-ocr page 1-

K. W. L. VAN ALPHEN Senior,

HOOFDCOMMIES BIJ HET DEPARTEMENT VAN FINANCIEN.

Afdeeling Eeredienstcn-

J A A R G A X ft 18 8 9.

S f Jï\'131J K Al B X T.

I.

Reaolutier van de Haoren Staten van IIOLLANDT ende WEST-VRIESLANDT van 1573 tot on mot 1600, en Notulen van de Ed. Mog. Hoeren Staten van ZEE-LAI^T van 1586 tot en met 1600, betrekkelijk de bezoldiging der predikanten en wat daarmede in onmiddellijk vei-band staat.

NIET IN DEN HANDEL.

-ocr page 2-

yy.

34

-ocr page 3-
-ocr page 4-

■X

-ocr page 5-

y ^

NIEUW KERKELIJK HIINDBOEK,

I. W. L. VAN ALPHEN Senior,

HOOFDCOMMIES BIJ HET DEPARTEMENT VAN FINANCIEN.

Afdeeling Eeredieusten.

JAARGANG 188 9.

S UFFLEMEMT.

I.

Hesolutien van de Heeren Staten van HOLLAUBT ende WEST-VRIESLANDT van 1573 tot en met 1600, en Notulen van de Ed. Mog. Heeren Staten van ZEE-LANT van 1586 tot en met 1600, betrekkelijk de bezoldiging der predikanten en wat daarmede in onmiddellijk verband staat.

NIET IN DEN HANDEL.

v-\\

. L • ; 1

GEDRUKT TER ZUIDHOLLANDSCHE BOEK- EN HANDELSDRUKKERIJ TE \'S-GRAVENHAGE.

1889.

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

-ocr page 6-
-ocr page 7-

Aan het Nieuw Kerkelijk Handboek wordt van nu af aan jaarlijks toegevoegd een Supplement, bevattende de resultaten van ons onderzoek naar al hetgeen betrekking heeft op de bezoldiging der predikanten en wat daarmede in onmiddellijk verband staat, van de vroegste tijden tot op heden.

Aanvankelijk was het plan om den uitslag onzer bevinding eerst openbaar te maken als het onderzoek geheel zou zijn afgeloopen, doch daarvan zijn wij teruggekomen, mede naar aanleiding van de gegronde bemerking, dat het dan te lang zon duren, want niettegenstaande de geregelde voortzetting van den arbeid, zal er noodwendig nog geruimen tijd moeten verloopen alvorens die ten einde is.

Dientengevolge wordt nu met de openbaarmaking begonnen in aansluiting aan den jaargang 1888, welke in Bijlage M volledig vermeldt het verhandelde tusschen de Eegeering en de Wetgevende Magt over de Grondwetsherziening, zoo veel betreft het bekende art. 168 (nu 171).

Dit eerste Supplement bevat de Resolutien van de Heeren Staten van Hollandt ende West-Vriesldndt en de Notulen van de Ed. Mog. Heeren Staten van Zeelant tot en met het jaar 1600.

Bij het onderzoek in bet Eijks Archief, waar ons welwillend toegang wordt verleend, en de gewaardeerde voorlichting van den Commies Chartermeester, J. H. Hingman, niet ontbreekt, is nauwkeurigheid en volledigheid ons streven geweest.

Toch is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat de eene of andere

-ocr page 8-

resolutie ontbreekt; mogt dat blijken het geval te zijn, dan zal, zoo mogelijk, het ontbrekende later alsnog worden opgenomen.

Waar in eenige resolutie naar eene vroegere wordt verwezen, doch die niet heeft kunnen worden opgespoord, wordt dat in eene noot aangeteekend.

Een beknopt Alphahetisch en Chronologisch Register is aan dit Supplement toegevoegd.

M. W. L. van ALPHEN Sb.

Voorburg, Jan. 1889.

-ocr page 9-

RESOLUTIEN VAN DE HEEREH STATEN

VAN

Hollandt ende West-Vrieslandt

van 1573 tot en met lOOO

-ocr page 10-
-ocr page 11-

I. Aanstelling en Bezoldiging van predikanten (Algemeen).

(Zie ook bij Geestelijke Goederen, Pastorien en Vicaryen.)

Februari 1573.

Placaat waarbij de Officieren, Magistraten , Wethouders en Ingese-tenen binnen en buyten de Steden van Hollandt geseten, onder anderen seer scharpelyck belast en bevolen worden, allen den Goederen ende Inkomsten van de Pastoryen, Keroken, Memorien, Getyen, Kosteryen amp;c. binnen seeckeren tyde te doen aenbrengen ende opschryven, omme die penningen van dien ten gemeenenbeste en tot onderhoudt van de Dienaers des Goddelijcken Woordts, ende andere Kercken Dienaren ende Schoolmeesters bekeert te mogen werden naer behooren.

(Dit placaat komt niet voor in het Groot Plaeaatboek, en ook niet in het Memoriaal van het Hof van Holland, en is dus vermoedelijk te loor gegaan).

26 \'Nov. 1574.

De Staten willende uyt goeder devotie eenmae! ordre stellen op het onderhoudt van de Leeraers ende Dienaers des Goddelycken Woordts, daer inne vooral behoort voorsien te worden, hebben een-drachtelyck besloten ende geordonneert, dat alle Leeraers, zoo wel binnen als buyten de Steden van Hollandt, voortaen jaerlijcx voor allen anderen betaelt sullen worden uyt de gerechte inkomen van de Goederen tot der Kercken-diensten binnen de Steden ofte Vlecken, haerluyder Woonplaetse, specterende ofte toebehoort hebbende; ende ten eynde goede opsichte ghenomen ende gehouden mach worden op de qualityt van deselve Leeraers, sullen de Magistraten van de voornoemde Steden ende Plaetsen, elcks met haerluyder Leeraers mogen handelen ende overkomen, op haerluyder jaerlijcks tractement ende onderhoudt, naer de bequaemheydt van de Persoonen, ende met goeden insichte op de lasten van de Huysvrouwen ende Kinderen; te weten, in de Steden ten hoogsten tot drie hondert guldens\'sjaers, ende in de Dorpen tot twee hondert gelycke guldens, midts dat de selve Leeraers daer en boven in alle Steden ende Dorpen sullen genieten vrye Huyshuyren; ende soo verre bevonden wordt dat de voorschreve Goederen ende Inkomsten binnen elcke Stede ofte Vlecke niet ghenoeghsaem en zyn tot betalinge van dien, ofte dat deselve van te vooren vergunt zyn tot de Fabrycque ende andere noodtsaec-kelycke Behoeften verstreckt te worden; hebben deselve Staten be-willight ende geaccordeert, dal het restant van dien uyt de andere Geestelycke-Goederen ende Inkomsten gevonden sal worden.

2 Maart 1575.

Acte van de Regeringe der Kercken goederen.

Alsoo de Staten van Hollandt uyt verscheyde ende meenighvuldige

-ocr page 12-

klachten verstaen, dat de Outfaugcrs vau de Geestelycke- ende geannoteerde Goederen onder anderen hen onderwinden met de Kercken, Pastoryen, Commanderyen, Canonisyen, Memorien, Getyden, Viearyen, Heyligegeest, Weesen, Arme Huyssitten, oude Mannen ende Wy ven, ende andere Arme Huysen ende Goederen, soo wel binnen de Steden als ten platten Lande, de Kerckmeesteren ende Kegenten van dien niet toelatende eeuigen handel of administratie vau deaelve Goederen, midts \'t welek den Armen seer kleyn onderhoudt gedaen werdt, ende meest alle de voorsz. Kercken en de Huysen t\' eenemael vervallen, ende daerenboven de uyt-schulden ende lasten, midtsgaders derselver Kercken-Dienaren ende Predicanteu onbetaelt ende ongeloont blijven , alles tot groot achterdeel, schande ende oneer van den Lande ende Overigheden van dien, Soo 1st, Dat de voorsz. Statengeordonneert ende gestatueert hebben, ordonneren ende statueren by desen, dat voortaen by de Magistraeten ende Regeerders van alle Steden, Dorpen ende Vlecken in Hollandt alle jaers gestelt ende geordonneert sullen werden Kerckmeesteren , Heyligegeestmeesteren, Weesmeesteren, Arm Huyssitteumeesteren ende andere Toesienders ende Eegenten der Armen, nae dat in elcke Stede ende Vlecke gewoonlyck ende noo-digh zyn gestelt te werden, ten eynde de selve Armen behoorlyck onderhoudt gedaen, de Kercken ende Huysen als nu seer gedestru-eert, verbrant ende geruïneert, wederom gerepareert, opgetimmert, ende de Reliquien ende Goederen van dien aengevaert, verkocht, gealieneert, de uyt-schulden van dien betaelt, ende voorts alle de Pastoryen, Commanderyen, Canonisyen, Viearyen, Memorien, Getyden, Heyligegeest, Weesen, Arme-Huyssitten, oude Mannen ende Wyven, ende andere Arme Landen, Renten, Pachten, ende andere Goederen ende Inkomsten , by de voorsz. Kerckmeesters ende Regenten geadministreert ende geregeert mogen werden, sulcks \'t selve van oude tyden gebruyekt is geweest, niettegenstaende eenighe derselver Goederen ofte Reliquien by de voorsz. Ontfangers aireede verkocht souden mogen wesen, daer af de penningen alsnoch te ontfangen, by de voorschreve Kerckmeesters ende Regenten gelicht en geheven sullen mogen werden, ratificeerende alle \'t gundt desen aengaende bij eenige Magistraten ende Regeerders van de voorsz. Steden, Vlecken ofte Dorpen, sedert de jegenwoordige beroerte ende veranderinge der Religie, aireede gedaen mach wesen; Wel verstaende, dat al \'t gunt boven den voorsz. onderhoudt van de voorsz. Armen ende nootelycke Reparatie, Timmerage, ende de Lasten der voorsz. Kercken ende Huysen, van de Geestelycke Goederen als voren overschieten sal, bij de voorsz. Kerckmeesters, Regenten ofte haerluyden Rentmeesters geëmployeert ende bekeert sal werden tot de jaerlycksche betalingen, habitatie ende onderhoudt van de Schoolmeesters, Predicanten ende Kercken Dienaren, behoudelyck de Pastoren, Commandeuren, Canonicken , Vicarissen , Memorie ende Getyde Heeren, hen ouder de gehoorsaemheydt van den Prince van Orange als Stadthouder ende Capiteyn-Generael vau de Koningklycke Majesteyt, als Grave van Hollandt, Zeelandt, ende West-Vriedandt, onthoudende, hare toegevoeghde Alimentatie mede bij de voorn. Kerckmeesters ende Regenten respectivelyck te betalen,

-ocr page 13-

9

iuterdiceren daeromme de voorsz. Staten alle de Ontfaugers vau de geannoteerde Geeatelycke Goederen als voren, den verderen ontfangh , handelinge en de administratie van dien, niet tegenstaende èenighe Ordonnantie ofte Commissien ter contrarie, dewelcke de voorsz. Staten, voor soo veel deselve dese liaerluyder Ordonnantie eenighsints con-trarieert expresselyck by desen derogeren, willende dat deselve Ont-fangers de voorsz. Kerckmeesters ende Regenten met de voorsz. Kercken, Huysen ende Goederen van dien laten beworden, sulcksdat de voorschreve Burgemeesteren ende Regeerders van de voorsz. Steden, Vlecken ende Dorpen oirbaerlyckst duncken sal, behoudelyck dat een yegelyck van de voorsz. Kerckmeesters ende Regenten , elck in syn regnard, gehouden sal wesen alle jaers Rekeninge, bewys en de Reliqna te doen, van alle syne handelinge ende administratie, daer en alsoo \'t behooren sal, alles mede nae goede oude gewoonte.

10 Jan. 1377.

Alsoo mede bevonden werdt, dat de Leeraers ende Predicanten binnen den Quartiere van Zuydt-Hollandt, souderlinge ten platten Landev tot betalinge van liaerluyder toegewesen alimentatie ende onderhoudt niet en konnen geraecken, door quade ordre ende kleyne toesichte die daer op werdt genomen, waer door deselve Leeraers henluyden van haerluyder Ampt ende Dienst sullen moeten veriaeten, ende Syluyden hen daer inne niet behoorlyck en mcgen quyten, tot groote schandale ende verachteringe van den dienst Godes bincen den selven Lande, ten ware daerinne eerst daeghs werde voorsien. Soo 1st, dat de selve Staten, op \'t rapport ende believen elcks in den haeren, goedt ende raedtsaem bevonden hebben, dat alle de inkomsten van de Pastoryen binnen elcken Quartiere van Hollandt ten platten Lande, als Zuydt-Hollandt, Rhynlandt, Bel/landl, Scldelandt, ende de Landen van Over-Maze, te samen onder eenen ontfangh sullen worden gebracht, ende daeruyt in \'t ghemeen alle de Predicanten binnen den selven Quartiere ten gestelden termijnen betalinge sal werden gedaen, sulcks in Noordt-Hollandt werdt geobserveerd, ende soo verre den selven ontfangh daer toe niet en sal mogen strecken, dat het restant van dien in \'t gemeen over de Mergenthalen binnen den selven Quartiere, tot laste van de Bruyckers, zal ghehouden ende gedragen werden, ofte dat alle de inkomsten van de Pastoryen van den Dorpe, daer af de Inghezetenen onder elcken Predicant werden ghedient, tot onderhoudt van denselven Predicant sullen werden uytghereyckt ende bekeert; ende soo verre daer aen mede yet sal mogen gebreecken, dat het restant van dien insgelycks over de selve Ingesetenen gevonden sal werden, ende ommegeslagen als voren.

21 February 1577.

Aengaende het onderhoudt van de Predicanten binnen en buvten de Steden van Hollandt, is geresolveert, dat alsoo bij Placate eertydts

-ocr page 14-

10

seer scherpelyck is belast, dat alle Goedereu ende Inkomsten van Pastoryen, Memorien, Kercken, Koateryen enz. aengebracht souden werden, sonder dat \'t selfde volkomentlyek is ge-effectueert, dat men daar omme \'t selfde Placaet eerstdaeghs soude doen renouveren, met verdubbelinghe van de voorgaende poenen daer inne begrepen, ende inhoudende verklaringe, dat die poenen in den voorgaende Placate begrepen, niet en sullen werden geexecuteert tegen den genen, die eenige Goederen als noch aanbrengen sullen binten een maendt eerstkomende.

17 Aprilis 1577.

Placaet rakende de aenbrenginge der Kerkegoederen.

PHILIPS by der gratie Godts Coningh van Castilien amp;c.

I)en eersten onsen Deurwaerder of geswooren Exploicteur van den Kamere van den Rade in Hollandt hier op versocht, Saluyt.

Al is \'t soo dat Wy by voorgaende Brieven van Placate gegeven in de maendt Februario 1573, alleen de Officieren, Magistraten, Wethouderen en Ingesetenen binnen en buyten de Steden onser Lande van Hollandt geseten, onder anderen seer scharpelyck belast en be-Yolen hebben, allen den Goederen ende Inkomsten van de Pastoryen, Kercken, Memorien, Getyen , Kosteryeu, amp;c. binnen sekeren tyde te doen aenbrengen ende opschryven, omme die penningen van dien ten gemeenen beste en tot onderhoudt van de Dienaers der Goddelycken Woordts, ende anderen Kercken-Dienaren en de Schoolmeesteren bekeert te mogen werden naer behooren. Hebben Wij nochtans verstaen ende bevonden, dat veele derselver Goederen tot noch toe niet aengebracht syn geweest, maer versweegen blyven, ende eenige Inkomsten van dien niet verstreckt en worden naer behooren; waer door niet alleen dieselfde Goederen eensdeels zouden blijven vervreemt ende geincorporeert, maer oock die Predieanten, Schoolmeesters ende Kercken-Dienaers daeruyt niet betaeldt nochte onderhouden souden mogen werden, ten ware behoorlycken daer inne werde voorsien.

SOO 1ST, dat Wy by advise ende deleberatle van onse lieven ende beminden Neve, den Prince van Orange, Grave van Nassau, amp;c. Stadhouder ende Capiteyn Generael, ende die van den Eade Provinciael over onse Landen van Hollandt, Zeelandt ende IFest-Vriedandt, mitsgaders van de Staaten van den selven Lande, alsnoch wel scherpelijck belast, bevolen ende geordonneert hebben, lasten, bevelen ende ordonneren bij desen allen Officieren, Wethouderen, Magistraten ende Gesworens binnen ende buyten de Steden van Hollandt ende Zeelandt voornoemt, mitsgaders alle Kerckmeesteren, Ontfangers ende Ingezetenen der selver Landen, van wat uatuyre, qualiteyt ofte conditie die selve mogen wesen, egeene uytgesondert, binnen den tydt van een maendt eerstkomende, in handen van den Gecommitteerden der selver Staten, binnen der naerster Hofstede te stellen ende te ordonneren, aen te brengen, ende by pertinenten staet over te leveren alle die Goederen, Landen, Eenten, Actiën,

-ocr page 15-

11

Crediten ende Inkomsten van alle Pastoryen, Kercken, Memorien, Costeryen, Beneficien, Proeven, Vicaryen, Getyden , ende andere Inkomsten van der Kercke, mitsgaders die grootte, waerde en ge-legentheden van dien, sonder eenige der selver in het minste ofte meeste achter te houden ofte te verswygen, het zij of yemandt Bruycker of Besitter sal zijn van de selve, of kennisse daer af sal mogen hebben, omme alle het selfde gesien, soo wel op het onderhoudt van de Predicanten, Schoolmeesters en Kercken-Dienaren als voiren, als van den Armen ende Fabrycken der Kercken voorsiente mogen werden naer behooren, op peyne van verbeurte ende verlies der voorschreve Landen, Goederen ende Inkomsten, ofte die waerde daer van, mitsgaders het dubbeldt van dien daerenboven. Te bekeeien een derdendeel tot behoef van den Aanbrenger, een derdendeel tot behoef van den Officier die de executie daervan sal doen, ende het derde derdendeel tot behoef van de gemeene saecke. Wel verstaende dat de peynen ende bevelen in onze voorgaende Placate gestatueert ende begrepen, niet en sullen mogen worden verhaelt nochte geexecuteert tegens den geenen die eenige der selver Landen of Goederen binnen den voorschreven tydt van een maendt eerstkomende sullen aanbregen ende denuncieren. Ende ten eynde niemant hier af ignorantie en pretendere, lasten ende ordonneren Wij u het inhouden van desen te publiceren alomme binnen den Steden ende Plaetsen van Hollandt voornoemt, daer men gewoonlyck is publicatie te doen, ofte het selfde nodigh sal mogen wesen, Ontbieden en de bevelen voorts allen die van onsen Rade Provinciael in Hollandl voornoemt, den Fiscael of Procureur Generael aldaer, mitsgaders allen Officieren, Justicieren ende Dienaren, het inhouden van desen scherpelijck te doen volkomen ende te achtervolgen, sonder eenige faveur, gunste ofte dissimulatie, op de peyne daer inne begreepen. Gegeeven binnen onser Stadt van Dordrecht den seventienden Aprilis 1577. Van onsen Eijcken, te weten, van Spangien, Cicilien amp;c. het twee en twintighste, en van Napels het vier en twintighste. Onder stondt geschreven. By den Coiiingh: Ter relatie van Sijne Majesteyts Stadt-houder over Hollandt, Zeélandt en Vriedandt. En was onderge-teyckent, B. Ernst.

5 Sept. 1578.

De Staten enz.....hebben eyndelyck verklaert ende geordonneert, dat

d\'inkomsten van Beneficien, Vicaryen ende Cauonisyen de Jvre Patrona-tus laical, ende de Landen ende Goederen daer toe specteerende,\'t zij of de selve by de Patronen, Possesseurs by collatie ofte de gemeene saecke zijn aangevaert, ghebruyckt ende bezeten worden, of dat eenige van dien als noch zijn verswegen, geen uytgsondert, voorde tweederden deelen van dien blyven sullen tot dispositie van de Patronen of collateurs geeygent ende ghedestineert, tot behoef, onderhoudt ende stichtinge van de Jongens of Scholieren, of anders ad pios usus, daerop behoorlycke confirmatie van de Staten voorn, of hare Gedeputeerden versocht sal moeten worden in de plaets van de

-ocr page 16-

12

voorgaeude institutien, ende \'t derde part van dien tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten alomme verstreokt ende bekeert sal wordeu, doende de Staten voorn, oversulx te niet eude deroyeren alle collatien by hen of de Geduputeerden nevens zyn Exc. ghedaen, geduyrende de voorleden Oorlogen van eenige Beneficien, Vicaryen of Cauonisyen, verleent buyten consent van Collateurs of Patronen, ende daervan voordate van den Oorlogh geen Collatie en is verkregen ; welverstaende dat alle Possesseurs van deselve Beneficien, Vicaryen en Canonisyen, die de Collatie daervan voor date van de voorz. Oorlogen, ontfangen eude \'t gebrnyck van dien volkomelyek gehadt hebben, in possessie daervan blijven sullen, ende haer leven langh geduyrende gehouden sullen worden, midts daer af mede uytkerende ende responderende een derde part tot onderhoudt van de Predicanten , al in handen van de Ontfangers die by de Staten voorn, daertoe sullen worden ghestelt ende geordouneert, in wiens handen alle Patronen, Collateurs of Possesseurs van deselve Beneficien, Vicaryen of Canonisyen respective, ende oock alle Bruyckers d\'inkomsten van dien, ende alle de Landen ende Goederen daartoe specterende, binnen ses maenden na de publicatie van desen sullen aanbrengen ofte doen opschrijven, op poene dat de Patronen \'t recht van hare collatie, ende de Possesseurs de inkomsten van dien voor de twee delen voorn, verliesen sullen, eude d\'andere Bruyckers daerover gestraft sullen worden, en \'t selve mede bekeert ende geappliceert tot profyt van de Scholieren en Predicanten, uytghesondert alle Proven ende Beneficien annex hebbende Curam Animarum, daer af de geheele inkomsten blijven sullen tot onderhoudt van de Predicanten, ordonnerende alle Ontfangers ende andere die desen aengaen mach, hen hierna te reguleren.

8 Sept. 1578.

De Staten enz. . . . hebben verklaert, besloten ende geordonneert, dat binnen de Steden van elcken Quartiere in Zuydt-Hollandt aldaer Ontfangers der gemene Middelen zyn gestelt ende geconstitueert, by de Magistraten aldaer een getrouw, suffisant ende bequaem Persoon sal worden genomineert, by de Staten te Committeren, met volkomen last, om met den allereersten des doenlyck zynde, alomme binnen de Steden aldaer d\' Inkomsten van dien tot onderhoudt van de Predicanten niet suffisant sullen bevonden worden, ende daer omme uyt de gemene Inkomsten der selver subsidie sal moeten worden gedaeu, ende voorts alle de Dorpen ende Plaetsen die ouder den ontfang der gemene Middelen aldaer zyn begrepen, de Kerck-meesters ende andere, Ontfangers ende Ingezetenen, daer \'t selve sal nodigh wesen, te doen overleveren den Staet van alle d\' Inkomsten van alsulcke Beneficien, Proven ende Pastoryen daer van \'t selve als noch niet is ghedaen; ende voorts de penningen van deselve Inkomsten eu Goederen binnen de Dorpen, Vlecken, ende ten platten Lande t\' ontfangen, te innen ende t\' executeren als der gemene Landtspenningen, de selve over te leveren, of daer af te verant-

-ocr page 17-

13

woorden in handen van Cornelis van Coolwijck, als Ontfanger Generaal derselver Goederen, die daer af met de andere penningen van synen ontfangh, procederende uyt de derde part van d\' Inkomsten van alle Beneficien, Vicaryen ende Canonisyen, niet annex hebbende Curam Animaruni, gehouden sal zyn te verantwoorden, ende te maecken ende houden een staet generael naer breeder inhoudt der Brieven daer by de Steden hier van zyn geadverteert.

Die van Noord-Hollandt sullen hierin hebben te voorsien naer haer gelieve.

14 Oct. 1578.

Is als noch geconsenteert, dat tot behoef van de Predicanten in desen Quartiere van Hollandt een oortje ter maendt op elcke Marge voor den tydt van drie maenden, achtervolgende voorgaende consent, tot laste van de Bruycker geheven ende betaelt sal werden, ende voorts ontfangen by den Ontfanger Generael Jacob Muijs.

14 Oct. 1578.

De Staten enz. hebben verstaen ende geresolveert, dat die gene die voor den jare 1573 eenige Vicaryen, Canonisyen of Beneficien, wesende Juris Patronatus, in den Lande van Hollandt door collatie van de Patroonen, ende institutie van den Bisschop gepos-sideert hebben, ofte noch souden mogen possideren, ende hen tegen den text of teneur van de fundatie van deselve Vicaryen, Canonisyen of Beneficien onthoudende, zy buyten de Plaetsen daer de selve Beneficien zyn gefundeert, ende bysonder buyten de Nederlanden, ende by dispensatie of uyt krachte van de Geestelycke Eechten de Vruchten van deselve Beneficien tot noch toe mogen genoten hebben, dat deselve vervallen zyn, en by desen voor vervallen gehouden worden van deselve Beneficien, sulcx dat die verstaen worden te vaceren, ende midts dien volgende de Resolutie van den 5 September laetstleden by de waarachtige Patronen geconfereert mogen worden, midts dat van deselve collatie confirmatie van de Staten versocht ende een derde part van de inkomsten van de voorsz. Beneficien tot onderhoudt van de Predicanten, ende twee delen tot profyt van de Patronen of die zy de collatie geven sullen, sal werden beheert.

18 Oct. 1578.

De Staten hebben noch eyndelyck geconsenteert dat in desen Quartiere van Hollandt al omme op elcke Marge, binnen en buyten Dycx gelegen, geheven sal worden over de voorleden maenden van July, Augusti ende September, een oortje voor elcke maendt, bedragende een blanck op elcke Marge die t\' samen sal worden gecollec-teert en betaelt by de Bruyckers, ende dat tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten.

-ocr page 18-

14

8 Bee. 1573.

Is geresolveert, dat tot betaliage van de Preidicanten uyt de inkomsten van de Ommeslagh van een oortje ter maendt op elcke Marge, op den Ontfanger Muïs sal werden geordonneert, om by hem voorts daer af verantwoort te werden als nae behooren.

27 Bee. 1578.

Is geordonneert te schryven aen alie Onfangers van de gemeene Middelen, dat sy luyden de inkomsten van de vier stuivers op elcke Tonne Biers ten platten Lande, voor de aenstaende drie maenden sullen laten volghen, binnen elcken Dorpe ende plaetse, tot haren behoeve, hetzy tot behoef van de Predicanten, reparatie van Kercken ofte andere pios usua.

1 Jan. 1579.

Op \'t versoeck van den Schout, Schepenen ende Geerfden van den Lande van Voorne, soowel van Ocerflackee als van Oost en West Voorne, aengaende den ommeslagh van een oortge op de Marge voor drie maenden, tot laste van de Bruyckers, is verklaertende geordonneert, dat den ommealagh tot laste als vooren in den Lande van Voorne mede sal gedaen en geheven worden bij den Ontvanger daertoe bij de Staten geordonneert of te ordonneeren, ende dat de penningen daer af verstreckt sullen werden tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten.

2 Jan. 1579.

De Staten enz. hebben geaccordeert het Weeskindt van wijlen Daen Claesz, in zijn leven Bailliuw vau de Beverwijck, uyt rechte aelmis, in aensieninge van de desolatie van \'t selve weeskindt, ende ten eynde \'t selve tot eere ende deught opgebracht mach worden, seeckere Vicarye binnen de stadt Alehnaer gelegen, uytbrengende jaerlycx omtrent de 50 calori guldens, ghespecteerd hebbende tot collatie van den selven Prelaet van Egmont, omme geduyrende zijn leven de profyten en vruchten van dien te mogen genieten, midts daer van ende de geheele inkomsten van dien overleverende binnen een maandt eerstkomende behoorlycken Staet ende verklaringe in handen van den Ontfanger Coolwijck, om het derde part bij hem daer af getrokken te mogen worden tot onderhoudt van de Predicanten.

8 Jan. 1579.

De Staten enz. willende daerin voorsien, dat alle Beneficien, Vicaryen ende Canonesien Jure Patronatus behoorlyck aengebracht mogen worden, ende overschryvingen daervan gedaen, met behoorlycke verklaringe van den Staet en d\' inkomsten van dien, achtervolgende

-ocr page 19-

15

voorgaende Eesolutie van de Staten, hebben verklaett ende geordon-neert, dat alle degene die dies aengaende eenige Brieven van approbatie en confirmatie op haer voorgaende collatie versoecken sullen, deselve by appostille Acte van approbatie daer op verleent sal worden, behoudelyck dat bet derde part van d\' inkomsten van dien by den Ontfanger C\'oolwijck sal ghetrocken ende geheven worden tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, achtervolgende de voorn. Resolutie; dat mede de Suppl. sal gehouden weseti binnen drie weecken na date van de selve approbatie behoorlyeken Staet ende verklaringe over te leveren in handen van den voorn. Coolwijck, van de geheele inkomsten van de selve Beneficien, Vicaryen ende Canonesien, op poene van te verliesen het effect van desen, ende dat alles souder prejuditie, ende on vermindert een yegelycks gérechtigbeyt ter contrarie.

26 Febr. 1579.

De Staten enz. aenmerckende \'t groot achterwesen van de Predicanten, uyt saecke van \'t verloop van haer toeghevoegde alimentatie, ende dat op de betalinge van dien niet voorsien soude mogen worden, ten ware by eenige middelen die daertoe moeten gevonden worden, hebben besloten ende geordonneert, dat op d\'aenstaende verpachtinge een stuyver van elcke guide voor rantsoen sal genomen worden, daer af d\'eene halve stuyver gereedt betaelt sal worden tot behoef van de onkosten van de verpachtinge voornoemt, en dat de penningen die daer sullen overschieten, in handen van den Ontfanger Coolwijck sullen worden gelevert, tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, voor sooveel als een oortge op elcke guide zal bedragen mogen; ende soo verre \'t voorz. overschot sooveel niet sal bedragen, dat de resterende penningen den voorz. Ontfanger sullen overgelevert worden, uyt d\'inkomsten van \'t oortge der selve rantsoenen, die binnen twee maenden sullen worden betaelt, met het resterende oortge tot behoef van de Predicanten.

6 Maart 1579.

Is d\'Edelen bij de Steden communicative op \'t believen van elcx in den haren voorgeslagen aengaende Juris Fatronatus laical, dat van de hondert ponden ende daer beneden, den thienden penuingh soude komen tot behoef vau de Predicanten, ende daer boven de vijfde penningh, ende annex hebbende Curam Animarum, dat de Predicanten bij de consistorie van de Kercke en de Gemeente van de Gereformeerde Religie ghestelt sullen worden als na \'t oude gebruyck, ende daer af de Heeren terstondt worden geadverteert, ten eynde by hen verklariuge mach worden ghedaen op de bequaemheyt of onbc-quaemheyt van de selve.

6 Jpril 1579.

Op de Remonstrantie van den Ontfanger Coolwyck is geresolveert

-ocr page 20-

16

voor Instructie van denselven Ontfanger lot vorderingh van de Inkomsten van de Beneficien, Proven amp; als volght.

Eerst verklaren de Staten van Hollandt dat onder de woorden van de Beneficien, Pastoryen ende Proven Goederen, annex hebbende Curam Animarum,, vermeit in des Eemonstrants commissie ende Instructie, sullen syn begrepen alle Beneficien ende Proven, niet wesende laical, maer ghekomen van den Koningh op Geestelycke Collegien, die by den amp;.

Op het tweede poinct, aengaende de Kercken, Memorien ende Ge-tyden Goederen, of deselve mede onder de voorsz ontfangh sullen syn begrepen, de Staten verklaren dat de Kercken-Goederen tot behoef van de Fabrycquen derselve Kercken onder d\'administratie van de Kerckmeesters bekeert ende verstreckt sullen mogen werden, ende dat de geheele inkomsten ende Goederen van de Memorien ende Getyden onder den ontfangh van den Remonstrant alhier sullen worden gebracht.

Op het derde poinct wordt ghereserveert tot d\' eerste generale Vergadering de verklaringh of \'t overschot van de voorsz. Goederen binnen de Steden onder des Remonstrants ontfangh mede gebracht sullen worden.

Op \'t vierde poinct, aengaende het overschot van de canonesie Goederen, boven het onderhoudt van de Canonicken, dat daer op niet mochte worden geordonneert, als onder des Remonstrantsch ontfangh mede begrepen, verklaren de Staten dat boven d\' alimentatien van de Canonicken verder hier op niet sal werden geassigneert.

Op het vyfde poinct verklaren de Staten dat Willem Ceoox, Ontfanger van de Canonesie goederen binnen Geertruydenhergh ende den Heere van Carnes, van den Onfanger der Canonesie ende Geestelycke Goederen binnen Jsperen behoorlycken staet sullen, overleveren in handen van de Staten, aengaende d\'administratie die zy dissaengaende tot noch toe gehad mogen hebben, ende dat binnen 14 dagen na de receptie van de Brieven die hen tot dien eynde by de Staten sullen geschreven worden, om denselven staet ghesien, voorts daer in gedaen te mogen worden na behooren.

Op het sesde poinct, aengaende de Pastorye en Beneficie Goederen binnen Amsterdam is dese mede uytgestelt tot de aenstaende generale Vergaderingh van de Staten.

Op het sevende poinct, aengaende \'t aenbrengeu van de Beneficie, Prove, ende Vicarie Goederen , wesende juris patronatus laica, , \'t welck seer slappelyck wort gedaen, overmits d\' Edelen hen tegen het derde part opposeren, is desen mede uytghestelt tot de generale Vergaderingh, met verklaringh dat den tyd van \'t aenbrengen haer loop sal houden tot dat anders daer in sal wesen voorsien ende geordonneert.

Op het achtste poinct, de Staten committeren ende authoriseren den Remonstrant alhier, de Quohieren van de Beneficie ende Prove Goederen die in de Kamer van Reeckeninge tot Utrecht berusten mogen, by alle beqnaeme wegen ende middelen te recouvreren, daertoe by de Staten behoorlycke Brieven van adres de selve Remonstrant verleent sullen worden.

-ocr page 21-

17

Op het negende poinct, aengaende de Vicarye, Prove of Beneficie Goederen, wesende jurk patronatus ecclesiastique, die d\' Abt van Egmont, verscheyde Paters van conventen, Pastoren, ecde andere Geestelijcke Persoonen te confereren hadden, verklaren de Staten dat dese goederen onder den ontfangh van den Remonstrant alhier geheelyck sullen zyn begrepen, tot onderhoudt van de Predicanten.

Op het thiende poinct, belangende de Vicarye goederen, staande ter collatie van de Deeckens ende Hopmans van verscheyde Gildens, de Staten verklaren dat alle Beneficien, Officien ende Vicaryen, ende d\' Inkomsten van dien, specterende tot eenige Ambachts-Gildens, hebbende Confierye by de Hooftmans, beheert ende verstreckt sullen worden tot onderhoudt van de Oude Ambachts-Gilde Broeders die tot armoede sullen zyn gekomen, maer alle andere Goederen ende Inkomsten van Beneficien ende Vicaryen, ingestelt tot eenige Missen of andere Diensten, sullen komen ende blijven onder den ontfangh van den Eemonstrant alhier.

Op het elfde poinct, de Staten verklaren mede dat alle Kerckelycke Officien gefundeert zynde tot eenige Missen of andere Kercken-Diensten, \'t zy deselve by eenige Bisschoppen of andere sullen zyn geamortiseert of niet, komen en blyven sullen onder den ontfangh van den Eemonstrant alhier tot onderhoudt van de Predicanten.

Op het veertiende poinct, de Staten ordonneren dat de Pastorye landen die tot noch toe ouder Water hebben gelegen, en geheelyck tot behoef van de Predicanten zyn ghedestineert, met de lasten van de voorgaende ongelden verhuyrt sullen worden.

Op het vyfthiende poinct, de Eemonstrant alhier sal met den Heer van Wyxgaerdenquot; ramen ende adviseren in wat voege de Pastoryen ende andere Geestelycke Landen, uyt\'er huyr zynde, be-quaemelyckst ende ten meesten profyt van den Lande verhuyrt mogen werden, \'t zij binnen Rhynlandt bij den selven Heere van Wyngaerden, ende in de andere Quartieren, by de commissarissen op de quyt-scheldinge of atterminatie geordonneert, in tegenwoordigheyt van den Eemonstrant, of andersints sulcx sy raedtsamer bevinden sullen, midtsgaders wat Eantsoenen daer op sullen ghestelt mogen werden, omme \'t selve gehoort voorts daer in by de Staten geordonneert te mogen worden als naer behooren.

Op het zesthiende poinct, de Staten committeren den Heer van Wyngaerden ende den Eemonstrant alhier, voor hen luyden t\'ont-bieden, Claess Jacobsz Meuyt, ende met deselve te handelen ende t\'accordeeren aengaende d\'inkomsten van seeckere Beneficie, gefundeert in de Kercke van Ackersloot, bedragende 150 ponden van 40 gr. \'s jaers ende by denselven Muyt met 300 ponden eens afgekocht ende geredimeert, alles op \'t rapport ende believen van de Staten, amp;c.

8 April 1579.

De Staten hebben verklaert ende geresolveert, dat de Goederen ende Inkomsten van de Pastoryen ten platten Lande ghecollecteert ende ontfangen sullen worden by de Kerckmeesters binnen elk Dorp,

2

-ocr page 22-

18

of by de Ambachts bewaerders aldaer, die geen Kerckmeesters sullen mogen wesen, en dat buyten koste van den Lande, \'t welck deselve Kerckmeesters ende Ambachts bewaerders by desen respectivelyk wordt gheordonneert, ende voorts belast, de voorsz. penningen ende inkomsten getrouwelijck te doen heffen eude collecteren, om ten behoeve van de Predicanten aldaer of die naest zyn gheseten, ver-streckt ende bekeert te mogen worden by den ontvanger Cornelis van Coolwijck als daertoe by de Staten gestelt ende gecommiteert amp;c.

5 Mei 1579.

Zijn eenige gecommitteert omme te aeuhooren de propositie van Graef Jan van Nassauw.

Na lange communicatie zijn ghecommitteert Vos ende Willem Jan Aektsz, omme met d\'Ontfanger Coolwijck t\'adviseren eenige middelen om promptelyck te mogen vinden eenige penningen daer mede de Predicanten voor haer achter weseu betaelt sullen mogen worden, ende daer en boven, waeruyt die betalinge van de selve Predicanten voortaen bequamelyck ghedaen sal mogen worden ten minsten quetse van den Lande.

8 Mei 1579.

De Staten willende voorsien op de nodelijcke betalingh van \'t achterweseu van de Predicanten, die niet langer mach vertrocken worden, tot onderhoudt der selve Predicanten, noch oock vervallen uyt d\' inkomsten van de Goederen die daer toe zijn gedestineert; aenmerckende oock dat by gebreck van dien de selve Predicanten hen niet langer in haren dienst sullen mogen houden noch dragen, ende om te verhoeden alle vorder vervolgh van de voorz. Predicanten uyt saecke van \'t voorn, achterwesen, als tenderende tot lasteringh van Godts Woordt, ende oneere van den Lande, ter tydt toe generalijck met een geduyrige middelen op de betalinge van de voorsz. Predicanten ordre sal zyn ghestelt, hebben verklaert ende geaccordeert dat by de Ontfanger Cornelis van Coolwijck op interest van 8, 10 a 12 ten hooghsten ten hondert in \'t jaer, tot koste, laste ende pericul van den Lande gelicht sal mogen worden de somme van 6000 ponden te 40 grooten, voor den tydt vau 5 a 6 maenden ten langhsten eerstkomende, sulcx den voorn. Ontfanger de voorn, penningen bequaemelijckst sal konnen bekomen, daer toe de selve by desen wordt geauthoriseert, alles tot betalingh van \'t achterweseu der voorsz. Predicanten, ende ten eynde behoorlijck mede voorsien mach worden op de verseeckertheyt van \'t remboursement der selve opgelichte penningen, hebben de Staten geconsenteert, dat op de aenstaende verpachting die den eersten October toekomende voor den lijdt van ses maenden wederom gedaen sal worden een stuyver op elcke guide voor rantsoen sal worden gelicht; te weten een oortge tot behoef van d\' onkosten der verpachtingh, een oortge voor de Armen, ende een halve stuyver tot remboursement van de

-ocr page 23-

19

II

voorsz. opgelichte penningen welcke inkomsten van de halve stuyver als vooren by den voorn. Ontfanger Coolwijck geinuet ende geheven sullen worden, omme daer uyt al sulcke penningen als by hem op interest van dien na beloop des tijdts betalingh en remboursement gedaen te worden by Ordonnantie van de Staten als na behooren, midts dat de voorn. Ontfanger in \'t lichten derselve penningen de Staten sal overleveren behoorlijcke verklaringe van den tijdt dat voorn, interest haer cours sal hebben genomen, omme daer van aen-tyckeningh gedaen te mogen worden.

8 Mei 1579. (,

Op de Remonstrantie van Coolwijck , ontfanger van de Goederen gedestineert tot onderhoudt van de Predicanten.

Op het le poinct hebben de Staten elcx in den haren ghenomen 1\'1 I

rapport om ter eerster Daghvaert haer antwoordt ende Resolutie in te brengen op de verklaringe die gedaen moet worden, of de Magistraten of Kerckmeesters binnen de steden daer eenigh overschot soude mogen wesen van de inkomsten der Pastoryen, Beneficien en Vicaryen boven \'t onderhoudt van de Predicanten binnen deselve , 1

Steden, die by hen luyden daer uyt worden betaelt, staet particulier van de geheele inkomsten van dien in handen van den Ontfanger Coolwijck met het overschot voorn, sal gelevert worden tot subsidie van alle Predicanten, alsoo de geheele inkomsten van dien alomme eenparigh daer toe moeten blijven gedestineert.

Op het 2e poinct hebben de Staten geordonneert te schrijven aen die van Amsterdam, Muyden, Naerden, ende alle Dorpen daeronder gelegen, ten einde sy toelaten dat bij der Staten Gecommitteerden behoorlycken Staet gemaekt ende overghelevert mach worden in handen van den Ontfanger Coolwijck , van alle Beneficien, Proven, Pastoryen ,

Memorieu en Getyden-Goederen , om voorts verstreckt ende geem-ployeert te worden tot behoef van de Predicanten, als d\'andre Quar-tieren vau Hollandt.

Op het 3e poinct, om te hebben verklaringe hoe den Remonstrant hem sal reguleren in den ontfangh van de Beneficien, Prove- en Ca-nonesie Goederen, wesende juris patronatus laicalis, daer van by voorgaende Resolutie ende generale publicatie daer op gevolght, ver-staen is, een derdepart tot onderhoudt van de Predicanten verstreckt ende beheert te worden, is daer op ghenomen rapport.

Op het le point, aengaende de Beneficien ende Proven, staende tot collatie van syn Majesteyt, of eenige Geestelyeke Persoonen of Collegien, is vcrklaert dat de Possesseurs van al sulcke Beneficien of Proven sullen blyven in possesie voor twee deelen van dien haer leven geduyrende, midts dat het derde part by den Remonstrant alhier ontfangen sal worden tot behoef van de Predicanten, behou-delijck oock dat na \'t overlyden van de voorz. Possesseuren geen collatie daer af meer gedaen sal worden, maer d\'inkomsten van dien alleen blyven sullen tot behoef van de Predicanten. \'

-ocr page 24-

20

Op liet 5e poinct is mede verstaeu dat alle Kerckelycke Officien, gefundeert zynde tot eeuige Missen of andere Kerckelycke diensten, blyven sullen geheel onder den ontfangh van den Eemonstrant tot onderhoudt als vooren , dan alsoo eenige der selve Officien mede onder \'t recht van patronaetschap bij laicale Persoonen gefundeert, ende altydts by d\'oudste van den Bloede dienvolgende gecoufereert zijn geweest, sulcx dat veele verstaen, cesserende de Missen, die Goederen in \'t geheel, sonder eenigh derde part daer vau te betaelen als haer patrimoniale Goederen te mogen blijven behouden ende ghebruycken.

Op het 7e poinct, aengaende d\'inkomsten van Pastoryen, of de selve in alle Dorpen by de Kerckmeesteren, achtervolgende voorgaetule Resolutie van den 8 April, buyten koste van deu Lande geinnet soude mogen worden, is geresolveert te schryven aen de Gecommitteerden in de Quartiere die daer op hebben gebesoigneert, de selve Kesolutie t\'effectueren, ende by gebreecke van de Gecommitteerden, te schryven aen de Magistraten van de naeste Steden, eenige be-quame Persoonen daer toe elcx in den haren te nomineren, om by de Staten gecommiteerd te worden.

Op het 9e poinct, alsoo die van Monster ende Poeldyck in gebreecke blyven den Remonstrant over te leveren behoorlijcken Staet ende verklaringe van de inkomsten van de Pastoryen, Memorien en Getijden, met de Vicarye Goederen aldaer, als seggende, deselve Goederen te staan ende te behooren tot dispositie van syn Exc., door wiens bevel sy luyde sustineren de Kercke aldaer met de Predicsnten onderhouden te hebben, is daer op mede genomen rapport, cf de selve by den Remonstrant tot overlegging van haren Staet sullen worden geconstringeert, of dat men den Schout, Geswoorens en Kerckmeesters daer mede sal laten bewerden.

Is genomen rapport of die voorn, drie poincten by wege van Justitie of de Staten afgedaen zal worden, geteekent met 1, 2, 3.

30 Mey 1579.

De Staten willende voorsien dat de Goederen en de Inkomsten van de Pastoryen, Cappellaryen, Memorien, Getyden, Vicaryen, ende andere Beneficien ende Officien die tot onderhoudt van de Predicanten zyn gedestineert, gevordert, geregeert, ontfangen ende geadministreert mogen worden ten meesten dienst van den Lande, hebben verklaert ende geordonneert dat den Ontfanger Cornells van Coolwijck by een Gecommitteerde uyt de Kamer van de Reeckeningh voortaen sal worden geassisteert tot koste vau den Lande, op alle die ver-huyringen van Landen daer in by den selven Ontfanger assistentie versocht sal worden, ende voorts van goede ordre te helpen stellen en onderhouden, dat de penningen ende inkomsten der voorsz. Goederen alomme mogen worden gecollecteert met goede opsicht, ende buyten koste van den Lande, achtervolgende voorgaende Resolutie van de Staten; dat voorts den voorn. Ontfanger hem aen die van de Kamer van Reeckeninge voorn, sal mogen addresseren alle saecken

-ocr page 25-

21

dienende tot vorderingh van de Kesolutien ende Ordonnantiën van de Staten.

13 Augusli 1579.

Is geordonneert te schryven aan alle Classissen in Hollandt, dat zy luyden behoorlycke repartitie elcx in den haren willen doen maecken van de Plaetsen die by de Predicanten bequamelycken souden mogen worden bedient, ten minsten koste van den Lande.

19 Mey 1580.

Alsoo Wy tot dienst, eere en welvaert van den Lande van Hollandt* in \'t onderhoudt van de Predicanten ende Dienaers des Goddelyckeu Woordts booghnodigh bevonden hebben te doen ghe-bruycken, verstrecken ende employeren alle Inkomsten ende Middelen daer toe door Godt den Heere verleent ende by ons gedestineert, en onder anderen het derde part van d\' inkomsten van de Goederen daer van gerechtigheyt wort bewesen ywre patronatns, ende nochtans de Eesolutie by ons daer af genomen niet volkomelyck Ier executie gestelt mach worden, over midts de swarigheden die by eenige van de Edelen dies aengaende zyn gemoveert, sulcx dat ten wederzyden die saecke aen de Justitie is ghestelt ende gerefereert, soo hebben Wy tot vorderinge van Godes dienst U. E. wei ernstelijck by desen willen versoecken, in de selve saecke sommierlijck te doen procederen, en voorts met den eersten des doeulijck zynde, de voorsz. saecke eyndigen ende decideren, ten eynde op het onderhoudt van de Predicanten voorsien mach worden als naer behoren.

15 July 1580.

De Staten aenmerckende de nodelijckhej t van de saecke aengaende de betalingh van verscheyde Predicanten, ende dat daer op promp-telijck niet voorsien mocht werden uyt de Middelen daer toe gedestineert , hebben geauthoriseert, Cornelis van Coolwijck, Ontfanger derselve Middelen , op interest van 12 ten hooghsten in \'t hondert op \'t jaer gereeckent, te lichten de somme van 3 a 3000 ponden van 40 gr. voor alsulcken tijdt dat deselve penningen met het verloop van den interest van dien gerembourseert mogen werden uyt de penningen die op de aenstaende verpachting der gemene Middelen van de halve stuyver op elcke guide voor Rantsoen, tot behoef van de Predicanten gedestineert, procederen sullen, welcke penningen van Rantsoen daer voor sullen verbonden blyven, niettegenstaende eenige Ordonnantiën ter contrarie.

20 Maart 1581.

Extract uit de Instructie waer naer de Gecommitteerden van syne

-ocr page 26-

22

Princelijcke Excellentie, ende de Staten van Hollandt, ter Finantie van Hollandt, hun sullen hebben te reguleren.

VII.

(De Gecommitteerden) sullen insgelijcks van alle extra ordinaris Lasten, soo van Eeysen, Vacatiën, als andere verdachte énde onverdachte Kosten, \'s Lands Renten, Alimentatien van de Predicanten, Conventnalen ende anderen, ende van de Middelen tot betalinge van dien ge-eygent ende gedestineert, alle drie maenden staet maken , ende overleveren als vooren.

XVIII.

Sullen voorts goede sorge draglien dat alle die gene, die te reeckenen hebben van haren handel ende administratie te vooren ghehadt, het zy van gcmeene Middelen, Convoyen, Licenten, Hondertste penningen, ofte andere Imposten, Ommeslagen ende Contributien, Geestelycke Goederen, Domeynen, Oonfiscatien, ghelichte penningen, ontfangen Granen, Ammunitien, ende andere goederen, geen uyt-gesondert, daer van binnen drie eerstkomende maenden behoorlijcke reeckeninghe in handen van den Thesaurier leveren; te weten, van de verpachte Middelen tot den daghe van de expiratie van de Pachten, insghelijcks van de gecollecteerde, ende nopende de Domeynen, Geestelijcke Goederen, Confiscatien, en andere Ommeslagen , gelichte penningen, ende ontfangen Goederen tot het Jaer van vyfthien hondert een en tachtig iucluys, welcke Reeckeningen binnen drie ofte vier maenden daer naer ghehoordt ende ghesloten sullen moeten worden, soo \'verre sulcks doenlijck is.

4 Juni 1581.

Op de Remonstrantie van den Ontfanger Corxelis van

COOLAVIJCK.

Eerstelijck, dat de betalinge van den Kerckeudienaren alomme in Hollandt ghezeten, uyts;hesondert de Landen van Voorne ende Putten, jaerlijcks beloopen, ende daer toe noodigh is omtrent 24000 ponden van 40 gr., daer tegens den Remonstrant egeene seeckere Inkomsten heeft, dan van de Memorien, Getyden, Pastoryen ende diergelycke Goederen, bedragende, afgetrocken den 50 penningh, die daer van betaelt moet werden, omtrent 7900 p., sulcks dat te kort komt 15100 ponden,^) behalve de betalinge van de Predicanten binnen Am-sterdam , daer van de Remonstrant Staet was verthoont, daer tegens den Remonstrant in handen gestelt zynde op eenige voorleden Verpachtingen van den gemeene Lands Middelen, een halve stuyver op yder guide, bedragende omtrent gelijcke somme, werdende \'t selve Middel grootelycks geswackt by eenighe Steden, die daer van merckelycke sommen sonder ordinantie inne houden tot behoef van hare Predicanten, als namentlyck die van Amsterdam ende leijden; dat mede die van Amsterdam en der Gouda innehouden de Goederen van de

C1) Hier is een verschil van 1000 ponden. [Red.,1

-ocr page 27-

23

Memorien, Getyclen ende Pastoryen aldaer; Zyn gecommitteert Beveren ende Oldenbarnevelt, omme met de Magistraten van Amsterdam te communiceren, aengaende het innehouden van de voorn. Goederen, midtsgaders de penningen van het voorn, rantsoen, ende voorts de selve Magistraten te volkomen uit de Inkomsten van de Memorien en Getyden aldaer, de betaliuge van haerluyder Predicanten te laten volgen voor soo veel de selve streoken mogen, alsco deselve ten date van de Satisfactie, tot onderhoudt van de Papen zyn verstreckt, ende sulcks de Penningen van de Eantsoenen, den voorn. Coolwijck te willen laten volgheu. doende de Staten van alles rapport.

4 Juny 1581.

Alsoo de Staten noodigh bevinden daer in te doen voorsien, dat de Inkomsten van de Goederen van Beneficien, staende tot collatie van verscheyde Geestelycke Persoonen, als Patroonen , ende oock van syne Majesteyt, ende den Stadthouder van Hol landt gestaen hebbende, met dertydt niet en werden vermindert, vervreemt ende geincorpereert, maer alle (e samen die in Hol landt zyn gelegen, ontvangen, gere-geert, ende geadministreert mogen worden tot behoef ende onderhoudt van de Predicauten, daer toe de selve moeten blyven ge-eygent ende gedestineert: Hebben gheordonneert, belast eude gheauthoriseert, den Eemonstrant alhier met alle iieerstigheydt ende devoir te onder-soeken, ende te doen vereyschen naer al sulcke Beneficie-Goederen als vooren, die in Hollandt souden mogen zyn gelegen, de selve aen te vaerden, ende te brenghen onder den Staet van de anderen penninghen syner ontvangh, ghedestineert tot behoef van de Predicanten , omme daer af mede te verantwoorden als naer behooren; ende ten eynde alle het selve gevordert en gheeffectueeit magh worden, lasten ende ordonneren de Staten allen Officieren, Magistraten, Eent-meesters , Thesauriers en Ontfangers binnen Hollandt den Eemonstrant alhier (des versocht zynde) daer toe te doen openinge van haerluyden BlafFaerden, Eeeckeningheu ende Eegistereu, ende voorts alle hulpe ende assistentie in het recouvreren der voorz. Goederen, die eenig-sints verswegen, aengevaert, verduystert ofte vermindert souden mogen wesen, de welcke de Staten verstaen, dat by den voorz. Eemonstrant met\'erdaedt aengetast sullen mogen worden.

4 Jnny 1581.

Aengaende den derden penningh van de Inkomsten der Beneficien, die jus Patronatm gepossideert worden, ende tot onderhoudt van de Predicanten is gedestineert: Verstaen de Staten voornoemt als noch, dat den voorsz. derden penningh daer toe sal worden beheert en ge-employeert; dan alsoo eenige van den Collegie van de Staten hun daer tegens opposeren, zyn de Staten voornoemt als noch te vreden de saeoke aen den Hove van Hollandt te submitteren, ofte dat deselve aldaer by Justitie werde gedecideert.

4 Juny 1581,

De Staten verklaren ende ordonneren, dat de Predicanten, wesende in dienst aengenoomen, ende staende tot laste van die van Hollandt,

-ocr page 28-

24

ende daer af Ordonnantie van betalinge sal zyn verleent, by den de

Eemonstrant alhier de betalinge gedaen, ende gecontinueert sal mogen va

worden onder recepisae ofte acquit van deselve Predicanten, sonder in

voorgaende Ordonnantie van de Staten, omme te verhoeden alle ei

onkosten in het vervolgen van de Predicanten, midts dat den selven is

Eemonstrant behoorlijck sal blycken van den actuelen dienst van de di

selve Predicanten, ende sal t\' allen tyden den voornoemden Remon- v(

strant verleent worden Ordonnantie op de voorschreve betalinghe, di

die de Staten sal blycken by recepisse ofte acquit van de voornoemde s(

Predicanten, omme den Remonstrant in reeckeninge te mogen strecken \'t

na behooren, sonder dat den selven Remonstrant eenighe betalinghe a

sal doen aen eeuige Predicanten, die van nieuws in dienst zyn d

aenghenomen, ende die geene voorgaende Ordonnantie van betalinghe z;

sal zyn verleent, dan midts hebbende alvorens Ordonnantie van de t(

Staten. b

u

2 December 1581. i

a

Aengaende het onderhoudt van de Predicanten, is by de Steden 1 als noch verklaerdt, dat het derde part van de Inkomsten van Jus Patronatus Laicalis beneficien volgen sal tot onderhoudt van de Predicanten, achtervolgende voorgaende generale resolutie, ghenomen in September 1578, daer op met de Edelen in het vrundelijck als

noch sal gehandelt worden, en dat boven de Middelen, tegenwoordigh (

staende gedestineert tot behoef van de selve Predicanten. lt;

3 Maart 1583.

Zyn gecommitteert den Advocaet, Wensen ende Oldenbaknevelï, omme die van den Hoogen Rade in Hollandt te versoecken, dat sy voortaen geen provisie meer verleenen willen, in saecken aengaende d\' Inkomsten ende Middelen, die tot behoef van de Predicanten zyn gedestineert, maer de selve te renvoyeren aen de Staten, ende dat voorts den Advocaet, postulerende voor den Hove, sal worden geinstrueert, omme tegens de provisie, die van Haserswoude verleent, grieven over te leveren, ten eynde de selve by provisie afgedaen magh worden.

7 Mey 1583.

Is mede geordonneert te schryveu aen de Edelen en de Steden, dat veel Predicanten ten platten Lande, belast met veel kinderen, klagen dat syluyden op 24Ü ponden \'sjaers niet en konnea onderhouden , ende sulcx in veel schulden verloopen, ende haerluyder diensten genootsaeckt sullen zyn te verlaten, by wat wegen ende middelen daer in voorsien sal worde\'J.

16 Juny 1583.

Op \'t poinct van de beschryvinge, aengaende \'t onderhoudt van

i

-ocr page 29-

25

de Predicanten ten platten Lande in Hollandt, of deselve in plaats van de 240 ponden \'s jaers, 300 ponden gegunt soude mogen worden, in aensieninge van de belastinge van eenige Predicanten met Wijf ende Kinderen, ende dat de selve in eenige schulden zyn vervallen, is verklaert ende geresolveert, dat de Predicanten ten Platte» Lande, die met Kinderen zyn beswaert, behoorlyck onderhoudt behoort te volgen, ende dat tot de somme van 300 ponden \'s jaars, midts dat de selve tot twee plaetsen in dienst gebruyckt souden mogen worden, soo verre de gelegeuthey:; sulcx sal mogen vereysschen; dan ten eynde \'t selve met goede ordre geeffectueert mach worden, is belast, dat al vooren pertinente Staet gemaeckt sal worden van de inkomsten der Middelen die tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten zyn gedestineert, ende hoeveel \'t onderhoudt van de Predicanten daer tegens is bedragende, ende voorts een Lijst van de combinatiën die bequamelijck binnen den Quartiere van Hollandt ghedaen souden mogen worden, om \'t selve gesien, op de aenstaende Vergaderinge in de voorsz. saecke eyndelyck voorsien ende gedisponeert te worden als na behooren. Die van \'t Noorder-quartier verklaerden dat in deij haren goede ordre was gestelt.

13 April 1584.

Wy seynden Uwer E. mede over dubbelt van de Requeste, by de Dienaren en de Gedeputeerden des particulieren Zuydt-Hollandschen Synode syn Excellentie gepresenteert, ten eynde op \'t onderhoudt van de Predicanten ten platten Lande by verhooginge van haerluyder jaerlijcksche Stipendium voorsien mochte werden, waer op by Ons mede is genomen rapport; ende alsoo eenige Predicanten in schulden zyn vervallen, ende andere met veel Kinderen belast zynde, hen op de toegevoeghde 240 ponden \'s jaars niet gedragen kunnen sulcks dat Wy wel noodigh bevonden hebben dat met goede discretie ende distinctie *t Stipendium van de Dienaren verhooght werde nae be-quaemheydt, belastinge ende diensten van de Predicanten, midts dat daer toe bequame Middelen mede gevonden werden, door dien de jegenwoordige staet van de Inkomsten., gedestineert tot behoef van de Predicanten, niet vervallen mach de lasten aireede daer nyt gaende, sullen daeromme U. E. niet laten dies aengaende haerluyder Gedeputeerden te schicken met volkomen last; ende oock eenige Middelen, \'t zy uyt de Confiscatien ofte andersints te ordonneren, daer mede voor \'t eerst eenige Jongens van goede hoope, ende egeene hulpe van d\'Ouders hebbende, ad studia mochten werden gehouden, tot dat met meerder ordre daer inne voorsien sal wesen.

4 Juny 1584.

De Staten.....hebben als noch verstaen, verklaert ende geresolveert,

dat d\' inkomsten van \'t derde part van de Beneficien Juris Patronatus Laicalia, die by gemeene bewilliginge ende consent van de Edelen ende Steden den 5 September 1578 tot behoef van de Predicanten

-ocr page 30-

26

zijn gedestineert, ende daer by de Staten sedert tot meermalen hebben gepersisteert, op de swarigheden by eenighe van de Edelen daerinne voor geliouden, tot behoef ende onderhoudt van de selve Predicanten alsnoch verstreckt sullen worden, alsoo egeen ander nochte bequamer middel daer toe kan bedacht werden, ende ten eynde het voorsz. middel alomme binnen den Lande van Hollandt effectivelijck ende met\'erdaedt daertoe verstreckt mach werden, sulcks aireede over langhe in den Quartiere vau Over Maze is gedaen, zijn by de Staten voornoemt gecommitteert, eene van Dordrecht, Delf ende Leyden, omme neerstelijck met alle wegen ende middelen te besorgen, dat de selve Edelen met den eersten by syne Excellentie tot dien eynde mogen beschreven werden, ende alle wegen van inductie met goede onderrechtinge voorgehouden, ende daer op aen-geLouden, dat syluyden de voorgaende Kesolutien als boven naekomen willen; ofte andersints de saecke aen sync Excellentie ofte die van den Eaede Provinciael submitteren, doende van alles Rapport aen de Staten.

4 Juny 1584.

De Staten hebben op \'t poinct van de beschrijvinge, aengaende de verhooginge van \'t onderhoudt der Predicanten, verklaert ende oock noodigh bevonden, dat met goede kennisse daer in voorsien werde, distinctie nemende tusschen die geeue die eenige Middelen hebben van Patrimonie, die belast ofte onbelast zijn van Kinderen, ende die grooten aanval hebben ofte geene, ten eynde in alles de verhooginge daer nae gedaen mach werden.

5 December 1584.

Op het poinct van beschryvinge, gedaen op \'t versoeck van de

gemeene Predicanten ten platten Lande in Hollandt......hebben de

Staten verklaert ende geresolveert, dat behoorlijcke ordre op de verhooginge van der Predicanten Loon ende inkomste ghestelt sal werden, met goede kennisse van saecken; maer alsoo de Staten bevonden hebben uyt den Staet van den Ontfanger Coolwijck, dat daer inne niet en magh werden voorsien, ten zy de voorgaende Eesolutie van de Staten van den 5 September 1578, aengaende het derde part van de Beneficien ende Vicaryen te doen verstrecken tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, sulcks binnen eenige Quartieren van Hollandt aireede eenige jaren daer op is gedaen, alomme geëffectueert ende in train gebracht werde, ende oock daer toe verstreckt \'t gunt dies aengaende aireede soude mogen zijn verloopen; is by de Staten voorn, geordonneert den Ontfanger Coolwijck te doen belasten, dat hij eerstdaeghs de Edelen, die de voorsz. Eesolutie meest hebben tegengestaen ende achtergehouden, voor het laetste sal vermanen ende insinueren, hen nae de voorsz. Eesolutie te reguleren, soo wel vau het verloop als \'t gunt noch verschijnen sal van het derde part van de Beneficien ende Yicaryen; ende soo

-ocr page 31-

27

verre de voorsz. Edele» daertoe niet en souden begeeren te verstaen,

dat den voorn. Coolwijck de selve Edelen daer voeren in Justitie van den Hove van Hollandt sal doen beroepen; ende ter; eynde hetselve met goede ordre ende kennisse ghedaen mach werden, hebben de Staten gecommitteert Mrs. Pieter van deb Meer ende Johan van Oldenbabnevelt , omme den voorn. Coolwijck van alles te instrueren, ende hem voorts in alles te assisteren, dat de voorsz. Resolutie by weghe van Justitie ofte andersints mach werden geëffeotueert.

5 Maart 1586.

Is voorts de voorz. Gecommitteerden belast, die van den Rade voor te houden, dat van de stuyver die op elcke guide in \'t verpachten van de gemene Middelen voor rantsoen is gestelt ende geheven, de halve stuyver voorts bekeert mach worden tot onderhoudt van de Predicanten, sulcx tot noch toe is gedaen, alsoo \'t selve het principaelste Middel is tot haerluyder onderhoudt, en dat een oortje daer af, te weten van de stuyver, tot behoef van den Armten binnen elcke Plaetse mede sullen verstreckt worden, als eenige jaren ghedaen is.

2 Juhj 1586.

De Staten.....hebben geresolveert, dat de ontfanger van de Goederen

tot onderhoudt van de Kercken dienaren gedestineert, Cobnelis van Coolwijck, sal worden belast en geordonneert, de Staten eerst-daeghs te onderrechten wat devoir hy gedaen heeft om de Beneficien soo van de geestelycke collegien van Hollandt, aen de Staten vervallen zynde, als oock deze gehouden of gegeven worden by de Graeffelyckheyt van Hollandt ende die by eenige Heeren of andere Persoonen wiens goederen zyn geconfisqueerd, daertoe mede behooren gebruyekt te worden, onder syn administratie te brengen, ende dat alle \'t gene daer aen sonde mogen gebreecken, eerstdaeghs sal worden gevordert: dat oversulex aen den Rentmeester van den Heere van Wassenaer, de vrouwe van Arenbergh ende alle andere (des noodt zynde) geschreven, en oock tegens de selve by executie geprocedeert sal worden, om te hebben pertinente verklaringe wat Beneficien van deselve Huysen gehouden worden, wie daer van possesseurs zijn,

ende wat Goederen daer toe zijn gehoorende, ten eynde alle deselve onder den voorz. Ontfanger gebracht en tot onderhoudt van de kerke-lycke saecken verstreckt mogen worden, conform de meyninge ende intentie van de Staten. •

29 Jan. 1587.

Op het versoeck van de gemeene Dienaers ten platten Lande,

omme te hebben onderhoudt, ende auleks vermeerderinge van haerluyder tractementj Is geordonneert de selve Requeste te schicken in

-ocr page 32-

28

handen van den Ontfanger Coolwijck, ten eynde hy de Staten met den eersten, des doenlijck zynde, oversende in \'t kort pertinente Staet van \'t getal ende de namen van de Predicanten, onder Uwen ontfangh begrepen, tot wat plaetse deselve staen, hoeveel deselve jaerlijeks genieten, wat subsidie deselve extra ordinaris genoten hebben, ende die met veele Kinderen belast souden mogen wesen, ofte eenige plaetsen bequamelijck onder eenen dienst souden mogen werden gecombineert, midtsgaders van de inkomsten van de Geeste-lijcke-Goederen, ende hoeveel U werE. van de Kantsoenen is treckende, hoeveel de Predicanten ten achteren mogen zijn, ende wat middelen UwerE. daer tegens soude mogen hebben, Ons voorts daer benevens adviserende, by wat wegen ende manieren bequamelijckst op het versoeck van de Supplianten voorsien soude mogen werden, omme hetselve gesien, voorts daer inne voorsien te mogen werden, als nae behooren.

27 Tebr. 15S7.

De Staten hebben goedtgevonden ende geresolveert, dat de Geeste-lijcke Landen onder den ontfaugh van den Ontfanger Cobnelis van Coolwijck begrepen, uyt \'er huyre zynde, ende die op de Pron-tieren niet en zyn gelegen, voor den tydt van vyf ofte seven jaeren sullen werden verhuyrt ten meesten profyte, onder alsueke Conditie, dat by forme van rantsoen binnen twee, drie ofte vier maenden het eerste jaer huyr opgebracht sal werden in handen van den voorn. Ontfanger, omme ge-employeert ende verstreckt te mogen werden als nae behooren; dat het voorn, jaer huyrs by den Pachter ofte Huyrder weder gekort ofte ingehouden sal werden aen de vyf ofte seven jaren huyrs by egale portie; ende aengaende de Landen omtrent de Prontiereu gelegen , als in de Alblasser- Waert ende daer omtrent, ende oock in andere Quartieren van Hollandt, alwaer inlegeringen ende doortochten van Êuyteren en Knechten souden mogen vallen, sal de verhuyringe van dien voor so veel jaren gedaen worden als raedtsaem sal mogen bevonden werden, sonder daer af een jaer gereedt te bedingen, midts dat oock in al sulcke Quartieren neffens den voorsz. Ontfanger een Commissaris gelast ende gecommitteert sal werden, die binnen denselven Quartiere woonachtig zy, omme de meeste kosten te verhoeden, ende hebben de Staten geauthoriseert de Committeerde Raeden, omme alle het selve te doen effectueren ten meesten dienste van den Lande.

6 Srptr. 1587.

De Staten aenmerckende het ernstigh vervolgh van wegen de Predicanten ten platten Lande binnen desen Quartiere van Zmjdt-Hollandt gedaen, ten eynde haerluyder jaerlijcksche inkomsten ende Stipendium van 240 ponden van 40 gr. \'s jaers soude mogen werden

verhooght,.....hebben verklaert, geconsenteert ende geordonneert, dat

den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, tot behoef van alle de

-ocr page 33-

29

Predicanten ten platten Lande geseten, ende onder synen ontfangh begrepen, voor den jegenwoordigen loopenden jare 1587 sal mogen betalinge doen, in plaetse van de voorn. 240 ponden, ter somme van 300 ponden van 40 gr. waer toe oock behoorlijcke Ordonnantie verleent sal werden, nytgesondert de Predicanten die binnen descn jare 1587 extra ordinarisse Subsidie tot 60 gelijcke ponden is ge-accordeert , die hen daer mede sullen laten genoegen; ende soo verre eenige Dienaers min extra ordinaris binnen desen jare souden ontvangen hebben, sal hetselve by den voorn. Ontfanger werden ge-suppleert ter voorsz. somme toe van 60 ponden, ten eynde alle de Dienaren ten platten Lande als vooren tot gelijcke somme verhooginge gedaen mach werden, waer toe mede behoorlycke Ordonnantie daer nae verleent sal werden.

10 Od. 1588.

Deze verhooging ook voor 1588 toegestaan.

Voorts de Predicanten die de combinatie van twee dorpen bedienen in plaats van 270 ponden 350 ponden toegelegd.

11 Maert 1589.

Acte van consent van verhooginge van het onderhoudt van de Predicanten ten platten Lande.

De Staten van Hollandt hebben in aensieninge van de verdieringe des tijdts, ende dat de Predicanten ten platten Lande in Hollandt hen van hare schulden niet sullen kunnen bevryden, noch van hare nodelijcke Behoeften voorsien, ten zy binnen desen tegenwoordige jaren 89 wederom op haerluyder onderhoudt ordre gestelt worde, als in den voorleden jare is gedaen, ten eynde deselve Predicanten tot vorderinge van \'t H. Evangelie met lust en vreughde betreden mogen, hebben niettegenstaende de groote belastinge en \'t achter-wesen van den Lande, verklaert, geconsenteert ende geordonneert, dat den Ontfanger Cornelis van Coolwijck ten behoeve van de Predicanten ten platten Lande onder sijn ontfangh begrepen, die een Dorp bedienen, voor den jegenwoordige jare 89 in de plaets van 240 ponden van 40 gr., by de Staten van \'t aenbeginne van den Oorlogh jaerlijcx geconsenteert, uyttreycken ende betalen sal 300 ponden, die hare verhooginge dies aengaende niet hebben van de Staten ontfangen binnen desen jare; ende alsoo eenige Predicanten op de combinatie twee Dorpen bedienen, dal de selve in plaets van 270 ponden, by den bovengenoemden Ontfanger voor desen Jare voorn, nytgereyckt sal worden elcx 350 ponden, overmits d\'onkosten die by hen daerjegens moet werden gedragen.

11 Dec. 1590.

De Gec. Raden van de Staten gesien hebbende den Staet by den

-ocr page 34-

30

Ontfanger Cornelis van Coolwijck overgelevert van de jegenwoor-dige inkomsten ende lasten van sijn Comptoir, en daer uyt bevonden hebbende dat den selven Ontfanger, overmidts eenige extra lasten by hem gedragen, en vermeerderingh van de ordinaris lasten aegaende het getal ende onderhoudt van de Predicanten, niet moge-lijck sonde zijn te continueren de goede orde op de betalingh van de selve Predicanten, noch te vervallen de betalingh van voorz. extra lasten, ten ware deselve subsidie en assistentie ter somme van 5000 ponden van 40 gr. gedaan werde, hebben in aensieninge van de be-lastingh van alle d\' andere der gewone Landts Comptoiren, ende om redenen als vooreu, noodigh bevonden ende geordonneert, dat by den voorn. Ontfanger Coolavijck ghelicht sal worden de somme van 5000 ponden voorn., authoriseerende den selven Ontfanger, de voorz. somme te mogen lichten voor den tijdt van een jaer, ten hooghsten tegen 10 ten hondert, ende alsdan desselve penningen te rembourseren ende betalen met het verloop van den interest van dien, uyt de ghereedste penningen vau synen comptoire, ontfangh ende administratie, ende by gebreecke van dien sal desselve op gelichte somme met het verloop van dien betaelt mogen worden uyt de inkomsten vau de contributien van de Verpoudinge van den toekomenden jare 1591, den voorn. Ontfanger airede in handen gestelt, daer op be-hoorlijcke Brieven van Ordonnantie en verseeckertheyt verleent sullen worden.

11 Maart 1594.

De Ridderschap,. Edelen, ende Steden van Hollandt ende tfest-Vrieslandt, representerende de Staten van den selven Lande, naer voorgaende rype deliberatie, en examinatie van den Staet van den ontfangh en uytgeef van de Ontfangers Cornelis van Coolwijck ende Jan Cornelisz., nopende de Middelen, gedestineert tot onderhoudt van de Kercken-dienaers, ende de lasten van de selve onder-houdinge; hebben ten aensien van de Jegenwoordige groote dierte van alle Behoeften, noodigh tot de Huyshoudinghe, ende op vaste hope, dat \\)y verkopiughe van den Lande tot den voorz. ontfangh specterende daer op houdende, soo veel als de selve altans in huyre geldende zyn, den selven ontfangh sal verbeteren, bewillight en geconsenteert, dat met den ingang van den loopenden jare 1594 de Gagien vau de Kercken-dienaers teu platten Lande, boven hare wooninge, inde plaetse van 240 ponden, tot 850 ponden van 40 gr. het poudt \'sjaars, sullen worden geaugmenteert, daer mede de Kerken-dienaren voornoemt hen sullen contenteren, sonder verder vervolgh te doen 5 wel verstaende dat degene, die met meer als drie Kindereu, beneden de 14 jaren oud wesende zyn gezegent, voor elck Kint boven de voorz. drie Kinderen, beneden de 14 jaren wesende, voor den tijdt dat deselve Kinderen leven, ende beneden de 14 jaren blyven sullen, by de Ontfangers van de respective Quartieren, op de Certificatie van het Gerechte van de Plaetse haerder residentie, innehoudende het ghetal van de Kinderen van de Kercken-dienaers aldaer, beneden

-ocr page 35-

de 14 jareu oudt zynde, met verklariuge van haren respective!! ouderdom, op elck Kindt boven de vooiz. drie, beneden de 14 jaren wesende, 20 ponden van 40 gr. het pondt \'sjaars, en daer van t\'elcken drie maenden een gerecht vierdepart, benevens de voorz. ordinaris Gagien, sal worden betaelt, weleke betalinge de ontfangers voorn., op de voorz. Certificatie ende Quitantie, in uytgeven sal werden geleden ende ghepasseert, gelijck de principale Gagien; ende sullen de Kinderen, ksnnelyck innocent ofte impotent wesende, gehouden worden, nopende het ghenieten van de voorz. 20 ponden \'s jaers, als beneden de 14 jaren, ende dit alles by provisie, en tot kennelijck weder seggen van\'de Staten.

2 April 1594.

De Gec. Eaden van de Staten, hebben op het versoeck by den Ontfanger Johan Comjiersz. van weghen Burgemeesteren ende Regeerders van den Brielle gedaen, ten eynde den Ontfanger Joost van Alblas belast zoude worden, tot betalinge van de Praedicanten van den Brielle ende den Lande van Voorne, den voorn. Jaji Cojoiersz. uyt te reycken de somme van /quot; 4000—, verklaerdt ende gheordonneert, dat by provisie den selven Ontfanger Jan Commebsz. by den voorn. Joost van Alblas, Ontfanger, uyt synen ontfangh van de Geestelijcke Goederen, uytghereyckt sal worden de somme van 2000 ponden van 40 gr. \'t pondt, daertoe Ordonnantie verleent sal worden, ende hebben voorts de Gecommitteerde Raden, den voorn. Ontfanger Jan Commebsz. geordonneert, in het betalen van de Praedicanten ende Kercken dienaren ten platten Lande, alomme binnen den Lande van Voorne en Tutten, te reguleren in alles, achtervolghende de Resolutie van de Heeren Staten voornoemt, van den 11 Maert 11., in het generael genomen, op de betalinghe ende het onderhoudt van deselve Kercken-dienaren, alomme binnen Hollandt ende West Vries landt, tot conservatie van de authoriteyt van de Staten, ende ten eynde een eenparingen voet daer in magh werden onderhouden.

13 Mey 1594.

De Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt ende West-Vrieslandt, representerende de Staten van deselven Lande, na voor-gaende rype deliberatie ende examinatie van den Staet van de Middelen, dienende voor de Kercken dienaren ten platten Lande, die uyt de Comptoiren van de Ontfangers Cobnelis van Coolwijck ende Johan Commebsz. , voor hare diensten betaelt ende onderhouden worden; hebben in aensieninghe van de tegenwoordige groote dierte van alle Behoeften tot die Huyshoudinghe noodigh zynde, volgende het versoeck van deselve Kercken-dienaren bewillight ende geconcenteert, dat met den ingangh van den lopenden jare 1594, de Gagien van de Kercken-Dienaren ten platten Lande, boven hare Wooningen van de voorn. Ontfangers respective, ofte die in der tydt wesen sullen, ontfangen ende genieten sullen 350 ponden van 40 gr. \'sjaers, die

-ocr page 36-

32

niet meer als met 3 Kinderen sullen wesen gezegent; ende dat de Kercken-dienaren, die met meer Kinderen als 3 sullen wesen gezegent ende belast sullen wesen, jaerlijcks tot 400 ponden munte als voren, betaelt sullen worden; mede ingaende met den loopenden Jare: Dat voorts de Kercken-dienaren, die twee Kercken by combinatie bedienen daer en boven 50 ponden jaerlijcks genieten sullen, sulcks tot noch toe is gedaen , daer mede de voorn. Kercken-dienaren hen sullen contenteren, sonder vorder vervolgh te doen, midts dat jaerlijcks in handen van de Ontfangers by de Kercken-dienaren behoorlijke Cer-tificatien van den Gerechte van de Plaetse haerluyder residentie sal gelevert worden, inhoudende het ghetal van haerluyder Kinderen, daer op t\' elcken drie maenden een gerechte vierde part van de voorsz. Gagien betaelt sal worden, ende jaerlijcks behoorlycke Ordonnantie verleent, midts daer benevens overleverende de quit daer toe dienende, ende sal het selve voorts de Ontfangers in reeckeninge gepasseert worden als \'t behoordt, ende dit alles by provisie ende tot kenne-lijck wederseggen van de Staten.

3 Juny 1594.

De Gec. Eaden van de Staten, hebben ten aensien van de voor-gaende Kesolutie van de Staten voorn., aengaende het onderhoud! van de Kercken-dienaren ten platten Lande, ende de ordre die daerop nader genomen sal mogen werden, den Onfanger Cornelis van Cooi/wijck, belast ende geordonneert, den selven Kercken-dienaren ten platten Lande, daer af de betalinge staen tot laste van synen Comptoire, \'voor den jegenwoordigen jare 1594, betalinge te doen elcks tegen 350 ponden van 40 gr. het pondt, lot dat anders daer inne by de Staten sal wesen voorsien ende gheordonneert.

5 Aug. 1594.

Op het versoeck van Cornelis van Coolwijck , omme ten aensien van de verbeteringe van het onderhoudt van de Predicanten ten platten Lande, innegaende met den jare 1594, ende dat deselve wat den Staet van den jare 1593, by hem te vooren overgelevert, te samen bedraeght ter somme van 20000 ponden van 40 gr. het pondt, om daer op voor het eerst te hebben ten minste ordonnantie ter somme van 10000 ponden.

13 Oct. 1594.

In aensieninghe van de kostelyckheyt van alle Behoeften, ende verdieringhe des tijdts, ende dat binnen veel Steden van Hollandt de Kercken-dienaren jaerlijcks voor hare diensten betaelt worden tot over de 500 ponden van 40 gr. het pondt, ende dat binnen BordrecM ende Rotterdam de Kercken-dienaren niet meer als noch genieten dan 400 ponden van 40 gr. het pondt, van wege het gemeene Landt, omme alle goede eenparigheydt daer inne te onderhouden, ende de

-ocr page 37-

33

Kercken-dienaren aldaer uyt het verloop van schulden te houden, soo veel als doenlijck is. Is goetgevonden, dat de Dienaren aldaer, ende oock de Dienaren in de Steden op de Frontieren gelegen, als Wou-drichem en andere, f 500.— jaerfijcks, mede van wegen het gemeene Landt uytgereyekt sullen worden by den ontfanger Coknelis van Coolwijck.

21 Oct. 1594.

De Gecomm. Eaden van de Staten, hebben.....om seeckere goede

insichten verklaerdt ende geordonneert, dat de Kercken-dienaren ten platten Lande, jaerlijcks aen den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, ofte Johan Commersz respective, op haerluyder betalinge tot bewijs van haerluyder getal van Kinderen, omme te ghenieten f 400.— \'s jaers, sullen overleveren Attestatien onder de handen van de Kercken-dienaers, aen dewelcke betalinge gedaen sal worden; ordonnerende insgelijcks de selve Ontfangers op alsulcke Attestatien de voorschr. betalinghe te doen, eude voorts da Gecommitteerden tot den gemeene Landts Reeckeninge , de betalinge op de selve Attestatien ghedaen, in reeckeninge te passeren enz.

8 Dec. 1594.

Gesien den Staet by den Ontfanger Coenelis van Coolwijck overghelevert, daer uyt bevonden is, dat den Staet van sijn Comp-toir, door de verhooginge van den Ouderdom van de Predicanten, soo binnen de Steden als ten platten Lande, beswaert ende ten achteren gestelt is, met omtrent de som van 16000 ponden van 40 gr. jaerlijcks, is geordonneert, dat denselven Coolwijck, boven de 10000 ponden by hem ontfanghen, noch 6000 ponden in Januario toekomende, naer den laetsten termijn van den Placate uytgereyekt sullen worden, en dat den selven Staet de Heeren Staten sal worden voorgehouden.

5 Febr. 1596.

Aengaende de penningen, by den Ontvanger Coolwijck op den Comptoire van den ontfanger Generael Mierop gelevert, gekomen van de verkochte Pastorye-Landen, omme daervan tot onderhoudt van de Predicanten renten tegens den penningh 16 , hebben de Gecomm. Raden geordonneert, dat van 6267 ponden 1 st. en 3 den. by den Remonstrant den 25 January 1594 gelevert in handen van den Ontfanger Mierop , een Rentebrief apart gelevert sal worden; ende van de penninghen by hem den 9 January 1595 tot 3000 ponden, en den 2 Oct. 1595 tot 11808 ponden 2 st. den voorn. Ontfanger gelevert mede een Brief, ingaende de Renten ten dage van deover-leveringe van de penninghen teghen den penningh 16.

7 Maart 1598.

De Staten hebben de Predicanten ten platten Lande, die klachtig

3

-ocr page 38-

34

vallen sullen, elcks voor haer het eerste geaccordeert extraordinaris de som vau 50 ponden van 40 gr. VI. het pondt, ende voorts geor-donneert dat de Gec. Raden van de Staten den Staet van de Comp-toiren van de Ontvangers Cornelis van Coolwijck en Jan Cobnelisz sullen resumeren, en voorts de Staten adviseren, uyt wat middelen de supplianten eenighe vordere verhooginghe ghedaen soude mogen worden.

