-ocr page 1-

f

.

r.0* ^ ^

Vak 107

,RA-B0EKJE

| Korte beschrijving van liet leven, den marteldood en de vereerins

DER

H. Maagd en Martelares

Patrones voor oen goeden dood. bijzonder vekeekd te

REPPEL.

iüLPEN.

rïs en Zonen. — Uitgeveus 1880.

! ®

f

1

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

T

Vak 107

_L

§3

St. BARBARA-BOEKJE

Korte besclii\'ijving van liet leven, den marteldood eu de vereeriiig

der

H. Maagd en Martelares

Patrones voor een goeden dood.

PAÏER A. SCHEEPERS, Uffö

Redemptorist.

B!BL. CONV.

W i J C H E N S

GULrEN.

Druk van M. Alberts en Zonen. — Uitgevers. 4880.

®-------m

l

A

-ocr page 6-

2

EIGENDOM DER UITGEVERS.

-ocr page 7-

3

BEWIJS VAN AANNEMING

in de Broederschap der H. Barbara.

Roemvolle Maagd en Martelares, II. Barbara, ik.......................................................................

bezield met een vurig verlangen om mij geheel aan God , aan den dienst der Allerheiligste Maagd Maria en aan uwe vereering toe te wijden , stel mij heden vol vertrouwen onder uwe machtige bescherming. Door uwe handen offer ik mij aan God en aan zijne II. Moeder op en smeek U ootmoedig mij de genade te willen verwerven om steeds de zonden te vluchten, de deugd te beoefenen, en , bevrijd van een haastigen en onvoorzienen dood, na het ontvangen der H. H. Sacramenten zalig te sterven. Tot dat einde neem ik mij voor dikwijls te biechten en te communi-ceeren en dagelijks uwen bijstand af te smeeken. Amen.

Ingeschreven, In..........................den....................-18

])c Bestuurder

M......................

-ocr page 8-

4

©quot;

Imprimi p e r m itt i m us servatis servandis.

G. SCHRAUWEN, C. SS. R

SIP. PROV.

Amslelodami, 9 Julii 1889.

Imprimatur.

P. MANNENS,

S. Theol. Doet. et Prof. Librorum Censor.

Ruraimundce, 28 Julii 1889.

ES -

-ocr page 9-

AAN DE VEREERDERS DER H. BARBARA.

\'\\f ohgens de teer onzer moeder de /ƒ. Kerk, is het tjoed en nuttig de Heiligen des hemels te vereeren en aan te roepen, opdat wij door hunne machtige voorspraak van God venverven, wat wij door ei,jen krachten niet vermogen. In het bijzonder keurt de kerk goed, dat wij de tusschenkombt der Heiligen afsmeeken in de moeilijke omstandigheden, waarin zij zelf eenmaal verkeerden of waarin zij, zoo tijdens als na hun leven, hunne macht meer bepaald deden uitschijnen

Ouereenkonistir/ dpze leer zien wij dan ook, dat de yeloouiiien, terwijl zij in het algemeen alle Hcilirjc.n vereeren en aanroepen, in zekere ge-van*n i,,ch eene bijzondere macht toekennen aan den renen hoven den anderen. Zoo verecren zij den 11. Antonius van Pa lua als patroon in verlorene zaken, den H. Blasius als patroon teyen de keelpijn, den H. Cornelius als patroon tegen alle zenuwlijden, de II. Apollonia als patrones tegen de tandpijn, de H, Barbara als patrones

tegen een haastigen en onvoorzienen dood. En ^-----

-ocr page 10-

deze laatste vooral mag zi h in de rjanschc kerk, meer dan anderen, over eene ahjemeene cn eenstemmige vereering verheugen. Geen wonder. Niet allen immers betreuren het verlies van een of ander kostbaar voorwerp-, niet allen lijden aan tandof keelpijn, aan zenuw- of andere kwalen; doch allen moeten eenmaal sterven, allen hopen op een goeden en gelukkigen dood.

Gevolg gevende aan een meermalen herhaald verzoek, bied ik daarom den vereerders der If. Barbara en bijzonder den leden harer broederschap volgaarne deze korte beschrijving van het leven, den marteldood en de vereering dezer beroemde Maagd en Martelares, onder den vurigen wensch en de nederige bede dat de godsvrucht tot deze beminde Heilige meer en meer worde verspreid , het vertrouiren op haar meer en meer versterkt en dat allen die het gebruiken, door hare machtige voorspraak, een zaligen dood mogen erlangen. Gehoorzaam aan het decreet van Z. II. Urbanus VIII, van het jaar 1631, verklaar ik echter, mij, betreffende de wonderen, genezingen. verschijningen en veropenbaringen in dit boekje voorkomende, geheel en al aan het gezag der kerk te onderwerpen.

Klooster Wittem, bjj Maastricht, 2 Juli 1889.

-ocr page 11-

Leven der H. Barbara.

Ijp? itliynië, eene der bekoorlijkste streken «aJ\' van Klein-Aziö, thans deel uitmakende van de Turksche provincie Anatolië, is het vaderland der beroemde Heilige, wier leven wij hier beschrijven. Geboren in het begin der derde eeuw te Nicomedië, eene schoone stad, allerprachtigst gelegen aan de zeegolf van Marmora, stamde zij af van zeer aanzienlijke, doch heidensche ouders. Haar vader , Dioscorus, was de zoon des kotiings van Harbarië; hare moeder, Theodosia, de dochter van Theodosius, koning van Bemen. Zoowel van vaders- als van moederszijde behoorde Barbara alzoo lot een koninklijk geslacht. Als eenige dochter en erfgename van zulke rijke ouders, kon zij derhalve bogen op eer en aanzien, op aardsche grootheid en schatten; terwijl zij daarenboven aan eene zeldzame schoonheid nog do edelste en beminnelijkste hoedanigheden paarde naar geest en hart.

-ocr page 12-

8

Ongelukkigerwijze evenwel miste Barbara als heidin, eene der grootste on onschatbaarste gaven, welke wij van God ontvangen hebben en waarvoor wij Hem dikwijls zoo weinig dankbaar zijn, de gave namelijk van het ware geloof en de onschatbare weldaad om van de prilstejeugdaf in den waren godsdienst te worden onderwezen en opgevoed.

Wel zijn eenige schrijvers van gevoelen dat Barbara\'s moeder in het geheim het ware geloof zou hebben beleden en ook eenige kiemen daarvan in het hart harer dochter zou hebben achtergelaten, doch die moeder stierf te vroegtijdig om die in haar kind te doen ontwikkelen en rijpen. De vader van zijnen kant, een doldriftig en bij-geloovig heiden, spaarde geene moeite om Barbara van zijne valsche begrippen te doordringen en haar naar zijn voorbeeld de afgoden te doen vereeren. Ten einde haar voor allen, in zijn oog verderfelijken, invloed te vrijwaren en haar in de onmogelijkheid te stellen eenen anderen godsdienst te leeren kennen, doch meer nog om te beletten dat een ander hem de genegenheid zijner dochter, waarop hij zoo jaloersch was, ontroofde, vormde hij het plan haar geheel en al van de wereld af te zonderen en haar met .lat doel in een sterken toren op te sluiten i.) Niet dat die toren juist eene gevangenis

1) Guérin : Pet. Boll. XIV. 49 — item Brev. Prop. C. ss. R. 4. Dec.

ES____^

-ocr page 13-

of eene strafplaats voor Barbara moest wezen, o neen, daarvoor beminde hij zijne dochter te zeer; doch gelijk dit bij vele ouders het geval is, hij beminde haar met eene verkeerde en baatzuchtige liefde, eene liefde die meer zijne eigene eer en achting dan wel het geluk zijner dochter beoogde. Hij wilde Barbara, na haren geest ontwikkeld en haar in alle wetenschappen, vooral in de kennis zijner goden onderwezen te hebben, aan eenen voornamen jongeling uithuwelijken om zoo den rijkdom, de eer en het aanzien van zijn geslacht te ver-hoogen. Met dat doel voorzag hij Barbara in haar nieuw verblijf van alles, wat haar in de oogen der menschen kon veredelen en beschaven. Hij versierde haren toren op waarlijk verkwistende wijze en richtte hem zoo gemakkelijk en zoo geriefelijk in als zij dit volgens haren staat en stand slechts kon verlangen. Hij omgaf hem met een kunstig aangelegd tnintje, dat met allerlei gras- en bloemperken, fonteinen en standbeelden zijner goden prijkte, en met een hoogen muur omringd was. Hij wees Barbara vervolgens verschillende dienstmaagden aan en ontbood de beroemdste leermeesters van zijnen tijd om haar in de kennis der goden te onderrichten en haar de dichters, redenaars en wijsgeeren te verklaren, die het best over de godenleer geschreven en gesprokén hadden. In één woord, hij verzuimde niets om

m____,«

-ocr page 14-

10

zijn vooruil zicht in Barbara te verwezenlijken.

Dan, hoe ijdel, hoe nietig zijn alle berekeningen der menschen, tegenover de eeuwige raadsbesluiten Gods!Dezelfde middelen, welke Dioscorus aanwendde om zijne dochter in het heidendom en den dienst dei-afgoden te bevestigen, bezigde God om haaide dwaasheid er van te doen inzien en haar tot de kennis van liet alleenzaUgmakend geloof te brengen. Reeds vroeger had Barbara, door de natuurlijke rede alleen geleid, begrepen dat de goden, die men haar zoo groot, zoo verheven voorspiegelde, geene ware goden konden wezen. Reeds vroeger had zij de schandelijkheid van het afgodendom ingezien. Toen zij voor de eerste maal baars levens door hare ouders in een af-godischen tempel gebracht werd, had zij hun gevraagd : »wie zijn toch die menschen, wier beelden men hier geplaatst heeft?quot; jiDat zijn geen menschen, had de vader haar geantwoord, dat zijn goden, die wij vereeren en aanbidden moetenquot;, sik begrijp het, was haar wederwoord, nu zijn het goden, maar vroeger waren het menschenquot;. i) En met meer dan kinderlijke gevatheid beschaamde zij haren vader. Wat die vader dan ook deed om Barbara van de grootheid zijner goden te overtuigen, nimmer mocht hij daarin slagen. Integen-

1) Darras. Hist, de l\'Eglise VIII. 128.

m--

-ocr page 15-

11

deel, de afkeer welken zij toen reeds voor de afgoden koesterde, werd hoe langer hoe grooter, vooral nadat zij in haren toren was opgesloten. Gelijk toch de nijvere bij onvermoeid rondvliegt van bloem tot bloem om uit allen, zelfs uit de bitterste en ver-giftigste een zoet sap te garen en haren honig te vormen; zoo ging Barbara onverpoosd rond door haren toren, door de gangen, door het heerlijk aangelegde tuintje. Nu eens bleef zij nadenkend stilstaan bij de afgodsbeelden, dan wederom bij de bloemen en fonteinen, een andermaal beschouwde zij de zon en maan en sterren met al het geschapene, en begaafd als zij was met een helder en doordringend verstand wist zij uit die beschouwing den zoeten honig der waarheid en der kennis van eene andere, veel verhevenere godheid te verzamelen. Eenerzijds immers begreep zij het onmogelijke van het veelgodenstelsel, het ongerijmde dat een beeld van hout of steen een god zou kunnen wezen, het belachelijke en onwaardige dat menschen, die een begin hadden, en sterfelijk waren en daarenboven een zoo zedeloos leven leidden, tot goden konden verheven worden. Anderzijds besefte zij hoe oneindig groot en wijs en machtig de God moest wezen, die de wereld en alles wat daarin is geschapen heeft. Zij zag in, hoe »de hemelen zijne glorie en het uitspansel de werken zijner handen verkondi-

