-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

YER, ^LNTHR AX-j^TOM AINEN.

-ocr page 6-

BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT

2823 474 2

-ocr page 7-

OVER ANTHRAX-PTOMAINEN,

TER VERKllIJGING VAX DEN UK A AD VAN

J3 O C T O IN DE pENEESKUNDE

AAK Dh

Rijksuniversiteit te Groningen,

et amp; % cv cj u cwh ct c 0 u v o tj)/Lcv quot;/Wj 11- s Dr. F. J. VAN DEN HAM ,

Hoogleeraar in de faculteil der helleren en Wijsheyeerte ,

tegen de bedenkingen der Faculteit in het openbaar te verdedigeij op ZATERDAG 19 MEI 1888,

dm nainklclagb- te 2 uur,

■B:RONGER :B:RONG£RS IÏZN. , ^—7. ■A^TS.

• CVi-^HWïx

geboreu te WiLDKUVAXh. /-5/ 4 ■ vquot; ï\'quot;*- \\ f

S w

•5\\ Kv-* f *\'*-ÿ

Wramp;s

1888.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

iB.aii mijne X3uder§

en

nstaande o^ehoonouders

(Opgedragen.

-ocr page 10-
-ocr page 11-

Over Anthrax-Ptomaineij,

HOOFDSTUK 1.

Inleiding.

Slcticlogic van tlnthzax.

Hoewel liet miltvuur reeds sinds de grijze oudheid als ziekte is bekend, getuige, dat in Mozes II. 9 eene beschrijving voorkomt van epidemiën, die naar alle waarschijnlijkheid anthrax-epidemiën waren, dat de (bleken en Romeinen anthrax der huisdieren kenden onder den naam Oidf/xu, sacer ignis, gutta robea, gutta renalis, pusula, en dat het den Perzen als ziekte niet onbekend was, die haar als perzisch vuur beschreven, hebben toch omtrent de oorzaak van zijn ontstaan steeds de meest verschillende mee-

-ocr page 12-

4

ningen geheerscht. Vroeger, toen men nog niet o-vertuigd was, dat anthrax behoorde tot de contagieuse ziekten (en dit duurde tot in het begin dezer eeuw) zocht men de oorzaak in de eene of andere anatomische afwijking. Eerst in 1849 gelukte het aan Pollender\') in liet bloed van dieren (5 koeien), die aan typisch miltvuur waren gestorven, 18 — 24 uur na den dood, behalve roode bloedlichaampjes, die door hunne onregelmatige vorm van de normale afweken en witte bloedlichaampjes (chyluskörperchen), veel grooter en talrijker dan in normaal bloed, eigenaardige lichaampjes aan te toonen, die hij constant aantrof en die veel overeenkomst hadden met den bacillus Vibrio of Vibrio ambiguus, die door eene Jo-diumoplossing zwak geel werden gekleurd en door CiHiC^, HC1, HjSO» en sterke kalisolutie niet werden aangetast; door HN03 oplossing echter spoedig opgelost. Wegens deze eigenschappen konden die lichaampjes geene dierlijke celsubstantie zijn (daar ze dan in azijnzuur en KHO moesten oplossen, niet in HNOs) en besloot hij. dat ze van plantaardigen aard waren. Juist toen Pollender zijne onderzoekingen had

\') Casper\'s Vicrteljahrschrift Bd. Vlll.

-ocr page 13-

5

gepubliceerd, werden deze bevestigd door Prof. Brauell \') die liet bloed van verschillende miltvuurdieren onderzocht, voornamelijk van paarden en schapen, en nu niet kleine wijzigingen dezelfde veranderingen vond als Pollender. Door een ongelukkig toeval o-verleed een der bedienden, die bij de secties hadden geholpen en was hij nu ook in de gelegenheid diens bloed te onderzoeken en zoo Pollender\'s ontdekking tevens voor den mensch te bevestigen. Brauell vond bij de sectie van den bediende (Carl Schuppe) vermindering van het aantal roode bloedlichaampjes (Pollender vond het gelijk), de staafvormige lichaampjes meest langer dan Pollender ze beschreef; bovendien waren deze eerst zonder beweging, maar vertoonden na drie dagen onder het dekglaasje zelfstandige beweging, terwijl hij ook knikking beschreef, hoewel de deeling door hem niet is kunnen worden waargenomen, maar hij besloot. dat deeling hierop was gevolgd, toen hij na een paar dagen alle lange in kleinere zag veranderd. [lij ging echter nog verder dan Pollender, doordat hij het bloed ook onderzocht vóór den dood zijner proefdieren en nu ook hierin die lichaampjes

\') Virchow\'s Archiv lid, XI.

-ocr page 14-

6

vond, maar zo knuien, volgons zijno ondei\'zoekingen niet eerder dan 1 — 3, zeldzamer 8 - 10 uur vóór den dood in het bloed voor; zoo ze echter voorkomen, gaan de dieren of menschen zeker dood en zou dus hieraan eene diagnostische en prognostische waarde zijn te hechten. Het gelukte hem echter ook twee veulens te infecteeren met anthrax, zonder dat in het geïnjecteerde bloed do staafvormige lichaampjes waren aan te toonen en toch na den dood. der venlens in hun bloed wel aanwezig waren.

Zonder twijfel waren deze lichaampjes dezelfde die Davaine in 1863 voor bacteriën, of liever ter onderscheiding der rottingsbacteriën, die zelfstandige beweging vertoonden, voor baderidies hield en die later met den naam bacillus anthracis werden bestempeld.\') Hij was de eerste, die de stelling verkondigde , dat deze bacteriën in oorzakelijk verband niet de ziekte stonden. ja zelfs het specifieke anthrax-virus waren. In zijne Recherches sur les infusoires du sang dans la maladie , connue sous le nom do sang do ratequot; zegt hij:

..le sajuj n\' avait point encon\' d\' odeur de jodrc\'

1) Comptcs reniliis ilc 1\' Acadcinie de sciences i oni. i.\\ II cu T.X X \\ II.

-ocr page 15-

faction, il avait Ja couleur violacée ordinaire dans la maladie du sang dn rate; examine au microscope, ü renfermait un nornhre immense de bacterium, sans mouvements et tout d fait semblables d ceux, que j\' ar a is dejd observes en 1850. J\' inoculai immédia\' tem ent de ce sang (21 ■Juillet 1863) d deux lapins et u un rat blanc, tons très-bien portants et vigou-reux, ayant leur sang parfaitement normal. Vingt-quatre heures après, ces trois animaux n\' offraient aucun changement dans leur apparence, leur sang examine avec beaucoup de soin, etait sain et ne con-tenait aucun bacterium. Quarante-trois heures après V inoculation, l\' un des lapins fut trouvé mourant; je me hdtai d\' examiner son sang, pris par une incision de la langue, et j\' y constatai la presence d\' une enorme quantité de bacte\'ries identiques aux celles du mouton. Le nombre de ces corpuscules etait tel, que je ne puis en donner Men l\' idéé qu\' en le comparant aux rnyriades des filaments sper-matiques de la sémence des animaux. Le sang du second lapin, examine quarante-Jiuit heures après l\' inoculation, n\' off rit aucun infusoire quelconque; le lendemain l\' animal mourut inopimment, soixante-troix heures après I\' inoculation. Son sang, examine

-ocr page 16-

8

vne demi-heure cqrrès, contenait aussi nn nomhre considerable de bactéries en tout semblables aux pre\'-cédentes. Un troisième lapin, inoculé avec le sang du premier et pendant que ce sang ètait encore tout frais, mourut au bout de dix-sept heures, après une trés courte agonie. Examine\' prtsque d l\' instant de la mort, le sang contenait les mêmes bactéries que les précédents. Le nombre de ces corpuscules était moins considérable, toutefois ü surpassait de beaucoup celui des globules sanguins. Le rat fut inoculé une seconde fois avec le sang, du premier lapin, néanmoins ü est encore vivant (26 Juület) et n\' offre rien de particulier dans son sang.quot;

Hierop volgt eene beschrijving der bacteriën en hij eindigt zijn opstel :

„Je me borne pour le moment d signaler un fait que je crois nouveau. L\' examen de six animaux atteints on morts du sang de rede a rnontré six fois dans leur sang les mêmes étres microscopiques. Ces corpuscules se sont évidemment développés pendant la vie de I\' animal infecté et leur relation avec la mala-die qui a entrainé la mort ne peut ètre mise en doute.quot;

-ocr page 17-

9

Hoewel dus Davaine hierover beslist zijne meening uitsprak, waren er toch nog vele, die aan de nieuwe theorie niet geloofden en die beweerden, dat anthrax bestond zonder bacteriën en da t, zoo men bloed van zoo\'n anthrax-dier inspoot, bij liet proefdier typisch anthrax werd opgewekt en die dus aanhangers waren va n de theorie vroeger door Brauell verdedigd. Bouley \') gelukte dit eveneens en ook Bollinger1) kwam tot dezelfde conclusie, ofschoon hij zegt: „abgesehen da-von, dass man die Bacteriën im Blute und in den Organen milzbrandiger Thiere wegen ihrer ausseror-dentlichen Kleinheit leicht übersehen kann, bespnders wenn sie nur vereinzelt vorkommen, und dass der-artige Blutuntersuchungen haufig nicht allseitig ge-nug vorgenommen werden und die Bacterien bei lo-calisirtem Auftreten im Körper unbemerkt bleiben, habe ich experimentell und microscopisch den Nach-weis geführt, dass in derartigen infectiosem Blute ohne Bacterien schon die Keime derselben in Form von Kugelbacterien vorhanden sind. Ebenso war ich im Stande mit bacterienhaltigen Anthraxblute durch

^ Bollinger, Zoouoseu, Ziemssen\'s Haudbueli der Spec. Path, und

Ther. Bd. III.