5 Maart 1599.

De Staten aenmerckende dat de dierte in den Lande als noch continuerende, ende dat daeromme het extra ordinaris subsidie de Kercken Dienaren ten platten Lande binnen den voorleden jare elcks tot f50 geaccordeert, deselve Dienaren niet en soude mogen ontrocken worden sonder groote beawaernisse der selven, hebben niettegenstaende de groote belastinge van den Comptoire tot betalinge der Kercke-Dienaren geordonneert, verklaert ende geaccordeert, dat voor den jegenwoordigen jare 1599 de Predicanten ende Kercken-Dienaren ten platten Lande voorn, mede sulcks ghenieten ende ontfangen sullen 50 ponden van 40 gr. extraordinaris, ordonnerende de ontfangers die \'t behoort de voorsz. 50 ponden deselve Kercken-Dienaren elcks uyt te reycken ende te betalen onder haerluyder recepisse; daer op behoorlijcke ordonnantie van betalinge verleent sal worden.

19 Mei 1600.

Gecontinueert het extra ordinair subsidie voor de kercken-dienaers ten platten Lande in Hollandt van de f50.— \'sjaers, door hen in voorgaende jaren genoten, overmits de dierte des tijds.

28 Nov. 1600.

De Staten enz. gelet hebbende op de tractementen van de Kercken-

dienaren, dat deselve daer op meest qualyck en leven mogen.....

is om verscheyde respecten, de voorgheslagen belastinge van de tractementen niet goedtghevonden, maer dat op het afdoen van de onnodige tractementen gelet, en geene nieuwe tractementen te maken.

„„ H. Aanstelling en bezoldiging van predikanten (Plaatselyk).

il- lo

(Zie ook bij Geestelyke Goederen, Pastorien en Vicaryen).

Ahbenbroeck. 12 Oct. 1583. Is mede geresolveert dat men Foppe, Ontfanger van de Canonesie Goederen tot Ahhenhroeck, sal bevelen, den Predicant tot Ahbenbroeck sonder swarigheyt te betalen de 150 ponden die de Staten hem hebben geaccordeert, ende dat hy\'t selve sal betalen uyt de dubbelde Canonicx Prove die den Heere van Montfoort plach te ontfangen, sonder oock van de resterende penningen daer af eenige betalinge te doen dan by Ordonnantie van de Staten.

-ocr page 39-

35

9 Nov. 1583. De Staten enz. hebben verklaert ende geordouneert, dat den Predicant tot Abbenbroeck voor al betaelt sal worden uyt de inkomsten van de Canonesie Goederen aldaer, ter somme van 150 ponden van 40 grooten \'sjaers, by den Ontfaiiger derselver Goederen, tot ocderlioudt van de selve Predicanten gedestineert, midts dat deselve somme afghekort sal worden dengenen die op de selve Goederen t\' haerluyder onderhoudt mede zyn geassigneert, elcx voor haer aenpart; ende dat den voorsz. Ontfanger gehouden sal zyn de voorsz. 150 ponden te leveren in handen van den Outfanger Jan Commebsz. , tot betalinge van de Predicanten in den Quartiere van Voorne geordonneert, om by hem op de betalinge van de voorn. Predicanten voorzien, ende van deselve verantwoordt te mogen worden als naer behooren.

7 July 1589. De Staten enz......hebben geordonneert ende belast, Johan Commersz. , Ontfanger van de Geestelijcke Goederen over den Quartiere van Voorne en Putten, midtsgaders Heenvliet en Abbenbroeck, aentevaerden alle \'t inkomen tot de Cruysen en Vrouwen Gilde tot Abbenbroeck spectereude, ende de Landen daer toe behoorer.de, uyt er huyre wesende, ten overstaen van seeckere Commissarissen by de Staten voorn, te deputeren, wederom te verhuyren, midts dat den voorschreven Ontfanger Johan Commersz. daer van gehouden wordt benevens synen anderen ontfangh te doen reeckeninge ende bewys als naer behooren.

Alblassencaard. 10 Dec. 1583. De Staten enz......gesien hebbende t\' ad vis van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, ende daer uyt verstaen hebbende dat nodelijck tot stichtinge ende onderwys van de Gemeente in de kennisse des Goddelijcken Woord ts, eenige Predicanten in de Alblasserwaard gestelt sullen moeten worden, met verklaringe, dat de Staten van de inkomsten tot onderhoudt van de Predicanten verhooght, of dat andersints op de betalinge van deselve Predicanten niet voorsien sonde mogen worden, hebben de Staten voorn, verklaert ende geordonneert dat by de Remonstranten alhier drie Predicanten in dienst aenghenomen sullen mogen worden, elcx ouder alsulcken onderhoudt als de andere Predicanten ten platten Lande zyn ghenietende, welcke Dienaren of Predicanten by de Eemonstranten oock sullen werden gestelt ende gehouden binnen alsulcke Plaetsen als deselve nodighst sullen bevinden; wel verstaende, dat de Staten voorn, op de Middelen van onderhoudt van de Predicanten sulcx sullen voorsien als naer behooren.

Almkerk, Uitivyck en Neerandel. 19 Mei 1600. Geaccordeert dat by Almkerk, Uitwyck en Ncerandel ieder een predt. worde beroepen en dat op hun onderhoudt order gestelt zal worden, vermits de Geestelyke Goederen der dorpen en Landen van Althena jaarl. niet minder dan ƒ 3000 opbrengen.

Ameyde en Tienhoven en Meerkerck. 27 Aug. 1580. De Staten enz.

-ocr page 40-

36

aenmerckende hoe nodigh voorsien moet werden op de betalingh van de Predicanten binnen Ameyde ende Thienhoven, Henrick Thien-hoven, midtsgaders van Meerktrck, Johannes Venroy. over haer achterwegen, door dien by den Ontfanger Coolwyck geen Middelen zyn van betalingh, hebben tot onderstandt van deselve Predicanten den voorn. Ontfanger geauthoriseert, te lichten op interest tegens 12 ten hondert in \'t jaer de somme van 300 ponden van 40 gr., om de hooftsomme met \'t verloop van den interest van dien gerem-bourseert te werden nyt d\' eerste penningen van sijn ontfangh.

Amsterdam. 20 Bee, 1581. Accord gemaeckt tusschen de Staten en die van Amsterdam.

(Ook zoo veel betreft de Geestelyke goederen en predicants trac-tementen).

Alsoo tot dienste en welvaren van den Lande, sonderlinge in desen tegenwoordigen Oorlogh en hoogh dringende noot, goede wegen en middelen gesocht, aengenomen, eude gebruyekt moeten worden, om alle onverstant, quaestien, en differenten ter neder te leggen, ende de Landen en Steden in eenigheydt te doen stellen en onderhouden. Ende tot dien eynde de Ridderschap, Edelen, en Steden van fioZtewrfi, representeerende de Staten van den selven Lande, met die van Amsterdam , aengaende haerluyder Satisfactie, in verscheyde handelingen en communicalien getreden zynde, op de voldoeninge en contente-ment van die van Amsterdam voornoemt; eyndelijck noodigh bevonden hebben, op sekere Poinclen en Articulen daer toe dienende, ende van wegen de Staten voornoemt en die van Amsterdam naer voorgaende Vrundlijcke handelingen en Communicatien geconcipieert, aen weder-zyden elcks in den haren te doen rapport, en daer op tot sekeren dagh haerluyder Antwoort en Eesolutie in te brengen. S o o i s \'t: Dat de voorsz. Staten aen de eene zyde, ende die van Amsterdam aen de andere zyde, in aensieninge van den tegenwoordigen Staet en gelegentheydt der saken binnen den voorsz. Lande, beroerende de voorsz. Poincten en Articulen, gemaeckt op den afstant der voorsz. Satisfactie ten wederzyden, eyndelijck in het vrundlijck zyn veraccordeert op deselve Poincten en Articulen, en in der voegen en manieren hier na volgende , onder beloften van de Staten, dat deselve by Zyne Excellencie sullen worden geapprobeeit ende geconfirmeert; te weten:

Eerstelyck, dat de voorsz. Staten en die van Amsterdam ter wederzyden renuncieren van de voorsz. Satisfactie, als oock van den Eedt daer , op gedaen, deselve elck anderen remitterende in allen schyn en voegen, of sulcks noyt en ware gedaen geweest.

Dat voorts de voorsz. Stadt beset sal blyven met twee Vaendelen Knechten, yder Vaendel tot twee hondert Hoofden, onder twee capiteynen, Burgers der voorsz. Stadt wesende.

De welcke alle maenden betaelt sullen worden uyt de Middelen en contributien binnen de voorsz. Stadt en hare vryheydt vallende, soo verre de selve strecken mogen, indien niet, van andere des gemeene Lants penningen, midts dat soo verre de soldaten in den

-ocr page 41-

37

Lande van Hollandt in Guarnisoen leggende, met Laecken betaelt werden, de Guarnisoenen binnen de voorschr. Stede, mede eens in het jaer een maendt betalinglie aen Laeckenen sullen ontvangen, sonder meer.

Des sullen de selve Vaendelen vermeerdert, onder meer Vaendelen

4 verdeelt ofte vermindert mogen worden, de noot of andere gelegent-heden (de noot cesserende) sulcks vereyschende , \'t welck alle staen sal tot believen en discretie van syne Excellentie.

Wel verstaende, dat by soo verre syne Excellentie (de noot sulcks

5 vereyschende) het voorsz. Guarnisoen quame te vermeerderen, dat als dan \'t selve Guarnisoen van Servicie gelt sal worden betaelt, in conformité van andere Steden van Hollandt.

Sullende mede die van Amsterdam, tot opmaeckinge der fortificatiën der selve Stede, achtervolgende de bestecken van syne Excellentie

6 by de Stalen worden geauthoriseert, omme over de platte Landen, soo van den Ouden als den Nieuwen Amstel, Biemen ende Duiven-drecht, te mogen omraeslaau op yder Mergen 3 stuyvers \'s maents, geduyrende den tydt van 12 maenden, te verdeelen in 2 jaren, te weten van elcken Jare 6 maenden, waer inne de Eygenaers betalèn sullen de twee deeleu, ende de Bruyckers het derdendeel, midts dat de Godshuysen van de twee deelen van hare eygen verhuyrde Landen vry sullen wesen, ende dat de Huysluyden in recompensie van dien, by tyden van noot (dat Godt verhoede) binnen deselve Stadt met hare Beesten en Goederen vluchtende, den tydt dat sy daer blyven, al sulcken vryheydt sullen genieten, als andere Inwoonders der selver Stadt; ende soo verre yemandt onwilligh soude mogen werden gevonden, sullen deselve reëelyck en met der daedt daer toe mogen doen constringeren, niet tegenstaende eenige oppositie of provocatie ter contrarie.

Voorts sullen de voorsz. van Amsterdam treden in de gemeenschap en communie van de oude schulden, by de Staten van Hollandt, geduyrende den voorleden Oorlogh, voor dato van de Satisfactie der voorsz. Stede gemaeckt, sonder dat daeronder begrepen sullen weseu de schulden ofte onkosten by de Steden van Hollandt, in den voorleden Oorlogh geleden, gemaeckt ofte verschoten, die genaemt worden

7 de groote Reeckeningen van de Steden, de \'welcke, volgende de Resolutie van de Staten toegezegelt, berustende zyn onder den Secretaris de Rechtere , die sy onder den anderen sullen leqnideren, sonder dat die van Amsterdam daerom gemoeyt, ofte yet tot nadeel van hun daertoe verstreckt of bekeert sal mogen worden; wel verstaende, dat hier onder niet sullen wesen vervat alsulcke penningen ah eenige Burgeren en Inwoonderen van Hollandt, by leeninghe hebben opgebracht in den voorleden Oorlogh, sonder eenige Goederen in pant-schap, als andere daer voren ontfangeu te hebben, de welcke by verkopinge uyt de Geestelycke Goederen met pantschap belast, soo verre die mogen strecken, ende indien niet, by verkoopinge van ar de re Geestelycke Goederen betaelt sullen worden volgens het slot van de Reeckeninge, \'t gene by die van de kamer van de Reeckeninge daervau alreeds is gemaeckt, en noch gemaeckt sal worden.

-ocr page 42-

38

Des sullen die van Amsterdam voor hun behouden den Hon dersten penningh van den jare 1578 ende de helft van den Hondersten penningh

8 van den jare 1579, waer boven hun by de Staten nogh betaelt sal worden de som van 30.000 p. van xl. grooten, te betalen op 6 navolgende jaren by esgale portie, daer van het eerste jaer van betalinge verschenen zal wesen Mei Anno 1584 e. k., ende sullen die van Amsterdam by faute van betalinge, de contributien binnen de voorsz. Stadt en hare vryheydt vallende, daer voren verbonden blyven.

Sullen die van Amsterdam tot behoeve der selver Stadt aenvaerden ende behouden alle Getimmerten, Erven, ende Huysen der Geeste-

9 lycken, binnen de voorsz. Stadt toebehoorende, geen uytgesondert maer soo veel de andere goederen van deselve Geestelyeken aengaet, als Renten binnen en buyten, ende de Landen buyten de voorsz. Stadt gelegen, sullen de selve by bewilüginghe van de Staten Gene-rael van Hollandt (daer op verschreven zynde) benevens de andere Geestelijcke Goederen van Hollandt, tot betalinge van der gemeene Landts schulden ende lasten mogen worden geemployeert, midts de conventualen binnen Amsterdam behoorlijcke alimentatie, in con-formité van de andere Steden doende, ende de Magistraten tot proffyte van deselve conventualen daer vooren goede verseeckertheyt stellende.

Ende soo veel de Geestelycke Goederen aengaet, soo wel de gene die by de Staten zyn verkocht, veralieneert, ofte met pandschappe beswaerdt; als oock de Goederen de welcke de Godtshuysen tot Amsterdam aen haer hebben genomen, ende tegenwoordelijek zyn ghebruyckende ende besittende, soo de Carthuysers als andere Conventualen toebehoordt hebbende, tot wat Plaetse die oook zyn ghe-

10 legen, sullen de voornoemde Staten en die van Amsterdam, ofte-Godtshuysen in desen kinc inde blyven in haer geheel, sonder dat de een de andere in den eygendomrae, sucsessie, gebruyck, ofte ontfangh van dien eenigh empeschement, hinder, nochte letsel aen sullen mogen doen, directelick nochte indirectelick, voor ende aleer by wegen ende middelen van Justitie alle het selve eyndelijck sal wesen getermineert.

Desghelycks sullen die van Amsterdam tot reparatie van de Kercken , met de lasten ende renten daer op staende, behouden alls de Kercke-

11 lyke Goederen, midtsgaders tot onderhoudt van de Predicanten, de Memorien, Vicaryen, Getyden ende andere diergelijcke Geestelijcke Goederen.

Ende aengaende de halve stuyvers, komende van de rantcoenen van de Middelen, die binnen de voorschreve Stede werden verpacht, sullen deselve lateu komen benevens het innekomen van de Kercken, yegelyck in den synen, tot onderhoudt vau de Predicanten, onder

12 de Ambachts-Heerlijckheydt, ende Bailliuwschap van Amsteïlandt, ten ware het innekomen van de Memorien, Vicaryen, Getyden ende andere, tot het onderhoudt van de voornoemde Predicanten, binnen de voorsz. Stadt resteert ende te kort komt, eerst ende al vooren uyt de halve stuyvers wordeu gesuppleert.

Voor soo veel de betalinge ende reductie van de Eenten, voor ende geduyrende den voorleden Oorlogh, gevallen ende verschenen,

-ocr page 43-

39

als oock het achterwesen op de Tholleu van Geervliet^ ordinaris . _ Beeden , ende Domeynen van Hollandt, tot den dage van de Pacificatie aengaet, soo wel de Stadt, als de Burgeren en de InwooDderen belangende, sullende soo wel by de Staten, als die van Amsterdam hinc inde, terstont eenige uyt den Kaedt Provinciael worden geeligeert, dewelcke binnen drie ofte vier dagen naer de electie Parthyen hinc inde ghehoordt, sullen procederen tot uyttinge ende verklaringe van hetgeene syluyden op \'t gunt voorsz. is, naer recht ende acquiteyt sullen bevinden te behooren; ende wat by de voorsz. Geeligeerden die van Amsterdam toeghevonden wordt, sullen Parthyen hinc inde hun daer naer hebben te reguleren, sonder reductie, relief, ofte eenigh ander versoeck, ten ware eenige van de voorsz. Burgeren ofte Inwoonderen hun daer by beswaert vonden, dewelcke den wegh van Justitie open sal staen.

Ende ten eynde die van Amsterdam er de andere Crediteuren, aen haer achterwesen van de voorschr. Tollen, Beeden ende Domeynen sullen mogen geraecken, sullen de Staten terstont, ende sonder ver-1 . treek doen procederen tot de verkoopinge van de Domeynen , sonder deselve verkoopinghe eenighsints te mogen ophouden nochte beletten, maer den meestbiedende ten dage van de verkoopinge laten volgen, ende dat tot effectuele betalinge van die van Amsterdam ende andere Crediteuren, soo wel van haer Capitael ende Hoofdsomme; als het gundt hun by de voorsz. uytspraecke ende verdere achterwesen naer de Pacificatie ghevallen, sal mogen resteren, ende in ghevalle sy selven eenige parthyen van dien souden begeeren te koopen , sullen soo wel het Capitael, als alle hun voorsz. achterwesen, daer aen mogen korten.

Sullende die van Amsterdam quyt en ontslagen blyven van 300 p. \'sjaers, van het School Ambacht binne derselver Stede, ende sal ^ voorts het voorn. School Ambacht, met alle de Emolumenten in haren handen blyven , tot dat by de Staten haerluyder uyt de Domeynen, ofte anders alsulcke 20000 p. van 40 gr., sullen wesen betaelt, die sy daer vooren hebben gefurneert, ofte tot dat de Staten met hun daer op anders sullen wesen geaccordeert.

Soo veel aengaet het Articul in de Satisfactie, spreeckende van de Paelkiste, alsoo daer van Proces voor\' den Hove van Hollandt is , _ hangende, sullen Parthyen hinc inde daer op blyven in haer goedt lb recht.

Gelijck oock de voorschr. Stede Privilegien, Handvesten, Cou-stumen, Keuren, Eechten, ende Usantien blyven sullen in haer vigeren, ende on vermindert naer ouder gewoonte, uytghesondert de Privilegien, Handvesten ende Coustumen, die staende en geduyrende dese troubelen, sonder advis van de Staten van Hollandt van den Hartogh van Alve ofte syne successeurs, tot den dage van de Pacificatie verkregen zyn, welcke verklaerdt ende gehouden werden voor nul ende van geender waerden, ende aengaende het Octroy, by die van Amsterdam voorn., staende dese Troublen, verkregen, om te mogen gelt op Renten nemen, sullen de selve blyven van kracht en van waerden.

-ocr page 44-

40

Alle hetwelcke de Staten en die van Amsterdam, voorn, ten wederzy-den elekanderen belooft hebben ende toegeseydt, beloven ende toeseggen by desen in alle Poincteu, vast ende onverbreeckelijck te onderhouden, ende naer te komen; bevelende ende belastende daer omme syne Princelijcke Excellentie, ende de voornoemde Staten, die van den Eaede Provineiael van Hollandt, ende alle andere Justicieren, ende Officieren derselver Landen, alle het gundtvoorsz. is naer te komen, ende geene provisie hier tegens te verleenen, ofte gedogen dat de voornoemde van Amsterdam hier inne eenigh hinder ofte letsel gedaen worde, maer veel eer alle behulp, addresse ende vorderinge deselve te doen, omme het inhouden van desen voorkomentlyck naer syne forme ende innehouden te mogen ghe-nieten; ende tot verseeckertheydt van alle het gundt voorz. is, hebben sy ten wederzyden ghebeden syne Princelycke Excellentie dese twee al eens luydende, daer van sy elcks eeu hebben, als Hooge Overigheydt over haer luyden te willen teyekeaen, ende uyt-hangende doen bezegelen; ende tot meerdere vastigheydt, soo hebben de Staten van Hollandt voorn, de selve mede by haren Secretaris van harentwegen doen onderteeckenen, ende daer benevens met der Staten zegel, sulcks sy tegenwoordelijck ghebruycken uythangende, bezegelt, als oock die van Amsterdam voor hun die alle beyden, met hare Stadts Zegelen uythangende, bezegelt hebben.

Aldus gedaen in den Hage den twintighsten December vyftien. hondert een en tachtigh.

Onder stondt

Ter ordonnantie van de Staten van Hollandt Onderteeckent by my,

C. dk Eechtere.

Noch stondt onder geschreven Ter ordonnantie van de Burgemeesteren der Stadt Amsterdam By my onderteeckent

W. Pietersz.

Nota. De approbatie van syne Excellentie volgt hier naer op den zeven en twintighsten January vyftien hondert twee en tachtigh.

5 Dec. 1583. De Staten enz. verklaren niet gehouden te zyn,uyt krachte van art. 11 van (vorenstaend) contract, afteweren al sulcke actiën als yemandt soude willen pretenderen op de Geestelyke Goederen in desen gheroert, ende soo verre de supplianten ter contrarie souden willen sustineren, sal de suppl. den wegh van Justitie dies aengaende blyven geopent.

17 Jan. 1584. Gesien hebbende het schrijvens van de Burgemeesteren ende Raden der Stad Amsterdam, van den 4 en 6 Jannarii, omme te hebben nader verklaringe op het 11 en 18 Articul van den Contracte met henluyden gemaeckt, inhoudende het 11 Articul, dat die van Amsterdam tot reparatie van de Kercken, met de lasten ende

-ocr page 45-

41

Kenten daer op staende, behouden sullen alle de Kercken-Goederen, midtsgaders tot onderhoudt van de Predicanten, de Memorien, Vicaryen, Getyden ende andere diergelijcke Geestelycke Goederen 5 hebben de Staten op haerluyder voorgaende resolutie vau 5 December laetstleden, verklaert dat syluyden te vreden zijn die van Amsterdam voornoemt te presteren alle \'t recht dat syluyden hebben gebadt tot de voorsz. Geestelijcke Goederen, ende soo verre die van Amsterdam voornoemt hen daer mede en soudeu laten contenteren, dat de sake gesubmitteert sal werden aen syne Excellencie, dat niet te min eenige gecommitteert sullen \'werden, omme de saecke voorsz. met syne Excellencie te communiceren, mitgaders oock aengaende de voldoeninge van het 9 Articul van den selven Contracte, beroerende de aflossinge van de Eenten van die van Amsterdam, die sy op de Domeynen spreeckende hebben, et de oock aengaende den Staet van de Geestelijcke Goederen by hen overgelevert.

21 Jan. 1584. De Staten enz. hebben tot voldoeninge van het 9 Articul van den Contracte, \'t welck met die van Amsterdam op den afstandt van haerluyder Satisfactie is gemaeckt, verklaert eflde geresolveert, dat die van Amsterdam voorsz, sullen mogen aenvaerden ende behouden de Goederen van den Convente aldaer, begrepen in den Staet, die by die van Amsterdam voornoemt de voorsz. Staten is overgelevert, ende binnen de Steden gecommuniceert, midts dat die van Amsterdam voorz. gehouden sullen zijn de Coventualen daer vooren behoorlijck te doen onderhouden, die in deselve Staet mede zyn begrepen.

Aengaende de questie, geresen uyt saecke van de andere Geestelycke Goederen binnen Amsterdam, daer af die van Amsterdam ver-soecken, dat syluyden by de Staten voorn, souden werden geindemneert, achtervolgende het 11 Articul van denselven contracte, vermeldende dat die van Amsterdam voorn, de voorsz. Goederen sullen mogen behouden, midtsgaders de questie aengaende de aflossinge van de Domeynen, uyt saecke van den achterwesen, dat die van Amsterdam over de hooft somme ende het verloop van Eenten daer op spreeckende hebben; hebben de Staten daer inne niet kunnen voorsien, sonder voorgaende ad vijs van syne Excellencie, die tot dien eynde aen die van Amsterdam geschreven hadde.

Amsterveen. 22 Jan. 1598. Accoord van 7 Mey 1597 door Schout, Schepenen en Kerckmeesters van den Nieuwen Amstel, alias Amsterveen, in den name en van wege die gemeente, met ad vis, expres consent, en bewillinge van de Burgemeesteren van Amsterdam, als Amb. Heeren van Amsterveen-, op het welbehagen, believen en goedtduncken van de Ed. Heeren Staten van Hollandt enz. geaecordeert en overeengekomen , dat van nu voortaen de Ingezetenen van de Noordt ofte Rieckeroort, die nu zijn en naemaels wesen sullen, hebben, ghenieten en ghebruycken sullen alsulcke vrijheden en gerechtigheydt aan de Kercken en Kerckhoven van Amsterveen, nopende het School gaen

-ocr page 46-

42

van Kinderen, begravinge der Dooden, en Kercken-dienst en anders, als de Ingezetenen van Amsterveen voornoemt; ende om alle hetselve bequaemelijck te effectueren, sullen die van Amsterveen tot haer eygen kosten maecken en onderhouden een Kerckenpadt, omme bequamelijck by Wintertijdt voor de School kinderen, ende oock met Wagens ende Paerden het selve Padt te passeren; dat mede die van Rieckeroort vrij ende exempt sullen wesen van alle Ongelden en Lasten, daer mede de Kerck van Amsterveen belast of beswaert soude mogen zijn, waer voren die van Rieckeroort voorn, ghehouden sullen zijn, al hare Kerkelycke Goederen en Inkomen die sij nu hebben, en als noch hopen te verkrygen hen toebehoorende, gemeen maecken, ineren en incorpereren sullen, tot een vryen, eygen, aen de Kercke van Amsterveen voorsz sonder argh of list.

Geapprobeert door de Gecommitteerde Raden 32 Jan. 1598, midts dat de suyvere Inkomsten van de Kercke Landen tot Rieck, daer uyt voor den Oorloge een Cappellaen onderhouden is gheweest tot ƒ 60— sjaars, den Kercken dienst aengaende, ende aen den Koster betaeldt /\'40.— sjaars, komende tot laste van de Kercke, sulcks dat de voorsz. Landen, als Kercke ofte Vrouwen-Gilde Landen, in handen van den ontfanger Cooltvijck zijn gesteldt, voor de eene helft by den selven Ontfanger uytgereyckt sullen worden aen die van Slooten en Amsterveen, volgende de verdeelinge die by henluyden daer af ghemaeckt sal worden; en dat soo verre deselve voldaen, het gunt by den voorn. Accorde respective is belooft, ingaende den eersten deser Maendt, eu blijvende de andere helft in handen van den voorn. Ontfanger Coolwyck , ten behoeve van de Predicanten, te meer alsoo tot kosten van den Lande de Predicanten tot Slooten en Amsterveen worden onderhouden.

Arckel. 20 Fehr. 1589. De Staten enz......gesien hebbende \'t

advis vau den Ontfanger Coolwijck ende \'t schryvens van de Bur-gemeesteren en Regeerders der Stad Gornichem, ende daer uyt verstaen dat binnen den Dorpe van Arckel wel 80 Huysgesinnen zijn, ende dat aldaer een Predicant wel noodigh is, hebben de Staten verklaert ende geconsenteert, dat binnen Arckel voorn., volgende \'t advis van den voorn. Ontfanger, gestelt ende gehouden sal worden tot laste van den Lande, als binnen andere Dorpen van Hollandt, doordien de Pastorye goederen aldaer in handen van den voorn. Ontfanger zijn gestelt.

Ende alsoo uyt het schryvens van die van Gorcnm, van den 7 January laetstleden, de Staten verstaen hebben , dat de Kercke binnen Arckel geduyrende den Oorlogh afgebrandt zijnde, soude mogen worden gerepareert, mits verkoopende seeckere parceelkens Landt, de Kercke toekomende, daer toe geoctroyeert zijnde by de Staten ende dat een parthye daertoe gegeven soude worden van de voorsz. Stadts wegen, midtsgaders een parthye daertoe soude mogen worden geslagen over de Margentalen aldaer, hoe wel de meeste Gelanden binnen Gorcum woonachtigh zijn, hebben de Staten geordonneert te

-ocr page 47-

43

rescriberen aen de Burgemeesteren en Regeerders binnen Gornichem voorn, dat nadien de Staten gesien hebbende haerluyder seiirijvens, ende daerop by de Staten die van Archel een Predicant is geaccor-deert, ende sulcx op de reparatie van de Kercke eenigh sints voor-sien sal moeten worden, die van Gorcum de Staten distinctelijck willen adverteren hoe veel de nodelijoke reparatien van dien sonde moeten kosten, wat parthyen van Landen daertoe verkocht souden moeten worden, niet gestelt wesende in handen van den Ontfanger Coouwijck, ende hoe veel van wegen de Stadt Gorcum ende op de Ingelanden van Arckel daertoe soude mogen worden gevonden, om\'t selve gesien, voorts op \'t versoehte Octroy gedisponeerl te mogen worden na bebooren.

Assendelft— Westznnen. 20 Mey 1583. Geaccordeert, dat Nicolaes Oosterhoorn , jegenwoordigb Dienaer des Goddelycken Woordts tot Assendelft, in aensieninge van de diensten, die by bem mede tot Westzanen ghedaen worden, omme daer in te continueren, voortaen ghenieten sal voor den selven dienst 300 ponden van 40 grooten \'s jaars.

Berckel- 9 Sept. 1583. Is geordonneert met advis van den Ontvanger Coolwijck, dat tot Berckel mede een Predicant gestelt sal worden ende onderhouden als andere Dienaren ten platten Lande.

Beverwyck. 2 Jan. 1579.0p \'t versoeck van de Burgemeesteren ende Regeerders der Stede Beverwyck, is andermael geordonneert d\'inkomsten van de Memorie Landen aldaer, achter volgende voorgaende Resolutie; ende voorts geaccordeert dat de Suppl. sullen mogen lichten ende ontfangen alle d\'inkomsten van t\' Convent van de Regulieren binnen de Beverwyck voorsz. \'t gunt boven d\'alimentatie ende onderhoudt van de Conventualen aldaer sal overschieten, dat voorts de selve suppl. alle Materialen ende staende wercken van beyde de vervallen conventen aldaer sullen mogen aenvaerden, gebruyeken endeemployeren, behoudelyck dat sy luyden, des vermaent synde, van alles gehouden sullen syn te doen reeckeningh, bewijs ende reliqua in handen van de Staten als nae behooren; dat mede de selve suppl. voor al gehouden sullen syn een goedt Leeraar of Predicant met een Schoolmeester aante-nemen, ende op haer onderhoudt eerlyck daer uyt te doen voorsien.

Bleskensgraef-Motenaersgraef. -30 Nov. 1580. De Staten enz......

gesien hebbende \'t advis van den Ontfanger Coolwyck, ordonneren dat binnen den Dorpe van Bleskensgraef een Predicant sal worden ghestelt by de Classis in den Quartiere aldaer, ende dat tot onderhoudt van denselven Predicant aldaer by den voorn. Ontfanger jaerlycx betalinge gedaen pal worden ter somme van 240 p. van 40 grooten, ende noch tot 30 gelijcke ponden voor Huyshuyr van den voorn. Predicant, al \'t welck den voorn. Ontfanger in reeckeninge sal geleden worden, midts dat by den Ontfanger voorn, voortaen geheven sullen worden d\' inkomsten van de Pastorye,

-ocr page 48-

u

Vicarye eiule andere Beneficie-Goederen aldaer, midtsgaders tot Molenaersgraef, tot onderhoudt van de Predicanten gedestineert; wel yerstaende dat den Predicant die tot Bleskemgraef voorn, gestelt sal worden, mede gehouden sal zijn te predicken en getrouwelijck dienen binnen den voorn. Dorpe van Molenaersgraef, ende aengaende de verloopen pachten, gevallen van de voorsz. Goederen tot Bleskemgraef, verklaren de Staten voorn, dat de selve by Bleskemgraef ontfangen ende geëmployeert sullen worden tot reparatie van de Kercke aldaer, midts betalende d\' ongelden die op deselve Landen souden mogen zyn gevallen.

Bodegraven. 3 Maart 1600. Aan ds. Geleyn Zeoersz. van Was-senhoven als kerckendienaer te Bodegraven toegekend een tractement van ƒ 500.— sjaars, zoo als syn voorganger Zegerus Koninxbergen heeft genoten.

Bornmenede. 21 Maart 1594. De Gec. Raden enz......hebben

tot vorderinge van de dienst van de Kercke binnen de Stede van Bornmenede^ ende ten eynde deselve van een bequaem Dienaer moge voorsien blyven, geconsenteert ende geaccordeert, dat den jegen-woordigen Kerckendienaer aldaer, volgende het Accord, met den selven ghemaeck, ende van den dato van den aenvangh van synen voorn, dienst, jaerl. de som van 400 p. van 40 gr. \'t pondt, voor synen dienst van de Kercke binnen Bornmenede uytgereyckt sal worden: Eude alsoo de Middelen uyt de Inkomsten der Geestelijcke Goederen, aldaer jaerl. niet meer en bedragen dan omtrent 200 p., als gebleecken uyt den Staet daer van ge-exhebeert: Ordonneren, dat by Jan Commersz., Ontfanger van de Geestelijcke Goederen, tot betalinge van den Kerckendienaer binnen den Lande van Voorne ende Puttengt; jaerl. te Suppleren, het gundt de betalinge van de voorschr. 400 p. \'sjaers, aen de voorn. Geestelijcke Inkomsten ende Middelen van Bornmenede gebreecken sal, midts dat den Ontfanger derselver Goederen ghehouden sal zyn jaerl. reeckeninge te doen van synen ontfangh ende administratie derselver Goederen, aen den voorn. Johan Commersz. ofte die in syne plaetse wesen sal, ten eynde het voorschr. Supplement met goede kennisse by hem gedaen magh, ende de voorschr. Incomsten van Bornmenede, tot egeenen anderen eynde, als tot behoef van den Kerckendienaer en werde geemployeert: Ende aengaende de Wooninge van den voorn. Kerckendienaer, ende de reparatie van de Kercke aldaer, sullen de Supplianten daer inne voorsien als naer behooren, sonder het gemeene Landt dies aengaende vorder te molesteren.

9 Juni 1594. Alsoo den Gec. Kaden enz. bevonden hebben, dat op het aengeven ende versoeck van den Bailliuw en de Schepenen, midtsgaders de Ouderlingen ende Diaconen van de Stede van Bornmenede, by denselven den 21 Maart laatstleden, seecker appoinctement, aengaende de betalinge ende het onderhoudt van den Predicant aldaer, subreptivelyck is verkregen, als strydende tegens voorgaende Acte

-ocr page 49-

ende Kesolutie van den 6 Oct. 1593 !) dies aeugaende genomen, omme te komen tot kennisse ende verantwoordinge, aen den Ontfanger Jan Commersz. van de Goederen aldaer, specterende tot onderhoudt van de Keroken-dienaers, ende de Inkomsten van dien ghevallen, zedert den laetsten dienst van den voorgaenden Kercken dienaar aldaer: Hebben de Gecomm. Eaden voorn., niet teghenstaende het voorn. Appoinctement van den 21 Maert laetst leden, geordonneert den voorn. Ontfanger Jan Commersz, hem in alles naer de voorn. Resolutie van 6 Oct. 1593 \') te reguleren, ende alle devoir te doen, dat de selve Eesolutie magh worden naer gekomen ende ge-effectueert.

Bonaventura (Land van Stryen). 10 Mey 1595. De Staten enz. hebben geconsenteert en de geaccordeert, dat van den Dorpe van Bonaventura een Dienaer des Goddelijcken Woordts gestelt en gehouden sal mogen worden tot Laste van den Lande, onder al sulcke jaerlijcksen Gagie ende onderhoudt, als de Kercke Dienaers ten platten Lande is geaccordeert, ende dat deselve mede jaerlijcksche Huyshuyr als anderen volgen sal, mits dat een bequaem Persoon al daer gestelt worde, en dat deselve mede gehouden sal zijn hen daer vooren te laten ghebruycken als Schoolmeester, tot stichting ende onderwysirge van de jonge Jeught, onder alsulcken redelijcken Salaris als d\' Ouders met hem sullen overeenkomen.

BromcersJiaven. 2 Aug. 1599. Op bet versoeck van de Gildemeesters van de Cramers, mitsgaders de Kerckmeesters der Stede van Brouwershaven, hebben de Gec. Eaden, Gesien d\' onderrechtinge ende advis van den Ontfanger Jan Commersz, dat alsulcke 5 Gemeten en 14 roeden Landts als gelegen zijn in den Polder van den Bornenbroot, in de jurisdictie van Bommenede, daer af restitutie in desen versocht wort, van \'t aenbeginne der Oorloge in annotatie zijn gehouden tot nodelijck onderhoudt van de Kercken dienst aldaer, ende daer naer tot onderhoudt van de predicanten neffens d\' andere Goederen tot onderhoud van de Predicanten gedestineert, tot noch toe ge-employeert zijn geweest, consenteeren en ordonneren by desen, dat den Supplianten de voorsz. Landen volgen sullen, mitsgaders de inkomsten van dien van den jegenwoordigen ende toekomenden jare, sonder dat van de voorgaende jaren eenige restitutie gedaen sal worden hetwelck bij de Gecommitteerden van de Supplianten is aengenomen en geaccepteert.

Buyckersloot. 1 Sept. 1694. De Eidderschap, Edelen ende Steden van Hollandt ende West- Vrieslandt, representerende de Staten van denselven Lande. Boen te weten\'. Alsoo Burgemeesteren ende Kerck-meesteren van Buyckersloot. gelegen by Amsterdam in Watertandt, sorterende onder het Bailliuwschap van -Mowraicteia?», ons te kennen gegeven hebben, dat sy luydeu, onvoorsien syn van een Dienaer des Goddelycken Woords, ende oock van een Schoolmeester, maer dat de Dienaer van Oostzane, hem somwylen al daer ten dienste presen-

\') Deze resolutie niet gevonden.

-ocr page 50-

46

teert, sonder dat sy luyden eenige middelen hebben, die tot vervallinge van eenige betalinge van dienste, reparatien van de Kercke, ofte onderhoudt van een Schoolmeester sonde mogen dienen; versoeckende daeromme de supplianten geoetroyeert te zyn voor den tydt van 12 jaren, of soo lange ons gelieven sonde, te mogen ontfangen 20 stuyvers van elcke Tonne Biers die by de Tappers aldaer ingeleyt sullen worden; hebben wy in aensieninge als voren de supplianten voorn, geconsenteerd, geoetroyeert ende geauthorineert, voor den tydt van 6 jaren eerstkomende te mogen heffen, ontfangen, innen ende executeren (is het noot) 12 stuyvers van elcke Tonne Biers, die by de Tappers aldaer ingeleydt sullen worden, sonder dat nochtans de selve Tappers, deselve Bieren te hooger sullen mogen verkopen , geraerekt binnen Monnickendarn 25 st. op de Tonne Biers gestelt zyn, ende nochtans de Tappers aldaer hare Bieren niet hooger als binnen Buyckersloot uyt Tappen eude Slyten, midts dat de penningen daer af komende, alleenlyck ten behoeve als boven bekeert en ver-streckt sullen worden, ende dat daer af verantwoord sal worden voor ouse Gecommiteerden als naer behooren; lastende ende ordonnerende een yegelijek dien desen aengaen magh, hen naer het innehouden van desen te reguleren.

Gedaen in den Sage, onder onsen Zegel hier op gedruckt, den ut Supra.

Calslagen. 3 Nov. 1594. Gesien het advis van den Ontfanger Cornelis van CooLWijCK, ende het consent van de Sinodale vergaderinge, laetst tot Rotterdam gehouden, dat JoostSnouckaeht weder in dienst gebruyekt magh worden, en tot Calslagen als ordinaris Dienaer syn onderhoudt als andere Dienaren ten platten Lande soude mogen volghen , hebben daerinne bewillight eude geaccordeert, ordonneren den Ontfanger voorn, de voorsz. betalinge te doen, tot dat anders daer inne sal wesen geordonneert.

Cralingen. 8 Dec. 1583. De Staten enz......hebben goetgevon-

den ende geordonneert, dat binnen den Dorpe van Cralingen mede een Predicant gestelt sal worden eude onderhouden; lastende ende ordonnerende voorts Cornelis van Coolwijck, Ontfanger, den Predicant die tot Cralingen voorn, in dienst sal gestelt ende gehouden worden, betalinge te doen tot f 240 \'s jaers, als andere Predicanten ten platten Lande, van den tydt af, dat de selve in dienst aldaer sal zijn ontfangen, daertoe behoorlijcke Ordonnantiën verleent sullen worden.

Dordrecht. 7 Oct. 1580. De Staten enz. gehoort hebbende\'t rapport van de groote kosten die by de Predicanten binnen Dordrecht ghedragen moet werden, overmidts de doortocht van de Predicanten by de welcke den dienst binnen Dordrecht wert waergenomen, tot wederseggen van de Staten, sullen genoten werden 1200 guld.\'s jaers die voor vier Predicanten waren geaccordeert, souder \'t selve te trecken in consequentie, ende midts dat in gevalle van vier Pre-

-ocr page 51-

47

dicauten aldaer, de selve boven de voorn. 1200 guldens niet genieten sullen.

11 Jtmy 1588. De Grec. Eaden enz......ghesien hebbende het

advis van den Outfanger Coknelis va.n Coolwijck, hebben ten aensien van de vermeerderiughe van de Gemeente ende den dienst Godes binnen de Stadt Dordrecht, ende de qualiteyt vau 1). Jeremxam Bastagio , (Bastiugium) mitsgaders de lasten die by hem moeten gedragen werden, ende oock omme eenighe andere goede insichten ende respecten, verklaart ende geconsenteert, dat uyt de Goederen eude Inkomsten van wegen het ghemeene Landt tot onderhoudt van de Predicauten gedestineert, tot onderhoudt van den vierden Predicant binnen de Stadt Dordrecht, met de somme van 400 ponden uytghe-reyckt ende betaelt sal worden, als by de andere drie Predicauten aldaer worden ghenoten, innegaende den thienden der voorledene Maendt van Mey; ordonnerende deu Ontfanger Coolwijck voorn., ofte andere in der tydt wesende, de vooraz. 400 ponden jaerlijcks uyt te reycken ende te betalen, tot dat anders daeriune sal wesen voorsien ende geordonneert ende sonder dat het selve eenighsints\'in consequentie sal mogen getrocken werden enz.

26 Sept. 1589. Op \'t versoeck van Jeremias Bastingius , Dienaer des H. Evangelii tot Dordrecht om te hebben eenige extra ordinaire subsidie, in aensien van sijn groote laste ende aenval, eude dat deselve binnen de 4 jaren in zijn dienst tot Dordrecht over de 800 ponden ten achteren heeft geteert, de Staten van llollandt aenmer-ckende de jegenwoordige gelegentheyt der saecke binnen de Stadt Utrecht, aengaende de Eeligie, hebben raedtsaem bevonden die van Utrecht te doen versoeeken, den voorn. Bastingius , overmidts sijn goede moderatie, voor seeckeren tijdt aldaer in dienst te versoeeken , ende te laten gebruyeken, ende middeler tijdt een van hare Predicauten tot Dordrecht te schicken, of daer \'t selve by de Staten geordonneert sal worden, ende soo verre die van Dordrecht daer in bewilligen sullen, dat in dien gevalle den voorn. Bastingius extra ordinaris eens toegevoeght sal worden de som van 300 ponden van 40 gr.

Den 28 September is Ordonnantie verleent ter somme van 200 pond op Coolwijck, voor \'t eerste, door dien Bastingius verklaert heeft, te vreden te zijn, hem tot dienst van den Lande ende der Kercke, als in desen te laten gebruyeken.

5 April 1596. De Gec. Eaden, hebben op \'t versoeck van die van Dordrecht ten aensien van den ouderdomme en indispositie van eenige van de 4 predikanten in de Duytsche Kercke aldaer, geconsenteert, dat een bequaem Persoon als Kerckendieuaer aldaer noch aengheno-men ende ghebruyekt sal moghen worden tot laste van deu Lande.

27 Mey 1598. De Gec. Eaden enz. hebben in aensieniuge van

-ocr page 52-

48

haer voorgaende resolutie van 5 April 1596 , dat Johannes Dibbits als 5de predicant binnen Dordrecht, befalinge, jaerlycks als de andere predicanten aldaer gedaen sal worden van 500 ponden van 40 gr. het pondt, ingaende 14 Nov. 1597 laetstleden, dat de selve aldaer in dienste is beroepen, eu hebben voorts geaccordeert 150 ponden munte als voren, in aensieninge van de onkosten by de predicanten en ouderlingen dies aengaende gedaen en geleden.

Geertrv.ydenherg-Heusden. 28 Dec. 1595. De Gee. Kaden enz. hebben op \'t versoeck van Johannes Bisschop, Dienaer des Godde-lycken Woordts tot Geertruydenhergh, ende Coenelis Martinii, Kercken-üienaer tot Hemden, om te mogen genieten tot haerluyder onderhoudt elcx 100 ponden van 40 gr. \'t pondt jaerlijcx, volgende de generale resolutie, boven de 400 ponden die syluyden uyt d\'inkomsten van de Geestelijcke Goederen in de Quartieren aldaer respective genietende zijn, ende dat dezelve 100 ponden jaerlijcx betaelt souden mogen worden uyt den Comptoire van Cornelis van Coolwijok , gesieu d\'onderrechtinge ende advis soo van den Curateur van den Sterfhuyse van sijn Excell. H. M. ende die van Geertruy-denbérge, op \'t versoeck van den voorn. Johannes Bisschop, als quot;t advis van den Ontfanger Nicolaes Blanckaert aengaende den voorn. Kercken-dienaer tot Beusden, verklaert ende geordonneert, dat de voorsz. 100 p. jaerlijcx soo wel tot behoef van den voorn. Kercken-dienaer tot Geertruydenhergh als binnen Hemden, by den ontfanger Cornelis van Coolwijck voorn, uytgereyekt ende betaelt sullen worden, ingaende den 1 January 1594.

Geervliet. 1 Nov. 1580. De Staten enz. gehoort hebbende \'t rapport van haer Gec., ende rypelijck gelet hebbende op \'t beleyt ende den Staet van de inkomsten en lasten specterende tot de Canonesie, eertijdts gheweest hebbende binnen de Stede Geervliet-, daar op gehoort zijnde soowel de gene die tot Geervliet voornoemt als tot Haerlem haer residentie zoude mogen houden, hebben de Staten tot vorderingh ende onderhoudt van Godes Leer ende Woordt binnen de voorn. Stede Geervliet et de de Dorpen daer onder gelegen, verklaert ende geordonneert, dat uyt de gereedste inkomsten der voorsz. Goederen, sonderlingh in aan-sieninge van de Memorien, Pastoryen ende Vicarye — Goederen die daer onder zyn begrepen, jaerlycx tot behoef van den Predicant Schoolmeester, ende Coster binnen Geervliet voornoemt, midtsgaders tot reparatie van de Kerck aldaer, by den Ontfanger van de selva Goederen in vier termynen, t\' elcken termyn een vierde part van dien, uytgereyekt ende betaelt sal worden in handen van Jan Commersz, Ontfanger, met kennis van den Ontfanger Cornelis van Coolwyck, de somme van 600 pond van 40 gr., ende voortsjaerlijcx 400 gelijeke ponden in handen van den voorn, ontfanger, tot behoef van de Predicanten die in dienst in den Lande van Putten gehouden worden, ingaende de betalingh van de voorn. 1000 ponden sjaers, den 1 January 1579 , ende geduyrende jaerlijcx, tot dat by de Staten anders daer in sal wesen voorsien ende geordonneert; ordonnerende voorts de Staten voorn, den Ontfanger

-ocr page 53-

49

Jax Commersz voorn., van \'t voorsz. Capittel vau Geervliet de voorsz. 600 ponden s jaers uyt de ghereedste goederen ende Inkomsten voorsz. te laten volgen ten behoeve ende onder behoorlijek acquijt van den Predicant tot Geervliet, ter somme van 300 ponden muntals vooren, behalven \'t gunt by hem voor Huyshuyr betaelt moet worden; tot behoef van den Schoolmeester ende Coster jaerlijcx t\'samen de somme van 100 gelijcke ponden, ende de resterende penningen de Kerck-meesters van Geervliet voorn, tot reparatie van de voorn. Kercke; ende voorts de resterende 400 ponden tot behoef van de Predioanten in den voorsz. Lande van Putten, midts dat deselve Jan Commersz. gehouden sal zijn van de voorn. 1000 ponden \'s jaers te verantwoorden met de andere penningen van sijnen ontfangh, in handen van den Ontfanger Coolwyck als na behooren; ende ten eynde deze ordonnantie van de Staten in alles mach worden volkomen ende ge-ëffectueert, lasten ende bevelen de Staten voorn, den Ontfanger van de Goederen van \'t Capittel van Geervliet voorn, de voorsz. 1000 ponden s jaers in handen als vooren uyt te reyckeu ende te betaelen, niettegenstaende oppositie ter contrarie.

25 Mei 1581. Op het versoeck van Burgemeestereu en Eegeerders der Stede van Geervliet, oramc te hebben betaalinge uit de Inkomsten van de Canonisye, Pastorye en Vicarye van Geervliet, tot behoef van den Predicant, Koster en Schoolmeester aldaer, agtervolgende de .Resolutie van de Staaten van den 1 Nov. 1580, is geordonneert agter-volgende dien, den Ontfanger Jan Commersz. , andermaal te beveelen den voorschreve Predicant, Koster en Schoolmeester betaalinge te doen, agtervolgende de voorschreeve Resolutie.

25 April 1584. Aengaende de Goederen, gekomen van de Capittele tot Geervliet, en d\' administratie van dien, is by de Staten geresolveert, dat in de plaetse van Mr. schipio Bovetius , overleden, geene andere Ontfanger over de selve Goederen gestelt sal werden, maer dat Cornelis van Coolwijck , Ontfanger van de Geestelijcke Goederen, met den eersten des doenlijk zynde sal recouvreren behoorlijcke Staet van de Inkomsten ende lasten van de Goederen van den Capittele voornoemt, ende deselve de Staten overleveren, om voorts op het onderhoudt van de Capitulairen en d\' administratie van de voorsz. Goederen voorsien te mogen werden als nae behooren, sonder dat middeler tydt de voorsz. Capitulairen sullen mogen procederen tot verkopinge ofte verhuyringe van eenige Thienden der selver Goederen, dan ten overstaen van den voorn. Ontfanger Coolwijck.

8 Juny 1584. De Staten enz. aenmerckende dat de Landen ende Thienden van de Canonisye tot Geervliet genomen , met den eersten verhuyrt sullen moeten werden, daer af de Huyren zijn expirerende; endeten eynde \'t selve ten meesten profijte mach gheschieden, hebben ge-committeert en geauthoriseert, Cornelis van Coolv\\ i.tck (die aireede behoorlijke Staet door last van de Staten voornoemt van de voorsz. Goederen heeft gemaeckt) ter presentie van den Gerechte van de

4

-ocr page 54-

50

plaetse eiule ook van de Capitulairen, die al daer jegenwoordigh sullen begeeren te wesen, te procederen tot verhuyringe in \'t open-baer van de voorz. Landen ende Thienden, ende tot dien eynde de Billetten daer af in tydts te doen affigeren, ende de Staten van alles te doen rapport, omme voorts op den ontfaiigh der selver Goederen voorsien te mogen werden als naer behooren.

14 Aug. 1598. De ontvanger Cornelis van Coolwyck door de Gecomm. Eaden geordonneert om uit de inkomsten van de goederen gekomen van den Capitlele tot Geervliet, te betalen aan Kerekmees-ters aldaer, zoo wel de 170 ponden (175) reeds verschenen en nog te verschijnen , als de 100 ponden \'s jaers ten behoeve van den predt. Jon an Taffin geaccordeert.

19 Nov. 1598. Het tractement van Nicolaes Nicolai predt. te Geervliet, bedragende 400 ponden, verhoogd met ƒ50— en met de verdere verhooging ten aensien van de menigte der kinderen.

Goedereede. 31 Oct. 1594. De Staten enz. hebben by desen geordonneert dat Abraham Jansz. als Kercken-dienaer tot Goedereede, voor synen dienst en onderhoudt sal genieten jaerlijcks 500 ponden van 40 gr. het pondt, sullende de Ontvanger Joiian Commersz. het selfe uytbetaelen t\'elcken drie maenden een vierde part; sullende de voor-sieninghe in de Huys-huyr blyven by die van Goedereede.

13 Nov. 1596. De Gec. Eaden enz. wijzen af het versoeck van dis van Goede.reede om Huyshuyr voor den predicant Abraham Jansz., alsoo hem /quot;500— s jaers zijn geaccordeert, mits dat de Suppl. hem van eene Woonplaetse sonde voorsien.

Gornichem. 10 Aug. 1575. Op het versoeck van de Gecommitteerden tot den Ontfangh van de Geestelycke-Goederen binnen Gornichem, is tot behoef ende onderhoudt van de Kercken-Dienaren, Schoolmeesters ende andere Eeparatien der Kercken aengaende, gepasseert Ordonnantie op Michiel van Beveben , ter somme van 250 ponden 17 schellingen , 6 deniers van veertigh grooten, over twee halve jaren Eente, verschenen Gorsmisse 1574 en St. Jansmisse 1575, die\'t Capittel binnen Gornichem, op de Domeynen sprekende heeft.

15 July 1581. De Staten enz. hebben voorts verklaerdt, dat uyt de Inkomsten van de Goederen van \'t Capittel te Gornichem, by die van Gornichem voortaen niet meer verstreckt zal mogen worden nochte ghelicht, dan de somme van ses honderd guldens tot behoef van de twee Predicanten aldaar.

1 Nov. 1595. De Gec. Eaden enz. gesien seecker schryvens van Jasper van der Veler , Secretaris der Stede van Gornichem, van den 19 Oct. 11., aen den Ontfanger Cornelis van Goolwijck, daer by hy deuselven adverteert dat de rantsoenen van de verpachte gemene

-ocr page 55-

51

Middelen aldaar by de Magistraten aldaer voor desa reyse in gehouden werden tot betalinge van de Predicanten aldaer, overmits de Kercken-Goederen, daer toe gedestineert, verdroncken waren, behalven de groote onkosten die aen de Dyckagie aldaer gedragen mosten werden , en daerom niet en hadden mogen voldoen de Assignatien by den voorn. Ontfanger Coolwijck, ten behoeve van seeckere Gaarders op hem gedaan, hebben geordonneert te rescriberen, dat alsoo de voorz. Assignatie gedaen is tot betalinge van seeckere onkosten in \'t stuck van de nieuwe Inlage, over den Dorpe van Brandtwijck ende \'t comptoir van deu voorn. Ontfanger Coolwijck, soo sear belast zynda, de voorsz. rantsoenen niet en behooren onttrocken te werden sender consent en Ordonnantie van de Heeren Staten, ende uyt de Inkomsten van de Canonesien aldaer, de Predicanten binnen Gornichem wel ten vollen betaalt kunnen werden, immers in allen gevalle by dan voorn, van Gornichem uyt haerluyder eygen Middelen daer in behooren voorsien te werden sy luyden daarom de penningen komende van de voorsz. rantsoenen, willen laten volgen aan den voorn. Coolwijck, tot dat by de Heeren Staten anders daer iiv.sal wesen voorsien , en sulcx van alle andere nieuwigheyt dien aengaende te desisteren, ende oock in andere saecken middelertijdt, ten eynde de Heeren Staten niet genootsaeckt zijn andersints daartegans te voorsien als na behooren.

der Gouda. 26 Nov. 1574. Alsoo meede tot Kenuisse van de Staatan ge-koomen is, dat op het Stadhuis binnen der Gouda, eu binnen andere Plaatsen, aldaar seekere Karkelyke Goederen an Ornamenten gevonden worden, sonder dat deselve ter behoeft van de gemeena saake als nog bekeert , of verstrekt zyn; zyn gecommitteert de Kerkmeesters van de Parochie Kerk binnen der Gouda, om alle da Meubelen , Goederen en Ornamenten van de Kerken, Conventen en Kloosteren aldaar, die sy sullen weeten te bekoomen, tot de Kerkendienst gespecteert en behoort hebbende, aan te moogen vaarden en verkoopen, en de penningen daarvan p\'-ocedeerande, bekeeran tat betalinge van de Predicanten aldaar, daar af nemende behoorlyk acquit, en deselve overleeverende in handen van den Ontfanger van de Geestelyke Goederen aldaar, ten einde daar af behoorlyk verantwoord mag worden in reekeninge; ordonneerende de Magistraat aldaar, de voorschreeve Kerkmeesters daartoe alle hulpe en vorderinge te doen, des versogt zynde.

6 Sept. 1581. De Staten enz. hebben, tot onderhoudt van de Predicanten verklaardt ende geordonneert, dat de Inkomsten van de Vicarye, gefundeert op het Kasteel van der Gouda, en laatst gepos-sideert ende outfangen by Mr. Counelis Gillisz. Deecken ter Gouda tot den 24 December 1579 , der dagh sijner overlyden inclnys, die daer na gevallen zijn, ende noch vorder sullen verschijnen mogen ende namentlyck de Eente van 25 ponden van 40 grooten sjners daer toe specteerende, spreeckende op de Graeffelyckheydt van Hollandt. ofte op de Domeynen ter Gouda, onder het Comptoir van Noord hollandt by den Onfanger Coolwyck voornoemd ghelicht, en verstrackt sullen

-ocr page 56-

52

worden tot onderhoudt van de Predicanten; ordonnerende daerom de Staten den Eentmeester van de Domeynen van Noord-Hollandt, ende syner Gecommitteerde, ende alle anderen (des uoodigh zijnde) hun daer na te reguleren, ende den voorn. Ontfanger Coolwyck de Inkomsten van de voorz. Vicaryen, als boven, te laten volgen onder syne Brieven van acquit als naar behoren; ordonnerende voorts die van de Reeckeuüighe in Hollandt, hetselve in reeckecinge te passeren, niet tegenstaende eenige Verklaeringe ofte Eesolutiën ter contrarien.

der Gouda. 9 Dec. 1594. Ahoo wy noodigh bevonden hebben dat de beloften, ghedaen van een bequamen Dieneer binnen der Gouda te stellen ueveus Hermanium Herberts, Kercken-Dienaer, naerghekomen ende voltrokken werde, ende het selfde niet langer uytgestelt ofte opgehouden, ten eynde by gebreecke van dien den dienst van de Kercke aldaer niet meer verachterd werde; ende wy niet en verstaen, dat den dienst van eenen mr. Lucas , Eector tot Schiedam, daertoe snffisaut is, den welcken Uwer E. nochtans (niet tegenstaende hy als noch geexamineert is) altemet laten predicken by provisie, hoewel wij niet en verhopen Uwer E. meeninge te zyn, sulcks de onze oock niet en is. den voorn. mr. Lucas, als Kercken-Dienaer aldaer te doen aennemen ende laten gebruyeken, gemerekt hy daertoe niet bequaem ghenoeghsaem nochte gequalificeert werdt bevonden (als een Nienwenlingh zynde die noyt heeft gedient) omme de Kercke aldaer in ruste, vrede, ende eenigheydt te helpen stellen ende onderhouden, ende daertoe. Personen van meerdere gaven ende ervarenheydt in de Kercker. saekeu vereyscht\'worden; hebben Wij Uwer E. by desen wel willen versoecken, hem van den verderen dienst van den voorn. mr. Lucas te willen ontslaen.

Ende vorder gelet hebbende op het beste middel, omme de Kercke aldaer ten eersten (des doenlyck zynde) in gelijcke formige, ordre, ende eenigheydt te brengen , in den dienst der Kercke met de anderen Steden, is by desen onsen ernstige versoecke ende vermaninghe tot de beroepiughe van Johannes Andelem ofte Nobelii te willen verstaen, sonder oock op het aennemen van Johannem Petri langer te verwachten, dewijle hij in syne beloften soo dickmaels heeft ge-faelgeert, ende mede in desen Quartiere niet wel bekendt is; ende soo verre Uwer E. den voorn. Johannem Petri in dienste aldaer soude willen begeren, daer benevens den voorn. Anueleum te willen beroepen, ende mede ia dienste aldaer laten gebruyeken, ghemerekt van twee Dienaren (soo wy verstaen) nevens den voorn. Hekmancs te gebruyeken, vermaent is geweest, ende dat deselve aldaer oock wel noodigh zyn; ende of de voorn, beroepinge noch voor liet eerste absolutelijck egeenen voortgangh soude willen nemen, dat Uwer E. een ofte twee Dienaren nyt Hollandt versoecken willen by leeninge, aldaer tot assistentie vau den voorn. Hekmanus voor het eerst in dienste der Kercke ghebruyekt te worden, opdat den selven Hermanus hem daermede in synen dienst mach dragen ende quyten, volghende syne beloften, ende middelerlydt den wegh te beter gheopent werde,

-ocr page 57-

\'ui • I

53

/(

omme absolute Dienaren van de Kercke aldaer te bekomen. Wij

sullen aen onser syde de liandt daer aen houden, dat de voorn. ,

Dienaren by leeninge sullen mogen werden bekomen, waer op Uwer

E. wel sullen gelieven te letten, ende ous met den eersten UwerE.

goede meeninglie te adverteren, omme voorts den dienst van de

Kercke aldaer ge vordert te mogen werden naer behooren.

Zyn dese Brieven geschreven den laatste Dec. ISOi, en den 3 January daer aen gelevert aen Uytenbogaekt omme door de Ge-commiteerden van de Kercke bestelt te worden.

Goudriaen. 3 Nov. 1583. Op het versoeck van den Heere Johax .

Heere van Schagen, Barciiooet enz , is achtervolgende dien gere-solveert. De Staten van Hollandf. hebben tot vorderinge van den dienst Godes verklaert ende geaccordeert, dat de Landen ende Goederen,

speoterendö tot de Pastorye van Goudriaen, groot omtrent 20 Margen,

ende jaerlijcks uytbrengende omtrent 10 ponden van 40 grooten, by dsn Remonstrant alhier sullen mogen werden ontfangen ende gead-ministreert, ordonnerende den Ontfanger Coolwijck, syne handen daer af te trecken, ende den Remonstrant claermede te laten bewor- \'

den, mits dat den selven Remonstrant gehouden sal syn de selve inkomsten te laten volgen tot onderhoudt van een Predicant, die eerstdaags tot Goudriaen voornoemt met beroepinge van de classe in de Quartiere aldaer gestelt sal werden, ende dat voorts denselven Remonstrant op \'t onderhoudt van denselven Predicant buyten kosten van den Laude sal doen voorsien als nae behooren. 1

N.B. Den 10 Nov. 1582 is desen nytgestelt, tot dat op de sake |

van de Kercken-ordeninge sal wesen geresolveert.

Is dessn uytgestelt, tot dat geueralijck daer inne sal wesen voorsien en geordonneert.

\'s Gravenhage, 16 Aug. 1580. De Staten enz. hebben in aensieninge van de diensten daer mede de Predicanten binnen den Hage alhier L

zijn verswaert in \'t Predicken van drie mael ter week in de Gapelle op \'t Hof in den Hage, boven haer voorgaende ordinaris diensten, dat mede by deselve Predicanten meerder lasten als andere Predicanten uyt verscheyde Plaetsen aen de Staten voorn, wert gedaen, op het versoeck van de selve Predicanten alhier in den Hage, de selve tot haerder onderhoudt elcx gegnnt ende geaccordeert, gunnen ende accorderen by desen de somme van 60 ponden van 40 gr. \'sjaers,

uyt d\'inkomsten gekomen van de capittelen van den selven Hove,

ende dat boven haer ordinaris onderhoudt van 300 guldens \'sjaers,

elcx te vooren geaccordeert; ordonneren daerom den Ontfanger van 1 ,

de Goederen van \'t selve Gapittel, de voorn. Somme van 60 ponden elcx van de Predicanten jaerlijcx uyt te reycken in 4 termynen, soo langh de selve Predicanten in dienste in \'t capittel voorn, verswaert sullen zyn, en aldaer geemployeert sullen worden, sender \'t selve eenighsints te trecken in consequentie.

1

Mey 1584. Alsoo de Staten enz. verstaan hebben, dat eenen i

-ocr page 58-

54

Petrus Bellius Faber, Dienaer geweest zynde tot Zutphen, ende jegemvoordigh wesende binneu dm Hoge, seer bequaem werd gevonden, soo overmidts syne geleertheydt, als de goede ervarentheydt, omme als Hof-Prediker binueu den Ilage, aengheuomen ende gebruyckt te werden, ende dat daer af goede vruchten souden staen te verwachten ; hebben de Staten voorn, op goede hoope dat de Raden ende Suppoosten van den Hove binnen den Hage in het gehoor van de Predicanten op het Hof aldaer al sulcke exempelen ende Voorgangers sullen wesen, dat daer van de vruchten ter eeren Godes, goede voortgangh van Justitie, ende de vermeerderinge van de kennisse Godes sal vernomen werden; hebben versocht ende ge-committeert den President ende Raeden Provinciael van Hollandt, omme met den voorn. Petbüm Bellium te handelen ende te overkomen op \'t rapport ende believen van de Staten, op de Conditiën hier naa volghende; te weten: dat den voorn. Petrus Bellius als een derde Predikant binnen den Hage sal gehouden werden; onder den Tractemente van 400 ponden van 40 gr. te betalen uyt de Inkomsten van de Capitulairen op het Hof in den Hage voorn., alsoo de selve eertydts daertoe zyn gedestineert, al eer de selve aen de Domeynen zyn ge-eygent, waer voor den selven Predikant gehouden sal zyn vier dagen ter weecke, als Dinghsdaghs, Woensdaghs, Don-derdaghs, ende Vrydaghs in de Capelle op het Hoff voorn, te prediken , pressise des Somers \'s morgeus ten seven uyren, ende \'s Winlers tot acht uyren, su\'cks tot noch toe is gedaen , ende dat daer en boven den voorn. Bellius mede des Sondaghs in de groote Kercke per vices met de andere Predicanten sal moeten prediken, ende in \'t gemeen de siecken besoecken, als by daer toe sal zyn versocht, mits dat den selven Bellius betalinge gedaen sal werden van den dienste, die by hem te voren in den Hagè sal zijn gedaen.

13 Maart 1585. De Staten enz. hebben in aensieninge van de Diensten van de Predicanten alhier binnen den Hage: Ende omme op haer luyder onderhoudt te wercken als naer behoren, verklaeit ende geordonneert, dat van dato van den ingangh des Dienst van Petro Everardus, als Dienaer des H. Evangelii, alhier binneu den Hage, den voornoemden Dienaer, mitsgaders syneu broeder (Bernard) ende mede Dienaer, elcks \'s jaers genieten sullen 300 ponden van 40 gr. nyt den comptoire van Willem Hanneman , als Ontfanger van de Goederen van den capittel op het Hof alhier in den Hage, daertoe behoorlijcke Ordonnantie verleent sal worden; belastende voorts de Magistraten van den Hage, de voornoemde Dienaren, elcks tot laste van die van den Hage, van behoorlijcke en bequame Huysingen daer en boven te voorsien, ofte soo veel penningen , daer voren te laten volgen, daer mede sy hem van bequame Huysinge self voorsien sullen mogen.

(Die van Rotterdam verklaren, dat de Dienaren aldaer mede vau ghelycken genieten sullen).

29 Od. 1585. Op het versoeck van den Kerckeu-Raedt alhier

-ocr page 59-

55

binnen den Hage, omme te hebben Libertium Fraxikum , als een derde Predicant binnen den Hage, onder de Gagie van f 400— \'sjaers, uyt de Inkomsten van den Capittele op het Hof alhier in den Hage-, in aensieuirge, dat omtrent anderhalf jaer geleden, Petkus Gellius als derde Predicant onder ghelijcke Gagie was aengenomen, hebben het voorz. versoeck geconsenteert, die van Delft, Leyden, Amsterdam, Rotterdam^ Bridle, Enckkuysen ende Edam, ende snlcks de meeste Stemmen, souder dat het verder versoeck aengaende de vrye Huyshuyr is geconsenteert tot laste van \'t Landt, maer dat die van den Rage, daer op, als die vau de andere Predicanten, sullen voorsien.

20 Sept. 1586. Op \'fc versoeck van Kerckmeesters van de Parochie Kerck alhier (in den Hage), omme te hebben contentement van 854 ponden van 40 gr., uyt saecke van \'t verloop van seeckere Renten, ghevallen zedert den jare 72, is geappostilleert

De Staten enz. verstaen dat de voorz. 854 ponden betaelt sullen worden by den Ontfanger Generael Cornelis van Mierop , te weten 300 ponden Kersmis toekomende, ende de rest binnen 2halvQja\'ren daer na, by egale portie.

13 Oct. 1586. De Staten enz......hebben verklaertendegeordonneert,

dat soo wel voor den derden Predicant in den Hage van den ingangh af sijnder dienst als voor de twee andere jaerlijcx elcx 50 ponden van 40 gr. van wegen het gemene Landt by den Ontfanger Gobnelis van Cooi/wyck betaelt sal worden, midta dat daertoe behoorlijcke Ordonnantie sal worden verleent; zoo verre deselve Predicanten daer mede van geen bequaeme Huysinge souden kunnen voorsien. de Remonstranten hen diesaengaende addresseren sullen aen de Magistraten van den Hage, ten eynde by hen op de vordere Huyshuyr voorsien magh worden als na behooren, daer toe de Staten verstaen dat de voorz. Magistraten wel gehouden zijn, ende oock goed-.3 middelen hebben, ende oock aeu de selve Magistraten geschreven sal worden.

9 Maart 1590. De Staten enz. hebben op voorgaende beroepinge ten versoecke van syn Exc. ende de Staten voorn, ghedaen, by die van de Kercke alhier binnen den Huge, van de Persoon van Joiianxes üytenbogaert, als Dienaer van \'t H. Evangelii, om seeckere goede insichten ende respecten gegunt ende geaccordeert, dat den voorz. Dienaer tot laste van den Lande jaerlijcx in vier termynen uytghe-reyckt ende betaelt sal worden de somme van 500 ponden van 40 gr., voor syn voorn, diensten alhier, ende noch 100 ponden \'sjaers voor sijn Huyshuyr, midts dat deselfe Johannes, ter vermaninge van sijn Exc. of de Staten daer voor mede gehouden sal zijn te predicken in \'t Eranchois in de Capelle van \'t Hoff alhier, daer op die van de Kercke met den voorn. Johannes zullen mogen handelen ende overkomen.

14 Maart 1590. De Staten enz. verstaen hebbende dat Johannes

-ocr page 60-

56

Uytenbogaert, Dienaer des H. Evangelii, van de Kercke tot Utrecht verlof ende afseheyt heeft gekregen, ende bevindende dat sijn dienst al hier binnen den Hoge seer aensjenaem ende nodigli is, hebben ernstelyck versocht ende vermaent, de Ouderlingen van de Kercke alhier in den Ilaye, op nauoen den Kerckenraedt dies aengaende voor te houden de goede meyninge ende begeerte van de Staten, sulcx dat den voorn. Johannes alhier tot dienst van de Kercke voorn, ende tot laste voor den Lande mach werden beroepen, ende deselve Kercke voor andere daer af ghedient mach worden.

3 Juny 1594. De Gec. Baden enz. ten aensien dat de Kercken-dienaren alhier in den Hage, extraordinaris veel kosten ende lasten draghen moeten, boven alle andere Kercken-dienaers binnen de andere Steden ende Plaetsen der voorn. Landen, door het menigh-vnldigh vervolgh van verscheyde Dienaren van de Kercken, hare Weduwen, Kinderen en andere Persoenen, aen de Heeren Staten ende hare Gecomm. Raden voorn., dat oock binnen den Hage alle Behoeften kostelijeker zijn als in de andere omleghende Plaetsen, sulcks dat de selve Kercke-dienaers van den Hage, boven anderen daer inne beswaerdt zijn, hebben verklaert ende gheconsenteert, dat voortaen de Kercken-dienaren van den Haghen, elcks jaers extra ordinaris, ten respecte van de voorschr. lasten, moeyten ende kosten, van het gemeene Landt genieten sullen 100 p. van 40 gr. het pondt, meer als andere Kercke-dienaren binnen de Steden, ordinaris tot 500 ponden \'sjaars is gheaccordeert, ofte toeghevoeght sal worden, midts dat die van dm Hage, mede tot behoef van de voorn. Kercken-dienaers, uyt eenige haerluyder Middelen eude Inkomsten, daer en boven de selve in aensieninge als vooreu, een redelijcke subsidie toeghevoeght ende accordeeren sullen, ten eynde Sylnyden naer haerluyder Ampt de voorschr. lasten, sonder haerluyder verachteringe verder mogen helpen dragen, ende oock in haren dienst elcks hen naer haerluyder beroepinghe quyten als het behoordt; ordonnerende over sulcks den Ontfanger Cornelis van Coolwyck, of die in der tydt wesen sal, de vier Kercken dienaren van den Hage, indertijdt wesende, elcks de voorschr. 100 ponden \'sjaers te betalen, inne-gaende den eersten Maart, ende dat boven de 300 ponden ordinaris, ende 100 ponden extra ordinaris, de teghenwoordige Kercken-dienaren Barnardus, Vetras ende Trappinus, te weten de twee eerste, op den Oomptoire van den voorn. Ontfanger Coolwyck genoten hebben, ende Trappinüs uyt de Domeynen van Noordt-Hollandt, ende oock de 100 ponden sjaers, die deselfde ordinaris op den Comptoire van Noordt-Hollandt zijn ghenietende; ende aengaende Johannes Uytenbogaert, boven hetgundt hij op den voorn. Comptoire van Coolwyck, uyt saecke van syne diensten alhier, soo in de Duytsche als Fransche Kercken, is ghenietende.

14 Nov. 1594. Is gheresolveert, dat op voorgaeude Appoinctement van den 3 Juny laetst leden, de 4 Kercken-dienaren alhier in den Haghe, elcks /SO— by den Ontfanger Coolwyck uytgereyekt sullen

-ocr page 61-

57

worden, midts dat het inhouden van denselven Appoinctemeut werde ge-effectueert.

10 Jan. 1596. De Staten enz. consenteren ende accorderen iiy desen dat Petrus Evehardi, Kercken-dienaer binnen nGravcn-Hags boven de 50 ende 25 ponden, die hij jaerlijcks voor syne Huyshuyr is genietende van wegen het gemeene Landt jaerlycks noch Ontfangen ende genieten sal de som van 50 ponden van 40 gr. het pondt.

16 July 1596. Igt;e Gec. Raden enz. accorderen by desen aen Liborius Fraxinüs , predicant in den Hage, boven de 50 en 25 ponden, die hij jaerlycks voor syn Huyshuyr is ghenietende, mede van wegen het gemeene Landt noch 50 ponden van 40 gr. vl. het pondt, ingaende 1 Oct. 1595, soo als aen Petrus Everardi is geaccordeert.

\'s Gravensande. 20 Fehr. 1580. De Staten enz......gesien hebbende

den Staet van de Goederen ende Inkomsten gekomen van het Bagynhof te \'s Gravensande, bedragenden 267 ponden 6 Schell. 6 den., daer uyt gaende jaerlycx 10 ponden, voor de alimentatie van de Bagynen 136 ponden \'s jaers, blyvende suyver 131 ponden 6 Schell 6 den., ende de 31 ponden voor quade schulden; ende gesien hebbende \'t advis van den Ontfanger der selver Goederen, hebben d\'inkomsten van dien gegunt ende geaccordeert, tot behoef van den Armen tot \'s Gravensande, in de plaets van de Goederen die deselve Armen eertydts uyt het Gasthuys aldaer ontfangen hebben; wel verstaende dat de suppl. daer voor al uyt betalen sullen \'t jaerlycx onderhoudt van de Conveutualen, geaccordeert, wesende als noch 7 in getal, ende voorts dragen de lasten daer uyt gaende; dat mede uyt d\'inkomsten der voorz. Goederen, nadat de Bagynen sullen syn afgestorven, jaerlycx tot onderhoudt van den Predicant aldaer uytgereyckt sal worden de somme van 75 ponden van 40 grooten, waer op behoor-lijcke Brieven van Octroy verleent sal mogen worden.

Haerlem. 1 April 1577. Beroerende \'t Bossche van de Stadt Haer-lem,, of men die plaetse van dien in erfpacht soude mogen uytgeven, \'t Landt daer af mede, hebben de Staten verstaen, dat het voorn. Landt in pacht sal moghen worden uytgegeven, midts dat de pro-fyten daer af komende, by de Kerckmeesteren van de Kercke van Baeckenesse binnen Haerlem, tot behoef van de reparation derselver Kercke, en t\'onderhondt van den Predicant, Koster en Schoolmeester aldaer sullen werden ghe-employeert, sonder dat de Inkomsten van dien onder den ontfanger van de Domeynen sullen sijn begrepen.

1 April 1577. Aengaende de Remonstrantie van Hans Colterm an, Bentmeester van Kennemerlandt, eerst op de continualie van het selve Officie, hebben de Staten verstaen , dat den selven Rentmeester daer inne sal continueren, ende is voorts gheordonneert, te schryven aen die van de Kamere van de Reeckeninge dat syluyden den voornoemden Colxerman met alle bequaeme weghen ende middelen sullen assi-

-ocr page 62-

58

steren, omme te mogen recouvreren alle Biafffaerden, Stucken ende Munimenteu, die tot den ontfangh van de Domeynen van Kennemerlandt sullen mogen dienen en specteren, oock by wegen van constrainte ende executie, is \'t noot; Dat voorts denzelven Ontfanger binnen Haerlem syue residentie sal moghen nemen midts verantwoordende van synen voorgaenden Ontfangh, ende administratie, daer, ende alsoo\'t behooren sal. Beroerende \'t Bossche van de voorschreve Stadt Haerlem, of men die plaetse van dien in Erfpacht soude mogen uytgeven, \'t Landt daer af mede; hebben de Staten verstaen, dat het voornoemde Landt in paohte sal moghen werden nytgegeven, midts dat de proffyten daer of komende, by de Kerckmeesteren van de Kercke van Baekenesse binnen Haerlem, tot behoef van de repa-ratien der selve Kercke, ende \'t onderhoudt van den Predicant, Koster en Schoolmeester aldaer sullen werden ghe-employeert, sonder dat de Inkomsten van dien, ouder den ontfangh van de Domeynen voornoemt sullen zyn begrepen. Noopende de betalinge van de Renten uyt de selve Domeynen, dat generaelycker daer inne sal voorsien werden.

29 Julii 1580. Op \'t poinct van de beschryvinge aengaende het different van die van Haerlem, hebben de Staten in de uytspraeck van sijn Exc. ghecousenteert uytghesondert het 2e poinct, de Geeste-lijcke Goederen binnen eu buyten iZacrZm , daer af by die van Ifaér/e»» voorn, pertinenten Staet alvooren sal gelevert worden in handen van de Staten, om deselve gesien, na voorgaende rapport daer in by de Staten voorsien te mogen worden na behooren, om welcke Staet te maecken de Staten, des versocht zynde, eenige uyt den haren sullen committeren, ende dat alles omme vrundtschap ende eenigheyt onder de Steden te mogen onderhouden; hier toe zyn gecommitteert een van Leyden en Hoorn met Haerlem en Alckmaer.

24 April 1581. Syne Exc. ende Staten van Hollandt hebben ge-ordouneert, dat de Brieven van den Accorde ende Verdragh op huyden gemaeckt, tnsschen de Staten voorn., met advis van syne Exc. ende die van Haerlem, in Parquement ende behoorlijcke tor me ge-teyckent, ende bezegelt sullen worden van Syne Exc., ende de Staten voorn, als naer behooren te weten, onder de handt ende Zegel van syne Exc., mitsgaders het Zegel van de Staten, verder de Signature van haerluyder Secretaris, sulcks als hier naer volght ghe-registreert op den 28 deser loopende Maendt.

Extract uit het Contract ende Accord, gemaeckt insschen die van Haerlem, sijne Excellentie ende de Staten.

28 April 1581. Aisoo de Burgemeesteren en Regeerders der Steden van Haerlem seer ernstelijcken vervolghden ende aenhielden, omme van de Staten \'sLandts van Holland ie hebben remboursement ende betalinge, soo van het gunt uyt der voorz. Stadtsbenrse op de Soldye enz. is geschoten enz. hebben de voorn. Staten, ten overstaan ende met ad-

-ocr page 63-

59

vis van sijne Princelijcke Excellentie, met die vau Ilaerlem onderlinge geaccordeert ende verdraghen, dat deaelve van Haerlern ter oorsaecke voornoemt, ende in voldoeuinghe van haer ghepretendeerde ende voorgewende achterwesen, en volle betalinge van al het gnndt voorsz. is, gegeven ende ten vryen eygen opgedragen sal worden, gelyck gegeven, ende ten vryen eygen opgedragen werdt midts desen de voorn. Burgemeesteren ende Kegeerders ten behoeve der selver Stede, hare Burgeren, Inwoonderen, ende andere als boven, de parthyen van Goederen hierna verklaert.

Eerstelyck, alle de Goederen, toebehoorende de Conventen, Geeste-

1 lycke Collegien en Gilden, die binnen de Stadt Haerlem ende Parochie van dien, ten tyde van de Satisfactie ghestaen ofte glieweest zijn.

Ende, daer en boven de goederen van de Canonicken, eertydts Monnicken tot Amsterdam ende Ileyloo geweest zijnde, mitsgaders

2 oook de helft van de Goederen, behoorende tot de twee Conventen in de Beverwyck gestaen hebbende, daer van de Staten de andere helft tot hun waerdts behouden, omme by henluyden ad pios usus ge-employeert te worden, midts dat de lasten daer op staende, mitsgaders van de alimentatien van de Conventualen, den Predicant, en Schoolmeester dier Plaetse , oock half ende half gedragen sullen worden ; van welcke Goederen eensdeels by seeckere Gecommitteerden van de Staten, Inventaris ende Staet gemaeckt is; ende sullen de voornoemde Burgemeesteren ende Regeerders van Ilaerlem, vau wegen ende uyt den name der voorn. Staten, de ConveQtualen, Collegien en Gilden, die als noch geenen Inventaris ofte staet overghelevert en hebben, behoorlijcken staet afteeyschen , ende doen overleveren van alle de Goederen , die ten tijde van de Satisfactie henluyden toequamen , ende oock van alle de voornoemde Conventualen, Collegien en de Gilden overnemen de Brieven ende Munimenten, die sy van deselve hare Goederen hebben, tot alle het welcke sy oock de onwillige sullen mogen dwingen by gyselinge ende apprehensie van hare Personen die daer irme weygerigh bevonden sullen werden (is het noot) waertoe de voorn. Staten, de selve Burgemeesteren en Regeerders gheautoriseert ende volkomen last ghegeven hebben, authoriseren, ende volkomen last geven by desen, onwederroepelyck.

8 Omme alle de voorschr. Goederen by henluyden geaenvaerdt, ende gepossedeert te werden als andere Stadts Goederen, ende de selve te mogen verkoopen ten behoeve en de proffijte als booven amp;c.

4 Wel verstaende, dat die van Haerlern de Conventualen, ende andere Geestelycke Persoonen, wesendé wettighe Ledematen van de selve Conventers ende Collegien, voor dato van de Satisfactie aengenomeu, naer behooren eerlyck en wel sullen alimenteren en onderhouden na \'t vermogen der sel/er Goederen, in Conformité van de Pacificatie van Gent.

5 Ende amp;c.

6 Alle welcke Goederen van de voorn. Conventen, Collegien ende Gilden, de voorn. Staten belooft hebben, ende belooven by desen, de voorn. Burgemeesteren ende Regeerders, ten behoeve als vooren te laten ten vryen eygen, met alsulcke lasten, als die by de tegen-

-ocr page 64-

60

woorclige Conventualeu, Gildebroedereu, Geestelijcke Persoonen ende Voerzateu mede belast en beswaerdt zijn, sonder meer, ende oock deaen alienatie ende opdrachte by alle Cjntracten van Yreie, Bestant en andere staende te houden en te doen Valideren.

7 Wel verstaende, dat, indien naemaels die van Amsterdam, ofte eenige andere Steden, by bewilliginge van de Staten ofte anders, dan by transactie ofte eenighe andera onereuse Titelen, de Goederen van de Conventen en Collegien, binnen haren Stede gelegen , quamen te behouden, dat de voorn. Staten in sulcken gevalle, die van Haerlem in gelde betalen sullen de somme van 300.000 p. van 40 gr. het pondt, op vier als dan eerstkomende jaren, latende heiiluyden niet te min de voorz. goederen behouden, sulcks ende in dier voegen als andere Steden, dat toeghelaten sal zijn.

