-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

mmmm

-ocr page 5-

NIEUWE MAAND

VAN

HET HEILIG HART VAN JESUS.

-ocr page 6-

,--

-ocr page 7-
-ocr page 8-
-ocr page 9-

Vak 87

bh

NIEUWE MAAND

HET HEILIG HURT VAN JESÖS

riK rililK EN DERTIG LEVENSJAREN

GODDELTJKEN VERLOSSER

gedurende de maand Juni veneend

DOOR DEN

E. P. GAUTEBLET S. J.

f\'XJCiSMXri\'ï - lÜOvx\'iVï

Nederduitsche uitgave naar de een en twintigste Fransche !

Met kerkelijke goedkeuring

AMSTERDAM

J. S. DE HAAS

1885

-ocr page 10-
-ocr page 11-

INLEIDING.

Er bestaat eene devotie, wier naam alleen, als het zinnebeeld der liefde, dat in ons de gedachte aan de zoetste gevoelens opwekt, de ziel van den Christen doet ontluiken en den geur der godsvrucht in haar uitspreidt: de devotie tot het Heilig Hart van Jesm.

Altijd gekend, altijd in beoefening gebracht bij de heiligen, maar in de laatste eeuwen duidelijker door onzen Heer Jesus-Christus zeiven geopenbaard, schijnt zij door harequot; natuur bestemd, om in de geloovigen den waren geest van het Christendom te doen herleven en te volmaken, door ons God te doen eeren, dienen en beminnen als onzen Vader en

-ocr page 12-

INLEIDING.

onzen vriend. »God is liefde,quot; zegt de heilige Joannes, JJeus charüas est.1\'1 Hij kan alleen door de liefde waardig geëerd worden, zegt de heilige Angns-tinns, .\'IJeus non colitiir nisi amando.quot; De devotie tot het Heilia- Hart is eigen-

O O

lijk de eeredienst der liefde. Wij vinden daarin God, den mensch met een oneindige liefde beminnende, en door dat goddelijk Hart geven wij aan God eene zijner waardige liefde. Ziedaar, in twee woorden, den grond, en het idee van de devotie tot het Heilig Hart van Jesus-Christus; haar stoffelijk voorwerp, men weet het, is het vleeschelijk Hart van den Godmensch.

Een van de gevaarlijkste ketterijen, die sedert den oorsprong van het Christendom zijn ontstaan, teisterde de Kerk. Het Jansenisme, de zoete majesteit van Dengene, die Onze Vader wil genoemd worden, miskennende, poogde tusschen

VI

-ocr page 13-

inleiding.

den hemel en de aarde een ondoordring-baren scheidsmuur van schrik en angst op te trekken. De band van gemeenschap, die, door Jesus-Christus, God met den mensch vereenigde, en welken de goddelijke Verlosser op Calvarië met zijn bloed had bevestigd, zou, zoo scheen het, verbroken worden. Het kind zou weder slaaf zijn ; de Jood zou de plaats van den Christen innemen, dat wil zeggen: de ketterij wilde, in stede van den geest van liefde, die eigen is aan de nieuwe Wet, den geest van slavernij en vrees stellen, welke het karakter van den joodschen godsdienst uitmaakte. (\') Jesus-Christus zag het geheim zijner liefde miskend en gelasterd: wat deed Hij ? De ondankbare mensch

C) »De vrees en de liefde,quot; zegt de heilige Thomas (c. 13 in Joan.) «Ziedaar in twee woorden het verschil tusschen het oude en het nieuwe Testament. Brevis dijfevenlia novi et veteris Tes-tamenti, timor et amorquot;.

vu

-ocr page 14-

VIII

weigerde aan zijne liefde geloof te hechten; Hij toonde hem zijn Hart. sZie/\' schijnt Hij hem te zeggen: »gij hecht geen geloof aan mijn woord; sla dan ten minste geloof aan uwe zintuigen. Om u te bewijzen, dat Ik u beminde, ben Ik uw broeder en uw medeballing geworden; maar dewijl gij nog twijfelt aan mijne gevoelens, zie eens naar mijn Hart, en lees daar in vurige letteren de liefde, waarmede Ik voor u brand.quot; O mensch! weet uw Verlosser te kennen, en doe Hem de beleediging niet aan van zijne teedere liefde te verdenken.

De devotie tot Jesus\' Heilig Hart heeft, van den beginne af, veel bestrijding gevonden; maar allengs zijn de stralen van die weldadige zon gedrongen door de wolk, die haar omgaf, en hebben haar eindelijk geheel verdreven. Tevergeefs mochten de leerlingen der dwaling alles in het werk te stellen, om de

-ocr page 15-

INLEIDING.

uitbreiding tegen te houden van eene devotie, wier geest lijnrecht in strijd is met hunne beginselen; tevergeefs hebben zij haren aard willen verdraaien, hebben zij haar gelasterd, belachelijk gemaakt, voor afgoderij gehouden, — het Hart van Jesus is als overwinnaar uit den strijd getreden, en de laatste pogingen welke de ketterij op de bijeenkomst van Pistoja aanwendde, hebben den banvloek van de Kerk afgedwongen, de ontbinding van het Jansenisme verhaast, evenals de zegepraal der waarheid, en aan de beminnelijke devotie, waarover wij spreken, eene plechtige goedkeuring Verzekerd.

Gelooven wij daarom echter volstrekt niet, dat de geest van het Jansenisme geheel van de aarde .verdwenen is. Deze gevaarlijke ketterij, die in het hart van den zondigen mensch een natuurlijken aanleg voor de slaafsche vrees vond,

-ocr page 16-

INLEIDING.

heeft in de maatschappij, vooral in Frankrijk, een noodlottige kiem gelegd, die, somtijds ontwikkeld door de opvoeding of door het lezen van boeken, welke den stempel van den sektegeest dragen, nog langen tijd bij zekere personen, overigens de deugd betrachtende, haar verderfelij-ken invloed zal uitoefenen. Aan deze oorzaak moet men gedeeltelijk toeschrijven de neiging tot ontmoediging, wantrouwen, overdreven vrees, die onzen tijd kenmerkt, en welke de meest gewone ziekte dei-vrome zielen is.

De devotie tot het Heilig Hart is het krachtigste tegengif voor die ziekte. Zij moet in de zielen doen binnendringen de genade, die hare kracht uitmaakt, en het vertrouwen, dat haar opbeurt; zij moet haar dien geest van liefde mede-deelen, die verblijdt en troost, en aan hare deugd de verrukkelijke bekoorlijkheid teruggeven, waarvan de buitenge-

!

-ocr page 17-

INLEIDING. XI

meene gestrengheid, de zwartgalligheid en de treurige stemming onzer zoogenaamde , hervormers haar ongelukkigerwijze bij een zeker getal Christenen hadden beroofd. Zij moet in deze ongodsdienstige eeuw aan Jesus-Christus harten verschaffen, die Hem geheel bijzonder zijn toegedaan, die zijne liefde met wederliefde beantwoorden, Hem troosten over de vergetelheid ? van zoovele anderen, en er zich op toeleggen, de versmadingen waarvan Hij tot voorwerp strekt, te herstellen. Ziet, dit f vraagt Jesus-Christus ; dit verwacht Hij.

| Onder de verschillende oefeningen, ge-| schikt om dit alles te bereiken, is er, | naast de devotie van den eersten Vrijdag i; der maand, naar wij ineenen, geen werk-; dadiger dan die, welke hierin bestaat, dat i men eene maand van het jaar toewijdt 1 aan de vereering van dat aanbiddelijk I Hart, de bron van al het goede, dat ons

I in den loop van liet jaar wordt geschon-|

1

-ocr page 18-

INLEIDING.

ken. De maand Juni is natuurlijkerwijs de geschiktste voor deze oefening, in de eerste plaats omdat daarin de feestdag van het Heilig Hart, gewoonlijk in die maand gevierd, voorkomt, en ten- ioo tweede wegens het octaaf van den Heiligen Sacramentsdag, die in hetzelfde tijdvak valt, en met de devotie tot het Heilig Hart zoo goed samengaat.

/er lez

Wij zullen de overwegingen voor dezelrol maand doen voorafgaan door eenige^on-derrichting over de devotie, die daarvan het onderwerp uit laakt. Dit komt ons noodzakelijk voor, om de overwegingen zeiven beter te doen begrijpen; de godsvrucht der geloovigen te verlichten en die op degelijker grondslagen te vestigen. Wellicht zullen zij sommigen lieden wal afgetrokken toeschijnen; toch meenen wij dat ze nuttig zullen zijn en dienen om een zoo belangwekkend onderwerp in een helder licht te stellen. In een derde

XII

ed «H

en

jije

«n gt;\'el; )id

-ocr page 19-

INLEIDING. XI EI

ijsleclcelte liebbcn wij, wat de Broederschap dei«w het Heilig Hart aangaat, de gebe-ag^en en andere godvruchtige oefeningen in bijeengevoegd, welke men gaarne in zulk en ;oort van boeken vindt, en die daarvan ei- sen volledig Handboek zullen maken, ten dcgcbruike van de geloovigen, die het aan-tetliddelijk Hart van Jesns wenschen te i ;ereeren, en zich steeds meer en meer in

leze beminnenswaardige devotie willen, volmaken.

ze n-

ani nsl

enl ls.

enl in. \' all

quot;Jj

eiii rpl

:1c

-ocr page 20-
-ocr page 21-

EERSTE GEDEELTE.

ONDERRICHTING O TER DE DEVOTIE TOT HET HEILIG HART.

ARTIKEL I.

Over de grondslagen vaa de devotie tot het Heilig Hart van Jesus.

Alle heiligheid, alle volmaaktheid van den Christen, van den religietis, bestaat in het navolgen van Jesus-Christus en in het naleven van de deugden van dit goddelijk voorbeeld: dit is een onloochenbare waarheid. „ Die Hij te voren gekend heeft, heeft Hij te voren bestemd, om gelijkvormig te worden aan het beeld Zijns Zoons.quot; (1)

Jesus-Christus is het beginsel van het bovennatuurlijk leven van zyne ledematen; uit Hem, als uit den wortel, ontstaat het sap, dat al de takken voedt van dien grooten boom : dit kan men niet ontkennen. „Ik ben,quot; zegt

(\') Quos prrescivit et prredestinavit conformes fieri imaginis Filii sui. (Rom. vin.)

-ocr page 22-

NIEUWB MAAND

Hij ons zelf, „de wijnstok, en gij zijt de ranken. Ego sum vit is, vos palmiles.quot; (Joan, xv.)

Deze goddelijke Verlosser is de eenige bron van de genaden, die aan zijne ledematen verleend worden; de algemeene regel, dien wij in alles moeten raadplegen; liet noodzakelijk middel, waardoor alles in de natuurlijke orde moet geschieden; eindelijk het eigenlijk en onmiddellijk einde van den Christen, die slechts door Jesus-Christus tot God komen kan; dit alles is niet minder zeker, f1)

Zich met Jesus-Christus als met zijn hoofd vereenigen; Hem als zijn voorbeeld navolgen; op Hem steunen als op den grondslag, waarop het geheele gebouw rust; zich tot Hem richten als tot zijn einde: dit is de plicht van iederen Christen, de toeleg en de arbeid, het begin, de vooruitgang, het einde van de volmaaktheid. (2)

(\') Ego sum via. Veritas et vita. (Joan xiv.) Sine me nihil potestis facere, (Joan, xv.) Omnia vestra sunt, vos autem Christi. (I Cor. in, SS.)

(^) Ego sum principium. (Joan, xiv ) Ego sum vin. . Ego sum finis. (Apoc xxn.)

16

-ocr page 23-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 17

, Jesus-Christusquot;, zegt de heilige Augus-tinus, „moet niet beschouwd worden als gescheiden van de menschen, met wie Hij zich door de Menschwording vereenigd

heeft____quot; Het hoofd en het lichaam maken

slechts één mensch, één enkelen Christus uit. De Verlosser van het lichaam en de ledematen van het lichaam zijn, in zekere mate, in eenzelfde vleesch vereenigd : hun gebed is gemeen, hun lijden is gemeen, en als de tijd der ongerechtigheid voorbij zal zijn, zal de rust en het geluk voor hen ook gemeen wezen. (*)

Maar als dit zoo is; indien, volgens de leer van den heiligen Augustinus, en vóór hem van den heiligen Apostel Paulus, wij allen maar één lichaam uitmaken met Je-sus-Christus, duo in came una-, indien zijn gebed ons gebed is, et in voce una-, indien het lijden, waaraan wij onderworpen zijn,

O Unus enim homo cura capita et corpore suo Jesus-Christus. Salvator corporis et membra corporis, duo in carne una, et in voce una, et in passione una, et cum transierit iniquitas. in requie una. (Aug. in Ps. i.xr.)

2

-ocr page 24-

NIEUWE MAAND

en de vreugden welke wij hopen, met Hem gemeen zijn, et in passione tma, et in requie una; eindelijk, indien er in de Kerk slechts één hoofd is, namelijk Jesus-Christus, caput Christus (Eph. iv), moet men dan ook niet in dienzelfden zin zeggen, dat er ook maar één hart is? „Ja,\'1 zegt de heilige Bernardus „Uw Hart, o Jesus! is ook het mijne.quot; (Serm. ra, de Pass). Beschouwen wij derhalve het Hart van Je-sus-Christus niet alleen als het Hart van den Zoon Gods, maar als het hart van al de menschen. Indien het vol van genade is en door een oneindige liefde ontvlamd, dan is dit, opdat het zijn volheid in ons zou over-storten, en dat het heilig vuur, waarvan het brandt, het onze zou verteren: De plenitudine ejus nos omnes accepimus,quot; (Joan, i).

Ja, Jesus\' Hart is de algemeene oven, die zijn gloed aan elke ziel mededeelt, welke haren God eert

Hij is de kostbare steun aan onze zwakheid geschonken, en bestemd om onze daden en onze deugden, onze gebeden en onze

18

-ocr page 25-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 19

verdiensten tot oneindige evenredigheden op te voeren.

Hij is het bewonderenswaardig orgaan, iian de menschelijke natuur geschonken, om het groote voorschrift van de liefde in zijne volmaaktheid te vervullen.

Het Hart van Jesus is het leven dei-harten; dit Hart deelt hun de genade en de kracht, de liefde en de vruchtbaarheid der goede werken mede.

Het Hart van Jesus is het toonbeeld van al de harten; dit Hart verlicht hen met zijn licht, in dat Hart vinden wij, in de hoogste volmaaktheid, verwezenlijkt, de deugden, welke wij moeten beoefenen.

Het Hart van Jesus is de Koning dei-harten; het moet alleen al hun genegenheden besturen en regelen. Gelijk de zon al de bewegingen bepaalt en al de wentelingen regelt der hemellichamen, die ons planetenstelsel uitmaken, zoo moet die weldadige zon der geesten den loop en de bewegingen van al de andere harten regelen, en hen allen met zich in zijn godde-lijken loop medevoeren.

-ocr page 26-

SIEOWE MAAND

Dit is de bediening van het aanbiddelijk Hart van Jesus. Zoo deze goddelijke Verlosser, terecht, de mensoh bij uitnemendheid genoemd wordt, Ecce homo, moet zijn Hart ook beschouwd worden als het eenig waarlijk heilige en Gode waardige Hart, omdat alleen door en in dit Hart de andere harten aangenaam kunnen zijn aan de goddelijke Majesteit. Ziedaar het standpunt, waarop men zich behoort te plaatsen, om een juist begrip te hebben van de devotie, welke het hier geldt. Het zal ons nu gemakkelijk wezen te begrijpen, welk het eigen voorwerp en de ware geest van dat Hart is, en welke de degelijkste en zelfstan-digste practyk, waaraan zij, die er zich bijzonder op toeleggen om Jesus\' Heilig Hart te vereeren, zich bij voorkeur en bovenal moeten hechten.

AETIKE L II.

Over het voorwerp van de devotie tot het Heilig Hart.

Het eigen voorwerp van deze devotie is het Hart van den goddelijken Verlosser

20

-ocr page 27-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 21

zijn stoffelijk, zijn vleeschelijk Hart, dat Hart, hetwelk het voornaamste orgaan, is van het lichamelijk leven, maar ook in den mensch het orgaan van het zedelijk leven en van de genegenheden der ziel; want men beschouwt het hier niet als gescheiden en afgezonderd van het lichaam aan hetwelk dat hart het leven met het bloed mededeelt: nog minder als gescheiden van de ziel, die op het hart werkt en welker getrouw werktuig het is in de beoefening der liefde; en ook beschouwt men het niet als gescheiden van de Godheid, die vereenigd is met het lichaam en de ziel van Jesus-Christus. Het Hart van Jesus-Christus, het Hart van den Godmensch is een levend en bezield Hart, een gevoelig Hart, dat, op zijne wijze, deelneemt aan de genegenheden der ziel; het is een Hart beminnende met de liefde zelve van dengodde-lijken persoon, waarmede het onafscheidelijk en eeuwig verbonden is ; het is het zinnebeeld, het orgaan en het werktuig van de liefde van een God. Maar ten einde de innige en voorname reden van die devotie beter te beseffen, om daarvan tegelijk de

-ocr page 28-

nieuwe maand

natuur, de ujtnemendheid en het doel beter te doen begrijpen, is bet goed in eenige verklaringen te treden, welke geschikt zijn om een helder licht over dit onderwerp te doen opgaan.

I. Wat is het hart in den mensch ? Welke zVn zijne werkingen met betrekking tot het lichaam en tot de ziel? Weihe rol het m ons ?

Een ieder weet, dat de mensch is samen-gesteW uit twee zelfstandigheden: de eene is stoffelijk en gevoelig, namelijk het lichaam; de andere is geestelijk, te weten de ziel. Deze ei e zelfstandigheden zijn zóó nauw met elkander verbonden, dat zij een enkel wezen vormen en, om zoo te zeggen, zich in de eenheid van den persoon, die haar beide vertegenwoordigt, verliezen. Uithoofde van deze dubbele zelfstandigheid ontstaan in den mensch zeer verscheidene werkingen, zeer verschillende eigenschappen, die zelfs onder-mg onbestaanbaar zouden zijn, indien deze beide zelfstandigheden niet zoo innig ver-eenigd waren; maar te zaam verbonden door •

de eenheid van den persoon, doordringen hare

-ocr page 29-

VAN HET HJSILIG HART VAN JESUS. 23

wederkeerige aoten elkander wederkeerig, en werken zij op de nauwste wijze samen, zoodat aan de geestelijke gesteltenissen en werkingen der ziel gelijksoortige lichamelijke werkingen beantwoorden, en wederkeerig de lichamelijke wijzigingen en genegenheden in de organen voortgebracht, in de ziel gelijksooitige ge dachten en genegenheden voortbrengen. Derhalve is, ondanks de uitermate groote verscheidenheid van hare natuur en haar eigenschappen, alles om zoo te zeggen gemeen tusschen deze beide zelfstandigheden: wat bet lichaam aandoet, doet ook de ziel aan, die het doet leven, en wederkeerig wat de ziel aandoet, doet ook het lichaam aan, waarmede zij vereenigd is. Alwat aan den mensch behoort, moest deelnemen, deelhebben aan het lichaam en aan de ziel, eif gestempeld worden met het dubbele zegel van de twee zelfstandigheden, die het samenstellen. Indien een van beide niet aanwezig was, zou hij geen mensch zijn en niet als mensch handelen. Er is intusschen slechts eene enkele handeling, ofschoon daartoe twee oorzaken samenwerken; er is slechts éen

-ocr page 30-

nieuwe maand

natuur, de ujtnemendheid en het doel beter te doen begrijpen, is bet goed in eenige verklaringen te treden, welke geschikt zijn om een helder licht over dit onderwerp te doen opgaan.

I. Wat is het hart in den mensch ? Welke zVn zijne werkingen met betrekking tot het lichaam en tot de ziel? Weihe rol het m ons ?

Een ieder weet, dat de mensch is samen-gesteW uit twee zelfstandigheden: de eene is stoffelijk en gevoelig, namelijk het lichaam; de andere is geestelijk, te weten de ziel. Deze ei e zelfstandigheden zijn zóó nauw met elkander verbonden, dat zij een enkel wezen vormen en, om zoo te zeggen, zich in de eenheid van den persoon, die haar beide vertegenwoordigt, verliezen. Uithoofde van deze dubbele zelfstandigheid ontstaan in den mensch zeer verscheidene werkingen, zeer verschillende eigenschappen, die zelfs onder-mg onbestaanbaar zouden zijn, indien deze beide zelfstandigheden niet zoo innig ver-eenigd waren; maar te zaam verbonden door •

de eenheid van den persoon, doordringen hare

-ocr page 31-

VAN HET HJSILIG HART VAN JESUS. 23

wederkeerige aoten elkander wederkeerig, en werken zij op de nauwste wijze samen, zoodat aan de geestelijke gesteltenissen en werkingen der ziel gelijksoortige lichamelijke werkingen beantwoorden, en wederkeerig de lichamelijke wijzigingen en genegenheden in de organen voortgebracht, in de ziel gelijksooitige ge dachten en genegenheden voortbrengen. Derhalve is, ondanks de uitermate groote verscheidenheid van hare natuur en haar eigenschappen, alles om zoo te zeggen gemeen tusschen deze beide zelfstandigheden: wat bet lichaam aandoet, doet ook de ziel aan, die het doet leven, en wederkeerig wat de ziel aandoet, doet ook het lichaam aan, waarmede zij vereenigd is. Alwat aan den mensch behoort, moest deelnemen, deelhebben aan het lichaam en aan de ziel, eif gestempeld worden met het dubbele zegel van de twee zelfstandigheden, die het samenstellen. Indien een van beide niet aanwezig was, zou hij geen mensch zijn en niet als mensch handelen. Er is intusschen slechts eene enkele handeling, ofschoon daartoe twee oorzaken samenwerken; er is slechts éen

-ocr page 32-

NIEUWE MAAND

koningschap uitoefent — welk is het? Men begrijpt het, dat orgaan is het hart. Het is de getrouwe oorrespondent van den wil en bevindt zich met dezen in rechtstreek-sche betrekking ; het ontvangt meer onmiddellijk het leven, de beweging, den eersten stoot van de ziel, want het moet dit alles aan de ledematen mededeelen, want door dat hart oefent de ziel haren invloed uit op het overige van het lichaam, (\') en het is ook door dat hart, dat het lichaam rechtstreeks in betrekking staat met de ziel en tot deelgenoot wordt gemaakt van al de bewegingen, waaraan het onderhevig is ; (2) het is als het vereenigingspunt en het middelpunt van werking der beide zelfstandigheden, het vertegenwoordigt den geheeleu mensch, want het is voor hem de wezenlijke voorwaarde van het stoffelijk leven, dat door het hart begint, zich voortplant door de handeling

(\') Principium corporalis motus est a motu cordis (S. Th. 1, 2, q. 18.)

(s) Omnia dispositie corporis redundat ad oor sicut ad principium et finem corporalium motuum (S. Th. 1, 2, q. 38, a, 5.)

26

-ocr page 33-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 27

des harten en met die handeling ophoudt; het is ook de uitdrukking van het zedelijk leven en de zetel der gevoelige liefde, die in den mensoh natuurlijk uit de geestelijke liefde voortvloeit. Aan het hart schrijft men de deugden toe ; het hart draagt de schande der ondeugd; het wordt beschouwd als het beginsel der groote daden; men stelt het verantwoordelijk voor de misdaden ; aan het hart wijt men al de zedelijke wanordelijkheden, en men geeft bet de glorie van al wat rechtvaardig en eerzaam is. Men kan zeggen, dat het hart uitdrukt wat de mensch is. Het is de zetel der hartstochten, het brandpunt van de liefde en den haat, de begeerten en de vreezen, de vreugd en de droefheid, de zachtmoedigheid en den toorn. De mensch is in het kort begrepen in zijn hart. Aan het hart biedt men de hulde aan van den eerbied, de achting, en de liefde, welke mén hem meent verschuldigd te zijn, en het hart is het voorwerp van de verachting en den haat. Men zegt: Het is een edel en groot hart, of een klein en laag hart; het is een oprecht, rechtvaardig en loyaal, of een dubbel-

-ocr page 34-

NIEUWE MAAND

zinnig, schijnheilig en heclriegelyk hart; het is een onschuldig en zuiver, of een ledorven en onrein hart.

Het hart des menschen is zijne liefde, zijn wil, het is, om zoo te zeggen, de mensch zelf. Men begrijpt nu, welke zijne bedieningen zijn, en welke ideeën dit woord in den geest opwekt. De band die het hart met dè liefde en den wil vereenigt, is zoo nauw, dat men ze in het gewone spraakgebruik met één en denzelfden naam noemt. Zoo zegt men: zijn hart aan God geven. God van ganscher harte beminnen. God zelf bezigt die taal, en in de Heilige Schriftuur is niets gewoner dan die spreekwijzen, welke bijzonder toegewijd zijn door de bewoordingen, waarin het eerste gebod vervat is; Gfj zult den Heer uwen God liefhebben. (Matth. xxn.) „Even natuurlijk als het vuur brandt,quot; zegt de heilige Thomas, „is het natuurlijk, dat het hart bemint. Het leven des harten is de liefde; het is aan een hart, dat wil leven, onmogelijk zonder liefde te zijn; daarom moet het hart, dat de eerste bron en de zetel van het natuurlijk leven is, uit kracht van het eerste gebod, volgens zijne

28

-ocr page 35-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 29

natuur, medewerken tot de voortbrenging van het leven der genade.. Het hart is ook, volgens den wijsgeer, het hoofdorgaan van het gevoel, en daarom is het gepast, dat de oefening, die door het eerste gebod wordt gevorderd, gevoelig gemaakt worde.quot; (Op. 61. Be dïlectione, c. xix.)

Wat is het Hart in Jesus-Chrishis?

II. Laat ons dit alles op Jesus-Christus toepassen. Hij is de volmaakte mensch; al wat wij van het hart der mensohen gezegd hebben, past dus aan het Hart van Jesus-Christus. Het stelt ons de heilige mensch-heid voor, en vereenigt die, om zoo te zeggen, geheel en al, dewijl het van den eenen kant door de ziel des Verlossers wordt bezield, belevendigd, onderricht en, van den anderen kant, met het bloed het leven en de beweging aan het gansche lichaam mededeelt. Maar daarenboven . is Jesus-Christus God, zijn Hart is het hart van een God, en daar er in Hem slechts één persoon bestaat, de persoon des Woords, die de mensch-

-ocr page 36-

NIEUWE MAAND

heid bepaalt en al liare werkingen regelt, worden aan dien persoon ook al de handelingen van den God-Menscli toegeschroven, welke door deze vereeniging, tot eene oneindige waardigheid worden verheven en goddelijke daden, werkingen worden. De reden daarvan is, dat het menschelijk lichaam en de men-schelijke ziel in Jesus-Christus, aan het Woord toebehooren, geen anderen persoon dan dien des Woords hebben, en dat, dientengevolge, er in Jesus-Christus slechts een volkomen en volmaakt beginsel is van de werkingen, die Hem als God en als mensch passen; beginsel, dat verantwoordelijk wordt voor al wat aan de beide naturen eigen is, waaraan men met reden de werkingen van de eene en van de andere toeschrijft, zoodat men van den goddelijken persoon in Jesus-Christus kan zeggen al wat aan de goddelijke en aan de mensohelgke natuur in Hem past.

Indien wij nu van den eenen kant beschouwen, dat \'s menschenhartdengeheelenmensch vertegenwoordigt, en zich aan ons vertoont als de levende en gevoelige uitdrukking dei-beide zelfstandigheden, de ziel en het lichaam:

-ocr page 37-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 31

de ziel, waardoor het ingelicht wordt, het lichaam, welks eerste en edelste orgaan het is; en dat, dientengevolge, in Jesus-Christus zijn Hart voor ons als het goddelijk kort-begrip der heilige menschheid is; indien wij, van den anderen kant, beschouwen, dat in Jesus-Christus de ziel en het lichaam, en dientengevolge ook zijn Hart, aan den persoon des Woords verbonden zijn, van dien persoon een bovennatuurlijk en goddelijk leven ontvangen, en, uit kracht der persoonlijke vereeni-ging, het lichaam, de ziel, het Hart van een God zijn — dan zullen wij gerechtigd zijn te besluiten, dat dewijl het goddelijk Woord ver-eenigd is met het Hart, dat dient voor de we-derkeerige bedieningen van de ziel en het lichaam, de gevoelens van dit hart, zijne gesteltenissen, zijne acten en zijn lijden, de gesteltenissen, de gevoelens van het Woord zijn ; en dewijl de eenheid des persoons ons dwingt in Jesus-Christus een enkel geheel beginsel van handeling te erkennen, moeten wij Jesus-Christus geheel en al in het Hart van dien goddelijken Verlosser vinden.

Dat heilig Hart is voor ons de verkorte

-ocr page 38-

NIÉUWE MAAND

formule, die Jesus-Christus in zich bevat; want het is het Hart van een God-Mensch, levend, bezield, beminnend, ingelicht, levend en goddelijk gemaakt, indien ik mij van dien term durf bedienen, door den persoon, aan wien het toebehoort. Het stelt ons dus waarlijk den God-Mensch voor, en dit Hart aanbiddende, aanbidden wij Jesus-Christus zeiven.

III. Na gezien te hebben, wat het hart in den mensch is, en wat het is in den God-Mensch, zal het ons niet moeielijk vallen om de innige reden te begrijpen van de devotie tot het Heilig Hart, hoe rechtmatig en wettig zij is en hoe uitstekend.

Inderdaad 1°. dewijl het Heilig Hart persoonlijk vereenigd is met het Woord en daarvan niet kan afgescheiden worden, is het onzer aanbidding, eerbewijzen en liefde oneindig waardig; want de liefde, waarvan het voor ons brandt, is de liefde van een God ; de droefheid, die het over onze zonden gevoelt, is de droefheid van een God; de zachtmoedigheid, het geduld, de nederigheid, de gehoorzaamheid, welke wij in Jesas\' Heilig Hart bewonderen, zijn de deugden van

32

-ocr page 39-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESÜS. 33

een God-Mensch ; om dezelfde reden hebben de vernederingen, de versmadingen, de ondankbaarheid, waarvan dat Heilig Hart het voorwerp is, een goddelijken persoon ten voorwerp ; derhalve worden de eer, welke wij :ian dat goddelijk Hart zullen betoonen, de eerbewijzen, de herstellingen, de liefde, welke wij het aanbieden, wezenlijk den goddelijken persoon aangeboden.

2°. Wat meer is, de eer, die wij aan den Verlosser bewijzen, kan uitgedrukt worden door de eer, welke wij aan zijn Hart brengen; terwijl dit Hart ons tegelijkertijd vertegenwoordigt en herinnert de heilige menschheid, welker uitstekendst stoffelijk orgaan het is, en de goddelijke persoon, die het met zijne werking doordringt, het tot de waardigheid van Hart van een God verheft, en den stempel der Godheid drukt op al zijne bewegingen en op al de gevoelens, die het bezielen.

8°. Gaan wij nog iets verder : God is in Tesus-Christus, en Jesus-Christus zelf is God; gelijk wij gezegd hebben, is deze goddelijke Verlosser geheel vervat in zijn Hart; ver-

3

-ocr page 40-

NIEUWE MAAND

eert men derhalve Jesus\' Hart, dan vereert men God zeiven, dan vereert men Hem in zijne liefde, in zijne goedheid, in zijne barmhartigheid, waarvan dit Hart de welsprekendste en de volmaakst gevoelige uitdrukking is.

4°. Eindelijk : wat is de godsdienst ? Wij kunnen hem tot twee punten terugbrengen, die alles omvatten : wat God voor den mensch heeft gedaan, enquot;\\vat de mensch voor God moet doen; met andere woorden, de liefde van God voor den mensch en de liefde,door den mensch aan God verschuldigd. Deze beide punten nu vinden wij op bewonderenswaardige wijze uitgedrukt in het Heilig Hart. Vooreerst, zou de liefde van God voor den mensch op natuurlijker, gevoeliger, beminnelijker wijze kunnen worden uitgedrukt, dan wanneer zij zich vertoont onder het zinnebeeld van een hart, door die goddelijke liefde bezield, en als doortrokken van de zelfstandige liefde, die God is? Deus charitas est (IJoan. cv.) Dit Hart geheel brandende door het goddelijk vuur, waarvan het ontstoken is, herinnert ons immers op de krachtdadigste wijze, hoezeer de

34

-ocr page 41-

VAN HET HEILIG HART VAN JEStTS. 35

Verlosser ons bemint, wat Hij voor ons geleden heeft. Als Hij het ons aanbiedt, geeft Hij ons immers al wat Hij ons geven kan, dewijl Hij zich zeiven geeft ? God is liefde, Deus charitas est.

Maar als Hij ons zijn Hart schenkt, vraagt Jesus Christus ons ook het onze : 1\'rahe, fill mi, cor tuum mihi (Spreuken xxm), schijnt Hij ons te zeggen. Dit is het eenige voorwerp van zijn begeerte, in het gebod der liefde is de gansche wet besloten: Plenitudo legis est dilectio (Eom. xm.) En, men moet het wel erkennen, al het overige geven en zijn hart weigeren, is in zekeren zin niets geven. Daarentegen geeft hij, die zijn hart aan God schenkt. Hem alles wat hij heeft, al wat hij geven kan. Kon Hij ons het hart wel op een overredender, zachter, aanlokkelijker wijze vragen, dan door de devotie waarvan hier sprake is ? Biedt zij ons niet de dringendste beweegreden aan, om God te beminnen, wanneer Hij ons zijne liefde voor ons openbaart? En vindt de Christen niet in het Hart van Jesus de volmaaktste van al de deugden, die hij moet beoefenen, en van de liefde, welke

-ocr page 42-

NIEUWE .MAAND

hij voor God en voor den evennaaste moet gevoelen ?

Zoodoende is deze devotie het kort begrip van den geheelen godsdienst, en als men het Heilig Hart van Jesus vereert, vervult men derhalve de wezenlijkste plichten, welke hij voorschrijft. Wat kan men beter doen om zijn lof te verkondigen. Hetgeen wij gezegd hebben van de nauwe vereeni-ging, welke bestaat tusschen het hart en de gevoelens van de ziel, welker organen en werktuig zij is, verklaart natuurlijkerwijs, waarom wij aan het hart, de gevoelens, de gesteldheden, de deugden, het lijden, de volmaaktheden toeschrijven die, wel is waar, rechtstreeks aan de ziel toebehooren, maar toch ook aan het hart, dewijl het op zijne wijze deel heeft aan die gesteltenissen, aan die gevoelens, aan die deugden, en het als de getrouwe spiegel is, welke ons die op gevoelige wijze voorstelt. Dit hart is onat-scheidelijk verbonden met de ziel en den aanbiddelijken persoon van Jesus-Christus; het is het edelste en voornaamste orgaan van de gevoelige genegenheden van den

36

-ocr page 43-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 37

Godmensch; het is het middelpunt van al zijn uitwendig lijden; het is geheiligd door de kostbaarste gaven van den Heiligen Geest en door de instorting van al de genaden, welke het kan ontvangen. Dit aldus gesteld, ontvlamd, bedroefd, gekwetst Hart is het ware voorwerp der devotie, welke wij verklaren; men vestige derhalve de aandacht op dit bewonderenswaardig samenstel, dat voortkomt uit het Hart van Jesus, uit de ziel en de Godheid, die daarmede verbonden zijn, uit de gaven en de genaden welke Het vervat, uit de deugden en de genegenbeden, waarvan dat Hart het beginsel en de zetel is, uit de inwendige smarten, waarvan Het het middelpunt uitmaakt, uit de wond, die Het aan het kruis ontving; ziedaar het volledig voorwerp, om mij aldus uit te drukken, hetwelk men aan de aanbidding en aan de liefde der geloovigen voorstelt; klaarblijkelijk het heiligste, edelste, grootste, ver-bevenste, goddelykste en terzelfder tijd het zoetste, het beminnelijkste en het teederste,, dat men zicb bij mogelijkheid kan verbeelden. {Devotie tot het Heilig Hart, d. I, § 61.)

-ocr page 44-

NIEUWE MAAND

38

Daardoor is het niet moeielrjk te begrijpen, welke liet onmiddellijk doel van deze devotie is. Het Hart van Jesus biedt zich aan ons aan als het zinnebeeld en het orgaan der liefde. Het biedt zich aan ons aan als bedroefd over de ondankbaarheid der menschen en de versmadingen, welker voorwerp het is. Wij zijn derhalve aan dit heilig Hart een eeredienst van herstel en eereboete verschuldigd. Jesus bemint ons: is het niet billijk, dat wij Hem beminnen ? Hij lijdt voor ons allerlei onwaardige behandelingen en beleedigingen : is het niet rechtmatig, dat wij Hem de spijt en de smart betuigen, welke wij daarover gevoelen, en trachten Hem schadeloos te stellen voor de beleedigingen, Hem door zooveel zondaars aangedaan? Liefde en eerherstel, ziedaar, de zinspreuk van iedere ziel, die het Hart van Jesus-Christus wil eeren; ziedaar de dubbele plicht, welke haar is opgelegd. Dit is het eigenlijke doel dezer devotie.

-ocr page 45-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESUS. 39

ARTIKEL III.

Over de voornaamste beoefening van deze devotie en de kostbare vruchten, welke men daarvan moet trekken.

„God heeft in mij de liefde geregeld, Hij heeft de orde in mijne genegenheden gesteld, zegt de Bruid van het Hooglied: Ordinavit in me charitatem.\'\' Deze beide woorden geven een bewonderenswaardig kort begrip van alle volmaaktheid en bevatten het volkomenste e:n wezenlijkste idee van des Christen heiligheid. Immers, de mensch kan beschouwd worden: 1°. in zich zeiven ; 2°. in zijne betrekkingen met God ; ■ 3°. in zijne betrekkingen met den evennaaste. De volmaakte orde onder dit drievoudig opzicht inden menschgevestigd, is klaarblijkelijk niets anders dan de volmaaktheid. Dit nu werkt de devotie tot het Heilig Hart in dengene, die haar beoefent. Want 1°. zij vereenigt hem nauw met Jesus-Christus, in Wien zij haar eigen volmaaktheid vindt; 2°. uit kracht van deze vereeniging geeft hij aan God zijner waardige eerbewijzingen; 3°.

-ocr page 46-

NIEl\'WE MAAND

hij bemint den evennaaste zóó, als hij verplicht is dit te doen. Een enkel woord over elk dezer punten.

In de eerste plaats: I. Jesus-Christus in zijn binnenste en in de innigste gesteltenissen zijner ziel kennen, beminnen, navolgen ; onze gedachten en onze oordeelvellingen, onze gevoelens en onze daden gelijkvormig maken aan hetgeen wij in Hem bewonderen, en, om zoo te zeggen, dien goddelijken Verlosser in ons doen wonen, ten einde zijn leven voor het onze in de plaats te stellen : Doilec formelur Christus in vobis (Gal. IV.), — ziedaar het eerste voorwerp, de onmiddellijke vrucht van deze devotie. Hoeren wij, wat de gelukzalige*Mar-garetha Maria daarover in hare geschriften zegt; „Tracht uw leven te vormen naar het model van de nederigheid en de zachtmoedigheid van Jesus\' beminnelijk Hart, u vereenigende met al zijne mtentiën. Gij zult zijne zuiverheid opdragen, om te herstellen wat er onzuivers in uwe harten mocht zijn.\'\' (B. 274) — „Het Heilig Hart zal alles voor mij doen, indien ik het laat begaan, het zal voor mij en in .mij willen, be-

40

-ocr page 47-

VAN HEÏ HÈiLIG HART VAN JËSUS. 41

geeren,. beminnen, en al mijne gebfeken aanvullen.quot; (B. 322). „In het gebed zult gij het uwe vereenigen met dat hetwelk Hij voor ons in het heilig Sacrament opdraagt; bij uw breviergebed zult gij u desgelijks vereenigen met den lof, dien Hij aan zijn Vader in hetzelfde Sacrament geeft; om de H. Mis te hoeren, zult gij u vereenigen met de intentiën van den geslachtofferden Jesus.quot; (B. 263).

II. Het is eene verplichting voor ons, God te verheerlijken, Hem te aanbidden, Hem te loven, Hem te zegenen. Hem te beminnen. Hoe kwijten wij ons van dien plicht ? Aan ons zeiven overgelaten, zouden onze eerbewijzen en onze liefde noodwendig blijven onder hetgeen de oneindige volmaaktheden van God verdienen. Het is onmogelijk, zonder Je-sus-Christus den oneindigen afstand te door-loopen die ons van God scheidt; maar met Hem vereenigd, worden wij rijk door zijne schatten, sterk door zijne macht, en onze liefde, veredeld door de liefde van Jesus\' Hart, komt in evenredigheid met de oneindige uitnemendheid van Dengene, die daarvan het voorwerp is. Luisteren wij andermaal naar de

-ocr page 48-

NIEUWE MAAND

vrome geestelijke Zuster, aan wie Jesus-Cliris-tus zijne geheimen openbaarde : , Gij zult uwe aanbiddingen vereenigen met die, welke Jesus in het Heilig Sacrament aan zijn Vader brengt. Gij zult God liefhebben met de liefde van dat goddelijk Hart, gij zult Hem aanbidden met zijne aanbiddingen, gij zult hem loven met zijne lofzangen, gij zult werken door zijne werkingen, en niets willen dan door zijn wil.quot; (B. 319) — „Eeuwige Vader, gedoog, dat ik U het Hart van Jesus-Christus, uw welbeminden Zoon opdraag, zooals Hij zich zeiven aan U ten offer wijdt. Gelief dit offer te ontvangen met al de begeerten, al de gevoelens, al de genegenheden, al de bewegingen, al de acten van dit Heilig Hart. Ontvang die als zooveel acten van liefde, van aanbidding, van lof, welke ik Uw goddelijke Majesteit aanbied, dewijl Gij door dat Hart alleen waardig aangebeden en verheerlijkt wordt.quot; (B. 340.)

IIT. De derde uitwerking van de devotie tot het Heilig Hart is, dat zij onze betrekkingen met den , evennaaste j\'egelt en volmaakt. In de eerste plaats, wat toch pre-

42

-ocr page 49-

VAN HET HEILIG HART VAN JÉSUS. 43

dikt liet Hart van Jesus ons anders dan zachtmoedigheid, nederigheid, gehoorzaamheid, barmhartigheid. Leert van mij, zegt ons de goddelijke Verlosser, clat ik zachtmoedig en nederig van harte hen. Maar wij kunnen in een enkel woord samenvatten al wat over dit onderwerp zou te zeggen zijn. Jesus leert ons; hoe wij onze broeders moeten beminnen ; hij leert het ons nog meer door zijne voorbeelden dan door zijne woorden ; zijngeheele leven was niets anders dan eene voortdurende beoefening van die liefde, en de reden van al wat hij gedurende zijn sterfelijk leven gedaan en verduurd heeft, ligt in dit woord van het Evangelie: Zie, hoe hij liefhad : Ecce quomodo amabat. Het is Hem intusschen niet genoeg om ons de les te leeren en ons het voorbeeld te geven: Jesus deelt ons die liefde zelf mede, en uit zijn Hart schieten de stralen, die onze harten verwarmen. Hoofd ^an de Kerk, is Hij de onzichtbare band, die aide deelen van dit lichaam onderling verbindt, en die band is geen andere dan de liefde, waarvan Jesus-Christus het beginsel is, en die, na de ledematen met het hoofd vereenigd te

-ocr page 50-

44

hebben, al de ledematen in dezelfde liefde met elkander vereenigt. Daaruit komt ook de vurige ijver voort, die hen bezielt om aan het zieleheil van den naaste te arbeiden. ,0 mijn Verlosser!quot; riep de gelukzalige Margare-tha Maria uit, ontlast op mij al uwen toorn, liever dan die zielen, welke door U zoo duur gekocht zijn, te laten verloren gaanquot;. (B. 155.)

ARTIKEL IV.

Over de beweegredenen, die ons moeten aan sporen om de devotie tot het Heilig Hart van Jesus te beoefenen. (\')

I. De le beweegreden is ontleend aan de uitstekendheid zelve van deze devotie. Wat reeds gezegd is over haar natuur en haar doel, over haar bijzonder voorwerp en hare

(\') \\Vij hebben deze beweegredenen voor het meerendeel ontleend aan het leven en de geschriften van de zalige geestelijke Zuster, van wie God Zich bediend heeft, om deze devotie te vestigen, en wier woorden wjj gaarne tot de onze maken.

-ocr page 51-

VAN HET HEILrG HART VAN ,IES[JS. 45

voornaaruste praktijk, ontheft ons van de verplichting om hier in andere bijzonderheden te treden, en zal voldoende zijn om te doen begrijpen, hoe billijk en redelijk, hoe degelijk, hoe aangenaam aan God deze devotie is.

11. De 2C beweegreden is het verlangen van Jesiis-Christus. De goddelijke Verlosser heeft zich inderdaad zelf gewaardigd, die devotie te vestigen, Hij, die de eerbewijzen voor zijn aanbiddelijk Hart gevraagd heeft... Zouden wij ongevoelig kunnen zijn voor zijne uitnoodiging, doof voor de stem zijner liefde ? Hooren wij wat Hij aan zijne getrouwe dienstmaagd de gelukzalige Margaretha Maria zegt.... „Gij kunt mij geen grooter liefde betoonen dan door te doen wat ik u reeds zoo dikwijls gevraagd heb .... Ik vraag u, dat de eerste Vrijdag na het octaaf van H. Sacramentsdag gewijd worde aan een bijzonder feest, om mijn Hart te vereeren, door herstel van eer te doen in eene eereboete, en door op dien dag te communiceeren, ten einde Het vergoeding te schenken voor de onwaardige behandeling die Het heeft geleden sedert den tijd, dat Het op de altaren is uitgesteld

-ocr page 52-

NIEUWE MAAND

{Leven van de G. Margaretha Maria b. 129.)

„ Jesus-Christus,\'\' zegtde G. Margaretha Ma- , ria «heeft mij verzekerd, dat Hij een bijzonder welbehagen nam in het zien vereeren van de inwendige gevoelens van zijn Hart en zijne liefde onder het beeld van dit vleeschelijk hart, zooals Hij het mij getoond had, waarvan Hij wilde, dat het beeld in het openbaar zou worden tentoongesteld, ten einde, voegde Hij daarbij, het ongevoelig hart der menschen te treifen.quot; (Ibid., b. 234.)

En op een andere plaats: „Dit beminnelijk Hart heeft een oneindig verlangen, om door zijne schepselen gekend en bemind te worden, in wie hij zijn rijk wil vestigen, als de bron van alle goed, ten einde in hunne behoeften te voorzien. Daarom wil Hij, dat men zich met het grootste vertrouwen tot Hem richte.quot; (B. 241.)

Ulo Beweegreden. — Be liefde van dit \'joddelijh Hart voor de menschen .... „Ziedaar,quot; zeide Jesus-Christus aan zijne dienstmaagd, „ziedaar dit Hart dat de menschen zóó zeer heeft liefgehad, dat Het niets gespaard heeft, zich heeft uitgeput en verteerd,

46

-ocr page 53-

VAN HET HEILIG HAET VA.N JESUS. 47

om hun zijne liefde te betuigen.quot; (B. 129.)

,Ziehier mijn Hart, dat de menschen zoo vurig liefheeft, en u in het bijzonder, dat Het de vlammen zijner liefde in zich niet kunnende opsluiten, ze door middel van u moet verspreiden.quot; (B. 115.)

„Ik zeg het met zekerheid,quot; schreef de zalige religieuse: , indien men wist, hoe aangenaam deze devotie aan Jesus-Christus is, geen Christen, die nog eenige liefde voor den be-minnelijken Verlosser gevoelde, zou die niet in de eerste j^laats beoefenen.

IV. Seiveegreden. — Be ondankbaarheid der menschen en de heleedigingen aan Jesus-Christus aangedaan. Hij zelf beklaagt zich daarover.

In stede van dankbaarheid,quot; zegt Hij, „ontvang Ik in dit Sacrament van liefde van de meeste menschen slechts verachting, oneerbiedigheid, heiligschennis en koude ongevoeligheid ; maar nog pijnlijker treft Mij, dat dit geschiedt door harten, die Mij zijn toegewijd.\'1 (B. 129.)

Op zekeren dag zijn beminnend, geheel verscheurd en doorboord hart aan zijne dienst-

-ocr page 54-

XirniWE MAANT)

maagd vertoonende, zeide Hij: , Ziedaar de wonden, welke Ik van mijn geliefd volk ont-vang. De anderen stellen zich tevreden met op Mijn lichaam te slaan, maar dezen vallen mijn Hart aan, dit Hart dat nooit heeft opgehouden hen te beminnen.quot; (B. 288.)

„Nog gevoeliger dan voor al wat Ik in mijne Passie geleden heb, ben Ik voor de ondankbaarheid der menschen, te meer, omdat indien zij Mij wederliefde betoonden, Ik hetgeen Ik voor hen heb gedaan, voor weinig zou houden, en Ik, als dit mogelijk ware, nog meer zou doen. Maar zij beantwoorden al Mijn ijver, om hun goed te doen, slechts met koelheid en verachting. Verschaf Mij ten minste dit genoegen, dat gij hunne ondankbaarheid goedmaakt, zooveel dit u mogelijk zijn zal.quot; (B. 119.)

V0 Beweegreden. — Be ontzaglijkgroote genaden aan hen beloofd, die deze devotie zullen beoefenen.

1°. Laten wij eerst zien de-beloften, welke gemeen zijn aan alle klassen van personen. „De schatten van zegening en van genaden, welke dit Heilig Hart in zich bevat,quot; .zegt

48

-ocr page 55-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 49

de Gr. Margaretha Maria „zijn oneindig.quot; — „Ik beloof u,quot; zeide Jesus-Christus haar eens, „dat Mijn hart zich zal uitzetten, om de instrooming van zijn goddelijke liefde overvloedig te schenken aan degenen welke Hem die eer zullen bewijzen, en die er zorg voor zullen dragen dat zij aan dat Hart verschaft wordt.quot; (B. 129.) [Hier is sprake van het feest van het Heilig Hart, waarvan Jesus-Christus de viering vroeg, en van de communie en de eereboete op dien dag .. ..]

