-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

\'quot;V-V -./r

wm

■ quot;:.■ .\'■ /» , ■ .quot;-te\'

\'

ïj.

#

\'Pf

5,f

.

■ ;■ ■

-;i: ■\':^lt;-: ;r-

.i,\'V

\'■■ \'-i-quot;

1 5\' \'quot; - •\' V quot; gt; v

■\'•

r:

® 5-aai?: \'■■ *®i3 - -S#

quot; - ■

:amp; y tr quot;

quot;^3

gt; - quot;= - : \' ir.: -i

- -: ■ *

m*. • -.,

, .J-;- -

_\' - ■ • ......

\' vi::!

-ocr page 4-

1

■ -■ ■ ■ ■ \' , , -.:■

., ■■ ■■■■ , ■ : c... ■ .;-^

O

■ f ^ \'quot;; •

-■- ■ I quot;: ■Z.\'zrX\'Tl ■ quot;■•

« :rquot;\' r Lfquot;

V .

/ - •• .,:

■ ■. v ■

4!quot; :. quot; \'. -■ ■ - ^ \'■

-^K-: - .quot;s.

\'

-: : \' -• . igt;- - • .\'■\' ■ :

„v • . ;

/, \\ c

■- p i \' \' ü\'■\'\':-■■■ :A:é

•v ■lt;■■\'

W:

• ; *,■ ■■ ■-, ..... -TT. VAquot; • • • •\'•

sS;- :-\'v

•\'

. V

- V

- - \'.-Ji . :. ■/ .v.. ^ ■ 1 \' .1

rr :;. \' - ^ ■ ■■■

. ^ ■ a * / - ; -fci

; v-:\'\'..T—S\' j

—----------- .iin. i , -^.,. -,t.-,,

-ocr page 5-

HET BOEK •gt;

ZIEKEN EN LIJDENDEN.

GEBEDEN

voor

^Zieken en lijdenden.

VOORBEREIDING TOT EEN ZALIGEN DOOD.

door C. S. e

Si**! (• CU A.c-

»-4—

maastricht St. PAULUSVEREENIGING.

- bibl c

1887

-ocr page 6-

INPRIMATUR;

J M. SCHOLTIS, Par. Dec

a9 -hoc damp;Ceycitu*

Gralopiae, 1 Augusti 1884

-ocr page 7-

VOOR WOOED.

De E. P. Pétitot, de vereerde en beminde Overste van het Parijsche Oratorie van den H. Philippus Neri, schreef in zijne inleiding over het werk La journie des malades, van den op jeugdigen leeftijd overleden en reeds benoemden abbé Hcnri Perreyvc, de volgende woorden :

......^een boek, uitsluitend samengesteld

voor de zieken, de kwijnende en gebrekkige lieden, vooral degenen, die door het lijden aan het ziekbed gekluisterd of aan de ziekekamer gebonden zijn, is ean uitnemend werk, eci werk naar het hart van onzen Heer Jezus Christus een waarlijk priesterlijk werk.quot;

Immers het ziekenbezoek is een der voornaamste werken van evangelische barmhartigheid en van de herderlijke bediening; het heeft zoo groote waarde, dat het een van de beweegredenen is van het plechtig vonnis, dat onze H eer reeds van te voren heeft willen opstellen en aan de wereld verkondigen ten gunste van de welbeminden des vaders, ten einde het alleen nog te behoeven uit te spreken als de dag van het

}

-ocr page 8-

II

laatste oordeel zal zijn aangebroken. »Ik was ziek en gij hebt mij bezocht^Infirmus er am et visitastis me. En het verwondert mij niet; de arme zieken hebben het immers zoo noodig, getroost, ondersteund, aangemoedigd te worden.quot;

Maar een boek voor de zieken bestemd, voor hen uitsluitend opgesteld, dit is niets anders dan het zieken-bezoek op groote schaal en in de beste omstandigheden.

Een priester zelfs, hij die zich toewijdt aan zijne zoo gewichtige bediening, kan, uit hoofde van zijne andere bezigheden, slechts een beperkt

getal zieken bezoeken.....

Maar hoeveel zieken bezoekt men, zelfs uit de verte, dooreen boek! en hoeveel goeds verschaft men hun niet! . . . .

Het bezoek heeft ongetwijfeld groote voor-deelen, en verre van mij, die te willen miskennen; integendeel ik heb het dikwijls kunnen waardee-ren. Het is een groote troost voor den zieke als hij den priester kan zien en hooren; dezes woord heeft eene kracht, welke God daaraan hecht en die de boeken niet hebben. Hoe dikwijls hebben arme zieken den leidsman hunner zielen bij zijn binnentredenniet deze woorden toegevoegd ; » O eerwaarde, gelukkig ben ik u te zien! uwe tegenwoordigheid, uw woord doet mij goed; mij dunkt dat ik niet meer lijd; het is al-.of de vreugde met u is binnengetreden; ik wachtte u

-ocr page 9-

Ill

mét groot ongeduld ; wees gezegend ; gezegend hij die komtin den des naam Heeren !quot; En zij voegden er bij: »V\\Tat zijt gij in lang niet bij mij gekomen!quot; Inderdaad die bezoeken kunnen niet zoo dikwijls herhaald worden ; hierin ligt de schoone zijde van het bezoek: de arme zieke is waarlijk gelukkig door de tegenwoordigheid van den priester.

Maar dit reeds te zeldzaam bezoek kan ook niet zoolang wezen: de priester moet daaraan spoedig een einde maken, en het schijnt den zieke toe, dat met hem al de vreugde heengaat die hij hem was komen brengen. Welk priester toch heeft dan een zieke hem niet op den toon eener smartelijke droefheid hooren toevoegen; »Eenvaarde, gaat gij al heen?____

Daarentegen blijft het boek, dat ons goeddoet\'; wij hebben het steeds terhand, wij vinden het terug, nemen het weder op, wanneer en zoolang wij willen.

God heeft, gedurende het bezoek, aau den priester eenige dier woorden geschonken,\' die als een balsem op wonden zijn. Is het bezoek nabij is tracht de zieke zich die te herinneren even als men zalf doet op eene wonde wanneer de ontsteking zica weer doet gevoelen; maar dit gelukt hem niet best, zijn dikwijls vermoeid geheugen staat hem niet ten dienste, of brengt hem het gehoorde slechts flauw, verward, of

-ocr page 10-

IV

onvolkomen in herinnering; het uitwerksel is niet hetzelfde. Indien hij daarentegen in het boek eenige bladzijden gevonden heeft die hem helpen troosten, verheugen, wil de zieke die herlezen; hij vindt als hij dit wil, wat hem heilzaam is geweest, onverminderd, zonder leenv ten; hij voedt zich daarmede opnieuw en met vrucht, om het daarna te doen bij herhaling.

Eindelijk, hoe men daarnaar ook moge verlangen, het bezoek komt niet altijd op het juiste oogenblik : de priester moet zich zijn tijd daartoe meestal ten nutte maken zooals het uitkomt* zonder dien te kunnen kiezen. De zieke heeft zijne geschikte oogenblikken, die meestal niet van hem zeiven afhangen: hij is vermoeid, lijdt meer, is slecht gestemd; kortom het bezoek van den priester komt dikwijls op een ongelegen» op een slecht oogenblik ; van avond, morgen» zou het zoo geschikt geweest zijn! Toch wil men zich daarvan niet berooven ; men ontvangt het bezoek; want wanneer zou het anders terug-keeren ? maar de beste vrucht daarvan is verloren.

Het boek levert dit bezwaar niet op. Het is altijd voorhanden ; als een offerwillige vriend, die al zijn tijd beschikbaar stelt, en die niets beters te doen heeft; het wacht geduldig het oogenblik af, waarin het nuttig zou kunnen zijn 5 het is een gemakkelijke, inschikkelijke en welwillende vriend, niets hindert of kwelt hem; de

-ocr page 11-

zieke neemt zijn toevlucht tot hem als hij wil, koudt hem bij zich zoolang het hem goeddunkt, laat hem ter zijde als hij vermoeid wordt, zonder hem te ontzien en zelfs zonder beleefdheid in de vormen.

Ziedaar dan eenige der wezenlijke voordeden die het boek boven het bezoek bezit, en die voordeelen zijn zeer groot. Daarom zal degene, die een boek maakt, ten nutte en tot troost van de arme zieken, gezegend zijn : hij zal gezegend worden door al degenen die zijn boek zal hebben verlicht, aangemoedigd, opgewekt; hij zal het zijn door al de ijverige priesters die voor zich zeiven in dit boek eene kostbare hulp zullen vinden in een hunner belangwekkendste bedieningen ; hij zal gezegend worden door dengene, die gezegd heeft; »Komt, gezegenden mijns Vaders. . . . want ik was ziek, en gij hebt mij bezocht.quot; Ja, Jezus Christus was ziek, Hem heeft men bezocht; Hij heeft het boek ontvangen, Hij heeft het gelezen. Hij heeft het uitgelegd. Hij heeft het doen smaken. Hij heeft het\' ten voordeele doen strekken aan den armen zieke, met wien Hij zich om zoo te zeggen was komen vereenzelvigen; eindelijk, Hij belast zich met het beloonen van het bezoek, Hij beloont het ruim, op grootsche wijze; dit zijn goede, stree-lende, troostrijke gedachten.quot;

Met deze warme aanbeveling van den wel-

-ocr page 12-

VI

sprekenden schrijver, zendt de onwaardige verzamelaar van dit Boek voor zieken e?i lijdenden zijn geringen arbeid de wereld in. De lieve Moeder des Heeren, die met reden de Behoudenis der zieken genoemd word, verkrijge voor allen die het zullen ter hand nemen, rijke vruchten van genezing naar ziel en lichaam.

-ocr page 13-

O VERWBGI N GEN

over de

noodzakelijkheid en })et nut van Ijet lijden

en over

dc. wljjamp;e om -fvsjt te vctdtacframp;n.

i. DE LIJDENSKELK.

De heilige apostelen Jacobus en Joannes wenschten in liet Rijk van liun goddelijken Meester eene schitterende plaats te verkrijgen ; maar wat antwoordt Hij op hun verzoek? Hij vraagt hun; „zult gij den kelk kunnen drinken,dienik zal drinken \'? (Matth. 20,22.)

Zie, lieve lij dende ziel, Jezus wil niets weten van onderscheidingen en eereplaatsen, niets van vreugde en bjlooningen, voor degenen, die Hem in dit leven navolgen; Hij spreekt alleen van datgene wat op deze aarde het deel moet zijn van al zijne apostelen, ja van al zijne geloovigen, van den lijdenskelkj

-ocr page 14-

dien Hij zeiven drinken zal en dien zij allen ook-proeven, ja ook drinken moeten.

Voorzeker, deze lijdenskelk zal voor ons niet uitblijven, willen wij Jezus Christus navolgen en eenmaal met Hem verheerlijkt worden. Mochten wij dan dien Kelk des Heeren wol waardeeran ! Hij heeft dien het eerst gedronken en Hij reikt ons dien töe: zullen wij dan niet aannemen wat Jezus ons geeft?

Al moest die kelk ook bitter zijn, o! zoo bitter is hij nidt als de kelk was, dien de goddelijke Verlosser en zijne heiligen gedronken hebben. Eu worden bij den bitteren drank ook niet bijzondere genaden geschonken? Genaden, die ons sterken, zoo dat wij met David zouden kunnen uitroepen: „Hoe voortreffelijk, hoe verrukkend is de kelk, dien ik nu te drinken heb!quot; (Ps 22) Ja, laten wij met denzelfden koning moedig zeggen: „Dm beker des heils wil ik nemen en daarbij den naam des Heeren loven.quot; CPs. 115) De Heer zal den bittersten kelk drinkbaar (verdragelij k) maken.

-ocr page 15-

2. DE WEG DES KRUISES.

De weg des kruises is de zekerste en korbfete weg ten kemel. De weg, welken Jezns, de goddelijke leermeester, ons keeft getoond als de weg ten hemel, moet wel de zekerste zijn; want Hij is immers de onfeilbare waarheid. Hij heeft ons geen anderen weg dan den weg des kruises aangewezen. Hoor wat Hij aan allen zonder uitzondering toeroept; „Die na mij wil komen, neme dagelijks zijn kruis op en volge mij; (Lne. 9. 23.)

En heeft God niet al zijne uitverkoren en zelfs zijn eenig geboren zoon op dien weg geleid? Moest Jezus niet lijden en zoo zijne heerlijkheid binnengaan ?quot; (Luc. 24.) Zoo kunnen ook wij gelijk de Apostel (Handeligen der Apostelen 1-1. 21) verzekert, niet dan door vele wederwaardigheden liet Rijk Grods binnen gaan.

De weg des kruises voert ons ook het snelst tot het doel. De gelukzalige Balthasar Alvarez noemt hem den postweg ten hemel, en de wederwaardigheden zijn gelijk vlugge postpaarden, of volgens de uitdrukking van den heiligen Augustinus, gelijk snelvarende

-ocr page 16-

4

scliepen, trappen en ladders, door middel van welke men rechtstreeks in den hemel komt.

Daarom beschouwt de verlichte Christen het lijden en de wederwaardigheden als genaden en ontfermingen Gods; God zendt ze ons dagelijks uit liefde, over, opdat wij altijd iets voor den hemel zouden winnen.

Laat mij dan, o Jezns, standvastig dun weg des kruises bewandelen, opdat ik eenmaal tot U daarboven kome.

3. LEVE JEZUS!

Lees heden de volgende plaatsen uit een brief dien de heilige Franciscns van Sales aan eene zeer bedrukte ziel heeft geschreven. „Gij hebt hoofdpijn! Laten wij dan de overweging eens na en oefenen wij alleen de onderwerping aan Gods wil en de sterke liefde jegens onzen liefsten Heer en Verlosser.

„Waarlijk, de liefdeen in\'t bijzonderde krachtige liefde wordt nooit zoo goed geoefend als in smarten. Wanneer wij Hem onze liefde betuigen, als Hij ons suiker geeft,, dan doen wij gelijk de kleine kinderen,, aan wie de moeder zoetigheden schenkt maar beminnen wij Hem als Hij ons absint.

-ocr page 17-

aanbiedt, dan toonen wij eene manmoedige getrouwheid jegens den Geliefde.

„Op den Thabor zeggen ; Leve Jezus!—dat kon ook de nog onvolmaakte Petrus; maar dit op den Golgotka te zeggen voegt aan de moeder des Heeren en aan den welbeminden discipel, die baar als zoon gegeven werd.

„Sedert eenigeu tijd zijn uwe pijnen toegenomen. Maar, naar gelijke mate is ook mijn medelijden vermeerderd, ofschoon ik met u den Heer loof, dat Hij u, omdat Hij welbehagen in u heeft, u deel laat nemen aan Zijn heilig kruis en u üi \'t bijzonder met de doornekroon versiert.

„Neem al deze smarten gewillig uit Zijne hand aan, en wel omdat Hij alzoo zelf deze kroon op uw hoofd drukte. O hoe gelukkig zijtgij als gij voortgaat u met Jezus te vereenigen en ix onder Gods hand te vernederen!quot;

4. GODS HEILIGE WIL.

Gij bidt toch zeker dagelijks het Onze Vader, dat onze goddelijke Meester Jesus-Christus ons zelf heeft geleerd. Van de zeven beden die in dit schoone gebed voor

-ocr page 18-

6

komen, moet nu bijzonder de derde eigenlijk uw lievelingsbede zijn, namelijk; „Uw wil gescMede op aarde als in den hemel.quot;

Daartoe zijt gij geschapen om Gods Avil in alles en altijd te volbrengen. En als het Gods wil is, dat gij thans veel en zwaar zult lijden, o dan kunt gij niets doen dan u nederig onderwerpen en bidden: .,Heer in en met mij geschiede naar uwen wil!

Als men de heilige Magdalena van Pazzi slechts deze woorden toesprak: de wil Gods, dan werd zij in hare grootste smarten aanstonds met eene zichtbare en zoete vreugde Vervuld. Doe ook gij zoo bij al uw lijden. Als uw kruis u hard drukt, denk dan dat het van God komt, en zeg: Uw wil geschiede ! Zoodra eeu nieuwe dag aanbreekt, moet gij aldus tot God spreken : „Zie, Vader, mijn hart is bereid om Uw wil te doen- En wanneer gij dit schiedgebed honderdmaal op een dag herhaalt, dan is dit niet te veel. O deze weinige woorden: „Wat God wil,\' of „Uw wil geschiede,quot; zijn Gode zoo welgevallig ! Zij gevon u telkenmaal nieuwe kracht, nieuwe sterkte, nieuwe en groote verdiensten. Zou zelfs de last des kruises

-ocr page 19-

nog meer drukken, clan moet gij die woorden des te veelvuldiger en te inniger herhalen. Onderwerp n dan met dit schietgebed aan den heiligsten, wijsten, aanbid-denswaardigsten wil Gods, alsof gij zondt zeggen. „Hemelsche Vader, zooals Gij wilt, zooals Gij het beschikt, zooals Gij het geeft en neemt, zoo geschiede alles in en met mij nu en altijd.quot;

5. BID EN VERTROUW OP GOD.

In weinige woorden vermaant ons de vrome koning David, dat ons gebed vol vertrouwen moet zijn, wanneer hij ons leert: „Openbaar den Heer uwe wegen (uwe aangelegenheden, uw nood) en hoop op Hem, en Hij zal alles goed makenquot; (Ps. 36).

Christelijke ziel, waarom zijt gij dan nu zoo treurig en kleinmoedig ? waarom hebt gij geen vertrouwen ? Wellicht vervolgt u een boosaardig mensch en berokkent hij u nadoel? Beklaag u daar over aan God den Heer en geloof vast, dat Hij alles naar wensch zal doen uitkomen, zoo gij slechts allen haat en vijandelijke gezindheid uit uw hart verbant.

-ocr page 20-

Of hebt gij velerlei en zware bekoringen en meent dat gij nu zult overwonnen worden ? Beklaag ti ook over deze beproeving aan den Heer en roep tot Hem om hulp en bijstand, en wees overtuigd dat Hij alles ten beste zal keeren en u helpen om te overwinnen.

Of gij hebt lichamelijk lijden en smarten, eene langdurige ziekte en dergelijke meer. Beklaag u daar over ook bij den Heer en hoop op Hem, en geloof dat Hij alles zal verhelpen. Is Hij niet Almachtig? Zorgt zijne liefde niet voor al zijne schepselen, voor den vogel in de lucht en voor den worm die op de aarde kruipt ? Zult gij dan worden uitgesloten van die voorzienigheid en de bescherming Gods ? O vertrouw toch met de vastheid van een rots en herhaal zeer dikwijls dit troostrijk woord; „God zal alles ten beste keeren.quot;

6. KLAAG NIET.

Alweder iets\'van den heiligen Franciscus quot;van Sales: „Gij vraagt mij of onze Verlosser aan u denkt en met liefde op u neerziet? Ongetwijfeld, Hij denkt aan u, en niet slechts in het algemeen, maar zelfs aan het gering-

-ocr page 21-

9

ste haar van uw hoofd. Dit is een geloofsartikel, men mag daaraan niet in het minste twijfelen. Blijf daarom blijmoedig van harte! Onze Verlosser heeft met liefde zijne blikken op u gevestigd, en met des te meer teederheid naarmate gij zwakker en ellendiger zijt.

„Wat betreft uw klagen dat gij zoo armzalig en ongelukkig zijt, dit moet gij toch vooral niet doen; want, behalve dat dergelijke uitdrukkingen aan Gods dienaars volstrekt niet passen, komen zij ook alleen voort uit een gedrukt hart en zijn niets anders dan uitingen van ongeduld of van kwaden luim. Verman u en vertrouw op de eeuwige Voorzienigheid, die u met uw naam genoemd heeft vóór dat gij geboren werdt, en u in zijn boezem geschreven draagt.quot;

7. DAAR DE OOGST.

„Zie die in tranen zaaien, zullen in vreugde maaien\' (Ps. 125). Deze woorden, o gij lijdende ziel! zijn als voor u geschreven. Juist deze tijd, ja uw geheele leven is de zaaitijd. Laat u dus niet zoo spoedig ontmoedigen. Al zaait gij nu niets dan bittere

-ocr page 22-

10

tranen, bedenk liet wel: wanneer zij met geduld worden gestort, zullen zij liet onderpand van een vreugdevollen en rijken oogst zijn.

Niets gaat verloren, niets blijft onbeloond, zelfs niet het kleinste goed werk; hoe zou dan dat onbeloond blijven, wat gij in Jezus\'naam en uit liefde tot Hem geduldig verdraagt? Waar is toch uw christelijk geloof, wanneer gij niet gelooft in Jezus en het eeuwig leven ? Maar wanneer gij aan deze zoo troostvolle en opwekkende waarheden gelooft, word dan niet moede met tranen te zaaien, te lijden namelijk wat en zoolang de Heer wil; de tijd zal komen, dat gij met vreugde zult maaien. De schoven, welke gij in zulke dagen van lijden als het ware samenbindt, die schoven van groote verdiensten zult gij dan in den schuur des hemelscheu Vaders binnendragen. Dau kunt gij met den veel beproefden profeet met vreugde uitroepen; „Vooral in de dagen, waarin gij, o Heer, ons hebt bedroefd, zijn wij nu zeer blijde, en evenzoo voor al de jaren, waarin wij leed ondervonden hebbenquot; (Ps. 89, 15),

-ocr page 23-

\' . 11

Blijf dan volharden, christen ziel, blijt standvastig. De zaaitijd duart zoolang niet meer; dan komt de oogst, de eeuwige belooning.

8. MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD.

Gij bidt toch. zeker dagelijks liet Wees gegroet. Dan herinaert gij n, hoe de Engel Gods aan de allerzaligste Maagd de boodschap bracht en liaar aankondigde, dat zij door de kracht des heiligen Geestes, den Zoon Gods als godmensch zon ontvangen en baren.

Eu wat antwoordde Maria daarop? Zij, die zoo groote genaden had ontvangen, zegtquot; in den diepsten ootmoed; „Zié de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar nw woord.quot; Zoo noemt zich de moeder des Allerhoogsten Zijne dienstmaagd, om hare onderwerping en hare gehoorzaamheid jegens Hom te toonen; Zij schikt zich naar al wat Gods wil van haar vordert.

Waar is nu iiwe onderwerping aan de beschikkingen Gods? Waar uwe gehoor?aam-heid, wanneer de Heer u alle beproevingen

-ocr page 24-

12

*

laat ondergaan? Waar is uwe gelijkvormigheid met den wil Gods, wanneer Hij u kruis en lijden overzendt?

O grif tocli de woorden van de heilige Moeder Gods diep in uw hart! Zeg dikwijls met haar aan den lieven God : „Mij geschiede wat^ en gelijk Gij wilt.quot;

Zulk eene overgeving aan God kost zeker vele en groote offers; maar bij God is niets onmogelijk. Met Gods genade kunt gij alles; maar gij moet dagelijks om die genade bidden en tevens ook Haar om hare machtige voorspraak hidden, die vol van \'genade is en daarom alle goeds voor ons van God kan verkrijgen.

9. GA SLECHTS TOT JEZUS.

In het jaar 1842 stierf te Saintes in Frankrijk eene godvruchtige vrouw, Maria Eustella] genaamd, die men algemeen voor eene heilige ziel hield. Zij had echter ook zeer veel te lijden; doch zie, in het lijden werd hare goddelijke liefde vei meerderd en volmaakt, zoodat zij ook anderen tot zulk eene liefde zeer uitdrukkelijk vermaande en aanspoorde. Stichtend is hetgeen zij aan eene vriendin schreef:

-ocr page 25-

13

„Indien gij zwak en lijdeüd zijt, o heb dan een grendeloos vertrouwen op onzen zoo goeden goddelijken Verlosser. O weet gij niet, wie Hij is? Kunt gij ook sleelits in het minste twijfelen aan zijne goedheid en liefde?

„Waarlijk, o geloof het tocli, waarlijk Hij heeft u lief. Hij zal u niet verlaten. Hoor zijne zorg zal alles heter uitkomen dan gij nu denkt.

„ Uw lichamelijk lijden, dat u zoo drukt, is u door Gods beschikking overkomen; het is derhalve een goed en zeker middel tot uwe heiliging. Wees daarom vol vertrouwen, vol goede hoop !

„Wat uw inwendigen toestand aangaat — en daarover moogt gij het mee^t bekommerd zijn — wat is daaraan te doen? O begeef slechts tot Jesus! Leg alles, gelijk het is, in het hart van uw allerbesten yer-losser en bid Hem, dat Hij moge aanvullen, wat gij te kort komt.quot;

Zoo moeten ook wij doen.

-ocr page 26-

14

10. DE KRUISDRAGENDE JEZUS.

Volgens het getuigenis van den heiligen Evangelist moest onze goddelijke Velosser het kruis, waaraan Hij zou sterven, zelf naar den Kalvarieberg dragen. En waarom nam Hij zelf vrijwillig dien zwaren last op zich\'? quot;Waarom verdroeg hij daarenboven nog zooveel andere, naamlooze lijden en smarten?

Jesus Christus heeft deze vraag reeds vooruit beantwoord, toen Hij aan zijne discipelen en aan ons allen leerde : „Indien iemand na mij wil komen, hij verloochene zich zelf en neme zijn kruis op en volge mij.\'\' (Matth. 16, 24.)

Deze woorden zeggen ons duidelijk, waarom de allerheiligste Grodmensch zelf het zware kruis gedragenen daardoor de geheele wereld verlost heeft. Wie toch zou zijne uitnoodiging, ja zijn bevel hebben nagekomen en nakomen, indien Hij niet zelf met zijn ophelderend voorbeeld ware voorafgegaan \'?

Daar is nog meer. Hoe zouden wij de wederwaardigheden en de beproevingen dezes levens verdragen, indien de Zoon Gods

-ocr page 27-

15

ze niet geheiligd had door zijn eigen kruis, en ons de genade verkregen tot geduld en volharding ?

Hoe zouden wij kunnen gelooven, dat kruis en lijden uit Gods hand aangenomen een kostbaar goed is, een bewijs van de voorliefde van God, een onderpand van de eeuwige goederen, indien het aanschouwen van den kruisdragenden Jesus ons daarvan niet had overtuigd?

Eindelijk: hoe zouden wij den weg naar den hemel gevonden hebben, indien Jesus, met zijn kruis vooruitgaande, ons dien niet getoond had ?

Richten wij dan den blik op ons goddelijk voorbeeld! Alleen bij het aanschouwen daarvan begrijpen wij de oorzaken, de be-teekenis en de vruchten des kruises, hoeveel tegenzin wij daarvan ook mogen hebben, hoe zwaar en ondragelijk het ons ook moge toeschijnen.

II. GOD WIL HET ZOO.

De vrome aanvoerder der Israelieten, Jud as de Macchabeeër, wekte zijne krijgslieden vóór den slag tot dapperheid op, Hij wist wel, dat God de Heer de zegepraal

-ocr page 28-

36

geeft aan wien en zooals Hij wil; daarom eindigde hij zijne toespraak met deze woorden: „Gelijk het de wil des Heeren is, zóó geschiede het 1quot; (Macchab. 3, 60.)

Zoo moet men bidden om zich geheel over te geven aan Goden Zijne ahvij ze beschikkingen. Diegene, die zich dus als bet, ware in Gods welbehagen verliest — al is het ook in de moeielijkste omstandigheden, wanneer in- en uitwendige stormen, ziekten cn smarten, tegenzin, moedeloosheid, kleinmoedigheid zich van het hart meester maken — die in alles de toelating Gods ziet, die zal in de gedachte alleen dat God het zoo wil kracht genoeg hebben, om zich kalm en gelaten naar Gods beschikkingen te voegen.

Ongetwijfeld schijnen ons de goddelijke bestieringen dikwijls gestreng en hard toe, wij jammeren en klagen over onzen tegenspoed, over onze smarten, over de inwendige verlatenheid en de duisternis des gemoeds. Maar door zulke wederwaardigheden voert God tot zoetigheid in zijn dienst, en men moet voorzeker ontzettend geleden hebben, vóór dat men het genot der goddelijke liefde ontvangt.

-ocr page 29-

17

12. DE WARE BESCHOUWING VAN HET LEVEN.

Een missionaris van onzen tijd was ziek; Bij gebruikte dan geneesmiddelen, doch wist wel, dat hij daardoor slechts zijn lijden zou verlengen. Juist daarom nam hij zijn toevlucht tot die geoorloofde natuurlijke middelen. Het leven toch had in zijne oogen alleen liDoge waarde, omdat het hem, zooals hij zeide, di zoo kostbare en gelukkige gelegenheid verschafte om voor zijn Heer en God altijd iets te lijden.

Is dit niet de ware, de eenig juiste beschouwing van het leven ? Ja, deze beschouwing steunt op onze innigste betrekking tot onz\'jn goddel ij ken Verlosser Jesus Christus. Hij toch heeft om ons te velossen oneindig veel geleden, en zouden wij dan niets willen lijden? Als de heilige Paulus, (Rom. 8, 29.) verzeker t, dat wij allen d;or God bestemd zijn, om gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn zoon, welke gelijkvormigheid zou het dan met den gekruisigden Godmenschzijn, zoo wij niet te lijden hadden, niets wilden lijden?

„Gij dwaalt, ja gij dwaalt geheel en al, wanneer gij hier iets and ers zoekt dan weder-

-ocr page 30-

18

waardigheden en lijden; dit gelieele sterfelijk Ijven is vol ellende en overal met krnisen en plagen omgeven. Neem toch uw kruis op en volg Jezu i na, en dan zijt gij op den rechten weg naar het eeuwig léven. (Navolging van Car. B. 2, h. 12.)

13. LIJDEN OF STERVEN.

Deze woorden waren de kernspreuk van de groote heilige Teresia. AVat wilde zij daarmede zegge i? Haar hart was geheel ontvlamd van lieide tot den gekruisten Verlosser; daarom wilde zij ook zoo gaarne met Hem en uit liefde tot Hem lijden, ja zij meende niet zonder lijden te kunnen leven, te zullen sterven als zij niet leed.

Werkelijk liet do Heer haar groot verlangen naar kruis en lijden niet onvervuld. Gedurende veertig volle jaren ging er geen enkele dag voorbij, of zij had nu deze, dan gene moeielijkheid te dragen en dat niet alleen ten gevolge van lichamelijke ziekten, bijvoorbeeld zenuwkwalen, vallende ziekte, steken in de zijde, breuken, koorts enz. Zij had ook veel te lijden door kwaadsprekendheid, beschimping en vervolgingen, veel

-ocr page 31-

19

zelfs van de booze gees en. Daarbij kwam eene groote inwendige verlatenheid, waarin zij twintig jaren lang als in een vreeselij ke marteling voortdurend moest versmachten. Maar de heilige verdroeg dit alles met een ongeloofelijk geduld, zoodat zij in de hevigste smarten niets anders sprak dan de woorden van den geduldigen Job: ^Hebben wij het goede van de hand Gods ontvangen, waarom zouden wij ook niet het kwade aannemen?

Welk een voorbeeld! Helaas, wij beminnen onzen goddelijken Verlosser slechts weinig, slechts met koelheid, ach! eigenlijk in \'t geheel niet, anders zouden wij in ons lijden en in onze smarten niet zoo ongeduldig zijn. O roepen wij dan van ganscher harte uit: „Heer, vermeerder in ons de goddelijke liefde! dan zullen wij ook, uit liefde tot Jezus, geduldig en langzamerhand met Gods genade, zelfs gaarne en met blijdschap lijden.quot;

14. HET IS DE HEER; VREES NIET.

De leerlingen van Jezus bevonden zich eens tot diep in den nacht op zee; hun scheepje werd door de baren hevig heen en weder geslingerd. Toen kwam de Heer bij

-ocr page 32-

20

hen; zij herkenden liem niet; vrees en sclirik beving hen. Maar Hij sprak hun vriendelijk aan en zeide; „Hebt toch vertrouwen Ik ben het! Vreest niet.quot; (Matth. 14, 27.)

O lijdende ziel! hoe spoedig-, hoe zeer verschrikt ook gij, wanneer het uur van wederwaardigheden slaat! Gij ziet dan aanstonds de vreeselijkste spooken en meent dat zij u zullen verslinden; gij ziet bergen, die gij gelooft niet te kunnen overtrekken; gij denkt, dat ge voor afgronden geplaatst zijt, in welke gij meent te moeten neder-vallen. Acb, en gij ziet daar niet uw goddelijke Verlosser, die toch zoo dicht bij u is; gij hoort zijne liefelijke, zijne opbeurende stern niet? O zeker! ook in uw hart roept hij zoo liefelijk; „Heb vertrouwen, Ik ben het! Vrees niet!quot;

Ja, Hij is bet die deze winden en golven over u laat komen. Maar Hij, de Almachtige, Hij, de Algoede, Hij is het die U reeds dikwijls en altijd heeft geholpen. Hij zal u ook thans helpen. Wat hij doet, is voor uw welzijn. Waarom zoudt gij dan vreezen?

Heb toch vertrouwen 1 wees er zeker van-Jezus is ook uw Verlosser, uiu heil, uw helper in nood en angst.

-ocr page 33-

21

15. HET GOUD IN DE SMELTKROES.

Deuk, lijdende ziel, aan de sclioone gelijkenis, die de lieilige Schrift zelve (Spreuken 17, 3.) in uw liart doet hooien; „Gelijk goud en zilver in den oven gelouterd worden, zoo loutert de Heer de harten der mcnschen.quot; Ja, nu, bij deze ziekte, hij deze smart, in dezen nood en wedeiwaardigheid, ligt gij als in een gloeiende oven; God zelf heeft u daarin als het ware opgesloten. Dit is de tijd der beproeving, de lijd der lordc-iiug Wilt gij u dan aan deze noodige beproeving aan deze ofschoon pijnlijke, toch heilzame loutering onttrekken ? O laat u toch altijd meer en meer reinigen van de vele smetten der zonde! Toon nu, dat uwe liefde tot God niet valscli, maar van echt goud is.

Maar gij zoudt gaarne aan dit smartvol vuur ontkomen. Blijf daarin. De goudsmid weet immers het beste, hoe lang het goud in de smeltkroes moet liggeu en gloeien; hij zal het er niet uitnemen, tot dat hij ziet,, dat het volkomen gelouterd is. Zoo doet God ook met u; gij nu moet het uithouden, wachten, geduldig zijn, lijden alwat en zoolang het Gode behaagt.

-ocr page 34-

22

16. VANWAAR DE KRACHT EN STERKTE?

Zoo vraagt menige ziel, die door rampen en lijden gedrukt wordt. Vanwaar zal ik de kracht en de sterkte ontleenen, om de vele en zware kruisen van dit leven te dragen ?

Gij, die zoo vraagt en klaagt, kent ge de v/oorden van uw goddelijken Verlosser niet? Van het heilig altaar roept Hij u zoo vriendelijk toe: „Komt allen tot mij, die heiast en beladen zijt en ik zal u verkwikken.quot; Ja, daar, in Let heilig Sacrament des altaars, daar is de tafel, dij de Zoon Gods u zelf bereid heeft en waar u het heilrijkste geneesmiddel word geschonken, het krachtigste geneesmiddel tegen uwe zwakheid en kleinmoedigheid. Daar is het bovennatuurlijk brood, dat u op hemelsche wijze verkwikt en sterkt, zoodat gij g dijk Elias, met nieuwen moet toegerust, ook de moeielijkste reis naar den berg Gods zult kunnen voortzetten.

Dit geneesmiddel vervulde de heilige martelaars met onoverwiabaar geduld in hun zwaren strijd om het geloof; dit brood sterkte hen zóó, dat zij met vreugde voor

-ocr page 35-

23

Jesus den smartvolsten dood te gemoet gingen; Jesus zelf leed, steed en overwon in hen.

Is dan de almacht van den goddelijken Verlosser nog niet steeds dezelfde? Bij zegt immers ook tot ons: „Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik in hem.quot; (Joan. 6 57.) O wanneer Jezus in ons is, iu ons leeft en werkt, hoe zouden wij dan met Hein niet elk lijden geduldig en met onderwerping kunnen dragen?

Ontvang dan van tijd tot tijd en met de meest mogelijke godsvrucht dit allerheiligst Sacrament. Dit maakt den bittersten lijdenskelk zoet, dit versterkt in de drukkende uren des lijdens. Wordt u deze genade niet werkelijk ten deel, vereenig u dan ten minste in den geest met Jezus Christus, die voortdurend in het heilig tabernakel tegenwoordig is; ook slechts eene vrome verzuchting tot Hem, brengt reeds groote genaden.

-ocr page 36-

24

17. MARIA, DE MOEDER VAM SMARTEN.

Christen ziel, die in uw lijdensuur den Wik richt tot den gekruisten Verlosser, sla de oogen ook op Maria, die aan den voet des kruises staat.

O wat moest zij niet zien? wat niet hooren. wat niet voelen\'? Op dien dag van het vree-selijk lijden ven Jezus, heeft een zevenvoudig zwaard van smarten hare ziel op de pijnlijkste wijze doorboord; toen kon zij met den profeet uitroepen: „Zie of er ooit eene smart was als de mijne ?quot; (Klaagl. 1,12). In zulke smarten is zij onze moeder en tevens de moeder der vertroosting, de troosteres der bedroefden geworden.

En hoe heeft Maria dit alles geleden ! O haar staan naast het kruis van Jezus toont duidelijk aan, dat hare grootmoedige ziel niet ter nedergedrukt was, maar veeleer recht en vast stond in het heilig geloof in onwrikbare hoop; zij aanbad Gods wil allerootmoedigst en zij offerde haar teergeliefden Zoon, met haar eigen lijden vereenigd, aan de goddelijke rechtvaardigheid op.

quot;Wanne3r echter zelfs de Moeder Gods, die geheel zonder zonden en vol van genade was^

-ocr page 37-

in zulk eene opeilbare zee van smarten is gekomen, lioe wilt gij dan klagen als kruisen en wederwaardigheden u treffen? En wat betee-kenen zij in vergelijking vim die, welke de moeder van Jezus ondervond ? Of zoudt gij denken, dat ge zonder lijden in den hemel zoudt kunnen komen, wanneer zelfs deze allerheiligste ziel daarvan niet verschoond bleef ? En^wilt gij ook niet in haar gezelschap zijn, nu nog niet in de heerlijkheid, maar eerst in smarten en droefheid bij en naast Jezus?

O leer van haar te lijden, met onderwerping aan Gods wil. Leer van haar te zwijgen en te aanbidden de altijd goede raadsbesluiten Gods. Ja, leer recht op staan in het vertrouwen op God, even als Maria!

18. LAAT HET ONWEDER WOEDEN.

Gij zegt, dat de wederwaardigheden (ziekten enz.) eene moeilijke zaak is. Hetzij zoo. Wees niet verwonderd over al hetgeen nu gebeurt of u overkomt; neem uw toevlucht niet nu eens tot deze, dan weder tot gene. Roep onophoudelijk Jezus aan, in wien gij gelooft en dien gij als uw Heer en God ver-

-ocr page 38-

26

eert. Eén wenk van Hem, en alle wederwaardigheden zijn in een oogenblik verdwenen. Hij is degene, aan wien de winden en de baren op zijn be rel gehoorzamen.

(Mare. 4, 40.)

Indien intnsschen uw smeeken de rampen niet doet ophouden, bedenk dan, dat het Gods handelwijze is, de droefenis niet aanstonds in vreugde te doen veranderen.., Grod kan altijd nog helpen, en Hij kan niet slechts zooveel goed doen, als onze hoop ons verwachten ; Hij kan oneidig meer doen dan wij hopen, Dit getuigt de Heilige Paulus uitdrukkelijk, als hij zegt, dat Grod machtig is om oneindig meer te doen dan wij vragen of begrijpen. (Ephes. 3.209 Denk aan de drie Jongelingen in den oven!

„Laat u dan door niets verontrusten, maar dank God veeleer voor alles en loof en prijs Hem en smeek Hem. Al verhieven zich duizende stormen enonweders voor uwe oogen gt; sta vast in vertrouwen op uw God; de grootste rampen, die aan allen (en ook aan u) met volkomen ondergang bedreigen, kunne* toch zijne macht niet verzwakken.quot;

Deze schoone en zoo bemoedigende woorden

-ocr page 39-

27

schreef de heilige bisscliop Joannes CBry-sostomus aan zijne vriendin Olympia, toen hij zelf in eene pijnlijke ballingschap moest leven en daarbij nog\' aan verschillende ziekten leed. Stel u voor, dat die woorden aan n geschreven zijn, en neem ze ter harte.

19. OVERWIN UW E!GE?i V/iL.

Eene volkomene en onvoorwaardelijke overgeving aan God is het allernoodzakelijkste in kruis en lijden. Met die gelatenheid moet ook eene volkomene onverschilligheid gepaard gaan met betrekking tot allerhande wederwaardigheden, zoowel wat de menigte, de hoeveelheid, als den duur betreft. Dikwijls geeft God aan eene lijdende ziel geen. verlichting, vóór dat zij tot die volkomene overgeving geraakt is.

Maar nu komt de eigen wil; gij wilt altijd dit en dat; gij wilt nu eens van dit dan weder van dat bevrijd zijn. Ziet gij niet in, dat juist die verschillende verlangens u altijd nieuw lijden veroorzaken ? Ja, de eigen wil is de grootste oorzaak van al onze smarten; dikwijls houden die op, zoodra die eigen wil vernietigd is.

3

-ocr page 40-

28

Ongetwijfeld weet God liet best wat goed en heilzaam voor u is. Hij weet immers alles; Hij weet ook wat ons overkomt en tevens heeft Hij ons meer lief, dan wij ons zelf beminnen kunnen. Wat moeten wij dan denken als het kruis, dat God ons afneemt of geheel voorkomen kon, ons altijd drukt? Wij moeten slechts vast overtuigd zijn, dat het zoo is tot ons heil en wezenlijk nut. (Henri Boudon)

2o EENE HELDHAFTIGE LIJDERES.

Een heerlijk voorbeeld voor alle lijdenden is de heilige Elisabeth, landgravin van Thu-ringen. Van bare jeugd af legde zij zich met allen ijver toe op alle godvruchtige werken en meer bijzonder op de weldadigheid jegens de armen en noodlijdenden. En zie hoe zij den bittersten lijdenskelk tot den rand gevuld, moest drinken! Bij haar volgde het eene kruis op het andere; het eene lijden is pas voorbij, of het andere staat voor de deur. Zij wordt weduwe, zij wordt gelasterd, vervolgd, van al hare goederen beroofd en moet in de diepste armoede met hare kinderen ronddwalen.

-ocr page 41-

29

Wat doet nu de edele voistin? Hoe lijdt en verdraagt zij al die rampen? Hoor eens hoe zij bidt na den dood van haar geliefden gemaalU, o Heer, behaagde het aldus om dengene tot U te nemen, met wien mijn ziel zoo innig vereenigd was. Maar dewijl het zoo Uw wil was, ben ik met Uwe beschikking tevreden en wel in die mate, dat indien ik met een enkel Onze Vader den afgestorvene tegen uw wil van de dooden zou kunnen opwekken, ik het niet zou wil-len bidden.quot;

Dat is waarlijk eene heldhaftige onderwerping aan Gods wil! Zóó kan alleen de christen spreken, die, zich zeiven geheel afgestorven, God bovenal bemint. Mochten wij ook vervuld en bezield zijn met zulk eene gezindheid! O als wij ook zóó dachten; „Niets tegen Gods wil! Al wat God wil!quot; dan zouden wij zelfs bij de zwaarste beproevingen tevreden zijn. Laat ons dari dagelijks, van uur tot uur zelfs, de dingen zoo nemen, als God ze ons toezendt.

21. MIJN NAAM — MIJN VERTROUWEN.

Door den profeet Isaias (hoofdstuk 43) sprak God tot het volk van Israël de troost-

-ocr page 42-

30

rijke woorden: „Vrees niet; wantik heb u bevrijd. Ik roep u bij nwen naam, en die naam heet; „Gij zijt de mijne.quot; Al zoudt gij ook door snel stroomende wateren moeten gaan, ben ik bij u; neen, de geweldigste stormen zullen n niet medeslepen. Al zondt gij als in een gloeiendea oven opgesloten zijn; neen, de vlam zal u niet verteeren. Ik ben de Heer, n\\v God, de heilige van Israël, uw redder. Vrees niet want Ik — Ik ben bij u.quot; —

Waarlijk, zoo kan God alleen spreken; slechts God kan met zulk eene heilige en dierbare verzekering het nedergebogen hart oprichten en aanmoedigen! En is dan de God van Israël ook niet onze God, onze Heer en redder? Is er wel zulk eone groote nood) waarin God ons niet helpen, of dien Hij voor ons niet ten beste kan leiden ?

Ja, o lijdende ziel, de Heilige van Israël is ook bij u ; bij de heilige Communie komt hij zelfs in u, in uw eigen hart. O vrees toch niet, maar vertrouw op Dengene, die ook u zijn almachtige bescherming zoo plechtig belooft! Ook gij kunt met vreugde tot u zeiven zeggen: Ik behoor God toe 1 Dat is mijn naam, dat is ook mijn eer, mijn loem,

-ocr page 43-

31

mijn vertrouwen! Ik belioor God toe! Hij, de drieeenige, de eeuwige God, is bij en met mij, hoe zon ik dan nog ontmoedigd zijn en vreezen ?

22. NIETS WAT VAN GOD KOMT iS PiiOEiLIJK.

Welk eeno vrome onderwerping aan Grod, welk een lieldhaftig geduld oefende de heilige Vincentins a Panlo, de verdienstvolle stichter der Zusters van barmhartigheid en andere instellingen ten nutte der lijdende menschheid! Hij werd 85 j aar oud; maar men kan naar waarheid zeggen, dat hij bijna gedurende zijn geheele leven ziek was en altijd vele en zware smarten moest lijden. Gedurende de laatste twee jaren moest hij uit hoofde van een gebrek aan den voet altijd op een stoel zitten en wel onder de hevigste pijnen. Maar nooit hoorde men hem klagen; zijn eenige verzuchting was deze: „o mijn Jesus ! o mijn beste Jesus!quot;

Een zijner medebroeders wilde hem eens zijne deelneming te kennen geven en zeide hem: „o hoe drukkend is toch uw lijden!quot; Zacht, maar tevens toch met een ernstig gelaat, antwoordde de heilige: „Hoe! noemt gij drukkend, wat God doet en geeft ? Kan

-ocr page 44-

32

dat drukkend zijn, wanneer Hij een armen zondaar, zooals ik ben, iets laat lijden ? Is het niet billijk, dat ik scbnldig mensch lijde? quot;

Zoo hoorde men hem dikwijls voor zijne smarten God loven en prijzen. „Het is waar,quot; zeide hij op zekeren dag, „ziek zijn is voor den zinnelijken mensch eene moeilijke zaak ; maar elke ziekte komt van God en is eene genade. God bedient zich van lijden en wederwaardigheden om ons hart van de zonde los te rukken, om ons geduld te oefenen en ons met zijne genade te verrijken.quot;

Mochten wij aldus het groote nut van het lijden erkennen! Mochten wij ook in zulk eene gezindheid en met zulk geduld ons kruis dragen!

23 DE MOEDERLIEFDE.

Bij den profeet Isaias (hoofdstuk 49) wordt het volk Gods sprekend ingevoerd, alsof het zeide: „De Heer heeft mij verlaten.quot; Wat antwoordt God op die klacht: Kan dan, zegt Hij, eene moeder haar kind vergeten, zoodat zij zich niet zou ontfermen over de vrucht baars lichaams? En zelfs al kon dit geschieden, dan zou Ik u toch niet vergeten. Zie, om u nooit te vergeten, heb Ik u in mijne handen geschreven.quot;

-ocr page 45-

33

Kon God ons Zijne liefde wel krachtiger en tegelijk met scliooner, liefelijker woorden uitdrukken? En daar Hij ons allen en ieder onzer zulk eene groote moederlijke liefde toedraagt, zal Hij dan ook niet voor ons zorgen, over ons waken, Zijne vaderlijke blikken voortdurend op ons vestigen en alleen ons dat laten overkomen, wat tot ons heil kan strekken ?

O geef u toch zonder vrees, zonder mistrouwen, vol kinderlijk vertrouwen aan die moederlijke liefde over! Al zou u ook alle hoop ontbreken: God verlaat u nooit. Al ziet gij ook geen hulp of redding; voorwaar, de liefde Gods sterft niet; terechter tijd zal Hij doen zien, dat Hij altijd uw helper, uw redder, uw God is. Welaan dan, welaan dan! De moederlijke liefde van onzen God blijft in eeuwigheid; dat zij uw troost, dat richte uw bedrukte ziel op, dat versterke u in de zware uren des lijdens.

24. HUISELIJKE KRUISEN.

Over deze kruisen moet men toch eena spreken. Nu bedoel ik hiermede niet het verlies van tijdelijke goederen, armoede of

-ocr page 46-

34

dergelijke ongelukken, die eene gelieele familie kunnen treffen; ik spreek alleen over zulke wederwaardigheden, die voortvloeien uit den kwaden wil van een der bloedvenvanteii ontstaan, bijv. een ontaarde zoon — acli, wolken kommer, welk een zielesmart berokkent die niet aan zijne ouders! of wanneer een der eclitgenooten op den verkeerden weg geraakt is, hoe verbitteren die dan niet de levensdagen van de anderen ! Wat moet men in zulk geval doen ?

Vooral is dan een vurig en aanhoudend gebed noolig. Bij God is immers alles mogelijk. Hij heeft, g jlijk de Heilige Schrift (Boek der Sprenkcn 21) verzekex\'t, het hart des konings zoo in zijne handen, dat Hij het als een beek leidt, waarheen Hij wil; zou Hij dan \'ook niet een slechte echtgenoot, een afgedwaald kind op betere wegen kunnen brengen ? Denk aan de heilige Monica. Door haar innig en gedurende vele jaren aanhoudend gebed verkreeg zij, dat haar nog heideuscLe man het christelijk geloof omhelsde en de H. Augustinus, die een verloren zoon was, een heilig priester en

-ocr page 47-

bisschop werd. Klaagt ook gij zoo, onder gebed en geween over u kruis aan den Heer. Neen, zulke tranen worden niet vrucli-teloos vergoten.

Hebt ook veel geduld en handel gelijk de heilige Paulus aanbeveelt, wanneer hij (Gral. 6,1) ons leert; „Is iemand in eene zonde gevallen, onderricht hem in den geest der zachtmoedigheid.quot; Greduld en zachtmoedig-leid zijn deugden, die het verstoktste hart winnen. Doet gij ook zoo het uwe; God zal u helpen. Laat den moed niet aanstonds zinken; stort onophoudelijk een gebed vol vertrouwen en volhardt in de liefde^ die geduldig en goed is en alles verdraagt en verduurt. (1. Cor. 13.)

25. GELOOFD ZIJ JtZUS CHRISTUS, (t)

Een klein, maar toch een zoo schoon, zoo veelbeteekend spreukje is dit. Zoo hebben de vrome christenen elkander van de oudste tijden af\' gegroet; zoo roepen nog altijd

(f) Hij die deze lofspreuk godvruchtig zegt of aan iemand, die haar zegt, antwoordt met de woorden; »ln eeuwigheid. Amenquot; — verdient telkenmale een aflaat van ioo dagen. Sixtus V, n Juli 1587.

-ocr page 48-

36

vele duizende geloovigen in vreugde en leed, van den vroegen morgen tot den laten avond: „Geloofd zij Jezus Christus!quot; — Zoo sprak zeer dikwijls de heilige Joannes Chrysostomus; zoo sprak een andere Cliry-sostomus, een roemvolle strijder voor de rechten der heilige katholieke Kerk, de hoogwaardige aartsbisschop van Keulen, Clemens Augustus. Hij werd in het jaar 1887 om zijne trouw aan de Kerk gevangen genomen en met geweld van zijn bisschoppelijken zetel weggevoerd. „Geloofd zij Jezus Christus!quot; deze woorden herinnerden hem aan de alles leidende Voorzienigheid Gods en mst deze woorden bedankte hij zijn godde-lijken Verlosser voor de zware beproeving, die deze hem liet overkomen.

Hebt gij allen, lijdende zielen! ook deze zinspreuk lief en herhaalt ze zeer dikwijls met godsvrucht. Wanneer het zeer donker is in uw gemoed^ wanneer de smarten u fel steken en pijn doen ; wanneer deze of gene kommer uw hart geheel doorboort; werpt dan een blik op den Godmensch aan het kruis, ziet op tot zijn allerheiligst Hart, dat Hij uit liefde tot u liet openen. Denkt

-ocr page 49-

37

dan; Zoo laat Hij mij deelnemen aan zijne droefheid, aan zijne smarten! Hij doet dit ongetwijfeld voor mijn lieil! Zegt daarom uit den grond des harten, met onderwerping aan Gods wil: Geloofd zij Jezus Christus! — Beproeft dit eens; zegt het dikwijls en gij zult het ondervinden: deze zinspreuk zal u troost brengen en u in de ure des lijdens versterken.

26. ALTIJD ONDER KET KRUIS.

Het strekt aan lijdende menschen voorzeker tot stichting als zij de schoone voorheelden dergenen zien, die ook de proef des lijdens veelvuldig hebben te doorstaan. Zulk een voorbeeld is de godvruchtige vorstin Amalia van Gallitzin, die in het jaar 1806 zalig in den Heer ontslapen is.

Wat en hoe leed dan deze edele ziel? Nadat eene zware ziekte haar eerst voor goed van de liefde voor de wereld tot de liefde van haar God had gebracht, had zij van dezen tijd af gedurende wel twintig jaren met lichaamssmarten en inwendig lijden te kampen. Maar zij droeg bet kruis dat God haar had opgelegd, zonder men-

-ocr page 50-

38

schelijken troost te zoeken geduldig en onderworpen. Ook had zij zich gewend om in elk lijden slechts het oogenblik in acht te nemen, en zich het kruis van dat oogenblik niet te verzwaren door droevige overpeinzingen, of zich eene schrikwekkende toekomst voor te spiegelen.

Als zij in hare ziekten tijdelijke middelen gebruikte om van eene kwaal genezen te worden, en hield deze dan toch aan, dan sprak zij bedaard: „Hier (in dezen toestand) waarin Grod mij geplaatst heeft, wil ik blijven. Lijden wil ik en beminnen, tot dat ikrijp word voor de eeuwige liefde en het eeuwig leven.quot;

Een andermaal, na een zeer smartelijken toestand, bad zij aldus: „Ik loof u Vader in den hemel, meer nog voor het lijden, dat Gij mij hebt toegezonden, dan voor de ontelbaar vele van u ontvangen vreugden! Het is toch zeer gemakkelijk ü te danken in tijden van voorspoed; maar Gij, die de harten doorgrondt, weet, dat ik ook bij mijn grievendst lijden oprecht daarvoor bedankt heb en nog bedank. Neen, ik wil van mijn lijden geen oogenblik vroeger verlost worden dan Gij wilt.quot;

Dat heet godvruchtig en christelijk lijden.

-ocr page 51-

39

27. VAN DEN BESTE HET BESTE DENKEN-

De wijze man (B. d. W. 1, 1) vermaant ons. dat wij van God goed moeten denken; maar Koevele kleinmoedige zielen klagen en jammeren, dat God kun te veel kruisen en lijden overzendt. Hij keeft ken verlaten eu zendt kun sleckts smart en leed toe, en daarom kunnen zij geen goed van Hem denken.

O gij troostloozen! koort wat de profeet Nakum (Nak. 1, 7) zoo vol blijdsckap uitroept: „Goed is de Heer; in de dagen van wederwaardigkeid, en Hij kent degenen die op Hem vertrouwen.quot; De keilige Joannes stelt ziek niet tevreden met slechts van God te zeggen dat Hij goed of goedig is, maar kij wil do goedkeid Gods met ket allerkrachtigste woord aanduiden, en zegt daarom; „God is de liefde.quot; (1 Joan. 4, 16)

Hebt gij ket dan nog nooit ondervor den,, dat de Heer goed, zoo onuitsprekelijk goed is? Wat is alle mensckelijke goedheid in vergelijking van die welke in Gods kart is? Zoudt gij ook geen goed kunnen denken van de eeuwige, de oneindige liefde ? Zoudt gij nog twijfelen aan Zijne liefde tot u, aan Zijne zorg voor u?

-ocr page 52-

40

Daar komen wel is waar dagen van wederwaardigheden over u; maar zijnl\'niet de duistere dagen evenzeer van God als de schoone, heldere? En hebt gij niet na eiken dag Zijne versterkende hand ondervonden? ja, de Heer is goed en machtig! En: gij kunt op Hem vertrouwen. Hij weet het wanneer gij van zijne goedheid en almacht alle goed verwacht, wanneer gij het volste vertrouwen hebt dat Hij alles voor u ten beste zal leiden; dat Hij u, ook in den allergrootsten nood helpen en redden kan, helpen en redden zal. Denk zoo het beste van den Beste en die gedachte zal niet beschaamd worden.

28. HOOP TEGEN ALLE HOOP.

De wijsheid, de macht en de goedheid Gods is grooter dan een menschelijk hart kan begrijpen. Hoe zwaar ook uw lijden moge Kijn, hoe donker het in uwe ziel is of nog worden zal, wanhoop niet aan uw God! Denk aan Abraham, van wien de heilipe Paulus (Rom. 4. 18) tot zijn roem verklaart, dat hij tegen alle hoop in gehoopt heeft. Denk aan den geduldigen Job, die

-ocr page 53-

41

zelfs in de grootste ellende aldus spreekt; „Indien God mij zelfs zou dooden, zou ik toch op Hem kopenquot; (Job. 13, 15.)

Gij verstaat wel is waar, nu de wegen Gods niet; maar reken daarop, dat de eeuwige wijskeid stellig ket beste voor u zal uitkiezen en verordenen. En zijne liefde kan niet anders dan liefdevol kandelen, even als zijne Almaokt zeer zeker tot ket goede, ja tot ket beste doel kan leiden.

O vertrouw dan en hoop, dat God een keerlijk einde zal maken aan uw lijdenstijd. Verwackt elk oogenblik dat de Eeuwige heeft vastgesteld, elk oogenblik dat Hij u met zijn troost verkwikken en uw lijden overvloedig beloonen zal. Maar bid God ook, dat Hij u de gunst wil verleenen, zóó, op Hem te hopen, als Abraham en Jcb. Roep en smeek van ganscher harte : „Heor, laat ik gelijk deze uwe dienaars zwijgen, afwachten, en vast op u vertrouwen. Zonder uwe genade zink ik aanstonds in moedeloosheid ; help mij en bevestig in mij de hoop op U!

-ocr page 54-

42

29. KUS HET KRUIS.

Toen de laeilige apostel Andreas liet kruis zag, waaraan liij moest sterven, kuste hij het hartelijk en riep op opgeruimden toon: „Wees gegroet, o goed kruis! Reeds sinds lang verzuchtte ik naar u, nu verheug ik mij dat gij eindelijk A^oor mij gereed zijt gemaakt. Neem mij weg van deze wereld en geef mij mijn goddelijken leermeester terug, opdat hij, die mij door u, o heilig kruis, verlost heeft, mij ook door u in Zijne heerlijkheid opneme.quot;

O hoe beschaamt dit gedrag onze lafheid, onze schuwheid voor het kruis! Ach, in plaats van het kruis zoo in liefde te ontvangen als de apostel dit deed, willen wij het liever van ons werpen. Toch zijn ook wij door het kruis verlost geworden en kunnen wij slechts door deelneming aan het kruis zalig worden.

Lieve lijdende ziel, het is eene oefening van godsvrucht om dikwijls en hijzender gedurende de eerste oogenhlikken van een nieuwen dag het quot;beeld van den Gekruiste te kussen; maar bij deze oefening moet gij ook, en bij voorbaat in den geest kussen

-ocr page 55-

43

al tlie (grootere en kleinere) kruisen, welke de lieve God u op dien dag zal overzenden. Maar liet moet geen Jndas-kus zijn; gij moet opreclit, van gansclier harte en in liefde uwe dagelijkisclie kruisen ontvangen, ze gewillig en tevreden zonder klagen en tegenstribbelen uit G-ods hand aannemen, en evenzoo dragen. De gekruisigde Jezus geve u daartoe zijne alvermogende genade S

30 MARIA HELPT.

De heilige Paulus van het kruis (f 1775) Stichter van de orde der Passionisten, stelde na God al zijne hoop op de allerzaligste Maagd Maria. Hij trachtte dit vertrouwen ook aan anderen in te boezemen, en aan degenen, die in de een of anderen nood hem om zijne voorbede verzochten, pleegde hij te zeggen: „Daarvoor helpt Maria.\'\' Iets dergelijks lezen wij van den Eerbiedw. bisschop Vincentius Strambi (f1824). Wanneer zij, die aan zware hoofdpijnen of andere kwalen leden, dezen vromen dienaar Gods om hulp vroegen, sprak hij hun moed in en zeide: „Vertrouwt maar op Maria ! Maria zal aan ons denken! Houdt moed 1 Maria zal u helpen.quot;

4

-ocr page 56-

44

Ach, waarom nemen wij zoo zeldzaam en zoo flauw en koud onze toevlucht tot deze beste Moeder van genade? Weten wij dan niet, welke onbeperkte macht zij uitoefent op het allerheiligste Hart van Jezus, haar goddelijken Zoon, en hoe zij alle goeds voor ons verkrijgen kan! En is u hare moederlijke, zoo onbeschrijfelijk groote liefde tot ons, die hare kinderen zijn, onbekend?

Laat ons dan toch in al onze aangelegenheden deze dierbaarste Moeder Gods aanroepen, maar met vertrouwen, met onwankelbaar vertrouwen. Zij is immers nog altijd de hulp der Christenen,de machtige beschermster iu al onzen nood en gevaren ; en de heilige Bernardus verzekert oiis, dat het nooit gehoord is, dat iemand die met vertrouwen om hare voorspraak verzocht, verlaten is geworden. Ja, Maria helpt, en dat moet onze troost zijn!

31. WAAR DE NOOD HET GROOTSTE IS,

DAAR IS DE HULP HET MEEST NABI1.

Bij deze overweging breng ik u op bet onstuimige meer van Tiberias. Gij ziet daar een scheepje; men zou denken, dat het elk

-ocr page 57-

45

oogenblik zal verzinken. Onze goddelijke Verlosser slaapt daarin zeer gerust ; maar de leerlingen zijn volstrekt niet kalm; zij weten niet wat zij zullen beginnen. Vol vrees en angst wekken zij den slapenden Meester en roepen tot hem ; „Ach, bekommert Grij u volstrekt niet om ons; is het U onverschillig of wij vergaan ? Eed ons, of wij zijn verloren!quot; De Heer staat nu op, gebiedt met een goddelijk gebaar de winden en de golven, en aanstonds wordt het doodstil.

Wat leert u dit verhaal? Denkt ook gij niet dikwijls dat de Heer slaapt en zich niet bekommert om uw drukkend lot, om uwe gevaren en wederwaardigheden ? Hoor dan eens wat de koning-profeet (Ps. 116) u met zooveel vertrouwen toeroept: „Neen voorwaar, neen de beschermer van Israël sluimert en slaapt niet.quot;

En gij meent dat de Heer nu niet meer bij u is, dat Hij u zelis verlaten heeft. Dit dacht ook de heilige Catharina van Senen, toen zij hevig bekoord werd. Daarom vroeg zij aan den Heer; „Ach, waar zijt Gij toch geweest toen ik zulk een hevigen

-ocr page 58-

46

strijd moest doorstaan?quot; Jesus troostte zijne getrouwe dienares en sprak: „G-edu-rende dien strijd was ik midden in uw hart.quot; Zoo is de Heer ook bij u. lijdende ziel! Hij is bij u in wederwaardigheden en versterkt u in lijden, opdat gij niet zoudt overwonnen worden. Neen, God laat de zijnen niet zonder hulp.

32. EENE GOEDE LEER iN GELIJKENISSEN.

a. Het moet eerst nacht worden, vóór dat men aan het uitspansel de sterren kan zien fonkelen. Zoo schitteren ook voor de ge-loovigen de troostvolle beloften Gods riet duidelijker en geven hem nooit meer hoop dan in den nacht van het lijden.

b. De aarde wordt door het scherpe ploegijzer omgewoeld en omgegraven. Eerst als zij losser is geworden, wordt het zaad daarin gestrooid en kan het wortel vatten, ontkiemen en eene sehoone vrucht werpen. Zoo is het ook met ons hart. Het is eene harde aarde, die eerst zacht moet gemaakt worden met het ploegijzer van een pijnlijk lijden. Dan eerst leeren wij goed aan God gelooven en denken; dan eerst vatten wij

-ocr page 59-

47

Jesus\'leer over liet kruis en over liet dooden van den ouden zondigen menscli. Laat n toch door dit ploegijzer tot een goede aarde bereiden !

c. De werkman bearbeidt den harden steen, terwijl liij hem met het truweel veel slagen geeft, tot dat hij geschikt is geworden om de voor hem bestemde plaats in te nemen ; maar de steenen die daartoe niet te gebruiken zijn. of die hij niet gebruiken wil, laat hij onbearbeid. Als nu de hemelsehe werkman u harde slagen geeft, waarom wilt gij u dan tegen Hem verzetten ? Immers zonder dat gij geslagen en gekapt wordt, wordt gij niet geschikt om eene blijvende plaats te verkrijgen in den geestelijken tempel daar boven.

d. Degenen die op een schip varen, stellen al hun vertrouwen in den stuurman; zelfs hun leven, dat allergrootste goed stellen zij in zijne handen, en zelfs in de allerhevigste stormen vertrouwen zij op zijne bekwaamheid en zijn goeden wil. En gij! hoe gedraagt gij u jegens den almachtigen God? Hij is de allerbeste stuurman, die het schoepje uws levens goed en zeker bestuurt

-ocr page 60-

48

en geleidt; en gij kmit nog twijfelen aan zijne wijsheid enmaclit? Wees toch gerust en getroost, ook wanneer het hevig stormt t Geef met vol vertrouwen, ja met vreugde over aan de liefderijke Voorzienigheid Gods.

33. HET SNOEIEN VAN DE GOEDE RANKEN.

Ook onze goddelijke Zaligmaker leerde dikwerf in gelijkenissen; zulk een parabel vindt men in het vijftiende hoofdstuk bij Joannes. Igt;aar vergelijkt Jesus zich bij een wijnstok; zijn hemelschen Vader noemt hij den Wijngaardenier, en ons de ranken. „Elke rank, die vrucht draagt, zal de Vader snoeien, zegt Jezus, opdat hij nog meer vrucht drage.quot; (Jo. 15 2.)

In deze woorden licht eene groote leer opgesloten, vooral voor de zielen, die den weg der deugd reeds betreden hebben. Ook zij hebben nog altijd reiniging noodig; de eigenliefde, de hoovaardigheid en andere booze neigingen willen toch altijd weder de overhand nemen. En hoe menige ziel houdt zich voor godvruchtig en deugdzaam en verheft zich in hare duisternissen boven anderen! Maar wanneer zulk een mensch eene

-ocr page 61-

49

groote beleodigmg wordt aangedaan of wanneer eene pijnlijke ziekte hem treft, dan ziet men eerst hoe zwak zijne deugd is.

quot;Wat is daaraan te doen ? Met het scherpe snoeimes der wederwaardigheden snijdt de hemelsche Wijngaardenier elke slechte uitwas uit zulke zielen; zoo worden zij gereinigd en brengen dan nog meer vruchten voort. En gij, die dit leest, zoudt gij u gaarne aan de hand van dezen meester onttrekken ? O neen, al doet de kunstbewerker ook pijn, verdraag die en vertrouw op den Heer, dien het altijd alleen te doen is om iets goeds van u te maken.

34. WOORDEN VAN JEZUS AAN EENE LIJDENDE ZIEL

„Nu is uw hart bedroefd, en gij, dit valt u zeer zwaar; wat zult gij doen ? Zit neder aan mijne voeten; ween en zucht. Dit is het oogenblik, dat God van eeuwigheid voorzien heeft. Schep moed en gedraag u dapper.

„Ik kan wel uwe droefheid in één oogenblik in vreugde veranderen; maar dat zou niet goed voor u zijn — en het is mijn welbehagen dat gij weent en als het ware

-ocr page 62-

■wegsmelt in droefenis. Het is mijn lust, dat ik de kinderen, die ik lief heb oefene, heen en weder drijf, en tuchtige. Ik weet zeer goed waartoe dit u dient en waarom het nnttig voor u is.

„ Neem het derhalve van Mij aan. Blijf hij mij en bij mijn kruis, ja zelfs aan het kruis. Bedwing uz.dvo en lijd met kalmte; Ik wil het zóó. Mij staat het te beoordeelen, wanneer ik wil ophouden; wanneer ik u troosten wil is mij bekend.

„Gij kunt nu in het geheel niet bidden, niets overwegen ; dat zij zoo! Ga slechts stil zitten.... en lijd. Bij mijn kruis, aan mijne voeten, moet gij gaan zitten en ween nu zooveel gij wilt. Gij moet slechts verzuchten; „Ach Jezus! Ach Jezus!—langzaam en diep.

„Wanneer gij een weinig uitgetreurd zult hebben, moet gij zeggen: O Jrleer Jezus! het is alsof mijn hart van droefheid zal barsten; maar toch ben ik met u tevreden. Neen, ik zal niet tegen IJ morren; ik zal niet wanhopen, noch mij aan mismoedigheid overgeven. Ik dank u liever dat Gij mij aldus bezoekt; ik erken dat ik het U ver-

-ocr page 63-

51

sclruldigd ben. Geloofd en gezegend zij uw lieilige naam in alle eeuwiglieid!quot;

35. HOE MEER LIJDEN, HOE BETER

Christen ziel! vestig im weder eens uwe blikken op een zeer schoon, een levend beeld van lijden en smarten; ik bedoel het beeld van den heiligen Joannes van het Kruis (f 14 dec. 1591.) Bijna voortdurend had deze heilige allerhande, uiterst smartvolle ziekten; op de schandelijkste wijze werd hij gelasterd en smadelijk vervolgd; ook inwendig lijden, gelijk moedeloosheid en derge-lijken, overkwamen hein dikwijls ; zoodoende was zijnleven eene onophoudelijke marteling.

Maar de getrouwe dienaar van den ge-kruisten Jezus verdroeg dit alles met groot geduld; hij bleef daarbij steeds vroolijk en dankte God daarvoor. Dikwijls zeide hij; „Hoe meer lijden, hoe béter.quot; Zoo sprak hij eens iemand die zwaar beproefd was met deze woorden moed in: „O neem slechts dezen bitteren drank aan en verlang geen zoeten; want de ware navolging van Jezus Christus bestaat in het geduldig onderworpen zijn in het lijden.quot;

-ocr page 64-

Leeren wij van dezen heilige onzen ge-kruisten Zaligmaker liefhebben! O slechts een weinig meer liefde voor Jezus! dan zullen wij elk kruis gewillig opnemen en met geduld dragen. Indien de heilige Joannes dit doen kon en hij met Gods genade zulk een groot en uitstekend minnaar van het kruis werd, zouden dan ook wij, met dezelfde goddelijke genade, niet alles vermogen? Ja, o Heer, met U en inde liefde tot U zijn wij zwakken sterk, sterk in kruis en wederwaardigheden.

36. JEZUS OP DEN OLIJFBERG.

In een eenzamen tuin aan den voet des Olijfbergs, viel Jezus op zijne knieën en wierp zich ter aarde neder op zijn heilig aangezicht. Vol innigheid des harten, met den diepsten eerbied, bal Hij aanhoudend en wel tot driemaal toe. De Zoon (rods bidt derhalve, opdat al de menschen door zijn toen aanstaand lijden zonden gered worden; in het gebed zoekt Hij voor zijne menschelijke natuur kracht en sterkte, om Let moeitevolle werk onzer verlossing grootmoedig en standvastig te volbrengen.

-ocr page 65-

53

Indien gij ook op den Olijfberg des lij-denszijt gekomen, leer dan toch van Christus bidden; leer van Hem, God den Vader om zijne hulp ijverig en met aandacht te bidden. Door gebed verkrijgt men de genade, en met de genade de kracht der ziel en den moed om te lijden.

Wat vraagt Christus in zijn gebed? Hij zag alles wat Hij zou lijden; zijne menschelijke natuur beeft voor de bitterheid en de menigvuldigheid van dit lijden. Daarom bidt Hij : „Vader, indien het mogelijk is, laat deze kelk van Mij weggaan/\' (Matth. 26.) En zich aanstonds allerootmoedigst aan de raadsbesluiten zijns Vaders onderwerpend, voegt Hij daarbij: „Doeh niet mijn wil, maar uw wil geschiede.quot;

Ach, gij meent dat alles volgens uwe wenschen, uwe verlangens en uwe zinnelijkheid moet gaan! Daarom kost het u zooveel moeite om uwen goddelijkeu Verlosser\'deze woorden oprecht na te zeggen: „Vader, niet mijn wil, maar uw wil geschiede.quot; En gij moet toch wel weten dat uw Vader in den hemel voor u nooit anders dan het beste wil.

-ocr page 66-

54

Leer derhalve met Jesus bidden, en bid gelijk Hij, met kinderlijke onderwerping aan Gods wil.

37. DE LIEFDE TOT JEZUS-

De heilige Paulns kon in waarheid van zich zeiven zeggen; (Gal. 2. 20) „Ik leet in het geloot aan den Zoon Gods, die mij bemind en zich zeiven voor mij overgeleverd heeft.quot; Wat wil dat zeggen; in het geloof aan den Zoon Gods leven ? Niets anders dan een volkomen en onbegrensd vertrouwen op Jezns Christus stellen, volkomen overtuigd dat alles goed zal gaan, wanneer gij alles aan zijne leiding overlaat, Hij moge u dan ziekten, armoede, vervolgingen, verlatenheid of wat ook overzenden.

En is Hij niet waard, verdient Hij niet dat gij u zoo vertrouwelijk aan Hem wilt overgeven — aan Hem, die u zoo zeer bemind heeft? Hij heeft zich immers in zijne oneindige liefde geheel voor u overgeleverd; niet slechts een engel, maar zich zeiven heeft Hij voor uwe verlossing opgeofferd.

Let nog bijzonder op de uitdrukking; Hij heeft mij bemind en zich zeiven voor mij overgeleverd. Zoo is de eeuwige Zoon

-ocr page 67-

55

Gods ook voor u, voor u alleen gelijk voor allen gestorven. Op den Olijfberg, op zijn lijdensweg, aan liet kruis, daclit Hij aan u, bad voor n, offerde zich voor nop, opdat gij gered zoudt worden. Dewijl Hij tin zicb zeiven als offer van verzoening voor xi heeft overgeleverd, is het immers niet meer dan billijk, dat gij n zeiven ook als offer aan Hem opdraagt ? Dns moet gij geheel onbekommerd zijt voor n zeiven, nw toekomst of uw lot, en uitsluitend en alleen bezorgd daarvoor zijn, dat gij leeft in het geloof aan Hem. uw goddelijken Verlosser.

38. DE DOORN UIT DE KROON.

Aan de eerwaardige Joanna Maria van het Kruis, die in het begin van de zeventiende eeuw te Roveredo in Tyrol leefde, verscheen eens de allerzaligste Maagd en sprak haar aldus aan;

„Mijn leven op aarde was niets dan een kruis, en zoo ook het leven van mijn\'goddelijken Zoon ; en zoudt gij dan, die door Hem aan het kruis verlost zijt, iets anders voor u verlangen dan het kruis.? Hij wilde niet van het kruis afkomen; daarom zijt gij geen goede navolgster indien gij niet

-ocr page 68-

56

tot aan den dood aan liet kruis blijft.

„Geloof het maar zeker: om heilig te worden — en ieder christen is immers tot heiligheid verplicht — is er geen heter middel dan kruisen en wederwaardigheden te verdragen uit liefde tot Dengene, die de men-schen zoo oneindig heeft liefgehad. Derhalve, o strijdster van Christus, noodig ik u tot het kruis uit. In dit bock van het heilig kruis moet gij uw geheel leven lang lezen en het door en door bestuderen. Dit niet alleen; gij moet het in uwe overweging van den Gekruiste zoover brengen, dat gij ook zelfs aandeel wenscht te nemen aan zijn kruis. Indien gij dan door eene zware beproeving bezocht wordt, denk dan in het hevigste der smart, bij u zeiven : „Dit lijden is een doorn uit de doornenkroon van Jezus.quot;

De vrome dienstmaagd Gods antwoordde; „ja, goddelijke Zaligmaker, doe met mij wat U behaagt. Lijden wil ik met U, lijden en sterven met U.quot;

Moet niet ieder christen zóó bereid zijn om te lijden? En al doet het steken der doornen pijn, in de liefde tot Jezus is dit steken niet zoo pijnlijk.

-ocr page 69-

57

39. HET GROOTSTE GUNSTBETOON.

Te weinig, lielaas, te weinig erkennen wij de groote genade van het lijden en de wederwaardigheden ! Greheel anders oordeelden en oordeelen de heiligen en zoovele vrome zielen; zoo schrijft de heilige Paulus aan de Philippensers (Phil. 1, 23), dat het hun van God gegeven is, niet slechts in Christus te gelooven, maar ook voor Hem te lijden. Eu de heilige Jacobus begint zijn apostolischen zendbrief aldus;

„Beschouwt het als louter vreugde, wanneer gij in menigerlei bestrijding gekomen zijt.quot; (Jac. 1. 2)Wederwaardigheden en lijden zijn derhalve, naar de zeker onfeilbare leer van dezen apostel eene genade, welke God ons bewijst en over welke wij ons verheugen moeten.

Hooren wij daarover nog iets uit lateren tijd. De heilige Camillus noemde zijne vijf smartelijke en langdurige ziekten : „de barmhartigheden Gods.quot; En de zalige Missionaris Joannes Eudes, die in het jaar 1680 in geur van heiligheid stierf, dankte op het einde zijns levens, voor al de weldaden, welke God hem had bewezen. Hij noemt er eenige

-ocr page 70-

58

---

op, bij voorbeeld; de roep tot het priesterschap ; aan het einde voegt hij daarbij: „De genade aller genaden, het hoogste van alle gnnstbetooningen, welke God mij, op de voorbede van Maria, verleend heeft, is deze, f

dat Hij mij eene groote menigte van zware kruisen heeft overgezonden.quot;

Wat dunkt ons van dergelijke gevoelens ?

Ach, wij beschouwen het kruis als het grootste kwaad en ongeluk, en daarom zijn wij zoo geneigd om over de smarten te klagen.

O laat ons toch eens inzien, dat wij door het kruis en het lijden meer en meer worden losgemaakt van de zonde en al het aardsche, en daarentegen inniger met God vereenigd ; dan zullen wij den Heer voor deze genade van ganscher harte danken.

40. LOF VAN DE LIJDZAAMHEID.

„In lijdzaamheid zult gij uwe ziel bezitten.quot;\' (Luc. 21, 19.) Door lijdzaamheid komt men tot heerschappij over de zinnelijke natuur, die niets wil lijden; door lijdzaamheid tot kalme gelatenheid, tot stille onderwerping aan Gods wil.

Lijdzaamheid werkt beproefdheid. (Rom.

-ocr page 71-

5, 4.) Lijdt gij met geduld, dan maakt gij eene goede, zekere proef, de proef namelijk dat gij met Gods genade veel. ja zeer veel verdragen kunt.

c. „Lijdzaamlieid voltooit het werk.quot; (Jac. 1, 4.) Welk werk? Dat uwer zuivering en lieiliging ; aan dit all jrgawichtigst werk legt liet geduld in lijden de laatste hand.

d. De lijdzaamheid is een goed geneesmiddel voor elke smart, zegt de heilige Gregorius.

e. Geduldig lijden is volmaakter dan goe. de werken doen, leert ons de heilige Bonaventura.

f. Lijdzaamheid in wederwaardigheden is een grooter werk dan dooden opwekken. (Hendrik Suso).

g. quot;Wanneer gij niet altijd het schild der lijdzaamheid gebruikt, zal het niet lang duren, of uwe ziel zal zwaar gewond worden. De lijdzaamheid brengt den vrede en de rust in het hart. Door de heilige lijdzaamheid komt gij tot Jezus, den goddelijken Verlosser. CNavolging van Christus).

h. De lijdzaamheid is de lijfwacht van ons leven en de sleutel tot het rijk des hemels. De lijdzaamheid helpt ons om kwaad

5

-ocr page 72-

60

te verdragen en goed te doen; met de lijdzaamheid is niets kwaad, en zonder haar niets goed. (P. Gabriël Hevenesi).

41. HOE DE LIJDZAAMHEID GEOEFEND WORDT.

De heilige Franciscus van Sales leert n zeer schoon, christen ziel, hoe gij de lijdzaamheid oefenen en steeds bewaren moet. Gij vindt dit onderricht in de Inleiding tot het godvruchtig leven, derde hoofdstuk van het derde gedeelte; ik zal n daaruit eenige plaatsen mededeelen, die geschikt zijn voor uwe korte overweging.

a. Beperk uwe lijdzaamheid niet tot de eene of andere ziekte of wederwaardigheid; neen, gij moet het tot allen uitstrekken ■ wat God u ook laat overkomen, door dezen of genen mensch, deze of gene ziekte, gij moet alles geduldig uit Gods hand aannemen, zonder eenige uitzondering.

ó. Wanneer u wederwaardigheden overkomen, moet gij u lijdzaam toonen, niet slecht s in het wezenlijke of in de hoofdzaak, maar ook in al de bijkomende omstandigheden of in de gevolgen, die met het u overkomende ongeval verbonden zijn. Zoo moeten

-ocr page 73-

61

wij geduldig zijn niet slechts om eene ziekte in het algemeen te verdragen; wij moeten gewillig juist die ziekte verdragen, welke ons, naar Gods beschikking overkomen is, en wel op die plaats, waar Grod wil, en met al de ongemakken met welke Hij het wil.

c. De waarlijk lijdzame mensch klaagt nooit over zijn lijden en verlangt ook niet, dat anderen hem zullen beklagen; hij mag wel zooveel als noodig is, met anderen daarover spreken, maar naar waarheid en eenvoudig, zonder zich te bezwaren of het kwaad grooter af te schilderen dan het werkelijk is.

d. Als een geloovig christen moet gij al uwe smarten en bezwaren dikwijls aan uw G-ekruisten Verlosser opofferen en Hem bidden, dat Hij ze moge vereenigen met het groote lijden dat Hij verduurd heeft. Gij moogt wel verlangen te genezen, maar alleen om verder en ijveriger God te dienen; weiger echter niet om ziek te zijn en te blijven, en daardoor zijn wil te volbrengen wees zelfs bei\'eid om te sterven, als Hem dit welgevallig is, opdat gij Hem in den hemel eeuwig moogt loven en bezitten.

-ocr page 74-

62

42. MEER SMARTEN. MAAR OOK MEER LIJDZAAMHEID.

Een goede leekebroeder, de gelukzalige Alphonsus Rodriguez, van de Societeit van Jezus, die in het jaar 1617 stierf, zal ons vandaag leeren, hoe wij\'het lijden moeten beschouwen en verdragen. Hij had ook veel te lijden naar ziel en lichaam; en hoe gedroeg hij zich daarin?

De gedachte, dat hem zonder Grods wil geen leed kon geschieden, hield hem altijd op. En daar hij wel wist dat ons uit de hand van den algoeden God niets dan goed kan overkomen, noemde hij zijne smarten niet anders dan „weldaden Gods,quot; ja zelfs zijne „versnaperingen.quot; Zelfs in de grootste pijnen riep hij uit; „Meer nog, o Heer, meer smarten nog, maar ook meer genaden!quot;

Wanneer het lijden van dien vromen broeder in het een of ander verminderde, meende hij ten opzichte van God in eene of andere fout te zijn vervallen, of dat God hem vooral te zwak en week hield.

Terwijl hij alzoo een schoon navdlger van den gekruisigden God was, beijverde hij zich ook anderen op te wekken om hem na te volgen. Zoo schreef hij met dit in-

-ocr page 75-

63

zicht aan eene lijdende ziel: „BM Grod, dat Hij alles naar zijn welbehagen in u moge volbrengen. Geef u geheel en van harte aan Hem over I Dan zal alle lijden n lief zijn, daar het van de lieve hand Gods komt. Richt uwe blikken dikwijls op den gekruisigden Verlosser en zijne smartvolle moeder, opdat gij het kruis meer en meer als den eenigen weg ter zaliglieid moogt erkennen en hoogachtenquot;.

O God geef dat ik dit schoone voorbeeld hoe langer hoe meer navolge. Daar ik mijne groote zwakheid erken, durf ik niet bidden dat Gij mij nog meer lijden toezendt; maar ik bid met aandrang hierom dat, indien Gij mij met meer lijden bezoekt, Gij mij ook meer genade moogt verleenen; met uwe genade kan ik toch alles.

43 HIER EEN OOGENBLIK, DAAR EEUWIG.

Ten einde de geloovigen tot standvastigheid in het lijden op te wekken, schreef de groote leeraar der volken deze hoogst gewichtige woorden: „Worden wij toch niet moede ; want onze tegenwoordige wederwaardigheden, die slechts een oogenblik duren en licht

-ocr page 76-

64

zijn, bewerken is ons eene overvloedige, eeuwige, alles overtreffende heerlijklieid.quot;

(2 Cor. 4, (7).

De heilige Panlus zegt, dat de vele en zware wederwaardigheden, welke de apostelen en de eerste Christenen hadden uit te staan, slechts een oogenblik duren, en hij voegt daar onmiddelijk bij, dat dit alles niet in vergelijking kan komen met de eeuwige, onbegrijpelijk groote heerlijkheid, die dengenen ten deel zal worden, welke deze beproevingen standvastig doorstaan.

Moet deze waarheid ook u niet tot lijdzaamheid opwekken? Ook uwe uren van lijden, dagen van smart en pijnlijke nachten, gaan gelijk een wolk voorbij. Al zoudt gij jaren lang te lijden hebben, aan het einde zijn de jaren gelijk een oogenblik. Zoo gaat alles voorbij, gelijk de klokslag van een uurwerk. Maar niet zoo is de eeuwigheid, niet zoo de belooning der moeilijkheden. Wat gij uit liefde tot God, lijdzaam met Jezus verdraagt, brengt u eene heerlijkheid, die alles oneindig overtreft. En met elke minuut nadert gij dichter bij deze heerlijkheid.

-ocr page 77-

65

Hond dan moed! Word niet moede, maar blijf verduren! laat eiken dag zijn plaag; de dag komt die geen avond lieeft en in eeuwigheid niet eindigt. Hier beneden worden immers de wederwaardigheden slechts dropsgewijze gedronken; maar de belooning daarboven is een ontzaglijk groote stroom, een onpeilbare zee van vreugden.

44. GOEDE RAADGEVINGEN VAN EEN GOEDEN GENEESHEER.

Deze goede geneesheer is de heilige aartsengel Raphael, die den vromen vader Tobias van zijne blindheid genas. Maar de heilige aartsengel is ook een goede trooster ; de lessen welke hij aan Tobias gaf, zijn zeer nuttige raadgevingen en vermaningen voor al degenen, die lijden.

Reeds het eerste woord, waarmede de heilige Raphael den grijsaard aanspreekt, is een allerlief Lij kste groet! „De vreugde zij steeds met U,quot; zoo roept de Godsgezant. Tobias kan niet goed begrijpen, hoe hij in zijne ellende nog blijde zou kunnen zijn. Daarom gaat de Engel aldus voort; „Wees kloekmoedig! Weldra is het oogenblik daar, waarop God u zal genezen.quot;

-ocr page 78-

66

O laten wij in kruis en lijden die woorden ook tot ons gesproken zijn ! Of moeten ookwij ons niet verheugen, wanneer en dewijl wij naar Gods wil iets kunnen lijden? Wanneer wij dan met een recht levendig geloof naar onzen almachtigen God en Vader in den Lemel opzien, moet deze blik ons hart immers met vreugde vervullen, bij de gedachte dat God ons wel verder zal helpen.

Wanneer wij intusschen al spoedig ongeduldig en be ;ngst worden, hebben wij ook de aanmaning noodig: wees kloekmoedig ! Neen, laten wij den moet nooit zinken! Al komt het gewenschte oogenblik van genezing of verlossing nog in lang niet of hier beneden nooit; o het uur van heil, het uur van redding uit eiken nood komt zeker! Ook wij, als wij God getrouw blijven, zullen de waarheid dezer woorden ondervinden: „Ik zal den rechtvaardige uit de wederwaardigheden redden en hem verheerlijken (Ps 90. 15)

45. GOD — QNZE VADER.

Wanneer God ons zijne vertroostingen ontneemt, of andere en zeer moeielijke beproevingen toezendt, dan is het onze plicht

-ocr page 79-

67

■dat wij ons allerootmoedigst aan zijn aan-biddingswaardigen wil onderwerpen. Al is het kruis nog zoo drukkend, Grod is onze vader! Wie zou. bij die gedachte, niet met een onbegrensd vertrouwen vevuld worden ? O gelooven en gevoelen wij het toch, dat God onze vader is en dat Hij altijd uit vaderlijke liefde en als een vader ten onzen opzichte handelt. In het licht dezer waarheid schijnen ons de smarten voorzeker als kost-baie geschenken des hemels.