8 Bovendien amp;c.

23 Alle hetwelcke de Staten, ende de Burgemeesteren ende Eegeerders van Haerlem, aen wederzyden eikanderen belooft hebben ende toe-geseydt, beloven ende toeseggen by desen in alle Poincten, vast ende onverbreeckelycken te onderhouden ende naer te komen, bevelende en lastende dien volghende syne Princelycke Excellentie, ende de voorn. Staten, die van den Rade Provinciael van Hollandt, ende allen anderen Justicieren ende Officieren der selver Landen, alle het gundt voorschr. is naer te doen komen, ende geene provisie hier tegens te verleenen, ofte te gedogen dat de voorn. Burgemeesteren en Regeerders hier inne eenigh letsel gedaen werde, maar weleer alle behulp addresse, ende vorderinghe denselven te doen, omme het innehouden van desen volkomentlijck naer syne forme ende inhouden te mogen genieten: Ende lot verseeckertheydt van alle het gundt voorz. is, hebben sy nen wederzyden ghebeden syne Princelycke Excellentie, op twee alleensluydende, daer van sy elcks een hebben, als Hooge Overigheydt over henluyden te willen teyckenen, ende uythangende doen bezegelen; ende tot meerder vastigheydt, soo hebben de Staten van Hollandt voorn, de selve mede by haren Secretaris van harent-wegen doen onderteeckenen, daer beneffens met der Staten Zegel, sulcks sy teghenwoordelyck gebruycken, uythangende bezegelt, als oock die van Haerlem voor hun, die alle beyden, met hare Stadts-Zegelen uythangende, bezegelt hebben.

Aldus gedaen binnen de Stadt Amsterdam op den 14 April 1581.

Ende was geteeckent

Guillaume de Nassau,

Ende wat verder

Ter ordonnantie van de Staten, geteeckent,

C. de Rechtere.

11 July 1581. Acte van Renversael, nopende de Geeste-

lycke Goederen ende St. Jans Goederen.

De Staten voorgelezen zynde de Acte van Renversael, die

-ocr page 65-

61

by die van Haerlem soude gegeven worden, tegeus de Acte van Contract ende Accorde, tussohen syne Excellencie , de Staten, ende die van Haerlem, gliemaeckt, tot afdoe-ninge van haerluyder Satisfactie; hebben deselve Acte van Renversael aengenomen en geaccepteert, achtervolgende het inhouden van dien, sulcks deselve hier na Staet geregistreert.

Wij Burgemeesteren, Regeerders, Wethouders ende gemeene Vroedt-schappen der Stede van Haerlem. Doen kondt ende bekennen by dese: Dat, hoewel in het Accord ofte Verdragt, ten overstaen van syne Princelycke Excellencie, tnsschen de Staten van Hollandt ende deser Slede, op dato van desen gemaeckt en gearresteert, belangende de annullatie van de Satisfactie by syne Princelycke Excellencie, ende de voorc. Staten, met de Burgemeesteren deser Stede, op den 22 January 1577, binnen der Stede van der Veere gegeven, ende alle het gundt Wy soo van wegen deser Stede, als der Bnrgeren, Inwoonderen, ende anderen pretendeerden noch ten achteren-, te wesen, geene mentie gemaeckt en werdt van den SOsten penningh, die in deu jare 1580 geconsenteert ende voor ons geslagen is, Wy desniettemin gehouden sullen zyn daer inne te contribueren ende te gelden, conform de Appostille van syne Princelijcke Excellencie van te vooren gesteldt op het vierde Articul van de Poincten, van het gunt Wy voor Ons voorsz. achterwesen, den 26 Maert 1580 eerstemael geexhibeert, waren eyscheude; dat oock de voorn. Staten van Hollandt ongehouden sullen zyn Ons eenige vergeldinge te doen van eenighe onbekende ofte verswegen lasten, staende op de Geeste-lijcke Conventen, Collegien, ofte Gilde Goederen, die sy Ons (ten behoeve deser Stede, de Burgeren, Inwoonderen, ende andere Particulieren , die noch soo van het onderhoudt van de Soldaten, als van de geleverde Waren ende verschoten penningen ten achteren zyn) in betalinge gegeven ende opgedragen hebben, het zy die by eenige Conventen van dien daer op ghesteldt mogen zyn ofte anders, midts dat Wy tegens alle onbehoorlycke belastinghen Ons met recht sullen mogen behelpen ende voorsien; ende hoe wel mede onder de voorsz. Geestelijcke Goederen begrepen zyn de Goederen van de Heeren van St. Jans Ordre, binnen Haerlem residerende, soo sullen nochtans de voorn. Staten ongehouden wesen de emctione, alsoo sy dien aengaende Ons ten behoeve als voren alleenlijck opghedragen ende gegeven hebben alsulcken récht ende actie, als de voorn. Staten aen deselve Goederen mogen hebben, omme t\' Onsen pericule, schade ende bate, hetzy by Accordt ofte anders, op Ons selfs kosten aei gevaerdt te worden, tot alle het welcke de voorn. Staten Ons sullen doen bewysen alle behoorlijcke hulpe en assistentie buyten haerluvder kosten, sonder nochtans voor soo veel de Goederen van de Heeren van St. Jans beroerdt, dat de Heeren Staten gehouden sullen wesen daer inne yets te doen, tegens het gundt de selve Heeren van St. Jans by syne Princelijcke Excellencie ofte de voorn. Staten specialycken met kennisse van saecken, buyten de Satisfactie

-ocr page 66-

62

vergundt ende gegeven is geweest, eiide in soo verre namaels oock bevonden mochte worden, dat eenighe parthyen der voorsz. Greeste-lycke ofte Gilde goederen , specialijcken by de selve Staten , yemandt in het particulier in Pandtschappe gegeven ofte verbonden waren; soo hebben Wy ten behoeve als boven, de selve verpande ofte Verbonden Goederen aan Ons mogen redimeren ende lossen, met de sorame daer vooren deselve verpandt ofte verbonden zyn; wel verstaende, indien namaels bevonden wierde de selve verpandinghe, ofte verbintenisse eene werckelijcke somme te bedragen, te weten boven de somme van ƒ 2000 eens. Ons daer van by de voorn. Staten vergoedinghe ofte remboursement ghedaen sal worden tot discretie ende verklaringhe van syne Princelijcke Excellencie, alsoo de Staten verklaerdt hebben ten tyde van het voorsz. Verdragh egeene seeckerheydt ofte kennisse van eenige Verpandinghe ofte verbintenisse ghehadt te hebben; ende dat alles, niet tegsnstaende het selve in het voorz. Accordt ofte Verdragh alsnlcks niet en is verhaeldt ofte uytghedruckt, dat mede het bespreek iu het voorn. Accordt gestelt van de opdracht ende alienatie de Goederen aldaer gheroerdt, aen Ons gedaen by alle Contracten van Vrede, Bestandt, ofte dierghelijcke staende te doen houden, ende Ons te doen Valideren , niet wyders ofte anders te verstaen en is tot laste van de Staten, dan dat deselve Staten alle devoir sullen doen omme sulcks te effectueeren ende te bewegen; ende soo het selve niet en konde gedaen worden, en wij afstaut souden moeten doen van deselve Goederen, in het geheel ofte deel, dat Ons in sulcken ghevalle by de Staten in betalinghe van 011S achter wesen, in de plaefse van de gherestitu-eerde goederen soo veel betaeldt sal worden, als by syne Princelijcke Excellencie ofte Raedeu Provinceael in syne absentie, daer var sommarie buyten train van Processe gekendt ende uytgesproocken sal worden, als naer redenen ende billickheydt, op aller reguard genomen synde, sal bevonden worden te behooren.

Ter oorkonde hebben Wy Burgemeesteren en Regeerders het Zegel van Verbande der voorschr. Stede hier onder aen gehangen, den 24 April van het jaer ons Heeren 1581.

21 Aug. 1581. Op het versoeck van de Predicanten binnen Haer-lem om onderhoudt, is verklaert, dat voor het eerste byhetgemeene Landt voorsien sal werden tot behoef van de Predicanten binnen Haerlem t\' haerder onderhoudt op het gundt daer aen sal gebreeeken, boven \'t gunt daer toe aireede is geconsenteert, omme daernae op alles voorsien te mogen werden nae behooren, alsoo de Staten verstaen dat \'t selve by die van Haerlem behoort gedragen te worden.

16 Sept. 1583. Op \'t versoeck van de Burgemeesteren ende Regeerders der stadt Haerlem, om de ledige plaetse omtrent deselve Stede, daer voor d\'Oorlogh een Bosch plngh te zyn, groot omtrent 60 Morgen , dewelcke by syn Exc. ende de Staten voorn, in den jare 1577 die van Haerlem voorn, vergunt was voor ettelijcke jaren te mogen verhuyren, ende \'t inkomen van dien te employeren tot

-ocr page 67-

63

onderlioudt van den Predicant en Schoolmeester der Gereformeerde Kercke aldaer, voorts aen de voorn. Stadt in eygendom vergunt te worden, ten eynde deselve wederom eensdeels tot vermaeckinge van de Burgerye mochte beplant, ende eendeels t\' haren kosten tot goedt Landt worden ghemaekt. De Staten van Hollandt gesien hebbende t\'ad vis van die van de Kamer van de Eeeckeninge in Hollandt, die by eenige nyt haerl. Collegie met den Kentmeester Generael van Kennemerlandt ende PFest- Vries landt, hadden doen betreden ende besichtigen de plaetse boven geroert, ende groot bevonden omtrent 60 Morgen ende van al sulcken aert en gesteltentenis als by de Eemonstranten is aengegeven; namentlijck voor een goet deel seer hoogh duynigh, ende oock van rooden kouden bodem sulcx dat hen niet ongeraden dunckt, opdat deselve plaetse wederom toe gemaeckt soude mogen werden, de Eemonstranten in haer versoeck te doen accommoderen, hebben de Staten voorn, volgende dien goedt gevonden ende geconsenteert, dat de voorsz. grondt van de voorsz. Bosch ende begrip van dien de voorn. Eemonstranten in Erfpacht sal werden uytgegeven, midts dat. sylnyden jaerlijcx daer voren tot een Erfpaöht betalen sullen ten Comptoire van den Rentmeester van Kennemerlandt, is, of indertijdt synde, de somma van 400 p. van 40 gr., ten aensien dat tegenwoordigh al een goedt deel daer af vruchtbaer is, ende beweydt wart, ende het ander, \'t welck noch onvruchtbaer, hoogh of andarsindts onvruchtbaar is, overmidts de goede gelegentheydt van \'t Sparen, wel bequamalijck gelaahgt ende toegemaeckt kan werden, waerop behoorlijcke Brieven van Erfpacht by die van de Kamer van de Eeeckeninge uylgegevan sullen mogen werden; maer aengaende dat de Eemonstranten versoecken de voorsz. Erfpacht voortaen te mogen betalen ten behoeve van haren Predicant ende Schoolmeester, verklaren de Staten \'t salve niet redalijck te zyn, nademael dat sijn Exc. ende de Staten voorn, den eygendom van de voorz. Grondt niet absolutelijck ten behoeve van de voorsz. Predicant ende Schoolmeester overgedragen en gaquiteert hebban, maer alleenlyck by provisie hen hebben toegelaten om daer uyt onderhouden te werden, ende dat in den jare 1577 , ten tyde alle de Kercken- ende andere Geestalycka Goederen noch niet waren gèaonoteert, ende mits dien anders geen middel voorhanden was om de voorsz. Predicant ende Schoolmeester t\' onderhouden, te meer alsoo de Remonstranten nu zedert oock verkregen hebben alle d\'inkomsten van de Kercken, Memoryen, Getyden, behalve noch andere Geestelycke Goederen, daer nyt sy voortaen het onderhoudt van den Predicant ende Schoolmeester voorn, wel kunnen vinden, galijck in andere steden ghedaen wardt, immers en vermach man al sulcka partyen niet alieneran sonder ongelijck te doen de Eantieren die daerop wettelijck recht van hipo-teecq zyn hebbende, dewelcke \'t selva aen hare jaerlyckse betalinge souden moeten missen gelyck daagelijcx genoegh vernomen werdt wat interest ende nadeel de voorsz. Eentieren lydenda zyn, mitsdien dat alle de schoone partyen van Domeynen by da Remonstranten tot recompense van haren belegge nevens hare Geestelycke Goederen verkregen, henluyden ontogen zyn , ende bysonder soude d\'alianatie

-ocr page 68-

64

van dese Erfpacht prejudiciabel zyn . nadien het Comptoir van Kenne-merlandt, daer onder deselve ressorteren, ongelijck hooger belast is met Eenten, als d\'inkomsten van dien jaerlycx mogen uytbrengen ende bedragen.

10 Bee. 1583. Aau Burgemeesteren en Regeerders der Stad Haerlem het Haerlemsche Bosch tot beplantinge in Erfpacht afgestaen voor de somme van 325 p. \'sjaars, zullende die penningen mede jaarlyks betaald worden tot onderhond van de Predicanten binnen Haerlem , tot tyd en wyle al de andere steeden in Rolland haar Predicanten self onderhouden en betalen zullen, waarom de voorz. 325 p. jaarl. by de Eemonstranten alhier betaald zullen worden ten Comptoire van den Rentmeester van Kennemerland en onder de Domeinen Van Holland gehouden worden, om daarop met de andere inkomsten van de Domeinen verantwoord te worden als naar behooren en zullen niet te min de Remonstranten gedurende den tijd dat de voorz. 325 p. jaarlyks tot onderhoud van de predicanten als vooren verstrekt sullen worden, alle jaren doen leveren in handen van den Eentmeester vau Kennemerlandt behoorlyke quitancie van de betaling van voorsz. erfpacht, ten einde daarvan jaarlycks op zyn Reekening zal mogen blyken.

9 Dec. 1598. Aan Haerlem toegestaan een 5e predt. te beroepen, en dat hy van wege het gemeene Land zal betaald worden als de andere 4, tot 435 ponden van 40 gr. \'t pondt \'sjaars, de huishuur daaronder begrepen, zonder dat verhooging van voorsz. belooning van het gemeene Land gevraagd zal mogen worden.

Hardinxveld. 6 Nov. 1590. De Staten enz......gesien hebbende\'t

advis van den Ontfanger Cohnelis van Coolwyck , hebbende tot vorderinge van Godes dienst en de Kercke Christi geconsenteert ende geaccordeert, dat binnen Hardinxveld mede een Dienaer des li. Evangelii gestelt ende gehouden sal worden, en dat de aelve uyt den Comptoire van den Ontfanger Coolwyck al sulck onderhoudt jaerlycx gedaen sal werden als andere Dienaers ten platten Lande, mits dat geen Dienaer aldaer sal worden aengenomen uyt eenige Steden of Plaetseu van Hollandt, die daerdoor sonde wesen onvoorsien van een Dienaer, dan met voorgaende consent van de Staten.

Heenvliet. 25 Mey 1581. Gesien het advis van den Ontfanger Jan Coenelisz., is den selven geordonneert te betalen Michiel Adriaensz. , tegenwoordigh Dienaer des Goddelijcken Woordts binnen Sevenhuysen, de Somme van 56 ponden van 40 grooten, over den achterwesen van syne diensten, gedaen binnen den Jare 1573, in den Dorpe van Heenvliet, als Predicant.

Hellevoet. 3 Febr. 1589. Op de differenten tusschen Jan Commersz., Ontfanger van de Geestelijcke Goederen binnen den Lande vau Voorne, eade die van de Hellevoete, aengaende de betalinge van \'t

-ocr page 69-

65

verloop van seeckere 9 guldens jaerlijcx die de Heyligengeest Landen aldaer voor den Oorlogh gehouden waren uyt te reycken tot behoef van de Memorien aldaer, welcker inkomst tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten zyn gedestineert, de Gee. Kaden op alle gehoirt hebbende partyen ten wederzyden, hebben in aeusieninge de Landen aen den Heyligen geest voorn, geinnundeert zijn geweest, alhoewel de H. Geest Vaders behooren versocht te hebben van de voorsz. Rente ontslagen te zijn; die van den H. Geest voorn, uyt gratie qnijt geschonden \'t verloop van de voorsz. Eente, gevallen tot den jare 1588, lestleden, midts dat die van den H. Geest voorn, gehouden sullen zijn \'t voorn, jaer 88 promptelijck te betalen, ende die voortaen sullen vervallen in handen van den voorn. Ontfanger Johan Commersz., of die inder tijdt wesen sal, om mede tot onderhoudt van de Predicanten verstreckt te worden; en aengaende de Was-Eente aldaer, hebben de Gecommitteerde Raden voorn, verklaert ende geordonneert, dat de restanten van dien, die eenige particuliere Persoenen mogen schuldigh wesen, by den voorn. Ontfanger sullen mogen geinnet ende geëxecuteert worden , achtervolgende den last eflde Instructie hem dies aengaende gegeven; ende soo verre die van Hellevoet versoecken sullen van een Predicant apart voorsieu te worden, ende bevonden sal worden, dat syluyden by combinatie niet behoorlijck mogen werden bedient, sal daer op alsulck reguard genomen worden als na behooren.

Hevkelom. 27 Sept. 1585. De Gec. Eaaden enz., verstaan en ver-klaaren, dat den Predicant tot Heukelom die aldaar behoort gehouden te werden, volgende het schryv-ens van die van de Classis binnen den Quartiere aldaar, sijue betaalinge en onderhoud sal genieten uit de Inkomsten van de Pastoryen, Beneficien, Vicaryen en andere Geestelijcke Goederen, onder Heukelom geleegen, die daartoe wel moogen strekken, en dat hetselve onderhoud sulks niet en behoort te koomen tot laste van den Lande, ten waare by de Staaten der-selver Goederen anders sonde moogen blyken.

20 July 1589. De Staten enz......gesien hebbende \'t advis van den

Ontfanger Corxelis vax Goolwijok, hebben in aensieninge van den ouderdom van den Dienaer Johannes Hasenvelt, ende dat d\' inkomsten van de Goederen specterende tot onderhoudt van denselven Dienaer, voor desen jare onbruijekbaer zijn gemaeckt, ten eynde den voorn. Dienaer by gebreecke van onderhoudt nietgenoot-saeckt zy sijn voorn, dienst te verlaten, den Ontfanger voorn., volgende sijn advis, geordonneert, den voorn. Johannes Hasenvelt te betalen de somme van 300 ponden van 40 gr., over een jaer onderhoudt, ingegaen Paesschen lestleden, midts dat na de expiratie van den selven jare, volgende de presentatie ende belofte van die van Heuckelum, by desen ghevoeght, den voorn. Predicant onderhouden sal werden uyt d\' inkomsten tot Heuckelum., tot onderhoudt van den predicant gedestineert.

Hemden. 23 Juny 1597. De Gecomm. Eaden enz. verklaren by

5

-ocr page 70-

66

desen, dat de Magistraet der Stede van Hemden met den Ontfanger Nicolaes Blanckaert, den administrateur van de Goederen vau St. Truyeu jaerlijeks ten behoeven van den aldaer beroepen 2den predt. sullen doen opbrengen en betalen aen handen van denselven Ontfanger Blanckaebt de somme van 300 ponden en die van de Abdye van Bern 200 ponden, al van 40 gr. het pondt, ingaende met den dienst van denselven tweeden predicant, tot beroepinge van denwelcken die Supplianten sullen procederen, en ingevalle van oppositie sullen de Supplianten daer van doen volkomen onderrech-tinge, om daer naer voorts in der saecke ghedaen te mogen worden als behoort.

Soogmade. 10 Jpriüs 1577. De Staten enz. hebben gelast eude geauthoriseert den Bailliuw van Rhynlandt, te innen ende te executeren aen de Kerckmeesteren van Ltyerdorp, Ooudekerck ende Hoogh-made, alsulcke penninghen als Beyer Jansz. , Dienaer des Goddelycken Woordts aldaer, uyt saecke van synen dienst ten achteren soude mogen wesen; ende dat realyck ende met der daedt, in gevalle de selve Kerckmeesters in de betalinge van dien onwilligh ofte in ghebreecke bevonden sullen mogen werden.

Ilvyssen en Blaricum. 30 Juwj 1594. De Staten enz., hebben tot vorderinge van de Kercke Godes, stichtinge ende onderwijs van de Gemeente ende Inghezetenen van Huyssen ende Blaricum, tegens alle dwalinge ende Ketleryen, geeonsenteert ende geordonneert, dat de voorsz. twee Dorpen by een bequaem predicant ende combinatie voor-taen bedient sullen werden; ende dat denselven Predicant ofte Kercken-dienaer voor synen dienst jaerlycks genieten sal als van andere Predicanten die twee Dorpen by combinatie bedienen, ten platten Lande, uytgereyekt sal werden uyt den Comptoire van den Ontfanger Cornelis van Coolwyck , mits dat alle de goederen van deselve twee Dorpen, die tot de Pastorien, Beneficien, ende Vicaryen aldaer spec-terende, komen ènde blyven sullen, onder den ontfangh van den voorn. Coolwyck, ofte die in der tydt daertoe sal wesen ghecom-mitteert.

Katwyk aan Zee. 25 Sept. 1598. Aan KaUcyk aan Zee een eygen predt. toegestaen, waertoe de gemeente sal geven ƒ 150— sjaers, mitsgaders eene bekwame huisinge, terwijl van wege het gemeene Landt op de betaling van den predt. jaerlyks zal voorsien worden als van andere predikanten ten platten Lande, van hetgeen boven de voorsch. 150 p. zal noodig wesen, mits dat soo veel penningen uit de inkomsten van de goederen van Wassenaar gelevert zullen worden in handen van den Ontvanger Coolwyck, overmits de be-lastinge van synen Comptoire.

Kedichem. 12 Sept. 1594. De Geo. Baden enz. gesien het advis van den

Ontfanger Cornelis van Coolwyck , hebben.....tot vordernisse ende

diensten van de Kercke, geeonsenteert ende geaccordeert, dat tot Kedichem een bequaem en getrouw Kerckendienaer, naer de ordre der Kercke aengenomen, gesteldt ende ghehouden sal moghen werden,

-ocr page 71-

67

tot laste van den Lande, eude van syne diensten betaalt als andere Predioanten ten platten Lande.

Laren en Hilversum. 16 Nov. 1590. De Gec. Eaden enz......hebben

tot vorderingh van Godes Woordt verklaert ende geordonneert, dat Stephanus Nicolai als Dienaer des H. Evangelii voor de Dorpen van Larum ende Hilversum aengenoraen ende gebruyckt sal worden, ende dat voorts den selven Suppliant daer vooren jaerlyex ghenietea sal soa veel als andere Predioanten ten platten Lande in Hollandt die twee Dorpen in combinatie bedienende zyn, genieten, uyt den coraptoire van den Ontfanger Cornelis van Cooi/wyck , daer op behoorlycke Ordonnantie verleent sal worden, midts dat den snppl. hem in syn Dienst quyten sal ende syn residentie houden, sulcx dat by die van Larum ende Hilversum voorn, daer van contentement mach genomen worden.

Loenen. 20 Juny 1595. Achtervolgende \'t versoeck van de Kerek-meesteren tot Loeven, hebben de Gec. Raden, feu aensien van .de kostelyckheyt des tydts, en dat de Kerckendienaer Jan Baeentsz. aldaer met 9 of 10 kinderen is gezegent, den voorn. Kerckendienaer boven de 240 ponden komende uit de Inkomsten van de Kercke — Pastorye — ende Vicarye goederen aldaer, iaerlycx van wege \'t gemeene Land toegekend 160 ponden van 40 gr. VI. om te samen te genieten 400 ponden \'sjaers, als andere Kercken-dienaers, meer dan 3 kinderen hebbende, innegaende met deu voorleden jare 1594.

Loosdrecht. 13 July 1595. De Gec. Raden enz. ordonneren dat Kerckmeesteren van de Nieuwe Kerck van Loosdrecht in handen van den Ontfanger Coolwyck sullen overleveren pertinenten en volkomen Staet van alle Goederen ende Inkomsten tot Loosdrecht, tot onderhoudt van de Predioanten gedestineert, onderteyckent als na behooren, en \'t gunt daer aen te kort komende en gebreecken sal tot voldoeuinge van den Kercken Dienaer Claes Jansz., ter somme van 350 ponden van 40 gr. \'t pondt \'sjaers, volgende de Resol. van de Staten inge-gaen den 1 January 1594, denselven Claes Jansz. daer af te voldoen, midts dat daer aen mede afslagh \'strecken sal \'t gunt boven de selve Inkomsten tot Loosdrecht by de Ingezetenen aldaer tot behoef van deu voorn. Kercken-dienaer sedert den voorn. 1 January is gefurneert.

Loosduynen. 17 Sept. 1589. De Gec. Eaden enz......aenmerckende \'t

versoeck by den Ontfanger Joost van Leeuwen gedaen, ten eynde synen ontlangh jaerlycks vermindert soude mogen worden in plaets van de verkochte Landen die in sijnen ontfangh begrepen waren, alsoo de selve andersints niet soude continueren in de betalinge van de reële laste ende \'t onderhoudt en alimentatien die daer op waren geassigneert, hebben in aensieninge van dien, ende van de generale Resolutie van de Staten, dat de Comptoiren in de plaets van de verkochte Lauden ende Goederen met andere voorsien sullen worden, verklaert ende geordonneert, dat de predicant alhier te Loosduynen van de 100 ponden in desen geroert, jaerl. betaelt sal worden op 4

-ocr page 72-

68

termijnen, ingaende den 24 July lestleden, by den Ontfanger Cornelis van Coolwïck, \'t welck den selven Ontfanger onder behoorlycke ordonnantie en Acquyt in reeckeninge gepasseert sal worden nevens d\'andere 140 ponden die denselven Ontfanger uyt saecke van de diensten van den Suppl. uytreyckende is, alles tot anders daer in sal wesen voorsien.

Louvedeyn. 31 Jan. 1586. Is geaccordeert Henricum, Predicant tot Gorcum, Ordonnantie op Coolwyck van 75 ponden van 40 gr. uytsaecke van 50 ponden van 40 gr., \'sjaers, hem geaccordeert ter oorsaecke van syn diensten van predicatie eens ter week op Louvedeyn.

6 Oct. 1594. De Gec. Eaden enz., hebben in aensieninge van de verhooginge van de betalinge van de diensten van de Kercken-dienaren ten platten Lande, mitsgaders den ouderdom ende diensten van Henwcus Koelakdus Verlenios , Dienaar des Goddelycken Woorts te Gorinehem, geconsenteert ende geaccordeert, dat denselven Suppl. voor syne diensten van Predicatien ter weecke op den Huyse van Louvensteyn, soo lange hy deselve continueren sal, in de plaetse van de 50 ponden, jaerlijcks ontfangen ende ghenieten sal de somme van 100 ponden van 40 gr. het pondt, ordonnerende Cornelis van Coolwijck ontfanger de voorsz. 100 ponden jaerlijcks te betalen in 4 termijnen, innegaende met den jegenwoordige jare 1594.

Loosdrecht. 5 Maart 1597. De Staten enz. Gesien *t ad vis van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, ende daeruyt versiaen hebbende, dat de twee Kercken tot Loosdrecht, hoe wel onder een schoutambt gelegen, overmidts de groote distantie ende andere ver-hinderinge, niet wel by combinatie bedient mach worden,, dat mede d\'oudste Pastoor van de oude kercke voorn, tot in July 1695, syu overlvden, uyt d\'inkomsten van de pastory aldaer onderhoudt heeft gehad, hebben geconsenteert dat een bequaem, getrouw Persoon, wettelijck naer d\'ordre van de Kercke beroepen. aengenomen en gestelt sal worden in de Oude Kerck tot Loosdrecht, en dat denselven van wegen \'t ghemene Landt onderhoudt als d\'andere Predicanten ende Kercken-dienaren ten platten Lande in Hollandt volgen sal, midts dat die van de Kercken of Regenten van Loosdrecht gehouden sullen zijn d\'inkomsten van de pastoryen goederen van de Oude kercke voorsz. en de andere kercke dienstgoederen aldaer den voorn. Ontfanger Coolwijck ghetrouwelijck ende pertinentelijck als vooren over te. brengen, ende daer af \'t synen Comptoire mede responderen voor ds jaren 1595 en 1596 na behooren.

Maeüandersluys. 6 Maart 1598. De Staten enz. hebben tot vorder-nisse van de Kercke tot Maeslandersluys en gerief van de Ingezetenen aldaer geconsenteert dat die van Maeslandersluys van een bequaem dienaer des Goddelycken Woordts voorsien en gedient sullen mogen worden onder al su\'lcke belooninge als de Kercken-dienaers ten platten lande zyn genietende.

Medemblik. 28 Nov. 1585. Is geaccordeert te schryven aan de Burgemeesters en Regeerders der Stad Delft, als volgt.

-ocr page 73-

69

Alsoo wy voor eenige maanden aangenomen hebben, die van Me-demblik van een bequaatn en vreedsaam Dienaar des H. Evangeliums te doen voorsien, ten einde de Gemeente aldaar door den selven gestigt, en in goede eenigheid soude mogen gehouden worden, en Wy tot nog toe niet bequaemelijk daartoe hebben kunnen ge ra aken, sulks dat ook den Dienaar van Enkhuisen die eenige maanden tot Medemblik Leeft gepredikt, by bewilliginge en leeninge van die van Enkhuisen, hem wederom tot Enkhuisen in synen dienst moet be-geeven , en die van Medemblik mitsdien sonder Dienaar souden moeten blyven, ten waare daarinne voorsien werden, ten tyde toe Wy de voorn, van Medemblik van een bequaam Dienaar sullen hebben ver-sorgt; Soo is \'t, dat Wy Uwer Ed. wel ernstelijk by deese hebben willen versoeken, ten eynde alle verdere swaarigheid en oneenigheid binnen de voorn. Steede van Medemblik verhoed moogen werden, een van de Predicanten aldaar, te weeten Johankum Milium, of Petbum Johannes voor een maand of ses weeken ten langsten, te laaten volgen om by leeninge binnen Medemblik voorn., te moogeu dienen, en belooven Wy mits deesen raiddelertyd een ander Predicant derwaarts te schikken; daar meede die van Medemblik ten besten sullen moogen weesen gedient.

22 Nov. 1586. Op \'t versoeck vau de Kercken-dienaer Christiaen Lenaertsz, is volgende dien geappostilleert.

De Staten enz. hebben geordonneert Cornelis Coolwijck , Ont-fanger van de Geestelycke Goederen, de betalinge van de 72 pond van 40 gr. van wege de Staten den Suppl. over \'t Supplement van syn jaerlycks onderhoudt by syn Exc. H. M. jaerlycs toegevoeght den 12 April 80, niet tegenstaende synen dienst tot Medemblik, sal continueren tot anders by de Staten voornoemt daer in sal wesen voorsien.

12 Maart 1600. Gedelibereert zynde op de remonstrantie van de Gedeputeerden van de Noordhollandsche Synode, nopende de jegen-woordige gelegentheyd van de saake der Kercke binnen de Stede van Medemblik, en dat de assistentie van de bedieninge derselver Kercke by leeninge van een Dienaer, boven de persoon van Taco Sybrants Dienaer aldaer, seer beswaerlijk valt, hebben de Heeren Staten, soo ten aansien van den grooten ouderdom van den voorn. Taco Sybrants, als andere goede consideratien, den welstand en eenigheid van de Stad, Kercke en Burgerye van Medemblik aengaende, verstaen en geordonneert, dat gedurende het leven van den voorn. Taco Sybrants, aldaer nog een kercken-dienaer van wege het gemeene Land onderhouden sal worden uit de middelen van de Rantsoenen daertoe ge- * ordonneert.

Naar den. Weesp. Muiden. 6 Sept. 1594. De Staten enz......hebben

verklaert en geaccordeert, dat de Kercken-dienaren tot Naar den, Weesp ende Muyden, genieten sullen alsulcken jaerlijcks onderhoudt, als de Kercken-dienaren ten platten Lande, den 13 Mey laetstleden is geaccordeert. (Zie by algemeen).

-ocr page 74-

70

1 Vebr. 1595. De Gec. Raden enz......hebben verklaert, geconsen-

teert ende geordouneert, dat de Dienaren des Goddelijeken Woordts binnen de voorn. Steden van Naerden, We.esp en Muyden, soo lange binnen deselve Steden elcx niet meer als een Kerckendieuaer in dienst sal gehouden worden, ten eyude deselve hen in hare diensten mogen dragen ende quyten als na behooren, jaerlyox mede ontfangeu en genieten sullen 500 ponden van 40 gr. \'t pondt, voor hare diensten en onderhoudt, ingaende den 1 January 1594 als vooren, ordonnerende daerom den Ontfanger Cornelis van Coolwyck, de Dienaren van de Kercke binnen de voorn, drie Steden, de voorsz. 500 ponden jaerlycx als andere Kereken Dienaren uyttereyeken ende te betalen.

2 Ji\'ehr. 1595. De Gec. Raden voorn, hebben verklaard, dat de Burgemeesters van Naarden en Jfeesp niet sullen zijn beswaart met voorschr. verhooging, maar dat deselve van wegen het gemeene Land by den Ontfanger Generaal Cornelis van Coolwyck sal worden gedragen, en hem hetselve in reekeninge gepasseert, onder behoorlyke Ordonnantie en Recepisse daarop dienende.

Neder hord dm Berg. 5 April 1600. Is geordonneert te sehryven aan de Staten s Landts van Utrecht, ofte hare Gedeputeerden, alsoo wy van meyninge zijn de inkomsten, speeterende tot de pastorye van den Berg tot Nederhord, (bedragende jaerlycks omtrent 220 ponden van 40 gr.) begrepen onder de Canonesie tot Egmond op de Hoeve alhier iu Holland, te laten volghen een bequaam persoon, die als predicant tot Nederhord met onsen advise gestelt sal werden tot Godes eere ende dienst van de saecke; hebben wy UwerE. by desen wel willen versocht hebben; ende begeeren daer inne te voorsien, dat het pastoorshuys tot Nederhord, nochte eenige Latden tot de voorn, pastorye behoorende, niet aengevaert, verhuyrt, nochte ge-bruyekt en worden, hetzy onder wat schijn hetzelfde soude mogen wesen, onder eenigh praetext geattenteert, dat daer af magh worden ghedesisteert, tot daer op by ons met kennisse van saecke ordre ghestelt ende Resolutie sal zyn ghenomeu.

Noordwyekerhout. 12 Bec. 1580. De Staten enz......gesien hebbende

\'t advis van den Ontfanger Coolwyck, ordonneren dat tot stich-tinge ende onderwijs van de ghemeene Gebuyren van Noordwyckerhout en Langevclt in desen geroert, binnen den tijdt van drie maenden eerstkomende aldaer een Predicant by de classis van den selven Quartiere gestelt sal worden, ter somme van 240 ponden van 40 grooten, uyt d\'inkomsten van de Pastoryen, Beneficien, Memorien, Vicaryen ende andere Goederen aldaer tot behoef van de Predicanten ghedestineert, voor soo veel deselve sullen mogen strecken, daer af de Staten voorn, de Suppl. alhier toelaten en accorderen d\'ontfangh handelingh ende administratie, midts dat by hen luyden jaerlijcx daer af verantwoord werde, ende dat by die van Noordwyckerhout ende langevelt voorn, over de gemeene Buyren aldaer ghevonden, opgebracht ende ghefurneert sal worden by de bequaemste wegen ende middelen des doenlijck zynde, \'t gunt d\'inkomsten voorn, tot die

-ocr page 75-

71

voorn. 240 ponden jaerlijcx niet sullen strecken mogen, sulcx dat de selve Predicant hem over deselve betaliiigh niet genootsaeckt sy te beklagen; ende soo verre de suppl. alhier deselve betalingh tot haren laste sulcx als vooren niet sullen begeeren te nemen of t\'aenvaerden, eal deselve betalingh ghedaen worden by \'t gemeene Landt, door haren Ontfanger Gornelis van Coolwyck , tot ghelijcke somme van 240 ponden \'s jaers, \'t welck den selven by desen wordt geordon-neert, ende hem in reeckeningh gepasseert sal worden, midts dat d\'Ontfanger voorn, sal hebben d\'Ontfangh ende administratie van de voorsz. Pastoryen, Memorien, Beneficien ende Goederen als voren, van den tijdt af dat de Predicant aldaer sal zyn ghestelt ende gheordonneert, blyvende de voorgaende inkomsten tot aflossing van de lasten daer op staende, ende ten eynde met de Kereke Goederen aldaer de Kereke ende Pastoir-Huys mogen werden gerepareert.

Oegstgeest. 27 Nov. 1597. De Gec. Raden enz. hebben geaccordeert dat die van de Kereke tot Oegstgeest van een bequaem Dienaer des Goddelycken Woordts mede bedient sullen mogen worden, en dat deselve tot syn onderhoudt jaerlycks soo veel genieten sal als by Eesol. van de Heeren Staten is geordonneert.

Oostzanen. 5 Maart 1596. Het versoeck van de Regeerders ende Kerckmeesteren van Oostzanen, omme te mogen genieten de inkomsten van de Pastorye aldaer, soo van de verkochte Landen als van de Visscherye aldaer, midts by hem onderhoudende den Predicant aldaer, is afgeslagen.

Oud Alblas. 30 April 1599. De Gec. Raden enz. consenteren by desen, dat ter eere Godts ende dienst van de Kereke binnen den Dorpe van Oud Alblas een Kercken-Dienaer, bequaem zynde, by voorgaende examinatie ende beroepinge na d\'ordre van den Kereke ghestelt ende gehouden sal mogen worden tot laste van den Lande , naerdien die van Alblas verder by Combinatie by den Kercken-Dienaer van Alblasserdam niet gedaen mach worden als \'t behoort, mits dat de Huyshuyr by raiddel van Timraerage of anders buyten koste van den Lande bequamelyck versorght sal worden.

Ouderkerk ajd Tssel. 9 Nov.\'1585. De Gec. Raden enz......nader

onderrecht zijnde van de onbequaemheydt van den Persoon van Aelbreoht Jansz. , tot het Predic-ambt ter Ouderkerck, ende van syne misbruyeke; hebben verklaerdt dat hoewel op den 30 der voorlede Maendt, op het versoeck van den Gerechte van Ouderkerck, by de Staten voorn, is geappoincteert, te mogen lyden dat den voorn. Aelbrecht Jansz. voor het serste aldaer in synen dienst soude continueren, tot dat anders daer inne voorsien ware; dat nochtans,\' volgende voorgaende Resolutie, daer by de beroepinge van de Classis van der Gouda, met bewillinghe van de Gemeente van Oudekercke op eenen Thomas Brünschekum ghedaen, is gecoufirmeert, den selven Thomas Brunscherum binnen Ouderkerck voorn, (als aldaer wettelycken beroepe zynde) synen dienst sal moghen aennetnen, daer af de selve betaelt sal worden als andere Dienaren ten platten Lamler

-ocr page 76-

72

onder behoorlycke Ordonnantie die daartoe verleent sal worden, ver-staende oversulcks de voorn. Geo. Raden, dat den voorn. Aelbbecht Jansz. , sonder behoorlycke voorgaende beroepinge, in den dienst niet en sal mogen aengeuomen noch te gehouden worden.

13 Oct. 1586. Op \'t versoeck vau de Dienaren des Woordts, sorterende onder het classis van der Gouda, ten eynde Thomas Bbünscherum, dienaer tot Ouwerkerck, van een bequaeme Huysinge, of in plaets van dien van 5 ponden gr. Vlaems voorsien soude mogen worden, is geappostilleert.

Ende geordonneert te schryven aen die van Ouwerkerck, dat sy den Suppl. van een bequaeme Huysinge willen voorsien als sy de voorgaende Predicanten hebben gedaen.

Oudewater. 14 Juny 1581. De Staten enz......hebben, in aensieninge

van de geleertheydt ende bequaemheydt van Theouoricus Stolwica-nus, Eector te Oudewater den selven in de plaetse van syne toe-ghevoeghde Tractemeut ende onderhoudt, ende teneynde de selfde hem in synen Ampt ende dienste als Rector magh dragen, ende quyten als naer behooreu gegundt ende gheaccordeert, jaerlycks tot seeckere Gagie, de somme van 300 p. van 40 gr., ende dat deselve betalinge uyt de Inkomsten van de Geestelycke Goederen tot Oudewater tot behoef van de Predicanten ghedestineert, by den Ontfanger Coolwyck uytghereyckt ende betaeldt sullen worden, soo lange den voorn. Rector iu actueelen dienst binnen Oudewater hem als vooren sal laten gebruycken.

18 April 1589. De Staten enz...... hebben om seeckere

goede insichten ende consideratien geordonneert, Cornelis van Cool-wyck , Ontfanger van de Geestelycke Goederen, de betalinge van 7 2 ponden van 40 gr., by syn Princel. Exoell. den 27 Oct. 1575 aen Christianus, Predicant binnen Oudewater, geconsenteert, ende by hem tot noch toe ontfangen, uiettegenstaende sijnen dienst tot Amersfoort te continueeren tot dat anders daerin by de Staten voorn, sal wesen voorsien ende geordonneert.

11 April 1595. Op \'t versoeck van Andreas Stangeeus, Dienaer des Goddelijcken Woordts tot Oudetcater, om in aensieninge van syn dienst alleen binnen Oudewater te mogen genieten ƒ500—sjaers als andere Predicanten binnen de Steden, daer niet meer als een Dienaer is, hebben de Gec. Raden enz. gunstig beschikt. met ingang van 1 Jan. 1594, en sulcks voor soo lange denselve alleen als Kercken-dienaer binnen Oudewater den dienst van de Kereke bedienen sal.

Ouwerkerck ajd Amstel. 14 July 1594. De Gec. Raden enz. hebben ter cere Godes, ende tot vordernisse van synen Kereke, geconsenteert ende geaccordeert, dat binnen Ouwerkerck een kereken dienaer voortaen gestelt ende ghebruyekt sal worden die by continuatie gehouden sal zyn de Kereke tot Diemen mede te bedienen, sulcks dat Pietee Poppesz. de Kereke binnen Amsterveen alleen sal blyven bedienen.

-ocr page 77-

73

Fapendrecht. 9 Mey 1589. De Gee. Eaden euz......gesien hebbende

t\'advis van den Ontfanger Cobnelis van Coolwyck , hebben volgende dien, ende om redenen daar in geroert, verklaert ende geconsenteert, niet tegenstaende de beswaernis van \'t Comptoir van den voorn. Ontfanger, dat in den Dorpe van Fapendrecht een Predicant gestelt sal mogen worden, midts dat een bequaera Persoon daertoe sal worden aengenomen, de welcke betalinge by den voorn. Ontfanger als andere Predicanten ter platten Lande gedaen sal worden.

Rotterdam- 25 Oct. 1585. Alsoo de Gedeputeerden der Stede van Rotterdam, de Staten van Hollandt hebben geremonstreert, dat Bur-gemeesteren van Rotterdam, omtrent een jaer geleden, tot bedieninjhe der Kercke ende Gemeente binnen de voorsz. Stede, nootsaeckelijck hebben moeten beroepen ende in dienst nemen eenen Cornelius Johannis, ghestaen hebbende binnen de Stadt van Gent, tot derde Predicant aldaer, en dat de ontfanger Coolwyck swarigheydt maeckt, omme het Ordinaris Tractement nyt de Middelen ende Inkomsten, tot betalinge van de Predicanten gedestineert, ende binjaen de voorsz. Stadt vallende, te betalen. Soo is \'t, Dat de Staten voorn, den voorn. Ontfanger Coolwyck gelast ende geordonneert hebben, het ordinaris Tractement van den voorn, derden Kercken-dienaer binnen Rotterdam, uyt de Inkomsten en Middelen aldaer vallende, mede te betalen, ende in plaetse van Gelde, de Quitantien van den selven te Ontfangen, ende de betalinge voorts te continueren, als van de andere twee Kercken-dienareu, welcke betalinge den voorn. Ontfanger in uytgeve syner Keeckeninge gepasseert sal werden.

Saerdam. 13 Jan. 1587. De Staten enz......hebben, tot vorderinge

van Godes kennisse, ende diensten tot Saerdam in sijn Heylige Woordt, verstaen ende verklaert, dat den Dienaer des Heyligen Evangeliums tot Saerdam tot sijn onderhoudt jaerlijcks betalinge genieten sal als andere Dienaeren ten platten Lande binnen dese Landen van Hollandt, ingaende den 1 January 1585; ordonnerenden over sulex de Staten voorn, den Ontfanger Cornelis van Coolwyck, de voorsz. betalinge den Dienaer ende Predicant jaerlijcks te doen, midts dat in handen van den selven Ontfanger alvooriens sullen worden gestelt die goederen ende inkomsten tot Saerdam, die tot behoef van den Predicant aldaer sijn gedestineert, ende jegenwoordelijck verstreckt werden, omme by den selven Ontfanger met de andere penningen van synen ontfangh daer af mede verantwoordt te werden, als nae behooren.

Santvoort. 17 Febr. 1589. De Staten enz......gesien hebbende \'t ad vis

van den Ontfanger Cornelis van Coolwyck, ende aenmerekenden. den soberen staet en \'t kleyn vermogen van die van Santvoort hebben verklaert ende geconsenteert, dat midts die van Santvoort jaerlijcx opbrengen de som van 150 ponden van 40 gr. in twee termynen, als t\' elcke ses maenden de helft van dien, daertegens de selve van Santvoort sullen mogen ontfangen, ber.eficieren ende genieten d\'in-komsten van dien, specterende zyn tot de Pastorye of den Kercken dienst aldaer, als op den vanghst van den Visch ende andere toe-

-ocr page 78-

74

vallende accedenten, van wegen \'t gemeene Landt tot betalinge van den Predicant tot Santvoort voorts soo veel uytgereyckt sal worden by den voorn. Ontfanger Coolwyck, of andere in der tijdt wesende, als andere Predicanten ten platten Lande in Hollandt zijn genietende, ingaande den 1 Januari laetsleden, sonder dat liet gemeene Landt eenighsints gehouden sal zijn aengaende den Schooldienst en\'t stellen van de Kloek tot Santvoort.

Schagen. 5 Maart 1599. De Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt West-Vriedandt, representeerde de Staten van den selven Lande; Doen te roeten, Alsoo Jan Heere tot Schagen, Burghoorn, enz. Ons te kennen gegeven heeft, hoe dat in den jare 1595 eenige troublen geresen wesende tusschen d\'Ingezetenen van Schagen ende den Predicant aldaer, sommige onderrecht hebbende, een misnoegen daer in hebben, was korts daer na by die van Enkhuysen beroupen geweest, aennemende den sel ven dienst, waer door den Kercken dienst tot Schagen seeckeren langen tijd ledigh ghestaen heeft, sonder eenighen predicant, niet jegenstaende alle devoiren gedaen, soo by den Ver-thoonder selfs, als by den voorn. Kercken Raedt aldaer, die gesonden hebben gehadt, soo in West-Vrieslandt over de Zee, als in Zmjdt ende Noordt-Hollandt, ende ghedebourseert over de 220 ponden (de welcke sy van de verthoonder in baren gelden ontfangen hebben) om met een predicant voorsien te mogen worden, breder blijckende by de recepissen daer of verthoont, en ten ketsten een predicant bekomen hadde den Remonstrant de selve moeten beloven tot belooninghe de somme van 400 ponden van 40 gr. \'sjaers, soo overmidts die Plaets groot is, en de Ingesetenen van dien menigvuldigh; dat oock om die voorgaende troubelen ende dissentien de Plaetse soo seer was gedefameert, dat men seer qualijck yemandt tot den Kerckendienst aldaer beeft komen bewilligen; Ende alsoo vermidts de inkomsten der Pastoryen van Schagen seer sober zijn, ende nergens na moghen strecken tot vervallinge van de jaerlijcksche Gagien die de Predicanten nu hebben ende voormaels gehadt hebben, soo is de selve ghekomen in groot achter wesen, immers ter somme van 500 ponden boven de voorsz. 230 p. 2 sch. 4 penn. by den voorn. Verthoonder selfs betaelt, die op renten zijn genomen van de Kercke van Harincklmysen, tegens den penningh 16, als gebleecken is by de Origineele Reke-ninge der sel ver Pastorye-Goederen mede daer af verthoont; welcke achterheyt de voorz. Remonstrant gehoopt hadde te consequeren uyt de verkoopinge sommiger Pastorye Landen, midts daer op houdende renten teghens den penningh 16, in conformité van de jaerlijcksche Landpacht, ende van \'t sur plus, wesende ghereede penningen, het voorsz. achterwesen te voldoen, dan hadde ten dage dienende tot geen verkoopinge konnen gheraecken; Ende alsoo d\'Inkomsten der voorsz. Pastorye tot Schagen mits lanckheyt van tyden geschapen soude zyn geheel te verloopen door de lasten van de voorz. Renten daer nyt gaende, ende den predicant van Harincklmysen meerder Gagie toegeleyt is by die van den Collegie van Noor dt-Hollandt, als hy tot noch toe gehad heeft, ende daeromme restitutie van haer

-ocr page 79-

75

penningen moeten hebben, den Verthoonder seer ernstelijck versocht heeft dat Ons ghelieve tot subsidie der voorz. Pastorye inkomsten te consenteren \'t geen by de Steden wort genoten jaerlijcks uyt de verpachtingen van de gemene Middelen die voortaen vallen sullen binnen den heerlycklieyt van Schagen alleen, sonder de anderen Dorpen daer by behoorende, voor een tijdt van 6 of 7 jaren wrat-komende , of soo langh geduyrende, tot dat de voorz. Pastorye Goederen ghesuyvert eude \'t achterwesen van 500 ponden op rente genomen, mitsgaders de 220 p. 2 sch. 4 penn. die voor het solii-citeren van een niemve predicant gedebourseert sullen sijn, maeckende t\' samen 720 p. 2 st. 4 penn.. uyt welcke Pastorye Goederen den predicant als dan sal moghen onderhouden worden; presenterende tot dieu syne tot allen tijde (des versocht zijnde) visie van de voorz. Reeckeninghe ende behoorlijck bewijs, reeckeninge ende reliqua te doen van den Staet der selve inkomen ; Soo is \'t, Dat Wy op alles ghelet hebbende na behooren, in de plaets van \'t voorz. achterwesen ende voldoeninge van dien, den Remonstrant voorn, gheconsenteert ende geaccordeert hebben, de somme van 800 p. san 40 gr., te betalen in vier termynen , als jaerlijcks 200 p., uyt de Inkomsten van de halve stuyver der Rantsoenen in den Quartiere aldaer, daer aft eerste termyn gevallen sal zyn den 5 Maert 1600 toekomende; ordonneren daerom den Ontfanger die \'t behoort de voorz. 200 p. \'sjaers als voren den Remonstant alhier uyttereycken en te betalen onder behoorlijcke Recepisse, ende daer beneffens voor\'t eerst overbrengende dese Kopie Authentijcq van dien sal \'t selve in reeckeninge gepas-seert worden.

Sckellmjntn. 8 Junii 1587. De Gec. Raden enz......gesien hebbende

\'t advys van den Ontfanger Coolwyck , hebben geordonnéert, dat uyt de Goederen van de Commandeurie tot Schelluynen jaerlycks voortaen betaeldt sal werden de somme van 24 ponden van 40 gr., tot behoef van den Predicant, die uyt de stadt Gornichem gehouden sal zijn voortaen eens ter weecke binnen Schelluynen voorn, daer voor te prediken, ende sal voor de verdere diensten van den Predicant tot Schelluynen voorn, in het besoecken van de Krancken ende anders, by de Huysluydeu aldaer de selve Predicant contentement gegeven werden nae behooren, ende dit alles ter tydt en wylen toe anders daer inne sal wesen voorsien ende geordonneert.

19 Mey 1594. De Gec. Raden enz......gesien het advis

van den Ontfanger Corkelis van CooLWycK, hebben noodigh bevonden ende gheordonneert, dat die van voor de Gemeente aldaer, van een Kercken-dienaer voorsien eude ghedient sullen worden ; ende omme te vervallen de onkosten van dien, hebben voorts ver-klaert ende geordonneert, dat by den Commandeur van Schelluynen ter eeren Godes, by provisie daer toe jaerlycks uyt de Inkomsten van de Commanderye, aldaer betaeldt ende verstreckt sal worden ter somme van 72 ponden van 40 gr. het pondt, ende dat voorts den Ontfanger Coolwyck voorn, de resterende penningen jaerlycks uytreycken ende betalen sal, tot onderhoudt van den Kercken die-

-ocr page 80-

76

naer bionen Schelluynen, sulcks dat de selve te samen magh genieten jaerlycks soo veel, als andere Dienaers ten platten Lande, tot dat anders daer inne sal wesen voorsien.

Schevelingen. 1 Oct. 1594. De Gec. Eaden enz. hebben in aen-sieninge van de onvermogendheydt van de Kerclce van Schevelingen verklaerdt ende geordonneert, Cobnelis van Coolwtck Ontfanger, den Suppliant Hieronimus Vebselius, Kercken dieuaer tot Schevelingen jaerlycks in vier termynen uyttereycken ende te betalen, het gnndt tot syn onderhoudt voor synen dienst, neffens de andere Predikanten ten Platten Lande, is gheaccordeert, ende dat boven de 40 ponden grootenVlaems, die den Suppliant voorts by die van de Kercke tot Schevelingen uytghereyckt sullen worden.

Schiedam. 11 Maart 1589. De Staten enz......gesien hebbende\'t

advis van den Ontfanger Coolwyck, hebben volgende dien, in aen-sieninge van de verachteringe en sware lasten van de Dienaers des H. Evangelium binnen Schiedam, ten eynde de selve haren Dienst voorts in eere mogen betreden, geconsenteert, dat de twee Dienaren binnen Schiedam voorn, in de plaets van 300 ponden jaerlycks genieten sullen van wegen \'t gemeene Landt 400 ponden van 40 gr., ingaende den 10 February laetstleden, ende dat by provisie, ende tot anders daer in by de Staten voorn, sal wesen voorsien.

9 Dec. 1594. De Gec. Raden enz. verklaren ende ordonneren by desen dat de twee Dienaers van de Kercke binnen de Stede Schiedam, elcks jaerlycks voor hare diensten ende ouderhoudt ghenieten sullen ter somme van 500 ponden van 40 gr. Vlaems het poudt, innegaende 1 January 1594 laetstleden.

Schoonhoven. 14 Fehr. 1586. De Staten enz...... aenmerckende dat

door Henricüs Caesarius alleen den dienst als Predicant binnen Schoonhoven lange is gedaen, ende dat deselve predicant met 7 kinderen is belast, ten eynde den selven Suppl niet genootsaeckt werdt hem verder te beswaren met eenige schulden, maer hem verder in den selven Predict-Ampt mach dragen ende onderhouden als na behooren, hebben verklaert, gegunt ende geconsenteert, dat den voorn. Suppl. jaerlycks voortaen geduyrende synen dienst tot Schoonhoven als vooren genieten sal de somme van 400 ponden van 40 gr,, ordonnerende Cohnelis van Coolwyck. Ontfanger, jaerlycks de voorsz. somme te betalen in 4 termynen; is voorts tot ontlastinge van den voorn. Suppl. van de schulden daer in deselve al rede is vervallen, deselve toegevoeght een Subsidie ter somme van 72 ponden van 40 gr., om by den voorn. Coolwyck betaelt te werden daer toe ordonnantie op den selven mede sal werden verleent.

%\\Fehr. 1590. De Gec. Raden enz......ghesien hebbende \'tadvis van

den Ontfanger Cornelis van Coolwyck, op\'t versoeck van Livinus van den Borre, Predicant tot Schoonhoven hebben in aensieninge van de belastinge van den Suppl. voorn, ende voorts om redenen boven verhaelt, den selven Suppl. tot syue Gagie toegevoeght ende

-ocr page 81-

77

geaccordeert jaerlycx de somme van 400 poudeu van 40 gi., iuge-gaen den 5 July 1589 laetstleden, midts dat Burgemeesteren ende Kegeerders van Schoonhoven, denselven Suppliant van wocnplaets buyten des Landts ende des Suppliants kosten sullen doen voorsien als na behooren.

Sevenhuysen. 1 Juny 1581. De Staten enz. hebben verklaerdt, dat Michiel Adriaensz. , Dienaer des Goddelycken Woordts tot Sevenhuysen* van syne diensten betoelt sal worden, achtervolgende de Ordonnantie van de Staten, niettegenstaende eenighe quaestien, deportementen ofte proceduyren, daer af de Staten te voren waren onderrecht.

Sloterdyk. 21 Maart 1584. De Staten enz......gesien hebbende het

advis van den Ontfanger Coolwijck , hebben gegunt ende geaccordeert, dat de Inkomsten van het Sloterdijcker Meerken in desen geroert, voortaen sullen mogen werden geemploijeert tot reparatie ende onderhoudt van de Kercke en des Predicants Huys aldaer, midts dat in sulcken gevalle de Kerckmeesters binnen Sloterdijck gehouden sullen wesen, uyt de inkomsten van het selve Meerken, wesende jegenwoordigh 36 guldens \'sjaers, de Kerckendijck, strec-kende voor \'t Kerckhof aldaer, ende het Bruggetje, leggende voor aen de Notwegh, te maecken ende onderhouden, midtsgaders te betalen den Erfpacht van ƒ 4 \'s jaers daer uyt gaende aen de Kent-meester van Kennemerlandt, als naer behooren, ofte andersints zyn de Staten voornoemt te vreden, dat de geheele Inkomsten van de Pastorye aldaer, midtsgaders van het voorsz. Meerken, komen ende blyven sullen in handen van de Kerckmeesters van Sloterdijck voorn., midts dat de selve tot onderhoudt van den Predicant aldaer, in handen van den Ontfanger Coknelis van Coolwijck stellen de somme van 100 Car. gul. \'sjaers, sulcks sy luyden te vooren aen huerluyder Pastoor jaerlijcks hebben betaeldt.

Slupick. 1 Fehr. 1589. De Gec. Raden enz., op \'t versoeck van

den Schout, Kerckmeesteren ende Ambachtsbewaerders van Slupick......

gesien hebbende \'t advis van -den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, van den 20 Aug. lestleden, gegeven om redenen ende in conformité van de voorgaende verklaringe ende schryvens van den 5 July daer te voren, van die van de Classicale Yergaderinge gehouden tot Aerlanderveen; gesien mede het schryvens ende versoeck van den Ambachts-heer vau Slupick, wesende Collateur van de Pastorye aldaer, ten eynde Nicolaes Euyt, in desen geroert, tot het Predik-ampt binnen Slupick soude mogen worden geadmitteert, van date den 24 Septr. lestleden, ende voorts gesien hebbende het versoeck van die van de Classis van laegh Rhynlandt, van den 10 December lestleden, daer by blijckt dat den voorn. Nicolaes Euyt met dien Classis voorn, was vereeuight, midtsgaders seeckere Waerschouwinge van de Gedeputeerde van Slupick tegen \'t advis van den voorn. Ontfanger Coolwijck, ende alle d\' andere stucken by parthyen ten wederzyden overghelevert, daer uyt volkomentlijck heeft konnen

-ocr page 82-

78

blijcken dat d\' uyterste Huyseu onder de Parochie ende Jurisdictie van Reewijck ende Slupick begrepen, omtrent drie uyren gaens van den anderen zijn gelegen; dat mede den Predicant geduyrende de Combinatie van de diensten van Reewijck en Slupick seer weinigh diensten binnen Slupick heeft gedaen, daer over die van Slupick hen beklagen, ende dat syluyden aldaer van geen Schoolmeester zijn voorsien, hebben de Gec. Kaden voorn, verklaert ende geordonneert, dat den voorn. Nicolaas Ruyt hy provisie sal mogen binnen Slupick voorn, gebruyckt worden als Predicant ende Schoolmeester aldaer, tot dat anders daerinne by de Staten voorn, met nadere kennisse van saecken sal wesen geordonneert, midts dat den voorn.Nicolaes Euyt als Predicant voorn, jaerlijcx van wegen \'t gemeene Landt genieten sal de somme van 50 ponden van 40 gr., daer in begrepen de 30 ponden die den Predicant van Reewijck uyt saecke van de voorn. Combinatie heeft genoten; ordonneren de voorsz. Gee. Tiaden den Ontfanger Coolwijck de voorn. 50 ponden den voorn. Nicolaes Ruyt jaerlijcx uyt te reycken, ende daer tegen de voorsz. 30 ponden van den Predicant van Reewijck inne te houden.

Sparendam en Sparenwoude. 7 Juny 1589. De Staten enz......gesien

hebbende \'t advis van den Ontfanger Cobnelis van Coolwijck, hebben volgenden dien, en \'t versoeck van de Dienaren der Classis van Kennemerlandt, verklaert, geconsenteert en geordonneert, dat den Predicant Aeent Ahentsz. by de Suppl. aengenomen, om den dienst te betreden binnen Sparendam en Sparenwoude (waeronder \'t Gehucht van Iloutrijck, ende \'t Hof Ambacht ende Folanen zijn ressorterende) sal genieten al sulckeu Gagie als andere Predicauten die twee Dorpen zijn bedienende, van den tydt af dat by behoorlijcke attestatie blijcken sal, den dienst aldaer wettelijck ingevoert te zyn; hebben voorts de Staten voorn, den selven Predicant voor sijn Huyshuyr toegevoeght en geaccordeert de somme van 30 ponden van 40 gr. Vlaems \'sjaers, ten tijdt toe binnen den voorn. Dorpe een Huysinge tot bequame wooninge voor den selven Dienaer ge-bouwt sal wesen, midts dat die van Sparenwoude voorn, wederom tot haren laste nemen ende onderhouden sullen den Schoolmeester aldaer, sulcx binnen alle andere Dorpen wordt gedaen, daer op behoorlijcke Ordonnantie op den Ontfanger Cornelis van Coolwijck verleent sal worden; ende aengaende de versochte autorisatie, om na oude gewoonte te mogen ommeslaen d\' onkosten nodigh zijnde tot reparatie van de Kerck ende Pastorye Huysinge aldaer tot Spancoude, hebben de Staten voorn, verklaert ende geordonneert, dat tot reparatie ende opmaeckinge van de voorsz. Kercke ende Huysinge geprocedeert sal worden, ende dat d\' onkosten van dien volgende \'t verdragh dies aengaende gemaeckt ende de Staten ver-thoont, gedragen sullen worden by de vermogenste inwoonende Persoonen als na ouder gewoonte, voor een vyfde deel by die van \'t Hof Ambacht, voor een sestepart by die van Houlrijck ende Folanen, ende de rest tot laste van die van Sparwovde; authoriserende oversulcx de gene die \'t behooren sal, op de bestedinge van de

-ocr page 83-

79

Wercken nodigh zijnde tot de voorsz. reparatien, d\' ommeslagh ende Collectatie te doen sulcx als vooren, ende voorts tot inninge en executie te mogen procederen als \'t behooren sal; lastende en ordonnerende een yegelijck die \'t aengaen mach hen hierna te reguleren.

Spanhroeck. 14 Febr. 1589. Op \'t versoeck van Dirck Heynüericesz. jegenwoordigh Kerckmeester tot Purmeréynde, ende de Burgemeesteren der selve Slede, met hem ghevoeght, om te hebben verklaringe van de Staten, aengaende de Gifte ende Collatie van seecker bespreek: staende op St. Huybrechts Autaer aldaer, gehoort het rapport van de Gecommitteerden , is geordonneert te schryven aen Burgemeesteren Schepenen ende Gerechte van Purmereynde. dat men volgens de Eesolulie van de Staten van den 6 September 78 bevindt, dateenen Jan Dircksz. syn gepretendeerde recht van Collatie of Patronaetschap niet en is gefundeert, ende nochtans de Staten om seeckere conside-ratien goetvinden dat de voorsz. Magistraten den vooin. Jan Dircksz. voorsz. wesende genoegh blindt ende miserabel, de bequaemste in de saecke aldaer sonde werden aengenomen midts hem syn leven lanck alleenlyck te laten volgen de helft van \'t inkomen van \'t Landt gelegen tot Spanhroeck, ende in de Gift-Brieven begrepen , ende dat de wederhelft, ende oock \'t volle inkomen van dien na den overlyden van den voorn. Jan Dircksz., tot onderhoudt van den Predicant aldaer aal blyven geeygend, sonder dat de voorsz. Jan Dircksz., of yemandt anders, tot de Gifte voorsz. of de Collatie voorz. van dien, eenigh vorder recht sal mogen pretenderen.

Vlielandt, (Oosteynde). 18 April 1581. De Staten van Hollandt, ende Gedeputeerden van Zeelandt, hebben in aensieninge van de armoede ende desolatie van de schamele gemeente alhier, de selve uyt sonderlinghe gratie gegundt ende geoctroyeert, voor den tydt van vier jaren eerstkomende, innegaende ter expiratie van de loopende pachte, te mogen ontfangen ende genieten, de eene helft van de gemeene Middelen, in de verpachtinge van de Imposten van den Turf, Bestiael, Hoorn-Beesten ende Gemael, die binnen den Dorpe van het Oosteynde voornoemt, gedaen sal worden, midts dat de Penningen daer of komende, sullen worden verstreckt ende bekeert tot onderhoudt van den Predicant, Schoolmeester, ende de Kercke aldaer, ende dat de Supplianten gehouden sullen zijn de Staten voornoemt daer af te verantwoorden t\'allen tyden , des versocht zynde.

2 Juny 1584. Bovenstaande voor drie jaren verlengd.

Vlielandt (Westeynde). 18 April 1581. De Staten van Hollandt, ende Gedeputeerden van Zeelandt, hebben in aensieninghe van de\' armoede, ellende, ende desolatie van die van \'t Westeynde van Vlielandt, de selve uyt sonderlinge gratie gegundt ende geoctroyeert, gunnen , ende octroyeren by desen, tot onderhoudt van hare schamele Gemeente, Weduwen ende Weesen, voor den tydt van vier Jaren eerstkomende, innegaende ter expiratie van dejegenwoordigePachte, te mogen ontfangen ende genieten, de eene helfte van de gemeene Middelen, in de verpachtinge van de Imposten van den Turf,

-ocr page 84-

80

Bestiael, Hooru-Beesteu, ende het Gemael, in den Dorpe en Jurisdictie van het W esteynde van het Vlielandt; dat voorts tot onderhoudt van den Predicant ende Schoolmeester aldaer, de Supplianten, gedurende den voorsz. tydt van vier Jaren, van alle Wynen die in den voorz. Dorpe ende Jurisdictie getapt en gesleten sullen worden, van de vyfde Kanne sullen mogen ontfangen alsuleken Accyns, als binnen andere Steden werdt ontfangen, midts dat de Supplianten gehouden sullen zyn de Staten daer af te verantwoorden, t\' allen tyden des versocht zynde.

Voorburgh. 25 Aug. 1594. De Gec. Raden enz., aenmerckende dat het Gomptoir van den Ontfanger Cornelis van Cooltvijck amp;c. Dat den Kercken-dienaer tot Voorburgh, Dibck Pietersz., ofte die in der tydt wesen sal, uyt den Comptoire van de Domeynen van Noord-hollandt, ende de Inkomsten gekomen van den Capittele alhier te Hove, by den jegenwoordigen Ontfanger Willem Hanneman, ofte die in der tydt wesen sal, jaerlycks in vier termynen, innegaende den 1 January laetstleden, uytgereyckt ende betaelt sal worden, het gui dt deuselven Kercken-dienaer jaerlijcks trecken ende ontfangen sal, volgende de Eesolutie van de Staten voorn, van den 13 Mey laetstleden, !) boven de 340 ponden, die tot noch toe, ut supra, mutatis mutandis, als wesende ordinaris, en dat het selve uyt de voorsz. Inkomsten wel sal mogen vervallen worden.

Voorhout. 9 Jan. 1580. Is verklaert dat uit de Inkomsten van de Pastorye tot Voorhout, de Predicant aldaer tot 240 p. van 40 gr. \'s jaars betaeld sal worden en onderhouden, blyvende de resteerende Penningen van dien alleenlyk tot behoef van Jacob Blonueel, eertyds Keiler van de Abdye van Egmont, uiettegenstaende Ordonnantie van de Staaten, alsoo de Inkomsten van de voorschreeve Pastorye uit alsulcke meeninge den voornoemde Blondeel zijn geaccordeert, en andersints op het onderhoud van deselve Predicant niet voorsien mag worden, en de selve Blondeel mede andere Middelen heeft om hem bequaemelijk te onderhouden, wel verstaende dat die van de Classis der gemeene Predicanten binnen Ttynland daar in sullen voorsien, dat een bequaem Predicant tot Voorhout gesteld of gehouden werde en dat van de inkomsten der voorschreeve Pastorye behoorlijken Staet overgeleevert sal worden in handen van den Ontfanger Generaal Cornelis van CooLWUCK, om by hem aanteikeninge dac.r van gedaen te moogen worden als na behooren.

Weesp. 23 Mey 1586. De Staten enz......gesien hebbende\'t advis

van den Ontfanger Coolwijck, hebben verklaert, dat midts by Bur-gemeesteren en Begeerders der Stede Weesp voor de Goederen van de Pastorye, Memorie ende andere, tot betalinge van den Predicant gedestineert, binnen de voorsz. Stede ende Jurisdictie fan dien den Predicant jaerlycx betalende 100 ponden, den voorn. Ontfanger Coolwijck gehouden sal wesen uyt synen ontfangh noch te betalen

\') by Algemeen.

-ocr page 85-

81

200 ponden jaerlycx aen den voorn. Predicant, tot syu onderhoudt, sulex dat hy 300 ponden jaerlycx sal genieten ais andere.

Werckendam en de Wercken. 26 April 1595. De Gec. Raden enz... verklaren ende accorderen by desen dat Johannes Vitellcs als Kercken-dienaer binnen Werckendam en de Wercken sal mogen aengenomen worden ende gebruyckt, midts dat deselve daervoor niet meer genieten sal als andere Predicanten ten platten Lande, een Dorp bedienende, eude dat den voorn. Kercken-dienaer binnen deu Forte van de Wercken sal worden gelogeert ende geaccomodeert in al sulcken Hutte of Plaetse als voor den Kercken Dienaer aldaer is gedestineert.

Westzanen. 3 Juny 1596. De Gec. Raden enz. consenteren, dat Johannes Lieshoudt, Dienaer des Goddeiycken Woords tot Westzanen jaerlijcks in de plaets van 40 ponden, genieten sal 80 ponden van 40 gr. VJ. \'t pondt.

Woerden. 12 Sept. 1594 De Gec. Raden enz.....hébben op het

versoeck van Zegerus Koninxbekgen, Kercken dienaer te Woerden, ten aensien van zijne groote lasten van Huyshoudinge, als met veel Kinderen gezegent zijnde, ende dat den selven binnen Woerden voor sijnen dienst aldaer 500 Caroli guldeus \'sjaers heeft genoten, omme hem daer inne van egeene minder conditie te maken, maer conten-tement te geven, hebben verklaert ende gheordonneert, dat niettegen-staende de Resolutie op de betalinge van de diensten ende onderhoudt van de Predicanten ten platten Lande ghenomen, den voorn. Zegerus Koninxbekgen sal genieten de voorsz. ƒ500— sjaers, overmits de swarigheden die aldaer mede voorvallen, in het reformeren van de Diensten der Kercke aldaer, in conformité van alle Kercken binnen deze Landen, ter eere Godes ende welstandt van de Kercke, welcke betalinge by den Ontfanger Corjtelis van Coouwijck, in vier termijnen jaerlycks gedaen sal worden, tot dat anders daer inne sal wesen geordonneert.

3 July 1598. P. de Bricquingii, tot tweede predt. te Woerden aangesteld, en wanneer hij niet uit de inkomsten van de Kerk als pastorie aldaar ten volle kan worden betaald, zal daarin van wegen \'t gemeene Land voorsien worden als naar behooren.

Wormer en Gisp. 81 Jqu. 1590. De Staten enz......gesien hebbende

\'t ad vis van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, verklaren ende accorderen by desen, dat noch een bequaem Dienaer aengeuomen sal mogen worden, om nevens de andere Dienaer des H. Evangelii den dienst te betreden tot vorderinge van de Kercke Godts binnen de twee Dorpen van Wormer eude Gisp voorn., tot opbouwinge van de Kercke , vertroostinge en onderrichtinge van de Gemeente aldaer tegens alle wederspreeckers, ende dat de voorsz. Dieuaers van wegén \'t gemeene Landt na d\' aenneminge van de voorz. tweede Dienaer jaerlycx betalinge genieten sullen als andere Dienaren ten platten Lande, die maer een Dorp zijn bedienende; ordonnerende over sulcx

6

-ocr page 86-

82

CoRNEiiis van Coolwijck, Ontfanger, de voorsz. betalinge volgende dien te doen, daer op haer behoorlijcke Ordonnantie verleent sal worden, midts dat die van deu Gerechte en de Kerckmeesteren van de voorn. Dorpen van Warmer ende Gisp, daertoe ten Comptoire van den selven Ontfanger elcx jaerlijcx furneren sullen de somrae van 50 ponden van 40 gr., ingaende ten dage van \'t aennemen van den tweeden Dienaer als vooren, welcke penningen by die van Warmer en Gisp betaelt ende gefurneert sullen worden, soo verre sy luyden noch eenige gemeene Inkomsten hebben, daertoe dienende, die als noch in handen van den Ontfanger Coolwijck niet zyn ghestelt, ende dat andersints de betalinge van de voorsz. twee Predicanten in \'t geheel by den selven Ontfanger zal worden ghedaen, ovennidts de verdere lasten die de voorn, van Warmer en Gisp tot onderhoudt van de Kercke aldaer dragen moeten, capitalycken ten minsten qvetse over de Ingesetenen aldaer gevonden ende omgeslagen sullen mogen werden, daertoe die van den Gerechte aldaer hy desen werden gelast ende geauthoriseert.

\'tWoud. 15 Jnny 1579. Is geordonneert den Ontfanger Coolwijck de Goederen ende Inkomsten van de Pastorye van \'t Woud aen te vaerden, ende daer af den Staet over te nemen, omme by hem met d\'andere penningen van syn ontfangh verstreckt te worden (ot onderhoudt van de Predicanten, niet tegenstaende eenige voorgaende Ordonnantiën ende Eesolutien ter contrarie, die de Staten by desen hebben gederogeert.

JVoudriohem. 20 Nov. 1586. De Staten enz......veistaen dat den

Predicant Gualteuus Reyns, binnen de Stadt Woudrichem nodigh is, ende dat op de betalinge van den selven Predicant behoort voorsien te worden by degene die hem aldaer beroepen Lebben, ende souden niet te min de Staten niet nagelaten hebben airede ordre te stellen op \'t onderhoudt van denselven Predicant, soo verre de Goederen van de Pastoryen, Vicaryen ende andere, tot onderhoudt van de Predicanten gedestineert, gelegen onder Wondrichem voorn, mede ouder den ontfangh van de Goederen dienende tot onderhoudt van de Predicanten in Hollandt, gebracht en gestelt waren geweest als na behooren, ende de gemeene Middelen binnen Woudrichem voorn, mede mogen gehouden worden tot defensie van den Lande, in wel-cken\' gevalle de Staten niet nalaten tot vorderinge van Godes H. Woordt op \'t onderhoudt van den voorn. Predicant te doen voorsien na behooren.

10 Oct. 1589. Op \'t versoeck van de Burgemeestereu der Stede Woudrichem, om te hebben ordinaris onderhoudt uyt Hollandt, voor Gerardus van Blockhoven, Dienaer des H. Evangelii aldaer, is deselve Predicant voor dese reyse geaccardeert 100 ponden van 40 gr. sonder getrocken te mogen worden in consequentie.

3 Oct. 1590. De Gec. Raden enz......aenmerckende de gelegentheyt

der saeckcn der Stede van Woudrichem en de Landen van Althena, wesende by koop vereenight aen den Lande vau Hollandt, hebben

-ocr page 87-

83

in aensieninge van fie bequamheyt van Otto Tonseu, het voorgaende verlies van deselve, ende de goede diensten die by hem binnen de Stede van Woudrichem eude voor de Ingezetenen binnen den Lande van Althena gedaen mogen werden, verklaert ende geaccordeert, dat denselven Suppl. van den 15 Maert laetstleden, ingangh syns dienst binnen den voorz. Stede van Woudrichem, tot sijn onderhoudt jaer-lijcks by den Ontfanger Cornelis van Coolwuck uytgereyckt eude betaelt sal worden, in reguard van den soberen staet binnen desehe Stede, de somme van 400 ponden van 40 gr., tot dat anders daerin sal wesen voorsien ende geordonneert, midts dat d\'inkomsten van de Pastorye-beneficien ende Vicarye Goederen aldaer, ende binnen den voorz. Lande van AUhena, komen sullen onder den ontfangh van den Ontfanger Coolwuck, tot vervallinge van \'t onderhoudt van den Predicant aldaer, waer op behoorlijcke Ordonnantie verleent sal worden.

UI. Abdye van Bgmont.

(Zie ook by leyden Li niversiteyt).

19 Maart 1579. De Staten enz...... hebben tot goede ver-

seeckertheyt van de betalingh in het onderhoudt van de Professoren tot Ley dm, beslooten, verklaert ende geordonneert, dat jaerlycx by Ordonnantie van de Staten uyt de ghemene inkomsten der Goederen van de Abdye van Egm.ont geligt ende geheven sullen mogen worden soo veel penningen als aen de betalingh van de Professoren ende Dienaren in de t)niversiteyt tot Leyden tot haer onderhoudt, aen de Goederen ende Inkomsten , daertoe gedestineert, te kort sal mogen komen op den Staet die daervan jaerlycx by de Curateurs alhier sal worden gelevert, in handen van de Staten, midts dat uit d\'inkomsten van de voorz. Abdye Goederen alvooren betaelt sullen worden de Conven-tualen, over haer alimentatie ende verdere lasten daer uyt gaende.

27 Dec. 1580. De Staten enz......gesien den Staet van de inkomsten

ende lasten van de Goederen van de Abdye van Egmont, ende om te voorsien op \'t onderhoudt van de Professoren binnen Leyden, achtervolgende voorgaende Eesolutie van de Staten, hebben verklaert ende geordonneert dat de Thienden van de Geestelijcke Goederen in desen geroert, achtervolgende den Placate van den Vijftigsten pen-ningh, in de Quohieren van dien gebracht sullen worden by memorie.

25 Juny 1585. De Staten enz. aenmerckende den grooten noodt, ende het langhduyrigh vervolgh van de Conventualen van Egmondt, overmidts haerluyder armoede ende achterwesen, geresen uyt saecke van de quade betalinge van haerluyder toegevoeghde alimentatie, ende dat die van den Noorder quartiere van Ilollandt, niettegenstaende alle voorgaende Vermaningen, Eechts-vorderingen, ende verscheyde Beschryvingen, dies aengaende ghedaen, egeene verdere lasten daer van en hebben begeeren aen te nemen, dan te betalen de eene helft van de alimentatie der voornoemde Conventualen, soo wel van het gene aireede verschenen ende onbetaelt magh wesen, als het gene

-ocr page 88-

84

dat noch soude mogen verschyuen, geduyrende het leveu van de voorn. Conventualen; zyn de Staten voorn, genootsaeckt geweest, onvermindert hare gerechtigheydt daer inne te condessenderen, alhoewel syluyden egeene middelen en weten omme de andere helft binnen desen quartiere te doen betalen, ten ware het selve soude mogen gheschieden uyt eenigh verschot, soo wel van de Goederen, komende van de Abdye van Egmondt voorn., boven het onderhoudt van die van de Universiteyt tot Leyden-, als mede van de Goederen, gekomen van de Canonisie van Geervliet, die daer toe sullen mogen worden ge-employeert, niet tegenstaende het achterwesen in \'t onderhoudt van de Predicanten, daer op vooral behoort voorsien te worden.

12 Augusti 1585. Is geordouneert te schryven aen Klaes Dikcksz. vau Montfookt, Ontfanger van de Geestelycke Goederen tot Leyden, ende aen Nicolaes vak dee Wiele, Ontfanger van de Goederen, ghekomen van de Abdye van Egmondt, dat hy hem daer naer regalere, als hier naer is volgende;

Alsoo Wy noodigh bevinden by eenighe middelen te doen voorsien, op de betalinghe van de Conventualen van Egmondt, die over haer achterwesen binnen desen Quartiere van Hollandt aengenomen is eerstdaeghs gedaen te worden tot onderhoudt van deselve Conventualen ; ende Wy er geene andere middelen daertoe en hebben konnen vinden, dan tot voldoeninge van de Assignatie tot dien eyiide ghedaen , ter somme van 800 ponden van 40 gr. op Nicolaes van der Wiele , Ontfanger van de Goederen van de Abdye van Egmondt, binnen desen Quartiere gelegen, uyt de Inkomsten van Uwen Ont-fangh, ende in minderinghe van 2000 gelijcke ponden, die Uwer E. tot behoef van de Universiteyt tot Leyden moet verstrecken, ende uytreyckende zyn op de laetste betalinghe. Uwer E. de voorn, somme van 800 ponden laten volghen, op de eerste betalinghe die aen die van de Universiteyt voorn, ghedaen moet werden, ten eynde den voorn, van deb Wiele daer tegens ghelijcke somme magh laten volgen aen de Conventualen voorn, tot voldoeninge van de voorschreve Assignatie noodigh zynde tot onderhoudt van de voorn. Conventualen; sal daeromme Uwer E. niet naerlaten al sulcken ordre te stellen, dat, achtervolgende dese Onse schryvens, de voorschr. somme van 800 ponden, by Uwer E. op de eerste betalinghe aen de Universiteyt voorn, uytgereyckt werde, ten eynde daer teghens by den voorn. van der Wiele, op deselve betalinghe gelijcke somme magh inghe-houden werden, tot voldoeninghe van de voorn. Conventualen, mits dal op de laetste betalinge van die van de Universiteyt voorn, wederomme gelijcke somme by den voorn, van der Wiele voor Uwer E. betaelt sal werden.

IV. Abdye van Beynsburgh.

1 Sept. 1579. Alsoo de Staten nodigh bevonden hebben daer in te doen voorsien, dat de Goederen ende Inkomsten van de Abdye van Beynsburgh geregeert ende geadministreert mogen worden ten

-ocr page 89-

85

meesten dienst van den Lande, ende daeraf verantwoordt als na be-hooren, ten eynde op de betalinge ende onderhoudt van de gene die daeruyt moeten worden gealimenteert, behoorlycken voorsien mach worden, hebben gecommitteert ende geauthoriseert, Jonckh. Jacob Heere van Wyngaerden, als Sequester der selver Goederen, om d\' Inkomsten van dien te mogen ontvangen ende administreren ghe-duyrende den tydt van een jaar eerstkomende, ten eynde middeler-tydt by den Ontfanger Dirck Gerritsz Kessel van alle syn outfangh, handelingh ende administratie der selver Goederen behoorlycke reeckeninge, bewys ende reliqua mach worden gedaen, sulcx dat den voorn. Kessel alle verdere Ontfangh ende onderwindt der voorsz. Goederen voor den jare 79 by desen wordt verboden ende gheinter-diceert, ter tydt toe als vooren, ende voorts belast in handen van den voorn. Heere van Wyngaerden over te leveren, sonder eenigh wederseggen of vertreck, al sulcke Blaffaerden, Eegisteren, Brieven ende andere Munimenten, als tot vorderingh van de voorn. Ontfangh ende administratie der Heere van Wyngaerden voorz. sullen nodigh wesen, wel verstaende dat den selven Heere van Wyngaerden onder behoorlycken Eedt gehouden wort, van de selve syn handelingh ende administratie mede te doen behoorlycke reeckeningh , bewys ende reliqua in handen van de Staten, sonder daerop eenige penningen intehouden uyt saecke van voorgaende diensten of achter wesen, lastende ende ordonnerende over sulcx allen ende een yegelyck die t\'aengaen mach, geen verdere betalingh te doen van eenige Pachten, Renten, of andere Inkomsten der voorsz. Goederen voor den voorsz. jare 1579, dan alleenlijck in handen van den voorschreven Heere mn Wyngaerden, die daer af syn Brieven van Recepisse ofte Acquit sal mogen geven.

V. Combinatiën.

Algemeen 4 Juny 1581. De Staten enz......verstaen, dat aen de

ghemeene Predicanten, van een yegelyck Classis ofte Collegie, in de Quartieren sal gheschreven worden, dat syluyden met kennisse, ende ten overstaen van den Hooft-Officier aldaer, procederen tot combinatie van de twee Dorpen die naest.aen den anderen sullen zijn ghelegen, ende daer af de Inghezetenen bequaemelijck by eenen Predicant bedient sullen mogen worden, daer op te hooren de selve Predicanten, ende te maecken pertinenten Staet ende de selve Staten overteleveren, omme op alles gelet ende voorsien te mogen worden naer behoore.

