mm
|
•V | |||
|
Co |
r | ||
|
amp; | |||
|
52 | |||
|
S2 ^5 | |||
|
g | |||
|
o |
Cc |
s | |
|
.5S | |||
|
2 |
zoo |
•30 5-. O •KS |
•^) 1-^ |
|
-•i |
een | ||
|
«O | |||
|
S^i |
\' | ||
|
O O |
5- | ||
|
to .5c * lt;sgt; |
? |
t
\'v-\'rfK
r-;
- ---——■
-rf
m
r.||i
GEBED
tol Onze Lime Vim «an ömme\'
Troosteresse in eiken nood.
Onze Lieve Yrouw van Ommel, geliefde moeder, ik kom tot U met een kinderlijk vertrouwen en een bedrukt gemoed, ach heb medelijden met mij. O zoete moeder. Gij kunt mij helpen. Gij moet mij helpen. Niemand noemt vruchteloos zijnen toevlucht tot TJ: zoudt gij aiij kunnen verstooten? Neen, mijne hoop op u vestigende, bid ik u ootmoediglijk om bijstand bijzonder in deze mijne noodwendigheden ......Welaan dan
O. L. Y. van Ommel, gewaardig u mij te verbooren; ik beloof U dankbaarheid en liefde al de dagen mijns levens. Amen.
•
Imprimatur.
Otto Ant. Spitzen.
Liir. Cens.
VAK /$ No. J
Onze Lieve ïrouw van flmel I
ONDER
êeocfv-ic3eiri^ cm. Mandamp;ockjc
Bibliotheek Minderbi oeders
WMMiiS.Weert ^
/V1ET KERKELIJKE GOEDKEURING.
Zie, van nu ut\' zullen alle geslachten mij zalig noemen, de\\viji1lt;Jd j-£-r-uut^ dingen aan mij gedaan hc^, td^»]^a^liri^er^^Lmq. 1. 48, 49.
VOOR DE
A
Suelpe^r^y van W. Bergmans...^/
Cjl
Imprimatur.
Haaren, 28 Maart 1889.
F. Bronsgeest,
Lib. Cans.
Eigendom van den Schrijver
^VootkczicUt.
„Tot meerdere eer der glorierijke Moeder-„Maagd, en om de godsvrucht der geloovigen „jegens Haar te verlevendigen, zoo schreef (\') „Catharina van Aalst, Moeder-overste van „het klooster „Mariaschootquot; te Omwel, hebben „onze geestelijke Oversten zorg gedragen, om de „geestelijke vertroostingen, alhier geschied, op „te teekenen. en in druk uit te geven.quot;
Hel eerst deed dit de Pater Rector Theo-dorus van den Zeilberch, en wel in het jaar 1607, vermeldende 75 wonderbare genezingen, geschied te Ommel, vóór het jaar 1607. Onder goedkeuring van Ghisbertus Masiüs, Bisschop van ,s Hertogenbosch, verscheen in 1612 een herdruk, vermeerderd met 34 wonderbare genezingen, voorgevallen tusschen de jaren 1 607 en 1611.
(1) aaa Mevrouwe Adriana IJweloot, echtgenoote van deu WelEd. lleere N. Cronendaal, Ridder, Griffier
van Finantiëu enz.
^-------------------------------------------%
In 1631 zag eene nieuwe uitgave het licht, goedgekeurd door Z. D. H. Michael Ophoviüs, toen Bisschop van \'s Hertogenbosch. Ook nu iverd het boekje verrijkt met de beschrijving van 11 wonderbare genezingen, geschied tusschen 1611 en 1630.
Van deze laatste uitgave verscheen in 1843 een herdruk, in welke de stijl van het oorspronkelijke wel bleef behouden, echter hier en daar eenigzins gewijzigd om beter verstaanbaar te worden. Deze laatste uitgave is geheel uitverkocht. en aan de talrijke aanvragen der pelgrims kon sedert eenigen tijd niet meer worden voldaan.
Het werkje U, welwillende lezer, thans aangeboden, is alzoo een gevolg van de vele aanzoeken naar een boekje van O. L. Vrouw te Ommel.
Met behoud van het oorspronkelijke verhaal is het — volgens de Brabantia Mariana van wichmans en later ontdekte bronnen — (\') geheel omgewerkt. De beschrijving en volgorde der wonderen alleen, hebben wij met de meeste
(1) Een groot gedeelte van het voormalig arschief van
Ommel is in het bezit van den WelEd. Heer V...... te
Z....... welwillend werd het ons afgestaan; wij betuigen
daarvoor openlijk ouzen hartelijkan dank.
se----\'■amp;
«_____J?
5
nauwgezetheid uit het oorspronkelijke behouden en slechts de schrijfwijze duidelijker gemaakt.
Voor het gemak der pelgrims hebben wij ook de gebeden onder de H. Mis en eenige andere in ons boekje opgenomen-
Moge dit werkje , uitgegeven ten voordeelt der Kerk van Ornmel, het vertrouwen en de godsvrucht tot de Zoete Lieve Vrouwe van Ommel bij allen die het lezen, meer en meer opwekken, dan zal de vurigste wensch van den bewerker vervuld zijn.
D. K.
Ommel, Onze LieveVrouw Lichtmis 1889.
Overeenkomstig de voorschriften van ÜRBANUS VIII z. g. verklaar ik aan het verhaal der wonderbare genezingen en andere in dit werkje aangehaalde feiten , geen ander dan een louter menschelijk gezag toe te kennen , behoudens hetgeen bevestigd is dooide kerkelijke Overheid.
De Bewerker.
«---
De vereering van de H. Maagd Maria.
--------(M !•--
Goil hoeft den menscti geschapen naar zijn beeld on gelijkenis; wordt ons, door ons heilig geloof geleerd. De menseh moet dus al wat goed en al wat edel is betrachten om aan dat beeld te gelijken, en bij al zijn doen en laten, die gelijkenis voor oogen houden.
Nu heeft God in Zijne oneindige goedheid de heilige Maagd Maria boven alle vrouwen uitverkoren om de Moeder te zijn van Zijn\' eenig geliefden Zoon Jezus. God heeft dus aan Ma ria de hoogste eer bewezen en Haar op den hoogsten trap geplaatst. Wil de mensch er dus naar streven God te gelijken, dan moet hij ook in do eerste plaats Maria de hoogste eer bewijzen. Het is toch een algemeen erkend en niet te weerspreken beginsel, dat de eer welke wij iemand bewijzen, des te grooter moet zijn, naarmate de persoon, dien wij vereeren willen, hooger geplaatst, verhevener is. En kunnen wij ons iemand verhevener voorstellen , dan de heilige Maagd Maria, de Moeder van Gods Zoon? Immers neen! Zij, !**--
%-;--3«
8
de Onbevlekt Ontvangene, de Heilige boven alle Heiligen, door haar Goddelijk Moederschap boven alle andere schepselen oneindig ver verheven, Zij moet dus door ons op eene geheel bijzondere wijze vereerd worden.
En die vereering ontving de H. Maagd dan ook door alle eeuwen heen van het eerste begin des Christendoms af; Zij ontving die bij alle katholieke volken; Zij ontving die van de machtigen der aarde, zoowel als van de nederigen ; Zij ontving die van arm en rijk.
De H. Vaders van de eerste eeuwen der Kerk verheerlijken om strijd Maria; oude overleveringen verhalen van de godsvrucht welke de Christenen Haar toedroegen; de vele beeltenissen der H. Maagd, gevonden in de catacomben van Rome, getuigen van den eere-dienst Haar bewezen. Gewagen wij van dat alles niet verder, halen wij slechts een voorbeeld aan hoe men in de eerste eeuwen Maria vereerde. Verplaatsen wij ons met onze gedachten naar de stad Ephese in het jaar 431. In den prachtigen tempel, door de godsvrucht der inwoners ter eere van de Moeder Gods opgericht, waren 200 bisschoppen vergaderd om een onderzoek in te stellen naar de leer
se-----*
van den ketter Nestorius, die het Goddelijk Moederschap van Maria betwistte. Degansche stad was op de been, van heinde en verre waren de Christenen toegestroomd en stonden in dichte reien geschaard op het plein voor den tempel. De diepste stilte heerschte onder de menigte, die in angstige spanning de uitspraak der bisschoppen van het Concilie afwachtte. Daar vertoont zich een bisschop in de groote deur vau den tempel, verkondigt aan de ontroerde menigte, dat de dwaalleer van Nestorius verworpen, de banvloek tegen hem uitgesproken, en de Moeder Maagd geheel en al in Haar verheven voorrecht gehandhaafd is. Op die blijde tijding braken van alle kanten vreugdekreten los, aan het gejubel scheen geen einde te komen. De menigte omringde vol geestdrift de Vaders van het Concilie; men kuste hunne handen, hunne kleederen; de geheele stad was in een oogenblik verlicht, en nooit was de vreugde zoo algemeen.
Zoo werd toen Maria vereerd, en zoo ging het door alle eeuwen heen. Die vereering ontving zij bij alle volken, in alle christelijke landen, van alle standen der maatschappij.
^...........................................-.....gt;4
10
De zeeman zag in hanr de sterre der zee, de droevige, de zieke, de lijdende eene trooste-resse, de verdwaalde eene gids, de gevangene eene verlosseresse, de zondaar eene toevlucht.
Werpen wij in het bijzonder een blik op ons dierbaar vaderland, dan mogen wij getuigen, dat Maria ook hier in Nederland van de vroegste tijden af vereerd is geworden. Vooral de geloovigen van het Bisdom van \'s Bosch hebben ten allen tijde uitgemunt in oprechte en teedere godsvrucht jegens de H. Maagd. Daaraan dan ook schrijven de eerwaardigste en geleerdste mannen het toe, dat, ondanks de hevigste vervolgingen in vorige eeuwen, het geloof in deze streken ongeschonden is bewaard gebleven. (\') Eene groote reden voor ons om voortdurend Maria te blijven vereeren. Haar eene oprechte kinderlijke liefde toe te dragen. Wendt n dan ook dikwijls tot uwe Moeder, gaat tot de Zoete Lieve Vrouwe van Onnnel. Dat Zij, naast God immer uwe voornaamste toevlucht zij !
----50C-
(1) Syn. Busc. pag. 6C.
11
DE BEDEVAARTEN.
Eene bedevaart is eene vaart, een tocht, eene reis om te bidden. Vandaar dan ook, dat men bij of op eene bedevaart, niet alleen zijn gebed stort op de plaats, welke men gaat bezoeken , maar ook onder den weg. Voor ons Katholieken is eene bedevaart een tocht naar een of andere, door God bijzonder begunstigde plaats, ondernomen met het doel, op die genadenrijke plaats , relikwiën, mira-kuleuze beelden of andere heilige en voor de godsvrucht dierbare zaken te gaan vereeren.
De oorsprong der katholieke bedevaart klimt op tot het eerste begin van het Christendom. Eene godvruchtige overlevering verhaalt ons dat Maria, de Moeder des Heeren, de plaatsen bezocht door de voetstappen van Haar Goddelijk Kind geheiligd, — dat Zij dikwijls den bloedigen kruisweg volgde.
Jerusalem, zoo schreef de H. Hieronymus (epist. 13 ad Paulinum) „is vol van menschen, „van alle natiën ; uit alle landen der wereld „stroomt men naar hier.quot; Die godvruchtige pelgrims bezochten niet alleen Jerusalem,
---s
12 |
maar tevens Bethlehem, Nazareth en andere plaatsen door den Zaligmaker geheiligd. De genoemde H. Hieronymus (epist. 17 ad Mar-cellum) hield het voor onmogelijk al de pelgrims naar het H. Land te tellen. Behalve het Heilige Land werd de hoofdstad der christenheid, Rome, bezocht, om er de graven der Apostelen Petrus en Paulus te vereeren.
Wat de bedevaart ter eere van Maria betreft; drong de vereering der Moeder Gods door, overal waar het christendom zich voortplantte , overal ook verrezen er heiligdommen aan Haar toegewijd. Er is bijna geen land of het kan wijzen op ééne of meerdere plaatsen waar Maria er behagen in vond hare vereerders met bijzondere gunsten te overladen, en alwaar talrijke pelgrims door hare voorspraak voortdurend gunsten komen vragen. In België vindt men onder velen: Hal en Scherpenheuvel; in Frankrijk: Tourvrière bij Zyon, O. L. Vrouw du Puy, O. L. Vrouw van Parijs, Salette en vooral het in den laatsten tijd door talrijke wonderen, wereldberoemde Lourdes; in Oostenrijk t Maria-Zell; in Polen ; Czenstochowa; in Italië: Loretto; in Spanje: O. L. Vrouw del Pilar w?---M
13
I te Saragossa; in Zwitserland: Einsiedeln. Ook ons dierbaar Nederland had zijne bedevaartplaatsen. Wie onzer hoorde er reeds in zijne jeugd niet van gewagen ? Wie onzer knielde niet neer voor de beeltenis van de Zoete Lieve Vrouw van den Bosch , van O. L, Vrouw van \'t Zand te Roermond, van O. L. Vrouw, Hoop der hopeloozen te Maastricht, van de in de 15e en 16e eeuw zoo algemeen gekende Lieve Vrouw van Ommel, of voor eenige andere ?
Is het, treurig genoeg, op enkele uitzonderingen na, niet meer geoorloofd in plechtigen optocht die plaatsen te bezoeken, toch blijven zij voor de ware vereerders van Maria onschatbare heiligdommen en worden zij door duizenden en tienduizenden bezocht. 1 En niet zonder reden. Immers, die gods-; vrucht der geloovigen bleef niet onbeloond, voortdurend geschieden er mirakelen. Daardoor verklaarde God (als het ware) uit het hoogste der hemelen, dat de godsvrucht der bedevaartgangers Hem alleraangenaamst is. Daarbij , de bedevaarten zijn ten allen tijde door de Kerk goedgekeurd, verschillende Conciliën hebben de bedèvaarten aanbevolen,
«5---3?
12
maar tevens Bethlehem, Nazareth en andere plaatsen door den Zaligmaker geheiligd. De genoemde H. Hieronymus (epist. 17 ad Mar-cellum) hield het voor onmogelijk al de pelgrims naar het H. Land te tellen. Behalve het Heilige Land werd de hoofdstad der christenheid, Rome, bezocht, om er de graven der Apostelen Petrus en Paulus te vereeren.
Wat de bedevaart ter eere van Maria betreft; drong de vereering der Moeder Gods door, overal waar het christendom zich voortplantte , overal ook verrezen er heiligdommen aan Haar toegewijd. Er is bijna geen land of het kan wijzen op ééne of meerdere plaatsen waar Maria er behagen in vond hare vereerders met bijzondere gunsten te overladen, en alwaar talrijke pelgrims door hare voorspraak voortdurend gunsten komen vragen. In België vindt men onder velen: Hal en Scherpenheuvel; in Frankrijk: Tourvrière bij Zyon, O. L. Vrouw du Puy, O. L. Vrouw van Parijs, Salette en vooral het in den laatsten tijd door talrijke wonderen, wereldberoemde Lourdes; in Oostenrijk: Maria-Zell; in Polen : Czenstochowa; in Italië: \' Loretto; in Spanje; O. L. Vrouw del Pilar j
k»--v.
« - ----3?
13
te Saragossa; in Zwitserland: Einsiedeln.
Ook ons dierbaar Nederland had zijne bedevaartplaatsen. Wie onzer hoorde er reeds in zijne jeugd niet van gewagen ? Wie onzer knielde niel neer voor de beeltenis van de Zoete Lieve Vrouw van den Bosch , van O. L. Vrouw van \'t Zand te Roermond, van O. L. Vrouw, Hoop der hopeloozen te Maastricht, van de in de 15e en I6e eeuw zoo algemeen gekende Lieve Vrouw van Ommel, of voor eenige andere ?
Is het, treurig genoeg, op enkele uitzonderingen na, niet meer geoorloofd in plechtigen optocht die plaatsen te bezoeken, toch blijven zij voor de ware vereerders van Maria onschatbare heiligdommen en worden zij door duizenden en tienduizenden bezocht.
En niet zonder reden. Immers, die godsvrucht der geloovigen bleef niet onbeloond, voortdurend geschieden er mirakelen. Daardoor verklaarde God (als het ware) uit het hoogste der hemelen, dat de godsvrucht der bedevaartgangers Hem alleraangenaamst is. Daarbij, de bedevaarten zijn ten allen tijde door de Kerk goedgekeurd, verschillende Conciliën hebben de bedëvaarten aanbevolen,
gt;amp;—
14
, talrijke Pausen hebben, door er geestelijke gunsten en aflaten aan te verleenen, hot ter bedevaartgaan aanbevolen , zooals ook nog Leo xin deed in zijn Apostolisohen brief\' van 12 Maart 1881.
De trage, de flauwe christen moge ze al afkeuren, omdat hij er eene veroordeeliug in ziet van zijn eigen gedrag — de ongeloovige moge er mee spotten, omdat elke godsver-eering zijn haat opwekt; — de oprecht godsdienstige voelt zich getrokken tot deze of gene plaats, waar God bijzondere weldaden wil verleenen.
Als de H. Kerk de bedevaarten goedkeurt en aanmoedigt, dan wil ze evenwel dat zij met heilige bedoelingen en in goede stemming des harten worden ondernomen, en meermalen heeft de Kerk de misbruiken veroordeeld, welke nu en dan bij de bedevaarten trachten in te sluipen.
Zal eene bedevaart zegen en geestelijk voordeel aanbrengen, dan moet zij geschieden: 1. met een goed inzicht, met een godsdienstig doel, dat wil zeggen, in den geest des geloofs, van gebed en boetvaardigheid, ter verheerlijking van God, ter vereering
x----K
---x
15
van Maria, tot heil dor ziel. Wie met een ander doel gaat: uit nieuwsgierigheid, om van huis te zijn, om een vrolijken dag te hebben, doet geen bedevaart. Erger zeker is het, wanneei\'jongelieden het doen om minder opgemerkt verkeering aan te knoopeu. Verder bedenke men ook wel, dat geen wezenlijke plichten door de bedevaarten verzuimd mogen worden. Laten bijvoorbeeld huiselijke omstandigheden het niet toe, men blljve te huls. Immers , zijn plichten verzuimen om iets te doen wat niet geboden, maar slechts raadzaam is, kan God niet aangenaam zijn , en de ziel niet tot voordeel strekken ;
2. De jeugd behoort niet te gaan dan in gezelschap van ouders, oversten of wel onder de leiding van geestelijken.
De bedevaartganger beschouwe zich inderdaad als zoodanig, als pelgrim. Wij hebben hier geene blijvende woonplaats , ons vaderland is in den hemel; daarheen moeten wij streven, daarvoor moeten wij werken en alles weten op te oiFeren; dat einddoel moeten wij altijd en in alles, zeker in eene bedevaart, voor oogen houden.
Mochten wij dat einddoel allen bereiken !
*--\'--%
Qcscfiizdz-nii
van
pNZE piEVE yROUW VAN jDjVtMEL.
Oorsprong.
In het zoogenaamde Peelland, op 20 minuten afstands van het dorp Asten, en een uur van het station der Staatsspoorwegen „Deurnequot; ligt het eertijds zoo vermaarde Ommel; vroeger ook wel Ommelen, Oemei, Omel geschreven. Evenals met zoovele plaatsen van ons Vaderland het geval is, laat het zich niet met zekerheid bepalen, waaraan deze plaats haar naam ontleend heeft. Ommel laat zich afleiden van omme = rondom, en loo = bosch, en daar een uithoek nog don naam draagt van Ommelsbosch, schijnt deze afleiding niet ongegrond.
Melleus hie locus est, Mariano melle redundans üt bene sit proprio nomine dictus Omol.
