten uitvoer te brengen.

O Maria, mijne moeder en mijn leven, ik heb een groot vertrouwen op U. Ik verwacht van U de genade om steeds mijne zonden te beweenen, alle bekoringen te overwinnen, de gelegenheden tot zonde te vluchten en eindelijk te volharden te midden der grootste gevaren en hevigste aanvechtingen der hel. O Maria, bid voor mij , want ik hoop alles van U. Iiilt;l voor mij , nu en in het uur van mijnen dood. Amen.

Dacjelykscli gebed, bladz. 281.

XII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

\\ OORBEHEIDINGSGEBED. Dierbare JeiKs, bl. 273. O Jesus, mijn God en mijn Al! Ik aanbid de Liefde, die U bewogen heeft het H. Sacrament

Samen^pr. 27

315

-ocr page 432-

XII. SAMENSPRAAK.

316

in te stellen. Hoe is het mogelijk, dat Gij U gewaardigt altijd bij mij te blijven en ik daarentegen zoo weinig bezorgd ben U te bezoeken en bij U te blijven. Dat komt ongetwijfeld omdat ik U zoo weinig bemin; de liefde toch verlangt naar vereeniging. O hadde ik meer liefde, dan zou ik meer tot U getrokken worden en meer bezorgd zijn U gezelschap te houden! De heiligen, die U beminden, waien gaarne bij U, het viel hun bitter U te moeten verlaten of zich eenige oogenblikken van U te moeten verwijderen. Altijd waren zij er op uit, spoedig tot U weer te keeren, ten einde U te aanbidden en zich voor U te vernederen. O hadde ik ook zulke liefde, hoe zou ik mij dan beijveren, U dikwijls te bezoeken en zoo lang mogelijk bij U te blijven!... De gravin van Fe rui, den kloosterlijken staat omhelsd hebbende, vertoefde zoo gaarne en zoo lang aan den voet van het H. Tabernakel dat men haar eens vroeg, wat zij daar toch voortdurend deed, en zij gaf ten antwoord : »lk zou daar altijd »willen blijven. Men dankt daar God, men he-ygt;mint Hem, men bidt.quot;— O ziel, waar is uwe liefde? kom tot Jesus en op de eerste plaats dank Hem. Als een vriend van verre komt, om ons een bezoek te brengen, dankt men hem voor het bewijs van toegenegenheid en men tracht hem gezelschap te houden en alle genoegen te geven. Welnu, Jesus komt uit t den hemel om ons te bezoeken en voortdurend bij ons te blijven, niet omdat Hij ons noodig heeft, of iets van ons kan verwachten, maar om ons gelukkig te maken. Welke verplichting hebt gij dan niet jegens Hem ? Met welke vurig-

-ocr page 433-

XII. SAMENSPRAAK.

liciil moet gij Hem dan niet aanbidden? Mot welke erkentelijkheid moet gij Hem dan niet •danken voor do groote liefde, die Hom bewogen heeft, uit den hemel neer te dalen, altijd bij ii te blijven en u met genaden te verrijken! ■Op de tweede plaats, bemin Hem. O ja ziel, gij moet Jesus beminnen; gij moet akten van liefde verwekken, als gij bij Jesus zijt. De II. Philippus Nerius het H. Sacrament ziende, riep uit: «Zie daar mijne liefde! Zie daar mijne liefde ƒquot; Ook wij moeten zoo spreken, als wij in tegenwoordigheid van het H. Sacrament zijn: Zie daar mijne liefde ! Zie daar mijne liefde! O ziel, verbeeld u Jesus in het H. Tabernabel brandend van liefde, gelijk Hij 7.ich eens vertoonde aan de II. Catharina van ■Siëna; zij zag Hem in het Tabernakel als in een gloeienden vuuroven. Hoe is het mogelijk, fcoud bij zulk liefdevuur te blijven?... Welaan mijne ziel! Doe akten van liefde; aanbid Jesus eu bemin Hem. O Jesus, mijne liefde! O Jesus, mijne liefde! O Jesus, mijne liefde!

Op de derde plaats, bid Hem. Ja zeker, gij moet bidden aan den voet van het H. Tabernakel. — Gij moet met vurigheid en vertrouwen bidden; hier zal Jesus uw gebed eerder verhooren dan elders en zijne gaven overvloediger -aan u mededeelen. — Jesus rust in het H. Tabernakel met de handen vol hemelsche gaven en genaden, gelijk Hij zich eens vertoonde aan lt;len Eerw. Pater Balthasar Alvarez; maar helaas, hoe weinigen zijn er, die ze Hem komen vragen ? — O ziel, waar blijft gij\'! Waarom komt gij niet bij Hem bidden ? hebt gij dan geene genaden noodig ? Helaas, zonder

317

-ocr page 434-

Xtl. SAMENSPRAAK.

Hem hebt gij niets. Gij \'heht voortdurend genaden noodig; bid Hem dan. — Vraag Ilcm„ lt;lat Hij u de sterkte geve, om de bekoringen-die u plagen, te overwinnen; om de fouten en gebreken, waarmede gij behebt zijt, af te leggen; om ii van die kwade neiging, die u nog zoo zeer baheerscht, los te maken; om de vernederingen, kruisen en kwellingen, die u drukken, geduldig te dragen; verder vraag Hem,, met meer aandacht te bidden , do overwegingen en godvruchtige oefeningen met meer vurigheid en voordeel te verrichten; eindelijk dat gij meer toe moogt nemen in deugden? en vooral in de liefde; God toch is alle liefdewaardig en \'t is niet mogelijk Hom te beminnen , gelijk Hij verdient bemind te worden.

Dierbare Jesus , ik hoop voortaan vuriger te verlangen, U in het H. Sacrament te bezoeken , ten einde U te danken voor die (luizende weldaden, welke Gij mij voortdurend blijft bewijzen. O Jesus, geef mij uwe liefde 1\' opdat ik U alléén en niets buiten U beniinne.. Amen.

Dagelijksch gebed, hl. 277.

Geestelijke Communie, hl. 279.

-ocr page 435-

XII. SAMKXSi\'RAAK.

XII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Didcedo .. . nostra. — Onze zoetheid.

(1 Maria, mijne Moeder! gij zijt niet alleen (mijii leven , maar ook mijne zoetheid, rnijtio verkwikking en mijne vertroosting in al mijne smarten, kruisen on wederwaardigheden ten tijde van mijn leven en vooral in hot uur van mijnen dood. Men kent den waren vriend in tegenspoed en kwelling, als weroldsche vrienden ons verlaten of geenen troost meer kunnen aanbrengen, toont gij des te meer uwe goedaardigheid en minzaamheid. Als men in zijn sterfuur vreest voor zijne zonden, en de hel er op uit is, ons alle hoop en vertrouwen te benomen, dan zijt gij gereed ons bij te staan en te troosten. Dit ondervond een H. Andreas Avellinus, een pater Suarez, eene H. Clara, «en H. Felix, capucijn, een H. Petrus van Alcantara, een H. Alphonsus Maria de Liguorio cn (luizende anderen , die in hun uiterste door »1 getroost worden. O Maria, ik bid u, mij in die laatste ongenblikken niet te verlaten, kom ■dan tot mij om mij te beschermen; daarom zeg sk nu reeds, en zal steeds blijven zeggen: Hei-lic/e Maria, Moeder Gods, bid mor ons zondaars, nu en in de uur ran onzen dood. A nam.

Dagélrjksch gebed, bl. 281.

310

-ocr page 436-

XIII. SAMENSPRAAK.

XIII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooniiEREiDiNGSGEUEu. Dierbare Jesus. bl. 27u.

Liefderijke Jesus, ik kan nooit genoeg bewonderen de liefde, die Gij getoond hebt door liet H. Sacrament voor mij in te stellen. Gij hebt mij niet noodig, en toch wilt Gij U met mij vereenigen. Gij wilt altijd bij mij zijn en blijven. Nooit verwijdert Gij U van rnij, zoo ik mij niet van U verwijder. Dag en nacht blijft gij in het aanbiddelijk Sacrament tegenwoordig. — Gij zijt op duizende en duizende plaatsen der wereld aanwezig, opdat ik altijd en overal uwe tegenwoordigheid zou kunnen genieten. Gij zijt niet slechts in de hoofdsteden van liet rijk, noch enkel in de kathedrale- of hoofdkerken dei-bisdommen; maar overal, in alle, zelfs m de-onaanzienlijkste plaatsen; als er slechts eene-kerk of kapel bestaat met een priester, om de H. Mis te lezen, dan wilt Gij er tegenwoordig blijven. Uw verlangen om Ü met mij te vereenigen is overgroot , en daarom hebt Gij mij den toegang tot U zoo gemakkelijk gemaakt. Ik vind U overal; ik kan overal tot U naderen en in vereeniging met de engelen U aanbidden. Hoe komt het dat ik er zoo weinig gebruik van maak 1 \'t Is omdat ik nog te zeer aan ijdelbeden gehecht ben ; immers de minste-gehechtheid is voldoende om die volkomen vereeniging met U tc verhirderen. De H. Joannes van het Kruis zegt: »Eenc ziel , die nog aait

320

-ocr page 437-

XIII. SAMENSPRAAK.

321

«iets, hoe gering ook, gehecht is, hoe vele «deugden zij overigens ook zou bezitten, zal «nooit tot de vereeniging met God geraken.quot;\' Het doet er weinig toe, of de vogel met een dikken ot\' dunnen draad gebonden is; zoo lang de draad niet verbroken wordt, blijft hij ge-honden en kan niet wegvliegen. Ach, lieve Jesus , hoe zeer ben ik te beklagen , omdat ik den moed niet heb, die kleine gehechtheden te verbreken! Daarom, bid ik U, medelijden met mij te hebben en die banden, waarmede ik nog gebonden ben, te verbreken, opdat mijn geest zich vrij tot God verhefle en zich met Hem vereenige. Ontneem mij alles, opdat er in mij niets meer overblijve, waaraan ik mij zou kunnen vasthechten, en ik zoo het geluk hebbe, mij geheel met U te vereenigen en als het ware mij in God te verliezen; gelijk iemand, die schipbreuk lijdt, zich vastklemt aan oen of ander voorwerp, zoo lang hij kan, en niet in den afgrond zinkt, voordat hem alles ontnomen is en hij niets meervindt, waaraan hij zich vast kan hechten. — O Jesus, ik geef mij geheel aan U, onthecht mij van alles, zelfs van mijne lichamelijke behoeften; zoodat ik er slechts met weerzin en uit noodzakelijkheid gebruik van make. O lieve Jesus, verlos mij van mijne noodwendigheden; de necessitatibus meis erve ■me; namelijk van de noodzakelijkheid tot slapen, rusten, eten, drinken, uitspanningen enz., om geheel aan U te zijn. Geef, dat ik er slechts uit noodzakelijkheid aan voldoe; doch niet uit zinnelijkheid, noch uit genegenheid, noch uit zinnelyke voldoening, maar als het ware met tegenzin, gelijk de heiligen deden. Het was eene

-ocr page 438-

XIII. SAMENSPRAAK.

pijniging voor den H. Bernardus, als liij moest eten, en David mengde spijs en drank met zijne tranen, omdat het hem griefde, voldoening te moeten geven aan zijn lichaam, dat de oorzaak was van zijne zonden , die hij geheel zijn leven lang beweend en verfoeid heeft. O Jesus, ontferm U mijner, om geheel aan U te zijn. Amen.

Duyelijksch gebed, bl. 277.

Geestelijke Communie, bl. 279.

XIII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD M A R I A.

Dulceclo . . . nostra. — Onze zoetheid.

O Maria! hoe zal mijn dood zijn? Ik schrik, als ik er aan denk. Helaas! ik heb zoo dikwijls de hel verdiend. — Ik weet niet of mijne zonden mij vergeven zijn. — Al mijne werken zijn zeer onvolmaakt en vol gebreken; ook de boetvaardigheid die ik gedaan heb, was niet in evenredigheid mijner misdaden: ik weet niet of ik mijne zonden beweend heb gelijk het behoort: ook weet ik niet of ik met God verzoend ben. 0 Maria, mijne Moeder! Wat zal er van mij geworden? — Znlt gij n ge waard i-gen mij te helpen, voor mij te bidden en mij te beveiligen tegen de aanvallen van den duivel vooral in mijn uiterste, als de doodsangsten mij zullen benauwen? — O Maria, Moeder van baimhartigheid , mijn leven en mijne zoetheid!

322

-ocr page 439-

XIV. SAMENSPRAAK.

Vergeef mij mijne stoutheid, — ik bid U, mij iu mijn uiterste bij te staan en zelve tot mij te komen, om mij door uwe tegenwoordigheid te troosten. — Ik ben die gunst niet waardig, dit erken ik , maar gij hebt die aan zoo vele anderen bewezen, die haar minder noodig hadden dan ik; daarom vertrouw ik, dat gij ze mij ■ook niet zult weigeren. — Het zal u in eeuwigheid tot eer strekken, eenen ongelukkige wit do hel verlost en in den hemel overgebracht te hebben. Daar zal ik, neergeknield aan uwe voeten, U eeuwig loven en danken. O Maria! rk verwacht u in die laatste oogenblikken. Kom tot mij met het kindje Jesus en met den H. Joseph, om mij te troosten en mijne ziel ten hemel op te nemen, dit hoop ik, dit zij zoo. Amen.

Dagéljksch geheel, bladz. 281.

XIV. SAMENSPRAAK MET JESTJS

IN HET

IL SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREiüiNGSGEBED. Dierbare Jems, bl. 273.

Dierbare Jesus , ik aanbid de liefde , die U bewogen heeft, U geheel aan mij te geven, gelijk Gij doet in het II. Sacrament des Altaars; ■daar toch zijt Gij geheel voor mij en aan mij. Ik mag dan zeggen met de bruid van het Hooglied: mijn Boninde is aan mij. Ja, lieve Jesus, Gij zijt aan mij! — Die liefde heeft U gebonden en maakt U mijn gevangene. Gelijk «en gevangene zijne gevangenis niet kan veria-

323

-ocr page 440-

XIV. SAMENSPRAAK.

ten, zoo zijt Gij door de liefde opgesloten im het H. Tabernakel. De liefde heeft dien kerker gemaakt, de liefde houdt U in die gevangenis en doet IJ daar voortdurend tegenwoordig blijven. — Wanneer zal de liefde mijn hart ook eens binden, om onafscheidbaar met U vereenigd te blijven? — Wanneer zal ik mij eens door-de banden van liefde laten geleiden, om steeds tot U te komen en bij U te blijven? Gij tocii wilt mijn hart — geheel mijn hart. — Gij kunt er niets anders in dulden, want Gij wilt hot geheel bezitten: dit hebt Gij zelf verklaard aan de H. Gertrudis, toen zij U vroeg, wat Gij van haar begeerdet: «Ik wil, zeidet Gij, niets; «anders van u, dan een hart, onthecht van desschepselen.quot; Ook hebt Gij aan de H. Teresia verklaard, dat, zoo lang zij nog eenige gehechtheid tot iemand had, zij niet geheel aan Godr noch God geheel aan haar kon zijn; maar dat zich met haar wilde vereenigen zoodra zij alle gehechtheid zou verbroken hebben. En toeiii de H. Teresia zulks gedaan had, vertoonde Jesus zich aan haar zeggende: »Teresia, thans, «behoort Gij geheel aan Mij en Ik geheel «aan u.quot;

Lieve Jesus, hoe zou ik zoo ondankbaar zijiiT om mijn hart nog te verdoelen ! Gij toch verdient eene oneindige liefde: indien ik millioe-nen harten had, brandend van liefde tot U, zon. ik U nog niet genoeg kunnen beminnen; en nui heb ik maar één hart! — hoe zou ik dan dat ééne hart nog willen verdoelen tusschen U en het schepsel?... Neen, lieve Jesus, dat nooit meer!... Helaas, ik schaam mij voor L als ik zeg: »ik bemin U uit gehei I mijn hart, uit ge-

324

-ocr page 441-

XIV. SAMENSPRAAK.

«heel mijne ziel en uit al mijne krachten.quot; Dit zeggende, is het, als hoorde ik inwendig eene stem, die mij verwijtend toeroept: trou-welooze! gij zegt dat gij Jesus bemint uit geheel uw hart; waarom verdeelt gij dan uw hart? waarom bemint gij dan nietige en stoffelijke dingen.\' waarom hecht gij uw hart dan aan ijdele vermaken, aan zinnelijke voldoeningen ; aan eer en achting ? — Wilt gij Jesus beminnen uit geheel uwe ziel en uit al uwe krachten, dan moet gij noodzakelijk alle andere dingen uit uw hart verwijderen, om Jesus alléén te beminnen; gij moet maar aan Hom alléén denken en trachten , Hem alléén te behagen, uwe krachten voor Hem alléén te gebruiken rn voor Hem alléén te arbeiden. O Jesus, ik geef U mijn hart, ruk Gij zelf het van alles los, opdat het geheel vrij en geheel aan U zij, en ik voortaan alleen voor U leve, alles voor U lijde en eindelijk uit liefde tot U sterve. Dit hoop ik. Amen.

XIV. SAMENSPBAAK

MET WE

H. MAAGD M A R I A.

Spes nostra, — Onze hoop.

O Maria! gaarne noem ik u met de H. Kerk: onze, hoop. Ofschoon ik de zaligheid hoop door de verdiensten van Jesus Christus, als zijnde Hij ■ mze Verlosser, hoop ik deze toch te verkrijgen door uwe voorspraak. Immers Jesus Christus het rnenschelijk geslacht willende vrijkoopen.

325

-ocr page 442-

xv. samenspraak.

heeft geheel den prijs der verlossing in uwe handen gesteld, opdat gij dien naar goedvinden zoudt uitdeelen. (S. Bernardus.) Gelukkig hij, die u op eene bijzondere wijze vereert en eene bijzondere devotie tot u heeft; want die u vindt, vindt alle goed. Inventa Maria, inveni-tur omna houum. (S. Alphonsu.t.) De hoovaar-dige vindt bij u de ootmoedigheid, — de grammoedige de zachtmoedigheid, — de wellusteling de zuiverheid, — de gulzige de matigheid, — de wanhopige het vertrouwen, — in één woord bij u vinden wij alle goed. O Maria, mijne hoop! verlaat mij niet, gelijk ik verdien; ik erken, door mijne zonden dikwijls de deur der genade gesloten te hebben: doch uwe goedheid overtreft ver mijne boosheid. Hemel en aarde zijn overtuigd, dat zij, die gij onder uwe bescherming neemt, niet verloren gaan, alsmede dat gij niemand, die zjne toevlucht tot u neemt, uwe bescherming weigert; ik neem dan met vertrouwen mijne toevlucht tot u, en vertrouw zeker dat gij mij zult bijstaan en zalig maken. In die hoop wil ik leven en sterven. Amen.

Dagelijksch gebed, bladz. 281.

XV. SAMENSPRAAK MET JESUS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS. voorbereidingsgebed. Dierbare Jems, bl. 273. O Jesus, ik aanbid dé liefde die U bewogen heeft, altijd bij mij te blijven en uw vermaak bij mij te vinden, zeggende: mijn ver-

326

-ocr page 443-

SAMENSPRAAK.

32T

XV.

■maak is te zijn met de kinderen der mensdien. (Prov. VIII.) Hoe zoet cn troostend zijn mij die woorden! Zij vervullen mij met vertrouwen en blijdschap. Hoe krachtig zijn ze, om alle kleinmoedigheid, mistrouwen en wanhoop van mij te verwijderen! — Hoe zou iemand, al ware hij ook de grootste zondaar en de ondmikbaarste booswicht, kunnen wanhopen, terwijl üij zegt: niijn vermaak is te zijn met de kinderen der men-schen? O mijn Jesus, God van hemelenaarde, de vreugde van engelen en heiligen, hoe is het mogelijk, dat Gij uw vermaak in mij vindt? — Zijn er dan geene andere, meer waardige schepselen, in wie Gij uw vermaak kunt vindon, dan liever mij, nietigen aardworm cn ondankbaren zondaar, te zoeken? — Helaas, hoe nietig, hoe onrein, hoe afschuwelijk ben ik voor uw aanschijn, ter oorzaak mijner ongehoorzaamheid, ondankbaarheid en trouweloosheid! — En toch vindt Gij uw vermaak in mij!— Welk een geheim!... Een God vindt zijn vermaak in mij; cn toch vind ik mijn vermaak niet in God! — welk eene ontaarding!... welk eene boosheid!... Toen Jesus door den H. Joannes in de .lor-«laan gedoopt werd, zeide de hemelsche Vader: Deze is mijn beminde Zoon, in wien ik jnijn heilagen heb genomen. — O God! ik ben-dan, als \'t ware,,gelijk aan uwen Goddelijken Zoon, zoodat Gij uw vermaak in mij vindt, evenals in Hem!— O onbegrijpelijke genade!— O goedheid, oneindig boven mijne verdiensten verheven ! — En desniettegenstaande, veigeet ik U en uwe gunsten. — Genadige God, ontferm U mijner en heb medelijden met mij. — Onthecht mijn hart van alles; want zoo lang het

-ocr page 444-

XV. SAMENSPRAAK,

niet geheel onthecht is, kunt Gij daarvan geen volkomen bezit nemen. — O Jesns, gaarne zou ik het van alles onthechten, maar ik gevoel mij daartoe onbekwaam. Gij moet mij daarin helpen; Gij moet het doen; \'t is uwe zaak in mij een geheel zuiver, een nieuw hart te scheppen. Cor mundijm area in me, Dans. O God, schep in mij een zuiver hart. (Ps. L. 12). Weiger mij die genade niet. Ik weet wel dat ik die gunst niet waardig ben , omdat ik mij welven en mijne zinnen niet genoeg beteugel, en nog te zeer gehecht ben aan mijn gemak, aan zinnelijke voldoeningen en nieuwsgierigheden in liet zien, hooren en weten, alsmede aan de zucht tot uitspanningen, vermaken en zinnelijke spijzen en dranken. — Ik bid U, lieve Jesns, die kwade neigingen en ijdele gehechtheden in mij uit te roeien, en mij van al het aardsche los te maken, opdat ik in waarheid en met een groot en edelmoedig hart tot U kunne zeggen: Heer, ik kies U boven alles, boven gezondheid, boven rijkdommen, boven waardigheden, boven lof, eer en achting, boven kennis en wetenschap, boven vertroostingen, zoetigheden en verlichtingen, ja zelfs boven uwe genade, of andere weldaden, die ik van U zou kunnen ontvangen; kortom boven alles, wat Gij niet zijt; want zonder U zijn mij alle genaden en alle weldaden ongenoegzaam. Ik wil U en niets anders, —-ja, U alléén, o mijn God en al! U. alléén ! U alléén voor tijd en eeuwigheid.

Dagelijksch cjehed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 27\').

328

-ocr page 445-

XV. SAMENSPRAAK.

XV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

S/)«s nostra — Onze hoop.

O Maria! gij zijt de hoop, niet alleen der rechtvaardigen, maar vooral ook der zondaars. Het is daarom dat de H. Kerk u den eerenaam geeft van: toevlucht der zondaren. — Voorheen had God vrijsteden aangewezen, waarheen de plichtigen hunne toevlucht namen om vrij te blijven van de straffen, die zij verdiend hadden. Thans zijt gij, Maria, de eeuwige vrijstad, tot wie de zondaars hunne toevlucht kunnen nemen, om vrij te blijven van de straffen, die zij verdiend hebben. Derhalve neem ik met vertrouwen tot ii mijne toevlucht; ontvang mij onder uwe bescherming, en verzorg mij in al mijne noodwendigheden ; gij immers zijt volgens het zeggen van den H. Basilius, als een groot hospitaal, waarin de arme zieken en noodlijdenden opgenomen en verzorgd worden. Hoe ellendiger ik ben. des te meer aanspraak heb ik op opneming en verzorging; ik nader dan met vertrouwen tot u en zeg u: »0 Maria, vrijstad voor alle plichtigen, en gasthuis voor alle zieken, verstoot mij niet; want armer en plichtiger dan alle anderen , heb ik meer recht om door u opgenomen te worden. O Maria! die hoop zal ik altijd in mij bewaren. — Verkrijg mij maar de genade, om altijd mijne toevlucht tot u te nemen; dan ben ik zeker, dat gij mij niet zult verstoeten.

Dagel jksch r/ebed, bladz. 281.

-ocr page 446-

XVI. SAMENSPRAAK.

XVI. SAMENSPRAAK MET JESXJS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

V00RBERE1D1NGSGEBED. Dierbare Jems, bl. 273.

Dierbare Jesus, waartoe heeft de liefde U gebracht? —Gij stelt U zeiven geheel ter mijner beschikking, en blijft altijd in bet H. Tabernakel uit liefde tot mij. — Gij wacht altijd op mijne komst, altijd gereed mij in goedheid te ontvangen. — Gij houdt do schatten der genaden altijd in uwe handen, om ze over mij uit te storten en er mij mede te verrijken, als ik er IJ om vraag. — Gij leeft geheel voor mij en verlaat, als het ware, alles om mij goed te doen en U geheel aan mij te geven. — Gij zijt zóó voor mij bezorgd, als kondet Gij zonder mij niet leven en als waren uw geluk en uwe zaligheid in mij besloten. -— En toch weet ik, dat Gij mij niet noodig hebt en ik uw geluk volstrekt niet kan vergrooten.—Dat Gij zoo goed voor mij zijt, is dus alleen uit liefde, omdat (Jij mij bemint en mij gelukkig wilt maken. — Ö Jesus , hoe ver gaat uwe liefde\'! — Wanneer zal ik U eens oprecht beminnen? wanneer zal ik eens in liefde ontvlammen? wanneer zal ik eens van al het geschapene los zijn, om mij geheel aan U te geven ?... Om geheel aan U te zijn en U geheet te bezitten, moet ik alles verlaten. Alles voor alles, zegt de godvruchtige Thomas van Kempen: om alles te verkrijgen , moet ik alles verlaten. — O gelukkig verlies!— O gelukkige winst! wijl

-ocr page 447-

XVI. SAMEXSPUAAK.

ik door het verlaten der wereldsclie goederen, die het hart niet kunnen verzadigen en weidra eindigen, de liemelsche goederen, ja God zeiven, die alle goed in zich besluit, kan winnen. Hoe dwaas is de wereldling, die er op uit is, aardsche en vergankelijke goederen na te jagen: en U het eenige en ware Goed, verwaarloost .\' — Met welke drift tracht een jager het wild te achterhalen, — een koopman winst te maken, — een reiziger tot zijne bestemming te komen? Doch hoe nietig is dit alles! Als zij hun doel bereikt hebben, hoe arm en ellendig blijven zij dan nog, en hoe spoedig zal hun alles ontnomen worden? — Maar hoe gelukkig en wijs is hij, die God alléén zoekt; die jacht maakt op God alléén en in al zijn doen en laten zich geen ander doel voorstelt dan God alléén !

O Jesus, geef dat ik voortaan zoo verstandig zij, U alléén te zoeken, U alléén te beoogen, U alléén aan te kleven.— Zoodra eenig aardsch goed mijn hart bekore of tot zich zou willen trekken, maak dan, dat ik aanstonds tot U mijne toevlucht neme, en met verachting van alles, mij geheel aan U geve, zeggende: ))lk heb het »rijk der wereld en al hare sieraden veracht, »om de liefde van mijnen Heer Jesus Christus.quot; O ja, lieve Jesus, uit liefde tot U heb ik alles veracht en zal het steeds blijven verachten; Gij alleen zijt mij genoeg; Gij zijt mijne eenige liefde, mijn Go;l en al.

Dagelijksch (jebed, hl. \'277.

;5:5l

Geestelijh\'. Communie, bl. \'27!).

28

Samenspr.

-ocr page 448-

332

XVI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Spes nostra. — Onze hoop.

Ü Maria, onze lioop! Ik eer uw hart, dat zoo goed, zoo sclioon, zoo zuiver, zoo heilig en zoo mededoogend is. — Helaas! mijn hart is iuto-gendeel vol onreinheden, onvolmaaktheden, gebreken en zonden; doch ik bid u, wil mij daarom niet verstoeten, maar verdubbel uw medelijden, om mij ter hulp te komen. Slageen acht op mijne onwaardigheid, maar op uwe goedheid en op den vasten wil dien ik heb , om mij te beteren. Overweeg, wat Jesus gedaan heeft, om mij zalig te maken. Ik offer u alles op, wat Hij gedaan en geleden heeft, van het oogenblik zijner menschwording, tot het oogenhlik van zijn sterven; al die tranen, dat zweet, dat bloed, die pijnen, die vernederingen, die ontberingen, die mishandelingen, die beschimpingen , die lasteringen, die koude, die hitte, die vermoeinissen, dien honger, dien dorst, die duisternissen, die verlatenheid, dien angst, die vrees, die benauwdheid, die droefheid, dat verdriet, in één -woord, alles, wat Hij geleden heeft; denk aan dit alles en verstoot mij dan indien gij kunt. — Maar neen! dit zoudt gij niet kunnen doen. Gij zijt dus mijne hoop, mijne toevlucht: ontvang mij, bewaar mij, bescherm mij en maak mij zalig. Amen, dit hoop ik.

Daydijkxdi gebed, bladz. 281.

-ocr page 449-

333

XVII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooRBEREiDiNGSGEBED. Dierbare Jems, bl. 273.