-ocr page 18-

10

Tmpfung echten Milzbrand zu erzeugen, ohne dass das Blut der Impfthiere Bacterien enthalt, wohl aber Bacterienkeime. die dami postmortal ausserhalb des Thierkörpers zu characteristischen Cyllnclerbacterien sich entwlckeln.quot;

Deze Bacterienkeime zijn later door verschillende onderzoekers o.a. Siedamgrotsky O- Fokker 2), Roloft\'3), Feser»), Archangelsky3) ook nog aangetroffen en door Osol1\'), die zich in den laatsten tijd vooral heeft doen kennen in zijne inauguraldissertatie als een tegenstander der bacillentheorie (zie hoofdstuk IV) met den naam „protococcenquot; bestempeld.

Uit bovenstaande aanhaling uit Bollinger blijkt toch. dat hij meer overhelde naar de theorie van Davaine, die hij ook latei- kon bevestigen door de volgende proef: een zwanger schaap werd geinfecteerd met anthrax, dood na 3% dagen; met het bloed, waarin bacillen, werd ingespoten een ander proefdier, waarop

\') Zeitschrift für vcrgleichende Pathologie 1875.

-\') Virchow\'s Arcliiy Bd. 88.

3) Centralblatt 1884 ])ag. 75.

4) Jahresberichte Virchow und Hivsch 187(1.

5) Centralblatt 1870.

Bj Centralblatt 1884 |iag. 401.

-ocr page 19-

11

exitns volgde en bij de sectie ook bleken bacillen aanwezig te zijn; bet foetus-bloed was echter vrij van bacillen en veroorzaakte na inspuiting geen anthrax. Eollinger nam de placenta aan als een natuurlijk filter voor de bacteriën. Later werd de theorie van Da va ine nog door verscheidene anderen bevestigd, het zou mij echter te ver voeren al deze onderzoekingen op te sommen, die door Kuch, Pasteur, de Ban/ e. a. zijn in het werk gesteld, noch den strijd») tus-schen de verschillende onderzoekers hierover gevoerd ; genoeg zij het, dat vooral in de laatste jaren ze als zeker bewezen is te beschouwen, nu het gelukt is, reinculturen van anthraxbacillen in te spuiten en dan typisch anthrax bij de proefdieren te veroorzaken.

Hoe echter die anthraxbacillen den dood van dier of mensch veroorzaken, ziedaar eene vraag, die nog steeds op antwoord wacht, en die ik mij ten doel stelde aan eene nadere proefneming te onderwerpen , vooral met het oog op de onderzoekingen van Dr. Albeit Hoffa, die het vorige jaar in eene monographie ,.über die Natur des Milzbrandgiftes\'\'

i} MitthciluDgcu aus dem Kaiserlichen Gesundheitsaiute 4881 Dr. Robert Koch „zur Aeliologie des Milzbraudes.quot;

-ocr page 20-

12

tot verrassende uitkomsten kwam, die ik door mijne proeven niet kon bevestigen.

Voor ik echter hiertoe overga, moge hier een woord van dank zijne plaats vinden voor de welwillendheid, waarmede gij, hooggeachte promotor, hooggeleerde Fokker, mij hij de bewerking van dit proefschrift hebt willen ter zijde staan.

Den Zeergeleerden Heer Dr. Ch. li. Ali Cohen, ad-sistent i/h. Hygiënisch laboratorium, ben ik groote erkentelijkheid verschuldigd voor zijne hulpvaardigheid en voorlichting op dit voor den eerstbeginnende zoo moeilijk terrein.

. Verder zij hier een woord van dank gericht tot U, hooggeleerde 11.11. Professoren, Zeer Gel. Heer Lector en privaat-docenten der medische faculteit, van wier onderwijs ik gedurende mijn studietijd heb mogen profiteeren. Wilt mij Uw zeer gewaardeerden steun, waar ik dien op mijne verdere loopbaan noo-dig mocht hebben, niet onthouden!

-ocr page 21-

HOOÏDSTÜK II.

camp;iótoiiïcfi Svamp;vzicfit van iïct €ln tfiiax-

Nu we dus als zeker mogen aannemen, dat de bacillus anthracis in bet lichaam voortwoekerende, ziekteverschijnselen veroorzaakt, die we bestempelen met den naam anthrax, is het van I telang na te gaan hoe die ziekteverschijnselen door de verschillende experimentators werden verklaard. In het begin van het vorige hoofdstuk hebben we gezegd, dat de oorzaak oorspronkelijk gezocht werd in de eene of\' andere anatomische afwijking, zoo b.v. door Kausch in eene paralyse der longzenuwen. Toen echter door Gerlach was bewezen, dat anthrax contagious was, zocht men naar het contagium en meende nu Gerlach, dat dit vluchtig was en zocht de oorzaak in eene bloedvergiftiging, terwijl Heusinger en Virchow het beschouwden als een malariagift, maar terwijl eerst-

-ocr page 22-

u

genoemde al* effect der woekering van dit gilt in het lichaam aanneemt eene paralyse der vaten naar de milt en tengevolge daarvan gangreen, gevolgd door secundair dezelfde veranderingen in de andere organen van het lichaam, dacht laatstgenoemde meer aan een septisch ferment. In aansluiting met zijne theorie, meende Davaine door de verstopping van het capil-lair-systeem door de grootte en het aaneenkleven der bloedlichaampjes (chyluskörperchen) een groot deel der ziekteverschijnselen hij anthrax te kunnen verklaren, voornamelijk de cyanose, den carbunkel, en asphyxie. Hij wilde dus aan de anthrax-bacillen eene mechanische werking t\'i\'kennen , eene theorie, die in lateren tijd vooral door Pasteur, Tomsaint en Klehs werd verdedigd en die ook Bollinger in zijne drie theoriën over den anthrax-dood aannam.

Laatstgenoemde onderscheidde n.1. de volgende:

1°. Anthrax apoplectiformis of acutissimus;

2°. Anthrax acutus ;

3°. Anthrax subacutus.

In het eerste geval zou bij de dieren de dood binnen een paar minuten volgen en zou de oorzaak te zoeken zijn in de enorme vermeerdering der anthrax-bacillen in het bloed. die dan door hun zuurstofont-

-ocr page 23-

15

trekkend vermogen zooveel Ü aan de roode bloed, bloedlichaampjes zouden onttrekken, dat de dieren door CO2 intoxicatie te gronde gingen. In de beide andere gevallen , waar de dood langzamer volgt, nam hij aan, dat er in het bloed secundair een chemisch gift werd gevormd . dat dan de koorts en overige verschijnselen zon veroorzaken. Voor den carhnn-kel, oedemen, transsudaten en bloedingen nam bij aan de mechanische werking der bacterien-embolien.

Deze theorie scheen en schijnt ook nu nog de aanlokkelijkste van allen ; zij verklaarde toch gemakkelijk alle symptomen die men bij de zieke .dieren aantrof, als dyspnoe . cyanose , kloni.sche krampen , asphyxie; bij de sectie veneuze kleur van het bloed en de organen , kleine bloed-uitstortingen , hyperaemia hepatis , etc., maar zij heeft den tand des tijds niet kunnen verdragen. Andere onderzoekers, die op dit thema doorgingen , vonden weldra verschijnselen. die hiermede niet strookten. Zoo vond Virchow het bloed soms arm aan bacterien ; Joffroy beweerde, dat de dood soms kon intreden , zonder bacillen aan te treffen; Oemler \'), dat het bloed nog helder rood

\') Hofa, l\'ebtr die Natur des Mihbrandgiftes.

-ocr page 24-

16

was, tenvijl reeds bacterien aanwezig waren , hetwelk ook Hjjff\'a beweert meermalen te hebben gevonden ; Roloffquot;, dat hij geene dyspnoe had aangetroffen dan alleen in den allerlaatsten tijd der ziekte. Pasteur \'), een aanhanger der mechanische theorie, zooals we reeds zeiden, (deze filtreerde n.1. miltvuur-bloed door middel van luchtverdunning door gips en kleicylinders. en zag nu , dat het serum , vrij van bacillen , bij ander normaal bloed gevoegd, in staat was een aaneenkleven der bloedlichaampjes teweeg te brengen) zegt daarentegen de Roloffsche waarnemingen te kunnen verklaren, doordat de bloedlichaampjes in staat zijn hun O langen tijd gebonden te houden, maar later die afgeven, als bewijs waarvoor moet gelden, dat vogels niet vatbaar zijn voor anthrax , omdat hunne bloedlichaampjes zeer resistent zijn, zoodat de bacterien hun de O niet kunnen onttrekken, een bewijs, dat Gemier en Feser 2) trachtten te ontzenuwen, doordat het hun gelukte anthrax van den mensch over te brengen op vogels (eenden , kippen, duiven . musschen , roodborstjes .

\') Pasteur, Buil de 1\'Académie de mcd. ct coinpt. vcndus 1S77—\'89. 2) Jahresberichte von Virchow und Hirsch 1876

-ocr page 25-

17

kanaries en distelvinken), terwijl laatstgenoemde nog sterk pleit tegen het aannemen van een chemisch gift. Hij zegt toch : „ Aus der Thatsache , dass ge-trocknetes Milzhrandblut nach 2- bis 26tagiger Con-servirung noch virulent war, spater aber nicht mehr, ziehe ich den Schluss, dass die Anthrax-bacterien allein die Virulenz bedingen unci nicht chemische Staffe, die durch eine fortdauernde Austrocknung bei niederer Temperatur kaum ver-andert wurden. Die Impfungen mit verdünntern Milzbrandblut ergaben das merkwürdige Resultat, class lcc mill ionen fach verdiinntes Blut, das ge-impfte Kaninchen nach 8 Tagen an Anthrax töd-tete, wahrend unverclünntes frisches Blut, ferner das 100-, 1000- und 10,000fach verdünnte Blut bei der Impfung wirkungslos blieb. Da jedes chemische oder andere Gift durch eine so bedeutende Ver-diinnung unwirksam wird , so ist dieses Residtcd ein weiterer Grund, die Anthrax-bacterien in der That für das Milzbrandgift zu halten.quot; Toussaint\') liet geïnlecteerde dieren leven in eene ruimte, gevuld met O en zag, dat hierdoor de dood

\') Hofta: „fiber die Natur des Milzbrumlgiftes.quot;

-ocr page 26-

18

der dieren noch vertraagd, noch verhinderd werd.