Aldus schrijft de geleerde Wichmans;
X---5B
JS----3?
17
wat men in \'t hollandseh zou kunnen weergeven door:
Deze plaats is honingzoet Honing druipt in overvloed Uit Maria\'s woning,
Zeer bekwaam Luidt haar naam Dus Omel, o Honing.
Zijne vermaardheid moet Ommel toeschrijven aan een wonderdadig beeldje dei-Moeder Gods.
Met juistheid is niet te bepalen, in welk jaar de bijzondere vereering van O. L. Vrouw aldaar een aanvang heeft genomen. Evenwel uit een geschiedverhaal, gedrukt te Antwerpen 1607, kan men afleiden dat zulks omtrent het jaar 1400 moet zijn geweest.
Over haar oorsprong vindt men bij Wich-mans in zijn Brabantia Mariana 2de B. hoofdst. 27 het volgende: „Op den stijl van een hek, dat diende om een veld af te sluiten, vonden de inwoners, zoo verhaalt men, op zekeren dag een klein beeldja van de Moeder Gods. Niet wetende door wie het daar geplaatst was, tenzij wellicht door de bediening der Engelen, brachten zij het gevonden beeldje
5«----—--55
US---------^
18
naar de parochiekerk van Asten, in de meening dat deze heilige plaats er meer geschikt voor was dan het genoemde hek. Doch, o wonder, den volgenden morgen vonden zij het beeldje wederom aan hetzelfde hek, en zulks heeft nog eenige malen plaats gehad. Ommels inwoners hierover zeer verwonderd, stelden hunnen herder met dit alles in kennis, brachten het beeldje op nieuw naar de parochiekerk en plaatsten het op het altaar van Onze Lieve Vrouw. Opdat noch bedrog noch kwaadwilligheid er tusschen zou komen, sloot de pastoor met alle zorg de deur der kerk, nam de sleutels zelf mee, en legde ze onder zijn hoofdkussen in zijn bed neêr. Menschelijke pogingen kon men op deze wijze te keer gaan, zoo niet de goddelijke ! Den volgenden morgen was het beeldje nogmaals uit de kerk verdwenen, en werd het op de vorige plaats teruggevonden. Door dit wonder was de pastoor genoegzaam overtuigd, dat de Moeder Gods deze plaats voor haar verblijf had uitgekozen. Onverwijld liet hij een houten kastje maken, hechtte dit aan den stijl van het hek, en plaatste er het wonderbeeldje in ter openbare vereering. En omdat de laatste wonder-«------ quot; — ------------- - - -- *1
X.---------------------3?
19
bare terugvoer uit de kerk naar het hek had plaats gehad in den nacht van den len en 2en Paasehdag, trok weleer do geestelijkheid van Asten met de inwoners procesaiegewijze i op den eersten Paasehdag uit de kerk naar het wonderbeeld.
Gelijk licht valt te begrijpen, had de mare van het voorgevallene wch in de naburige dorpen verspreid. Van alle kanten kwamen er talrijke vereerders der Moeder Gods, die vol vertrouwen voor het wonderdadige beeldje neerknielden en veilig mag men aannemen, dat zij niet ongetroost heengingen.
Beschrijving van het Beeldje.
Het beeldje is waarschijnlijk van eiken hout. Het heeft eene hoogte van 25 centimeters: aan de schouders is het breed 7i/i centimeters, en onder aan de voeten 8\'/^ centimeters. De Moeder Gods draagt het Goddelijk Kindje op den rechterarm; het Kindje heeft in de eene hand een wereldbol, in de andere een boek. Het aangezicht van beiden, vooral van het Kindje is goed gevormd. Het geheele beeldje, behalve de aan-
SÉ------------5$
«--35
20
gezichten, draagt de duidelijkste sporen van eenige vergulding en polychromie.
Stichting der eerste Kapel.
Niet lang na de plaatsing van het wonder-beeldje in het houten kastje, gebeurde het dat een rijk koopman in ijzer, genaamd Jan van Haven, met zijn schip op zee dwalende, in groot gevaar verkeerde. Daar het schip niet meer naar het roer luisterde, kon hij, in weerwil van alle pogingen, de kust niet bereiken. De voorraad levensmiddelen was uitgeput, van gebrek zou hij hebben moeten omkomen , indien de Moeder Gods hem geen hulp had geboden. In zijnen slaap had hij een hemelsch gezicht en hij hoorde deze aanmaning: „Jan van Haven, indien gij dit gevaar wilt ontkomen dan moet gij naar Ommel gaan, daar zult gij een klein Moeder Godsbeeldje vinden, dat gij moet verheffen, zorg hiervoor en gij zult aan dit gevaar ontkomenquot;.
Voor geen doove waren deze woorden gesproken. Hij gaf aan de ingeving gehoor, hij deed eene belofte om Ommel en het aldaar berustende beeldje, wnt moeite het ook zou
se----—---5k
amp;--ylt;
21
kosten , te gaan zoeken , en , het gevonden hebbende, alles te zullen aanwenden tot groote verheffing van het beeldje. En zie, nauwelijks had hij die belofte afgelegd , of er stak een gunstige wind op , die de zeilen deed zwellen en het schip naar de gewenschte haven voerde. Jan van Haven was nauwelijks aangeland, of gedachtig aan zijne belofte, reisde hij aanstonds af, zocht en vroeg zoolang tot hij eindelijk te Ommel kwam en het wonderdadige beeldje vond van Haar, aan wie hij zijne redding te danken had. Na zijn hart in een dankbaar gebed te hebben uitgestort, nam hij het beeldje mee om het rijk te laten vergulden, doch welke moeite en kosten hij er ook aan besteedde, het wilde niet gelukken. Bovendien offerde hij veel goud en hij gaf eene groote som geld om te Ommel, bij de plaats waar het beeldje gevonden was eene kapel te bouwen, waarin het beeldje geplaatst werd. Ook gaf hij nog een grooter, verguld beeld van de Moeder Gods en plaatste dit in een rijk gekleurden troon ; en hij liet eene schilderij vervaardigen, waarop zijn wedervaren werd afgemaald. Hoogstwaarschijnlijk is deze schilderij dezelfde
se---5K
*---3?
22
die nu geplaatst is in het altaar van O. L. Vrouw. Zij stelt voor: een schip in nood met een man, om redding biddende -- een man aan het strand , in spaansche kleeding — een Lieve Vrouwe-beeldje in een kastje aan den stijl van een hek — en eene kleine kapel, en heeft voor randschrift: Jan van Haven heeft vereert O. L. Vrovw van Ommel.
De kapel, door Jan van Haven gesticht, werd gewijd door den Suffragaan van den Prins Bisschop van Luik Joannes van Heins-berg, die daartoe den 4en Juli van het jaar 1444 het noodige verlof gaf en tevens een kerkelijk beneficie oprichtte uit de goederen, welke er door de Ommelaars , de Astenaars en anderen vereerd waren.
De verzorging der kapel werd opgedragen aan de inwoners van Ommel.
Stichting van het Ki.ooster „Makia-schootquot;.
Het kleine en het geringe wordt niet zelden door God uitgekozen om het groote en het verhevene tot stand te brengen. Maeijcken ook Mariken Joosten of liever
«--3Ü
%-----X
23
Maria , docliter van -Joost van de Ghoor, eene eenvoudige en onbemiddelde maagd is de stichteres van bovengenoemd klooster. Dikwijls bij het wonderbeeldje gaande bidden, werd zij door herhaalde hemelsche openbaringen aangemaand om naast de kapel een klooster te stichten. Meenende dat het niet anders dan inbeelding was, trachtte zij het zich uit het hoofd te zetten , doch dit gelukte haar niet. (\') Na ingewonnen raad van haar\' Pastoor, bouwde zij na den dood harer ouders een groot huis bij de kapel, en ging daarin met hare zuster Jdtken wonen. Bij haar, sloten zich spoedig eenige andere jonge dochters aan, die gelijk zij den 3en Kegel van den H. Franciscus onderhielden, met toestemming van den Overste der Minnebroeders. Maria en hare medezusters niet volkomen gerust of deze zamenwoning wel zalig voor haar was , lieten te Leuven hiernaar onderzoeken. Twee doctoren antwoordden dat zij zulks met een gerust geweten konden doen , er echter bijvoegende, dat het voor haren nit-wendigen vrede raadzaam was om de gunst van den Landsheer te verkrijgen. Toen dit (1) Zie Bijlage No 1.
St\'---------------------
«___3S
24
alies ruchtbaar werd, gaf bet volk aan het groot huis den naam van Klooster, en de Zusters noemden het Maria-scboot.
Van alles hadden zij den Bisschop van Luik op de hoogte gestold , en den 3en Juni 1539 gaf deze haar bet noodige verlof om „Cloosterlyck te leven in cleeren ende in andere dingen....
Ook Pater Joannks a Haya, Minister der Minnebroeders in Vlaanderen verleende zijne medewerking.
Alsnu liet Maria van de Ghoor twee Zusters komen uit Hoogstraten om de haren in het kloosterleven te onderrichten, en toen zij hierin voldoende onderwezen waren, keerden dezen naar hun convent terug. (\')
Maria van de Ghoor, de Stichteres en de eerste Moeder van Maria-scboot, mocht hare stichting zien bloeien , van alle oorden kwamen er novicen; gedurende 17 jaren bestuurde zij met veel wijsheid en voorzichtigheid de onder bare leiding staande maagden ; en werd in 1556 opgevolgd door Maria Jans. Onder bet beheer van deze Moeder en (1) Archief Ümmel.
-
25
Pater Theodoecs van de Zeii.bekg , die
de geestelijke leidsman der Zusters was, werd in het jaar 1598 de kapel aan het klooster verbonden door Gijsbertüs Masius. vierde Bisschop van \'s Bosch, met de medewerking van Joannes Deleio, Plebaan van Antwerpen, als vertegenwoordiger van het Patronaat van Floreffe, en van Bernard van Merode, Heer van Asten, en tevens werd het beneficie van den H. Antonius, bestaande in de kerk van Asten, aan het klooster toegekend. Deze verandering kwam Oramels heiligdom zeer ten goede, de religieusen immers wisten de kapel net en zuiver te houden, zij wisten haar op te sieren, het wonderbeeldje met bloemen te omgeven, de talrijke exvoto\'s te rangschikken, wel zoozeer, dat de Bisschop Masius bij zijn visitatie in October 1608 getuigde, dat al de altaren zoo mooi versierd waren, dat zij zelfs den minst godvruchtige tot godsvrucht konden opwekken. (\')
Bi.oei.
Gereedelijk zal men aannemen, dat, toen het wonderdadige beeldje door de milddadigheid (1) Archief Bisdom.
*----s
26
van Jan van Haven eene ■waardige plaats in eene ruime kapel had gekregen, en daarbij de Kerk door de wijding haar stempel op Jan van Haven\'s werk had gedrukt, de toevloed van pelgrims naar dit uitverkoren oord steeds grooter moest worden. Van heinde en verre kwamen de pelgrims opdagen, aangetrokken door de faam van de buitengewone gunsten, welke te Ommel door de voorspraak van de Moeder Gods verkregen werden. Ook het klooster nam steeds toe in bloei, het moest merkelijk vergroot worden, waartoe de aartshertogin Isabella bereidwillig hare toestemming verleende. (\') Zelfs de ongelukkige oorlogstijden deden dien toevloed niet verminderen. Gedurende het twaalfjarig bestand (1609-1621) vvas, zoo schrijft Wich-mans, de toevloed zoo groot, dat hij aller verwondering wekte. In dien tijd kwamen er de Roermonders , onder de leiding van hunne geestelijke en wereldlijke overheid en verbleven er gedurende drie dagen, om de Zoete Lieve Vrouw van Ommel te bedanken, dat zij op wonderbare wijze van de pestziekte en andere kwalen bevrijd waren gebleven.
(1) Archief Ommel.
se--------^
«------is
27
Tn 1628 schreef Jacobus van de Boomen, Rector van het klooster: „tot de allerheiligste Maagd van Ommel vloeit een allergrootste menigte samen , of wel, om afgelegde beloften te volbrengen , of wel om ecne bedevaart te doen, uit Peelland, nit Holland, uit Kleef, uit Gulik, zoodat niet slechts de in de buurtschap wonende, zooala Helmonders, Neder-weerters, Weertenaren er processiesgewijze naartoe trekken, maar ook Venloërs , 6el-dersche en Kempenaren, en dit met groote godsvrucht en onder het zingen van geestelijke liederen.
Vooral op den feestdag van O. L. Vrouw Hemelvaart, die te Ommel met veel luister gevierd werd, was de toevloed van pelgrims buitengewoon, meermalen naderden er dan 1400 tot de H. Tafel, om den vollen aflaat, door Paus Urbanus vm bekrachtigd, te verdienen.
Den 28n April 1630 werd Ommel met een bezoek vereerd van Bisschop Ophovius. Den volgenden dag, feest van den H. Petrus, Martelaar, droeg Z. D. H. het H. Misoffer op, aan het altaar van de H. Moeder Gods en hield eene toespraak tot de religieusen «-3K
^-3R
28
! over de gelijkvormigheid van \'s menschen wil met den wil Gods, en zinspelende op de tijdsomstandigheden verklaarde hij den 2den brief aan Timotheus 3e H. 12e V.: „allen ook, die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolging lijdenquot;. Op Zondag 27 October van hetzelfde jaar begaf hij zich nogmaals naar Ommel met het doel, om een bedevaart te doen, en hij liet bij die gelegenheid twee novicen tot de plechtige belofte toe. Een derde maal bezocht Ophovius Ommel en droeg er den 24 Februari 1631 het H. Misoffer op. Wel een bewijs, dat Ommel\'s heiligdom bij don Bisschop in hoog aanzien stond, hetgeen niet alleen het geval was bij Ophovius maar bij zoovelen , die te Ommel hulp en bijstand hadden gevonden. En zij waren talrijk, zij , die door de Moeder Gods werden getroost in hunne noodwendigheden, die door Haar werden verhoord in hunne gebeden. Immers, in het jaar 1607 vinden wij reeds 75 wonderbare genezingen opge-teekend, en tot 1631 nogmaals 34, die met goedkeuring van de Bisschoppen Masius en Ophovius door den drukker Gerardus Rivius te Leuven werden gedrukt en uitgegeven.
sé----
«--——--
29
In het jaar 1636 heerscbte er in Omrael en omstreken eene verschrikkelijke pestziekte. Het klooster Maria-schoot werd niet gespaard. In den korten tijd van ruim vier maanden, (5 Juni-16 October) bezweken aan die vreese-lijke kwaal 13 zusters; onder deze waren er 6 geboortig van Asten. (\')
Niet alleen in hot godsdienstige bloeide Ornmel, maar ook in het tijdelijke. „Het register der renten ende incoompsten des cloostersquot;, beginnende in 1632, bevat talryke renten en cynsen, voortspruitende uit testamenten en schenkingen, gemaakt niet enkel door inwoners van Ommel, Asten en al de aangrenzende dorpen, maar ook van Heeze, Helmond, Eindhoven enz. Joannes Delrio, Plebaan van Antwerpen, fundeerde voor zich een plechtig jaargetijde met Vigiliën.
Den 8 Januari 1683 verplichtten zich: de Schout, Schepenen en Gezworenen der heerlijkheid Horst om jaarlijks te betalen aan de Zuster Cornelia Sleijers eene rente van 50 gulden hollands, aan Zuster Maria Stuijers eene rente van 15 gulden holl., aan Zuster Maria Joosten eene rente van 25 gulden
(1) Archief Ommp.L.
^-----—---—----^
ÜC---%
30
holl., en aan de gezamenlijke religieusen, na 1652 geprofest, een rente van 35 gld. Als de drie genoemde Zusters overleden zijn, zal de gezamenlijke rente overgaan op de gezamenlijke Zusters. (\')
Het fundatie-register geeft aan in 1632: eiken Vrijdag eene H. Mis ter eere van het lijden des Heeren voor Jufvrouw Christina Slaats , eiken Woensdag en Zaterdag eene zielmis voor Hendrina Coolen. Op enkele uitzonderingen na, had elke dag zijn bepaalde H. Mis of kerkelijke dienst. Egidius v. d. Voort, Pastoor-Deken van Heeze, schonk aan Maria-schoot 3500 gulden, onder voorwaarde van een gezongen jaargetijde en elke maand eene gelezene Mis. Er was de bepaling bij gemaakt, dat op den dag van het jaargetijde de Zusters eene uitspanning moesten hebben. (^)
Het gemeente-archief van Asten bevat verschillende koop- en schenkingsakten van huizen, weiland en landerijen ; de namen van verschillende akkers, in de buurt van Ommel gelegen, geven duidelijk eene godsdienstige
(1) Archief Ommel. Het schepenzegel van dit stuk is nog goed bewaard.
(2) Archief Ommel
x — ^
31
bestemming of oorsprong te kennen. Ouden van dagen verhalen nog, van hunne ouders gehoord te hebben dat Vlercken, een gehucht onder Someren, aan Ommels klooster tiend-plichtig was.
Bij het godsdienstige mengt zich niet zelden het aardsche, bij de heiligste zaken sluipen soms misbruiken in. Dit was ook in Ommel min of meer het geval. Bij gelegenheid van processies of grooten toevloed werden er bij de kapel kramen opgesteld , in welke prentjes, beeldjes, eetwaren en andere zaken te koop werden aangeboden, er was een soort van markt ontstaan. Het schijnt dat bij gelegenheid van die markt misbruiken waren ingeslopen, ten minste op 9 Augustus 1618 werd er door de kerkelijke overheid een verbod uitgevaardigd om daags vóór O. L. Vrouw Hemelvaart koopwaren uit te stallen. (\')
Verval.
Na het jaar 1684 braken er voor Ommels heiligdom en klooster moeielijke en kommervolle dagen aan. De weinige protestanten in
(1) Archief Bisdom.
vt--quot;fc
*-i---
32
deze streken, meestal ambtenaren, door de Staten ingedrongen, zagen dien groeten toevloed van pelgrims met leede oogen, en maakten alle soort van moeielijkheden. In een verzoekschrift dat de Classis van Peel- en Kemper-land in April van 1698 aan de Hoogmogende Heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden opzond, wordt gezegd: „dat de kloosteren van Ommelen, Soeterbeek en vorscheyde anderen, die naer alle waerschynelyckheid al lang ten profyte van den Staet moesten syn vervallen, niet alleen in wesen blyven, maer telkens worden voorsien met jonge bagynen, daerdoor groote aanleidingh tot superstitiën word gegeven, verstrekkende deselve tot de voornaemste queekplaetsen van het Pausdom, daer dikmaels dertig a veertigen meer kinderen geleert wordenquot;. (\')
Het gevolg van dit rekwest bleef niet uit; de pelgrimstochten werden verboden, en om aan dit verbod kracht bij te zetten, werd de kapel verbeurd verklaard en gesloten. Zeer spoedig werd de toestand nog erger. Bij wijze van boete hebben de Staten het klooster en zijne goederen in het jaar 1706 (1) Gempentr-archief Deurne.
^-Klt;
33
publiek doen veilen. Zij lietea echter voor-loopig de religieusen wonen blijven, wijl zij voorzagen en oogluikend wilden toelaten, dat het klooster door een tusschenpersoon zoude gekocht worden, wat dan ook inderdaad geschiedde. De Baronesse van Deurne, Vrouwe der vrije heerlijkheid van Asten en Ommel, kocht het klooster voor de som van 3000 gulden, welke som haar terstond door de religieusen werd terugbetaald. (\')
Ofschoon reeds in het volgende jaar pogingen werden aangewend om de religieusen te verdrijven, wisten zij zich, waarschijnlijk onder de bescherming der genoemde Vrouwe, ten getalle van 30 te handhaven.