En wanneer de hemelsche Vader ons lijden en wederwaardigheden mocht toezenden, ligt dan daarin iets ontmoedigend, dat wij dcor den besten vader gestraft worden? En Hij, die alwetend is, kent ons en tevens kent Hij onze groote zwakheid. Zal dan zijne straffende liefde ook niet de hardheid van den slag en het getal der slagen wegen ! Wat meer is; wanneer de eene hand des vaders de roede omklemt, is de andere met bezondere genaden gevuld, die Hij ons zeker zal geven, opdat wij daardoor zijne slagen zouden kunnen verdragen.

Derhalve vertrouwen op God! Wij moeten nooit wenschen dat God zijne straffen

-ocr page 80-

68

doe ophouden. quot;Waar een kruis is, daar is God ook. Hij zal ons niet verlaten. In dit geloof kunnen wij Hem met gerustheid, kinderlijk en met onverschilligheid alles overlaten. Maar geen vertrouwen is mogelijk, zonder kinderlijk gevoel. Uit dit gevoel jegens onzen hemelschen Vader komt veel troost in elke moeilijke omstandigheid, opgeruimdheid in beproevingen en onderwerping iu rampspoed, die nooit in klachten losbarst.

God is onze vader: deze waarheid vervult ons met vreugde en zaligheid, zij is de hemel die reeds op aarde begint.

46. DE HEILIGE JOSEPH WAS OOK EEN MAN VAN SMARTEN.

De glorierijke voedstervader van onzen goddelijken Verlosser endekuische bruidegom van de allerzaligste Moeder Gods, mag toch niet ontbreken bij de overwegingen over kruis en lijden.

Ofschoon een rechtvaardig man, was hij toch ook een man van smarten, en werd zoo zwaar mogelijk door groote rampen gedrukt.

-ocr page 81-

69

O wat moet hij niet geleden hebben op de vlucht naar Egypte 1 Hoeveel zorgen en bekommeringen zullen in dat geheel hei-densch land zijn beminnend vaderhart niet gekweld hebben! En toen de twaalfjarige Jezus in den tempel achterbleef, welk een smart moet dat niet voor den goeden voedstervader geweest zijn! Zoo moest hij voortdurend met de Zijnen in moeielijkheden en behoeftigheid leven en in het zweet zijns aanschijns zijn brood verdienen, hij, die van koninklijken bloede afstamde! Waren dit geen zware beproevingen voor den goeden man!

Ongetwijfeld; maar ook in dit allergrootste lijden werd het vertrouw en op God van den heiligen Joseph niet verzwakt, niet geschokt. En hij werd ook in zijn vertrouwen niet bedrogen. Zelfs de vlucht naar Egypte was voor hem het kra chtigste bewijs, hoe de geloovige mensch, ook in .de duidelijkste gevaren, ook in de smartelijkste wederwaardigheden veilig is, als hij door Grod beschermd wordt. En God kan immers de zijnen niet verlaten. Hij beschermt hen met almachtige hand.

-ocr page 82-

70

Christen ziel! leer van den H. Josepli op God vertrouwen, leer van kern lijdzaam-lieid en stille onderwerping bij alle tegen-heden dezes levens. De lieve G-od laat u wel is waar het toekomstige lijden niet door een engel aankondigen ; maar zie, juist het kruis dat u drukt, de ziekte, de armoede, of andere dergelijke wederwaardigheden, zijn de engelen, die u duidelijk te kennen geven, wat God nu van u wil. En zou Hij wel iets anders willen dan uwe verbetering, uw heil, uwe zaligheid\'? Luister toch met oplettendheid naar deze boodschap des hemels, en volbreng, even als de heilige Joseph, in alles den wil Gods.

47 WONDERDADIGE VERMENIGVULDIGING DER BR00DEN.

Ook voor zieken, voor allerlei lijdenden bequot; vat de wonderdadige vermeerdering der broo-den eene zeer schoone leering. Volgens het verhaal van den heiligen Marcus (H. 8) was onze goddelijke Verlosser door eene groote menigte omringd; het goede volk had niets te eten. Toen sprak Jezus, getroffen: „Ik heb medelijden met deze volksmenigte; want reeds drie dagen zijn zij bij mij, en zij hebben niets te eten.quot;

-ocr page 83-

71

Christen ziel! liier kunt gij zien, hoe onze dierbare Verlosser louter goedheid en liefde is. Maar wanneer zijn allergoedertie-rendst Hart door den honger van het volk zóó tot barmhartigheid bewogen werd, hoe zoudt gij dan kunnen denken, dat het voo r u gesloten en ongevoelig zou zijn ?

En wanneer Hij uw vertrouwen ook al op de proef wil stellen, zal Hij u dan altijd op zijne barmhartigheid laten wachten ? Gij meent wel dat u, na jaren lang wachten, alles toch te vergeefs is. Zoo schijnt het u toe; maar geloof dit niet. Laat het aan den Heer over, of Hij u na drie of meerjaren uit uw angstvollen toestand zal bevrijden.

Zie hoe Jezus eenige brooden zoo wonderdadig vermenigvuldigt, dat Hij daarmede vele duizende menschen verzadigt. Zoo helpt Hij op afdoende wijze, ook als alles verloren schijnt; dan berouwt het ons niet op Hém gehoopt te hebben. Neem dit eens goed ter harte. Juist omdat geen menscli u helpen kan, komt het des te beter uit,. dat uw goddelijke Verlosser u alleen helpen kan en wil. Volhard dan ook in de dagen en

-ocr page 84-

72

lt;le jaren van beproeving en nood, en hoop op den Heer en Zijne linlp. Ook moet gij met den koning-profeet (Ps. 123) vol blijdschap en vertrouwjn uitroepen : „Onze hulp is in den naam des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft.quot;

48. DE CHRISTELIJKE OFFERVAARDIGHEID-

God verlangde dat Abraham hem zijn dierbaarsten zoon Izaak zou opofferen. Aanstonds was de vrome vader der geloovigen tot dit zwaarste van alle offers gereed, om daardoor den Allerhoogste zijne onderwerping te toonen. Welk eene grootmoedige offervaardigheid!

Welk offer verlangt God nu van u V Hoe kunt gij Abrahams offervaardigheid navolgen? Gij zoudt misschien gaarne gezond zijn of uit den nood gered worden ? Maar God wil, dat gij uwen eigen wil zult verloochenen, en al uwe wenschen onderwerpen aan zijn allerheiligsten wil en zijne zeer wijze beschikkingen. Leg dan nu eene grootmoedige gezindheid jegens God aan den dag. Breng hem dagelijks het offer van uwe smarten, van uw 3 zieke ledematen, van uwe zwakheden, zelfs van al de wenschen

-ocr page 85-

73

uws harten, en zeg bij u zeiven; ik wil voor Grod als een levendig brandoffer zijn; ik wil Hem mijn ganscken wil overgeven. Hij heeft mij aan het kruis genageld; ik wil daaraan blijven zoolang het Hem belieft.

O hoe kostbaar is zulk een offer in Gods oog. Zoo doende wordt Grod zelf uw schuldenaar. Van het altaar uws harten stijgt deze gaaf ten hemel als geurige wierook en op u daalt neder de liefde Gods, de genade (rods, en ongetwijfeld zal u daarvoor eenmaal de eeuwige belooning ten deel vallen.

49. DE VOGELEN EN DE LELIEN.

Dit opschrift kan zonderling toeschijnen. quot;Wellicht komt de gedachte bij u op: hoe komen de vogels en de leliën te pas bij overwegingen over kruisen en lijden?

Doch, lieve lezer, neem de Heilige Schrift eens in handen. Gij vindt daar in het 7de hoofdstuk bij den heiligen Mattheus, dat onze goddelijke Zaligmaker zijne toehoorders tot vertrouwen op den hemelschen Vader aanspoort. Om dit vertrouwen sterk in hen te bevestigen, roept Jezus uit: „Aanschouwt de vogelen des hemels! Aanschouwt de leliën des velds !quot;

-ocr page 86-

74

De goddelijke leermeester spreekt die woorden ook tot u, zwaar beproefde ziel! Gij gelooft dikwijls dat uw kruis u zal verpletteren; en zoo zou het kunnen gebeuren dat gij kleinmoedig werdt en alle koop op de knip des Almaclitigen opgaaft. Als dat het geval mocht zijn, werp dan uwe blikken op de vroolijke vogels des hemels, en denk bij u zeiven, hoe zij — volgens Jezus\' woorden — niet zaaien, niet maaien en niet in de schuren inzamelen, maar dat hun Vader in den hemel hen vosdt. Zoo is het met de leliën, zoo met al de bloemen. Wie geeft haar schoonheid, bekoorlijke kleuren, aangenamen geur ? Is het niet de Vader in den hemel, die dit alles geschapen heeft en tot ons nut en vreugde voortdurend onderhoudt ?

En dat kunt gij] voor uwe oogen zien en toch noch zoo kleingeloovig wezen? Zijt gij dan niet meer dan de vogels, niet meer dan de bloemen? Zal Degene, die ook zoo liefderijk zorg draagt voor deze zijne schepselen. u vergeten en zich niet om u bekommeren? Neen! de vogels en de bloemen onderrichten u wel beter. Leer van hen

-ocr page 87-

75

om liet neerslachtig hart tot den Vader in den hemel op te heffen, leer van hen zelfs in de zwaarste beproevingen opgewekt en vol moed te zijn, en met vreugde op den besten aller Vaders te vertrouwen.

50. GRONDSTELLINGEN VAN DEN H. PHILIPPUS NERI.

Hoe dacht deze beminnenswaardige heilige over het lijden en de wederwaardigheden des levens? Dat kunnen wij reeds uit het volgende afleiden. Zekere lieden behandelden hem dikwijls zeer grof; al bewees hij hun niets dan goed, zij vergolden het hem met den snoorlsten ondank. Daarom gaven eenige vrienden hem den raad de buurt van deze boosaardige menschen te verlaten.

„Neen, neen, zeide hij, ik wil het kruis niet vluchten, dat Grod mij toezendt.quot;

Deze woorden van den heiligen Philippus zijn zeer leerzaam. Ook wij moeten hét kruis niet zoo gaarne willen vluchten; wij moeten denken, dat God het ons toezendt:^ en dat Hij daarom wil dat wij. het in lijdzaamheid zullen dragen. Bovendien,

6

-ocr page 88-

76

waar op aarde is geen kruis? Zullen wij dus het kruis kunnen ontvlieden ? Maar liet zou ook niet goed zijn.

Hooren wij eens wa,t de heilige Stichter van het Oratorie hierover zegt: „Een Christen kan niets eervollers overkomen dan voor Christus te lijden. Wien God waarlijk lief heeft, valt niets zwaarder dan wanneer hij niets kan lijden. Daar is geen zekerder bewijs dat Grod ons bemint, dan dat Hij ons wederwaardigheden overzendt. In deze wereld is er geen vagevuur, maar alleen een hemel en eene hel; want aan dengene, die tegenspoed met geduld verdraagt , geeft God inwendige troost en hemelvreugde; maar hij die in rampen niet lijdzaam is, lijdt in zeker opzicht reeds de pijn der hel. Hij, die tot de hemelsche heerlijkheid wil komen, moet den weg inslaan, die door de doornen voert.

quot;VYelk eene schoone onderrichting bevatten die weinige volzinnen! Maar wat baat het ons die te kennen, wanneer wij ze ook niet in beoefening brengen\'?

-ocr page 89-

11

51. GOD Z\'J DANK.

De heilige Paulus vermaant (I Thess. 5,18,) al de geloovigen, bij alles God te danken; maar waarom hij en ook niet voor alles? Juist; en-dit is ook de uitdrukkelijke leer van denzelfden Apostel, daar liij in een anderen blief (Coloss. 1, 12\') schrijft: Dankt God, den Vader, die ons geschikt gemaakt (en waardig geacht) heeft aan het erfdeel der heiligen deel te nemen.quot; Wat nu is dat erfdeel der heiligen\'? Op aarde geen ander, dan veel te lijden.

Dus moeten wij de kruisen en het lijden dankbaar uit Gods hand aannemen. Maar dat wil mij en u en nog velen niet duidelijk worden; en wij handelen ook niet zóó alsof wij daarvan overtuigd zijn. Gelijk de lijdzame Job in de pijnlijkste ellende en gelijk de Hebreeuwsche jongelingen in den oven, moeten wij God prijzen, als hij ons grootere of kleinere wederwaardigheden overzendt.

Maar wie handelt zoo ? Ach, liet is zoo moeijelijk om ons daartoe te brengen!

Maar is het dan zulk eene grootmoedige deugd om God te danken als wij volkomen gelukkig en in welstand zijn? Doen de slechte

-ocr page 90-

78

Christenen, zelfs de heidenen ook dit niet? Wij willen immers toch als goede Christenen handelen! Als de zieke den geneesheer bedankt, zelfs wanneer hij hem bittere geneesmiddelen geeft, zelfs als hij brandt en snijdt indien het noodig is, moeten wij dan God den Heer niet danken, wanneer tij ons eene wel is waar smartelijke, maar toch heilzame kuur doet ondergaan !

Laat ons de aandacht vestigen op het schoone gezegde van een vroom man, den heiligen Joannes van Avila: „Een enkel Deo gratias, God zij dank, in kruis en lijden uitgesproken, is meer waard dan duizend dankzeggingen welke wij God brengen, in voorspoed.quot;

52. MARIA, ONZE TROOST.

Lieve lijdende ziel! ik zal U weder eens naar Maria brengen; bij haar liefdevol moederhart vindt gij, wat ge zoowenscht; hoop, bemoediging en genade. Maar hoor eerst eene kleine geschiedenis uit het leven der heilige Gertrudis. De goddelijke Verlos-

-ocr page 91-

79

ser verscheen haar eens zelf en kondigde haar aan, dat zij tot haar meerder geestelijk voordeel door eene groote wederwaardigheid zou bezocht worden. Deze mededeeling veroorzaakte aan de dienares Gods groote angst en ontsteltenis; maar de Heer vermaande haar, om, zoodra zij door de eene of andere tegenspoed zou gedrukt worden, zich in de armen van Maria te werpen; daar zou zou zij altijd troost en verlichting verkrijgen.

De heilige ondervond dit werkelijk dikwijls , bijzonder bij zekere neerslachtigheid, welke haar in eene bittere zee van droefheid gestort had. Zij nam aanstonds en vol vertrouwen hare toevlucht tot hare goede moeder, welke de duistere wolk der droefenis weldra verdreef, en haar hart met hemelsche vreugde vervulde.

Neem gij ook uwe toevlucht tot Maria in al uwe aangelegenheden. Beveel uw lijden aan haar moederlijk hart en roep tot haar met kinderlijk vertrouwen: „o Maria, troosteres der bedrukten! help mij en wees mijne redding!quot; Indien na dit gebed het kruis niet wordt weggenomen, dan zal

-ocr page 92-

80

Maria het minstens lielitcr maken. Verkrijgt zij voor ü de genade om met gednld en onderwerping te lijden, dan hebt gij eene groote genade ontvangen; en waarom zon zij die voor ti niet vragen, als gij liaar met godsvrnciit aanroept?

53. FRISCHE MOED.

Daar is een goed spreekwoord: „Met moed begoni.en. is half gewonnenquot;. Dat is waarlijk zoo; moed brengt er bijzonder veel toe bij om tegenspoed gemakkelijk te dragen. Ligt hierin ook voor ons als Christenen geen nnttige onderrichting? Waarom zonden wij ijdele klachten doen hoorcn, wanneer rampen of ziekten ons overkomen? Neen, zulke ongei allen worden door geween en jammerklachten niet weggenomen; maar een dapper en vertrouwend gemoed, dat zijne kracht uit God ontvangt, overwint ongetwijfeld allen tegenspoed.

Dus frische moed. lijdende christen. Verman u en wees sterk! Draag zooveel mogelijk met een vroolijk gelaat en grootmoedige vastberadenheid, wat u ook, volgens

-ocr page 93-

SI

Gods beschikking, moge drukken. Denk aan uw goddelijken Verlosser, van wien de heilige Schrift zegt. dat Hij als een reus blijde was om zijn weg te wandelen. (Ps. 18.) Welk een weg? Geen anderen dan die des lijdens en des kruises. De geeselroede, de doornenkroon en alle folteringen zweefden Hem steeds voor den geest, en toch verheugde Hij zich bij voorbaat over het uur waarop Hij dit alles zou moeten lijden.

Tot Hem, tot Jezus Christus, den „aanvanger van ons geloof.quot; (Hebr. 12, 2), tot Hem moeten wij opzien. Die blik versterkt ons zóó, dat wij met de goddelijke genade ook het zwaarste kruis zouden kunnen verdragen. Daarom zullen wij mannelijk handelen; onze harten zullen toonen sterke harten te zijn, en met lijdzaamheid zullen wij den Heer en zijn almachtigen bijstand verbeiden! (Ps. 26, 14).

54. VAN HET KLEINE TOT HET GBOOTERE.

De heilige Teresia zegt: „als men het geringste in lijdzaamheid verdraagt, ver-

-ocr page 94-

82

krijgt men moed en kracht tot veel andere dingen.quot; Deze sohoone leer is ook de lof van de lijdzaamheid; hij die haar getrouw nakomt en zich dus bij kleine wederwaardigheden rustig en gelaten gedraagt, zal door zulke oefeningen van het kleine tot het grootere te komen. Zoo gaat het in het gewone leven J door vlijtige oefening verkrijgt men altijd grootere vaardigheid.

Maar wij moeten de zaak niet te veel uit een menschelijk oogpunt beschouwen; wij moeten ook letten op hetgeen God doet, als de mensch het niet aan zijne medewerking laat ontbreken. Zijt gij namelijk in het kleine getrouw, dan beloont de lieve G-od dit reeds daardoor, dat Hij ü in zijne genade sterkt om nog grootere dingen te doen en te verdragen.Daardoor hebt gij dan meer moed en kracht ook in het drukkendst lijden.

Beproef het nu in Gods naam. Geloof het maar vast; wat gij voor God wilt doen, dat kunt gij met God doen. Begin met het kleine. Doe u zeiven een weinig geweld aan en denk bij u zeiven: Uit liefde tot mijn gekruisigden Verlosser zal ik nu dat

-ocr page 95-

83

kleine kruis op mij nemen. Neen, niet het geringste te eken van ongeduld zal nu deze oefening van deugd bederven of mij de verdienste daarvan ontnemen! Zoo, lijdende Christen, zult gij spoedig ondervinden, dat God u helpt en dat het, met zijne genade, beter en altijd gemakkelijker gaat. Zoo zult gij ook altijd beter en beter inzien, hoe waar het is, wat de Navolging van Christus zegt: „Als gij voor al het goede zeer ijverig zijt, dan zult gij alle bezwaren en lijden minder gevoelen door Gods genade en uit liefde tot het goede. Zoo veel geweld gij u zelve aandoet, juist zooveel zult gij in het goede toenemen.quot; (Boek 1. h. 25.)

55 OPWAARTS TEN HEMEL.

De priester spreekt aan het altaar schoone woorden, wanneer hij het volk toeroept,: „Sursum corda! De harten omhoog!quot; Moet ook niet iedere lijdende ziel met dezelfde woorden zich opwekken om het hart omhoog te heffen, en in den geest ten hemel op te zien ?

-ocr page 96-

84

Hoe groot eene kracht dat opzien naar den liemel in het lijden gaf, wist de heilige Felicitas zeer goed. Zij moest getuige zijn van den gruwelijksten marteldood van hare zeven zonen, die de een na den andere gefolterd werden. Toen riep zij hun toe: „O geliefde kinderen! ziet toch naar den hemel! Daar wacht Christus op u, onze Heer en Koning, met al zijne heiligen. Blijft toch standvastig in het heilig geloof 1 Strijdt moedig voor uw geloof! Daar, in den hemel zult gij de kroon des eeuwigen levens ontvangen.quot;

Deze toespraak van de Moeder der heiligen was voor de goede zonen de ingrijpendste, de krachtigste prediking. Moeten zulke\' woorden ons dan ook niet aanmoedigen tot geduld in het lijden, tot een onwankelbaar vertrouwen op Grod en zijne beloften, eindelijk tot eene blijde hoop op de oneindig groote zaligheid daarboven? O gij lieve lijdende ziel! als alles u drukt, richt dan de blikken omhoog. Het hart omhoog! quot;Wend do blikken af van al het aardsehe, zelfs van smarten en lijden, zooveel dit mogelijk is; maar omhoog ten hemel, waar

-ocr page 97-

85

geen lijden en geen rampen meer zullen zijn!

56, ALTiiD DICHTER BiJ HET LAATSTE OOGENBLIK.

„Gij zijt ascii, entotascli zult gij weder-keeren,quot; (Gen. 3, 19). Ziedaar het vonnis, dat de rechtvaardige God over den eersten niensch, na zijne zonde, heeft uitgesproken. Diezelfde woorden worden u op Aschwoens-dag op het hart gedrukt; maar wat zeg ik, op Aschwoensdag? Zegt niet elk lijden dat u drukt, elke smart die u kwelt, u hetzelfde ?

Ongetwijfeld; elk lijden dezes levens is de voorbode van den dood; luide en voor iedereen hoorbaar roept het lijden ons voortdurend toe: Gij zijt stof en tot stof zult gij wederkeeren. „Wat gij thans lijdt, is slechts het begin, het einde komt echter steeds meer nabij. En gelijk de heilige. Franciscus van Sales zegt, velerlei kwaad moeten voorafgaan om ons op het laatste voor te bereiden.

Zie derhalve, Christen z\\el al uwe smarten en wederwaardigheden aan als eene

-ocr page 98-

86

voorbereidingschool tot den dood, of zij moeten dit ten minste zijn. Ook de kleinste smart is een aankloppen van den dood, ook liet nog zoo dragelijke oogenblik van lijden herinnert u aan het laatste nur — en ach, hoe zwaar is dit!

En wanneer zal het voor u slaan! Altijd komt het naderbij — en het is spoediger daar dan gij vermoedt. Neem dit ter harte en leer u thans op het uur des doods goed voor te bereiden. Maar wanneer gij nu het christelijk geduld, de onderwerping aan Gods wil, de vereeniging met uw goddelijken Verlosser niet leert, hoe zult gij daw zulke deugden kunnen oefenen? Doe toch thans, wat gij dan zoudt wenschen gedaan te hebben.

57. GOD WEET ALLES.

De Koniug-profeet spreekt over Gods alwetendheid deze woorden (Ps. 93) : „Zou Hij niet zien, die het oog geschapen heeft ? Zou Hij niet hooren, die het oor heeft gemaakt? „Ook op eene andere plaats wordt

-ocr page 99-

87

dezelfde waarheid met deze woorden verkondigd : „De oogen der Heeren zien over alle landen om degenen te versterken, die Hem van harte onderworpen zijn.quot;

Neem dan, christen ziel, deze waarheid goed ter harte ! quot;Wat wil dat zeggen: God iveet alles ? Klinken deze woorden niet bijzonder liefelijk in het hart van een lijdenden christen ? Zijn ze voor hem niet als een groot boek van vertroosting ?

O zeker ! dit zij nw troost, dat al uw lijden met al uwe gezindheid den Vader in den hemel door en door bekend is! Wanneer niemand uwe moeielijkheden en uwe smarten kent: God weet alles. Hij ziet de tranen, die het geprangde hart aan de oogen ontperst. Hij hoort uwe verzuchtingen, uw stil geroep om hulp.„Voor Hem is—naar de woorden des apostels,—(Hebr. 4,13) geen schepsel verborgen, maar alles is onverholen en openlijk voor zijne oogen. „Zoo ziet Hij ook al uwe dagen van lijden en uwe slapelooze nachten.

Maar zoudt gij niet al uw vertrouwen stellen in den alwetenden Grod! En wanneer uw geprangd hart zich in zijn vaderlijken boezem uitstort, zal dit dan te vergeefs

-ocr page 100-

88

gescliieden? Oneen! Grod, die alwetend is, is ook oneindig goed; Hij kan de zijnen niet verlaten. Vertrouw dan op „nw Yader, die in liet verborgen ziet.quot; (Mattli. 6, 6.)

58. GOD BESTUURT ALLES.

Het is eene troostvolle waarheid, dat God alles weet; maar liet is ook bijzonder leerzaam en\'troostrijk,dat God alles bestuurt en leidt. Hoor, wat de Heilige Schrift daaromtrent getuigt.quot; Daar is geen kwaad in het land, dat niet van den Heer komt.quot; (Ainos 3, 6), hetzij Hij het zoo schikt^ hetzij Hij het toelaat. En hoe beschouwde de vrome Job al zijne plagen? Toen hij van een boodschapper vernam, dat de Chaldeeërs zijne kinderen vermoord en zijne goederen vernield hadden, zeide hij niet; De Heer heeft gegeven, de Chaldeeërs hebben het mij ontnomen. Xeen, hij riep uit .,De Heer heeft gegeven, de Fleer heeft genomen. Het is geschied zooals het den Heer behaagd heeft.quot; De zwaar beproefde man erkent dus in al zijn lijden de toelatingen beschikking Gods.

-ocr page 101-

89

Zoo sprak ook (Joan 18, 11) onze goddelijke Verlosser: .,Zou ik den kelk, dien mijn Vader mij gegeven heeft, niet drinken?quot; Bemerk wel; Hij zegt niet: de Joden of Pilatns, maar „de Vaderquot;; want Let was de wil des Vaders, dat Hij zicli voor de zaligheid der menschen zoti opofferen.

Zoo moeten ook wij het lijden beschouwen. Al wordt het ons middellijk door andere andere menschen aangedaan, of ontstaat het nit ons ligchaam dat aan vele ziekten onderworpen is, ja al zon het zelfs van den boozen vijand voortkomen; niets kan ons treffen, zonder vooraf door de handen der goddelijke Voorzienigheid te gaan. Zullen wij dan niet volkomen vertrouwen op die al-lerwijste Voorzienigheid? Zij is het immers, „die met macht van het eene einde tot het andere reikt, en alles met liefde regelt.quot; (Wijsheid 8, 1). Zoo beschikt zij over ons kruis en lijden; zij bestuurt en leidt den loop eener ziekte; dit alles en zelfs tot in de kleinste bijzonderheid tot ons heil. O, wij ziülen ons in vol vertrouwen aan deze goddelijke Voorzienigheid overgeven en met Koning David vreugdevol uitroepen: „De

-ocr page 102-

90

Heer regeert mij; Hij is mijn licht en mijn redding — Hij is de beschermer van mijn leven.quot; (Ps. 22 en 26.)

59. JEZUS AAN HET KRUIS-

In dit tranendal is er voor ons geen groo-tere troost dan onze gekruisigde Zaligmaker, Reeds degedachte alleen dat Hij gestorven is om te voldoen voor onze zonden, kan de smart lenigen, die ons de gewetensangsten veroorzaken ; Hij is immers liet Lam G-ods, dat ook onze zonden wegneemt.

Indien wij veraebt, vervolgd, gelasterd worden, al komt een ander, ook \'t verschrikkelijkst lijden over ons, dan is er, om dat alles geduldig en met onderwerping aan Grod te kunnen dragen, geen krachtiger middel dan een blik op onzen verachten en zoo smadelijk vervolgden Zaligmaker, die geheel naakt en door allen verlaten aan het kruis stierf.

In ziekten is wederom niets zoo leerzaam, niets zoo troostvol als Jezus aan het kruis. Ons zachte bed lenigt toch onze smarten veel,

-ocr page 103-

91

maar het lijden van liet geheele Hgcliaam van onzen gewonden Zaligmaker werd aan het kruis, waaraan Hij stierf\', ontzettend vergroot. In plaats van een bed, was liet een hard hout, waaraan Hij met scherpe nagels was vastgeklonken ; in plaats van een kussen voor zijn vermoeid hoofd, een doorne-kroon, die zijne pijnen onophoudelijk vermeerderde, tot dat Hij eindelijk den geest gaf. En in welk gezeldschap stierf Hij ! Hij werd omringd van zijne felste vijanden, terwijl wij daarentegen meestal door medelijdende menschen omgeven worden, die trachten ons lijden te verlichten.

Wij willen derhalve ons oog op den gekruistenVerlosser vestigen, om doorzijn hevig lijden en zijn smartelijken dood in onze ziekte en in elk lijden tot geduld opgewekt te worden. Ook in den doodstrijd, als onze zonden ons schrik aanjagen, als de gedachte aan de toekomstige rekenschap ons pijnigt, is voor dengene die strijdt met den dood niets beter, dan dat hij zijn kruis in handen neme en uitroepe ;„Gij zijt mijnJezus, mijn Zaligmaker, mijn hoop ! voor U leef, voor U sterf ik.quot;

7

-ocr page 104-

92

60. JEZUS LEEFT EEUWIG.

Jezus stierf en leeft! Hij stierf en heeft daardoor liet offer voor de zonden der wereld volbracht, en aan liet kruis ook voor u vergiffenis, genade, kracht en stsrkte in eiken strijd, al het noodige ter eeuwige zaligheid verkregen. Hij leeft eeuwig, en kan daarom degenen die met vertrouwen tot Hem naderen zuiveren, heiligen, tot alle goed geschikt maken.

O vreugde! O allerzoetste troost! Wij hebben een levenden Verlosser: dat is ons zaligmakend geloof, dat is onze hartverkwikkende hoop. Vertrouw toch, dat Hij ook uw Zaligmaker, uw heil en uw redding kan en wil zijn, en Hij is het ook werkelijk, onfeilbaar, overvloedig ! Stel uw vertrouwen op Hem; laat Hem uw geheel lot over en zoek daarin uw troost.

Jezus leeft en leeft eeuwig, niet tot verdoeming maar tot zaligmaking der zijnen. Ook tot uw en mijn heil zit Hij ter rechter hand des Vaders en is daar wat Hij hier op aarde was, de teederste vriend van de zielen der menschen, die liefdevol de verlorenen

-ocr page 105-

93

opzoekt en een medelijdende trooster der troosteloozen is. Klop bij Hem aan en n zal worden geopend ! Houd u aan Hem, uw Heer en God vast. Zijn woord moedige u aan en sterke u in de smartelijkste beproevingen. Zeg dikwijls bij u zeiven : Jezus leeft, Jezus is mijnVerlosser, mijn heil, mijne kracht! Hem zij eer en aanbidding in eeuwigheid. Alleluia !

61. ZIELSKRACHT VAN EENE VROUW.

Eene grootmoedige, eene naar den geest waarlijk sterke vrouw, eindigde den 13 December 1641 haar werkzaam en roemrijk leven; het was de heilige JoannaFrancisca van Chantal. Oefende zij zich in den huwelijken staat en in het klooster in al de schoone deugden, haar gedrag in de zware beproevingen die haar overkwamen, m aakt haar toch bijzonder tot het schoonste voorbeeld voor al de lijdenden. Het weinige dat wij zullen ontleenen aan hetgeen zij in zulke bittere lijdensuren schreef of zeide, doet reeds hare groote, edele ziel kennen.

-ocr page 106-

94

„Wat kan ik anders doen dan allernederigst de dierbare hand kussen, die mij deze diepe wonde geslagen heeft? Ja, deze li and zij eeuwig geprezen. Zonder indien en zonder maar, ook zonder eenige voorbehoud geschiede Gods wil aan mijne kinderen, aan allen die ik liefheb en aan mij zelve, (na den dood van haar echtgenoot.)

„Volkomene onderwerping droogt al de tranen. Bij die gedachte aan Gods wil, wordt ook het zwaarste kruis licht. Mijn eenige troost is nu te weten, dat God mij dezen slag heeft toegezonden of heeft toegelaten. Gij, o God, had die schoone ziel (de heilige Franciscus van Sales, haar geestelijke leidsman) aan de wereld voor eenigen tijd geleend; nu hebt gij die weder opgeëischt. Geprezen zij uw heilige naam !quot;

Zijn deze uittingen niet de schoonste uitdrukking van ware christelijke zielskracht ? Uit deze zielskracht komt ook het lievelings-schiedgebed voort, dat de heilige Francisca zoo dikwijls tot God opzond. „Heer, ik geef mij geheel aan U over.quot;

quot;Wanneer men zoo denkt en in zulke gezindheid ook leeft, dan verloochent men zich

-ocr page 107-

95

zelf en heeft men slechts Gods wil lief. En dit moet ieder lijdende bovenal leeren en oefenen. Zeggen wij dan dikwijls en oprecht tot onzen hemelschen Vader: „Heer, ik geef mij geheel aan U overquot;.

62. EEN SCHOONE EN TROOSTENDE BRIEF.

Menige lijdende ziel, het voorgaande lezende, dacht wellicht dat zij ook gaarne zulk een leermeester en trooster zou hebben, als de heilige Joanna Francisca. Die wensch kan aanstonds vervuld worden. Aan de schoone brieven, welke de heilige Franciscus van Sales aan zijne geestelijke dochter schreef, is het volgende ontleend; gij zult daarin heilzame onderrichting en ook een grooten troost vinden.

„Stel uwe ziel geheel in Gods vaderlijke handen. Als Gij Hem hebt gesmeekt U te troosten, en is het Hem niet welgevallig U te verhooren, dan moet gij daaraan verder niet denken. Zoo deed onze goddelijke Zaligmaker. Verlaten en troosteloos op den Olijfberg, bidt hij zijn Vader om troost; maar hij verkrijgt dien niet. Hij

-ocr page 108-

96

ziet dan van alle vertroosting af, en begint met heiligen ijver het werk onzer Verlossing. Zoo moet ook gij met nieuwen moed aan het werk gaan, om uwe zaligheid aan het kruis te volbrengen, even als of gij nooit meer daarvan zoudt afkomen, en de lucht uws levens nimmer meer helder en onbewolkt zou zijn.....

„Onderwerp U van ganseher harte en volkomen aan Gods wil en geloof niet, dat gij Hem op eene andere wijze beter zult dienen; want men dient Hem nooit goed, wanneer men Hem niet dient gelijk Hij wil....

„Schep dan moed, dierbare ziel. Moed en nogmaals moed ! Zoolang wij vast besloten, al is het ook zonder gevoel, kunnen zeggen: „Leve Jezusquot;! behoeven wij niet te vreezen.quot;

Zoo onderrichtte,zoo bemoedigde de heilige Bisschop deze troostelooze en bedrukte ziel; ook beval Hij haar dringend, dat zij dikwijls zou bidden ; „Heer, zooals gij wilt, wil ik het ook!quot;

Zulk eene onderwerping aan God moet ook de uwe zijn !

-ocr page 109-

97

63. DE GEEST VAN BOETE IS DE GQEDE GEEST VAN LIJDEN.

Menigeen, die door een zwaar lijden gedrukt wordt, vraagt met een klagend liart: waarvan komt toch zooveel ellende, zoo menig kruis? quot;Waarom is deze aarde voor ons waarlijk „een tranendalquot;, waarin zoo verscliillende wederwaardiglieden ons liet leven verbitteren? Deze vragen beantwoordde de heilige Paulus voor ons, toen hij (Rom. 5. 12) de hoogst gewichtige woorden schreef; „Door de zonde is de dood in de wereld gekomen.quot;

Als nu de dood eene straf voor de zonde is, zijn dan niet de vele voorboden des doods, zooals ziekten, eveneens zulk eene straf ? Wij allen stammen toch van het eerste menschen paar af,wij zijn daarom kinderen van zondige ouders ; daarom moeten wij ook deel hebben aan hun lijden. Wie kan zeggen : Ik ben rein en zonder schuld ? wie heeft niet ook zelf gezondigd ? Hebben wij daarom, niet ook door onze eigene zonden verdiend gestraft te worden ?

Voorzeker, en wij kunnen de straffende gerechtigheid Gods niet ontvluchten. Dit

-ocr page 110-

98

verzekert ons de heilige Augustinus als hij zegt.quot; „Geen zonde zal ongestraf blijven ; als wij ons zeiven daarvoor niet straffen, zal God het doen.quot; Dit nu doet God werkelijk als hij ons met kruisen en wederwaardigheden bezoekt. Zullen wij dan niet bereid zijn om voor onze zonden te boeten? Ja, in ootmoedigheid behooren wij ons aan Gods tuchtroede te onderwerpen en met den heiligen Augustinus te bidden: „Heer, snijd en brand hier, maar spaar mij in de eeuwigheid !quot;

Hadden wij maar zulk een geest van boetvaardigheid ! Dan zouden wij alle smarten en al wat ons drukt lichter en geduldiger dragen; dan zouden wij met den heiligen Franciscus van Assisië kunnen bidden: „Heer, ik weet dat Gij mij dat lijden in uwe oneindige barmhartigheid toezendt: Gij straft mij op aarde, om mij in de eeuwigheid te sparen, Geprezen zij uw naam!quot;

64- MIJN JEZÜS, BARMHARTIGHEID.

Een klein maar schoon boetgebed (1) is

(l) Paus Pius IX gaf den 23 September 1846 telkenmaal dat wij dit gebed in geest van boetvaardigheid bidden, 100 dagen aflaat. {Raccolta blz. 76.)

-ocr page 111-

99

deze aanroeping die de heilige Leonardus a Portu jVIauritio dikwijls deed en den geloo-vigen dringend te bidden aanbeval. Is deze verzuchting ook niet bijzonder voor alle lijdenden aan te bevelen ?

Bedenk , Christen lezer , wat gij in de vorige overweging hebt gezien: «geen zonde blijft ongestraft.quot; Dit eischt de heiligheid, de regtvaardigheid Gods. Dit heeft de katholieke Kerk altijd geleerd. Hier of hierna , eens moet de zonde geboet worden, want niets wat onzuiver is kan den hemel ingaan. (Openb. 21. 27).

Wilt gij nu door de eene of andere smart: hoofd-, kiespijn of dergelijken, uwe vroegere nalatigheid in het goede en al uwe overtredingen boeten, gedraag u dan bij zulke beproevingen die de lieve Grod u laat ondergaan, gewillig en offervaardig. Zoo wordt uwe ziel gezuiverd en hier gaat dit gemakkelijker dan daar. Alle lijden van dezen tijd is veel gemakkelijker te verdragen dan de pijnen van het Vagevuur.

Meent gij echter , dat gij het niet meer kunt uithouden, denk dan aan uw godde-lijken Zaligmaker en verzucht deze drie

-ocr page 112-

100

woorden; „Mijn Jesus, barmhartigheid!quot; Uit uwe hand neem ik deze smarten aan; ik heb straf verdiend, ik wil die geduldig verdragen om mijne zonden te boeten. Maar betoon mij barmhartigheid; schenk mij vergiffenis — hier en daar! —

65. DE VERBORGEN ZEGEN.

In alle katholieke landstreken zijn er vele zoogenaamde genade- en bedevaartsplaatsen, waar in den loop der tijden tallooze en wonderdadige genezingen bewerkt en afgebeden zijn. In onze dagen is sedert het jaar 1846 de berg van Salette in Frankrijk, uit hoofde van zulke opmerkelijke feiten, zeer beroemd geworden.

Hoe kom ik nu op dit onderwerp ? Zou ik misschien mijne lezers tot een pelgrimstocht naar Salette willen opwekken ? Dit juist niet; maar ik wil hun eene fraaie les mededeelen uit een boek, dat een vrome en geleerde bisschop schreef, nadat hij die plaats van genaden bezocht had. Ik lees daar:

„Niet allen , die met den wensch om van

-ocr page 113-

101

eene ziekte te worden genezen, den heiligen berg beklimmen of uit de verte, met een krachtig geloof, om hunne genezing smee-ken, worden gezond. De wonderdadige goddelijke tusschenkomst werkt niet naar zulk eene algemeene wet. Als de engel in het bad nederdaalde, om het water te roeren, werd alleen de eerste die daarin kwam, genezen. Derhalve aan een enkele viel die genade ten deel en alleen op het tijdstip dat de engel het water in beweging bracht. Zoo werd dit wonder in de Joodsche Kerk tot Christus\' tijd voortgezet; maar Hij heeft geene instelling gemaakt, waardoor, gelijk door een sacrament, al de ziekten genezen worden, zelfs niet door de oefeningen des geloofs en des godvrucht. Dit lijden is dikwijls de grootste verborgen zegen en de gelegenheid tot zaligmaking en redding voor de zielen, welke daardoor beproefd en gelouterd worden.quot;

Vestig wel uwe aandacht op die laatste woorden, gij, die zoo gaarne van het lijdén bevrijd zoudt worden. Gij gelooft wellicht niet, dat in smarten en wederwaardigheden een zegen schuilt; maar wat voor u

-ocr page 114-

102

thans verborgen is, zal u later, misscliien eerst in de eeuwigheid, bekend worden-Maak TJ intusschen slechts deelachtig aan dien verborgen zegen. Lijd alle tegenspoed in onderwerping en geduld; dan zult gij steeds beter inzien dat God dit alles tot uw heil beschikt.

66. DE VERBORGEN SCHAT.

Een prediker spoorde zijne toehoorders aan, dat zij alle wederwaardigheden niet slechts met lijdzaamheid, maar ook gaarne en met vreugde uit liefde tot Jezus-Christus mochten verdragen. Hij ving aldus aan; „Wanneer in deze kerk zooveel groote houten kruisjes waren als er zich toehoorders bevinden, en ik u allen zou uitnoodigen dat ieder, tot herinnering aan het lijden van Christus, een van die kruisen op zijne schouderen zon nemen en naar huis dragen, hoevelen meent gij, dat aan dit verzoek gehoor zouden geven?

„Maar wanneer ik daarbij zou voegen dat tien, twintig of honderd van die kruisen hol en met dukaten opgevuld waren, en

-ocr page 115-

103

dat hij, die ze op zou nemen, ze als zijn eigendom zou mogen wegdragen; hoe velen zou men dan zien wegdraven! hoe zou iedereen zich beijveren om niet het lichste maar het zwaarste kruis te verkrijgen, in de hoop, dat een der met goad gevulde hem ten deel zou vallen! Gij zoudt dan al uwe krachten aanwenden en u de grootste moeielijkheden met vreugde getroosten.quot;

De toepassing van deze gelijkenis zult gij, lieve lezer, gemakkelijk kunnen maken. Gij let wellicht alleen ook op het uiterlijke van uw kruis, dat u drukt. Maar zie dit niet voorbij, dat zelfs dit kruis een verborgen, zeer kostbaren schat inhoudt. Door het kruis namelijk kunt gij voor uwe zonden boeten; door het kruis wordt gij hoe langer zoo meer van de wereld en al wat zonde is losgemaakt, en daarentegen inniger met God vereenigd; gij wordt daardoor gelijkvormiger aan uw lijdenden goddelijken Verlosser en zoo wordt het kruis voor u een gouden sleutel, waarmede gij u eens de poorten des hemels kunt openen. quot;Wilt gij dan het kruis, waarin zulke groote schatten verborgen liggen.

-ocr page 116-

104

niet op u nemen? Hoor, hoe de lieilige Magdalena van Pazzi daarover dacht: zij schreef aan eene vriendin:

„O moge gij toch inzien, welk eene groote genade het is, wanneer God niets te lijden toezendt! En geduldig blijven in het lijden is zulk eene verhevene oefening, dat de eeuwige Zoon G-ods zelf op deze wereld gekomen is om deelachtig te worden aan het geluk dezer heilige oefening. Lijd derhalve gewillig met uwen goddelijken Verlosser en laat uw geduld en uwe onderwerping door niets aan het wankelen gebracht worden. Geloof vast, dat hoe grooter de beproevingen zijn welke God u toezendt, des te overvloediger de genade zal wezen , waarmede Hij u versterkt.quot;

67. DE TRANEN DES GODVBUCHTIGEN.

De vrome Job werd in zijn groot lijden dikwijls door zieke vrienden bezocht, die voor hem slechts „lastige troostersquot; waren. Hunne vele en ijdele gesprekken verachtend, verhief hij zijn hart ten hemel en sprak: „Mijn oog weent tot Godquot; (Hfd. 16, 21)

-ocr page 117-

105

quot;Welk eene schoone, voor iederen lijder leerzame spreuk! Het is al wilde de zwaar beproefde man zeggen: „Alle menschelijke troost is ijdel en niets waard; God alleen kan het geprangde kart opbeuren en bevredigen. De diepe smart, die mijn lichaam en mijne ziel zoo nederdrukt, ontlokt aan mijn oog een stillen traan. Ik ween, de alziende God ziet het; Hij ziet de tranen vlieten. En wat zegt deze traan aan mijn God en vader, aan mijn liefderijksten Verlosser? Ach! het is wel de traan der weemoedigheid, een traan van smart, maar ook een traan van kinderlijke hoop en van vertrouwen op Hem, die mij dit lijden heeft overgezonden en die alleen mij troosten en helpen kan. Ja, God alleen doorziet mijn lijden; tot Hem ween ik in bange oogenblikken, en moeten deze bittere tranen, die om zoo te zeggen ten hemel vlieten, het allerzoetste Hart van God raken en medelijden, ontferming en genade doen nederdalen.quot;

Op zulk eene wijze zoudt ook gij moeten weenen, lijdende ziel; uw ween en is niets dan een stil gebed, gezucht en geroep ten hemel; hoe zou dit God kunnen mishagen ? Kan de

-ocr page 118-

106

oneindig goede Vader daar boven U zoo laten smachten, zonder troost, zonder hulp ?

Neen, niet te vergeefs blinken uit uwe oogen uwe tranen in Gods oog! Hemelsche troost, nieuwe moed, een vreugdevol vertrouwen is beloofd aan degenen, die in zulk eene Christelijke stemming weenen; hun roept „de goddelijke Verlosser toe ; zalig gij die nu weent; gij zult verblijd wordenquot; (Luc. 6. 21.)

68. HET ALLERHEILIGSTE HART VAN JEZUS.

De heilige Augustiuus zegt vau zich zeiven : In al mijne wederwaardigheden en nood neem ik mijne toevlucht tot de woorden mijns goddelijken Verlossers ; ik vlucht in het allerheiligste Hart van de onttermingen mijns Heeren. Dit is voor mij de zoetste troost in het bitterste lijden.quot;

Is dan nu, dit vraag ik u. Christen ziel, dit allerheiligste hai\'t van Jezus niet meer het zekerste en beste toevluchtsoord van alle lijdenden en bedrukten ? Vergeet toch nooit deze liefdevolle woorden van onzen goddelijken Verlosser: „Komt allen tot mij, die

-ocr page 119-

107

belast en beladen zijt; ik zal u verkwikken. Zie, allen die lijden, allen die met krnisen en plagen beladen zijn, noodigt Jezus vriendelijk uit om tot Hem te komen.

quot;Wat belooft u dan de eeuwige waarachtige Zoon Gods, zoo heilig en dierbaar ? Dat Hij u elk kruis aanstonds en geheel zal afnemen ? Neen, neen ! Hij zegt alleen ; „Ik zal u verkwikken : Met andere woorden : Hij zal ons kracht en sterkte verleenen. Hij zal ons oprichten, zóó tot ons troosteloos hart spreken, dat wij weder als op nieuw adem kunnen halen en den druk van ons kruis minder zullen gevoelen ; het moediger en met meer onderwerping aan God zullen kunnen dragen ; zulk eene verkwikking, die het hart goed doet, belooft en geeft Jezus u ook. quot;Wankel slechts niet en twijfel niet aan de waarheid der goddelijke woorden, twijfel niet aan de genade en de bescherming van uw liefdevollen Verlosser. Hij is, zooals de Apostel zegt (Hebr. 13. 8.) „heden, gisteren en in eeuwigheid dezelfdequot; beste Heer en Zaligmaker.

Zoek dan bij Jezus den gekruisigde kracht en sterkte in uwe wederwaardigheden.

8

-ocr page 120-

108

Leg u vertrouwelijk aan zijn goddelijk hart, en doe al uw lijden al uwe vrees daarin verzinken. Zoo gaarne stort gij uw liart in het hart van een goeden vriend uit! Maar waar vindt men een vriend als Jezus ? En zou u geen heil en troost ten deel worden bij zijn hart, bij die bron van alle troost en alle genade ?! Voorzeker, dit is onmogelijk.

69. HET ZUIVERSTE HART VAN MARIA.

Van het Allerheiligste Hart van Jezus komen wij in onze overwegingen als van zalf tot het Allerheiligste Hart van Maria. Maar niet slechts in deze overdenkingen, veeleer in de moeielijkheden des levens, in kruis en lijden,.moeten wij alleen daar onze toevlucht nemen.In de eerste plaats tot onzen goddelijken Verlosser; maar hoe gaarne smeekt het goede kind tot zijne lief hebbende moeder, zoodra hem iets hinderlijks overkomen is ! En zullen wij dan in onze noodwendigheden niet verzuchten en roepen tot Maria, de allerbeste moeder ? Zij is zelve de allergelukkigste Moeder van het Allerheiligst Hart van Jezus ; zou zij ons dan

-ocr page 121-

109

niet alles goeds voor ons kunnen verwerven ? zijn hare gebeden niet gelijk bevelen voor zulk een Zoon ?

En welk een medelijdend en liefderijk hart beeft Maria niet! Volgens bet eenparig gevoelen der beilige kerkvaders is zij zoo vol goedheid, dat zij niemand zonder troost en hulp laat heengaan. Het uitspreken van baar naam alleen, een enkel Wees gegroet, doet de droefheid verdwijnen en brengt nieuwe vreugde in bet troosteloos hart.

Tot Maria dus, roep ik mijne lezers met den heiligen Philippus Neri toe, moet iedereen zich wenden, die de eene of andere genade wenscbt te verkrijgen ! „Maar boe dikwijls boort men deze klacht: Ik bid reeds lang en word van mijne ziekte of iets dergelijks niet bevrijd; het schijnt wel dat Maria geen acht slaat op mijn gebed.quot; Is bet dan niet meer waar wat de Katholieke, Kerk van de onbegrensde goedheid van het allerreinste Hart van Maria steeds heeft geleerd ? O laat daaromtrent niet de minste twijfel in uw hart rijzen, maar bedenkt het volgende wel:

Maria weet bet best, dat de weg des krui-

-ocr page 122-

110

ses ten hemel voert, zij kent zeer goed de groote waarde en het nut van het lijden. Daarom ziet zij in de toekomst en heeft meer in het oog, hetgeen u in de eeuwigheid zal verblijden dan wat u een horten tijd bedroeft. Daarom juist gedoogt hare teedere liefde niet, dat zij het kruis geheel van u wegneemt. Maar dit doet deze beste moeder ; zij zorgt er voor dat uw kruis dragelijker wordt, en zij vraagt voor u kracht en sterkte, om geduldig de beproevingen van dit voorbijgaande leven te verdragen. Ga daarom voort, Maria met alle vertrouwen aan te roepen; nitemand gaat zonder troost en genade van haar liefderijkst moederhart weg.

70. HET VERGEET-MIJ-NIETJE.

Het vergeet-mij-nietje! Wie houdt niet van dit schoone, zoo nederige bloempje met zijne blauwe oogen? Het is alsof het ons luide toeroept; Vergeet niet dengene die u en mij geschapen heeft! Grij geeft dit bloempje gaarne aan een goeden vriend, ten teeken dat gij in liefde aan hem denkt; maar het zal hem ook aan u herinneren

-ocr page 123-

Ill

en voor liem eene levende opwekking zijn om zijne liefde voor u getrouw te bewaren.

Maar de vergeet-mij-nietjes groeien niet alleen in de tuinen en aan de beeken; de lieve God beeft er nog andere, die bij ons uit den bemel toezendt. JJeeds in bet Boek Job is van zulk eene sprake. De zoo zwaar beproefde lijder sprak eens deze veelbeteekenende woorden: „Dit moet mijn troost zijn dat God mij met smarten drukt, en mij alzoo niet spaart.quot; (H. 6, 10). Derhalve waren bet groote lijden en de wederwaardigheden van den vromen man de zoetste troost; deze groote ongelukken waren voor bem namelijk bet zekerste kenteeken dat God bem dit alleen uit liefde toezond.

Handelt God ecbter ook niet dikwerf op dergelijke wijze met menscben , die niet zoo rechtvaardig en godvreezend zijn als Job ? Hoevelen bebben God gebeel vergeten en zijn alleen door zwaar lijden, gelijk de Koning Manasses, er toegekomen om weder aan bun Schepper en bunVerlosser te denken! Hoe menige verloren Zoon heeft zich eerst in ongeluk en ellende weder den goeden

-ocr page 124-

112

Vader herinnerd, dien hij vroeger in zijne lichtzinnigheid verlaten had! Dit zijn de geestelijke vergeet - m ij -niet] e s, de kostbaarste geschenken des hemels.

Ook voor u, christen ziel, zij elk lijden zulk een bloempje van den hemelschen Vader! Zeg dan tot u zeiven: deze smart, deze ramp, doet mij duidelijk zien dat God mij niet vergeten heeft; integendeel dat Hij met vaderlijke liefde aan mij denkt. Dit zij uw troost I

Maar gij ? Welke wederliefde betoont gij aan uw Heer en God? Welk vergeet-mij-nietje biedt gij Hem aan ? Neemt gij het lijden uit zijne vaderhand gewillig aan en verdraagt gij het uit liefde tot Hem ? Deze onderwerping aan Gods allerheiligsten wil, dit geduld zij het bloempje, dat gij denVader in den liemel moet aanbieden, met de kinderlijke bede :

Vader, vergeet mij niet!

71. DE BEPROEVINGEN DER RECHTVAARDIGEN.

Het is eene bekende zaak, hoe de goede Tobias vele werken van godsvrucht en harm-

-ocr page 125-

113

hartigheid oefende, hoe hij de zieken bezocht en de dooden begroef en dergelijken meer. En hoe werd hij daarvoor beloond ? Ach, groote armoede drukte hem, en daarbij werd hij geheel blind. Wel eene harde beproeving, waarin de vrouw van Job zich niet goed kon voegen, waarom zij hem, daar hij zooveel aalmoezen gaf en altijd zooveel hoop had op God, bittere verwijtingen maakte.

Maar hoe gedroeg Tobias zich bij dit alles ? De ondoorgrondelijke raadsbesluiten van God in ootmoedigheid aanbiddend, riep hij tot den Heer; „Gij zijt rechtvaardig en al uwe oordeelen zijn goed en uwe wegen zijn barmhartigheid en waarheid quot; (Tob. 3, 2.)

Zoo bewaardj Tobias zijne kalmte en troostte hij zich, en na de dagen van zware beproeving kwam er nog een trooster van boven, de heilige aartsengel Raphael, die de schoone worden tot hem sprak : „Daar gij Gode welbehagelijk waart, moesten deze wederwaardigheden tot uwe beproeving u noodzakelijk overkomen.quot; (H. 12, 13.)

Welke leerzame woorden! leerzaam voor al de lijdenden, zeer bijzonder echter voor degenen, die meenen dat zij onschuldig

-ocr page 126-

114

lijden. Al ware dat zoo ; ook zij moeten noodzakelijk beproefd worden, ook zij moeten de proef der loederwaardigheden doorstaan.Zoo ging het met den geloovigen Abraham, zoo met den onschuldigen Joseph van Egypte, zoo met al de uitverkorenen Gods. Door deze beproeving der wederwaardigheden werd hunne deugd bevestigd en volmaakt. Zult gij, christen ziel, u dan nog aan de proef willen onttrekken ? ! O neen 1 volhard in lijdzaamheid.

72. DE WERKTUIGEN DES LIJDENS.

De glorierijke heilige Bemardus wordt gewoonlijk afgebeeld met de lijdenswerktuigen Onzes Heeren ; een groot kruis, een lans met de spons, geeselroede, zweepen, nagelen, hamers en tangen houdt deze heilige in zijne armen, als wilde hij al die voorwerpen, waarmede den goddelijken Verlosser de hevigste folteringen werden aangedaan , met liefde omarmen en aan zijn liefdvol hart drukken. Wat nu in die afbeelding wordt voorgesteld, geschiedde in werkelijkheid bij den heiligen Bernardus. Eene buitengewoon teedere liefde

-ocr page 127-

115

tot den Gekruisigde vervulde zijne ziel. In deze liefde verdroeg hij ook met groot geduld al de in- en uitwendige kruisen, die hem zoo dikwerf werden overgezonden.

Laten wij nu ons eigen hart en leven eens vergelijken met hetgeen deze heilige Kerkleeraar heeft gedaan. Hoe gedragen wij ons wanneer maar het eene of andere van Jezus\' lijden werktuigen ons nabij komt ? Bij voorbeeld , gij wordt aan uw bed van smarten gebonden als aan een geeselkolom, of hevige hoofdpijnen drukken u als doornekronen, of gij moet de bittere gal van boosaardige lastertaal drinken; hoe verdraagt gij dat lijden? Zijt gij daarbij geduldig, naar het voorbeeld van uw goddelijken Verlosser en zijne heiligen ? Ik wil niet zeggen ; verblijdt gij u\'? ik zal slechts vragen; legt gij geen spijt, geen weerbarstigheid aan den dag, wanneer een klein deel van die lijdenswerktuigen van Jezus u ook wordt toebedeeld ?

O Heer, ik schaam mij bij deze vragen: vergeef en sterk mij, opdat ik gelijk gij en uit liefde tot u alle wederwaardigheden moge dragen.

-ocr page 128-

116

73. SPREUKEN TOT TROOST VOOR LIJDENDEN.

1. Een vroom oudvader der Woestijn sprak tot zijn leerling, die bedroefd was over zijne ziekte: „Wees niet treurig, maar dank God! Want zijt gij van ijzer, dan verliest gij de roest; zijt gij van goud, dan verkrijgt gij een nog sckooneren glans.quot;

2. De heilige Chrysostomus: „Gij zoudt in den hemel willen komen ; waarom dan wilt • gij den s-leutel des hemels, het kruis, van u wegwerpen ?quot;

3. De heilige Ambrosius : „Als gij den strijd, aan de martelaars ontneemt, dan berooft gij hen van hunne kronen! Als gij aan ons aardsche leven het geduld in het lijden ontneemt, dan berooft gij het van zijne zaligheid.quot;

4. De heilige Gregorius de Groote : „In dit leven moeten wij ons tot ons waar en beter vaderland voorbereiden ; daarom gebeurt het overeenkomstig het goedertierenst raadsbesluit Gods, dat wij op velerlei wijzen bedroefd worden, ten einde wij niet den weg, maar het doel der reis leeren beminnen.quot;

5. De heilige Bernardus; „Beter is het

-ocr page 129-

117

zwak en krachteloos te worden tot onze zalig-lieid, dan sterk en gezond te blijven tot onze verdoeming.quot;

6. De heilige Franciscns van Sales : „De nachten zijn dagen als het geduld des Gekruisigden in ons hart is, en de dagen zijn nachten als de goddelijke Verlosser en zijn geduld niet in ons heerscht.quot;

7. De vrome Pater Alvarez: „Wat gij in eene maand geduldig lijdt, behaagt Gode meer dan de arbeid van een jaar.quot;

8. De godvruchtige Pater Drexelius ; „Het is beter, in de hitte eener koorts dan in den gloed der zonde te branden.quot;

74. BITTER, MAAR GEZQND.

Deze spreuk heeft men u zeker wel eens doen hooren, als de geneesheer u een bitter geneesmiddel had gegeven. Vroeger hadt\' gij zeker de maag bedorven; maar juist dat bittere maakte u weder gezond.

Zoo is het ook met onze ziel. Ook reeds door de erfzonde is zij ziek geworden, en hoevelen maken haar nog zieker door een losbandig en zondig leven! Hoe moet zoo

-ocr page 130-

118

iemand geholpen worden ? Dit kan niet anders geschieden dan door bittere geneesmiddelen. De booze Koning Manasses en de verloren zoon, van wien wij reeds in nummer 70 gesproken hebben , werden alleen door veel bitters tot boetvaardigheid en tot God teruggevoerd. Iets dergelijks heeft Koning Darid na zijne zware zonden ondervonden. Hij zegt in Psalm 118 zoo terecht: „Goed, o Heer, goed is het mij dat Gij mij vernederd hebt, opdat ik zoodoende uwe wetten weder leerequot;.

De smarten welke gij nu lijdt, de armoede en andere tegenspoed die u drukt „zijn voorzekere bittere pillen, bittere absinth. Maar heb moed en geduld : Langzamerhand zal de lijdenskelk die u wat tegenstaat,een kelk van vreugde worden. Bedenk dat gij uwe bittere pillen als het ware moet wikkelen in de herinnering aan het lijden en den dood van Jezus Christus.Zoo ontneemt gij het bittere aan alle wederwaardigheden; want, gelijk de heilige Gregorius de Groote zegt, niets is zoo zwaar, of men verdraagt het gemakkelijk, wanneer men aan het lijden en de smarten des godde-lijken Verlossers denkt. En de heilige

-ocr page 131-

119

Bernardus doet opmerken, dat de soldaat zijne wonden niet gevoelt, als hij de wonden van zijn kapitein ziet. Onze hemelsche kapitein heeft echter geheel onschuldig geleden ; maar wij ? Hebben wij het bittere niet verdiend ? En moeten wij dat bittere maar toch zoo heilzame, niet bereidwillig aannemen ?

75. ZOO IS HET GOED.

De legende zegt, dat de dochter van den heiligen Petrus langen tijd ziek is geweest en groote smarten heeft moeten doorstaan. Intusschen werkte de Apostel, volgens de getuigenis van de Handelingen der Apostelen in hoofdstuk 5, 15, in den naam van Jezus de grootste en opmerkelijke genezingen van zieken en lijden van allerhande soort. Toen nu eenige zijner vrienden hem vroegen, waarom hij zijne eigene dochter Petronella ook niet genas, terwijl hij aan anderen de gezondheid wederschonk, gaf de Apostel dit merkwaardige antwoord : „Zóó is het goed voor haar.quot;

Een kort, maar zeer goed antwoord. Moet gij in uwe ziekte of onder den druk van het

-ocr page 132-

120

een of ander lijden ook niet zoo denken en Hetzelfde zeggen ? Het geloof aan de goddelijke Voorzienigheid leert u immers, dat er op aarde geen blind toeval bestaat? Wat gij derlialve nu lijdt, liet zij en heete wat en hoe het zijn moge, alles, alles komt van God. En deze almachtige God zou al uw lijden in een oogenblik van u kunnen wegnemen ; maar Hij doet het niet, en waarom ? Zoo is het goed voor u. En wanneer gij ziet, dat anderen van hunne ziekten, kwalen enz. verlost worden, maar gij niet, denk dan ook: „Zoo is het goed voor mij.quot;

Maar gij ziet niet in, hoe goed het voor u is, dat gij in uwtoestand van lijden moet blijven. quot;Wat doet heter toe dat gij dit niet inziet? God weet het, moet u dit niet genoeg zijn ? Denk dan niets anders dan : Zoo is het goed voor mij !

Deze gedachte stelde een vromen geestelijke gerust, die langen tijd ziek was. Goede bekenden spoorden hem aan, God om herstel van zijne gezondheid te bidden. Hij sprak; Ik kan immers niet weten, wat het beste voor mij is. Ik zou gaarne het beste hebben,

-ocr page 133-

121

en kan derhalve niets doen dan het kalm aan God overlaten.

O mochten wij allen zulk eene onderwerping aan God hebben en zulk eene tevredenheid met al wat God ons overzendt !

76. ALLES TOT MEERDERE EEB GODS.

Deze vrome spreuk had de heilige Ignatius van Loyola dikwijls in den mond; hij begon daarmede eiken arbeid en zocht bij alles niet zijne, maar alleen Gods eer en verheerlijking. Hierin ligt ook eene schoone onderrichting, welke wederwaardigheid u ook moge drukken. In zulke oogenblikken van lijden moet gij uitroepen:. Alles tot meerdere eer Gods !

En hoe kunt gij dan wel door uw lijden iets tot de eer Gods bijdragen ? Zie, o christen ziel, juist in uwe tegenspoeden zult gij zelf ondervinden, hoe sterk en machtig Gods genade is in de zwakken en hoe hij degenen , die op hem vertrouwen, steunt en redt; gij zult volkomen overtuigd worden, dat Jezus Christus zich ook over u ontfermt, uw hulp en uw Verlosser is. Gij

-ocr page 134-

122

moet daarom nu getuige zijn van de almacht en de goedheid van uw hemelschen Vader, uw goddelijken Verlosser. En wat gij zoo bij u zeiven kunt ondervinden, moet gij ook anderen, die u gadeslaan, laten erkennen, opdat ook zij den naam des Heeren prijzen.

Wordt dan op deze wijze Gods naam niet verheerlijkt? Ongetwijfeld; even als de blindheid van den mensch in het Evangelie (Joan. 9) daartoe diende, „dat Gods werken zich in hem openbaarden,quot; zoo kan ook uw lijden Gods eer helpen bevorderen. Kies derhalve tot uwe lievelingsspreuk; alles tot meerdere eer Gods!quot; Zoo doende zult gij lijden tot Gods welbehagen, tot vermeerdering van uwe verdiensten en tot stichting van uw medemensch.

77. HET VERLANGEN NAAR KRUISEN EN LIJDEN.

De heilige Rosa van Lima in Zuid-Amerika (f 1617) had zulk eene vurige liefde voor Jezus Christus haar hemelschen bruidegom , dat zij voor Hem en uit liefde tot Hem verlangde, het grootste lijden te door-

-ocr page 135-

123

staan. Dit heeft zij nog in hare laatste levensuren bewezen. Toen zij op het punt was van te sterven, begon zij bitter te \'weenen. Men vroeg naar de reden van hare tranen en zij antwoordde; „Ik ween niet omdat ik deze aarde moet verlaten , ook niet om het lijden dat ik thans doorsta , maar ik ween, omdat ik niet genoeg geleden heb om den hemel te verdienen.quot;

Deze heilige zag dus zeer goed in, dat de hemel door kruisen en lijden verdiend moet worden, en daarom wenschte zij nog meer te lijden, om de eeuwige belooning ■des te eerder waardig te worden. Zij gaf dit zeer duidelijk te kennen , toen zij na een hevig bloedverlies haar goddelijken Verlosser in dezer voege toesprak; „Zeer geliefde Bruidegom, ontvang dit bloed als een bewijs hoezeer ik zou wenschen om ter uwer eer te sterven. Ik weet dat ik verdiend heb, wat ik in mijne ziekte lijd. Ik weiger niet om nog grootere pijnen en zelfs den dood te ondergaan. Vermeerder de smarten mijner ziekte, maar ook mijne

-ocr page 136-

124

liefde tot u. Greef mij smart op smart, maar ook meer geduld.quot;

Zoo gaf de heilige Rosa haar hartelijk varlangen naar kruisen en lijden te kennen.-En gij , christen lezer, wat denkt gij bij dit verhaal? „Ik moet juist niet naar kruis en lijden verlangen,quot; roept gij mij toe,, „dat komt van zelf; ik word toch al meer geplaagd en gedrukt dan mij lief is.quot; Maar mijn geliefde, weet gij niet, dat de kruisweg de weg is, dien onze Zaligmaker Jezus Christus en al zijne heiligen bewandeld hebben? En gelooft gij dan, dat gij zoo gemakkelijk, zonder lijden, in den hemel zult kunnen komen ? Neen, noodzakelijk is het wel niet, dat gij, gelijk de heiligen naar kruisen verlangt; maar gij moet toch met geduld die wederwaardigheden dragen, welke u als van zelf overkomen. O gij ondervindt die niet bij toeval; daar gebeurt alleen wat en zooals God het wil. Denk derhalve ook: quot;Wat en zooals God wil.

78. ZONDER UITZONDERING.

Onze onderwerping aan Gods wil moet

-ocr page 137-

125

eene onderwerping zijn zonder eenig voor behoud. Hoe zouden wij daaromtrent uitzondering kunnen maken f ons aan eene beschikking Gods onderwerpen , maar aan de andere niet?Is hij niet de hoogste Heer, de oneindig groote Grod, onze koning en en Vader? Zouden wij zoo vermetel zijn van ons te willen onttrekken aan zijne heerschappij? Of denken wij beter te weten dan Hij, wat tot ons heil goed is? En zijn niet al zijne beschikkingen wijs, alle heilig, alle goed?

De zonnebloem heeft de eigenschap, dat niet sleclits de geheele bloem, maar ook elk blad en elke vezel zich naar de zon keert. Waarom zou het menschelijk hart haar daarin niet navolgen? quot;Waarom zou het zich niet geheel en onvoorwaardelijk naar Grods wil voegen?

Deze onderwerping aan God, zelfs de enkele gedachte aan Gods wil, heeft de. heiligen in duizend smarten opgehouden en hen God als het ware doen nasnellen; daarom hebben ze elk kruis zonder uitzondering gewillig opgenomen. De heilige Ca-tharina van Genua schatte dezen goddelij-

-ocr page 138-

126

ken wil zoo hoog, dat zij, telkens als men liaar vroeg wat zij wilde of wenschte, geen ander antwoord gaf dan dit, dat zij alles wilde en wenschte wat op dat oogenblik God van haar wilde.

Zoo moeten wij ons ook in alles naar Gods wil richten en daaromtrent niet het minste voorbehoud maken. Dat brengt den zoetsten vrede in ons hart, ja dat brengt ons ook eenmaal tot de hemelsche zaligheid.

79. WACHTEN IS GOED.

Op God hopen is goed. Maar is het geen voortdurend hopen als men rustig op Hem en op zijne hulp wacht? Moet het dan ook niet goed zijn als wij in lijdzaamheid en met een onwrikbaar vertrouwen op den Heer wachten?

Ongetwijfeld zal het wachten op God evenmin beschaamd worden als het hopen op Hem. Hij is toch altijd en eeuwig onze God, onze Vader en onze Zaligmaker. Al laat Hij u ook lang wachten en al stelt Hij uw vertrouwen zoo op de proef, het dralen

-ocr page 139-

127

met de gewenschte hulp neemt zijne beloften niet weg. Al schijnt het zelfs dat al uw smeeken niet tot zijn oor doordringt; toch zal het oogenblik komen, waarin Hij u zijne reddende hand, tot uwe vreugde, zal toonen.

Doe derhalve niet als de inwoners van Bethulië. Zonder langer te wachten, wilden zij de stad aan Holophernes overgeven, ingeval God hen niet binnen vijf dagen wilde redden. Toen sprak de vrome Judith: „Hoe kunt gij denHeer zoo op de proef stellen? Neen, gij moogt Hem geen tijd voorschrijven; ootmoedig moet gijlieden de hulp van Hem verlangen en afwachten. (Judith 8).

Laat die woorden ook tot u gesproken zijn. Wacht op den Heer, op zijne macht en zijne redding, zoolang zijn hart toelaat, u daarop te laten wachten. Volhard in het gebed en „wacht op den Heerquot; (Ps. 26), op hen vertrouwende en Hem alles overlatende.-quot;Waarlijk, deze vaste verwachting vol vertrouwen, zal niet bedrogen worden.

-ocr page 140-

128

80 HET HEILIG KRUISTEEKEN.

Christen ziel! gij maakt zeker over u dagelijks ket keilig kruisteeken, ten minste des morgens en des avonds. En wanneer gij met dit zegevierend teeken uw voorkoofd, uw\' mond, en uwe borst teekent en daarbij zegt: „In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes, Amen,quot; hoe veel kan u dan niet in de gedachte komen!

Denk bij de woorden; „in den naam des Vadersquot;, aan uw vader , die in den hemel is. Ook in de bitterste smarten, ook bij de vreeselijkste rampen zult gij voorzeker met nieuw vertrouwen en nieuwen moed vervuld worden, wanneer gij goed ter harte neemt, dat daarboven een Vader is, die, u wel is waar nu zooveel bitters toezendt, maar die ook kracht naar kruis geeft, om het te dragen. Verwacht toch altijd van dezen algoeden en almachtigen Vader datgene, wat u waarlijk ter zaligheid noodzakelijk is.

En gij zegt; „in den naam des Zoonsquot;. Gij gelooft derkalve in den eeuwigen Zoon des kemelschen Vaders, in Hem, die voor

-ocr page 141-

129

u is menscli geworden en u aan liet kruis verlost heeft. Deze goddelijke Zaligmaker, die eerst na zijn lijden in de heerlijkheid zijns Vaders is ingegaan, Hij, de allerhoogste, aan wien alle macht in den hemel en op aarde gegeven is, kan te zijner tijd een einde maken aan al uwe smarten en droefheid, en hij zal dit zeker doen. Hij, die zooveel reeds voor u gedaan heeft, zal -u niet verlaten.

Eindelijk zegt gij; „in den naam des Heiligen Greestes. Derhalve hestaat er ook een Heilige Geest, die de geest van allen troost is en ons tot al het goede versterkt. O deze goddelijke Geest heeft ook voor u troost genoeg! Vertrouw slechts op Hem en smeek Hem dringend, dat Hij u ook die gaven mededeele, welke de Apostel (Gal. 5,22) als vruchten des Heiligen Geestes noemt, in het bijzonder geduld, zachtmoedigheid, lankmoedigheid en liefde.

Zoo sterke u dan het heilig Kruisteeken in het geloof aan den drievuldigen God! In dit geloof zult gij de duisternis niet tellen, die U uit hoofde van uw lijden omhult. Hij, die u tot dusverre geleid heeft,

-ocr page 142-

130

zal u ook verder geleiden, door den naclit naar het liclit, door smart naar de vreugde, tot het leven zonder lijden, tot de einde-looze zaligheid.

81. DES CHRISTENS ROEP.

Wij komen nog eens op het heilig krvds-teeken terug. Wanneer werd dit voor de eerste maal over u gemaakt? Toen gij, door den heiligen Doop, in het \'rijk van Jezus Christus werd opgenomen. Bij deze heilige handeling heeft men u als van den beginne af op uw voorhoofd en op uwe borst met het heilig kruis geteekend. Ook later, toen u het heilig Sacrament des vormsels werd toegediend, heeft de bisschop met het chrisma het kruis op uw voorhoofd gemaakt.

Zoo werd u reeds bij den intrede van uw aardsche leven te kennen gegeven, dat gij als christen (als christin) geroepen waart om onder de vaan van Jezus Christus te strijden en te lijden. En uwe doop- en vorm-borgen hebben plechtig, ja met eede, voor u beloofd, dat gij volgens dien roep zoudt leven. Tot dezen strijd tegen al wat

-ocr page 143-

131

boos is en tot geduld in het lijden zijt gij gevormd, dat is gesterkt geworden door de-genade des Heiligen Geestes.

O bedenk toch waartoe God u geroepen beeft. Volgens de woorden des apostels (Rom. 8, 29) heeft God n geroepen; tot de gemeenschap met zijn zoon Jezus Christus, en Hij heeft u voorbestemd om aan het beeld van dezen zijnen zoon gelijkvormig te worden. Maar hoe zou dit kunnen geschieden zonder dat gij deelnaamt aan het lijden van Jezus? Ja, daartoe zijt gij geroepen (I Thess. 3, 3) tot het kruis, tot het lijden.

Wilt gij nu ontrouw worden aan de verheven roeping eens christens ? O neen, blijf standvastig aan uw goddelijken Verlosser en volg hem na op den weg des-kruises. Al zou de last van het lijden u nog zoo drukken, Jezus helpt u dien zeker dragen. En de Heilige Geest versterkt u\' zoo , dat gij met zijne almachtige genade^ ook het zwaarste kruis kunt torschen.

-ocr page 144-

132

82. DE EENE DAG NA DEN ANDERE.

In de bergrede verbiedt onze goddelijke Verlosser ons bet angstig bezorgd te idjn, en beveelt ons daarentegen een kinderlijk vertrouwen op God aan. Zorg niet angstiglijk voor uw leven, voor de voeding en de kleeding ! Zoo zijn de beidenen bekommerd, üw vader in den bemel weet, wat u noodig is. Voor eiken dag is zijn kwaad genoeg; maak u derhalve niet bezorgd voor den morgen.quot; (Mattb. 6, 25.)

Hoe menig lijder verbittert zijn lijden ■door vol kommer te zinnen en te denken op de toekomst. Bedrukte ziel! Wie heeft u van den heiligen Doop af tot op dit oogenblik in het leven gehouden ? Wie anders dan God de Heer ?

En dezelfde God leeft nog, Hij, die gisteren en verleden week en reeds vele jaren uw leven onderhouden heeft. Och, laat dan toch dat overdreven zorgen ! Denk daarom slechts aan den eenen dag na den andere, zelfs aan het eene uur voor het andere , en leg u slechts daarop toe, dat gij eiken dag, elk uur goed doorbrengt.

-ocr page 145-

133

Wanneer gij tegenspoed ondervindt, overweeg dan dikwijls wat Koning David (Ps. 70) zegt; „Welke wederwaardigheden hebt gij mij, o Grod, reeds laten ondervinden — vele en groote ! Maar gij hebt mij telkenmale uit de diepten de aarde weder opgehaald, en toen ik meende den dood nabij te zijn, hebt Gij mij reeds tot een nieuw leven opgewekt. Daarom zal ik steeds op u hopen.quot; Hoop gij ook zoo ! uw hoop rust op een vasten grond en bodem :— namelijk op Dengene, wiens woorden onfeilbare waarheid zijn ; en dit is zijn woord, dat allen, die op Hem vertrouwen, niet beschaamd zullen worden. Uren, dagen en jaren gaan voorbij ; maar Gods beloften gaan niet voorbij. Zij blijven eeuwig waar en eeuwig getrouw. Dat dit u dan trooste en opwekke tot geduld en tot het verdragen van kruis en lijden.

83. SPREUKEN VAN DEN HEILIGEN FRANCISCUS VAN SALES.

1. Is het niet billijk, dat Gods aller heiligste wil even goed vervuld worde in hetgeen ons het liefste is, als in andere dingen ? (Bij den dood zijner zuster.)

-ocr page 146-

134

2. God is nooit zoo dicht bij ons als wanneer wij uit liefde tot Hem geduldig lijden. Hij waakt over ons, wanneer wij stil in zijn schoot rusten, en Hij laat ons onze wederwaardigheden ten nutte worden.

3. Gave God, dat wij niet zooveel naar den weg zagen dien wij bewandelen, maar onze o.ogen meer op Ijengene richtten, die ons geleidt en naar het gelukzalige land, waarheen Hij ons brengt! quot;Waarom zullen wij er ons aan gelegen laten liggen, of wij over woestij -nen of over velden gaan, zoo God slechts bij ons is en wij naar den hemel wandelen ?

4. Daar is wel een groot vertrouwen noodig om ons onvoorwaardelijk aan de goddelijke Voorzienigheid over te geven ; maar wanneer wij dit werkelijk doen, dan neemt de Heer alles op zich en draagt Hij zorg voor ons.

5 Onze goede God verlaat ons nooit, • en als Hij het in schijn ook doet, dan doet Hij het slechts om ons nog vaster te houden.

6. De vrees is een grooter kwaad dan het kwaad zelf. quot;Wat hebt gij toch als kind van zulk een Vader te vreezen, zonder wiens wil geen haar van uw hoofd valt ? En aan dezen

-ocr page 147-

135

goeden God behoort gij geheel toe, Hem, die ons de zoo heilige en dierbare verzekering heeft gegeven. „Dat alles dengenen die hem liefhebben, ten beste zal gedijen (E-om. 8, 28.)

Deze spreuken van den heiligen bisschop geven veel stof heilzame overwegingen.

84. DE LIEFDE VOOR DEN GODDELIJKEN VERLOSSER

De heilige Franciscus van Sales heeft niet alleen anderen goed weten te troosten en te onderrichten , maar hij heeft eerst zelf en aller ijverigst gedaan wat hij anderen leerde; hij was zelfs toegevender en liefderijker jegens anderen dan jegens zich zeiven.

Een voorbeeld. Eene zijner geestelijke dochters berichtte hem dat zij zeer aan hoofdpijn leed, en zij bad derhalve God, dat hij die smartelijke kwaal mocht wegnemen. De heilige maakte hierop in alle openhartigheid deze opmerking: „Het gebed dat gij niet hot oog op uw hoofdpijn doet, is niet verboden; maar als ik hetzelfde moest lijden, dan zou ik den moed niet bezitten om den goddelijken Verlosser te verzoeken

-ocr page 148-

136

om daarvan bevrijd te worden; ik zou dat niet willen doen uit aanmerking van de smarten, welke Hij aan zijn heilig lioofd leed. Ik zou mij daarom met de smarten zijner doornekrooning vereenigen, en Hem bidden mij eene kroon voor bot geduld bij mijne hoofdpijn te willen schenken.quot;

Zoo kan waarlijk hij alleen spreken en handelen, die eene groote en innige liefde tot den goddelijken Verlosser in liet hart draagt. En wat vermag zulk eene liefde niet! Zij maakt dat wij elk kruis als een deeltje van het heilig Kruis gewillig aannemen, en het geduldig, en met onderwerping aan God, naar Jezus\' voorbeeld, dragen.

Maar ach! hoe koud en flauw, hoe gering is onze liefde voor den gekruisten Zaligmaker! O bidden wij toch in de eenvoudigheid des harten: „Heer , ontvlam in ons binnenste het vuur uwer goddelijke liefde!quot; Dan zal \'t met het dragen van bet kruis en met de lijdzaamheid en meer zulke deugden spoedig beter gaan.

-ocr page 149-

137

85. HET BESTE MIDDEL TEGEN DE TREURIGHEID.

Wie is nog nooit een weinig zwaarmoedig en treurig geworden? Dit gebeurt immers zoo spoedig bij lichamelijke smarten en andere kwalen die ons treffen. quot;Wat moeten wij dan doen? In alle dergelijke gevallen is ongetwijfeld liet allerbeste middel, wat door God zeiven, in zijn onbedriegelijk woord is aangegeven en aanbevolen. In den brief van den heiligen Jacobus (Hoofd. 5, 13) staat uitdrukkelijk geschreven; „Is iemand onder ons treurig, hij hidde.quot;

Dat roen ik u dan ook toe, o Christen.

JL \'

In eiken angst en nood, in oogenblikken van treurigheid, moet gij bidden, moet gij handen en hart omhoog heffen, en zeer innig smeeken tot uw Vader in den hemel, tot uw goddelijken Verlosser, tot den besten trooster, den Heiligen Geest! O, het is onmogelijk, dat uw smeeken nutteloos zal zijn: geen bedelaar kan met ledige handen van zulk een rijken en goeden Heer weggaan. Hij belooft het zoo uitdrukkelijk (Ps. 49): „Roep mij aan in wederwaardigheden, en ik zal u redden.quot; En Jezus Christus

-ocr page 150-

138

zelf bevestigt dit met zijn woord van eer, als Hij zegt: „Voorwaar, voorwaar, al wat gij den Vader in mijn naam zult vragen, zal Hij u geven.quot; (Joan. 16, 23.)

Zullen wij dan op deze zoo duidelijke, zoo heilige woorden vertrouwen? Voorzeker; met een geloovig en vertrouwend gebed verkrijgt gij al de noodige genaden, ook de gezondheid of andere tijdelijke goederen, als zij tot uwe zaligheid strekken.

Gebruik derhalve toch, o lijdende ziel, gebruik vlijtig en ijverig dit zoo heilzaam middel! Grij zult dan door eigene ondervinding. leeren, hoe waar het is, wat de heiligen omtrent het gebed beweren, dat het is „de troost der weenenden en de vreugde der bedroefden.quot; O als gij in wederwaardigheden sleebts kunt bidden, dan hebt gij reeds eene groote genade. En de lieve God zal nog iets grooters geven, al geeft Hij u juist niet, wat gij zoo vurig wenscht.

Dit grootere is, bij voorbeeld, het geduld; hebt gij dit, dan zult gij den druk van uw kruis niet zoo pijnlijk gevoelen.

-ocr page 151-

139

86. DOOR JEZUS TOT MARIA.

Lieve lezer ! wanneer gij van een aard-schen Koning eene gunst verlangt te verwerven, dan zoekt gij een hoveling die goed staat aangesclireven of een minister voor uwe zaak te winnen, opdat deze den vorst door zijne voorspraak gunstig voor u moge stemmen. Doe hetzelfde bij de gebeden, welke gij in uw nood. of aangelegenheden ten hemel opzendt. En door wie zult gij gemakkelijker toegang verkrijgen bij den allerhoog-sten Heer. dan door zijne allerliefste nioeder?

O, wat kunt gij niet verwerven, wanneer deze verhevene Koningin en Moeder zich uwer aantrekt! Wat vermag hare voorbede al niet! Wanneer Salomo aan zijne moeder alles toestond wat zij hem vroeg, wat zal dan de goddelijke Zoon van Maria u kunnen weigeren ? O voorzeker, door Maria wordt u alles ten deel wat waarlijk goed en heilzaam is! Geloof maar vaster aan hare macht, vertrouw slechts meer op hare onmetelijk groote goedheid!

Indien de herinnering aan uwe zonden u kwelt, vlucht dan naar Maria. Zij is onze

10

-ocr page 152-

140

middelares en voorspreekster; zij zal ook u, als gij berouw kebt over uwe zonden, met haar goddelijken Zoon verzoenen en u door hare zoete voorspraak zijne barmhartigheid verwerven. Door Maria tot Jezus!

Indien gij ziek zijt of in groote moeie-lijkheden verkeert, snel dan naar Maria l\' Zij is „de gezondheid der ziekenquot; de „helpster der Christenenquot; ; aan haar is, volgens de veelbeteekenende woorden van heilige Kerkvaders „eene voorbiddende almachtquot;\' gegeATen; ook in den grootsten nood kan zij u van haar goddelijken Zoon verzachting en hulp verschaffen. Door Maria tot J ezus!

Zijt gij zwaarmoedig, kleinmoedig of angstig, als het ware in een afgrond van droefheid verzonken, roep Maria aan! zij-is de „oorzaak onzer blijdschap,quot; de hoop der hopeloozen en der wanhopenden; zij vraagt ook voor u van den God aller troost licht, troost en vreugde in den Heiligen Geest. Door Maria tot Jezus.

Derhalve in allen angst en nood, in alle bekoringen en gevaren, in uw leven en in het uur des doods — door Maria tot Jezus l

-ocr page 153-

141

87 EEN HART EN DRIE NAGELEN.

Een prentje ligt voor mij ; ik kan het mijnen lezers niet toonen, daarom zal ik het hun heschrijven. Het prentje stelt het goddelijk Kind Jezus voor, liggende in de kribbe. Knielen wij in den geest neder om den eeuwigen Zoon van God den Vader te aanbidden. Het Woord is vleesch geworden en het heeft onder ons gewoond. Hem zij eer, lof en dank !

Het liefelijke kind op het prentje, houdt in zijne linkerhand een hart, en in zijne rechterhand drie nagelen; wat beteekent dit? Het hart met de vlam beteekent niets anders dan de oneindige liefde, die de vleesehgeworden Zoon Gods allen men-sehen toedraagt. En deze liefde kan niet dan goed doen, kan slechts heil en zegen uitdeelen; ook wanneer zij ons kruisen en wederwaardigheden toezendt, geschiedt dit tot ons bestwil. O mochten wij toch in liefde en gewillig aannemen, wat de goddelijk liefde ons geeft!

Maar de drie nagelen ? Deze herinneren aan het Kruis, waaraan de lieve Zaligmaker zich wilde vasthechten. Daartoe — voor

-ocr page 154-

142

kruis en lijden is Hij in deze wereld gekomen, en zoo wilde Hij ons het allergrootste bewijs zijner liefde geven. Schijnt het evenwel niet alsof het Kindje ook u, ook mij een dezer nagelen aanbood V Zoo is het inderdaad. En zou het wel anders kunnen zijn? Wanneer de aanbiddelijke Grodmensch het bitterste lijden als het beste deel voor zich uitkoos, kan er dan voor ons wel iets heilzamers en kostbaarders zijn? En zie, van de drie nagelen geeft Hij er u slechts één, en die eene laat Hij slechts zoo spits en scherp zijn, dat gij den steek altijd nog kunt verdragen. Dat kunt gij wel is waar niet uit u zeiven, maar toch met Gods genade. Zoek die bij Jezus\' liefdevol hart; hij, die daar zoekt, zal alle goeds vinden.