Een sterk bewijs tegen de theorie bracht Nencki\') in , die bij gezonde en geïnfecteerde konijnen bepaalde de hoeveelheid uitgescheiden phenol na toediening van één gram benzol aan elk der dieren. Hij vond geene vermindering bij de anthraxdieren. Tevens geeft Nencki nog aan, dat bij de sectie der anthraxdieren de bacillen meest in gering aantal aanwezig waren.

Ten slotte nog Siedamgrotskys)

Deze doet zich kennen als een tegenstander der zuurstofonttrekkende en der mechanische theorie. Hij vindt het aantal bacteries niet zoo groot, dat zij door hun O onttrekkend vermogen de aamp;phyxie enz. zouden verklaren, integendeel vindt hij gedurende het leven in het bloed ze slechts in sommige gevallen, daarentegen constant in den carbunkel op de plaats van inspuiting. Na den dood vindt hij ze in sommige gevallen in het bloed niet, maar wel constant in de milt. Constant komen echter volgens hem, zij het dan ook in niet groot aantal, voor, de door

\') Bcricbte der cliemiscLen GcseUschuft 1884 Heft lü.

-) Zeitschrift für vergleiehende Pathologie 4875 Bd. I Heft ]\\.

-ocr page 27-

KJ

Bollinger genoemde „Bacterienkeimeze komen voor zoowel op de plaats van inspuiting als in het bloed. zoowel intra vitam als post mortem en hechten zich voornamelijk vast aan de bloedlichaampjes. Hieruit zouden zich volgens hem weer jonge bacillen ontwikkelen. De geringe hoeveelheid bacillen zouden ook nooit op mechanischen weg de capillairen kunnen verstoppen. Hij onderzocht tevens bij de sectie microscopisch de vaten in den carbunkel, hersenen, Med: obl, en inesenterium en vond nergens een agglomeraat van bacteriën, wel enkele hoopjes witte bloedlichaampjes, maar deze konden nooit een bloedvat verstoppen. Ten slotte neemt hij als het meest waarschijnlijke aan , dat er in het lichaam gevormd wordt een chemisch product, hetwelk het aaneenkleven der bloedlichaampjes bevordert en den vaatwand zoodanig verandert, dat bloeduitstortingen ontstaan.

Filr die Ansicht, class die Milzbrand-bacterien Stoffe bilden , welche chemisch auf den Thierkörper einicirken, dafür mochten cms meinen Versuchen folcjende allerdings schon lange bekannte That-sache sprechen: Bei der Impfumj des Milzbrand-hlutes in den Hautkörper erfolgt cds Effect stets

-ocr page 28-

20

eine eMziindliehe Anschwdlung. Dieselbe über-ragt den Herd, in welchem Müzhrandbacterien und Bacterienkeime nachgewiesen werden können, stets uvi einen erhebliciien Theil. Nicht die Amce-senheit der Bacterlen ollein kann diese Wirkung he\' dingen, sondern nur die Erseugung chemischer Sloffe, welche schneller irn Geicebe durch Lyrnph-raume u.s.tc. sich bewegen als die Bacterien. Fer-ner beobachlet man das Ansteigen der Temperatur bei Kaninchen sicher s cl ion 24 Stunden nach der Impfung, wahrend Bacterien im Blute ja meist erst kürzere Ze it vor dern Tode, wo die Ternpe-ratur oft wieder abfdllt, nachgewiesen werden können.quot;

Siedamgrotsky en Feser, wier woorden we hier hebben aangehaald, staan dus in hunne theoriën lijnrecht tegenover elkaar: terwijl toch laatstgenoemde aan de bacteriën alle waarde wil toekennen. helt eerstgenoemde over naar de derde door Bollinger opgestelde theoriën, n.1.: het vormen van een chemisch gift.

We kunnen hierbij in \'t algemeen nu 3 moge-1 ij kh eden aannen len :

le. de inhoud der bacillen kon zelve giftig zijn.

-ocr page 29-

2e. de bacillen konden een in het bloed oplosbaar gift afscheiden, dat zij bereidden uit de opgenomen voedingsstoffen :

3e. de bacillen konden het gift vormen uit de in het organisme aanwezige samengestelde verbindingen.

Ieder dezer mogelijkheden nu vindt voor de verschillende infectie-processen, die bij mensch of dier worden aangetroffen, aanhangers; zoo b.v.b. een opstel van Prof. Dr. F. Neelssen over septicasmie en pysemie \'), waarin hij de oorzaak van den dood bij sepsis en anthrax verschillend opvat: voor de eerste namelijk neemt hij aan „ein lösliches, von dern Organismus abtrennhares Gift, icelches clurch sie, respect, in ihnen bei ihrer Wucherung yebil-det wird, ober unabhangig von ihnen in die Km\'-perflüssigkeiten diffundiren kann und so zur tödt-lichen Allgemeininfection führt, ehe die Zahl der Organismen eine besondere Höhe erreicht hat— „bei Anthrax handelt es sich urn eine Massemcir-kung, der Organismus wird durch ausserordent-Uch grosse Zahl der irn Blute louchernden Keime

\') Laiigcnbcck\'s Archiv fiir klinische Chirurgie, 1884 Heft 1\\.

-ocr page 30-

22

zerstort; unci tcenn wir den deletaren Effect der-selben audi kaum mechanisch auffassen dürfen, • sondern eine chemische Giftwirkung annehmen mussen , so ist doch offenbar das betreffende Gift an die Einselorganismen fixirt unci komrnt nur in clem Maasse zur allgemeinen Verbreitung im Kör-per, cds diese selbst sich ausbreiten.quot;

Neelsen is dus voor anthrax een aanhanger dei-eerste theorie; bij de beoordeel ing stuiten we echter op dezelfde fout, waarom we ook de theorie der zuurstofonttrekking niet zoo maar zonder voorbehoud mochten aannemen, dat n.1. door latere onderzoekers wss aangetoond, dat het aantal bacteries na den dood bij anthrax zeer gering kon zijn. Frisch 0, die in de cornea van konijnen reinculturen van an-thraxsporen entte, zag, dat in weerwil dat deze hierin kolossaal veel bacillen ontwikkelden, geen dier te gronde ging aan anthrrx. Hieruit trok hij de conclusie, dat de bacillen zelve de infectie veroorzaken en geen chemisch gift afscheiden, want dan zou dit gift van uit de cornea in het geheele lichaam moeten worden opgenomen en zoo infectie

\') .Talircsbcriclitc vou Virchow und Hirscb 1877.

-ocr page 31-

28

veroorzaken, die met den dood moest eindigen. Nencki\') bepaalde toen de chemische constitutie der anthraxbacillen en vond dat het hoofdbestanddeel was eene eiwitstof, (anthraxprotein genaamd), die gemakkelijk oplost in alcaliën, in water en verdunde zuren onoplosbaar is, echter in tegenstelling met andere eiwitstoffen geen zwavel bevat. Van den chemischen bouw der bacillen zou het nu afhangen of zij al dan niet in den strijd met de weefsel-elementen het onderspit delven. Nencki is dus een aanhanger der eerste theorie, terwijl hij zich doet kennen als een tegenstander der tweede theorie; hij filtreerde n.1. eene reincultuur van anthraxsporen, die vervloeid was en kreeg eene heldere alcalische vloeistof, waaruit hij door azijnzuur alle anthraxprotein praecipiteerde en van het heldere Altraat twee konijntjes inspoot 5 cc en de dieren bleven normaal.

De tweede theorie vond een verdediger in de Ba-ry i), die meende, dat het gift, dat de bacillen afscheiden, aan hare oppervlakte bleef vastgehecht, omdat volgens de onderzoekingen van Metschnikoff

\') Berichte der chcmischen Gcsellschaft 1884 Ileft 16. •h Vorlcsungcn über Baclcricn 1885.

-ocr page 32-

24

over prseventieve inenting tegen anthrax, gebleken was, dat virulente bacillen in den strijd om het bestaan niet door de witte bloedlichaampjes werden omsingeld en verteerd, terwijl verzwakt virus en niet virulente bacillen door de bloedlichaampjes werden vernietigd. Er moest dus aan de oppervlakte iets zitten, eene eigenaardige chemische stof, die de bloedlichaampjes dit belette, want zat het alleen binnen in de bacterien , dan zouden de bloedlichaampjes bij aanraking daarop niet reageeren. Welke de aard van dit gift is, hierover laat de Bary zich niet uit; wel herhaalt hij de proef van Nencki door het heldere filtraat van vervloeide anthrax-reinculturen in te spuiten en zag dan evenmin eenig effect. Hij neemt nu aan, dat dit gift, hetzij in zeer geringe hoeveelheid wordt afgescheiden en dan werkzaam is, of als het in grooter hoeveelheid wordt afgescheiden, buiten het levende lichaam wordt omgezet en dan onwerkzaam wordt. Als analoog met zijne theorie, grondt hij zich vooral op de onderzoekingen van Pasteur over de cholera des poules , die dezelfde proef deed als de Bary en Nencki met reinculturen van den bacillus der cholera des poules; hij filtreerde deze door kleicylinders, «poot het filtraat (soms 120

-ocr page 33-

25

gram) in, en zag dan , dat de dieren niet de typische infectieziekte kregen, maar wel één karakteristiek symptoom, de sopor, vertoonden; deze toestand duurde pl. m. 4 uur en de dieren werden dan weer normaal.