Die hooge bescherming evenwel gaf aanleiding tot inwendige beroering. De Baronesse van Deurne vermeende nu ook het recht te hebben om den Rector van het klooster te benoemen.
Daar de Vicarius van \'s Bosch, Govaets haar dit niet wilde toestaan, bood zij aan Z. H. den Paus in hetjaar 1715 eene suppliek aan, teneinde door dezen haar vermeend recht bekrachtigd te zien. Dit gelukte haar evenwel
(1) Kerk-archief Leende.
«--—...........r---»
«____X
34
niet, omdat de Vicarius Govarts al de door haar aangehaalde rechtstitels grondig wist te-wederleggen. (\')
Ofschoon de religieusen van Ommel, zooals wij reeds zagen, de koopsom van haar klooster hadden terugbetaald, waren zij toch nog genoodzaakt daarenboven een jaarlijksche huur te betalen. Immers, onder de akten van den Notaris Pieter de Cort te Helmond, is er eene van 10 Maart 1728, waarbij Johan Christophorus baron Bertholf de Bei.ven, Heer van Asten enz. verhuurt aan Mejuffrouw Maria Coppens, het oude klooster c. a. te Ommel voor 10 jaren tegen 50 gulden \'sjaars. De verhuurde goederen, zegt de akte, waren door wijlen Anna Constantia, Baronesse van Deurne en Boncop, Vrouwe van A.sten en Ommel enz. in den tijd van het gemeene land in het openbaar aangekocht. Dit geschiedde ongetwijfeld tegen alle recht en billijkheid ; evenwel erger nog zou weldra volgen. Het voor Ommel zoo noodlottige jaar 1731 brak aan. Alstoen werden op last der Staten het klooster en zijne goederen nogmaals aangeslagen en publiek verkocht. Klooster, huizing, (1) Kerk-archief Leende.
Vt---5f
«_________
35
schuur, schop en stallingen met omtrent 40 loopensen bouwland en 43 loopensen grocs-lancl werden geveild onder voorwaarden dat de kooper of zijne erfgenamen nooit zouden toelaten , dat in het klooster de Roomsohe godsdienst werd uitgeoefend. Daarenboven zou de kooper jaarlijks moeten betalen aan het kantoor van den rentmeester van het gemeene land: een mud rogge reductie aan het H. Geest-altaar te Asten;
drie vaten rogge of 15 stuivers aan het St. Agatha-altaar te Asten ;
vier vaten rogge of een gulden, aan het convent van Binderen — en:
twee gulden aan den rentmeester der domeinen.
Geene bescherming mocht nu meer baten, de religieusen werden genoodzaakt haar geliefkoosd Ornmel voor altijd te verlaten.
Verblijf te Nukhem.
Het was een treurige dag den 25 Januari 1732, voor de bewoners van „Maria-schootquot; voor de Gode toegewijde maagden, die in dat heiligdom zoovele jaren in oprecht geluk en vrede hadden doorgebracht, nu zij het moesten
---
36
verlaten, treurig ook was die dag voor Ommels inwoners. In een slag werden zij beroofd van de altijd bereidvaardige zusters, maar vooral van het wonderdadig beeldje van de Moeder Gods, die hen zoovele jaren tot tijdelijk en geestelijk voordeel had gestrekt. Een ongewone drukte heerschte reeds in den vroegen morgen bij het klooster, verschillende karren, door de inwoners bereidwillig afgestaan, stonden bij de kapel geschaard. Wat in kapel en klooster vervoerbaar was, werd op die karren geladen; het wonderdadig beeldje op eene afzonderlijke kar geplaatst onder de hoede van den Rector. Met tranen in de oogen namen de goede Zusters ten getalle van 40 afscheid van de schreiende inwoners, en verlieten Ommel om het nimmer weer te zien.
Hoe noode de Moeder Gods het voor eeuwen door Haar uitverkoren verblijf verliet, zou spoedig blijken. Toen de kar, waarop het beeldje geplaatst was, aan het laatste huis van het zoogenaamde Ommelseindje was gekomen^1) wilde het paard niet meer trekken, wat de voerman ook deed, welke pogingen
1
Archief Ommnl.
st____ -- ■- -■ . ...............5«
37
hij ook aanwendde, \'t hielp niets, het paard bleef pal staan. Bij dit onverwachte voorval steeg de moeder-overste met hare medezusters van de karren, en legden de plechtige verklaring af dat zij het wonderbeeldje aan Ommel zouden teruggeven , zoodra de tijdsomstandigheden zouden gedoogen, dat de Moeder Gods er in liet openbaar vereerd kon worden. En zie, nauwelijks hadden zij die belofte afgelegd, of bet paard begon van zelf te trekken. (Bijlage lij.
Onder de leiding van haren trouwen raadsman en Rector Reinier van der Putten begaven zich de Zusters naar de Limburgsche gemeente Neer, en huurden daar voorloopig het kasteel Ghoor voor 15 pattacons per jaar. Al spoedig, den 20 December 1732 kocht de moeder-overste Anna Verdonk van den baron Dk Horion een groot stuk grond in het naburige dorp Nunhem voor de som van 2200 pattacons en onder bediiig dat de zusters hare benoodigde granen zouden laten malen op den molen te Neer, die aan genoemden verkooper toebehoorde — mits zij altijd goed bediend werden. Den 3en April hadden zij
reeds van Georgiüs Ludovioüs, Bisschop
*-^--%
«_■
38
van Luik, verlof verkregen om een nieuw klooster temogen bouwen. (\') Hiermede werd dan ook aanstonds na den aankoop van den grond begonnen, en den 12e Mei 1734 werd het betrokken. In het volgende jaar werd de intusschen voltooide kapel door den Suffragaan van Luik plechtig gewijd. Eenige weinige jaren mochten zij hier in rust en vrede leven, getroost door de vele bezoekers van Ommel, Asten en omstreken, die hunne Moeder niet kunnende vergeten, eene beêvaart naar Nun-hem deden.
Door den slag van Fleurus weder meester van Belgie geworden , trokken de Franschen op ons Vaderland af. Den 7en November 1794 namen zij Maastricht in , en hadden spoedig geheel Limburg bezet. Bange dagen braken weder voor de religieusen van Nunhem aan. Niettegenstaande de fransche Minister haar een soort van vrijgeleide had gegeven, door te verklaren dat zij , om het onderwijs dat zij gaven, konden blijven bestaan , werd het klooster 9 brumaire jaar 5 (30 October 1796) door de Franschen geïnventariseerd en in beslag genomen uit kracht van de wet van 15 Fruct.
(1) Archief Ommel.
X-
39
jaar 4 (1 Sept. 1796). Toen waren er nog 20 Zusters aanwezig, geen enkele hau, gebruik makende van de fransche wet, haar klooster verlaten. Het klooster werd verkocht den 7en Januari 1799 en veranderd in eene pachthoeve. Onder geleide van haren Rector O. Dan en begaven zich de Zusters naar het dorp Haelen op het kasteel Warenberg, haar door den baron Caspar Joseph de Kever-berg welwillend en kosteloos afgestaan. (\') Hier stierf de eene religieuse na de andere, zoodat in het jaar 1812 slechts 2 Zusters overbleven: Maria Agnes Royarts in 1852 te Roermond overleden, en Maria Antonia in 1838 te Weert overleden. Deze twee zusters besloten hebbende om van elkander te scheiden lieten hunnen Rector Henricds Nobis in 1812 aan den Pastoor van Asten schrijven, dat zij goedgevonden hadden het in 1732 medegevoerde wonderbeeld van Ommel weder af te staan. (Bijlage 111).
Herstelling.
De mare, dat het mirakuleus beeldje der
(1) Warenbe.rg bestond uit een heerenlmis, hetgeen de Zusters bewoonden, en eene boerderij, liet heerenhuis, bestaat nu niet meer, wel de boerderij.
it.------^
*-X
38
van Luik,verlof verkregen om een nieuw klooster temogen bouwen. (\') Hiermede werd dan ook aanstonds na den aankoop van den grond begonnen, en den 12e Mei 1784 werd het betrokken. In het volgende jaar werd de intusschen voltooide kapel door den Suffragaan van Luik plechtig gewijd. Eenige weinige jaren mochten zij hier in rust en vrede leven, getroost door de vele bezoekers van Ommel, Asten en omstreken, die hunne Moeder niet kunnende vergeten, eene beevaart naar Nun-hem deden.
Door den slag van Fleurus weder meester van Belgie geworden, trokken de Franschen op ons Vaderland af. Den 7en November 1794 nameu zij Maastricht in , en hadden spoedig geheel Limburg bezet. Bange dagen braken weder voor de religieusen van Nunhem aan. Niettegenstaande de fransche Minister haar een soort van vrijgeleide had gegeven, door te verklaren dat zij , om het onderwijs dat zij gaven, konden blijven bestaan, werd het klooster 9 brumaire jaar 5(30 October 1796) door de Franschen geïnventariseerd en in beslag genomen uit kracht van de wet van 15 Fruct.
(1) Archief Ommel. *----J
39
jaar 4 (1 Sept. 1796). Toen waren er nog 20 Zusters aanwezig, geen enkele hau, gebiuik makende van de fransche wet, haar klooster verlaten. Het klooster werd verkocht den 7en Januari 1799 en veranderd in eene pachthoeve. Onder geleide van haren Rector O. Danen begaven zich de Zusters naar het dorp Ilaelen op het kasteel Warenberg, haar door den baron Caspar Joseph de Kever-berg welwillend en kosteloos afgestaan. (\') Hier stierf de eene religieuse na de andere, zoodat in het jaar 1812 slechts 2 Zusters overbleven: Maria Agnes Rotarts in 1852 te Roermond overleden, en Maria Antonia in 1838 te Weert overleden. Deze twee zusters besloten hebbende om van elkander te scheiden lieten hunnen Rector Henricus Nobis in 1812 aan den Pastoor van Asten schrijven, dat zij goedgevonden hadden het in 1732 medegevoerde wonderbeeld van Ommel weder af te staan. (Bijlage 111).
Herstelling.
De mare, dat het mirakuleus beeldje der
(1) Warenberg bestond uit een heerenhuis, hetgeen de Zusters bewoonden, en eene boerderij, liet heerenhuis, bestaat nu niet meer, wel de boerderij.
sé-----«
--—--x
40
goede Lieve Vrouwe van Ommel, zou worden teruggegeven had zich al ras verspreid; en veroorzaakte bij de inwoners van Ommel en omstreken eene groote en welgemeende blijdschap. Zulk een langen tijd hadden zij Hare afwezigheid betreurd, zoo zeer Hare weldoende tegenwoordigheid gemist. Hadden zij Haar vergeten ? O neen! Met hunne gedachten waren zij Haar gevolgd naar Nunhem, naar Haelen — zij hadden Haar in die plaatsen bezocht. De moeder verhaalde aan haar kind van O. L. Vrouw van Ommel, en de moeder en het kind, en zoo vele anderen gingen bidden in de verlaten en bijna in puin gevallen kapel. Onder een afdak, was op den muur geschilderd het visioen en de redding van Jan van Haven, daar stond een houten bidbank; zeervelen knielden er voortdurend neer om Hare voorspraak in te roepen. Is het vreemd dat Hare terugkomst met innige blijdschap werd begroet ? Dan de kapel, door de katholieken in 1798 weder in bezit genomen, was zeer bouwvallig; de wind gierde van alle kanten door de ramen en het dak en de toren dreigde in te storten. Om deze redenen gelastte de Vicarius van Alphen om voorloopig het beeldje
ÜÊ---*
i*------------------------------- ------------------------------*
41
in de parochiekerk van Asten te plaatsen. Er werden nu wel is waar middelen beraamd om de bouwvallige kapel te horstellen, maar vooral ten gevolge van de ongelukkige tijden, mochten deze niet slagen. Eerst in het jaar 1839 kon men door de goede bemoeiingen en onder de leiding van den WelEerw. Heer Schutjes, kapelaan te Asten, gesteund door den geldelijken bijstand der parochiale kerk en verschillende bijdragen (vooral in hout) der ingezetenen met de herbouwing beginnen. Toen deze in 1840 geëindigd was werd de Moeder Gods den 5 Maart van dat jaar door den ZeerEerw. Heer Kemps, pastoor van Asten, in stilte op haren troon hersteld. De kapel was evenwel nog niet geheel en al voltooid; eerst den 1 Maart 1843 kon zij worden ingezegend. De Vicarius van \'s Bosch gelastte nu dat voortaan op de Vrijdagen door een der Eerw. kapelaans de H. Mis in de kapel zou worden opgedragen. Spoedig zag men nu de oude godgvrucht tot O. L. Vrouw van Ommel herleven; van heinde en verre kwamen de pelgrims, om zich of hunne nabestaanden aan Maria aan te bevelen; en het vertrouwen op de machtige voorspraak
*-3Ü
42
der Zoete Lieve Vrouwe werd niet beschaamd.
Voor de talrijke hier ontvangen gunsten toonde men zijne dankbaarheid door verschillende ex votos : zilveren harten, beenen, armen; door windsels, krukken, banden enz. (\')
Ofschoon de Ommelaren het voorrecht genoten om op de Vrijdagen de H. Mis in de kapel te kunnen bijwonen, waren zij echter hiermee niet tevreden, en stelden alles in het werk om een eigen Rector of Pastoor te verkrijgen. Twee echt godsdienstige mannen Jan Berkvens en Jan Vermeulen, aan het hoofd dezer beweging geplaatst, spaarden noch moeite noch kosten, om dit doel te bereiken. Om overwegende redenen mochten zij in hunne pogingen niet slagen. Dan die aanhoudt.
(1) Die offergaven echter wekten de hebzucht van heiligschenners op. Toen in den vroegen morgen van den 11 April 1847 eenige vrouwen uit ümmel zich naar Asten ter kerke begaven, ontdekten zij tot hare groote verbazing bij het j j bruggetje aan den Beekenloop een aai.gekleede Lieve Vrouwe | beeldje van O L. Vrouw van Omtnel. Ouverwijld keerden zij op hare schreden terug, en riepen, bij de kapel gekomen : de nabijwonenden Aanstonds ontdekt0, men dat in de kapel : ingebroken en een heiligfchennende diefstal gepleegd was. j Een kostbaar damasten altaarkleed was verdwenen: de kast waarin het wonderbeelilje werd bewaard whs opengebroken, al de sieraden van het beeldje waren geroofd; 13 in getal, onder welke was, de eeuwenoude kroon van O, L. Vrouw en i van het Kindje en eene kostbare gouden ketting. De daders | bleven, ondanks de ijverigste nasporicgen onbekend.
US---
43
overwint. Niet zoodra ha.d Z. D. H. A. Godschalk den Bisschoppelijken Stoel van \'s Bosch beklommen of nieuwe pogingen hadden beter gevolg, daar Z. D. H. gelastte : dat ten gerieve der inwoners op de Zon- en feestdagen in de kapel het H. Misoffer zou worden opgedragen. Niet lang daarna zagen Ommels inwoners hunne wenschen vervuld. Door de goede bemoeiingen en vooral door de geldelijke ondersteuning van den WelEd. Hoer J. Bi.uijssen, lid van de Provinciale Staten, te Asten, kwam de parochie tot stand. Bij besluit van Z. D. H. A. Godschalk werd op 17 April 1882 Ommel tot een Rectoraat en bij besluit van 10 November van datzelfde jaar, tot Parochie verheven.
De bedevaart neemt steeds meer en meer toe. Geen dag van het jaar gaat voorbij of de een of andere pelgrim komt O. L. Vrouw te Ommel bezoeken, vooral echter op de Vrijdagen. Buitengewoon is de toeloop op de Lieve Vrouwdagen en gedurende de geheele Meimaand.
Getuigde de geleerde Wichmans, die als Pastoor van het naburige Mierlo het weten kon, dat er in zijn\' tijd dagen waren, dat
« .........- ------------- ------------------ \'if!
X_-______X
u
duizenden vreemdelingen Ommel bezochten,
ditzelfde zou nu ook getuigd kunnen worden.
Jammer dat het tot de paapsche stoutigheden
zou behooren, om de godsdienstoefeningen in
het openbaar te vieren , — om processies te
houden! Ware dit in Ommel toegestaan, (en
wie zou er zich aan kunnen ergeren, allen
zijn er katholiek ! ) het lijdt geen twijfel, de
beêvaart van Ommel zou buitenge woon bloeien.
De bedevaarten moeten zich nu beperken tot
de kerk, en als zoodanig komen:
Lierop, len Maandag in de maand Mei,
Helmond, 2en Vrijdag in de maand Mei,
Heeze, \\ ,
f een dag naar verkiezing in de Milheze, gt; , .
_ k maand Mei,
üeurne, \'
Meijel, O. L. Vrouw Visitatie, 2en Juli. Leende, in het Octaaf van O. L. Hemelvaart.
De diensten in de kerk geschieden op de Zon- en feestdagen :
le Mis ten 7 ure,
2e Mis ten half tien ure,
Namiddags om half drie ure het Lof. Op de werkdagen;
de H. Mis ten 7 ure;
Op al de Vrijdagen ten 9 ure. SC—---5«
*--3R
45
Rectoren van Ommel.
Reeds in 1541 hadden de Zusters tot haren dienst een Priester „die is een eerlyck out werelyk Priester, genaemt Hendrick van den Goer , niet verre wonende van den eJoosterquot;. (\') In 1568 staat vermeld;
Henricus van de Weijden,
volgens het gebruik der tijden zich noemende Henricus ii Pascius. Hij was geboren te Asten en bestuurde tof het jaar 1574 het klooster van Omme!. Daarna werd hij Pastoor van het Begijnenhof te \'s Bosch. Hij vertaalde het werk van Gerardüs Jacobs, in iatijnsche versen over Ommel geschreven, getiteld Divia Virgo Omelensis en stichtte eene beurs van 75 gulden, die men te Leuven of aan een andere katholieke universiteit kon blijven genieten voor zijne bloedverwanten, en na dezen, de armste inboorlingen van Asten ; hij werd opgevolgd in 1574 door:
Theodorus van de Zeilberch , een Pater Franciscaan. Gedurende 54 jaren
(1) Archief Oramel.
8C-
X__
46
werd door hem het klooster van Ommel met veel beleid bestuurd. Zegen rustte op zijn\' arbeid. Het benificie van den H. Antonius en Cornelius werd evenzoo door hem waargenomen. Om hem in zijne veelvuldige bezigheden bij te staan was hulp noodig, en die werd hem gegeven in Gerardüs vak Breij, die van 1598-1630 als kapelaan vermeld staat. Om in diens onderhoud te kunnen voorzien, verzocht Zeil-berch aan den Bisschop Zobsius om het genoemde beneficie aan de kapelanie van Ommel te mogen verbinden.
Door Zeilberch is in 1607 uitgegeven: de geschiedenis van O. L. Vrouw van Ommel, behelzende de wonderen tot op dien tijd door de voorspraak van de Moeder Gods te Ommel verkregen. Zeilberch overleed den 24 Februari 1624, en had tot opvolger:
Jacobus van den Boomen,
geboren te Deurne uit eene zeer gegoede familie, zijn broeder Jan was President-Schepen en in 1648 een van de hoofden der katholieke partij aldaar.
Jacobus trad in de orde der Franciscanen.
onderscheidde zich onder zijne medebroeders
-----%
1*---*
47
door zijne geleerdheid en innige godsvrucht. In 1617 werd hij benoemd tot Rector der religieusen te Ommel. Hij had het voorrecht verschillende wonderbare genezingen te beleven , die dan ook door hem opgeteekend zijn. In 1632 nam hij bezit van de pastorie van Asten, niet voor zich zeiven , maar in naam van den nieuw benoemden Pastoor. Hij overleed den 13 Juli 1666.