88. GOD HEEFT HET TOEGEMETEN.

Nog eene andere afbeelding wil ik mijnen lezers toonen. Zij stelt een mensch voor, die ijverig bezig is om een deel van zijn kruis af te zagen, opdat het kleiner en lichter zou worden. Maar voor hem staat de goddelijke Zaligmaker en roept hem op

-ocr page 155-

143

vriendelijk ernstigen toon toe; „Lieve broeder! zaag niets van uw kruis af; ik heb liet nauwkeurig naar uwe krachten afgemeten.quot;

Zoudt gij, o lijdende ziel, zoo ook niets van uw kruis willen afnemen ? Meent gij ook niet dat uw kruis te zwaar, te drukkend is? O, zeg mij, legt een verstandige mensch zijn lastdier een zwaarderen last op dan het kan dragen? En zou de oneindig wijze God ons met meer kruisen en wederwaardigheden beladen dan wij kunnen torschen ?!

O voorzeker, God kent ieders krachten, of liever gezegd, Hij weet, dat wij in het dragen van het kruis zoo uiterst zwak zijn, dat wij zonder zijne genade niets vermogen. Legt Hij u een kruis op de schouders, dan geeft Hij u tevens de kracht om het te dragen. Neen, neen, al te zwaar rust de hand Gods niet op ii. Hij is het, die onze zwakheid bijstaat (E-om. 8, 26) met zijne alvermogende genade.

Heb derhalve geen wantrouwen tegen God en zijne liefderijke Voorzienigheid. Neem dit wantrouwen weg, maar niets van uw kruis. En wanneer gij tracht door natuurlijke en geestelijke middelen lichame-

-ocr page 156-

144

lijke smarten en dergelijke te verlicliten of weg te nemen, en die middelen niet helpen, zooals gij dat wensclit, denk dan: wat en koeveel de lieve God mij van liet kruis wil laten, dat en zooveel wil ik uit zijne hand aannemen en geduldig dragen; Hij zal helpen.

89. DE ONVOLTOOIDE KROON.

Ik wil volstrekt niet trachten te beschrijven wat de heilige Liduina van haar vier en twintigjaren leeftijd tot haar zalig sterven (14 April 1433) geleden heeft. Tot het volgende bepaal ik mij. Nadat de zwaar beproefde maagd acht en dertig jaren lang reeds onuitsprekelijk veel aan al de ledematen haars lichaams en ook door inwendige moedeloosheid geleden had, verscheen haar een engel. Deze vertoonde haar eene heerlijke kroon, welke echter slechts ten halve met edelgesteenten versierd was. Wat beteekende nu die half voltooide kroon? Liduina begreep het spoedig. Toen namelijk booze lieden haar beschimpten en mishandelden, worden de laatste edelgesteenten

-ocr page 157-

♦ 145

in hare kostbare kroon gezet. Zoo Heeft zij dan door kaar onverwinbaar geduld in bet bitterste lijden verdiend, in de zaligkeid des kemels opgenomen te worden.

Wat leert u nu, ckristen ziel, dit verbaal? quot;Wat zegt u die eerst onvoltooide, later zoo volkomen en rijkversierde kroon ? Wellicbt bebt ook gij reeds lang en veel geleden. O verbeugu daarover! Uwbeilige engelbewaarder bereidt ook u een scbitte-rende kroon, die kroon van gerecbtigbeid, welke de beilige Paulus aan bet einde van zijn werkzaam leven (2 Tim. 4, 8) in den geest vooruitzag.

Intusscben is uwe kroon ook nog onvoltooid. Nog bier en daar is een plaatsje voor een edelgesteente; wilt gij dan dit plaatsje niet aanvullen, opdat de kroon gebeel en volkomen versierd zij ? En boe kan dit geschieden ? O ! elke nieuwe oefening van geduld, elke acte van onderwerping aan Gods wil — dit zijn de kostbare diamanten in uwe bemelkroon. Gij moet niet halverwege blijven staan. Ook Christus is aan bet kruis blijven hangen. Volhard in geduld

-ocr page 158-

146

zoolang God liet wil; „Lij die tot liet einde volhardt, zal zalig worden.quot; (Matth. 10, 22).

90. DE OFFERKIST GODS.

Toen Jezus Christus op aarde leefde, bestond nog zulk een offerkist in den tempel van Jerusalem. De rijke Pharizeërs wierpen, om zich een groeten naam te maken, aanzienlijke giften daarin; maar eene arme weduwe kon slechts twee penningen daarin storten, en zij gaf gaarne en bereidwillig, met de godvruchtige meening om daardoor een offer, aan G-od den Heer te brengen. En deze, ofschoon geringe gift was Grode welgevallig, omdat zij uit een goed hart voortkwam.

Dit is eene schoone les voor ons in de dagen van lijden, wanneer alles ons tegen slaat. Dan, christen ziel, dan kunt gij wel geen schitterende daden, bij voorbeeld van naastenliefde oefenen ; maar wanneer gij in uw lijden zeer lijdzaam en zachtmoedig zijt, dan offert gij aan God slechts schijnbaar kleine deugden, slechts twee penningen. Stel u daarmede evenwel tevreden ; want dit offer

-ocr page 159-

147

is groot en kostbaar in Grods oog. Gij geeft immers wat gij hebt; gij offert den Heer uwe zieke ledematen, uwe bedroefde ziel, uwe smarten en uwe zwakheden, gelieel uw armzalig wezen. Voorwaar, dit offer is het grootste goede werk; van het altaar uws harten stijgt deze gave ten hemel op, en op u daalt neder Gods liefde, Gods genade.

Breng zeer dikwijls zulk een oifer. Denk er elk uur aan om, even als die arme weduwe, zulk een gift in Gods offerkist te storten. Zoo maakt gij God zeiven tot uw schuldenaar; ongetwijfeld zal Hij het U rijkelijk vergelden.

91. VOLKOMENE ONDERWERPING AAN GOD.

De ijverige vereerster van Jezus\' heilig Hart, Margaretha Maria Alacoque, die in het jaar 1864 door Paus Pius IX is zalig verklaard, verloor eens geheel hare stem! Zij smeekte haar goddelijken Heer en Verlosser dan, dat Hij haar het gebruik Van hare stem mocht teruggeven, maar Hij antwoordde: „Uwe stem behoort niet u,

-ocr page 160-

148

maar mij toe. Wees even tevreden of gij het gebruik van uwe stem verliest dan wel bezit.quot;

De vrome dienares Gods maakte zich die onderrichting ten nutte en zeide bij die gelegenheid, dat niets voordeeligor voor eene ziel was dan de volkomen onderwerping aan de beschikkingen en den wil Gods. Zulk eene onderwerping beoefende zij zelve en beval die ook aan anderen. Zoo sckreef zij aan eene vriendin de volgende leerrijke woorden:

„Leef gelijk het aan de goddelijke Voorzienigheid voor eiken dag, ja voor elk uur behaagt, en neem zonder onderscheid aan al wat zij u laat overkomen : vreugde en lijden, vrede en onrust, gezondheid en ziekte. Wil God u een indruk geven, alsof gij weeke was waart, of wil Hij met u spelen als met een kogel: wat deert u dit? Uwe eenige zorg zij, dat Gij u, in de liefde tot Christus, geheel en al aan Gods Voorzienigheid overgeeft. Wandel aldus trouwhartig met den Heer; Hij zal u in de gevaren des levens niet laten omkomen, want Hij bemint u. Geef uw vertrouwen daardoor

-ocr page 161-

149

te kennen, dat gij n zelve vergeet en Hem in alles wat uw persoon en uw leven aangaat, laat handelen. Hoe meer gij u van u zelve verwijdert, hoe nader gij tot God zult komen ; Hij zal in dezelfde mate voor u zorgen, als gij over u zelve onbekommerd zijt.quot;

Deze selioone toespraak zullen ook wij zeker ter liarte nemen en met Gods genade daarnaar handelen.

92. HET TARWEGRAAN.

Onze goddelijke Verlosser zegt: „Tenzij het tarwegraan in de aarde valle, en sterve, blijft het alleen; maar wanneer het sterft brengt het veel vrucht voort.quot; (Joan. 12, 24.) Deze woorden zijn eerst aan den gekruisigden Jezus in vervulling gegaan, toen Hij gestorven is om ons te verlossen en alzoo uit zijn dood veelvuldige on heerlijke vrachten voor al de menschen zijn voortgekomen.

Maar nemen wij deze woorden in de letterlijke of in de natuurlijke beteekenia. quot;Wanneer de schoone lente daar is, hoe

-ocr page 162-

150

prijkt dan de gelieele schepping met een overheerlijken bloei! Ook het tarwegraan staat daar vol majesteit, en belooft een overvloedig rijken oogst. Maar wat is aan de liefelijke lente voorafgegaan ? De harde, koude en drukkende winter. Ook het tarwegraan lag onder eene dikke ijs- of sneeuwlaag en moest sterven; ware dat niet geschied, dan zou het nooit tot zulk een nieuw leven zijn overgegaan.

Zoo moet ook bij ons de ruwe winter aan de zoete lente voorafgaan. Dan eerst komt het aangename jaargetijde, als het reeds zwaar gestormd en gewaaid heeft. Desgelijks volgt op den tijd van lijden een tijd quot;van vreugde, wanneer wij mét christelijke onderwerping en geduld geleden hebben. Ja dan zal na den donkeren Goeden Vrijdag — en al zou hij ook langer duren — de blijde Paaschzondag volgen.

Houd dan vol, o lijdende ziel; volhard in geduld zoolang gij nog in den winter der wederwaardigheden zijt; God zal ook voor u weder eens de schoone lentezon doen doorbreken. Thans gelijkt gij nog aan het in de aarde stervende tarwegraan;

-ocr page 163-

151

wilt gij niet op dat graan gelijken, dat goede vruchten belooft en die werkelijk oplevert?

93. GOD VERLAAT DE ZIJNEN NIET.

Gelijk de grootste misdadiger aan liet kruis geklonken, vol van de pijnlijkste smarten aan het geheele lichaam, leed onze goddelijke Verlosser ook nog eene folterende zielesmart, zoo dat Hij met luide stem uitriep : „Mijn God! mijn God ! waarom hebt Gij mij verlaten ?quot; Kon de hemelsche Vader dan zijn eeniggeboren en zeer geliefden Zoon verlaten?

O neen! maar Jezus Christus wilde ook dit zeer pijnlijk zielclijden, deze troosteloosheid, dit schijnbaar door God verlaten zijn op zich nemen, om aan de goddelijke gerechtigheid de grootst mogelijke voldoening voor de zonden der wereld te gevèn, en om voor ons de genade te verwerven, om dergelijke zielesmarten met de nederigste onderwerping te dragen. •

Christelijke lezer! gij hebt wellicht ook reeds zoo iets ondervonden of ondervindt

-ocr page 164-

152

liet op dit oogenblik ? Wanneer u zulk een onbeschrijfelijk lijden drukt, dan heeft het al den schijn, alsof God u zijne liefde geheel heeft onttrokken, alsof Hij u verlaten heeft! O hoeveel vrome zielen hebben met Jezus denzelfden kelk van inwendige smart gedronken! Maar zie. God heeft deze zwaar beproefden niet verlaten; hunne droefheid is in vreugde veranderd. Zoo waar als God leeft. Hij zal u niet verlaten, Hij is altijd en eeuwig de beste, almachtige en hulprijke Vader zijner kinderen. Schiet gij maar niet hierin tekort, dat ge Hem getrouw blijft — getrouw in de vervulling van zijn allerheiligsten wil, getrouw in lijdzaamheid, zelfs wanneer de grootste rampen u treffen: voorwaar, gij zult dan bij u zeiven ondervinden, dat God de zijnen niet verlaat.

94. WAAR JEZUS IS, DAAR GAAT HET GOED.

Een stichtend voorbeeld uit onzen tijd. De doorluchtige bisschop van Regensburg, Michael quot;Wittmann, bracht zijn geheel leven in werken van liefde tot God en zijne even-

-ocr page 165-

153

naasten door. Voor zijn zaligen dood was hij eigenlijk slechts twaalf dagen ziek; maar in dien korten tijd leed hij onophoudelijk uitermate hevige smarten.

Gedurende dien tijd keerde de vrome bisschop zijne blikken bijna altijd naar het beeld des gekruisigden Verlossers. In stille gelatenheid herhaalde hij dikwijls deze woorden : O, mijn Jezus!

95. OE VRIEND VAN JEZUS ZIEK.

Degene, dien onze goddelijke Zaligmaker zich gewaardigde „vriend te noemen, is, wij weten het. Lazarus. Wat deden de beide zusters Martha en Maria, toen de geliefde broeder ziek werd ? Zij zonden een boodschapper tot Jezus en lieten hem zeggen; „Zie, Heer, dien gij liejheht, is ziek.quot;

Deze woorden drukken geen verzoek uit; zij geven veeleer een groot vertrouwen te kennen, dat de vrome zusters op de almacht en de goedheid van Jezus hadden. Het is alsof zij aan den Heer hadden willen zeggen: „Als Gij het maar weet, dan is het genoeg! Dan zult gij den zieken broeder, dien gij.

-ocr page 166-

154

liefhebt, gezond maken. De liefde verlaat den geliefde niet.quot;

quot;Wat leert ons deze gescMedenis nu? In uwe ziekte (rampen, kruis en lijden) zendt gij ook een boodschapper naar den goddelijken Verlosser, namelijk uwe dikwerf herhaalde gebeden, uw zuchten en roepen.Dit doende, gelooft gij immers ook, dat de liefderijkste Verlosser u toch niet in zulk eene zware beproeving zal laten versmachten ? En wat doet Jezus dan? Grelijk hij eenmaal die woorden vol vertrouwen niet beschaamde, zoo zal hij ook uw gebed (en dat der uwen) niet afwijzen, al schijnt Hij daarnaar niet aanstonds te luisteren; Jezus zal het onfeilbaar verhoeren, maar volgens zijne wijze, hoe en wanneer hij het goedvindt.

Ga dus maar voort met tot Jezus te roepen, aan Hem alles met kinderlijk vertrouwen te klagen — ook datgene wat gij aan geen mensch zoudt willen openbaren. Geloof ook vast en onwankelbaar, dat deze menschge-worden Zoon Gods ook uw Jezus, uw Zaligmaker is; hoop dat Hij u zal geven de gezondheid, de bevrijding van uw lijden óf geestkracht, sterkte en moed om geduldig

-ocr page 167-

155

en onderworpen te zijn aan den godde-lijken wil, en na de wederwaardigheden dezes levens de eeuwige zaligheid in den hemel. Greloof aan dengene, die Lazarus van den dood heeft opgewekt; Hij leeft ook voor u! Hoop op dengene, die leven en dood in zijne handen houdt en die de liefde zelf is! In dit geloof en in deze hoop, zult gij ook het zwaarste kruis gemakkelijker dragen.

„Gij hebt mij dien last opgelegd, help mij hem dragen.quot; Zoo was de lijder steeds met zijn goddelijken Verlosser vereenigd, en dit deed hem een waarlijk christelijke lijder zijn. Daarom ook gaf hij aan de omstanders , die hem vroegen hoe hij het maakte, dit schoone antwoord: „Het gaat met mij zeer goed; mijn Jezus is immers bij mij, Hij die leven en dood in zijne handen houdt en die de liefde zelf is. In dit geloof en in deze hoop, ik herhaal het, zult ook gij zelfs het zwaarste kruis lichter dragen.quot;

96. DE KASTIJDING GODS.

Van deze kastijding spreekt de heilige

ii

-ocr page 168-

156

Paulus in den epistel aan de Hebreëers (Hoofdstuk 12) en hij verstaat daaronder elk lijden, dat de nieuwbekeerde Christenen hadden te doorstaan. Wat nu de Apostel aan de geloovigen van zijn tijd voorhield, is Gods woord , en daarom is het tot alle Christenen gerigt.

Het eerste dan waartoe de heilige Apostel ons aanmaant is dit: „Houdt de kastijding des Heeren niet voor gering, en verliest den moed niet wanneer de Heer u straft.quot;

Bij elke ramp moet gij denken, dat het God is die u kastijdt; gij moet u dan nederig aan Hem onderwerpen, zijne slagen in stilte verduren en niet moedeloos worden.

Maar waarom handelt God zoo met ons ? De Apostel zegt: Dien de Heer liefheeft, dien „kastijdt Hij, en hij slaat ieder kind dat Hij aanneemt.quot; quot;Welk een troostrijke leer ! Uw lijden is eene kastijding der liefde, zijnslagen van God, die alles slechts in liefde en tot uw welzijn schikt. God is gelijk een goede en liefdevolle heelmeester, die het zieke kind ook door snijden en branden de gezondheid doet herkrijgen.

Zoo willen wij dan naar de vermaning

-ocr page 169-

157

die de Apostel ten slotte tot ons richt, onder de kastijding volharden; zij schijnt wel is waar voor het tegenwoordige niet tot vreugde te dienen, maar tot droefheid; doch in het vervolg brengt zij aan degenen, die door haar geoefend v\\ orden, vruchten voort, rijk aan vrede.

97. DE APOSTEL DES KRUISES.

In de vorige overweging werd u aangetoond wat de heilige Paulus omtrent \'s Heeren kastijding leerde; hebt gij nu ook zelf dergelijke kastijdingen ondervonden? En hoe hebt gij u daarbij gedragen?

O hoeveel moest deze Apostel om Jezus\' naam lijden ! Moeijelijkheden bij den apo-stolischen arbeid en het reizen , lasteringen, vervolgingen, gevangenis en eindelijk den wreeden dood — zulke zware kruisen werden hem op de schouders gelegd !

Maar bij al deze rampen wijkt de vreugde niet van hem; hij vloeit zelfs over van vreugde (2 Cor. 7, 4) en geene wederwaardigheden vermogen hem te scheiden van de liefde in Christus Jezus! En waarop

-ocr page 170-

158

roemde de zoo bijzonder begenadigde Apostel ? Niet op bet vele goede, dat hij tot Gods eer en de zaligheid der menscben bad gedaan, ook niet op de wonderen, welke God door bem wrocbtte; eindelijk ook niet op de bemelsobe vervoeringen, welke bem ten deel vielen ; bet was ver van bem , zegt bij , dat bij op iets roemde, dan op bet kruis van Jezus (Gal, 6,14).

Zoo was de beilige Paulus waarachtig de Apostel des kruises, die het kruis predikte, droeg, hoogschatte en beminde. En bij dat alles bekent bij oprecht, dat niet bij het bad gedaan, maar de genade Gods in hem (I Cor. 15, 10).

Verheven voorbeeld der lijdenden, verkrijg door uw gebed voor mij en voor al de bedrukte zielen deze goddelijke genade, opdat wij, naar uw heerlijk voorbeeld, een goeden strijd mogen strijden, het geloof bewaren en de wederwaardigheden dezes levens, onderworpen aan God en lijdzaam, met volharding mogen dragen !

-ocr page 171-

159

98. HET APOSTOLAAT DES KRUISE8.

Gij hebt voorzeker reeds iets gehoord van de schoone vereeniging, die den veelbe-teekenden naam van het Apostolaat des geheds draagt ? Deze vereeniging die eenige milli-oenen leden telt, heeft het edele doel, om door gebed en door andere goede werken daartoe bij te dragen, dat de strijd tegen de iloomsch-Katholieke Kerk moge ophouden, de ongeloovigen en de afge-dwaalden het ware geloof der Kerk weder mogen aannemen en de slechte Katholieken zich mogen bekeeren.

Met deze godvruchtige meening ijverig bidden, is ongetwijfeld eene lofwaardige en hoogst nuttige zaak; maar met dezelfde meening lijden, heeft ongetwijfeld voor God eene nog hoogere waarde. Dit zou men het Apostolaat des kruises of des lijdens kunnen noemen.

Ja, lijdende ziel, nu in uwe ziekte of onder den druk der wederwaardigheden — nu kunt gij tot het genoemde doel niet veel bidden. — Maar zie ! geduldig lijden , al uwe smarten en pijnen met het bitterste

-ocr page 172-

160

lijden van Jezus vereenigen, en dit alles voor de aangelegenheden zijner heilige Kerk aan G-od opdragen , dit moet gij thans doen. Dan zijt ook gij als het ware een Apostel, en dit Apostolaat des lijdens is Gode welgevallig; daardoor kunt gij voor anderen vele genaden en voor u zeiven groote verdiensten verzamelen. Daardoor trekt men uit zijn lijden veel nut; daardoor — dit leert ons de heilige Paulus in zijn epistel aan de Colo^sers 1, 24 — vult men in zijn eigen vleesch aan wat nog aan het lijden van Christus ontbreekt, en doet dit tot heil der heilige Kerk.

De heilige Ignatius van Loyola zeide eens; „Ik zou gaarne duizendmaal op één dag sterven, wanneer ik daardoor slechts ééne ziel zou kunnen redden.quot; En gij zoudt niets willen bijdragen tot redding van zoovele ongeloovigen, zoovele zondaars, voor wie de Zoon (jrods aan het kruis is gestorven ?! O neen, dit zij ver van U! Maak veeleer het vaste voornemen, om dagelijks op het altaar uws harten den lieven G-od dit dubbele offer op te dragen — het offer des gebeds en des lijdens voor de heiliga

-ocr page 173-

161

Kerk. Kunt gij hierin niet zooveel doen als de heilige Apostelen of de voor de zielen zoo ijverige Missionarissen: ook de kleinste gaaf, door het heiligste bloed van Jezus Christus geheiligd, wordt voor God kostbaar.

99. EEN AALMOES VOOR DE ARME ZIELEN IN HET VAGEVUUR.

Nu wil ik bij mijne lezers en lezeressen om een aalmoes bedelen — een aalmoes voor de arme zielen in het vagevuur. — O hoe onbescbrijfelijk groot is haar lijden ! O hoe lang moeten zij dikwijls lijden , totdat zij geheel van hare fouten gereinigd zijn! Deze zijn waarlijk arme zielen, die onze aalmoezen zeer noodig hebben; maar wat kunnen wij haar geven\'? Hoe kunnen wij haar helpen ? Dit weet ieder Katholieke Christen; maar men houdt veel te weinig in het oog, dat wij tot verlichting dezer lieve zielen ook kunnen lijden. Daarvan was de heilige Philippus Nerius vast overtuigd; hij smeekte God om de genade, dat hij langen tijd aan eene smartelijke voet-

-ocr page 174-

162

kwaal moclit lijden, opdat de zielen in het vagevuur daardoor eenige verlicliting mocli-ten verkrijgen. Iets dergelijks leest men van de heilige Liduina, de heilige Catharina van Genua en van vele andere vrome zielen.

Kunt ook gij, lieve lijdende ziel, niet iets dergelijks doen ? Hebt gij niet juist nu de beste gelegenheid om zulke werken van barmhartigheid voor de arme zielen te verrichten ?

O ja, ontferm u harer en kom haar toch te hulp! Doe gelijk het geschiedt met het apostolaat des lijdens, waarvan in de vorige lezing sprake was: lijd alle wederwaardigheden met geduld, en bedenk daarbij, dat gij den lieven God een offer van voldoening wilt brengen voor de onvolmaaktheden en zonden, voor welke deze zielen niet genoeg geboet hebben. Leg dan dit offer in de allerheiligste harten van Jezus en Maria ; vereenig het met hunne gebeden en verdiensten : zoo zult gij God ongetwijfeld bewegen, om het lijden van deze lieve afgestorvenen te verzachten , en den tijd hunner zuivering te verkorten.

Geloof daarbij niet, dat het goed hetwelk

-ocr page 175-

163

gij aan die arme zielen doet. voor u verloren zal zijn. Integendeel; dat zal u het grootste voordeel aanbrengen, des te rijkelijker verdiensten voor den hemel. Denk slechts aan de troostvolle woorden van Jezus; „Zalig zijn de harmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwervenquot; (Matth. 5, 7.) En op eene andere plaats: „Met welke maat gij meet, zal ook u toegemeten worden, en u zal nog daarboven gegeven worden.quot; (Mare. 4, 24). Dit geldt voorzeker ook van zulke geestelijke aalmoezen, waarmede gij de lieve zielen kunt bijspringen — en zeker zullen zij u daarvoor dankbaar zijn en voor u ijverig voor Gods troon bidden.

100. SLOTOVERWEGING.

Lijdende ziel! neem nog eenige plaatsen ter harte uit het gulden boek van de „Navolging van Christus.quot; In zeer korte zinnen wordt U daar aangetoond, hoe gij elk kruis moet beschouwen en dragen.

„Overal is voor II een kruis bereid en het wacht reeds op u; nergens kunt gij het ontgaan.

-ocr page 176-

164

„Waarom weigert gij dan het kruis op uwe schouders te nemen? Daar is toch geen zaligheid voor de ziel, geen hoop op het eeuwige leven — behalve in het kruis. Wilt gij U met den gekruisigden Jezus eenmaal verblijden, dan moet gij vooraf met Hem en voor Hem lijden.

„Vestig toch uw geheel vertrouwen op God; laat uwe zaak aan Hem alleen over. Hij zal op het rechte oogenblik alles wél en goed maken. Leer in stilte op Gods hulp en redding wachten.

„Vat moed en wapen U met groot geduld — wees zelfs bereid om nog meer te lijden. Zijt gij nog niet zoo volmaakt van kruis en lijden met vreugde te kunnen verdragen, verdraag het dan ten minste met geduld.

„Nadat gij alles (deze geheele leer des kruises in honderd overweginger) zult hebben doorgelezen, moet ik u wel doen opmerken , dat ik u ten slotte geen ander woord herhaal dan dit: „dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het rijk Gods.quot; (Handelingen, 14, 21.)

-ocr page 177-

VERMANINGEN EN WOORDEN VAN TROOST

VOOR ZIEKEN,

Met beschouwingen en voorbeelden.

VERMANINGEN VOQR ZIEKEN.

Ziekten kunnen als straffen of als beproevingen worden beschouwd; maar altijd zijn het weldaden Gods. Dat God ons ziekten als straffen over begane zonden toezendt, bewijst de Heilige Schrift op verscheidene plaatsen. De zuster van Mozes en de mensch die gedurende acht en dertig jaren ziek was geweest en die Christus aan het bad op wonderdadige wijze genas, strekken daartoe ten bewijze. Zeer dikwijls zijn de ziekten ook de natuurlijke gevolgen van een vroegere zondig gedrag.

Indien zij straffen zijn, gevolgen der zonden, dan zijn ze als zoodanig de beste middelen van boete, aan welke men zich met te meer bereidvaardigheid moet onder-

-ocr page 178-

166

werpen, daar zij ons opgelegd worden door Grod die ons alleen in den tijd straft, om ons in de eeuwigheid te kunnen sparen. Hoe meer onze ziel in dit leven boet, des te minder zullen de pijnen van het vagevuur ons te zuiveren hebben. En wat is al het lijden van dit aardsche leven in vergelijking met de geringste straf in het andere leven ? — Zoo zijn de ziekten, als straffen beschouwd, slechts bewijzen van Gods goedheid en barmhartigheid, die den dood des zondaars niet wil, maar dat hij zich bekeere en leve.

Maar God zendt ons ook ziekten over om onze ziel, die door onze voortdurende welvaart bedwelmd en door bestendige gezondheid onverschillig is geworden, te doen ontwaken en in zich zelf terug te brengen. Dikwijls geschiedt het ook om ons uit den zwaren slaap der zonden op te wekken waarin wij reeds sedert lang verzonken waren, of om te voorkomen, dat wij in zonden vallen, waarin wij ongetwijfeld zouden gestort worden, wanneer wij langer gezond zouden zijn gebleven. Somtijds zendt God ons ook ziek-

-ocr page 179-

167

ten over, om ons in de deugd te oefenen en te bevestigen, onze getrouwheid en standvastigheid te steunen, ons de wereld te leeren verachten het verlangen naar den hemel in ons levendig te houden, en ons de gelegenheid te geven om verdiensten voor het eeuwig leven te verzamelen, gelijk het voorbeeld van den lijdenden Job en den armen Lazarus ons toont. Ook in dit geval zijn ziekten weldaden en genaden, die ons moeten aansporen om God te loven en te danken.

Wil men zich nu voor ziekten dankbaar jegens God betoenen, dan moet men zich daaraan in den geest van boetvaardigheid onderwerpen, zich geheel overgeven aan Gods wil, en hem de smarten der ziekte, in vereeniging met het lijden en sterven van Jezus-Christus, opofferen. Dewijl menintus-schen in lijden en wederwaardigheden niet lijdzaam kan blijven zonder Gods genade en bijstand, moet men God daarvoor ootmoedig bidden, volgens de woorden der Heilige Schrift: „Gij zult Hem zoeken en vinden, als gij Hem van ganscher harte zoekt.quot;

-ocr page 180-

168

Dewijl voorts ziekten ook voorboden van den dood zijn, vorderen zij, dat wij ze ons als de naaste voorbereiding tot een zalig einde ten nutte maken. De beste voorbereiding tot een zaligen dood is wel is waar een vroom, deugdzaam leven, met onderworpenheid aan God en getrouwe vervulling der plichten van onzen staat; want in den regel sterft de mensch gelijk bij geleefd beeft. Dewijl er evenwel tbans sprake is van de naaste aanleiding tot den dood, zij hier in \'t algemeen bet volgende .aangemerkt.

1. Als de Heer door eene ziekte bij u aanklopt, moet gij niet verzuimen om door eene rouwmoedige biecht, zoo mogelijk over uw gebeele leven, u met God te verzoenen. Daarbij moet men natuurlijk niet nalaten, zich met den evennaaste te verzoenen, bat goed van anderen terug te geven, alle nadeel en schade, den evennaaste berokkend, te vergoeden. Na gebiecht te hebben, moet men het allerheiligste Sacrament des altaars als teerspijs op de groote reis naar de eeuwigheid met de grootste godsvrucht ontvangen , en desgelijks het heilige Oliesel.

-ocr page 181-

169

Stel het ontvangen van de heilige Sacramenten niet te lang uit, maar herinner u aan de woorden der Heilige Schrift: „wanneer gij heden de stem Gods hoort, verhardt uw hart niet, opdat Gods oordeel niet over u gaDeze menschen hebben mij getergd, zij hebben mijne wegen niet gekend, hunne harten dwaalden steeds af; daarom heb ik gezworen, dat zij mijne rust niet zullen binnengaan. — O hoevelen zijn reeds zonder de heilige Sacramanten gestorven en in handen der straffende gerechtigheid Gods gevallen, dewijl zij waanden, dat de dood nog ver van hen was, terwijl hij reeds voor hun ziekbed stond! Wat toch, christelijke zieke, zouu redcrlijkerwijs van het ontvangen der heilige Sacramenten terughouden? — De genade daaraan verbonden is immers zoo onuitsprekelijk groot, dat gij die met het vurigst verlangen zoudt moeten begeeren en God innig danken, wanneer Hij u die door zijne Kerk aanbiedt.

O, hoevele Christenen liggen nu met u ziek en zuchten en verlangen, tot wanhoop toe, naar een priester, die evenwel niet bij hen kan komen. Zoudt gij dan weigeren den

-ocr page 182-

170

dienaar des Heeren te ontvangen, terwijl Hj zich vrijwillig bij u aanmeldt en u niets dan liefde en deelneming bewijst ? De heilige Sacramenten geven aan uwe ziel vrede en rust, vervullen uw hart met troost en vreugde, verschaffen u geduld en onderwerping aan Grod, stellen u gerust omtrent uw vroeger leven, verlichten het lijden en de smarten van uwe ziekte en vervullen u met de blij dste hoop en het zekerst vertrouwen op de toekomst. In de heilige Sacramenten komt Degene tot u, die ons allen zoo liefderijk toeroept: „Komt allen tot mij, die belast en beladen zijt, en ik zal u verkwikken.quot; En daar gij zelf niet tot zijn altaar kunt gaan,, verwaardigt zich deze groote God, uw Heer en Zaligmaker, zelf tot u te komen, om u gelijk den zieke in het Evangelie toe te roepen: „Wees getroost, uw geloof heeft u gered.quot;

Moet gij bij het ondervinden van deze overgroote liefde en genade van uw God, geen tranen van vreugde en dankbaarheid storten, en met Maria het Magnificat zingen, dewijl uw Verlosser u zoo genadevol opzoekt, en zulke groote dingen aan u doet ?

-ocr page 183-

171

Of vreest gij welliclit dat gij zult moeten sterven als gij de heilige Sacramenten ont. vangt ? — Dit is eene zeer dwaze, ik mag wel zeggen, zondige vrees. Wel verre van ons den dood te brengen, zijn, volgens de ondervinding, juist de heilige Sacramenten het beste geneesmiddel. Is het Grods wil, dat gij weder gezond wordt, dan bevordert de genade der heilige Sacramenten ons herstel op bijzondere wijze. Wij ontvangen immers in de heilige Communie Dcngene, die de gezondheid der zieken is, die, gedurende zijn leven op aarde, zoovele zieken gezond ge-, maakt heeft, zonder wiens zegen geen ander geneesmiddel heilzaam kan werken, in wiens naam de Apostelen zoovele wonderdadige genezingen deden, en die altijd nog met dezelfde almacht en barmhartigheid ons toeroept: „Bidt, en gij zult verkrijgen.

En betrekkelijk het heilig Oliesel leert de apostel Jacobus zoo troostvol en uitnoo-digend; „Indien iemand onder u ziek is, hij roepe de priesters der Kerk tot zich, en zij zullen over hem bidden, hem in den naam des Heeren met olie zalvende, en het

12

-ocr page 184-

172

gebed des geloofs zal den zieke tot lieil zijn; de Heer zal hem oprichten, en als hij in zonden is, zullen zij hem vergeven worden. TJit deze woorden blijkt, dat juist de heilige zalving, wanneer het met de eeuwige zaligheid van den zieke bestaanbaar is, eenerzijds de lichamelijke gezondheid bewerkt, en van den anderen kant, zoo niet al de tijdelijke straffen der zonden, dan toch een groot deel daarvan wegneemt. Kan men dan dit heilzame Sacrament in redelijken zin afwijzen?

Is het daarentegen voor ons bestemd, dat wij moeten sterven, dan zal de dood geen oogenblik langer uitblijven, dewijl wij de heilige Sacramenten nog niet ontvangen hebben. En waar zullen wij dan troost en sterkte vinden tegen den doodstrijd en de bekoringen in het uur des doods, wanneer wij ons niet met de wapenrusting voorzien, welke God alleen aan de heilige Sacramenten verbonden heeft ? — Wij bidden alle dagen om een zalig stervensuur en wij zouden de genademiddelen van de hand wijzen, welke alleen dit bittere oogenblik voor ons kunnen verzachten! Is dat niet God tergen ?

-ocr page 185-

173

Beschouw dan de zaak zooals gij wilt, de zieke keeft reden genoeg om zoo spoedig mogelijk de heilige Sacramenten te ontvangen en bijzonder dankbaar moest hij daarvoor zijn, wanneer zijne bloedverwanten hem daartoe aansporen, of zelfs de priester uit eigen beweging hem die genademiddelen aanbiedt D,e christen zieke moet zulk een priester voor den engel houden, die den Zaligmaker in zijn bloedigen doodsangst troostte en versterkte.

2. Indien gij voor uwe eeuwige belangen gezorgd hebt, vergeet dan ook niet de tijdelijke in orde te brengen ; want ook de aard-sche talenten heeft Grod u in beheer toevertrouwd en ook van deze zal hij rekenschap vragen. Stel dus orde op uw huis en sluit ook met de wereld uwe rekening af. quot;Wanneer het noodig of raadzaam is, maak dan een testament. Hierbij moet gij u evenwel noch door grilligheid, noch door ongeregelde liefde, noch door vooroordeel laten leiden. Neem daarbij de rechtvaardigheid en debillijk heid in het oog, opdat geen vloek u in het graf volge, maar uw aandenken gezegend zij. Vele processen, vijandschappen, valsche eeden en

-ocr page 186-

174

verwenschingen kimt gij door eeu goed testament voorkomen. Hebt gij gewetens bezwaren, vraag uwen zielzorger om raad.

3. Wanneer alzoo uwe tijdelijke en eeuwige zaken in orde gebraclit zijn, zal liet u ook liclit vallen, met betrekking tot leven of dood, ziekte en gezondheid, volkomen onderworpen te zijn aan Gods wil. Eu deze onderwerping is voor u noodzakelijk.,, Vader, niet gelijk ik wil. maar zooals gij wiltquot; — moet uwe kernspreuk zijn; in waarheid en van ganscher harte moet gij met den Zaligmaker bidden. Ten einde u dan des te inniger aan Gods wil te onderwerpen, moet gij u losmaken van de zorgen en de zaken der wereld. Ontvang, behalve uw zielzorger, niet te veel bezoeken, vooral zulke niet, die of herinneringen aan vroegere zonden bij u kunnen opwekken, of u kunnen verstrooien. Zeer bijzonder moet gij onvoorwaardelijk van uw ziekbed zulke personen verwijderd houden, die voor u eene aanleiding waren tot zonden des vleesches, opdat de booze lust niet weder in u opgewekt worde. Pas ook, opdat gij niet te veel over uwe smart klaagt; want dit komt voort

-ocr page 187-

175

uit liet verlangen om uw troost bij de men-sclien te zoeken, en wanneer dit uw streven is, dan is er geen plaats voor goddelijke vertroostingen. Het is zeer goed wanneer men liet zoover gebracht lieeft om aan God alleen over zijn nood en zijn geheim leed te klagen. God, bij wien gij klaagt, zal u hooren, uwe smarten verlichten of u de genade geven, het lijden uwer ziekte geduldig te verdragen en in uwe lijdzaamheid te volharden. Indien gij ziek zijt, zegt de heilige Fran-ciscus van Sales, draag dan uwe smarten en moeielijkheden ten dienste des Heeren op, en bid hem, ze met het groote lijden te vereenigen, dat hij voor u geleden heeft.

4, Hoe geheel gij echter aan Gods wil zijt onderworpen en alle hulp van God alleen verwacht, moet gij toch niet nalaten, u door een kundigen geneesheer te doen behandelen en geneesmidddelen in te nemen. Wij kunnen en moeten de hulp aanwenden, die God ons in de natuur heeft geschonken. Hij, die de geneeskundige hulp zou weigeren, onder het voorwendsel, dat God hem ook zonder dat de gezondheid kan teruggeven, zou zich schuldig maken aan de zonde van

-ocr page 188-

176

vermetelheid; hij zou van God wonderen verlangen, waar die niet noodig zijn, en op een mensch gelijken die in het water is gevallen en niet naar den stok grijpt, dien men hem toereikt, omdat God ook op een andere wijze zijn leven kan redden. Gij kunt juist des te meer aan God overgegeven en vlijtig zijn, als gij om Gods wil de u ten dienste staande natuurlijke middelen tot uwe genezing gebruikt. „Eer den geneesheer in den noodquot;, zegt de Heilige Schrift, „want de Allerhoogste heeft hem geschapenquot;. De Allerhoogste heeft uit de aarde de geneesmiddelen voortgebracht, en een verstandig man zal die niet van de hand wijzen. En de heilige Franciscus van Sales schrijft in zijne inleiding tot het godvruchtig leven voor den zieken christen; „Gehoorzaam den geneesheer, gebruik de geneesmiddelen, spijzen en andere middelen om Gods wil en denk aan de gal, die hij uit liefde tot u gedronken heeftquot;.

-ocr page 189-

177

TROOSTREDENEN IN ZIEKTE.

I. GODS WIJSHEID.

In mijne tegenwoordige ellende erken ik, dat het de grootste weldaad van God is, dat ik Christen ben en de kracht der christelijke waarheid ondervind; want, o mijn Jezus, aan uwe godsdienst heb ik het te danken, dat ik niet wanhoop of God laster, al krom ik mij ook onder mijne smarten gelijk een worm. Al ben ik ook een mensch, die dikwijls zwakgeloovig word, zal de Heer mij toch voor ongeduld bewaren. Hij zal mij versterken, opdat ik den moed en het geloof tot het einde behoude. Zijn woord moedigt mij aan: „wees getroost en vreest nietquot;. — God is de wijsheid, de liefde en de trouw; bij Hem is gerechtigheid en sterkte.

Dit is voor mijne afgematte ziel de krachtigste verkwikking. Ik weet dat God. die van eeuwigheid alles wèl doet, die mij tot hiertoe zoo vaderlijk heeft geleid, nog altijd de beste inzichten met mij heeft. Hij kent al mijne belangen, en weet beter wat tot mijn vrede dient dan ik zelf. Wat Hij mij toezendt, strekt tot mijn heil; ook

-ocr page 190-

178

mijne smartelijke ziekte kan mij deze hoop niet ontnemen. Hij heeft mij de ziekte gezonden, dewijl ik het groote geschenk der gezondheid niet genoeg erkende ; dewijl ik begon lichtzinnig en overmoedig te worden en den hemel te vergeten. God wil mijne ziel voor de eeuwige ellende behoeden, daarom moet mijn lichaam lijden. Hij wil mij doen zien, hoe armzalig de mensch, hoe vergankelijk de bloeiendste gezondheid op aarde is, hoe weinig rijkdommen, kracht, aanzien, beschermers en vrienden ons kunnen helpen, wanneer Hij ons zijne genade onttrekt.

Ik moet mij zeiven goed leeren kennen. In de bezigheden, verstrooiingen en vreugden waarmede ik mijn levenstijd heb doorgebracht, heb ik mij zeiven niet gekend, en niet zoo ijverig, als ik verplicht was, aan het eenig noodige gedacht. Nu heeft de wijsheid Gods mij op de plaats gebracht, op welke ik mij geheel met de zorg voor mijne eeuwige zaligheid kan bezig houden.

Terwijl ik zwak en ellendig op mijn bed van smarten lig, wordt de wereld mijt al hare listen en ijdelheid bitter; dewijl ik

-ocr page 191-

179

bij de metischen geen hulp en verlichting kan vinden, bid ik vurig tot God; daar ik nergens dan in den godsdienst troost vind, leer ik zijne hooge waarde goed waardeeren ; hij is mijne verkwikking vroeg en laat.

In de eenzame nachten, die ik slapeloos doorbreng, kan ik mijn vorig leven nagaan, het ernstig overdenken, en een ongehinderd onderzoek naar mij zeiven doen. Ik sta nu tusschen leven en dood, ik ben misschien zeer dicht bij het graf en bij den dood: daarom wordt ook mijne ziel met al hare gedachten naar de toekomstige wereld getrokken. Op aarde bekoort niets mijne zinnen meer. Gelijk het hert om het frissche water roept, zoo roept mijne ziel naar u, o God. Mijne ziel dorst naar God, ach, wanneer zal ik daartoe komen, dat ik Gods aanschijn moge zien!

De wijze God, die mij om mijne eeuwige zaligheid met lichaamssmarten bezoekt, kent ook de rechte wijze en het oogenblik der hulp. Niet vroeger of later als dat uur daar is, zal hij helpen; maar zoodra\' het is geslagen, zal hij ongetwijfeld zeggen; „Wees gezond, en sta op!quot; —of; „gij hebt

-ocr page 192-

180

uw strijd gestreden, ga binnen in mijne rust 1quot;

2. 60DS GOEDHEID EN GETROUWHEID.

„Ik heb u steeds bemind, daarom lieb ik u uit loutere goedheid tot mij getrokken.quot; — Ja, dat beeft mijn God gedaan. — Hij beeft mij van alle eeuwigheid liefgehad, en zoo lang ik mij herinneren kan, was zijne goedheid eiken morgen op nieuw over mij ; Hij beeft mij door ontelbare weldaden tot zich getrokken. Doch wêe mij ! ik heb den rijkdom zijner goedheid en langmoe-digheid veracht en mij niet tot boetvaardigheid laten brengen. God schonk mij in \'t bijzonder den grootsten aardschen zegen, gezondheid naar het ligchaam en een opgeruimd gemoed. — Maar ik wist dit groote goed niet te waarderen en genoot bet niet met zorgvuldigheid; ik ging daarmede helaas 1 dikwijls trouweloos om en leefde dikwijls met de wereld in weelderigheid. Mijn geweten zegt het mij. Ik heb verdiend te lijden; en als ik aan de ledematen waar-

-ocr page 193-

181

mede ik gezondigd heb, gestraft word, moet ik erkennen, dat God rechtvaardig is in zijne straffen.

Maar rechtvaardige Grod, zelfs te midden der straffen, welke Gij over mij, schuldigen en strafwaardigen dienstknecht, doet nederdalen, ondervind ik, dat Gij mij liefhebt. Uit liefde hebt Gij mij gewond en met smarten vervuld. Gij slaat mij als een vader tot mijne verbetering. En juist dewijl ik gevoel dat Gij mij slaat, en terwijl ik die tuchtiging tot mijne verbetering gebruik, heb ik ook de vaste hoop, dat Gij mij in mijne ziekte zult verkwikken en helpen. Gij geneest degenen, wie hart gebroken is, en lenigt hunne smarten.

Dank, dank,, mijn Vader, dat Gij mij door wederwaardigheden tot U getrokken hebt. Nu heb ik door Jezus Christus een vreugdevolle hoop. Gij zult mij niet te zwaar laten beproeven, maar bewerken, dat ik de beproeving tot het einde drage. Als mijn nood ten toppunt gestegen is, zal uw medelijdend hart zich weder over mij ontfermen. Gij kunt het voor mijne smarten niet sluiten, gij kunt uwe hand niet geheel aan mij

-ocr page 194-

182

onttrekken. Zon eene teedere moeder haar ziekelijk kind kunnen vergeten , dat naar hulp verzucht ? — Zou zij het integendeel niet met alle zorg verplegen ? — En bij TJ is nog meer erbarmi ig dan een moederhart kan gevoelen. In uwe handen hebt gij mij geschreven; eeuwig blijf ik in uwe gedachten, eeuwig uw kind.

Wel is waar zal ik, ondanks dat ik overtuigd ben van uwe onkreukbare trouw en liefde, nu en dan kleinmoedig worden, want hevige 1 i g c h a am s s m a r t e n drukken mijne ziel neder ea vervullen mij met zwaarmoedigheid , Ik heb reeds dikwijls moeten verzuchten; ik heb behoefte aan troost ; maar ik heb ook het vertrouwen, dat mijn geliefde Jezus mij in mijne beangstheid zal toeroepen: „Vrees niet, want ik heb u verlost ; ik heb u bij uw naam geroepen; gij zijt de mijne!quot; Hij, die beproefd werd in alle lijden dezes levens en bijzonder in alle ligchaamssmarten, opdat hij medelij -den met ons zou kunnen hebben in onze zwakheden , Hij zal mij gerust stellen en versterken, opdat ik zonder morren op dit lijdensbed volharde, totdat de angst voorbij

-ocr page 195-

183

is. Ik heb het tot liiertoe reeds genoeg ondervondeu, dat Hij mij verkwikt; anders zoii ik in mijne ellende zijn omgekomen. Geef mij slechts uwe genade, o mijn Jezus, en het is mij genoeg!

3. GODS ALMACHT.

En wanneer ook bij menschen raad noch hulp te vinden is, Gods arm is niet verkort , zoodat Hij niet zou kunnen helpen. Bij Hem is niets onmogelijk; hij kan oneindig meer doen dan wij bidden en af-smeeken.

Hij spreekt slechts, en het geschiedt; hij gebiedt en daar staat het. Wanneer de vloed des ongeluks op het hoogste punt is gestegen, dan spreekt Hij : „Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder ; hier zullen uwe hooge golven gaan liggen !quot;

Mijn Jezus is nog dezelfde almachtige Verlosser, die Hij was toen Hij op aarde rondging. Hij heeft zoovele zieken door zijn woord gezond gemaakt, en degenen die in doodsgevaar verkeerden, en daaruit gered;

-ocr page 196-

184

nog altijd staat in zijne hand deze goddelijke kracht en macht. Wat zou Hem te groot zijn om het te kunnen doen, en welke ziekte zou te diep wortel hebben geschoten om haar te genezen ? — Daarom hef ik mijne oogen getroost op naar de heilige hoogten van Sion; vandaar komt alle hulp uit de hand des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft. Voor mijn God is het eene geringe zaak om het machtwoord over mij te spreken: „Sta op en wandel!quot; Al is mijn lichaam door langdurende smarten zóó vervallen, dat ik met Job moet verzuchten : „Mijn vleesch is verteerd en mijn gebeente kleeft aan mijne huid, en de lippen om mijne tanden zijn alleen overgebleven.quot;— dan nog moet ik niet wanhopen. Ik ken een geneesheer, die den vermoeden kracht geeft en de ontmoedigden versterkt.

4. GODS WAARACHTIGHEID EN LOON ZIJNER GENADE

Hoe kleingeloovig is toch de mensch ! Ook mijn hart zegt het mij tot mijne groote beschaming en verootmoediging voor God.—Hij zal mij mijne zwakheid vergeven om wille van zijn Zoon^ die de onuitsprekelijkstë mar-

-ocr page 197-

185

telingen onderging met lijdzaamheid en vertrouwen.

Dewijl ik nu reeds langeren tijd op dit bed van smarten lig, en van den eenen dag tot den anderen God om genezing of om een zaligen dood smeek, maar steeds zieker word, word ik nu en dan door de mistroostige gedachten aangevallen, dat Grod zich niet over mij wil ontfermen.

O Getrouwe God, reken uw zwak en bloode kind dit vergrijp niet aan! Versterk mij wanneer het uur der bekoring komt, opdat ik nooit meer moedeloos worde !

Ik heb immers als Christen de krachtigste gronden, om mijn geloof en mijn goeden moed op u te bewaren. Mijn gebed kan niet te vergeefs zijn, dewijl ik het in den naam van Jezus tot God richt. Ik weet het en vertrouw vast, dat God zich mijner zal ontfermen naar het getrouwe woord zijne belofte. God zal mij hooren en redden in mijn nood.

Slechts daarin moet ik God meer vertrouwen dan mij zeiven, dat Hij het beste het oogenblik der redding kent. Wanneer het nu niet komt, is het zeker, dat het nog niet kan komen; maar even zeker is het, dat

-ocr page 198-

186

liet niet zal uitblijven. Als ik slechts getrouw blijf, verlies ik niets daarbij, al draalt de Heer nog met zijne hulp. De dagen toch welke Hij mij langer laat wachten, zullen mij heerlijk door Hem vergolden worden. Zijne vaderlijke genegenheid wordt des te grooter jegens mij, en ik word des te aangenamer in Jezus-Christus, zijn geliefden Zoon, hoe langer ik Hem ijverig en trouw met het kruis navolg. Hoe menigeen, die lang op het ziekbed te vergeefs weende en smeekte,, ontving ook in lichamelijke dingen eene des te rijkere belooning! Hem troostté te rechter tijd de stem des Heeren. Ik heb uw gebed verhoord en uwe tranen gezien; zie, ik zal aan uw leven nog vele jaren toevoegen ; ik zal u van nu af vreugde geven en gij zult beschermd worden tegen de hand van den boozen vijand. Reeds menige ongelukkige had zijn hoop laten zinken en geroepen: „Ach, te vergeefs zoek ik genezing.quot; — Maar later werd hij heerlijk gered, en sprak „zie, ik had groote behoefte aan vertroosting; maar Grij hebt U over mijne ziel ontfermd en mij genezen ; Gij hebt al mijne zonden vergeten !quot;

-ocr page 199-

187

Al zou ik ook deze belooning op aarde niet ontvangen, in den kemel zal mijne kroon des te keerlijker zijn koe langer ik met Jezus zal gestreden hebben; dat is mijne ware in God zeiven gegronde koop. quot;Want ik ken ook des Heer en woord, dat hij naar zijne gerecktigkeid en beloonende genade de strijders, die den last en de kitte des levens lang gedragen kebben, tot de eeuwige geneugten der kemelscke goederen zal laten komen.

quot;Welaan dan, o mijn God! Al zou de ziekte nog verder als een brand in mijn gebeente woeden — uw wil geschiede ! — Moet ik daaraan sterven. Heer, kier ben ik! Met dank en onderwerping zal ik uw besluit aanbidden. De zalige ontbinding na mijn smart is mijn laatste troost, dien niemand mij kan ontrooven. Al moest ik ook nog lang van de eene nachtwake tot de andere daarop wachten, eindelijk komt toch de gewenschte feestavond, waarop ik mijne matte en kranke ledematen ter ruste zal kunnen leggen. Indien ik dit doel bereikt heb, o hoe wèl mij, hoe wèl in eeuwigheid!

Dat mijn ellendig, door zooveel ziekelijk-

-ocr page 200-

188

heid misvormd lichaam,, tot de rust des grafs gedragen wordt, is mij de minste troost. Een lioogere troost vervult mij met de blijdste hoop. Ik, die in den deerniswaardigsten staat daar lig, aan wien van den schedel tot de voetzolen niets gezonds is, ik ellendige zal eens met een heerlijk en glorievol lichaam weder uit mijn graf verrijzen. En dan zal mijn verheerlijkt lichaam niet meer aan zwakheid, pijn of stoornis onderworpen zijn; hemelsche krachten, onhederfelijkheid, en onsterfelijkheid zullen het sieren; in dat lichaam zal de ziel niet meer beangst worden. Geheel glansrijk, geheel hemelsch en verheerlijkt sta ik dan naast de zegevierende. martelaars, en hoor de genaderijke stem des eeuwigen Belooners: „Deze zijn het, die gekomen zijn uit groote gedruktheid, en zij hebben hunne kleederen zuiver gemaakt in het bloed des Lams; daarom zijn zij voor den troon Grods^ en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel. En Hij, die op den troon zit, zal over hen wonen. Zij zullen geen honger en geen dorst meer hebben, de zon of geenerlei hitte zal ook meer op hen vallen. Want het Lam, midden op

-ocr page 201-

189

den troon, zal hen weiden en voeren tot de bron des levenden waters, en Grod zal al de tranen hunner oogen afdroogen.quot;

TROOSTWOORDEN VOOR DE ZIEKEN.

(van den II. Franciscus van Sales.)

1. Neem dit leed, dat God u heeft toegezonden, zoo aan, alsof gij Jezus Christus zelf u van zijn kruis af die smart zaagt opleggen en in uw lichaam deed nederdalen.

2. Denk, dat uw bed op het heilig Kruis van Jezus zelf is en toon u bereid, met het oog op zijne wonden, nog meer lijden te willen verdragen.

3. Bid uw Zaligmaker door de verdiensten van zijn bitter lijden, dat hij uwe smarten, in vereeniging met al de pijnen, welke Hij aan het kruis leed, moge aannemen.

4. Verklaar Hem plechtig, dat gij u niet alleen schikt in uwen druk, maar dat deze kwalen zelve, u door de vaderhand van zulk een liefderijken en goeden Vader toegezonden, zelfs lief en gewenscht zijn.

-ocr page 202-

190

5. Roep de voorspraak bij God in van de heilige martelaars en al de vele dienaars en dienaressen Grods, die nu de hemel-sclie glorie genieten, dewijl zij op deze wereld liet smartvolste lijden met eene op God vertrouwende lijdzaamheid hebben gedragen !

-ocr page 203-

Korte overwegingen voor de Zieken

DE LAATSTE WOORDEN VAN JEZUS AAN HET KRUIS. I

Vader vergeef hun want zij weten niet wat zij doen ! Luc. 29, 34.

Het eerste woord, dat Jezus aan het kruis sprak, toont ons eene zijner goddelijk ver-hevenste en edelste en medelij dendste liefde voor zijne vijanden. Gevoeliger en boosaardiger werd toch niemand beleedigd als Jezus, onze Verlosser door de Joden beleedigd werd.—En hoe verdraagt Hij deze ongehoorde beleediging ? Vloekt Hij, verwenscht Hij, klaagt Hij over onrecht, of zwijgt Hij, om zich te bedwingen en daardoor eene minachtende grootmoedigheid te toonen ? O neen, maar Hij spreekt,en watHij zegt, getuigt van den goddelijke edelaardigheid zijne ziel.„Va-der, vergeef hun, want zij weten niet, wat zij

-ocr page 204-

192

doen!quot; Hij bidt voor zijne vijanden en ver-ontsclmldigt hen zelfs.

O christelijke ziel! Ook gij zijt beleedigd geworden! — Vergelijk de beleedigingen, welke u worden aangedaan, met die, welke uwen Jezus werden aangedaan; onderdruk de gramstorigheid uws harten, heb berouw over uw bittere handelwijze tegen uwe vijanden, zie opwaarts naar Golgotha\'s heuvel en leer ware en echte liefde jegens uwe vijanden van uw goddelijken Zaligmaker !

II.

„Als Jezus dan zijne moeder en den discipel, dien hij liefhad, staan zag, sprak hij tot zijne moeder: Vrouwe! zie uw zoon! Daarna sprak hij tot den discipel; zie, uwe moeder! En van die ure nam de discipel haar tot zich.quot; Joan. 19, 26 en 29.

Een roerend tafereel! De heiligste moeder en de geliefde discipel Joannes staan onder het kruis en zien, hoe de goddelijke Zoon en Meester onder oneindig groot lijden en smarten zijn oiferdood volbrengt. En nog stervend denkt Christus aan zijne maag-

-ocr page 205-

193

delijke Moeder, en geeft liaar den geliefd-sten barer discipelen, den maagdelijken Joannes, tot haar verzorger, vertrooster en zoon. Joannes moet nu geheel hare plaats vervullen. Dit is zijn laatste wil en zijn erfenis.

Leer hieruit, o Christen, dat gij vóór uw einde ook nog voor de uwen moet zorgen, stel orde op uwe aardsche zaken, en neem de noodige maatregelen, opdat na uw dood de uwen niet in twist en onzalige rechtsgedingen geraken. Bemin de uwen tot het einde toe, zooals Jezus de zijnen ten einde toe heeft liefgehad.

III.

„Heden nog zult gij met mij in het paradijs zijn.quot; Luc. 23, 43.

Deze kruiswoorden van Jezus, waarmede hij in het laatste oogenblik des levens een moordenaar den hemel en de zaligheid beloofde, bevat alles in zich, wat eene onder den last der zonden neergebogen en verzuchtende ziel de opwekkende hoop op genade en vergeving kan instorten, en het van zijne schuld bewuste hart kan oprichten.

-ocr page 206-

194

Wanneer de avond van mijn aardsclie leven aanbreekt, op welken geen morgen meer zal volgen; wanneer ik met mijne ontbinding strijd, roep ook mij dan genade toe, allergoedste Jezus, troost ook mij dan, gelijk gij den begenadigden medegekruisigde getroost hebt: „Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.quot;

IV.

„Ik heb dorst.quot; Joan. 19, 28.

De Heer des hemels en der aarde hangt tusschen hemel en aarde, verlaten van hemel en aarile. Van zijne kleederen beroofd, met uitgerekte handen en voeten hangt Hij aan het kruis. — Zijn bloed, dat uit dui-zende wonden ter aarde neder vloeide, droogde Hem uit, en als het pijnlijkst gevolg hiervan, gevoelde Hij den folterendsten dorst.

Een krijgsknecht bragt hem lafenis, maar een lafenis van de bitterste soort. Hij vulde een spons met edik, wond dien om een hysopstengel en bracht die aan zijn mond.

Hoeveel beter is de lafenis, welke ik op

-ocr page 207-

195

mijn ziekbed lieb! De mijnen lichten mij op, dragen en verplegen mij op de liefderijkste wijze, en geven mij een verkwikkenden drank. Ach, hoeveel goeds heb ik boven Jezus ten deel!— Dit moge mij in lijd zaamheid sterken, opdat ik met gelatenheid-de overige smarten moge dragen, die mijn lichaam omgeven.

V.

„Mijn God! mijn Grod! waarom hebt gij mij verlaten.quot; Matth. 27, 46.

Ook mijne ziel is beangst en vreest van God verlaten te zijn; maar mijn God roept tot mij: Vrees niet, ik ben bij n. Ik versterk u en help u door mijne rechterhand. quot;Werp uw vertrouwen geheel op mij, want dit verdient eene groote belooning.

Maar ben ik ook, o God, uwe hulp waardig? Heb ik niet door zoovele zonden mij uw welbehagen en bescherming onwaardig gemaakt? Ik zal mij daarmede troosten, dat God barmhartig en genadig is, lankmoedig en van groote goedheid. Gelijk een vader zich over zijne kinderen ontfermt, zoo ont-

-ocr page 208-

196

fermt de Heer zich over degenen, die Hem vreezen en beminnen. quot;Wel is waar schijnt het, o mijn God, dat gij mij verlaten hebt, dewijl ik [zoolang vergeefs tot U ziep,zuchtte en om vergeving bad, zonder dat gij mijn wensch vervuldet. •— Is echter ook mijn uur gekomen ? — Wist ik om wat ik bad? — Ik zal dan met bidden voortgaan, totdat ik genade voor u vind, opdat mijne vreugde volkomen zij. Sta mij dan krachtig bij, o mijn God; versterk mij in mijn angst, opdat ik vast volharde in het geloof; red mij uit mijn nood, zie mijne ellende, ontferm u mijner!

VI.

^Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot; Luk. 23, 46.

Vader, dit lieveliugswoord van Jezus, dat hij altijd gebruikte, en dat hij ons allen in zijn gebed aanbeval hem na te bidden, zegt buitengewoon veel, bijzonderlijk in dezen laatsten uitroep. In den geest der onderworpenste kinderlijkheid roept hij tot God — zijn Vader.

-ocr page 209-

197

Leer daaruit, mijne ziel, wie in uw hoog-sten nood u moet troosten; Grod, — uw vader. Draag zorg, dat gij daar ligt als een gehoorzaam kind, dat vertrouwen in hem kan hebben, en volhard in uwe hoop op Hem. Uw laatste oogenblik op aarde is verbonden met het eerste in de onsterfelijkheid. Waardeer bovenal het geluk uwer ziel en zorg voor de levendige hoop uwer zaligheid in het uur uwer ontbinding. Ach, mocht ook ik in het oogenblik van den dood uitroepen : „Vader, in uwe handen beveel ik mijn geest!quot;

VII.

„Het is volbracht!quot; Joan. 19,-30.

Het is volbracht! — Wat heeft Christus aan het kruis volbracht ? O, hij heeft het verheven ambt van middelaar en Messias, het grootste werk onzer verlossing volbracht, om onze schulden te delgen, onze zonden uit te wisschen 1 Hij volbracht dit alles vrijwillig voor ons, ja Hij werd gedrongen om dit werk der zaligheid, de genaderijke verlossing te volbrengen, door eene oneindige liefde j egens ons.

-ocr page 210-

198

Ach, moclitookik eenmaal mijn stervenden Verlosser kunnen nazeggen: Het is volbrackt! Greve God dat zijne stem mij niet veeleer versckrikke, wanneer ik gereed zal zijn met ket dagwerk, dat de Heer mij opdroeg 1 — O mijn Grod, geef mij de genade, daf ik mijn leven zalig eindige, en deel neme aan den dood des Verlossers. Geef dat ik ook mijne ziel eenmaal in uwe tanden mogen geven, en met Jezus roepen. Het is volbrackt!

-ocr page 211-

STICHTENDE VOORBEELDEN VOOR ZIEKEN. 1 UIT DE HEILIGE SCHUIFT.

ABRAHAM.

Op Gods woord verliet hij zijn land en ging naar den vreemde, zonder gehoor te geven aan de stem van zijne zinnen of van zijn verstand, in tegenspraak met Gods bekenden wil.

Later offerde hij bereidwillig zijn zoon aan zijn God op, zonder gehoor te geven aan den tegenzin zijns harten.

En juist daarin bestond zijne grootheid, dat de bekende wil Gods voor hem van meer gewicht was, dan de eischen zijner zinnen, zijns harten en zijner rede.

Abrahams God is ook mijn God. Ook ik wil derhalve mijne zinnen niet tegen Gods wil volgen; gehoorzaam en onderworpen wil ik zijn in elk offer dat God van mij verlangt.

-ocr page 212-

200

JOSEPH VAN EGrUPTE.

Hij kwam door lijden tot vreugde, door slavernij tot heerschappij , door onderdrukking tot grootheid, door de gevangenis op den troon. — Zijn God verliet hem niet in den put en evenmin in den kerker.

En Joseph\'s God is ook mijn God. Met Joseph zal ik daarom op dezen eeuwigen God vertrouwen, die uit al het kwade goed doet geboren worden; en ik zal doorlijden tot vreugde komen, even als Joseph.

DAVID.

Toen David zich onder den druk van het lijden bevond, riep hij tot den Heer, en de Heer verhoorde zijn smeeken en zond hem hulp in den nood. — Als zijne zonden hem verontrustten, riep hij om genade tot den Heer, en de Heer ontfermde zich over hem, en hielp hem uit de boeien der zonde.

En David\'s God is ook mijn God. — Bidden wij derhalve, gelijk David, en God zal mij redden uit al mijn lijden en zuiveren

-ocr page 213-

201

van al mijne zonden, gelijk hij David gered en gereinigd heeft.

E ZE C Hl AS.

Hij werd ziek, en de profeet zeide tot hem ; „De Heer sprak : stel orde op uw huis, want gij moet sterven.quot; Toen keerde de koning zijn aangezicht tegen den muur en bad: „Heer gedenk, dat ik oprecht voor u gewandeld en uw wil vervuld heb.quot; — Zoo bad de zieke en weende.

Ook de vrome mensch wordt door eene huivering aangetast, als hem de dood wordt aangekondigd. Want ook de godvreezende blijft mensch, en de dood is schrikwekkend voor de zinnelijke natuur.

Maar dewijl de vrome vroom is, keert hij zich tot zijn God en durft om levensbehoud bidden.—Wel hem, die kan zeggen, ik heb oprecht voor u gewandeld en uw wil gedaan!

Ook ik wil oprecht voor God wandelen en zijn wil volbrengen, opdat ik eenmaal de aankondiging van den dood met stand-vastigen moed aanhooren en mij met ver-

-ocr page 214-

202

trouwen tot den Heer des levens kunne wenden, biddende: „Heer, gij weet dat ik opreckt voor u gewandeld heb.quot;

JEZUS CHRISTUS.

Hij bad in Gethsemane en werd gesterkt; Hij bad aan het kruis, en biddende eindigde Hij zijn leven.

Dit voorbeeld van Jezus moet mij heilig zijn. Ik zal bidden gelijk Jezus, om te kunnen lijden gelijk Hij; ik wil lijden gelijk Jezus, om mijn leven te kunnen eindigen als hij.

DE ZIEKE IN HET BAD.

Hij was acht en dertig jaar ziek en vond gedurende dien langen tijd geen hulp. Wat hem echter in acht en dertig jaren niet gebeurd was, bracht hem een enkel oogen-blik, het eenvoudig woord van Jezus : Sta op. En hij werd op de plaats zelve gezond, nam zijn bed en ging heen.

Jezus Christus! Is zijn arm verkort of verlamd? — Oneen! Geen van beide — Hij

-ocr page 215-

203

die geholpen heeft, kan wederom helpen.

Help mij dan, Almachtige! Geef mij naar uwen wil gezondheid, of kracht om te lijden — of verlos mij voor altijd van alle kwalen.

DE APOSTELEN.

Hun lot op aarde was; lijden ter wille van Jezus—slagen, vervolging, hoon, gevangenis, geeseling, dood. Wat zij echter lijden moesten, leden zij met groote vreugde, dewijl zij waardig geacht werden, om Jezus door hun lijden te verheerlijken. En wat zij geleden hebben, lijden zij niet meer, zij zijn bij hun Heer en genieten eeuwig de zalige vruchten van hun geduld.

Dat is ook mijn lot —lijden. Ook ik kan door geduld Jezus Christus verheerlijken — Ook mijn geduld zal aan de zijde mijns Heeren mij met zijne discipelen eeuwig verblijden, wanneer ik met hen om Jezus\' wil lijd.

14

-ocr page 216-

204

Het verhevenste voorbeeld

van alle deugden is Jezus Christus, stervend aan het kruis. Van het kruis af predikte hij ons onderworpenheid aan God, vergevingsgezindheid, menschenliefde, geduld.

2. UIT DE GESCHIEDENIS DER HEILIGEN.

DE H. TERESIA.

Teresia geeft ons een heerlijk voorbeeld in ons lijden. Zij was veertig jaren onophoudelijk ziek, zij leed aan jicht, was verlamd, had uit hoofde van eene maagkwaal een weerzin tegen alle spijzen; krampen en een vijf jaren aanhoudende koorts verwoestten al hare krachten. Daarbij veroorzaakte de zorg voor hare kloosters haar eene buitengewone inspanning. Maar haar geduld was onuitputtelijk; zelfs kon het niet door naamlooze smarten worden overwonnen. Ja, zij had ook zulk eene liefde en verlangen naar lijden, dat haar kernspreuk was; „Heer, lijden ot sterven!quot;

-ocr page 217-

205

DE H. ALOYSIUS VAN GONZAGA.

Deze onsclmldige jongeling leefde en stierf in den geest van boetvaardigheid.

Zijn geheel leven was de schoonste voorbereiding tot een zaligen dood. Hij sprak steeds met genoegen over bet sterven, dewijl hij geen ander verlangen had dan het bezit van het hoogste goed in den hemel. Toen hij door de verpleging van zieken zelf door eene besmettelijke ziekte werd aangetast, twijfelde hij er niet aan of hij moest sterven, en dit veroorzaakte hem groote vreugde. Spoedig ontving hij de heilige Sacramenten en gaf gedurende de drie maanden zijner ziekte de schoonste voorbeelden van allerlei oefening van deugd. Zijne grootste zorg was, niets van het smartelijke zijner ziekte en het bittere en onaangename der geneesmiddelen te verliezen. Toen een geestelijke hem zeide, dat hij niet langer dan acht dagen zou leven, werd hij geheel verrukt van vreugde. Zoo groot was zijn verlangen om met Christus ver-eenigd te zijn! Steeds had hij het oog op het kruisbeeld gevestigd, en gedurende de

-ocr page 218-

206

drie laatste dagen zijner ziekte hield hij het voortdurend aan zijn borst gedrukt. Zoolang zijne lippen zich konden bewegen, bad hij; de zeven boetspalmen waren zijn liefste gebed. De naam Jezus was zijn laatste woord.

DE HEILIGE ELISABETH,.LANDGRAVIN VAN THUEINGEN EN HESSEN.

Een verheven voorbeeld van geduld en vrome onderwerping is voor ons de heilige Elisabeth. Ofschoon, na het verlies van haren gemaal en hare landen, een onuitsprekelijk lijden, zelfs de uiterste armoede, over haar gekomen was, verdroeg zij alles met een stilzwijgend geduld en met onoverwinbare sterkte van gemoed. Toen Christus haar eindelijk hare aanstaande ontbinding bekendmaakte, was zij met groote vreugde vervuld. Kort na deze openbaring overviel haar een heete koorts, die het einde van haar leven zou veroorzaken. Gedurende de smartvolle ziekte bleef zij steeds gelaten, en onderworpen aan God, en zij bad onophoudelijk. Nadat zij de

-ocr page 219-

201

heilige Sacramenten had ontvangen, vloeiden uit haar hart en over hare lippen de vurigste gebeden en hemelsche woorden. Eindelijk sprak zij : „O Maria, kom mij te hulp! — Het oogenblik nadert.quot; Bij deze woorden vlood hare schoone ziel ten hemel» om nu eeuwig de vreugden der engelen en der heiligen te deelen.

DE HEILIGE AUGUSTINUS.

Na zijne genaderijke bekeering heeft Augustinus, de geleerdste en de vroomste bisschop van zijn tijd , vele jaren onder de gestrengste boetpleging zijn God gediend. Eindelijk, in het twee en zeventigste jaar zijns levens, werd hij door eene hevige koorts overvallen, die hem ook ten grave bracht. In zijne ziekte liet hij dicht bij zijn bed de zeven boetspalmen aan den muur plaatsen, en hij bad die, in geest van nederigheid en van vermorseling des harten, dikwijls onder overvloedige tranen. En opdat niemand hem in zijne godvruchtige oefeningen zou storen , verbood hij , gedurende den tijd des gebeds, iemand in zijne

-ocr page 220-

208

kamer te laten. Zoo bracht hij zijne laatste levensdagen uitsluitend en bij zijn volle verstand in het gebed en in heilige overweging tot aan het einde door. Deze groote heilige heeft ons daardoor een opwekkend voorbeeld gegeven , dat wij in onze ziekten en bijzonder bij het naderen van den dood, onzen tijd niet met ij dele beslommeringen en wereldsche gesprekken moeten verliezen, ma.xr ons met God alleen en ons zieleheil bezighouden, en daarom alle personen van ons verwijderd houden, welke ons in die gewichtige bezigheid hinderlijk zijn.

DE HEILIGE LIDUINA.

Deze gelukzalige Maagd, die in 1380 te Schiedam geboren werd en daar op den 14 April 1433 stierf, bracht de dertig jaren van haar leven door, zonder het bed te verlaten. Gedurende zeven jaren kon zij geen ander harer ledematen dan het hoofd en den linkerarm bewegen. Gedurende de drie of vier eerste jaren harer ziekte was haar strijd tegen de gevoeligheid der natuur zieer groot. Op aanraden van haar biecht-

-ocr page 221-

209

vader, die zeer getroffen was door haar lijden, overwoog zij dikwijls het lijden van onzen Heer Jezus Christus. Zij kreeg zooveel smaak in deze heilige oefening, dat zij zich daarmede nacht en dag bezig hield. Zij vond dan ook in haar lijden niets dan zoetheid en vertroosting, en, wel verre van daarvan bevrijd te willen worden, bad zij God, het hoe langer zoo meer te willen vermeerderen, mits haar tegelijk de genade mocht worden geschonken, om met geduld te lijden.

De heilige Liduina maakte ook een heilig gebruik van de inwendige beproevingen, welke God haar toezond. Ten tijde van den strijd^ versterkte zij zich door het gebed en vooral door de goddelijke Eucharistie.

Zoeken wij met de heilige Liduina onze kracht in de overweging van Christus\' smartvol lijden, in het godvruchtig ontvangen der heilige Sacramenten. Kunnen wij wellicht in ons lijden die zoetheid en dien troost niet vinden, welke het deel van onze heilige landgenoote was, dragen wij ten minste met gelatenheid en onderwer-

-ocr page 222-

210

ping al de ziekten en wederwaardigheden, welke ket God bekaagt ons toe te zenden.

Dan zal ook ons de belooning niet ontgaan, beloofd aan al degenen die als ware leerlingen van ket kruis geleden zullen kebben.

DE H. FEANCISCUS VAN SALES.

„Nooitquot;, sprak deze keilige in zijne ziekte, „keb ik een anderen wil gehad dan den wil Gods; Hij is de Heer, en mag met mij handelen naar zijn welgevallen.quot; Toen zijne ziekte in gevaarlijkheid toenam,ontving kij de keilige Sacramenten met zoo innige godsvruckt, dat als de omstanders daarover verstomd waren. Hij bad de kerkelijke gebeden met eene zwakke stem na, en gaf door elke verzuckting die kij slaakte, zijne onderwerping aan Gods wil te kennen en ket vurig verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn. In \'t algemeen was zijn ziekbed de sckool van een ckris-telijken en heiligen dood. Nooit koorde men een klaekt uit zijn mond. Sleckts de ver-zucktingen, welke kij niet kon bedwingen

-ocr page 223-

211

en de tranen, die liem met geweld in de oogen kwamen, verrieden wat hij leed. Eindelijk, na een onuitsprekelijk lijden, dat met een afgebroken gebed gepaard ging, verloor hij de spraak. Men zag hem nog slechts zijne lippen bewegen en de oogen nu en dan ten hemel slaan. Men bad vooi hem de gewone aanbeveling der ziel met de litanie van al de Heiligen. Bij de woorden : „Al de heilige onnoozele kinderen, bidt voor hem,quot; opende hij nogmaals de oogen en gaf zijne heilige ziel in Gods handen.

O mocht ook ons einde gelijk zijn aan het uiteinde van dezen heilige !

DE HEILIGE VADER EEANCISCUS VAN ASSISIË.

De groote stichter der Minderbroedersorde bracht de twee laatste jaren zijns levens steeds in ziekte en smarten door. In dezen toestand hoorde men hem dikwijls zeggen, dat de gevöeligste slagen van Gods hand de liefderijkste bewijzen zijn van zijne barmhartigheid jegens ons. Toen zijne ziekte gevaarlijk werd, bad men hem zich aan de

-ocr page 224-

212

handen van bekwame geneesheeren toe te vertrouwen, en liij deed met veel eenvoudigheid wat men van hem verlangde, maar zonder goed gevolg. Hoe groot intusschen zijne smarten waren, hield hij toch niet op met bidden, en zijne oogen vergoten steeds tranen der zuiverste liefde. Toen men hem aanspoorde, om God te bidden, dat zijn lijden mocht gelenigd worden, stond hij ondanks zijne groote zwakheid op, wierp zich ter aarde neder en bad tot God: „Ik dank U, o Heer, voor de smarten, die ik lijd; mocht ik toch duizendmaal meer lijden, als het uw heilige wil is! Het zal mij verheugen te zien, dat Gij dit ellendig lichaam zonder verschooning slaat; welken zoeteren troost toch kan ik hebben als het geluk van te weten,dat uw heilige wil geschiedt.quot;— Gedurende zijn hevigsten doodstrijd zong hij onophoudelijk Gods lof en zeide tot zijn medebroeder Elias, die meende dat zijn heilige Vader al te opgeruimd was, dat hij niet anders doen kon, daar hij wist dat hij nu spoedig bij God zou zijn.

-ocr page 225-

213

DE HEILIGE ELDRIDA.

Eldrida, eene heilige Koningin van Engeland, had tegen het einde van haar leven, een groot gezwel onder de kin gekregen. Als dit haar zeer veel pijn deed, was zij gewoon te zeggen; „Ik heb deze smarten wel verdiend, daar ik in mijne jeugd dikwijls overtollig met halssieraden gepronkt heb en om die reden bezoekt God mij vaderlijk op deze aarde, om in het andere leven andere straffen te ontgaan.quot; Daaróm zegt de heilige Augustinus ook; „Brand hier, snijd hier, straf hier; maar spaar mij in de eeuwigheid!quot; —- Ja, het is eene groote genade en weldaad van God, hier te lijden en voor de zonden te boeten, om in de eeuwigheid gespaard te blijven.

-ocr page 226-

BOETGEDAGHTEN IN DAGEN VAN ZIEKTEN, i.

Groote God! Ik, die stof en ascli ben, val voor uwe voeten neder. — Verwerp mij niet van uw aanschijn, zie genadig neder op de tranen, die de weemoed mijns harten mij doet storten! —Ik ben immers het werk uwer handen, o mijn Schepper, red daarom mijne ziel, en geef kracht aan mijn geest, opdat hij alles kunne overwinnen, wat tot hier toe in mij tegen U gestreden heeft 1 Gij kent mijn nood; laat ik in mijne ellende niet te vergeefs tot U bidden!— Gij weet hoe zwak ik ben, en gij ziet mijne fouten. — O ik gevoel mijne groote schuld. Vraagt gij rekenschap over mijne gedachten, woorden en werken, hoe zal ik voor U bestaan? Ontelbaar zijn de zonden, welke ik heb begaan; ik moet bekennen, dat ik niet waardig ben, uw schepsel genoemd te worden. — Maar hoe zou ik

-ocr page 227-

215

onder liet harde juk der zonden kunnen blijven, daar mijn verstand en mijn geloof mij aansporen, om tot U, mijn God, terug te keeren! —

Zoo snel ik dan tot U, mijn Verlosser, die mij tot den dood toe bemind hebt. Uwe oneindige liefde tot mij spoort mij aan, om bij U hulp en ontferming te zoeken. — Ach, ontneem mij aan mij zeiven en geef mij geheel en al aan U; leer mij, hoe ik mij zeiven moet kennen; doof de liefde tot de wereld in mij uit en ontvlam die alleen in uwe liefde! — Uwe wonden, welke Gij uit liefde tot mij hebt ontvangen, verkondigen uwe overgroote barmhartigheid. Daarom houd ik mij aan u vast. Verzoen mij met U, o God 1 ontferm u mijner! Al ben ik ook vol zonden en ongerechtigheid, ik breng U een vermolmd hart en een ootmoedigen geest ten offer, en dit offer zult Gij niet versmaden. Alleen U zal ik voortaan in het oog houden, U alleen dienen, U alleen liefhebben ;U wil ik eeuwig toebehooren.

II.

Drieëenige God, Gij, die de ganscbe wereld regeert en voor wiens alziend oog niets

-ocr page 228-

216

kan verborgen worden, gij die de beste herder nwer goede schapen zijt en elk afgedoold schaap totnwe kudde wilt terug brengen, ontferm u mijner en red mijne ziel, opdat uw kostbaar bloed voor mij niet verloren ga! — Wel moet ik bekennen, dat ik uwe stem versmaad en de wegen der zonden bewandeld heb; maar ik zie nu duidelijk in, hoezeer ik gefaald heb. Mijne schuld drukt zwaar op mij. — Aanschouw mij met de oogen uwer genade, die den rouwmoedigen Petrus vergiffenis geschonken hebben, toen hij U in zijne zwakheid verloochend had! — Men den rouwmoedigen moordenaar aan het kruis smeek ik om barmhartigheid, en vast vertrouw ik, dat Gij ook mij niet zult verstoeten, ook mij genade zult schenken. Gij wilt immers den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve.

Uw kruis, al uwe martelingen en smarten, ja elke bloeddruppel, die uit uwe wonden vloeit, roept tot mij: „Ach, hoe kunt gij zoo hardvochtig zijn, terwijl mijn lichaam voor u gewond en geslagen is! Gelooft gij aan mijn lijden, haast u dan boetvaardig-

-ocr page 229-

217

heid te doen: kom, nu het nog de tijd der genade voor u is, opdat gij vergiffenis moogt verkrijgen!quot;

O Jezus! Zie, ik kom tot U ; met Mag-dalena werp ik mij voor uwe voeten neder en bid U aan als mijn God en Verlosser. Boetetranen moeten uit mijne oogen stroomen, want mijne zonden smarten mij meer dan de dood. Bij u zoek ik barmhartigheid, en Grij zult die, volgens uw woord schenken. — Als de grootheid mijner zonden en uw oordeel mij schrik aanjaagt, dan moedigt de grootheid uwer barmhartigheid en uwe eeuwige liefde voor mij mij nog aan en zij beuren mij op. — Op uwe liefde zal ik het oog gevestigd houden, en tot u terugkee-ren; aan u wil ik mij vasthechten en u niet loslaten, totdat gij mij gezegend en met woorden vol van genade gesproken hebt: „Wees getroost, uwe zonden zijn u vergeven!quot;

-ocr page 230-

DndecncEliiigen en oertroostingen ooor sieren.

I. DE ZIEKTEN ZIJN VADERLIJKE TUCHTROEDEN.

Onder het lijden van allerhanden aard, dat liet menschdom drukt, is niet het geringste en het minste de verschillende ziekten, met welke de lieve God de zijnen bezoekt. Het wordt algemeen geloofd, dat God ons ziekten overzendt of ze ook toelaat, maar altijd tot ons hestewil. Zeer dikwijls zijn ze in zijne hand tuchtroeden, waarmede Hij onze overtredingen straft en ons voor den hemel opvoedt. Dit is de leer van den heiligen apostel Paulus, die zelf vele wederwaardigheden leed, en dus spreekt: „Mijn Zoon, acht de tuchtiging des He eren niet gering, en wordt niet moedeloos, wanneer gij door Hem gestraft wordt. Hij slaat ieder kind, dat hij aanneemt.Wees lijdzaam onder de tuchtiging: God handelt met u als met kinderen, want

-ocr page 231-

219

welke vader kastijdt zijn kind niet?Wanneer gij niet gekastijd werdt.. . waart gij geen kinderen. Onze lichamelijke vaders hebben ons gekastijd en wij bewezen hun eerbied : Zouden wij ons niet veeleer aan den Vader der geesten onderwerpen, opdat wij mogen leven ? Gene tuchtigden ons slechts een korten tijd naar hun goeddunken ; maar deze kastijdt ons voor datgene wat nuttig is om onze heiliging te verkrijgen,quot; Hebr. 12,5—11. De roede waarmede een vader zijn kind kastijdt, doet wel is waar pijn, maar de smart welke hij veroorzaakt, verbetert allerlei gebreken en fouten, welke het ongelukkig zouden maken. Wij hebben vele gebreken en begaan veel kwaad met onze ledematen. Het lichaam is in het algemeen de oven, waarin de booze vijand het vuur der meeste bekoringen aanstookt; het is het veld, waarop hij zijne netten legt om onze ziel te vangen. En de ziel is zeer dikwijls eene slavin des vleesches, zij misbruikt de ledematen van het lichaam om God tè be-leedigen, en begaat daarmede vele zonden, welke haar in het verderf zouden storten. Nu komt de lieve God gelijk een goede vader

15

-ocr page 232-

220

-

met zijne roede, die hij uit allerlei smarten en leed lieeft samengesteld, en hij kastijdt het lichaam, om de ziel te redden uit de boeien die zij zich had laten aanleggen.

De ondeugende kinderen meenen, wanneer zij de roede moeten gevoelen, dat de vader het kwaad met hen meent, zij weenen daarover weeklagen en worden toornig, omdat zij niet inzien hoe goed de vader het meent, dat hij zijne roede gebruikt. Maar als zij grooter en verstandiger worden, bedanken zij den vader voor zijne welmeenende kastij -ding.

Als Gods ons met smartelijke ziekten bezoekt, doen wij dikwijls niet beter dan de kinderen. Wij klagen, jammeren, morren en barsten in ongeduldige taal los, en denken er volstrekt niet aan , dat het Gods vaderhand is, die ons tuchtigt, en zien niet in, hoe goed God het met ons meent. Wij gevoelen wel, dat wij het kwaad door ons gedaan, moeten boeten; wij gevoelen, dat we straf verdiend hebben en zeggen zelfs in ons binnenste hoe zal het eenmaal met mij gaan voor den gestrengen rechterstoel Gods , welke straf zal mij daar wachten ?quot;

-ocr page 233-

221

Maar boete willen wij zelf niet doen, ons zeiven tuchtigen, dat willen wij niet; wij gevoelen ons daartoe veel te zwak. Daar wij het nu niet doen, doet G-od het uit medelijden met ons. Eij zendt ons een ongeluk, een ramp, eene ziekte over, en wil ons daardoor de gelegenheid geven, om eenigermate te hoeten wat wij misdaan hebben. Blijven wij onder de tuchtiging in den waren geest van boete, in alle lijdzaamheid, ootmoedigheid en onderworpenheid, dan zal dit ons ten dage der vergelding tot grooten troost strekken.

Voorieeld. Toen koning David groote zonden beging, zond God hem veel kommer, leed en smart. Hij nu boog zich onder de hand des Heeren, nam de kastijding gaarne nit Grods hand aan, en sprak : „Uwe roede en uw stok hebben mij getroost.quot;

Grentillezza, eene voorname romeinsche vrouw, was trotsch en ijdel over hare schoonheid, en bijzonder overgeleverd aan de vermaken der wereld en den opschik. Zij verwaarloosde hare plichten jegens haar man

-ocr page 234-

222

en hare kinderen, en gaf zicli zorgeloos aan uitspanningen over. De heilige Erancisca had medelijden met haar toestand, en zocht haar door liefdevolle vermaningen op den beteren weg te brengen. Maar de lichtzinnige vrouw lachte met de goede woorden, en spotte met de vermaningen. Francisca bad voor haar, en zeide haar op \'zekeren dagGij lacht met mijne vermaningen en die van uw biechtvader: maar dra zult gij zien, dat men niet ongestraft de macht van den Heer der wereld kan weerstaan.quot; Kort daarop deed Gentillezza een zwaren val op de trap van het paleis. Hare bedienden richtten haar halfdood op; zij had haar neus gebroken en hare lippen gespleten. De geneesheeren verklaarden dat haar toestand hopeloos was. In dit vreeselijk oogen-blik dacht zij alleen aan het verlies van hare schoonheid, niet aan dat van [hare ziel. Toen kwam de heilige Francisca aan haar bed , om haar te troosten en bij te staan. Met alle goedheid, maar ook met allen ernst hield zij aan de zieke haar vroeger gedrag voor, verklaarde haar, dat deze gebeurtenis eene straf was, welke God

-ocr page 235-

223

haar in zijne vaderlijke barmhartigheid had overgezonden, om haar van de wegen des verderfs terug te brengen, en maande haar tot berouw en boete aan. Toen keerde Gen-tillezza in zich zelve, erkende het gevaar waarin hare ziel verkeerde, en overtuigde zich, dat Grod haar gekastijd en dat zij nog grootere straffen verdiend had. Met onderwerping verdroeg zij de smarten der ziekte, en toen zij weder gezond werd, was zij eene der godvruchtigste, voorbeeldigste vrouwen van Rome.