Minnelijke Zaligmaker, ik aanbid de liefde, lt;lie U bewogen heeft, dit aanbiddelijk Sacrament in te stellen. — Dit H. Sacrament is toch het heiligste, het waardigste, het verhevenste aller .Sacramenten. —- Geen Sacrament vereenigt ons .zoo innig met U als dit. De andere Sacramenten bevatten uwe genade, maar dit Sacrament bevat U, de bron aller genade. Gij hebt de iindere Sacramenten slechts ingesteld, om ons tot het waardig ontvangen van dit Sacrament, «lat de voltooiing van het geestelijk leven is, voor te bereiden. De H. Thomas noemt dit Sacrament: de voltooiing van het geestelijk leven, omdat alle volmaaktheid onzer ziel in dit Sacrament haren oorsprong neemt. De volmaaktheid toch bestaat in de volkomen vereeniging

O . ®

van onze ziel met God; maar welk beter middel kunnen wij hebben om ons met God te vereenigen, dan dit Sacrament, waarin wij U ontvangen en één met U worden? — Dierbare Jesus , Gij wilt dan één met mij zijn; — één lt;loor uwe genade, — één door uwe tegenwoordigheid, — één door uwe liefde, en vooral één door de vereeniging, U zei ven tot voedsel aan jnij gevende!

O liefde, van mijnen Jesus! — O liefde van mijnen God! wanneer zult Gij U eens geheel meester maken van mijne ziel, om haar te zui-

-ocr page 450-

XVII. SAMENSPRAAK.

veren van alles wat haar kan beletten, geheet met God vereenigd te worden en Hem alleeis toe te behooren?—De H. Franciscus van Sales-zegt: als een huis in brand staat, worden alle-meubelen naar buiten uitgeworpen; zoo ook, als-het liefdevuur zich van eene ziel meester maakt, ontdoet zij zich van alle aards\'ihe genegenheden en wil geheel aan God zijn.

O mijn Jesus, wanneer zal mijn hart eens branden van liefde tot U ? wanneer zal ik eens geheel aan U zijn en alles buiten U verachten? wanneer zal ik eens in waarheid kunnen zeggen : «rijkdommen, bezittingen, goederen, — «vermaken, genoegens, — waardigheden, grootsheden, eer en achting verwijdert u van mij;. »— ik wil God en niets anders dan God alleen?quot; Wanneer zal ik eens, gelijk de H. Franciscus van Assisië, mijn vermaak vinden in deze woorden gedurig te herhalen; mijn Goden mijn Al? — O zoete woorden: mijn God en mijn Al! — Hoe zoet, hoe troostend, hoe opbeurend zijn mij die woorden: mijn God en mijn Al! — Uwe Kefde heeft zich van mijn hart meester gemaakt en heeft alles daarin verteerd, wat niet God is; mijn hart bemint U; ja het bemint U alléén: in uwe liefde is het gelukkig en tevreden; in uwe liefde vindt het rust, troost, vermaak en voldoening. Uwe liefde heeft mijne ziel als dronken gemaakt en uit haar alle gevoel voor wereldsche zaken weggenomen. Zij wil aan niets meerdenken dan aan U ; van niets meer spreken dan van U ; voor niets meer arbeiden dan voor U: haar eenig verlangen is U te beminnen en U genoegen te geven. O mijn God en mijn Al! U zoek ik; U bemin ik; voor U lijd

-ocr page 451-

XVII. SAMENSPRAAK.

Sk ; voor U strijd ik; voor U leef ik; voor U sterf ik. Weg rijkdommen; weg wereldsche waardigheden; weg grootheden; weg vcrma-Jvcn en zinnelijke voldoeningen. Gij, o mijn Jesus! zijt mijn eenig goed, mijn eenig geluk. O zoete woorden : mijn God en mijn Al! zij .zijn genoeg voor hem, die ze verstaat; zij zijn .zoet voor dengene, die U bemint; \'t is hein een vermaak dezelve voortdurend te herhalen : ■O mijn God en mijn Al! O mijn God an mijn Al!

Dagelijksch gebed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

XVII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Ad te clamamus. — Wij roepen lot U.

O Maria, Moeder van barmhartigheid, wij roepen tot u, te midden onzer ellenden en bitterheden, die ons kwellen. Groot en menigvuldig zijn de\' kruisen die ons drukken en de gevaren ■die ons omgeven; tot wie zouden wij te midden onzer noodwendigheden onze toevlucht nemen, tenzij tot u, die zoo goed en zoo mededoogend y.ijt.\' Nooit is het gehoord, dat iemand, die u jnet een goed hart aanriep, door u verlaten is geworden. De H. Bernardus verzekert het ons en zegt: »Ik sta toe dat men nooit meer spreke üvan uwe barmhartigheid, indien er iemand is, »die kan zeggen, dat hij u in zijnen nood aan-

335

-ocr page 452-

xvin. samenspraak.

sgei\'oepeti hebbende, door u verlaten is gewor-)gt;den.quot; De H. Alphonsus voegt er nog bij: «eer «zullen hemel en aarde tot het niet terugkee-»ren, dan dat gij uwen bijstand zondt weigeren »aan hem die u met eene oprechte meening «aanroept en in u zijti vertrouwen stelt.quot; O Moeder van barmhartigheid, ik neem derhalve met vertrouwen tot ti mijne toevlucht; ik roep al zuchtend tot u: gij ziet in welke ellenden r bekoringen en gevaren ik ben; sta mij bij, help mij, red mij en maak mij zalig. Vol vertrouwen\' zeg ik met den H. Augustinusr »0 meedogende «Koningin! wees indachtig, dat zoo lang de «wereld bestaat, het nooit gehoord is, dat gij «iemand verlaten hebt; vergeef het mij als ik «durf zeggen, dat ik de eerste niet wil zijn, die «door u verlaten wordt, na mijne toevlucht toS «u genomen te hebben.quot; Amen.

Dagelijksch yehed, bladz. 281.

XVIII. SAMENSPRAAK MET JESUS-

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS. voorbereidingsgebed. Dierbare Jems bl. 273. Minnelijke Zaligmaker, ik erken en aanbid de liefde, die U bewogen heeft dit heilig en aanbiddelijk Sacrament in te stellen, ten einde-daardoor het vuur der liefde in ons te ontsteken. — Waarom toch zijt Gij in de wereld gekomen? Waarom andei\'s dan om in ons het liefdevuur te ontsteken, zooals Gij zelf ons ver-aekert, zeggende: Ik ben vuur lt;gt;/gt; de wereld

336

-ocr page 453-

XVIII. SAMENSPRAAK.

337

komen brengen, en wat wil ik a nders dan dat het ontstoken worde? (Luc. XII. 49). Dat vuur is het liefdevuur, hetgeen voortdurenfl gloeit in het H. Sacrament des Altaars, en ook hier brandt in het H. Tabernakel, waar Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. O ja, lieve Jesus, ik geloof dat Gij hier tegenwoordig zijt met uwe Godheid en uwe rncnschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam, gelijk Gij verheerlijkt in den hemel zijt. — Gij zijt hier tegenwoordig, brandend van liefde. — Gij brandt van liefde, zoozeer bemint Gij ons. Gij brandt van liefde, zoozeer verlangt Gij door ons bemind te worden; Gij brandt van liefde, om ook in ons hart het vuur der liefde te ontsteken. Die liefde is zoo groot, dat zij nooit uitgedoofd noch door de wateren van bitterheden kan gebluscht worden; Gij immers hebt ons bemind tot het einde; — niet alleen tot het einde van uw leven, maar ook tot zoover de liefde reiken kan, zoodat uwe liefde tot ons niet grooter kon zijn, vermits gij ons bemint met eene oneindige liefde, en Gij ons geen grooter bewijs uwer liefde kondt geven, dan Gij gedaan hebt; immers in dit aanbiddelijk Sacrament hebt Gij al de schatten uwer liefde jegens den mensch vereenigd en over ons uitgestort. (Conc, Trid. ss. 13. c. 2). Hoe is het mogelijk, lieve Jesus, dat ik na zulke bewijzen van liefde ontvangen te hebben, nog koud en ongevoelig blijf? Als de Heiligen uwe liefde beschouwden, werden zij in liefde ontstoken: en ik helaas, blijf onverschillig! —Wanneer zal ik eens van liefde tot U branden? Wanneer zal ik eens alle aardsclte liefde uit mijn hart verbannen en vaar-

-ocr page 454-

XVin. SAMENSPRAAK.

wel zeggen aan alles, om U alléén te beminnen, — U alléén te zoeken, — U alléén aan te kleven, — en voor U alléén to leven, te lijden en eindelijk te sterven 1 — O mijn Jesus! wanneer zal de eigenwil in mij eens dood zijn? Het is immers de eigenwil, die mij van U en van mijne plichten verwijdert. Hoe gelukkig zon ik zijn . indien de eigenwil in mij dood ware. De eigenwil is de oorzaak van alle ongenoegen, van allen twist, van alle ontevredenheid en van alle onrust; in één woord: hij is de oorzaak van alle zonden en ongerechtigheden. Daarom bid ik U, lieve Jesus, dood in mij den eigenwil, opdat ik geenen wil meer hebbe, tenzij voor U, en om alles te doen en te lijden, wat Gij wilt, zooals Gij wilt, zoo lang Gij wilt, zoo veel Gij wilt en omdat Gij wilt. Dierbare Jesus, uw wil is mijn troost, mijn geluk en het doel van mijn streven; in die gevoelens van liefde wil ik leven, lijden en sterven. Amen.

Dagelijksch (/eheil , bladz. \'277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

XVIII. SAMENSPBAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Ad te damamus, exules. — Wij ballingen, roepen tot U.

Ik, ellendig schepsel, kind van Eva en balling , buig mij eerbiedig voor den troon uwer barmhartigheid neder, u smeekende, mij in

-ocr page 455-

xix. samenspraak.

mijne ellenden bij te staan en tot uwen dienaar aan te nemen. — Ik ben die gunst niet waardig, dit erken ik volgaarne, maar liet zal uwe barmhartigheid eer aandoen, zoo gij eenen ellendige gelijk ik ben, tot uwen dienaar gelieft aan te nemen. Jesus, uw Zoon, is voor mij uit den hemel neergedaald; Hij heeft den prijs mijner zaligheid betaald: Hij heeft zijn bloed tot den laatsten druppel vergoten ; dat bloed is waardig genoeg om (luizende werelden vrij te koopen. — Er blijft slechts eene zaak over, namelijk mij de verdiensten van dat bloed toe te voegen; welaan, de H. Bernardns verzekert mij, dat gij het recht hebt, do verdiensten van dat bloed uit te deelen aan wie gij wilt; daarom bid ik u, mij daaraan deelachtig te maken. O ja, Maria, maak mij zalig; ik stel mijne ziel geheel in uwe handen: \'t is uwe taak mij zalig te maken. »0 zaligheid van allen, die u aanroepen, »maak mij zalig.quot; Dit zeg ik vol vertrouwen in navolging van den H. Bonaventura, en zal het steeds blijven zeggen: »0 zaligheid van allen die u blijven aanroepen, maak mij zalig.quot; Amen.

Dagelijksch gebed, bladz. 281.

XIX. SAMENSPRAAK MET JESUS

in\' het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbebeidingsgebed. Dierbare Jesus, bl. 273. O mijn Jesus, ik aanbid de liefde, die U be-

339

-ocr page 456-

XIX. SAMENSPRAAK.

340

wogen heeft dit heilig en aanbiddelijk Sacrament in te stellen, daar altijd tegenwoordig te blijven , zonder ons een oogenblik te verlaten. Louter uit liefde hebt Gij uw verblijf voor altijd onder ons gevestigd. Ecce tabernaculum Dei cum hominihus; ziet, zegt de H. Joannes in het bock der Openbaring: ziet de woontente van God met de nienschen. (Apoc. XXI. 3). Het zou reeds een groot wonder, een bewijs van eene overgroote liefde geweest zijn, zoo Gij U slechts gewaardigd hadt een enkelen keer aan ons te denken, of een enkelen blik van genade op ons te werpen; daarom zeide de profeet David: Heer, wat is de mensch, dat Gij zijne)\' gedachtig zijt 9 Maar nu is het U niet genoeg een- of andermaal aan ons te denken, — zelfs is het U niet genoeg voortdurend aan ons te denken; neen! Gij wilt daarenboven bij ons blijven. Gij hebt uw Tabernakel uwe woontente, uw verblijf in ons midden willen vestigen, zonder ons een enkel oogenblik te kunnen verlaten. Ik heb dan duizendmaal meer redenen, dan David, om in bewondering te zeggen: »Heer, wat is de mensch, dat Gij zijner »niet alleen gedachtig zijt, maar uw verblijf «voor altijd bij hem hebt gevestigd, zonder hem «een oogenblik te kunnen verlaten?quot; Maar, helaas!—Deze uwe liefde wordt miskend; het schepsel heeft U, zijnen schepper niet ontvangen; het heeft U, o mijn Jesus, verstooten, mishandeld, gelasterd, gegeeseld, met doornen gekroond en gekruist; en toch bemint Gij dat schepsel; toch wilt Gij dat ondankbare schepsel met goedheid behandelen; toch wilt Gij bij dat schepsel blijven, gelijk Gij hier in het H. Sa-

-ocr page 457-

XIX. SAMENSPRAAK.

crament doet en zult blijven doen tot het einde der wereld. De engelen staan verbaasd over een» zoo groote liefde en beminnen U, maar de men-schen denken niet aan U; zij miskennen U en laten U meestal alleen.

O ziel, zult gij ook ondankbaar zijn? zult gij Hem ook vergeten? — zal de liefde, die Jesus U betoond beeft, niet in staat zijn, u dikwijls naar de kerk te doen gaan, ten einde Hem daar te bezoeken, — daar zoo lang te blijven als gij kunt en van daar niet weg te gaan, dan. met tegenzin, en alleen uit liefde, uit plicbt r uit gehoorzaamheid?— zal de liefde U niet bewegen , om ten minste met uw hart en uwe genegenheden altijd bij Jesus te blijven, — u. daar met de engelen te vereenigen, in die ver-eeniging Hem voortdurend te loven en te verheerlijken , en gelijk do olie der godslamp vair liefde tot Hem te branden en te verteeren? O-ja, lieve Jesus, zeker zal ik U beminnen! Ik zou wel hard en versteend moeten zijn, om U niet te beminnen. Wat toch kondet Gij meer doen of wat beters kondt gij uitvinden om U door mij te doen beminnen, dan Gij gedaan hebt, door de instelling van het H. Sacrament des Altaars?... O Jesus, ik bemin U; ik bemin U uit geheel mijn hart; ik bemin U meer dan\' mij zeiven en hoop U altijd meer en meer te-beminnen , tot dat mijne liefde in den hemel volmaakt zal worden, om U de gansche eeuwigheid door te beminnen.

Dagelijksch gebed, bladz. \'277.

Geestelijke Communie, bladz. 297.

-ocr page 458-

-\'542

XIX. SAMENSPKAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Ad te clamamus, exules. — Tot u roepen wij, ballingen.

Maria, mijne lioop! zioliier aan uwe voeten een ellendig kind van Eva, een balling op aarde, «en arm zondaar, die zich door zijne boosheden zoo dikwijls slaaf van satan gemaakt heeft. Ach hadde ik altijd tot u mijne toevlucht genomen en uwe hulp ingeroepen, dan zeker zou ik niet in de macht van satan zijn gevallen. Voortaan zal ik altijd mijne toevlucht tot u nemen en uwen bijstand inroepen: ad te clamamus. Wij roepen tot u. Ja, ik roep tot u, en .zal altijd tot u roepen, zeggende: O Maria, sta mij bij, help mij, neem mij onder uwe bescherming, en duld niet dat ik nog valle inde macht van den duivel. Ik weet dat gij mij zult bijstaan en helpen, als ik u aanroep; maar ik vrees dat ik in de bekoring niet aan u zal denken en vergeten zal u aan te roepen: daarom vraag ik u de genade altijd aan u te denken en u in alle bekoringen aan te roepen, zeggende: O Maria, help mij! — Help mij, o Maria! — En als ik op mijn sterfbed zal liggen en het oogenblik daar zal zijn, waarop ik den laatsten en beslissenden strijd met de hel zal moeten ondergaan, sta mij dan bij, om met den mond of ten minste met liet hart dikwijls uwen heiligen naam en dien van Jesus uwen Zoon aan

-ocr page 459-

XX. SAMENSPRAAK. .\'i\'k)

fe roepen, en met die heilige namen op do lippen, den geest te geven Amen.

DageUjksch gebed, til. i2HJ.

XX. SAMEKSPBAAK MET JESUS

l IN\' HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

i

vooRnEREiinxGSGEBED. Dierbare Jesus, bl. 273. \' ... . . lt; Goddelijke Zaligmaker, ik aanbid de liefdor

die U bewogen heeft, niet alleen ten allen tijde, maar ook op alle plaatsen en voor alle personen i in dit heilig en aanbiddelijk Sacrament tegenwoordig te blijven. De liefde heeft den toegang tot U gemakkelijk gemaakt. Gij zijt op dui-zende en (luizende plaaatsen der wereld tegen-i woordig. Gij zijt daar tegenwoordig voor allen.-i Allen, zelfs armen, zieken, blinden en ge-brekkigen hebben tot U vrijen toegang. Gij t noodigt hen allen uit; Gij ontvangt ben allen;

Gij zijt bereid tien allen met goederen te ver-t rijken. -— O ziel, bewonder de goedtieid van Jesus en aanbid zijne diepe veraedering, waar-i van Hij u in dit II. Sacrament zulk een treffend voorbeeld geeft. Dit aanbiddelijk Sacrament is de school der ootmoedigheid. De eerste les, die Jesus daar geeft, is eene les van ootmoedigheid; hoe goed passen hier in zijnen mond de woorden, die Hij ons toesprak: Leert van Mij, dat ik ootmoedig van harte ben. Ach, hoe diep is Hij hier vernederd! Hij stelt zich volkomen in de macht der menschen en vernedert zich beneden alle schepselen. O welk eene

-ocr page 460-

XX. SAMENSPRAAK.

■ootmoedigheid! —- Welk eene vernedering! — \'Welk een staat van verworpenheid! — Wie zal na zulk voorbeeld van ootmoedigheid gezien te hebben, zich nog durven verheffen?— Wie zou nog over eenige vernedering durven klagen ? Wie is er, die zelfs niet gaarne vernederd zal willen worden, ten einde aan Jesus gelijkvormig te zijn? 0 ja, lieve Jesus, ik wil gaarne met •ü en om U vernederd worden: maar ik ben zoo zwak ! De hoogmoed, de eigenliefde en het .zelfbehagen zijn mij ingeboren en hebben in mij zoo diepe wortelen geschoten. — Ik smeek U, om de verdiensten van uwe heilige nederigheid die U zoo vele versmaadheden heeft doen ondergaan niet alleen tijdens uw sterfelijk leven, maar ook in hot H. Sacrament, waar Gij nog voortdurend zoo vele vernederingen moet ondergaan, mij aan uwe nederigheid dee\'achtig te maken, en mij door uwe genade te versterken, om de vernederingen mot geduld en zelfs met blijdschap te verdragen. Waarom toch zou ik mij willen beklagen over de versmadingen, die mij worden aangedaan; ik, die zoo dikwijls de hel verdiend heb? Ach, mijn Jesus, geef mij de genade om in eenen staat van vernedering op deze aarde te leven en te sterven, gelijk Gij voor mij in eenen staat van vernedering geleefd hebt en gestorven zijt. — Uit liefde tot U wenschte ik mij van allen veracht en versmaad te zien; doch zonder U vermag ik niets. Ik bemin U, mijn hoogste goed; ik bemin U, eenig beminde mijner ziel; ik bemin U en maak het voornemen alles voor U te lijden: versmading, trouweloosheid, ondankbaarheid , vervolging, dorheid der ziel en verlatenheid. Het is

-ocr page 461-

XX. SAMENSPRAAK.

genoeg dat Gij mij niet verlaat, Gij, eenige

1 liefde mijner ziel. O Jesus, geef mij eene bran-

e dende liefde tot U, opdat ik gaarne voor U

ii lijde en mij in alles met U vereenige. Amen. ■ Dagelijksch gebed, bl. 277. \' Geestelijke Communie, bl. 279.

t quot; quot; quot; J XX. SAMENPSRAAK

n MET DE

r, H. MAAGD MARIA.

Ail te suspiramus. — Tot u zuchten wij. . O Maria, wij ellendigen, treurende en wee-

tr nende in dit dal van tranen, wij verzuchten

i- tot u om troost en genade. Gij zijt gelukkig

e en allen lof waardig; Felix namqiie es sacra

i, Virgo Maria et omtii laucle dignissima. Gij

■t zijt vol van genade en uit uwe volheid moeten

k wij ontvangen; uwe voorspraak is als het ka-

e naai, de waterleiding, waarlangs ons de genade

e toevloeit. 0 Maria, ik neem dan met vertrou-

ij wen tot u mijne toevlucht; ik bid u mij te

g troosten, treurend te midden mijner ellenden,

k verzucht ik tot u om door u verlicht te wor-

g den; want, gelijk de H. Ildephonsus verzekert, it , de Hoer heeft al het goed , dat Hij den men-•- p schen wil geven, in uwe handen gesteld, om

3. naar welgevallen daarover te beschikken. Zie-

, daar, mijne ziel, enee zoete hoop van zaligheid

k die God u heeft gegeven in de voorspraak van

i- Maria! Door haar kimt gij alle genaden ver-1- werven. Dank God, dat Hij u eene zoo goede

is Moeder gegeven heeft; dank Maria, dat zij zich

345

-ocr page 462-

XXI. SASIKNSPHAAK.

gewaardigt, u onder liare bescherming to nemen en ii zoovele geestelijke voordeelen en goederen te bezorgen. O ja, Maria, ik dank u en zal u altijd danken. Uit hoevele gevaren hebt gij mij verlost! Hoevele verlichtingen en inspraken hebt gij ngt;ij verworven! O mocht ik ii daarvoor dankbaar zijn! — Het ofier van mijn bloed en van mijn leven is niet genoeg om u eenigszins te vergelden wat ik u schuldig ben. Gij hebt mij van den eeuwigen dood bevrijd , en mij den schat van Gods genade doen wedervinden. Ik ben u naast God alles verschuldigd; ik kan dus niets anders doen dan mij voor u vernederen en u verheerlijken. Ik geef u mijn arm hart: gelief het te aanvaarden, te zuiveren, te heiligen en met het\'Goddelijk hart van Jesus te vereenigen; opdat ik onthecht van alles, niets meer beminne dan God en Jesus, uwen Goddelijken. Zoo i. Amen.

Dagelijksch cjehed, bl. \'281.

XXI. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIDINGSGEBED. Dierbare Jesus, bl. 27:3.

O mijn Jesus, mijn God en mijn Ai! ik aanbid de liefde, die U bewogen heeft, het H. Sacrament in te stellen en ons daar een voorbeeld van gehoorzaamheid te geven. Waartoe heeft de gehoorzaamheid U toch gebracht? — Gij hebt U ver bonden gehoorzaam te zijn,

\'Mi

-ocr page 463-

XXI. SAMENSPRAAK.

j- 1) nan alle Priesters, lioc gering, hoo nietig, i, lioo boosaanJig en onwaardig zij ook zonden u zijn; 2) in alles : door U als \'t ware te :1gt; vernietigen, de gedaante van brood en wijn ,n aan te nemen en U tot spijs te geven aan uwo Ik eigen schepselen; zelfs aan lien, die uwe vijan-,, den en de slaven van satan zijn. Ofschoon U dit allerbitterst valt, heeft de liefde U toch

0- daartoe verbonden. 3) vaardig, zonder een een oogenblik te toeven. Op hetzelfde oogen-

!n blik, dat de priester de woorden der H. Con-r_ secratie spreekt, gehoorzaamt Gij: ohedienle u Deo voci hominis. i) voortdurend; zonder l)e-k paling van tijd, tot het einde der wereld; Gij [•_ hebt het reeds meer dan J800 jaren gedaan, ]_ en zult het blipen doen. zoo lang er priesters ^ op de aarde zijn. Eindelijk 5) blindelings, zon-n der eenige aanmerking te maken, noch wegens den tijd, noch wegens de plaats, noch wegens de manier of de wijze waarop die heilige Geheimen verricht worden.

O Jesus, hoe groot is uwe liefde, die U tot zulke oflers heeft gebracht! — Gij stolt U zel-i ven geheel ter beschikking van uw schepsel. Wat heeft ü tot zulke gehoorzaamheid en vernedering kunnen doen besluiten? Gewis niets anders dan de liefde. Wanneer zal de liefde mij ook eens geheel overwinnen, opdat ik mij uit liefde tot U diep vernedere, en naarstig in alles en aan

1- allen gehoorzame? — Geef mij eene zoo groote ii- en eene zoo zuivere liefde, dat ik mij gaarne r- ten dienste van allen stelle en blindelings aan je allen gehoorzame. —. O mijn Jesus, Gij zijt — gehoorzaam geweest tot den dood des kruises, i, ja, Gij zijt nog gehoorzaam geweest in het

Samenspr. 1

3i7

-ocr page 464-

XXI. SAMENSPRAAK.

allerheiligste Sacrament «les Altaars en zult daar i,

gehoorzaam blijven al de dagen tot het einde n

der wereld; en illt; nietige aardworm, zou niet j,

willen gehoorzamen? Welk eene ondankbaar- )gt; heid! Welk eene ontaarding! — Ach, lieve

Jesus, luat niet toe, dat ik zoo boos zij. Ont- i,

ferrn U mijner, Heer, ontferm U mijner en ,1,

geef mij een waarlijk ootmoedigcn en gehoor- y,

-zamen geest. Zie, ik schenk mij geheel aan U; ,,

verwerp mij tocli niet. Zeg mij. wat ik doen n

moet om U te behagen. Ik beloof U van heden Ut

af, niet meer ongehoorzaam te znllen zijn, noch V(

aan U, noch aan mijne oversten, noch zelfs v(

aan hen, die minder zijn dan ik. Ik bemin ü, |,( mijn .Tesus; en omdat ik U bemin, zal ik alles

doen om U te behagen. Sta mij bij , om dit ,(.r

vosi\'nemen ten uitvoer te brengen. Amen. ilt;)

DagelIjksclt gebed, hladz. 27/. m

Geestelijke Communie, hladz. \'27!\'.

J m --.h

li, Sf

XXf. SAMEKSPRAAK

MET UK

H. MAAGD MARIA.

Ad te suspiramus. —• Tol U zuchten wij.

O Maria, Moedor van barmhartigheid, die aan allen, welke tot u hunne toevlucht nemen, met de milddadigheid eener Koningin en met de teerhartigheid eener moeder. genaden uitdeelt, ik kom tot u, al treurend en weenend in dit dal van tranen, en smeek u, u over mij te ontfermen. O Maria, gij hebt de sleutelen der

348

-ocr page 465-

xxii. samen\'si\'i.aak.

ai\' lunnelschc barmhartiglieid; wil mijne zonden \'lo iiiot meer gedenken. Gij zijt milddadig jegens iet iedereen, wil het ook jegens mij zijn. — Gij \' - l)idt voor allen, gelief het ook voor mij te doen. vlt;; A Is gij mij beschermt, vrees ik niets; noch de t- hel, omdat gij machtiger zijt; noch mijne zonen den, omdat één woord van u genoeg is, om )r- vergiflenis van al mijne zonden te bekomen;

«och zelfs de gramschap van God, omdat een equot; uwer gebeden genoeg is, zijne gramschap te en [stillen. Ik nader derhalve al zuchtend en tevens (\'h vertrouwend tot u, en hoop alles door uwe Ifs voorspraak te verkrijgen; namelijk: geduld in L1! het lijden, tevredenheid in de kruisen, liefde les in de verdrukking, overwinning in den strijd, dit jen volharding in het goede tot het einde toe. •lt;) Maria, mijne Moeder, mijn licht, mijn troost, mijne sterkte, mijne toevlucht, mijne hoop, inijn leven en mijne volharding! bid voor mij, •nu en altijd en bijzonder in het uur van mijnen jdood. Amen.

Dnyelijksch (jehed, bladz. 2H1.