JOANNIS HASELDONK.
Van dezen Rector werd niets opgeteekend gevonden dan zijn sterfjaar, dat, zooals zijn zerk in de kerk van Ommel vermeldt, het jaar 1672 was, den 30en December.
Gerardus van Bellingen ,
een Pater Recollect; deze bestuurde gedurende 6 jaren als Rector en biechtvader de religieusen van Ommel en werd opgevolgd omtrent 1678 door:
Pater Pelt,
die echter zeer korten tijd in Ommel verbleef. De open plaats werd nu bezet door:
Hügo Kennis.
Bij de vervulling van het openstaande SC---«
K-
48
rectoraat ontstond er een geschil over het recht van benoeming , tusschen den Vicarius JüdocüS Houbraken en de Religieusen. Beiden meenden het reent tot de voordracht van eenen Rector te hebben. Ter vereffening van dit geschil en besparing van onkosten werd er den 14en Mei 1679 in tegenwoordigheid van den Internuntius, te Brussel gevestigd , tusschen partijen in de St. Michiels Abdij te Antwerpen eene overeenkomst getroffen, waardoor aan de religieusen toegestaan werd om voor dezen keer, naar goedvinden een bekwamen Rector te kiezen. Met meerderheid van stemmen werd Hugo Kennis gekozen. Eene akte door P. Brunnens, Notaris te Helmond 30en Juni 1679 opgemaakt, bevestigde deze keuze en voorloopig trad dan ook Kennis in bediening. Toen hij zich gedurende 9 jaren in dat ambt met getrouwheid had gekweten, en thans met eenparige stemmen der Zusters tot Rector werd verlangd, werd hij bij breve van 11 October 1688 door Gulielmus Basserij, Vic.-Apost. op nieuw aangesteld en voor onbepaalden tijd bevestigd. Kennis was geboren te Middelburg 3 Juli 1649. Hij trad den 4 September 1670
sr
«-X
49
de Abdij van Postel binnen, en kreeg, toen hij er den 2en December het noviciaat begon, den kloosternaam van HüGO. Den Sen Juli 1672 tot de plechtige geloften toegelaten, werd hij 23 December 1673 Priester gewijd te Luik en 29 Juli 1679 tot Rector van Ommel benoemd. Hij overleed 23 December 1714.
Asselmus Bossers. (\')
Door de eenparige stemmen der Zusters tot Rector verkozen, werd die keuze door den Vicarius Govarts goedgekeurd. Hij nam bezit van het Rectoraat den 13en September 1715. Als Rector werd hij ingeleid den 23en Maart 1716 door den ZeerEerw. Heer Deken Andreas de Latjwer. Bossers bleef Rector tot Mei 1726; alsdan werd hij benoemd tot Pastoor te St. Oedenrode en werd spoedig opgevolgd door :
Reinerus van der Potten.
Deze was Landdeken vau Helmond en Pastoor te Beek. Met 25 van de 28 stemmen door de Zusters tot Rector gekozen, liet hij zich die keuze welgevallen, en toen de Vicarins Govarts deze had goedüekeurd en bevestigd
j (1) Archief Ommel. « —k
PT.__________________________________
50
wfird hij den 25en Juni 1726 als zoodanig ingeleid door Fredericüs van de Cnui.rs, Pastoor te Asten. Onder zijne leiding vertrokken de verdrevene Zusters naar het kasteel Ghoor. Hij overleed in haar klooster te Nunhem den 9en Juni 1739.
Joannes Spirinca.
In 1731 Pastoor zijnde van Heeze bij Leende, werd hij door de protestanten uit zijne parochie verbannen, omdat hij de H. Mis had gelezen op het gehucht Grenderen De Zusters van Nunhem verzochten den Bisschop van Luik om hem tot assistent te mosren nemen van den Rector v. d. Putten. Dit verzoek werd den 4en Augustus 1733 ingewilligd voor den tijd van drie jaren, en den 20en Juli 1736 vernieuwd voor denzelfden tijd. Na den dood van den Rector v. d. Putten werd hij met eenparige stemmen der Zusters tot Rector gekozen, en deze keus werd dooiden Bisschop van Luik goedgekeurd. Met veel ijver bestuurde hij de aan zijne zorg toevertrouwde religieusen gedurende ruim 11 jaren en overleed den 31en Juli 1750. Zijn opvolger was :
üé-——--%
«--X
51
Petrus Loijens,
geboren te Weert en bij zijne keuze Pastoor te Leveroy, in het bisdom van Roermond. De religieusen, 27 in getal, verzochten eenparig aan den Viearius van Luik hem tot Rector te mogen hebben den 1 en Sept. 1750, Ditverzoek werd door den Bisschop toegestaan den 5en derzelfde maand. Tn het begin werd hem door het klooster eene toelage uitgekeerd van 30 pattacons, en op 7 Januari 1751 werd deze verhoogd tot 42. Met veel wijsheid leidde hij de Zusters en de tijdelijke zaken van het klooster gedurende bijna 24 jaren en bedacht mildelijk de Zusters in zijn eigenhandig geschreven testament. Hij overleed den lOen Mei 1773 en werd opgevolgd door:
Balthasar Dierix ,
kapelaan te Neer, die evenwel slechts een halfjaar het Rectoraat waarnam, daar hij den lOen December benoemd werd tot Pastoor te Noorbeek.
Petrus Daenen,
geboren te Maastricht, was kapelaan te Achel
toen hij door de Zusters tot Rector werd «-
x-X
52
gekozen. Den 5en Januari 1774 bevestigde de Bisschop van Luik deze keuze, dooi\' Daenen tot Rector te benoemen, die dan ook den 18eii Januari als zoodanig bezit nam van het Rectoraat. Met velerlei moeilijkheden had hij te kampen. Hij vergezelde de Zusters bij hare verdrijving uit Nunhem naar Warenberg, en deed daar tevens dienst voor de bewoners van het kasteel te Haelen. Hij stierf te Haelen 29 Sept. 1810, in den ouderdom van 68 jaren De laatste Rector was:
Henkicus Nobis,
die Pastoor was geweest in het naburige Neer, alwaar hij wegens zwakte zijn ontslag had genomen. Hij kreeg eene toelage van den Baron De Keverberg en 400 Kleefsche guldens van het Duitsch Gouvernement.
Vt-------------------------------------3K
53
Moeders van Ominel.
De moeder-overste, de onder-moeder en de discretinnen of raadsleden , werden zooals uit verschillende stukken duidelijk blijkt, volgens den regel der Derde Orde bij meerderheid van stommen voor een tijd van drie jaren door de Zusters gekozen. De verkiezing geschiedde, na het bidden van het Ven! Creator, onder het voorzitterschap van den Bisschop of twee door hem, tot dat einde afgevaardigde geestelijken. De aftredenen mochten evenwel weder herbenoemd worden. Voor zoover wij de namen der moeders en onder-moeders hebben kunnen opsporen, laten wij ze hier volgen: May eken Joosten van de Ghoor, geboren te Asten, de stichteres van het klooster, was de eerste moeder. Onbemiddeld als zij was, vertrouwde zij op de Goddelijke Voorzienigheid, en mocht hare stichting zien bloeien. Zij wordt nog genoemd in 1556. Zij werd begraven in de kapel, voor de deur van het koor, en werd opgevolgd door:
Maria Jansstn, dochter van Jan Janssen, was geboortig van Asten. Zij is herhaalde
ifc.--
54
raaien als moeder herbenoemd, zooals uit verschillende dotatie- en koopakten is op te maken. (\') Onder haar wijs beleid nam het convent zeer toe in bloei. Door verschillende schenkingen werd het bestaan dei-Zusters verbeterd. Zij wordt vermeld in 1559 en ook nog in 1605.
Catharina van Aelst, dochter van Jan van
•; a 1
Aelst, werd geboren in 1606 en overleed den llen November 1659, in den ouderdom van 74 jaren, waarvan zij er 52 in Maria-schoot had doorgebracht. Elfmaal was zij moeder gekozen , en slechts een enkele keer was deze waardigheid onderbroken door de keuze in 1617 van:
Catharina Laurens, geboren te Heeze, en overleden den 30en Augustus 1627.
Maria van Lijnshergh. geboren te \'s Hertogenbosch in 1579, trad op 2Sjarigen leeftijd in Maria-schoot, en werd in 1660 tot moeder gekozen, en bleef zulks tot 13 April 1676.
Margaretha van\'Fricht, geboren te Helmond in 1620. Op 23jarigen leeftijd nam zij het
(1) Geraeeote-archief Asten.
Së-%
-3?
-38
K-
55
kleed der Derde Orde aan; den 22en April 1672 werd zij tot moeder gekozen en overleed den 13 April 1706.
Johanna werd den len Augustus 1679 tot moeder gekozen.
Johanna van Moorsel, geboren te Lierop in 1640, word moeder den 11 en September 1682. Ruim 56 jaren bracht zij door in Maria-schoot en stierf er den 18en Mei 1719.
Margaretha Timmermans, geboren te Helmond in 1627, tot moeder benoemd den 1 2en September 1685, overleed er, na 52 jaren professie, den 19en November 1698.
Anna van Aelst werd don 2len October 1688 tot moeder benoemd en zag die keuze elke drie jaren tot 1715 herhaald. Zij was geboren in 1644 en overleed den 14en Juli 1725, na ruim 65 jaren in het kloosterleven te hebben doorgebracht.
Elisabeth Franssen, geboren te Asten, werd tot moeder benoemd in 1715, den 29eii Nov. 1718 -verd zij herbenoemd, doch stierf den 6en Mei 1720.
Maria Coppens werd in 1720 tot moeder benoemd en die benoeming werd nopr driemaal
56
herhaald. Genoodzaakt haar klooster te verlaten, stierf zij in den ouderdom van 85 jaren te Nunhem, den 17en Mei 1756.
Anna Ver donk, den 3en Juni 1732 tot moeder benoemd , bleef deze waardigheid be-kleeden 17 en een half jaar en stierf den lOen December 1749.
Maria Verberne, geboren te Asten in 1694, benoemd in 1750, overleed den 22en Juli 1753.
Dorothea van der Heijden, geboren te Helmond in 1722, trad op 18jarigen leeftijd in het klooster van Maria-schoot, werd in 1753 en ook in 1756 tot moeder benoemd en stierf den 22en November 1760.
Maria Elisabeth van de Weetn, geboren te Ophoven in 1765 , was moeder van 1758 tot 1761. Na ruim 54 jaren in het klooster doorgebracht te hebben, stierf zij den 15en November 1790.
Maria Theresia Laurens, geboren te Venlo in 1729. Toen zij 18 jaren oud was, werd zij Zuster in „Maria-schootquot;, zij werd tot moeder gekozen denk29en Dec. 1761 en overleed den 14en April 1768.
Aldegonda Geenen, geboren te Roggel in
K-
*--.--—-—-3R
57
1717. Gekozen tot moeder in 1764, bekleedde zij deze waardigheid slechts 4 maanden, daar zij den 27en April 1765 in den Heer ontsliep, aan de geheele gemeente een groot voorbeeld nalatende van ootmoed, gehoorzaamheid en armoede.
Maria Angelina Weelen, geboren te Weert in 1729. Zij was moeder van 9 Mei 1765 tot 9 Mei 1771. Zij overleed op den huize Warenberg den 30en Juni 1779, in staat van zinneloosheid.
Maria Josepha Bongaerts, geboren te Breda. Zij was moeder van 9 Mei 1771—9 Mei 1774.
Barbara Bruekers is herhaalde malen tot moeder benoemd van 9 Mei 1777 tot 1 Juni 1792. Zij stierf den 7en Sept 1793, in den ouderdom van 60 jaren.
Dorothea van Loon werd moeder den len Juni 1792 en bleef zulks twee jaren en vier maanden. Zij overleed den 7en Oct. 1794.
Rosa Hanegrejf was de laatste moeder. Zij
werd gekozen den 13en April 1795.
——
« 3«
58
Bij lag-en.
No. I.
In den naam van Onzen Lieven Heer Jezus Christus en tot eer en lof van onzen H. Vader Franciscus. Jezus, die voor ons den bitteren dood des kruises gestorven en wederom verrezen zijt, die niet meer sterven zult, wil mijn hart verlichten, opdat ik de waarheid kunne beschrijven van hetgeen mij, onwaardige, te Ommel, door God en zijne gezegende Moeder geschied is.
Ik, Zuster Maria Joosten , onwaardige moeder der Zusters van den Derden Regel in het klooster Maria-schoot, gelegen te Ommel, onder de heerlijkheid Asten, biddende in de kapel van Onze Lieve Vrouw, peinzende op de zaligheid mijner kostbare ziel, welke Jezus Christus door het vergieten van zijn dierbaar bloed heeft vrijgekocht, ik zuchtende onder het gewicht mijner zonden, en nedergeknield voor het beeld van de Onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, — zoo is mij door God ingegeven, mijn verblijf te vestigen bij de kapel, en mij daar af te ÜÊ--\'ü
X.--,
59
zonderen volgens de voorschriften van mijne overste. Ik heb daarin echter niet willen toestemmen , omdat ik meende, dat dit slechts inbeelding was. Maar toen ik daarop zoodanig werd gedrukt, dat ik niet van mijne plaats kon komen, heb ik mij aan den wil Gods onderworpen. Terstond daarop kon ik weder gaan waar ik wilde, en mij verscheen een licht, dat mij overal vervolgde.
Toen nu dat licht mij voor een tijd verliet, meende ik opnieuw, dat het slechts inbeelding was. Nu werd ik ten tweede maal door eene groote benauwdheid bevangen, en er sprak eene stem tot mij, zeggende: „weet gij wel, waartoe gij u overgegeven hebtquot;. Alstoen werden mij bekend gemaakt, de dingen die in de kapel geschied waren; en ik nam mij voor, geen weerstand meer te bieden aan de genade van den Almachtigen God.
Daarna kwam ik op eenen Zaterdag bij het beeld van Onze Lieve Vrouw te Ommel. Meer dan ooit scheen het mij nu onmogelijk toe, mijn verblijf bij de kapel te vestigen, doch nu zag ik met mijne oogen het hart van een gekruist Christusbeeld, dat terstond
iè------bi
K—-------x
60
openbarstte en waaruit bloed vloeide. Tegelijkertijd sprak daaruit eene stem, zeggende: „Is Mij eenig ding onmogelijkquot;. Verder riep de stem: „leid u, leid nquot;, waardoor mij werd te kennen gegeven , dat God de harten zoodanig zoude besturen , dat geschieden zoude, wat mij ten eenemale onmogelijk scheen.
Toen mij dat geschied was, begon ik te bidden, opdat de Almachtige Heer mij zijnen wil openbaren zoude. Ik smeekte dat Hij, die Noë en de zijnen zoo groote barmhartigheid had gedaan, dat Hij hun eene ark liet timmeren om hen uit den zondvloed te redden, ook ons wilde vergunnen een huis te timmeren, geschikt om, afgezonderd van het gewoel der wereld, den Almogenden God en zijne H. Moeder getrouwelijk te dienen.
Wederom klonk eene stem: „dat zal u geschiedenquot;. Ik bad voor het hoogwaardig Sacrament en er schoot een straal uit het H. Sacrament op mij, en van mij op de kapel, en er sprak eene stem: „Dit is de plaats waar gij timmeren zultquot;.
Op een\' anderen dag bad ik wederom het bovenaangehaalde gebed en ik hoorde eene
stem, zeggende: „Ik ben de Heer uw God, «--^
«--»
61
mag ik niet geven wat ik wilquot;! Op Onze Lieve Vrouw Lichtmisdag werd ik aangemaand , dit alles onzen Eerw. Pastoor te kennen te geven. Ik deed dit niet terstond, maar smeekte den Lieven Jezus mij dit nader te verklaren. Toen hoorde ik eene stem, zeggende : „Gij meent heden te nuttigen en te ontvangen het H. Sacrament, zoo waar gij dit begeert, zoo waar verlang ik van u, dat gij al deze dingen , welke u geschieden, uwen Pastoor zegt en te kennen geeft; indien gij zulks niet doet, zal ik mijn bloed van u eischenquot;. Daarop heb ik den Pastoor om raad gevraagd en het hem in de biecht verklaard.
Eene mijner medezusters zeide mij : onze Pastoor heeft mij gezegd: „God wil ons door lotgevallen beproeven; misschien mocht die uitverkoren plaats nog elders wezenquot;?
Wederom bad ik tot Jezus in het heilig Sacrament, en eene stem sprak tot mij : „Gij weet dat ik uw Heer en God ben, mijne Moeder wil op deze plaats geëerd zijn; doe gij zooveel gij kunt en beveel Mij het overige aan Ik zal met u doen, dat gij niet weet; Ik zal voor u zorgen , maar betrouw op Mijquot;!
x — *
«--»
62
Daarop antwoordde ik : O Heer, ontferm ü onzer! O Moeder Gods Maria en H. Franciscus , bidt voor ons !
Mijn hart werd dusdanig gepraamd, deze dingen bekend te maken, dat ik niet durf nalaten ze te boek te stellen. Ik heb slechts zeer weinig geschreven , maar niet alles wat mij geschied is.
Alle dingen zijn aan God bekend. Geloof vastelijk, dat Hij zijne barmhartige oogen niet zal afwenden van degenen, die op Hem betrouwen.
Door Gods genade hebben wij dan in in het jaar 1539 een huis gesticht, en den 3en Juni betrokken , om daarin te wonen en Onzen Heer Jezus Christus en zijne H Moeder getrouwelijk te dienen. God verleene ons verder zijne hulp en genade. Amen.
Geschreven in het jaar 1540, op den 2en dag der maand Mei.
Hieronder stond: Bij mij, Zuster Maria Joosten, arme dienstmaagd der Zusters van den Derden Regel van den H. Franciscus.
Overgeschreven den 16en Maart 1631 en accordeert met het origineele.
Ita Attestor Jacobus van den Bomen, Pastor,
Confess in Omviel, S. Theol. B. F.
--;--^
%----3R
63 No. II.
Aangezien de religieusen van het klooster te Ommel, tengevolge van het besluit der Hoogmogende Heeren Staten moeten verhuizen en haar. op gezag van de geestelijke overheid in bewaring gegeven is, het miraculeuse beeld der H. Moeder Gods Maria, hetgeen te dezer tijde en lande niet mag geëerd worden, zoo zullen zij , religieusen , het beeld brengen op eene geschikte plaats, alwaar de katholieke godsdienst vrij mag uitgeoefend worden, met belofte , hetzelve wederom te brengen op hare plaats , die zij in den beginne gekozen heeft, te weten: naar Ommel, bij Asten, wanneer de katholieke godsdienst aldaar publiek mag uitgeoefend worden ; wijders , dat zij het beeld nooit zullen stellen in parochiale kerken of kapellen , opdat geene andere plaats dan Ommel eenige aanspraak van eigendom zou kunnen maken. Overigens zullen de religieusen die voorrechten te Ommel behouden, welke zij altijd aldaar genoten hebben.
Gedaan in Ommel, 25 Jan. 1732.
Was get.: Zuster Maria Coppens, moeder.
Zuster Maria Kennis, onder-moeder.
Zuster Anna Verdonck, procuratres.
Zuster Franciscan. d. Cray\'s, discretin.
---------sw
T
64
Het vorenstaande zijn wij bereid ten allen tijde, des verkiezende voor een Notaris, te passeeren.
Gedaan 30 Januari 1732.
Reinier van der Putten,
Biechtvader der religieusen te Ommel.
Zuster Maria Coppens, moeder.