Een man die zijn grooten rijkdom slechts misbruikte tot groote drinkgelagen, tot weelde en overvloed, werd gevaarlijk ziek. Zijne bloedverwanten bevalen hem aan in het gebed van den heiligen bisschop van Geneve, Franciscus van Sales. Deze liet hem zeggen, dat hij mocht vertrouwen dat deze ziekte niet tot den dood, maar tot Gods eer zou zijn, dat hij evenwel in de toekomst zijn leven moest beteren, opdat hem niet nog iets ergers zou overkomen.quot; Inderdaad, de zieke werd tegen alle ver-

-ocr page 236-

224

wachting gezond. Zoodra hij genezen was, begaf hij zich naar de kerk, om God daarvoor te bedanken, en vervolgens naar den heiligen bisschop om ook hem voor zijn gebed dank te zegden. Deze sprak zeer vriendelijk tot hem: „Zie, dikwijls overkomen ons dergelijke rampen door de goddelijke rechtvaardigheid, welke door zijne barmhartigheid verzocht wordt, opdat wij, die niet vrijwillig boete voor onze zonden willen doen, die op zulke wijze door den nood gedrongen, plegen. Gelukzalig hij, die ze dan weet ze benuttigen en van den nood eene deugd te maken! Niet aan allen laat God deze genade wedervaren; niet aan allen openbaart hij zijne straffen met zulke goedheid. Bedank Hem daarvoor, dat zijne roede u zoo vaderlijk kastijdde. Het is u goed, dat gij een weinig vernederd werd; het diende daartoe, dat gij zijne rechtvaardige radsbesluiten zoudt kennen en leeren aanbidden.

Een zeer zieke broeder verzocht eens aan dan heiligen Patriark Joannes, dat

-ocr page 237-

225

liij hein zou bevrijden van zijne ziekte en van eene hevige koorts. Maar de heilige gaf hem ten antwoord ; „Grij verlangt eene zaak weg te werpen, die noodig is. Want gelijk men de lichamen met loog of andere dergelijke zalven van vlekken reinigt, zoo worden de zielen door ziekten en andere dergelijke straffen gereinigd.quot;

2. ZIEKTEN ZIJN EEN TEEKEN VAN GQDS LIEFDE.

De heiligen hebben het lijden en de wederwaardigheden steeds met vreugde uit Gods hand aangenomen, ja zelfs daarnaar verlangd. Wanneer zij niets te lijden Lad-den, waren zij bedroefd, en geloofden dat God hen vergeten had. Zij hielden lijden, smarten, rampen voor een teeken van Gods liefde, en hadden daarin volkomen gelijk.— Gedurende zijn leven op aarde was onzen goddelijken Verlosser het liefste de armoede, de verachting, het lijden en het kruis.,— Toen men Hem het kruis op de schouders legde, kuste en omhelsde Hij het. — Het is echter zeker een teeken van innige liefde wanneer een mensch zijnen medemensch

-ocr page 238-

226

mededeelt van het liefste wat hij bezit. Evenzoo moet het een teeken der liefde zijn, wanneer Jezus zijn lijden en zijne smarten met ons deelt, èn ons zoo laat deelnemen aan datgene wat hem het liefste was. Het is een teeken van toegenegenheid en liefde wanneer men een vriend uitzijn beker laat drinken. Wanneer de gekruisigde Jezus iemand uit zijn bitteren kelk laat drinken, dan moet dit een teeken der liefde zijn.

Voorbedden. Toen de zalige Margaretha Alacoque, van de orde der Visitatie, eens eene geestelijke lezing deed, verscheen de Heer haar en zeide ; ,.Ik zal u in het boek des levens laten lezen, waarin de wetenschap der liefde vervat is. Hierop toonde Hij haar zijn heilig enter wille onzer zaligheid doorboord Hart, waarin zij de woorden «ag: „Mijne liefde heerscht in het lijden, zij zegeviert in de ootmoedigheid, zij geniet in de eenheid.quot; —

Een anderen keer, toen zij onzen Heer die aan het kruis genageld werd, in het gebed beschouwde, ondervond zij een groot verlangen, om naar zijn voorbeeld te lijden. Toen scheen het alsof de Heer

-ocr page 239-

227

haar zijn kruis gaf, en haar zeide: „neem mijne dochter, het kruis dat ik u geef, en plant het in uw hart; heb het steeds voor oogen, draag het in uwe armen.

quot;Weder een andermaal verscheen ten tijde der heilige Communie de heilige Hostie haar schitterend als de zon, zoodat zij dien glans bijna niet kon verdragen. Midden in dit licht zag zij onzen Heer, die eene doorne-kroon in de hand hield, deze op haar hoofd plaatste en sprakMijne dochter, neem deze kroon als voorteeken dergene, die ik u weldra, ter gelijkvormigheid met mij, zal geven.quot; De voorzegging werd vervuld; driemaal kwetste zij haar hoofd op de smartelijkste wijze, en de smarten daarvan bleven haar bij gedurende haar geheele leven. Zij noemde deze smarten „liefdegaven Gods,quot; en kon geen woorden genoeg vinden, om haren goddelijken bruidegom daarvoor te danken.

Op zekeren dag toonde de Heer haar twee schilderijen ; de eene stelde het gelukkigste leven voor vol vrede, troost en vreugde, de andere een leven vol smaad ; en verachting, vol aanhoudend lijden naar

-ocr page 240-

228

licliaam en ziel. —Kies, mijne docliter, sprak Hij tot haar, wat u het meeste behaagt; ik zal u, in welk van beide gij moogt kiezen dezelfde genaden verleenen. — Maar Margaretha liet de keus aan den Heer over. Daarna overhandigde Hij haar de afbeelding der kruisiging en sprak; „Zie, dit heb ik voor u gekozen, en dit behaagt mij het meest; want het beantwoordt aan mijne heilige inzichten om u aan mij gelijkvormig te maken, dat wil zeggen, om U aan mijn heilig kruis te laten deelnemen.quot;

De heilige Gertrudis, die voortdurend zie k was, offerde eens aan den Heer, gelijk zij dit gewoonlijk deed, haar lijden en hare vreugden op, welke haar geheel geweigerd waren. Daarop verscheen de haar Heer en droeg twee ringen, met edelgesteenten versierd, aan beide handen. Deze beide ringen beteekenden het offer van has-r lijden en hare troosteloosheid. Met den ring van de linkerhand bestreek hij haar linkerzij, en weldra gevoelde zij zulke lichamelijke smarten , dat zij hare gezondheid nooit meer herkreeg.

-ocr page 241-

229

Zij erkende nu , dat, gelijk de ring een teeken van verloving is, evenzoo de lichamelijke en geestelijke wederwaardigheden een waar teeken der goddelijke uitverkiezing en eveneens eene geestelijke verloving van de ziel met Grod zijn.

Dezelfde heilige verhaalt, dat de Heer eens eene Hem dierbare ziel met vele smarten en lijden bezocht en tot haar de volgende troostvolle woorden sprak; „Mijne geliefde dochter, als ik n omhels, dan druk ik u aan de linkerzijde van mijne gewonde borst, en dit is een teeken dat gij dicht bij mijn hart zijt.quot; Hij wilde haar daarmede zeggen, dat Hij haar de smarten uit liefde overzond en haar daardoor als het ware aan zijn heilig Hart drukte, dat zooveel smarten leed.

Tot de zalige Baptista, van de Orde van den heiligen Franciscus, sprak de Zaligmaker eens: Gedenk, dat ik u een grooter teeken mijner liefde gegeven heb, toen ik u sloeg, dan toen ik u in mijne zoetste

-ocr page 242-

230

armen droeg. Het is eene groote genade niet te zondigen; eene grootere: „goed te doen; de grootste: rampen te lijden.quot;

De zalige JVIargaretha Alacoqne was geen oogenblik zonder lijden, nocL. zonder in- of uitwendige smarten. En toch was zij daarbij altijd vol vreugde, dewijl zij die voor loutere genaden Gods bield. De ontboezeming barer dankbetuigingen voor dit lijden stelde zij op scbrift en ze luidden aldus; „Waarmede zal ik U al het goed vergelden mijn God, dat uwe goedheid mij bewijst? Hoe bovenmate groot is deze goedheid jegens mij, dat gij mij deel geeft aan dezelfde spijzen waarmede gij uwe heiligen versterkt! Ach, zonder het kruis en de goddelijke Sacramenten zou ik niet kunnen leven! Ik verlang geen vermindering van mijn lijden. Wat kan ik grooters verlangen dan eene volkomene afbeelding van den gekruisigden Jezus te worden?quot;......

De heiligen hielden derhalve smarten en lijden voor een ondei-pand, een teeken J]

-ocr page 243-

231

van Gods liefde jegens ons. Zij hielden het voor eene groote eer, met Christus den koninklijken weg des Kruises te bewandelen, uit zijn kelk te mogen drinken. Even als de wereldsche menschen sidderen en weeklagen wanneer hun lijden treft, klaagden de heiligen en waren vol vrees, wanneer God hen niet van tijd tot tijd met lijden bezocht, daar zij dan meenden dat Hij hen niet liefhad. Neem derhalve uwe ziekten als een onderpand van Gods liefde jegens u aan, en denk dat de heste, liefdevolste Vader ze u toezendt. Kan van dezen goeden Vader wel iets komen, dat niet tot ons bestwil zou strekken?

Voorheelden. De heilige Keizer Hendrik lag in het kasteel Brun aan eene smartelijke ziekte. Hij klaagde daarover niet, maar sprak: ;,God zendt ons ziekten in \'t leven, om ons nederig te doen blijven; wanneer Hij ons laat lijden, is het een teeken dat Hij ons liefheeft.quot;

De zalige Angela van Foligni, van de Derde Orde van den Heiligen Franciscns,

-ocr page 244-

232

die gedurende vele jaren door Grod met de smartelijkste ziekten werd bezocht, placlit te zeggen: „Jezus laat zijne liefste vrienden uit denzelfden kelk drinken, waaruit Hij gedronken heeft, —uit den lijdenskelk!quot; —

De heilige Joannes a Capistrano, Min-derbroeder-Capucijn, sprak eens tot een zieke: „Als ik zeg dat ik mij over uwe ziekte verheug, zal dit u wellicht verwonderen. Moet ik dan over hetgeen God toezendt, treurig zijn? Door ziekte wil Grod ons geduld beproeven, die zijne uitverkorenen altijd slechts slaat, om ze te genezen.quot;

De heilige Augustinus schreef aan een zieke: „Grij hoest en lijdt aan de longen, — gij hebt verscheidene ziekten, — maar dat alles komt van Grod: verwerp de kastijding niet, mijn zoon!quot;

3 ZIEKTEN ZIJN GENEESMIDDELEN DER ZIEL.

Om de Israëlieten over de aanstaande rampen te troosten, riep de profeet Oseas hun toe : „Hij zal ons slaan en genezen.quot; (6,2)

-ocr page 245-

233

Inderdaad zoo doet God wanneer Hij den mensch met welke ramp, met name met eene ziekte bezoekt. Hij slaat hem, om hem genezen; te genezen namelijk van de wonden, die hij door de zonde aan zijne ziel heeft toegebracht. Pans G-regorins zegt, dat de hemelsche geneesheer Jezns voor eenige ondeugden de tegenovergestelde geneesmiddelen voorschrijft, en gelijk de geneesheer de warmte met de konde en de konde met de warmte verdrijft, zoo ook de zonden der menschen bestrijdt. Hij geneest de eene ziekte met de andere, de ziekte der ziel met de ziekte des lichaams, om de ziel van de kwade sappen en het gift te reinigen, waarmede het lichaam haar heeft aangestoken.

Vele menschen komen eerst door smartelijke, langdurige ziekten tot de erkentenis van hun zondigen toestand, en zoeken en. vinden dan genezing bij den hemelschen geneesheer Jezus. Vele zouden steeds ziek van ziel blijven, ja zich zelfs in den eeuwigen dood storten, wanneer de hemelsche geneesheer hun niet ook ongeroepen, de bittere geneesmiddelen der lichamelijke ziekte toediende.

-ocr page 246-

234

Daarom vergelijkt Jezus zich ook bij een geneesheer, wanneer Hij zegt; de gezonden hebben den geneesheer niet noodig, maar zij die ziek zijn.quot; Gelijk nu de geneesheer dikwijls bittere, leelijk smakende geneesmiddelen voorschrijft, en de heelmeester de wonden en verzweringen van den zieke door snijden en branden tracht te genezen, enkel en alleen met het doel om tot genezing te komen, zoo doet ook de hemelsche geneesheer Jezus. Hij zend smarten en lijden, niet om de menschen te kwellen, maar om ze te genezen. Daarom zegt ook de Geest Gods;quot;Eene zware ziekte maak den geest nuchter, dat wil zeggen : brengt de ziel tot nadenken en tot God (Sir. 31,2).

Voorheeldm. De heilige Ignatius van Loyola was in zijne jeugd een dapper soldaat,maar helaas een flauwe christen.Wel is waar nam hij altijd de uiterlijke welvoeglijkheid in acht en bewaarde zich voor grove misslagen, maar de liefde voor de wereld had zich van hem meester gemaakt, hij scheen slechts voor de vermaken der wereld te leven, en eindelijk zou hij van den rechten weg zijn afgedwaald.

-ocr page 247-

235

wanneer de liefde Gods zich niet over hem ontfermd had. Bij de belegering van Pampe-luna werd zijn been verbrijzeld door een kogel. Hij vield in de handen der vijanden, die hem om zijne dapperheid met goedheid behandelden, en hem op het kasteel zijns vaders lieten brengen, opdat hij daar zou genezen worden. Hij moest gedurende langen tijd het bed houden en groote smarten doorstaan. Om die te vegeten en den tijd te verdrijven, verlangde hij boeken te lezen, over liefdegeschiedenissen en andere goede dingen ; maar men vond -ulke boeken in het kasteel niet; daar was niet anders dan het leven van Jezus en van de Heiligen. Men bracht hem het boek. — In den beginne las hij met groote onverschilligheid, maar weldra greep de inhoud hem zoozeer aan, dat hij geheel in de overweging der schoone voorbeelden verdiept werd, die hem daar werden voorgesteld. Hij werd daardoor eindelijk zoo mede-gesleept, dat hij het besluit maakte om de wereld vaarwel te zeggen, en voortaan God den Heer, alleen te dienen. Toen hij genezen was, bracht hij werkelijk zijn voornemen ten uitvoer; hij verliet de wereld, waarin hij

16

-ocr page 248-

236

zooveel en zoo dikwijls geschitterd had, en streefde onophoudelijk^ naar de christelijke volmaaktheid, totdat hij eindelijk heilig stierf.

De zalige Magaretha Alacoque had in hare jengd een groote geneigheid voor vermaken en spelen, en daar zij een vurig gemoed bezat, gaf zij zich daaraan met groote levendigheid over, en vergat daarbij de groote genaden, waarmede de goddelijke Verlosser zich ge-waardigd had haar te begunstigen. Maar Jezus wilde haar hart geheel en al bezitten en genas haar van die kwaal, welke hare nog zuivere ziel dreigde, op tweeërlei wijzen. In de eerste plaats stortte hij over al hare vreugde eene gevoelige bitterheid uit. Als zij speelde of eenig vermaakt genoot, kwelden haar inwendige angsten en verwijten, zoodat al hare vreugde verdween. In de tweede plaats zond hij haar eene zeer smartelijke en langdurige ziekte, waardoor zij vier volle jaren aan het bed gekluisterd werd. Zij kon niet gaan, niet zitten, niet eten, niet slapen, zich te naauwernood bewegen. Zij vermagerde tot vel en vleesch. Eindelijk na

-ocr page 249-

237

een lang lijden deed zij de gelofte, zich. in een klooster geheel en al aan den Heer toe te wijden, en werd daarop plotseling gezond.

De smarten der ziekte, „het lijden dat ons drukt, noodigt ons er toe uit, zegt de heilige Gregorius, om tot God te gaan-,quot; zij maken dat wij God zoeken en ons tot Hem bekeeren. Zoolang de mensch gezond is en niets te lijden heeft, zoolang het eten en het drinken hem smaakt, en de slaap hem verkwikt, zoolang hij het gebruik zijner ledematen en zintuigen heeft, weet hij de weldaden, welke Gods hand hem geeft, niet te waarderen; hij dankt daarom weinig of bijna niet. Velen gaan zelfs zoover dat zij hun Heer en Schepper vergeten, en hunne dagen in aardsche genietingen en een goed leven slijten. De wereld met haar boozen lust, het vleesch met zijn wanordelijk streven, beheerscht hen en zij zouden ongetwijfeld ten slotte in hun eeuwig verderf loopen, indien God zich niet over hen ontfermde. Hij zendt hun wederwaardigheden slaat hen met ziekten, en onttrekt hun datgene waaraan hun hart gehecht is, waarnaar het streeft, waarop zij

-ocr page 250-

238

hun vertrouwen stellen, wat zij misbruiken. Hij kluistert hen aan het ziekbed , ontneemt hun den eetlust, onttrekt hun den slaap en het gebruik hunner ledematen, en toont hun daardoor hunne armzaligheid en zwakheid, doet hen de ijdelheid de wereld en hare lusten inzien en vernedert hen. Langzamerhand gaan hun de oogen open, zij erkennen hun verkeerde leven en nemen hunne toevlucht tot Dengene, die wondt en geneest. Het gaat hun gelijk den keizer Paleologus.

Voorheeld. Deze was zwaar ziek geworden. Alle geneesheeren hadden hunne kunst aan hem beproefd, maar te vergeefs, hij was op het punt van te sterven. Eene iri de geneeskunst ervaren vrouw hoorde dit en maakte aan de keizerin bekend, dat haar gemaal niet eerder gezond zou worden dan wanneer, door middel van natuurlijke warmte, de kwaadaardige vruchten zijns lichaams^ die de oorzaak der ziekte waren, zouden worden opgedroogd. Daarvoor moest men den zieke op allerlei wijze tot toorn en verdriet opwekken, en hem geen rust laten. De keizerin volgde den raad en beval den

-ocr page 251-

239

bedienden des keizers om altijd het tegendeel te doen van hetgeen hij verlangde. De bedienden deden dit. quot;Wanneer de keizer eten verlangde, brachten zij hem een stok, begeerde hij water, dan brachten zij hem licht; wilde hij verbed worden, zij lieten hem liggen; zij gaven hem ook altijd harde en weerbarstige antwoorden, zoodat de keizer, die zich zeiven niet helpen kon, hevig vertoornd en diep bedroefd werd, en dag en nacht niet meer kon rusten. Doch zie, langzamerhand werd de ziektestof verminderd, en de keizer kreeg de gezondheid terug. Nu eerst ontdekte men hem de reden van zijne slechte behandeling ; maar in stede van daarvoor boos te zijn, dankte hij de vrouw die den raad had gegeven, en deed haar rijke geschenken ter hand stellen.

Eene dergelijke geschiedenis verhaalt de godvruchtige Drexelius (1) :

Een rijke vrek, Opimus genaamd, werd aangetast door eene slaapziekte. Toen zijne

(i) Naar Horatius.

-ocr page 252-

240

erfgenamen dit hoorden, snelden zij toe, en namen vaardig bezit van zijne kisten, terwijl anderen hem door hein heen en weder te schudden uit den slaap trachtten te wekken. Maar alles was te vergeefs. Een getrouwe geneesheer, dien het herstel van den zieke ter harte ging, beproefde een eigen middel. Hij liet een tafel voor den zieke plaatsen en daarop geldzakken ledigen en het geld tellen. Daarop schreeuwde hij den zieke hard in het oor : „Opimus, wanneer gij niet op uw geld past, zullen gierige erfgenamen het wegpakken.quot; Nu opende Opimus, door schrik bevangen, de oogen, werd wakker en genas.

Derhalve geleidt de lieve God den mensch op den rechten weg en maakt zijne ziel gezond, door hem de gezondheid te ontnemen, en hem in de plaats te geven wat hij niet wenscht en ontvliedt. Velen willen, door ziekte geslagen, deze waarheid wel is waar niet erkennen. Zij klagen en morren tegen Gods beschikking, ontvlammen in misnoegen en toorn, of worden kleinmoedig en weerbar-

-ocr page 253-

241

stig, gelijk zieken dikwijls onder de liand des geneesheers worden, als hij kun bittere geneesmiddelen voorsckrijft, hun datgene niet veroorlooft, wat zij verlangen, of hunne smarten door pijnlijke pleisters, snijden en branden vermeerdert. Maar de geneesheer laat zich niet van zijn stuk brengen, dewijl hij het waarlijk goed meeDt met den zieke en hem wil genezen. Ook de lieve God handelt zoo, en slaat met de smarten der ziekte, daar Hij het heil onzer ziel liefheeft; Hij verlengt dikwijls den tijd der ziekte, laat de smarten vermeerderen, weigert de hulp, alleen om de mensch eindelijk tot inkeer te brengen en zijne ziel te redden.

Voorheelden. De heer Sch*** was een zeer aanzienlijk inwoner van eene provinciestad en bekleedde verscheidene posten met groote tevredenheid, maar zijn levenswandel was volstrekt niet volgens de voorschriften van het heilig Evangelie. Hij leefde alleèn tot bevrediging van zijne hartstochten. Van het gebed en den godsdienst wilde hij niets

-ocr page 254-

Iquot;

242

weten, de jacht en het spel waren zijne liefste uitspanningen. Hij werd gevaarlijk ziek. Alle middelen werden aangewend om zijn leven te redden; het gelukte de geneeskunst hem te behouden, maar zijne beide voeten bleven verlamd. Na voortdurend in zijn eenzaam vertrek, op liet bed, of in de slaapzaal, begon hij over zijn vorig leven na te denken, en het gevolg was dat hij van ganscher h irte tot God bekeerde. Gebed en geeste gko lezing waren hem nu de aangenaamste bezigheden, en zijne grootste vreugde, dat men hem naar de kerk droeg, waarin hij uren achtereen doorbracht.

Hij stierf eindelijk een stichtenden dood.

De heer N***, een Rijksambtenaar, leefde met zijne vrouw in de slechtste verstandhouding ; hij zag zich eindelijk verplicht zich te laten scheiden, en van haar afgezonderd in eene kleine stad te wonen, waar hij volgens de grondstellingen der verlichte wereld leefde. Daar kreeg hij een beroerte, die hem de rechterhand en voet verlamde. — Nu van de wereld verwijderd, keerde

-ocr page 255-

243

jbij in zich zeiven terug. Hij gevoelde, dat de grondregels welke liij zich gemaakt had, niet in staat waren om zijn lijdenden toestand te verdragen. Daarom keerde hij zich met een oprecht hart tot God, zocht en vond in den heiligen godsdienst zijn troost en zijne kracht, bad veel, was verblijd als een priester hem bezocht, ontving meermalen de heilige Sacramenten, onderwierp zich geheel aan zijn lot en stierf een zeer schoonen dood. Nog voor zijn verscheiden lachte hij, en sliep eindelijk zacht in, gelijk een kind in de armen zijner moeder.

Prinses Amalia van Gallitzin, eene geestvolle vrouw, met en voor alles wat goed, schoon en edel was gloeiend hart, maar daarbij van het Christendom en de katholieke Kerk geheel vervreemd, had ver van God in menschelijke wijsheid en in het genot der wereld hare bevrediging gezocht. Bezoeken bij geestvolle personen, schouwburgen en bals waren hare bezigheid. Maar zoo dikwijls zij zich daarheen begaf, vond zij steeds haar hart ledig en zonder vreugde,

-ocr page 256-

244

zelden sliep zij in zonder te weenen. Toen besloot zij zich van de wereld te verwijderen, alleen voor hare familie te leven, en zich aan de opvoeding van hare kinderen toe te wijden. Maar ook nu vond zij geen volkomen rust Zij wilde op hare eigene wijze gelukkig zijn en niet volgens den geest van Christas wandelen. Toen gebeurde het dat God haar eene zware ziekte toezond. Gedurende drie jaren streed zij met zich zelve een zwaren strijd, totdat zij zich eindelijk in de armen wierp van den goddelijken Verlosser en hemelschen geneesheer. Op den feestdag van den heiligen Augustinus sprak zij eene algemeene biecht, en van dien tijd af zocht zij slechts troost en kracht in den h eiligen godsdienst. Twintig jaren moest zij met vele lichamelijke smarten en met eene pijnlijke droefgeestigheid strijden ; maar zonder troost bij de menschen te zoeken, droeg zij haar kruis den goddelijken Zaligmaker geduldig na. Toen trots alle middelen, hare kwalen niet wilden verminderen, sprak zijHier, waarin God mij geplaatst heeft, wil ik blijven; lijden of sterven.quot; Eindelijk door lijden met Jezus

-ocr page 257-

245

in liefde vereenigd, stierf zij een zachten, heiligen dood in het jaar 1806, den 27 April.

4. DE ZIEKTEN ZIJN TOETSSTEENEN EN VUURPROEVEN DER DEUGD.

De Christen moet zich niet alleen voor elke zonde behoeden en alle moeite en zorg aanwenden om den lieven God niet te beleedigen, maar hij moet ook het goede doen, en met name de schoone deugden beoefenen, welke Jezus ons door zijn voorbeeld voor oogen stelt: de deugd van nederigheid, van zachtmoedigheid, van lijdzaamheid, van gehoorzaamheid, van vertrouwen, van onderwerping aan Gods wil, van vredelievendheid, van moed en vooral van de liefde Gods. Maar zonder strijd geen deugd; eerst in de beproeving vertoont zich de deugd; eerst daar ontwaart men of zij wortel in ons hart heeft geschoten, of het eene ware dan wel eene schijndeugd is.

Daarom zendt God dengenen, die Hij liefheeft, allerlei lijden en wederwaardigheden en bekoringen, om hen te beproeven

-ocr page 258-

\'246

en in de deugd te bevestigen. Wil men zien of een metaal, goud of zilver is, dan wrijft men liet op een harden toetssteen, of men legt liet zelfs in het vuur, en laat het bekoelen en smelten. God wil zien of degenen, die Hem dienen, ook beproefde vrienden zijn, en daarom beproeft Hij hen. „De oven beproeft de vaten des pottenbakkers, en de rampen beproeven deu rechtvaardigequot;, zegt de Wijze Man. (Sir. 27, 6) Gelijk het zilver door het vuur beproefd wordt en het goud in den smeltoven, zoo beproeft de Heer de harten(Spr. 17, 3)quot;. „Heerquot;, roept David uit, „Gij hebt mijn liarr beproefd en het bij nacht bezocht. Gij hebt mij door vuur onderzocht, en geen misdaden in mij gevondenquot; (Ps. 16, 3.) Zulke toetssteenen en vuurproeven zijn dikwijls smartelijke en langdurige ziekten. Ten tijde van rust, vrede, troost en welzijn is het gemakkelijk geduldig, zachtmoedig, nederig, vredelievend enz. te zijn; maar komt lijden over ons, overvallen ons rampen en wederwaardigheden, dan moet het blijken of deze deugden wortel in onze harten hebben gevat; en als dit niet het geval is, dan wordt

-ocr page 259-

247

ons de gelegenheid gegeven om ze te oefe nen, en onze zaligheid te bewerken. Het goud en het zilver wordt in het vuur niet slechts beproefd, maar ook gelouterd ; ook in het lijden worden de deugden niet slechts beproefd, maar ook reiner en degelijker gemaakt. Het lijden, zegt de heilige Thomas van Villanova, openbaart de inwendige verborgene kracht van de deugd des lijdenden rechtvaardige. Het peper en mostaardzaad kan zijn inwendig verborgen kracht niet uitwerken, wanneer het niet gebroken en gemaald is.

Rampen, wederwaardigheden en lijden, waartoe in \'t bijzonder smartelijke ziekten behooren, zijn evenwel niet slechts beproevingen, welke God zendt, maar zij louteren en zuiveren den mensch, gelijk het vuur goud en zilver reinigt en loutert. Het goud en het zilver heeft allerlei onreine deelen, die door het vuur moeten weggebrand worden. Zoo kleven en hangen dikwijls aan de ziel van vrome, goede, deugdzame menschen allerlei gebreken en onvolmaaktheden, die Gods oog mishagen. Daarom zendt God hun lijden en smarten toe, om

-ocr page 260-

248

ze daarvan te zuiveren en in zijn oog welgevallig te maken. Ik zal haar branden, zegt Hij doorzijn profeet Zacharias (13, 9) gelijk het zilver gebrand wordt, en ze reinigen, zooals men het goud loutert;quot; en door Isaïas: (1, 25). „Ik zal mijne hand tegen u wenden, en uwe vlekken zuiver wegsmelten.quot; De wederwaardigheid, de smart ontneemt hun de liefde tot de dingen der wereld en tot zich zeiven, zuivert ze van de ijdelheid, den hoogmoed, van de neigingen tot de vleesclielijke lusten, enz. en brengt ze steeds nader tot God.

Voorheelden. De heilige Vincentius a Paulo was bijna voortdurend ziek. Hevige én aanhoudende koortsen kwelden hem dag en nacht. Aamborstigheid, hoofdpijn, maagpijn pijnigden hem dikwijls ontzettend. Een gezwel aan het been noodzaakte hem met een stok te gaan, en eene pijnlijke oogzioktj benam hem bijna het gezicht. Twee jaren voor zijn dood vormden zich verzweringen aan den voetknok, en hij moest zich van krukken bedienen. Ten laatste moest hij op een leuningstoel blijven zitten

-ocr page 261-

249

en dag en nacht de hevigste smarten verduren, zonder rust of leniging te genieten, zelfs zonder zich te kunnen bewegen. Maar bij al die kwalen hoorde men geen enkele klacht uit zijn mond; hij bleef opgeruimd en vriendelijk tegen iedereen gelijk voorheen. In plaats van zich te keklagen, hoorde men hem zeer dikwijls God loven en prijzen. „Het is waar, „zeide hij eens aan zijne orderbroedersquot;, de staat van ziekte is een smartelijke staat en voor de natuur bijna onverdragelijk. Maar dit is toch een der krachtdadigste middelen waarvan God zich bedient, om ons hart van alle geneigdheid tot zonde los te maken, en ons met gaven en genaden te verrijken. Mijn Zaligmaker, gij die zooveel geleden hebt en gestorven zijt, om ons te verlossen en ons aan te toonen hoe aangenaam de staat van smarten voor God en hoe dienstig hij voor onze genezing is, geef ons de genade, dat wij dit groote goed, den verborgen schat der ziekten, goed mogen leeren kennen ! — Door den staat van smarten worden de zielen gezuiverd, en zij, die geen deugd bezitten, vinden daar de beste gelegenheid

-ocr page 262-

250

om deugdzaam te worden. Daar is geen beter gelegenheid dan deze om de deugd te beoefenen. In de ziekte hebben geloof, hoop en liefde, onderwerping aan Gods wil en al de deugden een groot veld om zich te vestigen. De ziekte is ook het zekerste middel om te ondervinden of men veel of weinig, of in \'t geheel geen deugd bezit. Derhalve is daaraan veel gelegen, dat wij weten, hoe wij ons in de ziekte moeten gedragen, jZieken kunnen uit hun ziekbed een tooneel van geduld en in \'t algemeen van al de deugden maken.

Dezelfde heilige Vincentius noemde het lijden der ziekte een staat van gelukzaligheid, een staat, welke de zielen heiligt, en verhaalde, dat hij iemand gezien, had die lezen noch schrijven kon. Hij werd Broeder Antordus genaamd, en was een man vol van Gods geest. Hij noemde alle menschen zijne broeders en zusters. Iedereen wilde hem zien. Eens vroeg men hem: „broeder, wat doet ge, als gij ziek wordt? Hoe gedraagt gij u, om daarvan een goed gebruik te maken ?

-ocr page 263-

251

Zijn antwoord was: ik neem het aan als eene beschikking van God. Bij voorbeeld als ik de koorts krijg, dan zeg ik; „komaan, koorts, gij komt van God, wees mij daarom welkom, ik groet u als mijne zuster.quot; Dan laat ik God met mij begaan, gelijk het Hem behaagt!quot;—„Ziet, broeders!quot; ging Vin-centius voort, „dit gebruik heeft hij daarvan gemaakt, en zoo plegen de dienaars van Christus, de beminnaars van het kruis, met de ziekten als het ware te schertsen.quot;

De eerwaardige Joanna van het Kruis had eens een onuitsprekelijk heete koorts, en sliep vermoeid in. Toen scheen het haar toe, alsof zij een hoogen berg beklom. In het midden daarvan verhief zich een heerlijke tempel; zij ging dien binnen en zag een priester op den preekstoel staan, met een zeer eerbiedwaardig uiterlijk en in een witten mantel gekleed. Hij sprak voor weinige toehoorders over de oneindige liefde Gods, die hem uit den hemel had doen nederdalen in het aardsche vleesch,. die hem drie en dertig jaren had doen rondwandelen, die hem den smartvollen dood

17

-ocr page 264-

252

des kruises, had doen sterven. Zijne wonden deden liaar hart ontvlammen, en moedigden haar aan, om God te dienen in allerlei kruisen, wederwaardigheden, hoon en ziekte. Na de preek, nam hij zijn mantel op de schouders en ging barrevoets heen, weldra was hij ook verdwenen. Joanna steeg nu hooger en hooger den berg op ; in de rondte was het donker; maar zij klom tot den berg, waar zij hoopte licht en helderen dag te zullen vinden. Maar neen, de stik-donkerste nacht omringde haar, een hevige plasregen viel neder, en al spoedig stond zij midden in het water. Plotseling verscheen de prediker voor hare blikken en vroeg haar, of zij niet bevreesd was te midden dier hevige golven? O neen, gaf zij ten antwoord, het water verkwikt mij, het schijnt de vloed van den zegen des Heiligen Greestes te zijn ; met onuitsprekelijke liefelijkheid dringt het in het binnenste mijner ziel! De grijsaard lachtte een weinig en sprak: „Zoo zijn alle ziekten op aarde onstuimige golven, gezonden door den geest Grods, om de zielen dergenen die voor het eeuwige leven lijden, te verkwikken.

-ocr page 265-

253

Zoo moge dan de zieke zich door Gods hand in het vuur der smarten met alle lijdzaamheid en onderwerping laten beproeven en reinigen, opdat niet aan hem bewaarheid worde wat de heilige Augustinus zegt, dat namelijk velen uit de beproevingen waarmede Grod hen bezoekt, i geen nut trekken, maar alleen de goeden. Want gelijk sommige dingen, wanneer zij in het vuur gelegd worden, smelten, gelijk was, zoo zijn er andere die hard worden zooals potaarde. De goeden worden door het vuur der wederwaardigheden zacht, leeren zich kennen en verootmoedigen, maar de boozen worden harder en verstokter.

5. ZIEKTEN ZIJN GEDEELTEN VAN HET KRUIS EN EEN LADDER TEN HEMEL.

De heilige Augustinus sprak eens in eene preek over het lijden van Christus, en zeide; „De oorsprong van alle zaligheid heeft, aan het kruis hangend, zijn testament gemaakt en daarin aan de Apostelen de vervolging, aan de Joden zijn lichaam, aan den hemelschen Vader zijn geest, aan

-ocr page 266-

254

de allerheiligste Maagd den gelieiden discipel Joannes, aan den goeden moordenaar liet paradijs, aan den zondaar de hel, maar aan den Christen, die waarlijk boete pleegt, zijn krnis ten erfdeel gelaten.

Nu is evenwel het kruis te zwaar voor de schouderen van een mensch. Wie vermag wel zooveel te lijden als de goddelijke Zaligmaker? Daarom deelde hij van zijn kruis grootere en kleinere gedeelten uit, aan ieder naar de krachten, die hij heeft, aan ieder naar het verlangen en de liefde die liij heeft naar het kruis. — Die deelen van het kruis welke de Verlosser uitreikt, zijn verschillend, zij heeten : armoede, nood, verachting , bespotting, vervolging, verdrukking, boeien, ketenen, gevangenis, verleiding, verlatenheid , ziekte enz. Dikwerf legt de Zaligmaker bij elk gedeelte van het kruis noch meerdere bij. Hij voegt bij het deel van het kruis der ziekte ook den nood, de droefheid , kleinmoedigheid , verlatenheid enz.

Jezus heeft het kruis buitengewoon lief; toen hij het op de schouderen nam, kuste en omhelsde hij het. Hoe gelukkig moet

-ocr page 267-

255

zich dan een Christen niet achten, als Jezus hem een deel geeft van het kruis dat Hij zoozeer lief heeft! Aan de kostbaarheiden de hoegrootheid van het geschenk kan men de grootheid der liefde kennen. Indien Jezus derhalve aan iemand het deel van zijn kruis , de ziekte, toezendt, dan toont Hij hem hoe lief Hij hem heeft.

In de kerk van het heilig kruis in Home wordt een groot gedeelte van het ware kruis bewaard. Onder toezicht van een Kardinaal worden daarvan stukjes genomen, tot kleine kruisjes gevormd, en aan godvruchtige lieden op hun verzoek ten geschenke gegeven. Deze kleine deeltjes van het kruis worden in eene reliekkas van goud of zilver achter een glas gesloten, en men bewaart ze met den grootsten eerbied als de kostbaarste schat, kust ze met de innigste vroomheid, en acht zich gelukkig zulk een kostbaar aandenken van den lijdenden Verlosser te bezitten.

Kostbaarder nog dan deze deeltjes van het heilig kruis is het lijden waarmede God den mensch bezoekt; want daarmede kan hij den hemel verdienen. Maar dan moet

-ocr page 268-

256

hij ze opsluiten in het goud der liefde, in het zilver van de lijdzaamheid, achter het glas van de onderwerping aan Gods heiligen wil. Hij moet ze dankbaar aannemen als een kostbaar goed, daar zij van God komen en tot God geleiden.

Hij, die een deeltje van het ware kruis bezit, komt daarom nog niet in den hemel, wanneer hij zich niet ook, gelijk de Apostel Paulus zegt, met Christus kruisigt door boetvaardigheid en versterving, of zich geduldig met hem laat kruisigen door lijden, gelijk de apostel zegt: „Door vele wederwaardigheden moeten wij het Rijk Gods binnengaan.quot; — Dewijl\' de goddelijke Verlosser het kruis zoo lief had, en daar het kruis den hemel opent en ten hemel voert, hebben de heiligen met vurigen ijver naar het lij den verlangd, en zich verheugd, wanneer zij lichamelijk lijden te verduren hadden.

Voorheelden. De eerbiedwaardige Joanna van het Kruis was voortdurend ziek. Koorts, eene nierziekte , het graveel, vreeselijke krampen, ontsteking in de darmen, verstijving der ledematen, onleschbare dorst,

-ocr page 269-

257

hevige tandpijn wisselden elkander bij haar af, en maakten haar leven tot eene vreese-lijke kwelling. Maar zij bleef ook bij het hevigste lijden altijd vroolijk en opgeruimd. Zij beschouwde zich als een muziek-instru-ment in Gods hand. waarop de Allerhoogste speelde; en als de smarten haar lichaam doorwoelden, was het haar alsof eene vertrouwelijke stem tot haar sprak. „Komaan zuster, zing den Heer op de harp des kruises! Dischgenooten heeft God aller-wege. maar weinig gezellen van zijn lijden en zijn kruis! Wees gij zijn lied vol angst en lijdensnood!quot; Daarom had Joanna de smarten bijzonder lief. „O hoe vroolijk ben ik, zuchtte zij, dat weder eenige deeltjes van het heilig kruis op mijne ziel vallen!quot;

De heilige Laurentius Justinianus moest, uit hoofde van een zeer groot ongemak aan den hals, eene smartelijke operatie ondergaan. Zelfs de geneesheer sidderde, voor dat werk. Maar de heilige moedigde hem aan en sprak; „Snijd maar dapper toe, want uw werktuig komt toch in geen ver-

-ocr page 270-

258

gelijking met de ijzeren klauwen, waarmede den heiligen martelaars liet vleesck van het ligchaam gerukt werd.quot; En vervolgens bad hij met innigheid: „O mijn Jezus! geef mij toch eenig aandeel aan uw bitter kruis!quot;

Eene vrome non, Elisabeth von Schönau genaamd, stiet z:.oh in den nacht in het duister zoo hevig aan een hoek, dat zij haar oog geheel verpletterde. Het duurde niet lang of het oog was als een gloeijende kool ontbrand. Hare medezusters weenden uit medelijden, maar zij bad onophoudelijk; „O goed kruis! Ü kostbaar kruis! O onschatbaar kruis!

De heilige maagd E,egina zag, toen zij in de gevangenis lag, met haar lichaam geheel verscheurd van geeselslagen, een groot kruis van de aarde tot den hemel reiken, en op de spits van dat kruis zat eene duif met een krans in den bek. Tegelijk hoorde zij de woorden : „Uw lijden zal een

-ocr page 271-

259

ladder ten liemel zijn.quot; Maar hoe is ket lijden en de smart een ladder naar den hemel ? — Zij zijn een ladder door de wijze, waarop de lijdende zijn lijden en zijne smarten draagt. De ladder waarmede iemand opklimt, moet vast op den grond staan, zijne beide armen moeten sterk zijn, zijne sporten moeten dragen kunnen. De grond waarop de ladder van smarten naar den hemel staan moet, is het vaste, onwankelbare geloof dat alle leed, derhalve ook de ziekte, van God komt, en ook dat Hij die tot ons heil overzendt. De beide armen van de ladder zijn de liefde en het vertrouwen. De zieke moet uit liefde tot God lijden, en vast vertrouwen dat God hem de noodige kracht geeft om zijn kruis te dragen, en hem nooit verlaat. De sporten zijn de erkenning onzer zondigheid, de nederigheid, het geduld, de kalme onderwerping in en de vereeniging met den goddelijken wil enz. Vast staande op het geloof aan Gods leidende Voorzienigheid , zich vasthoudende aan de beide armen van de liefde en het vertrouwen, zal de lijdende zeker ten hemel klimmen, waar de kroon hem wacht!....

-ocr page 272-

vn.

Oefeningen van deugd

voor zieleen.

„Ten tijde der ziekte is de strijd voornamelijk aan de orde van den dag.quot;

H. Chrysostomus,

Daarom is het noodzakelijk, dat men juist dan de deugd liet meest oefene en aan den dag legge.quot; Alpli. Rodriguez.

„De ziekte is de werkplaats der deugd.quot; fl. Ambrosius.

Oefening van het geloof.

Het heilig geloof, dat God bij den heiligen Doop in onze harten gelegd heeft, is de vaste staf des Christens op den weg ten hemel, en de geleidster door den nacht dezes levens. Bijzonder aan het ziekbed is het geloof de troostende engel die den lijdende staande houdt,opdat hij niet moedeloos worde, zich niet aan droefheid en smart overgeve, niet in toorn en mismoedigheid

-ocr page 273-

261

opsta tegen de vaderlijke hand G-ods, die tem bezoekt, en niet geheel wanhope, wanneer het gewicht der smarten zijn verstand verduistert. Het heilig geloof leert ons met zekerheid, dat alle rampen, alle lijden en wederwaardigheden van God komen, die de liefderijkste en de beste vader is. Het leert ons verder, dat de hemelsche Vader ons lijden toezendt uit liefde en tot onze zaligheid, en dat Hij ons in lijden en wederwaardigheden nooit verlaat, als wij vast op Hem vertrouwen en zijn bijstand inroepen. „Zalig is de mensch, dien God getuchtigd heeft,quot; roept de vrome lijder Job uit; „daarom moet gij de tuchtiging des Heeren niet versmaden ; want hij wondt en geneest, hij slaat en zijne handen maken gezond.quot; Job- 5, 17, 18. De tuchtiging des Heeren, mijn zoon,quot; zegt de wijze Salomo, moet gij niet van de hand wijzen, en laat daarom den moed niet zinken als gij door Hem gestraft wordt; de Heer straft den-gene, dien Hij liefheeft en Hij heeft welbehagen in hem, gelijl: een vader in den zoon,quot; Spreuken v. Sal. 3, 11—13. Elke tuchtiging schijnt voor hot oogenblik niet

-ocr page 274-

262

tot vreugde, maar tot droefenis te zijn; maar in het vervolg brengt zij dengenen, die door haar geoefend worden, eene vrederijke vrucht der gerechtigheid.quot; Hebr. 12, 11. Jac. 1, 2—3.

Het is echter niet genoeg, dat wij het geloof in het hart dragen, maar wij moeten het ook vruchten doen voortbrengen, ons daarin oefenen. Daartoe schenkt ons het ziekbed eene goede gelegenheid. Zie, Christen, gij ligt daar in smarten neder, reeds lang houdt gij het bed. Dan komt meermalen do gedachte in U op; waarom moet ik toch zooveel lijden? Of gij wilt in mismoedigheid tegen God morren en u beklagen, dewijl zijne hand u zoo hard slaat? Wek bij deze bekoring het geloof op, oefen deze hemelsche deugd en denk of zeg: „Ik heb een God en Vader, wiens kind ik ben. Hij heeft deze ziekte tot mijn bestwil bestemd ; want ik weet dat Hij mij bemint. Hij heeft zijn eemggeboren Zoon niet gespaard, en Hem tot den dood des Kruis es laten lijden; waarom zou ik klagen en morren, wanneer hij mij deel laat nemen aan zijn lijden ? Ik lijd toch zooveel niet als Jezus, mijn

-ocr page 275-

263

Verlosser! Ja, Vader in den hemel, ik geloof dat het uwe goedertieren hand is die mij slaat, ik geloof dat gij door deze ziekte mijn zieleheil beoogt; ik geloof dat gij het goed met mij meent, al zie ik het ook niet in. Ik zal niet klagen, niet morren, niet in moedeloosheid loshai-sten, maar lijden zoolang het U behaagt, o Vader!quot; Denk en spreek zoo, lieve Christen, en gij zult wonderbaar getroost en versterkt worden. De oefening van uw geloof zal vele goede vruchten voor u dragen. Kleinmoedigheid, treurigheid, misnoegen zal van u wijken, en troostvolle rust zal uwe ziel bezoeken, terwijl uw lichaam lijdt. Een ziek kind strekt de armen naar de moeder uit, en acht zijne smart gelenigd, wanneer het op moeders arm een weinig kan rusten. Strek gij ook zoo uwe beide handen naar den hemelschen Vader uit, terwijl gij in lijden en smart uw geloof opwekt: „Mijn God, uwe hand rust op mij, maar uwe hand is die eens vaders, die zijn kind liefheeft. (Jij wilt dat ik lijde, uw wil geschiede!quot;

Voorheelden. De heilige kluizenaar Ste-

-ocr page 276-

264

phanus leed aan eene versckrikkelijke ziekte, zijne ledematen begonnen te verrotten. De heelmeester werd geroepen en terwijl hij de verrotte ledematen afzette, ging de heilige dienaar Gods voort met de handen matten van palmbladen te vlechten. Toen de omstanders hem om zijn lijden beklaagden, zeide hij hun: „Kinderen, wat God doet, doet hij met een goed inzicht. Lijden en strijden wij, zoolang wij in den renbaan zijn. Het is beter, door eene korte smart gestraft te worden, dan pijnen te lijden, die geen einde nemen.quot;

De zalige Maria van de Menschwording had, behalve andere z tvare ziekten aan den lever en de zenuwen, het ongeluk van driemaal den voet te breken. Telkenmaal werd de voet verkeerd gezet. Bij de ongehoorde pijnen welke zij moest verduren, kwam geen woord van klacht over hare lippen, maar men hoorde haar dikwijls zeggen; „De smarten mijner ziekte zijn wel is waar groot, maar wanneer wij bedenken dat wij onder Gods hand lijden, dan verzacht dit g loot de smarten zeer!quot;

-ocr page 277-

265

De heilige Teresia had vele en zware ziekten te lijden, en eene menigte rampen en wederwaardiglieden in liaar leven te verduren; maar liet geloof dat zij van God kwamen, benam haar alle kleinmoedigheid en alle treurigheid. „Rampen en wederwaardigheden,quot; zeide zij dikwijls , „zijn geschenken van onzen hemelschen Vader.quot;

Het geloof derhalve, dat lijden en wederwaardigheden van God komen, en dat Hij ze uit liefde tot onze zaligheid zendt, geeft kracht, moed en troost om ze bereidwillig aan te nemen en te dragen. Dezelide vrucht geeft ook het geloof, dat lijden tot God voert. Het beneemt ons den lust en de vreugde in dit tranendal, en wekt ons op tot verlangen naar den hemel. Het baant ons den zekersten weg ten hemel en tot zijne eeuwige vreugde. Jezus zelf wilde immers door lijden zijne heerlijkheid ingaan!

Gij zijt ziek, christen ziel, en lijdt veel smarten; hef uw blik ten hemel op; het geloof zegt u: „Door lijden gaat men tot vreugde, door kruis naar den hemel.quot; Vele en menigerlei wegen geleiden daarheen, maar allen gaan over den Calvarieberg.

-ocr page 278-

266

Geen andere sleutel doet de deur des hemels open dan de sleutel des kruises. Dat getuigt Jezus, als Mj zegt: „Die na mij wil komen, neme zijn kruis dagelijks op,quot; en de heilige Paulus als hij zegt: „Door vele wederwaardigheden moeten wij het Rijk (rods ingaan.quot; Daarom hebben ook de heiligen zoo vurig naar lijden verlangd. „Lijden of sterven,quot; was de kenspreuk van de heilige Teresia; „Lijden niet stervenquot; die der heilige Magdalena van Pazzi.

Steun derhalve, lieve Christen, op dien staf des geloofs, als de smarten u neder-drukken, en denken zeg; „Gij wilt, o mijn Jezus, dat ik u zal navolgen op den weg, dien gij bewandeld hebt en op wien de heiligen U hebben nagevolgd. Ik wil dien weg bewandelen, die de zekerste naar den hemel is.quot;

Het geloof leert u verder, dat gij voor uwe schulden aan de goddelijke goedheid en gerechtigheid kunt betalen, door de smarten en rampen geduldig te dragen. Onze schulden, die wij door onze zonden gemaakt hebben, zijn waarlijk ontelbaar. Wie is wel in staat om de schuld van eener

-ocr page 279-

267

enkele zonde aan de goddelijke gereclitig-lieid te betalen? Is de zonde niet eene oneindige beleediging van God? Nu heeft Jezus, Gods Zoon, wel in oneindige liefde onze ontelbare schulden door den prijs van zijn bloed betaald, maar hij heeft niet al de straffen van ons weggenomen. De tijdelijke straf moet nog ondergaan worden. Vandaar dat iedere rouwmoedige zondaar, die in het heilig sacrament der biecht vergiffenis ontvangt, zich gedrongen gevoelt om voldoening te geven aan de goddelijke rechtvaardigheid, om voor de begane zonden te boeten. Daarom roepen de m nschen die door de eene of andere ramp bezocht worden, ook dikwijls onwillekeurig uit: „Dat heb ik verdiend; neen, ik heb nog meer verdiend!quot; Hij nu, die wederwaardigheden en lijden waarmede God hem bezoekt, geduldig in geest van boetvaardig!)eid draagt, vindt daarin een middel om voor zijne sclmlden te voldoen, terwijl degenen die daarover morren, hunne schuld nog vergrooten. — Steun derhalve. Christen, in uwe smarten op den staf des geloofs en denk en spreek;quot; O Heer, ik

18

-ocr page 280-

268

geloof, dat ik deze ziekte verdiend heb en dat gij mij terecht kastijdt. Ik zal deze tuchtiging gaarne aannemen en kus uwe hand, die mij slaat. Geef mij slechts de genade, dat ik mijne smarten met lijdzaamheid en onderwerping moge dragen, en daardoor eenigermate moge afdoen hetgeen ik aan uwe goedheid verschuldigd ben.

Voorbeelden. De heilige belijder üochus, die door pestbuilen over zijn geheele lichaam gepijnigd, en daarbij van alle menschelijke hulp beroofd was, bad, in zijne hut liggende: Goedertierenste Jezus! ik weet hoeveel ik aan uwe Majesteit verschuldigd ben, dat gij mij uwen dienstknecht laat beproeven en verdiende smarten lijden.quot;

Een handwerksman, die een losbandig leven geleid had, werd door eene afschuwelijke ziekte aangetast. Een ondragelijke stank deed ieder zijne nabijheid schuwen, ontzettende smarten pijnigden hem dag en nacht. Midden in de smarten riep hij dik-

-ocr page 281-

269

werf uit; „Mijn God, ik lieb dit alles verdiend; ik heb nog meer verdiend; ontferm u mijner!quot;

GEBED. O mijn God en Heerl eene zware ziekte keeft mij getroffen, vele en groote smarten kluisteren mij aan mijn bed, en maken mijne ziel bedroefd. Mijn mond doet klacliten hooren, mismoediglieid en ongeduld grijpt mijn kart aan. Zwaar drukt de kastijding op mij! Maar mijn geloof zegt mij, dat Gij mijn vader zijt^ mij gewonnen, gemaakt en gesckapen kebt (5 Mos. 32), dat ik uw kind ben, en dat Gij diegenen uwer kinderen kastijdt, die Gij liefhebt. Uwe liefdevolle Vaderkand keeft mij geslagen, uwe liefde is ket, die mij bezocht keeft. Gij beoogt niets dan mijn bestwil; met de ziekte- welke Gij mij kebt overgezonden, hebt gij mijne zaligheid ten doel. Gij wilt mij tot U trekken, Gij wilt mij mijne armzaligheid en de ij delheid der wereld le eren kennen; Gij wilt mijn kart losrukken van deze vergankelijke wereld en het ten hemel verheffen, Gij wilt mij de gelegenheid geven om mijne zondeschuld te voldoen en in lijdzaamheid

-ocr page 282-

270

vrucMen van deugd ei: goede werken voort te brengen.

Dit alles zegt mij het heilig geloof, dat Gij in mijn hart hebt gelegd. Dank, innige dank zij u daarvoor gebracht! Getroost zal ik mijn lijden aannemen, want het komt van U; al mijne zorgen zal ik op U werpen. Gij zult mij steunen (Ps. 54) Gij kastijdt en geneest weder. Gij slaat en uwe handen maken weder gezond (Jo\'d 5). Daarom wil ik mij als een gehoorzaam kind aan uw heiligen wil onderwerpen en lijden zoolang het U behaagt. Geef mij slechts krachtom uw bezoek gewillig te dragen, en uw liefdevol vaderhart niet door ongeduld en mismoedigheid te bedroeven. Aan U breng ik al mijne smarten ten offer, en vereenig ze met het bitter lijden van uw allerliefsten Zoon, opdat het offer ü welgevallig en voor mij heilzaam zij. Amen.

Oefening van Vertrouwen.

God zendt den mensch dikwijls smartelijke en langdurige ziekten, om hem zijn ijdel zelfvertrouwen te ontnemen, hem zijne

-ocr page 283-

271

zwakheid, zijn ellende te leeren kennen, ook wel om zijn ligtzinniglieid en overmoed te tuchtigen. „De gal van den visch,quot; zegt een eerbiedwaardige dienaar Grods, „genas eens de duisternis van de oogen des ouden Tobiasquot;. Zoo ook is de bittere gal der rampen een zeer voortreffelijk middel om bet bloode, zwakke oog te genezen, dat niet ziet hoe ellendig, hoe kort, hoe moeite-vol dit arme leven is. Een ellendige, door ziekte gekwelde mensch gaat in zich, klaagt zich zeiven aan, en zegt: „Tot nu toe hieldt gij u voor een reus, die de wederwaardigheid wilde trotseren; maar ternauwernood raakt zij u aan of zie, gij ligt reeds op den grond. De zieke, door smarten afgemat, door het lijden verzwakt, muet eindelijk inzien hoe hulpeloos de mensch is, en, als Hij zijn Heer en God niet geheel vergeten heeft, moet hij bekennen, dat God alleen hem kan troosten, opbeuren en helpen.

Menige Christen wordt in langdurige ziekten kleinmoedig, angstig, ter neder gedrukt, en hij meent dat God hem niet lief heeft, dat hij vertoornd op hem is, dat hij hem vergeten en verlaten heeft,

-ocr page 284-

272

dat hij een voorwerp van afschuw voor hem is. Zulken Christenen hebben geen vertrou wen op Gods macht, goedheid, barmhartigheid en liefde. Zij bedenken niet, dat de lieve God de menschen dikwerf met ziekte bezoekt, waarin de mensch zich en anderen hem niet helpen kunnen opdat hij gedwongen worde zijne toevlucht tot Hem te nemen, en van Hem hulp te verwachten. Juist als gij meent dat God u verlaten heeft, o Christen, is Hij u nabij, gelijk er geschreven staat r „De Heer is nabij degenen wier hart bedrukt is, en hij helpt degenen, wier geestneder-gebogen is.quot; Ps. 33.

God, de li fdevolle vader, verlaat zijne kinderen niet en vergeet ze niet. „Kan eene vrouw haar kind vergeten, dat zij zich niet zou ontfermen over den zoon van haar lichaam? En als zij het zou vergeten, dan zal ik u toch niet vergeten, zegt de Heerquot; Is. 49. God is alleen vertoornd op de zondaars , hij verafschuwt alleen den goddelooze en zijne daden; zelfs ontfermt hij zich over den zondaar, als deze zich van ganschen harte tot Hem bekeert. „Waarom zijt gij zoo treurig, mijne ziel! en waarom zijt gij

-ocr page 285-

273

bedroefd? Vertrouw op Grod!quot; Ps. 42, Ja, vertrouw op God, want de Heer is de toevlucht van den arme geworden; een helper ten rechten tijde; in de wederwaardigheid is Hij onze toevlugt en kracht,quot; Ps. 9 en 30, „Onze God is een God, die helpen kan; en liet is des Heeren, ja des Heeren is het, den dood te laten ontkomen,quot; Ps. 67. „Hij helpt allen, die vallen : en richt allen op die gebukt, gaan.quot; Ps. 144. „Vrees niet, zegt hij, want Ik ben met u, wijk niet, want Ik beu uw God ; Ik sterk u en en help u.quot; Is. 41. Zie, Christen, zoo spreekt God, dat is zijn heilig woord en zijn woord blijft in eeuwigheid.\' Waarom dan klemmoedig en beangst, waarom zoo, treurig en bedroefd, als God met u is, wie is dan tegen u?—Hij is de helper in elke wederwaardigheid, Hij is de vader van allen troost, n Cor. 1. „Ik , ik zelf zal troostenquot;, zegt hij. Is. 31. „Ik troost en verblijd u na uwe smart,quot; roept hij. Jerem. 31. Heb derhalve moed en vertrouwen, en wees niet beangst. Verhef uwe oogen ten hemel, van waar de hulp komt, en zeg met David: „De Heer is mijn rots en mijne kracht en

-ocr page 286-

274

mijn redder. God is mijne sterkte, op Hem wil ik hopen, mijn schild en de hoorn mijns heils, die mij opbeurt, mijn toevoorzicht en mijn Zaligmaker is.quot;\' II Kon. 22. „Mijne ziel, wees aan Grod onderworpen; want van hem komt mijn geduld; want Hij is mijn God en mijn Zaligmaker; mijn helper, ik zal niet wijken. Ja, God is mijn heil en mijne hoop is God.quot; Ps. 61. Ik roep tot den Heer, als ik in wederwaardigheden ben en Hij verhoort mij. Ps. 119. Hij is mijne barmhartigheid, mijn toevlngt, die mij opneemt.quot; Ps. 143.

In deze heilige hoop, dat God u zal helpen, in dit heilig vertrouwen, dat hij dicht bij u is, dat Hij u versterkt, en u zeker de genaden zal verleenen die tot uwe zaligheid zullen verstrekken, moet gij vaststaan, mijn Christen. „Vrees niet,quot; roept hij u toe, „Ik heb u verlost en u bij uw naam geroepen, gij behoort Mij toe! quot;Wanneer gij door wateren gaat, zal Ik bij u zijn en de vloed zal u niet bedekken : wanneer gij in het vuur gaat, zult gij niet verbranden en de vlam zal u niet verzengen.quot; Is. 43. Beveel hem uwe wegen aan en vertrouw

-ocr page 287-

275

op Hera ; Hij zal het goed maken. Ps. 36. Al de heiligen hebben dit vast vertrouwen gehad en geoefend, en zijn niet beschaamd geworden.

Voorheelden: Job, de man van smarten , met melaatschheid geslagen over zijn geheel ligchaam, door zijne vrouw bespot, door zijne vrienden van zonde beschuldigd, zit op een mesthoop, arm en verlaten. Zijn lijden is vreeselijk, maar toch wordt hij niet mismoedig en vertrouwt op God, die hem ook na eene nog zoo harde beproeving verlost, hem weder gezondheid en welvaren verleent.

De godvruchtige Maria van Escobar lag op een Vrijdagnacht ziek te bed in zulk gloeiende hitte, dat zij dacht te moeten verbranden. Bij deze smarten gevoelde zij nog een grooten angst, namelijk dat Jezus haar niet meer beminde , en haar verlaten had. Om haar te troosten, verscheen God de Vader haar, en zeide ; „Mijne dochter, gelooft gij dat ik mijn Zoon bemind heb, toen Ik hem in de handen der zondaars heb overgegeven? Voorwaar, ik beminde hem toen. Zoo doe ik ook met u!quot;

-ocr page 288-

276

De heilige Servulus, een bedelaar te Rome , leed van zijne kindsche jaren aan jielit en was zoo ellendig, dat liij niet recht kon zitten op zijn bed, nocli zich van den eenen kant naar don andere keeren; zelfs geen hand aan den mond kon brengen en daarom als een pasgeboren kind moest geholpen worden, hetgeen zijne moeder en zijn broeder deden. Hij leefde uitsluitend van aalmoezen. Om die te ontvangen, liet hij zich dagelijks naar de gaanderij van de kerk van den heiligen Clemens dragen. In dezen Imlpeloozen, smartelijken toestand bracht hij vele jaren door. Nooit vernam men eene klacht uit zijnen mond ; in God vond hij zijn troost en zijne kracht. Nooit zag men hem ter nedergedrukt of kleinmoedig, altijd was hij opgeruimd. Hij had zich in Gods armen geworpen en deze verliet hem niet.

De heilige Pacificus, een Franciscaner monnik, leed van zijne jongelingsjaren tot zijn dood aan open voeten; maar nooit klaagde hij daarover, en nimmer riep hij

-ocr page 289-

277

de Inilp van een heelmeester in. Hij was van zijne jongste jaren bijziende , in zijn laatsten levenstijd geheel blind, en daarbij altijd ziek. Desniettegenstaande zag men hem nooit ontevreden, bedroefd, kleinmoedig worden. Hij was daarentegen verheugd over zijn lijden, en loofde Grod daarvoor, op wiens bijstand hij vast vertrouwde,, en die zijn hart wonderbaar troostte.

De heilige Rochus lag met zweren bedekt, die hij zich door de verpleging van pestzieken had op den hals gehaald, in eene eenzame hut in een bosch, aan de pest ziek. Niemand verzorgde liem, maar de hond van een edelman, die in de buurt woonde, bracht hem brood van de tafel zijns heeren, en likte zijne wonden. Ofschoon hij door de menschen verlaten was, bleef hij toch rustig en welgemoed ; ongeschokt was zijn vertrouwen op Gods bijstand, en bij gaf zich geheel over aan diens, heiligen wil. God verliet hem ook niet. De hond, die alle dagen in het boscb naar de hut des heiligen liep, en hem eten bracht,

-ocr page 290-

278

trok de aandacht van zijn meester, die hem naging en den heilige vond. In den aanvang wilde de edelman uit vrees voor de pest zich dadelijk weder verwijderen ; maar beschaamd dat zijn hond meer medelijden had dan hij, bood hij den zieken dienaar Gods zijne diensten en zijne woning aan. Hij nam hem mede naar zijn kasteel, verpleegde hem, en werd door het schoone voorbeeld van den heilige zoo gesterkt, dat hij de wereld vaarwel zeide en in de ge-strengste boetpleging God den Heer tot aan zijn dood diende.

In eene kleine stad van Italië was een zeer arm meisje, dat, door eene zware ziekte aangetast, altijd op de zijde en op een uiterst armoedig bedje moest blijven liggen. De lieden, die haar uit medelijden bezochten, waren bijzonder gesticht daardoor, dat de arme zieke nooit klaagde en altijd tevreden scheen. Eens toen in hare tegenwoordigheid verhaald werd, dat eene groote hongersnood het land dreigde, was men verwonderd over de onverscbilligheid waar-

-ocr page 291-

279

mede het arme meisje dit bericlit aanhoorde, en eene vrouw kon niet nalaten haar te zeggen: „Hoe kunt gij bij zoo veel ellende rustig en tevreden zijn ? Toen antwoordde de zieke: „Al mijne gedachten zijn op God gevestigd, en ik ben als een vogel onder de vleugelen der Voorzienigheid. Wat zou ik vreezen? quot;Waarom zou ik ongerust zijn?quot;

Oefening van Liefde.

„God is liefdequot; roept de heilige Joannes uit. God is liefde, wanneer Hij ons met weldaden en genaden overlaadt, en Hij is liefde wanneer hij ons met lijden bezoektquot;, Hij bemint ons als Hij ons gezond laat zijn, maar ook wanneer Hij ons ziek laat wezen. Juist lijden en wederwaardigheden zijn een teeken dat hij ons liefheeft; want God kastijdt dengene, dien Hij liefheeft. — Gelijk God ons nu door het lijden dat hij ons toezendt, te kennen geeft, dat hij ons bemint, zoo moet ook de Christen door geduldig, met opgeruimdheid en vreugde het lijden en de wederwaardigheden te dragen, toonen dat hij God waarlijk liefheeft. In het lijden openbaart zich de liefde

-ocr page 292-

280

Oods: de Christen heeft God juist zooveel Hef als tij met kalme onderwerping aan Gods wil lijdt, en met vreugde of ten minste met alle geduld alles iiit Gods vaderhand aanneemt, het zoete even als het bittere. „De liefdequot;, zegt de heilige Franciscus ran Sales, „die niet uit het lijden voortkomt, is eene zwakke liefde.quot; Uit den harden kiezelsteen en het staal springen dan eerst vuurvonken als men ze slaat; zoo moet uit lijden en wederwaardigheden het vuur der liefde ontleend en ontvlamd worden.— Wat immers heeft onzen allerliefsten Verlosser Jezus in dit tranendal doen nederdalen, wat heeft hem bewogen om drie en dertig jaren lang in armoede en nood op aarde rond te wandelen, wat heeft hem het kruis op de schouders gelegd en hem aan het kruis genageld ? Wat anders dan de liefde! ? Indien dan Jezus ons zoo innig heeft liefgehad, dat hij den bittersten kelk, gevuld met het zwaarste lijden, uit liefde tot ons heeft gedronken, moet gij, lieve Christen dan ook niet, uit liefde tot Hem willen en kunnen lijden? De overweging van Jezus\' grenzelooze liefde, die Hij in zijn bitter

-ocr page 293-

281

lijden ten toon spreidt, spoorde de heiligen aan om zeer veel te lijden, boezemde hun liet heiligste verlangen in naar lijden en smart, en ontvlamde hun hart door zulk eene groote liefde, dat zij alle lijden, pijnen en smarten voor niets telden, en elke, ook de grootste smart, met opgeruimdheid moedig droegen.

Voorheelden. Toen de heiligen Marcus en Marcellinus met handen en voeten aan het kruis gehecht waren, zeiden zij aan den dwingeland, die hen zoo had laten martelen ; „Nooit ondervonden wij eene grootere vreugde, dan sedert wij om Christus\' liefde hier zijn.quot;

Toen de heilige Ignatius, bisschop van Antiochië, veroordeeld werd om voor de wilde dieren geworpen te worden, schreef hij, voor hij nog op de plaats zijner marteling kwam, aan de Romeinen een brief, waarin hij zijn levendig verlangen naar lijden uitdrukt; „Laat mij, mijne kinderen,quot; zoo waren zijne woorden, onder de tanden

-ocr page 294-

282

der dieren gemaald worden, opdat ik eene ware tarwe van Christus moge worden! Ik zoek niets buiten Dengene, die voor mij gestorven is. Het eenig voorwerp mijner liefde is Degene, die voor mij gekruisigd werd, en de liefde, welke ik liem toedraag, brengt in mij bet verlangen te weeg, om voor Hem gekruisigd te worden.quot;

De eerwaardige dienaar Gods, Ludovicus de Ponte, bad dagelijks, dat God hem de gezellinnen, welke hij in zijn leven had gehad, namelijk armoede, verachting en smart,tot zijne begeleiders mocht geven. Dikwijls bad hij luide in den nacht: „Leg mij, o Heer, dit lijden op; o dit lijden! ach welk een lijden!quot; Zijn verlangen werd vervuld. Toen hij eens in de overweging van Christus\' lijden dit verlangen weder zeer levendig had opgewekt, zond God hem eene hoogst-pijnlijke ziekte der ledematen, welke geen hunner van smart vrijliet. Hij leed de smart met opgeruimd gelaat en hield zich zelfs voor onwaardig, om Christus door dit lijden na te volgen. Hij bad zelfs om ver-

-ocr page 295-

283

meerdering van smarten, welke hem ook ten deel werd. Gedurende verscheidene maanden kon hij zijne kamer niet verlaten, moest op krukken gaan, en durfde met zijne smartelijk lijdende voeten zelfs den grond niet aanraken. Daarbij kwamen nog de pijnlijkste smarten in het onderlijf; zijne maag werd zóó zwak, dat hij geen spijs meer kon verdragen, en alles uitbraakte, hetgeen den man Gods ontzettende smarten veroorzaakte. Daarbij kwam eene wegvretende slijm, die hem alle smaak bedierf, en hem de tanden verteerde, znodat hij in het vervolg niets meer dan pap of groenten kon genieten. Dit was echter nog niet al zijn lichamelijk lijden; het pijnlijkste was zijn borstziekte, die hem dikwijls allen adem ontnam, en hem in gevaar bracht om te stikken. Dit en nog ander lijden verdroeg hij meer dan drie en dertig jaren lang, tot aan het einde zijns levens, met de kalmste gemoedsgesteltenis, met onwrikbaar geduld. De liefde, welke in zijn hart tot den gekruisigden Jezus brandde, maakte zijn lijden zoet, zoodat hij steeds meer verlangde. „Mijne vreugde, is het te

19

-ocr page 296-

284

lijdenquot;, zeide hij. „Het moge goed zijnquot;, zeide hij eens toen men liem een geneesmiddel aanried, maar ik verklaar en getuig bij deze dat ik niet gezond wil worden, dan alleen tot meerdere eere Gods.quot; Vele jaren kad hij gewensckt, dat ket frisseke water, dat de eenige lafenis in zijne ziekte was, en kem zoo goed smaakte, ook nog smakeloos mockt worden. Ook dit gesckiedde. Het kwam zoover dat kij in ket gekeel geen frisck water meer drinken kou, en slechts lauw water mockt gebruiken. En dikwijls werd hem dit, door de nalatigheid van den oppasser, niet eens gebracht. Hij zweeg, leed en bracht het God ten offer! !

Toen de heilige Mechtildis de woorden van het Evangelie hoorde zingen; „Simon, zoon van Joannes, bemint gij mij meer dan deze?quot; werd zij als in God verrukt en ket sckeen haar toe alsof Christus haar vroeg; „Mechtildis, bemint gij mij meer als iets ter wereld?quot; Zij antwoordde; „Gij weet Heer, dat ik u lief heb!quot; De Heer vroeg verder: „Bemint gij mij zoo, dat gij om mijnentwil smarten, pijnen en vernederingen zoudt willen lijden?quot; Hierop antwoordde

-ocr page 297-

285

zij : „Gij weet Heer dat geen kruis in staat is mij van u te scheiden.quot; — „Maar wanneer, „vroeg de Heer verder,quot; deze marteling vreeselijk was, zoudt gij die dan gaarne en met vreugde uit liefde tot mij, lijden?quot; Toen zeide zij : „ja, mijn God, ik ben tot alles bereid. Ik zou mij gelukzalig achten, indien ik iets voor u te lijden had, voor tl, die zooveel voor mij hebt geleden, Alles zou mij licht schijnen bij de gedachte, dat gij uit liefde tot mij een man van smarten wildet zijn.quot; Hetgeen Christus aan deze heilige maagd had aangeboden en waartoe zij zich bereid had verklaard ; werd ook haar deel. Het smartelijkste lijden behaagde haar; bijna voortdurend was zij ziek; nog vóór haar dood, bezocht de Heer haar met een pijnlijk lijden. Maar zij verdroeg al die smarten om Jezus\' wil met een heldhaftig geduld.

De gelukzalige Joanna van Cambry leed aan een smartelijke hoofdpijn en aan de hevigste tandpijn. Het tandvleesch bloedde voortdurend en ging in verrotting over,

-ocr page 298-

286

zoodat zij vreesde, dat zij de kanker zoude krijgen. Over hare gemoedsgesteltenis onder dit lijden schreef zij aan haar broeder: „Ik verheug mij over de smartelijke genoegens niet alleen in den geest, maar ook in het lichaam. Ik ben tevreden in de liefde van mijn God , al zou ook de verrotting in mijn ligchaam binnendringen en mijn vleesch stuk voor stuk afvallen. Wanneer ik daarbij slechts een hart heb, dat God bemint, bekommer ik mij daarover niet verder. Leve het kruis, leven de smarten !quot;

De heilige Magdalena van Pazzi werd in hare laatste zware ziekte door iemand nog daarenboven zwaar mishandeld en beschimpt. Maar zij verheugde zich dat zij nog vóór haar dood zulk eene schoone gelegenheid had gevonden om te lijden, en zeide somtijds : „Ik verlang niet spoedig te sterven, daar men in den hemel niet lijden kan: ik verlang lang televen, om uit liefde voor mijn bruidegom lang te kunnen lijden.

-ocr page 299-

287

De heilige Teresia, die Jezus bijna gedurende haar geheele leven in de school van zijn hruis opgenomen en in het lijden geoefend had, zeide aan hare geestelijke dochters; „Wederwaardigheden, smarten, versmadingen , vervolging zijn de gaven , waarmede de hemelsche Vader ons, naaide mate van de liefde, welke hij ons toedraagt, he ,oekt. Aan degenen, die hij meer hemint, geeft hij van deze genaden meer; aan degenen, die hij minder bemint, geeft hij daarvan minder. Hij deelt deze gaven uit, naar mate hij in ieder meer moed ziet en meer liefde jegens zijne goddelijke Majesteit. Van dengene, die hem bijzonder lief heeft, wil hij ook zien, of hij om zijnentwil veel zou kunnen doorstaan; maar aan dengene die hem weinig bemint, zal hij weinig geven. Ik houd het daarvoor dat de liefde een kenteeken is of iemand een zwaar of een licht kruis kan dragen, en naar mate iemand besloten is om het kruis te dragen, moet men zijne liefde afmeten.quot; De heilige gaat dan verder voort: „Hij die de liefde heeft, moge zich beijveren dat de woorden welke hij tot God spreekt, niet

-ocr page 300-

288

slechts plichtplegingen zijn , maar hij moet moedig dragen wat de goddelijke Majesteit behaagt hem toe te zenden.quot;

De ware liefde wordt derhalve betuigd door het lijden voor den geliefde. Het is gemakkelijk met den mond te zeggen; „O mijn God, ik heb u lief!0 Met zulk eene liefde kan God evenwel niet tevreden zijn. De liefde moet door de daad bewezen worden, en daarom schrijft ,ook de heilige Joannes : „Mijne kindertjes, laat ons niet met woorden en met de tong liefhebben, maar met de daad en in waarheid.quot; (I Joan. 3, 18).

Breng derhalve, lieve Christen, uwe liefde in beoefening door een stil, kalm, aan God onderworpen verdragen van uw lijden en uwe smarten. De liefde maakt het lijden zoet, en heeft ten gevolge, dat men het met vreugde draagt. De liefde, die in de harten der heilige martelaars brandde, maakte dat zij te midden van folteringen en pijnen lachten, jubelden en zongen. De liefde maakt het lijden verdienstelijk. Aan hen,

-ocr page 301-

289

die G-od liefhebben, werkt alles mede ten goede.quot; schrijft de heilige Apostel Paulus (Rom. 8, 28), en in het bijzonder het lijden. — Vestig daarom uw oog dikwijls op Jezus\' kruis, bijzonder wanneer uw lijden u zwaar drukt, en zeg met de heilige Gertrudis uit de volheid uws harten ;

„O mijn Verlosser , Gij die mij zóó lief hebt, dat gij zelfs voor mij wildet lijden en sterven; ik offer ter uwer eer en uit liefde alles op wat ik tot hiertoe leed, wat ik thans lijd en in het vervolg lijden zal! Zie den grond uwer liefde, die mij bezielt! Uwe goddelijke liefde is de oorzaak dat ik met vreugde lijd. Lijden wil ik, dewijl Gij geleden hebt, en daar Gij wilt datiklijde; want U bemin ik meer dan mij zeiven.quot;

Verzucht dikwijls met den gelukzaligen bedelaar Benedictus Joseph Labre;

„O Jezus , mijne liefde ! ik geef u mijn hart! O oneindig beminde Verlosser, plant uw heilig kruis in mijn hart!quot;

Of zeg met de gelukzalige dienstmaagd Armella :

„O mijne gekruisigde liefde ! wie heeft u bewogen om voor mij zulk een gruwelijken

-ocr page 302-

290

dood aan liet kruis te sterven ? O mijn Jezus ! doe mij toch de genade en nagel mij met TT aan het kruis!.... Weest Gij met mij, en laat mij in U zijn en met U aan het kruis sterven!quot;

Of zeg of denk slechts:

„Mijn Jezus! Uit liefde tot U wil ik alles lijden, voor U die uit liefde tot mij zoo groote smarten geleden hebt! — O mijn Jezus , ik vere \'iiig mijne smarten met de uwe en draag ze aan uw hemelschen Vader op. — Maria , moeder van smarten, moeder der schoone liefde! deel mij iets mede van uwe liefde, opdat ik met die liefde moge \'lijden, waarmede gij geleden hebt. — Jezus, voor u wil ik leven, lijden en sterven!quot;

Oefening van onderwerping aan den heiligen wil Gods.

De liefde Gods is dan eerst volkomen in een hart, wanneer degene die God bemint, zich geheel aan Gods wil overgeeft, zijn wil aan dien van God onderwerpt. Het offer van onzen eigen wil is het aangenaamste dat wij den Heer brengen, daar wij niets bezitten wat ons liever is. Van-

-ocr page 303-

291

daar dan ook, dat vrome, godminnende zielen zich gaarne schikken naar hetgeen de lieve God wil. De goddelijke wil is de richtsnoer van al hun doen en laten. „God wil het, zijn wil geschiede.quot; Deze woorden hebben zij niet slechts in den mond, maar ook diep in het hart, en daarom hebben zij altijd vrede, zijn altijd in rust, hetzij vreugde of tegenspoed, wat zoet of bitter, zwaar of licht is, geluk of ongeluk hun overkomen.

De heilige koning David prijst dikwerf degenen zalig, die recht van harte zijn, en onder anderen spreekt hij over dezen tot God ; „Reik uwe barmhartigheid aan degenen , die recht van harte zijn.quot; Psalm 55. Daarover zegt de H. Augnstinus : „Diegenen zijn recht van harte, die den wil Gods in dit loven vervullen.quot; God wil hebben dat gij nu eens gezond, dan eens ziek zijt.

Is u nu de wil Gods zoet wanneer gij gezond, maar bitter, wanneer gij ziek zijt, dan zijt gij niet oprecht van harte. Waarom ? Omdat gij uw wil niet naar den wil Gods, maar Gods wil naar den uwe voegen wilt. De wil Gods is recht, maar de uwe

-ocr page 304-

292

krom; uw wil moet naar den zijne gericht worden, dan zijt gij recht van harte. Gaat het u goed, God zij geprezen, die u troost. Gaat het u slecht, God zij nog geprezen, die n kastijdt en beproeft. Gij zult recht van harte zijn als gij zegt; „Ik wil God ten allen tijde prijzen! Slechts hij heeft een rechten wil, die wil wat God wil!\'\'

Wil derhalve uw hart aan God behagen, „zegt de heilige Alphonsus,quot; tracht u dan in alles gelijkvormig te maken aan den wil Gods, of liever vereenig uw wil volkomen met den wil Gods, zoo dat gij niets anders wilt, dan wat God wil.quot;

Deze aan God zoo welgevallige onderwerping of vereeniging van den wil moet een zieke bezitten, wil hij niet te vergeefs lijden of zelfs zich bezondigen. „Zieken, zegt de heilige Alphonsusdie lijden en niet trachten hun lijden en hun wil gelijkvormig te maken met den wil Gods, zijn de beklagenwaardigste en ellendigste menschen öp aarde, en dit niet zoozeer om hunne smarten, maar dewijl zij de schatten niet weten te waardeeren, welke God hun in hun lijden aanbiedt.

-ocr page 305-

293

Zie, Christen ziel! de smarten, wederwaardigheden en het voortdurend lijtien veranderen immers niet door onwil, verdriet, toorn en klachten, zij worden daardoor niet lichter en houden er niet door op; integendeel: zij worden nog grooter, en — wat het ergste is, uwe ziel komt in grooter gevaar om te zondigen en den lieven God te mishagen, die wil, dat gij ziek zijt en U door geduldig, rustig, kalm lijden aan Hem zult onderwerpen. Doet gij dit, dan hebt gij, gelijk een heilige zegt, „God tot U, opdat Hij Zich met u vereenige.quot; Dit heeft God aan de heilige Gertrudis geopenbaard, toen Hij tot haar sprak: „Als Ik eene ziel bedroefd zie, dan gevoel Ik Mij tot haar getrokken, en het is mijne grootste vreugde, bij zulke lijdende menschen te zijn en te wonen.quot; Dit heeft ook David gezegd: De Heer is dicht bij hen, die bedrukt van harte zijn (Psalm 33).quot; Ik ben bij hem in wederwaardigheid (Psalm 90.) Derhalve is God, de Vader van allen troost bij en met u, als gij u aan zijn wil onderwerpt en wilt wat Hij wil. Hij is bij u als gij in lijden en smart met hart en mond

-ocr page 306-

294

■verzucht: „Gods wil geschiede aan mij.quot; Ik wil ziek zijn, daar God het wil; ik wil smarten lijden, zooveel God wil; ik wil zoolang lijden als God wil; ik wil hier blijven liggen, zoodat het God behaagt.quot;

Wel is waar, is het niet gemakkelijk om smart en lijden altijd zoo kalm en aan God onderworpen, zonder onwil of klacht ja zelfs met vreugde op te nemen en te dragen; maar met Gods genade, door overweging der oneindige liefde en goedheid Gods en van het onschatbaar nut, dat uit de beoefening van de onderwerping aan Gods wil voortvloeit, kan men het zoover brengen.

Bedenk dan, Christen, dat gij met Gods hulp alles vermoogt. „Ik kan alles in hem, die mij versterkt,quot; roept de heilige Paulus uit. „Als God u met ziekte bezoekt en wil, dat gij die met onderwerping zult aannemen, dan zal Hij u ook de kracht geven dat gij het zult kunnen. Verzoek, smeek, roep slechts tot God in deze wederwaardigheid, en Hij zal u verhoeren!quot;

Overweeg verder en geloof vast, dat God niets anders dan uw best wil. Hij kan zelfs

-ocr page 307-

295

niets anders willen, omdat Hij de oneindige goedheid en liefde, omdat Hij uw vader is. Kunt gij wel iemand vinden die n meer liefheeft dan God ? Hij heeft geen anderen wil dan om u heilig en zalig te maken. Wilt ook gij niet heilig en zalig worden? Wanneer gij dat wilt, dan moet gij u ook op den weg laten geleiden, langs welken Grod ii ten hemel wil voeren, al moest dit ook de smartelijkste kruisweg zijn. Weerstreeft gij Gods wil, draagt gij uw kruis ongewillig en ongeduldig, de wil Gods zal toch geschieden en gij zult alles zonder verdienste lijden en den vrede verliezen, want; „wie weerstaat God en heeft vrede?quot; (Job. 9,). O Welke vreugde, roept de heilige Alphonsus uit,quot; geeft de lieve God dengene, die in den tijd van rampspoed met God uitroept: „Mijn God, ik ben verstomd en deed mijn mond niet open, want Gij hebt het gedaan! \' (Psalm 28.)

God verlangt niet slechts naar uwe zaligheid, hij is daarvoor ook bezorgd. Uwe ziekte zelve strekt daarvan ten bewijze. Gelijk een vader voor zijn kind bezorgd is, dat het goed worde opgevoed, en het met

-ocr page 308-

296

dat inzicht ten rechten tijde met de roede slaat, of hem menige zaak weigert die het verlangt, of het aanneemt, wat het schadelijk is, zoo handelt God met u. Hij heeft u de gezondheid ontnomen en u met de roede der smart geslagen om u voor den hemel op voeden. Kinderen weenen, morren zelfs wel en beschuldigen den vader die hen slaat, van hardheid en wreedheid; maar als zij grootor worden, bedanken zij hem, dewijl zij leeren inzien, hoe goed hij het gemeend heeft.

Overweeg, dat deze onderwerping aan Gods wil door Jezus met woord en voorbeeld geleerd werd. Grij hebt in het Onze Vader reeds dikwerf gebeden; „Uw wil geschiede op aarde als in den hemel.quot; Dit zijn de woorden van Jezus , welke gij nu ook moet beoefenen. Die woorden zijn spoedig uitgesproken; maar gij moet ze ook nakomen. Christus heeft ze gebeden en volbracht. De wil zijns hemelschen Vaders was zijne spijs; op den Olijfberg heeft hij onder het vreeslijkste lijden driemaal gebeden: „Vader, niet mijn wil, maar de uwe moet geschieden !quot; Volkomen on-

-ocr page 309-

297

derwierp Hij zicli aan den wil zijns Vaders, en deze onderwerping gaf hem zooveel kracht, dat Hij zich aan zijne vijanden ter marteling en ter dood overleverde. quot;Wilt gij uwgoddelijken Zaligmaker niet navolgen?

Overweeg eindelijk, dat gij geen beteren troost kunt vinden dan in de gedachte: mijn God, mijn vader in den hemel wil dat ik lijd! „De onderwerping aan Gods wil, zegt de heilige Vincentius,quot; is de schat, is het teeken des Christens,en geleidt volkomen zeker ten hemel. De heilige Franciscus van Sales was van oordeel, dat de almachtige God geen ziel kan verdoemen, die in het geloof aan Christus zich volkomen aan den goddelijken wil onderwerpt. Daarom gaf de heilige zich ook alle mogelijke moeite om zieken tot de onvoorwaardelijkste onderwerping aan Gods wil te bewegen, en sprak bijna van niets anders. Daarom hebben al de heiligen uit al hunne macht daarheen gestreefd, om hun wil geheel den Heer op te offeren, en in de grootste wederwaardigheden, in het bitterste lijden, in de onderwerping aan Gods wil, troost, rust en zelfs .zalige vreugde gevonden.

-ocr page 310-

298

Voorheelden De heilige martelaars Epic-tetes en Astion gaven, op de pijnbank uitgerekt, onder de vreeselijke folteringen op al de vragen van den rechter Latronianus geen ander antwoord, dan: „Wij zijn Christenen, de wil van onzen God geschiede aan ons!quot; Deze woorden versterkten hen niet slechts wonderbaar, maar bewogen ook den gerechtsdienaarVigilantius om het Christelijk geloof te omhelzen.