-ocr page 16-

12

Bi------®

genquot;, gelijk de profeet zogt, en van het

zichtbare klom zij volgens den Apostel tot het onzichtbare op om den waren God en diens onbeperkte macht te leeren kennen

Terwijl Barbara dus nadacht, hoorde zij toevallig, of liever door eene alwijze beschikking Gods, over een beroemden priester en vermaarden leeraar spreken, over den grooten Origines, die te Alexandrië verbleef en een dienaar was van den waren God. Verheugd over die ontdekking schreef Barbara hem aanstonds een brief, legde daarin hare ongerustheden en moeielijkhe-den bloot en smeekte verder door den beroemden leeraar onderricht te mogen worden. Dezen brief zond zij door een trouwen bode aan Origines, welke God dankte voor de barmhartigheid aan Barbara betoond. Hij haastte zich al haar vragen te beantwoorden , al hare moeielijkheden op te lossen en zond daarenboven een zijner geleerdste priesters, Valentinianus geheeten, om Barbara verder te onderwijzen. Wie beschrijft hare vreugde als zij de wederkomst van den bode vernam en tevens hoorde dat een van Origines leerlingen hem vergezelde! Doch hoe hem toegang tot den toren te verschaffen, aangezien Dioscorus zoo streng verboden had dat iemand anders dan de dienstmaagden en leermeesters dien betre-

1) Ps. 11. i. 2) Rom. I. 20.

m----

-ocr page 17-

ia

den zonden? Barbara vond weldra het middel en ontving den leerling des grooten meesters als een afgezant des hemels. Door zijne lange en veelvuldige onderrichtingen over de 11. Drievuldigheid, over de mensch-wording van Christus, de 11. H. Sacramenten, de verlossing der wereld en de eeuwige bestemming des menschen vulde hij aan, wat Origines in zijnen brief niet genoegzaam had kunnen uitleggen. Weldra was Barbara voMoende onderricht en vurig dankte zij God voor deze overgroote weldaad. Meer dan ooit verfoeide zij de valsche leer der afgoden. Meer dan ooit verlangde zij alleen voor God te leven en dringend smeekte zij om gedoopt te worden. Wanneer echter en op welke wijze lieeft Barbara het heilig doopsel ontvangen? Dit is niet met zekerheid bekend. Eenige schrijvers meenen dat Origines zelf op een zijner reizen naar Palestina haar dit H. Sacrament heeft toegediend. Dit evenwel is onwaarschijnlijk, ofschoon het zeker is uit zijne brieven, dat hij Nicomedië heeft bezocht en daar ook enkele dagen vertoefd.1) Anderen wederom oordeelen dat Barbara de genade des H. Doopsels ontving uit de handen van Valentinianus die haar onderrichtte. Anderen eindelijk zijn van gevoelen, en hun gezag is verreweg het grootste, dat Barbara is

1

Darras. Hist, de l\'Eg. VIII, 14. f2___

-ocr page 18-

u

gedoopt geworden onder een samenloop van geheel wonderbare omstandigheden. Ziehier op welke wijze dit zoude geschied zijn.

Op zekeren dag, zoo verhaalt een hunner \'1) bevond Barbara zich in eene der benedenste verdiepingen van haren toren en was geheel in gebed verslonden. Op eens werpt zij zich met het aangezicht plat ter aarde neder en spreekt, als door goddelijke ingeving, het volgende gebed : «Beminnelijke «Meester en Opperste Heer Jezus Christus, «gij die weleer in de woestijn door uwen «dienaar Mozes het water deed vloeien uit «eene rots, open ook voor mij te dezer «plaatse eene bron van levend water en «gewaardig het te zegenen, opdat ik in «naam der heilige en onverdeelde Drieëen-«heid gedoopt worde en gereinigd van mijne «zonden.quot; En ziet oogenblikkelijk ontspringt eene frissche waterbron, die eerst een vat vult, dat daar geplaatst is en zich vervolgens verdeelt in vier takken in den vorm van een kruis. Tegelijkertijd aanschouwt Barbara aan hare zijde den H. Joannes den Dooper, die haar toespreekt; «vredezij u!quot; Dan dient hij haar het H. Doopsel toe en verdwijnt. En nauwelijks is dit geschied of Jezus Christus zelf staat in de gedaante van een jongeling in schitterenden glans voor haar en terwijl Hij haar een palmtak

1) Guérin. Pet. Boll. XIV. 50.

S_____

-ocr page 19-

15

j en een gouden ring aanbiedt, zegt Hij: sik kom u in naam mijns liemelschen Vaders ■ tot mijne Bruid nemen.quot; 1)

Dan, op welke wijze en door wien Barbara liet H. Doopsel ook ontvangen hebbe, zeker is het dat zij dit groot voorrecht heeft genoten en dat zij er zich geheel haar leven dankbaar voor betoonde. Eenmaal toch bestraald door het heldere licht des geloofs, schonk zij zich geheel en onvoorwaardelijk aan God. Zij legde belofte af van eeuwige zuiverheid en koos zoo Jezus Christus tot haren eenigen Bruidegom, gelijk Hij haar tot zijne Bruid verkoren had. Van dan af was zij meer dan ooit als dood voor de wereld, gelijk ook de wereld dood was voor haar. Met den Apostel Paulus kon zij uitroepen: »Verre zij het van mij in iets anders te roemen dan in het kruis van onzen Heere J. C. in wien mij de wereld gekruisigd is en ik der wereld.quot; 2) »Ik leef, niet meer ik, maar Christus leeft in mij.quot; 3)

Dit dan ook ondervond weldra haar vader Dioscorus, toen hij haar een zeer voordee-lig huwelijk kwam aanbieden. Niet alleen toonde Barbara zich geheel onverschillig voor dit voorstel, maar gaf er zelfs een bepaalden afkeer voor te kennen. Al hare welsprekendheid wendde zij aan om haren vader te doen begrijpen dat een huwelijk haar

1) Guuiin: ibid. 2) Gal. IV. 14. 3) Gal. It. 23,

E2______1__S3

-ocr page 20-

16

i-:-,—:.S3

iiimmeiquot; gelukkig zoude maken en dat zij er dan ook nooit in zou toestemmen. Zij verzekerde hem met de-.overtiiigerid.ste woorden dat zij altijd bij hern wilde blijven om zijn troost en zijn steun te zijn in den ouderdom. En hoezeer dat antwoord Dios-corus eenerzijds ook behaagde, hoezeer hij ook getroffen was door die liefdeblijken zijner dochter, hij meende van zijn plan niet te mogen afzien en het bij dit eerste aanzoek niet te moeten laten. Een tweede voorstel was echter even vruchteloos als het eerste. O hoe gaarne hadde Barbara hem de ware oorzaak barer weigering bekend gemaakt! Hoe gaarne hadde zij hem alles geopenbaard en hem gezegd dat zij reeds met een anderen Bruidegom was vereenigd, met Jezus Christus! Het oogenblik daartoe ooi-deelde zij evenwel nog niet gekomen. Dioscorus intusschen was van meening dat eene langere afwezigheid hem meer invloed op het hart zijner dochter zoude geven. Hij hoopte dat eene reis, welke hij voornemens was te doen , haar zou stemmen om zijn voorstel gereeder aan te nemen. Daarom overlaadde hij Barbara met nieuwe gunstbewijzen. Hij wilde dat voor zijn vertrek eene nieuwe, fraaie badkamer in haren toren zou gemaakt worden , dat men daarin twee vensters aanbrengen en de muren beschilderen zou met de lotgevallen der noden. Deerlijk echter had Dioscorus zich

-ocr page 21-

•17

bedrogen. Welverre dat Barbara haar geluk zou zoeken in vermaken en genietingen dezer aarde, was zij er meer dan ooit op uit om haren Goddelijken Bruidegom te behagen en Hem vreugde te verschaflen. Terwijl zij de dagen doorbracht in gebeden en boet-plegingen, besteedde zij daaraan tevens een groot gedeelte van den nacht. Inzonderheid overwoog zij het bitter lijden en sterven des Zaligmakers en bereidde zich aldus op den zwaren strijd , dien haai- te wachten stond. Jezus vau zijnen kant versterkte haar door herhaalde bezoeken zijner engelen en daarmede niet tevreden gewaardigde Hij zich andermaal zelf aan haar te verschijnen en dit wel onder de gedaante van een bevallig kind , dat eensklaps met bloed en wonden was overdekt. r) Bat gezicht maakte een diepen indruk op Barbara\'s teeder gemoed; het ontstak haar van een vurig verlangen om met en voor Jezus te lijden. Ontvlamd van ijver voor zijne eer doorliep zij haren toren óm overal de afgodsbeelden omver te werpen en te verbrijzelen, uitroepende: »Mogen allen die u aanbidden en »ludp van u verwachten, aan u gr lijk worden!quot;-) Uit eerbied voor de aanbiddelijke Brievuldigheid deed zij daarenboven een derde venster voegen bij de twee anderen, welke haai- vader in den toren had laten

I 1) Guérin. Pet. Boll. XIV. 52. 2) Bibadineiia XII. 65.

---m

-ocr page 22-

•18

j-:----—

vervaardigen. Ook wilde zij dat liet kruis van Jezus in de hadkamer zou prijken, op dezelfde plaats waar de afgodsbeelden gestaan hadden. Eens tegen een marmeren pilaar leunende en liet lijden van Jezus onder een vloed van tranen overwegende, maakte Barbara geheel werktuigelijk met den vinger een kruis op het marmer, en ziet— het kruis bleef in den harden steen gedrukt, als ware hij van zacht was geweest. Tevens zag men het afdruksel van haren rechtervoet diep geprent in den marmeren vloer. En als vele jaren na Barbara\'s dood de zieken dat kruis met eerbied beschouwden en zich met godsvrucht kwamen wasschen in de kamer der zalige Maagd, werden zij van hunne kwalen genezen.1) Ook verhaalt eene vrome legende, dat Barbara van alle priesterlijke hulp verstoken zijnde, meermalen door de engelen met de H. Communie onder beide gedaanten werd gesterkt en dat zij tot gedachtenis daarvan een kelk en eene hostie op den muur barer verblijfplaats teekende. 2)

Wie beschrijft dan ook Dioscorus verwondering , als hij van zijne reis teruggekeerd, zulke verandering in zijn huis aanschouwde? Hij had zich gehaast zijne dochter te bezoeken, zijn aanzoek op een roemvol

1

l/Rossi: Legendario delle SS. Verg.

2

Laurent: Predigten I. 296.

