4a !/ 5
v CUV
VEEETia VEESOHttLEHDE
COMMUNIE-OEFENINGEN.
nagelaten week vak den eerw, pater
EGIDIUS VOGELS, : ^
Heler van de Congregatie deTWrheili^ten Verlog». ÏWDEDE TJIXGAVE.
Kerkelijk goedgekeurd.
^ « \'i [SJ CJ AMSTERDAM, ^
L U T K IE amp; s M IT,
1887,
4
Nquot;. 95.
;
_
VOO RW OORD.
De veelvuldige Communie, is ten alle tijde in de Kerk als het krachtigste middel beschouwd en in beoefening gebragt, om tot de u-are volmaaktheid te geraken. Dank zij het diheijls nuttigen der \'goddelijke spijze van Jesus\'1 vleesch en bloed, zien wj tul van lieden in iedere» leeftijd en in iedere» stand te midden der bedorven wereld leven coor God en hunne, eeuwige belangen. Maar, vragen wij verwonderd met den kardinaal Bona, van waar het vreemde verschijnsel dat er ook vele zielen zijn, die met veelvuldig communiceren niet zoo hun voordeel
( VI )
doen? Waaraan ligt zulks? Hoe komt \'t, dat ~ij altijd onderworpen blijven aan dezelfde fouten, weinig of geen voortgang maken op den weg der deugd? Dit is niet ter oorzake van het voedsel, antwoordt hij, maar door gebrek aan de noodige gesteltenis in dengene, die het neemt. Defectus non in cibo est, secl in edentis dis-positione. (De Saer. M. c. 6 § (S.)
Het is met deze hemelsche zielespijs gelegen als met het stoffelijk voedsel onzes ligchaams. Evenmin als iemand zijn voordeel doet met de spijze die hij nuttigt, al zou deze overigens nog zoo kostbaar en degelijk zijn, indien hij inwendig niet goed gesteld is; evenmin zal hij ook nut trekken uit de kostbaarste en degelijkste spijze aan de tafel des Heeren ons voorgezet, als hij niet de noodige gesteltenis daartoe heeft. Nu deze zal hij bekomen, als hij zich behoorlijk tot de II. Communie voorbereidt en altijd goed zijne dankzegging doet. Zoo leeren ons de schrijvers van het geestelijk leven, vooral de II. Kerkleeraar Alphonsus, en de dagelijksche ondervinding levert daarvan de krachtigste bewijzen.
Om nu de geloovigen behulpzaam te zijn in
( VII )
het verkrijgen dier goede gesteltenis door voorhe-r ei ding en dankzegging, heeft de li. P. E. Vogels.
y., tal van oefeningen voor en na de II. Communie opgesteld. Zij zijn hemninelijh, eenvoudig en ongekunsteld, die oefeningen en rijk in verscheidenheid; waarom zij ten hoogste zijn aan te bevelen. Door die verscheidenheid toch wordt de oefening van voorbereiding en dank-zegging uiterst vergemakkelijkt, wijl het eentonige van een en hetzelfde gebed, dat voor onze natuur ten laatste moejelijk valt, wordt weggenomen en de aangename afwisseling ons van zelve uitlokt telkens die heilzame oefeningen op nieuw te rerrigten. Zij spreken de taal van een opregt geloovend gemoed en een vurig minnend hart en hebben voortdurend en vooral ten doel de beoefening der deugd; van die deugden inzonderheid, van welke Je sus ons in zijn JI. Sacrament het schitterendst voorbeeld geeft. Zij aan wie hun geestelijke voortgang ter harte gaat, zullen ze met gretigheid ontvangen, en wij zijn er zeker van, er groot voordeel mede doen voor hunne zielen.
Met dien icensch ook bieden u ij deze oefe-
( VIII )
nimjen onder Gods zegen en den hijstand der helhgc Maagd Maria, den geloovigen aan.
Te hunnen gerieve gaan vooraf: de Geleden onder de II. Mts, die eveneens door den Eenc. Pater Vogels geschreven zijn.
r. o,
Amstekdaji, 1882.
(JKBEDEN ONDER DE H. MIS.
O O It li K 1! 1 O T.
De catocliismus vraagt: TFaartoe dienen (Je ceremoniën die in de Mis gebruikt worden\'\' Hot antwoord luidt : Tot gedachtenis en afbeelding van het lijden en den dood van Christus. Daarom zcido Josus aan zijne Apostelen, toen Hij in het laatste avondmaal liet eerste Sacrificie der Mis opdroeg: Doet dit ter mijner gedachtenis. Wij moeten dus onder het H. Sacrificie der Mis het lijden van Christus gedenken. Ten einde dit met moor gemak en voordeel to doen, kan mon do volgende manier van Mis hooron gebruiken. Vooral morko mon daarbij op, dat men punt voor punt langzaam moet lozen en godvruchtig overwegen. Wanneer men zoo don priester niet kan volgen, kan men van tijd tot tijd het oen of ander punt overslaan; want het is duizendmaal beter hot weinige langzaam en goed te over-vegen, dan veel met haast te lozen.
( 10 )
Voorbereiding tot de H. Mis.
Verheeld u in het laatste avondmaal bij Jams te zij»... Hij waseht de voeten zijner apostelen en zegt: l): heb vurig verlangd dit Paaschlam mH n te eten.
1. O Jesus! wie bon ik om mij onder het getal uwer Apostelen te stellen ? Helaas I ben ik niet, gelijk een Judas, onwaardig! Ja, lieve Jesus I ik ben niet waardig in uwe tegenwoordigheid te verschijnen ; maar uwe yoedheid noodigt mij uit en do nood dwingt mij tot U te komen. .. O Jesus! ontferm U mijner. O Maria! O Engelbewaarder! O H. Patroon! staat mij bij, om godvruchtig dit allerheiligste Sacrificie der Mis bij te wonen.
2. O God! in vereeniging mot Jesus\' kruisdood draag ik U deze H. Offerande met den priester op. Ton eerste om uwe opporheorschappij over ons en alle schepselen en onzo afhankelijkheid van U te erkennen. Ten tweede om U te bedanken voor de ontvangene weldaden. Ton derde om U vergiffenis van onze zonden en do verlossing van de zielen in het vagevuur te verzoeken. Ten vierde om nieuwe weldaden van IT fif te smoekon.
( 11 )
Bij het begin der H, Mis.
DE PRIESTEB GAAT NAAR DEX VOET DES ALTAARS.
Verheeld u te zien, dat Jesus met zijne apostelen naaiden hof van Olijven gaat om te bidden,
O Josus! laat toe, dat ik TJ daar volgo om ooggetuige van tiwo overgroote droefheid en uw smartelijk lijden te zijn; prent uw lijden levendig in mijnen geest, en doe mij alles uit liefde voor U verdragen. Amen.
CONFITEOR.
Verheeld n te zien, dat Jesa* in den hof van Olijven tot den dood toe bedroefd wordt, plat ter aarde valt en water en bloed zweet.
O mijne ziel I ziedaar, hoe Jesus om uwe zonden lijdt en plat op zijn aangezigt ter aarde valt... zie Hem daar liggen en bloed zweeten... Ach, lieve Jesus, hoe spijt het mij, XT zoo vergramd te hebben!... doe mij mot U over mijne zonden bedroefd zijn en weonen. Geeno zonde meer, lieve Jesus I... neon... in eeuwigheid geene zonde meer.. . Versterk mij door uwe genade. Amen,
J_
( 1-\' )
DE PRIESTER OAAÏ HET ALTAAR OP EN KUST HETZELVE.
Verheeld n te zien, dat Jesus door de» kus ran Jadas aan de Joden overgeleverd wordt.
Ach, lieve Jesus I welke smart voor U door een uwer apostelen verraden en aan nwe grootste vijanden overgeleverd te worden I... Helaas, hoe dikwijls wordt Gij nog door de Christenen verraden !... Hoe dikwijls heb ik de wereld bemind en U achter zondige vermaken gesteld I... Hoe dikwijls heb ik aan mijne driften den vrijen teugel gevierd en dc stem van mijn geweten in mijn binnenste gesmoord I... O Jesus I ik vraag er U van harte vergiffenis over en betuig, liever te willen sterven, dan XT nog ooit te verraden of te vergrammen. Amen.
KYRIE ELEISOX.
Verheeld u te zien, (Jat dc apostel Petrus zijnen Heer tot driemaal toe verlooehent en uitgaande hitter weent.
Ik ongelukkige ! hoe dikwijls heb ik U, lieve Jesus ! verloochend\'r... Maar Gij, hoe dikwijls hebt Gij mij, even gelijk Petrus, door eenen blik uwer genade getroffen \'r... waarvoor ik toch ongevoelig bleef... 0 JesusI ontferm U mijner,
ontferm U lugner, ontfcmi ü mijner. Geef trai i^n aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht over mijne zonden weene. Amen.
GLORIA IX EXCELSIS.
Verheeld u te zie», (hit de Joden, al jtüeheitde, Jems den yansehen nacht bespotten, terwijl de Jinyelen zteh voor zijnen troon nederwerpeu en uitroepen: Glorie zij aan God in den hooye, en vrede aan de mensehen, die can yoeden teil zijn,
O Jesns\'. mijn hart wordt mot droefheid bevangen, als ik denk aan de versmadingen, welke de Joden U aangedaan hebben, en die zoo vele Christenen TJ dagelijks nog aandoen... Het valt mij evenwel veel pijnlijker to moeten denken, dat ik zelf U door mijne zonden zoo menigmaal versmaad en onteerd heb!... Geef, Heer Jesus! dat ik U voortaan met de Engelen eere en love, zeggende: Glorie zij aan God don Vader, Glorie zij aan God don Zoon, Glorie zij aan God den H. Geest. Glorie zij aan de allerheiligste Drievuldigheid . .. Niet aan ons. Heer! niet aan ons, maar geef wwen naam de eer. Amen.
EPISTEL.
Verheeld n, dat Jesns in het hais ran C\'uïphus openquot; lijk heient, dat Jfij de Christus, de Xoon ran den lerenden
( H )
Oml in, en dut Hij daarom ter dmd veroordeeld en den yunsehen nacht bespot wordt.
Zoo doet Gij dan, lieve Jesusl openbui-e belijdenis, dut Gij do Zoon van don levenden God zijt, ofschoon Gij voorzaagt, dat TJ dit vele ver-nederingen zou kosten !. . . O mijne ziel I komt gij voor de eer van God ook zoo openlijk uit r ... Helaas I hoe dikwijls heb ik uit menschelijk opziyt mij geschaamd \'r ... O Jesus, hoe spijt mij dit! Voortaan zal ik openlijk uwe eer en glorie voorstaan, al zou ik daarom bespot of mishandeld worden. Help mij, om aan dit voornemen getrouw te blijven. Amen.
HET EVANGELIE.
Het boek wordt omgedragen.. . Het evangelie gaat van de ondankbare Joden tot de Heidenen over.
Verheeld n, (Jat Jesus van Ca\'iphas naar J J-das ychrayt, en daar vahchelijk hesehuldigd wordt.
O Jesusl ik zeg U duizendmaal dank, dat Gij mij het Evangelie en uw IX. Woord verkondigd en mij buiten zoo vele duizenden tot het ware geloof geroepen hebt. Maar, helaas! hoe ondankbaar bon ik geweest!\' Hoe dikwijls heb ik U versmaad en uw Evangelie met voeten vertreden. .. O Jesus! spreek tot mij, ik zal naar uw woord luisteren en hetzelve onderhouden. Ameu,
( 15 )
CHEDO.
Verheeld k, dat Jesus van Piluitts ikiki\' Herodes yrbrdyt cn dam\' ah an dwaas bespot wordt.
O Jcsus ! hoe dikwijls wordt Gij en uw heilig Woord nog bespot I. .. Helaas, hoe dikwijls ben ik in uw huis, in de kerk, tijdens het gebed en de H. Mis onachtzaam en oneerbiedig geweest!... Vergeef het mij, lieve Jesus I want het is mij van harte leed... O Jesus I ik geloof in U cn in alles, wat Gij geopenbaard hebt... Gij zijt mijn Heer en mijn God; voortaan zal ik met den meesten eerbied voor U verschijnen en tot U spreken, wijl ik maar stof en asch bon... O Jesus ! ontvang mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; ik geef mij geheel aan U. Amen.
OFFERANDE.
t)e priester ontdekt den kelk en draagt het brood en den wijn aan God op.
Verheeld u, Hat Jeans ontkleed en gegeeseld wordt, en dat Hij zijn hloed tot voldoening nicer zonden, aan den hcmehchen Vader opdraagt,
O mijne ziel I overweeg, hoe schandelijk Jesus om uwe oneerbaarheden ontkleed, en hoe wreedaardig Hij door de geesels verscheurd werd... O Jesus! ik sta voor IJ beschaamd. Helaas! ik
C )
beu eou der beulen geweest, en bob U niecle-doogenloos gegeeseld. Ach, boe spijt mij dit, lieve Jesusl Ik wcnsch voortaan, uit liefde voor U, alles te lijden. Zie, tbans ben ik tot de geesels bereid en in veroeniging van uw bloed offer ik mij en de gansebe H. Kerk aan den hemelschen Vader op. Amen.
DE PRIESTER WASCHT ZIJXE IIAXDEK.
Verheeld k, hue Pilatus onchr het wassehen der handen, zieh zei een onschiM\'uj verkluart, de schuld op dc Joden loerpt, en Jesns onroytemrdnj ter dood veroordeelt.
Helaas! hoe dikwijls heb ik, gelijk Pilatus, mij in mijne zonden verontschuldigd \'i... Wat schande voor mij ! O Jesus ! ik zal voortaan mijne zonden regtzinnig voor God en mijnen biechtvader belijden! . .. Ja, lieve Jesusl ik heb gezondigd; ik ben niet waardig mijne oogen tot IJ op te heffen... Ik heb gezondigd, maar het is mij nu van harte leed... O Jesus! wasch mij in uw dierbaar bloed. Amen.
OEAÏE TEATEES.
De priester keert zich naar het volk en vemaant het om te bidden.
Verheeld tt, dut Jesus unn het volk vertoond wordt, l\'ilatm zeyt: Here homo, zie, de menseh . Denk, dat
( n )
God n in het oordeel ook crus aan alle memchcn zal ver-toouen en zeggen : Ziet den inenseh cn al zijne werken,
O mijne ziel! beschouw uwen Jesus: zijn hoofd met doornen gekroond, zijne ongeil vol bloed en tranen, zijn aangezigt paars en blaauw geslagen, zijne ooren door afgrijselijke godslasteringen gepijnigd, zijn ligchaam door de geeseling geheel verscheurd, niet bloed en wonden overdekt. O ziel! ziedaar den mensch. Ach, wat pijnlijke toestand!.., O J esus I waartoe zijt Gij om mijnent wil gebragt ?... Wat zal er van mij worden, als ik voor uwe regt-bank zal staan, en aan de geheelc wereld vertoond worden? O Jesus! wees mij dan genadig. Amen.
SANCTUS.
/ rrheehl^ u, dat de .Joden woedend\'tegen Jesus uit-gt;epen : Kruisig Hem ! kruisig Hem ! terwijl de I\'lnge-■n in den hemel ziehi voor Hem nederwerpen, en zeggen : treiligt^ heilig, heilig, Heer! God der heirkraehten !...
ereenig u mH hen, buig u in den geest voor God neder en quot;inthid Hem.
Hoe spijt het mij, lieve Jesus! zoo dikwijls egen U gezondigd en U ter dood geëischt te lebben!... Hoe spijt het mij, uwen H. Naam \'Oo dikwijls onteerd en ijdel in don mond gehad te hebben!.. . O Jesus ! voortaan zal ik uwen heiligen Naam loven, in alles uwen wil naauw-03 2
( 18 )
keurig volbrengen en U aanbidden in vereeiii-ging met de Engelen, die met heiligen eerbied bezield, voor uwen troon staan en U onophou-delijk loven, danken en verheerlijken, zeggende : Heilig, heilig, heilig. Heer! Cfod der heirlcrachten ! Hemel en aarde zijn veil van uivc glorie; gezegend zijt Gij, die woont in de hoogste hemelen! Amen.
CANON,
Dg priester zegt do stille gebeden, en gaat als \'t ware in het Heilig der heiligen, om als boezemvriend met God vertrouwelijk en in het geheim te onderhandelen.
Yerhecld n, dat Jcsus zijn l\'rms opneemt, en uitgaat om op den Calvarieberg te sterren.
O mijne ziel! zie daar gaat Jesus, niet zijn kruis beladen, henen, om voor u te sterven. Hoe ellendig is zijn toestand I... De krachten verlaten Hem; Hij gaat gebukt onder het kruis; Hij valt en wordt beschimpt. . . Helaas, welke droevige toestand I... O Jesus I ik heb uwen last door mijne zonden bezwaard.. . Aeh, hoe spijt mij dit! Ik zal TJ voortaan volgen, lieve Jesus! ik zal met U mijn kruis dragen, uit liefde voor ü lijden. Versterk mij, Heer Jesus !... O Maria I bid voor mij. Amen.
( 1!\' )
MEMEXTO.
De priester houdt de gedachtenis der levenden.
Verheeld u, dat Jesus op den Calvarieberg komt en zieh voor de zaligheid van alle mensehen aan den hemelschen J \'ader opdraag t.
O God, homelsche Vader! ontvang deze heilige offerande. Zie op Jesus, uwen Zoon neder, en wees ons om zijnent wil genadig.. . O God I ik offer Hem aan U op — voor de gansehe heilige Kerk, voor den Paus van Rome, voor do bissohoppen, pastoors, priesters en allo oversten, zoo geestelijke als wereldlijke — voor mijne ouders, broeders, zusters, vrienden en allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen en voor welke ik verpligt ben te bidden — bijzonder voor mijne vijanden en voor allen, die mij ergens in beleedigd hebben; ik vergeef hun van harte, gelijk Jesus zijnen vijanden vergeven heeft en voor hen gestorven is. Amen.
H. CONSECRATIE.
DOOR DE WOORDEN VAN DEN PRIESTER VERANDERT HET BROOD IN CHRISTUS LIGCHAAJI.
Verbeeld u te zien, dat de hemel open gaat, dat Jesm in het gezehehap der Engelen afdaalt en zieh op nieaw slagtoffcrt,
O Jesus I uwe onfeilbaarheid strekt mij tot waarborg, dat Gij op het woord des priesters uit den
( )
hemel op liet altaar nederdaalt, om door ons aangeboden te worden... Ja lieve Jesusl ik geloof het vastelijk... Ik werp mij eerbiedig voor U neder en aanbid U met de Engelen... O God! ik offer U den gekruisten Jesus, als een slagtoffer, tot boete voor mijne zonden op. Vleesch geworden Woord! goddelijke Jesus, waarachtig God en niensch! ik bemin U uit geheel mijn hart en draag mij geheel aan U op, opdat Gij mij genadig moogt wezen, Amen.
DOOR DE WOORDEX VAN DEX PRIESTER VERAX-DERT DE WIJX IX CHRISTUS BLOED.
Verheeld n, Jesus aan het 1-ncis te zien /iaiif/en en het Moed uit zijne wonden te zien vloeijen.
Ach, lieve Jesus 1 wat lijdt Gij toch veel! Gij hangt tusschen twee moordenaars en vergiet al uw bloed.. . O heilig bloed!... Wee mij, ellendige ! hoe dikwijls heb ik dit bloed als met voeten getreden— Ach, hoe spijt mij dit, lieve Jesus !. . . Wasch mij in uw dierbaar bloed en zuiver mij van mijne zonden. Amen.
Dg priester houdt de gedaehtenis dor overledenen.
Verheeld n, dut Jesus, aan hel kruis hangende, zieh opdraagt aan zijnen Vadtr voor de gehorige zielen4
O God! ik draag U denzelfden Jesus op tot verlossing der geloovige zielen, bijzonder voor
( 21 )
mijne afgestorvene vrienden, te weten voor.... Ook voor hen die misschien om mijnent wil lijden, die mijne gebeden verzocht hebben of die het meest verlaten zijn, eindelijk voor hen, voor welke God wil, dat ik bidde... O God! wees hun genadig, en verlos hen uit de pijnen, opdat zij in den hemel met de Engelen en Heiligen eeuwig uwen lof zingen. Amen.
TATER NOSTEIl.
Verbeeld n, de zeven woorden van Jesxs aan het kruis te hooren.
I. Vader! vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen... O Jesusl ik vergeef uit liefde voor U alles, wat mij ooit misdaan is; vergeef Gij ook mijne zonden, want zij zijn mij van harte leed.
II. Heden zult (jij met Mij wezen in het paradijs ... O, zoo ik ook met U in het paradijs ware, lieve Jesus !... O God I wanneer zal ik komen en voor uw aanschijn verschijnen \'... Ik wensch ontbonden te worden en met U te zijn.
III. Vrouw ! ziedaar uw Zoon... Zoon ! ziedaar uwe Moeder... O Maria! gij zijt dan mijne Moedor, en ik ben uw kind... Ik drang mij als kind
aan ii op, en stel mg onder uwe moederlijke bescherming.
IV. Mijn God, mijn God! waarom Jieht Gij Mij verlaten ?... O Jesus, hoe groot was uw lijden op dat oogenblik I. .. Ik ben bereid, uit liefde voor TJ, alle bitterheden en dorrigheden te verduren... O Jesus! sta mij bij en versterk mij door uwe genade.
V. Ik hel dorst... O ziel! Jesus dorst naar uwe bekeering en zaligheid. Hoe blijft gij dan zoo ongevoelig? O Jesus! ik wil U voldoen en mijne ziel zalig maken, het koste wat het wil.
VI. liet is volhragt... O, konde ik dit ook op mijn sterfbed zeggen !.. . O ziel! laat ons nu alles verduren, het oogenblik nadert dat ons lijden zal eindigen... O Jesus! versterk mij om alles met geduld te lijden en al mijne pligten getrouw te volbrengen, om op mijn sterfbed te kunnen zeggen; liet is volhragt.
VII. Vader! in uwe handen heveel ik mijnen fjeest... Ja God, hemelsohe Vader! ik geef mij geheel aan U; ik geef U mijne ziel en mijn ligchaam, mijn verstand, mijn geheugen, mijnen wil en alles wat in mij is; Gij hebt mij alles gegeven, ik geef U alles terug. Geef mij slechts
( 23 )
uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk
genoeg en vraag IT niets anders. Amen.
De priester verdeelt de H. Hostie in drie dcelen.
Verbeeld u te zien, did Jesus zijn honfil buigt en sterft. Zijne ziel scheidt van zijn liychaam rn daalt ter helle neder.
O mijne ziel! gij zult ook eens sterven. .. O kende ik in uwe liefde sterven, dierbare Jesus I.. . Zie, ik sterf van nu af,aan de wereld, aan hare vermaken, ijdele vertooningen, rijkdommen en grootheden... Ik wil alleen uit liefde voor U leven en sterven. Geef, dat ik U steeds getrouw blijve, en dat de gedachte aan uw bitter lijden en uwen smartelijken dood, mij altijd voor oogen zweve, opdat ik nimmer meer van U gescheiden worde. Amen.
AGNUS DEI.
Verbeeld u te zien, dat vele Joden en anderen, die Jesus hadden zien sterven, vol droefheid op hnnne borst klopten en weenend naar huis gingen.
O Jesus! geef mij deel in hunne droefheid, opdat ik over mijne zonden en uwen smartelijken dood weeno. Mijn hart verwijt mij mijne ondankbaarheden, terwijl ik U, lieve Jesus I levenloos aan het luuis zie hangen; hot geweten knaagt
( 24 )
mg en zegt: „Ziedaar den Godmensch, dien „gij gekruisigd hebt; zie de wonden, die gij i,gemaakt hebt; erken de zijde, dio gij doorboord „hebt; om en door u is zij geopend, en toch hebt „gij er niet willen ingaan!..(S. Augustinus). Ach, hoe hard vallen mij deze gedachten!. . . Lieve Jesus, Lam Gods! zuiver mij van al mijne vlekken en doe mij voor God leven. Amen.
DOMIXE KOX SUM DIGXUS.
Voorbereiding tot do H. Communie of tot de Nuttiging.
Yerheeld v, dat Jemn in een nieuw lt;/raf hei/raven wordt, dut Hij door de Tl. Comiimnie tot u l;omt eu nw hart tot rustplaats verliest.
O Jesus, zult Gij dan tot mij komen !... Ik geloof, dat Gij hier waarlijk tegenwoordig zijt. . .
Do Engelen aanbidden U. .. Maar wie ben ik, om tot U te komen en U in mijn hart te ontvangen !\'... Neon, Heer Jesus ! ik hen niet waardig, dat Gij hond onder mijn dak; maar spreek slechts een woord, en mijne ziel zal gezond toerden. . . O Jesus! kom ten minste door uwe genade tot mij... Kom en zuiver mijn hart van allo vlokken, zei quot;s vfin de minste zondige begeerte. Kom, Heer Jesus, Goddelijke Bruidegom mijnor ziel! Kom, en versier mij mot die deugden, welke Gij hot
( )
meest in mij begeert te vinden. Kom, om voortaan in mij te leven; ik zal U nimmer meer laten gaan. Neen, beminnelijke Josus I ik wil liever duizendmaal sterven, dan ü nog ooit to vergrammen. Amen.
NA UE H. COMMUNIE.
Verheeld n, dat Jems met glorie verrijst, en aan zijne apostelen den vrede toewenseht... Daarom zef/t de priester: Domiuus voljiscum, dat is: de Heer zij met u.
O mijne ziel! laat ons met Christus tot een nieuw leven verrijzen. .. O Jesus! geef mij hiertoe uwe genade. Dood aan do zonde, wil ik voor U alleen loven. Ik leef, nu niet ik, maar Gij leeft in mij. O ja, lieve Jesus! leef in mij, opdat ik in U leve. Bestier mijne ougen, opdat ze uwe grootheden beschouwen; — mijne ooren, opdat ze naar uwe inspraken luisteren; — mijne tony, opdat ze uwen lof verkondige; — mijne handen, opdat ze voor U arbeiden; — mijne ■voeten, opdat ze uwe wegen bewandelen; mijn h\'gchaam, opdat ik het als een offer aan U toeheilige; — eindelijk mijn hart, opdat het altijd U alleen beminne. O Jesus! ontferm TT mijner; geef mij uwen heiligen zegen, en zond mij uwen H. Geest, opdat ik de gemaakte voor namens stiptelijk volbrenge. Amen.
( 26 )
GEBED NA DE H. MIS.
O God, homelsclie Vader! ik zeg TJ hartelijk dank voor de onuitsprekelijke gaven, die Gij mij altijd, maar bijzonder in dit 11. Sacrificie der Mis verleend hebt... Ik vraag U vergiffenis over mijne oneerbiedigheden en onachtzaamheden... Zie op Jesus, uwen beminden Zoon neder, en wees mij om zijnent wil genadig. O God I sta mij bij, opdat ik gedurig aan U denke, gaarne van IJ spreke en alles uit liefde tot U verrigte.
O Maria I bid voor mij ...OH. Joseph! waak over mij ... O Engelbewaarder I geleid mij... O H. Patroon! bescherm mij. Amen.
VEERTIG VERSCHILLENDE OEFENINGEN
Oil
GODVRUCHTIG TE COMMUNICEREN.
EERSTE OEFENING. De ootmoedigheid.
VOOK DE H. COMMUNIE.
I. De ootmoedigheid van Jesus ia zijne geboorte.
O ziel, verbeeld u, Jesus als kind in den stal van Bethlehem te zien en Hem te hooren zeggen: „Leer van Mij, dat Ik zachtmoedig e\'n ontmoedig van harte henquot; (Matth. 11, 29). Overweeg deze woorden en denk, wie hier spreekt. Jesus zelf, uw Leermeester en God, die na eenige oogen-blikken tot u zal komen en de spijs uwer ziel worden. Wat zegt Hij? „Leer van Mij, dat Th zachtmoedig en ontmoedig van harte hen.quot;
O mijne ziel, overweeg dit met aandacht: Jesus
( 28 )
zolf, waarachtig God gelijk de Vader en do H. Geest, Heer en Meester van hemel en aarde,
Hij zegt u: „Leer van Mij, dat Ik ootmoedig van harte hen\'quot;. Jesus zelf geeft u een voorbeeld van ootmoedigheid en wel van eene ivare ootmoedigheid, die niet enkel bestaat in woorden of niter-lijken schijn, maar in de inwendige gevoelens en de overtuiging zijns harten. Dierbare Jesus, niemand kan mot zoo veel regt en waarheid als Gij zeggen: „Leer van Mij, dat Ik ootmoedig van harte henquot;, wijl er nooit iemand geweest is, noch zijn zal, die zich zóó diep vernederd heeft of vernederen zal, als Gij hebt gedaan. Gij hebt U diep vernederd van het eerste oogenblik uwer ontvangenis af door de gedaante van eenen slaaf aan te. nemen en wel van eenen pligtigen slaaf en zondaar. O Jesus, hoe groot was deze uwe vernedering! Hoe verworpen uw toestand! hoe waart Gij door allen miskend! zelfs waart Gij door alle inwoners van Bethlehem verstooten, zoodat niemand U in zijn huis wilde ontvangen en Gij in een beestenstal moest verblijven. Lieve Jesus, hoe groot moet uwe liefde jegens ons wel niet geweest zijn, wijl zij U bewoog voor onze zaligheid uit den Hemel neer te dalen en U zeiven zoo diep te vernederen I Hoe groot
daarentegen was der mensehen ondankbaarheid, wijl er nioiuaud was, die TJ in zijn huis wilde ontvangen. Gij moest dan uwe toevlugt nomen tot een beestenstal. Ach welke vernedering! Jesus, do Heer van alles, ligt in een beestenstal, verlaten van de menschen! O ziel, hoe durft gij u dan nog verheffen!\' Jesus aanvaardt met liefde alle vernederingen, minachtin-gen en ollonden; en zoudt gij dan nog eer, achting of verheffing zoeken!\' Neen, liove Jesus, dat nooit meer. Ik wensch voortaan in uwe vernedering en verlatenheid te declen; doch sta mij bij, wijl ik zoo zwak en zoo hoovaardig van natuur bon. Geef, dat ik mijn hart voortaan sluite voor allo cor en grootheid en het alleen opene voor U, om U in hetzelve te ontvangen. Kom, Heer Jesus, kom, want ik verlang vurig naar U. Amen.
2. De ootmoedigheid van Jesus in zijn verborgen leven.
Dierbare Jesus, uwe ootmoedigheid schijnt uit, niet alleen in uwe geboorte, maar ook in uw geheel verborgen leven. Gij hebt U immers vernederd; altijd hebt Gij wereldscho eer en grootheid ontvlugt, zonder ooit eenig behagen in U
( )
zeiven te nemen. ,,Christus si bi non placuitquot;. ,,Christus herft zich zeiven niet beliefdquot; (Eom. ló. 3). Hoe nederig waart Gij in alles! Uw voedstervader en uwe Moeder waren arme menschen, onbekend voor de wereld; ook Gij waart arm en bleeft met hen onbekend en verborgen tot uw dertigste jaar. O wonderbare ootmocdiglieid\' Lieve Jesus! ik sta beschaamd over mijn hoogmoed. Helaas! ik, een niet, wil mij vertoonen; ik, een zondig schepsel, wil gezien en geëerd worden; ik, een zondaar, verstout mij, mij te verheffen en behagen in mij zeiven te nemen. O God I hoe hebt Gij mijne verwaandheid zoo lang kunnen verdragen ? Ik vraag er U vergiffenis voor en maak van nu af het vaste besluit mij in alles te vernederen. Dierbare Jesus, laat niet toe, dat de hoovaardigheid ooit in mij heer-sche; noch in mijn hart. noch in mijn verstand, noch in mijne gedachten, noch in mijne woorden, noch in mijne werken; want in haar heeft alle bederf zijn begin genomen (Tobias 4, 14). O Jesus, doordring mij al meer en meer van mijne zondigheid, ellende en nietigheid, alsmede van mijne onvolmaaktheden, ondankbaarheden en zonden, opdat ik nimmer behagen neme in mij zeiven, maar gaarne met U deele in de vemede-
( 31 )
ringen. Gij alleen zijt mijn troost, ik verlang naar U; kom, Hoer Jesus, kom en geef U aan mij. Amen.
3. Se ootmoedigheid van Jesns in het H. Sakrament.
O mijne ziel, overweeg en aanbid de onbegrijpelijke vernedering van Jesus in het H. Sakrament des Altaars. Groot was zijne vernedering in de menschwording, in zijne geboorte, en in zijn verborgen leven, maar in het H. Sakrament des Altaars schijnt zij nog meer uit. In zijne mensoh-wording en geboorte nam Hij de gedaante aan eens slaafs; maar in hot H. Sakrament verbergt Hij zieh onder de gedaante van brood. O Jesus, hoe ver gaat uwe vernedering I TJw luister en uwe glorie zijn zoo verheven, dat de Engelen zieh uit eerbied voor uwen troon neêrwerpen en U ter eere voortdurend zingen: „Heiliy, Ileiliy, Ileiliy, Heer God der HeirkracMen, ejehcel de aarde is vul van uwe ylorie en heerlijkheidquot;. Desniettegenstaande vernedert Gij U hier en bedekt Gij den glans uwer heerlijkheid, om ons een voorbeeld van ootmoedigheid te geven, en opdat wij zonder vrees tot U zouden kunnen naderen. En dan, hoe minzaam ontvangt Gij allen, die tot U
( ^ )
komen; den armste zoowel als den rijkste, den nederigste van stand zoowel als den grootsóe! Zelfs verstoot Gij den grootsten booswicht niet, maar zijt altijd bereid, hem, even als den trouwe-loozen Apostel Judas, met goedheid en liefde te ontvangen. O wat liefderijke vernedering I Maar ach ! wat oneer moet Gij in het H. Sa-krament verdragen I Lieve Jesus, Gij blijft hier altijd tegenwoordig, om ons te troosten, te spijzen en met allo weldaden te verrijken; maar, helaas I velen gewaardigen zich niet U te bezoeken of in de H. Communie te ontvangen; en als zij tot U komen, doen zij het dikwijls zonder eerbied en liefde. Ach, mijn hart scheurt bijna van droefheid, als ik daarbij denk, dat er nu nog Judassen tot U naderen. Helaas! hoe dikwijls moet Gij uw verblijf nemen in bezoedelde harten, die voor U veel afschuwelijker zijn dan de beestenstal, waar Gij werdt geboren; en toch verdraagt Gij het; toch vernedert Gij U en ge-waardigt Gij U tot hen te komen. Welk eene goedheid I welk eene vernedering! Helaas ! hoe dikwijls ben ik van hot getal dier ongelukkigen geweest I Hoe dikwijls heb ik U zonder eerbied en liefde ontvangen! Ja, misschien ben ik zoo boos geweest van met een bezwaard geweten
tot U to naderen. Dierbare Jesus, hoe bittor valt mij deze godaclito, hoe hartgrievend was het voor U in zulk een hart te moeten komen ! En zou ik mij dan nog durven verheffenNeen, lieve Jesus, bewaar mij, bid ik U, voor zulke misdaad 1 geef dat ik mij voortaan diep verne-dcre en U verheerlijke. Ja, lieve Jesus! ik zal U voortaan loven en prijzen. Zie, thans worp ik mij ootmoedig voor uwe Majesteit neder en aanbid U. Gij, o mijn Jesus! hebt U om mijnent wil vernederd; ik wil mij ook om uwent wil vernederen. quot;VV\'at schande zou het zijn, indien ik mij nog zou willen vei-heffen! Wie ben ik, om mij te verheffen of behagen in mij zelven to nemen ? Uit mij zelven ben ik niets. Ik ben hot maaksel uwer handen, uw schepsel, uw dienaar\' maar helaas ! ik bon ondankbaar en wederspannig geweest; hoe zou ik mij dan nog durven verheffen, of behagen in mij zelven nemen ? Neen, lieve Jesus! voortaan zal ik U verheffen en mij vernederen, indien Gij mij hiertoe uwe genade geeft. Amen.
4. Ootmoedig vertrouwen.
Dierbare Jesus ! Gij wilt, dat ik tot TT komo en U in do H, Comnmnie ontvango. Maar holau s i)5 3
( :gt;4 )
wie Leu ik om U te ontvangen ^ Ik Len oen niet, vol fouten en onvolmaaktheden. Ik bon een ondankbare, een trouwelooze, een zondaar vol zonden en misdaden. Wie bon ik dan om U, zoo oneindig heilig en volmaakt, te ontvangen \'1 Neon, lieve Jesus \'■ ik ben eeno zoo groote gunst niet waardig; wat kan ik anders doen, dan mij voor U vernederen, zeggende: Heer, wees mij armen zondaar genadig. Verstoot mij niet, lieve Jesus, terwijl ik mij verstout tot tl te naderen. Zie, ik kom met vertrouwen tot U, wijl Gij oneindig goed zijt. Uwe goedheid en liefde geven mij vertrouwen, en de nood, waarin ik bon, dwingt mij tot U te komen. Derhalve kom ik tot U met een groot vertrouwen. Ontvang mij volgens uwe grooto barmhartigheid. O Jesus, ik geloof in U; ik hoop op U ; ik bemin ü bovenal. Kom, Hoer Jesus, kom, en geef U aan mij. Mijn hart brandt van liefde voor U; kom en geef U spoedig aan mij, opdat ik een met ü zij en geheel voor U leve. Amen
5. Gebed tot Maria.
Heilige Maria, bid voor mij, opdat ik mijnen Jesus heilig ontvange. De zoetheid van uwen naam Maria, die vergeleken wordt bij don olijfboom
C 33 )
en bij cono uitgestorte olie, bom-t mij op en geeft mij vertrouwen. Gelijk de olijftak door de duif Vim Noë gebragt, het dalen van hot water aankondigde, en tevens een teeken van vrede was, zoo is uw naam mij een onderpand van Gods genade en barmhartigheid en een teeken van vrede. O Maria, uw naam is een honig voor mijnen mond, een zoet geluid voor mijne ooren en eeu balsem voor mijn hart. Ook is hij mij een wapen tegen den duivel en de helsche magten. O Maria, als Satan mij het vertrouwen zou willen benemen of kleinmoedig maken, dan zal uw naam mij versterken en vertrouwen inboezemen om tot Jesus uwen goddelijken Zoon mijno toevlugt te nemen. O Maria, daar uw naam Zeestee beteekent, bid ik U, mij op de onstuimige zee dezer wereld te geleiden, en te midden der duisternissen, klippen en gevaren den regten weg naar den hemel aan te toonen, opdat ik. zonder links of regts af te wijken, steeds aan Jesus bchiige, zijnen heiligen wil in alles volbrenge en Hom dikwijls met een zuiver hart in de H. Communie ontvange, gelijk ik thans verlang te doen. O heilige Maria, bid voor mij, opdat ik Jesus heilig ontvange. Amen*
( SO )
xa de k. com-muxie.
6. Vreugde over de nederig-e komst van Jesus.
O ziel, verheug en verblijd u; want Josus, uw Heer en Meester, is tot u gekomen, lieeft zicli gelicel aan u gegeven en is thans innig met u vereenigd. Lieve Jesus, zijt Gij dan waarlijk tot mij gekomen? Is dat mogelijk? Is dat ge-looflijk? Ja, zeker is dat mogelijk, lieve Jesus, en ook geloof ik het vast. Wat geluk, wat eer voor mij! Gij zijt dan waarlijk tot mij gekomen en rust nu wezenlijk in mijn hart! Ach, welk eene vernedering voor U, lieve Jesus! Ik mag nu zeggen, dat Gij U zeiven als vernietigd hebt; Gij immers zijt tot Jiu gekomen en hebt uw verblijf in m.r gevestigd! Gu tot mij I Deze twee woordjes zeggen alles. Gu, de Heer, tot mij, uwen knecht! Gu, de Sehepper, tot .mij, uw sehepsel! Gu, de goedheid en liefde zelve, tot mij, een zondaar en ondankbare I Gu zijt dan waarlijk tot mij gekomen en een met mij geworden! Ik ben niet waardig uwe schoenriemen te ontbinden en toch heb ik U mogen ontvangen. O Jesus, ik schaam mij voor U tor oorzake mijner ellendigheid, ondankbaarheid en boosheid; wend, bid ik U, uwe oogen af van mijne onvol-
( 37 )
maaktliedon en zonden. Ik geef mij thans geheel aan U en zal IT steeds verheerlijken; mij zeiven daarentegen zal ik altijd en in alles vernederen. Gij hebt U vernederd, om IJ met mij te kunnen vereenigen; \'t is derhalve wel billijk, dat ik mij ook vernedere. Do Engelen in den hemel werpen zich eerbiedig voor U neder en verheerlijken U en toch komt Gu tot mij I Gij vervult hemel en aarde met glorie en heerlijkheid en toch komt Gij tot mij I Gij zijt zoo heilig, en toch komt Gu tot mij en noemt uw verblijf in mijn hart, dat zoo onrein en besmeurd is voor uw aanschijn I O Jesus, wie zou hot kunnen goloovon, indien Gij zelf het niet verklaard hadt? Wie zou er aan kunnen twijfelen, daar Gij, do onfeilbare waarheid zelve, hot verzekerd hebt ? Vaste-lijk dus geloof ik, dat Gij waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen zijt en thans in mij rust. O Jesus, daar Gij U geheel aan mij hebt overgegeven, geef ik mij ook geheel aan U. O ja, lieve Jesus, ik geef mij aan U, en niet aan de wereld, noch aan iets wat wereldsch is. Zie, ik wil geheel aan U zijn. Ontvang mij on alles wat in mij is, voor tijd on eeuwigheid. Amen.
( as )
7. Zelfvernedering.
Dierbare Jesus, hoe is het mogelijk, dat Gij bij mij wilt zijn ? Helaas I mijn hart is vol onvolmaaktheden en zonden ; deze zijn U bekend en zij zijn afschuwelijk in uwe oogen. Hoe bitter moet het U wel niet vallen in een hart zoo vol onreinheden, gelijk het mijne is, te moeten wonen!1\' Waarlijk, lieve Jesus, uwe goedheid is te groot; uwe vernedering gaat te ver; Gij moogt dan wel zeggen : „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig en ootmoedig van harte henquot;. O mijn Jesus, hoe heb ik tot nog toe mijne ooren voor deze uwe vermaning kunnen sluiten en hoe mij durven verheffen, daar er niets in mij is, wat lof verdient ? O mijne ziel, keer n tot u zelve en onderzoek uw doen en laten, wat vindt gij dan \'f Lieve Jesus, ik moet met schaamte bekennen dat al mijne werken vol gebroken, onvolmaaktheden en fouten zijn; zelfs mijne beste werken als: bidden, Mis hooren, en de H. Communie ontvangen zijn niet vrij van gebreken; mijne onvolmaaktheid is zoo groot, dat, op het oogen-blik zelf als Gij door de H. Communie tot mij komt, ik misschien niet vrij ben van ijdele, wereldsche gedachten en verbeeldingen. Mij rouwmoedig voor U nederwerpende, verfoei ik mijne gebreken
( 39 )
en onvolmaaktheden on verneder mij voor U tot in don afgrond mijner ellende. Hoe zon ik mij bij al die onvolmaaktheden en fouten nog durven verheffen of nog eenig behagen in mij durven nemen. Voortaan zal ik, gelijk do Apostel Paulus, mij onkel beroemen in mijne zwakheden (II Cor. 12, 5) en met don profeet David nietiger worden, meer nog dan ik geweest bon oh ootmoedig zijn in mijne oogon (II Ecg. 6, 22). O Jesus, geef mij hiertoe uwe genade. Amen.
8. Lof aan Jesus.
O Jesus, mijn God, Zaligmaker, U komt allo eer en glorie toe. Ach, of ik U genoegzaam kon loven! Maar Gij oneindig volmaakt, gaat oneindig allen lof te boven. Hoe zou ik, een nietige aardworm en een ondankbaar schepsel, hoe zou ik dan bekwaam zijn U naar waarde te loven ? Neen, lieve Jesus, dit ware niet mogelijk. — Daarom veroenig ik mij met de Engelen en heiligen en vooral met de H. Maagd Maria en mot TJ zclven, lieve Jesus.—Woest mij om hunnent en uwent wil genadig. Mot hen en U vor-eenigd, werp ik mij voor Gods troon neder om U te loven en te danken zeggende: „O Jesus, mijn God on Zaligmaker, waarachtig Lam, voor
( w )
\'s monschcn zaligheid goslagtofferd, Gij zijt waardig te ontvangen de magt, en de godheid, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzeggingquot; (Apoc. 5. 12). Ach, of ik uwen lof overal kenbaar kon maken! 0 Jesus, mijn eenig verlangen is, uwe eer en glorie dagelijks te zien toenemen; Gij moet verheven, maar ik vernederd worden. Niet aan mij, Hoer, niet aan mij maar aan IJ zij eer en glorie in eeuwigheid. Amen.
9. Blijdschap in God.
Wat groot geluk is mij geschied ! Mijn God, Gij hebt in mij groote dingen uitgewerkt; Gij immers hebt mij uwen eenigen en welbeminden Zoon gegeven, en deze hoeft zich innig met mij vereenigd. O wat groote genade I Mijn geest verheugt zich over de komst van Jesus; mijn hart springt op van blijdschap; — nu zullen allo volken mij gelukkig noemen. O God, wees duizendmaal geloofd en gezegend. Ik geef mij nu en altijd geheel aan U; ik wil nu geheel voor U leven, alles voor U lijden en eindelijk voor U sterven. Amen.
( -11 )
10. Gebed tot Maria.
Hciligo Maria, bid voor mij, opdat ik mot allo zorg de genade Gods in mij bewai\'e en ze steeds in mij zie vermeerderen. O Maria, Gij weet, hoe zwak en onstandvastig ik ben; mijne onvolmaaktheden zouden mij hot vertrouwen kunnen benemen en den moed doen verliezen, maar de gedachte aan uwen heiligen naam doet mij herleven en geeft mij vertrouwen; want uw naam is vreeselijk voor don duivel; zoodra hij mij bekoort, zal ik uwen heiligen naam Maria met kinderlijk vertrouwen aanroepen. Uw naam zal steeds mijn wapen zijn, om alle kwade ingevingen van eigenliefde of ijdel behagen van mij te verdrijven, verzuchtende ; O Maria, bid voor mij, opdat ik nederig zij en steeds nietiger worde in mijne ooyen. Amen.
TWEEDE OEFENING. De ootmoedigheid.
VOOll DE H. COMMUNIE.
11. Vernedering van Jesus in zijne geboorte.
Dierbare Jesus, Gij liobt in waarheid kunnen zeggen; „Ik zoek mijne eer nietquot; (Joan. 8. 50), want geheel uw leven was een aaneenschakeling van vernederingen en versmadingen. Overal waar ik ü zie, hetzij in den stal van Bethlehem, hetzij in hot huisje van Narareth, hetzij in Judea, rondgaande om het Evangelie te verkondigen of eindelijk op den Calvarieberg stervende aan het kruis tusschen twee moordenaars, overal zie ik U overdekt met beschaming en ver-smaadheden. Dierbare Jesus, hoe zal ik mijne tranon kunnen weêrhouden wanneer ik U, als kind vernederd zie in den stal van Bethlehem! O ziel, werp u voor de kribbe neder, zie daar een arm en magteloos kind, in doeken gewonden, liggende op hooi en stroo tussclien de beesten I Wat, wie is dat kind,? Het is do Koning der koningen»
( « )
de Hoor der heerschendcn, het oneindige en eeuwige Opperwezen. Voor Hem is er geen plants in de herborg; niemand, zelfs niet zijne nanstbestaanden wilden Hem in hun huis ontvangen ; daarom was Maria, zijne arme moeder, genoodzaakt, hare toevlugt te nemen tot oen armen beestenstal en dcmr haar goddelijk kind neèr te leggen in de kribbe op oen weinig hooi en stroo. O hemelen, staat verbaasd I O Engelen, daalt af van uwe troonen I O Cherubijnen en Seraphijnen, komt en beschouwt den ellendigen staat van uwen Schepper I Hemel en aarde behooren Hem toe; Hij bestiert het heelal; maar hier ligt Hij als een magtelooze tusschen de beesten; miskend en verstooten door velen. O Jesus, bij het beschouwen uwer vernederingen kan ik mijne tranen niet langer weerhouden. Ik, helaas! heb mij verhoovaardigd en behagen in mij zeiven genomen en daarom zie ik U hier zoo diep vernederd; ik zocht de eer der menschen en kon niet het minste hard woordje, de minste beleediging verdragen, en daarom zie ik U hier zoo diep vernederd en zoo schandelijk miskend. Ach, lieve Jesus, hoe spijt mij dit! Ik vraag er U van ganscher harte vergiffenis voor en maak het voornemen uit liefde tot
( « )
IT alle vemodoringen, versmadingen, lasteringen en miskenningen geduldig te verdragen. Dierbare Jesus, ik lieb verkozen do geringste te zijn in uw huis, liever dan verheven te worden in de tenten der zondaars, liever dan koninklijke eer op aarde te ontvangen. Ziedaar mijn besluit, lieve Jesus ; geef mij uwe genade om er steeds ge-getrouw aan te blijven. Amen.
12. Vernedering van Jesus gedurende zijn sterfelijk leven.
O ziel „laat de hoovaardigheid nooit in u heer-schen, noch in uwen geest, noch in uwe werken; want in haar heeft alle kwaad een hegin genomenquot;. (Tobias 4. 14). De booze Engelen verheffen zich en op hetzelfde oogenblik storten zij in den afgrond neder, om eeuwige schande te lijden. Adam, door do zucht om aan God gelijk te zijn, wordt ongehoorzaam, eet van do verbodene vrucht en haalt zich en geheel het menschdom de vreeselijkste straffen op den hals; doch Jesus, de Heer van hemel on aarde, vernedert zich cn herstelt door zijne ootmoedigheid hetgeen Adam door hoogmoed bedorven had. O ziel, vestig uwe oogen op Jesus on leer van Hom ootmoedig van harte te zijn. Hij zegt: ,,Ik zoek mijne eer niet; er is
45 )\'
een die haar zoekt, en oordeeltquot; (Joan. 8. 50). Lieve Jesus, Gij zoclit uwe eer, uwe glorie niet; integendeel Gij aanvaardclet allo mogelijke ver-smaadheden, welke Gij uit liefde tot ons gaarne geleden hebt en teregt zegt Gij door den mond van den profeet David: „O God, (rij kent mijne dwaasheid; want om invent wil leed ik smaad, dekte beschaming mijn aangeziyt. Ik hen mijnen, broederen een vreemdeling geworden, een uitheem-sche voor de zonen mijner moeder. Ik omhulde mijne ziel met vasten, en ik werd er om gesmaad. Ik deed een haren kleed aan, en ik werd hun tot een spreekwoord. Die aan de poort zaten snapten {spraken) tegen mij en wijndrinkers zongen een spotlied op mijquot; Ps. 68. Zoo, lieve Jesus, was uw leven eene aaneenschakeling van smaad en vernederingen! Zelfs waart Gij don grooten dei-wereld tot oen spreekwoord en een voorwerp dor spotliederen; van dien spot waren zelfs uwe heiligste werken niet bevrijd. Zou ik mij zeiven dan nog durven verheffen of behagen in mij nemen ? Zou ik mij dan nog durven beklagen, als men zich somtijds niet beleefd genoeg jegens mij gedraagt of mij als een voorwerp van spot behandelt? Neen, lieve Jesus, ik zal er mij niet meer over beklagen; uw voor-
( w )
beeld zal mij troosten en om uwent wü zal ik gaarne allo versmaadheden lijden. Ik vraag U slechts uwe genade met uwe liefde, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets anders. Amen.
13. Vernedering\' van Jesus in het H. Sakrament.
O ziel, overweeg vooral de diepe vernedering van Jesus in liet H. Sakrament des Altaars. Zijne vernederingen hielden bij zijnon dood niet op. Neen; daartoe was zijne liefde te groot. Hij stelde het H. Sakrament in en verkoos uit liefde tot u, zich in hetzelve te vernederen, en dit wel tot aan het einde der wereld. Ach, hoe nederig is Hij daar! Hij verbergt Zijno Godheid en menschheid onder de geringe gedaanten van brood en wijn en lijdt allerlei versmaadheden en ontceringen.
Dierbare Jesus, ik worp mij hier eerbiedig voor U neder en aanbid U in het H. Sakrament des Altaars. Ik geloof vastelijk, dat Gij er waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt; en gaarne zou ik ter bevestiging van dit mijn geloof mijn bloed ten beste geven, gelijk zoo vele Heiligen gedaan hebben. O Jesus, Gij blijft dan ter mijner liefde in dit H. Sakrament tegenwoordig, in weer-wil van duizende onteeringen ü daar voortdurend aangedaan, onteeringen die ü bij deszelfs instel-
( )
ling duidelijk bekend waren en levendig voor oogen stonden: hoe bitter deze U ook toeschenen, konden zij U evenwel niet afschrikken, hetzelve in te stellen. De liefde deed U over idles zegevieren en onderwierp U aan de grootste vernederingen. O Jesus, hoe hebt Gij mij zoo kunnen beminnen en U zeiven zoo diep willen vernederen ? quot;Wanneer zal ik tl ook eens opregt beminnen, tor uwer liefde de vernederingen zoeken en mij daarin verblijden: Beminnelijke Zaligmaker, ik werp mij ootmoedig voor U neder en bid U mij door uwe genade en door de kracht van het H. Sakrament te versterken om voortaan de vernederingen te beminnen en te zoeken. O Jcsus, ofschoon ik van natuurswege vol eigenliefde en hoogmoed ben, vertrouw ik toch op uwe goedheid, die mij zoo minzaam uitnoodigt om tot U te komen, zeggende : „Komt tot Mij, (dien die vermoeid en beladen zijt en Ik zed u ver-Invilckenquot; (Matth. 11. 28). O ja, mijn Jesus, ik kom, om ü als zielespijs te ontvangen. Gij zijt mijn God en mijn Al. Ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin U bovenal, en daar Gij mij zoo bemind en U uit liefde tot mij zoo diep vernederd hebt, verstout ik mij, ofschoon ik mij niet waardig erken, eerbiedig tot U te naderen.
( 48 )
Kom, Heer Jcsus, kom; ik verlang vurig naar U. Kom en geef U aan mij, opdat ik één met U worde. Ik beken gaarne, lieve Jesus, zulke gunst niet waardig te zijn en ben er levendig van overtuigd, dat ik vol gebreken en onvolmaaktheden ben: desniettemin nader ik met groot vertrouwen tot U, omdat Gij zoo goed zijt jegens mij. Ik boop, dat Gij mij van mijne gebreken, fouten en onvolmaaktheden zult bevrijden en mijn hart zult voorbereiden, opdat bet U een aangenaam verblijf zij. O Jesus, kom, en geef U spoedig aan mij, want ik verlang vurig naar U. Amen.
14. Gebed tot Maria.
Heilige Moeder Gods, bid voor mij, 02xlat ik ootmoedig zij van harte. Gij, o Maria, zijt als Moeder Gods het volmaaktste aller schepselen, als zoodanig kunt Gij op TJ zelve deze woorden dor H. Schriftuur toepassen: „Die. mij heeft (jeschapen, heeft in mijn tabernakel gerustquot; (Eccl. 24. 12), niettemin zijt Gij de ootmoedigste van allen en noemt U zelve de dienstmaagd des iieeeex. Ach, of ik ook zoo ootmoedig ware, ik, die zoo vol zonden en onvolmaaktheden ben! Ach, of ik mij zeiven slechts aanzag als een o.wuTTKX dienstknecht, gelijk ik inderdaad
( )
ben. O Maria, bid voor mij, opdat ik die genade vcrwevve; Gij immers zijt alvennogend bij God, die U, daar Gij zijne Moedor zijt, niets kan weigeren. O Maria, Moeder Gods, toon ook dat Gij mijne moeder zijt met steeds over mij te waken en mij aan uwen geest van ootmoedigbeid en nederigheid deolaclitig te maken, opdat ik waardig zij Jesus in do H. Communie te ontvangen en met Hem in den hemel verheven te worden. Amen.
na de h. communie.
15. Lof aan Jesus.
Wat groot geluk is mij geschied! Jesus, de Heer van heinel en aarde, is tot mij gekomen! Thans rust Hij in mijn hart en is innig met mij vereonigd. O ziel, loof Hom, dank Hem, aanbid Hem: „Hosanna aan den Zoun van David; gezegend Hij, die komt in. den naam des Heerenquot; (Joan. 12. 13). Ja, lieve Jesus, wees duizendmaal gegroet, geloofd en verheerlijkt! Hoe is hot mogelijk, dat Gij TJ zoo diep hebt kunnen vernederen en tot mij hebt willen komen ? Gij tot mij! Gij zoo groot, zoo verheven, zoo heilig, tot mij zoo nietig, zoo ellendig, zoo vol ge-
4
( 50 )
breken. O wat goedheid! Gij, lieve Jesus, zoekt dim niet uwe glorie, maar mijn geluk en welzijn; Gij immers vernedert en vernietigt U als \'t ware om mijnent wil. O welk een ongehoorde goedheid! Gij hebt U nu geheel aan mij gegeven; \'t is billijk dat ik mij ook geheel aan U geve. O ja, lieve Jesus, ik wil geheel aan TJ zijn: ontvang mij en alles wat in mij is; ik wil voortaan alleen voor TJ leven, alles voor U doen en voor TJ lijden; ik wil U alleen eeren, loven en prijzen en uwe glorie alleen zoeken; dit immers is billijk en regtvaardig; uwe diepe vernedering vordert dit van mij.
O ziel, tracht u meer en moer van deze uwe verpligting te doordringen. Verbeeld u een groot koning, die zich vernedert en zich gewaardigt bij een zijner slaven te wonen om hem gelukkig te maken. Wie zou niet dusdanige vernedering en groote liefde eens konings bewonderen, ja haar als te verregaande beschouwen? Welke gevoelens zou die daad in hot hart van den slaaf niet te weeg brengen ? Maar, welke gevoelens moot de vernedering en liefde van Jesus in mij niet verwekken ? Hij, do Heer dor Hoeren, de Koning der koningen, is tot mij gekomen — tot mij den geringsten der slaven, den ondankbaarsten der
( 51 )
zondaren, den nietigsten der menschen. Jesus, de onmeetbare God, welken hemel en aarde niet kunnen bevatten, heeft zijn verblijf in mij genomen en zich in mijn hart als in een donkeren kerker opgesloten. O wat eene diepe en liefderijke vernedering! Helaas ! do minste vernedering valt mij zoo lastig en maakt mij ontevreden ; terwijl Gij U, lieve Jesus, uit liefde tot mij zoo diep vernederd hebt. Wanneer ik mij twee of drie malen heb moeten vernederen, dan verbeeld ik mij reeds onnoemelijk veel gedaan te hebben. Maar, helaas! wat is die kleine vernedering, welke ik onderga, in vergelijking met de uwe ? Als ik aan uwe vernedering denk, lieve Jesus, dan kan mijne vernedering, hoe groot ook, niet eens den naam van vernedering verdienen. Ik ben een aardworm, een zondaar, een niet; ik moet vernederd worden. O Jesus, doordring mij al meer en meer van die gevoelens, en geef dat ik om uwent wil, alle vernederingen, belecdigingen en versmaadhcden beminne. Dat de wereld mij bespotte en belastere, dat ze mij als een worm met voeten trede, mij als het uitvaagsel verfoeije en als een wanschepsel wegwerpe; zie, lieve Jesus, ik ben bereid uit liefde tot
( 52 )
IJ alle vei\'nedoiingeu met liefde tö iiailvaardon; doch ik bid U, mij door uwe genade te ondersteunen, opdat ik dit voornemen immer nakome. Amen.
16. Zelfvernedering en lof aan Jesus.
O ziel, daar Jesus zich zoo diep hoeft vernederd om tot u te komen en zich met u te vereenigen, zoudt gij dan u zeiven nog durven verheffen!\' Zoudt gij dan nog eigenliefde, zelfbehagen of ij dele glorie in u durven koesteren!\' Neon, lieve Jesus; dit ware eene groote schande voor mij en eene groote oneer jegens U; want zoo zou ik aan uwe glorie te kort doen en van uw voorbeeld afwijken. Voorheen is hot, helaas! zoo geweest; maar voortaan zal het zoo niet moer zijn. Ik zal mij in alles vernederen en U alleen verheffen. U alleen zal ik eeren, aanbidden en loven; want Gij alleen zijt eer en lof waardig. „Niet (tan ons, Iletr, niet aan ons ; maar geef aan uwen naam de yloriequot; (Ps. 113, 9). Ach, of ik IT naar behooren kon eeren en verheerlijken ! Ach, of ik U de glorie kon geven, die Gij in do wereld voor U zeiven niet gezocht hebt en die IJ thans nog door zoo vele ondankbare menschen onthouden wordt I O Jesus, mijn God en mijn
( 53 )
Al, oneindig lofwaardig, ik eer IJ met alle lofzangen, welke U in den hemel en op de aarde door alle Engelen, Heiligen, en godvmelitige zielen van het begin der schepping af gegeven zijn, thans nog gegeven worden en gedurende de gansche eeuwigheid nog zullen worden gegeven ; maar dan nog is deze mijn lof al te gering ; Gij immers gaat allen lof oneindig ver te boven, daarom zingt de H. Kerk: „Quantum potes, tantum aude: quia major omni laude, nee laudare sufficisquot;. „Loof Hem zoo als gij kunt: want Hij gaat allen lof te boven en nooit zult gij in staat zijn Hem genoeg te loven.quot;
Dierbare Jesus, terwijl ik U verheerlijk, zal ik mij zeiven vernederen; ik zal nederiger worden, meer nog dan ik geweest ben en zal ootmoedig in mijne oogen zijn. Ik maak van nu af het vaste voornemen, alle verongelijkingen, smaadheden en lasteringen, die mij zullen worden aangedaan, niet alleen met geduld, maar zelfs met blijdschap te lijden: worden mij geringe of onaanzienlijke bedieningen opgelegd, of word ik gebruikt om nederige of lage werken te verrigten, altijd zal ik U danken en mij gelukkig achten aan U gelijkvormig te worden. O Jesus, ik ben nu tot alles bereid. Uit liefde tot U zal ik mij in do
( 54 )
vernederingen verheugen en met den profeet David zeggen: ,,\'t Is goed, lieer, dat Gij mij vernederd hebtquot; (Ps. 118. 71); ik omhels dezelve met liefde. O Jesus, geef mij maar uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets anders. Amen.
17. Verachting der wereld.
Mijne ziel, verheug u in Jesus, uwen God en uw Al. Hij is nu in u en met Hem zijt gij gelukkig. Al luidt gij alle rijkdommen der wereld, dan waart gij niet zoo rijk, niet zoo gelukkig, als nu gij Jesus bezit; Hij is de Schepper van het heelal, de oorsprong van alle goed; in Hem, met Hem en door Hem bezit gij alles. O mijne ziel, wat is de wereld anders dan ij delheid \'r Wat zijn de eer, achting, rijkdommen en wellusten anders dan bedrog? Zij zijn slechts schijngoederen en vergaan als eene vlugtige schaduw. Zij schitteren een oogenblik en verdwijnen als rook, zij schijnen zoet en aangenaam, maar baren verdriet en bitterheden. Zoudt gij u zelve dan aan zulke schijngoederen hechten? Neen, lieve Jesus, Gij zijt mijn God en mijn Al; Gij alleen zijt mijne liefde waardig; daarom zal ik U alleen beminnen,
( 55 )
U alleen zoeken, U alleen omlielzen en mij aan U alleen vasthechten. Ontvang mij, lieve Josus, en voreenig mij zoodanig met U, dat niets in staat zij, mij van U te scheiden, en ik bereid zij uit liefde tot U alles te lijden on den pijnlijksten dood te sterven. Amen.
18. Gebed tot Maria.
Heilige Moedor Gods, bid voor mij, vergeet niet dat Gij ook mijne moeder zijt. Als Moedor van God zijt Gij boven alle schepselen, zelfs boven do Engelen verheven; maar zoudt Gij om uwe verheffing minder goed jogons mij kunnen zijn? O noen, Maria, dit kan niet zijn; want do verheffing tot Moeder Gods heeft de ingewanden van barmhartigheid en mededoogen in U nog moer vertoodord on U teorhartigor jegens ons uwe kinderen gemaakt; daarom kom ik met vertrouwen tot IT, bijzonder nu, terwijl Jesus bij mij is, on buig mij biddend voor U neder, U smookende, voor mij een ootmoedig en nederig hart te verkrijgen, opdat ik zoo aan U en aan Jesus gelijkvormig worde; Hij immers hoeft gezegd: „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben.quot; Amen.
( 56 )
Oefeningen,
1. Tracht nederig van harte te zijn, dat is, wees overtuigd en doordrongen van uwe nietigheid, onvolmaaktheid en zondigheid. 2. Wees overtuigd en doordrongen niets te verdienen dan vernederd te worden. 3. Donk bij de vernederingen met den profeet David: „\'tis goed, Heer, dat Gij mij vernederd hebtquot; (Ps. 118. 71).
D E 11 DE O E F E N I N G.
De ootmoedigheid.
VOOK DE H. COMMUNIE.
19. Jesus een voorbeeld van ootmoedigheid.
O ziel, overweeg, hoe Jesus u oen voorbeeld vdii ootmoedigheid heeft gegeven, en leer van Hem ootmoedig van harte te zijn. Do Apostel zegt: „Hij vernederde, zich zei ven daar Hij lt;je-hoorzaam was tot den duod, en wel tot den dood des Iruisesquot; (Pliil. 2. 8). O Jesus, teregt zegt de Apostel, dat Gij U vernederd hebt. Uw loven was oen aaneenschakeling van vornode-ringen. Ik zie U vernederd in uwe geboorte; van velen miskend en verstooton, moest Gij een beestenstal tot verblijf kiezen; ik zie U vlugten als een magtoloozo uit vrees voor Horodes; ik zie U vernederd in hot huisje van Nazareth, onbekend voor de wereld, en mot uwen voedstervader den H. Joseph vele jaren achteroon arbeiden, ten einde in het dagelijksch onderhoud te voorzien. Eu dan, hoezeer zie ik U vernederd
( 58 )
tijdens uw openbaar leven; onder allerlei ver-smaadlieden en belcodigingen verkondigt Gij het Evangelie, zelfs waren uwe heiligste werken, als vasten, boetplegingon en mirakelen niet gevrijwaard tegen den laster. O Jesus, ik kan niet dan met droefheid aan al die vernederingen on versmaadheden denken, welke Gij uit liefde tot mij ondergaan hebt, immers men noemde U een wijndrinker, een oproermaker, een zondaar en vriend der zondaars, alsmede een schender der Sabbatdagen, oen verleider dos volks, een eerzuchtige die zich uitgeeft voor koning, en een die door Beëlzebub do duivelen uitdreef; verder noemde en behandelde men U, als een Samaritaan of ketter, als een zinnelooze, ja als oen godslasteraar die zich valscholijk voor den Zoon Gods uitgaf, O Jesus, hoe wordt Gij zoo versmaad, en hoe kunt Gij het dulden ? In don hemel worpen de engelen zich voor U neder en houden niet op voortdurend uwen lof te verkondigen, zeggende : „Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der heirkrachten, geheel de aarde is vol van uwe gloriequot; ; maar hier werdt Gij miskend en gelijk het uitvaagsel der aarde als met voeten getreden. O ziel, zult gij na zulk voorbeeld gezien te hebben, nog wereldsche eer of achting der men-
( 59 )
sohen najagen? Neen, lieve Jesus, ik wil liever met U vernederd worden dan al do grootheid dor aardo genieten; zelfs zal ik mij in do vernederingen verblijden en naar uw voorbeeld alle beleedigingen met liefde aanvaarden, met den profeet Isaïas zeggende: ,,Mijn ligohaam bied Ik hun, die mij slaan, mijne wangen hun die mij den baard uitrukken; mijn aangozigt keer Ik niet af van hen, die Mij scholden en bespuwenquot; (Isaïas 50. 6). Welke eeno vernedering I In den hemel zoo zeer vorhoven en hier zoo zeer versmaad! Welk verschil! En zou ik dan nog eer en achting zoeken? Neon, lieve Jesus! Niet aan ons, Heer, niet aan ons, mtiar geef uwen naam de glorie. Amen.
20. De vernedering van Jesus bij de voetwassching zijner Apostelen.
O ziel, overweeg, hoe diep zich Josus heeft vernederd toen Hij het H. Sakrament des Altaars instelde. Verbeeld u in de zaal van het laatste avondmaal tegenwoordig te zijn, en te zien hoe Jesus zich voor zijne Apostelen vernedert. Jesus, wetende, dat God Hom alles in handen had gesteld, dat Hij van God was uitgegaan en tot God wederkeerde, stond van tafel op, legde
( 60 ),
zijne kleederen af, omgordde zich met een lijnwaad, nam een bekken met water, wierp zich voor zijne Apostelen, zolt\'.s voor Judas neder, cn wiesch met eigen handen hun de voeten. Wolk een schouwspel! Jcsus, de Heer van hemel en aarde, werpt zich voor zijne Apostelen neder om hun do voeten te wasschen I O Jesus, millioenen Engelen staan altijd tot uwen dienst gereed; alle schepselen zijn bereid uwe bevolen te volbrengen; hoe ligt Gij hier dan voor uwe Apostelen om hunne voeten te wasschen ? Wat heeft U daartoe bewogen ?
Mijn zoon, de liefde tot u heeft er Mij toe bewogen, om to booten voor uwen hoogmoed en u oen voorbeeld van nederigheid te geven, opdat (jij doen zoudt, gelijk Ik gedaan heb. Dierbare Jesus, hoe _ hebt Gij mij zoo kunnen beminnen en TJ om mijnentwil zoo diep willen vernederen \'l Wolk een geheim! Nu zal ik mij ook vernederen en zal ter uwer liefde do geringste en nederigste bedieningen venigten. Lieve Jesus, Gij hebt TJ zoo diep vernederd, dat het niet mogelijk was meer vernederd te worden (St. Anselmus); zou ik mij dan ook niet vernederen r Ja zeker zal ik hot doen, lieve Josus; mijn hart is tot vernederingen bereid; gaarne
( 61 )
wil ik als de minste behandeld worden en de nederigste werken verrigten. O Jesns, ik zal mij gelukkig achten, U in iets te gelijken on gelijk Gij vernederd te worden; doch ik hid U, mij bij te staan met uwe genade, zonder welke ik niets kan, mij die vol hoovaardigheid bon. Kom nu tot mij, lieve Jesus, en bekrachtig door uwo tegenwoordigheid het besluit, dat ik thans gemaakt heb. Amen.
21. De vernedering van Jesus in het H. Sakrament des Altaars.
O ziel, verneder u voor Josus en buig eerbiedig voor zijn H. Sakrament neder. Jesus is er waarlijk tegenwoordig met godheid en mensch-heid, mot vleesch en blood, mot ziel en Hgchaam, gelijk Hij verheerlijkt in den hemel is. Minnelijke Zaligmaker, het was U dan niet genoeg, gedurende uw sterfelijk loven op aarde vernederd te worden; Gij wildot U nog vernederen in het H. Sakrament des Altaars en zult dit blijven doen tot hot oinde der wereld. O Jesus, hoe goed zijt Gij voor mij; want \'t is toch ook tor mijner liefde dat Gij IJ zoo vernedert. Hoe kunt Gij mij zoo beminnen ? Ach, hoe pijnigt het mij, te moeten zien, dat Gij in dit H. Sakrament zoo ontoord
( 62 )
en boleedigd wordt. Hoe zou ik ongevoelig kunnen blijven bij het zien der onteeringen en vorsmadingen TJ daar aangedaan en die U nog voortdurend aangedaan worden, niet alleen door ongeloovigen, joden, heidenen en kotters, maar zelfs door katholieken, (door priesters en religieuzen) door personen die op een bijzondere wijze U zijn toegewijd. Hoe zou ik mijne tranen kunnen weerhouden, als ik zie, hoe dikwijls dit H. Sakrament onteerd is en nog onteerd wordt. Hoe vele heiligsehennissen heeft men ten opzigte van dit Sakrament niet bedreven ? Hoe vele godslasteringen heeft men tegen hetzelve niet uitgesproken \'r Hoe vele balddadigheden en gruwelen heeft men tegen hetzelve niet gepleegd!-\' Op hoe vele plaatsen werden de tabernakels opengebroken en de heilige vaten onteerd ? Hoe dikwijls heeft men met woede de heilige Hostiën aangegrepen en uw aanbiddelijk vleeseh en bloed mot voeten vertreden en U nog andere verguizingen aangedaan ? Gij waart bereid U zelven aan hen te geven en hen allen gelukkig te maken, maar zij hebben U versmaad. O wat pijnlijke gedachten I Hoe zou ik daarbij mijne tranen kunnen weerhouden r Ach, of de katholieken ten minste U eenige vergoeding
( lt;53 )
voor al die belecdigingcn gaven I maar, helaas, velen doen U nog meer smart en bitterheid aan. Ik zelf bon een dier ondankbare christenen geweest! Helaas, hoe traag was ik, in U hier te bezoeken en te aanbidden ? Hoe flaauw en kond bleef ik in uwe tegenwoordigheid \'i Hoe onachtzaam en zorgeloos, om mij tot do H. Communie voor te bereiden, of U na dezelve te bodanken? Lieve Jesus, ik vraag er U van ganscher harte vergiffenis voor. Ik wensch vurig al mijne fouten te boeten en do oneer, U aangedaan, zoo voel in mij is te herstellen. Ik geef U mijn hart; zuiver het van alle vlekken en maak in hetzelve een voor U aangenaam verblijf gereed om daarin uw verblijf te vestigen voor alle dagen mijns levens. O Jesus, ik geloof in U; O Jesus, ik hoop op IT; O Jesus, ik bemin U bovenal en verlang vurig naar U. Kom, Heer Jesus, kom, geef U aan mij, en verocnig U zoo innig met mij, dat ik een met ü zij. o zoete gedachten: Gu m mij en ik ix U ! Amen.
22. Gebed tot Maria.
Heilige Maagd der maagdon, bid voor mij, opdat God mij oen zuiver en ootmoedig hart
( 64 )
gove. Hoe gaarne noem ik U met dien schoenen naam Maagd deb maagden, welken de H. Kerk TJ geeft en die U in den volsten zin toekomt; Gij immers waart vóór en in en na uw Moederschap maagd, en in die hoedanigheid waart gij geheel aan God; niets zoo zeer wonschende dan onbekend voor de wereld te zijn en zuiver voor God te leven. O Maria, bid voor mij, opdat ook ik de verborgenheid beminne en ver-lange alleen voor God te leven en mij innig met Hem te vereenigen. O Maria, ik geef tl mijn hart om het voor te bereiden, opdat Jesus daarin zijn verblijf neme. Jesus, uw teergeliefde Zoon, schept zijn vermaak er in met de kinderen der menschen te zijn, dat is, met hen die als kinderen ootmoedig, eenvoudig, regtzinnig en zuiver van harte zijn; daarom stol ik mijn hart in uwe handen, opdat Gij het voorbereidet tot de komst van Jesus en Hij er zijn verblijf neme. Amen.
ka de h. communie.
23. Nederige verzuchtingen tot Jesus.
Wat groot geluk is mij te beurt gevallen! Ik heb Jesus, mijnen God, mijnen Heer en Meester ontvangen! Jesus heeft zich vernederd; Hij is
tut mij gukoineu cu hoeft zijuu hoorlijko intrede in mijn hart gedaan. Wat geluk is mij nu overkomen ! Grcon mensch, goon Engel, is bekwaam hetzelve naar waarde to scl^itten. Jesus, die allo good in zich bovat, is tot mij gekomen en hoeft zieh gohool aan mij gegeven. Minnelijke Jesns, ik sta verlogen bij uwe liefdevolle komst. Helaas, ik heb U zoo koel ontvangen, mijn hart is al te nietig, al to ongeschikt, al to onrein, om IT tot verblijf to dienen. Lieve Jesus, toen Gij uwe intrede doodt binnen Jerusalem, kwam het volk TT juichend te gomoet en gaf TJ allo eerbewijzen; zij bedekten de paden mot hunn:: klooderen; bestrooiden do wegen met palmen olijftakken on zongen van vreugde lofzangen tor uwer eer: ,,Hosanna cum den Zooa ran David; gezegend Hij die, komt in den naam des Ileeren\'\'. O wat minzaam en tevens wat heerlijk onthaal I Ach, of ik ook mot zulke gevoelens van eerbied, van hoogachting en liefde voor U bezield ward Maar, helaas, ik ben jegens U koud on liefdeloos en blijf voel aan do U verschuldigde eer to kort. Helaas, mijn hart is vol onvolmaaktheden, on-reinhedon en vlokken I Doch ik bid IT, lieve Jesu.;, mij daarom niet te verstoeten: Ach, ontferm IT mijner, eu wees mij genadig: zuiver mijn hart 95 ö
( 06 )
en vcrsior bot met die deugden, welke Gij daar wenscht to vinden, vooral met eone ware ootmoedigheid; Gij immers liebt gezegd: ,,Leert van Mij, dat Ik zachtmuedig ai ootmoedig van harte hen.quot;
24. Zelf-vernedering.
O ziel, verbeeld u tcgt; zien, hoe Jesus zegevierend binnen Jerusalem wordt ingehaald, doch ongevoelig voor al dio eerbewijzen bij het zien dor stad bittere tranen stort en haar toespreekt: ,Ach of (jij nog op dit ui\'.r kendet, hetgeen u tot vrede dient, maar nu is het voor uwe oogen verhor (jen O ziel, gij hebt nu Jesus ontvangen; Hij heeft zegevierend in U zijne intrede genomen, maar heeft Hij geene roden om over U te weonen, gelijk Hij weende over Jerusalem? Ja, lieve Jesus, Gij hebt groote reden om te weonen over mijne onachtzaamheden en zorgeloosheden. Helaas, ik heb zoo dikwijls gezondigd en zoo voel kwaad gedaan! Ik heb daarentegen zoo weinig goed verrigt, on dat weinige was nog gebrekkig door eigenliefde en zelfbehagen. Helaas, de eigenliefde sluipt overal tusschen en bederft de beste en heiligste werken. Hoe dikwijls schuilt zij in mijne gebeden cn godvruchtige
( lt;gt;quot; )
oefeiiingon, iii niijne aalmoezen on liefdewerken ; in mijne verstervingen en boetewerken (in mijne preken, ondevrigtingen en andere openbare bedieningen) ? Wee mij ellendige! De wei ken waarop ik het meest vertrouwde, zullen bij God missebien niet eens in aanmerking komen; volgens dit woord: „Receperunt mercedem suarn; Zij hebben hun loon cd ontvaiKjenquot;. Gij hebt uwe werken verrigt uit eigenliefde; gij hebt do eer en achting der menschen gezocht; uwe werken hebben hun loon ontvangen; dus blijft er u goen loon meer over. Ach, wat droevige gedachte — door eigenliefde of menschelijke inzigton van zijne verdiensten beroofd te worden I Dierbare Jesus, ik verfoei van nu af allo eigenliefde en hoogmoed welke tl zoo zeer mishagen; ,, want lt;d wie hoogmoedig is, is den Ileere een gruwelquot; (Prov. 1(5. 5). Lucifer is met zijnen aanhang om zijne verwaandheid en eigenliefde uit den hemel verbannen en in den afgrond neergestort; Maria integendeel die zoo ootmoedig was, is verheven tot de waardigheid van Moeder Gods. O Jesus, ontferm U mijner en zie goedgunstig op mij neder nu vooral — terwijl Gij bij mij zijt en uw verblijf in mij neemt. O Jesus, geef dat ik nederig van harte zij. Zie, ik verfoei nu alle eigenliefde
( w )
on lioogmood cn zal voortaan in alles mvo eer en glorie zooken: Niet aan lt;his, fleer, niet aan vns, maar yeef uwen naam de glorie. O ja, lieve Jesus, U alleen komt do eer en glorie toe; mij integendeel, vernedering, verachting en smaad. Lieve Jesus, ik mag TJ nu, terwijl Gij in mij zijt, wel een verzoek doen, namelijk mij oenen waren en opregten geest van ootmoedigheid te geven; uit mij zeiven toch kan ik niet ootmoedig zijn. Hoe zou ik mij, zonder uwe genade, in woorden en werken kunnen vernederen\'r on vooral, hoe zou ik, zonder uwe genade, ootmoedig over mij zeiven kunnen denken ? Heen, lieve Jesus, dit is niet mogelijk. De eigenliefde en hoogmoed zijn mij zoo eigen, dat zo, zonder uwe bijzondere genade, voor mijnen dood in mij niet zullen sterven. O Jesus, ik erken nu hot gezegde van den H. Bernardus in mij bewaarheid, namelijk: „Zij, de hoogvaardigheid, is de eerste in de zonde, maar de laatste in den strijdquot;. Ik bid U, lieve Jesus, van mij niet te verlaten: geef, dat ik mij kehne en U kenne en niets dan U begoere. Geef, dat ik mij vernedere en U verheft\'e en aan niets dan aan U denke. Geef, dat ik mij hate on IT beminne, en alles om U verrigte. ü Jesus, ik wil geheel voor U zijn; geef dat ik niiumor iets
( «« )
aan mij zolvon toeschrijvo; want nit mij zolvon bon ik eon niet en niemand lean zeggen: ,Testis is de Heer tenzij in den H. Geest. (1 Cor. 12. ;!.) Helaas, hoo nietig ben ik, bijna van allo goed ontbloot; en het weinige dat in mij is, is de vrucht uwer genade, maar ontsierd door ijdele inzigten on vole onvolmaaktheden. Al had ik alles gedaan, wat ik doen moet, dan zou ik nog moeten erkennen slechts een nnnntte I,nee,lit to zijn; want ook dan zou ik uw geluk in \'t minste niet kunnen vergrooten, noch mij zolven iets kunnen toeschrijven, maar zou alle eer en glorie aan IT alleen moeten geven. O God, doordring mij al meer en meer van deze waarheid, en open steeds mijne oogen, opdat ik uwe grootheden en mijne nietigheden zien moge en IT alleen verheffe. Amen.
25. Voornemen en strijd tegen den hoogmoed.
O Jesus, in het niet voor U neergebogen, maak ik nu het vaste besluit de eigenliefde en den hoogmoed krachtdadig te bestrijden. In dezen strijd zal ik de volgende wapenen gebruiken: 1°. Ik zal de invallende gedachte van hoogmoed of eigenliefde en zelfbehagen aanstonds verwerpen, door te donken aan uwe
( TO )
vernedering en een kruis op de borst te maken, zeggende: Niet aan ons, lieer, niet aan ons, maar geef uwen naam de glorie. 2°. Nooit zal ik met lof van mij zeiven spreken. 3°. Ik zal de vernederingen, die Gij mij zult gelieven over te zenden, of die uit de pligten van mijnen staat voortkomen, met liefde aanvaarden, denkende met den profeet David: 7 Is goed. Heer, dlt;(t Gij mij vernederd hehl (Ps. 118). 4°. De mij aangedane verongelijkingen, beleedigingen en smaad zal ik naar uw voorbeeld met geduld en stilzwijgen verdragen, zonder mij daarvan af te keeren (Isaïas 50. 6). O Jesus, ziedaar mijne voornemens; sta mij bij om dezelve getrouw in beoefening te brengen. Amen.
26. Gebed tot Maria.
Heilige Maagd der maagden, bid voor mij, opdat ik ootmoedig zij van harte. O Maria, als Maagd dor maagden, zijt gij bovenmate aangenaam aan God, en is uw invloed bij Hem zeer groot, zoodat Gij alles van Hem kunt verkrijgen : uit eerbied voor dien naam, bid ik TT, mij genadig te willen zijn en voor mij een zuiver hart en eene ware ootmoedigheid van God te
( quot;1 )
verwerven. O ja, Maria, bid voor mij, opdat ik do vernedering beminne on gaarne voor do wereld verborgen blijvo. Amen.
O E F E X 1 X O K X.
1. Do invallende gedachten van hoogmoed aanstonds verwerpen. 2. Nooit spreken tot eigenlof of zelfverheffing. \'2. Allo vernederingen gaarne verdragen, ook die welke door kwaadwilligen worden aangedaan-
A\' I K K I) ]-: o K F E N I X G
De ootmoedigheid.
TOOK DE H. COM1IÜXIE.
27. De onveranderlijke grootheid van Jesus.
O ziol, werp u voor den troon van God neder en denk wat er gaat gebeuren. Jesus zal tot u komen en gij zult Hem ontvangen. Maar wie is Jesusr en wie zijt gij ? Jesus is do eenige, de waarachtige Zoon van den levenden God; God met den Vader en den H. Geest; God van alle eeuwigheid; bij wien gecne verandering is noch overschaduwing van terugkeer; altijd schoon, altijd heilig, altijd volmaakt, een eeuwig leven in eens geheel en volkomen in zich bevattende; bij wien niets verleden, niets toekomend, maar alles tegenwoordig is en blijft. - - O wat grootheid I Dierbare Jesus, mij eerbiedig voor U nederwerpende, aanbid ik U uit al mijne vermogens. Hoe veel verschilt uwe grootheid van allo wereldsche of vergankelijke grootheid! In de wereld is alles wisselvallig en kortstondig.
( \'ö )
on spoedig koort alios tot hot niet terug. David zegt: ,,//.• hch een einde van.alle vvlmmikflteidgezienquot; (Ps. 118). Ik zag koningen en keizers, prinsen en vorston, praclit en sclioonlioid, doch tevens zag ik van dit alles het einde. Maar Gij, lieve Josus, zijt en blijft altijd dezelfde, on uwe jaren zullen nooit eindigen. O aanbiddelijke Josus, ik verheug mij over uwe grootheid en zal U daarover oomvig loven en prijzen. Hoo dwaas was ik, toen ik buiten TJ mijne voldoening zocht; want buiten U is alles ijdol en vergankelijk en niets kan het hart verzadigen. O Josus, ontferm U mijner en geef dat ik voortaan wijzer zij on IT alleen zooko en aankleve. Zie, thans kom ik tot IT; ik bid IT, ook tot mij te konion. O ja, lieve* Josus, kom: ik verlang vurig naar U; want mot IT en door U bon ik gelukkig; kom dan. Hoer Josus, en geef IT aan mij. Amen.
28. Liefderijke vernedering van Jesus.
O ziel, Jesus is oneindig en gij zijt oen niet, ja gij zijt zondig, on toch hoeft Hij van allo eeuwigheid aan u gedacht en zorg voor u gedragen. Van alle eeuwigheid hooft Hij gezien, hoe gij u op dit oogenblik tot de offerande der Mis on tot de H, Communie zoudt voorbereiden.
( 74 )
Hij lot thans op ti on ziot hoo pij u voorberoidt. Hoo oerbiedig, hoe ingotogon, hoo zuiver, hoo vol goloof, hoop on liofdo behoort gij dan niet to zijn! O Jcsus, hoo zijt Gij zoo goed jegons mij, dat Gij altijd zorg voor mij draagt en mij met uw eigen vleesch en bloed wilt spijzen ? Ku zult Gij dan tot mij komen I O wat vernedering I De Apostel stond verbaasd over uwe grooto vor-nodering, waarvan Gij ons in uwe menschwording blijken gegeven hebt; maar ik moet er nu voel meer over verbaasd staan, daar Gij u gewaardigt tot mij te komen en do spijs mijnor ziel te worden. Liefderijke Jesus, God van oneindige Majesteit, weggezonken in den afgrond van mijn niet, aanschouw ik uwe diepe vernedering, welke eeuwig tot verwondering zal dienon aan Engelen en mon-sehen. In uwe geboorte vertoondet Gij U in de gedaante van slaaf, maar in het H. Sakrament vertoont Gij XT onder de gedaante van brood en wijn. Gedurende uw leven op aarde was uwe vernedering groot; evenwel verschenen er van tijd tot tijd heerlijke stralen uwer Godheid, maar hier zijt Gij in een volslageno vernedering. In den stal van Bethlehem waart Gij door God lovende Engelen omgeven; bij uwe komst in Egypte vielen de afgodsbeelden ter aarde; door de Phariseen
gelasterd en vervolgd, werdt Gij om uwe mirakelen door hot volk bewonderd en geprezen; aan liet kruis stervende, treurde do gansche natuur en gaf blijken uwer Godheid; begraven zijnde stondt Gij den derdon dag verheerlijkt op uit oen gesloten graf on klomt Gij don veortig-sten dag zegevierend ten hemel; maar hier in het H. Sakrament, zijt Gij in eenen staat van volkomen vernedering en zie ik geen teokon uwer Majesteit, hier hoor ik geone God lovende Engelen; hier zie ik geone mirakelen, geene buitengewone en zigtbaro verandering der natuur; ik zie er slechts do geringe gedaante van brood en wijn. O wat eene vernedering! O Jesus, Gij hadt dan wel reden om te zeggen: „Leert van Mij, dat II: ootmoedifj van harte henquot; (Matth. 11. 29). Ach, of ik ook zoo ootmoedig was on in alles hot nederigste zocht I Ach, of ik uit liefde tot lT alle verongolijkingon kon verdragen 1 O Sjes lis,
( \'O )
29. Ootmoedige verzuchtingen tot Jesus.
O ziel, godonk steeds, dat Jesus zich om uwont wil zoo diep vernederd lieeft. Hij blijft dag en nacht in hot H. Sakrament tegenwoordig, om door U aangeboden en als zielespijs genuttigd te worden. Zoo aanstonds zal Hij tot u komen en «jij zult Hem mogen ontvangen. Zoo dan, lieve Jesus, zult Gij tot mij komen;\' Wie zijt Gij en wie ben ik \'r Helaas, ik ben een niet, een zondige aardworm; maar Gij zijt het oneindige Opperwezen, de Heiligheid zelve. Neen, ïflt;er, ik hen niet waardig, dat Gij tot mij komt, maar spreek slechts fii\'n woord en mijne ziel zal gezond worden. Neen, lieve Jesus, zeker ben ik niet waardig, dat Gij tot mij komt: en toch wilt Gij tot mij komen, en noodigt mij uit, opdat ik tot IT zou komen, zeggende: „Komt tot Mij, allen, die vermoeid en hel aden zijt, en Ik zal n ver-kwikkenquot; (Matth. 11. LiH). Dierbare Jesus, daar Gij het wilt en mij zoo minzaam uitnoodigt, nader ik met een groot vertrouwen tot U. Ik geloof, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. Sakrament des Altaars. O ja, lieve Jesus, ik geloof het vastelijk en gaarne zou ik ter bevestiging dezer waarheid mijn loven
ten l)t;stc geven, gelijk zoo vele Heiligen gedmui liebbon. O Jesus, ik geloof in U; ik lioop op U; ik bemin U bovenal; kom tot mij en geef, dat ik IT ontvange met con zuivev hart; met een hart, versierd met idle deugden en brandend van liefde. Ik verfoei alle oneerbiedigheden, waaraan ik mij in het heilig Misoffer of in de H. Communie ooit heb schuldig gemaakt. En helaas, hoe menigvuldig zijn deze! Het heilig Misoffer en de H. Communie zijn gewis de verhevenste, heiligste, voordeeligste en aan God behagelijkste oefeningen, die een mensch op aarde kan ver-rigten; hoe zuiver, hoe heilig, hoe ingetogen behoor ik dan niet te zijn, als ik do H. Mis bijwoon of te Communie ga! Ploe groot moet dan mijn eerbied, mijne aandacht en godsvrucht niet zijn, en hoe vurig mijne liefde!\' Zeker moet ik het doen met do heiligste gevoelens; met gevoelens als van een Heilige, van een Engel, ja van Christus zelf. Maar helaas, hoe ver ben ik or van verwijderd! Ik blijf koud en ongevoelig bij die heilige verrigtingen, even als hadde\' ik geen geloof; dikwijls ben ik in mijne gedachten met andere dingen bezig op hot oogenblik, dat Gij uw verblijf in mijn hart neemt. Lieve Jesus, ik vraag er U ootmoedig vergiffenis over; ont-
( )
form ü mijner on goof, dut ik nu ou altijd tot U nadere met een levendig geloof, een vaste hoop, vmigo liefde en diepe ootmoedigheid. C) Jesus, geef mij uwe liefde; kom, ik verlang vurig naar ü. Amen.
30. Gebed tot Maria.
Moeder van Christus, bid voor mij, opdat ik doordrongen zij van mijne nietigheid en zoo aan Jesus bohago. Do naam van Moeder vax CmilSTUS is voor mij oen naam van vertrouwen en zegt mij, dat Gij tevens Moeder van lurmhar-tigheid zijt. Want gelijk Jesus als Verlosser en Zaligmaker op de aarde gekomen is, zoo hebt Gij U als do middelares der menschen getoond. — O Maria, Moeder van Christus, deze gedachte beurt mij op, bij hot zien mijnor onvolmaaktheden ; want ofschoon ik vol fouten en gebreken bon, vertrouw ik toch dat Jesus, om uwe bemiddeling, mij niet zal weigeren; daarom buig ik mij eerbiedig voor U neder en bid U bij dat goddelijk moederschap voor mij bij Josus uwen Zoon te bidden, opdat Hij mij opregte gevoelens van nederigheid gelieve to geven, bijzonder nu ik Hom ga ontvangen en Hij zich
( \'f )
gewaardigen zal in mij to blijvun en een met mij te worden. Amen.
XA DE II. COMMUNIE.
31. Vreugdeontboezemingen.
O ziel, verheug en verblijd u; Jesus, uw God en Koning, is tot u gekomen. Hoe gelukkig zijt gij nu I Jesus, die alle goed in zieli bevat, lieeft zich geheel aan u gegeven. Hij heeft zieh innig met u vereenigd. Hij is in u en gij in Hem. O wat geluk! O zalige vercouiging I Jesus, die oneindige God, voor wien de Engelen sidderen, heeft zich waarlijk aan u gegeven, en is uwe, spijs geworden. Hij heeft zich op de innigste wijze met u vereenigd en zijnen troon in u gevestigd. Welk oen wonder van genade en barmhartigheid I. . . O ziel, verheug u dan en verneder u voor Jesus, loof en dank Hem met do teederste gevoelens van dankbaarheid. O ja, lieve Jesus, ik zal mij in U verheugen en verblijden; ik zal U loven en prijzen; en, om moor en meer van deze gevoelens doordrongen te worden, buig ik mij ootmoedig voor U neder en vraag U nederig, wie Gij zijt ?.. . Mijn Zoon, Ik ben uw God en Al, uw Heer en Koning, uw Weldoener en
( Squot; )
Zaligmaker, uw Schcppor on uw Eegter; Ik, Koning van hemel on aarde, ben tot u gokonion. Aardscho koningen veranderen, vergaan eu verdwijnen van hot aanschijn dor aarde, gelijk dn wateren die wegvloeijen en niet wedorkeeron ; maar ik ben do Hoor en verander niet ,,E(jo Dominus et non midor.quot; (Malaeh. 3. (J). Ik bon en blijf altijd dezelfde eeuwige onveranderlijke God. O Jesus, zijt Gij, zoo groot en zoo verheven, dan waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen \'r Hoe is hot mogelijk, dat Gij U zoo diep hebt kunnen vernederen ? Helaas, hoe ellendig, hoe onzuiver, hoe ontsierd is mijn hart I O Jesus, ik ben er beschaamd over en vrees, dat Gij er een walg en afkeer van zult krijgen en mij daarom zult verstoeten. Dierbare Jesus, ontferm IT mijner en zuiver mijn hart nu Gij er in verblijft; noem er alles uit, wat IT kan mishagen en versier hot mot alle deugden, vooral mot eene vurige en zuivere liefde, opdat ik IT voortaan opregt be-minne, love en verheerlijke. Amen.
32. Oounoedig-e goedheid van Jesus.
O ziel, denk dat Jesus, uw God en Al, van allo eeuwigheid aan dit, voor u zoo gelukkig oogen-blik heeft gedacht. Hij ziet van allo eeuwigheid
( 81 )
don staat, waarin gij nu zijt, Hij ziet al uw 011-volmaakthedon on .gebroken; maar alles voorbijziende schijnt Hij alles te vergeten, om zich aan u te geven en u gelukkig te maken. Hij denkt noch aan zijne waardigheid en heiligheid, noch aan uwe ellenden en gebreken, maar alleen aan zijne goedheid, die u met weldaden wil ven-ijken. O welk een wonder van goedheid en liefde ! Ach, of ik U wederliefde kon betoonen en dankbaar zijn kon ! Uit erkentenis geef ik mij nu geheel aan TT, om alleen voor U te leven. O Jesus, hoe spijt hot mij, tot nog toe zoo weinig liefde voor U gehad te hebben. Laat niet toe, dat ik nog zoo ondankbaar zij, maar geef dat ik voortaan geheel voor U leve en geen ander verlangen meer hebbe, dan aan U te behagen. Amen.