Catwyck-Valckenburgli. 23 Aug. 1594. De Gec. Raden euz., verstaen hebbende de gelegentheydt van de saecke aengaende de betalinghe die tot noch toe by die van Catwijch op Mhyn, Catwijck op Zee en Valckenburgh is gedaen, aen haer luyder Kerckendienaer Wilhelmus Vince, hetwelck jaerlijcks heeft bedraghen 320 ponden ofte daer omtrent, hebben ten aensien van de Resolutie van de Heeren Staten voorn., volgende welcken den voorn. Kercken-dienaer, overmidts syne bedieninge van de voorn, drie Dorpen, jaerlijcks uytghereyckt

-ocr page 90-

86

moet worden 400 ponden, door dien hy met meer kinderen als drie is gezegent, ende 50 ponden, al van 40 gr. het pondt, voor de voorn, comb., incegaende met den jagenwoordige jare 1594, ver-klaert ende geordonneert, dat die van Catwijck op den Rhyn, Cat-wijck op Zee ende Valckenburgh, te samen voortaeu innegaende als vooren, tot behoef van den voornoemden Kerckendienaer, ofte die in der tydt wesen sal, meer dan met drie Kinderen voorsien, ghe-duyrende de voorn, ghecombineerde Diensten, uitreycken ende betalen sullen in 4 termynen 330 ponden, ende de selve furneren uyt alsulcke Middelen , als by hen tot noch toe is gedaan, ende dat de resterende 120 ponden op gelijcke termynen gefurneert ende betaelt sullen worden by dan Ontfanger Cornelis van Coolwijck, ofte andere in der tydt wasenda.

16 Aug. 1595. De Gec. Raden enz., aenmerckenda de goede diensten die Wilhelmtis Vhstck lange jaren tot Valckenhurglt en bayde de Catwijcken heeft gadaen, ende dat die van Catwijck op den Rhijn in gebreecke sonden zijn te batalen hare portie in de 300 ponden van 40 gr. \'sjaers, die geordonneert zijn betaalt te worden t\' samen by die van Catwijck op den Rhijn, Catwijck op Zee en Valckenburgh\', by deselve te furneren uyt alsulcke Middelen als by hen luyden over de jare 1594 was gedaen, volgende d\'Acta van 23 Aug. 1594, hebban verklaert auda geordonneert, dat gemerckt den 11 Jan. 1592 die van Valckenhurg/i ende beyde CatvAjcke.n t\'samen verdragen ende overkomen zijn den Suppl. te laten volgen 50 ponden van 40 gr. \'sjaers, boven de 300 ponden, en tot laste van\'t gemeene Landt aangenomen is, den Suppl. jaerlijcx te betalen 120 ponden gaduyrendé den dienst van den Suppl. aldaer by combinatie of anders, die met meer als 3 Kinderen sullen gezegent zijn, die van Catwijck of den Rhijn sonder eenige verdere uytvlucht of excuse gehouden sullen zijn haer aenpirt ende portie te dragen, ende doen furneren in de voorz. geordonneerde 300 ponden \'sjaers, van den tijdt af, dat deselve van Catwijck op den Rhijn daar af in gebreecke zijn gebleven, alsoo de Gec. Raden van de Staten verstaan dat die van Catwijck op den Rhijn daer van niet meer als andere verlicht, verschoont noch ontlast mogen blyven.

10 Jan. 1596. De Gec. Raden enz., gesien het advis van dan Ontfanger Coritelis van Cooi/wtck, consenteren ende accorderen by desen, dat Wiliillmtts Vinck, predicant tot Valckenburgh en de beide Catwycken, voor den dienst van het darde Dorp als tot Valckenburgh mede, genieten sal 50 ponden; ende sulcks t\'samen 500 ponden van 40 gr. \'t pondt \'sjaers, ingaande den eersten deser maendt, daervan jaerlycks 30 ponden van wegen het gemeene Landt betaelt sullen worden en da rasterende 70 ponden by die Valckenburgh.

9 Juny 1599. De Gec. Raden enz. hebben geaccordeert en geconsenteert dat de opvolger van ds. H. Vincke , als predt. van Catwyck op Rhyn en Valckenburgh van wege \'t gemeene Landt

-ocr page 91-

87

jaarlyks sal ontvangen 150 ponden van 40 gr. \'t poiult, boven de 250 ponden die hij van de voorz. Dorpen geniet.

Hardinxveld-Gysendam. 5 Maart 1597. De Staten enz......liebben

gecousenteert, dat by provisie binnen de Capelle gelegen tnsschen Hardinxveld en Gysendam, alle Sondags de Predicatie des H. Euange-liums gedaen sal worden, en voorts de bedieninge met deurgaande goede opsigt by den jongsten Kerckdienaer van der naaste Plaetse, daar voren deselve Kerckendienaar jaarlyks ontfangen en genieten sal 50 p. van 40 gr. bet pond, alles totdat anders daarin sal wesen voorsien, en geordonneert, en aangaande de versogte reparatie van de voorsclir. Capelle, om te vervallen de onkosten van dien, hebben de Staten voorn, bewilligt en geconsenteert, dat om de plaetse binnen de voorsclir. Capelle te doen accommoderen van Gestoelte, Banken en andersints noodig zynde tot dienste van de Kercke, by den Ont-fanger Corxelis vak Coolwijck daartoe uitgereikt sal worden 50 p. van 40 gr,

21 Mei 1597. De Gec. Eaden enz......gesien hebbend/s

de acte van de Heeren Staten van den 5 Maart 11., hebben op het versoek van die van de Classis van Gornickem, om redenen verklaart en geordonneert, dat de bediening van de Kercke binnen de Capelle voorschr. gedaen sal worden, de eene Soudag by de Kerckendienaer van Hardincxvéld eu de andere Sondag daar aan byde naaste en jongste Kerkendienaer als voren, en soo voorts alle Son-dagen by gebeurte, tot dat anders daarin sal wesen voorsien en geordonneert ; en sal by de twee Kerkendienaren voor haarluider diensten middelertijd jaarlyks elk genieten de helft van de 50 p. van 40 gr. het pond (bovenvermeld).

5 Jan. 1598. Het tractement van ƒ 25— \'sjaers, voor den Kerckeu dieuaer te Hardinxveld en den jongsten dienaer der classis Dordrecht, voor de dienst te Gysendam, verhoogd tot 50 ponden van 40 gr. \'t poudt sjaers voor elck, alsoo te zamen 100 ponden.

Hekelingen. 8 Oct. 1598. De Gec. Raden enz......hebban verklaart en geordonneert, dat de bediening van de Kerk tot door dien de selve als nog van egeenen Kerkendienaar en syu voorsien, sal worden versorgt ea waargenomen by de drie Dienaren van de naaste Kerken aldaar, sulcx by denselven de naaste voorgaande maanden is gedaan, en dit nog voor den tyd van 3 of uiterlyk ten langsten 4 eerstkomende maanden, soo verre middelertyd de voornoemde van Hekelingen van een bequaem Dienaar volgende de ordre van de Kerke niet en sullen konnen voorsien worden, daartoe de voorn, van Hekelingen ernstelyck by desen vermaant worden, alle devoiren te doen tot dienste van de Kerke aldaar, en dat voorts die van de Classis voornoemt daar inne sullen worden gerespecteert na behooren.

Heukelum-Asperen. 6 Nov. 1590. Is geordonneert te schryven aan

-ocr page 92-

88

de Classis van Gorcum, dat sylieden de Staaten eerstdaags willen ad verteeren, wat ordre binnen Heukelum en Asperen is, aangaande den dienst van de Predicanten aldaar, sonder ook de Dienaren uit de voorschr. Plaatsen te vertrekken om uit haaren dienst te scheiden, dan met voorgaande consent van de Staaten.

Hemden-Hemert. 8 Aug. 1595. De Gec. Kaden enz., accordeeren aan Corotxis Roderbukgh, Dienaer des Groddelijcken Woordts binnen de Stede Heusden, boven de 500 ponden die hem jaerlijcks, ingaende 1 January 1594, voor sijnen dienst binnen Heusden is geaccordeert, noch 50 ponden van 40 gr. \'t pondt \'sjaers, voor siju Weeckelijcke diensten op Hemert.

Koorndi/k-PiersMl. 11 Oct. 1590. De Gec. Raaden enz......de goede

gelegentheid van de dorpen van Koorndyk en Piershil, om bij combinatie voorts met een Dienaer des Woords bequaamelyk bedient te moogen werden, sulcks eenige jaren al reede gedaan is, en voorts de ongeleegentheid der saake omme den dienst van Piershil met den dienst van Nieuw Beyerland te combineeren, gemerkt deu Dienaer van Oud Byerland daar over meede opsigt heeft buiten koste van den Lande, hebben verklaert en geordonneert, dat den vorderen dienst van die vau Koorndyk en Piershil voornoemt, sal blyven gecombineert, tot dat anders daar in met goede kennisse van saaken sal weesen voorsien, en dat sulks by den Ontfanger Johan Commersz. den jegen-woordigen Dienaar van Koorndyk en Piershil alsulcke betaalicge gedaan sal worden, als den voorgaande heeft genooten, soo lange by hem den voornoemde dienst sal betreeden worden, niettegenstaande de Inkomsten van Piershil tot behoef van de Predicanten gedestineert, meer zijn als binnen deu Koorndyk, daar op geen reguard mag ge-noomen worden.

Langevelt-Noordwyck. 27 Nov. 1596. De Gec. Eaden enz. accorderen by desen dat den Kercken-dienst van Langevelt met den dienst van die van Noordwyck sal worden ende blyven gecombineert, tot dat anders daer inne sal worden voorsien ende geordonneert sal wesen, ende dat sulcks den Kercken-dienaren van Noordwyck, de voornoemde twee plaetsen by combinatie bedienende, jaerlycks daer voor Ontfangen en genieten sullen 400 ponden van 40 gr. het pondt.

Lekkerkerk-Lekkerlandt. 2 July 1586. Op de quot;Requeste van de Schouten ende Gesworens, midtsgaders de gemene Huysluyden van Leckerkerck ende Leckerlandt, ten yende de combinatie van den dienst van den Predicant aldaer afghedaen, ende die van Leckerlandt van een Predicant aldaer alleen gedient sonde mogen worden, tot vorderingh van des Godes dienst, volgende \'t voorschryven van de particuliere Synode tot Rotterdam gehouden, is geappostilleerd.

Zij desen gestelt inhandea van den Ontfanger Cornells van Coolwi.ick , ten eynde hy de Staten van Hollandt by besloten Missive ad ver tere van de inkomsten van die van Leckerlandt ende Leckerkerck, elck in \'t bysonder, die tot onderhoudt van de predicanten zijn gedestiueert, ende

-ocr page 93-

89

voorts of den staat van den voorsz. Ontfangers Compt. soude mogen lyden, dat die van Leckerlandt, als in desen mede van een Predicant sullen worden voorsien, om daer na op \'t versoeck vau de Suppl. voorsien te mogen worden na behooren.

Nieuwerkerck-Capelle ajd IJssel. 16 Nov. 1590. Op \'t versoeck van Harm a mis Merltn hebben de Gec. Eaden op \'t ernstigh. schryvens van Burgemeesteren ende Regeerders der Stadt \'Rotterdam, den voorn. Suppliant in aensieninge van sijn groote lasten van 7 Kinderen, toegevoeght, boven de generale extr. Subsidie, 50 ponden van 40 gr. eens, daer van Ordonnantie op den Ontfanger Cornelis van Coolwijck verleent sal worden; ende alsoo by de Gec. Raden voorn., volgende \'t schryvens van deselve van Rotterdam, msde goet ende nodigh bevonden is, dat tot Cappelle op d\'Yssel, des Heeren Woordt mede worde verkondight, \'t welük tot noch toe niet is gedaen, hebben geordonneert, dat den Suppl. alhier boven sijn Dienst tot Nieuwerkerck, tot Cappelle voorn, mede predicken sal, ende voorts beyde deselve Plaatsen bedienen, sulcx dat d\' Inghesetenen van beyde de voorn.gt;. Dorpen daer van mogen hebben contentement, ende dat denselven Suppliant geduyrende sijn Dienst voorn, daer vooren jaerijcx ghe-nieten sal soo veel als andere Predicanten ten platten Lande in Mollandt, die twee Dorpen bedienen.

Nootdorp-Wihveen. 21 Oct. 1595. De Gec. Eaden enz. gesien het advies van den Ontfanger Coolwijck. hebben verklaert en ge-ordonneert, dat binnen Nootdorp en tot Wilsveen by één Kerkendienaar den dienst van de Kerke, soo in het prediken als andersints, getrouwelijk waargenomen en betreden sal worden, als eenige jaren herwaarts is gedaan, waar na de lugesetenen aldaar hun sullen hebben te regiüeren.

Sassem-Gage. 13 Jan. 1590. De Staten enz......gesien hebbende \'t

advis van den Ontfanger Cobnelis van Coolwijck, hebben verklaert ende geordonneert, dat Davjd Jansz., Dienaer tot Sassem, voorden dienst by hem airede in de Cage ende daer omtrent gedaen, en noch te doen tot den 10 Febr. toekomende, genieten zal boven sijn dienst tot Sassem, 50 ponden van 40 gr., ende dat den selven Dienaer voor synen dienst tot Sassem, in de Cage ende daer omtrent, sulcx de selve airede by hem is betreden, na den 10 Febr. voorn, daer in continuerende als na behooren, soo veel jaerlijcx by Ordonnantie genieten sal, ende by den voorn. Ontfanger betaelt sal worden als andere Dienaers des H. Evangelii die twee Dorpen bedienen, genietende zijn, tot dat anders daer in sal wesen voorsien ende geordonneert.

Uytgeest-Grommeniedyk. 11 April 1595. De Gec. Raden enz. gesien \'t advis van den Ontfanger Cobitelis van Coolwijck, hebben verklaert ende geordonneert, dat den Ontfanger voorn, betalen sal aan Claes Claesz. Dienaer des Goddelijcke Woordts, te Uytgeest voor synen dienst by de Combinatie gedaen in den dorpe van Crommeniedyk ter expiratie van \'t jaer van den selven dienst 50 ponden van 40

-ocr page 94-

90

gr. \'t pondt, ende voorts jaerlycx daer na gelijcke 50 ponden, soo lange by hem binnen de Crommeniedyk de dienst van de Kercke by combinatie gedaen sal worden.

(Het traktement te Uytgeest is niet meer dan 250 ponden\'sjaers).

VI. Emeritaat—Pensioen.

11 Dec. 1574. Op versoeck van Dirk Haemensz., Vrauck Ottensz. en Dirk Pietersz. , Schaamele Priesters en Memorie heeren in St. Pieters Kerk tot Leiden., omme te genieten haar jaarlyks Inkoomen van 6 ponden sjaars mitsgaders betaling van 3 verloopen jaren; is geappostilleert, de Staten ordonneren Asdries Schot, ontfanger van de Goederen van de Memorieheeren in desen geroert, de Suppliant alhier elck nittereiken en de betalen de som van 36 ponden van 40 gr. het pondt gereed, over het gunt aireede gevallen en verschenen mag zyn, en voortaen elck jaerlycks 36 p. uit het Inkomen en Goederen in deesen geroert, tot haer luyden onderhoudt te be-taelen en te laten volgen, alle hetwelck in sijn reeckeninge gepasseert sal worden.

8 Oct. 1587. De Gec. Tiaden enz......hebben overmidts den grooten

ouderdom van Arnoldus Geobgii Dienaer geweest zynde tot Bergambacht, ende syne groote laste van Kinderen, tot onderhoudt van den selven voor \'t eerste bewillight ende geconsenteert, dat den Ontfanger Cooi/wijck den selven Suppliant sal laten volgen, nae de expiratie van den loopenden vierendeel jaers betalinghs, noch een half jaer syns onderhouats, sulcks deselve te vooren genoten heeft, soo wanneer het voorn, half jaer sal zyn verschenen, omme middeler tydt op het verdere onderhoudt voorsien te mogen werden als nae behooren.

7 April 1588. Nog een half jaer betalinghs sulcks te voren by Arnoldus Georgii is genoten.

30 Mey 1595. De Gec. Raden enz. hebben geconsenteert ende geaccordeert, dat Godefhidtts Baxitjs , predicant tot Gornichem, wegens synen grooten ouderdom en lange diensten jaerlijcx tot sijn onderhoudt ghenieten sal 200 ponden van 40 gr. Vlaems \'t pondt, sijn leven lang.

20 Jan. 1596. De Gec. Eaden enz. hebben geconsenteert dat tot behoef van Johannes GoDEFRTDr, Kercken-dienaer geweest synde binnen Berkou, den tydt van omtrent 22 jaren, uytgereyckt sal worden 200 ponden van 40 gr. het pondt tot sijn onderhoudt waervan 150 ponden gereet, en de resteerende 50 ponden binnen 6 maenden eerstkomende.

6 Dec. 1596. De Staten enz. hebben verstaen ende goedghevonden, dat Aelbrecht Aelbrechisz. , Bedienaer des H. Evangelii tot Wateringen sal mogen ontslagen worden, ende voorts bewillight, dat hem van dien tijdt af, geduyrende syn leven, jaerlijcks van het ge-meene Landt tot sijn onderhoudt uytgereyckt sal worden 260 ponden van 40 gr. *t pondt.

-ocr page 95-

91

8 Mey 1597. De Staten enz. hebben verklaert ende peresol veert, dat de Dienaren van den Kercke binnen de voorsz. Landen die door haerlnyder ouderdom ende irapotentheyt niet langer by die van de Kercke bequaem tot denselven Dienst sullen bevonden worden, andere bequame personen in haerluyder plaetse sullen mogen gbestelt worden, ende dat deselve en de afgaende Dienaren, indien sy lange jaren in de voorsz. Landen wel ende getrouwelijck sullen hebben gedient, elcks na d\'afstandt van haerluyder dienst geduyrende haerluyder leven tot onderhoudt henluyder en haerluyder Familie jaerlijcks genieten sullen 200 ponden van 40 gr. \'t pondt.

21 Maart. 1598. De Gec. Raden enz. gesien het advies van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, hebben geconsenteert, dat Jan van der Eyck, Dienaer des Goddelycken Woordts, ten aensien van sijnen grooten ouderdom, impotentheyt, ende lasten vau huys hou-dinge, by provisie sal blyven genieten 400 ponden van 40 gr.\'t pond \'s jaers, mits dat hy met sijne Huysvrouwe in het Gasthuys tot Dor-drecht aen de krancke en gewonde soldaten gedaen sullen worden al sulcke diensten, als in deseu werden gepresenteert; ende dat Isaacq Corptjt den dienst van de Kercke op het Swindrechtsche Veer, in de plaetse van den voorn, van der Rtcic waernemen en besorghen sal, daervoor jaerlycks genietende 200 ponden van 40 gr. \'t pondt,

13 July 1599. Op \'t. versoeck van de Classicale Vergaderinge der Praedicanten en Ouderlingen van Belff ende Delflandt, ten eijnde Johannes Anthony, geboren Burger van Dordrecht, in aensieninge van zyn groot ghebreck vau de steen en swackheyt in den dienst der Kercke, hy van syu dienst in der Kercke tot Mnaslandt ontslagen, ende den selven syn onderhoudt ordinaris of tot discretie toegevoeght.

Is den vooorn. Johannes Anthony by provisie voor een jaer 300 ponden vau 40 gr. geconsenteert by Cornelis van Cooiavijck in 3 termynen betaelt te worden.

28 Mei 1600. De Gec. Eaden enz. accorderen aen B. Xicolai, voor hem en syne Huysvrouwe, tot syn onderhoudt 200 ponden van 40 gr. \'s jaerlycks, te betalen jaerlycks in vier termynen, sedert den tydt dat hy syn dienst heeft moeten verlaten; ende een anderen pre» dicant in syne plaetse ghesteldt is.

11 July 1600. Aan Francisctjs van der Mole, 18 jaren predt. geweest zynde te Oosterwijk, en wegens 73 jarigen leeftyd de dienst hebbende moeten verlaten, een jaerl. onderhond van f 200 toegekend , te betalen door den ontfanger Cornelis van Coolwijck.

VU. Geestelycke Goederen, Domeynen enz.

12 Sep. 1575. De Staten enz......hebben geordonneert Nicolaes van

der Laen ende Mr. Sèbastiaen van Loosen eerstdaeghs te treckeu binnen de stadt Delft, ende aldaer te vereyschen ende recouvreren van de Gedeputeerden der Staten aldaer op de auditie der Reecke-. ningen gestelt ende geordonneert, midtsgaders uyt de Kamere van

-ocr page 96-

92

de Reeckeningen, alle de Reeckeningen ofte Staten van de Ontfangers der Geestelycke en Wereldtlycke geannoteerde Goederen in Hollandt, die onder deselve bevonden sullen mogen werden; ende soo verre eenige der selver Ontfangers als nogli haerlnyder Reeckeningen, al daer niet overgelevert en hebben de selve Ontfangers te doen beschrijven ende constringeren tot overleveringe van de Reeckeningen , Quohieren ofte Staten van haerlnyder ontfangh ende administratie, midtsgaders de belastingen van dien, om daer uyt by deselve Commissarissen eenen generalen Staet gemaeckt, ende deselve Staten overgelevert te werden, ten eynde, al \'t selve gesien, op den verderen ontfangh der voorsz. Geestelycke geannoteerde Goederen, ende de combinatie van dien, goede ordre gestelt ende gehouden mach werden, sulcks tot onderhoudt van alle Conventualen, Predicanten ende den Armen, met vorderinge der gemeene saecke, bevonden sal werden gevoeghelyckst ende oirbaerlyckst te zyn.

16 Jtiny 1577. De Staten enz. hebben.....besloten ende gheor-

donneert dat guilliamie Mostaert ontfanger van de Geestelycke Goederen binnen Noort Hollandt, sal hebben den ontfangh, hande-linge ende administratie van den Inkomsten der Geestelycke Goederen voorn., over de termynen die St. Jans Misse 11. sullen mo^en zijn vervallen ende verschenen, omme daer uyt by denselven Ontfanger de Predicanten in den voorn. Quartiere betalinghe ghedaeu te mogen werden Jacobi toekomende, van \'t gundt henluyden als dan sal zijn verschenen, ende mede hun luyden ten vollen rembonrsement gedaen van de 1000 ponden van 40 gr., die by denselven Mostaert opgelicht zijn gheweest, midts dat den selven ontfanger hem sal verdraghen van alle verdere administratie ende ontfangh der selve Goederen, ende voorts ghehouden sal wesen reeckeninghe bewys ende reliqua te doen van alle synen ontfangh, handelinge ende administratie van den jare 1576, ende Johannis voornoemt, ende daer van syne reeckeninghe over te leveren Baermisse toekomende, ende binnen een maendt daer nae inbegrepen, daer, ende alsulcks by de Staten voorn, is geordonneert, behoudelijck dat den voorn. Ontfanger alle de Restanten van de Steden in de voorschr. Quartiereu in uytgeven sijnder reecke-ninge voorn, sal mogen brengen ende overleveren, ende voorts alle restanten mogen innen ende executeren, die voor St. Jans Misse voorn, ghevallen ende verschenen mogen wesen. Hebben voorts de Staten voorn, verklaert, dat de huyren die by den Ontfanger voorn, zijn ghemaekt, haren vollen efïecte sullen sorteren.

5 Aug. 1577. De Staten van Hollandt, ende Gecommitteerden van Zeelandt voorgehouden zijnde de gheconcipieerde Instructie voor Jacob Mtjts, op de bedieninge van het Ontfangersehap Generael, hebben verstaen, dat de ontfangers particulier binnen NoordEollandt, tot laste van den selven Muys , als naer ouder gewoonte, gesteldt sullen werden; Dat mede den ontfangh van alle Geestelijcke geannoteerde Goederen, dienende tot onderhoudt van de Conventualen ende Predicanten, van de extraordinarisse Middelen sullen wesen gesepa-

-ocr page 97-

93

reert, ende dat over sulcks eeiien Onlfanger Generael apart daer over sal werden gesteldt ende gecommitteert.

13 Axig. 1677. Op het aengeven van die van de Kameren van de

Keeckeniuge, ende den Rentmeester van Noord-Hollandt......

is geresolveert ende besloten, dat den ontfangh van de Goederen van het Capittel op het Hoff in den Hag he, ende van Naéldttcyck sullen blyven ge-eygent, verbonden ende geapproprieert tot betalinge ende onderhoudt van de Predicanten, mits dat de lasten van allimentatie ende renten daer uyt voortaen betaeldt sullen werden, ende dat over sulcx deselfde Goederen gebracht sullen werden onder den Ontfangh van de geene, die als Outfanger Generaal over alle de Geestelycke-Goederen, tot onderhoudt van de Predicanten en Conventualen gesteldt ende geordonneert sullsn werden.

24 Nov. 1578. De Staten verklaren dat van alle Eenten die Geeste-lycke genoemde Persoenen op eenige Steden spreeckende hebben, midtsgaders van de Eenten ende Chynsen der selver Geestelyckheyt staende op eenige particuliere Persoonen, Huysen ende Gronden van Erven binnen de Steden, ofte oock op eenige Huysen van Con-vente ende andere Goederen, de Geestelyckheyt toe behoort hebbende; van gelycke oock van alle Goederen ende renten staende ende gelegen binnen eenige Steden, toebehoort hebbende verscheyde andere Particuliere Persoonen die hen abseuteren, ende volghen de partye van de vijanden, betalingh ghedaen moet worden in handen van de gene die daer toe zy ghestelt ende ghecommitteert, soo wanneer de selve betalingh sal worden versoebt, ende daertoe middelen gevonden sullen mogen worden.

16 Mey 1579. Beroerende de Eegisteren ende Stucken van de Geestelycke Goederen in Hollandt, berustende in de Eeeckenkainer tot Utrecht, dat die van de Eeeckeninge aldaer te vreden waren de selve te laten volgen, mitsgaders alle andere stucken die van Hollandt ende Zedandt concernerende, onder belofte ecde verbandt van wederom te laten volgen in haren hande alle Eegisters en Stucken beroerende die van Utrecht, Vrieüandt, Over- Yssel, Drent ende Ticent,

16 Juny 1579. De Staten willende daer in voorsien, dat by de Steden die van haer leeniuge in de gemeene saecke geen Geestelycke Goederen in koop of pandtschap genoten hebben , daer van als andere Steden goedt contentement mach gegeven worden, hebben vastelyck beslooteu ende geordonneert, dat die.van Dordrecht, Delf\', Goude, Rotterdam, Brielle, ende andere, die hen van alsulcke Goederen in koop of pandtschap hebben voorsien, uyt saecke van haer leeniuge als vooreu, binijen den tydt van een maendt na de insinuatie van desen in handen van de Staten of haer Secretaris sullen overleveren volkomen verklaringe van alle leeningen die by hen tot defensie van den Lande zyn gedaen, met behoorlycken distinctie van de Landen ende Goederen die by deselve Steden , of eeuige Ingezetenen van dien, op elcker Leeniuge sullen sijn ghenoten, op poene dat alle de Steden ende Ingezetenen der selver, die daer van in gebreecke sullen mogen

-ocr page 98-

94

blyven, by provisie sullen blyven versteecken en gedepossesseert van alle Goederen die by hen in koop of pandtschap als vooren sullen zijn genoten, tot dat de selve verklaringe volkomelyck sal zyn gedaan en overgelevert, omme al \'t selve gesien, voorts op de voldoeninge van de andere Steden die als noch geen Goederen in koop of pandtschap als vooren genoten hebben, voorsien te mogen worden als na behooren.

26 Juny 1579. Is mede naer volkomen keniiisse van saecken eyndelyek eude absolutelijck verklaert ende gheresolveert, dat de Bomeynen van de Koningkl. Majesteyt, geen uytgesondert, oock die by den Hertogli van Brunsicyck in pandtschap zijn genomen, tot behoef van de Crediteuren voor den Hove van Hoüandt sullen werden verkocht op de Conditiën ende inder voegen als het selve te voren is beslooten ende gheordouneert, sonder dat de Staten verstaen dat dese Kesolutie wederom sal mogen worden geretracteert; zijn eenige gecommitteert van \'t selve t\'eft\'ectueren.

Die van den Briel verklaren dat de Domeynen in den Lande van Voorne alleenlyck sullen mogen worden verkocht tot behoef van de Renten die daer op zijn geassigneert.

22 Augusti 1579. De Staten ghesien hebbende de verklaringe van die van de Kamer van de Reeckeninge, aengaende de verkoopinge van eenige parthyen van Domeynen, tot afquytinge van de Renten staende op de vijf groote Steden, hebben verklaert dat met de verkoopinge van de Domeynen geprocedeert sal worden, midts dat de lasten daer op staende alvooren sullen worden betaelt,

26 Sept. 1569. Is noch geordonneert te schtyven aen die van de Kamer van de Reeckeninge dat sy luyden de laetste gheslooten Reeckeningen van de Rentmeesters van de Domeynen, als Znydt-Hollandt, Noordt-Hollandt, West-Vrieslandt, Bridle, Voorne, mitsgaders \'t Landt van Heusden, binnen drie dagen sullen overleveren ter Finantie, ende daer nevens den Staet in den jare 77 gemaeckt van de Renten op de Domeynen staende, ende alsnoch verschenen ende onbetaelt wesende.

Aen de Staten van Zeelandt.

20 November 1579. Nadien Wy op huyden ontfangen ends gecom-municeert hebben U.E. schryvens van den tweeden deser maendt November, daer mede Abraham Danielsz. Ontfanger van de Geeste-lycke geannoteerde Goederen in Zeelandt, Beoosterschelt, aen ons is afgevaerdight, en daer uyt, verstaen UE. meyninge, dat de geannoteerde Geestelycke Goederen in Hoüandt eude Zeelandt behooren te volgen, ende d\'inkomsten van dien Ontfangen te worden in de Provincie aldaer de Stiften zyn gefundeert, ende de betalinge van de Geestelycke Persoonen daer uyt wort versocht, ende ghedaen moet worden , sonder respect te nemen op de gelegentheyt der selver Goederen, hebben Wy niet; konnen laten UE. by desen voor antwoordt te voegen dat y altoos mede syn gheweest van gelycken meyninge ende advis enz.

-ocr page 99-

95

24 Nov. 1579. Is gecommitteert Cokttelis van Coolwijck, tot den Ontfangh van de Geestelycke Goederen binnen den Lande ende Heerlyckheyt van Vinnen, die tot onderhoudt van de Predicanten zyn gedestineert, met authorisatie omme een bequaem Persoon tot Vianen te mogen stellen, die den voorn. Coolwijck van de selve administratie sal responderen.

20 Maart 1581. — Verklaring van den Brielle op de administratie der Geestelycke geannooteerde goederen.

Alsoo die van den Brielle bevinden uyt de Instructie voor die van de Finantie, in het 18e art., dat de Kaden ter Finantie gecommitteert, souden. last ende opsicht hebben op de administratie van de Geeste-lijeke ende geannooteerde Goederen; seggen daer op voor Eesolutie, dat die van Zeelandt, als Geunieerden met die van Hollandt, daer over alleen het gebiedt ende administratie hebben; dat sy van den Brielle, als Hooft Stadt van den Lande van Voorne, staende in ghe-lijeken graet van Unie, mede in den haren het voornoemde innekomen, dat boven de alimentatien sal veroveren, sullen administreren ende,. employeren tot onderhoudt van de Predicanten, ende eenige Jongens daerop Schoole houden, en die optevoeden tot Predicanten van Godes Woordt, te vreden zynde tot allen tyden daer van te doen blycken, dat sy het selve accresseerende innekomen tot geenen anderen eynde en sullen hebben ghe-employeert, ten ware die van Zeelandt de voorsz. administratie ende opsicht stelden in handen van de voornoemde Raden, tot de Financiën als voren te committeren, in welcke gevalle de voornoemde van den Brielle mede te vreden zyn, sulcks in den haren naer te komen ende te geheugen; maer aengaende eenige andere Wereldlijcke ofte Geestelijcke geannooteerde Goederen , niet specterende tot de Heerlyckheydt van Voorne, sullen myne Edele Heeren de Staten daer mede hare geliefte doen.

19 April 1581. Op het versoeck van de Kerckmeesteren van de Groote-Kercke binnen den Stede Gornichem, is volgende dien geor-donneert Michiel van Beveren , henluyden betalinghe te doen van de Domeynen, die syluyden spreeckende hebbende op de Domeynen, sonder kortinghe van de Honderste ofte Vytighste penninghen, achtervolgende voorgaende Eesolutie van de Staten.

15 My 1581. De Staten enz.....hebben als noch verklaert ende

geordonneert, dat Dikck Eataller, eertydts Canoniek fot Gornichem uyt de Inkomsten van des Capittels Goederen binnen Gornichem be-taeld en voldaen sal worden, van het gundt den 19 Febr. 1578, denselven tot sijnder alimentatie is toegevoeght ende geaccordeert, ordonneren oversulcks den Ontfanger der selven Goederen, den Suppliant voornoemt daer af te voldoen, ende by gebreecke van dien, authoriseren de Staten voorn, den Suppliant alhier, te mogen lichten ende ontfangen de Inkomsten van eene rente van 120 p. van 40 gr. het p. \'sjaers, die het voorn. Capittel spreeckende heeft op het Landt van Noordeloos, soo wel van het gundt daer van verschenen ende onbetaeldt is, als het genen daer af als noch sal mogen verschynen,

-ocr page 100-

96

ende dat ten tydt toe den voorn. Suppliant van sijn achterwesen, uyt saeeke van de voorn, alimentatie, vernoeght ofte voldaen sal wesen.

1 Dee. 1581. Is geresolveert dat die van den collegie, met assi-tentie van die van de Kamer van de Eeeckeninge, ende de ontfangers van de Geestelycke ende geannoteerde Goederen, sullen worden ge-prepareert de Conditiën, daer op alle de resterende Geestelycke Goederen verkocht sullen mogen worden, daer op die van den collegie voornoemt sullen mogen doen beschryvinge van de Staten, mits aen de Steden overschickende dubbelt van de Conditiën, die alvoren sullen zyn geprepareert.

37 Junii 1582. De Staten hebben van gelijken verklaert ende geordonneert, dat de Goederen van den Capittele op het Hof alhier in den Hage ende tot Naeldwijck gekomen zynde, mede voortaen onder de Domeynen vau Hollandt gestelt ende ghehouden sullen werden, ende de inkomsten van dien weder gebracht ouder deu ont-fangh van den Rentmeester van Noordt-Hollandt, beginnende van den jegenwoordige jare 1582 incluys, mits dat by den Rentmeester in den tydt daer of verantwoordt sal werden met de andere penninghen synen ontfangh als nae behooren.

14 Augusti 1582. Op het versoeck vau Jacob de Gruyier, eer-tydts Canoniek, ende nu Ontfanger van de Goederen van den Capittele tot Naeltwyic, Is geappostilleert.

De Staten hebben om redenen in desen geroert, niet tegenstaende de Goederen van den Capittele van Naeltwyk aen de Domeynen van Nacltwyk zijn geappliceert, in aensieninge van de bequaemheydt van den Suppliant alhier, ende de goede gelegentheyt, dat by denselven Suppliant de inkomsten van de Goederen ten meesten profyte souden mogen werden gevordert ende geinnet als nae behooren, ende voorts verstreckt ende geëmployeert daer toe de selve zijn gedestineert ten meesten profyte van den Lande; hebben verklaert ende geordonneert dat den selven Suppliant in den ontfangh ende administratie der voorsz. Goederen zal continueren, onder gelycke Gagie als by hem tot noch toe is gedaen, mits dat den Suppliant gehouden sal zijn de penninghen, die jaerlycks sullen overschieten, boven het onderhoudt van de Capitulairen, ende andere reële lasten, staende op de voorsz.-Goederen, te leveren in handen van den Rentmeester van Noordt-Hollandt, ende voorts in syne handen alles te verantwoorden als nae behooren.

16 Augusti 1582. Da Staten enz.... hebben op het ernstighaen-houden van de Burgemeesteren ende Regeerders der Stadt Gornichem, dat tot remboursement van haerluyder Leeninge, volgende d1 Acte van de Staten van den 22 Augusti 1581, de Gecommitteerden ge-ordonneert tot verkoopinge van de Geestelycke geannoteerde Goederen procederen mogen tot openbare verkoopinge van de Goederen van \'t Clooster tén Donk, in de Dordrechtsche Waert gelegen, mitsgaders de Hoogde van dien, sonder yet daer uyt te scheyden, ende noch van seeckere Mergentalen, gelegen in den Lande van Gornichem, geheeteu

-ocr page 101-

97

den Bar/he, ende gepacht zynde voor 72 ponden van 40 gr. \'sjaers voor den tydt van 11 jaren, by den Burgemeester Coküïelis van Beveren de welck daer aen heeft noch 5 jaren Pachts; midtsgaders noch van 4 Morgen Landts, gelegen in den voorschr. Lande van Gornichem toebehoorende de Carthnysers van Geertruydenbergh-, gecommitteert, Geruit Fhansz. Kegelikq Burgemeester van der Goude, Jacob Anthonisz., Burgemeester van Schoonhoven, ende Coknelis Jacobsz. Boochmaeckee, omme met assistentie van den Eeeckenmeester Corneus Harmejjsz. van Naehden, hen alvorens behoorlyck informerende op de grootte ende waerde der voorschr. Landen, ende dan voorts te treden in handelinge by accord met die van Gornichem voorsz. op de koope van de voorsz. partijen van Landen, alles op rapport ende believen van de Staten; ende soo verre de voorsz. van de Staten met die van Gornichem daer inne niet en sullen kunnen accorderen als vooren, hebben de Staten voorsz. verstaen, dat tot verkopinge van de voorsz. Goederen in \'t openbaer by de voorsz. Gecomm. ten behoeve van die van Gornichem voorschreven geprocedeert sal werden.

22 Augusti 1582. Die van den Briele verklaren dat uyt de ver-quot;\' kochte Geestelijcke ende geannoteerde Goederen, vooral op de betalinge ende onderhoudt van de Predicanten ende Schoolmeesters mede voorsien sal werden.

21 Junii 1584. De Staten enz......gesien hebbende \'t ndvys van den

Ontfanger Cornelis van Coolwijck, verstaen, dat alsoo denselven Ontfanger nu ter tydt geen ontfangh en heeft van de Geestelijcke Goederen van Saenredam, ende deselve Geestelijcke Goederen, ten versoeke van die van Saenredam, met Oostsanen, hen luyden by de Staten voorn, in handen gestelt zijn, omme daer mede haer luyder Dienaren te onderhouden, den selven Ontfanger geen middel en heeft om de versochte 100 ponden \'s jaers te voldoen, sullen niettemin de Staten voorn., volgende haer luyder voorgaende Hesolutie, niet naelaten op het versoeck van de Supplianten sulcks te voorsien als nae behooren.

16 Augusti 1584. De Staten enz. verstaen hebbende de gelegent-heydt van de sake aengaende het aennemen van Joachimtjs Kerstens, als Kector tot Naeltwijck, willende daer in voorsien als nae behooren; hebbeu verklaert ende geordonneert, op het goede rapport, gehoort van de getrouwigheydt, Godtvreesentheydt ende geleerdheydt van den voornoemden JoACimrus, dat den selven in dienste als Bector tot Naellwijck sal werden gestelt, sulcks oock de selve by desen werdt gestelt ende aengenomen, op alsulcken Gagie ende profijt, als den voorgaenden Rector heeft genoten, ordonnerende voorts de Staten voornoemt, dat den voorn. JoACHiMTrs daer van betaelt sal werden uyt de Inkomsten daer toe gedestineert, \'t welck in Rekeninge ge-passeert sal werden, waer nae een yegelijck, die \'t aengaen mach, hem sal hebben te reguleren.

16 Aug. 1584. De Staten hebben geordonneert, dat den Ontfanger van de Goederen van den Capittele tot Naellwijck, uyt de inkomsten

7

-ocr page 102-

98

der selver Goederen te doen voorsien, dat het Huys tot Naeltwijck, wesende de Wooninge van den Predicant aldaer, in redelijcke reparatie gebracht mach werden, ende Dack dicht gemaeckt, ten minsten koste, sulcks dat den Predicant hem daer mede eenighsints sal mogen lijden.

Van 7 tot 17 Maert 1586. Alsoo de Staten enz.....nodigh bevonden hebben met den eersten goede kennisse te doen nemen ende ondersoeck te doen op den Staet ende het beleyt van de Geestelijcke ende geconfisqueerde Goederen, ende wat devoir ende verantwoordingh dies aengaende wort gedaen, hebben de Staten voorn, gecommitteert ende geauthoriseert Matthetjs Steyn\' , Claes Simonsz. van Heemskekck ende Mr. Feajjchois Veanck, alle d\'Ontfangers van de voorsz. Geestelijcke ende geconfisqueerde Goederen voor hen te verschynen of ontbieden , ende deselve te doen overleveren hare laeste gesloten lleecke-ningen, midtsgaders pertinente Staet van hare navolgende ontfang ende administratie, en te vertoonen de behoeften daer toe dienende, ende al \'t selve gesien hebbende, op alles ordre te stellen ende te voorsien dat tot goede verantwoordingh en beleydinge der voorsz. Geestelijcke ende geconfisqueerde Goederen sal mogen dienen, daertoe de voorz. Gec. Eaden, die gehouden sullen zijn de voorz. Gecommitteerden in alles le assisteren als naer behooren.

2 Oct. 1586. De Staten.....aenmerckende de grooté belastingh van

Pietek Louewijck, Predicant te Naeldtwijck ende de schade by hem geleden, ende dat uyt de Goederen van den Capitle tot Naeldtwijck den Suppl. eenige verstroostinge ende onderstandt gedaen soude mogen worden, welcke Goederen oversulcx mede vooral behooren te strecken ende geëmployeert te Ir er den, hebben verklaert ende geordonneert, dat den Suppl. uyt de voorz. Goederen van den Capitle tot Naeldtwijck tot vertroostinge ende subsidie Ordonnantie op den Ontfanger van de selve Goederen verleent sal worden, 50 ponden van 40 gr.

2 Nov. 1588. Alsoo Joost Steyn Augustynsz., eertijdts Ontfanger van de Geestelycke Goederen tot Overvlaquc, tot den Jare 1586 in cluys, den ontfangh behouden heeft gehadt van seeckere 22 gemeten Landts, leggende in de Oude Tonge, toekomende de Conventen van drie Koningen, tot Zirckzee, soo die, overmidts des selven Steyns overlyden, van wegen die van Tlollandt niet en zijn ontfaugen, ende gheadministreert, door dien geen ordre dien-aengaende gestelt is geweest als naer behooren, omme daer inne te voorsien tea meesten dienste van den Lande; Hebben de Staten van Hollandt ghecommit-teert, Jah Commebsz. Ontfanger van de Geestelycke Goederen binnen de Landen van Voorne endv Tutten, tot behoef van de Predicanten ghedestineert, tot den Ontfangh ende administratie van de voorschreve 22 gemeten Landts, soo wel van de Pachte van dien, ghevallen sedert den laetsten ontfangh van den voorn. Joost van Steyn, als die noch vallen ende verschijnen sullen, ende de Inkomsten van dien nevens de andere penningen van synen ontfangh, te beheeren tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, ende daer af in reecke-ninghe te verantwoorden als na behooren.

-ocr page 103-

99

32 Jan. 1590. Extract uit de Instructie voor de Gecommitteerde Baden van de Staten van Hollandt ende West Vriedandt.

X.

Van gelijcken sullen sy goede opsicht nemen op de administratie van de Geestelijcke geconfisqueerde ende andere geannoteerde goederen ten eynde deselve ten meesten profïjte ende oorbaer van de voorsz. Lauden geregeert ende geadministreert mogen worden.

XI.

Ende opdat de Staten van den Staet van de inkomsten ende van de lasten van den voorsz. Lauden mogen worden onderrecht, sullen sy alle ses maenden de Edelen ende Gedeputeerden van elcke Stadt ter Daghvaert comparerende, pertinenten Staet van \'t selve inkomen en lasten leveren, ende voorts tot allen tyden als by deselve Staten \'t selve sal werden belast, ende om den Staet van den Lande sonder behoorlycke kenuisse van saken niet te beswaren; en sullen op de gemeene Middelen ende andere consenten geen meerder penningeit\' mogen doen lichten of negotieren als ter somme van 30000 ponden, sonder voorgaende consent van de Staten, Staetsgewijs vergadert: ende ten selven eynde sullen sy oock geen quijtscheldinge of atter-minatie van pachten of andere contributien mogen verkenen.

XIII

Sullen insgelijcx van alle extra ordinaris lasten soo van reysen, vacatiën als andere verdachteen on verdachte kosten, \'s Landts renten, alimeutatien van Predicanten, Couventnalen ende andere, en van de Middelen tot betaliuge van dien geëygent ende gedestir.eert alle ses maenden Staet maken eu overleveren als vooren.

8/15 Juny 1592. Met de meeste stemmen besloten tot het verkoopen van de Landen behooreude tot de Domeynen van Hollandt en WeM-Vrieüandt, alsmede van de verpande Geestelycke Goederen, eu dat by de i.aeste daghvaert by de Gecommitteerde Eaden sal werden gemaeckt een staet van de Thienden, behooreude onder de Domeynen en van de onverpanden Geestelycke Goederen, omme alsdan te adviseren op de verkoopinge die daer van mede sal mogen werden gedaen.

5/27 January 1593. Is verstaen ende gheresolveert, dat de Gec. Eaden met den eersten sullen vorderen, volgende voorgaende Resolu-tien, de verkoopinge van de Lauden van de Gratflelyeke Lcmeynen, met den opatal in deselve Resolutien geroert, insgelycks van de verpande ende onverpande Geestelycke Goederen, opdat op penninghen daervau te procederen het kort in \'t voorsz. consent mach werden gheuegotieert ten meesteu dienste van den Lande.

T)e Gedeputeerden van verscheyden Steden hebben verstaen, dat de verkoopinge van de Domeynen ende verpande Geesielycke Goederen eerst ghedaen, ende middelertijdt een pertinenten Staet van de onverpande Geestelycke Landen sal werden gemaeckt.

-ocr page 104-

100

Die van Delft hebben verklaert, de verkoopinge van de onver-pande Geestelycke Goederen van de Conventen binnen ende buyten Belff wel goedt te vinden; beboudelyck dat op de augmentatie der Conventnalen van dien behoorlycken gelet ende gedisponeert sal werden.

9/20 November 1593. Tot furnisement van het kort sal werden gevordert de verkoopinge van de Landen, wesende van de Graeffe-lyeke Domeynen, mitsgaders van de verpande ende on verpande Geestelycke Goederen, mits dat daer op soo veel aen Kenten sal werden gehouden, als die jegenwoordigh in huyre zyn geldende; ende dat deselve Kenten niet en sullen wesen losbaer, dan jegens den penningh twintigh, ses maenden nae de opseggingen ofte denunciatie van deselve lossinge, ende voorts op de voorgaende gearresteerde conditiën.

14/23 Decemher 1593. Op \'t vijfde poinct van de beschrijvinge, daer by gedelibereert is, of tot vindinge van het kort, noodigh tot het voorschreve extra ordinaris consent, de verkoopinge van de Domainen ende Geestelijck verpande ende onverpande Landen, op de voorgaende Eesolutie, voorts gedaen sal moghen werden, mits houdende op deselve Landen ten naesten by soo veel aen Eenten, als de selve althans in huyre zijn geldende; ende dat in plaetse by voorgaende Eesolutie verstaen was, de selve Eenten te sullen wesen onlosbaer, voortaen die verkocht souden werden met losbare Eenten tegens den penning twintigh: Is, naer lange deliberatie, by de meeste stemmen , verstaen, dat de voorschreve verkoopinge by de Gee. Eaden, ten overstaen van eenige uyt de Kamere van de Eeeckeninge, soo veel de Domeynen aengaet, sal werden gevordert, ende dat de Eenten sullen wesen losbaer jegens den penningh ach tien, mits dat die lossinge ses maenden te vooren sal moeten werden geinsinueert; ende dat met de geloste penningen afgedaen ende gelost sullen werden de Eenten staende op de Comptoiren, daer vooren de Landen, daer van de lossinge sal geschieden, specialijck gehypothequeert zijn; dat mede de voorschreve lossinge met de voorschreve Eentebrieven sal mogen ghedaen werden.

Die van Hoorn ende Enkhuysen hebben verklaart, niet gelast te wesen in de verkoopinge van de Domeynen te consenteren.

Die van Alkmaer, Edam, ende eenige andere Steden, hebben eerst versocht staet van de Geestelycke onverpande Goederen.

19 April 1594. Alsoo de Gec. Eaden van de Staten, noodigh bevonden hebben, tot dienste en vorderinge van de gemeene saecke, achtervolgende voorgaende Eesolutie van de Staten, overmidts de aenstaende bequamen saysoene, te doen procederen tot besichtinge van de Landen, die geordonneert zyn verkocht te worden, soo wel uyt de Domeynen, als de Geestelijcke gheannoteerde Goederen tot onderhoudt van den Staet van den Lande; hebben tot vorderinge van deselve verkopinge, doordien die in verscheyde Quartiere der voorsz. Landen gedaen sullen moeten werden, goetgevonden dat binnen

-ocr page 105-

101

den Quartiere van Zuyd-Hollandt, Voorne, Putten, ende Overjlacquc, de voorsz. besichtinghe ende verkopinghe ghedaen sal worden, by Cornelis Frans Wittensz. , ende Boude wljn van Muyiwijck, bare mede Gee. Eade, ten overstaeu van den Eentmeester van de Domeyaen van Zuyd-Hollandt, Willem vau Beverex, ende de Ontfangers Cok-KELis van Coolwijck, Joost va2f Alblas , ende Jan Commersz. van de Geestelijcke Goederen respective, in den Quartiere van dei\' Ooude, Schoonhoven ende Arckel, Arxoüt Duyck de Jonge, ende Maerten Jansz. Mael, hare mede Gec. in Rade, met de Burgeraeesteren van der Goude, Gerrit de Lange, in liet Quartier v.in Rhynland, Delfland ende Schieland, Gerrit Willemsz. Schoterbosch, ende Jacob Cob-nelisz. Moerkercken , eude in het Quartier van Kennemerlandt, Amsterlandt, eude Alckmaer, Jacob Boulensz, ende Hendrik Snoeck, alle haerluyder mede Gec. in Eade, de weleke ghehouden sullen zyn, elcks binneu den voorn, geordonneerden Quartiere, de voorsz. Landen te besichtigen met de Ontfangers respective, omme de aenwysiuge te doen van de selve Landen, eude op de groote, waerde eude belenden van dien haer behoorlijck te informeren, daer af pertinente aenteycke-ningen te doen, ende volkomen rapport, omme daer op de dagen\'\' ende conditiën van verkopinge, ordre gestelt te worden, sulcks dat binnen elcken Quartieren deselve verkopinge veertien dageu de eene naer de andere, gedaen mogen worden, ten meesteu dienste van den Lande.

9 1594. De Gec. Eaden van de Staten...... hebben geordonneert,

dat voor al in handen van den Outfanger generael Cornelis van Mierop sal gelevert worden een pertinente Lyst ende Staet van de Ontfangers, eude de penningen die sy van de verkochte Domeynen ofte Geestelijcke Goederen ontfangen hebben, ende alsnoch outfangen sullen met verklaringe van de termyuen van betalinge; ende dat denselven ontfanger Generael alle devoir sal doen, om deselve penningen van de particuliere ontfangers te ontfangen eude te innen, ende daer af verantwoorden naer behooreu.

21 July 1594. De Gec. Eaden, hebben tot dienste van den Lande verklaert ende gheordonneert, dat in het verkopen van de Landen van de Domeynen ende Geestelijcke Goederen, by de Commissarissen geconditioneert sal worden, dat de penningen die voor de verkochte Landen belooft sullen worden, betaelt sullen worden de eene derde part gereet, het tweede derdepart binnen het jaer naer de verkoopinge, eude het laetste derdepart binnen het jaer daer aen, binnen den jare 1596, ende dat de Koopbrieven nevens de gereede penninghen sullen worden gelevert, ten ware het selve, mits de meenighte van de verkochte partyen niet doenlyck ware, in welcken gevalle de selve Brieven op de betalinge van den tweeden termyn sullen ghelevert worden.

25 Aug. 1594. De Gec. Eaden enz......hebben verklaerdt eude geordonneert, dat Pieter Lauwyck , Kerckendienaer tot Naeütoijck ofte andere, in der tydt wesende, uyt den Comptoire vau de Inkomsten

-ocr page 106-

102

ende Goederen van den Huyse van Arentsbekgen , by den Jegen-woordigen Ontfanger Coknelis vak Eeyktdgtjm , ofte die in der tydt wesen sal, jaerlyoks in vier termynen, innegaende 1 Jan. 11., uytge-reyckt ende betaelt sal worden het guudt denselven Kercken-dienaer, volghende de Resolutie van 13 Mey 11., trecken ende ontfangen sal, boven de 300 ponden, die tot noch toe hy den Ontfanger de Ghcytere , aen hem zyn betaelt, ordonnerende euda bevelende oversulcx de (ree. Eaden voorn., de voorn. Ontfanger van de Goederen van den Huyse van Akentsbeegen, de vordere penningen, in conformité van de voorsz. Resolutie van de Staten, die daer eu boven aen de voorn. Kercken-dienaers voor hare diensten uytghereyckt en betaelt moeten worden, te laten volghen.

12 Sept. 1594. Is gheordonneert dat op morgen in de Kamer van de Reeckeninghe den dag ghenoemt sal worden, omme te procederen tot verkopinghe van de Vroon-Landen buyten Alckmaer, daer af den Rentmeester verklaerdt de Geest-landen seer hoogh zyn, geen ƒ 9 \'sjaers in huyr gelden.

29 Oct. 1594. De Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt ende West- Vrieslandt, representerende de Staten van den selven Lande, Doen te weten: Alsoo Burgemeesteren ende Regeerders der Stede van den Brielle ons te kennen gegeven hebben, dat in de jegenwoordige Maendt binnen de voorn. Stede, verschcyde Landen ende Goederen van den Convente, Capittelen ende andere Geestelijcke Inkomsten, gelegen binnen de Heerlijckheydt van Voorn, verkocht waren, niet teghenstaende de selfde de Supplianten verborden zyn

voor de lasten tot betalinge van.....en verbonden moeten blyven

voor het jaerlijcks onderhoudt van de Predicanten, Schoolmeesteren, ende andere behoorlijcke lasten, die dagelijcks meerder en swaerder vallen, behalve dat de selfde Goederen by de Supplianten Voor-Ouderen, tot den dienst der Kercken in voorlede tyden waren gegeven en gedestineert.....hebben Wy verklaert, belooft ende gheordonneert, dat de Renten die gehouden zyn op de verkochte Landen in desen gheroerdt, in de plaetse van de voorgaende pachten derselver Landen, verbonden sullen zyn als vooren, ende beheert, verstreckt ende geemployeert sullen worden, tot betalinghe van de lasten ten behoeve van de Predicanten én andere daer op aireede gheassigneert.

1 Nov. 1594. Zijn op dese Acte gemaeckt ende nytgegeve Brieven van de verkochte Landen van de Geestelijcke Capittels ende Oonventen binnen ende buyten de Stede van den Brielle, mitsgaders de Pastorye-Landen van de Landen van Voorne en Futten, alle ghelegen in Over-Maze, Flacqué, in Putten, ende buyten Rotterdam, in de maendt October voorleden verkocht.

29 Nov. 1594. Authorisatie voor den Drost Nicolaes Blanckaert om Staet van de Geestelycke Goederen te bekomen.

De Gec. Eaden van de Staten verstaen hebbende, dat niet tegenstaende over eenighe jaren by de Staten voornoemt gecommit-

-ocr page 107-

103

teert ende belast is Nicolaes Blanckaert, Drost ende Schout tot Hemden tot de annotatie ende den ontfangh der Geestelycke Goederen , in den Quartiere van Hemden voorn., ende alle aisdere van ghelycker natuyre aldaer wesende, ende oock naerder onlanghs geanthoriseert is geweest omme te recouvreren den Staet van de Inkomsten der Geestelycke Goederen in den selven Quartiere noch. niet geannoteert zynde, eenighe Particuliere Personen hen ouderstaen vorder te onderwinden den ontfangh eude administratie derselver Geestelycke geannoteerde Goederen, ende niettegenstaende oock den voorn. Ontfanger aen de voorn. Personen versocht heeft, ende hen luyden doen insinueren, omme van alsulcke Goederen hen volghende synen last, pertinenten Staet ende inventaris over te leveren, sy luyden hen evenwel van den voorn, ontfangh ende administratie niet alleen-lijck hen niet en willen onthouden, daertoe gheinsinueert zynde, maer oock egeenen Staet nochte Inventaris hen overleveren; hebben by desen als noch wel expresselijcker belast, bevolen ende geordon-neert, al sulcke persoonen, het zy dat sylnyden hen dragen als Eentmeesters, Administrateurs, Deeckens, Hooftmans ofte andere Onderwinders der voorsz. Geestelycke Goederen, hoedanigh die wesen\' mogen, van denselven haren ontfangh, handelinghe ende administratie, binnen den tydt van 14 dagen naer de insinuatie van desen te leveren in handen van den voorn. Ontfanger Nicolaes Blaxckaert pertinenten en volkomen Staet, dner ouder begrepen de Inkomsten van Canouesye, Beneficien, Officien, Gilden, ende Andere van ge-lyckeu nature ouder behoorlijcke affirmatie ofte Solemnelen Eede, sulcks den voorn. Ontfanger noodigh bevinden sal, daertoe de Gecommitteerde Eaden voorn, denselven Ontfanger geauthoriseert hebben, ende authoriseren by desen, ende voorts omme deselve Eentmeesters ende Onderwinders datelijck tot het gene voorsz. is te constringeren , denselven middeler tydt verbiedende ende interdicerende den ontfangh ende entremise aller der voornoemde Geestelijcke Goederen als vooren, hoedanigh die wesen mogen, op poene dat vorder tegens denselven geprocedeert, ende daer inne voorsien sal moeten worden. Lastende ende authoriserende voorts alle Deurwaer-ders, Gerechtsboden, ende andere Exploicteurs, ten versoecke van den voorn. Oi.tfanger het gundt voorsz. is, met het gundt daer aen dependeert, te executeren, beveelende daer benevens de Wethouders der voorsz. Stede, ende allen anderen henluyden in het gene voorsz. is, willigh te toonen, ende te beletten dat in praejuditie van dien niet en weide gedaen, maer veel eerder den voorn. Ontfanger ende de Exploicteurs daer iune te doen eade laten gheschieden alle vor-dernisse hulpe ende assistentie, niet tegenstaende eenigh gewysde tot voordeel van deselve Onderwinders ter contrarie.

Gedaen in den Hage, onder het Zegel van de Staten voornoemt hier opgedruckt, den ut supra.

3 Dec. 1594. Is geordonneert dat by Schoterbosch ende Moerkercken, den 9 deser, met assistentie van den Secretaris Dotjbleth binnen Leyden, tot verkopinghe van de Geestelycke Goederen geprocedeert

-ocr page 108-

104

sal worden en oock binnen der Gouda en Schoonhoven, ten oversteen van den Ontfanger Schoonhoven.

6 Dec. 1594. Van de verkopinghe van de Geeatelijcke Goederen omtrent Niepoort, uitgezondert anderhalf hondt, zijnde de Oost-Cingel aldaer, die in voortyden by de Barnardysen tot Warmondt afgenomen souden zijn.

4 Maart 1595. De Staten enz.,., hebben op de Remonstrantie vau de Gedeputeerden der Stede van den Brïeüe, ten opsien van de belofte van indemuiteyt aen deselve gedaen in \'t aennemen van de Engelsche Guarnisoenen aldaer, verklaert, dat geduyrende *t voorz. paudtsehap geen vordere verkoopinge van de Domeyuen en Geestelijcke of Capittels en Convents Goederen sal werden gedaen, van de Capittelen ende Conventen van Voorne, in de Heerlyckheyt van Voorne gelegen, souder bewillinge van die van den Briel voorn., ende dat de Eenten gehouden op de verkochte Landen, mitsgaders de pachten van de onverkochte Landen, sullen blyven verbonden voor haer iudemniteyt, als de Landen en werden geemployeert tot onderhoudt van de Predicanten enz.

21 April 1595. Alsoo den 8 May toekomende sal worden geproce-deert tot verkoopinge van de Landen in dsn üytslagh van Futten gelegen, is geraemt ende geordonneert dat den 1 Juny daer aen volgende by de Gecommitteerden Coknelis Fkans Wittex.sz., ende Johan van Gotitvelt binnen Geervliet geproccdeert sal worden tot verkoopinge van de Geestelycke Landen, in den Lande van Futten gelegen; den 2 Juny in Heenvliet, tot verkoopinge van den Landen aldaer gelegen; den 5 Juny in Abhenhroeck, tot verkoopinge van de Landen aldaer; den 8 Juny in Midddharnu, tot verkoopinge van de Landen in Ooerftcicqua-, dea 12 tot Vlaerdingen en den 14 Juny tot Dordrecht, tot verkoopinge van de Geestelycke Landen in den Swyudrechtschen JVaert gelegen, al naer voorgaende affixie van Billeten in \'t openbaer, volgende de Conditiën ende Voonvaerden daer van zijnde, ten meesten dienste van den Lande.

27 Mey 1595. Zyn gehouden voor gearresteert de Conditiën en de Voorwaerden daer op geprocedeert sal werden tot verkoopinge van de Geestelijcke Goederen, gelegen in Putten, Heenvliet, Abhenhroeck, Middelharnu en Overflacqué.

14 Sept. 1595. Op \'t versoeck van Johau Commersz., Ontfanger van de Middelen der Stede van den Brielle, Lande van Voorne, Putten ende Ooerjlacqné, met den appendentien van dien. dienende tot onderhoudt van de Predicanten, ten eynde synen ontfangh vermeerdert soude mogen worden met de somme van f5 a 6000 jaerlycx, ende voorts om te hebben ordonnantie van f 5000 op den Ontfanger Alblas, uyt de Geestelijcke Goederen is geappostelleert als volgt:

Da Staten enz., op \'t versoeck in desengedaen, gesien\'t schryvens van Burgemeesleren ende Regeerders der Stede van den Brielle van den 11 desas, hebben verklaert ende geordonneert, dat dea Suppl.

-ocr page 109-

105

alhier alsulcke Middelen in handen gestelt sullen worden daer mede op \'t onderhoudt van de Predicanten op sija Comptoir geordonneert, ten vollen voorsien mach worden, en dat daerom de Gec. Eaden van de Staten gehoort hebbende de Gecommitteerden op des gemeene Lands Eeeckeniuge, aengaende den Staet van de Eeeckeninge van den Suppl. voorn, ordre stellen sullen dat sijn Comptoir gefurneert ende verstreckt worde met soo veel penningen ende middelen als tot betalinge en onderhoudt van deselve Predicanten sal nodigh wesen.

25 April 1596. De Geo. Eaden enz. hebben op het versoeck van den Ontfanger Joh an Commehsz. geaccordeert, dat denselven Ont-fanger ordonnantie verleent sal werden tot betalinge van het slot sijner reeckeninge ter somme van negen hondert uyt den ontfangh van sijne Geestelycke Goederen; dat mede den selven Ontfanger op Jacob Alblas Ontfanger belast sal worden uyt sijnen voorn, ontfangh van de Geestelycke Goederen te voldoen de ordonnantie van 5000 ponden van 40 gr. het pondt, op hem ten behoeve van den voorn. JohajST Commersz. oock verleent, ten eynde hy op de betalinge van Predicanten mach voorsien als na behooren; ende soo verre denselven\' Ontfanger Alblas swarigheydt sonde maeckcn, om de voorn. /quot;5000 te betalen, dat denselven belast sonde worden met den eersten over-tesenden pertinenten en distincten Staet, soo wel van de laetste syne gedane reeckeninge als van de verdere inkomsten ende lasten van synen ontfangh van de Geestelycke Goederen, omme deselfde gesien, voorts dies aengaende ghedaen te mogen worden na behooren, ende aengaende het vorder versoeck van den selven Johan Commehsz., omme te hebben jaerlycksche verhoogiuge van synen ontfangh met 4800 ponden tot betalinge van de Predicanten, hebben deuselven Ontfanger belast alvoorea pertinenten en distincten Staet mede over-televeren, soo wel van syne laetste gedane reeckeninghe van den ontfangh ende van het gene tot behoef van de Predicanten in den Lande van Voorne en Putten, als van de navolgende lasten ende inkomsten binnen den Lande van Voorne en Tutten elcks apart, omme daerna op syn versoeck mede gedaen te worden naer behooren.

14 Mey 1596. De inkomsten van de gemeene Middelen in \'tjaer genomen, komt daer op te kort ƒ 706.000.

Hiertegens enz.

Van de verkoopinge van Domeynen ende Geestelycke Goederen ƒ 100.000.

34 Jan. 1597. De Gec. Eaden enz...., ghesien hebbende den Staet sommier by den Ontfanger Cornelis van Coolwijck den 14 Oct. 11. overgelevert van sijnen ontfangh, behalve den Inkomsten van de geïnundeerde Alblas- ende Crimpender Waerdt van de Geestelycke Goederen van den jare 1595, bedragende 33.336 ponden 17 Schell, 7 den. of met de nieuwe aeoghekochte Eente van 1317 ponden 6 schell. ende 1000 ponden \'sjaers van de Eantsoenen op de verpachte middelen van April ende October 96 bedragende 32762 ponden 5 Schell, \'t samen ter somme van 66952 p. .. schell. 1 den. of met

-ocr page 110-

106

den uytgeve van de ordinaris ende extra ordinaris lasten daar tegens gedaan, mitsgaders van alle Kustingh-penningen van de varkoctite Landen in den voornoemden jare verschenen, boven de penningen daer van in da respective Steden ende Dorpen bereydt, ten vollen genomen met seeckare geloste rente, bedragende 29729 ponden, 10 Schel), 7 den. ob. daer van aftraak is ghaweest ter somma van 1254 ponden 13 Schel). 4 den., su)cks dat den voorn. Onttanger schuldigh. blyvende de somma van 28474 ponden, 17 Sch. 4 den., daerop ten Comptoire van den Ontfanger Generael Cornelis van Miekop betaeldt heeft den 1 Febr. 1596 6000 ponden, den 1 April daeraen 3000 ponden, ende aen te laten inhouden aen het verloop van rente gevallen den.... Juny daer aen 925 ponden, da voorn, ontfanger noch schuldigh was blyvende 18549 ponden, 58 Sch. 3 den. Enda gesian de Attestatie ende verklaringh van den voorn, Ontfanger, dat den voorn, staet by hem gemaeckt an overge-)avert is, in conformiteyt van syne BlafiFaerden ende Controlle sulcks de penningen van dien geïnnet, ende ter noot hebben mogen ende moeten verstreckt worden eensdeels geraemt op het naeste des doenelijck zijnde: Hebben de Gec. Raden verklaert ende geresolveert, dat van de voorn. 28474 ponden, 17 Sch., 3 den. Ordonnantie verleent sal worden, omme by den voorn. Ontfanger Coolwijck aen den Ontfanger Generael Mieeop voorn, betaeldt te werden, ende daer-tegens op denselven Ontfanger Generael een ordonnantie van 18250 ponden ten behoeve ende tot subsidie van de ordinaris lasten van den voorn. Comptoire, omme aen den Ontfangher Cooltwijck voorn, te betalen, ten eynde de selve Ontfangers daermade t\'samen mogen vereffenen ende liquideren, ende daer af verantwoorden r.aer behooren. Hebben daer benevans tot verstijvinge van den voorn. Ontfanger Coolwijck geordonneert, dat van da voorschr. Hooftsomme van 28464 ponden, 17 schell., 3 den., een jaerlijksche rente te losse (ien penningh 16 op den Comptoire van den Voorn. Ontfanger Generael geconstitueert sal worden , ten behoeve van da Pradicanten jaerlycx ter somma van 1769 ponden, 13 sch., 6 den. van 40 gr. ingaende Mei 1596 , daer af behoor)ycke Brieven van Constitutie aen dan voorn. Ontfanger Coolwijck var)eeijt sullen worden.

11 Juny 1597. Alsoo de Gec. Randen verstaen en bevonden hebben dat Johan Commersz., Ontfanger van de Middelen gedesti-naart tot betalinge van \'t onderhoudt der Predicanten der S:ede van den Briel ende Lande van Voorne, in syn Reackeuiiige van den voorleden jare 1596 verantwoordt heeft van da som van 4800 p. van 40 gr. \'t pondt, hem in subsidium ghaaccordeert by ordonnantie op den Ontfanger Joost van Alblas, uyt d\'inkomsten van de Conventen en de Canonesia Goederen van Bridle, Oost-Voorne ende Buyre, tot onderhoudt van den Predicant binnen den Briel ende den Lande van Voorne, en dat daerenboven de Middelen van den voorn. Ontfanger Johan Commersz. tot betalinge ende onderhoudt van deselve predicanten niet en hebben ten vollen kunnen strecken, hebben de Gec. Raden voorn, geordonneert d\'Ontfanger Joost van Alblas uyt de penninghen vansynan

-ocr page 111-

107

ontfangh voorn, ghelijcke som van 4800 ponden aen den voorn. Ontfanger Johau Ccojdieesz. voor de jare 1597 ende den naevolgende jare jaerlijcks te laten volgen tot behoef als voren onder zijne recepisse, totdat anders daer in sal wesen geordonneert.

VI. Huishuur.

(Zie ook bij Pastorien )

Goedereede. 7 Feir. 1598. Aan Abraham Jansz. Kercken-dienaer binnen Goedereede door de Gecommitteerde Raden geaccordeert f 36 huishuur \'s jaers.

\'s Gravendeel. 4 Dec. 1596. De Staten enz......hebben geaccordeert, dat de huyshuyr van Johanjtes Bogius, predicant van Schra-vendeel in Bonaventura, ter somme van /26 \'s jaers , die binnen desen jare 1596 is vervallen, en in de toekomende jare 1597 verschycen sal, tot laste van den Lande betaelt snlleu worden, midts dat by de Ingelanden aldaer, daer naer op de betalinghe van deselve Huyshuyr ofte den Kercken-dienaer binnen Bonaventura van een bequam§ Wooninghe voorsien werde.

Ketel. 27 Oct. 1597. Op \'t versoeck van Cornelis Jansz., predicant in de Ketel. hebben de Staten verklaert, dat den Suppl. jaerlycs 30 p. van 40 gr. \'t pondt tot Huyshuyr sal genieten, tot dat anders daer in sal wesen geordonneert.

Molenaersgrave en Brandtwyck. 14 Feir. 1586. De Staten.....gesieu

hebbende \'t advis van den Ontfanger Corlelis van Coolwijck in desen geroert, hebben geordonneert, dat den Secretaris van Brandtwyck de pastorye huysinge daer in hy aldaer woont, raet\'er daet sal ont-ruymen ten behoeve van \'t gemeene Landt, sonder daer in yet te breecken ofte verminderen, belastende die van den Gerechte ende Kerckmeesteren van Brandtwyck, de handt daer aen te honden, dat hetselve magh werden geëffectueert, ende den Suppl. Aexoldus Steur, predicant in Molenaersgrave ende Brandtwyck tegen Mey in \'t selve Huys magh werden geaccommodeert; ordonnerende voorts den voorn. Ontfanger Coolwijck:, den Suppl. ende syn■ predecesseurs te betalen hare Huyshuyr van den 15 December \'84 tot den 1 Mey \'86, tegen 30 ponden van 40 gr. \'s jaers, daer op behoorlijcke Ordonnantie verleent sal worden.

Niemcpoort. 4 Nov. 1586. De Staten......gesien hebbende \'t advis van

den Ontfanger Corxelis van Coolwijck , ende aenmerckende dat geduyrende den dienst van den voorn. Ontfanger den Dieuaer des H. Evangelii tot Nieuwpoort by de Ingezetenen aldaer van Huyshuyr sonder eenigh tegenspreecken besorght is geweest, sonder dat de selve Ingezetenen daer door jegenwoordigh meer dan als toen svdlen zyn beswaert, hebben verklaert ende geordonneert dat d\'Ingezetenen van Nieuwpoort voorn, voorts sullen continueren in \'t betalen van de Huyshuyr van haer Predicant, of denselven Predicant van een bequaeme Huysinge te doen voorsien, gemerckt het onderhoudt van den voorn.

-ocr page 112-

108

Predicant gedragen wert tot laste van den Lande, ende alomme binnen de Steden ende ten platten Lande de Huysingen voor de Predicanten versorght, of daer voor de Huyshuyren betaelt sullen moeten worden.

Sassenheim. 31 May 1588. De Staten enz.....gesien hebbende het

advia van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck , hebben verklaert eude geconsenteert, dat voor den tydt van drie jaren de Huyshuyr van den Predicant tot Sassenheim, van wegen het ghemeene Landt by Ordonnantie op den voornoemden Ontfanger Cooiavuck sal gedragen worden, ende betaelt tot 30 ponden van 40 gr. mits dat Schout ende Eegeerders van Sassenheim, ghehouden sullen zyn in alder diligentie te vorderen de reparatie van de Kercke tot Sassenheim, het welck den selven wel scherpelijck werdt belast by desen, op poene dat haerluyder de Kerckelijcke Goederen aldaer sullen ontroc-ken worden, ende dat daer na van wegen de Staten, door haerluyder Gecommitteerden, met assistentie van den Hooft-Officier van den Quartiere aldaer, de voorsz. reparatie ghedaen sal worden; ende de selve geauthoriseert, over de Huysluyden van den Dorpe tot Sassenheim, te mogen doen ommeslaen en executeren de penningen, die aen de voorz. reparatie sullen noodigh wesen, sulcks syluyden te rade vinden sullen, en in aller gevoeglickheydt te behoren.

Schoonhoven. 18 Sept. 1587. Alsoo tot kennisse van de Staten van Hollandt is gekomen, dat binnen de Stede van Schoonhoven van seeckere Huysinge, gekomen van den Commandeur derselve Stede, van wege den Predicant Huyshuyr betaeldt heeft moeten worden, niettegenstaende deselve Huysinge in voortyden by den Pastoor, die den Commandeur tot dienste van de Stadt op sijn inkomen gehouden was te onderhouden, bewoont is geweest, dat oock by den Commandeur jaerlijcks als noch, soo binnen als buyten de voorsz. Stede, \'t sijnen behoeve ontvangen en beheert werden seeckere inkomsten van Landen ende Rente, die de Pastoren inder tydt jaerlijcks t\' haerluyder onderhoudt plagen te genieten, ende niet redelijck kan bevonden worden, dat jegenwoordelijck den voorn. Commandeur de inkomsten van dien sal genieten in \'t particulier, daer van by hem in voortyden door het onderhoudt van den Pastoor niet en is genoten, te meer, aengemerckt dat alle andere Commandeurs tot de Predicanten in dienst des Goddelycken Woordts moeten laten volgen alle het gundt syluyden hare Pastoren ende Cappellanen plagen te laten genieten; hebben daerom de Staten voorn, hier op gesieu het ad vis van den Ontfanger Cornelis vau Coolwijck , verklaert ende geordon-neert, dat den voorsz. Commandeur binnen den tijdt van een Maendt, nae de insinuatie van desen, ten Comptoire van den voorn. Ontfanger sal doen overleveren behoorlycke Staet ofte Quohier van alsuleke Goederen als de Pastoren tot Schoonhoven in der tydt voor haer ordinaris onderhoudt genoten hebben, mitsgaders de penningen die daer van ten minsten met den ingangh van den jare 1578 tot nog toe mogen zijn gekomen, om me daer uyt de beloofde Huyshuyre van den voorsz. Huyee betaeldt te werden, hebben niettemin de Staten voorn, geauthoriseert de Burgemeesteren ende Regeerders der

-ocr page 113-

109

Stede van Schoonhoven voorn., des voorsz. Commandeurs Huysinge aldaer, als specterende tot de Commanderye, te doen aenvaerden en te bewoonen by den Dienaer des Goddelyeken Woordts, Heitkictim Caesahtdm, ende voorts by ar d ere Dienaers in der tydt wesende, sonder gehouden te zijn eenige Huyre daervan te betalen nochte uyttekeeren.

Spychenisse. 22 April 1588. Op het versoeck van Schout en Schepenen van Spyckenhse; Is geappostilleert.

De Gec. Eaden van de Staten ordonneren Jan Cornelisz , Ont-fanger van de Geestelycke Goederen over de Landen van Voorne ende Putten, volghende sijn advis, te betalen tot behoef van de Huys-huyr van den Predicant tot Spyckenüse, sjaers 30 ponden van 40 gr., daer af het eerste jaer verschenen sal zyn Mey 1588 toekomende, tot dat anders daer inne sal wesen geordonneert.

Vii. Hulppredikers.

Rotterdam. 1 Oct. 1599. De Gec. Eaden, amp;c. Gehoort hebbende het aengeven ende \'t versoeck van wegen de Magistraet ende Kercke tot Rotterdam gedaen, ten eynde Nicolaes, soone van Caspabus SwEBiNCKHTTYsrDS, Dienaer des Goddelyeken Woordts aldaer, van Geneve weder gekomen, by provisie ende voor een jaer als een mede-hulper in de Kercke tot Rotterdam ghebruijekt sonde mogen worden, om daer na door de goede oeffeninge ende ervarentheyt van de ordre ende dienst der Kercke te bequamer gebruyekt te mogen worden in den dienst der Kercke ten platten Lande, ende dat daerom in de plaets van de 200 ponden den voorn. Nicolaes voor dit jaer gheconsenteert om sijn Studie buytens Lands te mogen tot meerder experientie ende bequaemheyt te continueren, soude mogen voor den selven jare alleenlyck te verhoogen met 100 ponden; oock ten aensien van den voorsz. Caspabus lasten, als de diensten die by den voorn. Nicolaes binnen den selven jare gedaen sullen worden, hebben de Gec. Kaden tot vorderinge van den dienst der Kercke gheconsenteert ende geaccordeert, dat den voorn. Nicolaes boven de voorsz. 200 ponden noch nytgereyekt sullen worden 50 gelycke ponden, ende daertoe Ordonnantie verleent, sonder dat het selve in consequentie getrocken sal mogen worden.

Wyk op Zee. 13 Oef. 1600. Aan Barthout Willemsz. , predt. te Beverwyk, Abraham: de Hazo toegevoegt tot zyne assisstentie voor de dienst te WyTc op Zee, onder bepaling dat hy zal onderhouden worden als andere dienaren van de Kerk.

viix. Kercken en Kerekongoederen. -

Algemeen. 13 Jpril 1584. De Staaten enz. hebben tot vorderinge van Godes dienste gegund en geoctroyeert, dat alle Wethouderen binnen de Dorpen van Holland, daar het selve sal noodig wesen, generalyken tot laste van den geenen die onder den bedryve van dien zyn geseeten, en geene uitgezondert, by de bequaaraste weegen

-ocr page 114-

110

en middelen des doenlyk zynde, in aller gelykheid sullen moogen omslaan, doen heffen en collecteeren soo veele penningen, als tot reparatie van de Kerken aldaar, en het gunt daar aan kleeft, sal noodig weesen, mits dat de selve penningen alleenlyk daar toe ende nergens elders verstrekt sullen werden, sonder ook daar meede eenigsints te belasten de geene die onder den voorschreven bedryve niet en zyn geseeteu, waartoe deselve Wethouders gehouden sullen zyn van alles Eeekeniuge te doen, daar en alsoo de Staaten voornoemt het selve sullen ordonneren.

10 Nov. 1600. De Staten enz......aenmerckenden, dat

dagelijcks gepractlseert wordt verscheyde parthyen van Landen by het gemeene Landt verkocht, met den opstal van eenige soo onlosbare als losbare renten, tot onderhoudt van de Kercken-dienaers, ende andere Lasten der voorschr. Landen gedestineert, met executie ende decreet by de executeurs van den Hoogen ende Provincialen Raden, ende van eenighe andere Gerechten te kope te stellen, waerop de kosten van de executie sullen groot vallen, dat de selve eerst afgetogen zynde, het overschot niet en magh strecken omme het Capitael ende verschenen renten daer uyt te voldoen, sulcks dat de gemeene saecke grootelijcks door de selve proceduren wordt gein-teresseert; omme waer teghens te voorsien, is naer de voorgaende communicatie ende advys van den Praesident ende Eaden van den Hoogen ende Provincialen Eaden, uyt rechte wetenschap ende volkomen macht geordonneert ende gestatueert, dat dengenen die by executie op eenige Landen ofte Immeuble goederen van de Domeynen, Geestelij ckheydt, Collegien, ofte Pastoryen van wege het gemeene Landt verkocht, met den opstal van eenige onlosbare ofte losbare renten, sullen willen procederen, ghehouden sal wesen deselve executie te doen tot haren koste, voor soo veel het ghemeene Landt aengaet, ende over sulcks de Landen ofte onroerende Goederen te kope te stellen, met de lasten van de voorschr. gereserveerde onlosbare ofte losbare renten, van wegen het gemeene Lacdt in het verkopen der selven daer op ghehouden, ende hare proclamatien ende Biljetten van verkopinghe het selve klaerlyck te stellen; tot welcken eynde de Executeurs ghehouden sullen wesen, naer dat de gecondemneerde aenwysinge van de Landen ofte andere onroerende Goederen gedaen aal hebben, hem by denselven daertoe verklaringe by geschrift te doen leveren, of sulcke Goederen niet van het gemeene Landt met den opstal van eenige renten en zyn ghekocht, ende hem voorts te vinden by den Secretaris van de plaetse daer onder deselve Goederen ghelegen zyn, ende van den selven ondersoecken ende mede verklaringe by geschrift nemen, of alsulcke Goederen van wegen het gemeene Landt met den opstal van eenige onlosbare ofte losbare renten zyn gekocht, ende hoe veel daerop gehouden is, om de proclamatien eu biljetten daer naer te maken; ende voor het doen van de tweede Proclamatie, sullen sy ghehouden wesen den ontfanger van deselve renten te insinueren, dat sy op sulcke Landen zyn procederende, ten eynde deselve daer op magh letten ende doen waecken naer

-ocr page 115-

Ill

behooren; ende sullen alle arresten en proceduren op de voorschr. Landen ende onroerende Goederen voortaeu tegens den inhouden van desen te doen, weaen nul en van onwaerden, niet tegenstaende eenige Ordonnantiën, Instructien, ofte Stilen ter Contrarie, die (soo veelde voorsz. saken aengaet) by desen expresselyek worden gederogueert.

Gedaen in den Hage den 10 November 1600.

Ackersloot. 15 Maart 1590, In aensieninge de Kercke tot Aclcersloot seer is vergaen ende vervallen, hebben de Staten tot restauratie ende reparatie van deselve Kercke geconsenteert ende geoctroyeert, van de Kercke Landen te mogen verkoopen ter somme toe van 3600 ponden van 40 gr., midts dat een derde deel daer af, als de somme van 1200 ponden, by de Koopers derselve Landen van haer koop penningen onder gehouden sullen worden, ende gehouden op renten tegens den penningh 16, met goede verseeckeringe van de selve renten op de gekochte Hypoteque, ten eynde de inkomsten van de voorsz. Kercke-Gcederen niet werden vermindert; ende dat voorts een derde deel van de voorsz. 3600 ponden betaelt sal werden binnen 2 a 3 maenden na de koop der selve Landen, ende de rest binnen sjaers daer aen, behoudelijok dat deselve ver-koopinge van Landen na voorgaende affixie van Biljetten gedaen sal werden in \'t openbaer, ter presentie van den Bailliuw van Kenne-merlandt, ende dat de penningen daer afkomende, alleenlijck sullen werden bekeert ende verstreckt tot behoef van de reparatie van deselve Kercke.

Aisendélf. 28 Mey 1582. De Staten enz.... gesien hebbende het advys van den Ontfanger Coclwijck, midtsgaders de Eeeckeninge van het gunst gekost heeft het maecken van seecker Huysken, ten behoeve van den Predicant tot Assendelf, bedragende ter somme van 224 ponden, 14 schell. 6 den., met noch seeckere onkosten, gedaen tot af-schuttinge van het Erf aen des Predicants Huys voornoemt, bedragende 17 ponden 14 schell. 6 den., alles uyt de inkomsten van de Pastorye aldaer, ordonneren deu voornoemden Ontfanger Coclwijck de voorsz. onkosten de Supplianten alhier in Reeckeninge te laten strecken, ende ten eynde verder voorsien mach werden tot reparatie van de Kercke tot Assendelf hebben de Staten de voornoemde Supplianten voorts geauthoriseert, ten meesten profijte. in \'t openbaer te moghen verkoopen 4 kleyne Werfkens, leggheude by Assendelver Kerck, competerende de Altaren aldaer, ende de penninghen daer af komende, te employeren tot de nootblycke reparatie van de voorschreve Kercke; ende soo verre de onkosten van de reparatie der voorsz. Kercke hooger sullen bedragen mogen, sullen deselve onkosten uyt de Gemeente van Assendelf mogen gevonden werden, daertoe den Bal-liuw aldaer, Sdion Eentfoobt, by desen gelast werdt en geauthoriseert, by alle bequame wegen ende middelen van inductie die voorsz. penningen uyt de voorsz. Gemeente te doen vinden ende collecteren, midts dat by de Supplianten van alles verantwoordt sal werden als nae behooren, ontseggende over sulcks als noch het verder versoeck by de Supplianten in desen gedaen, omme hen Supplianten voorts

-ocr page 116-

112

te laten volgen alsulcke andere inkomsten van Goederen, als bevonden souden mogen werden de voornoemde Kercke, Pastorye ende Altaren te behooren, mits dat zy Supplianten gehouden souden wesen den Predicant ende Schoolmeester te onderhouden, midtsgaders oock de voorsz. vervalle Kerke te repareren, ende voorts in raet ende Daet te houden.