-ocr page 23-

19

s-::-:-:-:-§

huwelijk to vernieuwen, zich gevleid met de gedachte, dat Barbara zeker zou toestemmen en nu ziet hij de afgodsbeelden verbrijzeld, het gehate kiuis in hunne plaats gesteld ; nu verneemt hij uit Barbara\'s mond dat zij Christen is, dat zij nooit een huwelijk met een aardschen bruidegom zal aangaan. Wie schetst de ontroering die hem aangreep, wie begrijpt zijne woede? Een oogenblik nochtans bedwingt hij zich zeiven. Een oogenblik poogt hij, met schijnbare kalmte, Barbara van haar geloof af te trekken. Tevergeefs. Noch beloften, noch bedreigingen, noch smaadredenen tegen het Christendom, noch de lof door Dioscorus op zijne goden uitgesproken, vermogen iets op het hart zijner dochter. De gedachte zelfs aan het gevaar dat haar dreigt als de keizer zal vernemen dat zij Christen is, laat haar ongevoelig. Alle redenen door Dioscorus aangegeven om haar Christus te doen verzaken en de goden te aanbidden, bevestigen haar nog meer in haar geloof. »Maar hoe, mijn vaderquot;, spreekt zij met gepasten eerbied , doch onverschrokken en beslist, »lioe kunt gij als goden vereeren, »die beelden van hout en steen, die oogen «hebben en niet zien, ooren hebben en »niet hooren? Hoe kunt gij beelden aan-»bidden van sterfelijke menschen, die hun «leven bezoedeld hebben met de laagste «misdrijven? O, ik bid u, verzaak aan dat

e§__s

-ocr page 24-

20

«schandelijk bijgeloof; verlaat even als ik, »de duisternissen van het heidendom en sopen de oogen voor het licht der waarheid. »Erken den waren God en breng Hem de «aanbidding, waarop Hij alleen recht heeft. «Vereer den Vader, denZoon en den H. Geest, «welke ik , hoewel op onvolmaakte wijze «heb willen voorstellen door de drie vensters, «die gij in den toren ziet aangebracht. Ver-i «eer Jezus Christus, den tweeden persoon : «der allerheiligste Drievuldigheid , die voor «ons is mensch geworden. Aan Hem heb «ik mijne zuiverheid toegewijd; ik ben «Christen voor altijdquot;.

Dat was te veel voor Dioscorus. Zijn j hecrschende drift was de gramschap en zou hij zich nu nog langer bedwingen? Door wanhoop en razernij vervoerd , vergeet hij dat hij vader is. Zijn toorn en zijn bijgeloof maken hem den bewl zijner eigene dochter. Krampachtig grijpt hij zijn zwaard en wil Barbara doorklieven. Deze ontwijkt den slag en vlucht. Dioscorns rent haai- na door den toren, door de gangen, door den tuin. Daar staat zij eensklaps voor den hoo-gen rotsmuur. De vader is op hetjnint van haar te bereiken en te trollen ! Maar, c wonder! de rots opent zich en geeft Barbara een vrijen doortocht terwijl zij zich onmiddellijk weder sluit om den vader alle

ga

4) Guérin: Pet. Boll. XIV. 5\'i. f2-

-ocr page 25-

21

vervolging te beletten. *) Dioscorus ziet het... maar komt hij ook tot inkeer? Integendeel! Gelijk aan oen tijger, die zijne woede en zijn bloeddorst voelt stijgen als zijne prooi hem ontsnapt, zoo ijlt hij zijne dochter na door slingerpaden, doornen en struiken , doorsnullelt alle schuilhoeken van het bo.sch dat Barbara is ingeslagen, totdat een herder hem de spelonk aanwijst, waar de vluchtelinge verborgen is. Barbara hoort de voetstappen haars vaders. Kalm en waardig, als eenmaal Jezus zijne beulen in den hof van Olijven, treedt zij hem te gemoet en werpt zich aan zijne voeten neder. Het gezicht van zijn onschuldig kind vermeerdert de woede des wreedaards. Als een verscheurend dier valt hij op het weerlooze slachtoffer, grijpt haar bij de haren, slaat en stoot en schopt haar en langs distelen en doornen, over scherpe rotsen sleurt hij haar naar huis, om haar meer dood dan levend in boeien te klinken en in een duister kerkerhol neder te werpen.

En Barl iira? Zij verdraagt alles met het grootste geduld ter liefde van haren god-delijken Bruidegom , die zooveel voor haar geleden heeft. «Heerquot;, zoo verzucht zij in stilte, «Heer, mijne ziel blijft aan U gehecht, »dat uw alvermogende hand mijn steun i »zij.quot; En God verhoorde haar gebed. Hij

1) Riba lineyra Xlt. 66. — Brev. Prop. C.SS.R. 4 Dcc.

E§---:_S8

-ocr page 26-

22

zoml haar een Engel om liaar te troosten ! met de woorden: »Vrees niet Barbara, God , »zal altijd met u zijn. Hij zal u bescher-»men en u bijstaan in den strijd.quot; \'\') En ; door dit alles bemoedigd, bereidde zij zich offervaardig tot den aanstaanden marteldood.

1) Guérin: Pet, Boll. XIV. 55.

-ocr page 27-

II-

Marteldood der H. Barbara.

^yjcerit niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde, ik kom »niet den vrede brengen, maar liet zwaard. «Men zal u overleveren aan de rechtban» »ken en u plaatsen voor de landvoogden sen koningen om mijnentwil, tot eene ge-«tuigenis voor hen en de heidenen. De va-ader zal zijn eigen kind ter dood voeren. «Doch als zij u overleveren, weest dan niet «bezorgd, hoe of wat gij spreken zult, want »het zal u ingegeven worden in dien stond; «niet gij toch zult spreken, maar de Geest ))uws Vaders zal spreken in u.quot;

Deze woorden van den goddelijken Zaligmaker tot zijne leerlingen werden in Barbara letterlijk vervuld. Als Dioscorus zag dat hij niets op de standvastigheid zijner dochter vermocht, als hij begreep dat zij ontoegankelijk bleef voor beloften en bedreigingen , voor gebeden en smeekingen , voor allerlei kwellingen zelfs haar aangedaan,

besloot hij tot een ander middel zijne toe-

r»____J 0

-ocr page 28-

24

vlucht te nemen om haar tot afval te dwingen. Het woord van den Zaligmaker in zich vervullende »de vader zal zijn eigen kind ster dood voerenquot;, ging hij tot den landvoogd Marcianus en beschuldigde Barbara van ontrouw in den dienst der goden, van verachting en onteering hunner beelden, van overgang tot liet geloof der Christenen en verzocht soldaten om zijne dochter voor den rechterstoel te sleuren. Ja, zoover ging zijne -wreedheid dat hij Marcianus deed zweren: hij zoude Barbara met alle gestrengheid volgens de wetten des keizers behandelen , hij quot;zou haar door nieuwe uitgezochte folteringen martelen, en, zoo zij hardnekkig bleef, haar onder de verschrikkelijkste pijnen doen sterven. !) Geboeid, met bloed en wonden van den voiigen dag overdekt, uitgeput van honger eti vermoeienis werd de jeugdige maagd nu voor den rechter gebracht. Marcianus echter haar in dien toestand, zoo vol zedigheid en gelatenheid ziende, werd door medelijden bewogen. Hij deed hare boeien slaken , keurde de strengheid baars vaders af, prees hare schoonheid, haar verstand, hare zeldzame hoedanigheden en spaarde noch vleierij noch belofte om haar tot het aanbidden der goden en het verzaken van Christus te bewegen. «Hoe is het «mogelijkquot;, sprak hij haar huichelend toe,

i 1) Bouwens : Eene Salighe Eeuwighe^t. Leuven 1651.

m-----^

ES

-ocr page 29-

\'25

3 -----

»(iat gij, de ilochter van zulk een machtig »eigt; aanzienlijk heer, u tot de lage sekte ))der Christenen hebt laten overhalen ? Hoe »is het mogelijk dat gij uwen vader, die ))u zoo teeder en oprecht bemint, zooveel «verdriet hebt kunnen veroorzaken.\'\' Ziet »gij niet in, dat gij volhardend in uwe dwaal ing, u berooft van alle voordeelen welke »uwe geboorte, uw rang en uwe schoone «eigenschappen u aanbieden? Wees toch wij-j»zer, verzaak aan uwe bijgeloovigheden, soffer aau de goden, anders zal ik u seen schandelijken en wreeden dood doen «sterven.quot; \') «lederen dagquot;, antwoordde Barbara, «breng ik een oiler van eer en «lof aan mijnen God , den Schepper van «hemel en van aarde. Uwe goden zijn slechts «ijdele hersenschimmen, werken van \'s men-«schen handen. Onder hunne namen vereert «gij de duivelen of wel menschen, die hun «leven door do schandelijkste misdaden heb-«ben onteerd. Ik voor mij vereer slechts «den éinen, waren God, op vvien ik al mijn «vertrouwen stel. De goederen, die gij mij «belooft, veracht ik als slijk en onreinsheid.quot; 2)

Allen stonden verbaasd over deze moedige taal; Marcianus zelf kon zijne bewondering niet verbergen. Hij was evenwel te trotsch om zich door eene jeugdige maagd

1) Guéiin: Pet. Boll. X(V. 56. 2) Cuéi-in : ibiil.

E§----

3

-ocr page 30-

26

Toverwonnen te verklaren, weshalve hij gebood dat men de foltertuigen te voorschijn zou brengen om Barbara daardoor schrik in te boezemen. Wel verre echter dat dit gezicht haar zou doen vreezen, sprak zij nog met veel meer vrijmoedigheid. Hierop gaf Marcianus bevel dat men haar met os-senpeien ten bloede toe zoude geeselen, hare wonden met ijzeren haken verder openscheuren en ze dan met peper en zout inwrijven om hare smarten te vermeerderen. Als zij ondanks dat alles even standvastig bleef,quot; gelastte hij haar, met een ruw kleed omhangen en de voeten onbewegelijk in een houten blok geklemd, op scherpe poten glasscherven in de gevangenis neer te leggen. Vreeselijk waren die martelingen. De heidenen zelfs gruwden er van en konden hunne tranen niet weerhouden. Barbara alleen scheen ongevoelig: «Gezegend zij »Godquot;, zoo riep zij uit, »wijl Hij mijn ge-»bed verhoord en Zijne barmhartigheid niet »van mij heeft afgewend. Deze is de dag, «waarnaar ik zoo vurig verlangd heb; hij «is mij aangenamer dan de schoonste feesten »dezer wereld.quot;

Gedurende den nacht had zij het geluk haren duisteren kerker eensklaps door een helder licht bestraald te zien en Jezus in volle glorie te aanschouwen: »Houd moed, «mijne bruidquot;, dus sprak Hij, .«ik zal steeds »bii u zijn en u versterken. Houd moed, pg_______S3

-ocr page 31-

27

reeds vlechten de engelen uwe kroon in den hemel.quot; \') En ten bewijze zijner beschermende liefde gaf Hij haar een bloemruiker, zeggende: «Deze zal niet verwelken in eeuwigheid.quot; Vervolgens beloofde Hij haar dat zij des anderen daags de martelkroon zou ontvangen, maakte over haar het teeken des kruises en oogenblikkelijk waren al hare wonden genezen. 2)

Den volgenden morgen werd Barbara weder voor den landvoogd gebracht. Verwonderd over hare even spoedige als volkomene genezing, schrijft hij die toe aan de goden en spreekt Barbara aldus aan; »Zie welke »zorg de goden voor u dragen. Op won-»derbare wijze hebben zij 11 genezen. Wees «hun dankbaar en weiger hun niet langer »uwe aanbidding!quot;—Verontwaardigd over ))die schandelijke huicheltaal voegt Barbara »hem toe: »0 landvoogd, hoe kunt gij zoo «verblind, zoo onverstandig zijn? Gij schrijft «mijne genezing toe aan uwe valsche go-«den, aan hen die zich niet konden verde-sdigen, toen mijne zwakke handen hunne «beelden verbrijzelden en verbrandden. Neen, «niet uwe goden hebben mij genezen, maar «Jezus Christus. Ilij heeft mij bijgestaan. «Hij zal mij opwekken tot een beter leven ; «zoodra gij mij doet sterven. Ter zijner «liefde wil ik dan ook gaarne geslachtof-

1) Darras: Hist, de I Kg. VIII. 31.