De heilige Magdalena van Pazzi moest gedurende vele jaren de grootste smarten lijden. Gedurende drie jaren werd zij door een koorts gekweld. Een pijnlijke hoest cn zware hoofdpijnen veroorzaakten haar bet bitterste lijden. Twee jaren lang leed zij aan zulk eene groote tandpijn, dat zij dag noch nacht kon rusten. Zij gaf veel bloed op en werd daardoor zoo uitgeteerd, dat de genees-heeren zeiven verwonderd waren hoe zulkeen verzwakt lichaam zulk een lijden kon verdragen. Toch leefde zij jaren lang door de kracht Gods, die haar verlangen naar lijden wilde bevredigen. Daarbij vond zij nergens troost

-ocr page 311-

299

nergens hulp behalve bij God, haar Zaligmaker. Met een grooten inwendigen vrede zeide zij tot hem; „Als gij, Heer, mij geen kracht en hulp verleent, kan mijn lichaam zooveel niet verdragen,quot; Zoo velerlei en veelvuldig lijden zij ook had, haar geduld en hare onderwerping aan God bleven zoo groot, dat men dikwijls zag hoe zij hare oogen ten hemel ophief en God dankte, dat Hij haar leven verlengde om te kunnen lijden, en, zich aan de goddelijke majesteit opofferend, riep zij uit: „Heer, is het uw welbehagen, dat ik op dit bed blijf tot aan den dag des oordeels, uw wil gescMede !quot;

Dezelfde heilige werd eens zeer bedroefd, omdat eene zuster uit medelijden aan haar zeide: Ik kan het niet meer verdragen, dat God u zooveel laat lijden ! Aanstonds gaf zij haar deze schoone onderrichting : „Wanneer gij met lijden bezocht wordt, beijver u dan zeer om dat lijden niet af te scheiden van zijn oorsprong, anders zal het u een ondragelijke last zijn.quot;

Toen haar biechtvader haar eens vroeg, hoe groot haar lijden was, antwoordde zij; „Weet, dat geen lid van mijn lichaamsdeel

20

-ocr page 312-

300

zonder pijn is; maar in mijn liart vind ik groote berusting in G-ods wil.quot; En toen liij zeide, dat hij hoopte, dat God haar nog voor haar einde zou troosten, antwoordde zij : „Dat verlang ik niet; ik verlang slechts geduld en kracht, om deze pijnen te kunnen verdragen.quot;

De vrome Anna Garcias werd dikwijls door eene beroerte getroffen, en ten gevolge daarvan had zij de pijnlijkste smarten te lijden. Dikwijls meende men dat zij zou gaan sterven. Toch hoorde men haar niet klagen; integendeel ondervond zij groote vreugde, zich in Gods handen te zien en herhaalde zij dan dikwijls deze woorden: „Nu heb ik niets anders te doen dan God en de ziekenoppassers te danken : en ik heb geen anderen wensch, dan dat God naar welgevallen met mij handelt.quot; Menigmaal zeide zij vol inwendigen vrede: „Zie Heer, hier ben ik, volbreng aan mij uw allerheiligsten wil; ik wil en verlang niets anders.quot;

Do heilige Laurentius der Verrijzenis, een arme Karmelieter-broeder, was in zijn

-ocr page 313-

301

lijden altijd vergenoeg-:!.Hij moest.\' uithoofde van hevige steken in de zijde, bijna altijd op eene zijde liggen, en desniettemin was hij altijd opgeruimd. Z Ifs op zijn gelaat kon men dien inwendigen vrede zien schitteren. Toen eenige geestelijken die hem bezochten. hem vroegen of hij dan niets te lijden had, daar zij hem zoo vergenoegd zagen, gaf hij ten antwoord: „Vergeefmij, ik lijd wel, de steken in de zijde veroorzaken mij smarten, maar mijn geest is altijd vergenoegd.quot; En toen de geestelijken hem zeiden : „Lieve Broeder, als het Gods wil was, dat gij deze zware smarten nog tien jaar moest dragen, zoudt gij dan ook tevreden wezen fquot; „Ja,quot; antwoordde hij , „niet alleen zoovele jaren, maar als het God mocht behagen, dat ik deze smarten tot asn den jongsten dag moest lijden, zon ik mij daaraan gaarne onderwerpen, en daarbij hopen, dat God mij de genade mocht be-wijzen, altijd vergenoegd te zijn.quot;

De heilige Catharina van Genua werd in hare ziekte dikwijls door znlke ontzettende

-ocr page 314-

302

pijnen gefolterd, dat zij het luid moest uitschreeuwen, maar haar geest stond vast in God, zoodat zij uitriep : „Ik heet alle lij den welkom van Godswege.quot;

Eens lag zij als gekruisigd met uitgestrekte armen op haar bed; ondragelijke smarten kwelden haar lichaam terwijl zij uitriep: „Dit lijden zij welkom, met al de andere pijnen, welke Gods hand mij toezendt/\'

De eerwaardige dienaar Gods, Ludovicus dePonte, was gedurende verscheidene jaren bedlegerig en door de jicht gekweld, maar zijn wil was daarbij zóó met den godde-lijken wil vereenigd, dat hij kon zeggen; „Als het Gods wil is, dat ik duizend jaren met de grootste moeijelijkheden en in- en uitwendig lijden beladen blijf, dan wil ik dit, als ik God slechts niet beleedig. Mijn hemel is de wil Gods, met dezén heb ik den hemel op aarde !quot; Dikwijls had hij de woorden in den mond: „God weet, wat ons heilzaam is.quot; Eiken dag vernieuwde hij de volgende gelofte; In, aan, voor en om mij en al het mijne, geschiede Heer uw allerheiligste wil in en door alles nu en in eeuwigheid.quot;

-ocr page 315-

303

Toen de zieke meester Vincentius de Rocha hoorde, dat men liet heilig Misoffer zou opdragen om hem zijne gezondheid te doen herkrijgen, riep hij uitDat niet! laten wij het aan God over of Hij de ziekte wil wegnemen of langer voortduren ; beide is mij hetzelfde, als Grod het zoo wil en beschikt.quot;

De heilige Liduina van Schiedam, die 38 jaren aan het ziekbed gekluisterd was en onbeschrijfelijke smarten leed, had tot spreuk gekozen: „O Heer, ik ben tevreden, als gij mij met smarten bezoekt, en mij niet spaart; uw heiligste wil is mijn beste troost!quot;

De Heer Jezus verscheen eens aan de heilige Grertrudis, in de rechterhand gezondheid, in de linker ziekte dragende, en sprak haar aldus aan; „Mijne dochter, welke van beide wilt gij kiezen ? „Gertrudis nu keerde zich van de handen des Heeren af, en zeide ; „Heer! ik verlang van ganscher harte, dat gij geen acht hoegenaamd slaat op mijn wil, maar dat uw welgevallen en

-ocr page 316-

304

dat wat tot uwe verheerlijking dient, aan mij volbracht worde.quot;

Een zieke deed eons een bedevaart naar het graf van den heiligen Thomas van Kantelberg, om daar van God de gezondheid af te smeeken. Hij verkreeg wat hij verlangde. Op den terugtocht viel hem de gedachte ia, lt; t\' de ziekte niet meer dan de gezondheid tot het heil zijner ziel zou gediend hebben. Deze gedachte verliet hem niet en maakte hem zoo beangst, dat hij weder naar het graf van den Heilige terugkeerde en daar bad: „Dat God hem, ter wille van zijn heiligen dienaar zou geven, wat hem dienstiger was om zijne eeuwige zaligheid te verwerven. Toen de Heer hem nu dezelfde ziekte teruggegeven had, verheugde hij zich daarover bijzonder, want hij zag in, dat hij zoo zijne zaligheid eerder verkrijgen zou.

De heilige Dominicus had een zeer vromen, geleerden jongeling, met name Reginaldus,

-ocr page 317-

305

in zijne orde opgenomen. Toen deze liet orderkleed wilde aandoen. overviel liem eene lievige koorts, die liem aan den rand van liet graf braclit. De lieilige Dominions smeekte met groote vurigheid God en de lieilige Maagd, om de gezondheid van zijn zieken broeder. Ook Eeginaldus deed dit.

Toen nu beiden zoo aanhielden met smee-ken, verscheen de heilige Moeder Gods, in gezelschap van twee maagden van onuitsprekelijke schoonheid, aan broeder üeginal-dus, die door de liitte van de koorts verteerd waakte en de volgende woorden vernam: „Vraag van mij wat gij wilt, en ik zal het u verkrijgen.quot; Terwijl hij zich beraadde, fluisterde eene der maagden hem toe, niets te verlangen, maar zich geheel aan den wil van de Moeder van barmhartigheid over te geven. Hij deed dit ook met deze woorden : „Mijne Koningin ! ik verlang niets en heb geen anderen wil dan den uwen alleen, iu dezen en in uwe handen geef ik mij geheel over.quot; Nu zalfde de heilige Maagd hem met gewijde olie op dezelfde wijze als men aan de doodelijke zieken de heilige olie pleegt te geven. Na deze zalving werd

-ocr page 318-

303

? fe:v , ■ ■ ■

Reginaldus plotseling gezond en met de ligchamelijke gezondheid, verkreeg hij ook nog de genade, om gedurende zijn gansche leven geen bekoringen tegen de heilige deugd te ondervinden.

De gelukzalige Petrus Canisius leed verscheidene maanden vóór zijn dood de hevigste smarten. Zijn lichaam was zeer opgezwollen, zijne zenuwen waren zóó gespannen, dat de geringste beweging hem ondragelijke pijnen veroorzaakte; hij kon zitten noch liggen. Toen zijn oppasser hem nu eens zoo lijdend zag, en tot hem sprak: „Lieve pater! zoudt gij uw nood niet aan onzen Heer kunnen voorstellen, en hem om eenige verzachting in uw lijden bidden?quot; gaf hij ten antwoord; „Laten wij Hem begaan, dien goeden Heer; Hij weet het beter dan wij, wat noodig is. Reeds sedert zoovele jaren heb ik de eer Hem te dienen, altijd gaf ik mij geheel over aan zijne liefdevolle Voorzienigheid, en ik bevond mij daarbij tewel, dan dat ik den korten tijd, dien mij nog overblijft om Hem mijne getrouwheid

-ocr page 319-

307

te toonen, mij aan zijne beschikkingen zou willen onttrekken,quot;

Zoo hebben derhalve de heiligen in de vreugdevolle, kalme onderwerping aan Gods heiligen wil, te midden van hun zwaarste lijden, troost, kalmte en kracht verkregen, ten einde alles om Gods wil te lijden. Maar hunne onderwerping was niet gedwongen, zij was geheel vrijwillig; zij droegen het kruis den Zaligmaker niet gedwongen na,, gelijk Simon van Cyrene, maar met liefde en blijdschap. De treffende woorden die van hunne lippen vloeiden, kwamen uit den grond hunner harten. Zij deden niet gelijk zoo menige zieke, die zich alleen aan Gods wil onderwerpt, omdat het niet anders kan wezen, omdat hij inziet dat klagen, morren, onwil, droefheid en kleinmoedigheid niet baten, daar hij het kruis dat God hem heeft opgelegd niet van zich kan afschudden. Maar de Heer wil niet dat men slechts gedwongen het kruis drage. Hij verlangt, dat men zijn wil uit liefde aan hem opoffert en smart en leed met liefde, vreugde, rust

-ocr page 320-

308

en moed zal ontvangen, omdat do Heer dit zoo verlangt.

De heilige Augustinus schildert ons degenen die het kruis gedwongen dragen en hen, die het doen in vereeniging met Gods wil, in de volgende gelijkenis zeer fraai: Josue en Caleb dragen een druiventros op de schouders uit het beloofde land naar de legerplaats der Israëlieten. Beschouwen wij de beide dragers. De eerste gaat vooruit, en gevoelt de geheele zwaarte van den last, de andere volgt, en verlicht zich den last naar wensch en wil. Het zweet druipt van het aangezicht des eersten uit hoofde dei-brandende zonnestralen; de tweede volgt in de verkoelende schaduw van den druiventros; de eerste versmacht van dorst, terwijl de tweede nu en dan een druif plukt en zijn droge tong laaft. Op wien gelijken de beide druivendragers, vraagt de heilige Augustinus? Het zijn de beide verscheidene kruisdragers van het oude eu het nieuwe Testament, de Jood en de Christen ; of vooruit gaat de ongeduldige en gedwongen kruisdrager, die het kruis torst omdat het niet anders kan; de Christen

-ocr page 321-

309

volgt als een vrijwilliger, die Let kruis met vreugde op zicli lieeft genomeu, wiens kruis met Christus\' kruis, wiens wil met Gods wil en liefde vereenigd is. Hij wandelt in de schaduw van Jezus\' kruis en put sterkte en kracht uit de wonden des Heeren, uit de overweging van zijn heilig lijden, dat Hij om onzentwege vrijwillig op zich heeft genomen.

Op wien van deze beide kruisdragers wilt gij gelijken, Christen? Ongetwijfeld op dengene, die, vereenigd met den goddelijken wil, den Verlosser op den kruisweg navolgt! — Offer dan uw eigen wil geheel aan den lieven Vader in den hemel, gelijk Jezus, zijn eeniggeboren Zoon, heeft gedaan.

quot;Werp u zonder voorbehoud in de armen Gods; o hoe zoet is de rust daar in het zwaarste lijden!

De heilige Teresia had in hare jeugd eene zware ziekte; zij schildert haar toestand zelve. „Mijn tong was gekorven, mijn keelgat en bals ingekrompen als of ik moest stikken; ik kon niet eens water slikken. Al de ledematen van mijn lichaam waren als verrekt; mijn hoofd was zeer verdoofd

-ocr page 322-

310

en mijn geheel lichaam samengetrokken als een klomp. Slechts één vinger aan de rechterhand kon ik verroeren. Ieder die mij zag, moest huiveren en medelijden met mij hebben; ik had niets dan vel en been. In dezen rampzaligen toestand bleef ik meer dan acht maanden ; maar van het gebruik mijner ledematen was ik, ofschoon ik langzamerhand beter werd, bijna gedurende drie jaren beroofd. Toen ik weder begon op krukken te loopen, dankte ik God. Dien geheelen tijd — behalve in den beginne — heb ik met groote gelijkvormigheid aan Grods wil, zelfs met een opgeruimd gemoed doorgebracht. Mijn wil was zoo onderworpen aan Gods wil, dat ik tevreden zou gebleven zijn, als Hij mij altijd zoo zou gelaten hebben. „Deze heilige nu, die bij zichzelve ondervond, welke schatten van genade de onderwerping aan Gods wil medebrengt, onderricht hare geestelijke dochters over de bede van het heilige Onze Vader: „uw wil geschiede enz.quot; op volgende wijze : „Het zou niet goed zijn, mijne zusters,, als gij deze bede alleen zoudt zeggen, en niet ook doen. . .. Wat Gods wil is. e:a hoe

-ocr page 323-

311

Hij zich ook gedraagt jegens degenen,die deze woorden opreclit en in alle waarheid uitspreken, daaromtrent behoeft gij slechts zijn beminden Zoon te ondervragen, die deze woorden meermalen sprak, toen hij in den hof van Grethsemani leed en bad. En daar hij ze met volkomene vastberadenheid en onderwerping uitsprak; zie welke wederwaardigheden, smarten, versmadingen enz. Hij hem heeft toegezonden, totdat Hij eindelijk zijn leven aan het kruis eindigde.

Ziet, mijne dochter, wat hij dengene gaf, dien Hij meer dan alle kinderen der men-schen liefhad; Daaruit kunt gij besluiten

wat zijn wil is...... Dit zijn derhalve in

deze wereld Gods genaden en geschenken.... Schept derhalve moed en maakt het voornemen, om alles te dragen wat het God zal behagen u toe te zenden.

Bij ulieden moet zeggen en doen, moeten woorden en werken overeenstemmen; .gij moet u geheel aan uwen Schepper overgeven

en uw wil met den zijne ten offer brengen.....

Zegt: uw wil geschiede; uw wil worde in mij op alle wijzen vervuld, gelijk het U, o Heer, zal behagen! Wilt gij liet langs

-ocr page 324-

312

den weg der wederwaardigheden en des kruises, geef mij dan kracht en laat ze altijd over mij komen! Wilt gij het door vervolging en ziekte, door smaad en nood : zie, hier ben ik! Ik wil, o Vader, mijn aangezicht niet van u afwenden. Dewijl uw Zoon in aller naam U ook mijn wil geschonken heeft, is het billijk, dat ik daarin niet in gebreke blijve, en ik hetzelfde doe.quot;

• Volg dan, lieve Christen, den raad dezer heilige leermeesteresse; breng den Heer het kostbaarste het Hem welgevallige offer van uw wil. Zeg met moed en vastberaden uit het binnenste uws harten.quot;

„Heer, mijn God en Vader! Gij wilt dat ik ziek ben, uw wil geschiede! Gij wilt dat ik niet gaan kan, en hier op het bed van smarten blijve liggen. Uw wil geschiede!

„Gij wilt, dat ik mijne ledematen niet kan gebruiken, ik breng ze u ten offer.

„Gij hebt mij den verkwikkenden slaap ontnomen, uw heilige wil geschiede ! ik wil waken, daar Gij het zoo wilt!

„Gij, o besteVader, wilt dat mijn ligchaam smarten lijdt, ik offer n deze smarten op en wil wat Gij wilt !

-ocr page 325-

313

„Gij wilt, dat ik niet naar de kerk kan gaan, het allerheiligste offer niet kan bijwonen. Dit is uw wil, hij geschiede.

„Gij wilt, dat ik mijne bezigheden niet kan verrichten ; ik onderwerp mij aan U, o Heer , en laat U al mijne zorgen over. Gij znlt het wel terecht brengen !

„Aan U, o mijn God, geef ik mij over; in uwe handen stel ik mijn wil. O laat dien aan mij, in mij, door mij, altijd en in alles geschieden !

„Niets wil ik hebben, behalve hetgeen Gij wilt, dat ik hebbe; niet wil ik zijn, behalve hetgeen Gij wilt, dat ik zij, slechts datgene wil ik, wat Gij wilt!

„Geleid mij. Heer, volgens nwen goedertieren wil, en handel met mij naar uw welgevallen. Gij zijt de Heer, en alles wat gij doet, is wèl gedaan.

„Alles wat uw behaagt, behaagt ook mij, daar het u zoo behaagt.

„Bereid, o Heer, bereid is mijn hart, om nw wil te volbrengen.

„Geef mij, o Heer, dat ik nooit iets anders wil dan hetgeen gij wilt.

„Niet mijn wil, maar uw wil geschiede,.

-ocr page 326-

314

zoo bad uw allerliefste Zoon in den hof van Olijven. Ik wil mijne woorden met de zijne vereenigen, en U die ten offer brengen. Ja, o Vader! niet gelijk ik wil, maar gelijk gij wilt!

gt; Geloofd en gezegend zij in alles de allerheiligste, rechtvaardigste en allerheminnelijkste ivil Godsl

(Hij, die deze woorden uitspreekt, met den wenscb naar liet Heilig Sacrament, kan een vollen aflaat in bet uur des doods verdienen.)

Oefening van geduld.

„De verdienste der kruisen, zegt de heilige Franciscus van Sales, „bestaat niet in bunne zwaarte, maar in de wijze waarop men ze draagt.quot; Hij, die zijn lijden, zijne wederwaardigheden en smarten met ongeduld onwilligheid, mismoedigheid en toorn draagt., die daarbij mort, kleinmoedig en moedeloos is, zal het kruis tocb niet van zich afwerpen, zijne smarten niet lenigen, zijn lijden niet kunnen doen eindigen en — hetgeen zeer te betreuren is — hij zal zonder eenige verdienste voor den hemel lijden. Maar hij

-ocr page 327-

315

die met in- en uitwendige kalmte van ziel en rust zijn lijden en zijne smarten, uit liefde tot Grod, op zich neemt en draagt, zal daaruit groot nut hebben.

„De lijdzaamheidquot; schrijft de heilige Paulus, „is u noodig, omdat gij Gods wil zoudt vervullen en de belooning verkrijgen.quot; (Hebr. 10, 35.)

Bijzonder noodig is de lijdzaamheid voor den zieke, want niemand heeft eene schoonere gelegenheid om deze hemelsche deugd te oefenen dan de zieke.—De lijdzaamheid heeft Jezus uit den hemel op aarde gebracht; Hij heeft haar zijn geheel leven geoefend en ons door zijn voorbeeld geleerd, hoe wij door deze deugd den hemel kunnen verkrijgen. De zieke draagt het beeld van Jezus, den gekruisigde, in zich. en volgt zijn voorbeeld, als hij, aan het ziekbed gekluisterd, alle smarten en moeielijkheden kalm en stil draagt.quot;

Nooit, zegt de heilige Vincentius a Paulo, hebben wij zoovele redenen om ons te troosten , als wanneer wij ons in lijden en wederwaardigheid bevinden; dewijl wij daardoor aau onzen goddelijken Zaligmaker

21

-ocr page 328-

316

gelijkvormig worden, en deze gelijkvormigheid is het kenteeken der uitverkiezing. Wilt gij nu uwen Verlosser gelijkvormig worden in lijden en smarten, draag hem dan uw kruis in lijdzaamheid na. — «Als eene ziel geen kruis heeft, heeft zij geen geduld, en waar geen geduld is, daar is geen heil,quot; zegt de heilige Mechtildis.

De ongeduldige maakt zich zijn lijden tot eene hel, waar het ongeduld en de gramschap woont. Daarom zegt de heilige Philippus Neri. „Daar is in dit leven geen vagevuur, maar een paradijs of een hel,quot;

Zij , die met geduld lijden hebben, het paradijs, de anderen de hel.

Hij, die het geduld niet bewaart, verliest de gerechtigheid, dat wil zeggen, hij verliest zijne ziel; want de Zaligmaker zegt. „In geduld zult gij uwe ziel winnenzoo spreekt de heilige Leonardus.

Het goud wordt in het vuur gelouterd, het onkruid verbrand. „Zij, die geduldig lijden, worden als goud gelouterd, de ongeduldige gaat ten gronde;quot; zoo spreekt de heilige Laurentius Justinianus.

„Wat het geduld door goede werken

-ocr page 329-

317

sticht,quot; zegt de heilige Cyprianus, „haalt het ongeduld omver,quot; en „het goede, dat het geduld gewonnen heeft, verliest het ongeduld weder,quot; zegt de heilige Beda.

quot;Welk eene schade berokkent gij u zeiven dus, lieve Christen, als gij uwe ziekte niet met geduld aanneemt uit Gods hand, en niet met geduld lijdt! Grij laat uwen lieven Jezus het kruis alleen dragen en volgt Hem niet na; gij draagt het kenteekon van een waren Christen niet in u; want kwaad lijden is het kenteeken des Christens. Gij lijdt en moet lijden, ook als gij ongeduldig zij , maar gij zult u geen verdienste voor den hemel verzamelen. „De zekerste weg om voor zich verdiensten le verwerven, is het geduld.quot; zegt de heilige Franciscus Solanus.

Zoo dikwijls als gij in uw lijden ongeduldig zijt, mort, u onwillig en toornig gedraagt, rooft gij u een parel uit uw kroon, die God u heeft weggelegd; zoo dikwijls gij echter geduld oefent, zoo dikwijls gij om Jezus wil, onwilligheid, mismoedigheid, toorn onderdrukt, zet gij een edelgesteente in uw kroon.

Ongeduld in ziekte is een bewijs hoe

-ocr page 330-

318

weinig de zieke Jezus lieflieeft. „U is het gegeven, in betrekking tot Christus, niet slechts inhemte gelooven, maar ook voorHem te lijden,quot; schrijft de heilige Paulus. Phil. 1, 29. Jezus heeft zooveel voor ons geleden, en wij willen voor hem zoo weinig, ja zelfs niets lijden! !

O lieve Christen, welk een groote schat ligt in het geduld verborgen! „Gelukkig, eeuwig gelukkig,quot; roept de heilige bisschop Zeno uit, „is degene die U bezit!quot;

„Zie, het geduld,quot; roept de heilige Chry-sostomus uit, „is de muur des geloofs, de vrucht der hoop, de vriendin der liefde.quot;

„Hij, die de deugd der lijdzaamheid heeft en beoefent, is grooter dan hij, die teekenen en wonderen doet,quot; zegt de heilige Gregorius.

„Hij, die de wederwaardigheden, het lijden en de ziekten, welke de Heer zendt, met geduld aanneemt, heeft een middel om zijne onmetelijk groote schulden aan Gods rechtvaardigheid te betalenzegt de heilige Vincentius Ferrerius.

„Wanneer God u laat lijden, zegt de heilige Joannes van het Kruis, wordt God zelf uw schuldenaar, voorzoover gij met geduld lijdt.quot;

-ocr page 331-

319

„Hij, die geduldig de wederwaardigheden lijdt, uit liefde tot God, lieeft reeds een voet in de andere wereld,quot; zegt de heilige Egidius.

„Alle getrouwe dienaars Gods zijn den hemel ingegaan door het lijden en de vernederingen, die zij met zachtmoedigheid en geduld verdragen, „zegt de heilige kluizenaar Joannes. Het leven der heiligen bewijst u die waarheid.

Voorbeelden. De heilige Paus Gregorius werd door de hevigste jicht op het ziekbed geworpen. Twee jaren lang leed hij zoo groote smarten, dat hij zelf bekende dagelijks te sterven. Desniettemin wilde hij geen anderen troost dan van den hemel. Meermalen verzocht hij anderen voor hem te bidden, opdat, gelijk hij zeide, zijn geduld niet door de pijnen zou overwonnen worden, en zoodoende hetgeen moest dienen tot boete voor de zonden, hem niet nieuwe zonden zou doen begaan.

De heilige Paus Pius V leed de grootste pijnen door het graveel. Als zijne smarten

-ocr page 332-

320

ondragelijk werden, dan vestigde hij zijn blik op het kruis en riep uit: „Heer, vermeerder de smarten, maar vermeerder ook het geduld.quot;

De zalige Petrus Canisius had een smartvolle waterzucht, die hem geen plaatsje gunde om te kunnen rusten. Op zekeren dag vermeerderden zijne smarten tot zulk een overmaat, dat hem tegen zijn ziekenoppasser deze woorden ontvielen: „Kunt gij dan geen plaatsje vinden, lieve broeder, om mij iets zachter te doen rusten?quot; Maar ternauwernood had hij deza woorden gesproken, of hij verweet zich wat hij meende ongeduld te zijn geweest, en voegde daarbij: „Doch neen! het is niet noodig; men moet zijn lichaam zoo toegevend niet behandelen.quot;

|

De godvruchtige aartsbisschop vanBraga, Bartholomeüs, had buitengewoon groote smarten te lijden, die zoo hevig waren dat hij dikwijls flauw viel, waaruit men, daar

hij nimmer klaagde, begreep, hoe groot zijn

\'

]■.

V

-ocr page 333-

321

lijden was. Maar daarbij was zijn geest altijd tot God gekeerd; hij hield niet op Hem voor zooveel genaden te loven en te danken. Dikwijls herinnerde hij zich paus Pius V, die de vreeselijkste pijnen leed en altijd het gebed herhaalde: „Heer, vermeerder de smarten, maar vermeerder ook het geduld.quot; Hij zelf verzuchtte dikwijls tot G-od met de woorden van den heiligen Fnlgentius: „Heer, schenk mij nu geduld en eenmaal barmhartigheid.quot;

De heilige kluizenaar Pacomius, door de pest aangetast, leed met het grootste geduld en opgeruimdheid veertig dagen lang de hevigste smarten. Aan zijne broeders, die treurend bij zijn ziekbed stonden, riep hij toe; „Hij die eene ziekte heeft, kan met geduld en standvastigheid meer doen dan een gezonde ; daardoor vlecht hij zich eene dubbele kroon!quot;

Toen de heilige Franciscus van Assisië eens in een zware ziekte zeer hevige smar-

-ocr page 334-

322

ten leed, maande een zijner Ordebroeders hem aan om den Heer te bidden, dat hij zijn lijden een weinig mocht lenigen. Hierop antwoordde de heilige en sprak tot God : „Heer, ik dank TJ voor al de bittere smarten, die ik lijd, en smeek dat iiwe goedheid die moge vermeerderen, maar niet verminderen.quot;

De zalige Maria van de Menschwording leed hevig aan eene leverziekte, koliek en galuitstorting door al de ledematen haars lichaams , zoodat het haar was, als doorboorde men haar lichaam van het hoofd tot de vorten. Desniettemin legde zij niet het minste ongeduld aan den dag. Hare zachtmoedigheid en gelatenheid was op haar aangezicht te zien, en daarop stond de zaligste opgeruimdheid te lezen. Zij hield het voor een eer en een geluk zooveel met Jezus te mogen lijden, en zij had een bijzonder welbehagen in het herhaald uitspreken van de woorden des heiligen apostels Paulus : „Ik ben met Christus gekruisigd.quot;

-ocr page 335-

323

De heilige Clara was 28 jaren ziek en geen enkelen dag zonder smarten. Toen een Minderbroeder haar eens tot lijdzaamheid wilde aansporen, gaf zij ten antwoord r „Broeder, ik zal u in vertrouwen bekennen: sedert het oogenblik dat mijn geestelijke vader mij de wegen Gods heeft leeren kennen, en mij de genade van Christus heeft laten proeven, heb ik niets geleden dat mij niet zeer dragelijk toescheen, en mijne zwakte , die u zoo lang en zoo drukkend voorkomt, heeft mij niet de allergeringste onrust veroorzaakt.quot;

Ten tijde van den heiligen Dominicus woonde er in Rome eene zieke vrouw, Bona, de goede genaamd, geheel alleen in een toren bij de kerk van den heiligen Joannes. Zij had een kwalijk riekend borstgezwel, waaraan de kanker knaagde en waarin zich de vuilste wormen ophielden. Ieder ander zou zulk een ontzettende kwaal niet hebben kunnen verduren, maar zij verdroeg die met een wonderbaar geduld en

-ocr page 336-

324

dankte God daarvoor. De heilige Domi-nicus bezocht haar meermalen, want hij betoonde haar eene groote liefde, dewijl hij zag, hoe zij gemarteld werd en toch zoo geduldig bleef; hij hoorde hare biecht en bracht haar de heilige Communie. Toen hij dit weder eens gedaan had, wilde hij hare leelijke en verschrikkelijke wond zien. — Bona weigerde dit in den beginne, maar willigde eindelijk het verlangen van den man Gods in. Toen Dominicus het afschuwelijk gezwel en de daarin wemelende wormen zag, en tevens haar geduld en hare kalmte bemerkte, werd hij door innig medelijden getroffen, achtte hare wonden en het gevoel boven al de schatten en edelgesteenten der aarde, en vroeg haar om hem een der wormen, als eene reliek te geven. Doch Bona wilde dit niet doen tenzij hij haar beloofde, dat zij hem weder zou teruggeven; want zij schiep er groote vreugde in om reeds bij haar leven zoo opgegeten en verteerd te worden, zoodat, wanneer een der wormen op den grond viel, zij dien aanstonds weder op de vorige plaats bracht. Zij gaf den heilige dan een

-ocr page 337-

325

worm. Nauwelijks had hij dien evenwel in in de hand genomen ot hij veranderde in een fonkelenden juweel. Toen de broeders van Dominions, die daarbij tegenwoordig waren, dit met bewondering zagen, ver zochten zij den heilige dat hij den worm niet aan de zieke zou teruggeven. Maar Bona drong er op aan dat de heilige zijne belofte zou houden, en ontving uit zijne handen het juweel dat, aanstonds weder een worm, door haar in het gezwel geplaatst werd. Dominicus bad nu en maakte het heilige kruisteeken over haar, gaf haar den zegen en ging heen. Maar nauwelijks was hij de trappen van den toren alge-klommen, of de verkankerde borsten en de, wormen der vrouw vielen af, en nieuw vleesch groeide in de plaats, terwijl Bona in weinige dagen gezond en volkomen hersteld was.

Toen Keizer Tiberius de marteling van den heiligen Ignatius aanschouwde en vernam, dat hij met zooveel vreugde leed en stierf, riep hij uit: „Geen volk lijdt voor

-ocr page 338-

326

zijn God zooveel als de Christenen voor hun Christus!quot;

O zieke Christen, mocht gij toch uw goddelijken Verlosser, die gelijk een lam stilzwijgend zich ter slachtbank liet geleiden, navolgen, en de voetstappen zijner heiligen en vrome dienaars navolgen ! Al zijn uwe pijnen groot en al is het lijden dat u omgeeft en drukt, bitter, hij die u dit alles heeft toegezonden, zal u ook kracht geven om het geduldig te verdragen. Bid hem slechts om die genade, hij zal ze u onthouden. Verzucht daarom dikwijls, vooral wanneer mistroostigheid, tegenzin en gramschap u overvallen:

„O mijn Jezus! deel uit uw goddelijk hart zachtmoedigheid en geduld mede, opdat ik het kruis gewillig na U moge dragen.

„O Jezus! leer mij geduldig zijn, gelijk gij dit aan uwe martelaars hebt geleerd.

„O Jezus! ik wil niet klagen; dat mijn wil vastberaden met den uwe vereenigd zij.

„Jezus! laat niet toe toe, dat ik mij door ongeduld van de verdiensten van mijn lijden beroove.

-ocr page 339-

327

„Jezus! geef dat ik besloten zij ia uw allerheiligst Hart; laat ik daar rusten en vrede vinden.

„Jezus! uit liefde tot U wil ik lijden; geef mij slechts krackt, opdat ik het geduldig drage!

„0 mijn God, verlaat mij niet, kom mijne zwakheid te hulp, sterk mij !

„O Jezus, ik wil zoo lang aan het kruis gehecht blijven als het TJ behaagt.

Allerbedroefste Moeder Maria! Gij hebt onder het kruis gestaan en uw lijden met eindeloos geduld en gelatenheid gedragen; help mij, opdat ik gelijk gij, geduldig onder het kruis blijve liggen, dat uw goddelijke Zoon mij heeft opgelegd!

-ocr page 340-

Mac-htzn dtt, aichtn en ■ficz die ■be.cmtwoozd moeten wozden.

Geef uwe ziel niet aan de droefheid over, en kwel u zelf niet met uwe gedaahten.

(Sir. 30, 22.)

I. WAAROM MOET IK JUIST ZOOVEEL LIJDEN?

Antwoord. Omdat God u hijzonder lief heeft. Dien G-od bemint, kastijdt hij. Hij slaat ieder kind, dat hij aanneemt; zoo staat er geschreven. Hij raakt n met zijne hand aan om te zien, of gij zijn zoon zijt, of gij zijner, en zijner zaligheid waardig zijt. Door het lijden moet de ware liefde tot God, het levendig geloof, het vaste vertrouwen en elke deugd bewezen worden. God beproeft u, opdat gij zoudt toonen, wie gij zijt?

God heeft u lief; daarom slaat hij u, om

-ocr page 341-

329

uw hart tot zicli te trekken. Hij wil u uwe ellendigheid en de ijdelheid der wereld leeren kennen , en u aan deze aarde onthechten.

Grod heeft u lief, daarom geleidt hij u in de school des kruises, om u voor den hemel geschikt te maken.

God heeft u lief, daar hij u aan het lijden van zijn Zoon laat deelnemen. Had hij misschien zijn eeniggeboren Zoon niet lief, omdat hij hem aan den kruisdood overleverde ?

Jezus heeft u lief, daar hij u uit zijn kelk laat drinken. Een koning noodigt alleen degenen aan zijn tafel, die hem wel-hehagelijk zijn.

Had misschien Jezus zijne heilige Moeder niet lief, daar hij haar aan zijn lijden liet deel nemen?

God laat u lijden, omdat hij u in den hemel wil hebben. Lijden is een teeken van Gods genade; een kostbaar geschenk van genade. Alle heiligen waren dit gevoelen toegedaan; daarom verlangden zij zoo vurig naar lijden.

Als de heilige Ignatius, de heilige Fran-ciscus Xaverius, de heilige Teresia niet

-ocr page 342-

S30

te lijden hadden, waren zij treurig. De heilige Panlus verheugde zich over zijne wederwaardigheden en de heilige martelaren gingen jubelend de foltering tegemoet.

2. WAAROM MOET IK JUIST ZOOVEEL LIJDEN;

WAARAAN HEB IK DIT VERDIEND?

Antwoord. God weet of gij dit lijden verdiend hebt, Hij kent uw hart en de wegen, welke gij bewandeld hebt. God is rechtvaardig in zijne oordeelen.

Vriend, God doet niemand onrecht! Gij zegt, waardoor heb ik dit lijden verdiend? Maar, eilieve, zeg mij, wat heeft Christus dan misdaan ? Wat heeft zijne heilige Moeder misdaan, dat het zwaard van smarte haar harte doorboorde? Wat hebben de heilige apostelen, wat hebben zooveel duizende martelaars misdaan? Wat zoovele der heiligste menschen, die God met het zwaarste lijden bezocht heeft?

De heilige monnik en martelaar Petrus moest eens, op eene valsche aanklacht, in de openbare vergadering zijner broeders eene harde en vernederende straf onder-

-ocr page 343-

351

gaan. Toen hij in zijne cel teruggekeerd was, richtte hij zich met tranen in de oogen naar het kruisbeeld en sprak: „Heer, wat heb ik gedaan, dat ik, ofschoon onschuldig, zoo gestreng bestraft werd ?quot; Toen hoorde hij van het kruisbeeld de volgende woorden; „En ik, Petrus, wat heb ik gedaan, dat ik, ofschoon ook zonder schuld, zulk een bitteren dood moest ondergaan?quot;

Vriend , zijt gij zonder schuld als Christus, nw Zaligmaker, zoo zonder schuld als zijne heilige Moeder? O voorzeker, gij hebt reeds gezondigd, wellicht reeds dikwerf en veel; hebt gij reeds daarvoor geboet?

De heilige Vincentius a Paulo , die jaren lang de hevigste smarten moest lijden, klaagde nooit. Werd zijn lijden zeer zwaar, dan wierp hij een blik op het kruisbeeld, en sprak ; „Ik lijd wel zeer weinig, wanneer ik daarmede vergelijk, wat ik verdiende, en wat Christus uit liefde tot ons geleden heeft. — Toen eens een zijner Ordebroeders hem met gezwollen beenen en vol zweren zag, sprak deze, door medelijden getroffen: „Uwe smarten-moeten waarlijk onuitstaan-

22

-ocr page 344-

332

baar zijn!quot; —„Hoe kunt gij,quot; viel Vincentius hem aanstonds in de rede, „het werk van God en zijne genade onuitstaanbaar noemen, waardoor hij een ellendigen zondaar laat lijden? God vergeve u deze woorden! Zoo spreekt men niet in de school van Christus! Is het niet billijk, dat een schuldige lijdt en gestraft wordt ? Heeft de Heer misschien geen recht om met ons te doen wat hem behaagt?quot;

Bedenk, mijn vriend, deze woorden van een heilige; en verootmoedigu, gelijk hij, onder de hand van den altijd rechtvaardigen God!

3. IK KAN DIT LIJOEN NIET MEER UITHOUDEN!

Antwoord. Mijn vriend! God kent uwe zwakheid en uwe kracht; hij weet, wat gij kunt dragen, en hij legt u niet meer op dan gij in staat zijt te dragen, Hij beproeft niemand boven zijne krachten, zegt de apostel.—Hoor, wat diezelfde heilige Paulus zegt, dien God met zooveel lijden bezocht heeft; „Ik kan alles in Dengene, die mij versterktquot; (Phil. 4). De beide broeders

-ocr page 345-

333

Jacobus en Joannes, gaven den Heer, die hun vroeg of zij zijn bitteren kelk konden drinken, aanstonds het grootmoedig antwoord: „Wij kunnen het!quot; Matth. 20. De genade Gods, in vereeniging met de liefde Gods, kan alles dragen. Eene ziel, die God waarlijk bemint, zegt nooit: Ik wil niet! ik kan niet! — De heilige martelaars zeiden nooit, zelfs bij den aanblik van de vreese-lijke foltertuigen : quot;Wij kunnen dit niet uithouden! Zij sidderden niet, maar boden zich met vreugde voor elke marteling aan. Te midden der marteling loofden en dankten zij God, al duurde de pijn ook nog zoolang. quot;Wie gaf hun deze kracht? Christus, die met hen was en met hen leed.

Vriend, met Christus vermoogt gij alles te dragen, ja nog meer te lijden! — En wanneer gij dit lijden niet kunt uitstaan, hoe zult gij dan het vagevuur kunnen uithouden? Bedenk hoe groot de pijnen der hel zijn, die eeuwig duren!

-ocr page 346-

334

4. IK ZOU GAARNE ALLES LIJDEN, MAAR DEZE ZIEKTE!.....

Antwoord. Maar juist deze ziekte wil God, dat gij zult lijden; juist deze ziekte is tot uw bestwil. — Jezus zou voor zich eene andere wijze van sterven hebben kunnen uitkiezen; maar Lij nam het smaadvolle kruis op de schouderen, omdat zijn Vader het aldus wilde.

Houd u overtuigd, dat God het beste voor u heeft gekozen, en neem alles, derhalve ook deze ziekte, onvoorwaardelijk uit Gods band aan, zooals Hij u die geeft.

De heilige Vincentius a Paulo zat vol smarten twee jaren op zijn leuningstoel . maar nooit hoorde men hem daarover klagen, dat hij niet kon gaan. „God wil het, zijn wil geschiede!quot; deze gedachte hield hem steeds in ongestoorden vrede.

5. HOELANG MOET IK NOG LIGGEN EN LIJDEN ?

Antwoord. Zoolang als het God behaagt. God heeft alles naar maat, getal en ge wicht geordend; derhalve ook de dagen

-ocr page 347-

335

voor uw lijden bepaald. Wel is waar mag de zieke om gezondheid, om verkorting van zijn lijden bidden, ook de middelen gebruiken om van zijne ziekte bevrijd te worden; maar hij moet er altijd bijvoegen : „Vader, niet mijn wil, maar uw wil geschiede !quot;

Jezus leed 33 jaren lang; want altijd stond zijn lijden Hem voor oogen; maar wij vinden nergens, dat Hij naar het einde van zijn lijden verlangd had. Toen Hij aan het kruis, in onuitsprekelijke smarten hing, bespotten zijne vijanden Hem, en riepen tot Hem: „Als hij de Zoon Grods is, dan moet hij maar van het kruis af komen, en wij zullen in hem gelooven.quot; Maar, zegt de heilige Joannes Chrysostomus, juist omdat hij de Zoon Gods was kwam hij niet van het kruis af; want het zou dengene, die uit het graf verrees, niet moeielijk geweest zijn om van het kruis af te komen. Dewijl hij echter de lijdzaamheid leerde, wilde hij tot het einde toe volharden; omdat zijn hemelsche Vader wilde, dat hij aan het kruis zou sterven, wilde hij aan het kruis blijven. D sgelijks zijn ook de ware kin-

-ocr page 348-

336

deren Gods standvastig en verlangen niet eerder het einde van hun lijden dan totdat de Heer heeft gezegd; „Het is volbracht !quot;quot;

De goudsmid moet het beste weten, hoelang het goud in de smeltkroes moet liggen en gloeien. Hij zal het dan ook niet eerder uit de kroes nemen, dan wanneer hij ziet dat het volkomen gereinigd is. — Gij zijt het goud, Christen; God is de goudsmid. God zal u het bed van smarten doen verlaten, zoodra Hij het oogenblik daartoe gekomen acht.

Aan die volharding heeft God de zaligheid beloofd, en hij, die getrouw is tot den dood, zal de kroon verkrijgen. (Openb. 2.) Daarom hebben ook de heiligen nooit verlangd, dat hun lijden mocht eindigen; veeleer baden zij, dat het vermeerderd en verlengd mocht worden.

De heilige Maria Francisca werd door een krankzinnige over haar geheele lichaam verscheurd en geworgd, zoodat zij, op voorschrift van den heelmeester, gedurende 12 jaren met de grootste pijn een looden band om den hals moest dragen.

-ocr page 349-

337

6. ALS IK MAAR KON BIDDEN!

Christen ! gij ziet nu aan u zeiven, hoe waar het is, dat men het bidden niet tot het ziekbed moet uitstellen, want daar belet het ellendige lichaam,zijne smarten en zijn lijden, om de ziel tot God te verheffen. Maar wees getroost, reeds de goede wil om te bidden bevalt God. Ik zal u evenwel tot opbeuring nog meer zeggen.De lieve God is tevreden als gij uwe smarten, uw lijden en uwe droefenis uit liefde tot Hem en in geest van boetvaardigheid draagt, en Hem opoffert. Gij behoeft met den mond geen lange gebeden te doen. Gij kunt uok met het hart bidden; gij kunt allerlei goede gedachten vormen, u bijvoorbeeld het lijden van Christus voor oogen stellen, en daarbij korte verzuchtingen doen en u tot geduld opwekken. Zeg b. v. O Jezus! Uit liefde tot u wil ik lijden! O Jezus! Uw wil geschiede! O Jezus, in uwe wonden sluit ik mij op ! Jezus ! ik hoop op u : Jezus 1 ik bemin u ! Jezus, ontferm u mijner ! Jezus ! vergeef mij mijne zonden ! Jezus ! versterk mij ! Jezus ! schenk mij geduld ; Maria ! help mij Jezus beminnen! Maria, help mij, opdat ik

-ocr page 350-

338

het kruis .blijve dragen! Jezus! U wil ik mij kruis nadragen!quot; Zulke en dergelijke verzuchtingen kunt gij dikwerf doen; en als gij ze uit het binnenste uws harten naar God opzendt, zijn ze meer waard dan vele en lange gebeden. Ook een met aandacht en liefde op het kruis geworpen blik, gelijk de heilige Alphonsus van Liguori dikwijls gedaan heelt, treedt reeds in de plaats van een lang gebed. Het is daarom goed, dat gij een kruisbeeld in de hand neemt, of op uw bed legt, het dikwijls aanschouwt en kust. Ook is het goed, een beeld van de heilige Maagd bij u te hebben. Gij moet dit dikwijls aanzien, opdat uw hart tot godsvrucht gestemd worde , zooals de heilige Alphonsus ook gedaan heeft;

7. ALS IK MAAR NAAR DE KERK KON GAAN!

Antwoord. Vriend, geloof mij, uwe kamer is beter dan de kerk; want daar wil God u thans hebben, daar moet gij zijn heiligen wil volbrengen. God is bij u. Hij spreekt door den Profeet; „Ik ben bij u in wederwaardigheden. quot;DeH.Paulus lag twee jaren in de gevangenis. God had hem gezonden om het heilig

-ocr page 351-

339

Evangelie aan de volken te verkondigen en en tocli liet G-od liein twee jaren in de boeien liggen. Dit was Gods wil, en Paulns was tevreden.

Al kunt gij het heilig Misoffer niet hij-wonen, dan zijt gij toch daarvan niet uitgesloten; de priester moet ook voor u bidden! Jezus offert Zich voor u op, of gij tegenwoordig zijt of niet, zoo gij slechts verlangt aan zijne verdiensten deelachtig te zijn. De ware, God alleen welgevallige godsdienst is het volbrengen van zijn heiligen wil.

8. ACH, ALS IK GEZOND WAS, ZOU IK MEER ARBEIDEN EN MEER GOED DOEN!

Antwoord. Wie weet het? wellicht nog minder! De heilige Augustinus zegt: Hoe velen die een slecht leven lijden zijn gezond, terwijl zij in onschuld zouden leven, zoo zij ziek waren!quot; Hij die in liefde tot God, met geduld en gelaten lijdt, verliest niets: Hij kan sneller rijk worden aan verdiensten dan in een gezonden toestand.

-ocr page 352-

340

„Wees verzekerd, zegt de heilige Fran-ciscus van Sales, „dat wij meer genaden en verdiensten in één dag verkrijgen, als wij wederwaardigheden met geduld lijden, die ons door God of door toedoen van onze evennaasten overkomen, dan wij in tien jaren door andere oefeningen van onze keuze zouden verwerven. „Met een weinig lijdzaamheid betaalde de moordenaar aan het kruis al zijne schulden en won het paradijs.quot;

„Een lood kruis weegt op tegen een millioen gebedenboeken. Een geheelen dag gekruisigd te zijn, is beter dan gedurende honderd jaren andere heilige oefeningen waar te nemen. Een oogenblik aan het kruis te zijn is beter, dan de geneugten van het paradijs te proeven,quot; roept de heilige Angela van Eoligni uit.

9. ALS IK MAAR SLAPEN KON, EN DE NACHT NIET ZOO LANG WAS!

Antwoord. Hard, zeer hard is het ongetwijfeld, niet te kunnen slapen en gedurende

-ocr page 353-

341

geheele nachten te moeten waken. Maar, vriend! troost u met Jezus, die in de gevangenis en aan het kruis ook niet slapen kon. Hoevelen waken met u en lijden met u gedurende den nacht, zelfs onschuldige kinderen! Hoe zalig zult gij eens in Gods schoot rusten, wanneer gij ook dit leed met geduld verdraagt! Denk aan de arme zielen in het vagevuur, denk aan de verdoemden in de hel, die ook geen rust hebben!

Offer uw lijden aan den Heer op, en boor wat de goddelijke Verlosser eens tot de heilige Gertrudis zeide, toen zij een nacht slapeloos had doorgebracht, en Hem hare vermoeidheid en zwakte bad opgedragen. „Mij is degene, wiens krachten door slapeloosheid verzwakt worden en die mij zijne zwakte opoffert, terwijl hij die met geduld en ootmoedigheid draagt, oneindig aangenamer dan . een persoon die eene goede gezondheid geniet en den ganschen nacht in het gebed doorbrengt.quot;

De heilige Alphonsus had eene zware ziekte, die een geheel jaar duurde, en gepaard ging met slapeloosheid. „Ik zou

-ocr page 354-

342

gaarne, zeide hij menigmaal, een weinig geslapen hebben , maar God wil het niet en ik wil het ook niet.quot;

-ocr page 355-

G11ISIW KEUIS II mill.

EEN LEERZAAM EN TROOSTRIJK BOEK VOOR DEN CHRISTEN.

«In Christus, den Gekruisigde, kunt gij veel leeren.quot; II. Ambrosius.

Aan den heiligen Joannes, den geliefden discipel des Hoeren werd eens in eene verrukking op het eiland Patmos, waarheen hij om Christus\' wil verbannen was, een boek getoond, dat van binnen en van buiten beschreven was (Openbaring 5). Dit boek is, naar de uitlegging der heilige Kerkvaders, Christus, de Gekruisigde, van bin-, nen beschreven met de roode en vlammende letteren zijner oneindige liefde, van buiten met de rooskleurige letters zijner bloedige wonden. — In dit boek hebben de heiligen gaarne en altoos gelezen; daaruit leerden zij alle wetenschap, welke hen tot vrienden

-ocr page 356-

344

(rods maakte, daaruit putten zij alle kracht om standvastig , ja met vreugde alle wederwaardigheden en lijden te dragen. — In dit hoek hebben dag en nacht gelezen de heilige Bonaventura en zijn vriend, de heilige Thomas van Aquine. Voor het kruisbeeld geknieldj zogen zij, gelijk bijen, uit den kelk der bloemen, uit de wonden van Jezus, hunne hemelsche kennis, en die brandende liefde, met welke zij zulke heerlijke werken volbrachten. — De goddelijke Zaligmaker zelf maande de heilige Angela van Foligni aan om altijd in dit boek te lezen. Uit dit boek moest zij zijne armoede, zijne verachting en de bitterheid van zijn lijden leeren kennen, om denzelfden weg te bewandelen, dien hij bewandeld heeft! — De heilige Philippus Benitius las gedurig in dat boek.

Toen hij op zijn sterfbed lag, verlangde hij zijn boek. — De omstanders overhandigden hem verscheidene boeken, maar geen was het rechte. Eindelijk bemerkte een kloosterling, dat de zieke zijne blikken steeds richtte naar een kruisbeeld dat aan den muur hing. Hij nam het kruisbeeld weg en gaf het hem. Nauwelijks had de heilige het ontvangen of

-ocr page 357-

345

hij drukte het met beide handen aan zijn hart, besproeide het met heete tranen, en riep uit; „Dit is mijn boek, mijn liefste boek, uit dit boek wil ik mijn testament maken ; in dit boek las ik dikwijls, met dit boek wil ik sterven!quot;

In dit boek las de heilige Philippus Neri aanhoudend. Men zag hem dikwijls in tranen smeltend, voor een kruisbeeld in den kloostergang liggen. Het lijden des Heeren was zijne eenige meditatie. Jezus,de Gekruisigde, scheen voor hem alle boeken te vervangen. Daarom verkocht hij ze, gaf het geld aan de armen en las voortaan in dit boek alleen.

In dit boek las ook voortdurend de godvruchtige Bernardinus Realinus. Hij verlangde van den novicenmeester een boek, om daaruit de volmaaktjeid te leeren. Deze overhandigde hem een kruisbeeld met de woorden: „Lees daarin vlijtig en aandachtig, en richt uw leven daarnaar in. Daarin zult gij de ware volmaaktheid vinden.quot;

In dit boek las de eerbiedwaardige Joanna van het Kruis. Eens verscheen haar de allerheiligste Maagd in den glans der hemelsche schoonheid, nam een boek uit haar gordel, en

-ocr page 358-

34Ö

overhandigde het haar. Het was in schitterend goud gebonden, met groote bladen en en met paarlen van onschatbare waarde bezet, „In dit boek,quot; sprak zij,quot; moet gij uw gansche leven te lezen, dag en nacht zonder ophouden, en het door en door studeeren. Daarna verdween zij. Joanna opende haastig het boek, om te zien wat daarin stond. En zie, daarin was niets anders te zien, dan op de eerste bladzijde de gekruisigde Verlosser. Toen zij dat beeld zag, riep zij, van warme liefde gloeiend; „O goddelijke Verlosser! Ja, lijden wil ik met U en sterven voor U 1quot;

De heilige Paulus vermaant u, Christen, om in dit boek te lezen , als hij zegt; „Laat ons aanschouwen dengene die de oorsprong en de voltooier van ons geloof is, Jezus, die terwijl hij zich de vreugde van onze verloo-pig, had voorgesteld, het kruis, met verach • ting van den smaad dezer wereld ondergaan heeftquot; (Hebr. 12.2) — Neem dan dit boek, het kruisbeeld des Heeren, in uwe handen, beschouw het dikwijls. Het aanschouwen van uw lijdenden Verlosser zal u sterk maken om al uw lijden en al uwe bekoringen te overwinnen, gelijk Jezus zelf het aan de heilige

-ocr page 359-

347

Catliarina van Seneu heeft geopenbaard, „Mijne docliter,quot; zeide hij tot haar, „als gij de deugd van kracht wilt verkrijgen, dan moet gij de oogen op mij, als op uw voorbeeld, vestigen en mij navolgen. Neem het kruis tot uw troost. Degene, die zich in lij din naar mij richt, zal deel hebben aan mijne heerlijkheid; neem dan uit liefde tot mij het zoete even als het bittere, en het bittere even als het zoete aan, en twijfel niet, of gij zult dan in allerhanden strijd sterk zijn.quot;

De Joden kwamen op hun tocht door de woestijn bij het water, Mara genaamd, hetwelk zoo bitter was, dat niemand daarvan kon drinken. Mozes nam zijn toevlucht tot Grod, en deze toonde hem een houten balk, die, in het water geworpen, het zoet en smakelijk maakte. Deze balk, zeggen de heiligen, beteekent den kruisbalk, waaraan Jezus stierf. De overweging van zijn lijden, van de geeseling, de doornekrooning, de bittere gal, de gruwelijke nagelen en de verschrikkelijke wonden, maakt alle smarten en lijden zoet en aangenaam. Dit heeft de heilige martelares Julia ondervonden. Toen men haar in het aangezicht sloeg1

-ocr page 360-

348

zeide zij: „Mijn Jezus is ook zoo willen mishandeld worden; welk een eer voor mij, dat ik Hem kan navolgen!quot; Toen men haar de haren uitrukte, vestigde zij den blik op het kruis en sprak: „quot;Welk onderscheid is er nu, o Jezus! tusschen U en mij ? — Mij rukt men het haar van het hoofd, en gij moet daarop een doornekroon dragen!quot; Toen men haar lichaam met gee-selslagen verscheurde, riep zij uit: „Mijn lichaam, o Jezus, is door geeselslagen gewond ; uw lichaam is geheel ontvleescht en verscheurd geworden!quot;

Spreek ook zoo, Christen, als smarten uw lichaam pijnigen.

Wordt uw hoofd gepijnigd door hoofdpijn , woeden smarten in uwe hersenen, denk dan aan de gruwelijke doornekroon des Heeren. Weet gij niet, waar gij uw hoofd van smart zult nederleggen, bedenk dan, hoe ook Jezus geen plaatsje op het kruis vond om zijn met doornen gekroond hoofd te laten rusten.

Aan de gelukzalige Margaretha Maria Ala-coque verscheen Jezus eens bij de heilige communie midden in de hostie, in een

-ocr page 361-

349

schitterend licht, met een doornenkroon in de hand, en hij zeide aan haar: „Mijne dochter, neem deze kroon als een voorteeken van de kroon, die u weldra aan mij zal gelijk maken!quot; Spoedig daarop ondervond zij, ten gevolge van een slag op het hoofd, zulk een pijn, dat zij een gevoel had alsof haar hoofd met gevlochten doornen was omgeven, die diep daarin staken en haar somtijds zoo hevig pijnigden, dat zij niet slapen kon, of haar hoofd moest op het kussen leunen. Deze hoofdpijn verloor zij haar gansche leven niet meer. Zij beklaagde zich daarover niet, maar zeide: „Ik hen mijn goeden Verlosser meer voor deze kostbare kroon verschuldigd, dan indien Hij mij al de kronen der vorsten geschonken had, vooral omdat niemand mij die kan rooven,quot;

Als gij tandpijn hebt, denk dan aan de kaakslagen,welke de Zaligmaker voor u leed. Indien gij pijn lijdt aan uwe handen óf aan uwe voeten, denk dan aan de gruwelijke nagelen.

Klaagt gij over matheid en zwakte, denk dan\'aan uw doodelijk zwakken Jezus, gebukt onder den last des kruises.

-ocr page 362-

350

Kwelt U inwendigen brand en dorst, denk dan aan het lijden van den dorstigen Verlosser aan het Krais, en hoor de woorden ; „Ik heb dorstquot;!

Is uw bed u te hard, heeft het vele lijden uw lichaam verwond, denk dan aan het harde kruis, en de wonden van uw Jezus over zijn geheele lichaam.

Kunt gij U op uw bed niet keeren, herinner u dan, dat uw Jezus zich aan het kruis niet kon omkeeren.

Zijn de geneesmiddelen u te bitter en te leelijk van smaak, herinner u dan, dat men uw Zaligmaker gal en edik toereikte.

Kunt gij niet slapen, denk dan aan den doodsangst van uw Verlosser op den Olijfberg.

Laat men u zonder oppassing, troost of verkwikking, denk dan aan de verlatenheid van Jezus aan het kruis, aan de bespotting en den hoon, waarmede men Hem mishandelde-

Plaagt u het zweet, denk dan aan het bloedzweet uws Heeren.

Hebt gij geen eetlust, herinner u dan aan den honger en den dorst, die uw Jezus zoo dikwijls heeft geleden!

-ocr page 363-

351

quot;Welk lijden u ook moge di\'ukken, welke smart u moge pijnigen, welke ziekte gij ook moogt lijden, uw Jezus heeft het vóór u geleden. „Hij heeft,quot; zooals de profeet zegt, „al onze ziekten op zich genomen,quot; niet de zonden; de ziekten der ziel, maar ook de gevolgen der zonden: de ziekten des lichaams. Alle pijnen, folteringen, smarten der wereld, en dus ook uwe smarten, heeft Jezus gedragen, om voor de schuld van alle menschen, ook voor de uwe te voldoen-In oneindige liefde jegens a heeft Hij zulke ongehoorde pijnen aan zijn lichaam geleden, om u kracht te verkrijgen, ten einde gij ook uw lijden zoudt verdragen!

Leg daarom het kruis niet uit uwe handen , zie met liefde uwen Jezus aan , kus zijne heilige wonden , en denk , alsof gij Jezus hoordet spreken.

„Mijne ziel! Zie, wat ik voor u geleden heb; zie hoe ver mij mijne liefde voor u gevoerd heeft! Ik, uw Heer en God, dien de hemelen niet bevatten kunnen, ben aan

een kruishout genageld I..... Ik, uw Koning,

de Heer van hemel en van aarde, draag tot mijn smaad en pijn, eene doornenkroon!

-ocr page 364-

352

Mijn heilig ligchaam is ontvleesclit, mijn heilig bloed stroomt uit duizend wonden!... Verlaten ben ik van hemel en aarde, be-spot, gehoond, beschimpt door mijne vijanden!.... Men laat mij versmachten aan het kruis, nergens vind ik troost! en gij — gij zoudt willen klagen ? Gij zoudt mij op Calvarie in mijn lijden alleen laten, om niet met mij willen te lijden? Hebt gij dan geen liefde voor mij ?

Gij kunt ook de schoone deugden overwegen. welke Jezus u aan het kruis leert.

Zie, hoe geduldig Hij aan het kruis lijdt; Hij zwijgt en laat geen klacht hooren!

Zie , hoe zachtmoedig Hij is bij al den hoon en de bespotting zijner vijanden; Hij bidt zelfs voor hen!

Hoe onderworpen is Hij aan den wil zijns Vaders; Hij buigt het hoofd, ten teeken, dat hij gaarne alle lijden uit zijne hand aanneemt!

Hoe ootmoedig is Hij ; Hij laat zich tus-schen twee moordenaars kruisigen !

Hoe getrouw en standvastig blijft Hij daar aan het kruis ; zijne vijanden dagen Hem uit om van het kruis af te komen; Hij zou bij

-ocr page 365-

353

machte geweest zijn dit te doen; maar neen, Hij blijft aan het kruis hangen, tot dat hij zegt; „Het is volbracht!quot;

En zie de oneindige liefde , welke hij aan het kruis toont. Vaster dan de nagelen hecht hecht Hem de liefde aan het kruis, de liefde voor u!

Deze liefde van den goddelijken Verlosser was het, welke de heiligen het kruis zoo leerde liefhebben , welke hen bewoog om alles voor Jezus te lijden, en in het kruis hun troost, hun sterkte, ja hunne vreugde te zoeken en te vinden.

-ocr page 366-

K E U I: S B S S L D 1 H .

»In het kruis is kracht, in het kruis is vreugde.« Thomas van Kempen,

Onder het kruis van haren geliefden Zoon staat Maria, de smartvolle Moeder, Onbeschrijfelijke smarten doorboren haar hart. Maar zij staat en lijdt stilzwijgend en onderworpen het bitterste lijden. Geen klaagtoon komt uit haar mond; zij drinkt met haar goJdelijken Zoon den bittersten kelk tot den laatsten druppel. Met recht kan zij zeggen : „quot;Waar is eene smart, die aan de mijne gelijkt?quot; Jezus had ongetwijfeld zijne heilige Moeder lief, en toch verschoonde Hij haar niet van wederwaardigheden en lijden. Hij verlangde, dat zij met Hem den kruisweg zou bewandelen, daar geen andere naar den hemel voert. — Wanneer Jezus nu zijne Moeder niet spaarde, die toch zoo zuiver en onschuldig was, zal Hij u dan

-ocr page 367-

355

sparen? Moest Maria, de Maagd, die van elke smet, zelfs van de smet der erfzonde geheel vrij was, lijden, waarom ook gij niet? „Wanneer dit aan liet groene hout geschiedt, wat zal dan aan het dorre geschieden ?quot; Plaatst u dan met Maria, die ook uwe Moeder is, onder het kruis, en troost u met haar, die de rijkste is in smarten. Bid haar om kracht en standvastigheid, zij zal u verhoeren !

Toen de heilige apostel Andreas ter dood gevoerd werd, en het kruis zag, waaraan hij moest sterven, riep hij vol vreugde uit: „O goed kruis, dat ik voortdurend gezocht heb, en eindelijk voor mij bereid vind, neem mij weg van de menschen, en plaats mij weder naast mijn meester, opdat degene, die mij door u verlost heeft, mij ook door u weder verkrijge!\': Daarop kuste hij het kruis, omhelsde het met vurige liefde, en liet zich geduldig daaraan vastbinden. Aan het kruis opgeheven, predikte hij voor het vergaderde volk, en toen men hem den derden dag wilde afnemen, bad hij aldus:

-ocr page 368-

356

„Laat niet toe, o Jezus, dat uw dienaar, die naar uw wil aan het kruis hangt, daar weder afgenomen worde, maar neem mij van dat kruis weder op tot u, o mijn geliefde leermeester, Jezus Christus ! dien ik erkend en ten allen tijde bemind heb, nog erken, en verlang te zien.quot;

De heilige Cajetanus werd in zijne laatste ziekte door den geneesheer aangemaand om de plank waarop hij lag, te doen vervangen door een matras. „Mijn Zaligmaker is aan het kruis gestorven, mag ik, arme zondaar, dan niet op de planken sterven? Mijn lichaam verdient niet, dat men het zoo teeder behandelt!quot;

De eerbiedwaardige Joanna van het Kruis leed voortdurend aan hoofdpijn. Een biechtvader wilde dat men een middel tegen die hoofdpijn zou aanwenden; maar zij antwoordde; „O, mijn hoofdpijn laat ik mij niet afnemen; die is mij zoo zoet als herinnering aan de smartelijke doornenkroon van Chris-

-ocr page 369-

357

tus!quot; Eens op Kerstmis, toen zij van pijrt te bed moest blijven liggen, gevoelde zij zich arm en verlaten, en weeklaagde; „Ach, ik heb niets dan kruis en ziekte!quot; Toen scheen het haar toe, alsof zij, met een kruis in de hand, aan de kribbe van het Kind Jezus kwam. Maria nam het haar af, en overhandigde het aan het Kind Jezus. Deze begon daarmede te spelen en zij viel vol liefde op de knieën, en Jezus gaf haar den zegen met het kruis.

De goede Armella, eene dienstmaagd te Venes in Frankrijk, was dikwerf ziek. Eens had eene aanhoudende koorts haar zoo verzwakt, dat zij zich niet meer recht kon houden; daarbij leed zij aan de vreeselijkste hoofdpijn. Hare hardvochtige meesteres telde dit echter niet, meende dat haar ziekte niets dan luiheid was en gaf haar het bevel om mest in den tuin te brengen. Dit bevel deed Armella schrikken, toch gehoorzaamde zij zonder tegenspraak, zwijgend als een lam, en droeg twee dagen lang mest op het hoofd onder de vreese-

-ocr page 370-

358

lijkste pijnen, naar den tuin, Het was haar, alsof haar hoofd met de scherpste doornen werd doorboord.

Zoo dikwijls zij echter den last op het hoofd nam en droeg, dacht zij aan de doornenkroon des Heeren, en deze gedachte maakte haar, zooals zij zelf verklaarde, de pijn zoet en aangenaam. — Zij leed voortdurend eene zeer gevoelige pijn , die zich over den geheelen ruggegraat uitstrekte, en zoo hevig was, dat zij zich niet huigen noch bukken kon, zonder de grootste smarten te lijden. En toch was haar deze smart boven alle andere het liefste, „dewijlquot;, zeide zij, „mijn God en mijne liefde, ten tijde dat Hij zijn kruis droeg, op dezelfde plaats de vreese-lijkste pijnen had uitgestaan, aan welke ik mij steeds herinnerde.quot; Daarenboven had zij dikwijls de hevigste kramppijnen. Als deze het grootste waren, had zij steeds de woorden inden mond; „Leve Jezus, en zijne smarten! „Toen zij hoog bejaard was, sloeg een paard haar een been aan stukken, aan het andere been had zij een zeer smartelijke rhumatische pijn. Vijftien maanden lang lag zij te bed of zat zij in een stoel i

-ocr page 371-

359

sleclits op Zon- en feestdagen droeg men haar naar de kerk, den overigen tijd zat zij in een hoek der keuken, om de huishouding te bestieren, welke men haar geheel had toevertrouwd. Vele lieden kwamen haar bezoeken, om zich te stichten in haar geduld en hare vriendelijke gesprekken. Eindelijk kon zij op krukken springen, of zich op een stok leunend met moeite voortslepen. — Maar de smarten verlieten haar niet. Daarbij kwam nog de koorts, en ten laatste werd haar keel door een ontsteking aan den hals zoo toegedrukt, dat zij niets kon gebruiken zonder de hevigste smarten te gevoelen. Zij verdroeg alles met buitengemeen geduld, en verzocht al degenen, die haar bezochten, dat zij toch den Verlosser voor de genade mochten bedanken, welke hij haar door die ziekte bewees. Een geestelijke zeide haar eens, dat hij niet meende, dat zij reeds zou sterven, „God zij geloofd, mijn Vader, antwoordt zij hem op vriendelijken toon, dan zal ik nog langer te lijden hebben!quot; Haar laatste woord was „ Jesusquot;, en zij stierf zoo zacht, dat men het bijna niet bemerkte.

-ocr page 372-

360

De heilige Liduina van Schiedam, uit adelijke maar niet zeer vermogende ouders geboren, viel, op haar 15de jaar op het ijs, en brak zich eene rib aan de rechterzijde. Daaruit ontstond een gezwel, dat doorbrak, ongeneeselijk werd, en haar zoo ziek maakte, dat men haar drie jaren lang voor het ontvangen der Paaschcom-munie naar de kerk moest dragen, daar zij op hare voeten niet kon staan, en slechts met moeite met een stokje kon heen en weer kruipen. Zij moest eindelijk, geheel verzwakt en uitgeteerd, gedurig het bed houden, en kon het 35 jaar lang tot aan haar dood niet verlaten.

Hare voeding bestond, nu eens uit een gewarmd stukje appel, dan weder uit eene bete broods in bier gedoopt, dan uit een dronk zoete melk. Toen zij zwakker werd, dronk zij een weinig wijn, dien zij later met water vermengde. Ten laatste dronk zij slechts Maaswater, dat God haar evenwel zoo smakelijk maakte, dat het eiken wijn in kostelijkheid overtrof. Daarvoor bedankte zij God met tranen. Vele jaren genoot zij in \'t geheel geen

-ocr page 373-

361

spijs en drank meer en niets anders dan de heilige Communie.

Hare dagen en nachten bracht zij slapeloos door, ze kon zelfs geen half uurtje slapen. Daarom echter hield zij altijd het kruis van haren goddelijken Verlosser in de hand, en verborg zich in zijne heilige wonden, welke haar pijn in een paradijs veranderden. Dikwijls begaf zij zich in den geest naar den Calvarieberg, om daar het oneindige lijden baars Verlossers te overwegen, en troost en kracht te verzamelen. — Eens bevond zij zich daar weder. Een overheerlijk morgenrood, zoo scheen het haar toe, omstraalde den kruisberg, het kruis begon met knoppen en bloesem versierd te worden, en daarboven zweefde een glansrijke engel. Hij droeg eene prachtige kroon in de hand. Liduina verzocht hem haar de kroon duidelijker te toonen, en nu zag zij, dat de kroon nog niet voltooid, maar pas ten halve met edelgesteenten en paarlen versierd was. Reeds had zij de vraag op de lippen, waarom de kroon nog niet voltooid was, toen de engel verdween.

-ocr page 374-

362

Geen geneeskundige hulp moclit het lijden der arme zieke lenigen. Haar vleesch ging zichtbaar in bederf\' over, zoodat wormen in de wonden ontstonden. Daarbij kwam eene soort van waterzucht en de long veretterde. Haar lichaam werd verlamd, zoodat zij niet op den rug kon liggen. Wilde men haar omkeeren, dan moest men een doek om hare schouders leggen, om te voorkomen dat de ledematen uit elkander zouden vallen. Voortdurend leed zij de hevigste tandpijn; hoofdpijn en koorts kwelde haar. Geen deel haar lichaams had niet eene bijzondere kwaal; Haar mond was door geronnen bloed geheel gesloten, zoodat zij ter nauwernood kon spreken. Haar recbter oog was geheel blind en haar linker zoo zwak, dat zij geen licht kon verdragen; daarom lag zij altijd in eene donkere kamer en om haar bed hing een gordijn. Ten laatste kreeg zij nog het graveel.

Bij al dit ontzettend lijden hoorde men geen enkele klacht. Zij sprak niets en verzuchtte alleen : „O mijn Verlosser, ontferm U mijner, en verstoot mij niet uit de heilige wonde uwer zijde!quot;

-ocr page 375-

363

Daar Liduina, uit hoofde van hare veel wonden, geen veeren bed meer kon verdragen, lag zij gedurende eenigen tijd op stroo en vervolgens met den blooten rug op den bodem van een vat. Maar ook dit was nog niet genoeg! Want in den zeer kouden winter van het jaar 1408, toen zelfs de visschen in het water bevroren, leed de heilige zoo van de koude, dat hare ledematen geheel zwart werden en de tranen van hare oogen bevroren. Daarbij kwam de dood harer ouders. Daar zij alles had weggeschonken , geraakte zij in den bittersten nood, en werd daarbij nog bespot en als eene waanzinnige uitgelachen. Dikwijlsgingen hare tranen, die zij voortdurend weende (God had haar de genade der tranen verleend) in bloed over; zij droogden op hare wangen, en dan schrapte zij ze af en legde ze in een zakje, opdat men haar deze „rozenquot;, (zoo noemde zij de tranen,) in het graf zoude medegeven.

Zoo leed Liduina 38 jaren lang om des Heeren Jezus wille,en wasvoor de wereld een schouwspel van geduld en onderwerping. — In het jaar 1428 zou eindelijk de kroon,

24

-ocr page 376-

364

die de engel haar getoond had, voltooid worden. De soldaten van hertog Philips van Bourgondië trokken Schiedam binnen. Militaire dokters, zoo wordt verhaald, hoorden van Liduina spreken en wilden haar zien. Zij drongen hare kamer binnen, trokken met groote ruwheid het gordijn voor haar bed weg, staken een licht aan, en pleegden nu, zonder zich voor Grod en de menschen te- schamen, de moedwilligste handelingen aan haar. Zij sloegen haar in het aangezicht en verwondden haar dermate op drie plaatsen, dat men het overvloedig vergoten bloed met een waschkom uit haar bed moest scheppen. Maar Liduina opende haar mond niet, doch bad inwendig; „Heer, vergeef het hun, want zij wisten niet wat zij deden!quot; — Op hetzelfde oogenblik echter zag zij zich weder in den geest verplaatst op den kruin van den Calvarieberg. Een heerlijk avondrood straalde nu rondom den kruisberg en de boom des kruises droeg de heerlijkste vruchten. Haar heilige beschermengel zweefde weder boven het kruis, met eene prachtige kroon vol schitterende paarlen en edelgesteenten in de hand. En

-ocr page 377-

365

de engel zeide liaar : „Wees mij gegroet ia God,de allerheiligste Drievuldiglieid,geliefde Zuster! Zie, nu is u liemelkroon voltooid. Neem haar en versier uw ziel daarmede, want het is de kroon der zalige onsterfelijkheid. De engel verdween, en weldra daarna gaf Liduina den geest, met een kruisbeeld in hare gewonde handen, die even als de andere wonden, een geur als van viooltjes gaven. Na haar dood waren al hare wonden genezen ; haar aangezicht blonk als dat van een engel, en allen, die haar zagen, bekenden, dat zij nooit iets schooners gezien hadden.

De zalige Elisabeth van het Kind Jezus, eene Dominikanes, stootte eens gedurende den nacht, in den kloostergang, zoo hevig tegen eene zuster die haar ontmoette, dat zij haar oog kwetste, en na eenigen tijd niet meer zag. Zij werd zeer ziek; ten laatste kwam het oog als een klein ei uit het hoofd, en veroorzaakte haar het vreeselijkste lijden. Zij kon niets meer eten, en moest aanhoudend braken. De

-ocr page 378-

366

ontsteking aan het oog van dag tot werd dag heviger, en de pijn zoo groot, dat het geheele lichaam siddeide. Daarbij bleef zij echter steeds bedaard en aan God onderworpen. „Ik beschouw, zeide zij eens aan eene Zuster, „mijne smarten als zoovele gerechtsdienaars der goddelijke gerechtigheid, die mij bij het hoofd grijpen, om de zonde in mij te verdelgen.quot; Als de pijnen ondragelijk werden, dan hoorde men haar gewoonlijk zeggen: „O goed kruis! O ge-wenscht kruis! O kostbaar kruis! O onschatbaar kruis!quot;

Daar de oogkwaal steeds toenam,\' en men voor koudvuur vreesde, besloten de heelmeesters haar oog uit te snijden. Elisabeth wachtte hen op den bepaalden dag met alle kalmte af. Zij vroeg niet, hoe groot de pijnen zouden zijn, hoe lang \'de operatie zou duren, of ze die wel zou kunnen uithouden zonder te sterven, maar geheel onderworpen aan Gods wil, ging zij, op verzoek der heelmeesters, op twee aan elkander geplaatste stoelen liggen, en onderging, zonder de minste klacht te uiten, de uiterst pijnlijke en gevaarlijke

-ocr page 379-

367

operatie. De heelmeesters konden haar wonderbaar geduld en vastberadenheid niet genoeg bewonderen, en een hunner gaf het nagesneden oog aan de ziekenoppaster, met deze woorden; „Ziehier het oog eener heilige !quot;

Men had haar aanbevolen, omdat haar moed bekend was, dat zij gedurende de operatie, haar smart maar lucht zou ge^en. Toen de ziekenoppastor haar nu zeide, dat zij tegen de gehoorzaamheid had gezondigd, daar zij niet geklaagd had, gaf Elisabeth baar ten antwoord; „Ik zou dit moeielijk hebben kunnen doen, want ik sprak met God en zeide wel honderdmaal daags; „Mijn HeerP\'

De heilige Alplionms van Liguori moest 17 jaar de hevigste lendenpijnen verdragen. Hij kon gedurende dien tijd slechts met moeite, een been na zich slepend, gaan. Een hevige koorts en een pijnlijke jicht trokken zijn lichaam samen, zijn hals werd krom en zijn hoofd boog zich tegen zijne borst, zijn lichaam kromp eindelijk geheel

-ocr page 380-

368

ineen en alle beweging van zijn ledematen werd verlamd. Gedurende verscheidene maanden moest hij het bed houden, en zijne onafgebroken pijnen werden grooter, als men hem maar verroerde. Hij lag daar, als aan het kruis gehecht, maar ook aan den gekruisden Jezus gelijkvormig in geduld. Op zijn gelaat zag men geen spoor van smart, altijd was hij opgeruimd. Dagelijks ontving hij de heilige Communie; het beeld des Grekruisigden en der allerheiligste Maagd verloor hij niet uit het oog. Van tijd tot tijd hoorde men liefdeverzuchtingen uit het innigste zijns harten. In overmaat van lijden riep hij uit; „Mijn God, ik dank U, dat gij U gewaardigt, mij deel te doen nemen aan het lijden, dat gij zelf aan het kruis hebt geleden ! Mijn God! ik wil lijden, gelijk gij zelf geleden hebt, geef mij slechts geduld! „Of hij riep met\' den heiligen Augustinus uit; „Heer! brand hier, snijd hier, spaar mij hier niet, maar spaar mij in de eeuwigheid!quot; „Het is geen ongeluk te lijdenquot;, zeide hij eens, „ongelukkig alleen zijn de verdoemden die zonder verdienste lijdenquot;!

-ocr page 381-

369

De heilige Laurentius Justinianus, bisschop van Venetië, werd in vier en zeventig jarigen ouderdom door eene hevige koorts aangetast. Toen hij daarom zijne bedienden een bod zag opmaken, zeide hij zeer bedroefd tot hen: „Wat wilt gij toch doen? Gij verliest nu aw tijd! Mijn Verlosser is niet op een bed, maar aan het kruis gestorven!quot; Hij liet zich op stroo nederleggen. Toen men hem, door de hitte der koorts met groote dorst gekweld, oen frisschen dronk wilde geven, zeide hij; „Laat dat maar! Hoe zou ik mij met een dronk laven, terwijl mijn Heer en Verlosser in doodstrijd van den hevigsten dorst versmachtte!quot;

De geneesheeren wilden een kanker uitsnijden, die reeds eenigen tijd de borst van den heiligen Joseph a Leonissa verteerde. Daar zij evenwel vreesden, dat de dienaar Gods door de groote pijn zeer geschokt en het gevolg der operatie daar door verijdeld zou worden, stelden zij hem voor, om zich te laten binden, om elke beweging te voorkomen. Maar de heilige

-ocr page 382-

370

wees ten op liet kruisbeeld, dat hij in de hand Meld, en zeide; „Ziehier de krachtigste aller banden! hij zal mij veel onbe-wegelijker houden dan al de banden der wereld!quot;

Te Inspruck in Tyrol lag een edelman op het ziekbed. Vele zijner vrienden stonden bij hem. Men overhandigde hem een zeer bitter geneesmiddel, en verzocht hemr om den afkeer te overwinnen, datgene na te drinken wat hem van alles het liefste was. Toen keerde de stervende zijne oogen van den eene naar den andere, en terwijl hij eindelijk den blik vestigde op het beeld des Gekruisigden, dat tegenover zijn bed hing, zeide hij: „Aan U, mijn geliefsten Verlosser, breng ik dezen kelk, Gij die ter wille mijner zaligheid den allerbitter sten kelk des lijdens aan het kruis hebt gedronken !quot;

-ocr page 383-

371

9. HEMELSCHE TROOST.

Deuk aan de belooning, die God u bereid heeft, en al wat gij te lijden hebt, zal u gering toeschijnen.

H. AUGUSTINUS.

Het beste geld om den hemel zeker te koopen zijn kruisen. De hemel is alle» waard. „Al moest men duizendmaal sterven om in het Boek des levens opgeschreven te worden, en Jezus Christus in zijne heerlijkheid te aanschouwen, men zou alle pijnen mot liefde moeten doorstaan, om zich een zoo groot goed waardig te makenquot;r roept de heilige Chrysostomus uit. Daar in den hemel woont onze allerbeste Vader, die ons eene zaligheid bereid heeft, welke, gelijk de heilige Paulus zegt, geen oog gezien, geen oor gehoord heeft, en geen menschelijk hart vermag te ondervinden. — Daar in den hemel is geen droefheid meer, geen klacht, geen smart, geen dood, zegt de heilige Joannes (Opcnb. 21^ 4) — Daar is geen dorst meer, geen. honger, geen hitte, en God zal elke traan afdroegen, zegt dezelfde heilige Apostel.

-ocr page 384-

372

(Openb. 7, 16—17). Daar zullen wij altijd bij den Heer zijn en zijn aanschijn zien, en er zal geen nacht meer zijn, heet het in het Boek der Openbaring. De vreugde zal daar nimmer eindigen, zegt de goddelijke Zaligmaker zelf. (Joan. 16.)

„In den hemel verwacht ons vreugde zonder smart, jeugd zonder ouderdom, verzadiging zonder overtolligheid, vrijheid zonder beperking, schoonheid zonder vlek, vrede zonder stoornis, zekerheid zonder vrees, zaligheid zonder einde,\'\' zegt de heilige Bonaventura. Tot deze zaligheid zonder einde en zonder maat voert evenwel geen andere weg dan de kruisweg, en geene zoo zeker daarheen als deze. — De reiziger, die een moeielijken en ver-moeienden weg móet afleggen, denkt aan de zoete rust, die hem aan het einde daarvan wacht, en deze gedachte geeft hem kracht en moed om alle bezwaren te overkomen.

Denk aldus aan het einde der eeuwige rust in God, o Christen, en richt uw blik ten hemel, waar al uw lijden zal ophouden.

„Mijn zoonquot;, zoo lezen wij in de Navol-

-ocr page 385-

373

ging van Christus, „de wederwaardiglieden moeten u niet ter neder slaan, maar mijne belofte moet u in elk geval versterken en vertroosten. — Gij zult u hier niet lang aftobben, en ook niet altijd door smarten gedrukt worden. — Heb slechts een weiuig geduld, en gij zult spoedig het einde uwer kwalen zien. — Een oogenblik zal komen, waarop alle arbeid en onrust een einde neemt. Wat met den tijd voorbijgaat is gering en kort. — Moet men niet om het eeuwige leven alle moeijelijkheden verdragen? — Hef daarom uw hoofd ten hemel. — Zie hoe ik en al de heiligen met mij, die in den tijd veel te strijden hadden, zich nu verheugen, getroost worden, thans zeker zijn, thans rusten en zonder einde met Mij in mijns vaders rijk zullen blijven!quot;

O lijdende Christen, als gij uw Jijden uit liefde tot God met lijdzaamheid en onderwerping draagt, welke heerlijke kroon wacht u dan nietl

De wederwaardigheden dezer wereld zijn niet te vergelijken met de heerlijkheid, die daar dengene wacht, die den Heer in het lijden navolgt. —

-ocr page 386-

374

„Wij zullen met Jezus verheerlijkt worden, als wij met hem zullen lijden,quot; zegt de Apostel. Zijne lijdensgezellen zullen met hem heersclien ! O hoe moet u dit troosten, versterken, staande houden !

Een soldaat vreest geen wonden, geen dood om een weinig roem, om een eerekruisje, en wij vreezen het lijden, dat spoedig voorbijgaat, maar waarmede wij de- eeuwige heerlijkheid kunnen verwerven!

De heilige en vrome zielen dachten geheel anders. Om het bezit van God en zijne zaligheid waren zij bereid, om zich in eene zee van smarten te laten verzinken. De heilige martelaars leden hunne onuitsprekelijke smarten met vrextgde ter ■vville van de heerlijke kroon, die hen wenkte.

Voorheelden. De heilige Adrianm, een nog jonge krijgsman van achttien jaren, aanschouwde met verwondering de onverwin-bare standvastigheid der martelaren, die onder de vreeselijkste folteringen geen klacht deden hooren. Hij vroeg daarom aan eenige hunner, welk goed zij dan toch voor zooveel en zoo groot lijden hoopten

-ocr page 387-

375

te verkrijgen? „Wij hopen,quot; antwoordden zij, zulke goederen te verwerven, die al het bedenkelijke ver overtreffen. Om die reden dragen wij het grootste leed met gejuich. Deze hoop verzoet al het bittere onzer pijnen. De smarten welke wij verduren, zijn vergankelijk, maar de gelukzaligheid, welke wij verwachten, zal nooit een einde nemen!quot; De dappere krijgsman werd door dit antwoord diep getroffen, hij verlangde gedoopt te worden, en leverde kort daarna ook zijn lichaam aan den marteldood, om de eeuwige zaligheid te verkrijgen.

De heilige Franciscus vim Assisïé troostte zich in zijn lijden met de hemelsche zaligheid. „De heerlijkheid, die ik verwacht, riep hij uitquot;, is zoo groot, dat ik met vreugde alle lijden, alle ziekten, allen laster wil dragenquot;.

De vrome Pater PicxoU/mml.Yamp;n de Sociëteit van Jezus, leed aan het hevigste graveel. Om zich bij zijne groote pijnen moed in te

-ocr page 388-

376

boezemen, opende hij dikwijls het venster, zag naar den hemel en sprak: „Ach hoe doet mij de aarde walgen, als ik den hemel aanschouw. O paradijs, o paradijs, weldra, hoop ik, zult gij voor de gansche eeuwigheid mijne woonplaats zijn!quot;

De heilige Rosa van Lima weende bij. haar dood. Toen men haar de reden daarvan vroeg, antwoordde zij : „Ik ween niet omdat ik de aarde moet verlaten ; want dit veroorzaakt mij waarlijk niet de minste smart; maar ik ween, omdat ik niet genoeg geleden heb, om den hemel te verdienen.quot;

„God zij dank,quot; riep de heilige Felix van Cantalicië uit, toen de Heer hem het uur van zijn dood geopenbaard had. Zijne vreugde daarover was onbeschrijfelijk; hij noo-dige al zijne medebroeders uit. God met hem te danken. „Zoo zal ik dan, sprak hij, eindelijk de aarde verlaten ; ik zal sterven, ik zal God in dea hemel zien, die mijn teederminnendste vader ia !quot;

-ocr page 389-

377

De heilige bisschop Martinus had in zijne laatste ziekte veel te lijden. Een zijner leerlingen gaf hem den raad om een weinig op de zijde te gaan liggen, omdat hij dan minder zou te lijden hebben. Maar de heilige gaf ten antwoord: „Laat mij liever den hemel dan de aarde aanschouwen. Belet mij niet om mijne blikken te richten naar den wegpÜien mijne ziel moet bewandelen om zich met God te vereenigen 1quot;

Een voorname heer hoorde op de jacht in het bosch iemand zingen. Hij trad nader en vond een melaatschen bedelaar, wiens lichaam geheel met wonden bedekt was. De heer vroeg hem nu, of hij het was die zoo vroolijk gezongen had? Toen de bedelaar bevestigend antwoordde , vroeg de heer verder: „Maar hoe komt het, dat gij, ondanks zulke groote pijnen, nog kunt zingen en vergenoegd zijn?quot; „Zie, lieve heer,quot; antwoordde de melaatsche, „zou een arme daglooner, wiens hut dreigt in te storten, zich niet verheugen, als een rijke heer hem eene nieuwe hut wilde bouwen?

-ocr page 390-

378

Mijn lichaam nu is gelijk aan eene ellendige bouwvallige, leemen hut, die weldra zal instorten. Zou ik niet verheugd zijn, dat God de Heer mij, als mijn lichaam instort, een nieuw en heerlijk geven zal?quot;

Isabella, de dochter van Dom Pedro van Portugal, werd in haar twintigste jaar door eene gevaarlijke ziekte aangetast. De tering vermagerde haar gcheelo lichaam; zij leed aan hevige hoofdpijnen, en hoeste zoo hevig, dat zij daarbij bijna den adem verloor. — Zij kon nergens liggen en geen spijs meer verdragen. Toch bleef zij in haar groote lijden altijd zeer geduldig en zachtmoedig. Haar eenige troost was, van Grod te hoorcn spreken. „Laten wij niet meer aan dit leven denken,quot; zeide hij tot haar biechtvader, „bereiden wij ons op het toekomstige voor; wees mij allen behulpzaam met datgene waarmede gij meent dat ik mij daarvoor waardig zal kunnen maken. Ik zal niets nalaten en alles doen, wat gij mij zult voorschrijven.quot;

-ocr page 391-

379

Gridonia van Gonzaga, eene godvreezende maagd, had den voet gebroken, die zoo slecht gezet werd, dat men hem nog eens moest breken. Drie jaren achtereen lag zij op een bed van smarten, zonder eenige verlichting in haar lijden te ondergaan. Desniettemin verlangde zij in hare gebeden geen verzachting of bevrijding van baar lijden. Zij troostte zich met de vreugden des hemels, waar alle lijden eindigt. „O Jezus! o Jezus!quot; riep zij meermalen uit, ^verheug U, mijne ziel, over de zaligheid van het vaderland, waarin gij na deze ballingschap zult wouen! — Wees getroo st, mijne ziel! uwe smarten zullen verkwikking, uwe pijn zal een einde vinden! Gelukzalige smarten, dierbare wederwaardigheden, gelukkig ongeluk! gij geleidt mij te huis naar mijn God, jubel, mijne ziel! over uw vaderland, waar gij zult uitroepen; „Nu zie ik, wat ik gezocht, nu bezit ik datgene, waarnaar ik gesmacht heb!quot;

25

-ocr page 392-

Lsygnsbeslden ?00i? kinderen.