XXII. SAMENSPKAAK MET JESIT3

in iikt

II. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgeMd. Dierbare Jesvs, hl. 273 (iodilelijke Zaligmaker, ik aanbid de liefde lie U bewogen heeft liet heilig en aanbiddelijk der Sacrament in te stellen, en IJ zoodoende van

-ocr page 466-

XXII. SAMKS\'SPIUAK.

ill les to onthechten, zoodat Gij, alios verlatotide. niets meer schijnt tc zijn dan brood en wijn. — 1) Gij onthecht U van alle teekenen der Cod-heid;— almachtig in werkelijkheid, schijnt gij machteloos te zijn ; — alles bewegende, schijnt Gy onbewegelijk te zijn;— onteerd wordende,, schijnt Gij ongevoelig te zijn; — oneindig zijnde,, schijnt Gij onder de gedaante van brood en wijn, niets te zijn; onmeetbaar zijnde, sluit Gij U zeiven op onder de kleinste gedaanten vau brood en wijn, zoo zij maar onder het bereik der zinnen vallen. — 2) Onthecht Gij L van alle teekenen der Menschheid; ten tijde van uw sterfelijk leven vcrtoondet Gij U als-mensch in verschillende toestanden des levens; als kind in den stal van Bethlehem;—als zondaar in de Besnijdenis; — als vreemdeling in Egypte; — als jongeling in het huisje van Nazareth; — als een behoeftig werkman in de-werkplaats van den IJ. Joseph; — als leeraar in uw openbaar leven ; — als een groot profeet en wonderdoener het land rondgaande, gevende aan de blinden het gezicht, aan de dooven het gehoor, aan de stommen de spraak, aan de kreupelen den gang, aan de zieken de gezondheid, aan de melaatschen de genezing, aan de dooden het leven en aan de door den duivel bezetenen de verlossing; — verder vertoondet Gij U als een misdadiger op den dag van uw lijden in het huis van Annas, Caïphas, Herodes en Pilatus; als den grootsten booswicht dei-wereld in uwe geeseling, in uwe kroning met doornen, in uwe kruisdraging en kruisiging, en eindelijk in uw sterven aan het vloekhout lusschen twee moordei.aars. — Maar hier ver-

-ocr page 467-

XXII. SAMENSPRAAK.

toont Gij niets van tlit alles; üij behoudt hier niets meer dan eenvoudig den schijn van brood i\'ii wijn; »U\\ve Godheid schuilt; uwe Mensch-sheid schuilt, slechts blijken de ingewanden »der liefde.quot; Latei Tfivinitas, latei Humanitas, Hola pulent viscera charitatis. ■— O wonderbare kracht der liefde! — Het Al verlaat alles en wordt tot niet gebracht uit liefde tot het niet; de inensch toch is als een niet voor God: David zegt: Mijn wezen is als een niet voor U. Ps. XXXVIÏI. 0. — Ik ben tot het niet ■gebracht en tuist het niet. I\'s. IA\'XII. 22.

O mijn Jesus, wanneer zal ik mij ter liefde van U, ook eens van alles onthechten? — \'t Is eigen aan de liefde alles te verlaten om het voorwerp harer liefde; maar helaas, ik ben nog gehecht aan duizenderlei ijdelheden, aan vermaken , aan zinnelijkheden in eten en drinken, -aan ijdele vriendschappen, aan eer en achting, aan gemakken, vertroostingen en verlichtingen, -aan goederen, rijkdommen en schoonheden. — O Jesus, verbreek die banden, onthecht mij van alles uit liefde tot U. — Geef mij licht, om te zien waarvan ik mij onthechten moet, en geef mij de noodige sterkte, om het ten uitvoer te brengen. O Jesus , o liefde mijner ziel. ik geef mij geheel aan U, ruk mij los van alles, opdat ik geheel aan U zij. — Kom, lieve Jesus, neem bezit van mijn hart; trek mij geheel tot U, opdat ik één met U zij. Gij alléén zijt mij genoeg; buiten U verlang ik niets; geef mij uwe genade om aan niets meer te denken dan aan U; niets anders te verlangen dan U; niets anders te zoeken dan U; voor niets anders te arbeiden, te lijden, te leven cu

351

-ocr page 468-

XXII. SAMENSPRAAK.

te sterven clan voor U, mijn eenig goed , mijn God en mijn Al. Amen.

Dagelijksch (jehed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

XXII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Eja ergo advocata nostra. — Welaan, onze-Voorspreekster.

Welaan, Maria, onze voorspreekster, toon uw vermogen bij Jesus, uwen Zoon. Hij heeft alle macht van zijnen Vader ontvangen zoowel iiii den hernel als op de aarde; en gij, Maria, hebt alle macht van Hem ontvangen: gij immers zijt zijne Moeder; Hij heeft zich verplicht u te gehoorzamen; al wat gij Hem vraagt, c\'oet Hij; uw wil, zelfs uw verlangen is bij Hein een gebod; want Hij wil u eeren, gelijk de H. Petrus Damianus zegt, met u niets te weigeren. Fïlius nihil negans, te honor at. Welaan, Maria! spreek voor ons, ellendige zondaars en voor mij in het bijzonder. Ik ben uw dienaar, ik wil u eeren en beminnen al de dagen mijns levens. Ofschoon ik niet waardig ben onder uwe bescherming genomen te worden, vertrouw ik toch dat gij mij niet zult verstoeten. Gij doet zoo veel goed aan alle mer.schen, zelfs aan die u niet kennen, niet eeren, niet beminnen, ja zelfs aan hen die u onteeren en lasteren; wat mag ik dan niet van u te verhopen, ik die u wil eeren, dienen en beminnen.\'

352

-ocr page 469-

XXIII. SAMENSPRAAK. 35;!

Welaan clan, Maria, wees mijne voorspreekster en verkrijg mij alle genaden, nu en vooral in het uur van mijnen dood. Amen.

Dagdijksch gebed, bl. 281.

XXIII. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

YOOUDEREiDiNGSGEBED. Dierbare Jesus, bl. \'27:3.

De Apostel zegt: Charitas ovinia aujferl, De liefde verdraagt alles. (I. Cor. XIII. 4.)

Dierbare Jesus, lioe duidelijk zien wij die woorden van den Apostel in het heilig en aanbiddelijk Sacrament bewaarheid! — Hoeveel hebt gij uit liefde tot ons geleden tijdens uw sterfelijk leven op aarde;— maar hoeveel meer lijdt üij uit liefde tot ons in het aanbiddelijk Sacrament uwer Liefde! Hoe zou het mogelijk zijn, alles te lijden wat Gij lijdt, zoo de liefde ü niet deed lijden? — Ja, lieve Jesus, \'t is de liefde, \'t is uwe al te groote liefde, die U zoo veel doet lijden.

Hoeveel hebt Gij hier geleden van ongeloo-vigen, joden en ketters! Hoe dikwijls hebben zij de schromelijkste godslasteringen, vervloekingen en verwenschingen tegen dit aanbiddelijk Sacrament uitgebraakt! — Hoe dikwijls hebben zij het H. Tabernakel opengebroken, de Ciboriën en HH. Vaten onteerd en tot goddelooze doeleinden gebruikt! Hoi? dikwijls hebben zij de HU. Hostiën niet verachting en onder duizende

-ocr page 470-

XXlIt. SAMENSPRAAK.

verwenscliingcn op (Ion groml of in Iiot vuur geworpen? — Hoe dikwijls hebben zij die met voeten getrapt, met messen doorstoken of aan honden te eten gegeven? — .la, hoe dikwijls is de boosheid zoo ver gegaan, dat zij de HM. Hostiën in hunne helsche vergaderingen medebrachten en gebruikten als een middel tot aanroeping van den duivel en tot het verrichten hunner tooverkunsten! —- Clmritan omnia xuf-fert, uwe liefde verdraagt alles — en dat, niet slechts eenmaal, maar honderde malen, en wel gedurende meer dan 1800 jaren. 0 liefde, die die U tot dit alles bewogen heeft!

Hoeveel hebt Gij hier geleden, niet alleen van uwe vijanden, maar zelfs van uwe vrienden, van uwe kinderen, van de geloovigen en Katholieken;— van hen die in U en in aw IJ. Sacrament gelooven? Hoe velen komen er in de kerk, zonder uitwendigen noch inwendigen eerbied: — uitwendig ontstichten zij door hunne houding, en inwendig zijn zij vol verstrooidheden, vol ijdele gedachten en onzuivere verbeeldingen, vol hoogmoed, afgekeerdheid, haat en nijd? Hoevelen, die zich verstouten met een besmeurd geweten te naderen tot de tafel des Hoeren en U, gelijk een Judas, over te leveren aan de macht uwer vijanden, aan den duivel. Ach, lieve Jesus, hoeveel heeft uwe liefde U doen lijden! en zoo bevestigt Gij door uw gedrag het gezegde van den Apostel; de liefde lijdt alles; zij verdraagt (dies.

O Jesus, voortaan wil ik ook lijden uit liefde tot U; ik wil door werken bevestigen wat de Apostel zegt: de liefde lijdt alles; zij verdraagt alles. — Ik bemin U en omdat ik U

-ocr page 471-

XXIIt. SAMENSPRAAK.

bemin, wil ik alles lijden uit liefde tot U. — Ik wil alle soorten van bitterheden lijden, alle beleedigingen, verongelijkingen, versmadingeh en mishandelingen; ik wil altijd, voortdurend, tot mijnen dood toe lijden; ik wil gaarne, blijmoedig en opgebeurd lijden; maar Gij weet. lieve Jesus, hoe zwak ik ben; ik heb wel den wil, maar ben niet in staat het te doen, tenzij Gij mij op eene bijzondere wijze bijstaat en ondersteunt. O Jesus, weiger mij die genade 1 niet. Amen.

\' Dagelijksch gebed, bl. 277.

Geestelijke Communie, bl. 279.

gt; ;

-

XXIII. SAMENSPRAAK

0 MET DE

ê H. MAAGD MARIA.

Eja ergo Advocata nostra. — Welaan dan

onze Voorspreekster,

it \'

n Welaan Maria, mijne Voorspreekster, sla op

es mij uwe oogen van barmhartigheid. Ik ben een

en groot zondaar; ik verdien uw medelijden niet,

el. maar gij zijt Moeder, en wel Moeder van barm-

U hartigheid: gij moogt mij dan niet verstoeten;

e- ot\', indien gij mij zoudt willen\'verstoeten, zal

\'de ik u met den II. Alphonsus aantoonen, dat gij op zekere wijze verplicht zijt, mij te helpen,

[de aangezien gij dooi\' allen Moeder van barmhar-

de tigheid genoemd en als zoodanig erkend wordt.

er- Uit kracht van dien titel moet gij mij helpen;

U of, zou het onwaar of onjuist zijn, dat de Kerk

-ocr page 472-

XXIV. SAMENSPRAAK.

ii onze Voorspreekster en de toevlucht der zondaren noemt? Neen, dat is niet mogelijk! Welaan , mijne ziel, neem dan met een groot vertrouwen uwe toevlucht tot Maria, Ofschoon gij door uwe ondankbaarheden onwaardig zijt, hare voorspraak of bescherming te ontvangen, is zij toch en blijft zij altijd Moeder van barmhartigheid, en nooit is het gehoord en nooit zal het gehoord worden, dat zij iemand verstoot, die met vertrouwen tot haar zijne toevlucht neemt. Welaan dan, Maria, mijne Voorspreekster, bid voor mij; bewaar mij, geleid mij en maak mij zalig. Amen.

Dagelijksch cjehcjl, bl. 281.

XXIV. SAMENSPRAAK MET JESUS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

VOORBEREIWNGSGEBED. Dierbare Jeaus, bl. U\'S.

Dierbare Jesus, il; aanbid uwe liefde, die Gij ons betoont in het allerheiligste Sacrament des Altaars. Hier stelt Gij U zeiven geheel in de macht van don priester; hier zijt Gij zonder eigen wil, zonder eigen oordeel, zonder vrijheid; Gij immers geeft U hier geheel aan den wil eens priesters over en laat U blindelings dooi\' hem behandelen. Hier hebt Gij geene an lere beweging dan die, welke de priester U geeft. Gij maakt geene aanspraak op de eene ot\' andere plaats, bediening of behandeling, —- zelfs berooft Gij U van het gebruik der lichamelijke zintuigen, in één woord, Gij zijt hier als dood,

.350

-ocr page 473-

XXVI. SAMENSPRAAK.

357

vcrcenigd met de uitwendige en bloote gedaante van ecne levenlooze zaak, van brood en wijn. O mijn Jesus! Waartoe heeft de liefde U gebracht, — tot welken staat van vernedering? — Hoe hebt Gij mij zoo kunnen beminnen? \'t is toch uit loutere liefde, dat Gij U zoo vernedert. — Wanneer zal de liefde mij ook eens overwinnen? Wanneer zal ik uit liefde tot U eens sterven aan mij zeiven, — aan mijnen wil, — aan mijn oordeel, — aan mijne vrijheid, — en aan mijne lichamelijke zintuigen? •— Wanneer zal ik uit liefde lot u eens onverschillig voor alles zijn en bereid alles te doen en te lijden volgens uwen wil? ■— Indien ik U wil behagen, moet ik U gelijkvormig worden, doen wat Gij gedaan hebt en wandelen gelijk Gij gewandeld hebt. Do apostel Joannes schrijft in zijnen eersten brief (n. 6).; oOiu (licit fie in ipso manere, debat, sicut ille-amhulavit, et ipse arnbulare. Die zegt dat hij in Uiristus blijft, moet wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft. — Dierbare Jesus, ik moet dan zijn zonder wil, zonder vrijheid, zonder oordeel, zonder aanspraak op eenige plaats, bediening, betrekking of wat het zijn moge: eindelijk zonder het vrije gebruik mijner lichamelijke zintuigen, — in één woord; ik moet als dood zijn voor alles, om alléén voor U te leven. — (3 Jesus, geef mij die genade; ik wensch vurig geheel aan U te zijn, mij innig met U te vereenigen en steeds in U te blijven ; hierom wil ik wandelen, gelijk Gij gewandeld hebt ten lijde van uw sterfelijk leven en nog altijd voortgaat in het aanbiddelijk Sacrament. — Dierbare Jesus, geef dat ik voortaan geenen

-ocr page 474-

358 XXVI. SAMENSPRAAK.

wil meer liobbe, maar dat liij geheel zij in den wil van God en in de handen mijner oversten. Amen.

Dageljksch gebed. b!. \'277.

Geestelijke Communie, bl. \'279.

XXIV. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Kja ergo Advocato nostra. — WelojDi dan onze Voorspreekster.

O Maria, onze Voorspreekster, bid voor ons, arme zondaars. Gij zelve hebt geopenbaard aan de H. Brigitta, dat evenals de magneetsteen het ijzer tot zich trekt, gij ook zoo de harten zelfs der versteendste zondaars tot n trekt, om hen met God te verzoenen. Hoevele zondaars hebt gij reeds tot u getrokken en met God verzoend! ... Ga voort, Maria! ga voort de zondaars tot n te trekken en met God te verzoenen. — O Moeder Maria! ik bid u om barmhartigheid voor alle zondaars, maar op de eerste plaats voor mij zeiven. — Indien gij het mij zoudt weigeren, zal ik u met den H. Bo-naventura zeggen, dat gij daartoe verplicht zijt, aangezien God n gesteld heeft om de zondaars te hulp te komen. Welaan dan , Maria, mijne Voorspreekster! Volbreng de plichten van uw ambt. Zeg niet dat mijne zaak moeielijk te winnen is ; want allo heiligen getuigen , dat bij u niets te moeielijk is; gij immers zijt

-ocr page 475-

XXV. SAMENSPRAAK.

almachtig bij God. Zeg ook niet, dat ik het niet waardig ben; wijl gij allen, ook de on-Avaardigsten moet helpen ; dit toch behoort tot nwe bediening, als Moeder van barmhartigheid. Ü Maria, bid steeds voor mij, bewaar in mij oen groot vertrouwen op uwe voorspraak e;i geef\', dat ik altijd mijne toevlucht tot n neme en als een kind met vertrouwen mij werpe in nwe moederlijke bescherming.

Dagelijksch gebed, bl. 281.\'

XXV. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidixgsgebed. Dierbare Jems, bl. 273,

Dierbare Jesns, ik aanbid de liefde, die U bewogen heeft het aanbiddelijk Sacrament in te stellen en U zeiven dagelijks te slachtofferen. Hoe ver gaat hier uwe liefde? Gij wordt hier voorgesteld als een slachtoffer; immers Gij hebt Int ingesteld onder de gedaanten van brood en wijn, ten einde daardoor de scheiding van vleesch en bloed aan te duiden en zoo uwen\' dood af\' te beelden. Immers uit kracht dei-woorden wordt het brood in uw vleesch, en de wijn in uw bloed veranderd; zoodat er uit kracht der woorden, eene scheiding tusschen liw vleesch en bloed zou plaats hebben, indien die nog mogelijk ware. O Jesus! wij vieren dan in het H. Sacrament dagelijks de gedachtenis van uwen dood, gelijk dc H. Ambrosius zegt.

-ocr page 476-

XXV. SAMENSPUAAK.

\'360

cn dit op (luizende jilaatsen der wereld; wij doen het reeds meer dun 1800 jaren en zullen het blijven doen tot liet einde der wereld. — Welk een wonder van liefde! Een God vernietigt zich uit liefde tot een ondankbaar schepsel! O ziel, verbeeld u den hemel, de aarde en alles wat er bestaat; verbeeld u alle engelen en heiligen cn zelts de H. Maagd Maria; verbeeld u dat dit alles vernietigd wordt!... Welken indruk zou dit op u maken? Welke vree-■sclijke gedachten zou dit in u opwekken ? en toch zou die vernietiging zoo vreeselijk niet zijn als die, welke plaats grijpt in het II. Sacrificie. Wat is toch de vernietiging van het heelal bij die van het li. Misofler? minder dan de vernietiging van een worm, welken wij met voeten treden. Als het heelal vernietigd werd, zou dit bij God zijn, als werd er een druppeltje van den morgendauw vernietigd; want het heelal is bij God niéts meer dan een druppel van den morgendauw, gelijk de Wijze man zegt: (Sap. XI. ÜIJ.) tamqiiam guita roris antducani. Maai\', liet H. Sacrilicie der Mis stelt ons een God als vernietigd voor. — O welk een wonder! Een God vernietigd!... O ziel, welke hoogachting en welken eerbied moet gij dan niet hebben voor dit heilig Sacrificie?— Met welke liefde en vurigheid moet gij Jesus daar niet aanbidden? — Hoe bezorgd moet gij niet zijn. het zoo dikwijls mogelijk bij te wonen ? — De heiligen waren daar zóó gevoelig voor, als stonden zij op den Calvarieberg, en als zagen zij met eigen oogen de smarten, die Jesus diiar voor ons verduurd heeft. Maar ik helaas, ben ongevoelig daarvoor! — O Jesus, geef mij een

-ocr page 477-

XXV. SA.MEXSPUAAK.

j levendig geloof, opdat die geheimen indruk op , mij maken en ik daardoor opgewekt worde tot liefde, eerbied en vurigheid, ten einde mij zeiven uit liefde tot U dagelijks, ja, elk oogenblik | van deu dag te slachtolferen. Geef dat ik mij ^ zeiven en alles wat ik lieb, uit liefde tot U , slachtofïere. Geef, dat ik U dagelijks vele offers brenge , door bet versterven mijner nieuwsgierigheid in het zien, in het hoeren, in het weten, alsmede door liet versterven mijner zinnen in ^ het eten of drinken, in het zoeken mijner ge-makken en voldoeningen. Ontferm IJ mijner, lieve Jesus, opdat ik voor U een altijddurend j Sacrificie zij. Amen.

Dagelijksch gehed, bl. 277. \'1 Geeslelijke Communie, bl. 270.

n ------

il

n XXV. SAMENSPRAAK

MET DE

„i H. MAAGD MARIA.

r\'

lllos tiios rnisericordes oculos ad nos con-( j verte. Keer uwe burudmvluje oogen tot

ko ^ r 0quot;s-

et Welaan, Maria, wend uwe barmhartige oogen

n tot ons. — Groot zijn onze ellenden, groot onze

j(. fouten en ondankbaarheden; maar gij zijt eene

n_ barmhartige moeder. — Gij wordt door den

yij heiligen Epiphanius eene veeloogige, multocula,

;ii. genoemd, om altijd en overal op ons te letten,

en \' ten einde aanstonds gereed te zijn ons in onze ,eri noodwendigheden te hulp te komen. Welaan ,

,

361

-ocr page 478-

XXVt. SAMENSPRAAK.

Maria, let altijd op mij en haastu, mij in alle gevaren zoo naar lichaam als naar ziel bij te staan. Door u beschermd ben ik veilig. Alhoewel ik eerder straf dan genade verdien, vertrouw ik toch op uwe moederlijke bescherming; want hoe armer, ellendiger en ondankbaarder ik ben, des te meer doet gij uw best mij te redden en mij met uwen Zoon te verzoenen. Gij hebt zoovele en zoo bittere tranen gestort den dag dat uw Zoon is gestorven; offer die tranen, bid ik u, aan God op, om voor mij eene ware droefheid over mijne zonden en de genade der volharding te verkrijgen. — Ü Maria, wend uwe barmhartige oogen tot mij en verwerf mij de genade, om welke ik tlians met een kinderlijk vertrouwen bid, namelijk : mijnen God nooit meer te vergrammen, zelfs niet door de minste dagelijksche zonde, voortaan in zijnen dienst getrouw te blijven en meer en moer toe te nemen in zijne liefde. Ik wil niets beminnen dan God alléén. Ik wil geheel aan Hem zijn. Ja, geheel aan Hem! Amen.

Dagdijksch geheel, bladz. 281.

XXVI. SAMENSPRAAK MET JESUS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooRBEREiDiXGSGEBED. Dierbare Jesus, hl. I.\'il. Dierbare Jesus, ik aanbid de lief Ie, die Gij ons betoond hebt in het H. Sacrament des Altaars. Ik aanbid U daar in vereeniging met de

-ocr page 479-

XXVI. SAMENSPRAAK.

lic\'ligcn , die jegens hetzelve zoo vol liefile en eerbied waren en voortdurend daartoe getrokken werden. Hun grootste vermaak was, zich aan den voet van liet ff. Tabernakel te bevinden : zij bleven daar uren en uren; ongaarne verwijderden zi j zich van daar, en moesten zij zich verwijderen uit gehoorzaamheid of\' naastenliefde dan nog bleven zij met hun hart en hunne genegenheid bij U. Hoeveel troost, licht en sterkte hebben zij aan den voet van liet Tabernakel niet ontvangen! ■— troost in hunne droefheden, licht in hunne twijfelachtigheden, en sterkte in hunne beproevingen. Dooi\' U gesterkt , getroost en verlicht, waren zij standvastig in alle wederwaardigheden , opgeruimd in allo onaangenaamheden, en voorzichtig in alle twijfelachtigheden. Hoe groot, hoe vurig en standvastig was de liefde van den IJ. Alphon-sus, tot ditH. Sacrament. De gewoonte van het dagelijks te bezoeken werd nooit onderbroken, tenzij de ziekte het hem onmogelijk maakte, en dan gebeurde het nog dikwijls dat hij zich naar de kerk liet dragen en vele uren bij het II. Tabernakel vertoefde; zijne vurigheid tot het H. Sacrament was zoo groot, dat hij somtijds van vreugde opsprong en er zich niet van verwijderen kon, tenzij de gehoorzaamheid aan zijnen bestierder hem daartoe verplichtte. Als hij uithoofde van ziekte het bed of de kamer niet kon verlaten, wendde hij zich naar do kerk , waar het II. Sacrament bewaard werd, en trachtte zoo zijne devotie te voldoen en Jesus een bezoek in het H. Sacrament te brengen. — Ach, hoezeer verschilt mijne liefde en vurigheid van die van Alphonsus! — Helaas,

Sarncnsor. 30

363

-ocr page 480-

XXVI. SAMENSPIIAAK.

liet minste is genoeg om mij van hem te verwijderen, en als ik bij hem ben, voel ik mij gejaagd om bet bezoek kort te maken en spoedig weêr been te gaan, even alsof het mij verveelde bij Hem te zijn. Minnelijke Jesus, wanneer zal ik eens geheel aan U zijn, U vóór alles zoeken en beoogen? Dierbare Jesus trek mij tot U met de banden der liefde; ruk mij los van alles en bind mij onafscheidbaar aan U vast, opdat ik één met U zij. — O zoete vereeniging! Gij aan mij en ik aan U!— Wanneer zal de tijd eens komen, dat ik geheel aan U zal zijn, en Gij geheel aan mij? Wat wil ik in den hemel en buiten U, wat wil ik op de aarde, O God mijns harten en mijn deel, o God in eeuwigheid?

Dagelijksch r/ehed, bladz. \'277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

XXVI. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

lllos iuos misericordes oculos ad nos con-verte. Keer uwe barmhartige oorjen tot ons.

O Maria, ik verheug mij bij de gedachte, dat de H. Kerk uwe oogen barmhartige oogen noemt. — Daar uwe oogen, oogen van barmhartigheid zijn, moet gij er op uit zijn, altijd op mij te letten, opdat ik niet valle, of zoo ik, gevallen ben, mij weèr op te helpen; immers

204

-ocr page 481-

XXVIt. SAMENSPRAAK-

grfgk de H. Alphonsus zegt: »üwe ©ogen zijn »de oogen eener moeder, welnu, eeue moeder, «waakt niet alleen over haar kind, opdat het «niet valle, maar zij is tevens bezorgd het op »te richten, als het gevallen is.quot; Welaan, wend uwe barmhartige oogen tot mij, let op mijne ellenden en vraag voor mij, alles wat mij dienstig kan zijn ; gij weet het beter dan ik: O Maria, zeg ik met den H. Bonaventura, »gij »zijt zoo vol barmhartigheid en zoo oplettend som de ongelukkigen te helpen, dat gij geen «ander verlangen noch bezigheid schijnt te heb-«ben, dan hen te helpen.quot; Maar, dewijl er geen ongelukkiger mensch op aarde is, dan ik ben, moet gij op de eerste plaats bezorgd zijn mij te helpen, ü Maria, ziedaar mijn vertrouwen, mijne vurige bede. Help mij, o Maria, opdat ik zegeviere over alle vijanden, en Jesus uwen Goddelijken Zoon aankleve en beminne uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. Amen.

Dagelijksch gebed, bladz. 281.

XXVII. SAMENSPRAAK MET JESXJS

IN HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voORBEREmiNGSGEDED. Dierbare Jesus, bl. 273.

Dierbare Jesus, Gij blijft uit liefde tot mij altijd tegenwoordig in het II. Sacrament des Altaars. Daar zijt Gij als een voorwerp van liefde en vereering, niet alleen voor de heiligen, maar ook voor de engelen, die zich hier

305

-ocr page 482-

XXVII. SAMENSPRAAK.

366

eerbiedig voor U neerbuigen, U loven en ver-heerlijken. Ten einde dit af\' te beelden en levendig aan onzen geest te vertoonen, had Gocï geboden dat er twee Cherubijnen, in eerbiedige houding met uitgespreide vleugelen boven-het verzoendeksel der Ark, die een afbeeldsel: was van het H. Sacrament, moesten geplaatst worden. — De H. Chrysostomus zegt dat hij dikwijls, geheele scharen engelen in eene nederige en biddende houding, vol luister, en in eerbiedige stilte voor het H. Sacrament neergeknield hcei\'t gezien.... — O ziel, nader met eerbied tot Jesus in het H. Sacrament, zuiver uw hart van alle onvolmaaktheden en gebreken, opdat het aangenaam en glansrijk in zijne-eogen zij: onthecht het van alles en geef het geheel en onverdeeld aan Jesus. Vereenig u met de engelen en beschouw in stilte zijne overgroote liefde, goedheid en minzaamheid, teneinde in liefde te ontvlammen en buiten Hem niets meer te beminnen. — Minnelijke Zaligmaker, welk geluk voor mij, mij met de engelen-te mogen vereenigen en in die vereeniging IJ te mogen aanbidden. In conspcctu angelomm ]isallam Tihi Deus mens. Mijn God, ik zal U lofzingen voor luit aanschijn der engelen. (Ps. CXXXVII. 1.) O kon ik, gelijk de engelen altijd bij U blijven en uwen lof voortdurend zingen T — O kon ik U op alle plaatsen der wereld, waar Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt met de Cherubijnen aanbidden! — Daar mij dit onmogelijk is, vereenig ik mij in den geest met die hemelsche koren on\' in die vereeniging, met en door hen, U altijd en overal te aanbidden, te loven en te verheerlijken; Gij

-ocr page 483-

XXVII. SAMENSPRAAK.

toch zijt altijd cn overal mijne aanbidding ov» r-waardig. O hadde ik een oneindig getal harten •om U te aanbidden met de liefde en vurigheid waarmede de grootste heiligen U aanbaden, toen zij nog 0|) de wereld waren; en waarmede de Cherubijnen en Seraphijnen, in vereeniging met de Allerh. Maagd Maria voortdurend U ■aanbidden in den hemel! dan nog zou ik U niet kunnen loven, zooveel Gij verdient. Daarom zou ik wenschen, dit te kunnen doen met die vurigheid en liefde waarmede God de Vader en God de H. Geest het doen in den hemel; maar wijl dit niet mogelijk is, bid ik U, mij de genade te geven , U te verheerlijken en te beminnen met zulke vurigheid en liefde als mij mogelijk is en Gij verlangt. Ik bemin U, liefdewaardigst Goed; ik bemin U uit al mijne vermogens; Gij zijt en zult altijd het eenig waardig voorwerp mijner liefde wezen; daarom bid ik U met den H Ignatius van Loijola om niets anders d;ui om eene zuivere en vurige liefde: »üeef mij »uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk »genoeg.quot; Maak dat ik U beminne, opdat ik ook door U bemind worde; dit is mij genoeg; ik wil niets anders; ik verlang niets anders dan U. Amen.

Dagelijksch (jehed, blad;:. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 27 ).

367

-ocr page 484-

3(38

XXVII. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Et Jesum, benedicttim fructum ventris tui, nobis post hoe exüium ostende. En toon ons na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot.