De derde- theorie is het, die in de laatste jaren, vooral ook op grond van onderzoekingen bij andere bacterie-processen , de meeste aanhangers heeft gevonden en waarvan speciaal bij anthrax Hoffa beweert die toxische producten, die alcaloidwerking vertoonen , te hebben gevonden , evenals Panurn, ruim 30 jaren geleden , die aantoonde voor de rottingsprocessen; deze \') ontdekte n.1. liet put ride gift, dat vrij is van organismen , maar door deze kan worden geproduceerd. Hij nam in rotting verkee-rende deelen van een lijk , welke rottende stoften putride infectie vermochten te veroorzaken , kookte deze elf uur , verdampte daarna tot droog wor-dens, trok het residu uit met alcohol, verdampte dien alcohol, loste vervolgens dit residu op in water en kookte dit nog eens elf uur. Nu kreeg een dier, waarbij hij dit inspoot , putride infectie, en bleek

\') Virchow\'s Archiv Bd. 60 1874. Fanum, das Putride Gift.

-ocr page 34-

26

het gift eeiie werking te bezitten als curare en plan-tenalcaloiden. Deze proeven van Panum werden later door verschillende onderzoekers herhaald en bevestigd.

Door den vooruitgang op chemisch gebied n.1., de verbeterde methoden ter opsporing der alcaloïden, werden steeds meer alcaloïden ontdekt, die door Francesco Sdrni met den algemeenen naam ptomai-nen werden bestempeld en die voor pathogene bacteriën reeds werden aangetoond door Brieger\') voor den: bacillus der typhus abdominalis en Staphylococcus pyogenes aureus (Rosenbach), hoewel misschien latere onderzoekingen ook hierover nog meer Jicht zullen hebben te verspreiden, daar Brieger zelf zich hierover nog niet beslist uitlaat.

\') Brieger: Über Ptomaine und weitere Untersuchungen über Ptomaine 1885—1886.

-ocr page 35-

HOOFDSTUK III.

GfiActzoctmufwv van cScffh.

Hotta infecteerde witte muizen, cavia\'s en konijnen door onder de huid, onder antiseptische voorzorgen, een draadje te brengen, waarop anthraxspo-ren waren ingedroogd, en dan de huidwonde te naaien. De dieren kregen dan anthrax en uit het bloed, lever en milt werden reinculturen gemaakt van an-thraxbacillen op lleisch-infuspeptongelatine, agar-agar en bloedserum. Van deze reinculturen infecteerde hij dan steriele vleeschbrij, (zijne proeven om de an-thraxbacillen te laten woekeren in kunstmatige voedingsvloeistoffen als de-Pasteur\'sche (aq. dest. 100, suiker 10, tartras ammonia; 1. phosphas kalicus 0.5,) en Nageli\'sche (aq. 100, tartras amm. 1 , biphosphas kalicus 0.100, sulphas magnesicus 0.020 en chlore-

-ocr page 36-

28

turn calcicum U.010) waren mislukt.) Deze meer eenvoudige chemische verbindingen bevatten voor de anthraxbacillen dus niet de noodige voedingsstoffen voor verdere ontwikkeling. De wijze, waarop die vleeschbrij steriel werd gemaakt enz., zal ik bij mijne eigene proeven vermelden. Nadat de met geïnfecteerde vleeschbrij gevulde kolven , die we ter verkorting anthraxkolven zullen noemen te gelijk met de controle-kolven 3 a 4 weken in de broedstoof bij 37° C. waren gedigereerd, ging hij over tot het afscheiden der alcaloiden uit beide kolven, en wel volgens 3 methoden.

Ie methode Stas-Otto.

2e methode Brieger.

3e methode Fischer.

Zooals bekend is, berust de eerste der genoemde methoden, voor zoover ons aangaat, hierop, dat de zure zouten van sommige alcaloiden oplosbaar zijn in water en alcohol en onoplosbaar in aether, maakt men ze echter alcalisch en maakt dan dus de alcaloiden vrij, dan lossen ze op in aether, amylalcohol, chloroform, petroleumaether enz. en kunnen nu door verdamping der aether vrij en zuiver verkregen worden. De tweede Tnethode (Brieger) bestaat hierin,

-ocr page 37-

29

dat door toevoeging van HC1 (niet in overmaat) de alcaloiden worden omgezet in de zoutzure verbindingen. Alles wordt nu tot siroopdikte ingedampt en door absoluten alcohol de alcaloiden opgelost; de oplossing gefiltreerd en dan hieraan toegevoegd eene alcoholische sublimaatoplossing 24 uur lang; liet hierin gevormde neerslag wordt met water gekookt en gefiltreerd. Later wordt het kwik door HjS verwijderd en dan dubbelzouten gevormd met platina-chloride, goudchloride of picrinezuur.

De derde methode is eene nieuwe methode, door Hoff\'a het eerst toegepast , op aanraden van .Prof. E. Fischer, die ze voor eenvoudiger houdt dan de beide andere en er toch hetzelfde goede resultaat van verwacht. De massa wordt zuur gemaakt met HC1 of HjSOi en dan ingedampt in een vacuum; de ingedikte massa uitgetrokken met absoluten alcohol, door een met alcohol bevochtigd filter gefiltreerd, en dan weer in een vacuum verdampt. Het residu wordt dan eenvoudig opgelost in water (bij mijne proeven moest dit steeds nog eens gefiltreerd worden.) Nu voegt men er NaHO bij en schudt uit met tether enz. enz.

Met de methode Stas-Otto, kreeg Hofïa het volgende resultaat:

-ocr page 38-

30

Anthraxkolf.

waterachtig-■wijnsteenzure oplossing, algemeene alcaloidreacties giftig.

Ingespoten een kikker loc 4 u. 15 m.;

4 u. 20 m. Vollstandigreaetionslos, j lasst sich ruhig auf den Rücken le- i gen, nehmt alle möglichen unna-1 türlichen Positionen an; keine Keflexe mehr, Herzaction langsam nnd unregelmassig. Pupillen weit.

4 u. 30 m. Der Sopor ist unmittelbar in den Exitus übergegangen, nach-dem einige kramphafte Zuckimgen voraus gegangen waren. Her/1 systolisch contrahirt.

Geen

ingespoten konijn (1800 gram) 5cc

5 u.

5 u. 5 m. ïhier sehr] unruhig, lauft j hin und her.

5 u. 10 m. Athmung beschleunigt, pa-rese der hinteren Extremitaten.

5. u. 20 m. Starke dyspnoetische keu-! chende Athmung, soporöser Zu-; stand. 1

Controlekolf.

waterachtig - wijnsteenzure oplossing.

Geene giftige alcaloiden.

-ocr page 39-

31

5. u. 25 m. Coma. Thier ganz reacti-onslos.

5 u. 27 m. Abgang blutigen Stuhlos.

6 ii. 30 m. Langzaam herstel, volgenden morgen nog niet weer geheel normaal.

Resultaat.

Witte muis loc ingespoten C uur. 6 u. 5 m. Sopor, starke dyspnoe. 6 u. 8 m. Exitus nach asphyctischen Krampfen.

Ingespoten cavia 5cc 4 uur.

4 u. 5 m. Thier unruhig, beschleu-nigteHerzthatigkeit und Athmung.

4 u. 10 m. Beginnender Sopor, Athmung keuchend.

4 u. 25 m. Sopor, starke dyspnoi-sche respiration.

5 u. 20 m. Wilhrend das Thier ganz reactionslos mit hochster Athem-noth daliegt, treten einige kramp-hafte Zuckungen, und kurz dar-auf der Tod ein.

Waterachtig - wijnsteenzure oplossing. alcalisch gemaakt met NallO en met aether geschud.

-ocr page 40-

32

Anthraxkolf.

algemeene alcaloidreacties giftig

Ingespoten een kikker Icc; Unmit-telbar nach der Injection ganz re-actionslos und sopor, exitus nach wenigen Minuten.

Herz systolisch contrahirt.

Geen resultaat.

Ingespoten een kikker quot;/4 cc; es wiederholen sich dieselben Symptomen, exitus nach einer Stunde.

• Ingespoten een cavia 2cc 4 uur.

4 u. 5 m. Thier sehr unruhig.

4 u. 10 m. Athmung beschleunigt, paralyse der Extremitaten.

4 u. 50 m. Sopor und starke dyspnoe.

5 u. 40 m. Athmung regelmassiger,! blutig-wasseriger Stuhl.

5 u. 50 m. Schwache Bewegungs-: versuche. 1

Contrólekolf.

geene giftige alcaloiden.

6 u. 30 m. Thier hat sich wieder erholt.

Ingespoten een konijn 6cc 3 uur. 3 u. 5 m. beschleunigte Athmung.

-ocr page 41-

;! u. 15 ui. .Starke Dywpnoe.

:gt; u. o\'J m. Sopor, Pupillen weit. Athmung unregolmassig.

3 u. 35 m. Reichlich blatig, wasseriger Stuhl.

3 u. 40 m. DyspuoetisclieKrampfe, die zuin ïodo führen.

Massa. na eerst met tetlier te zijn uitgetrokken, met amylalcohol geschud, geeft bij inspuiting geen resultaat, na verdamping der amylalcohol geene giftige bestanddeelen. Wordt echter de massa direct met amylalcohol uitgetrokken, dan:

Anthraxkolf. Contrölekolf.

algemeene aloaloidreaeties geone giftige ak-aloiden. giftig.

Ingespoten kikker\'/jee; fast monion-tan reactionslos, nach 10 Minuten todt, indem der Sopor unmittelbar (xeeii resultaat, in den Exitus übergeht.

Ingespoten witte muis 1 cc, uach kaum 1 Minute heftige Dyspnoe, asphyetische Kriimpfo und Exitus.

-ocr page 42-

34

Ingespoten witte muis \'4 cc, Exitus j nach 10 Minuten.

Ingespoten cavia 5 cc 12 uur.

