-ocr page 1-
-ocr page 2-

Vak 132

\'i-j\'\' ■

i

-ocr page 3-

z i

-ocr page 4-

fjL i-ï

!, /) ; {

~ SÜSTEREM

EN -quot;

z ÏJ N E j^EILIGEN.

W i J C 1 1 i£ N S

HELMOND,

JAN hermans;

1888.

\\rr„i. i \'gt;•-gt;

t;/-v i

V»-

-ocr page 5-
-ocr page 6-

SUSTEREN M ZIJNE HEILIGEN.

De Heiligen zijn de vrienden van God.

Tijdens hm leven op aarde waren zij toonbeelden van deugd, thans genieten zij in den Hemel de genoegens der eeuwige zaligheid.

Be Heiligen zijn ook onze vrienden, onze voorsprekers lij God.

Volgens de leer der H. Kerk is het goed en nuttig de voorspraak van Gods lieve Heiligen aan te roepen, en ons te stellen onder hunne liefderijke bescherming.

Geldt dit voor alle Heiligen zonder onderscheid, eene geheel bijzondere vriendschap en tusschenkomst zal ons geworden van wege degenen, die in onzen vaderlandschen kalender staan opgeteekend, en op onzen vaderlandschen bodem, in de dagen van het verleden, den zoeten geur van deugd en heiligheid verspreid hebben.

Klein is ons Limburg icel, doch vruchtbaar aan vrienden Gods; rijkdom bezit het niet, maar wel schatten van reliquieën en gebeenten van Heiligen. Maastricht heeft 300 jaren lang bisschoppen gehad, die de openbare ver-eeirng der geloovigen zijn waardig bevonden.

-ocr page 7-

Odiliënberg hezit zijn roemwaaardig drietal de H. II. Wiro, Plechehnus en Otgerus, de Moeke verkondigers van Gods woord in het voormalig land van Gelder; de stad Weert is jier op een II, Antonius en H. Hieronymus, die te Gorkv.ni hi jmoedig voor God hun leven opofferden; Houthem hezit het heilig gebeente van den ridderlijken kluizenaar Gerlacus, den boetvaardige.

In de volgende bladzijden vestigen w j de vrome aandacht der Katholieken op de Heiligen, die in de vermaarde, aloude stiftskerh van Susteren bewaard en vereerd worden. Schitteren zij met onver doof haren luister aan den sterrenhemel van Jesns\' zegepralende Kerk, staan hunne namen met eer en eerbied geboekt in de gedenkschriften onzer kerkelj ken geschiedenis, ook hun heilig gebeente zal, dank zij de zorgen van Susterens voljverigen herder, in kostbare reliekschrijnen bewaard en den geloo-vigen ter vereering uitgesteld worden.

Ongetwijlefd zal het plechtig feest, dat gevierd wordt, de toeloop der geloovigen, en de godsvrucht der pelgrims Susterens dierbare Heiligen in ruime mate schadeloos stellen voor de vergetelheid, waartoe zij, tengevolge der Fransche Omwenteling, waren vervallen.

Ongetwijfeld zullen deze Gelukzaligen, zoo machtig bij God, met meer liefde dan ooit

-ocr page 8-

nederhlikken op de plek yronds, waar zij voor het hemeheh leven herhoren, en hunne overhlijf-selen ter ruste en ter verheerlijking nedergelegd loerden.

Ongetwijfeld ook zal de vroomheid en de edelmoedigheid der pelgrims den wakkeren herder in staat stellen, niet alleen het door hem met zooveel moed en toewijding legonnen werk gelukkig ten einde te brengen, maar ook nog de hand te slaan aan den reuzenarbeid, die hem wacht, en tevens zoo gebieaend noodzakelijk is, namelijk de ivederopbouwing van den eer-hiedwaardigen Romaansch.-Bgzant jnschen Sal-vatorstempel, waar zoo menige Heilige zijne ziel voor God en Gods Moeder in gebed en verzuchting heeft uitgestort.

-ocr page 9-

I HOOFDSTUK.

Stad en Stift Susteren.

ge

ve ko wi f he

Het oude Suestra is een van die plaatsen, welke ons herinneren aan het verblijf der Frankische vorsten op Limburgschen bodem, en aan de verkondiging van het ware geloof langs de boorden der Maas.

Op het einde der Vilquot;1quot; eeuw werd de abdij van Susteren door Blittrudis, gemalin van Pepijn van Herstal, gesticht en in v het jaar 714, bij uiterste wilsbeschikking, door Pepijn aan den H. Willibrordus ge-, schonken. Zie hier de stichtingsacte:

„In naam van God. Ik Pippinus, zoon van wijlen Ansgisilus, en mijne edele gemalin Blittrudis, dochter van Hugobertns, uit godsvrucht en tot hulpe mijner ziel, heb ben gemeend, dat wij het bedehuis en het kloostertje ter eere van den Zaligmaker en de H.H. Petrus en Paulus en overige. Apostelen en voor de reliquïen der Heiligen op het verblijf Suestra, bij de rivier Suestra, door Blittrudis van Albericus en Hadericus voor geld aangekocht, moesten van den grond opbouwen. Dit hebben wij gedaan.

h

-ocr page 10-

7

Het heeft ons behaagd aan den aposto-lischen vader, bisschop Willibrordus, deze basiliek over te dragen. Dit hebben wij gedaan, zoodat hij daar broeders, vreemdelingen en andere godvreezenden moet verzamelen.

En dit hebben wij wenschelijk geacht te schrijven, opdat, wanneer Willibrordus van deze wereld zal zijn heengegaan, de broeders een hunner tot abt zouden kiezen en aanstellen, onder voorwaarde, dat . deze getrouw blijve aan ons, of aan onzen zoon Grimoald en zijne kinderen, of aan de zonen van Droga, onze neven, en \' dat hij daar, volgens den regel heilig leve, en verblljve onder onze bescherming en onder die van Grimoald en zijne kinderen en die van Droga, onze neven. Mocht iemand van ons of van andere lieden, die God vreezen, hun iets schenken van zijne bezittingen, dan zij het hem onder Gods bijstand voordeelig.

Mocht echter iemand, hetgeen wij niet gelooven, van onze erfgenamen of bloedverwanten, of een vreemdeling, in verzet komen tegen deze onze schenking, welke wij met het oog op God en ons zielen-» heil doen, dan toone men hem dit ons schrijven.

-ocr page 11-

En wil hij zich daarmede niet bevre- ^ H digen, dan beloopt hij de gramschap van den almachtigen God.

Dit schrijven blijve, als een uiterste wilsbeschikking, ten allen tijde geldig.

Gedaan in het openbaar, op het landgoed Bagolorus, in het vierde jaar der regeering van onzen heer en koning Da-gobert.

Daar wij zeiven, wegens ziekte, het stuk niet kunnen schrijven, hebben wij Blit-trudis, onze echtgenoote, verzocht en gemachtigd het in onze plaats te bevestigen.

Dit heeft zij gedaan met de anderen,

die het onderteekenden op ons verzoek. Blittrudis, Blendumen abdis, Helmoinus, Remigdie, Chrodoaldus, Geraldus, Adalin-hertus abt, Chamingo graaf, Crodebertus. Ik Adrecharius heb, op verzoek van mijnen heer Pippinus en Plectruda, deze schenking geschreven en onderteekend.

De H. Willebrordus werd er de eerste abt, en vertoefde er met eene zekere voorliefde, wanneer de zware taak der Evangelieverkondiging hem eenige dagen van rust, van eenzaam gebed en eigen ziels-verkwikking gedoogde.

In een zijner werken verhaalt ons de np re geleerde Alcuinus het volgende: Toen de to

do

-ocr page 12-

9

H. Willebrordus alhier verbleef, sloeg hij op zekeren dag, om zijnen weg te vekor-ten, een voetpad in, dat door den akker van een rijken grondbezitter liep. De bewaarder van dien akker, hierover vertoornd, barstte los in bittere verwijtingen tegen den man Gods.

De gezellen van \\Villobrordus wilden deze beleediging wreken, doch de zachtmoedige zendeling, die zoo dorstig was naar de zaligheid van allen, wilde niet , den ondergang van een enkele. Hij vermaande hen tot vrede, en daar hij niet bij machte was de dwaze gramschap van \' dien man te bedaren, keerde hij zich om, en sloeg een anderen weg in.

De ongelukkige echter, die zich verstout had den dienaar Gods te beschimpen, werd des anderendaags door een haastigen dood getroffen.

Heden ten dage nog wijst, ieder bewoner u den „Groenenwegquot; aan, dien de Heilige betreden heeft, en die altoos, bij zomer en winter, met groen als met een tapijt bedekt is.

Aanvankelijk werd de abdij bewoond door kloosterheeren en broeders, die echter reeds zeer spoedig, stellig althans in 882, toen de abdij uoo; do Noormannen verwoest

-ocr page 13-

10

werd, door vrouwen werd opgevolgd.

Niettemin bleef ook, na de verandering-der abdij in een vrouwelijk stift, het mannelijk kapittel voortbestaan.

In lateren tijd treffen wij telkens vier kanunnikken aan, waarvan één de herderlijke bediening uitoefende in het zoogenaamde Papenmunster (de voormalige, in 1789 afge-broken bouwvallige parochiekerk) datnaast de kerk der abdij, het Vrouwenmunster, gebouwd was.

De aloude stiftskerk, thans parochiekerk,, is in zuiveren Ro maansch-Bjzan tij nsch en bouwtrant opgetrokken.

Ten oosten van het koor heeft zij eene\' Ivrypt of onderaardsehe kerk, die (volgens den heer Victor de Stuers) ouder is dandekrypt van O. L. Vrouw te Maastricht, welke uit de Xlde eeuw dagteekent.

De heer L. von Fisenne, Nederlandsch bouwkundige, heeft er in zijn „Art monumental du Moyen agequot;, eene uitgebreide studie over geleverd, met daarbijbehooren-de teekeningen.