O Maria, ik verdiende in de hel te branden, om „de menigte mijner zonden en ondankbaarheden ; maar ik vertrouw op uwe voorspraak. Ik heb zwaar gezondigd , dat is waar, maar ik wil mij bekeeren: ofschoon ik zwak bon en nog menigmaal herval, zal ik tocli niet wanhopen, omdat ik u bemin, o Maria? — Ik heb ook het verlangen mij te bekeeren, mij oprecht te bekeeren en voor God te leven: maar nis verzekert mij de H. Alphonsus met vele andere heiligen, dat hij die u getrouw dient niet verloren gaat; dat gij hem onder uwe bescherming neemt en voor hem de genade van een waar berouw en van eene oprechte bekeering zult verwerven. O Maria, reeds dikwijls heb ik de vruchten uwer vermogende voorspraak ondervonden; reeds dikwijls hebt gij mij van de hel bevrijd, en mij de genade eener oprechte bekeering verworven. Ik dank u daarvoor, en zou millioenen tongen willen hebben om voortdurend ter uwer eer dankliederen te kunnen zingen. Ga voort, o Maria! ga voort mij te beschermen en mij van de zonden en van de lu:l te bevrijden. Laat niet toe dat ik u in de

-ocr page 485-

xxviii. samenspraak.

hel met de duivelen zou vervloeken. Neen, Maria, laat zulks, bid ik u, nimmer toe. Ik bo-inin u en wil u altijd beminnen en wil liever sterven dan u niet te beminnen. O Maria, wat zegt gij? —wat zal er van mij geworden? zal ik verdoemd gaan? — Ja, ik zal verloren gaan, als ik u verlaat. Maar zou ik zoo dwaas en zoo ondankbaar kunnen zijn u te verlaten? zou ik de goedheid kunnen vergeten, die gij mij altijd betoond hebt? O neon, Maria, ik bemin u en hoop u altijd te beminnen. Amen.

Dagelijksch gebed, bladz. 281.

XXVIII. SAMENSPRAAK MET JESXJS

in het

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voorbereidingsgebei). Dierbare Jetnis, bl. 273.

Als de profeet Isaïas de weldaad overwoog die God ons heeft bewezen, met ons zijnen eeniggeboren Zoon tot Verlosser te geven, riep hij uit; een kind is ons geboren; een zoon is ons gegeven. Parmdus natus est nobis; Filius datus est nobis. (Is. IX. 6). O welk een minzaam schouwspel is het, zich den eenigen Zoon van God in de gedaante van een klein kind te verbeelden : — Hem te zien liggen op een weinig stroo in den stal van Bethlehem, omgeven van arme herders, die Hem aanbidden, en van Engelen , die Hem loven en juichend toezingen: Glorie zij aan God in den Hooge, en vrede aan de mensehen van goeden wil. De H. Bernardus dit geheim overwegende, ont-

-ocr page 486-

XXVIII. SAMENSPRAAK,

:J70

vlamde in liofile en riep uit: »üo Heer is klein »en allerbeminnelijkst.quot; Ja, lieve Jissus, Gij zijt oneindig prijzenswaardig, en gaat oneindig allen lof te boven, om uwe grootheden en oneindige volmaaktheden; maar tevens uiterst beminnelijk zijt gij om uwe kleinheid en uwen nederigen toestand; immers uit liefde tot ons zijt Gij klein, Ja\' kind geworden. Evenwel zijt Gij mij nog veel beminnelijker, als ik U in het H. Sacrament des Altaars beschouw, waar Gij uit liefde tot mij niet alleen de gedaante van kind, maar zelfs van brood en wijn aanneemt. Dierbare .lesus, hoe hebt Gij mij zoo zeer kunnen beminnen? Hoe hebt Gij U zeiven uit liefde tot mij zoo diep kunnen vernederen? Gij — die hemel en aarde met luister en glorie vervult — daalt ter liefde van mij uit den hemel neder, en bedekt uwe glorie en heerlijkheid. Gij — die de vorsten dezer wereld verheerlijkt — vernedert U ter liefde van mij , doordien gij aanneemt de gedaante van brood en wijn. Gij — voor wien liet heelal is als een druppel van den morgendauw — Gij vernietigt U en blijft ter liefde van mij altijd tegenwoordig in het H. Sacrament des Altaars, ü welke goedheid! O welke lieiile! Terwijl de engelen uit den hemel neerdalen, en in aanbidding het altaar omringen, is het mij vergund, U te naderen en U in vereeniging met die hemelsche geesten te aanbidden! — O welke genade!... Het wordt in de wereld voor eene groote eer aangezien, tot de hovelingen en tafelgenooten des konings te behooren : doch de eer, die mij te beurt valt, is voel grooter; wijl het mij vergund is in het paleis van God, den Koning der koningen, te

-ocr page 487-

XXVIII. SAMEXSPRAAK.

verschijnen en Hem in veroeniging met de engelen te aanbiilden. O ziel, stelt gij ook prijs op die eer, op die genade? — zijt gij dankbaar daarvoor? — Ja zeker stel ik die op prijs; zeker zal ik U dankbaar daarvoor zijn en steeds met den H. Bernardns zoggen: «De Heer is ))groot en oneindig prijzenswaardig: de Heer is «klein en allerbeminnelijkst.quot; Dierbare Jesus, geef dat ik U, om uwe grootheden love en verheerlijke, en om uwe vernedei\'ing beminne. quot;Wat kan er voortreflelijker zijn, dan U om uwe grootheden te prijzen ? wat zoeter dan U om uwe vernederingen te beminnen.\' O hadde ik een oneindig getal tongen om U te loven gelijk de engelen in den hemel: — en een oneindig getal harten, om U te beminnen met die vurigheid waarmede de Cherubijnen U beminaen in den hemel... Lieve Jesus, daar ik U niet genoeg kan loven noch beminnen, verheug ik mij toch over den lof\', die U in den hemel en op aarde gegeven wordt en in eeuwigheid zal gegeven worden; in vereeniging met die lofzangen buig ik mij ootmoedig voor U neder, om uwen naam te verheerlijken. O Jesus, Gij zijt mijn eenig geluk, mijne eenige verkwikking in alle smarten, bitterheden en kruisen. Laat niet toe dat ■ ik buiten U nog iets beminne; ik wil geheel aan U zijn, alles voor U lijden en eindelijk uit liefde tot U sterven. Amen.

Dageljksch gebed, bl. 277.

Geestelijke Communie, bl. 270.

371

-ocr page 488-

372

XXVIII. SAMENSPRAAK

MET HE

H. MAAGD M A ïl 1 A.

Et Jesum henedictum fructum ventris tui, nobis post koe ex ilium ostende. En toon ons na deze hallingscliap, Jesns , de gezegende vrucht van uwen schoot.

O Maria, toon ons na deze ballingschap uwen Goddelijker! Zoon, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot. Ik ben niet waardig, onmid-delijk na mijnen dood in het bezit van Jesus gesteld te worden; ik heb nog veel schulden te betalen ; daarvoor zal ik moeten boeten in hot vagevuur: doch vergeet mij dan niet, Maria. Wie zal mij dan troosten , indien gij het niet doet? Gij zelf\' hebt aan de H. Birgitta verzekerd , dat gij moeder zijt van alle zielen des vagevuurs, en dat hare pijnen door uwe voor-spraak gedurig verzacht worden. O Maria, ik beveel u thans de lijdende zielen aan; zij verzuchten tot u; uwe voorspraak troost en ver-Ix-ht haar, en het hooren alleen van uwen naam doet haar van blijdschap opspringen. (S. Alphon-sus). Ook beveel ik u van nu af mijne ziel aan, en bid u. haar zoo te zuiveren en te versieren , dat zij aanstonds na den dood in het bezit van Jesus gesteld moge worden. O ja, Maria, gij hebt die genade voor velen uwer dienaren en dienaressen verkregen , waarom zoudt gij haar voor mij ook niet kunnen verkrijgen? mijne onwaardigheid kan toch uwe macht niet verminderen, noch uwe barmhar-

-ocr page 489-

XXI.V. SAMENSPRAAK. 373:

tigheid verliinderen. Neen Maria, dat kan niet zijn. Ik bemin u en stel op u mijn vertrouwen, en daarom moet gij mij den invloed van uwe barmhartiglieid en van uw groot vermogen, toonen met mij na mijnen dood voor de pijnen van het vagevuur te beveiligen, en mij met u ten hemel op te nemen, om u daar in alle-eeuwigheid te danken, en met u en alle engelen en heiligen God zonder ophouden te loven en te verheerlijken. Amen.

Dagelijksch yebed, bladz. \'281.

XXIX. SAMENSPRAAK MET JESTJS

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

voCRBEREdJixGSGEBEn. Dierbare Jesus, bl. 273..

Hoe verrukkend en tevens hoe minzaam is het, Jesus, als kind in den stal van Bethlehem te zien, omgeven van engelen, die zingend en juichend zijnen lof verkondigen, zeggend: Glorie zij aan God in den Hooge! — Bij deze beschouwing stonden de heiligen verbaasd en. ontvlamden van liefde tot Jesus. — O ziel, aanschouw uwen Goddelijken Verlosser, als kind, in den stal van Bethlehem; aanschouw Hem daar, gewonden in arme doeken en liggende op hooi en stroo in eene harde krib : aanschouw Hem ook in het H. Tabernakel, verborgen onder de gedaante van brood. O ziel, hoe zijt gij bij die beschouwing gesteld? zoudt gij ongevoelig kunnen blijven , bij de gedachte dat

-ocr page 490-

XXIX. SAMENSPRAAK.

374

Hij zich ter liefde va» u zoo diep vernedert? zoudt gij daardoor niet in liefde ontvlammen en aangemoedigd worden Hem dikwijls te bezoeken, denkende, dat Hij uit liefde tot u kind geworden is en altijd tegenwoordig blijft in het H. Sacrament des Altaars? Hoe ijverig waren de herders, om Hem te bezoeken en te aanbidden! Nauwelijks hadden zij van den engel vernomen, dat Hij in Davids stad was geboren, of aanstonds zeiden zij, elkander aanmoedigende : Laat ons doorgaan tol Bc.thlehem, en deze zaak zien, die geschied is. (Lucas 11. 15), Met spoed vertrokken zij en kwamen in den armen stal, God lovende en dankende. O ziel, zult gij u ook niet beijveren. Hem in h-;t H. Sacrament dikwijls te bezoeken, en eerbiedig le aanbidden? Is hier niet dezelfde Jesus, dien de herders aanbaden en de engelen verheerlijkten, waarlijk en wezenlijk tegenwoordig? — Ja zeker, lieve Jesus! Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig met uwe Godheid en menschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam gelijk Gij verheerlijkt in den hemel zijt. Hoe zou ik dan ongevoelig voor U kunnen blijven? — voor U — die mij zoo zeer bemint, en U zeiven ter liefde van mij zoo diep vernedert. In den stal vertoondet Gij U als kind, doch hier gaat uwe vernedering nog verder; wijl Gij hier tegenwoordig blijft onder de gedaant * van brood. In den stal verborgt Gij uwe Goi\'.heid, maar vertoondet uwe menschheid; doch hier verbergt Gij uwe Godheid en menschheid, en toont slechts de grootheid uwer liefde. De H. Bernar-dus dit beschouwende, roept uit: «De Godheid «schuilt, de menschheid schuilt; slechts ver-

-ocr page 491-

XXIX. SAMENSPRAAK.

375

en

en

lat

te-

ad.

lar

rgt

ant

ar-

eid

er-

»toonen zich de ingewanden der liefde.quot; In den stal vertoondet Gij U zelven slechts voor korten tijd; maar hier blijft Gij voortdurend tegenwoordig; Gij laat U hier vinden ten allen tijde — zoowol bij nacht als bij dag, — op alle plaatsen — zoowel in de kleinste dorpen a\'s in de grootste steden. — Gij laat U hier vinden door allen — zoowel door don armsten s bedelaar als door den rijksten vorst. O Jesus, i- wat heeft U bewogen, zoo minzaam met ons i, te handelen ? — O ziel — niets anders dan de I. liefde. De Apostel zegt: propter nimiam cha-.11 ritatem, qud düexit nos. Om de al te groote O liefde, waarmede Hij ons bemind heeft. (Eph. •;t II. 4.) Waarlijk lieve Jesus, uwe liefde tot ons is al te groot. Alle heiligen staan verbaasd daarover en worden daardoor van liefde ontstoken. En inderdaad, wie zou er niet verbaasd over staan, en niet in liefde ontvlammen?... O kon ik U oprecht beminnen! — O kon ik altijd, zelfs tusschen mijne dagelijksche bezigheden, IJ mijne liefde betoonen en uwen lof verkondigen; wijl Gij alle liefde en allen lof waardig zijt. — Glorie zij aan God in den Hooye! Glorie zij aan Jesus in het II. Sacrament des Altaars!... Glorie worde Hem bewezen, door alle schepselen, door menschen en engelen, vooral door de Allerh. Maagd Maria! Ja, geprezen zij Hij door de H. Drieëenheid in de eeuwen der eeuwen!... Dierbare Jesus, kon ik lt; ons de U aangedane oneer herstellen! Ter vergoeding dier oneer, bid ik U goedgunstig aan te nemen al de eerbewijzingen, die de rechtvaardigen , de heiligen , de engelen en vooral de H. Maagd Maria U ooit gegeven hebben,

-ocr page 492-

I

XXIX. SAMENSPRAAK.

tlians nog geven en nog geven zullen in de .gansche eeuwigheid. O Jesus, geef mij uwe Jiefde. Amen.

Dagelijksch (jebed , bladz. 277.

370

Geestelijke Communie, bladz. 279.

lt;

c }

h

XXIX. SAMENSPRAAK

MET DE

H. MAAGD MARIA.

Iei Jesurn benedictum fructum ventrus tul, nobis post hoc exilium ostende. Kn toon ons na deze hcdiinyschap, Jesus, de geze-

s* rj st /**/%%•% ê sili quot;§■ /insvii li 1 f t /J VI onhnm

O ia. Maria, eii moet ons tot Jesus geleiden h,

ni ons deelachtig maken aan de glorie, die gij a] geniet in het bezit van uwen Goddelijkon Zoon. : V( Immers, gelijk Blosius zegt, de sleutels en de ■schatten van het rijk der hemelen zijn u toevertrouwd. Koevele gelukzaligen heerschen thans in den hemel, die zonder uwe voorspraak den hemel nooit ingetreden zouden zijn! Hoe gelukkig zijn zij , die eene teedere devotie tot u bebben, en in alle gevaren, bekoringen, duisternissen, twijfelachtigheden en moeielijkhedcn hunne toevlucht tot u nemen, wam bij hunnen dood zullen zij uwe bescherming ontwaren, en lt;]e poorten des hemels voor zich geopend vinden! Dit wordt door den H. Ephrem bevestigd: \\0lt;j hij noemt de devotie tot Maria, den sleutel van ;0e bet paradijs. Ik zal derhalve dikwijls met den e H. Ambrosius zeggen; »0 Maria, open ons de \\Yt

-ocr page 493-

XXX. SAMENSPRAAK.

«deur van het paradijs; aangezien gij er de «sleutels van bewaart.quot; Maak , dat wij steeds lt;?ene teedere devotie tot u hebben. Ach, kon ik alle mensohen, die u niet kennen, verlichten en hun doen zien, hoe zeer gij verdient bemind te worden! — Ach, kon ik sterven opdat alle mcnschen u beminden! Gij toch verdient door allen bemind to worden, gij ook weet allen, die u beminnen tot de liefde van Jesus en verder tot de zaligheid te brengen. O Maria , ik hoop u te beminnen in den hemel; daar zal ik beter kunnen begrijpen, hoe beminnelijk gij zijt, en hoe veel gij voor mijne zaligheid hebt \' verricht. Daar zal ik u beminnen met meer H vurigheid en getrouwheid. Daar zal ik u beminnen zonder vrees van ooit op te houden u liet\' te hebben, en verzekerd u eeuwig te zullen ^ beminnen. O Maria! bid Jesus voor mij en voor i\'J alle zondaren opdat wij oprecht bekeerd zijnde, 11 • voortaan voor God en den hemel leven. Amen.

Dagélijksch gebed, bl. \'281.

ns i -

en

;«■- XXX. SAMENSPKAAK MET JESUS u

is. IN HET

lon H. SACRAMENT DES ALTAARS.

ion

en VGORBEREiDiNOSGEBED. Dierbare Jesus, bl. 273. \'in- Waar is de nieuw geboren Koning der g(l: \'joden ? (Matth. II. 2.) Zoo spraken de quot;VV ijzen, van toen zij te Jerusalem kwamen, om de plaats den Ie ieeren kennen, waar Jesus was geboren, de iWaar is de nieuw geboren Koning der joden?...

377

-ocr page 494-

XXX. SAMENSPRAAK.

O ziel, de ijver der Wijzen beschaamt u ter oorzake uwer nalatigheid. Zie eens, wat zij deden om Jesus te vinden! Zij verlieten hun vaderland en ondernamen eene moeielijke, kostbare en gevaarvolle reis. Nauwelijks hadden zij de ster in het Oosten gezien, of\' aanstonds begaven zij zich op weg, om Hem te zoeken. Zij ontmoetten vele moeielijkheden en hinderpalen, maar lieten zich daardoor niet afschrikken, zij weken voor geen beproevingen terug; immer verhieven zij hunne oogen naar de ster, die hen leidde, en elkander opwekkende zeiden zij: »ziet daar het teeken van den grooten Koning! »inaar waar zoude Hij zijn? Laat ons gaan en »Hem zoeken.quot; Vol verlangen om Jesus te vinden, kwamen zij te Jerusalem en vroegen: Waar is de nieuw geboren Koning der joden 9 Doch zij vonden zich in hunne verwachting bitter teleurgesteld. Er was niemand, die hun aenige inlichting over zijne geboorte wist te geven, noch eenig belang toonde, om Hem te kennen en te zoeken. Zonder den moed te verliezen of\' de hoop op te geven, gingen zij voort Jesus te zoeken, en rustten niet, totdat zij Hem te Bethlehem vonden.

O ziel, welk geluk voor ons, dienzelfden Jesus zoo dicht bij ons te hebben en Hem zoo gemakkelijk te kunnen bezoeken!... Wij behoeven daarom ons vaderland niet te verlaten, noch moeielijke, kostbare of gevaarlijke reizen te ondernemen. Hij is immers op onze altaren; Hij rust in het H. Tabernakel; Hij blijft daar voortdurend tegenwoordig; Hij verbergt zijne Godheid en menschheid, opdat wij mat vertrouwen tot Hem zouden kunnen naderen; Hij is altijd be-

378

-ocr page 495-

XXX. SAMENSPRAAK.

rcid ons rnet liefde te ontvangen en met genaden te verrijken, indien wij met een goed hart, met eerbied en liefde tot Hem naderen. — Dierbare .Testis, boe goed zijt Gij jegens mijl maar belaas boe ondankbaar ben ik jegens U! Gij hebt mij den toegang tot U zoo gemakkelijk gemaakt; en toch verwaarloos ik, U te bezoeken... Helaas, hoezeer gelijk ik de joden! Hoewel zij door de Wijzen kennis van uwe Geboorte hadden bekomen , bleven zij toch koud en ongevoelig voor U en gewaardigden zich niet U te zoeken; eveneens blijf ik ongevoelig en liefdeloos voor U. Helaas, boe dikwijls verwaarloos ik U te bezoeken, en als ik bet doe, hoe flauw ben ik dan in uwe tegenwoordigheid! Hoe spoedig verveelt het mij bij U te zijn; en boe baast ik mij, U te verlaten en mij tot ijdele dingen te keeren! — Wee mij ellendige!... Terwijl vele godminnende zielen U dagelijks meermalen bezoeken, met eerbied voor u verschijnen, langen tijd bij U vertoeven en zich r.iet, tenzij met weerzin, van U verwijderen, blijf ik koud en liefdeloos voor U. Lieve .lesus, ontferm ü mijner en ontvlam mij in liefde, opdat ik naar liet voorbeeld der Wijzen met den meesten eerbied en de vurigste liefde tot U nadere. Hoe Ie-, vendig was hun geloof, boe groot hun vertrouwen en hoe vurig hunne liefde!... Na eene lange en moeielijke reis vonden zij U in een armen stal; in plaats van schoonheden en kostbaarheden, in plaats van vreugdebedrijven en vermakelijkheden, in plaats van hovelingen en voortreffelijke bedienden, vonden zij niets dan armoede, bitterheden en verlatenheid, — en evenwel wankelde hun geloof geen oogenblik !

Samenspr. ■\' 1

370

-ocr page 496-

XXX. SAMENSPRAAK.

Bezield met een groot geloof en eene vurige liefde gingen zij eerbiedig den stal binnen, vonden een arm , machteloos kind in eene kribbe, wierpen zich ootmoedig ter aarde en aanbaden Het als den God van hemel en aarde en als den Koning der koningen, — Ach , hadde ook ik zulk geloof en zulke liefde, .met hoeveel eerbied zou ik dan voor U verschijnen? Lieve Jesus, ofschoon ik U niet zien kan met de oogen van het lichaam; ofschoon ik niets ontwaren kan van den luister uwer Majesteit, dien Gij in den hemel vertoont aan de engelen en heiligen; geloof ik toch vastelijk, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. Sa-crament des Altaars, en werp ik mij eerbiedig voor U neder, om U te aanbidden en U te verheerlijken. Doch daar mijne eerbewijzingen op zich zeiven te gering zijn, vereenig ik dezelve met die der Wijzen, met die der engelen en heiligen en bovenal met die der Allerh. Maagd Maria; doch, daar zij dan nog niet toereikend zijn, om U naar waarde te eeren, vereenig ik ze met de oneindige eerbewijzingen, die de H. Drievuldigheid U geeft: in die vereeniging buig ik mij eerbiedig voor U neder om U te aanbidden. Lieve Jesus, ik heilig mij geheel aan 11 toe, om voortaan voor U alléén te leven, alles voor U te lijden en brandend van liefde lot U te sterven. Ontvang mij, lieve Jesus, met alles wat in mij is; mijne ziel en mijn lichaam; mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; mijn leven en mijnen dood; ieder oogenblik van mijnen tijd en mijne gansche eeuwigheid. Dierbare Jesus, Gij hebt mij alles gegeven; gaarne geef ik ü alles terug; beschik over mij en over

-ocr page 497-

XXX. SAMENSPRAAK.

;Uli.\'S wat mij toebehoort volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen. Geefquot; mij slechts uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, on vraag U niets meer. Amen.

Dacjelijksch ijebed, bladz. 277.

Geestelijke Communie, bladz. 279.

XXX. SAMENSPRAAK

MET DE

H. M A A G D M A R I A.

O clemens! 0 jiiu ! — 0 genadige, o goe-i/iirlieren Maagd Maria !

0 Maria, hoe troostvol zijn mij die eere-titels, welke de H. Kerk u geeft!... Genadige — Goederlierene! Zij maken mij indachtig, hoe groot, hoe onbeschrijfelijk groot uwe goedheid en minzaamheid jegens ons is. De H. Leo getuigt, dat gij zoo vol barmhartigheid zijt, dat gij niet slechts barmhartig, maar de barmhartigheid zelve verdient genoemd te worden. Zeker verdient gij dit, Maria! want, de H. Ber-nardus zegt: «alles is in u genade en goedertierenheid.quot; Als Moeder van barmhartigheid zijt gij de troost van iedereen , en uwe over-groote liefde heeft u schuldenares gemaakt, niet alleen van de rechtvaardigen, maar ook van de zondaars. Gij opent allen den schoot uwer barmhartigheid, opdat iedereen aan uwe barmhartigheid deelachtig worde, en Bernardinus de Bustis voegt er bij: «gelijk de duivel zonder ^ophouden rondloopt, zoekende wien hij zal ver-

381

-ocr page 498-

XXX. SAMENSPRAAK.

382

sslinden, zoo zoekt gij overal zielen zalig te smiiken.quot; Dierbare Moeder, gedoog dat ik u met den H. Bernardus prijze, en zegge: »Cgt; «Maria, gij zijt zachtmoedig jegens de ellen-»(ligen; meedoogend jegens hen die 11 aanroepen. »zoetaardig voor hen die u beminnen ; goeder-slieren jegens de boet vaardigen; goedgunstig voor »de rechtvaardigen ; en zoet voorde volmaakten. »(iij zijt goedertieren, omdat gij ons van de-))liel verlost; zachtmoedig omdat gij ons ge-»iiaden uitdeelt, en zoetaardig omdat gij lien-»die u zoeken, met weldaden overlaadt.quot; Wel-a-\'in Maria, toon mij uwe goedertierenheid met mij aan uwe deugden deelachtig te maken; gij waart ootmoedig, verkrijg mij dan de ootmoedigheid en de liefde tot de versmaadheden; gij ■waart geduldig in alle rnoeielijkheden van dit leven, verkrijg mij geduld in allen tegenspoed: gij waart brandend van liefde jegens den even-mensch, verkrijg mij de liefde jegens alle men-scherr, bijzonder jegens mijne vijanden en jegens hen, die mij tegenstreven of onaangenaarrdieden veroorzaken; in alle voorvallen waart gij met Gods wil vereenigd, verkrijg mij ook eene volmaakte onderwerping aan alles wat God mij zal overzenden; in één woord, gij waart en zijt het heiligste onder alle schepselen, maak, dat ik heilig worde. — O Maria, daar gij zoo genadig en goedertieren zijt;_zult gij van uwen kant niet in gebreke blijven. De eenige zaak, die mij kan beletten die gunsten te ontvangen is, of wel mijne onachtzaamheid in u aan te roepen, of wel mijn klein vertrouwen in uwe voorspraak. Derhalve bid ik u om deze twee genaden, namelijk u voortdurend aan te roepen

-ocr page 499-

XXXI. SAMENSPRAAK. o83

.,\'n een onbepaald vertrouwen in uwe voorspraak te stellen. Dit hoop ik. Dit verwacht ik. Amen.

Dagelijksch yebcd, biadz. 281.

XXXI. SAMENSPRAAK MET JESUS

IX HET

H. SACRAMENT DES ALTAARS.

vooHBEREiüiXutSGEiiKD. Dierbare Jesus. bi. 27lj.

De Wijzen hel huis ingaande, vonden het kind mei Maria, zijne Moeder, en zij vielen jieder en aanbaden hel; en hunne, schallen geopend hebbende , offerden zij Hem (jeschen-ken: goud, wierook en mirre. (Matth. 11. 42.)

O ziel, zult gij onverschillig voor Jesus blijven, als gij ziet dat do quot;\\\\ ijzen zoo vol eerbied voor Hem ■waren ? . .. Zij zochten don grooten Koning, werden gebracht bij een armen stal, gingen dien binnen en vonden niets dan een arm, machteloos en verlaten kind met eene arme moeder; en toch vielen zij eerbiedig ter aarde neder, erkenden het kind voor hunnen lt;lod en Koning, ontvlamden in liefde en ofler-den Hem gii\'ten: goud, wierook en mine. Goud als aan hunnen Koning: Wierook als aan bunnen God; en Mirre als aan een sterfelijk mensch.

O ziel, maakt dit voorbeeld op u geen hefi-zamen indruk en wordt gij daardoor niet bewogen, om steeds met coi bied voor Jesus in

-ocr page 500-

XXXI. SAMENSPRAAK.

het H. Sacrament te verschijnen, als gij denk» dat dezelfde Jesus, dien de Wijzen aanbaden, hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig is? Voelt gij het liefdevuur in u niet branden, denkende, dat Hij zich ter liefde van u zoo die|gt; vernederd heeft? Zult gij u zeiven niet geheel aan Hem geven, daar Hij zich geheel aan F geeft? — Ja, zeker zal ik dat doen, lieve Jesus! .. Zeker zal ik mij geheel aan U geven, maar vooral zal ik U mijn hart geven, wijl Gij mij hetzelve zoo minzaam vraagt, zeggende: Mijn zoon, geef mij nw hart\'? Ziedaar is mijn hart, lieve Jesus!... Ontvang het en bewaar het, ik wil geen hart meer hebben, tenzij om U te beminnen.

Ik geef U een van liefde brandend hart, afgebeeld door het goud, dat de Wijzen U opdroegen. Dierbare Jesus, geef mij eene vurige liefde; geef dat ik steeds van liefde brande; geef dat al mijne verlangens, verzuchtingen en hartkloppingen geheel voor U zijn, opdat ik buiten U niets meer bemirme.

Ik geef U een, door het gebod tot U opgeheven hart, afgebeeld door den wierook, dien de Wijzen U opofferden. Ach, mochten de verzuchtingen en smeekingen mijns harten T gelijk de rook fles wierooks, steeds tot U opstijgen! — O hadde ik den waren geest des gebeds! O hadde ik de genade om mij, te midden mijner bezigheden, altijd met U vereenigd te houden! maar helaas, mijn gebed is nauwelijks geëindigd, of mijn geest is wederom verstrooid; ja wat or;.er is, terwijl ik bid, is mijn geest van Iquot; verwijderd. Ontferm U mijner, lieve Jesus, en g-ef dat mijne gebeden steeds, gelijk de rook

384

-ocr page 501-

XXXI. SAMENSPRAAK.

van kostelijke reukwerken, tot U opstijgen en door de bediening der engelen tot voor Gods troon gebracht worden, opdat Hij ze als ofiers van zoeten geur, met welgevallen aanvaarde.

