-ocr page 1-
-ocr page 2-

•êS . w*\' fff

F -1! ■gt;

V, \' ■ v- , «J „

X r-. , ^-C ,gt;f

^ , \'v. • f Jquot; UT

** ^ ,f \'v r

??\'■ lt;

. .^. / A gt;quot; \' W *

\' V- - • .¥

Jf-

-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

O-K*,,, c \' {

-quot;■ •\'■ :.tJ

-ocr page 8-

Memor esto Congreeationis tuas.

Ps. LXXIII 2.

Wees uwer Congregatie gedachtig.

Ps. LXXIlf. 2.

-ocr page 9-

NIEUW HANDBOEKJE ,

\' 4 o ]■

éi9

TEN DIENSTE

DER

COHGRESiHISTEH.

« Wat mij het meeste troost en opbeurt is, dat ik mij in de Congregatie heb laten aannemen.»

(Justus Lipsius) op zijn sterfbed.

W

WKERT,

SNBLPBRSüRUKKBRU VAN EMM. SHEETS.

-ocr page 10-

IMPRIMATUR,

P. J. H. RUSSEL, Can. pcen. el prof, Librorum censor.

Rursemundte, 48 Julii 1886.

-ocr page 11-

VOOUWOOH».

\'lt; Handboekje ten dienste der Congreganisten wordt den leden der Congregatiën onzer parochie in eenigs-zins gewijzigden vorm aangeboden. Een ivoord van loelicliling is daarom noodzakelijk.

Meermalen werd van geachte zyde de wensch uil-gesproken, dat hel handboekje mocht worden hervormd tol een gebedenboek, waarvan de Congreganisten zich ook gedurende de U.H. Diensten in de Kerk met vrucht zouden kunnen bedienen. Om aan dit rechtmatig verlangen te gemoel te komen, werden in deze nieuwe uitgave Uisgebeden, alsmede Communie-en Biechtoeteningen opgenomen.

Daarenboven werden in de vergaderingen der Congregatie oefeningen gehouden, die in hel bestaande handboek in het geheel niet voorkwamen. Dal was klaarblijkelijk eene leemte, die aanvulling vereischte ; en ziedaar, waarom deze schoone oefeningen le gelijk met nog eenige andere gebeden in dit werkje werden overgedrukt.

Een derde verandering heeft betrekking op den sgt;ang. De treffende melodieën der lofliederen waren

-ocr page 12-

aan de jongere leden voor een groot gedeelte onbekend. Men heelt getracht hierin eenige verbetering le brengen door de muziek bij den tekst te voegen.

Dit alles vorderde eene niet onaanzienlijke plaatsruimte en om nu le voorkomen, dat hel formaat al te veel in omvang zoude toenemen, stelde men zich tevreden den beknoplen inhoud der regelen weer te geven, woals die wordt aangetroffen in hel Congregatie - boekje van den eerwaarden Heer Sarton.

Moge de geringe moeite aan dezen arbeid besteed tot nut strekken van de velen onder ons, die zich onder de roemrijke banier hebben geschaard van de vlekkelooze Moedermaagd!

WEERT, Juli 1886,

-ocr page 13-

HOOFDSTUK I

thier de Congregatie, hare regelen en voorrechten, (\\)

§1-

De oorsprong der Congregatiën is gelijk aan die mysterieuse bron, waarvan de Schriftuur spreekt in het boek Esther (c. 11. v. 10). In den beginne slechts bij druppelen opborrelend, was deze bron klein en onbeduidend, maar ontsprong weldra in een rijken straal en groeide aan tot een machtigen stroom, die leven en vruchtbaarheid bracht in provinciën en koninkrijken. Zoo was de tegenwoordige Hootd-Congregatie te Rome met hare talrijke vertakkingen, niet alleen in alle landen van Europa en America, maar ook in Indië, in China, in Japan enz. enz., in den beginne slechts eene eenvoudige bijeenkomst van eonige scholieren uit het Romeinsch College in de hoofdstad der Christen-wereld.

Pater Leonius (van der Leeuw) namelijk, leeraar van een der laagste klassen ia ver-

(I) barton Congregatie - boekje.

-ocr page 14-

6

meld College, verzamelde eiken avond, na schooltijd, eenige leerlingen in zijne leskamer. Daar had hij dan een Lieve Vrouwbeeldje eenvoudig versierd, daar werden dan eenige gebeden gestort, en door een der leerlingen uit een godvruchtig boek iets voorgelezen, terwijl men op Zon- en Feestdagen er ook de Vespers zong. Dit geschiedde in \'t jaar 1563.

Dit is de oorsprong dier beroemde congregatiën, die volgens de getuigenis van den grooten Paus Benedictus XIV ongeloofelijk veel goeds gesticht hebben.

Het volgend jaar was reeds het getal der studenten, die aan die vrome bijeenkomsten deel namen, tot zeventig gestegen. Toen werd er besloten, ten eerste, de kleine ver-eeniging op bijzondere wijze aan Maria toe te wijden, waarom zij voortaan den naam zou dragen van lt; Sodaliteit of Congregatie der Allerheiligste Maagd » ; en ten tweede, eenige regelen samen te stellen, door welke de tijd der bijeenkomsten, de verschillende oefeningen en godvruchtige werken nader bepaald werden. Deze regelen worden nu nog grootendeels in de Congregatiën onderhouden.

De leden der Congregatie verspreidden

-ocr page 15-

7

zulk een geur van heiligheid, dat dagelijks nieuwe studenten zich aangetrokken gevoelden van die keurbende onder Maria\'s bescherming deel te maken. In \'t jaar 1569 ■was het getal leden zóó aangegroeid, dat men zich genoodzaakt zag de Congregatie in tweeën, de Groote en de Kleine te splitsen, en, in 1593 ze zelfs in drieën te ver-deelen: de eerste, de tweede en de derde.

Zoo bloeide de Congregatie, als eene bloem door Maria\'s moederhanden verzorgd, binnen de muren van het Romeinsch College. Ook daar buiten zou zi] weldra bloeien en duizenden door haar hemelschen geur verkwikken.

De Generaal der Societeit van Jesus wendde zich, in 1584 tot Z. H. Paus Gregorius XIII om, door Zijn gezag gemachtigd en door Zijn zegen versterkt, ook op andere plaatsen Congregatiën, gelijk aan de Romeinsche Hootd-Congregatie, op te richten. De Paus, door het voorbeeldig leven der Congreganis-ten getroffen, verleende goedgunstig de machtiging, om in de Colleges of kerken der Societeit, voor de scholieren en tevens voor andere godvruchtige Christenen ééne Congregatie op te richten, die met de Hoofd-Congregatie vereenigd, in alle gunsten aan

-ocr page 16-

deze verleend, zou deelen. Tevens gaf de Paus de volmacht, om regelen en besluiten uit te vaardigen, dir volgens omstandigheden konden gewijzigd worden.

Sixtus V, in 1586 en in 1587 schonk de Congregatiën nieuwe voorrechten, en stond toe cm in alle Colleges of kerken der So-cieteit, zoowel voor de studenten als voor andere christenen zoovele Congregatiën, als men nuttig oordeelde, op te richten. Al deze gunsten werden door Clemens VIII, in 1602 en door Gregorius XV in 1621 bevestigd en uitgebreid. Benedictus XIV droeg der Congregatie, waarvan Hii zelf vroeger een iiverig lid was geweest, een vaderhart toe, door in 1748 « met Apostolische milddadigheid hare voorrechten nog te vermeerderen. »

Eindelijk stond Leo XII, den 7 Maart 1825, goedgunstig toe, dat de Generaal der So-cieteit van Jesus ook congregatiën mocht oprichten en met de Hoofd-Congregatie vereenigen, in die kerken en huizen, welke in geenen deele aan de zorgen van genoemde Societeit zijn toevertrouwd.

Zoo schitterden over de gansche aarde in bonte mengeling talrijke congregatiën, samengesteld uit alle standen der maatschappij,

-ocr page 17-

9

congregatiën van kardinalen, priesters, magistraten, advocaten, geneesheeren, militairen, edelen, burgers, kooplieden, kur stenaars, werklieden, dienstboden, enz. Wat al koningen en vorsten, wat al kardinalen en\' bisschoppen, wat al prinsen en graven, wat al geleerde en beroemde mannen het zich tot eer rekenen, als een nederig kind van Maria, tot hare congregatie te behooren, kan in dit kleine boekje niet worden opgenoemd. (1.)

Godurende de eerste eeuw van het bestaan der Societeit van Jesus, bezat deze meer dan 800 verschillende Colleges en huizen, waarin meer dan 1000 Congregatiën bloeiden. Pater Gregorius Cisnerus richtte alléén meer dan 300 congregatiën op in de Indien.

In de Nederlanden waren de congregatiën van Leuven, Brussel, Mechelen, Antwerpen, Gent, Maastricht, \'s Bosch de beroemdste. Leuven bezat er 6, Antwerpen 10 met meer dan 3000 leden. Mechelen telde, acht dagen na de oprichting eener congregatie 4690, en kort daarna 7000 congreganisten.

In 1864, het jaar na het derde eeuwfeest

(1) Zie hieronder. Histoire abrége\'e (l»*s Congregations de la S. Vierge, par le R. P. Carayon S. J. 1863.

-ocr page 18-

10

■van de oprichting der Hoofd\'Congregatie, waren er 9516 congregatiën met deze Moeder-congregatie vereenigd.

« Het is ongeloofeliik, zoo zeide Paus Be-« nedictus XIV, welk een groot nut perso-€ nen van alle standen der rnaatschappij uit «deze zoo lofielijke instelling getrokken t hebben ;» ongeloofelijk, hoe vele rechtschapen rechtsgeleerden, hoe vele godsdienstige geneesheeren, hoe vele eerlijke kooplieden, hoe vele brave huisvaders en huismoeders, hoe vele kuische jongelingen, hoe vele reine maagden, hoe vele trouwe dienstboden

zii gevormd heeft.

De congregatie moge ons dan ook eene tweede moeder zijn, van wier lippen wi] ware levenswijsheid ontvangen, aan wier hand wij veilig door deze wereld wandelen, en aan wier hart wij den waren vrede vinden.

§2.

Beknopte inhoud van de regelen der Congregatie»

1,

Daar de Allerheiligste Maagd Maria de bjjzondere patrones der Congregatie, en eene

-ocr page 19-

11

uitstek teedere Moeder voor de congre-ganisten is, zoo moeten deze Haar niet alleen op bijzondere wijze vereeren, maar ook door een onberispelijken levenswandel en reinheid van zeden Hare deugden trachten na te volgen. Om de leden der congregatie hierin te helpen, zijn deze regelen opgesteld.

2,

De Congregatie zal bestuurd worden door een bestuurder (directeur), een prefect met behulp en overleg van twee assistenten, waar-bij men een raad zal voegen van twaalf of zes leden, van welke er een de betrekking van Secretaris zal waarnemen. Behalve deze zullen er nog andere bedienaren mogen aangesteld worden.

3,

De nieuwe leden zullen voor hunne aanneming eene generale of gewone biecht (naar \'t oordeel van hun biechtvader) spreken. Allen zullen minstens ééns in de maand tot de HH. Sacramenten naderen, als ook op de tij zonder e feestdagen des Heer en en Zijner H. Moeder; de prefekt, de atsistenten en

-ocr page 20-

12

raadsleden nog dikwijler. Aldus vermanen de regels dor Hoofd-Congregatie.

4.

De Congregatie zal alle Zondagen en geboden feestdagen (1) vergaderen. Den gang dezer vergaderingen zie hierna.

5.

De leden zullen, zooveel mogelijk, dage-ïgks de 11. Mis bijwonen. Des morgenB, behalve hunne gewone gebeden, zullen zij driemaal het Onze Vader en Wee» gegroet, eens het « Ik geloof in God den Vader gt; benevens het Salve Regina bidden ; des avonds, behalve het gewetensonderzoek en andere oefeningen, driemaal het Onze Vader en Wees gegroet en eens den psalm De profundi* bidden tot lafenis der geloovige zielen. (Zie hierna).

(I) In de aanvrage om canonieke oprichting dient vermeld te-worden, hoe dikwijls men Toornemen» is te vergaderen.

-ocr page 21-

6.

TJewijl de leden eener Congregatie tot eene eenigzins hoogere volmaaktheid dan de overige raenschen geroepen zijn, zoo wordt aan allen in het algemeen aanbevolen, dat zij ook een grooteren ijver aan den dag leggen voor de oefeningen van godsvrucht en Christeliike liefde, als zijn : dikwijler te biechten gaan en tot de H. Tafel naderen, het officie der H. Maagd en den Rozenkrans bidden, en andere vrome werken, in zoo ver de omstandigheden van plaats en personen, de plichten van een ieders staat het toelaten.

7.

Die verhinderd is eene vergadering bij te wonen, zal zoo spoedig mogelijk den bestuurder of den prefekt hiervan verwittigen. Om herhaalde afwezigheden (zonder reden) of om andere overtredingen kan iemand de bijeenkomst der Congregatie voor eenigen tijd of voor altgd ontzegd worden.

8.

Is iemand der leden ernstig ziek, dan zul-

-ocr page 22-

14

aller]blt,den\' Ar overleden quot;is^zull allen, zoo mogelijk aan de begrafenisDler

Jgheden en de lijkdienst deel nemen

??nC1® d,er overledenen, en acht dagen ]a

den psalm De profundi» voor hem bidde

Se éénfS^ ^ dat er ^ ^

gelezen worde ^ ^quot;^eerd alta,

9.

De Congreganisten zullen elkander m.

eAI]egn ^ller^rTchTen16\'^6^^ WOrdr

volmaaatheid dagelijks voortgang temaken

S3SSS#rS

gang met slechte oTTichtzinnii \' \' 0mquot;

-ocr page 23-

15

10.

röor

Hen Zoo dikwerf na eene verkiezing, de nieuwe \'ch- prefekt en de overige bedienaren afgekon-het digd worden, zullen de regelen in de Vering gadering voorgelezen of uitgelegd worden.

aar

§3.

Ovef «Ie verleiexing vnn den prefekt («Ie prefekte} en de overige Jtedienaren,

De prefekt en de overige bedienaren zullen minstens ééns in \'tjaar gekozen worden. De directeur, prefekt, assistenten en raadsleden komen daartoe bijeen, en kiezen uit de congreganisten drie leden, die door voorbeeldige deugd boven anderen uitmunten. Deze drie worden dan aan de geheele congregatie voorgesteld ; die de meeste stemmen verkrijgt, wordt benoemd tot prefekt. Die minder stemmen verkrijgen, worden te gelijk met twee anderen, even als voren door den Raad aan te wij zin, aan de keuze der congregatie onderworpen. De twee, die de meeste stemmen op zich vereenigen worden naar het getal stemmen tot eersten en tweeden assistent benoemd. De twee an-

-ocr page 24-

16

deren zjin rechtens leden van den raad. De stemmen worden opgenomen door den directeur en den prefekt. De overige raadsleden ■worden door den Directeur met den prefekt en de assistenten aangewezen, of door de congreganisten met gesloten briefjes bi] meerderheid van stemmen gekozen.

De secretaris, schatbewaarder, koster, portier en andere bedienaren worden door den bestuurder met den prefekt en de assistenten benoemd. Alleen de secretaris moet uit de leden van den Raad genomen worden.

Mocht de prefekt, vóór dat de helft van den tijd zijner bediening verstreken is, overlijden, of door een ander toeval belet worden zijn ambt verder uit te oefenen, dan zal de bestuurder een ander in zijne plaats aanstellen. Hetzelfde zal ook geschieden bij andere openvallende bedieningen.

NB. De bijzondere regelen betreffende den prefekt, de assistenten, de raadsleden, enz. worden kortheidshalve achterwege gelaten : de directeur zal de nieuw gekozen bedienaren nauwkeurig omtrent de verplichtingen van hun ambt inlichten.

-ocr page 25-

AFLATEN.

1.

i

Vergund door de Pausen aan de Hoofd-Congregntie, opgericht onder den titel van Ma-ria-boodschap, in het Romeinsch Collegie, en aan al de Congregatiën, die op deselfde wijze zijn of zullen worden opgericht, mits zij met voornoemde Hoofd-Congregatie wetlig veree-nigd zijn.

VOJLXjK jlFIj.-a.TESI

welke dooi* alle geloovigen van beider geslacht ttunnne verdiend worden.

1. Alle leden eener Congregatie en. andere geloovigen van beider kunne, die geen leden eener Congregatie zijn, indien zij mefc een waar berouw hunne zonden gebiecht en het H. Lichaam des Eleeren ontvangen heb-

-ocr page 26-

18

ben, op den titelfeestdag der Congregatie, te beginnen ir.et de eerste Vespers op den voor-avond, tot den zonne-ondergang des feestdags, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie godvruchtig bezoeken, en aldaar bidden voor het heil en de uitbreiding des Christendoms, voor de uitroeiing der kette-riien, voor den onderlingen en algemeenen vrede des Christenvorsten, en voor het welzijn van den Paus van Rome, of andere gebeden volgens hunne godsvrucht storten, verdienen een vollen aflaat.

2. Indien de Congregatie eeu tweeden titel of patroon heeft, wordt er insgelijks op dezen feestdag een volle aflaat verleend. Zoo de Congregatie dezen titel niet heeft, mag de bestuurder alle jaren, met toelating van den bisschop, een dag naar goedvinden daartoe verkiezen.

3. Deze beide feestdagen mogen ook verzet worden, en dan kan men den bovenge-melden aflaat verdienen op dien dag, waarop de plechtigheid gevierd wordt. In dit geval mag er eene plechtige votiefmis van dit uitgesteld feest worden gehouden, al werd er ook op den vastgestelden dag, in de Kerk een dubbel feest (festum duplex) gevierd.

-ocr page 27-

19

VOLEJE jIFIJATETV,

u-elke alleen door de leden en hedte-

naren der Congregatiën en voor hen, die de/se behulpzaam syn, kunnen verdiend worden*

4. Al wie op den dag, waarop hi] in de Congregatie wordt aangenomen, na met een waar leedwezen gebiecht te hebben, het Allerheiligste Sacrament des Altaars m de kerk der Congregatie of in eene andere kerk zal ontvangen, verdient een vollen aflaat en de kwijtschelding van al zijne zonden.

5. Dezelfde aflaat kan in de ure des doods verdiend worden.

6. De leden eener Congregatie, die met een waar berouw gebiecht hebbende, in dezelfde kerk het H. Lichaam des Heeren nuttigen, kunnen ook een vollen aflaat ver-Henen op de dagen der Geboorte en der Hemelvaart van 0. H. J. Chr. en op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte Boodschap en Hemelvaart van Maria.

7. Ook een vollen aflaat eons in de week, op eea van de dagen wanneer, volgens de regelen en gebruiken der gemelde Hoofd-Congregatie, de brjeenkomstea ge-

-ocr page 28-

20

woonlijk gehouden worden, mits zij niet een waar berouw gebiecht hebben en tot de H. Tafel genaderd zijn, de kerk ot kapel, bidplaats of vergaderplaats hunner eigen Congregatie bezoeken, en aldaar godvruchtig bidden tot de intentie van Z. H. Wanneer nochtans gedurende dezelfde week de leden der Congregatie twee of driemaal vergaderen, zal ieder slechts één van deze dagen naar goedvinden mogen kiezen om den aflaat te verdienen.

8. In de Congregatiën, wier leden gewoon zijn des avonds of op een ander uur na den middag te vergaderen, kan naar verkiezing, op denzelfden of op den volgenden dag, de volle aflaat verdiend worden.

9. De priesters met het bestuur der Congregatie belast, mits zij daartoe van den Bisschop eens voor altijd het verlof gekregen hebben, zoo dikwijls zij de zieke leden of bedienaren der Congregatie bezoeken, hen door geestelijke vermaningen opwekken, hetzij om de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, hetzij oin den dood gewillig van de hand des Heere.n aan te nemen, en hen voor een beeld van den gekruisten Zaligmaker driemaal het Onze Vader en het Wees gegroet volgens de in-

-ocr page 29-

31

zichten van den Paus en van ocze Moeder de H. Kerk doen bidden, kunnen aan deze zieken een vollen aflaat toepassen, oj^ den dag, waarop zji liet Allerheiligste Sacrament ontvangen hebbeu.

10. De volle aflaat, eens in de week vergund, kan tweemaal \'s jaars door de leden der Congregatie verdiend worden, alhoewel zij de bidplaats hunner Congreoatie niet bezoeken, mits zij eene andere kerk bezoeken, waarin zij het Allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, na eene algemeene biecht van geheel hun voorgaande leven, of sedert hunne laatste algemeene biecht gesproken te hebben.

11. Te dezer gelegenheid wordt het gebruik der algemeene biecht aangeprezen, gelijk ook de godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd Maria bijzonder door de Pausen warm wordt aanbevolen.

Daarenboven wordt aan de leden der Congregatie opgelegd, dat zij toch nooit weigeren, \'zich aan den raad en de hevelen van hunne bijzondere bestuurders met een ijverig en en bereidvaardigen ivil te onderwerpen.

-ocr page 30-

22

Ali\'litXEM VAW «KVK* JAKE*,

toegestaan aan de voormelde per-

sonent zoo dihivijts zy een der volgende goede tverken verrichten,

12. Het li)k van een congreganist of van een anderen geloovige naar de begraafplaats vergezellen.

13. Door het luiden der klok gewaarschuwd, dat een geloovige in doodstriid verkeert of sterft, bidden voor de genezing of een zaligen dood van dien zieke, of voor de rust der ziel van dien overledene.

14. Eone openbare of bijzondere godvruchtige bijeenkomst, de goddelijke diensten, geestelijke samenspraken of vermaningen bijwonen.

15. Tegenwoordig zijn bij godsdienstige oefeningen, door de Congregatiën met toestemming van den Bestuurder gehouden, tot lafenis der ziel van een congreganist of van een ander geloovige.

16. Mis hooren op een werkdag.

17. Des avonds, alvorens te gaan slapen, zijn geweten zorgvuldig onderzoeken.

18. Anne zieken, hetzij congregauisten of niet, in gasthuizen of andere huizen be-

-ocr page 31-

23

zoeken.

19. De gevangenen bezoesen.

20. Degenen, die in tweedracht leven, met elkander verzoenen.

VEWtttiAHIWCJ.

21. De leden der Congregatiën zullen al deze aflaten kunnen verdienen, overal waar zi] zich bevinden, indien zij in de kerk der plaats, waar zi] zijn, of elders, zooals zy kunnen, verrichten hetgeen voorgeschreven is oin genoemde aflaten te verdienen.

jMndere Aflaten.

22. De leden der Congregatiën verdienen al de aflaten, vergund aan de kerkbezoeken te Rome zoo binnen als buiten de stad, mits zi] in de Vasten en op andere ti]den en dagen, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie, indien er eene is, of anders eene andere kerk of kapel der plaats, waar zij tijdeliik verblijven, godvruchtig bezoeken, en aldaar zevenmaal het Onze Vader en Weesgegroet bidden.

Aflaten voor ile overledenen*

23. Al de bovengemelde aflaten kunnen tot lafenis der zielen aan de overledene ge-loovigen toegevoegd worden.

-ocr page 32-

24

24. Het altaar van alle Congregatiën is geprmlegieerd voor alle priesters, die er Misse lezen, doch alleen tot lafenis der zielen van overledene congreganisten.

25. Doch ieder priester der congregatie, die de Misse leest tot lafenis der ziel van een zijner mede-congreganisten, kan hetzelfde voorrecht genieten, onverschillig aan welk altaar en in welke kerk het ook zij.

Andere voorrechten en gunsten,

26. Alle koningen, prinsen, hertogen en graven, die met oppermacht bekleed zijn, alsook hunne eigene en aangehuwde verwanten in den eersten en tweeden graad, indien zij gevraagd hebben in eene Congregatie ingeschreven te worden, kunnen, hoewel afwezig, als zij boven vermelde werken van godsvrucht verrichten en eene kerk naar gelegenheid en verkiezing bezoeken, de voornoemde aflaten, kwijtscheldingen en ont-slagingen insgelijks verdienen.

27. Aan alle geloovigen, die voor het Allerheiligste Sakrament des Altaars, wanneer het in de bidplaatsen der congregatiën, met toelating van den liisschop, gedurende drie achtereenvolgende dagen uitgesteld is.

-ocr page 33-

25

eeiiigeii tijd bidden, en de andere voorgeschreven werken verrichten, worden de aflaten, kwijtscheldingen en ontslagingen vergund, welke zij zouden kunnen verdienen, indien zij de kerken bezoeken, waarin het Allerheiligste Sakrament gedurende veertig uren is uitgesteld. ....

28. Eindelijk, aangezien het dikwyls geschiedt, dat de geestelijke oefeningen, die gewoonlijk acht dagen duren, om wi/itige redenen, op sommige plaatsen, volgen» omstandigheden van personen, plaatsen cu tijden, geen volle acht, maar slechts vijf, zes of zeven dagen kunnen gehouden worden, zoo worden de aflaten, welke alleen verleend zijn aan degenen, die acht dagen lang de oefeningen bijwonen, ook vergund aan hen, die ze gedurende zeven, zes of ten minste vijf achtereenvolgende dagen zullen gehouden hebben.

Gedaan te Rome, ter Secretarie van de H. Congregatie der Aflaten.

JuliutB Cïea»«r Somalia,

Secretaris van de 11. Congr, der all.

Plaat» f des zegels.

-ocr page 34-

AFIiATKIV,

verleend aan de truisen* medailjes en roxenlcransen, geicijd door den Paus of door degenen, die van hem de macht daartoe ontvan-gen helthen (*).

1. Een volle aflaat op Kersdag, op Driekoningendag, op Paschen, op de Hemel-Taart des Heeren, op Pinksteren, op H. Drievuldigheid en fl. Sacramentsdag ; op de feestdagen der Geboorte, Zuivering, Boodschap en Hemelvaart van de allerheiligste Maagd Maria; op de feestdagen der Apostelen ; op de geboorte van den H. Joannes Baptista ; op den feestdag van den H. Joseph en op Allerheiligen-

Om deze aflaten te verdienen moet men ten minste eens in de week, den rozenkrans of het rozenhoedje bidden, of wel de ker-

(♦) In eenige Congregalièn is het de gewoonte medailjes f.an de leden uit te deelen, nadat zij de akte van toewijding hebben uitgesproken. Daarom heeft men hier dit uittreksel geplaatst.

-ocr page 35-

27

kelijke getijden, of de kleine getijden van Maria, of de get;;den der overledenen, of de zeven boetpsalmen, of de trappsalmen, of de gewoonte hebben van anderen in de christelijke leering te onderwijzen, of van de gevangenen of de zieken te bezoeken, of de armen te helpen, of de heilige Misse te hooren, of ze te lezen, als men priester is ; men moet daarenboven op de gestelde dagen te biecht en te Communie gaan, en vijf maal het Onze Vader en Wees gegroet bidden, volgens de inzichten van Z. H. den Paus van Rome. De biecht mag gedaan worden op den dag voor het feest, met de eerste Vespers te beginnen ; wat aangaat de personen die de gewoonte hebben van alle acht dagen te biechten, deze zijn niet verplicht in den loop der week nog eens te biechten om den aflaat te verdienen, als zij maar de andere goede werken die voorgeschreven zijn, verrichten.

2. Op al de andere feestdagen van onzen Heer en van de allerheiligste Maagd Maria, een aflaat van zeven jaren en zeven maal veertig dagen, op voorwaarde dat men dezelfde werken zal verricht hebben.

3. Op al de andere feestdagen en op al de Zondagen van het jaar, een aflaat van

-ocr page 36-

28

vijf jaren en vijfmaal veeitig dagen, op dezelfde voorwaarden.

4. Honderd dagen aflaat, eiken keer dat men de hiervoor gemelde werken zal verlichten.

5. Twee honderd dagen eiken keer dat men gevangenen of zieken zal bezoeken.

6. Honderd dagen, eiken keer dat men zijn geweten onderzoekt, met het voornemen van zich te beteren, en dat men driemaal het Onze Vader en H ees gegroet bidt, ter eere van de allerheiligste Drievuldigheid ; of wel vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet, ter eere van de vijf wonden van onzen Heer.

7. Twee honderd dagen, eiken keer dat men in de kerk catechismus houdt, of zijne kinderen, zijne nabestaanden, of zijne dienstboden in de christelijke leering onderwijst.

8. Honderd dagen, eiken keer dat men op het kleppen der klok \'s morgens, \'s middags en \'s avonds het Angelus zal bidden. Die het Angelus niet kennen, kunnen daaraan voldoen met eenmaal het Onze Vader en Wees gegroet te bidden.

9. Vijftig dagen, eiken keer dat men hot Onze Vader en Wees gegroet zal bidden voor degenen die op sterven liggen.

-ocr page 37-

29

10. Volle aflaat ia het uur des doods. — Er zijn nog vele andere gedeeltelijke aflaten verleend aan de kruisen, medailjes en rozenhoedjes, gewijd door den Paus of door degenen die van hem de macht daartoe ontvangen hebben, als ook aan zekere oefeningen en gebeden bij de geloovigen in gebruik, maar het zoude te lang zijn deze hier aan te hulen. Men maant de leden eener Congregatie aan, dat zij \'s morgens een algemeen voornemen maken om ze te verdienen.

Wanneer het rozenhoedje daarenboven gewijd is aan de H. Birgitta, verdient men aan elke koraal, waaraan men bidt, honderd dagen aflaat; en de personen, met wie men het bidt, verdienen van hunnen kant dezelfde aflaten. Bovendien verdient degeen, die alle dagen dit rozenhoedje bidt, gedurende eene maand lang, eenen vollen aflaat, op eenen dag der maand, volgens zijne verkiezing, mits hij hiechte en tot de H. Tafel nadere, eene kerk bezoeke, en vijfmaal het\' Onze Vader en Wees gegroet bidde, volgens de inzichten van Z. H. den Paus van Kome.

Men moet wel in acht nemen, dat de aflaat alleen verleend is aan de kruisen, medailjes, enz., ten voordeele van de personen,

3.

-ocr page 38-

30

aan welke zij voor de eerste toaal gegeven zijn, of die er het eerst gebruik vaa maken. Men mag ze dus niet weggeven, of aan andeien leenen, om hen de aflaten te dnen verdienen.

Al de aflaten, waarvan wij hier gesproken hebben, kunnen aan de zielen des va-gevuurs worden toegevoegd.

3.

/Kaumerleingen amirent de aflaten,

1. De aflaat neemt uit zijnen aard geene zonden weg; hij ontslaat alleen van de tijdelijke straf, die men gewoonlijk voor de zonde schuldig blijft, nadat zij vergeven is.

2. Men moet in staat van genade zijn, niet alleen om eenen vollen of gedeeltelijken aflaat, maar ook ooi de kwijtschelding der pijnen te verdienen. Zelfs om die te bekomen, welke men voor de dagelijksche zonden schuldig is, moet men daarover berouw hebben, en geene genegenheid voor deze behouden. Daaruit volgt, dat men niet altijd den vollen aflaat volkomen verdient, maar alleen naar evenredigheid der gesteltenis, waarmede men de vereischte voot\' waarden volbrengt.

-ocr page 39-

3. Om eenen vollon aflaat te verdienen, moet men gemeenlijk : 1°. te biecht gaan ; 2°. de H. Communie ontvangen op den dag dat men voornemens is den aflaat te verdienen ; 3°. op den zelfden dag, met ijver eenige gebeden storten voor den vrede tus-schen de christen vorsten, tot uitroeiing der scheuringen en ketterijen, en tot verheffing der heilige Kerk. Het is genoeg zich in het algemeen voor te stellen, te bidden volgens de inzichten van onzen H. Vader, den Paus van Rome.

4. Om den vollen aflaat in het uur des doods te verdienen, is het genoeg, met geloof en met een waar leedwezen over zijne zouden, de heilige namen van Jesus en van Maria met den mond of met het hart aan te roepen.

NB. De geloovigen die eenen aflaat voor de zielen des vagevuurs willen verdienen, worden opgewekt de verlossing van eene ziel in het bijzonder voor oogen te hebben, en die ziel bijzonderlijk aan God aan te bevelen. Dit belet niet dat men daarbij verscheidene andere inzichten voegen kan.

-ocr page 40-

32

§5.

Over de aanneming- van nieuwe leden in de COn;C}RK«ATlIlt;\\

« Die in de Congregatie wenscht aangenomen te worden », zoo zegt de Romeinsche Uitgave der regelen, « begeve zich tot den «bestuurder en tot den prefect. Wanneer «beiden genoegzame berichten van hem «zeiven en van anderen hebben ingewon-€ nen, nopens zijn leeftijd, beroep, deugden «en andere hoedanigheden, dan stelt de «prefekt hem voor aan den raad, opdat «hem het bijwonen der Congregatie tot « proefneming worde toegestaan. »

De aspirant woont dan de vergaderingen bij, maar heeft geen stem in de kiezingen, en is ook nog niet deelachtig aan de aflaten der Congregatie.

De bestuurder en de prefekt zorgen, dat hij omtrent de regels, oefeningen en plichten der congreganisten onderricht worde, alsook, dat er over zijn gedrag worde gewaakt gedurende den proeftijd, die ten minste drie maanden zal duren. Daarna zal de raad met den bestuurder aan het hoofd

-ocr page 41-

33

beslissen, wanneer hy onder het getal der leden van de Congregatie zal worden aangenomen, en dit raadsbesluit zal in de vergadering der Congr. worden afgekondigd.

Op den dag der aanneming of opdracht knielt de aspirant, eene waskaars in de hand houdende, na den lofzang Vent Creator, voor het beeld van Maria, en spreekt met luider stemme zijne opdracht uit in dezer voege :

Heilige Maria, Moeder Gods en Maagd, ik kies ü heden tot mijne Koningin, Beschermster en Voorspreekster; ik neem het vaste besluit, U nooit te verlaten, nooit iets te zeggen of te doen, dat tegen uwe eer is, of toe te laten, dat zulks door mijne onder-hoorigeu gedaan worde. Ik smeek ü dan, neem mij voor eeuwig aan als uwen dienaar, {dienares) ; sta mi] bij in al mijne werken, en verlaat my niet in het uur mijns doods. Amen. (1)

(I) Deze opdracht, gelijk zij hier staal, is van oiuliher in gebruik geweest; reeds in 1683 had de Bisschop van Antwerpen 40 dagen aflaat daaraan verleend. De Zal. Bcrohmans was gewoon ze dikwijls te bidden.

-ocr page 42-

34

AHTE V * V TOKWUMIMCi

uan den tweeden patroon der Cong-rcg-atie.

Heilige N. machtige voorspreker bij God, ik N. kies u heden voor gelieel myn leven tot bijzonderen Beschermer, leidsman en bestuurder van mijne ziel en van mijn lichaam, van mijne gedachten, woorden en werken, van mijne begeerten en genegenheden, van mijne eer en goederen, van mijn leven en van mijnen dood. Ik neem het vaste besluit uwen naam te verheffen en naar mijn vermogen uwe eer te bevorderen. Ik smeek u dan vuriglijk, neem mij voor eeuwig aan als uwen dienaar (dienares), sta mij bij in al mijne werken en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood. Amen.