Het allerprachtigst hand schrift met miniaturen, dat te Susteren bewaard en Evangeliarium of Evangelieboek wordt genoemd, werd door den heer Jos. Gielen van Maeseijck beschreven

-ocr page 14-

11

In de XVI eeuw werd Susteren omwoeld door de kettersche Sacramentisten en We-derdoopers, totdat de hertog Jan van Gulik, in 1533, aan deze misbruiken door eene commissie van visitatoren paal en perk stelde. De sekte der Wederdoopers evenwel bleef tot in 1580 voortwoekeren. Te Susteren werden nog den 20 October 15 7 4 eenige Wederdoopers verbannen, en anderen weder indeRoomsch-Katholieke Kerk opgenomen. Eene eeuw later, den 5 November 1656, vindt men den ambtman van Boni nog niet eene instructie tegen Wederdoopers in den gerechtsdwang Sittard bezig. In 1591 werd aan de andere Protestanten of Lutheranen gewetensvrijheid in deze Guliksche streken geschonken. In 1610 richtte Marius Mignon te Susteren eene afzonderlijke gemeente op. In 1622 werd George Adain Trappius predikant te Susteren.

Voorzeker is het aan de machtige voorbede der lieve Heiligen van Susteren te danken, dat deze plaats, ondanks de besmetting der kwade voorbeelden en de pogingen tot verleiding, steeds aan het ware geloof, dien kostbaren voorvaderlijken erf-schat, is getrouw gebleven.

In het jaar 1542, toen de Geldersche op-volgingstrijd tusschen Karei V en hertog

-ocr page 15-

12

Willem van Gulik was ontstaan, werd het hertogdom Gulik door \'s Keizers luitenant, den prins van Oranje, Réné van Chalons, bemachtigd; Sittard en Snsteren kregen Bourgondische bezetting. Den 33 Maart werden de keizerlijken op den Kollenberg-bij Sittard geslagen, en bij het vernemen dezer nederlaag, verliet de bezetting van Susteren \'s nachts deze vesting, en zocht een goed heenkomen aan gene zijde van de Maas. Bij den vrede van Venlo, 8 Sept. 1543, bleef Susteren onder het Guliksch bewind „ , tot aan de Fransche Revolutie.

De stiftsgebouwen, reeds in 1(535 door een , ^ brand vernield en slechts ten deele hersteld werden nu geheel gesloopt. Eenige gebouwen in de naaste omgeving der kerk vormen nu een pachterswoning. Het woonhuis maakte deel uit der economiegebouwen; de schuur, die tegen de kerk leunt, bevatte vroeger zalen en woonkamers. In den buitenmuur vindt men nog de duidelijke sporen van der kloostergangen en binnen beschilderingen der zalen.

De abdij leunde tegen het noorderschip der stiftskerk en was omgeven door grachten en een sluitmuur. Voor eenige jaren werd de brugpoort, versierd met een wapen uit het huis Reisschenberg, gesloopt.

-ocr page 16-

13

De goederen der abdij werden tijdens de Fransche overheersching domein verklaard en ten deele aangekocht door Jacob Geor-gius de Illevits, en in 1802 werd aan de nog levende leden van het Kapittel een pensioen vergund door Napoleon I.

Volgens den Luikschen Almanak 1782 bestond het Kapittel destijds uit de volgende personen:

Hare Doorl.H. Mevr. ClementinaPrinces-se van Hessen-Rlieinfel-Rothenburg, abdis.

Baronnesse van Bijlant, dekanes. „ vau Brencken. „ van Bentinck

Gravin van Hochstede.

Baronnesse van Wimar.

Gravin van Khunburg. •

Baronnesse Geldern van Arcen, KAN ONTKEN.

De Heer Gripekoven.

„ „ Bongarts.

„ „ Velten.

„ „ Hochstenbach.

BENIFICIANTEN EN KAPELANEN. De Heer Clermonts „ „ Harden. „ „ Jessen. „ „ Mulckens.

-ocr page 17-

14

Na 1782 vindt men nog in het Register van den H. Rozenkrans, onder de kanoni-ken aangegeven: Joannes Theod. Brum, Henricus Ramaekers van Roermond, Joannes Henricus Backhaus, laatste rentmeester van het Kapittel, Joannes Petrus Joseph Kockerols en eindelijk Joannes Gerardus Joors, die in 1811 Susteren verliet en in Neeritter overleed.

Het is aan den onvermoeiden ijver van dezen laatsten Pastoor Kanunnik te danken, dat eenige goederen, met stichtingen belast, van de weleer zoo rijke abdij gered werden.

-ocr page 18-

II HOOFDSTUK.

De H. Willebrordus, bisschop en Belijder, apostel van Nederland, en eerste stichter van Susteren (7 November.)

Deze groote geloofsverkondiger was geboortig uit Northumbrië omtrent 657 of 658; zijn vader Wilgis was een vroom krijgsman, uit een Angelsaksisch geslacht, die later monnik werd en als Heilige wordt vereerd. Reeds in de eerste jaren zijner kindsheid, zegt de geleerde Alcuinus, werd Willebrordus geplaatst in het klooster van Ripon, onder de leiding van den abt Wilfried, die later aartsbisschop van York werd. Te Ripon ontving Willebrordus de kruinschering enhethabijt der orde van den H. Benedictus. Twintig jaren oud verliet hij Ripon, en begaf zich, met goedkeuring van zijnen abt, naar Ierland, alwaar hij zich gedurende 13 jaren, onder Egbert, abt van het klooster Rathmelsigi, (thans Meifont,) dien men reeds in zijn leven voor een Heilige hield, en van den niet minder vromen priester Wigbert, op de geestelv-ke studie toelegde.

-ocr page 19-

16

en op dertigjarigen leeftijd, volgens den toenmaligen regel, door Egbert werd priester gewijd. Bijna drie en dertig jaren oud, werd hij door Egbert aangespoord, om zijn leven en werken aan de verkondiging van het H. Evangelie onder de Friezen toe te wijden. In het jaar 690 zond hem Egbert, aan het hoofd van elf metgezellen, naar Friesland. Dit land werd ten westen begrensd door de Schelde, ten oosten door de Eems, alsmede de geheele kust, van den Dollart af tot Ostende; het bezat echter noch steden, noch groote dorpen en de bevolking legde zich uitsluitend toe op de jacht en de vischvangst.

Te Katwijk, aan de uitmonding van den Rijn, stapten onze zendelingen aan wal. Volgensde kerkelijke geschiedenis van Beda was Willebrord aan Paus Sergius voorgesteld geworden, en had hij van dezen Paus de noodige volmachten, benevens reliquieën der H. H. Petrus en Paulus verkregen. Vol vertrouwen op God betrad Willebrord us het gebied zijner missie, in hetwelk zijn heilige leermeester Wilfried reeds in het jaar 617, onder koning Algis, met vrucht was werkzaam geweest. Toen echter bestond er onder de Friezen niet veel neiging tot het Chris-tendom; koning Radbout en het volk vreesden, dat, indien zij de geloofszendingen van

-ocr page 20-

17

hunne vijanden, de Franken, aannamen, zij weldra door dezen zouden onder liet juk gebracht worden. De H. Willebrordus echter, die uit Brittannië hierheen kwam, werd met minder mistrouwen ontvangen, en zocht vooi\'eerst den koningzei ven te winnen. Daartoe begaf hij zich naar de vesting Wil-taburg (het latere Utrecht.) Toen hij echter bespeurde, dat koning en volk der Friezen geheel besmet waren met heidenschen eere-dienst, vond hij goed zich naar Pepijn van Herstal te begeven, om de bescherming der Franken te verkrijgen,

Pepijn ontving hem goed, en schonk hem het schier verwoeste paleis der Friesche vorsten te Utrecht; hij beloofde hem krach-tiqren steun, en wees hem het land tusschen Maas en Moezel tot missiegebied aan; tevens versprak Pepijn zijne vorstelijke gunst aan al degenen, die het Christendom zouden aannemen.

Zoodra nu de H. Missionaris de vergunning van Pepijn had ontvangen, spoedde hij naar Rome, in •\'t jaar 695. Hier werd hij hij door Paus 8ergius tot aartsbisschop der Friezen gewijd, hij ontving het pallium en den bijnaam van Clemens. Na een verblijf van veertien dagen te Rome, keerde Willebrordus naar Friesland terug. Nu aan-

-ocr page 21-

18

vaardde hij voor goed zijnen arbeid, tot heil der hem toevertrouwde zielen en tot verspreiding van het licht des waren geloofs; men zegt, dat hij meermalen, tot dit laatste doel, met den H. Lambertus, bisschop van Maastricht, alsook met den H. Wiro van Odiliënberg bijeenkomsten en samenspraken had.

In het jaar 698 stichtte Willebrordus de abdij van Echternach aan de Sauer, tot eene kweekschool voor missionarissen; tevens regelde hij het bestuur van het hen door Pepijn en zijne gemalin Plectrudis, of Blit-trudis geschonken klooster te Susteren, hetwelk nu eene abdij werd, waarvan hij zelf abt was.Dit geschiedde vermoedelijk in het jaar 714, toen Pepijn overleed.

Karei Martel, zoon van Pepijn, had op ^zijne beurt den Frieschen koning Radbout overwonnen, en Willebrordus vestigde nu zijnen zetel te U trecht, welke stad hem door den koning was ten geschenke gegeven. Deze heilige, ijvervolle en beminnenswaardige man werd, op den hoogen ouderdom van 82 jaren, uit den harden strijd voor de belangen van Christus, tot de eeuwige zegepraal opgeroepen in het jaar 739, in den nacht van den 6-7 November, te Echternach, en ook aldaar, volgens zijn verlangen.

-ocr page 22-

19

in zijne bidkapel ter aarde besteld.