Eindelijk, geef ik U een door verstervingen gezuiverd hart, afgebeeld door de mirre, die de Wijzen U aanboden. Dierbare Jesus, ik ben bereid met U en uit liefde tot U alle bitterheden eu smarten te lijden. Als kruisen, vernederingen of versmadingen mij te beurt vallen, of moeielijke en met mijn karakter strijdige bedieningen mij opgelegd worden, zal ik trachten, met uwen heiligen wil tevreden te zijn en mij geheel aan uwe voorzienigheid over te geven. O Jesus, hoe goed zijt gij voor mij! Uit liefde tot mij blijft Gij altijd in het H. Sacrament des Altaars tegenwoordig en lijdt daar zoo vole onteeringen; zou ik dan uit liefde tot U ook niet willen lijden?... Zou ik nog om eenige wederwaardigheid of om onaangenaamheden, die mij overkomen, ongeduldig kunnen zijn, of mij over eenige mij aangedane beloe-digingen, durven beklagen?... Neen, lieve Jesus, dit ware eene al te groote ondankbaarheid: thans ben ik bereid uit liefde tot U alles te lijden en mij in alles te verloochenen; doch-tevens bid ik U vurig, mij te versterken, dewijl ik zoo zwak ben. Amen.

Dageljksch gebed, bl. 277.

Geestelijke Communie, bl. 279.

385

-ocr page 502-

rsse

XXXI. SAMENSPRAAK

MKT DE

H. MAAGD MARIA.

O dulcis Virgo Maria ! — O zoete Maagd Maria !

O Maria, lioo zoet is uw naam in leven en dood! Hoevele heiligen hebben te midden der grootste bitterheden, die zij te verduren hadden, troo?t en opbeuring ontwaard bij het uitspreken van uwen zoeten naam Maria ! — Do H. Ber-nardus roept in eene vervoering van lietde uit: »0 barmhartige Maagd Maria, gij verdient allen «lof; uw naam is zoo zoet en zoo minnelijk, dat »men dien niet kan uitspreken zonder gewaar »te worden, dat men van liefde tot n en tot »God ontstoken wordt,quot; en Thomas van Kempen zegt; sMijne broeders, indien gij in uwe kwel-»lingen getroost wilt worden, neemt dan uwe «toevlucht tot Maria, eert Maria, beveelt u aan «Maria, verheugt ti met Maria, weent met Maria, »bidt met Maria, gaat met Maria, zoekt Jesus met «Maria, en verlangt vurig om met Jesus en Maria »te leven en te sterven.quot; — Allermeedogendste en zoetste Maagd Maria, maak dat nw naam voortaan de ziel van mijn leven zij ; hij zij altijd in mijne gedachten en op mijne lippen. Maak dat ik levende en stervende altijd lier-ha le : «Maria! Maria!quot; en bij uwen naam ook dien van Jesus en Joseph voege. O ja, dat do zoete namen Jesus — Maria — Joseph altijd

-ocr page 503-

XXXI. SAMENSPRAAK.

In mijn hart en in die van alle menschen leven! Dat mijn geheugen alle andere namen vergete, opdat het niets onthoudo, behalve die geëerde namen: dat mijne laatste woorden zijn: Jesiss, Maria, Joseph, ik bemin U! Jesus, Maria, Joseph, ik geef U mijn hart en mijne ziel. Amen.

Dcajel jksch ijcbed, bl. 281.

387

-ocr page 504-

Qodvruchtige Oefeningen,

ter eere van het

ALLERH. SACRAMENT DES ALTAARS. \')

I. Oefexixg van Geloof.

Dierbare Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het Allerheiligste Sacrament des Altaars, met uwe Godheid en menschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam gelijk Gij verheerlijkt in don hemel zijt. Ik geloof\'dit vastelijk, omdat Gij, de eeuwige Waarheid zelve, het geopenbaard en door de H. Kerk hebt voorgesteld om geloofd te worden. — Mijn verstand kan dit groot geheim niet bevatten ; zelfs schijnt het in strijd te zijn met mijne zintuigen; immers ik kan,

•I) Met veel vrucht kan men zich met deze oefeningen bezighouden tijdens het veertigurengebed, of onder het uur van aanbidding, of ook onder het lof cn op andere tijden.

-ocr page 505-

GOD VRUCHT IGF, OEFENINGEN.

IJ niet zien met mijne oogen , noch ontdekken door mijnen reuk, noch proeven met mijnen smaak, noch tasten met mijn gevoel — eu toch geloof ik vastelijk, dat Gij waarlijk en wezenlijk hier tegenwoordig zijt. Gaarne geef ik rnijn verstand en mijne zintuigen gevangen ten dienste van het geloof en van de onfeilbaarheid uwer woorden; Gij immers, de eeuwige Waarheid zelve, hebt het mij verzekerd. Gij naamt brood, en spraakt; dit is mijn lichaam. En den. kelk met wijn genomen hebbende, zeidet Gij ; ileze is de kelk van wijn bloed, dat voor n zal vergoten worden. Die woorden zijn duidelijk en kunnen niet anders dan van uw lichaam en bloed verstaan worden. Hoe zou ik daaraan dan nog kunnen twijfelen? — Door de kracht van uwen wil hebt Gij te Cana in Galiléa water iti wijn veranderd; en door de kracht van uw woord gaaft Gij aan blinden het gezicht, aan dooven het gehoor, aan kreupelen den. gang, aan stommen de spraak, aan melaatschen en zieken do gezondheid, aan dooden het leven en aan de door den duivel bezetenen de verlossing; ja door de kracht van datzelfde woord hebt Gij hemel en aarde geschapen. Er-was geen hemel, er was geene aarde , er was\' gecne zee, er was niets van alles, wat wij thans zien; maar Gij hebt gesproken, en alles is gemaakt. Iftse dixit et facta sunt. Ipse mandavit et creata sunt. — Indien uw woord zoo krachtig is, om water in wijn te veranderen, lichamelijke kwalen te genezen, duivelen te verdrijven, en aan zaken, die niet bestonden, het bestaan te geven; hoe veel te krachtiger zal het niet zijn om het brood in uw vleescli

-ocr page 506-

GODVRUCHTIGE OEKENINGKN.

en den wijn in uw bloed te veranderen? — Derhalve geloof ik vastelijk, dat door de woorden van den priester het brood in uw vleesch en de wijn in uw bloed veranderd worden, en dat Gij in het aanbiddelijk Sacrament waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Ofschoon mijne zinnen dit niet ontwaren, word ik toch door het geloof versterkt en geloof ik, zonder den minsten twijfel dat Gij daar waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Ja, lieve Jesus, ik geloof, dat Gij zelf hier tegenwoordig zijt; Gij, die voor mij geboren zijt in den stal van Bethlehem ; Gij — die gevlucht zijt naar Egypte; Gij— die twaalf jaren oud, verloren en gevonden zijt in den tempel; Gij — die gehoorzaam waart aan Maria en Joseph en tot uw dertigste jaar in het huisje van Nazareth met uwe ouders in het verborgen hebt geleefd; Gij — die gedurende drie jaren het Evangelie verkondigd en door mirakelen bevestigd hebt; Gij — die voor ons gestorven, glorierijk uit het graf opgestaan en zegevierend ten hemel zijt opgeklommen ; Gij — die zit aan de rechterhand uws hemelschen Vaders, die aanbeden wordt van engelen en heiligen en eens zult komen om alle menschen te oordeelen; — Gij die hemel en aarde met luister en glorie vervult, die alles bestuurt en den loop van zon, maan en sterren regelt. Ja, dierbare Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij, de tweede persoon van de H. Drievuldigheid, God met den Vader en den H. Geest, hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. O welke troost voor mij, U altijd op aaide te bezitten en altijd tot Ü te kunnen naderen! — Welke genaden mag ik

-ocr page 507-

GÜDVUUCIITIGE OEFEXINGEN. 391\'

liirr niet van ü verwachten? Gij liebt gezegd: Jk ben het leoend brood, dat uit den hemel is nedergedaald; zoo iemand van dit brood eet, hij zal in eeinviijheid leven... (.loan. VI. 51. 5\'i). O zalig geloof, dat mij dit heilig Geheim leert kennen!... Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank voor de groote genade, mij dit geloof gegeven te hebben; ik bid U, hetzelve in mij meer en meer te verlevendigen, opdat ik door de levendigheid van dit geloof U hier als tegenwoordig aanschouwe, gelijk zoo vele heiligen gedaan hebben. — O kon ik U hier zien gelijk eene heilige Catharina van Siëna! — Die Heilige had een zoo levend geloofr dat zij U in verschillende omstandigheden als zichtbaar in het H. Sacrament mocht aanschouwen. Dan eens zag zij U als een brandend fornuis, vurige liefdevlammen naar de vier hoeken der wereld verspreidend, om de harten van alle menschen in liefde te ontsteken; dan wederom zag zij U op een verheven troon,, omgeven van engelen, met een gouden voorhangsel in de handen, om den priester aan het altaar te dienen; somtijds hoorde zij geheele koren engelen en heiligen, U loven en prijzen; dar. weder scheen haar hot altaar geheel vuur te zijn, omgeven van lichtstralen, die een wonderbaren glans door de kerk verspreidden; daarenboven gebeurde het dat zij de Koningin des hemels zag, die zich met grooten eerbied voor U neerboog. De levendigheid van haar geloof en de vurigheid harer liefde deden haar uwe waardigheid, verhevenheid, schoonheid en beminnelijkheid erkennen, en U als den eenigen bi uidegorn harer ziel verkiezen. Ach , hadde

-ocr page 508-

godvruchtige oefeningen.

•ook ik een zoo levendig geloof! Lieve Jesus, ik geloof, maar help mijne kleingeloovigheui. Vermeerder mijn geloof, opdat ik met meer eerbied voor U verschijne en in liefde tot U ont-vlamme. O Jesus, mijne liefde! 0 kon ik sterven ter bevestiging van dit geloof. Amen.

II. Oefening van Veuthouwen.

Minnelijke Zaligmaker, ik nader tot U met ■een groot vertrouwen, omdat Gij oneindig goed zijt tot ons, almachtig en getrouw in uwe beloften. Gij hebt het aanbiddelijk Sacrament ingesteld uit liefde tot mij; en blijft hierin altijd tegenwoordig. om mij met genaden te verrijken en gelukkig te maken. Gij noodigt mij •dringend uit, om tot U te komen, ton einde 1 roost in al mijne kwellingen te ontvangen, en •één met U te worden. Gij immers hebt gezegd: komt tot Mij allen, die vermoeid en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. (Matth. XI. 28.) Komt en vraagt in mijnen naam alles, wat gij begeert, en Ik verzeker u, dat gij het zult verkrijgen. Die beloften geven mij een groot vertrouwen, dat ik alles zal verkrijgen, wat mij voordeelig en dienstig is ter zaligheid. — Hoe •duidelijk zie ik dit in de heiligen. Wanneer zij in hunne noodwendigheden tot U hunne toevlucht namen, werden zij verhoord en ontvingen alles wat hun ter zaligheid voordeelig was. Hier ontvingen de eerste Christenen sterkte, om te midden der hevigste vervolgingen standvastig te blijven. Hier ontving een Pater Cafaro van lt;le Congregatie des Allerheiligsten Verlossers, de kracht, om over de vreeselijkste bekoringen

392

-ocr page 509-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

3!):!

■en eene volslagen geestelijke verlatenheid, die jaren lang duurde, te zegevieren. Hier werd een Pater Sarnelli, de apostel van Napels, verlicht in de keuze van den staat, waartoe God hem had geroepen ; hij omhelsde den religieuzen staat in de Congregatie des Allerh. Verlossers. Hier vond eene H. Joanna Francisca de Chantal verzachting in hare smarten, sterkte in hare beproevingen, standvastigheid in de aanvechtingen der hel en troost in hare veelvuldige zielskwellingen. Hier putte een H. Alphonsus dien grooten moed, welke hem bezielde om de zwaarste verdrukkingen , lasteringen en vervolgingen met gelatenheid te verduren; en te midden der hevigste bekoringen tegen het geloof, tegen de hoop en tegen de zuiverheid standvastig te blijven. Hier ontvlamden de H. Te-resia, de H. Maria Magdalena de Pazzi, de eerbiedwaardige Gerardus Majella en alle heiligen zoodanig in liefde, dat zij zich niet kouden wederhouden en gewenscht zouden hebben millioenen harten te bezitten, om U lieve Jesus, op alle plaatsen dor wereld, waar Gij in het H. Tabernakel tegenwoordig zijt, te kunnen beminnen. — Door die beschouwing aangemoedigd , nader ik met een groot vertrouwen tot U en hoop ik dat Gij mij niet zult verstoeten. Ik beroep mij op uwe eigene beloften: Vraag, hebt Gij gezegd, en gij zult verkrijgen; zoek en gij zult vinden; klop en u zal open gedaan worden. (Matth. VII. 7.) Hierop stel ik mijn vertrouwen, en ik zal in eeuwigheid niet beschaamd worden. Amen.

-ocr page 510-

(301 )vruchtige oefeningen\'.

III. Gevoelens en gebeden.

Dierbare Jesns, Gij liebt gezegd en uw woord met eed bevestigd, dat wij alles van uwen Vader zullen verkrijgen, wat wij Hem in uwen naam vragen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg m, alle* wat gij den Vader in mijnen naam zult vragen, zal Hij u geven. Op de waarheid van uw onfeilbaar woord steunende, nader ik tot IJ met een groot vertrouwen, en verstout ik mij uwe genade te vragen. Mijne ongehoorzaamheid, ondankbaarheid, trouweloosheid en zonden zouden mij schrik aanjagen en van U verwijderen, indien uwe goedheid en liefde er mij niet toe drong, tot U te komen en mijne noodwendigheden met vertrouwen aan U bloot te leggen.

Vóór alles, bid ik U, lieve Jesus, mij mijne zonden, ondankbaarheden en trouweloosheden te willen vergeven. Ik verfoei uit den grond van mijn hart alles , wat ik ooit tegen U misdaan heb. Ach, hoe spijt het mij, U zoo dikwijls beleedigd te hebben! — Liever wil ik sterven dan U nog ooit vrijwillig beleedigen. Neen, lieve Jesus, in eeuwigheid geene zonde meer!....

Verder smeek ik U, mij te versterken tegen de bekoringen die mij kwellen en tegen de gevaren, waaraan ik overal ben blootgesteld. Minnelijke Zaligmaker, laat niet toe, dat ik bezwijke; laat niet toe, dat de duivel over mij zegevicre, of\' dat ik U ontrouw worde. Hoe zou ik zoo boos of zoo ondankbaar kunnen zijn, ü uit mijn hart te verstooten en het voor Satan te openen ? — Neen, lieve Jesus, ik wil

-ocr page 511-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

zoo boos niet zijn. Nimmer zal ik satan toegang verleenen tot mijn hart; Gij zijt mijn oenige Heer en Meester; mijn hart is enkel en alleen voor U. Ik bid U, daarvan bezit te nemen en het voor allo andere dingen te sluiten.

Eindelijk, geef mij een standvastigen ijver in het beoefenen van alle deugden en wel in het bijzonder van die deugden, waarvan Gij mij in het aanbiddelijk Sacrament een voorbeeld hebt gegeven; namelijk; van nederigheid, zachtmoedigheid, armoede, gehoorzaamheid en van den geest des gebeds.

Ik vraag U I) eene ware ootmoedigheid. — Minnelijke Zaligmaker, geef dat ik ootmoedig van harte zij, mij naar uw voorbeeld steeds vernedere en mij verheuge, indien ik waardig bevonden word, voor uwen naam versmaad-heden te mogen lijden. O welk geluk, met U en voor U vernederd en versmaad te worden! Zou het voor mij geene schande zijn, indien ik eer en achting bij de menschen zocht, terwijl Gij een voorwerp van oneer en schande waart. In den hemel zie ik U omgeven van glorie en heerlijkheid, maar hier zie ik U, ter liefde van mij in eenen staat van vernedering, verworpen-, beid en vernietiging; hoe zou ik mij dan verstouten de achting der wereld te zoeken? Dierbare Jesus, geef, dat ik uit liefde tot U gaarne alle versmaadheden lijde. — O zalige vernedering, waaraan Gij zoo vele gunsten verbonden helit! — O zoete vernedering, die ons aan U gelijkvormig maakt! — O kostbare vernedering (lie een zeker onderpand onzer toekomstige verheerlijking is! Gij immers hebt gezegd: al-wie zich vernedert zal verheven worden. O

Sanr.enspr. 3k2

305

-ocr page 512-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

Jesus, geef (lat ik nietiger worde, dan ik geweest ben en dat ik ootmoedig zij in mijne oogen.

2) vraag ik U, lieve Jesus, eene onoverwinbare zachtmoedigheid. — Geef, dat ik naar uw voorbeeld zachtmoedig van harte zij, en alle beleedigingen, verongelijkingen en verdrukkingen met gelatenheid verdure.

Minnelijke Zaligmaker, hoevele onteeringen hebt Gij niet uit liefde tot mij geleden in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars; en zou ik dan uit liefde tot U niet gaarne alles lijden, en alle verongelijkingen niet gaarne aanvaarden? — Ja zeker, lieve Jesus; gaarne wil ik met U alles lijden; gaarne omhels ik uit liefde tot U alle beleedigingen, vernederingen en versmadingen; want zoo ik hier met U lijd, zal ik hiernamaals met U verheerlijkt worden.

3) vraag ik U eene algeheele onthechting. Dierbare Jesus, ruk mijn hart los van alles wat in de wereld is, en geef dat ik naar uw voorbeeld de armoede met al hare gevolgen blijmoedig aanvaarde. Gij hebt niet alleen ten tijde van uw sterfelijk leven blijken van armoede gegeven, maar geeft er nog voortdurend in het Heilig Sacrament des Altaars, waar Gij dikwijls tot d.-n armoedigsten 101 stand gebracht wordt. — Hoe gering eu armoedig zijn dikwijls de kerken, de Tabernakels, de HH. Vaten, de gewaden, en de altaardoeken, die bij het verrichten der heilige Bediening gebezigd worden!... Geef, lieve Jesus, dat ik mijl nooit over eenige armoede of over eenige ontbering beklage, gelijk Gij zelf u nooit daarover beklaagd hebt. Wat is al het aardsche

-ocr page 513-

GODVRUCHTIGE OSFENINGEN\'.

iitulers clan ijdelheid en kwelling des geestes? — Hoe zou ik mijn hart nog aan iets buiten U kunnen hechten? Neen, lieve Jesus, dat kan niet! mijn hart is geheel aan U; ontvang het geheel en al; ontvang het zonder verdeeling; zonder beperking van tijd of plaats; zonder eeuige terughouding of voorwaarde; ontvang het voor immer, en bewaar het voor de gansche eeuwigheid.

4) vraag ik U eene vaardige, blinde en standvastige gehoorzaamheid. — Geef, lieve Jesus, dat ik altijd, in alles en aan allen gehoorzaam zij. — O Jesus, hoe ver strekt zich uwe gehoorzaamheid niet uit... Niet alleen waart Gij gehoorzaam ten tijde van uw sterfelijk leven, maar zijt thans nog voortdurend gehoorzaam in liet H. Sacrament des Altaars; en zult het blijven zoo lang er priesters op aarde zijn. — Nauwelijks heeft een priester de woorden der H. Consecratie uitgesproken, of aanstonds, zonder oenige vertraging of tegenspraak, gehoorzaamt Gij en daalt op zijn woord uit den hemel neder. Waar heeft men ooit gehoord, dat een koning aan zijn onderdaan gehoorzaam is?... Dit is ongehoord in de wereld, en evenwel doet Gij het, lieve Jesus! — Gij, de Koning der koningen, zijt voortdurend gehoorzaam, en wel, aan uwe eigen schepselen, aan alle priesters hoe trouweloos en slecht zij ook zijn mogen. — Ach, minnelijke Zaligmaker, hoe dikwijls heeft uwe al te groote gehoorzaamheid U aan de schandelijkste onteeringen blootgesteld? en niettemin volhardt Gij in te gehoorzamen zonder ooit tegen te spreken. Ego autein non contra-ilico. — Zou het dan geene schande zijn, in-

397

-ocr page 514-

GODVRUCHTIGE OEFEXIXGEN.

dien ik traag ware in te gehoorzamen, mij over den )ast der gehoorzaamheid beklaagde of\' uitvluchten zocht om mij daaraan te onttrekken? — Zou het niet onredelijk zijn, zoo ik mij over de hoedanigheden mijner oversten, of over hunne onminzaamheid, hardvochtigheid of\'willekeur ontevreden toonde? Ja zeker zou dit onredelijk en schandelijk van mij zijn, lieve .lesus,, daar Gij zelf een zoa schoon voorbeeld van gehoorzaamheid hebt gegeven. Daarom bid ik U vurig mij te versterken, opdat ik voortaan in alles en aan allen gehoorzaam zij, en zonder de minste tegenspraak blijmoedig alles vol-brenge wat mij opgelegd of bevolen wordt.

5) vraag ik U den waren qeeat des gebeds.. om mij altijd met God vereenigd to houdenr gelijk Gij altijd met Hem vereenigd geweest zijt. Ook nu nog houdt Gij niet op, uwen he-melschen Vader in het H. Sacrament te verheerlijken en Hem voortdurend voor ons om-genaden te bidden. Met welken eerbied zijt Gij steeds voor zijn aanschijn en met welke vurigheid bidt Gij Hem , dat Hij zijne genade over ons gelieve uit te storten? — Hoe is het dan mogelijk, dat ik zoo onachtzaam zij in het volbrengen mijner godvruchtige oefeningen en zoo-traag in het gebed ? ... Helaas , het minste is genoeg om mij van het gebed af to trekken, en mijnen geest te verstrooien! Dierbare Jesus, ik bid U, mij den waren geest des gebeds te geven, opdat ik mij steeds met ijver tot de godvruchtige oefeningen begeve, mijne gebeden met eerbied en vurigheid verrichte en mij voortdurend met U vereenige. — Laat niet toe dat aardsche bekommeringen mijnen geest ver-

398

-ocr page 515-

godvruchtige oefeningen*.

strooien of mijne gedachten van God aftrekken; want ik verlang vurig geheel aan Hem te zijn •en mij in alles en ten allen tijde met Hem te vereenigen. Geef mij ook de genade, om de plichten van mijnen staat nooit om wille van godvruchtige oefeningen te verwaarloozen en ■evenmin uit hoofde van de plichten van mijnen staat, den geest des gebeds en der ingetogenheid te verliezen; met één woord, geef dat ik .zóó hidde, dat ik om het gebed mijne plichten niet verwaarlooze ; en mijne plichten zóó waar-iieme, dat ik daarom het gebed niet verzuime. — Eindelijk, geef dat ik altijd aan U zij, altijd met U vereenigd blijve, en te midden mijner bezigheden steeds tijd vinde, om U in het H. Sacrament des Altaars te bezoeken en te aanbidden. Amen.

IV. Oefening van Eeberoete.

Minnelijke Zaligmaker, ik beschouw met groote ^droefheid de beleed igingen, die Gij in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars voortdurend anoet ondergaan. Nooit hebt Gij den menschcn sneer liefde getoond, dan door het instellen van dit H. Sacrament; de menschen integendeel hebben U nooit meer beleedigingen aangedaan •dan door hunne oneerbiedigheden jegens dit H. Sacrament. . . Hoe dikwijls hebben de on-katholieken en vrijgeesten de vreeselijkste lasteringen tegen dit Goddelijk Geheim uitgebraakt! Hoe dikwijls hebben zij de Tabernakels openge-broken, de heilige vaten onteerd, de HH. Hostiën op den grond of in vuilnisplaatsen geworpen, met messen doorstoken, of op andere.

399

-ocr page 516-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEX.

400

nog meer onteeronrle wijzen misbruikt!... Dierbare Jesus, indien Gij bier slecbts door onka-tbolieken en vrijgeesten onteerd wordt, dat zon U misscbien nog dragelijk zijn; maar boe ondragelijk moet bet U niet zijn, onteerd te worden door uw eigen volk, door katholieken, ju zelfs door hen, die op eene bijzondere wijze U toegewijd zijn en die Gij met buitengewone weldaden begiftigd en tot boezemvrienden badt aangenomen!... Helaas, boevele Cbristenen zijn er, die geen eerbied voor U hebben en voor uw aanschijn verschijnen, als hadden zij geen geloof! — Hoevelen die U onteeren mot rond te zien , te lachen en te praten !... Hoevelen, die U onteeren met zich bezig te houden met kwade gedachten en onreine begeerten!... Hoe-velen, die U onteeren, met huichelend voor het H. Sacrament neer te knielen, en in staat van doodzonde onwaardig tot de tafel des Heereu te naderen!... Ach, lieve Jesus, boe bitter moet U dat niet vallen ! — De apostel Judas beging bet eerst die misdaad en wel op bet oogenblik dat Gij het Heilig Sacrament insteldet en U zeiven voor de eerste maal gaaft tot spijs aan de apostelen. O Jesus, boe grievend moet U dit geweest zijn!... Geen wonder, dat Gij U daarover ontsteldet en klagend uitriept; de hand van hem die mij verraden zal is met Mij aan tafel!... Geen wonder, dat (!e apostelen dit hoerende, bedroefi waren en vol angst vroegen: ben ik het Heer?... ben ik het Heer\'* Geen wonder, dat Gij den vloek tegen uwen verrader uitsprekende, zeidet; wee den menselu door wien de Zoon des menschen zal geleoerd vjorden: het ware hem beter niet geboren te

-ocr page 517-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

40!

zijn. (Matth. XXVI. Luc. XXII). Geen wonder dat de duivel in Judas gegaan is, nadat liij die misdaad had bedreven. Maar nu, wie zal de millioenen heiligschennissen kunnen optellen, die er sedert dien tijd dooi- katholieken gepleegd zijn. Ach, hoevelen zijn er, die slecht biechten en onwaardig comrnuniceeren? Mij dunkt, lieve Jesus, dat ik U dreigend hoor klagen: «Indien Ik door rnijne vijanden gehoon4 »werd zou ik het verdragen; indien iemand diesmij haatte Mij aldus onteerde, zou ik mij m »acht nemen; maar nu Ik onteerd word door «mijne vrienden, die zoo vertrouwelijk met Mij »aan mijne tafel aten en met wie Ik gemoen-»schappelijk in het huis des Heeren omwan-»delde, dat kan Ik niet verdragen. Dat de dood overvalle en dat ze levend in den af-»grond storten.quot; (Ps. LIV. 16). Dierbare Jesus, hoe goed zijt Gij , aangezien Gij die beleedi-gingen, zoo langmoedig verduurt, en uwe straffende hand zoo genadiglijk bedwingt, opdat wij ons bekeeren en boetvaardigheid doen. O, kon ik die beleedigingen door mijn bloed uit-wisscheu! Tot herstel dier beleedigingen zou ik wenschen millioenen tongen te hebben om ü te loven met dien eerbied, waarmede de engelen U onophoudelijk verheerlijken in den hemel, zeggende: Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der heirkrachten ! millioenen harten , om U te beminnen met de vurigheid en liefde, waarmede de H. Maagd Maria U op aarde bemind heeft, en waarmede zij U thans bemint in den hemel ; millioenen lerens, om ze allen voor U te slachtolTeren met die vurigheid en liefde, waarmede Gij uw leven voor onze zalig-

-ocr page 518-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

lieirl ton beste hebt gegeven... Maar nu helaas! — ik heb maar éene tong en die is nog stom in liet verkondigen van uwen lof; — maar één hart en dat is nog koud en liefdeloos voorU; — en maar één leven en dat is nog verdeeld tus-schen U en de wereld, tusschen U en de zinnelijke voldoeningen, tusschen U en aardsche goederen en vergankelijke grootheden. — Wat kan ik dan doen, om de U aangedane oneer eenigszins te herstellen? — Ik weet niets anders te doen, dan mij voor U te vernederen, mijne machteloosheid te erkennen, en tot eereboete U aan te bieden al de lofzangen, eerbewijzin-gen, aanbiddingen en liefde verzuchtingen, die van het begin der wereld tot nu toe op aarde U zijn opgedragen en U nog opgedragen zullen worden tot het einde der wereld; alsmede al de lofzangen en eerbewijzingen, die U van het begin der schepping tot nu toe opgedragen zijn in den hemel en in alle eeuwigheid nog opgedragen zullen worden. — Lieve Jesus, ik bid U, dezo eereboete, die ik U thans nederig aan-bied, met liefde te willen ontvangen, en U te willen versoenen met de ongelukkige en arme zondaars, opdat allen zich oprecht bekeeren, en wij gezamenlijk voortaan U loven en prijzen. Amen.

V. OEKEXING EENER GODMINNENDE ZIEL.

Dierbare Jesus, daar Gij geheel aan mij zijt, wil ik ook geheel aan U zijn, en mij geheel voor U ten beste geven. Mijn eenig streven zal voortaan zijn, alles te doen en te lijden uil zuivere liefde tot God; want ik wil in alles

402

-ocr page 519-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

geliocl aan en voor Hem zijn. Ik wil voortaan goene andere gedachte, geene andere meening, geen ander inzicht meer hebben, clan het volbrengen van Gods heiligen wil en de verbreiding zijner glorie, om met U te kunnen zeggen : Mijne spijs is, den ivil mijns Vaders te volbrengen, (Joan. IV. 34.) — en — Ik zoek mijne glorie niet. (Joan. VIII. 50.)

Daarom sluit ik van nu at\' en voor altijd uit mijne gedachten en meening, alles wat niet strekt tot zijne meerdere eer en glorie, of niet gelijkvormig is aan zijnen heiligen wil.