Maar treden wij in bijzonderheden . . . Zijt gij verschrikt over de gevaren, welke uwe zaligheid bedreigen? Hoor een vromen dienaar Gods : „ In dit aanbiddelijk Hart zullen wij wapenen vinden, om ons te verdedigen, geneesmiddelen, om ons te genezen, machtige hulpmiddelen tegen de bekoringen, den zoet-sten troost in de smarten en de zuiverste geneugten in dit tranendal.quot;

„Zijt gij bedroefd?quot; zegt dezelfde schrijver ; „maakt de herinnering aan uwe zonden u ongerust? wordt uw hart gejaagd door hevige hartstochten? Ach! werp uinJesus\' Hart, dat is een veilige schuilplaats, dat is

4

-ocr page 56-

NIEUWE MAAND

het toevluchtsoord der ongelukkigen en de gezondheid van al de Christenen.quot;

„O ! hoe zoet en aangenaam is het,quot; zegt de heilige Bernardus, ,in Jesus\' Hart te wonen!quot;

„O Heilig Hart van Jesus,quot; riep de heilige Franciscus van Sales uit,, o bron van de opperste liefde ! wie kan U genoeg zegenen ? wie zal U liefde met liefde vergelden ? Gij zijt de bron van alle genaden.quot;

„Ik zaj tot zijn Hart spreken,quot; zegt de heilige Bonaventura „en daarvan alles verkrijgen wat ik zal willen.quot;

Welke uwe behoeften mogen zijn, neem uwe toevlucht tot dit aanbiddelijk Hart; want gij zijt zeker daar te zullen vinden al wat u ontbreekt ... „Indien gij u in een afgrond van zwakheden, hervallen en ellenden bevindt, het Hart van Jesus is een afgrond van barmhartigheid en van kracht; indien gij in u een afgrond van hoogmoed en ijdele zelfachting ontdekt, verlies u in de vernietigingen van Jesus\' Hart. .. Indien gij ontroerd en ongerust zijt, dit goddelijk Hart is een afgrond van vrede, en die vrede zal u worden medegedeeld.quot; (G. M. M.)

50

-ocr page 57-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 51

„ Indien gij u wilt wapenen tegen het vreese-lijk gevaar van een slechten dood, eu u de genade der boetvaardigheid bij uw uiteinde wilt verzekeren, weet het wèl: Eigenlijk in dit heilig Hart zult gij eene wijkplaats vinden gedurende uw leven, en voornamelijk in het uur des doods.quot; (B. 224.)

Eene oefening, welke de 6. Margaretha Maria gewoonlijk verrichtte, en die onze Heer haar had aanbevolen, — terwijl Hij haar harl doen hopen, dat degenen, die ze zouden doen, de genade van de boetvaardigheid in het stervensuur en die van de heilige Sacramenten der stervenden bij hun uiteinde zouden ontvangen, bestaat hierin, dat men te dezer intentie en om Jesus\' Heilig Hart te eeren, eene noveen van communiën zal doen, op eiken eersten Vrijdag, negen achtereenvolgende maanden. {Leven, b. 241.)

Indien gij het gestrenge oordeel Gods vreest, neem uw toevlucht tot het Heilig Hart van Jesus. „O! hoe zoet is het te sterven, nadat men eene standvastige devotie heeft gehad voor het Heilig Hart van Dengene, die ons moet oordeelen!quot; (Ibid.)

-ocr page 58-

nIbuwe Maand

2°. Laat ons nu de bijzondere beloften opsommen, welke aan verschillende klassen van personen zijn gedaan.

— Leeft gij in de wereld? „De wereldlijke personen zullen door middel dier beminnelijke devotie al de hulp vinden, die voor hun staat noodzakelijk is, dat wil zeggen : den vrede in hunne gezinnen, verlichting in hun arbeid, den zegen des Hemels in hunne ondernemingen, troost in hunne ellenden.quot; (B. 224.)

— Zijt gy zoo gelukkig van in een geestelijk huis te leven ? „De geestelijke personen, die deze devotie zullen omhelzen, zullen daaraan zóóveel voordeel ontleenen, dat geen ander middel noodig zal wezen, om den ijveren de striktste opvolging van den regel in de minst geregelde huizen te vestigen, en om die, waarin de nauwkeurigste regelmaat heerscht, tot het toppunt der volmaaktheid op te voeren.quot; (B. 224.)

— Tracht gij de hoogste volmaaktheid te bereiken ? Ik ken geen oefening van godsvrucht in het geestelijk leven, geschikter om eene ziel in weinig tijds de hoogste volmaaktheid te doen bereiken, en om haar de ware

52

-ocr page 59-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 53

zoetheden te doen smaken, welke men in den dienst van Jesus-Christus vindt. — Oneindig zijn de schatten van zegeningen en genaden, welke dit Heilig Hart in Zich sluit.

— Legt uwe roeping u de edele taak op, om voor het zieleheil uwer broeders te arbeiden ? „Mijn goddelijke Verlosser heeft mij te verstaan gegeven, dat degenen, die werkzaam zijn voor het heil der zielen, de kunst zullen bezitten om de verstoktste harten te treffen, en met een bewonderenswaardig goed gevolg zullen arbeiden, als zij zeiven van eene teedere godsvrucht tot zijn goddelijk Hart zullen doordrongen zijn.quot; (B. 236.)

3°. Maar indien gij de volheid dier genaden over u wilt doen afdalen, stel u dan niet tevreden met het aanbiddelijk Hart van Jesus zelf te vereeren; tracht het ook anderen te doen kennen en eeren.

.Onze Heer heeft mij schatten van liefde en van genade ontdekt voor de personen, die zich zullen toewijden en opoiferen voor de taak, om aan zijn Hart al de eer, liefde en glorie te betuigen en te verschaffen, welke in hun vermogen zijn zal; maar schatten zóó

-ocr page 60-

NIEUWE MAANT)

groot, dat ik ze onmogelijk kan uitdrukken.quot; (B. 241.)

„O! hoe gelukkig zijn wij,quot; roept nog die zalige religieuse uit; „wat zijn wij niet aan dit goddelijk Hart verschuldigd, dat Het zich gewaardigd heeft ons uit te kiezen om die devotie te vestigen ! Want Het bevat onbegrijpelijke schatten voor al degenen, die zich, naar de krachten die Hij hun hiertoe geeft, daarmede zullen onledig houden.quot;

VIU Beweegreden. — Deze devotie is het bijzonder geneesmiddel, dat God heeft willen stellen tegenover de rampen, welke de Kerk in deze laatste tijden teisteren; zij is een machtig middel, om de wereld te doen herboren worden en in de Christenen het geloof te verlevendigen, dat uitgedoofd wordt, en de liefde die verkoelt.

„Onze Heer,quot; zegt nog de gelukzalige M. M. „gaf mij te kennen, dat zijne groote begeerte, volmaakt door de menschen bemind te worden. Hem het voornemen had doen opvatten om hun zijn Hart te openbaren, en hun in deze laatste tijden deze laatste poging zijner liefde te schenken, door hun

54

-ocr page 61-

VAN HET HEILIG HAKT VAN .lESUS. 55

een voorwerp en een middel voor te stellen, zoo geschikt om hen te doen besluiten Hem

te beminnen, en degelijk te beminnen.....

dat Hij hun hierin opende al de schatten van liefde, van genaden en barmhartigheden, van heiligmaking en zaliglieid, welke dit Hart in zich bevat, opdat al degenen, die Hem de eer en de liefde, welke hun mogelijk was, wilden schenken en verschaffen, overvloedig verrijkt zouden worden met de schatten, waarvan dit goddelijk Hart de bron is, eene vruchtbare en onuitputtelijke bron.quot; (B. 324.)

Dit was reeds aan de heilige Gertrudis in bijna gelijke bewoordingen geopenbaard. Men leest in de geschriften dier Heilige, dat zij eens begunstigd werd met eene verschijning van den H. Joannes den Evangelist. Zij vroeg hem, waarom hij, die gedurende het laatste Avondmaal aan den boezem van Jesus-Christus gerust had, niets geschreven had ter onzer onderrichting over de beweging van zijn Hart, en had van dien Heilige dit bewonderenswaardig antwoord bekomen. „Ik was met de taak belast, om voor de nog

-ocr page 62-

NIEUWE MAAND

ontluikende Kerk het woord van het ongeschapen Woord van God den Vader te boekstaven ; maar wat de zoetheid van de beweging van dit Hart aangaat, God heeft zich voorhéhouden om het in deze laatste tijden, in de oudheid der wereld, te doen kennen, ten einde de liefde, die aanmerhelyh verkoeld zal zijn, opnieuw te doen ontbranden.quot; (Insinuat... I. IV, c IV.)

Wat is er troostvoller dan deze belofte, in onze ongelukkige tijden, nu de ontketende duivel de hel schijnt te hebben verlaten, om tegelijk met de dwaalbegrippen eener leugenachtige vrijheid, ontucht, wanorde, losbandigheid en allerlei misdaden in de geheele wereld uit te strooien? Neen, nimmer hadden Frankrijk, geheel Europa, di-ingender behoefte aan eene buitengewone hulp. Hoe groot de kwalen der Kerk ook mochten wezen op het tijdstip, toen deze devotie werd geopenbaard en zich begon te vestigen, zij zijn niet te vergelijken bij die welke, Haar tegenwoordig bedroeven. De devotie tot het heilig Hart, heeft derhalve haar einde, hare uitwerkselen, haar doel nog niet volkomen

56

-ocr page 63-

VAN HET HEILIG HART VAS JESÜS. 57

bereikt,; zij heeft nog niet de geheele ontwikkeling verkregen welke zij hebben moet, en deze laatste poging van de liefde van een God heeft nog niet al de vruchten opgeleverd, welke zij moet voortbrengen .... Daarom zien wij met genoegen de vorderingen, welke zij in onze dagen niet ophoudt te maken, ondanks den noodlottigen loop dei-goddeloosheid, die alom in de zielen verwoesting aanricht. Voor zoover wij weten, vindt men in Frankrijk geen enkel bisdom meer, dat niet plechtig is toegewijd aan hot Heilig Hart. Mochten er eenige bisdommen zijn, waar dit niet gebeurde, hun getal is in elk geval zeer gering, en weldra, vertrouwen wij, zal geheel Frankrijk, dat deze devotie in zijn boezem heeft zien ontstaan. Frankrijk, dat, ondanks zijne misdaden, zoo dierbaar aan den Hemel is. Frankrijk, waarin tegenover elkander staan het genie van het goed en het genie van het kwaad, de katholieke propaganda en de propaganda der revolutie, het kamp van Jesus-Christus en dat van Satan ; dat schuldige en ongelukkige, maar berouwhebbende Frankrijk, dat nedergeknield ligt

-ocr page 64-

NIEUWE -MAAND

58

aan de voeten van Jesus-Christus, en eereboete doende aan Zijn Hart, zal zijn vrede en zijn voorspoed, zijn geluk en zijn glorie terugvinden. — O God! dat dit gelukkig oogenbik weldra aanbreke, en dat Jesus\' Heilig Hart voor eeuwig onze toevlucht, onze wijkplaats, ons heil zij!

-ocr page 65-

TWEEDE GEDEELTE.

NIEUWE MAAND VAN HET HEILIti HART VAN JESUS.

Of de drie en dertig levensjaren van dien godde-lijken Verlosser in de maand Jnni vereerd.

Het geheele leven van Jesus-Christus behoort ons toe, het is .ons erfdeel; ieder onzer heeft daarop recht als op een hem afgestaan eigendom. Ja, de verdiensten van dien god-delijken Verlosser, zijne voldoening, zijn arbeid, zijn lijden, zijne liefde, zijne deugden, alles behoort mij toe, het is mijn schat; ik heb nu geen anderen, maar hij is voldoende voor mij, want hij is oneindig. Dit is de gedachte van den heiligen Bernardus ; hooren wij, wat die heilige Kerkleeraar zegt:

, Wat mij betreft, mijne broeders, van het begin mijner bekeering af heb ik, om de verdiensten aan te vullen die. ik niet had, mij een ruiker samengesteld uit al de smarten en de bitterheden van mijn Heer, en ik heb dien op mijn borst geplaatst,

-ocr page 66-

NIEUWE MAAND

Zoolang als ik zal leven, zal ik niet ophouden den overvloed en de zoetheid der kostbare goederen met vreugde te verkondigen. Ik zal nimmer ophouden de barmhartigheden te verkondigen, die aan mijne ziel het leven hebben teruggegeven. Die heilzame ruiker is mijn schat, niemand zal mij dien ont-rooven. (\')

Op elk oogenblik van zijn sterfelijk leven droeg Jesus ons allen in zijn Hart, en indien ieder onzer met den Apostel kan zeggen : Uy heeft my bemind en zich voor mij overgeleverd : Dïlixit me, et tradidit semetipsum pro me, dan kan ieder onzer met evenveel waarheid zeggen : Hij heeft my bemind en voor my geleefd; hij heeft voor mij gearbeid,

(\') Ego, fratres, ab ineunte mea conversione, pvc acervo meritorum quee mihi deesse sciebam, mihi fasciculum collectara ex omnibus anxietatibus et amaritudimbus. Domini mei colligere et ubera mea collocare curavi. Memoriam abundantise suavi-tatis borum eructabo, quoad vixero; in seternum non oblisviscar miserationes istas, quia in ipsis vivi-ficatus sum. Mihi hio salutaris fasciculus servatus est, nemo tollet eum a me, (Serm. sanct. Bern. xi.ti in Cant.)

60

-ocr page 67-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 61

geleden, verdiend. Voorzeker zou het billijk zijn, al de oogenblikken van zulk een heilig leven te eeren ; het zou wel voordee-lig en wel aangenaam zijn voor de getrouwe ziel, om stap voor stap den liefdevollen gids te volgen, die uit den Hemel is nedergedaald, om hem den weg daarheen te wijzen. Hoeveel kostbare onderrichting, hoeveel krachtdadige aanmoediging, hoeveel teedere en treffende herinneringen zou zij niet uit deze heilige oefening putten! Maar Jesus heeft voor ons meer gedaan dan wij kunnen, ik zeg niet erkennen en voldoen, maar zelfs ontdekken en denken; het grootste gedeelte van zijn uitwendig leven is ons onbekend, en van zijn inwendig leven weten wij weinig of niets. Eenmaal echter zal het ons gegeven zijn, die verborgen wonderen te zien, en als de sluier des geloofs door het eeuwige licht wegvalt, zal ons verbaasd oog de geheimen van liefde mogen aanschouwen, ten onzen gunste gewrocht door een God, diemensch, en onze broeder geworden is, om onze Verlosser te zijn.

In afwachting van dien gelukkigen dag,

-ocr page 68-

NIEUWE MAAND

en terwijl wij nog leven in de schaduwen des geloofs, moeten wij Dengene niet uit het oog verliezen die daarvan de oorsprong en de voltrekker is. (•) Zoo wij dit beminne lijk voorbeeld niet tot in zijn kleinste bijzonderheden kunnen beschouwen, bewonderen wij ten minste de voornaamste trekken, die het kenschetsen; en is het ons niet gegeven, dikwijls al de handelingen van Jesus-Christus te overwegen, wijden wij ten minste één dag van deze maand toe aan d\'e vereering van elk dier oneindig kostbare jaren, welke hij op deze aarde van ballingschap heeft doorgebracht. Dewijl nu de dertig eerste jaren van zijn leven het minst bekend zijn, en de duistere staat, waarin Jesus die heeft doorgebracht, als ware het, al Zijne daden hebben saamgevat in het geheim zijns Harten en in dat inwendig en verborgen leven, dat alleen waardig gekend en gewaardeerd is door God, zullen wij daarvan het bijzonder onderwerp onzer overwegingen maken gedurende deze maand, toegewijd aan de

(\') Intuentes in auctorem fidei et consuramatorem Jesu. (Hebr. XII.)

62

-ocr page 69-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 63

eeredienst van Jesus aanbiddelijk Hart. Wij zullen er evenwel drie overwegingen bijvoegen over de drie jaren van zijn openbaar leven, ten einde aan de vrome zielen de gelegenheid te geven om deze kleine schatting van eerbewijzen voor elk der drie en dertig levensjaren van hun Verlosser te brengen. De goddelijke Meester zal onzen arbeid zegenen, hoe onvolmaakt die ook moge zijn, en volgens zijne belofte, gal Zijn Hart zich uitzetten, om kwistig de invloeden van zijn goddelijke liefde uit te storten over degenen, die Hem zullen vereeren.

Al nemen wij zekere orde in acht voor de deugden, die, gedurende deze maand, het voorwerp van onze overwegingen zullen zijn ; al is het onze bedoeling, er dagelijks eene toe te passen op het eene jaar van Jesus\'leven en niet op het andere, toch willen wij daarom de beoefening daarvan niet beperken tot.dit tijdsverloop, of ligt het in. onze bedoeling niet, om de andere deugden uit te sluiten. Jesus bezat van het eerste oogenblik van zijn stoffelijk leven af, al de deugden; Hij beoefende die aanhoudend gedurende zijn

-ocr page 70-

NIEUWE MAAND

leven door de goddelijk volmaakte gesteltenissen van zijn Hart. Maar het was noo-dicr, eenige afwisseling in deze overwegingen te brengen en den arbeid der ziel gemakkelijk te maken, die niet alles tegelijk kan zien en smaken. Ongeveer hetzelfde geldt voor de inwendige smarten des Verlossers; zij duurden zoolang als zijn leven, en zijn offer, dat op het kruis voltrokken werd, begon wezenlijk in den schoot van Maria, op het oogenblik zelf der Menschwording.

Daar het ons niet mogelijk was om eene logische orde in deze overwegingen te brengen, hebben wij getracht zooveel doenlijk de natuurlijke orde in acht te nemen, welke de ziel in den arbeid aan hare volmaaking moet volgen, en die de heilige Ignatius zoo goed in zijn Boek der FjXcrcitici heeft geschetst. Het is ten naaste bij wat andere schrijvers soms uitdrukken door de benaming van suiverenden weg, verlichtenden weg en vertenigenden weg: het begin, de voortgang, de voltooiing der volmaaktheid. Desniettemin is het ons onmogelijk toegeschenen, om die opklimming nauwkeurig te verwezenlijken

64

-ocr page 71-

HAKT VAN JESUS.

65

VAN UKT HEILIG

zonder, van ons plan af te wijken, bestaande ■in het volgen van Jesus-Ohristus in de drie en dertig jaren van zijn sterfelijk leven.

Eindelijk, indien wij zekeren vooruitgang aan Jesus-Christus toeschrijven, dan willen wij niet spreken van een grootere inwendige en wezenlijke volmaaktheid. Van het eerste oogenblik zijner Menschwording af, was Jesus even volmaakt als Hij het was bij zijn dood. Derhalve is hier alleen sprake van een uitwendigen, schijnbaren, om zoo te zeggen stoffelijken vooruitgang, voortspruitende uit de verscheidenheid dei- handelingen enhet verschil der werken en bedieningen, waarmede Hij zich bezighield, alsmede van de verscheidenheid der deugden, die Hij in de gelegenheid was gedurende den loop van zijn sterfelijk leven te oefenen. Deze werken, deze deugden moesten in verhouding staan tot zijn leeftijd, zijn krachten, zijne bezigheden, zijne betrekkingen en de omstandigheden, waarin Hij leefde. Een kind van acht of tien jaren spreekt niet als een man, die den dertigjarigen leeftijd bereikt heeft; de arbeid, dien zij verrichten kunnen, is niet dezelfde, noch

-ocr page 72-

06 NIEUWE MAAND

zijn ook de deugden dezelfde, welke zij in de gelegenheid zijn om uit- en inwendig te oefenen. Maar al verandert liet uiterlijke in Jesus-Christus, het inwendige verandert niet; onder de verscheidenheid dei-vormen vinden wij altijd denzelfden grond, en in al de tijden zijns levens, dezelfde volmaaktheid, dezelfde gesteltenissen. Zoo moet men de woorden van het Evangelie uitleggen: „Jesus nam toe in wijsheid, en leeftijd en in genade bij God en de menschen.quot; (*)

Zoo moet het niet met ons gaan. Wij worden onvolmaakt en met ondeugden geboren, en, willen wij Gods oogmerken steunen en de genade vruchtbaar doen zijn, werkelijk dagelijks in de volmaaktheid toenemen, ons dagelijks meer en meer zeiven afsterven en volmaakter voor God leven, onophoudelijk arbeiden om onze gebreken te verbeteren en ons in de deugden oefenen, totdat het ons gegeven zal zijn ons met Dengene te vereenigen, die, de volmaaktheid zelve zijnde, de leegte van ons hart zal vervullen, en het

(\') Jesus proflciebat sapientia, et setate, et gratia, apud Deum et homines. (Luc. il.)

-ocr page 73-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS.

goddelijk toevoegsel zijn van de menschelijke natuur-, die Hij in zijn persoon tot de hoogst mogelijke waardigheid verheven heeft: dit zal plaats hebben, wanneer Jesus Christus volmaakt in ons gevormd zal zijn, en wanneer, door eene voortgaande ontwikkeling van het leven van hun hoofd in he n, zijne ledematen zullen gekomen zijn tot de rijpheid van den volmaakten mensch en tot de maat dei-volheid van Jesus Christus. (1)

Aan het einde van elke overweging, verwijzen wij naar een hoofdstuk van de Navolging van Jesus-Christus, in betrekking tot het onderwerp der meditatie. Men zal daarin het middel vinden om de stof vruchtbaar te maken, indien zij soms wat overvloedig scheen te zijn; men kan zich daarvan ook nuttig bedienen voor de geestelijke lezing.

Wij zullen ook, aan het einde der maand, de overwegingen aangeven, welke men met meer voordeel zou kunnen kiezen voor de novenen ter eere van het Heilig Hart, om

(\') Donee occurramus omnes in virum perfectum, m mensuram setatis plenitudinis Christi (Epli. iv.)

67

-ocr page 74-

NIEUWE MAAND

zich voor het feest voor te bereiden, of voor elk ander tijdstip des jaars.

GEBED, DAT MEN MET NUT ELKEN DAG VÓÓR OF NA DE MEDITATIE KAN DOEN.

O Jesus, beminnelijke Verlosser, diemensch geworden zijt en drie en dertig jaren op deze ellendige aarde bebt doorgebracht, ten einde ons den weg des hemels te wijzen, schenk mij de genade om dit (eerste of tweede, enz.) jaar uws levens te vereeren door de beoefening der deugden, waarvan Gij mij het voorbeeld geeft; leer mij uw aanbiddelijk Hart na te volgen. O Jesus ! Gij zijt mijn meestelen mijn toonbeeld, mijn Verlosser en mijn Vader; gewaardig ü mijn verstand te verlichten, mijn hart te zuiveren, mijn wil te versterken; bestuur, geleid, heilig al mijne handelingen, leer mij een goed gebruik te maken van de vermogens mijner ziel en van de zintuigen mijns lichaams. O Jesus! wees altijd tegenwoordig in mijne gedachte; dat mijn mond uw aanbiddelijken Naam dikwerf uitspreke, dat mijn hart onophoudelijk bezig

G8

-ocr page 75-

VAN HET HEILIG. HAKT VAN .IES1JS.

69

zij met U te beminnen, dat ik uwe glorie alleen in alle dingen verlange en zoeke, dat ik alleen voor U arbeide en leve. Deze genade -vraag ik ü ook voor al de menschen. Helaas! hoei weinigen beminnen ü oprecht. 0 Jesus, goede Jesus, mijn Verlosser! zie, lioe het menschelijk geslacht geheel gebukt ligt onder het gewicht van zijn ongelukken en nog meer van zijne misdaden; gedenk hunner, die Gij wel als uwe broeders wilt erkennen; voltooi uw werk, ontferm U onzer. Ik vraag het U, o mijn beminnelijke Verlosser, o mijn eenige hoop! door de verdiensten van uw heilig leven, van uw smartvol lijden, van uw kostbaren dood en van uwe glorievolle verrijzenis. Ik vraag het U bij den zoo zoeten Naam, dien Gij draagt, bij uw heilig Hart, dat ons zoozeer heeft liefgehad, en dat Gij U gewaardigt hebt ons te geven, om onze wijkplaats en ons verblijf te zijn, onze kracht en onze hoop in deze kwade dagen ; ik vraag het U door de voorspraak van uwe heilige Moeder, die ook de onze is. Ik draag U met deze meening mijne daden en mijn lijden gedurende dezen dag op, in vereeniging met

-ocr page 76-

nieuwe maand

uwen arbeid en uw lijden, en vooral in ver-eeniging met het aanbiddelijk offer der heilige Mis, dat elk oogenblik op eenige plaats der aarde wordt vernieuwd. O Jesus ! hoor uwe kinderen, ontferm U onzer.

OVERWEGING VOOR DEN LAATSTEN DAG DER MAAND VAN MARIA.

Jesus gedurende negen maanden in den scboot zijner Moeder.

I. Prceludium. Stel u Maria, Gods Moeder voor, in haren kuisohen schoot den Verlosser dei-wereld dragende.

II. Prceludium. Bid haar u te leeren het aanbiddelijk Hart van Jesus te eeren en deze maand te zegenen, welke gij aan die beminnelijke devotie zult toewijden.

I. Maria leeft in Jesus. —IJ. Jesus leeft in Maria. — III. Hot leven van Jesus en Maria is een geheel inwendig leven.

Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik

ü immer meer beminne.

300 dagen aflaat. (P. Pius IX, 26 nov. 1876, — Raocolta, blz. 193.)

70

-ocr page 77-

VAK HET HEILIG HART VAN .TBSUS.

O Maria zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen.

I. Maria leeft in Jesus. — Kinderen van Maria, gij hebt haar, gedurende de afgeloo-pen maand, de schatting uwer eerbewijzen en uwer liefde gebracht. Verheugt u; de gelukkige Moeder des Verlossers zal u bij haren Zoon inleiden, zelfs tot in het heiligdom zijns Harten. Zij zal u, door haar voorbeeld, de zoetste, de rechtmatigste aller devotiën leeren : zij zal u die door hare gebeden verkrijgen ; in dit Hart heeft zij het leven gevonden. Was de tegenwoordigheid van Jesus voldoende, om Joannes den Dooper te heiligen ; werd de welbeminde leerling de apostel der liefde, omdat hij eenige oogenblikken aan den boezem zijns Meesters gerust had, wö,t zullen wij van Maria zeggen, die, gedurende negen maanden, om zoo te zeggen, slechts één Hart met Jesus-Christus heeft gehad?... Uit het hart der Moeder komt het bloed voort, dat het Hart van den Zoon doet leven, uit het Hart van den Zoon komt de genade voort, die de Moeder heiligt. Deze beide bewonderenswaardige werktuigen stemmen overeen, een en dezelfde

71

-ocr page 78-

NIEUWE MAAND

stoot brengt hen in beweging en doet hen eenstemmig handelen: zij hebben denzelfden geest, dezelfde begeerten, dezelfde genegenheden, om zoo te zeggen hetzelfde leven. Is dit niet het doel, dat gij u voorstelt in de devotie tot Jesus\' Heilig Hart? Leer van Maria deze goddelijke les; leg er u op toe om u volgens Jesus te regelen; zoek in Hem uw leven, uwe kracht, uwe heiligheid, ten einde met den Apostel en nog meer met Maria te kunnen zeggen: -Ik leef, neen, ik leef niet meer; Jesus leeft in mij; Vivo autem, jam non ego; vivit vera in me Christus.quot; (Gal. n.) ,Mijn Welbeminde behoort mij toe, en ïk Hem: Di-lectus meus mihi et ego illi.quot; (Hooglied n.)

II. Jesus leeft in Maria. — Door de tus-schenkomst van zijne doorluchtige Moeder komt de Verlosser tot ons ; door haar wil Hij dat wij tot Hem zullen gaan; negen maanden in dien levenden tempel opgesloten, vergadert de Zon der Eechtvaardigheid daar haren gloed, en het licht, dat die duisternissen der wereld moet verdrijven, schittert als ware het, alleen voor Maria. „O menschen!quot; schijnt Jesus-Christus ons reeds te zeggen:

72

-ocr page 79-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESUS.

„ ziehier uwe Moeder; het is de mijne, ik geef u haar, vereert haar, bemint haar, ik vertrouw u aan hare moederlijke teederheid toe; rekent op hare liefde, hebt vertrouwen in uwe Moeder. Het onbevlekte hart van Maria is de troon der barmhartigheid: zondaars, nadert, en vreest niet, treedt dat heiligdom binnen, dat de Heilige Geest heeft voorbereid, om de woonplaats van een God te zijn: Sanctificavit ta-bernaculum suum Altissimus (Ps. xlv.) Maar, o Christen, Hij die zich aan Maria heeft gegeven, geeft zich ook aan u ; Hij die in Maria heeft willen leven, wil ook leven in uw hart. Is dit hart, helaas, wel zulk een gast waardig? Wordt het versierd door de zuiverheid, den vrede, de nederigheid, de ingetogenheid? Dit alles vond Jesus in Maria\'s Hart; verrukt door hare bekoorlijkheden, riep Hij uit: Gij zijt schoon, mijne vriendin, en daar is geen smet in ü. C1) Zóó is de verblijfplaats van den Koning der koningen; in deze ark zal de God van alle heiligheid beveiligd zijn voor de ongerechtigheden welke, gelijk aan den zond-

(\') Tota pulchra es, amica mea, et macula non ost in te. (Hooglied iv.)

73

-ocr page 80-

74 NIEUWE MAAND

vloed, de aarde hebben overstroomd. Jesus verlangt ook in uw hart zijn rust te nemen, en daar eene schadeloosstelling te vinden voor de beleedigingen, welke Hem elders worden aangedaan . . . Jesus verlangt dit, zult gij het Hem weigeren ? O! neen, Heer . .. gelukkig, al te gelukkig, indien ik U kan voldoen .... Ten einde daarin des te zekerder te slagen, zal ik mij met uwe doorluchtige Moeder vereenigen, en ü haar deugden en hare liefde opdragen, om aan te vullen wat mij ontbreekt.

III. Het leven van Jesus in Maria, evenals het leven van Maria in Jesus valt de wereld niet in het oog: het is een onbekend, ontkend en geheel inwendig leven. Ondanks de onuitsprekelijke waardigheid van Gods Moeder, gaat de heilige Maagd door voor een gewone persoon ; niemand vermoedtdenschat, dien zij bezit. Jesus, de koning des hemels en der aarde, doet zijne intrede in de wereld onder de gedaante van een slaaf, en gedurende negen maanden blijft Hij onbekend aan de menschen, die Hem later alleen zullen kennen, om Hem te vervolgen ... Dwaze wereld 1 gij vleit uwe slaven, gij verheft de ondeugd,

-ocr page 81-

VAK HEÏ HEILIG HART VAN .IESUS. 75

gij kroont de hartstochten, gij verheerlijkt de zonden en gij veracht alleen de deugd .... Maar ik minacht uw lof, ik spot met uwe verachting en uw verstooting. 0 vleeschge-worden Woord, o Koningin des hemels en dei-aarde! ik erken en vereer U. 0 mijne ziel, hangen wij niet aan die uiterlijkheden ; drin -gen wij door tot het binnenste van dit heiligdom ; beschouwen wij zijne goddelijke schoonheden, en trachten wij in deze maand het wezenlijke leven te leven: een leven van geloof, een inwendig leven, een leven van ver-eeniging met God, een leven van heilige in-getogenheid. 0 Jesus levende in Maria! Kom en leef in uwe dienaren ....

Gebed. —O Jesus, beminnelijke Verlosser, enz., bladzijde 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, book II, h. 1.

-ocr page 82-

76 nieuwe maand.

EERSTE DAG.

Jesus bij zijne geboorte.

uitstekendheid van jesus\' hart.

Het Woord is vloesch gowovden, cn heeft onder ons gewoond, Et Verbum caro factum est, el ha-bitavit in nobis. (Joan. i.)

I, Prwludium. Stel u Josus in den stal voor. Dc Heer is groot en oneindig allen lof waardig, zegt de Profeet. (Ps. xlvi.).

II. Prceludium. Wie zal mij geven U te bezitten, o gij, die mijn broeder zijt, die rust op den schoot mijner moeder? Quis mihi det te fra-trem meum sugentem ubera matris mcos? (Hooglied vin).

1. Die innige vereeniging van het Heilig Hart met het goddelijk Woord is het beginsel van zijn uitnemendheid en de oneindige waarde zijner werkingen. — II Onze vereeniging met Jesus-Christus is het beginsel van onze grootheid on onze verdienste.

I.. Een bewonderenswaardig concert is het, dat wordt voortgebracht door het volmaakt accoord van al de vermogens der menschen. God lovende en zegenende, en Hem onop-

-ocr page 83-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESÜS.

77

houdelijk de eer teruggevende, welke Hem verschuldigd is. Hoeveel verrukkelijker zou de eendrachtige stem zijn van al de schepselen, van al de menschen, zich vereenigende met de lofliederen der Engelen, om hunnen Schepper te vieren ! Dit zou evenwel nog zeer weinig wezen voor de oneindige Majesteit Gods. Jesus-Christus, een God-Mensch, was noodig, om een God waardiglijk te loven. De veree-niging met het -Woord, dit is het, wat de uit-stekendkeid van Jesus\' Hart uitmaakt. Uit kracht van deze innige vereeniging, is de goddelijke persoon het beginsel, dat de heilige menschheid geleidt en bestuurt; Hij is het, die er al hare handelingen beveelt. Die handelingen behooren Hem toe; Hij brengt ze voort door de menschheid en ip de menschheid, en daarom dan ook hebben wij eene oneindige waarde en waardigheid. Het Hart van Jesus is het hart van een God, edel, groot door de grootheid van een God, beminnende met de liefde van een God, heilig met de heiligheid van een God, rijk door de oneindige schatten van een God. Het is als doortrokken van de Godheid, levend gemaakt

-ocr page 84-

NIEUWE MAAN1)

door de Godheid. Begrijpt gij zijne uitstekendheid ?

Maar welke is de wezenlijke voorwaarde van deze onuitsprekelijke voorrechten, en welke is terzelfder tijd de gelukkige uitwerking van deze vereeniging ? Het is de volmaakte onderwerping van dit Hart aan het Woord, waarvan het, als ik mij zoo mag uitdrukken, het volgzaam werktuig is. Het blijft onder zijnen goddelijken invloed, van dat Woord ontvangt het zijne leiding. Dit aanbiddelijk Hart bemint niets dan hetgeen het Woord wil, dat het beminne; het haat alleen wat het moet haten; het ontvangt van den goddelijken persoon, met wien het onverbreekbaar verbonden is, den voortduren-den en volmaakten regel van al zijne werkingen, al zijne bewegingen, al zijne handelingen. Zoodoende behoort in Jesus-Ohris-tus God aan den mensch en de mensch aan God: Mea omnia tua sunt, et tua mea sunt, (Joan, xvn, 10), kunnen de Godheid en de menschheid in zekere mate tot elkander zeggen. Verheven toonbeeld van de innige vereeniging der ziel met haar God, van de

78

-ocr page 85-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 7^

onuitsprekelijke gemeenschap, die onder elkander gevestigd is, van de edelmoedige toewijding welke de ziel van haar zelve aan God doet, en van de vrijgevigheid, waarmede God zich zeiven aan de ziel schenkt.

II. Onze vereeniging met Jesus-Christus en de gelijkvormigheid, welke wij met zijn Hart hebben, maken onze ware grootheid uit.

Christenziel, godsdienstige ziel, wilt gij weten, waarin uw ware grootheid bestaat, waar gij het ware leven moet zoeken ? In uwe vereeniging met Jesus-Christus en met zijn aanbiddelijk Hart. Wat zijn al de grootheden dei-aarde ? Wat zijn al de menschelijke vereeni-gingen ? Wat kan het niet er bij winnen, als het met het niet verbonden wordt? .... Maar in Jesus-Christus en door Hem worden wij verheven tot de waardigheid van kinderen Gods ; en zijne volheid ontvangende, nemen wij daardoor deel aan zijne grootheid en zijne uitstekendheid. Wij zijn de ledematen van zijn lichaam, wij maken deel uit van zijn vleesch en zijne beenderen. (1) Ik ben de wijngaard,

1 Membra sumus corporis ejus, de carne ejus ot do ossibus ejus. (Eph. V, 30).

-ocr page 86-

NIEUWE MAAN»

en gij zijt de ranken; Ego sum vitis, et vos palmites.quot; (Joan, xv.) O kostbaar verbond ! o goddelijke verwantschap ! .. . Het Hart van Jesus moet dan in zekeren zin liet algemeen hart van al de Christenen zijn. „Ik heb slechts één hart met Jesus: Ego vere cum Jesu cor unum habcoquot; zeide de heilige Bernardus (Be Pass. Bom. C III.) In Hem, door Hem, met Hem moeten wij beminnen. Het Hart van Jesus is voor al de Christenen wat het hart des menschen voor al zijne ledematen is. Van daar loopt het bloed en verspreidt zich in het lichaam, en met het bloed het leven ; in het hart vormt en vernieuwt zich het bloed, het zuivert zich, om in al de andere deelen het leven, de warmte, de kracht en de kloekheid te brengen.

Ziet gij deze hemellichamen, die zich in het luchtruim bewegen, volgens de vaste wetten, welke hun zijn aangewezen. Er is een middelpunt, waarom alles zich beweegt, en dat tegelijkertijd het punt is, waarvan de beweging uitgaat en het beginsel, dat deze regelt. Aldus is het in de natuurlijke wereld gesteld.

Hetzelfde geldt voor de zedelijke wereld.

80

-ocr page 87-

VAN HET HEILIG HABT VAN JESUS. 81

Dit eenig middelpunt nu van al de harten, die algemeene regel van al onze bovennatuurlijke bewegingen is liet Hart van Jesus.

Doch vergeten wij het niet; die uitwerking kan alleen bestaan zoolang wij zelf onder zijnen invloed zullen blijven, zoolang wij van zijne werking afhangen, zoolang wij er in toestemmen om den stoot te ontvangen, dien Hij ons wil geven, en wij zullen trachten in alles onze gedachten, begeerten , meeningen, genegenheden, in één woord, al onze gevoelens gelijkvormig te doen zijn aan de gevoelens, die Hem bezielen: Hoc sentite in voids quod et in Christo Jesu. (Philip, n.) Aldus zal het Hart van Jesus waarlijk de Koning van ons hart zgn. Maar hoe ver zijn wij van deze volmaaktheid verwijderd! Hoe zullen wij dan daartoe geraken ? Door ingetogenheid van geest, van hart: ingetogenheid van gedachten, van genegenheden: ingetogenheid van de zintuigen. Eaadplegen wij Jesus\' Hart in onze twijfelingen, ontvangen wg met eer-bied de ingevingen der genade, gehoorzamen wij aan de bewegingen, welke het ons doet ondergaan. Dit is de les, die Jesus\' Hart, dat

6

-ocr page 88-

NIEUWE MAAND

volmaakt afhankelijk is van de Godheid, ons geeft. Wdh een schoon toonbeeld!

Gebed. O Jesus, beminnelijke Verlosser bladz. 68. Lezing. Navolging van Jesus-C/iristus, boek iv. h. iv.

TWEEDE DAG.

Jesus\' tweede levensjaar.

TOEWIJDING AAN JESUS* HART.

I. Prceludium. Stel u .lesus voor in de armen van Maria, Hom aanbiedende aan God zijn Vader en zioh mot Hem opdragende.

II. Proeludium. Vraag aan den goddelijken Verlosser de genade om in de gesteltenissen van zijn aanbiddelijk Hart te treden. Zie mij hier, o mijn God : Ecce venio, — Zie de dienstmaagd dos Heeren, mij geschiede naar uw woord. (Luc. IV.)

1. Vaardige, II. Geheele, III. Voortdurende toewijding.

I. De eerste acte van het offer is de aanneming die men daarvan doet. Hiermede begon Jesus zijn sterfelijke loopbaan en het werk der verlossing. Hooren wij de woorden, welke Hij, volgens den heiligen Paulus,

82

-ocr page 89-

VAN HET HEILIG HART VAN .TESTS. 83

bij zijn intrede in de weveld, tot zijn Vader spreekt: „Gij hebt geen slaohtofier of brandoffer gewild, maar Mij een lichaam gegeven.quot; Toen heb Ik gezegd: Ik kom; er is van Mij, in den aanvang van het Boek, geschreven, dat ik uw wil doe, o Mijn God!quot;^)

Ten einde de uitstekendheid van deze aanneming van Jesus\' Hart in haren geheelen omvang goed te begrijpen, is het voldoende te zeggen, dat Hij hare geheele uitgestrektheid kende, de gansche beteekenis daarvan mat, dat Hij klaar al hare gevolgen zag, en dat Hij desniettemin geen oogenblik aarzelt, dat Hij niet weifelt. De eerste stap, dien Hij op den weg des levens doet, is toereikend, om Hem oneindige verdiensten te doen verkrijgen, dewijl Hij voor die enkele daad al de offers omvat, welke Hem wachten, dewijl Hij ze vooraf wil en zich daaraan vrijwillig onderwerpt. C)

(\') Ingrediens inmundum dicit: Hostiam et obla-tionem noluisti; corpus autem aptasti mihi. Tune dixi: Ecce venio. In capite libri scriptum est de mo. ut faciam, Deus, voluntatera tuam. (Hebr. X.)

(2) Exultavit ut gigas ad currendam viam, a sum-

-ocr page 90-

NIEUWE MAAND

O! van hoe groot gewicht is het, met edelmoedigheid in Gods dienst te treden, en zich van den aanvang af geheel aan Hem te geven! .... Wee de flauwe en laiiwe zielen die onophoudelijk tegen de genade stribbelen en Hem dan ook zoo min mogelijk schenken ! Wie zou kunnen zeggen van hoeveel kostbare schatten zij zich berooven, hoeveel leed en spijt zij zich bereiden, welke beleediging zij God aandoen, welken onoverkomelijken hinderpaal zij voor hunne volmaaktheid stellen? O gij, die dit leest, treed in u zeiven, of gij niet behoort tot het getal der ongelukkige zielen, die met moeite het gewicht van hun kwijnenden staat en hunne gewetenswroegingen dragen. Ware dit zoo, zoek in Jesus\' Hart het geneesmiddel voor uwe lauwheid en begin God ernstig te dienen.

II. Beschouw thans, waarin het offer van Jesus in deze opdracht bestaat, welke Hij van zich zeiven doet. Hij geeft alles, Hij neemt alles aan. Hij is bereid om alles te ondernemen, alles uit te voeren ; Hij is be-

mo coelo egressio ejus et; occuvaus ejus usque ad summum ejus. (Ps. xvm.)

84

-ocr page 91-

van het heilig hart van jesus. 85

veid om alles te lijden, om alles te verduren.

De lange en moeitevolle loopbaan van den arbeid, het lijden, de vernederingen, welke Hem wachten, heeft zich voor zijne oogen ontvouwd. Hij heeft vooruitgezien, hoeveel vervolgingen, lastering, verachting, kwellingen de menschen Hem voorbereidden; Hij heeft hirnne ondankbaarheid, hun ongeloo-vigheid, hun boosaardigheid, hun heiligschenr nige vermetelheid, Hij heeft al de beleedigin-gen gezien, waaraan Hij in het Sacrament zijner liefde tot Iret einde der eeuwen zal zijn blootgesteld. Al die slagen hebben zijn hartge-troiïen. O, mijn God, heeft Hij uitgeroepen, Gij hebt mij een lichaam gegeven; zie, ik Tcoin. Be andere slachtoffers gijn U niet aangenaam. Zij kunnen uw toom niet stillen noch aan uwe gerechtigheid voldoen. Mijn Vader, hier ben ik; wreek ü op Mij over de misdaden der menschen, ik stem daarin toe: Corpus ap-tasti mihi Deus meus, volui. Mijn hart is gereed, I\'aratum oor meum, Deus,paratum cor meum. (Ps. lvi). Christenziel, religi-euse ziel, zie uw voorbeeld. Alles aan God geven, alles van Hem ontvangen, alles voor

-ocr page 92-

NIEUWE MAAND

den dienst van God ondernemen, alles uit liefde tot Hem verdragen. Ach, wellicht vreest gij... . gij durft u niet opdragen als Jesus ; gij durft niet zonder voorbehoud aannemen... • Maar wat hebt gij te duchten? Zal God meer vragen dan het past te geven? zal Hij u meer kruisen overzenden dan gij kunt dragen ? Zeg dan met Jesus: Zie ik Jcom . . . mijn God, mijn hart is gereed. O! mocht ik uwe geminachte liefde zóó behagen en vertroosten !

UITGESTREKTHEID VAN HET OFFER.

III. Dit is nog niet genoeg. Jesus\' Hart leert ons om een laatsten stap op dezen weg van aanneming te doen, en wel den voor-naamsten. Wat de goddelijke Verlosser gezegd heeft bij zijne komst in de wereld, herhaalt Hij elk oogenblik van zijn sterfelijk leven; Hij zegt het in den tempel; Hij herhaalt het op de armen zijner Moeder; Hij zegt het aan het kruis; Hij herhaalthet ook in de Eucharistie. Voortdurend was Hij in die heilige gesteltenis van aanneming en opdracht, van onderworpenheid en van oiïer, en dit is de staat, in welken wij Hem hij voortduring op

86

-ocr page 93-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESUS. 87

het altaar zien. Maar helaas! hoe weinig navolgers van zijne toewijding vindt die goddelijke Meester! Weinig zielen geven zich aan God, zoodra Hij haar roept; nog minder geven zich geheel en al aan Hem; maar hoe zeldzaam is het niet, er te vinden die zich niet terugnemen na zich geschonken te hebben, en die den moed bezitten, om in al de oogenblikken des levens, in de benardste omstandigheden, te midden der beproevingen en met de offers die gevraagd worden in het gezicht, te zeggen: Mijn God, hier ben ik: Ecce venio; mijn God, neem, ontvang: sume, suscipe, alles is het Uwe! geef, zend wat D zal behagen ; beschik over mij naar uw wel-meenen: Corpus autem aptasti mihi. Ik ben tevreden.... ik wil niets anders dan hetgeen Gij wilt: Deus meus, volui. Is dat uwe gesteltenis ? ïoon het dan door uwe werken; reeds heden zult gij daartoe de gelegenheid hebben; bereid uw hart op het offer voor. Neem het met goedwilligheid aan. Zie Jesus, zoo jong nog . . . welk een edelmoedigheid ! Het is om uwentwil.... wilt gij Hem niet navolgen? Ja, mijn beminnelijke Meester!

-ocr page 94-

NIEUWE MAAND

ik wil het, neem, ontvang, ik behoor Ü toe. Gebed. — 0 Jesus, beminnelijke Verlosser b. 68. Lezing. — Navolging van Jesus-Chrislus, boek III, h. xxxvii.

DERDE DAG.

Derde levenyaar van Jesus.

HEILIGHEID VAN JESUS\' HAKT.

I. Prceludium. Stel u de Engelen voor, die liet Kind Jesus aanbidden. Et cum iterum inlro-ducit primogenitum in orbem terrce, dicit: El adorent eum ornnes Angeli Dei. (Hebr. i.)

II. Prceludium. Vereenig u met hen, om Jesus-Christus in het Heilig Sacrament te aanbidden, en vraag aan God de gevoelens van eerbied, die hen bezielen.

I. Het Hart van Jesus is een heilig en volmaakt Hart. — II. Het is het toonbeeld. III Ue bron van alle heiligheid.

I. Laat ons den mensch naar ons beeld en onze gelijkenis maken, f1) zeide God op

(\') Faoiamus hominem ad imaginem et similitudi-nem nostram. (Gen. i.)

88

-ocr page 95-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 89

den dag, dat Hij den mensch schiep. De mensch bij uitnemendheid, de mensch\'type en model, de mensch hoofd en vader van al de menschen, degene van wien in alle waarheid kan gezegd worden: Ecce homo, het is Jesus-Christus, Hij is de eerste en de laatste, ego sum primus et novisstmus. (Apoc. xxn.) Hij is de eerstgeborene der schepselen, pri-mogenitus omnis creaturce, (Coloss i.), en degene, voor wien de anderen gemaakt zijn. Vos autem Christi (I Cor. m.) Dus vooral van Jesus-Christus moeten wij deze woorden letterlijk verstaan: Laat ons den mensch naar onze gelijkenis malcen. In Hem vinden wij waarlijk Gods beeld in zijne volmaaktheid; het Woord, immers, is het beeld des Vaders, imago lonitatis ejus (Sap. vu), en dit zelfstandig en goddelijk beeld spiegelt zich in de menschheid af. Al de volmaaktheden der Godheid worden afgebeeld in het Hart van Jesus, en brengen zich opnieuw daarin voort, door middel der uitstekendste en geheimvolste mededeeling. Ja, ziedaar het volmaakte beeld van God. In Jesus is alles heilig: gedachten, verlangens, genegenheden, woorden,

-ocr page 96-

NIEUWE MA AN I)

daden. Zoo moest de opperpriester der men-schelijke natuur wezen: heilig, onschuldig, vlekkeloos, afgescheiden van de zondaars en grooter dan al wat er verhevens in den hemel is. l1) Het Hart van Jesus is het tabernakel der Godheid, haar heiligdom, de plaats waar zij haar verblijf voor altijd gevestigd heeft; hoe heilig moest het dan niet wezen! Maria\'s Hart moest wel zuiver zijn... maar dat van Jesus! Bomicm tuam decet sanctitudo, Do-mine (Ps. xcn.) Nader dit aanbiddelijk heiligdom, deze Ark des Verbonds. Kom de trekken van den goddelijken glans in het Hart van het Kind Jesus bewonderen (a): lees in dit boek..., beschouw dezen vlekkeloozen spiegel; speculum sine macula (Sap. vu), en, de heiligheid van Jesus\' Hart bewonderende, erken de bedorvenheid van uw hart. Elke zijner deug-

(\') Talis decebat ut nobis asset pontifex, sanc-tus, innocens, irapollutus, segregatus apeocatori-bus et excelsior coelis factus (Hebr. vu.)