Een zwaar juk ligt op de kinderen Adams, van den dag af, dal zij geboren, tot op den dag dat zij in de aarde begraven worden.

(Sir. 10.)

Eene kleine negerin, die door den beroemden Pater Olivieri was vrijgekocht, en in een klooster te Toulon opgevoed werd, Maria Joseplia genaamd, was ziek geworden, en moest groote smarten lijden. Zij verdroeg die eckter met zulk een lieldhaf-tig geduld, dat zij niet eens wilde hebben, dat de anderen medelijden met haar toonden.

Op zekeren dag kuste de leermeesteres haar , en zeide : „Gij lijdt zeer, mijn arm kind!quot; Toen hief Maria, met eenige inspanning, de hand die op de beddedeken rustte

-ocr page 393-

381

en waarmede zij een kruisbeeld vastliield, op, enzeide: Bedenk, o£ ik zooveel lijd als Hij ! Onze goddelijke Zaligmaker is aan het Kruis genageld; ik ben niet met nagelen doorboord; zie slechts mijne handen en voeten, ik heb daar niets aan; een weinig pijn in de zijde, wat meer? Ivom, kom, ik lijd niet!quot;

De gruwelijke vervolger der Cliristenen Auxima in Japau, had een vader en eene moeder met een zoon en eene dochter ter vuurdood veroordeeld. Het jongste kind, de dochter Magdalena, trad met een kruis in de hand, als eene heldin, de vlammen tegen. „Legt mij tochquot;, riep zij, „brandende kolen op het hoofd; „Dezequot; zeide zij, op het kruis wijzend, „legt den kinderen ook vijf brandende kolen, zijne heilige vijf wonden, op het hoofd!quot; — Men deed het werkelijk , en zij hield zich als versierd met purperroode rozen en schitterende edelgesteenten. Zoo betrad zij den brandstapel, en liet haar zuiver lichaam door de vlammen verteren.

De broeder van dit meisje, een twaalf-

-ocr page 394-

S82

jarige knaap, Jacob genaamd, liep juieliend door de vlammen naar zijne reeds brandende moeder , boog met het kruisje in de band diep voerbaar en riep: „O Jezus en Maria! welk een geluk!quot; waarop bij dood voor baar nederviel.

Den knaap Thomas, die nog ter nauwer nood gaan kon, wilde men naar den brandstapel dragen; maar hij nam zijn kruisje op de schouders en zeide: „Christus heeft zijn kruis te voet naar den Calvarieberg gedragen,quot; en hij liep de beulen, die hem naliepen, vooruit in de vlammen!

Een ander knaapje, die Aloysius heette, liet de tyran, naar zijn verlangen, aan een kruis hangen, en in de vlammen plaatsen ; daar hing het kind aan het kruis en lachte.

Een vader in Japan deed zijn kind deze vraag : „Mijn zoon, vreest gij niet in den vuuroven te zullen geworpen worden?quot; quot;Waarop het kindje antwoordde; „Het kruishout brandt meer ; ik vrees niet voor het brandend bout in den oven.quot; De vader legde hem daarop gloeiende kolen in de band, om te zien, ot hij de folteringen zou kunnen uitstaan, en zie ! het kind schudde

-ocr page 395-

383

de kolen niet af en met bijna doorbrande bandjes riep bet uit: „O welk eene verkoelende bloem is dit! Dit vuur schaadt mij niet, ik moet toch eenmaal de vuurvlammen doorstaan en met Gods genade een brandoffer worden !quot;

De heilige Aloysius werd als een klein knaapje op het ziekbed geworpen. Hij verduurde als een zacht lammetje alle pijnen, nam gaarne de medecijnen in, en liet ook in de ziekte zijne gebeden niet na. Eens viel het hem, gedurende den nacht nog in, dat hij zijne dagelijksche gebeden niet geheel gedaan had; aanstonds riep hij een knecht, beval dezen hem een licht te brengen en weder heen te gaan. Hij nam het gebedenboek en verrichtte zijne gebeden. Maar gedurende het bidden werd hij door een hevige hoofdpijn en slaap overweldigd, zoodat hij insliep vóór dat hij het licht had uitgedaan. Het brandende licht stak het bed in brand. Aloysius sliep en 2ou in de vlammen zijn omgekomen, als zijn heilige Engelbewaarder, dien hij altijd kinderlijk

-ocr page 396-

384

vereerde, hem niet gewekt liad. Snel sprong hij uit het bed en was gered.

Josepka, de eenige dochter van aanzien-zienlijke en vrome ouders, was zwaar ziek. De geneesheer had haar een afschuwelijk hitter geneesmiddel moeten voorschrijven, waartegen Josepha den hevigsten weerzin had. De vrome en zorgvuldige moeder wist toch raad, om hare dochter te bewegen tot het innemen van den leelijken drank. Zij bracht haar namelijk in de eene hand liet geneesmiddel, in de andere cene afbeelding van den goddelijken Verlosser op het oogenblik, dat hij uit handen des engels den bitteren lijdenskelk aanneemt. „Zie, mijne dochter,quot; zeide de moeder, „hoe uw goede Jezus uit liefde tot ons den kelk des lijdens tot den bodem toe ledigt, om onze ziel -te redden, en zondt gij het geneesmiddel niet willen innemen, om uwe gezondheid te herkrijgen? Hij drinkt den vollen lijdenskelk, en gij wilt geen lepel van den drank nemen?quot; — Het zieke meisje zag de moeder vriendelijk aan, nam den drank en zeide: „Geef hier, moeder! de wil des Heeren ge-

-ocr page 397-

385

schiede! Uit liefde tot mijn Jeziis zal ik van nu af volgaarne den drank innemen!quot; Na deze woorden gesproken te hebben, slurpte zij, met een blik op bet prentje gevestigd, den bitteren drank op, zonder zelfs bet geziebt te vertrekken!

-ocr page 398-
-ocr page 399-

INHOUD.

Voorwoord.

EERSTE GEDEELTE.

OVERWEGINGEN OVER DE NOODZAKELIJKHEID EN HET NUT VAN HET LIJDEN.

BLADZ.

1 De lijdenskelk........1

2 De weg des kruises......3

3 Leve Jezus!........4

4 Gods Heilige wil.......5

5 Bid en vertrouw op God . . . . 7

6 Klaag niet.........8

7 Daar de oogst........9

8 Mij geschiede naar uw woord . . 11

9 Ga sleckts tot Jezus......12

10 De kruisdragende Jezus .... 14

11 God wil het zoo.......15

-ocr page 400-

388

BLADZ.

12 De ware beschouwing van het leven. 17

13 Lijden of sterven. ...... 18

14 Plet is de Heer; vrees niet ... 19

15 Het goud in de smeltkroes . . .21

16 Van waar de kracht en sterkte ? . 22

17 Maria, de moeder van smarten . . 24

18 Laat het onweder woeden. ... 25

19 Overwin uw eigen wil.....27

20 Eene heldhaftige lijderes ... ,28

21 Mijn naam — mijn vertrouwen . , 29

22 Niets wat vau God komt is moeilijk, 31

23 De moederliefde.......32

24 Huiselijke kruisen.......83

25 Geloof zij Jezus Christus. ... 35

26 Altijd onder het kruis.....37

27 Van den Beste het beste denken . 39

28 Hoop tegen alle hoop.....40

29 Kus het kruis ........42

30 Maria helpt.........43

31 Waar de nood het grootst is, daar

is de hulp het meest nabij. . . 44

32 Eene goede leer in gelijkenissen . 46 83 Het snoeien van de goede ranken. 48

34 Woorden van Jezus aan eene lij

dende ziel.........49

35 Hoe meer lijden, hoe beter ... 51

36 Jezus op den Olijfberg.....52

37 De liefde tot Jezus......54

38 De doorn uit de kroon.....55

89 Het grootste gunstbetoon. ... 57

-ocr page 401-

3S9

HLADZ.

40 Lof van de lijdzaamheid .... 58

41 Hoe de lijdzaamheid geoefend wordt. 60

42 Meer smarten, maar ook meer lijd

zaamheid .........62

43 Hier een oogenblik, daar eeuwig . 63

44 Goede raadgevingen van een goeden

geneesheer........65

45 God — onze Vader.....66

46 De heilige Joseph waa ook een

man van smarten......68

47 Wonderdadige vermenigvuldiging

der brooden........70

48 De christelijke offervaardigheid . . 72

49 De vogelen en de leliën .... 73

50 Grondstellingen van den heiligen

Philippus Neri.......75

51 God zij dank........77

52 Maria, onze troost......78

53 Frische moed ........ 80

54 Van het kleine tot het grootere . 81

55 Opwaarts ten hemel......83

56 Altijd dichter bij het laatste oogen

85 \'86

88

90 92

blik. . 57 God weet alles

58 God bestuurt alles

59 Jezus aan het kruis

60 Jezus leeft eeuwig

61 Zielskracht van eene vrouw . . . 93

62 Een schoone en troostende brief . 95

63 De geest van boete is de goede geest

van lijden.........97

-ocr page 402-

390

BLAPZ.

64 Mijn Jezus, barmhartigheid. . . 98

65 De verborgen zegen.....100

66 De verborgen schat......102

67 De tranen des godvruchtigen . . 104

68 Het allerheiligste Hart van Jezus. 106

69 Het zuiverste Hart van Maria. , 108

70 Het vergeet-mij-nietje.....110

71 De beproevingen der rechtvaar

digen ..........112

72 De werktuigen des lijdens . . . 114

73 Spreuken tot troost voor lijdenden. 116

74 Bitter, maar gezond......117

75 Zoo is het goed............119

76 Alles tot meerdere eer Grods . . . 121

77 Het verlangen naar kruisen en lij

den..........\' . 122

78 Zonder uitzondering . . . . 124

79 Wachten is goed......126

80 Het heilig kruisteeken .... 128

81 Des Christens roep......130

82 De eene dag na de andere . . . 132

83 Spreuken van den heiligen Fran-

ciscus van Sales......133

84 De liefde voor den goddelijken Ver

losser ..........135

85 Het beste middel tegen de treurig

heid ..........137

86 Door Jezus tot Maria.....139

87 Eén hart en drie nagelen . . . 141

88 God heeft het toegemeten . . . 142

-ocr page 403-

391

89 De onvoltooide kroon .

90 De offerkist Gods.....

91 Volkomene onderwerping aan God

92 Het tarwegraan.....

93 God verlaat de zijnen niet .

94 Waar Jezus is daar gaat het goed

95 De vriend van Jezus ziek. .

96 De kastijding Gods ....

97 De apostel des kruises .

98 Het apostolaat des kruises .

99 Een aalmoes voor de arme zielen

in het vagevuur .....

100 Slotoverweging......

II

Vermaningen en woorden van troost voor zieken, met beschouwingen en voorbeelden.

Vermaningen voor zieken .... 165

Troostredenen in ziekte : ... 177

1 Gods wijsheid ........ 177

2 Gods goedheid en getrouwheid . . 180

3 Gods almacht........183

4 Gods waarachtigheid en loon zijner

genade........\' . 184

Troostwoorden voor de zieken . . 189

-ocr page 404-

392

III

BLADZ.

Korte overwegingen voor de zieken 191

Laatste woorden van Jezus aan liet

kruis..........191

IV

Stichtende voorbeelden voor zieken. 199

1 Uit de heilige Schrift: Abraham ;

Joseph van Egypte ; David, Eze-chias ; Jezus Christus ; De zieke in het bad; De apostelen; Het verhevenste voorbeeld ....

2 Uit de geschiedenis der Heiligen :

De H. Teresia, de H. Aloysius, de H. Elisabeth van Thurmgen, de H. Augustinus, de H. Liduina, de H. Eranciscus van Sales, de H. Eranciscus van Assisië, de H, El-drida..........

V

Boetegedaohten in dagen van ziekte. 214

VI

Onderichtingen en vertroostingen voor

zieken (met voorbeelden.) . . . 218

199

206

-ocr page 405-

393

BLADZ.

1 Ziekten zijn vaderlijke tuchtroeden 218

2 Ziekten zijn een teeken van Gods

liefde..........225

3 Ziekten zijn geneesmiddelen der ziel 232

4 De ziekten zijn toetssteenen en vuur

proeven der deugd.....245

5 De ziekten zijn gedeelten van liet

kruis en een ladder ten hemel . 253

VII

Oefeningen van deugd voor zieken (met

voorbeelden.)....., . 260

Oefening van het geloof .... 260

Oefening van vertrouwen .... 270

Oefening van liefde......279

Oefening van onderwerping aan den

heiligen wil Gods . . . . , 290

Oefening van geduld.....314

vin

De klachten der zieken en hoe die

beantwoord moeten worden . . 328

] Waarom moet ik juist zooveel lijden? 328

2 Waarom moet ik juist zooveel lijden;

waaraan heb ik dit verdiend ? , 330

3 Ik kan dit lijden niet meer uithouden! 332

-ocr page 406-

394

4 Ik zou gaarne alles lijden, maar deze

ziekte!............334

5 Hoe lang mo et ik nog liggen en lij den? 834

6 Als ik maar kon bidden ! ... 337

7 Als ik maar naar de kerk kon gaan! 388

8 Ach, als ik gezond was, zou ik meer

arbeiden en meer goed doen. . 339

9 Als ik maar slapen kon, en de nacht

zoo lang niet was!.....340

IX

Christus\' Kruis en lijden, een troostrijk boek voor den Christen . . 843

X

Kruisbeelden........354

XI

Levensbeelden voor kinderen . . 380

-ocr page 407-

Gebeden.

»Het gebed is de staf der zwakken, de troost der bedroefden, een behoedmiddel voor de gezondheid, een geneesmiddel in ziekte.quot;

H. Chrysostomus. yamp;ORGENGEBED.

Wees gegroet, mijn lieve Grod, Vader, Zoon en Heilige Geest! Ik zeg u hartelijk dank, dat Gij mij dezen nacht naar lichaam en ziel zoo genadig beschermd en bewaard hebt. Ik draag u alles op wat ik dëzen nacht geleden heb ; ik beveel mij voor dezen dag in uwe vaderlijke bescherming, en geef mij geheel over aan uw goddelijken wil.-Gelijk mijn liefste Jezus zich op het harde bed des kruises aan u heeft opgeofferd, offer ik ook aan U mijn ziek lichaam en mijne zieke ziel op. Doe daarmede\'wat U het meest behaagt en voor mij het heilzaamst is, want zij behooren U toe, daar ik ze aan

-ocr page 408-

1

U heb toegewijd. Van ganscher harte hen ik hereid om alles te lijden, wat gij mij gedurende dezen dag wilt toezenden. Schenk mij slechts een waar geduld in mijne ziekte, en geef dat alles wat ik zal lijden, tot uwe eer en mijne zaligheid moge strekken. Amen.

Gebed tot de heilige Moeder Gods.

O allerzaligste Maagd Maria! Hoe verheugt en troost het mij, dat gij mijne moeder zijt, die weet wat smarten zijn en lijden kent. O smartvolle Moeder ! verlaat mij niet in mijne droefenis; neem mij onder uwe bescherming, en bid voor mij, opdat ik zoo geduldig en onderworpen als gij, mijne smarten moge verduren en het kruis blijven dragen, dat de hemelsche Vader mij heeft overgezonden. In uwe handen, o allerliefste Moeder, stel ik al mijn lijden, en offer het door u, in vereeniging met het bitter lijden van uw goddelijken Zoon en uwe smarten, aan den hemelschen Vader op, opdat ik hem welgevallig moge zijn en mij Zijne genade waardig make. Amen.

-ocr page 409-

3

Oefening der drie goddelijke deugden.

O mijn God, ik geloof vast hetgeen de lieilige katholieke Kerk te gelooven voorstelt; ik geloof het, daar Gij, de eeuwige wijsheid en waarheid, het gezegd en quot;geopenbaard hebt.

Mijn Heer en mijn God, ik geloof in u!

Volgens dit geloof wil ik leven en sterven.

O mijn God, ik hoop alles wat gij ons armen menschen beloofd hebt; ik hoop uwe krachtige genade, vergiffenis van al mijne zonden en de eeuwige zaligheid ; want Gij, barmhartigste, machtigste en getrouwe God, hebt dit beloofd.

Mijn Heer en mijn God, ik hoop op u !

In deze hoop wil ik leven en sterven.

O mijn God, hoogste, beste, schoonste goed! Ik bemin u om uwe oneindige liefde.

Mijn God! ik bemin u boven al!

In deze liefde wil ik leven en sterven.

Overeenkomst met God.

O mijn God! Gij weet dat ik nu niet veel kan bidden; daarom moge mijn hart doen, wat mijn mond niet doen kan. Ik

-ocr page 410-

4

maak derhalve de volgende overeenkomst met u. Zoo dikwijls vaudaag mijn pols slaat, zoo dikwijls verlang ik U te aanbidden, te loven en te verheerlijken, zoo dikwijls verlang ik berouw te hebben over de zonden welke ik heb bedreven. Zoo dikwijls ik vandaag smarten gevoel, zoo dikwijls bid ik U om vergeving van mijne zonden. Zoo dikwijls mijn hart zal slaan, begeer ik U van ganscher harte lief te hebben. Ik bid U daarom ten dringenste, dat gij mijn wil voor de daad moogt nomen, en dit alles voor U zult laten gelden als ik daarop door pijn of smart niet meer bedacht mocht zijn. Amen.

Gebed tot den Engelbewaarder.

Ik groet u, mijn lieve Engelbewaarder, en dank u, dat gij dezen nacht bij mij gewaakt hebt. Ik bid u, breng al wat ik vandaag aan lichaam en ziel zal lijden, voor den troon des goeden Vaders in den hemel, en mocht ik vergeten mijn lijden aan den lieven God op te offeren, doe gij het dan in mijne plaats. Neem mij ook dezen dag in uwe bescherming, en waak

-ocr page 411-

5

over mij, opdat de vijand mij niet scliade, en mijn wil met den wil Gods vereenigd blijve. Amen.

^VONDGEGED.

Ik aanbid en groet u, allerheiligste Drievuldigheid! en dank U uit den grond mijns harten voor al de genaden en weldaden, welke gij mij vandaag hebt bewezen, en voor al de smarten, die gij mij heden hebt toegezonden. Even als mijn allerliefste Jezus U aan het kruis voor al uwe smarten bedankt heeft, zoo bedank ik U ook. Ik draag U alles op wat ik dezen dag aan lichaam en ziel heb geleden, en wat ik dezen nacht weder zal lijden, en bid u, dat Gij, allerliefste Vader in den hemel, mij dezen nacht in uwe heilige bescherming wilt nemen, mij de genade van een waar geduld, en als het U welgevallig is, een rustigen nacht zult verleenen. Maar in alles geschiede Uw heilige wil! Amen.

-ocr page 412-

6

Gebed tot de heilige Moeder Gods Maria.

Mijne allerliefste, getrouwste, beste Moeder ! ik uw arm, ziek kind roep tot U om ontferming. De dag is weder voorbij, waarop gij mij zoo liefdevol onder uwe bescherming hebt genomen. Een moeilijke nacht begint weder. Neem mij ook dezen nacht onder uwe hoede, en help mij, opdat, ik noch door ongeduld, noch door kleinmoedigheid den hemelschen Vader be droeve, maar mij volkomen, gelijk gij, aan zijn heiligen wil overgeve. Vraag voor mij, als het den hemelschen Vader zoo behaagt, een rustigen nacht, een verkwikkenden slaap, en laat mij opgesloten zijn in uw moederlijk hart, opdat ik veilig ruste tot den dag weder aanbreekt. Amen.

Oefening van berouw.

O God en Vader! ik heb u reeds dikwerf door mijne zonden en misdaden beleedigd, en het bitter lijden en sterven van Jezus Christus uw Zoon en mijn Verlosser daardoor vernieuwd en vermeerderd. Ik heb uit den grond mijns harten berouw dat ik

-ocr page 413-

7

u zoo zwaar beleedigde. O wisch genadig mijne zonden uit en laat mij genade bij U vinden!

O God, die mij met eene eeuwige liefde bemind hebt, U wil ik van nu af met eene eeuwige liefde beminnen, U met geen zonde meer beleedigen. Neen, geen zonde meer, geen zonde meer. Geef, dat ik getrouw moge blijven aan mijn voornemen, steeds aan U onderworpen zijn en de zonde vluchten als het grootste kwaad.

Gebed tot den heiligen Engelbewaarder.

Heilige engel Gods, mijn getrouwe bewaarder, ik dank u hartelijk, dat gij mij gedurende dezen dag zoo trouw bewaard hebt. Wijk ook dezen nacht niet van mij, draag mijne smarten en mijne kwellingen voor den troon des hemelschen Vaders, en bid voor mij om kracht en sterkte, opdat ik geduldig tot het einde toe mijn kruis drage. Amen.

-ocr page 414-

8

y^NDER MORGENGEBED.

In den naam des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes. Amen. (1)

O God! mijn God! tot u ontwaakt mijn hart; op u zijn mijne eerste gedachten gevestigd.

O Vader in den hemel, de uren van den slaap zijn zoo rustig, zoo wel voorbijgegaan, en ik gevoel mij daardoor verkwikt en gesterkt. U zij dank voor deze weldaad!

Gij geeft mij nu een nieuwen dag, en waartoe anders dan om u ijverig te dienen en in alles uw heiligen wil te vervullen. Ja, dat is mijn verlangen en mijn vast voornemen. Mocht ik ook dezen dag met nieuw lijden bezocht worden — u, o God, aan te hangen is mijne vreugde en mijn geluk. Geef dat ik bij al wat mij overkomt, uwe zeer wijze beschikking erkenne; het gebed van uw eeuwigen Zoon zij dan ook mijn gebed:

„Niet mijn wil, maar uw wil gescbiede!quot;

En gij, mijn God, van wien alle goeds

(l) Paus 1\'ius IX heeft den 28 Juli 1863 ééns daags een aflaat van 50 dagen verleend aan dengene, die deze woorden rouwmoedig uitspreekt en tegelijk het heilig kruisteeken maakt. {Raccolta^ blz. 6).

-ocr page 415-

9

vooitkomt, bescherm mij zwakken, ondersteun mij gebrekkigen mensch! Bewaar mij dezen dag voor zware bekoringen en laat niet toe, dat ik vrijwillig in eene zonde valle. Sterk mij ook in wederwaardigheden met uwe genade, opdat ik in alles geduldig en met kinderlijke onderwerping aan uw wil lijde.

Den geheelen dag wil ik alles doen en lijden in den naam van Jezus, in vereeni-ging met zijn allerheiligste lijden en sterven. Zoo mogen al mijne gedachten, woorden en werken, mijn geheele handel en wandel en mijn lijden aan u opgeofferd en geheiligd zijn.

— Alles geschiede tot uwe meerdere eer ! ook beveel ik mij iu al de heilige Missen, die vandaag op de geheele wereld gelezen worden, gelijk in al de gebeden, al de communiën, in al de uren der eeuwigdurende aanbidding, en in al de goede werken van al de godvruchtige christenen.

O allerzaligste Maagd en Moeder G-ods Maria! van ganscher harte groet ik u reeds in het eerste oogenblik van dezen nieuwen dag. O neem mij van daag weder in uwe

-ocr page 416-

10

maehtige bescherming! Toon dat gij m moeder en als zoodanig ook mijne help; zijt in al mijn nood, en mijne troostere alle wederwaardigheden. Bid voor mij goddelijken Zoon en smeek Hem, dat Hij altijd zijn almachtigen bijstand moge \' leenen tot alle goed.

Mijne naamheiligen .... alle heiligen, v feestdag heden in de katholieke Kerk vierd wordt, weest mijne voorsprekers den hemel en verwerft mij de genada altijd zoo te leven en te lijden als G welgevallig is., opdat ik ook eenmaal c moge nemen aan uwe zaligheid.

Heilige engelbewaarder, God zelf In mij aan uwe hoede en zorg toevertroui verlaat mij toch niet; verlicht, geleid bescherm mij op al mijne wegen, opdat eenmaal tot den Vader van alle zalige gt ten en in het land der eeuwige vreu moge komen.

De drieëenige God, f de Vader, f de Z en f de Heilige Geest zegene mij ! De macht des Vaders begeleide mij overal, liefde des Zoons beziele mij, de wijsh des Heiligen Geestes verlichte mij ! Verb

-ocr page 417-

11

mij, o Jezus, in uwe heilige wonden en bijzonder in de opene wonde van uw liefdevol hart. Jezus, voor U moge ik ook dezen dag leven; voor U moge ik sterven, als deze dag de laatste mijns levens mocht zijn. Amen.

^/VLorgengebed na een slapeloozen nacht.

O mijn God! een onrustige nacht is voorbijgegaan; maar al ben ik ook naar lichaam en ziel thans zeer gedrukt, toch val ik bij het begin van dezsn nieuwen dag voor U neder. Al is mijne ziel bedroefd en mijn geest nêergodrukt, toch geloof ik n U, o Gij mijn Schepper en de onderhouder van mijn leven !

En waarom zou ik ook niet op U hopen — zelfs in den drukkensten nood, in den bit-tersten ramspoed? Gij zijt en blijft immers mijn Vader; Gij beschermt degenen die op U vertrouwen, en niet op menschelijke hulp, maar op uwe goedheid en macht. steunen.

Tot U derhalve, o liefderijke God, verhef ik thans de oogen van mijn geest. O dat ik toch nimmer in het allerminste

-ocr page 418-

12

moge twijfelen aan uwe vaderlijke liefde! Leer mij steeds beter erkennen, dat Gij ook degenen met de tuclitroede slaat, die gij in liefde aanneemt (Hebr. 12, 6), en dat Gij voor degenen, die U liefhebben, alles ten heil (Rom. 8, 28), alles ten beste schikt.

Op uwe Voorzienigheid en liefde wil ik derhalve vast vertrouwen, en mij in kinderlijke onderwerping aan uwe vaderlijke leiding onderwerpen.

Ik verwacht wel is waar, dat deze nieuwe dag mij ook nieuw lijden zal brengen. Maar ik zal niet klagen; ik zal stil en gelaten mijn kruis opnemen en den gekruisten Verlosser in lijdzaamheid navolgen. Schenk mij daartoe echter uwe almogende genade en bewaar mij voor elke kleinmoedigheid, voor elk mistrouwen tegen uwe Voorzienigheid en goedheid.

O almachtige en liefderijkste Verlosser, wees en blijf bij mij in wederwaardigheden. Reeds bij het eerste oogenblik van dezen nieuwen dag roep ik met uwe geliefde discipelen tot U: „O Heer, red mij, anders ga ik ten gronde,quot; o sta toch op en spreek

-ocr page 419-

13

tot mijn beklemd hart deze troostwoorden: „Vrees niet, ik banket, vertrouw op mii.quot;

(Mattli. 11).

Gij weet ecbter beter dan ik hoe uiterst zwak ik ben, ook zelfs al is de wil des geestes goed. Versterk mij alzoo met uwe genade, opdat ik onder de slagen uwer straffende hand uit eigen gebrekkigheid niet valle, maar alle wederwaardigheden uit liefde tot U verdrage. Indien ik ook dezen dag niet zoo veel goed kan doen, als ik zelf zou wenschen, toch wil ik trachten door eene goede meening te vergoeden, wat ik in mijne werken tekort kom. Te dien einde beveel ik mij ook aan in al de heilige Missen, in al het goede, dat vandaag in de geheele katholieke Kerk geschiedt, en in al de aanbiddingen en lofzangen der engelen en heiligen in den hemel.

Maria, Moeder van mijn Verlosser, wees gij ook bij mij in mijn lijden! Gij zijt de beste troosteres der bedroefden ; troost mij als kommer en angst mij nederdrukken. Bid voor mij, opdat ik naar uw schoon voorbeeld, steeds met den wil Gods vereenigd blijve en zegge : „Zie de dienaar (de dienstmaagd) des Heeren; mij geschiede naar uw wil.quot;

-ocr page 420-

14

Heilige Engelbewaarder, heiligen wier «aam ik draag, alle heiligen en uitverkorenen Gods ! ik verwacht allerlei moeielijk-heden op dezen dag; des te noodzakelijker is mij uwe voorbede, uwe bescherming. Verkrijgt mij toch de genade, dat ik mijn lijden nimmer moede worde en het vertrouwen op God niet late zinken ; dat ik veeleer in lijdzaamheid volharde en mij daardoor waardig make ook eens gekroond te worden in het rijk van onzen God en Heer.

De almachtige God, de f Vader, die mij geschapen, de f Zoon die mij verlost, en de t Heilige Geest, die mij geheiligd heeft, zegene, geleide en bescherme mij! De vrede Tan onzen Heer Jezus Christus, de verdiensten van zijn bitter lijden en sterven, de zoetheid van zijn allerheiligsteu naam, de kracht van zijn kostbaar kruis, zij en blijve bij mij, en moge ik, door de voorbede der glorievolle Maagd en Moeder Gods Maria, en door de voorspraak va n alle Gods lieve Heiligen voor alle kwaad en al de vijanden mijner zaligheid, voor al het kwaad des lichaams en der ziel beschermd worden — nu en in het uur van mijnen dood ! Amen.

——lt;=»gt;-^5»^-

-ocr page 421-

iiilSH

TOT BEMOEDIGING ENZ. GEDURENDE DEN DAG.

I. Dagelijksche onderwerping aan God.

Mijn God! wat zal mij vaudaag overkomen ? Ik weet ket niet; maar dit weet ik zeer goed, dat mij niets zal overkomen dan wat Grij van eeuwigkeid voorzien en voor mij bestemd hebt. Ik aanbid dan reeds nu allerootmoedigst uwe ondoorgrondelijke oordeelen, en onderwerp mij daaraan van ganscker karte en uit gekoorzaamkeid jegens U.

Wat gij wilt, kemelscke Vader, dat wil ik ook; wat Gij mij toezendt, neem, ik bereidwillig uit uwe kand aau; ik breng U alles ten offer, in vereeniging met ket hoogheilig offer, dat Jezus Christus, uw welbeminde eeuwige Zoon, U aan het kruis heeft opgedragen en op onze altaren in elke keilige Mis vernieuwt.

-ocr page 422-

16

In den naam van dezen uwen goddelijken Zoon en door de kraclit zijner oneindige verdiensten bid ik U, mij een onwrikbaar geduld te willen geven in al mijne wederwaardigheden. Verleen mij de genade, dat ik, gelijk het hoogst billijk is, bij al wat gij wilt en beschikt, mij volkomen onderworpen betoone. Greef, dat ik in al de gebeurtenissen dezes levens moge denken en zeggen : „Uw heiligste, aanbiddenswaardig-ste en allerwijste wil geschiede in alles door mij en in mij, nu en altijd!

(Naar het gebed der godvruchtige Prinses Elisabeth, zuster van Koning Lodewijk XVI).

2. Dagelijksche opoffering van zijn lijden.

Almachtige, eeuwige Grod! ik geloof vast en met vertrouwen, dat gij alle dingen bestuurt en regeert, en dat zelfs geen haar van ons hoofd gebogen wordt zonder dat Gij het toelaat. Ook het lijden, dat mij nu drukt en al de daarmede verbonden smarten en bezwaren — dit alles is mij naar uw raadsbesluit en uw wil overkomen. Ja, Vader, zoo was het uw welbehagen!.

-ocr page 423-

17

In dezelfde nieeniug nu waarin Gij mij den ramspoed toezendt, offer ik dien aan uwe opperste majesteit op. Wat ik lijd naar lichaam en ziel, mij zeiven met mijn geheele wezen, draag ik U op als een levendig, U geheel toebehoorend brandoffer, even als uw welbeminde Zoon in den Olijfhof en aan het heilig kruishout zich aan U opgedragen en overgeleverd heeft. Met volkomen onderwerping aan uwe goddelijke beschikking, bid en roep ik: „0 Heer, volbreng aan mij uw heiligsten wil!quot;

Gij weet wel, o mijn Grod, dat ik zonder uwe genade zoo spoedig in ongeduld en ontevredenheid over uwe Voorzienigheid verval. Wilt Gij derhalve den tijd van mijn lijdon nog niet verkorten, geef mij dan des te meer geduld en help mij den last des kruiscs dragen. Allo dingen zijn voor U mogelijk; waarom zou het dan ook niet mogelijk zijn, mij in mijne bedruktheid te versterken? Ik bid u dit ter wille van Christus\' verdiensten. Amen.

—»=4\'—

2

-ocr page 424-

18

3. Goede maaning voor den geheelen dag.

Mijn God! ik bemin u en wensch u eiken dag en elk uur naar behooren te aanbidden, te loven en u in alles getrouw te dienen. Daar mijne zwakte mij evenwel niet toelaat, mij in mijn gemoed onophoudelijk met u bezig te houden maak ik met u het volgend verbond en de goede msening om het den ganschen dag (de geheele week) te doen duren en golden;

1. Zoo dikwijls ik naar den hemel zal zien, wil ik mij verheugen en verblijden over uwe oneindige volmaaktheden, dat Gij zijt, die Gij zijt — oneindig machtig, heilig, wijs, goedertierend en rechtvaardig.

2. Zoo dikwijls ik adem zal halen, wil ik U bet leven, het lijden en sterven, van onzen Heer Jezus Christus opdragen tot uw altijddurenden lof, tot voldoening voor alle zonden, en tot tijdelijk en eeuwig heil van alle menschen.

3. Zoo dikwijls mijn mond of slechts mijn hart tot U zal verzuchten, wil ik berouw hebben over mijne zonden, en over al die zonden, waarmede gij ooit beleedigd zijt geworden. Ik wil die verafschuwen, terwijl ik

-ocr page 425-

19

roep: „Vader, vergiffenis! Vader, barinhar-hartigheid en genade!quot;

4. Zoo dikwijls ik mijne tanden of voeten zal bewegen, wil ik uit liefde tot U mij geheel en al aan uw allerlieiligsten wil overgeven, opdat gij in den tijd en in de eeuwigheid volgens uvv aanbiddelijk wel-bebagen met mij moogt handelen.

5. Eindelijk zoo dikwijls mijn pols zal slaan, zal dit voor mij zooveel \'leteekenen als de engelachtige woorden : „ Heilig, heilig, heilig zijt gij, o Heer, gij kon ing der heerscharen!quot; Glorie zij U, den Vader, den Zoon en den heiligen Geest, in alle eeuwigheid ! Amen.

CHIETGEBEDEN.

quot;Wat ik in dit uur zal denken, spreken, doen en lijdea, offer ik U op, o God, door de heiligste harten van Jezus en Maria.\'

JezuSj mijn God, U bemin ik bovenal.

C50 dagen afl. Pius IX 7 Mei 1884).

Zoetste Jezus! wil mij geen Rechter zijn, maar een Zaligmaker.

(50 dagen afl. Pius IX, 11 Aug. 1851)

-ocr page 426-

20

Dat de allorreclitvaardigste, allerlioogste en beminnelijkste Wil Gods in alles geschiede, geprezen en verlieorlijkt worde in eeuwigheid.

(100 dagen Pius YII, 19 Mei 1818).

Alles tot meerdere eer Gods!

Alles in den heiligsten naam van Jezus 1

Wees gegroet, Maria.

Maria, moeder van genade, moeder van barmhartigheid! bescherm mij tegen den boozen vijand en sta mij bij, nu en in mijn doodstrijd.

Zoet hart van Maria, wees mijn heil.

(300 dagen. Pius IX 30 Sept. 1S52).

Moeder Gods, denk aan mij.

(H. Franciscus Xaverius).

Heilige Maagd Maria, Moeder Gods. bid Jezus voor mij (H. Philippus Xeri).

Heiligen Gods, gedenkt mijner en bidt voor mij.

Heilige Engelbewaarder! wees en blijf tij mij. _

Opwekkingen als men het kruis kust.

O mijn gekruisigde, smartvolle Jezus, ach, hoeveel hebt Gij voor mij geleden! hoe smartelijk hebt Gij mij verlost! hoeveel

-ocr page 427-

21

wonden liebt Gij voor mij ontvangen! hoeveel tranen, hoeveel bloeddruppels hebt Gij voor mij vergoten!

Voor mij zijt Gij gevangen genomen; voor mij werdt Gij met doornen gekroond, voor mij heeft men U zoo gruwelijk met geeselslagen verscheurd, voor mij heeft men U aan het kruis geklonken, voor mij zijt Gij aan het kruis gestorven, opdat ik niet eeuwig verstooten worde!

O mijn Jezus! op uw bitter lijden en sterven verlaat ik mij, en hoop door den prijs van uw allerheiligst bloed eens zalig te worden !

U, o Jezus, draag ik voor al de zonden, . welke ik met mijn hoofd begaan heb, de smarten uwer doornenkroon op.

Voor al de zonden, welke ik met mijne handen heb bedreven, de smarten uwer doorboorde handen.

Voor al de zonden, welke ik met mijne voeten heb begaan, draag ik U de smarten op van uwe doorboorde voeten.

Voor al de zonden, welke ik met mijn lichaam heb begaan, offer ik U de smarten op van uw met wonden bedekt lichaam.

-ocr page 428-

22

Voor al de zonden, welke ik met mijne ziel heb bedreven, offer ikU de smarten uwer bedroefde ziel op.

Voor al de straffen, welke ik U schuldig ben, offer ik U al de druppels van uw goddelijk bloed op.

Zuiver mij, o Jezus, met uwe tranen, welke Gij om mijne arme ziel hebt geweend i wasch mijne ziel met uw bloed, dat Gij in overvloed vergoten hebt.

Sterk ook mij eenmaal door uw bitteren doodstrijd in mijn doodstrijd, en verleen mij door uwen allerbittersten dood een zaligen dood!

Plaats uw kruis en uw dood tusschen uw oordeel en mijne arme ziel, en laat haar niet verloren gaan; o Jezus, mijn Jezus, maak mij zalig. Amen.

Opwekkingen en gebeden tot den gekruisten Jezus.

0 Heer Jezus Christus 1 Gij waarachtig leven der wereld, ik aanbid U, omhels U en kus U uit mijn gansche hart, en zeg TT den innigsten dank voor de oneindige liefde, waarmede Gij aan den boom des kruises zoo groote en menigvuldige smarten om

-ocr page 429-

23

mijaentwil hebt uitgestaan, in. het bijzonder toen uwe allerheiligste ziel van het lichaam gescheiden werd; ach, Jezus ontferm u over mijne ziel, als zij van het lichaam zal scheiden.

Met het hartelijkste medelijden, o Jezus, kus ik uw allerheiligst hoofd, dat om mijnentwil met gruwelijke doornen doorboord en duizendmaal gewond is geworden. Ter wille van de pijnen dier gruwzame wonden, bid ik U dat Gij mij gelieft te bevrijden van de onrast mijns gewetens, en mij wilt bewaren voor kleinmoedigheid en wanhoop.

O allerheiligst aangezicht van mijn Heer Jezus Christus! ach hoe heeft men U mishandeld, bespuwd en geslagen! Met het hartelijkste medelijden kus ik U, o mijn Jezus; dat Grij uw aanschijn niet van mij moogt afwenden, en mij de genade schenken om uw beminnelijk aanschijn eenmaal in den hemel te aanschouwen en mij daarin eeuwig te verheugen!

O liefelijkste mond van mijn Jezus en gij minzame lippen, hoe zijt Grij mishandeld en met gal en edik gedrenkt! Ik kus ü met de grootste innigheid des harten, en bid U, mijn lieve Jezus! laat mij de zoetig-

-ocr page 430-

lieid uwer liefdo smaken, en maak de gan-sche wereld met al hare vreugden bitter voor mij !

O Grij lieilige handen en armen van mijn gekruisten Verlosser! hoe smartelijk zijt gij uitgerekt en mot gruwelijke nagelen vastgehecht! Ik kus U met de innigste liefde en bid U, o Jezus! mij vast te houden in uwe armen, opdat ik van U, mijn hoogste goed. niet gescheiden worde!

Heilige voeten van mijn Heer Jezus -Christus! hoe gruwelijk zijt gij met nagelen doorboord en verscheurd! Ik kus U met den diepsten eerbied, en bid o Jezus, dat Gij mij de genade moogt Ter le en en om uwe voetstappen te drukken op den kruisweg, dien Gij bewandeld hebt!

Zijt door mij gegroet, gij heilige knieën van mijn goddelijken Verlosser! O hoe dikwijls heeft mijn Jezus die gebogen in het gebed, welke pijnen hebt G-ij geleden bij uw vallen onder het kruis! Ik kus U met de grootste innigheid des harten, en bid U, o Jezus dat Gij mijn hart tot U moogt neigen, en het doen ontvlammen door het vuur uwer lieide !

-ocr page 431-

25

Tquot;

O mijn Jezus, ik omhels U, en wensch uw kruisbeeld gelieel in mijn hart te drukken ! Ik dank U voor alle martelingen, pijnen en smarten, welke gij aan uwe teederste ledematen heht ondergaan, ik vereenig daarmede mijne smarten, en bid U, dat Gij mij genadig de zonden gelieft te vergeven, welke ik ooit met mijne ledematen heb bedreven; en de pijnen, welke ik nu aan mijne ledematen lijd, als eene geringe boete voor mijne zeer groote zonden gelieft aan te nomen. Wees mij een Jezus, en red mijne ziel uit de strikken van den boozen vijand, laat haar niet verloren gaan, maar deelachtig worden aan de eeuwige zaligheid, welke Gij aan allen beloofd heb, die U beminnan en met U lijden. Amen.

Onderhoud tusschen de ziel van den zieke en den gekruisigden Jezus.

(Naar Ge/asius de Silia).

De heilige Magdalena van Pazzi had de gewoonte om voor liet kruisbeeld, dat zij in de hand hield, te bidden en te mediteeren. Daarbij werd haar hart telken maal geheel

-ocr page 432-

26

ontvlamd van liefde tot Jezus. Zij stond dan op, liep in liet klooster rond, geheel buiten zich zelve, en riep: „O liefde! liefde! liefde! Nooit, o nooit wil ik ophouden u te noemen onze liefde en ons al! O lieve zusters, riep zij dan de religieuzen toe : weet gij niet, dat Jezus niets anders is dan de zuivere liefde?quot; En terwijl zij deze woorden sprak, toonde zij haar het kruisbeeld, en ging voort met haren geliefdsten Jezus de zoetste woorden te wisselen. Maar wie zal kunnen zeggen, wat de gekruisigde Jezus tot haar hart heeft gesproken, toen hij haar hart aldus tot liefde ontvlamd had ? O als de goddelijke Verlosser zich mocht verwaardigen ook tot onze harten te spreken, hoe zou ons dit troosten en verblijden 1

Wij moeten het kruisbeeld in onze handen nemen en met den vromen Samuël zeggen: „Heer, spreek, want uw dienaar hoort!quot; Daarna moeten wij ons voorstellen, dat Jezus ons bij onzen naam roept en ons vraagt: Mijne ziel, gelooft gij, dat Ik uit loutere goedheid, zonder uwe verdiensten, u uit het niet getrokken en niet mijn bloed vrijgekocht heb ? Gelooft gij ook alles wat u geleerd wordt door mijne heilige Kerk, die Jk heb gesticht en tot

-ocr page 433-

27

■welke Ik u uit duizenden heb geroepen ? Verlangt ook gij daari?t met mijne uitverkorenen te leven en te sterven ?

Daarop moeten wij onzen Verlosser ootmoedig antwoorden ;

Ja, mijn gekruisigde Jezus! ik geloof! Ik zeg U oneindigen dank, dat Gij mij niet alleen geschapen en verlost, maar ook in liefde en genade tot liet heilig katholiek geloof geroepen hebt, opdat ik aan uwe onschatbare verdiensten deelachtig moge worden. Ik geloof al wat de Kerk mij leert. Ik geloof, dat G-ij de Zoon van den leven-digen God zijt, de Zoon des Vaders, dien Maria, de heilige Maagd, van den Heiligen Geest ontvangen en gebaard heeft. Ik geloof dat Gij voor mij geleden hebt, en aan het kruis gestorven zijt, dat Gij zijt verrezen van de dooden en opgeklommen ten hemel, waar Gij zit aan de rechterhand des Vaders, en zult wederkeeren om de dooden en de levenden te oordeelen. Ik geloof in den Heiligen Geest, dien Gij gezonden hebt om mij te heiligen; ik geloof in eene heilige Katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen, de vergiffenis der zonden, de verrijzenis de vleesches en het eeuwig leven. Ik geloof

-ocr page 434-

28

dit alles, omdat GKj, de eeuwige waarheid, het geopenbaard hebt. Ik beveel mijn geloof aan uwe goddelijke almacht en wijsheid en sluit het in uw allerbeiligst hart, opdat het mij niet ontnomen worde en tot het eiude mijns levens onverzwakt blijve. Amen.

Mijne ziel! gij weet dat ik u met mijn kruis de geslotene deur des hemels geopend, en door mijn bitteren dood de eeuwige vreugde gekocht heb: Hoopt gij door mijne verdiensten eens daartoe te geraken en deze vreugde te genieten ?

Ja, o Jezus, ik hoop het vol vertrouwen! Ik dank U van ganseher harte voor uw bitter lijden en sterven, waardoor Grij mij den hemel hebt verkregen, en ik vertrouw op uwe oneindige verdiensten, op uwe onuitputtelijke barmhartigheid, op de verdiensten en voorspraak van uwe heilige Moeder en al de heiligen, dat ik eens tot de eeiiwige vreugde zal geraken. En ofschoon ik een arm zondaar ben, en tallooze misdaden heb begaan, wil ik desniettemin niet wantrouwen of beangst worden, maar vast vertrouwen, dat uwe oneindige liefde en barmhartigheid geen armen zondaar verstoot, uw allerheiligst bloed mij reinigt van al mijne misdaden, en dat Gij mij genadig zult

-ocr page 435-

29

opnemen onder liet getal uwer uitverkorenen, om U eeuwig te loven en te prijzen. Amen Mijne ziel! Zie Afij aan, en beschomv Mij aan het kruis. \' Wat zuil gij dan anders aan Mij zien e7i vinden dan zuivere liefde? Maar bemint gij Mij ook bovenal? Zie, Ik ben de liefde zelf; alles wat Ik gedaan heb en nog doe, geschiedde efi geschiedt uit liefde! Nog steeds heb Ik de menschen lief gelijk Ik ze eens aan het kruis heb liefgehad, daar Ik mijn bloed voor he7i vergoot. Ik lijd uit liefde 7net u, 7uant gij zijt een UdTnaat van 7nij7i lichaam! Moet gij niet uit liefde tot Mij uw kruis gaarne dragen, dat mijn hemelsche Vader u heeft opgelegd ? De liefde zal uw lijde/i verzoeten. Ik verlang van u niets anders dan liefde ; wilt gij Mij 7iiet bc7ni/men, die u het eerst bemind heb ?

Ja, mijn Jezus, mijne gekruisigde liefde! ik bemin U. O dat mijn hart in den gloed uwer liefde ontvlamd mocht worden! O, hoe koud is mijn hart, hoe gevoelloos jegens U bij de overweging van uw bitter lijden! Te veelis het nog aan de schepselen gehecht, te zeer nog met eigenliefde vervuld! O mocht gij toch, mijn goede Jezus, mijn hart van deze aarde losrukken, mocht Gij het ontvlammen door het vuur uwer liefde ! O mijn Jezus en mijn God! ik wil U uit

-ocr page 436-

30

geheel mijn hart beminnen, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten, en dit alleen omdat Gij mijn liefderijkste G-od zijt. Ja, ik zou al de liefde willen hebben die ooit in de harten uwer heiligen gebrand heeft en nog brandt; ik zou U willen beminnen gelijk uwe heiligste Moeder, gelijk de heilige engelen U eeuwig beminnen. Amen.

A/s gij Mij lief hebt en verlangt lief te hebbe7i, waarom, o mijne ziel, hebt gij Mij dan zoo dikwijls beleedigd, waarom hebt gij Mij opnieuw gekruisigd, en mijn heilig bloed, dat ik tot uwe reiniging heb gestort, onteerd?

Ach, barinhartigste Jezus ! ik heb wel is waar gezondigd, U dikwijls beleedigd en gekruisigd, maar ik heb daarover van gan-scher harte berouw. Ja, mijn Jezus! uit het binnenste mijns harten heb ik berouw over alle en elke zonde, die ik van mijne kindsche jaren af, met gedachten, woorden en werken, en met verzuim van het goede waartoe ik verplicht was, bedreven heb, en alleen daarom heb ik daarover berouw, omdat ik U, het hoogste goed, die geheel liefde zijt, beleedigd heb. Ach, mocht mijn berouw zoo groot zijn, dat mijn hart geheel weg smolt 1 Geef mij, o Jezus, een oprecht

-ocr page 437-

31

iDerouw, eene groote smart over mijne zon den I Daar ik echter zulk een berouw niet gevoel, offer ik U het smartelijke berouw en de allerdiepste smart op, welke Gij zelf over mijne zonden en die der gansche wereld hebt gevoeld, en al het lijden en de pijnen, welke Gij tot voldoening der zonden hebt geleden. Gaarne ben ik bereid, om toch eeniger-mate mijne misdaden te boeten, al de straffen te ontvangen en te dragen, welke uwe rechtvaardigheid mij zal opleggen, en ik bid U slechts, zeer goede Jezus, uit den grond mijns harten, dat Gij mij vergiffenis gelieft te schenken, mij niet van U wilt verstoeten en mij weder beminnen. Uit liefde tot U, o Jezus, vergeef ik van harte al de beleedigi-gingen, die mijne medemenschen mij hebben aangedaan, ik geef mij over en wijd mij met lichaam en ziel geheel aan uwe goedheid en liefde. O dat mijne arme ziel en uw bitter lijden en sterven voor haar slechts niet verloren mogen gaan! Amen.

Mijne ziel! ik ben altijd aan mijn hemelschen Vader gehoorzaam en aan Zijn heiligen \'wil tot den kruisdood met vreugde onderworpen geweest, zijt vok gij bereid om volgens dezeti heiligen wil te leven, te lijden en te sterven ? .,.

-ocr page 438-

32

Ja, o mijn allerliefste Jezus! ik wil uw voorbeeld navolgen, en geef mij geheel en al over in de handen van uw hemelschen Vader. Hij heeft mij deze ziekte toegezonden en mij op het bed van smarten geworpen. Zeker is dit tot het heil van mijne ziel ; dat zijn allerheiligste wil geschiede! Ik vereenig mijn lijden, mijne smarten en wederwaardigheden met uw bitter lijden, en offer die aan uw hemelschen Vader tot eeuwigen lof op, met zulk eene oprechte meening en zulk eene onderwerping als Grij, o Jezus, zelf het wenscht en begeert. Ik wil gaarne lijden,, zooals en zoolang het mijn goeden Vader in den hemel behaagt; ik verlang ook geen enkel uur méér te leven dan Hij het wil, en ben bereid zulk een dood te sterven als Hij over mij beschikt. Alleen dit bid ik U, mijn Jezus, verleen mij de kracht, dat ik mijn geduld tot het einde toe beware en mijn zwakken wil steeds met uw allerheiligsten wil tot den dood toe vereenigd houde. Amen.

-ocr page 439-

pODVRUCHTIGE OEFENINGEN VOOR EEN ZIEKE.

Aanbidding van God.

Allerhoogste God, wiens majesteit oneindig is, voor wieu ook de zuilen des hemels sidderen, de Cherubijnen en de Seraphijnen hun aangezicht bedekken, ik aanbid TT met den diepsten ootmoed. Bewaar mij steeds in den grootsten eerbied, mijn God en mijn Heer.

O mijn God en Heer, wie zijt Gij en wie ben ik! Gij draagt hemel en aarde in uwe hand, Gij zijt de Almachtige! Alles behoort U toe! Ik ben niets dan stof, arm en ellendig ! Ik werp mij voor uwe voeten, aanbid U met al de engelen en heiligen, en loof en prijs ü, o Heer der Heerscharen !

JDankzegging.

O hemelsche Vader, die mij naar uw evenbeeld geschapen en zoo vaderlijk onderhou-len hebt; voor al de weldaden naar lichaam

3

-ocr page 440-

34

en ziel, voor alle kruis en lijden, voor alle gaven en ganaden dank ik U in de nederigheid mijns harten.

O goede Jezus! ik bedank U, dat Grij U ge-waardigd hebt voor ons mensch te worden; neem mijn dank aan, o Heer, voor al uw lijden en voor nw dood, voor al uwe heilige onderrichtingen en voorbeelden, voor al uwe rijke genaden, voor al de heilige Sacramenten.

God, Heilige Geest, Ik dank U allerootmoedigst, dat Gij mij in den heiligen Doop, en door het heilig Sacrament der boetvaardigheid van mijne zonden gezuiverd hebt; ik dank U voor het ware geloof, voor zoovele goddelijke verlichtingen, voor dé redding uit zoo vele gevaren.

Bede om vergiffenis.

O mijn allerliefste Heer en God! Ik erken dat ik uwe grondelooze goedheid door al mijne zonden veracht heb. Ik bid U, let niet op de menigte mijner misdaden, maar op de volheid uwer ontferming. U wil ik getrouw blijven in leven en in dood.

-ocr page 441-

35

Afschuw voor de zonde.

O liefderijkste Vader inden hemel! Ach liadde ik U toch, mijn eenigste, hoogste, on-eindigste, beminnenswaardigste goed door geen enkele zonde beleedigd! —Alles wat uwer goddelijke Majesteit in mij mishaagt, al mijne zonden verwerp en vervloek ik.— Ik verlang liever te sterven dan U, mijn allerbeste Heer en God. ook slechts eens door zware zonden te beleedigen.

Toevlucht tot God.

Ogoede Heer, Gij die allen, welke met moeilijkheden en rampen beladen zijt, zoo vriendelijk en liefdevol tot U noodigt, mijn God, tot U roep ik nu; verstoot mij niet van U.

Overgeving en onderwerping.

O mijn goede Vader! Gij die alles voor mij ten beste bestuurt, aan U onderwerp ik mij ; regeer, geleid mij gelijk het U behaagt. Ik offer U alles op. lichaam en ziel,\' al mijne zintuigen en krachten. Alles moet tot uwen dienst en tot uwe verheerlijking worden aan-

-ocr page 442-

36

wend. Welaan handel met mij, gelijk Grij wilt. Ik geef mij geheel aan U over, regeer, heersch over mij.

Vreugde in God.

O allerschoonste, allerzoetste Heer, daar J-k in U alle goeds, al de rust en den troost mijner ziel vind, verlaat ik gaarne alles en verheug ik mij in U alleen. O eeuwige God 1 Gij blijft steeds goed, altijd barmhartig, altijd liefdevol, altijd schoon en vol heerlijkheid. Daarom alleen bemin ik U en al het andere veracht ik.

Liefde tot God.

O mijn God, Gij eeuwige liefde, Gij bron van alle liefde! hoe onbegrijpelijk is uwe heiligheid, hoe ondoorgrondelijk uwe schoonheid, hoe kan ik U genoegzaam beminnen? O dat ik toch met de onverbreekbare banden der zoete liefde met U, mijn hoogste goed, verbonden mocht worden ; O mocht ik U kunnen beminnen met den liefdegloed aller engelen en heiligen ! Daarnaar, o God, streef ik, om ware liefde bid ik U ; want zoo alleen kan ik Ubehagen!

-ocr page 443-

Verlangen naar God.

O goede God, verleen mij de genade, dat ik niets verlange dan U, en niets beminne dan wat U welgevallig is! Geef dat ik alles alleen uit liefde tot TJ beminne! — O, wanneer zal eenmaal het oogenblik komen, waarop ik U aanschouwen en eeuwig loven en prijzen kan! — Trek mijn hart tot U, trek het op tot U, verbind het geheel met U! — O mijn Heer en mijn God! niets in de wereld verlang ik, tot U alleen wil ik komen, in U alleen mijne zaligheid zoeken en vinden 1 — Gaarne wil ik ziek zijn, gaarne wil ik lijden, gaarne wil ik sterven, zoo ik slechts U, o eenig goed mijner ziel, bezitten magl-

jD YERWEGINGEN EN pEBEDEN

VOOR

de 24 uren van het bitter lijden en sterven van Jezus Christus,

OF

chrtstelijk uurwerk voor dagen van lijden.

Al de vrome zielen, die naar de volmaaktheid, dat wil zeggen naar de vereeniging met God streven, trachten ook in Gods tegenwoordigheid te wandelen.

-ocr page 444-

38

Daartoe dienen voornamelijk de kleine schietgebeden, bijzonder uit Jezus\' lijden. Men leert daarbij met Jezus den kruisweg bewandelen en altijd met hem vereenigd te blijven. Bewandel zoo dag voor dag, uur voor uur. met den u beminnenden en voor u lijdenden Verlosser den lijdensweg tot aan den hemel, die u dan zeker beloonen en verheerlijken zal.

ó uur, s avonds: Mijn Jezus! in dit avonduur hebt Grij aan Uwe geliefde discipelen op Witten Donderdag de voeten gewasschen. quot;Wascli mij ook geheel schoon, in- en uitwendig van mijne zonden.

7 uur: Mijn Jezus, in dit uur hebt Gij met uwe discipelen het Paaschlam der Joden gegeten en vervolgens het Paaschlam der Christenen, het Heilig Sacrament des altaars, ingesteld. Ik bid u, laat mij zonder dit he-melsch brood niet sterven, en maak mij daartoe waardig.

lt;? uur: Mijn Jezus! in dit uur hebt Gij voor uwe discipelen eene hemelscli schoone rede over de liefde gehouden, en daarna voor al de discipelen en al de geloovigen gebeden. Geef mij de genade, dat ik nooit

-ocr page 445-

39

weder in leven of in sterven van Uwe heilige liefde gescheiden worde, en bid ook voor mij, dat ik toch in Uwe liefde volharde tot mijn laatsten snik.

g uur: Mijn Jezus ! in dit uur hebt Gij driemaal in den hof van Olijven gebeden, en in doodangst voor mij armen zondaar een bloedig zweet vergoten.

Geef dat deze uwe heilige bloeddruppels de brandende zondedruppels van mijn laatste doodzweet mogen afkoelen en afwisschen.

zo tiur\\ Mijn Jezus! in dit uur zijt Gij gevangen genomen, gebonden en over den Cedron gevoerd. Behoed mij voor de boeien der zonde in mijn leven en voor de eeuwige boeien der hel. Bind mij aan U, opdat ik U alleen navolge tot aan mijn dood.

12 uur-. Mijn Jezus 1 in dit uur zijt Gij naar Annas geleid en hebt Gij een gruwelijken kaakslag ontvangen. Bewaar mij voor aüe kwaad.

i uur: Mijn Jezus! in dit uur zijt Gij in Caiphas\'huis aangeklaagd als een godslasteraar en een volksverleider gehóuden en verklaard, en naar de gevangenis gebracht. O Heer ! wie zal voor U bestaan in uw oordeel ?

-ocr page 446-

40

Behoed mij voor tijdelijke en eeuwige 1 schande. i

2 uur: Mijn Jezus! in dit uur heeft Petrus i II verloochend. In dit uur hebt Gij Petrus s genadig aangezien, en Petrus heeft zijne zonden zijn gansche leven bitter beweend. 1 Zie ook mij genadig aan, en geet mij de genade, dat ik mijne zonden beweene.

j uur: Mijn Jezus! in dit uur is uw allerheiligst aangezicht geblinddoekt, geslagen en bespuwd. O Heer, verwerp mij armen zondaar niet voor uw aanschijn; en al verlaat mij ook alles, verlaat Gij mij niet.

4. uur: Mijn Jezus! in dit uur duren de mishandelingen die U worden aangedaan, de kaakslagen, het bespuwen, bespotten en beschimpen onafgebroken voort. Leer mij met U, in uw geest en met uwe genade, naar uwe zalige leer en heilige voorbeelden, geduld oefenen en lijden, aan U alleen klagen en U alleen alles opofferen Gaat het goed, dank God daarvoor; gaat het u slecht, klaag daarover aan God, maar klaag aan niemand anders uw nood.

In de drie verschrikkelijke uren van Jezus, geheime lijden in de gevangenis, zullen wij

-ocr page 447-

41

licht, troost, rust en sterkte zoeken, gedurende slapelooze nachten of bij geheim en inwendig lijden, waarover men aan God en zich zeiven alleen kan en mag klagen.

5 uur; Mijn Jezus, in dit uur zijt Gij in den vollen raad hij Caiphas ter dood veroordeeld geworden. Grroote God! Wees mij genadig hij uw gestreng oordeel en behoed mij voor de eeuwige verdoeming.

6 uur: Mijn Jezus, in dit uur zijt Gij voor Pilatus aangeklaagd. Behoed mij voor de aanklacht van den duivel.

7 uur: Mijn Jezus! in dit uur heeft Hero-des U ter bespotting, een wit kleed laten aandoen! Leer mij weinig met de menschen te spreken, om des te meer en inniger met U te kunnen en te moeten spreken, opdat ik met U vereenigd blijve, en niet ten prooi worde aan de eeuwige bespotting der hel.

8 uur-. Mijn Jezus! in dit uur heeft men aan Barrabas de voorkeur gegeven bovèn U en zijt Gij wreedelijk gegeeseld. Houd mij die geeseling en uwe smarten steeds voor oogen, opdat ik bij het oordeel niet. aan uwe linker,- maar aan uwe rechterzijde moge geplaatst worden.

-ocr page 448-

42

g uur: Mijn Jezus! in dit uur zijf Gij met doornen gekroond en heeft de geheele krijgsbende U openlijk bespot; laat deze smarten en bet inwendig lijden mij de kroon des hemels doen verwerven.

zo tmr : Mijn Jezus ! in dit uur werdt Gr ij aan het volk voorgesteld, en daarna ter dood veroordeeld enten kruisdood gevoerd. Laat ik door uw dood het eeuwige leven vinden en wees mij genadig in mijn laatste oordeel.

11 uur: Mijn Jezus! in dit uur hsbt Grij het zware kruis gedragen. Geef mij de ge-nade, onder kruisen en in lijden geduldig te zijn.

12 uur; Mijn Jesus! in dit uur zijt Gij aan het kruis geklonken. O dat de gruwzame nagelen mijn hart en al mijne ledematen doorboren, opdat ik Uwe smarten gevoele en U leere beminnen, O Jezus! ik offer U mijn hart op, verbind het geheel met U.

i uur: Mijn Jezus ! in dit uur badt Gij voor uwe vijanden en sehonkt Gij den moordenaar genade. O God, vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldennaren

-ocr page 449-

43

2 uur; Mijn Jezus ! in dit uur hebt Gij Uwe moeder aan uw geliefden discipel Joannes aanbevolen. Schenk uwe moeder ook mij tot moeder ; neem mij als kind Gods aan Verstoot mij armen zondaar niet.

3 iiur: Mijn Jezus ! in dit uur werdt Gij in Uw dorst met gal en edik gedrenkt en zijt Gij aan het kruis voor mij gestorven. Schenk mij, ter wille van dezen dorst, een voortdurenden dorst naar de liefde uws harten. In deze liefde tot U wil ik leven, lijden en sterven.

/f. uur ; Mijn Jezus! in dit uur werd Uwe heilige zijde geopend en Uw heilig lichaam van het kruis afgenomen. O laat mij ingang vinden in Uw geopend hart. In dit hart alleen vind ik mijn rust en mijn tijdelijken en eeuwigen vrede. Verstoot mij daaruit niet.

5 uur: Mijn Jezus ! in dit uur werdt Gij begraven. O Maria, mijne lieve moeder!\' Laat ook ik in uwmoederlijken schoot rusten, als ik in doodstrijd ben, opdat de vijanden mijner ziel mij niet kunnen overwinnen.

Maria, Moeder van smarten, geef ook mij deel aan uw lijden; en druk ook in mijn hart

-ocr page 450-

44

de wonden van uwen Jezus. Ik bid U, o Jezus! laat uw bitter lijden en sterven niet voor mij verloren zijn.

Uurgebed.

Gezegend zij het uur, waarin mijn Jezus bloed gezweet beeft enz, enz. Ik bid U door dit geheimenis uws lijdens, sta mij bij in mijn doodstrijd.

Of

Verleen mij, o Grod! een gelukzalig uur voor mijn leven en mijn dood, door Jezus en Maria. Amen,

Opoffering voor elk uur.

Ik offer U al mijne gedachten op, al mijne woorden en werken, mijn leven, mijn lijden en mijn sterven, al de uren mijns levens in den tijd en in mijne geheele eeuwigheid tot uwe grootere eer en glorie ; ik vereenig die met het bittere lijden en sterven van Jezus Christus, mijn Verlosser. Amen.

-ocr page 451-

45

Ander uurwerk voor lijdenden. Eén uur.

Dit uur herinnert mij dat er één God is; dien ik altijd, ook in kruis en lijden — moet dienen. Alleen als ik God ijverig dien en in alles zijn lieiligen wil vervul, kan ik mijne ziel redden —• en ik heb maar ééne ziel. quot;Waarom zou ik mij niet alle mogelijke moeite geven, om die voor de eeuwigheid te redden ?

„Slechts eenezaakisnoodig.quot; (Luc. 10,42).

Twee uur.

Xaast Jezus hingen tzuee moordenaars; de een droeg zijne straf geduldig, hij smeekte om barmhartigheid en verwierf genade; de andere leed gedwongen, verhard in boosheid en werdt verworpen. Ik wil den rouwmoedi-gen moordenaar gelijken en in de bittere uren deslijdens met hemde oogen op Jezus vestigen en godvruchtig zeggen; „Heer, gedenk mijner in uw rijk!quot; (Luc. 24, 42).

Drie uur.

Hoeveel, hoe groote dingen heeft de \' drieë-nige God reeds voor mijne zaligheid gedaan l Zou ik dan ook niet vertrouwen, dat Hij deze

-ocr page 452-

46

wederwaardigheden tot mijn bestwil zal doen strekken ? 0 dat ik slechts meer bevestigd ware in de drie goddelijke deugden, in het ware geloof, in de onwankelbare hoop -en in de innige liefde!

Vier uur.

Welke gewichtige dingen drukt mij het slaan van dit uur aan het hart. Ik moet nu denken aan de vier uitersten. Hoe spoedig is de dood daar! En dan volgt het oordeel, dat beslist over eene gelukkige of eene ongelukkige eeuwigheid. Ik wil in het goede en in geduld volharden! Green lijden, in christelijke lijdzaamheid verdragen, blijft aan gene zijde van het graf onbeloond.

Vijf uur.

Gij heilige vijf zuojiden van Jezus zijt mijne hoop en mijn troost; in eiken angsten nood neem ik tot ü mijne toevlucht. Wat lesrt mij nu de aan handen en voeten zoo smartelijk gewonde Verlosser? wat zegt mij het goddelijk Hart, dat Hij na Zijn dood liet openen? ■O ik wil niet weigeren om met Jezus en uit

-ocr page 453-

47

liefde tot Hem den tegenspoed te lijden welken Hij mij toezendt! Maar ik zal ook dikwijls bidden:

Verberg mij in uwe wonden, o Jezus!

Zes uur.

In zes dagen heeft Grod den hemel en de aarde geschapen. En deze Almachtige Schepper draagt ook alles als het ware in zijne handen en onderhoudt het ook; moet deze waarheid mij geen moed en vertrouwen inboezemen ? O voorzeker ; de Almachtige ziet ook in mij zijn schepsel. En Hij is ook mijn beste Vader; hoe zou Hij mij kunnen vergeten ?

Zeven uur.

Zeven woorden sprak Jezus aan het kruis, en elk dier woorden is voor mij een woord van onderricht en van troost. Ik zal dikwijls met den stervenden Verlosser uitroepen: „Vader, in uwe handen beveel ik mijn geest.quot; Over al mijne ellenden namelijk zal ik aan den Vader in den hemel klagen, lichaam en ziel en al wat ik ben, heb en lijd — alles in de handen van dezen Almachtigen Vader overgeven. Hij volbrengt aan mij zijn heiligen wil.

-ocr page 454-

48

Acht uur.

Dit uur herinnert mij aan de acht zaligheden. Deze zaligheden zijn de eenige weg, die ten hemel voert; maar hoe zal ik dien weg bewandelen? Bij voorbeeld: Zalig zijn de zachtmoedigen; — ach, en ik wil niets lijden en van niemand iets verdragen! — Zalig zijn zij die treuren; — en ik vlucht altijd en overal het kruis en zou alleen blijde dagen willen beleven!

Heer, ontferm U mijner, Gij die gekomen zijt om de zondaars zalig te maken.

Negen uur.

Ik denk aan de negen koren der heilige engelen; onophoudelijk brengen zij den Allerhoogsteh unne diepste aanbidding. Met deze aanbiddingen en lofzangen der engelen en van het geheele hemelsche hof, in \'t bijzonder ook met die der allerheiligste Maagd Maria, vereenig ik datgene, wat ik in dit uur zal doen en lijden. Ik bid daarom het hemelsche lofgezang :

Heilig, heilig, heilig, zijt Gij, o Heer, o God der heerscharen. Glorie zij den Vader, glorie den Zoon en glorie den Heiligen Geest.

-ocr page 455-

49

Tien uur.

Hoe krachtig herinnert mij deze klokslag aan de tien geboden Gods! Ach. ik heb die helaas reeds al te ve 4 overtreden ! Heer, kom toch met mij niet in het oordeel. Laat ik, gelijk de vijf wijze maagden, waken en steeds op uwe komst bereid zijn ! O schrikkelijk is het lot der vijf dwaze maagden, die zoo zorgeloos en onbekommard leefden ; dat moedigt mij aau, om mijne bekeering niet langer uit te stellen; want de tijd van dit leven is onzeker en de laatste dag en het laatste uur zijn voor mij verborgen. (Matth. 25, 13.)

Elf uur.

Het is het elfde uur. Nog in dit uur ging de Heer uit om arbeiders in zijn wijngaard te huren. Zocht hij mij nu ook nog ? Heeft hij deze ziekte (wederwaardigheid) mij niet ■ juist toegezonden, opdat ik uit mijne lauwheid, zelfs uit mijne zondenslaap mocht ontwaken ? O ik wil gevolg geven aan de liefdevolle uitnoodiging Gods, en met dit uur beginnen, ijveriger aan mijn zielenheil te arbeiden.

4

-ocr page 456-

50

„Kort zijn de dagen van den menscli, als een schaduw gain zij voorbij (Job, 8, 14).

Twaalf uur.

Het s\\.a,a.t twaalf uur! Zoo gaat het eene uur na het andere, de eene dag na den andere voorbij. Wee mij, als ik denzoo onschatbaren, kostbaren tijd mij niet ten nutte maak! Wee mij, als ik dien niet gebruik om boetvaardigheid voor mijne zonden te doen, en nieuwe verdiensten voor den hemel te verzamelen ! O ik zal niet wachten tot dat het laatste uur slaat. De twaalf slagen, die zich nu doen hooren, mogen voor mij even zoovele roepstemmen zijn! De laatste slag komt toch eindelijk; mocht ik daarop steeds bedacht en goed voorbereid zijn 1 Mocht ik dan toch in den heerlijken tempel Gods ingaan.

Twaalf poorten brengen in dit hemelsche huis; zal het mij wel veroorloofd worden door eene die poorten binnen te treden ; Ik hoop het door de verdiensten van Jezus Christus ; doch ik zal slechts worden binnen gelaten als ik een braaf leven leid, goed doe en eenmaal in Gods genade sterve.

L

-ocr page 457-

IJF BIJZONDERE GEBEDEN

tot de heilige vijf wonden.

In de heilige vijf wonden en in de heilige vijf geheimenissen van het bitter lijden vinden wij de vergiffenis onzer zonden,

lt Kus de heilige wond der rechterhand en zeg:

Mijn Jezus ! Uit liefde tot U en om U na te volgen, neem ik met een ootmoedigen kus uit uwe vaderhand al de moeielijkheden van deze mijne ziekte aan, en niet anders dan alsof zij eenige weinige bloeddruppelen waren uit den kelk van uw allerheiligst lijden, dien Gij voor mij op den Olijfberg gedronken hebt, en van welken Gij er mij nu eenige weinige uit uwen kelk als een eeredrank reikt.-Ik heb dien kelk helaas ! met het vergift en den gal mijner zonden tot aan den rand gevuld. Het is billijk, dat ook mij nu eenige druppelen uit dien lijdenskelk gereikt worden, om slechts iets van zijn bitterheid te proeven. Daarom wil ik den kelk des lijdens

als i).

-ocr page 458-

52

nemen en den naam des Heeren prijzen, biddende; „dat niet mijn, maar uw allerheiligste wil geschiede.quot;

2. Kus de linkerhand en zeg:

ilijn Jezus, ik kus de roeden waarmede gij mij, uw losbandig kind kastijdt, en neem gewillig uit uwe hand al de gebrekkelijk-keden mijns levens aan, niet anders dan alsof zijin druksels uwer heilige wonden waren. Ik erken inbaar uwegeesehtriemen, en kus ze als teekenen van uwe liefde en barmhartigheid jegens mij armen zondaar, in den geest van nederigheid en boetvaardigheid. Ik wil niet, gelijk een opgehitste slang, bijten in de roede die haar tref^ maar als een goed kind om vergiffenis bidden en rouwmoedig en boetvaardig de vaderhand kussen, die alleen kastijdt om te genezen en te verbeteren ; vermeerder in mij den geest der nederigheid en der boetvaardigheid, o Jezus!

3. Kus den rechtervoet en zeg:

■ Mijn Jezus! meteen nederigen kus neem ik van uwe liefdevolle vaderhand alle inwendige smarten mijner ziekte aan, en erken daarin de bloedige punten uwer doornekroon! Ach !

-ocr page 459-

53

mijne zonden hebben die voor U gevlochten en in uw allerheiligst hoofd gedrukt. De doornen, die naar boven staan, zijn mijne ten hemel schreeuwende groote zonden, die naar buiten steken, mijne zonden en ergernissen in het openbare leven, en die naar binnen zijn mijne geheime zonden. Daarom lijd ik met recht zulke groote smarten; want het past niet, dat ik onder een met doornen gekroond hoofd, als eenvroolijk en getroeteld lidmaat op rozen zou liggen. O mocht ik ook met zulk een vurig verlangen en met zulk eene getrouwe standvastigheid de brandende smarten mijner ziekte verdragen gelijk een heilige Franciscus van Assisië, eene heilige Catharina van Senen ze gedragen heeft! Vermeerder, ach, vermeerder in mij, o Jezus, het geduld, opdat ik nietmorre en luid klage.

4. Jfus de linkerhand en zeg:

Mijn Jezus! ik omhels en kus al het verborgen inwendig lijden van uw heilig kruis, dat mijne zonden voor U vervaardigd en op uwe heilige schouders gelegd hebben. O hoe gelukzalig ben ik, daar het mij vergund is, om een goed gedeelte, wel is waar niet van uw

-ocr page 460-

54

—-

——

kruishout, maar van uw inwendig kruis, dat gij van de krib tot het graf gedragen hebt, bij en in mij te mogen torschen. Gij hebt mij dit deel des kruises aangeboden om het te kussen, en het voor mij in mijn hart als in een heiligdom opgesloten. Deze kus versterkt bijzonder en maakt mijn lijden vrijwillig en verdienstelijk. Verre van mij dat ik mij be-roeme, tenzij alleen in het kruis van mijn Heer. Dit inwendige kruis des lijdens, dat Gij mij als een last hebt opgelegd, zal ik stil en onderworpen voortdragen gelijk en zoolang het U behaagt. Geef mij nu ook uw genadestaf uit het groene hout in de hand, opdat ik niet onder den last bezwijke.

5. Kus de heilige wond der zijde en zeg:

Mijn Jezus! uit liefde tot U neem ik allen druk dien mijn lichaam lijdt en al de verdrietelijkheden mijner ziekte aan, kus die en erken in haar het testament, dat gij aan uw kruis hebt gemaakt, waarin gij uwe uitverkoren tot erfgenamen uwer uitwendige smarten en inwendig lijden hebt aangesteld en van welke Gij ook mij met name dit aandeel aan uw kruis hebt geschonken. Dezen uwen uitersten wil, dien Gij met uw bloed

-ocr page 461-

55

geteekend, met vele wonden bezegeld en met den dood bevestigd hebt, wil ik zooveel mogelijk nakomen, en nu dat alles in uwen geest en met uwe genade uitstaan en lijden, wat Gij voor mij te lijden en uit te staan bestemd hebt.

II

In de heilige vijf wonden en in de vijf heilige geheimenissen van het bitter lijden van Jezus, vinden wij de voorbereiding voor een gelukzalig sterfuur.

1. Vader! dat toch dit verschrikkelijk uur voorbij mocht zijn, doch niet mijn, maar uw wil geschiede. Zoo hebt Gij gebeden, o Jezus, toen Gij ten bloede toe in doodsangst verkeerdet. Zoo bid ik U ook na. De Vader verschoonde U niet. Gij moest voor de zaligheid der wereld sterven. Zal ik weigeren den kelk te proeven, dien Gij moest drinken? Neen! de geest is wel gewillig, maar het\' vleesch is zwak. Versterk mij opdat ik zoo standvastig moge zijn in dezelfde onderwerping, met welke Gij den dood te gempet zijt gegaan, nadat Gij den doodsangst hebt overwonnen.

-ocr page 462-

56

■ 2. Ach hoe veel hebt Gij geleden, mijn Jezus — onschuldig, — om ons zondaren — met zooveel geduld, zachtmoedigheid en liefde! — Ik zondaar, zou ik noch klagen, als ik uw lichaam door geeselslagen verscheurd zie, en miju j smarten met de uwe vergelijk? — Mijn Heer! ik mor niet, al doet de smart mij ook zuchten. Versterk mij door uw heilig voorbeeld, geef mij uwe genade en leer mij lijden, zwijgen en bidden.

3. O heilig l.oofd, met doornen gekroond, in — en uitwendig gemarteld, met bloed en wonden bedekt! — Elke beweging veroorzaakte U nieuwe smart, alles vermeerderde die met grimmige woede. Gij hadt geen rustbed, geen verkwikking, geen hulp van medelijdende bloedverwanten en vrienden, gelijk ik.

Zie mijne ziel! Zie uwen Heer, die zooveel goed gedaan en zooveel geleden heeft; zie hem in Zijne marteling en versmading. Wellicht zult gij Hem spoedig in Zijne glorie zien.

4. Met stille gelatenheid, met opgewekten en standvastigen moed naamt Gij, o Jezus, het doodvonnis aan en het kruis op uwe ge-

-ocr page 463-

57

wonde sclioudei\'en. Ik volg U na, ofschoon met zwakheid en van verre. Mijn goddelijke leidsman, trek mij tot U! De gedachte dat ik moet sterven, jaagt mij geen schrik aan.

Ik werp mijn kruis niet van mij af. Het wordt mij lichter, als ik U vooruit zie gaan. Grij zelf hebt doorlijden en dood uwe heerlijkheid moeten binnengaan. Op dien weg moet ik ook tot U komen. Weldra — wellicht weldra — hoop ik het doel te bereiken.

5. Gij hebt, nog stervende, o Jezus, voor uwe vijanden om vergiffenis gebeden. Zoo mag ook ik vergiffenis hopen. Vau harte vergeef ik aan al mijne vijanden. Ach, laat ook mij de troostvolle woorden hooren: „Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn.quot; — Zorg voor mij nu Grij in het bezit van uw rijk zijt, even als Gij aan uw kruis voor uwe moeder gezorgd hebt.—Versterk mij door uwe laatste verlatenheid, in het geloof en het vertrouwen. — Mijne smachtende ziel dorst naar U, de bron des levens; verkwik haar met hemelschen troost, help mij mijn dagwerk goed volbrengen, gelijk Gij het volbracht hebt. In uwe handen beveel ik mijn geest.

-ocr page 464-

58

III

In de laeilige vijf wonden en in de heilige geheimenissen van Jezus\' bitter lijden vinden wij alle noodige genaden.

Vijf gebeden tot de heilige wonden van Jezus.

( Vau de heilige Mechtildis).

1. O Heer Jezus Christus! ik dank U voor de smartelijke wonde van uw linkervoet, uit welke de reiniging van onze zonden voor ons gevloeid is; in haar verberg ik al mijne zouden. Amen.

2. O Heer Jezus Christus! ik bedank U voor de smartelijke wonde van uw rechtervoet, uit welke de stroom des vredes gevloeid is; in haar besluit ik al mijne begeerten, opdat zij geheel met U vereenigd en in de toekomst door niets mogen verontreinigd worden. Amen.

3. O Heer Jezus Christus! ik bedank U voor de smartelijke wond van uwe linkerhand, uit welke de bron der genade gevloeid is; in haar verberg ik al mijne geestelijke en lichamelijke kwalen, opdat zij mij in vereeniging met uw lijden aangenaam en door het grootste geduld voor God welgevallig mogen worden. Amen.

-ocr page 465-

59

4. O Heer Jezus Christus! ik bedank U voor de smartelijke wond van uwe rectter-liand, uit welke de ware geneeskrackt voor onze zielen gevloeid is; in haar verberg ik al mijne tekortkomingen en nalatigheden, die ik in de beoefening der deugden heb begaan, opdat zij door de werken uwer liefde mogen vergoed worden. Amen.

5. O Heer Jezus Christus! ik bedank U voor de heilzame wond van uw liefdevolste hart, uit welke voor ons het levendmakend water en bloed en de oneindige schatten van alle goed gevloeid zijn: in deze wond leg ik al mijne liefde met de uwe, opdat zij daardoor met uwe goddelijke liefde volkomen moge vereenigd worden. Amen.

V

Drie opofferingen,

om een zalig einde te verkrijgen.

I. Bieden wij der allerh. Drievuldigheid, de verdiensten van Jezus Christus aan tot dank voor het allerkostbaarst bloed, dat Hij voor ons in den Hof van Olijven vergoot; en smeeken wij door de verdiensten ervan van

-ocr page 466-

60

de goddelijke Majesteit vergiffenis af over onze zonden.

Onze Vader, I Vees gegroet, Glorie zij den Vader-

II. Bieden wij der allerh. Drievuldigheid de verdiensten van Jezus Christus aan tot dank voor zijn allerkostbaarsten dood, voor ons op het kruis onderstaan; en smeeken wij door de verdiensten ervan van de goddelijke Majesteit, kwijtschelding af der straffen, die wij voor onze zonden schuldig zijn.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader.

III. Bieden wij der allerh. Drievuldigheid de verdiensten van Jezus Christus aan tot dank voor de onuitsprekelijke liefde, waarmee Hij uit den hemel op aarde nederdaalde, om ons vleesch aan te nemen, te lijden en te sterven op het kruis voor ons; en smeeken wij door de verdiensten ervan van de goddelijke Majesteit, dat zij onze zielen na onzen dood dehemelsche glorie moge binnenvoeren.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader.

Paus Leo XII, bij eigenhandig Bescript van 21 October 1823, verleende aan alle

-ocr page 467-

61

geloovigen, telkens als zij ten minste met rouwmoedig hart eu gocivruclitig gemelde drievoudige Opdracht aan de allerh. Druvnl-dighefd tot het verwerven van een zaligen dood verrichten;

Een aflaat va7i 100 dagen.

Een vollen aflaat, eens in de maand, aan hen, die ze, eene maand lang, iederen dag hebben gebeden, te verdienen op een dag naar verkiezing aan het einde der maand, onder voorwaarde dat zij waarlijk roiiwmoe-dig biechten en commnniceeren, eu bidden volgens de meening van Z. H.

Deze Aflaten, de volle en de gedeeltelijke, werden door Z. H. Paus Pius IX opnieuw verleend in de audientie van 18 Juni 1876gt;

Verzuchtingen van den zieke tot God, om hulp en ontferming.

(üit de psabnen en andere plaatsen der Heilige Schrift, naar de wijze der Heilige Kerkvaders)

Wees mij genadig, o God, want ik ben zwak, mijne ziel is bedroefd; maar, o Heer, hoelang noch zult Grij mij vergeten? Hoelang keert Gij uw aangezicht van mij af? wend U tot mij, o Heer, en red mijne ziel ter wille uwer barmhartigheid.

-ocr page 468-

62

Op U vertrouw ik, mijn God, help mij, red mij.

Heer! luister naar mijne woorden, geef aclit op mijn geroep! Mijn Koning en mijn d-od. Ik wil tot TJ bidden, o Heer. Luister naar mijne stem! Heer, geleid mij naar uwe gerechtigheid, doe met mij naar uw welgevallen I

Het lijden heeft mij overvallen, en daar is geen helper dan Gij.

O God, mijn God, zie op mij neder. Van mijne geboorte af waart Gij mijn God, verwijder U niet van mij ! Let op mijne redding!

God! red mijn leven! — Dan zal ik uw naam aan mijne broeders verkondigen, dan zal ik U in de vergadering van het volk prijzen!

Verlaat mij niet, o Heer, mijn God! wijk niet van mij, geef acht op mijne hulp, o Heer, Gij God van mijne zaligheid.

God van lijdzaamheid en van troost.— Gij zijt mijn beschermer en mijn toevlucht ten tijde der wederwaardigheden.

Gij, o Heer, zijt goedertierend en zachtmoedig en vol ontferming jegens allen, die U aanroepen!

-ocr page 469-

63

O Heer! Grij ziet al mijne wenschen, en mijne verzucMingen zijn voor U niet verborgen; ach, verwijder uwe ontferming niet van mij. Toon mij uwe barmhartigheid, o Heer, en geef mij uw heil. *

Onze hulp is in den naam des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Weiger mij uwe hulp niet, o Heer! kom spoedig en red mij. Gij almachtige God. Verhoor de stem van hem, die geen andere hoop heeft dan in U! Verlos mij, en red mij van het kwaad, dat ik vrees; neig uw oor tot mij en help mij; want Gij alleen zijt mijne bescherming en mijn toevlucht.

Lieve Zaligmaker! Gij, die door de engelen wiidet getroost worden, toen in den hof van Olijven de smart in uwe ziel binnendrong en uit al de ledematen van uw lichaam een bloedig angstzweet perste ! troost mij in deze ziekte, en verleen mij de genade van goed te sterven!

Wat zal in staat zijn, om mij van de liefde van Jezus, mijn Verlosser te scheiden? Ik weet zeker, dat noch de dood, noch het leven, noch het tegenwoordige, noch de toekomst, mij zal scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus.

-ocr page 470-

64

Mijne ziel, o Heer, is bedroefd, en wil zicli niet laten troosten. Wees gij, o Heer, mijn troost!

O God mijner zaliglieid, denk aan uwe ontfermingen en aan nwe barmh artiglieid, die van den aanvang af eenwig is, en wees mij genadig!

Ach, gedenk de zonden mijner jeugd niet, maar gedenk mijner naar uwe goedheid.

Heer, toon mij uwe barmhartigheid ! Heer, snel mij ter hulp!

Heer, verhoor mijne stem, als ik tot U roep. Ontferm U mijner en verhoor mij! Met U spreekt mijn hart, naar U verlangt mijn blik; naar uw aangezicht verlang ik. Keer toch uw aanschijn niet van mij af! Wees mijn redder, verlaat mij niet!

Heer, ontferm U mijner; want ik word zeer gekweld ; mijn oog is verduisterd door neerslachtigheid; mijn geest en mijn lichaam kwijnen weg; want in smarten breng ik mijn leven door; mijne jaren gaan in zuchten voorbij; wederwaardigheden verzwakken mijne krachten. Doch Gij zijt mijne sterkte en mijne toevlucht; op U vertrouwt mijne ziel. Gij zult mij verlossen, o Heer.

-ocr page 471-

Schietgebeden voor lijdenden.

Alwijze God, aan uwe goddelijke raadsbesluiten geef ik mij in alles over!

Eeuwige God, uit liefde tot U veracht ik al liet tijdelijke!

Barmhartigste G-od, op U vertrouw ik! Onveranderlijke Grod, aan U houd ik mij steeds vast!

Sterkste Grod, U beveel ik mijne zwakheid aan!