Daarom wil ik mij voortaan in God alléén verblijden; wijl Hij alle volmaaktheden, schoonheden, zoetheden, heerlijkheden en rijkdommen in zich besluit, en oneindig gelukkig in zich zeiven, om zich zeiven en door zich zeiven is.

Daarom verlang ik dat alle menschen Hem kennen, dienen en beminnen, — en alle onge-loovigen, heidenen, joden, ketter.?, vrijgeesten en zondaars zich bekeeren.

Daarom zou ik wenschen, dat er millioenen werelden waren, vervuld met menschen, om Hem te verheerlijken met die vurigheid en iiefde, waarmede de heiligen Hem verheerlijkt hebben en nog verheerlijken in den hemel.

Daarom zou ik wenschen te hebben een oneindig getal levens, om ze allen uit liefde tot Hem te slachtofieren met die liefde en offervaardigheid , waarmede de grootste martelaren hun leven geslachtofferd hebben.

Daarom zou ik wenschen te hebben een oneindig getal tongen, om Hem voortdurend te loven met die vurigheid, waarmede de Gheru-hijnen en Seraphijnen Hem loven in den hemel.

403

-ocr page 520-

godvruchtige oefeningen.

die zonder zich cenige rust te geven altijd, dag en nacht, en in alle eeuwigheid zingen; Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der heirkrachten. Eindelijk ;

Daarom zou ik wenschen te hebben een oneindig getal harten, brandend van liefde, gelijk het onbevlekte Hart van Maria, of liever gelijk uw Goddelijk Hart, dat altijd van liefde tot God heeft gebrand, ten einde God te beminnen met die liefde, waarmede Hij verdient bemind te worden; maar wijl dit onmogelijk is, bid ik U, mij uwe genade te geven om Hem te beminnen, zoo veel ik vermag.

Dierbare Jesus, geef dat de vurige en honig-vloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en vertnere, opdat ik ter liefde van U sterve, gelijk Gij U gewaardigt hebt ter liefde van mij aan een schandelijk kruis te sterven. Amen.

VI. Verbond met Jesus.

Dierbare Jesus, ik wensch vurig geheel aan IJ te zijn, gelijk Gij geheel aan mij zijt; ik betuig rechtzinnig voor U, dat ik alle andere gedachten en genegenheden, die niet dienen om U te behagen, uit mijn hart wil verbannen, en van dit oogenblik af verfoei. — Ik bid U vurig, al mijne gedachten, woorden en werken, al mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen; al mijne bewegingen, inwendig en uitwendig, vrijwillig en onvrijwillig, met één woord: alles wat in mij is of mij toebehoort, aan te nemen als zoo vele duizend millioenen akten van zuivere liefde, in vurigheid gelijk aan

m

-ocr page 521-

GODVRUCHTIGK OEFENINGEN.

lt;lie van de allerheiligste Maagd Maria, of liever gelijk aan die van U, lieve Jesus, tot bekeering van alle ongeloovigen en van alle ongelukkige zondaars, tot verlossing van alle zielen uit het vagevuur, en tot ontvlamming van alle geloo-vigen in eene allerzuiverste en allervurigste liefde lot God.

Op die wijze en volgens die meening zal ik trachten voort te gaan in het verrichten van-alle godvruchtige oefeningen en bezigheden van mijnen staat; in het beoefenen van alle soorten van deugden, als van gehoorzaamheid, stilzwij-gcndheid, ootmoedigheid, versterving, ingetogenheid. liefde, goedaardigheid, inschikkelijkheid^ voorkomendheid, enz.; in het voldoen mijner lichamelijke behoeften, — als eten, drinken,, rusten, slapen, uitspanningen enz.; eindelijk in het verduren van alle wederwaardigheden, vernederingen , bcleedigingen en kruisen.

O mijn welbeminde Jesus, ik heb geen ander verlangen meer, dan U alléén te behagen; deswege zal ik nauwkeurig vermijden alles, wat U zou kunnen mishagen; integendeel, ik zal bezorgd zijn, alles te doen , wat U het meest kan behagen, en dit wel op die wijze en met die meening, welke U het aangenaamst is.

Ziedaar, lieve Jesus, het verbond dat ik met U maak; neem het goedgunstig aan en geef dat ik steeds getrouw daaraan blijve. — Ik zal trachten dit verbond dikwijls te hernieuwen, door met den duim een kruis op de borst te maken, zeggende: »0 Jesus, uit kracht van oons verbond, stel U als een zegel op mijn »hart.quot;

O Jesus, geef dat ik voortaan geheel aan LT

405

-ocr page 522-

godvruchtige oefeningen.

zij en niets clan U be^eere, — aan U alléén, zoek ik te behagen, U alléén te loven , U alléén te prijzen en te verheerlijken. — Geheel aan U, geheel aan U, geheel aan U, wil ik zijn voor den tijd en voor de gansche eeuwigheid. Amen.

VIL Opwekking eener godminnende ziel, om

geheel voor god te leven.

O ziel, uw eenig streven zal voortaan zijn, alles te doen en te lijden uit zuivere liefde tot God. Gij moet voortaan geheel aan God zijn, gelijk Jesus en Maria zulks al de dagen huns levens geweest zijn.

O ja, mijn God, mijn eenig streven zal voortaan zijn, geheel aan U te zijn en uwen heiligen wil in alles te volbrengen, geüjk Jesus en Maria gedaan hebben. Jesus zeide: Ik doe altijd wat Hem hehagelijk is; (Joan. VIII. \'29.) — nooit heeft Hij zijnen wil, maar altijd dien van zijnen Vader volbracht. Ook Maria heeft dit gedaan; ook ik wil het voortaan doen. O God, ontferm U mijner en sta mij bij , opdat ik dat verlangen in beoefening brenge.

O ziel, gij zult trachten, al uwe werken, niet alleen in het algemeen , maar ook in het hijzonder, aan God op te dragen, met de zuivere meening, aan God alleen te willen behagen, gelijk Jesus en Maria dit gedaan hebben, en zijnen heiligen wil volmaakt te volbrengen.

O ja, mijn God, ik verlang niets anders dan U te behagen en uwen heiligen wil te volbrengen, naar het voorbeeld van Jesus en Maria, -wier spijs was de volbrenging van Gods hei-

406

-ocr page 523-

GWJViiucirnaE oefeningen.

Ihjen wil. Daarom zeide Jcsus, — en Maria kon het met Hem zeggen —: Ik heb eene spijs* te eten, die gij niet kent; mijne spijs is den wil te volbrengen van Hem, die mij gezonden heeft, zijn werk te voltrekken. (Joan. IV. 32. 34.) O God, ontfenn U mijner en sta mij bij, op-fiat de vervulling van uwen wil voortaan mijne .spijs zij, en ik daarin al mijn genoegen vinde.

O ziel, voortaan zult gij van u verwijderen en uit uwe meening sluiten , elke andere meening , die niet is om aan God alleen te behagen en zijnen heiligen wil te volbrengen. — Uw eenig streven zal zijn, de vervulling van Gods wil en zijn welbehagen; — en uw eenige vreugde, uw eenige roem en uw eenig loon de gedachte: zoo behaag ik aan God, — zoo volbreng ik zijnen heiligen wil. De H. Chry-sostomus zegt: «indien gij nog eene andere be-mlooning zoekt dan die, dat gij aan God. hebt »mogen behagen, dan weet gij waarlijk niet,, «wolk geluk het is Gode te behagen; wist gij igt;dat, dan zoudt gij zeker nooit iets anders » zoeken.quot;

ü mijn God en mijn Al. Gij zijt geheel aan mij; ook ik wil geheel aan U zijn.— Hierom zal. ik trachten uit mijne gedachten, begeerten, genegenheden en tneeningen alles te verwijderen, wat niet strekt tot uwe meerdere eer en glorie,, of niet overeenkomt met uwen heiligen wil en uw welbehagen. -— Gelijk Jesus en Maria alles, wat niet voor U was, uit hunne gedachten hebben verwijderd, zoo wil ik het ook doen ; en gelijk zij, in al hun doen en laten, geen ander loon zochten, dan het genoegen om U te behagen en uwen wil te volbrengen, zoo wil

4()7quot;

-ocr page 524-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

ik voortaan ook niets anders zoeken, noch mij in iets anders verheugen. O God, ontferm U mijner en bekrachtig deze mijne besluiten door uwen alvermogenden bijstand. Amen.

O ziel, voortaan zult gij van u verwijderen lt;xlle vreugde, die niet voor God is, ten einde u in Hem alléén te verblijden.

Gij möet u in Hem verblijden om zijne oneindige volmaaktheden; Hij immers bevat in zich alle grootheden, alle schoonheden, alle zoetheden, alle vermakelijkheden, alle rijkdommen, alle heerlijkheden, met één woord , alle volmaakte eigenschappen. Gij moet u in Hem verblijden , omdat Hij al die volmaaktheden op oene volmaakte, noodzakelijke en onafhankelijke wijze, en wel van eeuwigheid in zich bevat.

Gij moet u in Hom verblijden, omdat Hij in zich besluit alle tijden, alle plaatsen, alle personen en alle dingen die ooit geweest zijn en nog zijn zullen.

Gij moet u in Hem verblijden, omdat Hij ter oorzake zijner volmaaktheden en van zijn Goddelijk Wezen onuitsprekelijk is. De tongen van alle menschen, van alle heiligen, van alle engelen en van de Moeder Gods zijn niet in staat de grootheid zijner volmaaktheden uit te spreken. Al werden die tongen honderd — duizend — millioenen malen vermenigvuldigd, dan nog zouden zij in eeuwigheid zijne grootheid niet kunnen uitspreken.

Gij moet u in Hem verblijden, omdat Hij ter oorzake dier volmaaktheden niet alleen onuitsprekelijk , maar ook onbegrijpelijk is. De heiligen en engelen zien Hem in den hemel gelijk Hij is; zij zien Hem van aanschijn tot

408

-ocr page 525-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

-aanschijn; zij bezitten Hem en worden volkomen dooi- Ilem verzadigd; en toch kunnen zij Hem niet begrijpen; ook Maria kan het niet; God zelf zou niet kunnen maken dat zijn Goddelijk Wezen door eenig schepsel ten volle begrepen werd.

Gij moet u in Hem verblijden, omdat Hem ter oorzake zijner oneindige volmaaktheden nooit iets heeft ontbroken, noch ontbreken zal, noch ontbreken kan.

Gij moet u in Hem verblijden, omdat Hij ter oorzake zijner volmaaktheden volkomen gelukkig-is in zich zeiven, om zich zeiven en door zich zeiven; zoodat zijn geluk door niets kan gestoord, noch vermeerderd, noch verminderd worden; want zijn geluk is oneindig, onveranderlijk en eeuwig.

Gij moet u in Hem verblijden, omdat er velen op aarde zijn , die Hem om zijne oneindige volmaaktheden zoo vurig beminnen en uit al hun vermogen loven, danken, prijzen en verheerlijken ; ook moet gij u verblijden, omdat de engelen en heiligen in den hemel Hem met eene allervurigste liefde beminnen en hem zonder ophouden uit al hunne krachten loven en prijzen; eindelijk moet gij u verblijden om den lot dien Jesus, Maria en Joseph Hem reeds gegeven hebben en in eeuwigheid nog geven zullen.

0 mijn God en mijn al, geef dat ik mij voortaan in U alleen verblijde. Gelijk de H. .foseph, de H. Maagd Maria en het kind Jesus zich ten allen tijde in U alleen verblijd hebben; zoo wil ik mij ook alleen in U verblijden, omdat Gij oneindig goed, oneindig heilig en oneindig

409

-ocr page 526-

GODVRUCHTIGE OEFENIXGEX.

volmaakt in U zei ven zijt, en van eeuwigheid alle volmaaktheden op eene volmaakte wijze in U besluit; tevens verheug ik mij over rle eer en glorie, die Gij deswege ontvangt op aarde van alle ware geloovigen, en in den hemel van alle heiligen en engelen en vooral van den H. Joseph, van do H. Maagd Maria en van het kind Jesus.... O God, ontferm U mijner opdat ik mij voortaan in niets anders verheuge dan in U alleen. Amen.

O ziel, daar God zoo oneindig volmaakt is en allen lof oneindig te boven gaat, moet gij in u groote verlangens opwekken :

i) Gij moet verlangen, dat God van alle menschen gekend, gediend, bemind en verheerlijkt worde;

Ü) dat alle zondaren, ongeloovigen, heidenen, joden, ketters, vrijgeesten en scheurmakers zich bekeeren , om God voortaan te dienen, te beminnen en te verheerlijken;

3) dat er millioenen en millioenen werelden waren, vervuld met menschen brandende van liefde, — om God te loven, te prijzen en lief te hebben, met die vurigheid, waarmede de engelen, ja, de Moeder Gods en zelfs, ware het mogelijk, waarmede het kindje Jesus God verheerlijkt en lief heeft.

4) dat gij meester waart van een oneindig getal harten, brandende van liefde gelijk de harten van den H. Joseph, van de allerheiligste Maagd Maria en het kind Jesus altijd van liefde gebrand hebben en dit voortdurend zullen doen gedurende de gansche eeuwigheid.

Een oneindig getal tongen om God onophoudelijk te loven, gelijk de H. Joseph, de

MO

-ocr page 527-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

II. Maagd Maria en het kind Jcsus, Hem onophoudelijk loven en verheerlijken.

Een oneindig getal leven* om die allen voor Gods eer en glorie 0|i te offeren, met die liefde en bereidvaardigheid, waarmede de H. Joseph, de H. Maagd Maria en het kind Jcsus hun leven hebben opgeofferd.

O God, geef dat de verlangens van mijn hart meer en meer aangroeien, om U te beminnen en U door allen bemind te zien. —- Daar Gij oneindig volmaakt en allen lof waardig zijt, is mijn vurigst verlangen, dat alle zondaren, on-geloovigen, ketters, joden, heidenen, vrijgeesten en scheurmakers zich bekeeren, dat het getal uwer vereerders en minnaars in het oneindige aangroeie; ik wenschte een oneindig getal harten te hebben, om U te beminnen, een oneindig getal tongen om U te loven, en een oneindig getal levens, om die allen voor U ten offer te brengen — en dit met die liefde en vurigheid, waarmede de H. Joseph , de H. Maagd Maria en het kind Jesus zulks gedaan hebben.

O God, ziedaar de gevoelens en de bedoelingen van mijn hart; maar ik weet, dat zij, hoo vurig ze ook mogen wezen, toch altijd te flauw zullen zijn, wijl Gij, om uwe oneindige volmaaktheden al mijne verlangens en pogingen oneindig vei- te boven gaat. Daarom bid ik U die gevoelens steeds levendig in mij te bewaren, meer en meer aan te kweeken en eindelijk te volmaken; opdat ik altijd tot U gedreven worde, mij steer\'s inniger met U vereenige en eindelijk geheel van liefde tot u ontvlamme.

O God, geef, dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde, mijn hart geheel inneme en Saiutrispr. 33

411

-ocr page 528-

412 godvruchtige oefeningen.

verteére, opdat ik ter liefde van U sterve, gelijk , Gij U gewaardigd hebt ter liefde van mij aan jj oen schandelijk kruis te sterven. Amen.

VIII. Vertrouwen oigt; de machtige bescherming van onze Moeder Maria.

O Maria, als ik u onder liet kruis van Jesus, uwen Goddelijken Zoon zie staan, en denk aau de woorden, die Hij stervend tot u en den leerling sprak: Vrouw, zie uwen zoon... zoon. zie uwe Moeder; (Joan. XIX. 27. 27) dan voel ik in mij een groot vertrouwen ontstaan op mve bescherming. Gij immers zijt mijne Moeder geworden op het oogenblik dat Jesus ging sterven. In dat gewichtig oogenblik heeft Hij mij als uw kind aan uwe moederlijke zorg aanbevolen. Hij deed dit toen Hij ging sterven, opdat gij des te meer zorg voor mij zoudet hebben; want de laatste woorden van een stervend kind maken meer indruk op het hart der moed its en nooit kunnen zij die vergeten: maar al zouden ook andere moeders die vergeten, gij, de teerhartigste aller moeders hebt ze toch lt; nooit vergeten. Al den tijd, dien gij na den dood van Jesus nog op aarde leefdet, zweefden die woorden voor uwen geest, en nu gij in den hemel zijt, maken zij nog den heilzaamsten indruk op uw hart en doen u gedenken, dat gij lt; onze moeder zijt en wij uwe kinderen; ik heb derhalve aanspraak op uwe moederlijke be-schermirg, en gij hebt de verplichting mij als lt; uw kind te verzorgen en te geleiden. — Mis- ( schien zult gij zeggen dat ik een ondankbaar kind ben en niet verdien door u beschermd en I

-ocr page 529-

g01jvrüciitiüe oefeningen.

413

m-

gÜ leb heals lisaar en

,jk geloifl te worden. — O Maria, volgaarne geef ik dat toe; maar dit kan u niet ontslaan van den plicht, mij onder uwe bescherming te nemen; gij immers zijt eene teerhartige Moeder; gij zijt Moeder van barmhartigheid, en dus moet gij zorg voor mij dragen, ofschoon ik ondankbaar en trouweloos ben. Alle heiligeti js, verzekeren, dat gij alleen meer liefde tot ons an hebt, dan allo moeders te zamen voor hare en kinderen kunnen hebben; als dit zoo is, gelijk n . ik vastolijk geloof, dan zijt gij ook verplicht, nel mij, hoewel ondankbaar, te helpen en te ver-op zorgen; immers teerhartige moeders dragen )e- groote zorg voor hunne kinderen, zelfs dan als ng 1 zij boos en trouweloos zijn; ja, hoe grooter tlij hunne boosheid is en hoe dieper zij zich in hun )rg ongeluk storten, des te grooter is de bezorgden, heid dier moeders. — Wat deed de 11. Monica let niet om Augustinus van het dwaalspoor terug er- te brengen? — Meer dan tien jaren lang deed Ier zij haar best, door bidden en smeeken, door iar zuchten en weenen , door boetvaardigheden en ;n. verstervingen, door zich zelve en door middel )ch van anderen, om hem tot boetvaardigheid te len brengen en met God te verzoenen; en zij hield-len niet op, voordat zij hare wenschen vervuld zag. len Indien de H. Monica zoo bezorgd was voor

haren trouweloozen Augustinus, wat zult gij dan voor mij niet doen, o Moeder Maria? — immers uwe liefde is grooter dan die eener H. Monica, ja dan die van millioenen Monica\'s; derhalve al was ik millioenen malen boozer dan Augustinus, zou uwe liefde tot mij nog niet uitgedoofd zijn. Gij zelve hebt aan do II. Birgitta geopenbaard, dat gij Moeder zijt

-ocr page 530-

-M4 GODVRUCHTIGE OEFENINGEN.

van allen die zich willen bekeeren; welnu Maria, ik wil mij bekeeren; ik verlang vurig mij oprecht te bekeeren en heilig voor God te-gaan leven; derhalve moogt gij mij uwe genadige voorspraak niet weigeren. Ook kunt gij niet zeggen, dat de macht u ontbreekt; immers als koningin van hemel en aarde, zijn alle schepselen, alle engelen en heiligen u onderdanig, en als Moeder van God, is God zelf aan uwe bevelen gehoorzaam. Imperia Virginis omnia famulantur, etiam ipse Deus. Dus hebt gij maar te vragen, en aanstonds zal u volgens uw verlangen geschieden. — Ik lees in het Evangelie, dat gij tot Jesus zeidot: zij hebber, geenen wijn, en Jesus was aanstonds bereid, aw verlangen in te willigen, ofschoon de tijd van mirakelen te doen, nog niet was verschenen; zoodat Hij om uwentwil inbreuk scheen te maken op de onveranderlijke en eeuwige raadsbesluiten van God.

O Maria , daar gij als Moeder van barmhartigheid , den wil, en als Moeder van God, de-macht hebt mij te helpen, geef ik mij vol vertrouwen aan uwe moederlijke teerhartigheid over; vraag voor mij, alles wat ik noodig heb;, gij kent mijne noodwendigheden beter dan ik; gij weet wat mij het voordeeligst en Jesus het aangenaamst is; derhalve geef ik mj geheel aan uwe beschikking over. — Ik verstout mij ovenwei, u ééne zaak in het bijzonder te vragen ; namelijk mij op mijn sterfbed niet te-vergeten. Ik bid u, gewaardig u dan tot mij te komen om mij te troosten, bij te staan erv te versterken; wijl ik dan uwe hulp bijzonder «oodig zal hebben. Ik beken het, dat ik die

-ocr page 531-

GODVRUCHTIGE OEI- EXIXGEX.

■narlc niet waardig- ben; ik vraag dezelve niet ndat ik die waardig ben, maar orndat ik ze il noodig hebben; gij hebt die genade voor ;le anderen verkregen, die minder behoefte iaraan hadden dan ik ; daarom vertrouw ik, it gij ze mij ook niet zult weigeren. O Maria, bid u derhalve vurig alsdan tot mij te koen met het kindje Jesus, den H. Joseph, den . Alphonsus en de H. Teresia, ten einde mij ; beschermen tegen alle aanvallen des duivels, i voor mij een zaligen dood en een genadig )rdeel te verwerven; opdat ik dan uit den lond des Rechters deze zoete woorden hoore: om , gezegende mijns Vaders, bezit het rijk, at u bereid is van het begin der wereld. -latth. XXV. 34.) Amen.

GODVBUCHTIGE OEFENINGEN

VOOR DE

ET. COMMUNIE.

Met groot verlangen heb Ik verlangd dit \'aaschmaal met u te eten vóórdat ik tijde, Jic. XXII. 15).

O ziel, ziedaar de zoete woorden, die Jesus i het laatste Avondmaal tot zijne apostelen irak, en die Hij nog voortdurend uit liet H. Ta-L-rnakol u toespreekt. Overweeg die woorden

1 bewonder daarbij de grootheid zijner liefde, \'ijl Hij zoo vurig verlangt het paaschmaal met

te eten en zich zeiven tot zielespijs aan u

2 geven-

41 r»

-ocr page 532-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

416

Dierbare Jesus, uwe liefde moet wel groot zijn, daar Gij zoo vurig verlangt dien geestelijken maaltijd met mij te nemen en U zeiven aan mij te geven, — evenals kondet Gij zonder mij niet gelukkig zijn. Gelijk een hongerige j verlangt naar spijze, evenzoo , en nog meer. verlangt Gij, U zeiven aan mij te geven en één met mij te worden. — Waar heeft men ooit gehoord, dat een koning zich gewaardigt maat te houden met een zijner slaven? Doch gij gaat verder, lieve Jesus; niet alleen gewaardigt Gij U maal te houden met mij, een slaaf en wel een ondankbaren slaaf; maar daarenboven wilt Gij de s])ijs, het voedsel mijner ziel worden. -— O Jesus, hoe kunt Gij mij zoo zeer beminnen?... Er is toch niets goeds in mij; ook kan ik U het minste goed niet aanbrengen, en hebt Gij mij in niets noodig, wijl Gij alle goed in. U zeiven besluit; en evenwel hebt Gij een groot verlangen om bij mij te zijn, en geene moeite schijnt U te groot om die vereeniging te kunnen voltrekken. ■— Immers daarom zijt Gij uit den hemel neergedaald; daarom hebt Gij een menschelijk lichaam aangenomen en ü met onze ellenden bekleed; daarom hebt Gij het 11. Sacrament des Altaars ingesteld, hoewel Gij voorzaagt dat Gij daar vele onteeringen zoudt te lijden hebben, niet alleen van de ongeloovi-gon en onkatholieken, maar zelfs van de Christenen, van uwe kinderen en lievelingen; daarom lu bt Gij bijzondere genaden aan dit Sacrament verbonden en noodigt Gij ons zoo dringend uit tot U te komen, zeggende: Ik ben het levend hrood, dat uil den hemel ben neeryednuld... Die wijn vleesch eet en mijn bloed drinkt,

-ocr page 533-

VOOR J)K H. COMMUNIE. -il7

Im

ken ,

tegendeel bedreigt Gij mij met zware straffen, indien ik dit zou verzuimen: Tenzij gij hel vleesch van den Zoon des menschen eet en zijn hloed drinkt, zult gij het leven in u niet hebben. (Ibid. V. 54.)

O liefde van Jesus, wat doet Gij tocli veel om mij tot U te trekken, om ü aan mij te geven en één met mij te worden! — Gij noo-digt mij uit door beloften; Gij dringt mij door bedreigingen en trekt mij door geestelijke weldaden en hemelsche gaven; en desniettegenstaande blijf ik koud en onverschillig voor U. Minnelijke Jesus, wat mag hiervan de oorzaak zijn ?... O ziel, het is omdat gij nog te aardsch, te wereldsch en te zinnelijk zijt. \\\\ ant naar liet zeggen van den apostel Pan lus: een clee-schelijk mensch beseft de zaken niet, die God aangaan. (1 Cor. 11. 14). Het is omdat gij nog te zeer gelijkt aan de zinnelijke joden, die walging hadden van het hemelsch manna, dat alle zoetheden in zich bevatte; en die met verachting uitriepen: oize ziel is dor; onze oogeti zien niets dan het Manna. Ach of wij vleesch te eten hadden! (Numer. XI. G.) O ziel, daar uwe genegenheden nog zoo zeer op aardsche en zinnelijke genoegens zijn gevestigd, is het niet te verwonderen, dat gij de zoetheden dier geestelijke en hemelsche spijze niet kunt smaken. — Wilt gij proeven, hoe zoet de Heer is, dan moet gij uw hart van het aardsche onthechten en uwe zinnen in het eten en drinkt mi versterven. — Lieve Jesus, ik wensch ontbonden te worden en geheel aan U te zijn.

heeft het eeuwig leoen en Ik zal Hem opwekken ten jongsten dage. (.loan. VI. 51. 55.) In-

-ocr page 534-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

Wanneer zal ik eens walging van al hetaardsche krijgen? Wanneer zal ik eens van alles ont-lieclit en geheel aan U zijn? — O Jesus, ik verlang vurig naar U ; kom tot mij; geef U aan mij; want huiten U heb ik ruste noch troost. Ik ben voor U geschapen en mijn hart is ontevreden tot dat het in U ruste. Kom tot mij, opdat ik één met U worde; kom tot mij en vereenig U zoo innig met mij, dat niets in staat zij, mij van U te scheiden. O zoete banden die mij met U verbinden! — O Jesus, ik bemin U; ik verlang naar U; ik haak vurig naar U. Gelijk een dorstig hert verlangt naaide waterbronnen, zoo verlangt mijne ziel naar U. Kom, Heere Jesus, kom en vereenig U met mij. Uit liefde tot U verzaak ik aan alle zinnelijke vermaken, en wensch vurig U alléén te beminnen. Kom spoedig tot mijlieve Jesus, stel niet langer meer uit, want ik verlang vurig éen met U te worden en in uwe vereeniging te leven en te sterven. Amen.

QODVBUCHTIGE OEFENINGEN

NA DE

H. COMMUNIE.

Lieve Jesus, zoo zijt Gij dan nu waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen!... Nu hebt Gij U zeiyen dan waarlijk cn wezenlijk tot spijs aan mij gegeven! — Waar heeft men ooit gehoord dat een koning zijnen intrek neemt bij een armen slaaf?... Waar heeft men ooit gehoord dat eene moeder haar kind voedt met haar eigen

418

-ocr page 535-

NA DE II. COM.V\'ÜXIE.

419

vleesch on blond? — Neen, zulks is niet gehoord; dusdanige liefde is niet bekend. En toch hebt Gij het gedaan, lieve Jesus! O wolk g.\'-heim!... Eon God geeft zich tot voedsel aan zijn schepsel! Lieve Jesus, Gij zijt dan waarlijk in mij, Gij zijt als een gevangene opgesloten in mijn hart, volgens uwe eigen woorden bij den Evangelist Joannes: die mijn vlensch net en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in Item. — Dierbare Jesus, zoo zijt Gij dan in mij en ik in U! Gij zijt in mij, niet alleen door het geloof en door do liefde; maar gelijk de H. Chry-sostomus zegt, uit kracht eener natuurlijke en lichamelijke vereeniging. Gij zijt in mij;—-Gij, diezelfde Jesus, die voor mij geboren zijt in den stal van Bethlehem; die gevlucht zijt naar Egypte; die in het huisje van Nazareth met den H. Joseph gewerkt hebt, en gehoorzaam waart aan uwe ouders; die gedurende drie jaren het Evangelie hebt verkondigd in het land van Judea, die aan een schandelijk kruis gestorven , heerlijk verrezen en zegevierend ten hemel zijt opgeklommen; die in den hemel verheven en geplaatst zijt aan de rechterhand uws Vaders, waar Gij aanbeden wordt door do ■engelen en heiligen en van waar Gij eens zult neerdalen om alle menschen te oordeelen; die het heelal met glans en heerlijkheid vervult en voor wien het heelal is als een druppel van den morgendauw; Gij, lieve Jesus, zoo groot, zoo schoon, zoo verheven, zijt nu waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen, en zijt nu als een gevangene in mijn hart opgesloten. O welke goedheid! — O welke vernedering! — Dierbare Jesus, hoe kunt Gij mij zoo beminnen?... Nu

-ocr page 536-

GOjyviiUCHTIUE OEFENINGEN

voel ik mij waarlijk gelukkig; nu ben ik gelijk de H. Clirysostomus zegt, een Christusdrager geworden. Wie ben ik, lieve Jesus, dat Gij mij zoo verheerlijkt? Gij zijt uu waarlijk in mij en ik in U; nu zijti wij, gelijk de H. Cyrillus van Alexandrië zegt, zoo nauw met elkander ver-eenigd, dat wij, gelijk twee stukken was, die zamen gesmolten zijn, één met elkander uitmaken... O welk eene genade? — Welke dankbaarheid ben ik U daarvoor niet verschuldigd. — O Jesus, wat zal ik U vergelden voor alles; en bijzonder voor deze genade , die Gij mij thans hebt bewezen?