Toen zijne overblijfselen, den 19 October 1031, werden verheven, vond men zijn H. lichaam en kleederen onbedorven, terwijl er zich bij het openen der zerk, een aangename geur verspreidde. De steenen kist des Heiligen werd in de Fransche Revolutie door een vroom gezin te Echternach bewaard. Deze kist bevat nog het hoofd en eenige beenderen van den Heilige. Zijn haren boetekleed is nog te Echternach aanwezig en op de pastorie van O. L. Vrouwe berust zijn draagbare altaarsteen. Het aandenken van den H. Wilebrordus leeft nog krachtig in het gemoed van alle Nederlanders, en zijne nagedachtenis wordtin 75Nederland-sche kerken, aan hem toegewijd, vereeuwigd (58 in de Noord, provincieën, 17 in België.) Ook wordt er, tot aandenken van hetgeen hij in zijn leven voor het Christendom heeft gewrocht, en tot bewijs van eerbied voor de wonderen, bij zijn graf geschied, nog jaarlijks te Echternach, op Dinsdag na Pinkste-ren een processie-dans, de zoogenaamde „spring-processiequot; uitgevoerd. Deze dans geschiedt op de maat der muziek, vijf schreden voorwaarts en twee terug, of drie voorwaarts en een terug. Deze processie bestond reeds in 1450,

-ocr page 23-

20

DeH. Willebrordus wordt, met een jeugdigen linaap op den arm, voorgesteld als bisschop, eenen heidenschen afgod verbrijzelend, of terwijl hij een wijnvat zegent, of wel eene bron doet ontspringen, in den achtergrond de abdij van Echtenach, ook wel een kerkmodel dragend. Er zijn in ons Nederland verscheidene Willebrordus-put-ten bekend, die vroeger tot liet H. Doopsel der bekeerde heidenen werden gebruikt, en aan wier water ook thans nog eene genezende kracht wordt toegeschreven (b. v. te , Geisteren, Venraij, Stamproy en Hoengen.) De H. Willebrordus wordt door degeloovi-gen aangeroepen, vooral tegen de koortsen.

Litanie

VAN DEN

H. WILLEBRORDUS.

Beschermer van Nederland.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Jesus Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

-ocr page 24-

21

I

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

Heilige Moeder Gods, bid voor ons. H. Willebrordus,

H. Willebrordus, wiens ontvangenis aan uwe moeder door eene voorzegging is geopenbaard,

H. Willebrordus, die van God naar Nederland gezonden zijt,

H. Willebrordus, bekeerder vau Nederland.

H. Willebrordus, die van uwe kindsche jaren af zeer godvruchtig zijt geweest, H. Willebrordus, die, nog zeer jong zijn- td de u tot het kloosterlijke leven hebt ^ begeven, o

H. Willebrordus, die de wereld en hare ° genoegens hebt verlaten, 2

H. Willebrordus, die met waken, vasten quot;

en bidden. God gediend hebt, H. Willebrordus, die uit ijrer voor uwen evenmensch, om dien tot het heilig christelijk geloof te brengen, tot ons gezonden zijt,

H. Willebrordus, die eerst medegezellen verzameld hebt, om ons het heilig christelijk geloof in te planten, H. Willebrordus, die ons van den Paus

-ocr page 25-

23

Sergius als aartsbisschop zijt toegezonden,

H. Willebrordus, aartbisscliop van Utrecht,

H. Willebrordus, beschermer van Holland, Zeeland en Friesland, H.quot;Willebrordus, stichter der christelijke kerken,

H. Willebrordus, bekeerder van vele zielen,

H. Willebrordus, die door wonderen

uwe heilige leer bevestigd hebt, H. Willebrordus, helper dergenen, die S in nood zijn, ^

H. Willebrordus, troost der bedroefden, § H. Willebrordus, die nooit iemand hebt ^ verlaten, die in nood zijnde, tot u heeft s geroepen,

H. Willebrordus, bekeerder der zondaren,

H. Willebrordus, verbreider van Gods

naam en eer,

H. Willebrordus, door uwen arbeid en zweet, waarmede gij ons tot God getrokken hebt,

H. Willebrordus, die nu in den Hemel

voor uwen arbeid gekroond wordt, H. Willebrordus, die God nu in eeuwigheid aanschouwt.

-ocr page 26-

23

Door uwe heilige verdiensten, help ons,

heilige Willebrordus.

Door uwe heilige gebeden, sta ons bij, heilige Willebrordus.

Dat gij ons land van alle ketterij en ongeloof door uwe heilige gebeden wilt bevrijden, wij bidden u, heilige Willebrordus. Dat gij voor ons wilt verkrijgen vrede en eendracht, wij bidden u, heilige Willebrordus.

Dat wij door uwe heilige voorspraak een zalig leven mogen verkrijgen, wij bidden u, heilige Willebrordus.

Dat wij door uwe heilige gebeden eenen zaligen dood mogen verwerven, dit bidden wij u, heilige Willebrordus.

Dat alle geloovige zielen, door uwe lieilige gebeden, van al hunne pijnen mogen verlost worden, dit bidden wij u, heilige Willebrordus.

Onze J ader, H ees gegroet, enz.

v. Bid voor ons, heilige Willebrordus. e. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.

laat ons bidden.

Almachtige God, die ons door de verdiensten van uwen heiligen bisschop Willebrordus, tot het heilig, christelijk geloof

-ocr page 27-

24

gebracht hebt: wij bidden U, Heer! dat wij, door zijne voorspraak, van alle kwaad naar ziel en lichaam, zoo tegenwoordig als toekomend, verlost mogen worden : door Jesus-Christns, onzen Heer. Amen.

-ocr page 28-

Ill HOOFDSTUK.

De heilige Amelberga, Maagd, eerste abdis en kerkpatrones te Susteren, 21 November. De HH. Benedicta en Cecilia, Maagden, Abdissen te Susteren. De heilige Éelindis, hare zuster, kluizenares te Flemalle bij Luik, 17 Augustus of 16 November.

De H. Amelberga was eene Maagd, vermaard door de heiligheid van haar leven. Volgens de overlevering werd zij de eerste abdis van Susteren, nadat ditaloud gesticht, zoo eerbiedwaardig wegens zijne heilige bewoners en de aldaar berustende heilige o ver blij fiselen, door den vromen koning Zwentibold van Lotharingen, die ook aldaar begraven is, was hersteld geworden.

Amelberga bestierde hare medegezellinnen in de stipte onderhouding der kloosterlijke tucht, en nam ook in hare abdij de drie dochters van voornoemden koning aan, om hare opvoeding te voltooien. Deze jonkvrouwen waren Benedicta, Cecilia en Relindis. Zij kwamen in dit stift, om door verachting van alle koninklijke praal, de nederigheid

-ocr page 29-

26

van Christus na te volgen, en met de zuiverste liefde voor de hemelsche dingen te worden bezield. Amelberga, de gids der drie vorstinnen-zusters, voerde haar tot zulk een zuiveren levenswandel, dat zij naderhand als Heiligen werden vereerd.

Relindis legde zelfs de grondslagen van een nog heiliger leven, en, de strengere eenzaamheid opzoekend, kwam zij te Flemalle, boven Luik, aan de Maas, alwaar zij na e en bewonderenswaardig heilig leven, een zaligen dood stierf.

Benedicta, de opvolgster der H. Amelber-ga, en insgelijks een luisterijk voorbeeld van nauwgezetheid in de kloosterlijke tucht, * werd opgevolgd door hare zuster Cecilia, die niet minder heilig van leven was. Beide zusters zijn te Susteren, in de kerk van het beroemd Benedictijnen-stift voor adellijke jonkvrouwen, begraven en haar gebeente wordt er met zorg bewaard; ook de overblijfselen der H. Amelberga berusten in de Salvatorskerk, welke na de Fransche Omwenteling parochiale kerk is geworden.

Het feest der overbrenging van de H. Amelberga werd vroeger te Susteren op den laatsten Mei-dag gevierd. De nagedachtenis van de HH. Benedicta, Cecilia en Relindis wordt op den 17 Augustus, die der HH.

-ocr page 30-

27

Benedicta en Cecilia in eenige Benedictijner Martyrologia op den 16 November vereerd.

Litanie

VAN DE

H. AMELBERGA,

Maagd en abdis van Sus teren,

wier feest aldaar den %\\ November met Octave en vollen aflaat gevierd wordt.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

■Christus, hoor ons.

lt; Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H, Maria Koningin van alle Heiligen, bid voor ons.

H, Amelberga, uitverkoren Bruid van i—| Jesus-Christus, £quot;

H. Amelberga, zonder ophouden bezig g de geboden des Heeren te overwegen, §

H. Amelberga, toonbeeld van heilige g zuiverheid, »

-ocr page 31-

28

H. Amelberga, spiegel der maagden, H. Amelberga, die de gerechtigheid bemind en de boosheid gehaat hebt, H. Amelberga, die uwe onderhoorigen door waarheid, zachtheiden godvruchtigheid bestierd hebt,

H. Amelberga, die de HH. Benedicta, Cecilia en Relindis geleerd hebt de nederigheid van Christus na te volgen en alleen naar de heerlijkheid des Hemels te streven,

H. Amelberga, die tallooze maagden tor.

den Heer geleid hebt,

H. Amelberga, door de dochters der koningen met eer omgeven, H. Amelberga, wijze Maagd, wier lamp

steeds voor God brandde, H. Amelberga, voorzichtige Maagd, steeds bereid voor de komst des hemel-schen Bruidegoms,

H. Amelberga, wier liefde door de wateren der droefheid niet werd uitgedoofd. H. Amelberga, boven uwe gezellinnen

gezalfd met de olie der blijdschap, H. Amelberga,\' waardige Maagd, door de

Engelen met blijdschap opgenomen, H. Amelberga, Bruid van Christus, met

hemelsche lofzangen verheerlijkt, H. Amelberga, roemrijk onder de doch-

-ocr page 32-

29

ters van liet hemel sch Jerusalem, bid voor ons.

H. Amelberga, schitterende parel aan de

kroon der H. Kerk, bid voor ons. H. Amelberga, veilige toevlucht in droefheid en ziekte, bid voor ons. H. Amelberga, getrouwe patrones van

Susteren, bid voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer !

Wees genadig, verhoor ons, Heer !

Wees genadig, verlos ons, Heer !

Van alle ziekten, rampen en tegenspoed. Van alle zonden,

Van den geest der onkuischheid, lt;1

Van de begeerlijkheid der oogen, H,

Van de begeerlijkheid des vleesches, S Van de hoovaardij des levens, §

Door uwe heilige menschwording, ® Door uw smartvol lijden, o

Door uwen bitteren dood,

Door uwe heerlijke verrijzenis,

Door de voorspraak der H. Amelberga,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons Heer,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer.

Christus, hoor ons.

-ocr page 33-

30

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm u onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer.

Onze , Vader. — Wees gegroet.

v. Bid voor ons, H. Amelberga.

H. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

laat ons bidden.

Laat, o Heer, wij bidden U, de roemwaar dige feestviering van uwe Maagd de H Amelberga ons verblijden; opdat zij, die l door hare verdiensten behaagd heeft, ooi voor onze zonden vergeving verwerve.