12 u. 3 m. ïhier sehr unruhig.

12 u. 5 m. Besclileunigte Athmung.:

12 u. 10 m. Dyspnoe, beginnender So-por.

12 u. 15 m. Injection von 0.005 gr. Atropin.

12 u. 20 m. Thier reactionslos, Athmung unregelmassig.

12 u. 25 ni. Asphyctische Krampfo.

12 u. 27 m. Exitus letalis.

Ingespoten konijn (2000 gr.) 6 cc 3 u.

3 u. 15 m. Sopor, heftige Dyspnoe.

3 u. 20 m. Blutig wasseriger Stuhl.

Geen resultaat.

3u. 30m. Exitus letalis, nach kur-zen asphyetischen Krampfen.

Als eindresultaat geldt dus, dat het Huffa gelukt is uit de anthraxkolven giftige alcaloideu af te scheiden, die door de woekering der anthraxbacillen op steriel vleesch waren gevormd en deze alcaloiden, in het dierlijk lichaam ingespoten. veroorzaakten onder vrij constante symptomen den dood der proefdieren.

-ocr page 43-

Nurmaal steriel vleesch, op dezelfde wijze bewerkt, bevatte geene giftige alcaloiden en bij inspuiting bleef dit zonder resultaat. De gebruikte sether en amyl-alcohol vertoonden geene alcaloidreacties en bij inspuiting geene vergiftigings-verschijnselen.

Het resultaat der Brieycr\'xche methode besprekende, zegt Hoffa, dat zijne proeven hiermede nog niet zijn voleindigd. Hij deelt echter zijne uitkomsten mede, omdat zij altijd reeds iets interessants opleveren. Daar de onderzoekingen volgens de methode Stas-Otto hem deden vermoeden, dat choline en murine, eene rol speelden bij het ontstaan der pto-mainen , nam hij als voedingssubstraat hier geene vleeschbrij, maar eene stof, die rijk is aan lecithine (waarvan choline een hoofdbestanddeel is) n.1.:

lu. Eidooiers. Hier komt Hoft\'a tot geen zeker resultaat: hoewel hij eerst dacht neurine te hebben gevonden als product der anthrax-bacillen, bleek later bij controleproeven met normale eidooiers , dat ook hierin zoowel neurine als choline voorkwam;

2°. Gebruikte hij als voedingssubstraat eene zuivere versch bereidde oplossing van choline. dan

-ocr page 44-

36

bleek, dat hierop de bacillen niet voortwoekeren wilden;

3°. Kippeneitcit, als voedingssubstraat, bleek onvoldoende, want, wanneer er gedurende 5 weken bacillen op hadden gegroeid , vertoonde dit , volgens Brieger verwerkt, geene alcaloidreacties. Als slotsom kan dus gelden , dat Hoffa hier tot onzekere uitkomsten komt.

Als resultaat der FiscJter-ache methode verkreeg Hoffa, evenals bij de methode Stas-Otto:

Anthraxkolf. Controlekolf,

algemeene alcaloidreacties. giftig.

Ingespoten cavia 4cc 5 uur.

5 u. 5 m. Thier sehr unruiiig. Herz-action unci Athmung beschleunigt.

5 u. 10 m. Sopor, starkere Dyspnoe.

5 u, 16 m. 0.0005 gr. atropin aub-cutan.

geene giftige alcaloiden.

geen resultaat.

5 u. 20 min. Aüsserste Dyspnoe, vollstandige Reactionslosigkoit.

5 u. 22 m. Tod nach einigen kramp-haften Zuckungen.

-ocr page 45-

Ingespoten koiiyn (1800 gr.) 6cc 5 u

5 u. 5 m. Herzaction and Athnmnf, beschleunigt.

5 u. 25 m. Heftige Dj\'spnoe, clün tier blutiger Stuhl, Sopor.

j u. 30 m. Eeactionslosigkeit, unre gelmassiger Athmung.

ri u. 35 m. Tod nach kurzen asphyc-tischen Krampfen.

-ocr page 46-

HOOFDSTUK I V.

ÖliJCfl 01 lóczzcc fï.

Om nu de onderzoekingen van Hofta te contro-loeren, deed ik drie proeven volgens de methodes van Stas-Otto en Fischer (de Brieger\'sche methode werd door mij niet gevolgd, daar ook Hoffa van deze geene resultaten heelt medegedeeld.) Daarna stelde ik mij verder de vraag of het mij mocht gelukken de Hoffa\'sche alcaloiden aan te treffen in het bloed en de organen van anthrax-konijneii en verder in eene milt van eene koe, aan anthrax gestorven.

Kortheid- en volledigheidshalve dient te worden vermeld. dat ik onder algemeene alcaloidreacties versta, reacties met:

platinacliloridc.

pjiosphoi\'icolfi\'dinzuw.

-ocr page 47-

oplossing van ricicluiv tannicum. Kaliumkioikjodide.

Lugol\'sche Joocloplossing.

en dat „alcaloidreacties aanwezigquot; wil zeggen, dat alle reagentia of de meeste een prsecipitaat geven.

Mijne uitkomsten zal ik vermelden naar volgorde van den tijd van het onderzoek. door inij ingesteld.

©nóetzoc/i 3{ocniilt.

Den 20en Januari 1887 werd ik in de gelegenheid gesteld de milt van eene aan miltvuur lijdend afgemaakte koe te onderzoeken. Het microscopisch onderzoek bevestigde de diagnose (prseparaatjes wemelden van anthraxbacillen, en eene muis , bij welke een druppel bloed onder de huid was gebracht, stierf aan typisch anthrax.) Deze milt werd behandeld volgens Stas-Ötto en Fischer.

Ik nam 100 gram der milt, hakte dit jij n en trok het uit met 200 gram alcohol 50 % (geen geconcentreerde alcohol, omdat dan de massa te veel coagu-leert.\') Dit wordt nu, nadat door toevoeging van wijnsteenzuur-oplossing de massa zuur gemaakt is ,

\') Dr. E. Ludwig. Medicinische chemie.

-ocr page 48-

40

in de broed stoof geplaatst en van tijd tot tijd oinge-roerd. Na nog eens weer met alcohol en wijnsteenzuur te hebben uitgetrokken, wordt de massa gefiltreerd en telkens onderzocht op de zuurreactie. Het Altraat wordt nu ingedampt bij (5U0 C. om de alcohol te laten vervluchtigen, de rest door een met water bevochtigd filter gefiltreerd, meermalen met 1 foj) afgewasschen en nu tot siroopdikte ingedampt.

Deze massa wordt door langzame toevoeging van alcohol uitgetrokken, waarbij een witachtig dik pragt; cipitaat ontstaat. dat door filtratie wordt verwijderd . het Altraat ingedampt en de rest in water opgelost. Deze wijnsteenzuur-, waterige oplossing wordt gebruikt ter inspuiting.

Tegelijkertijd nam ik nog eens 100 gram der milt. dat ik. na liet te hebben fijngehakt, met Chamber-landwater aanmengde, (dat later toch weer verdampt) en door HC1 zuur maakte. Deze massa wordt, na des nachts in de broedstoof te hebben gestaan, den volgenden dag op een waterbad van 70° C. ingedampt (niet in eeu vacuum, daar waarschijnlijk toch niet op apomorphine, atropine, hy-oscyamine of physosfigmine onderzocht behoeft te

-ocr page 49-

41

worden). \') Ki. uitgeti\'okken met alcohol 96 % in overmaat en den volgenden dag weer gefiltreerd: het filtraat ingedampt bij 60 C. tot droog wor-dens toe en dan opgelost in water, alcaliseh gemaakt door NaHO, dan sether bijgevoegd, in, een schndkolije geschud, den volgenden dag nog eens uitgeschud, beide aetherische massa\'s, bij elkaar gevoegd en verdampt en de rest in water meteen paar droppels HCl opgelost (de rest was een weinig rijn gekristalliseerde wit, geelachtige stof.) Het oplossen ging niet gemakkelijk. Het praeci-pltaat wordt nu nog eens uitgeschud met \'amyl-alcohol: na verdamping blijft hier over eene gele massa, gemakkelijk oplosbaar in water, waarbij een paar droppels HCl gevoegd zijn.

Stas-Otto. Fischer.

waterachtig-wijnsteenzu- aetherisch extract.

re oplossing:.

alcaloidreacties aanwezig : geene akaloidreacties.

Kikker \'fy-r: blijftlfven. Kikker \'Acc; blijft leven.

Muis loc; blijft leven. Muis loc; zit stil neer, vertoont

parese der achterste extremiteiten. 1 quot;s nachts exitns letalis; Sectie:

Dr. K. ï.ndwig. Medicinischc chemip

-ocr page 50-

42

I milt niet, vergroot, geene bacillen in milt of lever; streepculturen hiervan gemaakt, ontwikkelen zich geene ! bacillen; muis, ingespoten met een stukje der milt; blijft leven.

Nog muis 1 cc; vertoont weder pa-rese en \'s nachts exitus, sectie dito.

Amylalcoholisch extract. alcaloidreacties aanwezig. | Muis Icc ; blijft leven.

Als controle-proef wordt nu genomen eene normale koemilt . die microscopisch niets abnormaals bevat, en hiervan 100 gram op dezelfde wijze behandeld.

Fischer.

Stas-Otto.

waterachtig - wijnsteenzure oplossing, alcaloidreacties aanwezig.

Muis 1 cc; 2 u. 30 m.

ö u. 30 m., traag, reageert niet op prikkels, parese achterste extremiteiten.

9 u.;

exitus.

Sectie: milt niet vergroot , geene bacillen.

aetheriseh extract.

geene alcaloidreacties.

Muis 1 cc , pareso achterste extremiteiten , herstelt echter weer en wordt nu volgenden dag nog 1 cc ingespoten, blijft leven tot na verloop van 10 dagen exitus, waarschijnlijk ten gevolge van gangraen der huid op de plaats van inspuiting.