O ziel zoudt gij, na zulke genaden ontvangen te hebben, nog een aardsch of zinnelijk leven willen leiden? — Indien Jesus zich aan u geeft, is het dan niet billijk, dat gij u ook aan Hem geeft? is het dan niet billijk dat gij zorgvuldig alles vermijdt, wat Hem zou kunnen mishagen, of die vereeniging zou kunnen doen verflauwen?— De H. Augustinus zegt; »Een Christen srnoet niets zoo zeer vreezen , dan gescheiden ste worden van het lichaam van Christus; im-»mers, van het lichaam van Christus geschei-))den, is hij zijn lidmaat niet meer, wordt niet smeei\' verlevendigd door zijnen geest, en be-»hoort dus niet meer aan Christus toe. Die »niet meer aan Christus toebehoort, is een dood slidmaat; dat noodzakelijk tot ontbinding over-;)gaat, en dus verwijderd en weggeworpen moet » worden.quot;

Minnelijke Zaligmaker, het is dan noodzakelijk, dat ik mij uit liefde tot U afscheide van alle lichtzinnige vermaken, ijdele grootheden en bedriegelijke goederen, om mij met U te

420

-ocr page 537-

NA DE II. COMMUNIE.

421

kunnen vereenigen. Mijn hart kan niet geheel voor U zijn, indien het nog voor iets buiten U is. Daarom bid ik U, lieve Jesus, mij van alles te onthechten, mij steeds tot U te trekken en geheel met U te vereenigen; want de duivel loopt rond als een brieschende leeuw , en doet zijn best mijn hart tot zich te trekken door de bekoorlijkheden des vlcesches en de bedriege-I ij lie schijngoederen der wereld... Dierbare Jesus, laat toch niet toe, dat de duivel mijn hart in-neme. Gij zijt mijn God en mijn Al; ik behoor geheel aan U toe; ik wil geheel aan U zijn. Gij hebt U geheel aan mij gegeven; ik geef mij ook geheel aan U. Gij wilt geheel aan mij zijn, ik wil ook geheel aan U zijn. — Ontvang mij, lieve Jesus, met alles wat in mij is; ik stel mij geheel in uwe handen; handel met mij volgens uw welbehagen. Ik zal U ten allen tijde loven en prijzen, zoo wel in tegenspoed als in voorspoed; zoo wel in ziekte als in-gezondheid; zoo wel in bitterheden als in zoetheden : zoo wel in droefheden als in vertroostingen ; zoo wel in vernederingen als in verheffingen; zoowel in duisternissen als in verlichtingen. Ja lieve Jesus, ik zal U altijd loven en prijzen; geef mij maar uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. — O Jesus, dat de vurige en ho-nigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere, opdat ik uit liefde tot u sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt uit liefde tot mij aan een schandelijk kruis te sterven. Amen.

-ocr page 538-

i22

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

VOOR 1)E

H. COMMTJISriE.

I. Zachaeus kende Jesus niet in persoon; evenwel liad hij veel van Hem hooren spreken, daarom had hij een vurig verlangen , Jesus te zien bij gelegenheid, dat Hij voorbij zou trekken ; maar hij kon dat niet, omdat hij klein was cn klom derhalve op een vijgenboom: Jesus hem ziende en wetende, wat er in zijn hart omging, zeide: Zachceus, kom spoedig af; want heden moet Ik in uw huis verblijven. Gelukkige tijding! Heden moet Ik in uw huis verblijueii. — Zachaeus kwam spoedig af, ontving Hem met blijdschap en zich oprecht bekeerd hebbende, werd hij met geheel zijn huisgezin gezegend; zoodat jesus hem zeide; heden is dit huis zaliriheid qeworden. (Lucas XIX. V. 1—10.)

O ziel, verbeeld u Jesus diezelfde woorden u te hooren toespreken: mijn Zoon, kom spoedig af\', want heden moet Ik bij u verblijuen. — O welke gelukkige tijding: Jesus zal tot u komen, en bij u verblijven! — Een wereldling rekent het zich tot eene eer, tot een groot geluk, den koning in zijn huis te mogen ontvangen; reeds lang te voren verlangt hij naar dat zalig oogenblik en tracht alles tot een waardige ontvangst voor te bereiden — alles te zuiveren — alles te versieren. — O ziel, welke eer, welk geluk moet het dan niet voor u zijn, Jesus den Öpperkoning in n te rr.ogen ontvan-

-ocr page 539-

GODVlil\'Cln\'RiE OEFENIXGKN\'.

gen! Hoe groot moet niet uw verlangen zijn naar dat zalig oogenblik; en met welke zorg behoort gij niet alles tot zijne komst voor te bereiden?...

Welaan mijne ziel, kom spoedig af; want Jesus moet in uw buis verblijven. Kom af van uwen hoogmoed, eu verneder u voor zijne Goddelijke Majesteit; kom af en verneder u tot in den afgrond van uw niet; kom af en verneder 11 tot in den afgrond van uwe zonden, ondankbaarheden en trouweloosheden. De engelen, die zuivere en verheven geesten , vernederen zich voor Hem, erkennen zich niet waardig in zijne tegenwoordigheid te verschijnen en dekken uit eerbied hun aanschijn voor Hem, zeggende Heilig, Heilig, Heilig de Heer, God der heir-krachten. Hoeveel te meer moet gij u dan voor Hem vernederen? Wat zijt gij in vergelijking met de engelen? Hoe schoon, hoe zuiver, hoe verbeven, hoe heilig zijn zij; terwijl gij een nietige aardworm zijt, vol gebreken, onvol-maaktheden en zonden!... O ziet, kom dus spoedig af van uwen hoogmoed en uwe eigenliefde, en verneder 11 zoo diep gij kunt. Indien gij slechts een niet waart, dan zou het minder zijn, maar nu zijt gij daarenboven een zondaar, een ondankbare, een booswicht en dus-allcrafscbuwelijkst in zijne oogen; want de zonde is voor Hem het ergste, het verfoeielijkste, het hatelijkste wat men zich kan verbeelden: derhalve kf rn spoedig af en verneder u tot in den afgrond i.wer boosheden; want Jesus, uw Op-perkoning moet in uw huis verblijven. Hij zal zich aan u geven; gij zult Hem ontvangen en Hij zal in u zijn verblijf nemen. O wonderbaar

4^0

-ocr page 540-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

geheim! Een God zal komen, om zijnen intrek te nemen bij een nietigen aardworm , een ondankbaren zondaar. Welk een geluk voor mij ! Welk eene vernedering voor God!... Dierbare Jesus, geet\', dat ik evenals Zachaeus, spoedig afkome, mij diep vernedere, en tl met een zuiver hart en eene heilige blijdschap ontvange. Geef dat ik nietiger worde, dan ik geweest ben ; dat ik nietig zij in mijne oogen, en dat ik met een groot vertrouwen en vurig verlangen U ontvange. Kom Heere Jesus, kom.

II. Ecce sponsus venit; exite obviarn Ei. Zie, de Bruidegom komt, gaat Hem te ge-moet. (Matth. XXV. 6.) Gezeten op het veulen eener ezelin, vergezeld van zijne apostelen, en omgeven van eene groote menigte volks deed Jesus zijne heerlijke intrede in Jerusalem, terwijl de inwoners der stad Hein juichend te gemoet kwamen, de takken van dr boornen rukten , de wegen met het groen der boomen bestrooiden, do paden met hunne kleederen bedekten en zongen : Hosanna den Zoon vnn David! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren. (Matth. XXI. 9.)

O ziel, diezelfde Jesus zal heden zijne intrede in u doen. Hij is gezeten, niet op liet veulen eener ezelin, maar op den zetel der ootmoedigheid en wordt aangedreven door de liefde. Do ootmoedigheid doet Hem afdalen en de liefde dringt Hem bij u te komen. —- O welke liefde! Een God vernedert zich uit liefde tot een ondankbaar schepsel: Hij komt vol minzaamheid en is vergezeld van zijne engelen; Hij komt om zich met u te vereenigen en één met u te worden... O ziel, ga uit u zelve; ga uit do

424

-ocr page 541-

VOOR DE II. COMMUNIE.

; wereld en ontdoe u van alles om Hem te ge-moet te gaan en waardig te ontvangen. Doch ! wie ben ik, lieve Jesus, om U te ontvangen? 3 Gij weendet toen Gij do stad Jerusalem na-v derdet; onverschillig voor al die eerbewijzin-i gen , hadt Gij medelijden rnet die ongelukkige stad, en zeidet: aIndien ook gij erkendet, noi) t op dezen uwen day, wal u tot vrede dient, t maar nu is het voor uwe oogen verborgen, (Lucas XIX. 42). O ziel, hoeft Hij ook geene reden om te weenen, nu Hij tot u komt?.. . Hoe is het met u gesteld.\' is alles gezuiverd.\' is alles versierd?... Dierbare Jesus, ik verzaak i aan al mijne zonden en stel mijne ziel in de i handen van uwe lieve Moeder Maria, opdat zij 1 haar zuivere van allo zonden, versiere met alle deugden en daarin een heerlijk verblijf voor (J ï gereed make. — O Maria, ontvang mijne ziel, i zuiver haar en versier haar mot alle deugden, i voornamelijk mot die deugden, welke gij weet dat het aangenaamste aan Jesus, en mij het i voordeeligste zijn; namelijk met oen levendig i geloof, eeno vaste hoop, oene zuivere liefde, eene diepe ootmoedigheid en een vurig verlan-j gen. O kon ik mijnen Jesus waardig ontvan-

1 gen! — Heilige Maagd Maria, heilige Joseph, mijn Engel-bewaarder, mijno heilige Patronen

2 en Patronessen, vereenigt u mot mij en zingt

3 in mijne plaats ter eero van Jesus : Hosanna ! den Zoon van David! Gezegend Hij die komt

in den naam des Heeren. O ja, lieve Jesus, l Gij zijt gezegend; Gij verdient allen lof; Gij t gaat allen lof oneindig te boven. O hadde ik a millioenen tongen, om U te verheerlijken; dan o nog zou ik U niet genoeg kunnen verheerlij-

425

-ocr page 542-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

kon. Ruk mijn hart los van alles, ontdoe het van alle aardsche en zinnelijke neigingen, en geef dat het geheel aan U zij. O Josus, kom tot mij; ik verlang vurig naar U. Amen.

III. Dat hij de komst van den Opperkoniny de harten der menschen gezuiverd icorden. O ziel, overweeg die woorden, welke onze Moo-dcr de H. Kerk in het officie van den Advent den geloovigen toeroept, hen vermanende zich tot de komst van Jesus voor te bereiden. ))Dat »l)ij do komst van den Opperkoning de harten .«iler menschen gezuiverd worden.quot; O ziel, verbeeld ii, dat de Engel-bewaarder u diezelfde woorden toespreekt; sMijn kind, zuiver uw »liart, want Jesus , uw Opperkoning kemt tot »u; zuiver het van alle zonden, onvolmaakthe-»iten en gebreken, opdat het een aangenaam «verblijf voor Jesus zij, en Hij zijne woonplaats ïilaarin vestige.quot;

Dierbare Jesus, ik geef U mijn hart; zuiver Ju t van alles, wat U zou kunnen mishagen. Ik vraag U rouwmoedig vergiffenis over alle zonden, die ik ooit heb gedaan, hetzij in mijne kindsheid of\' jongelingsjaren, hetzij op verderen leeftijd; ach, hoe spijt het mij, U zoo beleedigd ti\' hebben! Wil de zonden mijner jeugd en mijne onwetendheden niet meer gedenken. Wasch mij in uw dierbaar bloed, opdat mijne ziel gezuiverd en wit worde als sneeuw.

O ziel, het is niet genoeg de zaal, waar de koning zijn verblijf neemt, gezuiverd te hebben; zij moet daarenboven nog versierd zijn ; derhalve moet gij u niet tevreden stellen u van uwe zonden gezuiverd te hebben, gij moet u daarenboven versieren met een levendig geloof,

-ocr page 543-

voor de h. communie.

oone v;iste hoop, cenc zuivere liefde, eeno diepe ootmoedigheid en een vurig verlangen.

Akte van Geloof.

O mijn Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. Sacrament des Altaars, ik geloof dat ik U in de H. Communie wezenlijk ontvang. Ofschoon ik U niet zien kan met mijne oogen, noch proeven met mijnen smaak, noch ontdekken floor mijnen ronk , noch tasten door mijn gevoel, noch bevatten mot mijn verstand, geloof ik toch vastelijk, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt en het voedsel mijner ziel wordt; — Gij —- de eeuwige Waarheid zelve, hebt het mij met duidelijke woorden verzekerd; want nadat Gij het brood in uwe gezegende handen genomen hadt, zeidet Gij: dit is mijn lichaam, en na insgelijks den kelk met wijn genomen te hebben, zeidet Gij : dil is de kelk van mijn bloed, dat voor u zal vergoten worden. Die woorden zijn duidelijk en overtuigen mij naar de leer der H. Kerk, dat Gij hier waarlijk tegenwoordig zijt. — O kon ik sterven ter bevestiging van dit mijn geloof! gaarne zou ik het doen , gelijk zoo vele martelaren gedaan hebben. Credo, Dom ine, credo! Ik geloof. Heer, ik geloof\'!

Akte va n Hoop.

Dierbare Jesus, uwe verhevenheid en oneindige heiligheid overwegende en daarbij mijne ellende en ondankbaarheid, heb ik reden tot schaamte en vrees; maar als ik daarente-

Samenspr, 34

427

-ocr page 544-

godvruchtige oefeningen\'

gen uwe goedheid en liefde overweeg, dan heb ik reden om te liopen. Ja, lieve Jcsus, ik hoop op uwe goedheid en liefde. Gij zijt oneindig goed tot ons; Gij wilt mij gelukkig maken; daarom hebt Gij dit H. Sacrament ingesteld. Waarom zou ik dan vreezen? waarom zou ik niet met vertrouwen tot u naderen ? Ja zeker zal ik hot met groot vertrouwen doen, lieve Jesus. -— Ik vertrouw, dat Gij tot mij komt om mij zalig te maken; ik vertrouw, dat Gij bij uwe komst de afgoden van eigenliefde en van hoogmoed, van zinnelijkheid en begeer-lijkheid in mij omver zult wei-pen, gelijk Gij bij uwe komst in Egypte de afgoden der hei-densehe tempels hebt omver geworpen. Amen.

Akte van Liefde en van Verlangen,

O mijn Jesus, mijn God en mijn Al! ik bewonder de liefde, die U bewogen heeft dit H. Sacrament in te stellen en U met mij te vereenigen... Waar heeft men ooit gehoord, dat eene moeder zich zelve tot spijs gaf aan haar kind? — Neen, dit is nimmer gehoord; en toch hebt Gij het gedaan, lieve Jesus! Ja, uwe liefde was zoo groot, dat Gij vurig verlangdet naar het oogenblik waarop Gij U met ons zoudt vereenigen , zeggende: met groot verlangen heb Jk verlangd dit Paaschmaal met u te eten.

Minnelijke Zaligmaker, ik bemin U en verlang vurig naar U. Kom , Heere Jesus, kom, want buiten U is er voor mij geen geluk. — Wat bezit ik in den hemel, en wat wil ik hinten U op aarde, o God van mijn hart en mijn deel, o God in eeuwigheid. Amen.

428

-ocr page 545-

na de h. communie.

Akïe van Ootmoedigheid.

O ziel, verbeeld u dat de priester de heilige Hostie tusschen zijne vingers neemt en zegt: Ecce Agnus Dai. — Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld. — Zeg dan met den priester: Domine non sum digitus.

— Heer , ik hen niet waardig dat Gij komt onder mijn dak; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Herhaal die woorden drie maal en klop telkens op uwe borst, ten teeken van berouw en leedwezen; en nader dan vol vertrouwen en brandend van liefde tot de tafel des Heeren. zeggende ;

Dierbare Jesus ofschoon ik niet waardig ben mijne oogen ten hemel te verheffen, noch de aarde te betreden, verstout ik mij toeh tot U te naderen en U in de H. Communie te ontvangen, omdat Gij liet wilt en het mij gebiedt.

— Zie lieve Jesus, ik kom tot U; geef U aan mij, opdat ik één worde met U. Gij in mij en ik in U. O welk geluk ! — Gij in mij en ik in IJ, voor den tijd en voor de gansche eeuwigheid. Amen.

GODVBUCHTIGE OEPENIN^EIf

na de

H. COjSiaiUNIfi:.

I. Tracht een levendig geloof aan zijne tegenwoordigheid in u op te wekken, en al uwe zintuigen ten dienste van dat geloof ten offer te brengen.

42!)

-ocr page 546-

430 godtruciitige oefeningen

Oefening van Geloof.

Welk groot geluk is mij te beurt gevallen Ik heb Jesus, mijnen God en mijn Al, waarlijk en wezenlijk ontvangen. — Hij is in mij en ik in Hem ! O welk eene genade! -— Hij , voor wien de engelen sidderen en beven , heeft zich geheel aan mij gegeven. O ja, lieve Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij waarlijk en wezenlijk, tot mij gekomen zijt en U geheel aan mij hebt gegeven. Ik heb U niet kunnen zien met de oogc.n, noch ontdekken door den reuk, noch proeven door den smaak, noch tasten door het gevoel, en evenwel geloof ik vastelijk, dat Gij. waarlijk en wezenlijk tot mij zijt gekomen. Gaarne breng ik U het offer mijner zintuigen: van mijn gezicht, van mijnen reuk, van mijnen smaak en van mijn gevoel, alsmede van mijn verstand; ik geef het gaarne ten dienste van het geloof gevangen, en bon bereid ter bevestiging van dit geloof mijn leven ton beste te geven. O ware ik zoo gelukkig ten dienste van dit geloof te sterven, gelijk zoovele martelaren gedaan hebben!... Gij, lieve Jesus, zijt dan waarlijk tot mij gekomen. — O welk geluk!

II. Tracht in n op te wekken gevoelens var» Ootmoedigheid, door de gedachte aan do oneindige volmaaktheden van Jesus, die tot u is gekomen en zich opsluit in uw hart als-in een duisteren kerker.

Oefening van Neuerigheim.

Dierbare Jesus, wie zijt Gij, dat Gij tot mij

-ocr page 547-

X.V DE [1. COMMUNIE.

431

l\\omt on U in mijn hart opsluit?... Gij zijt de quot;God van hemel en aarde, die alles uit het niet hebt voortgebracht; — Gij — die in den hemel «we heerlijkheid vertoont aan de engelen en heiligen, en in wiens bezit zij eeuwig gelukkig, ■eeuwig zalig zijn; — Gij— die glans en luister geoft aan zon , maan en sterren; ■— Gij — die in de gansche natuur zoo groote en zoo ver-\'heven dingen uitwerkt; — Gij — die onmetelijke God, dien hemel en aarde niet kunnen bevatten — Gij zijt waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen! ü welk een geheim — welk een wonder! — Hoe groot is de aarde: — hoe groot de zee; — hoe groot de maan; — hoe groot de zon; — hoe groot en menigvuldig do sterren; — hoe groot het uitspansel des hemels, dat al die hemellichten bevat en nog millioe-•nen anderen zou kunnen bevatten; — hoe groot ■en onmetelijk die tusschenruimte tusschen hemel en aarde, welke ons die reusachtige hemellichamen zoo klein doet voorkomen, als waren het slechts stipjes aan het uitspansel! — Maar hoe groot zijt Gij. o mijn God, wijl hemel en aarde U niet kunnen bevatten, ja, voor U zijn als een druppel van den morgendauw , die op de aarde nedervalt. Sicut gutta rorls antducani. Indien hemel en aarde met alirs wat er bestaat, voor ü zijn als een drup-pel van den morgendauw, wat ben ik dan voor U? — Het hoeveel millioenste gedeelte ben ik van hemel en aarde? — Derhalve ben ik voor U niets anders dan een niet, gelijk de profeet David zegt: tamquam nihilum ante te. Ik hen als een niet voor U. Ik beeldde mij in iets groots té zijn, maar ik bedroog mij en

-ocr page 548-

430 godtruciitige oefeningen

Oefening van Geloof.

Welk groot geluk is mij te beurt gevallen Ik heb Jesus, mijnen God en mijn Al, waarlijk en wezenlijk ontvangen. — Hij is in mij en ik in Hem ! O welk eene genade! -— Hij , voor wien de engelen sidderen en beven , heeft zich geheel aan mij gegeven. O ja, lieve Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij waarlijk en wezenlijk, tot mij gekomen zijt en U geheel aan mij hebt gegeven. Ik heb U niet kunnen zien met de oogc.n, noch ontdekken door den reuk, noch proeven door den smaak, noch tasten door het gevoel, en evenwel geloof ik vastelijk, dat Gij. waarlijk en wezenlijk tot mij zijt gekomen. Gaarne breng ik U het offer mijner zintuigen: van mijn gezicht, van mijnen reuk, van mijnen smaak en van mijn gevoel, alsmede van mijn verstand; ik geef het gaarne ten dienste van het geloof gevangen, en bon bereid ter bevestiging van dit geloof mijn leven ton beste te geven. O ware ik zoo gelukkig ten dienste van dit geloof te sterven, gelijk zoovele martelaren gedaan hebben!... Gij, lieve Jesus, zijt dan waarlijk tot mij gekomen. — O welk geluk!

II. Tracht in n op te wekken gevoelens var» Ootmoedigheid, door de gedachte aan do oneindige volmaaktheden van Jesus, die tot u is gekomen en zich opsluit in uw hart als-in een duisteren kerker.

Oefening van Neuerigheim.

Dierbare Jesus, wie zijt Gij, dat Gij tot mij

-ocr page 549-

X.V DE [1. COMMUNIE.

431

l\\omt on U in mijn hart opsluit?... Gij zijt de quot;God van hemel en aarde, die alles uit het niet hebt voortgebracht; — Gij — die in den hemel «we heerlijkheid vertoont aan de engelen en heiligen, en in wiens bezit zij eeuwig gelukkig, ■eeuwig zalig zijn; — Gij— die glans en luister geoft aan zon , maan en sterren; ■— Gij — die in de gansche natuur zoo groote en zoo ver-\'heven dingen uitwerkt; — Gij — die onmetelijke God, dien hemel en aarde niet kunnen bevatten — Gij zijt waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen! ü welk een geheim — welk een wonder! — Hoe groot is de aarde: — hoe groot de zee; — hoe groot de maan; — hoe groot de zon; — hoe groot en menigvuldig do sterren; — hoe groot het uitspansel des hemels, dat al die hemellichten bevat en nog millioe-•nen anderen zou kunnen bevatten; — hoe groot ■en onmetelijk die tusschenruimte tusschen hemel en aarde, welke ons die reusachtige hemellichamen zoo klein doet voorkomen, als waren het slechts stipjes aan het uitspansel! — Maar hoe groot zijt Gij. o mijn God, wijl hemel en aarde U niet kunnen bevatten, ja, voor U zijn als een druppel van den morgendauw , die op de aarde nedervalt. Sicut gutta rorls antducani. Indien hemel en aarde met alirs wat er bestaat, voor ü zijn als een drup-pel van den morgendauw, wat ben ik dan voor U? — Het hoeveel millioenste gedeelte ben ik van hemel en aarde? — Derhalve ben ik voor U niets anders dan een niet, gelijk de profeet David zegt: tamquam nihilum ante te. Ik hen als een niet voor U. Ik beeldde mij in iets groots té zijn, maar ik bedroog mij en

-ocr page 550-

godvruchtige oefeningen

nederen en U opdragen al de akten van liefde, van lof en dankzegging, die U zijn opgedragen van het begin der wereld, en nog zullen worden opgedragen tot het einrle der wereld; daarenboven al de lofzangen en eerbewijzingen. die L in den hemel zijn aangeboden van het begin der schepping af, en gedurende de gansche eeuwigheid nog zullen aangeboden worden. O Jesus, kon ik nu sterven uit liefde tot U! Daarom zeg ik met den grijsaard Simeon: sNu »laat Gij Heer, uwen dienstknecht naar uw ))\\voord in vrede gaan; want mijne oogea heb-»ben gezien uw heil, dat Gij bereid hebt voor »het aanschijn van alle volkeren.quot; — Doch wilt Gij, lieve Jesus, dat ik nog eenigen tijd op aarde verblijve, dan bid ik U, de afgoden, die in mij heerschen, omver te werpen en te vernietigen , ge|ijk Gij bij uwe komst in Egypte hebt gedaan; vooral bid ik U, in mij omver te werpen en te vernietigen den afgod van eigenliefde en hoogmoed: cjeef dat ik nietiger worde, dan ik geweest ben en dat ik ootmoedig zij in mijne oogen. Ik bid U, ook nog in mij te vernietigen den afgod van zinnelijkheid en begeerlijkheid; opdat ik voortaan matig, rechtvaardig en godvreezend in de wereld leve. Amen.

Smeekgebed tot Jesus.

Gedenk , lieve Jesus, dat Gij ten tijde van n\\y sterfelijk le-ven al weldoende het land door-reisdet; gij gaaft aan de blinden het gezicht, aan de dooven het gehoor, aan do stommen de spraak , aan de kreupelen den gang, aan de

434

-ocr page 551-

NA DE H. COMMUNIE.

melaatschen de genezing, aan de zieken de gezondheid, aan de dooden liet leven en aan de 4oor den duivel bezetenen de verlossing weder; door deze uwe goedheid en liefde bid ik U, U over mij te ontfermen en mijne zielskwalen te genezen. — De blinde van het Evangelie riep tot U: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner.... »Wat wilt gij dat Ik u doe?quot; — Heer, dat ik zien moge. (Marc. X. -47. 51.) — Ook zoo bid ik U, lieve Jesus, U over mij te ontfermen en mijne oogen te openen, opdat ik zien moge.

O ja, lieve Jesus, open mijne oogen, opdat ik zien moge, hoe nietig ik hen, en integendeel hoe groot en verheven Gij zijt, — om mij te vernederen en U te verheerlijken. Hurniliem me, exaltem te, nihil cog item nisi te. »Geef, sdat ik mij vernedere en U verheerlijke, en ))buiteii U aan niets denke.quot; (H. Augustinus).

Dat ik zien moge, hoe boos en ondankbaar ik ben, en integendeel hoe goed en liefderijk Gij zijt. — dat ik mij zeiven hate en U be-minne. Oderim me, amem te, omnia again propter te, «Geef, dat ik mij hate en U beminne »en alles doe om uwentwil.quot;

Dat ik zien moge, hoe zwak ik ben en hoe machtig Gij zijt, — dat ik mij zei ven mistrouwe en al mijn vertrouwen op U alléén stelle. Diffidam mild, fidam in te; ohedire velirn propter te. «Geef dat ik mij zelven niis-»trouwe en op U steune en steeds gehoorzame «om uwentwil.quot;

Dat de vurige en honigvloeiende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere; opdat ik ter liefde van U sterve, gelijk Gij U

435

-ocr page 552-

godvruchtige oefeningen

gewaardigd hebt ter liefde van mij aan een schandelijk kruis te sterven. Amen.

V. Zuivere Meening.

Zijne Heiligheid Pius IX, (1849) verleent een aflaat van 7 jaren en 7 maal 40 dagen aan hen, die het volgende gebed godvruchtig bidden. — Daarenboven een vollen aflaat ééns in de maand te verdienen door hen , die hetzelve gedurende een maand dageljjks zullen gebeden hebben ; mits ze dan biechten, eommuniceeren en bidden tot intentie van Zijne Heiligheid den Paus.

Eeuwige Vader, in vereeniging met het He-melscii hof en mot de allerheiligste hari on van Jesus en Maria, heb ik do meening dat ik U van alle eeuwigheid wenschte opgedragen te hebben en dat ik in allo eeuwigheid Ü op wensch te dragon het dierbaar bloed van Jesus Christus, zijne oneindige verdiensten on die van de H. Kerk tot voldoening voor onze zonden en voor die der gansche wereld; tot verlossing van al de zielen des vagevunrs; tot dankzegging, dat Gij ons en allo monschen der wereld, tegenwoordige en toekomende, verleend hebt al do weldaden, genaden on barmhartigheden , die strekkon tot uwe meerdere glorie en tot meerdere heiligmaking aller zioleu in do tegenwoordige verdrukkingen , ofschoon wij al die verschillende straffen verdiend hebben; tot dankzegging, dat Gij van de gansche wereld ééne kudde en één herder gemaakt hebt; opdat wij allen levende in het geloof, in de hoop en in de liefde van onzen Heer Jesus Christus, in don hemel komen , om eeuwig uwe Goddelijke barmhartigheden te loven en te prijzen. Amen.

436

-ocr page 553-

na de ii. communie.