Bergambacht. 1 Nov. 1588. De Staten enz......gesien hebbende het

advis van den Ontfanger Cooi/wijck, hebben, om redenen daer inne geroert, afgeslagen het versoeck van den heer van \'s Heer Arentsber-gen {Bergambacht) mitsgaders den Balliuw, Schout ende Gerechte aldaer tot verkopinghe van elf Margen een hondt Landts, tot opmaec-kinge van de Kercke in desen geroerdt, alsoo hetselve zijn Pastorye-Landen, fot onderhoudt van de Predicanten, ontfangen en ghedesti-neert; ende om me niet te min te helpen voorsien tot opmaekinge van de Kercke in desen geroert, verklaren de Staten, voor soo veel in haerluyden is, te mogen lyden, dat de penningen daer toe noodigh zynde, ommegeslaghen worden tot laste van de Eygenaers en Bruy-ekers binnen den Ambachte van Berg Ambacht voorn, gezeten zijnde.

Bergen. 28 Nov. 1581. üe Staten enz......hebben tot Godes eere

ende dienste, de Kerckmeesteren van Bergen geoctroyeert, van de Kercke Landen van Bergen te mogen verkopen, ter somme van 2000 ponden van 40 grooten, ten meesten dienste van den Lande, midts dat de penningen daer af komende, sullen worden verstreckt, beheert ende ge-employeert, voor al tot reparatie van de Kercke, voorts tot onderhoudt van een Predicant ende Schoolmeester aldaer, midtsgaders tot betalinge van de verloopen Renten, ende andere re-eele lasten, staende op de voorsz. Kercke Landen, ende nergens elders; wel verstaende, dat de voornoemde Supplianten mede geetie penningen, komende van de voorsz. Landen, sullen mogen worden geemployeert, ten fine voorsz., dan met voorgaande ordonnantie, authoriteyt en consent van de Burgemeesteren van Alckmaer, ofte twee van hunluyden, opdat in toekomende tyden de Naerkomelingen blycke, dat de voorsz. Kercke-goederen ende Inkomsten niet onbe-hoorlijck zyn verstreckt, daer op den Secretaris van den Hove, Johan Pubtijcq, werdt belast behoorlijcke Brieven van Octroy (des versocht zynde) te depecheren.

Bodegraven. 7 April 1589. De Gec. Raden enz.....hebben om redenen

in desen geroert, de Ambachtsbewaerders ende Kerckmeesters van Bodegraven geoorlooft ende geauthoriseert, soo veel Landen, toekomende ende specterende tot de Kercke van Bodegraven, ten meesten profijte derselve Kercke te verkoopen, dat daer af getrocken mach worden 600 ponden van 40 gr., midts dat deselve penningen alleen-lijck beheert ende verstreckt sullen worden tot reparatie van de Kercke, ende het maecken van een Kap op den Thoorn, mitsgaders het hermaecken, verstellen ende vernieuwen van bet oudt gebroocken Horlogie aldaer, ende dat deselve verkoopinge van de Landen ghe-daen sal worden ten overstaen van den Ontfanger Gebrit Feansz.

-ocr page 117-

113

Kegelinck, (lat mede de Eeeckeninge van \'t employ der voorsz. penningen in tegenwoordigheyt van denselven Ontfanger sal worden gehoort en gesloten.

4 Mey 1596. De Staten enz......verstaen hebbende uit het rapport

van de Commissarissen de gelegentheid van de sake soo wel aangaande de nootelycke reparatie van de kerk tot Bodegraven, als op de Inkomsten van het grootje van de Kantsoenen in desen versocht,

hebben.....tot vordernisse van den dienst van de Kerke tot Bodegraven

en nootelyke reparatie derselver, geconsenteert, dat van de Kerkenlan-den aldaer soo veel verkogt sullen mogen worden, als noodig sullen zyn, omme te vervallen de onkosten tot noodige reparatie van de voorschr. Kerke, uit de Penningen die by koope daervan sullen mogen getrokken worden , boven de Eenten die op de voorschr. Landen sullen gehouden werden, soo veele als deselve Landen in huyre geldende zijn, sulcks de andere Landen van weegen het gemeere Land zijn verkogt.

Bommenede. 11 Mei 1595. AIzoo Bailliuw en Schepenen van Bom-\'-menede de Gec. Eaden van de Staten te kennen gegeven hebben van wegen de Kercke aldaar dat Johan Commersz. Ontfanger van de Geestelycke Goederen, de inkomsten van de Goederen, specterende tot de Kercke van Bommenede, mede aengeroert heeft, en is ontfangende, waerdoor de Supplianten geen middel hebben om haerluyder Kercke te doen reparareren, en in goede reparatie te doen onderhouden, maar dat de voorsz. Kerck geschapen is te ruineren, ten ware hen-luyden volgen mogte de Goederen en Inkomsten, specterende tot dezelve Kercke; hebben de Gec. Eaden op het ernstig aenhouden en versoeck van de Supplianten, gezien het advys van den voorn. Ontfanger; volgens dien, en tot goede reparatie en onderhoudt van de voorsz. Kercke, geconsenteert en geaccordeert, dat den Supplianten volgen zullen de 14 gemeeten Lands daer van in der Supplianten Staet en Eeeckeninge ontfang gemaeckt is, als eygentlyck toekomende en specteerende tot deselve Kercke van Bommenede, daer af de Inkomsten bedragen, vry geld, omtrent ƒ 56— jaerl. ordonnerende over sulcks denselven Ontvanger Jan Commersz. sijn handen te trecken van de voorsz. 14 gemeten Landts, en de Inkomsten van dien beginnende met de voorleden Jare 1594, midts dat de Supplianten gehouden sullen zyn, de Kercke van Bommenede behoorlyek te doen repareren en onderhouden, en daer af te verantwoorden als naer behooren, en aengaerde de verdere Inkomsten in de ƒ300.— \'sjaers, by de Supplianten versocht, hebben de Gec. Eaden het selve afgeslagen.

Cahlagen. 17/18 Maart 1586. Op \'t versoeck van Schout ende Gerechte van Cahlagen, om seeckere verschoten penningen aen de reparatie van de Kerck aldaer, en voorts tot onderhoudt van haren Predicant of Schoolmeester verstreckt, den Ontfanger Coolwijck te mogen korten aen \'t inkomen van de Kercke-Goederen aldaer, ghe-vallen Annis 82 en 83, is geappostilleert.

Nihil Nic; Maer sullen de Eemonstranten haer gepreten-

8

-ocr page 118-

114

deerde in desen geroert, mogen verhalen aen d\' Erfgenamen van Jacob Coppier , door wiens ordonnantie syluyden de penningen in desen geroert, seggen betaelt te hebben.

Delff. 3 Augusti 1579. De Staten hebben tot verseeckertheyt van \'t remboursement die de Staten belooft hebben te doen van de 1000 pond van xl gr. by de Kerckmeesters van de Oude Kerck binnen der Stadt Belff verstreckt aen handen van Mathys Bebck , tot aflossingh van seeckere 22 Margen Landts, gelegen in den Lande van Stryen, de voorsz. Kerck toebehoorende, die in pandtschap ghenomen waren, verklaert ende geordonneert, dat van de voorsz. 1000 ponden be-hoorlycke renten tegens den penningh 16 gereeckent, by \'t gemeene Landt sal gedragen worden, \'t zedert den 1 Maert laetstleden, totdat deselve somme van 1000 ponden efïectuelyck sal zijn afgeqneten.

Dircxlandt. 8 Juny 1595. De Geo. Eaden enz. hebben geaccor-deert den openbaren verkoop van al de Landen aenkomende den H. Geest en de Kercke van Dircxlandt, als van den H. Geest 103 Gemeten 281 Boeden, en van de Kercke 62 Gemeten 181 Roeden, mits op elck Gemet houdende eene onlosbare Rente van 10 Schel, vlaems \'s jaers, ingaende ten dage van de voorschr. verkopinge, en dat de verdere penningen die van de voorsz. verkochte Lauden sullen procederen, bekeert, beleyt, en gehypothequeert sullen werden aen Los-renteu dcu penningh 16, ende verseeckert op vaste Landen, ten behoeve van de Kercke ende H. Geest armen voorn.

Eyck en Ihiynen. 23 Maart 1579. De Staten enz. hebben gecom-miteert Cornelis van Coolwijck, Ontfanger, als Supper infendent van de Goederen ende Inkomsten van de Kercke, Cruysgilde ende H. Geest van Eyck en Duynen, midtsgaders tot den ontfangh ende administratie van dien, midls daer af verantwoordende met de andere penningen van synen ontfangh, ende sal voorts den voorn. Ontfanger doen voorsien op de vorderingh van de Inkomsten van dien, sulcx hy bevinden sal te behooren.

7 Juny 1580. De Staten enz......hebben gegunt endegeaccordeert dat

de gemeene Buyren van Eyck en Duynen ende Loosduynen de vervallen Kercke van den Convente eertijdts tot Loosduynen, heel openleggende, gelijck deselve met de Muyren ende Grachten zyn afgedeelt ende omgetrocken, groot deselve geheele plaetse omtrent acht Margen Landts, geldende jaerlycx 11 a 12 guldens, sullen mogen laten gebruycken, en d\'inkomsten van dien employeren tot reparatie. timmeringe, exercitie ende onderhoudt soo van de voorsz. Kercke als de Woonplaets van den Predicant den tijdt van 10 jaren eerstkomende, ende daertoe noch verder te mogen doen gebruycken, verstrecken en employeren de Steen van de vervallen Muyren, eensdeels streckende om de voorsz. Boomgaert ende Landen, eade voorts verkoopen eenige Boomen daer in staende, die mede vergaen, om met de penningen daer af komende, te besteden de timmerage, ende vervallen de eerste penningen van deselve bestedingh, midts dat hetselve eerst daeghs sal worden gedaen, ende dat de Suppl. ge-

-ocr page 119-

Ii5

houden sulleu zijn van haren handel ende administratie dies aan-gaende te houden deugdelijck Register, ende reeckeningh te doen ten believen van de Staten, waertoe de roorsz. inkomsten ende Materialen sullen worden geëmployeert, sonder dat de Staten gehouden sullen zyu, daartoe verder van wagen \'t gemeene Landt te doen eontribueren; wel verstaende dat binnen de voorsz. Kercke van Looaduynen des Hearen Woordt verkondight, gepredickt, ende den Dienst Godls ghe-daen sal worden, soo wal tot behoef van de gemeane Buyren van Eyck en Duynen als Locsduynen achter volgende \'t versoeck van de gamaeue Buyren van Eyck en Duynen voorsz., overmidts da groote onkosten die tot Eyck en Duynen met kleyna vruchten in \'t repareren van de Kercke aldaar ghedrageu soude moeten worden, ende de bequame gelegantheydt van de plaetse ende Kercke tot Looaduynen voorn., ende dat dan Predicant aldaer over sijn jaerlijcks onderhoudt als andere Predicanten tan platten Lande van wegen de Staten by haren Ontfanger betaelt aal worden, behoudelijck dat d\'inkorastan van de Kercke tot Byck en Duynen, midtsgaders het Kruysgilde aldaer gestelt sullen worden ende blyven in handen van den Obt-quot;\' fanger Coolwijck om by hem als Superintendent aengeslagen ende geadministraart, ende daer af verantwoort te worden, achtervolgende de voorgaande Brieven van Commissie by da Staten voorn, den 23 Maart 1579 daartoe verleent, blyvende de Goederen van den H. Geest tot Eyck en Duynen tot behoef van dan Armen aldaer; ordonnerende ende bevelende daaromme de Kerckmeesters van Eyck en Duynen, ende alle andere, des nodigh zijnde, hen hier naer te reguleren.

19 Aug. 1580. De Statan enz. verstaen hebbende dat den Ontfanger Cobnelis van Coolwijck in \'t volkomen ende achtervolgen van synan last ende Commissie van dan 23 Maert 1579 ende 7 Juny laatsleden, aangaenden den ontfungh van de Goederen van de Kers tot Eyck en Duynen, ende Cruysgelden aldaer, by de Kerckmeestereu, Cruysmeesteren ende Heyligegeestmeestaran vau Eyck en Duynen groote obstacle ende onwilligheden worden gedaan ende bewesen, sulcx dat deselve hen oock niet ontsian by verscheyda acten te protesteren tegen iusinuatian, sommatien ende gyselingen die by den Ontfanger voorn, ghebruyckt worden moeten omma te komen tot kennisse ende ontfangh der selve Goederen ende daer en boven de selve gyselingh te violeren, tot groote verachting van de Staten, hebben alsnoch den voorn. Ontfanger expresselijck belast ende geordonneert, by de voorn, wegen ende middelen, oock van apprehensie\', is het noot, te procederen ter tijdt toe de selve Ontfanger sal hebben gereconvreerd alsulcke Ke-gisteren ende Blaffaerden, Brieven ende andere Muriimenten daer toe dienende, als de voorn. Kerckmeestereu ende Kruysmeesteren, ofte hare gecommitteerde Rentmeesters, eenighsints onder hen sulleu mogen hebben, of sullen weten te bekomen, als ergens by haere kennisse verborgen zijnde; ende in gevalle de voorn. Kerckmeestereu en Kruysmeesteren hen by Eerie soudeu willen purgeren \'t gundt voorsz. is niet te kunnen effectueeren, sal den Ontfanger voorn, henluyden mogen constringeren om van nieuws te dresseren tehoorlijcke Que-

-ocr page 120-

116

hieren van \'t voorn, inkomen , met verklaringe onder den behoorlijeken Eedt, dat by hare kennisse tot de voorn. Kercke ende Krnys Gelde niet meer Goederen behooren dan in de voorsohreve QuohLeren sullen zyn verklaert.

2 September 1580. Is voorts verklaert dat by advis van de Magistraten van den Hoge de Kercke tot Eyckenduynen gedemolieert sal werden, alsoo de Staten verstaan dat die Kercke tot Eyckenduynen onnodigh is, ende daeromme niet gerepareert sal worden.

13 December 1580. De Staten enz. hebben geordonneert dat niet tegenstaende \'t versoeck van Kerckmeesters, Buyren ende Inwoonders van Eyckenduynen, dat de Capelle aldaer soude mogen blyven onge-demolieert, midts betalende de penningen daer voor belooft, deselve Capelle sal werden gedemolieert voor Kersmis toekomende, op poene van 50 ponden van 40 grooten, achtervolgende de Conditiën daer van gemaeckt, midts dat de Predickstoel en Bancken gelevert snllen worden, achtervolgende de selve Conditiën, binnen de Kerck van Loosduynen.

14 December 1580. De Staten enz......verklaren, dat met de demo-

litie ende afbreeckingh van de Kercke ende Tlioren in desen geroert, geprocedeert sal werden voor Kersmis toekomende, achtervolgende het Contract dat met de Koopers dies aengaende is gemaeckt; en hebben de Staten voorn, voorts geordonneert, dat achtervolgende \'t selve Contract, de Predickstoel, ende andere Gestoeltens, Latryne ende Cat-banken, wesende binnen de voorsz. Kercke, ghelevert sullen werden in handen van de Kerckmeesteren van Loosduynen, om in de Kercke aldaer geaccomodeert te mogen worden als na behooren.

4 Juny 1581. De Staten hebben mede als noch belast ende geordonneert , dat de Kercke tot Eyckenduynen sal worden afghebrooeken ende gedemolieert, ende ten eynde het selve met den eersten magh worden ge-effectueert: Hebben de Staten voornoemt geauthoriseert ende belast, den Bailliuw en de Gerechte van den Hag he, met der daedt te doen procederen tot demolitie en af breeckinge van de selve Kercke; ende hebben voorts de Staten geordonneert den Remonstrant alhier, by gyzelinge te innen ende te executeren aen de Kerckmeesters van Eyckenduynen, de boete van vyftigh ponden van veertigh grooten het pondt in desen geroerdt, ende de penningen daer af te bekeeren. ten behoeve van het arme Wees-huys binnen den Hage.

Den Haag. 15 Marly 1582. Op het versoeck van de Deecken, Hooftmans ende de gemeene Broederschap van St. Joris Schutterye alhier in den Hage, is volgende dien geappostilleert.

De Staten enz., hebben, in aensieuinge van de reparatien ende voorgaande ruïne ende davastatie van den Doelhuyse, in desen ge-roert, hoe wel het achtarwesan van dien, by bequame middelen gevonden ende gedragen behoort ta werden, die tot andere fine niet zyn gedestineert, nochtans, omma eenige respecten, voor dese reyse

-ocr page 121-

117

geconsenteert ende geoctroyeert, dat de Supplianten alhier ten meeste proffijte, tot betalinge van den voorsohreve achtenveseu ter somme van 700 ponden van 40 grooten, sullen mogen verkoopeu \'t Landt, groot omtrent 10 merghen, in desen geroert, daer mede de Cappel-laen eertydts is onderhouden, midts dat de resterende penninghen wederomme ten meesten proffijte op Renten beleydt ende beheert sullen werden, ende ghehouden gehypotheecqueert op het voornoemde Landt, daer af verantwoordt sal werden als naer behooren, Die van den Brielle verklaren, dat sy luyden niet en consenteren, alsoo ge-lycke Goederen tot behoef van de Predicanten by voorgaende resolutie van de Staten, zyn gedestineert, daer nae die van den Brielle ende Landen van Voorne hun van meeninge zyn te reguleren.

Heynenoordt. 17 Nov. 1594. Op het versoeck van Schout ende Heem-Raden van Heynenoort, zyn deselve geauthoriseert te mogen verkopen, in het Openbaer omtrent 50 roeden Landts, de Kercke aldaer toekomende, midts dat de penningen daer afkomende, geera-ployeert sullen worden tot aflossinge van sekere Rente, staende op de Kercke aldaer, ende tot reparatie van deselve Kercke.

Laren. 4 Juni 1581. De Staaten enz. hebben om seekere reedenen belast en geordonneert, dat by die van Larum, de Kerke van St. Jan te Larum voor St. Calmisse toekoomende sal werden afgebrooken en gedemolieert, en by gebreeke van dien, lasten en authoriseeren de Staaten voornoemt de Burgemeesteren en Regeerders der Steede van Naerden, de voornoemde Kerke van St. Jan te Larum aftebreken en te doen demolieeren, en de Maleriaaleu van steen daer af te emploieeren tot de forteficatien der voorschreeve Steede, en de rest tot behoef van de Armen binnen de voorschreeve Steede van Naerden , en sal voorts by den Bailliuw van Gooiland goede opsigt genoomen werden, dat het inhouden van desen mag worden geeffeotueert.

24 Juny 1586. De Staten enz. hebben gecomraitteert en geauthoriseert Jonkheer Willem van Zuilen van Nyevelt, Bailliuw van Gooiland, om met assistentie van een of twee uit de Magistraaten van Naerden, te procedeeren tot openbaare verkoopinge van de Kerke of Capelle van Larum, ten meesten dienste van den Lande, te be-taalen op seekere reedelyke daagen, midts dat de Penningen van dien sullen worden betaald in handen van Cornelis van Coolwyk om tot de Kerkelyke saake ter ordonnantie van de Staten verstrekt te worden.

10 July 1599. De Gec. Raden, etc. Doen te weten; Alsoo Burgemeesteren van den Dorpe van Jjaren in Goijlandt ons te kennen gegeven hebben, dat aan de Pastorye aldaer \'t anderen tijde hebben behoort 9 swaden Landts, ende gemerckt in den jare van 1585 door een generalen inval van den Vyandt in Goylandt voorsz. d\'Ingezeten van den voorsz. Dorpe waren gevangen, gespannen, berooft, in verscheijde Plaetsen van malkanderen verstroijt, ende gebracht tot de uyterste elende en de armoede; dat henluyden oock waren afgehaelt de Kloeken uijt haren Thoorn, by de Capiteynen Rosenburgh en van Neck,

-ocr page 122-

118

binneu Amsterdam in guarnisoen gelegen hebbende, en hare Kercke seer was vergaan ende vervallen, sulks dat der Supplianten Voorzaten door \'t voorsz. vangen, spannen en beroven niet hebbende by te setten om de voorsz. Kercke te brengen in behoorlycke reparatie, te koopen nieuwe Kloeken, te betalen de lasten van \'t voorsz. Dorp» ende de onkosten daertoe nodigh, te vervallen, door hooghdringende noodt ende armoede, omme hunne voorsz. arme Gemeente, voor soo veel des doenlijck was in sodanige desolatie wederom by een te krygen ende te houden, tot verlichtinge van de selve arme Gemeente, ghe-dwongen zyn geweest soo nu soo dan 7 uyt de voorsz. 9 Swaden Pastorye-Landt te verkoopen, ende de penningen daer van procederende tot het gunt voorsz. is ende voor \'t meerendeel tot de reparatie van de voorsz. Kercke, midtsgaders het koopen van de voorsz. Kloeken te bekeren, daer in procederende ter goeder trouw ende meijnende dat sulcks henluyden oock buyten voorweten van de Heeren Staten was geoorloft, alsoo syluydea waren onderrecht dat de Kercke goederen tot onderhoudt van de Kercke, koopinge van nodelijcke Behoeften tot den Dienst van dien gerequireert, als zynde voorsz. Kloeken, midtsgaders verlichtinge en de vertroostinge van armen, wel mochten worden verkocht, dan hadden der voorsz. Supplianten Voorzaten niet jegenstaende de voorsz. verkoopinge, in plaets van twee swaden die syluyden uyt de voorsz. Landen maar hebben behouden, tot noch toe altoos pacht betaelt aen handen van den Ont-fanger Coolwijck voor 7 Swaden, ende een half, ter somme van 6 guldens \'sjaars voor elck Swadt, bedragende in alles 45 gulden jaarlijks, hebbende de voorsz. Ontfanger henluyden niet verder onghe-moeyt ghelaten dan van de pacht van anderhalf Swadt, ten opsien van de jaerlijcksche reparatien tot de Huysinge van de Pastorye van den voorsz. Dorpe van noode wesende, maer althans sustinerende dat de Supplianten haren voorsz. pacht van de voorsz. 7 Swaden ende een half soude behooren te verhogen, in plaets van dat syluyden wel verhoopt hadden dat de selve Ontfanger henluyden soude hebben ongemoeyt gelaten, oock in \'t geheel van soodanige pacht als syluyden tot noch toe hadden betaelt, verder dan voor twee der voorsz. Swaden, die jegenwoordigh noch onverkocht syn gebleven, ende daer van by henluyden \'t sobere inkomen wort genoten, \'t welck, hoewel syluyden met goede redenen wel soude vermogen te versoecken, nademael sy luyden van de voorsz. verdere Landen boven de voorsz. twee Swaden niet genieten, als nu andere luyden toebehoorende, nochtans omme te thoonen hare goedtwilligheyt die sijluijden hebben om fen behouve van de Gemeente Saacke soo veel te contribueren als hen eenighsints mogelijck is, ende d\'armoede var. haerluyder Gemeente ende Dorp toelaet; Versochten daerom dat ons gelieve (nemende een goedertieren insicht op haer voorsz. jegenwoordige armoede gecauseert door de voorz. Gevangenis, berovinge ende desola-latie) den voorsz. Ontfanger Coolwijck te ordonneren de Supplianten van nu voortaen uyt saecke der voorsz. Landen jaerlijcks niet meer af te eysschen dan de voorsz. somme van 45 guldens, die syluyden tot noch toe ten opsichte van de zelve Landen, soo die noch on-

-ocr page 123-

119

verkocht als verkocht zyn, hebben betaelt; soo ist, Dat wy d§ saecke voorsz. overgemerckt, en hier op gehadt het advis van den voorn. Ontfanger Cornelis van Coolwijck , in aensieninge als voren ge-consenteert ende geaccordeert hebben, dat de Supplianten alhier in de plaets van de voorsz. sest\'half Margen Landts, sonder autho-risatie verkocht als boven, eerstdaeghs verlyden ende passeren sullen tot laste van \'t Corpus van Laren ende alle de luwoonderen van dien, ten behouve van den Kerckendienst aldaer een Rente-Brieff van 55 ponden van 40 gr. jaerlijks, als voor elck verkocht swadt 10 gelycke ponden; ende dat voorts de Supplianten voor de twee onverkochte swaden Landts voor den tijd van 5 jaren jaerlycks in huyre betalen sullen 18 gelijcke ponden, alles ingaende met den jegenwoordigen jaren 1599, maer aengaende de 21 Mudden Rogge die de Supplianten met die van Hilversum ende Blaricum \'t samen op brengen moeten, sal jaerlycx daer af betaelt weiden so veel als de marct St. Maerten alle jaers daer af wesen aal, waer naer een ijege-lijck hem sal reguleren, totdat anders daer in sal wesen voorsien ende geordonneert.

Leyden. 18 July 1576. De Staten enz. consenteren ende ordonneren by desen, dat tot betalingen over al van de Dienaren des Woordts binnen Leyden over haer luyder acht er wesen als voren promptelyck ende omme gereede penningen by de Magistraten van Leyden, met een Gedeputeerde der Stad Delft ende den Ontfanger van de Goederen voornoemt, is \'t noodt, in \'t openbaar sullen mogen worden verkocht twee parcelen Lants gekomen van \'t Capittel van de Hogelanden, leggende in den Ambacht yamp;w Ley der dorp ,gTooi zynde het eene acht Margen vyf Hondt, die nu ter tydt by Mathys Jansz. in de Groenpoort werden gebruyckt, ende het andere parceel groot vier Margen twee Hondt, gebruyckt by Cornelis Dirksz. Kruydenier, ende dat ten meesten profijte van den Lande, sonder nochtans dat deselve Landen sullen mogen werden verkocht, ten ware haerluyder waerde nae gelegeutlieydt des tydts sullen mogen gelden; ende sullen de penningen, daer af procederende, by den Ontfanger van de Goederen van het Capittel voorn, tot betalinge van de voorsz. Dienaeren alleenlyck werden\' verstreckt, daer toe den voorsz. Ontfanger werdt belast ende geauthoriseert by desen.

21 Aug. 1576. De Staten gehoort hebbende het rapport van de Burgemeester van Delf, Joncker Abraham van Almonde , haerluyder Gecommitt. op de Verpachtinge van de Landen, by die van Delf ende Leyden, door last van de selve Staten gedaen, tot betaelinge van de Predicanten binnen de voorsz. Stede Leyden, over haer luyder achterwesen van hare voorgaende diensten, ende onderhoudt, hoewel de selve Staten tot de voorsz. verhoogingen niet en souden kunnen verstaen, noch de selve advoueren, als wesende tot Schade ende verachteringe van de gemeene saecke, soo verre by eenighe middelen op de betalinge van den voorsz. achterwesen der Predicanten promptelyck soude mogen werden voorsien, hebben nochtans de voorsz. Staten, aenmerckende dat de selve betalinghe niet langer

-ocr page 124-

12C

vertrocken en moohte werden, ende om alle inconvenienten te verhoeden, eyndelyck bewillight ende geaccordeert, dat dezelve ver-koopinge haer effect sal sorteren, ende dat daer op behoorlyeke Brieven van koope ende eygendomme sullen werden verleent, ende de selve geaccordeert.

Be Lier. 1 July 1586. Op de Requeste van de Kerckmeesteren en Ingesetenen van den Ambagte van de Lier, versoekende tot opbouwinge van haer afgebrande Kereke, overmits de soobere Inkomsten van deselve Kereke, te moogen korten aan haare Verpondinge 27 mark en 2 oneen Silvers, by hen annoo 1577 geleent, of seekere Landen van de voorschr. Kerke te moogen verkoopen, mits daar op houdende seekere Erfpacht, soo veel bedraagende als de jegenwoordige Huure van dien, is geaportilleert;

De Staaten enz., afslaande het eerste versoek van de Supplianten alhier, hebben deselve Supplianten gegunt en geoetrojeen, in presentie van jonkheer Abraham van Almonde, te moogen verkoopen de Landen specteererde tot de kerke in desen geroert; in den eersten, een half hond Land die Jan Vriensen gebruikt, den koop \'sjaars om ƒ 13 : 10; nog anderhalve morge Lands die Aeent Jansz. gebruikt, den koop \'sjaars om ƒ9. — ; nog een marge die Pieter Willemse gebruikt om ƒ 7 : 10; een halve marge die Andries Claasz. gebruikt om ƒ3 : 10; twee hond en ettelijke roeden die Doe Stewentz gebruikt om ƒ 2 ; 8; nog anderhalve marge Geestland dat bij Dirk Auien gebruikt wordt, den koop om ƒ 3 : eu nog seeker stuksken genaamt het derde deel van de Stryp dat Floris Jansz. gebruikt, sjaars om 20 St., mits daarop houdende seekere Erfpagt, soo veel jaerlijx bedraagende als de jegenwoordige Huure der voorschr. Landen, en dat de overschietende Penningen alleenlyk tot reparatie van de voorschr. Kerke sullen werden geemployeert, en daaraf verantwoord in presentie van den voornoemde Almonde als na behooren.

13 October 1586. Op \'t versoeck van de Kerckmeesters ende Ingezetenen van den Ambachte van de Lier, om seeckere Landen van de Pastorye aldaer te mogen verkoopen, tot opbouwinge van hare Kereke, is geappostilleert:

Zy desen gestelt in handen van den Ontfanger Cobnelis van Coolwijck om hem \'t informeren van de waerde van de Landen in desen geroert, ende daer van, midtsgaders sijn advis, by besloten Missive de Staten t\'adverteren, ten eynde \'t selve ghesien, op \'t versoeck in desen ghedisponeert te werden na behooren.

22 Maart 1595. De Gec. Raden amp;c. hebben gecommit\'eert ende geauthoriseert, Geruit Willemsz. van Schoterbosch, haer mede-Gecommitteerde in Rade, tot verkoopinge soo wel van den Heyligen-Geest-Armen in de Lier^ als van de Kercken Landen aldaer, in \'t openbaer ten meesten dienste, op den naestlaetsten deser maendt, achtervolgende de billetten daervau uytgegeven.

Line. 25 April 1584. De Staten enz.... gesien hebbende den

-ocr page 125-

121

Staet van de Inkomsten van de Kercken goederen van Lisse, hebben den Amb. heer en de Kerckmeesteren gegunt ende geauthoriseert, eenighe van de kleynste parceelkens van de Pachtjens ofte Rentjens der Kercke-Goederen te moghen verkoopen ofte in Erfpachte uytgeven ten meesten oirbaer, ende dat ter hooft-aomme toe van 7 of 800 ponden van 40 gr., mits dat de penningen daer of komende, alleen-lijck bekeert ende verstreckt sullen werden tot reparatie van de voorsz. Kercke.

Loosduynen. 15 Febr. 1586. Alsoo ten tyde van \'t Pausdom de Buyren van Zoosdu;/nen plagen te Parochiën ende hare dooden te begraven, eensdeels in de Kercke tot Monster, ende eensdeels in de Kercke van den Hage ende Eyck en Buynen, sonder dat de dooden plagen begraven te worden in den Convente van Loosdwjnen, tot haerl. groot ongerief, overmidts de groote distantie van de Plaetsen, ende want mits de ruineringe, demolitie ende uytrodinge van de geheele Timmerage van den Convente van Loosdw/nen, met de Fondamenten van dien, ghedaen in den jaren 73, 74 en 75 (uytgenomea alleen de Kerck) op \'t versoeck van de Buyren aldaer, gedaen aen de Staten van Hollandt, deselve Kerck eensdeels uyt de vruchten, van de acht Margen Landts van \'t begrip van \'t voorsz. Convent weder om gerepareert ende bequaem is gemaeckt, omme daerin voor de Gemeente ende Buyren aldaer Godes H. Woordt te predicken, en daer binnen en buyten de Dooden te mogen begraven, ende dat deselve reparatie met de optimmeringh van des Predicants Huys veel gekost heeft, daer van als noch eenige achterheyt is, als by de Eeeclceningh by de Weduwe van Kris Cornelisz. gedaen, mach blijcken, dat mede deselve Kerck ende Huysinge noch veel kosten sal, om in goede reparatie te houden, ende aldaer voor alsnoch weynigh toesicht is over deselve Kerck, met den aenkleve van dien. Soo is \'t: Dat de Staten van Hollandt hier van naeder onderrecht zynde, ende om aldaer een goede ordre te doen stellen, met advis van die vau de Reeckeninge in Holl. gestatueert ende geordonneert hebben , de poincte hier na volgende;

Eerst dat geen gestorven Inwoonder vaa de Buyrte van Loosduynen, wonende in Haegh Amhacht of Monster Ambacht, in de Kerck voorsz. begraven sullen worden voor en al eer sy betaelt of seeckerheyt van \'t recht van \'t openen van \'t Graf de selve Kerck ghedaen sullen hebben ghelijck men betaelt in de Kerck van Monster, ende dat de penningen sullen verstreckt worden tot reparatie van de Kercke van Loosduynen.

Dat die gene die haer Dooden laten begraven op \'t Kerckhof, dat die het selve sullen mogen doen sonder yet te geven , midts alleen-lyck betalende den Grafeur syn gewoonlyck Recht, gelijck tot Monster betaelt wert, alles onvermindert een ygelijcx gerechtigheyt.

Dat niemandt aldaer noch binnen noch buyten de Kercke sal mogen Dooden begraven, dan de gene die daer toe gestelt sal worden.

Dat den Schoolmeester gehouden sal zyn voor syn Wedden, wesende 60 ponden van 40 gr. \'s jaers, die hy treekt van den Rentmeester

-ocr page 126-

122

van Loosduynen, de Kloek te luyden ter Predicatie, ende alle maendt de Kerek doen vegen na behooren. De vlucht van de Duyven aen den Thoorn sal in \'t openbaer verpacht, ende de penningen van dien komende, sullen mede verstreckt worden tot reparatie van de Kerck ende Thoorn; des sal in \'t verpachte gestipuleert worden, dat de Huyrman de Duyven sal houden uyt de Kercke, omme deselve niet te vervuylen.

Voorts sullen de Diaconen of Ommegangers in de Predicatie voor den Armen terstondt na de eyndiginge van deselve Predicatie bekent maecken het gunt ter selve tydt ingekomen is, daer van, ende van de uytdeelingh der selve, ende van \'t gene den Artnen aldaer volght van de Kantsoenen van de Verpachtinge van de gemeene Middelen, ende van andere Armenpenningen aldaer, by den Predicant gehouden sal worden goet Eegister ende Reeckeningh, waer na een yegelijck hem gehouden sal wesen te reguleren.

9 Juny 1589. De Staten enz... . gesien hebbende \'t advis van den Ontfanger Joost van Leeuwen , hebben in aensieninge van de lasten van Jacob Cohnelisz. , Dienaer des Goddelijcken Woordts tot Loos-duynen, en \'t goet devoir by hem gedaen om de Kercke tot loosduynen te doen reynigen, ende het Uyrwerk aldaer in goede ordre te doen stellen, ende alles onderhouden als na behooren; ende ten eynde denselven Suppl. van gelijcken daerin mach continueren, den Suppl. quylgescholdea ende geremitteert, de pacht van de /la \'sjaers,soo wel van \'t gunt dat airede dies aengaende is verschenen, als die noch vallen ende verschynen sal, ende sal sulex den Ontfanger voorn, den Suppl. van de voorsz. pacht lateu ongemolesteert, midts dat den Suppliant daer voeren gehouden sal zyn het Uyrwerk voorn, te doen waernemen en bestellen, alles tot dat anders daer in sal wesen voor-sien ende geordonneert.

Maeslandt. 6 Sept. 1595. De Staten enz. hebbeu Kerckmeesters van Maeslandt, mitsgaders Schout ende Gerechte met henluyden gevoeght, geoctroyeert om tot behoef van de Kercke aldaer te repareren, te verkoopen ten overstaen van een van de Gec. Raden van de Staten, voor 800 ponden van 40 gr. VI. \'t pondt van de Kercke-Landen, midts op deselve Landen houdende soo veel renten als die jaerlijcks in huyre geldende zyn, te lossen den penningh 16, midts dat de penningen nergens elders sullen worden ge-employeert, die boven de voorsz. renten daer af sullen procederen; ende dat mede in geval van lossinge der selve renten, de hooftsomme van dien weder aen goede renten sullen werden beleyt en gehypotequeert op vaste Landen, ten behoeve van de Kercke als vooren.

Monster en der Heyde. 13 Febr. 1586. Op \'t versoeck van Kerck-meesteren, Ambachtsbewaerders ende gemene Buyren tot Monster, omme te hebben approbatie van seeekere Resolutie by Schout, Gerechte , Ambachts-bewaerders, en \'t meerendeel van de gemeene Buyren van Monster ende der Heyde bewillight ende gesloten, dat omme de Kerck aldaer uyt haer schulden te helpen, ten behoeve van deselve

-ocr page 127-

123

Kerck een omslagh over \'t Ambacht van Momter over (I\'lngezetenen aldaer ter somtne van 300 Caroli guldens gedaen sal worden, vcr-soeckende mede authorisatie om eenige Mannen Setters te raogen Committeren, die d\' Ingezetenen van den Ambachte sullen mogen quotiseren elcx na syn qualiteit, daer op die van den Rade Provinciael versocht hebben \'t ad vis van de Staten, is gead viseert als volght:

De Stalen enz. souden verstaen dat d\'acte van Approbatie ende Confirmatie in desen geroert, vergunt sal mogen werden, midts dat den ommeslagh alleen over de Buyren ende Inwoonders van Monster, elcx na haer qualiteyt, gedaen sal worden.

Noordeloos. 12 Julii 1582. De Gec. Eaden amp;c. hebben geappro-beert de verkopinge, gedaen by Schout ende Gesworens van Noordeloos-, door last van de Staten, gedaen van seeckere 2 Margen Landts, gelegen op de Noordtzyde van Noordeloos, in een Weer Landts van 17 Margen, gemeen met Wouter Dammesz. de Hont, daer af de Marge gegolden hadde 40 guld. tot opmakinge van het Pastoors Huys tot Noordeloos-, hebben de Gec. Eaden voornoemt de voorsz. verkoopinge geadvoueert ende geapprobeert, ende voorts die van (Te Gerechte voornoemt belast ende geauthoriseert behoorlycke Brieven van koop ende eygendom daer van te verleenen. ende doen passeren.

NoordwycJc. 12 Mey 1594. De Staten enz. ghesien het advis ende de onderrichtinge van den Ontfangsr Coenelis van Coolwijck , op het versoeck van Kerckmeesteren van Noo7-dioyck, hebben in aen-sieninghe van de Pastorye ende Memorie goederen, boven het onderhoudt van de Kcrcke-dienaer ende Schoolmeester aldaer, jaerlijcks zuyvers niet over en schiet boven de somme van omtrent 108 ponden van 40 gr. het pondt, ende dat het Comptoir van denselven Ont-fanger seer is belast, tot subsidie van de onkosten die in het repareren van de Kercke aldaer ghedragen sullen moeten worden , daer uyt niet verder kunnen consenteren, dan twee jaren zuyvers inkomsten der voorsz. Goederen, sonder dat het selve nochtans by andere Dorpen of Plaetsen in consequentie sal mogen getrocken worden, ende hebben niettemin de Staten voorn., tot vorderinge van de voorsz. reparatien de Supplianten alhier belast, ende oock geoctroyeert ende geauthoriseert, te procederen tot verkopinge van de Kercken Landen aldaer; naer vooigaende affixie van Biljetten in het openbaer, ten meesteu proffijte van deselve Kereke, midts daerop houdende, achtervolgende de ordre ende Eesolutie van de Staten, soo veel Eenten, ten minsten als de voorsz. Landen jegenwoordigh in • pachte geldende zyn, midts dat de penninghen die van voorsz. verkopinghe sullen procederen , alleen-lijck tot reparatie ende onderhoudt van de voorsz. Kercke sullen worden ghe-employeert; ende soo verre de Supplianten bevinden sullen dat met de voorsz. penninghen de voorsz. reparatien niet ghedaen nochte vervallen mogen werden, sullen de Staten voorn, (des versocht zynde) de Supplianten verder octroyeren en authoriseren, om op de Bieren die by de Tappers tot NoordUcyck innegeleydt sullen worden, daer toe te mogen doen heffen ende Collecteren (boven de gemeene Landts Imposten) alsulcken redelycken Impost ofte Accynse, als tot

-ocr page 128-

124

voltreckinge van de voorsz. reparatien ende onderhoudt van deselve Kercke sal nodigt wesen, waer na een yegelijck hen sal hebben te reguleren.

21 Jv,ny 1595.... Zoo is \'t, dat Wy uit Onze magt en authoriteit de voorn. Supplianten geconsenteert, geoctroieert en geauthoriseert hebben, over de gemeente van Noortwyck, die aldaer woonachtig zyn, ten behoeve als boven, te mogen ommeslaen en doen heffen Capitalen, uitgezondert den Armen, de som van 800 ponden, in goede egalité na een yegelijcks vermogen, zoo veel als doenlijck is; en voorts de penningen daer af komende, alleenlijck tot (Kercke) reparatien sullen worden verstreckt, en daer van verantwoord zal werden na behooren, waer na een yegelyck hen sal hebben te reguleren.

Gedaen in den Huge ouder het Zegel van de Staten, hier op gedrukt den 21 Juny 1595.

Nootdorp. 10 Jan. 1587. Da Gec. Kaden enz.... aenmercltende dat tot noch toe den Dienaer des Goddelijken Woordts tot Nootdorp seer beswaerlijck is geweest sijnen dienst aldaer te doen, ende tot Voor-hurgh te moeten resideren, by gebreecke van een Predicants Huysinge tot Nootdorp voornoemt, door dien des Pastoors Huysinge aldaer geduyrende den Oorlogh afgebrandt is geweest, ende dat tot opbouwinge van de selfde Huysinge de Kerckmeesters alhier egeene middelen en weten, ten ware seeckere vier Margen Landts, toebehoorende de Kercke van Nootdorp, ende gelegen in den Ambachte van Pi/naker, tot dien eynde mochten werden verkocht, midts daer op houdende aen Los-reliten vier ponden grooten Vlaems \'sjaers, gelijck tot op-timmeringe van de afgebrande Kerck is geconsenteerd, hebben de voorn. Gec. Eaden , geconsenteert ende geoctroijeert,de Suppl. voorn, ten meesten profyte te mogen verkoopen, de vier Margen Lants, bovengeroert, mits daerop houdende vier ponden grooten Vlaems Los-Renten als vooren, ende dat de overschietende penningen alleenlijk tot oplimmeringe van des Predicants Huysinge tot Nootdorp voorn, sullen worden verstreckt ende geëmployeert.

Ouderschie. 8 Mei 1592. De Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt en West- Vrieslandt, representeerende de Staten van den selven Lande, Doen te weten: Alzoo Wy noodigh bevonden hebben, dat de Kercke binnen den Dorpe van Ouderschie sal werden gerepa-reert, tot vorderinge van den dienst Godes, ende gerief van de Gemeente aldaer, daer toe eenige bequame middelen dienen gevonden omme de onkosten van dien te vervallen; Soo is \'t. Dat Wy nae voorgaende rijpe deliberatie daertoe gegundt ende geaccordeert hebben, de navolgende poincten. In den eersten, dat by Onse Gec. Raden, ofte eenige by deselre te committeren, eene Capitale Impositie van d\' Ingezetenen onder de Parochie van Ouderschie (buyten de besloten Stede wonende) by kennisse ende advijs van den geenen die sy luyden noodigh sullen bevinden daer op te hooren, gemaeckt sal werden ter somme van 6000 ponden van 40 gr. \'t pond, te betalen op 5 jaren by gelijcke gedeelten, tot weleke betalinge de

-ocr page 129-

125

onwillige by executie (des noodigh zijnde) sullen werden geconstrin-geert; hebben voorts geconsenteert ende geaccordeert, dat by den Rentmeester Cornelis van Coolwijck, ten overstaen van eenige uyt de voorsz. Geo. Raden sal werden geprocedeert in \'t opeabaer tot de verkoopinge van de naervolgende parceelen van Landen, met den naervolgenden opstal van vrye Renten, te lossen den penningh 18; als 2 Margen Lants gelegen in Schie- Veen, gebruyckt by Jan Adbiaensz. , met de jaarl. Rente van ƒ9.— \'s jaers; noch 6 Margen 209 roeden Landts, leggende in Sestienhoven, gebruyckt by Pieter Post en Claes Wouteksz., met gelijcke Rente tot 42 ponden\'s jaers; noch omtrent 3 Margen en een half, leggende mede in Se»lien/ioven, gebruyckt by Schreven Coknelisz. , met een Rente van ƒ 16.— \'s jaers; noch 16 Margen Lants, gelegen in Sestien/wven, gebruyckt by Simon Joppen, met eene gelijcke Rente van 100 ponden\'sjaers; noch een Marge Landts, gelegen in den Hoogenvan, gebruyckt by Jan Jansz. Bboeck, met een Rente van 9 ponden \'sjaers; noch 2 Margen Landts, gelegen in de Lage Dory, in de Polder vau Hoogenvan , gebruyckt by Jacob Adriaensz. , met een gelijcke Rente va,u f 18.— \'sjaers; de beterschap van alle welcke Landen, boven den voorsz. opstal, te betalen op 3 jaren by gelijcke portie, Wy mede tot de voorz. reparatie geconsenteert ende geaccordeert hebben, consenteren ende accorderen by desen, ende ten laetsten hebben Wy, tot \'t gunt verder tot de voorsz. reparatie noodigh is, geconsenteert ende geaccordeert, consenteren ende accorderen by desen, dat van alle Bieren, die by eenige Tappers binnen de Parochie van Ouderschie, buyten den besloeten Stede wonende, ingeleydt sullen werden, be-taeldt sal werden van de Tonne 12 st., waervan eerstdaeghs in \'t openbaer by de voorsz. Gee. Verpachtinge sal werden gedaen, ende voorts t\' eicken Verpachtinge van de gemene Middelen. Behoudelijck dat de selve Impositie afgedaen sal werden, ende met ter daedt cesseren, als de voorsz. verdere kosten van de voorn, reparatie daer uyt sullen wesen betaeldt; ende op dat in alles met goede kennisse mach werden geprocedeert, hebben Wy geordonneert en ordonneren by desen, dat van de bestedinge van de voorsz. reparatie, en de middelen daertoe tot hier vooreu geconsenteert, alle jaers reeckeninge ende bewys gedaen sal werden voor onse Gec. Raden, item, dat de openinge van de besteden Wercken, by kennisse van eenige van deselve sal geschieden, ende dat geene verdere besteedinge gedaen en sal werden, dan by gelijcke kennisse, alles op poene van te verliesen het effect van dese Onse gratie. Ontbieden ende beveelen daeromme alle ende een yegelijck die dit aengaen mach, dat sy hen nae den inhoude van desen reguleren, doende cesseren alle beveelen ter contrarie. Gedaen in den llage den 8 Mei 1592.

Oudldorp-Sint-Pancras-Coedgck. 4 Oct. 1586. De Staten enz.....hebben geordonneert te schryven aan Jonckh. Dirck Sonoy, als Overste Collonel binnen \'t Noorder quartier van Hollandt.

Edele Vroome

Nadien Wy uyt het aengeven van die van den Noorder quartiere.

-ocr page 130-

126

ende \'t sohryvens van U. E. aen die van Oudl-dorp, St. Fanoras ende Goedyck verataen hebben, dat Guillaume Mostaert binnen den Noorder quartiere als Ontfanger van de Kerckelycke Goederen by syn Exc. sonde zyn gestelt ende gecommiteert, ende dat Uw E. deselve Dorpen belast sonde hebben, het bevel van den voorn. Mostaert, omme hare Kerckelycke Goederen t\' synen Comptoire te brengen, naer te komen, hebben wy niet konnen laten Uw E. by desen te verklaren, dat Wij niet verstaen den voorn., Guillaume Mostaert eenighsints geqnalificeert te zyn omme \'t voorn. Ontfangerschap te bedienen , met conservatie van de Privilegien ende Gerechtigheyt van den Lande van Hollandt, gemerckt denselven Mostaert niet alleen een in ge-booren Brabander is, waer door, ende om andere respecten, deselve eertijdts van sijn dienst aldaer is gedeporteert, maer dat Wy oock de Geestelycke Goederen onder anderen aan Ons hebben behouden ende gereserveert in \'t defenderen van de authoriteyt aen sijn Exc. daer van Wy oock van meyninge zyn, syn Exc. nader t\' onderrechten om te voorkomen dat door eenige Persoonen nevens syn Exc. de selve in gelijcke saecken, niet verder door quade onderrechtinge worde misleyt, verstaen wij daerom, dat die van \'t Noorderquartier de bevelen van den voorn. Mostaert niet sullen hebben t\' obedieren; waervan Wy U. E. by desen wel hebben willen adverteren, ten eynde deselve gelieve hem na desen mede te reguleren.

Is geordonneert te schryven aen de Gedeputeerde Raden binnen \'t Noorder quartier voorn.

Nadien Wy nyt seecker schryvens van den Overaten Sonoy , van den 27 September laetstleden, aen die van Oudt-Dorp, St. Pancras ende Cocdyck, bevonden hebben dat denselven Sonoy haerl. als Lieut, van sijn Exc. daer by bevel heeft gedaen, daer af Wy mede zyn verwondert, hebben Wy Uwer E. by desen wel willen versoecken, te recouvreren, copie authentijcq van de Commissie die den voorn. Sonoy dies aengaeude sonde mogen hebben, ende Ons deselve Copie over te seynden, om daer na in de saecke gedaen te mogen worden na behoren.

10 Oct. 1586. De Staten gesien hebbende \'t schryvens van de Gedeputeerde Raden van Noordt-Hollandt, van den 9 dezer maendt, als dat den Oversten Sonoy ten selven dage de Dorpen van Coedyck St. Pancras ende Oudtdorp by syn Dienaers heeft ontboden ende deselve belast, op \'s anderendaeghs te leveren in handen van Guillaume Mostaert de Kerckelycke Goederen van de voorn. Dorpen, is geordonneert te schryven aen den voorn. Jonckh. Sonoy als hier na volght.

Alsoo U. E. uyt ons voorgaende schryvens van den 4 deser maendt heeft kunnen verstaen, dat Guillaume Mostaert, niet is gequali-ficeert om te bedienen \'t Ontfangerschap van de Geestelijcke Goederen binnen \'t Noorder quartier van Hollandt, als een gebooren Brabander wesende, ende sulex tegens de Privilegien ende Gerechtigheden deser Landen, ende Wy bevinden dat U. E. niet tegenstaende dien, is procederende omme de Kerckelijcke Goederen te doen leveren in

-ocr page 131-

127

handen van den voorn. Mostaert, hebben wy TIE. daeromrae als noch wel ernstigh by desen willen versoecken, met alle verdere bevelen ende proceduren in de voorsz. saecke te supersederen, of andersints sullen Wy genootsaeckt zyn, alle kosten ende schade die uyt saecke van dien souden mogen rysen, aen UE. te doen verhaelen, ende niet te min met\'er daet te doen ordre stellen, dat UE. daer in niet sal worden geobedieert.

Rieck-Slotm-Ondorp. 7 Maart 1597. De Staten enz......hebben

goedgekeurd het accoord van 23 Jan. 1397 tusschen Ambachtsbe-waerders ende gemene geburen van den Dorpe van Rieck, en de Schepenen en Kerckmeesteren van de Dorpe van Sloten, en de Schepenen van den Dorpe van Osdorp, waerby de Kerckegoederen van den Dorpe van Rieck geappliceert worden aan de Kercke van Sloten.

Rynnhurg. 17 Jehr. 1584. De Staten enz......gehoort het rapport

van haerluyder Gecomm. Mattheus Steyn ende Mr. Paulus Vos, hebben verklaert ende geconsenteert, dat de Kerckmeesters ende ge-meene Buyren van Rynsburg, sullen mogen procederen, tot verkoopinge. van eenige parceelkens van de Kerkelijcke Landen in desen geroert, tot ontlastinghe ende remboursemente van de selve Supplianten, welcke verkoopinge de Staten verstaen dat volkomen effect sorteren sal, tot de somme toe dat \'t slot van Eeeckeninge bedragen sal, ende dat daer af de voorsz. Gecoramitt. behoorlijcke Brieven van koop en eygendom sullen passeren mogen.

Rymyck. 21 Aug. 1581. Alsoo de Staten van Hollandt verstaen, dat tot vorderinge van Godes dienste, de reparatie van de Kercke tot Ryswyck met den eersten moet worden gedaen, ende de onkosten daer af gedragen als na behooren, daerop gehoort hebbende de ver-klaringe van de Gedep. der stad Delf, ende gesien den Staet van de onkosten der voorsz reparatie, hebben verklaert ende geordonneert, dat daertoe by de kerckmeesteren ommegeslagen sullen mogen worden voor eene reyse vier stuyver op elcke Marge Landts onder het Ambacht van Rymyck gelegen, tot laste der Bruyckers, waer deselve mogen zijn geselen, ende noch op den voet van de Schiltalen over het Ambacht van Rysicyck eens de som vail ƒ200 tot laste van de Inwoonderen aldaer, daer af de penningen over de ommeslagen, als gemeene Landts penningen sullen mogen werden geinnetende geëxe-cuteert, midtsgaders noch sullen mogen verkoopen eenige perceelen Landts, de voorsz. Kercke tot Rysicyck toebehoorende, ten minste quetse, sulcks dat de Inkomsten der voorsz. Kerck daer door niet vermindert, ende soo veele Kenten tot behoef der selver Kerck daerop gehouden sullen worden, als jegenwoordigh van deselve Landen werdt getrocken, tot alle \'t welcke de Staten de Supplianten alhier hebben geauthoriseert, midts dat van alles sal verantwoordt werden naer behooren.

Sassenheym. 17 Febr. 1596. De Gee. Eaden enz., gehoordt het rapport van hare Gecommitt., en daer uyt verstaen hebbende dat de Regenten van den Ambachte en Kercke van Sassenheim, in het repa-

-ocr page 132-

128

reren van den Thoorn aen de Kercke aldaer, ende het opmaecken van deselve Kercke tot aen hetKruyswerk toe, boven de 2500 ponden van 40 gr. het pondt, die aen de voorschr. Wercken alrede verstreckt zyn, soo uyt de 1500 ponden die van eenige verkochte Landen van de voorschr. Kercke alrede zyn geprocedeert, als van drie jaren Huyrs van deselve Kercken-Landen \'sjaers tot omtrent 2000 ponden daertoe, ende tot het opmaecken van den kap van den Thoorn, ende het maecken van een nieuwen Predikstoel, ende seecker Beschot ende Bancken, binnen de voorschr. Kercke bekeert ende verstreckt sullen moeten worden, om daer inne te voorsien, dat de voorschr. noodige Wercken, volmaeckt, ende de onkosten van dien vervallen ende be-taelt moghen werden, ten meesten dienste ende minste quetse , consenteren by desen , dat uyt de kleynste Parthye van Landen, specterende van de voorschr Kercke tot Sassenheim, verste gelegen, ende die ten meesten proffijte soo veel Partyen van Landen sullen mogen verkocht worden, dat boven de los renten den peuningh 16, die jaerlycks daer op gehouden sullen moeten werden ten minste en soo veel als die laetst in Huyre gegolden hebben, daer van mogen procederen 2000 gelycke ponden als voren, midts dat de voorschr. verkooping geschieden sal in \'t openbaer.... en dat de penninghen daervan komende mede alleeulyck ten behoeve van de voorschr. Wercken werden ge-emplo-yeert, ende van deselve penningen neffens de voorgaende 2500 in Reeckeninge verantwoordt sal worden.

Schagen. 1 Jvly 1577. Op het versoeck van Burgemeesteren, Schepenen ende Regeerders van Schagen ende Niedorper Coggen, midts-gaders die van Sinte Maerten, Falclcenkroege ende Eenigenburgh, omme te hebben restitutie van haeren Kercken-goederen, achtervolgende haerluyder Privilegie, ende de Acte van Resolutie van den 2 Maert 1575, ende dat eenen Guillaume Mostaebt, geboren Brabander; gheordonneert sy, hem den ontfangh van dien niet verders t\'onderwinden: Is geappostilleert.

De Staten van Hollandt, en de Gedeputeerden van deStaetenvan Zeelandt. hebben volgens het versoeck van de Remonstranten alhier, geordonneert ende bevolen, Guillaüme Mostaert, ende alle anderen des noot zynde, hun te verdraeghen ende deporteren van alle verdere handelinghe, administratie ende ontfangh van de Geestelycke- ende Kerckelycke Goederen, in desen geroert, ende daer mede te laten bewerden der Supplianten geordonneerde Kerck, als in desen, ofte noch in toekomende tyden by haerluyder gesteldt ende genomen sullen mogen werden.

Is geordonneert te schiy ven aen de voornoemde Guillaume Mostaert hem te verdragen van allen verderen ontfangh, ende syne reeekeninghe de Keeren Staten overteleveren binnen veerthien dagen.

16 July 1577. Is geordonneert te schryven aen die van Schagen, dat men haerlnyden wel heeft willen adverteren, dat het Appoinctement hunluyder by de Staten verleent, aengaende den ontfangh van de Geestelycke- en Kercken-Goederen aldaer, niet verder verstaen en magh werden, dan van de Inkomsten van dien, die naar St. Jans

-ocr page 133-

129

Misse laetstleden verschenen sullen syn, alsoo de andere penningen ter ordonnantie van de Staten by den Ontfangher Güillaume Mos-taert sullen ontfanghen, ende by hem daer af verantwoordt moeten werden; dat mede alle huyren by den voorn. Mostaart zyn ge-maeckt, haren effecte sullen sorteren moeten.

Slooten. 18 Juny 1598. Kerkmeesteren van Slooten in Kennemerlandt door de Ridderschap, Edelen en Steden van Hollandt en JFest-Vrieslandt, representerende de Staten van deselve Landen, geautho-riseerd tot verkooping van Kerke-Landen, ten einde te voorsien in de kosten van opbouwing der kerk en toren.

Sicartewael. 7 Beo. 1595. De Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt ende West- Vrieslandt, representeerende de Staten van deselve Landen Doen te weten-. Alsoo Schout, Schepenen ende Kerck-meesteren van den Dorpe van Sicartewael ons te kennen gegeven hebben, dat sy Suppl. t\' anderen tijde van ons versocht hadden eenige ontlastinge van haerluyder contributien, ten aensien van het menig-vuldigh nemen van haerluyder schepen door die van Duynkerken\',\' Nieuwpoort ende andere Zeeroovers, om te mogen vervullen de nodige reparatie van de vervallen Kercke aldaer, ende naerdien \'t voorsz. versoeck by ons was afgeslaghen, ende nochtans de voorsz. reparatien van de Kercke niet langer uytgestelt mocht worden, de Suppl. aen ons versocht hebben seeckere 18 Gemeten Landts, de selve Kercke toebehoorende, in verscheyde Parochiën gelegen, daer af jaerlijcks seer weynig Inkomsten getrocken werden, in \'t openbaer te mogen verkoopen, \'t zy binnen den Bridle of elders, daer ende sulcx oor-bacrlijck sal zyn, ten meeste profyte der voorsz. Kercke, midts daer op houdende soodanige jaerlijkse Los-rente als nodigh wesen sal. Soo is \'t, Dat Wy de saecke voorsz. overgemerckt, ter relatie van onse Gec. Raden, uyt onse rechte wetenschap, volkomen macht ende authoriteyt, de Suppl. geoctroyeert, geconsenteert ende geauthoriseert hebben, met den eersten te mogen procederen tot verkoopinge van de voorsz. 18 Gemeten Landts, Kercken Landen, in \'t openbaer, na voorgaende affixie en Biljetten, ten overstaen van Jan Commersz. Ontfanger van de Goederen tot onderhoudt van de predicanten ge-destineert, ter plaetse aldaer deselve bequaemelijckst ende oorbaer-lyckst duncken sal, midts dat in \'t verkoopen der selve Landen, jaerlijcks daer op soo veel Los-renten sullen gehouden worden, te lossen den penningh 16, als de voorsz. Landen laest in huyr gehouden hebben; dat oock den voorn. Ontfanger van de voorsz. Landen geen parthyen meer sal doen verkoopen als tot reparatie van de voorsz. Kercke sal nodigh wesen, daer van oversulcx alvooren by den selven Ontfanger behoorlijcken Staet gemaeckt sal worden, ende oock iu syne tegenwoordiglïeyt verantwoordt na behooren.

Voorschoten. 3 Oct. 1590. De Gec. Raden enz .... hebben ver-klaert ende geordonneert dat d\'inkomsten van de Goederen van de Capelle tot Voorschoten, die airede zyn ontfangen tot den jare 1586 in cluys, sullen mogen blyven verstreckt ende geemployeert tot op-

9

-ocr page 134-

130

bouwinge van de Kercke aldaer, sonder dat nochtans het selve vorder in consequentie sal mogen getrocken worden, maer dat de verdere inkomsten en Goederen blyven sullen tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten; ende hebben voorts verklaert ende geordonneert dat de voorsz. Capelle als vervallen staende, ende van quader memorie, door dien daer in niet sal gepredickt worden, ende sulcks de selve niet sal werden gerepareert, ten meesten profijte van den Lande sal worden verkocht ende gedemolieert, ende dat by den Ontfanger Cornelis van Coolwijck \'t selve sal gevordert worden, ende de penningen daer af komende, tot onderhoudt van de Predicanten.

1 Sept. 1594.....De Ridderschap, Edelen, ende Steden van Hollandt

ende Went- Vrieüandt, representerende de Staten van den selven Lande. Boen te weten-. Aloo Schout, Schepenen, midtsgaders de Kerck-meesters tot Voorschoten, ons te kennen gegeven hebben, in groote achterheden ende schulden, als ter saecke van dien noch schuldigh zijnde f 400— behalve ƒ 300— Hooftsomme die sy tot laste van de voorsz. Kercke hebben moeten halen op Renten, waermede hoewel de Kercke was gebracht in redelycke reparatie, den Toorn als noch is sonder Kappen, waerdoor den selven Toorn cock geschapen was middelertydt te sullen inwateren ende bederven; dat oock de Gemeente aldaer niet voorsien was van een Üyrwerck, Horlogie ofte Kloeke, die in een Dorp noodigh zyn, ten eynde de Huysluyden ter bequamer tydt ende uyren op hare Marckten mogten komen, ende die Passanten daer by worden gerieft; maer alsoo de voorn. Kerck daer toe egeene middelen en hadde, ende aen de voorn. Kapelle onder Voorschoten behooren seeckere 3 Margen landts, leggende in don Banne van Stompmjck, die met de hooge Krofte, daer op de voorn. Kapelle gestaen heeft, in huyre gelden ƒ 18— \'sjaers, ende de goederen van de voorn. Kapelle gheunieert ende gevoeght syn tot de Kercke van Voorschoten, gemerekt oock de voorn. Margen Landts ongelyck meer in koop waerdigh waren ende gelden soude dan naer advenant de voorsz. huyre, sulcks dat sy Supplianten tot dien eynde de voorschr. 3 Margen mochten verkoopen; versoeckende daeromme daertoe geoctroyeert ende geauthoriseert te zyn, soo veel als noot zy, de voorn. 3 Margen Landts te mogen verkoopen, midts daer op houdende ƒ 18.— sjaers tot behoef van de voorn. Kercke, ende de verdere penninghen daer afkomende, employerende tot het maecken van de voorn. Kappe, ende het koopen van een Kloeke ende Horlogie. Soo 1st, dat Wy de saecke voorn, overgemerkt, ende dat soo wel tot dienste van de Kercke, als gerief van de Ingezetenen, de voorn, wereken gemaeckt, ende die van Voorschoten van de voorsz. noodige behoeften behooren voorsien te worden ende de Supplianten daertoe de bequaemste middelen hebben gesocht ende voorgheslagen, de Supplianten geconsenteert en geoctroyeert, de voorn. 3 Margen Landts te mogen verkoopen ten meeste proffyte van de voorn. Kercke, midts dat het selve over sulcks gedaen sal worden in het openbaer, ende dat daerop ghehouden sullen worden jaerlycks soo veel Renten ter losse den penningh 16, als de voorn. Landen jegenwoordelyck in

-ocr page 135-

131

huyre geldende zyn; dat voorts de penningen daer af komende, alleenlyck verstreckt sullen worden tot het maecken van de Kappe van den voorn. Toorn, het koopen ende hangen van een beqaaeme Kloeke, midtsgaders een Uyrwerek aldaer, ende dat daer af mede verantwoordt sal worden voorde Gecommitteerden. Gedaen in den Hoge, onder onsen Zegel hier op gedrnekt, den ut supra.

Wassenaer. 24 July 1600. Kerckmeesteren te Wassenaar gemagturt tot publieken verkoop van alle sulcke parthyen van de Kereke Landen aldaer, als tot betalinghe van de schulden, uyt saecke van het opbouwen van de Kereke aldaer zyn lopende, nodigh zyn; midts dat op deselve Landen ten behoeve van de voorschr. kereke gehouden sullen worden soo veel renten, als die laetst in huyre ghehouden hebben.

Wavcrveen. 12 Dec. 1590. De Gec. Eaden enz. gesien hebbende de Kequesten, Stucken ende Munimenten, overgelevert van wegen Schout, Schepenen ende Kerckmeesteren van den Dorpe van Waver-veen , midtsgaders d\'antw. ende verklaringe by den Ontfanger Coenelis van Cooi/wijck, daer tegen gedaen, ende voorts het Q.uohier van de Imposten van de Erfpachten, Losrenten en eygen Landen tot behoef van de Kereke ende Pastorye aldaer in quaestie zynde, daer uyt bevonden is deselve jaerlijcks te bedragen ter somme van 143 ponden 5 schell. van 40 gr. \'t pondt, waer van den laetsten Pastoor aldaer 70 gelijcke ponden \'s jaers of daer omtrent heeft getrocken , volgende d\'Attestatie ende bekentennisse van de Kerckmeesteren aldaer, en voorts gesien hebbende daer op \'t advis van Eechtsgeleerden , hebben naerder verklaert ende geordonneert, dat niet tegenstaende de de voorsz. Erfpachten verstaen mogen worden vervallen te zyn, overmits deselve veel voorgaende jaren niet zijn betaelt als na behooren, als by de Restant cedulle is gebleecken; om nochtans die van Waver-veen voorn, daer uyt in de reparatie van de Kereke t\'assisteren, ende midts dat deselve Kereke binnen den toekomenden jare 1591 ten vollen opgemaeckt sal wesen, by de Suppl. alhier tot deselve reparatie van de Kereke sullen mogen verstrecken ende employeren alle \'t gunt geduyrende den Oorlogh tot noch toe van de voorsz. Erfpachten, Renten ende Landen is verschenen ende onbetaelt gebleven, midts daer uyt betalende binnen een maendt eerstkomende de som van 400 ponden van 40 gr. aen den Ontfanger Corxelis van Coolwijck ,op poene van executie; ende aengaende de verdere inkomsten der voorsz. Goederen, dat hoewel \'t meerendeel van dien te voren tot onderhout van den Pastoor als voren zijn verstreckt, de Suppl. alhier nochtans d\'eene helft van deselve inkomsten voortaen sullen mogen ontfangen ende doen employeren tot behoef der voorsz. Kereke, bly vende d\'andere helft onder den outfangh van den voorn. Ontfanger Cornelis van Coolwijck , tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, ordonnerende ende bevelende daerom de selve suppliant, de helft van de suyvere inkomsten der voorn. Goederen voortaen aen den voorn. Ontfanger Coolwijck te laten volgen, en voorts van den ontfang ende administratie van de verdere inkomsten der selver Goederen, soo wanneer de voorsz. Kereke opgemaekt sal wesen, te verantwoorden

-ocr page 136-

132

aeii de voorsz. Gec. Eaden, om als dan verder in de saecke voorsien eiide geordonueert te mogeu worden als naer behooren, sonder dat dé Suppl. middelertydt eenigh verder vervolgh in desen sullen doen, of swarigheyt moveren mogen, ten eynde alle verdere onnodige onkosten verhoedt worden.

Westsanen. 21 Junii 1584. De Staten enz.....gesien hebbende het

advijs van den Ontfanger Corxelis vak Coolwijck, hebben, in aensieninghe dat alle Kerckmeesters over Hollandt de Kerckelijcke Goederen tot reparatie haer luydcr Kercke zijn gebruyckende, ver-klaert eude geaccordeert, dat Schout, Schepenen vau Westsanen sullen mogen heffen ende ontfanglien het inkomen van de Kerckelijcke Goederen aldaer, omme daer mede te mogen opbouwen een bequame Huysinge, daer inne Godts Woort sal mogen verkondight werden, ende oock des noodt zijnde, eenighe partyen der selver Goederen te mogen verkoopen ten meesten oirbaer ende profijte, souder dat de Supplianten daer toe eenighsints sullen mogen aenvaerden, ofte dat daer onder begrepen sullen zijn de inkomen, behoorende tot de Pastorye binnen den selven Dorpe, door dien de selve naecktelijck gedestineert zyn tot betalinghe van den Predicant, midts datSohout ende Schepenen voorschreve van alles Rekeninge, bewijs ende reliqua doen sullen als nae behooren. Gedaen tot Delf den 21 Junii 1584.

Wilsveen. 10 Nov. 1581. De Staaten hebben omme seeckere insigteu en respecten, belast en geauthoriseert Jan Jansz. van Mechelen Metselaar, te procedeeren tot demolitie van seeckere Kercke of Capelle, staande tot Wilsveen, sulx dat het selve binnen den tyd van 14 dagen sal zyn geruineerfc en afgebrooken, mits respondeerende hét gemeene Land, als met den selven Metselaar dies aangaande is gehandeld j verbiedende eenen iegelyk, eenig belet of wederstant daartegens te doen of te laaten geschieden.

IX. Kloosters.

Algemeen. 23 Mei 1577. De Staaten hebben eindelijck en gemeener hand verstaen en geresolveert, dat alle conventen en kloosteren binnen de Steden, mitsgaders Edificien, Grondplaetsen, Erven en Eigendommen van dien, sullen blyven tot behoef, gebruyck en profijte van eiker Steden, omme de selve by hun in eigendomme aengevaert en behouden te moogen worden, en geemploieert tot haaren beste.

den Haag. 17 Nov. 1576. Op het versoeck van de Vaders van den

armen Weeshuyse binnen den Hoge......hebben de Staten, gesien

het advis van den Ontfanger Joost van Leeuwen, genegen weseude ter ootmoedige Supplicatie ende beede van de voorn. Supplianten, tot vorderinge van de inatauratie ende commoditeyt van den Weeshuyse binnen den Hoge, midtsgaders het onderhoudt van de arme weesen aldaer, uyt rechter Aelmoesen ende Garitate, tot haerluyder behoef gegunt, gegeven ende geaccordeert, het Convent van Sinte Agniete binnen den TIage, met den geheelen begrip van dien, als Kercke, Edificien, Schuyren ende ander Huysingen, vau oudts den

-ocr page 137-

133

voorn. Conveute toebehoort hebbende, ende nooh daer annex zynde ende toebehoorende, soo in \'t Westeynde ende aen het Kerckhof, als in de Toornstraat ende Vlierstege als noch staende ende gelegen zynde, midtsgaders de Boomgaerden, Erven ende Gronden van dien daer inne begrepen ende aengelegen; consenterende en octroyereade voorts deselve supplianten ende andere Vaders in der tydt wesende, ten behoeve als boven deselve Edificien, Huysingen, Boomgaerden, Erven ende Gronden van dien, sulcks als vooren aen den anderen begrepen, in eygendomme te moghen besitten ende gebruycken ten eeuwige dage, vry ende sonder eenigh belet, niettegenstaendeeenige Statuten, Ordonnantiën ofte andere Tractaten ter contrarie. Behou-delijck dat deselve Supplianten gehouden sullen zyu, alle lasten van Renten, indien eenige daerop staende zyn, te supporteren , ende niet vermogen sullen t\'eenighen tyde eenighe der selver Edificien ende Huysingen ofte Boomgaerden wederomme te verkoopen ofte alieneren, sonder expres concent van deselve Staten, uytgesondert de Kercke van deselve convente, die syluyden sullen mogen doen demolieren, tot restauratie van d\'andere Edificien ende Huysingen van den selvea Convente, die met grooter kosten ende beswaernisse andersints by henluyden soude moeten werden ghedaen; Behoudelyck oock, dat deselve Supplianten gehouden sullen zyn alle de Conventualen van dien, haerluyder leven laugh vau bequame Huysinge, tot haerluyder Woonplaetse te accomoderen na behooren, waer neer een yegelijck hem sal hebben te reguleren.

31 Mey 1581. De Staten willende daer inne voorsien, dat de Inkomsten der Convente binnen den Huge, ghenaemt Bdhlthem, ofte het Arme Suster-huys, ende het Convent in de Pooten aldaer, ten raeesten dienste van den Lande, ooo tot onderhoudt van de Conventualen, als van de Kercken Dienaren, ontfangen, ge-employeert, en verstreckt mogen worden; hebben gecommitteert Cornells van

Coolwijck....., omme de Goederen van de twee Conventen te

ontfangen, te innen, ende te executeren als andere gemeene Landspenninghen, ende Inkomsten van dien te verstrecken tot onderhoudt van de Conventualen der voorsz. twee Conventen , sulcks de alimentatie daer af is gedecerneert, ende de resterende penningen tot onderhoudt van de Kercken-Dienaren (op de kant staet //Predicantenquot;) als vooren.

22 Maart 1583. De Staaten enz. hebben verklaert en geaccordeert, dat Cornelis IJsbrands, oud Burgemeester, en andere Burgeren van den Hage, die eenige Materialen van Hout of Steen in het Klooster van de Predicaeren alhier gekogt hebben, al eer de interdictie van eenige uitvoer en demolitie van Materiaalei! van hetselve Convent van weegen de Staaten voornoemt is gedaen, met goede kennis deselve Matèriaelen sullen moogen transporteereu en gebruycken t\' liaereu behoeve, sonder dat nogtans eenige verdere uytvoer of demolitie van Materiaelen uyt het voornoemde Klooster gedaen sal worden, tot dat anders by de Staaten daer in sal weesen voorsien en geordonneert.

27 4pril 1583. Alsoo de Gec. Raden enz. verstaen hebben, dat

-ocr page 138-

134

mettegenstaeude voorgaende Ordonnantiën en Eesolutien van de Staeten van Hollandt de Materialen binnen de Conventen van de Predicaeren alhier in dm Haage afgebrooken, vervoert en gedistribueert worden, sulcks dat de Staten daer door souden worden gefrustreert van het gunt den dienst van den Lande dies aengaende voorsien soude mooge worden, ten ware alle vordere demolitie en vervreemdinge der voorschr. Materiaalen belet en voorgekomen werde; hebben de Gec. Baden voorn, belast en geordonneert, haerlieden Deurwaarder, te insinueren den Officier en Burgemeesteren van den Haage, dat sy desisteren en hen onthouden omme eenige Materiaelen, hoedanige deselve soude mogen weesen, vorder in den voorschr. Convente te doen afbreecken of daer uyt eenigsints te doen vervoeren of transporteren, sonder voorgaende expresse last en consent van de Staten voorn.

Warmont. 3 Mey 1577. De Staten enz ... gesien hebbende \'t advis van den Ontfanger Claes Diuxsz. van Montfookt , ende aenmerckende dat tot timmerage ende opbouwinge van de Conventen van de Bar-kadyten te Warmont, de Heeren van Warmont in der tijdt eenige penningen hebben uytgekeert ende verstreckt, tot herbouwinge van de Huysinge van den Suppliant Joh an van Duyve.nvoorue , Heere van Warmont, in respect van de groote Schade by hem daer aen geleden ende de goede diensten by hem den Lande ghedaen, omme voorts te voorsien dat het Landt ofte Erve daer \'t voorsz. getimmert der Kloosteren op heeft gestaen, gestelt mach werden, ende de vruchten daer af genoten naer behooren, geconsenteert ende geaccordeert, dat de Suppliant tot syne kosten ende meesten proffijte de voorn. Cloosteren sal mogen doen afbreecken en demolieren tot de bouwinge van syne Huysinge tot Warmont voornoemt, mits by den selve Suppliant jaerlyeks responderende voor de Huyre van de Landen ende Erven van dien by hem in pacht genomen.

8 Nov. 1590. Op \'t versoeck vau Pieter van Oy, Dienaer des Goddelijcken Woordts binnen de heerlykheyt van Warmont, ende eertijdts Conventuaal en Suppsrior geweest zijnde binnen den Convente van Warmont voorsz., is geappostilleert.

De Staten enz. gesien hebbende \'t advis van den Ontfanger Ciaes van Monïfoort, hebben verklaert, geconsenteert ende geordonneert, dat de Ontfanger voorn, deu Suppl. alhier uytreycken ende betaeleu sal de somme van 200 ponden van 40 gr. sjaers, van den tydt af dat d\'ander Conventuaal, Dihck Jansz. in desen geroert, sijn ver-hoogingh tot 312 ponden \'sjaers is geaccordeert, ende dat in plaets van \'t onderhoudt de Supplianten te vooren geaccordeert, ende ge-duyrende ter tydt ende wyle toe anders daer in by de Stalen voorn, sal wesen voorsien ende geordonneert.

X. Leyden. Universiteyt.

6 Jan. 1574. Octroy ende Institutie van de Universiteyt der

Stadt Leyden.

Philips, by der gratie Godes, Koningh van Castilien amp;c. Alsoo

-ocr page 139-

185

Wy bevindeu, dat mits de jegenwoordige ende langhduyrige Kryghs-beroerte binnen Onsen Landen ende Graefschappe van Hollandt ende Zee-landt , alle goede institutie, leeringe ende stightinge des .Teughds, ende de oeffeninge der selver, in scientien ende vrye konsten, geheel ende in al vergeten, ende nu eenige jaren aghter rugge gestelt is; ende dat de Ingezetenen der selve Landen vresende eensdeels de sware onkosten, ende eensdeels de periculen daer inne syluyden ende hare Kinderen souden mogen geraecken, indien syluyden de selve hare Kinderen tot eenige studie ende ter schooien souden moeten seynden in eenige Universiteyten van andere Onse Landen ende Provinciën, son-derlinge mits de verscheydentheyt ofte onderscheyt van der Keligie, ende de oetteninge van dien ; dewelcke aengaende voorschreve van Hollandt ende Zeelandt met den anderen Provinciën niet al verdragende ofte overeenkomende zijn, behalven dat Ons alle onvreede, twist ende vyandtschappen by den Hertoge van Alve , met sijnen Aenhangeren, vyanden der Landen van Hollandt ende Zeelandt, tusschen den Ingezetenen van den voorschreven Onsen Landen ende Provinciën ten wederzijden geconciteert ende gemaeckt, niet zoo haest beslight oftje weghgenomen, ende sal konnen werden ten genoegen van eenen ygelijcken in der voegen dat by lange ophoudt ende gebreck van goedt onderwys, leeringe, discipline ende oeffeninge der Jongeren in de voorschreve Onse Landen van Hollandt ende Zeelandt alle zedig-heyt, Scientie ende geleertheyt vergaen ende niet komen soude, tot verminderinge van de eere Godts, ende groote quetse van den ge-meenen Staet, Politie ende Eegeringe der selver Landen. Daer toe als in alle goede Hepublicquen bequame Persoonen van Scientien van noode zyn gebruyckt te worden, of souden de selve van Hollandt ende Zeelandt veroorsaeckt worden hen te verveugen , ofte hare Jongeren ende Kinderen te verseynden in andere üytheemsche Schooien ende Universiteyten buyten Onsen Lande ende Gebiedt, van eender Eeligie met hem wesende, het welck Wy omme seeckere insichten liever willen verhoeden; desen aen gemerckt, ende dat Wy verstaen de conservatie van den Staet ende politie der Landen van Hollandt ende Zeelandt, t\' Onser hoogheyt en heerlyckheyt seer dienstelijck te zijn, hebben daer omme, ende om andere redenen Ons bewegende, ende sonderlinge oock dat Wy gantschelijck geneyght zijn Onse Stadt van Ley den, met den Burgeren ende Inwoonderen van dien, ten aensien van de grooten lasten ende noodt van voorschr. Krygh, by iienluyden in alder getrouwigheyt gesustineert ende gedragen, by alle wegen eude middelen te gratificeren ende te vorderen. By rype deliberatie ende ad vis van Onsen lieve Neve, Eidder van Onser Ordre, Wilhelm Prince van Orange, Grave van Nassau amp;e. Stadthouder ende Capiteyn Generael voor Ons, over Hollandt, Zeelandt, West-Vriesland en Utrecht, met die vau den Baede Provinciaal van llollandl ende van de gemeene Staten van Hollandt eude Zeelandt binnen de voorschr. Stede van Letjden geordonneert ende opgeright eene vrye openbare Schoole ende Uni-versiteyt, gelyck Wy de selve aldaer ordonneren ende oprechten by desen, omme in den selven Schoole ende Universiteyt vryelijck ende openbaerlyck de scientie der Godtheyt, in den Eechten ende Medi-

-ocr page 140-

136

cynen, mitsgaders der Philosophien, en allen andere vrye Konsteu; oock die Talen, Latyn, Greeck en Hebrayeque, gekundight, gelesen en geleert te worden, by Doctoren en Leeraers daertoe gequalificeert en aen te nemen; deweleke oock authoriteyt en maght sullen hebben in de voorschreven scientien, openbare oeffeninge en disputatien te houden. Ende na behoorlijcke examinatie en onderzoek, Titulea van Doctoren en Meesters in de voorschreve Scientien ende Konsten te verleenen, onder behoorlijcke letteren ende brieven daer toe dienende; die Wy willen van sulcken effect ende kraght te zijn, ende gehouden te worden, als die in andere gemeyne Schooien ende Universiteyten verleent ofte gegeven moghten zyn. Authoriserende als sulcks den voorigen Onsen lieven Neve ende Stadthouder, van Onsen \'t wegen tot vorderinge der voorschreve Universiteyt, ende van alle goede Politie, Regeringe ende Ordeninge van dien, mitsgaders tot den onderhoudt van den Doctoren ende Leeraars voorschreve, te maecken alsulcke Ordonnantiën en Statuten als daertoe uodigh ende dienlijck sullen mogen zyn, by advis van de Staten der voorschreve Landen van Hollatidt ende Zeelandl, alle welcke Ordonnantiën ende Statuten met het gundt daeraen dependerende is, Wy willen onderhouden ende aghtervolght worden, als of die van Ons uytgegaen waren, gelyck Wy de selve oock voor nu alsdan, ende dan als nu houden by Ons bevestight, ende bevestigen by desen, souder dat Wy nochtans willen eenige andere gelijcke Schoole tot eenigertydt in Hollandt ofte Zeelandt gefondeert of opgericht te worden; hetwelck Wy voor ons ende Onsen Successeurs expresselijcken verboden hebben , ende verbieden by desen: Hebben voorts gegunt ende geoorlooft, gunnen ende oorloven by desen, dén Burgemeesters ende Regeerders der voorschr. Stede van Ley den, denselven oock gevende volkomen maght en authoriteyt, voor soo veel des noodt zy, tot de plaetse van de voorschreve Schoole, fallen tyden te mogen aenvaerden, gebruycken ende eygenen, alsulcke gemeyne ofte private plaetse ende huysinge als henluyden goedtduncken sal, deselfde tot de voorschreve Schoole accommoderende ende timmerende, oock veranderende, ende het getimmert demolierende en afwerpende, sulcks sy luyden bevinden sullen tot de bequaemheyt, niet alleenlijck der selver Schoole, maer oock tot commoditeyt ende stiehtinge van eenige der Doctoren ofte Studenten Woonplaetsen ofte Collegien, mitsgaders tot cieraet der selver ende reoreatien der Studenten eenighsints doenlyck te wesen, behoudelijcken dat sy luyden gehouden worden de particuliere Eygenaers ofte Besitters van de private Huysen, alleenlycken te vernoegen tot schattinge van schepenen, na de Keure en Ordonnantie der selver Stede, niet jegenstaeude eenige appellatie ofte tegen seggen van yemandt. Ontbieden daer omme Onsen Neve en Stadthouder, mitsgaders die vau den Raede ende Steden van Hollandt ende Zeelandl; beveelende oock allen Onsen Justicieren ende Officieren, Regeerders ende Wethouders der Steden vau denselven Lande, mitsgaders van de voorschr. Universiteyt toekomende, ende allen anderen dien dat eenighsints aengaen magh, dat syluyden eu elcks van hen in sijn reguard, dese Onse ordonnantie, Institutie ende Octroy na hare forme ende inhouden volkomen, ende

-ocr page 141-

137

doen volkomen ende de voorgenoemde van Leyden daer van volko-melijok te laten genieten ende gebruycken, sonder henluyden daer inne te doen, ofte te laten geschieden eenige verhinderinge ofte belet, maer ter contrarie alle vorderiuge ende onderstandt des versoght of van noode zijnde, want Onse meyninge snicks is. Gegeven tot Delf onder Onsen Zegel aen desen hangende, den sesden Januarii in den jare Ons Heeren 1574, Stilo Curiae Hollandiae, van onsen Bijcke, te weten van Spamjien, CicUien enz. 20, ende van Napels 22. Op de Plijcque stondt geschreven by den Koningh, ter relatie van den Stadhouder ende Capiteyn Generael. Ende ondergeteyekent, A. Genietsz.