Sectie-, milt niet vergroot, geene bacillen.


Kikker \'/, cc; blijft Ie-1 Kikker \'/s cc; blijft loven, ven. ;

-ocr page 51-

43

ami/lalcoholisch extract.

alcaloidreacties aanwezig.

Muis Ice; volgenden dag leeft hot dier nog, maar zit stil op dezelfde plaats. vertoont lichte kloni-sche algemeeno krampen. Pare-so der achterste extremiteiten ; \'s nachts exitus. Sectie: milt niet vergroot, geeno bacillen.

Als controle-proef, om te zien of de voor de proeven gebruikte alcohol niisschieu ookalcaloiden bevat, wordt 100 gram alcohol op dezelfde wijze behandeld. en hienneê inges})oten bij eene nniis 1 cc ; lilijft leven.

Onéeizced dllUtvunzficnijvicn.

Te dien einde bracht ik bij een matig groot konijn zijden draadjes met anthraxsporen onder de Imkl. Bij de sectie bleek het dier aan anthrax te zijn gesuccombeerd. Het beest werd nu aseptisch geopend en in eene te voren uitgegloeide uitdamp-schaal opgevangen de bloedrijke organen, met name lever, (waaruit de galblaas verwijderd werd) milt, nieren, hart, longen en bloed. Deze worden later stuk gehakt en behandeld alleen volgens methode Fischer, geheel als voorgaande proef.

-ocr page 52-

44

aeth. extract.

JjOst niet of bijna niet op in mot wat HC1 vermengd water. Na filtratie alcaloidreacties aanwezig.

ingespoten kikker Vice.; exitu.s na 6 Ingespoten kikker Vafc; blijft leven, dagen. Sectie: hart in systole.

Ingespoten kikker Icc; exitus na 6 1 Ingespoten kikker Icc; dood na 5 uur. Sectie: Hart in systole. dagen. Sectie; hart in systole.

Ingespoten muis Icc; parese ach- ingespoten muis Icc; parese der

achterste extremiteiten ; exitus na 25 minuten. Sectie: milt niet vergroot , geene bacillen.

terste extremiteiten; exitus \'s j nachts. Sectie: geen bijzonders .

milt niet vergroot, geene bacillen.

Ingespoten matig groot koiiijn (2200 gr.) 4cc, volgenden dag nog 2cc . amylalcoh. oplossing;

6cc te zamen. — Blijft leven.

. Als controle wordt nu een dito normaal konijn aseptisch geopend en dezelfde organen evenzoo behandeld :

aeth. extract. Amylalcoh. extract.

alcaloidreacties aanwezig. alcaloidreacties aanwezig.

Ingespoten muis Icc; blijft leven. Ingespoten muis I cc; blijft leven, ingespoten kikker 1 cc; blijft leven, ingespoten kikker I cc; blijft leven.

reageerde echter in \'t begin, ingespoten kikker cc; blijft leven, ingespoten kikker \'/j cc; blijft leven.

Wordt nog eens de proef herhaald met een milt-vuurkonijn.

amylalcoh. extract.

alcaloidreactiess aanwezig.

aeth. extract.

alcaloidreacties aanwezig. Ingespoten muis 1 cc; blijft leven.

amylalcoh, extract.

alcaloidreacties in sterkere mate aanwezig.

Ingespoten muis Icc; vertoont eerst 1 reactie , later normaal, blijft leven.


-ocr page 53-

Ingespoten kikker lcc ; exitus na \' Ingespoten kikker 1 cc ; reageert miu-6 dagen. Sectie ; hart in systole, i der op prikkels, totale paralyse,

die overgaat in exitus letalis.

Nog ingespoten kikker Icc; met hetzelfde resultaat.

Ingespoten kikker V,cc; blijft leven. Ingespoten kikker Vi\'-c ; zelfde resultaat.

€)nbczaocamp; €lntllzaxkclvcn.

T.

Voor dit onderzoek nam ik 5. door eene watteprop gesloten gesteriliseerde kolven, ieder van 250 gram inhoud. In ieder werd afgewogen 12\') gram\'mager vleesch (beaf.) Er bleef nog over pl. m. 62 gram. dat ik deed in eene kolf, eveneens steriel, van 125 gram. Deze werden nu met zooveel Chamberland water overgoten, dat het vleesch even onder den waterspiegel stond, en er na omschudden eene dikke brij ontstond (het vleesch was te voren zeer fijn stukgehakt.) Deze kolven werden nu dagelijks gedurende 6 dagen een paar uur in de Koch\'sche stoom-stoof geplaatst om door intermitteerend kooken de massa steriel te maken. Na afloop hiervan werden ze weer eens voor een dag in de broedstoof geplaatst om te zien of er zich ook iets ontwikkelde en dan

-ocr page 54-

46

nog weer gedurende 6 dagen in de stoornstoof geplaatst , zoodat we dan mochten aannemen dat de geheele massa steriel was. Van deze kolven werden nu 4 geïnfecteerd met anthrax en twee dienden als controle-kolven. Dit infecteeren geschiedde op de volgende wijze: een muis werd een zijden draadje met sporen onder de huid gebracht en van het bloed streepculturen gemaakt en van de liier zich ontwikkelende kolonies eene steekkultuur op agar-agar. Van deze steekkultuur werd nu met een gegloeid plati-nastaafje iets overgebracht in een kolfje voedingsvloeistof, waarin zich dan na een paar dagen anthrax-kolonies ontwikkelden; de kolonies werden door schudden in het kolfje verdeeld en dan door een pipet in ieder der 4 kolven evenveel gebracht. Alle kolven werden nn in tie broedstoof geplaatst en hieven onder dagelijks omschudden daarin staan gedurende 22 dagen.

De bovenstaande vloeistof der anthraxkolven werd troebel, terwijl de contrólekolven in de vloeibare bovenste laag helder bleven. In de anthraxkolven hebben zich in die 22 dagen vele anthraxdraden ontwikkeld, terwijl de controle-kolven voor steriel mochten gehouden worden.

-ocr page 55-

47

Deze kolven werden nu verwerkt volgens de methode Fischer; anthrax- en controle-kolven reageerden beide zwak zuur; daar dit zuur echter onbekend was, werd het door HC1 in de zoutzure verbinding overgebracht en dan verder behandeld als de koemilt en organen der anthrax-konijnen.

Controle-kolven.

aeth. extract.

^nthrax-kolveij.

bruin gekleurde massa , onoplosbaar méér heldere massa, onoplosbaar in in 1I20 -t- iets HC1. H .20 -f- iets HC1.

aeth. extract.

alcaloidreacties niet of weinig aan- alcaloidreacties niet o£ weinig aanwezig. wezig.

Kikker \'/jcc; blijft leven.

Kikker Icc; vertoont sterk vermin- Kikker Icc; blijft leven.

derde sensibiliteit, reflexen afgenomen , corneareflex goed; dier herstelt later weer en blijft leven.

Muis Icc, exitus denzelfden avond.

Sectie: milt niet vergroot, geen anthrax-bacillen in milt of lever.

Konijn (1600 gram) 6cc ; blijft leven.

amylalcoh. extract.

alcaloidreacties duidelijk.

Muis Icc; blijft leven.

Kikker Icc; blijft leven.

Muis Icc ; dood na 5 dagen. Sectie: geen abnormaals.

amylalcohol. extract. alcaloidreacties duidelijk. Muis Icc; blijft leven.

\' Kikker Icc ; blijft loven.

-ocr page 56-

48 11.

Üe behandeling der massa is geheel dezelfde als liij proef 1, alleen eene kleine verandering in het materiaal. In plaats van 6 kleine kolfjes nam ik hier twee grootere Literkolven, en deed in ieder Vi K.G. vleesch , om de eene te gebruiken als anthrax- en de andere als controle-kolf. Na de infectie met anthrax bleven beide kolven nog 28 dagen in de broedstoof staan en werden dan behandeld volgens de methode Stas-Otto. De anthrax-kolf bevatte anthrax-bacteries in groote hoeveelheid. terwijl de contröle-kolf geen abnormaals bevatte en dus als steriel mocht worden beschouwd. Reactie van beide was neutraal, of iets zwak zuur. Om geheel Hotfa te controleeren, werd in de kolfde dubbele hoeveelheid alcohol !•()% gedaan (niet 5ö0/0. zooals bij de anthraxmilt en proefdieren . waar we bang waren voor te veel congulatie).

Anthrax-kolf. Controle-kolf,

aetherisch extract. aetherisch extract.

alcaloidreacties aanwezig. alcaloidreacties aanwezig.

Muis Icc ; blijft stil zitten , reageert j Muis Icc ;. als anthraxmuis , volgen-echter nog wel op prikkels; exitus • den dag exitus letalis. Sectie: geen volgenden dag. Sectie: Milt niet ver- i anthraxbacillen, milt niet vergroot, groot, geen bacillen, g. bijzonders. 1 geen bijzonders.

-ocr page 57-

49

Kikker lcc ; na een paar minuten Kikker Icc; spoediger dan anthrax-geene rear-tie moer op prikkels, kikker reageerde dit beest niet plotseling volkomen paretisch en meer op prikkels; scliijnbaro exi-scliijnbare exitus. ■ tus.

Sectie; nog oppervlakkige hailron- Sectie: nog oppervlakkige hartcon-

tracties; 18 per minuut. amylalcoh, extract. alcaloidreacties aanwezig.

tracties (20 per minuut). amylalcohol. extract. alcaloidreacties aanwezig.


Opmerking verdient hierbij, dat bij beide dezelfde reacties duidelijk aanwezig waren, n.1. met ptchlo-ride, ph.wolframzuur, en oplossing van acid. tanni-cum. terwijl de beide andere geen praecipitaat gaven . dus zoowel in anthrax als controle-vloeistof dezelfde alcaloidreacties. Juist de afwezige reacties waren het duidelijkst bij beide aetherische extracten.