33. Veracliting der wereld en liefde tot Jesus.
O ziel, wat zijn de vermaken en wellusten der wereld ? wat zijn do rijkdommen en aardsche goederen ? wat zijn do grootheid en de eerbe-wijzingen der menschen\'r Niets dan eene bloem des velds, die \'s morgens weelderig bloeit en \'s avonds verslenst; niets dan een bedriegelijko droom. Mij ellendige, hoe laat ik dan mijn hart door zulke jjdelheden innemen! IJdelheid der 93 n
( 82 )
BdeUieden on alles is ijdcllioid, bclialvo U, o mijn God, te dionon cn to beminnen. Ach, of ik on-afscheidbaar met U vcrcenigd ware, om de wereld met al hare seliijngoederen en vermaken te ver-aeliten en U alleen te zoeken. O Jesns, ontferm IT mijner en geef dat ik voortaan geheel voor U zij. O ja, lieve Jesus, geheel voor U; geheel voor TJ; geheel voor U in den tijd en in de eeuwigheid. Amen.
34. Eenheid met God.
Dierbare Jcsus, Gij zijt nu waarlijk in mij en hebt U innig met mij vereenigd. Ach, of ik nu ook in U en eon met U ware! O Jesus, zeg mij, wat ik doen moet om een met U tc worden. Mijn zoon, gij moet alles wat in de wereld is verlaten, uwen hoogmoed afleggen on allo eigenliefde uit uw hart verbannen, want de hoogmoed, de eigenliefde of het zelfbehagen zijn u liet nadoeligste van alles. Als uwe liefde zuiver en geheel voor Mij is, zult gij u aan niets laten gelogen zijn, noch u door eenige zaak laten terughouden. Waarom geeft gij u zelven niet geheel aan 31 ij r Waarom zijt gij nog zoo zoor bekommerd voor nuttclooze on overvloedige dingen!\'\' Gcof u geheel aan Mij, zoek niets buiten Mij;
( S3 )
clan zult gij rust hebben, en vrede gemeten. O Jesus, deze les is kort, maar verheven. Ach, of ik ze onderhouden en mij geheel aan U kon geven! Maar helaas, ik bon zoo zwak en zoo overhellend tot wereldsche ijdelheden, dat ik mij door nietigheden van IJ laat aftrekken. O Jesus, ontferm U mijner en versterk mij, opdat ik voortaan geheel aan U zij. Amen.
35. Verzuchtingen tot God.
0 God, geef dat ik mij kenne, en dat ik U kenne en niets dan U begecre. Verlieht mij, om de nietigheid aller dingen buiten U te beseffen en ze als slijk te versmaden; niets toch is er onder de zon bestendig; alles is ijdelheid en kwelling des geestep, behalve U te dienen en U te beminnen. Hoe wijs is hij, die er zoo over denkt I Lieve Jesus, geef mij die hemelsche wijsheid, om U boven alles te zoeken, U in alles te vindon, TT alleen te smaken en uit ganscher harte te beminnen. Ik beween den tijd, dien ik voor de wereld, voor de zinnen en voor de vermaken heb besteed; al dien tijd heb ik U ontroofd; want elk oogenblik behoort U toe en moet voor XT besteed worden. O Jesus, ontferm TT mijner en geef mij uwe genade, opdat ik nooit meer
( «-» )
zoo boos of zoo ondankbaar zij. Gij hebt mij bemind en U golieel aan mij gegeven; ik wil U ook beminnen en mij geheel aan TJ geven; vooral geef ik U mijnen wil en mijn hart, wijl Gij dit bijzonder van mij verlangt, zeggende: „Mijn zoon, geef Mij uw hartquot;. Ziedaar, lieve Jesus, ziedaar mijn hart, ontvang het, bewaar het, bestier het en geleid het, opdat ik voortaan don weg uwer geboden bewandele en zuiver voor U leve. Amen.
36. Gebed tot Maria.
Moeder van Christus, bid voor mij, opdat ik nederig zij van harte. Wat geluk dat Gij, de Moeder van Christus, ook mijne Moeder zijt I O ja, Maria, Gij zijt mijne moeder en ik ben uw kind. O mogt ik mij dien naam waardig makenI O mogt ik steeds, gelijk Gij, een nederig gevoelen van mij zeiven hebben en mij voor God en voor de mensehen vernederen! Hoe zou ik ooit eenig gevoel van eigenliefde of zelfbehagen kunnen hebben, aangezien ik zoo vol ellenden, onvolmaaktheden en zonden ben ? Uwe deugden en goede werken waren zoo verheven en zoo menigvuldig, dat Gij daarom eene Hem zoo veel mogelijk waardig Moeder waart, Desniettegen-
( «5 )
staande hebt Gij U diep vernederd, U zelve slechts aanziende als do dienstmaagd des Heeren. Hoe zou ik mij dan, te midden mijner ellenden en onvolmaaktheden, durven verheffen, of behagen in mij kunnen hebben\'r Neen, Maria, ik -wil zoo ontaard niet meer zijn. Ik wil mij diep vernederen en steeds een gering en klein gevoelen van mij zelven hebben. O Maria, bid voortdurend voor mij en verkrijg mij deze genade. Amen.
O E F E XI X G E X.
1. Trachten zich zelven te kennen, zeggende; „Geef Heer, dat ik mij kenne en U kenne en niets dan U begeere.quot; 2. Zijne werken, zoo veel mogelijk, voor het oog dor menschen verbergen.
3. Vreezen voor de achting der menschen, wijl deze ons berooven zou van onze verdiensten.
4. Nooit iets doen om do achting van anderen te erlangen.
V IJ F D E O E F E N I N G. De ootmoedige gehoorzaamheid.
VOOK DE H. COSIMUKIE.
37. Ootmoedige gehoorzaamheid van Jesus in zijne kindsheid.
Minnelijke Jesus, wat schoon voorbeeld van ootmoedige gelioorzaamlioid liobt Gij mij van uwe kindsheid af gegeven. Gij immers zijt gekomen om te gehoorzamen; daarom zeidet Gij, do wereld intredende: „Zie, Vader, hier hen Ik om uwen tail te volhrmyen.quot; Gij werdt te Bethlehem geboren in hot beoefenen der gehoorzaamheid; immers uwe moeder Maria en de H. Joseph gingen naar die stad om volgons het bevel van keizer Augustus in hunne familiestad opgeschreven te worden; en bij deze gelegenheid kwaamt Gij ter wereld. Uit liefde voor de gehoorzaamheid liet Gij U op don achtsten dag besnijden en den veertigsten opdragen in den tempel. T\'it liefde voor de gehoorzaamheid vlugttet Gij voor Herodes als een onmagtige naar Egypte; uit liefde voor die deugd
( «7 )
keordet Gij ook na Herodes\' dood, van daar terug on gingt te Nazareth wonen. In don tempel govondon, keerdet Gij nit gehoorzaamheid niet uwe ouders naar Nazareth weder en waart hun in alles onderdanig, on dit wel tot uw dertigste jaar. O welk een treffend voorbeeld van gehoorzaamheid •... Jesus, de Hoer der Heeron, was in alles gehoorzaam! Wat schande zoude liet voor mij zijn, indien ik niet zou willen gehoorzamen ! Dierbare Josus, ik vraag TI rouwmoedig vergiffenis over mijne menigvuldige ongehoorzaamheden, en maak een vast voornomen van voortaan in alles vlijtig te gehoorzamen. O Jesus, sta mij bij, opdat ik dit voornomen altijd ten uitvoer brongo. Amen.
38. Gehoorzaamheid van Jesus in zijn verborgen leven.
O ziel, verbeeld u Jesus als een arm, nederig en gehoorzaam kind te zien in den werkwinkel van den H. Joseph, Hij arbeidt er mot vlijt en gehoorzaamt in alles en dit wel tot zijn dertigste jaar. Hij had millioenen Engelen tot zijne dienst, doch maakt er geen gebruik van; Hij zelf wil gehoorzamen. O diepe ootmoedigheid! O schoon voorbeeld van gehoorzaamheid ! En dan, uit ge-
C 8« )
hoorzaamhoid gaat Hij naar do woestijn om to bidden, te vasten, boetvaardigheid te doen voor onze zonden en om voor ons den duivel te overwinnen. Jesus laat zich door den geest Gods geleiden, als ware Hij do onbekwaamste en onwetendste der menschen; en zoo leert Hij mij altijd in alles te gehoorzamen. Helaas, hoe weinig heb ik nog uit gehoorzaamheid gedaan 1 Het minste verveelt mij, en doet mij ontevreden zijn. Dierbare Jesus, geef dat uw voorbeeld mij aan-moedige en versterke om voortaan gaarne te gehoorzamen; kom tot mij en vervul mij met uwen geest, opdat niets meer bekwaam zij mij iif te brongen van do gehoorzaamheid. Amen.
39. Gehoorzaamheid van Jesus stervende aan het kruis.
Liovo Jesus, ik loos in don brief van den Apostel Paulus (Phil. \'2. 8): „Hij heeft zich ze!oen. vernederd tiaar Hij yehuorzaum was tot den dood, ja tot den dood des l\'niisetquot;. Zoo zijt Gij dan, lieve Jesus, do Koning dor Koningen, gehoorzaam geweest tot den dood, en ik, ellendige aardworm, zou aarzelen te gehoorzamen!\' Uit gehoorzaamheid biedt Gij, lieve Jesus, uwe handen en voeten boreidvaardisr aan. om ze te laten door-
( S\'J )
nagelen; en ik zou weigeren, mijne handen en voeten ten dienste der gehoorzaamheid te gebruiken\'r quot;Welk eene ontaarding! O Jesus, ik sta beschaamd voor U. Gij waart gehoorzaam aan uilen, aan God en aan de menschen; Gij waart gehoorzaam in olies, in pijnen, in vernederingen, in bitterheden en vermoeienissen; Gij waart gehoorzaam ten uilen tijde, in uwe geboorte, in uw loven en in uw sterven; en ik helaas, ik nietige aardworm, zou mij aan de gehoorzaamheid willen onttrekken! Wanneer zal ik eens gehoorzaam zijn, gelijk Gij gehoorzaam waart: aan allen, in alles en ton allen tijde! O Jesus, nu geef ik mij geheel aan U, bereid om in alles te gehoorzamen. Versterk mij door uwe genade, om zonder tegenstreven met ootmoedigheid en vlijt alles te doen, wat God of mijne oversten van mij verlangen. O Jesus, kom nu tot mij, om deze gevoelens in mij te bewaren en vruchtbaar te maken. Amen.
40. Gehoorzaamheid van Jesus in het H. Sakrament.
O ziel, buig u eerbiedig voor het aanbiddelijk Sakrament neder en verbeeld u Jesus daar te zien, zeggende: ,,Hier is mijn rustplaats vaar eeuwig, hier wél ik wonen; want huur koos ik uitquot;
( !\'lt;gt; )
(Ps. 113. 14). O ziel, Jesus is in liet H. Sakra-mont tegenwoordig om u gelukkig te iniiken. Hij stelt zicli daar volkomen in do magt zijnor bedienaars, en is liun in alles gehoorzaam, zonder iets tegen te zegyen (Isaias 50. ö). Ego autem non contradico. Maar ik spreek niet tegen. O Jesus, de H. Kerk bewondert met den Apostel Paulus teregt uwe overgroote en ootmoedige; gehoorzaamheid, waarvan Gij ons in uwe menschwor-ding oen zoo treffend bewijs gegeven hebt; maar uwe gehoorzaamheid, waarvan Gij ons in het aanbiddelijk Sakrament een voorbeeld geeft, is veel meer te bewonderen. Hier vertoont zich uwe gehoorzaamheid in hare volle kracht en schoonheid. Immers hier zie ik U gehoorzaam worden aan nietige schepselen, aan ellendige aardwormen, aan boosaardige zondaars, zelfs aan uwe grootste vijanden. Dagelijks daalt Gij op hot woord dos priesters op duizende plaatsen uit den hemel neder; dag en nacht blijft Gij op het altaar tegenwoordig, om hen die tot U komen met liefde te ontvangen en met geestelijke weldaden te verrijken; altijd zijt Gij bereid ons met uw vleesch en bloed te spijzen en U zeiven geheel aan ons te geven; met een woord, Gij stelt ü zeiven geheel ter onzer beschikking; zoodat
{ quot;1 )
men van IT kan zeggen, dat Gij daar geen wil meer hebt, maar dat uw \\vil onze wil is. O wonderbare gohoorzaamhoid! Hoe is liet mogelijk, o God, dat Gij zoo aan uw eigen schepsel gehoorzamen en op zijn woord uit den hemel wilt neêrdalen ? Toen Gij op aarde leefdet, waart Gij gehoerzaam aan uwe Moeder Maria en aan den H. Joseph, maar nu Gij in den hemel zijt, zijt Gij gehoorzaam aan alle priesters, ton allen tijde en op alle pil\'iatson. O onbegrijpelijke gehoorzaamheid ! God gehoorzaamt aan het woord van eenen mensch. Obediente Den vod hominis (Josue 10. 14). Zou een mensch dan nog aarzelen aan God te gehoorzamen ? Zou ik nog aarzelen te gehoorzamen aan God en aan mijne oversten? If een, lieve Jesus, zeker zal ik dat niet meer doen. Ik zal voortaan stipt in alles gehoorzamen; ik stel mij van nu af volkomen iu uwe handen en in die mijner oversten. In hunnen wil ik uwen wil erkennen, aanbidden en volbrengen. Ja, lieve Jesus, dit beloof ik U, al zou het mij nog zoo hard, zoo bitter en zoo moeijelijk vallen. Uwe gehoorzaamheid maakt mij beschaamd, ontneemt mij alle verontschuldiging en spoort mij aan om ook te gehoorzamen en over alles heen te stappen. Doch, sta mij bij, lieve Jesus, want
( )
ik ben zoo zwak; on goef mij oono volmaakte gehoorzaamlioid. Anion.
41. Verzuchtingen tot het H. Sakrament.
O ziel, sta op uit nwo onvolmaaktheid en go-breken ; ga binnen in bot huis des Hoeren; nader tot het altaar; vereonig u met Jesus, uwen Goden uw Al, houd u met Hom alleen bezig en zog; O Jesus, voortaan wil ik geheel voor U zijn. Ik vereonig mij hier geheel mot U; hier is mijne rust in eeuwigheid; op deze plaats zal ik wonen; want haar koos ik uit. Geef, dat ik aan alles wat in de wereld is storve, en vorlange onbekend en veracht te zijn. Geef mij, dat ik in IT ruste, en dat mijn hart in U bevredigd worde. Gij zijt de ware vrede dos harten; Gij zijt mijne oonigo rust; buiten U is mij alles pijnlijk en onrustig. Geef, dat ik steeds tot U kome, om U in uw heilig Sakrament te aanbidden, te loven en als zielesprjs te ontvangen. Dierbare Jesus, verstoot mij niet van uw aanschijn ; ik bekon niet waardig te zijn, voor IT te verschijnen, maar toch vertrouw ik op uwe goedheid. O Jesus, heb modelijdon met mij; verstoot mij niet om mijne nietigheid en ellendon, noch om do grootheid mijnor onvolmaakt-
( fa )
lieden en zonden; maar toon mij liever de uitwerksels uwer goedheid on liefde. O Jesus, ontvang mijn hart, neem er uit weg alles wat IT zoude kunnen mishagen, en versier het met die deugden, welke 11 liet aangenaamst zijn en mij het meest ontbreken : versier het niet een levendig geloof, niet ecne vaste hoop, en eene vurige liefde, met diepe ootnioediglieid en een groot verlangen. Kom, Heer Jesus, want ik verlang vu lig naar TT; kom en vereenig U geheel met mij. Alvorens tot U te naderen, lieve Jesus, verfoei ik nog alle gedachten van ij delheid welke mij dikwijls kwellen, cu bid XT, mij een waar ootmoedig en nederig hart te geven. Gij hebt U vernederd uit liefde tot mij: ik wil mij ook vernederen uit liefde tot U, en gaarne om uwent wil alle versmaadheden lijden. O Jesus, ontferm U mijner. Kom on geef XT aan mij. Amen.
42. Gebed tot Maria.
Moeder dor goddelijke genade, bid voor mij, opdat ik met de gevoelens ooner ware ootmoo-dighoid, steeds in alles, aan allen on ten allen tijde gehoorzaam zij. 0 Maria, daar Gij de Moeder der goddelijke genade zijt, kunt Gij zeker niet weigeren, deze genade voor mij af te bidden.
( W )
De H. Bemardus zogt, dat gij het kostbaar kanaal zijt, waardoor het God behaagt ons al zijne genaden te doen toevloeijen. Gij zijt vol van genaden en de schatkamer aller genaden; ik kom derhalve niet vertrouwen tot U en bid tl mg aan de rijkdommen van Gods genade door uwe voorbede deelachtig te maken; bovenal smeek ik U, voor mij te bidden, opdat ik in \'t vervolg ootmoedig van harte zij en vlijtig in te gehoorzamen. O Maria, uw Zoon heeft mij het voorbeeld eener volmaakte gehoorzaamheid gegeven, gehoorzaam toch was Hij niet alleen tot den dood des kruises, maar Hij is \'t tot het einde der wereld. Ik bid U dan, verkrijg mij de genade om ook te gehoorzamen al de dagen mijns levens en uit gehoorzaamheid gaarne te sterven. Amen.
NA DE It. COMMUNIE.
43. Geluk in Jesus.
O ziel, groot is thans uw geluk, wijl Jesus tot u gekomen is en zijn verblijf in u heeft genomen. Verbeeld u, dat Hij u zegt: „Hier is mijn rustplaats vuur eeuwig, hier wil ik wonen; want haar koos ik uitquot; (Ps. 113. 14). O Jesus, mijn God en al, hebt Gij dan waarlijk uwe rust in mij gevonden ? Hebt Gij dan waarlijk mijn
( 90 )
hart tot verblijf gokozon!\' Wilt Gij dan waarlijk in mij wonen ? O wat geluk voor mij I wees welkom, lieve Jesus, wees duizendmaal gegroet! Nu ben ik opregt gelukkig en zal U nooit meer laten gaan. Neen. lieve Jesus, nooit zal ik U laten gaan. In II vind ik mijne rust, mijnei-vrede, mijne voldoening. In U zal ik wonen, U zal ik aankleven en aan U mij vasthechten, zonder mij ooit van U te scheiden. Wat is de wereld met alles wat zij aanbiedt ? Ik kan er geene rust, noch voldoening vinden; noch in hare goederen en rijkdommen, noch in hare vermaken en wellusten, noch in hare eer en grootheden. Neen, lieve Jesus, ik vind geene rust dan in U alleen. Ik ben voor U geschapen en mijn hart is ongestadig en ontevreden totdat het in U ruste. Gij alleen zijt mijne voldoening, mijn troost en mijne vreugde. Nu ben ik dan waarlijk gelukkig, aangezien Gij tot mij gekomen zijt en U geheel met mij hebt vereenigd. Gij zijt nu in mij en ik in U. Ik zal U vasthouden en eeuwig aankleven. ,, Gij zijt mijn erf- en- helterdeel: (lij zijt het, die mi/ mij/i erfdeel ivilt wederge/venquot; (Ps. ló. 5). 0 ziel, verbeeld u, Jesus te hooren zeggen: Mijn zoon, als gij Mij zoekt en in Mij blijft, zult gij alle goed en eene bestendige rust
( !quot;i )
vinden. Als gij Mij boven alle andere dingen bemint en Mij overal en iu alles zoekt, zult gij mijn vriend zijn en van mijnen Vader alles verkrijgen, wat gij begeert; maar als gij Mij verlaat, of u van Mij verwijdert, zult gij ongelukkig en ontevreden zijn; want alles wat gij buiten Mij zoekt, zal u spoedig verdriet en misnoegen baren. Ik alleen immers ben uwe rust, uw vrede en uw leven.
O Jesns, Fontein van allo goed ! hoe troostvol zijn mij deze uwe woorden en hoe dierbaar is mij uwe tegenwoordigheid I Hoe aangenaam is het mij, bij u te zijn en in U, door U en voor U te leven ! Buiten U is mij alles bitter en baart alles mij misnoegen en verdriet. Ik vind in do wereld niets dan ijdelheid en kwelling des geestes. Daarom bid ik U, lieve Jesus, alle andere dingen van mij te verwijderen en alle ijdele genegenheden uit mijn hart te verbannen en hetzelve geheel in uw bezit te nemen, opdat ik II voortaan beminne uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. Dat anderen aardsehe en vergankelijke dingen zoeken, die zij beminnen, ik zal IJ alleen zoeken, omdat ik U alleen bemin. Dierbare Jesus, ik heb U gevonden, boven wien niemand verhevener, nie-
( öT }
iimud beminnelijker is. O eenigst en opperst Goed! Ik heelit mij nu geliecl aan ü vast en niets zal ooit meer in staat zijn, mij van U to scheidcn. Neon, lieve Josns, niets is er bekwaam mij van U te sclioidon, noch bitterheden, noch pijnen, noch vemederingon, noch vervolgingen, noch armoede, noch gebrek, noch kerker, noch dood. Noen, lieve Jesus, niets is bekwaam mij van U tc scheiden. Gij zijt mijne rust, mijn vrede en mijne zaligheid; voor U dus wil ik leven en sterven. O Jesus, hoe zou ik IT nog ooit kunnen verlaten ? U, dio zoo beminnelijk zijt, en mij zoo vele bewijzen uwer liefde hebt gegeven ? Gij betoont mij steeds eene meer dan moederlijke teerhartigheid en draagt mij door uwe vaderlijke Voorzienigheid met meer liefde dan eene moeder haar eenigst kind. Hoe dikwijls hebt Gij mij op uwe schouders genomen en mot lang-moedigheid gedragen\'r Gij doedt hot, ten eerste, uls Gij, in weerwil mijnor gebroken, onvolmaaktheden en zonden, mododoogend jegens mij waart, mij met geduld afwachttot en mot minzaamheid uitnoodigdot, om tot U te komen. Gij doodt het, vervolgens, als gij anderen sterkte en genade gaaft, om mijne gebreken, kwade luimen en onvolmaaktheden geduldig te verdragen. Gij
( «8 )
deedt liet nog, door mij tot uwe heilige Tafel te leiden en de spijs mijner ziel te worden. O Jesus, Gij zijt al te goed voor mij. Gij liebt mij met liefde gezocht, met goedheid ontvangen, ja mij zelfs toegelaten, als kind met U aan tafel aan te zitten, U als zielespijs te nuttigen en mij innig met U te vereenigen. O Jesus, wat zal ik U vergelden voor al die gunsten, die Gij mij bewezen hebt ? Welke dankbaarheid zal ik U daarvoor kunnen betoonen ? Helaas, er is niets in mij om het U te vergelden. Ik ben een zondige aardworm; ik kan niets doen dan mij diep voor U vernederen, en mij, ellendig gelijk ik ben, geheel aan U geven, met het vurig verlangen, om voortaan geheel voor ü te leven, voor IJ te lijden en voor U te sterven. O ja, lieve Jesus, ik wil voortaan voor U leven en vereenig mij in alles mot U. Amen.
44. Verzuchtingen en betuigingen van gehoorzaamheid.
O Jesus, Heer van hemel en aarde. Gij waart gehoorzaam tot den dood des kruises; en ik helaas, een nietig schepsel, ik ben zelfs in de kleinste zaken ongehoorzaam en wederspannig. Gij waart gehoorzaam aan uw eigen schepsel, aan
( w )
Zondaars on booswioliten; maar ik bou oïigeliool\'-ziuim zolfs aan mijne oversten, ja aan God zeiven. Gij waart gehoorzaam niet alleen tot den dood, maar zijt het nog en zult het blijven tot het einde dor wereld, in het H. Sakrainent des altaars, waar Gij voortdurend gehoorzaam blijft en dit wol aan alle priesters. Helaas, hoe zeer verschil ik van U; hot verveelt mij somtijds ook maar oenen keer te gehoorzamen, terwijl Gij voortdurend gehoorzaam zijt. Aoh, wat schande voor mij! Mijn hart moet wel boos zijn, daar het door zoo een treffend voorbeeld niet aangespoord wordt om aan allen, in alles en ton allen tijde te gehoorzamen. O Jesus, uwe gehoorzaamheid is zoo groot, dat Gij U zol-von volkomen ter mijner beschikking stelt. Op mijn verlangen komt Gij tot mij; geeft Gij U aan mij en wordt Gij een met mij. Ja, lieve Jesus, uit gehoorzaamheid wordt Gij het voedsel mijnor ziel eu neemt Gij uwe rust in mijn hart. O Jesus, zou ik mij dan niet aan U geven ? Zou ik TJ dan niet in alles gehoorzamen en uwen wil in alles niet stiptelijk volbrengen!\' Ja, zeker zal ik het doen, lieve Jesus I Ik draag mij geheel aan U op en zal U in alles gehoorzamen — eu niet alleen zal ik gehoorzamen aan U, maar ook aan mijne oversten, wijl zij uwe plaats op aarde bokleeden en
( li\'O )
mij in uweü naam bostiüren. Gij, lieve Jesus, liebt mij en mijne onvolmaaktheden niet zoo groote liingmoediglieiil verdragen en hebt mij zoo genadig aan uwe H. Tafel ontvangen, mij spijzende mot uw vleesch eu bloed. Uit dankbaarheid zal ik ook gewillig eu met liefde het juk van het Evangelie en den last der gehoorzaamheid dragen, mij volkomen onderwerpende aan alle bevelen, hoe lastig, hoe onredelijk en onvolmaakt deze mij ook zouden toeschijnen; ik zal mij aan alle bevelen mijner oversten onderwerpen, zonder hunne daden to bevitten of limine inzigten te booordeelen. I)o gedachte, dat Gij door de oversten spreekt en mij uwe bevelen voorschrijft, is mij genoeg om vlijtig en stipt te gehoorzamen, zonder te weten of nieuwsgierig te onderzoeken, \\va Alio.m zij hot mij zoo en niet anders bevolen hebben. Bij hot maken dezer voornemens word ik bevreesd, bij do gedachte aan mijne zwakheid on onstandvastigheid. Helaas, zonder U, lieve Jesus, kan ik niets, zelfs geen goede gedachte vormen; voel minder oen goed woord sproken of een goed voornemen ten uitvoer brengen; daarom bid ik U, lieve Jesus, van mij te versterken, om deze voornemens getrouw ten uitvoer te brengen. Anion.
( 101 )
45. Gebed tot Maria.
Moedor dor goddelijke genade, bid voor mij. Ofschoon ik, om do menigte mijner zonden en tronwelooslioden, niet waardig bon Gods barmhartigheid te ontvangen, werp ik mij toch met vertrouwen in uwe armen, o Maria, gelijk een kind zich werpt in de armen zijnor moeder. Ik bid TJ vurig, mij do genade eener ware, vaardige on stipte gehoorzaamheid te verworven, om altijd en in alles mot vlijt en bereidwilligheid te gehoorzamen. O Maria, weiger mij deze gunst niet, en maak, dat ik voortaan in de gehoorzaamheid volharde tot het eindo mijns levens, en steeds met U zegge: ,,Xie de dienstmaagd {den dienstknecht) des He.eren, mij yeschiede naar mv woord,quot; Amen.
o e f e x i n g e x.
1. Altijd, in alles, vaardig en zonder tegenspreken gehoorzamen. 2. In den wil dor Oversten Gods wil, in hunne bevelen Gods bevelen erkennen en volbrengen. 3. Blindelings gehoorzamen, zonder de inzigten der Oversten te beoordeolen, hun gedrag te bevitten of het ellendig waarom dus of WAATiOM zoo te gebruiken.
----o---
ZESDE O E F E N I N G. De milddadigheid.
VOOR DE li. COMMUNIE.
46. De weldaden der schepping.
O ziol, vorgeot nooit flo milddadiglxoid van God jegons u. TJit onkolo goodlioid hooft Hij u hot bostaan en het leven gegeven; ja wat moor is, uit enkele goedheid hooft Hij allo schepselen aan u dienstbaar gemaakt. O God, Schepper van homel on aarde, hoe goed zijt Gij jegens mij ! Voor slechts weinige jaren bestond ik nog niet; niemand wist van mij te sproken; ik was nog in hot niet, en zou nog in het niet wezen en er eeuwig in geblovon zijn, indien Gij mij hot bestaan niet haddet gegeven. Ik heb dus mijn bostaan aan IT alleen to danken. Ik hang geheel van IT af, zoowol in hot worden, als in liet zijn en blijven. Gij hebt mij hot leven gegeven on bewaart mij voortdurend in het leven. Gij waakt altijd over mij on geleidt mij op al mijne wogen, terwijl Gij niets anders zoekt of beoogt
( 103 )
dan wat mij hot heilzaamste en voordooligste is. Woc mij, omdat ik niet beantwoord aan nwe heilige inzigten. Derhalve vraag ik U, o mijn Jesus, vergiffenis voor mijne veelvuldige ondankbaarheden en trouweloosheden. O God, ik offer mij van nti af geheel aan TJ op, on wijd mij voor immer aan uwe heilige dienst. Gij hebt mij het bestaan en het leven gegeven; ik wil het geheel voor TJ besteden. Ontvang mij, met alles wat in mij is; ik stel mij geheel ter uwer beschikking. Ontvang mijne ziel en mijn ligchaam; mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; mijne gedachten, woorden en werken, mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen ; met een woord, ontvang alles wat in mij is of mij aangaat. Ik draag U op al de zintuigen van mijn ligchaam en do vermogens mijner ziel; mijn gezigt, mijn gehoor, mijnen reuk, mijnen smaak en mijn gevoel. Ontvang geheel mijn bestaan; ik geef mij, zonder eenig voorbehoud, geheel aan U; geef mij slechts uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg, noch vraag ik U iots anders. Kom, Heere Jesus, en neem bezit van mijn hart. Amen.
( 104 )
47. De weldaad der menschwording.
O ziel, overwoog flo milddadige goedheid van God, die zioli op zoo vele wijzen aan U Loeft gegeven, gelijk de H. Kerk zingt in het officie van het H. Sakrament;
Se nasccns didit sociutn;
Convescens in edulium;
Se mariens in pretium;
Se regnans dat in praemimn.
Als mensch werd Hij natuurgenoot;
Als gast en gastheer \'t levend brood;
Ons losgeld in zijn kostbren dood;
Ons loon in \'t rijk, dat Hij ontsloot.
O ziel, overweeg hoe Jesus uit don hemel neerdaalt, zich als kind vertoont in den stal van Bethlehem en zich aan ons geoft tot Iteisgenoot, om ons den weg des hemels aan to toonen. Zoo dan, lieve Josus, verlaat Gij het hemelpaleis, het huis uws Goddelijken Vaders, om als balling 33 jaren op aarde rond te zwerven on mij den weg naar den hemel aan to wijzen? O welk oene genade! Ik was oen verworpeling voor Gods aanschijn, een balling op aarde en dwaalde rond als een verloren schaap; maar Gij, liovo Jesus, hebt medelijden met mij gehad: Gij zijt uit den homol neêrgedaald, om mij te zoeken en mij
( 10-3 )
den wog naai- don hemel tc banen. Er is goono urmoedo zoo groot, geeno vernedering zoo diep, geen lijden zoo bitter, of Gij liebt er mij een weg door gebaand. In wat armoede, vernedering of lijden ik ook zak mogen konien, altoos en overal zult Gij mij een Reisgenoot, een Trooster zijn. O wat goedlieidl O wat liefde ! Wanneer zal ik mij eens volkomen aan IJ geven en U getrouw volgen? O Jesus, trek mij tot U en geef, dat ik U overal volge en U getrouw blijve tot in don dood. Kom tot mij, lieve Jesus, want ik verlang vurig naar U; ik ben zoo zwak uit mij zeiven; kom dan, voreenig U met mij, opdat ik door U versterkt, volharde tot den dood, ja tot den dood des kruisos. Amen.
48. De weldaad der verlossing.
Dierbare Jesus, lioe Loog liebt Gij mij gesehat en wat grooton prijs liobt Gij voor mij betaald! Om mij vrij te koopen, hebt Gij U zeiven weggegeven. Daarvoor hebt Gij IT aan het kruis laten vastnagelen, uw bloed tot den laatsten druppel toe willen vergieten, alles willen lijden en eindelijk den schandelijken dood tusschen twee moordenaars aan liet kruis sterven. O welk een kostbare prijs, dien Gij voor mij hebt betaald I
( 106 )
de Apostel noemt hem een „grooten prijs.quot; ,,Empti enim estis pretio magno.quot; ,,Qij zijt voor een grooten prijs gehochtquot; (1. Cor. 6. 20). En waarlijk die prijs is groot, ja liij is oneindig; do prijs immers van uw dierbaar bloed gaat alles te boven en is van eene oneindige waarde. O onuitsprekelijke milddadigheid van God jegens den ondankbaren mensch! Ach, of ik ook zoo milddadig jegens God ware, bereid om uit liefde tot Hem alles op te offeren en mijn leven ten beste te geven I Ach, of ik uit dankbaarheid aan God, steeds milddadig, goedgunstig en liefderijk ware jegens de armen en noodlijdende menschen I O Jesus, doe mij do waarde mijner ziel kennen, voor wier zaligheid Gij uw loven hebt geofferd; doe mij hare waarde kennen, opdat ik nooit zoo dwaas meer zij, van ze voor ijdelheden en zondige vermaken te verkoopen; doe mij liever alles ten beste geven en alles lijden, dan mijne ziel, voor zulk een grooten prijs vrijgekocht, met zonde te besmeuren of voor nietigheden aan den duivel te verkoopen. Dierbare Jesus, ik geef mij geheel aan U; ontvang mij; zuiver mij en wasoh mij al meer en meer in uw dierbaar bloed; opdat ik U met een zuiver hart ontvange, innig met U vereenigd
( 107 )
worde on nimmer liet ongeluk liebbe mij vun U te scheiden. Amen.
49. De weldaad des Doopsels.
O ziel, gedenk, dat gij, oven gelijk alle andere mensclien, in zonde zijt ontvangen en geboren: maar buiten millioenen andere mensclien lieeft God u door liet H. Doopsel afgewasschon on tot zijn kind aangenomen. O welk eene genade I kind zijn van God. O God, oneindig in barmhartigheden, wat zal ik U voor zulke genade kunnen vergelden? Waar, wanneer of hoe heb ik die genade verdiend ? Ik was, gelijk alle anderen, een kind van gramschap, een slaaf des duivels, een verworpeling. Ik was zonder eenige verdienste en uw vijand: evonwel hebt Gij, omijn God en Zaligmaker, medelijden mot mij gehad, mij door het Doopsel van de erfsmet gezuiverd, mij aangenomen voor uw kind en voor mij den hemel geopend. O welk eene goedheid! welk eene genade! Maar helaas, hoe dikwijls heb ik de beloften mijns Doopsels verbroken ! Hoe dikwijls heb ik aan de kwade ingevingen des duivels gehoor gegeven ! Hoe dikwijls heb ik zijne werken verrigt en de pomperij dor wereld nagejaagd! Helaas, welk eene ontaarding! welk eene trouwe-
( 1lt;W )
loosheid I Do ongoloovigon, heidenen on kotters zullen tegen mij opstaan in hot ooi\'deel en mij mijne ondankbaarheid on trouweloosheid verwijten. O ziel, zult gij altijd zoo boos, zoo ondankbaar en zoo trouweloos blijven ? O neen, mijn God en Vader! Hier voor U neergebogen, vernieuw ik de beloften mijns Doopsels en zog met oen opregt hart, ton aanhoore van hemel on aarde: Ik verzaak aan tien duivel en aan zijne boozo ingevingen. Ik verzaak aan zijne werken en aan alle zonden en overtredingen. Ik verzaak aan zijne pomperijen en aan ijdole, wereld-sche vertooningon, ligfczinnigheden on bekoorlijkbeden. Met oen woord, ik verzaak aan alles, behalve aan U, o mijn God en Al, on geef mij geheel aan U met alles wat in mij is, om U alleen te dienen, te beminnen, U aan to kloven. Dierbare Jesus, kom tot mij; ik verlang vurig naar TT; kom en bekrachtig deze voornemens en versterk mij om ze altoos en in alle omstandigheden ten uitvoer te brengen. Amen.
50. De weldaad van het H. Sakrament.
O ziel, beschouw on bewonder de milddadigheid van Jesus, en de grootheid zijner liefde, die Hij u betoond hoeft door het H. Sakrament
( 10!\' )
ties Altaars in tu stellen. Dit H. Sakrament in een Muidm, een hemelsch Manna, dat allen smaak in zich bevat en gedm-ende uw aardsche leven u voedt en versterkt. Groot was Gods goedheid en milddadigheid jegens do Joden, toen Hij gedurende 40 jaren in eene dorre woestijn hot Manna over hen afregendo, om hen te voeden, totdat zij gekomen waren in hot land van belofte, ovorvlooijendo van melk on honig I Hoe gelukkig was dat volk, terwijl hot dagelijks zonder moeiten of kosten een spijs ontving, welke alle genot en de zoetigheid van allen smaak in zich bevatte! Hoe ondankbaar was tevens datzelfde volk, wijl het walg kreeg van die hcmelsehe spijze en haakte naar do spijzen van het slaafsche Egypte.
Minnelijke Jesus, uwe goedgunstige milddadigheid jegens ons is oneindig grooter; Gij immers hebt ons een nieuw en meer verheven Manna gegeven; Gij geeft TT zeiven. Op het woord eens priesters daalt Gij dagelijks op duizende plaatsen der wereld uit den hemel neder, om ons te spijzen, niet met het Manna der oude wet, maar met uw eigen vleeseh en bloed. O verhevene spijs! O hemelsehe, o goddelijke spijs! O spijs, die allen smaak in zieli bevat 1 Diorbure Jesus, ik
( IK\' )
zog XJ duizendmaal dank vuor dio onbegrijpelijke mildheid, die U heeft bewogen ons een zoo groot en zoo kostbaar geschcnk te geven. Wee mij, omdat ik, even gelijk dc Joden, voor dat hcmolsch Manna zoo onverschillig ben. Wee mij, die er somtijds afkeer van heb, of ten minste meer verlang naar ligchamelijke spijzen, dan naar die geestelijke zielespijs van uw vleesoh en bloed. O Jesus, ontferm U mijner, en vergeef mij mijne onverschilligheid, ongevoeligheid en ondankbaarheid, welke mij thans van harte leed zijn. Kom, lieve Jesus, ik verlang vurig naar U; kom cn geef U spoedig aan mij, opdat ik een met U worde en Gij een met mij. Kom, lieve Jesus, en vereenig U mot mij. Ik geloof inU; ik hoop op U; ik bemin U bovenal. Kom, Heer Jesus, en wees mij eene teerspijze, opdat ik hier mot TJ voreenigd, eeuwig met U vereenigd blijve in den hemel. Amen.
51. Gebed tot Maria.
Allerzuiverste Moeder, bid voor mij, opdat ik mijnen Jesus met een zuiver hart ontvange en geheel voor Hem zij, gelijk Hij geheel voor mij is. O Maria, allerzuiverste Moedor, ik verheug mij over uwe zuiverheid en holligheid, en veroor
( 111 )
U mot do H. Kerk, zeggende; „CHj zijt yehcd schoon en cr is gecnc vlek in U.quot; U, die zoo zuiver en lieilig waart, hoeft God verkozen, om de Moeder van zijnen Zoon te zijn en Hom negen maanden in uwen schoot te dragon. O Maria, Lid voor mij, opdat ik; van allo vlekken gezuiverd worde; wijl ik Jesus, uwen Goddolijkon Zoon, in mijn hart moet ontvangen. O konde ik Hem ecne zuivere woonplaats aanbieden! Maar helaas, mijn hart is niet alleen besmeurd geweest met do erfzonde, maar ook met vele persoonlijke zonden, wolke ik zelf bedreven heb. O Maiia, ik bied TJ mijn hart aan en bid U, hetzelve te willen zuiveren van alles wat aan de heilige oogen van Jesus zou kunnen mishagen, en het te versieren met die deugden, welke Gij weet Hom het aangenaamste te zijn, vooral met een levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde, diepe ootmoedigheid en een groot verlangen. O Maria, bid voor mij, opdat ik Josus waardig ontvange. Amen.
NA DE U. COMMUXIK. 52. Bewondering en dankzegging.
Liefderijke Jesus, ik sta verbaasd over uwe oneindige goedgunstigheid en mildheid jegens
( li- 5
iuij. Viiu tut eerste oogenblik mijns loVeus af hebt Gij mij met ontelbare weldaden overladen, en nu schenkt Gij mij nog de grootste van allen. Gij hebt U immers aan mij gegeven ! Gu aan si ij I Deze twee woordjes zeggen alles. Gu aan mij ! O wolk eene genade ! O Jesus, hoo is dat mogelijk ? Gu aan mij I Gu, de Heer, de oneindige, de Heiligheid zelve, en ik, een slaaf, een niet, een booswicht. - Hoe is het mogelijk, dat Gij U aan mij geeft! Ofschoon het mij ongelooflijk voorkomt, geloof ik het toch vaste-lijk, wijl Gij do eeuwige waarheid zelve het mij verzekert. Lieve Jesus, ik geloof dan, dat Gij in mij zijt en ik in XT. Nu ben ik dan regt gelukkig I Gu in mij, en ik in U! O ziel, vergeet deze weldaad niet, denk or dikwijls aan. Jesus is uwe spijs, uw voedsel. De Engelen zien Hem van aanschijn tot aanschijn; zij bezitten Hem en worden door Hem volkomen verzadigd; maar gij, mijne ziel, hebt Hem niet alleen mogen aanschouwen, maar daarenboven als spijs in u ontvangen. Welk geluk I Welk eene verhevene spijze I O God, hoe goedgunstig en milddadig zijt Gij jegens mij ! Dienzelfden Jesus, tot wien de Engelen sidderend opzien, wien zij om zijn schitterenden glans niet kunnen aanstaren, heb
( 113 )
ik thans ontvangen; Hij hoeft zich geheel met mij voreenigd; en ik ben met Hem een vleesch en een bloed geworden. O God, wie is in staat deze uwe goedheid, liefde en milddadigheid naar waarde te prijzen? Mijne onmacht erkennende, werp ik mij ootmoedig voor TJ neder, om U te aanbidden en te verheerlijken. Dierbare Jesus, Gij geeft U aan mij: ik geef mij aan U. Ontvang mij voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.
53. De goedgunstige milddadigheid van Jesus.
O ziel, vergeet nooit, dat Jesus uit loutere goedheid zich aan u geeft. Hij heeft u niet noodig; ook heeft Hij niets van u te verwachten; zelfs zoudt gij zijn geluk in niets kunnen vergrootcn; Hij immers is het opperste, het oneindige, het volmaakte en onveranderlijke goed in zich zelvcn en zijn geluk kan door geen schepsel vergroot, verkleind of veranderd worden. Zijne goedheid en milddadigheid komt dus voort uit enkele liefde. Hij geeft zich aan u, niet uit eigen belang, maar alleen uit liefde, om u gelukkig te maken, om u in uwe zwakheden te verstolken, in uwe armoede te verrijken, in uw lijdon 95 8
( 114 )
te troosten, in uwe mocdelooslieden op te beuren; verder om u te zuiveren, te heiligen, te volmaken en niet hemelsche scliatten en gunsten te overladen. O Jesus, hoe goed zijt Gij jegens mij! Gij komt tot mij; Gij geeft U geheel aan mij; Gij vereenigt U op do naauwste wij ze met mij, zoodat ik als een met U word. Hoe gelukkig ben ik dan ! Heden is zaligheid over mij gekomen; mijn hart is in een paradijs, in een hemel veranderd; want, waar Gij zijt, daar is de hemel. En nu zijt Gij in mij ! O wat geluk I
O ziel, daar Jesus u zoo genadig is geweest, is het uw pligt dankbaar te zijn. Loof Hem, dank Hom, verheerlijk Hom zoo veel gij kunt, en vereenig u met alle Engelen en Heiligen en vooral met de allerheiligste Maagd Maria. Ja, lieve Jesus, zeker zal ik ü loven en danken; ik zal U den ganschen dag verheerlijken en uit dankbaarheid zal ik mijn hart aan do wereld en hare bedriegelijke schijngoederen onttrekken en milddadig en goedgunstig zijn jegens arme en hulp-b\'ehoeftige menschen. O Jesus, Gij geeft TJ geheel aan mij, zou ik dan uit dankbaarheid het mijne niet gaarne geven aan uwe arme ledematen\'r Ja, zeker zal ik dat gaarne doen, te moer, omdat Gij alles, wat ik uit liefde tot
( 113 )
tT aan do armen zal gedaan li ebben, beschouwt als aan U zeiven gedaan. O Jesus, ontferm TJ mijner en geef, dat ik meer en meer afkeer krijge van de wereld en geheel leve voor U. Want Gij alleen zijt mijn geluk, mijn God en mijn Al, in wiens bezit mij niets kan ontbreken; Gij immers zijt de oorsprong en gever van alle goed. O God, hemelsche Vader! daar Gij uwen eenigen Zoon aan mij hebt gegeven, hoe zoudt Gij mij dan iets kunnen weigeren ? Hoe zoudt Gij met Hem ook niet alles aan mij geven ? (Kom. 8. 32). Dierbare Jesus, zou ik uwe goedheid jegens mij nog kunnen betwijfelen, nu Gij zelf tot mij gekomen zijt\'\' Zou mij nog iets kunnen ontbreken, nu Gij, de Hoer van het heelal, TJ zelvon aan mij hebt gegeven? Neen, lieve Jesus, U bezittondo, bezit ik alles. O wereld, ga weg van mij, met al uwe schijngoederen ! Kooit zal ik mijn hart meer vasthechten aan aardsohe goederen of vergankelijke rijkdommen, maar alleen aan Jesus. ïen bewijze van dit besluit zal ik voortaan jegens arme monschon minzaam, goedgunstig en milddadig zijn en trachten hen te troosten, niet alleen door liefderijke woorden, door gedienstigheid en voorkomendheid, maar ook, door het geven van aalmoezen. O Jesus,
( 11« )
stil mij bij, om dit voornemeu getrouw ten uitvoer te brengen. Amen.
54. Opdragt en dankbetuiging aan Jesus.
O Jesus, Gij zijt milddadig jegens mij; laat toe, dat ik ook milddadig zij jegens TJ en mij gelieel aan U geve. Ik erken liet, lieve Jesus, ik ben mij geheel aan U verschuldigd; ik behoor niet toe aan mij zeiven, maar aan U. Zonder U heb ik niets, ben ik niets, kan ik niets. Gij hebt mij het leven gegeven, door uw dierbaar bloed vrijgekocht, door het Doopsel voor uw kind aangenomen en gespijsd met uw eigen vleeseh en bloed. O welk eene genade! Wat ben ik U daarvoor niet verschuldigd ? Zie, lieve Jesus, ik geef mij geheel aan TJ; uit liefde tot U zeg ik vaarwel aan alles en zal in alles niets zoeken dan uwe eer en glorie. O Jesus, ik vereenig mij met de Engelen en Heiligen, om U voortdurend te loven en te verheerlijken en ik heb geen ander verlangen meer dan voor uwe eer te leven en te sterven. Jk geef mij geheel aan U; handel met mij naar uw welbehagen; dat mijn leven voorbij ga in pijnen, in armoede en vernederingen, ik zal tevreden zijn en mij verblijden, als uw naam maar geërd en verheerlijkt wordt. Ontvang
( in )
mij, lieve Jesus, on alios wat mij toebehoort; ontvang mijn vorstand, mijn geheugen, mijne vrijheid on mijnen wil; ontvang mijne gedachten, woorden en werken; ontvang mijne verzuchtingen, hartkloppingen on ademhalingen; ontvang mijne ziol en mijn ligchaam met al doszelfs zintuigen; namelijk het gozigt, het gehoor, den reuk, don smaak en het govool; ik draag U alles op, lieve Jesus, met het dool om alles te besteden tot uwe eer en glorie. Laat niet toe, dat iets ter wereld mij van U verwijdore; Gij zijt do rust, de oonige troost mijns harten: ik wil liever duizendmaal sterven dan U nog ooit to verlaten of door zonde te vergrammen. O Josus, sta mij bij in allo bekoringen en help mij in den strijd tegen mijno vijanden, opdat ik volharde on zalig worde. Amen.
55. Milddadigheid jegens de armen.
Uwo onbegrensde milddadigheid jegens mij, lieve Josus, maakt mij beschaamd over mijno nalatigheid en onmeedoogondheid jegens uwe arme en hulpbohooftigo ledematen. Helaas, hoo torug-houdond en karig ben ik in hot geven, on goof ik nog iets, dan is het misschien uit ijdelo inzigton, uit eigen belang, uit ijdole glorie of
( 118 )
welstands halve, meer dan uit liefde tot U of tot den evennaaste. Dierbare Jesns, thans verfoei ik al die ij dele inzigten; voortaan zal ik goedgunstig, minzaam en milddadig zijn uit liefde tot U, zelfs zal ik mij gelukkig achten, uit liefde tot U eenig liefdewerk te kunnen verrigten; dit immers is oen groot geluk; wijl Gij rekent als aan U gedaan, alles wat men ter uwer liefde aan den arme of den noodlijdende zal gedaan hebben. O welke eene troostvolle gedachte bij het doen van liefdewerken! Dan wordt het mij vergund in de hongerigen U te spijzen, in de dorstigon U te laven, in de naakten U te kleeden, in de zieken U te bezoeken, in de bedroefden U te troosten. Wat troost zal mij dit geven op mijn sterfbed en wat vertrouwen in hot oordeel! Dan immers zult Gij aan de regtvaardigen zeggen: „Ik had honger en gij gaaft Mij te eten. Ik had dorst en gij gaaft Mij te drinken. Ik was naakt en gij bedektet Mij, krank en gij bezocht Mij ; Ik was een vreemdeling en gij naamt Mij op; Ik was in do gevangenis, en gij kwaamt tot Mijquot; (Mattli. 25, 35, 15(5). O Jesus, prent deze gedacliten levendig in mijn geheugen, opdat ik steeds liefderijk, minzaam en milddadig zij. Amen.
( HO )
56. Gebed tot Maria.
Allerzuiverste Moedor, bid voor mij, opdat ik voortaan zuiver en heilig voor God leve. Ik heb nu mijnen Jesus ontvangen; ik moet derhalve voor Hem leven en mij en al hot mijne geheel voor Hem bestedon; maar ik ben zoor zwak, dit weet ik bij ondervinding, en Gij, o Maria, weet het nog beter dan ik; daarom bid ik U mij bij te staan, opdat ik voortaan God alleen beminne en mij geheel voor hem bestede. Jesus is jegens mij milddadig geweest; \'t is billijk, dat ook ik milddadig zij uit liefde tot Hem en voor Hom leve in heiligheid en rogtvaardigheid al de dagen mijns levens; o Maria, bid voor mij, opdat ik dezen mijnen pligt volbrenge. Amen.
Oefeningen. 1. De gelegenheden van liefdewerken te doen, steeds waarnemen. 2. Gaarne doen. 3. Het doen, alsof men het aan Jesus zeiven dood.
Z E V E N1) E O E V E NIN G De milddadigheid.
VOOll DE H. COMMUNIE.
57. De milddadigheid van Jesus tot ons.
Groot, lieve Josus, oneindig groot is uwe milddadiglieid jegens de menschen in het algemeen, maar vooral jegens mij in liet bijzonder. Gij hebt mij niet alleen van tijdelijke, maar ook van geestelijke goederen overvloedig voorzien. Hoe rijk ben ik in genade en geestelijke schatten ! Gij hebt mij gesteld in eene vette weide (Ps. 22. 1, 2), waar mij niets ontbreekt van alles wat mij ter zaligheid dienstig kan zijn; maar daarmede niet tevreden, wilt Gij U zelven nog geheel aan mij geven. Ja, lieve Jesus, Gij hebt U zelven in vele opzigten aan mij gegeven; daarom zingt do II. Kerk in hare lofzangen tor uwer eer: Se nascens dedit socium;
Convescens ui edulium;
Sc moriens in prdinm;
iSV reynans dat in praemittm.
( 121 )
Als mensch werd Hij natuurgenoot;
Als gast en gastheer \'t levend, brood;
Ons losgeld in zijn kost\'bren dood;
Ons loon in \'t rijk, dat Hij ontsloot.
Daar Gij U zei ven, lieve Jesus, onder zoo vele opzigten en zoo volkomen, aan mij gegeven hebt en nog bereid zijt te geven, geef ik mij ook geheel en wel onder alle opzigten aan U; laat niet toe, dat ik mij nog ooit aan de wereld, aan de boozo ingevingen des duivels of aan do zonden over-geve. Neen, lieve Jesus, laat dit, bid ik U, nooit toe: ik wil geheel aan IJ ziju; zie, thans geef ik mij geheel aan TJ, om voor U te loven, te lijden en te sterven. Amen.
58. „Als mensch werd Hij natuurgenoot.quot;
Wat geluk en troost was het voor den jongen Tobias, op zijne onbekende en moegelijke reis naar Mesopotamië, een getrouwen vriend te ontmoeten, die hem overal geleidde, in alles over hem waakte en altijd voor hem bezorgd was! Hoe stond hij verbaasd en hoe dankte hij God, toen hij vernam, dat zijn reisgenoot niet een mensch maar een Engel was ! O ziel, wat geluk, wat troost voor u, op uwe moegelijke, gevaarlijke en onbekende reis naar de eeuwigheid, een goeden en getrouwen
( 122 )
Reisgenoot gevonden te hebben! O ziel, gij waart als oen balling op do aarde, als een van Gods aan-scliijn verworpene en als een dwalend schaap rondzwervende, zonder u zelvon to kunnen redden; maar do oneindig goede God had medelijden met u en gaf u tot Reisgezel, niet een mensch, niet een Engel, maar zijn eenigen beminden Zoon, den tweedon persoon der ïl. Drievuldigheid, waarachtig God gelijk de Vader en do H. Geest. Jesus is dan mijn Reisgezel. O wat geluk voor mij! Dierbare Jesus, Gij hobt gezegd: „Ik hen de weg en de waarheid en het levenquot; (Joan. 14. 6), dat is, Ik ben de ware weg tot hot leven; geef dat ik U overal, zelfs tot op Calvarië toe, volge; goof, dat ik standvastig, tot het einde toe, don weg bowandele, dien Gij voor mij gebaand hobt.
O Ziel, aanschouw Jesus, mot zijn kruis beladen gaat Hij vooruit, en u uitnoodigondo zegt Hij : Neem uw kruis op en volg Mij na. Welaan, mijne ziel, heb moed, vrees niet voor de kruisen, moeijelijkheden of gevaren; Jesus, die u uitnoo-digt, hoeft voor u den weg gebaand en zal u ondersteunen door zijne genade. Dierbare Jesus! mijn hart is bereid. Ik zal u overal, tót zelfs in hot lijden, in de vernederingen en in don dood volgen; doch versterk mij door uwe genade en
( 1^3 )
trek mij door de banden van liefde, opdat ik uw voorbeeld getrouw volge en volharde tot het einde toe. Amen.
58. Jesus werd „als gast en gastheer \'t levend brood.quot;
Gij deedt veel, lieve Jesus, toen Gij TJ zeiven aanboodt als Reisgezel, om ons op den weg naar den hemel te geleiden; doch hiermede waart Gij niet tevreden; het was U niet genoeg, drie en dertig jaren met ons op aarde vertoefd te hebben, voor ons te hebben geleden en gestorven te zijn; Gij wildet daarenboven bij ons blijven tot hot einde der wereld toe en ons spijzen met uw eigen vleesch en bloed; daarom hebt Gij het allerheiligste Sakrament des Altaars ingesteld, waar Gij ons gezelschap zult houden zoolang er priesters op aarde zijn. O welk eene liefde? Wolk eene goedgunstige milddadigheid! Ach of ik er meer van doordrongen ware! Ach of ik vuriger naar het Sakrament gedreven werd! De spijs, die Gij ons hier aanbiedt, is geene gewone spijs; uw ligchaam en uw bloed is onze spijze ; datzelfde vleesch en datzelfde bloed, dat Gij in uwe mensch-wording hebt aangenomen, dat ligchaam, dat nu in den hemel verheerlijkt is. O welk oene verhevene spijs! O Jesus, uwe goedheid, uwe milddadigheid
( 124 )
gaat al te verl Helaas, ik bon jegens U ondankbaar, ik ben jegens U en jegens uwe arme ledematen onminzaam, onvriendelijk, afkeerig, \' karig, ja zelf somtijds bitter en stuursch. Ach wat schande voor mij, zoo onbarmhartig en hardvochtig jegens de armen te zijn I Dierbare Jesus, \'t is mij nu van ganscher harte leed. Thans geef ik mij geheel aan U en uit liefde tot U zal ik jegens don evennaaste goedgunstig en milddadig zijn. Ontvang mij, diex-bare Jesus; ik geef mij aan U; bereid mijn hart en zuiver het, opdat ik U in eene goede gesteltenis ontvange. Kom, lieve Jesus, ik verlang vurig naar U. Kom en spijs mijne hongerige ziel met uw vlcesch en bloed en verzadig haar met bet brood der Engelen, opdat ik met U vercenigd, den weg der zaligheid veilig bewandele en in den hemel aanlande. Amen.
60. Jesus gaf zich; „ons losgeld in zijn kostbren dood.quot;
Gij ziel, verhef uwe oogen naar het kruis: ziedaar uwen Heer en Meester I Hij hangt er in de hevigste pijnen tusschen twee moordenaars en draagt zich op aan zijnen hemelscben Vader als losgeld voor onze zonden en misdaden. O Jesus, hoe ver strekt zich uwe goedheid, uwe milddadigheid en liefde jegens ons uit ? Het was IT
( 125 )
niet genoeg ons niet goederen verrijkt te hebben zoo naar ziel als ligohaam (want alles wat wij hebben, komt van mve milde en goedgunstige hand): Gij hebt daarenboven U zei ven tot losprijs onzer zielen gegeven. O welk eene ongehoorde liefde! 0 welk eene kostbare prijs! waar heeft men ooit gehoord, dat een heer zich zeiven slagt-offert om zijnen slaaf vrij te koopen \'i Nergens. En toch Jesus heeft \'t gedaan I Hij, hoewel oneindig in waardigheid en in alles gelijk aan God den Vader en God den H. Geest, heeft zich opgedragen aan zijnen Vader om mij vrij te koopen ! O wat groot geheim I O ziel, erken uwe waarde; Jesus heeft n hoog geschat. Hij hoeft zich zeiven gegeven, om u vrij te koopen. O goddelijke Zaligmaker I Hoe goed zijt Gij jegens mij I Maar, helaas, hoe ondankbaar ben ik jegens U ! Ik heb U en uwe gunsten miskend en U verlatende heb ik mij aan zonden overgegeven. Ik heb mijne ziel, door U voor zoo grooten prijs vrijgekocht, wederom verkocht aan den duivel en dat voor ijdele, nietige en zondige vermaken; en zoo heb ik don prijs van uw dierbaar bloed miskend en mot voeten vertreden. Ach, hoe spijt mij dit, lieve Josus I Ik vraag er U van ganscher harte vergiffenis voor en bid IJ ootmoedig mij
( 1*5 )
genadig te willen zijn en mijne ziel in uw dierbaar bloed van allo vlokken te zuiveren. O God van genade en barmhartigheid, ik beken gaame niet waardig to zijn genade bij ü te vinden; maar gedenk Jesus, uwen Zoon, dien ik TJ ga opdragen in het H. Sacrificie der Mis, als een losprijs voor mijne zonden en ondankbaarheden. Ook draag ik ü op al mijne goederen en bezittingen, ten einde deze tot onderstand der armen en tot werken van liefdadigheid milddadig te gebruiken. Eindelijk draag ik U op mijn ligchaam en mijne ziel en alles wat in mij is of mij toebehoort. O God, ontferm U mijner, verstoot mij niet; zie ik kom tot tl; ontvang mij aan uwe heilige tafel en geef dat ik Jesus, uwen beminden Zoon, met een zuiver hart en eeno vurige liefde ontvange. Amen.
61. Jesus werd ,,ons loon in \'t rijk, dat Hij ontsloot.quot;
O ziel, verhef u ten hemel; want daar geeft Jesus zich als loon aan de uitverkorenen. Ook zal Hij zich aan u geven. Hij zelf wil uw loon zijn: ,, E(jo.., sum mcrces fua magna nimis.quot; Ik ben uw overgroot loon (Gen. 15. 1). Erken derhalve zijne goedheid en milddadigheid jegens U.
( l-\'7 )
Ja zeker, lieve Jesus, zal ik uwe goedheid en milddadigheid jegens mij erkennen! Gij zijt geheel aan mij, niet alleen voor den tijd maar ook voor de eeuwigheid. Wanneer zal ook ik eens geheel aan TJ zijn? Wanneer zal ik liet geluk hebben voor uw aangezigt te verschijnen en U eeuwig te bezitten? Ach of ik eeuwig met U vereenigd ware, lieve Jesus! Maar ik ben nog in de wereld, blootgesteld aan duizende gevaren. Wat zal er van mij geworden? Dierbare Jesus, als Gij mij niet bewaart, ben ik verloren. „Domine salva nos perirnusquot; (Matth. 8 25). Heer, behoed ons, want wij vergaan! Zie, lieve Jesus, ik geef mij geheel aan U, bewaar mij, opdat ik geen schipbreuk lijde; ik klem mij aan IT vast, om niet in den afgrond te zinken. Zie, lieve Jesus, ik nader thans met vertrouwen tot U, om U in de H. Communie te ontvangen en een met IJ te worden. Wat troost voor mij, te midden der gevaren, door do H. Communie met U vereenigd te kunnen zijn! Daarom kom ik tot U met een groot vertrouwen en een vurig verlangen, ten einde mij met U te vercenigen en voortaan in uwe liefde en vereeniging te leven en te sterven. O Jesus, ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin U bovenal, kom tot mij lieve Jesus,
( l-\'S )
mi goef ü aau mij: kom, want ik verlang vurig naar IJ. Amen.
62. Gebed tot Maria.
Allerkuischste Moeder, bid voor mij, ojsdat ik mijnen Jesus mot een zuiver liart ontvange. O Maria, God hoeft U buiten alle anderen vergund, om én moeder én maagd tevens te zijn. Door deze genade heeft Hij U niet alleen boven allo menschen, maar ook boven alle Engelen ver-liovon; en daar Gij altijd liebt beantwoord aan do bijzondere genade, die God U had verleend, hoeft Hij U steeds meer en meer met gunsten overladen, zoodat de Engel Gabriel U vol van genade noemde. Daarom, o Maria, (dlerkuischste Moeder, bid ik U van mij de genade te verwerven, altijd aan Gods genade en inspraken te beantwoorden en wel in het bijzonder op dit oogenblik, nu het mij vergund wordt tot do tafel des Hoeren te naderen en Jesus, uwen Goddelijken Zoon, te ontvangen, opdat ik met Hem vereenigd, voortaan zuiver en kuisoh voor God leve, dagelijks meer en meer toenemo in do liefde tot God en den evennaaste en mij en het mijne gebruike tot het verrigten van liefdewerken. Amen.
( 1*\' )
NA DE II. CO.MMfXIK
De milddadigheid.
63. Verwondering en lof.
O ziel, bewonder en aanbid de goddelijke goedheid, die zieh gewaardigd heeft tot u te konion. AVannoer Tobias hoorde, dat de reisgezel, die hem naar Mosopotamië geleid en van daar met woldaden overladen, teruggevoerd had, niet een mensch was maar een Engel, viel hij sidderend en vol eerbied op zijn aangezigt tor aarde neder, en God zegenende bleef hij zoo drie uren liggen en opstaande, verkondigde hij overal Gods wonderdaden (Tobias l!2). O mijne ziel, wij zijn nu veel meer aan God verschuldigd; niet een mensch, niet een Engel, maar Jesus, God zelf, is niet slechts onze reisgezel, maar ook onze gast, onze tafelgenoot, ja onze spijs geworden. Wij moeten Hem nu loven en verheerlijken; verbeeld u, dat do Engel u vermaant, gelijk hij Tobias vermaande, zeggende: „Zegen den God dos hemels, loof Hem bij allo volken; aangezien Hij barmhartigheid met u hooft gedaan.quot; (Tob. 12. G).
O mijn God, zokor zal ik U loven, ik zal TT overal op alle tijden en op allo manieren loven en prijzen; ik zul TT loven in voreoniging met
fl5 9
( 130 )
allo schepselen, niet allo wure goloovigen, mot alle Engelen cn Heiligen. O hadcle ik nu den eerbied der Engelen, do vurigheid der Cliom-bijnon en do liefde der allerlieiligsto Maagd Maria, om U, mijn Josus, mijn opperste Good, voortdurend te loven! Maar dan nog zou deze mijn lof te gering zijn, wijl Gij oneindigen lof waardig zijt. O hemelen! O Engelen! O Heiligen! O HH. Patronen en Patronessen! O Maria, Moeder van Jesus, looft God in mijne plaats; ik vereonig mij met al de lofzangen, welke Gij aan Hom gegeven hebt, thans nog aan Hem geeft en gedurende de gansche eeuwigheid geven zult; maar dewijl deze lof nog te gering is, vereenig ik mij met U, lieve Jesus, om met U en door U God waardig te loven en voor de ontvangene weldaden naar waarde te bedanken. Dierbare Jesus, ik zeg IJ hartelijk dank voor de groote weldaad, die Gij mij nu bewezen hebt, door zelf tot mij to komen en een met mij te worden. O zalige vereeniging! Dierbare Jesus, wat zal ik U wedergeven voor alle weldaden die Gij mij bewezen hebt en bijzonder dat Gij nu zelf tot mij zijt gekomen ? O ziel, let nu wel op n zelve cn op al uw doen en laten, om uwen Jesus nooit meer te vergrammen. Als gij zoudt bekoord
( )
worden tot zondn, denk aan Jcsns, en aan de weldaad die Hij u thans heeft bewezen. Diezelfde Jesus, die de vreugde des hemels uitmaakt, en in wiens bezit de Engelen eeuwig verzadigd worden, is nu tot u gekomen en rust thans in uw hart, zoudt gij Hem dan niet beminnen ? Zoudt gij niet bereid zijn, uit liefde tot Hom alles, zelfs uw loven op te offeren ? Ja zeker zou ik dit gaarne doen, lieve Jesus, Liever wil ik sterven, dan U door de zonde beleedigen. Noen, lieve Jesus, in dor eeuwigheid geen zonde meer I Ontvang mij met alles wat in mij is; ik geef mij geheel aan U, ontvang mijn verstand, mijn geheugen, mijne vrijheid on mijnen wil; ontvang mijne ziel en mijn ligohaam mot al doszelfs zintuigen, hot gezigt, hot gehoor, don reuk, don smaak en hot gevoel; doe mot mij naar uw welbehagen. Sla mij, boschaam mij, beproef mij, kastijd mij en vomedor mij zooveel Gij wilt, ik ten met alles tevreden. Daar alles wat mij overkomt, door U beschikt of toegelaten wordt, zal ik alles met liefde aannemen, als komende uit uwe vaderlijke handen. Ik zal alles, zoowel het nederige als hot verhoveno, zoowol het bittere als hot zoete, zoowol hot moeijolijke als hot gemakkelijke met liefde aanvaarden; er kan mjj
( )
zonder uwen wil niets overkomen; doeli uw wil is altijd goed, altijd lieilig, altijd regtvaardig, Hoe bitter de zaak mij ook toeschijno, ik zal haar toch bereidvaardig aannemen en aanzien als door U mij toegezonden. O Jesus, ontferm U mijner en sta mij bij, want ik ben zwak en zeer onstandvastig. Amen.
64. Opdragt zijner goederen.
O ziel, vergeet nooit do sehoone woorden, welke do Engel sprak tot Tobias, zeggende: „Het yched met vasten en aalmoezen is goed en heter dan schatten van goud te vergaderen; want de aalmoes bevrijdt van den dood, en zij is het, die zuivert van zonden en harmhartigheid en het eeuwige leven duet vindenquot; (Tob. 12. 8). Thieve Jesus, daar Gij IT geheel aan mij gegeven hebt, is het ook billijk, dat ik mij en al mijne bezittingen aan U geve en mij geheel voor uwe glorie en voor hot welzijn mijns naasten bestede. Daar Gij, de Bron van alle goed, IJ zei ven geheel aan mij geeft, zou het dan to veel zijn, indien ik eenige tijdelijke goederen uit liefde van U aan de armen zou geven ? Zij zijn toch uwe lidmaten, lieve Jesus! In hen lijdt Gij honger; in hen lijdt Gij dorst; in hen lijdt Gij koude,
( )
vormoeijenis en andere ellende. Alles wat wij ter uwer liefde aan lion zullen gedaan hebben, rekent Gij als ware het aan U zeiven gedaan en zult het, als aan IJ gedaan, in het oordeel dor geheelo wereld kenbaar maken en niet eeuwige goederen beloonen, zeggende; ,,Ik had honyer en (jij yad/t Mij te eten\'quot; enz. (Matth. 25. 35). O Jesus, cenige troost mijns harten, trek mij tot U, laat niet toe, dat ik mij nog vasthechte aan aardsche goederen, welke zoo spoedig vergaan en mij op het sterfbed zullen ontnomen worden. Geef, lieve Jesus, dat ik uit liefde tot U gaarne aalmoezen geve en liefdewerken verrigte; deze toch zullen mijn troost zijn op het sterfbed en mij van uwe barmhartigheid in het oordeel verzekeren; Gij immers hebt het zelf gezegd: ,,/(ili(j zijn de harmhartigen, want zij zullen harmharf iyheid ver we/■Denquot; (Matth. 5. T). O Jesus, ontvang mij mot alles wat mij toebehoort; ik wil geen eigendom meer hebben tenzij om er volgens uwen wil en niet volgens mijne Kwade neigingen over te beschikken. O Jesus, God van mijn hart ontferm XT mijner en geef dat ik U steeds getrouw zij. Amen.
( 134 )
65. Verachting der wereld. Geluk in God.
Daar Gij, lieve Josus, mijn God en Al, tot mij gekomen en een met mij geworden zijt, zon ik dan nog zoo ondankbaar en ontaard kunnen wezen, van mijn liart aan iets buiten U te hechten ? Wat is de wereld met alles wat er in is ? Al was ik hoer en meester van alle aardsche goederen, zou ik nog met Salomo moeten uitroepen: „IJdelheid der ijdelheden en cdlea is ijdelheidquot; (Eecl. 1. 2). De rijkdommen, vermaken en grootheden baren niets dan bitterheid en kwelling dos geestes. Alles is voortgebragt uit het niet en zal spoedig tot het niet terugkeeren. Die aardsche goederen schijnen ecnige oogenblikken iets groots te zijn, maar die grootheid verdwijnt terstond als rook. O God, mijn opperst en eenigst Goed! Bij U is alle goed, en zonder U bestaat niets. Gij alleen. Fontein van alle goed, zijt mijne liefde waardig, en buiten tl is er niets dat verdient bemind te worden tenzij om U. Minnelijke Jesus, doe mij dit wel beseffen, nu bijzonder, terwijl Gij bij mij zijt, en bewaar dit gevoelen altijd levendig in mijnen geest om U alleen te zoeken en uit geheel mijn hart te beminnen. Amen.
( 13ö )
66. Gebed tot Maria.
Allorkuischsto Moedor, Lid voor mij, opdat ik zuiver en kuiscli voor God love. Ik heb nu mijnen Jesus ontvangen en ben nu een niet Hem geworden; boe smartelijk zou hot Hem dan niet zijn, indien ik de H. deugd van zuiverheid zou kwetsen. Daarom bid ik U, Moedor Maria, voor mij te bidden, opdat ik steeds heilig en kuisch voor God leve. Bid voor mij, opdat ik de wereld, mot alles wat zij mij aanbiedt af aanbieden kan, verachte, om God alleen to zoeken, naar Hem alleen te verzuchten, voor Hom alleen te leven, alles voor Hom alleen te doen en te lijdon, en eindelijk voor Hem alleen te sterven. Amon.
A C H T S T E O E F E NING .
De heiligheid tegenover de onvolmaaktheid.
VOOll DE n. COMMUNIE.
67. Heiligheid van God.
Groote God, ik werp mij eorbiodig voor uw aanschijn neder, om uwe oneindige Heiligheid te overwegen. Uwe Heiligheid en mijne onvolmaaktheid beschouwende, wordt ik beschaamd en erken mij onwaardig om in uwe tegenwoordigheid te verschijnen. O God, er is niemand heilig, gelijk Gij. Non est sanctus ut est Dominus {l, Keg. 2). Gij immers zijt do Heiligheid zelve. Gij zijt de oorsprong, het. voorbeeld en do maatstaf aller heiligheid, zonder wien niemand heilig zijn kan. Gij zijt heilig U -/.elven, door U zeiven en om V zeiven. Uwe Heiligheid is eene eeuwige, omver-anderlijke en volmaakte heiligheid. Zij kan noch bevlekt, noch vermeerderd, noch verminderd worden. Zij besluit de heiligheid van alle Engelen on Heiligen volmaakt in zich, en de minste vlek,
( 137 )
welke zij in ons bespeurt, is voor IT afschuwelijk. Daarom locs ik in dc heilige Schriftuur, dat Gij de boosheid der mcnschen ziende, inwendig met zulke droefheid geraakt werdt, dat Gij al klagend zeidet: „Mijn geest zal in den mensch ■niet blijven, omdat hij vleesch is.. . Ik zal den mensch, dien Ih heh yeschapen, van het aanschijn der aarde uitroeijenquot; (Gen. G).
Groote en heilige God, vol luister en majesteit, ik sta beschaamd voor U. Helaas I ik bon schuldig aan zoovele zonden; hoe verfooijelijk moot ik dan niet zijn in uwe oogon I Hoe dikwijls waart Gij or bedroefd over! Hoe dikwijls heb ik daarom verdiend gestraft te worden; terwijl uwe goedheid uit enkele liefde mij spaarde en mij tijd tot bootvaardigheid gaf. O God, ik dank er U voor, en bid U om do genade mij te zuiveren en te heiligen en sterkte to geven, om voortaan voor II in heiligheid en regtvaardigheid te leven. Amen.
68. Jesus in de gedaante eens zondaars.
O ziel, overwoog hoe Jesus, oneindig in heiligheid, zich heeft vernederd, de gedaante van oenen dienstknecht aannemende en wel van con pli(jti(jen, zoodat Hij op allerlei wijze beschimpt is
( quot;8 )
geweest. Men noemde hem een zondaar, een vriend der zondaars, een Samaritaan of kotter, een verleider des volks een oproermaker, een eerzuchtige zich uitgevende als koning, een schender der Sabbatdagen, een wijndrinker, een toove-naar, die met den duivel omging, eindelijk een godslasteraar, die zich valschelijk uitgaf als den Zoon van God. Niet alleen werd Hij zoo genoemd en bespot, maar ook als dusdanig voor de regtbanken gesleurd, beschuldigd en, als ware Hij pligtig, veroordeeld om gcgeeseld, gekroond en gekruist te worden. O wolk eene vernedering! O Jesus, hoe hebt Gij ons zoo kunnen beminnen, om U zoo diep uit liefde tot ons te vernederen!\' En zou ik, nietige aardworm en ondankbare zondaar, mij nog durven verheffen? Neen, lieve Jesus, ik zal mij steeds diep voor U vernederen en vraag TJ ootmoedig vergiffenis voor al mijne ongeregtig-heden eu misdaden. Daar Gij, do Heiligheid zelve, de gedaante van een zondaar aanneemt, weet ik niet, hoo ik mij diep genoeg zal vernederen. Ik bon niet waardig den aardbodem te betreden, en mij voor U noêrworpende kan ik niets anders doen, dan rouwmoedig en rogt-zinnig mijne misdaden erkennen en met den
( las» )
Publicaan om vergiffenis siueekon, zeggende: Heer, wees mij zondaar genadig. Amen.
69. De Heiligheid van Jesus schittert te midden zijner vernederingen.
Goddelijke Zaligmaker, uwe onoindigo Heiligheid vertoont zich schitterend te midden uwer vernederingen. Eene menigte van Engelen, verheerlijkte U in het stalletje van Bethlehem en zong: „Glorie zij aan God in den hoogequot; (Luc. \'2. 1-1). Op Thabor was uw aanschijn glansrijk als de zon en uwe kleedoren wit als sneeuw. Op hot zien uwer mirakelen riep het volk uit: ,,I/ij heeft alles rvel gedaanquot; (Marc. 7. 3quot;). Voor de vierschaar van Caïphas kon men TT zelfs met behulp van valsche getuigen niet aan eene enkele misdaad schuldig verklaren en Pilatus bnvestigde herhaalde malen geeno schuld in TJ te vinden. O Jesus, ik verheug mij over uwe groote Heiligheid, die overal doorschijnt en zich zelfs te midden uwer vernederingen met glans vertoont; ik aanbid U in hot midden uwer vernederingen en erken U als het goddelijke Lam zonder vlekken. Ik zal altijd en openlijk met Pilatus erkennen, geene schnld in U te vinden. Neen, lieve Jesus, niet in U maar in mij is de schuld. Peccavi. Ik heb ge-
( 1^0 )
zondiyd en Jiwaad voor U gedaan. Om mijnent wil zijt Gij, hoewel onscliuldig, tor dood geleid, en mot schande overladen; doch, terwijl Gij tusschen twee moordenaars als do grootste booswicht aan het kruis sterft, staat de gansche natuur verbaasd en geeft getuigenis uwer onschuld. Mij voor uw kruis neêrworpendo, zal ik steeds met den Hoofdman uwe onschuld erkennen, zeggende: „Waarlijk deze inensch ivns reytvaardig; Hij was Zoon Godsquot; (Lucas 23. -17. Marcus 15. 39) en met het volk op mijne borst kloppende, zal ik mijne schuld erkennen, dewijl Gij om mijnent wil gestorven zijt. Ontferm U mijner, lieve Jesus, en wasch mij in uw dierbaar bloed, opdat ik gereinigd van alle fouten, U met een zuiver hart ontvango. O Jesus, kom en geef IT aan mij, want ik verlang naar U. Amen.
70. Heiligheid, die God van ons vordert.
O God, als ik in de H. Schrift deze woorden loos; ,,Weest heilig, aangezien Ik heilig lenquot; (Levit. 11. 40), word ik beangstigd. Hoe zou ik heilig kunnen zijn, gelijk Gij hot zijt ? Neen, mijn God, dit is niet mogelijk. Ik bon een ellendig schepsel, een niet, een ondankbare, ja een zondaar ; daarom verneder ik mij voor IJ
( 1-tl )
on bid IT mij te zuiveren, te versieren en to heiligen. Ach, lieve Josus, hoo zult Gij U go-waardigon tot mij te komen en uw verblijf bij mij to nomen!\' Ik hen niet waardig dut (fij komt onder mijn dak, maar spreek slechts ren woord en mijne ziel zal gezond worden. Ofschoon ik hot Jiiot waardig bon, wilt Gij toch tot mij komen; daarom bid ik U: „Schep in mij een zuiver hart en vernieuw in mij den goeden geestquot;, opdat ik U heilig ontvange; Gij immers kunt geen genoegen vinden in een hart besmeurd door do zonde; daarom vordert Gij in uwe bedienaars de grootste heiligheid, hobt Gij deze zelfs gevorderd in do priesters, wier bediening niots dan oen schaduw en afbeeldsel was van die der nieuwe wet. Ik lees in de H. Schrift deze woorden: ,,Zij, (priesters) zidlen heilig zijn voor hunnen Ood en zijnen naam niet bezoedelen; zij immers offeren den wierook des Heeren en de hrooden van hunnen Ood, en daarom zullen zij heilig zijnquot; (Lovit. 21. G). O God, als er zoo grooto heiligheid in do priesters van het oud verbond word gevorderd, hoe heilig behoor ik dan. niet te zijn, ik, die het vleesch en blood van Jesus, uwen eonigen Zoon, opdraag in hot H. Sacrihcio der Mis on Hem als eene spijs der ziel ontvang in de IL Gom-
( H2 )
inunie? „Weo mij, ellendige, mag ik liier met den godTruchtigen Bellarmimis uitroepen, wee mij, omdat ik, hoewel mij de verhevenste bediening te beurt is gevallen, evenwel zoo ver ver-wij derd ben van de heiligheid, welke God ver-eischte in de priesters van het oud verbond.quot; O God I ik ben beschaamd voor uw aanschijn. Helaas\' hoe dikwijls en hoe grootelijks heb ik U vergramd. O God 1 ontferm U mijner; wees mij genadig; zuiver mij; heilig mij; on versier mij met alle deugden, opdat ik die heilige geheimen heilig verrigtc en U met een zuiver hart ontvange. Kom, Heer Jesus, kom spoedig, want ik verlang naar U. Amen.
71. Verzuchtingen tot Jesus in het H. Sakrament.
O Jesus, ik geloof, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het aanbiddelijk Sakrament. Gij zijt er als op een heerlijken troon gezeten, omgeven van millioenen Engelen, die U aanbidden. O wat eerbied hebben zij voor TJ ! Met wat vurigheid aanbidden, loven en verheerlijken zij U! Met wat ontzag en liefde werpen zij zich voor uwen troon neder, terwijl zij hunne aangezigten bedekken voor den glans uwer Heiligheid 1 Wat eerbied, vurigheid en liefde moet
( 1« )
jk dus niet voor U hebben, vooral, nu ik U in hot II. Misoffer ga opdragen en in de H. Communie ontvangen ? Acb, mijn Josus, wie ben ik, om U te ontvangen\'\' Helaas, ik ben een ondankbare en trouweloozo zondaar! Hoe zou ik mij dan verstouten tot U te naderen I Neon, lieve Josus, ik ben die gunst niet waardig. Mijn hart is besmeurd on mijne lippen zijn onrein, zuiver mijne lippen, gelijk Gij die van Isaïas hebt gezuiverd, zuiver zo door uw dierbaar bloed; ontstook mijn hart door een brandend liefdevuur, opdat mijne tong voortaan uwen lof verkondigo en mijn hart van liefde voor U kwijne. O Josus, daar Gij zoo oneindig goed zijt, nader ik tot U met eon groot vertrouwen, en verlang vurig, mij mot U te vereenigen. Kom, Heer Josus, kom on geef U aan mij. Ik geloof in U; ik hoop op U; ik bemin U bovenal. Amen.
72. Gebed tot Maria.
Ongeschondeno Moeder, bid voor mij, opdat ik gezuiverd van allo vlekken en gebreken, mijnen Josus met een rein en zuiver hart ontvange. O Maria, Gij waart geheel schoon, zonder do minste vlek; daarom nam Jesus in U zijn behagen en verkoos U voor zijne Moeder. O Maria,
( )
ik goef tl miju hart, om liet to zuiveren en te versieren; neem er uit weg alles wat aan do oogen van Josus, uwen goddelijken Zoon, zou kunnen mishagen en versier het met die deugden, welke Gij weet Hem het aangenaamst en mij het voordeeligst te zijn, vooral mot een levendig geloof, oene vaste hoop, eone vurige liefde en een groot verlangen. Amen.
na de ii. communie.
73. Eenheid met God.
Dierbare Josus, ik lees in do H. Schrift deze woorden: ,,D/e mijn vhiesch. eet en mijn hlned drinkt, hlijft in Mij en IU in hemquot; (Joan. (i. 07). Wanneer ik dit lees, verheugt zich mijn hart, ik heb immers nu uw vloosch gegeten en uw bloed gedronken en dus hJijf ik in U en Gij in mij. O wat geluk I O zalige vereeniging! Wie zou dit ooit hebben kunnen of durven denken ? Gij ix jii,t en ik in U ! !Nquot;u zijn wij een ligchaam. Nu bon ik innig met U vereenigd gelijk met de spijs, die-men nuttigt. Dierbare Jesus, uwe liefde moet wel groot zijn, daar Gij U zoo nauw mot mij vereenigt. Om oen schitterend bewijs uwer liofdo te geven, zijt Gij de spijs mijner ziel
( )
geworden, zoodat wrj nu EEX zijn. GlJ IX mij en IK IX UI Waarlijk, zegt de H. Chrysostomus, dit is een bewijs uwer overgroote liefde, eigen aan minnaars! O ziel, nu is het tijd om ook bewijzen uwer liefde te geven, u geliool mot Jesus to voreouigou en door zijnen geest te leven, gelijk het ligchaam leeft door de ziel. O ja, lieve Jesus, dat is mijn verlangen en zal voor do toekomst mijn eenigst stroven zijn. Zie ik geef mij thans geheel aan U om in U en door U te lovon. Dierbare Jesus, bestier voortaan mijne oogon, mijne ooren, mijne tong, mijne handen en voeten, opdat ik in alles en door alles U bohago en alle zintuigen alleen gebruiko volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen. Dan zal ik met den Apostel in waarheid kunnen zeggen: Levend hen niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (ad Gal. 2. 19.)
74. Verwondering en zelfvernedering.
Dierbare Jesus, hoe hebt Gij IJ zoo diep kunnen vernederen en U zoo innig niet mij willen vereeni-gen!-\' Cry immers zijt oneindig heilig, ik daarentegen ben oen zondig mensch, vol fouten en gebroken. Hoe is het dan mogelijk, dat Gij U gewaardigd hebt tot mij te komen \'f O God, wie is er heilig, 93 10
( HO )
gtdijk Gij heilig zijt ? Noon, dusdanige is er niet te vindon. Non est sanctus ut est Domiuusquot; (1 Rog. 2) en tocli zijt Gij tot mij gekomen! O Jesus, ik bon beschaamd over mij zolven. Ik moest lioilig zijn, maar ik ben vol fouten on gobrokon. Ik lees in do H. Schrift bij den profeet Isaïas (•Vi. 11.): „Wordt gezuiverd, yij die de vaten des Ileeren draagt.quot; Hoeveel meer moet ik nu gezuiverd worden; ?\'/.• the niet alleen de vaten dos Hoeren, maar den Heer zei ven draag ? Mijn Jesus, barmhartigheid! verstoot mij niet om mijne onvolmaaktheden en gebreken. Ik bid U, modelijden met mij te hebben. Zuiver mij van alle zonden, onvolmaaktheden on gobrokon; versier mij mot allo deugden, opdat ik TJ aangenaam zij en voortaan geheel voor U love. O Josus, ik heb geen ander verlangen meer, dan U te behagen en mot TJ voroenigd te loven en te sterven. Amen.
75. Aanbidding.
O Josus, heilige, almagtigo en onsterfelijke God, ik aanbid U, rustende in mijn hart en voreonig mij met do Engelen, die al sidderend voor U verschijnen en zonder ophouden uwen lof verkondigen. O ziel, verbeeld u, dat de Engelen
( 14T )
op dit oogoiiblik u omringen en zicli voor u noderwerpen, om Jesus, die in u is, to aanbidden en te verheerlijken. Aansehouw die heilige en hemclsche geesten. Zij sidderen voor Hem, die zich aan u gegeven heeft; zij die in glans de zon overtreffen, durven ter nauwemood toch voor Hem, die in u is, verschijnen, en zich niet waardig erkennende tot Hem te naderen, werpen zij zich eerbiedig voor Hem neder, bedekken hunne aangezigten met hunne vleugelen en aanbidden Hem, zeggende: Heiliy, Heilig, Heilig, Heer Gvd der lleirkrachten.
Dierbare Jesus, als de Engelen zich niet zuiver voor U erkennen, zich uit eerbied voor U neder-werpen, uit eerbied hun aanschijn voor U bedekken, zonder ophouden TT loven en prijzen, wat moet ik, nietige aardworm en trouwelooze zondaar, dan niet doon\'r Welk gevoelen van eerbied behoor ik dan niet te hebben ? Er zijn geene woorden te vinden, om het uit te drukken. Ik kan niet anders doen, dan mij vol schaamte over mijne ondankbaarheid en trouweloosheid voor U diep vernederen en als wegzinken in den afgrond van mijn niet. Genadige Jesus, keer uwe oogen af van mijne gebreken en ellenden. Zie, ik vereenig mij met de Engelen en Heiligen, alsmede met
( 1*8 )
de allerheiligste Maagd Maria, U lovende en dankende met God den Vader en God den H. Geest. Amen.
76. Rouwmoedige verzuchting-en en voornemens.
Goddelijke Zaligmaker, als ik van den eonen kant uwe oneindige Heiligheid en van den anderen mijne nietigheid en trouweloosheid beschouw, sta ik beschaamd voor uw aanschijn. Wat afkoer moet Gij van mij wol niet hebben ? Ik lees in do II. Schrift, dat God de boosheid en bedorvenheid der nienschen ziende, inwendig door droefheid getroffen was en spijt had den mensch to hebben geschapen. O mijn Jesus, hoo moet uw hart wel niet gesteld zijn, nu ik IT heb ontvangen, en Gij al mijne zonden en onvolmaaktheden ziet ? Genadige Jesus, ontferm U mijner; spaar mij volgens de menigte uwer barmhartigheden en drijf den onziuveren geest uit mijn hart. \'t Is mij nu innig leed U zoo dikwijls vergramd te hebben; ik zou wenschen mijne zonden door het vergieten vau mijn bloed uit te kunnen wisschen. Ook heb ik het vast voornemen gemaakt nimmer aan eenigo onzuiverheid toe te geven, maar met alle kracht te strijden tegen de bekoringen en met alle zorg do gevaren en aanleidingen tot onzui-
( Mf )
verheden te vermijden, wat moeite dit mij ook zou kosten; maar ik ben zeer zwak, dit weet en erken ik, lieve Jesus, daarom bid ik IT nederig met allo vurigheid, mij met uwe genade bij to staan en te versterken, om standvastig te blijven en over alle bekoringen te zegevieren. Genadige Jesus, ontferm U mijner; schep in mij een zuiver hart en vernieuw in mij den goeden geest, opdat er niets in mij zij dat U mishage. „Cor mundum erea in me Deus, et spiritum rectum innova in visceribus meisquot;. (Ps. HO. 12). Daar gij nu in mij zijt en ik in IJ, hoe zuiver, hoe heilig behoor ik dan niet te wezen !\' Hoeveel moot ik nu zelfs de zon in glans en luister overtreffen ? Hoeveel behoort mijne hemd, die U in het II. Misoffer opneemt en draagt, die mond, welke vol is van een geestelijk vuur, en die tomj, welke bevochtigd is door uw allerheiligst bloed, hoeveel behooren zij den glans der zon in luister en heerlijkheid te overtreffen ? (S. Chrys. Hom. Dom, infr. Oct. SS. Sacr. lect. VI).
Ja, lieve Jesus, ik moet geheel zuiver on heilig zijn; doch Gij alleen, kunt mij die zuiverheid en .heiligheid geven, welke ik thans, ootmoedig en vurig van U vraag. Geef, dat voortaan mijne oogen, mijne ooren, mijne tong, mijne
( lüO )
handen, mijne voeten, geheel mijn ligchaam en vooral mijne gedachten, mijne verbeeldingen en mijn hart zuiver en heilig zijn, om U te behagen, U ter eere met de maagden een nieuw lied te zingen en U, het ware vlekkelooze Lam, overal te volgen. Ten einde deze genaden te verkrijgen, maak ik nu het vast voornemen, van voortaan alle aanleidingen tot onzuiverheid met alle zorg te vermijden en steeds op mij zeiven en mijne zintuigen te waken; ik zal vooral waken op mijne ooyen en ze voor de ijdelhoid sluiten, opdat de onzuivere geest door dezelve niet in mijn hart sluipe; ook zal ik mijn ligchaam kastijden, want, volgens het zeggen van den Apostel, een vleeschelijk mensch beseft de dingen niet die God aangaan. O Jesus, ontferm U mijner en sta mij bij, want ik ben zoo zwak en van allo kanten door vijanden en gevaren omgeven. Amen.
77. Gebed tot Maria.
Ongeschondene Moeder, bid voor mij, opdat ik vooraan zuiver en onbevlekt voor God leve. Xcen, geene zonden meer! Als ik somtijds uit monscholijke zwakheid cenige fout zou bedrijven, maak dan, bid ik U, dat ik aanstonds mijne
( 151 )
sclnild erkcnno, mij er diep over vernedere en er voor boete door strenge verstervingen, met het inzigt, om moediger to strijden en niet moer te herviillon. Amen.
Oefeningen.
1. Deze..... of die..... aanleidingen tot
onzuiverheid vermijden. 2. Waken op allo zintuigen, vooral op de oogon. 3. Zich houden in Gods tegenwoordigheid, en do zedigheid botrachton, wijl Gvd nahij is.
N E G END K O E F E N I X G.
Vervolg over de heiligheid.
VOOll DE n. COMMUNIE.
78. Komst van Jesus. — Ark van Noe.
O ziel, stel ii de grootheid van liet werk, dat gij zoo aanstonds gaat verrigten, levendig voor don geest. Jesus zelf, die groote en heilige God, die allo schoonlieden in glans en heerlijkheid overtreft, die alle volmaaktheden op eene volmaakte wijze in zich bevat, die goddelijke Jesus, komt zelf in persoon u bezoeken; Hij zal bij u zijn intrek nemen en zich innig mot n vereenigen.
Mijn Jesus, mijn God en Al, wat hoor ik ? Zult Gij tot mij komen \'i Ik ben, helaas, een nietig schepsel, ik ben een ligtzinnig ondankbaar schepsel en aan vele fouten pligtig; en zult Gij toch tot mij komen r Wat voorbereiding is er dan niet noodig r Ik lees in de H. Schrift, dat Noë, een regtvaardig man, honderd jaren besteedde om eene ark te bouwen, welke oenige menschon en dieren voor don algemeenen zond-
( 153 )
vloed moest bewaren ; hoe zal ik mij zelven dan iu weinige oogenblikken gonoegzaam kunnen voorbereiden, niet om eenen mensch of Engel, maar oin God zelven, voor wien de May ten sidderen, te ontvangen r Daar dit niet in mijn vermogen is, keer ik mij tot U, o Maria, tot U, mijnen Engelbewaarder en mijne IIH. Patronen, tl vurig biddende, om mijn hart te zuiveren en in hetzelve eeno aangename woonplaats voor Jesus gereed te maken. Amen.
79. Ark des verbonds.
Ik lees in de H. Schrift, dat God Mozes tot zich riep cn hem aansprak, zeggende: „Neem goud en het kostbaarste hout en maak mij oen Ark des verbonds. Gij zult haar van binnen en van buiten bekleeden met het zuiverste goudquot; (Exod. \'lö. 10. 11). Mozes gehoorzaamde cn spaarde geene kosten tot voltooijing der Ark, welke moest dienen, om er de wet Gods in te bewaren. Indien de Ark van liet fijnste goud en hot kostbaarste hout werd vervaardigd, omdat daarin de wet Gods moest bewaard worden; hoe zal ik mijn hart dan genoegzaam kunnen voorbereiden en versieren, aangezien het bestemd is, niet om daarin de wet Gods te bewaren.
( 154 )
maar om in liotzolvo den lieer en Wetgever zeiven to ontvangen en te bewaren ? Acli of mijn hart nn voorbereid werd door een Engel, of door do H. Maagd Maria, ja door Christus zei ven I Ach of hot versierd werd met het fijnste goud eener allerzuiverste liefde ! O Jesus, mij voor U neder-worpende, bid ik U om de genade, van mijne ziel in uw dierbaar bloed te wasschen van alle zonden en fouten, haar van alle vlekken te zuiveren en met alle deugden te versieren, vooral mot een levendig geloof, eene vaste hooi) cn vurige liefde, alsmede met een vurig verlangen en eene diepe ootmoedigheid. Fe»?, Domine Jesu, vent. Kom, Heere Jesus, kom.
80. De Tempel van Salomo.
Do koning Salomo nit eerbied voor den on-oindigen God spaarde geene kosten, noch ontzag offers en moeijelijkheden, om oenen Hem waar-digen tempel te bouwen, zeggende : huis
lt;hit ik voorgenomen heb te houwen is groot.quot; Waarom achtte hij dat groot ? Niet om deszelfs ruimte of kostbaarheden; maar omdat God, voor wien hij dat huis ging bouwen, groot is: daarom zeide hij : liet huis, dat ik voorgenomen heb te
( 15a )
houwen is groot; want onze God is groot hoven alle goden. Wie zal dan bekwaam zijn, Hem een waardig huis te houwen? Indien de. hemel en de hemelen der hemelen Hem niet hunnen hevatten; luie ben ik dan om voor Hem een waardig huis te bouwen ?quot; (II Paral. 2. 5. (i). O God, als do koning Salomo zoo sprak, toen hij voor U oonen tompol ging bouwen, lioovool te moor moet ik zoo sproken, nu, wanneer ik U in mijn hart moet ontvangen ? O wat groot werk! Ik moet in mijn hart oono woonplaats voor Josus gereed maken. Indien de hemel der hemelen Hom niet kan bevatten, wie ben ik dan, om Hem in mijn hart te ontvangen? Heiligheid betaamt aan het huis van God. Domum Dei decet sanctitudo (Pa. 92. ó). Hoe zuiver, hoe heilig, hoe versierd met deugden behoort dan mijn hart niet te zijn, terwijl Josus er zijnon zetel vestigt ? Dierbare Josus, daar ik onbekwaam ben voor IJ oen waardig verblijf in mijn hart gereed to maken, goof ik hot aan U, opdat Gij hot zoudt voorbereiden. Zuiver hot van alle zonden en onvolmaaktheden; versier het met allo deugden; vergroot on breid hot uit door do liefde; heilig hot door heilige on verhevene werken; en eindelijk verhef het door do veroenigmg mot U, om voortaan alleen
( 156 )
in IT, mot U on dooi- U te levon, om mot den Apostel te kunnen zeggen: „Levend hen niet meer ik maar in mij leeft Christusquot; (ad. Gal. 2, 19).