O H. Amelberga, thans voor eeuwig ver eenigd met Christus, dien gij tot uwei Bruidegom verkoren hebt, werp een blil van mededoogenopons, dieuwevoorspraal bij God afsmeeken. Gelukkig de maagden die zich beijverd hebben, uwe voetstappei te volgen: zij zijn met u gekroond in dei Hemel, wijl zij in deze wereld de vijandei harer zielen op uw voorbeeld hebben overwonnen. Verkrijg voor ons de genade, dal wij uwe voorbeelden, uwe nederigheid, uwe kuischheid, uwe liefde tot Christus navolgen. O H. Amelberga, voor eeuwig met luister gekroond, welgevallig aan Christus den Zoon Gods, aan zijne Engelen en Aartsen-

elen opdat

heeft; heid

tot cl

O opda uwe Heli gods ;zen H.G eem

-ocr page 34-

31

elen, wij smeeken U, wees ons indachtig,, opdat Hij, die U voor uwe trouw gekroond heeft, ook ons zijne genade en barmhartigheid doe ondervinden. Amen.

GEBED

tot de 11.11. Benedicta, Cecilia en Helindis.

O God, die ons heil zijt, verhoor ons, opdat, gelijk wij ons verheugen op het feest uwer heilige Maagden Benedicta, Cecilia en Ilelindis, wij ook zoo in den geest van vurige godsvrucht onderwezen worden. Door onzen Heer Jesus-Christus, die met U en den H. Geest leeft en regeert in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 35-

IV HOOFDSTUK.

Zwentibold, koningen tweede stichter van Susteren, vroeger vereerd als heilige Belijder den 13 Augustus.

{Boll. Acta Sanctorum 13 Autj.)

In het jaar 896 hielp Raginerus, graaf vau Henegouwen, een der voornaamste vorsten van België, den keizer Arnulfus om dezes natuurlijken zoon Zwentibold, tot nadeel van zijnen wettigen zoon Lodewijk, op den troon van Lotharingen te plaatsen. Dit gebeurde op den vorstendag te Worms. Het Koningrijk Lotharingen heeft zijn naam te danken aan Lotharius, achterkleinzoon van Karei den Groote. Het was verdeeld in Neder-Lolharingen, waartoe Maastricht behoorde, met Aken als hoofdstad, en Opper-Lotharingen met de hoofdstad Metz.

Om zijne erkentelijkheid aan Raginerus te betoonen, gaf hem Zwentibold de abdij van St. Servaas te Maastricht; doch Radboud, bisschop van Trier, aan wien deze abdij toebehoorde, deed zijn beklag op den landdag des konings, wiens leger bij Aken

-ocr page 36-

33

verzameld; Raginerus werd den 13den Mei 898 te Aken gedwongen de abdij terug te geven, doch trachtte zich in het bezit er van itaande te houden. Zwentibold beroofde hem van zijn land en noodzaakte hem binnen 14 dagen het rijk te verlaten. Raginerus stelde zich aan het hoofd der misnoegde edelen, die de kroon van Lotharingen eerst aan Karei den Eenvoudige, koning van Frankrijk, vervolgens aan keizer Leopold en eindelijk aan Lodewijk, zijnen hal ven broeder „het kindquot; opdroegen. Na meerdere gevechten, sneuvelde koning Zwentibold den 13den Augustus 900 in een veldslag tusschen Susteren en de Maas, volgens zekere overleveringen op den Rohrsack of Wel-schen-heuvel bij Urmond. Zijn stoffelijk overschot werd te Susteren in de abdijkerk bijgezet.

Zwentibold, die door het Limburgsch v olk meer Sanderbout, ook Zwentibold en Su-entopold wordt genoemd, had drie dochters, Benedictaen Cecilia, abdissen van Susteren, die op den 17 Augustus als Heiligen vereerd worden, en Relindis, die als kluizeuares te te Flemalle bij Luik heilig leefde en stierf,

Zwentibold bestierde zijn rijk met nauwgezetheid van geweten, en verwierf de liefde

-ocr page 37-

34

zijner onderdanen, maar tevens den haat der grooten. Hij reinigde en herstelde de kloosters en kerken, welke door de Noormannen waren verwoest; eene bijzondere voorliefde had hij voor de abdij Susteren, waar zijn heilig overschot rusten waar hij als tweede stichter wordt vereerd den 13 Augustus. Hij verwijlde bij voorkeur op een landgoed, ter plaatse waar, in het begin der vorige eeuw, het kasteel van Born werd gebouwd. Op de hoeve Grasbroek, gemeente Limbricht, tusschen Sittard en de Maas, werd vroeger een meubelstuk bewaard, dat thansnaar liet naburige kasteel Bom is overgebracht, en door het volk „de stoel of troonzetel van koning Sanderboiitquot; wordt genoemd. Deze stoel is eene zoogenaamde credens of aanrek, een meesterstuk van meubelmakerskunst, der beschouwing overwaardig. Inde Schatkamer te Susteren bevinden zich nog eenige merkwaardige stukken van Zwentibolds opperkleed.

„Ik ga naar koning Sanderbout,quot; is eene Limburgsche spreekwijze, die beteekent„ik ga naar de Graatheide.quot; De sage meldt het volgende over de schenking van 6666 bunders heide, genoemd de Graat of de Graat-heide, aan zijne lieden van Sittard, Boni, Guttecoven, Limbricht, Munstergeleen,

-ocr page 38-

35

Beek, Elsloo, Stein, Urmond, Berg, Obbiclit, Papenhoven en Buchten.

Op zekeren morgen vóór den noen, deed de koning een man te paard stijgen, en zeide liem, dat er zooveel dorpen, als hij binnen den tijd van het noenmaal zoude omrijden, aan de gift zonden deelhebben. Onze ruiter reed dan over Born, Gnttecoven, Limbricht, Sittard, Munstergeleen, Geleen, Beek, Elsloo naar Stein; van Stein uit kwam hij aan de Peuzerlinden; aldaar stond een wit paard gereed, het zijne was te zeer vermoeid; van hier nu rende hij in vollen draf over Urmond, Berg, Grevenbicht, Papenhoven, , Buchten, en zoo naar Holtuni; daar stond een oude vrouw aan den slagboom, hij verzocht haar dien te openen, doch zij weigerde. Nu reed hij om Holtum, en bereikte Born nog, toen koning Sanderbout en zijne gasten wateï namen na den maaltijd. Hij vertelde hun zijne lotgevallen. Nu sprak de koning: „omdat het wijf te Holtum dezen man niet heeft willen doorlaten, zoo zal Holtum ten eeuwigen dage van deze gift uitgesloten blijven.quot;

Daarna stelde Sanderbout de rechten en gebruiken vast, welke de heeren van Born en de gemeenten voortaan in deze schenking zouden toepassen.

-ocr page 39-

36

Ten oosten van Sittard wijst men u nog een ouden toren en muur, die Zwentibold zou gebouwd hebben, en die nog naar hem genoemd worden.

Knippenbergh meldt, dat hij, bij een bezoek te Susteren, den grafkelder van Zwentibold, met eenen grooten steen, 2 meter lang 1 breed, gedekt heeft gezien.

De koning werd begraven aan den ingang van het koor, naast de H. Amelberga.

In 1836 werd het graf geopend en de degen van Zwentibold gevonden, doch door onvoorzichtigheid gebroken.

Vóór 30 jaren, verhaalt J. Russel, zouden er nog een borstbeeld van koper en een jachtkleed van groen zijden fluweel met parels en goudlijst bezet, van koning Zwentibold afkomstig, te Susterengeweestzijn.(*)

Het leven van Koning Zwentibold, voorkomende bij de Bollandisten, werd geschreven door den beroemden P. De Ram en getrokken uit de geschiedkundige gegevens en stukken, die zich te Susteren bevonden.

(♦) Dit jachtkleed is nog aanweiig.

-ocr page 40-

V HOOFDSTUK.

De heilige Gregorius, bisschop van Utrecht, (25 Augustus) en de heilige Vastrada, zijne moeder, (21 Juli.)

De H. Gregorius, abt en bestuurder van het bisdom van Utrecht, was de bestendige en getrouwe begeleider van den H. Bonifa-cins. Hij werd ten jare 702 in het gebied van Trier geboren; zijn vader en grootvader schijnen beiden A Ibricns te hebben geheeten. Zijne moeder was de H. Vastrada of Vas-tradis. Deze Heilige nam, misschien in het klooster van Susteren, na den dood van haren gemaal den sluier aan. Op zekeren dag van 722 moest de jeugdige Gregorius voor de kloostervrouwen van Pfalzel eene godvruchtige lezing doen, en in de landtaal verklaren. Toen de jongeling zich verontschuldigde, wijl hij daarvoor geene genoegzame bekwaamheid meende te bezitten, deed zulks de H. Bonifacius, die toevallig tegenwoordig was, en wel met zooveel zalving, dat Gregorius terstond aan de wereld vaarwel zegde, om den H. Apostel van

-ocr page 41-

Duitschlancl te volgen.

Butler zegt, dat zijne lainilie hein geen beletsel schijnt te hebben gemaakt; maar men gelooft, dat hij nog eenigen tijd in het klooster Ohrdorf (Ohrdurf) zou vertoefd hebben, om er zijne studiën te voltooien. Zeker is, dathij nog zeer jong was, toen hem de H. Bonifacius medeuam op zijne missie-reizen door Hessen en Thunngen, en dat hii hem als zijne zoon beminde. GreP-orius werd alzoo de bijzondere deelgenoot van alle werkzaamheden, gevaren en reizen des H. Lomlacius, en maakte onder de leiding van een zoo grooten leermeester, zulke voi\' denngen dat hij weldra in de kennis der . .Schriftuur en in de beoefening aller deugden boven alle anderen uitmuntte.

adat de H. Bonifacius, gedurende eenige jaren den bisschopzetel van Utrecht had ingenomen, wijdde hij zich hoofdzakelijk toe aan de bekeering der Friezen; hij verhief Gregorms tot de waardigheid van abt van het klooster, dat hij te Utrecht gesticht had.

ïy a den dood des H. Bonifacius (5 Juni 755) aanvaardde deH. abt Gregorius, op verlangen van Paus Stephanus III en van koning Pepijn, het bestuur van Utrechts bisdom. Daarvandaan dat hij in eenige Martyrologia en ook in het Rjmeinsch Martyrologium

-ocr page 42-

.39

voorkomt als bisschop, alhoewel hij nimmer de bisschoppelijke wijding heeft ontvangen.