Daarna zegt de preiekt staande : «Tot meerdere eer en glorie van God, tot bevordering van de dienst der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, tot geestelijk welzijn en voorspoed van onze Congregatie, neem ik K. uit kracht der pauselijke macht die mij is toevertrouwd, u N. N. aan als lidmaten van onze Congregatie, opgericht

-ocr page 43-

35

te N. onder den titel van Maria...... en

maak u deelachtig aan alle aflaten, voor-rechten en gunsten, welke de H. Stoel aan de Hoofd - Congregatie te Rotne gegund heeft.

In eene Congregatie van jonge dochters of vrouwen zegt de Prefekte insgelijks staande het volgende:

Tot meerdere eer en glorie van God, tot bevordering der dienst van de allerheiligste Maagd Maria, tot geestelijk welzijn onzer Congregatie, krachtens de Pausoli]ke macht aan deze Congregat e verleend, worden N. N. aargenomen onder het getal der kinderen van Maria in onze Congregatie, opgericht

te N., onder den titel van Maria.......

en worden zij deelachtig gemaakt aan alle aflaten, voorrechten en gunsten, welke de H. Stoel aan de Hoofd-Congregatie te Rome heeft verleend.

De bestuurder, het nieuwe lid (de nieuwe leden) der Congregatie zegenende, voegt er bij : In nomine Patris et Pilii et Spiritus Sancti. Amen.

Alsdan neemt de bestuurder de waskaars uit de hand van het nieuwe lid, en, waar het de gewoonte is, geett hij hem het gewijde kruis of de medailje der Congregatie

-ocr page 44-

36

zeggende : Accipe signum Congregaiionis, ad corporis et animse defeusionem, ut divinae bonitatis gratia, et ope Marise, Matris tuse, asternam beatitudinem consequi merearis. In nomine Patris, et Filii et Spiritus Sancti. Amen ; d. i. Ontvang het onderscheidings-teehen der Congregatie, ter verdediging van ziel en lichaam, opdat gij door de genade Gods en door den bijstand van Maria, uwe Moeder, de eeuwige zaligheid eenmaal moget verkrijgen. In den naam des Vaders, enz.

Hij wekt hem eindelijk met korte woorden op, om tot den laatsten oogenblik zips levens in de dienst van Maria te volharden.

Al de leden der Congregatiën zullen deze opdracht elk jaar te zamen plechtig vernieuwen, op den titel-feestdag van hunne Congregatie.

to

-ocr page 45-

HOOFDSTUK II.

oBFEUimeiaw

TEN DIENSTE DER CONGREGATIE.

Bagelyhsche gebeden volgens den Be der algemeene regelen*

■nes moimskws.

Na God voor zijne vele weldaden bedankt te hebben, na zich zeiven en al de werken, woorden, gedachten van den dag aan God te hebben opgedragen ... na akte van geloof, hoop en liefde gebeden te hebben en het voornemen te hebben gemaakt zich door den dag bijzonder te wachten voor dit of dat gebrek ; bidt men driemaal het Onze Vader en Wees gegroet, ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid, het : Ik geloof in God den Vader, en de Salve Regina, zoo als volgt:

Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhartigheid.

-ocr page 46-

38

Ons leven, onze wellust, onze hoop. wees gegroet.

Tot U loepen wij ballingen, kinderen van Eva ;

Tot ü verznchten wij, treurende en wee-nende in dit dal van tranen.

Sla Gij dan, onze Voorspreekster, uwe zoo^ meêdoogende oogen op ons neder.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot.

O barmhartige ! o liefdevolle !

O Zoete Maagd Maria !

«ES *VS» l»«.

Onamp;eramp;oeh van geweten*

Op de volgende wijze :

1. /ich stellen in de goddelijke tegenwoordigheid en God bedanken voor al zijne weldaden.

2. De verlichting vau den 11. Geest vragen.

3. Onderzoeken wat men cl;en dag misdaan heeft, door gedachten, woorden en werken, tegen God, tegen zich zelven en tegen den evenmensch, overdenkende de plaatsen waar men geweest is, de personen met wie men gehandeld, de zaken die men

-ocr page 47-

39

verricht heeft, enz. — Onderzoek u ook over uwe heerschende drift, of over eene deugd die u vooral noodig is, en wier oefening gü u bijzonderljik hebt voorgenomen.

(1. Éen oprecht berouw verwekken.

5. Zijne goede voornemens vernieuwen en de genade vragen, door de voorspraak van Maria, om ze getrouw te volbrengen.

Daarna bidt men ten minste eenmaal het Ome Vader en Wees gegroet en eens den psalm JDe profundis zoo als hier volgt:

De profundis cla-mavi ad te, üominel Domine exaudi voce m meam.

Fiant aures tnse in-tendentes in vocem deprecationis mete

Si iniquitates ob-servaveris, Domine, Domine quis sustine-bit ?

Quia apud te pro-pitiatio est, et propter legem tuam sustinui te Domine.

Sustinuit anima

Uit de diepte heb ik geroepen tot U, o Heer ! Heer verhoor mijne stem.

Wend goedgunstig uwe ooren tot de stem mijner smeeking.

Zoo Gij onze zonden wilt gedenken Heer, wie zal dan voor U bestaan ?

Maar bij U is ontferming, en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer.

Mijne ziel verlaat


-ocr page 48-

40

mea in verbo ejus, speravit anima mea in Domino.

A custodia matu-tina usque ad noctem, speret Israël in Domino.

Quia apud Domi-num misericordia, et copiosa apud eum re-demptio.

Et ipse redimet Israël, ex omnibus ini-quitatibus ejus.

Requiem ffiternam dona eis Domine: et lux perpetua luceat eis.

Requiescant in pace. Amen.

zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer.

Van den ochtendstond tot aan den nacht zal Israël op den Heer hopen.

Want bij den Heer is barmhartigheid en bij hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.

Heer, geef hun de eeuwige rust. En het eeuwig licht verlichte hen.

Dat zij rusten in vrede. Amen.


-ocr page 49-

41

die Ibij de beraadslagingen geschieden.

1, Voor de beraatlslagingen.

Kom, Heilige Geest, vervulde harten uwer geloopigen, eu ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Zend Uwen Geest uit en zij zullen herschapen worden.

En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die de Harten der geloovigen door de verlichting des ü. Geestes onderwezen hebt, geef, dat wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons gedurig door Zijne vertroosting verblijden, door Christus Onzen Heer. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

H. Maria, zonder vlek ontvangen,

Bid voor ons,

3. Sa de beraadslajring-en.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood ; maar bevryd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons

-ocr page 50-

42

ïnet uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

Onze Vader, enz.

Wees gegroet, enz.

•■•CBKOKÜ*

bij de verkiezing,

de verliiezing\'.

De lofzang « VENI CREATOR » met het vers en het gebed.

Sia de verkiezing.

Mte Mjofsang VMi, it Ml I \' ll.

Pref. of Voort. Te U, o God, loven

Deum laudamus, te Dominum confitemur.

Te setprnum Patrem omnisterra venej atur.

Tibi onines angeli, libi cceli et universae potestates.

Tibi Cherubim et

wij, U, o Heer, prijzen wij.

ü, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde.

U loven alle Engelen, ü alle Hemelen en alle machten.

v------- — U roepen de Che-

beraphim incessabili rubynen en Saraphy-voce proclamant. nen zonder ophouden toe :

-ocr page 51-

43

Sanctus,

Sanctus,

Sanctus Dominus Deus Sabaoth.

Pleui sunt cceli et terra majestatis glo-rise tuas.

Te gloriosus Apos-tolorum chorus.

Te Prophetarum laudabilis nuaierus.

Te Matyrum candi-datus laudat exerci-tus.

Te per orbem terrarum sancta confi-tetur Ecclesia.

Patrem im mensas Majestatis.

Venerandum tnum verum et unicum Fi-lium.

Sanctum quoque paraclitum Spiritum.

Tu Rex glorias, Christe.

Heilig.

Heilig.

Heilig, de Heer God der Heirscharen.

Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uwer Majesteit.

U looft het schitterend koor der Apostelen.

U prijst de lot vaardige schaar dei Profeten.

ü roemt het luisterrijk heir der Martelaren.

ü belijdt de H. Kerk over geheel de aarde.

Vader der onmetelijke Majesteit.

En uwen aanbid-denswaardigen, waren, en eenigen Zoon.

Alsmede den H. Geest, den Trooster.

Gij, o Christus zijt de Koning der glorie.


-ocr page 52-

44

Tu Patris sempi-ternus es Pilius.

Tu ad liberandum suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum

Tu, devicto mortis aculeo, apemisti cre-deutibus regna coelo-rum.

Tu ad dexteram Dei sedes : in gloria Patris.

Judex crederis egse venturus.

Gij zyt de eeuwige Zoon des Vaders.

Gij hebt, toen Gij om ons te verlossen de menschheid aan-naaint, den schoot eener Maagd niet beneden U geacht.

Gij hebt na den prikkel des doods ver-wonuen te hebben, den geloovigen het henielri]k geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods in de heerlijkheid des Vaders.

Wij gelooven dat Gij als Kechter zult komen.


(De Priester gewoonlijk alleen.)

Te ergo qusesumus, tuis famulis subveni, quos pretioso sanguine redemisti.

Daarom bidden wij U, kom uwe dienaren te hulp, welke Gij met uw dierbaar bloed hebt verlost.


-ocr page 53-

45

Aeterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari.

Salvum fac popu-lum tuum Domine, et benedic hsereditati tuse

Et rege eos, et ex-tolle illos usque in seternum-

Per singulos dies benedicimus te.

Et laudanus nomen tuum in seeculum et in Bseculum sseculi.

Dignare, Domine, die isto sine peccato nos custodire-

Miserere nostri, Domine, miserere nostri.

Fiat misericordia tua, Domine, super nos, quemadmodum speravimus in te.

Laat hen allen onder uwe Heiligen in de eeuwige heerlijkheid geteld worden.

Maak uw volk zalig, o Heer, en zegen uw ertdeel.

En bestuur hen en verhef ze tot in eeuwigheid

Eiken dag loven wij U.

En wij prijzen uwen naam in eeuwigheid en in de eeuwigheid der eeuwigheden.

Gewaardig U, o Heer ons heden van alle zonden te bewaren.

Ontferm U onzer, o Heer, ontferm ü onzer.

Doe uwe barmhartigheid op ons neder-komen, o Heer, naarmate wg vertrouwd


-ocr page 54-

46

In te, Domine, spe-ravi, non confundar in seternum.

y. Benedicamus Pa-trein et Pilium cum Sancto Spiritu. a. Laudemus et su-perexaltemus eum in ssecula.

v. Domine exaudi orationem meam. a. Et clamor meus ad te veniat. Dominus Tobiscum, Et cum spiritu tuo

Okemus.

Deus cujus miseri-cordiae non est numerus, et bonitatis infinitus est thesau* rus, piissimas majes-tati tuse pro collatie donis gratias agimus, tuam semper clemen-hebben op Ü.

Op U, o Heer, heb ik gehoopt en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

v. Laat ons den Vader en den Zoon en den H. Geest zegenen, u. Loven en verheffen wij Hem in alle eeuwen.

v. Heer verhoor mijn gebed.

e. En mijn geroep kome tot Ü.

De Heer zij met u, En met uwen geest.

Laat ons bidden.

O God, wiens barmhartigheden zonder tal, en wiens genadeschatten onuitputte-lijk zijn, wij brengen dank aan uwe milddadige Majesteit voor de ontvangene wel-


-ocr page 55-

47

tiam exorantes, at qui petentibus postulata concedis, eosdem non deserens ad prsemia futura disponas.

Per Dominum nostrum Jesutii Christum Filium tuum qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia ssecula sseculo-rum. Amen.

daden ; en wij smee-ken tevens dat Gij, die de biddenden verhoort, ons nimmer verlaten moogt, maar ons tot de eeuwige belooningen wilt voorbereiden.

Door onzen Heer Jesus-Christus uwen Zoon, die met u leeft en heerscht in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.


-ocr page 56-

48

eKBEDKHT

B IJ DE

GMin axB: VJKKGsiimnMXtiMOv.

——

Voor de onderrichting\'. IjOJPZAOIGt.

Veni, Creator Spiritus,

Mentes tuorum visits,

Imple superna gratia,

Quae tu creasti pee-tora.

Qui diceris paracli-tus,

Altissimi donum Dei,

Fons viyus, ignis, charitas,

Et spiritalis unctio.

Tu septiformis mu-nere,

Kom, Schepper, kom, o heilige Geest!

Bezoek ons al van minst tot meest,

Kom, stort uwe genadekracht,

In d\'harten door u voortgebracht.

Gii zijt de trooster hoog geroemd,

Gij wordt de gave Gods genoemd.

De levens-bron, de liefde-gloed.

De zalving van \'t oprecht gemoed.

Gij zgt aan \'s Vaders rechterhand.


-ocr page 57-

49

Digitus paternse dexterse,

Tu rite promissum Patris,

Sermone ditans gut-tura

Accende lumen sen-gibus,

Infunde amorem cor di bus,

Infirma nostri corporis,

Virtute firmans perpeti.

Hostem repellas longius,

Pacemque dones protinus,

Ductore sic te prse-vio,

Vitemus omne noxium.

Per te sciamus da Patrem,

Noscamus atque Filium,

Teque utriusque Spiritual,

De vinger, en dat waarde pand.

Dat hart en tong zeer rijk begaaft.

En met uw zeven gaven laaft.

Geef. dat uw licht ons ziel bestraal !

En dat uw liefde in \'t harte daal!

En daar zoo zoet en krachtig werkt,

Dat al, wat zwak is, wordt versterkt.

Verdrijf den vijand van ons af.

Verleen ons vrede, in plaats van straf.

Geleid ons langs de rechte baan,

Opdat wij alle kwaad ontgaan.

Maak, dat door u ons kenbaar zij,

De Vader en de Zoon daarbij.

En dat wij u, hun beider Geest,


-ocr page 58-

50

Credamus omni tempore.

Deo Patri sit gloria,

Et Filio, qui a mortuis,

Surrexit, ac Para-clito,

In sasculorum sse-cula. Amen.

Veni, Sancte Spiritus, reple tuorum corda fidelium, et tui amoris in eis ignem accende,

v. Emitte Spintum tuum, et creabuntur.

K. Et renovabis faci-em terrse.

Oremus.

Deus, qui corda fidelium Sancti Spiritus illustratione do-cuisti, da nobis in

Belijden, dienen onbevreesd.

Lof zi] den Vader, lof den Zoon,

Die door zijn dood den dood verwon,

Lof u, gij, die de Trooster zijt,

Van nu af tot in eeuwigheid. Amen.

Kom, heilige Geest vervul de harten van uwe geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.

T. Zend uwen Geest, en zij zullen herboren worden.

e. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

Gebed.

God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt


-ocr page 59-

51

eodem Spiritu recta onderwezen, geef ons, sapere, et de ejus dat wij in denzelfden semper consolatione Geest de ware wijs-gaudere- Per Domi- heid erlangen, en ona num nostrum Jesum altijd door zijne__Yer-Christum, Filium tu- troosting verblijden, um, qui tecum vivit D. C- O. H.

et regnat in unitate ejusdem Spiritus Sancti Deus, per omnia ssecula sseculo-rum. Amen.

AiHTiPHUiwear

dee

s.

In den Advent»

Alma redemptoris mater, v. Verheven Moeder des Verlossers, die voor ons eene opene poort des hemels en sterre der zee blijft.

a. Kom uw volk, dat bezwijkt en wenscnt op te staan, te hulp.

p. Gij, die tot verbazing der natuur uwen heiligen Schepper hebt gebaard, Maagd te voren en Maagd daarna.

a. Gij, die uit Gabriels mond dien wonder-

-ocr page 60-

52

vollen groet mocht hooren, ontferm U over de zondaren.

v. Angelus Domini nuntiavit Marias.

b. Et concepit de Spi-ritu Sancto.

Oremus.

Gratiam tuam, quse-sumus, Domine men-tibus nostris infun-de, ut qui, Angelo nuntiante, Christi Pi-lii tui incarnationem cognovimus, per pas-sionem ejus et cru-cem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

p. De Engel des Hee-ren heeft aan Maria geboodschapt. a. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.

Laat ons bidden.

Wij bidden ü, o Heer ! stort uwe genade uit in onze harten, opdat wi], die door de boodschap des Engelsde mensch-wordiug van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn kruis en lijden tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.


-ocr page 61-

BS

Van Kersavond, tot Mjichtmis»

inviolata perraan-sisti.

K- Dei genitrix, intercede pro nobis

Oremus.

Deus, que salutis seternse, beatse Marise virginitate fecunda, humano generi prse-mia prsestitisti, tri-bue qusesumus, ut ipsam pro nobis in-tercedere sentiamus, per quam meruimus auctorem vitae susci-pere, Dominum nostrum Jesum Christum, Pilium tuum. Amen.

r) ongeschondene aagd gebleven. a. Moeder van God, wees onze voorspraak.

Laat ons bidden.

God, die door de vruchtbare maagdelijkheid der heilige Maria, aan het men-schelijk geslacht den prijs voor het eeuwige heil hebt verleend, wij bidden U,geet ons dat wij de voorbede van Haar mogen gevoelen, door Wie wij den oorsprong des levens hebben mogen ontvangen, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.

Dezelfde antiphone, maar het vers en gebed te veranderen, als volgt:

v. Post partum Virgo p. Na het baren zijt


-ocr page 62-

64

fan Maria - JUichtmi* tot Witten Donderdag.

Ave, Eegina ccelorum.

p. Wees gegroet, Koningin der hemelen, wees gegroet, Vorstin der engelen.

a. Wees gegroet, gij heilige stam, gegroet, gij hemelpoort, waaruit voor de wereld het licht is verschenen.

p. Verblijd U, glorierijke Maagd, die schoon zijt boven allen.

a. Wees gegroet, o wonderschoone, en bid Christus voor ons.

v. Dignare me lau-dare te, virgo sacrata.

r. Da mihi virtutem contra hostes tuos.

Oremus.

Concede, misericors Deus, fragilitati nos-trse prsesidium, ut qui sanctse Dei Genitricis memoriam agimus, intercessionis ejus v. Gedoog dat ik ü love, heilige Maagd. a. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

Laat ons bidden.

Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij, die de gedachtenis der heilige Moeder Gods vieren, door


-ocr page 63-

56

auxilio, a nostris, ini- den bijstand van hare quitatibus resurga- voorbede uit onze mus. Per eumdem zonden mogen op-Christum Dominum staan. Door denzelf-nostrum. Amen. den Christus onzen Heer. Amen.

Van Paatchavond tot aan ÊM. Brievuldigheias-Xondag.

Regina cceli.

v. Verblijd U, Koningin des hemels, Allel. a. Want Hij, dien Gij hebt mogen dragen,

Alleluja.

p. Is verrezen, gelijk Hij voorzegd had. All. a. Bid God voor ons. Alleluja.

v. Gaude et Isetare, v. Verheug en ver-Virgo Maria, alleluja, blijd ü. Maagd Maria, alleluja.

a,. Quia surrexit Do- a. Want de Heer ia minus vere, alleluja, waarlijk verrezen, all.

Oremus. Laat ons bidden.

Deus, qui per re- God, die door de surrectionem Filii verrijzenis van uwen tui, Domini nostri Zoon, onzen Heer

-ocr page 64-

56

Jesu-Christi mundum laetificare dignatus es, praesta qusesumus, ut per ejus Genitricein Virginem Mariam, perpetuse capiatuus gaudia vitEe.Per eutn-dem Christum Do-miuura nostrum. Am.

Jesus Christus, ü gewaardigd hebt de wereld te verbliiden ; geef, bidden wij ü, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugd van het eeuwige leven mogen erlangen Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.


Van tg, Brievuldigheids-Xontlag tot den Advent,

Salve Regit\'a.

p. Wees gegroet, Koningin, Moeder der barmhartigheid.

a. Ons leven, onze wellust, onze hoop, wees gegroet.

p. Tot ü roepen wij, ballingen, Kinderen van Eva.

a. Tot TJ, verzuchten wij, treurende en weenende in dit dal der tranen.

p. Sla gij dan, onze Voorspreekster, uwe zoo meêdoogende oogen op ons neder. a. En toon ons, na deze ballingschap, Je-

-ocr page 65-

57

sus, de gezegende vrucht van uwen schoot, p. 0 barmhartige, o liefdevolle !

a. 0 zoete Maagd Maria.

v. Ora pro nobis sancta Dei Genitrix. b. üt digni efficia-mur promissionibus Christi.

Oremus.

Omnipotens sem-piterne Deus, qui gloriosse Virginia Matris Marise corpus et anirnara, ut di-gnum Filii tui habi-taculuni effici mere-retur, öpiritu Sancto cooperante, prsepa-rasti; da ut cujus commemoratione lae-tamur ejus pia in-tercessione ab instan-tibus malis et a morte perpetua liberemur. Per eumdem Chris-v. Bid voor ons, H. Moeder Gods. a. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons biduun.

Almachtige eeuwige God, die door de medewerking van den H. Geest, het Lichaam en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria tot eene waardige woonplaats van uwen zoon hebt bereid ; geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare liefderijke voorbede van

alle toekomstig kwaad en van den


-ocr page 66-

58

turn Dominum trumquot; Amen.

nos- eeuwigen doodmogeu bevrijd worden. Door den zelfden Christus onzen Heer. Amen.


STA I1K OKUERRICHTIM».

E. M T X K Mi

VAK DE

HEILIGE MAAGD MARIA. (300 dagen aflaat).

Kyrie, eleïson.

Christe, eleïson.

Kyrie, eleïson.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Pater de coelis. Deus. miserere nobis.

Fili, Redemptor mundi Deus, miserere nobis.

Spiritus Sancte Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitaa, unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Heer, ontf. ü onzer.

Christ ontf. ü onzer.

Heer, ontf. U onzer,

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God Hemelsche Vader, ontf. U onzer.

God Zoon Verlosser der wereld, ontf. U onzer.

God H. Geest, ontf. U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.


-ocr page 67-

59

Sancta Dei Genitrix,

ora pro nobis. Sancta Virgo virgi-num, ora pro nobis Mater Christi. ora pro

nobis.

Mater divinse gratiss,

ora pro nobis. Mater purissima, § Mater castissima, 83 Mater inviolata, Mater intemerata, JVlater amabilis, o Mater admirabilis, j Mater Creatoris,

I Mater Salvatoris,

-

Virgo prudentissima,

Ï Virgo veneranda, Virgo prsedicanda, Virgo potens, Virgo veneranda, Virgo prsedicanda, Virgo potens,

Virgo clemens,

Virgo fidelis, Speculum justitiae,

Sedes sapientiae, Causa nostras Isetitse,

Heilige Moeder Gods,

bid voor ons.

Heilige Maagd der maagden, bid v. o. Moeder van Christus,

bid voor ons.

Moeder der goddelijke gratie, b. v o. Allerreinste Moeder, S! Allerzuiverste Moed- ^ OngeschondeneMoed. o Onbevlekte Moeder, ^ Minnelijke Moeder, g Wonderlijke Moeder,? Moeder des Scheppers Moeder des Zaligmakers,

Allervoorz. Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid.

Stoel der wijsheid. Oorzaak onzer blijdschap.


-ocr page 68-

60

Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devotio-nis,

Rosa mystica, S Turn\'s Uavidica, 85 Turris eburnea, ^ Domus aurea, ® Foederis area, o_ Janua coeli, £•

Stella matutina,

Balus infirajorum,

Eefugium peccato-rum,

Consolatrix afSicto-rum,

Auxilium christiano-rum,

Kegina Angelorum,

Regina ratriarcha-rum,

Regina Prophetarum, Regina Apostolorum, Regina Marlyrum,

Geestelgk vat, Eerwaardig vat, Uitmuntend vat

van devotie, Geestelijke roos, 2quot;. Toren van David, ^ Ivoren toren, o Gulden huis, quot;i Ark des verbouds, g Deur des hemels, ? Morgenster, Behoudenis der kran-ken,

Toevlucht der zondaren

Troosteres der bedrukten,

Hulp der christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Patriarchen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Marte-


-ocr page 69-

61

cepta,

Regina Sanctissimi Rosarii,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, ex-audi nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos,

Christe, exaudi nos.

Kyrie, eleïson.

Christe, eleïson.

Kyrie, eleïson.

laren,

Kegina Confessorum, Koningin der Belij-§ ders,

Regina Virginum, 05 Koningin der Maag-

den,

Regina Sanctorum ° Koningin van alle

omnium, o Heiligen,

Regina sine labe con-5-Koningin zonder erf-

smet ontvangen, Koningin van den Allerheiligsten llozenk. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontf. U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. Hoer, ontf. U onzer. Christus, ontf. U onz. Heer, ontf. ü onzer.


5.

-ocr page 70-

62

Onze Vader enz.

v. En leid ons niet in bekoring.

a. Maar verlos ons vau den kwade, v. Wees uwe vergadering indachtig. a. Welke gij van het begin af hebt bezeten, v. Laat ons bidden voor onze weldoeners. a. Heer, gewaardig ü allen, die ons om Uwen naam goed doen, met het eeuwige leven te beloonen. Amen.

T. Laat ons bidden voor de overledene ge-loovigen.

A. Heer, geef hun de eeuwige rust en het

eeuwige licht verlichte hen.

T. Dat zij rusten in vrede.

a. Amen.

v. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders (medezusters).

a. Mijn God, maak uwe dienaren (dienaressen) zalig, die op ü hopen.

V. fleer, zend hun (haar) bijstand uit de

heilige plaats.

a. En bescherm hen (haar) uit Sion. v. fleer, verhoor mijn gebed.

a. En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEN.

Wg bidden ü, o fleer, door de voor-epraak van de Gelukzalige Maria altijd

-ocr page 71-

^3

Maagd, bescherm deze vergadering van allen tegenspoed, en wil haar, die zich met het volste vertrouwen voor ü nederwerpt, goedertieren tegen alle lagen des vijands beveiligen. Door onzen Heer Jesus-Christus Uwen Zoon, die met ü leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Ter eere *an den 11 • Joseph.

v. Bid voor ons, H. Joseph.

A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christvis.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid den H. Joseph, tot Bruidegom Uwer allerheiligste Moedér hebt willen verkiezen, geef bidden wij U, dat wg hem, dien wij op aarde als beschermer vereeren, als voorspreker mogen hebben in den hemel ! Gij die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 72-

64

Ter eere vnn den patroon der maand.

v. Bid voor ons fl. N.

i. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN. 0 God, die ons elke maand een der He-melingen tot Patroon aanwijst, geef door de voorspraak van den H. N. dien Wij door uwe goedheid tot Patroon dezer maand hebben ontvangen, dat Wij en al onze bloedverwanten, vrienden en vijanden, de kracht uwer genade gevoelen, en dat Wij gewapend met den bjjstand dezer genade, de deugden mogen beoefenen, welke hij ons door zijn voorbeeld heett geleerd. D. C. O. H. Amen,

Voor den Pans.

p. Laat ons bidden voor onzen Paus N. A. De Heer spare Hem, behoude Hem in het leven, make hem gelukzalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

P. Almachtige en eeuwige God, ontferm U over Uwen dienaar onzen Paus N. en leid hem naar Uw goedertierenheid op den weg der eeuwigen levens, opdat hy door Uwe gunst verlange, hetgeen U behaagt en het-zelfve met alle kracht volbrenge. D. C. 0. fl. Amen.

-ocr page 73-

65

(«eTieilen voor de Overledenen»

Voor vader en moeder.

0 God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm U genadig over de zielen van mijnen vader en mijne moeder, vergeef hun hunne zonden, en maak dat ik hen in de vreugd van het eeuwig leven aanschouwen mag. Door Christus onzen Heer. Amen.

Voor vrienden en weldoeners.

O God, schenker der vergeving en minnaar van \'s menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeniging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der allerheiligste Maria, altijd Maagd, en van alle Heiligen, aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken. Door Christus onzen Heer. Am.

Voor alle geloovige zielen.

O God, Schepper en Verlosser aller geloo-

-ocr page 74-

66

vigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiSenis van alle hunne zonden, opdat zij de genadige kwrjtschel- » ding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Ciiebeden voor Zieken.

Voor éénen of meerdere zieken.

Almachtige, eeuwige God, altijddurende zaligheid der geloovigen, wij smeeken ü om den bijstand uwer barmhartigheid voor uwen dienaar, (dienares, dienaren, dienaressen) die ziek is (zijn), verhoor onze gebeden, opdat hij (zij) in gezondheid hersteld, ü in de H. Kerk zijne (hare, hunne) dankbaarheid bewijze (bewijzen). Door Christus onzen Heer. Amen.

Voor een zieke die op het uiterste ligt.

Almachtige en barmhartige God, die aan het menschelijk geslacht de middelen van zaligheid en de gaven van het eeuwig leven

-ocr page 75-

67

geschonken hebt, wend uwe genadige oogen naar uwen dienaar (dienares), die met ziekte overvallen ligt, en verkwik wederom eene ziel, die Gij geschapen hebt, opdat zji, in de ure des doods, verdiene zonder smet van zonden, aan U, haren Schepper, door de handen der engelen te worden voorgesteld. Door Christus onzen Heer. Amen-

Daarna bidt men vijfmaal het Onse Vader en het Wees gegroet, volgens de mee-ning der H. Kerk, om den vollen aflaat te verdienen.

p. De Goddelijke hulp verblyve alti]d met j ons.

a. Amen.

V

-ocr page 76-

AMUKllK OEFEIVINCiElK

VOOR DE

Broeders ea Zusters der Congregatie.

GEBEDEN

ONDEK DE

H. MIS.

Volgens de gelukzalige Margarelha Maria Alacoque, Bij het begin der H. Mis.

Ik geloof mijn God, dat Gij hier tegenwoordig zijt met dezelfde macht, waarmede Gij in den hemel troont; ik aanbid U met alle Engelen en alle Zaligen. Ik erken en belijd, dat Gij mijn God zijt, mijn eerste begin en laatste doel. O heilige, verhevene en aanbiddelijke Drievuldigheid, ik werp mij voor uwe grootheid op mijn knieën om U vergiöenis te vragen voor al mijne ongetrouwheden, lauwheid en lafhartigheid; voor het misbruik, wat ik van uwe heilige genadegaven heb gemaakt, voor de weinige

-ocr page 77-

69

vruchten, welke ik uit de H. Sacramenten heb getrokken en voor alle zonden, welke ik in mijn leven heb bedreven, waarover ik thans met geheel mijn hart berouw gevoel uit liefde tot ü, O mijn God, wien ik duizendmaal meur bemin dan mijn leven, hetgeen ik veel liever zou willen verliezen dan ü te beleedigen. Ik smeek U door de eindelooze verdiensten van dit H. offer der Mis mij vergiffenis te schenken en de genade veeleer te sterven dan U te mishagen.

Daarna bad de Gelukzalige :

Ik belijd aan God almachtig, aan de H. Michael aartsengel, den H. Johannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb door gedachte, woord en werk ; door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne aller-

frootste schuld. Daarom smeek ik de 11. [aria altijd Maagd, den H. Michael aartsengel, den H. Johannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen voor mij tot den Heer onzen Goi te bidden.rootste schuld. Daarom smeek ik de 11. [aria altijd Maagd, den H. Michael aartsengel, den H. Johannes den Dooper, de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen voor mij tot den Heer onzen Goi te bidden.

De almachtige God hebbe medelijden met mij en geleide mij, na mijne zonden vergeven te hebben, ten eeuwigen leven. Amen,

-ocr page 78-

En lid kruisleeken makend, zegt men :

De almachtige en barmhartige God schenke mij in zijne goedertierendheid de vrijspraak en vergiffenis van al mijne zonden. Amen.

Mijn God ik draag U de oneindige verdiensten van dit offer des Lichaams en Bloeds mips Zaligmakers op, tot voldoening voor mijne zonden en om U de voltooiing uwer genade te vragen alsmede de vervulling uwer heilige begeerten, de volharding in goede werken, de versterving van mijn eigen wil, een levendig goloof, eene brandende liefde, een vast vertrouwen, een gelukkig sterfuur en een oprecht berouw bij het eind mijns levens. Ik offer het U bovendien op,

mijn God, voor de verheffing der H. Kerk,

voor onzen H. Vader den Paus, voor mijne wereldlijke overheid, voor alle christen vorsten; voor de bekeering onzer dwalende broeders en zusters, voor alle behoeften mijner bloedverwanten en vrienden ; voor alle gees-telijken en priesters en bijzonder voor deze gemeente en hare zielzorgers, ü smeekende te willen voorzien in al onze geestelijke, lichamelijke en tijdelijke behoeften. Geef ons, ♦ o mijn God, den waren geest der liefde en der nederigheid.

-ocr page 79-

71

Ik vraag U de bekeering der ongeloovi-gen en zondaren, de uitroeiing der ketterijen, de bevriiding der zielen in het Vagevuur ; troost voor allen, die in droefheid en in ellende verkeeren. Ik beveel U de stervenden aan en eindelijk vereenig ik mij met alle bedoelingen, welke Gij gehad hebt bij het instellen van dit Heiligst bacrainent, U smeekende de verdiensten van alle H. Oners, die heden door do H. Kerk worden opgedragen, op al mijne meeningen te willen toepassen. Ik wensch, dat uw wil vervuld worde in al deze vragen en dat uwe genade daarin worde voltooid.

Bij het Evangelie.

Hier haii de gelukzaüge Margaretha de door haar kloostt rregel voorgeschreven gebed n ; daarom ;al men gt-voeglijk hel volgeode kunnen bidden :

Niet tevreden, o Heer, mijn Zaligmaker en Verlosser te zijn, hebt Gi] nog voor mij de weg, de waarheid en het leven willen wezen. Door uw voorbeeld en uwe lessen, door uw H. Evangelie wilt Gij mij den waren weg wijzen en een levensregel geven, die mij zeker leidt naar mijn eenig doel. Van harte dank ik U daarvoor, o God

-ocr page 80-

72

Voeg bij zooveel goedheid, ik smeek het ü, nog meer genade, en vorm mijn hart tot de trouwe vervulling uwer geboden. Dat de wet des Evangelies de regel worde mijner gedachten, woorden en werken, mijn levens-gids ; geef, dat ik leere mij zeiven te verloochenen, mijn kruis met moed en blijdschap op te nemen en het pad te bewandelen, waarop gij mij zijt voorgegaan op aarde, het pad van lijden, van vernedering, van offer en van strijd. Geef mij geduld in tegenspoed, onderwerping in alles, wat Gij over mij beschikt, geei mij de genade nimmer te vergeten, dat het kruis het zinnebeeld is en blijft der vereeniging van onze arme harten met uw rijk aanbiddelijk H. Hart.