(2) Por inoarnati Verb! mysterium nova mentis nostree ooulis lux tune claritatis infulsit, ut duin visibiliter Deum cognoscimus, per huno in invi-sibilium amörem rapiamur. (Prsefatie van O. H. Geboorte.)

90

-ocr page 97-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 91

den zal u een gebrek in u openbaren, elke zijner\' volmaaktheden zal u eeneniei«veonvolmaaktheid in uw hart doen opmerken. Zoo zal de kennis van Jesus u uzelven leeren kennen. Gij zult uwe misvormdheid in zijne oneindige schoonheid zien, en evenzeer als gij \'zult opgewekt zijn om Hem te beminnen,, zult gij er toe gebracht worden om uzelven te haten en te verachten.

II. Het Hart van Jesus is voor ons het toonheéld van de heiligheid. „Heer, „zegt de profeet, Gij hebt het licht van uw aanschijn op uw voorhoofd doen schitteren.quot; Wat de schepping geschetst had, is door het doopsel vervolmaakt, en deze woorden passen op bewonderenswaardige wyze op den Christen, die kind Gods is geworden door aanneming. De mensch vindt immers in Jesus-Christus het volmaakte voorbeeld, waarnaar hij zich moet vormen, zoowel wat de ziel als wat het lichaam aangaat. Tot dan toe kon hij, door een onmetelijken afstand van God gescheiden, als ware het terecht, zich in de onmogelijkheid wanen om in zijn persoon de onuitsprekelijke schoonheid van den Schepper te-

-ocr page 98-

NIEUWE MAAND

rug te geven. Maar Jesus-Christus is God en mensch, .en in zijne menscMieid heeft Hij de oneindige volmaaktheden- van God onder ons hereik gebracht en ze tot ons peil verlaagd. Kom, o mijne ziel, aan de voeten van dit goddelijk Kind .... Op zijn voorhoofd schittert glansrijk de heiligheid des hemelschen Vaders, van Jesus moet zij op ons terugstralen. Wij moeten geteekend worden met den stempel zijner gelijkenis, hervormd worden naar zijn beeld. „Indien wij het beeld van dén aardschen mensch hebben gedragen, is het billijk dat wij het beeld dragen van den hemelschen mensch.quot; Jesus is voor ons het beginsel, de oorsprong en het model van alle heiligheid. O gij allen, die dorst hebt naar de rechtvaardigheid, komt, en bestudeert het bewonderenswaardig toonbeeld dat Jesus\'Hart u aanbiedt. Maar dit is niet alles : men moet aan de onuitputtelijke bron de genade putten welke de deugd doet bloeien, en die alleen onze zielen vruchtbaar kan maken.

III. De eigen volmaaktheid der menschheid

O) Sicut poi\'tavimus imaginem terreni, poi\'temüs ct imaginem ecelestis. (I Cor. xv.)

92

-ocr page 99-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESDS. 93

in Jesus-Christus komt daaruit voort, dat zij, met het Woord vereenigd, in zekere mate deelneemt aan zijne heiligheid. Eveneens komt onze volmaaktheid van Jesus-Christus, ons hoofd, en hangt wezenlijk af van zijne ver-eeniging met ons. „Hij, die in mij blijft, en ik in hem, brengt veel vruchten voort: Qui manet in me, et ego in eo, Mc fert fructmn multum.quot; (Joan xv.) Trekt de tak niet al zijne vruchtbaarheid uit den boom, die hem draagt? Hoe inniger en voortdurender deze vereeniging, die de genade tusschen Jesus-Christus en de getrouwe ziel stelt, zijn zal, hoe overvloediger genaden zij daaruit zal ontvangen, hoe volmaakter de heiligheid zal zijn, welke Jesus-Christus haar zal mededeelen. In Hem is alles heilig, in ons moet alles geheiligd worden: heiligheid in de gedachten, de begeerten, de genegenheden, de woorden, heiligheid des lichaams en der ziel. Maar, helaas ! indien Jesus\' Hart het model van alle heiligheid is, is het mijne niet het brandpunt van alle ondeugden? Indien dit aanbiddelijk Hart de bron van alle genaden is, verbergt het mijne niet het bederf, de zonde, den dood ?

-ocr page 100-

NIEUWE MAAND

Hoe staat gij daarmede christen, godsdienstige ziel ? Het is de wil Gods, dit weet gij, dat gij u heiligt. Hcec est voluntas Dei sanc-tificatio vestra (I Thess. iv); tot dat einde zijt gij geschapen ; om die reden heeft God u doen ingaan in zijne Kerk en u onder zijne dierbaarste kinderen geplaatst; dit is de verbintenis, welke gij bij het doopsel aangegaan en menigmaal vernieuwd hebt. Vraag u bij het begin dezer maand, met den heiligen Bernardus, af: Waarom ben ik religieus sreworden ? Waarom heb ik de wereld

O O

verlaten? Ad quid venisti? cur soccidum re-Uquisti? En in vereeniging met uwen Verlosser, ter eere van zijn Heilig Hart, begin een heiliger leven. Waarom wacht gij nog, is het geen tijd ?

Oebed.— ü Jesus, beminnelijko Verlosser, blz.68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Chrislus. boek IV, b. xiii

94

-ocr page 101-

VAN HET IIEIIjIG HAUT VAN .IESUS. 95

VIERDE DAG. Jesus\' vierde levensjaar.

JESUS\' LIEFDÉ VOOR ZIJN VADER.

I. Prceludium. Stel u Jesus\' aanbiddelijk Hart vooi\' als een ontzaglijk grooten oven, waaruit onophoudelijk de vlammen der vurigste liefde ten hemel stijgen. — Helaas ! rondom Hem op aarde is alles ijskoud voor God.

II. Prceludium. Vraag den goddelijken Verlosser, dat Hij in uw hart het goddelijk vuur doe ontbranden, dat Hij op aarde is komen brengen : Ignem veni mittere in terram, el quid volo nisi ut accendalur ? (Luc. xiv.)

I. Getrouwe liefde. —- II. Zuivere en volmaakte liefde. — Hl. Standvastige en eeuwige liefde.

I. Getrouwe liefde. Zich uit liefde aan God hechten, moe^t de eerste acte zijn van het kind dat tot de jaren van verstand is gekomen. Van zijne ontvangenis af, geniet Jesus het volle gebruik- van al zijne vermogens. Daarom was ook de eerste acte van den mensch geworden Zoon Gods eene oefening

-ocr page 102-

NIEUWE MAAND

van liefde. Hij zeide in zijn hart, vóór dat de Engelen het in de lucht zongen; Glorie aan God in den allerhoogste\'. Dit was de eerste zucht, die aan zijne ziel ontvlood, dit de eerste kreet, die over zijne lippen kwam. Ja, Ik zal U beminnen, Mijn God, Gij, die mijne kracht zijt, mijn steun en mijn toevlucht. (Ps. xvn.) Het zal ook de laatste kreet zijn, dien Hij op het kruis zal doen hooren; Mijn Vader, in uwe handen beveel ïk mijnen geest. God had toen Hij den mensch schiep en hem met gunsten overlaadde, niets voor al die weldaden teruggevraagd. Mijn Zoon, had Hij Hem met goedheid gezegd, geef mij uw hart. De ondankbare mensch heeft Hem dit geweigerd. Daarover klaagt de Verlosser door den mond van zijn Profeet: „Ik heb kinderen opgevoed, zegt Hij, Ik heb ze op aarde verheven, en zij hebben mij veracht (1).quot; De ondankbaren ! De os kent zijn meester, de ezel vergeet niet den stal van dengene aan wien hij toebehoort, en Israël heeft inij

(\') Filios enutrivi et exaltavi, ipsi autem sprc-verunt me. (Is. i.)

96

-ocr page 103-

VAN HET HEILIG HAM VAN .IESUS. 97

miskend. (1) Herinner u, wat de aarde was ten tijde der menschwording van Gods Zoon. Hemel! welke afgrijselijke duisternissen 1 welk walgelijk zedebederf! welke goddeloosheid !.. .. Maar troosten wij ons, ziehier een Hart, dat weet te beminnen, en dat den Heer schadeloos stelt voor de onverschilligheid van zoovele anderen .... O Jesus ! o Hart van mijn beminnelijken Verlosser, wees gezegend! ... . Ach. hoeveel behoefte heb ik er aan dat gij voor mij bemint, en dat uwe liefde mijne koudheid aanvulle ! . . . . Heer, ik heb ü te laat gekend : Sero te cognovi, sero te amavi. (S. Aug.) O ongelukkige tijden, doorgebracht zonder mijn God te beminnen !. . . . O treurige jaren, die zijn vervlogen in vijandschap met God! Ten minste\' wil ik van heden af beginnen .... O God, ik bemin ü . . ..

II. De liefde van Jesus is eene zuivere en volmaakte liefde. Het Hart van Jesus leert ons niet slechts onverwijld, maar ook zuiver

(\') Cognovit bos possessovem suum et asinus pvteaepe domini sui: Israel nutom me non cognovif.

7

-ocr page 104-

NlEtTWE MAANT

en volmaakt te beminnen. Om een God ; waardig te beminnen, was er een God noo-dig. Wat is immers, de vurigheid der Serafijnen, wat de liefde van al de Heiligen en al de engelen voor eene oneindige goedheid? Maar ziehier het nieuwe Hart, dat God ons beloofd heeft. Ddbo vobis cor novum. (Ezech. xxvi.) Ontvlamd door de goddelijke liefde, doet het weder naar den hemel opstijgen de vlammen, die zich daar hebben ontstoken, en zendt aan God eene liefde weder, waarvan God zelf het beginsel is: Gij zult den Heer uwen God uit geheel uw hart liefhebben. (\') Ziedaar het eerste en het grootste gebod, maar wie zal het in zijn geheele uitgestrektheid vervullen ? Wie zal die zuivere en vol-* maakte liefde, die Hij om zoovele redenen verdient en van zijne schepselen vraagt, aan den Heer opdragen? Bekennen wij het: het ontbreekt ons aan edelmoedigheid voor God. Ons hart is zeer klein; bedorven door de

(\') Diligea üominum Deum tuum ox toto corde tuo, et ex tota anima tua, et ex tota mento tun, et ex tota virtute tua. (Mare. xn.)

98

-ocr page 105-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESÜS. 99

zonde, is het de opperste Majesteit niet waardig.. .. Indien wij het Hem ten minste geheel en al gaven !.. . . Maar, helaas! wie zijn het, die geen grenzen aan hunne toewijding stellen? Waar zijn \'de harten, die God liefhebben om Hem, die al het overige verachten en zich zeiven verachten ? die hun smaak, hun belang, hunne persoonlijke voldoening niet zoeken in de diensten, welke zij Hem bewijzen ? die Hem getrouw zijn in smart en verslagenheid zoowel als in de zoetste vertroostingen ? O ! hoe moeielijk is het om iemand te vinden, die God om niet dient! Men moet hem aan het uiteinde der wereld gaan zoeken, zegt de schrijver der Navolging. (1) Ten minste moet ik nederig erkennen, dat ik het zoo ver nog niet gebracht\' heb. Ik ben nog een huurling. Ik schaam mij daarover, maar zóó is het. Mijn God, wanneer zal ik ü beminnen gelijk het behoort ?....

III. Be liefde van Jesus is voortdurend en eeuwig. Ziedaar het derde kenmerk van

(\') Ubi invenietur talis qui velit i)eo servire gratis ? ran) et de ultimis finibus pvetium ejua.

-ocr page 106-

NIEUWE MAAND

Jesus\' heilig Hart. De acte, waardoor Hij zich aan God toegewijd en zich met Hem vereenigd heeft, heeft immer voortbestaan en zal immer voortduren. Jesus heeft zijn geheele leven door bemind, Hij heeft bemind op al de oogen blikken zijns levens, in al zijne handelingen. Niets is in staat geweest om die liefde af te trekken, te onderbreken, te verminderen. Nu nog in de heilige Eucharistie gaat Hij voort met beminnen; zal Hij beminnen tot aan het einde der eeuwen en gedurende de geheele eeuwigheid. In het brandpunt der eeuwige en oneindige liefde dat is God, geplaatst, zal Hij altijd met die goddelijke vlammen branden ....

Maar welk eene les geeft Hij mij hier weder, en welk eene reden om mij te vernederen ! Indien ik mij somtijds aan God geef, duurt het niet lang, of ik neem wat ik Hem gegeven had terug. Indien het vuur der liefde zijn vurigheid aan mijne ziel heeft doen gevoelen, helaas! weldra werd dit vuur uitgedoofd of verflauwd. Wil gij een geneesmiddel voor uwe onstandvastigheid, een hulpmiddel voor uwe zwakheid? Vereenig

100

-ocr page 107-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 101

u met Jesus\' Hart. In Hem zult gij de zuivere en volmaakte, de sterke en standvastige liefde putten. Ziedaar het eenige middel dat gij bezit, om Gode eene Hem waardige liefde te bewijzen. God beminnen zonder uitstel, God beminnen zonder voorbehoud^ God beminnen zonder ophouden. Overweeg wèl deze drie woorden: — Wat is rechtvaardiger? — Wat is zoeterquot;? — Wat is voor-deeliger dan God te beminnen?

Gebed. —O Jesua. beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolgimj van Jcsus-Chrislus, boek 111, h. xxxiv.

VIJFDE DAG.

Jesus\' vijfde levensjaar.

KWELLINGEN VAN JESUS\' HAKT EN ZIJNE INWENDIGE SMARTEN.

I. Prwludium. Stel u Jesus-Christus voor als getuige van den afgodendienst dor Egyptena-ren, en, nog zoo jong, zuchtende over de ongerechtigheden der menschen.

II. Prailudium. Vraag Hem de genade, om de

-ocr page 108-

NJEÖWE MAAND

grootheid dei- smarten to begrijpen, waarmede zijn aanbiddelijk hart verzadigd werd.

Zijne smarten hebben voor oorzaak en overmaat: I Zijn liefde voor zijn Vader. — 11 Zijn liefde voor de menschen. — üe geringe vrucht van zijn oifer.

I. De eerste oorzaak van de kwellingen van Jesus\' Hart was zijne oneindige liefde voor zijn Vader, het vurig verlangen, dat in Hem woonde om diens glorie te bevorderen, en het zeer groote afgrijzen, dat de zonde Hem inboezemde, die God in al zijne volmaaktheden aantast. Het verwondert mij niet. Hem ons te hooren verzekeren, dat de smart, die Hij gevoelde op het gezicht van de zonden der menschen, Hem heeft doen verdorren.^) „Ik ben in zwijm gevallen,quot; zegt Hij nog door den mond van den profeet, „ omdat de zondaars uwe wet hebben in den wind geslagen.quot; (2) Deze smart was, even als de liefde die daarvan de bron was, gren-

(•) Tabeseere me fecit zelus mens, quia obliti sunt verba tua inimici mei. (Ps. cxvni.)

(2) Defectio tenuit me, pro peccatoribus derelin-quentibus legem tuam. (Ibid.)

102

-ocr page 109-

van het heilig hart van jefsus. 103

zenloos ; zij was voortdurend, en hield niet op zwaar op zijn beminnelijk Hart te drukken. Zij verspreidde bitterheid overal de oogen-blikken van zijn sterfelijk leven. Ach! indien gij God met een oprechter liefde be-mindet, Gij zoudt de overmaat der smart, welke Jesus-Christus gevoelde, beter begrijpen, gij zoudt die dealen, en met Hem zeggen: „Mijn God, de misdaden van degenen, die U beleedigen, zijn op mij teruggevallen: Opprobria exprobrantium tibi ceciderunt super me.quot; (Ps. lx vm) En hoe zou ik ongevoelig kunnen blijven voor de beleedigingen, welke men mijn Vader, mijn Koning, mijn Weldoener, mijn God aandoet ? Indien de zonde het grootste kwaad is, dat kan bestaan, indien het zelfs het eenige wezenlijke kwaad is, moet zij mij dan niet het grootste verdriet veroorzaken\'?....

II. De tweede oorzaak van de kwellingen van Jesus\' Hart, wel geschikt om ons hare grootheid te doen begrijpen, was zijne liefde • ooor de menschen, het verlangen, dat Hem bezielde naar hunne zaligheid en hun geluk. Wilt gij weten, wat het is zijne broeders

-ocr page 110-

NIEUWE MAAND

te beminnen, en tot welken graad eenvoudige schepselen den heldenmoed dezer liefde hebben opgevoerd? Luister naar Mozes: „Mijn God, dit volk, ik beken het, heeft de grootste aller misdaden begaan; vergeef het desniettemin die fout, of wisch mij uit het boek dat gij geschreven hebt.quot;O Hoort den heiligen Paulus: „Waarheid spreek ik in Christus, ik lieg niet, dat het mij eene groote droefheid is, en een onophoudelijke smarte voor mijn hart. Want ik wenschte zelf verbannen te zijn van Christus voor mijne broederen.quot; (^) O God! welk eene overmaat van liefde! . .. Wat was intusschen het hart van Mozes en dat van Paulus, in vergelijking met het Hart des Verlossers? Oordeel daarna, hoe groot de smart van Jesus-Christus heeft moeten zijn, van don waren Vader der

(\'j Obsecro, peocavit populus iste peccatum maximum, aut dimitte eis hano noxam, aut si non facis, delo mo do iibro tuo quera scriptisti (Exod. xxxn.)

(2; Veritatem dico in Christo, non mentioi\', quo-niam tristitia mihi magna est, et continuus dolor cordi meo. Üptabam onim ego anathema esse a Chi\'isto pro fratribus meis. (Rom. ix.)

104

-ocr page 111-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 105

menschen, hun vriend, hun broeder, hun Verlosser! . .. Hij, die hun deerniswaardigen staat en het vreeselijk ongeluk, dat hun wachtte, oneindig beter kende, — Hij, die hen oneindig meer beminde dan Mozes en Paulus dit vermochten !.. .. O! hoe onvolmaakt is mijne liefde, indien ik mij bij deze voorbeelden vergelijk: Laat ons ter schole gaan van het Heilig Hart van Jesus.

III. De derde oorzaak van de smarten en de kwellingen van Jesus\' Hart was dc Ixnnis, die Hij had van het klein getal dergenen, die hun voordeel souden doen met de genade der verlossing. Qucc utiUtas in sanguine meo\'? (Ps. xxix) Welk nut zal mijn lijdén hebben? Waartoe zal het Mij gèdiend hebben mijn Bloed te storten ? roept Hij uit. Ziet gij die menigte ongeloovigen niet, die in de duisternissen der afgoderij sterven ? Ziet gij die geheele volleen niet, die als een nietswaardige kudde de wegen dei-dwaling bewandelen, en haastig den afgrond der hel te gemoet gaan ? Qiuc utilitas in sanguine meo ? O, hoe zoet zou het Mij zijn, hunne zaligheid te koopen door de smarten

-ocr page 112-

NIEUWE MAAND

106

van mijn lijden. Maar hoe hard is het Mij te zien, dat het Bloed, hetwelk ik voor hen gestort heb, nutteloos werd vergoten ! Ziet gij niet het misdadig misbruik dat een menigte Christenen maakt van de hun verleende genaden \'? Godslasteringen, ontheiliging, heiligschennis van de eenen, achteloosheid van de anderen, verachting van den godsdienst door dezen, onrechtvaardigen haat van den kant van genen, schennis der heiligste wetten, zegepraal der hartstochten, overal heerschappij van de ondeugd! Wilden zij ten minste hun voordeel doen met mijn offer ! Maar neen. Ach! Ik zal dus tevergeefs geleden en mijn bloed gestort hebben ? Ziet gij de onclankhuarheid niet van hen zeiven, die ik overladen heb met mijne uitstékendste genaden ? Wat mij het meeste smart, zeide de Verlosser aan de eerwaardige Moeder Maria, is dat aan mij toegewyde harten aldus te mijnen opzichte handelen, en dat zij mijne liefde niet dan met hun ondank beantwoorden. Dat mijne vijanden Mij vervloeken, Ik zou het nog geduldig verdragen ; maar gij met wie Ik vereenigd

-ocr page 113-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 107

was, gij, die Ik aan mijne tafel, aan mijn goddelijk feestmaal toeliet (\')! ... Overweeg, of die verwijten niet tot ü gericht zijn; of gij niet hebt medegewerkt tot Jesus\' kwellingen ; of gij zijn beminnelijk Hart ook nu nog niet bedroeft. Haast u het door uwe getrouwheid te vertroosten; verzacht zijne smart, door die te deelen ; het is de plicht van een waren vriend. Treed dan in Jesus\' gevoelens, lijd en bid voor de bekeering der zondaars.

Gebed. — O Jesus, mijn beminnelijke Verlosser, biz. G8.

Lezing. — Navolging van Jesus-Chrislus, boek IV, h. iv.

\') Si inimicus maledixisset mifai, sustinuissem utique; tu vero homo unamimis! (I\'s. i.iv.)

-ocr page 114-

NIEUWE MAAND

ZESDE DAG.

Jesusquot; zesde levensjaar.

VOLMAAKTE OUDE, DIE IS JESUS* HART HEEBSCHT.

I. Prceludium. Stel u Jesus\'Havt voor te midden der duisternissen van Egypte en van de ge-heele wereld, als de zon der geesten en dei-harten, welke Hij moet regelen, en aan wie Hij beweging en leiding moet geven.

II. Prceludium. Bid dit aanbiddelijk Hart, om het uwe in de rechtvaardigheid en de liefde to richten: Do minus aidetn dirigat corda vostra in charitate Dei. (I ïhess. in.)

I. De volmaaktheid is in de orde gelegen. — II. De volmaaktste orde heersoht in Jesus\' Hart. — Deze orde moet in ons heerschon.

I. De volmaaktheid is in de orde gelegen. Jesus\' Hart is heilig, het is volmaakt, het moet ons dus het beeld der volmaaktste orde aanbieden. De hoogste orde vraagt, dat het schepsel voortdurend en getrouw aan God de eerbewijzen brenge, welke aan zijn oneindige uitstekendheid verschuldigd is;

108

-ocr page 115-

VAN HET HEILIG HART VAX .TESUS. 109

dat het zich tot Hem richte als tot zijn laatste einde; dat het Hem bovenal beminrie, en de geschapen dingen niet anders genegen zij dan , voor zoover zij van God komen, Hem toebe-hooren en ons kunnen dienen, om tot Hem te geraken. Het verstand is in de orde, wanneer bet, aan God onderworpen, zijn onfeilbaar woord aanhangt, zijne oordeelvellingen en gedachten gelijkvormig doet zijn aan de gedachten van God ; wanneer het elk voorwerp op zijne juiste waarde schat, en getrouw gehecht blijve aan de waarheid. De wil is in de orde, wanneer hij elke zaak bemint volgens den haar eigen graad van goedheid; wanneer hij bet oneindige goed bovenal bemint, en al zijn begeerten, genegenheden en intentiën geregeld worden door de opperste wet van Gods liefde. De andere vermogens der ziel zijn in de orde, wanneer zij, onderworpen aan den wil, gelijk deze het aan God is, getrouw zijne bevelen volgen, en jegens Hem in een staat van gepaste afhankelijkheid leven. De zintuigen zijn in de orde, wanneer men die alleen gebruikt overeenkomstig de rede, het geloof en de regels

-ocr page 116-

NIEUWE MAANT»

der zedigheid. De géheele menscli is in de orde, wanneer al zijne daden en werkingen door den goddelijken wil geregeld worden, hetzij met betrekking tot hetgeen hij doet, hetzij ten opzichte van de wijze, waarop hij zich daarvan kwijt. Om alles in één woord te zeggen, de volmaakte orde bestaat hierin, dat men altijd in God het beginsel, den regel en het einde van al zijne werkingen zoekt, zoodat men niet handelt dan volgens den aandrang der genade, in de mate van Gods welgevallen, en tot glorie van den Schepper. O welk een volmaaktheid! hoe zeldzaam is zij! hoe ver ben ik daarvan verwijderd!

II. De volmaaMslc orde heerscM in Jcsus\' Hart. In dezen beminnelijken Verlosser was alles bewonderenswaardig geregeld, en nooit verstoorde de minste wanorde de goddelijke harmonie, die tusschen zijne vermogens bestond, nooit bezoedelde de minste ongeregeldheid zijne handelingen. Geen gedachte, geen verlangen, geen beweging van zijn Hart, geen woord, geen stap, geen blik, geen beweging van zijn lichaam, die niet volmaakt geregeld was. ,Wie uwer,\'\' zeide Hij

110

-ocr page 117-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 111

tot de Joden, „zal Mij van zonde overtuigen? Quit ex vóbis arguet me de peccato? (Joan, vin). Toch is dit slechts de eerste graad van zijne volmaaktheid: niet alleen was er in Hem niets berispelijks, maar alles was volmaakt, alles was goddelijk; al zijne gedachten, al zijne werken hebben het Woord tot beginsel gehad, moeten aan den godde-lijken persoon worden toegeschreven, en zijn een God waardig. Een woord van het Evangelie geeft ons een bewonderenswaardig kort-begrip van die volmaaktheid; „ Alle dingen heeft Hij wèl gedaan: Bene omnia fecit.quot; (Marc. vu). Hier kunnen wij ons eenig denkbeeld vormen van de uitstekendheid van zijn bewonderenswaardig Hart; uit het hart komt alles voort: dit gebiedt, regelt, bestuurt al de daden, al de werkingen, en de orde, die wij uitwendig bewonderen, heeft hare oorzaak van binnen. Indien de volmaakte harmonie, die in het heelal heerscht, ons verrukt en bekoort, wat moet het dan niet zijn met de goddelijke harmonie, welke in Jesus-Christus heerscht, een verheven verkorte inhoud van het heelal, waarin God en

-ocr page 118-

NIEUWE MAAND

de mensch, het schepsel en de Schepper gezamenlijk vereenigd zijn.

III. De orde moet ooit heersclien in ons hart. O ij zult nu begrijpen, waarin de heiligheid bestaat, die God van u begeert, en naar welke Hij wil, dat gij zult streven. Een blik op Jesus\' Hart is voldoende, om u over dit punt te verlichten. De taak, welke gij te vervullen hebt is groot, zij is onmetelijk. Zoo geregeld het Hart uws Verlossers is, zoo ongeregeld is het uwe. Als gij unauwkeurigonder-zoekt, zult gij eene algemeene wanorde in u ontdekken ; eene wanorde in uwe niet onderworpen en weerbarstige vermogens; verstrooidheid des geestes, rondzwerving van de gedachten, ongeregeldheid en dwaasheid van de verbeelding, bederf des harten, slechte neigingen, ijdele begeerten, lage en aardsche neigingen ; wanorde in het gebruik van uwe zintuigen, in het bijzonder van uwe oogen en van uw tong; wanorde in uwe werken, dikwijls zonder intentie gedaan of met eene minder zuivere en door duizende onvolmaaktheden besmette meening; wanorde in den wil vooral, die, in stede van God te zoeken,

112

-ocr page 119-

van het heilig hart van jesus. 113

zich tot Hem te richten, Hem eenig en alleen te beminnen, zich aan het schepsel hecht. Keer in u zeiven; zie, ot\' uw hart niet gelijkt op die revolutionaire Staten, in welke verwarring, beroering, regeeringloosheid heerscht; waar al de hartstochten vrij spel hebben .... Twijfel er niet aan : de uitwendige gebreken, het gebrek uwer handelingen, de wanordelijkheid uwer zintuigen, hebben hun oorzaak in de inwendige wanorde. Vestig uw oog op Jesus\' Hart, en begrijp wat God van u vraagt, en waarin het werk uwer volmaaktheid bestaat. Begin met de hechte grondslagen der heiligheid te leggen. Ik kom geheel van G-ocl, ik behoor geheel toe aan God, ik ben geheel voor God. De mensch is geschapen om zijn Schepper en zijn Meester te loven, te aanbidden, te dienen, en door dit middel een heilige te worden. Overweeg deze waarheid. Overweeg haar ernstig. Voed daarmede uwe ziel: Hcec meditare, in kis esto (I Tim. iv). De heiligheid bestaat in de orde ; de orde kan niet bestaan zonder regel. Oordeel daarna over het gewicht van den regel en over de noodzakelijkheid om

8

-ocr page 120-

nieuwe maand

dien op te volgen. De wereld omgeeft n met hare duisternissen en biedt u het schouwspel van beroering en wanorde. Maar vestig uw oog op Jesus-Christus, uw model, uw voorbeeld.

Gebed.— ü Jesus, aanbiddelijke Verlosser, bl. 68.

Lezing. — Navolrjinij van Jesus Christus, bock Jll, h. xix, xxili.

ZEVENDE DAG.

Jesus zevende levensjaar.

nederigheid van jesus\' hakt.

I. Prmludium. Stel u het kind Jesus voor, onbekend en veracht te midden van een ongeloovig volk levende. — Hij is onder do menschen, zjjne broeders, gekomen, en dezen hebben Hem niet ontvangen : In propria venil, cl sul cum non receperunt. (Joan. I.)

II. Pro\'ludium. Vraag aan God, die zieh als vernietigd in de heilige Eucharistie de genade van eene ware en oprechte nederigheid.

I. Jesus geeft ons het voorbeeld van de nederigheid. — II. Waarin bestaat de nederigheid. — III. Vruchten van de nederigheid.

114

-ocr page 121-

van het heilig hakt van jesus. 115

T. Voorbeeld van nederigheid. Van al de lessen is het de les van nederigheid, welke het minst noodig voor den mensch zon moeten wezen, en waaraan hij desniettemin de meeste behoefte heeft. Daarom heeft onze Heer ons gezegd: Leert van My, dat Ik zachtmoedig en ootmoediy van harte hen. Discite a me, quia mitis sum et humilis eorde. Zich kennen gelijk men is, zich op zijne rechte waarde schatten, zich volgens zijne verdienste beminnen, ziedaar de ware nederigheid. Jesus is God, Hij is heilig, onschuldig; in die hoedanigheid is Hij alle glorie waardig; maar Hij is mensch, en daarenboven heeft Hij de gedaante der zonde op zich genomen i onder dit dubbel opzicht moest Hij nederig zijn ; beter dan ieder ander kende Üij de nietigheid van het schepsel-, beter dan ieder ander heeft Hij gevoeld alwatdezondet\'ernederewrfs en schandelijks bezat; Op eruit confusio faciem meam. (Ps. lxviii.) Daarom is Zijn Hart in een gewoonlijke gesteltenis van vernedering voor zijn Vader, van onderwerping en afhankelijkheid jegens de menschen (\') en

(\') Non veni ministrari, sed ministrare. (Mattb.xx.)

-ocr page 122-

NIEUWE MAAND

van de diepste nederigheid in zijn eigen oogen.

De lieilige Paulus vat zijn geheele leven kort samen in één woord: Hij heeft zich selven vernietigd: semetipsum exinanivit. (Philip. li.) Hij heeft alleen geleefd, gearbeid, geleden voor de glorie zijns Vaders en de zaligheid der menschen. ,Mijne glorie,quot; zegt Hij zelf, „is niets: Gloriamea nihil est.\'\' (Joan, vin.) Alles is opgeofferd, geslachtofferd voor dit dubbel doel. Maar wilt gij nog beter de onbegrijpelijke nederigheid des Verlossers waardeeren? Sla het oog op het altaar. O Jesus! kondet Gij ons welsprekender die deugd prediken dan door uwe vernietiging in de Eucharistie? Waar is uwe grootheid ? waar uwe macht? waar uwe Godheid? In Egypte, op het kruis, was uwe Godheid alleen verborgen; maar onder dezen nietigen schijn bemerk ik niet eens uwe menschheid. (2) O mensch! hoe kunt gij

(\') Non qusero gloriam meam, sod ejus qui misit me. (Joan, vin.)

(2) In ci\'uce latebat sole deitas, at hie latetsi-mul et humanitas.

116

-ocr page 123-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESUS. 117

hoogmoedig zijn ? O zondaar! hoe kunt gij niet blozen? Hoe laag zal ik afdalen, om een God te eeren, die zoo laag is afgedaald, om mij te verlossen !

II. Waarin bestaat de nederigheid. Vooral vraagt Jesus van ons nederigheid; gij zoudt Hem zonder dat niet kunnen behagen. Zijn Hart stoot ver van zich af de trotschen en de hoogmoedigen : Disper sit superhos merite cordis sui (Luc. 11) ; dat leert ons het nederigste aller schepselen. Maar waarin moeten wij die nederigheid heoefenen. Hierin : de waarlijk nederige mensch kent zijne ellenden, en is daarover niet verwonderd; bij ziet zijn onvolmaaktheden en zijn fouten zelfs, zonder dat dit hem ontmoedigt. Het spijt hem niet, dat de anderen hem kennen voor wat hij is. Hij verlangt de achting en de genegenheid niet, welke hij wel weet niet te verdienen. Hij ziet met geduld, zoo niet met genoegen, dat men hem veracht en weinig werk van hem maakt. Hij is niet verwonderd over de fouten van zijn evennaaste, en verhoovaardigt er zich niet, op dat hij dio niet heeft, wel wetende, dat er geen misdaad

-ocr page 124-

NIÉUWE MAAND

bestaat, die hji niet zou kunnen begaan, indien God hem niet met een overvloediger genade omgaf en hem een oogenblik aan zijne /wakheid overliet. Hij geeft getrouw aan God do glorie terug van al wat er goeds in hem is. Hij gehoorzaamt gaarne aan anderen, en geeft zonder moeite de voorkeur aan hun oordeel boven het zijne. Zoo ver gaat hij zelfs dat hij zich verheugt deel te hebben aan de verguizingen en de vernederingen van den Zoon Gods; hij verlangt zijne livrei te dragen. Onderzoek u over al die punten, en zie hoe ver gij het hebt gebracht.... Ach ! Heer, wat ben ik ver van die gevoelens verwijderd ! wat ben ik bijgevolg verwijderd van uwen geest! Neen, ik ken mij zeiven niet, dewijl ik mij zeiven niet veracht: „Domine, novc-rim te, noverim me: Heer, dat ik U kenne, dat ik mij zeiven kenne.quot; (H. Aug.)

III. Wilt gij weten ivellte de vruchten van de nederigheid zijn ? Beschouw nogmaals Jesus\' Hart. Nauwelijks heeft die goddelijke Verlosser zich verlaagd, door in een stal ter wereld te komen, of de Engelen doen dit bewonderenswaardig loflied hooren : Glo-

118

-ocr page 125-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS 119

rie zij Gode in het allerhoogste, en op aarde vrede den menschen, die van goeden wille zijn! (\') God geëerd, de mensch verlost, wat is er grooter, wat kostbaarder? Jesus geeft door zijne vernederingen aan zijn Vader de glorie terug, die Adam hem door zijn hoogmoed had ontroofd ; de beleediging door een mensch Gode aangedaan, wordt hersteld door een God: het Hart van den goddelijken Verlosser boet voor de misdaad van onze ijdel-heid door de verdienste van zijne vernederingen. Verlangt gij ernstig glorie te brengen aan uw Schepper en uw Heer? Verneder u: Gloria in altissimis Deo. Verlangt gij werkdadig aan het heil der zielen te arbeiden ? Verneder u : In terra pax hominihus bonce voluntatis. Verlangt gij groote en snelle vorderingen in de volmaaktheid te doen ? Verneder u in alle dingen en gij zult genade hy God vinden. (2) De nederigheid, ziedaar den sleutel, die u Jesus\'Hart zal openen en

(\') Gloria in altissimis Deo, et in terra pnx liominibus bonce voluntatis. (Lue. 11.)

(2) Humilia te in omnibus, et coram Deo inve-nics gratiam, (Eccli 111.)

-ocr page 126-

nieuwe maand

daaruit op u kostbare gunsten zal doen nederdalen. „God,quot; zegt de Heilige Geest, „weerstaat de hoovaardigen. Hij verafschuwt den trotschen arme: Odivit anima mca paupe-rem superhum\'\' (Eccli xxv.). Zijt gij arm aan geestelijke goederen, wees ten minste niet hoogmoedig. Vraag deze genade in de heilige Communie en bij de bezoeken, welke gij aan den in het heilig Sacrament verborgen God brengt: Vere tu cs TJens absconditns.il*. xlv.)

Zou ik, na in de heilige Communie de nederigheid in mijn hart te hebben geplaatst in den persoon van Jesus-Christus, gevoelens van hoogmoed kunnen koesteren, met hooghartigheid kunnen spreken, mij verhefl\'en kunnen boven anderen ? Quid superbis, terra et cinis? (Eccli. x.) O asch en stof! waarom u verhoovaardigen! Ter eere en op het voorbeeld van Jesus in Egypte, moet gij gaarne onbekend zijn en voor niets gerekend worden : Ama nesciri et pro nihilo reputari. (Navolging van Jesus-Christus.)

Gebed.—O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

vin. Lezing. — NavoUjUnj van Jcsiis-Chrislns, boek Hf, h. xr.

120

-ocr page 127-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 121

ACHTSTE DAG.

Jesus\' achtste levensjaar.

TEEDERHATITIGHEID VAN .TESUS VOOR PE MENSCHEN.

I. Prceludium. Stel u Jesus voor al do men-schen als Zjjn broeders beschouwende en ze allen teeder beminnende.

II. Prceludium. Vraag aan uwen goddelijlcen Meester oene wezenlijke on oprechte liefde voor don evennaaste.

I. Jesus is onze vriend. — II. Hij is onze broeder. — III. Iljj is onze vader. — IV. Hij is onze bruidegom.

I. üit de liefde tot God vloeit noodwendig de liefde tot de menschen, die zijne kinderen zijn, voort. Jesus heeft voor ons een vriendenhart, Hij neemt er den naam van aan, heeft er de teedere genegenheid, de getrouwheid, de toewijding van. O zoet woord! o beminnelijke benaming! wat kan men vergelijken bij een getrouwen vriend\'? Het goud en het zilver zijn niet waardig

-ocr page 128-

NIEUWE MAAND

met hem in vergelijking te komen (1). Gelukkige leerling, die gerust hebt aanJesus\' Hart en het voorwerp van zijn welbehagen zijt geweest, zeg ons, of die goddelijke Verlosser weet te beminnen. Hij is die getrouwe vriend, die het leven en de onsterfelijkheid geeft, en die tot verdediging en borstwering aan zijne vrienden strekt. (*) Hij is de ware vriend, die ons nooit zal verlaten, noch in het ongeluk, noch zelfs in den dood : die onze belangen zoekt, en ons met eene zuivere en onbaatzuchtige liefde bemint. Maar hoe heb ik tot hiertoe aan deze goddelijke vriendschap beantwoord?... Mijn God, hoe gevoelig is mijn hart voor de schepselen, hoe hard voor U ?. . . Ach! hadde ik dien vriend ten minste nimmer verlaten !. .. hadde ik Hem nooit verraden! — Vergiffenis, o Jesus !...

H. Jesus\' Hart is het hart van een broeder.

(r) Amico fideli nulla comparatio; non est digna ponderatio auri et argenti contra bonitatem illiuR. (Eccli vt.)

(2) Amicus fidelismodicaraentum vita? et ininior-talitafis; amicus fidelis protectio fortis

122

-ocr page 129-

VAN HET HEILIG HAKT VAS JESUS. 123

Bij dien titel v.m vriend voegt Jesus er nog een zoeteren dien van broeder. „Hij schaamt zich niet,quot; zegt de heilige Paulus, „om ons dien naam te geven: non confundi-tur vocare cos fratres.quot; (Hebv. ir) Wat is zoeter dan de broederlijke liefde ? Wat inniger dan de banden, die twee broeders onderling verbinden? „Ga tot mijne broeders,quot; zegt Jesus aan Magdalena „en zeg hun : Ik klim op tot mijnen Vader en uwen Vader!quot; Deze titel is overigens in zijn mond geen ijdele naam .... In hoedanigheid van broeder wil Hij met ons zijne goederen dealen, en maakt Hij ons zijne mede-erfgenamen, cohfcredes Christi. (Rom. vm.) Maar wat de verdienste van deze liefde verheft, is onze onwaardigheid, onze laagheid, onze ondankbaarheid; want wij hebben Hem veracht, wij hebben Hem verworpen, wij hebben Hem beleedigd, wij hebben Hem ter dood geleverd. En Hij heeft ons bemind, opgezocht, vrijgekocht van de hel; en ongelukkige ballingen die wij waren, heeft Hij ons kinderen Gods gemaakt en ons de deuren des hemels geopend .....Wilt gij hem krachtdadig uwe

-ocr page 130-

NIEUWE MAAND

dankbaarheid betoonen voor die nieuwe hoedanigheid van broeder welke Hij u geeft? Bemin dan uwen naaste, sta Jesus-Christus in zijne ledematen bij; Hij zal als aan zich zeiven gedaan beschouwen wat gij aan den minste der zijnen zult gedaan hebben! (\') O \' hoe gelukkig zijt gij dat gij u zoo kunt kwijten van hetgeen gij aan Jesus-Christus verschuldigd zijt!

III. Het Hart van Jesus is voor ons het hart van een vader. De banden, die den vader met zijne kinderen verbinden, zijn nog inniger. Welnu! Jesus heeft dien naam ten onzen opzichte aangenomen! Zijn Hart bemint ons met eene vaderlijke teederheid. „Ik ben de Vader van Israël geworden, Ephraïm is mijn eerstgeborene.\'\' (2)

„Ik zal mijn zoon Ephraïm met eerbied behandelen.quot; (3) Die beminnelijke Vader heeft Zijn bloed gestort om ons het leven te geven,

(\') Quamdiu fecistis uni ex his fratribus meis minimis, mihi focistis .(Matth xxv.)

(2) Factus sum Israeli Pater, Eplivaim primo-genitus meus est. (Jerem. xxxi)

(3) Filius lionorabilis milii Ephraim (Ibid).

124

-ocr page 131-

VAN HEÏ HEILIG HART VAN JESDS. 12

en Hij voedt ons met zijn aanbiddelijk vleesch, zoodat wij Hem rechtmatiger toebehooren dan de kinderen aan hun vleesehelijke moeder: „Hier ben ik,quot; zegt Hij, „en met mij mijne kinderen, die God mij heeft gegeven Wat zijn welbeminde kinderen aan hun vader verschuldigd ? .. . Wat ben ik aan Jesus-Ohristus verschuldigd? Wat zal ik heden voor Hem doen ?

IV. Jesus\' Hart is voor ons het hart van een bruidegom. — Maar er is een nog uitstekender vereeniging; daar zijn nog inniger banden; het zijn die, welke den bruidegom met de bruid verbinden. Wie zou zich ooit hebben kunnen verbeelden en zeggen, wat die geheimzinnige vereeniging van het schepsel met den Schepper bevat? Wie zou ooit hebben kunnen bevroeden, dat de Zoon Gods zulk eene buitensporige liefde aan het gevallen schepsel zou bewijzen, en dat ons hart, zoo dikwerf misvormd door de zonde, zoo vol onvolmaaktheden, zoo verachtelijk in zijne genegenheden, zoo ongeregeld in zijne begeerten, zulk een

(J) Ecoe ego et pueri mei quos dedit mihi Deus. (Hebr. n)

-ocr page 132-

NIEUWE MAAND

innige vereeniging met zijn God zou aangaan? Toch is het zoo. „Gij hebt mijn hart gewond, mijne zuster, mijne bruid,quot; zegt Jesus aan de getrouwe ziel: Vulnerasti cor meum, soror mea, sponsa (Cant, iv.) — Ik zal van vreugde in den Heer opspringen, zegt de Profeet, omdat Hij mij met de versierselen der rechtvaardigheid bekleed heeft, gelijk een bruidegom met de kroon getooid, gelijk eene bruid getooid met hare rijkste sieraden. C1) Deze vereeniging wordt aangegaan tusschen Jesus\' Hart en het hart van den mensch, de liefde is daarvan de band. „Mijn welbeminde behoort mij, en ik behoor hem toe; Dilecius mens mihi, et ego illi\'\' (Cant, n.) Maar, o mijn God, wie zal naar zulk eene wondervolle innigheid durven verzuchten ? De rechtvaardigheid, de zuiverheid en de nederigheid maken ons daartoe geschikt; het is Gods goedheid, die ons haar verleent; men bewaart haar alleen door een onschendbare

(\') Gaudens gaudobo in Domino... quia indumenta justitiao circumdodit me quasi sponsum decoi\'a-tum corona, et quasi sponsam ornatam monilibus suis (Is LXl.)

126

-ocr page 133-

VAN HET HEILIG HART VAN JESDS. 127

getrouwheid. Hoor, mijne ziel, wat de Heer zegt: Ik zal u mijne bruid maken voor altijd ; ik zal u mijne bruid maken door een verbond van rechtvaardigheid en van oordeel, van medelijden en van barmhartigheid; Ik zal u mijne bruid maken door eene onschendbare getrouwheid, en gij zult weten dat Ik de Heer ben. (\')

Gebed. — O Jesus, beminnelijke vorlosser, blz. (58.

Lezing. — Navolging van Jesus-ühristus — boek IJ, h. vu en vin.

NEGENDE DAG.

Jezus\' negende levensjaar.

ZÜIVEKIIEID VAN JE.SUS\' HAKT.

1. Prwludium. Stel u Jesus voor tien jaren oud, bekleed mot de bekoorlijkheden van eene goddelijke onschuld en van do beminnelijke ongekunsteldheid, die daarvan de af-

(\') Sponsabo te mihi in sempiternum, et spon-sabo te mihi in justitia et judicio, et in miseri-cordia et in miserationibus; et sponsabo te mihi in fide, ot scies quia ego Dominus (Os, 11)

-ocr page 134-

NIEUWE MAAND

spiegeling is. — hoeveel kinderen, wiei\' hart op dien leeftijd reeds verflenst is door dc ondeugd van onzuiverheid!

11. Prwludinni. Vraag Hem de liefde tot de zuiverheid en de genade om de onschuld, welke gij in de Sacramenten geput hebt, in al haren glans te bewaren.

1. Jesus bezit die zuiverheid in hare volmaaktheid. — II. Hij biedt ons daarvan het toonbeeld aan. — III. Hij moet daarvan het beginsel voor ons zijn.

I. Zuiverheid van Jesus\' Hart temidden van het bederf der wereld. — Het is een zeer treurig tooneel, dat de aarde ons aanbiedt sedert de zonde van den eersten mensch. Ternauwernood hadden eenige geslachten elkander opgevolgd, en reeds had, volgens de gewijde Schrift, alle vleesch zijn tveg bedorven. De wateren van den zondvloed wreekten God en zuiverden de aarde van de misdaden, waarmede zij bezoedeld was. Maar het kwaad, dat als een kiem van den dood van geslacht tot geslacht was overgeplant, ontwikkelde zich spoedig opnieuw.

„De menschen zijn bedorven,quot; zeide de Koning-Profeet, „zij zijn afschuwelijk gewor-

128

-ocr page 135-

van het heilig hart van .iesu». 129

den in hunne misdadige begeerten ; daar is er geen die het kwaad niet doet; daar is er geen enkele. (l)

0 God! berouwt het U nog niet, den mensch gemaakt te hebben? Op wien rusten uwe zoo zuivere oogen, die de ongerechtigheid niet kunnen aanschouwen? Jesus verschijnt, en zijn Hart, beeld der goddelijke heiligheid, trekt het welbehagen van den Allerhoogste tot zich. Dit is de vlekkelooze piegel, waarin de Godheid zich weerkaatst. Nader dit heiligdom niet met schandelijke ondeugden, die de menschelijke natuur bezoedelen ! Neen, dit Hart kan door uw gifti-gen adem niet bezwalkt worden. Het is zuiver en heilig van de heiligheid van een God. Het is de lelie tusschen de geheele wereld de doornen, het is de kostbare bloem, wier geur moet balsemen. O God! de aarde heeft haar vrucht voortgebracht: aanschouw Jesus, en vergeef onze afdwalingen. Beschouw zijn Hart, en vergeef de bedorvenheid van het onze ! Jesus\' Hart behoort ons toe, wij

(\') Corrupti sunt, et abominabiles facti sunt in studüs suis, non est qui faciat bonum. (Ps. xii.)

9

-ocr page 136-

NIEUWE MAAND

bieden het ü aan ; gij zult daarin eene vergoeding vinden, o Heer, vóór het afschuwelijk tafereel dat de wereld U aanbiedt, en voor de afgrijslijke verwoestingen, welke de schandelijkste der ondeugden nog in onze dagen na zich sleept.

II. Jesus\' Hart is het toonbeeld van de zuiverheid, welke wij moeten beoefenen. — Als een licht te midden der duisternissen geplaatst, verzet dat hart zich luide tegen de wanordelijkheden, waaraan de menschen, slaven van hun hartstochten, zich overleveren. Jesus\' Hart is de school der zuiverheid ; zij schittert in Hem in al haren glans, en onophoudelijk herinnert zij aan den mensch de heiligheid, waartoe hij geroepen is. In die school werden de maagden gevormd, en zelfs de Koningin der maagden, die den zoeten invloed van den Zaligmaker onderging zelfs vóórdat zij Hem in haar kuischen schoot had ontvangen. Kom, gezegende kudde, neem plaats rondom het Lam, dat gij eeuwig overal moet volgen, waarheen het zijne schreden zal richten; kom en volg Maria als een schitterende stoet. Virgines

130

-ocr page 137-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JBSUS. 131

enim simt, et sequuntur Agnum quocumque ierit. (Apoc. xiv.)- 0 ! wie zal mij geven, de heilige en welluidende lofliederen te hooren, waarvan gij het hemelsch Jerusalem eeuwig zult doen weerklinken, en die geen andere mond zingen kan ? O, hoe schitterend is de schoonheid van een onschuldig en zuiver hart! De Heilige Geest zelf schijnt geen uitdrukkingen te vinden om die waardig te roemen. Christen ziel, voelt gij u aangetrokken door hare bekoorlijkheden ? Weet gij haar op prijs te stellen, te bewaren, haar te verdedigen tegen de talrijke vijanden, welke haar bedreigen? „Ach!quot; zeide de heiligePaulus, „wij dragen dien schat in brooze vaten.quot; (II Cor. xiv.). Waak derhalve, en weet dat als er geen schooner deugd bestaat, er geen is, die lichter geschonden wordt. Een enkele ademtocht kan haar doen verwelken ; één woord, één blik, één gedachte zijn genoeg om haar te doen verflensen en verdorren.