Muis Icc ; trage beweging , exitus j Muis Icc ; exitus zelfden dag.

zelfden dag (na 4 uur). Sectie: milt niet vergroot, geene

Sectie: milt niet vergroot, geene; anthraxbacillen, geen bijzonders, bacillen , geen bijzonders.

Kikker loc; dood na 4 dagen. ] Kikker Icc; dood na 4 dagen. Sectie; hart in systole. Sectie: hart in systole.

Dour gebrek aan proefdieren werd ik verhinderd met inspuiten voort te gaan en werden nu de massa\'s gedurende 14 dagen in het donker bewaard.

toen het mij gelukte 3 jonge konijntjes te bekomen.

Voor de amylalcoholische oplossing der controle-kolf ontbrak nog een proefdiertje.

-ocr page 58-

50

Anthraxkolf, 1 Contrólekolf,

Konijntje (810 gr.); 2co amitlalcoUol. I extract. In \'t geheel geen bijzonders waar te nemen ; na 5 dagen dood en bij de sectie bleek :

In borst en buik veel sereus lue-morrhagisch vocht, geen peritoni-;

tis , milt week , weinig vergroot, 1 zoo zo dit is. In milt en lever j veel bacillen, gelijkende op anthrax- j bacillen; muis geïnfecteerd met j een stukje der milt, volgenden j dag dood ; bij de sectio anthrax- i bacillen. Teven streepculturen en j steekculturen gemaakt en hierin typische anthrax-bacillen gevon-1 den, zoodat we mogen aannemen,

dat het konijntje aan anthrax was !

gesuccombeerd.

(Zie hoofdstuk V, conclusie).

Konijntje (840 gr.); 2cc aeth. extr.

Vertoont in \'t begin parese der achterste extremiteiten, herstelt later weer, maar vertoont op de plaats van inspuiting gangraen der huid, totdat na 14 dagen ex-itus letalis.

Sectie: op do buik de huid over oene groote oppervlakte necro-tisch, waaronder eene verdroogde korst en vochtige pus. (jeen peritonitis, milt niet vergroot, mi-croscopisch geene bacillen, zoodat als oorzaak van den dood waarschijnlijk moot worden aangenomen de kolossale gangraen der huid.

Konijntje (360 gr.) 2cc aeth. extr. Vertoont in \'t begin ook parese der achterste extremiteiten , herstelt echter later weer en blijft leven.

-ocr page 59-

51

III.

Behandeling volgens methode Stas-Otto is geheel gelijk proef II. ook dezelfde hoeveelheid genomen. Reactie van heide kolven neutraal. T)e cetherische en araylalcoh. extracten opgelost in 5 a 6cc Cham-berland water met eeii paar droppels HC1 vermengd.

Anthrax-kolf.

aetherisch extract. alcaloidreacties aanwezig.

Muis Icc; vertoont typische parese der achterpooten, exitus na een paar uur. Sectie: Milt niet vergroot, geene bacillen in milt of le- i ver, geen bijzonders.

Kikker 1 cc; na een paar minuten reageert het beest niet meer op prikkels en schijnbare exitus na eeli paar uur. Bij de sectie contraheerde zich het hart nog; bij; prikkeling der nervus ischiadicus deze nog prikkelbaar, dus geene curare-wcrking.

cmylalcohol. extract.

alcaloidreacties aanwezig.

Muis Icc ; na eenige spiercontracties volgde de dood na oen paar minuten. Sectie: milt niet vergroot, in milt of lever geene bacillen, geen bijzonders.

Kikker Icc;reageert niet op prikkels, na een paar minuten exitus. Sectie: Hart in systole.

Controle-kolf,

aetherisch extract.

alcaloidreacties aanwezig.

Muis Icc; exitus na een paar uur. Sectie: milt niet vergroot, geene bacillen in milt of lever, geen bijzonders.

Kikker Icc; na oen paar minuten reageert het beest niet meer op prikkels, schijnbare exitus , maar het hart contraheert zich nog; na een paar uur sectie: hart in systole.

amylalcoh. extract.

alcaloidreacties aanwezig.

Muis Icc ; na oenige spiercontracties plotseling na een paar minuten exitus. Sectie: milt niet vergroot, geene bacillen, geen bijzonders.

Kikker Icc ; reageert niet op prikkels, na een paar minuten exitus. Sectie: hart in systole.


-ocr page 60-

02

Wordt uu ingespoten bij 4 konijiitjes (oud ;! weken) 2cc van ieder der vodden. Bij geen dier in \'t begin in \'toog vallende symptomen waar te nemen.

Konijntje , aeth. extract, oxitus na ó dagen. Sectie: milt iets vergroot, geene bacillen in milt of lever.

Konijntje . amylalcoh. extract, exitus na 4 dagen. Sectie ■■ milt niet ver-

Konijntje , aeth. extract, exitus na 4 dagen. Sectie •• milt niet vergroot, geene bacillen in milt of lever.

Konijntje , amylalcoh. extract, leeft nog na 6 dagen, maar is later in


groot, geene bacillen in milt of lever. de vacantie gesuccombeerd.

De eenige kwestie, die nu nog overbleef, was of misschien de door mij gebruikte aether en amylalco-hol (de yethylalcohol was reeds vroeger onderzocht) zoo verontreinigd was door alcaloiden of andere stoffen, dat hieraan de alcaloidreacties en de dood dei-proefdieren konden worden toegeschreven. Om dit op te lossen, nam ik dezelfde kwantiteiten tether en amylalcohol als vroeger gebruikt en vermengde tlit met evenveel NaHO als bij de vorige proeven, verdampte liet en loste het residu op in wat Chamber-land water, met een paar droppels ilCl vermengd. Beide oplossingen vertoonden geene alcaloidreacties, en muizen en kikkers, ingespoten met dezelfde lioe-veelheid als vroeger, bleven normaal.

-ocr page 61-

53

cPictf: velgen) €)gt;cl.

Aan het begin van het historisch overzicht werd door mij gezegd, dat we als zeker mochten aannemen, dat de bacillus anthracis de oorzaak is van anthrax; in hoofdstuk I werd echter tevens melding gemaakt van de proeven van Osol, die vooral in den laatsten tijd (1885) te velde trok tegen de bacillen-theorie. Osol beweerde n.1.. dat in anthraxbloed voorkwam een in water oplosbaar specifiek giftig bestanddeel , dat zoo zou inwerken op de bloedlichaampjes, dat deze veranderden in bacillen of protococCen, of ook, dat de volgens hem steeds in het normale lichaam voorkomende micro-organismen of Keime daarvan door de inwerking van dit gift veranderden in typische anthraxbacülen. T)e anthraxbacillen waren dus .secundair en niet primair oorzaak van anthrax. Hoewel reeds a priori is aan te nemen, dat Osol proeffouten heeft gemaakt , besloot ik toch nog eens «jéno proef te doen ter controle van Osol.

Hiertoe werd door mij een konijn geïnfecteerd met anthraxsporen, onder de huid gebracht. Bij de sectic bleek het bloed te wemelen van bacillen. Het dier werd nu aseptisch geopend en al het bloed met

-ocr page 62-

M

een gesteriliseerden lepe] er uitgeschept. de l)loed-rijke organen niet Chamberland water uitgetrokken en dit uittreksel met het eerste bloed in eene kolt\' gedaan en dit den eersten dag

6 uur in de stoomstoof geplaatst, den tweeden dag 3 „ „ „ „ „

den derden dag 3 ,, „ .. ..

den vierden dag 7 „ „ „ „

19 uur te zameu.

De inhoud der kolt\' wordt nu gefiltreerd in cene andere gesteriliseerde ballonkolf door eenen gesteriliseerden trechter over glas wol. Het dikkere gedeelte , dat in de kolt\' achterblijft, wordt nog eens weer met Chamberland water overgoten en dan gedurende 7 uur in de stoomstoof geplaatst om na filtratie tegelijk met het eerste Altraat in de stoomstoof te worden geplaatst en wel den eersten dag 2 uur,

den tweeden dag 2 uur,

den derden dag 2 uur,

samen 6 uur.

Dit liltraat wordt dan eerst op een open vuur ingedampt , totdat er eene dikkere rest overblijft, die

-ocr page 63-

dan later op eeu waterbad wordt ingedampt en het residu in Chamberland water opgelost. Van deze massa wordt dan ingespoten door middel van een spits uitgetrokken glazen buisje, welks inhoud ruim Icc was, op de volgende wijze:

Het buisje, met een wattepropje gesloten, wordt vol gezogen, de punt onder de huid der proefdieren gebracht en dan de inhoud er uit geblazen, ingespoten muis % cc; blijft leven.

ingespoten konijntje (360 gram) 1 a 1,5 cc; blijft leven.

Streepculturen gemaakt van de massa op agar-agar, geene anthraxbacillen, hoewel het bleek, dat de massa niet volkomen steriel was (misschien door verontreinigingen der lucht).

Door gebrek aan proefdieren na 4 dagen nog ingespoten :

muis -H Icc; exitus na (i uur.

Sectie: milt niet vergroot, in milt en lever geene anthraxbacillen noch coccen. Oorzaak van den dood waarschijnlijk intoxicatie, geen anthrax, daar het beest te spoedig is gesuccombeerd.

-ocr page 64-

HOOFDSTUK V.

Gcncluyw.