81. Gevoelens van verwondering en zelfvernedering.
Ik geloof vastelijk, lieve Josns, dat Gij in hot H. Sacrament des Altaars waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, en dat Gij U zolven, als wij te communie gaan, tot voedsel aan onze ziel geeft. Maar wio bon ik, lieve Jesus, om tot mij te komen ? Zijt gij reeds vergeten, dat ik U zoo dikwijls ontoord en beleedigd lieb ? Gij kont al mijne ondankbaarheden, mijne fouten, onreinheden en misslagen, hoo kunt Gij U zolven dan zoo diep vernederen, om U in mijne handen te stollen en in mijn hart op to sluiten; in mijn hart, dat jegens U zoo ondankbaar was? in mijn hart, zoo onrein en zoo besmeurd ? in mijn hart, in hetwelk do duivel gewoond hoeft ? Ach lieve Jesus, ik schaam mij voor U, die de Heiligheid zelve zijt. Gij noodigt mij uit, om tot uwe goddelijke tafel to komen en mij met uw eigen vleesch eu bloed te spijzen, maar helaas, ik ben
( i-j\' )
dio gunst niet waardig; ik hob verdiend naar de woning van den duivel verwezen te worden en daar niet liclsclio gal en duivelseh venijn te worden verzadigd. Ga derhalve van mij weg, lieve Jesus, want ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt: ik zal mij gelukkig achten, als Gij sloehts eenen blik van genade op mij gelieft te werpen. Ach, lieve Jesus, hoe spijt hot mij, U zoo dikwijls onteerd en beleedigd te hebben I vergeef mij eerst mijne zonden en ongerogtigheden, en kom dan tot mij, om mij te versterken door uwe genade, opdat ik voortaan volharde in uwe liefde en dankbaar zij. Amen.
82. Vertrouwen en verzuchtingen.
Uwe oneindige grootheden en goddelijke Heiligheid doen mij sidderen, lieve Jesus, mijne zonden en ondankbaarheden maken mij beschaamd en zouden mij van U verwijderen, maar uwe oneindige goedheid en liefde boezemt mij vertrouwen in en dringt mij tot U te komen. Wat hebt Gij niet gedaan, om TJ met mij te kunnen hereenigen ? Daarvoor zijt gij uit den hemel gekomen ; daarvoor hebt Gij uwen glans en uwe heerlijkheid afgelegd en onder zondaarsgedaante
( 138 )
verborgen; daarvoor hebt Gij U aan het kruis laten nagelen, uw bloed tot don laatsten druppel toe vergoten en het H. Sakrament ingesteld, waar Gij altijd tegenwoordig blijft, bereid ons te ontvangen en TJ met ons te vereenigen: deze uwe goedheid en liefde beurt mij op en geeft mij moed om niet vertrouwen tot U te komen. Zie, lieve Jesus, hier ben ik; ik kom tot U mot een kinderlijk vertrouwen. Ootmoedig voor uw H. Sakrament neergebogen, bid ik U vurig, U over mij te ontfermen en mij genadig te zijn. Kom, lieve Jesus, kom tot mij ; ik verlang vurig naar U; kom en vereenig U met mij. Ach, hoe spijt het mij nu, U zoo dikwijls beleedigd te hebben; vergeef mij al mijne zondeu en wasch mij in uw dierbaar bloed, opdat ik U met een rein en zuiver hart ontvange. O Jesus, ik geloof in U; ik hoop op IJ; ik bemin U bovenal; maar, helaas, hoe flauw is mijne liefde! Geef mij eene vurige, eene brandende liefde; geef dat ik U bominne gelijk do Cherubijnen en Sera-phijnen, die altijd van liefde tot U branden; geef dat ik TJ bominne met die liefde, waarmede Maria U beminde op het oogenblik, dat Gij in Haar nederdaaldet on uit Haar de menschelijke natuur aannaamt; O Jesus, goof mij deze vurige
( 1-59 )
liefde, vooral op dit oogeuLlik, dat ik U ga ontvangen.
Kom Jesus, lieve Bruidegom,
Kom spoedig in mijn hart; acli kom; Ik wensch naar U, mijn eenigst goed; Kom, spijs mij met uw vleeseh en bloed.
83. Geljed tot Maria.
Onbevlekte Moeder, bid voor mij, opdat ik gezuiverd van alle vlekken, fouten en onvolmaaktheden mijnen Jesus heilig ontvange. O Maria, door do vurigheid uwer liefde, werdt Gij dagelijks aangenamer aan God en heiliger in zijne oogen. Ik bid U, verwerf voor mij de genade, dat ik steeds beantwoorde aan de inspraken van God, voortdurend een goed gebruik make van de middelen ter zaligheid, welke God mij geeft, en dagelijks toeneme in heiligheid en volmaaktheid; God immers is oneindig heilig, wij moeten heilig zijn, gelijk Hij heilig is, en dus moet ik mijn best doen, om altijd in heiligheid toe te nemen. Volgens de vermaning van den H. Geest: „Die geregt is oef ene nog gereg-tigheid, en die heilig is, dat hij zich nog heiligequot; (Apoc. \'l\'l. 11). Amen.
( 100 )
NA DE H. COMMUNIE.
84. Verwondering en zelfvernedering.
Wat groot goluk is mij nu geschied.! Ik liob mijnon. God waarlijk en wezenlijk ontvangen! O Jesus, mijn God en Zaligmaker, wat zal ik U voor eene zoo grootc weldaad vergelden ? Ik loos in de H. Schrift, dat, toen do Ark den tompol was binnongebragt, eene wolk het huis des Hoeren vervulde, ten toeken dat al do luister des tempels door do glorie Gods werd verduisterd. De tempel door de glorie Gods verheerlijkt, was zoo schitterend, dat do priesters mot hunne bediening niet konden voortgaan, en Salomo, als buiten zich zolven, op beido kniën neerviel en met uitgerekte armen bad, zeggende: ,,Is het dan geloofelijk, dat God waarlijk op aarde ivoont ?■ want, indien de hemelen der hemelen Hem niet kunnen bevatten, hoeveel te meer zal het huis, dat ik (/ehouwd hel), daartoe onbekwaam zijnquot; (III Reg. 8. 27). Grootu God, indien Salomo op het zien van eene straal uwer Majesteit zoo verslagen stond en zoo van liefde brandde, hoe moot ik dan niet verslagen staan en van liofdo branden, nu Gij zelf waarlijk tot mij gekomen zijt, en mijn hart met uw wezen, met uwen luister en uwe glorie vervult\'r Dierbare Jesus,
( 1«! )
eerbiedig buig ik mij voor U neder, verwonderd over uwe goedheid en liefde. Is het dan ge-loofelijk, dat Gij, mijn God en Koning, waarlijk in mijn hart woont ? want als hemel en aarde TJ niet kunnen bevatten, veel minder zal mijn hart daartoe bekwaam zijn. En toch zijt Gij nu waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen. O Jesus, hoe ongeloofelijk het ook schijne, ik geloof het toch vastelijk en aanbid U in vereeniging met alle Engelen en Heiligen. Hoe groot, o mijn God, is de luister uwer Majesteit, hoe groot ook daarentegen de ellende mijner ziel! Hoe onrein; hoe misvormd; hoe onsierlijk is zij ! Ach, hoe zeer moeten die onvolmaaktheden en gebreken, die Gij in mg ontwaart, U niet mishagen? Ik bid U, wend uwe oogcn er van af; want als Gij zo gadeslaat, hoe zal ik dan voor uw aanschijn kunnen bestaan ? O God, ontferm U mijner en wees mij genadig. Amen.
85. Ootmoedige verzuchtingen.
O God, als ik in de H. Schrift lees: ,,Al ivic cene vlek heeft, ml niet de hruoden offeren aan zijn Godquot; (Lev. 21. IT), dan word ik voor ü beschaamd en met vrees bevangen. Helaas, ik ben zoo vol vlekken en onvolmaaktheden, en toch sa 11
( 162 )
heb ik mij verstout, niet alleen do brooden te offeren, maar ook het ligchaam en bloed van Jesus Christus zeiven. Ach, wat zal er dan van mij geworden? Lieve Jesus, daar Gij nu in mij zijt en al mijne onvolmaaktheden ziet, welken afkeer moet Gij dan niet voor mij gevoelen ? Wat misnoegen moeten U die vlekken en onreinheden wel niet veroorzaken \'r Maar nu bid ik U, lieve Jesus, wil mij daarom niét verstoeten; ik werp mij rouwmoedig voor U neder en bid U weenende om genade en barmhartigheid. O mijn Jesus, ontferm U mijner, verstoot mij niet om mgne onwaardigheid; maar heb medelijden met mij om do grootheid mijner zwakheden en ellenden. Amen.
86. Se heilige zuiverheid.
O ziel, vergeet nooit, dat do onzuiverheid zoo hatelijk is in de oogen van don oneindig heiligen God. De bedorvenheid der monsohen ziende, was Hij inwendig bedroefd; Hij had zóó grooten spijt, den mensch te hebben geschapen, dat Hij het besluit maakte geheel do wereld door oen alge-meenen zondvloed te straffen... Zoo dan, groote en heilige God, heb ik U misschien bedroefd door mijne onzuiverheden ! Doch uwe liefde deed
( )
U iiieilelijden met mij hebben en bewoog U, om mij tijd en genade tot boetvaardigheid te geven. Aeh, hoe spijt het mij, U misschien zoo dikwijls te hebben onteerd; uxi ben ik innig bedroefd over mijne zonden en maak hot vaste voornemen U voortaan in zuiverheid en heiligheid te dienen.
O ziel, bewaar de H. deugd van zuiverheid als een kostbare parel. Zij is zoo aangenaam aan God en maakt U bekwaam God te zien. Jesus zelf heeft gezegd: „Zaliy zijn ze die van Iturie reinen zijn, icaut zij zullen God zienquot; (Matth. ó. 8). Een zuiver hart is het verblijf des heiligen Geestes, de vreugde der Engelen en de kroon der Heiligen {St. Athanasius). Zij maakt van den mensch een Engel (,S. Ephrem), en hij die ze bewaart is een Engel, maar die ze verloren heeft een duivel (W. Ambrosius). Dierbare Jesus, schaamte overdekt mijn aangezigt bij de gedachte, dut ik de heilige deugd van zuiverheid misschien heb geschonden. Ach, hoe zeer mishagen U die onzuiverheden, waarmede mijne ziel misschien besmeurd is geweest! Minnelijke Zaligmaker, zuiver mij nu van alle ook van de geringste vlek, welke Gij in mij zoudt bespeuren. Zoudt Gij, terwijl Gij nu bij mij zijt, mij deze gunst
( 164 )
kunnen weigeren!\' Noon, lievo Josus, dat kunt Gij niet, ik vertrouw op uwe goedheid en liefde. Daar Gij, de bron van alle goed, tot mij zijt gekomen, hoe zoudt Gij iiiij dan iets kunnen weigeren ? Ik bid U derhalve met een groot vertrouwen en zeg met David: „O God, schep ■in mij een zuiver hart en vernieuw in mij den yveden yeestquot; (Ps. üü).
87. Jesus, voorbeeld van zuiverheid.
O ziel, overweeg hoe Jesua zijn onschuldig en maagdelijk ligehaam kastijdde. Hij liet toe, dat men Hem bij zijne geboorte in eene harde kribbe op hooi en stroo legde, op den achtsten dag besneed en te midden veler bitterheden als banneling naar Egypte voerde... Hij vermoeide zich dooiden arbeid in den werkwinkel van den H. .Tostpli; Hij vastte, waakte en bad in de woestijn gedurende veertig dagen en veertig nachten; Hij deed moei-jclijke reizen door het land van Judea en had in het verkondigen van hot Evangelie vele onaangenaamheden te verduren; Hij werd vervolgd, gelasterd, gevangen, gegeeseld, met doornen gekroond en gekruist, en zoo eindigde 11 ij zijn leven te midden der bitterste folteringen. O Jesus, als Gij uw onschuldig en maagdelijk ligehaam zoo aan
( )
het lijdon overgaaft, wat belioor ik clan niet te doen? Immers, daar uw ligchaam niet bedorven noch aan kwade driften onderworpen was, gelijk het mijne, hadt Gij die knstijding voor U zelvon niet noodig ; evenwel hebt Gij er U aan onderworpen om mij een voorbeeld te geven en mij aan te moedigen om ook mijn ligchaam door kastijdingen onder bedwang te houden. Hoe ingetogen, hoe omzigtig en verstorven behoor ik dan met te zijn, ik, die zoo vol kwade begeerlijkheden en van natnurswege zoo bedorven en zoo tot hot kwaad geneigd ben ? Wat ontaarding en welke vermetelheid van mij, mijn wederspannig ligchaam zoo te koesteren en deszelfs begeerlijkheden zoo veel voedsel te geven, terwijl Gij, lieve Jesus, uw onschuldig en maagdelijk ligchaam zoo kastijddet r Daar Gij, minnelijke Zaligmaker, nu waarlijk en wezenlijk in mijn hart rust, bid ik U mij te versterken, om voortaan mijne kwade begeerlijkheden altijd te bestrijden en steeds zuiver en onbevlekt voor U te leven. O Jesus, ontferm U mijner, zegen deze mijne voornemens, en sta mij bij om ze getrouw jn beoofcning te brengen, Amen.
( 166 )
88. Gebed tot de H. Maagd.
Mater intemorata, ongoschondone Mooclor, bid voor mij, opdat ik ■voortaan zuiver en rein leve. Gij waart vrij van alle kwade neigingen en begeerlijklieden en evenwel hebt Gij een zoor verstorven leven geleid; altijd waart Gij op uwe lioede en bezorgd om de deugd van zuiverheid zoo volmaakt mogelijk te beoefenen; daarom bid ik U, mij do genade te verworven, dat ook ik voorzigtig zij, steeds over mijne zintuigen wake on alles vermijde wat oenigzins aanleiding tot onzuiverheid zou kunnen geven; alsmede dat ik versterkt worde togen de aanvallen van den duivel, de wereld on het vleesch, te midden der aanvechtingen standvastig blijve en volharde tot het einde toe. Amen.
Oefeningen.
1. Uit voorzorg en uit liefde voor de zuiverheid den eet- en drinklust versterven. 2. Waken over do oogon en ze afwenden van ongelijke personen. 3. Nooit aan eonige, zelfs niet aan de minste ligtzinnighoid toegeven.
T I E N D E O E F E N I N G. Vervolg over de heiligheid.
VOOR DE H. COMMUNIE.
89. Heiligheid betaamt Gods huis.
O Jcsiis, oneindig volmaakte God, God met den Vader en don H. Geest, Gij hebt noodzakelijk een afkoer van al wat bevlekt is en onrein; derhalve moet do plaats, waar Gij woont, rein en heilig zijn; immers do heiligheid betaamt aan Gods huis. Domum Dei decet sanctitudo (Ps. 92. ö), reinheid, zuiverheid, heiligheid betaamt aan de plaats, waar Gij verblijft; hoe rein en heilig behoort dan mijn hart niet te zijn, wijl Gij daarin uw verblijf zult nomen......Toen Gij, o mijn God, het
besluit maaktet om uwen Zoon in do wereld te zonden, koost Gij de zuiverste der maagdon uit als zijne moeder, welke Gij van hare ontvangenis af voor iedere vlok bewaard hadt en met alle goede hoedanigheden versierdet, ten einde in haar een waardig verblijf voor uwen Goddelijken Zoon te bereiden; Maria daarenboven beijverde zich ge-
( 168 )
durende vele jaren, om in de afzondering des tempels dut verblijf meer en meer te volmaken en zoo waardig te zijn uwen Goddelijken Zoon in haren schoot te ontvangen. Diezelfde Jesus zal tot mij komen en zijn verblijf in mijn hart nemen, in werkelijkheid zal Hij tot mij komen; hoe zuiver, hoe heilig, hoe versierd met deugden behoort dan mijn hart niet te wezen? Maar, helaas, het is vol gebreken en onvolmaaktheden, arm in deugden en verdiensten, en nu heb ik slechts weinige oogenblikken meer om het voor te bereiden. O kostbare oogenblikken, in welke ik voor God zeiven eene woonplaats moet gereed maken I Als oen heilige in mijne plaats was, hoe ingetogen zou hij die doorbrengen en hoo vurig zich voorbereiden! Maar helaas, ik ben daarin zoo flauw en zoo onachtzaam; daarom, o mijn God, geef ik U mijn hart, opdat Gij zelf het zoudt voorbereiden, gelijk Gij dat van Maria hebt voorbereid. Van alle eeuwigheid hebt Gij aan haar gedacht en niet geduld dat zij ooit door eenige smet van welke zonde ook zou besmet worden; daarenboven hebt Gij haar met alle genaden, deugden en goede hoedanigheden verrijkt, welke geschikt konden zijn, om in haar Jesus een waardig verblijf voor te bereiden. O Maria, o schoone ei;
( 109 )
onbevlekte Maagd, ik verheug mij over uwe vlekkelooze sclioonhoid en ongoschondene heiligheid en kniel voor U neder, U niet den Engel Gabriël groetende: IFecs yeyroet, vul van genade. Ach of mijn hart, even als dat van Maria, zuiver en versierd ware I Maar helaas, hoe onrein en arm in deugden is het ? Hoe zal ik mij dan verstouten totU, o Jesus! te naderen en U te ontvangen \'r Gij, o Jesus, zijt de Heiligheid zelve, en ik een zondaar; o Jesus, mijn God en Al, zult Gij evenwel tot mij komen r Heer, ik ben die gunst niet waardig; ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts oen woord, en mijne ziel zal gezond worden. Amen.
90. Heilzame schaamte.
Dierbare Jesus, Gij hebt hoegenaamd geen zonde, zelfs de erfzonde niet, in Maria kunnen dulden als strijdig aan uwe oneindige Heiligheid; hoe zult Gij dan, niet alleen do erfzonde, maar nog zoo vele persoonlijke zonden, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt, in mij kunnen dulden ? Hoe zeer moeten deze aan uwe heilige oogen mishagen ? Ach, lieve Jesus, ik sta er beschaamd over. Gij kondet geene enkele^ zonde in Maria dulden als strijdig aan uwe Heilig-
( 170 )
lipid; lioe afsclmwelijk moot ik dan niot in nwo oogen zijn, ik, dio zoo vol eigenliefde en hoogmoed ben, zoo geheclit aan de wereld en hare goederen, zoo bogoerig naar zinnelijke vermaken, zoo afgunstig, zoo grammoedig, zoo onverstorven, zoo gelieelit aan eten en drinken, zoo traag in mij te vernederen, te versterven en in liet volbrengen mijner pligten. Hoe onaangenaam moot ik dan wel niet zijn in uwe oogen? Eene oayen-hlikkelijke zonde in Maria zou U misnoegen bobben gebaard en zou haar ongetwijfeld minder waardig gemaakt hebben Moedor Gods te worden. Wat misnoegen en afkoer moeten TJ dan mijne herhaalde en veelvuldige zonden wel niot veroorzaken en hoe ongeschikt moet mijn hart dan wel niet voor TJ zijn!\' Wee mij, omdat ik zoo vele dagen, weken, maanden, ja misschien jaren in zonden heb doorgebragt! En zult Gij toch lieve Jesus, willen komen in mijn hart, hetwelk IT zoo zeer moet mishagen ? Gij immers haat do zondo; peccavi, ik heb gezondigd en kwaad voor V gedaan. Dierbare Josus, thans verzaak ik aan al mijne zonden; zij zijn mij lood xiit geheel mijn hart. Ik bid U om genade en barmhartigheid, wond uwe oogen af van mijne zonden en wasch mij in uw dierbaar bloed,
( in )
opdat mijn liart goznivcrcl eono tT aangename woonplaats zij. Amen.
91. Ootmoedig vertrouwen.
O ziel, verbeeld n de zoete uitnoodiging vau Jesus te hooren, zeggende ; Sta up, mijne vriendin, haast ii en hom; want heden moet Ik in uio huis verblijven. O wat aangonamo tijding! Zult Gij, lieve Josus, tot mij komen en bij mij uwe intrede doen ? Ach, dat kan niet zijn; ik ben die overgroote gunst niet waardig. Ik zou mij schamen, als ik den koning in eene onreine kamer zou moeten ontvangen, hoeveel te meer moet ik mij dan schamen, U, lieve Jesus, den Koning dor koningen, in een onrein en besmeurd hart op te nemen!\' O mijn Jesus, gewis zou ik afgeschrikt worden, indien ik U deze troostvolle woorden niet hoorde zeggen: ,,Komt tot Mij allen die vermoeid en heiaden zijt en Ik zal tl verkwikkenquot; (Matth. 11. 128). Zij echter geven mij moed om met vertrouwen tot ü te naderen, ton einde van mijne zonden ontlast en te midden mijner kwellingen verkwikt te worden; in dit vertrouwen buig ik mij rouwmoedig voor U neder en smeek U, mijne ziel te zuiveren, haar in uw bloed te wasschen en met alle deugden
( 172 )
te versieren, vooral met een levendig geloof, eene vaste lioop, vurige liefde, diepe ootmoedig-lieid, opregte zaclitmoediglioid, volmaakte verloochening van mij zelven en eene engelachtige zuiverheid. O Jesus, ontvang mijn hart, zuiver het en neem er uit weg alles wat TJ zon kunnen mishagen, want ik ben er onbekwaam toe; opdat ik, geheel zuiver en met alle deugden versierd, U met vurigheid ontvange. Amen.
92. Gebed tot Maria.
Beminnelijke Moeder, bid voor mij, opdat ik zuiver leve en even als Gij beminnelijk zij voor God en de Engelen. O Maria, om den glans uwer zuiverheid waart Gij zoo schoon en zoo beminnelijk, dat de Engelen op den dag uwer hemelvaart U ziende, met verwondering tot elkander zeiden: „Wie is zij, die opstijgt uit de woestijn overvloeijend van geneugten, leunend op haren hemindequot; (Cant. 8. 0) en dat Jesus zelf in verrukking zeide: „iioc schoon zijt Gij, mijne vriendin, hoe schoon zijt Gij! Gij hebt mijn hart gewond\' door een uwer oogenquot; (Cant. 4. 9.) O Maria, ik stel mijn hart in uwe handen; zuiver en versier het, opdat het aangenaam zij
( 173 )
in de oogon van Jesus, en Hij er zijn verblijf in neme. Amen.
NA DE li. COMMUNIE.
93. De schoot van Maria.
O Jesus, eerbiedig voor U in het stof neergebogen, groet ik U duizendmaal. O wat geluk voor mij, TJ in mijn hart te hebben mogen ontvangen ! Maar wat vernedering voor U, dierbare Jesus, TJ gcwaardigd te hebben in mijn hart te komen I De H. Kerk en met haar alle Heiligen staan verbaasd bij de gedachte, dat Gij negen maanden in den schoot van Maria hebt willen rusten en uit Haar hebt willen geboren worden. Mot vreugde beschouwen zij het geluk van Maria on prijzen haar, zeggende: „Heilige en onbevlekte Maagd! ik weet niet, met welke lofzangen ik U zal verheffen; want Dengono, welken de hemelen niet kunnen bevatten, hebt Gij in uwen schoot gedragenquot; (Offic. B. M. V.) O ziel, gij hebt nu veel grootere reden om de diepe vernedering van Jesus en uw onuitsprekelijk geluk te bewonderen en er dankbaar voor te zijn. Diezelfde Jesus, die negen maanden in den schoot van Maria heeft gerust, rust nu in uw hart; Hij heeft zich aan u gegeven en is innig met
( )
u vereenigd. O welk oen groot geheim I Jesus is in mij en ik ben in Jesus! De Oneindige sluit zicli op in mijn hart, zoo eng en zoo vol fouten en gebreken! O Jesus ! o genadige Jesus ! o Jesus, God mijns hurten I ik kan uwe goedheid jegens mij niet genoeg bewonderen noch U er genoegzaam voor bedanken. Hoe zuiver, hoe schoon, hoe heilig was do maagdelijke schoot van Maria; maar helaas, mijn hart is onrein, besmeurd en bevlekt met vele fouten en onvolmaaktheden. Hoe verheven, hoe schitterend en bevallig was de H. Maagd Maria in de oogen van God; maar hoe nietig, hoe onwaardig en verachtelijk ben ik voor zijn aanschijn! Maria was van alle eeuwigheid voorbeschikt, om Jesus tot woonplaats te dienen; zij is altijd zuiver geweest, zoowel in hare ontvangenis en geboorte als in haar leven en tot aan haren dood gebleven; maar helaas, ik bon een ellendige zondaar; ik bon, in zonde ontvangen en geboren; ik heb dikwijls in zonden geleefd en leef nog dagelijks in vele fouten en gebreken, en toch zijt Gij tot mij gekomen, lieve Jesus. O wat goedheid! o wat vernedering I (jij tot mij! Thans rust Gij in mijn hart I Gij, dien de hemelen niet kunnen bevatten, zijt opgesloten in mijn hart I O liefde, o onbegrijpe-
( 175 )
lijke liefde I Voortaan zal ik U bcininnen als den Bruidegom mijner ziel, en niets zal in staat zijn, mij van ü te scheiden. Ik geef mij nu geheel aan U, om voortaan voor U alleen te leven. O Jesus, sta mij bij en versterk mij tegen de vijanden mijner zaligheid, opdat ik volharde tot het einde toe en het geluk hebbe uit en door liefde voor TJ te sterven. Amen.
94. De stal van Bethlehem,
O ziel, overweeg deze woorden der H. Schrift: „En Zij, Maria, haarde haren eerstgeboren zoem en wond Hem in doeken, en lee/de. Hem neder in eene kribbe, omdat er voor Hem (jeene plaats was in de herhergquot; (Luk. 2. T). De H. Kerk deze woorden overwegende, roept met verwondering uit: ,,0 Koning des hemels! Hij, die de wereld ,,draagt, wordt in eenen stal gelegd; Hij ligt , ,in de krib, en heerscht in de hemelen I O groot, ,,o wonderbaar geheim ! de beesten hebben den „nieuwgeboren Zaligmaker in eene krib zien „liggen Iquot; Indien de H. Kerk bij het beschouwen dezer vernedering zoo verwonderd is, hoeveel te meer moet ik verwonderd zijn, daar diezelfde Koning tot mij is gekomen. Hij, die groote Koning, sluit zich op in mijn hart, dat
( HG )
onwaardiger is dan do stal van Bethlehem. Hemel en aarde kunnen Hem niet bevatten en nu is Hij in mijn hart, als in een donkeren kerker opgesloten. O wat geluk voor mij! Lieve Jesus, wees duizendmaal gegroet; geheel mijn binnenste springt op van vreugde bij uwe komst; maar wat roden van droefheid voor mij, to moeten denken, dat ik oen zoo gering verblijf voor u bereid heb. Mijn hart is uwer onwaardiger dan de stal en de kribbe van Bethlehem. Dierbare Jesus, ik bid U ootmoedig, mij daarom niet te verstooton, maar tl te ge-■vvaardigen, medelijden met mij te hebben en mij uit barmhartigheid genadig te zijn: Gij immers hebt do armen en ollendigon uitgenoodigd, zeggende: „Komt tot Mij allen die vermoeid en hc-laden zijt en Ui ml u verkwikken (Matth. 11. 28). Op uwe uitnoodiging ben ik met vertrouwen gekomen; ik bid IT dan, U over mij te ontfermen en mij te verkwikken. Amen.
95. De parel der Uuischheid
Dierbare Jesus, daar gij mij heden zulk eeno grooto eer hebt aangedaan en mij, hoewel onwaardig, in persoon zijt komen bezoeken, verstout ik mij, U eene gunst te vragen: ik hoop
( 1quot; )
dat Gij ze mij niet zult weigeren; want, daar Gij, de fontein van alle goed, tot mij zijt gekomen, lioe zoudt Ge mij dan iets kunnen weigeren ? Met dat vertrouwen vraag ik U dan geeno seliatten en rijkdommen, geene grootheden nocli vermaken, maar do H. Zuivekheid, welke door den H. Athanasius eene alh-rkostelijkste parel genoemd wordt. O ja, lieve Jesus, ik boscliouw die deugd als eene allerkostbaarste parel, en acht haar meer dan alle schatten der wereld; zij immers is alleraangenaamst in uwe oogen; zij siert onze ziel als met witte leliën; zij maakt ons gelijk aan de Engelen en geeft ons regt, om U, dierbare Jesus, hot Lam Gods, overal te volgen en God van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen. „Zalig zijn zt die van harte reinen zijn; want zij zullen God zienquot; (Matth. ö. 8).
O Goddelijke Verlosser! ontvang mijn hart; ik stel het in uw handen, en bid U vurig het met die heilige deugd, met die kostbare parel te versieren. Bewaar toch, bid ik U, mijn hart zuiver van alle vlek en laat niet toe, dat hot ooit met eenigo onzuiverheid besmeurd worde. O Jesus, als ik nog ooit die schoone parel zou moeten verliezen of zoo slecht zou worden, om mijn hart mot onzuiverheden te bezoedelen, laat 95 12
( 178 )
mij dan, bid ik U, liever op dit oogenblik sterven, terwijl ik U bemin, voordat het ongelukkig oogenblik zou komen, waarop ik U vergramme en niet beminne. Amen.
96. Waakzaamheid.
Indien een wereldling zoo veel zorg heeft, om zijne schatten voor brand en dieven te beveiligen, moet ik dan niet veel moer doen, om de H. deugd van zuiverheid, de kostbaarste aller parels, die alle schatten der wereld onmetelijk ver te boven gaat, te bewaren en te verzekeren !\' Ik ben van alle kanten omgeven van vijanden, die er op uit zijn, om mij dezen schat te ontrooven; en zou ik dan niet waken ?■ De duivel, de wereld en het vleesch leggen mij overal strikken en bespieden voortdurend mijn hart, om er ingang in te vinden, om er de H. deugd van zuiverheid te rooven en het met onkuischhcdcn te bezoedelen; en zou ik dan niet waken De minste onvoorzigtigheid of ligtzinnigheid, zelfs een enkele oogslag is somtijds genoeg, om er hot onzuiver vuur te ontsteken en de H. deugd van zuiverheid te vernietigen; en zon ik dan niet waken? Jesus zelf waarschuwt mij, zeggende: ,,Waakt en hidt, dat gij niet komt in bekoringquot; (Matth. 26. 41);
i 179 )
en zon ik dan \'niet waken i Ja, zcköi\' Kal ik waken, Hove Jesus; ik heb het vaste voornemen gemaakt, om voortaan met alle zorg te waken en met alle vurigheid te bidden, opdat geen vijand mij de zuiverheid, de kostbaarste aller parels, zou kunnen ontrooven. Vooreerst zal ik matig zijn in het gebruik van spijs en drank en steeds mijne zinnelijkheid bedwingen; daarom zal ik de vermaning van den Apostel Petrus steeds indachtig zijn, zeggende: ..11 eest nuchter en waakt! want uw tegenstander, de duivel, Impt rond als een hnd-lende leeuw, zoekende wien hij zal kunnen verslindenquot; (1 Petr. ö. 8). Daarenboven zal ik gedenken, dat onmatigheid en zinnelijkheid den onzuiveren geest opwekken en aankweeken, terwijl matigheid en versterving den H. Geest over ons doen afdalen; weshalve men in hot Evangelie leest, dat de H. Joannes de Dooper geen wijn, noeh sterken drank zou drinken, en hij mot den H. Geest zou vervuld worden. Ten tweede, zal ik mijne oogen bewaken, wijl deze als twee vensters zijn door welke de duivel in ons hart komt; ik zal daarom gelijk de profeet Job met dezelve oen verbond aangaan, om ze af te wenden van ongelijke personen, ton einde zelfs aan gecne maagd te denken. Ten derde, zal ik alle bekoringen
( 180 )
tot onzuiverheid dadelijk tegengaan en word ik geplaagd met onzuivere gedachten of verbeeldingen, dan zal ik gelijk do H. Augustinus deed, mij aanstonds werpen in de wonden van Jesus en de heilige namen van Jestjs, Maeia, JosEni aanroepen of gelijk de H. Alphonsus zal ik aanstonds een kruisje met den duim op mijne borst maken, mij verbeeldende den gekruisten Jesus in mijn hart te plaatsen, zeggende: 0 gekruiste Jesus, plaats TI in mijn hart.
O Jesus, ik stel mij en mijne voornemens in uwe heilige wonden en verberg mij in uw heilig Hart en bid U, mij bij te staan om deze voornemens getrouw ten uitvoer te brengen. Amen.
O Jesus, schep in mij een zuiver hart en vernieuw in mij den goeden geest.
97. Gebed tot de H. Maagd Maria,
Beminnelijke Moeder, bid voor mij, opdat ik steeds zuiver en geheel voor God leve. Jesus heeft zich nu geheel aan mij gegeven, ik geef mg ook geheel aan Hem, met het vurigst verlangen, om alleen voor Hem te leven en geen ander inzigt meer te hebben dan aan Hem alleen te behagen. O koude ik zuiver, kuisch en heilig leven, ten einde beminnelijk te zijn in zijne oogen
( 181 )
on in die der Engelen I Wat geeft mij de wereld of de achting der menschen, als ik maar aangenaam ben in de oogcn van God. O Maria, bid voor mij, opdat ik zoo leve, dat ik voortaan aan God behage. Amen.
Oefeningen.
1. Matig zijn en den eetlust intoomen. 2. De oogen afkeeren van ongelijke personen. 3. De invallende gedachten aanstonds tegengaan, door schietgebeden en het aanroepen der heilige namen van Jesvs. Maria, Joseph.
ELFDE OEFENING.
Over de goedgunstigheid tegenover den nijd.
VOOR DE H. COMMUNIE.
98. De goedgunstigheid van Jesus.
De Apostel Paulus schrijft: „-De liefde is niet naijverigquot; (1 Oor. 13. 4) en Josus heeft het ons getoond door zijn voorbeeld. Dierbare Jesus, nooit hebt Gij iemand iets misgund, noch rijkdommen, noch vermaken, noch grootheid, eer of achting: maar alles verachtende, zijt Gij arm, lijdend en ellendig geworden, terwijl Gij in alles de eer aan God gaaft. Toen Gij de wereld verliet, hebt Gij het beheer uwer Kerk, tot wier stichting Gij zoo veel gedaan en geleden hadt, aan den H. Geest overgelaten, zeggende\' Ik zal u een anderen Trooster zenden, die u alle waarheid leeren zal, en zoo liet Gij Hem de voltrekking der verlossing over, waarvoor Gij 33 jaren gearbeid en geleden hadt. Daarenboven gaaft Gij aan uwe apostelen de magt, om even
( 183 )
als Gij, mirakelen te doen en zelfs grootere dan Gij zelf luidt gedaan en misgunde hun niet, dat zij in God groot en verheven waren en als uitbrei-ders der Kerk werden erkend. Lieve Jesus, hoe ontaard ben ik, wijl ik dikwijls afgunstig en nijdig ben. Wordt er iemand van mijns gelijken meer dan ik begunstigd, verheven, geëerd en geacht; of is hij meer dan ik met uitwendige talenten en goede hoedanigheden begaafd, zoodat hij daarom boven mij gesteld wordt; of wordt hij meer dan ik in zijn ondernemingen gezegend; hoe gevoelig ben ik daarover, hem die voorrechten, als hot ware misgunnende en als eene verlaging van mij zelven beschouwende. Welk eene dwaasheid iemand aardsche goederen, voorspoed, eer, achting of hooge bedieningen te misgunnen! Wat zijn al die aardsche dingen anders dan ijdelheid ? Waar is mijne liefde ? Immers de liefde is niet naijverig; zij zoekt geen aardsche, maar hemel-sehe goederen. Do liefde zoekt God alleen, en haar eenigst verlangen is, Hem te beminnen uit geheel haar hart en al hare krachten. 0 Jesus, mijn opperst goed en eeuwig erfdeel! ik werp mij rouwmoedig voor U neder, ziende hoe flaauw en onvolmaakt mijne liefde geweest is. Mijn eenigst verlangen zal voortaan zijn, U te bemin-
( 184 )
non mot oeno zuivere liefde en jegens anderen goedgunstig te zijn. Hoe zou ik liun nog iets kunnen misgunnen, lieve Jesus, daar ik weet, dat al die goederen en goede hoedaniglieden door U gegeven zijn ? Hoe zou ik iemand nog iets kunnen misgunnen, daar wij allen naar uw beeld zijn geschapen en door IT bewaard en beseliermd worden ? Neon, lieve Jesus, nooit zal ik moer afgunstig zijn. Ik geef mij nu geheel aan U; ik onderwerp mij in alles aan uwe heilige en al wijze beschikking en zal in anderen uwe goddelijke Voorzienigheid bewonderen en met gelatenheid aanbidden. Kom, Heere Jesus, kom en geef U aan mij, dan ben ik rijk genoeg en vraag TT niets anders. Amen.
99. Geluk in God.
O God, Gij alleen zijt het dool mijner handelingen, verlangens en verzuchtingen. Het eenige doel van al mijne gedachten, woorden en werken is TJ te beminnen, IT te behagen en uwen heiligen wil te volbrengen. Ik misgun niemand iets, noch den rijken hunne rijkdommen, noch don koningen hunne kronen, noch den geleerden hunne wetenschap, noch den grooten hunne grootheid; want Gij alleen, o mijn God,
( 185 )
zijt mijn schat, mijne kroon, mijne wetenschap, mijn rijkdom, mijne eer, mijne grootheid en mijne verheffing. ^Gij alleen zijt mijn erfdeel, mijn vermaak en mijn geluk. Wat heb ik in den hemel huiten TJ en wat wil ik op de aarde, o God mijns harten en mijn deel, o God in eeuwigheid! IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdel-heid behalve U te dienen en uit geheel mijn hart te beminnen. Ach, hoe spijt het mij zoo veel voor die ijdele schijngoederen der wereld gedaan te hebben en zoo weinig voor U, mijn God, mijn opperste goed! Voortaan zal ik mijn geluk in U alleen zoeken, o God van mijn hart: Gij, immers, lieve Jesus, zijt mijn eerste beginsel en mijn laatste einde; ik vereenig mij nu geheel met U en hoop door de H. Communie voor altijd in TJ ingelijfd te worden. O zoete vereeniging! O eenigst voorwerp mijner liefde ! O mijn God en Al, ontsteek mijn hart in liefde tot U, terwijl ik tot U nader, opdat ik U brandend van liefde ontvange. O Jesus, kom. Ik verlang vurig naar U; kom en vereenig IJ met mij, opdat ik met U vereenigd, met den Apostel zeggen kunne: , .Levend ben niet meer ik, maar in mij leeft Christus (Ad Gal. 2. 19). Amen.
( 186 )
100. Verfoeijing der afgunst. Blijdschap in Jesus en in zijn glorie.
Do nijd is oonc holsclie zoude. Door de afgunst des duivels is de dood in de wereld gekomen (Sap. 2. 24). Daar hij de verhevenheid van don monsch niet kon verdragen, bekoorde hij hem, bragt hem tot val en maakte hem ongelukkig. O ziel, zult gij dan geenen afschrik hebben van deze helsche zonde r Zult gij nog zoo boos en zoo ontaard zijn van uw hart door afgunst te laten innemen ? Zult gij niet liever de glorie van God zoeken en u verblijden in alles wat strekt tot oer van God en met den Apostel zeggen: ,, Wat dan ? als Christus maar op elke wijze verkondigd wordt; en hierin verblijd ik mij, ja en zlt;d mij ook verhlijdenquot; (Phil. 1. 18). God gave, dat mijn inzigt ook zoo zuiver was en ik in alles niets anders zocht dan de glorie van God en de eer van Jesus Christus, dan zou ik mij de goedheid of afkeuring der menschen weinig aantrekken; dan zou ik mij over de goede ondernemingen en heilzame inrigtingen van andoren steeds verheugen, zoowel als over die van mij zeiven; dan zou ik voor alle bedieningen, hoe nietig ook, welke de oversten mij aanwijzen; onverschilig zijn, denkende : „God heeft mij deze bediening opgelegdquot;
( 187 )
of; „Dezo bediening strekt tot eer van God.quot; Dan zou ik tevreden zijn, zoowel bij oneer als eer, zoowel bij vernedering als verlieffing, zoowel bij minachting, als achting; gelijk Jesus zelf altijd tevreden was, niet zijne glorie maar die van zijnen Vader zoekende. Dierbare Jesus, hoe spijt het mij die kwade drift van nijd, afgunst en jaloersch-heid zoo dikwijls voedsel gegeven te hebben; voortaan zal ik mij alleen in uwe glorie en in het volbrengen van uwen wil verheugen. Wat is er mij aan gelegen, wie uwen naam verkondigt, als Gij maar verheerlijkt wordt ? Ach, of alle men-schen U kenden, dienden en verheerlijkten 1 Kom, Heere Jesus, geef U aan mij, opdat ik voortaan een met U zij en mij in 11 alleen verblijde. Amen.
101. Verlangen naar Jesus.
Heere Jesus, Fontein van alle goed I Ik verlang vurig naar U. Kom tot mij en geef U aan mij. Gij alleen zijt mijne vreugde, mijn heil, mijn room, mijne eer, mijne glorie en mijne zaligheid. Als Gij maar verheerlijkt wordt, ben ik tevreden. Ach, of Gij door alle menschen gekend, gediend, bemind en verheerlijkt werdt! Kom, Heere Jesus, kom. Bruidegom mijner ziel; kom en geef U aan mij; kom en versterk in mij de.ze goede gevoelens,
( 188 )
opdat ik buiten U niets moer zoeke en U steeds love en vorheerlijko en bidde geheiligd zij uiu naam, nn, altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
102. De boom der levens.
O mijne ziel, verheug u over de goedgunstigheid van Jesus, die zich zeiven aan U tot spijs wil geven. Waar heeft men ooit zulke goedheid en liefde gezien ? Het H. Sacrament des Altaars zij u als de Boom des levens; door van deszelfs vruchten te eten zult gij eeuwig leven. Minnelijke Jesus, Gij zelf zijt die boom des levens; Gij zijt die levendmakende vrucht, waardoor de zielen gespijsd, versterkt en zalig gemaakt worden. O heilzame, o goddelijke, o levendmakende vrucht I Die van deze vrucht eet, zal leven in eeuwigheid. Gij, lieve Jesus, de eeuwige waarheid zelve. Gij hebt het mij verzekerd, zeggende: ,,en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vleesch voor het leven der ivereld, ivie dit brood eet zal in eeuwigheid levenquot; (Joan. (i. 52. 60). Wat troostvolle waarheid! Ik geloof haar vastelijk, Heere Jesus. Ik geloof, omdat Gij, de onfeilbare waarheid, het geopenbaard hebt, en de H. Kerk hot mij zoo te golooven voorstelt. O ja, Gij zijt de levens-Boom van het aardsch paradijs; Gij zijt de ware levendmakende
( 189 )
vrucht, dewijl Gij aan onzo ziel de eeuwige zaligheid geeft. Dierbare Josus, hoe spijt het mij, gelijk Adam, van de verbodene vrucht gegeten en mijn vermaak in nietige, ij dele en kwade dingen gezocht te hebben; en zoo, helaas, heb ik mijne ziel den geestelijken dood doen sterven! O Jesus, ik verfoei mijne voorgaande trouweloosheden en maak het vaste voornemen, voortaan TJ alleen te beminnen en in U alleen mijn vermaak te zoeken. Kom tot mij, lieve Jesus, en voed mij met uw vleesch en bloed. Kom tot mij, en geef U aan mij opdat ik eeuwig leve. Amen.
103. Gebed tot Maria.
Mater admirabilis. quot;Wonderbare Moeder, bid voor mij, opdat ik geheel voor Jesus zij. Helaas, hoe dikwijls heb ik voor de wereld en voor de zinnen geleefd! geef, dat ik voortaan leve voor God en voor den hemel. Wonderbare moeder, Gij hebt reeds zoo vele wonderen gedaan, doe nog dit wonder, dat ik geheel aan Jesus zij, en geheel van liefde voor Hem brande. Maak dat Jesus, als de levens-boom in het Paradijs, in mijn hart geplant zij; zoodat ik vruchten voortbrenge ten eeuwigen leven. Zie, ik geef
( 190 )
U mijn hart; bewerk het, bebouw en besproei het, opdat het vruchtbaar worde en do deugd er groeije en blocije en honderdvoudige vruchten voortbrenge in lijdzaamheid. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
104. Aanbidding en opdragt.
Ik heb mijnen God ontvangen, o wat geluk I Ik spring op van vreugde bij de komst van Jesus. O Jesus, ik aanbid U, ik werp mij eerbiedig voor U neder, om U in vereeniging met allo Engelen en Heiligen te loven en te prijzen, zeggende: „Heilig, Heilig, Heilig, Heer Oud der Heirlcrachten (Is. 6. 3). Gij zijt waardig te ontvangen de magt en de godheid en wijsheid en sterkte en eer, en heerlijkheid en dankzegging (Apoe. 5. 12). Waarlijk, lieve Jesus, Gij zijt allen lof waardig, vermits Gij mijn God zijt. Ik moet mij aan tl geven, vermits Gij tl aan mij gegeven en in mijn hart geplaatst hebt, gelijk den Boom des levens in het Paradijs, opdat ik levendmakende vruchten in mij voortbrenge, ten einde ik nooit sterve, maar eeuwig leve. Minnelijke Zaligmaker, geef dat ik steeds deze vruchten oplcvere on dat ik immer walge van alles wat
( 191 )
do wereld aanbiedt. Hoe betreur ik nu don tijd, waarin ik zoo blind en dwaas was van mijn geluk buiten TT in de wereld te zoeken. Gij, lieve Jesus, Gij spijst mij met uw vleeseli en bloed en toeb bemin ik U niet genoeg, noch verwijder ik mij van liet kwaad. Helaas, wat ondankbaarheid ! Ik vraag er IT uit gansch mijn hart vergiffenis voor met hot vaste voornemen, IT in \'t vervolg uit al mijn krachten te beminnen. Zie, lieve Jesus, thans geef ik mij geheel aan IT, om voor U alleen te loven, alios voor U te lijden en eindelijk voor U te sterven. Daar Gij IT geheel aan mij gogovon hebt, geef ik mij ook geheel aan IT. Zio, ik geef IT mijn hart, omdat Gij het mij zoo minzaam vraagt, zeggende: Mijn zoon, ycef Mij nw hart. Gaarne geef ik IT mijn hart, lievo JesusI Zie daar is hot. Ontvang, bewaar het en voi-oonig hot met uw Hart. Maar, hoe ellendig is mijn hart, dat ik U aanbied!\' Het was voor IT geschapen om IT te beminnen; maar \'t is afgeweken on IT wederspannig geworden. Wee mij ellendige! Heb medelijden met mij, dierbare Josus, en ontferm U mijnor. Zio, thans is mijn hart vol droefheid en spijt over de oneer, die ik IT heb aangedaan, en ik maak het vaste besluit IT voortaan te beminnen. Wien zou ik be-
( 192 )
minnen, indien ik U niet beminde, U, die mijn opperste en eenigste goed zijt, U, die mij zoo teerhartig bemind hebt en aan het kruis voor mij gestorven zijt, TJ, die in Persoon mij zijt komen bezoeken en innig met mij vereenigd zijt? Ik kan mijne tranen niet bedwingen, als ik mijne voorgaande ondankbaarheid en trouweloosheid overweeg. Ik was verloren, maar Gij hebt mij gezocht en onder uwe vaderlijke bescherming genomen. Zie, nu geef ik mij volkomen aan IJ, om U alleen te beminnen, voor U alleen te leven, alles voor U te lijden en eindelijk voor tl te sterven. Amen.
105. Verfoeijng der afgunst.
Dierbare Jesus, laat niet toe, dat afgunst of nijd ooit ingang in mijn hart vinde; immers de afgunst is eene verderfelijke zonde; zij heeft alle kwaad in de wereld gebragt; want Satan heeft uit afgunst Eva bekoord en tot zonde overgehaald ; zij heeft Abel vermoord; de broeders van Joseph gewapend; Daniël in den leeuwenkuil geworpen en Christus, ons opperhoofd, aan het kruis genageld (S. August. Serm., 18 do temp.) Hoe dikwijls heeft zij ook mijn hart verbitterd tegen mijne medebroeders en tegen hen, die mij
( 193 5
in do eeno of andere zaak overtroffen of gelijk waren ? Ik heb liun niet alleen hunne rijkdommen, grootheid en vermaken misgund, maar ook hunne begaafdheden en talenten, waarvan zij ter bevordering van Gods eer en glorie een goed gebruik maakten en waardoor zij bij de men-schen in aanzien waren. De afgunst deed mij dit beschouwen als eene verkleining mijner begaafdheden en als een nadeel aan mijne verheffing toegebragt; zij maakte mij gelijk aan sommigen van Israels volk, die jaloersch waren op hen, die propheteerden en bij het volk in aanzien stonden, zelfs Josué was er jaloersch over en wilde het hun beletten. Lieve Jesus, ik vraag U voor mijne voorgaande jaloerschheid, afgunst en nijd ootmoedig vergiffenis, en bid U vurig-, mij een goedgunstig hart te geven, opdat ik, gelijk Mozes, in alles uwe glorie behartige en mij in niets verblijde tenzij in uwe verheerlijking, mot Mozes zeggende: ,,wie zal mij [/even, dat al het volk prophetere en dat de Heer hun zijnen lt;jeest yeve\'tquot; (Numer. 11. 29). quot;Wat scheelt het mij, o mijn God en Zaligmaker, door wien uw naam onder het volk verkondigd en verheerlijkt worde; \'t is mij genoeg, dat hij geheiligd en geëerd zij. Ach, of alle schepselen U loofden,
95 13
{ liM )
Gij immers zijt allen lof waardig. O Jesus, voortaan zal ik op eens anders rijkdommen, grootheid, bekwaamheden, talenten of verheffing nooit meer jaloersch zijn. Gij alleen zijt mij genoeg en buiten U kau mij niets behagen. Neen, lieve Jesus, ik heb geen verlangen meer, tenzij TJ te beminnen en alle schepselen in liefde tot U te overtreffen. O Jesus, o eenigst en opperst goed! Doe mij uit liefde voor U branden en maak dat allo schepselen U beminnen, loven, prijzen en verheerlijken. Geheiligd zij uw NAAM! Amen.
106. Gebed tot de Allerh. Drieeenheid.
O God, hemelsche Vader, door uwe oneindige barmhartigheid, wees mij genadig! O Jesus, waarachtige Zoon des Vaders, door uwe over-groote liefde jegens den zondaar, ontferm U mijner I O God, H. Geest, in alles gelijk aan God den Vader en God den Zoon, door uwe mededoogendheid ik bid U, IT over mij te ontfermen en mij vergiffenis te schenken van al mijne fouten en onvolmaaktheden I O Allerh. Drieëenheid, door het heilig bloed en de oneindige verdiensten van Jesus Christus, bid ik TJ,
( I!\'-\' )
mij als uw kind aun te nciueii, te geleiden, to bestieren en tot do zaligheid te brengen. Amen.
10Ï. Gebed tot Jesus.
Dierbare Jesus, voor mij gekruist, wascli mij in uw dierbaar bloed, en reinig mij van al mijne zonden en boosheden. Aeh, ik bid U, mij al moer en meer te zuiveren, opdat ik voortdurend in uwo liefde toenemo. Aan den voet van uw heilig kruis neergebogen, waeht ik mot vertrouwen uwe barmhartigheid af. Zoudt Gij mij, nu Gij tot mij gekomen zijt, iets kunnen weigeren ? Neen, lieve Jesus, na U zolven aan mij gegeven to hebben, kunt Gij mij niets meer weigeren. Geef mij uwe liefde met uwo genade, dan beu ik rijk genoeg. Dat de kraeht uwer liefde mijn hart geheel innome on vertere, opdat ik dooide liefde uwer liefde sterve, gelijk Gij U ge-waardigd hebt door de liefde mijnor liefde aan een sohondolijk kruis to sterven. Amen.
108. Dankerkentenis.
Lieve Jesus, ik werp mij al dankend voor U neder, dewijl Gij mij, in weerwil mijner ondankbaarheden, zoo lang verdragen, zooveel verlieh-
( 1»« )
tii I gel i aangeboden on, zoo ik vertrouw, in uwe liefde en vriendschap hersteld hebt. Ja, hiermede nog niet tevreden hebt Gij U zeiven daarenboven als zielespij s aan mij geschonken. Welk een genade. Wat dankbaarheid ben ik U daarvoor niet verschuldigd? Gij hebt met alle volken zoo genadig niet gehandeld. Hoevelen leven er in het midden dor zonden en duisternissen van het ongeloof en der ketterij ? Hoevelen zijn er in hot midden hunner zonden en buitensporighodon uit het leven weggerukt en tot de eeuwige pijnen verwezen? Maar, lieve Jesus, Gij hebt mij uwe liefde en barmhartigheid betoond. Dank, lieve Jcsus, duizendmaal dank voor die goedheid en liefde. O hadde ik duizend millioenon tongen, om U te loven, te danken en te verheerlijken I Ik dank U, lieve Jesus, in vereeniging met al de lofzangen en dankzeggingen van al de Engelen en Heiligen; alsmede in vereeniging van al de lof en dankzeggingen der allerheiligste Maagd Maria en eindelijk in vereeniging met den lofzang, welke Gij zelf, na het laatste avondmaal, uwen hemelschen Vader hebt aangeboden; want na do dankzegging, zijt Gij uitgegaan naar den hof van Olijven om te bidden. O Jesus, ik zal ook met U uitgaan in lofzangen en dankzeggingen
( It\'T )
en zal mij don gansclien dag in U vorlieugcn on verblijden. Amen.
109. Gebed tot Maria.
Wonderbare Moeder, bid voor mij, opdat ik geheel voor Jesus zij. O Maria, Gij hebt reeds zoovele wonderen verrigt, doo nog dit wonder, dat allo afgunst, afgokeordheid on nijd zich uit mijn hart verwijderen, opdat het geheel voor Jesus zij en voortaan niets zooko, niets betrachte, niets bogeere dan do eer en glorie van Jesus. Maak, dat ik in waarheid kunne zeggon: Non qiuero gloriam meam; ik zoek mijne glorie niet, maar die van Jesus en van God mijnen Vader. Als God maar verheerlijkt wordt, hetzij door mij, hetzij door anderen, dan ben ik tevreden; daarin verheug ik mij en zal ik mij .steeds verheugen on verblijden. Amen.
Oefeningen.
1. Nooit jaloersch, noch afgunstig zijn, noch iemand iets benijden. 2. Do opkomende gevoelens van afgunst of afgokeordheid aanstonds bedwingen, door het bidden van een Wees gegroet Maria. 3. Liefde toonon aan hon die nijdig jegens ons zijn.
T WAAL F D E O E F E NI N G.
Over den geestelijken honger tegenover de gulzigheid.
VOOR DE II. COMMUNIE.
110. Het woord is eeu zielespija.
O ziol, verbeeld u in do woestijn to wozon alwaar Josus, na 40 dagen en 40 naeliton gevast te bobbon, bongor kreeg en bekoord werd tot bot eten; overweeg hoe Hij die bekoring overwint door zijne gedachten tot God te verheffen, zeggende: ,,/gt; mensch leeft niet van hrood nUeen, maar van alle wonrd, dat uitgaat uit Gods mondquot; (Matth. 4. ö). Zoo dan, lieve Josus, loert Gij ons dat wij onze gulzigheid moeten bedwingen en ons voeden door hot woord Gods, om, gelqk Gij, door hetzelve te leven en in hetzelve smaak to vindon, moor dan een uitgehongerde in do smakelijkste spijzen. Ach of ik zoo gelukkig ware, van in hetzelve mijn genoegen te vinden en er door te leven I Dierbare Josus, ontferm u mijnor, en geef mij die genade, want een christen die U oprogt bemint, leeft door uw woord, bij over-
( Iff )
woogt hot, zoo wol bij nacht als bij dag; hij donkt or altijd aan, hot blijft hom bij als oono smakelijke spijs on hij voodt er zich voortdurend mede, ten einde or door versterkt te worden en allo bokoiingon te overwinnen. O ziel, overweegt gij het woord Gods ? Vindt gij er smaak in ? Zijt gij er hongerig naar of hongert gij niet moer naar wereldscho ijdelhedon ? Waarvan looft gij ? Van hot woord Gods of van zinnelijke spijzen en drunken ?
Helaas, lieve Jesus, ik bon al te hongerig naar woroldsche ijdelhedon en al te zeer gehecht aan zinnelijke spijzen en dranken; daar vind ik smaak in, daarvan leef ik, terwijl Gij, hove Jesus, van het woord Gods loeft. O Jesus, verander mijnen smaak, opdat ik voortaan van het woord Gods leve en er steeds mijne voldoening in vinde. Ik vraag TJ deze genade vooral nu ik U in do H. Communie ga ontvangen. Wat zou ik nog kunnen begoeron, na ü ontvangen te hebben en met IJ vereenigd te zijn!\' Neen, lieve Jesus, niets ter wereld kan mij moer behagen. Gij alleen zijt mijn geluk, mijn troost, mijne vreugde en mijno liefde. Kom, lieve Jesus, kom spoedig; want ik verlang vui\'ig naar IJ. Amen,
( 200 )
111. De wil Gods is eene ziele spijs.
O Jesus, ik loes in de H. Schrift dozo woorden, die Gij zelf zeidet tot uwe Apostelen, toen zij IT, bij den put van Jaoob zittende, eten bragten: gt;,il- heh eene spijs te eten, die gij niet weet.... Mijne spijs is, dat Ik den wil doe van Hem, die Mij gezonden heeft, dat Ik zijn werk volhrengequot; (Joan. 4. 32. 34). O wat treffende en voel be-teekenende woorden! Het doen van don wil uws goddclijken Vaders en het volbrengen van zijn werk is dan uwe spijs! Ach of dit ook mijne spijs ware! Maar, lieve Jesus, denkt Gij welaan het lijden, dat Gij tot het doen van Gods wil en het volbrengen van zijn werk zidt moeten verduren ? O ja, mijn zoon. Ik heb er van hot eerste oogenblik mijns levens aan gedacht. Van toen af vertoonde dat lijdon zich levendig voor mijnen geest; van toen af nam ik alles uit do handen van God aan en aanbad Ik zijn wil in alles, zeggende; Zie, Vader, Ik kom, om uwen wil te doen Ps. 39. 9 en ad Hebr. 10. 9). Van toen af zweefden voortdurend voor mijne oogen de koorden en banden, de boeijen en ketenen, waarmede men mij zou binden; alsmede do roedon, de zweepen, de lederen riemen en ijzeren haken, waarmede men mijn ligchaam in
( 201 )
de geoseling zon verseheuron; verder liet kruis, waaraan men mg zou vastnagelen; do gal en azijn, waarmede men mij spotsgewijze in mijnen dorst zou laven; eindelijk de lans, waarmede mon mijne zijde wreedaardig zou doorsteken; met oen woord, van toen af zag Ik al de werktuigen van mijn lijdon en al de hijzonderc folteringen, die men mij zou aandoen, welke alle voortdurend voor mijne oogen zweefden on toch heb Ik van toen af alles met gelatenheid uit do handen van God mijnon Vader aangenomen en dit wel met meer vaardigheid on liefde dan een uitgehongerde de spijs zou aannemen.
O Jesus, hoe ver strekt uwe liefde zich uit! Hot volbrengen van den wil uws Vaders was dan uwe spijs! Gij haaktot er naar, moer dan een hongerige naar voedsel of een dorstige naar drank. En dit alles doodt Gij om ons te verlossen en mot uwen Vader te verzoenen. O wat liefde! o wat onbegrijpelijke liefde! Wanneer zal ik ook eens van liefde voor U branden ? O ziol, hoedanig is uwe liefde ? Is het doen van Gods wil ook uwe spijs ? Is het volbrengen van het u opgelegde work ook uw eenigst streven ? Indien God U een bitteren kelk van lijden, van vernederingen, van versmaadheden, van lasteringen.
( 202 _)
van verongelijkingon aanbood, gelijk Hij dien aan Jesus heeft aangeboden, zoudt gg dan dien kolk, gelijk Jesus, niet vaardiglieid en liofdo aannemen ?
O Jesus, ik schrik als ik er aan donk on schaam mij, ziende dat ik zoo weinig overeenkomst mot U heb. Helaas, ik sidder bij do gedachte van lijden, van vernedering, van versmading en bon nog steeds gehecht aan mijn eigen wil. Dagelijks bid ik; Uw wil geschiede, en toch bon ik ontevreden, zoo haast er iets te lijdon voorkomt. O Jesus, verander in mij dien ongelukkigen geest van ontovrcdonhoid, van morren en tegenspreken, en geef dat ik voortaan mot uwen wil tevreden zij on hem altijd en in alles volbrenge.
O Jesus, ik bid en smook Ti mij door uwe genade en door de kracht van uw voorbeeld te versterken, om altijd mot uwe beschikking tevreden te zijn en don kolk van lij don, hoe bittor \'ook, mot liefde to aanvaarden. Tot dat oindo verlang ik thans vurig U in de H. Communie te ontvangen. Kom, Hoer Jesus, kom en geef U aan mij, opdat ik oen met TJ zij en eenon geest en eenon wil met U hebbo. Amen,
( 20;5 )
112. Het H. Sakrament is eene zielespijs.
O Jesus, als ik U zio mot uwe Apostelen in de zaal van hot laatste avondmaal en de liefde overwoog uwer woorden met groot verlangen heh Ik verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik lijde (Lucas 22. 15), dan sta ik verbaasd over uwo goedheid jegens ons, ondankbare schepso-len; want waarom vorlangdet Gij zoo vurig dit Paasehmaal met uwe Apostelen to eten, daar Gij roods moor hot Paasehmaal met hen gegoten hadt? O Josus, ik weet het; opdat Gij op dat Paasehmaal de grootste blijken uwer liefde wildot geven, door hot H. Sakrament des Altaars in te stellen en U zolven tot zielespijs aan ons te geven. Zoo dan, lieve Josus, hebt Gij vurig verlangd U zeiven mot ons te vereenigen I Die veroeniging was dus voor U eene zoete en lang gewenschte spijs I O wat goedheid I o wat liefde I Gij verlangt dan vurig U mot mij te vereenigon; wie ben ik, of waardoor heb ik die gunst, dio genade verdiend; en ditniettegenstaando, verlangt Gij naar mij en wilt Gij TJ met mft vereenigen.
O ziel, verlangt gij ook naar Jesus? Hebt gij oene groote bogeorto u met Hem te voroonigon \'i Is dit H. Sakrament u als eene zoote spijs \'r
( 204 )
Dierbare Jesus, mijn verlangen naar U is al te flaauw. Mijn hart is nog te zinnelijk; \'t is nog te zeer gesteld op zinnelijke spij zen en dranken, en daarom ben ik nog te koud en te onverschillig voor die geestelijke spijze. Dierbare Jesus, ontferm U mijner en doe mij branden van liefde voor U, opdat ik U met een vurig verlangen ontvange. O ja, lieve Jesus, ik verlang vurig naar U; buiten U vind ik geene rust, geene voldoening. Kom, Heer Jesus, kom en geef U aan mij. Ik geloof, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. iSakramcnt des Altaars. Ik geloof in U, ik hoop op U, ik bemin U bovenal; ik nader tot U met een groot vertrouwen en vurig verlangen. Kom, Heer Jesus, kom; Gij alleen kunt mg gelukkig maken en verzadigen. A ju en.
113. Gebed tot Maria.
Maria, Moeder des Scheppers, bid voor mij. Jesus Christus, do Schepper van het heelal, is uit TJ geboren; met regt noemt derhalve de H. Kerk U Moeder des Scheppers en past zij op U deze woorden dor H. Schrift toe: ,,Hij, die mij geschapen heeft, heeft gerust in mijn tabernakelquot; (Eccl. 24. 12). Maria, Moeder des Scheppers
( ^05 )
toon nu ten mijnen gunste uw groot vermogen bij Hem, die alles geschapen heeft en wiens Moeder Gij zijt. Ik, nietige aardworm en ondankbare zondaar, moet nu dienzclfdon Jesus, dien Schepper van het heelal, als zielespijs in de H. Communie ontvangen; daarom hid ik U in mijn hart een nieuwen geest te scheppen cn daar voor Hem een schoon tabernakel, eene groote, eene met deugden versierde woonstede te maken. O Maria, mijne dierbare Moeder, weiger mij deze genade niet en maak, dat ik Hem waardig ontvange. Amen.
NA DJJ H. COMMUNIE.
114. De zoetigheid des Heeren.
O Jesus, hoe goed en zoet zijt Gij voor hen, die opregt van harte zijn I Hoe goed en zoet zijt Gij voor mij in het bijzonder en wat gehik voor mij U in de H. Communie te bezitten I.,. Hoeveel verschilt uwe zoetigheid van die der wereld!... De wereld is slechts zoet in schijn; maar Gij, lieve Jesus, zijt het in waarheid; Gij zijt de zoetigheid zelve. Alles wat do wereld geeft, is ijdelheid en baart spoedig onrust, bitterheid en naberouw; maar Gij, Heer, geeft oene ware, eene duurzame zoetigheid. Hoe beter meii U kent.
( -(Hi )
hoo meer men U smaakt, lioo volmaakter men U bezit en hoe inniger men met U vereenigd is, des te zoeter, te aangenamer en te beminnelijker zijt Gij aan onzen geest. Ja, lieve Jesns, Gij zijt zoet en beminnelijk, maar alleen voor hen, die TJ kennen en opregt liefhebben. Daarom zegt de Profeet David: ,,Proeft en ziet, dat de Heer zoet isquot; (Ps. 33. 9). Minnelijke Zaligmaker, doe mij uwe zoetigheden smaken, opdat het aardsehe mij wal ge; want al het vergankelijke is bitter voor hem, die U kent en bemint. „Gelijk na honig geproefd te hebben, alles bittor schijnt, zoo ook walgt het vleeseh na den geest geproefd te hebbenquot; {S. Greyorius Hom. 16 in Evaug.) Die U, lieve Jesns, kent en bemint, beschouwt al het overige als verlies en nadeel en verfoeit alles als slijk, om TJ te gewinnen en zich innig met U te vereenigen (Phil. 3). Dierbare Jesus, hoo ben ik dan zoo dwaas geweest, van die ijdele dingen te beminnen en na te jagen 3 Geef, dat ik voortaan wijzer zij en U alleen beminne, met den H. Augustinus uitroepende: „Hoo zoet was het mij eensklaps alle ijdelo zoetigheden te derven ! Nu was liet mij een genoegen alle zoetigheden te verlaten, die ik te voren vreesde te verlaten; want Gij, de waarachtige en opperste
( 207 )
zootiglieid, verdreeft zo uit mij. Gij, die boven alle wellusten zoet zijt, doch niet voor vleesoli en bloed, Gij verdreeft ze uit mij en kwaamt in hunne plaats tot mijquot; (S. Aayust. Conf. I. 9 c. 1. 2). Dierbare Jesus, weiger mij nu deze gunst niet; Gij immers zijt tot mij gekomen; Gij rust in mijn hart en hebt U als eene spijs innig met mij vereenigd. Doe mij dan do genade van te walgen voor het vergankelijke en steeds door eene vurige liefde tot U gedreven te worden. Amen.
115. De springende bron.
Wat groot geluk is mij heden gesehied I Ik, nietige aardwonn, heb het brood der Engelen gegeten; ja ik, ondankbare zondaar, heb het vleeseh en blood van God, mijnen Heer, genuttigd. O wat groot geluk I Wat zou mij nog kunnen ontbreken of wat zou ik nog kunnen verlangen \'1 Do Zaligmaker zelf heeft gezegd: ,,Die gedronken zal hebben, ran het water, dat Ik hem geven ml, zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem geven zal, zal in hem een bron worden van- water, dat springt tot in het eeuwige levenquot; (Joan. 4. 13. li). Lieve Jesus, zoo ben ik dan gelukkig; wijl ik van dit geestelijk water heb gedronken, en Gij mij met uw vleeseh
( 208 )
en bloed hebt gespijsd! O Jesus, ontneem mij nu den dorst tot aardseho goederen en doe in mij ontspringen eene geestelijke bron van water, dat springt tot in hot eeuwig leven; dat is, geef, dat mijne gedachten, begeerten en genegenheden zich hemelwaarts verheffen gelijk hot water eener springende fontein. Mijn Jesus, verkoel nu in mij den dorst tot zinnelijke goederen, blusch don brand mijnor kwade driften en maak mijne ziel vruchtbaar in goede gedachten, woorden en werken. Dierbare Jesus, wees mij een bron van levend water, dat springt tot in het eeuwige loven, opdat ik los van de aarde, van nu af in don hemel wono, U lovende en dankende, zeggende; „Heilig, Hciliy, Heilig, Heer God der Heirkrachtenquot; (Is. (J. 3). Amen.
116. Se eenheid van smaak.
Ach of ik de grootheid der welvaart konde, die God mij nu gedaan heeft, en wie Hij is, die zich aan mij hooft gegeven! Dan zeker zou ik buiten Hem in niets smaak meer vinden. Ik heb nu mijnon Jesus, mijnen God en Al, ontvangen en ben op de allernaamvste wijze met Hem ver-eenigd, zoodat ik één met Hem geworden ben; dit heeft Jesus mij zelf verzekerd: „Die mijn
( 209 )
vleesch eet en mijn hloed drinkt, hlijft in Mij en Ih in hemquot; (Joan. C. 57). O welk eone genade! Gij, lieve Jesus, zijt nu in mij en ik in U! Wij zijn nu een geworden! Al mijne gedachten, genegenheden, verlangens en begeerten moeten nu één met de uwen zijn : ik mag naar niets meer hongeren of dorsten, dan waarnaar Gij hongerig en dorstig zijt. O Jesus, uw honger en dorst was een geestelijke honger en dorst. Uw spijs was het doen van den wil uws Vaders en het volbrengen van het U opgelegde werk; namelijk het bewerken onzer verlossing en de vol-tooijing van het werk onzer zaligheid. O wat verhevene, wat kostbare spijs! Ach of dit ook mijne spijs ware! Heer Jesus, geef dat ik voortaan geenen smaak meer hebbe, dan in het doen van Gods wil en in het volbrengen van het mij opgelegde werk en dat ik integendeel walg hebbe voor alles wat de wereld boog acht en slechts de zinnen en driften kan streelen. O Jesus, die uit liefde tot mij 40 dagen en 40 nachten gevast hebt en in uwen dorst met gal zijt gelaafd, — uit liefde tot U verzaak ook ik aan allo zinnelijke voldoeningen en maak het besluit, mijne zinnen te versterven en nooit meer om eene oogenblikkelijke voldoening aan U te mishagen.
93 14
( ^H) )
Neen, lioVo Jesus, ik wil zoo dwaas en zoo ondankbaar niet meer zijn; voortaan zal ik U alleen beminnen en steeds matig, regtvaardig en godvruchtig voor U leven. Sta mij bij, lieve Jesus, opdat ik aan deze voornemens getrouw bijlve en geef dat ik door eene standvastige verloochening aan alle zinnelijke zoetigheden steeds proeve, hoe zoet Gij zijt, opdat in mij bewaarheid worde, hetgeen de profeet David zegt; Proeft en ziet dat d\'i Heer zoet is.
O ja, lieve Jesus, dat wil ik van nu af aan doen. Wereldsche vermaken of zinnelijke voldoeningen, die ik, helaas, te lang heb nagejaagd, kunnen mij niet verzadigen; wijl ik voor U geschapen ben en mijn hart ongestadig is, tot dat het in U ruste; daarom zal ik voortaan in het doen van Gods wil en in hot volbrengen van het mij opgelegde werk, mijn geluk en troost zoeken. Liefderijke Zaligmaker, mijn hart heeft walg van alle menschelijke en zinnelijke vertroostingen. Ik kwijn van liefde voor U, het eonigstc voorwerp mijner liefde; en daar ik het geluk nog niet heb, U in den hemel van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen, zal ik, gedurende mijne ballingschap, gestadig tot U verzuchten on met mijnen geest in den hemel wonen. Ik zal slechts leven
( 211 )
uit liefde tot U, o mijn Jcsus, niiju God en mijn Al\' Ik zal mij geheel met II vcreenigen, gelijk Gij U met mij vereenigd hebt door de H. Communie. O zooto, o aangename vereeniging I geef dat ik nooit van U gescheiden worde. Amon.
117. Gebed tot Maria.
Moeder des Scheppers, bid voor mij, opdat ik vruchtbaar worde, gelijk Gij het geweest zijt, en ik Josus, mijnen God en Schepper, in mijne gedachten, woorden en werken op eeno geestelijke wijze bare, door steeds aan Hem en zijne liefde te denken, steeds van Hem en tot zijne eer te sproken en altijd voor Hem en zijne glorie te werken. Amen.
Oefeningen.
1. De genegenheden des harten nooit vestigen op zinnelijke spijzen of dranken. 2. Van dezelve nimmer spreken uit gehechtheid. 3. Nooit eten of drinken uit zinnelijkheid, maar alleen uit behoefte of somtijds uit welvoegelijkheid en liefde.
DERTIENDE OEFENING.
Vervolg over den geestelijken honger.
VOOll DE II. COMMUNIE.
118. Het Brood van Gedeon.
Ik lees in do H. Schrift, dat Godoon hot verhaal oons drooius aanhoorde van iemand, die zeide: „Mij dacht, dat ik een brood onder de assche gebakken uit do schuur zag rollen en tot do legers van Madian afdalen; bij hot tabernakel gekomen wierp het hetzelve omver en verbrijzelde het tot gruis, een ander dit hoerende, zeide; H Is niets anders dun het zwaard van Qedeon. (Judicum 7. 13).
Dat brood, onder do assche gebakken, is oen afbeeldsel van het H. Sakrament dos Altaars, hetwelk, door de liefde van Josus Christus ingesteld, ons tegen de vijanden dor zaligheid versterkt en ons helpt, om hon omver te werpen en geheel to verdelgen. O ja, lieve Josus, Gij zijt dat levendmakend en krachtgevend brood.
( 213 )
om mij tegen de vijanden mijner zaligheid te versterken. Hoe menigvuldig, hoe magtig, hoe listig, hoe onvermoeid en hoe behendig zijn die vijanden; hoe zwak daarentegen, hoe onstandvastig, hoe onvoorzigtig en hoe onbedreven ben ik! Wat zal er dan van mij geworden\'\' Minnelijke Zaligmaker, ik kan tct niemand mijne toevlugt nemen tenzij tot U; Gij inuners zijt dat versterkend hrnody pants con for tam. Kom tot mij, lieve Jesns, kom tot mij en geef mij dat versterkend brood, opdat ik sterk zij tegen mijne vijanden en hen allen overwinne. Helaas, tot nog toe heb ik te zeer naar wereldsche, vergankelijke en ijdele dingen gehaakt; ik heb er mijne zinnen te zeer opgesteld en mijn hart er te zeer aan vastgehecht en daarom was ik zwak en voor het geestelijke ongevoelig; want „do zinnelijke mensoh verstaat niet wat van den Geest Gods is.quot; (1 Oor. 2. 14). O Jesus, doe mij het nietige van al het aardscho beseffen, om er mijn hart meer en meer van af te trekken en alleen het hemelsche te zoeken en te smaken, en er door versterkt te worden. O zoet, o versterkend brood, dat Gij ons aanbiedt! Gij immers „riyt voor mij eenen maaltijd aan onder het oog van mijne verdrukkersquot; (Ps. 22. 5). Aan dien maaltijd geeft Gij dat hemelsch brood, het
( 214 )
brood van uw vleesch on bloed, om mij to versterken, ten einde alle aanvoclitingon mijner vijanden te overwinnen. O Jesus, geef mij dat versterkend en kraclitgevend brood, opdat ik getrouw blijve en altijd zegeviere over mijne vijanden. Kom tot mij, lieve Jesus, en veroenig U met mij, opdat ik door U versterkt, oven als Gedeon, al mijne vijanden ovcrwinne en volkomen vernietige. Amen.
119. De oude Simeon.
O ziel, overweeg de vurige en teerhai-tige liefde van den ouden Simeon. Hij was een regtvaardig man, vol van de vrees des Heeren en van den II. Geest en verlangde vurig naar do komst van den Messias; Hij werd door den H. Geest naar den tempel gedreven, tonzelfdon tijd, dat Maria naar den tempel ging, om liet Kind Jesus aan don Heer op te dragen, en zoo had hij het geluk van het goddelijk Kind niet alleen te zien, maar ook op zijne armen te dragen en aan zijn hart te drukken. Hoe vurig was zijn verlangen! Hoe brandde zijn hart van begeerte! Met wat vlijt en ijver ging hy naar den tempel! Met wat eerbied beschouwde hij Jesus, mot wat liefde nam hij Hem op zijne armen, en met wat vurigheid
( ^5 )
drukte hij Hem aan zijn hart I O ziel, zijt gij ook regtvaardig, zuiver van zonden en door do liefde innig met God vereenigd ? Leeft gij ook in de vrees des Heer en en vermijdt gij stiptelijk alles, wat eenigszins aan de heilige oogen van God zou kunnen mishagen !\' Zijt gij ook vol van den II. Geest,- en handelt gij altijd volgens zijne ingeving?... Verlangt gij ook vurig naar Jesus en gaat gij met zulke drift, met zulken eerbied on zulke liefde naar de kerk, om Hem in de H. Communie te ontvangen ?
Dierbare Jesus, wat zal ik zeggen? Ik kan niets doen dan mij diep voor U vernederen en mijne zonden, onvolmaaktheden en fouten regtzinnig erkennen en rouwmoedig beweenen. Helaas, ik ben zoo tlaauw in uwe dienst en zoo traag in U te ontvangen; ik ben maar al te zeer op de voldoeningen dor zinnon en aardsche goederen gesteld; deze nemen mijn hart in, trokken mijne genegenheden tot zich en verwijderen mij van U. Ach, heve Jesus, hoe spijt mij dit! neem die kwade neiging uit mijn hart weg on vernietig in mij die zucht naar het zinnelijke, opdat ik voortaan naar TT alleen hongerig en dorstig zij en met den profeet David in waarheid moge zoggen; Gelijk een hert naar ivaterhronnen
( -\'16 )
smacht, zoo smacht mijne ziel naar U, o God! (Ps. 41. 2). O ja, lievo Josus, ik verlang naar TJ, mijn hart is dorstig naar U; kom tot mij; want Gij alleen kunt mij verzadigen. Mijn honger en dorst zijn zoo groot, dat al het aardscho niet genoeg is om dezelve te bevredigen. Noen, lievo Jesus, geen aardsch goed kan mg verzadigen; Gij alleen kimt het; Gij alleen zijt mij genoeg; mijn hart is en zal altijd ongestadig en ontevreden zijn, tot dat hot U bezit en door U verzadigd wordt. Wat is toch alles, wat do wereld mij geven kan, anders dan ijdelheid en kwelling des goestes? Dat gaaft Gij, lievo Jesus, duidelijk te kennen, toen Gij tot de samaritaansehe vrouw zoidet: ,,Al tvie van dit ivater drinkt, zal wederom dorsten; dochivie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, zal in eeuwigheid niet dorstenquot; (Joan. 4. 13).
O Jesus, geef mij dat water, opdat ik niet meer dorste naar de vergankelijke goederen der wereld. Kom tot mij, lieve Jesus, geef U aan mij, want ik verlang vurig TJ in de H. Communie te ontvangen. Amen.
120. De springende waterbron.
Liefderijke Jesus, het H. Sakramentdes Altaars is die levendige bron, waarover Gij met de sama-
( 217 )
ritaansclie vrouw spraakt, toen Gij zoidet: „Het water, dat Ik hem geven zal, zal in hem een hron worden van water, dat springt tot in het eeuiuige levenquot; (Joan. 4. 14). Ja, lieve Jesus, do H. Communie is die heilzame bron, welke in ons die lieilzame uitwerking te weeg brengt. Gij immers, lieve Jesus, zijt er zelf tegenwoordig en maakt er ons doelaclitig aan de schatten uwer genade, die alleen geschikt zijn, om ons hart van de aarde te onthechten, om onze genegenheden hemelwaarts te verheffen en onze verlangens volkomen te bevredigen. Lieve Jesus, wat geluk is het dus voor mij U te mogen ontvangen en mijnen dorst door de heilzame wateren uwer genade te mogen lesschen. Kom spoedig tot mij, lieve Jesus, mijn verlangen is zeer groot; mijne ziel kwijnt van liefde. Kom tot mg, opdat ik nooit meer dorste naar do wereld of naar iets dat wereldsch is, maar alleen naar U, die mijn opperste goed zijt. Wat troost voor mij, dat ik, gedurende mijne ballingschap op aarde, tot U mag nadei-en, U ontvangen en mij geheel met U vereenigen. Dierbare Jesus, ik geloof, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Ik ben niet waardig tot U te naderen en U te ontvangen; maar Gij wilt, dat ik tot TJ
( 218 )
komo on mijne noodwendigheden d wingou er juij toe ; daarom kom ik mot groot vertronwen en hoop ik, dat Gij mg, volgons do menigte uwer barmhartigheden, genadig zult wezen; ik wonsch U vurig to beminnen en niet alleen dooide llefdo, maar ook door het H. Sakramont één mot U te worden. Zie, liovo Jesus, ik kom om U te ontvangen. Amen.
121. Gebed tot de H. Maagd Maria.
Moodor des Zaligmakers, bid voor mij, bij zonder nu ik Hem in do H. Communie moot ontvangen. O Maria, door uwe ootmoedigheid hebt Gij do oogon van God tot U getrokken en zijnon eenigen Zoon uit den hemel in U doen afdalen, om de men-schelijke natuur uit U aan to nomen en uit U geboren te worden; bid voor mij, opdat ik nederig van harte zij en dienzelfden Jesus waardig ontvango. O Maria, worp TJ voor don troon van Jesus, uwen Zoon ons aller Zaligmaker, eerbiedig neder en bid Hem voor mij, want zeker zal Hij U niets weigeren; bid Hem, opdat ik Hom ontvango mot oen zuiver hart, mot oen levendig geloof, eone vaste hoop, vurige liefde en diepe ootmoedigheid. Amen.
( 219 )
NA DE H. COMMUNIE.
122. De oude Simeon.
Ik lieb dan mijnen Josus, mijnen Heer en God, in de H. Communie ontvangen! O welke genade I Welke dankbaarheid ben ik daarvoor niet verschuldigd! O ziel, hoe gelukkig erkende zich do oude Simeon, toen hij Jesus op zijne armen mogt ontvangen en aan zijn hart drukken. Hij was van vreugde, als buiten zich zeiven. Mot wat eerbied en vurigheid nam hij hot Goddelijk Kind op zijne armen en met wat liefde en heilige aandoening drukte hij Het aan zijn hart. God lovende en dankende ! Hij voelde zich zoo gelukkig, dat al zijne verlangens op de aarde voldaan waren en hij niets anders meer wenschte dan te sterven, zeggende: ,,Nu, laat Gij, lieer! uwen dienstknecht henen gaan in vrede naar uiu loooi-d; want mijne ooyen hehben uiu heil gezien, dat Gij hereid heht voor het aangezigt van al de volken; een licht ter openbaring voor de heidenen en een luister voor uw volk Israël.quot; (Luc. 2. 29 etc.) Hoe opwekkend en aandoenlijk is het dien heiligen grijsaard zoo vol blijdschap te zien. Hij wil niets moor zien, na Jesus gezien te hebben, uit vrees van zijne oogon te ontheiligen, die door
( 220 )
het zien van Jesus geheiligd waren. Ofschoon de oude Simeon zich gelukkig achtte, ik ben nu toch veel gelukkiger; want ik hch dienzelf-den Jesus wel niet mogen zien en op mijne armen nemen; maar daarentegen heb ik Hom oj) mijne tong mogen ontvangen en als ceno zielespijs mogen nuttigen; zoodat Hij nu in mij is en één met mij is geworden. Hoe groot is nu mijn geluk I O ziel, zijn nu ook uwe verlangens voldaan ? Hebt gij nu nog iets te zien, iets te wenschen ? Bezit gij nu niet alles wat rijk, wat groot, wat aangenaam kan zijn ?Zijt gij nu niet vereenigd met Jesus, de bron van alle goed? Wat zou u dan nog kunnen ontbreken of wat zoudt gij nog kunnen verlangen ?
Sterven was alles wat de oude Simeon verlangde en hij had gelijk; want hij had Jesus, zijnen Zaligmaker en God, mogen zien, in zijne armen nemen en aan zijn hart drukken. O ziel, wat zoudt gij nu nog kunnen verlangen, nu gij, Jesus, uwen God en Zaligmaker, hebt mogen ontvangen en Hij zich innig met u vereenigd heeft? Lieve Jesus, niets anders, dan te sterven uit liefde tot U; of, als het Gods wil is, uit liefde tot U te leven, te arbeiden en te lijden. O ja, lieve Jesus, dit is mijn wensch; deze is mijne
( 221 )
bode: „Levend hen niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (ad Gul. 2. 19).
123. Het erfdeel.
Liovo Josus, Gij zijt do God van mijn hart, en hot dool mijner erfonis; als ik U bezit, bozit ik alles; maar had ik ook alles buiten U, dan nog had ik niets; want buiten IJ is alles niets. Hoe kan het dan zijn, lieve Jesus, dat er mon-schen gevonden worden, die buiten IT iets beminnen, dat zij niet om U beminnen? En toeh, holaas, dusdanigen zijn er velen! Ach, hoe velen zijn er, die in rijkdommen, grootheden en vermaken hunne voldoening zoeken, zich verbeelden in derzelver genot gelukkig te kunnen zijn en daarom hen gelukkig noemen die dusdanige goederen bezitten; doch zij bedriegen zich; immers, lieve Jesus, wat zijn al die goederen anders dan ijdelheid en kwelling dos geestes ? men kan or niet van zeggen; Non auferetur, Het zal u niet ontnomen worden. Ik zal dus zulk volk niet gelukkig noemen; maar, gelijk de profeet David, zal ik gelukkig noemen ,, Het volk, welks God de Heer is, Beatus popidus, cujus Dorninus Deus ejusquot; (Ps. 143. 15). Waarlijk, lieve Jesus, zulk volk is gelukkig. God bezittende, bezit hot alles.
( 222 )
f
O God, hoe goed zijt Gij voor hen die opregt van harte zijn! Gij vervult hen met troost en blijdschap, zelfs te midden der smarten die zij te *
lijden hebben. De apostel Paulus zegt: „Ik hm vol van troost: ik vloei over van llijdschap hij al onze verdrukkingquot; (2 Cor. 4. 7).
O Jesus, o God mijns harten en mijn deel in eeuwigheid! want wat heb ik in den hemel en wat verlang ik op aarde buiten U!-\' Niets, lieve Jesus;
buiten U is er niets, dat mij gelukkig kan maken of mijn hart kan bevredigen. Ik acht IJ boven alles; ik bemin U meer dan koningrijken en troonen en voel mij in uw bezit opregt gelukkig. O Jesus, ik bid U, U nooit van mij te verwijderen ; maar U geheel met mij te vereenigen en één met mij te worden. Zie, lieve Jesus, ik geef mij van nu af aan, geheel aan U en heb het vaste besluit gemaakt, mijn hart nooit meer te hechten aan aardsche goederen; noen, lieve Jesus, Gij alleen zijt mijn God en mijn deel in eeuwig- i
heid. Amen.
124. Be schat.
Lieve Jesus, nu ik U ontvangen heb, heb ik den schat van het Evangelie gevonden, om welks aanwinst men naar uw woord gaarne alles moet
f
( 223 )
Opofferen. Inderdaad, lieve Jesus, dat is zoo. Ik lieb geproefd, hoe zoet Gij zijt, en bij ondervinding weet ik, dat Gij alleen de begeerten mijns harten kunt bevredigen; hoe zou ik dan nog zoo dwaas kunnen zijn van aardsche dingen na te jagen, of mijn hart te hechten aan rijkdommen, grootheden, vermaken of zinnelijke voldoeningen in spijs of drank? Mijne oogen kunnen door ze te zien, niet verzadigd, noch mijn hart bevredigd worden door ze genieten. Na alles genoten te hebben, zou ik met den koning Salomo nog moeten bekennen, dat alles ijdelheid en kwelling des geestes is. Wijl Gij daarentegen, lieve Jesus, mijn God zijt en mijn Al, heb ik in uw bezit alles en blijft er mij niets te wenschen over. Gij zijt de eenige Beminde mijns harten; Gij zijt mijn eenigst deel, mijn schat en mijn al. Ik heb U gezocht en gevonden en nu met U vereenigd, zal ik U nooit meer laten gaan. Neen, lieve Jesus, voortaan zal ik mij nooit meer van U verwijderen, Gij zijt hot deel, dat ik heb verkozen en dat mij nooit zal ontnomen worden, non auferetur. Hoe zou ik nog zoo dwaas kunnen zijn, van iets buiten U te beminnen? Men kan er niet van zeggen: Non auferdur, Het zal v niet ontnomen ivorden;
( Lgt;24 )
immers al liet aardsche kan mij dagelijks, zelfs tegen wil en dank, ontnomen worden, en zeker zal ik het eens moeten verlaten. Wat zou het mij baten, indien ik de gelieele wereld won en alle goederen en vermaken kon genieten, maar mot dat al mijne ziel verloor? Lieve Jesus, ik wil dan liever mijn hart aan U schenken en op uwe vermaning alleen naar de eeuwige goederen streven: „Vergadert u yeen schatten op de aarde waar roest en mot verderven, en waar dieven uitgraven en stelen; maar vergadert u schatten in den hemel, tuaar noch roest, noch mot ze verderft en waar geen dieven uitgraven noch stelen : want waar uw schat is daar is ook uw hartquot; (Matth. G. 19. 21).
Zie, lieve Jesus, mijn hart is nu geheel voor U ; maar ik ben zwak en onstandvastig; daarom bid ik U, mij te versterken, om dit besluit altijd ten uitvoer te brengen.
125. Onderzoek.
O ziel, daar de honger van Jesus een geheel geestelijke honger was, onderzoek dan u zelve, hoedanig uw honger is, of waarop gij het meest uwe zinnen en genegenheden stelt; is het op het eeuwige of op het vergankelijke ? op \'sHeeren
( 225 )
zoetigheden of op die der wereld ? op zinnelijke spijzen en dranken en voldoeningen der zinnen of op het woord Gods, op de spijs der Engelen, die ons wordt voorgezet in de H. Communie ? Is het op ijdelheden en op het weten of hooren van nieuwigheden, of liever op God en goddelijke dingen? Is hot op de kennis en op de volbrenging van Gods wil of wel op die van uwen eigen wil ?
Dierbare Jesus, ik sehrik bij dit onderzoek, want ik zie dat mijn honger zoo zeer van den iiwen verschilt. Do eeuwige goederen, het woord Gods en het volbrengen van Gods wil waren uwe spijs, naar welke Gij haaktet en waarmede Gij U voeddet; maar helaas, ik haak naar vergankelijke goederen, naar ij dele vermaken en voldoeningen der zinnen, en jaag mijn eigen wil na; hoe ben ik zoo dwaas! Ik ben voor U geschapen, lieve Jesus, en kan alleen in U en door U verzadigd worden; doe mij dit goed begrijpen en geef dat ik vooi\'taan U alleen zoeke en uwen wil in alles volbrenge. Amen.
95
16
( L\'20 )
126. Gebed tot de H. Maagd Maria.
O Maria, Moeder des Zaligmakers, bid jvoor mij, opdat ik Jesus vurig beminne, gelijk Gij Hem altijd bemind liebt. Toon nu uw groot vermogen bij Jesus, uwen G-oddelijken Zoon, en vraag voor mij de genade, dat ik mijn hart onthechte van alles wat wereldsch of vergankelijk is, om voortaan voor God en den hemel te leven, en alles uit liefde tot Hem alleen te doen en te lijden. Amen.
Oefeningen.
Bij eiken maaltijd zich iets onttrekken, om hetzelve als oen ofïer aan Jesus op te dragen.
VEKRTIENDE OEFEN ING.
Geestelijke honger.
TOOll DE H. COMMUNIE.
127. Jesus dorst naar onze zaligheid.
O ziel, verbeeld u Jesus aan liet kruis te zien hangen en Hom te hooren zeggen; „Ik heb durstquot; (Joan. 19. 28).
O Jesus, groot was uw lijden, groot was uw dorst naar drinken; maar uw verlangen, uw dorst naar onze zaligheid was veel grooter en deed U uitroepen: //: heb dorst; hot was volgens den H. Augustinus, alsof Gij zeidet: „Mijn dorst is uwe zaligheid; mijn dorst is uwe verlossing: Ik dorst naar uw geloof, naar uwe zaligheid, naar uwe blijdschap: de dorst naar uwe zielen kwelt mij meer, dan die van mijn ligchaam.quot; Lieve Jesus, zoo schijnt Gij dan uw eigen lijden te vergeten, om medelijden met ons te hebben I Hoe kunt Gij mij zoo beminnen r Uw lijden was zeer groot, maar de liefde overwon II en deed U medelijden met ons hebben. O liefde! o ware.
( 228 )
o zuivere liefde! die U uw eigen lijden deed vergeten en U dorstig maakte naar mijn geluk, naar mijne zaligheid.
O ziel, dorst gij ook naar uwe zaligheid en naar die van anderen ? Zijt gij bereid er iets voor te doen en te lijden ? Tracht gn den dorst van Jesus te les-sehen door goede werken en ware deugden of laaft gij Hem integendeel met de gal uwer zonden \'i
Minnelijke Jesus, ik werp mij rouwmoedig voor U neder en verfoei mijne zonden, ondankbaarheden eri onachtzaamheden, welke U bitterder vallen dan de gal, waarmede men U laafde. Ik bewonder uwe goedheid en aanbid uwe liefde, die U zoo bezorgd deden zgn voor mijne zaligheid, ofschoon Gij er niet hot minste belang bij kondet hebben, wijl gij zonder mij volmaakt en oneindig gelukkig zijt. O Jesus, geef mij een vonkje van dat liefdevuur, opdat ik U opregt beminne en mij geheel aan U geve. Gij dorst naar mij, lieve Jesus, en ik dorst naar U; zie, ik kom; hier ben ik. Ik geef m ij aan XT; ontvang mij en vereenig mij onafscheidbaar met XJ 5 want ik dorst naar U : kom, lieve Jesus, en geef U aan mij, opdat wij een zijn. Kom, lieer Jesus, kom en wees de spijs mijner ziel. Amen.
( 229 )
128. Het Brood van Elias.
Ik locs in do H. Schrift, dat do profeet\' Elias in do woestijn vlugtendo voor Jesabel on niets moor liobbondo om zich to voodon, God bad om to mogen sterven. Moedeloos legde hij zich ter aarde en viel in slaap; doch God had medelijden met hem en zond hem een Engel, die hem aanstiet en zeide: „Sta op en eet; want gij helt no;/ eene groote reis te doenquot; (3 Keg. 19. ó). Hij stond op en zag aan zijn hoofd een brood en oen kruik met water; hij at en dronk er van en viel wederom in slaap. Do Engol stiet hom andermaal aan en zeide : „Sta op en eet; want gij hebt nog eene groote reis te doenquot; (1. c. v. 7); hetzelfde gebeurde een derde maal. Versterkt nu door deze spijs, reisde bij door de woestijn 40 dagen en 40 nachten lang, tot dat hij kwam bij don berg Horob.
O ziel, verbeeld u, dat diezelfde Engol tot u afdaalt, zeggende: Sta op en eet; want gij heht nog eene groote. reis te doen. Welk is de spijs, die u aangeboden wordt \'r \'t Is hot homelsch, hot goddelijk brood opgesloten in het H. Sakrament des Altaars, waar Jesus waarlijk en wezenlijk tegenwoordig is met godheid en mensehheid, met vlcosch en bloed, met ziel en ligohaam, gelijk Hij verheerlijkt in den hemel is I
( 230 )
O ziel, wat aangename tijding voor u! Gij gaat nwen Jesus, liet brood der Engelen, ontvangen ! Sta op uit uwe ellenden, onvolmaakt-licden en zonden. Sta. op en nader tot Jesus. Hij rust in het H. Sakramont, om u met zijn vleeseh en bloed to spijzen. — Sta op en haast u, om u met Jesus te vereenigen. Sta op en eet zijn vleeseh en drink zijn bloed; want gij hebt nog eene groute reis te doen. Die reis is waarlijk groot, gewigtig en gevaarlijk. Uwe reis is naar het land der eeuwigheid, langs con moeijelijken weg, te midden van duizende gevaren, waarvan de wereld vol is. O ziel, wat geluk voor u, op eene zoo gevaarlijke en mooijolijke reis eene zoo heilzame en krachtige spijs te mogen nuttigen I Stn op en eet; want door die hemclsche spijs zult gij versterkt worden, om ongehinderd door dc woestijn dezer wereld tc reizen, alle aanvallen uwer vijanden te overwinnen en op den hemel-schen berg aan te landen, waar gij in het bezit van God eeuwig gelukkig zult wezen. Amen.