Ik geloof o God alle waarheden, die uwe Openbaring mij leert en uwe H. Kerk mij te gelooven voorstelt. Kan ook mijn verstand niet doordringen tot de diepte der geheimen, ik breng het blij ten offer aan uw goddelijk gezag, aan uw onfeilbaar woord. Mijn geest aanbidt met eerbied, wat mijn verstand niet kan omvatten, mi]n hart verlustigt zich in uwe geheimen, die ondanks het heilig donker, waarin zij schuilen, toch bronnen zijn van troost en hoop, van liefde

-ocr page 81-

73

en onuitsprekelijke bemoedigirjg._

Doch, goede God, wat baat mij het geloof, het vasthouden aan uwe leering, als mijn werken daarmede strijden, als tnijn gedrag niet strookt met uwe wetten ? Wat is ge-looven zonder doen ? Wat katholiek te hee-ten en niet katholiek te leven ? — Dat ia spotten met uw goedheid o Heer, die mij boven anderen tot het eenig waar geloof hebt uitverkoren ; het is mij schuldig maken, veel meer dan anderen, die niet zooveel genade en gunsten van U ontvingen. Het is schatten van toorn opstapelen voor den dag der wrake waarop ik rekenschap aan U, rechtvaardige Rechter, zal moeten geven. O goede Grod, wil mij daarvoor bewaren, neen, ik wil niet slechts katholiek niet slechts deugdzaam heeten, maar het ook zijn in mgn gedachten en woorden, in mijn wenschen en in mijn daden. Daarom smeek Ü, goede God, mij quot;met uw genade te ondersteunen, mij te leeren en te helpen, mij zeiven te overwinnen, allen weerzin, alle beletselen, welke ik in de beoefening der deugd moge ondervinden met moed te boven te komen. Help mij door uwe hulp en kracht, over myn zwakke natuur, over mijn bedorven hart, over alle moeilijkheden in

-ocr page 82-

74

de beoefening van uw Evangelie te zegepralen.

Bij den Credo.

Wanneer de gelukzalige iMargarelha Maria, onder «Ie H. Mis ter H. Communie naderde, begon zij hier hare voorbereiding, wal tnen in hftidfde geval eveneens kan doen. Ging zij niet ter 11. Tafel dan koos zij het een of ander geheim van dts Heeren Lijden, waarover zij in stilte godvruchtig nadacht tol aan den Sanclus. O uk dit Voorbeeld zal mm mei voordeel kunnen volgen.

Zij overdacht des Zondags het gebed van Christus in den Hof van Olijven.

Des Maandags het verraad van Judas en de gtivangenneming door de Joden, des Dinsdags de geeseling.

des Woensdags de kroning met doornen, des Donderdags de kruisdraging, des Vrijdags de Kruisiging.

des Zaterdags het lijden der H. Maagd bi] den voet des Kruises.

Bij den Sanctus.

Mijn God, ik offer ü in dit H. Misoffer, .-al de oneindige verdiensten des lijdens 011-zes Heeren Jesus Christus op ten heile van alle schepselen, tot vergiffenis van al mjine zonden en der geheele wereld, tot eere der

-ocr page 83-

75

H- Onbevlekte Maagd en Moeder Maria, tot verheerlijkinp; en vreugde van al uw Heiligen en tot verlichting der zielen in het Vagevuur.

Bij de Opheffing der H. Hostie.

Ik aanbid U, mijn Zaligmaker, in een geest van waarachtige nederigheid en draag U door bemiddeling des Priesters aan God uwen Hemelschen Vader op tot boeting van mijne en aller menschen zonden.

Bij de opheffing van den Kelk

O, kostbaar Bloed, stort ü uit over mijne ziel, om haar te heiligen en dat de liefde, die U, goddelijke Verlosser, bewoog het voor onze zaligheid te vergieten, mijn hart ont-steke, om het te zuiveren.

Goede Jesus, ik vereenig mijne ziel mét de uwe, mijn hart en geest met uw goddelijk Hart, met uwen heiligen Geest, mijn leven met uw leven, met uwe bedoelingen de mijne; en zoo vereenigd bied ik mg uwen hemelschen Vader aan.

Eeuwige Vader, neem mij aan om de verdiensten van Uwen goddelijken Zoon, dien

-ocr page 84-

76

ik n met den Priester en geheel de H. Kerk opoffer. Zie mij niet meer dan als verborgen in Jesus Wonden, besproeid met zijn Bloed en bekleed met zijn verdiensten. Zoo stel ik mij voor uw aanschijn, opdat Gij mij niet verwerpet, maar met vaderlijke goedheid mij sluit in uwe armen en mij de genade des heils moogt verleenen. Mijn God, ik zeg U dank voor al uwe weldaden, voor uwen dood en voor uw lijden, voor de instelling uwer H. Sacramenten, bijzonder van het allerheiligst Sacrament des Altaars.

Daarna bad de Gelukzalige één Onze Vader en zeide dan :

Eeuwige Vader ik offer ü mijn verstand, opdat het niets leere kennen dan ü ; Goede Jesus ik offer U mijn geheugen, opdat \'t zich slechts aan u herinnere. Liefdevolle H. Geest, ik offer ü mijnen wil, opdat Gij dien ten goede wekket en met uwe godde-lijke liefde ontsteket. Versier mijne ziel met uw zeven gaven en maak mij tot uwen zuiveren tempel. Vervul mij met uwe genade en bereid mijn hart voor om op gees-telijke wgze mijnen God te ontvangen.

Goddelijke Jesus, dewijl mijne zonden mjj

-ocr page 85-

77

onwaardig maken U werkelijk in mijn hart te ontvangen, ach neem my op in uw hart en vereenig mij zoo volmaakt met ü, dat niets in staat zij mi] een enkel oogenblik van U te scheiden. Dompel mijne ellende eu nietigheid neder in de diepte uwer Majesteit en barmhartigheden en herschep mij geheel in ü, opdat ik niet meer leve tenzij door U, in U en uit liefde tot ü- K.om dan, Gij eenige, die mijn hart bevredigen kunt, neem bezit van dit hart, dat U geheel toebehoort en geen oogenblik zonder U kan doorbrengen.

Hartelijken dank zeg ik ü, dewijl Gij U op geestelyke wijze aan mij hebt geschonken. Ik geef mg ook geheel aan U zonder voorbehoud, opdat Gg over mij beschikket naar uw goddelijk welbehagen. Verdelg in mij den geest van eigenliefde ; verneder in mij alles, wat zich trotsch verheft en vernietig in mij alles, wat uw weerstand durft bieden.

Hierna hernieuwde de Gelukialige hare gploflen, wat men eveneens zal kunnen navolgen door aijne goede voornemens te hernieuwen.

6.

-ocr page 86-

78

Sluitgebed

Uw heilig ofler is voliooid o Heer, wederom heeft het vlekkelooze Lam, dat de wereld redde, de geheimen van Calvarië hernieuwd; wederom heeft Jesus\' kostbaar Bloed voor mij en voor alle menschen om genade en ontferming gesmeekt bij God, zijn he-melschen Vader Goede Jesus, gij hebt mijce zaak, mijn heil bepleit.

Wat zjjt Gij goed, o Heer, wat zijt Gij toch oneinuig goed ; waarom mij boven zooveel anderen uitverkoren om tegenwoordig te zijn bij uw heilig offer — mij een zondaar, een ondankbare — den minste en onwaardigste onder uwe kinderen. Wat zijt Gij onbegrijpelijk goed, o Heer, ik dank Ü duizendmaal ; ik vraag U vergiffenis voor alle oneerbiedigheid en verstrooiing, waaraan ik mij wellicht in uwe heilige tegenwoordigheid heb schuldig gemaakt. Vergeef het mij, o goede Jesus, en maak mij ter wille uwer barmhartigheid deelgenoot van alle genaden, aflaten en verdiensten aan het bijwonen van Uw heilig Offer verbonden.

En Gij, o Vader, verhoor de stem van Jesus, uwen Zoon, zegen mij ter wille van dit heilig Offer, zegen allen, die mij dierbaar

-ocr page 87-

79

zijn. Regel miin gedachten, bestuur mijne woorden, regel en bestuur van daag, o God, al mijne daden. Dat de kracht van dit heilig Misofier zich doe gevoelen in alles, wat ik heden doen zal, opdat alles strekke tot uwe eer, tot mijne eeuwige zaligheid en dat uw zegen mij en ons allen een onderpand zij van uwe genade en van uwen bijstand in het uur van onzen dood. Amen.

-ocr page 88-

GEBEDEN BIJ HET ONTVANGEN

VA» HEI

SACRAMEKT HEH BIECHT.

Mijn God, Gij weet, waarom ik heden neerkniel in uwen tempel. Ik ben een arm zondaar, en Gij hebt mij geroepen als de Vader van den verloren Zoon, om der zonde vaarwel te zeggen en tot ü weer te keeren. Zoo is de eerste reden, waarom ik hier voor U nederkniel, eene goede ingeving van ü, eene genade, o God, waarvoor ik U dank betuig. Ik heb die niet verdiend, mijne ondankbaarheden, mijn miskenningen, mgne overtredingen van uwen wil en wetten zjjn zonder tal, en dit alles, o God, als antwoord op zooveel liefdegaven, die ik van U ontving, op zooveel geduld, waarmede Gy mij hebt verdragen, op zooveel ontferming, waardoor Gij mij zoo dikwijls vergifienis hebt geschonken, en nu nogmaals tot U roept. O Vader, ik ben niet waardig meer uw kind genoemd te worden, doch neem mij aan ais een der minsten uwer dienaren en wil mjj in de eindelooze liefde van uw goddelijk

-ocr page 89-

81

Hart nogmaals rein wasschen in uw kostbaar Bloed en mg met het kleed der on-«chuld versieren, mij met uw vriendschap, uwe liefde en verdiensten begiftigen.

Verlicht mijnen verstand, O God, zend het licht des H. Geestes op mij neder, opdat ik erkeuue en inzie waardoor, hoe dikwerf, en hoe zwaar ik U beleedigd heb ; opdat mijn hart getroffen worde, zoo dat het onderzoek van mijn geweten mij reeds een hulpmiddel zij, mijne zonden innig te verafschuwen en oprecht hartelijk te beweenen.

Heilige, onbevlekte Moeder van Jesus, heilige Josef, Voedstervader van mijn godde-lijken Meester, heilige Patronen, heilige Engelen, vooral gg, dien mg door God tot be-achermor zijt gegeven en die ik ook nederig voor al mijne ondankbaarheid om vergiffenis vraag, bidt voor mij in deze oogenblikken, opdat ik in niets aan de voorbereiding en het ontvangen van dit H. Öacrament met mijne schuld ontbreke.

Hier onderzoekt meri zijn geweten.

-ocr page 90-

UKFENIMC; VAST BEROUW

door de Gelukzalige llargarelha Maria lot hel H. Harl van Jesus gericht.

O allerheiligst en aanbiddelijk Hart van Jesus, zie mij hier nederig voor D neergeknield met een hart vol berouw en doordrongen van levendige smart, ü zoo weinig bemind en zooveel beleedigd te hebben door mijne misstappen, ondankbaarheden, ver-zuimenissen en allerlei ongetrouwhedon door welke ik mij uwe barmhartigheid en aller genade en gunsten uwer zuivere liefde heb onwaardig gemaakt. De schaamte en schande, welke ik daarover gevoel, laten mij geen ander woord ter vertolking over dan dit: ik heb gezondigd tegen U ; ik heb gezondigd, ontferm U mijner, die aller barmhartigheid onwaardig ben. Och, maar verwerp mij niet, o goddelijk Hart vol liefde. Ik bezweer ü het toppunt uwer goedheden te toonen door vergiffenis te schenken aan den armen schuldige, die hier als vernietigd aan uw voeten ligt in de diepte van ai zijn onbeduidendheid en ellende. Helaas, heilig Hart, ik heb tegen ü gezondigd, doch geef mij niet over aan de gestrengheid uwer rechtvaardigheid.

-ocr page 91-

83

die onfeilbaar mijn gebrek aan wederliefde jegens U zou straffen met de eeuwige be-rooving van uwe liefde. Ach, mochten liever alle martelingen, smarten en ellenden op mij nederstorten, liever dan een enkel oogen-blik beroofd te worden van het geluk U te beminnen, en wijl Gij het zyt, O goddelijk Hart, bron van liefde, die de beleediging van al mijn ongetrouwheden en van mijn weinige quot;wederliefde hebt ondervonden, wil dan zelf de zorg op ü nemen U te wreken. En indien Gij mij wilt veroordeelen eeuwig te branden, quot;het is mij goed, mits dit geschiede in het verterend vuur uwer zuivere liefde. O medelijdend Hart, red mij door den bui-tensporigen overvloed uwer barmhartigheden. Laat mij in den zondvloed mijner misdaden niet omkomen. O Hart vol liefde, red my, ik bezweer het U bij alles, wat in U het meest geschikt is U tot zulke groote ontferming jegens mij op te wekken. Heb dan medelijden met den armen schuldige, die zyne redding van U verbeidt.

Barmhartig Hart, wil mij zalig maken tot eiken prijs, behoud my en beroof mij uiet •van het geluk ü eeuwig te beminnen; mogen veeleer alle oogenbhkken, die my nog :.e leven overblyven, voor mij niet anders

-ocr page 92-

S4

?, ^ttcrheid, smart en beproeving bevatten.

Maar word ik niet reeds genoeg gestraft, dat ik uw goddelijk Hart zoo vol van liefde eerst zoo laat bemin ! Thans gevoel ik, uit zuivere liefde tot ü, zooveel berouw, U zoo ondankbaar beleedigd te hebben, dat ik wen-schen zoude, als voorbehoedmiddel tegen het kwaad, alle pijnen der hel geleden te hebben van het oogen blik, dat ik begon te zondigen — liever dan zooveel misstappen e doen ; ofschoon ik hoop, dat u we barmhartigheid mi] voor de h«l bewaren zal. Vergeef, vergeef dan, ik smeek het ü, aan mijn arm berouwvol hart, dat op U al zün hoop gesteld en geen hope op iets anders eer heeft. O Hart van Jesus, mijn Za-\'gn.aker, pas op mij dat heilig ambt toe, dat U zoo duur heeft gekost en laat de vrucht van zooveel martelingen en van zulk een dood niet verloren gaan. Neen, houd aeze in eere door de bewerking mijner zaligheid, zoodat nujn hart ü kunne beminnen, oven en verheerlijken in eeuwigheid. Zijt, o heiligst Hart, onze toevlucht en onze redding, nu en in de ure van ons sterven.

Jesus, miskend en veracht, ontlerm ü mijner. Jesus, gesmaad en vervolgd,

-ocr page 93-

Jesus, beproefd en verlaten door de men-schen,

Jesus, verraden en voor een verachtelg-

ken prijs verkocht,

Jesus gehoond, onrechtvaardig beschuldigd en veroordeeld,

Jesus bekleed met het kleed der bespotting en der schande,

Jesus, in het aangezicht geslagen en uitgelachen, O Jesus, met een koord om den hals wreed 3_ voortgetrokken, jif Jesus, als een dwaas en bezetene geacht, g Jesus, ten bloede toe gegeeseld, (-j Jesus minder dan Barabbas gerekend, ^ Jesus, van uw kleederen beroofd,

Jesus, met doornen gekroond en spottend®

Koning geheeten,

Jesus beladen met het kruis en de vervloekingen des volks,

Jesus, beladen met beleedigingen, smarten en vernederingen,

Jesus tot den dood toe bedroefd,

Jesus, geslagen, beleedigd en in het aangezicht gespuwd,

Jesus, aan het schandhout des kruises in gezelschap van boosdoeners vastgeklonken,

-ocr page 94-

Jesus, tot een eerlooze gemaakt voor het

oog der menschen, ontferm U mijner. Jesus, overstelpt door allerlei 111 nrtelinen smarten, ontferm U Onzer.

Neem mjjne zaak in uwe handen ; rechtvaardig mij en wend de gestrengheden af, welke mijne zonden verdiend hebben. Helaas, Gij zijt mijn eenige Vriend, antwoord en betaal voor mij. Ruk mij uit den afrond, waarin mijn zonden mij reeds heb-en neergeworpen. Hoor, acli verhoor, ik bid LI de zuchten van mijn bedroefd, arm hart, dat alles verhoopt van uwe goedheid. En als uwe rechtvaardigheid het onwaardig oordeelt nogmaals vergifienis te erlangen, dan zal het zich beroepen op de rechtbank uwer liefde, bereid daarvan alle kastijdingen te verdragen, liever dan een enkel oogenblik op te houden, U lief te hebben. Kastijd, brand en snijd! ach, als ik ü maar mag beminnen, dat is mij genoeg\'. Spaar noch mijn lichaam, noch mijn leven als het uwe eer geldt. Ik behoor U toe, o goddelijk Hart, bewerk dan mijn heil, ik bezweer liet ü ; Iaat mij niet aan mij zeiven over en straf mijne zonden niet door nieuwen herval in de zelfde zonde, O duizendmaal liever

-ocr page 95-

sterven dan ü nog te beleedigen, U wien ik duizendmaal moer bemin dan mijn leven.

Welke eer zoude het ü verschaffen zulk een nietswaardig schepsel als ik ben, verloren te laten gaan ? Doch welke groote eere zal het voor U wezen, mij, ofschoon zulk een ellendig zondaar, toch nog te redden en zalig te maken. Red rni] dan, maak mij zalig, o zuivere liefde, want voortaan wil ik U weder minnen, eeuwig tot eiken prijs, ja ik wil U. weder beminnen — en met geheel mijn hart, wat het mij ook kosten moge.

KA I»! BIKC 3X.

Heb dank, o God, voor de groote genade dw Absolutie mij geschonken. Hoe verregaande is uw liefde toch voor mij Ik was een verloren kind, dat vrijwillig uwe vriond-schap had verlaten en mijn erfdeel, den Hemel, met uwe liefde had verkwist. Ik was een verloren schaap, dat moedwillig den herder was ontloopen en verward in de doornen, vol wonden en ellende, geen uitkomst wist. Ondanks mijne verregaande ondankbaarheid hebt Gi], goede Herder, mij opgezocht en aan uw Hart teruggevoerd ;

-ocr page 96-

88

zijt Gij, teedere Vader, mij te gemoet ge sneld en, rnjj in uw armen klemmend, hebt Gij zelf de klachten van mijn berouw aan uw heilig Hart gesmoord om mij slechts woorden van vergiffenis, van blijdschap en bemoediging te doen hooren. O mijn God, wat zijt Gij goed, wat zijt Gij onbegrijpelijk barmhartig en liefdevol jegens een verach-telijken en ondankbaren zondaar. Hoe kon ik er toch tóe komen ü, die zoo goed zijt, zoo te beleedigen ? Ach laat het berouw over mijn miskenning en ondankbaarheid blijvend zijn tot aan mijn laatsten snik. Laat de gedachtenis aan mijn zonden en ondankbaarheden mij opwekken, ü elk oogen-blik mijns levens meer en meer te beminnen om ü schadeloos te stellen voor al dien tijd, dat ik U beleedigd en niet bemind heb.

Ik offer U uw bitter lijden en sterven, uw kostbaar iiloed op tot verzoening en voldoening van al mijne zonden. Ik offer U uw heilig Hart, om mijnen dank te betuigen voor uw eindeloos geduld, voor uw liefde en vergiffenis.

Heilige, onbevlekte Moeder des Heeren, wie ik thans ook ootmoedig vergiffenis vraag voor zooveel droefnis door mijn zonden ü aangedaan, ach gi], Toevlucht der zondaren,

-ocr page 97-

89

die ook mijne toevlucht, tnijiie Moeder zijt, bedank Gy uwen eenigen Zoon voor mij.

Heilige Joseph, alle Engelen en Heiligen des hemels, looft en prijst en dankt God, ik smeek u dit nederig, voor al de genade mij in deze ure geschonken.

AAHiBIIJISSra® VAJB SaS\'E? Z3. HART DOOR DE

Gelukzalige Margaretha Maria.

Met al de vermogens mijns harten aanbid ik uwe opperheerschappij, o heiligst, goddelijk en aanbiddelijk Hart van Jesus, dat ik wil vreezen en eerbiedigen door eene voortdurende oplettendheid en zorg (J niet meer te beleedigen, omdat Gij zoo eindeloos goed zijt. O allerheiligst Hart, ik bemin ü en wil U beminnen op de eerste plaats boven alles, met al mijn krachten en vermogens, terwijl ik alle zonden verfoei, en vertrouw thans, U geheel toe te behooren, wijl Gij my in uw kostbaar Bloed, eenmaal aan het kruis onder zooveel smarten vergoten, wederom rein gewasschen en tot uw kind gemaakt hebt; Gy hebt medelijden gehad

-ocr page 98-

88

zijt Gij, teedere Vader, mij te gemoet gesneld en, mjj in uw armen klemmend, hebt Gij zelf de klachten van mijn berouw aan uw heilig Hart gesmoord quot;om mij slechts woorden van vergiffenis, van blijdschap en bemoediging te doen hooren. Ö mijn God, wat zijt Gij goed, wat zijt Gij onbegrijpelijk barmhartig en liefdevol jegens een verach-telijken en ondankbaren zondaar. Hoe kon ik er toch toe komen ü, die zoo goed zijt, zoo te beleedigen ? Ach laat het berouw over mijn miskenning en ondankbaarheid blijvend zijn tot aan mijn laatsten snik. Laat de gedachtenis aan mijn zonden en ondankbaarheden mij opwekken, ü elk oogen-blik mijns levens meer en meer te beminnen om U schadeloos te stellen voor al dien tijd, dat ik U beleedigd en niet bemind heb.

Ik offer ü uw bitter lijden en sterven, uw kostbaar liloed op tot verzoening en voldoening van al mijne zonden. Ik offer ü uw heilig Hart, om mijnen dank te betuigen voor uw eindeloos geduld, voor uw liefde en vergiffenis.

Heilige, onbevlekte Moeder des Heeren, wie ik thans ook ootmoedig vergiffenis vraag voor zooveel droefnis door mijn zonden ü aangedaan, ach gi], Toevlucht der zondaren,

-ocr page 99-

89

die ook ini^ne toeTlucht, mijne Moeder zgt, bedank Gg uwen eenigen Zoon voor mij.

Heilige Joseph, alle Engelen en Heiligen des hemels, looft en prijst en dankt God, ik smeek u dit nederig, voor al de genade mij in deze ure geschonken.

AAIW\'BlOBara® VAW azifi\'t? £3. HART DOOR DE Gelukzalige Margaretha Maria.

Met al de vermogens mgns harten aanbid ik uwe opperheerschappij, o heiligst, god-delyk en aanbiddelijk Hart van Jesus, dat ik wil vreezen en eerbiedigen door eene voortdurende oplettendheid en zorg (J niet meer te beleedigen, omdat Gij zoo eindeloos goed zijt. O allerheiligst Hart, ik bemin ü en wil U beminnen op de eerste plaats boven alles, met al mijn krachten en vermogens, terwijl ik alle zonden verfoei, en vertrouw thans, U geheel toe te behooren, wijl Gij my in uw kostbaar Bloed, eenmaal aan hét kruis onder zooveel smarten vergoten, wederom rein gewasschen en tot uw kind gemaakt hebt; Gy hebt medelijden gehad

-ocr page 100-

90

rnet mijne zwakheden en ellende en zult mij niet verloren iafen gaan.

Ik ofïer raij dan geheel aan U op, o Hart van liefde, met de meening, dat geheel mijn wezen, mijn leven, mijn lijden strekke om U te beminnen, te eeren en te verheerlijken in tijd en eeuwigheid.

Ik bemin ü, allermiulijkst Hart, als mijn hoogste goed, als mijn grootste geluk, als al mijn vreugde, als de eenige, die waardig zijt door alle harten bemind te worden. .Konde mijn hart geheel verteren door de vlam en den hevigen gloed der liefde, waarmede ik U uit geheel mijn ziel alle offers, welke ik ü ooit van mij zeiven heb gedaan, hernieuw. Bewaar mij voor de zonde, behoed mij voor het ongeluk U nogmaals te mishagen en geef mij de genade altijd te doen, wat U het aangenaamst is. O Hart ran Jesus, bron der zuiverste liefde, mocht ik geheel hart zijn om U te beminnen, geheel geest om U te aanbidden. Maak, dat ik niets meer kunne beminnen dan ü en alles in ü, door U en om ü ! Dat mijn geheugen zich slechts herinnere aan ü, mijn verstand slechts strekke om U te kennen, mijn wil en gehechtheden om ü lief te hebben, mijne tong om U te loven, mijn oogen

-ocr page 101-

91

om slechts op ü gevestigd te zijn, mijn handen om slechts U te dienen, mijn voeten OD3 niets anders dan U te zoeken, opdat ik U eenmaal in de eeuwige zaligheid moge beminnen zonder vreeze, Ü ooit wederom te verliezen. Amen.

-ocr page 102-

©eweoew voor ub ii. cosimtiirie.

Oefening van Aanbidding tot het h. Sacrament

door de Gelukzalige Margaretha Maria.,

Mijn Heer en mgn God, Jesus Christus, dien ik wezenlijk en waailijk tegenwoordig geloof in het allerheiligst Sacrament des Altaars, ontvang de oefening mijner diepste aanbidding, om te voldoen aan mijn verlanen ü onophoudelijk te aanbidden en, als ankbetuiging voor de liefdevolle gewaarwordingen, welke uw H. Hart in het Geheim des Altaars voor mij doen kloppen. Ik kan daarvoor niet beter mijne erkentelijkheid betuigen, dan door U de oefeningen van aanbidding, van onderwerping, van geduld en liefde op te dragen, welke dit zelfde goddelijk Hart gedurende uw sterflijk leven verrichtte, en welke Het thans nog en eeuwigdurend verricht in den hemel, ten einde U te beminnen, U te loven en te aanbidden door uw eigen Hart voor zooverre mjj dit moge-lijk is. Ik vereenig mg met het goddelijk

-ocr page 103-

93

Offer, dat Gü aan uwen hemelsclien Vader hebt gebracht, en ik bied U geheel mijn wezen aan, U smeekend in mij de zonden uit te delgen en niet toe te laten, dat ik in eeuwigheid van U gescheiden worde.

In de diepte mijner nietigheid verneder ik mij aan uwe voeten, dierbaarste Jesus, ten einde U al de vereering mijner liefde, aanbidding en lofprijzing waartoe ik in staat ben, te betuigen ; Ü al mijn behoeften voor te stellen; U vertrouwelijk al mijne ellende mede te deelen als aan mijn eenigsten en besten Vriend; mijne armoede, mijne gebreken, mijne lauwheid en lafhartigheden, al de wonden mijner ziel; U smeekend medelijden en ontferming te hebben en mij ter hulp te komen, overeenkomstig de grootheid uwer barmhartigheden. O Hart vol liefde, red mij, ik bezweer het U bij alles, wat in staat is ü te bewegen de genade der volharding ten einde toe te schenken aan mij en aan allen, die in gevaar zijn hunne zaligheid te verliezen. Laat mij niet omkomen in de menigte mijner ongerechtigheden. Als ik U maar eeuwig beminnen mag, beschik dan voor het overige over mij naar uw goddelijk welbehagen. Ik heb al mijn vertrouwen op ü gesteld, verwerp mi) niet! Ik

7.

-ocr page 104-

94

roep U aan, ik smeek tot U als het grootst en heilzaamst geneesmiddel van al mijn kwalen, waaronder de zonde het grootste is. Delg ze uit in mij en vergeef mij alles, wat ik heb misdreven, waarover ik nu innig berouw gevoel en uit heeler harte vergiffenis vraag.

TKHZUCHTinrCSEIK KEVKK XIKÏÏj,

DIE VURIG NAAR DE II. COMMUNIE VERLANGT,

door de Gelukzalige Margaretha Maria.

Verheven God, dien ik gesluierd onder deze nederige gedaante van het allerheiligst Sacrament des Altaars aanbid, hoe is het mogelijk, dat Gij U tot zulk een geringe woning hebt afgelaten om tot mij te komen, en lichamelijk met mij te verwijlen! De hemelen zelfs zijn niet waardig genoeg U te herbergen, en Gij stelt U tevreden met deze arme broodsgedaante om altijd met mij te wezen. Zoude ik, o onbegrijpelijke goedheid, dit wonder wel kunnen gelooven, als Gij mij zelf daarvan niet verzekerd hadt ? Meer nog, zoude ik hebben durven denken, dat Gjj Ü gewaardigen zoudt U aan mij als spijs te geven, te rusten op mijne tong en neder te

-ocr page 105-

95

dalen in miin hart ? En dan, dat Gij, om mij daartoe uit te noodigen en aan te sporen, duizend goederen belooft ?

O God van Majesteit, o God der liefde mocht ik geheel begrip zijn om deze barmhartigheid te vatten, geheel hart om ze eenigszins naar waarde te waardeeren, mocht ik ze met aller menschen tongen kunnen verkondigen ! Want Gij, God mijns harten, Gij hebt mij dan geschapen om het voorwerp te zyn uwer liefdebewijzen en uwer onuitsprekelijke goedheden. De Engelen worden niet moede U te aanschouwenden, terwijl zij U aanschouwen, verlangen zij U steeds meer en meer te aanschouwen ; en ik, zou ik dan niet verlangen U in mijn hart te bezitten ? . .

Minnelijke Zaligmaker, wijl Gij het vurig verlangt, wijl mijne behoeften mij verplichten daarnaar te verlangen, en wijl uwe goedheid mij veroorlooft uwe waarachtige komst in myn hart te verhopen, open ik U mijn Hart! Kom o Jesus, kom.

Kom, o goddelijke Zonne 1 Ik ben gedompeld in de verschrikkelijke duisternissen van onwetenheid en zonde, kom haar verjagen en doe in mijne ziel stralen het god-delijk licht uwer kennis en heiligheid.

-ocr page 106-

96

Kom, o minnelijke Zaligmaker ! Eenmaal hebt Gij U geheel prijs gegeven otn mij aan de hel te ontrukken ; ongelukkig genoeg, ben ik andermaal in de slavernij der zonde teruggevallen. Ach kom ook quot;dezen keer mijne banden verscheuren, mijne kluisters verbreken en mij de vrijheid wedergeven.

Kom, o liefdevolle Geneesheer mijner ziel. Na mij een bad gemaakt te hebben uit uw kostbaar Bloed, en in het heilig Doopsel afgewasschen en geheiligd te hebben, veel meer dan ik het verdiende, had ik mij door mijn eigen schuld wederom duizenderlei gevaarlijke ziekten op den hals gehaald, die den weerzin voor het hemelsche in mijn hart, verzwakking in mijn moed en den dood brengen in mijne ziel. Och kom mij dan genezen, goddelijke Geneesheer, ik heb er meer behoefte aan dan de lamme, wien Gij zelf gevraagd hebt, of hij genezen wilde zijn. Ja mijn God, ja ik wensch dit met geheel mijn hart en Gij, die de zwakheid van mijn wensehen kent, o vermeerder het vuur en den ijver daarvan door de vlammen uwer heilige liefde.

Kom, o getrouwste, teederste, zoetste en beminnelijkste van alle vrienden, kom in mijn hart. Zie, wien Gij bemint, is ziek door

-ocr page 107-

97

gevaarlijke en doodeliike kwalen. Gij weet het, Gij die tot in de diepste schuilhoeken mijns harten lees4 ; indien ik tot heden ongevoelig ben geweest voor mijn eigen ongeluk en onvoorzichtig in zooveel gevaren, die mij omgeven, thans, door uwe genade verlicht, gevoel ik zooveel behoefte, klaag, bid en schrei ik om uwe hulp en redding. Ik eisch van U krachtens uw onvergelijkelijke vriendschap en uw gegeven woord, mij te komen verlichten. O kom, en laat niet toe, dat ik andermaal eenige oorzaak stel voor U om mij te verlaten. Beloof aan my, gelijk Gij aan de H. Elisabeth beloofdet, met mij altijd te willen blijven.

Kom, o leven van mijn hart, kom o fziel van mijn leven, kom o eenige steun mijner ziel. Brood der Engelen, Vleesch geworden uit liefde voor mij, prijs gegeven voor mijne verzoening, ter beschikking gesteld als mijn voedsel! Kom mij overvloedig verzadigen ! Kom mijne krachten ondersteunen! Kom om mij snel te doen groeien in genade en volmaaktheid ! Kom om mij te doen leven door U, en in U, maar in werkelijkheid, o mijn lenigst Leven, o al mijn Goed.

O liefdevol Hart van onzen Heer Jesus Christus, o Hart dat alle harten verwondt,

-ocr page 108-

98

ook die harder zijn dan steen, alle geesten verwarmt, ook die kouder zijn dan ijs, dat iedereen kan verteederen, hij zij ook zoo ongevoelig als diamant. Verwarm minnelijke Zaligmaker, mijn hart door uwe heilige Wonden, maak mijne ziel dronken met uw kostbaar Bloed, zoodat, waarheen ik mij ook wende, ik niets anders meer zie dan mijn goddelijken Gekruisigde, en dat alles mij geverfd schijne door uw kostbaar Bloed. O goede Jesus, laat mijn hart niet rusten voor en aleer ik U heb gevonden, die daarvan het middenpunt, de liefde en de zaligheid zijt.

Om de heilige wonden uws Harten, o minneljjke Jesus, wil mij de zonde vergeven, welke ik uit boosheid, of uit onzuivere bedoelingen heb bedreven, Berg mijn slecht hart in het uwe, dat geheel goddelijk is, opdat ik zoo voortdurend onder uwe heilige bescherming en bestiering standvastig volharde het goede te doen, en het kwaad te vluchten tot aan de laatste ademhaling mijns levens.

O goddelijk Hart, dat door uw verwonding op het kruis de overmate uwer liefde en barmhartigheid hebt getoond, en zoo een ingang hebt geopend voor onze harten, neem

-ocr page 109-

99

u*

ze nu op, en trekt ze tot U door de bandea uwer brandende liefde, ten einde ze daarin geheel te verteren.

O vrijgevigst Hart wees al mijn schat en wel de eenige, die mii volmaakt bevredigt.

O meest beminnend en meest gewenscht Hart, leer mij U te beminnen, en naar niets anders dan naar U te verlangen.