Tot zoo hoog eene waardigheid verheven, veranderde hij niets aan zijne vorige levenswijze; zelf een groot beoefenaar der schoone deugd van armoede, was hij milddadig jegens den behoeftige. Hij noemde de rijkdommen een zoet venijn en eene voorbereiding tot het verderf. Hij gebruikte geen wijn dan weinig, met water gemengd. Hij zeide aan zijne leerlingen dat zij de dronkenschap als de voedster der hel moesten vluchten, en onderwees hen gedurig, hoe zij de ondeugden zouden uitroeien, en zich de deugden eigen konden maken.

In zijne herderlijke bezorgdheid zond hij de H.H. Marcellinus, Lebuinus en Willibal-dus, om de streken van Overijssel te be-keeren en te beschaven.

Hij vormde ook den geest en het hart van den jeugdigen Ludgerus in dier voege, dat deze later, wegens zijne heiligheid van leven en bekwaamheid in de wetenschappen, als bisschop, de kerk van Munster tot sieraad verstrekte. Zijne goedhartigheid bleek vooral, toen hem de stedelijke overheid de moordenaars zijner twee broeders toezond, opdat hij over hun lot zou beschikken. In plaats, dat hij van zijn recht gebruikmaakte.

-ocr page 43-

40

schonk hij hun dc vrijheid en eene ondersteuning, niet eene zachte vermaning over de wijze, waarop zij hun misdrijf zouden boeten. Geoefend in alle deugden, geliefd bij God endemenschen,nainzijnen hoogen ouderdom, gedurende drie jaren met lamheid te zijn geslagen, welke hij met groot geduld verdroeg, uitgeput van krachten, zoodat hij zich nauwelijks in de handen zijner leerlingen kon overeind houden, voorspelde hij, dat de H. Albricus, die destijds in \'s konings dienst in Italië verbleef, bij zijn afsterven tegenwoordig zon wezen, en na zijnen dood den bisschopszetel van Utrecht zou beklimmen. Eindelijk zeide hij aan zijne geestelijkheid vaarwel, en na de H. Communie te hebben ontvangen, stierf hij den 25 Augustus 775.

Zijne heilige overblijfselen worden met eerbied bewaard in de voormalige stiftskerk van Susteren, alwaar hij veeltijds in zijn leven verbleef, en sedert vele eeuwen als tweede patroon wordt vereerd. Daar ligt ook zijne heilige moeder Vastradis begraven. De H. Ludgerus, bisschop van Munster, zijn leerling, schreef zijn leven. Pater Stilting, Bollandist, handelt over hem op den 25 Augustus (V. 241.)

-ocr page 44-

41

Litanie

VAN DEN

H. GREGORJUS,

Bel\'jder en Bisschop van Utrecht,

Feestdag 25 Augustus.

Hcei\'j ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God zoon, verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, Koningin van alle Heiligen, bid voor ons.

H. Gregorius, door uwe moeder, de H. Vas-tradis, in de vreeze des Heeren opgevoed, bid voor ons.

H. Gregorius, begeerig naar de wetenschap der Heiligen, bid voor ons.

-ocr page 45-

38

Diiitscliland te volgen.

Butler zege, dut zijne familie hein geen beletsel schijnt te hebben gemaakt; maar men geloolt, dat hij nog eenigen tijd in het klooster Ohrdorf (Ohrdurf) zou vertoefd hebben, om er zijne studiën te voltooien. Zeker is, dat hij nogzeer jong was, toen hem de H. ISoiiifacius medenam op zijne missiereizen door Hessen en Thuringen, en dat hij hem als zijne zoon beminde. Gregorius weid alzoo de bijzondere deelgenoot van alle wei kzaamheden, gevaren en reizen des H. Bonifacius, en maakte onder de leiding van een zoo grooten leermeester, zulke vorderingen dat hij weldra in de kennis der H. Schiiftuur en in de beoefening aller deugden boven alle anderen uitmuntte.

Nadat de H. Bonifacius, gedurende eenige jaren den bisschopzetel van Utrecht had ingenomen, wijdde hij zich hoofdzakelijk toe aan de bekeering der Friezen; hij verhief Gregorius tot de waardigheid van abt van het klooster, dat hij te Utrecht gesticht had.

Naden dood des H. Bonifacius (5 Juni 755) aanvaardde deH. abt Gregorius, op verlangen van Pans Stephanus III en van konino-Pepijn, het bestuur van Utrechts bisdom. Daarvandaan dat hij in eenige Martyrologia en ook in het R jrneinsch Martyrologium

-ocr page 46-

39

voorkomt als bisschop, alhoewel hij nimmer de bisschoppelijke wijding heeft ontvangen.

Tot zoo hoog eene waardigheid verheven, veranderde hij niets aan zijne vorige levenswijze; zelf een groot beoefenaar der schoone deugd van armoede, was hij milddadig jegens den behoeftige. Hij noemde de rijkdommen een zoet venijn en eene voorbereiding tot het verderf. Hij gebruikte geen wijn dan weinig, met water gemengd. Hij zeide aan zijne leerlingen dat zij de dronkenschap als de voedster der hel moesten vluchten, en onderwees hen gedurig, hoe zij de ondeugden zouden uitroeien, en zich de deugden eigen konden maken.

In zijne herderlijke bezorgdheid zond hij de H.H.Marcellinus, Lebuinus en Willibal-dus, om de streken van Overijssel te be-keeren en te beschaven.

Hij vormde ook den geest eu het hart van den jeugdigen Ludgerus in dier voege, dat deze later, wegens zijne heiligheid van leven en bekwaamheid in de wetenschappen, als bisschop, de kerk van Munster tot sieraad verstrekte. Zijne goedhartigheid bleek vooral, toen hem de stedelijke overheid de moordenaars zijner twee broeders toezond, opdat hij over hun lot zou beschikken, In plaats, dat hij van zijn recht gebruik maakte.

-ocr page 47-

40

schonk hij hun de vrijheid en eene ondersteuning, met eene zachte vermaning over de wijze, waarop zij hun misdrijf zouden boeten. Geoefend in alle deugden, geliefd bij G od en de menschen, na in zijnen boogen ouderdom, gedurende drie jaren met lamheid te zijn geslagen, welke hij met groot geduld verdroeg, uitgeput van krachten, zoodat bij zich nauwelijks in de handen zijner leerlingen kon overeind houden, voorspelde hij, dat de H. Albricus, die destijds in ^s konings dienst in Italië verbleef, bij zijn afsterven tegenwoordig zou wezen, en na zijnen dood den bisschopszetel van Utrecht zou beklimmen. Eindelijk zeide hij aan zijne geestelijkheid vaarwel, en na de H. Communie te hebben ontvangen, stierf hij den 35 Augustus 775.

Zijne heilige overblijfselen worden met eerbied bewaard in de voormalige stiftskerk van Susteren, alwaar hij veeltijds in zijn leven verbleef, en sedert vele eeuwen als tweede patroon wordt vereerd. Daar ligt ook zijne heilige moeder Vastradis begraven. De H. Ludgerus, bisschop van Munster, zijn leerling, schreef zijn leven. Pater Stilting, Bollandist, handelt over hem op den 25 Augustus (V. 241.)

-ocr page 48-

41

Litanie

VAN DEN

H. GREGOIIIUS,

Belijder en Bisschop van Utrecht,

Feestdag 25 Augustus.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God zoon, verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, Koningin van alle Heiligen, bid voor ons.

H. Gregorius, door uwe moeder, de H. Vas-tradis, in de vreeze des Heeren opgevoed, bid voor ons.

H. Gregorius, begeerig naar de wetenschap der Heiligen, bid voor ons.

-ocr page 49-

42

H. Gregorius, van uwe jeugd af vurig in

geloof en godsvrucht, bid voor ons. H. Gregorius, voortreffelijke leerling

van den H. Bonifacius,

H. Gregorius, trouwe vriend en metgezel van deu H. Bonifacius op zijne apostolische reizen,

H. Gregorius, door den H . Bonifacius voor den bisschoppelijRen zetel van Utrecht aangewezen,

H. Gregorius, die als Apostel der Friezen met onberispelijken ijver en groote wijsheid hebt gearbeid,

H. Gregorius, minnaar der armoede, H. Gregorius, uitmuntend in matigheid,

H. Gregorius, vergevingsgezind jegens

uwe vijanden,

H. Gregorius, vol zachtmoedigheid jegens de zondaars,

H. Gregorius, die deze wereld noch het-

gee»in haar is, hebt liefgehad, H. Gregorius, onvermoeide aankweeker

van evangelische zendelingen, H. Gregorius luister der bisschoppelijke

school van Utrecht,

H. Gregorius, bemind bij God en de

menschen,

H. Gregorius, die in het klooster van

-ocr page 50-

Susteren de eenzaamheid gezocht hebt, om beter met God te verkeer en, H. Gregorius, toonbeeld van lijdzaamheid ^ in de beproevingen, lt;lt;

H. Gregorins, versierd met den geest van § voorzegging, 2

H. Gregorius, die in Snateren uwe laatste f-

rustplaats gekozen hebt,

H. Gregorius, trouwe beschermer van

Susteren,

Wees genadig, spaar ons Heer!,

Wees genadig, verhoor ons, Heer!

Wees genadig, verlos ons. Heer!

Van aile zonden, verlos ons. Heer! Van den geest der onkuischheid, lt;

Van de begeerlijkheid der oogen,

Van de hoovaardij des levens. ®

Van de lagen des duivels, 2

Van alle rampen en wederwaardigheden, Boor liet geheim uwer menschwording.\' ff Door uwe heilige kindschheid, 2

Door uw smartvol lijden, \\ \'

Door uw bitteren dood,

In den dag des oordeels.

Door de voorbede van uwen heiligen

Belijder en bisschop Gregorius, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer

-ocr page 51-

44

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader. — Vees ger/roef .

v. lgt;id voor ons, heilige vader Gregorius. B. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

laat ons bidden.