Zuster Anna Verdonck, onder-moeder. Zuster Irancisca v. d. Cruijs, discretin.
No. III.
Plurimum Reverendo Domino,
Domino van Asten, Pastori dignissimo
in Asten.
Warenberg», 5 Maji 1813.
Plurimum Keverende Domine Pastor.
Cum Religiosie de Nunhem, olim de Ommel, in Castro de Wareuberg, parochiEe de Halen, existentes, fere omnes sint mortuse, exceptis duabus, quie jam ab invicem discedere cogi-tant, miraculosam imaginem B. V. Marias de Ommel, apud se degentem, cum optimis
%
gt;amp;
1
65
ornamentis ejusdem, au locum pristinum, in Omtnel, parochias Astensis, transmittere intendunt; hinc R\'1\'quot;0 Dominationem vestram rogatam volumus, ut hac in re, quam pri-mum fieri poterit, disponere dignetur quo modo, quando vel quies circumstantiis mira-culosam Imaginem ause transportari velit, procul dubio cum carruca, quia omnia cum suis ad hoc respective adpcrtinentiis in cista compacta sunt: desuper comité amicabili ave Religiosarum , expectat responsum et ordina-tionem.
jjevdic Dominafionis vestros servus obsequiosissimus
Henrieus Nobis, Sacerdos.
5
»--Jft
wmmmm,
door de voorspraak van O. L. Vrouw van Ommel geschied.
1.
In het jaar 1597 genas zeer wonderlijk de huisvrouw van Meester Mathijs, Anna genaamd, uit het dorp Swammen in het land van Gelderen. Zij was geheel kreupel; het gebruik harer ledematen had ze zoodanig verloren, dat ze gaan noch staan kon. Vele geneesheeren had zij geraadpleegd, doch zonder baat. Eindelijk, gehoord hebbende van de talrijke wonderen, welke er in de kerk te Ommel geschiedden, maakte zij een vast voornemen en belofte van eene bedevaart naar die zoo merkwaardige plaats te doen. Krachtig reeds waren de uitwerkselen van die belofte. Van stonde af bemerkte zij beterschap, en weldra herkreeg zij het volle gebruik harer beenen, zoodat zij zelve hare belor\'te kon volbrengen , gaande op éénen dag van Swammen naar Ommel, niet minder dan 7
X----------^--^
?f.-3K
67
mijlen afstands. Bovenstaande heeft zij persoonlijk verklaard , als zijnde de echte waarheid, in tegenwoordigheid van Jan van Reijst en Jan Thijssen, kapelmeesters , en van de religieuse Zusters van het klooster Maria-schoot.
In hetzelfde jaar 1597, den 8en Mei, is alhier ook wonderbaar genezen, Arnoldus van Nuijs, die gedurende een gansch jaar het bed moest houden , en daarna twee jaren op krukken had moeten gaan, tot hij eindelijk eene belofte deed aan O. L. Vrouw van Ommel. Na op een wagen hier heên te zijn gebracht, werd hij gezond en sterk, en kreeg hij zijne gezonde ledematen, ten bewijze waarvan hij zijne krukken voor het altaar van O. L. Vrouw te Ommel liet, en volkomen genezen, dankbaar en opgeruimd huiswaarts keerde, zooals gezegde Arnoldus van Nuijs zelf voor de zuivere waarheid aan bovengenoemde getuigen heeft verklaard.
3.
Den 9en Mei van het jaar 1598 verwierf Antonius Simons, uit de stad Dulcken , in
Gulikerland gelegen, den bijzonderen bijstand
«-----»
i*--»
68
der H. Maagd te Ommel. Hij verbleef er eenigen tijd, gedurende welke hij aan de voeten van het genadebeeld vurig bad en smeekte, dat die Zoete Lieve Vrouw hem het gezicht mocht wederschenken. Op genoemden dag kreeg hij in tegenwoordigheid van vele aanwezige pelgrims het volkomen gebruik zijner oogen weder en was van zijne blindheid genezen. Dit werd door gemelden Antonius Simons medegedeeld en bevestigd aan den Eerw. Heer Gerardus van Breij, kapelaan te Ommel, aan de Zusters van Maria-sclioot en aan vele pelgrims.
4.
Den lOen Juli van hetzelfde jaar 1598 werd Catharina, dochter van Adriaan Ar-noldus Martensen van Heeze, ook alhier wonderlijk genezen. Wijl zij niet kon gaan en gedurende bijna een geheel jaar moest zitten, liggen of kruipen, deed zij de belofte: drie achtereenvolgende Zaterdagen met hare dochter eene bedevaart te doen naar O. L. Vrouw van Ommel. Op den derden Zaterdag werd de kreupele volkomen genezen. Ouders,
geburen en vrienden verheugden zich bij hare
%------^
X----3K
69
thuiskomst over die wonderbare en plotselinge ! herstelling. Velen bevestigden dit wonder, onder anderen Hendrik Lemraens en zijn zoon, Gijsbert Goijens, Adriaan Bittors, Antonius Borgers, Willem KJoen, A. A. Mar-tensen. De ouders van genoemde Catharina hebben het schriftelijk verklaard en bevestigd aan den Eerw. Pater en de Eerw. Zusters van Maria-schoot.
5.
In meergemeld jaar 1598 is ook wonderlijk genezen, Margaretha Jan Cuijpers van Swammen, Zij was ruim 4 jaren kreupel geweest ; toen beloofde zij eene bedevaart te zullen doen naar O. L. Vrouw van Ommel en eensklaps herkreeg zij den gang. Zij zelve heeft dit, toen ze hare beloofde bedevaart volbracht, verklaard aan den Eerw. H eer Gerard van Breij, kapelaan van Ommel, en aan de Zusters van Maria-schoot.
6.
In het volgende jaar 1599 geschiedde er weder eene wonderlijke genezing aan een kind van 3 jaren, dat 4 weken blind was geweest. Dit kind, genaamd Johanna, was
se-----a
*--
70
een dochtertje van HenricusReintkens, wonende te Gelderen, eene stad, twee uren boven Kevelaar gelegen. Hare oudera plaatsten haar voor het altaar van O. L. Vrouw te Ommel, en terstond werd zij ziende. Zij wees met den vinger naar de beelden van het altaar en zeide tegen hare moeder: zie, daar zijn veel schoone beeldjes. Om zich te vergewissen liet de verheugde moeder eene speld op den grond vallen, opdat de kleine Johanna die zoude oprapen, hetgeen zij ook onmiddellijk deed. Nu was de moeder ten volle overtuigd van de volkomene genezing harer dochter, en met haren man verklaarde en bevestigde zij dit wonder aan den Eerw. Heer Theo-dorus van de Zeilberch, Pater van meergenoemd klooster en aan den Wel Eerw. Heer Gerardus van Breij, kapelaan van Ommel, alsmede aan Jan van Reijst en Jan Thijssen, kapelmeesters.
7.
In hetzelfde jaar 1599 begaf zich zeker man, bijgenaamd Nicolaas de Bovenlander, uit het Groot-Hertogdom Luxemburg ter bedevaart naar Ommel. Nicolaas, sinds drie jaren met blindneid geslagen, kreeg in
»--
71
Oramel zijn gezicht weder. Hij lelf heeft dit voor eene groote menigte van toehoorders bevestigd , toen hem vanaf de predikstoel de zuivere waarheid werd afgevraagd door den Eerw Heer Meester Thomas Strick, Pastoor te Asten. Later heeft hij die getuigenis ook schriftelijk bevestigd
8.
Te Heeze bij Leende, in het Peelland, woonde een zekere Mathijs Engelen, wiens zoontje Hendrik (een nog zeer jeugdig knaapje) stil naar buiten sloop om te spelen, maar ongelukkiger wijze in een diep water viel. De moeder, over de lange afwezigheid van haar kind zeer ontsteld, zocht hem overal, doch tevergeefs. In haren angst beloofde zij eene bedevaart te zullen doen naar de Zoete Lieve Vrouw van Ommel, om door de voorspraak van die heilige Moeder haar kind weder te vinden; en ziet, de wonderdoende Lieve Vrouw van Ommel verhoort de smeek-stem der zoo bedrukte vrouw. Deze vindt haar kind boven op het water liggen, waar het een uur van te voren reeds was ingevallen , zonder dat het nochtans eenig letsel bekomen had.
-.-----3R
72
Verheugd vervullen de ouders de gedane beloften en spoeden zicli met hun kind naar Ommel, waar zij het gebeurde als zuivere waarheid verhalen aan genoemden Pater en aan de Zusters van het klooster Maria-schoot en aan vele tegenwoordig zijnde pelgrims.
9.
In gemeld jaar 1599 is ook nog wonderlijk genezen Anna Davids, dochter van wijlen Davids van Randen, die sinds vijf weken kreupel was en lam in hare ledematen, zoodat zij gaan noch staan kon. Zij beloofde eene beêvaart te zullen doen naar Ommel, en oogenblikkelijk was zij van hare lamheid genezen en had het volkomen gebruik harer ledematen herkregen. Den 13en Juli van hetzelfde jaar volbracht zij hare voorgenomen bedevaart en verklaarde toen het meêgedeelde voor de volle waarheid aan meergenoemden Pater.
10.
In het jaar 1600 is wonderlijk genezen Martinus Antonius van Heeze, die omtrent 12 jaren oud zijnde, zoo kreupel werd, dat
hij in een gansch jaar niet gaan of staan
-----
X-—-
73
kon en men hem heffen en dragen moest. Nadat men hem te Ommel gebracht en op eenen stoel voor het altaar van O. L. Vrouw had geplaatst, werd hij terstond volkomen genezen, hetgeen hij zelf aan de Zusters van Maria-schoot aldaar voor de echte waarheid verklaard heeft, welke Zusters ook ooggetuigen van het wonder waren.
11.
In hetzelfde jaar 1600 kwam te Ommel een Pater uit het klooster van Rijen, gelegen onder het bisdom van Keulen, die aan de vallende ziekte in zulken hevigen graad leed, dat hij vaak meer dan een uur als dood bleef liggen. Bij hem was eene geprofeste Zuster van hetzelfde convent, die ook de vallende ziekte had. Beiden zijn te Ommel aan de voeten van het wonderbeeldje van O. L. Vrouw van hunne ongeneeslijke kwaal volkomen bevrijd geworden.
12.
Ook is in hetzelfde jaar wonderlijk genezen Johanna Peeters, van Arsen uit Gelderland. Deze, reeds sinds twee jaren lam, zoodat zij geen voet kon verzetten, beloofde
ÜC-3«
74
eene bedevaart te zullen doen naar O. L. Vr. van Ommel, en onmiddellijk herkreeg zij het gebruik harer beenen en kon gaan als ieder gezond mensch. Zij zelve heeft dit persoonlijk voor de zuivere waarheid bekend aan de Zusters van het klooster te Ommel, toen zij er hare beloofde bedevaart volbracht.
13.
Nog zijn in voornoemd jaar 1600 twee kinderen, Johanna, dochtertje van Herman en Geertruid van Wassenborch, een jaar oud, en Christiaan, zoontje van Peter Elskens, anderhalf jaar oud, wonderlijk van hunne breukbanden verlost en volkomen van hunne breuken genezen.
De moeders dier beide kinderen hebben zulks persoonlijk verklaard aan den Pater van Maria-schoot.
14.
In het volgende jaar 1601 genas zeer wonderlijk een meisje met name Maria, uit de stad Dulcken. Dit meisje had anderhalfjaar het bed moeten houden, waarna zij zooveel aansterkte, dat zij eindelijk op twee krukken
sprong. Drie jaren duurde die ongelukkige
--^
«_______
75
toestand voort. Toen deed zij de belofte eene bedevaart te ondernemen naar O. L. Vrouw van Ommel Op den 7en Mei van genoemd jaar liet zij zich op eene kar derwaarts voeren , en nog denzelfden dag was zij volkomen genezen, zij keerde te voet naar Dulcken terug.
Dit wonder is volgender wijze geschied. Onder het H. Sacrificie der Mis, terwijl zij godvruchtig en vurig bad, vielen, in tegenwoordigheid van de bewoners van Ommel en van vele buitenlandsche pelgrims de beide krukken haar onder de armen uil; — de eene bij den aanvang van het H. Evangelie, — wijl zij meende dat iemand achter haar stond, die de kruk wegnam , keek zij na bet Evangelie eens om, maar, o wonder! nu ontviel haar ook de andere kruk, en gevoelde zij zich volkomen genezen.
Na het einde der H. Mis hing zij beide krukken ter zijde van het altaar van O. L. \\ rouw en keerde dankbaar en verheugd huiswaarts.
15.
Ook is in gemeld jaar 1601 wonderlijk genezen een jongeling uit Heeze, Arnoidus ÜC--3#
i*___
76
Ludolphus Ariaens, omtreut 16 jaren oud. Door uit een kersenboom ie vallen, kreeg hij eene lamheid in de beenen, zoodat hij niet meer kon gaan. Hij deed eene beêvaart naar O. L. Vrouw van Ommel, waar hij de gezondheid en het gebruik zijner beenen herkreeg, hetgeen hij zelf bekend heeft aan de kapelmeesters Jan van Reijst en Jan Thijssen.
16.
Evenzoo is nog in hetzelfde jaar 1601 wonderlijk genezen Hubertua van Aelst, ongeveer 20 jaren oud, een jongman, zoodanig verlamd en kreupel, dat hij enkel kruipen kon, en verder moest geheven en gedragen worden. Hij had een groot vertrouwen op de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, en kwam daarom met zijne moeder naar haar genadebeeld te Ommel. Zij logeerden in het klooster Maria-schoot. Zijne moeder en eene der Zusters uit genoemd klooster droegen hem \'s avonds naar bed , en \'s anderen daasrs
\' O
op een stoel naar de kapel van O. L. Vrouw.
Daar herkreeg hij terstond het gebruik zijner ledematen en kon gaan in tegenwoordigheid van den Eerw. Heer Meester Th. van
«----3K
77
de Zeilberch , Pastoor des kloosters, den Wel-Eerw. Heer Gerardus van Breij, kapelaan, de Zusters uit het klooster en eene menigte buitenlandsche pelgrims.
Dit wonder geschiedde den 15en Aug. 1601.
17.
Jan Peeters van Straelen genas er in hetzelfde jaar. Gedurende anderhalf jaar lam, zoodat hij in \'t geheel niet kon gaan, was hij teneinde raad, maar ondernam vol vertrouwen eene bedevaart naar Ommel, alwaar O. L. Vrouw zijn gebed verhoorde en hij volkomen genas.
Persoonlijk heeft hij dit aan den Pater en de Zusters van het klooster Maria-schoot bekend gemaakt.
18.
Nog genas er in dit jaar (1601,) Broeder Willem, geprofest religieus en priester van de Abdij te Glabbeeck. Deze priester was lam aan zijne handen, zoodat hij in een gansch jaar geen Mis kon doen. Na een nacht in het klooster te Ommel doorgebracht te hebben , bad hij vurig aan de voeten van O. L. Vrouw, en ziet, zijn gebed werd ver-
« \' — ^ 3«
«E__
78
hoord, hij was genezen, Broeder Willem haastte zich dit wonder den Pater en de Zusters van het klooster bekend te maken.
19.
In het jaar 1602 had er wederom eene wonderdadige genezing plaats. Dirk Mander Flo van Bremen, wonende te Venlo, had een tweejarig dochtertje, dat aan een breuk leed. Nauwelijks had Dirk eene bedevaart naar Ommel gedaan, of hij bemerkte beterschap bij zijn kind. \'s Jaars daarna nam hij het meisje met zich naar Ommel en van dat oogenblik af was het kind volkomen genezen en bleef voortaan gezond, zooals de vader zelf op den len Augustus 1605 verklaarde aan den Eerw. Heer Dominicus Symonis, Pastoor der stad Venlo. Pastoor Symonis heeft deze verklaring in eigen geschreven akte aan de Zusters van Maria-schoot opgemaakt.
20.
In 1603 hadden er opnieuw vele wonderbare genezingen plaats; onder anderen genas er Henricus Claessen van Aelst. Deze was de bil gebroken en droeg een ijzeren breuk-
»--*
79
band. Toen hij op den feestdag van O. L. Vrouw Boodschap eene bedevaart naar Ommel deed en daar vurig bad, sprong den band hem van de heupen en was hij genezen. Hij hing den band aan het altaar van O. L. Vrouw, in tegenwoordigheid van Jan van Reijst, Dries Janssen, de Zusters uit het klooster en eene menigte pelgrims.
21.
Ook genas in hetzelfde jaar van een breuk zekere Maria, dochter van Jan Muers uit Nederweert, hetgeen zij aan den kapelmeester Jan van Reijst en aan de Zusters van het klooster bekend maakte.
22.
Eveneens zijn in genoemd jaar, op den Sen Zaterdag na Paschen, vier kinderen uit Walbeek, die allen aan breuk leden, te Ommel van hunnen breukband bevrijd, welke daargelaten zijn ten teeken van hunne volkomen genezing, gelijk de Zusters van Maria-schoot gezien en getuigd hebben.
23.
Veertien dagen later, op den 5en Zaterdag na Paschen, werden te Ommel vijf kinderen
S€---——-*
«--3,
80
uit Arssen en Ouwerkerk Fan hunne breuken genezen. Zij offerden hunne banden op het altaar van O. L. Vrouw, zoo getuigden de Zusters van Maria-schoot.
24.
Het tweejarig zoontje van Antonius Janssen uit Ouwerkerk was zeer langen tijd zoo hevig ziek geweest, dat het soms voor dood bleef liggen. De ouders deden met het kind eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel, en binnen drie dagen was het volkomen genezen. Tot groote blijdschap en met niet minder verbazing zagen ouders en buren het herstelde kind op straat spelen. Dankbaar hebben zij dit aan de Zusters van het klooster Maria-schoot beleden en bevestigd.
25.
Theodorus Jans van quot;Walbeek had een zoontje van 5 jaren. Reeds twee volle jaren was het zoo ellendig ziek, dat de ouders aan herstel begonnen te wanhopen. De vader beloofde voor zijn ongelukkig kind eene bedevaart te zullen doen naar O. L. Vrouw van Ommel, en ziet, terstond is het kind gezond geworden. De vader, en met hem zijne ge-buren Laurens Thonis en Peter Jans, ge-SC-—----
X---JS
81
tuigden zulks voor de Zusters van het klooster Maria-schoot.
26.
Den 25en Mei 1603 kwamen Herman Peeters en zijne huisvrousv Catharina, uit de Geldersche streken, voor hun driejarig stom kind naar Ommel ter bedevaart. Bij hun terugkeer vonden zij het kind genezen en sprekende, \'t geen zij met hunne bnren Peter Goorts en Hendrik Vos naderhand plechtig verklaard hebben.
27.
Elisabeth Peeters van Arsen, die reeds 7 jaren aan eene sterke bloedvloeiing leed en tevergeefs vele geneesheeren hod geraadpleegd, deed in hetzelfde jaar 1603 met groote godsvrucht eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel, genas er van hare kwaal en werd zeer goed gezond. Zij zelve heeft het beleden aan de Zusters van het klooster, alsmede aan Tilmannus Jans en Petrus Coetsen.
28.
Ook Jan Peeters van Stralen is in dat jaar genezen. Hij kreeg in zulken graad de vallende ziekte, dat hij soms meer dan een
sc - — — —
X--3S
82
uur, als dood bleef liggen, lijdende bovendien hevige pijnen, vergezeld van een verschrikkelijk geruisch in de ooren. Hij beloofde eene bedevaart naar Ommel te doen en , na die volbracht te hebben, bleef hij in het vervolg bevrijd van de vallende ziekte en was hij volkomen genezen. Dit heeft hij persoonlijk voor echte waarheid verklaard aan Petrus Janssen en aan de Zusters van Maria-schoot.