2) Bie/. Uatisb. 4 Doe.

m---m

-ocr page 32-

sferil worden, overtuigd dat Hij mij ceu-»wig\' met zicli zal doen heerschcn in den »hemel.quot; ^1)

Buiten zich zelve van woede over die moedige woorden, gebiedt Marcianus dat men Barbara andermaal fbltere. «Geeselt «haar op nieuw, schreeuwt hij de beulen toe, «hang haar met het hoofd naar beneden aan »eene galg, rijt hare zijden met scherpe ijze-»ren haken en kammen open , schroeit hare »versclie wonden met brandende toortsen en «gloeiende ijzers!quot; En ziende dat Barbara steeds zoo geduldig en gelaten bleef\' als voelde zij niets van hare pijnen, deed hij haar vervolgens op het folterraam uitspannen , zoodat hare ledematen werden ontwricht, haar hoofd met ijzeren hamers slaan, hare borsten afsnijden en met gloeiende tangen gelieele stuk ken vleesch uit haar lichaam scheuren. Dan gebood hij dat men haar op schandelijke wijze door de straten der stad rondvoeren en haar intusschen op onmensche-lijke wijze geeselen zou. Zwaar viel dat vonnis aan de kuische maagd, veel zwaarder dan alle andere folteringen. Uit liefde tot haren goddelijken Bruidegom, die ter harer liefde ontkleed en gegeeseld was geworden, onderwierp zij zich echter zwijgend aan die vernederende marteling terwijl zij voortdurend bad en uitriep: sik vereer de H. Drie-

1) Guérin : Pet. Boll XIV. 57. Eg----

-ocr page 33-

29

vuldigheid, één God.quot;\'\'j »0 God, sprak zij »vervolgens, o God, die den hemel met «wolken, de aarde mot duisternissen, de sbioemen des velds met heerlijke kleuren «bedekt, o kom mij te hulp in dit hachelijk soogenblikquot; En nauwelijks heeft zij dit gebed gesproken of hare wonden zijn genezen en God omhult haar van het hoofd tot de voeten met een oogverblin iemlen glans, zoodat men als het ware niets meer van haar bespeurde dan het bloedig spoor, dat z j ten gevolge der geeseling op den grond achterliet. 2) Den onmenschelijken rechter bestrafte zij met de woorden: «Gij zijt ge-»lijk geworden aan de duivelen, gij zijt be-»schaaml gemaakt door Jezus Christus. luMogen allen dus beschaamd worden, die »de beelden aanbidden en roemen in hunne «afgoden.quot; 3)

Marcianus voelt zijne woede stijgen. Als antwoord op het welverdiende verwijt der onverwinnelijke maagd, doet hij haar over scherpsnijdende zwaarden he.\'ii- en wedertrekken en spreekt eindelijk onder een vloed van sm.iad- en scheldwoorden het doodvonnis tegen haar uit; Barbara moet onthoofd worden!

En nu, nu begint een schouwspel, wree-der en onmenschclijker dan hetgeen tot

1) Laurent: Pred. ï. iifD.

2) Binet et Jos. a S. Barb. Antw. 1666.

3 Welters : Leven bd. 59,

S3____g]

-ocr page 34-

30

dusverre aanschouwd werd. Barbara\'s eigen vader vraagt en verkrijgt als eene gunst het hoofd van zijn eigen kind te mogen afslaan. Niet tevreden dat hij zijne dochter bij den rechter heeft aangeklaagd, niet tevreden dat hij koelbloedig, ja met zekere voldoening haar lijden heeft aangezien, niet tevreden dat hij zelfs de beulen heefc aangehitst om haar nog meer te folteren, wil hij zelf haar laatste beul wezen. Hard en bitter was voorzeker die barbaarschheid voor de onschuldige, zachtzinnige maagd! Edelmoedig en gelaten nochtans beklimt zij den berg, die voor de uitvoering van haar vonnis was aangewezen en zich in den geest vereenigend met Jezus Christus op weg naar Calvarië, bood ze hem blijde het offer van haar leven. l) En door eigen ondervinding begrijpend, zegt de H. Joan. Da-mascenus, hoe smartvol het is zonder de laatste 11.11. Sacramenten te moeten sterven, vroeg zij op de gerechtsplaats aangekomen eenige oogenblikken rust, knielde neder en smeekte God door een vurig gebed : dat allen, die haren marteldood zouden vereeren, de genade mochten verwerven om in hunne laatste oogenblikken in goede gesteltenis de heilige Teerspijze te ontvangen: »Heere Jezus Christus, zoo bad zij, »God van goedheid en liefde, gij die de

l) Guérin: Pet. Boll. X(I. 59.

®-

-ocr page 35-

31

shoop en de zaligheid zijt van allen, die op ))u vertrouwen, verleen bid ik u aan uwe «dienares do genade, dat allen die u bij de «gedachtenis aan mijn lijden en dood zullen «aanroepen, de uitwerkselen uwer bartn-«hartigheid ondervinden en dat zij die den »dag van mijn lijden jaarlijks tot uwe eer »en glorie zullen herdenken voor een haastigen en onvoorzienen dood bewaard Ijlij-»ven en vooral dat zij bij het einde van »hun leven de laatste Sacramenten met een «goed voorbereid hart ontvangen en bevrijd «zijn van de aanvallen der hel.quot; !)

En aanstonds weerklonk eene stem uit den hemel: «Kom, mijne bruid, ontvang de «kroon die voor u bereid is. Kom do rust «genieten, die gij verdiend hebt. Alles wat «gij gevraagd hebt, is u toegestaan.quot; 1) Die stem werd door alle aanwezigen duide\'ijk gehoord en velen bekeerden zich tot God. Dioscorus echter bleef verstokt. Onder de woorden: «Heer in uwe handen beveel ik mijnen geestquot; boog zijn onschuldig kind het hoofd en de ontaarde vader gaf het den doodelijken slag. Barbara stierf den dood der martelaren den 4 December van het jaar 235 of 237. Volgens sommige schrijvers was zij toon 15, volgens anderen 18 of 20 jaren oud.

1

m__^

-ocr page 36-

gt; . ■ . ®a

Eenigc oogenblikkcn Liter stierf ook liaar beklagenswaardige vader; doch welk verschil! Terwijl hij van den berg afdaalde, terwijl hij trotsch op zijne misdaad zijne goden verheerlijkte en den waren God lasterde, terwijl hij het bebloede zwaard, dat zijne dochter liet leven benomen had, boven zijn hoofd zwaaide, viel eensklaps bij helderen hemel een bliksemstraal op hem neder en verteerde hem dermate dat geen spoor meer van hem zichtbaar bleef. Ook Marcianus onderging een zelfde lot; hij insgelijks werd door den bliksem gedood en de stukken zijns lichaams zag men naar alle zijden heengeslingerd. 1)

Vaientinianus, een deugdzaam man (volgens Bonwens dezelfde welke Barbara in het geloof onderwees) nam des nachts haar lichaam om hot met eerbied te begraven, ter plaatse Gelasius geheeten, niet ver van Nicomedië, waar weldra zoovele wonderen geschiedden, dat Barbara al spoedig eene groote vermaardheid verwierf. Be inwoners van Nicomedië deze wonderen ziende, plaatsten de overblijfselen dor Heilige in eene kostbare kist, die zij met goud en zilver bedekten en met edelgesteenten inlegden. Bie kist hingen zij met vier ketenen aan het gewelf hunner kerk op en omringden ze met verschillende lampen, waarin dag en

1) Guérin: Pet. Boll. XIV. 60 — Bouwens bi. 26.

m--B

-ocr page 37-

33

nacht een welriekende olie brandde. Latei-werden de reliquieen der Heilige maagd naar elders overgebracht, naar Rome, naai Piacenza, naar Constantinopel, naar Venetië en vervolgens naar schier evenzoovele kerken als er plaatsen zijn, waar deze beroemde martelares wcrdt vereerd.

--m

•i\'

-ocr page 38-

34

in.

Vereering der H. Barbara.

dP|ntegensprekelijk is de vereering der H. \'i# Barbara zeer oud en zeer verspreid in Gods kerk. Weinige heiligen worden in alle landen en door allerlei personen zoo algemeen aangeroepen als deze roemvolle maagd. Sinds onheugelijke tijden wordt zij aan de godsvrucht der geloovigen voorgesteld: nu eens als patrones van een levend en sterk geloof, dan weder als patrones dergenen die in hunne laatste oogenblikken de H. Teerspijze ontvangen, een andermaal als patrones tegen een haastigen en onvoorzienen dood. Als patrones van een levend geloof vindt men haar afgebeeld met een toren waarin drie vensters zijn, tot gedachtenis aan den toren, waarin zij het geloof op zoo buitengewone wijze ontvangen en tegen de aanvallen haars vaders verdedigd heeft. Als patrones dergenen welke vóór hun verscheiden voorzien worden van de laatste H. H. Sacramenten ziet men haar met een kelk

m_____s

-ocr page 39-

35

ES----5S

en eene hostie in de hand, ter herinneriui; tevens aan de heilige Commnnie onder beide gedaanten, die zij door bemiddeling der engelen zou ontvangen hebben. (Zie blz. 18). Als patrones eindelijk van een goeden dood treft men haar meermalen aan met een mensch, die door den bliksem getcoffen is, aan hare voeten. En als zoodanig vooral, als patrones voor een goeden dood, is de H. Barbara eene aangewezene beschermster voor berg-, mijn- en vuurwerkers, alsmede voor machinisten, spoorwegbeambten, zeelieden en in één woord van allen, wier leven door ontploffingen van buskruit, door het springen van stoomketels en geschut, door stormen, schipbreuk en hemelvuur meer bijzonder in gevaar wordt gebracht.

En niet alleen voor deze, maar ook voor alle anderen is het een zeer loffelijk gebruik de H. Barbara als patrones voor een goeden dood te vereeren, een gebruik, zegt de geleerde Piolin, dat door wonderbare feiten en gezaghebbende bewijzen is gestaafd. «Haar vereerenquot;, schrijft hij, «maar haar «vereeren met eene oprechte en ware gods-«vrucht, niet slechts met een blind en wer-«keloos vertrouwen, is een zeker teeken »van voorbeschikking.quot; 1)

De voornaamste redenen nu, waarom juist do H. Barbara meer bijzónder als patrones

ÉS

1) Piolin: Supplem. pag. 510.

CS-

-ocr page 40-

3C

SS , ®

voor een goeden dood vereerd wordt, zijn o. a. do volgende; vooreerst wijl zij vóór haar sterven aan God de genade gevraagd heeft, dat allen die haar vereeren en haren marteldood gedenken , de eeuwigheid niet zullen ingaan zonder eerst door de genade-middelen der H. Kerk gesterkt te zijn, een voorrecht, dat zij dan ook, volgens hare levensbeschrijvers, van God heeft verkregen; vervolgens wijl haarvader Dioscorus en haar rechter Marcianus, die haar niet vereerden, maar haar mishandelden, een zoo ongelukkigen en haastigen dood zijn gestorven; en eindelijk wijl deze beminnelijke Heilige ten allen tijde door zoovele en zoo kostbare voorbeelden hare groote macht te dezen opzichte heeft getoond.