O God, die U gewaardigd hebt uwe Kerk door de roemrijke verdiensten en wonderen van uwen heiligen Belijder en Bisschop Gregorius te verheerlijken, geef ons, door zijne voorspraak. Uwe geboden te beminnen en naar de eeuwige belooning te verlangen, opdat onze harten, te midden der wereldsche wederwaardigheden, aan datgene gehecht blijven, waar de ware vreugden worden gevonden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

gebed. oudtijds in de kerk van Susteren

gebruikelijk.

v. Bidt voor ons, heilige Patronen en Pa tro-

-ocr page 52-

45 ,

nessen.

li. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN. O goedertieren God, wees ons, uwen on-waardigen dienaren, genadig door de verdiensten van uwe heilige Belijders en Bisschoppen Gregorius en Albricus, van den heiligen Zwentibold, koning en Martelaar, van de heilige Maagden Amelberga, Bene-dicta, Caecilia, en van de heilige Vastradis, Weduwe, die in deze kerk rusten, opdat wij, door hunne zoo liefderijke voorspraak, van allen tegenspoed bevrijd en in de liefde van uwen Naam versterkt worden, en wij voor onze dagen den vrede verwerven. Door Christus, onzen Heer. Amen,

-ocr page 53-

VI HOOFDSTUK.

De heilige Aibricus, Belijder en bisschop van Utrecht, 14 November.

Toen de heilige Gregorius het bisdom ■van Utrecht bestuurde, werd zijn neef Aibricus, uit hoofde van zijnen voorbeeldigen levenswandel en stichtenden omgang, onder de geestelijkheid van Utrecht opgenomen, en toen dezelfde Heilige tot hooge jaren was gekomen, werd Aibricus de getrouwe bestierder van het bisdom, en kweet hij zich op waardige wijze van dit ambt jegens de geestelijkheid en het volk. Zijn roep van heiligheid kwam keizer Karei den Groote ter oore, en deze vatte een zoo grooten eerbied voor hem op, dat hij in de gewichtigste staatszaken getrouw zijnen raad volgde, en op zijn veldtocht naar Italië, ter verdediging van den Apostolischen Stoel tegen de be-leedigingen der Longobarden, Aibricus me-denam, om door zijne wijsheid geleid en door zijne heiligheid verdedigd te worden. Toen Aibricus uit Italië terugkeerde, en de II. Gregorius was overleden, werd hij met al-gemeene stemmen tot bisschop van Utrecht verkozen. Hij was de getrouwe navolger

-ocr page 54-

47

van zijnen heiligen voorganger, in herdelij-ke waakzaamheid, apostolischen arbeid en in de opvoeding der jeugd. Onder zijne leerlingen munt bijzonder uit de H. Ludgerus, dien hij priester wijdde en als geloofsverkondiger naar de Friezen zond, in het dorp Oostergo nabij Dokkum, alwaar de H. Bo-nifacius met den marteldood was gekroond geworden. Nadat hij gedurende tien jaren, het bisschoppelijk ambt allerlofwaardigst had vervuld, stierf hij omstreeks het jaar 783.

Hij werd naar de abdij te Susteren overgebracht, alwaar hij, door vele mirakalen verheerlijkt met zijnH. voorganger Grego-rius sedert verscheidene eeuwen als tweede patroon wordt vereerd. Te Susteren werd beider overbrenging vroeger op den 22 September herdacht.

Litanie

VAN DEN

H. ALBRICÜS,

Bisschop van Utrecht cn Belijder, Feestdag 14 November.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer

-ocr page 55-

48

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemel sche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Heilige Maria, Koningin van alle Heiligen,

bid voor ons.

H. Albricus, om de reinheid uwer zeden waardig bevonden onder de Utrecht-sche geestelijkheid te worden opgenomen,

H. Albricus, bevorderaar der kerkelijke

wetenschappen,

H. Albricus, kroon der bisschoppelijke te school van Utrecht, amp;

H. Albricus, trouwe medehelper van c den H. bisschop Gregorius, ®

H Albricus, wijze raaadsman van kei- £

zer Karei den Groote,

H. Albricus, door God verheerlijkt voor

het aanschijn der koningen, H. Albricus, beroemd om uwen heiligen

levenswandel,

H. Albricus,troost der UtrechtscheKerk bij den dood van den H. Gregorius,

-ocr page 56-

49

H. Albricus, waardige opvolger op den

zetel van den H. Willebrordus, H. Albricus, getrouwe en voorzichtige

dienaar in het huis des Heeren, H. Albricus, die met kracht, waakzaamheid en liefde de kudde van Christus bestierd hebt,

H. Albricus, moedige bestrijder van het bijgeloof,

H. Albricus, geestelijke vader van den

H. Ludgerus,

H. Albricus, voortdurend werkzaam om de u toevertrouwde talenten den Hee-re met winst weder te geven, H. Albricus, ijverig in het handhaven

der rechten van den H. Stoel, H. Albricus, steeds bezorgd om door den

Heer wakend gevonden te worden, H. Albricus, die in het klooster van Sus-teren de eenzaamheid gezocht hebt, om inniger met God te verkeeren, H. Albricus, die na den H. Gregorius het klooster van Susteren heiliglijk bestierd hebt,

H. Albricus, die, na in tranen gezaaid te

hebben, thans in vreugde oogst, H. Albricus, die in Susteren uwe laatste

rustplaats gekozen hebt, H. Albricus, trouwe beschermer van

-ocr page 57-

50

Susteren, bid voor ons.

Wees genadig, spaar ons, Heer!

Wees genadig, verhoor ons. Heer!

Wees genadig, verlos qns, Heer!

Van alle zonden, verlos ons, Heer! Van den geest der onkuischheid.

Van de begeerlijkheid der oogen, ^

Van de hoovaardij des levens, ü

Van de lagen des duivels, »

Van alle rampen en weder waardighe den, g Door het geheim uwer menschwording, quot; Door uwe heilige kindschheid,

Door uw smartvol lijden, 7?

Door uw bittere dood,

In den dag des oordeels.

Door de voorbede van uwen heiligen Belijder en Bisschop Albricus, verlos ons Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld -wegneemt, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontierm u onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Va Ier. — fFees gegroet.

-ocr page 58-

51

v. Bid voor ons, heilige rader Albricus. b. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT OXS BIDDEN.

Gewaardig U, o Heer almachtige God, om de verdiensten van uwen heiligen Belijder en Bisschop Albricus, onze zwakheid ter hulp te komen, en geef dat hij, die voor uwe Kerk een getrouw prediker en bestuurder was, ook bij U steeds onze voorspreker blij-ve. Door Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 59-

VII HOOFDSTUK.

De reliquieën van Susteren.

Even als in de oude Wet, zoo is het ook in de nieuwe Wet, van de eerste tijden dei-Kerk af, steeds gebruikelijk geweest, de reliquieën der Heiligen, hunne gebeenten en andere overblijfsels te vereeren; en God heeft deze vereering ten alle tijde door de grootste wonderen begunstigd. Zoo heeft Hij door de gebeenten van den Profeet Elizeus eenen doode verwekt. (IV. Kon. XIII. 21.) De vrouw, die aan bloedvloeien leed, werd door het aanraken van het kleed des Zaligmakers genezen. (Math. XI. 20.) Door de schaduw van den H. Petrus. (Handel. der Apost. V. 15.) en de zweetdoeken van den H. Paulus (ibidem. XIX. 12.) werden allerlei kwalen genezen, en de duivelen uitgedreven; zonder nog te spreken van de vele wonderen, die bij de graven der Martelaars en van andere Heiligen ten allen tijde gebeurd zijn, en nog geschieden.

Wij moeten de overblijfselen van Gods lieve Heiligen vereeren, volgens de H Kerk-

-ocr page 60-

53

vergadering van Trente, die zeer schoon hieromtrent zegt:

„dat de heilige lichamen der Martelaren, „alsmede die der Heiligen, welke met Chris-„tus leven, de levende ledematen van Chris-„tus en tempels van den H. Geest geweest „zijn, dat zij eens door Christus totheteeu-„wig leven zullen opgewekt en verheerlijkt „worden, en dat God door de reliquieën, „vele gunsten aan de geloovigen verleent. „Zij zijn de werktuigen hunner deugd en „heiliging geweest in dit leven; derhalve „is het rechtmatig, dat zij door ons in eere „gehouden worden.quot; De vereering der reliquieën is niet alleen op de H. Schrift, de Overlevering en het aloude gebruik der H. Kerk gegrond, maar ook diep geworteld in de dierbaarste gevoelens van het mensche-lijk hart. Vraagt eens aan de moeder, wier lieveling haar door den wreeden dood werd ontrukt, waarom zij het ontzielde lijkje met kussen bedekt en de kleine zerk met bloemen versiert? Zegt gij haar ook, dat het voorwerp van hare moederlijke teederheid slechts een stoffelijk overschot is, zonder waarde, zij zal u ten antwoord geven: „ach! het is alles, wat mij op aarde nog van mijn lief kind overblijft; deze, thans gesloten oogjes hebben zoo vaak de blijdschap in

-ocr page 61-

54

mijne ziel gestort, liet gestamel van dezen onscliuldigen mond heeft mij zoo dikwerf getroost, die kleine armpjes hebben mij zoo menigmaal omhelsd, en dat kleine lijkje spreekt nog tot mij en herinnert mij aan gelukkiger dagen.quot; Zoo spreekt ook tot ons de Katholieke Kerk: „deze overblijfselen zijn gedachtenissen mijner dierbaarste kinderen; deze lichamen waren de tempels des H. Geestes, en zullen eens schitteren in het rijk van mijnen hemelschen Bruidegom; deze verbrijzelde beenderen hebben den Naam en het Geloof des Heeren roemvol beleden; deze H. reliquieën zijn voor mijne kinderen, die nog strijden moeten voor het hemelscb Vaderland, een onderpand van de bescherming en voorspraak hunner reeds bekroonde medebroeders, en roepen ons welsprekender dan alle woorden toe: „weest onze navolgers, zooals wij de navolgers waren van Jesus Christus lquot;

De H. Ambrosius vermaant ons, dat wij vooral Gods Heiligen moeten vereeren, wier overblijfselen onder ons berusten; die Heiligen helpen onsimmersdoor hunnevoldoeningen en gebeden; er bestaat eene zekere vertrouwelijkheid tusschen hen en ons, dat wil zeggen: zij bewaren ons, levende in ons lichaam, en zij ontvangen ons, wanneer wij

-ocr page 62-

55

van ons lichaam scheiden.