29.
Nog is in hetzelfde jaar van de vallenc\'e ziekte genezen Zuster Catharina Cuijpers, eene geprofeste Religieuse van het klooster te Ouwerke. Nadat zij ter bedevaart was geweesi naar O. L. Vrouw van Ommel, kwam zij geheel hersteld terug. Niet alleen zij, maar ook hare buren Tilmannus Beelen en Jacobus Houts hebben het later aan de Zusters van Maria-schoot bekend en bevestigd.
30.
In 1604 verleende de machtige Lieve Vrouw van Ommel opnieuw haren wonderlijken bijstand. Zekere Geraard van Heester bij Gelder, was in 1603 kreupel gewordea, zoodanig dat hij in drie weken gaaa noch
ar——--*
ff.-------
83
staan kon. Hij beloofde eene bedevaart te doen naar Ommel, en genas. Tot drie reizen toe volbracht hij zelf te voet, zijne voorgenomen bedevaart, gelijk hij aan den Pater en aan de Zusters van Maria-schoot den 19en Juni 1604 bekende.
31.
Vervolgens genas er Tilleman Annen uit de Geldersche streken. Hij had eene ziekte in de beenen. Van de voeten tot de dijen leed hij voortdurend zulke ondragelijke pijn, dat het gaan hem bijna onmogelijk was. Na eene bedevaart beloofd en volbracht te hebben naar de H. Moeder Gods te Ommel op den 23en Juni 1604, was hij eensklaps volkomen genezen. Zelf heeft hij het toen verklaard aan den Pater en aan de Zusters van Maria-schoot.
32.
Meester Hans en Catharina Jaspers, wonende in de stad Venlo, hadden een zoontje van omtrent 3 jaren, dat aan een breuk leed. Zij deden op deu 26en Juni 1604 met het kind eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel en hadden het geluk op dienzelfden dag hun zoontje genezen te zien.
x
K--.38
84
Vol dankbaarheid offerden zij den breukband opquot; het altaar van O. L. Vrouw.
33.
Op denzelfden dag, zijnde den 26en Juni, genas insgelijks Jacob Pneu van Kevelaar. Sedert 7 a 8 jaren met eene onbekende ziekte besmet, nam hij zijne toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel. En ook hem verhoorde die goede Moeder. Op zijne bedevaart, den 26en Juni 1604, werd hij volkomen gezond, evenals Peter Pneu, die ook meermalen met dezelfde ziekte was behebt geweest.
Beiden, Peter en Jacob Pneu , hebben met Jan Bol aan den Pater van Maria-schoor, verklaard, dat zij op genoemden datum te Ommel aan de voeten van het miraculeuze Lieve Vrouwe-beeld wonderlijk zijn genezen.
34.
Aleid ter Stegen, huisvrouw van Peter ter Stegen van Gelder, reeds meer dan 4 jaren lamme handen hebbende, vreesde wel immer ongelukkig te blijven. Toch gaf zij den moed niet verloren. Vol betrouwen begaf zij zich naar O. L. Vrouw te Ommel en na er vurig gebeden te hebben herkreeg zij
den lOen Augustus 1604 het gebruik harer
-----^
%----x
85
handen en kon volkomen hersteld huiswaarts keeren. Vóór haar vertrek bekende zij hare wonderdadige genezing aan den Pater van Maria-schoot.
35.
De zoon van Jan Bol en Mechtilda zijne huisvrouw, wonende te Geneveling, bij de stad Gelder, werd bij herhaling door eene vreeselijke maar onbekende ziekte aangetast. Hij deed eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel en keerde volkomen genezen terug.
Van toen af bleef hij gezond en van genoemde ziekte bevrijd.
36.
Marie Jans, dochter van Joannes van Heijnsberck, was sedert twee jaren zeer gebrekkig in haar lichaam, zij had de waterzucht. Haar gansch lichaam was ongemeen dik opgezwollen. Geene dokters hadden haar kunnen helpen, geene geneesmiddelen baatten. Men vreesde voor haar leven.
Eindelijk zocht zij troost bij O. L. Vrouw te Ommel. Don derden keer dat Jans met zijne dochter te Ommel kwam, werd zij er volkomen gezond, en bleef dit ook later.
Toen Jans een jaar daarna den 24en SÊ---^
s*--------------------------------------------- X
86
September 1604 weder te Ommel kwam om de Zoete Lieve Vrouw te bedanken, heeft hij , door dankbaarheid gedreven , dit wonder bekend gemaakt aan Dirk van Mandersee en Andries Jan Driessen, koster der kapel. Op uitdrukkelijk verlangen van Jans is dit wonder te boek gesteld door den WelEerw. Heer Gerardus van Breij , kapelaan te Ommel.
37.
Willem van Maastricht en zijne huisvrouw Catharina Wijnen, vroedvrouw te Roermond, hadden een kind, dat reeds anderhalf\' jaar ernstig ziek was. Niemand kende de ziekte, en geen dokter wist ze te genezen. De ouders beloofden en deden met hunne dochter eene bedevaart naar Ommel, en het kind was eensklaps genezen. Dankbaar voor die wondervolle redding spoedden zij zich met hunne buren Maria Roij, Elisabeth Franck en Elisabeth Baartman naar de Zusters van Maria-schoot, om haar die wondervolle genezing kenbaar te maken.
38.
Binnen de stad Roermond woonde Leonard Roijen. Zijn dochtertje Margaretha, oud drie jaren, had reeds meer dan een jaar de vallende
SC--■
X--X
87
ziekte. Hij ondernam met het kind eene bedevaart naar Ommol en zij genas er volkomen. Nooit heeft zij na dien tijd de vallende ziekte nog gehad.
De waarheid hiervan getuigden en bevestigden Elisabeth Franken, Elisabeth Bart-mans en Maria Roijen , wonende in de Swammerakkerstraat binnen Roermond.
39.
Geraard Cuijpers uit de Geldergche streken, werd dikwijls gekweld door eene onbekende ziekte. Vaak lag hij uren buiten kennis en was dan zoo sterk, dat twee forsch gespierde mannen hem niet verplaatsen konden. Hij beloofde en volbracht eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel, genas er en bleef voortaan van die akelige ziekte bevrijd.
Den lOen Februari 1605 heeft hij dit zelf aan de Zusters van Maria-schoot verklaard en bevestigd.\'
40.
In hetzelfde jaar 1605 genas er Sophia op den Camp, van Kernendonk, die gedurende dertien jaren gefolterd werd door een onuitstaanbaar geruisch in de ooren, zoodat zij
se--
£--
88
steeds meende klokken te hooren luiden , en vreesde hare geestvermogens te zullen verliezen. Na eene bedevaart aan O. L. Vrouw van Ommel beloofd te hebben, was zij genezen, zooals zij op den 4en Maart van genoemd jaar bij gelegenheid van hare bedevaart verklaarde aan de Zusters van Maria-schoot.
41.
Hester Evaerts van Wijkendonck had reeds gedurende twaalf jaren een been met vele opened wonden, waarvan sommige zoo groot als eene vuist. Geene heelmeesters konden haar genezen, Het ongelukkige mensch leed vaak zulke bittere pijn, dat zij bij herhaling-haren man verzocht, haar het been te laten afzetten. Eindelijk ondernam zij op den lOen April 1605 eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel, en toonende haar been aan de Zusters van Maria-schoot, was het eensklaps genezen. Met een dankbaar hart begaf zij zich met haren buurman Jan Ponden naaiden WelEerw. Heer van Breij, kapelaan te Ommel, om hem hare wonderbare genezing bekend te maken.
42.
Het kind van Mechtilda in geen Ludse «---
89
tot Wenneckendonk was sedert geruimen tijd hevig ziek. Het leed vreeselijke pijn in alle ledematen, kon armen noch beenen verroeren en moest over den grond kruipen. Eindelijk lag het daar, met ontvelde knieën en groote gaten in den rug, bewegingloos. Ieder oogenblik dacht men dat het sterven zou. Vier dagen bleef het sprakeloos en als dood. In hare smart maakte Mechtilda het voornemen eene bedevaart naar Ommel te doen, en van dat oogenblik af begon het kind te beteren en was het spoedig volkomen gezond.
Niet alleen zij, maar ook hare buren Jan Ponden en Sophia op den Camp hebben dit voor echte waarheid verklaard op den lOen Mei 1605.
43.
Het tweejarig kind van Andries Pauwels en Margaretha zijne huisvrouw van Stralen, was ziek en gebroken. Vier weken na Paschen van 1605 deden de bedrukte ouders met hun ongelukkig kind eene bedevaart naar O. L. Vrouw te Ommel, waar het wonderlijk genas. Den breukband offerden zij op het altaar van O. L. Vrouw en gaven getuigenis van het gebeurde aan de Zusters van Maria-schoot.
ÜS------»
90
44.
Ook genas er Theodorus Claessen van Keizersweerde, die om de veertien dagen de vallende ziekte kreeg. Hij beloofde en deed eene bedevaart naar O. L. Vrouw te Ommel en was van zijne lastige kwaal voor altijd bevrijd. Op den 26en Juni 1605 gaf hij kennis van zijne volkomen en wonderlijke herstelling aan den Pater en de Zusters van het klooster Maria-schoot.
45.
Margaretha, weduwe van wijlen Hendrik Speets, uit Genevelinghe boven Kevelaar, was reeds drie jaren doof (tengevolge van mishandeling door soldaten). Zij deed de belofte van eene bedevaart naar Ommel, en toen zij die met goed vertrouwen op Paaschdag 1605 volbracht, herkreeg zij het gehoor. Bij eene volgende bedevaart tot dankzegging aan Maria, den 26en Juni van hetzelfde jaar ondernomen, bekende zij hare wonderbare genezing aan den Pater, aan Zuster Magdalena Michiels en aan Jan.... ?
46.
De echtgenoote van Marcelis van Aken uit Eoermond, Geertruid geheeten , had drie
sè-^
K----
91
reizen achter elkander onder vreeselijke smarten een dood kind ter wereld gebracht. Nn nam zij hare toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel en beloofde eene bedevaart te doen naar haar wonderbeeld. De godsdienstige vrouw vond genade in de oogen van de H. Maagd, want na hare belofte beviel zij van eene welgeschapen dochter. Zij zelf heeft het den len Juli 1605 voor zuivere waarheid verklaard aan den Eerw. Heer Theodorus van de Zeilberch, Pater, en aan de Zusters van Maria-schoot. En niet alleen zij, maar met haar verklaarden en bevestigden het Joris van Aken en Ida van Aken.
47.
Op den len .Juli 1605 verklaarde Winandus Cuenen van Sevenum, dat hij gedurende langen tijd gekweld werd door ondragelijke pijn in de beenen, dat hij eene bedevaart beloofd en volbracht had naar O. L. Vrouw van Ommel en dat hij sedert die bedevaart, van de pijn is bevrijd gebleven.
48.
Den volgenden dag, den 2en Juli 1605, verklaarde Beatrix van Kessel aan den Pater
en de Zusters van Maria-schoot te Ommel. «---
Sfi--*
92
dat haar lichaam geheel met roode puisten en zweren overdekt, als ware zij melaatsch, door de voorspraak van 0. L. Vrouw te Ommel genezen is.
49.
Negen dagen later, den 11 en derzelfde maand , heeft aan genoemde Paters en Zusters verklaard en getuigd Joanna van Basel, dat haar zoontje, schoon nog slechts een halfjaar oud, zwaar gebroken zijnde, te Ommel eensklaps genas op den feestdag van O. L, Vrouw Boodschap. Den breukband liet de dankbare moeder op het altaar van O. L. Vrouw.
50.
Op den feestdag van O. L. Vrouw Hemelvaart genas te Ommel Hendrik Honghen
o D
uit de stad Venlo. Deze knaap, 10 jaren oud, was sedert geruimen tijd blind. Zijne moeder deed met hem eene bedevaart naar O. L. Vrouw alhier, en Hendrik kreeg aanstonds het gezicht terug. Opgetogen van verwondering en blijdschap snelde de moeder, Maria Honghen, naar de Paters en de Zusters van Maria-schoot, om hun dit wonder bekend te maken.
51.
Op den feestdag van de wijding der kapel. « - «
ft*..........
98
welke altijd gevierd wordt op Zondag vóór het feest van O. L. Vrouw Hemelvaart, verscheen voor de voeten van het genadebeeld Gerardue Beelen van Wassenborch, die reeds van Kerstmis af stekeblind was. Na een vurig gebed voor het beeld van de H. Moeder Gods Maria gestort te hebben, werd hij eensklaps ziende in tegenwoordigheid van eene groote menigte pelgrims. Hij zelf bevestigde de waarheid er van in tegenwoordigheid van zijne zich bij hem bevindende huurlieden Egidius Nuijs en zijn zoon.
52.
Op denzelfden dag, werden hier ook twee jongentjes van hunne breuken genezen. Het eene, een knaapje van drie jaren uit Gelder, het andere een van slechts één jaar uit Nederweert. Uit dankbaarheid werden de banden geoiferd op het altaar van O. L. Vrouw.
53.
Het zoontje van Hubertus Rutten en Catharina Dijcken uit Venlo, zes jaren oud, sprong op krukken. Met zijne ouders eene bedevaart naar Ommel doende en daar biddende vooor het mirakuleuze beeld van Maria, gevoelde de knaap zich eensklaps volkomen «------*
---X
94
genezen. Hij wierp zijne knikken voor het altaar Tan O. L. Vrouw, en liep springende van vreugde de straat op. Het was den 15en Augustus 1605, en honderden pelgrims, uit alle oorden aanwezig, aanschouwden dit wonder met verbazing. De knaap ging te voet met zijne ouders huiswaarts in gezelschap van verscheidene inwoners uit Venlo.
54.
Ook zekere Agnes, huisvrouw van Hein-rich Peeters uit de stad Kempen, in het bisdom van Keulen gelegen , genas hier op den 15eu Augustus van hetzelfde jaar.
Deze Agnes was sinds zes jaren kreupel en kon aanvankelijk slechts met twee krukken gaan. Gedurende het laatste halljaar had zij echter maar eéne kruk noodig gehad. Daarop werd zij als machteloos, zoodat zij vijf weken het bed moest houden. In dien nood neemt zij hare toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel en belooft eene bedevaart derwaarts te zullen doen. Terstond kon zij zich oprichten, het bed verlaten en op hare krukken voortstrompelen gelijk te voren.
Toen zij nu op den 15en Augustus hare beloofde bedevaart volbracht en voor het
u»---------SU
95
altaar van O. L. Vrouw vurig bad, werd zij oogenblikkelijk volmaakt gezond. Zij kon vlug en gemakkelijk gaan en logde hare krukken op het altaar neder. Dit alles is geschied voor de oogen van eene ontelbare menigte pelgrims uit onderscheidene gewesten, (velen waren uit verafgelegen streken) aldaar aanwezig. Ook waren eenige van hare naburen uit de stad Kempen getuigen van dit wonder. Onder anderen Nicolaas van Hallen, Theodorus Cuijl, Joachim Frits en Johan Harens, die \'t allen met haar verklaarden en op verzoek onder eede bevestigden aan den Eerw. Pater en de Zusters van het klooster, alsmede aan den ZeerEerw. Heer Mr Thomas Strijcken, Pastoor te Asten, die om de overgroote drukte met vele andere geestelijken, van de vreemdelingen de biecht hoorde.
55.
Op den 12en Augustus 1605 deed Johanna Jars uit Achten in Gelderland op aanraden van haren Pastoor met haren vader eene bedevaart naar O. L. Vrouw te Ommel. Johanna was sinds twee maanden stom en kon bij geen dokters hulp vinden. Doch nauw-
lijks lag zij neergeknield voor het mirakuleuze
-----—-%
96
beeld of zij herkreeg hare spraak en verkon-digde luide den lof van Maria. Ook verzuimde zij niet dit wonder aan den Pater en de Zusters van Maria-schoot bekend te maken.
56.
Peter ten Valen en zijne huisvrouw Agatha uit de Geldersche streken hadden een kind van acht dagen , wiens armpje lam op den rug lag. De ouders beloofden en volbrachten eene bedevaart naar O. L. Vrouw te Ommel en het kind genas volkomen.
Peter en Agatha, alsmede hun buurman Peter Pluel hebben de waarheid hiervan op verzoek, onder eed bevestigd den 20en Aug. 1605.
57.
Tusschen Paschen en Pinksteren genas Simon Cularts uit Turnhout (kanonier te Venlo) van de huig in de keel. Dikwijls en pijnlijk werd hij hierdoor gekweld, en soms duurde die ziekte zoolang, dat hij vreesde voor eene keelontsteking, welke hem voor altijd ongelukkig maken zoude. Hij ondernam dan eene bedevaart naar Ommel, waar hij genas. Sedert dien tijd bleef hij van keelziekte bevrijd , zooals hij voor echte waarheid ver-
97
klaarde aan den Pater van Maria-schoot. 58.
Op den vooravond van O. L. Vrouw Geboorte van het jaar 1605 genas Jan den Becker van St. Anthonisberge van zijne blindheid. Tengevolge van kinderpokken sinds zes en twintig en een half jaar blind aan het eene oog, verloor hij eindelijk ook nog het andere, zoodat de man nn reeds meer dan twee jaren stekeblind was. Daarenboven was hij doodarm en de eenige kostwinner van een zeer talrijk gezin. Het is dus wel niet te verwonderen, dat hij zijnen toevlucht nam tot de zoo barmhartige en machtige L. Vrouw van Ommel. Met groote godsvrucht deed hij eene bedevaart naar Ommel, en onder het storten van bittere tranen bad en smeekte hij de H. Maagd en spoorde hij ook de hem omringende pelgrims aan toch met en voor hem te bidden. Tot driemaal toe herhaalde hij die bedevaart, telkens met een vast vertrouwen en vurige devotie.
Nu , ten derdemale neergeknield voor het wonderbeeld , vurig biddende en wederom het gebed der aanwezige pelgrims verzoekende, zoo werd het hem eensklaps licht voor de
X__;__
98
oogen, hij zag. Hij had het volle gebruik der beide oogen herkregen. Dit wonder geschiedde op den 7en September, tusschen 8 en 9 uur des avonds, in tegenwoordigheid der pelgrims, wier getal honderden bedroeg, uit alle oorden saamgestroomd. Om zich van zijne genezing te overtuigen, hield Zuster Catharina van Heeze hem een rozenkrans voor, en vraagde hem wat dit was. Terstond antwoorde hij: „een rozenkransquot;, en merkende dat men hem op de proef stelde, telde hij de brandende kaarsen, welke ter eere van O. L. Vrouw ontstoken waren.
Dat het beschrevene met Jan den Becker waarachtig aldus is geschied, hebben met hem, behalve onderscheidene pelgrims , op dien eigen avond mede verklaard en bevestigd zijne naburen Edmundus Peeters en Peter Jans, beiden wonende te St. Anthonisberge.
59.
Den volgenden dag, zijnde de feestdag van Maria Geboorte, genas Helena Maeskens, uit de stad Kempen, die reeds meer dan 6 jaren op eene kruk en een stok moest voortstrompelen. Toen zij ter bedevaart te Ommel vurig voor het miraculeuze beeld bad, werd X.--—-— .......—-
--x
99
zij eensklaps genezen, in het bijzijn van eene groote menigte pelgrims. Kruk en stok offerde zij op het altaar van O. L. Vrouw en spoedde zich naar den Pater en de Zusters van Maria-schoot om hun dit wonder bekend te maken. Ook bevestigde zij het aan den Eerw. Heer Gerardus van Breij, kapelaan te Ommel, aan Martinus Durks en Jan van Reijst, Schepenen te Asten en aan Albert Bijstaert uit Kempen.