III. Jesus\' Hart is de bron der zuiver-

(*) O quam pulchra est casta gene ratio!. .. . immortalis est enim memoria illius, quoniam apud Deum nota est et apud homines. (Sap. iv.).

-ocr page 138-

M1ËUWE MAAND

heid. — Door zijne vereeniging met de men-schelijke natuur, komt de Zoon Gods haar zuiveren en, om zoo te zeggen, tot in onze aderen het tegengif doen vloeien, bestemd om het venijn der zonde te onschadelijk maken. Als het waarachtige zout der aarde, komt Hij ons behoeden tegen het bederf, of er ons van bevrijden. Hij is het, die aan de men-schen de waarde der zuiverheid leert, en hen door de heerlijkste beloften uitnoodigt, om hare volmaaktheid te beoefenen. „Die het begrijpen kan, begrijpe het,\'\' zegt hij: „Qui potest capere, capiat.quot; (Matth. xtx.). Dit is niet genoeg ; hij wil door het Sacrament zijner liefde een nog krachtiger geneesmiddel voor het kwaad geven. O Jesus! welk eene goedheid, dat Gij uw maagdelijk vleesch met het vleesch onzer zonde ver-eenigt, uw zoo zuiver Hart met ons hart zoo bezoedeld met onreinheid, dat Gij uw woonplaats wilt kiezen in een tempel, die zoo dikwijls ontheiligd is door den afgod der onzuiverheid!

Hebt gij, o mijn God, uw oneindigen afschrik voor de zonde vergeten ? Mijn Ver-

132

-ocr page 139-

VAN HET HEILIG HART VAK JESUS. 133

losser, hoe goed zijt Gij! Ziehier mijn hart, mijn lichaam ; heilig mij, zuiver mijne verbeelding, zuiver mijn oogen, zuiver mijne gedachten, mijne begeerten, mijne genegenheden. Anima Ohristi, sanctifica me; aqua lateris Ohristi, lava me. Gij zijt de bron van alle goedheid en van alle schoonheid, de tarwe der uitverkorenen, de wijn die maagden voortbrengt. (\') Ach, Heer, zou ik ooit het geluk kunnen vergeten, dat ik uw lidmaat ben geweest, en mijn lichaam dooide zonde bezoedelen ? Tollens membra Christi, faeiam membra meretricis? (I Cor. vi.) God beware mij dat ik u ooit zulk eene beleediging zou aandoen ! — Vergeet niet, dat de zedigheid Tie zekerste bewaarster is van de zuiverheid, en open niet onvoorzichtig aan den vijand de deur uwer zintuigen en den ingang uwer ziel ; neem uwe toevlucht tot Maria, om de zuiverheid te beoefenen ; neem uw toevlucht ook tot uwen Engelbewaarder, en kies hem tot bijzonderen beschermer in

(\') Quid enim bonum ejus est et quid pulchrum ejus, nisi frumentum eloctorum et vinura germi-nans virgines? (Zach. ix).

-ocr page 140-

NIF.UWF. MAAND

de beoefening van deze deugd, die terecht de engelachtige genoemd wordt.

Gebed. — O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 08.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christns, boek IV, h. li.

TIENDE DAG.

Jesus\' tiende levensjaar.

JESUS* HART BEDEKT MET DE VLEK ONZER ZONDEN.

I. Prceludium. Stel u Jesus in Egypte voor, lovende onder een vreemd volk. Ik ben beschaamd geweest en schaamrood gewerden, zegt hij, dewijl ik den smaad mijner jeugd heb gedragen: Confusus sum et erubui, quia snslinui opprobrium adolescentice meoe (Jerem. 31). II Prceludium. Vraag Hem, om in de gevoelens van nederigheid en zachtmoedigheid te treden welke Hij gevoelde toen Hij zich met uwe zonden beladen zag.

Jesus ondervindt: I. De schaamte. — II. De smart van de zonde.

I. Een van de voornaamste uitwerkselen

134

-ocr page 141-

VAN HET HEILIG HART VAN jESUS. 135

der Menschwording van Gods Zoon was, dat Hij deelgenoot werd van onze laagheid en onze ellenden, ter zelfder tijd dat Hij ons deelgenooten maakte van zijne grootheid. Jesus-Christus is mensch geworden, om de menschen zalig te maken en hen te verlossen van de zonde. Daarom werd Hij Jesus genoemd. Om ons nu van de zonde te bevrijden, heeft Hij zich daarmede belast, heeft hij daarvan genomen; 1° de schaamte en de schande, en dit was een van de grootste kwellingen van zijn aanbiddelijk Hart. Neen, niet de vernietiging tot welke Hij voor de menschwor-ding is afgedaald, veroorzaakt Jesus\' ware vernedering; maar een voorwerp van onbeschrijflijke beschaming voor Hem zijn de zonden, welker verantwoordelijkheid Hij op zich heeft genomen, welke Hij zich om zoo te zeggen toegeëigend heeft, en waarmede Hij zich als met een mantel van versmading bedekt heeft. Hoor hoe Hij zelf zich daaromtrent uitlaat: „O God, Gij kent mijne be-

(\') Vocabis nomen ejus Jesum : ipse enimsal-vum faciet populura suum a peccatis eorum. (Matth. i)

-ocr page 142-

NtEUWE MA A Nil

schaming en mijne schande. Gij weet, met welke zonden Ik in uwe tegenwoordigheid beladen ben.quot; (l) O! wie zou kunnen begrij: pen, welk een groote kwelling het voor de oneindige Heiligheid was, zich bedekt te zien met zooveel afschuwelijkheden, in zekeren zin vereenigd, vereenzelvigd met de zonde. (2) Jesus schaamt zich over uwe misdaden; wellicht, helaas, schaamt gij u daarover niet. Men schaamt zich over zijn lage afkomst, men kleurt over zijn armoede, over zijn geringe bekwaamheden, over zijn onwetendheid, over een natuurlijk gebrek; zal ik het zeggen? men schaamt zich om zijne zonden te belijden, niet om ze te begaan: Kortom, men schaamt zich over alles, behalve over het eenige, waarover men zich zou moeten schamen: de zonde. O ! hoe blind zijn de menschen, hoe onrechtvaardig hunne

O Deus, tu seis confusionera meam et reve-rontiam meam; tu seis insipientiam meam, et delicta mea a te non sunt abscondita (Ps. lvxiii) tota die vereoundia mea contra me est, et confu-sio faciei meae cooperuit me. (Ps xliii.)

(*) Eum qui non noverat peccatum, pro nobis pecoatum fecit. (11 Cor. v.)

136

-ocr page 143-

VAN HET HEILIG HART VAU JÉSUS. 137

oordeelvellingen! De wonden hunner ziel, hunne geestelijke armoede, de afzichtelijke bedorvenheid des harten ; de schandelijke neigingen, die hen beheerschen, boezemen hun schaamte noch schande in:.. . zij vreezen meer de onzindelijkheid hunner kleederen dan de walgelijke smetten, die hunne ziel bezoedelen! . ...

II. Bij de vernedering, die Jesus\' Hart ondervindt nu Hij zich met zooveel afgrijslijke zonden beladen ziet, moet nog gevoegd worden 2° de smart en het leed, die Hij gevoelt omdat die zonden, als ware het, de zijne zijn geworden, door zijne hoedanigheid van Verlosser en borg. Hoor hoe Hij zich daarover uit: „ Ik ben in eene diepe ellende gevallen; ik ben tot het uiterste- gebracht; den geheelen dag ben Ik in droefheid gedompeld.quot; (\') Maar, Heer Jesus, sta mij toe, dat ik ü de reden daarvan vraag. „Ach,quot; antwoordt Hij ons, mijne ongerechtigheden hebben zich boven mijn hoofd verheven, zij hebben met een

(\') Miser factus sum et curvatus usque in finera; tota die conti\'istatusingrediebar.^Ps. xxxvii.)

-ocr page 144-

138

ondragelijk gewielit op mijn hart gedrukt.\'X1) Maar van welke ongerechtiglieden is hier sprake ? Hoor, God heeft de ongerechtigheden van ons allen op zijn hoofd verzameld. Posuit Dominus in eo iniquitates omnium nostrum (Is. LUI.)

Om het afgrijselijke te begrijpen van het lijden, dat die goddelijke Verlosser onderging, en de smart zijns Harten, moet gij beschouwen, 1°. dat zijne heiligheid-Hem een oneindigen haat tegen de zonde inboezemde, met welke Hij zich evenwel als gedwongen vereenigd vond ; 2°. dat, daar Hij borg had gesproken voor al zijne broeders. Hij zich belast had met al de ongerechtigheden der wereld, en op zich droeg al de misdaden, die begaan zijn en zullen begaan worden tot het einde der tijden ; 3° dat de oneindige liefde welke Hij zijn Vader toedroeg, zijne smart zoo groot en levendig maakte als zij in een Godmensch zijn kon; 4°. eindelijk, dat die foltering onafgebroken gedurende

O Quoniam iniquitates mea sujjergresse sunt caput moum, et sicut onus grave gravata sunt super me. (Ibid.)

-ocr page 145-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 139

zijn sterfelijk leven heeft aangehouden. „Mijne zonde is gedurig voor mijne oogen,quot; kan hij met den profeet zeggen : „ Pcccatum meum contra me est sempef (Ps. l). O mijn Verlosser, zal ik onder die zonden, welke U zooveel smart veroorzaken, de mijne niet ontdekken ? ... Ja, ik zie ze. Ach ! indien gij met bittere tranen de misdaden der afgodendienaars beweent, hoeveel meer bedroeven U die dei-Christenen, die van uw bevoorrechte kinderen, ook de mijne ! O ! hoe talrijk, hoe ontzaglijk groot zijn zij! Gij beweent ze ... en,ik beween ze niet! Uw hart lijdt daaronder onuitsprekelijke angsten, en het mijne blijft onverschillig ! ... Mijn God !.... tot wanneer zal ik zoo ongevoelig voor mijne eigene rampen zijn ? . .. Van het eerste oogen-blik uws sterfelijken levens hebt Gij die zonden verfoeid, gehaat, geboet. Van de kribbe af tot ojj Calvarië vergezelde die smartelijke herinnering U altoos. Helaas 1 ternauwernood heb ik eenige oogenblikken besteed, om U daarvoor vergiffenis te vragen. Schenk mijde genade, o mijn God, om daarover een waarachtig berouw te hebben,

-ocr page 146-

NIEUWE MAAND

als ik tot den heiligen stoel van boetvaardigheid nader, en mij naar behooren voor het heilig Sacrament der biecht voor te bereiden.

Vermijd zorgvuldig al wat God zon kunnen mishagen, zelfs de vrijwillig begane kleine fouten; oefen u in het doen van acten van berouw.

Gebed. — O Jesus, mijn beminnelijke verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek \\. h. xn.

ELFDE DAG. Jesus\' elfde levensjaar.

GEVOELENS VAN JESUS* HART MET BETREKKING TOT DE SCHEPSELEN.

1. Prceludium. Hoor don goddelijken Meester, in den leeftijd, waarin de kindoren zich door de uitwendige voorwerpen laten verlei-

140

-ocr page 147-

VAN 1IEÏ HEILIG HAKT VAN JESUS. 141

den en verlokken, ala Hij deze woorden spreekt: Wat heb Ik in den Hemel en op de aarde begeerd, zoo niet U, mijn God? quid mihi est in coelo, et a te quid volui super terram, Deus cordis mei\'! (Ps. lxxii.)

II. Prceludium. Zeg hem met den profeet: «Heer wend mijne oogen af, opdat zij niet verblind mogen worden door de ij delheid. — Averte oculos meos, ne videant vanitatem, (Ps. cxviii.)

I. Jesus is onverschillig voor al de schepselen. — II. Hij bemint God in al de schepselen. — III. Hij bemint al de schepselen in God.

I. Het eerste gevoel van Jesus\' Hart ten opzichte der schepselen is een gevoel van onverschilligheid voor hen, van diepe minachting voor de ijdelheid en het niet, die hun eigen zijn. Wat toch kan de wereld Hem zijner waardig aanbieden? „De wereld gaat als een schaduw voorbij: Prceterit figura hujus mundi!quot; (I. Cor. vn.) —„Alles is slechts ijdelheid,quot; zegt de Wijze: „Omniavanitus.quot; (Eccl. i.) Maar wie beter dan het aanbiddelijk Hart van den menschgeworden God begreep die waarheden ? Heeft de eeuwige Vader niet alles aan Hem onderworpen?

-ocr page 148-

NIEUWE MAAND

Omnia subjecisti suh pcdihus ejus (Ps. vin.) Is Hij het niet, die de glans van de glorie des Vaders en de beeltenis zijner zelfstandigheid zijnde, gezeten is ter rechterhand va;i Gods Majesteit in de hemelen, zoozeer verheven boven de Engelen als de naam van Zoon dien Hij draagt, uitstekender is dan die, welke hun gegeven is ? (Hehr. i.) Hoor ook den Apostel: „Gij zijt het. Heer, die in den beginne de aarde geschapen hebt; de hemelen zijn het werk uwer handen. Zij zullen vergaan, maar Gij zult blijven; zij zullen verouderen gelijk een kleed, Gij zult ze veranderen gelijk men een kleed verandert. Wat U betreft, Gij zijt steeds dezelfde, en uwe jaren zullen niet eindigen.quot; Christen ziel, deze grootheid, dit koningschap van Gods Zoon, die verheffing zijns Harten bovens al wat geschapen is, moeten U worden medegedeeld. Waarom u hechten aan de wereld, zegt een heilige, gij die grooter zijt dan de wereld ? Sur sum cor da / roept de Kerk u toe : het hart omhoog! „Mijne kinderen,quot; zegt de

Tu autem idem ipse es, et anni tui non deficient. (Hebr. i.)

142

-ocr page 149-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 143

Heilige Geest, „bemint de wereld niet, noch hetgeen in de wereld is.quot; (l) — Doorgrond uw hart; is het niet de slaaf van eenig verlangen, van eenige vrees, van eenige genegenheid, van eenig voorwerp? Zijt gij vrpV , Ut quid dïligitis vanitatem et quceriüs mendacium ? (Ps. iv.) Waarom bemint gij de ij delheid en en zoekt gij de leugen?\'\'

II. Jesus\' Hart bemint God in al zijne schepselen. — Het eerste doel, dat God zich in de schepping van dit heelal voorstelde, was de openbaring van zijne goddelijke volmaaktheden. Indien de mensch niet verblind was door de duisternissen der zonde, zou hij overal het beeld van zijn God terugvinden, en, terwijl de zichtbare dingen hem verhieven tot debeschouwing der onzichtbare dingen, zou hij zich van alles bedienen om den Schepper te kennen en te bewonderen. Hem te loven en te beminnen (2) ; overal zou hij

(\') Nolite diligere mundum, nequo ea qu:c in mundo sunt. (I Joan, n.)

(2) Invisibilia ipsius a creatura mundi, por ca qute faota sunt intellecta oonspioiuntur, sempi-terna quoque ejus virtus etdivinitas (Roni. x.)

-ocr page 150-

NIEUWE MAAND

144

God zien; hij zou Hem vinden, hij zou Hem beminnen in al de schepselen. Dit deed Jesus\' Hart: in Hem en door Hem bereiken de geschapen wezens hun doeleinde; de sedert zooveel eeuwen door de zonde verstoorde orde hernam haar loop, en er werd een hart, het Hart van een God, gevonden, dat, de stem zijner liefde aan de werken des Scheppers leenende, de welluidende lofzang hunner eerbewijzen en hunner aanbiddingen tot Hem deed opstijgen. Helaas! de mensch maakt misbruik van alles; hij maakt misbruik van het goed, en hij maakt misbruik van het kwaad. Het eerste, in stede van hem tot zijn einde te brengen, houdt hem onderweg staande, verleidt hem door zijn bekoorlijkheden, verweekt zijne ziel en verschaft zijn hart, dat hij aan God alleen moet geven. Het andere, in plaats van hem van de zonde af te wenden, van hem de boosheid der zonde te doen begrijpen dewijl het de straf daarvan is, en hem tot boete te brengen, wordt voor hem de gelegenheid tot nieuwe fouten. Het Hart van Jesus alleen heeft al de schepselen tot Gods glorie en liefde weten te

-ocr page 151-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 145

doen dienen. De rechtvaardigheid en de waarheid hebben hare rechten hernomen. In Jesus\' Hart heeft het goede de goedheid Gods verkondigd, het kwaad zijn rechtvaardigheid; alles heeft zijn wijsheid en zijne liefde doen kennen. Is het met u ook aldus, getrouwe ziel? Weet gij uw voordeel te doen met alle gebeurtenissen, om tot God te gaan en in zijne liefde toe te nemen? Herkent gij bij elke gelegenheid de werking der goddelijke voorzienigheid? Zegent gij God in droeflieid zoowel als in vreugde, in tegenspoed zoowel als in voorspoed! Hij zendt u een en ander tot uw geestelijk voordeel over.

Vergeet het niet: alles moet samenwerken tot het geestelijk heil van degenen, die Hem beminnen ! Alles is genade voor hen, alles is middel om tot de heiligheid te geraken, alles dient tot weg om in den hemel te komen. Welk een troost ligt in die gedachte voor eene rechtschapen ziel! Niets kan my beletten om God te beminnen, om Hem steeds meer te beminnen; niets lean mij van Hem scheiden, tenzij ïk het wil. Alles kan en moei mij in de volmaaktheid doen

10

-ocr page 152-

NIEUWE MAAND

toenemen. Gelooft gij deze waarheden ? Ja, mijn Verlosser, ik- geloof ze en wil ze beoefenen.

III. Jesus\' Hart bemint de schepselen alleen in God en om God. — 0! hoe weinigen begrijpen en beoefenen dit punt van volmaaktheid! Hoe weinigen zijn niet min of meer afgodendienaars, en schrijven niet aan het schepsel toe, wat alleen aan den Schepper toekomt! Beschouwenderwijs weet en belydt men, dat alle goed van God komt, dat van Hem alle volmaakte gave afdaalt, alle goede hoedanigheid, elke deugd ; maar in de praktijk — wie zijn het, die niets van deze hoedanigheden aan de schepselen toeschrijven, en die tot aan de oorzaak doen opklimmen wat er goeds in de uitwerkselen gelegen is ? Wie zijn het, die in God de eerste reden zoeken van de liefde welke zij aan hunne bloedverwanten, aan hunne vrienden, aan hunne weldoeners betoonen ? Wie zijn het, die hunne bloedverwanten, hunne vrienden, hunne weldoeners alleen beminnen ter wille van God en om zijne glorie ? O ! hoe moeielijk is het, niet bij het

146

-ocr page 153-

VAN HET HEILIG IIAIÏT VAN JESUS. 147

schepsel te blijven stilstaan ! Hoor, wat de heilige apostel Paulus aan de Christenen van Corinthe schrijft: „Dat zij, die weenen,\'\' zegt hij, „zijn alsof zij niet weenen; dat zij, die zich verheugen, niet blijven stilstaan om hunne vreugd te smaken; dat zij, die de wereld gebruiken, zijn alsof zij die niet gebruikten.quot; (l) God alleen! God alleen! Gaan wij de schepselen voorbij en blijven wij niet stilstaan. Het is de weg; begeven wij ons naar de eindpaal. Dan zullen er geen verstrooiingen meer voor den geest, geen hinderpalen meer voor het hart wezen. Alles geleidt tot God, maar niets neemt zijn plaats in. O God! wie is U gelijk? Quis sicut Deus nostcr, qui in coelis habitat ? (Ps. oxn.)

Gebed.—O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek 111, h. xxi, boek I, h i.

Qui flent tanquam non flentes, et qui gau-dent tanquam non gaudentos, et qui utuntur lioc mundo tamquam non utantur. (1 Cor. vu.)

-ocr page 154-

nieuwe maand

TWAALFDE DAG.

Jesus\' twaalfde levensjaar.

armoede en rijkdom van .tesüs\' hart.

I. Prceludium. Stel u het Kind Jesus voor, armoedig gekleed en nog armoediger gehuisvest in een kleine woning met Jozef en Maria. — Pauper sum et in lahoribus a ju-ventate mea. zegt Hij ons. Ik ben arm en in droefenis van mijne jeugd af — (Ps. lxxxii.) 11. Prceludium. Heer, geef mjj Uwe liefde en Uwe genade, dit is mij genoeg (Heilige Ignatius).

1. Niemand is armer. — II. Niemand rijker dan Jesus.

I. Armoede van Jesus. — Eene van de noodlottigste ziekten der mensclien, sedert de erfzonde, is de begeerlijkheid, de ongeregelde liefde voor de aardsclie goederen. Badix omnium malorum cupiditas. (I. Tim. iv.) Om zich daarvan te overtuigen, behoeft men slechts een blik op de wereld te slaan; de arme en de rijke, de grijsaard en de volwassen mensch zijn daarmede behept. Het kind zelfs is er niet altijd vrij van.

148

-ocr page 155-

VAN HET HEILIG HABÏ VAN JESUS. 149

Van waar dat onrustige, die gejaagdheid welke wij onder de menschen opmerken? Vanwaar die vreemde beweging welke al de klassen der maatschappij in verwarring brengt ? Meestal is de gouddorst, het verlangen naar rijkdom daarvan alleen de schuld. Blinden en dwazen, die zich aan vergankelijke dingen hechten, en het geluk in de ijdelheid en het niet zoeken! Jesus wil den mensch van die verblindheid genezen, en daarom heiligt Hij de armoede en vergoddelijkt haar, om zoo te zeggen, door haar tot zijn erfdeel te kiezen. „Hij was rijk,quot; zegt de heilige Paulus, en voor ons heeft hij zich arm gemaakt!quot; Treed Bethlehem binnen, begeef u naar Egypte, kom met hem te Nazareth terug, vergezel hem op zijn Evangelische tochten ; kortom, van Bethlehem tot Calvarië, overal zult gij Hem arm vinden. Bij zijne geboorte wordt Hij in een krib gelegd, gewikkeld in doeken; in Egypte verdraagt Hij de strengste armoede ; later verschaft Hij zich het levensonderhoud door zwaren arbeid; slechter bedeeld dan de vossen, die hunne holen, de vogels die hunne nesten hebben, heeft Hij zelfs

-ocr page 156-

NIEUWE MAAND

niets, om er zijn hoofd op te leggen. Hij stelt zich niet tevreden met de armoede te verheffen en aan te bevelen, Hij beoefent haar. Wel verre van de rijkdommen te verlangen, veracht Hij deze, schat ze gering, spreekt den banvloek er over uit. Hij verklaart de armen gelukzalig, en verzekert dat zijn hemelsche Vader Hem tot hen gezonden heeft. Deze goddelijke leer wordt voortgezet inde heilige Eucharistie, en Jesus heeft in dit Sacrament als een plechtig monument van zijne bewonderenswaardige armoede willen stichten. Tot welke nooddruft is hij daar niet gebracht? En hoe arm en ellendig is niet Gods huis ? O volmaakte onthechting van Jesus\' Hart! O diepe minachting voor wat de wereld hoogacht. Mijn God, zijn mijne gevoelens gelijkvormig aan de Uwe? Hoeveel achting en liefde heb ik voor de armoede?

Heb ik wellicht niet veeleer afkeer en afschrik van deze deugd ? Is mijn hart aan niets gehecht? Verlangt het niets, streeft het naar niets? Kan ik met waarheid zeggen ; Mijn God en mijn al, Beits meics et omnia ? Helaas, ik schaam mij het te be-

150

-ocr page 157-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 151

kennen, maar ik ben zeer gesteld op eene geriefelijke woning, op rijke en kostbare of ten minste op goed gemaakte kleederen, op een overvloedig en degelijk voedsel; ik houd veel van mijn gemak ; en ik wil wel arm zijn, maar onder voorwaarde, dat ik van de armoede niets zal hebben te verduren. Overigens, ik acht de rijken en machtigen der aarde, en gevoel natuurlijk voor de behoeftigen een soort van minachting. Ach! Heer, ik schaam mij, als ik U aanschouw, zoo slecht gekleed en gehuisvest en zoo armoedig gevoed, terwijl mij niets ontbreekt. Uw voorbeeld veroordeelt mij .... verlicht mij .... overtuigt mij. O Jesus, Gij zijt de trooster der ongelukkigen, Gij leert ons de armoede beminnen, achten, beoefenen. Uit die arme kerken waarin Gij woont, verheft uwe stem zich onophoudelijk, om zich te verklaren tegen den geest dei-wereld, om den arme aan te moedigen, en hen te verheffen, die, uit liefde tot U en in het verlangen om U meer na te volgen, afstand doen van de goederen der aarde . ., Beati paupercs .... vee vobis divitibus !

-ocr page 158-

NIEUWE MAAND

152

II. Zoo ontbloot Jesus\' Hart is van de goederen der aarde, soo rijk is het aan de goederen des hemels; en daar die goederen de eenige ware zijn, moeten wij daaruit besluiten dat Hij slechts in schijn arm, maar in wezenlijkheid oneindig rijk is. Christenziel, het woord armoede schijnt u hard, en, ofschoon door den Zoon Gods hoog verheven, doet zich die deugd aan u onder eene gestrenge en bijna schrik aanjagende gedaante voor. Ach! dat komt, omdat gij u daarvan geen juist denkbeeld vormt: gij begrijpt niet, dat de armoede, omdat zij u verstoken houdt van de verachtelijke goederen der aarde, u bevrijdt van groote ellenden en ontzettende gevaren, en u in ruil daarvoor geeft de wezenlijke goederen, de degelijkste verwachtingen. Deugden, volmaaktheid, verdienste, zoete vrede, heilige vrijheid : ziedaar de eerste belooning van de ontbering, welke gij u zeiven vrijwillig oplegt, of van het offer, dat God u oplegt, indien gij het met onderwerping aanneemt. Wat zal ik zeggen van de kroon, die u in den hemel bereid is, van de glorie, die u wacht, dewijl het hemelrijk

-ocr page 159-

VAN HET «HEILIG HART VAN JESUS. 153

aan de armen van geest is beloofd ? Gij doet afstand van de aarde, maar men geeft u den hemel in ruil; gij offert de schepselen op, maar om God te bezitten ; gij ontdoet u van. al dat onbeduidende klatergoud, van die nietige dingen, waarmede de ijdel-heid der wereld zich vermaakt, maar gij doet het om uwe ziel met het prachtig sieraad der deugden te bekleeden — zeg mij, is dit zich verarmen ? En kunt gij den-gene beklagen die zulk een ruil doet ? Wie ziet nu niet in, welke oneindige rijkdommen het Hart van Jesus bevat ? Zij staan in verhouding tot zijne armoede; die armoede is volledig, zóó, dat de goddelijke Verlosser heeft kunnen verzekeren, -dat Hij niets bezat waarop Hij zijn hoofd kon neerleggen. O ! met hoeveel meer reden dan de heilige Paulus kon Hij zeggen : Niets hebbende, en alles bezittende, nihil habentes, et omnia possidenies (II Oor. vi.) Ja, wij bezitten alle dingen, dewijl wij God bezitten. Is dit mijne gesteltenis ? Is mijn hart waarlijk gelijk aan dat van Jesus, rijk in genaden, rijk in verdiensten ? Ben ik tevreden

-ocr page 160-

NIEUWE MAAND

met mijne armoede, die mij het bezit des hemels verzekert ? Niet slechts is Jesus rijk voor zich zeiven, maar Hij is het ook voor ons : In omnibus divites facti estis in Ulo. (I Cor. i.) Aldus geven de ware rijkdommen ons de macht om anderen te verrijken f1). Zeg dan met den Apostel: „Ik heb afstand gedaan van alles, ik heb al de schepselen niet meer beschouwd dan slijk om Jesus-Christus te winnen (2).quot; Die goddelijke Verlosser is mij genoeg, Zijn Hart is mijn schat. — Zie, waaraan uw hart gehecht is, en verbreek die uwer onwaardige banden. Geef gaarne de stoffelijke en de geestelijke aalmoes, en herinner u, dat hetgeen gij den arme schenkt, gij aan Jesus-Christus zeiven geeft.

Gebed.— O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek 111, h. xxxiv.

(\') Siout egentes, muitos autem locupletantes. (II Cor. vi.)

(2) Omnia detrimentum feci, et arbitror ut stercora, ut chrissum lucrifaoiam. (Philip. iii.S.)

154

-ocr page 161-

VAN HET HEILIG HA UT VAN .IESÜS. 155

DERTIENDE DAG.

Jesus\' dertiende levensjaar.

LEVEN VAN INGETOGENHEID VAN JESUS* HEILIG IIART.

I. Prcéludium. Stel u Jesus vooi\' zedig, stilzwijgend en in eene heilige en zoete ingetogenheid. Treed, zegt Hij tot u, in uw binnenkamer, en de deur voor de schepselen sluitende, bid daar iti het geheim uwen hemelsehen Vader. — Intra in cubiculum tuum, et clauso ostio, om Palrem tuum in abscon-dito. (Matth. vi.).

II. Prcéludium. Vraag Hem de genade, om u niet door de uitwendige voorwerpen te laten afleiden, ten einde de stem Gods en hare goddelijke ingevingen te hoeren.

I. Onthechting van de schepselen. — II. Ver-eeniging met God.

Het leven van ingetogenheid staat tegenover het leven van verstrooiing, waardoor de ziel buiten zich zelve treedt en zich begeeft tot de schepselen. De ware ingetogenheid onderstelt twee dingen; lo ont-

-ocr page 162-

156

hechting aan de schepselen; 2o vereeniging met God. Wij vinden deze beide voorwaarden, volmaakt vervuld in Jesus\' heilig Hart.

I. Dit aanbiddelijk Hart is onthecht aan de schepselen. De mensch is, door de zonde, de slaaf van zijne zintuigen geworden, en, door zijne zintuigen is hij in zeker opzicht, onderworpen aan al wat hem omgeeft. On-ophoudelijk afgeleid èf door de beelden dei-stoffelijke zaken, (die zich aan zijn geest voordoen, óf door de indrukken, welke die voorwerpen op hem maken) onafgebroken in de toekomst geslingerd of in het verleden teruggevoerd, is hij zelden tegenwoordig voor zich zeiven, en nog zeldzamer voor God. Zijne ziel, gedrongen door de behoefte aan een geluk, dat zij niet in zich zelve vindt, gaat door de deuren harer zintuigen naar buiten, om dat geluk na te jagen; en ten gevolge van diezelfde behoefte laat zij die deuren open voor al de schepselen, in de hoop, dat zij hem eenige verlichting of eenig vermaak zullen aanbrengen. Aldus gaan al hare vermogens Op avontuur uit, verstrooien zich, loopen verdoold en vermoeien zich nutteloos. De

-ocr page 163-

VAN HET HEILIG HADT VAN JESUS. 157

geest is de speelbal van duizende dwalingen, het hart het slachtoffer van duizende teleurstellingen. In dien staat kent de ziel zich zelve niet, bestuurt zij zich niet; zij is buiten zich zelve. Tevergeefs spreekt God daarbinnen; zijne stem wordt niet gehoord, en men ziet verwezenlijken wat de Profeet zegt: „De aarde is in bntredderden staat, omdat niemand in zijn hart terugkeert.quot; (1) Is dit niet het al te getrouwe beeld en al wat er in de wereld gebeurt ? Christenziel, is dit niet uwe geschiedenis? Ach 1 beschouw Jesus\' Hart. Te midden van deze onstuimige wereldzee, meester van zijn geest van zijn gedachten, van zijne begeerten en zijne genegenheden, van zijne zintuigen en van al zijne werkingen, bestuurt en regelt Jesus, vrij en onafhankelijk van al wat Hem omringt, al zijne genegenheden in de volmaaktste ingetogenheid. Zijne oogen, gesloten voor de ijdelheid en onderworpen aan de heerschappij der ziel, worden alleen op zijn be-

(\') Desolatione desolata est omnis terra, quia nullus est qui recogitet corde. (Jorem. xu.)

-ocr page 164-

NIEUWE MAANt)

vel geopend; Hij spreekt alleen als liet moet en zooals liet past; Hij leent het oor alleen aan hetgeen Hij moet liooren, en zijn geest is alleen bezig met hetgeen Hem moet bezig honden. O goddelijke ingetogenheid! O bewonderenswaardig stilzwijgen van Jesus, beoefend in den schoot zijner Moeder, voortgezet in zijne kindsheid, in zijn verborgen leven, in zijn openbaar leven, en tot aan het einde der tijden verlengd door zijn eucharistisch leven! O hoe weinig wordt die ingetogenheid begrepen, gesmaakt! O hoe weinig wordt die stilzwijgendheid in beoefening gebracht, zelfs door godsdienstige zielen! Hoe weinigen zij er, die, in de schaduw van het eenzaam altaar, of in het geheim hunner harten, zich weten te onthechten aan de stoffelijke voorwerpen, zich zeiven vergeten, zich van de schepselen losmaken en zich met God vergenoegen! Hoe staat het daaromtrent ook met mij? Usquequo deliciis dissolveris filia vaga? (Jer. xxxv.) Wispelturige en onstandvastige ziel, hoelang nog zal de liefde tot het vermaak u verstrooien ?

II. De tweede zaak, die in de ingetogen-

158

-ocr page 165-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 159

f

heid ligt opgesloten, is de vereeniging van de ziel met God. — In dien gelukkigen staat zijn al de vermogens onderworpen aan het bevel van een goed geregelden wil, getrouw bezig met hetgeen G-ods welmeenen vordert. Al de zintuigen zijn voortdurend in hun werkingen ondergeschikt aan de heerschappij en de leiding van een oprechte en verlichte rede; al de krachten der ziel worden gebruikt om werkdadig tot haar laatste einde te werken; geen krachtsontwikkeling, geen daad, geen beweging, of zij werken samen, om het gewenschte doel te bereiken: Waaruit blijkt dat de ziel zich nooit sterker, nooit werkzamer, nooit machtiger toont, dan wanneer zij ingetogen is: nooit zwakker en onvrueld-haarder in nuttige handelingen dan wanneer zij verstrooid is. Daarenboven, dewijl de ingetogenheid de ziel met God vereenigt, die het opperste goed is en het eenig voorwerp in staat om ons zalig te maken, veroorzaakt zij daardoor zelve den vrede en het geluk, voor zooveel men die op aarde kan genieten. O gij, die door de eenzaamheid verschrikt wordt, die niet eenige uren stilzwij-

-ocr page 166-

NIEUWE MAAND

160

gend kunt doorbrengen, kom tot Jesus\' Hart, nader liet altaar, zie dat tabernakel, die armoedige en bekrompen woonstede van uwen God; dag en nacht, maanden, jaren, eeuwen lang bewaart Jesus daar bet stilzwijgen. Maar neen : als Hij niet tot de scbep selen spreekt, spreekt Hij tot zijn Vader; als Hij zijne stem niet aan de licbamelijke ooren doet klinken spreekt Hij tot het bart vair degenen, die Hem komen bezoeken . .. Leer van Hem om met God om te gaan, in plaats van u bij de schepselen te verstrooien. Blijf in uw kamer, om daar onder de oogen des Heeren te arbeiden, in plaats van uw tijd te verspillen in nuttelooze bezoeken. Leer niet de voorwerpen, die onder het bereik der zintuigen vallen beschouwen, maar de onzichtbare, de geestelijke dingen. Gewen u om naar God te luisteren, niet naaide ijdele geruchten der wereld. .. Dit is het voorbeeld, dat Jesus\' aanbiddelijk Hart u geeft. O gelukzalige ziel, die aldus handelt ! Hoeveel fouten spaart zij uit! hoeveel verdiensten verzamelt zij! hoeveel deugden beoefent zij! en met welken vrede, met

-ocr page 167-

VAN HET HEILIG IIAUT VAN .IESUS. 161

welke zuivere vreugde beloont God haar! Zalig degenen die er hun geluk in stellen, om zich met God bezig te houden, en die zioh losmaken van al de beslommeringen dei-wereld !

Vreest gij, dat deze omgang met uw God u zal vervelen? Helaas, Heer, is die vrees geen beleediging ? Maar gij hebt ons wel willen waarschuwen tegen die ijdcle vrees. ^Neen, zegt de Wijze Man, ,vrees niet, zijn omgang heeft niets onaangenaams, en de betrekkingen welke men met Hem onderhoudt, brengen geen walging voortChristenziel, neem hiervan de proef.

Gcbad.— O Jesus, boniinnolijkc Verlosser, biz. 6H.

Lezing. ■— J)o navolaing van Jesus-Christus, book III, h. 1.

(\') Non luibct amaritudinom convorsatio illius, ncc taidium convictus illius (Sap in).

11

-ocr page 168-

NIEUWE MAAND

VEERTIENDE DAG.

Jesns\' veertiende levensjaar.

GEHOORZAAMHEID, ONDERWERPING V4N JESUS\' HART.

I. l\'ïceludium. Stol u Josus voor met do oogon op Maria gevestigd en hot geringste teelccn van zjjne heilige moeder afwachtende, om haar wil to volbrengen. — O ! hoo dikwijls achten do kinderen van dien leeftijd zich ontheven van den plicht om hunne ouders to gehoorzamen!

II. Prwludium. Mijn God, verleen mij dien geest van onderwerping en van gehoorzaamheid welke Jesus bezielde. Dat ik altijd met Samuel tot U moge zeggen: Hier hen ife. omdat Gij mij geroepnti hebt (I Kon. vi) ; of mot den Profeet: Zooals de oogen des dienaars gevestigd zijn op zijn meesier, in afwachting dot hij een hevel geve, zoo zijn mijne oogen naar ^den Heer gekeerd.

I. Geheelo gehoorzaamheid. — II. Voortdurende gehoorzaamheid. — III. Volmaakte gehoorzaamheid.

I. Gehele en algeineene gehoorzaamheid.

162

-ocr page 169-

vax het heilig hart van .iesus. 163

,Neem den eigen wil weg,quot; zegt de heilige Bernai\'dus, ,en daar zal geen hel zijn.quot; — , Nooit is het gebeurd,quot; zegt de heilige Pranciscus van Sales, „dat de ware gehoorzame verloren is gegaan.quot; — ,Ik was verloren,quot; zegt de heilige Teresia, „als ik niet gehoorzaamd had.quot; O groots en gewichtig6 les, welke onze Heer ons heeft geschonken, toen Hij, ons tot voorbeeld, onderworpen en gehoorzaam heeft willen zijn! FA crat subditus illis (Luc. n). Bestudeer nu heden deze les in de school zijns Harten; zij alleen kan de plaats innemen van al de andere. Jesus\' gehoorzaamheid was volkomen en geheel. Niet zonder reden heeft Hij de gedaante van een slaaf en een dienstknecht aangenomen, for mam servi accipiens, (Phil. n). Niet zonder reden draagt Hij daarvan den naam: Servus meus es tu, in te gloriahor (Isa. l.) Hij vervult daarvan getrouwelijk de plichten ; niets dat in Hem niet aan de gehoorzaamheid wordt opgeofferd. Mijn voedsel, zegt Hij, is den ivil te doen van Dengene, die My gezonden heeft. Het is voor Hem niet genoeg om aan zijn hemel-

-ocr page 170-

NIEUWE MAAND

164

schen Vader te gehoorzamen, Hij onderwerpt zich aan Maria en Joseph. O, weeg deze woorden wel: Hij was hun onderdanig ; Hij ontving van hen de aansporing, de leiding, Hij was onder hun hand altijd gereed om te doen, om te ondernemen al wat men Hem beval en zooals men het Hem beval.. . Hebt gij de geheele uitgestrektheid van deze onderdanigheid goed begrepen, en beoefent gij haar ? De dienstknecht behoort niet aan zich zeiven, maar aan zijn meester. Uw lichaam en uwe ziel, uwe zintuigen en uwe vermogens, uwe krachten en uwe talenten, uwe gezondheid, uw tijd, uw leven, alles behoort aan God. Jam non estis vestri (I Cor. vi.) Gij moet van dat alles slechts gebruik maken volgens zijn allerheiligsten wil. .. Deze wil wordt u geopenbaard door zijne geboden, die van de Kerk, van uwe oversten, uwe regels ... Ach ! misschien duldt gij met moeite hetgeen uwe vrijheid belemmert... Toch is niets nuttiger voor u : de gehoorzaamheid richt den wil en voorkomt zijne afwijkingen; degene, die gehoorzaamt, is zeker het goede te doen. Bedank

-ocr page 171-

VAN BET HEILIG HART VAN JESUS. 165

God, dat Hij uwe zwakheid door dit krachtig middel heeft beschermd ; heh de gehoorzaamheid lief.

II. Jesus\' gehoorzaamheid was standvastig en voortdurend. De gesteltenis zijns harten was altijd de volkomenste onderdanigheid. „Ik doe altijd,1\' zegt Hij, „wat mijn Vader aangenaam is: qua; placita sunt ei fado semper (Luc. vin.) Zie Hem bij zijn intrede in de wereld: welke is de eerste kreet zijner liefde! Mijn God, Ik kom om uwen ivil te doen; mve toet is in het midden mijns harten gegrift. Wat doet Hij elk oogenblik van zijn leven ? Hoor: Be Zoon kan niets uit zich zeiven doen dan dat Hij zijn Vader ook heeft zien verrichten; want ahvat dehemcl-schc Vader wrocht, wrocht de Zoon insgelijks. (\') Kan men zich eene grootere afhankelijkheid voorstellen, eene volkomener en volmaaktere onderdanigheid? Daarom zegt Hij, op het punt van het groote werk van de verlossing der menschen te eindigen: Ik

(\') Non potest Filius a se faccre quidquam nisi quod viderit Patrem facientem; quaecumque enim ille fccerit, hoe et Filius similiterfacit(.loan v.).

-ocr page 172-

nieuwe maand

heh het werlc volbracht, dat Gtij mij hadt toe-vertrouwd. (Joan, xvii.) Alles is volbracht, consummatum est. O welk een schoon woord ! Hoe gelukkig zult gij zijn, indien gij aan het einde van eiken dag hetzelfde zult kunnen zeggen ! indien gij dit woord aan het einde van uw leven op uzelven zult kunnen toepassen !

Zijt gij, evenals Jesus, steeds gehoorzaam, steeds onderdanig, steeds bereid om de aansporing te ontvangen van degenen, die gezag over u hebben, wie zij ook overigens mogen zijn ; steeds in afhankelijkheid, steeds bereid om te doen of te laten, naar mate men u beveelt?... onverschillig voor alles, en tevreden, mits gij gehoorzaamt en Gods wil doet? Onderzoek u over dit gewichtige punt.

III. De onderdanigheid van Jesus\' Hart is eene volmaaJcte onderdanigheid. Gehoorzaamt Hij, dan is het door liefde en met liefde; onderwerpt Hij zich aan zijn Schepselen, dan is het, omdat Hij God in hen erkent ; offert Hij zich geheel aan de gehoorzaamheid op, faetus ohediens usQue ad mortem (Philip, ti), dan is het om de glorie

106

-ocr page 173-

VAN HET HEILIG HAKT VAX .II5SÜS. 167

zijns Vaders en het heil zijner broeders. De dwang heeft geen deel hoegenaamd aan zijn gehoorzaamheid, de liefde is daarvan het beginsel, de regel en het doel, en in de vlammen der liefde wordt het brandoffer verteerd____ Helaas ! hoeveel lage slaven

zijn er onder degenen, die gehoorzamen ; hoe-velen die alleen bewogen worden door het geweld en de noodzakelijkheid, en die inwendig veroordeelen wat zij uitwendig ten uitvoer brengen! Hoevelen, wier oordeel en wil in tegenspraak zijn met hetgeen God wil en oordeelt! Hoevelen, die alleen het schepsel zien in de personen die hen bevelen 1 O hoe laag en gebrekkig is zulk een gehoorzaamheid! Laat ons liever zeggen, dat zij dien naam niet verdient, daarvan alleen den schijn, maar niet de wezenlijkheid heeft, noch de uitstekendheid, noch de verdienste, noch de belooning; het is een soort van schijnheiligheid, en, zooals de heilige Bernardus zegt, een sluier, die de boosheid bedekt. Hebt gij u dit misschien niet te verwijten? De sleur, het menschelijk opzicht, het verlangen om aan uwe oversten te behagen, de

-ocr page 174-

NIEUWE MAAND

vrees om berispt of gestraft te worden, na-tuurlyke beweegredenen; is het niet dat alles wat liet voornaamste deel in uwe gehoorzaamheid heeft? Is dit zóó, dan gehoorzaamt gij niet aan God, maar aan uwe hartstochten, aan uwe neigingen.... gij hebt derhalve niets van den Heer te hupen. Gij hebt uwe belooning van de menschen gekregen: liece-perunt mercedem ... (Matth. vi), maar gij hebt nog niet de straf ontvangen, die uwe lafheid, uw menschelijk opzicht verdient. Ach! Heer, gedoog niet, dat ik de verdienste der gehoorzaamheid, welke ik U schuldig ben, en die ik alleen om uwentwil en uit liefde tot u aan het schepsel mag betoonen, ver-lieze !. .. Neen, mijn God, niet aan de menschen, maar aan U gehoorzaam ik; daarom vind ik in de gehoorzaamheid mijn zoetsten troost, mijn ware grootheid, mijn kracht en mijn vertrouwen.

Gebed.—U Josus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek 1(1, li. xnr.

168

-ocr page 175-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 169

VIJFTIENDE DAG.

Jesus\' vijftiende levensjaar.

GETROUWHEID, VOORUITGANG VAN JESUS\' AANBIDDELIJK HART.

I. Prccluclium. Stel u Jesus vooi- op den leeftijd van vijftien jaren en vergelijk Hora met liet kind van de kribbe. Welk eene verandering sedert zijne geboorte! hoeveel oefeningen van deugd hoeft Hij beoefend! hoeveel lijden verduurd! hoeveel verdiensten verkregen ! hoezeer heeft Hij u bemind!

II. Prceludium. vraag hera de genade om even als Hij uw voordeel te doen met den tijd, door onophoudelijk in zijne liefde en in zjjn dienst vooruit te gaan.

I. De vooruitgang van Jesus wekt ons tot ijver op. — II. Hij leert ons, hoe wij in de volmaaktheid moeten vooruitgaan. — III. Hij is voor ons de bron van onzen vooruitgang.

I. De vooruitgang van Jesus wekt ons tot ijver op. Jesus nam toe in wijsheid, in jaren en in genade voor God en voor de

-ocr page 176-

NIEUWE MAAND

raenschen. i1) Dit leert de gewijde schrijver ons omtrent het grootste gedeelte van het leven onzes Heeren. Hij nam toe.... „Het leven des rechtvaardigen,quot; zegt de Heilige Geest, „is als een schitterend licht, dat vooi--uitgaat en toeneemt tot aan den volmaakten dag. (2) De rechtvaardige bij uitnemendheid is Jesus-Ohristus. Hij is als een reus het renperk binnengegaan, en een oogen-blik was Hem genoeg, om het te doorloo-pen. Beter gezegd. Hij was aan het einde toen Hij zijn loop begon en, want van het eerste oogenblik zijns sterfelijken levens af, bezat Hij de volheid der genade. Maaide zon, ofschoon steeds dezelfde, verspreidt haar licht en schiet haar stralen met meer kracht in het middaguur dan bij haar opkomen. Zoo verspreidde het Hart van Jesus, ofschoon altijd volmaakt, met grooter overvloed het licht, dat de wereld verlicht, naarmate deze goddelijke Verlosser in jaren toe-

(\') Proficiebat sapientia et setato et gratia co-ram Deo et hominibus (Luc n.)

(2) Justorum somita quasi lux splendens, procedit et orcseit usque ad perfectum diem. (Spreuken iv )

170

-ocr page 177-

TAN HET HEILIG HAKT VAN JESÜS. 171

nam. Zijn arbeid wordt grooter, zijn lijden neemt toe, zijne voldoeningen worden hoe langer hoe overvloediger, en zijn Hart geeft ons een nieuw onderpand van eene liefde, die Hem uit den hemel in een stal heeft doen nederdalen. Hem van den stal naar den Calvarieberg en van Calvarië naar het tabernakel zal geleiden ... O toonbeeld dei-rechtvaardige zielen ! O Koning der harten! O zon van het verstand 1 trek mij tot U door uwe goddelijke bevalligheden en Uwe vermogende genade: Tralie me post te, dat ik u, naar den geur van uwe reukwerken, moge naloopen. Curremus in odor cm un-guentorum tuorum (Hooglied i., 3).

II. De vooruitgang van Jesus leert ons waarin de onze moet bestaan. Immers, hoe en waarin nam Jesus toe ? Hij nam toe in wijsheid, in leeftijd en in genade voor God en voor de menschen ... Dit wil zeggen, dat, naarmate de jaren zich in Hem ontwikkelden, Hij nieuwe bewijzen gaf van de oneindige wijsheid, die zijn gedrag bestuurde ; Hij vermenigvuldigde de heilige handelingen, waardoor Hij zijn Vader eerde; Hij

-ocr page 178-

NIEUWE MAAND

172

bood. der wereld nieuwe bewijzen aan van zijne Godheid, en verlichtte, door zijne woorden evenals door zijne voorbeelden, de menschen met een levendiger en overvloediger licht, terwijl Hij terzelfder tijd onophoudelijk nieuwe schatten van eene oneindige verdienste verzamelde, bestemd om zijn Vader te verheerlijken en zijne Kerk te verrijken. — De heilige menschheid des Verlossers, persoonlijk met het Woord vereenigd, werd, van het eerste oogenblik dier vereeni-ging af, verheven tot de geheele volmaaktheid waartoe het in staat was ; zij kon dus geen meerdere heiligheid verkrijgen . . . Maar met ons is het zoo niet . .. Wezenlijk onvolmaakt, natuurlijk geneigd tot het kwaad, moeten wij zelfs dagelijks onze deugden ontwikkelen en volmaken, in wijsheid en in genade toenemen, voor God inwendig en voor de menschen uitwendig. Helaas! wij nemen in jaren toe, wij nemen misschien toe in kracht, in gezondheid, in bekwaamheid, in wereldsche wetenschap; maar nemen wij ook toe in de ware wijsheid, die, volgens den heiligen Thomas, de eerste oorzaak in

-ocr page 179-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 173

het oog houdt en zicli van haar bedient als van een veiligen en onfeilbaren regel van hare oordeelen en werkingen, aldus aan elke zaak de achting en de liefde gevende, welke zij verdient en alles tot God terugbrengende? Welk gebruik maken wij van de talenten, welke God ons heeft geschonken, van de genaden, welke Hij ons el-ken dag verleent ?