Nadat op den 8 February 1575 de Institutie ofte Inauguratie derselver Universiteyt gedaen ende gecelebreert is, heeft Prins Wilhelm den 2 Juny 1575 by Ordonnantie ende Statuten o. a. geor-donneert ende gestatueert.

Dat er voor het eerste wesen sullen twee Professoors in Theologia, twee in Jurisprudentia, een in Medicina, een in Logica, een in Physica, een in Mathematica, een Professor Latinae Linguae, een Graecae, een Hebraicae, dewelcken naer dat het getal der Studenteto in elcke Faculteyt vermeerderen sal, oock vermeerdert sullen mogeu worden met ter tydt.

Dat elck van de Professoren voorsien sal worden van behoorlijck salaris, sulcks de Curateurs of Toesienders van de Universiteyt, ge-samentlyck met de Burgemeesteren der voorschr. Stede, met henluyden sullen kounen accorderen, uyt de goeden daer toe by de Staten gedestineert ende geaccordeert, ofte als noch te accorderen, al volgende den Staet ende authorisntie, denselven Burgemeesteren ende Curateurs daer af gegeven.

Dat de Professoren elcke drie maenden een vierde part van haren salaris ontfangen sullen uyt handen van eenen seeckeren Eentmeester, insonderheydt daertoe gestelt ofte te stellen.

Dat de Secretaris der Universiteyt oock \'t Rentmeesterschap sal bedienen , en sulcks alle der Universiteyts penningen , inkomsten ende gerechtigheden ontfangen, ende deselve expendieren ter Ordonnantie van den Rector ende Assesseurs, ende alle jaers reeckeninge doen den Rector ende Raedt voorschreve.

Dat alle Studenten komende tot de Universiteyt, gehouden sullen zijn terstondt hen te vinden by den Rector, ende hem te laten im-matriculeren, ende daer vooren te betalen tot behoeve van de Universiteyt vytien stuyvers, sulcks oock gehouden zijn te doen alle die hen jegenwoordelyck ende van nü voorts aen voor Lidtmaten van de Universiteyt willen houden.

Dat oock alle jaren als een nieuwe Rector gekozen sal zijn, alle Studenten ende Lidtmaten van de Universiteyt hare Namen binnen veertien dagen sullen laten aenteyckenen, daer voor betalende een stuyver ten behoeve van den Rector ende Secretaris.

Dat elck van de jegenwoordige Professoren aen genomen zynde, met Habiten en Ornamenten voor het eerst als nu gegratificeert worden.

23 Jan. 1576. Is gecommitteert Lodewuk van Treslong tot den

-ocr page 142-

138

ontfangh van de Goederen ende inkomsten van de Decanye, Canonisye, Proesdye, Pastorye, Getyden, Memorien ende Vicaryen, tot den Collegie ofte Kercke van St. Pancras binnen Leyden specterende, midts doende jaerlijcks Eekeninge in handen van de Staten, gecom-mitteert ter Financie, ende overleverende het surplus, boven de lasten ende betalingen by hem gedaen, overschietende, in handen van Claes Dieksz. van Montfoort, tot behoef van de Professoren.

11 April 1577. Alsoo tot vorderinghe van de saecken van de Universiteyt tot Leyden, wel behoort ende van noode is voor al voor-sien te werden op \'t onderhoudt ende de betalinge van de Weddens van Professoren aldaer, die voor eenen tijdt betaeldt zijn geweest uyt de geannoteerde Goederen soo van de Geestelijeke als Wereldtiijeke binnen BUjnlandt, ende dat door de outslaginge van de Wereltlycke Goederen, die by de Pacificatie de Eygenaers van dien toeghelaten zijn wederomme te aenvaerden by den Ontfanger derselver geannoteerde Goederen, tot de Weddens der voorschr. Professoren gedestineert, de Staten van Hollandt vertoont ende verklaerdt is, syuen ontfangh soo seer vermindert te zyn, dat hy voortaen de voorschr. Weddens niet en soude konnen furneren noch te betalen. Soo 1st, dat de Staten voorn, verstaen ende besloten hebben, dat ten behoeve van de voorschr. U niversiteyt ende Professoren, alle de Goederen ende Inkomen van der Abdyen, Conventen, Kercken, Gapittelen ende diergelijcke Collegien binnen RMjnlandt geweest ofte geresideert hebbende , die als noch voor geannoteert ghehouden werden, \'t zy of de selfde Goederen gheleghen zijn binnen den Quartiere van Rhijn-lundt, of daerbuyten, onder wiens ontfangh de selfde souden moghen zijn, geappliceert ende gehouden sullen werden tot behoef van de voorschr. Universiteyt ende Professoren binnen Leyden, mits dat alvooren daer uyt betaeldt sullen werden de Predicanten, mitsgaders de alimentatie van eenighe conventualen ofte andere Geestelyoke Persoonen uyt het inkomen der voorschr. Goederen toegevoeght zijnde, ofte als noch toegevoegt te werden. Ende omme van het Inkomen der voorschr. Goederen te maecken pertinenten Staet, ende te weten hoe verre de selfde sullen mogen strecken, hebben de voorschr. Staten ghecommitteert, Mr. Paulus Büys, Advocaat van den Lande, omme ten overstaen, ende by ad vis van een uyt den Eaede Provincael ende Eeeckenkamer van Hollandt, by hem daertoe te versoecken, van alle de Ontfangers ende Onderwinders der voorschr. Goederen, sonderlinghe binnen der Stede van Leyden, te eysschen ende te nemen Staet van alle haren ontfangh, met openinge ende visie van alle de Blaffaerden, Papieren ende Cedullen van deselve Ontfangers, die eenighsints tot het maecken van denselven Staet sullen mogen dienen. Authoriserende deselve Commissarissen, ende elcks van hun, om des noot zynde, de voorschr. Ontfangers tot de voorschr. openinge ende exhibitie der Blaffaerden ende Papieren met der daedt te compelleren, daertoe gebruyckende d\'assistentie van den Officier, de welcke de voorn. Staten by desen versoecken ende ordonneren de voorn. Commissarissen te doen alle vorderinge ende

-ocr page 143-

139

bystant: Eude sal voorts de voorn. Mr. Paulus Buys naerstigh oader-soeck doen, ende doen doen, op de Goederen ende Inkomen der voorschr. Abdye, Kercken ende Convente Goederen, mitsgaders op de waerde, verhuyringe, en \'t gebruyck van dien, omme deselfde ai mede geconverteert te werden ten meesten proffijte, ende ten behoeve als boven. Ontslaende alle Goederen in den voorschr. Quartiere van Ehijnlandt van de Wereldtlycke uytgeweeckene Persoouen die weder gekeert zijn ende haer begeven suilen hebben onder de gehoor-saemheydt van Syne Ex 3. by den Eedt daertoe geordonneert.

9 Sept. 1578. Op \'t veraoeck van de Magistraet der Stadt Leyden, mitsgaders der Curateurs van de Universiteyt aldaer, is geordonneert de Ontfangers van de Abdye van Egmonts Goederen in Rhynlandt, Deljlandt, Keunemerlandt en Noordt-Hollandt, uyt de gereedste inkomsten van haren ontfangh, soo wel aen dese als de voorgaande jaren, onder haer berustende, boven \'t onderhoudt van de Conven-tualen, tot behoef van de Professoren te betalen in banden van Claes Dircksz. van Montfoort de som van 2500 ponden van 40 gr., by de Staten daertoe geconsenteert.

13 Oct. 1578. Zyn geaccordeert 3000 ponden van 40 gr. tot behoef van de Professoren tot Leyden, uyt d\' inkomsten van de jegenwoordige C Penningh in Rhynlandt.

21 Nov. 1578. De Staten gehoort hebbende uyt het aengeven vau die van Leyden, mitsgaders van de Curateurs van de Universiteyt aldaer, de groote klachten die by de Professoren gedaan worden, doordien op haer onderhoudt en de betalingh van haer achterweseu uyt saecke van dien niet werden voorsien als na beliooren, en dat mede voorseecker die van de Universiteyt voorn, van meyninge waren eerstdaaghs te vertrecken, soo verre geen ordre gestelt worde dat de betalingh van haer onderhoudt op seeckere inkomsten verseeckert en bewesen worde, hebben de Staten boven d\' Assignatie van 3000 ponden van 40 gr. uit den C Penningh daertoe ghedaen, geconsenteert dat alle d\' inkomsten van de Abdye van Egmont voor den jegenwoordige jare mede daer toe sullen blyven gedestineert \'t gunt suyvers boven \'t onderhoudt van de Conventualen en andere reële lasten daer van sal mogen overschieten.

10 Dec. 1578. Is geordonneert, dat by de Magistraet der stad Leyden, en de Curateurs van de Universiteyt aldaer, tot behoef van de Professoren, 3000 ponden van 40 gr. op Interest sullen mogen worden gelicht tegens 12 ten 100, met assignatie van den rembour-semente van dien uyt de inkomsten van den C Penningh in de Quar-tieren aldaer.

7 Jtdy 1581. Universiteyt tot Leyden, Staet van het

onderhoudt der Professoren ende Conventualen uyt de Geestelijcke Goederen daertoe in Rhynlandt gelegen, toegestaen.

De Staten van Hollandt, gehoord hebbende het rapport van haer-

-ocr page 144-

140

luyder Gecommitteerden, aengaende den Staet by huu gemaeckt, op het onderhoudt van de Professoren binnen de Stadt Leijden-, hebben daerop geresolveert als hier na volght.

Syne Excellencie ende de Staten van Hollandt, ghesien hebbende den Staet van de jaerlycksche Wedden der Professoren, in de Uni-versiteyt binnen de Stadt Ley den, ende van de andere noodsaecke-lijckheden van dien, daer op gehoordt zynde het ad vis van de Gec. van de Staten, hebben tot onderhoudt van de voorn. CJniversiteyt ende ten behoeve als boven ghegundt, geeygent ende gegeven, gunnen, eygenen, ende geven midts deseu, de som van 8000 p. van 40 gr. het stuck jaerlyeks, ende daertoe gheassigneert, ende assigneren by desen de Goederen ende Inkomsten van de Conventen van de Bar-narditen, en elf duysent Maeghden tot Warmondt, van Komenburgh in Soeterwoude, ende van Maryen Poel in Oegstgeest, midtsgaders de verdere Geestelijcke Goederen die daertoe tot noch toe zyn gheheven, volgende den staet daer van verthoont; ende bevindende uyt den selven staet, dat het suyrer innekomen van de voorn. Goederen meest alle verstreckt moet worden tot onderhoudt ende alimentatie van den Conventualen der voorsz. Conventen, soo dat de selve Goederen niet meer dan 2683 p. 8 sch. 10 den. munte jaerlyeks, in suyveren gelde en mogen opbrenghen; hebben bewillight ende geor-donneert, bewilligen, ende ordonneren by desen, dat alle de Goederen ende Innekomen van de Abdye van Egmondt, ghelegen in Rhynlandt, Deljlandt en Schielandt, net hare gevolge by provisie, ten behoeve als boven sullen worden geem ploy eert, tot dat de voorsz. alimentatie van de Conventualen afghestorven sullen wesen, ende het Innekomen van de voorn, vier Convente Goederen, suyver jaerlyeks uytbrenghen sal de voorghenoemde som van 8000 p., ofte dat die ter selve somme toe by de voorsz. Stede sal syn gesuppleert; alle welcke Goederen vry ende exempt sullen wesen (ghelijck sy midts desen vry ende exempt gemaeckt worden) in alle ommeslagen ende subventien (niet re-eel zynde) voor het gundt by den Eygenaer daer inne ghedragen moet worden, des sullen de voorn. Goederen by een goedt ende ghe-trouw Eentmeester by de Staten, met advis van de Curateurs der voorn. Universiteyt, ende van de Burgemeesteren der Stadt ley den daer toe te stellen, geregeert, ontvangen, ende verstreckt worden, eerst tot betalinge van de re-eele lasten, schulden, ende alimentatien der voorn, vier Conventen, ende voorts tot betalinge van de Professoren, andere Officieren ende noodsaeckelijcke kosten der voorn. Universiteyt, achtervolgende de Brieven van Fundatie, de Statuien ende den Staet van dien, midts dat de alimentatien van de Conventualen der voorsz. Abdye voortaen betaelt sullen worden uyt derselver Abdye Goederen, gelegen in den Noorder-quartiere van Hollandt, ende behouden die van Rotterdam haer gherechtigheydt op de Goederen van de voorsz. Abdye, in Deljlandt ende Schielandt gelegen, volgende de Assignatie van Z. Exc. ende de Staten, welcken Rentmeester gehouden sal zyn binnen 6 maenden, naer de expiratie van elckeu Jave, de voorn. Staten van syne administratie ende ontfangh te doen goede en getrouwe reeckeninghe, bewijs ende reliqua, met behoorlycke

-ocr page 145-

141

acquiten, eude het overschot te verstrecken ter ordonnantie van de Staten, ende hem voorts in alles te reguleren naer de Commissie ende Instructie, die hem by de voorn. Staten sal ghegeven worden, de welcke tot gherief van de voorsz. Universiteyt gehouden sal wesen syne woonplaetse te houden binnen de Stadt Leyden, ende daer benevens te bedienen het Secretarisschap van deselve Universiteyt, in dien hetselve eenighsints sal wesen compatibel; ende belangende de Goederen van de 9 Conventen binnen Leyden voorn., alsoo hetselve met de alimentatien als nogh geheel geconsumeerd worde, sal daer-over mede met advis van de Burgemeesteren der voorschr. Stede een goedt ende getrouw Rentmeester gestelt worden, die oock alle Jaren gebonden sal wesen te doen goede en getrouwe reeckeninge, bewys ende reliqua als boven, ende het surplus te verstrecken ter ordonnantie van de Staten, sulcks ende in dier voegen, als van de Geeste-lijcke Goederen binnen alle de andere Steden van HoUandt wérd gedaen.

Alsoo gedaen binnen den Rage by syne Exc. ende de Staten voornoemt, ende bevestight ouder de handt ende Zegel van syne Excu €nde de Staten den 7 July 1581.

(Den 13 July 1581 voorgelesen en gearresteert).

7 Juhj 1581. Staet van het onderhoudt van de Univernteijt, ende de alimentatie van dien gemaeckl den 4 July 1581, ende de Staten vertoont, daer op de voornoemde 8000 js. \'sjaers zyn geaccordeert.

Doubaeus, Professor Theologiae ƒ 800.—; voor een tweeden Professor Theologia, gheraemt ƒ 700.—, D. Stükinus, Professor Theologiae extra ordinaris ƒ400.—, I). Donellus, Professor Juris, ƒ 1000.—, D. (Jbotiüs, Rector Professor Juris, ƒ 300.—, I). Professor Institutionum Juris, in plaetse Dalii , ƒ 300.—, D. Bontils , Professor Medicinae, nu genietende ƒ 250.—, eude genomen op ƒ 300.—, D. Lipsius, Professor Historiarum , ƒ800.—, D. Tyaka, Professor Linguae Graecae, ƒ400.— D. Deasiüs, Professor Linguae Hebraicfie, ƒ 300.—, D. Ratlo, Professor Philosophiae ƒ 200.—, D. Bonayentuba Vulcanus, Professor Liuguae Latinae amp; Graecae, alternatis vicibus, ƒ 400.— ; behoeft noch te wesen een Professor Mathematicus, ghenomen op ƒ 200.—, D. Westerholt, Regent van de Bursalen, ƒ 150.—, D. Bbocabdus, is by de Staten uyt des Universiteyts Goederen toegevoeght ƒ240.—; de twee Bedellen, elck /\' 72.—, ende de eene van dien voor sijn Huys Huyrƒ 24.—, ƒ 168,— ; de Bode van de Universiteyt, ƒ 30.—; de Secretaris van de Universiteyt, ghenomen op ƒ 150.—; ende voor extra ordinaris onkosten, Reysen, Boode-loon, ende andere onbedachte saecken ƒ 800.—, noch voor het toegevoeghde pensioen van Charles Silvino, Ordinaris Drucker van de Staten, sjaers ƒ 300.—.

13 July 1581. Is by Z.Exc, en de Staten, gehouden voor gearresteert de Acte van Resolutie, dienende tot onderhoudt van de Professoren binnen der Stadt Leyden, sulcks de selve hier voren op den 7 July 11. ten dage van de Resolutie Staat gearresteert.

-ocr page 146-

142

Die van den Noorder Quartiere hebben eenige Swarigheydt ghe-moveert, aengaende het onderhoudt van de Conventualen, uyt de Inkomsten van de Abdye van de Egmonds Goederen, gelegen binnen den Quartiere van Hollandt.

18 Aug. 1581. Alsoo syne Exe. ende de Staten van Hollandt gesieu hebbende den Staet van de jaerlijksche Weddens der Professoren in de Universiteyt binnen de Stadt Leyden, ende andere nootelyckheden daer toe dienende, tot onderhoudt van de voorn. Universiteyt, ende ten behoeve als boven, gegunt, geëygent ende gegeven hebben de som van 8000 p. van 40 gr. stuck jaerlijcks, ende daertoe geassi-gneert de Goederen ende inkomsten van de Conventen van de Ber-narditen en de elf duysent Maegden tot Warmont, van Eoomenburgh in Soetèrwonde, ende van Marienpoel in Oestgeed, mitsgaders de verdere Geestelijcke Goederen, die daertoe tot noch toe zyn geheven, achter volgende den Staet daer van vertoont, ende bevindende uyt denselven Staet, dat de suyvere inkomsten van de voorsz. Goederen meest al verstreckt moeten werden tot onderhoudt ende alimentatie van de Conventualen der voorsz. Conventen, soo dat deselve Goederen niet meer dan 2683 p. 8 Sch. 10 den, Munte voorsz. jaerl. in suy-veren Gelde en mogen opbrengen, syne Exc. ende de Staten voorn, voorts bewilligt ende geordonneert hebben, dat alle de Goederen ende inkomsten van de Abdye van Egmont, gelegen in RJnjnlandt, Delflandt ende Schielandt met haren gevolge, by provisie ten behoeve als boven sullen werden geemployeert, tot dat voorsz. alimentatien van de Conventualen afgestorven zullen wesen, ende het inkomen van de voorsz. vier Conventen Goederen jaerlijcks suyver uyt brengen sal de som van 8000 p. ofte dat die ter selfde somme by de voorsz. Staten sal zyn gesuppleert, mits dal alle deselve Goederen vry ende exempt sullen wesen in alle omme slagen ende Subventien, niet reëel zynde, voor het gunt by den Eygenaer daer inne gedragen moet werden, ende dat de voorsz. Goederen by een goedt en getrouw Rentmeester van de Staten, met advijs van de Curateurs van de voorsz. Universiteyt ende van de Burgemeesteren der Stadt Leyden, daertoe te stellen, geregeert, ontfangen en verstreckt sullen werden, eerst tot betalinge van de reëele lasten, schulden ende Alimentatien der voorsz. 4 Conventen, ende voorts tot de betalinghe van de Professoren, andere Officieren ende nootelijcke kosten der voorsz. Universiteyt, achtervolgende de Brieven van fundatie, de Statuten ende den Staet van dien. midts dat oock de alimentatien aen de Conventualen der voorsz. Abdye voortaen betaeldt sullen werden uyt derselver Abdye Goederen gelegen in den Noorderquartiere van Hollandt, behouden die van \'Rotterdam haerluyder gerechtigheydt op de Goederen van de voorsz. Abdye in Delflandt ende Schielandt gelegen; volgende de assignatie van syne Exc. ende de Staten. Soo 1st, Bat de Staten voorn, hier op gehadt hebbende het advis van de voorsz. Curateurs ende Magistraten, omme op alles behoorlyck te voorsien, in aensieainghe van de voorgaende Brieven van Commissie, die den Ontfanger van de Universiteyt voorn. Cla.es Uirksz. van Montfooet, den 10 Juny 1575

-ocr page 147-

143

zijn verleent, van de Conventen Goederen binnen en buyten Leyden voorn., tot onderhoudt van de vcorsz. Universiteyt, ende van alle andere partyen van Goederen ende inkomsten, die naemaels tot vor-deringe van de voorsz. Universiteyt uyt andere quartieren van Hollandt ofte Zeelandt daer by gevoeght ende gedestineert souden mogen werden; ende nadien de Staten voorn, verstaen , dat den voorn. Claes Dikksz. van Montfooet hem in het voorsz. Ontfangerschsp anders niet en heeft gedragen dan nae behooren, denselven Ontfanger daer in hebben gecontinueert, ende voorts gestelt als Rentmeester van de Universiteyt voorn., omme uyt de penningen, die by denselven Rentmeester jaerlycks sullen ontfangen werden, soo uyt de voorsz. Conventen Goederen, als van de Abdye van Egmont voorn., betalen de voorsz. Professoren, andere Officieren en de nootelijcke kosten als vooren, achtervolgende de Brieven van Commissie, denselven Ontfanger daertoe verleent; ende hebben voorts de Staten voorn, verklaertende geordonneert, verklaren ende ordonneeren by desen, dat den Ontfanger van de Abdye Goederen binnen de Quartieren van Rhynlandt, Beljlandt ende Schielandt voorn., Nicoiaes van der Wyele mede in synen ontfangh voorn, sal continueren , mits dat by hem de penningen , daer af komende, als vooren gelevert sullen werden in handen van den voorn. Rentmeester Claes Dirksz. van Montfoort, ten behoeve als boven, in sulcken voegen, dat de voorn, van de Universiteyt, acht er volgende de voorn, ordonnantie ende Resolutie, mogen werden be-taeldt ende onderhouden, ende dit alles ter tydt en wylen toe by de Staten voorn. Generalyck op den ontfangh ende administratie van der gemeene Landts penninghen sal wesen voorsien ende geordonneert, achtervolgende voorgaende Resolutie van de Staten.

22 Dec. 1581. De Staten gehoord hebbende het rapport van haer-luyder Gec., aengaende het diffierent, geresen tusschen die van Haerlem ende Leyden op den ontfangh van de Goederen van de Barnarditen ende Begulieren buyten Haerlem, die tot behoef van de Universiteyt binnen Leyden voorn, zyn ontfangen ende geemployeert; en aenmerckende de voorsz. Inkomsten op de Constitutie van de Universiteyt voornoemt in de eerste Staet, die tot onderhoudt der-selver is gemaeckt, niet en zyn begrepen, noöhte daertoe gedestineert, hebben de Staten verklaert ende geordonneert, dat de Inkomsten van de Barnarditen ende Regulieren voorn, by die van Haerlem zullen ontfangen worden, alsoo deselve zyn begrepen onder het Accord dat by haerlnyder, met syne Exc. ende de Staten is gemaeckt, midts dat die van Leyden voor desen Jare soo veel penningen sullen mogen doen lichten uyt de inkomsten van de gemeene Middelen aldaer, om middelertydt op het onderhoudt van de Professoren volkomen voorsien te mogen werden als na behooren.

XI. Fastoriegoederen en Pastorien.

Algemeen. 10 September . Is geordonneert te schry ven aen sijn Exc.

Alsoo den tijdt aenstaende is van de toekomende verpachtinge der gemene Middelen alhier in den Lande van Hollandt, die gedaen

-ocr page 148-

Ui

moet werden voor den 1 October toekomende, voor den tijdt vau ses maenden, en \'t merendeel van de Steden alhier, in de continuatie van deselve gemene Middelen niet hebben kunnen consenteren, ten ware de verpachtinge der selve gemene Middelen alomme ghedaen werde in alle Steden ende Plaetsen die onder Hollandt zyn ghelegen, ende nergens elders contribueren, doordien de selve Middelen ver-streckt moeten werden tot gemene defensie van den Lande, ende Wy daerom nodigh bevinden de voorsz. gemene Middelen mede te doen verpachten binnen de Stede Leerdam ende de Landen daer onder gelegen, mitsgaders oock op de Glundert, als onder Hollandt gelegen, ende mede binnen Yamp;sehteyn en Vianen met de Landen daer onder gelegen; soo hebben Wy U. F. G, wel ernstelijck by desen willen versoecken, sulcx daer in te willen doen voorsien, dat U. P. G. Gecommitteerden nevens onse Gedeputeerden ten dage van de voorsz. verpachtinge laet vinden, te weten den 26 deeer maendt op de Glundert, den 27 tot Leerdam ende den 30 tot Ysselsteyn, omme t\' samen tot verpachtinge van de gemeene Middelen te mogen procederen; dat voorts U. F. G. gelieve alsulcken ordre te doen stellen binnen de Stede Vianen, dat den 29 deser maendt by onse Gedeputeerden de verpachtinge derselve Middelen als vooren ghedaen mach worden sonder eenige verhinderingh, tegenstandt of belet; en dat voorts tot onderhoudt van de Predicanten soo binnen als buyten in den Lande van Vianen, mogen werden onderhouden uyt d\' inkomsten van de Pastoryei:., Beneficien , Vicaryen, ende andere gelyoke Goederen aldaer gelegen, die tot onderhoudt van de Predicanten zyn gedestineert, ende tot noch toe niet hebben kunnen tot onse kennisse kómen, doordien de selve in particulier werden verswegen en achtergehouden, niet tegenstaende wat devoir by ons door onse Gecommitteerden en d\' Ontfanger die Wy aldaer hebben gestelt, daer op is gedaen, of andersints soude ons onmogelijck zyn vorder te voorzien op de betalingh dienende tot nodelijck onderhoudt van de selve Predicanten, waer door de selve genootsaeckt souden zyn haer dienst te verlaten, ende sulcx groote lasteringen ende andere inconvenienten souden staen te verwachten, soo Wy airede uyt seeckere informatie verstaen hebben, dat by eenen Honthord, Drost van Ameyde, tegens de Predicanten aldaer voorgenomen en gebruyckt soude wesen op al \'t welck Wy ü. F. G. goede meyninge voor ant-woort eerstdaeghs zyn verwachtende.

2 Nov. 1588. De Staten van Hollandt ..... hebben Johax

Commeksz., Ontfanger van de Pastorye ende andere Goederen, tot den Dienst van de Kercke ghedestineert, binnen den Quartiere ende Lande van Voorne en Tutten, expresselijck belast ende gheor-donneert, terstont, aenghesien desen, alomme in den selven Quartiere van Voorne ende Futten , aen beyde zyden van Flacqué, mitsgaders Heenvliet ende Ahbenhroeck, Biljetten te doen stellen en affigeren, daer by eenen yegelyck, die eenige Memorie-landen gebruyckt ende besit van wegen de Staten voorn., ghewaerschouwt ende belast sal worden, binnen eene maendt naer de affixie van de Biljetten, aen

-ocr page 149-

145

den voorn. Ontfanger Commersz. getrouwelijck aentebrengen de Memorie-Landen, ende Goederen die hy besit ende ghebruyckende is, ende te betalen ten Comptoire van denselven Ontfanger binnen den Bridle, niet alleen hetgene voortaen vallen ende verschynen sal, maar oock het gene den jare 1572 verschenen ende onbetaelt sal zyn, alles op poene dat den Bruyeker versteecken sal wesen van syne verdere huyre, ende het besitten van syne possessie der selver Landen ordonnerende voorts de Staten voorn, alle Kerckmeesters ende Heylige Geestmeesters binnen den voorn. Quartiere, aan den selven Ontfanger van ghelijcke betalinghe te doen van de Memorien, op de Heylige-Geest ende Kercke-Landen staende, suleks als syluyden ofte hare Praedecesseurs van oudts hebben betaelt, of andersints sal den Ontfanger voorn, tegens de selve procederen, achtervolgens de rigoureuse Brieven van Executoire.

7 Maert 1589. Op de Remonstrantie van den Ontfanger Cor-nelis van Coolwijck, eerst dat alsoo verscheyde parthyen van Landen, onder sijn administratie begrepen, specterende zijn tot diverse\'\' Pastoryen, Cappeleryen, Memorien of Getyden amp;c. van de Dorpen onder den Zuyder-Quartiere van Hollandt begrepen, bestaende meest al in veele ende kleyne parceelkens die seer qualijck ten hoogsten pryse verhuyrt kunnen werden, als meest al met andere Landen gemeen leggende, sonderlingh in de Veen-Dorpen van Hollandt, of niet geraden ware deselve Landen, die men niet bequaemelijek op de aen-staende verhuyringe voor vijf jaren konde verhnyren, in \'topenbaer te verkoopen ten overstaen van de Gecommitteerden van elcken Quartiere , onder seeckere instructie daertoe te vcrleenen, midts dat men de penningen voor een gbedeelte den Kooper Rente tegens den pen-ningh 16 soude laten onderhouden, ende de rest binnen \'sjaers beleggen , alles onder goede verseeckertheydt ten meesten oirbaer van de Lande; Insgelijex alsoo in eenige Steden en Dorpen seer groote meniehte van smal Rentges of Chynsen zijn, die men alle jaers met seer groote moeyte moet collecteren, en dickwils met verscheyde sententien van preferentien, by fauten van Brieven werden gepost-poneert ende vernietight, of niet raedsaem s\'oude zijn alle de selve Rentjes te doen lossen tegens den penningh 16, ende wederom daervan aen te leggen ende koopen elcks in sijn bedrijf een of twee tamelijcke sommen van Rentjes tegen den penningh 16 als boven, alles by advis van de Regeerders van yeder stede en Dorp, ende onder goede ver-seeckertheyt daer van te passeren:

Hebben de Staten van Hollandt verklaert dat tot verkoopinge van de parceelkens van Landen boven geroert, van de voorsz. Rentjes, by den Remonstrant geprocedeert sal worden, mits dat deselve verkoopinge niet gedaen sal werden dan tegens den penningh 30 ten minsten, ende dat d\'eene helft daer of aen penningen betaelt, en d\'andere helft op goede vaste renten tegen den penningh 16 sal gehouden worden.

10 Maert. 1589. Op de differenten geresen voor de Staten van Hollandt, tusscben de Burgemeesteren ende Regeerders der Steden

10

-ocr page 150-

146

van den Brielle en Johan Commersz. Ontfanger in de Goederen van den Lande van Voorne enz. geordonueert tot onderhoudt van de Pre-dicanten, aengaende het doen van de voorsz. Ontfangers Eeeckeninge, \'t verpachten van de Landen, ende d\'inninge met den achterwegen van de lasten en opstal van de Memorien ende gaende Goederen, eertijdts by de Papen ghenoten, de Staten voorn, gesien hebbende de doleantien van de voorsz. van tfera jSnVZfe, midtsgaders d\'antwoorde van den voorn. Ontfanger, ende voorts de replique van die van den Briel, hebben verklaert ende geordonneert, dat den voorsz. Ontfanger haerluyder syne Eeeckeninge gehouden sal wesen te doen voor de Magistraten der voorsz. Stede, ten overstaen van een Commissaris by de Staten daertoe te ordonneren; dat voorts de Landen onder den ontfangh van den voorsz. Ontfanger begrepen, eude onder den Quartiere van Voorne sorterende, by de voorsz. Magistraet ende Ontfanger sullen worden verpacht; ende aengaende de verdere quaestie, is geordonneert dat de vooorsz. Replique gestelt sal worden in handen van den voorn. Ontfanger, om daer jegens by üuplique te seggen \'t gunt hem goetduncken sal, en dat den selven Ontfanger met alle procedure uyt oorsaecke als vooren sal supersederen tot dat de voorsz. Duplique van den Ontfanger, ende de nadere ouderrechtinge van die van den Briel, nopende de gaende Goederen, gesien, anders daer in by de Staten voorn, sal wesen voorsien ende geordonueert.

17 Maart 1589. Voorwaerden ende Conditiën waer op den Ontfanger Cornelis van Coolwijck door last ende ten overstaen van de Gecommitteerden van de E. Heeren Staten \'s Landts van Hollandt verkoopen sal de navolgende perceelen van Landen toekomende Ferscheyde Pastoryen onder des selfs ontfangh ende Comptoir ressorteerende.

Eerst sal de voorn, verkoopinge gedaen worden in ponden van 40 gr. \'t pondt, schell. en pen. naer advenant.

Men sal de Koopers de voorsz. Landen leveren vry ende onbelast van eenige opstaende renten, schulden of andere lasten, uytgenomen de Hoffpenningen of Chijnspenningen daer eenige parthyen van dien van oudts mede belast mogen zijn geweest, die de Koopers alleen t\' haerluyder laste sullen houden; ende voorts sal men deselve Landen waren ende vryen als andere Buyr-Landen.

De Kooper sal buyten haerluyder kosten gelevert worden behoorlijcke Gift-Brieven voor den Gerechte van elcke Plaets gepasseert soo \'t behoort, met belofte ende verbintenisse dat de voorsz. Heeren Staten de voorn, verkoopinge jegens een yegelijck sullen houden staen, ende oock in alle Tractaten van Peys voor goet, vast ende van waerde doen houden als na behooren.

Soo wie eenige derselve Landen koopt, sal toegelaten ende vergunt worden d\'eene helft van de beloofde somme op renten te mogen houden tegens den penningh 16 , onder goede verseeckeringe en Rente-Brieven daer van voor yeder Gerechte te passeren, inhoudende speciale verbintennisse van de Landen daer uyt de selve penningen sullen

-ocr page 151-

147

spruyten, welcke Eeute-brieven liy gehouden sal zyn desen Ont-fanger buyten koste van den Lande te leveren.

Ende de wederhelft van de voorn, beloofde penningen sal by gehouden zyn opteleggen ende te betalen een derde part daervan gereedt, of ten langbsten op Meydagh 89 eerstkomende, het tweede derde part op Allerheyligen daer aen volgende, en \'t laetste derdepart op Mey-dagh 1590, sonder eenigh verder vertreck of dilay, op poene dat men de onwillige of gebreeckige daervoor sal mogen doen executeren paratelijck en met\'er daet, conform de regoureuse letteren executoriaal daer van zijnde.

Sullen oock de voorsz. Koopers gehouden zijn voor haerluyder respective beloofde somme, en d\'onderhoudinge van dese Conditiën, de stellen ten minsten twee bequaeme ende suffisante Borgen, die des noodt zijnde, by de Gerechte van yeder Plaetse gejustificeert sullen moeten worden, die oock gehouden sullen zijn te reuunctieren, gelijck deselve oock renunctieren by desen de beneficien ordinis divisionis amp; excussionis, al van den effecte van dien volkomelijck onderrecht zijnde , op poene dat men de verkochte partye wederom terstont t\'sijnder ^ pericule ophangen sal, ende geit het min, \'t selve sal moeten opleggen ende betalen, \'t welck aen hem paratelijck als vooren sal mogen executeren, maer geit het meer, daer van sal hy geen profijt mogen genieten.

Ende sullen oock de voorn, koopers gehouden zijn terstont in ge-reede gelden te betalen in handen van den voorn. Ontfanger, tot Eantsoen eene stuy ver Brabants op elcke gulden, omme daer mede de kosten te vervallen, sonder daervan yet te mogen korten aen de principale beloofde somme, op poene van \'t selve te mogen executeren als vooren.

De Landen die eenige Koopera willen uyt slachturven, daer de renten op verseeckert sullen staeu, sullen in dien gevalle de selve Koopers gehouden zijn eerst ende alvooren andere goede vaste hypo-teecque te stellen, die by Schout ende Gerechte by voorweten van den Ontfanger in der tijdt suffissant gekend zijnde, van de voorsz. bedongen rente na behooren te verseeckeren, of anders en souden de Koopers \'t voorn, gekochte Landt niet mogen verminderen.

Gedaen in den Tl age by de Gecommitteerde Raden van de Staten van Hollandt, den 17 Maert 1589.

De Gec. Raden van de Staten van Hollandt hebben op de voor-gaende Resolutie van de Staten van den 7 Maert laetsleden verstaen, verklaert ende geordonneert, dat den Ontfanger Cornelis van Cool-wijck in \'t verkopen van de perceelkens van de Landen daer in geroert, de penningen die van de eene helft van de betalinge der selve procederen sullen, sal beleggen aen Los-renten tegens den pen-ningh 16 op goede vaste hypotheecq van Gronden en Erven, gelegen in den selven Banne aldaer de voorsz. perceelkens van Landen sullen zijn verkocht, indien sulx eenighsints doenlijck is, ofte andersints daer naest sullen zyn gelegen, daer of de Brieven vnn constitutie in behoorlijcke formé den Ontfanger gelevert sullen worden by de Ver-koopers, buyten koste van den Lande, inhoudende dat de voorsz.

-ocr page 152-

148

Eenten toekomen sullen de Graeffelijekheyt van Hollandt, om verstreckt te worden tot onderhoudt van de Predicanten aldaer.

De Gec. Eaden voorn, hebben verklaert ende geordonneert, dat den Ontfanger Cornells van Coolwijck op de voorgaende Kesolutie van de Staten alvooren sal doen onderechten, aengaende de Smal-rentges ofte Chijnsen onder sijneu ontfangh begrepen, of deselve gehouden sullen mogen worden , om te laten lossen ten meesten dienste van den Lande, doende daer af rapport aen de Staten, omme daer na in de saecke gedaen te worden als na behooren.

11 April 1589. De Gec. Raden van de Staten gehoort hebbende \'t rapport van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, Gecommitteerde van de Staten voorn., ende gesien de verklaringe van de partijen van Landen by hem verkocht, als volght:

Verklaringe van de parthyen van de Landen die doorlast ende ten overstaen van de respective Gecommitteerden van de E. Heeren de Staten van Hollandt by den Ontfanger Cornells van Coolwijck verkocht zyn, volgende de voor-waerden ende Contre-Kolle daer van zijnde, daer op den selven Ontfanger by desen is versoeckende behoorlijcke Acte van approbatie, mitsgaders Commissie op een seecker Persoon daer toe te ordonneren (alsoo den selven Ontfanger daer toe niet vaceren mach) om de Gift-Brieven van de voorn. Landen in elck Dorp ten behoeve van de Koopers te verlyden, ende wederom ten behoeve van \'t gemeene Landt de Rente-Brieven uyt de voorn, verkoopinge spruytende, te mogen ontvangen als na behooren, hem tot dien eynde medegevende een ontwerp van deselve Brieven, na de meyninge van de voorsz. Heeren Staten.

Rhijnlandt.

Reyenzaterwoude.

Eerst een perceel van seven Margen Lants van de Pastorie aldaer, strec-kende Oostwaerts van de Kerck na d\'Overbuyr toe, laest gebrnyckt by Gerrit Philipsz. is ghekocht by Mr.

Cosmas Adriaensz. Chirurgijn tot Jteynzateriooude, de Marge om 80 ponden van 40 gr. \'t pondt, ter somme

van............ 560 ponden.

Borge Willem Jeronimusz. en Jacob Gerritsz. beide tot Reyn-zaterwoude.

Leymuyden.

Drie Margen Landts, leggende achter de Kerck, wel eer gebrnyckt by Frans Claesz., en laetst by Aernout Gillisz.

Laetste Huyre is geweest 14 ponden.

Laetste Huyre 4 ponden.

-ocr page 153-

149

en Geerit Dirckz. Costeb, is ghe-kocht by Willem Fredericksz. tot Leymuyden den koop soo groot als \'t leyt, om de somme van.....

Ter Aire.

Noch vier Margen quaet desert Landt van de Pastorie aldaer, laetst ghebruyckt by Clement Jansz. Schout aldaer, ingekocht by Dirck Dircksz.

Verlaen, ter Aire woonachtig, de Marge om 70 ponden, komt ter somme van......... 280 ponden

Swammerdam.

Een half Margen Landts, wel eer gebruyckt by Anthonis Thysz., leggende in sijn Bruyckwecr, en laetst by Henrich Wolphertsz. van der Lair, is ghekocht by den voorn.

Anthonis Thysz. om de somme van Borgen, Jasper Maertensz. en

cornelis aertsz.

Noch omtrent vier Hondt Landts,

wel eer gebruyckt by de Weduwe van Pieter Cornelisz. Houck , ende laetst by den voorn. Henrich Wolphertsz.,

is ghekocht by Cornelis Aertsz. tot Alphen, den koop om de somme van Borgen.

Boskoop.

Seven Hondt Hoylandt, gelegen in Waddincxveen, toekomende de Pastorie tot Boskoop, laetst gebruyckt by Jan Huybrechtsz., is ghekocht by Hüy-brecht Jansz., Schoot tot Waddincx-veen, me: d\'andere twee perceelen tot Waddincxveen thuys hoorende, de Margen door malkander om 112 p.

komt alhier.........

Noch vier Margen twee Hondt Landts, gelegen in Beyerskoop , laetst gebruyckt by Gijsbrecht Simonsz.,

is gekocht by denselven Gijsbrecht Simonsz., de Margen om 72 ponden midts dat de Eenfe van de eerste helft sal ingaen-Petri ad Cathedram voor-

175 ponden

Laetste Huyre 4 ponden.

Laetste Huyre 30 Schell.

54 ponden

Laetste Huyre 2 ponden 10 Schell.

Si ponden.

Laetste Huyre 5 ponden. 10 Schell.

130 p. 13 S. 4 d.

Nota. Is veranderin-ge van de generaele Voorwaerden. Laetste Huyre 8 ponden

-ocr page 154-

150

lede, en de weder-helft t\'eender Somme op Alderheyligen 1589 eerst komende,

komt hier ter somme van .... 312 ponden, Borge Claes Simonsz., en heeft belooft noch een Borgh in de Brieven te stellen.

Waddincxveen.

Eerst vier Margen Landts, laetst gebruyckt by Jacob Claesz., Secretaris tot Waddincxvem, is gekocht by denselven Jacob Claesz. de Marge om 110 ponden, midts dat hy terstont sal transporteren een Rente-brief van 6 p. sjaers, te lossen met 100 ponden,

ingegaen Alderheyligen 1588 voorleden,

spreeckende op Maerten Dircksz. tot Waddincxveen, daer mede den eersten termijn van Mey 89 afgerekent sal worden, ende dat alleenlyck tot 96 ponden, komt hier te samen ter somme

van............ 440 ponden.

Adam Claesz. is Borge voer de beloofde van twee Borgen binnen Bans te stellen.

10 Schell.

Laetste Huyre 13 ponden 10 Schell.

Noch vyf Margen min een Hondt Landts, laetst gebruyckt by Gtijsbeecht Corn elisz. van Leeuwen ; ende noch vyf t\'half Margen, weleer gebruyckt by Marytje Fransdr. Weduwe van Willem Pietersz., ende laetst by Dirck Lenertsz., beyde gelegen ende toebehoorende de Pastorye tot Waddincxveen, maeckende \'t samen 9 Margen 2 Hondt Landts, zyn t\'samen gekocht by Huybrecht Jansz., schout tot Waddincxveen, de Margen om 112 ponden, beloopende ter somme van .

Laetste Huyre eerste party 20 ponden, tweede party 15 ponden.

Nota

1045 ponden 6 Schell. 8 d.

Sal de Brieven op andere Suffisante Persoonen mogen doen passeren volgende de Voorwaerden.

Schielandt.

Hillegersberge.

Laetste Huyre Twee Margen Landts, gemeen met 7 ponden de Kerck en de H. Geest aldaer, in 10 Schell. 8 Margen, laetst gebruyckt by Arent Cornelisz., gekocht by denselven

-ocr page 155-

151

Arent Coknelisz. de Marge om 150

ponden, komt ter somme van . . . 300 ponden.

Borgen, Adriaen Lenertsz. en Jobis Jansz.

Moordvecht.

Noct een parceel Landts van vierd\'-half Viertel Landts, groot 8 Margen 450 Eoeden, streckende van deThiende-wegh tot de Veen-wegh toe, laetst ge-bmyckt by Dirck Willemsz. \'t Hoen,

is gekocht by Cornelis Dircksz. \'t Hoen, den koop om 1400 ponden,

midts dat hy de wederhelft oock sal mogen houden op renten, onder vaste hypotecque, ende sal d\'eerste helft ingaen op dit hypoteecq Petri 1589 voorleden, ende de laetste helft Alder-heyligen eerst komende, daerom alhier gelijcke.......... 1400 ponden.

Borgen, Cornelis Jansz. Key-ser ende Ot Henrichsz., beyde tot Rotterdam.

Bleyswijck.

Noch anderhalf Margen Landts,

Laetste Huyre streckende van Jan Pieter Jacobsz.

9 ponden. Werf, ende des Predicants Boomgaert af Noord-Westwaerts op tot Willem Jansz. Landt toe, belent aen de Oost-Zijde de Kerck-laen, ende aen de Zuydzyde Cornelis Dikcksz. Timmerman, is ghekocht by Lenert Mat-theusz., Bailluw en Schout van de Heerleykheyt van Bleyswijck, den hoop sonder maet om de sommé van . . 300 ponden.

Borgen, Mr. Cornelis Jansz.

Cherurgyn, ende Adriaen Quirynsz., beyde tot Bleyswijck.

Beloopt t\'samen 5009 ponden van 40 grooteu \'t pondt.

Komt \'ajaers den peuningh sesthien 313 ponden 1 Schell.

De huyre was \'sjaers 129 ponden.

Hebben de voorsz. verkoopinge op de Conditiën boven verhaelt, goetgevonden ende approberen by desen als gedaen ten meesten dienste van den Lande, ende hebben voorts de voorsz. Baden gecommitteert ende geauthoriseert, Geerlof Bonser , te trecken ter bovengenoemde plaetsen, ende aldaer van wegen \'t gemeene Landt aen de boven-

Laetste Huyre

was, ende konde daertoe niet komen, 24 ponden.

-ocr page 156-

152

genoemde Koopers te leveren de Brieven van gifte ende eygendom van de Staten, voorts overdracht te doen van de voorsz. verkochte Landen, ende wederom t\'ontfangen behoorlycke Brieven van Constitutie van de Renten, op de Conditiën ende Voorwaerden booven ge-roert, midts deselve overleverende den voorn. Onltanger Coolwijck , ende voorts doende rapport aen de voorsz. Gecommitteerde Eaden.

17 Dec. 1594. De Grec. Raden enz., gesien het sohrijvens van de Gecommitteerden, tot verkopinge van de Pastorye Landen , van den

17 dezer, hebben geordonneert aen de selve te rescriberen, dat deselve goedtgevonden ende geordonneert hebben, de Opdrachte van de verkochte Geestelijcke Landen, soo binnen der Goude als tot Schoonhoven ghedaen in de aelve Steden respective, aldaer de verkopinge van dien geschiedt is, mede gedaeu sal worden, in dier voegen binnen Amsterdam te voor gedaen is; ende dat volgende de ordre aldaer genomen, daer af den Ontfanger Coolwijck goede onder-teyckeninghe sal doen in het beschryven van de Officieren ende Gerechten van de Dorpen, om de bezegelinge ende leveringe van de Brieven al daer te doen, niet teghenstaende het versoeck daer tegens ghedaen; Alsoo de Gec. Raden verstaen, dat hetzelfe bequaemelijck in deser tydt sal kennen geschieden omtrent half January toekomende en dat sonder praejaditie van yemandts gerechtigheydt gheschieden sal, daertoe de Gec. daer praecisse sullen ordonneren, ende den Schoute en Gerechte daervan adverteren, met expresse last en bevel, om ten gepresigeerden dage elck met haren Zegele ende Brieven, ende geauthoriseert tot opdrachte ende overleveringhe van dien te Compareren; ende aengaende het pretense gerechtigheydt vat, den Schout van Berghambacht, ofte andere, aengaende den naekoop, alsoo de Gecomm. hen na de verkopinge van de Pastorye Landen weder-omme alhier begeven sullen; dat alsdan Resolutie dien aengaende rijpelyck en met kennisse sal mogen genomen worden, om ten tyde van de Opdrachte van de voorsz. Landen de Officieren de Lastquot; en Resolutie dien aengaende voorgehouden te worden. Ende is voorts goedt gevonden, dat de Opdrachte niet eer ghedaen en werde, ten eynde by het gemeene Landt geen schade aan de penningen van de verkochte Landen geleden en worden.

8 Nov. 1595. De Gec. Eaden enz. hebben geordonneert Cornelis Frans Witteksz. haer mede gec. in Rade, van wegen \'t gemeene Landt te procederen tot d\'opdracht van de verkochte Landen gekomen van de Conventen binnen en buyten de Steden van den Briette, mitsgaders van den Convente van Eernsteyn ende de Pastorye Landen in Voorne en Putten gelegen, die in Juny 11. zyu verkocht.

Aerlanderveen. 21 Juny 1600. Een half Margen landts, toekomende de pastorye van Aerlanderveen, gelegen in de 27 Margen 4 hondt,

18 roeden, toekomende aan Jacob Bain aldaer, den Suppliant in eeuwige Erfpacht gegeven, midts dat Suppl. zyn broeder en zuster ofte haerluyder Erven ende nakomelingen, ofte actie van hem hebbende, daarvoor jaerl. betalen zullen ƒ6.— op erfpachtsrecht van der Ontfanger Cornelis van Coolwijck , of die in der tyd wezen zal.

-ocr page 157-

153

Assendelft. 10 Sept. 158S. De Gec. Raden van sijn Exc. ende der Staten van Hollandt hebben, niet tegenstaende het schry vens van die van Assendelft, aen den Ontfanger Coolwijck, verklaert ende geordon-neert, dat den selven Ontfanger de Pastorie ende Beneficie Goederen tot Assendelft voornoemt wederom sal verhuyren met den Commissaris Willem Duym, daer toe geordonneert, ende dat ten meesten dienst van den Lande, enz.

29 Nov. 1594. De Gec. Baden enz.....hebben tot noodelycke gherief

ende Commoditeyt van de Huysinge van de Pastorye te Assendelft gegundt ende geaccordeert, dat het Erfken in desen geroerdt sal mogen gekocht worden, mits dat hetselve aen de Pastorye Goederen sal blyven gheeygent ende geappliceert, ende daer af niet meer tot laste van den Lande gebracht sal worden, dan ter somme van 115 p. van 40 gr. \'t pondt; ordonnerende den Ontfanger Coknelis van Coolwijck, de voorsz. 115 p. uyt te reyeken ende te betalen aen de Supplianten alleen enz.

Berckou. 19 Nod. 1594. Op het versoeck van de Kerekmeesteren en gemeene Buyren van Berckou omme te mogen behouden seeckere 10 Margen Landts, die den Ontfanger Coolwijck van meeuiughe was te doen verkopen, als Pastorye Landen, niet teghenstaende deselve tot behoef van de Kercke aldaer souden zyn gedestineert: Gesien de onderrechtinge ende ad vis van den voorn. Ontfanger, ende de Ötaeten en Munimenten dien aengaende ge-exhibeert, hebben de Gec.-Eaden van de Staten hetselfde versoeck afgheslagen.

Bodegraven. 13 Juny 1594. De Gec. Eaden enz. aeumerekende, dat op het onderhoudt van den Kercken-dienaer tot Bodegraven be-hoorlijck voorsien sal moeten worden, en daerom ordre gestelt dat de Landen en Goederen, daertoe specterende, ten meesten oirbaer tot dien eynde mogen worden gebruyekt ende ge-employeert, omme de Inkomsten van dien, hetzy by verkopinge der selver Landen te doen vermeederen, ende daer uyt de kosten ende lasten van het onderhoudt van den Kercken-dienaer ende andersints te doen vervallen, ofte by andere wegen ten meeste dienste van de Kercke aldaer; Hebben goetgevonden ende geordonneert, dat by de Gec. Geeb.it Willemsz. Schoterbosch , ende Jacob Gornelisz. Moeukebcken , komende in den Quartiere van Bodegraven, omme te besichtigen de Landen die verkocht sullen worden; met eenen mede met den Ontfanger Cor-xelis van Coolwijck, sullen keunis nemen van de Landen die tot de Pastorye van Bodeyraven zyn specterende, soo aengaende de waer-dye, groote, als de belenden van dien, ende wanneer de huyre daer af is expirerende.

Heemskerck, 19 Mey 1589. De Gec. Eaden enz.....gesien hebbende \'t

advis van den Ontfanger Coknelis van Coolwijck, hebben tot vorderinge van den dienst en verkondinge van Gods H. Woordt, ende in aensieninge de gemeente Heemskerck met die van Castricum by eenen Predicant bequamelijck bedient mogen worden, dat mede de steen op de Werf leggeude van de voorgaende Pastorie-Huysinge

-ocr page 158-

154

binnen Heemskerck voorn, meest sal verwateren, ende bederven, ten zy deselve worde geemployeert, gheconsenteert ende geaccordeert, dat tot reparatie en optimmeringe van een gedeelte van de Kerck binnen Heemskerck te mogen aenvaerden ende gebrnycken, de steen leggende als vooren op de Werf van de pastorie aldaer, midts dat deselve Supplianten geen Fundamenten noch Wulfselen van de Kelders of diergelijcke sullen mogen uitroeien; ende dat syluyden by Acte onder den voorn. Ontfanger te leveren, beloven sullen, ende daer onder verbinden de Kercken Goederen aldaer, t\'allen tyden als \'t selve dienstigh bevonden ende geordonneert sal worden tot optimmeringe van de Pastorie hnysinge voorn, promptelijck often minsten in twee termynen daer toe te furueren de somme van 100 ponden van 40 gr., ordonnerende een eygelijck, des noodigb zijnde, hem hierna te reguleren.

Heenvliet. 8 Nov. 1595. Alsoo de Gecomm. Kaden van de Staten by den Heer van Crüyningen, Heenvliet enz. midtsgaders den Bailliuw ende Gerechte van Heenvliet voorn, te kennen gegeven is, dat heiiluyden by de Gec. van de Staten onlanghs in \'t verkoopen van de Pastorye Landen aldaer belooft was dat alle de penningen die volgende de Conditiën ende voorwaerden van de voorsz. ver-koopinge souden procederen by de voorsz. Wethouders beleyt souden worden binnen de voorsz. Heerlijckh. van Heenvliet, op goet vast hypotheecq ende solvente Borgen, omme met den jaerlijcksen inkomen van dien t\'onderhouden den Predicant en Schoolmeester tot Heenvliet, ende \'t overschot tot behoef van den Armen aldaer, \'t welck oock sulcx den- 3 deser loopende maendt op \'t voorhouden van den Heer van Crüyningen by de voorsz. Wethouders collegie, aliter vergadert zijnde, was geresolveert, volgens d\'A.cte van Eesolutie by hen daer af verthoont, versoeckende daer omme Acte van authorisatie, de penningen procederende van de voorschr. verkochte Pastorye Landen van Heenvliet, die op drie termynen vallen ende verschijnen sullen, als Kerstmis eerstkomende de eerste, ende voorts twee naestvolgende Kersmissen, hem t\'elckeu een gerecht derde-part te mogen ontfangen van de Koopers, omme deselve te mogen beheeren ten behoef als vooren. S o o is \'t, Dat de Gecomm. Raden voorn, gesien den staet van de verkochte Landen van de Pastorye tot Heenvliet voorn, waer af de renten daer op gehouden, vry geldt jaerlijcx beloopen ter somme van 2B3 ponden 10 Schell., ende de Custingh penningen van dien te betalen op de verschyndagen als voren, t\'samen bedragen ter somme van 3995 p. 7 sch. 2 gr. al van 40 gr. \'t pondt, verklaert ende geordonneert hebben, dat de voorsz. penningen die komen en procederen sullen van de voorsz. verkochte Pastorye Landen, door \'aanden van den Ontfanger Jan Commeesz. , of die in der tijdt wesen sal, gelevert sullen werden t\'elcken verschijn dage in handen van de voorsz. Wethouders van Heenvliet, om by deselve ontfangen, daer af in reecke-ninge verantwoordt mogen worden na behooren, midts dat de voorsz. Wethouderen in \'t ontfangen de penningen over den eersten termijn van de voorsz. Custingen, als Kersmis toekomende, den voorsz. Ont-

-ocr page 159-

155

fauger Jan Commersz. nevens de Eente-brieven van de Eenten op de voorsz. Landen gehouden, sullen overleveren behoorlijcke ende suffisante Brieven van constitutie van de Eenten van de voorsz. Custingh penningen, genomen tegens den middel termyn van de selve Custingen, achtervolgende voorgaende Eesolutie wel verseeckert ende specialijck gehipotequeert op Gronden van Erven, ende onder verbintenisse van Wethouders aldaer voor de deughdelijcke betaelinge van de voorsz. jaerl. Eenten; ende dat voorts jaerl. op assignatie van den voorn. Ontfanger, de Wethouderen voorn, onder hare Eecepisse de voorsz. Eenten, soo wel in \'t verkoopen op de voorsz. Landen gehouden, als voor de Custingh penningen als vooren te constitueren, van wegen \'t gemeene Landt sullen mogen lichten, daer toe de Eeutebrieven der selver renten mede als alle d\'andere inhouden sullen dat die de Graefelijckheydt van Hollandt toekomen, ten eynde de voorsz. Ontfanger mede daer af verantwoorden in haerluyder Eeeckeninge; autho-riserende oversulcx mede als noch de Wethouders voorn, d\'inkomsten van de voorn, rente t\'employeren tot betalinge en onderhoudt van den Predicant, Schoolmeester ende voorts tot behoef van de Armen in Heenvliet, van \'t gunt bovendien daer van sal mogen overschieten, daertoe d\'inkomsten der selver renten sullen verbonden blyven.

Heuaden. 28 October 1599. Op \'t versoeck van Bartholomeus van der Stappe , proost tot Baem, binnen Heuaden, ten respecte van de Pastorye-Goederen van Baem geen penningen mogen betaalt worden ten behoeve van den tweeden Predicant binnen Heusden, doordien de selve inkomsten by twee Pastoren, als van Boekhoven uijt de Pastorije van Hedick/mijsen, ende van Vlijmen uijt de Pastorye van Oudhemden, sulex dat hy Suppliant daer af niet en outfanght, zynde niet te min te vreden daer af te laten volgen soo veel als daer van sal overschieten tot furnissement van de 200 ponden ten behoeve van den tweeden Predicant als voren geordonneert, is geappoincteert.

De Gec. Eaden, amp;c. Gelet hebbende op \'t inhoude van desen, hebben verklaert ende geconsenteert, dat het gunt tot betalinge van de 200 ponden jaerlijcx volgende voorgaende Ordonnantie uijt d\'inkomsten van de Pastorye-Goederen in desen niet en sal mogen be-taelt worden , voldaen sal worden ende betaelt uijt de Goederen en Inkomsten van de Abdye van Baern, enz.

Hooghmade. 10 Aprilis 1577. De Staten enz. hebben gheanthori-seert ende bevolen den Bailliuw van Rhynlandt, midtsgaders de Schouten ende Ambachtsbewaerders van Leyerdorp, Coudeherck ende Hooghmade, ende allen anderen, des noot zynde, den Predicnnt des Heiligen Evangelii aldaer Reyer Jansz., te stellen , ende doen stellen, in volkomen possessie ende gebruyek van de bewooninge der Huy-singe, specterende tot de Pastorye in den Ambachte van Hooghmade achtervolgende voorgaende Ordonnantie van de selve Staten van den negeuthienden Marty laetstleden (\'), ende voorts van de Predicatie des

(\') Deze ordonnantie ontbreekt.

-ocr page 160-

156

Goddelycken Woorts binnen Hooghmade in de Kercke aldaar by den voornoemden Keyeb. Jansz. te doen beginnen, innoveren ende te laten ghescbieden, niet tegenstaende eenige oppositie ter contrarie: Lastende ende bevelende daeromme de Staten voornoemt, den Heere van Poelgeest, ende allen anderen, des noot zynde, den voorn. Reyeb Jansz., Dienaer, de bewoninge van de Huysinge voornoemt, te gehenghen ende gedoogen, sonder eenige wederstant ter contrarie, al waer \'t dat het selfde verhuyrt sonde mogen wesen, ende voorts de Praedicatien des Goddelycken Woordts binnen Hooghmade mede toe te laeten naer behooren tot onderwysinglie van de Inwoonderen aldaer. ende daer toe den selven Leeraer alle bulpe ende assistentie te doen: Ordonnerende ende beveelende voorts de Kerck-meesters van Hooghmade voornoemt, de selfde Pastoors Huysinge uyt de Kercken-Goederen aldaer behoorlyck te doen repareren van Deuren ende Vensters, ten eynde \'t selfde behoorlyck mach werden bewoont.

Larum. 28 December 1584. Op \'t versoeck van de Burgemeesteren Regeerders en Kerkmeesters van Larum, om ontlast te mogen zijn van \'t opbrengen van de Pastorye goederen aldaer, over \'t verloop van dien daer vooren syluyden waren gegijselt, immers tegens het ad vijs van den Ontfanger Coolwijck dies aengaende gehoort te mogen werden, Is geappostilleert.

De Gec. Raden enz. gesien hebbende het advijs van den Ontfanger Coolwijck, ontseggen der Supplianten versoeck in desen gedaen; ordonneren de Supplianten in handen van den voorn. Ontfangen te betalen het verloop van de inkomsten van de Pastorye-Goederen in desen geroert, op poene van executie, behoudens de Supplianten dies aengaende haerluyder regres tegen den Pastoor, mede in desen geroerte, ende alle andere, die eenigh bewindt ofte administratie van de selve Pastorye-Landen en Goederen gehadt mogen hebben.

OudelandtsAmhacht. 14 Nov. 1586. Op \'t versoeck van Goveet Ollexdobp, Predicant des Goddelycken Woordts in den Dorpe van Lindt ende Heer Oudelandts-Ambacht, leggende in de Swijndrechische Waert, is volgende dien geordonneert te schryven aeu den Schout, Ambachtsbewaerders ende Gerechten van Oudelandts-Ambacht, Na dien wy verstaen dat aldaer tot Oudelandts-Ambacht een bequame Huysinge is daer eertydts de Pastoren in plagen te woonen, en \'t welck Wy midts desen verstaen geeygent ende gedestineert te zyn tot bewooninge van den Predicant aldaer, te meer, alsoo binnen den Dorpe van Linde, \'t welck mede by Uwe Predicant Goverï Ollenüorp wordt bedient, geeu Huysinge daer toe is, sullen daerom TJ. E. niet nalaten t\' voorn. Pastoors Huys aldaer tot Oudelandts Ambacht staende, \'t welck Wy houden geeygent voor de Predicanten, daertoe sonder eenige swarigheyt te laten volgen, sonder daer in eenighsints U. E. weygeringh te thoonen, of swarigheyt te maecken, gemerckt Wy verstaen dat alorame binnen Hollandt daer eenige Huysinge als noch staen aldaer Pastoren te vooren in gewoond hebben, by de Predicanten sullen worden bewoont, en dat oock de reparti-

-ocr page 161-

157

tien, daer in nodigt zynde, by de Regeerders van de Dorpen respective sullen worden ghedaen enz.

Ouderschie. 4 Nov. 1589. De Staten enz. gesien hebbende de Staeten ende Munimenten henluyden geëxhibeert by Godefkidüs Bax, als Dienaer des H. Evangelii tot Ouderschie, Requirant ten eenre, en die van den Hoogen Ban, Gerequireerden ter andere zyde, op de differenten geresen aengaende de capitale Contributien aldaer, of deselve van de Eequirants Huysinge niet soude mogen werden geheven , hebben de Staten verstaen ende verklaert, dat alsoo de onkosten uyt saeeke van de inlegeringe ende doortochten vau de Ruyteren ende Knechten gevallen, in dese ende gelycke saecken verstaen werden personele lasten , tot betalinge der selve de penningen by Capitale ommeslagh en contributie, ende niet over eeuige Huysen, of andere onroerende Goederen gedaen ende geheven sullen moeten werden, ende dat daer in de Predicanten sullen worden vry gehouden.

Oude Tonge. 17 Aug. 1584. Op het versoeck van A rent Joppe Gybelanut, Inwoonder van de Oude Tonge-, Is denselven in Erf-pacht gegunt het Pastorye Boomgaartjen in de Oude Tonge, jaerlijcks voor de somme van 8 Caroli Guld.

OuwtrTcerck. 5 Maart 1597. De Staten enz. ... gesien de onderrigtinge en advis van den Ontfanger Cohnelis van Coolwijck , hebben ge-committeert den Bailliuw van Arnütlland, om tot optimmeringe van de Pastorye Huysinge of andere bequame woninge binnen den Dorpe van Ouwerherch voorn, met behoorlyke ordre te doen voorsien, dat het selve gedaen mag werden ten minsten quetse, tot laste van de-geenen, of uit soodanige Inkomsten als van ouds gebruikelijk is geweest, of andersints als na gelegentheid der saeke sal bevonden worden te behooren.

Polsbroeck. 6 Jan. 1595. Op \'t versoeck van Pelle Adriaensz. van Steenwijck , om seeckere Passorye Landen in Polshroeck aen \'t Noordeinde onder IJssehteyn ghelegen, die niet te koop en zyn gestelt, gebruyckt by eenen Schryver Jansz. , woonende in den selven Ambachte, by verhuyringe van de Kerckmeesteren aldaer, gratieuselijck in eeuwige Erfpacht te mogen gebruycken, in aensie-ninge van de groote schade by hem door \'t verlies vau de Stede van Oudewater gheleden, hebben Gec. Eaden van de Staten geordonneert, dat de Gecommitt. tot d\'opdracht van de verkochte Pastorye Landen, sullen ondersoecken by de Kerckmeesteren aldaer, wat recht de Kerckmeesteren tot de voorsz. Landen hebben, ende of die tot de Pastorye of Kercke zyn specterende, tot wiens laste den Kercken-dienaer aldaer wort onderhouden, ende of eenige andere Landen, de Landeryen van Polsbroeck toebehoorende, in \'t Zuydt of Oost-eynde aldaer gelegen zyn.

Ryswyck. 28 Juny 1586. De Staten enz.... gesien hebbende \'t advis van den Ontfanger Coolwijck, op de requeste van de Kerckmeesteren van Ryswyck, verstaèn dat de Suppl. de 61 ponden 15 sch. \'s jaers

-ocr page 162-

158

in desen geroert, verschenen in den jare 79 ende navolgende jaren, tot den jare 85 incluys, gehouden sullen wesen te betalen voor een derde deel binnen 14 dagen eerstkomende, en de andere twee derden-deelen op twee halve jaren by gelyoke portie, daer voren sy by faute van betalingh met\'er daet sullen worden geexecuteert.

Ende soo veel aengaet de timmerage by de Suppl. ghedaen aen de Huysinge van den Predicant tot Ryswyck, sullen de Suppl. daer van haer Declaratie ende Bewys overleveren, ten eynde \'t selve gesien, daer op gedisponeert magh worden na behooren.

29 Oct. 1586. De Staten... gesien hebbende\'t advis van den Ont-fanger Coolwijck , verklaren dat alsoo Kerckmeestera van den Dorpe van Ryswyck door de optimmeringe van de wooninge van den Predicant mede gedient zyn , sy eeu derde part daer van gehouden sullen zijn te dragen, ende dat haer voorts Ordonnantie verleent sal worden op den Coraptoire van den voorn. Coolwijck van de twee deelen van 678 ponden 8 schel. 9 den. ter somme van 413 ponden 9 schel, van 40 gr., te mogen korten ende inhouden op \'t verloop van 61 ponden 15 schell. \'s jaers, bedragende tot den jare 1586 in cluys ter somme van 494 ponden munte voorsz.; welverstaende dat sy de reste van \'t selve verloop ter somme van 80 ponden 11 schel, gehouden sullen zijn met\'en eersten op te leggen ende te betalen, ende voorts in de betalinge van de voorn. 61 ponden 15 schell. jaerlijcx te continueren sonder eenigh wederseggen, gelijck sy van oudts ge-daen hebben.

SassenAeim. 13 Oct. 1586. Op \'t versoeck van D. Jacobi, Dienaer des Woordts tot Sassenheim-, om van gelijcken voorsien te mogen worden van eeu Huysinge of gelijcke somme, is mede geordonneert te schryven aen die van Sassenheim, dat sy den Predicant aldaer van een Huysinge als vooren willen voorsien.

ScJiagen. 10 Sept. 1580. Gesien by de Staten van Rollandt de Requeste aen de selve ghepresenteert by Jonckh. Johan , Heere tot Schagen, BarsingerJiorn, Harinckhuysen, amp;fi. Requirant ter eenre, ende d\' andwoordt van de Burgemeesteren en Schepenen van Schagen en BarsingerJiorn, Gerequireerde ter andere zyde, midtsgaders de Staeten ende Munimenten by de voorsz. Parthyen respective tot justificatie van haerluyder intentie, ende t\' haerder defensie geëxhi-beert, ende op alles gelet ende overwogen hebbende dat ter materie dienende was, hebben verklaert ende geordonneert, dat alle de Goederen Specterende tot de Pastorye van Schagen en Barsingerhorn, mitsgaders de Capelle van de Keyserl. Maj., behoorlijcke Staet sal werden ghemaeckt, ende daervan dubbelt ghelevert, soo wel ouder den voorsz. Requirant als de Gerequireerden, elcx in haer reguard, en dat het selve gedaen zynde, den Eequirant sal mogen committeren eeu ghequalificeert Persoon tot d\' administratie ende ontfangh van de selve Goederen, dewelcke uyt synen ontfangh gehouden sal wesen te betalen den Predicant van Schagen ende Barsingerhorn, in sulcken getale, ende tot al sulcken onderhoudt, als de selven tegen-

-ocr page 163-

159

woordigh aldaer in dienst zyn, ende bef aelt worden, midtsgaders de Schoolmeesteren en Costeren aldaer; ende in gevalle boven \'t onderhoudt van de voorsz. Predicanten, Schoolmeesteren ende Costeren eenige penningen sullen mogen overschieten, sullen deselve tot onderhoudt van den Armen van Schagen en Barsingerhorn respective werden geëmployeert; sal voorts den Rentmeester, by den voorsz. Requirant te committeren, de Landen ende andere Goederen tot de voorsz. Pastorye ende Capelle specterende, gehouden wesen openbaer ten overstaen van de Gerequireerden respective te verhuyren ten meesten oorbaer, ende voorts gehouden wesen van syn ontfangh ende administratie alle jaers ten overstaen van den Requirant of sijn Gecommitteerde, ende de Gerequireerde respective, openbaerlijck ende ra voorgaende TCerckgeboden behoorlijcke reeckeninge ende bewijs te doen.

28 Oct. 1597. Op \'t versoeck van Johan, Heere lot Schagen, Barsingerhorn enz. dat alsoo de pastorye Goederen tot Schagen met seeckere schulden belast zijn, uyt saecke van \'t maecken van eene nieuwe Wooninge ten behoeve van den predicant aldaer, ende de pastorye goederen boven \'t onderhoudt van den predicant in suffisant zyn om de voorsz. kosten daaruyt te vervallen, hebben de Gecomm. Eaden geconsenteert, met voorweten en consent van Suppl. te ver-koopen eenige Landen van de pastorye tot Schagen, ten meesten dienste, midts dat de penningen daeraf komende, alleenlyck sullen verstreckt werden tot vervallinge van de onkosten en schulden nyt saecke van \'t getimmert van de Pastorye Huysinge; houdende op deselve Landen soo veel jaerlykse erfrenten tot onderhoudt van den predicant als de voorsz. Landen jegenwoordigh in huyre geldende syn.

8chipluyde. 26 Jan. 1589. De Gec. Eaden enz... gesien hebbende\'t Accord by de Kerckmeesteren van den Dorpe Schiphiyde gemaeckt met den Ontfanger Gornelis van Coolwijck, den 2 Aug. 1580, ende voorts \'t advis van den selven ontfanger, hebben belast ende geordonneert, dat Kerckmeesteren, \'t Pastoors Huys in goede reparatie houden ende doen onderhouden bnyten laste van de inkomsten van de Pastorie aldaer, ende van den Predicant, die \'t selve Huys moet bewonen, sulcx dat daerom geen verdere klachten gedaen werden.

Is geordonneert te schryven aen dea Ontfanger Coolwijck, gesien hebbende ü. E. advis op \'t versocck van Jan Louiiisz., Predicant tot Schiplui/de, aen ons gedaen, ten eynde, ut supra, mitsgaders het Accord by de Kerckmeesteren van Schiplny met U. E. gemaeckt den 2 Aug. 1580, aengaende, de reparatie van \'t Pastoors Huys aldaer, hebben wy de voorn. Kerckmeesters wel scherpelyck belast ende geordonneert, \'t voorn. Pastoors-huys, ut Supra, ende ten eynde het selve te beter mach worden nagekomen ende geeffeotueert, ende den Suppl. van syne verschoten penningen remboursement als naar behooren, hebben wy geconsenteert ende geaccordeert dat ü. E. uyt de penningen van synen ontfangh daer toe sal verstrecken ende doen employ eren de somme van 25 ponden van 40 gr. eens, midts dat U. E. goede opsicht nemen ende serge dragen sal, ende oock met authoiiteyt aenhouden, dat den Suppl. gecontenteert, ende \'t voorsz. Huys by

-ocr page 164-

160

de voorsz. Kerckmeesters in goede reparatie gestelt ende gehouden werde.

Spancoude en Sparendamme. 10 TPelr. 1597. Op \'t versoeek van Jan Clock de Jonge, Schout van Spancoude en Sparendamme, omme de Weer van de Pastorye van Spancoude by hem vau \'t Gemeene Landt gekocht, behalven het Werff van de Pastorye aldaer temogen verkoopen, in 5 partijen te splitsen, naer advenant van dien, te weten op \'t Oostersche perceel naast aen de Pastorye Werve leggende 20 ponden, op het tweede perceel Westwaerdts daer aen leggende 37 p. 10 Sch., op het derde perceel daer aen volghende 40 p., op het vierde perceel daer aen volghende 17 p. 10 Sch. en op het vyfde perceel Rietveld 15 p. erffelycke onlosbare rente van 120 p. die \'t Gemeene Landt in \'t verkoopen van de voorschr. Weer daer op is houdende, door dien den Suppl. de voorschr. Weer in 5 perceelen van meyninge is te verkoopen, \'t welck niet mogelyck soude zyn, ten ware op elck perceel een parthye van de selve rente soude mogen gehouden werden.

Hebben de Gec. Eaden enz. geaccordeert, dat de voorschr. rente van 120 p. als vooren verdeelt sal mogen worden in \'t verkoopen der voorschr. 5 perceelen, mits dat op het eerste perceel in plaetse van 20 p. sal gehouden werden 22 p. ende op het vierde, in plaets van 17 p. 10 Sch., 20 p. 10 Sch., ende voorts tot verlichtinge van het laetste perceel Rietlandt, daer op alleenlycken gehouden sullen worden 10 p. opstals., makende t\'samen de voorsz. 120 p., alles Erffelycke onlosbare renten, verschynende den 1 January als vooren, ende dat tot de seeckertheyt van de betalinge der voorsz. Eente, daer en boven alle andere Goederen van de koopers sullen, verbonden blyven.

Spyckenisse. 27 Juny 1595. Gesien \'t aengeven ende versoeck van Wouter Jansz. Wever binnen Spyckenisse is geaccordeert om redenen in de Eequeste geroert, dat den Suppl. seeckere 4 Gemeten 80 Roeden Landts, wesende twee stuexkens Weylandt, gekomen van de Pastorye van Spyckenisse, sal moghen ghenieten, \'t Gemet voor 140 ponden van 40 gr. \'t pondt in koop, mits voldoende de rantsoenen ende Conditiën gearresteert van de verkoopinge der Pastorye Landen.

Swaegh. 26 Sept. 1590. Op \'t versoeck van Arent Heynderioksz. Predicant in Swaegh, gelegen in de jurisdictie van Hoorn, ten eynde hy volgende d\'Acte van conforraatie van sijn F. G. hooger memorie, op de voorgaende presentatie, Caroli quinti gestelt mach worden in sijn oude possessie, ende dat hy Suppl. sulex by Brieven ende Acte geauthoriseert mach zijn, de Landen tot de Pastorye van Swaegh sorterende, aen te vaerden, ende te ghebruyeken voor synen dienstloon van die van Swaegh, ende daertoe gemainteneert te worden na behooren, of dat den Suppl. met alle sijne mede Dienaren ende Broederen geaugmenteert worden tot 300 guldens jaerl. t\'ontfangen d\'eene helft van die van Swaegh, ende d\'andere helft van Nahuxwoude, is geordonneert te schryven aen de Gec. Raden van West-Vrieslandt

-ocr page 165-

161

■ende den Noorder quartiere, dat men haerluyden wel heeft willen overzenden de Kequeste by den Suppl. gepresenteert, ende alsoo den selven Suppl. is een gebreckelyck Man, die twee plaetsen is bedienende, dat syluyden daer in sulcx willen voorsien, dat den Suppl. mach ghe-bruycken de Pastorie Landen van Sivaegh, ende genieten d\'inkomsten van dien, geduyrende synen dienst, ende de rest van die van Nabux-woude mach ghenieten, t\'samen ghereeckent tot 300 ponden in\'tjaer, of ten minsten dat denaelven Suppl. de voorsz. 300 gulden jaerlijcx mach ghenieten, d\'eene helft van die van Swaegh, ende d\'andere helft van die van Nabuxicoudu, by Generale Ordonnantie, ten eynde een Suppl. dies aengaende goede verseeckertheyt ende contentement mach gegeven worden.

Symonshaven en Biert. 3 Jprilis 1582. De Staten .... hebben geordon-neert, Joiian Commeesz. , Ontfanger van de Goederen gekomen van de Pastorye binnen Si/monshaven ende Biert, met den eersten daer inne te doen voorsien, dat de Huysinge van de Pastorye aldaer, door de laetste storm eensdeels nedergestort ende ontramponeert, met den aldereersten, des doenlijck zijnde, wederomme mach worden opgemaeckt ende gerepareert, sulcks dat den Predicant aldaer be-quaemelyck daer inne mach woonen, ende zijn geaccommodeert, ende dat uyt de inkomsten der stiver Pastorye Goederen, \'t welck denselven Ontfanger in uytgeven syner reeckeniuge sal geleden werden, onder behoorlycke recognitie daer toe dienende.

Vianen. 15 Nov. 1580. De Staten hebben verklaert ende gheresol-veert, dat de betalinge van de Predicanten binnen de Heerlijckheyt ende Landen van Vianen, ghedaen sullen worden uyt d\'inkomsten van de Pastorye-beneficien, en dat de Vicarye Goederen niet worden vervreemt nochte gedistraheerl.

31 Maart 1588. De Staten enz.....hebben met goede kennisse van

saecken , ende omme seeckere respecten verklaerdt ende gheconsenteert, dat niet tegenstaende de Inkomsten van de 18 Margen Landts, gelegen in Thienhoven, ghekomen van den Convente van St. Annen binnen Delft, vooral mede behooren verstreckt ende bekeert te werden tot behoef ende onderhoudt van de Conventualen, nochtans de voorgaande verloopen jaren van dien, ende het gundt van de selve Ir;komsten sal syn ghekomen, ende verschenen tot den jare 1587 in cluys, doordien deselve tot onderhoudt van den Predicant zyn verstreckt, daertoe sullen mogen blyven ghedestineert: Ordonnerende over sulcks de Staten, dat het selfde den Ontfanger Maerten Hendriksz. in syne Eeeckeninge gepasseert sal werden; ende aengaende de Inkomsten van de voorn. 18 Margen Landts, die verder binnen desen, ende den toekomenden Jare van de huyre van dien procederen ende ver-schynen sullen; verklaren ende ordonneren de Staten voorn., dat deselve ontvangen ende gheinnet sullen werden by den voornoemden Ontfanger Maerten Hendeicksz., ende hy hem daer af verantwoort als na behooren ; ordonnerende ende bevelende midts dien den Pachter der voorn. Landen, de penningen van syne huyre voortaen te betalen

11

-ocr page 166-

162

in handen van den selven Ontfanger, op poene van andermael te betalen ; ende ten eynde op de betalinghe ende onderhoudt van den Predicant binnen Vianen behoorlyck voorsien magh werden, verstaan de Staten voorn., dat by de Magistraten der Stadt Vianen, overghe-levert sal werden in handen van de Staten volkomen Staet van de Inkomsten van de Pastorye, Vicarye, ende Getyde aldaer, die tot onderhoudt van de Predicanten in Hollandt zijn gedestineert, omme hetselve ghesien, voorts op het onderhoudt van den Predicant binnen Vianen voornoemt, voorsien te mogen werden als naer behooren.

Voorhoudt. 6 Sepi 1576. De Staten enz. hebben, achter volgende haerluyder voorgaende Consent ende Ordonnantie, als noch gegunt ende geaccordeert aen Jacob Blondeel, te mogen Ontfangen en genieten tot sijnen behoeve ende orderhoudt, boven syne toegevoegde Alimentatie, de Inkomsten ende profyten van de Pastorye ende Vicarye van Voorhoudt-, Ordonneren alle Ontfangers dien \'t aen gaen mach, den Voorsz. Suppliant daer mede te laten beworden , ende de Vruchten en inkomsten van dien genieten ende Ontfangen, soo wel van \'t geene aireede verschenen ende onbetaeldt sal zyn, als \'t geene noch verder sal mogen verschijnen.

24 Aug. 1577. Op het versoeck van de Kerckmeesteren van Voorhout, dat Jacob Blondeel , eertyts Prior ende Kelder van de Abdye van Ëgmont, geordonneert ende bevolen soude zyn, achtervolgende de resolutie van de Staten van den 2 Maert 1575 , hun met de Goederen van de Pastorye ende Cappellerye tot Voorhout niet meer te bemoeyen ende sijn handen daer af te treckeu, latende den Suppliant daer mede bewerden tot onderhoudt van een Predicant, Schoolmeester, ende den Armen aldaer:

Is geappostilleert

De Staten enz. gesien hebbende het versoeck in desen gedaen en daerop de antwoorde van Jacob Blondeel, midtsgaders de Acte van Consent van de Staten voorn, van den 6 Sept. 1576, daer by den voorn. Blondeel de inkomsten ende profijten van de Pastorye ende Cappellerye goederen tot Voorhout, sijn leven langh gednyrende, zyn ghegunt ende geaccordeert, hebben als noch verklaert ende geordonneert, dat den voorn. Jacob Blondeel, boven syne tocgevoeghde alimentatie, sal blijven ontfanghen ende ghenieten de vruchten ende Inkomsten van de Pastorye ende Vicarye Goederen van Voorhout, achtervolgende voorgaende consent ende ordonnantie van de Staten, midts dat denselven Blondeel daeriune tot synen last ende koste sal voorsien, dat de Predicatien aldaer tot Voorhout by een bequaem Leeraer ghedaen moghen werden , dat oock die van Rheynsburgh daer-inne mede sal mogen dienen. Lastende ende ordonnerende daeromme de voorn. Kerckmeesters van Voorhout henluyden hier naer te reguleren, sonder te gehengen ende te gedoogen, dat de voorn. Blondeel hier inne eenigh belet ofte tegenstant werde gedaen.