129. Ootmoedige verzuchtingen.
O Jesus, hoe hebt Gij zoo goedgunstig aan mij gedacht en mij eene zoo heilzame en verster-
( 231 )
kende spijs willen geven! Wie ben ik, dat Gij mijner gedaclitig zijt en U gewaardigt mij te spijzen met uw vleesch en bloed ? Helaas, ik ben een nietige aardworm, een ondankbare zondaar, en toch gewaardigt Gij U, U over mij te ontfermen en mij met liet brood der Engelen te spijzen. O wat liefde! Gij daalt om mijnent wil uit don hemel neder en geeft U zeiven aan mij tot voedsel! O wat goedheid I Wat genade I Kom, Heer Jesus, kom en geef U aan mij. Mijn hart heeft walg van de wereld, van hare vermaken en zinnelijke voldoeningen en het verlangt vurig naar U; want \'t is voor U alleen geschapen en zonder U is hot ontevreden. Kom dan. Hoer Jesus, opdat ik een met II zij en Gij een met mij. Nu beklaag ik die ongelukkige jaren, toon ik U niet beminde, maar hongerig was naar ijdelhedon, naar vergankelijke goederen, naar zinnelijke spijzen en dranken; ik was gelijk aan de joden, die steeds haakten naar de spgzeu van Egypte, terwijl zij afkeer hadden van het hemelsch manna. Ik was gehecht aan ligchamo-lijko spijzen en daarom kon ik geenen smaak vindon in die zielespijs, het brood der Engelen. O Jesus, trek nu mijn hart van alles af, opdat ik mijn geluk bij U alleen zoeke. O Jesus, hoe
( 232 )
zoet zijt Gij aan die oprogt van harte zijn, en hoe verheven is de spijs, die Gij ons geeft I Zij bevat alle zoetigheid en allen smaak in zich, maar wordt slechts geproefd door hen die hun hart van de wereld en het zinnelijke aftrokken; immers ,, De zinnelijke mensch verstaat niet ivat van den Geest Gods isquot; (1 Cor. 2. 14). O Jesus, \'t is dan niet te verwonderen, dat ik voor die geestelijke spijzen zoo koud en ongevoelig was; immers de begeerte tot ligchamelijke spijzen had mijn hart ingenomen en bijgevolg bleef ik koud en onverschillig voor dit geestelijk voedsel.
Dierbare Jesus, ontfez-m U mijner en trek mijn hart en mijne genegenheden van het vergankelijke af, opdat ik voortaan naar U en de hemcl-sc\'ho goederen verzuchte. O Jesus, zie, thans kom ik tot TJ, om U in de H. Communie te ontvangen. Ik geloof vastelijk, dat Gij in het H. Sakrament dos Altaars waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt en ben bereid ter bevestiging van dit geloof, mijn leven ten offer te brengen. O Jesus, ik geloof in IJ. Ik hoop op IJ. Ik bemin ü bovenal. Ik verlang naar U, om mij met U te vereenigen en in deze vereeniging te loven en te sterven. Amen.
( 233 )
130. Gebed tot de H. Maagd Maria.
Allervoorzigtigste Maagd, bid voor mij, opdat ik altijd, cvon als Gij, in alles oen wijze keus doo. O Maria, Gij hebt altijd het beste deel verkozen. Gij wenddot steeds uwe oogen en geno-genliedon af van alle vergankelijke goederen, en Ladt ze alleen op God en goddelijke dingen gevestigd. Hoe wijs was deze uwe keus! Bid voor mij, opdat ik voortaan hetzelfde verkieze; wat is tocli al het aardsche anders dan ijdelheid ? Hoe zou ik dan zoo dwaas zijn van mijn hart aan die ijdelo dingen te hechten! Neen; ik wil zoo dwaas niet zijn. O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds verlange Jesus in do H. Communie te ontvangen en mot Hem vereonigd te leven, tc lijden en te sterven. Amen.
XA DE H. COMMUNIE.
131. Geluk in Jesus.
Ik heb mijnen Jcsus, mijnon God en Al, ontvangen. Na dan ben ik regt gelukkig! Josus heeft zieh waarlijk en wezenlijk met mij vereonigd; en nu met Josus vereenigd, beschouwt mij God do Vader mot liefde; do Engelen met
( ^4 )
eorbiod; en do Heiligen mot vreugde. iV»isJosus, als eene springende hron, in mij, om de gonegen-hodon mijns harten liemelwaarts te verheffen, mij van de wereld en hare vermaken te doen walgen, mij met geestelijke zoetigheden te vervullen en voor God alleen te doen leven. O Jesus, hoe goed zijt Gij jegens mij! Gij voedt mij mot het brood der Engelen, met uw eigen vleesch en bloed; zou mij dun nog iets ontbreken of zou ik dan nog naar wereldsche zoetigheden of vertroostingen kunnen verlangen? Neen, lieve Josus, voortaan heb ik slechts één verlangen, namelijk, IT to behagen en één met U te zijn. Voortaan zal ik al mijne gedachten, genegenheden en begeerten tot God alleen stieren; want Hem alleen wil ik beminnen. Hoe zou ik de rijkdommen, do zinnelijke vermaken, wereldsche ijdclheden, of bedriegelijke grootheden nog kunnen beminnen, daar ik U heb ontvangen en met U vereenigd bon? Neen, dierbare Jesus, dat niet meer; buiten U is alles ijdelheid. Gij alleen zijt mij genoeg; Gij immers zijt mijn deel, mijn God en mijn Al. O Jesus, doe mij al meer en meer uwe grootheden en volmaaktheden beseffen, opdat ik U vuriger beminno en mij inniger met U ver-
( 235 )
conige. O Jesus, onthecht mijn hart van alles, opdat hot ongehinderd tot ü opvliege en in U ruste. Amen.
132. Het Brood van Elias.
O God, Gij hebt den profeet Elias met een hemelseh brood gevoed, toen hij meende van honger te moeten sterven, en hem door hetzelve zoo versterkt, dat hij in de kracht van dat hrood veertig dagen en veertig nachten voortreisde tot dat hij kwam op den berg Horeb, die een afbeeldsel van don hemel is. Wat geluk was het voor den profeet Elias zoo versterkt te worden door een hemelseh brood, om in dio dorre cn onvruchtbare woestijn niet te bezwijken! Evenwel ben ik nu veel gelukkiger; ik heb eon veel verhevener en voedzamer brood gegeten; ik bon gevoed met het brood der Engelen, mot het vleesch en bloed van Jesus Christus; Hij heeft zich aan mij gegeven en ik bon innig mot Hem vereenigd. Groot is derhalve mijn geluk! Ik mag nu alles van God verwachten, want daar Hij mij zijnen Zoon gegeven heeft, hoe zou Hij mij dan iets kunnen weigeren; vertrouw op Hem; vraag Hem alles, want Hij is bereid u alles te geven.
( 236 )
In de kracht van dit hrond zult gij uwe reis naar don heniol onvermoeid kunnen voortzetten. In de kracht van dit hroud zult gij versterkt worden tegon de aanvallen uwer vijanden, van don duivel, de wereld en liet vleescli. In de kracht van dit \'brood zult gij de zonden vermijden, uwe fouten verbeteren, uw hart en uwe genegenheden aftrekken van de wereld en voortgang maken in de deugd en in de volmaaktheid. O ziel, erken dus uw geluk en dank God.
Ja, lieve Jesus, ik zog U hartelijk dank voor eene zoo groote genade en bid U vurig, mij tocli niet te verlaten, want ik heb nog eono groote, moeijelijke en gevaarlijke reis te doon. Blijf bij mij ; noem mij bij do hand, gelijk eeno moeder haar kind, en leid mij, opdat ik niet valle noch afdwale, maar volharde tot dat ik komo tot aan den hemelschen berg Horeb, om ü daar van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen en mot de Engelen en Heiligen U te loven en te verheerlijken in eeuwigheid. Amen.
133. De eenheid met Jesus.
Dierbare Jesus, ik ben nu waarlijk gelukkig, niet alleen omdat ik nieuwe kracht heb ontvan-
( 237 )
gen, maar ook omdat ik nu innig met IJ ver-ecnigd ben. Gij zelf hebt gezegd: „/gt;/gt; mijn vleesch eet en mijn hloed drinkt, Uijft in Mij en Ik in hemquot; (Joan. (5. öquot;). O Jesus, ik lieb uw vleescli gegoten cn uw bloed gedronken; dus ben ik nu één met tl. Gij in mij en ik in U; o wat geluk! Ik moet dan in alles één zijn niet TJ; één in gedachten en begeerten; één in woorden en gesprekken; één in werken en handelingen ; één in genegenheden en liefde. O Jesus I Gods woord, uws quot;VJaders wil, het verlossingswerk en \'s mensehen zaligheid waren uwe spijs; geef dat ze ook mijne spijs zijn en ik voortaan mij voede met Gods woord, met de overweging van zijnen H. wil, met het volbrengen van het mij opgelegde werk en met de zorg voor mijne zaligheid en voor die van anderen. O Goddelijke spijs, verheven boven alle andere spijzen; spijs, die mij innig met God vereenigt en volkomen verzadigt! Dierbare Jesus, nu betuig ik regtzinnig, mijn hart nooit meer aan zinnelijke spijzen te zullen hechten noch U om eenig zingenot te willen mishagen. Uit liefde tot mij hebt Gij 40 dagen en 10 nachten gevast; om mijnent wil hebt Gij de bitterheid dor gal geproefd en zijt Gij met lasteringen ver-
( 238 )
zadigd geworden; daarom zal ik uit liefde tot IJ mijne zinnelijkheid in eten en drinken trachten te versterven en matig, rogtvaardig en god-vroezend in do wereld te leven. O Jesus, versterk mij, om deze voornemens standvastig ten uitvoer te brengen. Amen.
184. De altijddurende maaltijd.
Lieve Jesus, hoe gelukkig is de mensch, die bij U zijnen troost zoekt! Hij heeft vele verdiensten, zijn hart is in rust cn vrede en geniet een hemel op aarde; immers de H. Geest zegt: „Een ycrust gemoed is een altijddurende mdultijdquot; (Prov. lö. ló). Integendeel buiten God is ons hart ontevreden, ongestadig, gejaagd. De H. Augustinus zegt: ,.Heer, Gij hebt ons voor U geschapen cn ons hart is ontevreden, tot dat het in U ruste.quot; Daarom vereenig ik mij van nu af geheel met U en zal ik trachten, U meer en meer te beminnen en mijne rust bij U alleen te zoeken.
O Jesus, mijn hart heeft afkeer van de wereld en van al hare ijdelheden en bedriege-lijke vermaken. Gij alleen zijt het voorwerp mijner liefde, en daar ik het geluk nog niet
( 239 )
lieb U te aanschouwen en gelijk du Cherubijnen van liefde voor U te branden, zal ik, gelijk een balling op aarde levende, steeds naar den hemel, mijn vaderland verzuchten, ten einde het geluk te hebben U daar van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen en met de Engelen in allo eeuwigheid te uwer eer te zingen: „Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der Heirkrachteuquot; (Is. (i. 3).
135. Gebed tot de H. Maagd Maria.
Allervoorzigtigste Maagd, bid voor mij, opdat ik, naar uw voorbeeld, altijd voorzigtig wandele, niet in eene valsche of wereldsche voorzigtig-heid, maar in eene ware en wijze voorzigtig-heid, waardoor ik het geestelijke boven het ligchamelijke, het eeuwige boven het tijdelijke, het goddelijke boven het aardseho kies. quot;Wat zou hot mij baten hier alle geluk, allo vermaak, alle oer en alle rijkdom to genieten, indien ik mijne ziel zou verliezen? O Maria, bid voor mij, opdat ik dit goed beseffe en ik steeds het beste deel verkieze, hetgeen bestaat in de zonden te boeten, in mij zclven te verbeteren en in het aardsche te verachten; alsmede, in God te dienen.
( 240 )
te beminnen en zijnen wil in alles te aanbidden en te volbrenaren. Amen.
O E F E NI X G E N.
1. De gulzigheid of al te groote gretigheid in het eten of drinken bedwingen. 2. Matig zijn in liet nemen van spijs of drank. 3. Zich de zinnelijkste of de smakelijkste spijzen, ten minste gedeeltelijk, onttrekken.
V IJ F TIE N D E O E F E N IN G.
Vervolg over den geestelijken honger.
VOOR DE ir. COMMUNIE.
136. Jesus dorst naar lijden.
Dierbare Jesus, ik lees in do H. Schrift deze uwe merkwaardige woorden : „Ik moet een doopsel ontvangen een doopsel van hloed en hoezeer ivord Ik geprangd tot dat het volhrayt zij.quot; (Lucas 12. 50). Bii het lezen dezer woorden sta ik verwonderd over de liefde, die U bezielde, U zoo deed verlangen naar het lijden en U deed zoggen: „O, hoezeer word Ik geprangd door het verlangen naar hot oogcnblik, dat door mijnen kruisdood het werk van \'s mensoben verlossing zal volbragt zijn.quot; Dierbare Jesus, Gij waart te mijner liefde uit don hemel neergedaald; Gij wist, hoeveel Gij zoudt moeten lijden, hoe Gij uw bloed zoudt 95 1G
( 242 )
moeten vergieten en in hetzelve uls gedoopt worden; en desniettegenstaande verlangdet Gij naar uw lijden; het seheen U dat de tijd van uw lijden al te langzaam naderde en van verlangen werdt Gij geprangd, ten einde het werk der verlossing en de zaligheid der zielen toch spoedig te voltrekken. O Jesus, uitermate groot moot dan wel die liefde geweest zijn, welke IT naar het lijden deed verlangen. Waar heeft men ooit gehoord, dat iemand naar lijden verlangt, als een gevolg van do grootheid zijner liefde \'r Dit is ongehoord in de wereld, en toch hebt Gij het gedaan, lieve Jesus! Dierbare Jesus, ik bewonder en aanbid deze uwe liefde. Ach, of ik IT ook zoo teerhartig beminde en uit liefde tot IT naar lijden verlangde I Maar helaas mijne liefde is nog zoo flaauw. Ik schrik op het hooren van lijden. De minste bitterheid of tegenspoed, de minste pijn of smart, de minste beleediging of vernedering, ja zelfs het minste oneffen woordje is reeds genoeg, om mij ongeduldig of verdrietig te maken. O Jesus, verander deze mijne kwade gesteltenis, en maak dat ik, gelijk Gij, naar bet lijden verlange en mij verbeuge. wanneer ik iets te lijden heb. Zie, lieve Jesus, ik offer mij van nu af geheel aan U op; ik stel
( 243 )
ijm volkomen in uwe beschikking en onderwerp mij in alles aan uwen heiligen wil. O God de Vader, o God Zoon, o God de H. Geest, ontvang mij en alles wat in mij is. Zie, hier ben ik om uwen wil te volbrengen en alles uit liefde tot TJ te lijden. Amen.
137. Jesus dorst naar vereeniging.
O Jesus, mijn hart ontvlamt in liefde, als ik deuk aan die minzame woorden, welke Gij in het laatste avondmaal tot uwe Apostelen spraakt, zeggende: Met groot verlangen heb Ik verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik lijdequot; (Lucas 22. lö). O wat goedheid ! o wat liefde ! Dierbare Jesus, hoe kunt gij mij zoo beminnen ? Of waarom hebt Gij zoozeer naar dit Pascha verlangd\';\' Om geene andere reden dan om ons met dit Pascha de schoonste en treffendste blijken uwer liefde te geven, door voor ons het H. Sakrament des Altaars in te stellen, en U zeiven innig met ons te vereenigen. Wie ben ik, lieve Jesus, dat Gij mij zoo wilt beminnen en U zelvn zoo naauw met mij wilt vereenigen ? Het was U niet genoeg •Jii jaren met ons op aarde te blijven, voor ons te lijden en te sterven; Gij wildet bij ons blijven
( 244 )
tot het einde der wereld toe en de spijs onzer zielen worden. 0 wat liefde! Dierbare Jesus, lioe is hot toch mogelijk, dat Gij zoo kunt beminnen en dat ik evenwel zoo kond voor U kan zijn ? O mijn Jesus, ontferm U mijner en ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik U vurig bemimie en een groot verlangen naar U hebbe, want zonder TJ ben ik ongelukkig. Kom, Heere Jesus, kom, ik verlang vurig naar U, om tl als ziolespijs te ontvangen, met U vereenigd te worden en geheel voor U te leven. Amen.
138. Geestelijk verbond.
Liefderijke Zaligmaker, Gij hebt gezegd : ,,/gt;lt;gt;■ mijn vleesdi eet en mijn bloed drinkt, hhjft in Mij en ik in hemquot; (Joan. 6. 57), en zoo hebt Gij als een geestelijk verbond met mij willen aangaan. Van uwen kant wilt Gij U geheel aan mij geven, uw vleeseh en bloed, uwe ziel en uw ligehaam, uwe godheid en menschheid, alsmede al uwe verdiensten, het regt op den hemel, het onderpand der verrijzenis en der eeuwige zaligheid; met één woord, Gg wilt mij alles geven wat Gij hebt en wat Gij zijt. O wat heilzaam verbond.
( 245 )
hetwelk mij boven alle koningen dor aarde zal verheffen.
Van mijnen kant wilt Gij, dat ik mij geheel aan tl geve, mot alles wat ik heb, wat ik kan en wat ik bon, onder deze voorwaarden zult dij in mij en ik in U zijn. Dus moet ik U geven mijn ligchaam en mijne ziel; mijne zintuigen, namelijk mijn gezigt, mijn gehoor, mijnen reuk, mijnen smaak en mijn gevoel; daarenboven moet ik U geven mijn verstand, mijn geheugen, mijnen wil en mijne vrijheid; eindelijk al mijne goederen en bezittingen, dan zult Gij in mij en ik in ü zijn. Hoe heilzaam en voordeolig is dit vei-bond voor mij I quot;Wel is waar, lieve Jesus, Gij vordert alles van mij, maar in ruiling daarvoor zult Gij ook alles, U zeiven, geven. O wat goedheid, lieve Jesus! hot was niet noodig met mij een verbond aan te gaan; want ook zonder dat behoort alles ü toe ; al het mijne is het uwe ; Gij zijt er volkomen Heer en Meester van; Gij hebt regt om er naar willekeur over te beschikken. Dit verbond is dus geheel ten mijnen voordeele; weshalve ik ei-gaarne in toestem.
Lieve Jesus, dit verbond zij dus van af dit oogenblik tusschen ons gesloten: Gij zult geheel aan mij zijn en ik geheel aan U. Ik behoor niet
( -^o )
meer aan mij zeiven toe, maar aan U. Geheel aan U toebohoorendo zal ik mij ook geheel ten dienste van U besteden; mijne oogen zullen naar U gerigt zijn en op uwe wenken letten; mijne ooren zullen altijd openstaan, om te luisteren naar uwe bevelen, voorschriften, vermaningen en on-derwgzingen; mijne tony zal U steeds loven en aanbidden en zich uit liefde tot U in eten en drinken verstorven; mijne handen zullen onvermoeid zijn, om in alles uwen wil te volbrengen en uwe eer en glorie te bevorderen; mijne voeten zullen zorgvuldig alle wereldsche vermaken ontvlugten, do wegen uwer geboden bewandelen en mij dikwijls aan den voet van het H. Tabernakel brengen, ten einde ik U daar bezoeke; daarenboven zal ik trachten, dikwijls aan U te denken, dikwijls van U te spreken, altijd voor IT te loven, alles voor U te lijden en eindelijk voor IT te sterven. O Jesus, ik wil voortaan geheel aan U zijn; ontvang mij en alles wat in mij is of mij aangaat. Amen.
139. Bekrachtiging van dit verbond.
O Jesus, kom tot mij ; ik verlang vurig naar IT. Kom, geef U aan mij en bekrachtig het verbond.
( 247 )
dat wij nu gemaakt hebben. Std U als een zegel op mijn hart, als oen tecken, dat het U alleen toebehoort; sM U ah een zeyel op mijnen arm, opdat het blijke, dat hij uw eigendom is en ik voortaan alleen voor U arbeido (Cant. 8. U). O Jesus, ofschoon ik mij volgens dit verbond geheel aan U toeheilig, om voor U alleen te leven, ben en bl\\jf ik evenwel zwak en onstandvastig; daarom bid ik 11 vurig, tot mij te komen en II aan mij te gevun en mij met U to voroenigen, opdat ik versterkt worde. Kom, Hoero Josus, kom on bescherm mij, opdat Satan mijne ziel niet roove. Kom en geef U aan mij, opdat ik met U vereenigd, niet meer voor mij zolvon maar voor U leve. Amen.
140. Gebed tot Maria.
Eerwaardige Maagd, bid voor mij, opdat ik hot Heilige der heiligen godvruchtig ontvange en ir.nig met Jesus vereenigd worde. O Maria, doordrongen van eerbied voor uwe verhevene waardigheid, nader ik al smeekendo tot IJ, opdat gij U gewaardigen zoudt, mij onder uwe bescherming te nemen, mijn hart van alle vlokken te zuiveren on mot allo deugden te versieren, vooral met een levendig geloof, met een vaste hoop,
( 248 )
vurige liefde, diepe ootmoedigheid en een groot verlangen, opdat ik zoo gezuiverd van allo on-volmaaktheden en versierd met allo deugden, het Heilige der heiligen met vrucht ontvange. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
141. De berg Thabor.
Zoo dan, lieve Jesus, zijt Gij wederom tot mij gekomen! Wat geluk, U te ontvangen.
O ziel, verheeld u hij Jesus op den herg Thahor te zijn en zeg met Petrus: ,,TIeere, wij zijn hier ynedquot; (Matth. 17. 4). Ja, lieve Jesus, \'t is goed bij XI te zijn. Ik wensch vurig altijd hij U te hlijven. Ach, ik hid U, van mij nooit meer te verlaten; buiten U is er niets, dat mij behagen kan of mij genoegen kan geven. „Wat heb Ik in den Hemel, en wat verlang ik ap aarde buiten U? De God mijns harten en mijn deel is God voor eeiiwiyquot; (Ps. 72. 25. 26).
Ja, lieve Jesus, \'t is mij goed hij U tc zijn; ik zal mijne tent naast de uwe plaatsen, ton einde TI dikwijls te bezoeken en vertrouwelijk met U om te gaan, gelijk een vriend doet met zijnen
( 249 )
vriond. Hoo gelukkig bon ik bij U en met U I Ik zal in TT en Gij in mij zijn; ik zal voor U leven, voor U lijden en voor U sterven ; en Gij zult mij van alle onheilen bewaren, met alle genaden verrijken en in don hemel met glans en heerlijkheid kroonon. O Jesus, geef mij uwe liefde, om buiten U niets meer te beminnen. Amen.
142. De berg van Calvarie.
O ziel, uw verlangen om hij Jesus te zijn en in Hem alleen uwen troost te zooken, is goed en prijsbaar, maar weet, dat Hij niet alleen op Thabor, maar ook op Calvarië is. Op Thahor vertoont Hij zich in glorie; maar op Calvarië is Hij oon man van smarten en noodigt U uit, om met Hem deel te nemen in het lijden: ,, Indien iemand mijn vohjeliny wil wezen, hij ver-Idochene zich zeiven en neme zijn kruis op en vohje mijquot; (Matth. 16. 24). Goed, lieve Jesus! ik heb uwe uitnoodiging gehoord en zal U overal volgen; ik zal U altijd en overal getrouw blijven, niet alleen op Thabor, maar ook op Calvarië; want ik wil U getrouw zijn, niet om vertroostingen, hetzij in- of uitwendige, te genieten,
( 250 )
maar om U bewijzen mijner liefde te geven; ik bemin IT, omdat Gij mijn God zijt; ik bemin IT, omdat Gij alle liefde waardig zijt; ik bemin IT mot eene zuivere liefde; buiten IT verlang ik niets; ik zal U aankleven en getrouw blijven, zelfs in de grootste beproevingen, dorheden en kwellingen, welke God mij zal gelieven over te zenden. Gij zijt mij genoeg; bij IT vind ik troost en door IT ben ik gelukkig. Ik lioop voortaan met U voreenigd te blijven, en in die vereeniging zuiver te leven, gelukkig te lijden en lieilig te sterven. Amen.
143. De spijs.
Dierbare Jesus, daar Gij IT als eene spijs aan mij gegeven liebt, zijt Gij nu op de innigst mogelijke wijze met mij voreenigd. De nntnur-ijke spijs, die men nuttigt, gaat gedeeltelijk over in do zelfstandigheid van het ligchaam, en voedt en versterkt het. Thans heb ik IT als eene spijs waarlijk en wezenlijk ontvangen; Gij hebt IT dus innig met mij vereenigd; Gij immers hebt gezegd: ,tTgt;ie mijn vJeesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hemquot; (Joan. (i. 51). Hoe gelukkig ben ik dan op dit oogenblik I Gij zijt
( 251 )
nu in mij en ik bon in U; wat genade heb ik dan niet te wachten ? Ik vertrouw, lieve Josus, dat Gij in mijne ziel dezelfde uitwerksels zult tewoegbrongon, welke natuurlijke spijs voortbrengt in het ligchaam. Derhalve bid ik U met ootmoedigheid en zoo dringend mogelijk, mijne verflaauwde en kwijnende ziel te verkwikken, haar in hare troosteloosheden en kleinmoedigheden op te beuren, hare fouten en gebroken te herstellen, haar tegen do bekoringen en aanvechtingen des duivels te versterken en ongehinderd te midden van alle voorkomende moeije-lijkheden en tegenheden op den weg naar den hemel to geleiden. Ook bid ik IJ, lieve Jesus, mij een tegengift te zijn tegen de dagelijksche zonden, in welke ik maar al te dikwijls herval. O moge ik, met U vereenigd, zuiver en onbevlekt voor God loven. Lieve Jesus, daar Gij tl als eene spijs aan mij gegeven hebt, bid ik U met groote vurigheid, mij in U te veranderen volgens de belofte, die Gij naar het zeggen van den H. Augustinus hieromtrent gedaan hebt; immers de H. Augustinus legt U deze woorden in den mond: „Ik ben de spijs der grooten: groei op en gij zult Mij eten; maar gij zult Mij niet in u veranderen, gelijk de ligchamelijko
( ^2 )
spijs; maar gij zult in Mij veranderd wordenquot;. Zoo dan, lieve Jesixs, zal ik in U veranderd worden ! Wolk een wonder ! Een zondige aardworm zal in God veranderd worden. O mijn goede Jesus, ik ben nu als een lidmaat in U ingelijfd en zoo ben ik een mot U geworden, om voortaan door uwen geest te leven; Gij immers hebt gezegd : Mij eet, zal om Mij levenquot;
(Joan. (i. ü8). O leven! o zalig loven, door hetwelk ik gohoel voor God zal loven! Gij, lieve Jesus, hebt mij groote dingen gedaan, dus zal ik U ten allen tijde loven en verheerlijken en mot Maria zeggen; Mugnificat anima inca Dominum.
144. Het geestelijk leven.
Dierbare Jesus, Goddelijke Zaligmaker, Gij zijt nu in mij en ik in tl, nu mag ik geen aardseh, geen zinnelijk leven meer leiden; maar moot een zuiver, oen hemelsch, ja een goddelijk leven leiden, om met den Apostel te kunnen zeggen: „Levend hen niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (ad Gal. 2. 19). Ach, of ik eens zoo gelukkig ware! O mijn Jesus, leef voortaan in mij; leef in al do krachten van mijn ligchaam en in al do vermogens mijner ziel. Leef in mij
é
( 203 }
on lierstcl in mij alle gebroken, fouton en onvolmaaktheden ; zuiver mij van allo vlokken der zonden, die U zoozeer mishagen; verlevendig mijne krachten en vernieuw mijnen geest. Lwf in mij, lieve Jesus, en maak, dat ik door uwen geest leve en door uw hart beniinne; laat niet toe, dat er nog een lovonsboginsol in mij blijve, hetwelk niet voor U is, opdat ik in waarheid moge zeggen: ,,Levend hen niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (ad Gal. 2. 19). Wanneer zal die gelukkige dag eens aanbreken, waarop ik zal mogen zeggen; Ik leef niet meer, maar Jesus leeft in mij ? helaas, ik ben er nog ver af ! Ik blijf altijd even flaauw, even onachtzaam, even aardsch en zinnelijk. Ik blijf altijd even ge -hecht aan ijdelc vermaken, aan zinnelijke voldoeningen, aan het involgen mijner lusten in eten en drinken. Ach, hoe is hot mogelijk, lieve Jesus, dat ik zoo aardsch en zoo zinnelijk blijf I Ik eet het brood der Engelen, dat alle zoetigheden in zich bevat en toch blijf ik gehecht aan zinnelijke spijzen. O Goddelijke Zaligmaker rustende in mijn hart, ik smeek U, mijnen smaak geheel te veranderen en mijne genegenheden tot U te trekken, opdat ik voortaan alleen smaak vinde in goddelijke dingen en van al het andere walge.
( 254 )
O Jesus, lcof voortiian in mij en \\vees de ziel van mijne ziel en de geest van mijnen geest, opdat ik door U ademe, door U tot God verzuchte, door IT God beminne, door U voor God leve, voor God lijde en voor God sterve. Amen.
145. Gebed tot Maria.
Eerwaardige Maagd, bid voor mij, opdat de duivel nooit meer over mijn hart of mijne genegenheden hcersehe; verplet den kop van hot holsch serpent en drijf hom op de vlugt door de kracht van uwen eerwaardigen naam Maeia. Verkrijg mij de genade van uwen heiligen naam altijd met vertrouwen en liefde aan te roepen. O Maria, eerwaardige Maagd, in den hemel met heerlijkheid gekroond, op aarde onder alle volken in hoogachting en vreeselijk voor de hel, ik bid U, mij waardige gevoelens voor U en voor Jesus, uwen Goddelijken Zoon, in te geven, opdat ik steeds door zijnen geest leve, alles voor Hem lijde en eindelijk voor Hem sterve. Amen.
( 255 )
Oefeningen.
1. Buiten do gestelde tijden zonder bijzondere reden niet eten of drinken. 2. Zaturdags en op de vooravonden der feesten van Maria ter harer oer vasten. 3. Hot lijden en do bitterheden als oene heerlijke spijs boschouwen.
ZESTIENDE O E F E N IX G.
Vervolg over den geestelijken honger.
VOOll DE n. COMMUNIE.
146. Jesus\' spijs in zijne vereeniging met ons.
O ziel, vergoot nimmer do liofdo van Josus, dio zoo vurig verlangt mot tl veroenigd to zijn, dat deze vereeniyiny Hom zooter en aangenamer is, dan de beste spijs voor oen uitgehongerden mensch.
Groote God, minnelijke Zaligmaker, lioe is het mogelijk, dat Gij U zelven met mij wilt vor-eenigen, dat Gij zelfs naar die voroeniging verlangt, ja dat Gij or vurig naar verlangt ? Met verwondering hoor ik TJ zeggen : Met groot verlangen heb ik verlangd, dit Pascha met u te eten (Luc. 22. 15). Lieve Jesus, hoe is hot mogelijk, dat Gij zoo vurig naar mij verlangt ? Gij
{ 257 )
immers hobt mij in het geheel niet noodig; ook kan ik uw geluk in geenen deele vergrooten. Hemel en aarde en alles, wat er in is, behooren IJ toe, ja, ik zelf behoor U geheel toe. Gij hebt millioenen Engelen tot uwe dienst en hadt in mijne plaats duizende werelden kunnen scheppen, om U te loven en te verheerlijken; maar neen! Gij neemt in mij uw behagen en verlangt vuriglijk IJ zelven met mg te vereenigen; en dit uit enkele liefde, om mij gelukkig te maken. O welk eene liefde! Waar heeft men ooit zulke liefde gevonden ? Ach, of ik ook zoo vurig naar U verlangde! Ach, of de vereeniging met U mijn eenigste dorst, mijn eenigst verlangen ware! Liefderijke Jesus, geef mij eene vurige begeerte naar U; kom tot mij en vereenig U met mij; want ik verlang vurig naar U. Kom, Heere Jesus, kom; Gij zijt het eenigste voorwerp mijner liefde. Gij zijt geheel mijn geluk en mijne zaligheid. Kom, Heere Jesus, kom en maak, dat ik voortaan in alles één met U zij. Amen.
147. Het H. Sakrameut is de verhevenste spijs.
De wereldgezinden bereiden vele en kostelijke geregten om den smaak hunner tafelgenooten
95 17
( 258 )
te voldoen en bewijzen hunner wclmeenendheid on gulheid te geven; maar de spijs, die Jesus ons in zijne goedheid gereed gemaakt heeft, is veel kostelijker en gaat alles wat men zich kan verbeelden, oneindig te boven; immers Hij geeft zich zeiven als spijs onzer ziel, zeggende: „Ik hen het levend hrood die uit den hemel hen neder-yedaald; zoo iemand van dit hrood eet, hij zal in eeuwigheid levenquot; (Joan. 6. 51. 52).
O hoe verheven, hoe kostbaar en heilzaam is deze spijs! Zij bewaart ons van don dood dei-zonde en geeft ons het leven der genade, daarenboven veredelt zij onze ligchamen, welke zij op den jongsten dag verheerlijkt zal doen verrijzen; Jesus immers zegt: (Joan. 6. öö) ,,Die mijn vleesch eet en mijn hloed drinkt, heeft het eeuwiye leven, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dagequot;; eindelijk die spijs vereenigt ons innig met Jesus en doet ons om Hem leven, zoo als Jesus zelf verklaarde: ,,T)ie Mij eet, zal om Mij levenquot; (Joan. (gt;. ö8). Hoe ver overtreft deze spijs alles, wat de wereld ons geven kan I
O ziel, hoe is het mogelijk, dat gij jegens dezelve zoo koud en zoo onverschillig blijft ? Zie, met wat ijver een wereldling zich voorbereidt tot feestmalen en met wat drift hij er zich
( 259 )
hoen begeeft — en gij blijft onverscHllig voor dezen geestelijken maaltijd ! Wat heeft Jesus niet gedaan, om n do verhevenheid van dozen maaltijd in to prenten en om in u een vurig verlangen naar donzolven op te wekkenDaarom is Hij uit don Hemel nedergedaald, daarom gaf Hij zijn verlangen te kennen, zeggende: „Met (/root verlangen heh ik verlangd, dit Pascha met n te etenquot; (Luc. 22. lö). Daarom sprak Hij zoo dikwijls over de verhevenheid, over do heilzaamheid en kracht van dezen hemelschon maaltijd. O ziel, hoe blijft gij na dit alles zoo koud on zoo onverschillig voor dio goddelijke spijs ? Dierbare Jesus, ik sta beschaamd voor U. Gij hebt alles gedaan wat mogelijk is, om in mij een vurig verlangen naar U en naar uw H. Sakrament op te wokken; Gij noodigt er mij toe uit onder de schoonste beloften en onder hot aanbieden van alle geostolijko gunster. on genaden; on toch blijf ik koud en onachtzaam. Wolk eone ondankbaarheid, lieve Jesus: Hoe is het mogelijk, dat ik zoo onverschillig jegens U ben! Thans worp ik mij rouwmoedig voor U neder on smeek U van ganschor harte om vergiffenis; tevens bid ik U vurig, om de genade van een levendig ge-
( 260 )
loof, ceno vaste hoop, vurige liefde en van een groot verlangen, ten einde TJ met ecne goede gesteltenis te ontvangen. Amen.
148. Onderzoek en verzuchtingen.
O ziel, ga in u zelve en onderzoek, waarom gij voor die goddelijke spijs zoo koud en zoo onverschillig zijt, waarom gij er niet vuriger naar verlangt, waarom gij er met zulke onachtzaamheid deel aan neemt. Is het niet, omdat gij nog te zeer gehecht zijt aan u zelve, aan de wereld, aan ijdele voldoeningen en zinnelijke spijzen!
Minnelijke Jesus, zoete Verlosser en Zaligmaker, ongetwijfeld is dat er de oorzaak van. Helaas! ik ben in vele opzigten gelijk aan de joden, die mot afkeer op het hemelsch manna neerzagen en met groote begeerlijkheid naar de spijzen van Egypte haakten; en toch is het hemelsch manna, dat Gij ons in het H. Sakra-ment geeft, veel verhevener, waardiger en heilzamer dan het manna der woestijn; het bevat voor hen, die opregt van harte zijn, alle zoetigheid in zich, en toch blijf ik er koud en ongevoelig voor, terwijl ik verkleefd bon aan aard-sche en zinnelijke spijzen. Wee mij ellendige;
( )
wijl ik zoo onverschillig en dor ben voor ü en zoo vurig voor de wereld.
Minnelijke Jesus, ik vraag TT vergiffenis voor al mijne zonden, onvolmaaktlieden en gebreken en ik smeek U, mijn verstand door het licht des geloofs te verlichten, om de waarde dier goddelijke spijzen beter te beseffen, en mijnen wil krachtdadiger te bewegen, ten einde ik er gestadig naar verlange en er een veelvuldig en heilig gebruik van make. Amen.
149. Liefdeverzachtingen.
O heilige liefdeband, welke de ziel onafscheidbaar aan God verbindt en innig met Hem ver-eenigt, bind mij ook aan Jesus en vereenig mij zoo innig met Hem, dat niets bekwaam zij mij ooit van Hem af te scheiden. O ja, lieve Jesus, ik verlang innig met U vereenigd te zgn en te blijven. Gij zijt mijn God en mijn Al; de eenige schat mijner ziel. Ik wensch voortaan innig met TJ vereenigd te zijn en met U, door U en in U te leven, omdat ik U vurig bemin. Ja, lieve Jesus, ik bemin U; ik bemin U vurig; ik bemin U, meer dan alles wat in de wereld is; ik bemin U, meer dan mij zeiven. 0 zoete liefde!
( 262 )
Ach, of ik door de liofdo gehool in God rer-alondo ware, om buiten Hem niets meer te beminnen.
O Jcsus, ik verzaak nu uit liefde tot U aan alle wereldsche vermaken, grootheden en bezittingen. Duld niet, bid ik IJ, dat er een vonkje liefde in mij blijve, dat niet voor U is; geef, dat ik tl met eene vurige en zuivere liefde ont-vange en dat ik innig mot U vereenigd en geheel in U veranderd worde.
O Jesus, ik geloof dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in het H. Sakrament des Altaars en ik bon beschaamd over do menigte mijner zonden, welke U zoo zeer mishagen; maar uwe goedheid beurt mij op en doet mij met vertrouwen tot U naderen, om U met diepon eerbied en vurige liefde te ontvangen. Kom, Heer Jesus, kom ! geef U aan mij, opdat ik een mot U worde en niets dan U bominne. Amen.
150. Gebed tot Maria.
Lofwaardige Maagd, bid voor mij. O Maria, ik loof U met de H. Kerk en met alle ware goloovigen, die allen uwen lof verkondigen en TT om uwe grootheden prijzen en verheerlijken,
( 263 )
wijl Gij don Zaligmaker der wereld in uwen schoot gedragen en ons den Verlosser gegeven hebt. O Maria, lofwaardige Maagd, Jesus, dien ik nu ga ontvangen, is uit U geboren; ach bid voor mij, opdat ik Hem waardig ontvange en eerbiedig in mijn hart drage. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
151. De Christus-drager.
O Jesus, wat groote gunst hebt Gij mij wederom bewezen! Gij zelf zijt tot mij gekomen en hebt U innig met mij vereenigdl Gij immers hebt gezegd: „Die mijn vleesch eet en mijn Moed drinkt, hlijft in Mij en Ik in hemquot; (Joan. 6. 57). O zoete en tevens veel beteekenende woorden! Ik heb uw vleesch gegeten en uw bloed gedronken. Gij zijt dus in mg en ik in U! O ja, lieve Jesus, Gij zijt in mij, niet alleen door het geloof en door de liefde, maar ook door eene natuurlijke en ligchamelijke vereeniging (St. Chrysostomus). Nu ben ik dan waarlijk gelukkig! ik ben een Christus-drager. Een Christus-drager, welk eene waardigheid! Ik draag Hem, voor wien de Engelen sidderen en van eerbied hun aangezigt
( 264 )
dekken. Ik draag Hem, die hemel en aarde uit het niet heeft voortgcbragt. Ik draag Hem, die alles draagt, die alles regeert, die alles bestuurt. Ik draag mijnen God, mijnen Heer, mijnen Meester en mijn Al. Hij is in mij en ik in Hem en zoo ben ik aan de goddelijke natuur deelachtig geworden, divinse consortes naturae.
Dierbare Jesus, wie ben ik, dat Gij mij zoo bevoorregt en verheerlijkt! Helaas, ik ben een zondige aardworm, een ondankbare, onbekwaam om U eenige vergelding aan te bieden, evenwel geeft Gij TJ aan mij. O wat goedheid! Wat dankbaarheid ben ik U daarvoor niet verschuldigd ! Uit erkentenis geef ik mij geheel aan U, ik geef U alles, wat ik heb, alles wat ik ben, alles wat ik kan. Ik geef U mijne ziel en mijn lig-chaam; mijne zielsvermogens, verstand, geheugen en wil; de zintuigen van mijn ligchaam, gezigt, gehoor, reuk, smaak en gevoel; eindelijk geef ik U mijne vrijheid en geheel mijn leven, met het vaste voornemen voortaan geheel voor U te leven, alles voor U te lijden en eindelijk voor U te sterven. Amen.
( 265 )
152. Eenheid.
O Josus, nu ben ik een met U, en Gij zijt een mot mij ! Gelijk twee stukken was, zamen-gesmolten, een worden, zoo bon ik nu een met U. Ik ben nu zoo innig met U vereenigd, dat Gij in mij en ik in U gevonden word. (St. Cy-rillus Ep. Alexandrice). Minnelijke Zaligmaker, hoe hebt Gij mij zoo willen verheerlijken ? Om mijne zonden was ik der helsche straffen schuldig; maar al mijne zonden vergevende en vergetende, komt Gij zelf mij bezoeken en U innig met mg vereenigen. O onbegrijpelijke liefde! Wat heb ik door deze vereeniging niet van U te wachten ? Gelijk het ligohaam leeft door don geest, zoo zal ik nu door U leven; door U levende, zal ik mij geheel ten dienste van U besteden en niets dan uwe eer en glorie zoeken; dit immers is billijk en regtvaardig. Gij hebt U met mij vereenigd, zoodat wij nu één zijn; dit immers is eigen aan vurige minnaars; want de liefde tracht naar vereeniging (St. Chrysostomus). O zalige vereeniging! O heilige eenheid ! hoezeer moet ik niet voor scheiding vreezen ? Gewis moet ik niets zoozeer vreezen dan de scheiding; van U gescheiden, zou ik niot meer door uwen
( 266 )
goost bozield en vorlovondigd worden, U niot meer toebchooron en dus noodzakelijk moeten sterven en maar dienen om als een bedorven lidmaat weggeworpen te worden. Hoe ongelukkig zou ik dan zijn! Ik bid U, lieve Jesus, laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde, laat mij dan liever op dit oogenblik sterven, wijl ik nu met U vercenigd ben.
Ga weg van mij, bedriegolijke wereld I Ga weg van mij met uwe sohrjngoederen en ij dele vermaken ; ik wil mijn hart nooit meer aan U Vasthechten, wijl het geheel voor Jesus is en ik het uitsluitend aan Hom alleen wil geven.
Ziedaar, lieve Jesus I ziedaar is mijn hart, ontvang en bewaar het en maak dat ik U dagelijks meer en meer beminne, dagelijks heiliger voor U leve en eindelijk uit liefde voor TJ stervo. Amen.
158. De Heer is mijn deel.
Hoe gelukkig ben ik nu\'. Ik heb mijnen Jesus ontvangen! Hij is mijn deel en mijne erfenis, mijn God en mijn Al. O wat heerlijk, wat kostbaar deel! De lieer is het deel mijner erfenis; korte maar verhevene woorden! Ja, de Heer is mijn erfdeel in eeuwigheid! Bij den dood der
( 267 )
ouders ontvangen de kinderen tot erfdeel eenig geld en goed, doch mijn erfdeel is veel voortreffelijker. De Heer zelf is mijn erfdeel.
Ja, lieve Jesus, God mijns harten, Gij zijt mijn dool: Gij, die alle goed in U besluit; Gij, aan wien alles toebehoort, wat in den hemel en op aarde is. Gij, in wiens bezit de engelen en heiligen eeuwig verzadigd worden; Gij, oneindig in volmaaktheden, zijt mijn deel. Wat zou ik dan in den hemel of op do aarde nog kunnen wenschen? Zou ik dan mijn hart of mijne genegenheden nog kunnen stellen op aardscho goederen, op ij dele vermaken of bedriegelijke grootheden ? Zou ik dan mijne zinnen nog stellen op hot genot van zinnelijke spijzen en dranken ? Neen, lieve Jesus, Gij zijt mijn deel; Gij zijt mij genoeg, buiten U wenseh ik niets meer. Geef mij slechts uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag tl niets anders. Amen.
154. Hartelijke verzuchtingen.
Dierbare Jesus, wanneer zal ik geheel voor U zijn, gelijk Gij geheel voor mij zijt ? Wanneer zal ik mjj eens geheel aan U geven, gelijk Gij U geheel aan mij gegeven hebt ? Wanneer zal
( 268 )
die gelukkige tijd eens komen ? Wanneer zal ik eens geheel door uwen geest leven? Helaas, de geest der wereld, der zinnen en der eigenliefde heerscht nog te zeer in mij; mijn hart verzucht nog te zeer naar zinnelijke spijzen en dranken; het wordt er nog te zeer met drift en gretigheid naar toe gedreven ; het wordt door derzel-ver gebruik nog te zeer bezwaard en ter aarde neergedrukt en het ondergaat niet dan met tegenzin eenige versterving, \'tls derhalve geen wonder, lieve Jesus, dat ik nog zoo flaauw jegens U ben. Ach, wanneer zal ik die zinnelijkheid, die begeerlijkheid en gretigheid eens krachtdadig bestrijden ? quot;Wanneer zal ik eens met ernst beginnen, om te uwer liefde iets aan mijne zinnelijkheid te onttrekken en als eenquot; offer aan U te geven? Dierbare Jesus, ik hoop van nu af hiermede te beginnen en mij uit liefde tot U steeds te versterven. Ja, lieve Jesus, ik maak nu het voornemen, mij bij eiken maaltijd in iets te versterven. Sta mij bij, opdat ik er steeds aan denke en den moed hebbe om hot ten uitvoer te brengen. Amen.
( 2G9 )
15S. Gebed tot Maria.
O Maria, lofwaardige Maagd, bid voor mij. Om uwe overgroote liefde tot Jesus en uwe naauwe vcreoniging met God verdient Gij door allen geprezen en verheerlijkt te worden. Immers de Heer was met U, Doniinus tecum. Uw hart vond geen genoegen noch in de vermaken, noch in de zinnelijke voldoeningen van eten of drinken, noch in eenige zaak der wereld; het vond geen vermaak dan in God. Hij was uw eenigst deel, uw eenigst genoegen, met Hem waart Gij innig vereenigd. O Maria, ter oorzake van deze innige vereeniging verdient Gij allen lof en zijt Gij steeds lofwaardig. Gedoog, dat ik U daarom steeds love in vereeniging met de engelen en heiligen, en bid voor mg, opdat ik onthecht van alles, voortaan gestadig tot God verzuchte en geheel in Hem verslonden zij. Amen.
Oefeningen.
1. Treuren over de noodzakelijkheid van te moeten eten, gelijk de H. Bemardus, voor wien het oogenblik van eten eene foltering scheen te zijn. 2. De matigheid beoefenen denkende aan
( 270 )
do vcmiaimig van den Apostel Petrus: Weest nuchter en waakt, want uw tegenstander de duivel gaat rond als een brullende leeuw zoekende wien liij zal kunnen verslindenquot; (1 Petr. 5. 8). 3. Bij eiken maaltijd zicli iets onthouden, hoe gering dan ook.
Z EVENTIE N DE OEFENING.
Over de zachtmoedigheid ter bestrijding der gramschap en driftigheid.
VOOR DE H. COMMUNIE.
156. De geest van Christus.
Dierbare Jesus, uwe woorden: „Loer van mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hartequot; (Matth. 11. 29) maken mij beschaamd over mijne driftigheid, oploopondheid, stuurschheid en on-meedoogendhcid. O Jesus, hoe zachtmoedig en goedaardig waart Gij jegens allen en ten allen tijde !.. . Uw geest ademde niets dan minzaamheid en liefde, gelijk de Profeet Isaïas van ü voorzegd had: Ilij zal niet ttoiaten noch tehreeu-wcn noch zal iemand op de straten zijne stemme honren. Een geknald riet zal hij niet hreheu, en een ruoJcend lemmet niet uitdooven, tot dat hij het
( 272 )
regt uitleidt ter zegepraal\'\' (Matth. 12. 19. 20). Neen, lieve Jesus, nooit hoorde men U twisten noch schreeuwen, noch bittere woorden tegen uwe vijanden uitspreken; nooit hebt Gij zondaars ontmoedigd, noch ondankbaren verstooten. Uw geest was slechts minzaamheid en liefde; daarom zeide de profeet Isaïas zeer wel van U, dat Gij het geknakte riet niet verbreken noch rookend lemmet zoudt uitdooven; maar dat Gij minzaam zoudt aanhouden, om zoo ingang in hunne harten te erlangen en ze tot God en de zaligheid te brengen.
Dierbare Jesus, hoeveel verschilt mijn geest van den uwen. Ach of ik met uwen geest, met den geest van geduld, van minzaamheid en liefde bezield ware; dan zou ik er velen tot God en de zaligheid kunnen brengen; maar helaas, ik ben nog zoo driftig en oploopend; het minste doet mij opstuiven en doet mij in harde en bittere woorden uitvallen en zoo ontmoedig ik de zwakken en verwijder hen van God en van do zaligheid. O Jesus, ik vraag er U ootmoedig vergiffenis voor en smeek U vurig, uwen geest van zachtmoedigheid over mij uit te storten, opdat ik voortaan altijd en jegens allen goedaardig, minzaam en zachtmoedig zij en zoo het
geluk hobbe zielen voor God en den lieniel te winnen. Amen.
157. De geest des Christendoms.
Ik lees in het H. Evangelie, dat de Apostelen Jacobns en Joannes het vuur uit den hemel wilden doen afdalen over de Samaritanen, omdat dezen aan Jesus den doortogt hunner stad geweigerd hadden; doch Jesus besti-afte hen, zeggende: „Gij weet niet van hoedanigen geest (jij zijtquot; (Luc. 9. 55).
Dierbare Jesus, hoe schoon vertoont zich hier uw geest van zachtmoedigheid en goedaardigheid! Gij, de Hoer van hemel en aardo wordt verongelijkt ; U wordt de doortogt eener stad gewei-gord ; maar toch verbittert Gij U daarover niet, noch wreekt U, noch zijt Gij er op uit om kwaad met kwaad te vergelden; integendeel Gij bestraft uwe Apostelen, die het wilden doen, zeggende: ,,GiJ weet niet van hoedanigen geest gij zijtquot; (Luc. 9. 55.) O wat goedheid I Wat minzaamheid en liefde! Wat schande voor mij, zoo opvliegend te zijn, zoo ongeduldig, zoo onmeedoogend I Helaas, ik kan het minste niet verdragen; hoe dikwijls heb ik uwe bestraffing niet verdiend: (/ij weet 95 18
( 274 )
niet van hoedanigen geest gij zijt. Helaas, lievo Jesus, ik heb niet geweten, of ten minste ik heb gehandeld, als hadde ik niet geweten, hoedanig uw geest is, welke toch een geest van zachtmoedigheid en meedoogendheid is. Het berouwt mij innig, lieve Jesus, zoo dikwijls van uwen geest afgeweken te zijn. Thans maak ik het vaste voornemen, medelijden te hebben met de zwakheden van anderen, hunne fouten en gebreken geduldig te verdragen en de mg aangedane beleedigingen en verongelijkingen van ganscher harte te vergeven. Dierbare Jesus, sta mij bij en versterk mij door uwe genade; Gij immers weet, hoe zwak ik ben en hoe weinig ik kan verdragen. Amen.
158. Het zachtmoedige Lam.
Dierbare Jesus, Gij zijt dat zachtmoedige Lam, \'twelk volgens de voorzegging der Profeten ter slagtbank zou geleid worden, zonder zijnen mond te openen. Hoe goedaardig, hoe minzaam en zachtmoedig waart Gij ten opzichte van alle men-schen! Met wat minzaamheid omhelsdet Gij de, kleine kinderen! Met welke teerhartigheid ont-vingt Gij de zondaars, met hen etende en drin-
( 270 )
kendo! Met wat langmoedighcid verdroogt Gij de Pharisee\'», in weerwil hunner geveinsheid, schijnheiligheid on versteendheid! Met wat geduld verdroogt Gij de Apostelen, in weerwil hunner gebroken en onleerzaamheid, wijl zij U steeds met vragen lastig violen niet altijd begrijpende hetgeen Gij hun zeidet. Met één woord: ik zie U altijd, overal en in allo omstandigheden, goedaardig en minzaam en zachtmoedig als een lam. Dierbare Jesus, wanneer zal ik ook eens met dezen geest van zachtmoedigheid, goedaardigheid en minzaamheid bezield zijn - Wanneer zal ik, naar uw voorbeeld, eens minzaam zijn jegens allen, vooral jegens de arme zondaars; jegens onbeleefden en ongemanierden; jegens hen die mij lastig vallen, ten onpas komen of verdriet veroorzaken; eindelijk jegens hen die onleerzaam zijn, en niets begrijpen van hetgeen men hun zegt. O mijn Jesus, zachtmoedig Lam, kom tot mij en geef U aan mij, opdat ik door uwen geest bezield worde en jegens allen langmoedig, goedaardig en zachtmoedig zij. Amen.
( 276 )
159. De tranen van Jesus.
Zachtmoedige on moedoogende Josus, toen Gij de ondankbare stad Jerusalem naderdet hebt Gij uit medelijden over haar geweend en haar toegeroepen: „Indien oak gij erkendet toch nog op dezen uwen day, v)(d « tot vrede dient, doch nu is het voor uwe ooyen verhorgenquot; (Luk. 19. 49). O wat meedoogendheid I Gij weent uit medelijden over Jerusalem, oene ondankbare en versteende stad. Gij weent over haar en hadt met haar medelijden, ter oorzake harer toekomstige straffen, hoewel hare inwoners U mishandelen, geeselen, met doornen kroonen en kruisigen zouden. Minnelijke Jesus, deze uwe goedaardigheid beweegt mij, om ook goedaardig te zijn jegens hen, die zich ondankbaar, kwaadwillig en vijandig jegens mij gedragen, en, gelijk Gij, over hunne blindheid en over het ongeluk dat hen bedreigt, te weenen. Dierbare Josus, Gij waart goedaardig niet alleen jegens die ondankbare stad, maar ook in het bijzonder jegens mij. Hoe dikwijls hebt Gij mij blijken uwer goedaardigheid getoond, toen ik in zonden leefde en God verloren had y Hoe meedoogend waart Gij toen jegens mij en hoe geduldig en langmoedig hebt
( 277 )
Gij mij, in weerwil mijner boosheden en ondank-baarhodon, tot bootvaardigheid afgewacht ^ Hoe dikwijls en liefderijk kloptet Gij door uwe genade en inspraken aan mijn hart ? En terwijl ik doof bleef voor uwe stem en voortleefde in zonden, bleeft Gij evenwel vol goedaardigheid jegens mij, steldet uwe straffen uit en verdub-beldet uwe inspraken; door het lange wachten eindelijk als vermoeid, hebt Gij mij nog niet verlaten, maar zijt Gij, als het ware, aan de deur van mijn hart gaan zitten, van tijd tot tijd kloppende, om binnen te mogen komen, zeggende ; Mijn kind, doe mij open; ofschoon ik nog ongevoelig bleef en voortleefde in zonden, bleeft Gij nog wachten en kloptet andermaal, opdat ik tot inkeer zou komen, en den ingang tot mijn hart voor U zou openen, en, als ik ten laatste boetvaardigheid deed, met wat goedheid hebt Gij mij dan ontvangen ? Gelijk de vader zijnen verloren zoon met blijdschap ontving, toon deze wederkeerde en zijne schuld bekende, zoo hebt Gij mij, toen ik boetvaardigheid pleegde, met opene armen ontvangen en voor mij een heiligen maaltijd bereid, waarin Gij uw eigen vleesch en bloed tot spijs en drank geeft, en waartoe Gij mij nog op dit oogenblik zoo teerhartig uitnoodigt
( 278 )
zuggonde: „Komt tot Mij, allon, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikkenquot; (Matth. 11. 28); Ik zal u een hemelsoh Manna tot spijs geven; „noemt en eet, dit is mijn lig-chaamquot; (Matth.. 26. 26).
Dierbare Jesus, nooit kan ik uwe goedheid jegens mij genoeg bewonderen; nooit kan ik er U genoog over loven en danken. Ach, ik bid U, kom nu tot mij, en geef U aan mij, opdat ik met uwen geest bezield worde en voortaan goedgunstig en liefderijk jegens allen zij. Amen.
160. Se zachtmoedige Koning.
O ziel, verheug en verblijd u; want Josus, uw Koning, zal tot u komen. O ja, Jesus zelf zal tot u komen! ,,Ecce Hex tuus venit tihi mansuetuaquot; (Matth. 21. 5). Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig. Welaan, mijne ziel, heb moed, vrees niet; uw Koning komt tot u zachtmoedig. Hij komt, niet gelijk aurdscho koningen met grootheid, noch mot eeno vrees inboezemende houding, maar met goedaardigheid, zachtmoedigheid en minzaamheid ; Hij komt tot u, om u gelukkig te maken en met genade te verrijken. Dierbare Jesus, mijn Koning en mijn Weldoener, wat
( 279 )
zooto on aangename tijding is het voor mij te verneinen, dat Gij tot mij komt, om mij gelukkig te maken I Kom, lieve Jesus, kom spoedig tot mij ; kom, mijn Koning, mijn Weldoener en mijn Al; kom, want ik verlang vurig naar U; maar tevens bon ik beseliaamd over mij zelven, wijl ik zoo vol onvolmaaktheden en ellende bon. Gij zijt de Opperkoning, voor wien do Engelen hunne aangozigton dekken; hoe zal ik mij dan verstouten tot U te naderen of hoe zult 6 ij het van U kunnon verkrijgen tot mij te komen;\'\' Helaas mijn hart is niot geschikt U te ontvangen; hot ziet er zoo ellendig uit; \'t is vol onvolmaaktheden, fouten en gebroken; derhalve bid ik U, liovo Josus, U ovor mij te ontfermen, mijn hart te zuiveren van alle fouten en onvolmaaktheden en te versieren met alle deugden, vooral met oen levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde, diepe ootmoedigheid en eene brandende begeerte. Kom, Heero Jesus, kom\'. Ik geloof in U, ik hoop op U; ik bemin U bovenal. Kom, Heero Jesus, kom; ik verlang vurig naar U. Veni, Domino Josul (Apoe. 22. 20).
( 280 )
161. Gebed tot Maria.
O Maria, magtige Maagd, bid voor mij. God hooft U allo magt gcgovon in don liomol on op do aarde. Dc kracht des Allerhoogste is over U neergedaald on heeft U do magt gegeven, oin don kop van hot holsch serpent te verpletten. O ja, Maria, magtige Maagd, Gij zijt die sterke Vrouw, welke als een in slagorde (jeschaard leger vreeselijk zijt voor don holschon vijand. Ik bid TJ dan, mij genadig te zijn on mij togen de aanvallen van den holsohen vijand te versterken, opdat ik stoods standvastig blijve, zelfs in do hardste beproevingen, on ik, te midden van allo onaangenaamheden en beloodigingen, altijd minzaam en zaohtmoedig jogons allen zij. O Maria, ontvang mijn hart; zuiver hot; versier het en maak, dat het een aangenaam verblijf voor Josus zij. Amen.
NA DE H. COMMUNIE. 162. Be zachtmoedige Koning.
Welkom, lieve Jesusl welkom Gij, de zachtmoedige en eenigo Koning mijns harten I Duizendmaal welkom. Gij, mijn God en mijn Al !
{ 281 )
Hoezeer vorscliilt uwe komst van die der aard-sche vorsten I Gij komt tot mij zaehtmoedig en liefderijk; Gij vernedert U om tot mij te komen, in weerwil mijner ellenden, onvolmaaktheden en zonden; Gij gewaardigt U tot mij te komen, U zeiven geheel aan mij te geven, U innig met mij te veroenigen en zelfs uw verblijf in mij te nomen, zonder iets van mij te kunnen verwachten. Neen, lieve Jesus, Gij hebt niets van mij te verwachten; ik kan U niets geven; ik kan uw geluk onder geen enkel opzigt vergrooten; en ditniettegenstaande zijt Gij tot mij gekomen! O wat goedheid! O wat minzaamheid! quot;Wat zal ik U vergelden voor alles, wat Gij mij gegeven hebt ? Zeker er is niets in mij, om TJ aan te bieden. Wat kan ik dan anders doen, dan mij diep voor IT vernederen on U alles geven wat in mij is, wat ik heb, wat ik ben, en wat ik kan.
0 Jesus, ontvang nu mijn hart, ik bied het U aan als een geschenk: gaarne beken ik dat dit geschenk voor U al te gering is, maar dewijl ik niets beters heb, en gij het van mij verlangt, zeggende: Mfj\'n Zoon, geef Mij mu hart, vertrouw ik, dat Gij U gewaardigen zult, het aan te nemen, te zuiveren en te volmaken.
Mijn zoon, gaarne ontvang Ik het offer van een
( 2S2 )
zachtmoodig en nederig hart; doch gij moet vooral zorgen, dat hart in vrede te bewaren, zonder het ooit door drift en ontsteltenis to laten bo-heorsnhen; Ik bon een zachtmoedige, een vreedzame Koning; Ik blijf niet gaarne in een onstuimig, liefdeloos of onrustig hart. „won. in commotione Dominusquot; (3 Rog. 19. 11). Ik, de Hoer, houd niet van oen onstuimig hart. Ik noem mijn vermaak in een vreedzaam en zachtaardig hart en maak aan hetzelve mijne geheimen bekend, evenals aan don profeet Elias, aan wion Ik Mij vertoonde en mijne geheimen openbaarde gt; niet in den stormwind, noch in de aardbeving, noch in het vuur, maar in een zacht windje (3 Eeg. 19. 11-14).
Dierbare Jesus, ware ik eens zoo gelukkig van altijd zachtmoedig en vreedzaam van hart te zijn I Ik werp mij ootmoedig voor U neder, U om vergiffenis smeekende over mijne voorgaande onstuimigheden, driftigheden, spijtigheden en liefdeloosheden, en bid U tevens, mij een zachtmoedig en goedaardig hart te geven, opdat ik voortaan, naar uw voorbeeld, minzaam jegens allen zij. Amen,
( 2S3 )
163. Het zachtmoedig hart.
Dierbare Jesus, doe mij wel begrijpen, dat, om gelijk Gij zaelitmoedig van harte te zijn, ik eerst moot sterven aan mij zelven; zonder dien geestelijken dood is de zachtmoedigheid en het geduld in het lijden, in do kruisen en weder-waardighodon niet mogelijk. Ik loos in do H. Schriftuur: „Zalüj zijn de dooden die in den Ileere stervenquot; (Apoo. 14. 13). Ik moot dan geestelijker wijze dood zijn, om zalig te zijn on den waren vrede dos harten te genieten. Een doude is ongevoelig voor alle kruisen, wederwaardigheden of vernederingen. Dierbare Jesus, wanneer zal ik oons zoo gelukkig zijn ? Helaas, ik bon nog zoo ongeduldig; hot minste is genoog om mij te verbitteren en in spijtige woorden to doen uitvallen! Wanneer zal ik eens gelijk oen doodo voor allo boleedigingon ongevoelig zijn of ton minste, wanneer zal ik to midden der beloodigingen geduldig blijven!-\' Dierbare Jesus, ik kan niets uit mij zelven; uwe genade moet mij helpen; geef mij uwe liefde, om U opregt te beminnen en uwen H. wil in alles te aanbidden on te volbrengen. O, dan zal ik gelukkig zijn; dan is er niets moer in do wereld dat mij kan hinderen.
( 284 )
wijl alles door uwen wil of volgons uwe toelating geschiedt,
O Jesus, mijn Zaligmaker, geef dat ik sterve aan mij zeiven en in U en voor U leve. Geef dat ik voortaan leve door uwen geest, door uwe genade en door uwe liefde en dat ik steeds zachtmoedig en ootmoedig van harte zij.
O Jesus, zachtmoedige Koning, neem uwe rust in mijn hart, vestig er voor eeuwig uwe woning in en heersoh er als de eenige en ware Koning, beteugel zijne driften en laat niet toe, dat do geest van nijd, afgunst of onmeedoogendheid er ooit de overhand hebbe, integendeel, maak dat er uw beeld van zachtmoedigheid, minzaamheid en liefde steeds sehittere. Dierbare Jesus, Gij hadt mij naar uw beeld en uwe gelijkenis geschapen; maar helaas, ik had die gelijkenis geschonden en nu komt Gij om dat geschonden beeld wederom te herstellen en aan U gelijk te maken. Helaas, hoever was ik afgeweken I Immers uw beeld draagt het teeken van zachtmoedigheid en liefde: l\'io (jetst is zoeter dan huuiy (Eccl. 24. 27); maar helaas, ik draag in mij het beeld van ongeduld, van stuurschheid, van norschheid en onmeedoogendheid; mijn geest is bitterder dan mirre.
O mijn Jesus, ik schaam mij voor U. Hoezeer
( 285 )
moest mijn spijtige en ongeduldige geest U wel niet mishagen ! Hoe smartelijk moet het U wel niet vallen in zulk hart te komen en te verblijven! Dierbare Jesus, ontferm U mijner en geef mij uwen geest van zachtmoedigheid, opdat ik voortaan goedaardig van harte zij en meedoogend jegens allen, vooral jegens de ai-me zondaars, jegens behoeftige en noodlijdende menschen, jegens zieke en bedrukte personen.
O Jesus, hoe dikwijls hebt Gij geweend over hunnen ongelukkigen toestand en vooral hoe dikwijls hebt Gij uit medelijden gezucht over mijne zonden en den ongelukkigen toestand mijner ziel! Ach door deze uwe tranen bid ik U, U over mij te ontfermen en mij met uwen geest van zachtmoedigheid en meedoogendheid te vervullen, opdat ik voortaan jegens allen, zelfs jegens hen, die mij kwellen en lastig vallen, minzaam en zachtmoedig van harte zij. Amen.
164. Voornemen en bede.
Zachtmoedige Jesus, vreugde mijns harten, gedurende uw sterfelijk leven waart Gij een voorwerp van verachting en tegenspraak; doch tevens door uwe minzaamheid en liefde een spiegel van
( 286 )
zaclitmoediglieid en maaktet Gij door uw voor-boold het lijdon, de smarten on vernederingen beminnelijk. Is het voor ware kindoren troostvol, het voorbeeld van hunnen Vador te kunnen volgen ? Zou hot ons dan ook niet aangenaam zijn, uit liefde tot U vorsmaadheden te mogon lijden; voor U, die uit liefde tot ons zoovele vernederingen en vex-ongolijkingen geleden hebt \'i Ja, zeker zal ons dit troostvol zijn. Ik maak derhalve het vaste besluit, liovo Josus, voortaan allerlei onaangenaamheden en beloodigingen uit liefde tot U, niet alleen geduldig, maar blijmoedig te lijden; U tevens biddende van dit voornemen door uwe genade te ondersteunen, opdat ik het in allo voorkomende gelegenheden in beoefening brenge.
Minnelijke Jesus, daar Gij nu zoo goed geweest zijt van zelf tot mij te komen, vertrouw ik ook, dat Gij mij nu niets zult weigeren; ik bid U derhalve, mij met uwen geest te bezielen en aan U gelijkvormig to maken, opdat ik voortaan zachtmoedig van harte zij en alles voor allen worde, zoodat in al mijnowoorden, werken enhandelingeii de geest van liefde en zachtmoedigheid doorstralc. Amen.
( )
165. Gebed tot Maria.
O Maria, magtigo Maagd, bid voor mij, opdat ik zachtmoedig van harte zij. Ik noem met vertrouwen tot ü mijne toevlugt, omdat Gij magtig en tegelijk goedertieren zqt. Gij zijt dio magtige vrouw, welke don kop van het helsoh serpent verpletterd hebt en die steeds vrenselijk zijt voor den duivel, als een leger dat in slagorde gerangschikt is. O Maria, magtige Maagd, Gij kunt mij helpen. O Maria, goedertierene Maagd, gij wilt mij helpen. Ik kom derhalve met groot vertrouwen tot U, en bid U eene gunst voor mij bij Jesus, uwen Zoon, te verzoeken, namelijk: den geest van zachtmoedigheid. O ja, Maria, bid voor mij, opdat ik altijd en jegens allen zachtmoedig zij en blijve; namelijk jegens de kinderen, jegens de arme zondaars, jegens hen, die mij lastig vallen, onderdrukken, miskennen, benijden, verongelijken of belecdigen, jegens hen, die vol gebreken en zwakheden zijn, jegens de noodlijdenden, zieken, armen en gobrekkigen; met één woord, jegens allen; om in waarheid te kunnen zeggen : Omnihus omnia factns, Alles voor allen geworden. Ziedaar Maria, de genade die ik thans door uwe voorspraak hoop te verkrijgen; tevens
( 288 )
vertrouwende dat Gij mij die gunst niet zult weigeren, wijl Gij de magtigo en goedertierene Maagd zijt. Amen.
Oefen Inge n.
1. Zaclitmoedig zijn jegens allen, hij zonder jegens dezen .... persoon. 2. Zachtmoedig zijn ten allen tijde, ook ten tijde van dorheid, tegenspoed of vemedering. 3. Zachtmoedig zijn in alle handelingen, zelfs in het gebieden, berispen of bestraffen. 4. Zachtmoedig zijn in het bestrijden zijner eigene fouten ; ofschoon hot met kracht moot geschieden, zorgc men toch altijd het te doen met geduld en zachtmoedigheid.
A C H ï TI ]-: N D E O E F E NING.
Over den vurigen ijver ter bestrijding der traagheid of laauwheid.
VOOll DE H. COMMUNIE.
166. IJver voor zijne pligten.
„Qui facis minisiros tuus ignem uren tem. Die uwe hedienarcn een hrandend vuur maaltquot; (Ps. 103. ü). O ziel, wilt gij eene ware bedienaar van den Heer zijn, dan moet gij bezorgd zijn steeds als een brandend vuur, vol ijver te wezen en van liefde te glooijer -voor de eer van God en voor het heil dor zielen; alsmede dat gij naar het voorbeeld van Jesus ijverig zijt in het volbrengen uwer pligten. O Jesus, hoe ijverig waart Gij al de dagen uws levens in het volbrengen uwer pligten I Hoe gehoorzaam aan uwe ouders ! Hoe arbeidzaam in den werkwinkel van den H. Joseph! Hoe onvermoeid in het verkondigen 95 19
( 290 )
van hot Evangelie ! Hoe zorgvuldig in liet zoeken en bekeoren dor zondaars, liet land van Judoa rondreizende in koude en hitte, in honger en dorst, in vormooijonis en ontberingen. En nu moot ik TT ontvangen! Hoe aangenaam zal het U dan niet zijn, dienzolfdcn ijver in mij te ontwaren ? Ik bid U, derhalve dat ij ver-vuur in mij te ontstoken; Gij immers hebt oen vuur op do -wereld gobragt en uw oenigst verlangen is, dat hot oiitstokon worde. Ik bid U derhalve dit vuur in mij to ontstoken, opdat ik brando van liefde in mijne gedaohten, in mijne woorden, in mijne werken, in mijne handelingen en bezigheden. O ja, lieve Jesus, ontstook oen vuur van liefde, een vuur van ijver in mij, opdat ik oono aangename woonplaats voor U zij. Hoe aangenaam zal het U zijn, indien Gij mij versierd vindt met dienzolfdcn ijver en mo\'t diezelfde liefde, waarmede Gij in uw sterfelijk loven bezield waart. O ziol, kunt gij hem zulk een verblijf aanbieden ? Zijt gij als een brandend vuur, altijd vol ijver!\' Zijt gij ijverig in het vol-brongen uwer pligten on in hot bevorderen van Gods eer en de zaligheid der zielen!\' Wee mij, ongelukkige, omdat ik zou flaauw, zoo traag, zoo laauw ben. Kom, Hoere Josus, en ontstook in mij oen groot vuur van liefde, opdat ik voortaan
( 291 j
ijverig zij in al mijne pligten en niets verzuime van alles wat strekken kan tot Gods eer en glorie en tot zaligheid der zielen. Amen.
167. IJver voor het gebed,
Ik lees in de H. Schrift: ,,Erat pernoctans in oratione JJei, (Jesus) hragt den nacht over in het (jebcd tot Godquot; (Lue. (i. 12). Lieve Jesus, zoo leert Gij mij dan to volharden in het gebed! Hoe ijverig waart gij in het bidden, daartoe niet alleen de dagen, maar ook de nachten bestedende I Hoe eerbiedig en ingetogen waart gij in het gebed, daar Gij do eenzaamheid zocht, on U zelven voor God vemederdot I Hoe aangenaam zal hot U ziju, in mij dienzelfden geest te ontwaren, als gij komt om uw verblijf in mij te nemen I Maar helaas, ik ben er zoo ver van verwijderd. Hoe traag ben ik nog tot hot gebed I Hoe koud, hoe ongevoelig, hoe verstrooid bon ik nog in hot bidden I Hoe oneerbiedig bon ik nog in uwe tegenwoordigheid; of ten minste de gemakkelijke ligchaamshouding, die ik biddend aanneem, toont genoegzaam dat ik niet doordrongen bon van uwe oneindige grootheid, voor wie de Engelen uit eerbied hunne aangezigten nederig dokkon. Hoe walgelijk moet
( 292 )
ik dan voor uw aanscliijn niet zijn! Mij dunkt, dat Gij mij, van uit het H. ïabernakol, deze verschrikkelijke woorden toeroept; „Ach of gij koud ■waart of heet! maar omdat gij laauiv zijt en noch koud noch heet, zal ik u uitspuwen uit mijnen mondquot; (Apoc. 3. 15. 16).
Dierbare Jesus, die bedreiging is schrikkelijk voor mij die zoo traag en zoo laauw in alles ben. Zult gij mij dan uit uw mond uitspuwen en van U verstoeten l-quot; Minnelijke Jesus, dan zou ik al te ongelukkig zijn; dan was ik do ellendigste van alle menschen. Ik bid U, mij niet te verstoeten. Neen, lieve Jesus, verstoot mij niet; spuw mij niet uit uwen mond ; heb integendeel modelijden met mij en ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik voortaan ijveriger, standvastiger en eerbiediger zij in het bidden. O ja, mijn Jesus, ik bid U ootmoedig in mij het vuur eener ware godsvrucht te ontsteken, opdat ik hartelijk bidde; laat een vonkje van dat liefdevuur in mijn hart dalen, waardoor uw hart voor God brandde. O vuur, dat altijd brandt en nooit uitdooft! O liefdevuur, waardoor uw hart altijd glooide I Ontsteek ook mijn hart, opdat het altijd van liefde brande en aangedreven worde om eerbiedig te bidden. Amen.
( 293 )
168. Zucht naar vereeniging,
Dierbare Jesus, ik lees mot een heilige verwondering in de H. Schrift, dat Gij naar Jerusalem gaande om te lijden, spoediger gingt dan naar gewoonte, zoodat Gij de anderen vooruitsneldet.
„Erant autem in via ascendentes Jerosolymam; et prcBcedchat eos Jesus et stap chantquot; (Marcus 10. 32). Zij nu waren op den wey, opgaande naar Jerusalem; en Jesus ging hen voor, en zij waren verbaasd.quot; O Jesus, van waar die spoed en die vurige ijver ? Ik begrijp U, lieve Jesus! het was uwe groote begeerte om te lijden voor onze zaligheid en uw vurig verlangen om het allerheiligste Sakra-ment in te stellen en U met ons te vereenigen. En inderdaad, lieve Jesus, uw verlangen om voor ons te Igden en U met ons te vereenigen in de H. Communie was zeer groot, daarom zeidet Gij; „Doch Ik moet een doopsel ontvangen en hoezeer word Ik geprangd, totdat het volbragt zijquot; (Luc. 22. 50.) en wederom: ,,Met groot verlangen heb Ik verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik lijdequot; (Luc. 22. 1/5.).
Minnelijke Zaligmaker, ik bewonder en aanbid uwe vurigheid en liefde, maar over mij zolven en over mijne onverschilligheid sta ik beschaamd.
( 294 )
Ik moot U zoo aanstonds ontvangen on ovomvel ben ik koud on onvorscliillig. Ik vrees dat ik IT droefheid en walg zal veroorzaken, immers ik bon traag tot lijden en bitterheden en zoo flaauw om mij met U te vereenigen en U in de H. Communie te ontvangen ! Ik vlugt het lijden en zoek de vermaken. Ik ben koud voor U en hecht mij aan de wereld en aan do zinnelijke voldoeningen. Wat roden heb ik dan niot, om bosehaamd te zijn en mij diop te vernederen, wijl ik zoo ver van uw voorbeeld verwijderd ben ; en tevens om te bidden, U over mij to ontfermen en mij door uwe genade to ondersteunen, om mij naar uw voorbeeld moedig tot hot lij don te begeven, mij van alles te onthoehton en met oeno heilige drift U in do H. Communie te ontvangen? O ja, lieve Josus, ontferm U mijner , en ontsteek in mij hot vuur uwer liefde, vooral nu, wanneer ik U moet ontvangen. Kom tot mij, dierbare Jesus, opdat ik voortaan vlijtig zij tot alle goed. Geef mij dat vurige en beproefde goud hetwelk de Engel van hot bock dor Voropenbaring aan oen tragon bisschop aanprees, ton oinde het te koopen (Apoc. 3. 18). Dat vurige en heproefde goud is eene vurige en vlijtige liefde, of liover, Gjj, lieve Jesus, zijt dat vurige en beproefde goud. Ik kom derhalve
( 295 )
met con groot vertrouwen tot IT, om van U dat goud te ontvangen, on door IJ rijk in deugden en verdiensten, te worden en vooral in liefde te ontvlammen. Kom tot mij, lieve Josus; ik verlang vurig met U vereenigd te worden, en niet U ver-eenigd heilig te leven, geduldig te lijden en brandend van liefde te sterven. Amen.
1G9. Gebed tot Maria.
O Maria, goedertierene Maagd, bid voor mij, opdat ik mijnen Jesus ontvange mot eene gi\'oote begeerte en een vurig verlangen. Ik vertrouw, Maria, dat Gij mij deze genade niet zult weigeren. De naam van goedertierene Maagd, welke de H. Kerk en al uwe dienaren U zoo gaarne geven, strekt mij tot waarborg dat Gij de gebeden van uw smeekend kind niet zult verstoeten; want, even als eone lien, die hare kiekens onder hare vleugelen vergadert, zoo stelt Gij uwen moederlijken schoot voor allen open en zijt bereid om ze allen onder den mantel uwer bescherming te ontvangen. O Maria, goedertierene Maagd, ik stol mij op dit gewigtig oogenblik in uwe moederlijke handen, om door U gezuiverd, versierd en tot do tafel des Heeron geleid te worden en mijnon
( 290 )
Josus, uwen goddolijkon Zoon, heilig te ontvangen. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
170. Afschuw voor de laauwheid.
Dierbare Jesus, zoo zijt gij dan tot mij gekomen cn hebt Gij U zeiven innig met mij veroenigd! Zoo zijt Gij nu in mij en ik in U I O wat geluk I O ziel, nu moet gij u regt gelukkig aoliten en Jesus steeds dankbaar zijn voor die onbegrijpelijke genade, welke Hij u zoo even bewezen hoeft. O ja, mijne ziel, gij moot nu geheel voor Hem zijn, altijd aan Hem donken, altijd voor Hem wandelen, en alles doen en lijden uit liefde tot Hem. O wat schoone zaak is het, alles te doen voor God, om God en in Gods tegenwoordigheid! Maar hoe ijverig, hoe vlijtig, hoe oplettend, hoe nauwkeurig behoort gij dan niet te zijn in alles ? Zal een knecht onder do oogen van zijnen meester niet ijverig en oplettend zijn, en zoudt gij hot niet veel meer zijn in Gods tegenwoordigheid ? De Engelen staan mot uitgespreide vleugels voor Gods troon en zijn op het minste teeken tot alles gereed en volbrengen aanstonds zijne bevelen met de moeste oplettendheid. Zoudt gij dan nog on-
( 297 )
aohtzaani kunnon zijn jegens dienzelfden God, die zoo goed jegens u is en thans in u rust ?
Neen, lieve Jesus, mij dunkt, dat dit voortaan onmogelijk is. Voortaan wil ik uit liefde tot U vlijtig zijn in alles; wijl de traagheid U zoozeer mishaagt en Gij den laauwen Christen voor uw aanschijn niet kunt dulden. Ik hoor U zeggen in hot boek dor Veroponbaring (Apoc. 3. 15. 16): „Ach of gij koud waart of heet! maar omdat gij laauw zijt en noch koud noch heet, zal ik u uitspuwen uit mijnen mondquot;. Hoe zou ik dan nog laauw kunnon zijn ? Laauw in weerwil van uwe veelvuldige weldaden ? Laauw in weerwil van den afkeer weikon gij van do laauwheid hebt ? L,aauw ondanks Gij zelf tot mij gekomen zijt en mij gespijsd hebt met uw vloosoh en bloed? Lieve Jesus, zou ik na dit alles nog laauw en traag kunnon zijn ? O neen, mijn Jesus, dit ware een al te groote ondankbaarheid. Geef mij uwe liefde; liefde, vurige liefde; tl vurig bominnon ziedaar mijn voornemen. Naarstigheid, standvastige naarstigheid beoefenen ziedaar mijn besluit. Ik bid U, mij te versterken, opdat ik voortaan vlijtig on getrouw in alles zij. Amen.
( 298 )
171. Overweging der vurigheid.
Dierbaro Josus, daar Gij tot mij gekomen zijt, bid ik U, mij een waren ijver en eeno voortdurende naarstigheid in al mijne pligten te geven. Ik lees in de PI. Sehrift, dat Maria, toon Gij in haren schoot rusttet, opstaande, met haast reisdo over het gebergte naar de stad Hebron, om hare nicht Elisabeth to bezoeken (Luc. 1, 30). Hoe vlijtig en ijverig was toen Maria, omdat Gij in haren schoot rusttet. De H. Bernardus zegt: ,,Tk verwonder mij geenzins, dat zij zich haastte, want dragende, werd Zij gedragen door Hem die alles in zijne hand draagt en die als een reus te voorschijn treedt, om zijnen weg met spoed te bewandelen 1quot;
Dierbare Josus, daar Gij nu ook in mij zijt, bid ik IT, van mij inwendig tot allo goed aan tc sporen en vlijtig te maken in hot volbrengen van al mijne pligten. O mijn Jesus, ik schaam mij over mijne laauwhoid, traagheid en onachtzaamheid. Gij zijt in mij en toch blijf ik laauwl Gij zijt in mij on toch blijf ik traag on onverschillig! Gij zijt in mij en toch blijf ik gehecht aan de aarde. Gij zijt in mij on toch blijf ik onachtzaam in het volbrengen mijner pligten; vooral in do pligten van liefde, goedaardigheid, geduldigheid, gehoor-
( 299 )
zaamlicid, on vernedering. Dierbare Jesus, ik schaam mij over mijne laauwhoid. Hoe is liet mogelijk, dat ik met u vereenigd zijnde, niet ijverig zij, om al mijne pligten mot vlijt en naarstigheid te volbrengen, ton einde God te behagen; o Jesus, wees mij genadig, opdat ik voortaan naarstig zij in alles, bijzonder in het oefenen van liefdewerken. Amen.
178. Snelle en spoedige reis.
O ziel, tracht uwe reis naar do eeuwigheid niet spoed voort te zotten. Het is hier slechts een ballingschap ; do hemel is uw vaderland, waar gij in hot bezit van God uwen Vader eeuwig zalig zult zijn. „Beijveren wij ons dan, zegt do Apostel (Hobr. 4. 11), om die ruste in te gaan,quot; en niet zoo ongelukkig te zijn van er buiten gesloten te worden.
O ja, mijne ziel, laat ons speed maken, cm die eeuwige rust hinnen te gaan, terwijl Jesus bij ons is en ons door zijne genade zal ondersteunen om allo moeijelijkhodon te boven te komen. Laat ons spued maken, want er blijft ons nog eenegrooto, gevaarlijke en verre reis over. Laat ons sjw»? maken, want de tijd is zeer kort; wij hebben geen
( 300 )
oogonblik te verspillen. Laat ons spoed maken, wfint Jesus, die bij ons is, noopt er ons toe; flauw, traag of onachtzaam zijn, zou hem zeer mishagen en zeer gevaarlijk voor ons wezen; want zoo zouden wij gevaar loopen, gelijk de dwaze maagden, te laat te komen en de deur gesloten te vinden.
Dierbare Jesus, ik werp mij eerbiedig voor U neder en bid U vurig, mij met dusdanigen geest te bezielen, het liefdevuur in mij te ontsteken en mijn hart uit te breiden, om den weg uwer geboden als een reus te bewandelen. Geof dat in mij bewaarheid worde hetgeen David zeide: „Ik loop het pad van uwe geboden, ah gij ruimte schenkt aan mijn hartquot; (Ps. 118. :}2).
173. Voornemens, om ijverig in alles te zijn.
Minnelijke Zaligmaker, daar ik thans met TJ verecnigd ben, zal ik alles te uwer liefde en met do meest mogelijke oplettendheid trachten te doen. Gij hebt al, uwe werken op de volmaaktste wijze verrigt, in al uw doen en laten niets anders zoekende dan de eer en glorie van God, om mij te leeren, dat ik ook zoo in alles Gods eer en glorie moet beoogen. Er staat van U geschrc-
( ;i()i )
ven: Omnia banc fecit. Hij heeft ulles wel yedaanquot; (Marc. 7. 37), ook ik zal trachten alles wel to doen.
1. Ik zal traeliten mijne geboden met den meest mogelijken eerbied te verrigten, en in dezelve steeds te volharden in weerwil van alle bekoringen, verdriet, tegenzin of dorheid.
2. Ik zal trachten dagelijks do H. Offerande der Mis met de meest mogelijke zedigheid bij te wonen, evenals ware ik met Maria, op den berg van Calvarië of in den hemel, in hot gezelschap der Engelen, die God van aanschijn tot aanschijn aanschouwen, en zonder ophouden loven en verheerlijken, zingende: Heilig, Heilig, HeilUj, Heer Gvd der Heirhrachtenquot; (Is. 6. 3).
3. Ik zal trachten, wekelijks mijne biecht met eene bijzondere oplettendheid en goede voorbereiding te spreken, evenals ware zij do laatste van mijn leven, en vervolgens mij met do meest mogelijke ingetogenheid tot do H. Communie voor te bereiden en verder mij met de opregtste gevoelens van ootmoedigheid, geloof, hoop, liefde en verlangen tot de tafel dos Heeren of tot het altaal\' te begeven, on U, lieve Jesus, mot een zuiver en van liefde brandend hart te ontvangen, gelijk ik nu gedaan heb.
( 302 )
4. Dagelijks zal ik mijn yeivden met naarstigheid onderzoekeu, mijne fouten rouwmoedig bewcenen en God bidden mij tegen het hervallen te versterken.
ö. Ook zal ik trachten door den dag dikwijls aan God te denkon; door schietgebeden tot Hem te verzuchten en heilig voor zijn aanschijn te wandelen. Ik zal trachten gedurende al mijne bezigheden, mijn hart tot God te verheffen, met het inzigt om alles wat ik doen zal, hetzij eten of drinken, slapen of waken, rusten of wandelen of wat het zijn moge, te doen alleen tot eer van God en om Hem te behagen; alsmede Gods beschikking in alles wat mij overkomt te aanbidden, zoowelin tegen-als in voorspoed, zoowel in ziekte, als in gezondheid, zoowel in droefheid als in vreugde, zoowel in gebrek als in overvloed; altijd denkende; God heschikt het zuo, zijn wil geschiede. Eindelijk zal ik trachten naauwkeurig en vlijtig te zijn in het volbrengen mijner pligten en nooit mflu eigen wil in te volgen, maar liever den wil van God, van mijne oversten en van anderen.
Liefderijke Jesus, de taak die ik voorgenomen heb is groot, en mijne krachten zijn niet toereikend om haar te volbrengen; daarom bid ik U vurig van mij te versterken en door uwe genade aan te
( .\'JOo )
moedigen, opdat ik mijn voornemen getrouw op-volge. Zoudt gij mij deze genade kunnen weigeren, lieve Jesus ?.....Gij hebt U zeiven geheel
aan mij gegeven, lioe zoudt Gij dan ook niet alles aan mij geven!\' O ja, lieve Jesus, ik vertrouw, dat Gij mij nu alles geven zult. Ontferm ü mijner en versterk mij door uwe genade, opdat ik in weerwil van alle moeilijkheden getrouw lilijve. Amen.
174. Gebed tot Maria.
Goedertierene Maagd, bid voor mij, opdat ik geheel voor God leve en alles doe tot zijne meerdere eer en glorie. Ik vertrouw, lieve Moeder Maria, dat Gij do ootmoedige bode van oen arm kind niet zult verstooten. Neen, dat zult gij niet doen; do liefde van uw moederlijk hart is al te teeder, en do naam van goedeetieeene Maagd is te minzaam dan dat Gij mij iets zoudt kunnen weigeren. Ja, Maria, uwo goedertierenheid is zoo groot, dat Gij onzen nood dikwijls voorkomt en ons eeno moederlijke hand toereikt, voordat wij er om gebeden of zelfs aan gedacht hebben. iSteunen-de op deze uwe goedertierenheid en hulpvaardigheid, neem ik met een groot vertrouwen mijne toevlugt tot tl, U smeekende van mij steeds op
( W\'4 )
den weg dor zaligheid to geleiden, opdat ik standvastig blijvo te midden van allo gevaren en in het goodo volharde tot hot einde mijns levens toe. Amen.
Oefeningex.
1. Met naauwgezotheid zijne regels en pligten van staat onderhouden. 2. Het doen met vlijt; alleen om God. 3. Het doen in weerwil van allen tegenzin, welke men soms ontwaart in zijne gebeden of godvruehtige oefeningen, hetzij in zijne gebeden en pligten van staat, hetzij in het beoefenen der gehoorzaamheid, gedienstigheid, in-schikkelijkheid enz. Eindelijk 4. Zijne bezigheden heiligen door veelvuldige schietgeheden.
NEGEN TIE N D E O E F E NIN G.
Vervolg van den vurigen ijver ter bestrijding der traagheid of laauwheid.
VOOR DE H. COMMUNIE.
175. De komst eens Konings.
O mijne ziel, zie eens met wat ijver men in de wereld alles voorbereidt, om den Koning bij zijne intrede in eene stad, waardig te ontvangen t Hoe ijverig is men bezig om alles te zuiveren, te versieren en behoorlijk te regelen, om den Koning een heerlijke ontvangst voor te bereiden. En dan; wanneer nu alles gereed is, hoe vurig wordt dan naar het oogenblik zijner komst verlangd 1 O ziel overweeg dit met aandacht, ten einde u zelve te vernederen en over uwe nalatigheid beschaamd te zijn.
Jcsus, uw Koning, uw Opperkonirig, komt tot u. Hij zal zijn intrede bij u doen en Gij zult Hem 95 20
( 30« )
ontvangen; wat staat u te doen ? Hoe ijverig moot gij dan niet zijn om n van alles te zuiveren, on vurig naar zijn komst to verlangen.
Dierbare Jesus, ik zal mijn bost doon om mij goed voor te bereiden, mij van alle fouten en gebreken te zuiveren en met deugden te versieren. De H. Kerk in bot Officie van den Advent, noodigt er mij zoo minzaam toe uit, zeggende : „Bat de harten der inenschen hij de komst des Opperkonings gezuiverd wardenquot; {Brev. Bom. in Dom. Adventus 9 antiph.)
O Jesus, geef tranen aan mijne oogen om mijne zonden, onvolmaaktheden en gebroken te beweenen en er van gezuiverd te worden. Ontvang mijn bart; ik stel liet in uwe handen, en bid TJ, de goedheid te willen hebben van het zelf voor te bereiden, te zuiveren, te versieren en in vurige begeerten te doen ontvlammen. Amen.
176. Zuivering des harten.
Dat uw hart hij de komst des Opperlionings gezuiverd worde,. Dierbare Jesus, hoeveel is er nog in mij dat behoort gezuiverd te worden! Helaas, hoezeer is mijn hart mismaakt door de vlekken van hoogmoed en eigenliefde, door de
( 307 )
vlekken van afgunst, jaloerschlicid en nijd, door do vlekken van liefdeloosheid, onnieedoo-gendheid en onbarmhartigheid jegens arme en noodlijdende mcnschen; door de vlekken van nieuwsgierige, onzedige of onzuivere blikken, of gedachten, begeerten en verbeeldingen; door de vlekken van zinnelgkheid, gulzigheid of onmatigheid in het nemen van spijs en drank; door de vlekken van ongeduld, gramschap en oploopend-heid; eindelijk door de vlekken van laauwheid, traagheid en onachtzaamheid in het vervullen mijner pligten van staat, overwegingen, geboden en andere godvruchtige oefeningen !
O ziel, wat staat u nu te doen? Uw Opper-koning komt, en gij zijt nog zoo vol onvolmaaktheden en gebreken. Dierbare Jesus, ik zal met ijver mij trachten voor te bereiden; zie, ik worp mij thans ootmoedig voor U neder en bid TJ om genade en barmhartigheid. Peccavi, Ik heh ijt-zondigd. Dierbare Jesus, geef tranen aan mijne oogen, om mijne zonden, onvolmaaktheden en gebreken rouwmoedig te beweenen en er van gezuiverd te worden. Ik vereenig nu mijne droefheid met uwe droefheid, mijne zuchten met uwe zuchten, mijne tranen mot uwe tranen, eindelijk mijn berouw met uw bitter lijden en dierbaar
( 308 )
blood. In deze vereoniging hoop ik vergiffenis te bekomen en geheel gezuiverd te worden. O Jesus, ontferm U mijner, wasch mg in uwe tranen en zuiver mij in uw dierbaar bloed. Amen.
177. Versiering des harten.
O ziel, \'t is niet genoog uw hart te zuiveren, gij moet het daarenboven versieren met allo soort van deugden. Dat uw hart bij de komst des Opporkouings versierd worde, om Hem waardig te gemoet te gaan en te ontvangen. O ja, dat uw hart versierd worde niot door schoone kleedoren, maar door alle soorten van deugden, vooral door een levendig geloof, oene vaste hoop, vurige liefde, diepe ootmoedigheid, bestendige zachtmoodighoid, ware kuisehheid en volmaakte gehoorzaamhoid. O Josus, ontvang mijn hart, ik goof hot aan U, opdat Gij zelf hot zoudt versieren, wijl ik er onbekwaam toe bon. O ja, lieve Jesus, versier mijn hart vooral met die deugden, welke U het aangenaamst zijn en waarvan Gij ons bij uwe intrede in de wereld een voorbeeld gegeven hebt. Gij hebt tot uwe geboorteplaats een armer, stal verkozen, waar niets wereldsch, niets prachtigs, niets groots to vinden
( 309 )
was, om mij te loeren, dat vooral de geest van nederigheid, armoede, ontberingen en lijden U zeer behaagt en Gij daarin uw vermaak schept. O Jesus, ontvang nu mijn hart en versier het met die deugden; geef mij eene ware liefde voor de vernederingen, voor het lijden en voor de armoede; duld niet, dat er iets in blijve voor de wereld of voor iets dat wereldsch is. Neen, lieve Jesus, mijn hart behoort geheel aan U, ik wil het ook geheel aan U geven. Ontvang Gij het, zuiver het en versier het met den geest eener ware ootmoedigheid, zachtmoedigheid, geduld, minzaamheid, gehoorzaamheid, zelfverloochening, armoede en versterving. Amen.
178. Genezing der zielskwalen.
O ziel, verbeeld u den Profeet Isaïas te hooron zeggen: ,,Schept moed; vreest niet; God zelf zal komen en u genezenquot;, (ten lste) „Dan zullen de oogen der Minden geopend wordenquot; (Isaïas 35. 4. 5). Welaan, mijne ziel, Jesus zelf zal komen, om uwe oogen te openen en u van uwe blindheid te genezen, om do nietigheid der wereld en van alles wat in do wereld is te zien en de waarde der hemelsehe goederen en do grootheid der eeuwige
( aio )
vermaken te beseffen; (ten 2^) „Ban zullen de ooren der dooven openstaan, Aures snrdorum pute-huntquot; ; om te luisteren naar de stem des Hoeren en niet naar do raadgevingen des duivels, der wereld of dor driften; (ten 3de) „Tune sul iet sicut cerves claudus, Dan zid de kreupele opspringen gelijk een hertquot;; gij zult genezen worden van uwe traagheid en daar gij eerst onstandvastig waart in do dienst dos Hoeren, zult gij met ijver bezield worden om do wegen des Heoron mot snelheid te bewandelen en onvermoeid door te zetten tot hot einde too; (ton 4de) „Aperta erit lingua mutorum, De tong der stommen zal onthouden zijnquot;; om \'s Heoron lof te zingen on van nu af aan, de bediening dor Engelen waar to nemen; immers hunne taak is Gods lof in eeuwigheid to zingen; nooit, dag noch naeht, nooit geven zij zich eenigo rust, altijd zingende: Heilig, Heilig, Heilig, Hoor God der heirkrach-ten (Is. 6. 3); eindelijk (ten jjij zai komen om uw hart vruchtbaar te maken in goede gedachten, woorden en werken on u voor te bereiden tot den Hemel, opdat gij zoudt komen waar Hij is.