III. Jesus\' Heilig Hart is niet slechts het toonbeeld, maar ook het heginscl van den vooruitgang, dien wij in de volmaaktheid moeten maken. Wat is het leven des men-schen, des Christens ? Eene reis, die moet uit-loopen op de gelukzalige eeuwigheid, en waarop elke stap hem dichter moet brengen bij de heiligheid. Wat is het religieuse leven\'? Een staat van streven naar de volmaaktheid, en waarin elke acte een vooruitgang in de deugden zou moeten zijn. Niet vooruitgaan, zeggen de Heiligen, is achteruitgaan. Wie niet tracht tegen den stroom op te zeilen, zal door de snelheid der wateren verzwolgen worden, wie zijne hartstochten niet bestrijdt, zal daarvan vroeg

-ocr page 180-

NIEUWE MAAND,

of laat het slachtoffer zijn .... Negoiiamini dum venio (Luc. xix.) ,In afwachting dat Ik kome, moet gij werken,quot; zegt onze Heer. — „De rechtvaardigen,quot; zegt de Heilige Geest, ,zullen van deugd tot deugd vooruitgaan, en achtereenvolgens de verschillende trappen van de volmaaktheid opklimmende, waarvan zij het plan in hun hart gevormd hebben, zullen zij, geholpen door de goddelijke genade, er toe geraken om den God der Goden in Sion te zien.quot; (\') Het geheele christelijke leven, het geheele religieuse leven is dus vervat in dit woord, dat daarvan den wezenlijken plicht uitdrukt: proficiebat, hij nam toe voor God en voor de menschen. O! indien ik, gelijk Jesus, werkelijk alle dagen in nederigheid, in gehoorzaamheid, in christelijke liefde, in zachtmoedigheid, in geduld toenam! . ... Hoe staat het daarmede?... O aanbiddelijk Hart van Jesus, genees mijne lauwheid, en deel

(\') Asoensiones in corde suo disposuit... Be-nedictonera dabit legislator, ibunt de virtute in virtutem; videbitur Deus deorura in Sion (Ps. I.XXXIII )

174

-ocr page 181-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 175

aan mijn zoo koud, zoo laf, zoo onverschillig hart de heilige vlammen mede, die u verteren. Welken vooruitgang heb ik gemaakt gedurende dit jaar? gedurende de afgeloopen maand? lien ik vooruitgegaan? ben ik achteruitgegaan ? Onderzoek ü, en, u vernederende over uwe fouten en uwe onvolmaaktheden, vergeet niet God te bedanken voor de genaden, welke Hij u verleent, en voor al de oefeningen van deugd, welke gij door zijne genade hebt gemaakt. Neem eenige besluiten voor de toekomst en in het bijzonder voor dezen dag.

Gebed. O Jesus, beminnelijke Verlosser bl/. tW.

Leziny. — Navolging van Jesus-Chrislus, boek i, h. xi.

ZESTIENDE DAG.

Jesus\' zestiende levensjaar.

EENVOUDIGHEID VAN JESUS\' HAKT.

I. ProduJium. Stel u Jesus vooi1 op den leeftijd van zestien jaar, kalm en gerust te midden van de wereld, die zich onrustig be-

-ocr page 182-

176

weegt, en beoefenende wat lijj latev aan Martha aanbeval: Martha, gij bekommert en verontrust u over vele zaken \\ eene is slechts noodirj. Unum est nesessavium.

II. Prculudium. Mijn God, geef mij de genade om voor alles het rijk der hemelen te zoeken en de rechtvaardigheid, die daarheen voert. Qucente primum regnum Vei etjus-titiani ejus. (Matth. vi).

I. Eenvoudigheid van gedachten. — II. Eenvoudigheid van genegenheid. —111. Eenvoudigheid van meening.

Men kan onderscheiden de eenvoudigheid van geest, de eenvoudigheid van hart en de eenvoudigheid van mccning, alhoewel zij allen betrekking hebben op den wil en op het hart, dat den geest bozig houdt met hetgeen het wil en de meening richt naar het voorwerp, dat aan het hart behaagt. Wij vinden ze in den hoogsten graad van volmaaktheid in Jesus\' Hart.

I. Be eenvoudigheid van den geest of van de gedachten bestaat in eene meerdere of mindere gewoonte om zich boven elk schepsel, boven zich zeiven en boven al hetgeen in ons omgaat te verheffen, om eenig en alleen den

-ocr page 183-

Van het heilig hart van jesüs. 177

Schepper aller dingen te beschouwen, en het oog van zijn geest, vrij van elke andere gedachte, op die goddelijke Majesteit te vestigen .... Helaas! hoeveel hinderpalen verzetten zich in ons tegen dit eenvoudig en kalm aanschouwen van God! „Heer,quot; riep de Profeet uit, „wie zal mij vleugelen geven als die der duif, opdat ik mijn vlucht nemes en in U ga rusten ? qui miki ddbit pennas sieut cuhmbce, et volabo, et requiescam ?quot; (Ps. liv.) Daarbuiten verzetten zich de uitwendige en de stoffelijke voorwerpen, het leven en de woeligheid der wereld; daarbinnen het bruisen dei-hartstochten, de veelvuldige beslommeringen en zorgen des levens, de beweeglijkheid en de onstandvastigheid onzer vermogens, de stormen, die zoo dikwijls in ons hart opsteken, — alles in één woord verzet zich tegen die kostbare eenheid van gedachten, tegen die eenvoudigheid des geestes. Zoo is het niet met Jesus. Zijn heilige ziel, persoonlijk met het Woord vereenigd, is onherroepelijk gevestigd in de verhevenste beschouwing, zonder dat eenig schepsel Hem

12

-ocr page 184-

NIEUWE MAAND

weegt, en beoefenende wat hij later aan Martha aanbeval: Martha, gij bckomnicrt en verontrust u over vele zaken\', eene is slechts noodig. Unum est nesessarium. II. Prailudium. Mijn God, geef mij de genade om voor alles het rijk der hemelen te zoeken en de rechtvaardigheid, dio daarheen voert. Qucente primiim regnum Dei etjus-titiani ejus. (Matth. vi).

1. Eenvoudigheid van gedachten. — II. Eenvoudigheid van genegenheid. — III. Eenvoudigheid van meening.

Men kan onderscheiden de eenvoudigheid van geest, de eenvoudigheid van hart en de eenvoudigheid van meening, alhoewel zij allen betrekking hebben op den wil en op het hart, dat den geest bezig houdt met hetgeen het wil en de meening richt naar het voorwerp, dat aan het hart behaagt. Wij vinden ze in den hoogsten graad van volmaaktheid in Jesus\' Hart.

I. De eenvoudigheid van den geest of van de gedachten bestaat in eene meerdere of mindere gewoonte om zich boven elk schepsel, boven zich zeiven en boven al hetgeen in ons omgaat te verheffen, om eenig en alleen den

17Ö

-ocr page 185-

Van het heilig hart van jesus. 177

Schepper aller dingen te beschouwen, en het oog van zijn geest, vrij van elke andere gedachte, op die goddelijke Majesteit te vestigen .... Helaas! hoeveel hinderpalen verzetten zich in ons tegen dit eenvoudig en kalm aanschouwen van God! „Heer,quot; riep de Profeet uit, „wie zal mij vleugelen geven als die der duif, opdat ik mijn vlucht nemes en in ü ga rusten? qui miki ddbit pennas sieut columbce, et voldbo, et requiescam ?quot; (Ps. liv.) Daarbuiten verzetten zich de uitwendige en de stoffelijke voorwerpen, het leven en de woeligheid der wereld; daarbinnen het bruisen dei-hartstochten, de veelvuldige beslommeringen en zorgen des levens, de beweeglijkheid en de onstandvastigheid onzer vermogens, de stormen, die zoo dikwijls in ons hart opsteken, — alles in één woord verzet zich tegen die kostbare eenheid van gedachten, tegen die eenvoudigheid des geestes. Zoo is het niet met Jesus. Zijn heilige ziel, persoonlijk met het Woord vereenigd, is onherroepelijk gevestigd in de verhevenste beschouwing, zonder dat eenig schepsel Hem

12

-ocr page 186-

NIEUWE MAAND

daarin slechts een oogenblik kan verstrooien. Eenheid van gedachte die God onophoudelijk ziet, die alle dingen in Hem ziet, die alles tot Hem terugbrengt als tot het eerste beginsel en het laatste einde van al wat is, — ziedaar de eenvoudigheid des geestes. Wij kunnen in dit leven dien graad van volmaaktheid niet bereiken, maar wij moeten daar toch nabij komen. De noodzakelijke voorwaarde voor de beschouwing is zich los te maken van de stoffelijke en vergankelijke dingen. Zoo er weinigen zijn die een wezenlijk bespiegelend leven leiden, vindt dit zijn oorzaak hierin, dat men er weinigen aantreft, die zich geheel van de schepselen weten los te maken en zich boven de voorbijgaande belangen van den tijd te verheffen. (\')

H. Eenvoudigheid des harten. Dit is niet anders dan de zuiverheid der liefde, die zich alleen aan God hecht. Hem in al de schepselen en de schepselen geheel in Hem be-

(\') Ideo onim pauci inveniuntur contemplativi, quia pauci sciunt se a perituris, et creaturis ad plenum sequestrare {Navolg, boek III h. xxxi).

178

-ocr page 187-

Van het hetlig habt van jësos. 179

mint. De geest is eenvoudig als hij niets dan God giet; het hart is eenvoudig als het niets dan God bemint. In dien gelukkigen staat, zijn er niet meer van die begeerten en die vreezen welke de ziel vermoeien en verontrusten. Eene liefde die boven elke andere liefde verheven is, heeft ze, om zoo te zeggen, in zich opgenomen. God alleen heerscht als meester in het hart; voor Hem zwijgt alles: Sileat omnis caro a facie Domini. (Zach. ii.)

Voor het licht der zon, zijn de duisternissen niet slechts gevlucht, maar zelfs de flauwe flikkering der sterren is verdwenen. „Hij, die God uit geheel zijn hart bemint,quot; zegt de schrijver van de Navolging, „vreest dood noch folteringen, oordeel noch hel, dewijl de volmaakte liefde ons den toegang tot God verzekert.quot; (Boek i, h. xxiv.) In dien zin heeft de heilige Joannes gezegd, dat de volmaakte liefde de vrees buiten het hart bracht. Perfecta charitas foras mittit timorem. O bewonderenswaardige uitwerking van de zuivere liefde! Wie zou dien gelukkigen staat niet wenschen V Maar hoe

-ocr page 188-

KiETJWK MAAND

weinigen kunnen daartoe geraken. Bovendien kunnen zij hem weder verliezen. Zoo is het niet met Jesus\' Hart gesteld. Zelfs in Hem alleen heeft men dien staat in al zijne volmaaktheid gevonden. Bedenk de volmaaktste, de zuiverste, de uitstekendst mogelijke acte van liefde, eene acte die nooit afgebroken wordt maar die altijd blijft bestaan, die altijd wordt geoefend, en gij zult eenig denkbeeld hebben van de eenvoudigheid van Jesus\' Hart. Hoe geheel anders is uw arm hart! De begeerten, de vreezen, de natuurlijke genegenheden, de kwade neigingen laten bijna geen plaats over voor de liefde.... Alles is er verandering, onstandvastigheid, onrust. Toch bestaat er maar één voorwerp, dat uwer liefde waardig is : God; wat zoekt gij buiten God, gij die voor Hem zijt geschapen.

Hl. Indien God eenig en alleen uwe genegenheden waardig is, dan moet Hij ook genoemd worden het eenig voorwerp. tav er nasporingen waardig, en dat gij u als doeleinde van al uwe werken zoudt moeten stellen. Unum est necessarium (Luc. x.)

180

-ocr page 189-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 181

eéne zaak is noodig, ziedaar het hoogste kenmerk van de volmaakte eenvoudigheid. Eenheid in de gedachten, eenheid in de genegenheden en de liefde, eenheid in de inzichten en de neigingen, altijd en overal eenheid. Ziedaar Jesus\' Hart. God alleen in den geest, God alleen in het hart, God alleen als doel onzer handelingen. Ziedaar de ware eenvoudigheid.... O! hoe gewichtig is deze eenvoudigheid in de intentie! (1) Maar hoevelen zoeken -niet zich zeiven, kee-ren niet telkens terug tot zich zeiven — welk een mengsel van eigenliefde en van liefde voor God!

Waar zijn de zielen die zich vergeten, die de zorg voor hare belangen geheel aan God overlaten ; die zich zei ven niet beschouwen ; die in hunne daden niet hun genoegen, hun smart, hun wil, hun voordeel raadplegen ; maar eeniglijk, zuiver, eenvoudig, Gods wel-meenen, Gods glorie. Geen overtollige bezorgdheid voor de gezondheid, voor den goeden naam, voor de toekomst, ik zou wel

(\') Si oculus tuus fuerit simplex, totura corpus tuum lucidura ent. (Matth. vu.)

-ocr page 190-

NIEUWE MAAND

willen zeggen voor den geestelijken vooruitgang, die nooit beter verzekerd is dan door zich zeiven te vergeten, om alleen aan God te denken. Geheels overgeving in Gods handen van al wat ons betreft. O, welk een innige vrede, walk eene zoete vrijheid, welk een Tcostbaar vertrouwen komen uit die eenvoudigheid voort, die, zooals men ziet, niets anders is dan de beoefening van de belange-looste en zuiverste liefde, en van de vol-Tcomenste zelfverloochening. Verlaat alles, en gij zult alles vinden. Lees, bestudeer deze volmaaktheid in Jesus\' Hart. Hoe gelukkig zult gij zijn, indien gij haar navolgt. Onthoud wèl dit kort maar zinrijk woord : Verlaat alles, en gij zult alles terugvinden. (l)

Gebed. —O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek 111, h. xxxi.

(\') Tene breve et consummatum verbum; Di-mitte omnia, et invenies omnia. L)a totum pró toto (Navolging Boek III, h. XXXII).

182

-ocr page 191-

van het heilig hart van .ibsüs. 183

ZEVENTIENDE DAG.

Jesns\' zeventiende levensjaar.

schoonheid van jesus\' hart.

I. Prculudium. Stel u Jesus voor als het schoonste der mensohenkinderen, vol genaden en Bohoonhoid. Speciosus forma pree filiis homi-num, diffusa est gratia in labiis (ilt;is(Ps. xliv).

II. Prceludium. Vraag aan uw goddelijken Meester de inwendige schoonheid, die uit de deugden voortkomt; zij is de eenig ware en die, welke u aangenaam zal maken aan God.

I. Inwendige schoonheid van Jesus\' Hart. — II. Deze schoonheid moet ons medegedeeld worden. — lil. Zij moet voor de oogen der menschen schitteren.

I. Inwendige schoonheid van Jesus. — Wat is er schooner, bewonderenswaardiger dan Jesus\' Hart ? De Profeet, den Zaligmaker vooruit beschouwende, roept over de bekoorlijkheden, welke in zijn persoon schitteren, in verrukking uit: „Kom nader, mijn koning ! omringd van den glans uwer schoon-

-ocr page 192-

NIEUWE MAAND

heid, het geluk vergezelle uw schreden; heersch over de harten !quot; (\') De heilige apostel Joannes kan de vervoeringen zijner bewondering niet onderdrukken, nadat hij Jezus\' glorie in den schoot des Vaders en zijne diepe vernederingen in de Menschwording overwogen heeft: „ Wij hebhen zijne, lieerhjklieid gezien,^ zegt hij, „eme heerlijkheid als des Eeniggeboren van den Vader, vol van genade en waarheid.\'\'\' (Joan, i.) — v Het Kind,quot; zegt de heilige Lucas, „wies op, en werd gesterkt, vol van wijsheid; en de genade Gods was in Hem.quot; (Luc. II.) Wij zien dan ook in de dagen van zijn openbaar leven, hoe-vele leerlingen zich aan Hem hechten, hoe hij door de bekoorlijkheid van zijn persoon en door de macht van zijn woord een geheel volk tot zich trekt. Maar van waar ontleent hij die bekoorlijkheid? Laat ons tot de bron gaan. Het goed, dat zich naar buiten openbaart, komt uit het hart; (2)

(\') Specie tua et pulchritudinc tua, intende, prospere, procédé, et regna. (Pa. xuv.)

(!i) Bonus homo de bono thesauro cordis siji pvofert bonum. (Luc. vi.)

184

-ocr page 193-

VAN HET HEILIG HAIIT VAN JESUS. 185

jn het binnenste schittert de glorie van de dochter des Konings. (t) De ware schoonheid is die des harten; de andere is daarvan slechts een terugkaatsing, een afspiegeling. Daar dan ook heeft de ongeschapen Wijsheid zijne woonstede gevestigd. Jesus\' Hart is haar tempel. (2) Deze tempel is versierd geweest dooiden Heiligen Geest.(3) Die Heilige Geest daalde in de gedaante van een e duif op den Verlosser neder. En de eeuwige Vader deed deze godspraak hooren : „Dit is mijn welbeminde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb genomen; hoort hem.quot; (4) Helaas, dit heilig Hart, de vreugde des Hemels, dit Hart dat de Engelen en de Heiligen aanbidden, wordt alleen niet gekend noch bemind dooiden mensch. De mensch, die zoo dierbaar aan dat Hart is; de mensch, dien het zoozeer be-

(\') Ornnis gloria ejus filiao regis ab intus. (PS. XLIV).

(2) Sapientia sedificavit sibi domum (Spreuken IX.)

(\') Spiritus Domini super me, propter quod unxit me. (Luc. iv.)

C) Hic est Filius meus dilcctus in quo mihi bene complaoui. (Matth. xvn.)

-ocr page 194-

NIEUWE MAAND

mind heeft; de mensch voor wien het zooveel geleden heeft, in hem vindt het slechts koelheid en onverschilligheid. O mijn\' Jesus ! wat ziet gij in mijn hart? Kan ik u met waarheid zeggen: Ja, Heer, gij weet dat ik u bemin. Tu seis quia amo te (Joan.

XXI.).

II. Jesus wil ons deelgenooten maken van zijne schoonheid. — De glans en de schoonheid van Jesus moeten u worden medegedeeld. Is hij de Zoon Gods door de- natuur, gij zijt zijn kind door aanneming. De genade, die in het hoofd schittert, en de glorie, waarmede Hij gekroond is, moeten op zijne ledematen afstralen. (l) Van de schoonheid en de beminnelijkheden zijns Harten wil hij u deelgenoot maken; Jesus begeert, dat de deugd in u met al hare bekoorlijkheid bekleed worde, en dat gij zooveel mogelijk Hem gelijken zult. Ook van u moet de eeuwige Vader in zekeren zin kunnen zeggen: Hic est films meus dilectus, in quo mihi bene compla-cui: Dit is mijn welbeminde zoon, in wien

(\') Signatum est super nos lumen vultus tui, Domine: dedisti laetitiam in corde meo. (Ps. iv.)

186

-ocr page 195-

VAN .HET HEILIG HART VAN JESUS. 187

Ik mijn welbehagen heb genomen. Van u eindelijk wil de Heilige Geest zijn tempel en zijn heiligdom maken ; gij hebt Hem voornamelijk ontvangen op den dag van uw Heilig Vormsel, en hij verlangt er naar, u zijne kostbaarste gaven overvloedig meê te deelen. O gelukkig het hart dat de troon van de Allerheiligste Drievuldigheid moet zijn, en waarin de drie goddelijke Personen zich gewaardigen te wonen ! Gelukkig dit hart, bestemd om den Heer voor de ondankbaarheid der menschen schadeloos te stellen! Gelukkig dit hart, waarin God zgne genade des te overvloediger wil uitstorten, daar de meeste Christenen weigeren die te ontvangen! Christenzielen, schat gij uw geluk hoog genoeg? weet gij uw voordeel te doen met de goddelijke vrijgevigheid? Ach, kendet gij de gave Gods! Si scires clonum Dei!

Hl. Wij moeten zeiven de trekken van Jesus-Christus teruggeven, en den menschen ten voorbeeld strekken. — Het is niet genoeg de schoonheid van Jesus-Christus in u na te volgen, gij moet u ook beijveren om diqn bcminneli/ken Verlosser té doen

-ocr page 196-

188 nieuwe maand

kennen, beminnen en dienen. Gij moet rondom u den goeden geur zijner deugden verspreiden, en over degenen, die u omringen, de lichtstralen doen terugkaatsen, welke uitgaan van die goddelijke zon der geesten en dei-harten: „Gijlieden,quot; zegt hij aan zijne Apostelen, ,sfjt het licht der wereld: Vos estis lux mundi. (Matth. v.) Schittert als flonkerende sterren te midden der wereld,quot; roept de heilige Paulus uit, „gij die het woord des levens ontvangen hebt en bezit.quot; (1) Dat de deugd zich in u toone, verrijkt met al de aanlokselen, die geschikt zijn om haar beminnelijk te maken. ,.. Dat uwe woorden zacht en liefderijk zijn; dat uw aangezicht opgeruimdheid toone en den vrede en de vreugde doe uitschitteren, welke gij inwendig geniet;, dat uwe manieren beminnelijk en wellevend zijn; dat de bevalligheid op uwe lippen zweve: Diffusa est gratia in labiis tuis (Ps. xliv.) In één woord, dat uw licht mik een glans verspreide, dat de menschen uw gedrag ziende, er toe gebracht

(\') Lucote sicut luminavia in mundo, verbum yitae continentes. (Philip, n.)

-ocr page 197-

Van het heilig hakt van .iesüs. 189

worden om -uw hcmdschen Vader té ver-heerlijken. (Matth. v.) O, hoeveel vrome lieden maken anderen afkeerig van de devotie door hun slecht humeur, de droogheid en ruwheid van hun toon, hun gestreng uiterlijk, hun verdrietig gelaat, hunne terugstoo-tende manieren ! Hoe weinigen zijn er, die de godsvrucht weten te doen eerbiedigen door degenen, die haar niet beoefenen! Onderzoek «i omtrent dit gewichtig punt; zie wat gij te veranderen hebt in uw uiterlijk, in uwe manieren, in uwe woorden. Maar indien gij het uiterlijk degelijk wilt volmaken, denk er dan aan, om het innerlijk te hervormen. De gevoelens des harten teekenen zich natuurlijk af in de uitdrukking van het gelaat, in de woorden, in den omgang. Wilt gij dus Jesus in zijn uiterlijk navolgen, volg eerst de gevoelens van zijn aanbiddelijk Hart, en vooral zijne zachtmoedigheid en zijne goedheid.

Gebed.—O Josus, beminnelijke Vovlosser, biz. C8.

Lezing. — Navolging van Jesus-Chriatus, bock IV, h. xn.

-ocr page 198-

nieuwe Maand

ACHTTIENDE DAG.

Jesus\' achttiende levensjaar. .

vrede des harten van jesus.

I. .Prceludium. Dit is de leeftijd, waarop de jeugd, door den storm der hartstoch(^n geslingerd dikwjjls de onschuld en daardoor den vrede des gewetens verliest, die daarvan do eerste belooning is.

II. Prceludium. Bid Jesus-Christus om dezen vrede, die alle gevoel overtreft, die een van de vruchten des Heiligen Geestes is, hecht in uw hart te vestigen. Pax Dei qua; exsu-perat omnem sensum, custodialcordavestra et inteüigentias uestras (Philip iv).

Vrede van Jesus. — 1. In zijn sterfelijk leven. — II. In do Eucharistie. — III. Voorwaarden om dien vrede te genieten.

I. In zijn sterf dijk leven. „De vrede,quot; zegt de heilige Augustinus, „is de kalmte in de ovde; Pax est iranquillitas ordinis.quot; Overal waar de orde heerscht, bestaat de

190

-ocr page 199-

VAN HEt HElLlCt HART VAN JESÜS. 191

vrede; en dewijl Jesus\' Hart volmaakt geregeld is, geniet Hij een onverstoorbaren vrede» Zie dezen goddelijken Verlosser in den schoot zijner Moeder; Hij is in vrede ; het heelal is in beweging, en iedereen haast zich, om zich ter bestemder plaatse te laten inschreven, ten einde voldoening te geven aan de ijdelheid eens vorsten. Maria en Joseph doen de reis naar Bethlehem ; het goddelijk Kind is rustig. Herodes wil Hem doen sterven, Hij slaapt gerust en laat aan zijne heilige Moeder en zijn voedstervader de zorg van hetgeen Hem betreft. In de dagen van zijn openbaar leven willen door hartstocht verblinde menschen Hem van een stellen berg werpen. Jesus gaat, zonder zich te ontstellen, te midden zijner vijanden door, en kalm, onverstoorbaar, onttrekt Hij zich zonder haast aan hunne woede (\').

Wat zullen wij zeggen van zijn vrede te midden van den smaad en de pijnen van zijn bitter lijden ? O smarten, vernederingen ! gij kuntHem bestormen, Jesus duchtu niet, Jesus

(\') Ipse autem transionH per medium illorum ibat. (Luc. iv).

-ocr page 200-

NIEUW li MAAUl)

vreest niets, Jesus verlangt niets. Zijn Hart is volkomen onderworpen aan den wil zijns Vaders; vereenigd met den goddelijken Persoon, en Dengene bezittende, die zijn einde is, geniet dit aanbiddelijk Hart een grooten vrede, een voortdurenden vrede: vrede te midden van een oneindige bedrijvigheid, en ondanks de meest verscheiden en onveranderlijke handelingen ; vrede ondanks het grootste lijden ; vrede te midden der hevigste vervolgingen; vrede in het geweldigste lijden; vrede in de onbegrijpelijkste beproevingen: Mijn God! mijn God! waarom hebt gij mij verlaten (Matth. xxvn.) — Mijn Vader, indien het mogelijk is laat deze kelk van mij voorbijgaan! Nochtans niet, gelijk ik wü, maar gelijk Gij wilt. (Matth. xxvi.) Indien Jesus eenige ontroering ondervindt, dan is het, omdat hij dit wil; hij ontroert zich zei-. ven, turbavit seipsum. (Joan. n). In Hem volgt de hartstocht de rede, gehoorzaamt hem en voorkomt hem niet gelijk in ons ; Hij blijft onderworpen en binnen de Hem aangewezen grenzen. Ziedaar Jesus\' Hart gedurende zijn sterfelijk leven: Deus in

-ocr page 201-

van het heilig iiaut van .tesus. 193

medio ejus, non commovébitur (Ps. xlv.) Een blik op het uwe ... Zijt gij niet in een aanhoudende gejaagdheid, veroorzaakt en onderhouden door uwe hartstochten, uwe begeerten en uwe vreezen?

11. In de Eucharistie. Bewonder nu dit aanbiddelijk Hart in het heilig Sacrament. Hier wederom, welk een vrede! Tevergeefs bewegen zich de schepselen onrustig rondom hem, worden de rijken geschokt, storten de troonen ineen, zijn de volken met elkander in strijd. Alles in de zedelijke en in de stoffe-lijke wereld is onderworpen aan verandering ; Jesus alleen is altijd dezelfde en geniet een onverstoorbaren vrede. Zijn Hart is altijd bezield door dezelfde liefde, niets kan den eeuwigen vrede verstoren, dien Hij geniet en waaraan Hij wenscht ons deelgenooten te maken ; want in dit Heilig Hart moeten de gejaagde, ongeruste en ontroerde harten vertrouwen gaan putten en kalmte zoeken. Uit Jesus\' Hart vloeit de stroom van vrede,

(\') Tu autem idem ipso es; et anni tui non de-flcions, ümnes sicut vcstimentum votorascent (Hebr. i.)

13

-ocr page 202-

NIEUWE MAAND

die de vreugde brengt in de geheele heilige stad! Daarom wordt dit Sacrament het Sacrament van den vrede genoemd; en wenscht de priester dien in het heilig Misoffer bijzonder aan al de aanwezigen: Pax Domini sit semper vobiscum, Hij vraagt dien op bijzondere wijze voor de-geheele Kerk. Heere Jesus, die aan mve Apostelen gezegd helt: Ik laat u mijn vrede, Ik geef ii mijn vrede, sla geen acht op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en gewaardig haar te bevredigen. Diep bedroefde ziel aan den voet der altaren, in het heilig offer vooral zult gij den moed, den troost en de vreugde terugvinden. Begeef u tot Jesus\' Hart; Hij is de God des vredes. Hij zal u dien teruggeven.

Hl. Voorwaarden om dien vrede te genieten. Maar indien gij wilt, dat hij degelijk, duurzaam, volmaakt zij, moet gij dit goddelijk Hart navolgen door uwe gedachten, uwe genegenheden, uwe daden volgens den god-delijken wil te regelen. Waarom komt de ontroering zoo dikwijls in uwe ziel? Misschien zijt gij niet getrouw genoeg om uw

194

-ocr page 203-

VAN HET HEILIG HAKT VAN .JESfS. 195

verschillende plichten te vervullen, om de ingevingen der genade te volgen; gij zijt uwe hartstochten niet meester, vooral niet den toorn en den hoogmoed. De vrede is de vrucht van de zachtmoedigheid en de nederigheid. Leert van mij, dat Ik zachtmoedig en nederig van harte hen, en gij zult de rust uwer zielen vinden, heeft Jesus-Christus ons gezegd. Wil men den vrede genieten, dan moet men zgn hartstochten niet inwilligen, maar ze overwinnen en ten onder brengen. Men moet zijn geest en zijn hart niet op-avontuur laten ronddolen, maar ze regelen en met wisheid besturen. Wacht u voor gehaastheid, voor een natuurlijke buitensporige bedrijvigheid ; want die grenst aan ongeduld. Doe alles op zijn tijd en met de meest mogelijke zorg. Gij zult altijd vroeg genoeg geëindigd hebben, mits gij hetgeen gij verricht hebt, met gepaste volmaaktheid hebt gedaan : Multum facit qui rem bene facit (Navolging). Eindelijk, indien gij een grooten vrede wilt genieten, zoek dan God alleen, en heb bij al uwe handelingen geen andere meening dan die van Hem te behagen. Vermijd om

-ocr page 204-

nieuwe maanb.

u te mengen in zaken, welke u niet aangaan. Stel alle menschelijke en natuurlijke verlangens of vreezen ter zijde. 0 overheerlijke vrede boven alle gevoel, en die ons reeds in dit leven Gods bezit doet genieten 1 vrede, die den geest des gebeds, het inwendige leven onderhoudt, wees mijn deel! In Jesus\' Hart zal ik in vrede slapen en rusten. (!) Gebed. — Jesus, beminnelijke Verlosser, biz. G8. Lezing. Navolging van Jesus-Chrishis, boek in, h. xxiii; boek n, h m,

NEGENTIENDE DAG.

Jesus\' negentiende levensjaar.

leven van begeerten van jesus* iiakt.

1. Prceludium Stel u den goddelijken Verlosser voor in het huisje van Nazareth, geknield, de oogen ten hemel verheven, aan zijn goddelijken Vader, in de stilte van den nacht, zijne

O In pace in idipsum dormiam etrequiesoam. (Ps. iv.)

196

-ocr page 205-

VAN HET HETfilG HART VAN JESl\'S. 197

verlangens en gebeden voor het heil der men-schen opdragende.

11. Pradudiuni. Aanbiddelijk Hart van Jesus, deel mij uwe gevoelens mede; Heer, leer mij bidden: Domine, doce nos orare (Luc. xi.)

I. Jesus. heeft verlangd de glorie zijns Vaders — II. Het heil der raenschen. — III. Het lijden, dat het middel is om beide te verkrijgen.

I. Jesus heeft de verheerlijking zijns he-melschen Vaders verlangd. — Het verlangen is als de kreet der liefde. Jesus\' Hart heeft niet opgehouden te verlangen, omdat Hij niet heeft opgehouden te beminnen. O ! hoe komt het Hem in de eerste plaats toe, om dit bewonderenswaardig gebed te bidden : Pater noster, qui es in ccelis, sancüficetur nomen tuum, adveniat regnum tuum (Matth. vi.) „Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam, laat toekomen uw Rijkquot;.... Jesus is waarlijk de man van verlangens, vir desideriorum. (Dan. iv.) Hij alleen, God kennende en beminnende, gelijk Hij verdient gekend en bemind te worden, kon op gepaste wijze verlangen, dat Hij gekend, bemind, aangebeden werd door al de

-ocr page 206-

NIEUWE MAAND

menschen ...; Hg alleen kon al het kwaad begrijpen, dat er in het vergeten, in het beleedigen van God gelegen is. Daarom hield de Verlosser der wereld, van het eenige oogen-blik zijner menschwording tot zijn laatsten ademtocht, niet op te verrichten, te verlangen, te bidden ....

Wat doet Hij nu nog in de heilige Eucharistie ? Hij verlangt, Hij vraagt, dat Gods rijk gevestigd worde, Hij deelt aan de Heiligen de verlangens mede, waarmede zij bezield zgn. De liefde, waarvan zij branden, hebben zij in zijn Hart geput; aan dat goddelijk vuur hebben zij het vuur ontstoken, dat hen verteert.... Deelt gij dien heiligen ijver? Is uw leven een leven van verlangens, van gebed ? Zijt gij gevoelig voor Gods glorie, voor de beleedigingen, welke Hem worden aangedaan ? Ach! Heer, wat zie ik in mijn hart? Vele verlangens, maar waarvan niet Gij het voorwerp zijt. Mijn hart is steeds naar de aarde gekeerd. Goede naam, achting der menschen, ijdele genietingen, beuzelingen — zijn het niet deze zaken, die mij bezig houden ? Dit bewijst; dat ik dit alles

198

-ocr page 207-

VAN HET HEILIG HART VAN .IBSÜS. 199

bemin ; want er staat geschreven, dat daar waar onze schat is, zich ook ons hart bevindt. Maar zal dit altoos zoo zijn? Neen, Heer, ik wil voortaan de ware goederen verlangen, vragen; het Hart van Jesus zal mijn regel zijn ... Hoc sentite in vóbis quod et in Christo Jesu (Philip, n.)

II. Jesus heeft de zaligheid der mensehen verlangd. — Wie zou kunnen zeggen, hoe vurig, oprecht en aanhoudend dit verlangen was ? Onophoudelijk had Hij hun onmetelijke behoeften, hun uitersten nood voor oogen. Hij beminde hen met eene oneindige liefde ; moest Hij niet hun geluk verlangen ? O! wel op Hem zijn voorzeker van toepassing de woorden van den profeet Jere-mias : Hic est fratrnm amator et popidi Israel: hie est qui mul turn orat pro populo et universa sancta civitate. (Maeh. xiv.) Ja, deze is het, die zijne broeders bemint, en die veel bidt voor dit volk en de heilige stad. Jesus\' Hart heeft mijne volmaaktheid verlangd en verlangt die nog ; Hij zegt tot mij uit de verborgenheid van het tabernakel, wat Hij van de hoogte des kruises ge-

-ocr page 208-

nieuwe maand

zegd heeft: Sitto: Ik héb dorst! O mijne ziel, hebt gij dien liefde vollen kreet van uwen Verlosser gehoord ? en als gij hem gehoord hebt, zijt gij dan daardoor getroffen geworden ? Zoudt gij Hem op uwe beurt in waarheid kunnen zeggen : Mijne ziel verzucht naar U, o mijn God! en mijn vleesch zelf heeft dorst naar U C1)! Ja, mijne ziel verlangt naar U, o sterke en levende God (8). En wat zou ik buiten U kunnen wenschen ? Wat is er in den hemel en op de aarde, dat mijne liefde waardig is ? Drie dingen verwonderen mij en doen mij verbaasd staan ; het eerste, dat Gij mij wel hebt willen beminnen, mij die alleen verachting en haat waardig ben; het tweede, dat Gij begeert door mij bemind te warden, die niets tot uw geluk kan bijbrengen ; het derde, dat, ondanks uwe oneindige goedheid, ik TJ nog niet van gan-scher harte liefheb. O God, bewijs mij deze genade, en dat ik met Uwen profeet moge

(\') Sitivit in te anima mea, quam multiplicitor tibi oaro mea. (Ps. lxii).

(2) Sitivit anima mea ad Deum fortem, vivum. (Ps. lxii).

200

-ocr page 209-

van het heilig hart van jesüs. 201

zeggen : „ Gedurende den nacht heeft mijne ziel ü begeerd, en van den morgen af heeft mijn hart zich naar ü gekeerd.quot; (1) O Jesus, moge het zoo wezen.

III. Jesus wist dat zijn lijden en dood noodzakelijk waren om zijn Vader te verheerlijken en do menschen te verlossen; daaruit ontstond in hem een derde verlangen: dat om zich op te offeren. „Ik moet,quot; zeide Hij, „door een bad (van bloed) gedoopt worden ; o! hoe verlang Ik het in mij vervuld te zien!quot; (2) Hoor verder: „Ik heb vurig verlang dit Paschen vóór mijn lijden met u te eten.quot; (3) Die beminnelijke Verlosser wist, dat Hij alleen door het lijden en het kruis aan de gerechtigheid zijns Vaders kon voldoen, zijn toorn ontwapenen, de menschen verlossen en zijne glorie binnengaan: en daarom

(\') Anima mea desideravit to in nocto, scd et spiritu meo in praecordiis meis, do mane vigilabo ad te (Is. xxvi.).

(2) Baptismo haboo baptizari, et quoraodo co-arctor usque dum perficiatur! (Luc. xii.)

(3) Desiderio desidoravl hoe pascha manducare vobiscum, antequam patiar. (Luo. xxu.)

-ocr page 210-

NIEUWE MAAND

202

verzuchtte Hij, naar het uur van zijn offer... Gij weet dat gij niet tot de volmaaktheid zult geraken, dat gij niet werkdadig zult arbeiden om de zielen zalig te maken dan door de zelfverloochening... . , gij verlangt het doel, en gij wilt de middelen niet gebruiken ...., gij verlangt de overwinning, en gij vlucht den strijd ... ., gij verlangt de heiligheid, en gij wilt niet met de zonde breken... Is dit geen zelfbedrog ? Overweeg of gij, gelijk Jesus, een man van verlangens .... een man van gebed zijt. Gij zult het zijn, indien gij God waarlijk bemint, indien de zaligheid van uw evennaaste u ter harte gaat, indien gij de volmaaktheid wilt verkrijgen; want daar, waar de liefde woont, woont ook bet verlangen; de toetssteen der ware verlangens is de practijk. Er zijn verlangens die dooden, desideria occidunt pigrum (Spreuken xxi), het zijn de onwerkzame verlangens. Er zijn verlangens die het leven geven en de ziel tot de volmaaktheid geleiden; Beati qui csuriunt et sitiunt justitiam, quoniam ipsi satura-buntur (Matth. v.). Zegen den Heer, indien

-ocr page 211-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 203

deze heilige verlangens u bezielen, en zoo gij gedrongen wordt door dien lieilzamen honger en dorst.

Gebed. — O Jesus, beminnolijko Zaligmaker, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus,hoek vi, h. xiv.

TWINTIGSTE DAG.

Jesns twintigste levensjaar.

VUUBORGEN LEVEN VAN JESUS\' HART.

I. Prceludium. Stol u Jesus voor ondor zijn volk en zijn nabestaanden wonende, zonder voor God herkend te worden, en zonder een enkele der eerbewijzingen te ontvangen, welke Hem verschuldigd waren. Medius vest rum stetit quem vos nescitis. (Joan, r.)

II. Prceludium. Vraag Hem de genade om, naar zijn voorbeeld, op aarde te leven, vergeten dooide menschen en bekend bij God alleen.

Verborgen leven ; I üp de aarde. — 11. In de Eucharistie — III. In de Kerk en in zijne heiligen.

I. Jesus leefde in de wereld, maar oribe-

-ocr page 212-

NIKUWB MAAND

204

kend hy de wereld. „Hij is in uw midden,quot; zeide de H. Jóannes de Dooper aan de Joden, „ en gij kent Hem niet: Medius vestnmi stetit quem vos nescitis.\'\'1 Hij is onder de zijnen gekomen, zegt de welbeminde Apostel, en de zijnen hebben Hem niet ontvangen; In propria venit, et sui\' cum non receperunt (Joan. i.). Jesus leefde in de wereld, maar onthecht aan de wereld en al wat zij in zich bevat; dood voor de wereld, die hem niets dan afgrijzen inboezemde en zoo dikwijls zijn banvloek over zich deed nederdalen; Fee mundo! (Matth. xvn.) Jesus leefde in de wereld, maar veracht door de wereld, verworpen door de wereld, vervolgd door de wereld. En toch was Hij de Zoon Gods. . . Oneindig wijs, oneindig machtig zijnde, zou het Hem gemakkelijk geweest zijn de bewondering van het heelal voor zich te winnen... Hij gaf de voorkeur aan de duisternis van een verborgen leven. ... Kind Gods, zijt gij niet belust op de achting der menschen ? . ... Zoekt gij niet om over u te doen spreien ? ... . Droomt gij niet van een schitterenden staat?.... Zijt gij

-ocr page 213-

VAN UET HEILIG HART VAN JESUS. 205

waarlijk onthecht aan de schepselen en de ijdele eerbewijzen dezer aarde ? . . . . Zijt gij, met den Apostel, voor de wereld gekruisigd, en is de wereld voor U een voorwerp van verachting en afgrijzen ? Mild mimdus cru-cifixiis est, et ego mimdo (Galat. vi.). Ach 1 beschouw het Hart van uwen Verlosser; Hij schept behagen in die onbekendheid, Hij bemint het verborgen leven, Hij maakt zijn geneugten uit den nederigen staat, die hem aan de eerbewijzen en aan de achting doet ontkomen .... „ Gij zijt dood,quot; schreef do Apostel aan de eerste geloovigen, „dood voor al het geschapene: Mortui estis.quot; (Col. m.) Gedraagt u dan als dooden, ongevoelig voor hetgeen hier beneden gebeurt, onverschillig voor de goederen en de kwalen van dit voorbijgaand leven, vreemdelingen op deze aarde. .. . Mortui estis! Kernachtige uitdrukking .... Maar wat ben ik nog ver van het geen zij beteekent!

II. Jesus leeft in de heilige Eucharistie. — Maar ook hier is zijn leven verborgen en on-hehend. Vooreerst, weinig personen zijn bezield met een levendig geloof voor het Heilig

-ocr page 214-

nieuwe maand

Sacrament, en weten aan den Verlosser, in de Eucharistie tegenwoordig, de eerbewijzen, de liefde en de dankbaarheid te be-toonen Hem voor zulk eene groote weldaad verschuldigd? Zou men niet met reden aan het grootste getal Christenen kunnen zeggen: „Daar is er een onder u, dien gij niet kent: Medius vestrum stctit quein vos ncscitis. Wie zijn het, die het geluk weten te waardeeren dat zij bezitten, om Hem te kunnen bezoeken, om met Hem te spreken, om Hem hunne geestelijke zaken toe te vertrouwen, om zijn zegen te ontvangen, om zijn offer bij te wonen, om zich met zijn goddelijk vleesch te voeden ? .... Ach ! Heer, Gij zijt wel de verborgen God! Vere hl es Deus absconditus, Deus Israel salvator. (Is. xli.) Weet gij het ten minste te erkennen, gij, dien Hij met zooveel genaden overladen heeft, gij, aan wien Hij zich zoo dikwerf schenkt? Zoudt gij Hem niet dagelijks een kort bezoek kunnen brengen ? Zoudt gij niet regelmatiger het hoogheilig Misoffer kunnen bijwonen ?

III. Jesus leeft in de Kerk door zijne hei-

206

-ocr page 215-

VAN HET HBIUG HART VAN JESUS. 207

ligheid, zijne onfeilbaarheid, zijne goddelijke macht en zijne oneindige goedheid. — Dagelijks werkt Hij in haar en door haar de verbazendste wonderen; maar het lichaam moest het lot deelen van het hoofd. Het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Jesus Christus wordt miskend, geloochend, vervolgd, gelasterd in zijn kerk. Zijn Hart is de brandoven van waar de lichtstralen uitgaan, die de Kerk verlichten en vruchtbaar maken ; Hij is de bron, waaruit al de genaden vloeien, die haar levendig maken ; Hij is de kostbare wortel, waaruit al de deugden opschieten; Hij is de onzichtbare band, die de geloovigen onderling en met God verbindt. Maar wie denkt aan die wonderen ? wie kent ze ? wie zegent daarvoor den Zaligmaker Jesus ? Ook hier kan men met het volste recht zeggen; O Jesus! Gij zijt een verborgen God. Ten minste, o mijn God, zal ik U weten te ontdekken, te danken, te aanbidden, te beminnen. Maar dit is niet, genoeg: Jesus wil een verborgen leven leiden in zijne ledematen en in u in

-ocr page 216-

nieuwe Maand

het bijzonder ; Hij wil, dat zijne vrienden op deze aarde zijn lot deelen, om eenmaal deelgenoot en te zijn van zijne glorie. „Zij moeten met Hem sterven, om met Hem te leven,\'\'\'\' zegt de Apostel.

Zij ook moeten miskend, vervolgd, veracht worden door de menschen, beschouwd als het uitvaagsel der wereld, een voorwerp van walging en afgrijzen (\'). Hun verdienst-vol leven schijnt der wereld een dwaasheid; Vit am illorum cestimahamus insaniam; hun heldhaftigste deugden worden voor belachelijke kleingeestigheid gehouden; men beschuldigt van laagheid wat het edelste en en het verhevenste is (2). Hun dood is dikwijls zonder glans of roem (3). Maar God kent hen, acht en bemint hen; Hij verheft hen tot de waardigheid van zijne kinderen ; Hij plaatst hen onder het getal zijner heili-

(\') Tanqunm purgamenta hujus mundi facti su-mus, omnium\' poïipsema usque adhuc. (1. Cor. iv.)

(2) Hi sunt quos habuimus aliquando in deri-sum ot in similitudinem improperii. (Sap. iv.)

(3) Videbunt populi flnem sapientis, ot non intelligent quid cogitavei\'it de illo Deus. (Sap. iv.)

208

-ocr page 217-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 209

gen. (1) O! hoeveel wonderen zal de jongste dag aan de menschen openbaren! .. . . Dit nederig leven wordt niet gewaardeerd, niet beoefend. .. ., en toch is dit het ware leven, het leven van Jesus-Christus, het in God verborgen leven. (2) Hoevelen offeren de wezenlijkheid op aan den schijn, het innerlijke aan het uiterlijke, de ziel der heiligheid aan hetgeen daarvan slechts de schaduw en het lichaam is! Ach I dat dit ongeluk u niet overkome! Leef daarom met Jesus-Christus het verborgen leven van zijn aanbiddelijk Hart. Heb de onbekendheid lief; wel verre van de achting der menschen te zoeken, wees gaarne vergeten en onbekend bij hen.

Gebed. — O Jesus, beminnclijko Verlosser, bl.68.

Lezing. — Navolginy van Jesus-Christus, boek i, h. xx.

(■) Ecce quomodo computati sunt inter filios Dei, et inter sanotos sors illorum. (Sap. v.)

(*) Vita vostra abscondita ost cum Christo in Deo. (Col. in.)

14

-ocr page 218-

210

EEN EN TWINTIGSTE DAG.

Jesus\' een en twintigste levensjaar.

GODDKL1.IK LEVEN VAN JESDS\' IJBILIG HART.

I. Produdium. Stel u Jesus op (lion leeftijd voor, met Joseph werkende. Niets onderscheidde Hem uitwendig; maar zjjn werk was goddelijk, zijr leven was goddelijk, en onder den gewonen schijn, handelde do verborgen Godheid.

II. Prceludium. Bid dien aanbiddelijken Meester, dat Hij zijn verblijf in u neemt en u zijn leven doet leiden, een leven even kostbaar in Gods oog als weinig gekend door do menschen.

I. Jesus\' Hart leeft van God. — II. In God. — 111. Voor God.

I. Jesus leeft van God. — In de Godheid zelve put Jesus\' Hart het leven, de heiligheid en al de deugden, welke wij in hem bewonderen; want. God is de oneindige bron van alle leven ; daarom wordt Hij de levende God genoemd, in onderscheiding van al wat geschapen is, dat, daar het slechts een geleend leven heeft, ook geen leven bezit waarover het

-ocr page 219-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 211

geheel kan beschikken. Als God is hij voortgebracht door den Vader, hij is God van God, Deus de Deo; als mensch ontvangt hij al wat hij bezit van de heilige Drievuldigheid. Hij blijft dan ook in een geheele, volmaakte en aanhoudende afhankelijkheid van de Godheid ; in dien zin zegt hij ons zelf, dat de Vader grooter is dan hij; Pater major me est (Joan. xiv). Wilt gij weten, hoe ver die afhankelijkheid gaat ? Hoor, wat hij ons zelf leert : , Ik oordeel naar hetgeen ik hoor : Sicut audio judico (Joan. v). Mijne leer is niet de mijne, maar van Dengene, die mij gezonden heeft. (1) Wat ik van Den-gene, die mij gezonden heeft, geleerd heb, dat onderwijs ik.quot; (2) Ziedaar de afhankelijkheid, waarin Jesus\' Hart zich onafgebroken met betrekking tot de Godheid heeft be-waard.; ziedaar, hoe groot zijne gehoorzaamheid was. Maar gij zijt aan dat goddelijk Hart verschuldigd wat hij zelf aan God

C1) Mea doctrina nou est tnoa, sod ejus qui mi-sit me. (Joan, vir.)

(2) Ego qua! audivi ab eo, hsec loquor in mun-do. (Joan, vm.)

-ocr page 220-

NIEUWE MAAND

zijn Vader verschuldigd is. Van Jesus-Chris-tus hebt gij het leven ontvangen, door hem zijt gij kinderen Gods geworden, gij zijt zijne ledematen, gij zijt ranken van dien geheim-zinnigen wijnstok : Ego sum vitis, vos pal-mitcs (Joan, xv); gij moet dus te zijnen opzichte in dezelfde afhankelijkheid blijven als het lid ten opzichte van het hoofd, en de takken ten opzichte van den boom; naardien goddelijken Meester, tot uw hart sprekende, moet gij luisteren, hem raadplegen, zijn ingevingen volgen, kortom zijn leven leven, dewijl hij het u wil mededeelen: Ego veni ut vitam haheant (Joan. x). Doet gij dit?