O goedgunstigst Hart, dat er zooveel ver-maak in schept ons wel te doen, schenk mij de gunst mijne schulden jegens de goddelijke Rechtvaardigheid te voldoen. Ik ben niet in staat deze af te betalen, betaal Gij voor mij. Herstel het kwaad, dat ik gedaan heb, door het goede, wat Gg deedt. En opdat ik alles aan U moge dank weten, neem mij aan, o liefdevol Hart, in het schrikwekkend uur van mijnen dood. Berg mgne ziel tegen den goddelijken toorn, dien ik zoo dikwerf heb gaande gemaakt; treed voor mij op in het gericht, en verantwoord voor mij, want ik heb niets gedaan, wat mg niet eene eeuwige kastijdig waardig maakt, indien Gij mij niet rechtuaardigt. Duit niet, dat ik beroofd worde van het geluk U eeuwig te beminnen. Ik smacht van verlangen Sij met U te vereenigeu, U te bezitten en mij\'geheel te dompelen in U, om niet

-ocr page 110-

100

meer te leven, tenzij door U en in uw hei-lig Hart, dat voor eeuwig mijne woning zij. In ü, o geheel beminnelijk Hart, wil ik slechts beminnen, handelen en lijden. Vernietig dan alles in mij, wat het mijne is, en stel daarvoor in de plaats, wat het uwe is, en schep mij geheel om ia ü, opdat ik slechts leve voor en door U, en Gij tDijn le-ven, mijne liefde en mijn alles zijt. Amen.

gebed tot jesus

„ owzen

Koxing in het H. Sacrament,

door de Gelukzalige Margaretha Maria,

Ik aanbid U, o Jesus, machtige Koning op uw troon van liefde en barmhartigheid. Neem mij aan als uw onderdaan, als uw dienaar en vergeef mij, bid ik U, mijn weerstand en verzet tegen uwe oppermachtige heerschappij over inijue ziel. Herinner ü, o

foedige Koning, dat Gij niet barmhartig ondet zijn, indien Gij geen arme en ellen-oedige Koning, dat Gij niet barmhartig ondet zijn, indien Gij geen arme en ellen-tt^j- onc\'erc\'an®n hadt. Strek dan, ik smeek U dit, uwe vrijgevige hand uit om mijne uiterste behoefte te verrijken met den schat

-ocr page 111-

101

uwer heiligste liefde, die niets anders is dan Gij zelf, na mii eerst ledig gemaakt te hebben van alle\'ellendige liefde jegens mij zeiven en van alle menscheU]k opzicht, welke mij gebonden en als geketend houden aan hetgene Gi] niet zijt. _ Kom mijn opperste Koning, kom in mijn hart om mijne kluisters te verbreken en mij uit deze beklagenswaardige slavernij te bevrijden ten einde uw rijk voor eeuwig in mijn hart te stichten. Ik wil heerschen in uw Hart door eene brandende liefde jegens den naaste; slechts met liefde van hem spreken, hem verdragen en verontschuldigen, hem niets anders doen dan hetgene ik wenschen zou, dat mij gedaan werde, nimmer mijn hart noch mijne tong bezoedelen met eenige kwaadsprekendheid of wraakzucht, ik zal mij door niets laten ontstemmen opdat Gij, mijn Koning, in mi) een rijk van vred^ vinden moget.

Om U te eeren in dit H. Sacrament^ der liefde als goddelijk Offerlam, kom ik mij aan U geheel als ofièr bieden, smeekend, dat Gg mijn Offeraar wilt zijn om mij aan uwen hemelschen Vader op te dragen op het outer van uw beminnelijk Hart. Doch wijl het offer van mij zeiven een onder alle opzich-

-ocr page 112-

102

ten schuldig offer is, smeek ik U, o godde-lijke Offeraar, het eerst te willen zuiveren en louteren in de vlammen uwer goddelijke liefde tot een brandoffer van volmaakte aan-minnelijkheid en welbehagen en mij een nieuw leven te geven, opdat ik in waarheid zeggen kunne; ik leef niet meer, Jesus leeft in mij. Ik heb niets meer van mijn eigen ik, niets van wat het mijne is ; hetzij ik leve hetzij ik sterve : mijn Jesus is mijn ik, en het mijne is geheel en al zijn eigendom. Amen.

Na de II. Communie.

(krukte: AAST HET H. HART

van Onzen Heer Jesus Cheistüs,

door de Gelukzalige Margaretha Maria.

Ik groet TJ, Hart van Jesus maak mij zalig. Ik groet U, Hart van mijn Schepper, maak

mij volmaakt.

Ik groet ü. Hart van mijn Zaligmaker,

maak mij vrij.

Ik groet ü, Hart van mijn Rechter, schenk mij vergiffenis.

-ocr page 113-

103

Ik groet U, Hart van mijn Vader, bestier

Ik^graet U, Hart van mijn Bruidegom, bemin mil.

Ik groei U, Hart van mijn Meester, onderwijs mil. _ . .

Ik groet ü, Hart van mijn Koning, kroon mg.

Ik groet ü. Hart van mijn Weldoener, maak mij rijk.

Ik groet U, Hart van mijn Herder, bewaar

Ik^groet U, Hart van mijn Vriend, heb mij lief.

Ik groet U, Hart van mijn Jesus als Kind, trek mij tot U.

Ik groet U, Hart van mijn Jesus stervend aan bet Kruis, voldoe voor mij.

Ik groet U, Hart van Jesus in al uw toestanden, geef U aan mij.

Ik groet U, Hart van mijn Broeder, verbluf met mij

Ik groet U, Hart van onvergelijke goedheid, schenk mij vergifienis.

Ik groet ü, grootmoedig Hart, spreid uw rijkdom in mij uit.

Ik groet U, hoogst beminnelijk Hart, ontsteek mij.

Ik groet U, liefdevol Hart werk in mij.

-ocr page 114-

104

Ik groet U, barmhartig Hart, verantwoord voor mij.

Ik groet Ü, zeer nederig Hart, rust in mij. Ik groet U, zeer geduldig Hart, verdraag mij. Ik groet U, zeer getrouw Hart, delg mijn schulden uit.

Ik groet U, wondervol en waardig Hart, zegen mij.

Ik groet ü, vredelievend Hart, vervul mii

met kalmte en vrede.

Ik groet ü, verlangenswaardig en zeer schoon

Hart, vervoer mij.

Ik groet U, uitstekend en volmaakt Hart, veredel mij.

Ik groet ü, heilig Hart, kostbare balsem, behoud mij.

Ik groet U, zeer heilig en heilaanbrengend

Hart, verbeter mij.

Ik groet U, gezegend Hart, geneesheer en

geneesmiddel onzer kwalen, genees mij. Ik groet U, Hart van Jesus verademing der

bedrukten, vertroost mij.

Ik groet U, geheel minnend Hart, brandende

oven, verteer mij.

Ik groet U, Hart van Jesus, toonbeeld van

volmaaktheid, verlicht mijnen geest. Ik groet U, goddelijk Hart, oorsprong van alle geluk, versterk mijnen wil.

-ocr page 115-

105

Ik groet U, Hart van eeuwige zegeningen, roep mi] tot U.

Verberg mij, o liefderijke Zaligmaker, ia uwe heilige Zijde en in uw aanbiddelijk Hart, dat een brandende oven is der zuiverste liefde. O daar zal ik veilig zijn.

Ik vertrouw, dat Gij mij daarin zult binnen leiden, o Jesus, mijn hoogste goed, omdat ik ü thans bemin, niet om de belooningen, die Gij uwen beminnaren hebt toegezegd, maar uit zuivere liefde jegens ü. Ik bemin U boven alles, wat beminnelijk is, boven alles wat goed is, boven alle schoonheden, boven alle vermaken, eindelijk boven mij zeiven en boven alles, wat is buiten U, voor hemel en aarde betuigend, dat ik wil leven en sterven geheel en al in uwe zuivere liefde ; en mocht ik om U te kunnen beminnen vervolgd en gemarteld worden, ja zelfs den dood moeten lijden, ik zal zeer tevreden zijn en met den H. Apostel Pau-lus zonder ophouden herhalen : « daar is niet een schepsel, dat mij scheiden kan van de liefde tot het H. Hart van Jesus Christus, dat ik bemin en zal beminnen voor eeuwig. »

Gij, zeer beminnelijk Hart, zijt mijne kracht mijn steun, mijne belooning, mijn heil, mijne toevlucht, mijne liefde en mya alles O Hart

-ocr page 116-

106

van Jesus, zeer heilig, zeer verheven Hart, Meester van alle harten, ik bemin U, ik aanbid en prijs U, ik dank U met geheel myn ziel, dat Gij U thans aan mij geschonken hebt, en ik geef mij wederkeerig geheel aan U, o liefdevol Hart, verblijf met mij en blijf in my, bestier mij, maak mij zalig, verander mij geheel in U, O goedigst en zeer heilig Hart, waarvan het eeuwig genot zonder wansmaak, maar zeer vervoerend en de belooning der gelukzaligen wezen zal, wat zijt Gij mjj welkom, wat zgt Gij beminnelijk. Blijf in mij en hecht mij vaster en vaster aan U. Helaas in dit ballingsoord, waarin ik nog wandel, smeek ik dit zoo dringend van U, verheven Hart, de bron der goddelijke Zaligheden, ü roep ik aan in mjjne smarten, tot U roep ik om genezing in al mijne gebreken. Allerbarmhartigst Hart, medelijdend en hoogst goedig Hart van mijn Vader en Verlosser, weiger deze uwe hulpe niet aan mijn hart, hoe onwaardig het dan zjj ; vernietig in mij het rijk der zonden en sticht in mij het rijk der deugd, opdat mijn hart het trouwe evenbeeld worde van uw H. Hart, en eenmaal een sieraad uit-make van uw hemelsch paleis. Amen.

-ocr page 117-

107

YKRBOIVU HET HET II. IIAHT

VAX JESUS,

door de Gelukzalige Margaretha Maria.

0 goddelijk, aanbiddingswaardig en geheel beminneliik Hart van Jesus, zie mij hier nederig voor U neergeknield, om TJ te aanbidden, te loven, te zegenen, te verheer-lijken en de erkenning af te leggen van uwe opperste rechten over mij, ootmoedig getuigenis afleggende van mijne onderworpenheid en van mijne liefde en trouwe jegens U, o heiligst Hart. Neem mij aan tot uw eigendom, want ik wil en zal geheel _U toebehooren ondanks alle verzet, wat mijn vijanden daartegen zullen maken. Verwerp mg niet, maar erken als het uwe, wat u toebehoort; neem mij onder uwe hoede en verdedig mij. Ondersteun mijne zwakheid in het vurig verlangen, dat ik gevoel, om U te beminnen, U te behagen. Geef mjj, ik smeek het U, de genade, welke ik noodig heb, dit op eene volmaakte wijze te doen, en te bid-,| den, te handelen en te lijden in de zuiverheid uwer liefde. O H. Hart, aan ü geef ik mij, aan U wijd ik mij zonder voorbehoud: mijn hart mijn verstand, mijn geheugen en

-ocr page 118-

1C8

mijn wil, opdat alles, wat ik doen zal, alles wat ik lijden zal, strekke om U te beminnen, U te verheerlijken ; opdat alles, wat ik zien en hooren zal, mij aanspore U lief te hebben; opdat al mijn woorden evenveel oefeningen zijn mogen van aanbidding van liefde en lof jegens iwe opperste Majesteit; opdat alle bewegingen mijner lippen evenveel oefeningen zijn van berouw over al mijn bedreven zonden en verzuimenissen. Ik vraag U, o Hart vol liefde, dat ik even dikwerf U tot mi] moge trekken als ik de lucht trek door mijn ademhaling en ik U even dikwerf aan uwen eeuwigen Vader ten offer brenge, om Ham de eere en aanbidding te betuigen, welke ik Hem schuldig ben. Geef, o heiligst Hart, dat alle kloppingen mijns harten evenveel oefeningen van dankbaarheid en vergelding zijn voor al de gaven en gunsten, welke Gij mij hebt geschonken of ooit voornemens zijt geweest mij te schenken. Neem alle beletselen weg, ik bid het U, want ik verwerp en verzaak alle opwellingen van hoogmoed en eigenliefde, alles, wat mij verhindert U op volmaakte wijze te beminnen en met de hoogste trouw te dienen.

O Hart vol goedheid, luister naar my en wil mijne smeekingen verhooren. U, wiens

-ocr page 119-

109

eigendom ik ben, van wien ik gekeel afnan-kelijk ben, door wien ik leef, U smeek ik, mij met uwe liefde te ontvlammen, geheel te quot;doordringen, mij te hervormen naar U. Maak, dat al mijn schreden tot U leiden, en dat al mijn gewaarwordingen strekken om mij met U te vereenigen, want ik betuig, liever duizend dooden te willen sterven, dan mij van U te scheiden of mij aan eenige ongetrouwheid jegens ü schuldig te maken.

O goddelijk en aanbiddelijk Hart, neem dan dit verdrag hetwelk ik met U maak, aan. Vurig verlang ik het met de betuigingen mijner trouw te hernieuwen, zoo dikwijls ik mijn oogen open sla, zoo dikwijls ik\' de hand zal leggen op mijn hart, dat slechts leven en kloppen wil om U te beminnen. Geef IJ geheel aan mij en geef mij geheel aan U. Help mij kennen en vermijden alles wat U mishaagt, want duizendmaal verklaar ik u, indien ik eene andere wijze kende om mij geheel aan U te geven, om mjj geheel met U te vereen igen, ik zou ze vol-

fen ten koste van mijn leven. Versterk en evestig de besluiten en de goede begeerten, welke Gij, o goddelijk Hart, mij ingeeft, om U lief te hebben en U te behagen. Geef ook, dat deze besluiten al de goede uitwerkselen hebben, welke Gij daarvan verlangt. Amen.

-ocr page 120-

110

OEBED TOT DE II. .TIAAO»,

door de Gelukzalige Margareiha Maria.

Allerheiligste, beminlijkste en roemrijkste Maagd, Moeder van God, mijne lieve Moeder, Meesteresse en Voorspreekster, wie ik geheel yerknocht en toegewijd ben ; Overgelukkig\', ÏJ als een kind en dienaar voor tijd en eeuwigheid toe te behooren, werp ik mij ootmoedig voor uwe voeten neder,om de geloften mijner trouw en liefde jegens ü te hernieuwen en ü te smeeken, dat Gij, in hoedanigheid van Koninginne en Meesteresse,wier eigendom wij zijn, ons offeren, geven en toewijden moogt aan het aanbiddelijk Hart van Jesus : mg en alles, wat ik ben, alles wat ik doen en lijden zal, zonder eenig voorbehoud ; ik verklaar geen andere vrijheid te willen,dan Hem te beminnen ; geen anderen roem dan Hem geheel toe te behooren, als de minste zijner dienstknechten en als slachtoffer zijner zuivere liefde; geen anderen wil, geen vermogen dan Hem te behagen, en zijn goddelijk verlangen te bevredigen in alles, zelfs ten koste van mijn leven. En wijl Gij, o allerliefste Moeder, allen invloed op dat beminnenswaardig Hart bezit, bid ik U te zorgen,

-ocr page 121-

Ill

dat Hij deze toewijding, welke ik heden maak, ontvange en aanneme, in uwe tegenwoordigheid en door uwe bemiddeling, met de betuigingen mijner standvastige trouw, indien zijne genade en uwe hulp mij ondersteunen, wat ik U nederig smeek, mij niet te weigeren.

O, zoete Hoop van ons stervelingen, doe mij uw vermogen ondervinden op het beminnelijk Hart van Jesus en gebruik uwen invloed om mij eene blijvende woonstede in dat H. Hart te bezorgen ; smeek Hem, zijne goddelijke heerschappij te doen gevoelen in mijne ziel, door zijne liefde te doen gevoelen in mijn hart, opdat Hij mij ontsteke, en vertere, en gelijkvormig make aan zich zeiven. Dat Hij mijn Vader zij, de Bruidegom mijner ziel, mijn beschermer, mijn grootste schat, mijne zaligheid, het voorwerp van al mijne liefde, mijn alles in alle dingen, verdelgend en vernietigend in mij alles, wat het mijne is, opdat Hij slechts het zijne in de plaats stelle, en ik Hem zoo volmaakt mogelijk behage. Dat Hij de kracht zij van mijn onvermogen, de sterkte mijner zwakheid, de blijdschap van al mijn droefheden.

O heiligste Harten van Jesus en Maria,

-ocr page 122-

112

herstelt alles, waarin ik te kort schiet; vult aan, wat mij ontbreekt, doet mijn hart branden in de vlammen uwer heilige liefde, verteert al mijne lauwheid en lafhartigheid in uwen dienst, want ik wil, dat voortaan mijn geluk en mijne zaligheid slechts besta in\'te leven en te sterven als slaaf van het aanbiddingwaardig Hart van Jesus, als kind en dienaar van U, H. Moedor. Amen.

-ocr page 123-

TJ I T A ar i E

VAX nMi\\\' MM. JVAMM JESVS,

(300 dagen aflaat aan hen, die deze lilanie bidden.)

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld.

God H. Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

Jesus, Zoon van den levenden God, g

Jesus, schitterend licht des Vaders, g;

Jesus, glans van het eeuwig licht, g

Jesus, koning der heerlijkheid,

Jesus, zon der gerechtigheid, ^

Jesus, Zoon van de Maagd Maria, §

Minnelijke Jesus, g

Wonderbare Jesus, ^

Jesus, sterke God,

Jesus, vader der toekomende tijden,

Jesus, verkondiger van Gods verheven raad.

Almachtige Jesus,

Allerverduldigste Jesus,

-ocr page 124-

114

Allergehoorzaamste Jesus, ontferm U Jesus, zoet en ootmoedig van harte, Jesus, minnaar der zuiverheid,

Jesus, onze minnaar,

Jesus, God des vredes,

Jesus, oorsprong des levens,

Jesus, toonbeeld der deugden,

Jesus, ijveraar der zielen,

Jesus, onze God,

Jesus, onze toevlucht,

Jesus, vader der armen,

Jesus, schat der geloovigen,

Jesus, goede herder,

Jesus, waarachtig licht,

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven,

Jesus, vreugde der Engelen,

Jesus, koning der Oud vaders,

Jesus, leermeester der Apostelen, Jesus, leeraar der Evangelisten,

Jesus, sterkte der Martelaren,

Jesus, licht der Belijders,

Jesus, zuiverheid der maagden,

Jesus, kroon van alle Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.

-ocr page 125-

115

Van alle zonden, verlos ons, Jesus.

Van uwe gramschap, verlos ons, Jesus.

Van de listen des duivels,

Van den geest der onkuischheid,

Van den eeuwigen dood,

Van de verwaarloozing uwer inspraken,

Door het geheim uwer heilige Mensch-

wording.

Door uwe geboorte.

Door uwe kindsheid.

Door uw allergoddelijkst leven.

Door uwen arbeid,

Door uwen doodstrijd en uw lijden. Door uw kruis en uwe verlatenheid. Door uwe smarten.

Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe verrijzenis.

Door uwe hemelvaart,

Door uwe vreugden,

Door uwe glorie.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Jeaus, Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm ü onzer, Jesus. Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. Onze Vader, enz.

-ocr page 126-

116

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen ; zoekt en gij zult vinden ; klopt en Ü zal geopend worden, geef ons, dat wij, die de waarachtige genegenheid uwer goddelijke liefde vragen, IJ van ganscher harte, met woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden U te loven.

Maak, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen Naam mogen vreezen en tevens beminnen, want nimmer onttrekt gij dengenen uwe leiding, die gij bevestigt in bestendige liefde jegens ü. Door onzen Heer Jesas Christus uwen Zoon, die met TJ leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 127-

117

rKACTISCHK WIJZE

om den Kruisweg te houden. Men verwekt vooraf eene akte van berouw

t

EERSTE STATIE.

Je sus wordt ter dood veroordeeld.

v. Wij aanbidden U, Christus, en loven U. k. Omdat Gy door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Ach, mijn Jesus, door dat onrechtvaardig doodvonnis, zoo herhaaldelijk onderschreven door mijne zonden, bevrijd mij van het vonnis vanquot; den eeuwigen dood, door mij zoo dikwijls verdiend.

Onze Vader, Wees Gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. O, God, wees ons zondaars genadig.

Bij het gaan van de eene Statie naar de andere zegge men :

Heilige Moeder, bewerk dat de wonden van mijn bekruisten Jesus diep in mijn hart gegrift quot;zijn.

-ocr page 128-

118

t

TWEEDE STATIE.

Jesus wordt heiaden met het Kruis. v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Gij, mijn Jesus, die bereidvaardig het zware Kruis, door mijne zonden gemaakt, op uwe schouders hebt genomen, doe mij de zwaarte dier zonden kennen, opdat ik ze, zoolang ik leef, altijd beweene.

Onze Vader enz.

t

DERDE STATIE.

Jesus valt voor de eerste maal onder het Kruis, v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Het groote gewicht mijner schulden, o mijn Jesus, deed U bezwijken onder het Kruis. Ik haat en verafschuw ze, ik vraag U steeds meer om vergeving ervan, en, geholpen door uwe genade, wil ik ze in het vervolg nooit meer bedrijven.

Onze Vader enz.

t

VIERDE STATIE.

Jesus ontmoet zijne H. Moeder. V. Wij aanbidden U, Christus enz.

Aller bedroefdste Jesus ! Maria Moeder vol

-ocr page 129-

119

van smarten ! Zoo ik in het verleden door mijne zonden de oorzaak ben geweest van uwe pijnen en smarten, met de goddelijke hulp zal het niet aldus zi|n voor het vervolg van myn leven ; maar ik zal u tot aan miinen dood toe getrouw beminnen.

Onze Vader enz.

t

VIJFDE STATIE.

Simon van Cyrene helpt Jesus het kruis dragen. v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Gelukkige Simon van Cyrene, mijn Jesus, die U het Kruis hielp dragen. Gelukkig zal ook ik zijn, zoo ik ü het Kruis help dragen, door geduldig en bereidwillig die kruisen te verduren, welke Gij mij in den loog van mijn leven zult overzenden ; maar Gij mijn Jesus geef mij daartoe de genade.

Onze Vader enz.

t

ZESDE STATIE.

Veronica droogt Jesus1 aangezicht af.

v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Myn goedertierendste Jesus, die U hebt gewaardigd het beeld van uw H. Aangezicht af te drukken in den doek, waarmede

-ocr page 130-

12ö

Veronica U reinigde, ach ! druk, smeek ik U, in mijne ziel de aanhoudende herinnering aan uwe allerbitterste smarten.

Onze Vader enz.

f

ZEVENDE STATIE.

Jesus valt ten tweede male.

v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Mijne herhaalde zonden, o mijn Jesus, deden U opnieuw onder het Kruis ter aarde vallen ; ach ! help mij die middelen aau te wenden, welke de kracht bezitten mij voor het hervallen in de zonde te behoeden.

Onze Vader enz.

t

ACHTSTE STATIE.

Jesus troost de vrouwen van Jeruzalem. v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Gij, mijn Jesus, die de godvruchtige vrouwen van Jeruzalem hebt getroost, toen zij,

F het gezicht uwer wreede smarten, over weenden, vertroost mijne ziel met uwe barmharrigheid, waarop \'ik alleen wil vertrouwen, en waaraan ik altijd wil beantwoorden. het gezicht uwer wreede smarten, over weenden, vertroost mijne ziel met uwe barmharrigheid, waarop \'ik alleen wil vertrouwen, en waaraan ik altijd wil beantwoorden.

Onze Vader enz.

-ocr page 131-

121

t

NEGENDE STATIE.

Jesus valt ten derde male onder hel Kruis. V. Wij aanbidden U, Christus enz. _

Door de smarten die Gi] leedt, o mijn Jesus, bij den derden val onder het zware Kruis,quot; maak, bid ik U, dat ik niet opnieuw in zonden valle. Ja, mijn Jesus, eerder sterven, dan opnieuw zondigen.

Onze Vader enz.

t

TIENDE ST UTK.

Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.

v. Wij aanbidden U, Christus enz.

Gij, mijn Jesus, die van uwe kleederen. beroofd en met bittere gal gelaafd werdt, onthecht my van de genegenheid voor het aardsche, en maak dat ik alles verafschuwe, wat naar wereld en zonde zweemt.

Onze Vader enz.

t

ELFDE STATIE.

Jesus wordt aan het Kruis genageld.

V. Wij aanbidden U, Christus enz. _

Door de krimpende pijnen, die Gij uit-

-ocr page 132-

123

etondt, mijn Jesus, toen gij aan handen en voeten met wreede nagelen aan het Kruia werdt geklonken, maak dat ik mijn vleesch altijd kruisige door den geest en christe-lijke versterving.

Onze Vader enz.

t

TWAALFDE STATIE.

Jesus sterft aan het Kruis,

V. Wij aanbidden U, Christus enz.

Gij, mijn Jesus, Die na 3 uren van al-lerhardsten doodstrijd op het Kruis voor mij gestorven zijt, ach ! laat mij eerder sterven dan dat ik nog in de zonde zou hervallen ; en moet ik blijven leven, dat ik enkel leve, om TJ te beminnen en getrouw te dienen.

Onze Vader enz.

t

DERTIENDE STATIE.

Jesus wordt van het Kruis genomen en gelegd

in den schoot zijner allerh. Moeder. V. Wij aanbidden ü, Christus enz.

Maria, Moeder van smarten, ach ! welk zwaard van droefheid moet het voor U zijn geweest, uwen lieven Zoon, Jesus, dood in

-ocr page 133-

123

uwen schoot te aanschouwen : ach! verkrijg Gij voor mij, dat ik altijd de zonde verafschuwe, als de oorzaak van zynen dood en van uw overgroot lijden, dat ik in het vervolg als een waar christen leve en zalig worde.

Onze Vader enz.

t

VEERTIENDE STATIE.

Jems wordt in het Graf gelegd. v. Wij aanbidden ü, Christus enz.

Ik wensch altijd met ü gestorven te blij-ven, mijn Jesus; en zoo ik leef, wil ik leven voor U, om hierna met ü in den kemel de vruchten te genieten van uw lijden en van uwen smartvollen dood. Amen.

Onze Vader enz.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die de Banier van het levendmakend Kruis door het kostbaar Bloed van uwen Eengeboren Zoon hebt willen heiligen : geef, bidden wij U, dat zij, die hunne vreugde stellen in de verheerlijking van datzelfde H, Kruis, zich ook overal in uwe bescherming mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. R. Amen.

Men kan besluiten met Onze Vader, Wees Gegroet en Eere zij den Vader, volgens de meening van den Paus.

-ocr page 134-

124

igt; i r A -V 1 K

VAN HET

HJEMIjMG MÏÏAIST VAX JESVS.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, cntf. ü onzer. Hart vau Jesus, Zoon van den eeuwigen

Vader, ^

Hart van Jesus, Zoon van de Maagd eng;

Moeder Maria, g

Hart van Jesus, eigen en waardige woon-0

plaats van den H. Geest, _

Hart van Jesus, tempel van de allerhel-o ligste Drievuldigheid, g

Hart van Jesus, glorie en vreugd der En-^

gelen, ... . .

Hart van Jesus, oneindig in majesteit,

-ocr page 135-

125

Hart van Jesus, voorwerp van alle liefde, Allerootmoedigst Hart van Jesus, Allerzuiverst Hart van Jesus, Allerminnelijkst Hart van Jesus,

Hart van Jesus vol van zegen en genade, Wellust van hemel en aarde.

Licht van geheel de wereld, Onverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden,

Fontein van alle rechtvaardigheid. Oorsprong van goedheid en barmhar-O tigheid, _ g;

Vol medelijden en teederheid, g

» Woonstede aller deugden, B

$ Waardig allen lof en eer, cj

\'quot;\'Aan wien alle aanbidding toekomt, © § Oneindige afgrond van alle hemelscheg ^ gaven, ^

quot;ë Fontein der springende wateren tot het (ij eeuwig leven.

Verzoening onzer zonden.

Troost van alle bedrukte harten,

Hoop van die in ü sterven,

Ons leven en verrijzenis,

Toevlucht van alle zondaren, Met bitterheid voor ons vervuld. Met versmaadheden voor ons verzadigd, Om onze boosheden doorwond,

-ocr page 136-

136

g Voor onze zaligheid gestorven aan het O $ kruis, 3;

^ Met eene lans doorstoken, S

§ Levende, heilige en Gode behagende of- ^ gt; ferande, cl

Altaar, op hetwelk alle Heiligen opge- o tn offerd worden, §

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods. dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer, Jesus. v. O Koning der glorie. Gij zult nooit versmaden.

a. Een boetvaardig en vernederd hart.

LAAT ONS BIDDEN.

Heere Jesus ! die door eene nieuwe weldaad uwer genade, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw Hart hebt geopend ; geof dat wij aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde schenken, en door waardige eerbewijzingen den hoon herstel-I n, dien Het door de ondankbaarheid der menschen moet verduren. Gij die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 137-

127

o r* D ire a. c ï j. rjr

aan het

AIXUHH. 11.1 KT VA* JESUS.

Ik NN, om U mjine erkenteljiklieid te toonen, en alle mijne ongetrouwheden te herstellen, schenk Ü mijn hart en wijd mij geheel aan U toe, o mijn beminnelijke Jesus ; en met uwe hulp neem ik mij voor, niet meer te zondigen.

Paus Pius VII, vergunde aan alle geloovigen, die gedurende eene gebeele maand ten minste met rouwmoedig liart en met gods\\rucht genoemde Opdracht voor de boellenis van het allerh. Hart van Jesus bidden:

Een vollen Aflaat, op een dag naar verkiezing derzelfde maand, mits men, na waarlijk rouwmoedig le hebben gebiecht en gecommuniceerd, godvruchtig bidt voor het welzijn van onze Moeder de II. Kerk, en volgens de meening van Z, H.

Éen Aflnal van 300 dagen eens per dag voor wie haar ten minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht bidt voor gemelde H. Beeltenis.

K ït A. JV S J E

ter eere van het Allerh. Hart.

v. O God, kom mij te hulp.

a. Beer, haast U om mij te helpen.

-ocr page 138-

128

v. Glorie zij den Yader, den Zoon en den

H. Geest.

a. Gelijk het was in het begin en nu en

altijd en door de eeuwen der eeuwen.

Amen.

I. Mijn liefdevolle Jesus, wanneer ik uw goedig Hart beschouw, en het geheel liefde en teederheid zie voor de zondaren, voel ik het mijne vervuld met vreugde en vertrouwen, van gunstig door U te worden ontvangen. Ach! hoevele zonden heb ik bedreven ! Maar thans, op het voorbeeld van Petrus en van de boetvaardige Magdalena, beween en verfoei ik ze, omdat ik daardoor TJ, mijn hoogste Goed, beleedigd heb. Ja, schenk mij de vergiflenis ervan ; en o, moge ik eer sterven, ik smeek het U bij uw liefdevol Hart, moge ik eer sterven dan ü te beleedigen, en moge ik ten minste eenig en alleen leven, om U wederliefde te bewijzen.

Men hidt 1 Onze Vader en 5 Eere zij den Vader ter eere van het goddelijk Hart, en zegge daarna:

Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik ü altijd beminne.

II. Ik zegen, mijn Jesus, uw allernederigst Hart, en bedank ü, dat Gij het mij tot toonbeeld hebt gegeven, niet enkel met

-ocr page 139-

129

de krachtigste aansporingen om het na te volgen, maar dat Gij lui] ook ten koste uwer zoo diepe vernederingen den weg daartoe aanwijst en gemakkelijk maakt. Dwaze en ondankbare die ik was ! Ach, hoever ben ik afgeweken ! hergeef mij. Geen hoogmoed meer; maar met een nederig hart wil ik ü te midden van vernederingen volgen, en zoo vrede en zaligheid vinden. Geef mij de kracht daartoe, en ik zal in eeuwigheid uw Hart zegenen.

1 Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.

Zoet Hart enz.

III Ik bewonder, o mijn Jesus, uw allergeduldigst Hart, en ik bedank U voor zooveel bewonderenswaardige voorbeelden van onverwinnelijk geduld, ons door ü nagelaten. Ik betreur het, dat zij zonder vrucht tegen mij het verwijt inbrengen mijner dwaze prikkelbaarheid, die den geringsten last niet weet te verdragen. Ach! mijn dierbare Jesus, stort in mijn hart eene vurige en duurzame liefde tot kwellingen, kruisen, versterving en boetvaardigheid, opdat ik, door U te velgen op den Calvarieberg, met ü kome tot de glorie en de vreugde des hemels.

1 Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.

Zoet Hart enz.

-ocr page 140-

130

IV. Bij het beschouwen van uw aller-zachtmoedigst Hart, dierbare Jesus, heb ik \' een afschrik van het mijne, zoo geheel verschillend van het uwe. Al te dikwijls is een lichte schijn, een teeken, een tegenstrijdig woord genoeg, om mij te verontrusten en tot bittere klachten te brengen. Ach! vergeef mij mijne opvliegendheid, en geef mij de genade voor het vervolg in eiken tegenspoed uwe onverstoorbare zachtmoedigheid na te volgen, en aldus een voortdurenden heiligen vrede te smaken.

1 Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.

Zoet Hart enz.

V, Dat men lof zinge, o Jesus, aan uw allermoedigst Hart, overwinnaar van dood en hel, dat alle onze lofprijzingen overwaar-dig is. Meer dan ooit sta ik beschaamd, wanneer ik de kleinmoedigheid vau het mijne zie, dat, vol van menschelijk opzicht, voor het geringste woord bevreesd is. Maar dit zal anders worden. Ik smeek ü om zoo grooten moed en kracht, dat ik hier op aarde met ü strijde en overwinne, en hierna vo| vreugde met U zegeviere in den hemel.

1 Onze Vader en 5 Eere zij den Vader.

Zoet Hart enz-

Wenden wi] ons tot Maria, wijden wij

-ocr page 141-

131

ons steeds inniger aan Haar toe, en zeggen wij vol vertrouwen op haar moederhart:

quot;Door de verhevene voorrechten van uw allerzoetst Hart, o groote Moeder Gods en mijn Moeder Maria, verl,riig mii eene vurige en standvastige godsvrucht tot het H. Hart van uwen Zoon Jesus, opdat ik, met mijne gedachten en gevoelens daarin opgesloten, alle mijne plichten vervulle, en steeds met opgeruimdheid des harten, maar bijzonder ophezen dag, mijnen Jesus diene.

v. Hart van Jesus, brandend van liefde

tot ons. . tt i

e. Ontvlam ons hart van heide tot U !

LAAT ONS BIDDEN.

Wij bidden U, o Heer, dat de H. Geest ons ontvlamme door dat vuur, hetwelk onze Heer Jesus Christus uit het binnenste zijns Harten over de aarde heeft afgezonden, en dat hij krachtig ontstoken wenscht te zien. Die niet U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 142-

132

GEUEMlfMEar te Ot^ERWJEGJEX

ONDER HET

VAIV »Ej*r ISOKKVI^siavm»

De blijde Geheimen.

itkw^\' /ie^ .f61quot;^6 Geheim overweegt

wT\' M6 , Aartfr,Sel Gabriël aan de al-

Ev T gni aa\')koildlgde\' dat zij onzen ^ - AUS Christus zou ontvangen en baren. .Een Onze Vader 10 IVees gegroet en één

menT\' ^ etzeIve voor alIe andere Gehei-

Bij het tweede blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd, het bericht des de H. Elisabeth indachtig, scjnekik op weg ging, om haar nicht m naar huis te bezoeken, en daar drie maan-aen by haar bleef.

Bij het derde blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria, toen de tijd was gekomen, onzen Verlosser Jesus t nnstus te middernacht, in de stad Bethle-nem baarde, en tusschen twee redelooze die-reiL}P de tfibbe nederlegde.

By het vierde blijde Geheim overweetrt men, hoe de allerh. Maagd Maria, op den aag harer zuivering, Christus onzen Heer

-ocr page 143-

133

in den Tempel opdroeg en hem in de armen legde van deu H. grijsaard bimeon.

Bij het vijfde blijde Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria, nahaien Zoon verloren en gedurende 3 dagen te hebben gezocht. Hem aan het einde vau den derden dag in deu Tempel terugvond in het midden der Leeraars, met wie Hy, toen 12 jaren oud, redetwistte-

Droevige Geheimen.

Bij het eerste droevige Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus, toen hij bad in den Hof van Olijven, bloed zweette.

Bij het tweede droevige Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus in het huis van Pilatus wreed gegeeseld •werd en tallooze slagen ontving.

Bij het derde droevige Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus met allerpuntigste doornen werd gekroond.

Bij het vierde droevige Geheim overweegt men, hoe aan Jesus Christus, toen Hij ter dood was veroordeeld, tot zijne grootere beschaming en smart, het zware kruishout op de schouders werd gelegd.