GEBED

tot Gods lieve Heiligen te Susteren.

O Heiligen Gods, die hier te Susteren in uwe gezegende nagedachtenis en in uwe kostbare overblijfselen vereerd wordt, ik verheug mij, en wensch u van ganscher harte geluk met de genade, die God u verleend heeft: van de wereld en al het tijdelijke te verachten, naar de deugd te streven, in het goede zoolang te volharden, totdat gij, door een gelukzaligen dood, tot Hem gekomen zijt en de kroon des eeuwigen levens hebt verworven. God zij daarom in eeuwigheid geloofd en geprezen, en ik wensch van harte, dat Hij door u, en gij door Hem alom geprezen en geloofd wordt; ik smeek u dan ook, door uwe groote verdiensten, verwerft mij de genade van uwe voorbeelden na te volgen, het tijdelijke steeds te verachten, en naar het eeuwige te streven, opdat ik op mijne beurt de zaligheid, die gij thans geniet in den Hemel, voor alle eeuwigheid moge deelachtig worden. Amen.

-ocr page 63-

Beschrijving

DEll

HH. RELIQUIEÉN TE SUSTEREN.

Officieele oorkonde, op last van Z. D. t£. Mgr. J.A. Paredis, bisschop van Roermond, opgemaakt tot aanerkenning der reliquieën, die te Susteren bewaard worden.

In naam des Heeren. Amen.

In liet jaar 1883 na de geboorte van Christus, het 8ste van het Pausschap van Z. H. Paus Leo XIII, den 28sten September, getuigen wij ondergeteekenden: Michael Wil-lemsen, eertijds schatbewaarder en kapelaan bij de St. Servaaskerk te Maastricht, thans pastoor te St. Odiliënberg, door Z. D. H. Mgr. Joannes Augustinus Paredis, bisschop van Roermond daartoe gemachtigd, Gulielmus Hillen, pastoor van Susteren, en Jacobus Augustinus de Rijk, hoogleeraar aan het bisschoppelijk Seminarie van Haarlem, in hoedanigheid van getuigen, door Z. D. H. den Bisschop daartoe aangewezen, volgens het voorschrift der H. Kerkvergadering van Trente, onderzocht te hebben en als echt erkend de volgende H. reli-

-ocr page 64-

57

quieën, die sedert eeuwen hier bewaard worden in de voormalige collegiale kerk van den H. 8alvator — thans parochiale kerk van de H. Amelberga te Susteren.

In de kerk zelve bevinden zich;

Van de H. Amelberga, Maagd en abdis lu groote beenderen in een houten reliekschrijn, dat, versierd met fraai zilveren beslag, op het koor met eerbied is ten toongesteld.

2° Het ruggewervelbeen in een borstbeeld afgesloten met glas

Van den 11. Zwentïboldus: het hoofd gewikkeld in zijde en uitgesteld op het hoogaltaar.

Van de II. Odegundis: het hoofd, gewikkeld in zijde en uitgesteld op het hoogaltaar.

Van den IT. Gregorius, bisschop van Ut-rechtenBelijder, l0groote beenderen in een borstbeeld, staande op het koor, 2° kleine gebeenten, als voorgaande.

Van den 11. Albricns, bisschop van Utrecht en Belijder, groote en kleinere beenderen, met een gedeelte, waarschijnlijk van zijn onderkleed, in een borstbeeld op het koor.

Van de 11. Benedict a, Maagd en abdis ; grootere en kleinere beenderen, gewikkeld in een kostbaar met naaldwerk versierd

-ocr page 65-

58

linnen, bewaard in een mandje op het zijaltaar.

Van de H. Cecilia, Maagd en abdis: verschillende beenderen, gewikkeld in zijde en bewaard in een zeer fraai korfje, met de reliquieën van de 11. Walhurgis en van andere Heiligen, op het zijaltaar.

Van den. H. Gregorivs, bisschop van Utrecht en Belijder: een groot gedeelte van het liootd, bewaardin een korfje op het zijaltaar.

In de Ileiligdomskamer bevinden zich:

Van den H. Greg or ins, bisschop van Utrecht en Belijder: een ander merkelijk deel van het hoofd, gewikkeld in kostbare zijde, die in den vorm van een borstbeeld is opgevuld.

Van den 11. Albricns, bisschop van Utrecht en Belijder: het geheele hoofd, eveneens gewikkeld in kostbare zijde, als voorgaande.

Van ile II. Benedicta, Maagd en abdis : het geheele hoofd, gewikkeld in zijde, als voorgaande.

Van de II. Cecilia, Maagd en abdis: het geheele hoofd, in zijde gewikkeld als voorgaande.

Bovengenoemde reliquieën, zorgvuldig gewikkeld en verzameld in zijde of linnen, hebben wij, op bevel van den Hoogwaardig-

-ocr page 66-

59

sten Heer bisschop van Roermond, voorloo-pig voorzien van het zegel van Z. D. H.\' afgedrukt in Spaansch lak, om naderhand in waardiger omkleedsels te worden ingesloten.

Tevens hebben wij verscheidene kostbare omhulsels,waarin eenige van bovengenoemde reliquieën waren geborgen, verzameld, gewikkeld inliimpn, en eveneens, als boven, voorzien van het zegel.

Het Evangelieboek dat nog heden te Sus-teren bewaard wordt, bevat op een der |berste bladzijden een in 1174 opgemaakten jiiventaris van de kerkgeraden en kostbaarheden der abdij.

Daaronder komen voor: een „cingulum sancti Gregorii episcopi,quot; een „tunica sancti Albriciquot; en bovendien zeventien kasten, reliquieën bevattende.

Inventaris 1688. Den 6den November 1688 werden de reliquieën (met eenige gewaden) opgesloten in eenegroote eikenhouten kist, ten einde ze bij den dreigenden oorlog in veiligheid te brengen.

Dit geschiedde door de zeereerwaarde abdis, baronnesse de Hompesch, mejufifrouw Kolf, den heer pastoor Janssen, en de heereu Meisters en Donners.

-ocr page 67-

GO

Een groot zilveren kruis, waarin een gedeelte van het Kruis Onzes Heeren zich bevindt.

Een verguld ostensorium, met twee Engelen aan weerszijden, bevattende een gedeelte der overblijfselen van den H. Geor-gins, Martelaar.

Een vergald ostensorium met den balsem, waarmede onze Heer Christus in het huis van Martha gezalfd is geworden.

De doos van de H. Maria Magdalena, waaruit zij, in het huis van Martha, den Heer Christus gezalfd heeft.

De spoelkom van de H. Amelberga, met een gedeelte van haren schedel.

Een reliekschrijn van den H. koning Sanderbold, in fijn goud.

De reliquieën van de H. Amelberga, Maagd en eerste abdis van Susteren, gewikkeld in blauwe zijde.

Reliquieën of gebeente van den H. Gre-gorius, bisschop van Utrecht, omwonden met kleurige zijde.

Eveneens reliquieën van den H. Albricus, bisschop van U trecht.

Het hoofd van den H. Sanderbold koning.

Twee kleederen van den H. koning Sanderbold, een in rood, een in groen fluweel, beide met goud geborduurd.

-ocr page 68-

61

Den 24sten November 1688, hebben wij, met Mathaeus Donners en mijnheer Klein, bovengemelde reliquiën met de bewijsstukken in eene kist gesloten, en te Roermond ter bewaring gegeven aan den zeereer-waarden heer Willem Wanroij, prior der Krnisheeren, even als de volgende relieken, gesloten in eene mij toebehoorende ijzeren kist,

13 November 1688. Reliquieën, in de collegiale kerk van Susteren onderzocht door de abdis en de capitularissen. 13 Nov. 1688.

In hetklein zilveren kruis wordt bewaard:

In het midden, van den H Christoffel.

In den rechterarm, van den H. Mathias, apostel.

In den linkerarm, van den H. Gregorius, bisschop.

In het bovenstuk, onbekende reliquieën, zonder briefjes.

Het ander klein zilveren kruis bevat verschillende onbekende reliquieën.

In de glazen ampul bevindt zich van de kleederen van den H. Joannes, Evangelist.

In het ronde strooien korfje, van de H. Walburgis, Maagd.

Merkwaardige reliquieën van de H. Ceci-

-ocr page 69-

62

lia. Maagd, gewikkeld in roode zijde en gelegd in een schoon korfje, van zijde vervaardigd.

Van het hoofd van den H. Gregorins, bisschop, gewikkeld in linnen.

Merkwaardige reliquieëu van de H. Benedicta, gewikkeld in een corporale en gelegd in een korfje.

In denzelfden tijd, dat eerstgemelde inventaris werd opgemaakt, leefde Lambertus Parrus, een Benedictijner van de St. Jacobs-abdij te Luik, onder welk bisdom Susteren behoorde.

Ziehier wat deze monnik, omstreeks het jaar 1193, schreef\'over de Heiligen en de abdij van Susteren.

In het jaar na de menschwording des Heeren896 kwam koning Arnulf, (voordat hijdoor Paus Formosus in de St. Pieterskerk te Rome gezalfd en tot keizer gekroond was) te Worms en belegde er een openbare vergadering van rijksgrooten, die van alle zijden daar waren te zamen gestroomd, en stelde tot koning der Lotharingers aan zijn zoon Kindiboldas of Xenderboldus, welke door allen hoog werd geprezen.

Op aanraden van zijn vader had deze Xenderboldus tot echlgenoote genomen

-ocr page 70-

63

Oda, dochter van graaf Odo.

Na een regeering van vijfjaren werd hij (Xenderboldus) door de Lotharingers inden oorlog verslagen.

Al wie in deze samenzwering of oorlog gewond en niet gedood werd,, heeft nooit kunnen genezen.

Het lichaam van den zaligen Koning Kinder bold werd begraven in de kerk van Susteren, door hem zelve gesticht ter eere van God, en waarin, gelijk men zegt, bewaard wordt een kleedje van het Kind Jesus.

In genoemde kerk van Susteren, bisdom Luik, rust het lichaam van de H. Amelberga, eerste abdis van dit klooster, wier feest gevierd wordt den 2dcn der kalenden van December. Onder hare leiding werden opgevoed de dochter van genoemden koning Ceinderbold/Benedicta en Cecilia, die achtervolgens na hare leermeesteresse het bewind voerden, en in dezelfde kerk den ie1quot;011 der kalenden van September in verschillende jaren begraven werden, op welken dag haar feest wordt gevierd.