II. Jesus\' Hart is onophoudelijlc innig verhonden met de Godheid en als inhaar verslonden. Als God is Jesus-Christus in den Vader, en de Vader is in hem: Ego in Patre, et Pater in me est (Joan. x). Dit onuitsprekelijk en geheimzinnig wederkeerig verblijven der goddelijke personen in elkander herhaalt zich in gepaste verhoudingen tus-schen de heilige menschheid des Verlossers en de Godheid. . .. God is in den mensch, en de mensch is in God; God behoort aan den

212

-ocr page 221-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESÜS. 213

mensch, en de mensch behoort aan God, ofschoon op zeer verschillende wijze. Daarom is alles, om zoo te zeggen, onder elkander gemeen. In den Vader vindt de Zoon het beginsel en den regel zijner handelingen. (1) Getrouwe ziel, ziedaar het verheven model, dat gij moet navolgen. Gelijk Jesus aan den Vader toebehoort, behoort gij aan Jesus-Christus toe: Fos autem Christi, Christus nutem Dei (I Cor. in); gij blijft in hem, en hij blijft in u, gelijk de tak in den boom en de boom in den tak blijft dien hij doet leven; ziedaar de voorwaarde van uw bestaan eu van uwe vruchtbaarheid. (4) Gij behoort niet meer aan u zei ven, maar aan Jesus-Christus; Hij moet dus in u leven, handelen, denken, beminnen, dat wil zeggen: u, door zijne genade, zijn goddelijk leven en zijne aanbiddelijke gevoelens mededeelen. Zijn Hart moet

(\') Non potest Filius a se faeere quidquam, nisi quod viderit Patrem facientom. (Joan, v )

(2) Manete in me, et ego in vobis : sicut palmes non potest ferre fructum a semetipso, nisi man-serit in vite, sic nee vos nisi in me manseritis (Joan xv.)

-ocr page 222-

NIEUWE MAAUD

heerschen over het uwe. 0 heilige heerschappij ! o gelukkige slavernij! o kostbare afhankelijkheid! Maar zijt gij getrouw om u door Jesus-Christus te laten besturen, gelijk deze goddelijke Meester zich liet besturen door den Heiligen-Geest: Agebatar a Spiritu (Luc. iv). Is hij het waarlijk, die u in uwe handelingen bestuurt ? Is het niet integendeel de natuur, de sleur, de geest der wereld, de hartstocht?

III. Jesus\' Hart leeft alleen voor God. — ■ Dit leert de Verlosser zelf ons door deze woorden: „Gel ijker wijs mij de levende Vader gezonden heeft, leef ook ik door den Vader (\'); als zeide Hij; „De glorie mijns Vaders is het eenige einddoel, waartoe ik alles breng; dit zoek ik; mijne woorden, mijne daden, mijn lijden, mijn offer hebben geen ander doel.quot; Zóó moet\' de Christenziel voor den goddelijken Verlosser doen. „Hij, die mijn vleesch eet, zegt hij ons, zal door mij leven: qui manducat me, et ipse vivet propter rie (Joan. vi). Dewijl wij van hem het leven

(\') Sicut misit me vivens Pater, et ego vivo propter Pat rem (Joan. vi).

214

-ocr page 223-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 215

ontvanyen hébben, dewijl wij aan hem toe-behooren, is het immers billijk, dat wij ons tot hem terugbrengen. Is het niet billiik, dat wij de glorie van alle goed tot hem doen terugkeeren, dewijl alle goed van hem voortkomt? En dewijl hij het beginsel van al onze daden in de bovennatuurlijke orde is, moet hij ook ons doel zgn. Jesus-Christus verheerlijken, hem doen kennen, beminnen, dienen, zijn aanbiddelijk Hart doen kennen en beminnen — ziedaar de edele taak, die ons is opgelegd . . . Dit geheel beminnelijk Hart leeft van God, in God, voor God, en wij, levende ledematen van Jesus-Christus, moeten van hem, in hem en voor hem leven. O! wanneer zullen wij in waarheid kunnen zeggen: MiM vivere Christus est! (Philip, i.) Jesus-Christus is mijn leven . . . Helaas! de oude mensch leeft nog in mij: Vivit adhuc in me vetus homo (Imit.).

Hij denkt daar, hij handelt daar. Tot wanneer, Heer, tot wanneer?... Uit God, niet uit vleesch en bloed, geboren zijnde, is het billijk, dat ik een leven mijns Vaders waardig leve. Qui non cx sanguinibus,

-ocr page 224-

NIEUWE MAAND

neque ex voluntate carnis, neque ex voluntate viri, secl ex Deo nati sunt (Joan. i).

Oebed. — O Jesus, beminnelijke Verlosser, bi. 08. Leziny. Navolging van Jesus-Christus. boek III, h. ix, x.

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. Jesus\' twee en twintigste levensjaar.

OVERGBVING VAN JESUS\' HART AAN DE LEIDING ZIJNS VADERS.

I. Prcéludium. Stel u Jesus voor zich bedaard bezig houdende met de stoffelijke werkzaamheden, die eigen zijn aan het nederig handwerk dat hij had gekozen, en in vrede het oogenblik afwachtend, door zijn Vader aangegeven om liet Evangelie te verkondigen.

II. Prcéludium. Vraag hem die volkomene en geheele onderwerping en die volmaakte overgeving van u zeiven, welke een levendig geloof in de goedheid en de voorzienigheid Gods geeft.

1. De grondslag van die ovorgeving is de Voorzienigheid. — II. Het voorbeeld van die over-

216

-ocr page 225-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 217

geving in Jesus-Christus. — II. Uitwerkselen, welke zij voortbrengt.

I. Grondslag van die overgeving. — Het leerstuk der Voorzienigheid. Onder de waarheden des geloofs is er schier geen gewichtiger en geschikter om \'smenschen hart te troosten dan het leerstuk der Voorzienigheid; daar zijn er weinige, welke onze Heer ons zoozeer heeft op het hart gedrukt. „Zie,quot; zegt hij ons, „de vogelen des hemels; zij zaaien niet, zij oogsten niet. .., en uw hemelsche Vader voedt ze.... Indien God zorg draagt, om een bloem te versieren, die slechts één dag duurt en bestemd is om in den oven te worden geworpen, hoeveel te meer zorg zal hij voor u dragen, kleingeloovigen! Al uwe haren zijn geteld; vreest dus niet; gij zijt immers meer waard dan de vogelen des hemels, en toch zal geen hunner ter aarde vallen zonder den wil van uw hemelschen Vader. Ik zeg het u, kinderen, hebt geen bekommering noch ongerustheid (Matth. vi).quot; O mensch! wat vreest ge? Is God niet uw koning, uw herder, uw vader ? En indien zijne Voorzienigheid zich in de natuurlijke orde uitstrekt tot de geringste

-ocr page 226-

218 NIEUWE MAAND

bijzonderlieden, zou hij dan onverschillig kunnen blijven voor al wat de bovennatuurlijke orde betreft? .... O, zoete en kostbare waarheid! O, onwankelbare grondslag van mijn vertrouwen! mijne belangen bevinden zich in de handen van den besten aller vaders .... Hij weet wat mij nuttig is, hii is almachtig om mij te ■ verschaffen wat goed voor mij is, en hij wil het omdat hii mij liefheeft: Scit, potest, vult; quid est quod timeamus? (St. Ign.) Laten wij hem dus begaan en, zeker van zijne liefde, ons voordeel doen met al wat hij ons overzendt, om hem te verheerlijken, vooral in tegenspoed, in de wederwaardigheden, in de kwalen dezes levens, in de teleurstellingen moeten wij ons deze waarheid herinneren. God komt tot ons langs allerlei wegen, hij geeft zich aan ons onder allerlei gedaanten, hij doet ons goed op allerlei wijzen .. • Ben ik daarvan goed doordrongen?

II. Voorbeeld, dat ons Jesus-Chrislus van die overgeving stelt. — Het was intusschen niet genoeg, dat deze waarheid ons onderwezen werd; Jesus-Christus heeft ons, door

-ocr page 227-

VAN HET HEILIG HART VAN .TESÜS. 219

zijn voorbeeld, de beoefening daarvan willen leeren, en ze ons in zijn eigen Hart laten lezen. Men kan zeggen, dat zijn geheele leven slechts een aanhoudende oefening is van overgeving aan den wil en de leiding van zijn hemelschen Vader. Hoeren wij, lioe hij zich uitdrukt door den mond van den koninklijken Profeet: „Reeds in den schoot mijner moeder heb ik mij op u verlaten, o mijn God! (!) In u heb ik mijn kracht, en mijn steun gezocht: In te confirmatus sum ex utero. Aan uwe liefde heb ik mijne belangen toevertrouwd: In manihus tuis sorles mece (Ps. xxx.) Deze gesteltenis vergezelde hem gedurende den ganschen loop zijns levens : .Ik ben,\'\' zegt hij, „een arme en een bedelaar, maar de Heer draagt zorg voor mij.quot; (^Eindelijk zijn laatste woord is nog een oefening van overgeving : „Mijn Vader,quot; zegt hij, „in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot;(3) Beschouw O) In te projectus sum ex utero ; de ventre matris me® Deus meus es tu (Ps. xxi).

{\'l) Ego mendicus sum et pauper, Dominus autem sollicitus est mei. (Ps. xxxix).

(\') Pater, in manus tuas commendo spiritum meum (Lue. xxm).

-ocr page 228-

NIEUWE MAAND

den goddelijken Verlosser zich op Maria en Joseph verlatende voor alles wat hem aangaat, hun de zorg gevende voor zijn voedsel, zijne woning, zijn leven zelf, toen een goddelooze koning hem zocht te dooden. Zie hem in de heilige Eucharistie ter beschikking gesteld van zijne priesters, zich latende brengen en geven aan wien het slechts verlangt; behandelen op de wijze gelijk men wil, aldus in een voortdurende beoefening van een geheele overgeving blijvende. O Jesus! welk voorbeeld stelt gij mij dagelijks voor oogen, en hoe luide veroordeelt gij de terughouding, welke ik tegenover u in acht neem! Gij geeft u aldus aan mij over. Heer, en ik vrees mij aan u over te geven !

III. Be uitwerkselen van die overgeving in ons. — Getrouwe ziel, wilt gij aan Jesus-Christus behagen ? Wijd u toe aan zijn Hart, geef u over aan zijne liefde, vertrouw hem uwe belangen toe. „Daar zijn weinig men-schen,quot; zegt de heilige Franciscus van Sales, „die tot die volkomen overgeving van zich zeiven aan God geraken; allen moeten even-

220

-ocr page 229-

VAN HET HEILIG HART VAN JBSDS. 221

wel daarnaar streven : 1(gt;. Deze staat onderstelt een volmaakte onverschilligheid, en dat men waarlijk niets beminne dan den godde-lijken wil. Gezondheid, ziekte, lijden, genietingen, alles moet hetzelfde zijn. Bekoringen, dorheden, droogheid, afkeer, weerzin, dat alles is niets. De overgeving van zich zeiven is de deugd der deugden, de bloem dei-liefde.quot; 2°. Die overgeving verzekert de gelijkheid van ziel, te midden van de verschillende gebeurtenissen des levens; hebben wij die niet, dan veranderen wij eiken dag, en zoo dikwijls als de zaken, welke betrekking tot ons hebben. 3°. Deze overgeving verzekert ook de volkomen vervulling van de inzichten van Godtenopzichtederziel. Men moet in zijne handen blijven in allerlei smarten, evenals de zieke in handen van den geneesheer. Indien gij het getouw, waarop de borduurwerker arbeidt, beweegt, dan kan hij niet nuttig en aanhoudend werken. O! hoe krachtig moet deze beschouwing zijn om ons steeds overgegeven te doen blijven. Laten wij God handelen, verstoren wij zijne plannen niet. Laten wij weten te wachten,

-ocr page 230-

NIEUWE MAAND

te hopen, te doen, te lijden, en herhalen wij steeds wat Abraham aan zijn zoon Isaac zeide: „Deus providehit (Gen. xxu). De Heer zal in alles voorzien.quot; Onderzoek van waar de bekommeringen en de smart, die u jagen en ontroeren, voortkomen. Vertrouw aan God de zorg toe van al wat u betreft, omdat hij zorg voor ons draagt, zegt de prins der Apostelen. (\')

Gebed. — O .lesus, beminnelijke Vevloaser, bl. C8.

Lcziny. — Navolrjing van Jcsus-Chrislus, boek 111, h. xix, xxiii.

DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

Jesus\' drie en twintigste levensjaar.

ZACHTMOEDIGHEID VAN JESUS\' HAKT.

I. Frceludium. Stel u den Zaligmaker Jesus voor vol zachtmoedigheid; de lieden, met welke hy in aanraking, kwam, met de grootste goedheid behandelende; vol

(\') Otnnom sollicitudinem vestram projiceintos in oum, quoniam ipsi oura est do vobis (I. Petr. v.)

222

-ocr page 231-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 223

voorkomendheid, inschikkelijkheid, toegevendheid voor allen.

11. Praeludium. Vraag aan dien godde-1 ijken Meester, die uithoofde zijner zachtmoedigheid lam heeft willen genoemd worden, om zijne gevoelens te mogen. deelen.

I. Zachtmoedigheid des harten. —■ II. Zachtmoedigheid in woorden. — III. Zachtmoedig-

C O

heid in zijn gedrag.

I. Jesus is zachtmoedig van harte. Hij zelf leert het ons: Discite a me quia mitis sum.... cor de. (Matth. xx.) In het hart immers moet die deugd haar rijk vestigen en hare heerschappij uitoefenen. Daar wordt zij door een menigte hartstochten aangevallen, die de hevigste stormen tegen haar doen ontstaan. Daar leveren de onrechtvaardigheden en de tegenspraak der menschen, de smarten en het lijden des levens, de beproevingen en de tegenspoeden van allerlei aard, haar den hevigsten strijd. In Jesus\' Hart waren de hartstochten volmaakt geregeld en onderworpen aan de rede. Maar hoeveel inwendige bitterheid en welk een heilige verontwaardiging moesten niet, naar

-ocr page 232-

NIEUWE MAAND

224

het schijnt, de verstoktheid der zondaars en hunne hardnekkigheid, de haat en de lasteringen zijner vijanden, de lage schijnheiligheid der Parizeen in hem opwekken! En toch is die goddelijke Zaligmaker altijd vol zachtmoedigheid: Discite a mc quia mitis sum; en als hij zich somtijds met kracht tegen de ondeugd verheft, voor de zondaars zeiven is hij vol goedheid en toegevendheid. Gij iveet niet, wellce de geest is, die üliedcn moet bezielen, zegt hij aan zijne apostelen, die hem drongen om zijn macht te gebruiken en het vuur des hemels af te zenden tegen degenen, die zijne prediking niet wilden ontvangen. Hoe staat het met mij, o mijn God, ten opzichte van die deugd 1 Gedachten en oordeelvellingen, weinig gunstig voor den evennaaste, gevoelens van afkeer en weerzin, inwendige verachting en koelheid, ongeduld en hardheid : hoeveel bewegingen in mijn hart, in strijd met de goedaardigheid des Verlossers! Jesus, al is hij God, oneindig heilig en volmaakt, beoefent de zachtmoedigheid jegens de grootste zondaars ; en ik, zoo vol ellende

-ocr page 233-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 225

en schuldig aan zoovele fouten, ik ben niet toegevend, ik zorg niet voor de zondaars, neen, zelfs niet voor de vrienden Gods, voor zijne dienaars en zijne kinderen !. .. .

II. Jesus was zachtmoedig in zijne woorden. — De zachtmoedigheid des harten openbaart zich natuurlijk door de zachtmoedigheid der woorden : Ex abundantia cordis os loquitur (Matth. n). De vcdsche liefde, zegt de heilige Gregorius, hrengt de verontwaardiging voort; de ware liefde haart medelijden voor de zondaars. Met welk eene goedheid en zachtmoedigheid behandelt niet die goddelijke Meester zijne zoo onbeschaafde en zoo onwetende apostelen ? Wij lezen niet, dat hij aan den heiligen Petrus zijn misdaad verweten heeft.... Judas verraadt hem: hij geeft hem den naam van vriend en laat toe, dat hij hem omhelst. Beleedigd door zijne vijanden, doet hij aan zijn kruis slechts woorden van zachtmoedigheid en barmhartigheid hooren. „Vader,quot; roept hij uit, „vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen : Pater, dimitte illis, nesciunt enim qidd faciunt (Luc. xxm).quot; ilfm vervloeid

15

-ocr page 234-

NIEUWE MAAND

hem, en hij zegent. . Men doet hem lijden, hij dreigt niet zich te sullen wreken, ofschoon hij almachtig is. (1) Hij opent zelfs den mond niet, om zich te beklagen, gelijk aan het lam, dat, ivanneer het geschoren wordt, geen enkelen kreet doet hooren. (2) Met hoeveel recht kan de goddelijke Verlosser zich dan niet als een toonbeeld van zachtmoedigheid voorstellen : Diseite a me quia mitis sum .... Maar hoe weinig wordt dat voorbeeld nagevolgd. Men zou meenen zijne zaak verloren te hebben, indien rien beleedigingen niet met beleedigingen, woorden van verachting niet met woorden van verachting beantwoordde. Wie kan bij dergelijke gelegenheden zich inhouden en het stilzwijgen bewaren? Wie kan dengene, die hem met bitterheid aanspreekt, op zacht-moedigen toon beantwoorden ? Wie kan bidden voor degenen, die hem vervolgen en beleedigen ? O ! hoe bitter is uw ijver! hoe

(\') Cura malediceretur, non malediccbat; cum pateretur, non oomminabatur (I Petr. vu).

(2) Sicut agnus coram tondente se, sine voce, sic non apevuit os suum (Hand. vin).

226

-ocr page 235-

VAN IIEï HEILIG HART VAN JESUK. 227

hai-d, droog, ruw is uw woord. 0 ! wat zijt gij ver van die goddelijke zoetheid van den Zaligmaker Jesus !

III. Jesus was vol zachtmoedigheid in zijn gedrag jegens den evennaaste. Wat is er zoeter dan de naam Jesus, dien bij draagt? Dat is niet genoeg: hij wordt het-Lam Gods genoemd, Agnus Bei; de vriend der zondaars en tollenaars, Peccatorum amicus (Matth. xi). Indien hij den titel van koning aanneemt, dan draagt hij zorg te waarschuwen, dat deze koning vol zachtmoedigheid is: Ecce rex tuus venit tïbi mansuetus (Matth. xxi.) Jesus was zacht in .zijne kindsheid. De heilige Dionysius verhaalt, dat de andere kinderen van Jesus sprekende, zeiden; „Laten wij tot de zoetheid gaan: . Eamus ad sua-vitatem.quot; Hij was zacht in zijn openbaar leven ten opzichte der zondaars ; van hem staat geschreven: Hij zal het gebogen riet niet breken, en de nog rooTcende lont niet uitdooven. (^Hij was zachtmoedig jegens zijne beulen en zijne hardnekkigste vijanden,

(\') Arundinem quassatam non confringet, et linum fumigans non extinguot (Matth. xm).

-ocr page 236-

NIEUWE MAAND

228

voor hen zijn bloed opdragende en zijn leven opofferende.. . Maar hoe groot is niet zijne zachtmoedigheid in de Eucharistie zelfs voor degenen, die hem komenbeleedigen... hoonen!... Onderzoek, welk uw gedrag is jegens de verschillende personen, met wie gij in betrekking staat. Zou het niet een onwaardige en schandelijke zaak zijn, dat de slaaf, de lage zondaar, zioh opvliegend, toornig, driftig tegenover broeders zou betoonen, die Jesus-Christus bemint en voor wie hij zelfs heeft willen sterven? Vergeet niet, dat die goddelijke Verlosser gezegd heeft: Zalig zijn de zacht-moecligcn, want zij zullen de aarde bezitten. Beati mites, quoniam ipsi possidébunt terram (Matth. v.) — „ Wélke is die aarde,\'\'\'\' zegt de heilige Augustinus, B/eH^jrdie,welkedeprofeet de aarde der levenden noemiT1 Vergeet niet, dat God u zal behandelen zooals gij uw evennaaste zult behandeld hebben. Indien gij zachtmoedig jegens uwe broeders zijt, zal Jesus zachtmoedig jegens u zijn. O, hoe troostrijk is dit! Gewen u, om goed van allen te denken en iedereen met veel goedheid en zachtheid aan te spreken.

-ocr page 237-

1

VAN HET HEILIG HART VAN JESU3. 229

Gebed.—O Jesus, beminnelijke Zaligmaker, bl.68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus. boek IV, h. 111.

VIER EN TWINTIGSTE DAG.

Jesus\' vier en twintigste levensjaar.

GEDULD VAN JESITS\' HAKT.

I. Prcclucuum. Stel u Jesus\' Hart voor kalm on-fler de tallooze rampspoeden en kwalen, welke hem gedurende zijn sterfelijk loven aanhoudend bestormen.

II. Prceludium. Heer, verleen mij do genade van het geduld te midden van de tegenspoeden en de smarten dezes levens. —• Dewjjl gij ten mijnen opzichte geduldig zijt, geef, dat ik het ook moge zijn ten opzichte van mjjn evennaaste

Josus is geduldig: 1 In zijn Ijjden. — II. In zijne betrekkingen met de menschen. — Hf. In zjjne begeerten.

I. Jesus\' hart was geduldig in het lijden, dat liij onderging, in dc vernederingen, die

■en ine ■or !... de |

ik-ge;

ge

m-

-ocr page 238-

nieuwe maand

230

men hem aandeed,-en in de beleedigingen, waarmede men hem overlaadde; Hij was geduldig in het lijden van de ontbering der armoede en de vermoeienissen van een in-spannenden arbeid. Hij was geduldig onder de vervolgingen, welke zijne vijanden tegen hem opwekten, onder de lasteringen en de beschuldigingen van allerlei aard, waaraan hij stond blootgesteld. Hij opende zelfs den mond niet om zich te beklagen. Al de kwalen overstelpten hem, omdat hij de verantwoordelijkheid van al onze zonden droeg. De hemel, de aarde, de hel, God, de men-schen en de duivels, alles scheen tegen hem gewapend ... „En toch blijft zijne onschuldige ziel, ter prooi aan zoovele bitterheden en kwellingen, blootgesteld als doel aan zoovele pijlen, altijd kalm, altijd onderworpen. \'Verumtamen Beo suhjecta esto, anima mca . .. (Ps. lxi) quot; Gelijk de rots die, gebeukt door de golven, onwrikbaar pal blijft.... O, waarlijk goddelijk en onbegrijpelijk geduld !. . Helaas 1 hoe weinig is er noodig, om mij den vrede en de onderwerping te doen verliezen ! En toch ben ik een zondaar,

-ocr page 239-

VAN HET IIEILT6 HART VAN JESUS. 231

en moet ik in die hoedanigheid lijden 0). ■ . Ik heb het verdiend, kan ik altijd zeggen; derhalve moet ik mij niet beklagen.... Overigens is niets voordeeliger voor ons dan het lijden, dewijl de beproeving het geduld voortbrengt, en het geduld de volmaaktheid bevat: Pa-tientia opus perfectum lidbet (Jac. i). O gij, die zucht onder het gewicht uwer droefenissen, aanschouwt Jesus! Bring door tot in zijn aanbiddclyh hart. Zie naar het Jcruis; sla uw oogen op het altaar, waar hij blijft wonen, niettegenstaande de ondankbaarheid, de onverschilligheid en de heiligschennissen van zooveel slechte Christenen, en oefen geduld. O mijne ziel, zult gij niet aan God onderworpen zijn ? Hebt gij nog andere beweegredenen noodig, aanschouw den hemel.... Ach ! wat zijn de kwalen des levens in vergelijking bij de vreugden der eeuwigheid ?

II. Jesus\' Hart was geduldig in zyne he-trehkingen met de menschen. — Om hier niet

(\') Nos quidom juste: nam digna factis reci-pimus, hic vcro nihil mali gossit (Luc. xxni.)

-ocr page 240-

NIEUWE MAAND

te spreken van de goedheid, waarmede hij zijno vijanden en zijne beulen behandelde, moet men ook letten op het geduld, dat hij jegens een onbeschaafd volk en onwetende leerlingen aan den dag legde. Wat had hij niet te lijden van wege zijne apostelen, die wij nog zoo onvolmaakt zien, nadat zij drie jaren in de school des Verlossers hadden doorgebracht ? Welke zachtmoedigheid en welke goedheid, welk onverstoorbaar geduld, welk eene bewonderenswaardige afdaling-!

O O

Al zo o handelt een God . . . Hoe gedraagt

O O

hij zich in de Eucharistie, waar hij dagelijks blootstaat aan nieuwe beleedigingen van de zijde der schuldigste schepselen? ... En ik kan niet het minste gebrek in mijne broeders verdragen! „Gij kunt uwen medèmensch niet verdragen, wie zal u zeiven verdragen?quot; zeide de heilige Augustinus: „ Non toleras, quis te tolerabit?\' Al waren de gebreken welke gij in uwe broeders meent te ontdekken, aanwezig, en al waart gij zelf geheel vrij van gebreken, dan nog zoudt gij, volgens den raad des Apostels, medelijden moeten hébben met de ewakli.cder. uwer broeders, en geen behagen

232

-ocr page 241-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 233

moeten scheppen in uw eigen uitstekendheid.i1) Maar als die gebreken slechts denkbeeldig zijn, of indien gij zelf er grootere hebt, wat dan? .. . „Mijne broeders,quot; zegt de heilige Paulus, „weest geduldig jegens allen: Patientes estate ad omnes (Thess. v.)quot; O! indien gij waarlijk nederig waart, dan zoudt gij niet zoo toornig worden tegen wien ook? „Wie zijt gij, om uw broeder te oor-deelen en te veroordeelen; Tic quis es qui judicas\'alienum servum? (Rom. xiv.)quot; Welk is het beginsel van uw toorn ? Een hartstocht. Waartoe dient uw ongeduld? Het is minstens nutteloos, gij geneest het kwaad niet. Maar is het daarenboven niet schadelijk? Het ongeduld is dus een fout, eene dwaasheid en een ongeluk 1 Daarentegen is geduldig blijven deugd, wijsheid, geluk ... Bereid uwe ziel voor de gelegen heden7 welke gij zoudt kunnen voorzien.

III. Jesus\' Hart is geduldig, om dé vervulling zijner verlangens te zien. — Het is zeldzaam, dat de natuurlijke bedrijvigheid en

C) Debemus autem nos flrmiores, imbecillitates inflrmorum sustinero, et non nobis placere(llom.xv)

-ocr page 242-

NIEUWE MAAND

234

de voortvarendheid niet min of meer den ijver der vromen bezoedelen: de verlangens, die hen bezielen, zijn gejaagde verlangens, slechts met moeite dulden zij het minste uitstel. Tegenspraak verbittert en ontmoedigt hen .... Die zielen welke blaken voor. het goede, weten niet wat wachten is.... Hetzelfde is niet het geval met Jesus\' Hart. Nooit verlangde een hart levendiger, sterker, oprechter het goede, en nooit was een hart kalmer, onderworpene!-, geduldiger, om bedaard de vervulling van zijne begeerten af te wachten.... Jesus ziet zijne inzichten voor de zaligheid der menschen bestreden, belemmerd, omvergeworpen. Hij ziet de zondaars hardnekkig zijne genade verachten ; hij ziet zijne vijanden zegevieren, en wordt niet verontwaardigd\'. ... Wat zeg ik? Hij wacht jaren lang aan de deur van een hart, om daar binnen te treden; hij ontvangt met geluk, vergeeft met liefde, hoe lang de tegenstand ook geduurd jhebbe. O, Hij is wel die God vol zoetheid en geduld, die alle dingen met barmhartigheid beschikt! (1) Volgen wij dit (\') ïu autem. Deus nostcr, suavis et vcrus es,

-ocr page 243-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESÜS. 235

schoone voorbeeld na, en weten wij, naar hij ons aanbeveelt, onze zielen in lijdzaamheid te bezitten: In patientia vestra possidentis animas vestras (Luc. xxi), en de oogenblik-ken der genade af te wachten, zonder ons te ontmoedigen, of aan wien \'ook te wanhopen. O geduld! hoe kort is dit woord, maar hoeveel ligt er in opgesloten! ... Gebed.—Ü Jesus, beminnelijke Verlosser, bl. G8 Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek in, h. xxxx, xxx.

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

Jesus\' vijf en twintigste levensjaar.

WERKDADIG LEVEN VAN JESUS ; ZIJN GODDELIJKE INVLOED.

I. Prceludium. Stel u Josus\' Hart voor, zich in de verborgen afzondering van Nazareth bezighoudende met do zaligheid zijner broeders, en door zijne gebeden, zijne vermoeienissen, zijne verlangens arbeidende om de wereld vrij te koopen.

patiens et in misericordia disponons omnia (Sap. xv).

-ocr page 244-

NIEUWE MAAND

TI. Produdium. Bid liem, dat hij u die goddelijke bedrijvigheid en dien heiligen ijver mededeele, waarvan hij het beginsel is.

Werkdadig leven van Jesus. — I. Op de aarde — II, In de Eucharistie. — III. In zijno ledematen.

I. Bedrijvig leven van Jesus op de aarde. — Niets kleiner in schijn gedurende de dagen van zijn sterfelijk leven, niets nederiger dan Jesus-Christus : hij is de verborgen God, de vernietigde God. „Wg hebben hemgezien,quot; zegt de Profeet; „zijn uiterlijk kondigde niets groots aan; zijn voorkomen was onaanzienlijk, verachten s waar dig : daarom hebben wij geen acht op hem geslagen.quot; (\') Bij zijne geboorte is hij een arm kind; gedurende zijne eerste jaren leefde hij onbekend in een vreemd land, men houdt hem voor een gewonen werkman: nonne hic est fahri fiüus? (Matth. xinj. Ondanks zijne mirakelen, zijne geheel goddelijke welsprekendheid en de heiligheid, die in zijn persoon uitblonk, heeft zijne prediking slechts weinig vrucht; zijn naaste bloedverwanten gelooven niet aan zijne god-

(\') Vidimus eum, et non erat aspectus; quasi absconditus vultus ejus et despeotus, unde nee re-putavimus eum. (Is. lui).

236

-ocr page 245-

VAN HET HEILIG tIART VAN JESUS. 237

heid. Na de vernederingen van zijn lijden volgt de vernedering van het graf. Eenige leerlingen, wier geloof aan het wankelen is gebracht. Dat is de eenige belooning voor een leven, gewijd aan de -Evangelieprediking. Is dit dan, mijn Verlosser, de groote en heerlijke zending, welke uw Vader u had toevertrouwd ? Door een enkele rede heeft Petrus vijfduizend Joden bekeerd. Rome heeft zijn stem gehoord en in zijn woord geloofd. Ieder uwer apostelen heeft gansehe volken tot het Evangelie bekeerd. Paulus, de apostel der Heidenen, heeft meer gearbeid dan allen. En gij, Heer, gedoog, dat ik het u vraag, wat hebt gij gedaan ? Ach ! lichten wij den sluier op .... blijven wij niet hangen aan den schijn. Wie werkt door de apostelen en in hen ? Wie bekeert en maakt de zielen zalig door hunne bediening ? Welke is de geheime werkkracht, die al de evangelische arbeiders aandrijft? Jesus\'Hart.... Daaruit komt alles voort: gij ziet de wondervolle vruchten van den grooten boom, die de wereld met zijn schaduw bedekt: daal af tot den wortel, welke hem het

-ocr page 246-

NIEUWE MAAND

leven geeft. Alles is in de natuurwereld in beweging. Een geheime, onbekende oorzaak beweegt en bestuurt in hun loop de bemel-lichamen .... Zoo gaat het in de zedelijke wereld. Ook hier kan men van Jesus zeggen: Sine ipso factum est nihil quod factum est (Joan. i). Niets van hetgeen gemaakt is, is zonder hem gemaakt. Geef glorie aan dit goddelijk beginsel van alle goed.

II. WerMadicj leven van Jesus in het heilig Sacrament- — Ziehier echter de voortzetting van hetzelfde wonder onder nog treffender vormen. Zie de Kerk; bewonder de bedrijvigheid van den ijver, welken zij aan den dag legt in al de deelen der wereld. Beschouw den voortdurenden arbeid, die in elke ziel plaats heeft in het belang harer heiligmaking. Van waar gaan de lichtstralen uit, die de wereld verlichten ? van waar die stroomen van genade, welke, door duizenden verschillende kanalen, onophoudelijk het leven en de vruchtbaarheid gaan brengen in de talrijke ledematen van het mystieke lichaam van Jesus-Christus? Welk is het beginsel, dat die beweging voortbrengt

238

-ocr page 247-

VAN HET HEILIG IIAltï VAN .IESUS. 239

en bestuurt? Waar vormt zich het kostbaar bloed, dat de kracht in al de ledematen bewaart ? Het is Jesus\' Hart. Ja, Jesus is in de goddelijke Eucharistie als de ziel dei-Kerk. Zij geeft aan a] hare kinderen de heiligheid, de genade, de deugden. Dat Hart is de algemeene beweegkracht in de bovennatuurlijke orde; het is de eerste oorzaak van elke goede handeling; uit dat Hart komen al de deugden voort. Niets geschiedt in het stuk der zaligheid, of het is Jesus\' werk, het moet aan hem worden toegeschreven. Dit is de goddelijke werking, de algemeene werking, die zich uitstrekt tot al de leeftijden, tot al de tijden, tot al de plaatsen, en tot al de menschen. f1) Hebt gij het nu begrepen ? Zoekt gij in Jesus-Chris-tus uwe kracht, uw licht, uw leven, uwe volmaaktheid ?

III. WcrJcdadifj leven van Jesus in zijne ledematen. — Het Hart van Jesus deelt die goddelijke werkdadigheid mede aan de getrouwe harten. Indien zij, zooals wij reeds

(\') Omnia in ipso constaut. . . . in ipso com-placuit oninem plonitudinem inhabitare (Col. i).

-ocr page 248-

NIEUWE MAAND

240

deden opmerken, deel hebben aan de onbekendheid en de vernederingen des Verlossers, moeten zij ook deel hebben aan de macht van zijne werking. Het zijn heilige zielen, dikwijls onbekend aan de wereld, die, door hunne gebeden, hun lijden, hunne begeerten, hun leven van opoffering, op aarde de overvloedige genade doen nederdalen, bestemd om\' haar te zuiveren, en den arm Gods ontwapenen, die opgeheven is, om de schuldigen te treffen. Het zijn die nederige en inwendige zielen, die den machtigsten invloed in de Kerk uitoefenen, en waarvan God zich bedient, om zijne gaven aan de andere ledematen mede te deelen. Die zielen, gedrongen door de liefde, die in hen brandt, houden niet op te bidden, te verlangen, te arbeiden, naar hun krachten en hun staat, voor het heil der zielen. Daar zij altijd beminnen, handelen zij altijd, want hun liefde kan hen niet werkeloos laten ; en daar zij veel beminnen, doen zij groote dingen. Multum facit qui multum diligit, zegt de schrijver van de Navolging. Dit zal het aanbiddelijk Hart van Jesus in u vervullen, indien gij

-ocr page 249-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 241

het wilt. Maar vergeet niet, dat de handelingen haar grootheid en haar verdienste ontleenen aan het inwendige. Wees getrouw in de kleine zaken; doe wèl wat gij gewoonlijk doet, en gij zult veel voor God, voor de zielen, voor u zeiven gedaan hebben; doe het met een zuivere meening; doe het met regel, en gij zult het voor God doen.

Gebed.— O Jesus, beminnelijke Verlossei\'. bl. 68, Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, book I, h. xv,

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

Jesus\' zes en twintigste levensjaar.

LEVEN VAN WOESTELING EN STRIJD VAN JESUS\' HEILIG HART.

I. Prceltidmm. Stel u Jesus-Christus voor als een dappere veldheer, die ons leert strijden en ons uitnoodigt om Hem te volgen met deze woorden: Ik zal den overwinnaar een verborgen manna en een nieuwen naam geven. Vincenti dabo manna absconditum et nomen novum, (Apoo, n.)

II. Prceludium. Zeg Hem uit geheel uw hart: Meer, ik zal U volgen overal waarheen Gij zult gaan. (Matth. vm.)

16

-ocr page 250-

NIEUWE MAAND

Jesus zegepraalt. I. Over de wereld. — IT. Over den duivel. — III. Over de beproevingen waartoe Hij is veroordeeld.

I. Hij zegeviert over de wereld. — Een strijd, zeide de heilige aartsvader Joh, is \'s menschen leven op aarde : Militia est vita hominis super terrain. Het is een harde noodzakelijkheid; Jesus heeft de hardheid daarvan voor ons willen verzachten, en ons willen leeren daarmede ons voordeel te doen. Wij staan op een slagveld, en eiken dag moeten er nieuwe veldslagen geleverd en nieuwe overwinningen behaald worden. De eerste vijand, die ons tegemoet treedt, is de wereld: de wereld met hare dwalingen en hare misleidingen, waarmede zij tracht ons te bedriegen en ons op het dwaalspoor te brengen; hare verschrihhingen en hare bedreigingen, waarmede zij tracht ons op den weg der deugd staande te houden; hare aan-lolcselen en hare valsche zoetheden, welke zij ons aanbiedt, om ons op den breeden weg te lokken. Dit zijn, volgens het gevoelen van den heiligen Augustinus, de drie wa-

242

-ocr page 251-

VAN HET HEII/IG HART VAN JESUS. 243

penen, waarvan zij zich bedient om ons ten vevderve te brengen : Error es, terrores, amo-res. De wereld, die zoo luide door Jesus-Christus veroordeeld is, heeft niet nagelaten zich tegen Hem te verheffen; maar de goddelijke Verlosser spot met hare pogingen: Ei heb de wereld overwonnen, heeft Hij zelf gezegd: Ego vici munduni (Joan. xvi). Hij heeft haar overwonnen voor zich en voor ons. Hebt vertrouwen, roept Hij ons toe : Gonfidite. Maar hoe zullen wij aan de valstrikken van dien geduchten vijand ontkomen ? Dit leert Jesus ons. Tegenover de dwalingen der wereld heeft Hij zijne eeuwige waarheid gesteld ; Hij heeft de uitwerking harer bedreigingen vernietigd door het vooruitzicht der oneindig vreeselijker kwalen, die den lafhartige zijn voorbehouden, en door de glorie den overwinnaar beloofd ; Hij heeft eindelijk de bekoorlijkheid harer vleierijen beloften verdreven, door ons dezer ijdelheid te doen zien, en aan de getrouwe ziel de bron van het wezenlijk geluk te ontdekken. Weet gij gebruik te maken van de wapenen, welke de goddelijke Verlosser u

-ocr page 252-

NIEUWE MAAND

in handen gesteld heeft ? Uit het binnenste van het tabernakel moedigt uw goddelijk Opperhoofd tl ten strijd aan; ga kracht zoeken aan den voet des altaars.

II. Hij zegeviert over den duivel. — Een andere vijand doemt op : de duivel; zal hg Jesus-Christus durven aanvallen? Zal deze goddelijke Meester hem veroorloven om Zijn heiligen Persoon te naderen.? Zal Hij zich zoo bovenmate vernederen van te gedoogen om aan de bekoring blootgesteld te zijn ? O oneindige goedheid van mijn Zaligmaker! Ja, Jesus heeft Zijne dienaren, die blootgesteld zijn aan een moeielijken, vernederenden, lastigen strijd, willen vertroosten: Hij is bekoord geworden. Hij heeft hen door zijn voorbeeld willen onderrichten omtrent het gedrag, dat zij in de bekoringen moesten in acht nemen. Hij heeft zijne kinderen willen aanmoedigen, hunne bekoringen willen heiligen, en hun de genade willen verdienen om zegevierend uit den strijd te komen. Om die reden werd Hij door den Geest in de woestijn geleid, om daar bekoord te worden; daarom liet Hij den duivel toe Hem op de tinne

244

-ocr page 253-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 245

des tempels te dragen en op een hoogen berg. Zinnclijlihcicl, ijdele en hoogmoedige aanmatiging, eerzucht, dit zijn de wapenen, waarvan de satan zich tegen Jesus-Christus bedient. Overwonnen, verwijdert de duivel zich eenigen tijd. Maar hij bej^aalt zich daarbij niet, wijl de heilige Paulus ons verzekert, dat onze heilige Opperpriester, die medelijden heeft weten te hebben met onze ellenden, op allerlei wijze bekoord is geworden, om ons tot voorbeeld te strekken, maar zonder eenige zonde noch ongeregeldheid. (1) Verneemt het, getrouwe zielen, en zijt getroost. Hij is op allerlei wijzen hekoord. Verneemt het, zwakken en wankelmoedigen, en schept moed. Hij zal niet gedoogen, dat gij hoven uwe krachten hekoord ivordt. .. Verneemt het, edelmoedige kampvechters van Jesus-Christus, en verheugt u. Waarom? Gelukzalig, zegt de heilige apostel Jacobus, die de hekoring lijdt, omdat hij, na te zijn hekoord geiveest, de kroon des levens zal ontvangen. Acht u bovenmate gélukkig, zegt hij

(\') Tentatum per omniapro similitudini absque peccato. (Hebr. iv)

-ocr page 254-

NIEUWE MAAND

verder, als het u zou gebeuren, dat gij aan allerlei bekoringen blootstaat, wetende dat de beproeving, die moe getromvheid ondergaat, het geduld voortbrengt, en dat het ge-didd de volmaaktheid in zich bevat. Acht de moedige soldaat zich niet gelukkig om zich in den dienst van zijn vorst te kunnen onderscheiden ? O! hoevele menschen zijn bedroefd over hetgeen hun verdienste uitmaakt, hen nederig doet blijven, hun ijver onderhoudt, hunne waakzaamheid opwekt, en hun kroon bereidt!

III. Hij zegeviert in zijn beproevingen. — Daar is een andere, veel pijnlijker soort van bekoringen. Het zijn die, welke onmiddellijk van God komen, dat wil zeggen de beproevingen, die de getrouwheid zijner dienaars op de proef stellen. De levens der Heiligen bieden ons daarvan talrijke voorbeelden aan. Zij moesten dien trek van gelijkheid met hun Koning hebben. Onder al de kwellingen, welke Jesus\' Hart ondervond, was de wreedste de schijnbare verlatenheid door zijn Vader, die iHem deze smartvolle klacht ontlokte: Mijn God,

246

-ocr page 255-

VAN UET HEILIG HAKT VAN JESUS. 247

mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (1) Onder al de smarten welke de heilige zielen ondervinden, is de gevoeligste deze, dat zij zich door God verworpen en verlaten ge-voeten, als voorwerpen van zijn haat en zijn verachting. Maar ook hier biedt zich Jesus\' Hart hun aan als het model van hun geduld en de steun van hun vertrouwen. Na Zijn Vader gevraagd te hebben, dat de bittere kelk Zijns lijdens mocht voorbijgaan, voegt hij er aanstonds bij: Dat uw wil geschiede, mijn Vader en niet de Mijne. Ook in dit aanbiddelijk Hart zullen zij den moed putten, dien zij behoeven om zulk een vreese-lijk lijden te verdragen; hunne devotie tot het heilig Hart zal hunne kwellingen verzachten ; daar zulten zij eene schuilplaats vinden tegen Gods toorn: Esto milii in domun refugii ? (l\'s.-xxx.) Gelukzalig de zielen, die zulke beproevingen zyn waardig gekeurd, mits zij getrouw zijn !

Gebed. — O Jesus, mijn beminnelijke Vorlosser. blz. 68.

(\') Deus meus. Deus meua, ut quid dereliquisti me?£(Matth. xxvi.)

-ocr page 256-

NIEUWE MAAND

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, hoek in, h. Lvi on xxxv.

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG. Jesus\' zeven en twintigste levensjaar.

VERNEDERINGEN EN GLORIE VAN JESUS\' HAKT.

I. Prailudium. Stel u Jesus voor, van een rijk mensch hot loon van Zijn arbeid ontvangende, of zich nederig voedende met de overblijfselen van de tafel Zijns meesters.

II. Prceludium. O, goddelijke Meester, is het mogelijk dat Gij, U zoo zeer verlaagd hobt en dat ik mij nog verhoovaardig ! Lijden voor U en veracht worden, zalik U met een heilige zeggen, dat is alles wat ik U vraag.

I. Overmaat van Jesus\' vernederingen. — II.

. Verhevenheid van Zijne glorie.

I. Vernederingen van Jesus\' Hart. — Zij zijn tot het uiterste gebracht.

De eerste stap van den Verlosser op den

248

-ocr page 257-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. .249

weg der vernederingen was, dat Hij mensch werd: Verhum caro factum est. De Apostel, den onmetelijken afstand beschouwende, welke de godheid van de menschheid scheidt, noemt de Menschwording eene vernietiging, Semetipsum exinanivit (Philip, n.) dit is niet genoeg voor Jesus: Hij zou in de grootheid en de macht hebben kunnen geboren worden. In den mensch neemt Hij het laagste dat er is, den staat van slaaf, formam servi accipiens (Matth. xx.). Hij gaat verder; „Hij is een veracht mensch, de geringste der menschen: despectum, ei novissimum virorum (Is. m.); dat is nog te weinig; Jesus zelf erkent, dat Hij minder een mensch dan een aardworm is: Ego sum vermis, et non homo (Ps. xvn.); de smaad der menschen en de bespotting des volks; opprobrium honiinum et abjectio plehis.

Men behandelt hem als een dwaas. Hij draagt er het kleed van. Is dit genoeg, o mijn Verlosser! Neen, Hij daalt nog lager af, hij bedekt zich met onze ongerechtigheden en stemt er in toe om er de verantwoordelijkheid van op zich te nemen en er de

-ocr page 258-

NIEUWE MAAND

schande en de versmading van te dragen 1. En het is geen gewone zondaar: Gunt scele-ratis reputatus est (Is. xxxm.), Hij is onder de misdadigers geteld ; men heeft Barrabas boven Hem verkoren en Hem tusschen twee moordenaars aan het kruis gehecht. Eindelijk is Hij voor ons een voorwerp van vervloeking in Gods oogen geworden, f actus est pro nabis maleclictus (Galat. in.). —- „Wij hebben Hem beschouwd, zegt de Profeet, als een melaatsche, als een door God geslagen en vernederde man.quot; 2 Hoeveel verachting heeft Hij niet gedurende zijn sterfelijk leven moeten ondergaan ? Niet alleen weigert men Hem als God te erkennen, maar men beschuldigde Hem van ojDroermakerij, men veroordeelt Hem; niet slechts schaamt men zich over Hem, maar men verlaat Hem. Verraad, laster, godslastering, niets wordt gespaard ; en hij lijdt dit alles van wege den afschuwe-lijksten zondaar, van wege degenen, die Hij

Eum, qui non noverat peocatum, pro nobis peccatum fecit. (II Cor. v.)

(2) Putaviraus eum quasi loprosum et percussum a Deo et humiliatum. (Is. lui.)

250\'

-ocr page 259-

VAN UEÏ HEILIG HAKT VAN JESUS, 251

komt verlossen en die Hij met weldaden heeft overladen: zelfs van wege Zijn dierbaarste vrienden. En wat Hij gedurende zijn sterfelijk leven leed, ondergaat Hij nog in zijn euoharistiscli leven, dat Hem aan zooveel heiligschennis blootstelt. 0 God! wie zal die overmaat van vernederingen begrijpen? De Profeet, verbaasd over die onbegrijpelijke vernederingen, heeft een woord gezegd, dat alles in het kort samenvat: Hij zal, zegt hij, verzadigd worden van smaad, satura-hitur opprobriis (Thren. m.). Zoo vurig was zijn dorst naar deze vernederingen, die moesten dienen om voor den dwazen hoogmoed der zondaren te boeten en om te voldoen aan de grootheid van den onwaardig beleedigden God, dat Jesus\' Hart daarvan is verzadigd geworden. Staan wij hier stil, mijne ziel! Wie verdient meer de vernedering: hij, die wezenlijk zondaar is, of hij, die slechts den schijn der zonde heeft? Wat heb ik dan verdiend? Is er op aarde voor mij een te lage stand? Zijn er beleedigingen, verachtingen die ik minder verdien dan Jesus? En toch, hoe groot is mijne gevoeligheid en

-ocr page 260-

NIEUWE MAAND

lichtgeraaktheid op dit punt! 0, verblind-heid van den hoogmoed! Wat hebt gij te antwoorden, gij die deze waarheden overweegt ? O! indien gij wijs zijt, erken dan oprecht, dat men u niet genoeg veracht! Wat meer is, heb de vernederingen lief, welke u een trek van gelijkenis met Jesus Christus uwen Meester geven.