60.
Thomas Spijnen, wonende te Nieuwkerk bij Geldern boven Kevelaar, dronk een teug uit een glas bier en werd op hetzelfde oogenblik zoo ongesteld, dat hij meende te sterven. Hij verbeelde zich vergif te hebben gedronken, dat hem hot geheele lichaam doorbeet, het was hem als werd zijn hoofd met hamers geslagen, hij liep op alsof hij zoude bersten en hoorde eindelijk niets meer.
Onderscheidene geneesheeren had hij geraadpleegd, doch zij konden hem niet helpen. Dagelijks nam zijne ziekte toe, weldra werd hij krankzinnig, en als een razende ging hij in kuilen en grachten liggen.
Zijne huisvrouw Hester, ziende dat alle
*-------—--------—-»
!*___
100
menschelijke hulp ijdel bleek, nam zich voor eene bedevaart te doen naar O. L. Vrouw van Ommel. Met eene kar liet zij er haren man heenvoeren, die er op den feestdag van Maria Geboorte plotseling genas. Elf jaren had hij geleden aan die ellendige ziekte, en nu was hij in een oogenblik gezond. Hij hoorde weder, had zijn verstand terug bekomen en was volkomen hersteld, zooals hij zelf met Albert Jans en Jan Eijers verklaarde en bevestigde aan den Eerw. Heer Theodorus van de Zeilberch, Pater van het klooster Maria-schoot.
Gl-
Zekere Joanna Peeters van Wees, de Nieuwstad in Kleefland, had eene geraaktheid aan de rechterzijde, van het hoofd tot de voeten, zoodat haar arm machteloos langs het lichaam hing. Drie achtereenvolgende Zaterdagen volbracht zij eene bedevaart naar O. L. Vrouw van Ommel, en den derden Zaterdag had zij het geluk volkomen genezen huiswaarts te kunnen keeren. Op den lOen October 1605 verklaarde zij aan den Pater en de Zusters van het klooster, dat dit wonder, gelijk hierboven beschreven, waarachtig waar
101
was, alsmede werd dit door hare buurlieden Hnibert Henricks en Klaas Jans bevestigd.
62.
Te Roermond aan de Kranenpoort woonde „in de Zwaanquot; Gerardus Cortens, zoon van Reinier Cortens en Maria Tullen. Hij had in zeer hevigen graad de koorts en kreeg die soms driemaal op een dag. Alsdan werd hij benauwd door zulke ondragelijke hitte, dat hij meende te verbranden. Toen hij beloofde eene bedevaart te zullen doen naar O. L. van Ommel, bespeurde hij aanstonds beterschap en , na zijne voorgenomen bedevaart volbracht te hebben, bleef hij voortaan van de koorts bevrijd. Hij zelf heeft het in 1606 verklaard aan de Zusters van Maria-schoot.
63.
Agnes Gerits, huisvrouw van Antonius Gerits, wonende te Be rek el bij Maseijck, werd tusschen Paschen en Pinksteren van het jaar 1605 door eene gruwelijke ziekte aangetast. Vier mannen konden haar niet in bedwang houden, tenzij ze haar vastbonden, en iedereen dacht dal zij van den duivel bezeten was. In hare heldere oogenblikken beloofde zij eene bedevaart naar Ommel, en
102
aanstonds begon de kwaal te verminderen.
Blootsvoets , vol betrouwen en met groote godsvrucht kwam zij op Maria Lichtmis te Ommel aan. Nauwelijks voor het miraculeuze beeld van O. L. Vrouw neêrgekuield, gevoelde zij zich volkomen genezen.
Van blijdschap ontroerd, snelde zij met een dankbaar hart naar de Zusters van Maria-schoot, om dit wonder bekend te maken, hetwelk geschiedde op den 2en Febr. 1606.
64.
Den 4en Juni 1606 verschenen voor den Eerw. Heer Gerardns van Breij, kapelaan te Ommel, Mechtildis Plaltkens van Straelen met onderscheidene barer geburen, die verklaarden dat genoemde Mechtildis reeds 12 maal de vallende ziekte gehad hebbende, eene bedevaart ondernam naar O. L Vrouw van Ommel en er volkomen genas.
65.
Den 12en Augustus van hetzelfde jaar 1606 genas er de zoon van Gerardus Lemmens en Christina zijne huisvrouw, uit Venlo. De knaap werd op zesjarigen leeftijd kreupel en had daarbij voortdurend hevige pijn in zijne ledematen. Drie jaren lang zocht men aller-
-jti
103
wegen hulp, maar tevergeefs. Eindelijk beloofden de ouders eene bedevaart te zullen doen naar O. L. Vrouw van Ommel. Op den vooravond van het feest der kapelwijding kwamen zij met hun zoon in de kapel te Ommel, waar hij aanstonds genas en zijne krukken bij het altaar hing. Dit geschiedde in tegenwoordigheid van den Pater van Maria-schoot, van vele burgers uit Venlo en van eene menigte andere pelgrims.
66.
Op den feestdag van O. L. Hemelvaart 1606 hadden er weder onderscheidene wonderbare genezingen plaats. Zoo genazen dien dag: het driejarig kind van Jan van Caukerken en Joanna zijne huisvrouw, dat reeds bijna een jaar in een prangenden breukband had gegaan; het kind van Maria Cuijpers van Keizersbosch, vier jaren oud, dat zeer ongezond was; het kind van Elisabeth Peeters uit Lotten , dat insgelijks zeer ongezond was.
Dat deze kinderen alle drie op Maria Hemelvaart te Ommel zijn genezen, hebben de ouders zeiven aldaar beleden en bevestigd.
67.
Anneke, huisvrouw van Jan Ghelijnter,
#É_______- _
104
wonende op eene bouwhoeve bij Wachtendonck, was zeer krom getrokken, had steeds pijn in al hare leden en kon niet dan met een stokje gaan. Op denzelfden dag dat zij te Orurnel ter bedevaart kwam, genas zij; zij liet haren stok in de kapel en keerde rechtop gaande en volkomen gezond huiswaarts.
Naderhand heeft zij hetzelve bekend en bevestigd aan den Pater van Maria-schoot, tevens verzoekende dat het wonder, aan haar geschied , zoudo worden te boek gesteld.
68.
De dochter van Oeraard Engelen, Elisabeth, wonende te Dülken , was meer dan 14 jaren lam in hare armen en handen. Ze waren geheel machteloos , zoodat zij ze nimmer kon gebruiken. Elisabeth nam zich voor eene bedevaart te doen naar Ommel. Zij volbracht die op Maria Hemelvaart en kreeg er plotseling het gebruik harer armen en handen weder. Op den feestdag vnn O. L. Vrouw Geboorte, den 8en September, weder naar Ommel gekomen, heeft zij het onder eede verklaard aan den Eerw. Heer Theodoras van de Zeilberch, Pater van Maria-schoot.
ÜS-------s
105 69.
üil de getuigenis van den Eerw, Pater Prior en anderen uit haar klooster, waarvan wij hier een afschrift laten volgen, blijkt, dat in Augustus 1606 wonderlijk genas, Zuster Margaretha Gorts, geprofeste Zuster van de Regularissen binnen de stad Weert, die gedurende vier jaren aan eene zeer ellendige slepende ziekte leed.
Afschrift.
In den naam van Onzen Heer Jezus Christus en van zijne lieve Moeder en Maagd I Maria
In het klooster der Regularissen te Weert is eene Zuster, Margaretha Gorts geheeten, oud 27 jaren, die reeds vier jaren lang eene slepende ziekte had , welke haar zoodanig kwelde, dat zij niet dan met de grootste pijn kon adem halen. Vele geneesheeren had zij geraadpleegd, doch steeds zonder baat. De dokters oordeelden dat herstelling onmogelijk was, en meenden dat de dood weldra volgen moest.
Toen zij zag dat de menschelijke kunst en geneesmiddelen zonder eenig goed gevolg bleven , nam zij haren toevlucht tot de godde-« \'...............\'ii
*.............................X
106
lijke barmhartigheid. Zij stelde zich vastelijk voor, dat zij wel genezen zonde, als zij zelve, slechts driemaal, eene bedevaart naar Ommel mocht doen. Hiertoe had zij echter verlof en dispensatie noodig van Z. D. H. den Bisschop van Roermond, vermits zij achter slot leefde. Zij scheen een vast vertrouwen te hebben in O. L. Vrouw van Ommel. Toch bleek dat ze niet wel bij hare zinnen was, want toen een bode den 2en Augustus naar Roermond afreisde, was ze zoo ziek , dat ze twee volle dagen buiten kennis bleef en wij elk uur den dood verwachtten.
Nadat de bode, met de verkregen dispensatie was teruggekeerd, kwam de zieke door de gratie Gods en de hulp der glorierijke Moeder en Maagd Maria weder bij en scheen geheel versterkt. Den Hen Aug. althans ging zij alleen te voet uaar Ommel (een afstand van bijna 5 uren), maar zoodra was zij niet daar, of zij verviel in dezelfde benauwdheid. Toch mocht het haar gelukken bijna tot Weert toe terug te keeren. Toen zij nu acht dagen daarna voor den tweeden maal ging, overkwam haar weder hetzelfde, maar toen zij ten derden male de kapel van
S*----—--
107
Ommel betrad, gevoelde zij dat, door de voorspraak van de H. Maagd Maria, de goddelijke barmhartigheid zich openbaarde , en ze nu geheel gezond was naar het lichaam en (hopen wij) ook naar de ziel, wat zij toch langen tijd te voren nooit geweest was. God en de H. Maagd moeten hiervoor zijn gezegend van nu af tot in eeuwigheid. Amen ! 1 Tot oirkonde der waarheid hebben wij dit met eigen handen onderteekend en bekrachtigd den 6en Augustus 1606.
Lager stond:
Ego F. Adriands Makcds , Pater van het genoemd klooster te Weert. En wij Mater Zuster Catharina Henrica, en Zuster Maria Pijttens, en Sub-Priorin en voorts de geheele Raad van hetzelfde klooster.
70.
Jan op geen Speet, wonende te Buerite bij Weeel, in het land van Kleef, had door verzwering drie gaten in het lichaam: het eene op den rechter-, het andere op den linker- en het derde onder den linkerschouder. Reeds meer dan 9 jaren bleven die wonden
X----------^
108
zwerende, soms vielen er stukken uit, langer dan een vinger. Vele heelmeesters had de man geraadpleegd, maar alles bleef vruehteloos. Nu besloot hij eene bedevaart te doen naar O. L. Vrouw van Ommel, en, zoodra hij zijne belofte volbracht, genas hij volkomen, gelijk hij zelf heeft verklaard en met eede bevestigd aan den Eerw. Heer Mr Theod. van de Zeilberch, Pater, en aan de Zusters van Maria-schoot. De Pater en de Zusters, die getuigen waren van dit wonder en de lidteekens zijner vroegere wonden gezien hebben , stelden er eene schriftelijk akte van op, in Augustus 1606.
71.
Den 2en November 1606 genas wonderlijk Reinhard Visschers, geboren te Jaerburch, Pruissisch soldaat, in garnizoen te Straelen. In eene schermutseling met den vijand ontving hij, behalve vele onbeduidende wonden, eene gevaarlijke wond in het been, boven de knie. Het been liet zich niet meer buigen en hij kon slechts op twee krukken gaan. Onderscheidene dokters hadden beproefd de wond te genezen , maar geen slaagde er in.
Het been etterde voort, zoodat mei zelfs
SS-3?
109
geene pleisters op de wond kon houden.
Nu raadden de dokters hem aan, het been te laten afzetten, doch daartoe liet hij zich niet overhalen. Intusschen hoorde hij van de tallooze wonderen , welke te Ommel geschiedden , en hij nam zich voor, ook eene bedevaart derwaarts te doen. Driemaal achter elkander begaf hij zich naar Ommel, telkens iu Someren blijvende (een dorp een uur gaans van Ommel), waar zijne huisvrouw Petronella, dochter van Jan Engelen, geboren was.
In ziju garnizoen teruggekeerd, kreeg hij op zekeren nacht zulk een sterk verlangen eu betrouwen op O. L. Vrouw, dat hij meende hare beeltenis te zien. Hij beloofde dan nog eens naar Ommel te gaan, en op dat voornemen zijn nog denzelfden nacht de wonden dichtgegaan en genezen. Immers, zoodra hij beterschap gevoelde, wekte hij zijne vrouw, om eens naar het been te zien, en tot hare verbazing was de wond geheeld en het been genezen. Des anderen daags werd het ruchtbaar, en meer dan dertig burgers der stad, die de wonde in het been zoo dikwijls gezien hadden , kwamen zich, tot hunne niet geringe verwondering, overtuigen van de Sé---—-ü
n-^
110
wonderlijke genezing. Reinhart heeft daarop zijne belofte volbracht op St. Paulus\' bekeering van het jaar 1607. In de kapel te Ommel kwam hij zijne krukken neerhangen en met eede het wonder bevestigen aan den Pater en de Zusters van Maria-schoot. Dezen toch hadden hem driemaal te Ommel zien komen en zijne wonden aanschouwd, en waren nu getuigen van zijne genezing.
Deze zijn de meest bekende wonderen, in de laatst voorgaande jaren te Ommel geschied. Veilig mag men hieruit besluiten, dat er in vroegere jaren zeker nog talrijke wonderen meer geschied zijn, welke door de achteloosheid der bestuurders van de kapel niet zijn opgeteekend. Zeker is het, dat hier en daar nog levende getuigen worden aangetroffen, die er nog heugenis en stellige kennis van hebben. Als onder anderen het gebeurde met:
72.
Joanna, dochter van Peter Gijsberts van der Coeveringe te St. Oedenrode. Deze Joanna, weduwe van Jan van Heessel, in leven Secretaris van Peelland, werd op 13-of 14jarigen leeftijd blind aan het linkeroog.
111
Dit duurde ongeveer vijf jaren , terwijl zij, door onuitstaanbare pijnen gekweld werd. Nadat zij met hare moeder Genoveva eene bedevaart naar O. L. Vrouw te Ommel gedaan had, gevoelde zij verlichting in de pijnen en stekingen van het oog. Drie achtereenvolgende Zaterdagen herhaalde zij die bedevaart en had het geluk volkomen haar gezicht terug te krijgen , hetgeen nog blijkt uit eene nota-rieele akte, opgemaakt te \'s Bosch, waarvan wij het afschrift hier laten volgen :
Op heden den 25en April 1607, verscheen voor mij , Apostolisch Notaris, en de hierna genoemde getuigen: (ten huize van den Hoog.-Eerw. Heer Deken van St. Janskerk binnen \'s Bosch , staande op den Papenhulst, tegenover het kerkhof van de kathedrale kerk van St. Jan), Joanna, nu omtrent 64 jaren, wettige dochter van Peter Gijsbrechts van der Coeveringe en nagelaten weduwe van Jan van Heessel, in leven Secretaris van Peelland en verklaart- dat zij op 13- of 14-jarigen leeftijd blind werd aan het linkeroog en dat bleef gedurende ongeveer vijf jaren ; dat zij onophoudelijk onuitstaanbare pijnen in dat blinde oog moest lijden; dat zij op
-x,-----
112
aanraden harer moeder Genoveva, weduwe van Peter Gijsbrechts en van andere lieden, die haar verhaalden van de wonderen, welke dagelijks in de kapel van O. L. Vrouw te Ommel geschiedden, zich voornam, eene bedevaart naar Ommel te doen. Bij de miraculeuze kapel te Ommel, onder de heerlijkheid Asten in Peelland, is een klein klooster gesticht, Maria-schoot genoemd, dat bewoond wordt door Zusters van den Derden Regel van den H. Franciscus, die dagelijks in de miraculeuze kapel de H. Mis hooren; dat zij alzoo met hare moeder Genoveva te Ommel kwam en aanstonds verlichting van pijn ondervond, hoewel het oog blind bleef; dat zij daarna nog driemaal op drie uaastvolgende Zaterdagen met hare moeder te Ommel komende, aldaar volkomen ziende is geworden, en sinds dien tijd tot heden toe ziende is gebleven ; waarom zij God almachtig niet genoeg kon danken, die haar door de voorspraak van zijne H. Moeder Maria van alle pijnen en van de blindheid had genezen.
Wijders verklaart Joanna dat zij, alvorens eenige bedevaart te ondernemen, tevergeefs hulp en troost gezocht had bij de heelmeesters.
Üt\'----
*--------X
113
te \'s Bosch en elders; dat zij alzoo enkel en alleen genezen is geworden door God Almachtig op voorspraak van de H. Moeder Gods te Ommel.
Dit alles verklaart zij te zijn waarachtige waarheid, waarom zij dan ook tevens ten allen tijde bereid ia, zulks met eed te bevestigen.
Gedaan in het Dekenaat van St. Jan, als getuigen:
1. De Eerwaarde ZeerGel. Heer en Mr Gisbertus Coeverincx, Licentiaat in de godgeleerdheid , Deken van St. Jan , (die alsmede verklaart, dikwijls van Joanna\'s moeder gehoord te hebben dat hare dochter aan het linkeroog stekeblind zijnde, door de voorspraak van O. L. Vronw te Ommel geheel en al van hare blindheid genezen was , na alvorens op drie naast elkander volgende Zaterdagen derwaarts ter bedevaart te zijn geweestquot;).
2. Joannes Henricus Lavarts van Tongerloo.
Was onderteekend: Gisbertus Coeverincx, Presbyter testis.
Joannes Henricüs Lavasts, a Tongerloo, testis.
■3?
114
Mitsgaders ik, Henbicus van der Weijen, Priester en Pastoor van het groote Begijnhof binnen \'s Hertogenbosch , en Apostolisch Notaris, die, na bovengenoemde getuigen te hebben gehoord, de onderhavige akte heb gepasseerd.
73.
Anna Pas was eene religieuse zuster uit het klooster van St. Barbara-Gard in de stad Rijnsberg. Derdehalf jaar reeds was zij stom en kon geen enkel woord uitbrengen. Biechten moest zij schriftelijk. Nu nam zij zich voor eene bedevaart te doen naar Ommel en ging te dien einde eenige dagen logeeren bij de Zusters van Maria-schoot.
Eiken dag bad zij vurig voor het altaar, van O. L. Vrouw, en toen zij na den 8en dag uit de kapel bij de Zusters in het klooster kwam, had zij hare spraak terugbekomen, en kon zij weder even gemakkelijk en duidelijk spreken als voor drie jaren.
De Eerw. Heer en Mr Theodorus van de Zeilberch, Pater des kloosters, die haar schriftelijk had biecht gehoord, bevestigde zulks met de Zusters van Maria-schoot, die allen getuigen waren van dit wonder. «-----------—--5?
—----in
115
74.
In 1585 geschiedde het volgende met Maria, dochter van Jan Beck en Elisabeth, zijne huisvrouw, uit Helmond. Maria, slechts vijf en een halfjaar oud, was blind, stom en geheel kreupel. Hare ouders togen met haar ter bedevaart naar Ommel en lieten er tot die intentie eene H. Mis lezen. Onder die Mis is het kind ziende, sprekende en gaande geworden, tot onuitsprekelijke verwondering en verrukking der ouders.
Dit wonder is bekend en geheugt nog levendig aan vele Zusters uit Maria-schoot, zoowel als aan Pater van de Zeilberch.
75.
Veel vroeger is het volgende gebeurd met Hendrik Geldens van Heersel onder Lierop.
Onder het dansen trok zijn been zoodanig op, dat voet en kuit tegen het dijbeen vast-wies en hij op krukken moest springen.