In dezelfde kerk zijn ook begraven twee heilige Belijders, achtereenvolgens bisschoppen van Utrecht, Gregorius en Albri-cus, die wegens de godsvrucht en vroomheid

-ocr page 71-

64

der kloostervrouwen dikwijls deze plaats bezochten.

Het feest van den H. Albricus wordt gevierd den 18den der kalenden van December, van den H. Gregorius den 10quot;10quot; der kalenden van October.

Terzelfder plaatse rust ook het lichaam van de moeder des H. bisschops Gregorius, Vaslradris, wier feest gevierd wordt den 13de11 dei- kalenden van Augustus.

Bovengenoemde heilige mannen en vrouwen zijn naderhand onder verschillende bisschoppen van Luik uit de aarde ge-|Suns heven en op passende wijze nedergelegd in vergulde reliekschrijnen.

De gedachtenis van den heiligen Koning Zwentiboldus wordt gevierd op den 7den Augustus.

Men meent, dat ook de H. MaagdRelindis eene dochter geweest is van dezen koning.

Verlangende eenzaam te leven begaf zij zich uit het klooster naar eene kluis in de kerk van de H. Maagd Maria te Flemalle, alwaar zij, beroemd door wonderwerken, gelukkig in den Heer rust.

In het jaar 1446 verleende Paus Kicolaus een aflaat van vier jaren en evenzooveel quadragenen, aan al degenen, welke op den H. Drievuldigheidsdag (dag der kerkwij-

ding) bezoe Kc Sust( Zi(

m

Gods schri zegei

R(

gens treni vaai V heei kloc Sus en 1 gen: ven van bisc gen ker ten opi

-ocr page 72-

65

ding) de abdijkerk van Susteren zouden bezoeken.

Ket oorspronkelijk stuk is aanwezig te Susteren.

Ziehier de vertaling ervan:

AFLAAT 1447.

Nicolaus Bisschop, dienaar en dienaren Gods aan allen Christengeloovigen, die dit schrijven zullen zien, heil en apostolische zegen.

Redelijk en billijk is het dat hetgeen de gunst van een Roomschen Paus heeft toegestaan, ook worde uitgevoerd, ofschoon, wegens het overlijden van den Paus, daaromtrent geen apostolisch schrijven werd uitgevaardigd.

Vroeger reeds was door den dierbaren heer Emundis Pollarts, kanunnik van de kloosterkerk van St. Salvator in de stad Susteren, bisdom van Luik, onzen schrijver en vriend, aan onzen voorganger Paus Eu-genius IV zaliger gedacht, te kennen gegeven dat aan beide bovengenoemde kerken, van de Lieve Vrouwekerk te Aken, hetzelfde bisdom en dezelfde abdij behoorende, wegens verschillende beroemde, in beide kerken berustende reliquieëu, gelijke voorrechten en aflaten, door meerdere Roomsche opperpriesters, onze voorgangers, verleend

-ocr page 73-

66

zijn geworden; dat in deze kerken ten tijd; der reliektooning, die op vastgestelde dagei om de zeven jaren plaats heeft, uit veL oorden der wereld een zeer groote menigtt geloovigen pleegt samen te stroomen; ei dat de aflaatbrieven, aan de kloosterkerk geschonken, en meerdere andere kleinodiëi-door brand vernield, en ten tijde der oorlo gen verloren zijn geraakt.

Onze voornoemde voorganger, wenschtt( de godsvrucht der Christengeloovigen voor 1 ^1-de kerk van gezegd klooster te vermeerde- [ ren en aan te wakkeren, en daardoor hef iiaar 1 heil der zielen, het bouwen en herstellen der abdijkerk te bevorderen, en de ijver der geloovigen, die derwaarts komen aan te moedigen het kerkbestuur de behulpzame hand te bieden, dewijl zij daar meer overvloedig deelachtig worden aan dehemelsche gaven der genade Steunende op de barmhartigheid van den almachtigen God en de macht zijner H. Apostelen Petrus en Paulus verleende, hij op den elfden der kalenden van Januari in het zestiende jaar van zijn Pausschap (23 December 1556) vier jaren en evenzooveel quadragenen kwijtschelding van de hun toegevoegde boetwerken aan allen, die waarlijk boetvaardig en door de Biecht gezuiverd, op den dag van de wijding

dier 1ï hersti stuur Te het r( \'eeuw Kr len m ven a meld

den eerst Ti ben door dat z vere wan ande lijks blev kooi cliev kan: D stofï

-ocr page 74-

67

dier kerk, haar jaarlijks bezoeken, en tot herstelling en instandhouding het kerkbestuur behulpzaam zijn.

Tevens wilde hij dat zijn schrijven, mocht het reeds ingereedheid gebracht zijn, ten eeuwigen dage zou geldig wezen.

Krachtens deze apostolische macht bepalen wij, en \'t is onze wil, dat dit ons schrijven als afdoend bewijs diene van bovenge-jnielden aflaat en daarvoor geen verdere ibewijsgrond gevergd worde.

| Gegeven te Rome bij St. Pieter in het jaar der menschwording onzer Heeren 1447 den 14dcn der kalenden van April, in het eerste jaar van ons Pausschap.

Tijdens de Fransche overheersching hebben de reliquieën van onze Heiligen veel door den rampspoed der tijden geleden. Niet dat ze verloren raakten, doch hare openbare vereering werd allengskens verwaarloosd; want terwijl zij vroeger, evenals die der andere te Susteren rustende Heiligen, jaarlijks in de processie werden rondgedragen, bleven nu de reliekkassen als vergeten inhet koor staan. Het hoofd van den Heilige met die van deoverigen rustteop de heiligdomskamer in den toren der aloude kerk.

Daar bleven zij in hunne oude zijden stoffen zorgvuldig gewikkeld, en trokken

é

-ocr page 75-

68

nog slechts de aandacht van vrome oudheidkundigen, die soms het eerbiedwaardig Godshuis bezochten. Zelfs de Kerkelijke Getijden der Heiligen werden niet meei gebeden.

De vernieuwing van Roermonds Eigen Brevier, waartoe door Z. D. H. Mgr. Pare-dis en het Kapittel in 1863 besloten werd, bracht hierin een gelukkige verandering.

Als zaakgelastigden van den Bisschop begaven zich de hoogEerw. Heer P. Hussel Hoogleeraar aan het Groot-Semenarie t\' Roermond, en de Zeereew. Heer M. Wil lemsem, destijds Kapelaan en Schatbewaarder der Sint Servaas te Maastricht, naai Susteren, ten einde een onderzoek in te stellen omtrent de reliquieën der H. H Gregorius, Albricus Amelberga, Benedicts en Caecilia, wier Getijden in het Eiger Brevier eene plaats zouden vinden. Dii onderzoek leidde tot het gevolg, dat omtren de echtheid der reliquieën geen twijfel kc bestaan. De armoede der kerk liet evenwe niet toe, kostbare kassen temaken. Indezei armoedigen staat werden zij in 1869 dooi Utrechts beroemden Oudheidkenner, dei] Zeereerw. Heer G. van Heukelum, dekei van het Sint Bernulfusgilde, bevonden.

Een bezoek in de laatste jaren aan de ker

-ocr page 76-

69

1 gebracht door den Zeereerw. Heer J. de Rijk,

teeraar aan liet Seminarie Hageveld, die it eigen broilnenstudie tot de overtuiging was gekomen, „dat Susteren de ware rustplaats der Heiligen was,quot; (1) werd de sinds | lang gewenschte aanleiding om aan de kostbare schatten de gepaste eerdewijzing ;erug te geven. De benoeming van „een met [ eugdige krachten en vollen ijver toegerus-;en herderquot; viel hiermede gelukkig samen.eeraar aan liet Seminarie Hageveld, die it eigen broilnenstudie tot de overtuiging was gekomen, „dat Susteren de ware rustplaats der Heiligen was,quot; (1) werd de sinds | lang gewenschte aanleiding om aan de kostbare schatten de gepaste eerdewijzing ;erug te geven. De benoeming van „een met [ eugdige krachten en vollen ijver toegerus-;en herderquot; viel hiermede gelukkig samen.

Nu machtigde Z. D. H de Bisschop van Roermond den met roem bekenden kerke-ijken oudheidkundige, den zeereerw. Heer Willemsen, thans pastoor van Odiliënberg, nn, bijgestaan door twee daartoe aangewezen getuigen, deZ.E, Heeren Hillen en de Rijk, een onderzoek in testellen omtrent al ie reliquieën, die te Susteren bewaard wer-ien. Daaruit bleek, dat behalve de opschriften in groote letters, welke op de schedels ran de H.H, Gregorius en Albricus stonden | lender de vele en kostbare oude omwin-selen nog verschillende opschriften in oud Romaansch letterschrift aanwezig waren.

Dit onderzoek werd nog vervolledigd door de oude bescheiden, in het archief dei-kerk aanwezig, en door het getuigenis van ouden van dagen, die zich nog herin-

(1) Zie „ Be Tijdquot; van 5 April 1880.

C

-ocr page 77-

70

nerden, dat deze reliquieën in openbare processie werden rondgedragen. Nog wordt te Snsteren een der dalmatieken bewaard, waarmede de dragers alsdan waren bekleed.

Aldus gedaan ten pastoreelen huize der St, Amelberga-kerk te Susteren, in het jaar, de maand en op datum en onder het Pausschap als boven, in de tegeuwoordig-heid van twee getuigen: den WelEerw. Heer G. W. van Heukelum, pastoor van Jutphaas in het aartsbisdom Utrecht, en den Eerw, Heer F. X. Cremeus, kapelaan te Snsteren.

Is geteehend:

M. WILLEMSEN, G. H. H1LLEN. J. A. DE RIJK.

Opdat bovengenoemde reliquieën in het openbaar vereerd worden.

t J. A. PAREDIS,

hisschoj} van Roermond,

-ocr page 78-

Imprimatur.

RubuKmundJ\';, 13 August! 1886.

P. J. H. RUSSEL, Can. et Prof.

Librorum Censor,

-ocr page 79-
-ocr page 80-

■ . 1«..-.

•• Vi.-- : \' \'

I

: ,vr.:■ •\': ■ .

■ ■/ ■ /l-- ; r

I