Uit die voorbeelden, zegt Bouwens, zien wij duidelijk dat de H. Barbara aan hare 1 trouwe dienaren en dienaressen vooral vier bijzondere gunsten uitdeelt:

1) beschermt zij hen tegen onweder, storm

en haffelslag:

1 - 0 ..

2) bewaart zij hen voor pest, koortsen

en allerlei aanstekelijke ziekten;

3) behoedt zij hen voor een haastigen en onvoorzienen dood;

4) verwerft zij hun de genade om vóór hun sterven op waardige wijze de laatste H.H. Sacramenten te ontvangen.

1) Bouwens: Eene Salighe Eeuwigheyt, 32.

ES---------

-ocr page 41-

37

t3~--6

Om echter deze gunsten waardig te worden, moeten wij eene ware godsvrucht tot de H. Barbara koesteren en haar als patrones voor een goeden dood vereeren. En hoe kunnen wij dit het beste doen?

1) Wij moeten ons toeleggen op da navolging har ar deugden. Daarin toch bestaat de ware godsvrucht, zegt de H. Augustinus, dat wij diegenen navolgen, welke wij vereeren willen. De H. Barbara nu heeft uitgemunt door een levendig en sterk geloof\', door een grooten eerbied voor de aanbiddelijke Drievuldigheid en door eene tecdere liefde voor Jezus lijden en zijn allerheiligst Sacrament. Deze deugden moeten ook ons derhalve dierbaar zijn, willen wij hare bescherming waardig worden. Zoo lezen wij in de geschiedenis van Gazet, dat ten jare 1448 te Gorcurn een slachter woonde, met name Hendrik de Cock, die eene groote godsvrucht had tot de H. Barbara en zich be-vlijtigde hare deugden na te streven. lederen dag stortte hij ter barer eere een kort gebed om door hare voorspraak de genade te verkrijgen tocli niet zonder de laatste H.H. Sacramenten te sterven. Op zekeren nacht in diepe rust zijnde, geraakte zijn huis in brand en zoo spoedig verspreidden zich de vlammen, dat aan vluchten niet te denken viel. Weldra stortte het huis in en Hendrik werd onder het brandend dak begraven. In dien gevaarlijken toestand nam

es----_©

-ocr page 42-

3S

ra--g3

hij zijne toevlucht tot lt;Ic H. Barbara, z.\'g-gendo: »0 H. Maagd en Martelares, rod »mij uit dit gevaar. Geef\' dat ik niet sterve szonler mijne biecht te hebben gespioken, sgelijk uw hemelsche Bruidegom Jezus Chri-»stus aan uwe voorbede beloofd heeft.quot; En nauwelijks heeft hij dit gebed geëindigd, of de H. Barbara staat naast hem, bluscht het vuur met haren mantel en brengt hem buiten het brandend huis zeggende: «Om .ode godsvrucht die gij tot mij gehad hebt »zult gij eerst morgen sterven, nadat gij de »H.H. Sacramenten zult hebben ontvangen.quot; Daarop begeeft Hendrik zich, ofschoon geheel verbrand van het hoofd tot de voeten en geen menschelijk wezen meer schijnende, naar het huis zijner dochter in de Molenstraat, spreekt er eene generale biecht, ontvangt de H. Communie, uitbanden van Theodoricus Pauwels, Pastoor, van Gorcum, die dit feit heeft beschreven en met eed bevestigd, en na allen die hem kwamen bezoeken tot godsvrucht jegens de H. Barbara te hebben aangespoord, geeft hij blijmoedig en tevreden den geest.

2) Nog kunnen wij de H. Barbara vereeren, door iederen dag een of ander gebed tot haar op te zenden en van haar de genade van een goeden dood af te smee-ken. Zoo lezen wij in de jaarboeken der

1 Gazet: Hist, eccl, pay. 478.

E2______S

-ocr page 43-

39

Carthuisers, dat tijdens een hevigen winter zulk een overvloed van sneeuw op de cellen der kloosterlingen nederviel, dat deze er letterlijk onder begraven werden. Als nu na twaalf dagen de sneeuw een weinig verwijderd en gesmolten was, zocht men in alle cellen der broeders, doch niet één was meer in leven tenzij Pater Auduinus van Loreinen. Deze vond men geheel ongedeerd en gelijk hij zelf verklaarde op wonderbare wijze beschermd door de 11. Barbara, die hij dagelijks vereerde en aanriep. Eerst nadat hij zijne biecht gesproken, de H. Teerspijze ontvangen en zijne verbaasde medebioeders tot liefde jegens de H. Barbara had aangemaand, ging hij tot een beter leven over. i) — Eene dergelijke wonderbare redding vinden wij aangestipt van Henricus van Redinghem, kloosterling der abdij van Parck te Leuven. Op reis zijnde, had hij het ongeluk met zijn paard in een diep water te vallen , zonder dat hem eenige redding mogelijk scheen. Aanstonds wendt hij zich tot de H. Barbara, die hij vurig beminde en dagelijks vereerde, en oogenhlikkelijk zag hij eene schoone maagd, dij zijn paard bij den teugel nam en hem uit het water redde, zeggende; ik ben Barbara, de dienstmaagd onzes Heeren Jezus

1) Perdanus: cap. 6. — item Binet: Levens der Heiligen.

es------— m

-ocr page 44-

ill

Christus. Wijl gij mij zoo trouw vereerd hebt, heb ik u uit dit gevaar verlost; zoolang gij mij dient zult gij niet onverhoeds sterven. Tevens voorzeide zij hem, dat hij eenmaal abt van zijn klooster zoude worden , gelijk dan ook geschiedde. Hij stierf in het jaar 1339 als veertiende abt zijns kloosters. !)

3) Niet minder aangenaam is het de H. Barbara als wij dikwijls ter haver eer de II. Mis bijwonen. Zoo verhaalt ons Per-danus, dat te Aalst een man was, met name Jan Arens, die tengevolge eener zware ziekte vier en twintig uren lang buiten kennis geweest was, zonder dat hij eenig lidmaat kon bewegen. Daar de geneesheeren alle hoop op herstel verloren gaven, besloot de vrouw van den zieke eene H. Mis te laten lezen ter eere van de H. Barbara en daarbij de leden harer broederschap uit te noodigen. Alvorens naar de kerk te gaan, bezochten eenige vrienden den lijdende en j hem zoo uitgeput en zoo ellendig ziende, meenden zij dat zijn dood reeds nabij was. Wie beschrijft echter hunne verwondering als nog voor de Consecratie der El. Mis de tijding gebracht werd dat de zieke eensklaps van zijn ziekbed was opgestaan, zich gekleed had en geheel hersteld rondwandelde. Nog dertien jaren bleef hij in leven

\\) Wichmans: Brabantia Mariana-

tg--

-ocr page 45-

41

steeds zijne maclitige patrones dankende en verheerlijkende, i)

4) Een ander middel om de H. Barbara te voreeren is haren bijstand in Ut roepen ten einde eene waardige II. Biecht te spreken. Zoo lezen wij in Bouwens, dat te Hoei, in het land van Luik, eene godvruchtige kloosterzuster leefde, die de loffelijke gewoonte had vóór hare biecht den bijstand der H. Barbara in te roepen om eene goede biecht te kunnen spreken. Op zekeren dag geschiedde het dat zij in den biechtstoel geen enkel woord kon uitbrengen en zich ook niets herinneren van hetgeen zij meende te zeggen. Op eens wordt zij indachtig dat zij vergeten heeft haar gewoon gebed tot de H. Barbara te verrichten en eerst nadat zij dit gedaan had zag zij zich in staat eene goede biecht te spreken. -) — Zoo lozen wij nog van eene vrouw, die lange jaren in onkuischheid geleefd en hare zonden verzwegen had , dat zij door de voorspraak van de H. Barbara de genade verwierf eene rouwmoedige biecht te spreken, te verzaken aan hare zonden en haar verder leven in stichtende boet vaardigheid door te brengen. 3)— Een dergelijk feit vinden wij nog opgeteekend van eene andere vrouw uit

1) Perdanus cap. 15. item Surius.

2 Bouwens: Eene Salighe Eeuw. bl. 64.

3) Litt. ann. Fland. Belg, S. J, 1652.

s----m

-ocr page 46-

42

de omstreken van Roermond, die geniimeti tijd slecht gebiecht had en door de HL Barbara de genade verkreeg om hare hei\'ig-schennissen te herstellen. ^1)

5) Bijzonder welgevallig is het vervolgens aan de H. Barbara, dat wij haren faestdaij ijverig vieren door op den vooravond eene kleine versterving te plegen, op den dag zeiven te communiceeren en haren marteldood te overwegen. Een treffend bewijs daarvoor vinden wij in een koopman, die tijdens eene zeereis over boord sloeg, zonder dat zijne reisgezellen hem konden redden. Nauwelijks was hij te water geraakt of hij riep de H. Barbara volgens zijne gewoonte aan en deze hield hem zoolang hoven de golven tot dat een ander schip naderde, dat den koopman opnam. Het toeval of\' liever Gods beschikking wilde, dat dit schip nog spoediger de haven bereikte dan datgene, waarop de koopman vroeger geweest was, zoodat hij dit reeds aan den oever stond op te wachten. Zijne vroegere reis-genooten, die hem verloren waanden, konden hunne oogen niet gelooven. Vol nieuwsgierigheid en belangstelling vroegen zij hem hoe hij uit zulk een groot gevaar gered was. «Sinds jaren en jarenquot;, sprak hij, »ben »ik gewoon op den vooravond van het feest »der IJ. Barbara te vasten en op haren

1; Bouwens: bl. 69.

s___

-ocr page 47-

43

«feestdag te biechten en te communieeeren. «Daarom vertrouwde ik nu ook op hare shulp en was zeker, niet te sterven alvo-srens de H.H. Sacramenten te hebben ont-«vangen.quot; Vervolgens verhaalde hij hun hoe de H. Barbara hem boven het water gehouden en in een ander schip gebracht had. En allen loofden en prezen met hem de macht dier wonderbare Maagd 1) — Een ander wonderbaar voorval vinden wij beschreven in het leven van den H. Stanislaus Kostka. Als deze deugdzame jongeling te Weenen studeerde zag hij zich verplicht eenigen tijd in het huis te verblijven van een protestant, waar hij doodelijk ziek werd. Dringend smeekte hij om de laatste H.H. Sacramenten te ontvangen, doch de huisheer belette den priester zijn huis binnen te treden. Met tranen in de oogen wendde Stanislaus zich daarop tot de H. Barbara en terwijl hij bad zag hij eensklaps zijne hemelsche beschermster in helderen glans vergezeld van twee Engelen , die hem de H. Communie brachten. Daarenboven kondigde de H. Barbara hem nog zijne aanstaande genezing aan en gaf hem den raad in het Gezelschap van Jezus te treden, waarin hij ten jare 1568 in geur van heiligheid stierf. 2)

1) Bibüoth. Bruxeü. Ao. 1483: item Binct et Surius,

2) Perdanus cap. 8. — Binet etc.