II. Hebt gij de buitengewone verlaging, de onbegrijpelijke vernederingen van Jesus\' Hart gezien, zijne glorie is niet minder bewonderenswaardig ; en indien het oordeel door den goddelijken Zaligmaker uitgesproken: wie, zich vernedert, zal verheven vmr-den, waar is voor al de heiligen, het bewaarheidt zich vooral voor den Heilige der heiligen. Immers, als Hij slaaf wordt om onzentwil, dan stelt zijn Vader Hem aan als Koning van het heelal, en de geheele natuur wordt onderworpen aan Zijne bevelen. Indien Hij gedaagd wordt voor en veroordeeld door den aardschen rechter, eens zal Hij zelf de levenden en de dooden komen oordeelen. Indien de zondaars Hem haten en hem lasteren. Zijn Vader stelt in Hem

252

-ocr page 261-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 253

Zijn welbehagen en verklaart Hem te zijn Zijn welbeminde Zoon. Brengt men hem ter dood op eene even onwaardige als wreede wijze, zlijn dood wordt voor Hem de bron van de glorie en voor ons de oorzaak van het eeuwig geluk ; millioenen martelaars zullen Hem hun leven opofferen en zijn naam belijden onder de afgrijselijkste martelingen. Indien de Joden zich verheugen, dat zij Hem aan hun haat hebben opgeofferd. Zijn graf wordt glorievol, en de aan zijn voeten neergeknielde volkeren zullen Hem hunne zaligheid vragen, f1) Zijn zoo gelasterde naam wordt boven alle namen verheerlijkt, en bij het hooren van dien naam moeten alle knieën buigen in den Hemel, op de aarde en tot in de hel. (2) Zijne vijanden zelfs, aan Zijne voeten terneergeworpen, hebben Hem erkend, de natiën aanbidden hem. (3)

-ocr page 262-

NIEUWE MAAND

En wat het bewonderenswaardigste, het goddelijkste is, Hij zal al die eerbewijzen inde Eucharistie ontvangen. Daar, verborgen onder de gedaante van gewoon brood, zal bij de volkeren aan zijne voeten zien brengen de schatting van hun geloof en van hunne liefde^1) en indien de menschen Hem die eerbewijzen weigeren, zullen de Engelen Hem schadeloos stellen. Is dat grootheid genoeg ? Neen, de gansche eeuwigheid zal toegewijd zijn aan het zegenen van Jesus, onzen Zaligmaker. In alle eeuwigheid zullen de Engelen en de heiligen de gewelven des hemels doen weergalmen van het zegelied; „Hij is waardig, het Lam dat geslacht is, om de kracht, de godheid . . ., de eer, de glorie en den zegen te ontvangen.quot; (2) „Wilt gij deel hebben aan de glorie van uwen Meester, dan moet gij deel hebben aan zijne vernederingen. Hoort

(\') In conspectu ejus oadent oranes qui descen-dunt in terrara. (Ps. id., ibid.)

(2) Dignus est Agnus qui oocisus est, aooipere virtutem, et divinitatem, et sapientiam, et forti-tudinem, et honorem, et gloriam, et bonedictionem. (Apoc. v.)

254

-ocr page 263-

VAN HET HEILIG HART VAN JBSUS. 255

den heiligen Paulus: , Wij zijn geworden als het uitvaagsel der wereld en als weggeworpen door allen.quot; (\') Zie de Apostelen: zij verheugen zich over het geluk, dat zij genoten door veracht te worden om Jesus\' naam. (2) Onze Heer vroeg van het Kruis aan Joannes welke belooning hij wenschte te ontvangen voor de goede werken, die hij voor Hem had verricht: „Heer,quot; antwoordde de heilige, „lijden of om uwenhvïl veracht worden : pati aut contemni prote.quot; O ! hoe geheel anders zijn mijne gevoelens; ik wil wèl met Jesus-Christus gekroond worden, maar ik laat er mij weinig aan gelegen liggen, om deel te hebben aan zijne verlaging en uit den kelk zijner vernederingen te drinken. Heer, sla geen acht op mijn weerzin, en doe mij deel hebben aan den staat uwer vernietiging, om mijn hart gelijkvormiger te maken aan het uwe.

(•) Tanquam purgamentahujus mundi facti su-mus, omnium peripsema usque adhuo. (1 Con. iv.)

(2) Ibant Apostoli gaudentes a conspectu concilii, quoniam digni habiti sunt pro nomina Jesu conhimelmm pati. (Hand. v.)

-ocr page 264-

NIEUWE MAAND

Gebed.—O Jeaus, beminnelijke Verlosser, blz. 68. Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek III, h. x. xix.

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

Jesnsquot; acht en twintigste levensjaar.

LIJDEN EN OELUK VAN JESUS\' HART.

I. Prceludium. Wij hadden behoefte om te lee-ren lijden: dit is de les, welke de Zaligmaker ons elk oogenblik van zijn leven geeft; wij kunnen met waarheid zijn hart beschouwen, zooals het getoond werd aan de Eerbiedwaar dige M. Maria, gekroond met een krui? en omringd door een doornenkroon. II, Prceludium. O zoete Verlosser, verleen mij de genade om U op den weg van het lijden te volgen, ten einde U ook in de glorie te volgen.

I. Overmaat van het lijden. — II. Grootheid van het geluk van Jesus.

I. Overmaat van het lijden. — Jesus was gedurende Zijn geheele leven Zaligmaker, en ziedaar, waarom Hij Zijn geheele leven

256

-ocr page 265-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS, 257

lijdende was. Wij moeten zijne kwellingen niet bepalen tot den tijd zijner Passie, dit zou eene dwaling wezen ; zijne lange marteling begon in den scboot zijner Moeder en eindigde op het kruis. De profeet meende dan ook hem niet beter te kunnen aanwijzen dan door hem den man van smarten te noemen. Hooren wij hem: „Wij hebben Hem gezien,quot; zegt hij, „als een veraehtelijken nlensch, als den minste der menschen, den man van smarten en bij ondervinding wetende wat lijden is(l).quot; Meen niet, dat het hier alleen geldt ontberingen en ongemak, het gewone gevolg van armoede, van een nederigen en arbeidenden staat; dat was slechts het geringste gedeelte van Jesus\' lijden. Hij nam al de straffen op zich, omdat Hij al de zonden op zich had genomen. Hij wilde al de schulden betalen, omdat Hij zich verantwoordelijk had gesteld voor allen. De zetel

(\') Vidimus eum et non crat aspeotus, et do-sideravimuB eum, despeotum et novissimum virorum, virum dolorum et scientem infirmitatem, et quasi absconditus vultus ejus, undo nee repu-taviraus eum (Is. lui.)

17

-ocr page 266-

NIEUWE MAANT)

van het lijden, evenals van de liefde, is het hart.

Derhalve zijn al de folteringen op dit aanbiddelijk Hart vereenigd. ,Hij heeft onze smarten wezenlijk gedragen,quot; zegt de Profeet, Hij heeft zich belast met de straifen welke wij schuldig waren (l). Wij hebben hem gehouden voor een door Gods hand geslagen melaatsche en die tot de diepste vernedering was gebracht (2). Zijn geheele leven was niets dan een lange keten van lijden .... Geen oogenblik was Hij daarvan vrij. Op die wijze : lo. vervulde Hij de wet der boetedoening; 2o. Hij wil daardoor ook onze smarten heiligen, en, de wonden, welke de zonde aan onze ziel had toegebracht, genezende, aan de kwalen, welke de straf daarvan zijn, de verdienste mededeelen, welke haar voor-deelig en Gode aangenaam maakt. „Zijne wonden hebben ons genezen,quot; zegt mede de

Vera languores nostros ipse tulit, et doloros nostros ipso portavit. (Is liit.)

(2) Et nos putavimus eum quasi leproaum et percussum a Deo et humiliatum. (Ibid.)

258

-ocr page 267-

Van het heilig haet van jèsus. 259

Profeet (*). Uit Jesus\' lijdend Hart komen al de genaden, welke het lijden heiligen. Martelaren, in dit heilig Hart hebt gij uw heldenmoed geput. Edelmoedige apostelen, heilige belijders, zuivere maagden, in de school van dit Hart hebt gij geleerd u op te offeren. Daaruit vloeien de kracht, de liefde en iet geduld voort. 3°. Jesus wil daardoor ons lijden verzachten; want door zijn voorbeeld toont Hij ons de noodzakelijkheid van het lijden, en moedigt ons aan tot geduld; door de genade, welke zijn lijden ons verdiend heeft, versterkt Hij onze zwak. heid en hardt Hij die tegen de kwellingen van het- kruis ; Hij veredelt, vergoddelijM in zekeren zin onze smarten door haar de verdiensten der zijnen mede te deelen. O, gij allen die lijdt, zieken, gebrekkigen, bedroefden, bekoorden, ongelukkigen, wie gij ook zijn moogt, komt, ziet en schept moed: Gonfidite (Joan. xv). Ziet en weest getroost: Gonfortate manus dissolutas (Is. xxxv). Komt en verheugt u : Gaudete et exultaie (Luc. vi).

(\') Disoiplina pacis nostra; super eum, et livorc ejus sanati sumus. (Ibid.)

-ocr page 268-

NIEUWE MAAND

Ziet en beroemt u: Ahsit mihi gloriari nisi in cruce Domini nostri Jesu Christi (Gal. vi). Met het oog op dit door de smart gebroken Hart, zult gij wel niet weigeren te lijden .... Het is voor u, dat Hij lijdt.... Het is uit liefde tot Hem dat gij lijden moet.

11. Grootheid van Jesus\' geluk. — Ik begrijp het, het kruis doet u schrikken, en het schouwspel van een lijdenden God ontstelt u. Maar weet het wel: Jesus\' Hart is te midden der kwellingen en smarten niet zonder troost: het vindt zelfs het geluk in het lijden. Drie dingen troosten liet en maken het gelukkig: lo. de gedachte aan de glorie, welke voor G-od voortvloeit uit zijn offer ... Inderdaad, hoe talrijk, hoe ontzettend groot de zonden der menschen ook mogen zijn, Jesus-Christus geeft door zijn oft\'er meer glorie aan zijn Vader dan de zondaars hem glorie hebben kunnen ontrooven. Van de eene zijde toch zie ik menschen die leleedigen, van de andere een G-od die herstelt, die eert, die bemint, en wiens eerherstellingen, eerbewijzingen, en liefde eene oneindige waarde en verdienste hebben.

260

-ocr page 269-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESUS. 261

Wie zou de kracht kunnen beseffen, welke deze beweegreden op Jesus\' Hart uitoefent C1)? 2o. De tweede zaak, die Jesus\' Hart te midden van zijn lijden troost, is de vrucht, welke daaruit zal voortvloeien voor de men-schen, die Hij als zijn broeders heeft aangenomen, en van wie een zeer groot getal eeuwig de vruchten der verlossing zal smaken en het geluk genieten, dat zijn lijden hun zal hebben verschaft. 0 ! hoe machtig is deze beweegreden op zijn Hart, en hoe zoet is het voor hem te denken aan die groote menigte van ongelukkige zondaars, die door zijn arbeid en zijn lijden bevrijd zijn geworden van de eeuwige pijnen, welke hun waren voorbehouden, en binnengeleid in den hemel! 3°. Eindelijk is nog een troost voor Jesus\' 1 ijdend Hart het vooruitzicht der glorie die hem verzekerdis. ,Indien Hij zijn leven voor de zondaars geeft,quot; zegt de Heilige Geest, „zal Hij een groot nageslacht tellen. Zijne ziel is in arbeid geweest, zij

(\') Ut cognosoat mundus quia diligo Patrem, oamus... . (Joan, xiv.)

-ocr page 270-

nieuwe maand

zal verzadigd worden. Hij zal de buit der machtigen deelen, omdat Hij zich aan den dood heeft overgeleverd en onder het getal der boosdoeners gerekend is.quot; O, gij die u laat afschrikken door de smarten van het kruis, hebt gij de voor deel en begrepen, welke daaruit voortvloeien voor God, voor de zielen, voor u ? „Ach!quot; zegt de heilige Paulus, Jiet lijden van dit leven is niet te ver-gélyhcn hij de glorie, ivdke ons is voorhehou-den.quot; Als gij God bemint, als gij uwen broeder liefhebt, indien gij u zeiven liefde toedraagt, dan zult gij de smarten niet vreezen, welke zoo nuttig zijn voor de zielen en zoo glorievol voor God ; want waar bemind wordt, wordt niet geleden, of ten minste daar wordt het lijden zoet. (2) Jesus\' Hart, dat u de noodzakelijkheid van het lijden leert, zal u ook leeren het te heiligen. Onderzoek wat u het meeste kost. Zie de oifers, welke God van

(\') Si posuevit pro pecrato animara suam, videbit somen longjevurn. Pro eo quod labovavit anima ejus, videbit et saturabatur, etc. (Is. lui.)

(2) Ubi amatur, non laboratur; aut si labora-tuv, labor amatur. (S. Aug.)

262

-ocr page 271-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 263

u vraagt, en ontvang edelmoedig het kruis uit zijn vaderhand.

Gebed. — O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek III, h. XLHI, ui.

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG. Jesus\' negen en twintigste levensjaar.

BEMINNELIJKHEID VAN JESUS\' HAKT.

I. Prailudium. Beschouw onzen goddeljjken Meester toen, nadat Hij het doopsel door de bediening van zijn heiligen Wegbereider ontvangen had, de Heilige Geest op hem nederdaalde in de gedaante van eene duif, en de eeuwige Vader deze woorden deed hooren ; «Dit is mijn welbeminde Zoon, in wien ik mijn welbehagen genomen heb.quot;

II. Pr ailudium. O .Tesus! verleen mij die genade, dat ik u eene u aangename woonplaats in mijn arm hart aanbiede, en uwe beleedigde liefde trooste.

-ocr page 272-

NIEUWE MAAND

Het Hart van Jesus maakt de geneugten uit. 1. Van den hemel. — 11. Van de aarde. — III. Het verlangt Zijne geneugten in u te vinden.

I. In het Hart van Jesus vindt de heilige Drievuldigheid hare geneugten. — Inderdaad, sedert de zonde bood de aarde aan God niets dan het walgelijk schouwspel van wanorde en zonde. Wel verre van daar gekend, aangebeden, gezegend, bemiad, gediend te zijn, gelijk dit Hart verdient, gt; schenen de menschen, hun oorsprong en hun bestemming vergetende, zich alleen bezig te houden met in zich het beeld der Godheid te ontsieren en hun Schepper te beleedigen. Mijn God!.... moest gij dit dan van uwe kinderen verwachten ? Is dat alles wat dit schoon heelal u moest opleveren, waarin alom uwe grootheid en uwe pracht uitschitteren? O Heer! ik begrijp nu de woorden der Heilige Schrift: God had herouw den mcnsch geschapen te hebben. (Gen. vi). Maar weldra begint een andere orde van zaken. „Zie,quot; zegt de Heer, „Ik ga alles vernieuwen: -Ecce nova fado ■omnia!\'\' (Openb. xxiv). Jesus verschijnt: in en door hem zijn al

264

-ocr page 273-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 265

de dingen hersteld en vernieuwd. Ziehier een nieuwe mensoh, de ware vader van al de menschen, door wien alles gemaakt, en in wien alles vernieuwd is. Hier treedt de aanbidder bij uitnemendheid voort. O God! gij zijt voortaan waardig gekend en gevolgd te worden. Ziehier de ware middelaar, die voor onze zonden boet. O God! uwe rechtvaardigheid is voldaan. Ziehier het zuiver en heilig Hart, waarin gij uw beeld herkent. O God! nu voorzeker kunt gij, dit meesterstuk uwer handen beschouwende, u over uw werk gelukwenschen. Ziehier het Hart, dat u met eene uwer tvaardige liefde bemint. O God! ik verheug mij daarover. Ach ! het verwondert mij niet meer u deze gedenkwaardige woorden te hoeren spreken: „Dit is mijn welbeminde Zoon, in wien ik mijn welbehagen heb genomen.quot; (2) Hoort Jesus zeiven: Ziehier

(\') Proposuit (Deus) instaurare omnia in Christo, quae in coelis et quee in terra sunt, in ipso. (Eph. i.)

_(2) Hie est Filius meus dilectus, in quo mihi bene complacui. (Matth. xvn).

-ocr page 274-

nieuwe maand

mijn Hart, de geneugten, der heilige Drievuldigheid. Ik bied het u aan, opdat gij u daarvan inoogt bedienen, om aan te vullen tvat u ontbreekt! Het zal ten allen tijde voor u en uwe achteloosheden voldoen. (Onze Heer tot de heilige Gertrudis.)

II. Het Hart van Jesus maakt de geneugten der aarde uit. Voor de ziel, die God lief heeft, is deze aarde een treurig verblijf; men ziet er niet veel anders dan ergernissen; men smaakt er geen genoegens zonder bitterheden; men verduurt er vele smarten, en loopt er menigvuldige gevaren .... Maar er is in dit oord van ballingschap een troost, Jesus heeft in de heilige Eucharistie zijne woning onder ons gevestigd; Ecce tabernaculum Bei cum hominibm (Openb. xxi). O, hoe dierbaar aan mijn haft zijn uwe tabernakelen, o mijn God. (\') Naderen wij het altaar, dringen wij, o mijne ziel, door tot het Heilige der heiligen, tot het Hart zelf van Jesus, het heiligdom der god-

(\') Quani dilecta tabernaoula tua, üomine. Deus viitutum. (Ps. lxxxiii.)

266

-ocr page 275-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 267

heid. O, in dit aanbiddelijk Hart vindt de vermoeide reiziger de rust, en herstelt hij zijne krachten. Daar geneest de christen soldaat zijne wonden, en vat hij weder moed. Daar zuivert zich de zondige ziel en herkrijgt zij den vrede. Daar gaat de bedroefde ziel hare droefheid openbaren, en vindt zij troost. Daar komt het lauwe en kwijnende hart zijn ijver verwarmen. Maar daar vooral geniet het vurige hart de zoetheden dei-liefde, en begint het te drinken aan den stroom van den zuiveren wellust, waarmede God zijne uitverkorenen bedwelmt. (\') Daar noodigt Onze Heer ons dan ook uit. „Indien iemand,quot; zegt Hij, , dorst heeft, dat Hij tot mij kome en drinke: Si quis sitit, veniat ad me, et bibatquot; (Joaxi.viï). Immers, uit zijn hart stroomt water en bloed: het water, dat wascht en reinigt; het bloed, dat verwarmt en levend maakt. O, gij die weet wat Jesus is, o zegt, wat gij zonder hem zoudt worden. Zou het u mogelijk zijn, de ellende van

C) Do ton-ente voluptatis tu;c potabis et pota-buntur. (Ps, xxxv.)

-ocr page 276-

NIEUWE MAAKD

uwe ballingscliap te dragen als Hij die niet met u deelde? Ongetwijfeld niet. Ik vind in uw Hart, allerzoetste Jesus, zeide de heilige Gertrudis, zooveel geneugten, dat het mij niet mogelijk is daar huiten eenigc verligting of rust te vinden (Insin. b. m, h. xxviii.)

III. Jesus verlangt zijne eigen geneugten in uw hart te vinden. — Het getal Christenen is groot.... Maar hoevelen zijn onder hen slechts naam-Christenen! Hoevelen ont-eeren hun karakter, en zijn de schan de van het Christendom en zijn goddelijken stichter! Hoevelen onder de leden der Kerk dwingen hun Hoofd zich over hen te schamen. Hoeveel harten, waaruit\' Jesus gebannen is, om voor den duivel plaats te maken! Hoeveel levende tempels, door de zalving en de tegenwoordigheid van den Heiligen Geest gewijd, zijn veranderd in ware rooversholen, in plaatsen van ongebondenheid en van prostitutie ! .. .. Wie zal in die algemeene ongeregeldheid, die zoo algemeene ondankbaarheid Jesus-Christus troosten! Waai zal Hij een zijner waardige woonplaats vinden ?

268

-ocr page 277-

van het heilig hart vast .iesus. 269

In welk hart zal zijn Hart zich met geluk kunnen uitstorten ? B Qucesivi . .. qui consola-retur: Ik heb,quot; zegt Hij, een trooster gezocht.... Zal men er moeten bijvoegen, dat Hij dien niet gevonden heeft ? Et non invent (Ps. lxviii.) Neen, neen, dit niet; hij zal zijn troost in zijne dienaren vinden : In servis suis consolabitur Deus. (n Machab. vn.) De goddelijke Zaligmaker-vindt zijne geneugten in het wonen met de kinderen der menschen. Delicice mece esse cum filiis hominum. (Spreuken ui.) Hij klopt aan de deur van uw hart; Hij hoopt daarin eene schuilplaats te vinden. Zult gij hem die weigeren ? Ach! als gij eens wist, wat het is Jesus-Christus te troosten, en hem schadeloos te stellen voor de beleedigingen welke Hij van de zondaars ontvangt? Daarom moet gij den tempel uws harten sulveren en hem met den glans der deugden versieren; daarin heilige lofliederen ter eere van God doen hooren; daarin gaarne met Jesus Christus wonen ; en dewijl bet zijn geneugte uitmaakt met u te verblijven, moet het ook uw geneugte zijn met hem te wonen.

-ocr page 278-

NIEUWE MAAND

Gebed.—O Josus, beminnelijke Verlosser, blz. 68. Lezing. — Navolginy van Jesus-Christus, boek IV, h. xvii.

DERTIGSTE DAG.

Jesus\' dertigste levensjaar.

IJVER VAN JESUS\' HART.

I, PrKludlum. Stel u den goddelijken Zaligmaker voor, gezeten op den rand van de Jaoobsput, afgemat door zijn apostolisohen arbeid, en aan zijn Apostelen, die hem aanspoorden om voedsel te nemen, antwoordende; Mijne spijs is den wil mijns Vaders te doen. II. Produdium. Bid hem om het heilig vuur des ijvers, waarvan Hij zelf brandt, in uw hart te ontsteken.

1. Werkdadige en practisohe ijver. — II. Bedrijvige en vaardige ijver. — Algemeene ijver.

I. De ijver van Jesus-Christus was werh-dadig en practisch. — Indien gij vraagt, wat de Zoon Gods op aarde heeft doen

270

-ocr page 279-

Van het heilig hakt van jesus. 271

nederdalen, dan zal ik u met de woorden van den heiligen Paulus antwoorden : „Hij heeft mij bemind, en Hij heeft zich voor mij overgeleverd : Düexit me, et tradidit semet-ipsum pro me.quot; Waarom heeft de goddelijke Verlosser de werkzaamheden van zijn openbaar leven, de smarten van zijn lijden en den smaad van zijn dood aanvaard ? Waarom de vernedering van zijne Vleeschwording en de vernietiging der Eucharistie ? Op al die vragen kan men slechts één antwoord geven: Hij heeft ons bemind. De ijver is de beweegreden van zijn geheele leven geweest, de ziel van al zijne daden. Hij kan met waarheid zeggen, dat Hij door dat heilig vuur verteerd is: Zelus domus tuce comedit me. Uit zijn aanbiddelijk Hart, als uit een brandpunt, schieten de stralen welke deze goddelijke vlammen in de apostolische zielen hebben ontstoken. Daar had Paulus die edele gevoelens geput, die hem deden zeggen : „Ik zal gaarne alle dingen opofferen, en ik zal mij zeiven opofferen voor uwe zielen.quot; (\') Brandt dit vuur in

O Libentissimo impendam ot superimpendar ipse pro aniraabus vestris. (II Cor. xn.)

-ocr page 280-

NIEUWE MAAND

uw hart? Hoor, wat de heilige Augustinus zegt: „qui non zelat, non amat. Hij die geen ijver heeft, heeft geen liefde.quot; Dit schijnt Onze Heer ons zelf te hebben willen aan-toonen door de woorden, welke Hij tot Petrus sprak: „Bemint gij mij ? weid mijne lammeren: Ames me ? pasce oves meas.quot; Ja, als gij God uw vader bemint, indien gij Jesus-Christus, uw Verlosser, bemint, zult gij ook de menschen, zijne en uwe broeders liefhebben, en trachten aan hunne zaligheid te arbeiden. Wat doet gij daarvoor? Wat zoudt gij hunnen doen?

H. De ijver van Jesus-Christus voor het heil der zielen was bedrijvig en vaardig. —■ Wie zou niet getroffen worden door de teedere woorden, welke zijne bezorgdheid voor de zondaars en de ongerustheid zijner liefde zoo goed uitdrukken? Jerusalem, Jerusalem ! die de profeten doodt, en steenigt degenen, die tot u gezonden zijn ! hoe menigmaal heb ik uwe kinderen willen bijeen vergaderen, gelijk de hen hare kiekens onder hare vleugelen ; en gij hebt niet gewild.quot; (\')

(\') Jerusalem, Jerusalem, quse occidis prophetas

272

-ocr page 281-

van het heilig hart van jesus. 273

„Kan eene moeder,quot; zegt Hij ons nog door den mond der Profeten, ,,haar kind vergeten, en geen medelijden hebben met de vrucht van haren schoot? Welnu! Wanneer zij zelve tot die overmaat van hardvochtigheid zou geraken, dan zal ik u niet vergeten.quot; —• „Ik draag u in mijne handen geschreven: Ecce inmanibus meis descripsi te.quot; (Is. xlix.) O gij, aan wie Jesus de zorg zijner kinderen heeft toevertrouwd, ziedaar uw model In de teedere bezorgdheid zijns harten voor u moet gij het voorbeeld zoeken van de bezorgdheid welke gij moet hebben voor de zaligheid des evennaasten. Wat zegt u uw hart ? Brengt de bovennatuurlijke liefde in u dezelfde uitwerkselen voort als de natuurlijke liefde van een vader, eene moeder ten aanzien van hunne kinderen, een broeder

et lapidas eos, qui ad te miasi sunt, quoties volui congregare filios tuos, quemadmodum gallina con-gregat pullos suos sub alas, et noluisti! (Matth. xxxn.)

(\') Numquid oblivisoi potest muiier infantem suum, ut non misereatur filio uteri sui. Et si illa oblita fuerit, ego tarnen non obliviscar tui. (Is. xxix.)

18

-ocr page 282-

NIEUWE MAAND

ten opzichte van een teeder beminden broeder? Moet Hij niet verder .gaan? O, Hart van Jesus, leer mij ü beminnen !

HL Jesus\' ijver is algemeen. — Al de menschen, zonder uitzondering, zijn daarvan het voorwerp. Hij is de vader van allen, de Verlosser van allen, de broeder van allen, het hoofd der kerk; hij kan met oneindig meer waarheid dan de heilige Paulus zeggen : „Wie is ziek, zonder dat ik zijne kwalen gevoel ? Wie zondigt zonder dat Ik daardoor verga van droefheid ?quot; (\') „Bij mijn bijzonderen arbeid komt nog de kommer voor de geheele Kerk. Sollicitudo omnium Ecclesianm.quot; Ja, Jesus\' Hart houdt zichbezig met al de menschen: al hunne kwalen, al hunne gevaren, al hunne behoeften zijn Hem bekend; Hij gevoelt ze, en zijne liefde verlangt allen te verlichten. De ellendigste wezens, de laaghartigste zielen, de verach-telijkste menschen zijn hem dierbaar ; zijn Hart, wel verre van te worden teruggestooten

(\') Quis infirmatur, et ego non infirmor? quis scandalizatui\', et ego non uror? (II Cor, XI.)

-ocr page 283-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 275

door hun ongelukkiger! staat, wordt daardoor Slechts te meer opgewekt tot medelijden, en zijn ijver vindt een beweegreden, die Hem doet ontvlammen in hetgeen den onze verflauwt of uitdooft. De ijver van Jesus\' Hart is ook algemeen wat den tijd betreft. Altoos levende om ten onzer gunste tusschenbeide te treden ; altijd handelende, altijd wakende. Hij die zorg draagt voor Isrstël, zal niet inslapen ; Hij zal zelfs niet sluimeren. (2) Zie Jesus in de Eucharistie : de dagen, de nachten, de jaren, de eeuwen gaan voorbij, en zijn Hart houdt zich steeds met ons bezig. En gij zoudt hem vergeten, gij zoudt niet aan zijne kinderen denken ? En gij zoudt niets voor de zondaars doen ? En gij zoudt alleen voor u zeiven leven ? Ach! terwijl gij slaapt, werken anderen; moet hun ijver u niet opwekken ? Terwijl gij slaapt, is de duivel in beweging, om de menschen in het verderf te storten, en gij

(\') Serapor viveus ad intorpcllandura pro nobis. (Hobr. vu).

(2) Ecco non dormitabit nequo dormiet qui cus-todit Israel. (Ps. CXX).

-ocr page 284-

NIEUWE MAAND

zoudt niets doen om hen te redden ? Terwijl gij slaapt, waakt Jesus, en gij zoudt weigeren om te waken, te bidden, te arbeiden, te lijden met Hem ?

Gebed. - O Jesus, beminnolijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, boek iv, h. i.

EEN EN DERTIGSTE DAG.

Jesus\' een en dertigste levensjaar.

TEEDEll MEDELIJDEN VAN JESUS HART VOOR DE ON GELUKKIGEN.

I. Praeludium. Stel u Josus voor, den bejam-merenswaardigen staat beschouwende,waartoe do zonde de menschen had gebracht, en tranen stortende bij de gedachte aan de afgrijselijke kwalen, waarmede zij bedreigd waren.

II. Praeludium. Vraag aan Jesus, uw meester, dat gij Hom niet moogt dwingen om over

276

-ocr page 285-

VAN HET HEILIG HAKT VAN,JESUS. 27?

uwe ziel te weenen, die Hem zoo dierbaar is, maar u liever in de gevoelens van liefde en medelijden te doen treden, waarvan zijn Hart voor de ongelukkigen doordrongen is.

J. Medelijden met het lichamelijk lijden. —

II. Medelijden met de geestelijke ziekten. —

III. Medelijden met de inwendige smarten zijner vrienden.

I. Jesus\' Hart is gevoelig voor hamp;ilicha-mélyJc lijden der menschen. — Wilt gij weten, waarmede de Verlosser der wereld zicL bezig hield in de dagen van zijn sterfelijk leven ? Hoor, hoe de gewijde schrijver zijn leven bewonderenswaardig in eenige woorden samenvat: „Hij is overal doorgetrokken, weldoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren.quot; (■) Wie zou het getal der zieken kunnen tellen, aan wie Hij de gezondheid teruggaf? — Eene menigte, begeerig om zijn woord te hooren, volgt Hem in de woestijn, zonder voorzorgen te nemen tegen den scherpen honger. Zijne

(\') Pertransiit benei\'aciendo et sanando omnes, oppressos a diabolo. (Hand. x)

-ocr page 286-

NIEUWE MAAND

ingewanden worden door medelijden bewogen bij de gedachte alleen aan de behoefte die zich bij haar doet gevoelen. „Ik ontferm mij over de scharen,quot; zegt Hij, „omdat zij alreeds drie dagen bij mij gebleven zijn, en zij niets hebben te eten.quot; C1) En zijne macht komt zijne goedheid te hulp. — Eene bedroefde moeder treft zijne blikken : zij beweent een eenigen zoon. Jesus Hart kan dit schouwspel niet aaiizien: M-iscricovdin motus super cam ... Hij geeft aan de diepbedroefde moeder den zoon terug, dien zij verloren waande. — Ziet gij, hoe Hij Lazarus\' graf met zijne tranen bevochtigt ? „Zie, hoe Hij héininde /quot; riepen de Joden uit. — Weet gij te beminnen gelijk Jesus? Treft het lijden der armen uw hart? Zijt gij gevoelig voor de smarten van den zieke, voor de tranen van den bedroefde ? Is het u een genoegen, om de ongelukkigen te helpen? Ach ! het ware christenhart kan niet hardvochtig zijn.

(\') Misereor turbae, quia triduo jam persevo-raut raccum, et non habent quod manduceiit. (Matth. xv.)

278

-ocr page 287-

VAN HET HEIIIG HART VAN JESUS. 279

II. Daar zijn andere kwalen, die Jesus\' Hart levendiger treffen : de ellenden der ziel, de geestelijke ziekten van zijne broeders. Wij hehhen niet, zegt de Apostel, een opperpriester die niet in staat is om medelijden te hebben met onze gehrekkelijkheden; maar, op allerlei ivijzen beproefd, ofschoon zonder zonde, weet Hij medelijden te hebben met degenen die in onwetendheid of dwaling verkeeren. 0! wie zou kunnen zeggen, welke de gevoelens van Jesus-Christus waren bij het beschouwen van den ongelukkigen staat van dat groot getal menschen, die Hij de wegen der dwaling zag bewandelen? Wie zou kunnen zeggen wat zijn Hart nog heden ten dage in de H. Eucharistie gevoelt bij het gezicht van zooveel Christenen, wier geweten door de doodzonde is bezoedeld. Hoe dikwijls offerde die goddelijke Zoon aan zijn Vader, zijn gebeden en tranen op voor het heil der ongelukkigen ! Wilt gij weten, wat er in zijn aanbiddelijk hart omging. Op zekeren dag naderde hij Jerusalem, het oog slaande op die ongelukkige stad, wier verstoktheid haar weldra zulke vreeselijke straffen op den hals zou

-ocr page 288-

NIEUWE MAAND

halen, en Hij weende over haar: Vicieus civüatem flevit super illam. „O ! indien gij wist, welke genaden van vrede en zaligheid op dezen dag u worden aangeboden, maar dit alles is verborgen voor uwe oogen 1quot; Op den huidigen dag koestert Hij nog dezelfde gevoelens omtrent zoovele ongetrouwe en aan de genade weerbarstige zielen. Behoort gij niet tot dit getal? Zou Jesus ook niet tot u kunnen zeggen: Si cognovisses : indien gij de genade, die u was betoond, hadt weten te waardeeren, indien gij mijne stem wist te hooren, mijne ingevingen te volgen, aan mijne liefde te beantwoorden ? Geeft gij Hem geen aanleiding om over uwen staat te weenen ? Flevit super illam. Ach! indien het zoo was, haast u dan om Hem door een spoedige bekeering en een edelmoedige getrouwheid te troosten.

IH. Jesus\' Hart is medelijdend voor de inwendige smarten zijner vrienden. — Hoe dierbaarder eene ziel Hem is, des te gevoeliger is Hij voor haar lijden. De Heer, zegt de profeet, is dicht bij degenen, die in wederwaardigheden zijn: Juxta est Dominus iis

280

-ocr page 289-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 281

qui tribulato sunt corde (Ps. xxxm). Zielen die getrouw, maar ten prooi zijt aan inwendige kwellingen, weest getroost. Hoort, wat de Heer in zijne goedheid zegt; Op wien zal ik mijn blikken werpen dan op den armen kleine, wiens hart verbrijzeld is, en die heeft bij den klank mijner woorden, vreezende mij te beleedigen. (\') Hoort ook deze troostryke beloften, aan de ziel en aan de Kerk gedaan : „Arme kleine, gij die door den storm gebeukt, geteisterd zijt, en beroofd van allen troost, zie, ik zal de steenen uwer gebouwen in orde brengen, en u den safier tot grondveste geven.quot; (2) Zoetklinkende woorden : Droogt daii uwe tranen af. Wacht, wacht een weinig: de troost, zal komen; maar in afwachting daarvan moet gij uw voordeel doen met de beproeving, met moed de

(\') Ad queni respiciam, nisi ad paupcrculum ot eontritum corde et trementem ad sermonea meos? (Is. LXiv.)

(2) Paupercula, tempestato convulsa, absque ulla consolatione ..., ecce ego sternam per ordi-nem lapides tuos, et fundabo te in sapphins.(Is liv.)

-ocr page 290-

NIEUWE MAAND

schijnbare gestrengheid van uwen God doorstaan. Hij is met u, hebt vertrouwen. (\') Het oogenblik der verlossing zal komen, de vernedering zal plaats maken voor de glorie, en de droefenis gekroond worden dooide zuiverste vreugden.

O! hoe goed, hoe troostvol is het, roept de heilige Bernardus uit, om in uw Hart te wonen, o Jesus! In dien tempel, in dat heiligdom zal ilc mijn God aanbidden.

Gebed.— O Jesus, beminnelijke Verlosser, blz. 68.

Lezing. — Navolging van Jesus-Christus, bock lil, h. XLVii en i.ix.

TWEE EN DERTIGSTE DAG.

Jesus\' twee en dertigste levensjaar.

BAEMHARTIGUEID VAN JESUS\' HART VOOR DE ZONDAARS.

1. Praeludium. Stel u Jesus voor, den zondaar met liefde ontvangende, en, gelijk de vader

(\') Cum ipso sum in tribulatione; oripiam eum, et glorificabo eum. (IV. xc )

282

-ocr page 291-

van het heilig Hakt van jesüs. 283

den verloren zoon, hem in zijne armen en aan zijn hart drukkend.

II. Praeludiuni. Mijn vader, ik bon niet meer waardig uw zoon te heeten, maak mjj ala oen van uwe huurlingen. (Luc. xv.)

1. Barmhartigheid om te wachten. — II. liarm-hartighoid om te zoeken. — 111. Barmhartigheid om de zondaars aan te nemen.

I. Jesus openbaart zijne barmhartigheid ; 1°. in het geduldig ivachten van den terugkeer des zondaars. — Hoor dien goddelijken Meester: „Zie, zegt Hij, Ik sta aan de deur ; Eece sto ad ostium.\'\'\'\' (Openb. vt.) — Hoe, de Heer staat aan de deur van onze harten!... Maar zijt Gij niet de meester des huize,s? maar past dit aan uwe waardigheid ? O ! Gij wilt, dat wij dit hart, hetwelk bestemd is om ü tot tempel te dienen, vrijwillig en met onze volkomen toestemming zullen openen.... Maar, helaas! hoe dikwijls is Hij niet gedwongen om zeer lang te wachten ! — Ecce sto ad ostium (Openb. n), en toch wordt Hij het niet moede. Geheele jaren gaan voorbij, en Jesus wacht nog. Zie Hem in de Eucharistie, daar ook wacht hij. Dag

-ocr page 292-

NIEUWE MAANt)

en nacht biedt zijn geopend Hart ons schatten aan, waarmede Hij ons wil verrijken. Helaas! Jesus wacht tevergeefs, niemand denkt aan hem, niemand doet zich op om zijne genaden te ontvangen .... Welzalig hg die, wel verre van zijn Zaligmaker te doen wachten, onophoudelijk waakt aan de poorten zijner woning en het oor leent aan zijne stem ! C) Want Hij voorkomt degenen, die hem begeeren en toont zich het eerst aan hen. Degene, die van den morgenstond af zijne gedachten tot Hein keert, zal Hem zonder moeite vinden ; want hij zal Hem vinden zitten aan de deur van zijn eigen hart. (\'1) Wacht Jesus niet sedert lang, dat ik Hem mijn ellendig hart geheel open ? Heb ik het Hem geheel gegeven ?

II. Deze goddelijke Meester stelt zich niet

284

1

(2) Prasooupat qui se ooncupiscunt, ut illis se prior ostendat. Qui do luce vigilaverit ad illum, non laborabit; assidentem enim illum foribus suis inveniet. (Wijsh. vi.)

-ocr page 293-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 285

tevreden, om met geduld te wachten ; Hij gaat den zondaar opzoeken, Hf) roept, Klopt verscheidene malen aan de deur zijns harten, opdat hij Hem opent; en daarin 2o. doet Hij zijne barmhartigheid uitschijnen. — Jesus is uit den hemel op de aarde nedergedaald, om den zondigen mensch te zoeken en hem op den weg der deugd en des hemels te brengen. Gedurende zijn sterfelijk leven was het zijne bezigheid de verdwaalde schapen van het huis van Israël op te zoeken. (\') ..De Zoon des menschen,quot; zegt Hij, „is komen zoeken en verlossen wat verloren was.quot; (\'2)

Wat doet hij in de heilige Eucharistie ? als een liefderijke herder wacht Hij zijne schapen en bereidt hun een overheerlijken maaltijd; maar hij stelt zich niet tevreden met hen te wachten ; hij noodigt hen uit, roept hen óf zelf öf door zijne plaatsvervangers ; hij zoekt de zondaars op door zijne engelen , door zijne apostelen, en

(\') Non sum missus nisi ad ovcs qu;e pen\'erunt domus Israël (Matth xv.)

(2) Venit Filius hominis salvare quod perierat. (Matth. xviii.)

-ocr page 294-

NIEUWE MAAND

door zijne genade noodigt Hij lien uit, om tot liem terug te komen, zich aan Hem te geven. Hoort gij zijne stem niet? Klopt Hij niet aan de deur mvs harten ? Ecce sto et pulso ; ja. Hij klopt... . , Hij vraagt van u dat offer, hetwelk gij Hem weigert, pulso; Hij vraagt u meer edelmoedigheid, meer vertrouwen ; Hij vraagt u meer zedigheid, meer ingetogenheid, meer stilzwijgendheid. Hij verwijt u uwe verstrooidheid, uwe achteloosheid, uwe zinnelijkheid .... pulso ,* Hij beklaagt zich over uwe terughoudendheid, uw wantrouwen. Hoor die altijd barmhartige stem, en verstok uw hart niet. O Heer! word mijn eindeloos uitstel niet moede .... Klop, mijn God, en als ik doof blijf, klop zoo hard dat ik verplicht ben U te openen ; klop, als het noodig is, met den stok. (1) Ik ben verdwaald als een ontrouw schaap, zoek uw dienaar, o mijn God . ! (2) Ja, uwe goedheid,

(\') -Virga tua ct baculus tuus. ipsa mo oonsolata sunt. (Ps. xxii.)

(^) Evravi siout ovis qutc poriit, qusere servum tuum. (Ps. cxviii.)

286

-ocr page 295-

VAN HET HEILIG HAKT VAM JBSUS; 287

uwe liefde, deze maken mijn vertrouwen uit.

TIL Maar vooral ten opzichte van degenen, die naar zijne stem luisteren en Hem de deur huns harten openen, toont de goddelijke Zaligmaker zich vól vrijgevigheid. Hoort: Als iemand mij openmaakt, dan zal ik bij hem ingaan, en ik zal met hem mijn maaltijd nemen, en hij met mij. Het schijnt, dat zijn Hart, nadat men het zoo lang heeft laten wachten, kouder en terughoudender in zijne gaven moesfi zijn; maar neen; „caindbo eum Ulo: Ik zal met hem mijn maaltijd nemen.quot; Zie, hoe hij den verloren zoon behandelt: met medelijden bewogen, liep Hij naar hem toe, viel hem om den hals en drukt hem aan zijn hart! 0) O hoogste en overheerlijke omhelzingen van Jesus ! O, mijne ziel! van welke gunsten berooft gij u, als gij weigert uwen Verlosser te openen! Waarom hardnekkig den beminnelijken herder ontvlucht, die u vervolgt? Wat vreest

{\') Miserioovdia motus est, et accurrens ceci-dit super collutn ejus, et osoulatus eat eum. (Luc. xv.)

-ocr page 296-

NIEUWE MAAND.

gij ? Kom in zijne armen terug, en dat Hij den troost hebbe van u in den schaapstal terug te brengen. „Aperi, soror mea, ami ca mea : Open mij, mijn welbeminde. — Ik ben opgestaan, om mijne welbeminde te openen.quot; Intusschen is het niet genoeg Hem getrouw te zijn en op zijne stem te volgen. Hij wil u ook eene gewichüige les geven: leer van Jesus de zondaars op te ivachten, op te zoeken, op te nemen. Zie hoe gij degenen behandelen moet, die u eenig leed hebben aangedaan ; uwe ondergeschikten, de onbeschaafde lieden, hen die gij geneigd zoudt zijn om ter oorzake van hunne ondeugden, hunne gebreken, hun ondankbaarheid te verachten, te verstooten. O, hoezeer verschilt Jesus\' Hart van het onze ! hoe groot is zijne barmhartigheid, en hoe goed weet Hij te vergeven en te beminnen ! Zie, dit doet uw God voor u : wat wilt gij voor uwe broeders doen ?

Gebed — O Jesus, beminnelijke Verlosser blz 68.

Leziny. — Navolging van Jesus-Christus, boek 111, h. xxi.

(\') Surrexi ut aperirem dileoto meo. (Hoogl. v.)

288

-ocr page 297-

VAN HET HEILIG HAET VAN JESÜS. 289

DEIE EN DERTIGSTE DAG. Jesus\' drie en dertigste levensjaar.

OFFEE VAN JESUS\' HART.

I. Praeludium. Beschouw den Verlosser Jesus aan het kruis gehecht, bedekt met het bloed, dat uit zijne wonden vloeit, en het groote offer, dat bestemd is om de wereld te verlossen, aan zijn Vader opdragende.

II. Praeludium. Stel u in den geest aan zijne voeten, of op het altaar, waar Jesus eiken dag zijn offer vernieuwt, en vraag hem de genade om slachtoffer met hem te zijn.

I. Jesus is slachtoffer. — II. Hij is priester. — III. De christen is slachtoffer en priester.

I. Jesus\' Hart was altijd in den staat van slachtoffer. — Sedert de zonde, was de aarde met vervloeking getroffen, en de schuldige mensch moest geheel en al aan Gods rechtvaardigheid worden opgeofferd. Maar aan deze gerechtigheid kon niet voldaan wor-

19

-ocr page 298-

nieuwe maant!

den, indien zij op den mensch werd uitgeoefend; zij. had een slachtoffer van eene oneindige waarde noodig. In Jesus-Christus vinden wij het. Zijn Hart is waarlijk het voorwerp bij uitnemendheid van het slachtoffer. Het hart bemint; het hart lijdt; het hart wil en doet het goed ; uit het hart komen het kwaad en de zonde voort: De corde exeunt cogitationes malcc (Matth. xv.) Het hart vraagt God aan den mensch, de beide geboden welke de geheele wet bevatten, de liefde tot God en tot den evennaaste, richten zich tot het hart; het is niet te verwonderen, dat het hart de straf der zonde draagt, dewijl het daarvan het begr.nsel en het werktuig is. Maar Jesus-Christus vertegenwoordigt al de menschen, en daar Hij voor allen moest voldoen, heeft zijn Hart de straf moeten dragen welke wij verdiend hadden, en al onze kwalen zijn op dit onschuldig slachtoffer opeengestapeld. (*) Dit is genoeg om ons te doen begrijpen, wat

(\') Languorea nostros tulit, et dolores nostros ipse portavit. (Is. lui.)

290

-ocr page 299-

VAN HET HEItilG HART VAN JESUS. 291

Hij te lijden had. Hij is het algemeene slachtoffer, Hij was gedurende zijn leven voortdurend slachtoffer, en hij behoudt dien staat in de Eucharistie .... O, gij die lijdt, nadelen zie. Beklaag u, indien gij durft. — Ach I roem er veeleer op, dat gij met Jesus-Chris-tus lijdt, en in uw vleesch vervult wat aan de Passie van uw Hoofd onthreeM. (Col. i.) Vergeet het niet: gij hebt een lichaam alleen om het aan God op te offeren, een hart alleen om het Hem toe te wijden. Uwe gezondheid, uwe krachten, uwe talenten, uw tyd, uw leven, alles behoort aan uwen Schepper toe, alles moet Hem opgeofferd worden. Niet om uwentwil bestaat, leeft, arbeidt, sterft gij. (l) O, welk een kostbare staat is die van slachtoffer ! welk een kostbare staat die van opoffering 1 maar hoe weinig wordt hij geacht en gesmaakt, en hoe zelden vindt men zielen, die hét kruis beminnen en daarmede hun voordeel weten te doen !

II. Jesus\' Hart was altoos offeraar. „Nie-

(\') Nemo nostrum sibi vivit, et nemo sibi mo-ritur. (

-ocr page 300-

NIEUWE MAAN!)

mand,quot; zegt de Verlosser, „kan mij het leven

ontnemen; uit mij zeiven breng ik het ten offer ! O Ja, vrijwillig, geheel met zijne toestemming heeft Jesus zich onderworpen aan de vernietigingen zijner geboorte, aan den pijnlijken arbeid van zijn verborgen leven, aan de kwellingen van zijne Passie, aan de vernederingen van het kruis en van het graf. Hij is het, die de wereld binnentredende, gezegd heeft: „Ecce venio, zie, hier kom ik, o Mijn Vader, en offer mij aan U op.quot; Hij heeft op den dag van zijne Passie gezegd : Opdat de wereld wete, dat ik mijn Vader liefheb, en doe, wat hy mij geboden heeft\'. Staat op, laat ons gaan. (Joan, xiv) Hij is het, die aan het kruis dezen kreet heeft doen hooren: Het is volbracht. Mijn Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest. Hij sterft als slachtoffer van zijne liefde. Zijn Hart heeft ons al zijne bewegingen, al zijne genegenheden toegewijd; zijn Hart heeft het bloed voor onze verlos-

(!) Nemo tollit earn a me, sed ego pono earn a moipso. (Joan, i.)

292

-ocr page 301-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 293

sing verschaft, en, opdat er geen enkele druppel onvergoten voor ons zou overblijven, en opdat het ons niet onbekend zou kunnen zijn, dat Hij de bron der genaden is, welke wij ontvangen, is dit goddelijk Hart met een lans doorstoken. O, thans is het wel dat alles werd volbracht, en dat de vlammen der liefde het brandoffer geheel en al verteerd hebben !

III. De Christen priester en slachtoffer. — Ieder Christen is tevens aangewezen als slachtoffer ongesteld amp;\\s priester en offeraar, en op zich zeiven moet hij de daad van zijn offer uitoefenen. Daar zijn op aarde veel gedwongen slachtoffers, maar zeer weinig vrijwilligen. Daar zijn veel lieden, die lijden, of liever allen\'hebben te lijden; maar zeer weinigen nemen het lijden aan, omhelzen het lijden voor God, en stemmen er in toe, om zich te laten slachtofferen met Jesus en gelijk Hij.... En toch neemt God alleen de vrijwillige slachtoffers aan ; hij wil het hart, hij wil de liefde. Al wat niet met

liefde gekruid is, kan hem niet behagen____

Het lichaam heeft de ziel doen verloren

-ocr page 302-

NIEUWE MAAND

294

gaan door de zonde, de ziel moet het lichaam doen verloren gaan (of li ever: redden), door de versterving. He lichaam heeft door de zonde over de ziel geheerscht, de ziel moet hare heerschappij op het lichaam heroveren door de versterving. Tusschen die twee gedeelten van ons zeiven is de oorlog verklaard van het eerste oogenblik van ons bestaan af, en de strijd wordt gedurende het geheele leven voortgezet. De laatste acte van den Christen moet de genadeslag zijn aan het slachtoffer gegeven, het lichaam bezwijkt, en de ziel, het geslachtofferd onder de slagen des doods opofferende, offert zich zelf aan God en aan Jesus-Christns op- — Ziedaar het christelijk leven, beminnen en lijden. — God bovenal beminnen, en alles aan de liefde Gods opofferen. De eerste acte der redelijke ziel moet een oefening van liefde zijn, haar laatste acte eene oefening van liefde, en haar geheele leven moet aan de liefde zijn toegewijd. Getrouwe ziel, is er aan het einde dezer maand iets, dat gij niet aan God hebt geslachtofferd ? Vraagt Jesus\'Hart u een offer,

-ocr page 303-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESÜS. 295

dat gij Hem nog niet hebt opgedragen ? Mocht dit het geval zijn, keer dan in u zeiven, en weiger niets aan dengene, die u alles gegeven heeft. Jesus is geboren, hij heeft geleefd, Hij is gestorven voor u; leef, lijd, sterf voor Hem. Het offer gaat voorbij, zijne vruchten zijn eeuwig.