Dierbare Josus, wat groot geluk zal mij dan binnen weinige oogenblikken geworden! Gij mijn
( 311 )
Opporkoning, mijn God on mijn Al, zult tot mij komen, en ik, nietige aardworm en ondankbaar soliepsel, zal U ontvangen. O wat geluk I welk eeno genade I fint, fiat, dat het zoo geschiede, lieve Jesus, dat het zoo gesehiede! Ik verlang vurig naar U. Kom, Heero Jesus, kom. Geef U aan mij, genees mijne kwalen, zuiver mij, versier mij, heilig mij on maak mij zalig. Amen.
179. Verlangen naar Jesus.
Kom, Heere Jesus, geef U aan mij ; wil niet langer vertragen. Kom spoedig; want ik verlang vurig met U vereenigd te worden. Kom en zuiver mij van alle vlekken, onvolmaaktheden en gebreken; wijl doze U zouden mishagen. Kom, Heere Jesus; genees do geestelijke krankheden mijner ziel; genees hare traagheid en laauwheid in uwe dienst, opdat ik voortaan ijverig zij in al mijne pligten. Kom, Heero Jesus, en verrijk mij mot alle deugden; wijl deze en geone andere sieraden XJ welgevallig zijn kunnen. Kom, Heere Jesus, en vestig uwen troon in mijn hart; kom en verlaat mij niet meer; want ik verlang\' U te bezitten en niets anders.
( 312 )
Voortaan wil ik U alloen beminnen, voor tl leven, alles voor U doen en lijden en eindelijk voor U sterven, om eeuwig mot IJ te heerschen in den hemel. Amen.
180. Gebed tot Maria.
O Maria, getrouwe Maagd, bid voor mij, opdat ik steeds getrouw zij aan de genade van God. O Maria, ik bewonder uwe getrouw-lieid in alles wat God van U verlangde, of Hem beliagelijk was; in alles wat de wet TJ oplegde; in alles wat de Voorzienigheid over U beschikte; eindelijk in alles, wat het belang onzer zaligheid betrof; immers uwe getrouwheid jegens ons is zóó groot, dat Gij ons allen als uwe kinderen behandelt en onder uwe bescherming neemt. O Maria, ik bid IT, van nu bijzonder uwe moederlijke zorg aan mij te betoonen, nu, daar ik Jesus, uwen godde-lijken Zoon, ga ontvangen; ik geef U mijn hart opdat Gij het zuivert, versiert en tot de komst van Jesus voorbereidt. Amen.
( ^13 )
NA DE II. COMMUNIE.
181. Smeeksohrift aan deu Koning.
O ziel, verheug u wijl Jesus, uw Opperlcomng, zijne intrede in u gedaan heeft. Wat vreugde ziet men gewoonlijk in do stad, in welke de Koning zijne intrede gedaan hooft; maar hoeveel grooter moet nu uwe vreugde zijn, daar Jesus, uw Opperkoning, tot u gekomen is on zijn verblijf in u genomen heeft. Ja zoker zal ik mij nu verheugen, lieve Jesus ! Mijn geluk is groot en gaat alle beschrijving te boven. Ik groet U, lieve Jesus, en buig mij ootmoedig voor U neder, om U te aanbidden en U mijn smeekschrift aan te bieden. Ik vraag U slechts eene gunst, namelijk de genezing mijner geestelijke kwalen; ik vraag dio met groot vertrouwen, wijl Gij haar beloofd hebt door den mond van don Profeet Isaïas (Cap. 35. 4. 5. 6); ,,De Heer zelf zal Jcomen en u (jenezen. Dan zullen de ooyen der blinden geopend imirden en de ooren der duoven openstaan; dan zal de kreupele ah een hert springen en de tong der stommen zal onthanden zijnquot;. Dierbare Jesus, daar Gij nu tot mij gekomen zijt, genees nu volgens uwe beloften de geestelijke kwalen mijner ziol. Ontferm U mijner, liove Jesus, en heb mede-
( 31-1 )
lijdon met mij, want do kwalen mijner ziel zijn groot en menigvuldig; woigor mij doze gunst niet; \'t is immers daarom dat Gij tot mij gekomen zijt. Trek mijn hart af van do wereld en van alles wat in de wereld is; genees mijne traagheid, laauwheid cn onachtzaamheid in uwe dienst on maak mij ijverig in het volbrengen mijner pligten ; immers da laauwheid mishaagt TJ tot wal gens too en doet IT zoggen: „Ach of gij koud waart of heet; maar omdat gij laauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uitspuwen uit mijnen mondquot; (Ap. :5. 15. 10).
O Josus, wil mij niot uitspuwen; maar heb medelijden met mij; ontstook in mij hot vuur uwer liefde, opdat ik voortaan ijverig zij, en mijne pligten naauwkourig en met liefde ver-rigto. Anion.
183. De \'blinden zien.
O Josus, open nu mijne oogon, om do nietigheid van al het aardscho en de waarde van hot hemelsche te zien en grondig to beseffen. Wat is toch alles, wat do wereld mij aanbiedt, wat anders dan ij dolheid en kwelling des geestes ? Niets van al het aardscho kan mij gelukkig
( 315 )
maken, voel minder verzadigen; wijl ik voor U alleen geschapen bon. O Jesus, opon nu mijne oogon, opdat ik dit zion on grondig beseffen mogo. Ach, ik bid U, weiger mij deze gunst niet; NU bijzonder, terwijl Gij nog in mijn hart zijt. Gij immers hebt hot beloofd door den mond van don profeet Isaïas; zeggende, dat bij uwe komst de oogen der Winden geopend zullen worden. Derhalve bid ik U, lieve Jesus, van mijne oogon te openen, opdat ik do ijdelheid van al hot aard-sche en vergankelijke zien moge, om voortaan U alleen te beminnen, te zoeken en aan te kleven; want wat is er mij in don hemel en buiten U, wat wil ik op de aarde, o God mijns harten en mijn deel o God in eeuwigheid. Amen.
183. De dooven hooren.
Minnelijke Zaligmaker, Gij hebt beloofd door den mond van don profeet Isaïas, dat bij uwe komst de ooren der dooven zouden openstaan; ik bid U derhalve, mijne ooron te openen, opdat ik voortaan uwe stem hoore en steeds naar uwe inspraken luistere. Ach, hoe dwaas was ik, toon ik naar do wereld en de ingevingen van Satan on dos vlooschos luisterde; want hunne ge •
( 316 )
sprekkon zijn ijdcl on hunno ingevingen bedrio-gelijk. Zij spreken van vermaken, grootheden, rijkdommen en zinnelijke voldoeningen, evenals ware ons geluk daarin gelegen. O neen, lieve Jesus; niets van dit alles kan mij gelukkig maken; want Gij alleen zijt mijn God en mijn Al, mijn eenigst heil en mijn deel in eeuwigheid. Spreek, Heer, uw dienaar luistert. Hoe zoet is mij uwe stem, die mij zegt: „Mijn zoon, kom; onthecht u van alles en geef u geheel aan Mij, dan zult gij gelukkig zijn.quot; O Jesus, ik heb uwe stem gehoord; ik ben tot U gekomen en Gij hebt U met mij vereenigd. O zoete vereeni-ging! nu ben ik gelukkig, spreek nu tot mij en leer mij, dat buiten U alles ijdelheid is en Gij alleen mij gelukkig kunt maken, opdat mijn hart van alles ontbonden worde en voortaan geheel aan U zij. Amen.
184. De kreupelen wandelen.
O Jesus, hoe zoet is het bij U te zijn! Gij zijt de Geneesheer aller kwalen, en vooral der traagheid, laauwheid en onachtzaamheid. Gij heb het beloofd, lieve Jesus, zeggende, dat bij uwe komst
de kreupele als een hert zal springen (Isaïas 35. 6).
( 317 )
Lieve Jesus, nu ben ik waarlijk gelukkig, wijl Gij gekomen zijt, om mijne traagheid en onachtzaamheid te genezen en mij op te wekken tot ijver en naarstigheid. Ik vertrouw dat Gij mij nu zult helpen en bijstaan om als een hert, met snelle vlugt voortgang te doen in de heiligheid en volmaaktheid, en als eene duif mij hemelwaarts te verheffen, tot God op te vliegen en in Hem te rusten. O God, trek mij tot U, verlos mij van het aardsehe ligchaam, \'twelk de ziel bezwaart en haar belet, zich ton hemel te verheffen. Trek mij, bid ik U, tot U, opdat ik don weg der zaligheid vlijtig bewandelo, mijne plig-ten met ijver volbrenge en volharde tot het einde toe. O ja, lieve Jcsus, zoete Zaligmaker, geof dat ik ijverig zij in al mijne werken, vooral in het volbrengen der godvruchtige oefeningen, namelijk in de morgen- en avondgebeden, in de meditatiën en godvruchtige lezingen, in het bij wonen der H. Mis, het Lof en andere godvruchtige oefeningen; in het bezoeken van het aanbiddelijk Sacrament en der H. Maagd Maria; in het bidden der 14 statiën van den H. Kruisweg, eindelijk in het ontvangen der H. Sakra-menten, de Biecht en de H. Communie; met één woord, geef, lieve Jesus, dat ik ijverig in
( 318 )
alles zij, wijl de laauwhoid en traagheid U zoo zeer mishagen en mij zoo nadeelig en gevaarlijk zijn. Hoe schrikkelijk zijn deze uwe woorden; „Ach of (jij koud waart of heet, maar omdat gij laauw zijt, zal Ik u uitspuwen uit mijnen mondquot; (Ap. 3. 15. 16). O Jesus, bewaar mij toch voor zulk ongeluk en geef dat ik in al mijn doen en laten ijverig zij en er mij steeds op toelegge om U te behagen en uwen H. wil in alles te volbrengen. Amen.
185. De stommen spreken.
O Jesus, mijn God en mijn Al, mijn Trooster in bitterheden en mijne zalving in alle zielskwalen; Gij kunt en Gij wilt mij ook genezen. Ik bid\'U ootmoedig don band mijner tong te ontbinden, opdat ik voortaan uwen lof steeds verkondigo. Ik vertrouw, dat Gij mij deze gunst niet zult weigeren; Gij immers hebt het beloofd, zeggende, dat bij uwe komst de tony der stommen ontbonden zal worden (Isaïas 35. C), Ik bid TJ derhalve, lieve Josus, mijne tong te willen ontbinden, opdat het mij eon genoegen zij uwen lof steeds te verkondigen. Gij hebt mij zulke groote dingen gedaan, dat ik er U nooit genoeg voor kan
( •\'HO )
loven on danken. Minnelijke Zaligmaker, ik zal derhalve mijn best doen, om U, zooveel ik kan, te loven, te danken en te verheerlijken. Ik zal overal uwe grootheden verkondigen en uwe eer en glorie bij allen voorstaan en verdedigen. Doch wie bon ik, om zulks to doen ? Helaas, ik ben een verworpen aardworm, een ondankbare booswicht en mijne woorden zijn daarenboven dor, koud en als het ware, onverschillig; ik bid U derhalve, mijne tong to willen ontbinden, en do woorden op mijne tong te loggen, die ik moet sproken om vruchten voort te brongen en den glans uwer heerlijkheid moer en moer te verspreiden. Amen.
186. Gebed tot Maria.
O Maria, getrouwe Maagd, bid voor mij, opdat ik altijd ijverig en getrouw in alles zij. Ik bewonder uwe getrouwheid in hot volbrengen van alles wat God van tl vorderde. Hoe getrouw waart Gij om uwen eenigon Zoon te laten besnijden, hoewel Hij er niet too vorpligt was! Hoe getrouw i7i Hem op to offeren en volgons de voorschriften dor wet wederom vrij to koopen I Hoe getrouw om U zeiven volgons de wet te
( 320 )
laten zuiveren en alle feestdagen der wet te onderhouden! Hoe getrouw in Jesus op alle wegen te volgen, zelfs tot op Calvarië, en met Hem alles te lijden! O Maria, door deze uwe getrouwheid bid ik IT, mij den geest van een waren ijver en eene naauwkeurige getrouwheid te verwerven. O Maria, verstoot mij toch niet; heh medelijden met mij ten aanzien mijner zwakheden; ondersteun mij in hot midden der gevaren, opdat ik getrouw blijve, geheel voor God leve en volharde tot het einde toe. Amen.
Oefenixgen.
1. Een nederige gedachte van zich hebben, zich zelven aanzien als een blinde, donve, kreupele en stomme. 2. Met vertrouwen zijne armoede, zielskwalen en geestelijke ellenden aan Jesus blootleggen. 3. Jesus beminnen en Hem dankbaar zijn, wijl Hij zich gewaardigt tot u te komen, om uwe zielskwalen te genezen en u in uwe armoede te verrijken.
ï W I N TI G STE O E FENIN G.
Over de oneindige volmaaktheden van God.
VOOR DE H. COMMUNIE.
187. De volmaaktheden van God.
O ziel, buig u ootmoedig neder voor den Heer uwen God, dio oneindig is in voluiaakt-hedcn. Do profeet David zegt: ,,Groot is de lieer en hoogst lofwaardig en zijne grootheid is oneindigquot; (Ps. 144. 3).
O God, ik ben beschaamd voor U. Hoe groot, boe verbeven, boe oneindig zijt Gij in volmaakt-beden ! Alle mogelijke volmaaktheden zijn in U op eene volmaakte wijze. Allo voortrefi\'elijkbeden der schepselen zijn volmaakt in U, zonder vermenging van eenige onvolmaaktheid. O mijn God I ik geloof vastolijk, dat Gij het opperste en volmaaktste wezen zgt en oneindig bet begrip van mijn verstand te boven gaat. Gij overtreft 93 21
( 322 )
al hot geschapene in grootheid, heiligheid, waardigheid, verhevenheid en volmaaktheid. Alles wat do wereld bevat of mij aanbiedt is ij delheid. Gij alleen zijt groot en verheven. Zoek ik grootheden, Gij zijt grooter; zoek ik schoonheden. Gij zijt schooner; zoek ik vermaken, Gij zijt vemiakolijker; immers geen schepsel kan met den Schepper vergeleken worden, de li. Geest zegt: Die de sterkte gemaakt heeft is sterker, en die de schoonheden heeft voortgebragt is schooner (Vgl. Sap. 13. 3. 4).
O God, hoe zoet zijn mij deze gedachten en hoe verheugt zich mijn geest over uwe volmaaktheden ! Waarlijk Gij zijt groot en uwe grootheid is oneindig. Gij besluit alle denkbare volmaaktheden noodzakelijkerwijze in tl. Zij zijn in U volmaakt, onveranderlijk, eeuwig; zij kunnen niet vermeerderd, noch verminderd worden. Gij zijt gelukkig in U zeiven en hebt ons onder geen opzigt noodig, doch wij zijn ongelukkig zonder U en hebben U altijd, overal en onder alle op-zigten noodig; do H. Augustinus zegt teregt: „O Heere! Gij hebt ons voor U geschapen en ons hart is ongestadig en ontevreden totdat het in U rustquot;; en wederom zegt hij: „O monsch ! als gij zonder God zijt, zal God daarom niet
( 323 )
minder groot zrjn ; want Hg is niet grooter door u; maar gij zrjt minder zonder Hem.quot;
O God, oneindig in volmaaktheden, hoe gaarne denk ik aan U ! Hoc gaarne spreek ik van U! Hoe gaarne werk ik voor U! Hoe zoet is het mij, voor U te leven, te lijden en te sterven! Gij immers zijt mijn God en mijn Al, en besluit allo volmaaktheden in IJ. \'Vele groote, schoone en voortreffelijke dingen worden er onder de menschen en in do gansche natuur gevonden; maar wat is dit anders dan een maaksel van uwe handen en eene schaduw uwer volmaaktheden ? Hoe zoet is het mij, uit liefde tot U alles te verachten en geheel in U, om U on door U te leven ! Ontvang mij, o mijn God, en geef dat ik voortaan geheel aan U zij. Kom, Heero Jesus, mijn opperste Goed, kom en geef U aan mij. Amen.
188. Zelfvernedering.
0 God, oneindig in volmaaktheden, wie bon ik om voor uw aanschijn te verschenen!\' De engelen hunne nietigheid beschouwende, werpen zich eerbiedig voor uwen luisterrijken troon neder en sidderend voor uwe goddelijke Majesteit dekken
( 324 )
zij hun aangezigt. Indien do engelen zich niet waardig erkennen, voor uw aanschijn te verschijnen, waar zal ik mij dan voor uw aanschijn verbergen ? O God, ik sta verbaasd voor U, en mijn aanschijn voor U dekkende, zink ik weg in den afgrond van mijn niet. Wie zijt Gu en wie ben ik ? Gij zijt het Opperwezen, oneindig in volmaaktheden; maar ik ben oen jsrieï. Uit mij zolven heb ik niets, kan ik niets en bon ik niets. Ik zou nog in het niet zijn, indien Gij mij hot aanzijn niet gegeven hadt; en zonder U zou ik eeuwig in het niet zijn gebleven; wat meer is, zonder U zou ik aanstonds tot het niet terug-keeren, want zonder U kan ik geen oogenblik blijven bestaan. O God, zoo ben ik dan voor U een nietig schepsel en onwaardig een blik van genade van TJ te ontvangen; en evenwel verwaardigt Gij U, U met mij bezig te houden en uwe oogen op mij te laten vallen; wat meer is. Gij, gewaardigt U, mij uit te noodigen, om tot U te komen en U als zielespijs te ontvangen, o wat goedheid, wat genade I //cere, ik hen niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden. Ditniettegenstaande wilt Gij bij mij zijn en noodigt Gij mij uit, om tot U te komen,
( 325 )
zeggende: „Komt tot Mij allen, die hegeeriy naar Mij zijt, en verzadigt u aan mijne vruchtenquot; (Eccl. 24. 26).
O God, hoe groot is uwe goedheid en hoe onbegrijpelijk uwe vernedering I Gij vergeet als het ware uwe oneindige volmaaktheden, om U zelven te vernederen, tot mij te komen eu een met mij te worden. O onbegrijpelijke liefde, o ongehoorde vernedering! Gij, o mijn God, wilt U met mij voroenigen en U zelven aan mij tot spijs geven ; maar wie ben ik, om U te ontvangen en mij met TT te vereenigen ? Helaas, ik ben zoo flaauw, zoo onachtzaam en zoo liefdeloos! Helaas, ik bon zoo onvolmaakt, zoo vol gebreken en zonden I Tot de komst van aardsche vorsten maakt men duizendo tooboroidselen, maar ik, helaas, blijf ongevoelig voor uwe komst; Gij zgt de Koning der Koningen en toch ben ik onverschillig en verwaarloos ik mijn hart naar behooren te zuiveren en te versieren. Helaas, wat zal er dan van mij geworden ? O God, ontferm TI mijner; ontvang mijn hart, zuiver het, versier het en maak er een heerlijk verblijf voor U gereed, opdat ik TJ waardig ontvange en steeds met TJ vereenigd blijve. Amen.
( 326 )
189. Vertrouwen op God.
O God, wat zal ik doon? Gij zijt hot oneindige Opperwezen, en ik bon oen niet; Gij zijt do Heiligheid zolve en ik ben een ondankbare zondaar ; ik ben niet waardig voor U te verschijnen, veel minder om tl to ontvangen; wat moet ik dan doon? Moet ik mij duarom van U ver wij deren en nalaten U in de H. Communie te ontvangen? Neen, mijn God, dat moot ik niet, dit zou IJ mishagen; want, al zijt Gij nog zoo groot en zoo verhoven en al bon ik nog zoo nietig en zoo ellendig. Gij wilt toch bij mij zijn, om mij gelukkig te maken; derhalve zal ik om mijne nietigheid en ollondo mij niet van U verwijderen; integendeel, ik zal met vertrouwen mij voor uwen troon nederworpen, en U vurig bidden, in mijn hart een waardig verblijf voor U gereed te maken.
O God, ik buig mij eerbiedig voor uwen troon nedor, U biddende, van mij niet te vorstooton. Genadige God, verlaat mij niet; ontferm U mijner, terwijl ik U mot groot vertrouwen aanroep ; Gij immers hobt mij uitgonoodigd, on wilt dat ik met vertrouwen komo. Op deze uwe goedheid steunende, kom ik nu vol vor-
( 327 )
trouwen, om U te ontvangen, met U vereenigd te worden en eeuwig in U te ruston. O Jesus, mijn God en Al, geef U aan mg ; geef mij die liemelsclie en goddelijkfi spijs, welke alleen bekwaam is, mijn hart te verzadigen. Ja, lieve Jesus, geef U aan mij, opdat ik walge van alles wat de wereld mij aanbiedt en voortaan geen smaak meer bebbe tenzij in U alleen.
O ziel, het oogenblik nadert, dat Jesus tot u komen zal; hoe ingetogen, hoe zuiver, hoe heilig, hoe eerbiedig moet gij dan niet zijn! De engelen versehrjnen met eerbied voor zijnen troon, nemen uit eerbied de gouden kroonen van hunne hoofden en leggen die aan zijne voeten neder. Hem lovende en verheerlijkende; verneder u dan ook voor den Heer uwen God, en neem uwe toevlugt tot Maria, opdat Zij voor u bidde, Zij immers is eene Moeder van Barmhartigheid. Amen.
190. Gebed tot Maria.
O Maria, spiegel der regtvaardigheid, bid vooral op dit oogenblik, opdat ik mijnen Heer en God heilig ontvange, welke Gij negen maanden in uwen maagdelijken schoot gedragen hebt.
( 328 )
O Maria, waarlijk, gg zijt een spiegel der regt-vaardigheid, dat wil zoggen, eon voorbeeld van heiligheid en van allo deugden. Mij in U spiegelende, word ik beschaamd zoo weinig overeenkomst met IJ te hebben. Gij, o Maria, waart zuiver van allo zonden en versierd met allo deugden; ik integendeel ben in zonden ontvangen en geboren, ik heb in zonden geleefd, en ben nog vol onvolmaaktheden, fouten en gebreken; en toch moet ik mijnon Jesus ontvangen; derhalve bid ik U, Maria, spiegel dor rogtvaardighoid, mijn hart te zuiveren, te versieren, en tot verblijfplaats voor Jesus in te rigten, opdat ik Hem mot vrucht ontvange en Hij zijnon troon in mij vestige. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
191. Lof aan den volmaakten God.
O Jesus, mijn God en mijn Al, doe mij besefFen de kracht der woorden, welke de profeet David bij hot beschouwen uwer oneindige volmaaktheden in do verrukking zijns geostos uitsprak: Groot is de Heer on hoogst lofwaardig en zijne grootheid is oneindig (Ps. 144. 3) O ja, mijn God, Gij zijt waarlijk groot en oneindig in volmaakt-
{ 329 )
heden, en evenwel zijt Gij tot mij gekomen. Wie had zulks ooit kunnen denkon ? Ik ben oen nietig, een ondankbaar en boosaardig schepsel, en toch zijt Gij tot mij gekomen.
O ziel, verneder u voor uwen Heer en God, erken zijne grootheden, verhevenheden en oneindige volmaaktheden, en loof Hem zooveel gij kunt; Hij immers is allen lof waardig; ja. Hij gaat allen lof te boven en nooit kan Hij genoeg geloofd worden. Verhef u ton hemel en zie hoe eerbiedig de engelen zich voor Hein neerwerpen en hoe vurig zij Hem loven. Nimmer geven zij zich rust, dag en nacht in alle eeuwigheid zingende: „Heiliy, Heilig, Heilig, Heer God der heirkrachten, geheel de aarde is vol van moe glorie.quot; O ziel, vereenig u met hen en houd niet op den Heer te loven en te verheerlijken, wijl Hij zich aan u gegeven heeft. O Jesus, mijn God en Zaligmaker, zeker zal ik U loven en verheerlijken ; Gij immers zijt groot en hoogst lofwaardig en uwe grootheid is oneindig; maar helaas, mijn lof is te gering! O koude ik alle schopsolen bewogen om U onophoudelijk te loven! O hadde ik zoovele tongen als er starren in den hemel, zandkorrels op do aardo en druppels water in de zee zijn, om met dezelve en in
( 330 )
verooniging met do hemolschc koren, uwen lof voortdurend te verkondigen; Gij immers zijt allen lof waardig, ja, gaat allen lof te boven. Wat eer voor mij U te mogen verheerlijken! Doordring mij al meer en moer van deze gevoelens, opdat ik TJ steeds love zooveel ik kan en Gij het begeer\':. Amen.
192. Geluk in den volmaakten God.
Wat geluk voor mg, Jesus, mijnen God en Al, ontvangen te hebben en met Hom innig vereenigd te zijn! Dierbare Jesus, Gij zijt nu in mij. Met U, in U en door U bon ik gelukkig; Gij immers zijt hot opperste en volmaaktste wezen dat alle goed in zich besluit. Wat zou mij nog kunnen ontbreken, daar ik Jesus, dio allo good in zich bevat, ontvangen heb, en innig met Hem vereenigd bon ? Gewis kan mij nu niets ontbroken; immers zoek ik grootheden, verheffing of waardigheden. Hij is grooter, verhevener en waardiger; zoek ik schoonheid. Hij is schooner; zoek ik zoetigheden. Hij is zoeter; want geen schepsel kan mot den Schepper vergeleken worden: daarom zegt do Wijze Man in het book dor Wijsheid: Die de sterkte ge-
( 331 )
maakt heeft is sterker, on die de schoonheden heeft voortgobragt is schooner (Vgl. Sap. 13. 3. 4). Wat zou mij dan nog kunnen ontbreken, als ik Jesus ontvangen heb en Hij zich mot mij voreonigd hooft ? O neon, lievo Josus, gewis kan mij nu niets ontbreken. In on door TJ heb ik alles, bezit ik alios en ben ik gelukkig. Helaas, lieve Jesus, hoe dwaas was ik, toen ik mg van U verwijderde en naar het schepsel koorde! Buiten U is alles ijdelheid; alles baart kwelling en bitterheid dos geostos. Hoe gelukkig ben ik derhalve, daar ik nu met ü voreonigd ben en hoop, eeuwig met U ver-eenigd te zullen bljjven! Hoe zou ik nog zoo dwaas kunnen zijn, van buiten U mijne rust, mijnen troost, of mijn genoegen te willen zoeken ? Noen, mijn God, ik wil zoo uitzinnig, zoo ondankbaar niet meer zijn. Ik zoek U alleen en zal IJ alleen beminnen. Ziedaar, mijn God, het voornomen, dat ik thans maak; sta mij bij, om hot steeds ten uitvoer te brengen; wijl ik zwak en aan veranderingen onderworpen bon. Amen.
( 332 )
193. Eerbied, aanbidding en liefde.
O ziol, buig u voor God, oneindig in volmaaktheden, eerbiedig neder en aanbid Hem mot allo mogelijke vurigheid en ingetogenheid, terwijl Hij nog waarlijk en wezenlijk bij U is en in U rust.
Dierbare Jesns, mijn God en Al, ik aanbid TJ uit al mijn vermogen; Gij immers zijt groot en hoogst lofwaardig en uwe goedheid is oneindig, uw naam is: „Heer dek heirsciiauen, groot van raad en onbeyrijpelijk van gedachtequot; (Jeremias 32. 18. 19). Gij bewoont een ongenaakbaar licht (1 Tim. G. 1 (i) en gaat onze wetenschap te boven (Job 36. 26) en hij, die uwe Majesteit zou willen doorgronden, zal dooide glorie verplet worden (Prov. 25. 27). Ofschoon Gij zoo groot en zoo oneindig in volmaaktheden zijt, zijt Gij nu evenwel tot mij gekomen en gewaardigt Gij U in mij uw verblijf te nemen. Welk eene vernedering! Wat liefde en dankbaarheid bon ik U daarvoor niet verschuldigd ? O Jesus, mijn God en mijn Al, ik aanbid U in vereeniging met de engelen, de heiligen en de H. Maagd Maria en roep TJ onophoudelijk toe: „Heilig, Heilig, Heilig, Tleere God der heirlcrachten.
( 333 )
yuhetl de aarde is vól van uwe yloriequot;. Dut do wereld mot al liaro ijdolliodon voor mij verdwijne, ik zoek on verlang niets anders dan U onophoudelijk te loven, mij geheel aan U te geven en U alleen te beminnen. O ja, mijn Jesus, U te loven, mij geheel aan U te geven on U alleen te bouihmon, is het eenigsto verlangen van mijn hart. Geef dat ik TJ beminne uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne vermogens ; geef dat ik U alleen beminne; geef dat de vurige kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en vertere, opdat ik door do liefde uwer liefde sterve, gelijk Gij U gewaardigd hebt uit liofdo voor mij aan oen schandvol kruis te sterven. Amen.
194. Gebed tot Maria.
O Maria, spiegel dor regtvaardigheid, bid voor mij, opdat ik door do heiligheid van mijn loven oen spiegel van regtvaardigheid en een voorbeeld van allo deugden zij. O Maria, leer mij, hoe zuiver, heilig 011 regtvaardig ik loven moot; vermits Jesus, do Heiligheid zelve, tot mij gekomen is en Hij eon allergrootsten afkeer heeft van allo zonden, onvolmaaktheden
( 334 )
en gebroken. O Maria, geef dat ik mg steeds spiegele in uw voorbeeld en in de lieiliglieid van uw leven en er mij op toelegge, om haar ton minste van verre na te volgen. Geef dat ik door een deugdzaam en stichtend leven voor allen een spiegel van regtvaardighcid en heiligheid zij; geef dat ik volmaakt leve, gelijk Gij volmaakt geleefd hebt, en gelijkvormig worde aan Gods volmaaktheden, gelijk Josus ons bevolen hooft, zeggende: ,, IVeest dan (jijlieden volmaakt, gelijk uw licmelsche Vader volmaakt isquot; (Matt. 5. 48). Amen.
Oefeningen.
1. Uit al zijn vermogen den volmaakten God loven. 2. Hem alleen zoeken en beminnen. 3. Het vergankelijke verachten, deukende : Wat is al het aardschc hij God %
EEN EN TWINTIGSTE OEFENING. Beschouwing over Gods onmeetbaarheid.
VOOR DE H. COMMUNIE.
195. Gods onmeetbaarheid.
O ziel, buig u eerbiedig voor Gods troon neder, om Hom te aanbidden. Hoe groot, onmeetbaar en oneindig is Hij! Hij vervult liemel en aarde: Hij zelf zegt bij don profeet Jeremias\' (23. 24); ,,//.\' vervul hemel en aarde.quot; O God, eerbiedig voor U neergebogen, aanbid ik uw oneindig en onmeetbaar wezen. Do grootheid en uitgestrektheid van het heelal beschouwende, sta ik er verbaasd over; immers hoe groot is de aarde ! Hoe groot do zee! Hoe groot de maan! Hoe groot de zon! Hoe groot en menigvuldig de sterreu! Hoe groot het uitspansel des hemels, \'twelk al die hemellichten in zich bevat en nog millioenen meer zou kunnen bevatten! Hoe groot de tusschenruimte tusschen hemel en aarde, welke
( 336 )
ons die licimilicliteii zoo klein doet voorkomen ? Doch hoe groot zijt Gij, o mijn God! wijl hemel en aarde U niet kunnen bevatten. De Wijze Man zegt: „De hemden der hemelen hunnen TJ niet bevattenquot; (3 Eegum 8. 27). O God, hoe onmeetbaar en onbegrijpelijk is uw wezen! Gij vervult alles, zonder ingesloten te zijn; Gij zijt overal tegenwoordig, zonder verdeeld te wezen; Gij zijt boven alles, zonder verheven te zijn; Gij zijt beneden alles, zonder vernederd te zijn; Gij zijt buiten alles maar niet uitgesloten. O God, hoe wonderbaar is uw wezen en hoe ver boven het begrip van ons verstand! Gij bevat alles; alles bestaat in en door TJ; maar Gij kunt nergens door-, op- of ingesloten, noch door tijden, noch door plaatsen, noeh door iets wat in den hemel of op de aarde is, immers de hemelen der hemelen kunnen U niet bevatten. O oneindige, o onmeetbare God, hoe onbegrijpelijk zijt Gij voor \'s menschen verstand. Ik aanbid en bemin U om uwe oneindige volmaaktheden en worp mij neder in den afgrond van mijn niet, om U te verheerlijken, te loven en te aanbidden. O God, ik sta verbaasd bij de aanschouwing uwer oneindige grootheden, vooral, omdat Gij, zoo groot en zoo oneindig, U evenwel gewaardigt tot mij
( 337 )
te konion en U zclven als ziolespijs aan mij to geven. O Josus, Gij, hoewel oneindig, zijt tocli waarlijk en wezenlijk tegenwoordig in hot H. Sakramont dos Altaars en geeft TJ in de H. Communie geheel aan mij. O wat goedheid! O wat liefde ! Do onmeetbare God zal tot mij komen, en ik zal Hem ontvangen I Hij, dien Hemel en aarde niet kunnen bevatten, zal tot mij komen, en ik zal Hem ontvangen! Hij, dien Hemel en aarde niet kunnen bevatten, zal tot mij komen en zal zich in mij opsluiten ! O zoo ik Hem waardig konde ontvangen! Dierbare Jesus, ik werp mij nu ootmoedig voor U neder, TJ om vergiffenis smeekende voor al mijne zonden, onvolmaaktheden, ondankbaarheden, trouweloosheden en gebroken, waardoor ik hatelijk, verfoeijolijk of onaangenaam in ixwe oogon zou wezen, on tevens U vurig biddende mij de genade te geven, om TJ heilig te ontvangen. Amen.
196. Bijzondere tegenwoordigheid van Jesus in het H. Sakrament.
Dierbare Jesus, al zijt Gij volgens uwe Goddelijke natuur onmeetbaar en overal tegenwoordig, evenwel zijt Gij volgens uwe menschelijke natuur 95 22
( 3:3« )
slechts tegenwoordig in den hemel en in het II. Sakrament des Altaars, waar Gij van uwe engelen omgeven en aanbeden wordt. O Jesus, ik vereenig mij met die hemelsche geesten, om U te aanbidden. Hoe eerbiedig zijn zij voor uwen troon en hoe eerbiedig behoor ik niet te zijn, vooral nu ik U in de H. Communie moet ontvangen ! O konde ik IJ een zuiver, verstorven en van liefde brandend hart aanbieden! Jesus, ik geloof, dat Gij, die volgons uwe goddelijke natuur onmeetbaar en overal tegenwoordig zijt, volgens uwe menschelijke natuur op eene bijzondere wijze tegenwoordig zijt in het H. Sakrament des Altaars. Ja, lieve Jesus, ik geloof, dat Gij hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt met Godheid en menschheid, met ziel en ligchaam, met vleesch en bloed, gelijk Gij verheerlijkt in den hemel zijt. Do engelen, die ü in den hemel aanbidden en zich voor uwen troon nederwerpen, omringen ook het H. Tabernakel, waar Gij rust in het H. Sakrament des Altaars; zij werpen zich daar voor TT neder, dekken uit eerbied hun aangezigt voor TJ en U dag en nacht en in alle eeuwigheid lovende zingen zij: ,,Dc lof en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging, de eer en de raagt en de sterkte komt onzen God toe
( 339 )
in alle eeuwigheid. Amen!quot; (Ap. 7. 12). Als de engelen zoo vol eerbied voor II zi|n, zich zoo diep voor U vernederen en U zoo vurig loven en verheerlijken, wat moet ik dan niet doen ? Hoe zal ik mij ooit diep genoog voor U kunnen vernederen ? Hoe zal ik mg verstouten, tot U te naderen, om U te aanbidden, te loven en te ontvangen ! Dierbare Jesus, ik erken volgaarne niet waardig te zijn voor uw aanschijn te verschijnen, en veel minder U te ontvangen en met U ver-eenigd te worden ; maar, dewijl Gij het wilt zal ik met vertrouwen tot U komen en mij verstouten U te ontvangen. O Jesus, ontferm U mijner, die een niet voor U ben ; verstoot mij niet, hoewel ik een zondaar, een ondankbare en trouwelooze bon; gedenk uwe goedheid en heb medelijden met mij. Zie, lieve Jesus, ik kom nu met groot vertrouwen tot U, om U te ontvangen met een levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde en diepe ootmoedigheid. Kom, Heere Jesus, kom en geef U aan mij. Amen.
197. Gebed tot Maria.
O Maria, zetel der wijsheid, bid voor mij, opdat mijn hart een heerlijke zetel worde voor
( 340 )
Jesus, onmeetbaar en oneindig wijs, dien ik na eenige oogenblikken in de H. Communie zal ontvangen. O Maria, teregt wordt gij genoemd zetel der quot;Wijsheid, omdat gij Jesus, in uoien alle schatten van ivijsheid en wetenschap verborgen zijn, negen maanden in uwen schoot gedragen liebt, alsmede omdat Hij U op eene buitengewone wijze met do gaaf van wijsheid heeft bevoorregt. Bestraald door het licht dier godde-lijke wijsheid, hebt Gij steeds het aardsche als nietig veracht, en het hemolsclie als een kostbare parel beschouwd, in al uw doen en laten geen ander doel hebbende, dan de eer van God, en zijn welbehagen. O Maria, bid voor mij, opdat ik volgens dezen geest van wijsheid, geheel voor God leve en Jesus dikwijls met nederigheid en liefde ontvange. O Maria, ontvang mijn hart en maak er een zetel voor Jesus gereed, opdat Hij er steeds blijve wonen. Amen.
na de li. communie.
198. Verzuchtingen tot den onmeefbaren God.
O ziel, verbeeld u de grootheid en onmeetbaarheid van Jesus, uwen God, dien gij nu ontvangen hebt. Hij zelf zegt bij den profeet
( 341 )
Jercmias (23. 24): „//,• vervul hemel en aarde. Caelum et terram Ego -im^ileo, dicit Dorninus.quot;
Dierbare Josus, daar Gij hemel en aarde vervult, hoe zijt Gij dan tot mij gekomen en hoe hebt Gij U in mij opgesloten ? Hoe bekrompen, hoe klein, hoe nietig moet U mijn hart wel niet toeschijnen ? Hoe kunt Gij er blijven, aangezien hemel en aarde U niet bevatten kunnen ? Daar Gij zoo groot, zoo oneindig, zoo onmeetbaar zijt, hoe verwaardigt Gij TJ dan, uw verblijf in mij te nemen ?
Mijn kind, do liefde heeft er mij toe bewogen. Ik rust thans in uw hart en vervul hetzelve zonder ingesloten te zijn. Ik heb mij geheel aan U gegeven en bon geheel in U; maar toch ben ik overal tegenwoordig. Ik vervul hemel en aarde; Ik bevat het heelal on alles bestaat in Mij, door Mij en om Mij, en toch bon Ik tot u gekomen en verblijf nu waarlijk en wezenlijk in u.
Heere Jesus, eerbiedig voor U neergebogen bewonder ik dit groot en onbegrijpelijk geheim en aanbid uwe liefde, die tl bewogen hoeft, TI zeiven zoo diep te vernederen. Ik loof uwe onmeetbaarheid en aanbid uwe alomtegenwoordigheid. „Gij zijt hooger dan de hemel, dieper dan de hel, langer dan do aarde en breeder dan do
( 342 )
zeequot; (Job 11. 8. 9) on ditniettegenstaando, zijt Gij nu waarlijk on wezenlijk in mij. O wat groot geheim. Do Onmeetbare is in mij! O wat geluk voor mij I Ik loof in U; ik beweeg mij in U; ik bon in U. ,,In ipso enim vivimus, movemur et sumusquot; (Aot. 17. 28). O wat geluk! Gij in mij nn ik in U, o mijn God en mijn Al. Amon.
199. Wandelen voor God.
O ziel, verbeeld u, dat Jesus, thans in uw hart rustende, u zegt: „Daar Ik uw God en Al ofschoon in uw hart opgesloten overal tegenwoordig ben, heb Ik u een verzoek te doen, namelijk van altijd in mijne tegenwoordigheid te wandelen en volmaakt voor Mij te leven. Ambula coram me et esto perfectus. quot;Wandel voor Mij en wees volmaaktquot; (Gen. 17. 1).
Dierbare Jesus, uw verzoek is kort ia woorden, maar groot in betoekenis: Wandel voor Mij en wees volmaakt. Ik zal trachten met behulp uwer genade er trouw aan te beantwoorden, ik zal trachten steeds voor ü te wandelen; immers waar ik bon of niet, Gij zijt altijd bij mij en let altijd op mij en op alles wat ik doe. Dierbare Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij overal tegen-
( 343 )
woordig zijt en ik mij nooit voor U kan verborgen ; waar ik mij koor of wend, Gij zijt altijd bij mij en let altijd op mij. „Zoo ik opsteeg ten hemel, daar zijt Gij; daalde ik neder tor onder-wereld, Gij zijt er; sloeg ik in het morgenrood mijne vleugelen uit, en liet ik mij neder aan het einde der zee, ook daarheen zou uwe hand mij geleiden en uwe regterhand mij vattonquot; (Ps. 138. 10). O Jesus, oneindig wezen, doe mij deze waarheid wel beseffen en geef dat zij zulken indruk op mij make, dat ik voortaan heilig voor TT leve. O ja, lieve Jesus, ik wil geheel voor ü leven en alles vermijden, wat eenigszins aan uwe heilige oogen zou kunnen mishagen. Gij zijt het loven mijner ziel, door hetwelk ik leef; mijne eenige hoop, op wie ik vertrouw; mijne eenige glorie, naar welke ik streef. O Jesus, ik geef mij geheel aan U. met het vaste besluit van voortaan voor U alleen te leven, ontvang mijn geheugen, om steeds aan U te denken, mijn verstand, om alles vastelijk te gelooven, wat Gij geopenbaard en door de H. Kerk ons voorgesteld hebt om te gelooven; mijnen wil, om altijd aan uwen wil gelijkvormig te zijn; mijn hart, om steeds van liefde voor U te branden en niets dan U alleen te beminnen; mijne vrij-
( 344 )
heid, om haar door de banden der heilige gehoorzaamheid gebonden te houden en er geen gebruik van te maken, tenzij om mijne pligten volgens uwen wil te volbrengen. Ontvang mij geheel en al, lieve Jesus, met alles wat in mij is of mij aangaat. Onderdruk in mij alle kwade begeerlijkheid on elke zucht of neiging tot ijdele en vergankelijke dingen, om voortaan aan U alleen te denken, voor 11 alleen te wandelen en U alleen te beminnen. Amen.
300. Droefheid over het vergeten van God.
Dierbare Jesus, Gij zijt mijn God en mijn Al; Gij zijt geheel mijne hoop en het eenige voorwerp mijner liefde. Gij zijt mijn vreugde in dit leven en hot deel mijner erfenis in het andere; en toch helaas, heb ik U niet bemind; ik heb 11 vergeten. Te laat heb ik U gekend, o schoonheid zoo oud en zoo nieuw ! Te laat heb ik U bemind; en nu bemin ik U nog niet, gelijk Gij behoort bemind te worden. Gij waart bij mij en in mij en toch dacht ik niet aan U. Ik was in U, ik leefde en bewoog mij in U en toch vergat ik U. Waar ik ben of niet, ik ben altijd bij TJ pn in TJ, omdat Gij overal zijt en mij overal
( 345 )
bewaart, beschermt, bestiert en geleidt, en toch heb ik U niet voor oogon; de wereld cn hare vermaken, grootheden, schoonhodcn en vergankelijke goederen verwijderden mij van U en trokken mij tot zich, en aldus vergat ik U en wandelde ik buiten TJ, omdat ik door uwen geest niet leefde. Wee mij ongelukkige I Do onredelijke schepselen bestaan uitsluitend om en voor U tot uwe verheerlijking; maar ik, begaafd met rede en verstand, heb mij van U verwijderd, om door de zonden den duivel te dienen. Ach, hoe spijt mij dit, lieve Jesus! Geef dat ik voortaan geheel voor U leve, altijd voor U wandcle en volmaakt zij. Amen.
201. Voornemen van voortaan voor God te wandelen.
Dierbare Jesus, daar Gij nu tot mij gekomen en innig met mij vereonigd zijt, wil ik ook tot U komen en mij innig met U vereonigen; daarom maak ik nu het besluit steeds voor TJ te wandelen, en U steeds voor oogen te houden; ik zal trachten gestadig aan U te denken, dikwijls van U spreken en alles voor TJ te vemgton. Ik geef TJ mijn hart en mijne ziel, mijn leven en mijnen
( 34(5 )
dood, mijne vermogens en zintuigen, mijne vrijheid en mijnen wil, mijn verstand en geheugen; met één woord, ik geef U alles, ten einde alles tot uwe eer en glorie te gebruiken. Wanneer aardsche zaken mij somtijds van U zouden aftrekken, kom dan aanstonds door uwe genade tot mij en trek mij krachtdadig tot U, opdat ik, los van alles wat geschapen is, geheel voor U zij, steeds voor TJ leve, voor TJ wandele, voor U arbeide, voor IT lijde en eindelijk voor U sterve. Amen.
202. Gebed tot Maria.
O Maria, zetel der wijsheid, bid voor mij, opdat ik steeds zuiver leve en mijn hart een aangename zetel zij voor Jesus, die de eeuwige wijsheid zijns Vaders is en thans zijn verblijf in mij gevestigd hooft.
O Maria, do naam van zetel der wijsheid komt u mot rogt toe; immers gedurende uw geheelo levon hooft de geest eener volmaakte wijsheid in u uitgoschenon, daar gij altijd God voor oogen hadt, immer Hom, God alleen, zocht en in al uwe noodwendigheden van Hom alleen steun en hulp verwachttot.
( 3^ )
O Maria, zetel der wijsheid, ik bid u voor mij van uwen goddclijkon Zoon do waro wijsheid te verkrijgen; die wijsheid, welke mij loert, het aardsohe te verachten, het goddelijke en het hemelscho to zoeken, den weg der volmaaktheid met ijver te bewandelen on in weerwil van allo beproevingen standvastig te blijven en te volharden. Amen.
Oefeningen.
1. Gods onmeetbaarheid met oon levendig geloof aanbidden. 2. Zijne diepo vernedering bewonderen en navolgen, dewijl Hij zich in ons hart opsluit. 3. Altijd voor Hem wandelen, door dikwijls aan Hom te denken, dikwijls van Hem te spreken en alles voor Hem te doen.
TWEE EN TWINTIGSTE OEFENING.
Over Gods alwetendheid,
VOOR DE 11. COMMUNIE.
203. God kent den afgrond van mijn niet.
De Apostel schrijft; (Hobr. 4. 13) „Geen schepsel is voor Hem onzigtlmar voor zijn aanschijn; maar alles is bloot en geopend voor de oogen van Hem, met wicn wij tc doen hebben.quot;
Lieve Jesus, ik geloof dat Gij do alwetende God zijt, voor wicn niets verborgen is noch zijn kan; alles is voor uwe oogen geopend; Gij kent mij en alles wat in mij is of in mij omgaat; Gij kent mij duizendmaal beter dan ik zelf. Gij weet en ziet, dat ik oen niet voor U ben, voor weinige jaren bestond ik niet; ik was nog onbekend voor do wereld; niemand wist van mij to spreken en nu nog zou ik in het niet zijn, indien uwe
( 349 )
goedheid mij liet bestium niet gegeven liaddo én ik zou aanstonds tot het niet teragkeeren, indien uwe alvermogendo hand mij niet voortdurend bewaarde. O Jcsus, mijn God, ik ben dan waarlijk een niet voor U; ik ben de minste uwer weldaden niet waardig; Gij weet en ziet dit boter dan ik; maar, o wat goedheid! op zoo iemand verwaardigt Gij U neêr te zien; zoo iemand verwaardigt Gij U met weldaden te overladen, en mot een bezoek te vereeren. O wat goedheid en liefde! Minnelijke Jcsus, nooit kan ik uwe goedheid en liefde genoeg bewonderen; nooit kan ik er U dankbaar genoog voor zijn. Gij noodigt mij zoo minzaam uit om tot U to komen en zijt bereid, mij in liefde aan uwe heilige tafel te ontvangen en met hot brood der Engelen, met uw eigen vloesch en bloed te spijzen. O wonder van goedheid! Gij vergeet uw grootheid en waardigheid, alsmede mijne ellende en nietigheid, om mij volgens uwe barmhartigheid te verheerlijken en met weldaden te overladen. Uw naam zij daarvoor eeuwig geloofd en verheerlijkt. Amen.
( 350 )
204. God kent de menigte mijner zonden.
O mijn Josus, nooit kan ik de menigte uwer Larmhartigheden genoeg loven en prijzen, nooit kan ik er U genoeg dankbaar voor zijn. Gij kent mijne nietigheid, onwaardigheid en trouweloosheid en toch noodigt Gij mij uit om tot U te komen en U als zielespijs te ontvangen, zeggende ; neemt en eet; dit is mijn ligchaam. Minnelijke Zaligmaker, hoe kunt Gij jegens mij zoo goed zijn ? Zijt Gij dan vergeten, wie ik ben ? Weet Gij dan niet dat ik een zondaar, een ondankbare, een trouwelooze ben? Kent Gij dan de menigte mijner zonden, onvolmaaktheden en gebreken niet? Gedenkt Gij dan niet meer, dat ik U zoo dikwijls en zoo grootelijks onteerd, veracht en versmaad heb?
O ziel, ik weet alles, alles is mij duidelijk bekend; alles is bloot en geopend voor mijne oogen. Ik ken alle misdaden, waaraan gij u schuldig gemaakt heb, hetzij door werken, door woorden, door gedachten of door verzuimenissen; zelfs heb ik op uwe schreden gelet en het getal iiwer voetstappen geteld; want niets is verborgen voor mijne oogen ; ik ken uw begin en uw einde en heb de geheimste gedachten uws
( 351 )
geestos ondcrzoclit en al uwe onvolmaaktheden, gebreken en zonden gezien.
Dierbare Jesus, als Gij alles zoo kent en al mijne misdaden voor U zoo openbaar zijn, boe verwaardigt Gij U dan uwe oogen tot mij te wenden en mij uit te noodigen, om tot U te komen en U te ontvangen ?
O ziel. Ik doe het uit enkele goedheid en medelijden; Ik zag den ellendigen staat, waarin gij waart en wist dat gij zonder Mij eeuwig ongelukkig zoudet zijn, daarom had Ik medelijden met u en gaf Ik mij aan u, om u hier en hiernamaals gelukkig te maken.
Genadige Jesus, heilige en alwetende God! voor uw aanschijn neergebogen, dank ik U van gauscher harte voor oene zoo groote goedheid en barmhartigheid. O kende ik U naar behooren loven en prijzen! O konde ik U naar behooren dankbaar zijn en mij geheel aan U geven.
205. Vernedering en vertrouwen.
O Jesus, alwetende God, daar al mijne misdaden, onvolmaaktheden en gebreken openbaar zijn voor uwe oogen en de minste vlek U zeer mishaagt, ben ik beschaamd in uwe tegenwoor-
( 352 )
digheid te vorscliijncn. Do engelen, die zuivere geesten, erkennen zicli niet waardig voor U te verschijnen; zij werpen zicli uit eerbied voor U neder en houden niet op, U te loven en te verheerlijken, zingende: „Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der hetrTcracMenquot; (Is. fi. 3). Indien de engelen, dio zuivere geesten, zich niet waardig erkennen om voor U te verschijnen en uit eerbied hunne aangezigten bedekken, hoe zal ik, zoo vol onvolmaaktheden en gebreken, mij dan verstouten voor U te verschijnen of mij voor uwe oogen te vertoonen. Voor mue nogen voor welke alles geopend is en die al mijne wegen bespieden, mijne misdaden kennen en afgrijzen hebben zelfs van de minste fouten en vlekken? Ach, Heer, wat zal ik beginnen ? Zonder U ben ik ongelukkig, en om tot U te naderen, bon ik niet waardig; wat moot ik dan doen ? Zal ik om mijne onwaardigheid terugblijven? Neen, lieve Jesus, dit mag, dit kan ik niet doen; dan immers zou ik U mishagen en mij zeiven ongelukkig maken. Gij wilt bij mij zijn en noodigt mij uit tot U te komen, zeggende: „Komt allen tot Mij.quot; ■— En waarom noodigt Gij mij uit, tot U te komen ? Omdat ik ellendig ben en om mij van mijne ellenden te verlossen; „Komt tot mij
( 353 )
allen, die vermoeid en beladen zijt en ik zal u verkwikken (Matth. 11. 28).
O wat goedheidGij wilt dan bij mij zijn om mij te verligten en op te beuren, en zoo schijnt Gij mijne ondankbaarheden te vergeten, om uwe barmhartigheid jegens mij te doen uitschenen. Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank, voor zulke genade ! Op deze uwe goedheid, liefde en barmhartigheid vertrouwende, verstout ik mij tot U te naderen en U als zielespijs in de H. Communie te ontvangen. Kom, Ileere Jesus, kom; ik verlang vurig naar U. Amen.
206. Smeekgebed.
Minnelijke Zaligmaker, daar Gij zoo goed jegens mij zijt en U verwaardigt tot mij te komen, werp ik mij eerbiedig voor U neder en vraag U slechts eene genade; namelijk, van mijne ziel te zuiveren en met het bruiloftskleed der liefde en der heiligmakende genade te versieren en zoo een aangenaam verblijf voor TT zeiven in mij gereed te maken. O Jesus, mijn toevlugt, mijne hoop en mijn Zaligmaker, geef mij goede gedachten; leer mij, hoe ik XT moet aanbidden en verheerlijken en wat ik doen moet 95 23
( 304 )
om U te boliagen; eenc zaak is er, die ik weet dat U behaagt, namelijk: een vermorzeld en vernederd hart. Cor contrituni et humiliatum. Der-lialve bid ik U, mij zulk hart te geven, opdat ik U waardig ontvange. Lieve Jesus, ik zal dan tot U komen met een levendig geloof, eene vaste hoop en vurige liefde; ik vertrouw niet op mijne verdiensten, maar op uwe goedheid, en op de verdiensten van uw bitter lijden en pijnlijken dood. Ach, ik bid U, wend uwe alziende oogen af van mijne onvolmaaktheden, gebreken en zonden en vestig dezelve op de wonden die Gij aan het kruis voor mij ontvangen hebt en wier lidteekens Gij nu nog, terwijl Gij in den Hemel zijt, in uw verheerlijkt ligchaam bewaart. O Jesus, ontferm U mijner; zie, ik kom tot U met een vermorzeld en vernederd hart en verlang vurig U te ontvangen en met U vereenigd te leven en te sterven. Amen.
207. Gebed tot Maria.
O Maria, oorzaak onzer blijdschap, bid voor mij, opdat ik mij steeds in den Heer verblijde, wijl Jesus, de Verlosser der wereld uit 17 geboren is. O Maria, ik verheug mij over dezen
( 355 )
eere-titel, oorzaak onzer blijdschap, welken de H. Kerk u geeft; wij immers waren slaven van Satan en lagen in dc schaduw des doods; maar gij hebt ons don Verlosser Jesus Christus gebaard, door wien de ware vreugde is aan-gebragt. O Maria, bid voor mg en wees mg steeds eene oorzaak van Uijdschap, vooral op bet oogonblik, wanneer ik mijnen Jesus uwen Zoon in de H. Communie ga ontvangen. Geef mij de vreugde van een zuiver hart, van eene ware godsvrucht en vurige liefde, om met eene innige blijdschap uwen goddelijken Zoon te ontvangen en mij voortaan in Hem alleen te verheugen. Amen.
na dk ii. communie.
208. Welkomstgroet en opdragt.
O Jesus, oneindige en alwetende God, wat geluk voor mij, U ontvangen te hebben ! quot;Wees welkom, lieve Jesus; wees duizendmaal gegroet; ik groet TJ met de innigste gevoelens van eerbied, hoogachting en liefde. Nogmaals welkom, lieve Jesus, mijn God en al! Mijn binnenste springt op van vreugde ter oorzake uwer komst: o wat geluk voor mij 1 o konde ik IJ er dank-
( 356 )
baar voor zijn I o konde ik U daarvoor ten allen tijde loven en danken 1 o konde ik er U in alle eeuwigheid voor prijzen en verheerlijken ! Dierbare Jesus, voor U ootmoedig neergebogen, erken ik volgaarne, onbekwaam te zijn tl daarvoor genoeg te loven en te danken; evenwel zal ik doen, wat ik kan en U zoo veel loven en prijzen als in mijn vermogen is.
Geef, lieve Jesus, dat alles wat in mij is, strekke tot uwe glorie; en dat ik U steeds ver-heerlijke door alles wat ik denk, door alles wat ik zeg, door alles wat ik doe, door alles wat ik lijd. Geef, dat ik voortaan alles met U beginne en met U eindige, in vereeniging met al de eer en glorie, welke U van het begin der wereld op aarde gegeven is, nog gegeven wordt en immer zal gegeven worden tot het einde der wereld, alsmede in vereeniging van al de eer en glorie, welke U in den hemel gegeven is van het begin der schepping, nog wordt gegeven, en gedurende de gansche eeuwigheid nog zal worden gegeven; in deze vereeniging wil ik alles doen en alles lijden. Amen.
( 357 )
209. Zelfvernedering,
Heoro Josus, alwetende God, alles is naakt on geopend voor uwe oogen (Hebr. 4. 17). Gij ziet derhalve al mijne onvolmaakthoden, gebroken, en zonden: hoezeer moeten deze U niet mishagen, wijl Gij oneindig hoilig zijt. Gij zijt groot en heilig boven alle goden en niemand kan bij TJ vergeleken worden. Gij zijt de Heer onze God; do Heilige der heiligen; de oneindige, alwetende en albestierende God; en toch zijt O ij tot mij gekomen! Gij ziet al mijne onvolmaakthoden, welke TJ zeer mishagen, on toch zijt Qij tot mij gekomen! Gij overtreft de zon in glans en heerlijkheid en vervult hemel en aarde mot luister en glorie, en toch zijt Gij tot mij gekomen ! De engelen, die hemelsche geesten, vernederen zich voor U en erkennen zich niet waardig voor U te verschijnen, en toch zijt Gij tot mij gekomen ! Dierbare Jesus, oneindig in heiligheid. Gij hebt U dan vernederd en zijt tot mij gekomen. Hoe zal ik mij dan ooit gonoeg kunnen vernederen? O Jesus, geef dat ik mij kenne en TJ kenne en niets dan TJ bogeore; dat ik mij vornedere en TT verheffe en aan niets dan aan TJ denke. Minnelijke Zaligmaker, daar Gij nu in mij zijt,
( 358 )
bid ik IT medelijden met mij te hebben, mij van alle zonden, onvolmaaktheden en gebreken te zuiveren en met alle deugden te versieren, opdat ik voortaan geheel voor U zij, gelijk Gij geheel voor mij zijt. Amen.
210. Bewondering van Gods goedheid.
O God, minnelijke Zaligmaker, hoe groot is uwe genade en barmhartigheid jegens mij! Gij kent al mijne zonden, die ik gedaan heb en nog doen zal: Gij kent mijne onwaardigheid, ondankbaarheid en trouweloosheid; ja. Gij weet dat ik heb verdiend aan handen en voeten geboeid in de eeuwige duisternis geworpen te worden, om eeuwig te branden; dit alles niettegenstaande zijt Gij evenwel tot mij gekomen. O wat goedheid I o wat liefde! o Jesus, mijn Hoer en mijn God ! Wat zal ik IJ vergolden voor al het goede, dat Gij mij gedaan hebt ? Te midden mijner zonden hebt Gij mij gespaard, ja zijt zelf gekomen, om mij te bezoeken en U geheel aan mij te geven. O wat wonder van genade! wat zal ik U daarvoor vergelden, ik, die niets heb, ik, die slechts een onnutte knecht ben, ik, die ü dagelijks zoo dikwijls beleedig\'r wat zou ik.
( 359 )
zoo ellendig, IJ kunnen vergelden ? Ik ben als een niet voor uw aanschijn ; en zoo ik alles gedaan liadde, wat Gij wij bevolen hebt of van mij verlangt, wat zou ik dan nog anders zijn, dan een onnutte knecht ? Maar nu helaas! \'t is er ver van af, alles gedaan te hebben, wat Gij mij bevolen hebt en van mij verlangt. Hoe dikwijls heb ik U beleedigd en hoe dikwijls gebeurt het nog, dat ik U beleedig ? Wanneer zal dit eens veranderen? quot;Wanneer zal ik eens beginnen, dankbaar te zijn en U opregt te dienen en te beminnen ? Dierbare Jesus, uit mij zeiven heb ik geene hoop; want uit mij zelven kan ik niets goeds ter zaligheid; ik kan uit mij zelven bijna niets anders dan zondigen. Als ik zog: ,,\'tis tijd don Heer getrouw te dienen en met eene zuivere liefde te beminnen; derhalve zal ik nu beginnen, ik zal van nu af er mij op toeleggen en mgn best doen:quot; terwijl ik zoo denk, is reeds de bekoring daar, om mij van U af te trekken; de voornemens vervliegen en het laatste wordt erger dan het eerste; ik blijf even onverschillig, even onachtzaam, even traag, oven onvolmaakt en ondankbaar. Ach, welk eene boosaardigheid! welk een afgrond van ellenden! O Jesus, dit was U bekend, Gij zaagt dezen mijnen ellendigcn
( 360 )
toestand ; Gij waart er bedroefd over; maar toch hebt Gij U daarom niet van mij verwijderd ; Gij hebt mij niet verstooten; maar alles vergetende zijt Gij tot mij gekomen, en de spijs mijner ziel geworden. O wat goedheid! o wat barmhartigheid ! O Jesus, ontferm TI mijner en geef mg nu een overvloed van genade, opdat ik voortaan dankbaar zij, U steeds love en danke en meer en meer toeneme in uwe liefde. Amen.
211. Het liefdevuur.
Dierbare Jesus, uit zuivere liefde hebt Gij ü aan mij gegeven; ook ik geef mij uit zuivere liefde aan U. O Jesus, hoe zoet zijt Gij ! hoe zoet is uwe liefde ! hoe zoet is het U te beminnen en uit liefde van U alles te doen en te lijden. O Jesus, maak dat deze uwe liefde mij voortaan beziele en geheel ontvlamme, opdat ik steeds van liefde brande ! Ontsteek in mij dat liefdevuur! dat vuur, \'t welk Gij op de aarde gebragt hebt, met het verlangen dat het ontstoken worde. O vuur dat altqd brandt en nooit uitdooft, word ik mij ontstoken, opdat mgn hart in liefde ontvlamme ! Helaas, hoe laauw ben ik nog in uwe dienst! Ontvlam mijn hart, lieve Jesus, opdat
( 361 )
het van liefde brande, opdat ik ijverig zij in alles en mij geheel aan U geve, om alleen voor U te loven. O Jesus, zie, ik geef mij van nu af geheel aan TJ, beschik over mij volgens uw welbeliagen. Ik zal U ten allen tijde loven, wetende dat Gij mgn Vader zijt, en alles beschikt tot mijn welzijn. O zoeto gedachte: „God, mijn Vader, beschikt hot zoo !quot; zijn wil geschiede ! Amen.
212. Gebed tot Maria.
O Maria, oorzaak onzer blijdschap, bid voor mij, opdat ik inderdaad deele in de blijdschap, waarvan Gij de oorzaak zijt. Tcregt geeft TJ de H. Kerk den eeretitel van: Oorzaak onzer hlijd-schap; Gij immers hebt Jesus gebaard, door wien wij verlost en op den weg naar den hemel gesteld zijn. O Maria, ik verheug mij U den naam van: Oorzaak onzer blijdschap te mogen geven, dewijl Jesus, onze Verlosser, uit LT geboren is, en zich niet alleen slagtoffert voor mij, maar ook de spijs mijner ziel wordt. O Maria, oorzaak onzer blijdschap, bid voor mij, opdat ik nooit zoo ongelukkig zij U of uwen Goddelijken Zoon eene oorzaak van droefheid te zijn. Integendeel, maak
( 362 )
dat ik altijd zij eene oorzaak van blijdschap, door oen deugdzaam en heilig leven en dat ik dagelijks toeneine in behagolijkheid bij God en bij de inensohon. Amen.
Oefeningen.
1. Zicli vernederen voor God, die den afgrond onzer ollonden en boosheden ziet. 2. Hom bedanken, omdat Hij in weerwil uwer onwaardigheid, zich toch gewaardigd heeft tot u te komen. 3. Trachten heilig te loven, als zijnde in do tegenwoordigheid van don alwotendon God.
DRIE EN TWINTIGSTE OEFENING.
Gods alomtegenwoordigheid.
VOOll DE II. COMMUNIE.
213. Gods alomtegenwoordigheid.
O God, ik buig mij eerbiedig voor U neder, om U te aanbidden. Ik geloof vastelijk dat Gij hier en overal tegenwoordig zijt; immers Gij vervult liemel en aarde door uw Goddelijk wezen (Jeremias 23). O God, hoe oneindig is uw wezen! Wie is bekwaam het te begrijpen ? Hoe groot is do aarde! hoe groot de zee! hoe groot de maan! hoe groot de zon! hoe groot en menigvuldig do sterren! hoe groot hot uitspansel dos hemels, \'twelk al die hemellichten bevat, en nog inillioonen meer zou kunnen bevatten! Doch hoe groot zijt Gij, wijl hemel en aarde U niet kunnen bevatten; ja, hemel en aarde zijn voor U als een droppel van den morgendauw. O God,
( 3G4 )
hoe oneindig is uw wezen! Gij immers vervult alles on besluit alles in U. Do hemelen der hemelen kunnen TJ niet bevatten; ja duizend millioenen hemelen zouden hot niet kunnen, omdat Gij oneindig zijt. O God, ik geloof, dat Gij overal, op eene wonderbare wijze tegenwoordig zijt, Gij zijt overal tegenwoordig zonder verdeeld te zijn, zonder ingesloten of uitgesloten te wezen, zonder vernederd of verheven te zijn; Gij zijt overal heel en onverdeeld en niets kan U bevatten. O God, daar Gij oneindig en onmeetbaar zijt, hoe zult Gij dan tot mij komen on U in mijn hart opsluiten ? of hoe zal ik U kunnen ontvangen on in mijn binnenste herbergen ? Evenwel wilt Gij tot mij komen en dat ik U ontvange. O groot geheim I o wonderbare beschikking I Hemel en aardo kunnen U niet bevatten en toch zijt Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig in hot Allerh. Sakrament onder de geringe gedaante van brood! Gij zijt er tegenwoordig met Godheid en menschheid, met vloosch en blood, met ziel en ligchaam en geeft U in de II. Communie geheel aan mij, en zoo sluit Gij U zeiven op in mijn hart als in een donkeren kerker. O Jesus, o oneindig Opperwezen, hoe onbegrijpelijk zijn uwe hande-
( 365 )
lingen! Ik verneder mij voor U, cn ofschoon niet waardig kom ik toeli met vertrouwen tot U; zie, ik verlang vurig U te ontvangen en met U vereenigd te zijn. Kom, Hecre Jesus, kom; en geef U aan mij.
214. God is overal tegenwoordig A. door zijn goddelijk wezen.
O Goddelijke Zaligmaker, ik geloof dat Gij met uw Goddelijk wezen alles vervult. Ik geloof, dat Gij overal en in alles gelieel en onverdeeld tegenwoordig zijt; Gij immers zijt een geest, een onverdeelbaar wezen. Gelijk de ziel gelieel is in het ligchaam en geheel in elk deel van \'t lig-ohaam; zoo zijt Gij overal geheel, geheel in alles te zaïuen en geheel in elk deel afzonderlijk nog-thans met dit verschil, dat de ziel opgesloten is in het ligchaam, terwijl Gij alles vervult zonder opgesloten te zijn. Alles bestaat in IJ; alles leeft in IT; alles beweegt zich in U; maar Gij zijt een oneindig wezen, van alle schepselen volkomen onafhanlcelijk. Gelijk de visschen leven in de zee, zoo leven wij in U, o God en buiten U zouden wij aanstonds ophouden te bestaan en tot het niet terugkeeren.
( 366 )
O Jesus, o mijn God, Gij gaat dan oneindig mijn verstand te boven; ik kan zelfs geene ge-daehte van uw Goddelijk wezen vormen; ik kan dus niet anders doen, dan mij diep voor U vernederen en U, zoo eerbiedig mogelijk aanbidden. Maar nu, lieve Jesus, wat zal er gebeurend Gij, zoo groot, zoo verbeven, zoo oneindig wilt tot mij komen; en ik, zoo nietig, zoo verworpen, zoo ondankbaar zal mij verstouten tot U te naderen en U te ontvangen? Wolk oen gelieim! Dierbare Jesus, ik ben besehaamd voor U; ik ben niet waardig in uwe tegenwoordigheid te verschijnen, voel minder U te ontvangen. Neen, lieve Jesus, ik ben niet waardig, dat Gij komt ouder mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden. Amen.
215. God is overal tegenwoordig B. door zijue kennis.
Dierbare Jesus, mijn God en mijn Al, ik geloof dat Gij overal tegenwoordig zijt, niet alleen door .uw goddelijk wezen, met alles te vervullen ; maar ook door uiv Jcennis, met op alles te letten. Alle wccjcn van den mensch zijn hloot voor zijne (jogcu. Omnes viae hominis patent oculis ejus.
( 367 )
(Prov. 16. 2). Gij immers ziet en kent alles; Oij doorgrondt mij en kent mij: Gij kent mijn zitten en mijn opstaan. Gij weet mijne (jedachten van verre: mijn pad en mijnen levensdraad helt Gij uityevorscht en alle mijne wegen zaagt Gij vooruit; want er is geen woord op mijne tong dat Gij niet kent. Zie Heer, Gij weet alles het nieuwste en het oude, want Gij hebt mij gemaakt en legdet uwe hand op mij. Uwe kennis is voor mij te wonderbaar, te sterk, ik kan er niet hij. (Ps. 138. 1-6). Uwe tegenwoordigheid, lieve Jesus, verschilt dus veel van de onze. Ofschoon wij ergens tegenwoordig zijn, evenwel kunnen wij op alles niet letten; doch Gij, o mijn Jesus, let op alles, en niets ontgaat er aan uwe aandacht, als haddet Gij slechts op die ééne zaak alléén te letten.
O Jesus, ik bon derhalve altijd voor uwe oogen; Gij ziet mij altijd en let op allo mijne handelingen; ook ziet Gij al mijne gebreken, onvolmaaktheden, ondankbaarheden en zonden, welke U zeer mishagen. O konde ik ze eens voor uwe oogen verborgen! maar daar mij dit niet mogelijk is, werp ik mij rouwmoedig voor uw heilig kruis neder, om door uw goddelijk bloed gezuiverd en aangenaam in uwe oogen te worden.
( 3G8 )
O Ja, lieve Jesus, wasch mij in uw dierbaar bloed van alle onvolmaaktheden, ondankbaarheid en zonden, opdat ik U waardig ontvange. Kom, Hcure Jesus, kom! ik verlang vurig naar U. Am.
216. God is overal tegenwoordig C. Door zijne ahnagt.
Minnelijke Jesus, Gij zijt overal tegenwoordig niet alleen door uw goddelijk wezen en door uwe kennis maar ook door uwe ahnagt, door alles te bewaren, te bestieren en in wezen te houden. O ja, lieve Jesus, Gij hebt alles gemaakt, en houdt alles in wezen; Gij hebt mij gevormd en uwe hand op mij gelegd, om mij te bewaren. Tu formasti me, et posuisti super me manum tuam (Ps. 138. 4). Zonder deze uwe bewaring zou ik aanstonds tot het niet terugkeeren, zonder uwen invloed zou het mij niet mogelijk zijn, mij in het minste te bewegen, noch te zien, te hooren, te spreken, te gaan, te verzuchten of adem te halen; met een woord, ik hang geheel in alles overal en ten allen tijde van U af. Hoe vree-selijk is het dan deze magt tegen U te misbruiken, om U te vergrammen! En toch, helaas, hoe dikwijls heb ik dat gedaan ! Hoe verfooijelijk
( 369 )
moet ik dan wel voor uw aanschijn zijn! Hoe zal ik mij dan verstouten tot TJ te naderen en de TL Communie te ontvangen ? Dierbare Jesus, ik schrik, als ik er aan denk; doch uwe goedheid beurt mij op en geeft mij vertrouwen; want al hadde ik nog duizendmaal meer kwaad gedaan, uwe goedheid is oneindig en altsd bereid don boetvaardigen zondaar in genade te ontvangen. O Josus, \'t is mij nu van harte leed U zoo beleedigd te hebben; ik vraag U ootmoedig vergiffenis en verstout mij met een kinderlijk vertrouwen tot U te naderen. Kom, Heere Jesus, kom! Ik verlang vurig naar U. Kom spoedig en vereenig U geheel met mij. O Josus, ik geloof in TJ! O Jesus, ik hoop op U! O Jesus, ik bemin UI O Jesus, het is mij leed, U ooit vergramd te hebben. O Jesus, kom en geef U spoedig aan mij. Amen.
174. Gebed tot Maria.
O Maria, geestelijk vat, bid voor mij, opdat Jesus 1115 vervulle met zijne genade, waarvan Gij vol waart. Dierbare Moeder Maria, de H. Kerk noemt U billijker wijze: Geestelijk vat ; omdat Gij Jesus zalven in uwen schoot gedragen hebt 95 24
( 370 )
en door Hem met allo genaden vervuld geweest zijt, zoodat de Engel Gabriel U groetende, zeide: ,,Weea yegroet, (jij vol van genadequot; (Luc. 1. 28). Deze genade hebt Gij daarenboven dagelijks vermeerderd, niet er steeds getrouw aan te beantwoorden, zoodat, gelijk do H. Bemardus zegt, gij vol van genade waart vour U zelve, en overvol voor ons, en dat wij aldus van de volheid uwer genade ontvangen.
O Maria, geestelijk vat, ik bid U, mijner genadig te zijn en mij van de volheid uwer genade niedo te deelen, opdat ik heilig leve, mijn ligchaam zuiver en kuisch beware, en mijne ziel dagelijks meer en meer versiere, opdat ik een geestelijk vat voor Jesus worde en Hij in mij zijne woonplaats vestige. Amen.
NA DE It. COMMUNIE.
218. Wonderbaar geheim.
O Goddelijke Zaligmaker, wat is er gebeurd? Gij vervult hemel en aarde; alles is in U; het heelal kan U niet bevatten, en toch zijt Gij tot mij gekomen en rust Gij waarlijk en wezenlijk in mijn hart. O wat geheim! Gij, lieve Jesus, de oneindige, do onmeetbare God, zijt tot mij
( 371 )
gokomon! Homel en aarde kunnen U niet bevatten; millioenen werelden zouden het niet kunnen; hoe zal ik er dan bekwaam toe zijn r En toch zijt Gij nu waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen en zijt opgesloten in mijn hart I O onbegrijpelijk geheim! Dierbare Jesus, ik werp mij voor U neder, om IJ te aanbidden. Ik geef mijn verstand en mijne zintuigen ten dienste van het geloof gevangen. Ik begrijp U niet, lieve Jesus, maar ik geloof in U. Ik geloof, dat Gij overal tegenwoordig zijt. Ik geloof, dat hemel en aarde TJ niet kunnen bevatten, ja zelfs, dat het heelal voor U is als een druppel van den morgendauw ; en tooh heb ik U ontvangen. O Jesus, o oneindige God I Gij rust mi in mijn hart. O wonderbaar geheim; Ik kan het niet genoeg bewonderen, lieve Jesus ! Ik kan uwe goedheid niet genoeg loven en prijzen. Neen, mijn Jesus, zeker kan ik U nooit genoog danken of verheerlijken; ik kan niets doen, dan mij voor U vernederen, mijn onvermogen erkennen, en mijn verstand ten dienste uwer onfeilbare waarheid gevangen geven. Ja, lieve Jesus, ik geloof, dat Gij waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt in hot Allerh. Sakrament, en U zeiven aan mij gegeven hebt in de H. Communie. O konde ik sterven ter
( 372 )
bevestiging van dit geloof, gelijk zoo vele martelaren er voor gestorven zijn! Dierbare Jesus, ik geef mij geheel aan U, om U te loven, te danken en te verheerlijken, alsmede om mij te vernederen, te versmaden en ware het mogelijk te vernietigen. O Jesus, o mijn Grod en mijn Al! U alleen, U alleen wil ik loven en prijzen, Amen.
219. Alles doen onder Gods oogen.
O Jesus, hoe zedig, hoe ingetogen, hoe heilig behoor ik nu en altijd te zijn ; Gij immers zijt in mij, let altijd op mij, en bestiert mij altijd en overal. Gelijk de oogen der dienstknechten blikken op hunner heeren hand, gelijk de oogen der dienstmaagd Hikken op harer vrouwe hand, alzou zijn onze oogen gevestigd op den Heere, onzen God, totdat Hij zich onzer ontfermt (Ps. 122. 2).
Ja, lieve Jesus, steeds zal ik mijne oogen op U vestigen, om heilig voor U te wandelen, en alles te vermijden, wat eenigzins aan uwe heilige oogen zou kunnen mishagen. O hadde ik zoo veel eerbied voor U als een generaal in \'t bijzijn zijns konings! O ware ik zoo getrouw en zoo ijverig in uwe dienst, als een soldaat onder
{ 373 )
de oogen zijns generaals! Hoe ijverig, moedig en onbeschroomd toont hij zich dan in alles, zelfs in do grootste gevaren ! Maar ik, helaas, ben traag, onachtzaam en zorgeloos en dat in uwe tegenwoordigheid! Dierbare Jesus, ontferm U mijner, en geef dat ik voortaan ijverig, vlijtig en nauwkeurig in alles zij; tot dat einde bid ik U, de volgende gedachten levendig in mijnen geest te prenten, opdat ze steeds voor mijne oogen zweven; „God, de Koning der Koningen, die mijn „belooncr is, ziet mij werken, ziet mij gaan, „staan en zitten; ziet mij eten, drinken en „vermaken bijwonen; ziet mij bidden. Mis hoo-„ren, communiceeren; ziet mij lijden, strijden, „vasten, enz.quot; Dierbare Jesus, prent deze gedachten levendig in mijnen geest, om mij aan te moedigen en mij in alle gevaren, en in alle moeijelijkheden, wederwaardigheden en kruisen staande te houden. Amen.
220. Onbepaald vertrouwen op God.
Dierbare Jesus, ofschoon Gij overal tegenwoordig zijt, zijt Gij nu toch op eene gansch bijzondere wijze in mij, door dc spijs mijner ziel te worden. Deze gedachte geeft mij een groot
( 374 )
vertrouwen in den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid. quot;Wat heb ik te vreozen, daar Gij in mij zijt? Al zou de hel hare poorten togen mij openzetten en alle duivels mij aanvallen, dan nog zou ik niets te vreezen te hebben, aangezien Gij in mij zijt en voor mij strijdt. Ik zal derhalve vertrouwen en met moed strijden, denkende: „Ik kan alles in Hem, die mij versterkt.quot; Gelijk ik niets kan uit mij zeiven, zoo kan ik .alles door U, mijn Jesus, mijn God en mijn Al! waarom zou ik dan nog vreezen? Neen, lieve Jesus, verre van mij alle angstvallige vrees, ik heb mijne hoop op IT gevestigd, in eeuwigheid, zal ik niet beschaamd worden. Immers, Gij zijt almagtig en kunt mij helpen; Gij zijt oneindig goed. Gij wilt mij helpen; Gij zijt getrouw in uwe belofte. Gij zult mij helpen, als ik met kinderlijk vertrouwen mijne toevlugt tot U neem. O Jesus, Gij zijt altijd bij mij, altijd gereed om mij te helpen ; ik zal dan ook altijd bij IT blijven, mijne oogen steeds op U gevestigd houden en tot U mijne toevlugt nemen, om waardig te zijn altijd door U beschermd te worden. Amen.
( 373 )
221. Grootheid van Jesus\' liefde.
Groot, onointlig groot is uwe liofde jegens mij, dierbare Jesus I Dit heb ik ondervonden van mijne vroegste jeugd af en ondervind hot nog dagelijks. Zoo aanstonds nog hebt Gij mij gespijsd met uw vleesch en bloed! O wat liefde I Waar vindt men eene moeder, die haar kind spijst met haar eigen vleesch ? De liefde der moeder is groot; zij kan haar kind niet vergeten; doch voel minder kunt Gij mij vergeten. Al zoude eene moedor zoo ontaard kunnen zijn van haren zuigeling te vergeten; Gij toch kimt tot zulke ontaarding niet vervallen, wijl uwe liefde oneindig is. Hoe troostvol is het, U te hooren zoggen bij don Profeet Isaïas; „Kan mie moeder haar kind very den} Maar al zou zij het vergeten; Ik zal U toch niet vergeten; want, zie, Ik hel u in mijne handen geschreven (Isaïas -19. lö).
Dierbare Jesus, deze gedachte troost mij. Gij kunt mij dan niet vergeten! Gij zijt altijd bij mij, lot altijd op mij; waakt altijd over mij; zorgt altijd voor mij; beschermt mij altijd tegen de listen en lagen dos duivels. Dit alles doet Gij met zulke oplettendheid, als ware ik maar alleen
( 376 )
op do wereld en als haddot Gij voor niets anders te zorgen. O wonderbare goedheid en liefde! Deze gedachte bragt den H. Augustinus in verrukking: „O eeuwige Bespieder!quot; riep hij uit: „Gij beschouwt zoo mijne wegen en voetpaden „en Gij waakt dag en nacht zoo over mij (op „al mijne wegen naauwkeurig lettende), als „haddet Gij allo schepselen, hemel en aarde, „vergeten, en als lettot Gij alleen op mij, zon-„der voor iets anders zorg to dragenquot; (Solil. Cap. 14). O ziel, zouden wij een zoo liefderijken God en Zaligmaker niet beminnen? niet altijd aan Hem denkon? niet alles voor Hom doen en alios voor Hem lijden ?
Ja, zokor zal ik hot doen, lieve Josus! Ik zal U beminnen, altijd beminnen, uit geheel mijn hart en uit al mijne vermogens beminnen. U beminnende, zal ik altijd aan U donken; alles voor U doen, alles voor TT lijden. Zie, lieve Jesus, ik geef mij geheel aan IJ. Ontvang mij en alles wat in mij is, om voortaan voor U alleen te levon en eindelijk uit liefde tot U te sterven. Amen,
( 377 )
222. Gebed tot Maria.
O Maria, geestelijk vat, bid voor mij, opdat ook ik een geestelijk vat voor Jesus zij, die zich aan mij gegeven heeft en in mij rust. Maria wordt geestelijk vat genoemd, omdat zij bestemd was den Zoon Gods in haren schoot te dragen; maar ik ben tot datzelfde doel bestemd; ook ik moet den Zoon Gods in mijn hart dragen, en heb Hom nu in de H. Communie ontvangen.
O Moeder Maria! bid nu voor mij, opdat mijn hart aan Hom behage en Hij er zijnen zetel in vestige. Hij blijve bij mij door zijne genade, gelijk Hij er nu waarlijk en wezenlijk in verblijft door de H. Communie. O Maria, maak dat Hij mij nooit meer verlate, gelijk Hij IJ ook nooit heeft verlaten, maar mij meer en meer met genaden verrijke.
O Maria, geestelijk vat, vol van genaden! Ik bid U, mij aan den overvloed uwer genaden ruimschoots deelachtig te maken en mij in alle gevaren en noodwendigheden hulp, onderstand en veiiigting te verwerven, opdat ik volharde tot het einde toe en zalig worde. Amen.
( 378 )
Oefeningen.
1. Altijd voor God wandelen, dio altijd op ons lot. 2. Alles vermijden wat eenigszins aan de heilige oogen van God zou kunnen mishagen, denkende: hoe zou ik dit hwaad kunnen doen en zondigen tegen mijnen God? 3. Ijverig zijn in allo bezigheden, wijl God ons ziet en op ons let.
VIER EN TWINTIGSTE OEFENING.
Gods alomtegenwoordigheid (vervolg).
VOOll DE II. COMMUNIE.
223. De gedachte aan Gods tegenwoordigheid wekt op tot eerbied.
O God, ik aanbid nwo oneindige volmaaktheden on uwe alomtegeuwoordiglieid. Ik geloof, dat Gij alles met uw goddelijk wezen vervult, alles weet, alles ziet en op alles let, zoodat er U niets ontgaat, noch iets voor U verborgen is. Ik geloof, dat Gij alles bestiert, bewaart en in wezen houdt. Ook geloof ik, dat Gij altijd bij mij zijt, op mij let, mij bewaart, en eens rekening van mij vragen zult. Wat eerbied behoor ik dan niet voor U tc hebben ? Hoe zedig en eerbiedig is een onderdaan onder do oogen zijns konings, maar hoeveel zediger en eerbiediger behoor ik niet voor U te zijn, wetende dat Gij altijd bij mij zijt cn do minste onzedigheid U
( 1380 )
zoozeer mishaagt? En dan; met wat eerbied behoor ik niet te verschijnen voor het allerhoiligste Sakrament, daar ik weet dat Gij er op eeno geheel bijzondere wijze met vleesoh en bloed, mot Godheid en menschheid tegenwoordig zijt? Hier zijt Gij omgeven van millioenen Engelen en Aartsengelen, die U onophoudelijk loven. Quem laudant Anyeli atque Archangeli, Cheruhim et Seraphim, qui non cessant clamare quotidie, una voce dicentes: Sanctus, Sanctus, Sanctus.
Wat eerbied behoor ik dan niet voor U te hebben, als ik voor het II. Sakrament verschijn om U te aanbidden en nog meer als ik kom om U in do II. Communie te ontvangen. O Jesus, eene eerbiedige huivering bevangt mij bij de gedachte, dat Gij zoo heilig, zoo eerbiedwaardig, zoo oneindig in volmaaktheden, aanstonds tot mij komen en de spijs mijnor ziel worden zult. Helaas, lieve Jesus, ik bon niet waardig U te ontvangen; maar Gij wilt hot, en de nood, waarin ik mij bevind, dwingt mij er toe. Ik kom derhalve mot een nederig vertrouwen. Ja, lieve Jesus, ik verlang vurig naar U; kom, geef U spoedig aan mij! kom en maak dat mijn hart brande van liefde, opdat ik U heilig ontvango. Amen.
( 381 )
224. De gedachte aan Gods tegenwoordigheid wekt op tot vernedering.
O Josus, God van glorie en majesteit, ik sta bescliaamd voor U, als ik donk aan mijne zonden, onvolmaaktheden en gebroken, welke U bekend zijn en zoozeer mishagen. Gij, lieve Jesus, de heiligheid zelve, kunt de minste vlek voor uw aanschijn niet dulden; daarom hobt Gij do afgevallen engelen aanstonds van U verdreven en met de snelheid des bliksems in den afgrond gestort. Hoe kunt Gij mij dan voor uw aanschijn dulden? waarom verstoot Gij mij niet? waarom vernietigt Gij mij niet, want zoo lang ik besta zien uwe oogen mij met al mijne onvolmaakt-heden? Waar ik ga, of waar ik sta; overal zijt Gij bij mij en let Gij op mij: ,,Zoo ik opsteeg ten hemel, daar zijt Gij; daalde, ik neder ter onderwereld, Gij zijt er ; sloeg ik in het morgenrood mijne vleugelen uit, en liet ik mij neder aan het einde der zee, ook daarheen zon uwe hand mij geleiden, en uwe regterhand mij vattenquot; (Ps. 138. 8. 10). Ik ben dus altijd onder uwe oogen, zonder mij ooit van uw aanschijn te kunnen verwijderen of mijne zonden voor II te kunnen bedekken. Daarom ben ik voor U beschaamd en verneder ik mij
( 382 )
rouwmoedig voor U; vooral nu, daar Gij tot mij komt on ik U moot ontvangen. Hcero Jesus, heb modelijden met mij en vergeef mij mijne zonden, die 1115 uit geheel mijn hart leed doen. Ik bid U, daarom uw aansch\'jn van mij niet af te wenden; wie toch zou tot U durven naderen, indien Gij niet genadig met ons wildot handelen? Op uwe goedheid en oneindige barmhartigheid steunende, verstout ik mij tot TJ te komen, om U in de H. Communie te ontvangen. O ja, lieve Jesus, kom tot mij; ik verlang naar U, kom spoedig, opdat ik een met U zij. Amen.
225. De gedachte aan Gods tegenwoordigheid wekt op tot herouw en leedwezen.
Dierbare Jesus, o mijn God en mijn Al, hoezeer moost ik bedroefd zijn over mijne zonden, door-welke ik U zoo vergramd en onteerd heb ? Gij, lieve Jesus, zijt altijd bij mij, ziet mij, let op mij; en toch heb ik U vergramd. Gij waakt altijd over mij, beschermt mij altijd, geleidt mij overal en op al mijn wegen, on bewijst mij voortdurend nieuwe weldaden; en evenwel heb ik U niet bemind en niet aan U gedacht. Helaas, wat reden om bedroefd te zijn I Wereldsche vrienden zijn ge-
( 383 )
trouwer jegens elkander; „denk aan mij, zoo spreken zij, en ik zal aan U denken.quot; Dit gezegde is genoeg om elkander niet te vergoten. Gij hebt het ook tot mij gezegd, voordat Gij de wereld verliet: „doet dit tot mijner gedachtenisquot; ; en toch vergeet ik U. Hierom verbeeld ik mij de klagten te hooren, die Gij door den Profeet Bzechiël na vele en groote misdaden opgesomd te hebben, tot het volk rigttet: „Meique oblita esquot; ,,En gij helt mij vergeten.quot; (Ezech. 22. 12.), waardoor Gij te kennen gaaft dat die vergetelheid U het meeste mishaagde.
Lieve Jesus, Gij denkt altijd aan mij en dat wol mot oen goedgunstig aandenken, hetwelk voortkomt uit toegenegenheid en vruchtbaar is in weldaden, zoodat er geen oogenblik voorbij gaat, waarop Gij mij geone blijken uwer goedheid en barmhartigheid geeft. Zou ik dan niet bedroefd zijn, wanneer ik zie, dat ik U zoo dikwijls vergeten heb en jegens U zoo okdankbaar ben geweest? Dierbare Jesus, hoe schijnt in dit alles uwe goedheid jegens mij uit! Niettegenstaande mijne ondankbaarheden blijft Gij mij goedgunstig gezind en voortdurend laat Gij uwe genadige oogen op mij vallen om mij met nieuwe weldaden to overladen, en nog wel bijzonder op dit
( 384 )
oogoublik daar ik het geluk hoop te hebben, U als spijs mijner ziele te ontvangen, en op de innigste wijze met U vereenigd te worden.
Dierbare Jesus, ootmoedig voor U neergeknield, bid ik U om vergiffenis van al mijne zonden en onvolmaaktheden en vooral van mijne onachtzaamheid en ondankbaarheid voor de weldaden, die Gij mij van kindsbeen af bewezen hebt en nog dagelijks bewijst. O Jesus, geef dat ik voortaan bij mijne dagolijksche bezigheden aan U denke en alles uit liefde tot U verrigte.
226. De gedachte aan Gods tegenwoordigheid wekt op tot liefde.
Dierbare Jesus, do gedachtenis aan uwe goedheid doet mijn hart in liefde ontvlammen. Gij zijt altgd bij mij, om mij voortdurend met weldaden te verrijken. Aller oogen wachten op U, o Heer, en Gij geeft hun hunne spijs te zijner tijd (Ps. 1-14. 15). O welk eene goedheid en liefde, wat troost en genoegen is het voor een kind zich op den schoot zijner moedor te bevinden; maar hoeveel grooter troost is het voor mij, mij altijd in den schoot uwer Godheid en onder de leiding uwer vaderlijke voorzienigheid te bevinden. Geene moeder heeft
( 385 )
zoovool zorg on liefde voor haar eenigst kind, als Gij voor mij. Zij voedt haar met haar moedermelk, terwijl Gij mij voedt met uw eigen vleesch en bloed. O wat goedheid en liefde I O konde ik U met een geheel zuiver hart en eene vurige liefde ontvangen, dan zeker ware ik opregt gelukkig en zou ik overvloedig genade van U ontvangen! O Jesus, ik bid U, van zelf mijn hart te zuiveren, te versieren en in liefde te ontsteken, oxxlat ik U heiliglijk ontvange. Kom tot mij, lieve Jesus I ik geloof in U; ik hoop op tl; ik bemin U en verlang vurig naar U.
227. Gebed tot Maria.
O Maria, eerwaardig vat. Gij zijt alleen eerbiedwaardig, omdat Gij Jesus, den Zoon Gods, negen maanden in uwen maagdelijkon sehoot gedragen hebt. De vaten, die bestemd zgn om de H. Communie te bewaren verdienen allen eerbied en mogen sleehts door priesters en sommige geestelijke personen aangeraakt worden; doch hoeveel te meer zijt gij eerbiedwaardig, daar de Zoon Gods uit tl de menschelijke natuur aangenomen en negen maanden in uwen sehoot gerust heeft. Geen wonder, dat de H. Kerk en alle geloovigen 95 25
( 386 )
IT den meesten eerbied toedragen en U begroeten met den verheven titel van: eeewaabdig vat.
Daar wij eerbied moeten hebben voor do H. vaten waarin Jesus rust, wat eerbied behoor ik dan niet voor mij zeiven te hebben, wijl Jesus zoo dikwijls in mij gerust heeften bereid is, het nog dagelijks te doen. Maar helaas, hoe dikwijls heb ik mijn ligchaam bezoedeld en mijn hart met zonden besmeurd! Ach, hoe spijt mij dat!
O Maria, eerwaardig vat, bid voor mij en zuiver mijn hart, opdat het een aangenaam verblijf voor Jesus zij en met weldaden verrijkt worde. Amen.
na de h. communie.
228. Gods goedheid.
Dierbare Jesus, hoe goed zijt Gij jegens allen maar bijzonder jegens mij! Aller ooyen wachten op U, Heer, en Gij geeft hun hunne spijs te zijner tijd (Ps. 144. 15). Ja, lieve Jesus, Gij spijst alles wat leven heeft ontvangen, van den grootsten monarch tot den geringsten bedelaar, ja zelfs tot het geringste insectje. Gij geeft elk hunner eene hun eigenaardige spijs. O wat goedheid en Vaderlijke bezorgdheid ! Maar wat zal ik zeggen
( 387 )
van uwe goedheid en vaderlijke bezorgdheid jegens mij ? Gij voedt mij niet alleen met Hg-chamelrjke spijzen, maar ook met eene hemelsche en goddelijke spijs; met het brood der Engelen, met uw vleesch en bloed. O wat geluk voor mij! thans heb ik tT, de vreugde des hemels, waarlijk en wezenlijk ontvangen! Gij hebt U geheel aan mij gegeven met Godheid en mensch-heid, met vleesch en bloed, met ziel en ligchaam, gelijk Gij verheerlijkt in den hemel zijt. 0 wat genade! wat dankbaarheid ben ik U daarvoor niet verschuldigd. Ja, lieve Jesus, dank, duizendmaal dank voor eene zoo groote genade! Uit dankbaarheid zal ik uwe goedgunstigheid en liefde steeds loven en prijzen. O Jesus, geef, dat ik U vurig beminne en steeds meer en meer in liefde tot U ontvlamme. Geef, dat de vurige en honigvloeijende kracht uwer liefde mijn hart geheel inneme en verteere, opdat ik door de liefde uwer liefde sterve, gelijk Gij U verwaardigd hebt door de liefde mijner liefde aan een schandelijk kruis te sterven. Ik vraag U deze genade door de goedheid en liefde, die TJ bewogen hebben, de spijs mijner ziel te worden. Amen.
( 388 )
229. Zuivere liefde.
Dierbare Jesus, bij het beschouwen uwer liefde ontvlamt mijn hart in wederliefde. Hoe is het mogelijk, dat Gij mij zoo zeer begunstigt en zoo voel blijken van liefde geeft I dat Gij altijd bij mg zijt, altijd over mij waakt en mij met eene meer dan moederlijke zorg geleidt; ja, zoo ver gaat dat Gij zelf het voedsel mijner ziel wordt! Goddelijke Zaligmaker, nooit kan ik uwe goedheid en liefde genoeg bewonderen. Wanneer de H. Augustinus overdacht, dat Gij op eenc zoo bijzondere wijze over Hem waaktet; stond hij zoo verbaasd, dat hij uitriep: „O eeuwige Bespieder! Gij beschouwt zóó mijne wegen en voetpaden en waakt dag en nacht zoo over mij als hadt Gij alle schepselen, hemel en aarde vergeten en als dacht Gij aan mij alleen zonder voor iets anders zorg te dragen.quot; (Solil. Cap. 14. n. 2.) O Jesus, ik mag hetzelfde, ja ik mag meer zeggen; veroorloof mij te zeggen, dat Gij een verkwister van U zeiven zijt, vermits Gij U zeiven voor mij ten beste geeft, niet alleen toen Gij stierft aan het kruis, maar ook op dit oogenblik, nu Gij mij spijst met uw vleesch en bloed en mij, als het ware, hooger acht dan
( 389 )
IT zeiven. O Goddelijke Zaligmaker, ik sta verbaasd bij het beschouwen uwer liefde. Zij is groot; zij is oneindig; zij gaat \'mijn verstand oneindig te boven; derhalve zwijg ik, om de grootheid uwer liefde in stilte te overwegen, te bewonderen en te aanbidden. O Josus, doordring mij met heilige en liefderijke gevoelens jegens U, geef dat ik van liefde voor U brande, en als het ware, geheel in liefde ontvlamme, gelijk sommige Heiligen, die den brand van liefde in hun hart niet konden verdragen en gedwongen waren denzel-ven mot water te blusschen. Doe mij door de vurigheid der liefde verteeren gelijk de H. Maagd Maria er door verteerd is; brandend van liefde werd hare schoone ziel aan haar ligchaam ontrukt en vloog op ten hemel, om God eeuwig to beminnen. Dierbare Josus, ik bemin TJ, niet uit hoop op den hemel, noch uit vrees voor de hel; maar, omdat Gij mij eerst bomind hobt en alle liefde waardig zijt. O ja, lieve Jesus, ik bemin U, omdat Gij mijn Verlosser en Zaligmaker, mijn God en Al zijt. Amen.