m_________sa

-ocr page 48-

4i

G) Verder kunnen wij de JI. Barbara ver-eeren door die plaatsen te bezoeken, waar have feesten bijzonder gevierd en zy meer bepaald vereerd wordt. Zoo deelt ons Per-daniis mede, dat ten jare 1390 een koopman, Hendrik Smet geheeten, gewoon was te Thie-nen in Braband liet klooster der I I. Barbara te bezoeken en daar zijne patrones te vereeren. Eens met verscltillende zijner vrienden op zee zijnde, stak een zwaar onweder op, waardoor alle schepen, die zich in de nabijheid bevonden, vergingen en ook zijn schip in het grootste gevaar gebracht werd. Als de stuurman eindelijk zeide dat alle redding onmogelijk was en dat zij zich op den dood moesten voorbereiden, nam Smet zijne toevlucht tot de H. Barbara en beloofde haar met al zijne gezellen hare kerk te bezoeken en voor haar beeld en altaar te bidden, wanneer zij behouden mochten blijven. En niet zoo spoedig was deze belofte gedaan of het onweder bedaarde, een helder licht in den vorm van een fakkel daalde van den hemel af en voerde hen weldra de haven binnen. Allen volbrachten hunne beloften en verhaalden erkenielijk hoe zichtbaar de H. Barbara hen beschermd had. ■\'j — Een ander, minder troostend voorval , toont ons evenwel duidelijk hoe aangenaam het der H. Barbara is als wij hare

1) Perdanus cap. 9. ®-

-ocr page 49-

45

beelden bezoeken en vereeren op die plaatsen, waar hare gedachtenis gevierd wordt. Als men in de kerk der Paters Minderbroeders te Keulen met groote plechtigheid den feestdag der H. Barbara hield, verscheen daar een lichtzinnig en ongodsdienstig mensch, die met leede oogen de offers aanzag, welke | men der Heilige bracht. «Het ware beter { «dat men mij deze offeranden gafquot;, sprak : hij spottend, «want de wonderen der H.Bar-«bara zijn zoo echt, als dat ik hier dood »lig.quot; En terzelfder stond viel hij dood ter aarde neder. 1)

7) Eene andere wijze eindelijk om de H. Barbara te vereeren is: zich in een haver broederschappen te doen inschrijven.

Dit toont ons genoegzaam het volgende voorbeeld. Een priester in Oostenrijk, eertijds lid en bestuurder der Broederschap van de H. Barbara te Weenen, bevond zich eens met zijn neef en met verschillende andere reizigers in een schip op den Donau. Dooiden snellen stroom liep het schip op eene onder het water verborgen rots, zoodat het in stukken werd geslagen. In dat gevaar riep de priester de hulp in der H. Barbara en herinnerde haar dat hij lid was harer broederschap. De H. Maagd, wier broederschap hij zoolang bestuurd en bevorderd had, verhoorde zijn gebed. Terwijl alle op-

1) Biblioth. Bruxell. Ao 1483. — item Bouwens bl. 83. ®--g?

-ocr page 50-

46

83 . . SI

varenden, met uitzondering van één matroos, verdronken, bevond de priester zicii eensklaps, zonder te weten lioe , aan den oever. Nog druipend van het water en beroofd van hoed en mantel, die door den stroom waren medegevoerd, begeeft hij zich naar het College, waar de H. Barbara vereerd werd om zijne beschermster te danken en zijne wonderbare redding aan anderen mede te deelen.

Over die broederschappen willen wij nader spreken.

1) Ex litt. ann. Prov. Aust. S. J. Ao. 1608.

-ocr page 51-

47

IV.

Broederschap der H. Barbara.

Onder »broederschappeiiquot; verstaat men \' zekere, door het kerkelijk gezag ingestelde , godsdienstige vereenigingen, wier leden zich ten doel stellen door bijzondere oefeningen van godsvrucht en deugd zoowel hun eigen geestelijk en tijdelijk welzijn, als dat huns naasten te bevorderen. De broederschappen zijn alzoo in de kerk ongeveer datgene, wat wereldlijke vereenigingen zijn in den staat. Gelijk deze het tijdelijk welzijn der leden en tevens van andere personen beoogen door haar eigene middelen, zooals geldelijke bijdragen en anderen: zoo behartigen de leden eener broederschap het geestelijk welzijn èn van hen zeiven èn van hunne naasten door gebeden, goede wei ken en andere oefeningen van deugd. Het nut dezer broederschappen valt dan ook niet te ontkennen. Door haar wordt de godsdienstige geest der geloovigen verlevendigd en versterkt. Door haar wordt de ijver tot het tg_______nder »broederschappeiiquot; verstaat men \' zekere, door het kerkelijk gezag ingestelde , godsdienstige vereenigingen, wier leden zich ten doel stellen door bijzondere oefeningen van godsvrucht en deugd zoowel hun eigen geestelijk en tijdelijk welzijn, als dat huns naasten te bevorderen. De broederschappen zijn alzoo in de kerk ongeveer datgene, wat wereldlijke vereenigingen zijn in den staat. Gelijk deze het tijdelijk welzijn der leden en tevens van andere personen beoogen door haar eigene middelen, zooals geldelijke bijdragen en anderen: zoo behartigen de leden eener broederschap het geestelijk welzijn èn van hen zeiven èn van hunne naasten door gebeden, goede wei ken en andere oefeningen van deugd. Het nut dezer broederschappen valt dan ook niet te ontkennen. Door haar wordt de godsdienstige geest der geloovigen verlevendigd en versterkt. Door haar wordt de ijver tot het tg_______t

-ocr page 52-

48

ts--r . 5

gobed en tot werken van zaliglieid krachtdadig aangekweekt. Door haar worden vele gebeden gestort, vele oefeningen van deugd verricht, die anders zeer zeker achterwege waren gebleven. Door haar worden de leden onderling gesterkt in het goede, wordt het voorbeeld der ijverigen een spoorslag voor de tragen. Door haar worden vele genaden en zegeningen van Gjd verworven om wille van hun eenparig gebed, want van de leden eener broederschap geldt het woord des Zaligmakers: »Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn ben ik in hun middenquot;, en dit andere van den H. Arnbro-sius: «Vele zwakken, gemeenschappelijk ver-eenigd, worden aanzienlijk en sterk : onmogelijk dat hun gebed niet verhoord worde.quot; Door haar trekt men de bescherming af der heiligen, ter wier eere de broederschappen zijn opgericht. Door haar eindelijk worden de leden onderling deelachtig aan elkanders gebeden en goede werken en wel bijzonder aan de vele aflaten, die de Pausen van Rome aan de verschillende broederschappen hebben verleend. Is het wonder dat de broederschappen dan ook zeer oud zijn in de kerk? Reeds in de 8eeeuw, ten tijde van Keizer Karei den Groote, wordt er melding gemaakt van eene broederschap, welke ten doel had het godsdienstig leven der Christenen te sterken, de plechtige viering van het H. Misoffer en van bijzondere [g--—i

-ocr page 53-

49

feesten te bevorderen en liet bijwonen der A kerkelijke begrafenissen. In de 12\'le eeuw zien wij Odo, Bisschop van Parijs, eene broederschap oprichten ter eere van O. L. V. In den jare 12(37 onder Paus Clemens IV werd de broederschap ingesteld der »Coii-falonenquot; welke zich ten doel stelden, de Christen slaven, die in de macht der Sara-cenen gevallen waren, vrij te koopen. Sinds dien tijd vooral vormde zich eene menigte andere broederschappen, eenigen met het doel onzen Goddelijken Verlosser J. C. en zijne Heiligen, wel bepaaldelijk zijne gezegende Moeder Maria te vereeren, anderen om de zielen des vagevuurs te hulp te komen, anderen wederom om de eene of andere bijzondere gunst naar ziel en lichaam te verwerven. Onder deze broederschappen nu bekleedt die der H. Barbara eene zeer voorname plaats.

I. Het hoofddoel dezer broederschap is, door gezamenlijke gebeden en goede werken de H. Barbara te vereeren, ten einde door hare machtige voorspraak bevrijd te blijven van een haastigen en onvoorzienen dood en een zalig sterfuur te verkrijgen.

II. De vereischlm dezer broederschap zijn tweevoudig. Vooreerst moet men zijn naam laten inschrijven in het register der broe-derschap, door een priester, die daartoe de macht heeft ontvangen. In de meeste plaatsen waar de H. Barbara als Patrones ver-

Eg.----§3

-ocr page 54-

50

tg-- quot; quot; g]

eerd wordt, vindt men ook hare broederschap en kunnen alle geloovigen van elk geslacht en van iederen leeftijd worden opgenomen. —

Vervolgens moet men zich als een waar lid der broederschap gedragen. Weinig toch zou het baten zijn naam in het register te doen opnemen, als men tevens niet volgens den geest der broederschap trachtte te leven. Te dien einde wordt den leden dringend aanbevolen.

1) Het feest der H. Barbara (4 Dec.) jaarlijks met groote godsvrucht te vieren, door het hooren der H. Mis en het ontvangen der H.H. Sacramenten.

2) De oefeningen ter eere der H. Barbara, in de broederschapskerk gebruikelijk, zooveel doenlijk bij te wonen.

3) Eene groote liefde te toonen voor de arme zielen des vagevuurs door veel voor haar te bidden en op haar de aflaten toe te passen, die men zoo veel mogelijk zal trachten te verdienen.

4) Zich dikwijls tot een goeden dood voor-i bereiden, door vurige gebeden, door het dikwijls ontvangen der H.H. Sacramenten, maar vooral door de vlucht der zonde en der zondige gelegenheden.

5) Ten minste eens daags met een rouwmoedig hart knielend bidden voor hen die in doodsnood zijn: 3 maal Onze Vader ter eere van het lijden en sterven van Jezus

fg____53

-ocr page 55-

51

en 3 maal Weesgegroet ter erre der smarten van Maria.

Z. H. Pius VII. verleende den 18 April 1809 ten eeuwigen dage 300 dagen aflaat aan alle geloovigen zoo dikwijls zij deze gebeden knielend en met een rouwmoedig hart storten en eenmaal vollen aflaat onder de gewone voorwaarden voor hen die liet gedurende eene maand dagelijks doen.

III. De Voord.eelen van de Broederschap der H. Barbara zijn menigvuldig. Behalve de algemeene voordeelen, hierboven reeds aangestipt, wordt men deelachtig aan talrijke volle cn gedeeltelijke aflaten, welke de Pausen van Rome aan de broederschap der H. Barbara hebben verleend:

De vooornaamste dezer aflaten zijn:

\'1) Volle aflaat op den dag der aanneming in de broederschap.

\'2) Volle aflaat in het uur des dords.

3) Volle aflaat op het feest der H. Barbara. (4 Dec.)

4) Volle aflaat op den eersten Zondag van de maanden Januari, April, Juli en October.

5) Een aflaat van 60 dagen voor ieder werk van godsvrucht of liefdadigheid.

(Innoc. X. 28 Juli 1G54. Pius IX. 17 Juli 1857.)

Tevens hebben verschillende kerken, waar de broederschap is opgericht, nog andere, bijzondere aflaten van den Paus verkregen.

-S3

33

-ocr page 56-

Gebeden tot de H. Barbara.

Plechtige verklaring voor een goeden dood.

(Door den H. Alphonsus.)

Ifquot;ijii God, daar mijn dood zeker is en A/d. ik niet weet wanneer ik sterven zal, zoo wil ik mij van nn af daartoe voorbereiden.