-ocr page 144-

134

Bij het vijfde droevige Geheim overweegt nien, hoe Jesus Christus, op den Calvarieberg gekomen, van zijne kleederen beroofd en met uiterst scherpe nagels aan het Kruis werd gehecht, waarop Hij stierf in tegenwoordigheid zijner diepbedroefde Moeder.

Gloerijke Geheimen.

Bij het eerste glorierijke Geheim overweegt men, hoe onze Heer Jesus Christus, den derden dag na zijn Lijden en Dood, glorierijk en zegevierend verrees, om nooit meer te sterven.

Bij het tweede glorierijk Geheim overweegt men, hoe J. C., veertig dagen na zijne Verrijzenis, met grooten luister en zegepraal ten hemel opklom, onder de oocen van zijne allerh. Moeder en van al zrne leerlingen.

Bij het derde glorierijke Geheim overweegt men, hoo Jesus Christus, zittende aan ae rechterhand zijns Vaders, den H. Geest afzond in de zaal van het laatste Avondmaal, waar de apostelen met de allerh. Maagd vergaderd waren.

Bi] het vierde glorierijke Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria,

-ocr page 145-

135

twaalf jaren na de Verrijzenis van O. H. J. C., van dit leven scheidde en door de Engelen ten hemel werd opgevoerd.

Bij liet vijfde glorierijke Geheim overweegt men, hoe de allerh. Maagd Maria in den hemel werd gekroond door haren god-delijken Zoon, en overweegt men ook de glorie van alle heiligen.

Men kan den Rozenkrans besluiten met het bidden der Litanie van Loretten.

K K A. N H J

ter eere der Onbevlekte Ontvangenis van de allerh. Maagd Maria.

In den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen.

Eerste gedeelte. Gezegend zij de heilige en Onbevlekte Ontvangenis der allerh. Maagd Maria. Vervolgens bidt men 1 Onze Vader, 4 Wees gegroet en 1 Eere zij den Vader.

Tweede gedeelte, als het eerste.

Derde » » » »

Z. H. Paus Pius IX, vergunde aan alle geloovigen, die eene maand laug, dagelijks, ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig dit Kransje hebben ge-

-ocr page 146-

136

beden :

Een vollen Aflaat, te verdienen op den dag, waarop , ronedig biecht en communiceert, mon i ^ , Van Jen voor ied«ien keer dat

vrucblig bidt.quot;11quot; raet rouwmoedl\' bart en god-

De seven smarten en vreugden van den it. Jfoseph.

.Jp O glorierijke H. Joseph, allerzuiver-ste Bruidegom der allerh. Maagd Maria, toe groot was de onrust en de benauwdheid u tvs

ÏSf? ifJ i6 0nz?xkerlleid\' of gij uwe oube-vlekte Bruid zoudt verlaten ; maar hoe oa-

tsprekehjk groot ook was uwe vreugde, toen het verheven Geheim der Menschwo;gt; ding U door een Engel werd geopenbaard. Ir dez3. quot;we smart en vreugde bidden wii U, onze ziel nu en te midden der Smarten an ons doodbed te vertroosten met de vreugde van een deugdzaam leven en van een heiligen dood, gelijk aan uw dood, die se-storven zijt in de armen van Jesusen Maria.

if n i\' ^f .^roet, Eere zij den Vader. i . ^ glorierijke H.Joseph, overgelukkige Patriarch, uitverkoren tot de bedieniiw van Voedstervader van het menschgewordea Woord, de smart, die Gij hebt gevoeld,

-ocr page 147-

187

toen Gij liet goddelijk Kind Jesus in zoo groote quot;armoede zaagt geboren worden, verkeerde plotseling in hemelsche blijdschap, toen Gy het Engelenkoor hoordet en de glorie aanschouwdet van dien zoo heerlijk schitterenden nacht.

Door deze uwe smart en vreugde smeek ik U, voor ons te verkrijgen, dat wij na de reis van dit leven daar mogen aankomen, waar wij het loflied der Engelen zullen hooren en ons koesteren in de stralen der hemelsche glorie.

Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader.

III. O glorierijke H. Joseph, allerge-hoorzaamste Uitvoerder van Gods wetten, het overkostbaar Bloed, dat het goddelijk Eind, onze Verlosser, in zijne Besnijdenis vergoot, doorwondde uw hart, maar door den Naam Jesus werd het wederom met leven en blijdschap vervuld.

Door deze uwe smart en vreugde, verwerf ons, dat wij, na elke ondeugd in ons leven te hebben uitgeroeid, met den zoeten Naam Jesus in het hart en op de lippen, vol blijdschap mogen sterven.

Onze Vader, Wees gegroet. Eere zij den Vader.

IV. O glorierijke H. Joseph, allerge-trouwste Heilige, die in de geheimen onzer

-ocr page 148-

138

Verlossing werd ingewijd ; de voorzegging van Simeon omtrent hetgeen Jesus en Maria moesten lijden, berokkende ü wel is waar doodelijke droefheid, maar vervulde U ook terzelfder tijd met zalige blijdschap, omdat hij.tegelijkertijd voorspelde,\'dat daaruit de zaligheid en glorierijke verrijzenis van tal-looze zielen moesten voortspruiten.

Door deze uwe smart en vreugde, verwerf ons, dat wij mogen behooren tot het

Jetal van hen, die door de verdiensten van esus en op de voorspraak der Moedermaagd met glorie zullen verrijzen.

Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader. v. O glorierijke H. Joseph, allerwaak-zaamste Beschermer en Boezemvriend van Gods menschgeworden Zoon, wat hebt ^ij veel moeite doorstaan om den Zoon des Al-lerhoogsten te voeden en te dienen, vooral op de vlucht naar Egypte ; maar ook hoe roote vreugde hebt gij gesmaakt, wijl gij ienzelfden God voortdurend aan uwe zijde hadt en de Egyptische afgodsbeelden voor Hem ter aarde zaagt vallen.

Door deze uwe smart en vreugde, verwerf ons, dat wij, vooral door het vluchten der gevaarlijke gelegenheden, den hel-schen dwingeland verre van ons mogen

-ocr page 149-

139

houden, dat wij eiken afgod van aardsche genegenheid in ons hart omverwerpen, en geheel verknocht aan den dienst van Jesus en Maria voor hen alleen levea en een heiligen dood sterven.

Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader.

VI. O glorierijke H. Joseph, Engel hier op aarde, die vol heilige bewondering aan-schouwdet, hoe de Koning des hemels aan uwe wenken gehoorzaamde, uwe blijdschap Hem uit Egypte terug te mogen leiden werd verstoord door de vrees voor Archelaüs; maar door een Engel gerust gesteld, hebt gij u vol vreugde met Jesus eu Maria wederom te Nazareth gevestigd. Door deze uwe smart en vreugde, verkrijg voor ons, dat wij alle schadelijke vrees uit ons hart verdrijven, den vrede van een goed geweten smaken, gerust leven in het gezelschap van Jesus en Maria, en ook in hun gezelschap sterven.

Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader.

VII. O glorierijke H. Joseph, toonbeeld aller heiligheid, toen gij buiten uwe schuld het Kind Jesus had verloren, hebt gij Het drie dagen lang in de grootste smart gezocht, totdat gij de hoogste vreugde mocht smaken van Jesus, uw Leven, in den Tempel

-ocr page 150-

140

onder de leeraars weder te vinden.

Door deze uwe smart en vreugde, smee-ken wij U, met het hart op onze lippen, om uwe tusschenkomst, dat het ongeluk ons toch nooit trefïe van Jesns door zware zonden te verliezen, en mocht dit helaas ! ooit gebeuren, dat wij Hem dan onvermoeid door onze droefheid terugzoeken, zoolang tot wij Hem gunstig gestemd terugvinden, voornamelijk in ons stervensuur, om dan den hemel in te gaan, waar wij Hem zullen mogen genieten en met U in eeuwigheid zijne goddelijke barmhartigheid verheerlijken.

Onze Vader, Wees gegroet, Eere zij den Vader. Antif. Jesus zelf was zijn dertigst jaar als aanvangende, toen hij doorging als de zoon van Joseph.

v. Bid voor ons H. Joseph.

k. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus,

LAAT ONS BIDDEN;

_ God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid den H. Joseph tot bruidegom uwer allerheiligste Moeder hebt willen verkiezen, geef bidden wij u, dat wij hem, dien

-ocr page 151-

UI

wij op aarde als beschermer vereeren, als voorspreker mogen hebben in den hemel ! Gij die leeft en regeert in eeuwigheid.

u. Amen.

Paus Pi us VII, vergunde aan alle geloovigen, die gemelde gebeden ten minste mei rouwmoedig hart bidden :

Een Aflaat van 100 dagen eens per dag.

Een Aflaat van 300 dagen op alle Woensdagen van het jaar, en op iedere» dag der twee Novenen, de eerste vóór liet hoofdfeest van den H. Joseph (19 Maart), de andere gt;óór het feest der Bescherming op den derden Zondag na Paschen :

Een vollen Afiaal op de twee genoemde feestdagen, aan allen die, na waarlijk rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, deze gebeden verrichten.

Een vollen Aflaat eens in de maand, aan allen, die ze eene maand lang dagelijks hebben gebeden, Ie verdienen op een dag waarop men met waar berouw biecht en communiceert.

Paus Gregorius XVI, vergunde aan alle geloovigen, die (en minste met rouwmoedig hart en met godsvrucht gemelde gebeden bidden op 7 achtereenvolgende Zondagen des jaars naar verkiezing.

Een Aflaat van 300 dagen op ieder der 6 eerste Zondaïen.

Een vollen Aflaat op den 7n Zondag, mits men niet waar berouw biechte en communiceert.

Z. H. Paus Pius IX, voegde, na voorafgaande bevestiging der vermelde vergunningen, daarbij ;

Een vollen Aflaat op ieder der 7 achtereenvol-

10.

-ocr page 152-

142

gende Zondagen des jaars naar verkiezing, mils men, na vooraf genoemde gebeden verricht en met waar berouw te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eeno kerk of openbare bedeplaals bezoeke en daar een lijd lang bidde volgens de meening van Z. H.

Dezelfde Paus, strekte :

Een vollen Aflaat, te verdienen op ieder der opgenoemde 7 Zondagen onder het jaar, ook nog uit tot die personen, welke niet kunnen lezen, en op plaatsen wonen, waar zulke godvruchtige oefeningen niet in hel openbaar gehouden worden, mits zij op iederen Zondag na alle bovengemelde voorwaarden le hebben volbracht, in de plaats dier gebeden enkel 7 Pater Noster, Ave Maria en Gloria bidden.

OEFENINGEN

TEE EEEE VAN DE 11». TIAA*!» - IMTIIOVK*.

I.

\'t Schoone gebruik om voor elke maand des jaars een bijzonderen patroon aan te nemen, werd allereerst door den H. Fran-ciscus de Borgia ingevoerd in de Societeit van Jesus, en van daar is het overgegaan in de congregatiën der Allerheiligste Maagd.

Om deze heilzame oefening met vrucht te verrichten, neme men het volgende in aanmerking :

1®. Bij het begin der maand zal men

-ocr page 153-

143

zich op eene bijzondere wijze stellen onder de bescherming van den Heilige, dien meu tot Patroon ontvangen heeft

2°. \'s Morgens en \'s avonds zal men hem met vertrouwen aanroepen.

3quot;. Op zijn feestdag of op den volgenden Zondag, zal men, zoo mogelijk, tot de H. Sacramenten naderen.

4°, \'t Is raadzaam de geschiedenis van zijn leven te lezen, opdat iedereen hem na-volge volgens zijnen staat.

5°. Op het einde der maand zal men hem danken voor al de gunsten door zijne voorspraak verworven, en men zal zich nog eens voor het overige zijns levens, in zijne bescherming aanbevelen.

II. Maandbriefjes.

Om de beoefening van evengenoemde devotie gemakkelijk te maken worden er maandbriefjes rondgedeeld en in de Vergadering door den Bestuurder voorgelezen.

Deze briefjes wijzen aan welken Heilige als maand ° patroon is gekozen, en bevatten te gelijk eene kernspreuk ter overweging, eene deugd ter beoefening en eindelijk eene of meerdere personen, die de congregatie bg

-ocr page 154-

144

voorkeur in hare gebeden Gode zal aanbe-veloD- De maandbriefjes in de congregatie der O. Ontv. van Maria te WEEKT van oudsher in gebruik luiden, als volgt :

JANUARI.

Pateoon — H. Franciscus van Sales.

Deugd — Zachtmoedigheid.

Spreuk. Leert van Mij, dat ik zachtmoedig en nederig van hart ben ; en gij zult rust vinden voor uwe zielen. Math. XI. 29. Oefening. 1°. De gramschap bij de eerste beweging tegenwerken, door terstond te zwijgen, of de plaats te verlaten.

2°. In het berispen en straffen de gramschap regelen door de naastenliefde.

3°. In den omgang met grammoedigen, zooveel mogelijk toegeven.

Een zacht woord, breekt de gramschap.

Prov. 15. 1. Bidden. Om dit jaar die deugd te verkrijgen.

FEBRUARI.

Pateones — H. Anna.

Deugd — Dankbaarheid.

Spreuk. Hoe grooter de weldaden zijn, die men ontvangen heeft, des te grooter zullen de straffen zi]n, als men dezelve verwaarloost. ü. J. Chrijsostomus.

-ocr page 155-

145

Oefening. 1°. De weldaden van God ontvangen hoogachten, en dikwijls er aan denKen.

2°. God voor die weldaden danken. 3°. Dezelve tot Gods eer, tot onze zaligheid en tot heil van anderen aanwenden.

Bidden. Voor onze en alle Congregatiën.

MAART.

Patroon — H. Gabriël Aartsengel.

Deugd — Gehoorzaamheid.

Spreuk. Zie de dienstmaagd des Hefren, mi]

geschiede naar uw woord. Luc. J. 30. Oefening. 1°. Eenen kleinen dunk hebben van ons zei ven.

2°. Dikwijls bedenken, dat onze oversten ons in Gods plaats bestieren.

3°. Voor oogen houden de gehoorzaamheid van Jesus, Maria en Joseph.

4°. Bijzonder in kleine zaken stiptelijk gehoorzamen.

Bidden. Voor eenen zaligen staat.

APRIL.

Patrones — H. Maria Magdalena.

Deugd — Boetvaardigheid.

Spreuk. Gemakkelijker heb ik er gevonden, die de onschuld bewaard, dan die vol-

-ocr page 156-

146

doende boetvaardigheid gedaan hadden.

H. Ambrosius. Oefening. 1°. Eiken avond ons geweten onderzoeken, en ons voornemen vernieuwen.

2°. Ka den val spoedig opstaan en biechten.

3°. Al ons doen en laten dikwijls aan God opdragen tot vergiffenis onzer zonden. 4°. Onzen wil en onze zinnen versterven. Bidden. Voor de bekeering der zondaren. MEI.

Patroon — H. Joannes Nepomncenus. Deugd — Sterkte.

Spreuk. Als gij wilt gekroond worden, strijd dan moedig en verdraag geduldig. Navolging van Christ. Ill boek 19 hoofdst. Oefening. 1°. De beleedigingen grootmoedig vergeven en allen haat afleggen. 2°. De deugd onbeschroomd beoefenen en de zondaars broederlijk vermanen. 3°. De naaste gelegenheden van zonden zorgvuldig mijden en slechte gewoonten dapper bevechten.

4°. In de biecht rondborstig zijne zonden belijden.

Bidden, voor hen, die vervolging lijden voor Jesus.

-ocr page 157-

147

JUNI.

Patkoon — H. Aloysius.

Deugd — Zuiverheid.

Spreuk. Zalig zijn de zuiveren van harte,

want zu zullen God zien.

Math. 5. v, 8.

Oefeningen. 1°. Mistrouwen van ons zeiven.

2°. \' Waken op onze zinnen en op onze

gedachten.

3°. De gelegenheden vluchten. 4°, Op God betrouwen en Hem bidden. Bidden voor de Jeugd.

J UL1.

Patuonen — De HH. Hieronymus en An-

tonius van WEERT.

Deugd — Geloof. , , , , , i Svreuk. Het is moeieliik slecht te leven als men goed gelooft. H. Augustinus.

De heiligen zi)n voor het geloot gestorven, en wij schamen ons over hetzelve uit menschelifk opzicht.

Oefening. 1°. Onze kennis der christelijke leer vermeerderen door aandachtig de onderrichtingen bij te wonen, door heb lezen van goede boeken, en door eigene over-

W20f DGod bidden om vermeerdering van

-ocr page 158-

148

ons geloof en dikwijls eene akte van geloof verwekken.

3°. In het gebed, in de Kerk, vooral Di] de uitstelling van het Allerheiligste, toonen dat men gelooft.

Bidden. Voor de uitbreiding des geloofs en iiet uilroeien der ketterijen.

AUGUSTUS.

Patroon — H. Alphonsus M. de Ligorio. .Deugd — Godvruchtigheid.

opreuk. De mensch ziet hetgeen uitwendig

is ; doch God beschouwt het hart. n r ■ I- Reg- 1(3- V. 7.

Vefening. 1 , Alle dagen eene of andere waarheid des geloofs overdenken. 2 . Een akte van geloof, van hoop en liefde verwekken.

TD-j j0\' en dan een schietgebedje bidden.

Bidden. Voor de armen.

SEPTEJIBER.

Patkones — O. L. V. der VII Smarten. Deugd — Zelfverloochening.

bpreuk. Onze overwinning moet in ons hart zfln ; zoo als Christus overwonnen heeft, zoo moet de christen trachten te over-_ winnen. H. Augustin.

Oefening. 1 , Onze driften tegenwerken zoo-

-ocr page 159-

149

dra wij dezelve in ons gewaar worden. 2°. De tegenovergestelde deugden beoe-

^S^ Elke drift afzonderlijk aanranden ea

niet rusten voor aleer dezelve getemd is. Bidden. Om de kennis van ons zeiven te verkrijgen.

OCTOBER.

Patroon -- H. Franciscus v. Assisiën. Deugd — Ootmoedigheid.

Spreuk. Christus heeft zich vernietigd, de sestalte van een dienstknecht aannemende.

0 Phil. 2. 7.

Oefening. 1°. Tevreden zijn in onzen staat en gehoorzamen aan onze oversten. 2°. Nooit van ons zeiven spreken, nocli

goed, noch kwaad. .

3°. De vernederingen en verongeigkin-sen geduldig verdragen.

4°. Als men berispt wordt, niet tegenspreken.

Bidden. Voor onze Oversten.

NOVEMBER.

Patroon — H. Martinus.

Deugd — Betrouwen op God.

Spreuk. Ik kan alles, in Hem, die mij versterkt. PI»11?- 4- 13-

-ocr page 160-

150

Vraagt, en u zal gegeven worden. fs , . , Luc. XI.

Oefening. 1 . s Morgens en \'s avonds, Gods bystand afbidden.

2 . In moeielijke omstandigheden, in be-qo113^6quot;\' me^ betrouwen bidden.

3 . Bijzonder Gods licht en bijstand af-smeeken, als men een gewichtig werk be-

Tr§jnt HrVquot; men eerien staat verkiest, ■bidden. Voor de geloovige zielen, bijzoader voor die onzer medebroeders.

DECEMBER.

Patroon — H. Pranciscus Xaverius.

Deugd — Naastenliefde.

Spreuk. Let op hoe zeer gij ü zeiven bemint en bemin zoo uwen evenmensch. . H. Augustinus.

Oefening. 1°. Voor den evennaaste bidden. 2°. Hem in lichamelijken en vooral in geestelijken nood naar vermogen bijstaan. 3°. Hem stichten door het goede voorbeeld.

4°. Zijne fouten bedekken.

Bidden. Voor de bekeering der ongeloovi-gen en voor de armen.

-ocr page 161-

151

ovekzichlt.

Ui wijze van onderzoek, hetwelk men van tijd tot tijd kan doen, om met meer nauwkeurigheid zijne plichten van christen en van \' lid der congregatie te vervullen ( ).

1. Oepiüningen van godsvrucht. Doorloop de verschillende oefeningen van godsvrucht, xoelke gij te doen hebt, als Christen en als lid der Congregatie; onderzoek welke de oorzaken zijn van uwe verstrooidheden ; of zij voortkomen uit gebrek aan voorberei-dinq, of uit uwe gewone lichtzinnigheid, of wel uit zekere kleine aangekleefdheid, waarmede de geest en het hart ingenomen zijn. Houd u een weinig op lij de volgende punten.

Heb ik, slapen gaande en opstaande, eemge eodvruchtige oefeningen verricht?

Hoe heb ik, \'s morgens en \'s avonds, voor en na het eten, miin gebed gedaan ?

Hoe ben ik in de heilige Mis tegenwoor-

dl^oeWheb ik mij tot de biecht voorbereid ? Heb ik my ernstig en bijzonderlijk tot een waar berouw opgewekt ?

Hoe heb ik mij tot de heilige Communie

-(T) ito oefening is niet voUoende o.a tot oadenoek ïoor

de biecht le dienen.

-ocr page 162-

152

voorbereid ? — Welke vrucht heb ik uit mijne biechten en communiën getrokken ?

Hoe heb ik mij in de tegenwoordigheid van het allerheiligste Sacrament gedragen? — Ben jk, gedurende de goddelijke diensten, wel ingetogen en met het gebed bezig geweest ? Hoedanig is inijue godsvrucht jegens de heilige Maagd Maria ? — lien ik daarin niet verflauwd ?

Hoe heb ik den Rozenkrans, den Anqelus, de Litanie, enz., gebeden ? — Hoedanig is mgne liefde en verkleefdheid jegens de Congregatie ? Neem ik hare belangen en haren voorspoed ter harte ? Ben ik getrouw geweest om de geboden der Congregatie \'te bidden ?

Heb ik niet verzuimd het woord Gods te aanhooren, als ik zulks gemakkelijk doen kon ?

Heb ik daarmede getracht voordeel te doen ?....

Heb ik zorg gedragen alle dagen aan God de genade te vragen van mijnen roep te kennen ?

Heb ik de lezing van godvruchtige boeken bemind ? Heb ik getracht daaruit voordeel te trekken ?

Heb ik de werken van barmhartigheid

-ocr page 163-

153

volgens mijnen ouderdom, staat en gesteltenis geoefend?

2. Plichten van een lid der conamp;re-gatie. (De naauwkeurigheid of onachtzaamheid waarmede een lid der Congregatie deze plichten volbrengt, zal over zijnen ijver of zijne lauwheid \'doen oordeelen.)

Heb ik de regelen der Congregatie geheel, stipteliilr, en met christelijke inzichten onderhouden ?

3. Handelwijze met de oversten en met de naasten. Heb ik aan mijne oversten gehoorzaamd met eenvoudigheid, niet vlijt, met eenen geest van geloof ? Heb ik mij gewacht iets to zeggen dat den eerbied, hun verschuldigd, kon benadeelen ? Heb ik mets voor mijnen geestelijken vader verzwegen ?

Hen ik toegevend en liefdadig geweest jegei s alle menschea ? Heb ik niet somtijds kwaad van iemand gesproken ; — door onbescheidenheid en uit onvoorzichtigheid met mijnen naaste den spot gedreven ; of hem uitgelachen ? — Heb ik getracht door mijne woorden, mijnen evenmensch van de zonde te weerhouden, en hem tot de deugd op te

wekken ? .

(Een lid der Congregatie vermag veel goeds of kwaads te weeg brengen, naarmate zijn

-ocr page 164-

154

uitwendig gedrag stichtend is of niet.)

li VOOHTJITGANG OP DEN WEG DER DEUGD.

iaGD ik pogicgen aangewend, om waarlijk godvruchtig te worden ? — Heb ik de H. Sacramenten met meer ijver ontvangen ? — Heb ik mij meer vernederd en verstorven ? — Heb ik mijne heerschende driften bestre-den ? — öeb ik getracht mijn inborst te verbeteren ? Waarin is het voornaamste beletsel tegen mijnen voortgang op den weff der deugd gelegen ? — Waarvan komt het dat ik zoo weinig vorder ?

Op het einde van dit onderzoek, zal vien God om vergiffenis vragen voor zijne over-tredingen en ^ nalatigheden, en ernstige en bepaalde besluiten maken voor de toekomst.

CH R SS 55 n K sr

*e Si8»,TIK g-ebrnikelïjb,

BIJ OB

PLECHTIGE OPDliACHT en AANNEMING.

1. De Eerw. Bestuurder of wie de plechtigheid verricht, begint voor het altaar de volgende Hymne, die door het koor wordt voortgezet:

-ocr page 165-

155

v. Adjutorium nostrum in nomina Domini,

b. Qui fecit ccelum

et terram. v. Domine exaudi

orationem mearn, b,. Et clamor mens

ad te veniat. v. Do minus yobis-cum,

r. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Omnipotens sem-piterne Deus qui sanctorum tuorum imagines (sive effigies) sculpi aut pingi ren,

Veni ceeatou spi- Kom schepper, kom ritus, zie blz. 48. o H. Geest,

2. Pkeek.

3. Wijding der medailjbs.

(Inmiddels kaa er esne Hymne gezongen worden ter eere der Allerheiligste Maagd.)

v. Onze hulp is in den naam des Hee-

r. Die hemel en aarde gemaakt heeft, v. Heer verhoor mijn

gebed,

r. En mijn geroep

kome tot U. v. De Heer zij met u,

r. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, die het vervaardigen of schilderen van afbeeldingen uwer Heiligen niet


-ocr page 166-

15ö

non reprobas, ut quo-ties illas oculis corporis intuemur, toties eorum actus et sancti-tatem ad imitandum memorias oculis me-ditemur ; has quassu-mus, imagines in ho-norera et menioriam Beatissimse Virginis Maria;, Matris Domini nostri Jesu Christi et S .. .. adaptatas bene f dicere et sancti f ficare digneris, et prsesta, ut quicum-que coram illis Bea-iissimam Virginem et S. •. • suppliciter co-lere et honorare stu-duerit, ilJius meritis et obtentu a te gra-tiam in praesenti et seternam gloriam ob-tineat in futurum. Per eumdem Christum Dominura nostrum.

veroordeelt, opdat, zoo dikwerf wij deze met de oogen des li-chaams beschouwen, wij hunne daden en heiligen wandel ter navolging met de oogen des geestes zouden overwegen, wij bidden ü ge-waardig deze afbeeldingen ter eere en ter gedachtenis van de allerheiligste Maagd Maria de Moeder on-zes Heeren Jesus Christus en van den H . . . . vervaardigd, te ze f genen en te hei f ligen, en verleen dat allen, die voor deze de allerheiligste Maagd en den H . ... ootmoediglijk zullen trachten eer en hulde te bewijzen door hunne verdiensten en voorspraak, van ü


-ocr page 167-

157

genade voor hefc tegenwoordige en de eeuwige glorie voor het toekomstige leven mogen erlangen.Door denzelfden Christus onzen Heer.

e. Amen.

(Vervolgens worden de medailjes met wijwater besproeid.)

4. De Secretaris zegt tot de Aspiranten gekeerd :

Tot lof en glorie der Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere der allerzaligste Onbevlekt Ontvacgene Maagd Maria, onze Moeder en Patrones, tot uitbreiding en bloei van onze Congregatie, mogan zij toetreden, die wenschen aangenomen te worden tot leden onzer Congregatie, met name : N. N.

Zoodra deze ter bepaalde plaatse zijn gekomen, zegt:

De Prefect zich tot den Eerw. Bestuurder

keerende :

Eerwaarde Vader ! de hier tegenwoordi-gen wenschen vuriglijk in hen zeiven en in anderen de godsvrucht tot de gelukzalige

U.

-ocr page 168-

153

non reprobas, ut quo-ties illas oculis corporis intuemur, toties eorum actus et sancti-tatem ad imitandum memorias ocnlis me-ditemur ; has qu£esu-mus, imagines in ho-norem et memoriam Beatissimae Virginis Marise, Matris Domini nostri Jesu Christi et S .. .. adaptatas bene f dicere et sancti f licare digneris, et prsesta, ut quicum-que coram illis Bea~ lissimam Virginem et S ... • suppliciter co-lere et honorare stu-duerit, illius meritis et obtentu a te gra-tiam in prsesenti et seternam gloriam ob-tineat in futurum. Per eumdem Christum Dominum nostrum.

veroordeelt, opdat, zoo dikwerf wij deze met de oogen des li-chaams beschouwen, wi] hunne daden en heiligen wandel ter navolging met de oogen des geestes zouden overwegen, wij bidden ü ge-waardig deze afbeeldingen ter eere en ter gedachtenis van de allerheiligste Maagd Maria de Moeder on-zes Heeren Jesus Christus en van den H . .. . vervaardigd, te ze f genen en te bei f ligen, en verleen dat allen, die voor deze de allerheiligste Maagd en den H . ... ootmoediglijk zullen trachten eer en hulde te bewijzen door hunne verdiensten en voorspraak, van ü


-ocr page 169-

157

genade voor het tegenwoordige en de eeuwige glorie voor het toekomstige leven mogen erlangen. Door denzelfden Christus onzen Heer.

e. Amen.

(Vervolgens worden de medailjes met wijwater besproeid.)

4. De Secretaris zegt tot de Aspiranten gekeerd :

Tot lof en glorie der Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere der allerzaligste Onbevlekt Ontvangene Maagd Maria, onze Moeder en Patrones, tot uitbreiding en bloei van onze Congregatie, mogen zij toetreden, die wenschen aangenomen te worden tot leden onzer Congregatie, met name : N. N.

Zoodra deze ter bepaalde plaatse zijn gekomen, zegt:

De Prefect zich tot den Eerw. Bestuurder

keereude :

Eerwaarde Vader ! de hier tegenwoordi-gen wenschen vuriglijk in hen zeiven en in anderen de godsvrucht tot de gelukzalige

H.

-ocr page 170-

158

Maagd Maria te vermeerderen, en verzoeken dringend in onze Congregatie te worden aangenomen.

Be Eerio. Bestuurder. Met de groolste blijdschap verneem ik mv verlangen. Opdat 1 ons dit echter des te duidelijker en volko-mener blijke, zoo antwoordt met duidelijke en verstaanbare stem op de vragen die quot; de Prefect dezer Congregatie u zal voorstellen.

De Prefect. Verlangt gij waarlijk opgenomen te worden in deze \'Congregatie der allerzaligste Maagd Maria, om u onder de bescherming der roemrijke Maagd en Moe-der geheel en al aan jesus Christus onzen Zaligmaker toe te wijden ?

Be Aspiranten. Wij verlangen dit uit geheel ons hart.

Be Prefect. Wilt gij dan oprecht uw best doen, om in deze Congregatie door uwe godsvrucht den godsdienstigen zin, door uwe ■ reinheid van zeden, zachtmoedigheid en voorkomendheid de onderlinge liefde, en door 1 uwe goede voorbeelden de stichting uws naasten te bevorderen ?

Be Aspiranten. Ja, dat willen wij!

Be Prefect. Belooft gij getrouwe naleving der Regelen, volgzaamheid en liefde jegens den Bestuurder, en in alles wat de

-ocr page 171-

159

Congregatie betreft bereidvaardige gehoorzaamheid ?

De Aspiranten. Dat beloven wij !

De Prefect. En wat gij beloofd hebt, hoe lang zult gij dit onderhouden ?

De Aspiranten. Altijd !

De Eerw. Bestuurder. Mijne beminden ! gij begeert voorzeker eene zaak, die der allerheiligste Maagd hoogst aangenaam en voor U zeiven hoogst nuttig en van het grootste gewicht is. Als gij U aan den dienst en de bescherming van de allerheiligste Moeder Gods hebt toegewijd, dan kunt gij vertrouwen, dat gij U door de voorspraak van haar, die allen bemint, welke haar beminnen, met de meeste zekerheid hemelsche gunsten zult verwerven. Immers, die aller-goedertiorendste Moeder staat allen bij, die hare hulp vragen ; maar hen, die haar oprecht zijn toegewijd, omgeeft zij voortdurend met hare bescherming, en zij verlaat hen nimmer, noch in de gevaren, kwellingen of ellenden van dit leven, noch in de ure des doods. Wilt gij dit ook ondervinden, dan moet gij nimmer de woorden uit uw ga» heugen verliezen, welke gij thans gaat uitspreken, dan moet gij uw best doen, door uwe onberispelijke zeden en geheel uw lequot;

-ocr page 172-

160

vensgedrag het bewijs te leveren, dat gij onder het getal harer dienaren zijt opgenomen. Vernieuwt dan, dewijl het ware geloof de wortel is en de grondslag van alle rechtvaardiging en heiligheid, de geloofsbelijdenis, welke onze H. Moeder de Katholieke Kerk gebruikt.

(In den naam van alle Aspiranlen leest een van hen mei duidelijke slem de geloofsbelijdenis van hol Concilie van Trente voor, en allen houden brandende waskaarsen in de handen.)

GELOOFSBELIJDENIS VAN HET H. CONCILIE VAN TRENTE.

Ik N. N. geloof vastelijk en belijde al hetgene de geloofsbelijdenis van de Heilige Roomsche Kerk behelst, te weten :

Ik geloof in eenen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in eeuen Heer, Jesus Christus, Gods eenigge-boren Zoon, en uit den Vader voor alle eeuwen geboren. God van God, licht van licht, waren God van den waren God, geboren niet gemaakt, van een wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid uit den

-ocr page 173-

161

hemel is nedergedaald, en het vleesch heeft aangenomen door den heiligen Geest uit de Maagd Maria en is Mensch geworden ; die ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pi-latus ; geleden heeft en begraven is ; en verrezen is ten derden dage volgens de schriften en is opgeklommen ten Hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en met heerlijkheid zal wederkomen om te oordeelen, levenden en dooden ; wiens lU)k geen einde xal hebben. En in den heiligen Geest, den Heer en levendmakende, die van den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en verheerlijkt wordt, die door de Prophe-ten gesproken heeft. En eeue, heilige, katholieke en apostolische Kerk.

Ik belyde een Doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het eeuwige leven. Amen.

Ik neem vastelijk aan en omhels : de apostolische en kerkelijke Overleveringen, en de overige gebruiken en instellingen van dezelfde Kerk. Ook neem ik aan de heilige Schrift volgens dien zin, welken gehouden heeft en nog houdt onze Moeder de heilige Kerk, aan wie het toekomt te oordeelen over den waren zin en de uitlegging der

-ocr page 174-

162

heilige Schriften ; en ik zal die nooit anders aannemen en uitleggen, dan volgens het overeenstemmend gevoelen der Vaderen.

_ Ik belijde ook, dat er zeven ware en eigenlijke Sacramenten der nieuwe Wet zijn, door Jesus Christus onzen Heer ingesteld en tot zaligheid van het menschelijk geslacht noodzakelijk, schoon niet allen voor etn ieder ; namelijk : het Doopsel, het Vormsel, het heilig Sacrament des Altaars, de Biecht, het laatste Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk; en dat zij genade geven; en dat van deze Sacramenten het Doopsel, het Vormsel en het Priesterschap zonder heiligschennis niet meer dan eens kunnen ontvangen worden. Ook neem ik aan de aangenomene en goedgekeurde gebruiken óer Katholieke Kerk bij de plechtige toediening van al de voornoemde Sacramenten.