Welke conclusie nu uit mijne proefnemingen te trekken is? In de eerste plaats deze, dat ik. de onderzoekingen van Hoffa controleerende. geenszins tot dezelfde resultaten ben gekomen. integendeel, terwijl bij Hoffa de dieren, ingespoten met anthrax-gift, constant binnen eenigen tijd, soms onmiddellijk na de inspuiting, succombeerden en de contröle-die-ren geen enkel symptoom van intoxicatie vertoonden, noch in die controle-vloeistoffen de algemeene alca-loidreacties waren aan te toon en en slechts geringe hoeveelheid pepton daarin aanwezig was, succombeerden bij mijne proeven de contróle-dieren even spoedig, zoo niet spoediger dan de anthraxdieren, terwijl in beide injectie-vloeistoffen alcaloidreacties waren aan te toonen en zoowel bij anthrax als con-

-ocr page 65-

tröle-vloeistof ;ilgt; vrij constant symptoom na inspuiting bij muizen do parese der achterste extremiteiten en Mj kikkers het totaal niet meer reagee-ren op mechanische prikkels was aan te nemen. Van eene specifieke werking van anthraxbacillen ojt vleeschbrij is mij dus nimmer iets gelileken. vooral niet bij die proeven. die volkomen volgens Hoffa waren bewerkt, ja zelfs, wanneei de alcaloidreacties minder duidelijk aanwezig waren, succombeerden de dieren soms eerder dan waar ze duidelijk aanwezig waren, terwijl ook soms in beide iiijectievloeistoffen met dezelfde reagentia alcaloiden konden worden-aangetoond , daarentegen de andere reagentia geen pne-cipitaat gaven, zoo b.v.b. in proef II. waardeamyl-alcoholische oplossing uit de heide kolven duidelijk reacties gaven met platinachloride, phosphorwolfram-zuur, en solutio acidi tannici. terwijl kaliumkwikjodide en Lugol\'sche Joodoplossing geen prcecipitaat gaven en de i)eide laatste reacties juist alleen waren aan te toonen in de aeth. oplossing. Tevens volgt hieruit dat ik niet met Hoffa kan instemmen, waar hij zegt: ,.Wenn ich die Weinsilure Lösung mit NaHO al-calisch gemacht batte und dieselbe nun mit aether oder amylalcohol auszog. -s-o orhieU Hi u ur ein

-ocr page 66-

ui ui zwar immer dasselbe Alcaloicl. Dasselbe war in Aether und Ainylalrohol löslich und c/ing nicht oder nur spurweise in AmyJalcohol iiher, irenn zuvor sorgfal-tiy mit Aether extrahirt wordm icar und umgekehrt want bij mijne proeven trok ik eerst tweemaal uit met aether en dan nog dezelfde massa met amyl-alcohol en gaf toch liet amylalcoholisch extract de alcaloidreacties vaak duidelijker dan het aetherische. Evenals Hofta. die dit ook aanvoert, zal ik niet ontkennen. dat de mogelijkheid bestaat, dat mijne stoffen, waarmee ik experimenteerde, niet chemisch, zuiver waren, en is het misschien daaraan te wijten, dat ik tot geene constante resultaten kwam en de dood der dieren bij de verschillende proeven niet op denzelfden tijd volgde (de hoeveelheid water ter oplossing was ook altijd niet gelijk) maar toch bij vergelijking van proef 11 en III, beide volgens Stas-Otto bewerkt, blijkt duidelijk, dat zoowel anthrax- als contrólekolf giftige bestanddeelen bevat, geheel in tegenspraak met Hoffa. Natuurlijk is alleen peil te trekken op de gesuccombeerde dieren, daar bij de dieren, die geene vergiftigingssymptomen vertoonden, misschien niet genoeg was ingespoten, en zij, die eerst reactie vertoonden, maar later weer herstelden.

-ocr page 67-

zeker te min hadden ontvangen. twee gevallen . die ik meermalen kon constateeren. Wie van ons beiden nn het zuiverst heeft geëxperimenteerd, hierop zullen latere onderzoekingen een beslissend antwoord moeten geven!

Zeer interessant is het resultaat, na inspuiting van een konijntje niet 2cc amylalcoh. extract anthrax (proef II), dat succombeerde en bij de sectie bleek te zijn anthrax, een resultaat, dat ons zou doen denken aan de juistheid der Osol\'sche waarnemingen. Echter het beest was geplaatst in een hokje, dat vroeger door een anthrax-konijn was ingenomen, geweest en nu blijkbaar niet goed was gedesinfecteerd geworden. Het ontstaan van anthrax tenminste op deze wijze is door Hoffa ook nooit aangenomen geworden. Interessant is het resultaat zeker, maar geloofwaardig niet.

Verder bleek mij, dat de methode Fischer tot het opsporen van alcaloiden niet zoo goed is als de methode Stas-Otto of Dragendorff. In do, eerste plaats is ze niet zuiverder, daar ik veel moeite had met het flltreeren der massa\'s, die soms dagen op het filter moesten staan en noch door luchtverdunning noch anderszins een helder filtraat gaven, zoodat

-ocr page 68-

BO

van zuiver reageeren hierbij geen sprake kon zijn. tjok door den langen duur van dit filtreeren is ze geenszins korter dan Stas-Otto. Van het vet, dat \'jij de methode Stas-Otto volgens Hoffa veel last zou veroorzaken, doordat het meè in de alcohol oplost, heb ik in \'t geheel geen last gehad en dit is ook te voorkomen door het vleesch zoo mager mogelijk te nemen.

Wat het onderzoek aangaat der anthraxinilt, ook hierin gelukte het mij niet het alcaloid Hoffa terug te vinden en geldt hiervan al het bovengènoemde.

De resultaten van mijne onderzoekingen met miltvuurkonijnen komen het meest met die van Hoffa overeen; de anthrax-proefdieren succombeerden gedeeltelijk, de contröle-dieren bleven alle leven, terwijl slecht één enkele eerst reactie vertoonde, maar later herstelde: van eene specifieke alcaloid werking was echter ook hier geen sprake, daar de controle-vloeistof duidelijk alcaloidreacties vertoonde, terwijl ook hier weder, nadat reeds tweemaal met aether was uitgeschud, in de amylalcoholische oplossing meer alcaloiden overgingen en deze zich bij inspuiting werkzamer betoonde.

Wat ten laatste de kwestie üsol aangaat, hierover

-ocr page 69-

is, juist nuulat ze zoo interessant is. reeds genoeg geëxperimenteerd, evenwel met negatief of gedeeltelijk negatief resultaat, en kan ook ik niet aannemen. dat Osol gelijk heeft , zoo tenminste aan mijne ééne proef waarde mag worden gehecht.

Wanneer mij echter nu ten slotte de vraag wordt gesteld: „hoe is dan de anthraxdood te verklaren?quot; dan moet ik hierop het antwoord schuldig hlijven. Dit stelde ik me echter ook geenszins ten doel; mijn doel was alleen, zooals ik in de inleiding van dit boekje heb gezegd, de onderzoekingen van Hoffa Ie controleeren, en hieraan meen ik te hebben voldaan. Mogen mijne pogingen welwillend beoordeeld worden !

-ocr page 70-
-ocr page 71-

^ U11 i tt 3 e

-ocr page 72-
-ocr page 73-

Stellingen.

i.

Hofta\'ö miltvuur-ptomaine is problematisch.

Tl.

Het feit, dat als product der bacteriewerking pto-mainen kunnen worden gevormd, geeft nog niet het recht a priori te concludeeren, dat de pathogeniteit van sommige bacteriën op de vorming van bepaalde ptomainen zou berusten.

III.

Ten onrechte zegt Eichhorst dl. IV pag. (343: ,;die Natur des Milzbrandgiftes ist bekannt.quot;

IV.

De methode van Fischer voor onderzoek op ptomainen is onzeker en niet aan te raden.

Y.

Er bestaat geene goede verklaring vuur de werking van alcohol aan het ziekbed.

-ocr page 74-

66

VI.

De waarde van een geneesmiddel beoordeele men naar zijne therapeutische, niet naar zijne pharmaco-lugische werking.

VII.

De naam pneumonia flbrinosa is path, anatomisch juister dan pneumonia crouposa.

VIII.

Bij chronische catarrhale aandoeningen van maag en ingewanden en daaruit voortvloeiende digestie-stoornissen is de toediening van antiseptica de meest rationeele therapie.

IX.

Bij vermoeden op pericarditis is eene proefpunctie op de grens der matheid geïndiceerd.

X.

Bij tuberculosis pulmonum is eene flinke behandeling met antiseptica (kreosoot) en frissche zeelucht te verkiezen boven een verblijf te Davoz of „in ge-schlossenen Heilanstalten.quot;

-ocr page 75-

67

XL

De wet op de besmetteliike ziekten behoorde niet in haren vollen omvang te worden toegepast bij gevallen van typhus abdominalis.

XTI.

Bij de mechanische therapie der caries der wervellichamen dient men tevens rekening te houden met de specifiek anti-tuberculeuze therapie.

X1U.

Bij de behandeling van fracturen der patella be-schouwe men de incisie met daaropvolgenden been-naad als ultimum refugium.

XIV.

Na verwondingen is het alleen geoorloofd , patien-ten met de „Esmarch\'sche Bindequot; te vervoeren, zoo men zeker weet, dat binnen 6 uren een chirurg de verdere behandeling op zich kan nemen. Is dit niet het geval, dan opereere men, ook in de moeilijkste gevallen, liever zelf.

XV.

Wanneer bij placenta prtevia het ostium uteri voor

-ocr page 76-

I a 2 vingers toegangelijk is, dient bij een levend kind , de tamponade. streng antiseptisch doorgevoerd, in het belang van het kind te worden voortgezet, totdat er zooveel ontsluiting is, dat de keering gemakkelijk kan volbracht worden.

XVI.

De laparoelytrotomie verdient bij sectio cassarea aanbeveling boven de oudere methodes.

XVII.

De raad van Mattei en ITegar om bij een niet vernauwd bekken eene billiging in eene schedelligging te veranderen, is theoretisch juist, prautisch van geene waarde.

xvm.

Aan een apotheek-houdend medicus moest de levering van geneesmiddelen aan patienten buiten zijne gemeente verboden zijn.

-ocr page 77-
-ocr page 78-
-ocr page 79-