Ik betuig dan, dat ik alles geloof wat de H. Kerk mij te gelooven voorhoudt , en in het bijzonder het geheim der allerh. Drievuldigheid, de menschwording en den dood van den Zoon Gods, Jezus Christus, en dat Gij, o mijn God , de rechtvaardigen voor eeuwig zult loonen in den hemel, en de zondaars voor eeuwig zult straffen in de hel; ik geloof dit, omdat Gij , die de eeuwige waarheid zelve zijt, dit alles geopenbaard hebt.

Ik heb duizendmaal de hel verdiend; doch ik hoop, door de verdiensten van Jezus

Eg____S

-ocr page 57-

53

Christus, van uwe barmhartigheid te verwerven , de vergifTenis mijner zonden , de volharding tot het einde toe en do eeuwige zaligheid des hemels.

Ik betuig, dat ik U bemin boven alles, omdat Gij oneindig goed zijt in U zeiven; en omdat ik U bemin, is het mij van harte leed, dat ik U zoo dikwijls vergramd heb; ik heb vast besloten liever te sterven dan U nog ooit te beleedigen; ik bid U mij liever het leven te benemen, dan toe te laten, dat ik mij nog ooit door de zonde van U scheide.

Ik dank U, mijn Jezus, voor al de smarten die Gij ter liefde van mij geleden hebt, en voor zoo vele genaden welke Gij mij, die U zoo dikwijls beleedigde, bewezen hebt.

Beminnelijke Verlosser, ik verheug mij over uw oneindig geluk; ik verheug mij als ik denk, dat Gij door zoo vele Heiligen in den hemel en op aarde bemind wordt; en ik verlang vurig, dat alle menschen IJ kennen en beminnen mogen.

Ik betuig, o mijn Jezus, dat ik uit liefde tot U, van harte vergeef aan allen die mij beleedigd hebben, en ik bid U hun wel te doen.

Ik betuig, dat ik verlang de H. Sacramenten te ontvangen gedurende mijn leven en bij mijn sterven: en reeds nu vraag ik de kwijtschelding mijner zonden voor het oogenblik van mijnen dood, indien mij soms alsdan de macht daartoe ontbreken zoude.

ES-----------S3

-ocr page 58-

54

--§3

Ik neem den dood en al de pijnen die liem zullen vergezellen, uit uwe hand aan en ik vereenig die met het lijden en den dood , welke Jezus Christus voor mij op het kruis verduurd heeft. Ik aanvaard ook, o mijn God , allo smarten en wederwaardigheden, welke uwe vaderhand mij gedurende mijn leven zal toezenden. Doe met mij en met alles wat mij toebehoort, volgens uw goddelijk welbehagen. Schenk mij uwe liefde en de heilige volharding, en ik vraag niets meer.

Mijne teedere moeder Maria, sta mij altijd bij, maar vooral help mij in Gods genade te volharden; gij zijt mijne hoop; onder uwe bescherming wil ik leven en sterven.

Heilige Jozef! Heilige Aartsengel Michael! mijn heilige Engelbewaarder! staat mij altijd bij, maar vooral in het uur des doods.

En Gij, mijn lieve Jezus, Gij die, om mij een goeden dood te verzekeren, een zoo bitteren dood hebt willen sterven, ach, verlaat mij dan niet: van nu af wil ik U omhelzen, om eens in uwe omhelzing te kunnen sterven, \'t Is waar: ik verdiende hel, maar ik verlaat mij geheel en al op uwe barmhartigheid, en ik hoop door de verdiensten van uw bloed in uwe vriendschap te sterven; ik hoop het genadcvonnis te mogen hooren, als ik voor den eersten keer U als rechter zal aanschouwen. Ik stel mijne ziel in uwe handen, uit liefde tot mij met na-E2----------S3

-ocr page 59-

55

gels doorboord, \'t Is door U dat ik vertrouw dan niet voor eeuwig tot de hel veroordeeld te worden. Op U, Heer, heb ik gehoopt; ik zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. Ach sta mij altijd bij, maar vooral op het oogenblik van sterven. Geef dat ik starve in uwe liefde, dat ik zóó sterve dat de laatste zucht mijns levens een akt van liefde zij, die mij overbrengt van de aarde naar den hemel, om U daar voor eeuwig te beminnen.

Jezus, Maria. Jozef, staat mij bij in mijnen doodstrijd.

Jezus, Maria, Jozef, ik schenk mij aan U, ontvangt mijne ziel, als zij van de wereld scheiden zal.

Litanie voor een goeden dood.

Heer Jezus, God van goedheid. Vader van barmhartigheid, ik verschijn voor U met een ootmoedig, rouwmoedig en vermorzeld hart, en beveel U mijn laatste uur en al wat mij na hetzelve wacht.

Wanneer het verstijven mijner voeten mij zal verwittigen, dat mijn wandel op deze wereld weldra voleindigd zal wezen;

Bannharlige Jezus, ontferm U dan mijner! cg___sg

-ocr page 60-

56

Wanneer mijne bevende en verstijfde handen liet Kruisbeeld niet meer kunnen omvatten en hetzelve tegen mijn wil op mijn ziekbed zullen laten neervallen;

Harmhai-iir/e Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijne verduisterde oogen ontsteld door de vrees voor don naderenden dood, hunne gebroken en stervende blikken tot U zullen wenden;

Barmharliye Józus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijne bevende koude lippen voor de laatste maal uwen aanbiddelijken naam zullen uitspreken;

Barmharliye Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijn verbleekt en loodverwig aangezicht in hen, die mijn sterfbed omringen , medelijden en afschrik verwekken zal, en mijne haren in het doodzweet badende, en op mijn hoofd te berge rijzende, mijn aanstaande einde zullen aankondigen;

BarmharlUie Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijne ooren, op het punt van zich voor altijd voor alle menschelijke taal te sluiten, zich zullen openen om uwe stem te vernemen, die het onherroepelijk vonnis zal uitspreken, waardoor mijn lot voor alle eeuwigheid zal vastgesteld worden;

Barmhartige Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijne verbeelding door vreese-

[g----S

-ocr page 61-

57

lijke schrikbeelden ontsteld in doodelijke droefgeestigheid zal zijn gedompeld, en mijn geest door de herinnering aan mijne menigvuldige zonden, en door de vrees voor uwe gerechtigheid verontrust, zal worstelen met den engel der duisternissen, die alsdan zal trachten mij de troostende gedachte aan uwe barmhartigheid te benemen en mij in den afgrond der wanhoop te storten;

Barmhartige Jezus, onlfcnn U dan mijner!

Wanneer mijn afgemat onder de smarten bezwijkend hart, door de vrees voor den dood bevangen, en door den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid van krachten uitgeput zal zijn;

Barmhartige Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer ik mijne laatste tranen, de voorteekenen mijner ontbinding, storten zal, neem die dan als een zoenoffer aan; opdat ik sterve ais een slachtoffer van boetvaardigheid, en in dat verschrikkelijk oogenblik;

Barmhartige Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijne bloedverwanten en vrienden, om mij vergaderd, met mijnen cllen-digen toestand medelijden hebben, en U voor mij zullen aanroepen ;

Barmhartige Jezus, ontferm ü dan mijner!

Wanneer ik het gebruik vau mijne zinnen geheel en al zal verloren hebben; wanneer de gansche wereld voor mij verdwenen zal

ES-S

4*

-ocr page 62-

58

zijn, en ik zuchten zal in de benauwdheid van de zieltoging en den doodstrijd;

Barmhartige Jezus, ontferm U clan mijner!

Wanneer de laatste zuchten van mijn hart mijne ziel van mijn lichaam zullen doen scheiden, ontvang dan dezelve als verzuchtingen van een heilig ongeduld om bij U te zijn; en gij

Barmhartige Jezus, ontferm U dan mijner!

Wanneer mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende, voor altijd van deze wereld afscheid nemen, en mijn lichaam koud. verstijfd en levenloos zal achterlaten, ontvang dan de vernietiging van mijn leven als een teeken van vereering uwer Opper-Majesteit; en dan

Barmhartige Jezus, ontferm U dan mijner!

Ten laatste, wanneer mijne ziel voor U verschijnen en voor de eerste maal den onsterfelijken luister uwer heerlijkheid zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van uw aangezicht, maar gewaardig haar in de» liefderijken schoot uwer barmhartigheid te ontvangen, opdat ik in eeuwigheid uwen lof zinge;

Barmhartige Jezus, ontferm U dan mijner!

GEBED.

0 God, die ons tot den dood veroordee-lend, het oogenblik en uur van ons sterven

k_!___S3

-ocr page 63-

59

s---—m

voor ons verborgen houdt, geef, dat ik al de dagen mijns levens in rechtvaardigheid en heiligheid doorbrengende, moge verdienen in uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Door de verdiensten van onzen Heer Jezus Christus, die met U leeft en heerscht in eenheid van den H. Geest. Amen.

Z. H. Leo XII heeft 100 dagen aflaat verleend eens lederen dag te verdienen door alle geloovigen, die met een rouwmoedig hart dit gsbed verrichten en eenigen tijd bidden ter intentie van Zijne Heiligheid; en een vollen aflaat iedere maand, op een dag naar verkiezing, onder de gewone voorwaarden, zoo zjj die litanie iederen dag der maand zullen gebeden hebben. (11 Aug. 1824.)

S_

-ocr page 64-

CO

Litanie

-fees @@B@ SLOSJT H-,

Heer, ontferm u onzer!

Christus, ontferm u onzer!

Heer, ontferm u onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.

God, Heilige Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Maagd der Maagden,

H. Barbara,

Getrouwe dienares des Heeren,

Zuivere Bruid van Jezus Christus, Wijze en Voorzichtige Maagd, Kloekmoedige Martelares,

Troosteres der Zieken,

Toevlucht der Stervenden, Beschermster dergenen, die in doodstrijd zijn,

Die door God op wonderbare wijze

in het geloof zijt onderwezen, Die vroegtijdig alle rijkdommen, eer, vermaken en wellusten der wereld hebt verzaakt,

iis

-ocr page 65-

61

Die uwe maagdelijke zuiverheid zoo edelmoedig aan God hebt opgeofTerd, bid voor ons.

Die hebt uitgeschenen door uwen eerbied voor de Allerheiligste ^ Drievuldigheid,

td

P

-s

O-

p

Cl,

Die standvastig uw geloof tegen c alle aanvallen hebt beleden, o Die de vreeselijkste folteringen ter 0 liefde van Jezus hebt doorstaan, ^ Die door de hand van uw eigen vader zijt onthoofd,

Dat wij God, naai\' uw voorbeeld, met een

zuiver hart mogen dienen,

Dat wij steeds gehoorzaam mogen wezen aan de inspraken zijner genade. Dat wij ons door geen lijden of kwelling of dood van zijne liefde laten scheiden,

Dat wij steeds bevrijd mogen wezen

van alle dreigende gevaren.

Dat wij ons door waken en bidden op

zijne komst mogen voorbereiden,

Dat wij ioderen dag mogen doorbrengen alsof het de laatste onzes levens was, Dat wij bewaard blijven voor een haastigen en onvoorzienen dood.

Dat wij voor ons sterven waardig en met volle kennis de H.H. Sacramenten mogen ontvangen,

Dat wij den dood der uitverkorenen sterven mogen,

fg.

a K

-ocr page 66-

6-2

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der j wereld, spaar ons Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer Heer!

v. Bid voor ons, o H. Barbara.

r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons Bidden.