Groote God, voor U verneder ik mij 1 Troostrijke God, bij U zoek ik troost I Hulpvaardige God, tot U alleen verzucht ik in allen nood!

Beste God, U klaag ik mijn noodl Lankmoedige God, ik smeek U om geduld te verkrijgen!

God des vredes, om uwen vrede bid ik! Zachtmoedigste God! uit liefde tot U draag ik alles met zachtmoedigheid I

Rechtvaardige God, straf mij niet en verschoon mij 1

Rijkste God, mijne armoede ontdek ik UI Almachtige God, tot U vlucht ik ih mijn nood!

5

-ocr page 472-

66

Liefderijkste God, U alleen bemin ik! Beste God, ik geef mij geheel aan uwen wil over!

Sclaoonste G-od, ik bemin U bovenal! Gelukzaligste God, van gansclier liarte omhels ik U!

Barmhartigste God, om vergeving bid ik U! Heilige God, al mijne zonden verfoei ik 1 Onsterfelijke God, voor U leef en sterf ik! Getrouwe God. verlaat mij niet!

Verzuchtingen tot de heilige Moeder Gods Maria.

Allerheiligste Maagd Maria en Moeder van mijn Verlosser! bid uw goddelijken Zoon voor mij om hulp in mijne wederwaardigheden!

O Maria! Gij troosteres van al de bedroefden, zend mij troost uit uw moederhart in mijn lijden!

O mijne lieve Moeder Maria! Gij genezing der zieken! Help mij, opdat ik weder gezond worde, als het tot mijne zaligheid dient!

Smartvolle Moeder Maria! Gij die zoo geduldig uw kruis gedragen hebt! Help

-ocr page 473-

67

mij, opdat ikhetook in in lijdzaamheid drage!

0 Maria, mijne geliefde Moeder! Gij Jiebt uit liefde tot uwen Jezus en uit barmliar-tiglieid jegens mij, zondaar, zooveel verdragen, lielp mij, opdat ik ook uit liefde lijde!

O Maria! hoe onderworpen waart gij in alle lijden aan den allerheiligsten wil Gods! bid voor mij, opdat ook ik mij volkomen aan Gods wil onderwerpel

O Maria, mijn model en voorbeeld! de wil Gods ging bij u bovenal. „Mij geschiede,quot; zeidet gij altijd, „naar uw wil, o God!quot; verkrijg voor mij de genade, dat geen ander woord over mijne lippen kome dan ; „Door mij en in mij geschiede de heiligste wil Gods.quot;

Onder uw hoede en bescherming vlucht ik, heilige Moeder Gods, o verlaat mij niet!

O mijne lieve Moeder Maria, Moeder der schoone liefde, help mij Jezus beminnen!

O gezegendste Maagd en Moeder Maria! in uw allerzuiverst en onbevlekt hart sluit ik mij op!

O Maria, onbevlekte Maagd, gij hebt den kop van de slang verplet, help mij om al de bekoringen van den boozen Tij and te overwinnen!

-ocr page 474-

-L \' •. ■ • 7 ~—Jlquot;- . J, .

Wr\': \' quot; \' \' \' ■

iCgt;, . •

68

O goede Moeder Maria, in uwe handen leg ik mijn hart met al zijne angsten en noodwendigheden, smart en lijden; geef ze aan uw geliefdsten Zoon als een offer 1

O liefderijkste Moeder Maria, bid uw geliefdsten Zoon voor mij om vergiffenis mijner zonden!

Liefste Moeder Maria, help mij, opdat ik een goeden strijd strijde!

O nederigste Maagd, help mij, opdat ik mij met vreugde aan G-ods hand onderwerpe!

O Barmhartigste Moeder Maria! beveel mij aan uwen Zoon, stel mij voor aan uwen Zoon, verzoen mij met uwen Zoon 1

O Maria I als het G-ods wil is, dat ik van deze ziekte niet meer genees, sta mij dan bij in mijnen doodstrijd!

Jezus, Maria, Joseph! U schenk ik mijn hart en mijne ziel!

Heilig verlangen naar het hemelsch Vaderland.

O hemelsch vaderland, waarvoor ik geschapen ben, naar u verlangt mijn bart!

O hemelscli vaderland, in welks vreugde alle dienaren Gods zullen binnengaan, o mocht ook ik weldra in u binnentreden!

-ocr page 475-

69

O hemelsch vaderland, eeuwige rust, waar niets slecht en scliadelijk is, naar u zucht mijn hart!

waar geen moeielijkheden en geen arbeid

meer is, naar u verlangt mijn hart! waar geen hitte en geen koude meer is,

naar u verlangt mijn hart!

waar geen honger en geen dorst ons meer

kwelt, jiaar u verlangt mijn hart! waar geen ziekte en geen smart meer is,

naar u verzucht mijn hart !

waar geen acli en geen wee meer gehoord wordt, hoe verlangt mijn hart naarU! waar geen vrees en geen angst meer is, naar u verlangt mijn hart!

waar geen gevaar van zondigen meer

dreigt, naar u verzucht mijn hart!

waar God alle tranen afdroogt, naar u

verlangt mijn hart!

welks vreugde geen oog gezien, geen oor gehoord, geen menschelijk hart nog ondervonden heeft, naar u verzucht mijn hart!

waar slechts liefde en vrede te vinden is,

naar u verzucht mijn hart!

waar alle lijden in eeuwige vreugde verandert, naar u verlangt mijn hart!

-ocr page 476-

70

O hemelsch vaderland, waar mijn liemel-■sche Vader met mij zal wonen, naar u verzucht mijn hart!

waar ik Jezus, den schoonste der men- gesti schen-kinderen zal aanschouwen, naar u verzucht mijn hart!

waar Maria, de koningin des hemels en ■g mijne lieve moeder troont, naar u ver-

langt mijn hart! ^

r§ waar het jubellied: Heilig, heilig, heilig, gt; eeuwig klinkt, naar u verzucht mijn hart! ■g waar Grod zelf mijne groote belooning 13 wil zijn, naaru verlangt mijn hart! | eeuwig rijk, dat ons van het begin der ^ wereld bereid is, naar u verzucht mijn hart!

edel rijk, dat geen einde zal hebben, naar

u verlangt mijn hart!

heerlijk rijk, waarin allen met Christus zullen regeeren, die hier met Hem lijden,

naar u verlangt mijn hart!

GEBED.

Ach, wanneer zal ik daartoe komen, mijn Verlosser, dat ik daar uw aanschijn zal aanschouwen!— Ik zou willen ontbonden en bij mijn Verlosser zijn! — Ik wacht van den

-ocr page 477-

71

iel- leenen morgen tot den andere, mijne ziel :• u Iverlangt naar uwe zaligkeid. — Kom, mijn Jezus, ja kom spoedig! Is mijn strijd bijna gestreden, mijn strijd weldra geeindigd, en de nacht des doods weldra voorbij? Ja weldra zal alles voorbij zijn! Weldra lijd ik niet meer; weldra zijn al mijne smarten gestild, al mijne tranen gedroogd; weldra heb ik den strijd gestreden ; weldra leg ik voor eeuwig hartzeer, kommer en zorgen af ; weldra is mijne ziel gered ; geen vijand kan mij meer schade doen.

Daarom wil ik gaarne lijden en geduldig blijven tot het einde toe, dat weldra nadert. — 0 lieve heiligen Gods, gij, die na strijd en lijden, nu in den schoot der Godheid rust, bidt voor mij, opdat ik ook in uw gezelschap moge komen en met u Gods lof zinge in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 478-

Verscheidene gelegenheden welke men ten nutte kan maken om den zieke met God vereenigd te houden,

{naar Laurentius Scnpoli).

Bij het bezoek van den geneesheer.

Zie Christen, de geneesheer heeft u bezocht en voorgeschreven wat dienstig is om de gezondheid te herkrijgen. Dit is nu een aardscho geneesheer, die slechts het lichaam geneest; maar er is nog een andere geneesheer, die de onsterfelijke ziel en ooli Jiet lichaam geneest, als het ons dienstig is. Hij is die hemelsche geneesheer, van\' wien geschreven staat, dat hij de ziekten geneest, het leven van den dood redt, en u met barmhartigheid en ontferming kroont. Hij bezoekt n niet eens of tweemaal, maar voortdurend is Hij bij u, beschermt u voor den bocze en deelt u goed uit. „Ik ben bij hem in rampspoed,quot; en Hij vordert geen andere betaling dan liefde! —

Laat u, Christen, al de voorschriften van den aardschen geneesheer welgevallen en

-ocr page 479-

73

neem gaarne zijne bittere geneesmiddelen in, om de gezondheid des licliaams te verkrijgen, die tocH eenmaal verloren gaat; o toon n ook zoo gehoorzaam en bereidwillig jegens den hemelschen geneesheer Jezus, door al het bittere van zijne hand aan te nemen en u geheel aan zijn wil over te leveren. O Hij meent het zoo goed met n ! — Een aardsche geneesheer neemt voor de zieken niet de bittere geneesmiddelen en zijne ziekten en smarten op zich, om ze te genezen. Maar zie, de hemelsehe geneesheer Jezus dronk zelf den bitteren kelk van ons geneesmiddel en heeft onze ziekten op zich genomen, en onze smarten gedragen, om onze zaligheid te bewerken. O hoe heeft Hij ons lief!

Bij het zien der geneesmiddelen.

Eeeds menig geneesmiddel hebt gij ingenomen ; geen geneesmiddel is goed en aangenaam; maar zie, uwen Verlosser Jezus gaf men een beker met gal en edik gevuld, en toen Hij aan het kruis van dorst versmachtte, reikte men hem een spons in edik gedoopt l Zie, wat Jezus voor u lijdt! O denk zoo dikwijls gij het bittere geneesmiddel inneemt.

-ocr page 480-

74

aan den bitteren gal en den edik uws Verlos sers, en neem uit liefde tot Hem den bitteren drank.

De ziekenkamer.

Hier, lieve zieke Christen, is nu een Olijf-en een Calvarieberg. Hier moet gij met Jezus lijden, o zeg ook met Hem: „Vader niet mijn, maar uw wil geschiede! Verzucht; „ik wil gehoorzaam zijn tot den dood!quot;

Hei ziekbed.

Het is ongetwijfeld hard en smartelijk om dag en nacht te bed te liggen en van afmatting en pijn niet te kunnen gaan; doch denk, lieve vriend, aan het harde bed des kruises, waaraan uw Jezus hing, aan den harden grond, waarop Hij dikwijls den nacht doorbracht en zuchtte. Als oen klein kind reeds lag Hij in een stal op ruw stroo. Gij hebt ten minste een bed, maar Jezus had niets om zijn hoofd neder te leggen!

t-

-ocr page 481-

75

Als de zieke van pijn niet kan liggen, t of doorgelegen is.

De pijn laat n geen rust; gij weet niet lieve vriend, lioe gij uwe ledematen zult leggen, om een weinig te rusten; gij keert u been en weder, en vindt nergens een plaatsje om te rusten. Dit is hard!—Maar zie op naar uw Verlosser aan het kruis! Hij vond op het harde, smalle hout ook geen rust. Zijn allerheiligst hoofd moest Hij voorover buig en om de smartelijke doornekroon. Zijne heilige handen en voeten waren met nagelen vastgehecht; Hij kon zich niet bewegen. — Uw lichaam is gewond, Gij gevoelt brandende pijnen. Ik heb van ganscher harte medelijlijden met U; maar zie, hoe uw Zaligmaker van het hoofd tot de voeten vol wonden aan het harde hout hangt; welke ontzettende smarten zal Hij niet gevoeld hebben!

De nacht.

Het is hard, als men den geheelen nacht slapeloos moet doorbrengen. Men telt dan elk uur totdat de dag aanbreekt. Denk aan de arme zielen in het vagevuur; hoe lang schijnt hun de tijd der boete te zijn; zonder

-ocr page 482-

76

rust, in louter smarten verzuchten zij om Grod te aanschouwen! — En de verdoemden in de hel, welke pijnen lijden zij in eeuwige duisternis; nooit breekt voor hen de dag aan!.,..

Het nachtlicht.

Als het licht zoo stil bij uw bed brandt, denk dan aan het altijddurende licht voor het allerheiligste Sacrament in de kerk. Aanbid in den geest uw Jezus daar; want daar is het licht der wereld, en bid Hem, dat Hij u moge verlichten met zijn licht in den hemel, en dat hij den nacht der zonde ver van uwe ziel moge houden.

Het uurwerk.

Het uurwei\'k leert u met eiken tik en eiken slag, dat de eene minuut na den andere, het eene uur voor en het andere na in de eeuwigheid voorbijgaat, en dat eene minuut, een uur welke het aangeeft, de laatste zullen zijn. Maak u daarom den tijd ten nutte eer hij voorbij is. Maar hoe zult gij dit doen ? Gij moet geduldig en aan Grod onderworpen uw leed dragen, het aan Grod opofferen en den-

-ocr page 483-

77

ken, dat weldra en zeker net oogenblik zal aanbreken, waarop alle smart en alle leed eindigt en Jezus Christus u zal beloonen, als gij met Hem lijdt.

Het haangekraai.

Petrus weende bitter, toen bij den baan hoorde kraaien. Denk, als gij den haan in den nacht of \'s morgens vroeg hoort kraaien, aan uwe zonden, betreur en beween ze met Petrus in alle oprechtheid des harten, opdat ook gij vergiffenis moogt verkrijgen.

De spiegel.

De spiegel toont u uw lijdend aangezicht; de beste spiegel is voor u Jezus aan het kruis, en de smartvolle moeder onder het kruis. In dezen spiegel moet gij dikwijls zien en u afvragen: Lijd ik zooveel, lijd ik gelijk dezen?

De rozenkrans.

De rozekrans is een kenteeken van de dienaars der gezegende Moeder Gods Maria; Hij leert u, hoe ook gij met Maria Jezus moet liefhebben, Hem op den kruisweg navolgen

-ocr page 484-

78

en den onverwelkbaren krans moet verwerven, die u in den kemel beloofd is. Knnt gij ook den rozenkrans niet bidden, dan kunt gij tocli Maria meermalen groeten, u aan haar aanbevelen, tot haar om bijstand smeeken en u onder hare hoede plaatsen.

Het ziekenbezoek.

Zie, lieve vriend, hoevelen u bezoeken en trachten te troosten. Maar uw Verlosser hing verlaten aan het kruis, zonder troost. Zijne vijanden omringden hem, en hoonden en bespotten hem; ook aan het kruis lieten zij Hem geen rust. Met u heeft iedereen medelijden; met Jezus hadden zijne Moeder, de heilige Joannes en Magdalena slechts medelijden, en zelfs het aanschouwen zijner lijdende moeder vermeerderde nog zijn pijn. —

Bij het wasschen van aangezicht en handen.

Gij reinigt, lieve Christen, uw aangezicht; het liefelijk aanschijn van Jezus werd door ruwe krijgsknechten met hun speeksel bezoedeld! — Verzucht tot Jezus: „O mijn Verlosser, reinig mij door uw heilig bloed van mijne zonden !. . . .

-ocr page 485-

79

Als de zon in de ziekekamer schijnt.

Zie, Christen, lioe de zou schittert, glanst, alles verwarmt, en doet leven. Zij is de afbeelding van Jezus Christus, dien de Heilige Schrift de zon der gerechtigheid noemt. Hij is uw licht, uw leven; verhef uw oog, uwe handen, uw hart tot Hem, en bid Hem, dat Hij u met een straal zijner genade moge verlichten, met het vuur zijner liefde uw hart ontbranden, en uw licht zijn op den weg naar de eeuwigheid! —

Als men de maan en de sterren ziet.

O hoe schoon moet het daar, boven de sterren, zijn, waar God in zijne heerlijkheid troont, waar de heiligen als de sterren schitteren ! Daarboven, vindt gij rust en vrede voor uw hart!

Als men bloemen ziet.

God de Heer heeft u als bloemen in zijn tuin, de heilige Kerk geplant, daar moet gij bloeien en vruchten dragen. Weldra zal God u in den tuin des hemels overplanten, waar het eeuwig lente is en gij eeuwig bloeit! —

-ocr page 486-

80

De bloemen der aarde verwelken spoedig en vallen af. Zoo ook de mensch ; bij bloeit slechts een korten tijd en valt dan af. Maar op den dag der verrijzenis staat de rechtvaardige weder op tot een nieuw leven, en om eeuwig in het rijk des hemels te bloeien!

yERSCHEIDENE GEBEDEN, WELKE DEN ZIEKE KUNNEN WORDEN VOORGELEZEN.

Gebed om de gezondheid te herkrijgen.

Barmhartige, goedertieren Grod, die door de profeten gezegd hebt: „Zoo waar als ik leef, ik wil den dood des zondaars niet, maar dat hij zichbekeere en levequot; ; ik stel mijne hoop op deze verklaring. Gij zult mij deze ziekte niet hebben toegezonden opdat ik ster-ve. Ik verlang, wel is waar, uw goddelijken wil niet te weerstreven, maar u alleen ootmoedig te bidden, dat Gij mij mijne vroegere gezondheid wilt teruggeven. Ik roep dan met uwen geliefden Zoon op den Olijfberg tot U: „Abba, Vader 1 Alles is ü mogelijk, neem dezen kelk van mij weg. Intusschen niet mijn wil, maar uw wil geschiede !quot; 0 mijn hartelijk geliefde Vader, verhoor toch de stem van

-ocr page 487-

81

uw arm kind, en spaar mij mijn leven tot uwe meerdere glorie. Ik verlang immers de gezondheid niet om een wereldscli leven te lijden, maar om u nog langer te dienen en mijne zonden op aarde te boeten. Verleen ook mij die genade, gelijk Gij haar eens aan uwen dienaar Ezechias hebt geschonken, en geef mij nog een langer leven. Dit bid ik U door uwen lieven Zoon, door de liefde des Heiligen Geestes, door het bitter lijden en sterven van Jezus Christus, door de voorbede en de verdiensten der heilige Moeder Gods en al uwe heiligen. Amen.

Gebed om geduld.

O liefderijke, goedertierene God ! zie hoe ellendig en beklagenswaardig ik hier lig, en hoe ik met smarten overladen ben. Ootmoedig roep ik tot U, en klaag U geheel vertrouwelijk mijn nood. Gij hebt mij dezen bitteren kelk geschonken, en ik wil dien-ook uit liefde tot U drinker, maar mijne natuur is zoo zwak en weerbarstig, dat ik dikwijls om eene geringe zaak ongeduldig word en U, mijn lieven God, bedroef. Ik neem daarom in deze mijne groote armzaligheid

6

-ocr page 488-

82

mijne toevliiclit tot U en bid U dringend, dat gij mij een standvastig geduld moogt verleenen. O hemelsclie Vader, geef mij geduld ! O .7 ezus Christus, geef mij geduld! O Heilige Geest, geef mij geduld! 0 allerzaligste Maagd, smartvolle Moeder, o heiligen Gods, verkrijgt mij van de allerheiligste Drievuldigheid geduld, opdat ik mijne smarten tot Gods eer moge dragen en nimmer ongeduldig worde. Ik weet, o mijn God, dat-de hemel mij deze ziekte heeft toegezonden, en dat Gij zelf mij die toebereid en verordend hebt, daarom neem ik mij ook ernstig voor, die met geduld te verdragen en mij bij niemand dan bij U alleen te beklagen. O Jezus Christus ! ik bid U door het groote geduld, waarmede Gij mv bitter lijden gedragen hebt, verleen mij de genade, dat ik mijn kruis geduldig drage, en U op uwe bloedige voetstappen moge volgen.

Gebed om standvastigheid.

Barmhartige God! is het uw goddelijke wil, en strekt het mijne ziel tot zaligheid, neem dan deze ziekte van mij weg. Strekt zij echter tot uwe grootere glorie en mijne

-ocr page 489-

83

zaligheid, dan ben ik bereid om te lijden, zoolang bet U behaagt. Verleen mij slecbts de genade, dat ik daardoor mijne zonden moge boeten, mijne schuld betalen, uwe genade in mij vermeerderen en een zalig einde verkrijgen moge. Bijzonder evenwel verlang ik, U, mijn God^ door deze ziekte te eeren en U volkomen welbehagelijk te zijn, Gedenk, o mijn Grod, mijne groote zwakheid, en lenig mijne smarten in zoover, dat ik die met kalmte moge verdragen. Ik offer IJ al mijne verzuchtingen en mijn geheele lijden op, en sluit het, o Jezus, in uwe heilige wonden, in uw geopend hart, opdat zij daar, met uwe smarten vereenigd, uw hemelschen Vader tot den hoogsten lof moge strekken. — O lieve hemelsche vader! zend mij zooveel smarten als Gij wilt en ik verdragen kan, maar verleen mij ook geduld en standvastigheid, opdat ik ze uithoude tot het oogenblik dat het u zal goeddunken, al mijn lijden weg te nemen. Amen.

-ocr page 490-

84

Overgeving aan Gods Wil.

O mijn Zaligmaker Jezus Christus! ik herinner U aan den verschrikkelijken strijd, dien Gij op den Olijfberg hebt gestreden, toen Gij U vrijwillig aan den dood overlever-det, en ik bid U, dat Gij mij dooi dien harden strijd, de genade gelieft te verleenen, dat ik mij van ganscher harte aan den wil van uw hemelsehen Vader overgeve. —

O zeer goede Jezus! Gij hebt zelf ondervonden hoe bitter het sterven den menschen valt, daar de doodsangst U het bloedig zweet heeft doen uitbarsten. Ik bid U door dit bloedzweet, verleen mij de genade, dat ik mij van ganscher harte aan uw goddelijken wil overgeve 1 — O liefdevolste J ezus! gedenk hoe Gij toen te moede waart, toen Gij in den angst uws harten uitriept: „Vader, als het mogelijk is, laat dezen kelk van mij voorbij gaan, doch niet mijn, maar uw wil gescliiede.quot; Verleen mij de genade door dit angstvol gebed, dat ik mij volkomen aan uw goddelijken wil overgeve.

quot;Wilt gij, o Vader in den hemel, dat ik nog langer lijden moet, uw wil geschiede ! quot;Wil gij mij het leven nog langer laten, uw

-ocr page 491-

85

wil geschiede! Wilt Gij echter dat ik van deze ziekte niet opsta, weldra sterve, weldra een harden dood onderga, uw wil geschiede ! Uw wil geschiede op aarde als in den hemel! Uw wil geschiede met mij, in mij en door mij in den tijd en in de eeuwigheid ! — Uw wil is mij liever dan de mijne, daar uw wil goed, de mijne slecht, uw wil rechtvaardig, de mijne bedorven, uw wil goddelijk, de mijne vleeschelijk is. Daarom roep ik tot u met de woorden van uw geliefden Zoon: „Vader! niet mijn wil geschiede, maar de uwe.quot; —

Even als een kind de zorg voor zijn leven aan zijn vader overlaat, laat ik ook aan U, mijn allerliefste Vader, mijn leven over. Handel met mij, gelijk Gij wilt, en volbreng aan mij, wat Gij van eeuwigheid af over mij beschikt hebt; en als ik iets tegen die beschikking mocht begeeren, verhoor mij dan niet; verhoor mij dan niet. Ja, als Gij mij de vrije keuze mocht willen laten, dan zou ik U antwoorden! O mijn God! ik kies uit den grond mijns harten niets anders dan hetgeen Gij wilt, opdat uw allerheiligste wil met mij, in mij en door mij op het volmaakste geschiede, in tijd en eeuwigheid. Amen.

-ocr page 492-

86

Dankzegging.

Algoede, hemelsclie Vader, gij die mij slechts uit liefde deze ziekte hebt toegezonden, ik dank U zeer ootmoedig daarvoor en neem die van harte aan. Even als uw geliefde Zoon U voor al zijn lijden bedankt heeft, begeer ook ik U te danken voor al de smarten, welke Gij mij hebt toegezonden, of nog zult toezenden. Zoo dikwijls mij eene nieuwe smart overkomt, zoo dikwerf verlang ik U daarvoor te danken, en dien tot uwe meerdere glorie op te offeren. Mocht ik vergeten dit te doen, dan is het toch mijn ernstige wil en dringende bede, dat Gij het z?o gelieft aan te nemen, als of ik U werkelijk dank zon gezegd en mijn smarten opgeofferd hebben. Wees dan gezegend, lieve God wees eeuwig geloofd, dewijl Gij met mij naar uw god-kelijkon wil handelt, en mij in genade bezoekt. Ik heb deze ziekte niet slechts duizendmaal verdiend, maar ik moet nog zwaardere straffen ondergaan, omdat ik uwe goddelijke goedheid zoo dikwijls misbruikt en U altijd zoo nalatig gediend heb. Ik reken het daarom voor de grootste genade,

-ocr page 493-

87

dat Grij mij liier genadig bezoekt, om mij in de andere wereld niet in gramschap te straffen. Wees dan in alle eenwigheid gezegend en worde nw lieilige naam geprezen door al de schepselen! Amen.

Vertrouwen op Jezus, den goddelijken Verlossen en zijne gezegende moeder!

O Jezus, Grij goede, eenwig getrouwe herder, zie, ik nw schaap, dat langen tijd, ver van U, heeft rondgedoold, en dat Grij nu met ziekte hebt bezocht, opdat het tot U wederkeere, roept U aan om ontferming en genade. Ach, ik heb wel is waar slecht tegen U gehandeld, U verlaten, mij aan de ellendige lusten dezer wereld overgegeven, xiwe liefde veracht, uwe weldaden misbruikt, en IJ zoo veel in mij was, opnieuw door mijne vele zonden gekruisigd. Ik heb verdiend, dat ook Gij mij verstoot ; maar ik wil niet vreezen en vast op uw oneindige liefde verquot; trouwen. Juist de ziekte waarmede Gij mij bezocht hebt, bewijst mij, dat Gij mij nog niet verlaten hebt, en nog aan mij denkt! o Hoe groot is uwe liefde en uwe goedheid jegens mij ! neen, ik vrees niet! Ik vertrouw

-ocr page 494-

88

op uw woord; Gij toch hebt gezegd dat Gij den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zicli bekeere en leve. — In den diepsten ootmoed werp iksaij aan uwe voeten, o Jezus, ik heb uit den grond mijus harten berouw over al mijne zonden, en bid U met innigheid des harten, dat Gij mij ter wille uwer oneindige liefde wilt vergeven. Ik werp mij in uwe uitgestrekte armen en verberg mij in uwe allerheiligste wonden; ik hoop daarin eene veilige schuilplaats te vinden tegen al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden! Gekruisigde Jezus, uit liefde tot mij hebt Gij aan het kruis de ontzettendste pijnen, den bittorsten dood uitgestaan; uit liefde tot U, en om voor mijne zonden te boeten, wil ik alles lijden wat uwe hand mij toezendt. O laat toch uw .bitterst lijden niet voor mij verloren zijn. Bewaar mij in de bekoringen, sterk mij in de smarten, en verlaat mij niet in den laatsten strijd. Ik vereenig mijne smarten met uwe smarten, mijn lijden met uw lijden, mijn sterven met uw sterven. Gij zijt mijne eenige hoop, mijn troost, mijn toevlucht.

Door uwe oneindige verdiensten hoop ik

-ocr page 495-

89

een gelukkig sterfuur te verkrijgen. Ontferm U over mijne arme ziel, en neem haar op in uwe allerheiligste handen. U offer ik haar op met al hare angsten en droefenis, in uw allerheiligst Hart sluit ik haar op, o laat mij niet verloren gaan. Amen.

De gekruisigde Jezus, zij in mijne gedachte f; de gekruisigde Jezus zij in mijn mond f; de gekruisigde Jezus zij in mijn hartf; en in al mijne werken. Amen.

O Maria, mijne geliefdste, getrouwste Moeder! ik bid u, door de moederlijke liefdeen trouw met welke Gij bij uwen lijdenden en stervenden Zoon aan het kruis gestaan hebt, sta mij ook bij in mijn lijden, verlaat mij niet, en neem mij in uwe bescherming! O Maria, wees voor mij ter wille van uwen zoeten naam, eene machtige hulp, in mijne bekoringen en noodwendighedenl Grij kunt mij helpen, daar gij de gezegende moader van Gods Zoon zijt, en gij wilt mij helpen, daar gij ook mijnè moeder zijt, en uw hart van ontferming jegens de arme zondaars overvloeit! — In u stel ik daarom, na uw goddelijken. Zoon, al mijn vertrouwen, en hoop vastelijk, dat gij voor mij de vergiffenis van mijne zonden, de onder-

-ocr page 496-

90

werping aan Grods wil, en een gelukkig sterfuur zult verkrijgen. En als dat uur nadert, verlaat mij dan niet, o goede Moeder; zie mij aan met uwe barmhartige oogen en neem mijne ziel onder uwe machtige bescherming, opdat de vijand haar geen schade toebren-ge, en zij den kaatsten strijd gelukkig moge strijden. Amen.

Gebed om een zalig sterfuur.

Almachtige, eeuwige God, Heer van hemel en aarde, Gij heerscht over leven eu dood; in uwe handen ligt mijn wel en wee, ik ben uw eigendom, het werk uwer handen. Gij hebt het getal mijner dagen geteld en bestemd, maar den laatsten dag ën het laatste uur mijns levens hebt gij voor mijne oogen verborgen, opdat ik waakzaam zij en altijd bereid, als gij mij van de aarde zult oproepen! — Zie ik wil gaarne sterven en uw allerheiligsten wil niet weerstreven, als gij mij roept. Ik kan de dood niet ontgaan, en moet, vroeger of later, voor uw aangezicht verschijnen. Doch, o mijn beste God en Vader, als het laatste oogenblik van mijn leven komt, verlaat mij dan niet met

-ocr page 497-

91

uwe genade ,en help mij, opdat ik zalig ster. ve. Ontferm U mijner in dat uur ter wille van uw beminden Zoon, die voor mij aan het kruis gestorven is, opdat ik niet ongelukkig. en die zicli van u verlaten zag, opdat ik niet verlaten worde. Laat dan, barmkartigste Vader, mijne ziel toch niet verloren gaan, die gij geschapen hebt, en aan wie het kostbaar bloed van uwen god-delijken Zoon kleeft. Ach, als mijne ziel verloren ging, dan zou ook het bloed nws Zoons aan haar mede verloren gaan! — Even als uw goddelijke Zoon zijn geest in uwe handen bevolen heeft, beveel ik u ook mijn geest, en smeek U dat gij mij, om de oneindige verdiensten van uw god-delijken Zoon, krachtig wilt helpen, opdat ik den laatsten strijd gelukkig strijde, in geloof en vertrouwen volharde, en uit liefde tot U, o hoogste goed, mijn levensloop zalig eindige Amen.

\\ /

-ocr page 498-

92

Gebed tot Jezus, Maria en Joseph, om een zalig sterfuur.

O mijn beste en liefdevolle Jezus ! Gij die voor mijne ziel alles, zelfs uw leven hebt gegeven, opdat zij niet zou verloren gaan, o wees mij Jezus in mijn laatste uur en red baar uit de macbt barer vijanden. Ach, ik zwakke, ellendige menscb, die zoo dikwijls in de bekoringen gevallen ben, hoe zal ik den laatsten, zwaren strijd doorstaan, en de laatste bekoring van den boozen vijand ontkomen, als gij mij niet bijstaat en den vijand van mij verjaagtl Ter wille van den doodstrijd, dien Gij om mijnent wil hebt ondergaan, bid ik u, verlaat mij niet in mijn laatste uur, en versterk mij in mijn angst «n nood, opdat ik niet vreeze; houd mij staande in het heilig geloof, richt mij op in de hoop, behoud mij in de liefde, en help mij, opdat ik geheel onderworpen mijn geest in de handen van uw hemelschen Vader aanbevele, opdat ik der eeuwige zaligheid deelachtig moge worden. Laat toch uw allerheiligst bloed, uw bitter lijden en sterven, aan mij niet verloren gaan!

-ocr page 499-

93

O Maria, goedertierenste Maagd, gezondheid der zieken, hoop der stervenden! Ach, zie hoe ellendig en armzalig ik ben ! Kom mij ter hulp in mijnen nood en stort troost in mijn hart, gij troosteres der bedrukten! Gij zijt na Grod mijn eenige hoop, en ik geloof dat God mij niet kan verlaten, zoolang ik u tot vriendin heb. Ik geloof zelfs dat ik niet verloren kan gaan, als ik mij aan u vasthoud. Laat dan mijn vertrouwen niet beschaamd worden! Zoo getrouw als ik slechts kan, beveel ik aan u en geef aan u over mijne arme ziel, en sluit haar in uw allerzoetst moeder-har^ niet slechts nu, maar bijzonder in mijn doodstrijd, als de geheele wereld mij zal verlaten hebben. Gedenk u dan mijner, en sta mij bij, als mijne krachten afnemen, mijne angst vermeerdert en mijne tong uw heiligen naam niet meer kan uitspreken. Herinner u dan mijn smeekgebed, en blijf mijne arme ziel getrouw bijstaan, opdat zij een zalig\' einde verwerve. Amen,

O getrouwste voedstervader van Christus, heilige Joseph, God heeft u tot bijzonderen beschermheilige der stervenden gesteld, en als zoodanig vereeren u al de godvreezende

-ocr page 500-

94

zielen; daarom roep ook ik u als mijn beschermheilige aan, en beveel u mijn verscheiden uit deze wereld aan! O lieve heilige Joseph! verwerf mij de genade, dat ook mij het onuitsprekelijk geluk ten deel worde, om met den bijstand van Jezus en Maria te sterven! — O breng bij mijne arme ziel, als zij in den laatsten strijd is, uw geliefd voedsterkind Jezus en uwe allerheiligste bruid Maria, opdat de vijand haar niet nadere, en zij getroost het hemelsch vaderland kunne binnengaan. Amen.

Gebeden voor zieken van onderscheidene levenestaten.

Gebed van een ziek kind.

Almachtige, en eeuwige God en Vader! zonder dat Gij het weet en wilt geschiedt er niets op aarde. Gij hebt elk haar op ons hoofd geteld en zonder TJ valt er geen enkel. Wat er ook gebeurt, alles geschiedt onder uwe vaderlijke leiding tot het bestwil uwer kinderen. Zelfs het aardsche lijden dat hen volgens uw wil treft, moet tot hun bestwil dienen. Daardoor, Vader, wilt Gij uwe kinderen louteren en hen dichter bij u aansluiten.

-ocr page 501-

95

Laat mij, o Heer, deze waarheid nu eens goed inzien en ]ielp mij, uw zwak kind; versterk mij met uwe genade en verkwik mij met uw troost! Mijne gezondheid en mijn loven zijn in uwe liand.

Op uw bevel ben ik weder gezond en verheug ik mij op nieuw over het leven. Als Grij mij het loven — dit kostbaar aard-sehe goed — terugschenkt, dan zal ik steeds trachten, met de hulp uwer genade, getrouw voor uw aanschijn te wandelen en dagelijks godvruchtiger en deugdzamer te worden. Zorgvuldig zal ik alles vermijden, wat U zou kunnen mishagen. Geleid mij aan uwe hand, opdat ik niet struikele en valle. Gij alleen geleidt uwe kinderen zeker. Gij kunt hen tot het leven of den dood geleiden. Aan U geef ik mij geheel over. Gij weet beter wat voor mij goed en heilzaam is. Versterk mijn geloof, ondersteun mijne hoop en bevestig mijne liefde tot U en tot alle goed. Wees met mij, laat ik eenmaal voor uw aangezicht komen, en uit uwe hand het loon ontvangen, dat Gij aan uwe godvruchtige kinderen hebt beloofd. Door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

-ocr page 502-

96

Gebed van een jeugdigen zieke.

O God, wijze uitdeeler van vreugde en lijden, voorwiende sterkste moet bekennen dat hij zwak is, als gij in de gezonde en blijde dagen der jeugd soms smart en lijden toezendt, dan hebt gij daarbij uwe goedertieren inzichten. Zoolang men gezond en sterk is, denkt men te weinig aan dood en eeuwigheid. De jonge jaren zijn dikwijls niet de jaren der deugd, zooals zij dat zouden moeten wezen. Aan hoevele overtredingen en zonden heb ik mij reeds schuldig gemaakt! Hoevele fouten ontdek ik in mij ! Hoe dikwerf was ik flauw in uwen dienst!

Gij ziet vooruit, o God, hoe ellendig de mensch kan worden, als het zaad der boosheid wortel schiet in zijn hart. Maar als Gij de jeugdige lichtzinnigheid tot nadenken wilt brengen, dan zendt Gij lijden en ziekten, om de deugd voor de ondeugd te behoeden en op den weg der deugd te behouden.

Ook ik erken, o ondoorgrondelijke wijsheid, in mijn ziekte het goede inzicht dat Gij met mij voor hebt. Gij wilt mij het kwaad leeren inzien en vermijden, en mij tot het goed geneigd maken. Ik wil daarom mijn leven

-ocr page 503-

97

onderzoeken, mijne gebreken en zonden erkennen en berouw daarover hebben; een levendigen afkeer tegen het kwaad wil ik in mijne ziel opwekken. Vergeef mij, o Grod, mijne overtredingen ; ik beloof U, dat ik uwe geboden nauwkeuriger en standvastiger zal onderhouden. En wilt Gij, o goede God, mij mijne gezondheid teruggeven, dan zal ik mijn geweten dikwijls onderzoeken; ik zal het verzuimde goed weder inhalen, en met onverdroten ijver aan mijne beterschap arbeiden.

Verleen mij, o Heer, de kracht, dat ik mijne ziekte, mijne smarten met geduld moge verdragen; laat mij mijne heilige voornemens steeds voor oogen hebben, opdat ik U altijd prijze en love. O liefderijke Vader in den hemel, ontferm U mijner 1 Amen-

Gebed van eene zieke dienstbode.

O God, hier lig ik voor U en aanbid uwe vaderlijke leiding. Ik ben nu ziek, mijne krachten zijn verminderd, en ik kan de plichten thans niet vervullen, welke ik aan mijne meesters verschuldigd ben. Hadde ik slechts altijd den dienst dien ik mij be-

7

-ocr page 504-

98

ijverde aan mensclien te bewijzen, voor niets anders aangezien dan eenen dienst, welken ik U, Vader, verplicht ben te bewijzen.

Vader in den hemel, Gij hebt het gezegd, dat Gij in den hooge, maar ook bij degenen inde diepte woont, waarin zich een nederig en vermorzeld hart beweegt. O woon dan ook bij mij met uwe genade! Zie, ik beween elke mijner schulden, welke ik in mijn leven voor U heb opeengestapeld, en waardoor ik mij uw misnoegen heb berokkend.

Wees mijne hoede en mijne bescherming in mijne ellende ! Zie neder op mijne nederigheid en versterk mij in mijne zwakheid met uwe kracht. Laat uw troost in mijn bedrukt hart vloeien, verlicht mijn treurigen toestand! Verleen mij de genade van mijne tegenwoordige ziekte tot mijn ware heil te benuttigen.

Indien mijne ziekte langer moet duren, uw wil geschiede, o Vader. Verleen mij slechts geduld en onderwerping, opdat mijn hart met uwe beschikkingen tevreden zij. Mocht echter deze ziekte een voorbode van den dood wezen, laat mij dan bereidwillig uwe vaderlijke roepstem volgen, en

-ocr page 505-

99

mij in vrede van liier scheiden. Vader! aan n geef ik mijn lichaam en mijne ziel over. Ik ben uw eigendom, laat mij eeuwig met U vereenigd blijven! Door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

Gebed voor zieke ouders.

Al ben ik volgens uwen heiligen wil ziek, o God, en al kan mijne ziekte mij en de mijnen in gevaar brengen, toch vertrouw ik op uwe goedheid. Gij zult mij niet verlaten. Gij zorgt vol goedheid en genade voor allen, die U beminnen en hun vertrouwen in U stellen. Gij zult ook van mij niet wijken en mij niet aan uwe genade onttrekken. Verhoor mijn ootmoedig smeeken ! Ontferm U mijner, gelijk Gij U over Ezechias ontfermd hebt! Gij hebt zijnquot; gebed genadig verhoord, toen hij in den angst zijns harten tot U riep. Gij hebt hem zijne zonden vergeven en zijne dagen verlengd. Vergeef ook mij mijne misdaden! Verleng mijne levensdagen en laat mij nog lang het geluk en het welzijn der mijnen zien en vermeerderen! Doch Vader, als ik die vreugde niet meer zou

-ocr page 506-

100

mogen genieten, en mocht het oogenhlik gekomen zijn, dat ik orde op mijne zaken moet stellen, de mijnen verlaten en voor uw heilig oordeel verschijnen, om rekenschap van het rentmeesterschap mijner goederen af te leggen, troost mij dan daarmede, dat gij ter wille van Jezus, uw Zoon, een barmhartig vonnis over mij zult uitspreken. Blijf dan voortaan de beschermer der mijnen, onderhoud hen, als ik niet meer bij hen ben, in uwe vrees en laat hen altijd volgens uw welbehagen wandelen !

Vader in den hemel! Op U vestig ik mijn hoop 1 Gij zorgt altijd voor het bestwil uwer kinderen. Grij zult ook voor mij en mijner kinderen bestwil zorgen. Ik vertrouw op uwe barmhartigheid en ben getroost. Bewaar de mijnen, Vader, in uwe genade, en laat hen uwe wegen bewandelen, opdat geen hunner verloren ga, en ik hen eenmaal allen weder-vinden moge daar in de woningen uwer heerlijkheid. Amen.

-ocr page 507-

101

Gebed van een zieken rijke.

O God, van TJ komen al de goede en volkomen gaven. Grij zijt de Vade r des lichts, en het bezit der rijken aan aardsche goederen is eene uwer weldaden. Ook mij hebt Gij met allerlei tijdelijke goederen gezegend, en daardoor de gelegenheid verschaft om wel te doen en zegen te verspreiden, en mij daardoor schatten te verzamelen voor de betere wereld. O dat ik dit steeds gedaan, en bedacht had, dat alleen ware deugd en braafheid den mensch waarde geven, die nog blijft wanneer al de aardsche goederen reeds lang als rook verdwenen zijn. Geef mij, Eeuwige, dat ik van nu af voor alles naar uw rijk streve en naar uwe gerechtigheid. — Schenkt Gij mij mijne vroegere gezondheid weder, laat mij dan nooit vergeten, dat ik mijne tijdelijke goederen zóó geniete, dat ik. de eeuwige daardoor moge winnen.

Verleen mij de genade, dat ik waarlijk godvruchtig en deugdzaam, medelijdend en weldadig zij, en mij daardoor een schat voor het eeuwig leven bespare. Vergeef mij ook, Vader van barmhartigheid, al de

-ocr page 508-

102

zonden, waaraan ik mij door al te groote gehechtheid van mijn hart aan de vergankelijke goederen der aarde heb schuldig gemaakt, en laat mij die nu zoo ten nutte maken, dat zij voor mij een ladder naaiden hemel worden. Ja, Vader, verleen mij de genade, dat mijn voornemen, mija lijden, mijn doen en laten ter eer van uwen naam mogen strekken en ik, als het tot scheiden komt, onder het getal der uitverkorenen moge worden opgenomen. Ik smeek u dit door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Gebed van een zieken arme.

O Grod, mijn Vader! Grij zijt de God der aimen even als der rijken, der verachten even als dei- geëerden, der gezonden gelijk de God der zieken. Ook voor mij zorgt Gij vaderlijk in mijne armoede en ziekte. Tot op dit oogenblik hebt Gij mij door uwe genade geholpen; Gij wilt mij door uwe vaderlijke liefde ook verder helpen. Ofschoon ik menigmaal mijn stukje brood met tranen moest eten, is mij toch ook uit de bron uwer zegeningen veel goeds toegevloeid. Gij zult mij verder geven

-ocr page 509-

103

wat ik behoef, zoolang ik nog op deze aarde blijf. Gij hebt mij daarom in mijn nood door deelnemende menschen ondersteund, en mij door hen menig woord van troost in de ziel nedergelegd. Hoe kan ik U, o Vader in den hemel, daarvoor genoeg danken ? Ik werp al mijne zorgen op IJ.

In zoo menig droevig uur mijns levens, heb ik ontelbare bewijzen van uwe vaderlijke zorg ondervonden. Hoe zou ik kunnen betwijfelen of Grij wel zult voortgaan met ook in het vervolg uw zorg aan mij te besteden ? Ik ben arm en ellendig, maar ik vrees niet. Gij waart tot hiertoe mijn leidsman en mijn beschermer; Gij zult mij ook verder aan uwe hand geleiden en mij met uw schild bedekken.

Wilt Gij, o God, dat ik nog langer met wederwaardigheden zal beladen zijn, dat ik nog langer zal strijden met de kwalen van dezen tijd; uw heilige wil geschiede ! Wilt Gij mij echter tot U roepen, uw naam zij daarvoor geprezen! Spaar mij slechts naar uwe barmhartigheid- vergeef mij al mijne zonden en gebreken, en laat mij, ter eer van uw naam, op aarde door

-ocr page 510-

---—

104

smart en lijden zooals liet goud door liet vuur gelouterd worden, opdat ik waardig zij, na mijn overgang van liet tijdelijk tot ket eeuwige leven, deel te nemen aan de vreugde des kemels. Door Jezus Ckristus, onzen Heer. Amen.

Gebed van een weeskind.

Welk een bron van koogeren troost opent Grij mij ! Gij zegt, ik wil u niet verlaten en niet verwaarluozen, en dit woord geldt voor alle veriatenen, aan wie de stem vanmen-sckelijke kuip ontnomen is. Gij hebt mij reeds vroeg mijne lieve ouders ontrukt; zij zijn bij U. Al leefden zij nog op aarde en al waren zij bij mij, zij konden tock niet zoo teeder voor mij zorgen als Gij, Vader in den kemel, volgens uwe goedheid voor mij zorgt. Ik ben daarom niet troosteloos; al staat mijn vader en mijne moeder niet aan mijn bed om mij te troosten en te verplegen, mijn hart is toch vroolijk in U en in het bewust zijn uwer genade. O, hoe gevoel ik mij innig geroerd als ik bedenk, dat Gij, mijn God, zoo liefderijk voor mij zijt en mij niet vergeet! Dit kebt Gij steeds

-ocr page 511-

105

met alle trouw jegens mij gedaan en be wezen, dat Gij de Vader der armen en der weezen zijt. Op U stel ik daarom ook voor het yervolg mijn vertrouwen; Gij zult mij niet verstoeten. Buiten U lieb ik niemand, die mij zou kunnen helpen en zich mijner aantrekken. Gij alleen zijt mijne hulp en mijn troost, Gij zult mij niet verlaten en verwaarloozen. Doe dan met mij naar uw welbehagen. Als deze ziekte een einde aan mijn leven moet maken, geef dan, dat ik mij waardig voor de eeuwigheid voorbereide. Versterk mij in het blijde vertrouwen, dat dengene, die zich betert, genade en vergiffenis ten deel worden. Laat in mij de hoop op een eeuwig en beter leven in haar volsten glans schijnen.

Laat in \'t bijzonder bij mijn laatsten strijd op aarde uwe genade met mij zijn, opdat ik, ontbonden van de banden der aarde, tot U moge komen, opdat ik U met al awe heiligen, eeuwig loven en prijzen moge, door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

-ocr page 512-

106

Gebed van eene zieke weduwe.

God, die de Vader der weezen en de rechter der weduwen zijt, Grij zijt ook mijn Vader en ik ben uw kind. O mocht ik dit bijzonder nu ondervinden! Gij ziet het vertrouwen dat mijne ziel op U stelt: sta mij bij met uwe genade! Smarten zijn mijn lot en mijn toestand is treurig. Maar, eeuwige Vader, Gij kent het beste mijne aangelegenheden en bekommernis. Gij kent al de zorgen, die mij drukken; Gij telt al de tranen die aan mijne oogen ontvlosien. Vader, ik klaag en mor niet ongeduldig. Gij hebt mij tot. hiertoe zoo liefdevol onderhouden, en zult ook verder mijn hulp en troost zijn. Gij zijt immers de Vader der weezen en de rechter der weduwen in iiwe heilige plaats. Nimmer zult Gij uwe hand aan mij onttrekken, en gelijk tot hiertoe zult Gij ook voortaan uwe ontfermende genade jegens mij openbaren. Gij hebt mij door Jezus Christus den weg aangegeven, die ten hemel voert; Hij is de verijzenis en het leven. Dit zalige geloof maakt mij eiken last des lijdens

-ocr page 513-

107

licht en onderworpener aan uwen heiligen wil.

Toon mij slechts aan wat ik nog op aarde te doen heb, opdat ik des te gewilliger scheide, als mijn uur slaat. Wilt Gij mij nog langer bij mijne kinderen laten, dan bid ik U om gezondheid en om de genade, mij in de zorg voor hun heil bij te staan. Moet ik echter van hen scheiden, wees Gij dan hun vader en moeder. Bewaar hen naar ziel en lichaam. Houd hunne zielen zuiver en godvruchtig, en wees altijd bij hen door uwe genade. Vader, ik werp alle zorgen in uw schoot. Handel met mij naar uw welbehagen; Gij zijt mijn Heer en mijn God. MetU wil ik vereeuigd blijven, nu en in eeuwigheid. Amen.

Gebed van een zieken grijsaard.

Gij, Gij waart mijne hulp en hoop van mijne jeugd af, en Gij zijt mijn troost in mijn ouderdom en in mijne ziekte. Voor U buigen zich mijn grijs hoofd en mijne bevende knieën. Tot U roep ik in den naam van Jezus Christus, om wien Gij mij altijd verhoord hebt. Vader, verwerp mij niet, nu ik zwak word ! Blijf het licht mijner ziel.

-ocr page 514-

108

nu mijne oogen verduisteren. Blijf mijne levenskracht, opdat ik in mijne zwakheid alles kunne verdragen en bij de afnemende kracht van mijn geest, toch altijd geduld en standvastigheid moge behouden. Laat mij, o God, tot aan mijn einde in het goede getrouw en standvastig volharden. Gij hebt injmers door uw profeet gesproken : „Zij, die op den Heer hopen, verkrijgen altijd nieuwe kracht; zij loopen en worden niet moe.quot; Heer ! gij waart mijne hoop van mijne jeugd af, en zult die ook zijn tot het einde mijns levens.

Bewaar mij voor alle zondig ongeduld, welke de zwakheid van mijn geduld zoo licht teweeg brengt, en houd mij voortdurend op den weg der deugd, welke tot die heerlijkheid voert, die Gij mij door uw lijden en sterven zoo duur hebt gekocht. Naar U verlangt mijn hart. Ach, wanneer zal ik daartoe komen, dat ik Gods aangezicht aanschouwe!

Ten rechten tijde zult Gij, mijn Verlosser, komen en mij tot U roepen. Maar zoolang dat oogenblik niet is aangebroken, verzoek ik U, mijn God, mij steeds heiliger en zui-

-ocr page 515-

109

verder te maken, opdat ik wel voorbereid en waardig zijn moge. om uw paradijs binnen te gaan. Maar is dat oogenblik nabij, Heer, dan beveel ik mijn geestj in uwe banden. Gij hebt mij verlost, neem mij dan ook op in uwe zaligheid. Amen.

Het Onze Vader der zieken.

Onze Vader, die in den hemel zijt,

O God, Gij zijt de Heer aller heeren, de Vorst aller vorsten, de Koning aller koningen. Gij hebt den mensch uit stof gemaakt, hem op aarde geplaatst, en van de aarde roept gij hem weder door den dood op. Ik erken U als Heer van leven en dood; in uwe hand ligt mijn geluk en mijn ongeluk, mijne gezondheid en mijne ziekte; Gij slaat en richt weder op ; Gij doodt en maakt weder levend; Gij zijt waarachtig de Vader der bedrukten; aan U klaag ik mijn nood, terwijl de smart van mijn lichaam tot ü zegt: „Vader, die in den hemel zijt, die het beste weet wat mij nuttig of schadelijk is, handel met mij naar uwe vaderlijke goedheid ! Is het aan het heil mijner ziel niet nadeelig, neem

-ocr page 516-

110

dan dezen kelk van smarten van mij weg en geef mij mijn vroegere gezondheid terug, opdat ik TJ met een gezond lichaam diene, tot uwe eer nog langer leve en voor mijne zonde boetvaardigheid moge doen.

Geheiligd zij uw naam.

U, den waren en levenden God, aanbid ik in geest en waarheid. Uw naam, die heilig en vreeslijk is, moet door mij geloofd en geprezen worden in leven en in dood, in gezondheid en in ziekte. Uw naam zij gezegend, nu en altijd; want door hem alleen kunnen wij zalig worden. Ik wil Hem prijzen in eeuwigheid; en als mijne tong Hem niet meer kan uitspreken, dan zal mijn hart aan Hem denken.

Ons toekovie uw rijk,

O eeuwig heerschende Koning, wiens rijk geen einde heeft, laat mij op aarde dat inwendig rijk toekomen, hetwelk geen ander is dan de vrede en de blijdschap in den Heiligen Geest I Maar wanneer Gij mijne ziel uit dit lichaam wilt oproepen, laat haar

-ocr page 517-

Ill

dan in dat rijk ingaan, hetwelk Grij beloofd liebt iedereen te laten erven, die U bemint! Gedenk dat uw goddelijke Zoon mij door zijn bitteren dood uit bet rijk der duisternis heeft gered, opdat ik Zijn medeërfgenaam zou kunnen zijn, en die eeuwige goederen genieten, welke Gij voor uwe getrouwe dienaars be\'ot weggelegd.

Uw wil geschiede op aarde als in den hemel.

Wie zou uw wil kunnen wederstaan, die altijd heilig en rechtvaardig is! 0 dat de menschen dien op aarde toch altijd zóó vervulden, als hij door de engelen in den hemel vervuld wordt! Mijn leven en mijn dood, mijne gezondheid en mijne ziekte zijn in uwe handen. Doe met mij wat Gij wilt! Vroeg en laat, bij dag en bij nacht, geschiede uw wil in en aan mij ! Indien Gij mij met smarten bezoekt, uw wil geschiede; indien ik in de school der lijdzaamheid moet geoefend worden, en op hét ziekbed liggen, uw wil geschiede. 0 [rechtvaardige God, niet mijn, maar uw wil geschiede; niet wat ik wil, moet vervuld worden, maar wat en zóó als Gij wilt. Ik vereenig al mijne

-ocr page 518-

112

gedachten, woorden en werken met die van uw geliefden Zoon, die nw wil in alles volbracht heeft.

Geef ons heden ons dagelijksch brood.

O G-od, die uwe hand opent en al de schepselen op aarde met weldaden vervult: deel mij het voedsel des lichaams en der ziel uit, spijzig mij met het brood des levens, en drenk mij met het water der hemel-sche wijsheid ; onthoud mij in het bijzonder bij mijne reis naar de eeuwigheid dat brood niet, hetwelk het zwakke hart alleen kan versterken; laat mij het vleesch en het bloed van uw geliefden Zoon als teerspijze uitreiken, opdat ik met de sterkte dezer spijze tot op uw heiligen berg wandele, waar ik dan hoop aan uwen disch in het eeuwige rijk gespijzigd, en van de beek der hemelsclie wellusten gelaafd te worden..

Vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onzen schuldenaren*

0 God, wiens ontferming de geheele wereld vervult, gedenk de zonden mijner jeugd niet, maar om uws naams wille, Heer^ wees mijner misdaad genadig! Herinner U, goddelijke Vader, dat de dood van uw

-ocr page 519-

113

eeniggeboren Zoon ons met U verzoend heeft; aanschouw het dierbaar bloed, dat ter onzer verzoening gestroomd heeft; vergeef mij mijne schuld, om welker uitwis-sching ik als de knecht van het Evangelie ootmoedig en op de knieën liggend, bid. En daar Gij verlangt, dat ook wij onzen vijanden zullen vergeven, zie neder op mijn gehoorzamen wil. Al degenen, die mij immer in mijne eer en mijn goeden naam hebben benadeeld, al die mij haten en vervolgen^ vergeef ik uit liefde tot U: ik vergeef hun van ganse her harte en bid voor hen. Laat hun den zegen des hemels en het vette der aarde toekomen; zegen hen naar lichaam en ziel, en verwerp hen hen en mij niet voor uw aanschijn. !

En leid ons niet in bekoring.

O heilige en sterke God, Gij kent al mijne in- en uitwendige vijanden, Gij ziet de valstrikken welke zij mij leggen om mijne ziel in het verderf te storten. Ik bid U, gedoog niet, dat het kind der boosheid mij schade en de hel over mij juiche. Gij weet dat ik zwak ben; geleid, regeer en

8

-ocr page 520-

114

bestuur mij ; versterk mijn geest tegen alle bekoringen, vooral in dat uur, waarvan de geheele eeuwigheid afhangt. Lever mijn wil niet over aan den boozen vijand, die door liet bloed van uw eeniggeboren Zoon is vrijgekocht. Op U vestig ik al mijn hoop, aan U houd ik mij vast als aan een veilig anker. O Grij die de zielen bemint, laat ik niet onder de bekoring bezwijken; laat ik niet tot schande worden ; wees steeds dicht bij mij door uwe krachtige genade en toon mij na mijn dood uw goddelijk aangezicht.

Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Het kwaad des lichaams en der ziel omringt mij, o Heer! Ach, snel mij te hulp, laat mijn geroep tot U komen, en zend hulp van den troon uwer genade. De smarten des lichaams omringen mij, de vrees des doods overvalt mij. 0 trooster der bedrukten, trek uw hand niet van mij af, versterk mij in het lijden, houd mijn geest staande ! En mocht het U behagen, mijne smarten te vermeerderen, vermeerder dan ook mijn geduld; wend het kwaad der zonde van mij af, laat ik in uwe liefde leven en in uwe genade sterven, Amen.

-ocr page 521-

115

Het Wees gegroet voor zieken.

Wees gegroet, Maria.

Ook tot u verhef ik mijn afgematten geest van mijn ziekbed, o Maria, allerheiligste Maagd en Moeder mijns Heeren! u groette de engel, toen hij n de boodschap bracht, dat gij de moeder mijns Heeren zondt worden. U groeten allen die in onzen Heer gelooven. quot;Wees ook door mij ootmoedig gegroet o Maria.

Vol van genade.

Ja, gij zijt bijzonder door God met genaden vervuld. Grij waart vol van de genade des Heeren op aarde, gij zijt het ook nu Hij u in zijn rijk heeft opgenomen. — Ach mocht ik ook in zijne genade, in zijne vriendschap en liefde zijn, mocht ik daarin tot mijn einde volharden!

De Heer is met U.

De Heer, die groote dingen aan u heeft gedaan, was en is met u. O mocht Hij ook steeds met mij zijn en mij gedurende de ziekte in mijn lijden versterken! Mocht

-ocr page 522-

. 116

-

Hij mij door alle wederwaardigdeden geleiden, gelijk Hij u geleidde, tot vreugde en zaligheid !

Gezegend zijt gij onder de vrouwen.

Gezegend en zalig geprezen zijt gij door God en de menschen. onder al de dochters der aarde, de eenige uitverkoren Moeder des Verlossers. Ach, mocht ik in het gezelschap der uitverkorenen komen en, getrouw en standvastig aan mijn christelijke roeping in het lijden, waardig worden de hemelsche zaligheid te genieten.

En gezegend is de vrucht uivs lichaams — Jezus.

Ja geprezen — gezegend zij de naam van Jezus, geprezen de Zoon Gods en der menschen Jezus Christus, die de ongeluk-kigen hielp, de zieken genas, de dooden opwekte ; die de zondaars in genade aanneemt, de rechtvaardigen in het goede versterkt, die voor allen het eeuwige leven vervvieri en hun dat wil geven. Gij hebt. Hem o heilige Maagd en Moeder, voor ons ter wereld gebracht, en door Hem hebben wij troost en sterkte bij alle lijden, hulp, troost en rust in leven en in dood.

-ocr page 523-

117

Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, enz.

Bid tocli voor ons, Moeder van Dengene, die waarachtig God en menscli is! Gij hebt genade bij God gevonden en Dengene ter wereld gebracht, die ons genade en zaligheid verworven heeft. Bid voor ons; uw gebed voor ons zal veel vermogen. Bid ook voor mij, die zwak en armzalig ben ! Bid voor mij, nu terwijl ik nog met zoovele zwakheden en zooveel lijden te strijden heb, dat Hij mij met zijne genade moge bijstaan! Bid voor mij bijzonder in het uur van mijn dood, opdat ik mijn leven in zijne genade moge eindigen, en Hem, mijn Verlosser en mijn God, moge aanschouwen in het eeuwig leven. Amen.

Vijf toespraken tot den lijdenden Verlosser.

Aanmerking. Tusschen elk dezer vijf gebeden kan een tiendje van den smartelijken Rozenkrans gebeden worden.

I. Jezus op den Olijfberg.

O mijn Jezus, in welk een grooten angst zie ik U, wanneer ik mij U op den Olijfberg voor oogen stel! Ik zie U in uw doodsangst

-ocr page 524-

118

op aarde uitgestrekt; ik zie, koe het zweet als bloeddruppelen van uw gelaat afdruipt. Ik koor U roepen: „Mijne ziel is bedroefd tot den dood.quot; Ik hoor ook, hoe Gij tot uw hemelschen Vader bidt, dat hij den kelk des ijdens van U moge wegnemen. — Maar wat hoor ik nog? Ik hoor ook, hoe Gij U in uw grooten angst aan den wil uws Vaders overgeeft: „Vader, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.quot; — Welk een schoon voorbeeld geeft Gij mij, o mijn lijdende Heiland. Gij toont mij hoe ook ik mij in mijn lijden en mijne angsten, hoe ik mij in mijne ziekte, en in \'t bijzonder, in mijn laatsten doodstrijd moet gedragen. Ja, Vader, ook mijne ziel is dikwijls tot den dood bedroefd. Bijzonder is het lijden groot, dat ik verdragen moet. Ook ik bid met mijn Zaligmaker, dat Gij dezen kelk van mij moogt wegnemen. Maar ook mijn wil moet niet geschieden, maar het moet geschieden gelijk Gij wilt, mijn Heer en mijn God! Amen.

2. Jezus bij de smartelijke geeseling.

- Onschuldige Jczns ! Men bestraft U met de geeseling; daarom mag ik voorzeker niet klagen over de geeselslagen, met welke

-ocr page 525-

119

Gods vaderhand mij nu bezoekt en tuchtigt. Ik ben niet onschuldig, want mijne zonden getuigen tegen mij. Ik verdien duizendmaal, wat ik in mijne ziekte lijd. Daarom moet ik ook de roede kussen, met welke Gij, hemelsche Vader, mij nu kastijdt. Geprezen zij uwe liefde, met welke Gij mij uw vaderlijke hand doet gevoelen. Met den heiligen Augustinus roep ik uit. „Brand en snijd en verzeng mij hier ; maar spaar mij in de eeuwigheid. Amen.

3. Jezus mst de doornenkroon.

O Jezus, mijn Heer en Koning ! De Joden bespotten U, toen zij U een doornen kroon op het hoofd drukten. Maar ik aanbid U, met doornen gekroond, als mijn waren Koning en Heer, die boven hemel en aarde verheven en aan wien alle maebt geschonken is. Gij hebt de smadelijke doornenkroon in uw dood afgelegd, en zit nu met de kroon der heerlijkheid ter rechterhand uws Vaders in uw rijk. Neem ook mij op in uw rijk, als het uw wil is, dat ik van dit ziekbed niet meer zal opstaan. Dit is immers voor mij een vreemd land, waar ik geen

-ocr page 526-

120

blijvende plaats heb. Zoo dikwijls lieb ik gebeden „ons toekome uw rijk!quot; Heer laat het mij nu toekomen, en moge ik de troostrijke woorden hooren: „Ga binnen in de vreugde uws Heeren.quot; Amen.

4. Jezus met het kruis.

O Jezus, Gij hebt eens gezegd; „quot;Wie na mij wil komen, die neme zijn kruis op en volge mij na.quot; Gij gaat mij zelf met het smartelijk kruis op de gewonden schouders vooraf. Waarom zou ik ook niet naar uw wil het kruis, dat Gij mij in deze ziekte oplegt, gewillig op nrj nemon, er U zoo op den weg des kruises navolgen? O ik wil het gaarne en gewillig doen. Dan eerst kan ik hopen, dat ik, na TJ op aarde in uw lijden en verdragen te hebben nagevolgd, ook bij mijn verscheiden van deze wereld U in uwe heerlijkheid zal volgen, waar Gij mij het kruis zult afnemen, mijne tranen drogen, voor mijn lijden beloonen zult; waar allen die in tranen zullen gezaaid hebben, in vreugde zullen maaien; waar Gij mij aan uwe eeuwige vreugde en zaligheid zult laten deelnemen. Amen.

-ocr page 527-

121

5. Jezus aan het kruis.

O mijn gakruisigde Verlosser, Gij zijt met nagelen aan een harden kruisbalk ge-hecht en hebt daar in de grootste smarten uw leven willen eindigen! quot;Wanneer ik U, o Jezus, zoo gekruisigd, in uwe hevigste en onuitsprekelijke smarten beschouw, hoe kan het mij dan nog moeielijk vallen, dat God mij op dit ziekbed heeft geworpen ? En als ik dan nog overweeg, dat Gij geheel onschuldig aan het kruis zijt geslagen, hoe zou ik mij dan nog over de hardheid en den langen duur van mijn ziekbed durven beklagen? O ik heb nog lang niet afgeboet, wat ik gezondigd heb — nog lang niet betaald wat ik schuldig ben. Ik zal derhalve niet morren, al mocht mijn ziekbed nog zoolang duren en nog zoo hard voor mij zijn en worden. Ik smeek U alleen dat Gij mij uwe goddelijke^ alvermogende genade wilt ver-leenen, opdat ik zoo standvastig en onderworpen aan Gods wil moge blijven als uw voorbeeld aan het kruis mij leert, dat ik zijn moet.

-ocr page 528-

122

Gebeden tot het allerheiligste Hart van Jezus.

I.

Wees gegroet, allerlieiligst Hart van Jezus Christus, van mijn Zaligmaker. Gij zijt de onuitputtelijke bron van alle genaden I en goedheid. Aan U, veilige toevlucht van alle zondaars, onderwerp ik mijn zondig hart; aan U moet het tot in den dood toegewijd zijn. O goddelijk, uit liefde tot de men-schen altijd brandend Hart, ik bid U door al de verzuchtingen, welke op aarde^uit U tot den hemelschen Vader zijn opgestegen ; door al den angst en de droefenis, welke Gij op den Olijfberg hebt ondervonden; door de diepe wonde, waardoor na uw dood uwe heilige zijde is geopend, en door het bloed en het water, dat daaruit gevloeid is: deel aan mijn hart een oprecht berouw mede over al de zonden welke ik heb begaan en eene innige liefde tot U; laat mijn naam diep in uw Hart gegrift zijn, opdat Gij U mijner in alle aangelegenheden en wederwaardigheden, meer bijzonder in dat oogenblik moogt gedenken, wanneer mijne ziel met de bitterheid des doods zal ver-

-ocr page 529-

123

vuld zijn ; zend mij dan troost en genade, opdat ik in uwe vriendschap en liefde moge volharden, in uw vredekus sterven en in het rijk uwer eeuwige liefde gerake. Amen.

n

Ik aanbid U, goddelijk Hart van Jezus, onuitputtelijke brcn van barmhartigheid en genade, allerhoogst wonder der almacht, goedheid en wijsheid Gods, troon der heilige liefde en eenig waardig offer, dat de goddelijke gerechtigheid kan verzoenen! In den diepsten eerbied mijns harten val ik voor U neder; ik erken uwe allerverhevenste waarde, welke de aanbidding aller hemelsche geesten verdient, en vereenig mij met U, om U te prijzen en uit mijn geheele ziel te verheerlijken.

0 heiligst Hart mijns Zaligmakers, dat wezenlijk en onafscheidelijk met het eeuwige Woord vereenigd^ al zijne eeiiwige en onuitsprekelijke volmaaktheden in U bevat en daardoor zelf de liefde en eeuwige vreugde der heiligste Drievuldigheid zijt, tot TJ smeek ik, U offer ik mij op, aan uwe eer en verheerlijking wijd ik alles toe, wat ik ben en heb

-ocr page 530-

124

voor nu en altijd. Verleen mij, zoetst Hart, ü waardig te beminnen, en neem mij barmhartig als een levend brandoffer aan, dat in vlammen der zalige liefde voor TJ in tijd en eeuwig-beid zal branden. Amen.

in

O Vader der barmbartigbeid, aanschouw bet liefderijkste Hart van uwen Zoon, waarin Grij een oneindig welbehagen hebt, en vergeef mij mijne zonden door de bittere smarten, die het voor ons heeft geleden, Ontvlam mijn lauw hart met zulk eene innige liefde tot Jezus, dat al mijne verlangens en gevoelens, met dit goddelijk Hart vereenigd, overeenkomstig uw wil en uwe wetten mogen zijn. Door denzelfden Jezus Christus. Amen.

Gebed tot het heiligst Hart van Maria.

I.

quot;Wees gegroet, genadevol Hart van Maria! Oij wenscht, dat ik naar al de deugden zal streven, welke u het voorwerp van het grootste welbehagen der allerheiligste Drievuldigheid en van de bewondering al-

-ocr page 531-

125

Ier hemelsche koren maken. Gij wenscht, dat mijn hart, gelijk het uwe, met liefde, nederigheid en zuiverheid zal versierd zijn. Zie, o zoetste moeder, ik ben besloten om naar de gevoelens van uw heiligst Hart te leven; te denken zooals gij, te spreken zooals gij, in alles te handelen zooals gij. Maar hoe zwak bea ik om ten uitvoer te brengen wat u zoo welgevallig is en het geluk van mijn hart uitmaakt! Sta mij bij, neem mijn hart, o liefdevolste Moeder, en geef mij het uwe !

II.

Zie voor uwe voeten, o Maria, Moeder Gods, een zwakken, ellendigen zondaar, die zijne toevlucht tot u neemt en op u zijn volle vertrouwen vestigt! Wel ben ik niet waardig dat gij uwe oogen op mij nederslaat; maar ik weet, dat wanneer gij ziet hoe uW Zoon den dood is gestorven om de zondaars te redden, gij ook met mededoogen op ons, arme zondaars, de oogen slaat. Gij, wilt immers dat, zijn bloed voor geen zondaar zal verloren gaan. O Moeder van barmhartigheid, zie neder op mijne ellende en heb medelijden met een armen zondaar! Overal wordt

-ocr page 532-

126

gij aangeroepen als de toevlucht der zondaars, de hoop der kleinmoedigen en de hulp der veriatenen. quot;Wees dan ook mijne toevlucht, mijne hoop en mijne hulp. Door uwe moederlijke voorspraak kunt en zult gij mij helpen. Uw goddelijke Zoon, onze Verlosser, heeft ons aan het kruis aan uwe moederlijke liefde aanbevolen. O keer dan uw liefelijk aanschijn tot mij armen zondaar, en verwerf mij, gij toevlucht der zondaars, gij troosteres der bedrukten, genade en ontferming bij uw lieven Zoon, en geef dat ik mijne zonde met boetetranen beweene en mij door niets meer van mijn Verlosser laat scheiden. Voor mijn Zaligmaker alleen, voor Jezus Christus, wil ik nu leven. En wanneer eenmaal het bange uur van mijn verscheiden nadert, versterk mij dan, o heinelsche Moeder, opdat ik niet moedeloos worde. Smeek voor mij om de genade, dat ik met den zalig-makenden Naam uws Zoons op de bevende lippen en met uw zoeten Naam mijn geest geve. Amen.

-ocr page 533-

127

LOFSPRAAK.

Greloofd en gezegend zijn steeds en op alle plaatsen het goddelijk Hart van Jezus en het zuiverste Hart van Maria 1 Amen.

Gebeden van den heiligen Rozenkrans.

Voorbereiding.

0 Jezus, Grij hebt ons door uwe heilige menschwording tot kinderen Gods gemaakt. Gij hebt door uwen dood onze schuldbekentenis te niet gedaan en door uwe verrijzenis en hemelvaart ons het verloren paradijs weder geopend. Terwijl ik nu de heilige geheimen uwer menschwording (uws lijdens, uwer glorie) bij den Rozenkrans overweeg en vereer, bid ik ootmoedig om de genade, dat ik door deze oefening tot een levendig geloof in IJ, tot eene vaste hoop op U, en tot eene kinderlijke liefde tot II moge opgewekt worden, Gij die alleen de weg, de waarheid en het leven zijt.

Gij nu, o Moeder van Jezus en koningin van den Rozenkrans, bid voor mij, opdat mijn gebed Gode welbchagelijk zij en verhoord worde. Door denzelfden Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

-ocr page 534-

128

Ik gtloof in God den Vader enz. — Glorie zij den Vader enz. — Onze Vader, driemaal Wees gegroet waarbij men na het woord ; Jezns, zegt:

1. Die in ons het geloof ver meerdere.

2. Die in ons de hoop versterke.

3. Die in ons de liefde ontvlamme.

Glorie zij den Vader enz.

I.

De geheimen van den blijden Rozenkrans.

( Van den eersten Zondag in dun advent tof den vastentijd).

N. B. In het Wees gegroet voege men bij het woord Jezus, de vermelding van de geheimen in volgorde als zij zijn opgegeven;

1. Dien gij als maagd ontvangen hebt.

Na het eerste tiendje:—Allerzuiverste Maagd 1 Gij hebt den Zoon Grods, door de werking van den heiligen Geest ontvangen ; verwerf mij de genade, dat ik door een vromen wandel aan de vluchten der mensch-wording van uw Zoon deelachtig moge worden.

-ocr page 535-

120

2. Dien gij, bij uw bezoek, aan Elisabeth gebracht heit.

Na liet tweede tiendje. O ITaria, gij sneldet, Jezus met u dragende, naar uwe nicht Elisabeth, om met haar Gods goedheid te prijzen. Zoo wil ik dan ook het aandenken aan God in mijn hart dragen, en mij daardoor tot alle goed aanmoedigen.

3. Dien gij als maagd gebaard hebt.

Na het derde tiendje. Gij hebt, o allerheiligste maagd, Jezus, uw Zoon, tot heil der wereld gehaard. Ook ik ben geboren opdat ik, naar mijne krachten, in de wereld goed zou doeu. Bid voor mij om genade en standvastigheid daartoe !

4. Dien gij ind.n tempel hebt opgedragen.

Na het vierde tiendje. Ook ik ben in den heilgen Doop tot een levend. Godgevallig offer opgedragen. Verwerf mij de genade, Hem te beminnen en de plichten ran mijn staat nauwgezet te vervullen !

Dien gij in den tempel hebt teruggevonden.

Na het vijfde tiendje. Dat men ook mij dikwijls in het huis van mijn hemelschen

9

-ocr page 536-

130

Vader vond ! Dat ik toch al de plaatsen en gelegenheden mocht vermijden, waarin ik gevaar zou kunnen loopen om mijn God te beleedigen! — O Maria, bid te dien einde voor mij !

n.

De geheimen van den smartelijken Rozenkrans-

(Van het begin der Vasten tot Fase hen.)

1. Die voor ons bloed heeft gezwtei.

Na het eerste tiendje. Jezus zweette bloed voor mijne zaligheid. — En ik zou mij zeiven geen geweld aandoen, om het rijk der hemelen te veroveren? o Maria, verkrijg mij daartoe de noodige kracht!

2. Die voor ons gegeeseld is.

Na het tweede tiendje. Ook onder de geeselslagen zweeg uw Zoon als een lam, o smartvolle Moeder! Daarom zal ik de blikken op Hem vestigen als ik mishandeld word eu trachten Hem door geduld gelijkvormig te worden.

j. Die voor ons met doornen gekroond is.

Na het derde tiendje. Ons opperhoofd en onze koning droeg een doornenkroon. En ik

-ocr page 537-

131

3rL zou weekelijk zijn? — Neen, ik zal de vreug-ik de en de eerbewijzen der wereld gaarne te ontberen, om de eeuwige, heerlijke onver Ie welkbare kroon in den kemel te verwerven.

Die voor ons het kruis gedragen heeft.

Na bet vierde tiendje. Jezus droeg on-g. sckuldig zijn zwaar kruis met het grootste geduld. En ik zondaar zou morren als God mij een ongelijk lichter kruis oplegt. — Jezus ging langs zijn kruisweg in zijne heerlijkheid binnen; zoo zal ik dan ook 11 mijn kruis opnemen en hem navolgen.

5. Die voor ons gekruisigd is.

Na het vijfde tiendje. Jezus sterft onder nameloos lijden. Zoo volbracht hij het groote werk onzer verlossing. — O dat ook 3 ik de mij opgelegde taak mijner zalig-, heid gelukkig volbrengen en eenmaal in s mijn Zaligmaker zalig voleindigen mocht! [ III.

De geheimen van den glorievollen Rozenkrans.

(Van Paschen tot den Advent)

1. Die verrezen is van de dooden.

Na het eerste tiendje. De gekruisigde Jezus heeft dood en hel overwonnen. Hij

-ocr page 538-

132

leeft weder. — Als ik de zonde afsterf, zal ik ook leven; ik zal gelijk Hij, uit mijn graf opstaan; ik zal in mijn vleesck God zien, die mijne eeuwige zaligheid zal zijn.

2. Die ten hemel is opgeklommen.

Na het tweede tiendje. Jezus ging tot zijn Vader, nadat hij hier diens wil had gedaan. Hij ging tot Hem, om ook mij daar eene woning te bereiden; hij wil dat waar hij is, ook zijn dienaar zal zijn. Daarom wil ik gelooven en handelen en lijden zooals Hij wil, opdat ik eenmaal aan zijne eeuwige heerlijkheid deel moge nemen.

5. Die den H, Geest gezonden heeft.

Na het derde lientje: O, dat de H. Geest ook over mij mocht komen en mij versterken! Dat ik Hem nooit door de zonde mocht bedroeven! Dat Hij mij de ware liefde mocht inblazen, om mij in het lijdensuur te troosten en tot de eeuwige vreugde te geleiden.

Die ti in aen hemel heeft opgenomen.

Na het vierde tiendje. Daarheen zal Hij ook mij opnemen, als ik tot mijn stsivensuur paar zijn leer en voorbeeld leef.

-ocr page 539-

133

J. Die u in den hemel gekroond heeft.

Na liet vijfde tiendje. Nu staat gij, H. Maagd, gekroond het dichtst bij den troon van uw Zoon, die u voor uwe liefde eeuwig beloont. — Ik weet, dat niemand gekroond wordt, die niet dapper gestreden heeft. Daarom wil ik strijden, om gelijkvormig aan u te worden en door u de kroon des eeuwigen levens te ontvangen.

Gebed na den Rozenkrans.

Ik dank U, almachtige God, voor al uwe weldaden, welke Gij mij door de heilige geheimen van dezen Rozenkrans hebt be-wezan, Gij, die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

H. Maagd Mar\'a, neem dezen Rozenkrans aan, dien ik tot lof\' en eer der allerheiligste Drievuldigheid, van bet geheele hemelsche hof en bijzonder van u gebeden heb. Offer dien op aan uw geliefden Zoon voor al mijne lichamelijke en geestelijke belangen, en bid, o koningin van den Rozen krans, dat ik na de ellende van dit leven met u en al de uitverkorenen in alle eeuwigheid de glorie des hemels moge genieten! Amen.

-ocr page 540-

134

Vereering der zeven weeën van Maria.

O heilige Moeder mijns Verlossers! Met kinderlijke deelneming denk ik aan de bittere smart, welke uwteeder Moederhart heeft gevoeld, toen gij bij de opoffering van nw goddelijk Kind in den tempel uit den mond van den eerbiedwaardigen grijsaard Simeon de woorden hebt gehoord: „Deze is gesteld ten val en ter opstanding van velen in Israël en tot een teeken van tegenspraak. En ook uw hart zal een smart doorboren.quot;\' — Door dit lijden, dat ik nu godvruchtig herdenk, bid ik u, mijne gezegende Moeder, neem mij in allen nood en druk dezes levens onder uwe moederlijke bescherming, opdat ik daarin, even als gij, getrouw overgegeven blijve aan mijn God, en tot het einde in zijn dienst standvastig volharde.

Onze vader Wees gegroet.

2. O heilige Moeder mijns Verlossers, met kinderlijke deelneming denk ik aan den angst en de droefenis, welke rw Moederhart gevoeld heeft, toen een engel den heiligen Joseph het bericht bracht, dat Herodes het goddelijk Kind naar het leven

-ocr page 541-

135

stond, en hem liet bevel gaf, met u en het Kind naar Egypte te vluchten. — Door dezen uwen overgrooten angst en bezorgdheid, die ik thans godvruchtig herdenk, en door al de ellenden en de bekommering, welke gij op deze groote reis en in dat ongeloovige land zoovele jaren geleden hebt, bid ik u, o mijne liefderijkste Moeder, , verwerf wij de genade, dat ik mij steeds als vreemdeling op deze wereld beschouw, en mij nimmermeer, noch door de bekoring harer goederen, noch door den glans harer ijdelheden moge laten terug houden, om van ganscher harte naar mijn waar en eeuwig vaderland te verzuchten.

Onze Vader. Wees gegroet.

3, O heilige Moeder mijns Verlossers, met kinderlijke deelneming denk ik aan de bittere smart die uw teeder moederhart heeft verscheurd, toen gij uw onschuldigen en innig geliefden Zoon zaagt gevangen nemen als een misdadiger, door gruwelijke beulsknechten geeselen, met doornen kroo-nen, op het bitterste bespotten, ter dood veroordeelen, en het zware kruis naar de strafplaats dragen. — Door al deze smarten

-ocr page 542-

136

van uw Zoon en door uw hartelijk medelijden, dat ik nu godvruchtig herdenk, bid u, o mijne machtige Koningin en hoop dei-zondaars, quot;keer zeer genadig de straffen van mij af, welke ik uit hoofde van mijne zonden verdiend heb. en verwerf mij de genade, om steeds in de liefde tot mijn Verlosser toe te nemen, opdat ik Hem eenmaal, als Hij met zijn kruis zal komen, getroost zal kunnen te gemoet gaan.

Onse Vader. Wees gegroet.

5. 0 heilige Moeder van mijn Verlosser, met kinderlijke deelneming denk ïk aan de vlijmende smart, die uwe ziel doordrongen beeft, toen gij J e zus, de vreugde uws harten, door allen verlaten, in onuitsprekelijk lijden aan het kruis hangen en onder gespot en hoongelach zijns volks den geest zaagt geven. — Door de zee van smarten, in welke gij toen gedompeld werdt, en door uw onoverwinbaren moed, bid ik u, o allerzuiverste Maagd en zoete troost der stervenden, verkrijg voor mij de genade, dat ik al de vleeschelijke lusten, welke de oorzaken van zulk een groot lijden zijn geweest, van ganscher hart verafschuwen

-ocr page 543-

137

moge, en mij door een waar berouw over al mijne zonden mij moge waardig maken om met uwen bijstand en die van uwen goddelijken Zoon, eens kalm en getroost uit dit leven te scbeiden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

6. O heilige Moeder mijns Verlossers, met kinderlijke deelneming denk ik aan het bitter lijden, dat uw tee der Moederhart heeft gevoeld, toen gij na de afneming van uw geliefden Zoon van het kruis, zijn ontzield lichaam op uw moederlijken schoot naamt, en in beschoixwing zijner heilige wonden deze met tranen der teederste liefde bevochtigdet. Door dit lijden, dat ik nu godvruchtig overdenk, en door uw onvergelijkelijk geduld en onderworpenheid aan God, bid ik u, mijn liefderijkste Voorspreekster, verkrijg mij bij uw goddelijken Zoon de genade, dat ik mij door de altijd goede en wijze Voorzienigheid Gods in alles steeds late geleiden, en nimmer in de overtuiging wankele dat Grod alles tot mijn bestwil verordent en bestuurt.

Onze Vader. Wees gegroet.

-ocr page 544-

138

7. O heilige Moeder mijns Verlossers, met kinderlijke deelneming denk ik aan de groote mistroostigheid, die uw teeder moederhart gevoelde, toen het lichaam van uw eeniggehoren Zoon in het graf werd gelegd, en uwe oogen voor de laatste maal het voorwerp van uwe innigste liefde aanschouwden. — Door dit onbegrensde leed des harten, dat ik nu godvruchtig overdenk, bid ik U, o Moeder van barmhartigheid, laat mijn hart, waarin het levende lichaam van uw welbeminden Zoon door de heilige Communie zoo dikwerf werd gelegd, steeds eene hem welgevallige rustplaats zijn en geef, dat ik in deze hemelsche spijs altijd kracht en sterkte vinde, om alle mistroostigheid en kleinmoedigheid, even als gij, door een waar vertrouwen op God te overwinnen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

Glorie zij den Vader.

EÊCS\'WSiaa

-ocr page 545-

139

/

Gebed ter eere van de heilige veertien helpers in den nood voor eiken dag der week, 1

Zondag.

Mijn God en mijn Heer, gij die degenen die U eeren en prijzen, met genadige oogen aanziet, en degenen rijkelijk beloont, die eene bijzondere godsvrucht tot uwe uitgelezen heiligen hebben, dewijl Grij door hen bijzonder geloofd, geeërd en geprezen wordt, geef ons de genade dat allen die U in de heilige veertien helpers in den nood godvruchtig eeren en loven, door hunne verdienste en voorbede verhoord en met tijde-lijken en eeuwigen troost verkwikt mogen worden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Bidt voor ons, heilige veertien helpers

in den nood.

li. Opdat wij de beloften van Christus waardig mogen worden.

Glorie zij den Vader.

1

De HH. Dlonysius, Blasius, Erasmus, Cyriacus, Pantaleon, Vitus, Christophorus, Achatius, Eustachius, Georgius, Egidius, Margarêtha van Schotland, Catharina, Barbara. (Voor Eustachius stellen sommigen Hubertus.)

-ocr page 546-

140

Maandag.

Almachtige, eeuwige God, Gij die in uwe geuade en barmhartigheid door zoovele heiligen, die met U in den hemel wonen en de eeuwige vreugden genieten, in \'t hijzonder veertien hebt uitgekozen, die ons in onzen bijstaan en in onze rampen helpen moeten, wij bidden U nederig, geef dat wij door hunne verdiensten en voorspraak, aan uwen troost en al de noodzakelijke genaden deelachtig mogen worden, opdat wij eens de gelukzaligheid met hen verkrijgen mogen. Door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Onze Vader. JVees gegroet.

V. Bidt voor ons enz.

E,. Opdat wij enz.

Glorie zij den Vader.

Dinsdag.

Almachtige, eeuwige en barmhartige God, verleen ons de genade, dat wij U in de heilige veertien helpers inden nood waardig loven en eeren, ook volgons ons vermogen U voor al de genaden bedanken, welke gij hun van het eerste oogenblik hunner geboorte tot hun heilig uiteinde op aarde geschonken

-ocr page 547-

141

hebt. Laat ons nu ook hunne voorbede in den hemel ondervinden, en geef, dat wij door hunne machtige voorspraak na dit leven de eeuwige zaligheid mogen verkrijgen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Bidt voor ons, enz.

E. Opdat wij, enz.

Glorie zij den Vader.

Woensdag.

O mildste, drieëenige God, die de heilige veertien helpers in den nood, hebt uitverkoren terwijl zij de wereld en al hare eer en vermaken veracht en overwonnen hebben; verleen ons genadig, dat wij naar hun voorbeeld al het tijdelijke geringschatten en al hetgeen waarom wij door hunne verdiensten met vertrouwen bidden, door hunne krachtige voorspraak ook werkelijk verkrijgen mogen, die als drieëenige God leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Bidt voor ons, enz.

li. Opdat wij, enz.

Glorie zij den Vader,

-ocr page 548-

142

Donderdag.

O oneindig vrijgevige God, die uwe dienaars en en dienaressen, de heilige veertien helpers m den nood., hebt uitverkoren om uw heilig woord te verkondigen en met moed te verdedigen, en hen met veelvuldige genaden en wonderen hebt versierd, zie ook ons met de oogen uwer genade en barmhartigheid aan, en verleen ons, dat wij al datgene inderdaad mogen beoefenen, wat zij In woorden en werken geleerd hebben^ die leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Bidt voor ons, enz.

R. Opdat wij, enz.

Glorie zij den Vader

Vrijdag.

Almachtige, drieëenige God, versterk onze harten met uwe machtige genade en zuiver onze zielen door de voorspraak der heilige veertien helpers in den nood van alle onzuiverheid der zonden, opdat wij in de toekomst al de bekoringen der wereld, des vleescbes en der hel standvastig overwinnen, U met

-ocr page 549-

143

een zuiver hart dienen en eens de eeuwige zaligheid verkrijgen mogen. Door Jezus Christus, onzen Heer, die met den Vader en den Heiligen (reest als één God leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Bidt voor ons, enz.