Allies wat over de erfzonde en de recht-vaardigmaking in de heilige Kerkvergadering van Trente is uitgesproken omhels ik en neem ik aan.

Ik belijde insgelijks dat in de Mis aan God wordt opgedragen eene ware, eigenlijke en verzoenende offerande voor levenden en doo-den en dat in het allerheiligste Sacrament

-ocr page 175-

163

des Altaars waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig is het lichaam en bloed te geliik met de ziel en de Godheid van onzen Heer Ja-sus Christus, en dat er eene verandering plaats heeft van de geheele zelfstandigheid van het brood iu het lichaam en van de geheele zelfstandigheid van den wijn in het bloed welke verandering de Katholieke Kerk Transsubstantiatie noemt. Ook beljide ik, dat onder iedere gedaante Christus geheel en volkomen, eu het waarachtige bacrament ontvangen wordt.

Onwankelbaar houd ik vast, dat er een vagevuur is, en dat de zielen, aldaar opgehouden,

door de gebeden der geloovigen geholpen worden; insgelijks ook, dat de Heiligen die te za-meu met Christus heerschen, behooren geëerd en aangeroepen te worden; dat zij gebeden aaa God voor ons opdragen, en dat hunne overblijfselen behooren vereerd te worden.

Ik betuig vastelijk, dat men de beelden van Christus, en van de Moeder Gcds, altijd Maagd, alsmede van de andere Heiligen behoort te hebben en te behouden, en daaraan_ de verschuldigde eer en vereering te bewijzen.

Ik betuig, dat ook de macht om aflaten ta verleenen door Christus in zijne Kerk is ach-tergelaten, en dat derzelver gebruik voor het

-ocr page 176-

1 64

Christenyolk hoogst heilzaam is.

katholieke, apostolische room-sche Kerk erken ik voor de Moeder en de Meesteres van alle Kerken ; en aan den room-scniin Paus, die de opvolger van den geluk-zahgen Petrus het hoofd der apostelen en de plaatsbekleeder van Jesus-Christus is, beloof en zweer ik ware gehoorzaamheid.

Zoo ook neem ik aan zonder eenigen twii-lel en belijd ik al het overige, door de neilige Kanons en door de algemeene Kerkvergaderingen, en voornamelijk door de heihge Kerkvergadering van Trente, en door net Algemeen Concilie van het Vatikaan pe-leerd, uitgesproken en verklaard, voorname-li]k omtrent het Primaat van den iioom-schen Paus en zijn onfeilbaar leeraarsambt ; en tevens veroordeel, verwerp en doem ]k insgelijks al wat daarmede in strijd is, en de ketterijen, die door de Kerk veroordeeld, verworpen en gedoemd zijn.

Dit waar katholiek geloof, buiten hetwelk niemand kan zalig worden, hetwelk ik op dit oogen blik vrijwillig belijdeen in waarheid hou-de, dat beloof en zweer ik N. met Gods hulp, tot den laatsten adem mijns levens geheel en ongeschonden op de s\'tandvastigste wijze te behouden en te belijden, alsook naar

-ocr page 177-

165

vermogen te zullen zorgen, dat het door niijne onderhoorigen of door hen, voor wie ik in mijne betrekking zal te sorgen hebben, gehouden, geleerd en Terkondigd worde.

Zoo helpe mij God en deze heilige Evangeliën Gods.

5. De Eeno. Bestuurder. Opdat gij des te getrouwer moget volbrengen wat gij zoo even beloofd hebt, zult gij nu in tegenwoordigheid der gansche Congregatie plechtig uwe geloften nederleggen aan de voeten uwer minzame Moeder.

(Alle aspiranlen brandende wa-kaarsen in de handen liuuiiende volgen met godsvmclu dengene aan wiei.s zurg zij gedurende den proeftijd werden toever-trouwd. Terwijl deze mei luider stem de akte van toewijding of hel formulier van opdracht uitspreekt, zeggen zij allen gezamenlijk voor hel altaar neergeknield) :

AKTE VAN TOEWIJDING.

Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria ik N. N. ofschoon geheel onwaardig u te dienen, doch vertrouwende op uwe ver-■vvouderlijke goedheid, en vurig verlangende njij aan uwe dienst te verbinden, kieze u heden voor het aanschijn van mjjn Engelbewaarder en van geheel het Hemelach Hof

-ocr page 178-

Ifi6

tot mijne Koningin, Voorspreekster en Moeder ; en maak het vaste besluit, U altijd getrouw te zullen blijven, en zooveel in mij is, te zullen zorgen, quot;dat gij door allen getrouwelijk gediend wordt. Ik smeek en bezweer u dan, bij het dierbaar tot nii]n heil vergoten Bloed van Jesus Christus, ge waardig u, o Liefdelijke Moeder, mij onder het getal uwer beschermelingen en voor eeuwig tot uwen dienaar aan te nemen. Sta mij bij in alle mijne handelingen, en verwerf mij de genade, dat ik mij zoo gedrage in woorden, werken en gedachten dat ik nimmer noch u, noch uwen Goddelijken Zoon be-leedige. Wees mijner gedachtig en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood. Amen.

6. De Eerw. Bestuurder geeft aan een ieder hunner de gewijde medailje der H. Maagd en zegt:

Accipe signum Con- Ontvang het teeken gregationis B. M. V. der Congregatie van ad corporis et animas de 11. Maagd Maria defensionem, ut di- tot verdediging van vinas bonitatis gratia lichaam en ziel; op-et ope Maria; Matris dat gij door de ge-tua3 asternam beatitu- nade van Gods goed-dinem consequi mer- heid en de hulp van caris : in Nomine Maria uwe Moeder,

-ocr page 179-

167

Patris f et Filii et de eeuwige zaligheid Spiritus Sancti. moogt Terwerven : m

Ajjjen, den IN aam des Vaders

-j- en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

(Terwijl de medailjes worden uitgereikt zingt het koor een lofzang der H. iMaagd en daarna :)

Psalm 132.

Zie hoe goed en hoe liefeliik is het, dat broeders zamen wonen.

Het is geliik de kosteliike olie op het hoofd, nederdalende op den baard, op den baard van Aaron.

Die nederdaalt tot op den zoom zijner kleederen. Het is gelyk de dauw van Her-mon die nederdaalt op den berg Sion .

Want de Heer gebiedt aldaar den zegen, en het leven tot in eeuwigheid.

Eere zij den Vader enz.

7. De Eerw. Bestuurder keert zich tot de nieuwe Leden en zegt het:

ÏORMULIER VAN AAKNEMING.

Tot Gods meerdere Glorie, tot eere der Allerzaligste Maagd Maria, tot geestelijk

-ocr page 180-

ICS

welzijn dezer Congregatie, en krachtens de macht door Z. H. den Paus N. aan mij toevertrouwd, neem ik N. N. tijdelgk Bestuurder dezer Congregatie aan ats Leden Tan onze Congregatie, opgericht onder den titel vsn N., U, N. N. en maak en verklaar u deelachtig aan ol de genaden, vruchten, voorrechten en aflaten, welke de H. Stoel aan de Hoofd-Congregatie te Rome, waarmede deze onze Congregatie op kanonieke wyze ia verbonden, heeft verleend. In den Naam des Vaders f en des Zoons f en des Heiligen f Geestes. Amen.

Christus neme u op onder het getal van onze medebroeders en zijne dienaren. Hij verleene u tijd orn wel te leven, gelegenheid om deugdzaam te handelen, standvastigheid om naar behooren te volharden, en gelukkig te komen, tot de erfenis des eeuwigen levens ; en gelijk ons heden de broederlijke liefde geestelijkerwijze vereenigt, zoo moge de goddelijke barmhartigheid, die de onderlinge liefde schenkt en bemint, zich gewaardigen ons met de zaligen in den Hemel te vereenigen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 181-

169

8. De Eerui. Bestu

v. Confirm» hoc Deus quod operatus es in nobis, r. A templo sancto tuo quod est in Jerusalem.

v. Salvos fac servos tuos,

r. Deus meus spe-

rantes in te. v. Mitte eis Domine auxilium de Sancto.

r. Et de Sion tuere

eos. S v. Domine exaudi

orationem meam. r. Et clamor meus

ad te veniat. t, Dominus vobis-cum

r. Et cum spiritu tuo.

irder zegt vervolgens:

v. Sterk o God, wat Gij gewrocht hebt in ons.

r. Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem, v. Maak zalig uwe

dienaren,

r. Mijn God die op

U hopen,

v. Zend hun hulp o Heer, uit uw Heiligdom,

r. En uit Sion bescherm hen. v. Heer verhoor mijn

gebed,

b. En mijn geroep

kome tot U. v. De Heer zij met u,

r, En met uwen geest.


-ocr page 182-

170

Laat ons bidden.

Verhoor, o Heer, onze sraeekingen, en gewaardig U, deze uwe dienaren, die wij hebben aangenomen in de Congregatie der gelukzalige Maagd Maria, te zefgenen ; en verleen dat zi] onze Kegelen, met behulp uwer genade heilig, godvruchtig en godsdienstig levende, mogen onderhouden; en ze onderhoudende het eeuwig leven verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.

9. Het Allerheiligst® wordt nu uitgesteld, de Lofzang : Magnificat gezongen en het altaar bewierookt ; mocht de tijd ontbreken, dan intoneert de eerw. Bestuurder het Te Deum aanstonds na do uitstelling en bewierooking vau het Allerheiligste Sacrament.

Oeemus.

Adesto, Domine, supplicationibus nos-tris, et hos famulos tuos, quos Cougrega-tioni B. M. V. aggre-gavimus, benefdicere dignare, et prsesta, ut statuta nostra, per auxilium gratiae tuas, sancte, pie et religiose ■vivendo valeaut ob-servare, et observando vitam promereri sem-piteraam. Per Christum Dominum nostrum, Amen.

-ocr page 183-

171

M AGirVIFIC.VT

Mijne ziel verheft den Heer.

En verheugd heeft zich mijn geest over God, mijn en Zaligmaker !

Omdat Hi] nedevzag op de geringheid zijner dienstmaagd : want zie van nu af zullen alle geslachten rui] zalig noemen :

Dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en heilig is zi]ii naam !

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslachte voor degenen, die Hem vreezen.

Kracht heeft Hij geoefend door zijnen arm : hoogmoedi^en in de gedachte huns harten heeft Hij verstrooid.

Machtigen heeft Hij afgezet van den troon, en geringen heeft Hij verheven.

Nooddruftigen heeft Hij met goederen overladen, en rijken heeft Hij ledig weggezonden !

Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, indachtig zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij aan onze vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en aan zijn zaad in eeuwigheid.

Eere zij den Vader enz.

10. TE DEUM LAÜDAMÜS. (blz. 42).

-ocr page 184-
-ocr page 185-

HOOEDSTÜK III.

GEZANGEN.

Venl9 Creator.

- -| I \'

Ve-ni Cre—a-lor spi-ri-lus, Mentes tu-o—rum Qui di-ce-ris Pa - ra-eli-tus, Al-lis-si-mi do-* Tu se-pti-for-mis mu-ne-re, Di-gilus Pa-ler-a® Accen-de lu-men sen-si-bus Infande a-morem Moslem re pel-ias, lon-gi-us Pa-cem-que dones. Per le sci-a-mus, da Patrem Nos ca-raus at-que De - o Pa-tri sit, glo-ri - a, Et Fi-lio, quia

vi- si-ia, Im-ple su - per -na gra - li - a, num De-i, Fons vi -vus i - gnis, ha - n - tas dex-le-r», Tu ri - le pro-mis-sum Pa - Iris cor- dibus, In-fir - ma no-slri cor -po - ns pro-li-nus; Du-clo - re sic te pr» -vi - o, Fi-li-um; Te-que u-lri - us-que spi - ri - tum mortu-is Sur - re-xil ac pa - ra - cli — lo,

12.

-ocr page 186-

174

Quae lu ere-a-sli pe-cto-ra.

2. Et spi-ri - la-lis un-cti- o.

3. Ser-raa-ne ditans gul-lu-ra.

4. Vir - lu-te firmans per-pe-li.

5. Vi - le-mus om-ne no -xi-um.

6. Cre- da-mus om-ni (em-po- re.

6. In sse-cu -lo rum see-cu- Ia A---men.

fe T \'

-ocr page 187-

175

N. 2, Alma HedemptorU Mater.

—hl I I fl

3

ii

ma Re-demp-to-ris

Al

3^

WÊi

Ma - ter, quae

per-vi-a coe li

-H-f-

por - - ta ma - - • - nes, et

=o

H la ma -_-__ris sue cur-re ca-den-ti aurgere

IJ. 11

-ocr page 188-

176

: ■ -4\'.

\'IP

J2_.

re sumens il-lud a-ve pec-oa-lo-rum

N. 3. Ave» Reglna coeloram»

^ A - - ve, Re-gi-na ccc - lo - rum; A •■ - ve, Do r mi - na An-ge-lo-rum;

Sal - - ve ra-dix, sal-ve por-la, Ex qua

j, muH - do lux est or « la, Gaude, Virgo

quot;■quot;-quot;FF

w-? 155

-ocr page 189-

177

spe- ci - o — sa : Va - - le, o val-de

J de-co-ra, Et pro - do - bis Chris - lum.

J ex - o - ra.

N. 4. Reglna Cooll, leetare.

i d ^ li0 • Re- gi-na coe - li, lae-la ----- re.

J Al- le- lu - ja. Quia quem rae-ru -is - li por - -

- lu - a.

la - re, al-le-lu - - ja, Re-sur-re xit.

ÏH

sicut di-xil, al-le-lu - ia. O - ra - pro

J no-bis De-ura, al-le -

-ocr page 190-

178

N. ö.

Vi -ta dul-ce-do et spes nes-tra, sal * ver

Tfr

J Ad le cla-ma-mus ex-su-Ies fi-li-i He - vte.

-g—

Ad te su-spi-ra-mus geraen-les el flen-les

=!=f

j in hac la-cn-ma-rum val-Te. E - ja er - gir

J ad - vo ca - la no - stra iHos tu - os

3E

mi - se -ri - cor -des o-cu-los, ad nos converte.

v Et Je - sum be-nedic-lum, fruc-tum veniris

-ocr page 191-

179

N. 6. Magnificat.

ÉÈ • 5 i

i. Mag - ni - fi-

cal a-ni-ma me-a Uominutn

% El ex-ullavit spirilus - - - - me-us: 4. Qui-a f«cit mihi magna qui polens est ; 6. Fe-eit polentiam in brachio - - su - o :

8. E - su-rienles implevit - - - - bo - nis: 10. Si - cut loculus est ad palres - - nos-tros:

12. Si - cut eratSin princlpio el nunc el sem-per

-ocr page 192-

180

—■■—^ £3 s----e-

2. in Deo salu- - - - ta • ri me - o. et sanctum- - - - no-men e - jus,

6. dispersit superbos mente cor-dis su - i.

8. et diviles dimi - - - sit in - a - nes.

10. Abraham et semini - - e-jus in saïcula. 12. ej in.sse - cula sa) - culo-rum, A - men.

jT | oowl!gt;t-^________________________ ___ __ _____

3. Qu - ia respexit humililalem an - cil - la su-a), 5. Et miserleordia ejus a progeni-e ia progenies,

7. De - posuit po - - - ten -t de-se-de,

9. Sus - cepit Isra - - - el pu , um suum,

11. Glo - ria - - - - - Pa-tri et Fi-lio.

* ___________ ____- \'

3. ecce enim ex boe beatem me dicent omnes gene-

5. li-------*-.....

7. et exal- - -- -- -- -- --

9. recordatus miseri ---------

et Spi - - - - -__- ------

3. ra - ti - o - nes.

S. men- tibus E - um.

7. ta - vit humi - les.

9. cor - dia1- su - a;.

11. ri - lui sane - to.

-ocr page 193-

181

N. 7.

mur cer-nu - i Et an-ti-quum do-cu-men-tum bi - la - ti - o Sa-lus ho-nor vir-tus quo-que

— —o 0 ^ -

No - vo ee - dat ri- lu- i sit et be - ne-dic- ti -o

^d-C

Proe - stet fi - des Pro - ce-den- li


—CT-quot; g?quot;

sup-pie-menlutn Sen • su - urn de - fee- tu • i ab - u - tro-que Com -par - sit lau - da - ti - o

$■^33=3^1

A - - - men.

-ocr page 194-

Stabat Wafer.

f. Sla-Bat ma-ter uo - lo - ro-sa, \']iix-ta! crü-crtn

2. Cs-jus a-nimam gementem, Con-tri-sta-tam

3. O quam Irislis et at-flic-ta Fu - it il - Ia

4. Qua; muere-bat et do - lebat, Pi - a ma - ter

5. Quis est bo mo qui non flerel, Matrem Christi

6. Quis non posset con-tri - sta-ri, Cbristi matrem

7. Pro pee-ca - tis sua: gen-tis Vi-dit Je-sum

8. Vi - dit su -urn duleem natum, Mo-ri - en-tem

9. E - ja ma-ter fons a -mo-ris, Mo sen- ti - re 10. Fac ut ar-de-at cor me-uin In a-man-do H. Sancta ma-ter is-tud agas, Cru-ci - fi - xi

12. Tu-i Na-ti vul-ne - ra-ti Tam dig-na- li

13. Fac me tecum pi - e fle-re Cru-ci - fi - xo

14. Jux-ta crucem te-cum stare, Et me ti - bi

15. Vir-go vir-gi-num pra-cla.ra Ni -hi jam non

pen-de-bat Fi - li - us. Iran- si-vit gta - di - us. Ier u -ni -ge - ni - ti. ti poe-nas in - cly- ti. tan - to sup-pli - ci - o. lentem cum Fi - li - o. fla - gellis sub - di -tum. e • mi-sit spi - ri -turn; ut te-eum lu - ge - am. si - bi com-pla- ce - am. di me-o va - li - de. nas mecum di - vi - de. nee e -go vi - xe ■ ro. planctu de -si - de - ro. me te-cum plange - re.

TsT- cry-mo-sa, Dum \'2. et gementem Per-!

3. be - ne- dic-ta Ma -

4. dum vi- de-bat Na -

5. si vi-de-ret In -

6. contempla - ri Do -

7. in tor-mentis Et

8. de - so - latum Dum

9. vim do -lo-ris Fac

10. Christum Deum Ut

11. fi - ge plagas Cor -

12. pro me pa - ti Poe -

13. con-do-le re, Do -

14. so - ei -a - re In

15. sis a -ma-ra, Fac

N. 8.

-ocr page 195-

188

N 9.

OnbeTlekte Ontvangenis van Maria.

S35EEElüEj

Uonlcit.

Adacjio. fttuv i

^=V=-t

Triomf de donders slapen, En \'t onweer is voor

bij, Heel d\'aarde juicht her - schapen Zij

r-\'is-z--- i --r-r-\'^z—gt;—#-

r •

vangen, de gouden eeuwe daagt.

-ocr page 196-

184

Triomf ! de nacht is over ;

De schoonste dageraad Rijst op en glimt door \'lloover,

In \'t volle feestgewaad Zoo rees en blonk voor dezen

Ook de eerste regenboog. En \'t mensohdom, als verrezen, Zag dankend naar omhoog.

Zoo rijst in vollen luister

Een tempel uit het puin, Ziedaar daar ligt de kluister!

Libaan verhef uw kruin ! Nu rollen van de wangen

De blijde tranen af;

Triomf- en dankgezangen ! Wij rijzen ook uit \'t graf.

O Lelie ! die beladen

Wet dauw zoo lieflijk bloeit Op doorn en tusschen bladen Door zonnegloed geschroeid, \'ergeet niet de woestijn i

Die door uw gunst herleeft; Gedoog niet, dal ze kwijne,

Die u gedragen heeft.

-ocr page 197-

^ 185

N. 10. Greboarte van Dlarlai

Allegretto.

-yu--

:amp;~\'Z

De nacht had \'t donker floers, om \'t aardrijk

heen-geslagen; Door razernij-en voorlgesiuwd,

J quot;

Klom satan in tri-omf, op zijnen ze-ge-wagen,

i 441 V

Hel aardrijk siddert nog en gruwt. Woest uil den

F Gif f f

r ■

1

af-grond op.ge-vlo-gen, Op zwarte vleug\'Ien

\'\'r T7quot;quot;/ * ^ 1 ! 7quot; 1;-

zweeft bij aan, Met wraak- en bliksemsehielende

iiÉg^l^prpP^

oogen, Hij zweert: hel raenschdom zal vergaan!

-ocr page 198-

186

/1.1\' I» 11* • -0,1 0 ~0~^T:

i? ï\\-.. v. Ï vy\'\':T*:/

Triomf ! nu ligl bij neergedonderd, Met dub-

£ rif 1^ [gt;

Tri - omf, hij knarsetand van spijt.

Wie is die Krijgsheldin, die zoo kan zegepralen. En nêerslaan de eindelooze ellend\' ?

Ik zie hel brandmerk nog van haie hliksemslralen In salan\'s voorhoofd diep geprent ;

Hij schuimbekt vruchteloos van woede :

Heel de aarde looft de Krijgsheldin,

En noemt Haar minnelijke, aigoede,

En nooit volprezen Koningin.

Triomf! nu ligt hij nêergeslagen, enz.

-ocr page 199-

187

Ja, het is de een\'ge Zoon van \'t goddelijk Alvermogen, l)ie, op het aardrijk neêrgedaald,

Den vrede wedersobonk; maar wie ha:i Hem bewogen, En over God gezegepraald ?

Is Zij \'t niel, die van daag geboren.

De hemelwraak heeft vergenoegd,

En dus die eeuw\'ge bliksemvoren In salan\'s voorhoofd heeft geploegd ?

Triomf ! enz.

Zoo klotst in d\'onweèrsnacht het waterrijk verbolgen Het schuim der baren naar omhoog,

En lustig blinkt op eens, voor reis\'geis schier ver-De liefelijke maan in \'t oog. (zwolgen.

Het onweer vlucht ; de schepen vliegen Den afgrond over zonder schroom.

En mogen zich volzalig wiegen,

Als op een stillen waterstroom.

Triomf! enz.

O Opperkoningin van hemel en van aarde,

Strek uit op ons uw moederhand.

Die \'t menschelijk geslacht van slavernij bewaarde, En neem ons hart, dat voor U brandt. »\'

\'t Is \'t uwe, Moeder, \'t moet U \'l leven,

Ja \'t moet U wijten alles dank ;

Ontvang het zonder weêr te geven,

Het wordt almogend, schoon zoo krank,

Triomf ! enz.

-ocr page 200-

X

188

■luodNclinp van ITfaria*

N. 11.

lUeqretto. ^ ^

.F

r—•= r 7 f-

Ma -ri - a\'s hart, door lief-de - brand, Voor

•V. ^ . N

\'t meuschelijk geslacht ver-slonden. Had naauw

—P—

—7quot; —t-

f—

er

naar \'t Hemelsch Va-der-land, Haar wessch ge-

---jrft;

vleugeld op-ge - «on -lt; den. Of ziel mei heerlijk-

O F ~riquot; I ---

::TÏ:-*q=*=5zzc3Z--q=q

I=

held om - slraald, DU Slon\'s zaal\'ge luslpri-

sfe

J___

ëe-len, Daar komt een Engel af-ge-daald.

Li

-fïnr

pf

Zij schrikt.... doch hoorl naar zijn be - ve-len.

-ocr page 201-

189

De Engel,

Ik groet U, godlijk heiligdom, 0 schoonste werk van \'t Alvermogen ;

De voorbestemde lijd is om En de yoorzegging is voltogen.

God is met U; uw zuivre schoot. Die den Messias gaal ontvangen,

Zal \'t mensohdom redden van den doodr Zoo luidt hel goddelijk verlangen.

JVfaria*

Wel hoe ! \'k sta van bewondring stom Hoe ! de Messias zij geboren

Uit mij, die God voor bruidegom Van kindsche dagen heb verkoren ?

God is een welluslbron voor mij; Wat kan mijn harte meerder vragen.

Dan in die zoete slavernij Te blijven al mijn levensdagen ?

lie Kngrel»

\'t Is juist daarin, dat God zijn vreugd, Zijn welbehagen heeft gevonden.

Nu wil Hij loonen uwe deugd; Uw maagdom zal niet zijn geschonden :

En brengt Gij den Messias voort. Uw zoet geluk zal nog vemeeren.

OcMto»

Dal mij geschiede naar uw woord : Ik ben de dienares des Heeren.

-ocr page 202-

J90

Zij zweeg, en \'s Hemels afgezant Vloog juichend \'in de hoogle weder.

De Heil\'ge Geest, vol liefdebrand, Daalt op de maagd der maagden neder.

Het lichaam van \'t almogend Woord Is in haar zuiveren schoot ontvangen ;

En \'t hemelsch hof in vol akkoord Weergalmt van nieuwe lofgezangen. \'

N. 12. Kuiveringsfeest van Maria of Eiiclitmisse.

i kudantino.

/1 M njiaanctno. . .

Verstomt o volk\'ren voor dit wonder: Tot

É

Ui

is

j vrij, Zij durft niet naar den tempel komen,

-ocr page 203-

191

fL ^

r! # ci* 0 0

(u 7 * * d . Wier heil\'ge slt;

n, . \\ - k

b Éj Cl

ïhoot de Godheid c quot;ri 1~T~* lm

\\ V ■ raagt, Zij;

F M ■]

yi/ i/\'f* quot; r 11 r

levend heiligdom, ndg schroomen,

Zij, Godes

Moeder, al - lijd Maagd.

Zij komt, en zie! drie offers sneven Voor een_denzelfden allaar neèr ;

En de achlb\'re grijsaard schenkt zijn leven,

De Moeder-Maagd haar niaagdlijke eer, En \'t godlijk kind zijn teere leden.

«0 Maagd ! hoe wreedlijk moet uw hart «Steeds van nu af zijn doorgesneden «Door \'l ijsselijke zwaard der smart!

«Wat slachtbank is dit Lam besehoren !

«Wal bloedig al\' au «uiiuen, «Dit Kind, üenen druppel vochis verlangt,

«M^urukle Moeder, bron van liefde, T Wat tranen heb ik ü gekost !

Och ! ol uw droefheid eens doorgriefde Mijn zondig harl, zoo duur verlost!

-ocr page 204-

193

■quot; N. 43. marifk onder het Hruis.

f quot;te-±=f \'yri\' ~rrt7

Droef stond de Moeder neêr-ge-bogen,

T ^ rp Tl^ | i I \' U yv Daar naast het kruis dat Je-sus droeg, Do tranen

11 I |S | N I JN J__\\ |S h ,__S

j J- r1\' i ? i\\èdi

T I bi—--ITT l* FT^~

J rol-den uit hare co - gen, Die zij be-wo-gen

:V ii**~ ■ ~ *-

TWf^f^rfjw

op Hem sloeg, He-laas wat moet er in dit

-ocr page 205-

m

ken \'l zwaard der smarle, \'t Zwaard der smarte,

^ J__L !\\ \'

Ie

s

I jS J—

• ^ ^ i quot;TTT \'

Uoe treu-rig ziet zij Je-sus aan

«Och ! zucht Ze, mocht ik zelve sneven !

Wat hepft mijn Jesus toch misdaan ? O Jesus ! leven van mijn leven,

Hoe ziel me uw stervend oog nog aan !» Wie zou zijn hart niet voelen scheuren,

Als hij die goede Moeder ziet Zoo bilterlijk haar Zoon betreuren En overslroomen van voordriel ?

Helaas ! \'t is voor onze eig\'ne zonden, Dat Jesus aan hel vloekhout hangt. En afgemarleld door do wonden,

Naar eenen druppel vochls verlangt. Bedrukte Moeder, hron van liefde,

Wat tranen heb ik ü gekost ! Och ! ol uw droefheid eens doorgriefde Mijn zondig hart, zoo duur verlost!

-ocr page 206-

19t

Doordrongen nu van medelijden,

En met U snikkend om uw Zoon Geef dal ik deel neme in uw lijden

En onoplioudelijk rouw beloon ;

Maak, dal mijn liarle, gansch verslonden

In goddelijken liefdegloed ;

Verborgen in Uws .lesus wonden,

Al zijne ondankbaarheid vergoed,

l

N. ii. H. Hart van maria.

Moderato i. . 1 P1 J _f

?. rT

Jl/\' r V [)

r den schrik om \'tharle jaagi, 0 zoel, o minn\'lijk

-ocr page 207-

195

r r rTT r

har-le, In blijdschap en in sxarte, sinds dat ik

__b__h , i__^

E^tËE^--^py~?ZZgi|

T

TT

;■■ \'

zijl, gij büjfl mijn rusl al-loos.

O teeder Harl, waar \'l zwaard zoo wreed in werkte :

Wanneer Gij leedt hij Jesus onder \'l kruis ;

Gij zijl mijn Iroos\', mijn wellust en mijn sterkle, Hoe ook de wind der tegenspoeden ruisch\'.

O Zoel, o minlijk Harte, enz.

Gij, sterke burchl met de almacht zelv\' gewapend,

O heiligdom van vrede en liefdegloed.

Waar Jesus hoofd zoo zachtjes lag als slapend. Dat vredevol ons harte rusten doet.

O Zoel, o minlijk Harte, enz.

-ocr page 208-

196

Geen dageraad kan* Ikffelijker pralen j Gij werpt uw glans gelijk een heldre maan.

Oij seniel alom uw zegenslralen,

£n nimmer roept U iemand vruchdoos aan O zoel, o minlijk Harle, enz.

Sla neèr op ons uw medelijdende oogen ;

Bied uwen Zoon ons hartvel langen aan •

O zoete Maagd, Hij zal onz\' tranen droouén ;

ueen moederbede bleef ooit onvoldaan !

0 zoel, o minlijk iJarte, enz.

O zoele bron, die overvloeit van zegen,

Hel is op U, dat onze zwakheid hoopt :

Snel ons ter hulp, sla ons vooral ter zijde

Wanneer de dood onz\' laatste krachten sloopt, • O zoel, o minlijk Harle, enz.

«. IS. Waamfeest van Maria.

(pcfp • / ^; J w Jijr y. \'J* - / -

Uw zoeten naam ! Ma-ri-a \'k heb dien\'I eerst

fc-welen Uw zoelen raam aanriep ik al, de

-ocr page 209-

197

J handjes saam, Nog staamlend in de wieg ge-

4-

ê

=V

m

j ze-ten, En \'k zal in \'t doodsuur niet ver-geten

li i JJ.d J É

Uw zoeten naam Uw zoeten naam Uw zoeten naam.

Uw zoete naam Is allerliefst muziek in d\'ooren :

Uw zoete naam Is meer dan bonig aangenaam. De duiv\'len kunnen hem niet hoeren Hij is een merk van d\'uilverkoren, (Jw zoete naam.

Uw ïoete naam Staat eeuwig in mijn hart geschreven

Uw zoele naam Is zielespijs en drank te zaam. Hoe trooslelijk verlaat ik \'t leven ! Nog op mijn doode lip zal zweven Uw zoete naam !

14a

-ocr page 210-

198

gt;\', 16.

r r p f r

broken, Daali, Eng-len ziet uw Ko-nin-gin,

-ocr page 211-

199

lof, 0 God vat glans mijne oo-gen scheeraren ^ ^ - V11 el

rf. rf iquot; T r

Hoort hoe ver-rukkend galmt baar lof.

Nu leef Ze zalig opgetogen,

Verslonden in hel grondloos lichi, Zij staal mei liefdetraiin in d\'oogen

En mei een glinslrend aangezicht Nu hij de Godheid zelv\', verheven

Zoo hoog men nooit een schepsel zag, H:iap \'k zwijg ; hel is mij niel gegeven Te zingen zulken groolen dag.

N. 17. CJroetenls fles Kngel*»

WxCoLntatiU. _

-ocr page 212-

200

God heeft uw Hart lot lustprieel ver-ko-ren

| \'

•\' En builen God, zwitlil al-les voor uw praal.

iffiri?^! i rifreifliji

J En liui-ten God. zwicht alles voor uw praal.

Wij groeten ü, o luister aller vrouwen, En onder alle meest gebenedijd ;

We aanroepen U met kinderlijk betrouwen : Gij zijt onz\' hoop, onz\' Moeder voor altijd.

Gij overstroomt van goddelijken zegen, Gebenedijd door Jesus, uwe vrucht ;

\'t Geen overvloeit, maak dat het ons beregen, Woestijne, die naar levend water zuchl.

O wondre Maagd, die uwen Schepper baarde. Kom ons ter hulpe, nu en in den stond.

Wanneer uw zoete, heil\'ge Naam op d\'aarde Nog troostend zweeft op onzen veegen mond.

-ocr page 213-

201

N. 18.

t zeven vreugden van Slaria.

^4

j :

ve, a - ve, a - ve Ma-rl-a

Gij, vlek\'looze Lelie,

Hebt Gode behaagd ; Gij wordt Jezus\' Moeder Eiv blijft reine Maagd. Ave enz.

De hofstoet der Wijzen Aanbidt hunnen Heer,

En legt aan uw voeten Zijn offergaaf neer. Ave enz.

-ocr page 214-

202

Hoe slraalt het u legen,

Het zonnig gelaat

Van Jezus, verrezen

In \'t sneeuwwit gewaad ! Ave enz.

Daar (roost u voor \'t laalsle Zijn minnelijk oog :

Hij vaart zegevierend Ten hemel omhoog. Ave enz.

tij juicht met zijn kind\'ren Zij zijn niet verweesd ;

Hij z ndt den Beloofde,

Uen Heiligen Geest. Ave enz.

Hij leidl van doez\' aarde U \'t Eng\'lenrijk in.

Daar zijl gij, Maria,

Ook onz Koningin. Ave enz.

I.of van JMaria en ^eluk in i.are dienst.

i v y * r 1 ï/ i—lT

O wat geluk, een kind te zijn, van Je - sus

:f *\'Uy-

li i I/

minnelijke moeder. Zij is zijn hulp in nood en

-ocr page 215-

208

I I P r - f I*-

pijn, Zij geefl hem J^esffs J^lv\' tól broeder, él k^n zijn vijand stoul versmaan, Zijn voorhoofd

^M^LJyJ\'J\' Jij

ft

I ^ J

prijkt met\'l woord Verkoren, Ma - ri - a\'s kind

iS

i 1 y y ,

verloren gaan, Neen, noen, haar kind ging nooit

ÉÊ

ver - lo -ren. \'SCc-ov.

^2 igt;

P

Zoo lang haar on - ze mond kan roemen. Zoo

^=1=

£

m

lang ook lullen wij te zaam, Vereenigd in haar

-ocr page 216-

204

heil\'gen naam, Ma -ri - a onze Moeder noemen,

Ma - ri - a onze Moeder noemen.

Maria\'s alvermogendheid Bij haren Jesus keiil geen palen ;

En wie kon ooil haar leederheid Mei aardsclie woorden achterhalen ?

Een enkle blik van deze Maagd Doet ganseh het heir der helle beven ;

Nauw heeft zij Jesus hulp gevraagd. Of \'s vijands benden zijn verdreven.

O eeuwge vreugd van \'t hemelrijk, Vorstin der negen engelkoren, O wonder van het aarderijk,

Wat heil door U le zijn verkoren Om in een broederlijken band Uw sehoone deugden na le streven,

En in uw dienst het onderpand Te vinden van het eeuwig leven !