( 390 )
230. Verbond met God, om altijd aan Hem te denken.
O Jcsus, mijn God, ik geloof dat Gij overal tegenwoordig zijt! Ik geloof, dat Gij altijd bij mij en in mij zijt en ik altijd bij U en in U ben; immers ik leef in U; ik word bewogen in U en ben in U {Act. 17. 27). Gij let altijd op mij, om mij altijd te bewaren, te bescliernien en te geleiden; daar Gij altijd op mij let, is het billijk en regtvaardig dat ik geheel voor U zij, altijd aan U denke, altijd voor U werke en alles uit liefde voor U verrigte, volgens dit merkwaardig go-zegde van den H. Ambrosius: „Gelijk er geen „oogenblik is, waarop de menscli Gods goedheid „en barmhartigheid niet geniet, zoo mag er geen „oogenblik zijn, waarop hij Hem niet in het ge-,,heugen heeft.quot; Neen, lieve Jesus, zeker betaamt het niet, dat ik U ooit vergete: daarom maak ik, in navolging van den H. Augustinus, een verbond met U, van mijne oogen nooit van U af te wenden; Ik zal mijne uogen nooit afleeeren van U, omdat Qij uwe oogen nooit afkeert van mij. Mij dunkt, lieve Jcsus, ik hoor U zeggen; „Donk aan Mij en Ik zal donken aan U.quot; Ego non dhlivismr tui. Ik weet, lieve Jesus, dat Gij van uwen kant nooit te kort zult blijven aan dit verbond, het-
( 391 )
welk wij thans sluiten, dat Gij mij nooit zult vergeten; maar ik vrees voor mij zeiven; daarom bid ik U, mij door uwe genade te versterken, opdat ook ik er getrouw aan blijve. Ons verbond zij dus ; „Gij zult aan mij denken en ih aan U.quot; Ik zal U niet vergeten, omdat Gij mij ook niet vergeet. Helaas, voorbeen heb ik U dikwijls vergeten, en de bittere klagten verdiend, die Gij tegen Jerusalem uitspraakt: „Mei ohlita esquot; ,, Gij hebt mij vergeten.quot; Na vele misdaden opgesomd te hebben, waaraan Jerusalem zich schuldig gemaakt had, voegde God ten slotte er bij; Meique ohlita es en Mij hebt gij vergeten, als zijnde dat het toppunt van ondankbaarheid, \'twelk Hem het meeste griefde.
Lieve Jesus, Gij kunt U eveneens over mg beklagen. „Mijn kind. Gij hebt veel en groote-lijks jegens mij misdaan; maar bovenal gij hebt mij vergeten.quot; Ach, hoe bitter is mij dit verwijt! Daarom zal ik er mg op toeleggen, om U nooit meer te vergeten; steeds voor TJ te wandelen; steeds den grootsten eerbied voor U te hebben; altijd ijverig in mijne bezigheden te zijn, geduldig in het lijden, kloekmoedig in het strijden; wetende dat Gij altijd bij mij zijt en altijd op mij let.
( 392 )
Ziedaar, lievo Josus, mijn voornemen, sta mij bij om hot ten uitvoer te brengen. Amen.
231. Gebed tot Maria.
O Maria, eerwaardig vat, bid voor mij, opdat ik mij zeiven aanzie als een eerwaardig vat, waarin Jesus zijne rust genomen heeft, en dat ik eerbied voor mij zelven, voor mijn ligchaam en al deszelfs ledematen hebbe, ten einde mij zuiver te bewaren. O Maria, alle volken eeren TJ, omdat Gij Jesus gebaard en altijd zuiver geleefd hebt; alles glinstert in U door de liefde, waardoor Gij aangenaam waart aan God, die zijn vermaak in U vond. O Maria, eerwaardig vat, zelfs de Engelen hadden eerbied voor U; met wat eerbied kwam de Engel Gabriël tot U, om TJ de menschwording van den Zoon Gods aan te kondigen! met wat eerbied ontvingen de kooron van Engelen U op den dag uwer hemelvaart, en hoe loven zij U thans in den hemel als hunne Koningin! O Maria, ook ik eer TJ zooveel ik kan en zal, in navolging der H. Kerk, TJ steeds begroeten met den eeretitel; Eerwaahdig vat, TJ tevens biddende mij de genade te verwerven om steeds eerbied voor mg zelven te hebben.
( 393 )
en mg te wachten voor alles wat aan Jesus, die zich aan mij gegeven heeft, zou kunnen mishagen. Maak dat ik steeds zuiver en onbevlekt leve, om hot geluk te hebben uwe heerlijkheden in den hemel gedurende de gansche eeuwigheid te zingen. Amen.
Oefeningen.
1. God altijd voor oogen houden. 2. Met vertrouwen zich werpen in do armen zijner vaderlijke Voorzienigheid. 3. Altijd aan Hem denken; \'s nachts als men wakker wordt, \'s morgens bij \'t opstaan, onder den arbeid, in den rusttijd, bij \'t eten en drinken, in een woord, altijd en overal.
VIJF EN TWINTIGSTE OEFENING.
De liefde van Jesus.
VOOR DE H. COMMUNIE,
Dierbare Josus, het verwondert mij niet, dat de bruid in hot hooglied van Salomon, bij hot beschouwen uwer liefde van verwondering uitriep: ,,De liefde is sterk als de dood... Vele wateren van kwollingen en versmaadheden hebben de liefde niet hunnen uitdooven (Cant. 8. 6. 7.)
Inderdaad, lieve Jesus, uwe liefde is groot en verdient al onze bewondering. O hoevele en groote blaken van liefde hebt Gij mij gegeven! Ofschoon God, oneindig in volmaaktheden, daal-det Gij uit den hemel neder, naamt de mensche-lijke natuur aan en onderwierpt U aan al do ellenden van dit sterfelijk leven; doze waren voor U dos te smartelijker, omdat ze U, van hot eerste oogenblik uws levens af, klaar en duidelijk voor oogen stonden en altijd voor uwen geest zweefden, volgens do voorzegging van David :
{ 395 )
Mijne smart is altijd voor mijne ooyen (Ps. 37. 18). Ach, wat droevig schouwspel! Hot was als golfde er eene zee van lijden en bitterheden voor uwen geest, bereid om U in te zwolgen. De smart, welke dit gozigt IJ veroorzaakte was zoo groot, dat zij U deed sidderen en in den mond van den Profeet de klacht legde : Bed Mij, o Ood, want de hittere wateren van kwellingen zijn tot in mijne ziel gedrongen; Ik steek in H slijk der diepte en heb geen vasten grond. Ik geraaide in de Jwoge zee, en de vloed overstroomde mij. O God, Oij kent mijne diuaasheid en mijne misdaden, dat is: do ongerechtigheid en do zonden dor monschen die Ik op Mij genomen heb om er voor te voldoen, zijn voor U niet verborgen. Ik zag naar iemand uit, die mededoogen met Mij zou helhen, maar er icas niemand. Ik zocht eenen vertrooster, maar vond er geen. (Ps. 68. 1. 2. 3. 6. 21).
Lieve Jesus, zoo werd Gij dan van het begin af, als in oene zee van lij den gedompeld en moest Gij gedurende uw geheel leven hare bitterheid proeven ! Doch al die bittere golven konden uwe liefde niot uitdooven noch in liet minste verkoelen. Waarlijk, lieve Jesus, uwe liefde moet groot, ja oneindig geweest zijn, wijl ze door zoo vele bitterheden niet kon uitgedoofd worden.
( 396 )
Hoe flaauw daarentegen is mijne liefde en hoe spoedig verkoelt zij 1 Ja hoe weinig is er noodig om haar geheel uit te dooven! O Josus, geef mij eene ware, eeno standvastige liefde, om te midden der beproevingen te volharden en alles niet geduld te lijdon uit liefde tot U.
Dierbare Jesus, ik sta nog meer verwonderd, als ik zie, dat zelfs de dood uwe liefde niet heeft kunnen uitblussohen. Gij sterft; maar uwe liefde blijft even vurig, of liever, zij scheen nog vuriger te worden. Zij was zoo groot, dat Gij stervend, ons toch niet kondet verlaten, en zij U het middel deed uitvinden, om overal, en altijd, tot het einde der wereld toe bij ons te blijven, door namelijk het Allerheiligste Sakrament des Altaars in te stollen, in hetwelk Gij altijd tegenwoordig zijt onder de geringe gedaanten van brood en wijn en waardoor Gij U tot spijs onzer zielen geeft.
Dierbare Jesus, zoo heeft uwe liefde U bewogen, om ook na uwen dood bij mg te blijven en de spijs mijner ziel te worden! Ach wolk eeno ongehoorde liefde! Verlicht mij, lieve Jesus, om de grootheid dezer liefde meer en meer te beseffen en U steeds vuriger te beminnón. Ik bemin IJ, lieve Jesus, en omdat ik U bemin.
( 397 )
verlang ik vurig naar TJ. Kom, Hcero Josus, kom spoedig tot mij. Ik liaak vurig naar het oogon-blik dat Gij U met mg zult vereenigen. Kom, Heere Jesus, kom eenigst voorwerp mijner liefde. Ik bemin U; ik bemin U vurig; ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne vermogens.
Dierbare Josus, ik wil U alleen beminnen. Ik wil niet meer leven voor mij zeiven, noeh voor do wereld, maar alleen voor U. Gij wilt dat ik geheel voor U zij; ik wil het dus ook. O ja, lieve Jesus, U alleen, U alleen, U alleen wil ik beminnen. AVat is er mij in den hemel en buiten U wat wil ik op aarde? Gij zijt mijn eenigst, mijn opperst goed. Gij zijt mjjn God en Al. Kom dan, Heere Jesus, kom en vereenig U met mij en mij met U, opdat wij één zijn. O welk geluk 1 Ik ga Jesus ontvangen. O heilzaam oogenblik I Maar, helaas! ik ben niet waardig, U te ontvangen. Aeh, hoe dikwijls heb ik U beleedigd\'. O Jesus, thans verfoei ik al mijne misstappen en zonden; zij zijn mij van harte leed. Liever zou ik sterven, dan U nog belee-digen. Neen, lieve Jesus, in eeuwigheid geene zonde meer! Ofschoon niet waardig, kom ik thans met vertrouwen tot U, om U te ontvangen
( 398 )
en met IT vereeiiigd te worden. Gij wilt het, lieve Jesus, en de nood dwingt mij er toe; want buiten U heb ik niets, kan ik niets, ben ik niets. Ik ben voor U geschapen en mijn hart rust niet totdat het ruste in IT. Kom dan, Heere Jesus, kom spoedig tot mij. Amen.
O Maria, Koningin des hemels, verlaat mij niet in dit gewigtig oogenblik; zuiver mijn hart van alles wat eenigszins aan de heilige oogeu van Jesus zou kunnen mishagen en versier het met die deugden, welke Gij weet. Hem het aangenaamst te zgn, vooral met een levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde, diepe ootmoedigheid en een brandend verlangen. O Maria, ik bid IT nogmaals; sta mij bij in dit gewigtig oogenblik, waarvan welligt mijne zaligheid afhangt en maak dat ik Jesus, uwen Goddelijken Zoon, heilig ontvange. Amen.
NA DE II. COMMUNIE.
„Vele wateren hebben de liefde niet kunnenblusschen.quot;
(Cant. 8. 7).
Dierbare Jesus, Gij zijt dan tot mij gekomen! O wolk geluk! O welke liefde! Nu mag ik met de bruid van Salomons hooglied vol verwonde-
( 399 )
ring uitroepen: Vele wateren hebhen uwe liefde niet hunnen uitdooven. Gij hebt mij nu het allergrootste bewijs van liefde gegeven, door tot mij te komen en de spijs mijner ziel te worden. Mijne armoede, verworpenheid, nietigheid, onwaardigheid, ondankbaarheid en boosheid hebben IT niet kunnen afschrikken noch uwe liefde uitdooven. Uwe liefde is eene oneindige liefde en ruimt U alle hinderpalen xdt den weg. Dierbare Jesus, waartoe hoeft thans de liefde TJ gebragt? Waar bevindt Gij U thans r Helaas, hoe ellendig, hoe armoedig, hoe onrein is de plaats, die ik II bereid heb! Wat vindt Gij daar anders dan onvolmaaktheden, fouten, gebreken, ondankbaarheden en zonden? En dan hoe zeer mishagen die aan IT! Gij kunt do minste vlek voor uw aanschijn niet dulden; daarom zal er niets dat besmeurd is den hemel ingaan. De Engelen, die zuiverder zijn dan de zon, zijn evenwel niet zonder vlek voor uw aanschijn, daarom bedekken zij uit heilige vrees hunne aaugezigtcn voor U en werpen zich eerbiedig voor U neder, zeggende: Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der heerkrachten.
Indien de Engelen, die zuivere geesten, niet zqn zonder vlek voor uw aanschijn, hoe afschuwe-
( 400 )
lijk moet ik dan voor U wel niet wezen; ik, zoo vol onvolmaaktheden, ondankbaarlieden en zonden ! En ditniettegenstaande zrjt Gij tot mij gekomen... O welke goedheid! O welke liefde! Ik mag dan wel zeggen, dat vele wateren van kwellingen, ondankbaarheden en boosaardigheden uwe liefde niet hebben kunnen blussehen.
Dierbare Jesus, daar Gij zoo goed jegens mij zrjt, verstout ik mij U vele gunsten en genaden te vragen; o, ik bid U, zuiver mijn hart, zuiver het van allo vlokken, onvolmaaktheden en gebreken... Wasch mij al moer en meer van mijne boosheden on zuiver mij van alle zonden; zuiver mij en ik zal witter worden dan sneeuw (Ps. 50).
Ook bid ik U, mij te versieren mot alle deugden; ontstook in mij vooral het vuur uwer liefde. Wanneer zal ik U eens opregt beminnen Wanneer zal ik uit liefde voor U gaarne alles lijden, gelijk de Heiligen gedaan hebben? Wanneer zal ik uit liefde voor U getrouw in alles zijn, om wat Gij ook van mg verlangt stipt to onderhouden ? O ware ik eens zoo gelukkig van buiten U niets meer te beminnen, U alleen te zoeken, te loven en te verheerlijken en gaarne alles te lijden uit liefde tot U! Dierbare Josus, vermeerder mijne liefde, opdat de vele wateren
( )
der mocijelijkliedon, vemodoringen, pijnen, ont-boringen on bekoringen haar niet meer uit-dooven, noch. verkoelen; geef integendeel, dat zij in de beproevingen steeds aangroeije en vuriger worde.
Lieve Jesus, mijn opperste en eenigste Goed, voortaan zal ik U vurig beminnen, ik zal U beminnen uit gclieel mijn hart, uit geheel mijne ziel, en uit al mijne krachten. Gij hebt U ge-geheel aan mg gegeven en zijt nu één met mij geworden; ik geef mij ook geheel aan U en verlang vurig één met U te zijn en eeuwig ver-eenigd te bleven. Ik wil niet meer leven voor mij zeiven maar voor U; ik wil geen gebied, noch heerschappij over mij zeiven meer hebben; maar dat Gij over mij heerschet; want ik behoor U geheel toe. Beschik over mij en over alles wat mij toebehoort volgens uwen heiligen wil en uw welbehagen. Kap en kerf mij hier zooveel Gij wilt; van nu af neem ik alles met liefde aan, wat Gij mij zult gelieven over te zenden; namelijk: ziekten, vemederingen, armoede, ontberingen, vervolgingen, dorrighedeu, geestelijke duisternissen en verlatenheid; alsmede den dood, welken Gij voor mij bestemd hebt, met alle pijnen en benaauwdheden, welke denzelven zullen ver-95 26
( 402 )
gezellen. Geef mij maar uwe liefde mot uwe genade, om standvastig te blijven en te volharden, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets anders. Ook neem ik van nu af met liefde alle moeijelijkheden aan, die uit de pligten van mijnen staat voortvloeijen. Word ik geroepen tot moeijelijke, onaangename of zelfs walgelijke bedieningen; zie, lieve Jesus, mijn hart is bereid. Word ik geroepen in het gure weder, in koude of hitte, bij hagel of sneeuw, door regen of wind; zie, lieve Jesus, ook hiertoe is mijn hart bereid. Word ik geroepen bij ontijden, des avonds of des nachts; zie, lieve Jesus, ook hiertoe ben ik bereid. Maar ik ben zwak, lieve Jesus, ik vrees dat mijne liefde spoedig zal verkoelen en mijne voornemens als rook zullen verdwijnen. Helaas, mij dunkt dat ik reeds begin te wankelen, terwgl ik deze voornemens maak. Alleen do gedachte aan de beproevingen maakt mg bevreesd en doet mij sidderen. Daarom bid ik U vurig mg te versterken, opdat geene watoren van kwellingen of moeijelijkheden ooit in staat ziju mijne liefde te blusschon of te verkoelen. Integendeel, geef dat mijne liefde in do beproevingen steeds aangroeije on dat zo mij steeds inniger met U vereenige, opdat ik één worde
( ^03 )
mot U, gelijk Gij door de H. Communie één geworden zijt met mij. Ik wil niet meer leven voor mij zeiven, maar voor TJ, om steeds uwen heiligen wil te volbrengen. Geef dat ik in waarheid kunne zeggen; ,,Ik leef niet ik, maar Christus leeft in mijquot; (ad Gal. 2. 20).
O Maria, steeds brandend van liefde voor Jesus, bid voor mij, opdat ook mijn hart van liefde voor Jesus brande en niets bekwaam zij dezelve te blusschen. Amen.
ZES EN TWINTIGSTE OEFENING.
Liefde van Jesus.
VOOR DE H. COMMUNIE.
„Na de zijnen, die in deze ivereld waren, geliefd te hebhen, heeft Hij hen ten uiterste liefgehadquot; (Joan. 13. 1).
In de goscHedenis staat een zoo schitterend voorbeeld van liefde opgeteekend, dat het ten allen tijde aan alle volken tot verwondering zal strekken. Een groot koning had een éénigen zoon, die de liefde zijns vaders was, wien de vader als zich zeiven beminde. Deze zoon had eene zoo groote liefde tot eenen, om zijne misdaden ter dood veroordeelden slaaf, dat hij zich zeiven aanbood, om in de plaats van dien slaaf te sterven. De vader, uit liefde voor de regt-vaardigheid, stemde er in toe en veroordeelde zijnen zoon ter dood, terwijl de slaaf in vrijheid gesteld werd. Deze liefdedaad, welke nooit haars
( 405 )
gelijke heeft gehad noch ooit hebben zal, staat beschreven in het Evangelie. Daar lezen wij, dat Gods eenige Zoon zich aanbood, om te sterven voor den mensch, die om zijne misdaden den dood schuldig was. God, die regtvaardig is en voldoening eischte voor de zonden dor menschen, nam hot aanbod zijns Zoons aan en veroordeelde Hem tot den schandelijksten kruisdood, ten einde ons het leven te geven. — De Zoon beminde ons zoo zeer, dat Hij zich vrijwillig heeft ge-slagtofford. Ohlcitua est, quia ipse voluit. Hij is (jeslagtojferd, omdat Hij wilde (Isaïas 33). Ook de liefde des Vaders tot ons was zoo groot, dat Hij, om ons to sparen, zijnen Zoon aan den dood overleverde. Hij heeft zelfs zijn ei (jen Zoon niet (jespaard, maar Hem voor ons allen overgeleverd (Rom. 8. 32).
O ziel, wat dunkt u van deze liefde dos Vaders en des Zoons\'\' Hoeft zij wel ooit haars gelijke gehad? Neen! Nooit is er eone zoo groote liefde op aarde geweest, en nooit zal er eene zoo groote liefde zijn. Ofschoon deze trok van Gods liefde groot on onbegrijpelijk is, is zij evenwol nog verder gegaan; immers toon do tijd, waarop Jesus moest sterven, gekomen was, kon Hij ons niet verlaten; in zijne Goddelijke Wijsheid nu
( 406 )
vond Hij het middel uit, om te sterven en tevens bij ons te blijven, daarmede troostte Hij zijne Apostelen, die om zijn nabijzijnd vertrek bedroefd waren, zeggende: „Laat uw hart niet ontroerd worden: Ik zul u niet als weezen latenquot; (Joan. 14. 1. 18). Neon! Jcsus heeft ons niet als weezen achtergelaten; Hij heeft het Allerheiligste Sakrament ingesteld, om altijd bij ons te blijven en zich innig met ons te vereenigen.
Lieve Jesus, zoo hebt Gij getoond, dat Gij ons waarlijk en wel ten uiterste hebt liefgehad. Do H. Joannes zegt: Na de zijnen, die in deze luereld waren, geliefd te Jiehhen, heeft Hij hen ten uiterste liefgehad (Joan. 13. 1), dat is, volgons den H. Chrysostomus: met eene uitnemende, met eene allergrootste liefde; mot eene liefde, die het toppunt bereikt heeft en niet verder kan gaan. Waarlijk, lieve Jcsus, uwe liefde is eene uitnemende, eene allergrootste liefde; zij kan niet verder gaan. Het H. Sakrament des Altaars instellende, hebt Gij geheel de kracht uwer liefde over ons uitgestort. Omnem vim amoris effudit amicis (De abt Guerricus). O Jesus, gelijk Gij, zoo is ook uwe liefde oneindig; en evenwel hebt Gij hier al de kracht der liefde uitgestort. Ofschoon de wijsste, de rijkste en magtigste
( 407 )
kondet Gij toch geen. grooter bewijs van liefde geven dan Gij gegeven hebt door het instellen van het Allerh. Sakrament des Altaars. Dierbare Jesus, wat heeft uwe liefde al niet uitgevonden! Gij geeft U aan mij! Deze twee woordjes zeggen alles. Gij aan mij ! Gij zoo groot, aan mij zoo nietig! Oij zoo heilig, aan mij zoo zondig! Qij zoo goed, aan mij zoo ondankbaar. O liefde, o oneindige liefde, welke nooit haars gelijke heeft gevonden I Wanneer zal ik TJ ook eens opregt beminnen? Wanneer zal ook ik uit liefde voor U gelioel de kracht mijner liefde uitputten ? Dierbare Jcsus, thans geef ik mij geheel aan U; U alleen wil ik beminnen, en niets buiten U, tenzij om U. O Jesus, geef mij uwe liefde. Gij zijt mijn eenige troost, mijn eenig geluk, mijn God en mijn al: kom, Heere Jesus, kom spoedig tot mij; ik verlang vurig naar U. Uit liefde tot U verzaak ik aan al mijne zonden, onachtzaamheden en trouweloosheden; ja ik verzaak aan alles, om geheel aan TJ te wezen. Ik erken ootmoedig, niet waardig te zijn tot U te naderen; ovenwei kom ik met groot vertrouwen, omdat Gij het wilt en ik er behoefte aan heb.
O Maria, ik stel mijn hart in uwe handen; zuiver hot van alle vlekken en verwijder er alle
( 408 )
uit, wat eenigszins aan de heilige oogen van Jesus zou kunnen mishagen; versier het met alle deugden, welke Jesus in mij verlangt, vooral met oen levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde, diepe ootmoedigheid, engelachtige zuiverheid en oen brandend verlangen. Amen.
NA DE H. COMMUNIE,
„iVrt de zijnen, die in deze luereld waren, geliefd te hebben, heeft TT ij hen ten uiterste liefgehadquot; (Joan. 13. 1).
Dierbare Jesus, mijn God en Zaligmaker, Gij hebt mij waarlijk ten uiterste liefgehad! Door U aan mij te geven, hebt Gij de schatten uwer rijkdommen, en de rijkdommen uwer liefde uitgeput en over mij als uitgestort. ,,Divitias sui erga homines amoris velut effudit.quot; ,,De rijkdom-„men zijner liefde jegens de menschen heeft Hij „als uitgestortquot; [Concilie van Trente, Sess. 13 c. 2). Inderdaad, lieve Jesus, Gij hebt uwe rijkdommen uitgeput. Gij zoudt mij geen grooter liefdebewijs hebben kunnen geven, dan Gij nu gedaan hebt, door ü zelvcn aan mij te geven. Geen wonder dan, dat de H. Thomas dit Sakrament noemt ren Rnhrament van liefde; oen onderpand uwer
( 409 )
overgrootc liefde, en de H. Bomardus: De liefde der liefde. Amor amorum. Gewis kan men geenen meer passenden naam aan dit H. Sakrament geven, in hetwelk Jesus de rijkdommen zijner weldaden en de schatten zijner liefde geheel over mij uitstort, door zich zelven geheel aan mij te geven, zonder iets terug te houden. Immers in dit Sakrament geeft Hij zich geheel, met godheid en menschheid, met vlecsch en bloed, met ziel en ligchaam, gelijk Hg verheerlijkt in den hemel is. Ja, Hg geeft zich met al zijne deugden en verdiensten, zoodat Hij nu geheel aan mij is. Ik kan dus met de H. Maria Magdalena de Pazzis zeggen : Consummatum est: \'t Is volbragt. De liefde is uitgeput, zij kan niet verder gaan; want na zich zelven gegeven te hebben, heeft Hg niets meer te geven. Met zich zelven heeft Hij alles gegeven; Hij immers is Heer en Meester van alles: ,,uit Hem en door Hem en tot Hem is allesquot; (Hom. 11. 36). Ik ben dus in en door Hem rijk geworden. ,, Bivites facti estis in Illn\'\' ,,In Hem zijt gij rijlc geivordenquot; (1 Cor. 1. ó).
Dierbare Jesus, ik aanbid uwe liefde, die U bewogen heeft, TI geheel aan mij te geven. Wat zoudt Gij nu nog meer kunnen doen, om mg de grootheid uwer liefde te toonen, mgn hart
( 410 )
te winnen en hot in liefde te ontsteken ? Ontferm U mijnor, lieve Jesus, en verlicht mij om do grootheid van deze uwe liefde meer en meer te beseffen, en de zware verpligting te begrijpen, dio op mij drukt, om namelijk voor zoo eene groote genade steeds dankbaar te zijn. Daar Gij U goheel aan mij gegeven hobt, is het ook mijn pligt mij geheel aan U te geven; ja, ware het mogelijk, dan zou ik mij millioonen en millioenen koeren moeten govon, en dan zou mijn pligt van dankbaarheid nog niet vervuld zijn; wijl ik U oene oneindige dankbetuiging schuldig ben. Dierbare Jesus, ik erken, dat er eene zware pligt van dankbaarheid op mij rust, aan welken ik niet voldoen kan. Helaas, ik ben zwak, vol on-volnxaakthedon en gebreken; ik bid U derhalve mij to helpen, opdat ik U oprogt beminne uit gehool mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. O ja, lieve Jesus, uit dankbaarheid wil ik U opregt beminnen; ik wil U alleen beminnen en zou wenschen uit liefde tot U mijn leven te kunnen slagtofferen, gelijk Gij uw leven uit liefde tot mij geslagtofferd hebt. Zie, lieve Jesus, ik geef mij nu geheel aan U, gelijk Gij U geheel aan mij gegeven hebt, zonder iets terug to houden. Ik wil geheel aan U zijn.
( 411 )
gelijk Gij geheel aan mij zijt. „Diledus meus mild et ego Illiquot; (Cant. 2. 16). „Mijn beminde is aan mij en ik aan Hem.quot; Dierbare Jesus, mijne liefde, ik bemin TT; ik bemin U meer dan mij zeiven. O hadde ik millioenen harten, brandende van liefde, om U te beminnen gelijk de Engelen en Heiligen U beminnen, of liever gelijk de Allerh. Maagd Maria U bemint en eeuwig zal beminnen in den hemel; maar, helaas, mijne liefde is zoo flaauw; zij bezwijkt zoo spoedig, vooral als er uit liefde voor U iets gedaan of gelaten moet worden. Ik zog wel met woorden, dat ik U bemin, maar loochen het door de werken. Gij, lieve Jesus, hebt uit liefde tot mij zooveel geleden, \'t is billijk, dat ik idt liefde tot IJ ook lijde. Gij zijt uit liefde tot mij gestorven; o zoo ik ook eens konde sterven uit liefde tot UI Doch daar ik dat niet kan, geef dan ten minste, geef dat ik der wereld, haren vermaken en schijngoederen afsterve; dat ik starve aan de zonden, de kwade neigingen en ligchamelijke voldoeningen, alsmede aan de eer en achting der menschen; met één woord, geef dat ik aan alles buiten U afsterve, om voortaan voor TJ alleen te leven.
Minnelijke Zaligmaker, thans maak ik het besluit, om voor U alleen te leven en alles voor TJ
( 412 )
te lijden, ten einde het geluk to hebben uit liefde voor ü te sterven. Te uwer liefde zal ik alles lijden, wat Gij mg zult gelieven over te zenden, wat kwaadwilligen mg zullen aandoen, of wat mg uit natuurlgke oorzaken zal overkomen. Ik geef mij geheel aan uwen H. quot;Wil over; beschik over mij volgons uw welbehagen; ik zal U altijd loven en prijzen, zoowel in droefheid als in blijdschap, zoowel in vernedering als in verheffing, zoowel in verdriet als in troost, zoowel in gebrek als in overvloed, zoowel in honger als in verzadiging, zoowel in koude als hitte, zoowol in vermoegenis als rust, zoowel in ziekte als gezondheid, met één woord, ten alle tijde. Benedicam Dominum in omni tempore-, semper laus ejus in ore menquot; (Ps. 33. 1). „Ik zal den Heer loven ten allen tgde; zijn lof zal altgd in mgnen mond zijn.quot;
O Maria, daar ik mgnen Jesus niet genoog kan loven, vereonig ik mijne lofzangen mot do uwe en met die van allo Engelen en Heiligen, en in deze vereeniging wil ik Hem voortaan loven en verboerlgkon. Amen.
ZEVEN EN TWINTIGSTE OEFENING.
De liefde van Jesus.
VOOR DE H. COMMUNIE.
„Oewond is Hij om onze hoosheden; verbrijzeld om onze misdaden.quot; (Isaïas 53. 5). Ziedaax cene liefde zonder voorbeeld! O ziel, liordenK deze woorden: om uwe boosheden is Jesus gewond; om uwe misdaden is Hij verbrijzeld. Dierbare Jesus, wie bon ik om deze liefde genoegzaam te loven en te prijzen? quot;Wat naam zal ik baar geven? Ach, hoe ver is zij gegaan! Waartoe heeft zij U gebragt? Ik heb kwaad gedaan en (Jij wordt gestraft! Quo tuus (ittiyit arnor ? Eyo inique egi et tu pwna mulcturis ! (St. Augustinus). Ik ben do schuld van uw lijden; de oorzaak van uwen dood. Ik, een misdadiger, heb gezondigd. Gij, do rechtvaardigheid zelve, wordt gestraft! Ik heb mij verhoovaardigd. Gij wordt vernederd! Ik was ongehoorzaam; terwijl Gij gehoorzaam geweest
( 414 )
zijt tot den dood! Ik gaf toe aan mijne gulzigheid, Gij moest honger en dorst lijden! Ik zocht de voldoening mijner zinnen, en Gij ondergingt de pijnen des kruises! Ik stelde mijn hart op zinnelijke spijzen en dranken, terwijl gij de bitterheid der gal proefdet! Met de wereld gaf ik mij over aan vermaken, maar Gij weendet met uwe bedrukte Moeder! O Jesus, waartoe heeft de liefde U gebragt! „Wat kon het U maken, vraagt de H. Bernardus, dat wij verloren gingen en volgens verdiensten gestraft werden ? Waarom hebt Gij, om ons van den dood te verlossen, in uw onschuldig vleeseh de straf onzer zonden willen dragen ? Waarom hebt Gij voor ons willen sterven?quot; Zeker, eenc dusdanige liefde is zonder voorbeeld, is onbegrijpelijk. Ach, lieve Jesus, welk voorwerp) van heilige bewondering moet het niet voor de Engelen geweest zgn, te zien, dat Gij, de onschuld, de heiligheid zelve, de Heer van Hemel en aarde, de Koning dor Koningen, de Schepper van het heelal, hun Koning en God, als een lam tor slagt-bank geleid werdt? „Sicut avis ad occisionan duceturquot; „Hij zal als een lam ter slagthank geleid wardenquot; (Isaïas 53. 7). Welke ontroering moot wel in den hemel veroorzaakt hebben het gezigt van oenen God aan bet kruis, te midden van
( 415 )
twee moordenaars, als den grootsten booswicht der gansche wereld! Maar welken indruk dan moet dat schouwspel op ons niet maken en wel bijzonder op mij, voor wien Jesus die groote vernedering en wreede mishandeling heeft geleden? Welken indruk, als ik zie, dat Jesus niet tevreden is geweest, met zich ééns te slagt-offeren, maar dat Hij dagelijks zich zeiven nog slagtoffert in de H. Mis en tot zielespijs geeft in de H. Communie ? Dierbare Jesus, ik ben bij deze beschouwing als buiten mij zeiven. Uwe liefde is al te groot; zij heeft U al te ver ge-bragt. Nooit kan ik haar genoeg prijzen; zij gaat allen lof oneindig ver te boven. Geef ten minste, lieve Jesus, dat deze uwe liefde mij op-wekke tot wederliefde; maar welk bewijs van wederliefde zou ik U kunnen geven ? \'t Is immers den mensch niet gegeven, 0111 eene zoo groote liefde met wederliefde te beantwoorden, of iets te doen, wat ook maar van verre met uwe liefde zou kunnen vergeleken worden? Neen, zeker is dit den menschen niet gegeven. Ik kan dus niets anders, dan mij voor U vernederen, mijne onmagt erkennen en verder doen wat in mijn vermogen is; en wat is dat ? Ondersteund door uwe genade, kan ik mijn vleesch met des-
( 416 )
zelfs driften en begeerlijkheden onder bedwang houden en kruisigen. Dat wil ik dan ook doen. Dien ten gevolge offer ik mij geheel aan U op; ik verzaak uit hefde voor U aan mijnen eigen wil en mijne ongeregelde neigingen, aan mijne zucht tot zinnelijkheid in spijs en drank, tot aardsche goederen, bedriegelijke rijkdommen, kortstondige schijnvermaken en onzekere eer en grootheid, met één woord; aan alles, om naar TJ alleen te verzuchten, TJ alleen te zoeken, U alleen aan te kloven: want Gij alleen zijt mijn geluk, mijne hoop en mijne zaligheid.
O Jesus, Goddelijke Zaligmaker; ik verlang vurig naar U; ik verlang vurig met U vereenigd te worden en in die vereeniging te leven en te sterven. Met dit verlangen bezield, verstout ik mij tot U te naderen en U in de H. Communie te ontvangen: want, al ben ik niet waardig uwe schoenriemen te ontbinden, veel minder U te ontvangen, ik vertrouw toch op uwe goedheid; ik vertrouw, dat Gij medeleden met mij zult hebben, en de uitwerksels uwer oneindige goedheid en barmhartigheid in mij onwaardige aan de geheele wereld zult kenbaar maken.
- Zie, lieve Jesus, thans kom ik tot U met een groot vertrouwen en eene vurige liefde; kom
( 417 )
dan ook tot mg, lieve Jesus, in weerwil mijner onwaardigheid ; kom tot mij, wijl ik vurig verlang, mij met U te vereenigen. O ja, lieve Jesus,
kom !..... Gij zijt het eenigst voorwerp mijner
liefde ;..... kom, om TJ nooit meer van mg te
solieiden, en één met mij te zijn en te blijven.
O Maria, ik bied IJ mijn hart aan, ontvang het en maak er eene schoone en heerlijke rustplaats van voor Jesus; bereid het, zuiver het van alle zonden en vlekken en versier het met alle deugden, vooral met een levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde, brandende begeerte en diepe ootmoedigheid, opdat Jesus er zijnen troon vestige; want heiligheid en luister betaamt het huis des Heeren. ,,Domum tuam decet sunciitudu, Dvminequot; (Ps. 92. 5), In de zon heeft hij zijne tent geplaatst. ,,In sole posuit tabernaculvm mumquot; (Ps. 18. (gt;). Amen.
NA BE H. COMMUNIE.
Die mijn vlccseh eet en mijn hloed drinkt hlijft in Mij en Ik in hem (Joan. 6. öl).
Dierbare Jesus, steunende op uwe goedheid heb ik mij verstout uw vleesch te eten en uw bloed te drinken, en zoo ben ik in U en Gij in 95 27
{ «« )
mij. O ja, licvo Jcsus, nu zijt Gij in mij, opgesloten in mijn liart. Nu zijt Gij één geworden met mij en toont zoo, dat Gij mij bemint; immers do liefde tracht altijd naar vereeniging, altijd wil zij mot het beminde voorwerp vereenigd zijn. Gelijk de spijs, die wij nuttigen, één met ous wordt, zoo zijt Gij nu één geworden met mij. Dierbare Jesus, nu mag ik met den H. Laurentius Justinianus uitroepen; ,,Hoe wonderlijk is uwe liefde, die ons zoo innig in uw ligchaam heeft willen inlijven, dat wij maar één hart met ü hebben !quot;
Gij zoudt mij geen grooter bewijs van liefde hebben kunnen geven, dan Gij nu gedaan hebt, door IJ aan mij te geven en U, als het ware, om mijnentwil te vernietigen. De H. Chrysostomus staat er verbaasd over en roept in bewondering uit: „Wat de Engelen sidderend aanschouwen; wat zij niet onbeschroomd durven aanstaren, om den glans waarvan het schittert, daarmede worden wij gevoed; daarmede worden wij vereenigd, zoodat wij een ligchaam en oen vleesch met Christus worden.quot;
Wat geluk is mij nu geschied!\' Ik heb mijnen God en mijn Al ontvangen I Hij voor wien de Engelen hunne aangezigten bedekken, heeft zich
( 419 )
mot mij vereenigd en is de spijs mijner ziol geworden. O wat liefde! „Welke herder voedt zijne schapen met zijn eigen bloed ?quot; vraagt de H. Chrysostonms; zeker is zoodanige herder niet op deze aarde. Hij is in den hemel en in het H. Sakrament des Altaars. Vele moeders, zoo gaat de H. Chrysostomus voort, geven hunne kinderen aan anderen om ze te voeden; maar zoo handelt Jesus niet met ons; Hij immers spijst ons met zijn eigen vleesch en bloed; en waarom ? om geenc andere reden dan omdat Hij ons bemint; immers \'t is eigen aan vurige minnaars zich innig met elkander te vereenigen en als een met elkander te worden. „Semdijjsum nuhis immiscuit ut unum quid sim us: ardenter enim amantium hoc estquot; (S. Chrysostomus).
O liefde\', o wonder van liefdeI Dierbare Jesus, hoe zal ik U deze liefde vergelden? Wanneer zal ik U eens opregt beminnen, gelijk Gij mij bemint, wanneer mij uit liefdo geheel aan U geven? O Goddelijke spijs! O Sakrament van liefde! O Jesus, wat hadt Gij meer kunnen doen, om door mij bemind te worden ? Zeker niets meer! Ecne zaak slechts blijft er nog over, namelijk: mij van alles te onthechten, mij geheel tot II te trekken en in liefde te ontsteken; want
( -i-\'O )
uit mij zeiven kan ik het niet. Ik wil altijd beginnen ; steeds zeg ik : nn begin ik, en evenwel doe ik het niet. Daarom bid ik U, lieve Jesus, in mij te voltrekken hetgeen Gij begonnen hebt; namelijk mijne liefde te volmaken. Help mij, opdat ik, onthecht van al het aardsche, U voortaan opregt beminnc. Dierbare Jesus, laat niet toe, dat ik mij nog ooit tegen uwen wil verzette. Uit liefde voor TJ zeg ik nu vaarwel aan al het aardsche, om buiten U niets meer te beminnen tenzij om U.
Mijn Jesus, mijn God en mijn Al! geef, dat buiten U mij niets behage, niets dierbaar, niets bevallig zij; integendeel geef, dat alles buiten U mij verdriet en walg veroorzake. Geef, dat alles wat U mishaagt, ook mij mishage en wat U behaagt, ook mij steeds aangenaam zij. Doe mij verdriet vinden in elke blijdschap buiten U. Uw naam zij mij eene verkwikking en uw aandenken een troost. Het onderhouden uwer geboden zij mij kostelijker dan zilver of goud; U te gehoorzamen en uwen wil te volbrengen zoeter dan honig. Dierbare Jesus, laat niet toe dat ik U ooit ontrouw worde. Liever wil ik duizendmaal sterven, dan U in het minste vrijwillig te beleedigen. Neen, lieve Jesus, in eeuwigheid
( «1 )
goene zonden meer! voortaan zal ik U beminnen uit gelieol mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. O Jesus, trek mij tot U door de zoete banden der liefde en bind mij vast aan U, dat or niets bekwaam zij, mij van U te scheiden. Gij hebt U nu geheel aan mij gegeven en zijt nu innig met mij vereenigd; ook ik geef mij geheel aan U en wensch voortaan zoo innig met IT vereenigd te zijn, dat ik mot tl maar een hart on eene ziel hebbe.
Minnelijke Zaligmaker, geef dat ik zoo altijd één met U blijve en steeds door uwen geest leve. Thans geef ik mij geheel aan U met alles wat in mij is of mij toebehoort; ik geef tl mijne vrijheid, mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; mijne ziel en mijn ligchaam; mijn leven en mijnen dood; mijn gezigt, mijn gehoor, mijnen smaak en mijn gevoel; mijne gedachten, begeerten, woorden en werken; mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen; met één woord: ik geef U alles, en heilig mij onherroepelijk geheel aan U toe. O zoete gedachte: „Geheel aan GodI Geheel aan God 1 Geheel aan God voor den tijd en de gansche eeuwigheid Iquot; Amen.
O Maria, geef, dat ik steeds voor Jesus zij, gelijk Gij altijd voor Hom geweest zijt: geef.
( ^2 )
dat ik altijd voor Josus love, gelijk Gij altijd voor Hora goloofd hebt, goof, dat ik altijd voor Josus lijdo, gelijk Gij altijd voor Hom goloden hebt; eindelijk, geef, dat ik voor Josus storvo, golijk Gij voor Hem gestorven zrjt; ja, dat ik sterve door liefde tot Josus, gelijk Gij doorliefde tot Hom gostoi-von zijt. Amen.
ACHT EN TWINTIGSTE OEFENING.
De liefde van Jesus.
VOOR DE H. COMMUNIE.
.....Die mij heeft liefgehad en zich zeiven
geleverd heeft voor mij (Gal. 2. 20).
O ziol, donk en lierdonk dikwijls dezo woorden des Apostels; zij leeren u do ovorgroote liefde van Jesus. Do godaclite, dat Josus niet alleen voor allo monscliou in het algemeen, maar ook voor lion in liet Lijzonder gestorven was, ontvlamde den H. Paulus zoo zoor in liefde dat liij dankend uitriep; Die mij heeft liefgehad on zich zolvon geleverd heoft voor mij! O ziel, diezelfde gedachte moet ook ti in liefde ontstoken ; want, gelijk de Apostel Paulus, kunt en moet ook gij zoggen: Die mij heoft liefgehad en zich zolvon geleverd heeft voor mij I Immers volgens de bemerking van den 11. Chrysostomus, bemint Hij eiken monsch in hot bijzonder met
( 424 )
dozolfde liefde, waarmede Hij do gelieele wereld bemint; gij hebt dus geene mindere verpligting om Jesus to beminnen nu Hij voor allen gestorven is als gij hebben zoudt, indien Hij voor u alleen waro gestorven. De H. Chrysostomus zegt vorder, dat zijno liefde tot ieder in het bijzonder zoo groot was, dat Hij niet geaarzeld zou hebben ook maar voor éénen alléén te sterven, indien het noodig ware geweest. O ziel, als Josus voor u alleen gestorven ware, welke verpligting zoudt gij dan jegens Hem niet hebben ? Zoudt gij dan niet met de grootste erkentelijkheid moeten denken: „Zoo zeer heeft Jesus mij bemind; zijne liefde jegens mij was zoo groot, dat Hij voor mij alleen gestorven is. Mij alleen heeft Hij verlost, terwijl Hij allo anderen in het ongeluk gelaten heeft!\'quot; De gedachte: E(jo solas, „Ik alleen ben zoo bemind en vereerd door den koning Assuerus en de koningin Estherquot;, voerde Aman als buiten zich zeiven: die gedachte zou u gewis ook aanzetten tot liefde on dankbaarheid, indien Jesus voor u alléén gestorven ware. Evenwel zijt gij Hem meer liefde en dankbaarheid verschuldigd, nu Hij voor dtten gestorven is.
Ware Hij voor u alleen gestorven, dan zou
( ^25 )
het gowis eene groote smart voor u zijn, te moeten denkon, dat uw vader, uwe moeder, uw broeders en uwe zusters voor eeuwig uit den hemel zouden gesloten worden; hoe zoudt gij Hem dan niet bidden, om hen ook te verlossen en hoe zoudt gg Hem niet dankbaar zijn en liefhebben, indien Hij het deed om IJ te behagen ; welnu Jesus heeft het gedaan, zonder dat gij het Hem gevraagd hebt; dank Hem derhalve en zeg; Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank! wij allen waren slaven des duivels, maar Gij hadt medelijden met ons ; hot was U niet genoeg, mij alleen vrij te koopen; Gij hebt daarenboven mijne ouders, broeders en zusters en weldoeners vrijgekocht; ik mag dus vertrouwen, dat wij na onzen dood, in den hemel met elkander vereenigd, U in alle eeuwigheid zullen mogen loven en verheerlijken. Ik dank U dan, lieve Jesus, voor eene zoo groote weldaad en bid U om de genade van IJ altijd te beminnen, te volharden tot het einde toe, en zoo waardig te zijn, U in alle eeuwigheid to bezitten en te beminnen in den hemel. O ja, lieve Jesus, ik bemin U, en verlang vurig U meer en meer te beminnen, wjjl Gij allo liefde waardig zijt. Gij hebt U zeiven gegeven, niet alleen door te sterven aan het kruis, maaj-
( 426 )
vooral door het instollon van het allerheiligste Sakrament des Altaars. In dit H.Sakrament geeft Gij U aan mij bij uitnemendheid, en vereenigt Gij TJ op eene allemaauwste wijze met mij, dewijl Gij liior de spijs mijner ziel wordt. Hoe zoet is mij deze uwe nitnoodiging: Neemt en eet, dit is mijn liychaamquot; (Matth. 26. 26). Die mij eet, zal om mij leven.... Die mijn vleesch eet en mijn Moed drinkt hlijft in Mij en Ik in hem, hij heeft het eeuwig leven, ik zal hem opwekkken ten jongste dagequot; (Joan. 6. 56. 57).
Dierbare Jesus, hoe troostvol en bemoedigend zijn voor mij deze uitnoodigingen en beloften! Gij wilt dan de spijs mijner ziel worden I „Schijnt het geene dwaasheidquot;, vraagt de H. Augustinus, „te zeggen: Eet mijn vleesch en drinkt mijn hloed ?quot; Uwe liefde is waarlijk groot; zij is eene oneindige liefde; ceno liefde die geene palen kent; eene liefde, geschikt om de koudste harten te onsteken. Hoe is het dan mogelijk, dat ik er zoo koud en ongevoelig voor blijve ? Gij bemint mij met eene oneindige liefde, en toch bemin ik U niet of ton minste mijne liefde is flaauw, Gij verlangt vurig naar mij, hoewel Gij mij niet noodig hebt, en toch verlang ik weinig naar U, hoewel ik zonder IT niets heb.
( quot;127 )
niets kan, niots ben. Dierbare Jesus, ontferm U mijnor en geef dat ik U vurig beminne. Hoe zoude ik buiten U nog iets kunnen beminnen ; Gij immers zijt mijn God en mijn al ? O Jesus, geef mij uwe liefde. Kom tot mij en geef IT aan mij, want ik verlang vurig naar tl. Veni, Dom ine Jeau, veni ! Kom, Heere Jesus, kom! Amen.
O Maria, bid voor mg, opdat ik Josus mot oen zuiver hart en eene vurige liefde ontvange. Amen.
NA DE H. COMMUXIE.
Dierbare Jesus, ,.ivat is de mensch, dat Gij zijns gedacht! of een \'s menschen hind, dat Gij acht op Item gaaftquot; (Ps. 8. ö.)
Wat geluk is mij nu geschied! Jesus, mijn God en mijn Al, licoft zich vernederd en is tot mij gekomen! Hij hooft mij mot een bezoek vereerd en zich innig mot mij voroenigd! O wat goedheid I O welke genade! Lieve Josus, hoe is hot mogelijk dat Gij, wiens heerlijkheid bovon don hemel is verheven (Ps. 8. 1), mijnor godachtig zijt en mij met een bezoek vereert ? Helaas, ik bon oojj zondaar, en toch
( -128 )
hebt Gij mij verheven on slechts eon weinig minder gesteld dan do Engelen. Ja, ik mag zoggen, dat Gij mij boven de Engelen verheven hebt. Hun is het vergund, U te aanschouwen, maar mij is het vergund, mij op \'t innigst mot ü to vereenigen. De H. Joannes Chrysostomus zegt: „Hetgeen zij niet onbeschroomd durven aanschouwen, om den glans waarvan hot schittert, daarmede worden wij gevoed, daarmede worden wij voroenigd, en wol zoo naauw vereenigd, dat wij één vleosch en één ligchaam met Christus geworden zijn.quot; Minnelijke Jesus, hoe kunt Gij mg zoozeer beminnen, dat Gij om mijnentwil uit den hemel nederdaalt on uw verblijf op do aarde vestigt, ton einde mij gezelschap te houden, U aan mij to govon en één met mij te worden? O welk oene liefde! Wie zal ooit in staat zijn, eene zoo groote liefde te begrijpen ? Gewaardigt een koning zich ons te bezoeken, dan achten wij dit als eene groote gunst, als oene groote weldaad; maar wat is dit in vergelijking met do woldaad, die mij nu is te beurt gevallen; dewijl Jesus zelf, do Koning der Koningen, tot mij gekomen is ? Dierbare Jesus, wat zal ik U voor zulke genaden ver-
( 429 )
gelden. Zeker kondet Gij 1115 geen grooter bewijs van liefde geven, dan Gij nu gedaan hebt door U aan mij te geven en mij te spijzen met uw eigen vleoscli en bloed. Wat zal ik U daarvoor vergelden ? 0 hadde ik een oneindig getal harten, brandend van liefde, gelijk dat van Maria, om U te beminnen! Uit dankbaarheid geef ik mg geheel en onherroepelijk aan U. Ja, lieve Jesus, ik wil geheel en voor altijd aan U zijn. Trek mij tot U en vereenig mg onafscheidbaar met U. Geef dat ik U voortaan met alle teederheid beminne. Dat anderen U beminnen met eene baatzuchtige liefde; ik integendeel wil U beminnen met eene zuivere liefde, met de teederheid van eenen vriend, van eenen broeder, van eenen vader, van eenen bruidegom. Waar zou ik eenen vriend, broeder, vader of bruidegom kunnen vinden, die mij zoo lief heeft als Gij ? Uit liefde tot mij hebt Gij niet alleen uw leven geslagtofferd; maar hebt Gij U daarenboven geheel aan mg gegeven en zijt de spgs mijner ziel geworden. Dierbare Jesus, ik verlang vurig U te beminnen en uit liefde tot U mijn hart en mijne genegenheden van alles te onthechten. Dit toch vordert Gij van hem die uw leerling wil zijn, Gij zegt immers; ,,Evenzoo dan kan
( tóü )
ook niemand van u, die niet alles verzaakt, wat hij hezit, mijn leerling zijnquot; (Lucas 14. 33). Hetzelfde gaaft Gij te kennen aan de H. Gertrudis, toen zij bad, om te weten, wat Gij van haar begcerdet. Toen immers antwoorddet Gij : „Alles wat ik van u begeer, is een hart, van allo schepselen onthecht.quot; Dierbare Jesus, geef mij zulk een hart, onthecht van alle schepselen. Vurig verlang ik voor U te zijn en mij geheel met U te vereenigen; Gij immers zijt het eenigst voorwerp mijner verlangens. Ik acht U boven alles; ik zoek U boven alles; ik bemin U boven alles; ik bemin U meer dan alle aardsche goederen, waardigheden of eereambten, meer dan alle grootheden, bekwaamheden en wetenschappen, meer dan alle vermaken, vertroostingen of verlichtingen, meer dan mijne gezondheid of mijn leven; met één woord, ik bemin U boven alles, wat Gij niet zijt; alles buiten U kan mij niet gelukkig maken, veel minder verzadigen. Wat is er mij in den hemel en buiten U wat wil ik op aarde ? O God mijns harten en mijn deel, o God in eeuwigheid! Wat is de wereld met al hare grootheden, schijngoederen en vermaken? Wat anders dan slijk of een damp, die verdwijnt ? Gelukkig hij die met den Apostel Petrus kan
( «I )
zeggen: „Zie wij heiben alles verlaten en zijn ü gevolgd; ivat dan zal vus geworden?quot; (Matth. 19. 27). Gelukkig liij, die dan mag liooren. „Voortvaar zeg Ik u dat gij, die mij gevolgd zijt ... honderdvoudig zult ontvangen en het eeuwig leven bezittenquot; (Matth. 19. 28. 29). Amen.
NEGEN EN TWINTIGSTE OEFENING. De liefde van Jesus.
VOOR DE n. COMMUNIE.
Ipse infirmitatea nostras tiilit et aegrotationes ipse portavit: Hij heeft onze krankheden genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen (Matth. 8. 17).
Dierbare Jesus, deze woorden van het Evangelie toonen mij de grootheid uwer liefde. Immers uit zuivere liefde hebt Gij mijne zwakheden op U genomen en mijne krankheden gedragen. Uit zuivere liefde hebt Gij al onze ligchamelijke behoeften ondervonden, U zeiven onderwerpende aan honger en dorst, aan koude en hitte, aan droefheid en blijdschap, aan slaap en vemioeije-nis. —■ Daarenboven hebt Gij de krankheden onzer ziel gedragen. De Apostel Petrus zegt, dat Gij ,,)« uw ligchaarn onze zonden op het hout des kruises gedragen hebtquot; (1 Petr. 2. 24). De straffen, die wij verdiend hadden door onze
( «3 )
zonden, hebt Gij zelf gedragen cn zoo hebt Gij door uw lij don onze straffen weggenomen. Cv jas livore sanaii estis. Door wiens striemen gij genezen zijt (1 Petr. 2. 24). Dierbare Jesus, hoe bitter waren de pijnen, die Gij verduurd hebt I Ik lioor U teregt zeggen bij den Profeet Jeremias: ,,0 yij allen die den rueg voorhijgaut, let wel op en ziet, of er eene pijn is, gelijk aan mijne pijnquot; (Thren. 1. 2). Hierop zegt do H. Thomas; ,.0 ja, lieve Jesus, ik zal opletten en zien, of er eene liefde is, gelijk aan uwe liefde.quot; Als wilde hij zoggen: „O mijn Goddelijke Meester, ik begrijp reeds, hoeveel Gij voor mij geleden hebt; maar wat mij hot meeste treft, is de grootheid dor liefde, welke Gij mij door zooveel lijden hebt getoond.quot;
O dierbare Jesus, hoo zou ik voor zulke liefde ongevoelig kunnen big ven? Hoe zou ik or niet door bewogen worden, om TJ ook to beminnen ? De teedorhoid uwer liefde overtreft ver alle moederlijke liefde en toegenegenheid, en, gelijk do H. Laurentius Justinianus zegt, geono monsche-lijke woorden kunnen uitdrukken, hoezeer Gij iodor in \'t bijzonder genegen zijt; immers uwe liefde is zoo groot, dat Gij bereid zoudt zijn to sterven voor iedere ziel, die roods in do hel 95 28
( «4 )
brandt, indien voor haar nog zaligheid mogelijk ware. (Veropenbaring aan de H. Gertrudis).
O zoete Zaligmaker, waarom beminnen de menschen TJ zoo weinig ? Ik bid U, hen te verlichten, opdat zij mogen kennen, wat Gij voor ieder hunner geleden hebt, en begrijpen hoezeer zij verpligt zijn, uwe liefde met wederliefde te vergelden. Doch dit is niet alles, lieve Jesus. Indien de liefde, die Gij ons betoond hebt, door zooveel voor ons te lijden, onbegrijpelijk is; hoeveel te meer zal die liefde onbegrijpelijk zijn, die Gij ons betoont, door altijd, overal, al de dagen tot het einde der wereld toe bij ons te blijven en de spijs onzer zielen te worden ? O Jesus, laat toe, dat ik U, — vergeef mij het woord — een zinnelooze van liefde noeme, met den H. Laurentius Justinianus zeggende: Vidimus Sa/pientem amoris nimietate infatuatum. Wij hébben den Wijze door de al te yroote liefde dwaas zien worden. Zoo er nog iets meer van de liefde kon gezegd worden, wij zouden het durven doen, met den H. Dionysius zeggende: „Dat de Schepper van \'t heelal door eene al te grootc goedheid zijner liefde huiten zich zeiven is gegaan.quot; God zijnde, heeft Hij niet alleen de menschelijke natuur aangenomen, maar is ook de spijs onzer
( 435 )
ziol geworden. Dierbare Jesus, Heer en Meester van alles, betaamt zulke vernedering wel aan de heerlijkheid uwer Majesteit? Maar, antwoordt Jesus door den mond van den H. Chrysostomus: „de liefde heeft geene rede; zij ziet niet naar hetgene wat betaamt, maar gaat waarheen zij getrokken wordtquot;. Anior ratio/ie caret et vadit, yau ducitur non quo deheat.
O Goddelijke Zaligmaker, ik bewonder en aanbid uwe liefde, maar ben over mij zeiven besehaamd, daar ik TJ zoo weinig liefde toedraag, ja zelfs ijdele, nietige en zondige vermaken boven TJ heb bemind. En dan, helaas! hoe flaauw is mijne liefde nog! Dierbare Jesus, ontferm U mijner; ontsteek in mijn hart hot vuur uwer liefde. Geef, dat ik uit liefde tot U gaarne alles lijde, wat Gij mij zult gelieven over te zenden, tegenspoed, vernedering, ziekte, duisternis, dorrigheid. Voortaan wil ik U opregt, bovenal, uit geheel mijn hart beminnen; ja U alleen wil ik beminnen, en alles wat ik buiten U bemin, wil ik alleen om U beminnen; voortaan zult Gij het eenigste voorwerp mijner liefde zijn, tot hetwelk iedere andere liefde als tot haar einddoel zieh bewegen moet. Kom, Heere Jesus, ik verlang vurig naar TJ; kom, en geef TJ aan
( «Ö )
mij, opdat ik één met U zij. O zooto godachte; Gij in 1115 en ik in U! O hadde ik nu een levendig geloof, gelijk zoovele Heiligen gehad hebben, die U als tegenwoordig zagen in het Allerh. Sakrament. Ofschoon ik U niet zien kan, lieve Jesus, geloof ik toch vastelijk, dat Gij er waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Gaarne doe ik U het offer van mijn gezigt, van mijnen reuk, van mijnen smaak en van mijn gevoel. Gij, de eeuwige waarheid, hebt gezegd: Dit is mijn li gel 1 aam. . . Dit is de kelk van mijn bloed. De H. Kerk heeft die woorden altijd zoo verstaan ; duizende martelaren hebben daarvoor hun bloed vergoten, ook ik ben bereid ter bevestiging dezer waarheid te sterven. In dit geloof nader ik met vertrouwen tot U, 0111 ü te ontvangen en door U meer en meer versterkt te worden, ten einde U vuriger te beminnen en te volharden tot het einde toe.
O Maria, bid voor mij, opdat ik Jesus ont-vange met datzelfde geloof, met diezelfde hoop en met diezelfde liefde, waarmede gij Hem zoo dikwijls hebt ontvangen. Amen.
( -13T )
NA DK H. COMMUNIE.
,, Gij zult met blijdschap water putten nit de bronnen des Zaligmakers, en op dien dag zult (jij zeggen\'. Looft den Heer, en aanroept zijnen naam; maakt nnaer de volken zijne vindingen hekendquot; (Isaïas 12. 3. 4).
O ziel, dczo voorzegging van don profeet Isaïas is heden in u vervuld. Uw Goddelijke Zaligmaker heeft voor u bronnen van levendmakend water gereed gemaakt, toen Hij het Allorh. Sakrament des Altaars instelde, en het u vergund word, levendmakend water uit die zalighoidsbron to putton on u te voeden met hot Goddelijk vleesch van onzen Heer Josus Christus, en mot zijn Goddelijk bloed u te laven. O welke goedheid ! Welke genade! O ziel, wat zult gij Hem daarvoor vergolden? Erken uwe vorpligting om Hem te loven, zijnon naam aan te roepon en zijne liefde-uitvindingen bij allo volken bekend te makon. Zeg nu mot den profeet David: (Ps. 99. 1—5) „Juicht den Heere toe, gij heel de aarde. Dient den Heere met vreugde. Komt voor zijn aanschijn met hlij gezang. Erkent dat de Heer God is; Hij heeft ons gemaakt en niet wij; zijn volk zijn wij en de schapen zijner
( «8 )
weide. Gaat in tot zijne poorten met lofzegging, tot zijne voorhoven met gezangen; dankt Hem, prijst zijnen naam! Want de Hter is goedertieren, eeuwig is zijne hariuhartigheid en zijne trouiv gaat van geslacht tot geslacht.quot;
O ja, lievo Josus, ik erken do waarheid uwer looringon en de trouw aan uwe beloften. Ik aanbid uwe zoetheid en uwe eeuwigdurende barmhartigheid. Waarlik, lieve Jesus, Gij zijt zoet en zeer genadig en minzaam zijn uwe vindingen. Aan het kruis liet Gij uwe handen, voeten en zijde doorboren en hebt zoo voor mij de bronnen van genade en zaligheid opengesteld, opdat ik er dagelijks nieuwe genade zou komen putten; doch hiermede niet tevreden, hebt gij voor mij nog eene andere bron van genade opengesteld; te weten, de bron van het Allerh. Sakrament, waar Gij mij spijst met uw vleesch en laaft met uw bloed. Dierbare Jesus! nooit kan ik de grootheid van deze uwe liefde genoegzaam bewonderen, noch TT genoeg daarvoor bedanken. O mijn Jesus! waarom hebt Gij mij zoo groote en zoovele bewijzen van liefde willen geven. Do H. Bornardus antwoordt: „God hooft ons om goene andore reden bemind, dan om door ons bemind te worden.quot;
( laf )
O God, Gij verlangt dan vurig, dat wij U zouden beminnen! Daarom zijt Gij uit den homel nedergedaald, zeggende: „Ik hen gekomen, om vuur op de aarde te werpen, en wat wil Ik anders dan dat het ontstoken worde? (Luc. 12. 49). Ook mijn verlangen, lieve Jesus, is, U vurig te beminnen; ontsteek, bid ik tl, in 1115 hot vuur uwer liefde. Helaas, ik ben nog zoo koud! Ik ben bij het goddelijk vuur; ja, dat goddelijke vuur is in mij en toch blijf ik koud. Dit H. Sakrament wordt genoemd een goddelijk vuur; ignis divinus, waardoor de harten der Heiligen geheel in liefde ontvlamden; maar, helaas, mijn hart blijft koud en liefdeloos. De H. Catharina van Siena zag U eens, lieve Jesus, in do handen des priesters onder de gedaante van een brandend fornuis, vurige vlammen naar de vier hoeken dor wereld verspreidende. Zij was geheel verwonderd, dat de wereld door zulk vuur niet in liefde ontvlamde; maar hoezeer moet ik verwonderd en bedroefd zijn, wijl ik zelf zoo ongevoelig en koud blijf, ofschoon dat vuur niet alleen hij mij, maar zelfs in mij is. Ik zie ü wol niet onder de gedaante van vuur, maar toch weet ik, dat Gij in mij zijt en ik TJ draag in mijn hart. Hoe komt hot
( «O )
dan, lieve Jesus, dat ik zoo koud blijf? Wanneer zal mijn hart eens van liefde voor U branden ? Vurig wensch ik U te beminnen mot die liefde, waarmede do H. Maagd Maria U bemind heeft. O Jesus, ontvang mijn hart en ontsteek in hetzelve hot vuur uwer liefde. Geef, dat ik altijd aan U denko, altijd voor U arbeide en altijd voor TJ lijde. Geef, dat ik buiten U alles vergete, ton einde alleen aan TT te denken en IT alleen te beminnen. Dierbare Jesus, zuiver mijn hart van alle ongeregelde neigingen, en maak dat het geheel voor U zij. „]Vat heh ik in den hemel en wat verlang ik ap aarde huiten U! De God mijns harten en mijn deel, is God voor eeuwig.quot; (Ps. 72. 25. 26). O mijn Jesus, Gij zijt en zult altijd zijn de eenigo Heer mijns harten. Ik bemin U en zal U altijd beminnen, zelfs te midden van kruisen, wederwaardigheden en vernederingen; immers de liefde is geduldig; zij verdraagt alles (Cor. 13. 47). Om U opregt te beminnen, moet ik bereid zijn, met U te gaan door den smeltkroes van kruisen, tegenspoed, wederwaardigheden en vernederingen; dan moet ik alle verongelijkingen, versmaadheden en onderdrukkingen met liefde aanvaarden en geduldig lijden. O God, ik wil U beminnen en
( -wi )
ben bereid alles te lijden uit liefde tot U ; maar Gij weet, hoe zwak ik bon; versterk mij door uwe genade.
O Maria, Moeder van altijdduronden bijstand, sta mij bij in de kruisen, opdat ik standvastig blijve cn alles mot geduld en zelfs met blijdschap lijdo uit liefde voor Josus. Amen.
DERTIGSTE OEFENING.
Onze Vader, die in de hemelen zijt.
VOOit DE II. COMMUNIE.
O ziel, overweeg deze woorden: Oxze Vader met bijzondere nandaclit: zij leeren u en do goedheid van God en uwe waardigheid. Jesns is Vader en wel uw Vader. Jesus, God van hemel en aarde, oneindig in volmaaktheden, schaamt zich niet uw Vader te zijn en door n als Vader erkend, gediend en geëerd te worden. Bewonder hier zijne goedheid en aanbid zijne alwijze beschikking. Adam zondigt en verliest voor zich en voor allo menschen het regt van kind Gods te zijn; zoodat allo menschen als kinderen of slaven van don duivel worden. Maar God, oneindig in barmhartigheden, had medclijdon niet ons; als Vader wilde Hij ons aannemen tot zijne kinderen; daarom zond Hij zijnen Zoon. Deze Zoon wordt een zoon des
( 443 )
monschen, om ons kinderen Gods te maken. O oneindige goedheid! Wij waren don dood schuldig, maar Hij schenkt ons het leven; wij waren wedorspannige kinderen, slaven van den duivel, in plaats van ons te strafPen en aan satans dwingelandij over te geven, zendt Hij ons zijnen eenigcn Zoon, Jesus Christus, om ons te verlossen en kinderen van God te maken. O welk eene genade! Wat dankbaarheid ben ik daarvoor niet verschuldigd! De grooton dezer wereld schamen zich geringe kinderen voor de hunne aan te nemen en te erkennen, doch zoo hebt Gij, lieve Jesus, niet met ons gedaan. Ofschoon oneindig in glorie en majesteit, schaamt Gij TJ toch niet, mij voor uw kind aan te nemen en openlijk voor uw kind te erkennen en te behandelen. Gij wilt, dat ik U Vadeii noeme en Gij verwaardigt U, mij UW KIND te heeten, als uw kind te behandelen en liefderijk tot U uit te noodigen, met de belofte tl aan mij te geven en de spijs mijnor ziel te worden. O wat genade! O wat barmhartigheid ! Nooit kan ik deze uwe liefde genoog bewonderen. Gij zijt dan mijn Vader en ik ben uw kind ! Als vader wilt Gij goedgunstig mot mij handelen en mij voeden met uitgezochte spijzen, namelijk met de spijs van
( «4 )
uw vloosch on blood. Dierbare Jesus, wijn goddelijke Vader, hoe of waardoor heb ik die genade verdiend ? Neen, lieve Jesus, mijn beste Vader, ik bon zulke gunst niet waardig, zal oon vader ondankbare slaven voeden niet hot vleesch on bloed van zijnen zoon ? Neen, dat kan niet. Het strijdt tegen do natuur en toch is dit zoo. Gij, lieve Jesus, mijn God en Vader, Gij doet het. Gij spijst ons mot uw vleesch en bloed. O welk een wonder van goedheid ! Gij doet meer, dan wij haddon durven of kunnen denken. Gij, hoewol oneindig in volmaaktheden, hebt mij niet verstoeten, gelijk men in do wereld zoo dikwijls ziet gebeuren. Mijne ellenden, armoede en nietigheid kennende, hadt Gij medelijdon mot mij; Gij zelf wildet mij bijstaan, troosten en voeden uit vreezo, dat mij anders iets zou ontbroken. Toen Gij do wereld verliet, steldet Gij het H. Sakrament dos Alaars in, ton einde altijd bij ons te big ven, ons te spijzen met uw eigen vleesch en bloed en één met ons te worden. O wonderbare uitvinding uwer liefde ! Ik dank U daarvoor. Maar met droefheid moet ik erkennen, dat ik, helaas, zoo dikwijls ondankbaar jegens XT geweest bon, en mij niet als kind jegens U godragen heb. Helaas, mot den verloren zoon bon
( ^5 )
ik afgeweken en heb ik tegen U mijn ledematen en zielvermogens misbruikt, alsmede de geestelijke goederen, die Gij mij zoo genadiglijk hadt gegeven om U te dienen en te uwer verheerlijking te gebruiken. Helaas, hoe dikwijls heb ik misbruik gemaakt van de tijdelijke goederen; van de goederen des ligchaams en der zintuigen; van de geestelijke goederen en zielsvermogens; van alles wat Gij mij tot voedsel, kleeding, dekking en ligchaamsonderhoud hadt gegeven! In uwe vaderlijke goedheid hebt Gij mij die goederen bezorgd om ze tot uwe vereering te gebruiken, en ik, helaas, heb ze misbruikt, om U te beleedigen. Dierbare Jesus, mijn God en Vader, ach hoe spijt mij dit! Ik heb gezondigd togen den hemel en tegen U; ik ben niet meer waardig uw kind genoemd te worden; veel minder om aan uwe heilige Tafel aan te zitten en U te ontvangen. Keen, mijn Jesus, ik ben die gunst niet waardig; maar neem mij aan als een uwer knechten, ten einde voortaan U te dienen en alleen voor U te leven. O mijn Jesus, mijn Vader, niettegenstaande mijne onwaardigheid, wilt Gij toch dat ik tot U kome. Derhalve verstout ik mij met vertrouwen tot U te naderen. Kom. Heere Jesus, kom I Ik verlang vurig naar U.
( 4-10 )
O Maria, bid voor mij, opdat Jesus mij genadig zij cn ik Hem met kinderlijke liefde ontvange. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
O wat groot geluk is mij geschied! Ik heb Jesus, mijnen God en mijnen Vader ontvangen! Hij is tot mij gekomen en rust nu in mijn hart. Dierbare Jesus, God van genade en barmhartigheid, Gij toont dan, dat Gij mijn Vader wilt zijn en mij als uw kind wilt voeden en spijzen. Ofschoon ik uiterst gering en nietig ben, schaamt Gij U toch niet, mij als uw kind te erkennen en te behandelen. Gij doet niet, gelijk men bij de grooten dezer wereld dikwijls ziet gebeuren; zijn hunne kinderen tot ellende, armoede of vernedering vervallen, dan schamen zij zich over zulke kinderen ; zij rekenen zich zulks tot oneer. Doch zoo handelt Gij niet met mij. Gij zijt de Heer der heeren en ik ben een slaaf der slaven, en toch schaamt Gij U niet, mij voor uw kind te erkennen, mij als uw kind te bezoeken, ja wat meer is, de spijs mijner ziel te worden. O oneindige goedheid ! O vaderlijke liefde van eenen God tot den mensch I ik aanbid u, wijl gij het
( 447 )
hart van God boheerscht on Hem beweegt tot mij te komen. Toen het aan David vergund werd, de dochter van den koning Saül ten huwelijk te nemen, zeide hij; ,,JVie hen ik, om \'skonings schoonzoon te wordenMaar wat zal ik zeggen nu het mij vergund is, niet alleen de zoon van den Koning der Koningen te worden, maar ook Hem als zielespijs te ontvangen en één met Hom to worden? Dierbare Jesus, wie ben ik, dat Gij mij aldus begunstigt en vereert. Nooit kan ik deze uwe goedheid genoegzaam loven en prijzen; nooit kan ik er U genoegzaam voor danken ; zij geeft mij hot grootste vertrouwen, dat Gij mij niet zult verstooton. Ik stel mij als kind mot vol vertrouwen onder uwe vaderlijke bescherming en geef mij volkomen aan uwe al wij ze bestiering over. Gelijk een kind in alle gevaren en onheilen tot zijnen vader of tot zijne moedor loopt en zich in hunne armen werpt, om door hen beschermd te worden, zoo zal ook ik altijd mijne toovlugt tot U nomen en mij in do armen uwer vaderlijke bescherming worpen, om door U tegen alle gevaren beveiligd te worden. Door U boschormd, heb ik niets te vreezon; immers Gij zijt almagtig, Gij zijt oneindig goed. Gij wilt mij helpen, Gij kunt mij
( «8 )
heipon ; Gij zijt getrouw in uwe beloften, Gij zult mg helpen, indien ik tot U mijne toevlugt neem. Waarom zal ik dan vreezen ? als Gij met mij zijt wie zou dan tegen mij zijn ? Al zou de geheele wereld met allo duivels tegen mij opstaan, dan heb ik nog niets te vreezen, als Gij met mij zijt. O Jesus, mijn God, mijn Vader en mijn Al, ik stol al mijn vertrouwen in uwe vaderlijke bescherming. Gij zult mij redden uit de strikken mijner vijanden en mij bedekken met uwe wieken. Onder de vleugelen uwer bescherming ben ik veilig tegen alle gevaren. Uwe trouw zal mij omgeven als een schild, waarachter beveiligd ik niet zal vreezen voor den schrik dos nachts, noch voor de geheime aanvallen der vijanden, evenmin als voor den pijl, welken men des daags op het onverwachts tegen mij zou afschieten, of voor eenig schadelijk en onbekend ding dat mij overvalt of eindelijk voor des duivels aanvallen, die hij mij openlijk en midden op den dag aandoet. (Ps. 90).
0 zoon. uw vertrouwen is gegrond; bij mij hebt gij niets te vreezen. Duizend zullen er vallen aan uwe zijde en tien duizend aan uwe regter-hand; doch tot u zal het niet genaken. Gij zult het slechts met uwe oogen aanschouwen en het
( 449 )
loon der zondaren zien. Daar gij op God gehoopt en gezegd hebt: Ileere, (jij zijt mijn toeverlaat, hebt gij u den Allerhoogste gesteld tot uwe toe-vlugt, u zal geen kwaad wedervaren en geen plaag zal naderen tot uwe tent; want de Heer heeft den Engelen over u bevel gegeven, opdat zij u op al uwe wegen zouden bewaren. Op de handen zullen zij u dragen, opdat gij aan geenen steen uwe voeten zoudt stooten; op slang en adder zult gij wandelen, leeuw en draak zult gij vertrappen (Ps. 90). De H. Alphonsus zegt: Door de adder verstaat men den duivel der wanhoop; door den slang dien der vermetelheid; door den leeuw dien des hoogmoeds; door den draak dien der gehechtheid aan het aardsche. O mijn zoon, vrees dan niet; ben Ik niet uw Vader, die u gemaakt en geschapen heb, die u bewaard heb als den appel van mijn oog; die u opgenomen en op mijne schouders heb gedragen en eindelijk die u gespijsd heb, niet alleen met de vruchten der aarde, m;iar met mijn vleeseh en bloed. (Deutr. 32).
Ja, lieve Jesus, Gij zijt mijn Vader en als Vader hebt gij mij altijd do grootste blijken uwer vaderlijke goedheid en bezorgdheid gegeven; maar helaas, ik heb TT versmaad; ik keerde mij
05 29
{ -150 )
van IJ af en wendde mij tot het aardsche, tot het zinnelijke; ik zocht mijn genoegen in ijdele vennaken en vestigde mijne hoop op het vergankelijke, op het niet. Ach, hoe spijt mij dit, lieve Jesus I voortaan wil ik geheel voor U zijn, U alleen dienen en beminnen en op U alleen mijne hoop vestigen, (rij zijt mijn Vader; geef dat ik nw kind zij en heilig leve, gelijk het een kind van God betaamt. Geef dat ik voortaan volgens uwen geest leve en mij zoo den naam van kind Gods waardig make. Geef dat ik als een waar kind, mijne oogen steeds op U gevestigd houde en in allo gevaren met een kinderlijk vertrouwen tot U mijne toevlngt neme en mij in de armen uwer vaderlijke bescherming werpe.
O Maria, bid voor mij, opdat ik mij den naam van kind Gads waardig make, en in alles den naam van God, mijnen Vader, vereere. Amen.
EEN EN DERTIGSTE OEFENING.
Jesus, onze Vader.
VOOR DE H. COMMUNIE.
O God, ik aanbid uwe liefde, wijl Gij TJ gewaardigt, mij voor uw kind aan te nemen, en als zoodanig goedgunstig te behandelen, met genaden te voorkomen en met woldaden te overladen.
O ziel, — zoo spreekt God — om beter mijne goedheid en de grootheid mijner weldaden te beseffen, overweeg dan, hoe Ik u tot de waardigheid van kind Gods heb verheven; door namelijk mijnen eenigen Zoon te zenden. Hem de men-schelijke natuur te doen aannemen en Hem aan de slaafsche wet der Joden te onderwerpen.
O God, hoe groot is deze uwe goedheid I Uw eenige Zoon wordt een kind der menschen, om mij een kind van God te maken I Adam zondigde en verloor voor zich en al zijne nakomelingen
( -152 )
liet regt van kind Gods. Dit verlies was doof ons onherstelbaar, wijl geen schepsel in staat was dit te herstellen! Door een nooit gehoorde goedheid hebt Gij, o mijn God, zelf dit Vverk op TJ genomen. Gij zondt uwen eenigen Zoon en slagtofferdet Hem, om ons te verlossen en voor uwe kinderen aan te nemen. O God, hoe ver gaat uwe goedheid! „Zoo hef heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eeniggehoren Zoon gegeven heeftquot; (Joan, 3. 16.). En deze Zoon heeft mij zoo bemind, dat Hij zich voor mij gegeven heeft! Qui dilexit me, et tradidtt semetipsum pro me (Gal. 2. 20). Hij gaf zich, stervend aan het kruis, en draagt zich nog dagelijks op, als een slagtoffer in de H. Mis en als eene spgs in de H, Communie, O liefde! o oneindige liefde! Hoe is het mogelijk, lieve Jesus, dat Gij mij zoo bemint en met eene meer dan vaderlijke goedheid behandelt ?
O ziel, om mijne liefde, die gij zoo zeer bewondert, nog beter te beseffen, overweeg dan, • dat ik u aangenomen heb als een meerderjarig kind, In het oude verbond waren de opregt geloovigen, ook mgne kinderen, maar zij waren, •om zoo te zeggen, minderjarig en stonden onder -de voogdij eener slaafsche wet, moesten het rogt
( 453 )
vim meerderjarige kinderen missen, zoodat zij, ofschoon zuiver, bij hunnen dood, den hemel, die gesloten was, niet konden binnengaan; maar als aan meerderjarige kindoren, wordt het ook u vergund met een kinderlijk vertrouwen tot mij te naderen, en zuiver van schuld en straf, stervend, kunt gij aanstonds den hemel ingaan en van de eeuwige erfenis bezit nemen; daarom hoeft mijn Apostel gezegd: ,,Gij ontvinyt immers niet een geest van slavernij, om wederom te vreezen ; maar (jij ontvingt een geest van zoonschap, in weihen wij roepen: Ahha, [Vader) (Rom. S. 15).
0 God, ik aanbid deze uwe goedheid en liefde jegens mij. Het ware reeds veel geweest, itls Jesus, uw goddelijke Zoon, mij verlost had uit do slavernij van Satan en mij de vrijheid had gegeven; maar hiermodo niet tevreden, gaf Hij mij nog den geest van zoonschap. Mot dien geest geeft Hij mij ook het regt, om met kinderlijk vertrouwen tot U te naderen en ü aan te spreken met den zoeten naam van Vader ; ja, luide het te roepen : Vader ! en om dit mijn vertrouwen nog to versterken, is het mij vergund zonder ophouden to herhalen: A hha. Pater ! Vader, Vader ! Derhalve is het mij vergund U, o mijn God, aan te sproken niet dezelfde woorden, wjiarmodo
( -154 )
Jesus U aansprak in don hof van Olijven /.eggende : Vader ! Vader!
O God, zoo is het mij vergund, als kind tot IJ te naderen en met een kinderlijk vertrouwen U aan te spreken. Ja wat meer is, nu wordt hot mij vergund als kind met ü aan tafol aan te zitten on door IT gespijsd te worden met het brood der Engelen, mot het vloesoh en bloed van Josus Christus, uwen Goddolijken Zoon ! O God I wie ben ik, dat Gij mij aldus met uwe gunsten overlaadt ? O goedheid 1 o liefde! wat zal ik U daarvoor vergolden ? 0 mogt mijn hart nu eens in liefde ontvlammen, gelijk het hart der heiligen en vooral dat der H. Maagd ontvlamd was ! Hoe spijt het mij nu, U niet altijd bemind te hebben I Helaas, er was een tijd, dat ik van U afweek en mijn genoegen zocht in het slijk der zonde! O God, mijn Yador, hoe hebt gij mij, ondankbare, zoo lang kunnen verdragen ? Terwijl ik U beloedigde door mijne zonden en jegens U ongehoorzaam en woder-spannig was, behandeldet Gij mij nog altijd met oone vaderlijke goedheid; en terwijl Gij anderen om hunne zonden uit hot leven wog-ruktet ou regtvaardig voroordooldet, waart Gij jegens mij Jangmoedig en barmhartig en boodt
( )
Gij mij uw genade aan, opdiit ik mij zou bo-keeren en boetvaardigheid doen. Dank, o mijn God en Vader! duizendmaal dank voor uwe goedheid en liefde, te meer daar Gij mij uit-noodigt, om tot U te komen en U in de H. Communie te ontvangen. O God! vol van erkentelijkheid en brandend van liefde, nader ik met oen levendig geloof en een kinderlijk vertrouwen tot U, ten einde IT in de H. Communie to ontvangen en oen met U te worden. Dierbare Jesus, ik bemin U en verlang vurig naar U. Kom, Heore Jesus, kom en geef U aan mij, opdat ik een met U worde en voortaan door uwen geest leve.
O Maria, zeg aan Jesus, dat Hij mijn Vader is en ik zijn kind ben en dat ik vurig naar Hem verlang en met vertrouwen tot Hem nader, om Hem te ontvangen. Amen.
NA DE II. COM MUX IE.
Wat groot geluk is mij geschied I Jesus heeft zich aan mij gegeven en rust nu in mijn hart! O welke genade ! Lieve Jesus, zoo toont Gij, dat Gij waarlijk mijn Vader zijt en mij als uw kind spijst, niet niet oen gewoon voedsel, niet met
( 4ó6 )
de vruchtcn der aarde, maar mot hot brood der Engelen, met uw eigen vleesch en bloed. Waar heeft men ooit iets dergelijks gehoord ? Waar ooit zulke liefde gevonden \'r Welke vader voedt ooit zijne kinderen met zijn eigen vleesch en bloed? Wanneer de H. Evangelist Joannes dacht aan do groote liefde, die God ons bewezen had, door ons als zijne kinderen aan te nemen, riep hij in verrukking zijns geestes uit: „Ziet hoedanig eene liefde de Vader ons gegeven heeft, dat wij kinderen Oods genoemd worden en zijn (1 Joan 3. 1). Om de vurigheid zijner liefde en de grootheid zijner erkentelijkheid, riep hij andermaal uit: „Allerliefsten, nu zijn wij kinderen Oodsquot; (3. 2).
Maar, lieve. Jesus, wat zal ik zeggen, of hoe zal ik mijne erkentelijkheid genoegzaam kunnen uitdrukken, nu gij mij niet alleen als uw kind erkent, maar daarenboven spijst met het brood der Engelen, met uw eigen vleesch en bloed ? Ik heb nu veel meer roden, om dankend en brandend van liefde uit te roepen:
„Ziet, hoedanig eene liefde God de Vader mij gegeven heeft, dat Hij mij niet alleen aanneemt en behandelt als zijn kind, maar daarenboven spijst met het vleesch en bloed van Jesus, zijnen Goddelijken Zoon! Ja, mijne ziel.
( ^57 )
nu Heeft Hij u gespijsd met hot vleesch en bloed van Josus, zijnon Goddelijken Zoon Iquot;
O God, mijn Vader, mijn hart ontvlamt geheel in liefde tot U! O kondo ik U beminnen mot oone opregt zuivere liefde, met oene liefde, gelijk aan dio, waarmede Maria U bemind hooft I Ontferm IT mijner, o mijn God I en geef mij een geheel zuivere liofdo. Ik verlang niets anders dan IT vurig en uit geheel mijn hart te beminnen. Zie, nu geef ik mij gohool aan U en stel mij volkomen onder uwe vaderlijke bescherming; handel met mij naar uw welbehagen. Ten allen tijde, in voor- en tegenspoed zal ik uwen wil en al wijze bosohikking aanbidden, loven en prijzen. Altijd zal ik U getrouw blijven, hetzij Gij mij met zachtheid of strengheid behandelt. Altijd zal ik uwe vaderlijke hand met liefde kussen, hetzij zij mij kastijde of mot zegeningen overlado. Gelijk een goed kind altijd verlangt bij zijnen vader to zijn, ook dan als deze straft; zoo ook zal ik altoos mijne toevlugt tot U nemen, wetende dat alles wat Gij mij overzendt, ook do grootste kruisen door uwe vaderlijke beschikking tot mij komen en mij tot zaligheid dienen, tot boeting mijner zonden, tot voldoening mijnor schulden, tot zuivering mijner ziel, tot oefening
( 408 )
inijuer lijdzuaiiilicid, ter volmaking Tiiijnor liefde, vermeerdering mijner bclooning en meerdei-c gelijkvormigheid met Jesus, hier in het lijden on hiernamaals in do glorie; want hoe meer ik hier lijd met Jesus, dos te meer zal ik hierna mot Hem verheerlijkt worden in den hemel.
O God, mijn Vader, wat is er billijker en regtvaardiger, dan voor U on uit liefde tot U te lijden ? Waardoor zou ik U boter mijne liefde en dankbaarheid kunnen betuigen!\' Maar, helaas I ik ben zoo zwak; de minste tegenkanting, de minste vernedering, de minste moeijelijkheid of beleediging, het minste kruisje, ongenoegen of lijdon is reeds genoeg, om mij ongeduldig to maken en te doen klagen. Ach, hoe flauw is mgne liefde nog ! Zoo ik moer liefde had, zou mij alles ligt, zoet en aangenaam toeschijnen.
Dierbare Josus, uit liefde tot mij hebt Gij tijdons uw sterfelijk loven zooveeel geleden; daarenboven hebt Gij uit liefde voor mij, bij het instellen van het Allerheiligste Sakrament dos Altaars, U onderworpen aan duizonde verongelijkingen, vernederingen en versmadingen, welke Gij voorzaagt, dat U voortdurend, tot het einde der wereld toe in dit Sakrament van liefde zoudon aangedaan worden. O oneindige liefde van God
( «9 )
tot den menscli I En nu hebt Gij mij wederom oen allergrootst bewijs uwer liefde gegeven, door de spijs mijner ziel te worden, en U innig met mij te vereenigen. Waar beeft men ooit eone zoo groote liefde gevonden, als de uwe; doeh waar daarentegen zou men ooit eene zoo groote ondankbaarheid kunnen vindon als do mijne ? Zij is zoo groot, die ondankbaarheid, dat uw verwijt, liovo Jesus, aan do Joden gedaan: Gij hebt deti duivel tot vader, zeer good op mij zou passen; immers Gij bobt mij aangenomen als uw kind, maar ik leef niet, gelijk oen kind van God betaamt; ik loof niet volgens uwen geest, maar volgons dion der wereld, volgens mijne zinnen en do neigingen van het bedorven vloescli. Helaas, ik laat mij dikwijls misleiden door ingevingen van den duivel, de wereld en het vleosch, en zoo ben ik van U afgeweken on heb gedwaald, gelijk een schaap, dat verloren was. Maar, o onoindigo goedheid I Gij hebt medelijden mot mij gehad, mij gezocht, op uwe schouders genomen en tot uwen Vader teruggobragt.
O God, wat zal ik U voor dit alles vergolden ? Zie, Vader, ik geef mij geliool aan U; ik bon niet waardig uw kind genoemd te worden;
L_
( ■1G0 )
maar bid U, mg aan to nemen als oenen uwer dienstknechten. Zeg mij wat ik doen moet; ik bon tot alles bereid. Geef mij maar uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg. Door tl geholpen, kan ik alles ; dan zal ik alles voor U doen, alles voor U lijden en buiten U niets meer beminnen. O Jesus, geef mij uwe liefde; op U heb ik mijne hoop gestold, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Dat de vrucht der H. Communie, die ik nu ontvangen heb, zij een brandende liefde tot U, mijn Zaligmaker, welke niet meer verflaauwt. O dan zal ik gelukkig zijn.
O Maria, mijne Moeder, bid voor mij, opdat ik, gelijk een kind van God betaamt, heilig en volmaakt voor God leve. Amen.
TWEE EN DERTIGSTE OEFENING.
Onze Vader, die in de hemelen zijt.
voob, de ii. communie.
Jesus zcide; ,,Zm dan zult gij hidden: Onze Vader, die in de hemelen zijtquot; (Matth. 6. 9). Hij wil dan, dat wij bidden oxze en niet mux Vader, om te leeren, dat wij allen kinderen van eenen Vader zijn en broeders onder elkander en bijgevolg, dat wij elkander als broeders moeten beminnen.
O mijn God, Gij zijt dan Vader van (dien; Gij draagt dan zorg voor allen; ons aller geluk gaat U dan innig ter harte, en Gij liebt hot vurigst verlangen, dat allen zalig en heilig worden! Ik aanbid uwe vaderlijke bezorgdheid en liefde eu stel mij en alle menschen onder uwe vaderlijke bescherming. O God en Vader, hoe goed zijt Gij en hoe wonderbaar zijn uwe handelingen I Gij verheft alle menschen tot de waardigheid
( -K* )
van land Gods, zonder dat iemand er iets door verliest. Gij zijt Vader van allen te gelijk zoo wel als van ieder in het bijzonder en Gij zorgt voor ieder in het bijzonder, met eene zoo groote zorg en liefde, als ware hg maar alleen in de wereld en als haddet Gij voor niemand anders te zorgen. Hoe moer kinderen een aardsche vader heeft, des te minder zorg kan hij voor ieder in hot bijzonder hebben en des te kleiner zal ieders deel bij de erfenis wezen; maar zoo is hot niet bij U. Al zijt gij Vader van allen, uwe zorg voor ieder in het bijzonder is daarom niet geringer, noch uwer kinderen erfdeel kleiner; wijl Gij oneindig zijt in rijkdommen, welke door verdeeling niet verminderen. O wat geluk voor ons eenen zoo goeden, zoo magtigen en zoo rijken Vader te hebben; een Vader zoo verheven en wonende in den hemel! Onze Vader, die in de hemelen zijt.
O Jesus, mijn God en Vader, uw troon is dan gevestigd in den hemel; daar wordt Gij door millioenen Engelen en Heiligen aangebeden en toch verwaardigt Gij U, tl zeiven te vernederen en ons onder uwe vaderlijke bezorgdheid te nemen. Uwe grootheid vergetende, hebt-Gij medelijden met ons, om ons op al onze wegen
( W3 )
te geleiden, en in al onze noodwendigheden bij te staan en goedgunstig te verzorgen. Daarenboven, vut liefde voor mij daalt Gij dagelijks uit den lieniel neder, blijft voortdurend op onze altaren, en zijt bereid U zeiven aan ons te geven. O welk eene genade I Lieve Jesus, zoo zgt Gij dan in den hemel en op onze altaren ! In den hemel vertoont Gij uwe glorie en majesteit en op onze altaren schittert uwe liefde en geeft Gij U aan ons tot voedsel onzer zielen. Het wordt den Engelen vergund, U te aanschouwen, maar mij is het vergund U te ontvangen; wat zij bevend aanschouwen, zegt de H. Chrysostomus, daarmede word ik gevoed en vereenigd. O ziel, overweeg dit groot geheim van vaderlijke liefde en bezorgdheid en denk wat gij zoo aanstonds gaat doen. Jesus, uw God en Vader, komt tot U. Gij gaat niet een aardschen, maar een godde-lijken Vader ontvangen; een Vader, welken de Engelen in den hemel sidderend aanschouwen en in verrukking des geestes eerbiedig en met gedekte aangezigten aanbidden en loven, zingende; „Heüiy, Heiliy, Hciliy, Heer God der heirkrachtenquot; (Is. (i. 3). O ziel, hoe zuiver, heilig en volmaakt behoort gij dan niet te zijn, nu gij dienzelfden God gaat ontvangen!\' Dierbare Jesus,
( 464 )
mijn God on Vader, ik beu voor TJ besoliaamd. Gij, oneindig heilig, oneindig in volmaaktheden, behandelt mij met meer teederhartigheid dan eene moeder haar eenigst kind zou kunnen behandelen ; en toch blijf ik voor U koud en ongevoelig. O zoo ik meer liefde haddc, dan zou ik altijd tot-U getrokken worden en niets zou in staat zijn mij van U te verwijderen. quot;Wanneer zal dit gelukkig oogenblik eens komen ? Wanneer zal ik U eens opregt beminnen en uwen wil in alles volmaakt opvolgen ? Tot nog toe heb ik mij jegens U gedragen als een onwaardig, ondankbaar en boosaardig kind; geef dat ik U voortaan opregt beminne en in alles getrouw zij. Ach, minnelijke Jesus, mijn God en Vader, hoe heb ik IT zoo dikwijls en zoo schandelijk kunnen vergeten ? Gij zoudt mij met gunsten en genaden overladen hebben, hadde ik maar gezorgd, mij goed voor te bereiden en met een levendig geloof, eene vaste hoop, vurige liefde en diepe ootmoedigheid tot U te naderen : maar helaas, ik was te vol eigenliefde en te zeer genegen, om mijne zinnelijke lusten in te volgen en mijn ligchaam te koesteren. O Jesus, genadige Vader, ik bid U, mij daarom niet te verstooten ; zie, ik kom tot U met innig leed-
( )
wezeJi, lufijii- toch met vertrouwen; Gij immers wilt niet, dat ik verloren ga, maar mij bekeere en leve; daarom staat Gij aan do deur mijns harten en klopt, opdat ik U opene en Gij er uwen intrek nemot. Dierbare Jesus, mijn God en Vader, daar dit uw verlangen is, open ik U blijmoedig mijn hart en zal het voortaan voor U alléén openen; wijl Gij het eenigste voorwerp mijner liefde zijt. Kom, Heere Jesus, kom en neem bezit van mijn hart om het nooit meer te verlaten; kom en vereenig U innig met mij door de H. Communie; kom en vereenig U met mij door de sterkste banden, opdat er niets meer bekwaam zij mij van IT te scheiden... O Jesus, ik omhels U en druk U aan mijn van liefde brandend hart, U biddende U als een zegel op mijn hart te stellen, opdat het voortaan voor altijd gesloten blijve en geheel voor U alleen zij. Zie, lieve Jesus, ik kom, brandend van liefde, om TT te ontvangen en een met TJ te worden, om voortaan geheel voor U te leven. O wat geluk, U te mogen ontvangen! Kom, Heere Jesus, kom! Veni, Domine Jesu, veni!