Gebed. — O Jesus, beminnelijke Zaligmaker, blz. 68.

Lezing. •— Navolging van Jesus-Christus boek IV, h. vm en ix.

N.B. De volgende meditatiën zijn geschikt voor eene noveen ter eere van het Heilig Hart. Men kan zich ook tot dat einde van andere meditatiën bedienen naar keuze en in overeenstemming met zijne behoefte.

Ie Dag. Toewijding van Jesus-Christus (2e

dag van de maand).

2e Dag. Gevoelens van Jesus\' Hart met betrekking tot de schepselen (li6 dag der maand). ,

3e Dag. Jesus\' Hart bedekt met de smet onzer zonden (4e dag der maand). 4e Dag. Vooruitgang van Jesus\' Hart (15e dag der maand).

-ocr page 304-

T

NIEUWE MAAND

5e Dag. Verborgen leven (20e dag der maand).

6e Dag. Werkzaam leven (25e dag der maand).

7e Dag. Leven van worsteling en strijd (26e dag der maand).

8e Dag. Leven van slaclitoffering (33e dag der maand).

9e Dag. Jesus\' Hart de geneugte van den ^ hemel en de aarde (29e dag der maand).

rit

ar

a:

clt;

de

__zij

Hi bi

va de in!

ge

-ocr page 305-

DERDE GEDEELTE.

I. — OEFENINGEN EN GEBEDEN TER EER VAN HET HEILIG HART.

Van de Broederschap van het Heilig Hart.

lo. WAT MEN MOET DOEN OM DAAEIN OPGENOMEN TE WOEDEN.

Deze Broederschap, eerst te Rome opgericht, heeft zich vervolgens in een groot getal andere steden der christenwereld verspreid. Alleen wanneer men ingelijfd is bij de Moeder-Congregatie, te Rome gevestigd, kan men de geestelijke gunsten genieten, welke haar zijn verleend.

Om eene Broederschap van het Heilig Hart op te richten naar het model der Moeder-Broederschap, te Rome gevestigd in de kerk van de H. Maria in Capeïla, of eene Broederschap van het Heilig Hart te laten inlijven, en haar dezelfde voorrechten te doen genieten, moet men aan den Directeur der

-ocr page 306-

NIEUWE MAAND

Romeinsche Broederschap een verzoekschrift richten, voorzien \\Tan de goedkeuring van den Ordinaris, in welk geval men gratis ontvangen zal een diploom van oprichting of inlijving in forma, met al de noodige inlichtingen.

Om deel uit te maken van die Broederschap, moet men zich doen inschrijven te Rome of in eenige andere kerk of geestelijk Huis, waar zij gevestigd is, uit kracht der volmacht door O. H. V. den Paus verleend. De leden zullen, zoo mogelijk, tenzelfden tijde een gewijd plaatje van het Heilig Hart, met de formule van inschrijving, ontvangen, waarop zij hun naam en den dag hunner inschrijving zullen schrijven.

Formule van deelneming aan de Broederschap van Jesus\' Heilig Hart.

Ik...,

om steeds meer en meer de glorie van Jesus Christus te doen toenemen en aan de vurige liefde van zijn goddelijk Hart te beantwoorden, liefde welke Hij ons in het bijzonder in het allerheiligste Sacrament des Altaars

298

-ocr page 307-

VAN HÉT HEILIG HART VAN JESÜS. 299

toont, maar vooral om herstel te geven van de beleedigingen, welke Hem in het Sacrament van liefde worden aangedaan, vereenig mij met al de deelhebbers aan deze devotie ; en ik verlang deel te hebben in al de aflaten, welke daaraan gehecht zijn, en in het geestelijk goed, dat daar verricht wordt, ter voldoening voor mijne zonden en tot verlichting van de zielen in het vagevuur.

2°. AFLATEN AAN DE VEUEENIGINO VERLEEND.

I.

Volle Aflaat: lo. op den dag der aanneming ; 2o. op het feest van Jesus\' Heilig Hart, of den eerstvolgenden Zondag ; 3o. op den eersten Vrijdag of den eersten Zondag van de maand; 4». een anderen dag eenmaal in de maand, ter keuze van de deel-genooten ; 5o. in den doodsstrijd, mits men den heiligen Naam van Jesus aanroepe, zoo men het niet kan met den mond, dan ten minste met het hart.

-ocr page 308-

NIEUWE MAAND

II.

Aflaat van zeven jaren en zeven quadra-genen, voor eiken van de vier Zondagen, die den feestdag van Jesus\' Heilig Hart onmiddellijk voorafgaan.

m.

Aflaat van zestig dagen voor elk godvruchtig werk, dat men gedurende den loop van den dag zal doen. O. H. V. Paus Pius VII heeft al deze aflaten verleend, gelijk blijkt uit de rescripten van 7 Maart 1801, 15 November 1802, 12 en 15 Juli 1803.

Om al die Aflaten te verdienen, moet men dagelijks \'eenmaal het Onze Vader, het Wees gegroet, het Ik Geloof in God den Vader bidden, met de volgende verzuchting:

O zoet Hart van Jesus, maak dat ik U meer en meer beminne.

Andere Aflaten.

IV.

Volle Aflaat op de volgende dagen: 1°. Witte Donderdag; 2o. Paschen ; 30. He-

300

-ocr page 309-

Van het hétltg haet van jesüs. 301

melvaartsdag; 4o. Kerstmig\'; 5o, Onbevlekte Ontvangenis; 60. Maria Geboorte; 7°. Maria Boodschap; 80. Maria Zuivering; 9o. Maria Hemelvaart; lOo. Allerheiligen ; llo. Allerzielen ; 12o. H. Joseph; 13o. HH.\'Apostelen Petrus en Paulus; 14o. H. Joannes Evangelist.

Zes \' andere volle aflaten voor de zes Zondagen of de zes Vrijdagen, die het feest van Jesus\' H. Hart onmiddellijk voorafgaan, mits men op eiken dezer dagen de kerk bezoeke, waarin de Broederschap is opgericht, of, als men dit niet kan doen, men eenig goed werk verrichte, door den eigen biechtvader voorgeschreven.

V.

Aflaat van dertig jaren en dertig quadreigenen : lo. Op Goeden Vrijdag en Paasch zaterdag ; 2o. gedurende de Paaschweek ; 3o. van Zaterdag vóór Pinksteren tot Zaterdag na Pinksteren ingesloten ; 4o. de drie dagen die Kerstmis volgen; 5°. De Besnijdenis des Heeren ; 60. Driekoningen ; 7o. de Zon-

-ocr page 310-

NIÉUWE MAAND

dagen Septuagesima, Sexagesima, Quinquagesima, H. Marcus en de drie Kruisdagen.

VI.

Aflaat van vijf en twintig jaren en vijf en twintig guadragenen op Palmzondag.

vn.

Aflaat van vijftien jaren en vijftien guadragenen op: lo. Aschwoensdag; 2o. den vierden Zondag in de Vasten; 3o. den derden Zondag van de maand ; 4o. Kerstnacht en in de Mis van den dageraad.

vm.

Aflaat van t ien jaren en tien quadragenen: lo. op al de dagen van de Vasten; 2o. al de dagen van den Advent; 3o. al de Quatertemperdagen.

IX.

Aflaat van seven jaren en zeven guadragenen, eiken dag van de noveen die vooraf-

302

-ocr page 311-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 303

gaat aan het feest van Jesus\' Heilig Hart.

Om de in de zes laatste nummers aangeduide aflaten te verdienen, moet men bidden het Onze Vader, het Wees gegroet, het Ik geloof in God den Faseren de verzuchting: Goddelyh Hart van Jesus, geef mij ten deel enz., dien dag eenige goede werken doen, welke de eigen biechtvader zal voorschrijven (Pius VII, rescripten van 2 April 1805 en 4 Mei 1806.)

x.

Bij een ander rescript van 10 September 1814 verleent dezelfde Paus ten eeuwigen dage: lo. driehonderd dagen aflaat aan al de leden, die in den morgen, op den middag en in den avond, driemaal Glorie zij den Vader zullen bidden, om de allerheiligste Drieëenheid te danken voor de genaden en de voorrechten aan de doorluchtige Moeder Gods verleend, bijzonder bij hare Hemelvaart; 2°. den aflaat van honderd dagen voor eiken der drie keeren als zij dit zullen bidden ; 3o. en eindelijk een vollen aflaat elke maand, op den dag hunner keuze, mits zij deze Glorie zij den Vader

-ocr page 312-

NIEUWE MAAND

veelvuldig gedurende de maand zullen gebeden hebben.

OPMEE KINGEN.

Om de volle aflaten te verdienen, moet men op de dagen, waaraan zij zijn verbonden, daarenboven te biechten en te Communie gaan. Eindelijk moet men dien dag godvruchtig bidden, volgens de intentie van den Paus, te dien einde ten minste vijfmaal het Onze Vader en het Wees Gegroet biddende. (Wie de gewoonte heeft om elke week te biechten te gaan, verdient al de aflaten gedurende de week, mits hij telkenmaal als hij ze wil verdienen te Communie ga, en de overige te dien opzichte vereischte voorwaarden vervulle.)

2o. Al die aflaten zijn ten eeuwigen dage, en toe te voegen aan de zielen van het vagevuur.

3°. Geen enkele dier oefeningen verplicht op straffe van zonde. Indien men door achteloosheid daarin tekort schiet, berooft men zich van de genaden, welke aan die oefeningen

304

-ocr page 313-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESÜS. 305

verbonden zijn ; geschiedt het uit vergetelheid of om eene wettige reden, dan zal men ze kunnen hervatten en deel hebben aan die genaden.

4o. De volle aflaten zijn een onwaardeerbare schat, dien men niet kan winnen dan door de voorgeschreven werken ijverig te volbrengen, een berouwvol hart te bezitten, niet slechts onthecht aan alle doodzonden, maar ook aan alle vrijwillige gehechtheid aan de dagelijksche zonden. Hoevele personen bevinden zich in die gesteltenis niet, meenen aflaten te verdienen, en verdienen die niet! Daarenboven komt het er op aan, om te doen opmerken, dat de geloovigen, die de voorwaarden voor het verdienen der aflaten hebben vervuld, daarom niet ontheven zijn van de verplichting om boete voor hunne zonden te doen. Dit is integendeel een dringende beweegreden om hen aan te moedigen juist ijverig boete te plegen, wijl de Kerk ons den schat der aflaten alleen zoo vrijgevig opent, ten einde de ongenoegzaamheid onzer voldoeningen aan te vullen door de toepassing der oneindige verdiensten

20

-ocr page 314-

NIEUWE MAAND

van Jesus-Christus en der overvloedige verdiensten van de heilige Maagd, de heiligen des hemels en de rechtvaardigen der aarde.

5o. Passen wij de aflaten, die wij voor de zielen in het vagevuur kunnen verdienen, op haar toe. Zij wachten met de warmte van het vurigst verlangen, dat wij die liefdedaad jegens haar verrichten. Niets brengt meer toe aan Gods glorie, de verlichting der lijdende zielen en ons geestelijk goed.

60. De priesters der Vereeniging te Rome doen elke maand drie heilige Missen voor de overledene leden der Vereeniging, en zij noodigen ieder lid dier Vereeniging, uit om eene heilige communie op te dragen, den Rozenkrans te bidden, of eenig ander goed werk tot hetzelfde doel te verrichten.

3o. OEFENING DER LEDEN.

lo. Op den dag, dat men in deze godvruchtige Vereeniging wordt opgenomen, gaat men te communie, en vereenigt zich van harte met al de leden. Te dien einde

306

-ocr page 315-

VAM HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 307

zou men de formule van aanneming kunnen bidden, die geplaatst is voor de lijst der aflaten.

2o. Men zal den feestdag van het Heilig Hart van Jesus met grooten ijver vieren, nadat men zich daartoe eenige dagen zal hebben voorbereid. Het zou goed zijn te dien einde eene noveen te houden.

3o. Men zal zich tot die devotie eiken eersten vrijdag der maand opnieuw opwekken, en daarom communiceeren, ten minste de geestelijke communie doen. Het is voegzaam, om op dien dag de acte van toewijding en die van eerherstel aan Jesus\'Heilig Hart te bidden.

4o. De leden der Vereeniging worden uitgenoodigd om zich dikwijls in den geest in dit aanbiddelijk Hart te vereenigen, om vurige schietgebeden tot dat Hart te richten. Men beveelt hun bijzonder aan, om al de dagen, van negen uren des morgens tot vier uren namiddags, de volgende verzuchting te doen, die Pius VI met aflaten verrijkt heeft:

, O goddelijk Hart van Jesus! ik aanbid

-ocr page 316-

NIEUWE MAAND

U, ik bemin U en ik roep U aan, met al mijne medeleden, voor al de oogenblikken onzes levens en vooral voor het uur van onzen dood.quot;

5o. Men maant de leden, die het kunnen doen, aan, om nu en dan, tot het verkrijgen van de zegepraal van onzen heiligen godsdienst, de oefening te houden, welke het Heilig Uur genoemd wordt, en die hierin bestaat, dat men Donderdagavond van elf ure tot middernacht, in vereeniging met Onzen Heer, in zijn doodsstrijd in den hof van Olijven in gebed blijft.

60. Zij zullen een bijzondere devotie hebben voor het Heilig Hart van Maria, dat zoo gelijkvormig is geweest aan het aanbiddelijk Hart van haren Zoon. Men zou, den eersten Vrijdag van elke maand, de toewijding en het eerherstel aan dit heilig Hart kunnen doen, welks feestdag men met godsvrucht zal vieren. (!)

(I) De bijna algemeen gevestigde gewoonte brengt mede, dat dit feest gevierd wordt op Zondag na het octaaf van O. L. V. Hemelvaart.

308

-ocr page 317-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 309

7o. Zij zullen er zich vooral op toeleggen om de deugden van Onzes. Heeren Hart te bestudeeren en na te volgen, voornamelijk zijne nederigheid, zijne zachtmoedigheid, zijne zuiverheid, zijne liefde en zijn ijver. Zij zullen daarom zorg dragen; lo, dat zij, door hunne getrouwheid om de minste zonden te vermijden en de goddelijke ingevingen te volgen, in staat van genade blijven ; 2°. dat zij al hunne handelingen door Gods wil zullen regelen, en zich door hun geestelijken zielbestuurder een regel zullen doen voorschrijven overeenkomstig den staat waarin zij leven; 3o. dat zij in alles met eene groote zuiverheid van meening zullen handelen in vereeniging met dit goddelijk Hart, aan den eeuwigen Vader de inwendige gesteltenissen van dit Hart opdragende, om de onvolmaaktheid van de onze aan te vullen; 4o. eindelijk om onophoudelijk te arbeiden aan het hervormen van hun karakter, aan de versterving der eigenliefde, aan het bestrijden van hun hoofdgebrek.

80. Zij zullen door alle mogelijke middelen : door verstervingen, goede werken,

-ocr page 318-

NIEUWE MAAND

bezoeken van het heilig Sacrament en vurige communiën, gedaan in den geest van boetedoening, de ondankbaarheid en de onge-v^-1quot; quot;.oid der menschen jegens God, die nen zoozeer bemind heeft, te herstellen ; de oneerbiedigheden, de verachtingen, de ont-eéringen, de heiligschennissen, kortom, al de beleedigingen, die hebben plaats gehad sedert de instelling der heilige Eucharistie, en die nog tegen den goddelijken Verlosser in het Sacrament zijner liefde begaan worden.

9o. ZAj zullen eene groote liefde voor de medeleden hebben, hen bijstaan in hunne behoeften, dikwijls voor hen bidden en ook voor de geloovige zielen in het vagevuur. Het zou goed zijn om den eersten Vrijdag van November de heilige communie te ontvangen voor al de overledene medeleden.

lOo. Eindelijk zullen zij een grooten ijver hebben om de Vereeniging van Jesus\' Heilig Hart uit te breiden, en hem ware aanbidders te bezorgen, niets verzuimende om tot dat einde boeken te verspreiden, om zÜ\'ne afbeeldingen te doen vereeren, zijne altaren te doen versieren. Zij zullen trach-

310

-ocr page 319-

VAN HÉT HEILIG HAKT VAN JESUS. 311

ten alles voor allen te zijn. ten einde de godsvrucht beminnelijk te maken, en zoo mogelijk al de harten voor de liefde van Jesus-Christus te winnen.

II. - GEBEDEN EN OEFENINGEN VAN GODSVRUCHT TER EERE VAN HET HEILIG HART VAN JESUS.

ACTE VAN TOEWIJDING AAN HET HEILIG HART VAN JESUS.

Goedgekeurd bij besluit van de H. Congregatie der Riten van 22 April 1875, en door Z. H. Pius IX verrijkt met een vollen aflaat, toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur, voor alle geloovigen, die deze Acte van toewijding zullen doen op den 16 Juni 1875, mits ze, na waardig gebiecht en gecomrai^iieerd te hebben, eene kerk of openbare bidplaats bezoeken en daar eenigen tijd bidden tot intentie van Z. H.

O Jesus, mijn Verlosser en mijn God, ondanks de groote liefde, die Gij den men-schen toedraagt, voor wier verlossing Gij al uw kostbaar bloed vergoten hebt, ontvangt Gij toch van hen zoo weinig wederliefde maar integendeel zooveel beleediging en

-ocr page 320-

NIEUWE MAAND

312

smaad, vooral door de godslasteringen en ontheiliging der feestdagen. Ach, konde ik üw Goddelijk Hart eenige voldoening schenken, konde ik zoo groote ondankbaarheid en miskenning vergoeden die Gij van het grootste gedeelte der menschen ondervindt! Konde ik ü toonen hoezeer ik verlang Uw aanbiddelijk en liefdevol Hart, ten aanschouwe van alle menschen, mijne wederliefde en vereering aan te brengen en daardoor Uwe glorie meer en meer te bevorderen. Konde ik op die wijze de bekeering der zondaars verwerven en zoo vele anderen uit hunne onverschilligheid opwekken, die wel is waar het geluk hebben tot Uwe Kerk te behoo-ren, maar toch de belangen Uwer glorie en van de H. Kerk Uwe Bruid niet ter harte nemen. Konde ik zóó nog verwerven dat ook zulke Katholieken, die wel niet in gebreke blijven zich door vele uiterlijke werken van liefdadigheid katholiek te toonen, maar door te groote gehechtheid aan eigene opvattingen zich aan de beslissingen van den H. Stoel weigeren te onderwerpen of gevoelens koesteren die van Zijne leer afwij-

-ocr page 321-

VAN HET HEILIG HART VAN JESÜS. 313

ken, — tot inkeer komen en de overtuiging erlangen dat alwie niet in alles de Kerk hoort, ook God niet hoort die met haar is. Om dan al die heilige doeleinden te bereiken en bovendien de zegepraal en den duur-zamen vrede van Uwe onbevlekte Bruid, het welzijn en den voorspoed van Uwen Stedehouder op aarde te verkrijgen en zijne heilige intentiën vervuld te zien, en tevens opdat geheel de geestelijkheid meer en meer zich heilige en U welgevalliger worde, en voor zooveel andere doeleinden -nog, die Gij, o mijn Jesus, beoogt als overeenkomstig met Uwen Goddelijken wil en die op eenigerlei wijze strekken tot bekeering der zondaars en heiliging der rechtvaardigen, opdat wij allen daardoor eenmaal de eeuwige zaligheid onzer zielen deelachtig worden; en eindelijk, omdat ik weet, o mijn Jesus, dat ik iets doe wat aan Uw allerzoetst Hart welgevallig is, daarom werp ik mij aan Uwe voeten neder en erken ikquot; plechtig, in tegenwoordigheid der Allerheiligste Maagd Maria en van geheel het Hemelsch Hof, dat ik op alle titels van rechtvaardigheid en dank-

-ocr page 322-

NIEUWE MAAND

baarheid geheel en uitsluitend toebehoor aan U mijn Verlosser Jesus-Christus, eenige bron van al mijn geluk naar ziel en lichaam ; en mij vereenigend mot de intentie van den Paus, wijd ik mij zeiven en al het mijne toe aan Uw Allerheiligst Hart; dat Hart alleen verlang ik te beminnen uit geheel mijne ziel, uit geheel mijn hart, uit alle mijne krachten, met Uwen wil tot den mijnen te maken en al mijne begeerten met de Uwe te vereenigen.

Eindelijk tot openbaar blijk van deze mijne toewijding verklaar ik plechtig aan U, mijn God, dat ik voortaan ter eere van datzelfde Allerheiligst Hart de geboden Feestdagen, naar de voorschriften der H. Kerk wil onderhouden en ze doen onderhouden door allen bij wie ik invloed of gezag heb.

Al deze heilige verlangens en voornemens leg ik, zooals Uwe genade ze mij ingeeft, gezamenlijk in Uw beminnelijk Hart neder en vertrouw Het \'daarmede eene voldoening te kunnen geven voor zoovele beleedigin-gen die Het van de ondankbare kinderen der menschen ontvangt, en voor mijne ziel

314

-ocr page 323-

VAK HET HEILIG HART VAN JESUS. 315

en die van al mijne naasten, mijn eigen en aller geluk te kunnen verkrijgen in dit en in het andere leven. Amen.

Bovenstaande vertaling der Acte van toewijding aan het H. Hart van Jesus, op Onzen uitdrukke-lijken last vervaardigd, • wordt bij deze als eene getrouwe vertaling door Ons goedgekeurd en den geloovigen aanbevolen.

Haarlem, f GERARDUS PETRUS,

27 Mei 1873. Bisschop van Haarlem.

EERHERSTEL AAN JESUS1 HEILIG HART.

O aanbiddelijk Hart van mijn Verlosser en van mijn God, doordrongen als ik ben van eene levendige droefheid, bij het zien van de beleedigingen, welke gij hebt ontvangen in het Sacrament der Eucharistie, werp ik mij voor u neder, om aan den voet des altaars u eerherstel te brengen. Moge ik door mijne eerbewijzen en mijne betuigingen van eerbied, uw verachte eer kunnen herstellen ! Mocht ik zooveel oneerbiedigheden, onteeringen en heiligschennis

-ocr page 324-

NIEUWE MAAND

met mijne tranen en mijn bloed kunnen uitwisschen ! Hoe gaarne zou ik ook door de vurigheid mijner liefde de koudheid en de misdadige onverschilligheid van zoovele flauwe Christenen kunnen goedmaken !

01 hoe goed zou mijn leven besteed zijn, indien ik het voor zulk eene waardige reden kon geven! Verleen mij, o God, de vergiffenis, welke ik u vraag voor zoovele goddeloozen, die u miskennen ; voor zooveel ketters en scheurmakers, die u onteeren ; voor zoovele ondankbare Katholieken, die het Sacrament uwer liefde onteeren, en vooral voor mij zeiven, die u zoo dikwijls beleedigd heb. Gedenk, dat uw heilig Hart, het gewicht mijner zonden dragende, daarover tot den dood toe bedroefd is geweest; gedoog niet, dat uw lijden en uw bloed nutteloos voor mij zijn. Verander mijn misdadig hart, en geef mij een hart naar het uwe ; een berouwvol en vernederd hart, een zuiver en vlekkeloos hart, een hart aan uwe glorie toegewijd, en slachtoffer van uwe liefde. Wat mij betreft, o God! ik beloof in het vervolg, door mijn zedigheid in de kerken.

316

-ocr page 325-

VAN HET HEILIG HAKT VAN JESUS. 317

door mijn naarstig bezoek, door mijne godsvrucht en mijn ijver om u te ontvangen, de oneerbiedigheden en heiligschennissen te herstellen, welke ik in de bitterheid mijns harten beween. Heer ! gewaardig u mij die genade te verleenen, en het verlangen en het besluit, die gij mij zelf hebt ingegeven, met welbehagen aan te nemen. Amen.

LITANIE VAN HET HEILIG HAET VAN JESUS.

Hoor, ontferm u onzor. Christus,ontform u onzer. Hoor, ontform u onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. God, hemelsche Vador, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,ontferm u onzer. God, Heilige Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.

Kyrie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Pater de coelis, Deus, miserere nobis.

Fili, rederaptor mundi. Deus, miserere nobis. Spiritus sanote Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus «Deus, miserere nobis.


-ocr page 326-

NIEUWE MAAND

318

Hart van Jesus, met het woord Gods zelfstandig veveenigd, ontferm u onzer.

heiligdom der Godheid,

tempel der Heilige Drievuldigheid, afgrond van wijsheid,

oceaan van goed-- g

§ troon van barm- g ^ hartigheid, c nimmer ontbre-^ kende schat, g ^ van wiens volheid 53 wij allen ont- o vangen hebben, onze vrede en verzoening,

voorbeeld van al de deugden, oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardige,

bron der wateren, dieopsprin-

Cor Jesu, verbo Dei sub-stantialiter unitum, miserere nobis.

Cor Jesu, Divinitatis

sanctuarium,

Cor Jesu, sanctaeTri-nitatis templum, Cor Jesu, Sapiente abysus,

Cor Jesu, bonitatis oceanus, ^

Cor Jesu, misericor-IS

\' O

disc thronus, a

Cor Jesu, thesaurum j-nunquam deficiers. S Cor Jesu, de cujus\'g plenitudino omnes nos accepimus, Cor Jesu, pax et re-

conciliatio nostra, Cor Jesu, virtutum omnium exemplar, Cor Jesu, infinite amans et infinite amandum,

j Cor Jesu, fons aqua; I salientis in vitam


-ocr page 327-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 319

gen ten eeuwigen leven,

waarin de Vader zijn welbehagen schept, zoenoffer voor onze zonden,

voor ons met bitterheid vervuld,

in den hof bedroefd tot den , dood toe, —

03 \'

S met smaad ver- g

zadigd, o

§ door liefde ge- ^

^ wond, S

Sh *-•

S met een lans door- ^2 stoken, §

dat aan het kruis al zijn bloed heeft uitgeput,

over onze misdaden bedroefd, nu nog door ondankbare men-schen in het Allerheiligst Sacrament van liefde verscheurd,

seternam.

Cor Jesu, in quo sibi Pater bene compla-cuit,

Cor Jesu, propitiatio pro peooatis nostris,

Cor Jesu, propter nos amaritudine reple-trem,

Cor Jesu, usque ad mortem in horto tristissimum,

.. .CQ

Cor Jesu, approbriisS saturatum, =

Cor Jesu, amore vul- S neratum, \'S

7 CO

Cor Jesu, lancea per-\'3 foratum,

Cor Jesu, in cruce sanguine exhaustum,

CorJe8u,attritumprop-ter scelera nostra,

CorJesu, etiamnum ab ingratis hominibus in sanctissimi amoris Sacramento dilacera-tum,


-ocr page 328-

NIEUWE

320

MAAND

toevlucht der zondaars,

troost der bedroefden,

versterking der zwakken,

volharding der rechtvaardigen, —

3 heil dogenen die g

OD p

S, op u hopen, o

g loon dergenen die ö

^ in u sterven, S

-JJ \'

a zoete steun van =2 uwe aanbidders, §

geneugte van al

de heiligen,

onze hulp in do groote rampen die ons getroffen hebben,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, enz.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Cor Jesu, refugium peccatorum,

Cor Jesu, consolatio afflictorum,

Cor Jesu, fortitude debilium,

Cor Jesu, perseveran-tio justorum,

Cor Jesu, salus in te .2

. -Q

sperantium, g

Cor Jesu, spes in te o

morientium, S

Cor Jesu, cult or urn ■\'£

s

tuorum dulce prse-sidium,

Cor Jesu, deliciee sanctorum omnium, Cor Jesu, adjutor nos-ter in tribulatironi-bus qua invenerunt nos nimis,

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, etc.

Christe, audi nos. Christe, exaudi nos.


-ocr page 329-

HART VAN JESÜS. 321

VAN HET HEILIG

LAAT ONS DIDDF.N.

Almachtige, eeuwige God, sla de oogen op het Hart van uwen zeerdier-baren Zoon ; zie do voldoeningen welke Hij u aanbiedt in naam van de zondaars, hoor de lof die hij u brengt voor hen : voldaan door zijne goddelijke eerbewijzen, vergeef ons onze zonden en bewijs ons barmhartigheid, in naam van dien zelfden Jesus-Christus, uwen Zoon, die God zijnde met u leeft en heeracht, in de eenheid des Heiligen Geestes, in al de eeuwen der eeuwen. Amen

VOOR DE AFWEZIGE MEDEBROEDERS.

Heer Jesus, die niemand verwerpt, die uw Hart opent voor de berouwhebbende zondaars, ontferm u over

OÏÈMUS.

Omnipotens sempiter-me Deus, respice in Cor dilectissimi Filii tui et in laudes et satisfactiones quas in nomine peccato-rum tibi persolvit, atque misericordiam ocetenti-bus tu veniam pneede placatus, in nomine ejus-dem Jesu Christi Filii tui, qui tecum vivat et regnat in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia sfecula sfeculorum. Amen.

PRO FRA TRIBUS ABSFN-TIBUS.

üomine Jesus, qui ne-minem sperni8,quiaperis cor tuum contritis pecca-toribus, miserere eorum qui invocant nomen sanc-21


-ocr page 330-

NIEUWE MAAND

degenen, di^-uwen heiligen naam aanroepen ;

verhoor de gebeden uwer dienaars, die u in geest en inwaarheid wenschen te aanbidden, geef dat al degenen die uw Heilig Hart zijn toegedaan, op-welke plaats zij zich ook mogen bevinden, in dit oogenblik de welda-denuwerbarmhartigheid mogen ondervinden, en dat hun hart in het uwe de ware vreugde en de volmaakte liefde putte Gij, die leeft en heerscht in al do eeuwen der eeuwen. Amen.

LOF AAN DE EUCHARISTIE.

Ieder oogenblilc zjj het allerheiligst en aller-(joddelylcst Sacrament geloofd en gedankt.

Aan dit schietgebed zijn verbonden:

1° een volle aflaat, eenmaal in de maand, op een dag naar keuze, na gebiecht, gecommuniceerd en gebeden te hebben voor de

322

turn tuum; exaudi preces servorum tuorum qui te adorare desiderantinspi-ritu et veritate, ut quos per orbem terrarum dif-fusosad colendum sacro-sanotum cor tuumejus-dem socitatis vinculo adu-nasti, iisdem misericor-diaj tuaj bencficiis frui et gaudore concedas: qui vivis et regnas in saecula saeculoi-um. Amen.

-ocr page 331-

VAN HET HEILIG HART VAN JESDS. 323

H. Kerk enz., voor al degenen, die het al de dagen der maand zullen gebeden hebben.

2° een aflaat van honderd dagen, voor eiken dag dat men het bidt;

3° een aflaat van honderd dagen, driemaal per dag, eiken Donderdag des jaars, en gedurende het geheel octaaf van Heiligen Sacramentsdag.

Pius VI. Rescript van de secretarie der Memorialen, van 24 Mei 1776. bevestigd door Pius VI, bij decreet van de H. Congregatie der aflaten, 30 Juni 1818.

Gebed tot het heilig Hart.

Iedere geloovige, die het volgend gebed voor eene afbeelding van het heilig Hart bidt, volgens de intentie van den Paus, verdient eenmaal daags honderd dagen aflaat, en als men het gedurende eene geheele maand bidt en beide toe te voegen aan de overledenen, (Pius vu, 1807).

Ik N. N , om mijne erkentelijkheid te toonen en alle mijne ongetrouwheden te herstellen, schenk U mijn hart en wijd mij ge-

-ocr page 332-

NIEUWE MAAND

heel aan ü toe, o mijn beminnelijke Jesus; en met Uwe hulp, neem ik mij voor om niet meer te zondigen.

Schilderij of beeld van het heilig Hart.

Ieder geloovige, die voor eene schilderij van het Heilig Hart ter openbare vereering in eene bedeplaats of op een altaar tentoongesteld eenigen tijd bidt volgens de intentie van den Paus, verdient telken maal een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen, toe te voegen aan de overledenen. (Pius vi, 2 Januari 1799).

Gelied, bjj het bezoek aan het Heilig Sacrament.

Sla Heer, uw oog neder uit de diepte van uw heiligdom, uit de hopge hemelen welke gij bewoont, en aanschouw deze allerheiligste hostie, welke de groote opperpriester, uw goddelijke Zoon, onze Heer Jesus, u opdraagt voor de zonden zijner broeders. Laat u treffen door deze offerande, ondanks de overmaat onzer boosheid. Ziehier de stem van het bloed van Jesus onzen broeder,

324

-ocr page 333-

VAN HET HEILIG HABT VAN JBSUS. 325

die tot U roept van de verhevenheid des kruises. Verhoor ons, Heer, stil uwen toorn; beschouw onze diepe ellende, en breng uwe verbolgenheid tot bedaren. Stel niet langer uit, o mijn God, om ons uit liefde tot u te helpen, want deze heilige stad en dit volk behooren u toe, en zij hebben de glorie van uw naam te dragen. O God! behandel ons naar uwe oneindige barmhartigheid. Amen.

V E E B L IJ F

IN

JESUS\' HEILIG HART.

VOOR AL DE DAGEN DEB WEEK.

(Ontleend aan hot leven van de gelukzalige zuster Mai\'garctha-Maria, door Mgr. don aartsbisschop van Sens.)

-ocr page 334-

NIEUWE MAAND.

Op Zondag.

Gij zult in Jesus\' geopend Hart binnengaan als in een oven van liefde, om u daar te zuiveren van al de smetten, welke gij \' gedurende de week hebt ontvangen, en om dit leven van zonde te vernietigen, ten einde het leven der zuivere liefde te leven, eene liefde, welke u geheel in hem zal veranderen. Deze dag zal bestemd zijn om een bijzonder eerbewijs te brengen aan de Allerheiligste Drievuldigheid.

Op Haandag.

Gij zult u beschouwen als een misdadiger, die zijn rechter wenscht te bevredigen door spijt over zijne overtredingen, en die er in toestemt om aan zijne gerechtigheid te voldoen. Gij zult in den geest Jesus\' Hart binnengaan, om u in dezen kerker van liefde op te sluiten, ten einde daar deel te hebben aan de bitterheden, waarmede dit Hart overstroomd is. Gij zult er in toestemmen, om daar zóó sterk gebonden en gekneveld te

326

-ocr page 335-

VAN HET riEITjIG HART VAN JESUS. 327

worden, dat u, om zoo te zeggen geen andere vrijheid overblijft dan om te beminnen, geen licht, geen beweging of leven dan dat van de zuivere liefde, die hem zeiven als gevangene en bewegeloos houdt in het heilig Sacrament. Door de verdienste van deze goddelijke gevangenschap zult gij hem de bevrijding vragen van de zielen van het vagevuur, en al uwe handelingen met dat inzicht in geest van boetvaardigheid doen.

Op Dinsdag.

Gij zult in Jesus\' Hart binnengaan als in eene school, waar gij leerling zult wezen. In die school leert men de wetenschap dei-heiligen, de wetenschap der zuivere liefde, welke alle wereldsche wetenschap doet vergeten. Gij zult met aandacht de stem uws Meesters hooren, die u zegt: „Leert van mij dat ik zachtmoedig en nederig van harte ben, en gij zult den waren vrede uwer ziel vinden.quot;

-ocr page 336-

NIEUWE MAAND

Op Woensdag.

Gij zult in het Hart van Jesus-Christus binnengaan als een reiziger in een schip: de liefde is daarvan de loods. Hij zal u veilig den weg wijzen op die onstuimige zee, die men moet bevaren om in de haven aan te komen. De stormen, welke gij te vreezen hebt, ontstaan alleen uit de eigenliefde, de ijdelheid, de gehechtheid aan eigen wil. De loods zal u daardoor veilig heenvoeren, als gij hem getrouw zijt; hij zal u in kalmte en rust doen varen.

Op Donderdag.

Gij zult in het Hart van Jesus-Christus binnentreden als een vriend, die op het feestmaal van zijn vriend genoodigd is. Gij zult daar geneugten vinden welke er u zijn voorbereid, die uwe begeerten en uwe kennis te bovengaan. Gij zult daar bedwelmd worden door den overheerlijken wijn zijner liefde: die wijn maakt de bitterheden der wereld

328

-ocr page 337-

VAN HET HEILIG HABT VAN JESUS. 329

aanlokkelijk, en boezemt een walging in van de aardsche wellusten. De vriend, die u ontvangt, is even vrijgevig als teedermin-nend ; hij zal u zeggen : „Al wat mg toebehoort is het uwe, mijne verdiensten, mijne wonden, mijn bloed, mijne smarten; de liefde maakt die goederen gemeen onder ons; maar de vrijgevigheid moet wederkeerig zijn, en ik wil u ook geheel en al bezitten, zonder voorbehoud, onverdeeld.quot; Dezen dag zult gij al uwe handelingen in den geest van liefde verrichten.

Op Vrijdag.

Gij zult Jesus aan het kruis beschouwen als eene teederminnende moeder, die u met zeer groote smarten in haar hart heeft voortgebracht : gij zult in zijne armen en aan zijn Hart rusten als een kind in de armen zijner moeder, dat daar zijn troost en zijn veiligheid vindt. Geef u dus over aan dit heilig Hart, zonder zooveel terughouding, onrust en wantrouwen voor de toekomst; Hij voorziet in alles voor u, en dit is genoeg.

-ocr page 338-

NIEUWE MAAND

Bepaal u er toe dat gij hem met vertrouwen in dit oogenblik bemint, verzekerd als gij zijt dat hij u niet wil verlaten. Gij zult dezen dag doorbrengen in dien geest van overgeving ten opzichte van al de gebeurtenissen uws levens, voor u niets achterhoudende dan de liefde.

Op Zaterdag.

Gij zult u aan het Heilig Hart van Jesus aanbieden als een slachtoffer, dat in den tempel komt om daar te worden gedood, en dat voor den offeraar wordt gebracht. Die goddelijke priester moet, het geestelijk slachtende, het dierlijk leven in dat offer doen sterven, en het vervolgens, door het in het vuur der liefde te laten verteren, een nieuw en goddelijk leven instorten. Neem er genoegen in, om de plichten van het slachtoffer te vervullen; onthecht u gaarne aan de wereld en aan al wat daar zinnelijks is, èn om in de liefde verteerd te worden ten einde God te eeren, èn om er het leven te vinden, dat door de liefde alleen bezield

330

-ocr page 339-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 331

wordt. Gelukkig, indien gij daarna in waarheid kunt zeggen: „Neen, niet ik leef meer, maar Jesus-Christus leeft in mij, en leeft daar door zijne liefde; in hem en door hem handel ik, lijd ik en bemin ik.quot;

Wilt gij, overigens, weten, welke ziel het diepste zal doordringen in die heilige woonstede van Jesus\' Hart?

Het zal zijn de nederigste en verachtste; Zij die het meest aan alles ontdaan is, zal het meest bezitten.

De verstorvenste zal het teederst getroost worden door het Heilig Hart.

De liefderijkste het meest bemind.

De stilzwijgendste het best onderwezen.

Eindelijk de gehoorzaamste zal bij dat Hart het meeste vertrouwen en macht bezitten.

-ocr page 340-

LEVENSEEGEL

ten dienste van personen, die christelijk willen leven.

Komt, kinderen, hoort mij; ik zal u de vrees des Heeren leeren.

(Ps. xxxiii, 12)

Voor eiken dag.

I. Sta, zooveel van u afhangt, op een geregeld uur op. Doe dit vaardig, uit liefde tot God; dit eerste offer zal hem aangenaam zijn; vergeet niet, dat een oogenblik van luiheid u de verdienste van uw dag een groot gedeelte zou kunnen doen verliezen. De dag behoort gewoonlyk geheel aan dengene, die daarvan het begin heeft gehad.

II. Haast u, bij het ontwaken, uwe eerste gedachte, uw eerste woord, uwe eerste daad aan God te geven. Uwe eerste gedachte zij, hem uw hart op te dragen; uwe eerste woorden zijn: Jesus, Maria, Jozef, en uw eerste daad het heilig kruisteeken.

-ocr page 341-

VAN HET HEILIG HART VAK JESUS. 333

lil. Kleed u zedig aan, kniel voor uw kruis, beeld, en zeg met aandacht, eerbied en godsvrucht, als sprekende met God, uw morgengebed. Vergeet niet aan het einde de handelingen van uwen dag aan God aan te bieden, en u aan te bevelen aan de allerheiligste Maagd en uwen heiligen Engelbewaarder. Bid \'s morgens, \'s middags en \'s avonds den Angelus-

IV. Gebruik na uw morgengebed eenigen tijd, om na te denken over de zaak uwer zaligheid of over eenige andere geloofswaarheid. Dit is de gewichtigste aller oefeningen. Het is onmogelijk lang in de deugd staande te blijven, en dus nog meer, om daarin vorderingen te maken, als men deze heilige oefening verwaarloost. Hebt gij geen tijd om die meditatie onmiddellijk na uw morgenbed te doen, verricht die dan bij het eerste vrije oogenblik, of zelfs onder uw werk.

V. Indien gij, zonder uwe zaken te ver-waarloozen, in de week dagelijks het heilig Misoffer kunt bijwonen, beroof u toch niet door uwe schuld van zulk eén groot geluk. Wanneer gij de H. Mis niet kunt bijwonen.

-ocr page 342-

NIEUWE MAAND

betuig dan aan God het groote verlangen dat gij hebt om het te kunnen doen. Verplaats u met den geest in de kerk, vereenig u van harte met Jesus-Christus, die zich als offer opdraagt, en met de geloovigen, die het geluk hebben daar tegenwoordig te zijn.

VI. Werk volgens uwen staat, en blijf nooit zonder iets te doen, u herinnerende, dat de ledigheid de moeder aller ondeugden is. Leg u vooral toe op de beoefening dei-gehoorzaamheid, naar het voorbeeld van Onzen Heer, die zulk eene groote onderwerping had voor zijne heilige Moeder en voor den heiligen Joseph. Wees bezorgd om uwen arbeid, voordat gij dien begint, aan den Heer op te dragen ; maak te dien einde het heilig kruisteeken om hem zijn zegen te vragen. Herinner u gedurende den arbeid dikwijls Gods tegenwoordigheid; verhef van tijd tot tijd uw hart tot hem door verzuchtingen of schietgebeden. Denk aan de eeuwigheid telkens als gij de klok hoort slaan.

VII. Gebruik uwe maaltijden op het uur van het huis.

334

-ocr page 343-

VAN HET HEILIG HART VAN JBSUS. 335

Bid vóór en na liet eten; laat dit nimmer uit mensohelijk opzicht na.

VIII. Doe in den namiddag eene geestelijke lezing van ten minste een hoofdstuk uit de Navolging van Jesus-Christus of uit een ander goed boek.

IX. Tenzij de bezigheden van uwen staat, of de gehoorzaamheid welke gij aan uwe overheid verschuldigd zijt, het beletten, moet gij des avonds een kort bezoek aan het Heilig Sacrament brengen, en het zijne genade vragen. Gij kunt gedurende dit bezoek uw avondgebed, uwe penitentie en uwe andere gebeden bidden.

X. Eer gedurende uw geheele leven de allerheiligste Maagd op zeer bijzondere wijze; laat geen dag voorbijgaan, zonder dat gij ten minste eenig gebed tot haar richt, bijvoorbeeld een tientje van den Rozenkrans, het gebed: Gedenk enz.

XI. Eindig den dag gelijk gij dien begonnen zijt, dat wil zeggen door het gebed. Indien gij het reeds in de kerk hebt gedaan, kunt gij met een kort gebed volstaan, en dan met zorg uw geweten onderzoeken

v

-ocr page 344-

NIEUWE MAAND

omtrent al wat gij gedurende den dag hebt gedaan. Doorloop in den geest al uwe handelingen, om de zonden te kennen, welke gij hebt kunnen begaan, en om u daarover te vernederen.

XII. Eegel het uur van uw ter ruste gaan naar de bezigheden of het gebruik van het huis ; ontkleed u met de grootste zedigheid en onder Gods oog. Maak met wijwater het kruisteeken over uzelven en over uw bed. Wanneer gij zult te bed liggen, beveel dan uwe ziel in Gods handen, en beveel u in de bescherming der Heilige Maagd aan. Slaap in met de eene of andere heilige gedachte: beschouw uw bed als het beeld van het graf, de slaap als het beeld van den dood en overweeg; Indien ik dezen nacht moest sterven en gedaagd worden voor den geducliten Rechter stoel van den Oppersten Eechter, zou ïk dan bereid zijn om daar te verschyuen ? In welken staat bevindt zich mijne ziel? Waarheen zou ik gaan?

336

-ocr page 345-

VAN HET HEILIG HART VAN JESUS. 337

Voor elke week.

I. Daar de Zondag bijzonder is toegewijd aan den dienst des Heeren, moet gij dien dag heiligen, door u bezig te houden met goede werken, en godvruchtig de heilige diensten en de onderrichting in uwe parochie bij te wonen. Wijd ook eenigen tijd aan de geestelijke lezing.

II. De noodlottige gewoonten der wereld mogen nimmer uw gedrag regelen op Zonen feestdagen. Gij moet zorgvuldig de slechte gezelschappen, de wereldsche bijeenkomsten, en, in het algemeen, al de gevaarlijke uitspanningen vermijden. Vlucht nog zorgvuldiger de bals en den schouwburg, die de bronnen van alle ondeugden üijn en bet eeuwig verderf van ontelbare zielen veroorzaken. Op deze plaatsen van verleiding, zegt een Kerkvader, doel de duivel de hevigste aanvallen, en behaalt de grootste overwinningen.

III. Onderzoek eiken Zondag de zonden, welke gij in de week kunt hebben begaan ; vraag God daarvoor vergiffenis, en maak

22

-ocr page 346-

NIEUWE MAAND

goede voornemens om de volgende week beter door te brengen.

Yoor elke maand.

I. G-q geregeld elke maand te biechten, of meermalen als uw biechtvader het goedkeurt; bereid u met de grootste zorg voor. Het zou zeer gevaarlijk zijn zulk eene gewichtige daad uit gewoonte te verrichten.

II. Tracht zóó te leven, dat men u kan toestaan om dikwijls te communie te gaan. Bereid u verscheiden dagen tot de heilige communie voor, door eenige goede werken te verrichten en aan Jesus-Christus een groot verlangen te betuigen om hem te ontvangen.

III. Doe eens in de maand den kruisweg. Draag die vrome oefening voor de verlossing van de zielen in het vagevuur op.

IV. Kies een dag in de maand, om uw levensregel te lezen. Indien gij door uwe schuld of uwe achteloosheid in iets zijt te kort geschoten, verneder u daarover voor God, en neem u voor getrouwer te zullen zijn.

338

-ocr page 347-

VAN HET HEILIG HART VAN .IESUS. 339

V. Kies in liet begin der maand eeue bijzondere deugd ter beoefening, of stel u voor om u te verbeteren van de fout waarin gij het meest valt.

Voor élk jaar.

I. Vier elk jaar den verjaardag van uw H. doopsel; van uwe eerste heilige communie ; van uw vormsel; tracht dien dag, of den volgenden Zondag, tot de heilige Sacramenten te naderen.

II. Houd aan het einde des jaars eene kleine geestelijke afzondering om den staat uwer ziel na te gaan en de wijze waarop gij het jaar hebt doorgebracht, en maak het besluit om het volgend jaar beter te gebruiken.

De vrede en de barmhartigheid des Heeren zullen rusten op degenen, die dezen regel getrouw zullen hebben onderhouden. (Gal. vi. 16.)

EINDE.

-ocr page 348-

IMPRIMATUR.

Amstelodami. dii 16 Maji 1885,

F. T. H. VAN UGTROP. Libr. Sens.


-ocr page 349-

/

INHOUD.

Bladz.

luleidiiig............. v

EERSTE GEDEELTE.

Over de grondslagen van de devotie tot het

Heilig Hart van Jesus.......15

Over het voorwerp van de devotie tot het

Heilig Hart...........20

Over de voornaamste beoefening van deze devotie en de kostbare vruchten, welke

men daarvan moet trekken.....30

Over de beweegredenen, die ons moeten aansporen om de devotie tot hot Heilig Hart van Jesus te beoefenen.....44

TWEEDE GEDEELTE.

Nieuwe Maand van het Heilig Hart van Jesus, of de drie en dertig levensjaren

-ocr page 350-

INHOUD.

Bladz.

van den goddelijken Verlosser in de

maand Juni vereerd ......... 59

Overweging voor den laatsten dag der maand

van Maria............70

Eerste dag............76

Tweede dag............82

Derde dag............88

Vierde dag............95

Vijfde dag............101

Zesde dag.............108

Zevende dag............114

Achtste dag............121

Negende dag...........127

Tiende dag.............134

Elfde dag.............140

Twaalfde dag...........148

Dertiende dag.......... . 155

Veertiende dag...........162

Vijftiende dag...........169

Zestiende dag...........175

Zeventiende dag..........183

Achttiende dag...........190

Negentiende dag..........196

Twintigste dag............203

Een en twintigste dag........210

Twee en twintigste dag........216

Drie en twintigste dag........222

Vier en twintigste dag........229

-ocr page 351-

INHOUD.

Bladz.

Vijf en twintigste dag........235

Zes en twintigste dag........241

Zeven en twintigste dag.......248

Acht en twintigste dag........256

Negen en twintigste dag.......263

Dertigste dag...........270

Een en dertigste dag.........270

Twee en dertigste dag........282

Drie en dertigste dag.........289

DERDE GEDEELTE.

I. Oefeningen en gebeden ter eer van het Heilig Hart...........297

II. Gebeden en oefeningen van Godsvrucht

ter eere van het Heilig Hart van Jesus 311

Litanie van het Heilig Hart van Jesus . . 317

Lof aan de Eucharistie........322

Gebed tot het Heilig Hart.......323

Schilderij of beeld van hot Heilig Hart. . 324 Gebed bij het bezoek aan het Heilig Sacrament..............324

Verblijf in Jesus\' Heilig Hart.....325

Levensregel* ten dienste van personen, die

christelijk willen leven...... • 332

-ocr page 352-
-ocr page 353-
-ocr page 354-
-ocr page 355-