6 Sept. 1581. De Staten enz.....ghehoord hebbende het advis van

den Ontfanger Coolwijck, ende daer uyt verstaen hebbende, dat den

-ocr page 167-

163

geheelen inkomen van de Paatorye binnen den Dorpe van Voorhout wel bedragende is ter somme van 300 £ van 40 grooten \'sjaers, gestelt zynde in handen van Jacob Blokdebl, eertydts Conveiituael binnen den Abdye van Egmondt, daer uyt deselve oock syne jaer-lijcksche alimentatie is treckende als andere Conventualeo, midts dat by uyt de voornoemde Pastorye Goederen aen de Predicanten, binnen den voornoemden Dorpe van Voorhout ataende, jaerlijcks alleenlijck is betalende 130 der voorsz. ponden, ende dat de resterende IsJO ponden tot noch toe by den voorn. Ontfanger, de Predicanten voornoemt zyn betaelt, sonder yet daer tegens van den voorsz. Dorpe te ontfangen; hebben verklaart ende geordonneert, dat uyt de resterende inkomsten van de Pastorye voorn., die by den voorn. Blondeel ghe-licht worden, boven de voorsz. 120 ponden, die tot behoef van den Predicant als vooren, daer uyt worden betaelt by den voorn. Ontfanger voor desen tegenwoordigen, ende twee toekomende Jaren, gelicht ende ontfangen sal worden t\'elcken reyse jaerlijcks de somme van 60 ponden munte als vooren; ende dat den voorn. Ontfanger voorts daer inne sal doen voorsien, dat die voorn. Huysinge van den Predicant van Voorhout, met den eersten in behoorlijcke reparatied\' ende staat ghebracht magh worden, met assignatie van de betalinghe van dien, uyt d\'inkomsten van de voorschr. 60 ponden jaerlijcks, ende sulcks dat de selve daer uyt gedaen magh worden.

Wassenaar. 9 Mei 1589. De Gec. Raden enz.....gesien hebbende

\'t ad vis van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, hebben om redenen daer in geroert, tot reparatie van de Huysinge van den predicant te Wassenaar, in subsidium gegunt ende geconsenteert de somme van 100 ponden van 40 gr.; ordonnerende den voorn. Ontfanger Coolwijck d\'eene helft van de voorsz. somme te betalen ten behoeve als boven binnen 6 Weecken eerstkomende, en d\'andere helft binnen 6 Weecken daer aen volgende, midts dat die van den Gerechte van Wassenaer gehouden sullen zijn de voorsz. Huysinge ten eeuwigen dage buyten laste van de voorsz. Pastorie t\' onderhouden en te bekostigen, ende daervan alvoren behoorlijcke Acte te passeren, ende te doen leveren in handen van den voorn. Ontfanger, omme bewaert te worden naer behooren.

XII. Schoolmeesters.

Hooghcarspel. 16 Junii 1581. Brieven van Jpprobatie voor die van Hoogh- Carspel om de pastorye goederen tot onderhoudt van een Schoolmeester.

De Eidderschap, Edelen, ende Steden van Hollandt ende West-Vrieslandt, representerende de Staten van den selven Lande. Doen te weten: Dat, alsoo Burgemeesteren, Schepenen ende Regeerders, mitsgaders de Vroedschappen van Hoog-Carspel in Grootebroeck, Ons te kennen gegeven hebben, dat hun Supplianten by syne Exc. in Jan. 1575 , gegundt is het innekomen van de kosterye van de Kercke aldaer, tot onderhoudt van eenen nutten ende bequamen Schoolmeester , omme de Jonckheydt in de vreese Godes, ende alle ge-

-ocr page 168-

164

schicktheydt op te voeden, midts dat het gundt daer van soude mogen overschieten (boven de lasten van Dyokagie ende anders die de Supplianten gehouden zyn te draghen) by den selven tot onderhoudt van den Armen besteedt sullen worden; versoeckende tot Godes eere, ende ten aensien de inkomsten van de kosterye voor de Jaren van 1579 en 1580, niet meer uytghebracht en hebben jaer-lycks, dan ter somme van 134 p. 5 sch. van 40 gr. vl. het pondt, daer van gaende alle onkosten van Dyckagie ende Landschotten, daer af den Staet voor de voorz. twee Jaren mede is overgelevert, de voorn. Acte van Authorisatie by Ons soude werden gheapprobeert. Soo is \'t, Dat Wy gesien het inhouden van de voorsz. Acte van Approbatie hier na volgende:

Mynen genadigen Heere den Prince van Orange, Grave van Nassau, van Catzenellehoge amp;c., Heere ende Baron van Breda, van Diest amp;c., ende Capiteyn Generael over Hollandt, Zeelandt, West- Vriesland I ende UtrecM. Gesien hebbende twee Requesten van de Burgemeeste-ren, Schepenen ende Vroedschappen van Hoogh Carspel in Orootehroeck by deselve Supplicerende haerluyden toetelaten ende te authoriseren, dat sy tot verbreydinge van Godes Woordt, eude goede opvoedinge der Jeught souden mogen employeren de Inkomsten van de kosterye der Kercke van Hoog Carspel, tot onderhoudinghe van een Schoolmeester, nut ende bequaem wesende, mits het overschot van dien converterende tot gebruyck en oorbaer der arme Huysgenoten des Ge-loofs en Lidmaten der Gemeente Christi.

Soo is \'t: Dat myn genadigen Heer op het selve insicht nemande, ende boven dien hebbende gehadt hetadvis van Jr. Dirck van Sonoy , Gouverneur van Noordt-Hollandt, mitsgaders seeckere Certificatie op de waerde ende qualiteyt van deu innekomen van de voorn. Kosterye, heeft verleent, toegelaten ende geauthoriseert de Supplianten, dat sy sullen mogen het selve, by haerluyden gerequireert, nopende de dispositie van het innekomen der Kosterye voorn, employeren, eude gebruycken tot redelijcke onderhoudinge van eenen nutten ende be-quaemen Schoolmeester, omme die Jeught, aldaer zynde, in de vreese Godes op te trecken ende te voeden, aftreckende des niet te min het gene dat de onkosten van Dyckagien, Landschot, Honderste penningen, Margen-geldt, ende dier gelijcke andere Ongelden jaerlycks valt te betalen; tot alle het welcke te doen, mynen genadigen Heere, de Supplianten volle macht ende authorisatie heeft verleent; ordonnerende ende bevelende wel ernstelyck alle de Officieren, Justicieren, Wethouderen, ende andere dien het selve eenighsints aengaen magh, haerluyden hier inne geen belet ofte molestatie aen te doen, nemaer te laten volkomelyok disponeren naer uytwysen deser, want sulcks is de meeninge ende belieften van mynen genadigen Heere, ten oirkonde synen Name hier onder geschreven.

Gegeven tot Middelhurgh in Walcheren, op den eersten dagh January 1575.

Onder stondt, Gtjillattme de Nassau

Lager stondt, By bevel van syne Excellentie Onderteeckent, De Beattdemom.

-ocr page 169-

165

De voorsz. Brieve van Authorisatie van syne Excellencie geadvoy-eert ende geapprobeert hebben , advoyeren, ende approberen by desen, willende ende ordonnerende, dat deselve sullen worden gheeffectueert ende achtervolght, ten eynde die Jonge Jeught aldaer in de vreese Godes magh worden opgetrocken, waer na een yegelyck hem sal hebben te reguleren.

Gedaan tot Amsterdam, onder onsen Zegel hier op gedruckt, den 21 Maert 1581.

Nieuwerkerck. 2 Marty 1587. Op het versoeck van de gemeene Buyren ende Ingesetenen van Niemcerkerck, over haer onvermogen, Is geappostilleert conform \'t advijs van den Ontfanger Cgolwljck.

Dat deselve tot onderhoudt van den Schoolmeester aldaer sullen mogen ontfangeu 50 ponden van 40 gr. \'t pondt; ende dat in regard aldaer tot noch toe egeene Predicant gestaen heeft gehadt, sonder nochtans de Supplianten de Kercken goederen aldaer in handen te stellen, bysonder door dien de voorsz. Kercken-Landen met de Pastory-Landen aldaer gemeen zyn leggende, ten eynile oock die Supplianten gcconstringeert mogen werden een bequaem Schoolmeester te stellen.

Zevenhuysen. 23 Febr. 1599. Alsoo Schout, Ambachts-bewaerders ende Gesworens, Fabryckmeesters ende gemene Ingezetenen van Zevenhuyuen de Staten van Hollandt en Weat-Vriedandt te kennen gegeven hebben, dat in de Parochie-kerck aldaer gefundeert is seeckere Vicarye op de Vrouwen Altaer, staende tot collatie van de Fabryckmeesters als Patronen der selver Vicarye, waer van de jaerlyckse inkomsten uyt-brengen omtrent 70 Car. guldens, ende de laeste Possesseur geweest is Frans Jansz. , nyt krachte van de gifte ende collatie in den jare 1558 aen hem gedaen by de Fabrijckmeesters als Patronen en Colla-teurs derselver Vicarye of Capellanye , door dien niemand in de naest voorlede 40 of 50 jaren tot deselve collatie eenigh recht noch actie en heeft ghepretendeert, of als noch was pretenderende, sulcks dat de voorsz. Fabrijckmeesters daer af in vreedsame possessie waren geweest voor memorie van Menschen, ende uyt kracht van haerluyder Collatie der voorsz Vicarye soo wel by wy\'len Maekten Coenelisz. als by Frans Jansz. over de 50 jaren was gepossedeert geweest, dat mede de jegenwoordige Fabrijckmeesters, vermidts den overlyden van den voorsz. Frans Jansz. haren Schoolmeester van meyninge souden zijn deselve Vicarye of Cappellanye te consenteren een bequaem persoon, om by hem uyt krachte van deselve Collatie genoten te worden de twee derde parten van de vruchten ende inkomsten der selver Cappellanye, midis dat hy gehouden soude worden de Schoole te houden ende voor niet te instrueren de jonge kinderen die aldaer in groote menichte zijn, daer van d\'ouders de macht niet hebben om het schoolgeld te betalen, als in groote armoede haer leven doorbrengende, sulcks dat tot der armen onderhoudt aldaer iu de voorleden Winter verstreckt waren wel 960 Car. guldens, hoe wel d\'or-dinarisse inkomsten van den armen niet meer bedragen als 260 car. guldens; ende doordien in den Ambachte van Zevenhiysen veel jonge

-ocr page 170-

166

kinderen zijn die gesticht, geleert ende geoeffent moeten worden in de vreese des Heeren, en de Supplianten door de sobere neringe ende hare sware lasten geen middelen hadden een schoolmeester en Koster t\'onderhonden, noch ook de voorsz. twee derdendeelen van de voorsz. 70 guldens daertoe nergens na bestant zijn, ende dat het onderhout van bequame Schoolmeesteren similiter met het onderhout van de Predicanten ende Dienaers der Goddelicken Woordts daertoe is ghedestineert; versoeckende daeromme de Supplianten, dat het derde part van de voorsz. Vicarye henluyden soude mogen vergunt worden, om neffens de twee derdenparten gevoeght ende ge-employeert te mogen worden tot behoef en onderhout van den schoolmeester aldaer, ende verlichtinge van \'t schoolgeldt der arme Luyden Kinderen, gelijck de voorsz. Frans Jansz. laetste Schoolmeester, \'t selve derdepart door beneficie van de Staten voorsz. om redenen als vooren uyt gratie gegunt en geaccordeert, dat tot behoef van een beqaem Schoolmeester tot Zevenhuysen en verlichtinge van de arme Luyden aldaer het derde part van de voorz. Vicarye neffens de andere twee derdeparten bekeert ende ge-employeert sullen worden, mits dat goede ordre op de School aldaer onderhouden worde; ordonnerende den ontfanger Cohnelis van Coolwijck hem daernaer te reguleren.

xm. Studiebeurzen. Studiegelden.

19 Fehr. 1579. Zijn eenige gecommitteert om d\'Edelen t\'induceren, te iederen haerluyder recht van Patronaetschap tot fundatie van eenige Beursen, om jongens ter Schoole te mogen leggen, midts dat de Collatie sal blijven tot dispositie van de selve Edelen.

18 Maart 1589. Aan Henhictjs Cesabius, Dienaer des Goddelycken Woordts tot Schoonhoven ten behoeve van zijn soon Gerahdus , om in de Theologie opgetogen te mogen worden, toegekent 72 ponden van 40 gr., telcken half jare de helft van dien, te betalen door den Ontfanger Coknelis van Coolwijck.

25 Nov. 1594. De Gec. Raden enz. hebben op \'t versoeck van de Ouderlingen ende Diakenen van Geervliet, geconsenteert dat de supplianten tot onderhoudt van twee Studenten, jaerl. uit handen van Johan Commersz., Ontfanger, heffen ende ontfangen sullen 100 ponden van 40 gr. vl. het pondt, innegaende 1 Jan. 1594, te weten voor elcken student 50 ponden , uyttereycken ende te betalen uyt het overschot van de 1000 ponden by de Heeren Staten Anno 1580, de Kercke van Geervliet uyt de Canonesie goederen aldaer, tot onderhoudt van den pred., koster en schoolmeester ende kercke aldaer toegekent, in consideratie, dat den Ed. Heere Nicolaes, H;ere van Putten ende van Stryen, Anno 1410 heeft beset ende gestelt eene Fundatie uyt alle syne jaerschot vau Portugael, ende alle synen Landen aldaer seecker gilt tot onderhoudt van ses Kercken ofte Carolis ende oock tot onderhoudt ende behulp van een Schoolmeester, omme de selve Coralen tot Pastoors, Cappellans of andere Kercken-Dienaren opgetogen te migen werden, by den Heere van Groesheeck, Anno 1390 ende van nieuws bevestight uytwysens de Fundatie.

-ocr page 171-

167

22 Febr. 1595. Aan Adamtjs Bellichius , pred. te Montfoort voor ■syn soon, die reeds 6 jaren voor syne studie subsidie van \'t gemeene Landt heeft genoten tot 60 ponden \'sjaers, dat subsidie nog voor 2 jaren geaccordeert.

28 Febr. 1595. Aan Jan Latjkenbz., pred. te Schiplui/den en Jacobus Cobitelisz. , pred. te Loosduynen, tot bevordering van de studie van hunne soons, voor 2 jaren geaccordeert ieder 60 ponden \'s jaers.

13 April 1595. Tot behoef van Dirck Hermausz. Soon van Her-jkantts Herberts, pred. te ter Goude, in plaets van 72 ponden\'sjaers tot de studie, noch voor 2 jaren 100 ponden geaccordeert; en voor den soon van Engelbertus Egmondantjs , pred. te Aelsmeer 60 ponden \'sjaers.

26 July 1595. Tot behoef van Lexard Zegers, Soon van Segerus tan Koninxbergen, pred. te Bodegraven, 60 ponden \'s jaers geaccordeert, en die subsidie den 4 Febr. 1597 verlengd tot Mey 1598, maar niet langer.

18 Jan. 1596/1 Oct. 1597. Aau Lucas Jajstsz. , pred. te Waddinx-veen voor den tijdt van 3 jaren, voor elck van sijn 2 Soonen geaccordeert 60 ponden \'s jaers.

17 July 1596. Aan Daniel Leonardi, Soon van Everardus Homeli, pred. te.....geaccordeert 60 ponden.

19 July 1596. Aau dea Soon van Anna Paenemans, wed. van den pred. Jeremias Bastingius voor 3 jaren verleent 100 ponden jaerl. Den 29 January 1600 voor 2 jaren verlengd.

13 Oct. 1596. Aan Petrus Evbrardi, pred. in den Hoge voor 2 jaren geaccordeert 50 ponden jaerl. voor syn Soon, Den 13 Aug. 1599 voor 2 jaren verlengd.

12 Nov. 1596. Aan Doctor Zanchius voor de goede diensten aen den Lande en de Kercke Christi gedaen, voor syn soon Ludgvicus voor 2 jaren verleent 120 ponden \'s jaers.

10 Maart 1597. Aan Jacob Cornelis van Meurs, pred. te Loosduynen, tot behoef van zyn 2 soonen geaccordeert drie jaren aen een 50 ponden elcks. Den 23 July 1599 nog voor 2 jaren verlengd en verhoogd met 50 ponden.

1 Oct. 1597. Aan Cornelis Christiaensz., pred. te Molenaersgraef en Brandwyck geaccordeert 60 ponden \'sjaers, voor 3 jaren, teu behoeve van syne 3 soonen. Den 2 Dec. 1600 voor een jaer verlengd.

17 Nov. 1597. Ten behoeve van Johannes Cornelet, student wesende van Agatha Goris, weduwe van den predt. Simon Jansz., haar Mans Broeders Soon, geaccordeert 24 ponden \'s jaars en sulcx gednyrende \'t leven van de voorn. Agatha Goris.

23 Jan. 1599. Aan Ursela Laurens, wed. van den pred. Nicolaes Sopingius te Breda, ten behoeve van haer Soon Christiaen voor 2 jaren toegestaen 66 ponden \'s jaers.

5 Febr. 1599. Aan Nicolaes Nicolah predt. te Geervliet ten behoeve van zyn Soon geaccordeert 100 pouden zoo als hy jaerlycks sedert 1594 heeft genoten voor 2 soons te zamen.

27 Febr. 1599. Aan Herman Lelesse, pred. te Gysenniemcerkerck

-ocr page 172-

168

ten behoeve van zyn Soon Johannes toegestaen 60 ponden \'s jaers, voor soo lang hy in studie is.

10 Mei 1600. Aan Jan van Kampen, pred. in Beyerlandt voor 2 jaren verleend /50 \'sjaers voor de theol. studie van zyn zoon.

23 Mei 1600. Aan F. Martinii voor studiis Theologii voor 2 jaren verleend 60 pond \'sjaers.

13 Aug. 1600. Aan Johannes, zoon van Johannes Vruelt, pred. te Lisse, voor 2 jaren toegelegd 60 ponden \'sjaers.

XIV, XV. Subsidien—Toelagen

Uit de hieronder aangeteekende Resolutien van de Staten van Hollandt ende WestVrieslandt, blykt, dat reeds in de XVI eeuw de Regeering een geopend oog had voor de behoeften van menige ker-kelyke gemeente en predikant.

XIV. Subsidien.

2 7 July 1584. Oudetonge. Tot nootelycke reparatie, ende sonderlinghe tot verliooginge van de Vloer van de Kercke, geaceordeert 72 ponden Ie betalen \'/j gereet, l/3 Pinxteren 1585 en \'/s binnen eenjaerdaer aenvolgende.

26 Sept. 1587. Loosduynen. De kosten van den Thoorn van een bequame Kloeke, Uyrwerck en Wyser te voorsien aangewesen op de Inkomsten van de Convente Goederen aldaer.

21 Juny 1588. Heerjansdam. 50 ofte 60 ponden voor de nood-saeckelyckste reparatie» aen de Huysinge van den predicant.

21 Dec. 1594. Vlielandt. Tot reparatie van de Kercke op het VUe aen de Zuydt. Zyde, geaceordeert 1500 ponden, te betalen binnen de jaren 1595, 96 en 97, t\'elken jare 500 ponden, die ter ordonnantie van de Gecommitteerden in het Collegie tot Hoorn, uyt de Inkomsten van Contributien in den Quartiere aldaer jaerl. betaelt sullen worden.

6 Sept. 1599. s Gravendeel. Voor 6 j iren vergund te mogen doen ontvangen en Collecteren van elke tonne klein bier 1 stuiver en van elke tonne swaer bier 2 stuivers, die aldaer binnen den voorschr. tyd van 6 jaren zullen worden gedronken en geconsumeert, mits dat de daeraf komende penningen vooral sullen worden beheert tot behoef en onderhoudt van een Schoolmeester, en het overschot ten behoeve en onderhoudt van de Kercke aldaer.

39 Febr. 1600. Ketel. Voor vyf jaren vergund te heffen 15 stuivers van elke tonne Biers die by de Tappers en Herbergiers,binnen den Ambachte van Ketel gedurende dien tyd sullen getapt en gesleten worden, mits dat de penningen daer af komende sullen worden besteed tot koopinge van een klok, uurwerk en reparatie van den Tooren en Kercke aldaer.

8 July 1600. Voorhout. Voor de reparatie der pastory-huysinge aengenomen het bestek bedragende 220 ponden, waermede verstaen is, dat de predicant voor het eerst genoeg sal wesen geaccommodeert, sonder dat voor dese tydt verdere kosten gedaen sullen worden tot opmakinge van sekere kamer, die noch wel 250 p. kosten soude.

-ocr page 173-

169

12 Aug. 1600. Oostzanen. Uyt de inkomsten van de visscherye aldaer, voor den tydt van 15 jaren eerstkomende, jaerlycks toege-kent 130 ponden uyt handen van den Ontvanger Coenelis van Coolwijck, tot reparatie en onderhoudt van de Kercke aldaer.

XV. Toelagen.

4 Juni 1584. Aan Jan van Campen, pred. te Mynsheerenland geaccordeert 60 ponden in aensieninge van syne beswaernisse.

9 Oct. 1584. Aan Hermantjs Merlinge, pred. te Niemcerkerck, geaccordeert 60 p. als boven, en den 3 Oct. 1586 uogmaels 50 p.

35 Oct. 1585. Aan Valerius Tophinsanus, pred. te Rotterdam geaccordeert 300 ponden, te betalen 50 p. gereet, en alle 6 maanden gelycke 50 p. ter volle betaling toe, daer hy met 8 kinderen is belast.

39 Oct. 1585. Aan Dikck Pietersz., pred. te Voorhurgh en Jero-nimtjs Verselufs, pred. te Schevcningen geaccordeert ieder 50 ponden, in aensieninge van hunne lasten.

31 Jan. 1586. Aan Pieter Cornelisz , pred. te Delf shaven, als hebbende 6 kinderen, 60 ponden.

3 July 1586. Aan Alardus Kneckinck, pred. te Ter Aer, in aeu-sienge van syne verachteringe, 50 ponden.

36 Sept. 1589. Aan den pred. te s Gravesande, wegens de lasten van syne groote Familie, 50 ponden.

10 Maart 1590. Aan Jeremias Bastingitjs pred. te Dordrecht en Gualtertjs Roy Bomelius, pred. te Ley den, ieder 50 ponden, wegens hunne diensten te Utrecht.

15 Maart 1590. Aan Willem van Varick, pred. buyten dienst, /100.— sjaers.

18 Tebr. 1594. Aan Caspae van Eygaekden, pred., (laatst in de Lier) /quot;150 sjaers tot onderhoudt, geduyrende den tydt dat hy sondcr dienst sal wesen.

37 Juny 1594. Aan Johan van Campen, pred. te Nieuwbeyerland, ten aensien van syne groote lasten , boven syne Gagie van 400 ponden 16 ponden jaerl., komende van seeckers Landen, genaemt Gods-Acker.

35 July 1595. Aan Casper Venradius, pred. te......die 11

kinderen heeft, boven het hem toegekende onderhoudt van 150 p., nog toegevoegt 50 p, geduyrende syn leven, en aen syne Huysvrouw 50 p. eens.

15 Jan. 1596. Aan Cornelis Wolphertsz. van der Laer , eertyds pred. te Bodegraven, tot syn onderhoudt toegevoegt voor één jaar 300 ponden. In ] 597 , 98 en 99 dese toelage ook geaccordeert.

9 July 1596. Ten behoeve van het onderhoud van den krankzinnigen pred. van Swartewael FLOEENTirs, by provisie geaccordeert 135 ponden.

31 Oct. 1596. Aan Eudolphus van Uyterwyck pred. te Zuydtlandt ten aensien van syne schulden, en 9 kinderen, waarvan 3 te TFyck wegens die schulden in arrest zyn, 50 ponden toegekend, mits die van Zuydtlandt hem assisteren met 100 ponden.

5 TPehr. 1597. Aan Jan van Campen, pred. te Oud en Nieuwheyer-landt geaccordeert 150 ponden wegens het hebben van 9 kinderen.

-ocr page 174-

170

24 Juny 1597. Aan Wilhelmus Vikck, pred. te Valkenburgh en de beyde Gatwycken, in aensien van sijn 9 kinderen en dat syne Huysvrouwe swanger is, geaccordeert 100 ponden, te korten aen de 2 eerste jaren tractement, en kerckmeesteren aengeschreven dat sy-luyden in plaets van 350 ponden den Suppliant jaerl. 400 ponden sullen betalen.

1 Oct. 1597. Aan Lttcas Jansz., pred. te Waddinxveen 200 ponden eens, opdat hy niet minder sonde hebben dan hy te ter Gouda had.

8 Nov. 1597. Aen CupnJS, pred. te Nieuwpoort wegens de groote laste syner Huyshoudinge 100 ponden extra ordinaris.

XVI. Synodale gelden.

7 Aug. 1586. Op de Requeste van de vier Kercken dienaers van de Sinode van Zuydi-Hollandt, gebesoigneert hebbende ter beschry vinge ende ordonnantie van syn Exc., op de Vergaderinge van de Sinode Nationael in den Hage den tydt van 7 Weecken, is geaccordeert dat de selve by Coolwi.ick sal worden betaelt 240 ponden , midts dat sy haer namen sullen bekentmaecken, en dat andere uyt de Noordt-Hollandhche Sinode van U. L. sullen worden getracteert.

29 Sept. 1589. De Staten enz. hebben in subsidium van de onkosten by de Dienaren ende Ouderlingen van de Kercken binnen der Goude gedaen, geduyrende haerluyder Vergaderinge, op de Sinodale Vergaderinge aldaer, geordonneert Cornelis va^t Coolwijck, Onttanger, te betalen de somme vau 150 ponden van 40 gr., doordien de selve Vergaderinge met consent van de Staten voorn, is gehouden.

XVII Vicaryen. Prebenden enz

(Zie ook by Aanstelling en Bezoldiging van predicanten).

9 Nov. 1583. Aengaende de Cruys-Vicarye ende Vrouwe Vicarye-Goederen tot Ahbenbroeck, alsoo de selve by Joh an Foppen als noch ontfangen worden, ende nochtans de selve Goederen tot onderhoudt van de Predicanten zyn ghedestineert, is geordonneert dat denselven Joh an Poppen daer op gehoort sal worden.

8 Februarii 1584. Aan Cornelis Jacobsz. te Delft hebben de Staten geaccordeert de actie, recht ende toeseggen tot de vruchten van de Vicarye gefuudeert iu de Kercke van Pynaker, mits aan den Suppliant van \'t gunt hy dies aengaende sal kunnen consequeren, een derde part sal laten volgen tot onderstandt van de Predicanten; dat mede den Suppliant gehouden zal zyn d\' inkomsten van dien tot synen laste ende pericule te vervolgen.

27 April 1584. Op het versoek van Wouter Adriaensz. , woonende tot OuderscMe, als Vader en Vooght van Adriaen Woutersz. , omme geadmitteeit ende geauthoriseert te zyn, seeckere Landen, specterende tot de Vicarve ofte Cappelry, gefundeert op den Autaer de 11000

-ocr page 175-

171

Martelaren in de Kercke tot Schiedam, te moghen belasten met Kenten tot ƒ 600 in hoofdsomme, midts dat hy Suppliant, ofte Syn Soon, gehouden sal wesen deselve nae den tydt van vier jaren te lossen, binnen ses jaren achter een volghende t\'elcken ƒ 100.—,

hebben de Staten enz......geeonsenteert ende geoctroyeert, dat

den voorn. Suppliant de Landen van de voorsz. Vicarye sal mogen belasten ende beswaren met Eenten, ter hoofdsomme van 400 ponden van 40 gr., midts dat hy Suppliant, ofte Syn Soon als vooren, gehouden sal wesen nae den tydt van 4 jaren de selve Eenten te lossen binnen den tydt van 4 jaren achtereenvolgende, t\'elcken jare ƒ 100 ende daer voor cautie te stellen in handen van den Ontfanger van de Geestelijcke-Goederen, Cobnelis van Coolwijck, eude by den selven desen te doen registreren, latende voorts het derde-part van de selve Vicarye volghen tot onderhoudt van de Predicanten, achtervolgende voorgaende Eesolutie.

8 December 1584.....Aan Jan Jacobsz., wonendein de Vier polders

binnen den Lande van Voorne geaccordeert de Beneficie gefundeert op \'t Sebastiaens Altaer binnen St. Catharyne Kercke in den Brielle daertoe gedoteert zyn 12 Gemeten Landts, gelegen op den grondt van den Nieuwenhoorn, in den Lande van Voorne, midts dat den Suppliant uyt het inkomen van de Pacht, die alsnu verschenen is, sal gehouden zyn te betalen aen den Ontfanger Commeesz. al sulcke 12 guldens, als hij van \'t jaer 1578, ten welken tyde den Suppliant noch Posses-seur was, noch schuldigh is, ende te betalen de derde part van de geheele Vicarye, tot behoeft ende onderhoudt der Predicanten.

15 Jan. 1585. Op het versoeck van Jr. Johan van deb Does, Heere van Noortwyck, in den name ende als Vader ende Vooght van Joeis van dee Does syn soon, omme te hebben approbatie van de Staten van de Collatie, by Vrouwe Josyna van Deaecken-bubgh , Weduwe wylen Heer Dirck van Ztjtlen, Heere van Sevendeb, Eidder, op des Suppliants Soon voornoemt ghedaen, als waerachtige Patrone, ende Collatrice van seeckere Canonesye ende Prebende, in St. Pancras collegiale Kercke tot Ley den, geïntutileert Petbi Jc Pattli eertydts bezeten by Mr. Eoes van TbesloNg, Deecken des voorsz. Capittels: Hebben de Staten vergunt generale Acte van Appoincte-ment van approbatie, inhoudende verdere Clausule soo verre het derde part van de Vicarye voornoemt niet verstreckt en wort tot behoef van de Predicanten, de Staten voorpoemt de voorsz. Collatie niet en houden voor geapprobeert.

4 Juny 1585. De Staten enz. hebben om redenen in desegeroert, Geeetruyt van Ophesiebt, Dochter van wylen Babbaea van Èbonck-hobst , eenige Dochter van wylen Mr. Dibck van Bronckhobst , gegundt ende geeonsenteert de twee deelen van de Inkomsten van de Vicarye van Vigiliën en Memorien by hare voorouders gefundeert in de Groote Kercke alhier in den Hage, beloopende jaerl. omtrent f48.—, en dat in de plaetse van haer overleden Moeder, die hetselve was geaccordeert haer leven langh te mogen genieten ende gebruyeken

-ocr page 176-

172

tot haer onderhoudt, mits dat het resterende derde part blyven sal tot onderhoudt van de Predicanten.

19 Sept. 1586. Op \'t versoeck van de Kerckmeesters van de Hoog-landtsche Kerck binnen Ley den om voortaan te mogen Ontfangen d\'inkomsten van seeckere Prebende of Canonesie daer van sy door de doodt van Heer Gerrit Goel Collateurs geworden zyn, is gunstig geappostilleert, mits by den Ontfanger Lodewick van Treslong alvorens genoten zynde remboursement van ponden 25 Sch. 11 den. uyt de vruchten van de Canonesie in desen geroert, verschenen in den jare 85, ende 86 te verschynen, ende latende de Huysinge staende aen de Hooghlandtsche Kerck, volgende d\'ordonnantie van Burgemeesteren van Leyden ten behoeve van den Predicant aldaer.

12 Mey 1588. De Staten enz., gelet hebbende op de gherechtig-heydt van de Collatie van seeckere Vicarye, by eenen Heer Jan van der Cappelle, in den Jare 1503 gefundeert, ende thans vacerende door het overlyden van eenen Heer Pieteh van der Burgh; hebben verklaert ende geordonneert, dat de goederen van de voorn. Vicarye gestelt sullen werden onder den ontfangh van Cornelis van Cooiavyck , ende de vruchten ende inkomsten van dien by denselven ontfanghen, omme by hem daer af mede verantwoort te werden als naer behooren, volgende voorgaende Generale Kesolutie; hebben niet te min de Staten, in aensieninge van de dispositie ende verklaringhe van den voorn. Heer Jan ghedaen, in den Jare 1522, gegunt ende geconsenteert, dat de Erfgenamen van de voorn. Jan van der Cappelle, sullen genieten de helft van de zuyvere inkomsten en vruchten van de voorn. Vicarye, tot dat anders daerinne sal wesen geordonneert, afgetogen de helft van het derde part van dien, tot behoef van de Predicanten gedestineert.

21 Mey 1588. Op het versoeck van Pieter van Oy Corstensz., Dienaer des Goddelijcken Woorts tot Warmont, is gedisponeert, ende Acte verleent als hier naer volgbt.

Alsoo Pieter van Oy Corstensz. Dienaer des Goddelijcken Woorts tot Warmont, de Staten van Hollandt, verthoont ende te kennen gegeven heeft, hoe dat er eertydts in levenden lyve is geweest eene Heer Klaes Thol, Priester ende Canoniek in St. Pancras Kerck tot Leyden, de welcke in sijn leven gefundeert heeft seeckere Vicarye, in St. Barbaren Gast-huys aldaer, ende deselve gedoteert met ver-scheyde Parcelen van Goederen; willende expresselijck, dat de gifte ofte praesentatie van deselve Vicarye, sal komen op de oudste ende naeste van den Bloede van wylen Pieter Hendricksz. synen Broeder , naerder blyckende by de Brieven van Fundatie daer van zynde, volgende den welcken den Suppliant tegenwoordelijck is Indubitaet eu seecker Possesseur, ende competeert het Kecht van Collatie, ende presentatie van de voorn. Vicarye, als hem aenghekomen wesende by het overlyden van wylen Mr. Melis van Oy Corstensz. , des Suppliants Broeder, in sijn leven ketste Possesseur van de voorn. Vicarye, ende van selven wesende de oudste ende naeste van deu

-ocr page 177-

173

Bloede, in aensieninge van de welcke de selve Possesseur hem Suppliant in den jare 1587, uaer het overlyden van synen Broeder is geaccordeert, als \'t blijckt by de Appostille daer van zynde; ende ■door dien dat den Suppliant tegenwoordelijck seer is verachtert, ende belast met veele sware schulden, soo ten reguarde van de menigh-vnldighe achtergelaten schulden ende lasten van synen voornoemden Broeder, ter oorsaecke van de welcke den Suppliant langen tydt ghevangen is gheweest binnen Utrecht, ende meer beschadight dan alle syne naegelaten Goederen importereu, als oock insonderheydt dat den Suppliant zedert, ter oorsaecke van de Religie sijn Vader-landt te verlaten, ende te exileren in vreemde Landen, mitsgaders by de Spanjaerden, in den Jare 1578 geplondert, ende berooft is geweest van alle syne Goederen, in den Lande van Groeningen, alwaer hy hem hadde begeren, sulcks dat hy Suppliant ghekomen wesende op syne oude dagen, hem van de voornoemde syne lasten ende schulden niet en weet te bevryen, ten zy hem werde geaccordeert te mogen verkopen seeckere twee parthyen van Landen, ghelegen in den Ambachte \\\':ui Valckenhurgh, elcks groot anderhalve Margen,^ die tot de voorn. Vicarye zyn behoorende, ende ghedoteert, volgende de voorn. Brieven van Fundatie, daer van Extract authentijcq de Staten is verthoont, als om gelijcke oorsaecke onlangs geconsenteert is by de Staten, Jan Klaesz. van Alphen te verkoopen ettelycke Landen, specterende tot gelijcke Beneficie daer van hy is Possesseur ende Col-lateur, hoewel in praejuditie van syne Broeders, op den welcken naer synen, ende syne Kinderen overlyden het selfde beneficie met de Goederen daer toe behoorende, moesten komen, het welck cesseert ten reguarde van den Suppliant, als geen Broeders noch Vrunden hebbende, die by de verkopinghe van deselve Landen sullen zyn geïnteresseen, versoeckende daeromme de Suppl. seer ootmoedelyck, dat de Staten believen hem Suppl. te consenteren ende octroyeren de voorn, parthyen elck van anderhalve Margen, te mogen verkopen, ende de Kopers van den eygen der selver Landen, te mogen doen behoorlijcke traditie ende opdracht, omme met de penningen daer van komende, hem selven te helpen uyt den tegenwoordigen noot, en daer mede te mogen onderhouden Wyf ende Kinderen, daermede hy is belast: Soo 1st. Bat de Staten voorn, in aensieninge als voren , ende omme den Suppl. in synen ouderdom ende noodt te mogen helpen ende sub venieren, voor soo veel in hen is, ende on vermindert een yeghelyck sijn gerechtigheydt, bewillight, geconsenteert, ende den Suppl. alhier geauthoriseert hebben, ende authoriseren den Suppl. by desen, de voorschreven twee parthyen Landts, elck van anderhalve Margen, te mogen verkopen, ende de Kopers van den eygendommen derselver, te mogen doen behoorlijcke opdracht ende traditie, mits dat deselve Landen verkocht sullen worden op conditiën te betalen, de twee derden deelen ghereet, ten eynde den Suppliant hem daer mede in den noodt magh behelpen, ende het derde derdendeel houdende op renten, op de voorsz. Landen gehypotheceert; welcke renten by den Ontfanger Coenelis van Coolwijck, tot onderhoudt van de Predicanten, sullen ontfangen worden, tot dat anders daer iune sal

-ocr page 178-

174

wesen worden voorsien ende geordonneert; lastende ende ordonnerende daerom de Staten vooru., een yegelijck die het aengaeu mach, lieu daerna te reguleren. Gedaen amp;c.

27 Mey 1588. Op \'t versoeck van de Meesters van St. Elisabets Gasthuys, of \'t Vrouwenhuys binnen de Stede van Rotterdam, omme te mogen genieten de vruchten van de Landen, ende Renten van seeckere Vicarye, gefundeert in St. Jacobs Capelle tot Rotterdam, by de Hooftmans aldaer Anno 1585, getransporteerd op St. Nicolaes

Gasthuys: Is geappostilleert..... dat de Supplianten de Vruchten

en Inkomsten van de Vicaryen in desen geroert voortaen trecken en ghenieten sullen na behooren, sonder dat de Supplianten, gehouden sullen zyn het derde part van dien te laten volgen tot onderhoudt van de Predicanten, mits dat den Ontfanger Coolwuck daertegens niet gehouden sal zyn te restitueren de Vruchten en Inkomsten, by hem van de voorn. Vicarye genoten, maer daer af de Staten te verantwoorden als na behoren.

7 July 1588. Op het versoeck van Jr. Daniel van Wyngaerden, omme te hebben approbatie ende ratificatie van den transporte, ende cessie van seeckere Beneficie ofte Vicarye, eertydts gefundeert in de Kereke van Voorschoten, tot behoef van St. Laurens Autaer, op hem Suppliant gecedeert, by Jr. Flokis Seecles, als Collateur en Pos-sesseur van de voorn. Vicarye, hem van syne Moeders zyde aenge-komen, van wylen Heer Plobis, Oom van Wyngaebden, in syn leven Raedt ordinaris in den Hove van Hollandt, als wesende van deselve Pamilie, te meer, alsoo de voorsz. Beneficie by alienati.e van Heer Dikck van Swieten , op de voorn. Heer Ploris is gekomen; Hebben de Staten gesien de Brieven van Transporte, Cessie ende Overdrachte van de Beneficie ofte Vicarye van den 21 Pebruary laetstleden, in desen geroerdt; deselve met goede kennisse ende in-sichten geapprobeert ende geratificeert, on vermindert een yegelijck syne gerechtigheydt, ende mits dat de selfde als andere, hem mede sal hebben te reguleren naer voorgaande Resolutie van de Staten, daer by het derde part van de Inkomsten van de Beneficie ofte Vicarye tot behoef van de Predinanten is geaccordeert; ende dat tot dien eynde het voornoemde Transport, neffens desen by den Ontfanger Cornelis van Coolwijck sal worden geregistreert.

9 Oct. 1588. Het versoeck vau Dirck Cornelisz. , wonende tot Ursem, en de Scheepenen en Regeerders van Schermerhoorn met hem gevoegt, omme te moogen genieten de inkomsten van seeckere Beneficie en Vicarye, gefundeert op de Capelle in Myle, genaamt (}nse lieve Vrouw in \'t Riet, staende ter gifte en collatie van den Abt van Egmont, vaceerende door het overlyden van Mr. Thomas; hebben de Staten afgeslaagen, alsoo de Staten verstaen, dat de Inkomsten van de voorschr. Beneficie en Vicarye, en andere dier gelijke, die voortaen vaceeren sullen, agtervolgende voorgaende Resolutie tot behoef vau de Predicanten, elke binnen den Quartiere aldaer de selve vervallen sullen, sullen moeten worden verstrekt en geeraploieert.

-ocr page 179-

175

IB Oct. 1588. Op het versoeck van de Burgemeesteren ende Regeerders der Stadt llaerlem, ten eynde haerluyden ten behoeve van het Weeskindt van Mr. Thomas Nicolai , gheuaemt Nicolaes Thomas , oudt omtrent 16 jaren, omme ter Schoole te mogen continueren voor den tydt van 4, 5 , ofte eeuighe verdere Jaren, uyt mededogentheydt ende compassie van de Weduwe ende hare Kinderkens, souden mogen vergunt worden de Inkomsten van seeckere Beneficie ofte Vicarye, gefundeert op de Capelle in My sen, genoemt onze Lieve trouwe in het Piet, ghestaen hebbende ter gifte ende Collatie van den Abt van Egmondt, niet tegenstaende ghelijcke Inkomsten, ten behoeve van de Predicanten zijn gedestineert, volgens voorgaende Appoinctement van de Staten:

Hebben de Staten.....verklaerdt ende geconsenteert, dat tot behoef ende onderhoudt van het voornoemde Weeskindt Nicolaes Thomasz. , uyt de ghereetste Inkomsten van het bovengenoemd Beneficie ofte Vicarye, voor den tydt van 3 Jaren eerstkomende, uytghe-reyckt ende betaelt sal worden 60 ponden van 40 gr. \'s jaers, by den Ontfanger Cornelis van Coolwijck , mits dat het voornoemde Weeskindt daer op middelertydt ter Schoole sal worden ghehouden, ende voorts alle goede opsicht nemen, dat de verdere Inkomsten van de voorn. Beneficie mogen worden geinnet ende ontfangen, ende ten behoeve van de Predicanten geemployeert, sulcks dat van de Inkomsten van deselve Vicarye magh verantwoordt worden, jaerlijcks tot sulcken somme, als deselve voor het overlyden van den voorn. Mr. Thomas Nicolai uytgebracht hebben.

5 Jan. 1589. Op \'t versoeck van Jan Willemsz. van der Cappelle, woonende alhier in den Huge, om te mogen genieten de Collatie ende inkomsten van seeckere Vicarye, by wylen Heer Jan van bek Cappelle, Canoniek, op \'t Hoff alhier gefundeert, \'t welck door \'t overlyden van Mr. Jan van dee Btjkgh vaceerende is, ende op eene van de naaste van den Bloede van den voorn, van der Cappelle, volgende de fundatie behoort geeonfereert te worden; hebben de Gec. Baden enz. gehoort \'t rapport van de saecke ende differente gereseu op de collatie van de iukomste van seeckere Vicarye ut Supra, ende gelet op de voorgaende dispositie van de Staten, daer by de erfgenamen van wylen Heer Jan van deb Cappelle om seeckere goede insichten is geaceordeert te mogen genieten de helft van de inkomsten van de voorsz. Vicarye, den Ontfanger Cornelis van Coolwijck gelast, de selve te laten volgen by provisie, tot dat anders daer in sal wesen geordonneert, onvermindert het derde part van de inkomsten van deselve Vicarye tot onderhoudt van de Predicanten gedestineert, mits dat het resterende derde part van de suyvere inkomsten van de voorsz. Vicarye sal volgen ten behoeve van de voorn. Jan Willemsz. van der Cappelle , mede by provisie ende tot dat anders daer in by de Staten voorn, sal wesen gedisponeert enz.

17 Feb?-. 1589. De Staten hebben in aensieninge van den soberen Staet ende groote belastinge van Cornelis Dirck Pluym, ende dat des Suppl. Huysvrouwe eene is van de naeste van den Bloede van

-ocr page 180-

176

•een Fiindateur van seeckere Vicarye in de Kercke van Nieuwe Nyedorp, verklaert ende geordonneert, dat geduyrende \'t leven van den voorn. Suppliant ende synder Huysvrouwe tot onderhoudt van henluyden en haerlnyder Kinderen jaerlijcx voortaen nytgereyckt sal worden een gerecht derde part van de suyvere inkomsten van de voorn. Vicarye by de possesseurs van dien, alsoo de Staten voorn, den voorsz. Suppliant ende sijnder Huysvrouwe \'t voorsz. derde part gegnnt hebben, ende gunnen by desen, om redenen als vooren \'t gemene Landt uit d\'inkomsten van de voorn. Vicarye competerende tot onderhoudt van den Predicant, achtervolgende voorgaende Resolutie van de Staten.

13 Maart 1590. Op \'t versoeck van Clement Jansz. Scholier tot Alchnaer, om te hebben approbatie van de Collatie by Gerbergh Theeusch, sijn Groot-Moeder, op hem gedaen als wettige collatie van seeckere Vicarye of Capellerye, leggende in den Dorpe van Oudenierop, in den jare 1580, ende oock van de confirmatie by den Suppl. daer van geimpetreert van de Gec. Raden binnen den Noorder quartiere van Hollandt, is geappostilleert:

De Staten enz. gesien hebbende de Brieven van collatie en representatie in desen gheroert, ghepasseert voor Mr. Jan Aueiaensz. , den 29 Juny 1589 (sonder reguard te nemen op d\'Acte van Approbatie van de Gec. Raden van West-Vrieslandt, den 14 Sept. daer aen verleent), hebben de selve collatie geconfirmeert ende geapprobeert, welverstaende dat het gerechte derde part van d\'inkomsten van dien gelicht ende geheven sal worden tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, achtervolgende voorgaende resolutie van de Staten.

29 Juny 1591. Placaet, nopende het aenbrengen van de Prebenden Canonicael, Olficien, Beneficien, Scholasts-ryen , Vicaryen ende Kosteryen, staende ter Collatie van de Graeffelyckheyt.

De Ridderschap, Edelen en Steden van Hoüandt ende Westvrieslandt, representerende de Staten van den selven Lauden, Allen den geenen die dese jegenwoordige sullen sien of hooren lesen Saluyt. Alsoo onder andere Gerechtigheden, de Graeffelyckheyt van Hollandt en fFest-vrieslandt, van allen ouden tyden gecompeteert en toegekomen hebbende mede is \'t recht van Patronaetschap, ende collatie van verscheyden Prebenden Canonicael, Officien, Beneficien, Scholasteryen, Vicaryen en Kosteryen in verscheyden Kercken en Godtshuysen binnen den voorschr. Lande. Dat mede aen de voorschr. Graeffelyckheyt gekomen ende gedevolveert zijn de Goederen en Rechten van verscheyden Geestelicke Lichamen ende Collegien, mitsgaders van dengeenen die hen by de vijanden des gemeenen Vaderlandts begeven hebben, erde partye van deselve zyn houdende, en over snlcks oock het recht van Patronaetschap, het welcke deselve Geestelycke Lichamen, Collegien ende anderen, hen by den Vyandt begeven hebbende, ende de partye van deselve houden, gecompeteert heeft; Ende dat \'t sedert den jegen-woordigen oorloge verscheyden Persoonen hem vervordert hebben de Collaties van deselve Prebenden, Beneficien, Officien, Scholasteryen en Kosteryen tot hen te trecken, deselve confererende den geenen die

-ocr page 181-

177

hen goed gedacht heeft, ends deselve stilswjgeude occuperende: Ende dat arger is, hem niet en ontsien, de Goederen totte selve Prebenden, Beneficien, Offioien, Vicaryen, Scholasteryen en Kosteryen behoorende, onder zich te slaan, te incorporeren en voor hem eygen te blyven besitten, en oock alle vrye Goederen te alieneren, waer door de Gerechtigheden van de vrorschr. Landen grootelycks souden worden vermindert, ten ware by Ons daer inne werde voorsien. SooIsT,dat wy by advis van den President ende Baden van den Hove Provinciaal van de voorschr. Landen , geordonneert hebben ende ordonneren by desen, dat een yegdijck wie hy zy, die uyt voorgaeii Je deugh-delycke titule eenige Canonicx Prouven, Vicaryen, Officien, Beneficien , Scholasteryen, Kosteryen, of eenige andere Goederen totte selve specterende, besit, \'t zy uyt sijns selfs name, ofte uytten namen van andtreu, daer van de Collatie ende het recht vau Patronaetschap, de voorschr. Gratffelyckheyt competeert, ofte eenige Geestelycke Lichamen ofte Collegieu, ofte eeuige Persoonen houdende de Parthye van de gemeeue Vyanden deser Landen, dat deselve hare titule», ofte Copye autheutijcq van dien, met pertinente specificatie ofte verklaringe van de Landen, Benten ei de andere Goederen, tot deselve Prebenden, Officien, Beneficien, Vicaryeu, Scholasteryen ende Kosteryeu behoorende, met oock pertinente aenwysinge van de gelegentheyt, belenden, jaerlycksche inkomen ende Bruyckers der Landen, Debiteurs ende Hypoteecque der Benten, Pachten , of Chynsen, sonder yet te ver-3 wij ge ii, binnen 4 maenden eerstkometde na de publicatie van desen, brengen ofte seynden sekerlyok in handen van mr Nicolaes van Zeyst, Advocaat voor den Hove van Hollandt, de wekken wy daer toe gecommitteert hebben, om alle hetselve by hem geregistreert te worden, op poene dat soo wie hier van in gebreecke sal blyven, of eenige Prebenden, Beneficien, Vicaryen, Officien, Scholasteryen of Kosteryen daer naer bevonden sal worden te besitten, uyt saecke van voorgaende deughdelycke titule, dat deselve, den voorschr. tijdt overstreecken zijnde, metter daedt ende sonder dat van noode sal wesen eeuige andere Sententie ofte verklaringe te verwachten, vervallen sal wesen van sijn recht, ende sal alsdan met deselve, ende de Goederen daertoe specterende, by ons gedaan wortlan, soo wy bevinden sullen tot der Landen dienst te behooren. En sullen de Occupateurs der voorschr. Bechten en Goederen, daerenboven arbitra-lijck worden gecorrigeert als de geene die ter quader trouwen des Graeffelijckheyts Bechten hebben willen verminderen. Ende aengaende de geene dtwelcke eeuige van deselve Prebenden, Officien, Beneficien, Vicaryen, Scholasteryen ende Kosteryen ofte eenige Goederen lotte selve behoorende, besitten ende occuperen, sonder eenige Collatie ofte andere denghdelijcke ende rechtveerdige titule, dat deselve al soodanige Prebenden, Beneficien, Officien, Vicaryen, Scholasteryen ende Kosteryen, ende de Goederen tot deselve behoorende, met pertinente verklaringe als vooren, binnen een gelycken tydt sullen aen-brengen aen den voorschr. mr. Nicolaes van Zeyst, en daer van afstant doen, op de verbeurte van de weerde derselver Goederen, boven de restitutie derselver, erde van de vruchten van dien, daer

12

-ocr page 182-

178

inne wy verstaen dat deselve onwillige Occupateurs, in alle rigeur gecondemneert sullen worden by onse Gecommitteerde Raden, dewelcke wy ordonneren in de processen ende geschillen, die ter oorsaecke vöorschr. geintenteert sullen worden sonamierlijck te procederen , alsoo wy hetselve tot der Landen dienst hebben bevonden te behooren. Gegeven in den Huge onder het Zegel van den Staten hier op ge-druckt in forme van Placate, den laestleden Junii, in\'tjaeronsHeeren vijftien hondert een en tnegentigh. Onder Stont, Ter ordonnantie van de Staten. Geteeckent, C. de Rechtere.

29 Jpril 1594. Brieven van Confirmatie op het Accord tusfchen Wees-meesteren van het Wees-huys tot Lei/den, ende Elias Ryt van seeckere Vicarye.

Alsoo de Meesteren van den Armen-Weeshnyse der Stadt ,

Harman Eliasz. de Rijt, als Vader ende Vooght van Elias de Rijt, synen Soou, Possesseur van seeckere Vicarye in de Vrouwen-Kercke tot Leyden , eertijdts gefondeert by eenen Nicolaes Adeiaensz., met hem gevoeght zynde Edüwart van Lodestetn , Ontfanger van de gemeene Middelen tot Delft, Coliateur van de voorsz. Vicarye, ende Neeltgen Hüygens, Weduwe van Cobnelis Willemsz. tot Valckenburgh, de Gecommitteerde Raden van de Staten van Hollandt ende West- Vrieslandt, te kennen gegeven hebben, dat tusschen de voorn. Meesteren van den Armen Wees-hnyse, ende den voorn, de Rijt, in qualite voorn, ter eenre; ende de voorn. Weduwe ter andere zyde, ettelijcke jaren in Proces gheweest zynde voor den Hove van Hollandt, ter saecke van 2 Margen Lands, gelegen in den Ambachte van Vahkenhurgh, die vermist werden, ende daer van by de voorn. Meesteren van den Armen-Weesen, ende de Rijt Sententie gerap-porteert is tot haren voordeele, ende de voorn. Parthyen eyndelijck met den anderen in het minnelijck verdragen waren, als dat onder anderen de voorn. Weduwe, ten behoeve van den Possesseur der voorschr. Vicarye, in plaetse van de vermiste 2 Margen Lands, soude betalen ƒ 1050 gereet, ofte ƒ 1200 op vier termynen, als den 1 Nov. 1594, 1595, 1596 en 1597, omme de voorz. penningen ter somme van ƒ 1050 aen Landen of vaste Renten, ten behoeve van de voorsz. Vicarye te werden beleydt, nader blyckende by denselven Accorde, ende de condemnatie van den Hove van Hollandt, by de Supplianten ge-exhibeert; ende alsoo hen Thoonders tol haer-luyder vorder verseeckertheydt op het voorn. Accord van nooden waren onse Brieven van Approbatie ende Confirmatie, sonderlinge ter opsichte van de voorn. Vicarye; biddende ende versoeckende daeromme, dat het voorn. Accord van wegen het ghemeene Landt gbeapprobeert, ende geconfirmeert soude worden ; hebben de Gecomm. Raden voorn., gesien het voorn. Accord ende Condemnatie van den Hove, in aensieninge als vooren, het voorn. Accord na syne forme ende inhouden geapprobeert ende geconfirmeert, approberen ende confirmeren by desen, midts dat de voornoemde ƒ 1050 te betalen in ghereede Gelden als voren, beleydt sullen worden aen Landen ofte vaste Renten, ten behoeve van de voorn. Vicarye, ten overstaen

-ocr page 183-

179

van den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, die daer af notitie sal houden, en ontfangen het derde part van dien (tot behoef van de Predicanten) volgens de Generale Kesolutie van de Staten.

6 \'Oct. 1594. Alsoo Aeghje Willems tot Delft, de Gee. Raden van de Staten te kennen gegesren heeft, dat eeuen Christiaen Pie-tersz. eerstijdts alhier in de Parochiale Kercke van den Haghe ge-fundeert heeft seeckere Beneficie ofte Vicarye, geintituleert Anthony, ende hetselfde gedoteert met 18 ponden Hollandts\'sjarrs, op seeckere 9 Hondt Landts, of daeromtrent, gelegen Noordwaerts van het Haegsche Bosch , tot 7 ponden 10 schell. op seeckere 6 Hondt-Landts, luttel min ofte meer, mede aldaer gelegen, tot 5 gelijcke ponden, op 2 verscheyde Huysen, staende in de Kerck Straet van den Hage, tot 4 ponden Hollandts jaerlijcks, ende van een Huys en Erve, staende aen de Oostzyde van de Speuye aldaer, twee ponden Hollandts, breeder in de brieven van fundatie gespecificeert; willende de voorn. Fun-datrice dat recht van de collatie van de voorn. Beneficie soude komen op de drie naeste van de Vrunden, gekomen van de Linie van haer-Fundatrice, dat by successie van tyden het voorsz. recht van Patro-naetschap, gekomen was op Alydt Hessels en Quiryn Jacobsz. , als in der tydt wesende de naeste, gekomen van de Linie van de voorn. Fundatrice, hadden Jan Jansz. Meeckeren, als Man ende Vooght van de voorn. Alydt Hessels, ende deselve Alydt Hessels , mitsgaders Quiryn Jacobsz. , ten overstaen ende met advis van Mareitgen Quiryns, mitsgaders mr. Huygh Jansz. syn Vooghden, het recht van Patronaetschap van het voorschr. Beneficie gecedeert ende ghetransporteert haer Suppiiante blyckende by twee verscheyde Transporten daer van ge-exhibeert; ende hadde sy Suppiiante op het eerste Transport gedaen by de voorn. Alydt Hessels , geobtineert Acte van Confirmatie van den Bisschop van Utrecht-, ende alsoo sy Suppiiante daer naer bevonden hadde (soo sy meende) tot de selve Beneficie mede te behooren, de voorn, twee parceelen van Landen, hoewel de voorn. Fundatie alleen vermelde van de voorschr. 7 ponden Hollandts 10 Schell., ende 5 ponden Hollandts uyt de voorn, parcelen van Landen gaende, hadden met advis van Eechts-geleerden , omme haer proffijt met de voorn. Landen te doen, haer daer op vertrouwende den eygendom van de voorn. Landen, verkocht aen Jr. Arent van Dorp, voor de somme van f 800; dan naer dien sy Suppl. naderhandt was onderrecht, den eygendom van de voorschr. 9 hondt Landts haer niet te competeren, maer dat deselve aen de voorn. Beneficie behoort te blyven, ende nochtans het voorschr. Landt niet en soude wesen te recouvreren, dan met groote koste en schade van haer Suppl., versochte dat de alienatie ende verkopinge van de voorn. Landen by haer als voren gedaen, midtsgaders het voorschr. transport van het recht van Patronaetschap den voorn. Quirijn Jacobsz. gecompeteert hebbende tot haer snppliants proffijt verleden , te willen agrieëreu ende approberen, midts dat sy Suppiiante te vreden is binnen \'sjaers de penningen, by haer van het voorn. Landt ontfangen, te beleggen op Renten, wesende wel gehypotheqneert, ofte de voorschr. Vicarye te transpor-

-ocr page 184-

180

teren met goede suffisante eu wel geliypothequeerde Rentebrieven, tot gelijcke somme toe: Hebben de Gecomm, Eaden van de Staten voorn., ora redenen als voren, de alienatie ende verkopinghe van de 9 hondt Landts, aen Jr. A rent van Dorp gedaen geaggreërt, ende geapprobeert, aggreëren, ende approberen by desen, mits dat de Suppl. gehouden sal zijn, binnen \'sjaers in Landen van den ontfanger CoRNELIs van Coolwijck te leveren een Rentebrief van de Renten, die deselve sal hebben geconstitueert ter losse penningh 16, ter Hooft-somme toe van 800 ponden, daer voren de voorn. Landen als vooren zijn verkocht, suffisantelijek gehypothequeert, welcke Renten tot behoef van de voorn. Lauden sullen blyven geeygent ende gedestineert, sulcks als de voorz. Landen te vooren zyn gheweest; hebben voorts de Gecomm. Eaden het Transport van het recht van Patronaetschap in desen geroert, gedaon op de Suppl. alhier, te vooren gecompeteert hebbende den voorn. Quiryn Jacobsz. mede geapprobeert ende geconfirmeert, onver-mindert een yegelijcks gerecht igheydt; wel verstaende, dat het gereetste derde part van de Inkomsten van dien, by den voorn. Ontfanger Coolwijck , van wegen het gemeene Landt sal ontfangeu worden, tot behoef ende onderhoudt van de Predicanten, achtervolgende voor-gaende Resolutie van de Staten.

22 Dec. 1594. Op het versoeck van Jr. Joost van Amstel van Muyden, Ambachts Heere tot Loendersloo, om te mogen genieten de possessie en \'t recht van de Vicarie, de eene gefuudeert in de Capelle van Loendersloo, ressorterende onder den Gestichte van Utrecht, en d\' ander in de Carspel Kercke van Loenen, gelegen onder Hollandt; gesien de antwoort van den Schout, Gesworens, Ambachts bewaerders eu Kerckmeesters tot Loenen, hen beklagende over \'t Appoinctement van de Staten van Hollandt ende West-Vrieslan dt, daerby den voorn. Requirant, den 2 Juli 11. surcheantie verleent is tegens voorgaende Appoinctement van de Staten, van den 2 Maart 1580, daer by de Gerequireerde geauthoriaeert zyn tot den ontfangh der Kercke-Pastorye ende Vicarye Goederen aldaer, tot onderhoudt van den Predicant ende Schoolmeester van den voorn. Dorpe, tot reparatie van de Kercke ende alimentatie van den ouden Pastoor aldaer, reserverende de Collateurs haer Recht ende Collatie, ende het Recht Ju» Tatronatm, sulcks hetselve in Hollandt werds ge-bruyckt, midts daervan doende aan den Heere van Croonenburgh goede reeckeninghe, bewys ende reliqua, naer breeder inhouden van den selven Appoinctemente: Is gheappostilleert:

De Staten enz., op het versoeck van Joost van Amstel van Muyden, Ambachts Heere van gesien het antwoordt

van den Schout, Gesworens, Ambachtsbewaerders ende Kerck-meesteren tot Loenen, midtsgaders de stucken daerbenevens geexhibeert; hebben verklaert ende geordonneert, dat de surcheantie in desen verleent, sal bly ven gecontinueert, ende de saecke ten principalen vervolght en gedecideert sal worden by wegen van Justitie.

27 Dec. 1594. By den Ontfanger Johan Commersz. vertoont zynde

-ocr page 185-

181

sekere Brieven van den Hove van Hollandt, van den tweeden deser Maendt, daer by denselven overgesonden is seeckere Eequest van wegen Nicolaes van Abbenbroeok, als Oom ende Vooght van Gekrit Kamerlingh, den selve Hove ghepresenteert, daer by vsr-socht is Mandament, dat de insinuatie, sommatie, ende ghecommit-teerde executie van het derdepart van den inkomen van seeckere Vicarye, gefundeert in de Kercke tot Abbenbroeck, op St. Anthonis Altaer, daer af hy Patroon is, ende de Collatie ghedaen heeft op den voorn. Kamerlingh , kosteloos ende schadeloos afgedaen soude mogen worden, ofte dat den Suppliant, Ontfanger, binnen 14 dagen naer de receptie van de Brieven, syne redenen ter contrarie soude verklaren voor Mr. Frederick Verhorst, Commissaris van den selven Hove: Hebben de Gec. Kaden verstaen ende verklaerdt, dat den voorn. Ontfanger voor den Commissaris Verhorst sal compareren, en van wegen het gemeene Landt, de gerechtigheydt van den Lande aengaende het voorn, derdepart ende het gebruyck van dien, op de Resolutie van de Staten doen verstaen en defenderen, en hem voorts-\' dien aengaende voorsien, en behelpen by wege van .Justitie.

13 Jpril 1595. Op \'t versoeck van de Kerckmeesters van de Kercke tot Woerden, mitsgaders de Burgemeesteren ende Gerechte derselve Stede, hebben de Gecommitteerde Raden enz. geoonsenteert, geoc-troyeert ende geanthoriseert, in het openbaar te mogen verkoopen alle de Landen gekomen van de Vicarye en de Gildens aldaer, midts dat de Suppl. op de selve Landen aen eeuwige Renten tot behoef van de Kercke aldaer sullen houden versekert ende eehypothequeert een vierde of vijfde part meer als van de pachten derselve Landen is gekomen; dat mede de penningen die vorder snllen overschieten, bekeert ende ge-employeert sullen worden tot opmaeckinge van eeu Weeshuys, en onderhoudt van de arme Weeskinderen en Oude Menschen aldaer.

13 July 1595. De Staten enz. consenteren en oetroyeren, dat Mr. Roelof Vincentsz., als possesseur van seeckere Vicarye gefundeert op St. Anthonis Altaer in de Kerck van Noorttcijck, gestaen hebbende ter Collatie van tien Abt van Egmont, waertoe een stuck Weylandt specterende is omtrent 4 Hondt groot, gelegen te Noorttcijck, \'t welck niet hooger verhuyrt is dan voor ƒ 6 sjaers, en by verkoop wel 3 a ƒ 400 guldens souden opbrengen, het selve stuck Weylandt in \'t openbaer verkoope, midts soo vèel Los renten daerop houdende tegen den penningh 16, als de jegenwoordige huyr daervan is bedragende, en dat de resterende penningen van deselve verkochte Landen komende, beleyt sullen worden op \'t gemeene Landt van Hollandt, mede tegens gelijcke Losrenten; consenterende voorts dat den Suppl. voorn, deselve rente op \'t gemeene Landt geconstitueert, geduyrende sijn leven mede t\' ontfangen.

8 Sept. 1595. De Staten enz. accorderen het versoeck van Evert van Leeuwen, woonende tot Voorschoten, om te hebben consent en Octrooy, als Patroon van seeckere Vicarye, gelegen in de Hoogh-

-ocr page 186-

182

landsche Kerck tot Leyden, op St. Annen Altaer, daer afPossesseur is Claes van Leeuwen syn Soon, bij approbatie van de Staten, ende daertoe specterende twee parthyen van Landen, d\'eene van twee Margen, leggende tot Leyerdorp en d\'andere van derd\'kalf Margen, leggende in den A.mbaclite van Soeterwoude, \'t samen in huyre geldende 40 Caroliguldens, deselve Landen te mogen verkoopen, midts in \'t openbaer, daer op houdende een rente te lossen den penningh 16, ter somme van 40 ponden van 40 gr. Vlaems \'t pondt, sonder dat nochtans de selve Renten gelost sal mogen werden, dan mids de hoofdsomme van dien wederom terstondt te bekeren ende beleggen aen gelijcke Los-rente op de Comptoire van \'t gemeene Landt; ende aengaende de penningen die boven de voorn, op gehouden Rente van de verkoopinge der voorsz. Landen sullen procederen, sal den Suppl. gehouden zyn deselve mede te beleggen op des gemeene Landts Comptoir voorn., midts dat de voorsz. Renten beyden verbonden sullen blyveu, wesen ende worden sullen van gelijcke natuyr als de voorsz. 3 parthyen van Landen tot noch toe gheweest zyn; ende ten eynde in \'t verkoopen der voorsz. Landen en \'t bdleggen der voorsz. Renten, \'t inhoude van desen mach werden achtervolgt, ordonneren by desen de Staten voorn, dat tot de selve verkoopinge der Landen procederende, gereede penningen bedongen worden sullen van de vnorsz. Landen, boven de voorsz. Renten, die daer op sullen bly ven staen, om met er daet aen Renten op \'t gemeene Landt als vooren geemployeert te worden.

26 Nov. 1596. De Gec. Raden enz. op het versoeck van wege de Kerckmeesteren van den Dorpe van Fynacher; gesien de onderrichtinge en het advis van den Ontfanger Cobnelis van Coolwijck, midts-gaders o. a. seeckere liquidatie met die van Pynacker te maecken, op het accord van de betalinge van den derden penningh van de Vicarye van het brouwen aldaer, eerst van 2 Margen in Maeüundt ende 1 Margen in Pynacker gelegen, openbaerlyck van wegen het gemeene Landt verkocht, midtsgaders een Los-Rente tegens den penningh 18, tot 27 ponden van 40 gr. \'t pondt, beloopende in Hooft, somme 487 ponden, ende de Kustingh-penningen daer en boven op 3 termynen daer vooren in koop belooft, bedragen 462 ponden, ende voorts van seeckere 3 Margen Lands van deselve Vicarye, gelegen in Schipluy, by die van Pynacker in den jare .... verkocht voor ƒ 465, bedraghende in Hooftsomme te samen 1413 ponden, daer van het ghereehte derde part beloopt 471 ponden; Hebben de Gecomm. Raden voorn, approberende de verkopinge van de voorn. 8 Margen Lands buyten consent van de Staten gedaen, geconssnteert, dat de penningen, belooft in koop voor de voorn. 6 Margen Lands, en de voorn. Rente daer op ghehouden, bly ven sullen ten behoeve van de Kerckmeesteren van Pynacker, midts dat over het derdepart van dien, den voorn. Ontfanger van de voorsz. verkochte Landen, sal inhouden de voorsz. somme van 471 ponden , ende daer af verantwoorden als het behoort; ende dat de Suppl. voorn., nochte haerluyder Nakomers, de voorsz. Losrente van 27 ponden \'sjaers, niet en sullen

-ocr page 187-

183

mogen veralieiieren, maer deselve gelost zynde, de peuniugea daer af komende, gehouden sullen zyn wederom op gelijcke Renten te beleggen, ende wel te doen hypothequeren, sonder deselve als eygen Goederen te houden, maer van gelijcken Nature als de Vicarye Landeu zijn geweest.

16 Dec. 1596. De Staten enz. aggre-erende ende approberende de Collatie van de Vicarye op Simons , ende in den Altaer gefundeert, ende gedoteert 7 geersen 3 sneesen Gruytlaudt, leggende boven padt in den Banne van Nyedorp, ende 10 Geersen 1 snees Landt, mede aldaer ghelegen, met noch 1 peers Lands ende noch 1 Margen 2 sueesen by Cobnelis Jansz. Molenaer , als Patroon ende Collateur, ge-corfercert op Cobnelis Jansz. Fockes, onvermindert een yegelijcks gerechtigheydt; hebben voorts geaccordeert, dat de Suppl. alhier, Burgemeesteren en Schepenen van Nieuw Nyedorp, midtsgaders de Regeerders van de arme Weesen aldaer, ten behoeve van den armen Wees-huyse tot. Nieuw Nyedorp, de inkomsten van de Vicarye voorn, sullen mogen ontfangen en genieten, geduyrende het leven van den,, voorn. Cobnelis Jansz. Fockes, waer mier hen een yegelijck sal reguleren.

13 Maart 1597. Alsno Isbbant Starck de Staten te kennen gegeven heeft, dat op hem als Man en Voogjht van Agatha van Dam, Willems Dr., sijn Htiysvouw, door \'t overlyden van Cobnelis van Aken en Pieter Cornelisz. Molenyseb, laetste Possesseur, gede-volveert in het recht van Collatie en presentatie van seeckere Vicarye wesende jus patronatm, gefundeert in de Parochie Kercke van den Hage, om \'t selve te mogen confereren op de naeste van den Bloede, ende dat hy Remonstrant daertoe ghepraesenteert eude de voorc. Vicarye met den aenkleve van dien gheconfereert heeft op sijn soon Willem Isbbantsz. Stabck, jegenwoordigh studerende by den Predicant tot Foorhout, omme op de Vrucht ende Emolumenten tot deselve Vicarye specterende, sijn studie te mogen continueren, by Suppliant uyt krachte van de voorn. Collatie in de plaets van d\'in-stitutie versocht heeft Acte van approbatie ende confirmatie van de Staten om hem te mogen strecken institutie 6nde missie in possessie sonder verder Solemniteyten, dat hem voorts sonde mogen geremitteert worden het derde part van de Vruchten ten behoeve van de Praedi-canten geordonneert, hebben de Staten in \'t versoeck van den Suppl. geconsenteert, ende sulcks de voorn. Collatie goetgevondeu, geappro-beert en geconfirmeert; dat Willem Isbranïsz. Stabck in de possessie van de voorn. Vicarye sal werden gheinstitueert, sulcx deselve wort geinstitueert by desen, ende de Vruchten en Inkomsten van dien ontfangen en genieten, sonder gehouden te zijn \'t derde part daer af te laten volgen tot behoef vau de Predicanteu, \'t welck by desen wort geremitteert; waer naer d\'Ontfanger Cobnelis van Cool-wijok en andere (des noodigh zijnde) hen sullen reguleren.

2S Meij 1599. Alsoo Flobis Sibclaes de Staten van Hollandt ende IVest-Vrieslandt te kennen gegeven heeft, dat syn huysvrouvve

-ocr page 188-

184

Moeder een Docliter is geweest van den Huijse van Naehltwijch.. ghedescendeert van de Heere van Naeldtmjck ende Watering?., de welcke veel ende verscheijde Proeven ghesticht ende gefnudeert liadde, ende onder anderen seeckere Vicarye in de Kercke van Wateringh, waer van eertijds Possessenr geweest was Johan van Naeldtwijck, Pronotaris ende Canonyck in de Collegiale Kercke tot Naeldtwijck, des Suppliants Huysvrouwen Oud-Oom, tot wiens contemplatie de voorsz. Vicarye van Water ingh tot Naeldtwijck ghe-transfereert worde, dat met deselve inkomste van deselve Vicarye seeckere jaren na de pacificatie van \'t gene ontfangen ware geweest by Cornelis van Reynegom, ende nu by Cornelis van Coolwijck ontfangen worde, ende dat de Gravinne van Abenbergh hem gaerne met eenige Prouve gebeneficeert sonde hebben, soo verre haer E. Genade de vrye dispositie van haer Goederen toegelaten hadde geweest; ende gemerckt hy Suppliant beladen is geweest met een Huys vol Kinderen, die hy gaerne ter eeren opbrengen sonde, ende niet veel middelen daer toe en heeft overmids zijn principale Goederen in Brabant ghelegen waren, ende aldaer aangeslagen ende ge-confisqueert, omdat hy hem aen dezer zyde nllijdt heeft onthouden, versocht heeft dat de Staten gelieve tot onderhondenis van sijne voorsz. Kinderen d\'inkomsteu van de voorsz. Vicarye met alle dependentien van dien, ende oock de verschene onbetaelde pachten ende renten daer af te confereren op syn Soon Adeiaen Sikclaes om redenen als vooren; Soo ist.

Dat de Staten voorn, als noch in desen op alles gelet hebbende naer behooren, verklaert, geconsenteert ende geordonneert hebben, dat de Landen en de Goederen specterende tot de voorn. Vicarye, met den aenkleve van dien, in \'t openbaer, na voorgaende affixie van Biljetten verkocht sullen worden, met conditie, daer op soo veel Los renten tegens den penningh sesthien sullen gehouden worden als daer van jaerlijks in huyre laetst is getrocken, of de selve ver-huyrt zijn geweest, ende dat de penningen daer af verder procederende, sullen worden beleyt op het Comptoir van den Ontfanger-Generatl Cornelis van Mierop op rente tegens den penning twaelf, ende dat voorts d\'inkomsten van dien tot een beneficie ende ten behoeve van des Suppliants Soon Adriaen Sirclaes voornoemt jaerlijks sullen ontfangen ende genoten worden, lastende ende bevelende eenen yegelijk die desen aengaen mach, hem daer na te reguleren, ende voorts die \'t behoort tot verkoopinge der voorsz. Landen mat de onkosten als vooren te doen procederen, ende de voorsz. rente te constitueren op \'t gemene Landt ten behouve als voren.

16 July 1599. De Gec. Raden hebben aen Johan Jacobsz. Pot, possesseur van de Vicarye gefundeert op het H. Geest altaer in de Brielsche kerk, geguut, dat hy zal genieten den derden penning van de inkomsten der Vicarye, sulcks dat hij ongehouden sal zijn \'t voorsz. derde part verder te laten volgen, mits dat hy Suppl. gehouden sal zijn ander 5 Vicaryen het derde part te laten volgen sulex by hem tol noch toe is gedaen.

-ocr page 189-

185

XVm Waalsche Eereken.

Algemeen. 13 July 1B89. De Staten hebben verstaen ende verklaert dat soo verre by eenige andere Steden versoclit ende aldaer nodigh bevonden sal worden , mede een Walsclie Predicant gehouden te worden , van wegen \'t gemene Landt daer toe geconsenteert sal werden/150 \'sjaers.

Delft. 13 July 1589. De Staten enz.....gesien \'t advis van den

Ontfanger Cornblis van Coolwijck, ende aenraerekende de bequaem-heydt van den Dienaer des H. Evangelii, Pethus Moreau , ende de goede gelegentheyt van den dienst des Predicants die by hem ter begeerte van sijn Exc. ende andere van de fransche Kerck des Donder-daghs alhier in den Hage wort gedaen, tot Gods eere, de vorderinge des Rijcks Christi, en grootmaeckinge sijns H. Naems, ten eynde goede ordre op \'t selve mach werden gecontinueert, ende den voorn. Dienaer des H. Evangelii mede redelijck contentement van wegen \'t gemene Lant mach gegeven worden van den dienst daer in airede ghedaen, hebben geconsenteert ende geaccordeert, dat in de plaets van de 100 ^ ponden den voorn. Moreau te vooren jaerl. voor syn dienst tot Delft geconsenteert, hebben ende genieten sal jaerl. 300 ponden, ingaende den 1 September laatstleden 1588, enz.

13 Oct. 1594. Voor Pierre Moreau de den 11 Sept. 1592 (!) voor den tyd van 2 jaren toegekende verhooging van zyn inkomen met /50.— sjaers boven de ƒ 200,— sjaers vroeger geaccordeert,, noch voor twee jaren gecontinueert.

22 Fehr. 1596. Zie by Haerlem en Delft.

Dordrecht. 12 Aug. 1589. De Staten verstaan hebbende dat note-lijck binnen de Stadt Dordrecht aen genomen heeft moeten worden Casparüs Usilius, als Predicant voor die van de fransche Kerck ende Gemeente aldaer, hebben op \'t ernstigh versoeck van de Gedeputeerden der Stadt Dordrecht, ende de voorgaende Resol. van de Staten, van den 18 July laetstleden , verklaert ende geconsenteert dat den voorn. Predicant van wegen \'t gemene Landt jaerlijcx uyt-gereyekt ende betaelt sal worden de somme vaii 150 ponden van 40 gr.

13 July 1595. De Staten enz. hebben, op \'t versoeck van de Ouderlingen der Fransche Kerck binnen Dordrecht, den Dienaer Johannes Polyander, boven voorgaende t\' samen geaccordeerde 200 ponden van 40 gr. \'t pondt \'sjaers, noch toegevoeght ende geaccordeert 50 ponden van 40 gr \'sjaers.

Den Haag. 29 July 1594. De Gec. Raden, hebben in aensieninghe van de goede diensten, die by Johannes Uyïenbogaert, Dienaer des Goddelijcken VVoonis by de Fransche Kercke alhier te Hove gedaen wort, ende de lasten die hy uyt saecke van dien heeft te dragen, verklaerdt ende geaccordeert, dat denselven in de plaetse van 150 ponden, daervoor genieten sal 250 ponden van 40 gr. het pandt

C1) Deze resolutie ontbreekt.

-ocr page 190-

186

\'sjaers, soo wel van den Jare al thans verlopen, als voor de toekomende Jaren, tot dat anders daer inne sal wesen geordonneert.

Haerlem. 21 Sept. 1590. De Gec. Kaden enz......hebben achtervolgende voorgaende resolutie van de Staten verklaert ende gheresol-veert, dat tot behoef eude onderhoudt van de Dienaren des H. Evangelii, die in de fransche Kercke tot Haerlem na \'t vertreck van den Minister Johan Taffin aireede heeft gedient, als noch verder aldaer in deselve Ketcke gebruyckt sal werden, ende den dienst betreden sal van wegen \'t gemene Landt volgen sal de somme van 100 ponden \'sjaers, ende sulcx by continuatie d\' eene helft van \'t gene den voorn. Taffin geduyrende syn dienst binnen Haerlem heeft genoten, eude volgende \'t versoeck van denselven Taffin, die d\' andere helft als noch is genietende, iu sijn jegenwoordigen dienst binnen de Stadt Amsterdam; ordonnerende den Ontfanger Cornelis van Coolwijck, die de 200 guldens \'sjaers uytghereyckt heeft, by continuatie de voorsz. 100 guldens aen den Dienaer binnen Haerlem als vooren mede uyt te reycken enz.

7 Maart 1598. De Staten hebben geconsenteert, dat Johannes Creusius, Dienaer des Goddelycken Woordts der fransche Gemeente tot Haerlem, in plaetse van de 250 ponden die hy jaerlycks van wege het gemeene Landt geniet, voortaeu sal ontfangen 300 ponden van 40 gr. \'t pondt \'sjaers, boven de 200 ponden die hy jaerlycks van de Magistraet van Haerlem geniet, mits dat die van de fransche gemeente te Haerlem van de subsidie van 50 ponden die zy jaerlycks ten behoeve van den Suppl. hebben doen uytreycken sullen wesen gelibereert.

Haerlem en Delft. 22 Febr. 15\'JC. De Staten accorderen bydesen, dat de Kercken-dienaren van de Fransche Kercken binnen de Steden van Haerlem en Delft voortaen jaerlijcks genieten ende ontfangen sullen 100 ponden van 40 gr. VI. \'t pondt, boven het gundt deselve Kercken-dienaren voor haerlieder diensten ende onderhoudt airede is geaccordeert.

XIX. Weduwengeld.

22 Nov. 1580. De Staten hebben in aeusieninge van de deaolaat-heit van Akltje, weduwe wylen Willem Leidekker, in syn leven Dienaer des G. W. binnen der Goude-, vau de weduwe vanREiNiEK Dircksz., pred. overleden iu de stadt Delft, en van de weduwe van Jansz., in sijn leven dienaer tot Hoornaar, deselve Supplianten uyt meedoogentheyt geaccordeert elx 50 ponden van 40 gr. \'sjaers tot alimentatie, haer leven lang geduurende, uit de Goederen gekomen van het Convent van Gravesande, enz. — Hetselve op het versoeck van Marytje, Weduwe van Jan Paasz. Dienaer tot Schoonhoven en Bergambacht gelycke 50 ponden, uit de Inkomsten van de Convente Goederen aldaer.

5 Maart 1586. Aan de weduwe van Valerüis Pauly, pred. te Rotterdam, met 8 kinderen belast, ordonnantie verleent op Coolwijck

-ocr page 191-

187

om boven \'t vierendeel jaers betalinghs, daerin de voorn. pred. is overleden, de voorsz. weduwe noch te betalen een vierendeel jaers na dat hetselve sal wesen geexpireert, mits dat binnen Rotterdam mid-delertydt voor den 3 den pred. geen betalingh van wegen \'t gemeene Landt gedaen sal worden.

Is voorts de voorsz. Weduwe geconsenteert f50.— s jaers.

Ut Supra is geconsenteert aan de weduwe van Nicolais Aerentsz. pred. tot Assenddft, belast met 3 kinderen, mede f50— sjaers.

28 Jan. 1587. De Staten van Hollandt, hebben tot Subventie ende ontlastinge ven de weduwe van wylen Hubert us Willichii, in syn leven Dienaer tot Munster, deselve toegevoeght 100 ponden van 40 gr. in haer achterwesen , en voorts jaerlycks 50 gelycke ponden.

30 Nov. 1587. Aan de kinderen van de Weduwe van Cornelis Coetensz. , Dienaer des G. W. te Delfshavm, die omtrent vyf jaren f50.— sjaars genoten heeft, geaccordeert 50 ponden sjaers, ter tydt van 2 jaren geduyrende.

19 Sept. 1589. Aan de Weduwe van den pred. Alardus Knenck-, te Ter Aer tot onderhoudt vau haer en hare kinderkens 50 ponden van 40 gr. sjaers, ingaende ten dage van \'t overlyden van haer Man.

23 Maart 1590. Aan Janneken Roelandts weduwe Jan van Noorthout, in leven pred. tot Streefkerk voor eens geaccordeert 45 ponden van 40 grooten.

4 Me;/ 1594. Op het versoeck van Grietgen Willems , Weduwe van Arnoldus Dorgen, eertijdts Predicant in Bergh-Ambacht, be-swaert met ses Kinderen, is denselven geaccordeert 100 ponden gereet voor de vier Maenden daer inne deselve is gestreckt ende voorts 50 ponden \'s jaers als andere weduwen.

27 Juny 1594. De Staten hebben niettegenstaende Johannes Hartmanius, in den dienst van de Kercke tot Hulst is overleden alsoo het selfde geweest is in den aenvangh van den selven dienste, ende by hem veele jaren te vooren de Kercke in Hollandt zyn bedient ; geconsenteert ende geaccordeert, dat de weduwe van den voorn. Johannes Hartmanius, jaerlijcks onderhoudt als andere Weduwen van de Kercken-dienareu gedaen sal worden, innegaende ten dage van het overlyden van den selven Johannes , ende gheduyrende ter tydt tot anders daer inne sal wesen geordonneert, sonder dat nochtans desen in consequentie sal mogen getrocken worden.

11 Maart 1596. De Staten hebben aan de Weduwe van Jeremias Bastingius, in sijn leven Doctor ende Professeur der Theologie aen de üniversiteyt te Leyden geaccordeert 400 ponden van 40 gr. het pondt een», en haer voorts als weduwe van Kercken-dienaer geweest zynde binnen dese Landen van Hollandt jaerlijcks toegekent als andere weduwen 50 ponden Munte als voren, zynde het versoeck om jaerlijcks redelijck tractement afgeslagen, midts dat de Staten beloven, de handt daar aan te houden, dat de oudste Zoon van de Snppliante ad Studia mach gehouden en de andere opgetogen na behoren.

-ocr page 192-

188

S Mei 1597. De Staten hebben op\'t versoeck van wegen verseheyde Weduwen van Predicanten gedaen, ten eynde de /50 jaerlijcks heu-luyden tot haerluyder onderhoudt geaccordeert, soude mogen verhoogt worden, om haerluyder Kinderkeus ter Schoole te mogen houden, om te leren lesen en schryven, of stellen op eeu Ambacht, verklaert dat syluyden om redenen daer in niet kunnen doen tegens voorgaende Resolutie, ende dat niettemin de Weduwen, niet tegenstaende syluyden herhylicken de voorsz. ƒ 50 jaerlyx sullen blyven genieten soo langh sy hen vroom en eerlijck dragen.