O Maria, geleid mij en vergezel mij naar de tafel des Heeren, opdat ik mijnen Jesus ont-95 30
( 4()6 )
Viiuge met een lovend geloof, eenc vaste lioop, vurige liefde en diepe ootuiocdiglieid. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
O ziel, verheng u over de grooto genade, die Jcsus, uw God en uw Vader, u tlians bewezen heeft. Hij zelf, uw Heer en Meester, uw God en Vader, uw opperste, beste en hemelsche Vader is tot u gekomen; thans rust Hij in uw hart en heeft er zijnen troon gevestigd. O wat geluk I o welke genade I Jesus, mijn God en Vader, is nu in mij ! Wat gunsten heb ik dan niet te wachten ? Zeker zal ik nu alles kunnen verkrijgen. Hij is de beste aller Vaders, die niets begeert dan mijn geluk en mijne zaligheid; Hij is de hemelsche Vader, aan wien alles toebehoort en die behagen vindt in milddadig zijne gaven uit te deelen; derhalve kan ik nu zeker alles verkrijgen, wat mij ter zaligheld dienstig kun zijn; niets van dat alles kan Hij mij nu weigeren.
Dierbare Jesus, mijn God en Vader, met groot vertrouwen openbaar ik thans al mijne ellende en noodwendigheden, en vertrouw vastelijk, dat Gij mij hulp en troost zult verschaften. Helaas, hoe ellendig ben ik ! Ik had u verlaten en de
( -ter )
gunsten ell genaden, waarmede Gij mij Vefrijkt hadt, sohandig misbruikt, en zoo was ik tot de grootste armoede en diepste ellende vervallen; mijn ongeluk was des te grooter, omdat ik blind zijnde mijnen ellendigen toestand niet erkende en gerust voortleefde in mijne zonden; en nu, door uwe barmhartigheid, zoo ik vertrouw, in uwe vriendschap en liefde hersteld, wat ben ik anders dan een zwak en broos riet, dat door den wind heen en weer geslagen wordt ? Ach, hoe onstandvastig ben ik nog in het goede en hoe traag in het volbrengen mijner goede voornemens ? Hoezeer hel ik nog over tot de wereld en hare vergankelijke goederen en schijnvermaken, welke mij nooit geluk kunnen aanbrengen, veel minder verzadigen. Somtijds voel ik mij door den aandrang uwer genade tot U en den hemel getrokken ; maar aanstonds keer ik wederom tot ijdele en zinnelijke voldoeningen terug, ben ik hoovaar-dig en wil mij verheffen. Hoe dikwijls spreek ik met lof over mij zeiven en niet minachting over andoren! Hoe dikwijls verwijder ik mij van hen, omdat zij arm, ellendig en verworpen in mijne oogen zijn, terwijl zo voor U misschien heilig leven en Gij bon als uwe kinderen behandelt en voor hen eene plaats in den hemel gereed maakt.
( 468 )
O Jesus, heb medelijden met mij eu ontferm Ü mijnor. Toon, dat Gij een goedertierene Vader zijt door mij, lioe onwaardig ook, te helpen en mijn hart van alles te onthechten. Wijl gij in de hemelen zijt en mij daar eene plaats bereid hebt, hoe zou ik dan nog zoo dwaas wezen mijn hart aan het aardsche te hechtenWat is de wereld, met alles wat er in is, anders dan ij delheid en kwelling des geestes ? Ik geef mij dus geheel aan U en zal voortaan U alleen zoeken, aan U alleen toebehooren. Word ik getrokken door de zucht tot eer en achting der menschen, dan zal ik denken : „\'t Is de eer niet, waarmede de ootmoedige gekroond wordt in den hemel.quot; Word ik getrokken door zucht tot aardsche goederen, ij dele venna,ken of zinnelijke genoegens, ik zal donken: „O neon 1 hot zqn de rijkdommen, de schijnvermaken, de valsche genoegens niet, die men geniet in het hemelsch vaderland, waarvan David zegt: Ik zal verzadigd worden, ah uwe heerlijkheid zich vertoonen zalquot; Ps. 10. 15. Word ik getrokken door zucht tot eten of drinken, tot schoone kleederen of kostbare meubelen, tot vleiende gezangen of innemende vertooningen, dan zal ik die zucht, die neiging tegengaan en denkon: Niets van dat alles kan mij voldoening
( ^69 )
geven. Hier ben ik een vreemdeling, een reiziger, een balling; de hemel is mijn vaderland; hoe zou ik dan zoo dwaas kunnen zijn, van mij te hechten aan de schijngoederen mijner ballingschap, welke ik als reiziger doortrek, en waar ik slechts weinige oogenblikken vertoef r Neen, lieve Josus, ik wil zoo dwaas niet wezen; en mogt ik eertijds zoo dwaas geweest zijn, maak dan, bid ik ü, dat ik het voortaan nooit meer zij.quot;
Dierbare Jesus, mijn God en Yader, Gij daalt uit don hemel neder en blijft bij ons in het H. Sakrament om U aan ons te geven, ons in onze ballingschap te troosten, van de wereld te onthechten en met U te vereenigen; hoe ondankbaar zou ik dan zijn, indien ik buiten TJ mijn geluk ging zoeken!\' Lieve Josus, laat niet toe, dat ik tot zulke buitenspoorigheid vervalle; bind mij onafscheidbaar aan U; maak dat ik al het aardsche afsterve, om voor U alleen te leven, Ik wil niet meer leven, tenzij om U te dienen en te beminnen; Gij hebt al te veel voor mij gedaan, dat ik nog iets buiten U zou beminnen, Alleen de naam van Vader, dien Gij op zoovele titels waardig zijt, is meer dan genoeg, om in mij het liefdevuur te ontsteken. Als Vader hebt Gij mij geschapen, door uw dierbaar bloed van
( )
den eeuwigen dood verlost, door liet doopsel voor uw kind jiangenomon; door uw dierbaar vleeseli en bloed gespijsd, en eindelijk hebt Gij als Vader voor mij de hemelselie erfenis gereed gemaakt. Hoezeer verdient Gij dus den naam van Vadeii I O konde ik mij den naam van kind ook zoo waardig maken ! Dit is mijn vurig verlangen en zal voortaan mijn eenig streven zijn. Doch ik bid U, mij door uwe genade te helpen en krachtdadig bij te staan, opdat ik heilig leve, gelijk het een kind van God betaamt.
Lieve Jesus, onthecht mij van de wereld, opdat ik van nu af met IT in den hemel leve; vernietig in mij alle aardsche neigingen, opdat ik geheel voor U zij; ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik buiten tl niets beminne. O zoete gedachte ; U alleen ! tl alleen zoek ik te beminnen ! Geheel aan TI! geheel aan U voor den tijd en voor de eeuwigheid I
O Maria, bid voor mij, opdat ik als een waar kind van God heilig leve, om het geluk te hebben, heilig voor God te sterven. Amen.
DRIE EN DERTIGSTE OEFENING.
Iste Vraag. „Uw naam worde geheiligd.quot;
(Matth. 6. 9.)
VOOK DE H. COMMUNIE.
Dierbare Jcsus, mijn God en Vader, eerbiedig voor U neergebogen, aanbid ik met do teederste gevoelens van liefde uwe oneindige lieiliglieid, die nooit haars gelijke heeft gehad noch hebben zal; immers uwe heiligheid is eeno volmaakte, oneindige en onveranderlijke, die niet vermeerderd nog verminderd kan worden. Ofschoon aangebeden door alle engelen en heiligen wordt zij daarom niet vermeerderd; noch ook daardoor verminderd, omdat zij door de duivels en zondaren wordt gevloekt en gelasterd. Zij is en blijft altijd volmaakt, onveranderlijk, oneindig.
Dierbare Jesus, oneindig heilige God, vnree-nigd met de Engelen aanbid en loot ik U, zog-
( ^2 )
gendo : ,,Heiliy, Ileiliy, Heilig, Heer God der heirkrachten! dehcel de aarde is val van zijne heerlijkheidquot; (Is. (i. 3). Doordring mij al moer cn meer van uwe oneindige heiligheid, opdat ik steeds met waren eerbied voor U verseliijne, en beschaamd over mijne zonden, mij rouwmoedig voor TJ noorbuige, uit al mijne vermogens mot de engelen u love en prijze, vooral op dit oogen-blik, nu ik tot U moet naderen, met U aan tafel aanzitten en IT als cene spijs mijner ziel ontvangen.
Uw naam worde geheiligd. O ja, mijn God, niets is billijker, niets regtvaardiger, dan uwen naam te heiligen. Gij immers zijt het waardig, wijl Gij de heiligheid de volmaaktheid zelve zijt. O God I hoe vurig wenseh ik, dat uw naam door allen geheiligd worde I O koude ik alle mensehen daartoe brengen ! O koude ik sterven, opdat alle ongoloovigen, heidenen, joden, kotters, scheurmakers, vrijgeesten, met één woord, alle zondaars zich bekeerden, ten einde II voortaan te loven en te verheerlijken! Maar helaas, in plaats van U te heiligen, onteert en versmaadt men U. Zelfs Katholieken, ja Eeligicuseu en Priesters, die Gij zoozeer bevoorregt hebt, blijven veeltijds aan dezen pligt te kort, en gaan somtijds
( 4quot;:J )
zoo ver, van U te onteeren. Eu dan hoevole vorwijtingon hob ik mij zolven te doen!\' ,, JVeest gijlieden volmaakt, gelijk uw hemel ache Vader volmaakt isquot; (Mattli. 5. 48). Zoo, lieve Josus, hebt Gij tot allen gezegd; maar, helaas, hoezeer blijf ik hieraan te kort, zoowel in mijne gedachten en genegenheden, als in mijne woorden en werken! Hoe durf ik dan bidden : Geheiligd zij uw naam ? Is dit idet den spot met TI drijven \'r Ontferm U mijner. Heer, ontferm IT mijner eu maak dat ik uwen naam steeds heilige. Doordring mij van eerbied voor uwe oneindige heiligheid en maak dat het inwendig gevoel van eerbied zich uitwendig vertoone in mijne woorden, werken on in geheel mijne houding en levenswijze, opdat de inenschen mijne goede werken en deugdzame levenswijze ziende, daarover den hemelschen Vader loven en prijzen. „Doe eer niet aan ons, n lieer, niet aan ons, maar ti\'el aan uwen naamquot; (Ps. 113. 9). Wie ben ik om aanspraak op oor en achting te maken ? Neen, lieve Josus, er is niets in mij dat oor on achting verdient; zelfs ben ik niet waardig don aardbodem te betreden ; ik zal mij derhalve diep vernederen ; ,,ik zal nietiger worden, moer dan ik geweest bon en zal ootmoedig zijn in mijne
( 474 )
oogenquot; (2 Reg. (i. 22). Zelfs wil ik mij in de vernodoringen verliougon, met David zeggende: „Het W((s fined vuur mij, dat Gij mij verneder-detquot; (Ps. 118. 71). Ja zeker is liet goed, dat ik vernederd en Gij verheerlijkt wordt. U alleen komt alle eer en glorie too, mij integendeel alle oneer en smaad; er is niets in mij dan ellende, onvolmaaktheid en zonde; en mogt er iets goed in mij zijn, dan is het eenc onverdiende gaaf uwer oneindige goedheid, waarom ik U moet loven en danken; met regt zijt Gij jaloersch op uwe oer, met regt zegt Gij ; „Ik zal mijne glorie aan niemand gevenquot; (Isaïas 42. 8). En zon ik ook alles gedaan hebben, wat ik kan en moot doen, wat ben ik dan nog anders dan oen onnutte knecht, die uwe eer en heiligheid niet in hot minste kan vergrooton? Ofschoon ik zoo nietig ben, wilt Gij evenwel door mij vereerd en gediend worden, niet als werdt Gij er gelukkiger door, maar om mij gelukkig te maken, zoodat de vrucht mijner goede werken geheel voor mij is.
O God, hoe goed zijt Gij I Gij beloont in ons uwe eigene gaven. O kon de ik TJ naar behooren loven en verheerlijken ! O zoo ik ü in do H. Communie mot een zuiver en van liefde brandend
( w )
hart kondü ontvangen. Maar, helaas, mijn hart is onrein; \'t is koud en ongevoelig voor U! Ik moest uitmunten in zuiverheid, vurigheid, heiligheid en liefde, omdat ik boven anderen zoozeer bevoorre gt hen en nu helaas, blijf ik in alles te kort. God wilde dat do priesters van het oude verbond zuiver en heilig waren, omdat zij het brood en de wierook moesten opofferen; hoe zuiver behoor ik dan niet te zijn, daar hot mij vergund is, hot vloeseh on bloed van Jesus zei ven in veroeniging met den Priester te offeren en als zielespijs te ontvangen I Dierbare Jesus, ik geef U mijn hart; zuiver mij, heilig mij, neem alles van mij weg, wat U zou kunnen mishagen en maak, dat ik van liefde voor U brande, om U, de zuiverheid zelve, te ontvangen. O Jesus, ik geloof vastelijk, dat Gij in het H. Sakrament tegenwoordig zijt en nader met vertrouwen en brandend van liefde tot U. Kom, Heere Jesus, kom! Geef U aan mij.
O Maria, bid voor mij, opdat ik den heiligen God heilig ontvange. Amen.
( -i\'\'\' !
„Uw naam worde geheiligdquot;.
(Matth., (i. 9).
NA DE H. COMJIUNIE.
O ziol, koor nu in u zolvo en beschouw uw geluk. Josus, do oneindig heilige God, is tot u gekomen en rust in uw hart. Hij heeft er zij non troon gevestigd en de Engelen scharen zich rond dien troon, aanbidden, loven en prijzen Hem; zij govon zich goone rust dag noch nacht en zingen voortdurend : ,,Heilig, heilig, heilig is de Heere Oud, de Almagtige, die was, en die is, en die komen ztdquot; (Apoc. 4. 8). Welk voorwerp van bewondering voor die homelsche geesten, te zien, dat die oneindig heilige God zich zoo diep vernedert, en zich verwaardigt tot u te komen! Zij erkennen zich niet waardig in zijne tegenwoordigheid te verschijnen en bedekken hunne aangezigten met hunne vleugelen. Op het gezigt van zijn luister, staan zij van hunne zetels op, nemen de gouden kroonen van hunno hoofden, en zich nederwor-pende, aanbidden zij Hem: „Gij, o Heere, onze (iod! zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht; want Oij schiept alle dingen, en om uwen wil waren zij en werden zij geschapenquot; (Apoc, 4. 11). Die oneindig heilige
( «7 )
God is liu tot mij gekomen. O welke eer vooi\' mij I Welke vernedering voor Jesus I Welk voorwerp vuil verwondering voor do Engelen! Jesus schijnt zijne grootheid, verhevenheid en oneindige heiligheid te vergeten, om zich te vernederen en tot mij te komen. O wolk groot geheim! Lieve Jesus, zoo hebt Gij dan U zeiven vernederd, U zeiven aan mij gegeven en innig met mij vereenigd, zoodat wij nu een geworden zijn I Welk eene ongehoorde genade ! O zoo ik U daarvoor naar waarde konde loven en verheerlijken I O zoo ik allo sehopselen tot U konde brengen, om U te aanbidden, en lof te zingen! Gij immers verdient allen lof. Uw naam worde geheiligd! Uw naam worde door mij en door alle mensohen gekend, gediend, bemind en verheerlijkt I Hoe aangenaam zou het mij zijn, indien alle onge-loovigen, joden, kotters, scheurmakers, vrijgeesten en godloochenaars en alle zondaren zich bekeerden, om uwen naam te loven en te prijzen. O konde ik sterven om hen allen tot U te brengen! O hadde ik zoovele tongen als er schepselen op aarde zijn, om uwen naam voortdurend te loven en te heiligen 1 Komt, schepselen, komt allen om den Heer met mij te loven. Magnificatc Dominum mccum (Ps. 33. 4). ,.Looft hem, zon
( -i\'S )
en maaii; looft Hem alle stelTèil (ill licht I Looft hem, gij hemel der hemelen; en allo wateren die boven don hemel zijn, dat zij den naam des Hoeren loven. Looft don Heer van op de aarde! Gij zeegedroehten en alle gij afgronden! Looft Hem, gij vuur en hagel en sneeuw en stormwind, die zijn woord volvoeren! Gij bergen en allo heuvels, gij vruchtboomon en alle cederen! Gij wild gedierte en alle vee, kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte, gij koningen der aarde en alle volken, gij vorsten en allo aardsohe regters, jongelingen en maagden, grijsaards en kinderen, dat zij den naam des Heeren loven: want zgn naam alleen is hoog verheven. Zijn roem is over hemel en aardequot; (Ps. 148). O hadde ik zoovele tongen als er schepselen op de aarde zijn, om U, o mijn God, altijd en overal te loven; om U te loven met die vurigheid, waarmede do Cherubijnen het doen in den hemel I O hadde ik het geluk U altijd, in alles en op allo wijzen te loven, namelijk in mijne gedachten, begeerten, woorden en werken; in mijne verzuchtingen, hartkloppingen en ademhalingen; in al mijne bewegingen in- en uitwendige, vrijwillige en onvrijwillige; met één woord, door alles wat in mij is of mg aangaat. Maar, helaas, hoe dikwijls
( 479 )
hob ik IT onteerd on hoe dikwijls gaf ik door mijn gedrag aanleiding, dat uw naam door anderen gelasterd werd (ad Kom, 2. 24). Nomen cnim Dei per von hlasphematur inter yentes. Ontferm U mijner, Heer, ontferm U mijner, en geef dat ik nooit meer zoo ongelukkig zij ; Gij zijt al te goed; al te waardig; al te aanbiddelijk om zoo onteerd te worden; geef, dat het lieht mijner goede werken zoo schijne voor de nienschen, dat zij deze ziende, den Vader die in den hemel is daarover loven en verheerlijken. Dierbare Jesus, hoe weinig heb ik nog voor U gedaan I Ik bid dagelijks meermalen; ,, Uw naam worde geheiligdquot;; maar misschien heb ik het niet eens gebeden met die zuivere meening en met dat vurig verlangen gelijk hot betaamt. Ik zog mot do tong: ,,Uw naam worde geheiligd,quot; maar mijne werken sproken mij tegen. Helaas, in mijne gedachten hoorscht eigenliefde; in mijne woorden eigen lof; in mijne werken ijdolo inzigten en zoo matig ik mij de eer aan, die IT alleen toekomt. Helaas, wie bon ik om mij zeiven iets toe te schrijven? Wie ben ik anders dan een ondankbare zondaar en derhalve onwaardig, om oenige eer of achting van de nienschen te ontvangen!\' O zoo ik U allo eer konde geven, wijl Gij allen lof waardig
( -180 )
zijt! O zoo ik ma steeds konde vernederen en mijn vermaak vinden in de verachting! O zoo ik steeds in waarheid met David konde zoggen: ,,Ik zal nietiger worden, meer dan ik geiveest hen en ootmoedig zijn in mijne oogen!quot; O ja, lieve Jesus, ik zal nietiger worden en ootmoedig zijn in mijne oogen, om U te loven, wijl allo eer U alleen toekomt: alles wat ik heb, komt van uwe milddadige goedheid, waarvoor ik U dank verschuldigd ben. O Jesus, ontferm U mijner en geef dat ik U steeds van alles de eer geve zonder iets aan mij zelvon toe te schrijven. Geef, dat ik U altijd love en danke, zoowel in tegen- als voorspoed; zoowel in ziekte als in gezondheid; zoowel in gebrek als in overvloed ; zoowel in oneer als in eer; met één woord, in alles en ten allen tijde. Ach, lieve Jesus, hoe smart het mij te zien, dat uw naam, die oneindig heilig is, onophoudelijk gehoond en onteerd wordt! Maar bovenal smart mij de gedachte, dat ik zelf U zoo dikwijls onteerd heb door mijne zonden.
Lieve Jesus, voortaan geene zonde meer, neen; in eeuwigheid geene zonde meer; liever duizend maal sterven dan U nog vrijwillig door oenige zonde te vergrammen. Ik bid U, laat niet toe.
( 481 )
dat ik van U gescheiden worde. Ik wil dat alles in mij strekke tot uwe eer en glorie; ik wil, dat uw naam geheiligd worde door mij en door alle menschen; ik verheug mij dat millioenen Engelen en Heiligen u verheerlijken in den hemel.
0 Maria, bid voor mij, opdat wij den naam des Heeren steeds loven en verheerlijken en dat zijn lof altijd in onzen mond zij. Amen.
31
95
VIER EN DERTIGSTE OEFENING. „Uw Rijk kome.quot;
(Matth. 6. 10.)
VOOK DE H. COMMUNIE.
Minnelijke Zaligmaker, mijn God en mijn Al, eenigc Koning mijns liarten, daar Gij mij loert bidden; ,,Uiu rijk komequot;, nader ik tot U met oen waar kinderlijk vertrouwen, en bid u, mij deelachtig to maken aan uw rijk. Dierbare Jesus, ik erken en aanbid U als mijn eenigen en waren Koning, als den Koning der Koningen, als don Koning van Hemel en aarde, dio over alles het oppergebied voert; alles gehoorzaamt aan uwen wil en niemand is in staat zich tegen U te verzetten of de voltrekking uwer besluiten te verhinderen.
O groote God en Opperkoning, ik bid ü vurig: ,,Uw rijk kome.quot; Ton eerste het rijk der Kerk: ik bid TJ, uwe Kerk dagelijks meer en meer uit to breiden. Bekeer alle zondaars, allo ketters.
( 483 )
ongeloovigen en vrijgeesten, met één woord, alle volken der aarde, opdat allen u als hunnen God en Koning erkennen, dienon en beminnen ; zegen den arbeid dor missionarissen, die alles verlaten om uw rijk hij de ongeloovigen en wilde volken meer en meer uit te breiden en zend dagelijks nieuwe werklieden in uwen wijngaard, opdat uw rijk op aarde, te weten, uwe Kerk, voortdurend toeneme, niot alleen in het getal barer kinderen, maar ook in dezer deugd, hoiligbeid en volmaaktheid. Ten tweede bid ik U ook het rijk der genade in de harten der geloovigen meer en meer te bevestigen en in dezelve te heerschen door uwe liefde. Hoe vurig hebben de H. Oudvaders naar uwe komst verzucht; opdat Gij in ons zoudet heerschen door uwe genade en het rijk van Satan en dat der zonden in ons zoudt vernietigen. Ook zoo verzucht ik naar uwe komst.
O ja, lieve Josus, kom tot mij, geef U aan mij en vestig door de II. Communie uwen troon in mij. Kom, Heere Jesus, Koning van mijne ziel, welke geheel en al uw eigendom is, neem bezit van mijn hart en vernietig daar het rijk van Satan, bet rijk der zonden en heersch er door uwe genade, dat er niets in gevonden worde wat niet voor U is.
( 484 )
Lievo Josus, ik ben als oun vreemdeling, als een balling op deze aarde, verwijderd van het liemelsoh vaderland. Helaas, ik word voortdurend bestormd door den duivel, den prins dor wereld, en steeds bon ik in gevaar om slaaf van Satan te worden. Kom dan, Heere Jesus, kom; ik verlang vurig naar U; kom en geef U aan mij; kom en lioerscli in mijn hart, laat niet toe, dat do liefde voor de wereld of voor iets dat wereldsch is, in mij heersche. Geef, dat uwe liefde alleen in mij zij ; dat ik U alleen zoeke en niets verlange dan wat bovennatuurlijk, hemelsch en goddelijk zij. Kom, lieve Jesus, en help mij om het rijk dezer wereld niet al deszelfs bekoorlijkheden uit geheel mijn hart te versmaden, ten einde bij mijn sterven het geluk te hebben, van opgenomen te worden in het rijk, dat Gij aan uwe dienaren beloofd hebt na dit leven.
Kom, Heere Jesus, minnelijke Koning, kom en vestig uw rijk in mijn hart, opdat in mij bewaarheid worde, hetgeen Gij zelf in het Evangelie zegt: ,,Het Rijk Gods is onder uquot; (Luk. 17. ^1). Dierbare Jesus en Opperkoning, geene moeite noch opoffering was U, te groot, om mijne liefde te winnen en uwen troon in mijn hart te kunnen vestigen. Gaarne wil ik tl bevredigen en U in
( 485 )
mijn hart ontvangen. Zie, liovo Josus, mijn hart staat voor U, ja voor IT alloon open. Kom en vestig er uwen koninklijken zetel; doch ik weet, dat een onrein, een wereldsch hart, een hart dat de zinnen involgt, niet geschikt is, om er uwen troon te vestigen; Gij zelf leert het mij ; „Mijn geest zal in den niensch niet blijven, omdat hij vleesch isquot; (Gen. (i. 3).
Derhalve bid ik U, mijn hart van alles te onthechten, opdat hut geheel voor U zij, en ik voortaan niet meer leve volgens de zinnen of begeerlijkheden dos vleosohes, maar volgons den geest. Kom, lieve Josus, on geef IT aan mij door de H. Communie; kom en heersch in mij door eon levend geloof en eene vurige liefde ; kom en vernietig in mij do zonden en geef dat ik geheel voor IT leve. O Josus, o Opperkoning, ik bemin IT uit geheel mijn hart. Door U ben ik verlost uit de magt der duisternissen en overgebragt tot uw rijk, om een heilig loven voor IT te leidon. O Kijk! O minnelijk li ijk! O Ilijk van don Opperkoning! O Kijk, waar men vertrouwelijk met den Koning kan omgaan en aanspraak maken op hot eeuwig koningrijk, dat God bereid heeft voor zijne dienaren na dit leven I O Rijk, waar men met den Koning zeiven
( 486 )
aan tafel zit en gevoed wordt met het brood der Engelen, mot liet vlocsch en bloed van Cliristus! O Rijk, waar men een onderpand ontvangt dei-toekomende glorie. Et fntnrw, (jloriat nobis pü/nus datur. Hoe gelukkig bon ik, wijl ik tot dat verheven koningrijk overgebragt bon en het mij gegeven is, dien goddelijkcn Koning in de H. Communie te ontvangen! Kom, Heere Jesus! kom, oenige Koning mijns harten I komenheersch in mij door uwe genade, door uwe liefde. Zie, lieve Jesus, ik kom.
O Maria, ik stel mijn hart in uwe handen; maak daar een heerlijken troon voor Jesus gereed. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Ecce, liex tnus venit tihi mansuetus. Zie, uw Koning komt tot u zachtmoedig (Matth. 21. ö).
Lieve Jesus, waarachtige Koning, Koning dei-Koningen, Koning van hemel en aarde. Gij hebt U dan diep vernederd, om tot mij te komen. O welke goedheid! Gij zijt tot mij gekomen, zachtmoedig, minzaam en liefderijk; uwe magt en heerlijkheid verbergt Gij, om mij vertrouwen in te boezemen, Dierbare Jesns, goddelijke
( 487 )
Koning, in den hemel zie ik U verheven op eenen troon van glorie, aangebeden dooi\' do Engelen, in mijn hart zie ik U vernederd. O welk groot geheim! In den hemel verheven, in mijn hart vernederd! O wolk geheim! O welke liefde! Gij, de Koning van glorie, hebt uwe heerlijke intrede gedaan in mij, den geringsten uwer onderdanen. Gij zijt tot mij gekomen zachtmoedig en nederig en verbergt den glans uwer glorie, om mij vertrouwen in te boezemen. Indien Gij hier uwe glorie vertoondet, gelijk aan de Engelen en Heiligen in den Hemel, dan ware het niet mogelijk tot U te naderen; de glans uwer heerlijkheid zou mij verpletteren; maar nu verbergt Gij uwe heerlijkheid onder de geringe gedaante van brood en wijn.
Lieve Jesus, ik aanbid uwe goedheid en liefde, die zich zoo liefderijk naar onze zwakheid weet te schikken, door èn uwe Godheid èn uwe Menschheid te verbergen en door U zeiven toch waarlijk aan ons te geven. Latet divinitas; latet humanitas; sola patent viscera charitatis. T)e Godheid schuilt; de Menschheid schuilt; slechts blijken de ingewanden der liefde. Dierbare Jesus, ofschoon mijne zintuigen U niet kunnen ontdekken, geloof ik toch vastelijk dat Gij in het H. Sakrament
( 488 )
tegenwoordig zijt en do spijs mijner ziel zijt geworden. Ja, lieve Jesus, opperste Koning, door nwen Vader met eer en glorie gekroond en door Hom met alle magt bekleed, zoo in den hemel als op de aarde, ik geloof dat Gij nu waarlijk en wezenlijk tot mij gekomen zijt en in mij uwe rustplaats genomen hebt. Daarom zeg ik nu met groot vertrouwen: ,,Uin Rijk home.quot; Uw rijk worde meer en meer uitgebreid en door allo volken erkend. Geef, dat allo geslachten zich rond uwen troon scharen en zich eerbiedig voor U neerbuigen zeggende: „Wees gegroet. Koning van glorie. Koning van hemel en aarde. Koning van alle eeuwigheid, wees gegroet, geloofd, gedankt en verheerlijkt; heersch over ons, als over uwe onderdanen en dienstknechten; wij erkennen geenen anderen Koning dan U alleen, TJ zij eer in eeuwigheid.quot; Maar helaas, hoe weinigen zijn er die U erkennen, dienen en beminnen ! O konde ik alle volken tot U brengen! O konde ik sterven, opdat allen U erkennen; hoe gaarne zou ik het doenl Dierbare Jesus, mijn Koning en mijn God, hoezeer wordt Gij miskend, versmaad en onteerd! Hoe smart mij deze gedachte, maar vooral, hoe smart mij do gedachte, dat ik zelf zoo boos geweest bon en
( 489 )
IT zoo schandelijk gekroond heb, niet met een kroon van eer en glorie, maar met een doornen kroon, oen kroon van zonden, die U pijnlijker valt dan de doornen kroon, waarmede de soldaten U hebben gekroond. Wee mij ongelukkige! Gij zijt mijn Koning, maar ik was wederspannig; Gij kwaamt tot mij zachtmoedig en minzaam, maar ik bleef koud en onverschillig; Gij kwaamt om mij aan uwe rijkdommer. deelachtig te maken, maar ik was boos en wreedaardig, miskende uwe gaven en kroonde U mot oeno kroon van bitterheden en zonden.
Dierbare Jesus, zachtmoedige Koning, hoe hebt Gij mij zoo lang kunnen verdragen f hoe zijt Gij zoo minzaam tot mij gekomen!\' Ik weet het, lieve Jesus, \'t is uwe goedheid, die er IT toe bewogen heeft. Uwe goedheid hoeft mij gespaard ; uwe goedheid heeft IT vernederd, om tot mij te komen; uwe goedheid heeft IT met mij vereenigd en één met mij gemaakt. Dierbare Jesus, uwe goedheid heeft 1115 overwonnen. Ik geef mij nu geheel aan U; heersch voortaan in en over mij; rnijn hart is geheel en alleen voor IT; beschik over mij en over alles wat mij aangaat volgens uwen heiligen wil en welbehagen. Ik zal voortaan geheel voor IT zij n en U als den
( «O )
eenigen Koning van mijn hart erkennen, dienen en beminnen. Heersch over mijne vijanden; den duivel, de wereld en het vleesch, die uw rijk in mijn hart willen vernietigen en mij aan uwe dienst onttrekken. O mijn Jesus, beteugel do magt dezer vijanden en belet hunne aanvechtingen, opdat ik van hunne aanvallen verlost, U voortaan diene in heiligheid en rechtvaardigheid. 0 Jesus, ik wil geenen anderen Koning meer, dan TJ alleen; Gij alleen zijt mijne liefde waardig; Gij alleen hebt mijn hart ingenomen door uwe minzaamheid, goedaardigheid en liefde. Toen ik het ongeluk had, mij van U te verwijderen en U door de zonden te beleedigen, gingt Gij mij opzoeken, kloptet aan mijn hart en smeektet om ingang te vinden, zeggende: Boe mij open, mijne zuster, mijne hruid. En nu ik ü ontvangen heb, zijt Gij met zulk eene minzaamheid gekomen, als hadde ik U nooit beleedigd, hoe zou ik dan buiten U nog iets kunnen beminnen? Neen, lieve Jesus, TJ alleen wil ik beminnen, ü alleen wil ik als mijnen Koning eeren en aanbidden. Maar hoe zal ik U eeren en bewijzen van liefde geven, ik, die niets heb, niets kan, niets ben ? of wat offer zal ik U aanbieden, aan U, wien hemel en aarde toe-
( 491 )
behooren ? Dierbare Jesus, ik heb niets om ü te offeren; ik kan mij slechts voor U vernoderen en mij, hoe nietig ook, geheel aan U geven. Ofschoon U alles toebehoort, hebt Gij mij toch de vrijheid en het gebruik uwer goederen gelaten ; en deze mijne vrijheid en het gebruik dier goederen offer ik geheel aan U op, om er volgons uwen wil gebruik van te maken, om U te dienen en te beminnen en in alle voorvallen uwen wil en H. beschikking te erkennen. Ik geef U het overige van mijn leven, en heilig TT toe alle genegenheden van mijn hart, om U alleen te begeeren en U alleen aan te kleven. Ik wil geheel aan U zijn om niets meer te doen, te zeggen of te denken, dan wat U kan behagen. Dierbare Jesus, ontferm U mijner en sta mg bij, opdat ik voortaan geheel voor U zij.
O Maria, heb medelijden met mij en bid voor mij, opdat ik voortaan geheel voor Jesus leve. Amen.
VIJF EN DERTIGSTE OEFENING.
,,Uw wil geschiede gelijk in den hemel zoo ook op de aardequot;
(Mutth. 6. 10).
VOOll DE II. COMMUNIE.
Deze vraag van hot Onze Vader bevat eene zeer verhevene deugd, in welker beoefening geheel onze heiligheid en volmaaktheid is opgesloten. Dierbare Jesus, leer mij de verhevenheid er van kennen en geef mij do genade, om zo steeds in beoefening te brengen en volmaakt naar uwen wil te leven; want uw wil, en ook uw wil alleen is altijd goed, altijd heilig, altijd volmaakt. Heer, leer mij uwen wil kennen en versterk mij, om hem steeds te volbrengen. ,,Boce me fcusere vnluntatem tnam. Gij zijt Heer, ik bon dienaar. Spreek, Heer, want uw dienaar luistert. Wolk is uw wil?
Mijn zoon, mijn wil is, dat gij mijne geboden
( 493 )
getrouw, vli|tig en stipt onderhoudt, zonder aan een enkel punt te kort te blijven ; mijn wil is dat gij alle, ook de kleinste zonde zorgvuldig vermijdt en als het grootste kwaad vlugt en verfoeit; mijn wil is, dat gij u geheel aan mijne beschikking overgeeft en allo verongelijkingen, vernederingen, beleedigingen en ongelukken of tegenspoeden, die n overkomen, bereidvaardig en geduldig, ja zelfs blijmoedig aanvaardt, als door Mij toegezonden, zonder te zien, van waar ze komen, of wie er de oorzaak van is. Steeds moet gij uwe oogen vestigen op mijnen wil; wijl ik het zoo beschik. Mijn wil is, dat gij u met gelatenheid onderwerpt in alles, wat Ik in of omtrent u uitwerk, hetzij door u uwe gezondheid, uwe goederen, uwe eer en goeden naam of ook uwe ouders en naastbestaanden te ontnemen of door u eenig ander ongeval over te zenden. Zeg altijd; Uw wil yeschiede! uw ivil (jeschicde ! uw wil geschiede !
Lieve Jesus! deze uwe les is kort, maar bevat alles in zich. Geheel de volmaaktheid ligt er in opgesloten. O konde ik ze volmaakt onderhouden I Mijn geest is wol vaardig; maar mijn vleesch is zwak. Het ligchaam bezwaart de ziel en is van jongs af genegen tot het
( 494 )
kwaad. Wat staat mij dan te doen? Tot wicn zal ik mijne toevlugt nemen? Er blijft mij niets over, dan mij tot U te wenden; door uwe hulp alleen kan ik getrouw bleven te midden der beproevingen, kruisen, wederwaardigheden en aanvechtingen des duivels.
Dierbare Jesus, ik bid U, mijnen wil steeds aan den uwen gelijkvormig te maken. Geef, dat ik niets wille, dan wat Gij wilt, (/elijk Gij het wilt, omdat Gij het wilt en zoo lang Gij hot wilt. Geef, dat ik alles doe wat Gij gebiedt, en gebied dan alles wat Gij begeert. Uw wil geschiede gelijk in den hemel zoo ook op de aarde. De zon, maan en sterren; de zomer en de winter; de koude en de hitte; de hagel, sneeuw, regen en wind, met één woord, alles gehoorzaamt U en volbrengt iiwe bevelen; hoeveel te meer moet ik, uw dienaar, U gehoorzamen en uwe bevelen volbrengen? Lieve Jesus, geef, dat voortaan mijn grootste, ja mijn eenigste vermaak zij, te willen hetgeen Gij wilt, en altijd en in alles uwen wil te volbrengen, gelijk de Engelen in den hemel. O God en Vader! Uw wil geschiede. Maar wat wilt Gij? Do Apostel antwoordt: ,,Dit is Gods wil, uwe heiligingquot; (1 Thess. 4. 3), vooral nu ik tot U nader, om U te ontvangen;
( 495 )
TI die oneindig heilig, oneindig volmaakt /.ijt. Gij wilt, ja Gij gebiedt mij tot U te komen, zeggende: ,, Tenzij (jij het vlcesch van den Zoun des memchen eet en zijn hloed drinld, zult gij het leven in u niet hehben.quot; Baar Gij het wilt, wil ik het ook. Zie, lieve Jesus, ik kom, maar geef, dat ik heilig zij, wijl Gij het wilt. Maak mg heilig, omdat Gij heilig zijt en omdat ik U, o heilige God! moet ontvangen. O Jesus, Gij alleen kunt mij heilig maken. Derhalve bid ik TJ vui-ig, mij te heiligen om het Heilig dei-heiligen heiliglijk te ontvangen. Immers het huis Gods moot heilig zijn. ,,Domum tuara decet sanctitudo Dnminequot; (Ps. 92). Uw wil geschiede door mij op de aarde gelijl,- door do Engelen in den hemel. Daar worden zij in eeuwigheid door TJ verzadigd en zijn als dronken door de wollusten des hemels. O Jesus, geef dat ik walge van alle vermaken dor wereld, om mijn vermaak in TJ alleen te zoeken. Gij alleen kunt mij verzadigen. Geef dat ik U steeds ontvange mot een levend geloof, eene vasto hoop, vurige liefde en brandende begeerte. Geof dat do wereld en alles wat in de wereld is, mij walge. Ach, hoe vuil is mij de aarde, als ik den hemel aanschouw. Hoe nietig zijn mij alle aardsche grootheden en
( 496 )
rijkdommen, als ik neergeknield voor het tabernakel, uwe liefde beschouw, en mij hier vereenig met die millioenen Engelen die het omringen, zich eerbiedig voor II neerbuigen en het driewerf Heilig aanheffen.
O Engelen des hemels, verkrijgt voor mij een vonkje van dat liefdevuur, hetwelk in U brandt, opdat ook mijn hart in liefde ontvlamme en ik, brandend van liefde, mijnen Jesus ontvange. Kom, Heere Jesus, kom en geef U aan mij. Ik geloof in U; ik hoop op U; ik bemin U; ik verlang vurig naar U; kom, Heere Jesus, geef U geheel aan mij.
O Maria, bid voor mij; H. Joseph, Engelbewaarder, geleidt mij tot Jesus. O Jesus, ik kom! Zie hier ben ik. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Dierbare Jesus, ik ben tot U gekomen en heb mij verstout U in do H. Communie te ontvangen, omdat Gij het wilt; Gij immers hebt gezegd: „Komt tot mij allen, die vermoeid en beladen zijtquot; (Matth. 14. 28), en wederom: „Neemt en eet: dit is mijn ligchaamquot; (Matth. 26. 27). Aangemoedigd door uwe minzame uitnoodiging.
( «7 )
ben ik gekomen en zoo lieb ik uwen tuil vol-bragt; en volgens uw woord, zijt ook Gij tot mij gekomen en de spijs mijner ziel geworden. O wonderbaar geheim! o overmaat van liefde ! wat zal ik U daarvoor vergoldenHelaas! ik heb niets; ik ben niets. Alles, wat in 1115 is, behoort U toe. Evenwel hebt Gij mij het vrij e gebruik van mijnen wil gelaten; derhalve geef ik hem geheel en onverdeeld aan U, beschik er over volgens uw welbehagen. Ik weet dat U geen offer aangenamer is, dan het offer van den wil. Gij verlangt en vraagt hem, zeggende Mijn zoon geef mij uw hart, dat is uwen wil.
Lieve Jesus, ziedaar mijn hart, ziedaar mijn wil. Ontvang hem geheel en onverdeeld; ver-eenig hem met den uwen en maak dat hij één zij met Gods wil. Hoe gelukkig zou ik zijn, wanneer mijn wil altijd met dien van God vereenigd ware! Dit immers is mijne bestemming voor tijd en eeuwigheid, en Gij, lieve Jesus, hebt het mij geleerd door uw voorbeeld. Om Gods wil te volbrengen, zijt Gij uit den hemel neergedaald; daarom waart Gij gehoorzaam tot den dood des kruises; daarom zijt Gij nog gehoorzaam in het H. Misoffer en zult het zijn tot het emde der wereld, zoo lang
95 32
( 498 )
er priesters op aarde zijn. Daar Gij, lieve Jesus, de Koning van hemel en aarde, altijd gehoorzaam zijt, niet alleen aan uwen henielsehen Vader, maar ook aan uw eigen schepsel, aan alle priesters, ofschoon onwaardig, ondankbaar en besmeurd met zonden; zou ik, nietige aardworm, dan ook niet om uwentwil gehoorzaam zijn, aan allen en ten allen tijde ? Zou ik mij dan niet altijd en in alles schikken naar uwen wil? Ja, lieve Jesus, dat zal ik doen, met behulp uwer genade: tno wil geschiede! uw wil (jcschiede! tiw wil yeschiede! Ik wil alles doen, wat Gij gebiedt\', alles laten, wat Gij verbiedt, en alles lijden, wat Gij mij zult gelieven over te zenden. Maar ik ben zeer zwak, lieve Jesus; ik blijf dikwijls aan mijne voornemens te kort; on telkens word ik van U afgetrokken door do liefde voor de wereld, voor het zinnelijke, of voor mij zeiven; daarom bid ik U mij te versterken en het vuur uwer liefde in mijn hart meer en meer te ontstoken ! Wanneer mijn hart van liefde voor U brandt, dan zal het volbrengen van uwen wil en het lijden van alle kruisen en wederwaardigheden mij geenszins moegelijk vallen; want niets valt zwaar voor den waren minnaar. De liefde is sterk als de dood
( -199 )
en zij maakt zoet en aangenaam alles wat hard en bitter is.
O Jesus, geef mij eene ware, eene vurige liefde; door haar zal in mij de eenheid met uwen wil geboren en aangekweekt worden, en zal ik slechts één wil met U hebben, om alles te willen, wat Gij wilt, en alles te verfoeijen, wat Gij niet wilt.
Lieve Jesus, uw wil geschiede in mij en omtrent mij, hoe bitter hij mij ook moge toeschijnen; want uw wil is altijd goed, altijd heilig, altijd regtvaardig. Gij, lieve Jesus, onderwierpt uwen wil in alles, en ten allen tijde aan dien van God, uwen Vader, ofschoon dit soms pijnlijk viel aan uwe menschelijke natuur, gelijk toon Gij water en bloed zweettet in den hof van Olijven en onder de bitterste smarten op het kruis uitriept: „Mijn Gud, mijn Qod, waarom hebt Gij Mij verlatenIk moet dus ook mijn wil aan Gods wil onderwerpen, hoe bitter het mij ook zoude vallen; ik moet dus altijd zeggen: Uw lüil geschiede! uw wil geschiede! wijl hij altijd goed, altijd heilig, altijd regtvaardig is. Utv tuil geschiede en niet de mijne, die boos, ongeregeld en bedorven is, noch die des vleesches, die met dien des geestes strijdig is, noch die
( 500 )
der wereld, wier grondregels valsoli en bedorven zijn, noeh die van Satan, die gelieel kwaad en goddeloos is. O Jesns, uw wil geschiede up de aarde als in dmi hemd. Wanneer zal mijn wil eens gelijkvormig zijn aan don uwen, gelijk de wil der Engelen aan dien van God gelijkvormig is? Helaas, mijn wil is nog zoo onstandvastig; liet minste doet mij ontevreden zijn, doet mij morren en ongeduldig worden. In plaats van uwen wil, zoek ik don mijnen. Ik bid U, lieve Jesus, mijnen wil te genezen en aan den uwen gelijkvormig te maken; weiger mij deze genade niet; ik vraag ze dringend en met een groot vertrouwen, nu hijzonder, nu Gij tot mij gekomen zijt. Nu kunt Gij mij niets weigeren. Gij hebt U geheel aan mij gegeven, ik geef mij ook geheel aan U. Neem volkomen bezit van mijn hart; heersch over mijnen wil en over alles wat mij aangaat en geef dat ik voortaan niets begeere dan U alleen en alles doe, wat Gij begeert. Dierbare Jesus, eertijds heb ik U dikwijls onteerd, door mijnen wil tegen uwen wil te verzetten; dit spijt mij nu van harte en ik vraag er U rouwmoedig vergiffenis voor. Tot booting dezer oneer, wil ik nu gaarne alles lijden, wat Gij mij zult gelieven over te zenden;
( 501 )
ik bid u slechts, mij door uwe genade te versterken en van liet grootste aller ongelukken te bewaren, namelijk van de berooving uwer genade of van het verlies uwer liefde en vriendschap.
O Jesus, mijne liefde, Gij hebt U nu met mij vereenigd. duld niet, dat ik nog van IT gescheiden worde. Ne permittas me separari a Te! Neen, neen, lieve Jesus, laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde.
„Dat do zeer regtvaardige, zeer verhevene en uiterst beminnelijke wil Gods in alles geschiede, geloofd en eeuwig verheerlijkt wordequot; (aflaat van 100 dagen, eens daags, Pius VII).
Alleraanbiddelijkste wil van Jesus, wees steeds het voorwerp mijner liefde, mijner rust, mijner vreugde en tevredenheid! Gij zult immer mijn eenigste troost, mijn eenigst vermaak zijn; altijd zal ik zeggen: „God heeft het zoo gewild, ik wil het ook zoo!... God heeft hot zoo beschikt, zijn wil geschiede !quot;
O Jesus, ik offer U op mijnen wil en alles wat in mij is, namelijk, mijne ziel mot al hare vermogens, het verstand, hot geheugen en do vrijheid, alsmede mijn ligchaam met al doszelfs zintuigen, het gozigt, hot gehoor, don reuk, den smaak on hot gevoel, alsmede alles wat ik
( 502 )
heb, wat ik ben, of wat ik kan. Gij hebt mij alles gegeven; ik geef U alles terug. Gij zijt en blqft van alles de Hoer en Moester. Het staat U vrij over alles naar welbehagen te beschikken en mij alles te ontnomen, wanneer en gelijk Gij hot wilt. Zeker zou ik straf verdienen on zeer ondankbaar zijn, indien ik niet bereid ware, op de eerste aanvraag alles te geven. Ik offer mij dan geheel, en zonder oonig voorbehoud aan U op. Boschik over mij en over alles wat mij aangaat volgens uwen wil en uw welbehagen. Vraagt Gij mij mijne gezondheid, mijn gezigt, mijn gehoor, mijne spraak, mijn gevoel of mijn leven; ik ben bereid U alles te geven, en uit liefde voor U, blind, doof, stom of lam te worden. Uiu ruil geschiede ! uw ivil geschiede !
O Maria, bid voor mij, om steeds met U te zoggen: Mij geschiede naar uw woord. Amen.
■o-
ZES EN DERTIGSTE OEFENING.
Geef ons heden ons dagelijksch broodquot;
(Matth. 6. 11).
VOOR DE H. COMMUNIE.
Hecro Jcsus, ik bon arm on bolioeftig, ik verstout 1115, als bodelaar tot U te naderen, on ootmoedig U eeno aalmoes te vragen. Gij zijt do Hoor van liemol cn aarde; alles behoort U toe; maar ik ben arm; ik heb niets uit mij zeiven ; ik ben niets; ik kan niets; al hot mijne is het uwe; Gij zijt van alles de Heer en Meester. Als bodelaar verstout ik mij dagelijks aan uwe deur aan te kloppen; opdat uwe vaderlijke milddadigheid zich gewaardige, dagelijks in mijne dage-lijkscho noodwendigheden, zoo naar ziel als naar ligehaam, goedgunstig te voorzien. „Aller oogon wachten op u, o Hoor, en Gij geeft hun spij s te zijner tijd. Oculi omnium in te sperant, Domine, et ta das escam illorum in tempore opportuno.quot;
( 504 )
(Ps. 14-t. 15). O God, mijn Vader! mijne armoede, zoo naar ziel als naar ligchaam, erkennende, werp ik mij smeekend voor U neder. Ik vraag U noch overvloed, noch rijkdom, noch weelde, slechts vraag ik u het noodigc voedsel en deksel, en hiermede bon ik tevreden; ook vraag ik IJ de genade, do ligchamelijke noodwendigheden nooit te misbruiken tot onmatigheid, gulzigheid, zinnelijkheid of overdaad. Verder vraag ik U nederig, mij het geestelijk brood uwer genade en hemelsche wijsheid te geven; opdat ik steeds meer afkeer hebbe van de wereld en alle aard-sohe genoegens; immers alles is bitter voor hem die uwe zoetigheden smaakt. Gij zijt het brood des levens. Buiten IJ kan mij niets gelukkig maken. ,, Want wat heb ik in den hemel en ivat verlany ik op aarde huiten U? o God mijns harten en mijn erfdeel, o God in eeuwigheid!quot;
Dierbare Jesus, Gij hebt gezegd: ,,Ik hen het levend brood, .... /00 iemand van dit brood eet, hij zal leven in eeuwigheidquot; (Joan. 6. 51. 52). O Jesus, geef mij het brood; dat brood der Engelen; het brood van het allerheiligste Sa-krament; het brood van uw goddelijk vleesch en bloed, schuilende onder de gedaante van brood. Dierbare Jesus, ik verstout mij, om IJ deze zoo
( 505 )
groote gimst to vragen, omdat Gij het wilt en het mij gebiedt, zeggende; „Komt; eet van mijn brond, en drinkt van den wijn, dien Ik u (je-mengd hebquot; (Prov. 9. ó). Deze woorden geven mij een groot vertrouwen, en ontsteken in mij een vurig verlangen om tot U te naderen en dit brood te eten. Want, gelijk de H. Ambrosius schrijft, is dit brood niet enkel oen ligchamelijk voedsel; maar \'t is het brood des levens, (lat onze zielen voedt en onderhoudt. Dierbare Jesus, geef mij dat brood, opdat ik niet mijn voedsel zoeke in de ijdelheden en vermaken der wereld; wijl deze geene voldoening, maar don dood verschaften. Geef mij dit brood, hetwelk, volgens den H. Cyprianus, alle bekoorlijkheden der vlee-schelijko genoegens en wereldsche vermaken verre overtreft. Heere Jesus, hoe goed zijt Gij jegens 1115 ! Om mij te voeden, schijnt gij U zeiven en uwe glorie te vergeten, wijl Gij zelf hot voedsel mijner ziel wordt. David looft God en roept uit; ,,/gt;lt;■ Heer is mijn herder, en mij zal niets ontbreken, In een grazig oord daar doet hij mij nederliggen. Dominus regit me. et nihil mihi deërit in loco pascuae ihi me collocavit, (Ps. 22. 1). O God, hoe zou mij iets kunnen ontbreken ? Gij rigt voor mij een maaltijd aan onder het oog mijner
( 506 )
verdrukherB (Ps. 22. 5). O heilige maaltijd in welken men gevoedt wordt met het vleesch van Jesus Christus! (reef ons heden ons dagelijksch hrood; hot brood van uw vleesch en bloed; het geestelijk brood hetwelk de ziel voedt en versterkt tegen alle bekoringen en moeijelijkheden, welke zij dagelijks ondervindt, \'t welk do ziel verlicht te midden der duisternissen, twijfelachtigheden en\' onzekerheden, welke haar omgeven, hetwelk de dagelijksche verslappingen en gebreken herstelt, welke de begeorligkheden in de ziel veroorzaken, \'t wolk den wil beweegt om steeds het goede te betrachten en onverschillig te zijn voor alle aardsche dingen, zoodat bewaarheid wordt, hetgeen Jesus zeide aan de Samari-taansche vrouw; „Wie gedronken zal hebben van het water, dat ik hem geven zal, zal in eeuwigheid niet dorstenquot; (Joan. 4. 13). Lieve Jesus, ik ontvang U; Gij spijst mg met uw vleesch en bloed, en toch blijf ik aardsch en zinnelijk. Hoe komt dat ? O ziel, deze onvruchtbarheid moet niet gezocht worden in de spijs, die gij nuttigt, maar in u, in de gesteltenis van uw hart; ware uw hart voorbereid gelijk dat der heiligen, dan zoudt gij walg hebben van alle aardsche genoegens, om mij alleen te beminnen.
( 507 )
O God, ontferm IJ mijnor; ik geef U mijn hart, om het voor to bereiden. Zuiver het van alle zonden, onvolmaaktheden en gebreken; neem er alles uit, dat IT kan mishagen; verlicht mijn verstand door een levendig geloof, opdat ik de verhevenheid dezer spijze kenne en smake hoe zoet Gij zijt. Hoe nietig, hoe walgelijk is al het aardsehe voor iemand, die kent en proeft, hoe zoet de Heer is! O Jesns, hoe heb ik U zoo dikwijls kunnen beleedigen, IT, die mij zoozeer bemint en zooveel voor mij gedaan en geleden hebt? Uit liefde voor mij zijt Gij uit den hemel gedaald, on gestorven aan het kruis; uit liefde voor mij hebt Gij het H. Sakrament ingesteld en zijt Gij het voedsel mijner ziel geworden, en toch heb ik IT niet bemind en toch heb ik IT beleedigd, om een ij del vermaak, eene oogen-blikkelijke voldoening! Ach, hoe spijt mij dit; ik vraag er U van ganscher harte vergiffenis voor, en maak een voornemen, van voortaan IT alleen te zoeken en uit geheel mijn hart te beminnen.
Kom, lieve Jesus, kom en spijs mij met het brood der Engelen, met uw vleesch en bloed. Ocef ot/s heden ons dagelijksch hrood. O brood! o Goddelijk brood! o brood, dat ons versterkt
( 508 )
tegen de aanvallen onzer vijanden, en ons vertroost te midden der kruisen en wederwaardigheden. Kom, Heero Jesus, kom en geef U aan mij!
O Maria, bid voor mij, opdat ik dit goddelijk brood dagelijks moge ontvange met een levendig geloof, eene vaste hoop en vurige liefde. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank, omdat Gij tot mij gekomen zijt en mij gespijsd hebt met het hemelsch manna, met het brood dei-Engelen. Gij opent uwe milddadige hand voor allen en vervult alle schepselen met zegeningen; maar bovenal hebt Gij mij met zegeningen vervuld en met weldaden verrijkt. Van mijne jeugd af hebt Gij mij, onwaardige, rijkelijk met genaden voorkomen, zoo naar de ziel als naar het ligohaam; maar vooral hebt Gij het nu gedaan, door mij te voeden mot het hemelsch manna, dat alle zoetigheden in zich bevat.
Gelukkige kinderen, die in het huis huns vaders overvloed aan brood hebben! Ik ben oen dier gelukkige kinderen. Ofschoon niet waardig, hebt Gij mij, als uw kind, gespijsd niet met
( 509 )
stoffulijk brood, maar met liet levendmakend brood dor ziel. Waar beeft men ooit eenen herder gevonden, die zijne schapen voedt met zijn vleesch en bloed ? Wat men niet vindt bij do menschen, hoeft Jesus gedaan. Wat zal ik dan den Heer vergelden voor alles wat Hij mij gegeven heeft? Ik zal den lijdenskelk aannemen en den naam dos Héeren aanroepen. Ik zal zijne goedheid loven, zijne milddadigheid prijzen en Hem uit geheel mijn hart beminnen.
O ja, lieve Jesus, ik zal U altijd beminnen, zoowel in tegen- als in voorspoed. Ten allo tijde zal ik TJ prijzen, mijn vertrouwen op U vestigen en mijne toevlugt tot U nemen. Al stonden er gewapende legerscharen tegen mij op, toch zal ik niet vreezen, aangezien Gij met mij zijt. Ik kan alles in ü en door TJ. Versterkt door het hemelsch brood, zal ik volharden, ongehinderd doorreizen en behouden aanlanden op den berg Horeb, den berg van het hemelsch Sion.
Geef ons heden ons dagelijksch brood. Ten eerste: het hrood des Ugchaams en alles, wat tot deszelfs onderhoud noodzakelijk is. Ik vraag dit niet alleen voor mij, maar voor allen: ook vraag ik de genade, nimmer eenig misbruik er van te maken, en den overvloed niet te verkwisten in
( 51quot; )
ijdelhoden, zinnolijklieden of onmatigheden; maar blijmoedig uit te deelen onder de armen en noodlijdenden, of aan liefdewerken of liefdadige in-rigtingen.
Ten tweede vraag ik het brood der ziel, te weten, uwe genade, uw heilig woord en de H. Sakramenten; in het bijzonder ook vraag ik U de groote genade, om de H. Communie op mijn sterfbed, als eene teerspijze met volle kennis, met een levendig geloof, groot vertrouwen en eene brandende liefde te mogen ontvangen, en de pijnen en ongemakken der ziekte en de be-naauwheden van den doodstrijd met geduld en volmaakte gelatenheid, in vereeniging met uw lijden en uwe doodelijke benaauwdheden, te verdragen. Dit vraag ik U heden niet alleen voor mij, maar voor allen, en hoop het dagelijks te zullen vragen, om waardig te zijn deze groote genade te verkrijgen. Eindelijk vraag ik U, lieve Jesus, eene groote, vurige en standvastige liefde. Uwe liefde, met uwe genade is mij genoeg. Al het aardsche is ij del, bitter, ja walgelijk voor iemand, die tl waarlijk bemint. Zelfs de noodzakelijkheid van eten, drinken, rusten en slapen is pijnlijk voor hem, die U opregt lief heeft. Daarom was het bitter voor
( 511 )
den H. Bornardus te moeten eten, en telkens als hij aan tafel moest gaan, scheen hij bittere smart te verduren; hetzelfde kunnen wij invele heiligen opmerken. De heilige man Job zuchtte, als hij ging eten; antequam comedam, suspiro (3. 24), David mengde zijnen drank met zijne tranen: et potum meum cum fletu miscebam (Ps. 101. 10). De H. Alphonsus mengde zijne spijzen met bittere kruiden, om ze onsmakelijk te maken en God niet te beleedigen door de zinnelijkheid. Hij maakte zijne spijzen zoo bitter, dat zelfs de arme menschen ze niet konden gebruiken. Deze bemerking, lieve Jesus, maakt mij beschaamd, wijl ik nog zoo aardsch en zinnelijk ben en zoozeer genegen, om mijnen smaak te voldoen.
Dierbare Josus, wanneer zal ik eens geheel voor U zijn on in U alleen mijne voldoening zoeken: Wat heli ik in den hemel en wat verlang ik op aarde huiten TJ? Mijn vlecsch hezivijkt en mijn hart door de aanloksels uwer liefde, die mij tot U trekt en die ik niet langer kan weder-staan : O God mijns harten, en mijn deel, mijn eenigst goed, in eeuivigheid. Quid mild est in aielo? et a Te, quid volui super terram? Defecit cara mea et cor meum: Deus cordis mei, et pars
( 512 )
mea Deus in aeternum (Ps. 72. 24. 25). Dierbare Jesus, ontferm U mijner en trek mijne genegenheden af van het aardsche en zinnelijke; geef, dat ik er slechts gebruik van make uit nood-zakelijkheid, maar niet uit zinnelijkheid; dood in mij de eigenliefde, welke nog in mij heerseht, opdat ik geheel voor U zij. Daar Gij TJ geheel aan mij gegeven hebt, geef ik mij ook geheel aan TJ. Nu sterf ik aan alles af, aan de wereld en aan hare vermaken, hare goederen en hare grootheden; ook sterf ik mij zelven af, om alleen voor U en om U te leven. ,,Ach hadde ik toch vimgelen als eenc duive en ik zou (tot U) heenvliegen en (in ü) uitrusten. Quis dahit mild pennas si cut columbae, et volabo, et requiescam ?quot; (Ps. 54. 7).
O Maria, bid voor mij, om alleen hemelsche dingen te zoeken, te smaken, niet de aardsehe. Amen.
ZEVEN EN DERTIGSTE OEFENING.
„Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenarenquot;
(Matth. G. 12.)
VOOR DE n. COMMUNIE.
Lieve Jcsus, zie liior aan uwe voeten een groot zondaar, een ondankbaren overtreder uwer wet. Helaas, ik heb U zoo menigmaal en zoo grootelijks beleedigd I Ik heb U mijne liefde geweigerd, om ze te geven aan ijdelc vermaken en schandelijke voldoeningen. Ik sta als een groot schuldenaar voor U beladen met vele schulden; deze zijn zeer groot, ja oneindig, zoodat het mij onmogelijk is er voor te voldoen. Al gaf ik al mijn goed aan den arme, al sleet ik mijn leven in de strengste boetplegingen, al bood ik mijn ligchaam aan, om te branden, dan ware dit alles nog te weinig om te voldoen voor mijne schulden, wijl ze als oneindig zijn en slechts door eene voldoening van 95 33
( 514 )
oneindige waaide kunnen uitgewisclit worden. Hot was met mij gedaan, indien Gij, o God van genade, mij volgens uwe regtvaardigheid hadt willen behandelen. O groote God, zoo Gij onze boosheid gadeslaat, wie zal dan voor U kunnen bestaan ? (Ps. 1\'29). Daarom, Vader van barmhartigheden en God van allen troost, werp ik mij rouwmoedig en vertrouwend voor U neder, U om genade biddende; „Vader, vergeef mij mijne schulden.quot; Gaarne erken ik geen modelijden te verdienen, om de boosheid en menigte mijner zonden, niettegenstaande Gij mij steeds bemind en met weldaden overladen liebt. Ofschoon ik geen medelijden verdien, vertrouw ik toch op uwe oneindige goedheid en barmhartigheid en op de verdiensten van Jesus, uwen goddelijken Zoon en onzen Verlosser. Hij, de onschuldige, de regtvaardige, de onbevlekte, die nimmer gezondigd heeft, noch heeft kunnen zondigen, Hij heeft mijne quot;boosheden en ongeregtigheden op zich genomen, de schuld betaald, die ik gemaakt had, en de straf ondergaan, die ik had verdiend, en zoo heeft Hij uwer regtvaardigheid eene eereboete van oneindige waarde aangeboden en te mijner beschikking gesteld om vergiffenis mijner zonden te erlangen en mijne schulden af
( 513 )
te koopen. Deze gcmidescliat is opgesloten in bet H. Sakrament des Altaars, waar Hij zich dagelijks slagtoffert on de spijs onzer zielen wordt. O welke liefde van een God tot den menscli! Ik, helaas, had U verlaten en mijn vermaak gezooht in bedriegelijke schijngoederen en zinnelijke voldoeningen en evenwel hebt Gij mij niet verlaten. O welke liefde! Dierbare Jesns, ik aanbid deze uwe goedheid en liefde jegens mij, en buig mij ootmoedig voor U neder, U rouwmoedig vergiffenis vragende, zeggende met den verloren Zoon: ,,Vader! ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U; ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden, maak mij als een uwer huurlingenquot; (Luc. ló. Ifl). Vergeef mij mijne zonden, ondankbaarheden en trouweloosheden; vergeef mij om de verdiensten van uw heilig lijden en dierbaar bloed, dat Gij zoo overvloedig voor mij vergoten hebt. O God de Vader I zie goedgunstig op mij neder, ten aanzien van Jesus, uwen Goddelijken Zoon, die zich uit liefde tot mij aan het kruis heeft geslagtofferd en nog dagelijks slagtoffert in de H. Mis. Wat geluk voor mij een zoo waardig offer te bezitten eu Hem dagelijks te kunnen opofferen! 0 mogt ik het steeds doen met een zuiver hart en eene
( 51« )
vurige liefde, gelijk zoovele heiligen gedaan hebben! O God, laat niet toe, dat ik een zoo verheven, zoo goddelijk werk onachtzaam en veel minder onwaardig verrigte of bijwone. Daarom bid ik TJ nogmaals met alle ootmoedigheid, vurigheid en liefde: vergeef mij al mijne zonden, onvolmaaktheden en gebreken, en zuiver mij van alle, ook van de kleinste onvolmaaktheden en minste vlekken, opdat ik heilig in uwe tegenwoordigheid verschijne en die heilige geheimen waardig verrigte of bijwone. Dierbare Jesus, wees mijn voorspreker bij God uwen Vader; Gij hebt ons met Hem verzoend, stervende aan het kruis; ik bid U, het andermaal te doen, nu Gij U slagtoftert in de H. Mis. O hoe kostbaar is het offer, hoe overvloedig de verlossing, hoe oneindig de verdienste, die Gij uwen hemelsehen Vader bij elke offerande aanbiedt, ten einde niet alleen voor mijne zonden, maar ook voor die der geheele wereld te boeten I O God van barmhartigheid, zie goedgunstig neder op Jesus, uwen goddelijken Zoon, en wees ons om zijnent wil genadig 1 Vergeef ons onze scluilden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
O ziel, let hier wol op. Het hangt maar van u af, vergiffenis te erlangen of niet. Gelijk
( 517 )
wij vergeven. O geheimvolle manier van bidden! Gelijk ik bon jegens anderen, zoo zult Gij jegens mij zijn. Vergeef ik bun die mij beleedigd hebben, Gij ziüt mij dan ook alles vergeven, wat ik U misdaan heb. Zou ik dan nog traag zijn in hot vergeven ? Zal ik niet liever verheugd zijn de gelegenheid te hebben om te vergeven\'r O ja, lieve Jesus, voortaan zal ik mot blijdschap alles vergeven, wat mij zal aangedaan zijn. Ik verlang vurig, dat Gij mij vergeeft; ik moet derhalve ook gaarne aan anderen vergeven. O Jesus! ik betuig, dat ik van dit oogenblik af, alles van ganscher harte vergeef, wat ooit togen mij misdaan is; ook maak ik het voornomen, van uit liefde tot U alles met geduld te lijden, wat mij in het vervolg nog zal aangedaan worden, zonder daarom eenigen haat of afkeer in mijn hart te dragen; ik zal intogendool, naar uw voorbeeld, voor hen bidden, zeggende; Vader, vergeef hun alles wat zij mij aangedaan hebben; ik van mijnen kant vergeef hun alles uit liefde tot TJ. Ik beken wel, niet waardig te zijn vergiffenis te erlangen, om do boosaardigheid mijner zonden, welke als de haren van mijn hoofd vermenigvuldigd zijn; evenwel vertrouw ik op uwe goedheid, Gij immers hebt gezegd: „Komt tot
( 51« )
mij allen, die vermoeid en heiaden zijt, en Ik zal lu verkwikkenquot; (Mattli. 11. 29).
Bannhartigo Jasus, woes mij genadig en bevrijd mij van don zwaron last mijner zonden, onder welke ik gebukt ga. Wascli mij al moor en meer van mijne zonden en van mijne boosheden ; zuiver mij; wascli mij in uw dierbaar bloed, dat Gij tot vergiffenis mijner zonden zoo overvloedig vergoten hebt, opdat ik in dat bloed gezuiverd, geheel rein tot het altaar nadere en het Heilig der heiligen heilig binnentrede. O Jesus, hoe nietig en onwaardig ik ook zij, ik kom toch vol vertrouwen tot U. Zie, ik kom, lieve Jesus, ik kom U ontvangen en één met U worden. Mijn Beminde is aan mij en ik aan Hem.
O Maria, bid voor mij, opdat ik van alle vlekken gezuiverd, mijnen God heilig ontvange. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Mijne ziel love den Heer en alles wat in mij is verheerlijke zijnen naam. Loof den Hooï, mijne ziel, en vergeet zijne weldaden niet. Gij waart verloren ; maar Hij daalde neder uit den hemel om u te zoeken. Het doemvonnis was tegen n uitgesproken ; maar Hij heeft uwen
( 519 )
schuldbrief genomen, aan hot kruis genageld en zoo vernietigd. Gij waart veroordeeld, om eeuwig van God verwijderd te zijn, om eeuwig opgesloten te blijven in eenen onderaardschen kerker, en daar eeuwigen honger, eeuwigen dorst, eeuwige pijnen te lijden; maar Hij heeft er u voor gevrijwaard en u gespijsd met het levendmakend brood, mot zijn eigen vleesch en bloed. Waar hoeft men ooit zulke liefde gevonden ? Waar heeft men ooit gehoord, dat oen koning zijnen troon verliet, om een wederspannigen slaaf te zoeken of voor hem te sterven!\' Hetgeen men in de wereld nooit gehoord of gezien hoeft, noch ooit zal hooren of zien, hooft Jesus, de God van hemel en aarde, gedaan. Welaan, mijne ziel, laten wij den Heer, onzen God, loven en verheerlijken, wijl Hij jegens ons zoo barmhartig en genadig geweest is. Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, zoo heeft Hij zich over ons ontfermd, ons alles vergeven en daarenboven gespijsd met het brood der Engelen, met zijn vleesch en bloed. Welaan, mijne ziel, loven wij don Heer, onzen God, zooveel wij kunnen en veroonigen wij onze lof- en dankliederen met die der Engelen, wijl wij Hem nooit genoeg kunnen loven en danken; Hij immers is
( 520 )
allen lof waardig, ja Hij gaat allen lof oneindig ver te boven.
Dierbare Jesus, wie ben ik dan om II te loven en te danken ? Helaas, ik ben een nietig schepsel, stof en ascli, zwak als oen riet, dat door den wind heen en weer geslagen wordt, altijd in gevaar van te vallen, scliipbreuk te lijden en eeuwig verloren te gaan. Ofschoon ellendig en onwaardig om nwen lof te zingen, nader ik toch met oen groot vertrouwen tot U. Gij immers zijt tot mij gekomen, om mij die ellendig en zwak ben, te versterken in den strijd tegen mijne vijanden, ten einde ik versterkt door de kracht van dit Goddelijk brood, standvastig blijvc tot het einde toe en de zegepraal over alle vijanden behale.
Lieve Jesus, ik zal U steeds loven en verheerlijken : maar mij zeiven zal ik vernederen, wijl ik niets verdien dan veracht en versmaad te worden. Helaas, lieve Jesus, hoe ellendig ben ik! Gij geeft U aan mij als een tegengif mijner dagelijksche fouten en onvolmaaktheden ; en toch blijf ik zwak, en verval in mijne oude onvolmaaktheden en gebreken. Ik bid: vergeef ons onze schulden; maar, helaas dagelijks maak ik nieuwe schulden. O Jesus, ontferm U mijner; ik bid U vurig hieraan een einde te maken en
( 521 )
mij zoo to vorstei-kon, dat ik over allo moeijolijk-hoden zegcviere.
Dierbare Jesus, ik herdenk met innige droefheid al mijne zonden, onvolmaakthoden en gebroken ; ik verfooi ze uit don grond mijns harten en smeek er U ootmoedig vergiffenis voor. Ach, lieve Jesus, ik ben zoo ellendig, zoo aardsch en zoo \'wereldsch; nog zoo zinnelijk, zoo vleescholijk en zoo vol kwade begeerlijkheden en driften; helaas, uitwendig ben ik nog zoo uitgelaten en inwendig nog zoo vol ijdelo gedachten en verbeeldingen ; zoo vaardig voor uitspanningen en ligchamelijke of zinnelijke voldoeningen, maar traag in de verstervingen en onachtzaam in het volbrengen mijner pligten; begeerig om nieuws te hooren en schoonheden te zien, maar afkeerig van nederige of moeijelijke bedieningen en posten ; traag om te \'geven, maar gretig om te ontvangen; stuursch in het spreken, onvriendelijk in do onderhandelingen en lastig in den omgang ; eindelijk gretig tot eten, drinken, slapen en rusten, maar dor, verstrooid en slaperig, in hot gebed en in de overweging, alsmede in de H. Mis of bij de H. Communie. Daarenboven hoe ongeduldig ben ik nog bij de minste be-loodiging; hoe neerslagtig in den tegenspoed.
( 522 )
en lioe onstandvastig in mijne voornemens I Helaas, lieve Jesus, ik word, als een riet, door allo winden hoen en weer geslingerd; wanneer zal ik eens gelioel voor U zijn? O mijn Jesus, daar Gij nu tot mij gokomen zijt en in mij rust, bid ik TJ vurig, TJ over mij te ontfermen. Vergeef mij mijne schtilden; vergeef mij mijne ondankbaarheden en trouweloosheden; vergeef mij, gelijk ik zelf vergeef. Gaarne vergeef ik uit liefde tot U alles, wat mij ooit misdaan is, hoe groot of bitter hot zou mogen wezen, of hoe dikwijls het zou geschied zijn. Ik zeg derhalve met groot vertrouwen : „Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen aclnddenaren.quot; Ik ben overtuigd, dat Gij mij alles zult vergeven, als ik zelf uit liefde tot U alles van harte vergeef; immers Gij hebt gezegd: Vergeeft en u zal vergeven worden. O Jesus, naar uw voorbeeld, bid ik voor mijne vijanden en zeg: Vader, vergeef hun, tvard zij weten niet, vgt;at zij doen.
O Maria, bid voor mij en vraag voor mij de genade, om alles geduldig te lijden en alle beleedigingen uit liefde tot Jesus gaarne te vergeven. Amen.
ACHT EN DERTIGSTE OEFENING.
„En leid ons niet in bekoringquot;
(Math. 6. 13).
VOOR DE H. COMMUNIE,
O God, ontferm U mijner en heb medelijden met mij. Mijn loven is oen altijddurende strijd, eeno voortdurende bekoring. Overal word ik mot bekoringen geplaagd en steeds bon ik in gevaar. Ik zie geen uitkomst, tenzij Gij mij bijstaat en ondersteunt. Nu word ik aangevallen door den duivel, die rondloopt als oen brieschondo leouw, om mij te bespieden, strikken te leggen on tot val to brengen; dan door de wereld, die overal hare netten spant, om onvoorzigtigen te vangen ; hot monschelijk opzigt, de zucht om te behagen en geprezen te worden, de vrees voor verachting of beschimping zijn zoovele aanloksels tot zonden of hinderpalen om liet goede te vorrigten;
{ 524 )
dan door het vleesdi, den govaarlijkston aller vijanden; \'t is een huisvijand, die altijd bij mij is en blijven zal, zoo lang ik leef, altijd zal lokken tot alle zinnelijke vermaken en ongeregelde begeerlijkheden, immers ,, het vleesch hec/eert tegen den geest, en de geest tegen het vleeschquot; (Gal. 5. 17). O God, hoe zon ik deze vijanden kunnen overwinnen, tenzij Gij mij helpt? Derhalve bid ik U: leid ons niet in bekoring, laat niet toe, dat ik bezwijke onder de bekoringen ; waak steeds over mij en bescherm mij tegen de aanvallen mijner vijanden. O God, ik erken mijne onmagt, zonder U kan ik niets, zelfs kan ik geen enkele goede gedachte vormen uit mij zei ven; alles wat ik ben, of wat ik kan, ben en kan ik door uwe genade. Laat niet toe, dat ik bekoord worde, of geef mij met de bekoring, ook de krachtdadige genade om dezelve te overwinnen. Mijn dierbare Jesus, geef mij uwe liefde met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets anders.
O Jesus, wat troost voor mij, U altijd bij mij te hebben in het H. Sakrament! Daar blijft Gij altijd tegenwoordig, om mij met genade te verrijken en de sjrijs mijner ziel te worden. Dit geeft mij vertrouwen. Heere Jesus, God van genade
( 525 )
en bariiiliartighoid, ik aanbid uwe goedheid en liefde, wijl Gij voor mij eene tafel bereid hebt tegen allen, die mij kwellen (Ps. 22), mij spijst met uw vleescli en bloed en U met mij ver-eenigt, om met mij te strijden togen de vijanden mijner zaligheid. Groot is uwe goedheid, lieve Jesus, groot uwe genade en barmhartigheid! Daar ik zwak ben en mijne vijanden magtig zijn, hebt Gij eene tafel voor mij gereed gemaakt, om mij met uw vleesch en bloed te spijzen en te versterken. Ik nader dus mot groot vertrouwen tot U, lieve Jesus; op uwe minzame uitnoodigiug steunende kom ik met vertrouwen: „Komt tut Mij allen quot; hebt Gij gezegd, „die vermoeid en he-laden zijt, en Ik zal u verkwikkenquot; (Matth. 11. 20). Ja, lieve Jesus, ik vertrouw op uwe goedheid, en de nood, waarin ik mg bevind, noopt mij, mijne toevlugt tot U te nemen; immers ik bon zeer zwak en onstandvastig; mijne sterkte is gelijk aan een geknakt riet; gelijk aan oen blad, dat door den wind opgenomen on voort-goslingerd wordt; gelijk aan een spinnewob, dat door het geringste windje wordt vernietigd. Doordrongen van mijne zwakheid, nader ik eerbiedig tot TJ met oen levendig geloof, eene vaste hoop en vurige liefde. Dierbare Jesus, ik nader
( 526 )
met eiiii groot vertrouwen on verstout mij aan de tafel, waar mij ceiie goddelijke spijze aangeboden wordt, neer te knielen, om mij te voeden met uw vleeseh. en bloed en mij aldus te versterken tegen do aanvallen mijner vijanden. Kom, Heere Jesus, kom; ik verlang vurig naar Ü; kom en vereenig U met mij; kom, om met mij te strijden; als Gij met mij zijt, heb ik niets te vreezen, want met ü ben ik magtig; als Gij met mij zijt, wio zou dan tegen mij zijn ? Al stonden de geheele wereld met alle helsche geesten tegen mg, dan zou ik nog niets te vreezen hebben, indien Gij maar met mij zijt. Kom dan, Heere Jesus, en leid ons niet in he-Icoring, dat is, verlaat ons niet in do bekoring. Gaarne wil ik allo bekoringen verduren, als Gij mij maar bijstaat en mij de zegepraal doet behalen; immers bekoord worden is geen zonde, als ze zonder schuld is en men er niet in toestemt of geen behagen in schept; dan is het een middel, om vele verdiensten te vergaderen; \'t is noodzakelijk, dat wij beproefd worden, om don hemel to erven; want ,,ivie in het strijdperk kampt, hij -wordt niet hekroond, zoo hij niet gekampt heeft naar de wettenquot; (2 Tim. 2. ö). Dus bid ik U niet zoozeer om vrij to blijven van
( 527 )
de bekoringen, maar om versterkt te worden en er niet onder te bezwijken. Ach, lieve Jesus, ik bid tl, laat toch niet toe, dat ik bezwijke in de bekoring, maar geef mij steeds uwe krachtdadige genade, om alle aanvechtingen, hoe zwaar of van hoe langen duur ook, kloekmoedig te wederstaan. Ik vertrouw, lieve Jesus, dat Gij mij deze genade niet zult weigeren; Gij immers hebt beloofd, dat Gij niemand verlaat, tenzij hij tl eerst verlate; ik bid U derhalve om de genade van U nooit te verlaten. Neen, neen, lieve Jesus! laat niet toe, dat ik U den rug toekeere. Liever wil ik duizendmaal sterven dan U vergrammen. Overtuigd van mijne zwakheid, kom ik thans met eene vurige begeerte tot TJ, om U in de II. Communie te ontvangen, mij inniger met ü te vereenigen, sterker te zijn tegen mijne vijanden en zuiverder, heiliger en volmaakter voor U te leven.
O Jesus, geef mij uwe liefde! Dat de vurige cn honigvloeijendc kracht uwer liefde mijn hart geheel vervulle en vertere, opdat ik door de liefde uwer liefde sterve, gelijk Gij IJ verwaardigd hebt door de liefde mijner liefde aan een veracht kruis uw leven te geven.
O Maria, bid voor mij en toon dat Gij mijne
( 528 )
Moeder zijt (monstra te esse Matrem). Neem mij onder uwe bescherming en strijd met mij tegen mijne vijanden, opdat ik de overwinning behale, volliarde tot liet einde toe en de kroon des eeuwigen levens ontvange, die God aan den overwinnaar beloofd heeft. Amen.
NA DE II. COMMUNIE.
Dank, lieve Jesus, duizendmaal dank voor do groote genade, die Gij mij thans bewezen hebt! Gij hebt toegelaten, dat ik aan uwe goddelijke tafel zou aanzitten; daar hebt Gij mij gevoed met oene hemelsche spijs, met het brood dor Engelen, met uw^ eigen vleesch en bloed, om mij te versterken tegen allen, die mij kwellen. O wat goedheid! Ik was die gunst niet waardig, maar enkel uit goedheid hebt Gij mij deze weldaad bewezen. Mijne zwakheid kennende, hadt Gij medelijden met mij, en wildet mij tegen mijne vijanden versterken. O wat liefde! Hoewel onwaardig, heb ik het geluk gehad aan uwe tafel aan te zitten en U als zielespijs te ontvangen, zoodat ik nu innig met U vereenigd ben. Gij in mij en ik in U; o welke genade ! Wie zal mij nu van uwe liefde kunnen afscheiden ?
( 529 )
Do oigenliofde, do hoogmoed of hot zolfbehagoii of aardsche grootheden, vergankelijke goederen, of schijnvermaken ? Zouden het bekoringen, plagerijen of bedriegolijke ingevingen van Satan vermogen, of vrees voor lijden, ontberingen, versmaadheden of armoede? Neon, lieve Jesus, niets kan mij scheiden van uwe liefde, noch leven, noch dood; ik overwin alles door uwe sterkte en door de krachtdadige genade, die Gij mij geeft door dit H. Sakramont. Versterkt dour da kracht van deze spijs [in fortitudinc cihi HUus), zal ik met don profeet Elias kloekmoedig voortgaan, totdat ik kome bij don borg Horeb, in den hemel. Door de kracht van deze spjjs zal ik de vijanden mijner zaligheid verslaan on op do vlugt drijven, gelijk afgebeeld is door het brood, dat Gedeön in een visioen door do go-ledoren dor vijanden zag rollen en hen versloeg. Door de kracht van deze spijs zal ik voortgaan in hot booofenen der deugden en van deugd tot deugd opklimmen, totdat ik voor uw aanschijn kome, om U in alle eeuwigheid te aanschouwen, in U alle goed to genieten en door U volkomen verzadigd te worden, zonder vrees voor vijanden, bekoringen of zonden. O zoete hoop I o blij vooruitzigt I Maar helaas !
95 34
{ 530 )
ik ben nog in do wereld, in liet midden der gevaren, omgeven van vijanden, die er steeds op uit zijn, om mij te doen vallen en in liet ongeluk te storten. Daarenboven ik ben zeer zwak, onstandvastig en altijd geneigd tot zondigen, ik heb dus groote reden om te vreezen en mij zeiven te mistrouwen. Gij, lieve Jesus, belooft mij wel uwen bijstand; maar tevens vordert Gij mijne medewerking. Helaas! hieraan blijf ik dikwijls te kort. Ik lieb uwe genade, uw voorbeeld, uwe belofte, uwe sterkte en uwe liefde; zelfs zijt Gij tot mij gekomen en hebt U innig met mij ver-eenigd, zoodat Gij nu één met mij zijt. Oij in mij-en ik in U! In weerwil van dit alles blijf ik traag en onachtzaam en val ik dagelijks in vele fouten, onvolmaaktheden en gebreken. Derhalve bid u vurig, U over mij te ontfermen en mij te versterken, opdat ik onder de bekoringen niet bezwijke. Leid ons niet in bekoring. Geef dat ik door de kracht van het H. Sakrament over alle bekoringen zegeviere, in alles getrouw blijve en alleen voor U leve. Geef dat dit Sakrament, gelijk de vrucht van den hornn des levens, geplant in het aardsch paradijs, mij vrijwarc van den geestelijken dood der ziel. Geef dat de belofte, welke Gij aangaande dit H. Sakrament
( 531 )
gcdaaii hebt, in mij bewaarheid worde, namelijk: ,,Ik hen het levende hrood, die uit den hernel hen nedergedaald, zou iemand van dit hrood eet, hij zal in eeuwigheid levenquot; (Joan. 6. 51. 52).
Dierbare Jesus, daar ik nu dit brood gegeten heb, bid ik U om de genade van mij in eeuwigheid te doen leven, ook bid ik IT, dat deze woorden van don Apostel in mij bewaarheid worden: „Levend ben niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (Gal. 2. 20). Nu leef ik niet meer voor de wereld, noch voor hare schijngoederen en bedriegelijke vermaken. Neen I nu leef ik voor U, lieve Jesus; ik zoek niets anders dan U alleen te behagen. Hoe walgelijk is mij nu de aarde en hoe nietig al het vergankelijke, daar ik U, lieve Jesus, don Heer van het heelal en den Koning der Engelen, in mij bezit! Nu leef ik niet meer voor het vlcesch. Het lokke mij aan, het verzette zich togen den geest, het levere mij hevige aanvechtingen, nimmer zal ik deszelfs ingevingen gehoor geven noch deszelfs begeerlijkheden involgen. Hoe zou ik nog zoo dwaas, zoo ondankbaar en boosaardig kunnen zijn, van de vuile lusten des vleesches in te volgen, daar ik uw goddelijk vleesch, het zuivere vleesch des onbevlekten Lams ontvangen heb !\' Neen, neen,
( 532 )
liovo Jesus, laat niet toe, dat ik zoo boos, zoo ondankbaar worde; laat mij liever op dit oogon-blik sterven. „Levend hen niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (Gal. 2. 20). Ik lioop en vertrouw nu vastelijk, lieve Jesus, dat Gij de aanvallen des (liciveh van mij zult afweren en mij door uwe krachtdadige genade zult bijstaan, om al zijne aanveohtingen te wederstaan. Laat niet toe, lieve Josus, dat Satan over mij boersche. De gedaebte alleen dat de duivel mij kan overwinnen, doet mij sidderen; dan immers zoudt Gij voor hem moeten wijken, hij zou uwe plaats innemen en zijnen troon in mijn hart vestigen; hij zou mijn meester of liever mijn tyran zijn en ik zijn slaaf. Ach, wat vreeselijke gedachte! Neen, neen, lieve Jesus! laat zulks nimmer toe. Versterk mij tegen de aanvechtingen vim deu duivel. Ach, ik bid U, leid ons niet in hehoring. Zonder U is er niets goeds in mij; zelfs kan ik zonder U geene goede gedachte vormen, veel minder een goed woord spreken of een goed werk verrigten. Dus zijt gij, lieve Jesus, mijn eenige hoop, mijn eenigst vertrouwen; blijf bij mij; strijd met mij en maak dat ik volharde. Laat mij nu sterven, terwijl ik U bemin, eer het ongelukkig oogenblik kome, waarop ik U niet
( 533 )
zou bominnen. Helaas, ik ben nog in do wereld, omgeven van magtigo vijanden, die mij reeds zoo dikwijls overwonnen en tot val gebragt hebben; dit kunnen zij nog doon, daarom bid ik U vurig: Behoud mij, Heer, want ik verga. Doe mij do wereld met alles wat zij aanbiedt, verlaten, opdat ik geheel voor U zij. quot;Wanneer zal do tijd daar zijn, dat Gij mij zoggen zult: Kom, verlaat do woreld; kom, hier bon ik; kom, ontvang de kroon, die voor den overwinnaar bereid is ? Maar helaas, \'t is nog do tijd van strijden. Indien hot uw wil is, lieve Jesus, weiger ik don strijd niet. Zie, ik ben bereid mot U in don kerker en den dood te gaan. Doch, sta mij bij ; op TT stel ik mijn vertrouwen; kap en kerf mij, boproot\' en verander mij, doch laat niet toe, dat ik bozwijko of van tl gescheiden worde. Ik geef mij geheel aan U, om voor U te loven, alles voor U to lijden en eindelijk voor ü te sterven.
O Maria, hulp dor christenen, bid voor mij, opdat ik volharde en allo bekoringen over-winne. Amen.
NEGEN EN DERTIGSTE OEFENING.
„Maar verlos ons van den kwadequot;
(Matth. 6. 13.)
VOOU DE H. COMMUNIE.
O ziel, do aarde is oene ballingschap; zoo lang wij hier leven, zullen wij to lijden hobbon. Hiertoe zijn wij veroordeeld om onze zonden. God wil ons door hot lijden zuiveren, boproevon en voorbereiden tot den schoonon hemel. Dierbare Jesus, als het U behaagt mij te bezoeken door kruisen, vernederingen, ontberingen, tegen-spoed of ziekten, dan behaagt het mij ook. Uw wil is mijn wil. Uw naam zij altijd en in alles geloofd, gedankt on verheerlijkt! Ja, lieve Jesus! altijd zal ik U loven en prijzen, zoowel in voorals tegenspoed; zoowel in vemodoring als in verheffing ; zoowel in armoede als in rijkdom; zoowel in ziekte als in gezondheid; zoowol in dorrig-
( ó3ó )
hodon 011 duisternissen als in zootigliedon on verlichtingen. Evenwel bid ik U, mot do woorden welke Gij mij zelf in don mond logt, mij van liet kwaad te verlossen. Ja, Heer, verlos mij van don kwade; vooral van het kwaad dor zonde.
Dierbare Jesus, ik bon zwak en onstandvastig, en daarom vraag ik U die gonado niet zoozeer om van het lijden verlost to zijn, als wel om altijd geduldig to wezen en te volharden te midden aller kruisen on wederwaardigheden. Gaamo bokon ik, lieve Josus, \'t is billijk, dat ik vernederd, door kruisen bezocht en door bekoringen beproefd worde. Ik heb hot verdiend door mijne zonden, en daarenboven moet ik don hemel verdienen en gelijkvormig worden aan U die zooveel voor mij geleden hebt.
Dierbare Jesus, ik geef mij geheel aan uwe beschikking over: uwe alwijze Voorzienigheid, die alles beschikt, weet goed uit het kwaad te trokken; alles werkt mede ton goede voor hen die zich aan uwen wil overgeven. Maar ik bid U; ,,verlas (nis van den kwadequot;, van het kwaad der zonde. Laat niet toe, dat do tijdelijke straffen, welke middelen ter zaligheid zijn, door onze schuld eene oorzaak van zonden worde. Dit zou toch geschieden, indien wij ons overgaven
( 536 )
aan ongeduld of ontovi-cdonlioid; zoo doende zonden wij beantwoorden aan do inzigten van Satan, die de kwellingen, kruisen en vernederingen gebruikt als middelen, om ons van God to verwijderen; gelijk blijkt uit do goschicdonis van Job, dien do duivel beproefde en door ongeduld en wanhoop tot zonden zocht te brengen Dierbare Jesus, verlos ons van den Invade. Verlos ons van de listen en lagen des duivels, ten einde wij niet in zonde vallen. Zij toch, de zonde, is het eenige kwaad dat wij te vreezen hebben; zij alleen kan ons van God verwijderen en ongelukkig maken. O Jesus, verlos mij dus van alles wat mij van God zou kunnen verwijderen. Ik vraag dus niet om vrij te zijn van het lijden, want lijden is zalig; de kruisweg is de weg naar den hemel; Gij hebt hem bewandeld, met uw bloed besproeid en vruchtbaar gemaakt voor den hemel. Derhalve vraag ik U niet, om niet te lijden; maar om door het lijden niet tot zonde gebragt te worden ; integendeel\' om door het geduld in het lijden de kroon des eeuwigen levens te verdienen.
Wolk oen troost voor mij, lieve Jesus, dat Gij het allerh. Sakrament dos Altaars ingesteld hebt, om mij te versterken te midden der kruisen en
( 537 )
wederwaardigheden! Hoe troostvol zijn mij dozo uwe woorden: „Komt tot Mij allen, die vermoeid en heiaden zijt, en Ik zal u verkwikkenquot; (Mattb. 11. 2S). Komt tot Mij, gij allen, die in druk en lijden zijt; gij die gefolterd wordt door angstvalligheden en droefheid; gij die onderworpen zijt aan tegenspoed, krankheden, kwellingen en beleedigingen; komt tot Mij, wie gij ook zijt, en Ik zal u verkwikken, verligten en sterkte geven, om te midden van uw lijden getroost en tevreden te zijn. Komt tot Mij en Ik zal Mij geheel aan u geven, en Mij innig met u vereenigen, en zoo zal het lijden u ligt en aangenaam toeschijnen en strekken tot uwe zaligheid. Dierbare Jesus, hoe troostvol zijn mij deze uwe woorden: ,,Hoe menif/vuldig, o Heer, is het goede, dat Gij heht weggelegd voor hen die Uvreezen. Qnam magna multitudo dulcedinis tune, nomine, qiiam (ihscondisti timentibus Te (Ps. 30. 20). Te regt zegt de Profeet, dat Gij dat goede verborgen of weggelegd hebt voor die U vreezen, immers een vleeschelijk mensch kent dat hemelsche goed niet, maar zij, die TT beminnen en zich op U verlaten, smaken het altijd. Gij beschermt hen met het scherm van uw aangezigt voor den wrevelmoed der mcnschen. Gij verbergt hen in
( 538 )
uw hutte cn zóó bevrgdt Gij hon tegen den laster dor tongen. Geprezen zij de Heer, dat Hij mij zijne erbarming zoo wonderbaarlijk betoonde... (Ps. 30. 21. 22). Ja, Heere Josus, wees in eeuwigheid gezegend voor de veelvuldige blijken van liefde, die Gij mij altijd betoond hebt, bijzonder door mij niet te verstooten, toen ik ondankbaar was en U beleedigde door mijne zonden. Met welke langmoediglieid liebt Gij mij gezocht, met welke liefde ontvangen en met welke goedaardigheid op uwe schouders genomen en tot God, uwen Vader, teruggebragt! En thans met welke minzaamheid noodigt Gij mij uit, om tot U te komen en met U aan tafel aan te zitten, ten einde mij te spijzen met eene Goddelijke spijs, met het brood dor Engelen, mot uw eigen vleosch en bloed. 0 welke liefde ! welke genade\' Boven alle verwachting hebt Gij mij, onwaardigen dienaar, goedgunstig behandeld, niet als ware ik een pligtige, maar als ware ik uw lieveling, uw teerbeminde zoon. O liefde! o oneindige liefde! o koude ik U op-rogte wedoiiiofdo betoonon! Ontsteek, bid ik U, in mijn hart een groot liefdevuur, opdat ik waarlijk gelijk zoovele Heiligen van liofde brande. Kom tot mij, lieve Jesus, ik verlang vurig
( 539 )
naar IT; ik begeer U te ontvangen en met U vereonigd te loven en te sterven, O zoete ver-eeniging! Met U vereenigd heb ik niets te vreezen; wijl Gij almagtig zijt, en zoo word ik veel vermogend door U. Ik kan alles in en door U, die mij versterkt. Dierbare Josus, ik bied U tlians mijn hart aan, om het voor te bereiden en tot eene zuivere en sierlijke woning voor U in te rigten. Verwijder er alles, wat U mishaagt, en versier het niet die deugden, die U het aangenaamst zijn, mot een levend geloof, eene vasto hoop, vurige liefde, diepe ootmoedigheid en een groot verlangen. Gij hebt gewild, dat de zaal van hot laatste avondmaal groot zou zijn on mot tapijten belegd. Ik bid U derhalve, verwijd mijn hart door do liefde, maak dat hot ruim zij door het verlangen en schoon door alle soorten van deugden. O ja, lieve Jesus, ik bid U, zuiver mijn hart, versier het en maak dat het van liefde brande.
O Maria, bid voor mij, opdat ik te midden der kruisen en wederwaardigheden volharde en alles mot geduld, ja zelfs met blijdschap lijde. Amen.
( 540 )
NA DE H. COMMUNIE.