VI. Geestelijk verbond met Jesus.

Dierbare Jesus, ik wensch vurig geheel aan U te zijn, gelijk Gij aan mij zijt. Ik betuig rechtzinnig voor U, dat ik alle andere gedachten,, die niet strekken om U te hehagen, uit mijn hart wil verbannen. Ik bid en smeek U vurig, al mijne gedachten, woorden en werken aan te nemen als zoo vele millioenen akten van eene allerzuiverste liefde, van eene liefde, gelijk aan die der allerheiligste Maagd Maria, of liever, gelijk aan die van U lieve Jesus, — tot bekee-ring van alle ongeloovigen , (heidenen , joden . ketters, scheurmakers en zondaren; tot verlossing van alle zielen uit het vagevuur, en tot ontvlamming van alle harten in eene allerzuiverste liefde tot God... Daarom maak ik met U een verbond, alles uit liefde tot U te beginnen, voort te zetten en te voleindigen, in ver-eeniging met dezelfde liefde en met dezelfde meening, die de H. Maagd Maria, of liever, die Gij zelf in uwe oefeningen hadt. — Op die wijze en met die meening zal ik trachten voort te gaan in het verrichten van alle godvruchtige oefeningen; in de verzorging of voldoening van alle mijne lichamelijke behoeften; in liet beoefenen van alle soort van deugden. als van zuiverheid, ingetogenheid, stilzwijgendheid, zachtmoedigheid, gehoorzaamheid, broederlijke liefde,, ootmoedigheid, enz. Eindelijk in het verdragen van alle bitterheden, moeielijkheden, bekoringen eti kruisen.

O God, ik heb geen ander verlangen meer dan U te behagen; daarom zal ik nauwkeurig vermijden alles, wat U zou kunnen mishagen ;

437

-ocr page 554-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN\'

vooral afgunst, afgekeerdheid en liefdeloosheid; — integendeel zal ik trachten alles te doen, wat U kan behagen, en dit wel op die manier en met die mcening, welke U het hehagelijkst is. O God , geef dat ik voortaan geheel aan U zij en niets dan U begeere, Aan U alléén! aan U alléén, o mijn God en mijn Al, zoek ik te behagen!... f/eheel aan U! gehed aan U! (je-(heel aan Ij wil ik zijn , vóór tijd en eeuwigheid !... O zoete gedachte; mijn Beminde is aan mij en ik aan Hem!

Ziedaar, lieve Jesus, het verbond dat ik met TJ maak; neem het goedgunstig aan en geef dat ik er steeds getrouw aan blijve. — Ik zal trachten dit verbond dikwijls te vernieuwen, dooi\' met den duim een kruis op de borst te maken, zeggende; »0 Jesus, uit kracht van ons gt;»verbond , stel U als een zegel op mijn hart.quot; Alsmede dooi- bij het begin van elke oefening uwen zegen te vragen, zeggende: »0 Jesus, »geef mij uwen zegen, — om deze overweging, »— dit gebed, — deze H. Mis, —■ deze H. Com-smunie, — dezen arbeid, — dezen maaltijd, — »deze uitspanning, — deze nachtrust enz. heilig »te verrichten.quot; Bij het vragen van uwen zegen, zal ik mij verbeelden, dat Gij mij werkelijk uwen zegen geeft, om de bedoelde oefening te mogen beginnen; in die meening zal ik een kruis maken en de oefening volbrengen. — Zoo zal ik alles doen met uw verlof, zonder eigen wil. — ik zal gelukkig zijn en een groeten schat van verdiensten vergaderen; want alles zal strekken tot mijne zaligheid en tot volbrenging van uwen wil en van uw welbeliagen , volgens de •vermaning van den Apostel Paulus, die zegt:

438

-ocr page 555-

na de ii. communie.

hetzij gij eet, hetzij gij drinkt, hetzij gij .iet» anders doet, doet alles tot eer en glorie van God. (I Cor. X. 31.) Amen.

Geued tot Maria.

O Maria, Koningin van hemel on aarde, gezegende en onbevlekte Maagd, dochter van God den Vader, Moeder\' van God den Zoon, en Bruid van God den H. Geest; geheel schoon en onbevlekt. Moeder van genade en barmhartigheid,, toevlucht der zondaren en troosteres dei- bedrukten, voor uwen troon neergeknield, kies ik u heden tot mijne moeder, en heilig mij geheel en onherroepelijk aan u toe. Ik stel mij en alles wat in mij is, onder uwe moederlijke bescherming ; en bid u, mij aan te nemen onder het getal uwer ware dienaren. Ik beveel mij en alle menschen der gansche wereld aan uw teeder moederhart aan; bijzonder beveel ik u aan mijne-familie, mijne weldoeners en degenen, die mij beleedigd hebben of mij vijandig zijn; alsmede de zielen in het vagevuur. Ik bid u, voor ons te willen zorgen, evenals gij tijdens uw sterfelijk leven voor het Kind Jesus gedaan hebt. Toon «lat gij onze moeder zijt, en geleid ons op al onze wegen. Sta ons bij in alle gevaren, maar vooltd in ons sterfuur; toon dan bijzonder dat gij onze moedor zijt. Ik bid u vurig, in die laatste oogenblikken tot mij te komen, te gelijk met het Kind Jesus en den II. Joseph, om mij te beschermen en tegen de aanvallen van Satan te beveiligen. Sta mij ook bij in het oordeel en verkrijg voor mij een genadig vonnis, opdat ik dan uit den mond van Jesus hoore; kom ge-

-ocr page 556-

WO GEBEDEN\' ONDER DE II. MIS.

zegende mijns Vaders, bezit het rijk dat voor u bereid is van het hejin der wereld. (Mattli. XXV. 34). Amen. Dit hoop ik, dit zij zoo. Amen.

GEBEDEN

ONDER DE

XÏEIXjia-E IMIIS.

VOORAFGAANDE AANMERKING.

De Catechismus vraagt; Waartoe dienen de ceremoniën die in de Mis gebruikt worden:\' Het antwoord luidt: Ter gedachtenis en afbeelding van het lijden en den dood van Chris-, lus. Daarom zeide Jesus tot zijne apostelen, toen Hij op het laatste avondmaal het eerste sacrificie der Mis opdroeg: doel dit ter mijner gedachtenis. Wij moeten dus onder het H. Sacrificie der Mis het lijden van Christus overdenken. Ten einde dit met meer gemak en voordeel te doen, kan men zich bedienen van de volgende manier om Mis te hooren. Vooral merke men daarbij op, dat men punt voor punt langzaam moet lezen en godvruchtig overwegen. Bijaldien men op die wijze den priester niet kan volgen, kan men van tijd tot tijd het een of an Ier punt overslaan; want het is duizendmaal beter het weinige langzaam en goed te overwegen, dan veel met haast te lezen.

-ocr page 557-

gebeden onder de h. mis.

Voorbereiding tot de H. Mis.

Verbeeld u op het laatste avomlraaal bij Jesus te .zijn... Hij wascht de voeten zjjner apostelen en zegt : Ik heb vurig verlangd dit I\'aaschlam met u te eten.

i. O Jesus, wie ben ik om mij onder het getal uwer apostelen testellen? Helaas! ben ik niet evenals een Jurlas, onwaardig? .Ta, lieve Jesus! ik ben niet waardig in uwe tegenwoordigheid te verschijnen; maar uwe (/oedlwid noo-digt mij uit. en de nood dwingt mij tot U te komen... O Jesus! ontferm U mijner. O Maria! O Engelbewaarder! O mijn II. Patroon! staat mij bij, om godvruchtig dit allerheiligst Sacn-ficie der Mis bij te wonen.

\'2. Ü God! in vereeniging met Jesus\' kruisdood draag ik U deze H. Oll\'eraudo met den priester op. Ten eerste om uwe opperheerschappij over ons en alle schepselen en onze afhankelijkheid van U te erkennen. Ten tweede om U te danken voor de ontvangen weldaden. Ten derde om U de vergiffenis vau onze zonden en de verlossing van de zielen in het vagevuur te vragen. Ten vierde om nieuwe weldaden vau IJ af te smeeken.

Bij het begin der H. Mis.

De priester g.vat XAAIt den voet des altaars.

Verbeeld u Jesus te zien, die met zijne apostelen naar den hof van Olijven gaat om te bidden.

O Jesus! laat toe, dat ik U daar volge om ooggetuige van uwe overgroote droefheid eu

441

-ocr page 558-

gebeden onder ue ii. mis.

van uw smartelijk lijden te zijn; prent uw lijden levendig in mijnen geest, en doe mij alles uit liefde tot U verdragen. Amen.

Confiteor.

Verbeeld u Jesus te zien, die in den hof van Oljjven tot den dood bedroefd wordt, plat ter aaide valt en water en bloed zweet.

Ü mijne ziel! ziedaar, lioe Jesus, om uwe zonden lijdt, op zijn aanschijn plat ter aarde valt... zie Hem daar liggen en bloed zweeten.. Ach, lieve Jesus, hoe spijt het mij, U zoo vergramd te hebben!... doe mij met U over mijne zonden bedroefd zijn en weenen. Geene zonde meer, lieve Jesus!... neen... in eeuwigheid geene zonde meer... Versterk mij door uwe genade. Amen.

De priester bestijgt het altaar en kust

hetzelve.

Verbeeld u Jesus te zien, die door den kus van Judas aan de Joden wordt overgeleverd.

Ach, lieve Jesus, welke smart voor U door een uwer apostelen verraden en aan uwe grootste vijanden overgeleverd te worden!... Helaas, hoe dikwijls wordt Gij nog dotfr de christenen verraden!... Hoe dikwijls heb ik de wereld bemind en U achter zondige vermaken gesteld!... Hoe dikwijls heb ik aan mijne driften den vrijen teugel gegeven en de stem van mijn geween in mijn binnenste gesmoord!... O Jesus, ik vra^g IJ daar van harte vergiflenis over en betuig,

442

-ocr page 559-

GKBKJJEX ONDEU DE li. MIS.

liever te willen -sterven, dan TJ nog ooit te verraden of te vergrammen. Amen.

Kvuie eleison.

Verbeeld u, den apostel Petrus te zien. die zjjtien lieer tot driemaal toe verlooclieut, uitgaat en bitter weent.

Wee mij ongelukkige ! lioe dikwijls heb ik U, lieve Jesus, verloochend?... Maar Gij, hoe dikwijls hebt Gij nüj, evenals Petrus , door eenen blik uwer genade getrofien... waarvoor ik evenwel ongevoelig bleef... O Jesus, ontferm U mijner, ontferm U mijner, ontferm TJ mijner. Geef tranen aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht over mijne zonden weene. Amen.

Gloria in excelsis.

Verbeeld u te zien . hoe de Joden , al juichende, Jesus den ganschen nacht bespotten, terwijl de engelen zich voor zjjnen troon nederwerpen en uitroepen: Glorie zij aan God in den booge , en vrede aan de monschen die van goeden wil zijn.

O Jesus! mijn hart wordt met droefheid bevangen, als ik denk aan de versmadingen .die de Joden (J aangedaan hebben, en die zoo vele Christenen U dagelijks nog aandoen... Het valt mij evenwel veel pijnlijker te moeten denken, dat ik zelf door mijne zonden U zoo menigmaal versmaad en onteerd heb!... Geef, Heere Jesus, dat ik U voortaan met do engelen eere en love, eggende: Glorie zij God den Vader. Glorie zij ■ ..«1 den Zoon. Glorie zij God den H. Geest. Glorie zij aan do allerheiligste Drievuldigheid...

Samenspr. 3o

443

-ocr page 560-

m gebeden onder de if. mis.

Nii;i aan ons, lieer! niet aan ons, maar cjeef uwen naam de eer. Amen.

Epistel.

Zie, hoo Jesus in het liuia van Caïplias openlijk bekent, dat Hij de Christus, de Zoon van den levenden God is, en dat Hij deswege ter dood veroordeeld en den gansohen nacht bespot wordt.

Zoo doet Gij clan, lieve Jesus, openlijke be-lijdcnis, dat Gij de Zoon van den levenden God zijt, ofschoon Gij voorzaagt, dat U dit vele vernederingen zou kosten!... O mijne ziel, komt gij voor de eer van God ook zoo openlijk uit?... Belaas! lioe dikwijls heb ik uit menschelijk opzicht mij gcschaamd?... O Jesus, hoe spijt mij dit! Voortaan zal ik openlijk uwe eer en glorie voorstaan, al zou ik daarom bespot of mishandeld worden. Help mij, aan dit voornemen getrouw te blijven. Amen.

Het Evangelie.

liet boek wordt omgedragen... Het evangelie wordt van de ondankbare Joden tor\'de Heidenen overgebracht. ■

Verbeeld u, hoe Jesus van Caïphas naar Pilatua wordt gebracht, en daar valschelijk beschuldigd wordt.

O Jesus! ik zeg U duizendmaal dank, dat Gij mij het Evangelie en uw H. Woord verkondigd en mij boven zoo vele duizenden tot het ware geloof\' geroepen hebt. Maar helaas! hoe ondankbaar ben ik geweest? Hoe dikwijls heb ik U versmaad en uw Evangelie met voeten getreden.... O Jesus! spreek tot mij, ik zal naar

-ocr page 561-

gebeden onder de 11. mis.

mv woord luisteren en lietzelve onderhouden. Amen.

Credo.

Verbeeld u, hoe Jesus van Pilatus naar Herodes .gebracht en daar als een dwaas bespot wordt.

O Jesus! hoe dikwijls wordt Gij en uw heilig Woord nog bespot!... Helaas, lioe dikwijls ben ik in uw huis, in de kerk, tijdens het gebod en de H. Mis onachtzaam en oneerbiedig geweest!... Vergeef het mij, lieve Jesus, want het is mij van harte leed... O Jesus, ik geloof\' in ü on aan alles, wat Gij geopenbaard hebt... Gij zijt mijn Heer en mijn God; voortaan zal ik met den meesten eerbied voor U verschijnen on tot U spreken , wijl ik maar stof en asch ben... O Jesus, ontvang mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; ik geef mij geheel aan U. Amen.

Offerande.

De priester ontbloot den kelk en draagt het brood en den wijn aan #Od op.

Verbeeld u, Jesus te zien, die ontkleed en gegeeseld wordt, en zjjn bloed tot voldoening uwer zonden, aan den hemelschen Vader opdraagt.

O mijne ziel! overweeg, hoe schandelijk Jesus om uwe oneerbaarheden ontkleed, en hoe wreedaardig Hij door de geeselen verscheurd werd... O Jesus! ik sta voor U beschaamd. Helaas! ik ben een der beulen geweest, die U mededoogen-loos gegeeseld heb. Ach, hoe spijt mij dit, lieve Jesus! Ik wensch voortaan, uit liefde tot ü,

445

-ocr page 562-

gebeden onder de ii. mis.

alles te lijden. Zie, thans ben ik tot de geesels-bereid en in veroeniging met uw bloed, ofler ik mij en de gansche H. Kerk aan den liemol-schen Vader op.

Dë priester wascht zij xe handen.

Verbeeld u, hoe Pilahis zijne handen wasschende, zich zeiven onschuldig verklaart, do schuld op de-Joden werpt, en Jesus onrechtvaardig ter dood veroordeelt.

Helaas! hoe dikwijls heb ik mij , evenals Pi-latus over mijne zonde veronschuldigd?... Welke schande voor mij! O Jesus, ik zal voortaan mijne zonden rechtzinnig voor God en mijnen-biechtvader belijden... Ja, lieve Jesus, ik heb gezondigd; ik ben niet waardig mijne oogen tot 1) te verheffen... Ik heb gezondigd, maar het is mij nu van harte leed... O Jesus, wascli. mij in uw dierbaar bloed. Amen.

Okate fratres.

De priester keert zich naar het volk en noodigt het uit te bidden. quot;

Verbeeld u, Jesus te zien die aan het volk vertoond wordt. Pilatus zegt: Ecce homo : ziet den niensch! [\'enk , dat God u in het oordeel ook eens aan alle raenschen zal vertoonen en zeggen; ziet den mensch en al zijne werken,

O mijne ziel, beschouw uwen Jesus: zijn hoofd is met doornen gekroond , zijne oogen zijn vol bloed en tranen, zijn nangezicht is paars en blauw geslagen, zijne oor en worden «Aoor afgrijselijke godslasteringen gepijnigd, zijn

446

-ocr page 563-

geiieden onder de ii. mis.

iichanm is door de geeseling geheel verscheurd, vol bloed en wonden. O ziel, ziedaar den memch. Ach, welke pijnlijke toestand!... O Jesus, waartoe zijt Gij om mijnent wil gebracht ?... Wat zal er van mij geworden, als ik voor uwe rechtbank zal staan, en aan de geheele wereld vertoond zal worden ? O Jesus, ■wees mij dan genadig. Amen.

Sanctus.

Verbeeld u , dat de .Toden , woedend tegen Jesus uitriepen ; kruisig Hem ! kruisig Hem ! terwijl de engelen in den hemel zich voor Hem nederwerpen , en neggen: heilig, heilig, heilig, Heer! God der heir-kraohten... Veroenig u met hen, buig u in den geest voor God neder en aanbid Hem.

447

Hoe spijt het mij, lieve Jesus, zoo dikwijls tegen U gezondigd en uwen dood geëisebt te hebben!... Hoe spijt het mij, uwen H. Naam zoo dikwijls onteerd en ijdel in den mond gehad te hebben!... O Jesus! voortaan zal ik uwen heiligen Naam loven, in alles uwen wil nauwkeurig volbrengen en U aanbidden in vereeni-ging met de engelen, die met heiligen eerbied bezield, voor uwen troon staan en U onophoudelijk loven, danken en verheerlijken, zeggende: Jieilig, heilig, heilig, Heer! God der heirkrach-ien! Hemd en aarde zijn rol van uwe glorie; ■gezegend zijt Gij, die woont in de hoogste he-melen! Amen.

)

-ocr page 564-

gebeden onder de 11. mis.

Canon.

De priester doet de stille gebeden, en gaat in liet Heilig der Heiligen , om als boezemvriend met God vertrouwelijk en in het geheim te onderhandelen.

Verbeeld u, Jesus te zien die zijn kruis opneemt,, en naar den Calvarieberg gaat om te sterven.

O mijne ziel! zierldar gaat Jesus, met zijn kruis beladen henen, om voor u te sterven. Hoe ellendig is zijn toestand!... De krachten begeven Hem; Hij gaut gebukt onder het kruis: Hij valt en wordt beschimpt... Helaas, welke droevige toestand!... O Jesus, ik heb uwen last door mijne zonden bezwaard... Ach, hoe spijt mij dit!. Ik zal U voortaan volgen , lieve Jesus ! ik zal met U mijn kruis dragen, uit liefde tot U lijden. Versterk mij, Heere Jesus!... O Maria, bid voor mij. Amen.

Memento.

De priester houdt do gedachtenis der levenden.

Verbeeld u, Jesus te zien die den Calvarieberg beklimt en zich voor de zaligheid van alle menschen aan den hemelschen Vader opdraagt.

O God, hemelsche Vader! ontvang deze heilige offerande. Zie op Jesus, uwen Zoon neder, en wees ons om zijnent wil genadig... O God 1 ik offer Hem aan U op — voor de gansche Heilige Kerk, voor den Paus van Rome, voor de bisschoppen, pastoors, priesters en alle oversten,, zoo geestelijke als wereldlijke — voor mijne ouders, broeders, zusters, vrienden en allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen en voor wie ik verplicht ben te bidden — bijzonder

448

-ocr page 565-

geiseüex onder de h. mis. -m9

voor mijne vijanden en voor allen, rlie mij ergens in beleedigcl hebben; ik vergeef Inm van harte, gelijk Jcsus zijne vijanden vergeven beeft en voor hen gestorven is. Amen.

H. Consecratie.

door de woorden v.vn den priester verandert het brood in christus lichaam.

Verbeeld u don hemel te zien open gaan, Jesus in liet gezelschap der engelen te zien afdalen om zich op nieuw te slachtoiieren.

O Jcsus! uwe onfeilbaarheid strekt mij tot waarborg, dat Gij op het woord des priesteis uit den0 hemel op het altaar nederdaalt, om door ons aanbeden te worden... Ja, lieve Jesus! ik geloof het vastelijk... Ik werp mij eerbiedig voor U neder en aanbid U met de engelen... O God! ik offer U den gekruisten Jesus, als een slachtoiïer, ter boeting mijner zonden op. Vleesch geworden Woord! goddelijke Jesus, waarachtig God en Mensch! ik bemin U uit geheel mijn hart en draag mij geheel aan U op, opdat Gij mij genadig zoudot wezen. Amen.

door de woorden van den priester verandert de wijn in christus bloeo.

Verbeeld u, Jesus aan het kruis te zien hangen en het bloed uit zijne wonden te zien vloeien.

Ach, lieve Jesus! wat lijdt Gij toch veel! Gij hangt tusschen twee moordenaars en vergiet al uw bloed... O heiligbloed!... Wee mij, ellendige! hoe dikwijls heb ik dit bloed met voeten getreden.\'— Ach, hoe spijt mij dit, lieve Jesus!...

-ocr page 566-

hju gebeden oxdeu de It. MIS.

Wasch mij in uw dierbaar bloed on zuiver mij van mijne zonden. Amen.

De priester houdt de gedachtenis dor overledenen. Verbeeld u, dat Josus, aan het kruis hangende, zich opdraagt aan zijnen Vader voor de goloovio-e

ZIGIGn.

O God! ik draag U denzelfden Jesus op tot verlossing der geloovige zielen, bijzonder voor mijne afgestorvene vrienden, te weten voor.... Ook voor hen die misschien om mijnent wil lijden , die mijne gebeden verzocht hebben of die het meest verlaten zijn, eindelijk voor hen, a ooi wie God wil, dat ik bidde... Ó God! wees hen genadig, en verlos hen uit de pijnen, opdat zij in den hemel met de engelen en heiligen eeuwig uwen lof zingen. Amen.

Pateu noster.

A erbeeld u, de zeven woorden van Jesus aan het kruis te hooien.

I. Vader! vergeef het hun, want zij welen niet wat zij doen.., O Jesus? ik vergeef uit liefde tot U alles, wat mij ooit misdaan is; vergeef Gij ook mij mijne zonden, want zij zijn mij van harte leed.

II. Heden zult gij met Mij wezen in het paradijs... O, mocht ik ook met U in liet paradijs wezen , lieve Jesus!... O God! wanneer zal ik komen en voor uw aanschijn verschijnen?... Ik wcnsch ontbonden te worden en met U te zijn.

III. Vrouw! zie uwen Zoon... Zoon! zie uwe Moeder... O Maria ! gij zijt dan mijne Moeder,

-ocr page 567-

GEBEDEN ÜN1IER DE 1[. MIS.

en ik ben uw kind!... Ik draag mij als kind aan n op, cn stel mij onder uwe rnoe lerlijke bescherming.

IV. Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?... 0 Jesus, hoe groot was uw lijden op dat oogenblik ! Ik ben bereid, uit liefde tot U, alle bitterheden en dorheden te verduren... 0 Jesus, sta mij bij en versterk mij door uwe genade.

V. Ik heb dorst... O ziel, Jesus dorst naar uwe bekeering cn zaligheid. Hoe blijft gij dan zoo ongevoelig?... ü Jesus! ik wil U voldoening geven en mijne ziel zalig maken, het koste wat het wil.

VI. Het is volbracht... O, kon ik dit ook op mijn sterfbed zeggen!... O ziel! laat ors nu alles verduren, liet oogenblik nadert dat ons lijden zal eindigen... O Jesus! versterk mij om alles met geduld te lijden cn al mijne plichten getrouw te volbrengen , om op mijn sterfbed te kunnen zeggen: het is volbracht.

VII. Vader! in uwe handen beveel ik mijnegt;i geest... Ja God, Hemelsche Vader! ik geef mij geheel aan U; ik geef U mijne ziel en mijn lichaam, mijn verstand, mijn geheugen, mijnen wil en alles wat in mij is; Gij hebt mij alles gegeven, ik geef U alles terug. Geef mij slechts uw liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets meer. Amen.

De priester verdeelt de H. Hostie in drie deelen.

Verbeeld u, Jesus te zien, die zijn hoofd buigt en sterft. Zijne ziel scheidt van zijn lichaam en daalt ter helle neder.

O mijne ziel! gij zult ook eens sterven... O,

451

-ocr page 568-

gebeden onder de ii. mis.

moge ik in uwe liefde sterven, dierbare JesusL. Zie, ik sterf van nu af, aan de wereld, aan hare vermaken, ijdelc vertooningen, rijkdommen en grootheden... Ik wil alleen uit liefde tot U leven en sterven. Geef, dat ik U steeds getrouw blijve, en dat de gedachte aan uw bitter lijden en uwen smartelijken dood, mij altijd voor oogen zweve, opdat ik nimmermeer van U gescheiden worde. Amen.

Agnus dei.

Verbeeld u te zien, hoevele Joden en anderen, die Jcsus hadden zien sterven, vol droefheid op hunne borst klopten en weenend naar huis gingen.

O Jesus! doe mij deelen in hunne droefheid, opdat ik over mijne zonden en uwen smartelijken dood weene. Mijn hart verwijt mij mijne ondankbaarheden, terwijl ik U lieve Jesus, levenloos aan het kruis zie hangen; hot geweten knaagt mij en zegt: «Ziedaar den Godrnensch, »dien gij gekruisigd hebt; zie de wonden, die »gij geslagen hebt; zie de zijde, die gij door-»boord hebt: om en door u is zij geopend, en «toch hebt gij er niet willen ingaan!...quot; (S. Au-gustinus). Ach, hoe hard vallen mij die gedachten!... Lieve Jesus, Lam Gods, zuiver mij van al mijne zonden en doe mij voor God leven. Amen.

Domine non sum dignus.

Voorbereiding tot de H. Communie of tot de Nuttiging.

Zie hoe Jesus in een nieuw graf begraven wordt, hou Hij door de II. Communie tot u komt en uw hart tot rustplaats verkiest. /

ü Jesus, zult Gij dan tot mij komen!... Ik

-ocr page 569-

GEREDEN ONDEU DE II. MIS.

geloof, dat Gij hier waarlijk tegenwoordig zijt... I)c engelen aanbidden U... Maar wie ben ik, om tot ü te komen en U in mijn liart te ontvangen?... Neen, Heer .lesus! ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak; maar spreek dechts één woord , en mijne ziel zal gezond worden... O .lesus! kom ten minste door uwe genade tot mij.. Kom en zuiver mijn hart van alle vlekken, zelfs van de minste zondige begeerte. Kom Heere Jesus, goddelijke Bruidegom mijner ziel! Kom, en versier mij met die deugden, welke Gij het meest in mij verlangt te vinden. Kom, om voortaan in mij te leven; ik zal U nimmermeer laten gaan. Neen minnelijke .lesus! ik wil liever duizendmaal sterven, dan U nog ooit vergrammen. Amen.

NA DE II. COMMUNIE.

Zie, lioe Jesus glorievol verrijst, en aan zijne apostelen den vrede toewenscht... Daarom zegt de priester Dominus vobiscioii, dat is: de Heer zij met «.

O mijne ziel, laat ons met Christus tot een nieuw leven verrijzen... O Jesus, geef mij daartoe uwe genade. Sterven wil ik aan de zonde en leven wil ik voor U. Ik leef, nu niet ik, maar Gij leeft in mij ü ja lieve Jesus, leef in mij , opdat ik in U leve. Bestier mijne oogen , opdat ze uwe grootheden beschouwen; — mijne oor en, opdat ze naar uwe inspraken luisteren; -— mijne tong, opdat ze uwen lof verkondige; —- mijne handen, opdat ze voor U arbeiden; — mijne voeten, opdat ze uwe wegen bewandelen; — mijn lichaam, opdat ik het als een Sacrificie aan U toelieilige; — eindelijk mijn

453

-ocr page 570-

454 gebeden onder de ii. mis.

hart, opdat liet altijd voor U kloppe en U alleen beminne. O Jesus! ontferm U mijner; geef mij uwen heiligen zegen, en zond mij uwen H. Geest, opdat ik de gemaakte voornemens stipt volbrenge. Amen.

Gebed na de ii. mis.

O God, hemelsche Vader! ik zeg U liartclijk

dank voor de onuitsprekelijke gaven, die Uij

mij altijd maar bijzonder m het H. Sac,:ff^ de)- Mis verleend hebt... Ik vraag Li veigiffe ■ voor mijne oneerbiedigheden en onachtzaamheden .. Zie op Jesus, uwen beminden Zoon neder, en wees mij om zijnent wil genadig. O Go,!, sta rnii bij, opdat ik gedurig aan U denke, gaarne van U spreke en alles uit liefde tot I

W0 Maria, bid voor mij.. O H. Joseph, waak over mij... O Engelbewaarder, geleid mij... tl mijn H. Patroon, bescherm mij. Amen.

-ocr page 571-

Bladwijzer.

Bladir,

Voorwoord en opdracht.

Levensschets van den schrijver......vn

Opdracht aan de H. Maagd Maria..... 1

Godvruchtige lezing.......... 111

Eerste reeks van samenspraken met Jesus en

Mar a.............. 1

Tweede reeks............131

Derde reeks.............

Godvruchtige oefeningen ter eere van het Allerheiligste Sacrament tijdens het veertiguren

gebed..............

Godvruchtige oefeningen vóór en na de H. Communie I..............

Godvruchtige oefeningen vóór en na do H. Com-

• 11 \\ \'O mume 11.................

Gebeden onder de II. Mis........

-ocr page 572-
-ocr page 573-
-ocr page 574-
-ocr page 575-
-ocr page 576-
-ocr page 577-