Mocht ik ten koste van mijn bloed. De harten aller stervelingen

ü bieden vol van liefdegloed. Ais offers en beschermelingen !

-ocr page 217-

205

Ten minste \'l onz\' U toegewijd, Zal altijd uwe goedheid roemen,

U duizend maal g benedijd. Ü eeuwig onze Moeder no men.

N. 20.

Andantino

Wij groeten U, Vor-stin van al-le volken, Wier lof zoo boog, in d\'Eng\'len schare klinkt, Die voor ü drijft, Op glanzig wit-te wolken.

• m

Wijl vreugde-traan, in d\'opziend\' oogen blinkt, * Die voor ü drijft, op glanzig wit-te wolken,

r r r

\' 1 17quot;

Wijl vreugde- traan in d\'opziend\' oogen blinkt.

-ocr page 218-

206

Wij groeien U, onz\' hope, lust en leven, U, dageraad in d\'eeuwig donk ren nacht,

U, lieve duif, die elk zoo blij zag zwev n,

Toen G\' aan \'l heelal den vrede-olijftak\'hrachl.

Het is lol U, dal wij ons zuchtend wenden, Wij, Eva\'s diep gevallen nageslacht,

Wij, erfgenamen van een schal ellenden. Wij, Lallingen ; verstoot niet onze klacht.

Sla neèr op ons die medelijdend\' oogen Die U alleen, o Moeder, eigen zijn ;

En tracht bij Jesus voor ons te vermogen : Een cnkle blik zal heelen onze pijn.\'

Gij zijl zoo goed, o lieve, o besié hoeder !

En Gij verslaat onz\' hartezuchl zoo wel ;

Verhoor ons toch : is Jesus niet onz\' broeder. En wij uw schat, gewoekerd uil de hel ?

N. 21. Voewijding- aan SJIaria.

Anc/gtffm _

-ocr page 219-

207

den we onze jeugd.

Ja, onz\' gansche levenslijd, Moeder, zij U toegewijd; Dan waeblen wij voor loon Eene onverslensbre kroon.

Die xijn leven U slechls schenkt Door dpn ouderdom gekrenkt Schenkt een verslensle roos, Beroofd van geur en bloos.

Ook van uwe Iccdre jeugd Dloeidel Gij in reire deugd. Dil noemt men in niet schijn, Jlaar echle kindren zijn.

Geef, o lieve Moeder, geef Dal in ons uw liefde leev\', Getrouw in vreugd en nood, Getrouw ia tot den dood.

-ocr page 220-

208

-7

N. 22.

\' V

met zijn be-stor-ven mond. Ziedaar uw kind.

r rl ^ i

« vrouw van smar-le. Ik ben aan ü.

Ik ben aan U, ik ben aan U.

trr

-ocr page 221-

211

ƒƒ

Uit haar o-pen handen, Vloeit een zegen-slroom

mÊmmmrn

Leger in slagorde,

Vel ontzaglijkheid, O ! vei plet de horde,

Die ten afgrond leidt. Kindren van Maria, enz.

Voorbodin der zonne,

Schoone dageraad, Dien \'k mijn hane jonne

Met een blij gelaat. Kindren van Maria, enz.

Licht in duislernisse,

Lieffelijke maan, Kan men \'t voetpad missen,

\'t Oog op uwe daan ? Kindren van Maria, enz.

Mild in zegenstralen,

Zonne der natuur. Moeder, kom ons halen Op ons stervensuur. Kindren van Maria, enz.


-ocr page 222-

218

N. 24.

Belofte van getronwlieid Tan llaria.

jCif)-vV. AJoc/cratc.

J Ma - ri - a nooit vol-prezen, Onz\' hulp en troost

f f\'g r

hemelsch hof, Uit-galmen u-wen zoelen lof. Van

-ocr page 223-

213

r r \'\'

hand bevrijd. Ma - ri - a.

O groot verwanlscliap, dat U bindt ! De Vader kent in U zijn kind,

Wijl U de Zoon als Moeder mint ;

Gij, rijk in deugdensehalten,

Gij zijl de bruid des lieil\'gen Geest :

Wie kan uw grootheid valten,

Ten zij in \'t eeuwig feesl ?

Gij zegepraalt en heerscht bij God, Uw wenscli is Hem etn zoet gebod.

En in uw handen rust ons lot ;

Ver hoven de Englenkoren Verheerlijkt door uw Zoon, vindt Gij

Uw lust in ons te aanhooren,

Te zien van rampen vrij.

Nooit heeft een mensch, hoe fel gekweld Door aardsche ellende of helsch geweld, Vergeefs op U zijn hoop gesteld :

En vroeg men naar bewijzen.

Er zou een algemeen geschreeuw

Door gansch de wereld rijzen,

Vernieuwd van eeuw tot eeuw.

é

mm

r r

Heeft ons uw

14

-ocr page 224-

214

N. 25. Are, mar Ia otella.

n Alhqnttö__■ ;_, k ____

?PPP

^ rn y f/

J--j---li--1---L—lL-

J va-ren,

,P

Wij

quot;—-?-1-K—p—\'-(-

vreezen d\'on-slui-migheid n

iet,

P g P-

Ir^

— r u 11 j; ^/ ^

-fquot;

J Waar \'t ook dat de zei-len vlogen, In stukkon,

IPiN

J door de luclit, Slaan wij maar op u onz\' oo-gen

ÉS

-vtTT—h-f—

-v-

Eq op den wenk het onweer vlucht. Vol

-ocr page 225-

215

Gij hebt \'t hemelrijk ontsloten, 0 wondre Moeder, altijd Maagd,

Ons met zegsn overgoten,

Et \'t doodlijk vonnis uitgevaagd.

O schitt\'rende Ster, enz.

Eva schonk weleer ons \'t leven ;

Maar ach ! zij gaf ons ook den dood

Moeder, Gij kunt heter geven,

Gij geeft de vrucht van uwen schoot,

O schitt\'rende Ster, enz.

Moeder Gods, toon alle stonden.

Dat Gij ook onze Moeder zijt;

Breek de banden onzer zonden,

En blijf onz\' Testing in den strijd.

O schitt\'rende Ster, enz.

Maak dat ook uw kind zoetaardig En zuiver als uw harte zij;

Zijn wij zulken naam niet waardig, Gij blijft toch Moeder, sta ons bij.

O schitt\'rende Ster, euz.

-ocr page 226-

216

N. 26.

He* «omnl dier vim den H. Casimiraa*

J Al-Ie dagen mei Le-hagen zingt der Leemlen

4-—

Koningin ; Wilt Haar prijzen en be-wijzen Uwe

Wr

3

Wien be-loonde God met zooveel zaal\'ge vreugd ? Ongeschonden,

Vrij van zonden Kwam zij in den moederschoot;

Salan duchlle En hij vluchlte, .

Toen God haar het leven bood.

-ocr page 227-

217

Zijn vermogen,

Trols zijn pogen,

Werd door haren voet verplet, Hoe hij woedde,

Bang le moede. Om \'t behouden van zijn wet.

Smelleloozc Hemelroze.

Lelie, door geen vlek besmet, Wil toch geven,

Dal ons leven Steeds getrouw blijf aan Gods wet. Wil toch vragen Alle dagen Dal ik Hem gehoorzaam zij.

En mijn plichten Moog verrichten Zonder omzien, immer blij.

Gij, wie \'k blijde Eertijds wijdde Mijne kindsheid en mijn jeugd. Bij mijn sterven.

Doe mij erven \'t Eeuwig leven, de eeuw\'ge vreugd. Wil dan spreken,

Wil dan sraeeken Voor mij bij uw lieven Zoon :

\'k Zal daarboven U dan loven Neergeknield voor Jezus\' troou.

-ocr page 228-

218

W. 27. Mei - Eited.

- Moderate, ^

J \' De nachte-ga-len zingen, De schoone maand is daar, Wal wij van haar ontvingen, Prijkt, Goede

D v ^ cresc,

J JJlW-j J j

op uw al-taar; Wij komen U be-groeter., En

f( _ --i , quot; tquot;- f-f

juichen aan uw voelen : Ma-ri-a, o Ma - ri - a.

Gij, Moeder van erbarmen.

Versmaadt de gaven niel,

Die U de hand des armen In gullen eenvoud biedt,

Wij voegen bij die gaven De leus van alle braven :

Maria, o Maria !

-ocr page 229-

219

De rozen, die we plukken,

Zijn U een onderpand.

Dal niets ons kan ontrukken

Aan Jesus liefdeband,

Dat ons üw Moederarmen Tot in den dood verwarmen:

Maria, o Maria !

0, Gij die \'s Hemels schallen Voor Uwen Zoon bebeert,

Gij doei bel k i n d b e v a 11 e n ,

Hetgeen geen wijsgeer leert; Laat een dier vruebtbre stralen In onze harten dalen :

Maria, o Maria !

Maria, rijk aan zegen,

Verkwik mijn dor gemoed ;

Strooi meigroen langs de wegen.

Die ik doorworsllen mnet.

Ach, wil ons, bij hel sterven,

Gods luslwarand verwerven :

Maria, o Maria!

jnogen. Voor uw opperheerschappij, Buigt zUb

-ocr page 230-

220

t aardrijk opge-logen; Gij beslond voor aire]

r

tijd, Blijvende eeuwig wat Gij zij\', Gij bestond

fli JtJ1\' 1

■\' voor al-len trd Blijvende eeuwig wat Gij zijt.

Alles heft een loflied aan :

Cherubijnen, Serafijnen,

Duizend Engelen, die slaan Rond uw troon, om U le dienen,

Alles roept U, nimmer moè,

• Heilig ! heilig! heilig !» toe.

Al wat op uw vruchtbaar woord,

Groole God der legerscharen,

Uit hel niel sprong leerzaam voort,

Alle schepselen, die ooit waren,

Hemel, aarde en Oceaan,

Alles heft een danklied aan.

Met verrutkelijken toon,

Millioenen uitverkoren

Zweven heerlijk voor uw troon;

Martelaars, Apostelkoren,

en

gt;

-ocr page 231-

221

Alles juicht in lofgescbi\'i,

Opperkoning van \'l heelal !

Grondkracht, waarop \'t aardrijk draait, Door wiens hand ontelbre zonnen

Zijn door \'t maatloos ruim gezaaid, Hoort Ge uw lof, o onbegonnen,

Eeuw\'ge Vader van \'t beslaan,

Door de christen cither slaan ?

Lof \'t drievuldig in persoon,

\'t Eenig, onbesefbaar Wezen ;

Lof U, \'s Vaders een\'gen Zoon, Op denzelfden toon geprezen ;

Lof U, Geest, die \'1 al vervult,

Waar Gij zijt en wezen zult.

Gij, des Vaders eeuwig Woord,

En te Bethlehem geboren.

Gij, dien eene Maagd bracht voort. Door U ztlv\' daartoe verkooren, Gij vergoot uw dierbaar bloed. En verwierf ons \'t hoogste goed.

Aan des Vaders rechterhand Zijt Ge in heerlijkheid gezeten

In ontzaggelijken stand Zijt Gij, Rechter, ons geweten.

Na het laatst trompetgeschal. Openbaren aan \'t heelal

-ocr page 232-

393

Sta dan uwe dienaars bij, Die nu voor en met U strijden,

Die Gij met uw bloed kocht \'vril Toen Golgotha U zag lijden ;

Stel ons na dit tranendal \'

Onder \'t juichend Englental.

Zie uw volk genadig aan :

Help het; zegen, Heer, uwe erve ;

Leid ons op de rechte haan. Dat geen vijand ons verderve •

Open ons de gloriezaal.

Wij zijn uwe zegepraal.

Alle dagen zullen wij Uwe groote goedheid prijzen, Aan uwe opperheerschappij Eindelooïen dank bewijzen,

Help in d\'allerlaatsten strijd. Wie uw heil\'gen Naam belijdt.

Zoete Jesus, onze Heer,

Spreid meêdoogend uwen zegen Op de christen volkren neêr : Zie, ons hart klept onverlegen ■

Op U, Jesus, hopen wij.

Dat die hoop nooit ijdel zij !

-ocr page 233-

N. 29.

Ver eere van het H. Hart van Jesaa*

ilE

iii i i

■wereld, zoeter slem gehoord. Komt lot mij.

Komt tot mij, \'t Is een schuilplaats uitgelezen

J J J

Nergens kunt gij beter wezen. Komt lot mij.

Komt tot mij.

God\'Iijk Hart ! (bis).

Hoe oneindig groot moet toch Uw liefde zijn, Dat Gij ons wilt nooden, ons zoo arm en klein.

God\'Iijk Hart ! (bis).

Wie zou dan niet zonder scbroomeD,

Wie niet gaarne tot U komen ;

God\'Iijk Hart ! (bis).

-ocr page 234-

22t

Liefd\'rijk Hart ! (bis).

Wie zou U mei minnen, bron Van alle goed • Wie Uw lof niet zingen, met een blij gemoed\' Liefd\'rijk Hart ! (bis). J ^ \' Konden mj mei d\'Engelfn Kooren,

U den schoonsten zang doen liooren Liefd\'rijk Harl ! (bis).\'

Teeder Harl ! (bis).

Dal door zooveel vlammen (Jwe liefde toonl Met wat scherpe doornen zien wij U gekroond. ..... , . Teeder Hart t (bis).

Wij verfoeien alle zonden,

Die loo pijnlijk U doorwonden ;

Teeder Hart ! (bis).

r Miquot;\'lijk Hiquot;•l ■\' (bis).

In Lw Heiige Wonde», o verberg ons daar

Voor de booze wereld, ja voor elk gevaar \'

Min\'lijk Harl ! (bis).

Leer ons daar voor U te leven *

U geheel ons ban le geven ; \'

Min\'lijk Harl l\' (bis).

Vlammend Hart ! (bis).

Wil ons harl onlgloeien, en voor U doen slaan • Neem deez zucht en bede, als een eerboetaan!

Vlammend Hart I (bis).

teef dal wij U sieeds beminnen Allen voor Uw\' liefde winnen, \'

Vlammend Harl ! (bis).

-ocr page 235-

226

S. 30. Rat JTesus leve !

J Dal Jesi y\'Jjj-f-j-w

is leev\' ! dil is de kreet des h

^ -1*-m-m m m J||[

arten.

j

Dat Jesus

leev ! de leer - aar al - Ier (

, J| 1 | \'l -1-i

eugd.

i5.—o1—« Noemt me

Bfl. |

J 1 1 • CÜ #

-r.—|—wt—*-—w-E--

n zijn naam, en gedenkt men zijn

li | 1 li

wonden,

(va

S.Z-^1-4

Dan wordt hel harl door de liefde verslonden,

Dat Jesus leev\'! Dat Jesus leev\'!

Dat Jesus leev\' !

Dil is de kreet der braven,

Die \'t dapper beer lol zijne vanen roepl. Ja bij die vaan willen wij ons begeven. Zege bevechlen en strijdend sneven.\' Dat Jesus leev\'! (bis).

-ocr page 236-

226

Dal Jesus leev\' !

Dit is de kreet van hope Voor \'t schuldig hart, dat zijne misdaad voelt, Die kreet ontwringt aan de bronnen des levens. Steun en gena voor den boeteling tevens.

Dat Jesus leev\' ! (bis).

Dal Jesus leev\' !

Dit is de kreet der sterkte :

Vlucht op dien kreet, ver van ons satans heer! Jesus, uw naam, uwen kind\'ren 100 teeder. Ploft in de hel al de duivelen neder.

Dat Jesus leev\' ! (bis).

Dat Jesus leev\' !

Dit is de kreet der liefde.

Jesus, onz\' borst gloe\', adem\', sla voor U, Wil steeds dit hart in uw liefdeband klemmen ; O mag het staag in die zaligheid zwemmen,

Dal Jesus leev\'! (bis).

Dat Jesu» leev\'!

Zijn liefste Moeder leve Zij, die ook wil onz\' goede Moeder zijn : Onder hel Kruis werd ze in smart onze Moeder, En Jesus, haar Zoon, werd ons ook ten broeder.

Dat Jesus leev\' ! (bis).

Dat Jesus leev\' !

Triomf dat zegepralend.

Die naam verwinn\' al wat ooit ondeugd heet.

Doe ons, o Naam uw\' troost toch nimmer derven; Meen, neen ! voor U laat ons leven en sterven.

Dal Jesus leev\' ! [bis/

-ocr page 237-

227

N, 31. IVa de H. Communie.

0 God ! al woonl Gij in den eeuw\'gen luister

der glorie-zon, die drijfl om uwen troon Toch

| J

durf ik thans be-trouwvol tot U komen; \'k Kom

L Ji i^i

I hi H hr^\\ n |

immers

J ■ I »\' J—* B* 1 -1-

als ge-dragen door uw Zoon !

li Refrein.

WÉÊÈÊtk

M

God van er-barmen, Zie u-wen zoon thans rustend

f.:* -S-iij: i g f *

in mijn armen als op zijn liefde-troon Thins

^ÈÉéiéèÉÉÉ^m

rustend in mijn armen als op zijn liefde-troon.

-ocr page 238-

228

Ik leef ja maar mijn leven is verslondon In \'t goddelijk leven van uw lieven Zoon Hij woont, Hij bidl, Hij mint in mijnen boezem Zie, zie uw Zoon in zijne nieuwe iroon.

Zie vader op uw Christus mijnen broeder Erken in\' mij mijns broeders evenbeeld. En spreek dan ook ; mijn kind mijn welbeminde Zijl gij, in Clirislus heb ik ü geteeld,

Wag ik dan bier met Jesus samenwonen Hier werten, lijden, niet Uw Zoon,

Laai mij dan mei mijn Goddelijken Broeder Eens heerseben ook in uwe gloriewoon.

I

-ocr page 239-

229

gfe^p-rr^prjfj I?|.l |-^Fi

Y » » l o * 1 lt;7 »\' jpTi y g i \' G»d wreekt zich over \'smenseben zonden, Hij ziet mij

mei hun schuld belaan, Door bin\'re smart en gruw-

bre wonden, Wordt uwe schuld door mij voldaan.

Och vreest niet, neen, slaat vrij uw oogen,

Op hem die uwe Middiaar is.

Met open armen, t hoofd gebogen.

Bied ik u weer vergiffenis,

Ik vraag voor die mij kruist, onlferming ;

\'k Geef\'t Paiadijs den moordenaar,

\'k Wijs u mijn Moeder tot bescherming,

Tot troost en steun in elk gevaar.

Mijn God waarom hebt gij begeven,

Uw zoon in dezen bitt\'ren slrijd,

Ik dorst, maar meesl naar \'t deugdzaam leven.

Van U die mij zoo dierbaar zijl,

Het is volbracht, In uwe handan.

Beveel ik. Vader, mijnen Geest,

Hij buigt en sterft. Wie zou niet branden.

Door liefde die eeen wraak meer vreest.

18.

-ocr page 240-

280

Voor u, door dankbre wederliefde,

Onlgloeit mijn zondig harl, o Haer,

Het spijt mij dat ik snood u griefde,

In eeuwigüeid geen zoude meer,

\'k Wil met u leven, lijden, slerveu,

Één met u zijn, in vreugde en pijn,

Om door den dood het leven te erven, En eeuwig saam bij u te zijn.

N. 33. Tot den H. Oeeat.

0 Attf MjXCsLdSO.__\\P ff i ƒƒ

J Kom, Schepper, kom, o heil\'ge Geest, Bezoek ons

\'i ü\' y f-^

all\' van \'t minst lol meest. Kom en stort uw ge-

Vf i; i Jyi

na-de kracht, In do harten door u voortgebracht.

d ......

In de harten door u voorlgebracht.

(Zie verder pag. 48.)

-ocr page 241-

231

\' V | i/b \' \' 1 I/ i ■ •

ontilapen zoo als Gij. In Jesus en Ma-ri-i\'s armen.

-ocr page 242-

232

De wijsheid Gods beval uw handen Hare allergrootste schatten aan ;

Wie zou niet van begeerte branden, Om onder \'t schild van U te staan ?

Wil ons toch beschermen, enz.

\'t Wordt allen Heiligen gegeven

Hun God te aanschouwen na den dood;

Gij, Gij geniet Hem reeds in \'t leven, Ja, Gij omhelst Hom op uw Echoot.

Wil ons tocli beschermen, enz.

De stem van Josuë vol wonders Sprak lot de zonne: «Zon, blijf staan !»

Maar Gij gebiedt den God des donders, Den God van sterren, zon en maan.

Wil ons toch beschermen, enz.

Mocht Hij ons all\' volharding geven : Die God gehoorzaamde aan uw stem !

Hij is \'t nu nog in \'t ander leven, , .„OyJoseph lief, gebiedt tot Hem.

il ons toch beschermen, enz.

-ocr page 243-

23 i

N. 35, Tot den Bi. Aloïslus vanfüonzaga.

n Andante

I/

ÉËÉ

sr

Daalt Engelen, daalt uit \'t henielscli hof, Met snaar-

0-

^O-fCfirnJif\'f M J-

geluid en zege-vanen, Nog een nieuw engel vraagt

uw lof, Een engal uit hot dal der tranen, Als Noë\'s

m

duif vloog hij \'tje-vaar van d\'ongestuimge wereld

-0-

1 m

over, Zingt zijnen lof met ons le ^aar, En kroont zijn

(/ jj W yK cJ, ï P ci,

gouden loover. Zingt zijnen lof met ons te

hoofd met gouden

gaar, En kroont zijn hoofd met gouden loover.

-ocr page 244-

234

Hij stampt manhaftig met den voet Des werelds vulsche wêllustrozen :

Voor ijdlen roem van vorstlijk bloed Heeft Hij de doornen kroon verkozen ;

De leliebloem van zuiverheid Zal Hij met doornen schut behoeden ;

Met geesels van boetvaardigheid Zal Hij zijn maagdelijk vleesch bebloeden.

O Aloïsius, Gij waart Een van Maria\'s lievelingen,

Een ware engel reedi op de aard\', Hel voorbeeld aller jongelingen.

Indien wij uwe zuiferhcid Niet volgen op zoo hooge trappen.

Verkrijg dat wo in boetvaardigheid Kloekmoedig nayaan uwe stappen.

Lang had zijn hart naar U verzucht, O Opperste Goed, dat wij ook hopen !

De ziekle geeft Hem volle vlucht. En doet Hem de Englenzalen open,

Rijp voor den hemel in zijn jeugd : Hij laat blijgeestig de aarde varen ;

In korten tijd lieeft Hij voleind.

Telt zijne deugden, niet zijn jaren.

-ocr page 245-

235

N. 36. Tot ileu H. Sianlsiaua Kostka.

LJ 1 f 1 \' 1 n ) 1 . \'

Komt, Eng\'len, helpt ons roemen, ÖSn heil\'gen

is

JS

sianislaus, itfe rein als leliebloèmen, Ble oök een

h^i

I r i I U Ui : U J I/ L

•L Ènsèl was, Hij bad een hart zoo gltfedig, Den Se-

fêrff *■■

J rafijn ge-lijk, EÏên liarl zoo edel-moedig. Een hart

r i rt

gansch goddelijk.

Zijn hand had nauw geschreven, Zijn mond hnd nauw zijn lust. Met de oogen opgeheven,

Maria\'s naam gekust, Of \'t hart gansch opgetogen Vloog naar Maria\'s troon : De Moeder gansch bewogen Beval Hem aan haar Zoon.

f

EE

zrk

-ocr page 246-

286

Vervolgd door zijnen broeder

En door den lutheraan, Roept Hij lol zijne Moeder :

Zij bieill hem Jesus aan. En Jesus, mei een lonkje

Van goddelijke min,

Schiet in zijn liarl een vonkje, En maakt hem Serafijn.

De brand is Ie overvloedig :

Hij loopt naar eenen vliet : 0 Koslka, niet zoo spoedig !

Geef ons \'t gee n overschiet Voor Jesus en Maria

Te branden, zooals Gij, Is nok onz\' vvensch, o Koslka ! Die gunst verlangen wij.

Gij hebt in weinig jaren

Een eeuw lang hier geleefd. Indien \'t do deugden waren ;

Die men Ie lellen heeft. Bekom ons ook, o Koslka,

r Een hart in deugden rijk, Voor Jesus en Maria In liefde aan U gelijk.

Ons barl is als bevrozen, En als een dorre grond, Waarop nooit lenterozen.

Schier altijd onkruid slond. Gij kust hel vruchtbaar maken

Zeg het aan Moeder maar ; En moeder zal onz\' zaken Cij Jesus nemen waar.

-ocr page 247-

237

N. 37. Ter eere der II. 01. JWarielMen Hieronymns en AnfoniM.

f

h—1-h

—1—T^fi1

l , 1 i

J Ge-£

l-«l—«l ;roet o

_J

.•Wstkk\'re

strijder o I

ierony

^^ -mus ! En

-}-:—T~\\ \\

i i n

m—J—J J J

TJ--| 1 j \\ p.

-0 —

ir \'i i

gij, minzame leeraar, o Heil\'ge Anionius! Gij hebt

i i i r rifcPyi^

zelf de zaal\'ge leering be-zegeld met uw bloed.

Gij roepl verdwaalde sebapen

Alomme bij elkaar,

Eu leerl ze Jesus minnen Verscholen in \'t altaar.

Gij strijd voor Jesus Kerke,

Op bechie rols gebouwd,

En leert \'t gezag erkennen Aan Petrus toevertrouwd.

-ocr page 248-

238

Geen list of lag» vleilaal

Van een boosaardig volk Vermocht uw hart Ie schokken, Noch koorden, toorts of dolk : Gij biedt uw hals den beulen

Voor jesus en zijn leer, En minzaam bidt ge in \'t sterven ; Vergeef, vergeef hun, Heer !

Thans schouwt gij in den hemel

Wal tnenschenoog nooit zag. Uw heilige gebeente

Rust hier ten oordeelsdag : Vergeel niet uwe broeders :

Bidl voor ons bij Gods Zoon ; Leidt ons door strijd en lijden Tot de eeuw\'ge gloriekroon.

-ocr page 249-

289

Ul

m

hztT

r I I/ f f 111

lel spreidt om die haar komen eeren, En Je-sai

r lj\' u p ^1 f

toon), dien ze op haar ar-men draagt.

^ ü iKjC-O-t.

M

¥

3gg

Wat zotten zegen, Slort ze op ons uit. Als zo-

;i=!sF

—1---1

-y-

* - l

mer-regen, Op liet versmachtend kruid.

\'k Wil hier \'l gewoel der wereld gansch vergeten.

Die voor de jeugd verleidingsrozen strooit, In stille rust voor uw altaar gezeten ;

Maar, Moeder, U, neen, U verg«et ik nooit. Wal zoeten zegen, enz.

Gij. die alreeds de wakende Engelen schaarde Rond onze wieg, eer zich ons oog ontsloot. O Koningin van hemel en van aarde.

Wij blijven U gelrouw lot aan den dood. Wat zoeten zegen, enz.

fiamp;UTf

-ocr page 250-

240

N. 39. Oelnk der CoDgfreganisten»

Andmite^ K K J.i\\ |

è

J Juicht, juiciil mft o k iï\\i£ -lingen

:J J. gt; } } .U=

M i

r r v ■ ^ jj u f i/

rijd, Die nimmer liaur bescherme-

lingeTi, i^t lamp;i(Ci z\'Tichien in den slr.jd, 0 slJnd

^.i, i? gt; H h n }, J. .h 1 ^

v/n iieil f zege-ni

j spreidt,

^—i/ b 1; Laat ons te zaam Ma-ri-a

zin-gen, wa-

Zij is \'t, die onzen Albehotder,

Die, schepsel, bracht den Schepper voort; Zij, die als Dochter, Bruid en Moeder,

Naast aan de Godheid toebehoort.

O stond van heil, enz.

-ocr page 251-

341

Zij is \'I, die ons met moederoogen Bewaokl van liaren glorielroon, En wier gebeden al vermogen.

Bij Jesus, haren lieven Zoon.

O slond van heil, enz.

Zij is \'t, die, als de woeste baren

Ons slingeren op klip en slrand, Als een zeestar, de gevaren

Verdrijft en ons toont \'t vaderland. O slond van heil, enz.

Haar naam zij dan in ieders harte Geprent met letteren van vuur. En nooit vermindre tijd, noch smarte Een liefdegloed, ons hari zoo zoel ! O stond van heil, enz.

-ocr page 252-

^ j\'..

l \' iquot; U i

li

in zijn ge-moed Niets kan hem van zijn Moe-der

É

!

m

§, 1 amp; -/--

scheiden, Hoe dreigend ook de helle woedt. Niets

i

O wereldling, uw gamche glorie

Zinkt in de duisternis van t graf: Maria\'s kind zlugt daar victorie. En legt zijn stofkleed vroolijk af.

-ocr page 253-

243

Geen vreeze doet zijn wang veibleekon.

Zijn harl is rein en kalm : hij zag Zijn leven wolltloos vliên ; zijn slerven Is \'l einde van een schoonen dag.

De sterke hand tan \'t roer geslagen

Trotseert de stuurman \'t golfgeklots, En sloot niel, hoe de stormen jagen,

Zijn schip op de gevreesde rots. Dus \'t biddend oog lot ü verheven, Leeft hier uw dienaar blij en vrij. En lergt, terwijl er duizend beven, Des duivels lis! en razernij.

Heersch, Koningin der hemelseharen,

Heersch over ons, U toegewijd; Hij moet de wereld laten varen.

Die voor uw zegenvaandels strijdt. Gij kunt der boozen drift beteugelen,

En ons verheffen boven \'l slijk,

Bedek ons. Moeder, met uw vleugelen. En voor ons op naar \'t eeuwig rijk.

schip. Door \'t schuim der woelte baren, Be-dreigt

-ocr page 254-

244

door stormen klip, Ge-lukkig zij, die ge-ven. Aan

É -j- quot;

J d\'opperheerseliap-pij, Den schoonslen lijd van \'t le-

É gip

J ven, Eer hij vervlogen zij, Eer hij vervlogen zij.

Wat tranen en wat zuehlen

Perst op den boord van \'t graf, O werelsche geneuchlen,

Uw valscli genoi niel af!

Dat anderen wierook branden

Voor hunne vijandin ;

Geef God uw beste panden,

Dan is verlies gewin.

Wacht niet tot de oude dagen,

Uit vreeze dat de tijd,

Op zijn vernielingswagen,

Mot \'t besle henen rijd\' ;

Men moet hel offer geven.

Eer de oflerbloeme kwijn\'

Dan zal het eind van \'t leven Een vroolijke avond zijn.

EINDE.

-ocr page 255-

245

N. 42. IMiJn JesiiN Barmlmrtiglieid.

=Kf=#=

i

ii

Iff uw krbisen in uw lijdel, IB uX\'

\'

j----0\'—\'—quot;—-------#—1—\'—*--—

droefheid, in uw smart, Jesus Hart zal u vcr-

I \'i I N KT

É

y\' é\' .. \' ~ \'

blijden. Roept dan tot het Heilig Hart, Mijn

^5

; Jesus, Bafm-liamp;r-tigheid, Mijn Jbsus, Ba?iii-tl

2.

Komt de ziekt\' U onderdrukken, Valt de nood op U zoo hard. Doet hot kruis U nederbukken

Roept dan lot het heilig hart : Mijn Jesus Barmhartigheid, (fe.)

-ocr page 256-

246

a

Komt de duivel u bekoren,

Trekt de wereld U tol val, Geeft de ziel den moed verloren

Roept lot God in elk geval_: Mijn Jesus Baruihartigheid. (bis.)

4

Is uw\' arme ziel in zonden,

Ligt gij in de slavernij Van den duivel vastgebonden,

Zegt: 0 Jesus, hulp voor mij. Kijn Jesus Barmhartigheid, (bü)

5.

Is uwe laatste stond gekomen;

Breekt de dag des oordeels aan Voelt gij \'t kille doodzweet stroomen

Roept ook dan tot Jesus naam :

Mijn Jesus Barmhartigheid, (bis.)

-ocr page 257-

•247

O Jeans Koet.

43.

J

sus zoel, uw Hart ontvlamd, door

liefde, Herinnert ons, lio

ezeer Gij ons bemint,

m

ii

^De wreede lans, die eens u.w Hart, doorki|iefde.

li w

Toont ons de plaats, waar ieder vnode vindt.

-m-ih--fri—K—K-k—h

r5—irPi t\'—Ir—

— \\--i—fquot;M *ffquot; J-

^ -9-^- Ji

w -w \'W -S--»-

ook ons hart ont-vlam-nien, door uwen liefde-

-ocr page 258-

248 2.

Nog perst de kroon, gescherpt door onze handen,

Het god\'lijk bloed, uit Uw meedoogend Hart In \'t liefdevuur dat Uw hart doet ontbrandeti, Slaat nog het kruis ten teeken Uwer smart.

Zoet Hart van Jesus ons hoogste goed Wil ook ons hart ontvlammen, dooi uwen liefdegloei Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloe

3.

Hart vol van wee, het waren onze zonden.

Die ü weleer bedroefden lol den dood. Die droefheid ach ! blijft steeds Uw hart doorwonde Wordt door den mensch in ondank zelfs vergroe Zoet Hart van Jesus ons hoogste gosd Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloe Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloe

4.

Wij willen steeds Uw hart getrouw beminnen,

Dat liefd\'rijk hart, door velen wreed miskend. Door Uwe hulp den schoonen hemel winnen,

U nuttigen in \'t heilig sacrament.

Zoet Hart van Jesus ons hoogste goed Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloe Wil ook ons hart oatvUmmen, door uwen liefdegloe

-ocr page 259-

249

(. 44. Wie kan uw H«rt aanschouwen.

pip * , v--lt;/.___ n,. «ron -liilT ïïn/lf A Is

trou ^vven, De lielde van^ zijir Heer, A

m ji^^É

-k

gfg ^ I f\'. *

•loei ;loe

ondt groc

gloei

Jesus zegen mij, 0 Je - sus, o Je - sus,

uilue - stor - Ie re - gen, Slroomt

—H-

_|—

_|-U—|-1---L^J

=M

S f ? # * ^

^\'0e\' ons uw liefde legen, 0 Je - sus, o Je - sas

S amp;

Je - sus ze - gen mij.

id.

pi j-j-

r

gloe.

-ocr page 260-

248

2.

Nog perst de kroon, gescherpt door onze handen,

Het god\'lijk bloed, uit Uw meedoogend Hart In \'t liefdevuur dat Uw hart doet ontbrandefi,

Sraat nog het kruis ten teeken Uwer smart.

Zoet Hart van Jesus ons hoogste goed Wil ook ons hart ontvlammen, dooi uwen liefdegloed Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloed.

3.

Hart vol van wee, het waren onze zonden,

Die ü weleer bedroefden tot den dood. Die droefheid ach ! blijft steeds Uw hart doorwndet Wordt door den mensch in ondank zelfs vergroot Zoet Hart van Jesus ons hoogste goed Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloedl Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloedl

4.

Wij willen steeds Uw hart getrouw beminnen,

Dat liefd\'rijk hart, door velen wreed miskend. Door Uwe hulp den schoonen hemel winnen,

U nuttigen in \'t heilig sacrament.