E,. Opdat wij, enz.

Glorie zij den Vader.

Zaterdag.

0 genaderijke, drieëenige God, ontvlam onze harten met het vuur uwer heilige liefde, vermeerder in ons het geloof, versterk de hoop, en verleen ons genadig, door de voor-, spraak der heilige veertien helpers in den nood, die door versterving van hen zeiven en door het lijden der z waarste martelingen en pijnen in het vaste geloof aan U en in de ware hoop op U, een offer der liefde zijn geworden, — dat wij door hunne roemwaardige marteling en hun smartvóllen dood, door hunne glorierijke verdiensten, en hunne krachtige voorspraak een standvastig geloof, «ene vaste hoop en eene innige liefde tot

-ocr page 550-

144

TJ, o God, mogen verkrijgen en met hen aan de eeuwige gelukzaligheid deelachtig mogen worden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

V. Eidt voor ons, enz.

R. Opdat wij, enz.

Glorie zij den Vader.

Verscheidene oefeningen van deugd.

I

Geloof.

Almachtige, eeuwige God! Ik geloof in II; ik geloof dat Gij één in wezen, drievuldig in personen, zijt: Vader, Zoon en H. Geest; dat Gij het goede loont en het kwade straft; ik geloof dat Jezus Christus voor mij gestorven en in het allerheiligste Sacrament des altaars waarachtig tegenwoordig is; ik geloof ook al het overige wat de heilige katholieke Kerk ons te gelooven voorstelt; en ik geloof dit alles, omdat Gij, de oneindige wijze en waarachtige God, ons dit geopenbaard hebt.

-ocr page 551-

145

Hoop

Algoede God! Ik hoop van U door de verdiensten van Jezus Clmstus, mijn Zaligmaker, en door mijne medewerking al het goede, vergiffenis mijner zonden en het eeuwige leven te zullen verkrijgen; ik hoop dit, omdat Gij, de oneindig goede, getrouwe machtige God, dit zelf beloofd hebt.

Liefde.

Beminnenswaardige God! Ik bemin U uit geheel mijn hart en bovenal, niet alleen omdat Gij mij het eerst hebt bemind en met ontelbare weldaden hebt overladen, maar vooral omdat Gij, die het hoogste goed zijt, om uwentwege zelf alle liefde waardig zijt. Uit liefde tot U bemin ik ook mijne evennaasten, vrienden zoowel als vijanden, gelijk mij zeiven en U in hen.

Berouw

O mijn God! Ik ben een zondaar en heb uwe geboden lichtzinnig overtreden. Ik beken mijne schuld, mijne grootste schuld, en het is mij van harte leed, dat ik U mijn hoog-

10

-ocr page 552-

146

ste en alle liefde waardigste Goed zoo dikwijls beleedigd heb. Ik beken mijne fouten, en daar ik ze niet meer terugnemen kan, bid ik: vergeef mij volgens uwe groote barmhartigheid en wisch mijne misdaden uit naar de menigte uwer ontfermingen. Wasch mij schoon door het kostbaar bloed van Jezus Christus.

Dankzegging.

Het goede dat Gij mij gedurende mijn leven gedaan hebt, o God, is ontelbaar. O dat ik U daarvoor altijd dankbaar ware geweest! Vergeef mij, dat ik zoo dikwijls ondankbaar tegen II was! neem nu den volkomensten dank mijns harten aan; en opdat mijn dank U behage, zal ik dien vereenigen met het dankgebed van uw goddelijken Zoon, dat hij in het laatste avondmaal sprak. Ook mogen al de engelen en heiligen voor mij U loven.

Onderwerping.

Het is wel hard, ziek te zijn; ik gevoel het zeer. Maar uit liefde tot U, o mijn God, wil ik niet klagen. Uit liefde tot U ben ik

-ocr page 553-

147

zelfs bereid om nog meer te lijden, als het uw heilige wil is. Laat U echter mijn lijden welgevallig zijn. Neem het aan, ik smeek het U, tot voldoening voor de zonden welke ik begaan heb, Ik vereenig al mijne smarten met het bitter lijden en sterven van uw Zoon 1 _

SCHIETGEBEDEN.

Bij pijn.

O Jezus, schenk mij geduld, opdat ik voor mijne zonden boete. Laat mijn lijden met uw lijden vereenigd zijn !

Bij het innemen van geneesmiddelen.

O Jezus, die uit liefde tot mij den bitteren kelk gedronken hebt, uit liefde tot U zal tot ik ook de bitterste geneesmiddelen innemen!

Bij tegenzin in spijs.

O Jezus, uit liefde tot U wil ik mijn tegenzin in spijs overwinnen, daar Gij voor mij gal en edik geproefd hebt.

-ocr page 554-

146

ste en alle liefde waardigste Goed zoo dikwijls beleedigd lieb. Ik beken mijne fouten, en daar ik ze niet meer terugnemen kan, bid ik: vergeef mij volgens uwe groote barmhartigheid enwisch mijne misdaden uit naar de menigte uwer ontfermingen. quot;Wasch mij schoon door bet kostbaar bloed van Jezus Christus.

Dankzegging.

Het goede dat Gij mij gedurende mijn leven gedaan bebt, o God, is ontelbaar. O dat ik TJ daarvoor altijd dankbaar ware geweest! Vergeef mij, dat ik zoo dikwijls ondankbaar tegen U was! neem nu den volkomensten dank mijns harten aan; en opdat mijn dank U behage, zal ik dien vereenigen met het dankgebed van uw goddelijken Zoon, dat hij in het laatste avondmaal sprak. Ook mogen al de engelen en heiligen voor mij TJ loven.

Onderwerping.

Het is wel hard, ziek te zijn; ik gevoel bet zeer. Maar uit liefde tot U, o mijn God, wil ik niet klagen. Uit liefde tot U ben ik

-ocr page 555-

147

zelfs bereid om nog meer te lijden, als het uw heilige wil is. Laat U echter mijn lijden welgevallig zijn. Neem het aan., ik smeek het U, tot voldoening voor de zonden welke ik begaan heb, Ik vereenig al mijne smarten met het bitter lijden en sterven van uw Zoon! _

SCHIETGEBEDEN.

Bij pijn.

O Jezus, schenk mij geduld, opdat ik voor mijne zonden boete. Laat mijn lijden met uw lijden vereenigd zijn !

Bij het innemen van geneesmiddelen.

O Jezus, die uit liefde tot mij den bitteren kelk gedronken hebt, uit liefde tot U zal tot ik ook de bitterste geneesmiddelen innemen!

Bij tegenzin in spijs.

O Jezus, uit liefde tot U wil ik mijn tegenzin in spijs overwinnen, daar Gij voor mij gal en edik geproefd hebt.

-ocr page 556-

148

Bij hevigen dorst

O Jezus door uw smartelijken dood aan het kruis versterk mij in mijn dorst, dien ik uit liefde tot U lijd. Uw heilig bloed lava mij. Naar U dorst mijne ziel, o Grod.

Bij het zweeten.

O Jezus, ik vereenig al mijne zweetdruppels met uw bloedig zweet, dat Gij in uw angst op den Olijfberg hebt vergoten 1

Bij de koorts.

0 Jezus, brand en snijd hier ; maar spaar mij in de eeuwigheid !

Bij angst.

O Jezus, versterk mij door uw bitteren doodsangst in d zen angst, dien ik uit liefde tot U wil lijden !

Als de klok slaat.

O Jezus, geef mij nu en elk oogenblik uwe genade, opdat ik oprecht geloove in U, oprecht hope op U en U bovenal beminne \'

-ocr page 557-

149

GEESTELIJK TESTAMENT.

In den naam der allerheiligste Drievuldigheid!

Ik N... verklaar en beken in Gods tegenwoordigheid, dat al wat in de volgende punten vervat is, mijn goed overdachte, ernstige en laatste wil is en blijven zal.

1. Ik geloof al wat God mij door de Katholieke Kerk voorschrijft te gelooven, dewijl God, die niet liegen noch bedriegen kan, dit geopenbaard heeft. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven, en al wat met dit eenig ware geloof strijdt, wil ik geheel en al verwerpen.

2. Het is mij van harte leed, dat ik ooit gezondigd heb; omdat ik daardoor mijn God, die het hoogste en beste goed is, vergramd heb. Hem, die allen liefde en allen dienst ten hoogste waardigis, en dien ik voortaan boven al wil beminnen.

3. Ik verklaar voor den gekruisigden Jezus, dat ik allen, die mij beleedigd of mij kwaad gedaan hebben, van ganscher harte vergeef. Ik smeek ook, ter liefde van Jezus, allen om vergiffenis, die ik bedroefd en eenig kwaad gedaan heb, met de dringende bede,

-ocr page 558-

150

dat de goede Jezus mij, hen en allen genadig moge zijn.

4. Ik vertrouw vast op de grenzelooze barmhartigheid Gods en op het bitter lijden en sterven van mijn Verlosser, dewijl de goede en getrouwe God mij zijne barmhartigheid beloofd en de beminnelijke Jezus mij zijn lijden geschonken heeft. Daarom draag ik, tot volkomen boete voor al mijne zonden en schtilden, aan den hemelschen Vader het kostbaar bloed en de oneindige waarde van de verdiensten mijns Zaligmakers Jezus Christus op.

5. Ik bemin God bovenal, ik bemin God om zijnentwil en zijne hoogste volmaaktheden, en ik wil Hem zoo, met de hulp zijner genade, innig en bestendig beminnen, in mijn leven, bij mijn dood, en door de geheele eeuwigheid.

6. Ik geef mij geheel en al aan God, mijn Schepper, Zaligmaker en Weldoener over. Mijne ziel beveel ik aan het gewonde hart van Jezus; mijn lichaam laat ik aan de aarde, met de troostvolle hoop, dat het eenmaal weder met de ziel vereenigd worden en God mijn Verlosser aanschouwen zal.

7. Het goede, dat ik ooit gedaan of het

-ocr page 559-

151

twadedatik geleden het), geef i taan God, den oorsprong van alle goed. Mijne have en goederen laat ik na aan mijne rechtmatige erfgenamen, met de innige bede, dat God hun de kracht zal verleenen om zich daarvan zoo te bedienen, dat zij de eeuwigheid niet verliezen. Al de mijnen beveel ik aan de goddelijke Voorzienigheid en goedheid; mijn wil aan Gods wil; mijn verstand aan Gods wijsheid; mijn geheugen aan den gekruisigden Jezus.

8. Mijne smarten en al wat ik nog te lijden heb, vereenig ik met Jezus \' lijden, mijn doodsangst nut zijn doodsangst, mijn dood met zijn dood: en ik verklaar, dat alle klacht, ongeduld en kleinmoedigheid tegen mijn wil zullen zijn.

9. Eindelijk beveel ik mij van ganscher harte aan Maria, de Moeder van barmhartigheid, aan den heiligen Joseph, aan mijn lieven Engelbewaarder, aan de heilige Barbara, aan mijn beschermheilige N. Ik smeek hen, mij nu en in mijn dood te willen bijstaan. Ik wensch ook, dat al de bewegingen mijns harten niets dan oefeningen van de vol-maakste liefde Gods mogen zijn. Mijne

-ocr page 560-

152

laatste woorden zullen wezen; Jezus, Maria, Joseph; mijn laatste verzuchting zal zijn: Jezus, in uwe handen beveel ik mijn geest. Amen. _

AVONDGEBEDEN.

i. Na een kalman dag-

Mijn God, in levendig geloof aan U, den Alwetend-e en Almachtige, val ik nu voor Uw heilig aangezicht neder. Grij hebt mij het leven geschonken, en slechts door uwe almacht en goedheid beu ik dezen dag in het leven gebleven, terwijl vele mijner mede-menschen dezen avond niet meer beleefden. En niet slechts hebt Gij mij in het leven behouden, Gij hebt mij ook met talrijke weldaden naar lichaam en ziel overladen.

Ontvang daarom mijn innigsten dank voor al het goede, dat gij mij heden in uwe mildheid bewezen hebt. Mijne ziel prijze uw heiligen naam, en al wat in mij is love U — den besten en liefderijksten Vader!

Doch, hoe heb ik dezen dag doorgebracht?

O Heer, verlicht de oogen mijns geestes, opdat ik mij zeiven beproeve, en door waar berouw over mijne nalatigheden en zonden, genade voor U moge vinden.

-ocr page 561-

153

Gewetensonderzoek.

O God, hoe beschaamt mij de terugblik op hetgeen ik heden gedaan en hoe ik geleefd heb! Eiken dag brengt mij nader bij de eeuwigheid — en toch blijf ik voor ü een tragen, nutteloozen, ja boozen knecht. Treed toch niet met mij in het oordeel en vergeld mij niet naar de menigte mijner schulden, welke ik ook heden weder bij TJ gemaakt heb. Zie neder op de oneindige verdiensten van uw welbeminden Zoon, mijn Verlosser Jezus Christus, en vergeef mij al de zonden en verzuimen, waardoor ik U weder belee-digd heb. O mocht ik met mijne kleederen den ouden zondigen mensch kunnen afleggen, opdat ik al de dagen die mij nog te leven overblijven, in rechtvaardigheid en heiligheid voor U wandele!

Volgens uw wil begeef ik mij nu ter ruste en vereenig mijn slaap met dien, welken Jezus Christus in zijn menschelijk leven \'op aarde genoten heeft. Moge elke polslag mijns harten eene innige ontboezeming van liefde tot U zijn!

Maar waak over mij gedurende dezen nacht! o hemelsche Vader, Gij die niet slaapt

-ocr page 562-

154

of sluimert (Ps. 120), maar steeds over de uwen waakt. quot;Weer van mij en mijne woning genadig af al de gevaren des lichaams en der ziel, en laat mij in uwe genade en liefde weder ontwaken, om U met nieuwen ijver en in de vreugde des geestes te dienen en aan mijn zieleheil te arbeiden.

Met mijn gekruisigden Verlosser roep ik uit: „Vader, in uwe handen beveel ik mijn geest,quot; mijne ziel en mijn lichaam! U behoor ik toe als ik waak en slaap, als ik leef en sterf. Ook bid ik U, dat gij dezen nacht aan de noodlijdenden troost, aan de zondaars de genade der bekeering, aan de zieken verlichting in hun lijden, aan de stervenden een gelukkig sterfuur en aan de arme zielen in het vagevuur de eeuwige rust en zaligheid gelieft te verleenen.

Ook gij, Moeder van mijn goddelijken Verlosser, sla uwe barmhartige oogen op mij neder; neem mij gedurende dezen nacht in uwe machtige bescherm ing en bewaar mij voor alle kwaad. Laat mij ook in uw liefderijkste hart rusten, en toon, dat gij degenen beschermt, die zich kinderlijk aan U toevertrouwen. Geef mij nu uwen moeder-

-ocr page 563-

155

lijken zegen en geleid mij op het einde mijner dagen daarheen, waar in eeuwigheid geen nacht is — in het rijk van uwen Zoon Jezus Christus.

Heiligen Grods, gij bijzonder.....bidt onzen Goden Vader, dat hij met zijne genade steeds bij mij wil blijven. Mocht ik na een verkwikkenden slaap een nieuw leven beginnen — een leven volgens uwe schoone voorbeelden, om zoo eens gelijk gij, de kroon der eeuwige belooning te verwerven !

Ook gij, mijn heilige Engelbewaarder, verlaat mij niet terwijl ik slaap; ziet gij dat de booze vijand bezig is met mij te benadeelen, beschut mij dan tegen al zijne lagen, opdat ik, naar lichaam en ziel gesterkt, zonder zonde ter eere Gods weder ontwake. Amen.

2. Na een dag van lijden.

Ofschoon naar geest en lichaam gedrukt, wil ik toch niet nalaten, een enkel oogenblik ten minste, mijn hart tot God te verheffen en dezen dag met een gebed te sluiten. Ach, deze dag was wel een dag van . moeielijk-heden en smarten. Maar ik wil niet klagen; veeleer wil ik mij daarmede geruststellen,

-ocr page 564-

156

dat ik ook dezen dd^ vol lijden heb moeten doorbrengen omdat Gij, o God, b^t zoo gewild en vastgesteld hebt.

Neem dan, Vader in den hemel, al het lijden en de wederwaardigheden welke ik dezen dag doorgestaan heb, als een U wel-behagelijk offer aan! Ik vereenig alles met het oneindig kostbaar lijden en sterven van uw welbeminden en eenigen Zoon. Vergeef mij al de nalatigheid, waarmede ik U gediend en elke zonde waardoor ik U belee-digd heb. Vergeef mij in \'t bijzonder alle ongeduld en kleinmoedigheid, welke ik in den loop van den dag bij mijne wederwaardigheden getoond heb. Versmaad niet het ver nederd en vermorzeld hart, dat U thans om vergiffenis smeekt. Reinig mijne arme zondige ziel in het allerheiligste bloed van Jezus.

Gekruisigde Verlosser, Gij ziet mijne droefenis en mijne ellende. Ontferm U mijner en schenk mij ten minste eenige uren zoete rust, om met nieuwen moed het kruis te dragen, dat gij mij hebt opgelegd. Verberg mij dezen nacht in de uit liefde geopende wond uwer zijde. Zegen mij, liefdevolle Zaligmaker!

-ocr page 565-

157

Zegen mijn afgemat lichaam en mijne angstige en bedroefde ziel, en blijf bij mij met uwe genade en bescherming.

0 Maria, wat ik heden geleden heb, al mijn toekomstig lijden, mijn geheele leven en zijn einde stel ik in uwe moederlijke handen. Bid toch, dat ik door niets van de liefde van Jezus, uwgoddelijken Zoon gescheiden worde en in de genade Grods standvastig volharde.

Heiligen Grods, en gij in \'t bijzonder.....en

gij mijn heilige Engelbewaarder, in uwe voorbede en bescherming beveel ik nu mijn lichaam en mijne ziel. Terwijl ik zoo gaarne de weldaad van den slaap genieten zou, gelieft gij in mijne plaats en in mijn naam den drieeenigen God te loven en te prijzen.

God de Vader, die mij geschapen. God de Zoon die mij verlost. God de heilige Geest die mij geheiligd heeft, zegene mij ! In den zo etsten naam van Jezus wil ik nu gaan slapen. Moge ik door de kracht van het heilig kruis tegen alle kwaad beschermd worden! Jezus, Maria, Joseph, met U wil ik leven en sterven. Amen.

-ocr page 566-

158

3. Laatste gedachten voor dat men inslaapt.

Alles, ook het langste leven eindigt; alleen blijft, wat ik uit liefde tot God doe en lijd.

Ik zal eens — misschien spoedig! inslapen en dan op deze aarde niet meer ontwaken. Hoe zal het zijn als dit dezen nacht mocht geschieden? Wat zou er met mij gebeuren, zoo ik in de eeuwigheid mocht ontwaken ?

Het is nu alles zoo stil en duister. O hoeveel vreeselijker is de stilte van het graf en hoeveel verschrikkelijker de eeuwige duisternis 1

Hoe zal het zijn als ik daar eenmaal zal liggen te worstelen met den dood ? Hoe, wanneer ik voor den laatsten maal ademen zal ?

Als ik bij dien laatsten adem den geest zal geven; hoe zal ik dan voor Gods rechterstoel verse h ij\' n en ?

Als dit vergankelijk lichaam door andere menschen uit h t bed gelicht en ten grave gedragen wordt : waar zal mijne ziel zich dan bevinden? Wat zal er met haar gebeuren?

-ocr page 567-

159

/

4. Troostende gedachten in slapelooze nachten.

O God, Grij zijt bij mij; ik mag slapen of waken , uw oog ziet mij — nu in dit oogen-blik zelf.

Ik zou zoo gaarne slapen; maar Grij, o God wilt het zoo, dat ik de weldaad van een zach-ten slaap niet zal genieten. Heer uw wil geschiede!

O God, ik geloof in U — ik hoop op U — ik bemin U.

Gij, o God, slaapt en sluimert niet. Gij waakt over degenen die vertrouwen op U stellen. Aan uwe goedheid en liefde te denken, o! dat is nu mijn troost.

Op den Olijfberg, aan het kruis kondet gij, mijn Zaligmaker, ook niet slapen. Met U, met uw doodsangst, met uwe pijnen aan het kruis, vereenig ik nu mijne slapeloosheid, en olfer die aan U op.

Vader in den hemel 1 in den duisteren nacht verheft mijn hart zich tot U. Versterk mij in lijdzaamheid en vertrouwen!

Hoe lang schijnt mij deze nacht toe! Hoe lang is elk uur! Maar wat zijn deze lange uren, in vergelijking met de eeuwigheid, die nooit eindigt!

-ocr page 568-

160

Hoevele godvruchtige zielen bidden nu voor liet tabernakel! Ik vereenig mij met haar en roep \\iit: „Geloofd zij Jezus Christus in het allerheiligste Sacrament des altaars! Hem zij eer en aanbidding in alle eeuwigheid!

Maria, Moeder der genade! Moeder der barmhartigheid! zoek mij op en verkwik mij met uw troost.

Gij alle heilige engelen, alle Gods lieve heiligen, bidt voor mij, nu ik zoo weemoedig mijne oogen ten hemel sla. O dit tranendal heeft bij dag en bij nacht zulke bittere oogen-blikken! Bidt toch, dat ik eenmaal tot U kome—daarboven inde eeuwige rust!

-ocr page 569-

-:-

m GEB ÏD EK,

ter vereering van het bitter lijden van Jezus Christus.

Voorbereiding.

Almaclitige, eeuwige God! ik arm zondig mensch verschijn thans in deze eerbiedwaardige plaats, om het allerheiligste Misoffer, bij te wonen. Ik geloof vast, dat na de wonderdadige verandering van het brood en den wijn, Jezus Christus als levende God en mensch, met lichaam en ziel tegenwoordig is, en dat Hij Zich daar ten offer brengt aan uwe allerhoogste Majesteit, even waarachtig en wezenlijk als Hij het eens aan den boom van het heilig Kruis heeft gedaan.

Met dezen goddelijkeu Verlosser in den geest vereenigd, offer ik U, hemelscho Vader, deze heilige Mis op tot uwe meerdere eer, tot dankzegging voor al de weldaden, welke Gij aan alle menschen en ook in het bijzonder aan mij reeds bewezen hebt, tot voldoening voor alle zonden, waarmede wij U ooit beleedigd hebben, eindelijk ook om alle noodige genaden te verkrijgen.

--—, -J . - -

11

-ocr page 570-

162

Greef, o Grod, dat ik dit geheimvol offer, met den diepsten eerbied en godvruchtig moge bijwonen — tot uwe meerdere eer, tot mijne zaligheid, en tot nut van alle levenden en overledenen, voor wie ik in het bijzonder verplicht ben te bidden.

Van het begin tot de Offerande

Reeds in liet begin der heilige Mis buigt de priester zich diep neder, doet eene alge-meene belijdenis zijner zonden, en roept tot God om vergiffenis voor zich en voor al de tegenwoordig zijnde Christenen. Ook Grij, goddelijke Verlosser, hebt U bij het begin van uw heilig lijden diep vernederd; met den zwaren last onzer zonden beladen, was uwe ziel in doodsangst gedompeld. Grij riept toen ; „Vader, indien het mogelijk is, laat deze keik van mij voorbijgaan; doch niet mijn wil, maar uw wil gesehiede.quot;

Zóó zijt Gij bereid geweest om den bitter-stcn lijdenskelk te drinken. O verleen ook mij eene grootmoedige onderwerping aan den wil des hemelschen Vaders! Wanneer Hij mij ziekten of een ander lijden toezendt, geef

-ocr page 571-

163

dan dat ik met U oprecht en van ganscher harte uit roep a: „Niet mijn wil, maar uw wil geschiede!\'\'

En wat gebeurde er toen G-ij uw gehed in den hof van Olijven geeindigd hadt ? Welke groote heleediging werd U niet aangedaan, daar Gij gelijk een groote misdadiger gevangen genomen, van den eenen hoogepriester naar den andere, en eindelijk naar den hei-denschen landvoogd Pontius Pilatus gevoerd werdt! Overal werd Gij valsch aangeklaagd, en de Phariseërs. en do Schriftgeleerden eischten met het woeste gepeupel uw dood. „Kruisig Hem, kruisig Hem!quot; zoo klonk het van alle kanten.

Hoe moet deze moordkreet uw goddelijk hart op het pijnlijkst gewond hebben? Hoe moet het U gesmart hebben, dat degenen, wien Gij niets dan goed gedaan hadt, TJ niet dan alle bedenkelijke leed aandeden ! Maar in hetgeen wat uwe vijanden U aandoen, erkent Gij de toelating van uw hemelscheu Vader; daarom lijdt Gij alles stil, gelaten en geduldig.

Mocht ook ik mij zoo gedragen wanneer wederwaardigheden, welke ook, mij overkomen ! Ja, dit wil ik doen; het is mijn vast

-ocr page 572-

164

voornemen. O geef, dat ik tocli ernstig bedenke, lioe alleen de weg des kruises tot de heerlijkheid des hemels geleidt! U op dien weg navolgen, met zooveel dnizende uwer geloofshelden U altijd en in alles getrouw blijven, dat zij mijne eer, mijne vreugde, en daartoe versterke mij uwe alvermogende genade.

Van de Offerande tot de Consecratie.

Heer, hemelsche Vader, met de opoffering van het bi ood en den wijn begint de priester de heilige offerande; ik vereenig mij niet Hem en offer U deze zuivere gaven op, welke weldra in het lichaam en het bloed van uw welbeminden Zoon Jezus Christus zullen veranderd worden.

Met dit offer breng ik ook mij zeiven en mijn geheele wezen ten offer. In het bijzonder draag ik U op al mijn uit-en inwendig lijden, al mijne rampen en wederwaardigheden, alle moeielijkheden en pijnen welke ik tot hiertoe heb uitgestaan of die ik, naar de beschikking uwer goddelijke Voorzienigheid, nog moet uitstaan.

Zie niet neder, o beste Vader, op mijne onvolmaaktheden en zonden; beschouw het

-ocr page 573-

165

aanschijn van uw eeniggeboren Zoon, mijn goddelijken Verlosser! Zie, wat Hij gedaan en geleden heeft om mij te redden, en voor de zaligheid der geheele wereld ! Wees uit liefde tot Hem mij en al mijne medemenschen genadig en barmhartig.

En Gij, mijn liefderijkste Verlosser Jezus Christus, die voor onze zonden gegeeseld en met doornen gekroond zijt, help mij, wanneer ik in mijn lijden begin overstelpt, kleinmoedig of ongeduldig te worden. En als ik zie, hoe Gij, de onschuldigste, op de onrechtvaardigste wijze ter dood veroordeeld werd, hoe Gij onder de vreeselijkste mishandelingen en bespotting het zware kruis op uwe schouders hebt gedragen, dan bedank ik U thans voor al dit lijden, dat Gij uit liefde tot ons zondige menschen op U hebt genomen; ik loof en prijs U daarvoor met al uwe engelen en heiligen en met de geheele katholieke Kerk op aarde. Maar schenk mij uwe genade, opdat ik mijn kruis naar uw allerheiligst voorbeeld gewillig drage. O dan durf ik hopen, dat ik eens voor uw rechterstoel een barmhartig oordeel zal vinden.

-ocr page 574-

166

Van de Consecratie tot de Communie.

Goddelijke Zaligmaker! Nu zijt Grij op het altaar onder de gedaante van brood waarlijk en waaraclitig tegenwoordig. Daar vernieuwt Gij liet heiligste offer, dat Gij op den Kalva-rieberg voor onze zonden aan den hemel-schen Vader hebt opgedragen. O Heer, mijn God en mijn Verlosser! ik geloof in U; met de diepste nederigheid bid ik u aan, wees mij genadig en barmhartig.

O kostbaar bloed, dat uit Jezus\' wonden gevloeid is, en nu in den heiligen kelk onder de gedaante van wijn tegenwoordig is, zuiver mij van al mijne zonden, en verkrijg voor mij van God den Vader alle noodige genaden.

Almachtige God en Vader! Zie nu uit den hemel neder op dit altaar, en gedenk wat uw eenig geboren Zoon Jezus Christus geleden heeft om ons te verlossen. Gedenk, hoe Hij drie volle uren aan het smaadvolle kruis heeft gehangen, in de vreeselijkste pijnen en den bittersten doodsangst. Door de oneindig groote verdiensten van al dit lijden van Jezus bid ik U, dit hoogheilig offer, dat II thans op dit altaar opgedragen wordt, met welgevallen aan te nemen, voor mijne zonden

-ocr page 575-

167

en overtredingen, ook voor de zaligheid van alle menschen, de levenden en dooden, opdat toch het allerheiligste bloed van Jezus voor niemand verloren moge gaan, maar dat wij allen tot de eeuwige zaligheid, in het gezelschap der heiligen en uitverkorenen moge komen.

En Gij, aan het kruis verlaten Jezus, verlaat mij niet in het uur der bekoring ; maak dat mijn hart niet wankele in het vaste vertrouwen op U. Wees nu en in het uur van mijn dood mijn toevlucht en mijne sterkte.

Van de Consecratie tot het einde der H. Mis.

Goede Zaligmaker, hoe gaarne zou ik nu met den priester communiceeren en U in mijn arm hart opnemen! Gedoog intnsschen dat ik U ten minste met een innig verlangen ont-vange. Kom met uwe liefde en genade tot mij, en maak mij rijk met uwe hemelsche goederen.

Glorievolle Jezus, die ten derden dage na uw dood glorievol tot een nieuw leven zijt verrezen, verleen mij door de kracht van dit heilig Misoffer, dat ook ik een nieuw, een U welbehagelijk leven beginne. Laat ik ook

-ocr page 576-

168

eenmaal deel hebben in nwe glorie. Maar Grij hebt U zolven en ons allen door liet kruis den hemel geopend, geef dan, dat ik in alle wederwaardigheden tot het einde geduldig volharde.

Deel mij nu, om d:ze standvastigheid in het lijden te verkrijgen, door de handen des priesters uw abnachtigen zegen mede. Bewaar mij voor alle zichtbare en onzichtbare vijanden. Versterk mij door de kracht van dien zegen zoo, dat ik heden en al de dagen mijns levens godvruchtig voor U leve, en in alles uw goddelijke leer en uwe heilige voorbeelden ijverig navolge.

De almachtige God, de f Vader de f Zoon en de f Heilige Gre jst zegene mij. Amen.

Zoo versterkt tot alle goed, ga ik na de heilige Mis heen. De herinnering aan het lijden en aan den dood van Jezus blijve mij steeds bij, en wekke mij op tot een deugdzaam leven. Ook het opzien naar den Verlosser die glorievol verrezen is en in den hemel ter rechterhand Gods heerscht, maakt mij met vreugde onderworpen aan alle kruis en lijden!

Verleen mij deze genade, o hemelsche

-ocr page 577-

169

Vader, door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer en Verlosser, die met U en den Heiligen Geest leeft en lieersclit in alle eeuwigheid. Amen.

2. Misgebeden om te huis te gebruiken.

Hoe gaarne, mijn Grod, zou ik nu met mijne Medechristenen persoonlijk het heilig Misoffer bijwonen! Maar Gij weet, dat het mij in mijne ziekte onmogelijk is om in de kerk te verschijnen. Doch ook hierin aanbid ik allerootmoedigst uwe heilige beschikking, en onderwerp ik mij aan uw goddelijken wil. Ik hoop van uwe groote barmhartigheid, dat Gij mijn goeden wil in plaats van de daad genadig zult aanzien, en de oefening van godsvrucht welke ik hier — ver van uw huis — venicht, welgevallig zult aannemen.

Nu vereenig ik mij in den geest met al de priesters, die in dit uur of heden U, eeuwige God, het allerheiligste Misoffer opdragen. Dit offer is ook het aanbiddings-waardigste lichaam en het kostbaarste bloed \'van Jezus Christus. Moge het U- welgevallig zijn als de diepste aanbidding van uwe hoogste Majesteit, tot dankzegging voor al

-ocr page 578-

170

de mij bewezene weldaden. quot;Wees mij en allen inenschen barmhartig door de oneindige verdiensten van Jezus, welke ik U thans opoffer, ilaak mij ook deelachtig aan die genaden, welke Gij, met het oog op dit allerkrachtigste bedeoffer, aan de geloo-vigen mededeelt.

Met het hoogheilig offer des altaars vereenig ik ook het olfer van mijn eigen hart. Ja mijn gansche hart met al zijne wenschen, hoop en vrees offer ik U op, en ik bid U, dat Gij met mij handelt naar uw welbehagen. Gij zijt Heer over ziekte en gezondheid, over leven en dood; ik ben geheel en al in uwe macht. Doe dan met mij, niet wat met mijn, maar wat overeenkomstig met uw wil is. Indien Gij wilt, kunt Gij mij immers weder gezond maken; zoo Gij dit niet wilt, dan geschiede uw wil.

Maar hoelang zal ik zoo met uw godde-lijken wil vereenigd zijn? Ik ben, helaas, zoo zeer geneigd om mij tegen vuve goddelijke beschikkingen te verzetten! o laat dit niet meer geschieden! In den naam van uw welbeminden Zoon bid ik om uwe genade, opdat ik alle wederwaardigheden, gelijk Jesus, geduldig en met gehoorzaamheid

-ocr page 579-

171

jegens U verclrage. Ook mijn goddelijke Verlosser kon met zijn smeeken den bitteren kelk niet van zich verwijderen; maar Hij stond versterkt van het gebed op en ging het lijden moedig te gemoet. Versterk mij dan ook, almachtige Grod en Vader! versterk mij, opdat ik standvastig in alle kruis en lijden moge zijn.

U, goddelijke Verlosser, die uw verzoeningsdood in alle heilige Missen op onbloedige wijze vernieuwt, bedank ik van ganscher harte voor deze uwe groote liefde. Ik aanbid U op al uwe altaren, waar heden de heilige Mis wordt opgedragen. Keer uw liefdevol aanschijn tot mij en aanschouw, Heer, mijn grooten nood en den angst mijner arme zieL Ook uit de verte hebt Gij den knecht van den hoofdman genezen. Kom mij ook ter hulp, en toon aan mij uwe almacht en goedheid.

En Gij zijt op het altaar niet slachts ons offer, gij zijt ook de spijs onzer ziel, \'het brood des levens. Al is het mij nu niet vergund om U werkelijk in mijn hart te ontvangen, dan moge toch de geestelijke communie van uw heilig lichaam en bloed tot reiniging strekken van al mijne zonden en tot vermeerdering uwer goddelijke genade.

-ocr page 580-

172

Met dat inziclit, o Heer, smeek ik U om uw goddelijken zegen ; zegen mij, allerheiligste, drieëenige God, Vader, Zoon en Heilige Geest 1 Uw zegen zij en Llijve altijd bij mij ; liij behoede mij van alle zonden en geleide mij op uwe wegen, opdat ik U door al mijne gedachten, woorden en werken moge behagen.

Maria, Moeder van Jezus, in dit uur des gebeds roep ik ook uwe voorspraak in. Met de diepste godsvrucht en het bitterste gevoel van smart hebt Gij, op den Calvarieberg, uw goddelijken Zoon aan den hemelschen Vader opgeofferd. Breng nu ook in al de heilige Missen denzelfden Godmensch ten offer aan de goddelijke gerechtigheid. Bid. Jezus ook, Hem die de gezegende vrucht van uw maagdelijk lichaam is, dat het Hem moge behagen mij tot alle goed te versterken, opdat ik op het einde van dit sterfelijk loven tot de eeuwige zaligheid moge komen, en Hem met u en al de heiligen eeuwig moge beminnen en loven.

Heilige Apostel Joannes en gij heilige Magdalena, gij zijt bij het kruis van Jezus blijven staan, en hebt den goddelijken Ver-

-ocr page 581-

173

losser in onuitsprekelijke smarten zien lijden en sterven. Moclit ik van u leeren om bij alle wederwaardigheden mijne blikken onveranderlijk op den gekruisigden Verlosser te vestigen! Ja voorzeker, dan zou ook ik tranen storten en geen last der kruisen zou mij dan zoo zwaar zijn, dat ik die tdt liefde tot Jesus, en met zijne genade, niet geduldig zou kunnen dragen. Verwerf mij toch deze genaden nu en in het uur van mijn dood. Amen.

-ocr page 582-

Biechtgebeden.

Gebed tot Voorbereiding.

Goddelijke, heilige Geest! bron van licht, waarheid en kennis, gaarne zon ik het heilige Sacrament van boetvaardigheid godvruchtig en tot mijn nut ontvangen. Maar zonder uw bijstand is het mij niet mogelijk al de zonden te kennen, die mijn hart bezoedelen. Kom dan toch, ik bid het U dringend, kom in mijn arm hai\'t en verlicht mij, opdat ik al mijne overtredingen en onvolmaaktheden moge inzien, met smart daarover berouw hebben en ze oprecht belijde aan den daartoe aangestelden priester. Geef, dat ik door het ontvangen van dit heilig Sacrament van boetvaardigheid met nieuwen ijver aan de zaligheid mijner ziel arbeiden, en zoo tot een christelijk leven waarlijk vernieuwd moge worden.

Maria, toevlucht der zondaars, bid in dit heilig oogenblik voor mij, en verzoen mij met uw goddelijken Zoon. Verkrijg voor mij een zuiver hart en een Gode welgeval-

-ocr page 583-

175

ligen geest opdat ik — door Gods genade versterkt — op den moeitevollen weg weder voortwandelen en in geduldige onderwerping lijden moge.

Na het gewetensonderzoek\'.

Mijn God, geheel beschaamd sta ik voor U. Hoe dwaas, ja hoe ondankbaar ben ik weder geweest, dat ik U door mijne zonden zoo dikwerf beleedigd heb! Ach tegen U, den besten en teedersten Vader, heb ik zoo slecht kunnon handelen! —

Maar wanneer ik aan uwe groote barmhartigheid denk. dan komt er weder vertrouwen en hoop in mijne ziel op. Gij wilt immers den dood van den zondaar niet, maar dat hij zijne verkeerde wegen verlate, en een nieuw deugdzaam leven beginne. O vergeef mij dan ook, naar de menigte uwer ontfermingen! Vanganscher harte haat en verafschuw ik al mijne zonden en nalatigheid in het goede, dewijl ik daardoor U, die het hoogste en beminnenswaardigste goed zijt, U, mijn besten Vader en Verlosser, beleedigd heb. Vergeef mij Vader, ik kom tot U gelijk de verloren zoon. Al ben ik niet waardig om door U

-ocr page 584-

176

weder in genade aangenomen te worden, aanscliomv liet bloed van uw geliefden Zoon Jesns; het smeekt voor mij vergiffenis en b armhartiglieid-

Zie ook hoe vast ik nn besloten ben, om met uwe genade een ander, een beter leven te beginnen. Ja ik beloof U het plechtig, dat ik U van nu af getrouw zal dienen, zorgvuldiger over mijne zintuigen waken, elke gelegenheid tot zonde vluchten, de zonde als het grootste kwaad vermijden en al het goede ijverig doen zal.

Goddelijke Zaligmaker, laat nu ook mij de troostvolle woorden hooren, welke Gij in uw sterfelijk leven zoo dikwijls hebt gesproken, als rouwmoedige zondaars en zondaressen tot U kwamen. „Ga, uwe zonden zijnu vergeven.quot; quot;Wees ook voor mij waarachtig Jezus, de Zaligmaker, en zuiver mij van mijne zonden. Verwerp mij niet als een gestrenge rechter naar uwe gerechtigheid, maar schenk mij genade en maak mij zalig volgens uwe lankmoedigheid en goedheid.

O heilige Moeder Gods, laat mij, door uwe voorspraak, genade bij uw Zoon vinden, opdat ik van alle zonden bevrijd moge worden.

-ocr page 585-

177

Na de heilige Biecht

Lof en dank zij U, mijn God, gebracht voor de groote goedheid, waarmede Grij mij nu in het heilig Sacrament der boetvaardigheid al mijne zonden hebt vergeven! Waarlijk barmhartig zijt Gij en lankmoedig en een God van groote getrouwheid. Dank, hartelijke dank zij U gebracht, dat Gij weder zoo goed met mij gehandeld hebt.

Lam Gods Jezus Christus. Gij hebt nu ook mijne zonden weggenomen. Ik dank U voor de oneindige verdiensten van uw bitter lijden en sterven; want terwille daarvan is de eeuwige Vader mij genadig geweest. Gij hebt door uw lijden voldoening voor ons gegeven aan de goddelijke rechtvaardigheid, en-daarom wil Hij zich ontfermen over allen, die zich boetvaardig tot Hem bekeeren. Aan U derhalve, o Jezus, heb ik deze nieuwe genade te danken. Ja, dank en aanbidding zij U gebracht voor uwe liefde en goedheid! Goéde en getrouwe herder. Gij hebt mij, mv verloren schaap, gezocht en nu ook weder gevonden. Lof en dank zij U gebracht uit geheel mijn hart.

Allerheiligste, drieëenige God, ik beloof U

12

-ocr page 586-

178

nogmaals, dat ik U tLans beter en getrouwer zal dienen. Maar mijne groote zwaklieid en mijne krachtige neiging tot het kwaad is U bekend. Daarom smeek ik om uw machtigen bijstand en genade. Gij hebt het goede werk mijner bekeering en heiliging aangevangen, zet ook voort en volbreng het tot uwe eer en mijne zaligheid.

Bijzonder bid ik nog dat Gij mij gelieft te hulp te komen in elke bekoring en in al mijn lijden. Laat ik, ten einde niet te bezwijken in de wederwaardigheid, die Gij zult goedvinden mij toe te zenden, bedenken, dat ik juist door kruis en lijden het zekerst voor mijne zonden kan boeten. Niets blijft immers ongestraft, en tot de laatste penning moet alles worden afbetaald, hier of daar. Daarom wil ik mijn God, met uwe genade, TJ mijn lijden opofferen als eene kleine boete voor mijne zonden.

Heilige Maagd Maria, mijne beste moeder! neem mij op nieuw in uwe moederlijke bescherming. Verkrijg mij van uw goddelijken Zoon standvastigheid in het goede, opdat ik de nu ontvangen genade toch nooit meer verlieze. Ook het geringe boetegebed dat ik nu nog zal doen, gelieve den goeden

-ocr page 587-

179

Zaligmaker, op uwe voorspraak welgevallig te zijn, als eene kleine voldoening voor de vele beleedigingen, welke ik Hem heb aangedaan. Amen.

(Bid nu godvruchtig de opgelegde penitentie.)

Gebeden voor de heilige Communib.

O allermildste Heer en Zaligmaker Jezus Christus! allen di) met krnis en lijden beladen zijn noodigt gij vriendelijk uit om tot U te komen; hoe zou ik dan aan uwe uitnoodiging geen gehoor geven ? En is het niet tot mijn eigen grootste nut als ik uwe roepstem volg en tot U snel? O ja, bij U alleen almachtige helper in eiken nood vind ik de ware verkwikking der ziel, waren troost en vrede, kracht en sterkte tot alle goeds.

Voorwaar! Gij zijt de beste vriend. Gij de vertrouwbaarste geneesheer, het licht voor blinden, de hulp voor de zwakken, de genezing der zieken, de bron van alle genaden. Daarom roep ik met den heiligen Petrus uit; „Heer, tot wien zullen wij gaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.quot; Spreek slechts een woord uit uwen hoogheiligen

-ocr page 588-

180

mond — en ik ben geholpen! Ook met den melaatsche uit liet Evangelie smeek ik tot U: „Heer, wanneer Gij slechts wilt, kunt Gij mij zuiverenquot;— Gij kunt mij helpen en mij van mijne bedruktheid (ziekte) bevrijden, ot die ten minste dragelijk maken.

Maar wie zijt Gij en wie ben ik? Gij zijt de oneindig groote God, de allerheiligste, de koning en rechter der levenden en dooden! En ik ? ach, ik ben zulk een ellendig, zondig menscli! Stof en asch, naar lichaam en ziel onzuiver en ziek. Xe en, ik ben niet waardig U in mijn arm hart te ontvangen ; maar uwe onmetelijke liefde, uit welke Gij liet allerheiligste Sacrament des altaars hebt ingesteld, geeft mij moed om uw geheinmisvolle tafel te naderen, en U in de heilige Communie te ontvangen.

Ja, U ontvang ik in het allerheiligste Sacrament! Gij zijt in de heilige hostie, onder de gedaante van brood, waarachtig en wezenlijk tegenwoordig, Gij, mijn Heer en mijn God, mijn Zaligmaker, het licht en het leven mijner ziel! Ik geloof dit, daar Gij, de eeuwige en onfeilbare waarheid, het geopenbaard hebt. Geef mij echter een onwankel-

-ocr page 589-

181

baar en levendig geloof, opdat ik, naar de vermaning van uw apostel, dit uw heilig lichaam van elke andere spijs onderscheide, en dit bovennatuur lij k brood waardig moge genieten.

Hoe zou ik echter, nu ik liet onschatbaar-geluk heb van U zelf\'te ontvangen, niet met eene vreugdevolle hoop tot ü snellen? Van uwe almacht en oneindige goedheid verwacht ik al die genaden, welke ik nu noodig heb, om eenmaal het rijk der hemelen te verwerven; ik hoop ook met het volste vertrouwen uwe hulp in mijne tegenwoordige behoeften. Gij hebt immers gezegd: „roep mij aan in den nood en ik zal U verhooren. Hij die bidt, zal ontvangen.quot; Deze uwe woorden zijn mijn troost en mijne hoop,

En dan zou ik U niet van ganscher harte liefhebben, U mijn beminnenswaardigste, goddelijke Heer en Verlosser! O mocht ik U toch kunnen beminnen mst den liefdegloed uwer allerheiligste Moeder, en met het liefdevuur der engelen en heiligen des hemels! Dat ten minste het verlangen om U innig en bovenal te beminnen U welgevallig zij, en ontvlam steeds meer en meer in mij het vuur der heilige liefde.

-ocr page 590-

182

Kom dan, mijn Heer en mijn God! Kom en bezoek mij in uwe barmhartigheid en goedheid. Gij zijt toch zoo vrijgevig jegens degenen, die totU roepen, zoo goed jegens degenen die U zoeken; — o wat zult Gij eerst zijn voor degenen die U vinden! O zalig oogenblik, waarin ik ü nu vind !

Wel is waar ben ik niet waardig U, den allerheiligsten Zoon Gods, U mijn Schepper en Heer, in mijn armzalig hart te ontvangen! maar Gij verzoekt de ellendigen en de zwakken, Gij noodigt ze zelfs uit om tot U te komen en deel te nemen aan uw maaltijd. Daarom hoop ik dat Gij mij volgens de goedheid van uw hart niet zult afwijzen, en mij van de volheid uwer genaden mededeelen.

Onbevlekte en allerzaligste Moeder Maria, zie, uw goddelijke Zoon wil tot mij komen en in mijn hart wonen. Verkrijg voor mij, dat Hij gelieve mijne arme ziel te heiligen, te vertroosten en te versterken.

O Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

-ocr page 591-

183

Na de heilige Communie.

Nu is Jezus Christus, mijn Heer en mijn God, in mij gekomen! Hij is waarachtig bij mij, waarachtig in mij ! Wees gegroet, liefdevolste, goede Verlosser! Wees geloofd en geprezen, verheerlijkt en aangebeden, o eeuwige Zoon (rods en ware Zoon der allerheiligste Maagd Maria!

Waaraan heb ik toch de genade te danken, dat Grij, almachtige Godmenseh, mijn Schepper en mijn Verlosser, uwe woonplaats in mijn hart hebt genomen? Hemel en aarde kunnen U niet bevatten; hoeveel minder het ellendig huis van mijne ziel en mijn lichaam !

Ja, mijn Jezrs, Gij hebt uw woord gehouden, en mij, die afgemat en beladen was, aan uw heiligen maaltijd laten deelnemen! Mijne armoede, nood en behoeftigheid, zelfs mijne zonden hebben TJ niet teruggehouden om tot mij te komen. Ontvang daarvoor duizendmaal dank; duizendmaal prijs ik uwe groote inschikkelijkheid en gunst.

Nu zijn het voor mij de kostbaarste oogen-blikken, in welke ik met U, o mijn goddelijke Zaligmaker, zoo vertrouwelijk omgaan,

-ocr page 592-

184

met ü als met den allerbesten vriend en en vader kan spreken, al mijne smeekingen en al mijne wensclien met al mijne ellende aan uwe voeten kan nederleggen.

Grij we jt, Heer. wat mij ontbreekt; Gij kent al mijne aangelegenheden. Almachtige helper in eiken nood, vader van allen troost! help

mij nu in dezen mijnen druk.....U is alle

macht gegeven in den hemel en op aarde; ongetwijfeld hunt Gij mij ook helpen.

En waarom zoudt Gij mij niet willen helpen? Toen Gij op deze aarde rondgingt, hebt Gij overal waar Gij kwaamt, goed gedaan ; Gij hebt niemand van U afgewezen, als hij slechts met een geloovig vertrouwen hulp zocht! Verboor dan ook mij en help mij naar uwe goedheid.

Doch Gij zijt Heer en God! Ik moet mij ten opzichte uwer beschikkingen vernederen en volgens uw voorbeeld spreken: „Niet mijn wil, maar uw wil geschiede! Gij weet het best wat mij ter zaligheid dient. Slechts om ééne zaak bid ik U — om de genade, dat ik den weg uwer geboden standvastig blijve bewandelen en altijd geduldig aan nw heiligen wil onderworpen zij.

-ocr page 593-

185

Tenslotte bid ik; Wijf bij mij, goddelijke Zaligmaker! Dan kan ik met den profeet blijde zeggen; „Al moest ik door bet duistere dal des doods wandelen, ik vrees geen kwaad ; want Gij, Heer, zijt bij mij.quot; Ja als Gij goedvindt, mij kruisen en wederwaardigheden toe te zenden, dan vrees ik niets, wanneer Gij bij mij blijft. Blijf dan toch bij mij met uwe genade, met uwe bescherming en zegen! Zegen ook al diegenen, voor wie ik verplicht ben te bidden en voor wie ik in \'t bijzonder zou willen bidden. Ontferm U over al de levenden en afgestorvenen.

U, allerheiligste Maagd Maria, bid ik eindelijk, ter wille van Jezus\' liefde, dat gij voor mij de genade wilt afsmeeken om mij deze heilige communie goed ten nutte te maken. Help mij met uwe voorspraak, opdat ik uw goddelijken Zoon nu weder ijveriger diene en Hem getrouw blijve tot den laatsten ademtocht mijns levens. Amen.

-ocr page 594-

186

GEBED met vollen aflaat

als men het na de heilige Communie voor een kruisbeeld bidt.

Zie, mij hier o goede en allerzoetste Jezus; voor uw heilig aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder en smeek U met den grootsten aandrang mijner ziel, levendige gevoelens van Geloof, Hoop en Liefde, van waarachtig berouw over mijne zonden met een vast voornemen mij daarvan te bsteren, in mijn hart te willen drukken, terwijl ik met groote liefde en droefheid uwe HH. vijf wonden in den geest beschouw, en mij voor oogen stel wat de Profeet David reeds van U, o goede Jezus, voorzegde : Zij hebben mijne handen en voeten doorboord-, zij hebben al mijne beenderen geteld. (Ps. 21, 17 en 18.)

{Raccolta,\'\\A2.. 154.)

Ziel van Christus, heilig mij,

Lichaam van Christus, maak mij zalig ;

Bloed van Christus, maak mij dronken; Water der zijde van Christus, wasch mij; Lijden van Christus, versterk mij ;

O goede Jezus, verhoor mij ;

-ocr page 595-

187

Binnen uwe wonden, verberg mij,

Laat niet toe dat ik van TJ gescheiden worde;

Tegen den boozen vijand, bescherm mij;

In het uur van mijnen dood roep mij ;

En beveel mij tot U te komen,

Opdat ik U met uwe. heiligen love ;

Door de eeuwen der eeuwen. Amen.

(300 dagen aflaat. Pius IX, 9 Januarij 1854.)

Schietgebeden met aflaat.

Jezus, mijn God! ü bemin ik bovenal.

(50 dagen. Pius IX, 7 Mei 1854.)

Zoetste Jezus! wil mij geen rechter zijn, maar een Zaligmaker.

(50 dagen. Pius IX, 29 November 1853.) Ieder oogenblik zij het allerheiligst en allergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

(100 dagen. Pius VII, 30 Junij 1818.)

{Raccolta, blz. 109, 77, 76 en 113.)

-ocr page 596-

Gebeden voor de stervenden.

Bij het ontvangen der heilige Sacramenten.

Voor de heilige Biecht.

G-oede Grod en Vader! Heb dank dat Gij mij nu noch tijd en gelegenheid geeft om de heilige Sacramenten der stervenden te ontvangen. O ik wil dit met allen ijver en de meest mogelijke godsvrucht doen. Verleen mij daai-toe uwe genade, zoodat ik, door het ontvangen dezer heilige Sacramenten, met U volkomen verzoend, in het ware katholieke geloof en in de liefde tot U gesterkt en voor den laatsten strijd goed voorbereid worde. Laat mij daardoor in waarheid ondervinden, dat deze heilige Sacramenten de beste en de krachtigste troostmiddelen van onzen heiligen godsdienst zijn.

In de eerste plaats wil ik nu, door uwen heiligen Geest verlicht, den toestand van mijn geweten ernstig nagaan en onderzoeken. In de bitterheid der ziel wil ik al de jaren mijns levens doorloopen, om goed te weten waarin en hoe ik tegen U gezondigd heb — door de overtredingen van uwe heilige

-ocr page 597-

189

geboden. .. van de geboden der heilige Kerk . . ..; door verwaarloozing van de plichten van mijn staat... door nalatigheid in het goede, dat ik zou hebben kunnen doen....

O Vader in den hemel! Vader der barmhartigheid! wees mij genadig. Oprecht en van ganscher harte heb ik berouw over al de zonden^ die ik in mijn leven begaan heb. Verwerp mij niet van uw aangezicht! neem mij barmhartig aan, gelijk Gij den verlorenen, maar berouwvollen Zoon en de boetvaardige zondares Magdalena hebt aangenomen.

Vader, tegen wien ik gezondigd heb, vergeef mij ter wille van uw Zoon Jezus, die ook voor mij aan het kruis gestorven is; zijn kostbaar bloed roept ook voor mij om ontferming en genade! Gij wilt immers den dood van den zondaar niet, maar alleen dat hij zich bekeere en leve.

Op deze uwe barmhartigheid en op de oneindige verdiensten van Jezus, uw godde-lijken Zoon, vertrouwende, wil ik nu mijne zonden rouwmoedig en oprecht aan uwen priester belijden; ik hoop dat hij mij daarvan in uw naam zal ontbinden.

-ocr page 598-

190

Na de Biecht en voor de heilige Communie.

Mijn Grod en mijn Vader! Hoe kan ik U genoeg bedanken voor de ontvangen genade ? Nu hebt Gij mij vol ontferming mijne zonden vergeven; U zij daarvoor lof en eer.

Geloofd zij Jezus Christus, onze goddelijke Verlosser; Hij heeft mij genade betoond; door Hem mag ik weder hopen in den hemel te zullen komen.

Mocht ik toch de nu ontvangen genade tot het laatste oogenblik mijns levens mij ten nutte maken; zoo namelijk dat ik uit liefde tot U, o mijn God, en tot boete voor mijne zonden, al de smarten en al het lijden, dat Gij mij noch zult toezenden, geduldig moge verdragen.

Maar uwe goedheid gaat nog verder. Gij wilt mij nu ook nog met uw allerheiligst vleesch en bloed spijzigen. Gij zelf, als waarachtig God en mensch wilt, door het allerheiligste Sacrament, mijne teerspijs zijn voor de zoo hoogst gewichtige reis naar de eeuwigheid.

O Jezus! ik geloof al wat Gij gezegd hebt; ik geloof in het bijzonder, dat Gij in de heilige hostie waarachtig en wezenlijk tegenwoor-

-ocr page 599-

191

dig zijt, als levende Grod en menscli. Ik lioop ook, dat Grij mij alles zult geven wat Gij beloofd hebt — uwe genade en het eeuwige leven. Kon ik U maar oprecht van harte liefhebben — boven al en uit al mijne krachten! Gij zijt toch, mijn God, mijn beste Vaderen Verlosser — Gij zijt het hoogste goed, alle liefde oneindig waardig.

Ik ben wel niet waardig, Heer, om TI den oneindig grooten God in mijn ellendig en zondig hart te ontvangen. Kom dan, geliefde Zaligmaker, hom en versterk mijne versmachtende ziel!

Na de heilige Communie.

Geloofd en aangebeden zij Jezus Christus, de Zoon Gods, die nu waarachtig en wezenlijk tot mij gekomen is, en mij met zijn allerheiligst vleesch gespijzigd en met zijn kostbaar bloed verkwikt heeft.

O Jezus, mijn Heer en mijn God! ik, dank U van ganscher harte voor uw genadevol bezoek. Wat kan ik nu vreezen dewijl Gij bij mij zijt? Gij zijt mijn almachtige beschermer, de beste trooster in eiken nobd , mijn ge-trouwste vriend in leven en sterven.

-ocr page 600-

192

Nu roep ik met uwe discipelen rechtzinnig uit; 0 Heer, blijf bij mij met uwe genade, met uwe goddelijke bescherming. Ter wille van uw eigen doodstrijd, bid ik, sta mij nu bij in de ure van mijn lijden en van mijn naderend verscheiden. Reeds nu verberg ik mijne arme ziel in uw allerheiligst Hart. Daar wil ik de nog overige dagen mijns levens doorbrengen; daar wil ik ook, als Grij het zult willen, sterven. Mijne laatste woorden zullen dan zijn: Jezus, voor U sterf ik! Jezus, in uwe handen beveel ik mijn geest!

Voer het ontvangen van het heilig Oliesel.

Goddelijke Zaligmaker! in uwe groote liefde tot ons menschen hebt Gij ook het heilig Sacrament des j\'Oliesels ingesteld, opdat wij in gevaarlijke ziekten, de vergeving onzer zonden, verlichting van lichamelijke smarten, en kracht en sterkte in den doodstrijd zouden verkrijgen. Om aan deze zoo groote genade deelachtig te worden, wil ik nu dit heilig Sacrament ontvangen. Ik wensch en verlang het zóó te ontvangen als U welgevallig is, met een nieuw berouw overal mijne zonden, en met een vast vertrouwen op uwe oneindige barmhartigheid.

-ocr page 601-

193

Gelief, o liefdevolle Zaligmaker, nu datgene in mij uit te werken, waartoe gij dit kostbaar genademiddel hebt ingesteld. Verlicht mijne ziekte, al mijne moeielijkheden en smarten. Als het tot uwe eer en tot mijne zaligheid strekt, maak mij mij dan weder gezond; zoo niet, geef mij dan geduld en standvastigheid in het lijden.

Vergeef mij, o Heer, door de zalving met de heilige olie en door uwe overvloedige barmhartigheid, wat ik door woorden en werken, en in het bijzonder door het slecht gebruik mijner vijf zintuigen gezondigd heb. Moge mijne ziel alzoo geheel gereinigd en in uwe genade tot den aanstaanden doodstrijd versterkt worden!

Na het heilig Oliesel.

Ik heb nu, o mijn Jezus, het heilig Sacrament der stervenden tot troost mijner ziel ontvangen. Wees daarvoor duizendmaal geloofd en geprezen!

O God, die den dood des zondaars niet wilt, maar hem liefderijk on1 vangt en hem met vaderlijke goedheid vergeeft, verleen mij genadig, dat het ontvangen van het heilig

-ocr page 602-

194

Oliesel mij diene tot vergiffanis mijner zonden en tot het verkrijgen der eeuwige zaligheid.

0 Jezus, mijn Heer en mijn God! hlijf steeds bij mij en bewaar mij door uwe machtige bescherming, opdat ik nooit bezwijke voor de aanvallen van den booze, en door geen zonde meer van U gescheiden worde.

Zegen mij, o Vader in den hemel! Genees mij, o eeniggeboren Zoon Gods! Verlicht mij, o heilige Geest! o allerheiligste Drievuldigheid, bewaar en versterk mij ten eeuwigen leven. Amen.

Laatste verzuchtingen voor een stervende.

(Deze verzuchtingen moeten den stervende langzaam worden voorgebeden j bij elk gedachten-streepje zal men eene pauze maken.)

God de Vader — die mij geschapen hebt — in uwe handen — beveel ik mijn geest.

Jezus, God de Zoon — die mij verlost hebt — ontferm U mijner — volgens uwe groote barmhartigheid.

God de heilige Geest — die mij geheiligd hebt — zuiver — en heilig mijne ziel.

-ocr page 603-

195

Eeuwige — heilige — drieëenige God, — onfeilbare waarheid, — ik geloof in U — ik hoop op U, oneindig beminnenswaardige God—allerhoogste Groed — ik bemin U — van ganscher harte; — dat ik U nog meer — en veel inniger beminnen kon !

Vader — uw wil geschiede ! — ik wil sternen, — gelijk Gij het wilt.

Barmhartige God, — wees ook mij barmhartig, — vergeef mij — al mijne zonden.

Gekruisigde Verlosser — mijn Heer en mijn God! — ik kus uwe heilige wonden; — in haar verberg ik — mijne arme ziel,

Jezus — voor U leef ik — voor U sterf ik

O Jezus! — wees nu voor mij — een genadige rechter ; — oordeel mij — niet naar mijne zonden — maar naar uwe barmliar-tigbeid.

Mijn God — mijn Schepper — Gij die mij het leven hebt gegeven — neem bet nu aan — als een U welgevallig offer.

0 Jezus! — met uw doodsangst — vereenig ik den mijne — met uwe laatste verzuchtingen— de mijne.

Maria, Moeder van Jezus — Mijne moeder ! — bid nu voor mij — neem mij in uwe moederlijke bescherming.

-ocr page 604-

196

Maria! — richt nu uwe barmaartige blikken op mij: — toon mij Jezus — de gezegende vrucht uws lichaams.

Heilige Joseph — H. Vader Benedictus — H. Barbara — bijzondere beschermheiligen der stervenden — bidt nu voor mij.

Heilige Engelbewaarder — bescherm mij nu — help mij nu — en geleid mij weldra — naar den hemel — bij al de engelen — en al de heiligen.

Jezus — Maria — Joseph! — in uwe handen — beveel ik mijne ziel.

O Jezus — voor U leef ik — voor U sterf ik.

O Jezus! — A\'erlos mij — wees mij genadig!

Jezus—en Maria—Jezus—Jezus—Jezus !

Ontferm U mijner — o Grod — naar uwe groote barmhartigheid.

In U geloof ik — drieë enige God;—op TJ hoop ik;—-ik bemin U bovenal.

Vader in den hemel ■— ontferm U mijner — ter wille van Jezus — uw Zoon!

Op de verdiensten van uw lijden — hoop ik — o Jezïis!

Ik geloof — dat Gij zijt de Christus — de Zoon van den levenden God — die in deze wereld gekomen is — om ons te verlossen.

-ocr page 605-

197

Op U hoop ik — Heer. — Laat mij niet beschaamd worden!

Heer — blijf bij mij — liet zal avond worden— quot;Weldra breekt een nieuwe dag voor mij aan.

Gij zijt mijne hoop — en zult mijn erfdeel worden — in bet land der levenden.

Ik weet — dat mijn Verlosser leeft — en dat ik zal verrijzen.

Waarom zijt gij bedroefd — mijne ziel? — hoop op God!

God — help mij! — Gij zijt mijne kraclit — U wil ik beminnen — Heer ; — want gij zijt mijn toevlucht — mijn beschermer — mijn redder.

In mijne bedruktheid — roep ik tot U — Heer! — Wees mij genadig.

Wat zal mij scheiden — van de liefde van Jezus? — Gij weet Heer — dat ik U liefheb!

Gij zijt — de God mijns harten — en mijn Verlosser — in eeuwigheid.

Vergeef mij — o God — mijne zonden.

Vader — ik heb gezondigd — tegen den hemel — en tegen U.

Wees getroost — mijne ziel — de Heer is barmhartig — en vol liefde.

-ocr page 606-

198

Mijn hart is bereid — o Heer — mijn hart is bereid!

Mijn verlangen is — bij U te zijn — o Jezus.

In eeuwigheid — zal ik uwe barmhartigheid loven.

O Jezus — blijf bij mij — in mijn laatsten strijd I

O God — wees mij — armen zondaar — genadig!

Heilige Maria — bid voor mij — bij uw Zoon !

Heilige Engelbewaarder — sta mij bij ! — kom mij te gemoet — heilige engel!

O mijne ziel — verheug U Tweldra zult gij uw Verlosser zien.

O Jezus — voor U leef ik! — o Jezus — voor U sterf ikl — o Jezus — ü behoor ik toe — in dood en leven 1

Vader in uwe handen — beveel ik — mijn geest! -

O Jezus — Davids\' Zoon ontferm TJ mijner!

O Jezus — mijn gekruisigde Verlosser— kom mij te hulp — en laat uw heilig bloed — voor mij niet verloren gaan.

O Jezus — troost van allen — die in tl gelooven — op U hopen — U beminnen — ontferm U mijner!

-ocr page 607-

199

O Jezus — ik verlang — ontbonden te worden — en met U te zijn!

O Jezus — roep mijne ziel — in het land der levenden!

O liemelscho Vader —in uwe handen — beveel ik mijn geest!

O heilige Drievuldigheid — één God — wees mij, armen zondaar, — genadig.

O Jezus — treed niet in het oordeel — met uw kn?cht — die zich voor U — niet kan rechtvaardigen!

O God — ontferm U mijner — nu het nog tijd — van ontferming is!

O heilige Geest — trooster van al de ge-loovigen — versterk mij — bij mijn verscheiden !

O almachtige God — Hoer van leven en dood — red mijne ziel — uit het gevaar — van den eeuwigen dood!

O heilige — sterke — onsterfelijke God — ontferm TI mijner!

Hemelsclie Vader — wees mij genadig — door uw Zoon Jezus Christus!

O Jezus — door uw lijden en sterven — red mijn ziel — van den eeuwigen dood!

O Jezus — bevrijd mij — uit de macht — van den boozen vijand!

-ocr page 608-

200

O Jezus — ik bid U — door de scheiding uwer ziel — begeleid mijne ziel — in het eeuwige leven.

O Jezus — laat ik mij nooit van U schei-beveel mij tot U te komen — uw heilig lijden versterke mij!

O Heer — handel met mij volgens uw heiligen wil — en laat mijn geest — in vrede heengaan!

O mijn God — mijne barmhartigheid — en toevlucht! — K aar ü verlang ik — tot U snel ik — als tot de bron — van alle goed. — Zie genadig — op mij neer — en verleen mij — dat ik ruste in vrede 1

Tot U keer ik mij — mijn Zaligmaker! Keer U ook tot mij — mijn eenige hoop! — Ontruk mijne ziel — uit de gevangenis des lichaams — en maak mij zalig!

O afgrond der ontfermingen — TJ roep ik aan uit den afgrond mijner ellende — neem mijn geest aan — dien uwe handen geschapen hebben!

O Jezus — door uw lijden aan het kruis — waaraan Gij uwe armen zoo liefdevol uitstrekt— ontferm U mijner!

O Maria — gij poort der barmhartigheid! —

-ocr page 609-

201

door U — wil ik het eeuwige leven binnengaan. — Gij zijt — na God — mijne zoetste hoop.

O Moeder der sclioone liefde — en der heilige hoop! — Uw geliefde Zoon — is gekomen — om te zoeken — wat verloren was — vergeet mij — armen zondaar niet — die — in de grootste smarten mijns harten — tot u roep.

Ontferm U mijner — o God — volgens uwe groote barmhartigheid — en naar de menigte uwer ontfermingen — delg mijne misdaad uit!

Neem mij op tot U — o mijn God! — Mijn hart is bereid — o ja — bereid is mijn hart.

Gaat heen — belsche geesten! — God is mijn helper — en de beschermer — mijner taligheid.

O God mijner zaligheid!—Ik bid slechts ■om ééne genade — dat ik in uw huis wonen — en daar uw aanschijn aanschouwen moge.

O Heer — voer mijne ziel — uit deze gevangenschap — des lichaams — opdat ik eeuwig uw lof moge zingen! \'

O Jezus — ik lijd geweld — sta mij bij — «en red mij!

-ocr page 610-

202

O Maria — Moeder der barmHartiglieid — sta mij bij — in dezen strijd!

Jezus — Maria — Joseph! — U beveel ik

— voor eeuwig — mijn lichaam — en mijne ziel — Jezus — Maria — Joseph!

O Jezus—mijne liefde! — Gij zijt, de troost mijns harten. — O leven mijner ziel — mijn eeuwig goed — ontferm U mijner.

O Jezus — verkeer — door uw allerheiligsten naam — mijn bedruktheid en droefenis

— in vreugde!

Neig uw , oor — o Heer — tot mij — en verhoor de stem mijner smeeking!

O Jezus — goede Zaligmaker— genees mij

— in uw naam — en ik zal genezen worden! O Jezus ! tot uw zoetsten naam — en tot

uw genadetroon — het heilige kruis — wil ik mijn toevlucht nemen — en daarbij wil ik staan—ouwrikbaar in het geloof—vurig in de liefde —; getroost en vreugdevol in de hoop.

O Jezus — licht, dat alle menschen verlicht! Verlicht mijne oogen — en ontvlam mijn hart — met uwe heilige liefde — opdat ik niet in den eeuwigen dood ontslape!

-ocr page 611-

203

O Jezus — waarachtig licht der wereld — glans des eeuwigen Vaders — Zon der rechtvaardigheid! — Verdrijf uit mij — alle duisternis des boozen — en maak mijne ziel — rechtvaardig voor TJ!

O Jezus — mijne kracht, rots mijner zaligheid — geef mij sterkte — om met geduld te lijden — standvastig te strijden —■ en eindelijk te zegepralen — over zonde — dood — en hel!

O Jezus — mijne verrijzenis — en mijn leven — sta mij bij — in mijn uiteinde — en neem mij genadig •— tot U — in het eeuwige leven. — Amen.

Zegen over een stervende.

Zegene u God f de Vader, die alle dingen geschapen en u het leven gegeven heelt. In zijne handen beveel ik uwen geest.

Zegene u God f de Zoon, die u door zijn kostbaar bloed en zijn dood aan het kruis verlost heeft! In zijne heilige wonden verberg ik uwe ziel.

Zegene u God f de Heilige Geest, die u in den heiligen doop geheiligd heeft! In zijne liefde beveel ik u en uw verscheiden.

-ocr page 612-

204

De almaclit des Vaders beware u 1 de wijslieid des Zoons regeere u! De genade des Heiligen Geestes versterke U.

De allerheiligste Drievuldigheid bescher-me u en geleide uwe ziel ten eeuwigen leven !

Bij het besprenkelen met wijwater.

Door de kracht van dit gezegend water» zuivere u de almachtige God van al uwe zonden. Het bescherme u tegen alle lagen van den boozen vijand, en beware u in alle goed. _____

Bij het overhandigen van het heilig kruis.

Zie het kruis des Heeren. Door de oneindige verdiensten van zijn kruisdood, bevrijde u Jezus Christus van alle kwaad, en late u genade vinden voor zijn oordeel.

Bij het overhandigen van de sterfkaars

Jezus Christus, het eeuwige licht — dat alle menschen verlicht — zij nu uw licht in den nacht van het sterfuur! Hij bewaren in het licht van het ware geloof, opdat gij in dit geloof hem met vreugde moogt te ge moet gaan.

-ocr page 613-

205

Aanbeveling van een stervende.

Ga dan heen, Christen ziel! uit deze wereld — in den naam van den Drieëenigen God, den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest.

De allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria moge u afhalen en begeleiden; al de heilige engelen en aartsengelen, de heilige aartsvaders en profeten, de heilige apostelen en martelaren, de heilige belijders en maagden, met al de zaligen en uitverkorenen des hemels, mogen utegemoet komen!

Moogt gij heden nog in het huis des vredes worden opgenomen! Heden nog zij uwe woning in het huis van uw hemelschen Vader, en van Christus, uwgoddelijken Verlosser!

Door de oneindige verdiensten van Jezus Christus, door de liefde en de voorbede der allerzaligste Maagd Maria en al de heiligen, zij God U genadig en barmhartig!

O goede God! Zie thans genadig op dezen uwen dienaar (deze uwe dienares) neder en bevrijd hem (haar) uit den bitteren doodstrijd.

Wij bevelen U Heer, deze scheidende ziel aan. Gij zijt voor haar op de aarde nederge-

-ocr page 614-

206

daald, hebt voor haar geleden en zijt voor haar aan het kruis gestorven; neem haar nu genadig aan!

Erken, o God, uw schepsel, dat niet door vreemde, goden maar door U, den levenden en alleen waren Grod, is geschapen.

Goddelijke Verlosser! met aandrang hidden wij U, bewijs nu aan uw dienaar (uwe dienares) uwe barmhartigheid. Neem hem (haar) genadig aan, opdat hij (zij) U in uwe heerlijkheid eeuwig aanschouwen en loven moge.

Eenige gebeden voor stervenden die buiten kennis zijn.

1.

Almachtige , eeuwige God, hemelsche Vader! Gij, die alleen leven en dood in uwe handen hebt, zie, hier ligt een arme zieke in den grootsten nood en worstelt met deu dood. Hij behoort tot uwe kinderen; Gij hebt hem door den heiligen Doop in het verbond uwer genade aangenomen, en tot uw erfgenaam en mede-erfgenaam van Christus gemaakt; hij van zijn kant, heeft U tot hiertoe als zijn liefdevollen Vader erkend en aangebeden, al zijn vertrouwen op TJ gesteld, en de middelen gebruikt, waardoor

-ocr page 615-

207

uwe kinderen in het verbond der genade bevestigd, of wanneer zij daarvan zijn afgeweken, weder opgenomen worden.

Vader, verleen aan dezen zieke, die onze vertroostingen en ons gebed niet hoort, de noodige sterkte en kracht tegen alle aanvallen van de onde slang. Zie in uwe barm-bartigheid met genadige oogen op hem neder, en verlaat hem niet in dezen nood.

Wij dragen U hem op met lichaam en ziel; gedenk, dat hij naar uw goddelijk beeld geschapen is, en dat uw heilige naam over hem is aangeroepen. Laat dengene niet verloren gaan, dien uw lieve Zoon Jezus Christus met zijn dierbaar bloed zoo duur gekocht heeft. Neem zijne ziel in uwe handen, Heer, en geleid haar bij haai\' tocht naar het eeuwig erfdeel, dat Gij aan uwe kinderen in den hemel bereid hebt.

Vergeef hem al zijne overtredingen, waarmede hij ooit uwe goddelijke majesteit be-leedigd heeft, opdat zij hem, bij zijn verscheiden, niet met schrik vervullen. Verwijder ook van hem den Satan opdat, hij niet in dezen nood het geweten des stervenden met de zonden bezware, waarvoor uw lieve Zoon

-ocr page 616-

208

Jezus Christus den bitteren dood ondergaan en overvloedige voldoening heeft gegeven ,

Laat den zieke in geen bekoring vallen) maar steun en behoud hem met uwe genade, opdat hij noch door de pijnen der ziekte, noch door den doodsangst, noch door de schrikbeelden van zijne vroegere zonden, noch door de list of het geweld van den Satan, zich van U moge laten verwijderen.

Verlos hem weldra uit dezen kommervollen en angstigen toestand, van het zware juk der sterfelijkheid, waarmede hij nu beladen is, en moge zijne ziel aan uwe barmhartigheid aanbevolen worden door uwen allerliefsten Zoon Jezus Christus, die met U en den Heiligen Geest, als één God, leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

2.

Jezus, onze Zaligmaker, onze Verlosser, die voor ons menschen geleden hebt en gestorven zijt, wij bidden U door uw bitter lijden en sterven, dezen uwen lijdenden en stervenden dienaar met uwe goddelijke genade bij te staan, opdat hij uwe lijdzaamheid en standvastigheid navol ge. Verlicht zijn lijden en sterven; verlos en bevrijd zijne

-ocr page 617-

209

ziel toch spoedig van al de kwalen des doods. Versterk en vertroost hem, opdat hij tot het einde toe opUblijve vertrouwen; en neem hem dan, als hij zijn leven volbracht heeft, op in het rijk uwer heerlijkheid. Gij, die leeft en heerscht met den Vader in de eenheid des Heiligen Geestes van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

3.

Almachtige Heer en God! Gedenk uwe barmhartigheid, welke Gij reeds zoo dikwijls aan bedrukte en bedroefde harten getoond hebt, en laat uw dienaar (dienares) eindelijk in vrede gaan. Zie den grooten, dringenden nood en angst, waarin zijne (hare) ziel tot hiertoe zoo hartelijk tot U heeft verzucht, en laat hem (haar) toch eindelijk ondervinden, wat hij (zij) tot hiertoe met zoo menige zware zucht gezocht heeft, namelijk een zalig verscheiden uit dit sterfelijk ligchaam tot U, den eeuwigen God, haar Schepper, Verlosser en Zaligmaker, opdat hij (zij) U met alle uitverkorenen prijze en love in eeuwigheid. Amen.

Help uw dienaar (uwe dienares), o Heer, en sta hem (haar) bij volgens uwe barmhartigheid 1 Keer uw aanschijn niet van hem (haar) af;

14

-ocr page 618-

210

verstoot uw dienaar (dienares) niet in toorn!

Geleid zijne (hare) ziel uit de gevangenis, opdat hij (zij) uw naamprijze!

Heer, zend hem (haar) hulp uit uwe heilige woning en versterk hem (haar) uit Sion!

Wees hem (haar) een sterken toren, tegen zijne (hare) vijanden!

Verwerp hem (haar) niet van uw aangezicht, en neem uw Heiligen Geest niet van hem! (haar).

Help hem, (haar) God onze redder, ter wille van de eer uws naams; verlos hem (haar) en vergeef zijne (hare) zonden !

Heer, betoon hem (haar) uwe barmhartigheid, en geef hem (haar) uwe zaligheid !

Heer, verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.

Gebed.

Almachtige, eeuwige God, die aan hen, die in gevaar en nood versmachten, uwe hulp betoont, wij bidden ootmoedig uwe Majesteit, dat Gij uwen heiligen engel van den hemel gelieft te zenden om uw dienaar (dr\'enares) in dezen angst en bedruktheid te troosten en op te beuren, opdat hij (zij) nu hulp van U verkrijge in zijn (haar) grooten nood, en weldra getroost moge worden in eeuwigheid.

-ocr page 619-

211

Na het overlijden.

Komt deze ziel te hulp, gij Heiligen Gods! Komt haar te gemoet, gij engelen des Hee-renl neemt haar op en brengt haar voor het aanschijn des Allerhoogsten.

Jezus Christus, die U tot het heilig geloof geroepen en nu uit dit leven opgeeischt heeft — moge U in zijne barmhartigheid aannemen, en dat de heilige engelen U brengen in Abrahams schoot — in de vreugde der eeuwige zaligheid bij den Vader in den hemel en bij zijne heiligen en uitverkorenen.

Heer, geef hem (haar) de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hem (haar). Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer !

Onze Vader, enz.

V. En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade.

V. Van de poorten der hel.

R. Verlos. Heer, zijne (hare) ziel.

V. Hij (zij) ruste in vrede.

R. Amen,

V. Heer, verhoor ons gebed.

R. En dat ons geroep tot U kome.

-ocr page 620-

212

Laat ons bidden.

Heer God, wij bevelen TJ de ziel uws dienaars (uwer dienares N.) aan, opdat hij (zij), na van deze wereld te zijn afgestorven, voor U leve, en wisch door uwe barmhartige goedheid de zonden uit, welke hij (zij) door men-schelijke zwakheid in het leven bedreven heeft: door Christus, onzen Heer. Amen. V. Heer, geef hem (haar) de eeuwige rust. R, En dat het eeuwige licht hem (haar)

verlichte.

V. Dat hij (zij) ruste in vrede.

R. Amen.

Ander gebed.

Almachtige, eeuwige God! Aan uw wil kan niets weerstaan; Gij zijt de Heer over leven en dood — zoo even hebt gij uw wil volbracht aan den afgestorvenen broeder (zuster); smartelijk bloedt de wonde, welke Gij ons door zijn (haar) dood geslagen hebt; wij hadden hem (haar) zoo innig lief, en daarom is zijn (haar) verlies voor ons zoo hard. Maar wij gelooven aan uwe wijsheid en Voorzienigheid, en weten wij immers, dat ook deze wond, die wij zoo smartelijk gevoelen, tot ons eeuwig heil strekt, evenals

-ocr page 621-

213

wij met vertrouwen hopen, dat Grij onzen broeder (zuster) tot U in uw rijk zult opnemen en daar aan uwe zalige aanschouwing deelachtig maken. Wij aanbidden daarom uwe almacht en wijsheid, en smeeken voor de afgestorvene ziel genade en ontferming. Door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

Driemaal Onze Vader. Wees gegroet.

Heer, geef hem (haar) de eeuwige rust. enz. Men besprenkele het lijk met wijwater en bidde ; Met den hemelschen dauw besproeie uwe ziel — God f de Vader, de Zoon en de Heilige Geest! Amen.

EINDE.

-ocr page 622-

quot; \' • II\'

INHOUD.

TWEEDE GEDEELTE.

GEBEDEN.

BLADZ.

Morgengebeden.....• • • 1

Gebed tot de heilige Moeder Gods. . 2

Oefenig der drie goddelijke deugden. 3

Overeenkomst met God..........3

Gebed tot den Engelbewaarder. . . 4

Avondgebed....................B

Gebed tot de H. Moeder Gods Maria. 6

Oefening van berouw............6

Gebed tot den H. Engelbewaarder. . 7

Ander morgengebed..............8

Morgengebeden na een slapeloozen

nacht.......... . 11

Gebeden tot bemoediging enz. gedurende den dag.........15

-ocr page 623-

1. Dagelijksche onderwerping aan Grod, 15

2. Dagelijksche opoffering van zijn lijden...........16

3. Goede meening voor den geheelen

dag............18

Schietgebeden.........19

Opwekkingen als men het kruis kust. 20 Opwekkingen en gebeden tot den gekruisigden Jezus.......22

Onderhoud tusschen de ziel van den

zieke en den gekruisigden Jezus. . 25 Godvruchtige oefeningen voor een

zieke...........33

Aanbidding van God.......33

Dankzegging.........33

Bede om vergiffenis......34

Afschuw voor de zonde. .... 35

Toevlucht tot God.......35

Overgeving en onderwerping. ... 35

Vreugde in God........36

Liefde tot God........36

Verlangen naar God. 37 Overwegingen en gebeden voor de 24 uren van het bittere lijden en sterven van Jezus Christus. .... 37

Uurgebed. ..........44

Opoffering voor elk uur......44

Ander uurwerk voor lijdenden. . . 45 Vijf bijzondere gebeden tot de heilige

vijf wonden.........51

Verzuchting van den zieke tot God om hulp en ontferming.......61

-ocr page 624-

Schietgebeden voor lijdenden. ... 65 Verzuchtingen tot de heilige Moeder

Grods Maria.........66

Heilig verlangen naar het hemelsch

vaderland..........68

Verscheidene gelegenheden welke men zich ten nntte kan maken om den

zieke met Grod vereenigd te houden. 72

Bij het bezoeken van den geneesheer. . 72

Bij het zien der geneesmiddelen. . . 73

De ziekekamer.........74

Het ziekbed..........74

Als de zieke van pijn niet kan liggen, enz..........75

De nacht...........75

Het nachtlicht.........76

Het uurwerk.........76

Het haangekraai...........77

De spiegel. • • ,.......77

De rozenkrans.........78

Het ziekenbezoek........78

Bij het wassehen van aangezicht en

handen......................78

Als de zon in de ziekekamer schijnt. 79

Als men de maan en de sterren ziet. 79

Als men bloemen ziet......79

Verscheidene gebeden welke den zieke

kunnen worden voorgelezen. ... 80

Gebed om de gezondheid te herkrijgen. 80

Gebed om geduld. . ......81

Gebed om standvastigheid.....82

-ocr page 625-

Overgeving aan Gods wil.....84

Dankzegging.........86

Vertrouwen op Jezus en ziin gezegende

Moeder...........87

Gebed om een zalig sterfuur. ... 90 Gebed tot Jezus, Maria en Joseph om

een zalig sterfuur.......92

Gebeden voor zieken van onderscheidene levensstaten. ...... 94

Gebed van een ziek kind.....94

Gebed van een jeugdigen zieke. . . 96

Gebed van eene zieke dienstbode. . 97

Gebed van zieke ouders.....99

Gebed van een zieken rijke. . . . 101

Gebed van een zieken arme. . . . 102

Gebed van een ziek weeskind. . . 104

Gebed van eene zieke weduwe. . . 106

Gebed van een zieken grijsaai\'d. .. 107

Het Onze Vader der zieken.....109

Het Wees gegroet voor zieken. . . 115 Vijf toespraken tot den lijdenden Verlosser...........117

1. Jezus op den Olijfberg.....117

2. Jezus bij de smartelijke geeseling. 118

3. Jezus met de doornekroon. . . . 119

4. Jezus met het kruis......120

5. Jezus aan het kruis......121

Gebeden tot het allerheiligst Hart van

J ezus...........122

Gebed tot het heiligste Hart van Maria. 124

Gebeden van den heiligen rozenkrans. 127

-ocr page 626-

Vereering der zeven weeën van Maria. 134 Gebeden ter eere van de heilige veer tien helpers in den nood, voor eiken

dag der week........139

Verscheidene oefeningen van deugd. 144

Schietgebeden.........147

Geestelijk Testament......149

Avondgebeden.........152

1. Na een kalmen dag......152

2. Na een dag van lijden.....155

3. Laatste gedachten voor dat men inslaapt...........158

4. Troostende gedachten in slapelooze nachten...........159

Misgebeden.

1. Ter vereering van het bitter lijden

van Jezus Christus......161

2. Om te huis te gebruiken. . . . 169

Biechtgebeden.........174

Gebeden voor de H. Communie. . . 179

Gebeden na de H. Communie. . . 183

Gebed met vollen aflaat.....186

Gebed; „Ziel van Christusquot; enz. . 186

Schietgebeden met aflaat.....187

Gebeden voor de stervenden bij hei ontvangen der heilige Sacramenten.

Voor de heilige Biecht......188

Na de Biecht en voor de H. Communie. 190

Na de H. Communie.......191

Voor het ontvangen van het H. Oliesel. 192

-ocr page 627-

Na het H. Oliesel........

Laatste verzuchting voor een stervende. Zegen over een stervende. . Aanbeveling van een stervende. Eenige gebeden voor stervenden die

buiten kennis zijn...... .

Na het overly den. . .......

Ander gebed.........

193

194

203

205

206 211 212

-ocr page 628-

ZINSTORENDE DRUKFOUTEN. Eerste deel.

Bladz.

regel onder

staat

3

9

«

Handeligen

22

7

«

moet

26

11

boven

verwachten

82

6

te komen

IO3

3

«

wegdraven

I05

2

«

al wilde

113

7

onder

worden

129

4

drievuldigen

186

1

«

vergeten

193

8

«

deze kruiswoorden

215

7

«

vermolmd

224

4

«

radsbesluiten

235

10

boven

vegeten

238

• 6

onder

vruchten

243

10

«

met en

249

7

boven

keklagen

296

3

aanneemt

346

9

onder

verloopig

lees

Handelingen, moed.

doet verwachten, komen, wegdragen, als wilde, woorden, drieëenigen. vergeven, dit, kruiswoord.

vermorzeld, raadsbesluiten, vergeten, vochten.

met een. beklagen, ontneemt, verlossing.


-ocr page 629-

:-?v\'

fe;f

y\'-y .y \'-!\'\'\'-\' : \\ quot; ^ ; .• a •; iau

, : :■ gt; ; ■ -\';v\' ,,

\' . , ,, v,:: ■ :i.a\' /^v^;

V \' \' ■ , ..,7 -v. gt;

1 ■-ife

: r-v-\' \' ■ v

LrC ■ V ;• . •:■ ■

ii v quot; .-\'v; ■ ./ y-

i \'

, y,., rtt

\' •;?gt; •; tó- \'quot; Vv\'SL ■

, \' • rquot;-, m


■ ; ...... c - £ . C\'

\';■■■ .■gt; ■ ; ■ ■ ■• , ..\'.V

- ;;:\'V

V- v, - \' . ■■ - ■

.-.v ■ \'v-r, :

\'M-

.\'V .\' i-ft,,

■vvn

gt;•; v\'\' ?;

,■■ ■

■ ■ ■■ v

1 - - \'•\'

■ V

V-\' V---\'\'\' \'? .^vv\'-v t \',.1^ ,

/

, l\'

r .p- . ■: ; ;^

quot;K :•

___

... s • i lt;

^• quot;ïv

-ocr page 630-
-ocr page 631-