O Engelen des hemels, o Cherubijnen en Se-raphijnen, looft met mij den Heer. Heden is mij oen groot geluk te bourt gevallen! Heden is de zaligheid over mij neergedaald! God zelf do Heer der Hoeren, do Schepper van het heelal, welken Gij sidderend aanschouwt on in wiens bezit Gij eeuwig gelukkig en volkomen verzadigd zijt, is tot mij gekomen en hooft zich aan mij gogevon. O wolk eone genade I Verheugt U derhalve mot mij over mijn geluk on looft den Heer met mij, wijl ik Hem nooit genoeg kan loven. Groot is nu mijn geluk, maar groot ook mijn pligt van dankbaarheid; groot derhalve moet mijne bezorgheid zijn, om Hem in mij to bewaren. Zou ik nog zoo dwaas kunnen zijn van Hem te laten gaan, of zoo ondankbaar van Hem uit mijn hart te verwijderen door de zonde ? — Neen, lieve Josus, ik hoop nooit zoo dwaas, zoo ondankbaar te zijn. Liever wil ik alles verlaten dan van U gescheiden te worden. Dit immers is het grootste, ja het eenigste kwaad dat ik vrees; van dit kwaad begeer ik verlost to worden: Maar verlos ons van den hivade. Verlos ons van het kwaad der zonde en van alles wat er aanleiding
( 541 )
too gooft. O nliju Josus, als Gij bij mij zijt, heb ik goon kwaad to vroozen. Ieder kwaad der worold, alle aanvallen van Satan en allo aanvechtingen van het vleesch zullen voor mij middelen tor zaligheid worden, indien Gij met mij zijt en ik TJ waarlijk bemin; want alles werkt mode ten goede voor hen, die tot de heiligheid geroepen zijn. Derhalve vraag ik U niet, om van de kruisen, beproevingfin en vernederingen verlost te worden, maar van de zonden. Behaagt het U, mij mot kruisen te bezoeken, dan behaagt het ook mij. Uw wil geschiede! Alleen bid ik TJ, mij zuiver te bewaren, van alle ook van de kleinste zonde. Ach, ik bid TJ, mij niot te verlaten; want zonder TJ kan ik niets goeds tor zaligheid; zonder TJ val ik in alle zonden en word ik oen slaaf des duivels. O Jesus, mijn God en mijn Al, blijf bij mij, en vereenig mij door de banden van liefde zoo innig met TJ, dat ik een worde met TJ. Geef mij vleugelen als die der diiive, opdat ik opvliege tot TJ door mijne gedachten, begeerten en genegenheden en in TJ ruste. Wie zal mij van uwe liefde scheiden ? Tk hoop, liove Jesus, dat daartoe niets bekwaam zal zijn; noch duivel, noch wereld; noch dood, noch loven; noch vernederingen, noch grootheden; noch
( 542 )
armoede, noch rijkdommen, noch kruisen, noch iets wat op do aarde is. Ach! ik bid U, versterk mij, opdat niets in staat zij, mij van U te scheiden. Blijf altijd bij mij en geef mij uwe liefde met uwe genade, dan bon ik rijk genoeg; de liefde lijdt alles, zij verdraagt alles, zij overwint alles; de liefde is sterker dan de dood; zij is almagtig, inmiers de liefde heeft U, den almag-tigen God, overwonnen, zij deed IJ van den hemel afdalen, zij nagelde U aan het kruis, en bewoog U het H. Sakramcnt in te stellen en de spijs onzer zielen te worden. Wanneer zal de liefde mij ook eens overwinnen, om alles voor U te doen en te lijden ? O konde ik uit liefde voor U sterven! O zoete liefde ! De H. Theresia riep in het vuur harer liefde uit: Lijden of sterven ! En de H. Maria Magdalena de Pazzi zeide: Niet sterven, maar lijden ! De H. Joannes van het Kruis ging nog verder. Nadat hij eens veel geleden had, vroeg Jesus hem: Joannes, wat loon begeert gij voor al den arbeid en voor alle versmaadheden, die gij uit liefde van Mij ondergaan hebt ? En zonder zich een oogenblik te bedenken, antwoordde hij: Voor U lijden, lieer, en versmaad worden. Pati pro Te, Domine, et contemmi. O welk eene liefde!
( 5« )
Tot loon vim zijn lijden moor lijdei), üli tot loon zijner versmaadhcden meer versmaadheden vragen! .. .. O ziel, zoudt (jij dan vrij van lijden willen zijn ? Dierbare Jesus, al kan ik nog niet lijden met blijdschap, ik wil tocli met geduld alles lijden, wat Gij mij gelieft over te zenden. Zie, ik geef mij geheel aan uwe beschikking over: doe met mij, wat U belieft. Gij alleen weet, wat mij het voordee-ligste en zaligste is.
Lieve Jesus, ik geef mij geheel aan uwe beschikking over. Ik ben uw dienaar; ik wil niet voor mij zelven, maar voor U leven. Doe mij sterven aan de wereld en aan alles wat in de wereld is ; doe mij genoegen vinden in onbekend te zijn en door allen veracht te worden; mij neenig streven zij voortaan, U te behagen en in alles aan TJ gelijkvormig te zijn. Dierbare Jesus, ik bemin U, ja ik bemin U alleen. Gij zijt de eenigc rust, de eenige troost mijns harten; Gij zijt mijne eenige vreugde te midden dor kwellingen en kruisen die mij omgeven; mijn eenige toevlugt in de bekoringen waaraan ik blootgesteld ben. Waar zou ik veilig kunnen rusten, tenzij bij TJ, lieve Jesus, en in uwe heilige wonden ^ Gij hebt den ingang tot uw van liefde
( 544 )
brandend Hart opengesteld, toon de soldaat uwe zijde met eene lans doorstak; ik zal er ingaan, mijn woonplaats kiezen in uw Goddelijk Hart en ur veilig rusten. Daar zal geen kwaad tot mij naderen, nocli eenig onlieil mij hinderen. Het water en bloed dat uit de opening uwer zijde gevloeid is, zal dienen tot afwassching mijner zonden, tot genezing mijner kwalen en tot versterking mijner zwakheden, om te midden van alle gevaren, bekoringen, beproevingen en kruisen te volharden.
Genadige Jesus, verlos ons van den kwade. Laat niet toe dat ik van U gescheiden worde I Verlicht mij in duisternissen; geef mij goeden raad in twijfelachtigheden, versterk mij in den strijd mijner zaligheid, en doe mij zegevieren over al mijne vijanden, den duivel, do wereld en het vleesch. Ach, ik bid U, laat niet toe, dat ik U nog ooit beleedige ; reeds al te veel heb ik U belcedigd; voortaan wil ik U beminnen uit geheel mijn hart, iiit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. Geef mg uwe genade om alles te doen en te lijden uit liefde tot U. O Jesus, zie ik geef mij thans geheel aan U, om te leven of te sterven volgens uw welbehagen, en zeg U met den H. Augustinus : Sive mori
( 545 )
ine, Ghriste, jabes, seu vivere mavis; Dulce mild Tecum vivere, dulce mori. „O Jcsus, liotzij Gij mij gebiedt te sterven, of liever hebt, dat ik leve; — \'t is mij zoet met U te leven, zoet met U te sterven.quot;
0 Jesus, zie ik ben onvorscliillig om te loven of to sterven: ik bon altijd tevreden; want met ü te leven is mij zoet; ook is het mij zoet met U te sterven.
O Maria, mijne hooi), ik vertrouw dooi\' U van alle kwaad bevrijd te worden. Ontvang mij onder uwe moederlijke boselierming en bewaar mij tegen alle gevaren. Amen.
96
V E E R TIG S T E O E F E N IN G.
Wees gegroet Maria.
VOOR DE H. COMMUNIE.
Wees gegroet Maria.
Mot kinderlijken eerbied groet ik U, Maria, als liet zuiverste, lieiligste, waardigste, verhe-venste en meest bcvoorregte schepsel dat ooit bestaan heeft, of bestaan zal. Ik groot U als de Dochter van God den Vader, de Moedor van God don Zoon en de Bruid van God den H. Geest. Ik groet U in vereeniging niet den Engel Gabriël, door God zeiven gezonden om U te groeten; in vereeniging met de II. Elisabeth, die U groette op ingeving van den H. Geest; eindelijk in vereeniging niet de H. Kerk en mot allo geloovigen, die bezield met kinderlijke toegenegenheid, U dagelijks zoo menigmaal groeten, duizende malen herhalende: Wees gegroet Maria. O Moedor Maria, in vereeniging van die allen
( 547 )
groet ik U en zal niet ophouden U zoo te groeten, zoolang ik op aarde loef, en hoop het in den hemel te blijven doen gedurende de goheele eeuwigheid. — Daarenboven vereenig ik mij met U, lieve Moeder Maria, om met U God den Vader te loven, die zijnen Zoon tot uwen Zoon en onzen Broeder gemaakt en als losprijs onzer zielen gegeven heeft, met U loof ik God den Zoon, die U tot Moeder verkozen en uit U de menschelijke natuur heeft aangenomen. Ook loof ik met U God den H. Geest, dio over U is neergedaald en in U de mensch-wording van hot Goddelijk Woord heeft uitwerkt. O Maria, mag ik 11 nu als gunst verzoeken, mijn hart te zuiveren on met deugden te versieren, opdat het oen aangenaam verblijf zij voor Jesus, dien ik zoo aanstonds hoop te ontvangen ?
Vol van genade.
O Maria, ik groot U, als zijnde vol van genade, God heeft U van het begin af meer genade gegeven, dun Hij ooit aan oenig ander schepsel gaf. Daar Gij altijd getrouw aan die genade beantwoorddet, kroegt Gij altijd moer en meer
( 548 )
genade, welke dagelijks als tot in liet oneindige aangroeide, totdat Gij eindelijk Christus zclven, de bron aller genade, in uwen sclioot ontvingt. O Maria, Gij zijt waarlijk vol van genade. Helaas, schaamte overdekt inrj, wanneer ik daartegenover mijne armoede, mijne ellenden en onwaardigheid beschouw 1 Helaas, er is niets in mij dan onvolmaaktheid en zonde, en evenwel moet ik Jesus, de Heiligheid zelve, ontvangen! Wat zal ik doen ? Zal ik mij van de tafel des Heeren ver-wijderen? Dat kan, dat mag ik niet doen. Jesus wil, dat ik tot Hem kome; en de nood, waarin ik ben, dwingt mij daartoe. Ik kom derhalve tot U, o Moeder Maria, om door U met genade verrijkt en met deugden versierd te worden en Jesus met een zuiver hart te ontvangen.
O Maria, ik bid U vurig, mij aan den overvloed uwer genade deelachtig te maken en voor mij te verwerven, ten eerste vergiffenis van al mijne zonden; ten tweede genezing mijner zielskrankheden, te weten mijner traagheid, laauw-heid, liefdeloosheid, zinnelijkheid, eigenliefde en onverstorvenheid; en ten derde de genade eener zuivere en vurige liefde tot Jesus en de volharding in het goede tot het einde toe.
( 5« )
De Heer is met ü.
O Maria, waardigste onder alle moedors, ik eer U, omdat de Heer met U is. Hij is met TJ niet gelijk met de andere regtvaardigen, maar op eene ganscli bijzondere wijze. God de Vader is met U, als met zijne Docliter; God de Zoon als met zgno Moeder; en God de H. Geest als met zijne Bruid. O Maria, bid voor mij, opdat God ook met mij zij door zijne genade en vaderlijke bescherming; bijzonder nu ik tot Hem moet naderen, en Hem als de spijs mijner ziel ontvangen. O Maria, ik bid U derhalve, mijn hart te zuiveren van alle zonden, onvolmaaktheden en aardsche neigingen en hot te versieren mot alle deugden, bijzonder mot een levend geloof, eene vaste hoop, vurige liefde, groote begeerte en diopo ootmoedigheid; ten einde ik het geluk hebbe den Heer waardig te ontvangen en mot Hem innig vereonigd te worden. Kom, Hoero Jesus, kom, ik verlang vurig naar U. Veni, Domine Jcsu, veni.
O Maria, de Heer is niet U, jnaak dat Hij ook met mij zij en blijvc,
( 550 )
Gezegend zijt Gij boven alle vrouwen.
O Maria, Moeder van Jesus on onze Moeder, God heeft U waarlijk gezegend boven alle vrouwen. Van eeuwigheid had Hij alle verhevene vrouwen, die ooit op de aarde zouden leven, voor zijnen geest; doch Gij alleen, Maria, waart bevallig in zijne oogen en werdt waardig bevonden de Moeder van Jesus, de Moeder van God te worden. Bestemd zijnde tot deze waardigheid, zijt Gij vrij gebleven van de erfzonde; Gij zijt Moeder geworden en tevens Maagd gebleven; Gij hebt gebaard zonder pijn of smart en zijt met ziel en ligchaam ten hemel opgenomen, waar Gij boven allo Engelen en Heiligen verheven zgt tot naast den troon van uwen Goddelijken Zoon. O Maria, ik groot TT derhalve met den Engel Gabriël en zal U duizend malen begroeten, zeggende: Gezegend zijt Gij hoven alle vrouwen. O Maria, thans bid ik U, mij ook te zegenen. Ofschoon ik niet waardig ben door U gezegend te worden, vertrouw ik toch op uwe moederlijke teerhartigheid; Gij immers zijt do toovlugt der zondaren, en volgens uwe eigene verklaring zijt Gij Moeder van allo zondaren, die zich willen bokceren. O Maria, ik wil mij
( 551 )
bekeeren on kom mot groot vortrouwen tot U, om door U gezegend te worden, vooral op dit oogenblik, dat ik Jesus in do H. Communie moot ontvangen. O Maria, zogen mij on verkrijg mij een levendig geloof, eene vaste hoop en eene vurige liefde. Amen.
En gezegend is de vrucht uws ligchaams Jesus.
Josns, de vrucht van uwen schoot, is waarlijk gezegend; Hij immers is de gever aller genaden, do bron aller zegeningen, door wien alle volken gezegend zijn. En nu moet ik, nietig schepsel, Hom ontvangen !
O Maria, ik geef U mijn hart, bereid het, zuiver het, opdat het aangenaam zij in zijne oogon en Hij hot gelieve te zogonon. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
De Heer is met TJ.
O Maria, gij waart groot, omdat de Heer met IJ was: door Hom is U allo genade geworden; door Hem zijt gij boven alle schepselen verheven; maar nu is diezelfde Heer met mij
( 552 )
en in mij. Ik hob Hom in do H. Communio ontvangnn on Hij hooft zicli innig met mij vor-oonigd. Groot is thans mijn goluk! Allen, die de verhevenheid dozer genade kennen, zullen mij gelukkig noemen. Dc Heer is met mij en in mij en ik ben mot Hom on in Hom.
O mijne ziel, loof en verheerlijk den Heer, uwon God; verheug u in Hem en dank Hem voor de buitengewone genade, die Hij u bewezen heeft. Eon eerzuchtige gevoelt zich gelukkig bij de verheffing, een gierigaard bij het gold, oen wellusteling big do vermaken; maar wat is dat alles voor een godminnend hart anders dan ijdelheid en kwelling dos geestes ?
Dierbare Josns, mijn geluk is bij U to zijn en te blijven, bij TT ben ik waarlijk gelukkig, wgl Gij mijn God en mijn Al zijt. ,, 11 r(!t hel) ik \'in den hemel en wat verlang ik op aarde huiten, U, o God mijns harten en mijn deel, o God in eemmg-heid /quot; (Ps. 72, 24, 25). Gij zijt nu in mij gelijk een koning op zijnon troon, gelijk een vriend bij zijnen vriend, gelijk een vader bij zgn kind. O Jesus, doe mij de waarde dezer vereeniging al meer en meer kennen en de vruchten er van genieten. Maria was vol van genade, omdat Gij met Haar waart, thans zijt Gij ook met mij.
( 553 )
maak dan ook, dat ik vol van genade zij. Zoudt Gij mij nu eenigc genade kunnen weigeren ? Neon, lieve Jesus, dat kunt Gij niet! Ik vertrouw dat Gij mij nu ruimschoots van de vol-lieid uwer genade zult mededeelen. Ik lioop van IT te verkrijgen eene volkomene vergiffenis van al mijne zonden, eene volmaakte zuivering van alle, ook van de minste vlekken, eene onoverwinbare sterkte tegen alle vijanden, een vurigen ijver in hot beoefenen aller deugden, een heldhaftigen moed om te volharden en eene brandende liefde tot God. Ziedaar, lieve Jesus, de genade die ik U vraag; zoudt Gij zo mij kunnen weigeren, na U zelvon aan mij gegeven te hebben? Noen, ik vertrouw dat Gij nu niot zult weigeren, maar alles zult geven, wat Gij weet het aangenaamste aan God te zijn, en aan mij het voordeoligste.
Dierbare Jesus, wat zal ik U vergelden voor alles wat Gij mij gegeven hebt ? Ik wil IT loven ten allen tijde, uw lof zij gedurig in mijnen mond (Ps. 33). Ik zal voortaan voor U alleen leven, alles voor U doen en lijdon en eindelijk voor U sterven.
O ziel, door de komst van Jesus zijt (jij gezegend boven alle menschon. Nu is Hij één mot
( 554 )
n en gij één niet Hom; nu looft Hij in u on gij in Hom. O wonder van goodhoid, roept do H. Angustinns uit. O teekon van eenheid! O band van liefde ! Ik bon nu één met Jesus en leef door zijnen geest. ,,Levend hen niet meer ik, maar in nij leeft Christusquot; (Gal. 2. 20).
O Maria, Moeder van God en mijne Moedor, lid voor mij armen zondaar, nu en in het uur van mijnen dood. Bid voor mij, opdat ik voortaan leve door den geest van Jesus, opdat Hij steeds bij mij blijve en mij nimmer meer verlate. O Maria, uit mij zolvon ben ik zoo zwak en val ik steeds in zonden; op U stel ik mijn vertrouwen, wijl gg mijne Moedor zijt. Helaas, ik ben in zonde ontvangen; ik heb in zonde geleefd en hel steeds over tot zonde. Gij moet mij helpen en mij de genade dor volharding verworven. O Maria, bid voor mij, vooral, nu Jesus zich mot mij vereenigd heeft; bid voor mij, opdat ik nooit moer van Hom gesclioiden worde. Bid voor mg, wijl ik van allo kanten aangevallen word door de vijanden mijner zaligheid, den duivel, do wereld en het vloosoh. Bid, bid voor mij, want altijd bon ik in gevaar van te vallen; de gedachte alleen: ,,ik kan vallenquot; doet mij sidderen. Bid dan voor mij, en houd niet op voor
( 553 )
mij te bidden; wijl Gij mijne Moeder zijt. Hoe zou eene moeder haar kind kunnen vergeten ? Hoe zou zij onverschillig kunnen blijven, ziende dat haar kind in gevaar is ? Neen, dit ware niet mogelijk. Hoe zoudt Gij, de teerhartigste aller moeders, dan onverschillig kunnen blijven, ziende dat ik in gevaar ben ?
O Maria, Moeder Gods en toevlugt dor zondaren, bid voor mij armen zondaar; als kind werp ik mij in do armen uwer moederlijke bescherming ; tusschen uwen armen zal ik veilig zijn en over alle gevaren en vijanden zegevieren. Ach ik bid TJ, mij niet te verlaten, vooral niet in het oogenblik van sterven. Heilige Maria, Moeder Gods, hid voor ons, zondaars nu en in het uur van onzen dood.
Maria, verlaat mij niet in het uur mijns doods; als de doodsangst mij zal benaauwen, het doodzweet van alle kanten zal uitbreken, en het oogenblik nadert, waarop ik voor de vierschaar van den regtvaardigen en alwetenden Eegter zal moeten verschijnen, om rekening van al mijn doen en laten te geven. Ach, ik bid U, verlaat mij dan niet, kom dan tot mij, om mij togen de aanvallen en laatste pogingen van Satan te beschermen, mij tot voor de vierschaar van den
( 556 )
Kogtor to vorgozellon en een genadig vonnis voor mij te verwerven, opdat ik dan die zoete woorden vememe; ,, Welaan, lt;jij gneile en getroicwe knecht, omdat gij over weinig getrouw zijt geweest, zal Ik u over veel stellen: ga in tot de vreugde uws TIeerenquot; (Matth. 25. 21).
O Maria, ofschoon ik deze genade niet waardig ben, stel ik evenwel op U mijn vertrouwen, en vraag TJ nederig, mij deze genade te verwerven. Toon nu, dat Gij mijne Moeder zijt. Gij hebt slechts te spreken; Gij behoeft slechts aan uwen Zoon te kennen te geven, dat Gij mijne zaligheid verlangt, dan ben ik zeker, dat Jesus mij zalig zal maken; Hij immers kan U niets weigeren; Hij is altijd bereid te doen, wat Gij vraagt of begeert. Heilige Maria, Moeder Qods, hid voor ons, zondaars nu en in het uur van onzen dood. Amen.
HEILZAME BEMERKINGEN.
De H. Alphonsus Maria do Liguori, kcrk-leeraar, zegt, dat voor een priester niet genoeg is zijne meditatie gedaan te hebben alvorens te celebrceren; het betaamt daarenboven dat hij voor het H. Misoffer eenige oogenblikken in ingetogenheid beschouwe, wat hij doen gaat, ten einde alle andere gedachten van zich te verwijderen. {Selva, tmn, II. instr. I. n. 8.)
Ten dien einde heb ik getracht eenige korte bemerkingen te verzamelen, om zieh te doordringen van de waardigheid, verhevenheid en heiligheid der priesterlijke bediening aan het altaar en dezelve met meer eerbied en ingetogenheid waar te ueinen.
Het zal bijzonder nuttig zijn, deze bemerkingen
( 558 )
\'s avonds te voren te lezen en ze \'s morgens voor het H. Misoffer te overwegen.
Bemerking I.
„Et introïbo ad altarc Bei: ad Deum qui lcetificat juventutem meam (Ps. 42. 4). En ik zal opgaan tot het altaar Gods, tot God, die mijne jeugd verblijdt;quot; dat is: „die de vreugde is ■wm geheel mijn leven, van mijne jeugd af; en mijne vreugde zal zijn, al de dagen mijns levens, totdat ik eenmaal in de vreugde des hemels zal opgenomen worden.quot;
Bemerk wat het is: Ingaan tot het altaar van God, ja, tot God zeiven! tot God, buiten wien geen geluk, geene zaligheid bestaat, noeh zijn kan. Hij is reeds in dit leven onze vreugde, welke zal voltrokken en volmaakt worden in het andere leven.
Leer hieruit, met den grootsten eerbied tot het altaar te naderen, om daar met God alleen bezig te zijn. Gij moet dan alle andere gedachten en zorgen uitsluiten, zeggende: „Manete hic, donec vadam illue et orem. Blijft hier, terwijl ik derwaarts ga, en hiddequot; (Matth. 26. 36)-,,0 ijdele gedachten, vreemde zorgen en nutte-
( 559 )
looze bekommeringeu, blijft hier, terwijl ik ga naar het altaar, om het Heilig der heiligen, Jesus Christus, op te offeren aan don hemelschen Vader; ten einde zijne opperste heerschappij over ons en alle schepselen te erkennen; Hem te bedanken voor alle ontvangen weldaden; vergiffenis te verwerven van allo zonden, en eindelijk, nieuwe weldaden te erlangen.quot;
Verzucht!nyen. Helaas, hoe weinig eerbied heb ik nog voor die heilige geheimen! Hoe vol ijdele zorgen en bekommeringen bon ik nog, zelfs gedurende het H. Misoffer! O konde ik die heilige geheimen eens heilig verrigten; hoevele genaden zou ik dan ontvangen! O Jesus, ontferm U mijner, verwijder van mij alle ijdele gedachten, en geef dat mijn geest zich met U vercenige en zich met U alleen bezighoude. Amen.
Bemskking II.
„Magister dicit: Tempus meum prope est; apud te facio pascha ciim discipidis meis (Matth. 26. 28). De Meester zeyt: Mijn tijd is nabij; hij u hond ik het Pascha met mijne leerlingen.quot; De Apostelen Petrus en Joannes gingen om hot paaschmaal gereed te maken, en do heer des huizes wees
( 560 )
hun cent yroote weltoebereide eetzaal aan. Caina-culum (jrande stratum (Marc. 14. 15).
Verheeld u, dat de Engolbowaarder u dezelfde woorden uit naam van Jesus toespreekt. Mijn tijd is nabij; hij u wil ik het paasclmaal houden met mijne leerlingen.
Denk, wie die Meester is? en wie zijne leerlingen? De Meester is Jesus, uw God en Al; de leerlingen zijn zijne Engelen, die Hem omringen. Gij moet dus plaats nomen onder de Engelen, en Jesus, de Koning van het heelal, zal afdalen en zijn verblijf in u nemen. Kunt ook gij Hem eens yroote zaal aanbieden; een hart groot in edelmoedigheid en ruim door de liefde. Kunt ook gij Hem aanbieden eene weltoebereide zaal: een hart schoon, versierd met alle deugden, mot een levendig geloof, eono vaste hoop, vurige liefde en diepe ootmoedigheid?
Verzuchtingen. Dierbare Jesus, wat zal er gebeuren? Zult Gij tot mij komen? Neen, ik ben die gunst niet waardig; mijn hart is zoo onrein, zoo bekrompen, zoo koud, met één woord, \'t is niet geschikt, om U te ontvangen. En evenwel wilt O i j tot mij komen en bij mij het paasch-maal houden.
O Engelen! o Heiligen Gods ! o Maria I daalt
( •5G1 )
neder, eli helpt mg, om mijn hart vooi- te bereiden, opdat het cene groote en weltoebereide zaal worde. Amen.
Bemeekixg III.
„Magister udest et vocat te. De Meester is daar en roejjt uquot; (Joan. 11. 28).
DenJc, dat de Engelbewaarder, op het Tabernakel wijzende, u zegt: De Meester is daar en roept u; Hij wil, dat gij tot het altaar nadert, en over Christus gebiedt. Op uw woord zal de hemel zich openen. Jesus zal neerdalen en het brood zal in zijn ligchaam on de wijn in zijn bloed veranderen. Dan zult gij Hem dragen in uwe handen, zion met de oogen des goloofs, loggen op uwe tong on ontvangen in uw hart, en zoo wordt gij één met Hem en Hij één met u.
O ziel, hoe verhoven is dit alles! Hoezeer moet gij uw best doen, om zulke bediening waardig uit to oefenen! Gij moot u nu bokleeden met Jesus Christus. De Apostel zegt (Kom. 13. 16): ,,1\'iiditimini Dominum Jesum Christum. Duet den Heere Jesus Christus aanquot;, dat is: „bekleedt u met de goede hoedanigheden en deugden van Jesus Christus, te weten, mot zijne zuiver-1)5 36
{ 562 )
lieid, ootmoocliglioid, zachtmoodiglieid.inatighcicl, zedigheid, mot zijn geduld en zijne liefde. Streeft in uwe gevoelens en gedachten, in uwe woorden en werken, naar de eenheid met Christus, ten einde met Paulus te kunnen uitroepen (Galat. 2. 20); „Levend hen niet meer ik, maar in mij leeft Christus.quot; Zoo zult gij ook eenmaal met denzelfden Apostel kunnen zeggen: „Foor mij is het leven Christus en het sterven een gewinquot; (Phil. 1. 21).
O ziel, is dit zoo ? Zijt gij bekleed met don geest en mot de deugden van Christus of met die dor wereld, dor zinnen, des vleosches ?
Verzuchtingen. Ach, lieve Jesus, ik ben nog zoo aardsch, zoo zinnelijk, zoo uitgestort! Wanneer zal ik eens geheel geestelijk en van alles onthecht zijn, om in waarheid te kunnen zoggen: „Levend hen niet mevr ik, maar in mij leeft Christusquot; (Gal. 2. 20)?
O Maria! bid voor mij, om mij in God alleen te verblijden. Amen.
Bemerking IV.
,, Omnis namque pontifex ex hominihus assump-tus, firo hominihus constituitur in iis, qnce sunt
( 563 )
ad Deum, ut offer at dona et sacrijicia pro jiec-catis (Hebr. ó. 1). Want (die hooyepriester wordt uit menschen tjenonien, wordt voor menschen aangesteld in de zaken hij God, om yaven en offers op te dragen voor de zonden.quot;
Bemerk, hoe verheven hot is geroepen te zijn tot de priesterlijke waardigheid en hoe verheven do bediening eens priesters is. De priester wordt afgezonderd van andere menschen cn wordt opgenomen tot goddelijke bedieningen; om zich bezig te houden met zaken, die God aangaan; om als middelaar op te treden tus-schen God en de menschen, on offers op te dragen tot vergiffenis dor zonden. Wolk eene verhevene bediening !
Verzuchtingen. O God, hoe heilig behoor ik dan niet te leven I Ik moet mij de aardscho dingen niet meer aantrekken, wijl ik afgezonderd bon, om mij mot God en goddelijke zaken bezig te houden. Ik moet mij dan stellen als middelaar tusschen God en de menschen, en door vurige gebeden en een heiligen levenswandel de straffen afweren, wclko het volk door zijn boos leven verdiend hoeft. Helaas, hoeveel blijf ik daaraan te kort I Ontferm U mijnor, o mijn God, en geef dat ik voortaan
( 564 )
heilig leve, aldus Uwe genade Voor mij en voor het arme volk verwerve en dc verdiende straffen afwere. Amen.
Beiiehking V.
Het H. Misoffer gaat alle offeranden van het oude verbond en alle lofzangen van alle Engelen en Heiligen oneindig ver te boven. Do offeranden der oude wet waren sleehts zwakke en magtelooze afbeeldingen. Infirrna et egena elementa (Heb. 10. 1. Galat. 4. 5). Het kruisoffer integendeel bevat de waarheid, Christus Jesus, die door eene enkele offerande, namelijk door de offerande des kruises, allen geheiligd heeft, die ooit geheiligd zullen worden (Hebr. 10. 14). Una enirn ohlatione consummavit in sempiternum sanctificatos. Het offer der Mis is hetzelfde als dat van het kruis, gelqk het Concilie van Trente het verklaart: Una, enim eademgiie est hostiti (S. 22. Cap. 2); \'t is even als de offerande des kruises van oneindige waarde, van oneindige kracht en het wordt opgedragen tot dezelfde dveleinden; hot brengt zijne uitwerksels voort uit zich zeiven, uit zijne eigene kracht en werking; ex opere operate.
{ 565 )
O ziol, als gij do H. Mis opdraagt, moet gij u verbeelden, op Calvarie te zijn en Jesus te zien aan hot krais voor u lijdende en stervende. Gij moet er dan tegenwoordig zijn met groote aandacht en eerbied. Is dit ook zoo ?
Verzuchtingen. Acb, lieve Jesus, hoe onverschillig ben ik nog jegens dit groot geheim! O zoo ik een levendig geloof hadde, gelijk de Heiligen gehad hebben, hoe eerbiedig zou ik er dan bij tegenwoordig zijn en met welke gods-vrucht zou ik dan die heilige geheimen vieren? Dierbare Jesus, ontferm U mijner en doe mij van liefde branden. Amen.
Bemeeking VI.
Hoe verheven is de priester, die de Mis leest! Hij bekleedt de plaats van Christus, die zich zei ven opoffert aan den hemelschen Vader door de bediening van den priester. Hij is als een andere Christus. Het Concilie van Trente zegt (S. 22. Cap. 2); „Idem nunc off erena sacerdoturn rninisterio, qui seipsum tunc in cruce oMulit. De offeraar die zich nu opdraagt door de bediening des priesters is dezelfde, die zich zeiven toen opgedragen heeft aan het kruis.quot;
( 566 )
Hoe vorlieven is oen priester, die de H. Mis leest! De H. Joan. Chrysostomus zegt; Cum videris sacevdoterii offerentem, nou sacerdotewn esse putes, sed manum Dei invisihilem extensam. Ziet gij een priester offeren, denk dan niet slechts een priester, maar de onziytbare hand Gods zigtbaar uitgestrekt te zienquot; (Hom. ad pop. Ant.)
O ziel, leer hieruit, hoe heilig gij voor God mont loven. Uw leven moot heilig zijn, gelijk dat van Christus. Gij moot leven als een Engel des Hoeren, ja, als een andere Christus. O ziel, is dat zoo ?
Verzuchtingen. O God, ik sta beschaamd. Als priester ben ik, als het ware, oen andore Christus. Ik moost dan heilig levon! Maar helaas, ik bon vol fouten, onvolmaaktheden en gebroken! Ontferm U mijnor, on geef dat ik mijne priesterlijke bedieningen heilig waamemo. Amen.
Bemerking VIL
Hot Concilie van Tronte zegt; „Necessario fate-mur, mdlum aliud opus adeo sanctum ac divinum a (Jhristi fidelihus tradari posse, quam hoe ipsum tremendum mysterium (S. 22. Decret de obsorv.) Wij zijn genoodzaakt to bekennen, dat er geen
( 5tiquot; )
ander werk, zoo heilig en goddelijk door de geloovigen van Christus kan verrigt worden, als dit vreesolijk geheim.quot; Vorder voegen de Vaders van hot Concilie er nog bij: ,,\'t Is blijkbaar, dat men alles in het werk moet stellen, om het met do meest mogelijke inwendige zuiverheid te voltrokken.quot; 7Ioe verheven is dan het H. Misoffer! De korkleeraar Alphonsus zegt: „Allo eerbewijzingen, welke tie Engelen door hunne hulde en de mensehcn door hunne deugden, verstervingen en marteldood ooit aan God bewezen hebben, konden Hem niet zoozeer ver-heerlijken als het offer êéner enkele Misquot; {Selvu, 2gt;. II. instruct. I. n. 2).
O ziel, zijt gij zuiver? Zijt gij doordrongen van de verhevenheid dor H. Mis? Hoe voltrekt gij dit vreeselijk geheim, dit heilig en yudde-Jijk werk ?
Verzuchtingen. Wie ben ik, om een zoo heilig werk te verrigten ? Ik moest heilig zijn en branden van liefde, en helaas, ik ben een zondaar, vol onvolmaaktheden, koud en onverschillig I Ontferm U mijner, o mijn God, schop in mij oen zuiver hart en ontsteek in mij het vuur uwer liefde. Amen.
( 568 )
Bemerking VIII.
Do H. Odo, on mot hom do H. Alplionsus, zogt; ,, //or heneficmm majus est inter omnia bona, (/K£te hominihus concessa sunt, et hoc est, quod Deus majori caritate mortalihus indidsit, quia in hoc mijslerio scdus mundi tota consistitquot; (Selva, p. 11. instruct. I. 11. 2). Dozo weldaad is de grootste aller weldaden, welke den menschen vorleond zijn; en daarom hooft God ze met moer liefde toegestaan, omdat in dit geheim do goheelo zaligheid der wereld opgesloten is.quot; Aan dit geheim hebben wij hot voortdurend bestaan dor wereld te danken; zonder hetzelve zou zo reeds lang vernietigd zijn om de zonden der menschen (St. Alph. loco cit.); per quam terrarum orhis consistit, zogt Timotheus van Jerusalem (Orat. de proph. Sim.)
O ziel, hebt gij de grootheid dezer weldaad wel ooit rijpelijk overwogen? Zijt gij er dankbaar voor? Verrigt gij dit groot geheim met liefde, gelijk God het uit liefde gegeven hoeft ?
Verzuchtingen. Helaas, hoe zelden denk ik aan de grootheid uwer weldaden, o mijn God, en hoe weinig bon ik er dankbaar voor geweest ! Doordring mij al meer en moer van
( 569 )
do verhevenheid uwer genade, opdat ik dankbaar zij, en die heilige geheimen nooit dan met den grootston eerbied en de vurigste liefde verrigte. Amen.
Bemerking IX.
Hoe goed is God jegens den ondankbaren mcnsch! Door do instelling dor H. Mis bewijst Hij der wereld geone mindere gxmst, dan toon Hij de menschelijko natuur aannam.
De H. Alphonsus zegt met den H. Bonaven-tura : ,,Non minus videtur facere Deus in hoc, quod quotidie dignatur descendere super altare quam cum naturam humani generis assumpsitquot; {Selva, instr. I. n. 3) S. Bonav. de inst. p. I. c. II). Bij deze beschouwing roept do H. Augustinns in verrukking uit: ,,0 veneranda sacerdotum dignitas, in quorum manihus velut in utero Virginia Fililts Dei incarnatur!quot; (S. Aug. in P. S. 72).
Leer hier I. De goedheid van God, die het geheim der menschwording, als het ware, dagelijks vernieuwt. 2. De waardigheid des priesters, in wiens banden het geheim der menschwording, om zoo te spreken, voltrokken wordt, zoo dikwijls hij do H. Mis opdraagt. 3. Do pligt om
( )
het H. Misoffer mot allen mogelijken eerbied bij te wonen. O ziel, hebt gij dit gedaan ?
Verzuchtingen. Helaas, lioe weinig indruk maken , \'ï die groote, die goddelijke geheimen op mijn koud on ongevoelig hart! Hoe zelden dank ik God voor de genade, mij tot de priesterlijke waardigheid verheven te hebben, on toe te laten, dat ik dikwijls, ja dagelijks het H. Misoffer op-drage! O God, ontferm U mijner, on geef dat ik die heilige gehoimen heilig verrigto. Amen.
Bemerking X.
O hoe rijk aan vruchten is het H. Misoffer! \'t Is zoo vruchtbaar en krachtig als hot offer des kruises.
Do H. Alphonsus zegt met don H. Thomas :
„In quah\'bet Mimi invenitur omnia fructus quem Christus operatus est in cruce; quidquid est effectics Dominicae passionis, est effectus huj\'us Sacrificiiquot; (S. Th. in cap. 6. Is. loet. C). Do H. Chrysosto-mus zegt; ,,Tantum valet celehrutio Missae, quantum valet mors Christi in crucequot; (Ap. Disc. § 68). Do H. Kerk bevestigt hetzelfde in haar gebod van den negenden Zondag na Pinksteren: ,,Qiu)ties hujus hostiae commemoratio recolitur,
( 57! )
totira opus nostrae redemptionis exercetur.quot; Do dood van Christus en liet Misoffer maakt een en hetzelfde offer uit, gelijk hot Concilie van Trente zegt; hot verschilt slechts in de wijze van offeren. ,,Sola off er en di ratione diver saquot; (S. 22. Cap. 2).
Leer hieruit, het H. Misoffer bij te wonen niet dezelfde gevoelens als waart gij bij den kruisdood tegenwoordig. Op Calvarië werd Jesus op eene hloediye, maar op het altaar op eeno onbloedige wijze geslagtofferd. O ziel, doet gij zulks ? Hebt gij die gevoelens ?
Verzuchtingen. Helaas, ik ben ongevoelig, oven-als ware mijn geloof verduisterd I O zoo ik oen levendig geloof hadde, gelijk zoovele Heiligen hebben gehad! Ik geloof, Heoro, maar help mijne kleingeloovigheid, opdat ik U hier als waarlijk tegenwoordig aanschouwe, eere en be-minne. Amen.
Bemerking XI.
De H. Alphonsus roept met den profeet Zacharias uit, dat de H. Mis hot voortreffelijkste on hot schoonste is wat de Kerk bezit: ,,Qiiid cnim bonuni ejus est et quid pulchrum ejus, nisi
frumentum electcrum et vinumgerminans virgrnes?quot; (Zach. 9, 17). De H. offerande der Mis is het kort begrip van geheel Gods liefde en van al zijne weldaden. Daarom zegt de H. Bonaventura: ,,Et ideo hoc est memoriaJe totius diledionis suae et quasi compendium quoddam omnium heneficiorum suorumquot; (S. Bon. de instit. p. I. c. II).
Met wat liefde en eerbied moet dan de priester de H. Mis lezen!
Hot Concilie van Trente vordert, dat de priester goene zorgen spare om do heilige geheimen mot de moest mogelijke godsvrucht en zuiverheid des harten op te dragen. ,,Satis apparet, omnem operam et diligentiam in eo ponendam esse, ut quanta maxima fieri potest interiori cordis munditia peragaturquot; (S. 22. Docret. de observ. in cel. Miss.) O ziel, doet gij zidks ? Wondt gij daartoe allo zorg aan ?
Verzuchtingen. O zoo ik in dusdanige gesteltenis tot het altaar naderde en het H. geheim mot do meest mogelijke godsvrucht en inwendige zuiverheid voltrok, wat genade zou ik dan telkens niet ontvangen! Maar helaas! ik ben zoo onachtzaam om mij voor te bereiden en zoo koud en onverschillig, zelfs op het oogen-blik der H. Consecratie, als Jesus uit don hemel
( 573 )
daalt en ik Hem in mijne handen draag. O Jesusi, ontferm U mijnor, en geef dat ik van liefde voor U brande. Amen.
Besieêking XII.
De profeet Isaïas zeide tot de priesters van hot oude verbond, die slechts aangesteld waren om do gewijde vaten te dragen, dat zij zich zouden zuiveren: ,,Mundamini, qui fertis vasa Dominiquot; (Is. 42. 11). De H. Alphonsus roept mot Petrus Blessius uit: .,Hoeveel te moer be-hooron dan de priesters gezuiverd te worden, die Jesus Christus zelvon in hunne handen en harten dragon! Quanto mundiores esse oportet, qui in manihus et corpore purtant Christum !quot;
Leer hieruit, hoo zuiver oen priester moet zijn, on hoe ver van alle, ook de minste vlek verwijderd. Ofschoon hij zuiver is, moot hij zich toch nog moor zuiveren; daarom zeide Josus in het laatste Avondmaal: „Die zuiver is, heeft slechts noodig zijne voeten te ivasschen.quot; O ziel, hoe is het met u gelogen ?
Helaas! hoe onrein bon ik nog; hoe vol vlokken ! ik moest glansrijk zijn en van heiligheid schitteren gelijk de zon, in al mijne woorden,
( 3^4 )
werken en handelingen. Do H. Joannes Chrysos-quot; tomns zegt: ,,Qao solari radio non splendidiorera oportvt esse manum carnem, hanc dividentem, us quod igne spirituali repldur, lingua quae tremendo nitnis Sanguine ruhescit ?quot; (Hom. 6. ad pop. Ant.)
Verzuchtingen. Dierbare Jesus, ik schaam mij voor U. Helaas, ik moest heilig zijn, maar ik ben vol gebreken. Ontferm U mijner, lieve Jesus, wasch mij, gelijk gij de voeten uwer Apostelen gewassehen hebt. Amen.
Bemerking XIII.
De H. Alphonsus zegt me\'t den H. Ambrosius: „Verus minister altaris Deo, non sibi natus estquot;, dat is: oen ware bedienaar des altaars moet voor God, niet voor zich zeiven leven; hij moet zijne gemakken, zijne voordeelen en zijne genoegens vergeten, om niets te behartigen dan de belangen des Allerhoogsten, de eer van God en de zaligheid dor zielen. God wil, dat de priesters heilig zijn; dit vorderde Hij zelfs van de priesters des ouden verbonds. ,,Sancti erunt Deo suo et non polluent nomen ejus; incensum enim Domini et panes Deo suo offerunt, et ideo sancti eruntquot; (Levit. 21. (5).
( 575 )
Daar God zulke heiligheid vorderde in do priesters van het oude verbond, omdat zij aan God wierook opdroegen en de toonbrooden, die maar voorafbeeldingen waren van het aanbiddelijk geheim onzer altaren, welke heiligheid zal Hij dan niet vorderen in de priesters der nieuwe wet ?
O ziel, wordt gij niet beschaamd, als gij aan uwe menigvuldige onvolmaaktheden en gebreken denkt? Zult gij u niet diep vernederen, en met een rouwmoedig hart zeggen: O Ood, wees mij, armen zondaar, genadig !
Verzuchtingen. Wee mij, ellendige! Alhoewel bestemd om de verhevenste aller geheimen te verrigten, bon ik nog zoo ver verwijderd van de vurigheid en heiligheid, welke God vorderde van de priesters des ouden verbonds; „Vac misen\'s nobis, qui ministerium altissimum sortiti, tam proeul absumus a fervore, quem Deus in umbra-tia\'s sacerdotibus exigehatquot; (Cardinalis Bellarmi-nus in Ps. 1. 31). O God, ontferm U mijner, en schep in mij een zuiver hart. ,,Cor mundum crea in me Deus.quot; Amen.
( )
Bemerking XIV,
Separavi vos a caeteris populis, lot essetis mei (Levit. 20. 26). Idcirco (Joan. Chrysostonms) nos Ille elegit, ut veluti angeli cum hominibus verse* mur in tern\'s (Horn. 10. in cap. 1 Tim.) Hoe heilig moet dan het leven eens priesters niet wezen? Bestemd tot het uitoefenen der ver-hevenste bedieningen, wordt er in Hem eene grootere heiligheid gevorderd, dan in oenen kloosterling, gelijk hot de H. Thomas verklaart: Ad quod requiritur major sanctitas interior, quam requirat etiam status religionis (2. 2. q. 184. a. 8). Daarom zegt de H. Augustinus: Vix honus mo-nachus bonum clericum facit, on de H. Alphonsus voegt er bij: „Een geestelijke, wie hij ook zijn moge, kan zich niet voor een goed bedienaar der Kerk doen gelden, tenzij hij een goeden kloosterling in volmaaktheid overtreffe.quot;
Leer hieruit, hoezeer gij u op do heiligheid moet toeleggen, en bezorgd moot zijn u te zuiveren van alle zonden, onvolmaaktheden en gebreken. Er staat geschreven: Maledictus qui facit opus Dei negligenter (Jeremias 48. 10). Helaas, hoeveel blijf ik hieraan te kort! Geen wonder, dat ik uit die heilige geheimen zoo
( ö77 )
weinig voorclcol trek. De kardinaal Bona zegt; Di\'ftdus non in ciho est, sed in sumente.
Verzuchtingen. Helaas, lieve Jesus, de fout is in mij ! Ware ik voorbereid gelijk de Heiligen, dan zon ik, gelijk zij, er vele vruchten uit trokken. O Maria, ik geef U mijn hart; zuiver het, noem er alles uit, dat aan Jesus kan mishagen on versier hot met oen levendig geloof, vaste hoop en vurige liefde. Amen.
Bemerking XV.
,,0, si scires donum Dei! 0, indien gij de gave Gods kendet!quot; zoo sprak Jesus tot do Sama-ritaansche vrouw, toen Hij haar te drinken vroeg. Met hoeveel meer rogt kan men dit zoggen tot den priester. 0, si scires donum Dei, et quis est, qui dicit: accipite et comedite; hoc est corpus meum.... hoc facite in mei com-memorationem.
O ziel, overweeg dit met aandacht. Wie is Jesus Hoe groot is de woldaad u te verkiezen, om die verhevene bediening uit te oefenen ? Hoe groot de gave u zijn vleesch tot spijs en zijn bloed tot drank te geven I O, zoo gij die genade, die weldaad kendet I. . .. Alles is hier onein-85 37
( 578 )
dig ... oneindig do gever, oneindig de gift, oneindig de uitwerksels.
Hier is Jesus, de Zoon Gods, dt lichtglans van zijns Vaders heerlijkheid en het afbeeldsel van zijn wezen. Hier is Jesus, die ulles bestiert dour een enkelen wenk van zijnen ivil, die gezeten is aan de regterhand zijns Vaders, en voor wen de Engelen zieli eerbiedig neerwerpen, om Hem te aanbidden (Hebr. 1). Diezelfde Jesus, die geboren is in den stal van Betlileliem, gestorven aan liet kruis en verbeven is in den hemel. ... Die Jesus wil, dat ik zijne plaats bekleed, als ik Mis lees, en gewaardigt zieh, de spijs mijner ziel te worden. O, si scires donum Dei! O, zoo gij de gave Gods kendet! boe eerbiedig, boe zuiver, hoe heilig zoudt gij dan niet zijn!....
Verzuchtingen. O God, verlicht mij, om de grootheid uwer genade te kennen, en geef mij de genade, om die heilige geheimen heilig te voltrekken. Amen.
Bemeeking XVI.
„O, si scires donum Dei!quot;.... O, indien gij eens begreept, wat er gebeurt bij de offerande der Mis. Jesus, de Opperpriester, in al onze
( óTi) )
ollondon beproefd zijnde, heeft medelijden met ons (Hebr. 4. 14) en slagtoffert zicb voor onze zonden. Met de vijf wonden in zijn verheerlijkt ligchaam vertoont Hij zich voor het aanschijn zijns Vaders en smeekt voor ons om genade. Hij daalt neder uit den hemel, en blijft op het altaar als op eenen troon van barmhartigheid. Hij slagtoffert zich door de bediening des priesters, en waarom? 1. Om Gods opperheerschappij over alles te erkennen; 2. om God te bedanken voor alle ons verleende weldaden; 3. om Hem vergiffenis te vragen voor alle onze zonden, onvolmaaktheden en gebreken; 4. om van Hem nieuwe weldaden voor ons te vragen.
Hier is alles goddelijk; de offeraar is God, de offerande is God, het doel is goddelijk, de uitwerksels zijn goddelijk. Deze offerande is dus van eene oneindige waarde en God wordt er op een volmaakte wijze door vereerd. Allo Engelen te zamen kunnen zoo een volmaakt offer niet opdragen, noch God op zoo eene volmaakte wijze eeren.
Leer hieruit, zoo heilig te leven, dat gij drnje-lijks dit offer waardig moget opdragen, en God dagelijks op eeuo volmaakte wijze moget ver-esren.
( 580 )
Verzuchtingen. Ik dank U, o mijn God, dat Gij mij tot deze bediening verkozen hebt. Geef dat ik heilig leve, om dagelijks het H. Misoffer waardig op te dragen. Amen.
Bemerking XVII.
O, zoo gij de genade kendet, die God u bewezen heeft door u te verheffen tot de priester-lijke waardigheid! De H. Ignatius martelaar zegt: ,,Omnium apex est sacerdotium. De hoogste aller waardigheden is het priesterschapquot; (Epist. ad Smym.) Het priesterschap, zegt de H. Chrysos-tomus, hoewel op aarde uitgeoefend, moet evenwel gerangschikt worden onder de orde der hemelsche zaken. Sacerdotium in terris peragitur, sed in rerum coelestium ordinem referendum est (Lib. 3 de Sac. c. 3). En Cassianus verheft den priester boven de hooge hemelen en de grootste waardigheden dezer aarde, zoodat God alleen boven hem is. O Sacerdos Dei, si altitudinem coeli contemplaris, altior es; si dominorum suhli-mitatem, suhlimior es; solo Den et ereatore tuo inferior esquot; (in catal. glor.).
O ziel, leer dan geheel voor God leven. Gij moet van nu af met uwe gedachten en genegen-
( ^81 )
heden in den hemel zijn. Nostra autem conver-satio in coelis est (Phil. 3. 20). Gij hebt den Heer voor uw deel gekozen. „Dominus pars haeredüatis meae et calicis mei.quot; Gij moet dus ook voor Hem leven. De H. Gregorius zegt: Xecesse est ut (Sacerdos) mortuus omnibus pas-sionibus vivat vita divinaquot; (Part. 1. c. 10).
Verzuchtingen. Helaas, mijn God. hoe ver ben ik van deze heiligheid verwijderd I O konde ik heilig ieven! o hadde ik millioenen harten, brandend van liefde, millioenen tongen, gelijk die der Cherubijnen, om U te beminnen en voortdurend te loven ! O God, ik vereenig mij met de Engelen en Heiligen, met de H. Maagd Maria en met Jesus, om U te beminnen en te loven. Amen.
Bemeeking XVIII.
,,Necessario fatemur, nullum alind opus adeo sanctum ac divinum tractari a Christi fidelihns posse quam hoe ipsum tremendum mysteriumquot; (Cone. Trid. S. 22. Deer. de observ.) Er kan geene daad zoo heilig en zoo goddelijk verrigt worden als dit vreeselijk en ontzagwekkend geheim; dus, gelijk het Concilie van ïrente er bijvoegt, is hot duidelijk, dat men alle zorg
( 582 )
moot aanwenden, om het met de meest mogelijke inwendige zuiverheid te vorrigten : ,,Satis apparet omnem operam et diliyintiam in eo ponendnm esse, ut quanta maxima fieri potest interiors cordis mun-ditia peragatur.quot; Daarom zegt de H. Laurentius Justinianus, dat de priester tot het altaar moet naderen als een andere Christus en de Mis lezen als een heilige. „Accedat ut Christus, ministret ut sanctus.quot; Hoe groot is de verpligting eens priesters! Hij moet zijn als een andere Christus! Hij moot een heilige zijn!
Christus hooft zich door eono overmaat van liefde goslagtofferd; ook een priester moet zich slagtofferen, zijn leven moet onberispelijk zijn, gelijk dat van oenen heilige. De Heiligen hieraan denkende, ontvlamden in liefde on naderden niet tot het altaar dan mot den grootsten eerbied en brandend van liefde.
Verzuchtingen. O Josus, zuiver mijne handen die uw ligchaam aanraken; mijne oogen die U aanschouwen; mijne tong, waarop Gij moet rusten ; mijn \'hart, in \'twelk Gij moet verblijven. Geef mij oen levend geloof, eono vaste hoop, vurige liefde on diepe ootmoedigheid, opdat ik U heilig ontvange. Amen.
( 383 )
Bemerking XIX.
O mogt gij do waardigheid en do vorliovonlioid uwer bediening toch eens goed begrijpen. Do H. Leo vraagt (Serm. 2): „Wat is er zoo vreeselijk, als do verhevenheid voor den nietige; en de waardigheid voor tien onwaardige?quot;
Do priester heeft de magt om het brood en den wijn in hot ligchaam en bloed van Christus te consacreren, zich zelvon er mede to voeden en het aan anderen uit to doelen. Welk oeno waardigheid; welk eene magt. God zelf is hom gehoorzaam! God daalt op zijn woord uit den hemel neder\' God wordt, als het ware opnieuw geboren in zijne handen I
Dus een priester moet heilig zijn; zoo hij het niet is, is hij onwaardig om het altaar te naderen. „Non accednt ad altare, quia maculam hahet, et contaminare non debet sanctuarium meumquot; (Levit. 21. 23.) {Selva, p. I. cap. III. n. 12).
Een priester moet zich dus diep voor God vernederen en rouwmoedig vergiffenis vragen, ziende dat hij nog zoo ver verwijderd is van die heiligheid, welke God met rogt van hem vordert.
Verzuchtingen. Helaas, mijn God, wie ben ik om eene zoo verhevene, zoo heilige bediening
( 584 )
to verrigten ! Ach of mijne handen zuiver waren, gelijk die van den H. Joseph, die Josus zoo dikwijls gedragen Lebben! Ach of mijn hart zuiver ware, gelijk de schoot van Maria, waarin Hij negen maanden heeft gerust 1 Ach of mijne lippen gezuiverd waren door het vuur uwer liefde, gelijk die vj-.n Isaïas door het heilig vuur gezuiverd werden, om U met heilige lippen te loven en te ontvangen. Amen.
Bemerking XX.
O, zoo gij do gavo Gods kondet. O, zoo gij uwe waardigheid kendet! Do H. Augustinus zegt: „O eerbiedwaardige priesterlijke waardigheid, in wier handen, evenals in don schoot der H. Maagd, de Zoon Gods neerdaalt! O heilig en hemelsch geheim, \'t welk do Vader en de Zoon en do II. Geest door u uitwerkt! Op een en hetzelfde oogenblik is dezelfde God, die Meester is in den hemel, ook in uwe handen en onder de gedaante van brood op het Altaar tegenwoordig.quot;
O wonderbare geheimen! Eon God daalt neder in de handen eens priesters! Wie is dp
( 585 )
priester dan om zulk geheim te voltrekken ? Hoe heilig behoort hij te zijn ! Hij moet hebben de zuiverheid dor Engelen en Aartsengelen, den eerbied der Sterkten en Mugten, do dienstvaardigheid der Heerschappijen, don glans en do heerlijkheid der Troonon, de verhevenheid dor Prinsdommen en de liefde der Cherubijnen en Soraphijnen.
Verzuchtingen. Helaas, wie bon ik, om die goddelijke geheimen te verrigten? Neen, ik ben zulks niet waardig!
O Gij, Engelen en Heiligen, die vol eerbied staat voor Gods troon en sidderend hot altaar omringt, bidt voor mij en maakt mij deelachtig aan die vurige liefdogovoolens, die U bezielen, on TT zonder ophouden doen zingen: Heilig, Heilig, Heilig, Heer God der Heirlcrachten, geheel de aarde is vol van uwe glorie. Amen.
Bejierkixg XXI.
O zoo gij de gave Gods en uwe ■waardigheid kondot! De H. Augustinus roept uit in do verrukking zijns geostos: „O eerbiedwaardige heiligheid der (priesterlijke) handen! O zalige
( 586 )
bediening! O waarlijk do vreugde der wereld! Ben christen heeft Christus in zijne magt, dat is, de priester heeft in zijne magt don Zoon Gods, wiens vermaak hot is te zijn met de kinderen der monschen. Do priester voltrekt dit onuitsprekelijk geheim, en de Engelen staan hem bij als bedienaren. Over dit voortreffelijk voorregt staat de hemel verbaasd, de aarde verwonderd, de mensch wordt bevreesd, de duivel verplet en de engel vol eerbied.quot;
O priester des Hoeren, zult gij alleen er ongevoelig voor blijven ? Zult ook gij niet met eerbied doordrongen worden ? Zult gij niet sidderend en met do diepste gevoelens van ootmoed, eerbied en liefde tot het altaar naderen, om die goddelijke geheimen heilig te ver-rigten P
Verzuchtingen. O zoo ik een levendnj geloof hadde, hoe zou ik dan in liefde ontvlammen on met wat eerbied zou ik dan tot hot altaar naderen I O God, ik schaam mij voor U, wijl ik zoo vol fouten, onvolmaaktheden en gebroken ben. Helaas, ik, een zondaar, moot die heilige en goddelijke geheimen verrigton! Neon, noen, mijn God, ik ben zulks niot waardig! Maar, omdat Gij het toch wilt, bid ik U mij te zui-
( 387 )
veren, met deugden te versieren en te heiligen, opdat ik U een waardig offer opdrage.
O Maria, zuiver mijn liart en versier liet. Amen.
Beiierkijto XXII.
O, zoo gij do gave Gods kendet! Welke genade, het altaar te mogen beklimmen en die heilige geheimen te voltrekken! De H. Chrysostomus zegt (Hom. 83. in Matth): „Gedenk, welke eer u aangedaan wordt en welke tafel gij geniet; het-gene do Engelen sidderend aanzien en niet vrij durven aanschouwen om den glans waarvan hot schittert, daarmede worden wij gespijsd en ver-eenigd, en zoo worden wij een ligchaam en een vleesch met Christus .... O priesters en onderdanen! hoort dan welke spijs u geschonken wordt; hoort en siddert! Hij, de Zaligmaker, voedt ons met zijn heilig vleesch; Hij stelt zich als een slagtoffer voor ons; welke verontschuldiging zullen wij dan kunnen bijbrengen, als wij gevoed zijnde mot zulke spijzen, evenwel nog blijven zondigen; als wij het Lam etende in wolven veranderen ?quot;
O ziel, hoe vcrrigt gij die heilige geheimen ? . ..
( 588 )
Wolk voordeel trekt gij uit die goddelijke spijs ? Zijt gij zachtmoedig als een lam ? Zijt gij gelijkvormig aan O esus ?
Verziichtinycn. Helaas! wat zal er van mij geworden! Ik moet heilig zijn en ik ben vol onvolmaaktheden, gebreken en zonden! O God, wees mij armen zondaar genadig! aanschouw uwen eenigen Zoon, wees mij om zijnent wil genadig. Ik geef mij nu geheel aan U, in vereeniging met Jesus, uwen lieven Zoon. In deze vereeniging, steunende op de verdiensten van Jesus, nader ik vol vertrouwen tot het altaar. Amen.
Bemerking XXIII.
O, zoo gij de gave Gods kendet! De H. Ber-nardus zegt {cid Patres Conc. Bemensis) :
„O priesters, welke waardigheid heeft God n geschonken ! Welk is het voorregt uwer orde !... God heeft u gekozen boven de koningen en keizers. Hij heeft uwe orde gesteld boven alle anderen. Ja, Hij heeft u verheven boven de Engelen en Aartsengelen ; boven de Troonen en Heerschappijen; want gelijk Hij om ons te verlossen niet de natuur der Engelen maar die van
( 589 )
Abrahams geslacht heeft aangenomen; zoo heeft Hij het consacreren van het brood en den wijn in het ligchaam en bloed des Heoren ook niet toevertrouwd aan de Engelen, maar aan \'de menschen en alleen aan de priesters.quot; O God! hoe hebt gij den mensch en vooral don priester zoo kunnen verheffen? „Quid est homo, quod memor es ejus, aid Jilius hoininis, quoniam visitas eain ? Minuisti eum paulo minus ah angelis; gloria et honorc coronasti eum et constituisti eum suiter opera manuum tuarum.quot; (Ps. 8. ö).
O God, niet alleen hebt Gij hem gelijk gesteld aan de Engelen, maar hebt hem boven do Engelen verheven in magt en eer.
Verzuchtingen. O konde ik dankbaar zijn! O konde ik die heilige geheimen heilig ver-rigten! O God, geef mij de zuiverheid der Engelen, de vurigheid der Cherubijnen en de liefde van Maria !....
Zie, lieve Jesus, ik kom. Geef U aan mij.
O Maria, bid voor mij. Amen.
Bejieiikixg XXIV.
O, zoo gij do gave Gods, uwe waardigheid en uwe verpligting wel kendet!
( 590 )
Thomas a Kempis zegt [de imit. lib. TV. cap. I. 7i. 6): „0 quam iiiagnuiu et honora-bile est officium sacordotum, qiiibus datum est Dominmu majestatis verbis sacris conseerare, labiis benedicere, manibus tenere, ore proprio sumere et caeteris ministrare. — O quam mun-dae debent esse manus illae, quam purum os, quam sanctum corpus, quam immaculatum cor orit sacerdotis, ad quem toties ingrcditur Auctor puritatis! — Ex ore sacerdotis, nil nisi sanctum, nil nisi honestum et utile procedere debet verbum, qui tam saepe Christi accipit Sacramentum.
n. 7. Oculi ejus simplices et pudici, qui Christi corpus solent intueri. Manus purae in coelum elevatae, quae Creatorum coeli et terrae solent contrectare.\'\'
Verzuchtingen. Dierbare Jesus, ik heb reeds dikwijls die heilige geheimen opgedragen en mij zoo menigmaal gespijsd met uw vleesch en bloed; ik moest dus heilig zijn; maar helaas, ik bon en blijf vol fouten, onvolmaaktheden en gebreken. Helaas, wat zal er van mij geworden r O Jesus, ontferm TJ mijner en heb medelijden mot mij. Ik ben zoo zwak! Versterk mij, opdat ik heilig worde. Stort in mij die deugden, welke
( 591 )
Gij verlangt in mij te vinden. Zonder uwe genade is alles vruchteloos. Ik hoop op U, lieve Jesus. Amen.
Bemerking XXV.
O, zoo gij de gave Gods, do verhevenheid uwer bediening en de heiligheid tot het Mislezen gevorderd wel kendet I
De H. Laurentius Justinianus zegt {Sermo de Corp. CA.); „S ucra Missae oblatione nulla major, nulla utilior, nulla oculis divinae majestatis es yratior. Er is geen verhevener, geen nuttiger, geen aangenamer offerande in de oogen dei-goddelijke Majesteit, dan de heilige offerande der Mis.quot; De H. Alphonsus voegt er nog bij : ,,God zelf zou niet kunnen maken, dat er in de wereld eene grooter en heiliger zaak bestond, dan het lezen eener H. Mis.quot; {Selva, p. I. c. VII. n. 1) .... Vervolgens gelijk het Concilie van Trente zegt: ,,Satis apparet omnem opcram et dilujentiam in co ponendam esse, v.t quanta maxima fieri potest interiori cordis mun-ditia paragaturquot; (S. 52. Deer. de obs.) Do H. Franciseus van Assisië zegt: ,,Videte, sacerdotes, dignitatem vesiram, et si cut super oinnes propter
( 592 )
hoc mysterium honoravit vos Dominus, ita et voa diligite Einn ct honorate.quot;
Verzuchtingen. O God, lioe ver ben ik nog verwijderd van do zuivarlieid en heiligheid, welke Gij te regt in den priester verlangt I Ach, ik bid U, vermeerder mijn geloof, opdat ik met eerbied doordrongen worde ! O hadde ik nu het geloof en de liefde der Heiligen en den eerbied en de vurigheid der Engelen, die hunne gouden kroonen aüeggen, en hun aangezigt voor U, bedekken, zeggende: Heilig, Heilig, Heilig, Heer Gvd der Heirhrachten, Amen.
Bemerking XXVI.
O, zoo gij do gave Gods kendet, en de verhevenheid der priesterlijke waardigheid steeds wist te waardeeren ! Hare bediening is zoo groot en zoo gewigtig, dat zij zelfs vreeselijk is voor de Engelen. ,,Onus angelicis humeris formidandumquot; (St. Gregorius).
O priester des Heeren, denk dan wie gij zijt en tot welke waardigheid de Heer u verheven heeft. David zege : ,,Suscitans a terra inopem ct de stercore crigens pauperem, ut collocet cum cumprin-cipihus, cum principihus populi miquot; (Ps. 112. 7).
( 5i);i )
Opgenomen uit liet stof, uit liet slijk der zonden zijt gij verheven tot prins en gesteld onder de vorsten van het volk dos Heeren. O verhevene waardigheid I Priester, welke dankbaarheid zijt gij daarvoor niet verschuldigd \'r En hoe heilig moet uw leven niet zijn ? De H. Chrysostomus zegt: „Nonne accedentem ad allare sacerdotem sic purum esse oportet, ac si in ipsis coelis collocatus inter coelestes illas virtutes medius staretquot; {J)e sac. lib. 0. cap. 4). Geen wonder, dat vele Heiligen, van de waardigheid des priesters doordrongen, het van zieh niet konden verkrijgen om den priesterlijken staat te aanvaarden, aangezien zij overtuigd waren dien graad van heiligheid niet te kunnen bereiken, welke in eenen priester gevorderd wordt.
Verzuchtingen. Dierbare Jesus, ik ben niet waardig uwe schoenriemen te ontbinden, en toch moet ik de verhevenste aller bedieningen uitoefenen. Ik weet niets anders te doen dan mij voor U te vernederen en U te verheerlijken. Ik geef mij geheel aan TJ; besehik over mij volgens uw welbehagen, en geef mij uwe liefde met uwe genade. Amen.
96
( 394 )
Bejieekixg XXVII.
O, zoo gij de gave Gods, en do verhevenheid van het Misoffer kcndet I O, zoo gij do waardigheid eens priesters kendet! Wat gebeurt er bij het H. Misoffer ? Op het woord des priesters gaat de hemel open, en Jesus, in hot gezelschap der Engelen, daalt neder in zijne handen, en do Engelen worden als de bedienaren des priesters. Do H. Gregorius zegt [Dial. lib. 4. cap. 5): „Quis dubitat in ipsa immólationis hora ad sacer-dotis vocem coelos aperiri, in Ulo Jesu Christi rnysterio Angelorum choros adesse !quot; De H. Chry-sostomus zegt {Lib. 6. de sac. c. 6); ,,Locus altari vicinus plenus est Angelorum clwris, in honorem Illius qui immolatur.quot; Do H. Augustinus zegt (in Ps. Tö); „ftacerdos enini Jiic ineffabile cunficit mysterium et Anyeli conjicienti sibi quasi famuli assistunt.quot;
Een priester gebiedt dan aan Jesus! Jesus is hem gehoorzaam en do Engelen zijn als dienstknechten bij hem I O priester des Heeron, denk er wel aan, gij moet zuiver, gij moet heilig, gij moot geheel voor God zijn.
Verzuchtingen. „Quis mihi det, Domine, ut inveniam Te solem et aperiam Tibi totum cor
( 595 )
meum... Tu solus mihi loquaris et ego Tibi... hoc oro, hoe desidero, ut Tibi totus uniar et cor meum ab omnibus ereatis rebus abstraham, magisque per saeram communionem ae frequen-tem eelebrationem eoelestia et aeterna sapere discamquot; {de imit. Ch. lib. IV. cap. 1:5. n. 1). O God, doe mij in liefde ontvlammen, en maak dat ik geheel voor U zij. U alleen, U alleen, U alleen zoek ik te behagen ! Geheel aan U, geheel aan U, geheel aan U wil ik zijn, voor den tijd en voor de gansche eeuwigheid. Amen.
Bemerking XXVIII.
O, zoo gij do gave Gods kendet! Een priester is boven alle waardigheden verheven. Welke keus hoeft God niet moeten doen, om oenen mensch tot do priesterlijke waardigheid te verheffen? 1. Hij heeft hom moeten kiezen uit hot oneindig getal schepselen, die mogelijk zijn; want daar ze allen in het niet waren, heeft Hij door eene eeuwige liefde besloten hem het bestaan, het wezen, te geven. \'2. Uit zoovele millioenen ongeloovigen heeft Hij hem moeten kiezen, om te zijn een kind der ware Kerk. ;j. Uit het midden van zoovele geloovigen heeft Hij hem
( 59(1 )
verkozen, oüi hom met de priesterlijke waardigheid to bokleoden.
De H. Ephrcm zegt: „Excedit omnem co(ji-fationem domcm dignitatis sacerdotalisquot;; want zegt de H. Dionysius: Angelica, imo divina est diy-nitasquot;; en bijgevolg, gelijk diezelfde Heilige zegt; ,,Qui sacerdotern dixit, prorsus divinum virum insinuavitquot; {De coel. hier. c. 3).
O priester des Hoeren ! waardoor uwo verhevenheid en heilig haar door een engelachtigen levenswandel. God heeft u verkozen, om als een Engel op aarde te wandelen. Do H. Chry-sostomns zegt: .,Idcirco enim vos elegit ut -simus quasi luminaria et magistri caetororumgt; ao veluti angeli versemur in torrisquot; {Hom. 19 in Tim. III).
Verzuchiingen. O God, wat kan ik anders doen, dan mij vernederen! Ach, wees mij armen zondaar genadig. Schep in mij een zuiver hart en vernieuw in mij don goeden geest, opdat ik gezuiverd, geheiligd en met deugden versierd die goddelijke geheimen heilig opdrage. Amen.
( 597 )
Bemerking XXIX.
O, zoo gij do gavo Gods kendet en do lioilig-lieid uwer bediening! Jesus in hot H. Sakra-mont brandt van liefdo. Golijk Hij was in het brandend braambosch te midden der vlammen, zoo is Hij ook hier, als in een vurigen oven, brandend van liefde. Als gij tot het altaar nadert, donk dan dat God u toeroept, gelijk Hij eertijds tot Moyses riep: „Moyses, Moyses! nader hier niet, ontbind de schnenen mver vueten; want de plaats waar gij staat is eene heilige aarde.quot; (Exod. 3. 5); op hot hoeren dezer stem was Moyses vol eerbied en bedekte zijn aanschijn.
O priester des Hoeren ! wat staat u te doen ? niet slechts een Engel, maar Josns, de Heer dor Engelen, is op hot altaar; daar is Hij als in een gloeijend fornuis, br,andend van liefde {St. Catharina van Sene). Zult gij uwe schoenen niet ontbinden ? Dat is, zult gij uw hart niet aftrekken van de wereld en van alle ijdel-hodon der wereld ? Zult gij niet van eerbied doordrongen worden, aangezien deze plaats heilig is ?
Verzuchtingen. Helaas, lieve Jesus, Gij zijt
( 598 )
op liet altaar en brandt van liefde en toch ben en blijf ik koudl Gij zijt er als in een fornuis brandend van liefde, en ik nader tot U onver-scliillig en koud; ik blijf er koud, en keer er koud van terug. Dierbare Jesus, ontferm U mijner en ontsteek in mij liet vuur uwer liefde. Verwijder uit mijn hart alles wat u mishaagt, alles wat aardsch, alles wat wereldsch, alles wat zinnelijk is, opdat ik geheel voor U zij, alleen voor U leve en die heilige geheimen mot den diepsten eerbied en vurigste liefde voltrekke. Amen.
Bemerking XXX.
Bij de inwijding van Salomons tempel vervulde eene wolk alsmede do glorie des Heeren het huis van God, de priesters konden den glans niet verdragen en do koning Salomon, vol eerbied, riep uit in do verrukking zijns geostes: „Ergonc putandum est quod vere Deus hahitat super terrain\'1\'\' ! (3 Eeg. 8. 21). „Si enim coeli et coeli coelorum Te capere non possunt, quanta magis domus Jiaec, quam aedificavi ?quot; (16).
O priester des Heeren, o zoo gij de gave Gods kendet, die Hij u bewezen heeft door u
( 599 )
tot de dienst der altaren te roepen en tot het voltrekken der H. gelieimcn! Is onze tempel niet duizendmaal eerbiedwaardiger dan die van Salomon ? Niet eene wolk, niet sleclits do glorie dos Hoeren vervult onzen tempel, maar Jesus Christus, God zelf is er tegenwoordig. Hij rust op hot altaar; daar is Hij als op een luisterrijken troon, en wordt aangeboden door de Engelen, die zich eerbiedig voor Hom neerbuigen en voortdurend zijnen lof zingen. Salomon, eene straal van Gods glorie ziende, viel op beide knieën ter aarde, en b td met uitgestrekte armen. God lovende, danken .Ie en smeekende ; en gij, priester des Heeren, zult gij bij het heilig altaar ongevoelig blijven
Verzuchtinyen. Helaas, mijn God 1 hoe koud en onverschillig ben ik in uwe tegenwoordigheid! Schaamte bedekt mijn aangezigt; wat kan ik anders doen, dan mij diep voor U vernederen, rouwmoedig mijne schuld bekennen eu U vurig bidden, mijn hart in liefde te ontsteken ? Ontferm U mijner, lieve Jesus, zuiver mijn hart en geef dat ik het Heilig der heiligen heilig waarneme. Amen.
( 600 )
Bemerking XXXI.
O, si scires doimm Dei! O priester des Hoeren, Jesus hoeft n eene goddelijke magt gegeven. Do H. Alplionsus zegt: „Verbazing treft ons, als wij lozen, dat God aan Josué gehoorzaamde [Obediente Deo voci hominis). Josué sprak en do zon stond stil: Sol contra Ouhaon ne movsaris; stetit üaque sol in medio coeliquot; (Josué X. 12 lli) (fielm, p. /. c. 1 ». ö). Maar, zie hier oen grooter, oen treffender wonder; do priester zegt: ,, Hoe est corpus meuraquot;; on oogenblikkolijk gehoorzaamt God zelf en daalt neder op hot altaar. Overal, waar de priester Hom roept en zoo dikwijls, als hij hot doet, gehoorzaamt God en stelt zich tusschen do handen des priesters, al ware deze ook een booswicht, een verrader, een tweede Judas, en blijft geheel te zijner beschikking. Zie, zulke magt heeft Hij aan den priester gegeven. Die magt is niet aan de Engelen gegeven. Hij gaf ze alleen aan den priester.
O priester des Heeren, zoo hoog verheven, sidder en verneder u. Een diepe afgrond staat voor u open. De ontrouwe Engelen, Lucifer mot zijnen aanhang, zich zoozeer verheven ziende, werden hoovaardig, meenden aan God gelijk te
{ 601 )
zijn on stortten als oen bliksem uit den hemel ii\\ den afgrond der liel. Do grootheid uwer magt noopt u tot grooto voorzigtigheid. Lucifer zal het beproeven, om u ook tot hoovaardigheid te vcrlei-don, om u langs dion weg in hot verderf te storten. Bemin dus de vornedering en do verachting.
Verzuchtingen. O Jesus, ik sidder, als ik mijne waardigheid beschouw. Ik moest heilig zijn; maar, helaas ! ik ben zoo vol fouten en gebreken en bij dat alles ben ik hoovaardig. Ontferm U mijner; goef dat ik nederig zij en gaarne versmaadheden lijdo uit liefde tot U. Amen.
Bemehkixg XXXII.
O, ai adres donum Bei ! O priester des Hoeren, verbeeld u te zijn in de zaal van liet laatste avondmaal on daar Jesus te hooren zeggen; ,, Dtsidcrio desiileravi hoe Pascha manducare vohis-cnm.quot; O wonder! Jesus verlangt het Paaschlam met u te eten. Ja, Hij verlangt het vurig; zoor vurig; Waarom ? Hooft Hij er eonig bolang of voordeel bij? Neen; volstrekt niet. Waarom verlangt Hij dan zoo vurig ? Om u zijne liefde to toonen, door voor u het H. Snkrament in te
( 602 )
stellen en to sterven, alsmede door u te verkiezen, om die H. geheimen op te dragen. Hij heoft ii verkozen, om als priester liet altaar te betreden, om die H. golieimon van het laatste avondmaal te vernieuwen. Gedenk uwe waardigheid ; gedenk de verhevenheid uwer bediening; gedenk uwe verpligting, om met groot verlangen en vurige liefde tot het altaar te naderen om Jesus te offeren en te ontvangen. Hoedanig is uw verlangen! Is het naar Jesus of naar de vermaken ? naar den geestelijken of wereldlijken en zinnelijken maaltijd ?
Verzuchtingen. Lieve Jesus, hoe flaauw is mijn verlangen! Gij verlangt naar mij, hoewel Gij mij niet noodig hebt en ik verlang niet naar U, hoewel ik buiten u geen geluk hebben kan. Helaas, ik verlang meer naar feestmalen dan naar de spijs der Engelen, welke alle zoetigheden in zich bevat I Dierbare Jesus, ik vraag rouwmoedig vergiffenis en bid II in mij een vurig verlangen te ontsteken; geef dat ik walge van aardsche feestmalen, om alleen naar dien goddelijken maaltijd te verlangen. Amen.
( 003 )
Bemerking XXXIII.
O, si sciros donum Dei! Jesus met de twaalf Apostelen aan tafel zijnde, staat eensklaps op, legt zijne kloedoren af, omgordt zicli met een linnen doek, en knielt neder voor zijne leerlingen, om liun de voeten te wassohen. O wolk geheim! Waarom zich zoo diep vernederd! quot;Waarom hunne voeten gewasschen ? Om een voorbeeld van vernedering te geven en te leeren, hoe zuiver men zijn moet, om te naderen tot de tafel dos Hoeren. De Apostelen waren zuiver en toch moesten zij nog moer gezuiverd worden. Jesus zeide: ,,Qwi lotus est, non indiget nisi ut pedes lavet.quot;
O priester des Heeren, donk er aan: er staat geschreven; „Mundamini, quifertis vasa Dominiquot; (Isaïas 42. 11). Indien zij, die de vaten dos Hoeren droegen, moesten gezuiverd zijn, hoeveel te meer oen priester, die Jesus Christus moet dragen in zijne handen en ontvangen in zijn hart? Petrus Blessius zegt: „Quanto mundiores esse opertet, tjui in manihus et corpore portant Christum ?■quot; {Ep. 123. ad. Riech).
Verzuchtingen. Peocavi! Ik heb gezondigd, lieve Jesus; ach ik bid U, gewaardig U mij te
( 604 )
zuiveren. „Amplius lava me ah iniguUate mea et a peccato meo mundd me.quot; quot;Wasch. niet alleen mijne voeten, maar ook mijne handen en mijn lioofd, opdat ik geheel zuiver zij; en bekleed mij daarenboven met uwen geest, met den geest van zachtmoedigheid en nederigheid, opdat ik U behage: immers Gij hebt gezegd; „Disdte a Me, quia rnitis sum et humilis corde.quot; Amen.
Bemeeking XXXIV.
O, si scires donum Dei!. .. O priester des Heeren, verbeeld u te zijn in do zaal van hot laatste avondmaal. . . Josus sprak met zijne Apostelen gelijk een vader, die afscheid neemt van zijne geliefde kinderen. Hij zeide; „Nan hibam amodo de hoc genimine vitis, uscjue in diem ilium, cum ilhul hibam vobiscum novum in retjno Putris meiquot; (Matth. 26. 29). \'t Was als hadde Jesus gezegd: Dit is nu de laatste maal, dat wij het Paaschfeest gezamenlijk vieren, totdat wij in het rijk mijns Vaders vereonigd zullen zijn om daar een nieuw en eeuwigdurend Paaschfeest te vieren. O zoete maar tevens zielroerende woorden : Dit is nu de laatste maal!... Het oogonblik
( 605 )
is nabij, dat gij tot liet altaar nadert en Josus gaat ontvangen. — Wie weet, of liet niet de laatste maal wezen zal ? . . . zoo ja . . . zoiidt gij dan kunnen vertrouwen, dat do woorden des Zaligmakers in u zullen bewaarheid worden, namelijk om met Jesus in den liemcl een eeuwigdurend feest te vieren ?
Verzuchtingen. Lieve Jesus! ik weet niet, wat hierop te antwoorden. Ik weet niet, of ik haat of liefde waardig ben. Pront, bid ik U, diep in mijn hart deze gedachte: Misschien is hot de laatste maal, opdat ik mij zoo voorbereide, olsof hot in der daad de laatste maal ware; namelijk mot de grootste godsvrucht, zuiverheid dos harten en liefde... Ontferm U mijnor, lieve Jesus, ontferm U mijnor, heb medelijden mot mij; gaarne zou ik die H. geheimen met zulken eerbied, zuiverheid en liefde opdragen, gelijk do grootste Heiligen dit gedaan hebben; maar helaas, ik ben zoo ellendig, zoo zwak, zoo onvolmaakt !. .. Wasch mij en zuiver mij al moor on moor, en vervul mij met uwen geest, met uwe liefde. Amen.
( tiOC )
Bemerking XXXV.
O, si scires donum Dei!... Verbeeld u iu do zaal van liet laatste avondmaal te zijn en te zien, lioe Jesus hot brood en vervolgens den kelk met wijn neemt en consacreert, en zich geeft aan de Apostelen, zeggende: Neemt en eet, dit is mijn ligchaani. . . dit is de helk van mijn bloed. De Apostelen staan verbaasd en branden van liefde. Jesns geeft zich zeiven tot zielespij s en de Apostelen eten zijn ligchaani en drinken zijn bloed. O onbegrijpelijk geheim!
O priester des Hoeren ! . . . 0, si scires donum Dei! \'t Is u vergund dienzelfdon Jesus te ontvangen, Hem aan anderen uit te deelen, ja \'t is u vergund, het brood in zijn lichaam en den wijn in zijn bloed te veranderen. Op hetzelfde oogen-blik dat gij do woorden der consecratie uitspreekt, verandert het brood en de wijn in het ligchaani en bloed van Christus. Dan daalt Jesus uit den hemel neder en stelt zich tusschcn uwe vingers.— O, si scires donum Dei ? Donk en herdenk de grootheid dezer genade; — maar tevens denk en herdenk do zware vorpligting welke daaruit voor u voortspruit , . . Cui multwn datum est,
( 607 )
multum petetur lt;ib co. God hcoft u veel gegeven; Hij zal veel van u vragen.
Verzuchtingen. Lieve Jesus, ik sta verstomd bij de beschouwing dezer liefdedaad; ik sta verbaasd bij de beschouwing van dit onbegrijpelijk geheim, — van de grootheid dezer genade, — van de vurigheid uwer liefde, — en van de heiligheid mijner bestemming . . . Verlicht mij, om dit alles te begrijpen en er dieper van doordrongen to worden. Amen.
Bemerking XXXVI.
O, si scires donum Dei! Jesus was — als wij zoo spreken mogen - in strijd met zich zeiven. Uit gehoorzaamheid aan zijnen Vader moest Hij de wereld verlaten; en om de grootheid zijner liefde kon Hij van ons niet scheiden. Wat zal Hij doen!-\' In zijne oneindige wijsheid vindt Hij het middel uit, om liet een en het ander te volbrengen. Hij sterft, om te gehoorzamen aan zijnen Vader, en stelt het H. Sakrament in, om altijd en overal bij ons te blijven en dit wel, tot het einde der wereld. O wonderbare beschikking! Waar heeft men ooit zulke liefde gevonden ?
De Apostelen waren bedroefd over zijn heengaan
( 008 )
uit de wereld; docli Hij troost hou : Laat uw hart niet ontroerd worden, noch vreezen! (Joan. 14. 27). I/c zal u niet als weezen laten (Joan 14. 18). „Ik ga hoen, om u eone plaats te bereiden . . . , dan kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat, waar Ik ben, ook gij zijtquot; (Joau. 14. 23).
O, si serres donum Dei! O, zoo gij do liefde, de onbegrijpelijke liefde van Jesus kendetl O zoo gij den pligt kondet van Jesus to beminnen I ,,Si quis non amat Dorünam nostrum Jesurn Christum, sit anathema! (1 Cor. 16. 22).
VerzucJitirxjen. Dierbare Jesus, doe mij de grootheid uwer liofdo al meer en meer kennen 1 Trek mijn hart al meer en meer af van de wereld en van al hare vermaken en goederen, om U alleen te beminnen; vooral nu ik die H. geheimen ga verrigten en Gij de spijs mijner ziel zult worden. Lieve Jesus, ik wil U beminnen, U alleen. O ja, lieve Jesus ik wil U vurig beminnen en zou wenschen uit liefde tot U te kunnen sterven. Am.
Bemerking XXXVII.
O, si scires donum Dei! Het H. Sakrament is een aandenken, hetwelk Jesus ons gaf, voordat Hij ging sterven, opdat wij aan Hem zouden
( 609 )
denkon. Een aandenken, dat een stervende vader te zijner gedachtenis geeft aan zijne kinderen, is hun altijd dierbaar: zien zij het, dan donken zij aan hunnen stervenden vader. Welnu het H. Sakrament is het aandenken ons door den stervenden Jesus nagelaten, opdat wij aan Hem zouden denken : „Boet dit te mijner gedachtenis.quot;
O, si scires donum Dei I O zoo gij de waarde van dit aandenken kendet, en vooral de grootheid zijner liefde! Jesus wil, dat wij zijner gedenken zouden; Hij denkt altijd aan ons en wij zouden niet aan Hem denken ?
O priester des Heeren! Denk steeds aan Jesus; aan de grootheid zijner liefde, aan de verhevenheid uwer bestemming, \'t Is u vergund, gemeenzaam met God om te gaan. Gum Deo familiariter agit (S. Ephrem lih. 1 de saeerd.J Gij moet dus aan Hem denken, met Hem spreken, voor Hem arbeiden en voor Hem lijden; zoomoet gij gemeenzaam met Hem omgaan. Doet gij dat ook zoo ?
Verzuchtingen. Helaas, lieve Jesus, Gij wilt, dat ik steeds aan U zou denken: ,,Hoc facite in meam commernorationem,quot;, en toch vergeet ik U! Gij hebt mij verkozen, om gemeenzaam en ver-trouwelijk met U om te gaan; maar helaas, ik wil buiten U mijn vermaak vinden en zoek het 95 ao
( fiio )
in dc uitspanningen der wereld. O mijn Jesus, ontferm U mijner. Ik bid U mijn hart in liefde tot U te ontsteken, opdat het mij een vermaak zij bij U te wezen en ik mijne priesterlijke bedieningen waardig uitoefene. Amen.
Bemerking XXXVII.
O, si Hcires donnm Dei! O priester dos Hoeren, gave God, dat gij de weldaad van het H. Sakra-mont kondot! Nooit kunt gij ze bevatten; zij zij gaat allo begrip, zolfs dat der H. Maagd, te boven; opdat zij meer indruk op uw hart zou makon, moot gij er gestadig aan denken, dit verlangt Jesus, daarom zegt Hij: ,,Doet dit te mijner gedachtenis.quot;
Denk dus bij het vorrigton dezer geheimen aan Jesus, voor U lijdende en stervende I Hoe zoudt gij gesteld zijn geweest, indien gij Jesus op Calvarië had zien lijden en sterven aan het kruis tussohen twee moordenaars \'r Zoudt gij dan niet bedroefd geweest zijn over uwe zonden, om welke Hij toen leed \'r Waart gij dan niet in liefde ontvlamd, denkende aan de grootheid zijner liefde, lijdende en stervende om u zalig te makend O, si seires donum Dei I \'t Is u vergund, die
( 611 )
lieiligo geheimen te voltrekken; door uwe bediening wordt Jesus op nieuw geslachtofferd; verbeeld u dan op Calvarië te zijn, en Jesus te zien sterven aan het kruis.
Verneder u voor God, 1. omdat ge tot hier toe zoo weinig er aan gedacht hebt, 2. omdat gij die heilige geheimen met zoo weinig eerbied, godsvrucht en liefde hebt verrigt, en maak een voornemen, om er meer aan te denken en ze mot meer eerbied, godsvrucht en liefde op te dragen.
Verzuchtingen. O God van genade en barmhartigheid heb medelijden mot mij en geef mij de genade, om eene zoo verhevene bediening met den meest mogelijken eerbied en de vurigste liefde te verrigten. O hadde ik don eerbied dei-Cherubijnen en do liefde der Seraphijnen !.. Amen.
Bemerking XXXIX.
O, si scires donum Dei I Toen Petrus, den kerker ontvlugt, Rome wilde verlaten, kwam Jesus hem te gemoet met het kruis op de schouders, zeggende: „Ik ga op nieuw gekruist worden.quot; Petrus begreep Hem, keerde terug en werd weldra in den kerker geworpen, om voor Jesus te sterven.
( «12 )
O priester des Hoeren! verbeeld u, zoo dikwijls gij uitgaat, om do H. geheimen te vieren, dat Josus u met hot kruis op de schouders vooruitgaat, om geslagtofferd te worden on wel door uwe bediening! „Ik ga voor u gekruist — geslagtofferd worden.quot;
Verbeeld u met Jesus op den kruisweg te zijn, vraag Hem: „Dierbare Jesus, waarheen gaat Gij? „Ik ga naar Calvarië, om gekruist en geslagtofferd te worden.quot; Vraag ook u zeiven; Waar gaat fjij henen:\' Naar het altaar, don geestelijken Calvarieberg, om mijnen Jesus te offeren en als zielespijs te ontvangen. 0, si scires donmn Dei!
O priester des Heeren, erken uwen pligt, om met den meest mogelijken eerbied, met inwendige zuiverheid en heiligheid uwe bediening uit te oefenen.
Dat van uwen kant niets te wenschen over-blijve.
VerzucMirgen. Helaas, ik schaam mij voor uw aanschijn, o mijn God I Hoeveel blijf ik aan mijne verpligting te kort! De Heiligen waren zoo vol eerbied ; hunne harten waren zoo zuiver, zoo heilig, zoo vol liefde, dat zij de vurigheid hunner liefde niet konden verbergen en dat deze
( lt;513 )
zigtbaar werd op hun gelaat. Ik helaas, ben koud, onvolmaakt, vol gebreken. Amplius, am-plius lava me ab iniquitate mea. Cor mundum crea in me Deus. Amen.
Bemerking XL.
O, si scires donum Dei I Gij zijt priester en gaat naar het altaar; op uw woord verandert het brood in hot ligchaam van Christus en de wijn in zijn bloed.
Jesus offert zich zeiven door uwe bediening. De H. Mis is de onbloedige offerande van den gekruisigden Jesus en zij wordt opgedragen tot dezelfde doeleinden; namelijk, om Gods opperheerschappij over ons en alle schepselen en onze afhankelijkheid van God te erkennen; om Hem te bedanken voor alle ontvangene weldaden; om Hom vergiffenis te vragen van alle onze zonden en eindelijk om nieuwe weldaden van God af te smeeken. Met welken eerbied moet gij u dan aan hot altaar gedragen ? Evenals waart gij op Calvarië en als zaagt gij Christus aan het kruis hangen en zijn bloed vloeijen, als zaagt gij Hem lijden en sterven.
O, si scires donum Dei!
( lt;il4 )
O priester des Heoren, \'t is u geg-cven God meer te vereeren, dan alle Engelen gedurende de gansche eeuwigheid doen zullen. O welke genade I Maar ook welke verpligting I
Verzuchtingen. Mijn God, wie bon ik, dat Gij mijner indaclitig zijt!\' Wie ben ik, om mij zoo te verbetten ? Ik beb misscbien verdiend in de bel geworpen te worden en niettemin hebt Gij mij verheven tot de verhovenste aller bedieningen ? Wat zal ik IT vergelden? O hadde ik mil-lioenen levens, om ze allen voor U te slagt-offeren. O Maria bid voor mij, opdat ik brande-van liefde. Amen.
Bemerking XLI.
O, si scires donum Dei! Ten einde deze gave beter te beseffen, overweeg dan als gij communiceert : 1. Wie komt tot mij en wie ben k, die Hem ontvang ? Jesus. God van hemel en aarde, komt tot mij, nietigen aardworm. Ik. ondankbare zondaar, ontvang He.m, voor wien de engelen sidderen, en uit eerbied hun aangezigt bedekken. 2. Hoe komt Hij tot mij en hoe nader ik tot Hem ? Hij komt tot mij vol liefde, goedheid, teerhartigheid, terwijl ik koud.
( «15 )
ongevoelig en liofdeloos tot Hom nader. 3. Waarom komt Hij tot mij en waarom nader ik tot Hom ? Hij komt alleen, om mij gelukkig te maken, met weldaden te overladen en mij met Zich te vereenigen; waarom nader ik tot Hem ? is het alleen uit liefde tot Hom ? uit overtuiging mijner onmagt ? om zijnen wil en zijn welbehagen ? om een met Hem te worden en een walg te hebben van alles wat aardsch, wereldsch en zinnelijk is ?
Helaas, lieve Jesus, ik ben zoo onverschillig voor U. Ik heb zoo weinig achting voor TJ en voor de groote genade, die Gij mij bewijst. Ontferm U mijner en verlicht mij, om do grootheid uwer gave te kennen, te waarderen en mij er met alle zorg toe voor te bereiden.
O, si scires donum Dei! Jesus, God van hemel en aarde, komt tot mij en ik zal Hem ontvangen. Hij zal in mij blijven en ik za door zijnen geest leven. Ja, Hij zal in mij laven en kan ik zeggen met den Apostel: „Levend ben niet meer ik, maar in mij leeft Christusquot; (Gal. 2. 20). Amen; fiat.
( 616 )
Bemerking XLII.
O, si scires donum Dei! Gij priester dos Hee-ren, als gij de gave Gods kendet, zoudt gij alle andere dingen ter zijdo stollen. De H. Franciscus van Sales zegt: „Als ik naar het altaar ga om de H. Mis te lozen, dan verlies ik andere zaken nit het oog.quot; Hoe zou men nog kunnen denken aan beuzelargon, wanneer men doordrongen is van de grootheid dezer geheimen ? De oerwaarde Pator Avila ontvlamde van ijver, vurigheid en liefde bij deze gedachten: ,,Nu ga ik den Zoon Gods door de woorden der consecratie op het altaar roepen : ik ga Hem drukken in mijno handen : ik zal met Hem spreken en mij vertrouwelijk met Hem onderhouden. Eindelijk zal ik Hom in mijn hart ontvangen.quot;
O priester des Hoeren, doet gij ook zoo ? Stelt gij alles tor zijde, om u mot God alleen bezig te houden ? Denkt gij aan alios, wat er gaat gobemen ? Op uw woord zal Jesus uit den hemel neerdalen. Gij zult Hom dragen in uwe handen, zien met uwe oogen, als boezemvriend vertrouwelijk met Hom spreken en Hem in uw hart ontvangen.
Verzuchtingen. Lieve Jesus, als ik er ernstig
( «17 )
aan ducht, dan zou ik gewis in liefde ontvlammen en met meer eerbied en vurigheid die heilige geheimen opdragen. Maar, helaas, ik ben flaauw, omdat mijn geloof flaauw is en ik niet genoeg denk aan hetgeen ik verrigten ga. Jesus daalt in het gezelschap der Engelen neder; die hemelsehe geesten sidderen voor Hem en loven Hem, zeggende: Heiliy, Heilig, Heilig, Heer God der Heirkracliten, en evenwel blijf ik koud.
O God, geef mij een nederig geloof, opdat ik brandend van liefde, die heilige geheimen opdrage. Amen.
GOEDK EURING.
Door onzon Hoogwaardigen Pator Generaal,. Nicolaus Maueon, daartoe gemagtigd, staan wij toe, dat het gebedenboek „Veertig verschillende Coiimuinie-oefeningen, nagelaten werk van den Eerw. Pator Egidius Vogels, Priester van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossersquot;, in druk verschijne, servatis do jure sorvandis.
Amsterdam, 2 Augustus 1883.
P. OOMEN, C. SS. R.
Sup. Prov. Hol/.
IMPRIMATUR.
H. J. H, RUSCHEBLATT,
Libr. Gens. Amstelodami, hac 22-1 Octobris 1887.
I N H 0 U T).
o\'.s\'oc--
BI.Z.
Voorwoord............
Geboden onder de H. Mis...... !l
VEERTIG OEFENINGEN Oil GODVRUCHTIG TE COMMUNICEEEEN.
I De ootmoedigheid......2
II „ ........4-.
IIT „ „ ......5
IV „ ......7
Y De ootmoedige gehoorzaamheid . 8\'
Do milddadislieid
Do heiligheid tegenover de onvolmaaktheid ......
Vervolg over de heiliarhoid .
De goedgunstigheid tegenover
den nijd........182
Don geestelijken honger tegenover
de gulzigheid......19S
Vervolg over den geestelijken
honger........212
Geestelijken honger.....227
Vervolg over den geestelijken
honger........2-11
Vervolg over den geestelijken
honger........2ö{j
De zachtmoedigheid tor bestriding der gramschap en driftigheid ........271
Don vurigon ijver ter bestriding
der traagheid of laauwheid . 289 Vervolg van den vurigon ijver ter bestrijding der traagheid of laauwheid......305
BLZ. 102 120
l;56 152 107
VI
VII
VIII
IX
X
XI
XII
XIII
XIV
XV
XVI
XVII
XVIII
XIX
Ill
ni.z.
XX De oneindige volmaaktheden van
God.........310
XXI Gods onmeetbaarheid .... 330
XXII Gods alwetendheid.....34S
XXIII Gods alomtegenwoordigheid . . 363
XXIV „ „ . . 37f)
XXV De liefde van Jesns.....394
XXVI „ „ „ .......404
XXVII „ „ „ .......413
XXVIII „ „ „ „.....423
XXIX „ „ „ .......432
XXX Onze Vader, die in de hemelen
zijt..........442
XXXI Jesus, onze Vader......4öl
XXXII Onze Vader, die in de hemelen
zijt..........401
XXXIII Uw naam worde geheiligd . . 471
XXXIV Uw rijk kome.......482
XXXV Uw wil geschiede gelijk in den
hemel, zoo ook op de aarde . 493 XXVI Geef ons heden ons dagelijkseh
brood.........503
XXXVII Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren ........öl3
IV
RLZ.
XXXVIII En loid ons uiet in bekoring . 523
XXXIX Maar verlos ons van den kwade. 5134 XL Wees gegroet Maria .... 040 Heilzame bemerkingen ten dienste der
priesters vóür het opdragen van hot H. Misoffer...........öö7