Zoet Hart van Jesus ons hoogste goed Wil ook ons hart ontvlammen, door uwen liefdegloed Wil ook ons hart oulvUmmen, door uwen liefdegloed

-ocr page 261-

249

N. 44. Wie kan uw H«rt aan§chouwen.

Wie kan uw Harl aanschouwen zoö Godlijk, mild, en teer. En roeifit met vol ver*

Irou -^iven, De liefde van^ zijfr Heer, Al

hl i i I I ! Kquot;

i

»

7 i

uilue - ster - le re - gen, Stroomt

±

tlf

r

fcH j jT-TH _

Je - sus ïe - gen mij.

-ocr page 262-

250

2.

Bij de aanblik van de zonde

In eigen hart onlsleld,

Spoed ik naar de open Wonde,

Waar \'l godlijk lieilbad welt Daar in uw purperplassen Zal ik mijn vlekken wassehen,

0 Jesus, o Jesus, o Jesus reinig mij ! (bis.)

8.

Als de afgejaagde hinde

Versmacht mijn ziel van dorsi;

Geef\' diU ik laafnis vinde

Aan uw doorstoken borst ;

Lsal me aai; uw boezern zinken Ên liefde uit liefde drinken.

0 Jesus, o Jesus, o Jesus laaf Gij mij! (bis.)

4.

Bedreigd van alle zijden,

Door Satans heir benard,

i-oei; ik bij \'1 felle strijden,

Een ruslplaals voor mijn hart.

Osh dat ik vluchten konde in Jesus boezem wonde !

0 Jesus, o Jesus, o Jesus sta mij bij I (bis.)

-ocr page 263-

251

|N. 48. Bedeaang aan \'t M. Wcvtü.

m

amp;

*

ip

Voor Je - sus Har - le zin - ge, Mijn

ziel mingeneuchjp Door alle wolken

mm

i—

drin - ge De.iuide !oon der vreugd^ Ge-

S

éMé mmsm

eerd len allai lij - de, Zij Jesus hei - lig

WH f

; f

Hart, Dal aller liarl zich wij - de, aan

iÉüi

t Hart van liefde en smarl, Dat

.t Hart van lieïüe en sn l 11 ^

al - Ier barl zich wij - de, aan

f r p

\'l Hart van liefde en smarl.

-ocr page 264-

252

2.

O Harl, voor mij gebroken, Uil louler liefdepijn,

Om mijne schuld doorsloken Mocht Gij mijn redder zijn.

3.

Uit breede Harlkwelsure Sprong water, Heilig Bloed,

Hoe rijk stroomt sinds die ure Ons uw genadevloed,

4.

Heer Jesus, eene bede Slechts ééne, gun ze mij ;

Ruim mij een zoete stede In Uw doorboorde zij.

5.

Dan word ik naar de trekken Die \'k in Uw beeld bemin,

Zachlmoedig, rein van vlekken, En nederig van zin.

6.

En als mij de oogen breken. Zich sluiten voor den schijn,

Wil ik nog stervend spreken : Mijn Jesus, eeuwig mijn.

Refr. *

Refr. *

Refr. *

Refr. *

Refr. *

-ocr page 265-

253

Dat Jesus lee*\' !

N, 46.

I V

is de kre

reel de

Dal Jesus leev\' ! Dit

f r^r

harten, Dal Jesus lecv\'. De leeraar aller

$ rJ\'^

deugd, De leeraar al - Ier deugd,

Naam dien ik nooil van mijn lip - pen laat

—^—r

vloeijen. Zon - der de liefde in mijn

É

È

f

hart t^doen gloeijen. Dal Jesus leev ,

^U p j r * ^

Dat Je - sus leev\' !

-ocr page 266-

354

2.

Dal Jesus leev\' ! op dezen kreel der slerkte Vlaolil ver van ons hel helsche leger weg {bis.) Jesus uv/ naam aan uw dienaars zoo :e«der, Plofi io den afgrond de duivsien neder, Dat Jesus leev\' ! [bis.)

3.

Dat Jesus leev\'! dat is ds kreet der hope Voor \'_1 sohuldig hart, dal zijne misdaad voelt; (bis.) Die aeihge aaaai sleail Gods har! tot verzoening Eq steunt en hsiligt \'s hoetelings voldoening. Dat jesus leev\'! {bis.)

Dat Jesus leev\' ! triomf ! dat zegepralend Die naam verwin al wat ondeugend^ heet {bis.) O heiige naam dut (J mijn lied vereere ! En leven, sterven wil ik voor ult;v «ere. Dat Jesus leev\' ! (bis.)

-ocr page 267-

255

N. 47. JTesns versmade ILiefde»

y\\

i

Zie hier dal Godd - lijk Har - ie, Dat

allen lieefl be - mind, Maar lot zijn wreedste

^ J) J ^ I J- i I I

-H^Sf--h-f-O-

I

=|:

smar - te, Geen weder - liefde vind, Dal

3 *

Hart aan \'1 kruis gebroken, Vergoot Zijn laatste

4\'-—\'47m - - quot;-T 9^—J 5 {ö-^- - s J

i

Bloed, En \'l word opnieuw doorsioken, In

g\'uwb\'ren o - ver - rnoed

-ocr page 268-

256

Dal Hart werd onze spijze,

Dat Bloed werd onze wijn ;

Hier op de snoodste wijze

Moest raen ondankbaar zijn.

Dat Harle biedl den vrede,

En ach ! men weigert hem, \' . ,

Het noodt met bede op bede, i (vis.)

De mensch versmaadt Zijn slem.

3.

Maar ik wil U behooren,

0 Harte ! voor altijd,

li lieb ik uitverkoren,

I] gansch mij zelf gewijd.

0, wasch mij rein van zonde

In \'t heilig Harlebloed Verberg mij in uw Wonde,

Ontsteek mij door uw gloed

4.

0, kon illt; door de1 grootheid

Van mijner liefde kracht Vergoeden al de snoodheid

Waarmede U de aa^d veracht !

t\'rijsl. Engelen, de goedheid I

Van \'i diepbedroefde Hart, \' ... .

poor Uwer liefde zoetheid, j (quot;•\'\' )

Troosl, Moedermaagd ! Zijn smart,

j (Ais.)

-ocr page 269-

G- E IB E ID

aan het kostbaar Bloed van Jezus-Ctiristus.

\\

O allerXostbaarsteBloed, bron des eeuwigen levens, prijs en losgeld der wereld, heilzame drank, zaligend bad onzer zielen, aanhoudend verdedigt gij de belangen der menscben bij den troon der opperste barmhartigheid! Ach ! ik aanbid u met den diepsten eerbied, en, zooveel het in mijne macht is, zou ik u de beleedigingen en den smaad willen vergoeden, die gij gedurig ontvangt van de mensohen, en voornamelijk van die, welke de stoutheid en de vermetelheid dusverre drijven, dat zij de heiligschendenste lasteringen tegen u uitbraken. Ün wie zal dat Bloed van oneindige waarde niet zegenen? Wie zal zich niet ontvlamd gevoelen van liefde tot Jezus, die het vergoten heeft? wat zou ik zelf geworden zijn, ware ik niet door dat Goddelijk Bloed afgekocht geworden? Wie heelt het tot den laatsten druppel uit de aderen van mijnen Heer doen vloeien? Ach! voorzeker de liefde. O onmeetbare liefde, die een zoo heilzamen balsem gegeven hebt! ü onschatbare balsem, voortgevloeid uit de bron eener grenzenlooze liefde, geef, ach ! ik bid u, geef dat alle harten, dat alle tongen u mogen loven, verheerlijken en danken, nu en altijd, eh tot den dag der eeuwigheid. Amen v. Heer, gij hebt ons door uw Bloed afgekocht. E. Kn gij hebt het rijk Gods in onze harten hersteld.

M. Sciiols, — aastricht.

-ocr page 270-
-ocr page 271-

257

N. 48. Aan liet H. Hart van Jesus.

Ziel lid Hart van God den

ii É

ef doorne kroon, Gfene

m

m

Zoon, Bldoil nfel edne doorne kroon, Gwne

ro^r, si^» OÜ\'K-PL dir n ^ ^

p

b[7i • Hij\' ilie Jp - su* rijk lie-

\'ê^Ê

praclil, Hij die Je - sus i ijk ue -

tracht, lioudl van weelde, noch van

ÜÜÉfiÉ

i

Irachl, Imudi «n weelde noch van ^0,:

-ocr page 272-

258

2.

Hart van Jesus onzen Heer U koml eeuwig lof en eer !

Laai mij Jesus, vriend der vrienden In uw Har! een piaalsken vinden Laai geen drifl lol wereldsch goed ) . Overbecrschen mijn geraoed. ) ^ \'

3.

Ilarl van Jesus wonder zoel Drong mijn zondig hart lot boet Wilt gij Jesus Hart niel wonden Wacht u, nienscb, van alle zonden

Boosheid baart hem iwaren druk } ,, • gt; En u zeiven ongeluk. ) ^ ts\'\'

-ocr page 273-

2 59

N. 49. Herstlieil.

H J . .

Herders, hoe onl

JU1-m-1 r ri--T-

waakt

\' 1 quot; 1 gij niel, —f-f-^

r r1 i

Wal is op dit uur g

Air^x—4-L J i ^ -

e - s

ehied, Een - e

h hl

^ i ?

slem van Heme

/ H--\' «- 4--K-

-

-f-- gen

-^

Klonk door

. d\'onoernelcn krin^e

frb r |

1 c

loria t

-H-t-

iloria, o wat

y J ili-hl-

won - der mag

Ai? , . V-r

de

Jquot;.....--J\'

ez nacht

Op den

= ( =ta

J i i * *

aardbol, zijn_ vol

ti p

b

amp;

1, Want een

--„re—aH-

•—1-i f f

j \'

en»;: sel - ^ei - ,ne

Jd\'iï ri J-

S

t=^ Kia .

3-^

ns.

Slraal - de ----1

c

-1

van den He - mei - trans.

-ocr page 274-

260

2.

Hoort gij ginds der eng\'len slem, Die ons roept naar Bethlehem, Uit een Maagd door God verkoren Werd dit heilig Kind geboren Gloria, Gloria,

Ja de Schepper van \'t heelal.

Ligt daar in een armen stal. Herders spoedt u, spoedt u voort. Naar \'t van God gezegend oord.

8.

Wat geschenken voert ge mee, Kiest gij van uw schoonste vee ? Ach van \'t geen gij op kunt dragen, Zal uw hart Hem \'l meest behagen. Gloria, Gloria,

Neen, geen olTer is te grool Voor het \'und dat God ons boodt Maar geen schijnt Hem ook te kleen Brengt uw liefde naar Hem heen.

4.

Welkom kindje wees gegroet. Zie ons oiïers aan Uw voet Welkom dierbaar Wicht in \'t leven. Mogen w\' U ons offers geven.

Gloria ! Gloria .\'

Glorie zij aan God omhoog.

Vreugde straalt uit \'t kinderoog Want Gij Kindje God en Heer,

Daalde \'I vredebrengend neer

-ocr page 275-

261

5.

Lieve Moeder van dil wiehl,

Dal in d\'arme kribbe ügt.

Boven allen uilgelezen Moest pij Jesus Moeder wezen.

Zuivere Maagd ! Moeder Maagd Als Gij in liefde hoog verrukl, \'t Heilig Kind aan \'l harte drukt. Neemt naast Hem die ons bemint Elk van ons ook aan als kind.

-ocr page 276-

262

N. 50 .llaria Onbevlekt Ontvangen.

Wt \' 1(J Jlj-J ^

Lieve mee - der van den Heer,

^ \'A ÉÜÉi J N j j

T

Laat ons om uw ze - lel dringen,

f

f

m

Laat uw kin - dren U ter eer

\'1 Ziel verlieffend frest lied zingen.

i I

\'t Moei weerklinken luid en blij, Moeder

i

on - bevlekt zijl Gij, \'l Moet weer-

T

klin - ken luid en blij, Moeder on - be-

m

vlekt zijt Gij.

-ocr page 277-

263 2.

\'t Heeft reeds wijd de wereld rond

En herscheppend overklonken, \'l Woord door Pius mond verkond;

En uw kindren, vreugdedronken, Juh\'ler. op uw feeslgelij ) ^ , Moeder, onbevlekt zijl Gij ) 1 7

r.

O.

Neen, dat loflied zwijgt niet meer, Tol aan \'s werelds versie palen Zullen mol hel hemclsch heer

Al uw kindren \'1 luid herhalen \'t Woord van \'I zalig jubellij: ) gt; Moeder, onheviekl zijt Gij. ) \'

En wij voegen dank en beê

Bij de blijde feestgezangen ; Wie, wie dsnkt niet met ons mee

Voor het heil, door Ü ontvangen In het zalig Jubellij? ) \\ Moeder, onbevlekt zijl Gij ) \'

Zonne zuivre Moedermaagd i Om de glorie U gegeven,

Hoor ook wat óns harl U vraagt.

Dat wij na een schuldloos leven, Eeuwig jub\'len aan uw zij ! ) Moeder, onbevlekt zijt Gij. )

-ocr page 278-

264

N. 51. Voor liet beeld van Maria.

-ocr page 279-

265

2.

Wij vallen aan Uw voelen,

Neem ons genadig aan,

Ontvang onz\' laatste groeien

Voor dat wij huiswaarts gaan; Dan gaan wij blij le moede Vertrouwend op Uw lioede Maria [bis] enz.

3.

Wij wijden U onz\' harten.

Voor \'t goede dat Go ons doet; In blijdschap en in smarten

In voor- en tegenspoed,

Steeds willen we U vereeren En Uwen roem vermeèren Maria (bis) enz,

4.

0 stort met moederhanden Uw zegen op ons neer, Verbreek des Zondaars banden, En breng tot God Hem weer Dan ziet Gij ons weldra weder O Moeder goed en teeder.

Maria (bis) enz.

-ocr page 280-

N. 52. f. Maria Ilt;eev\'.

3|

^Mari - a leevil wal «lans en iuislcr J r

meng\'len, Zich in dit liart van

all^ïlekken «■ij, gt;la - ri ,- a ieev\' De ko - ningin der Eng\'len, De moe - der-

J\' !

f ^^gagdya^nji^Jjoo^fd ^ ^ler maagden-i^ij, ^ ^ ^ Maria le - ve; Mei God haar Und, . Le - ve Ma - li - a, Die ons als moeder

m • ^ i

mint.

-ocr page 281-

267

2.

Maria leev ! koml bial uns voor haar knielen,

Ze is de docliler Gods, Gods moeder, Godes bruid. Maria leev ! ze is \'l licilverband der z\'elen

Door bare band slorl God zijn gunsten uit.

Maria leve enz. ^zooals boven.)

S.

Maria leev ! zou \'k imruer haar verlaten ?

\'k Was liever dood en lag in \'l duister graf; Want zonder haar, wat zou mij \'I leven baten ?

Neen God, breek eer den draad mijns levens af. Maria leve enz. (als boven.)

4.

Maria leev I laai me in baar liefde leven,

Met haar vereend vrees ik noch dood noch pijn De laalsle zuchl, die op mijn lip zal zweven

Zal liefdezucht voor U, Maria, zijn Maria leve enz. (als boven.)

-ocr page 282-

268

r

Satve Retina»

53.

ÉE

Wees ge - groet van ganscher

Tot ont-

-ocr page 283-

269

*!-4- .- ^

é i quot;J

Tot ont-

zuchten,

Wees gij onze steun in zwakheid,

Onze hoop o reine Maagd;

Wees Gij onze troost in droefheid

Die aan \'t kwijnend harte knaagt; Zie met harllijk mededoogen.

Ons met zondeiischuld helaan, Ons, verloren Adams kind\'ren Minzaam, als Uw kind\'ren aan.

o.

O Maria, onze toevlucht,

Onze voorspraak hij den Heer; Sla op ons in \'t dal der truien

Liefderijk Uwe oogen neer, Voer ons aan des levens einde Lieve Moeder, tol Uw zoon Tot ons door zijn milde handen. Zij geschonken \'t Hemelloon,

-ocr page 284-

270

4.

Wees gegroet, o Maagd, Maria,

Hulp in nood en (roost in smart, Wees gegroet n bron der liefde. Zalving voor ons lijdend hart. Wees gegroet, van gdiischer harte

Wees gegroet, o koningin. Met een kinderlijk vertrcuwen Roepen wij Uw vooorspraak in.

]S. S4 iff ar ia «ergeten wij nooitgt;

Ziedaar o Maagd voor uwe voe - ten.

S : -=g±fr1h-^fr-:

m

IlfZZ -■C—--

Uw kindren vol eerbiedig - beid,

^=J rgh* * ï\' Me ^

Aanhoor vandaag de blijde groe - ten.

£ amp;

Van onze liefd\' en dankbaarheid, 0 Ma-

%

-ocr page 285-

271

tiefd\' onT^ liart doorgloeit, ü goede

J JV ^

moeder, en Jesus ons broe - der

é i %

ê

»

{en wij

(och,

ver - ge

nooil. neen, nee», neen, neen, o

nooit, o nooil, o nooil.

-ocr page 286-

272

3.

Gelukkig liij die alle dagen

De Koningin der Knglen dienl,

Die met de Moeder Ie behagen

Den Zoon ook lieefl (ol bosten vriend. Refrein : O Maria, enz.

3.

Haar naam zij dan in ieders harle Geprent met letteren van vuur, En nooit verraindren tijd noch smarle Een liefdegloed ons hart zoo duur. Refrein : O Maria, enz.

4.

0, Koningin der hemelscharen,

Heersch over ons nu en altijd, Wil toch ons hurt en ziel bewaren: Wij zijn ü allen toegewijd..

Refrein : 0 Maria enz.

-ocr page 287-

273

Hel is de maand der bloemen, Ma-

\' h gt; M I gt; hl I hfl];:-\'quot; K\' ^

ria, toegewijd, Wij gaan Maria roemen, inel

iiof. Laat ons met vreugde loo - nen, Ook

^ -s

* s

n c7quot;1—jquot;

zin - gen ha - rtn lof. Ook zingen haren

-ocr page 288-

iU

2.

be nieuwe lenle dagen

Zijn vol bekoorlijkheid, Nog meer zal ons behagen Maria\'s heerlijkheid

Luat ons, enz.

3.

De glai.s der leliebloemen.

Wier blankheid zoo behaagt, Doel ons de reinheid roemen Van deze Moedermaagd.

Laat ons, enz.

4.

Wij zien bier deugden pralen

In elk ontloke bloem,

Doe ze in ons harl ook dalen, O Moeder vol van roem.

Laat ons, enz.

5.

Wil o»k ons jeugd bevrijden Van \'s werelds zoet venijn, En doe ons de ondeugd mijden In deze rampwoestijn.

Laat ons, enz.

8.

Leid ons naar \'s hemels kringen

Aan uwe moederhand,

Opdat we uw goedheid zingen In \'l eeuwig vaderland.

Laat nsf «nz.

-ocr page 289-

2?5

N. 86. Wy pryzen vol vreugde.

.. xw l ,--1----fc- t L ^

mm

t f y s , *

schepptr behaagd. Zij werd zonder zonden ont-

J-vK K hl K k h h—h—j]

van

-M

gen 0 reinste der Maaede».

prijzo uiijn lied. Versmaad, ach versmaad mijne

zangen toch niet.

-ocr page 290-

276

2.

Van \'t hoogste des hemels zag God op U neer,

Zijn oog sloeg ü liefderijk gade ;

Reeds voor Uw geboorte werd Gij door den Heer

Vervuld, mei de grootste genade ;

Gij bleeft steeds van iedere gt;zonde bevrijd, En eeuwig Uw Heer en Uw Schepper gewijd.

3.

Nu leeft Gij daarboven in eindlooze vreugd Waar de engelen U juichend omringen ;

De hemel wordt thans door Uw schoonheid verheugd.

Die cherubs en serafs bezingen.

O luister des hemels ! Gij glinstert van t licht God zelf beeft Uw troon naast den Zijnen geslicht.

4.

0 Maagdlijke Moeder, 0 vlekklooze Maagd,

Tol boven de sterren verbeven,

Btkom on» die deugd, welk hei meesl U behaagt

En leidt ons lot \'t eeuwige leven Daar zingen wij eeuwig rondom Uwen troon O reinste der maagden wat zijl Gij toch schoon,

-ocr page 291-

277

N. ST. Betrouwen op Maria.

Ma - ri - a, mij - ne lie • *e

A K ; I

M

\'y / r :Mi

Moeder, Heb medelijden mei uw kind: Gij

j. j iTh

wereld wil uw kin^ mislei - den, 0,

|PÊE B

-ocr page 292-

878

vrij. Niels mag «en kind van Moeder

rgt; r j\'t=^

schei - den, Reik mij Uw hand en ik ben

mi

vrij.

2.

Ik zie door U den mensch herleven, Door U beginl bet rijk der deugd ; Nel uwen Zo in hebt ge ons gegeven Den vrede Gods de ware deugd. Refrein . De wereld wil enz.

Wie heefi er niet door U gevonden, Verliehling, vrede, troost, geluk ? D.3 deuijd door U blijft ongeschonden. Gij trekt de zondaars uil Hen druk. Refrein : De wereld wil enz.

4.

Blhf nog als Moeder mij beschermen,

In stervensnood sta nevens mij. Mag ik ontslapen in uw armen.

Dan vr»es ik niet, maar sterf ik blij, Refrein ; De wereld wil enz.

-ocr page 293-

279

N S8, He Engel Bewaarder»

quot;R pquot; r/ L/ K 1 ^

Om le wa - ken op mijn i ie - ven,

f-\\ F ? V

Dan onl - kom ik ..1 - le kwaad.

-ocr page 294-

260

2.

O, lioevclen zijn er heden Die den weg van \'l kwaad betreden; En zij lokken mij ook aan Om hun wegen in Ie g.ian,

Wil mij hij de hand geleiden,

Over mij uw vleuglen spreiden, En bewaken vroeg en |j,it Dan ontkom ik alle kwaad.

3.

Wil den duivel sleeds verjagen Als hij mij tol kwaad konn plagen. Wil in ziel en lichaumspijn Sleeds mijn Iroosl en leidsman zijn ; Met uw hulp muei ik niel schronnn Ais de schiehl des doods zal komen, Wanl als gij mij gade slaal. Dan onlkom ik alle kwaad.

-ocr page 295-

281

Maria - Lied»

N. 59.

O Ma - ri - a vol van genaJe, Scbuonsle

-P--Pr-

r-r^-

bloem uil \'s He

w

--ft- I »•— r

melscli laud,

--f-r-

^Tlr

V f

Sla uw


lilikken op ons neder Reik ons uwe Moeder

-=Y—--v

liand. Lof en dank met hart en mond Zij li,

*.....; ^ f frgt; *■ K\' ^

Moeder, eiken stond. Zij ü, Moe Ier, zij U,

ipppppfci Moeder. Zij U, Moeder eiken slond.

-ocr page 296-

282

2.

Ü Ie minnen, ü te dienen,

Naar uw voorbeeld altijd rein

Door hel leven voort Ie wandelen. Zal voorlaan ons leven zijn ; S\'a ons bij in eiken nood In het leven, in den dood, In het leven, in het leven In het leven in den dood

3.

Zie, wij leggen aan Uw voeten,. Zonder voorbehoud\' ons hart;

Regel alle lijne driflen,

En in vreugde en in smart,

Maak door heil\'ge liefde warm Onze harten, koud en arm.

Onze harten, onze harten,

Onze harlen, koud en arm.

-ocr page 297-

283

K 60. O tJij die trooat.

0 Gij die troont, waar Jesus woont,

^ { i \' ^ ^

^ zie gunstig op ons neder, ons zondig bart

£$2 * \' ^ .f : 9 9 5 ï * 1 v f ___* 2 \' »» \'» #.

J * r \' \' ■* ^ v

^ verkwijnt van smart, To^n ü onz moeder

fejï- ?.;\'. ƒ, ?J»;J I

J pcfl W, Nt ^ fquot; p I ;

(«eder, toon ü onz\' Moeder tee - der.

2.

Verhoor om\' beèn,

Slil bel geween Van die uw zegen vragen ; Ten allen tijd Zal \'t hart verblijd U dankend hulde dragen.

-ocr page 298-

284

3.

Weer van ons af Der zonden slraf,

Van \'l onboelvaardig sterven Neen, neen, het kind,

Door U bemind.

Zul nooit genade derven.

4.

Schenk ons nu deugd,

Hierna de vreugd Van niet de Hemellingen Vereend van geest Op \'t eeuwig feest Maria\'s naam te zingen.

-ocr page 299-

285

N\'. 64. Maria\'s Xaania

K \'------------\'

-M— * -fh- yr- K \' T -

O l aam 200 zoel in d\'ooren, van

wifi Mari - a mint 0 naam zoo innig

_-K-

tij—\'-f-1-\'—TT1-quot;

dierbaar, aan \'l harle van haar kind

^ k k h ■ I ^ N ^

JteftGeef dal uw Naam, Maria, Sieeds in mijn ziele

Jl J ) /1 I—h i^~ hl —«i- \'gt; 1

leev\' En stervend op mijn lip - pen.

£=4=-^ J) frègpagga

w \\y

Uw Naam o Moeder zweev\'.

M

-ocr page 300-

286

2.

O Naam ! die de Onbevlek(Pt In al liaar groolheid prijsl; O igt;aam ! die op de Moeder Der zeven smarten wijst.

Geef dat, enz.

3.

^ Naam ! die ons de liefde Der Lieve Vrouwe noemt O Naam, die \'t alveraogeti Der Koninginne roemt Geef dat, enz.

4,

O Naam ! een mild.! balsem Voor ied\'re ziels kwelsuur En telkens nieuws voeding Voor \'t hemelsch liefdevuur Geef dat, enz.

5.

O krijgsleus in het strijden, O hulpkreel in den nood !

O onderpand der zege In leven en in doo Geef dat, enz.

-ocr page 301-

287

N. 62. Voor de Heilig-e Communie^

j\'!

Waakl cliristnen op wil biddend neder

-5--t----k--N-K-d----—K--K-k

knielen Waakt op «n buigl ! Hij komt Hij komt de

-J--^ k y-A^f----i\'i K Nquot; S ^ I

6 H-S.\' \' \'\' \'

Heer, De glorievopsl, de Bruigom onzer

J2- ^^ __-------}) fs —f}

(quot; \'* =S=5^-=«r.*.- «Vji

sp—#-y=0—r—»----«P—»—*----—^rtjr

J zielen. Hij naakt, Hij daalt Van \'l heilig outer

\'j-ic—i- -k- Ki I hk Ki

^ iquot;- * i 9 * ■

neer Ja chnstnen will van rêine liefde

_A--S k !-k K l _k

^ ;f t v -J k » j

blaken, En gaat uw Vorst uw Koning ife ge -

^ * \'■ t i 0 * \' \' * • ,

J moet ! Hij komt Hij komt uw zielen zalig

4quot; f 1: $■ f 1\' ^ r---.-fk:-i

J maken U voeden met Zijn dierbaar vleesch en

-ocr page 302-

288

2.

Gelijk een lien zicli dorstig zoekt Ie drenken, Zoo dorst mijn ziel voor U, o Levensbron, Naar U, die mij hel ware beil kwaamt sel enken,

En door üw bloed mijn minnend bart won. Kom dan, o kom ontdaan van gloriestralen ;

Terwijl de scbijn van brood Uw glans omhult ! Kom Jesus kom wil in mij nederdahn ) ... En mij. voor U van wedermin vervuld ) \'

-ocr page 303-
-ocr page 304-

4 stroomen En storllel in mij Uw kostbaar godlijk

feÉiiii J bloed.

2.

Geloofd zijt Gij, mijn Redder en mijn foeder,

O rijke bron van zaligheid en heil !

Geloofd zijl Gij. mijn leidsman en mijn Hoeder, Gij hadl Uw bloed, Uw leven voor mij veil. Gij bebl mij in \'l rijk van \'t bovenaardsehe leven Beloofd een schal, een stroom van hemelvreugd; Gij hebt me Uw vleesch lot onderpand gegeven ) , 0 zoete hoop die \'t droevig han verheugt. ) ^ s \'

3.

En wal, o Heer, zal ik U wedergeven ?

Hoe toonen U verplichte dankbaarheid ?

Door vurig U te minnen in dit leven.

Voor zooveel gunsten mij door U bereid,

O lieve Jesus, doe mij steeds gedenken

Die liefde, die \'k Ü dankbaar geven moei ;

Maar wil Gij zelf, mijn zwakheid hulpe schenken:) - gt; Omsteek in mij een dankbren liefdeg\'.oed. ) ^ \'

29a

-ocr page 305-

291

Tantam—Krgo.

N. 64,

ËE

üSi

tanium ergb sa - cramentum, ve - ne-Ge-ni - tori Ge - ni - to-que laus et

-li quum Sa -lus ho-nor

lio

-O »

I re - mur cer - nui Et an-ti quuiii

ju - bi - la

do-cu-mentum iio • vo cd-dal ri-tii-i vir-lus quo-que sil el be-ne-die-ti-o

-ocr page 306-

293

Praslet fi-des supple-menlum sen-su Pro-ce-den-li ab u - ira quc campar

I i f- f^quot;

um, de fi\'ctu - i. A - men. sit lau - da li - o. A - men.

-ocr page 307-

298

Tantum—Ergo*

N. 6S.

r-:

\' \'\'-i ïytïii* i]f_

Tantum ergo sa - cramenlum, ve - ne-Ge-ni - tori Ge - ui - lo-que laus et

m

5 \' /ff

P

re - mur eer - nul Et an li-quuir. ju - l)i - la - lio Su -lus ho nor

amp;3m

-ocr page 308-

SH

PrKslet fi-des ^üppiè-raenlum sen-Sil-

Pro-ce-den-ti ab u - Ira-que catupar

\' ^ ^

« fff

um, de feclu - i. A - men. sit lau - da-li - o. A - men.

^ ■ ■ p ■

-J

-ocr page 309-

INHOUD.

-«VVTVVWW^-.....* •

Bladi1

Voorwjord..................3

HOOFDSTUK I.

Over de Congregatie, hnre regelen en voorrechlen. S Beknopte inhoud van de regelen der Congregatie. 40 Over de verkiezing van den prejekl en de overige bedienaren....................45

Aflaten aan de Congregatiën vergund. ... 47

Aflaten verleend aan kruisen, enz.....26

Aanmerkingen omlrenl de aflaten.....30

Over de aanneming van nieuwe leden ... 32 Akte van toewijding aan den tweeden patroon

der Congregatie. .........34

HOOFDSTUK 11.

Godvruchtige oefeningen........37

Dagelijksche gebeden.........37

Des morgens............37

Des avonds, de profundis........38

Gebeden bij de beraadslagingen......41

— bij de verkiezing. Te Deum .... 42

— bij de gewone vergaderingen. ... 48 Voor de onderrichting. Veni creator .... 48

Anliphonen der H. Maagd........54

Na de onderrichting. Litanie vin de H. Maagd. 58

Gebed ter eere van den H. Joseph.....63

— ter eere van den patroon der maand . 64

— voor den Paus.........64

Gebeden voor de overledenen.......65

— voor zieken..........66

-ocr page 310-

INHOUD.

Gebeden onder

U. Mis........

- bij hel ontvangen van hei H. Sacrament

der biecht.........

Voor de biecht........

Na de biecht......\' \'

Gebeden voor de 11, Communie .....

Na de H. Communie.....

Litanie van den H Naam Jesus

Kruisrveg.......

Litanie van hel H. Hart van Jesus Opdracht aan het II. Hart. \\

Kransje ter eere van hel H. Hart Geheimen te overwegen onder het bidden van den

rozenkrans ......

Kransje ter eere der onbevlekte Ontvangenis \'van

de H. Maagd Maria......

Dezeven smarten en vreugden van den H. Joseph Oefeningen ter eere van de HII. Maandpatronen

Maandbnefjes........

Inhoud der maandbriefjes......

Overzicht omtrent de plichten die men als Chris-

ten en Congreganist te vervullen heeft . Gebeden te Rome gebruikelijk bij de plechtige opdracht .......

n

Bladz. 68

80 80 87 92 102 113 117 124 •127 127

132

135

136

142

143

144

lol

104

HOOFDSTUK III.

Oezang-ea.

,, . , Bladz. Vem creator................^3

174

175

176

177

■1.

Veni sancle spiritus

2. Alma redcmptoris.

3. Ave regina . . .

4. licgina coeli. . .

i

-ocr page 311-

INHOUD.

5. Salve Regina . . . ■

6. Magnificat.....

7. Tantum ergo . . ■

8. Slabat maler . . .

9. Onbevlekte ontvangenis .

10. Geboorte van Maria .

11. Boodschap van Maria - , r. . •12. Zuiveringsfeest van Maria of Ltclumis 13. Maria onder het Kruis. • ■ 41, II. Hart van Maria . . ■ ■ IS. Naamfeest van Maria . ■ • •16. Hemelvaart van Maria . . . 17. Groetenis des Engels. . ■ ■ d8. De zeven vreugden van Maria

19. Lof van Maria en geluk in hare dien

20. Salve Regina ■ ■ •

21. Toewijding aan Maria

22. Toewijding van zich zeiven aan Mar

23. Vreugd der kinderen van Maria. .

24. Belofte van getrouwheid aan Maria.

25. Ave maris stella . . •

26. Het «omni die» van den .

27. Mei - lied......

28. Te Deum......

29. Ter eere van het H. Hart

30. Dal Jesus leve.

31. Na de H. Communie. .

32. Christus aan het Kruis.

33. Tot den H. Geest. . •

34. Tol den H. Joseph . .

35. Tot den H. Aloisius van Gonzaga

36. Tol den H. Slanislaus Koslka .

lil Bladz. , 178 . 179 . 181 . 182 . 183 . 185 . 188 . 190 . 192 . 194 . 196 . 198 . 199 . 201 . 202 . 20quot;. . 206 . 208 . 210 . 212 . 214

Casimirus

van Jesus

a

-ocr page 312-

IV INHOUD.

37. Ter eere der H. Martelaren Hieronymus

en Anlonius ....

38. Geluk der Congreganislen

39. Geluk der Congreganislen

40. Geluk der Congreganislen Ai. Dag lied......

42. Mijn Jesus Uarmharligheid

43. O Jesus Zoel ....

44. Wie kan uw llarl aanschouwen

45. Bedezang aan \'l H. Harl

46. Dal Jesus leev\'! . . .

47. Jc$us versmade Liefde .

48. Aan hel II. Harl van Jesus

49. Kersllied......

50. Maria Onbevlekt Ontvangen

51. Voor hel beeld van Maria

52. Maria Leev\' ....

53. Snlve Regina ....

54. Maria vergelen wij nooit

55. Meilied......

56. Wij prijzen vol vreugde

57. Betrouwen op Maria

58. De Engel Bewaarder

59. Maria - Lied ....

60. O Gij die troont . . .

61. Maria\'s Saam . . .

62. Voor de Heilige Communie

63. Na de Heilige Communie

64. Tanlum—Ergo . . .

65. Tantum—Ergo . - .

Bïadz.

-ocr page 313-
-ocr page 314-

_ ft

.V-.

-ocr page 315-
-ocr page 316-

„— - - , , , ,

-ocr page 317-
-ocr page 318-
-ocr page 319-