15 Dec. 1599. De Gec. Raden hebben op \'t versoeck van Catharina Gerrits weduwe van Caspar Venroy , in syn leven pred. tot Ammers ende Streefkerck, haer verleent 200 ponden van 40 gr. omme te vervallen de betalinge van hare schulden, en voortsjaerl. 50 gelycken ponden gheduyrende haer leven, ingaende met den toekomende jaere 1600.

-ocr page 193-

RESOLUTiEN DER STATEN

VAN

ZEELANT van 1586 tot en met 1GOO.

-ocr page 194-
-ocr page 195-

Bezoldiging der Predicanten (Algemeen).

IB July 1591. Poincteu van Bescryvinge waer op cl\' Heeren Staten van Zeelandt tot dienste van den Lande, zal gelieven hunne gedeputeerden aft te vser-digen, volcommelick gemachticht tegens den 19 Juui 1591, om des anderen daeghs te besoigneren.

VIII.

Op de augmentatie van de ordinaris Gagien van de Ministers, in de Steden tot op ƒ5— a ƒ600— en ten platten lande op ƒ400—.

Die Ministers des Goddelicken Woorts van deze Provintie hebben verzocht hunne ordinaris stipendium, midts de dierte van alle dingen ende andere redenen , geaugmenteert te worden als in de redene ende billicheit behoort; \'t zal Uw E. gelieven hunne voorscreve Gedeputeerden daer op te volmachtigen als voren.

Poincten van Bescryvinge van de Heeren Staten van Zeelandt, zoo van zaken in de leste Dach-.. vaert op rapport genomen, alsandersins, daer toe den dach van \'t samencompste met ge-meene bewilliginge van de Gedeputeerden genomen is den 15 July 1591, om des anderen daechs te besoigneren, die ons midts die menichfuldicheyt ende Zwaerwichticheyt van deze Poincten goetgedacht heeft te verleggen totten 21 deser, om des anderen daechs te besoigneren.

VIL

21 July 1591. Op punt VIII hier voren wordt generalick geresolveert, dat men die Ministers binnen die steden zal gaigeren ordinaris met f500 \'s jaers, ende ten platten Lande met f 400. Nopende het extra ordinaris augmentum, om \'t zelve te nemen ten regarde van de kinderen, elck kindt binnen die Steden op 8 ponden, ende ten platten Lande op 6 ponden, ende zoo daer eenige respect van extra ordinaris augmentum meer zoude zijn, dat \'t zelve zal staen ter discretie van den Rade, wort daerop genomen raport; Zierikzee ende Goes zeggen, dat men zal bly ven by den ouden voet, ende nemen nyettemin raport innetebringen voor \'t scheyden deser Dachvaert.

Den 10 Augudi, die Heeren raport inbrengende, is by de meeste opinien geresolveert, dat die Ministers voortaen betaelt zullen worden voor ordinaris gaigen binnen die Steden f 500 ende ten platten Lande f 400 \'s jaers, ende dat het extra ordinaris toelegh zal staen ter discretie van den Kade, om naer gelegentheyt daer inne te doen naer behooren, midts dat het advys daer op ie nemen, zal genomen worden van de Magistraten van de Steden respectivelick; die van Ziericzee nemen hier op raport.

Den 27 Angvsti, die Eaedsheer Cooper van wegen die van Zieric-

-ocr page 196-

192

zee, inbringende raport, verclaert dat zyiie Principalen hen conformeren matte advysen van d\'andere van de Staten, zoo veel aengaet die vermeerderinge van het ordinaris stipendium van de Ministers des Gcddelicken Woorts, zoo binnen die Steden als ten platten Lande, dan nopende het extra ordinaris augmentum, zeggen dat daar op Bescryvinge gedaen sal behooren te worden.

Memorien van Zaken by de Heeren Gedeputeerden van de Staten van Zeelandt, genomen op raport, omme inne te bringen van Maen-dage uaestcommende in 14 dagen, wesende 7 Oct. 1591, mitsgaders van de poincten in de naestvoorgaende Dachvaert nyet aftgehandelt, insgelijcx van Zaken daer afte in andere voorgaende Dachvaerden, oft in gesegt raport innetebriugen, oft nieuwe Bescryvinge te doen, ende daer en boven van Zaken van nyeuws aeugecommen, om daer op tegens den voorscr. dach preciselick raport innetebringen.

XIII.

Op \'t extraordinarii augmentum van de Ministers.

Die van den Rade worden by de meeste opinien geauthoriseert by provisie, om op \'t extra ordinaris augmentum van de Ministers te versien naer yeders noot ende gelegentheyt, midts nemende advis van de steden oft Rentmeesters van de Quartieren, zoo zy zullen achten best diennelick te wesen, die van Ziericzee nemen hierop raport inne te bringen voor \'t scheyden deser Dachvaert.

Den 5 Nov. 1591, die van Ziericzee inbringende raport, hebben hun geconformeert met d\'andere Leden van de Staten.

18 Sept. 1591. Op de requeste van de Ministers des Goddelicken Woorts in Zeelandt, om betaelt te worden van hun extraordinaris augmentum van hun stipendium, wort by de Gedeputeerden van de Steden hierop anderwcrft raport genomen eerstdaegs innetebringen, alsoo men die Ministers die men nootzakelick betaelt, oock dienen tytlick van winterprovisie versien.

Is gearresteert die ordonnantie voor de Ministers des Goddelicken Woorts van hun ordinaris stipendium \'sjaers van ƒ500— binnen die Steden ende ƒ400.— binnen oft ten platten Lande, op de respective Rentmeesters van \'t extraordinaris van den quartiere yders residentie, zulx die op de voorsz. Rentmeesters staen aengeteeckent.

Bezoldiging der predikanten. (Plaatselijk).

Hulst. 6 Dec. 1591. Zyn ontfangen Brieven van de Grave van Solms uyt Hulst om aldaer te hebben tot Minister Philippüm Lans-bergiüm, Minister te Goes, zal gescreven worden aen de consistorie alhier tot Middelhurch, ten eynde zy yemanden van de Miaisteren alhier daertoe verwilligen, ende voorts willen nitsien om aldaer eenen gedurigen Minister te beroepen.

-ocr page 197-

193

7 Dec. 1591. Aen de Classis van Walcheren.

Eersame amp;ce.

Alsoo de dienst Gods en de opbouwinge Zynder Kercke vereyst, dat tot Hulst eerstdaeghs eenen bequamen Minister beroepen werde, zoo dient dese ten fyne uw L. daer na willen uytsien, ende midler-tyt eenen by provisie uytten hunnen derwaerts schikken.

MiddeJhurch. 20 Juhj 1593. d\'Heeren de Rycke ende Valcken hebban raport gedaen van hun gebesoigneerde met die van Middel-hurch tot constructie van \'t consent van den C Pennynck van dezen jaren, neffens d\'andere van de Staten eenformelick te accorderen, refererende hun totten advyse d\'welck die Gedep. van Middelhurch ter deser Dachvaart als nu dyenaengaende zouden inbringen, ende is \'t voorschr. advys als volght:

Hoewel \'t Collegie van W ethouderen ende Raedt der Stede Middel-bvrch in Zeelandt, gewichtige redenen hadden gemoveert, om te insisteren, dat de promte betalynge van hunne Ministers zoude geschieden uyt de gereetste Pennyngen van den dobbelen C Pennycck^ ende hunne consenten by zulcke manieren te restriugeren, om nochtans naerder verclaers te doen, ende metterdaet te bethoonen hunne goede genegentheyt in alle contributien ende lasten van den Oorloghe, ende omme deselve geenssins te retarderen, hebben wel willen verclaren simpliciter te consenteren in den opheve van den dobbelen C Pennynck op den voet ende Publicatie van den voorgaenden Jaere 1592; verclarende nochtans, dat, ingevallen binnen dry maenden, geen ordre gestelt en werde op de prompte betalynge van de voorschr. Ministers binnen hunne voorschr. Stadt, dat die van Middelhurch alsdan de voorschr. betalynge zullen doen uyt de gereetste pennyngen , \'t zy van den dobbelen C Pennynck of andere Middelen, mitsgaders \'t remboursement van hun verschoten Pennyngen ende Interest van dyen, presenterende daer beneffens van nu aft te cederen ende zetten in handen van de Gee. Eaden, de Thienden by hun verpacht, ende daer aft te doen rekenynïe, mits dat de voorschr. Gec. Raden van nu aft zullen doen de betalynge aen de voorschr. Ministers, in zulcker voegen, datten geen dachten en vallen, ende. dat binnen den tyt van dry maenden die van Middelhurch zullen gerembourseert worden van hunne verscholen Pennyngen, oft dat by gebreke van dyen, deselve zullen mogen aenvaerden uyt al zulcke gereede Pennyngen, \'t zy van den voorchr. dobbelen C Pennynck als andere, gelyck zy te rade werden zullen Actum ten Rade den 20 July 1598. My praesent. Onderteeckent: Houck.

TValcheren. 8 Mei 1592. Op de Eequeste van de Ministers des Goddelyken Woorts binnen Walcheren, versoeckende betaelinge van hunne Gaigen, terwylen door \'t different tusschen die Steden van Walcheren, zy nyet en conn en betaeldt worden, is den Rentmeester Walraven van der Braamsloot, tegen morgen bescreven, om als dan te adviseren, zoo op de versochte betaelynge, als op de ver-effenynge van \'t voorscr. different.

13

-ocr page 198-

194

Wolffaertsdyck. 8 Juny 1594. Op \'t 9 poinct van de Missive van Bescryvinge van den 9 Aprilis 11. om te vinden het tractement van eenen Minister tot Wolffaertsdyck, worden de Gee. Eaden geautho-riseert by desen, om op \'t rapport van den Eaetsheer Planen te procederen tot liquidatie met die van Wolffaertsdyck ende andere die \'t behoort, om naer calculatie ende finale liquidatie geweten wat middelen in Wolffaertsdyck recouvrabel zullen zijn tot onderhout van het Ministerium aldaer (\'t welck zy daertoe zullen eygenen), alsdan het te cort van het tractement van den voorschr. Minister te vinden uytten Geestelicken incommen van den Eylanden respective van Walcheren, Schouwen, Zuydtbevelandt ende Tholen ende hunne appendentie, tot laste van elck Eylandt by gelycke portie, die van Ziericzee zegt hier toe nyet te conneu consenteren, als daertoe niet gelast zynde.

Domeynen.

23 Aug. 1600. Is verstaeu, dat men de Domeynen zal beneficieren by verkoopinge ofte verpandinge, te weten, de gene die gevoegelyck veralieneert kunnen worden.

Van gelycken, omme in \'t korte te annoteren de Goederen van de Geestelycke en Waereldtlycke confiscatien, om alles gesien, voorts respective gedaen te worden naer behooren.

27 Oct. 1600. Den Heere Auditeur Schot ende Secretaris Cooene zijn gecompareert, ende hebben overgelevert het gebesoigneerde op de Domeymen die verkoght zouden kunnen werden, mitsgaders op de Geestelycke en Waereldtlycke confiscatien ende Annotatien, ende daer benefifens het concept van de conditiën; ende hebben versoght de Eesolutie, of de comptabele in hunne Eekeninge geleden zullen worden de sommen by hen geleent, ofte dat de selve sommen nogh voor een jaer zullen worden geprolongeert.

Geestelycke Goederen.

1592. Op \'t consent van den C pennynck voor desen jare is den 29 Jan, geeist dat die van MMdelhurch afstand doen van de Geestelycke Goederen binnen hunnen Stadt, by hun aenvaert, mitsgaders rekenynge ende reliqua doen van de administratie van dezelve. — Den 26 Febr. bespreken die van Middelhurch dat deze pennyngen alleen verstrekt zullen worden ter oorloge, ende dat die van Vlissingen en Vere zullen gehouden zyn afstant te doen van de Thienden by hun aengeslagen, om daer mede die Ministers des H. Woorts te betalen. Die van Zierikzee conditioneren, dat de Steden van Middelburch, Vlissingen en Vere zullen behooren afstant te doen van wederzyden van de Geestelyke Goederen by hun aengeslaegen. Wat belanght de betalynge van de predikanten, die van Vlissingen verstaen wel dat die selve uitte Geestelyke goederen behoort te geschieden, ende dat die van Middel-hurch daerom zullen afstant doen van al zulcke Geestelyke Goederen als zy hebben aengeslaegen, ende daer mede laten gewerden die van den Eade ende den Eentmeester van \'t extra ordinaris, midts rekenynge, bewys ende reliqua doen van de administratie by hunlieden

-ocr page 199-

195

gehadt, om mede geemployeert te worden als voren, in welcken gevalle zullen die van Vlimngen hun draegen in \'t gene daer toe zy versocht worden.

5 Mei 1593. Op \'t 3 poinct van de Beschryvinge, die van Middel-hurch consenteren den C pennynck over den jare 1593, op den voet van den voorgaenden Jare, met Conditie dat soo lange \'t different, op de G eestelicke Goederen, tot betalynge van de Ministers, nyet en zal wesen beslist, dat het cort van de Gaigen van de Ministers van Middelburch ende ressort van dyen, daer uyt betaelt zullen worden; die van Ziericzer., Goes, Tholen ende Fere, sustineren, dat het redres van de Cohieren behoort gedaen te worden. Vlissingen consenteert mede in den C pennynck op den voet van den voorgaenden jare.

17 July 1593. Die van Middelburch inbringende ander werft raport op \'t Concept van den C pennynck, persisteren by hun voorgaende advys, verclaerende nyet te connen desisteren vau de besproken conditiën, ten sy dat versien worde op de betalynge van de Ministers, van hun ressort, ende dat aftgedaen worde \'t different op de Geeste-telyke Goederen, voornamentliek \'t saisissement van de Thienden by die van Vlissingen ende Fere gedaen, om bij die van den Rade ge-administreert te worden conform hunne Instructie.

19 July 1593. Aloo meer dan tyt is publicatie te doen van de C Pennynck , ende daerom die van Middelburch dyenen vermaent om afstant te willen doen van de besproken conditiën, opdat het consent dyen-aengaende mach worden eendrachtelick geformeert, zyn gecommitteert de Ryck ende Falck, om mette Gedeputeerden van Middelburch ter Dachvaert wesende, morgen hun te vinden in \'t collegie van Wet-houderen ende Raedt van Middelburch, om die selve te induceren tot verwillinge tot een eenparich consent, ende zoo zy immers daertoe nyet en zyn te verwilligen dan alvooren aftgedaen zynde \'t different op de Geestelycke Goederen binnen die Steden in Walcheren, om van hun te verstaen oft zy \'t selve different zouden begeeren te submitteren aen d\'andre Leden van de Staten, om \'t voorschr. different geeffent zynde, als dan \'t consent voorn, eenformich te connen dragen.

23 Jnly 1593. Die dry Steden van Walcheren zyn versocht by den anderen te willen commen op de vereffenynge van \'t different op de Geestelyke Goederen binnen die Steden, ende hebben die Gedeputeerden der voorschr. dry Steden malcanderen toegeseght daer op te vergaderen maendage naest commende.

3 Aug. 1593. Op \'t consent van den dobbelen C Pennynck voor desen loopenden jare 1593, de Gedep. van de Staten raport inbringende, ende persisterende van Middelburch by hunnen ingebrachten scriftelicken advyse desen aeiigaende, hebben d\'andere Leden van gelycke gepersisteerd by hunne voorgaende advysen, te weten, dat zy consenteren pure ende Simpliciter in den dobbelen C Pennynck voor desen Jare, op den voet van den voorgaenden Jare, mits dat het consent zal wesen generaal ende gelyckforraich , ende dat die van Middelburch

-ocr page 200-

196

zullen desisteren van hunne besproken conditiën, als by alle d\'andere is gedaeu, aengesien de queatie tusschen de drye Steden van Walcheren niet geraeyns en heeft metten C Pennynck.

5 Aug. 1593. Op \'t consent van den C Pennynck, persisterende die van Middelburch op hun vorig advys, presenterende nyettemin \'t Placaet op den dobbelen C Pennynck te publiceren , tot laste van den Ougst 1593, fallen uuren des versocht zynde, op den voet van den voorgaenden Jare , is by d\'andere van gelycken gepersisteert, ende hebben die van den Eade verthoont het devoir by hun collegialiter gedaen, om die van Middelburch oock collegialiter by Wethouderen en Raedt te induceren om pure et Simpliciter in den voorschr. C Pennynck te consenteren, zonder daermede te vermingelen de questie op de Geestelycke Goederen binnen die Steden, versouckende anderwerif die drye Steden van Walcheren rypelick te willen letten op de importantie deser zaken, ende te benaerstigen yeder van zyne Principalen , dat den C Pennynck van desen Jaere, door dit hun different nyet vruchteloos en werde, tot irreparabil schade ende schande van den Lande van Zeelandt ende heeft die voorschr. Tresorier Valcke verthoont , alsoo by de versuymenisse van den C Pennynck die met dese misverstanden geschapen is voor desen Jaere vruchteloos te vallen , veel betalynge van den Lande zullen commen te cesseren, daer uyt vee! zware inconvenienten zullen ontwyffeliek commen te ontstaen, dat hy begeert onschuldigh gehouden te worden, zoo hy tot zynder ontlaatynge ende dergenen die zyn crediet gevolght hebben, hem behelpt met de middelen hem in handen gestelt, conform veel Acten ende Actitaten daertoe gegeven, geloovende op morgen zyn vertoogh te zullen overgeven by gescrifte.

34 Aug. 1593. ZExc. gecompareert zynde in de Vergaderinge, heeft verthoont hier gecommen te zyn ter Bescryvinge van den Eade alhier, om op eenige voorgevallene zwaricheden hem te emploieren om die te helpen slissen ende nederleggen; naer openynge van de voorschr. zwaricheden, zoo op de C Pennynck van desen Jare, als nopende het different van de drye Steden van Walcheren op de Geeste-Ivcke Goederen , binnen die Steden, is breede communicatie ende conferentie gevallen op beide zaken, in praesentie van ZExc.; naer vele redenen ende inductien, op dat die van Middelburch zouden willen desisteren te vermingelen de questie van de Geestelycke Goederen metten C Pennynck, ende in \'t consent van den C Pennynck, hun conformeren met d\'andere Leden van de Staten, ende die besproken conditie aftgaen, hebben die Gedep. van Middelburch gesegt geenen anderen last t\' hebben , dan te persisteren by hun adyys ende consent, dyenaengaende ingebracht den 20 July 11.; d\'welck in praesentie van ZExc. is gelesen; dan tot ernstige versoucke ende vermanen van ZExc., hebben anderwerfï raport genomen aen hunne Principalen, metten eersten innetebringen op \'t voorschr. consent van den C Pennynck.

25 Aug. 1598. Die van Middelburch raport inbringende op \'t con-

-ocr page 201-

197

sent van den C Pennynck, hebben in praesentie van ZExc. doen op lesen hun advys dyenaengaende, van den 20 July voorsciir., ende hebben anderwerft gepersisteert by hun voorschr. advys naer lauge en veel discoursen ende communicatien, zoo op de questie van de dry Steden in Walcheren, noopende de Geestelycke Goederen binnen die Steden, als op de conditie dyenaengaende, daermede die van Middel-burch vermingen \'t consent van den C Penny nek, ter betaling van de Ministers binnen hunnen Stadt, heeft eyntelick ZExc. die van Middelburch versocht, \'t different op de Geestelycke Goederen te willen als die van Viissingen ende Vere gisteren toegeseght hebben, oft in Eechten te laten beslissen, oft submitteren linalick, in goede maniren, waer op die van Middelburch genomen hebben raport morgen inne te bringen, hebbende die Gedep. gelooft hun devoir te doen aen hunne Principalen, ten fyne voorschr., ende ZExc. toegesegt hebbende, dat voorsch. different metten eersten zal af gedaen mogen worden.

26 Aug. 1593. Die van Middelburch raport iunebringende op \'t versouck van ZExc. gisteren gedaen, hebben verclaert te vredeii te zyn afstandt te doen van de Thienden van de Gemeyne Zake, om die by de Gec. Eaden geadministreert te worden , volgende hunne Instructie, ende voorts rekenynge te doen van hunne administratie van de zelve, duyrende dit misverstandt gehadt, versouckende dat die van Viissingen ende Vere van gelycken willen doen, wesende alsdan te vreden pure ende simpliciter te consenteren den C Pennynck van desen Jare, zonder eenich bespreek oft reserve; nopende die questie op de Geestelycke Goederen binnen die Steden gelegen, zijn die van Middelburch te vreden dyenaengaende voor ZExc. ende die hem gelieven zal daertoe te nemen, te commen in communicatie; waer op die van Viissingen ende Vere hebben geautwoort, dat den C Pennynck als nyet gemeyns hebbende mette Geestelycke Goederen, behoort pure ende zonder conditie gecon san teert te worden, d\'welck gedaen zynde, zou die van Middelburch datelick afstant doen van alle die Geestelycke Goederen , ende den Raedt daeraft die administratie laten, conform hunne Instructie; dat zy van gelycke te vreden zyn ten zeiven fyne, afstant te doen van alle de Goederen by\' hun aengeslagen, want zy in geheele en nyet in deele meynen afstant behoore te geschieden, oft anders de voorn. C Pennynck geconsenteert zynde, zyn te vreden het voorschr. different op de Geestelycke Goederen binnen die Steden, te laten finalick beslissen by neutrale Eechters oft Arbiters, zulcks als men met gemeynen advysen zal goetvinden.

27 Aug. 1593. Die van Middelburch raport inbringende op \'t geproponeerde by ZExc. ende den Rade gisteren apart gedaen, hebben eyndelick ten opsien van ZExc. geconsenteert pure ende simpliciter zonder eenige conditie of reserve in den C Pennynck dobbel voor den loopende Jare 93, op den voet van den voorgaenden Jare, begeerende dat de publicatie daer aft terstonts mach worden ge vordert; nopende het different met die van Viissingen ende Vere op de Geestelycke Goederen binnen die Steden, zyn te vreden dyen

-ocr page 202-

198

aengaende voor ZExc. ende die Gee. Kaden, midtsgaders die ZBxc. daer by nocli zal willen vougen, te commen in communicatie, om daer naer te mogen resolveren tot eenige submissie, d\'andere Leden van de Staten accepteren \'t voorschr. gedragen consent van den C Pennyck, ende begeeren dyenvolgende terstonts geprocedeert te worden ter publicatie van desen, nopende die voorschr. communicatie ende Submissie op \'t different van de Geestelycke Goederen, terwylen die administratie van de voorschr. Goederen, gemeyn is ende wort geregeert uniformelick over geheel Zeelandt by de voorschr. Raden op hunne Instructie, zouden meynen dat dese zake Staets gewyse zoude behooren afge-handelt te worden, oft zoo die voor ZExc. en die Gec. Eaden, ende die ZExc. daer by noch zal willen vougen, zoude gehandeltwerden, begeerende dat zylieden naer het gedaen accordt mogen weten die meriten van de Zaken ende copie hebben van \'t accordt, om mede te genieten in den hunnen, uyt gelycke Gemeyne Zake Middelen, die voordeelen, die de Steden van Middelhurch, Vlissingen ende Vere , in den hunnen hier by zyn verwachtende; die van Vlissingen ende Vere, versoucken op \'t voorschr. different, dat \'t zelve finaelick oft voor Rechters oft voor Arbiters aftge.laen mach worden, alsoo van de communicatie geen vrucht te verwachten en is, gelyck gesien is in de voorgaende communicatien dyen aengaende; die van Middelhurch zeggen nyet te begeeren als noch hun eenichsins te submitteren desen aengaende, maer daer inne vry te willen zyn ende bly ven, om naer die voorschr. communicatie op de Submissie te mogen delibereren ende resolveren, oft andersins revooeren van als nu hun consent op den C Pennynck, als nu gedragen; naerdyen die van Vl\'mingen ende Vere zyn by ZExc. ende den Rade voorn, versocht, om niet langer te verachteren den C Pennynck te willen verstaen totte voorschr. communicaiie, om daer naer te commen tot submissie, zoo \'t mogelick is, hebben die van Vlissingen ende Vere raport genomen , morgen vrouch inne te brengen.

28 Aug. 1593. Die van Vlissingen ende Vere raport inbringende op de voorgehouden communicatie, hebben verclaert, alsoo die van Middelhurch, buyten alle behoorlyeke manieren van doen, hun puur ende suver gedragen consent op den C Pennynck, terstonts wederroepen hebben ende gemengelt, weder met dese handelinge, ende alsoo schynen genoech tot deze communicatie te willen perssen zonder tot behoorlicke submissie te willen verstaen, ende daerom die van Vlissingen ende Vere wel zouden vermogen, om te weeren alle quade exempelen van besoigneren ende procederen in \'s Lants Zaken, gelyck nu eenigen tyt herwaerts menichfuldelick is gespeurt, te persisteren, alvooren op de submissie aen eenige neutrale Arbiters, immers die saecke te stellen in handen van eenige onpartydige Rechters, nochtans in aensieninge van ZExc., verclaren te vredeu te zyn te commen in communicatie met die van Middelhurch op \'t different van de Geestelycke Goederen binnen die Steden, onder expresse protestatie, dat dieselve communicatie zal geschieden zonder prejudicie van hurne gerechtigheden; die van Middelhurch debatte-

-ocr page 203-

199

rende \'t voorschr. zeggen van die van Vlimngen ende Vere van impertinentie ende protesteren van gelycke; hebben verc\'aert te vreden te zyn terstonts te treden in Besoigne op de voorschr. communicatie; die van Vlimngen ende Vere hebben versocht dach tot Dysendach naestcommende, ende is dyen aengesien den dach van \'t samencompste ter voorschr. communicatie gelecht jegens Dysendach naestcommende, goets tyts, voor noen, als wanneer yeder zal commen versien met zyne redenen ende bescheedt, ter zake dyenende, om die gehoort ende gesien, dit different te mogen beslissen; die van Ziericzee, Ooes ende Tholen, zouden verstaen, alsoo die voorschr. Middelen gemeen zyn, dat dit different behoort Staefsgewyse ge-handelt te worden, waer op gesegt is, dat men wel begeert dat zy mede present zyn ende helpen beslissen dese questien, sustenerende nyettemia, die drye Steden van Walcheren, die voorschr. Geestelycke Goederen hun gecedeert te zyn by d\' andere Leden van de Staten, tot betalinge van de oude schulden.

Is geresolveert, dat men \'t placaet van den O Pennynck Maen-dach naestcommende zal publiceren binnen Middelhnrch ende zoo voorts elders alom daer \'t behoort.

31 Aug. 1593. Die van Middelhnrch tot openynge van de voorschr. communicatie, hebben overgegeven zeker Acte by den Eade alhier uytgegeven den 4 Sept. 1578, versouckende uyt crachte van deselve, dat die gesaiseerde Thienden zouden by die van Vlissingen en Vere gestelt worden in handen van den Eade, gelyck zy veerdich waren van hunnentwegen te doen, waerop die van Vlimngen ende Vere zeyden, die voorschr. Acte te wesen impertinent in dese zake, aengesien zyluyden te doen hebbende tegens machtiger partye, hun moeten behelpen met alle hunne Leden, ende om totten voorschr. afstant te commeu, dat die van Middelhnrch behooren eerst afstant te doen van de Geestelycke Goederen binnen hunnen Stadt, naer lange communicatie ende conferentie op de voorschr. Zake, is uyt-gestelt tot op morgen, om alsdan weder te hervatten dese Besoigne.

1 Sept. 1593. — Naer breede ende lange communicatien ende con-ferentien op den voorschr. differente tusschen de voorschr. drye Steden, is goetgevonden die van Middelhnrch voortehouden den naervolgenden Voorslach, met versouck dat zy hun dyen volgende zouden willen reguleren oft immers favorabel raport daer op inne bringen, ende voorts die questie submitteren aén ZExc. ende diegene, die ZExc. daertoe zal willen verkiesen: zyn ook die van Vlissingen en Vere versocht raport op morgen inne te willen bringen op de voorschr. submissie, om in dese te mogen eyndigen, ende hebben die Gedeputeerden van wedersyden gelooft devoir te doen aen hunne Principalen , om des voorschr. is aft te vorderen, ten welcken fyne die van Middelhnrch is gestelt in handen van den voorschr. Voorslach als volcht :

Voorslach op \'t different tusschen de drye Steden van Walcheren, gedaen in presentie van ZExc. den 1 Sept. 1593.

-ocr page 204-

200

I.

Dat die vau Middelburch zullen verdragen ende renuncieren van alien pretentien, die zy meynen te hebben aen de abdye tot Middelburch oft eenich deel derselver, daer inne begrepen des Muntmeesters wo-ninge, Munte, die Panden ofte Galerien derselver, die Woningen van den Kaetsheer Planen ende Vosbergen , mitsgaders van den Pensionaris Roels , zoo verre als dieselve overwaerts ende achterwaerts strecken, zonder hun voortaeu die voorschr. Woninge, Erven oft Plaetsen meer te onderwinden in eeniger manieren.

II.

Item, dat volgende hare presentatie te meermalen gedaeu, (als dat zy geen gerechticheyt en pretenderen aen eenige Geestelicke Eenten) zullen afstandt doen van alle deselve Renten by hun aengeslagen, ende responderen die verloopen van dyen, by hun genoten oft nyet betaelt, ende voortaen zelve te betalen alle die verloopen van Renten, daer inne zy voor de troubelen gehouden zyn geweest. Item, hare Borgers van gelycken constringerende te doen, zoo verre bevonden worde by eenigen bescheide, dat zy die zelve schuldich zyn.

III.

Item, zullen afstandt doen van alle die Huyseu by de Ministers des Goddelycken Woorts jege li woordelick bewoont.

IV.

Ende zullen allen die zelve pretentien laten ende gedogen by die van den Rade absolutelick geanveert ende geadministeert te werden van wegen de Staten van Zeelandt zonder contradictie of tegenseggen van yemanden.

V.

Daer jegens die van Middelburch aen hun behouden zullen alle die Renten ende Chynsen geprocedeert van Geestelicke Huysen by henlieden vercocht oft gealieneert, mitsgaders die schutteryen oft Armen gegeven, ende die zy tot voordeel ende cieraat van hunne Stadt ge-bruycken, ende boven dyen het Artillerye Huys, die Blauwe Poorte, het Bagynhof ende het Huysken in de Spaigraertstrate daer die Weduwe van de Pater van den Bogaerden jegenwoordelich inne woont.

VI.

Daer jegens zy weder quiteren zullen alle hare pretensien van gedane reparatien zoo aen de Nyeuwe Kercke, St. Pieters Kercke, het Gasthuys, Bogaerden, Ingelsche kercke ende anders, endebovendyen aen de Gemeene zake uytrycken, ende aen de Gec. Raden oft den Rentmeester van de Gemeene zake, daer behooren zal, die somme van 2000 p. gr. VI. eens.

VII.

Behoudens hun daerenboven die pretensien die zy mogen hebben

-ocr page 205-

201

van de 8 gr. op de Bieren. Item van de fourceringe van den Grave van Leycester ende ZExc. jegenswoordich. Item die Gaigen van de soldaten gebruyckt tot het ontset van der Sluyu.

VIII.

Ende tot voorder onderhoudt vau de reparatien van alle Kercken, Torens ende dependenten binnen de voorschr. Stede, zullen genyeten de somme van 200 p. gr. VI. \'sjaers.

IX.

Desen aengemerekt zullen die Gedep. van Middelburch willen be-neerstigen aen hunne Principalen, het ditferent desen aengaende te willen submitteren aen ZExc. ende diegene die haer gelieven zal tot hem te nemen by vorme van Compromis finael.

2 Sept. 1593. Naer den noen hebben die van Middelburch overgegeven hun scriftelieke declaratie op den voorschr. Voorslach; nopende de submissie zeyden geenen naerderen last te hebben om te submitteren , die van de poincten differentiel, als te weten, hun pret\'éns van 4000 p. gr. van reparatien. Item, die geeischte 400 p. gr.\'s jaers totte jaerlicse reparatien van de kercken. Item, d\'onderhout van de abdye Kercke ende van den Thoren van den Abdye, alsoo sy d\'ander poincten eertyts met den Kade genoech afgehandelt hielden voor ge-liquideert; is hun geautwoort, dat die voorgaende communicatie metten Kade desen aengaende, was in desen inpertinent, aengesien die is gedaen onder protestatie ende zonder yeders prejudicie, ende op \'t behagen van d\'andere Steden, daerop de Gedep. van Middelburch zeggen nyet te doen te hebben in desen met die van Vlissingen en Vere, maer alleendelick metten Kade alhier; ZExc. ende die van den Kade ter contrarien sustiuerende dat te wesen die verordineerde communicatie, op \'t different tusschen de drye steden van Walcheren^ omme te commen tot submissie, zoo men by deselve nyet en conste veraccorderen, zyn die van Middelburch anderwerft versocht absolute, generale ende finale submissie inne te willen brengen, als wanneer ZExc. nyet en twyfelt oft die van Vlissinyamp;n ende Vere zullen mede die Zake van gelycke finalick submitteren.

3 Sept. 1593. Naer dyen by de verordineerde communicatie, tusschen die Gedep. van Middelburch ter eenre, ende die Gedep. van Vlissingen en Vere ter andere zyden, in \'t lange gehouden voor ZExc. ende Gec. Raden van de Staten van Zeelandt, om partyen gerechticheydt te verstaan, ende hunne differenten te vereffenen, indyent doenlick ware, zoo ter cause van de Geestelijcke Goederen binnen Walcheren als ter cause van de pretensien over die reparatie aen de Kercken ende anders, dieselve nochtans nyet en hebben tot noch toe connen afgedaen worden. Zoo is \'t, dat de voorschr. Gedep. der voorn, drye Steden Middelburch, Vlissingen ende Fere, van desen hunne Principalen, om desen aengaende eyntelick tot liquidatie ende ruste te connen geraken, hebben finaelick gesubmitteert, zoo zy doen by desen, alle die voorschr. ditferenten ende appendentie van

-ocr page 206-

202

•dyen aen ZExc., sude die gene, die ZExc. zal gelieven by hem hier inne te vougen, om die selve by hun finalick beslist, geuytet, ende gedifinieert te mogen werden, zoo zyzullen vinden te behooren, geloovende beyde party en van wedersyden, op eere ende \'t gene by ZExc. als voren, in desen gedaen ende uytgesproken zal worden, onwedersprekelick ende onverbrekelick te achtervolgen end e onderhouden, ende hebben beide partyen gesegt tot onderrichtioge van ZExc. ende Rade voorn, op yeders gerechticheyt te zullen ondergeven elck zyn geschrifte ten dyen fyne, d\' welck een yeder is geaccor-deert, hebbende die van Middelburch ten dyen fyne gelicht van den Pensionaris Roëls, ouder recepisse van den Secretaris Baerse, zekere stucken by hun eertyds in dese zake voor den Eade over-gedyent.

Acte van Arbitrage in \'t different omtrent de Geedelijcke Goederen in Walcheren.

ZExc. wesende ten ernstigen versoucke van de Gec. Raden van de Staten van Zeelandt, alhier tot Middelburch gecommen, om neder te leggen zeker zwaericheden ende geschillen gerezen tussclien de Stadt Middelburch voorschr. ter eenre, ende die Stede van Vlimngen en Vere ter andere zyden, ter cause van de (ieestelijcke Goederen, zoo binnen die Steden als ten platten Lande van Walcheren, by henlieden respectivelick aengeslagen, naerdyen de Gêdep. van de voorschr. drye Steden, naer diverssche communicatien hier op gehouden, eyntllck den 4 deser maendt Sept., die decisie van de voorschr. geschillen finalick hebben gesubmitteert aen zyne voorschr. Exc., ende zulcke als deselve \'t synder assistentie in desen zal gelieven te nemen, hebbende ZExc. dyenaengaende goetgevonden daertoe te nemen die voorschr. Gcc. Raden van de Staten van Zeelandt\', Zoo is \'t, dat ZExc. met die van den voorschr. Rade, geleth hebbende op alles daer op in desen te letten stondt. verclaert heeft ende verclaert diffinitivelick by desen:

Eerst, om te weeren die schuerynge ende diversie van de Geeste-lycke Goederen ende administratie derselven, ende dat die selve tot Godes eere mogen werden geemploieert ende ten meesten dienste van den Lande eenpaerlick geregeert; conform d\'Instructie van den voorschr. Rade, zoo verstaet zyne ZExc., dat de voorschr. drye Steden respective zullen ten fyne als vooren, gehouden zyn promptel\'ck van wedersyden afstaut te doen van Geestelicke Thiendeu, ende voorts oock van alle andere Geestelijcke Goederen , van wat nature die wesen mogen, zoo binnen die voorschr. Steden als ten platten Lande van Walcheren, die by hun aenvaert mogen zyn (uitgenomen die gene daer aft by desen anders wort gedisponeert oft oock eertyts is gedisponeert geweest), zonder hun die administratie derselver van nu voortaen eenichsins meer te onderwinden, maer die inviolabelick te laten aen den voorschr. Rade, van wegen die voorschr. Staten, om cfm. hunne voorschr. Instructie, by hun geadministreert ende geregeert te worden door den Rentmeester van de Gemeyne Zake.

Met laste dat die voorschr. dry Steden aen denselven Rade eerst-

-ocr page 207-

203

daechs goede rekenynge, bewys eude reliqua schuldich zullen zyn te doen van hunne administratie respective, dyen aengaende tot nu toe gehadt.

Ende zoo eenige diversie van betalynge by yemanden van de voorschr. Steden daer uyt gedaen zoude mogen zyn, buyten oft contrarie de nature ende gewoonlicke ordre derselver, dat die by liuu respective datelick zal moeten gesuppleert worden, naer uytwysen dieVerpach-tynge ende Verhuyryngen daer aft gedaen oft naer luyt van de be-scheeden, daer aft wesende.

Dat oock die voorschr. dry Steden schuldich zullen zyn te betalen aen den voorschr. Kentmeester van de Gemeyne Zake die achterstellen ende jaerlicksche verloopen, die by hun genoten mogen zyn, oft immers noch nyet betaelt en zyn, duerende dese troublen, zoo van de Geestelicke Renten ais Chynsen t\'hunnen laste staende , ten welcken fyne zy daer aft eerstdaechs metten voorschr. Rade schuldich zullen zyn te commeu in liquidatie, ende voorts die voorschr. betalynge Jaerlicx te continueren totte lossinge derselver.

Ende zoo veel belangt de Geestelicke Huysyngen, Wonyngen ende Erven binnen Middelburch voorschr. zullen die van den voorschr. Rade, van wegen de voorschr. Staten hebben ende behouden de dispositie ende beleyt van de Wonyngen ende Huysyngen, die men heet \'t Hof van Zeelandt, oft die Abdye van Middelburch, binnen desen navolgenden rynck, te wetene, die Wonyngen ende begryp daer ZExc. als nu inne logeert, die Wonynge van den Raetsheer Huysen, \'t Logement daer Mevrouwe die Princesse inne plach te wonen, die Wonynge gebruyckt by Mr. Daniel de Schilder, die Wonyngen van de Raden van wedersyden die Noortpoorte van de voorsch. Abdye aen de Balarieplaetse, die Wonynge van den Raetsheer Taymon, het Schoollehuys, de Stallynge ende Wonynge van den Admiral Nassau, die Camer gebruyckt by den Staten van Walcheren , die Wonynge van den Raetsheer Zuytlandt , daer den Raetsheer Cooper inne gestorven is; die Blauwpoorte van den Abdye tegen over die Giststrate, aen beyde zyden van de Pooite, den Hoff gebruyckt by den voorschr. Admiral Nassau; den Dryncput achter den voorschr. Hoff, die Wonynge van den Raetsheer Planen. Item, het begryp van de Ver-gaderinge ende Besoigne van de Staten en hare Raden mette comp-toiren, mitsgaders van de Admiraliteyt, ende die dependentien van alle \'t gene begrepen is aen ende in den voorschr. rynck, daer en boven die Wonynge van den Raetsheer Vosbergen , ende die Wonynge van den Pensiounaris Roëls , ende- voorts oock die Huysyngen van de Munte met hare panden, uyt ende inganck derselve, die Huysynge ende Plaetsen daer aen gelegen, ende die Wonynge van de Muntmeester, ten welcke fyne zullen die van Middelburch gedogen, dat die passagie ende deure uyttet Ammonitiehuys onder den toren van de Abdye, uyt commende in de voorschr. Munte, toegemetst werde, ende zullen mede die van Middelburch benerstigen dat die Lynwaet oft gaernmarct, van daer eerstdaechs verlegt, ende die Munte vry gehouden worde. Zullen oock daer beneffens blyven ter dispositie ende gezag van den Bade, als voren, alle die Huysingeu van de Gemeene

-ocr page 208-

204

Zaken binnen die voorschr. Stadt Middelburch, die by de Minister» des Goddelicken Woorts worden bewoont.

Ende tot goede toesicht van behoorlicke reparatie vau alle die voorschr Huysyngen ende Wonyngen, zullen die voorschr. van Middelburch eenen persoon mogen committeren, die ter ordonnantie van de voorschr. Rade, alle die reparation daeraen behoorende, zal besorgen.

Voorts, zoo veel belangt alle andere Greestelicke Huysyngen oft gronden van Erven, hier nyet uytgedruct, gelegen binnen die voorschr. Stadt Middelburch, by hun geapproprieert oft t\' approprieren tot commoditeyt ende oieraet derselver Stede ende andersins, oft oock by hun vercocht ende uytgegeven oft te vercoopen ende uyttegeven, mitsgaders die Payen , Renten , ende Chynsen daer aft gecommen oft te com-men, verstaet ZExc., dat die zullen volgen aen die van Middelburch.

Met expressen bespreek ende verstande, dat zy daer voren zullen dragen ende laten smelten alle die pretensien van reparatien by hun tot nu toe gedaen aen hunne kereken, zoo die men heet de Nyeuwe Kercke als andere; mitsgaders Godshuysen ende Torens (insgelycx aen de voorschr. Wonynpe daer Mevrouwe die Princesse in plach te logeeren) eensamentlich die reparatien die zy voortaen noch Jaerlycx zullen moeten oft willen doen, waer toe hun daer en boven noch toegeleyt wort tot laste van de incommen van de voorschr. Geeste-lycke Goederen binnen Walcheren , 200 p. gr. VI.\'sjaers, te betalen ter ordonnantie van de voorschr. Rade, den tyl van 16 jaren lanck geduyrende, daer aft \'t. eerste jaer verschynen zal prima Oct. 1594 ende zoo vervolgens. Hierenboven zullen oock die van Middelburch t\'hunnen behouve mogen vercoopen om betimmert te worden, uytten voorschr. Hof van den voorn. Admiral, 40 voeten Erve, onbegrepen van St. Pieterstraete inwaerts.

Ende zoo veel belangt die reparatien by die van Vüssingm ende Vere aen hunne Kereken gedaen, sedert die troubelen tot nu toe, mitsgaders voor de toecommende reparatien derselver, verstaet ZExc. dat die van VHssingen ende Vere t\'hunwaerts zullen genyeten ende behouden alle die Geestelicke Huysen ende Erven, die zy over lange binnen hun steden t\'hunwaerts geapproprieert mogen hebben (gere-serveert aen den voorschr. Rade van wegen die voorschr. Staten ende Wonyngen aldaer dyenende totte Ministers des Goddelicken Woorts) waer-en boven hun noch toegeleyt wort, zoo voor de voorschr. gedaene reparatien (die mits desen oock gesmolten worden ende blyven) als voor de Jaerlicsche toecommende reparatien respective, elck 100 p. gr. \'s jaers, den tyt van 16 jaren lanck, duyrende als voren, daer aft \'t eerste jaer mede verschynen zal prima Oct. 1594 voorschr. ende zoo vervolgens, te betalen mede uytten incommen van de voorschr. Geestelyeke Goederen binnen Walcheren, ter ordonnantie van den Rade als voren.

Welverstaende nochtans, dat die betalynge van de Kerckendienaers, Schoolmeesters ende dyergelicke, van outs tot laste van de voorschr. incommen staende, als voren daeruyt Jaerlicx zal gedaen moeten worden, eer men die voorschr. Steden van de voorschr. toeleg zal schuldich zyn te voldoen.

-ocr page 209-

205

Reserverende ZExc. aen hem metten voorschr. Rade in cas van duysterheyt in desen, daer aft die interpretatie.

Aldus gedaen ends gearbitreert by zyne voorschr. Exc. in \'t Hoff van Zeelandt, tot Middelburch, den negensten dach Sept. in \'t jaer 1593. (reparapheert. P. de Rycke vt. Ende onder-teeckent Maüricf. de Nassau. Onderstont ter ordonnantie van zyne voorschr. Esc. ende Rade voornoemt. By my geteeckent Ch. Roëls.

8 Sept. 1593. Die Gedep. van Ziericzee heeft verclaert dat zyne Principalen, gehoort hebbende zyn rapport, toucherende het different van de drye Steden van Walcheren, geresen uyt het aenhouden van de Geestelycke Goederen ende Thienden, gelegen in yeders Ressort, die nu zekeren langen tyt by henlieden, zonder eenich respect aen de andere Steden, hare mede Lidtmaten, te dragen, geoccupeert ende eygen gemaect zyn geweest, alsoft die hun propre eygene Goederen waren geweest, hoewel deselfde, beneffens alle andere Geestelycke Goederen over geheel Zeelandt gelegen, moeten verstaen worden de Gereratueyt van Zeelandt toetecommen, erde nyet de diye Steden van Walcheren alleene, verstaende nochtans *t different van de Geestel. Goederen voorn., by de drye Steden van Walcheren gesubmitteert te zyn aen syne Exc. ende de Heeren Gec. Raden, al oft dieselve henlieden partienlierlick waren toebehoorende, zoo eerst dat zy wel expresselick protesteren, zoo zy oock doen mits desen van nullite, by soo verre daer eenige diversie van de Geestelieke Goederen voorn., in prejuditie van de Generaliteyt van Zeelandt zoude mogen uytgesproken werden; verclarende daar beneffens te verstaen, dat die Geestel. Goederen voorn, moeten en behooren geadministreert te werden by eenen Rentmeester, staende ten dienste van de Staten tot onderhout van de Ministers ende anders, ter dispositie van de Gec. Raden voorn, gelyck hier te voren altyts geschiet is.

8 Aug. 1595. Op de Requeste van Jan Pietersen, Rentmeester van de Geestelieke Goederen ende annotatie in Walcheren, ver-souckende mits de cortheyt van zyne middelen, tot betalinge van de Ministers zynder administratie, geauthoriseert te mogen werden tot lichtinge van zoo veel Pennyngen op Interest, tot laste van den Lande, als totte voorschr. betalinge zyn behouvende, ter tyt toe op \'t redres van zynen ataet versien zal zyn; is geappostilleert, die van den Rade alhier worden by dese geauthoriseert, om met kennisse van Zaecken, desen Rentmeester te mogen authoriseren totte ver-sochte lichtinge van Pennyngen op Interest, ten minsten coste van den Lande, ende nyet voorder dan de noodige betalingen zyn behouvende.

Eerken.

Algemeen. 1599, Extract uit de Memorie van de Middelen van Gelden, geraempt by de Gec. Raden van de Heeren Staten van Zeelandt, op het

-ocr page 210-

206

welbehagen van deselve Heeren Staten, relativa 8, 9 en 11 Oct. 1599.

Ende alsoo de Gee. Eaden dagelicx worden gemolesteert ende aensocht omme reparatie te laten doen aen de Kercken ten platten Lande, daer mede seer veel penningen, die anderssins tot onderhout van de Ministers ende andersins souden mogen gebruyekt worden, souden de Gec. Raden oock in deliberatie van de Heeren Staten leggen, off men nyet en behoort tot reparatie van de Kercken, Kerckhoven ende \'t geen vorder daer aff dependeert, te heffen op elcke Begraeffenisse, de Armen daer aff vry blyvende, twee Ryns guldens, ofte zoo veel min ofte meer als de voorsz. reparatie appa-reutelick commen te kosten, off anderssins gevouchelick geheven can worden.

Vliadngen. Engehche kerk. 24 Juny 1586. De Staaten wan Holland hebben geresolveert, dat by haare Gedeputeerden ter Vergaderinge van de Staaten Generaal, tot opbouwinge van de Kerke van VlUsingen voor de Engelsche guarnisoenen, booven de kosten, die by die van Holland tot reparatie van de Maaslandsche Kerke in den Briel, voor de Engelsche guarnisoenen gerepareert, gedaan, (een merkelijke som van Penningen bedraagende) sullen moogen consenteeren tot laste van die van Holland de somma van 4000 p. van 40 gr., dewelke die van Vlimngen sullen worden gepasseert op gelijke somme die de Staaten van Zeeland die van Holland schuldig zyn in de som van 25000 p., by die van Holland voor henluiden betaald aan de Marchants Aventuriers in Engeland, verschynende in den loopende jaare; en sullen voorts de Gedeputeerden van Holland de goede hand daaraan houden, dat by de andere Provintien gelijke 4000 p. aan die van Vlüsingen moogen worden betaald ten selven einde, sonder reguard te neemen op de quote, aangesien die van Holland de appropriatie en reparatie van de Kerk in den Briel tot haaren laste aan hen sullen houden.

19 Fehr. 1587. Alsoo totte Kercke van Vlissingen voor d\' lugel-sche, moet opgebracht worden de somme van ƒ 4165.—, by die van Hollandt betaelt voor die van Zeelandt an de Marchans Aventuriers, ende bovendien de Quote van Zeelandt, bedragende omtrent /quot;1200; zal Uw E. gelieven daer op oock hunne voorscr. Gedeputeerden tegens als dan mede te volmachtigen.

Wordt opgehouden tot Woensdach naestcommende om alsdan by die van Middelburch ende Ziericzee met hunne principalen gecommuniseert hebbende, ende haer raport geaoort, hier op te resolveren als naer behooren. Daernaer den 13 deser is ge-resolveert, naer raport yder in den zynen, dat die Staten dese somme van ƒ4166.— over die assignatie van die van Hollandt, midtsgaders \'t contingent van Zeelandt, daer inne bedragende £ 1298: 6 : 8 van 40 gr. zullen betalen, ende zullen die pennin-o-eu by die van Vlissingen gelicht werden , tot laste van de Staten van Zeelandt, te betalen binnen tweemael ses maenden, waertoe verbonden worden den C Penninck binnen Vlissingen vallende.

-ocr page 211-

207

13 July 1589. Die van Middelburg inbringende hun rapport, hebben hun geconformeert met d\' andere Leden van de Staten, ende is generalick geconsenteert in de ƒ 200.000 op de beraminge ende conditiën voorgeslagen 18 May 1589. Die van Vlissingen naer rapport, hebben mede geconsenteert neffens andere, met conditie dat henlieden voldaen ende betaelt zal worden \'t gene die van Zeelant hen schuldich zyn tottet opmaken van de Ingelsche Kercke tot Vlissingen, ende naerder rapport daer op genomen zynde by die van Flimngen, is geresolveert, dat die van Vlissingen uytte Thienden van de Gemeyne Zake over geheel Zeelant pont ponts gelycke ge-furneert zal worden, d\' eene helft van \'t gene die Staten van Zeelant tottet opmaken van de voorschr. Kercke schuldich zyn, binnen dat jaar 1589, ende d\' andere helft uytte zelve ïhienden van\'t Jaer 1590.

16 Sept. 1589. Op \'t interest van de Penningen gelicht tot op-bouwinge van de Ingelsche Kercke wort \'t versoeck van die van Vlissingen redelick gevonden, en zal hun te gelegenertyt daer af goet genoegen gedaen worden, immers naer advenant men bevinden zal naer het beginnen van de werken, dat zy voor het verschynen van de beloofde termynen, eenige Penningen gelicht zouden mogen hebben ter opbouwinge van de kercke voorscreve.

5 Juni/ 1590. De Gedep. Staten^ van Zeelant op de Generale Staten gelast t\' insisteren, dat die van Gelderlant betalen haer contingent totte Ingelsche Kercke tot Vlissingen gedestineert, bedragende f 800, alsoo d\' andere respective Provinciën dyenaengaende dyen voornoemde van Vlissingen contentement gedaen ende gegeven hebben.

19 Juny 1590. Op \'t aengeven van die van Vlissingen van penningen te mogen lichten op interest tot opmaking van d\' Ingelsche Kercke, over de terminen van de Quote van Zeelant, als noch nyet betaelt tot laste van de Staten van Zeelant, is by de Staten van Zeelant gepersisteert by de Kesolutie hier op in de Dachvaert van den 10 Sept. 1589, de 16 ejusden genomen.

Weerde. 7 July 1594. Op de Requeste van die van Weerde, om die Kercke van Weerde te bevryden van den C Pennynck, in zekere haere Thiende ende Landt, naer uyt wysen ende volgende die conclusie van hunne Requeste, wordt den Supplianten geaccordeert ende vergundt mits desen hun versouck.

Westersouhurch. 14 Jan. 1593.. d\' Heer van Mont St. Aldegonde heeft versocht assistentie tottet opbouwen van de Kercke van Wester-souburch, mitsgaders tottet onderhouden van eenen Kerckendienaer, Schoolmeester amp;c., aengesien die middelen eertyts daertoe vergunt, zyn bevonden van geender weerden te wesen, immers nyet zulcx dat daer uyt eenige reparatie zoude connen gedaen worden. Heeft mede versocht aftgedaen te worden zekere questie op \'t Lange Leen en Middel Leen. Item, noch van zekere Chyns, ten welcken fyne hy heeft overgegeven twee Requesten, is hem geantwoort dat men daer op zal letten.

-ocr page 212-

208

7 Jvhj 1594. Op de Requeste van den heer van St. Aldegonde, om t\'hebben het vry besit van de Thienden, genaemt het Lange ende Middelleen tot Wetieraouborch, omme daermede te repareren zyne kercke, of ten minste by provisie hem geheel latende in zynen pre-tensen vrydom van Thienden van alle zyne Landen in Westersouborch, ende eene merckeliclce somme totte voorschr. opbouwinge, ende voorts Octroy omme \'t cort daertoe behoorende, van de Prochianen te ge-crygen, is geappostilleert nihil; ende worden die commissarissen ter Verpachtinge van de Thienden, op morgen te doen, geauthoriseert om \'t voorschr. Lange en Middelleen, mitsgaders andere Thienden van de Gemeyne Zake, by den Suppliant t\' onrechte beseten, te verpachten van wegen de Gemeyne Zake, als van ondts, met gelofte, dat men de Pachters houden zal op hun pacht.

13 July 1594. Is binnen gestaen d\'Heer van St. Aldegonde, verthoogende anderwerf zyn ver sou ck tot opbouwinge van de Kercke van Weüermihorch, gevende te dyen fyne over andere Eequeste, heeft cock verthoort de gerechticheyt die hy heeft, van \'t hebben vrvdom van Thienden van zyne goeden tot Wedersouborch, gevende ten dyen fyne mede over andere Requeste; is gelast van beyde de Requesten copien te maecken, ende daer op eerstdaeghs raport inne te bringen.

23 July 1594. De Staten raport inbringende op de twee Requesten van den Heer van St. Aldegonde, mitsgaders op de Requeste van de Prochianen van Weshrsouhorch, zoo tot reparatie van de Kercke van Wetter souborch, als tot bevrydinge van de Thienden van zyne evgen Goeden aldaer, zyn gecommitteert die van den Raede alhier o\'ft eenige uytten zelve mette de Burgemeesters Schotte , Gele ende Reygeesbebgh , omme visitatie te doen ende te verstaen wat de voorschr. reparatie zoude mogen costen, ende wat hem eertyts daertoe vergunt is, ende voorts om van hem te verstaen het fondament van de gerechticheyt van zyn pretens tegens de Gemeyne Zake, omme hun raport gehoort, voorder te resolveren.

3 Nov. 1594. Is rapport gedaen by de Gec. geweest hebbende ter visitatie van de Kercke van Westersouborch , ende hebben geexhibeert het besteck ende plante gemaeckt tot opbouwinge ende reparatie der selver, verclarende dat de Heer van St. Aldegonde presenteerde mette Ingesetenen te dragen van \'\'e costen, mits dat by den Lande gedragen zoude worden d\'andere i/s deelen; is geresolveert dat die s/g van de voorschr. costen zullen betaelt worden by de Gemeyne Zake, uytte Geestelicke Goederen van Walcheren, geestimeert ter somme van f 1600, te betalen in 3 terrayuen, ende bet ^ zal gevonden moeten worden by den Heere ende Ingesetenen van Westersouborch , \'t zy op de Gemeten oft by Imposten, daertoe hun vergunt zal worden t\'hunnen versoucke, Octroy tot hunnen contente ment, ende zal die voorschr. Heer van St. Aldegonde van nu voortaen laten volgen aen de voorschr. Kercke tot jaerlycx onderhoudt van de reparatie derselver, die jaerlicxe chynsen hem eertyts by den Staten

-ocr page 213-

209

of Raden vergunt, tot opbouwynge deser Kercke, blyvende voorts ontlast van de verloopen derselver Chynsen tegens een yegelycken, tot nu toe verschenen ende gevallen; die van Ziericzee nemen hierop rapport, eerstdaeghs innetebringen.

3 Juny 1595. Is in de Vergaderinge erschenen d\' Heer van St. Aldegonde , versouckende voor zyn vertreck naer Hollandt, dat zoude mogen worden geresolveert op de betalinge ende voorderinge van de Kercke van Westeraouborch, mitsgaders op \'t different van de Verpachtinge van de Thienden van \'t Langhe ende Middelleen, omme daerinne te bevryden zyne Gemeten, tot 130 toe, een sament-lick om te houden de continuatie van de giften van de Chynsen hem eertydts gedaan van 5 ponden ende ettelicke schellyngen. Item omme te hebben de quitscheldingen van den Cbyns van 12 Schell. amp;c. die hem nu onlancx ontnomen zouden zyn by de Acte uytgegeven tot opbouwinge van de Kercke van Westersouborc/i; is hem gelast zyn vertoogh ende versouck te stellen by gescrifte, om tegen Dys-sendaghe naestcommende daer op te resolveren.

7 Juny 1595. Op de Memorie overgegeven by de Heer van St. Aldegonde, zoo nopente die opbouwinge van de Kercke tot Wester-nouhorch, ende betalynge van de Metsels ende Timmerluyden, als mede die questie van \'t Lange en Middelleen, daer op mede is gelesen de Eequeste van den Rentmeester Jan Pietersen dyenaengaende, mitsgaders aengaende het pretens van den voorschr. Heer, van zekere Chynsen die syner L. seght hem eertyts gegeven te zyn; wort ver-staen dat die van den quot;Rade alhier die voorschr. opbouwinge van de voorschr. Kercke, ende betalinge zullen behooren te voorderen, cfm. den bestecke ende verdraeh, zonder dat die Staten hiermede gemoeyt zullen worden; voorts wort generalick op de voorschr. Memorie Rapport genomen , ende is oversulcx gelast daer aft copie te maeckeu, ende deselve den Gedep. van de Staten overtegeven, met allen den bescheede daertoe dienende, ten welcken fyne men sal doen opsoecken de Acte den voorschr. Heere eertyts gegeven, voornamentlick die van den 18 Aug. 1581; ende nopende de voorschr. Thienden, terwylen by den Eapporte dyenaengaende leste gedaen, wort verstaen d\' exemptie van zyne Gemeten, tot omtrent 140 gemeten, meer te be-staen in gratie ende faveur dan andersins, zal men den voorschr. Heer aenscryven, dat men op geheel zyn versouck heeft Rapport genomen, dat zy daer om ter naester aenstaende Verpachtinge van de voorschr. Thienden, de Pachters derselver zal ongemolesteert laeten gebruycken hunnen Pacht, zonder de Gemeyne Zake te bringen in Schade door zyne oppositie.

7 Juny 1595. Aan den Heer van St. Aldegonde.

Wij hebben oversien de Memorie by Uw L. overgegeven, zoo noopende de voorderinge van de opbouwinge van de Kercke aldaer, als mede de betalinge van de Metsers ende Timmerluyden, ende andere Aerbeyders daer aen werekende, waer inne Wy gelast hebben Onse Gec. Raeden te besorgen, dat cfm. het verdraeh ende besteek

14

-ocr page 214-

210

dyen aengaeude tydelick voldaen mach worden, t\'uwer genougen; op alle d\' andere Poincten van de voorschr. Memorie hebben Wy genomen rapport, innebringen Maendage naestcommende den 19 deser. Dan alsoo Wy tot dienste van den Lande noodich achten, dat ter naester aenstaende Verpachtinge van Tienden, genaempt \'t Lange- ende Middelleen, de Pachters derselver gehouden mogen worden op hunne Pacht, zoo is ons seer ernstich ende vruntlick begeren, Uw L. gelieve de aenstaende Pachters derselver, vry ende ongemolesteert te willen laelen genyeten hunnen Pacht, zonder hun wyders eenige oppositie oft verhinderinge te doen, oft te laeten doen in eeniger manieren.

8 Aug. 1595. Op \'t versouck van den heer van St. Aldegonde, wort zyn pretens op \'t Middelleen ende Langeleen, mitsgaders den vrydom van de Thienden van zyn eygen Gemeten, aftgeslagen ; nopende zyn pretens op zekere Chynsen, ter somme van omtrent 5 of 6 ponden \'sjaers, die Gedep. van de eerste Edelen, Middelburg, Vlü-gingen ende Veere accorderen hem zyn versouck; Ziericzee, Goes ende Tholen zeggen, dat men de Gemeyne Zake behoort te mainteneren in hare gerechtigheyt, ende is daernaer by gemeyne advyse goet gevonden, om \'t Landt te mainteneren in zyne gerechtigheyt, ende nyet te min den voorschr. Heer van zyne gedane diensten te recog-noseeren, Rapport te nemen, om in plaetse van dese pretensien , den Heer van St. Aldegonde, by forme van recompense van zyne voorgaende diensten, te beschencken met ƒ 1000.— eens, met quit-scheldinge van alle voorgaende verloopen, van de voorschr, Chynsen, eude van \'t Interest van de Gemeyne Zake , dat de Pachters van de Thienden in de lichtinge van haren Pacht feytelick by der voorschr. Heer zyn belet geweest.

6 Nov. 1595. Op \'tversoeck van den Heer van St. Aldegonde , we-sende verstaen door den Rentm. Ja.n Pietersen, dat hy dit jaer afstant heeft gedaen van \'t inhalen van de Thienden by hem tot noch toe beseten, wort by den meesten deel van de Staten den voorschr. Heer vergundt in recompensie van zyn gedaene diensten de som van f 1000 met quytscheldinge van de pachten oft profyten by hem tot nu toe van de voorschr. Thienden genoten; insgelycx van de verloopen van de Chynsen, die hy pretendeert hem toetecommen, midts dat hy zal doen afstant van de voorschr. Thienden en Chynsen tot proffijte van de gemeyne Zake ende Kercke van Westérsouborch respectivelyck, daer ende soo dat behoort, die van Ziericzee versoucken alvorens te weten de somme wat dattet mach bedragen \'t gene de voorsch. Heer hier voortyds geproffijteert mach hebben van de voorschr. Thienden ende Chynsen, om daer op hun advis innetebringen; die van der Ooes ende Tholen nemen nader rapport.

17 Nov. 1595. Op de recompense van de gedaene diensten van den Heer van St. Aldegonde , die van Ziericzee, Goes ende Tholen raport inbringende, persisteren by huu voorgaende advysen, wort met meesten voicen gepemsteert by de Resolutie dyen aengaende genomen den 6

-ocr page 215-

211

deser, te weten dat den voorschr. Heere daer voren vergundt wort ■de somme van f 1000 eens, met quytscheldinge van de ackten oft Proffijten by hem tot nu toe van de Thienden van de Gemeyne Zake genoten, insgelycx van de verloopen Chynsen der gemeyne zake oft Kercke van Westersouborch, die hy pretendeert hem toetecomen,

midts dat hy zal afstandt doen van de voorschr. Thienden en Chynsen, tot proffijte van de Gemeyne Zake ende Kercke voorn., respectivelyck daer ende zoo dat behoort, te betalen by den Tresorier Valcke.

12 Jan. 1596. Syn gelesen de Brieven van den Heer van St. Al-degonde , van den 6 deser, vercla^rende wel gehoopt te hebben, dat zyne weynige Gemeten Landts vry gehouden zouden geweest hebben van de Thienden, maer terwylen zulcx by de Staten nyet en was goetgevonden, dat hy moest patiencie hebben; nopende de Chynsen, alsoo hy segt die hem by tytels van gifte toe te comen, ver-souckende deselve te mogen afleggen op eenen redelioken Hoofpen-ninck, dat hy daerom de presentatie van f 1000 in dyer voughen, te zynen praejuditie nyet en zoude connen aennemen.

31 Jan. 1596. Op \'l schryven van den Heer van St. Aldegonde van den 6 deser, daer by hy verclaert te vreden te zyn afstant te lt;loen van de Thienden, genaemt \'t Langeleen ende \'t Middelleen,

mits genyetende de betalinge van den toelegh van f 1000 hem ge-daen den 17 Nov. 11., eude voorts, mits blyvende in \'t bezit van de Chynsen ende Eenten, eertyts de Kercke van Westersouhorch toe-gecomen hebbende, tot omtrent f36 \'sjaers, daer aft hy segt hem eertyts by de Staten oft Raden gifte gedaen te zyn; wort verstaen,

dat de voorschr. Heer, mits doende als voorschr. afstants van Thienden, betaelt sullen werden de voorschr. f 1000 , by forme van reeom-pensie van zyne gedaene diensten by den Tresorier Valcke , ende bovendyen, in reguard van de voorschr. zyne diensten die zyner L dagelycx is continuerende, worden den voorschr. Heer mits dezen vergunt eude gegeven t\'zynen proffijte ende van zyne erffgenamen oft actie crygende de voorschr. Chynsen en Renten ter somme van 6 ponden grooten Vlaems \'s jaers, ordonnerende den Rentmeester Jan Pietersz. hem daer naer in zyne\'rekeninge te reguleren.

Studiegelden.

17 Jan. 1596. Op \'t 11 poinct van de beschryvinge, nopende de repartitie van de Burssen voor eenige Studenten in der Godtheyt, is goetgevonden ende geresolveert, den notnbre van de Burssen, om . die bequamelicker te connen verdeylen, te nemen tot 36 toe in lt;

getale, halff van ƒ 100.— ende halff van f 150.—, welcke Burssen verdeelt zullen worden op den voet gelyck men onder de Steden is practicquerende \'t furnissement van Leeuinge tot dienste van den Lande ende Gemeyne Zake, zonder praejuditie nochtans van denselven voet te willen trecken in eenige consequentie, te weten, dat die drye Steden van Walcheren in \'t voorschr. getal van 36 Burssen

-ocr page 216-

212

zullen hebben de nominatie van 24 Burssen, die van Ziericzee van 6, die van Goes van 4 ende die van der Tholen van 2 Burssen, daer aft d\' onderhout zal wesen May naestcommende, ende is \'t verstandt, dat de voorschr. Studenten zullen behooren genomen te werden van jongens die zoo verre geadvanceert zyn in de studiën, dat zy zyn uytte Grammaticalia zoo verre doenlick is, ende dat metten ingaen van \'t onderhout van deze Studenten zullen cesseren alle andere onderhoudinge by de Gec. Eaden gedaen ter Studiën; die van der Goes nemen hierop raport.

-ocr page 217-

CHRONOLOGISCH REGISTER.

I. Hollandt en West-Yrieslandt.

1573. biz. February.......7

1574.

6 Januari......134

26 November .... 7, 51

11 December.....90

1575.

2 Maart.......7

10 Augustus......50

12 September.....91

1576.

23 January......137

18 July.......119

21 Augustus......119

6 September.....162

17 November.....132

1577.

10 January......9

21 February......9

1 April.......57

10 .......66, 155

11 „.......138

17 ........10

3 Mei.......134

23 „.......132

1 July.......128

16 a (Op biz. 92 slaat

verkeerd Juny). . . 92, 128 5 Augustus......92

13 „ ......93

24 „ ......162

1578.

5 September.....11

8 // .....12

9 „ .....139

13 October......139

^ „ ......13

biz.

18 October......13

21 November.....139

24 „ .....93

8 December.....14

10 „ .....139

27 „ .....14

1579.

1 January......14

2 „ .....14,43

8 n ......14

19 February......166

26 „ \'......15

6 Maart.......15

19 „.......83

23 „.......114

6 April.......15

8 „.......17

5 Mei.......18

8 „......18,19

16 „.......93

30 ........20

15 Juny.......82

16 . „.......93

26 „.......94

5 Augustus. (Op biz. 114 114 staat verkeerd 3 Aug.).

13 Augustus. . . . , . 21

22 „ ......94

1 September.....84

26 u (Op biz. 94 staat 94 verkeerd 1569).

20 November.....94

24 „ .....95

1580.

9 January......80

20 February......57

19 Mei . \'..........21


-ocr page 218-

II

biz.

L Juny . .

. . . 114

15 July . .

... 21

29 „ . .

... 58

16 Aug. . .

... 53

19 „ . .

. . .115

27 „ . .

... 35

2 September

. . .116

10 „

. 143, 158

7 October .

... 46

1 November

... 48

15

. . .161

22 „

... 186

30

... 43

12 December

... 70

13

. . .116

14

... 116

27

1581.

... 83

20 Maart. .

. . 21,95

18 April . .

... 79

19 „ . .

... 95

24 „ . .

. . . 58

28 w . .

... 58

25 Mei . .

. . 49,64

3i . .

. . .133

1 Juny . .

... 77

4 „ . .

22, 23,

85,116,117

14 „ . .

... 72

16 „ . .

. . .163

7 July . .

. 139, 141

11 „ . •

... 60

13 „ . .

. . .141

15 „ . .

. . 50,95

18 Augustus.

. . .142

21 „ .

. .62,127

6 September

. .51,162

10 November

. . .132

28 1/

... 112

1 December

... 96

2 //

... 24

20

... 36

22

1582.

. . .148

15 Maart

. . .116

3 April . .

. . .161

28 Mei

. . .111

27 Juny . .

... 96

biz.

12 Julii.......123

14 Augustus......96

16 „ ......96

22 u ......97

3 November.....53

1583.

2 Maart.......24

22 ........133

27 April.......133

7 Mei.......24

20 „.......43

16 Juny.......24

9 September.....43

10 „ .....153

16 „ .....62

12 October......34

9 November .... 35,170 5 December.....40

8 „ .....46

10 „ .... 35,64

1584.

17 January......40

21 „ ......41

8 February......170

17 „ ......127

21 Maart. . \'.....77

13 April......25,109

25 „......49,120

27 ........170

1 Mei.......53

2 Juny.......79

4 „ .... 25, 26,169

8 „.......49

21 .......97,132

27 July.......168

16 Augustus. . ... 97

17 „ ......157

9 October......169

5 December.....26

8 „ . . . \'. . 171

28 „ .....156

1585.

15 January......171

13 Maart.......54

4 Juny.......171

25 „.......83


-ocr page 219-

Ill

„ .....54,169

November.....71

.....68

1586.

31 January .

68

169

12 February.

122

14 „ .

.76,

107

15 //

121

5 Maart. .

.27,

186

7/17 „ . .

98

17/18 „ . ,

113

23 Mei . .

80

24 Juny . .

117

28 „ . .

157

1 July . .

120

2 „ . .

. . 27.

,88,

169

7 Augustus.

170

19 September

172

20

55

2 October .

98

4 „

125

10 „

126

13 a

. 55,72,

120,

158

29 „

158

4 November

107

14

156

20 „

82

22 „

69

1587.

10 January......124

13 „ ......73

28 „ ......187

29 „ ......27

27 February.......28

2 Maart.......165

8 Juny.......75

September.....28

.....108

.....168

8 October......90

30 November.....187

1588.

31 Maart.......161

biz.

12 Augustus......84

27 September.....65

25 October.....73, 169

29 9 28

6 18 26

7 April . 22 „ . 12 Mei . 21 „ . 27 „ . 31 „ . 11 Junv . 21 „ . July . October

November

5 January 26

1 February

3 n 14 „ 17 „

20

7 10 11

17

18 7

11 18 9

19 7 9 7

13

20

12 Augustus 17 September 19

26 29

10 Octobsr .

4 November

13 January 22

biz. . 90 . 109 , . 172 , . 172 . 174 , . 108 . . 47 . 168 , . 174 . . 174 . . 29 , . 175 . . 112 . 98,144

7 9 10 15 1 2

1589.

n

Maart

ii

April

ii

Mei

•»

Juuy

//

July

1590.


-ocr page 220-

IV

biz.

biz.

31 January . . .

. . . 81

5 Augustus. .

32

21 February. . .

. . . 76

23

85

9 Maart. . . .

. . . 55

25

// ...

. . 80,

101

10

. . 169

1 Sept.....

. .45,

180

13 „ .

. . 176

6

69

14 „ ... .

. . 55

12

// ....

66, 81,

102

15

111, 169

1

October . .

76

23 „ ... .

. . 187

6

ii ...

. .68,

179

21 September . .

. .186

13

ii ...

. .32,

185

26 „

. . 160

21

// ...

38

3 October . .

.82,129

29

ii ...

102

11 // ...

... 88

31

ii ...

50

6 November . .

. 64, 87

1

November . .

102

8 „

. . 134

8

ii

46

16 „

. 67, 89

14

1/

56

11 December

. . 29

17

ii

117

12

. . 181

19

ii

153

1591.

25

ii

166

29 Juny ....

176

29 8

ii

December

. 102,

153 103

1592.

6

ii

104

8 Mei ....

. .124

8

88

8/15 Juny . . .

. . . 99

9

n

. . 52

76

1593.

17

if

152

5/27 January . .

. . . 99

21

u

168

9/20 November .

. . 100

22

ft

180

14/23 December

. . .100

2 V

tt •

180

1594.

1595.

18 February. . .

. .169

6 January . .

157

11 Maart. . .

. . . 80

1 February. .

70

21 „ ... .

. . . 44

2

70

2 April ....

. . . 81

22

ii ...

167

19 „ ....

. .100

28

ii ...

167

29 „ ....

. .178

4

104

4 Mei ....

. . .187

22

120

12// «...

. .123

11 April ....

. . 72

89

18 /, ....

. . . 81

13

167,

181

19 „ ....

. . 75

21

104

8 Juny ....

. . 32, 56

26

81

9 // ....

. . . 44

10

45

18 „ ....

. .153

11

113

27 „ ....

. 169, 187

27

104

30 „ ....

. . . 66

30

90

9 July . . . .

. . . 101

8 Juny ....

114

14 „ ....

. . . 72

20

67

21 „ . . . .

. .101

21

124

29 „ ....

. . .185

27

160

-ocr page 221-

V

biz.

13 July .... 67,181,185

25 „ 169

26 „.......167

8 Augustus......88

16 „ ......86

6 September.....122

8 „ .....181

14 „ .....104

21 October......89

1 November.....50

8 „ ... 152,154

7 December......129

28 „ ......48

1596.

10 January.....57, 86

15 „ ......169

18 „ ......167

20 „ ......90

5 February......33

17 „ ......127

22 „ .... 185, 186 5 Maart.......71

11 .........187

5 April.......47

25 ........105

4 Mei.......113

14 ........105

3 Juny.......81

9 July.......169

16 ........57

17 ........167

19 „ ....... 167

13 October......167

21 „ ......169

12 November.....167

13 „ .....50

26 „ .....182

27 a ..... 88

4 December.....107

6 „ .....90

16 „ .....183

1597.

24 January......105

5 February......169

10 » ......160

5 Maart.... 68, 87, 157

7 ........ . 127

biz.

10 Maart.......167

13 ........183

8 Mei......91,188

21 .......- 87

11 Juny.......106

23 .........65

24 ........170

1 October .... 167, 170

27 „ ......107

28 „ ......159

8 November.....170

17 „ .....167

27 „ .....71

1598.

5 January......87

22 „ ......41

7 February......-•107

6 Maart.......68

7 ii ...... 33,186

21 .......91

27 Mei.......47

18 Juny ...• • • 129 3 July.......81

14 Augustus......50

25 September.....66

8 October . ■.....87

19 November.....50

9 December . . • , • • 64

1599.

23 January......167

5 February......167

23 „ ......165

27 „ ......167

5 Maart......34, 74

30 April.......71

28 Mei.......183

9 Juny.......86

10 July.......117

12 ........91

16 ........184

2 Augustus......45

6 September.....168

1 October......109

28 ii ......155

15 December.....188

1600.

29 February......168


-ocr page 222-

VI

biz.

. . . . 44

11

July . .

12 „ . . .

.... 69

24

//

.... 70

12

Augustus.

10 Mei . . .

.... 168

13

n

19 „ ...

13

October .

23 „ ...

. . .91,168

10

November

.... 152

28

//

8 July . . .

.... 168

II. Zeelant.

biz. 91 131 169 168

109

110 34

1586. biz. 24 Juny . ......206

1587.

19 February......206

1589.

13 July.......207

16 Sept........207

1590.

5 Juny.......207

19 ........207

1591.

15 July.......191

21 ........191

10 Augustus......191

27 „ ......191

18 September.....192

6 December.....192

7 * .....193

1592.

8 Mei.......193

1593.

14 January......207

5 Mei.......195

17 July.......195

195 193 195

195

196 196 196

19

20 22

3 5

24

25

Augustus.

biz.

26 Augustus......197

27 „ ......197

28 „ ......198

31 „ ......199

1 September.....199

2 „ .....201

3 „ .....201

8 .....205

1594.

8 Juuy.......194

7 July..... 207, 208

13 „ .......208

23 „ ....... 208

3 November.....208

. . 209 . . 209 205, 210 . . 210 . . 210

1595.

3 Juny . . In.. 8 Augustus. 6 November 17

1596.

12 January......211

17 „ ......211

31 „ ......211

1599.

8 October......205

9 „ . .......205

11 // ......205

1600.

23 Augustus......194

27 October......194


-ocr page 223-

ALPHABETISCH REGISTER.

I. Hollandt en West-Yrieslandt.

A.

Aanstelling en Bezoldigiiisr van

Predikanten (Algemeen). 7. Aanstelling en Bezoldiging van

Predikanten (Plaatselijk). 34. Abbenbroeck. 34.

Abdye van Egmont. 83.

Abdye van Keynsburgh. 84. Ackersloot. 111.

Acte van consent van verhooginge van het onderhoudt van de Predicanten ten platten Laude. 29.

Acte van Eegeringe der Kercken-

goederen. 7.

Aerlanderveen. 152. Alblasserwaard. 35.

Almkerk, Uitwyck en Nee\'-

andel. 35.

Ameyde, Tien iioven en Meer-

kerck. 35.

Amsterdam. 36.

Amsterveen. 41.

Arckel. 42.

Assendelf. 111, 153. Assendelft-Westzanen. 43.

B.

Berckel. 43.

Berckou. 153.

Bergambacht. 112.

Bergen. 112.

Beverwyck. 43.

Bleskensgraef-Molenaersgraef. 43. Bodegraven. 44, 112, 153. Bommenede. 44, 113. Bonaventura. 45.

Brouwershaven. 45.

Buyckersloot. 45.

C.

Calslagen. 46, 113. Catwyck-Valckenburgh. 85. Combinatiën. 85.

Cralingen. 46.

Igt;.

Del ff. 114, 185.

Dircxslaudt. 114.

Dordrecht. 46, 185.

K.

Emeritaat-pensioen. 90.

Eyck en Duynen. 114.

O.

Geertruydenberg-Heusden. 48. Geervliet. 48.

Geestelycke Goederen, Domeynen,

enz. 91.

Goedereede. 50, 107.

Gornichem. 50.

Goude. (der) 51.

Goudriaen. 53.

\'s Gravendeel. 107, 168. \'s Gravenhage. 53,116,132 ,185. \'s Gravensande. 57.

H.

Haerlem. 57, 185, 186.

Haerlem en Delft. 186. Hardinxveld. 64. Hardinxveld-(ivsendam, 87. Heemskerck. 153.

Heenvliet. 64, 154.

Heerjansdam. 168.

Hekelingen. 87.

Hellevoet. 64.

Heukelom. 65.


-ocr page 224-

VIII

Heukelum-Aspereii. 87.

Heusden. 65, 155. Heusden-Hemert. 88.

Heynenoordt. 117.

Hooglicarspel. 163.

Hoogmade. 66, 155.

Huishuur. 107.

Hulppredikers. 109.

Huyssen en Blaricum. 66.

K.

Katwyk aan Zee. 66.

Kedichem. 66.

Kercken en Kerckengoederen. 109. Ketel. 107, 168.

Kloosters. 132.

Koorndyck-Piershil. 88.

L.

Langevelt-Noordwyck. 88.

Laren. 117, 156.

Laren en Hilversum. 67.

Lekkerkerk-Lekkerlandt. 88.

Leyden. 119, 134.

de Lier. 120.

Lisse. 120.

Loenen. 67.

Loosdrecht. 67, 68.

Loosduynen. 67, 121, 168.

Louvestevn. 68.

M.

Maeslandersluya. 68.

Maeslandt. 122.

Medemblik. 68.

Molenaersgrave-Brandtwyck. 107. Monster en der Heyde. 122.

X. \'

Naarden, Weesp, Muiden. 69. Nederhorst den Berg. 70. Nieuwrerkerck. 165. Nieuwerkerck-Capellea/d.IJssel.89. Nieuwpoort. 107.

Noordeloos. 123.

Noordwyck. 123. Noordwyckerliout. 70.

Nootdorp. 124. Nootdorp-Wilsveen. 89.

O.

Oegstgeest. 71.

Oostzanen. 71, 169.

Oud Alblas. 71.

Oudelandts Ambacht. 156. Ouderkerk a|d. IJssel. 71.

Oude Tonge. 157, 168.

Ouderschie. 124, 157.

Oudewater. 72.

Oudtdorp, St. Paneras, CoedycV. 125.

Ouwerkerck. 157.

Ouwerkerck a/d. Amstel. 72.

P.

Papendreclit. 78.

Pastoriegoederen en Pastorien. 143. Placaet rakende de aenbrengiuge

der Kerk egoederen. 10. Polsbroeck. 157.

It.

Bieck-Sloten-Osdorp. 127. Rotterdam. 73,109 Rynsburg. 127.

Ryswyck. 127, 157.

Saerdam. 73.

Sant voort, 73.

Sassera-Cage. 89.

Sassenheym. 108, 127, 158. Schagen. 74, 128, 158. Sehelluynen. 75.

Sehevelingen. 76.

Schiedam. 76.

Schipluyde. 159.

Schoolmeesters. 163.

Schoonhoven. 76, 108. Sevenhuysen. 77, 165.

Slooten. 129.

Sloterdyk, 77.

Slupick. 77.

Spanbroeck. 79.

Sparemlnm en Spavenwoude. 78, 160.

Spyckenisse. 108, 160. Studiebeurzen en Studiegelden. 166. Subsidien. 168.

Swaegh. 160.

Swartewael. 129.

Symonshaven en Biert. 161. Synodale gelden. 170.


-ocr page 225-

IX

T.

Toelagen. 169.

U.

Uytgeest-Crommeniedyk, 89.

V.

Vianeu. 161.

Vicaryen, Prebenden, enz. 170. Vlielandt. 79, 168.

Vooiburgh. 80.

Voorhout 80, 162, 168 Voorschoten. 129.

W.

Waalsche Keroken. 185.

Warmont. 134.

Wassenaer. 131, 163.

Waverveen. 131.

Weduwengeld. 186.

Weesp. 80.

Werckendam en de Werckeu. 81.

Westzanen. 81. 132.

Wilaveen. 132.

Woerden. 81.

Wormer en Gisp. 81.

\'t Wondt. 82.

Woudrichenu. 82.

Wyk op Zee. 109.


II. Zeelant.

JC.

Bezoldigirg der Predicanten (Algemeen). 191.

Bezoldiging der Predikanten (Plaat-selyk). 192.

Igt;.

Domeynen. 194.

G.

Geestelycke Goederen. 194.

II.

Hulst. 192, 193.

k:.

Keroken. 205.

M.

Middelburch. 193.

S.

Studiegelden. 211.

T.

Vlissingen. 206.

W.

Walcheren. 193. Weerde. 207. Westersouburgh. 207. Wolffaertsdyck. 194.


Verheteriuff.

Blz. 92 staat 16 Juny 1577, lees 16 July 1577 « 94 staat 26 Sept. 1569, lees 26 Sept. 1579. a 114 staat Delft 3 Aug. 1579, lees 5 Aug. 1579.

-ocr page 226-
-ocr page 227-
-ocr page 228-
-ocr page 229-

-

• quot; ;S \' : t ^

: S •\'. ■ •■;. • \'

\'mmm

y-\'-h

1

-ocr page 230-
-ocr page 231-