Wij bidden U, o Heer, verleen ons dooide voorspraak der heilige Maagd en Martelares Barbara, dat wij, die haren bijstand inroepen, hare hulp in al onze noodwendigheden mogen ondervinden en vóór onzen dood, door eene ware boetvaardigheid en eene rouwmoedige biecht voorbereid het allerheiligste Lichaam en Bloed van onzen Heer Jezus Christus mogen ontvangen, die met U leeft en heerscht in alle eeuwigheid.

Amen.

ES

-ocr page 67-

Negen gebeden ter eere der H. Barbara om een zaligen dood te verkrijgen.

1. H. Barbara, wijze en voorzichtige Maagd, die op eene buitengewone wijze zijt onderwezen in het ware geloof en eene bijzondere konnis hebt ontvangen van het geheim der aanbiddelijke Drievuldigheid, verwerf ons om deze tweevoudige genade, dat wij steeds in de kennis en de liefde van God mogen toenemen en eenmaal een zaligen dood sterven.

Wees gegroet Maria.

2. H. Barbara, waardige Bruid van Jezus Christus, die reeds zoo vroegtijdig uwe maagdelijke zuiverheid aan God hebt toegewijd, verkrijg ons de genade dat wij, in welken staat God ons ook plaatsen mogen, ons steeds beijveren Hem voortdurend met een kuisch en zuiver hart te dienen.

Wees gegroet Maria.

3. H. Barbara, ijverige Dienares des Heeren, die in een toren opgesloten, verre van de gevaren eener zondige wereld, God in stille eenzaamheid, in gebed, overweging en boetvaardigheid hebt gediend, geef dat wij getrouw de gevaren dezer wereld en de zondige gelegenheden vluchtende door het onderhouden zijner geboden waardig

12 ^

-ocr page 68-

6i

S------^

mogen worden in zijne liefde en vriendschap

deze wereld te verlaten.

Wees gegroet Maria.

4. H. Barbara, edelmoedige Maagd, die alle rijkdommen, vermaken en ijdelheden der wereld hebt vaarwel gezegd om den armen Jezus te volgen, bid voor ons dat ook wij ons hart onthechten aan zondige vermaken en voldoeningen, en om zoo waardig te worden eenmaal de eeuwige goederen des hemels te bezitten.

Wees gegroet Maria.

5. H. Barbara, getrouwe Christin, die tot aan uwen laatsten snik iti de beoefening aller deugden en in de belijdenis van uw geloof hebt volhard, verwerf ons door uwe verdiensten, dat wij al de dagen van ons leven in deugd en volmaaktheid mogen toenemen om eenmaal met u in den hemel te heerschen.

Wees gegroet Maria.

(i. H. Barbara, moedige Martelares, die onverschrokken hebt weerstaan aan de bedreigingen van een afgodischen vader, aan de wreedheid van een onmenschelijken keizer en aan de folteringen der beulen, bid voor ons dat wij te midden van alle kruis en lijden, van alle bekoringen en aanvallen onzer vijanden aan God getrouw blijven om eens met u de kroon der overwinning te deelen.

Wees gegi oef Maria.

-ocr page 69-

G5

7. II. Barbara, Heldin fier kerk, die tevreden met Gods wil door de handen van uw eigen vader den marteldood zijt gestorven , geef door de verdiensten van dit uw smartvol sterven dat ook wij met volle overgeving aan Gods H. Wil den dood aannemen, dien Hij ons in zijne eeuwige wijsheid voorbeschikt.

Wees gegroet Maria.

8. H. Barbara, machtige Patrones, gij die van Jezus de genade hebt ontvangen uwe dienaren en dienaressen in him sterfuur bij te staan, verkrijg ons door die liefde van uwen goddelijker! Bruidegom dat wij vóór onzen dood op waardige wijze de laatste H.H. Sacramenten ontvangen en waardig worden bevonden door u ten hemel te worden ingevoerd.

Wees gegroet Maria.

9. H. Barbara, liefdevolle Beschermster, die zoovele wonderen ten gunste uwer vereerders hebt gedaan, toon ook ons nwen machtigen bijstand in leven en in sterven, opdat wij eeuwig in den hemel uwe goedheid mogen loven.

Wfcs gegroet Maria.

-ocr page 70-

Gebed om een goeden dood.

Almachtige, eeuwige God, die volgens uw aanbiddelijk welbehagen over alle oogen-blikken onzes levens beschikt, ik geef\' mij geheel en al over aan de vaderlijke zorgen uwer voorzienigheid betrekkelijk de plaats, den tijd en de wijze van mijn sterven. Vader van barmhartigheid, laat niet toe dat de dood mij onverwachts overvalle; maar geef dat ik sterve voorzien van de genademiddelen der H. Kerk en bezield met een levendig geloof, eene vaste hoop en een waarlijk christelijk geduld. Zuiver mijne ziel van al hare zonden en heilig mij door het dierbaar Bloed van uwen goddelijken Zoon, door de verdiensten der allerzaligste Maagd Maria en door de voorspraak der H. Barbara. O mijn God, in uwe lianden stel ik mijn leven en mijn dood, mijn lichaam en mijne ziel. Op U vestig ik al mijne hoop, ik zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. Geef dat ik sterve in uwe genade, sterve in uwe liefde, sterve om U eeuwig in den hemel te loven en te prijzen voor uwe oneindige goedheid en barmhartigheid. Amen.

-ocr page 71-

67

Gebed voor de levende leden der Broederschap.

Heere Jezus Christus, goddelijke Verlosser en Zaligmaker onzer zielen, wij smeeken U door uw bitter lijden, door uwen pijnlijken doodstrijd en uwen kostbaren dood, alsook door de verdiensten uwer smartvolle Moeder Maria en den marteldood uwer roemwaardige dienares, de H. Barbara, dat gij ons en alle leden der broederschap van de H. Barbara, eene onoverwinnelijke kracht gelievet te schenken tegen de aanvallen onzer vijanden, eene volmaakte droefheid over onze zonden en de genade der volharding, opdat wij den prijs van uw lijden niet verliezen, maar U eeuwig in den hemel met uwe Allerheiligste Moeder, met de H. Barbara en met al de leden harer broederschap loven en danken. Amen.

Gebed voor de Zieltogenden.

Gekruiste Jezus, zekere toevlucht der zieltogenden, wij bidden u met vol vertrouwen dat gij, om wille der benauwdheden en smarten die gij stervend aan het kruis hebt uitgestaan, alle leden dei- broederschap van de H. Barbara wilt helpen en verdedigen in hunne laatste oogenblikken, opdat de duivel in hun sterfuur niets tegen hen ver-

m--------?

-ocr page 72-

68

^---1--m

moge, maar zij opgenomen Morden in uwe hemelsche woningen om U daar met alle uitverkorenen eeuwig te aanschouwen. Amen.

Gebed voor de Overledenen.

Almachtige God, die de zaligheid van alle menschen zoo vurig verlangt on hen zoo gaarne met U gelukkig ziet in den hemel, verleen, bidden wij u, door de verdiensten van Jezus\' lijden en sterven. door de voorspraak der Onbevlekte Moeder-Maagd en door den marteldood der H. Barbara de vergiffenis en kwijtschelding aller zonden en straffen aan de overledene leden onzer broederschap en geef dat zij, bevrijd van de vlammen des vagevuurs, weldra uwe heerlijkheid genieten in den hemel. Amen.

Lof- en Smeeklied tot de H. Barbara.

Levon als een ware Christen ,

Trouw zijn in de liefde Gods, Ondanks smaad, geweld en listen Immer paal staan als een rots, Sluiten in God» liefde \'t leven.

Keu wig zalig zijn hierna;

Dit is \'t voorbeeld ons gegeven Door de heii ge Barbara.

-ocr page 73-

C9

\'t Waar geloof raag zjj beljjden

Midden in het heidendom;

\'t Geeft haar kracht en moed in \'t strijden ,

Jezus blijft haar Bruidegom. Onbeschrjjtiijk ia de smarte.

Die zjj om \'t geloof verdraagt;

Maar haar God, die woont in \'t harte. Sterkt op wond\'re wijs de Maagd.

Woeste beulen slaan en kerven

\'t Zwakke lichaam wreed en snood, En haar Vader doet haar sterven

Door zijn zwaard den marteldood. Christus was de God haars levens,

Sterven is haar een gewin ;

Maagd en Mart\'laresse tevens,

Snelt zjj blij den hemel in.

Barbara, zie neer van boven.

Uit des hemels heii ge woon.

Op ons, die uw deugden loven.

Smeek voor ons bij Godes troon, Dat wij \'s Hemels gunst verwerven

In des levens bangen strijd ,

En wjj blijven tot ons sterven Aan den dienst van God gewijd.

Smeek bijzonder, als ons leven

Hier op aard ten einde spoedt,

Dat aan ons dan word\' gegeven

Jez is\' Godd\'lijk Vleeseh en Dloed. Als oi.s uwe hulj) beveiligt.

Snellen wij met blijden zin ,

Door \'t bezoek van God geheiligd , \'s Hemels eeuw\'gen luister in.

ill. Familiebl.)

-ocr page 74-
-ocr page 75-

71

ttjiiisiiisiiisKimJldsXtsldflamsicislaski)*

I WH O TT n-

nm

Bladz.

Bewijs van aanneming in de Bmeclerschap

der H. Barbara.........3

Aan de vereerders der H. Barbara ... 5

I. Leven der II. Barbara......7

II. Marteldood der 11. Barbara .... 23

III. Vereering der H. Barbara.....34

IV. Broederschap der II. Barbara . . .47 Plec.hlige verklaring voor een goeden dood 52

Litanie voor een goeden dood.....55

Litanie ter eere der II. Barbara .... CO Novene ter eere der II. Barbara om eon

zaligen dood te verkrijgen.....63

Gebed om een goeden dood......06

Gebed voor de levende leden der Broederschap .............67

Gebed voor de ziellogenden......67

Gebed voor de overledenen......68

Lof- en smeeklied tot de II. Barbara . . 68

-ocr page 76-

\'•

-ocr page 77-
-ocr page 78-

Diensten in de parochiekerk der H. Barba te Reppel.

1. Hot f\'eost dei\' H. Barbara wordt jaarlijk Keppel pleclitig\' gevierd op den 4 Decfir. De 1° II. .Mis begint alsdan om 7 nur, do 2\' Mis om 8 uur, do hoogmis om 10 uur. Oi do Hoogmis wordt eon sermoon over do H. bara gehouden.

*2. lederen dag bestaat er gelegenheid om ziel do broederschap dor H, Barbara, te Reppel kelijk opgericht, te laten inschrijven. • i. Be aflaten aan deze broederschap verbonden : quot;) volle aflaat op don dag der inschrijving op een der zeven volgende dagen naar kiezing.

h) volle aflaat jaarlijks op het feest dor II.

bara, 4 Booembor.

c) volle aflaat in hot uur des doods.

Verder kunnen de leden nog verschillende r dero aflaten verdienen als zij de parochiokerk Reppel bezoeken, :w handboekje bi-, 51.

Daarenboven worden zij deelachtig aan elkam geboden en goede werken en aan de H.H. Mi die gedurende het jaar in do parochiokerk voo levende en overledene loden gedaan worden.