Teneinde raad ging hij alle Zaterdagen en Hoogtijden naar Ommel, om met groote godsvrucht vóór het miraculeuze beeld te bidden. Eindelijk wordt zijn gebed verhoord: voet en been geraken los en springen in hunne natuurlijke gewrichten, zoodat hij SC--jj
___%
116
volkomen genezen was en hij even goed kon gaan als vóór het ongeval. Hij liet clan ook zijne krukken in de kapel en keerde met een dankbaar hart huiswaarts.
De Zusters van Maria-gchoot , ten dien tijde aanwezig, getuigden het met vele inwoners uit Asten, onder wien het verhaal nog voortleeft. Mede bevestigde zulks de WelEerw. Heer en Mr Henrieus van der Weijen, geboren te Asten en toen Past,ooi-van het groote Begijnenhof te \'s Bosch, die verklaarde, dikwijls van zijne moeder zaliger, met name Maria, weduwe van Bouaventura van der Weijen, te hebben hooren verhalen, dat zij op hetzelfde oogenblik in de kapel was, toen het boven beschreven wonder voorviel. Zij had duidelijk het been hooren kraken, toen het weder in zijn gelid sprong.
76.
Emerentiana Reijners van Duren, huisvrouw van Jacob Donners, wonende te Vetteritteren, was sinds zes weken blind aan het rechteroog. Zij leed veel pijn en vreesde voor de zwarte ster. Zij belooft en
volbrengt eene bedevaart naar O. L. Vrouw
«- \' -*
%_-. -—... ........X
117
te Ommel in de Vasten, vóór de Goede Week van 1606 en geneest er terstond.
Onmiddellijk begeeft zij zich naar den Eerw. Heer en Mr Theodoras van de Zeil-berch , Pater van Maria-schoot, om hem dit wonder bekend te maken en te bevestigen.
77.
Het ziekelijke zoontje van Leonardos van Neer en Elisabeth van Berck, Theodorus genaamd, was sedert 2 jaren zwaar gebroken. Zijne Ouders deden eene bedevaart naar O. L. Vrouw te Ommel en het kind was volkomen genezen, zooals die ouders in 1604 zeiven aan den Pater bekend hebben.
78.
De Eerw. Heer Andreas Kueckbrouwen van Gulick, kapelaan aan geen Sicilië, viel van het paard en bekwam daardoor eene inwendige kneuzing, welke hem vreeselijke pijn veroorzaakte.
Na eene bedevaart naar Ommel, in 1606 volbracht, bekwam ZijnEerw. volkomen genezing. Zijn schriftelijk bewijs werd in het klooster bewaard.
79.
In Lobbrecht (Gelderland) woonde een
«---------K
üC____»
118
zekere Pieter Ketelaars. Deze was ziekelijk, en had, tengevolge van een breuk, gedurende acht jaren in een zwaren ijzeren band gegaan. Hij zocht en vond hulp bij O. L. Vrouw te 1 Ommel, want bij zijne vierde bedevaart sprong de breukband hem van de lenden en was hij volkomen genezen (1607). Toen hij den breukband op het altaar van O. L. Vrouw offerde, kon geen der pelgrims begrijpen , boe het mogelijk was in zulk een zwaren ijzeren band te gaan.
De waarheid van boven beschreven mirakel, heeft Pieter Ketelaars bevestigd aan den WelEerw. Heer en Mr Thomas Strickius, Pastoor van Aslen, en aan den Eerw. Heer en Mr Theod. van de Zeilberch Pater van het klooster Maria-schoot.
80.
Jan en Bertha de Pas, uit Venlo, hadden een kind van twee jaren , dat eensklaps in al zijne ledematen machteloos werd. Geen dokter wist raad te geven, alle middelen bleken vruchteloos. Toen deed de moeder de belofte eene bedevaart naar Ommel te aoen en aldaar eene gift te oiferen, zoo groot
als God haar zoude ingeven. Op Lichtmisdag
«---------------------------------
#6----
119
van het jaar 1607 volbracht de moedor hare belofte en het kind was eensklaps gezond. Op den 21en Juli daaraanvolgende, als Bertha weder te Ommel kwam, om de Zoete Lieve Vrouw te bedanken, heeft zij het voor de echte waarheid verklaard aan den Pater en aan Catharina van Heese, kosteres. Mede bevestigden het toen hare buren de Heer Jan Backhoven en haar neefje Vinck.
81.
In hetzelfde jaar ondervonden Nicolaas Deijnen en zijne huisvrouw Catharina uit Someren den bijzonderen bijstand van O. L. Vrouw van Ommel. Hun dochtertje Lucia, drie en een half jaar oud , had anderhalf jaar in een breukband geloopen en genas aanstonds, op de belofte van eene bedevaart naar Ommel. Nicolaas zelf verklaarde zulks onder eed den 8en Juni 1607.
82.
Anna Isermans , wonende te Geldern, in de Geldersche straat, was lam aan een arm. Toen zij op O. L. Vrouw Hemelvaartsdag 1607 eene bedevaart deed naar Ommel, was zij eensklaps genezen ; gelijk zij voor waarheid verklaard heeft aan den Eerw. Heer
120
Theort. van de Zeilberch, aan Catharina van Heese, kosteres, en aan Matheus Henricxen van Helmond.
83.
Op den 12en Aug. 1607 verklaarden aan den Pater van Maria-schoot; Floris van de Laer, geboren te Loon en Brigitta, zijne huisvrouw , wonende te Sambeek bij Boxmeer, dat bun zoon Jan— en: Michiel Lijnsen en Catharina, zijne huisvrouw, dat hun zoon Judocus, genas van een breuk, toen zij in Mei eene bedevaart beloofden aan O.L. Vrouw te Ommel.
84.
Op dienzelfden dag, 12 Augustus 1607, heeft aan den Pater en aan Herman van Dueren met eed bevestigd: Joanna, dochter van Goswinus Cuijpers en Joanna, zijne huisvrouw, wonende op \'t Hout onder Mierlo, dat zij, lange jaren reeds geleden, op eene bedevaart naar Ommel, genas van eene lamheid in al bare leden; dat zij van haar vierde jaar af op krukken moetende springen, met hare moeder op eene kar naar Ommel reed; en dat zij, biddende voor het miraculeuze beeld , een klein kindje voor zich meende
X---------------- - - — - ■ ---------------35
121
te zien staan, dat haar toeriep: „Werp uwe krukken weg, gij zult genezen en gezond wordenquot;; dat zij terstond hare knikken wegwierp en genezen was.
85.
Hendrik Ban van Belleven, tusschen Venlo en Roermond gelegen, was sinds anderhalf jaar blind. Op O. L. Vrouw Hemelvaartsdag van 1607 genas hij in de kapel te Oratnel, in tegenwoordigheid van eene menigte pelgrims, uit alle oorden daar te zamen gekomen. Behalve aan de hem omringende pelgrims verklaarde hij zulks onder eed aan den Eerw. Heer en Mr Theod. van de Zeilberch en aan den Heer Joannes Grootvelt, rentmeester der domeinen in het kwartier van Nijmegen.
86.
Het kind van Anselmus Huijbreehts, schoolmeester te Boxmeer en Mechtildis van Alderen, schoon slechts drie maanden oud, was zoo zwaar gebroken, dat het, om te kunnen genezen, moest gesneden worden. De vader nam zijn toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel en beloofde eenc bedevaart derwaarts , en op hetzelfde oogenblik was het
Ü*_-_-_
122
kind geheeld en gezond. Toen de dankbare ouders in September 1607 hunne beloofde bedevaart volbrachten, offerden zij den breuk-op het altaar van O. L. Vrouw en verklaarden het boven aangehaalde voor zuivere waarheid aan de WelEerw. Heeren en Mrs Thomas Strickius, Pastoor te Asten en Joannes Custers. 87.
Onderscheidene kinderen genazen in den loop van 1607 van hunne breuken; o. a. het derdehalfjarig zoontje van Peter Willekens en Maria, zijne huisvrouw, uit Sevenum, dat 15 maanden aan de linkerzijde gebroken was.
Id. Het dochtertje van Jan Hanriks en Joanna, zijne huisvrouw, slechts 9 maanden oud. De ouders beloofden eene bedevaart naar Ommel en , als het kind genas, zooveel gewicht rogge als het kind zwaar was.
Id. Het zoontje van Arnoldus Gielis, (quot;bijgenaamd Jan de Smid) en Henrica, zijre huisvrouw. Dit kind, Thomas geheeten, was slechts elf maanden oud. Volgens het getuigenis der ouders aan den Pater en aan Henricus Ravenackers, (op den avond van O. L. V. Hemelvaartsdag 1607) zijn al deze
*
---—---—--
123
kinderen te Ommel van hunne breuken genezen.
88.
Thomas Stender, een Brusselaar, diende als krijgsman onder Z. Exc. Simon Teuton, gouverneur van Rijnsberck. Hij had een zoon, Willem Stender. Deze werd met geweld tot den krijgsdienst gedwongen en vluehtte daarom van Rijnsberck naar Venlo, en van daar naar Roermond. Hier echter werd hij achterhaald en door zes soldalen gevangen genomen, naar de stad Grave gebracht en daar in eene duistere gevangenis opgesloten. Twee maanden op twee dagen na zat hij reeds in dien kerker, toen hij het voornemen opvatte, indien hij mocht gered worden, eene bedevaart naar Ommel te doen. Aanstonds bevond hij dat de deuren, die van drie sterke sloten voorzien waren en nooit open bleven, geheel waren ontsloten. Hij verlaat de gevangenis, gaat den schildwacht voorbij, die hem niet herkende, springt in de gracht en redt zicli zwemmende. Dit geschiedde in het volle licht, tusschen 6 en 7 uur, op den 15en September 1607. Drie dagen daarna, op den 18en September, was Willem reeds te Ommel om zijne beloofde
se--
«—-—^---------TH
124
bedevaart te volbrengen en zijne wonderlijke redding aan den Pater en aan de Zusters van Maria-schoot bekend te maken.
89.
Te Roggel woonde Jan in geen Aech-broeck en zijne huisvrouw Maria. Deze echtelieden hadden twee zoontjes, Angelus van drie en Theodorus van twee jaren oud, die beiden aan eene zijde gebroken waren. De ouders gingen met hunne kinderen ter bedevaart naar Ommel, en hadden het geluk beiden genezen te zien, het oudste nog in 1607, Theodorus in 1608. Op den 13en Sept. 1608 kwamen die dankbare ouders weder naar Ommel en verklaarden en bevestigden toen het bovenstaande aan den WelEerw. Heer en Mi-Thomas Strickius en Theod. van de Zeilbereh.
90.
Margaretha Sueers, oud 53 jaren, huisvrouw van Martinus Sueers, wonende ac^n geen Aldekirchen in het land van Geldern , had in de maand Juni 1608 tweemaal de vallende ziekte gehad. Zij deed de belofte eene bedevaart naar Ommel te volbrengen, en genas eensklaps. Volgens hare eigene verklaring aan den Pater en de Zusters van
-------x
125
Maria-schoot hebben zich geene teekens der ziekte meer vertoond.
91.
Ook Hendrik Martens, wonende aan geen Aldekirchen, genas wonderlijk te Ommel. Was Martens aan het ploegen of aan eenig ander werk, dan gebeurde het dikwijls dat hij bewusteloos in onmacht nederviel. Vaak bleef hij dan uren lang (soms vier uren en langer) buiten kennis.
Zijne huisvrouw Elisabeth, nergens hulp vindende, beloofde eene bedevaart naar Ommel, en van dat oogenblik bleef Martens van toevallen bevrijd en hield ook geenerlei letsel uit zijne vroegere toevallen.
Op den len Juli 1608 heeft genoemde Elisabeth dit zelve verklaard aan den Pater van Maria-schoot en aan Zuster Catharina, kosteres.
92.
Te Bokent, onder Stralen, woonde Hendrik Theeuwen met Lucia, zijne huisvrouw. Hun zoon Jan had reeds anderhalf jaar een breuk, en moest daardoor vaak hevige pijn lijden. Toen zij op den 12en Juli 1608 met
den jongen te Ommel waren en daar vurig
---------------------- ---^
K--
126
voor het miraculeuze beeld van O. L. Vrouw baden, sprong de breukband af en het kind was genezen.
Niet alleen de ouders, maar ook hunne huurlieden Willem op den Coet en Jan op den Hellebrandt, getuigden zulks voor zuivere waarheid.
93.
De Eerw. Heer Joannes van Helden, Pastoor te Wijnendonok ia Kleefsland, was doof. Toen hij beloofde eene bedevaart naar Ommel te doen, werd hij aanstonds zooveel beter, dat hij reeds iets kon hooren, en toen hij den 2en Aug. 1608 zijne belofte volbracht, werd hij geheel van zijne doofheid genezen, hetgeen ZijnEerw. met eigenhandig schrirt heeft beleden en bekrachtigd aan den Eerw. Heer en Mr Theod. van de Zeilberch en Petrus Thijssen.
94.
Het zoontje van Michiel Emouds en Maria, zijne huisvrouw, van Stamproij, (slechts 4 jaren oud) moest van Pasehen tot O. L. Vrouw Hemelvaartsdag 1608 op twee krukken gaan. Nadat de ouders viermaal met het
kind eene bedevaart naar Ommel hadden ge-
-—--—--
127
daan, was de knaap volkomen genezen, gelijk zij zelf, met hunne buren Theodorus Boels en Herman Caudenburg als getuigen , beleden hebben.
95.
In het jaar 1608 genas voorts te Ommel Adama, negenjarig dochtertje van Arnoldus Fortmans van Geldern. Dit meisje had gedurende drie jaren onophoudelijk, onbeschrijfelijke pijn moeten lijden in al hare ledematen. Geen lichaamsdeel, hoe klein, was van die pijn bevrijd. Haar vader deed voor haar eene bedevaart naar Ommel op den feestdag van de viering der kapelwijding, en aanstonds begon het kind te beteren. Weldra (slechts korten tijd daarna) was het meisje geheel en al hersteld. zooals de vader met zijn buurman Pieter Telkens op den 8en Atig. 1609 getuigd hebben aan den WelEerw. Heer en Mr Thomas Strickius, Pastoor te Asten.
96.
Jan Vlas genas in 1608 te Ommel van jicht en lamheid, met welke kwaal hij 42 jaren behebt was geweest. Het blijkt duidelijk uit onderstaande akte, op zijn verzoek door zijne oversten en twee schepenen opgemaakt en onderteekend:
5S
* X
128
Ego Joannes Vlas, confiteor coram Deo ac sanctissima Virg. Maria, ab annis rudis infantiaa, scilicet ab anno aetatis decimo quinto usq. ad annum 57 multo pedum cru-ciatu ac longo paralysis morbo continuo vexatum fuisse, in tantum ut nullo medi-corum remedio sanari poteram; tandem in-stinctu divini Numinis ad hoc Sacellum iter arripui, precibus interpellavi Matrem Domiui nostri Jesu Christi, qua omnibus in tribu-latione et angustia constitutis parata est subvenire, sicque ad alteram invisendi ac salutandi Deiparam virginem Mariam pere-grinationem sensi pedum omniumque mem-brorummeorum, totius corporis mei sanitatem, Hac de causa motus pietatis ergo juravi per superiorem sancti spiritus ordinis S. Au-gustini, canonicum regularem in civitate Idume» clivorum haec scribi, nee non duo-rum scabinorum propriis manibus in rei veritatem subscribi Anno 1608, 7 Idus Septembria.
Aldus onderteekend:
Frater Gijsbert a Sevenum, Supprior vallis gratiae et Spiritus Sancti in cede Gijsbert Hop en Hendrik Slijk ens , schepenen aldaar.
vt-—-*
129
97.
Evenzoo genas ook in 1608 eene zekere Thecla, een meisje van twaalf jaren, zijnde de dochter van Hendrik Meerts en Barbara, zijne huisvrouw. Dit kind werd gekweld door eene vreeselijke ziekte, welke haar steeds overviel met eene benauwdheid, die zelden minder dan twee uren duurde. Volgens de verklaring der ouders aan de Zusters van Maria-schoot is het meisje genezen en gezond gebleven, nadat zij in October 1608 eene bedevaart hadden gedaan naar O. L. Vrouw van Ommel.
98.
Omstreeks do jaarmisse van 1608 genas de kleine Alard, zoon van Victor Alardus van Oort, Martz. en Geertruid, zijne huisvrouw. Deze Alard, twee jaren oud zijnde, kreeg een breuk, tengevolge waarvan het jongske in een breukband moest loopen. Tevergeefs had men verschillende dokters geraadpleegd; eindelijk na verloop van anderhalf jaar deed de moeder de belofte eene bedevaart naar Ommel te doen en. als hel kind er mocht genezen, als gift van dankbaarheid zooveel koren te offeren als de jongen
9
«_______
130
zwaar was. De moeder volbracht hare bedevaart en ook hare belofte van dankbaarheid, want, volgens hare eigene verklaring met die barer buurlieden Jan van Walbeeck en Jan Berckmans, genas het knaapje, terwijl zij voor het miraculeuze beeld te Ommel haar gebed stortte.
99.
Hendrik Aeck en Catharina, zijne huisvrouw, wonende te Hassem bij Goch, hadden eene dochter van 12 jaren, met name Hen-drika. Deze werd op Heiligen Dertiendag (verloren- of koppermaandag) van het jaar 1609 ziek. Het kind werd weldra lam en de ledematen ontstaken en zwollen op. De knieën b. v. waren zoo dik als twee andere. De moeder beloofde en volbracht met het meisje eene bedevaart naar Ommel, en het kind werd gezond.
Beide ouders hebben zulks den 7en Aug. 1609 voor echte waarheid verklaard aan den Pater van Maria-schoot en aan Petrus Janssen.
100.
Jonkheer Reinier Turnon, echtgenoot van Vrouwe Joanna Strickaert, had een zoontje
it------
131
van acht maanden, dat aan eene zijde gebroken was. In April 1609 belooft demoeder eene bedevaart naar Ommel, en , nog nanw-lijks had Vrouwe Joanna hare belofte uitgesproken , of het kind was genezen.
Den 28en September offerde zij het breuk-bandje op het altaar van O. L. Vrouw te : Ommel en verklaarde toen het bovenstaande aan den Eerw. Pater Theod. van de Zeil-berch; hetzelfde getuigde Barbara Turnon , eehtgenoote van den gouverneur der landen van Geldern.
101.
Margaretha Dries, huisvrouw van Jan Dries, wonende in het Hartveld bij Geldern, boven Kevelaar, onder de parochie van Neukirclien, leed sinds vele jaren zulke ellendige hartpijn, dat ieder medelijden met haar had. Wijl geneeskundige hulp niet wilde baten, besloot zij eindelijk eene bedevaart te doen naar O. L. Vrouw van Ommel. Zes- of zevenmaal had zij die bedevaart herhaald, maar niet de minste beterschap bespeurd. Zij hield echter moed en vertrouwde standvastig op Gods barmhartigheid, die zij zeker hoopte te verwerven door de voorspraak |
132
van de H, Maagd en Moeder Gods Maria te Ommel.
Zij deed nog eenmaal de belofte, de miraculeuze kapel en het genadebeeld te Ommel met groote devotie te gaan bezoeken en zich daarbij onderweg van praten te onthouden. Omstreeks O. L. Vrouw Hemelvaart 1609 volbracht zij hare belofte en genas. Dit heeft zij in geweten verklaard aan den Pater van Maria-schoot. Ook getuigden het hare buren Hendrik IJpels en haar zoon Thijs Dries, op den 23en Juni 1610.
102.
In den loop van het jaar 1609 werden nog onderscheidene kinderen van een breuk genezen; o. a. Hendrik, zoon van Jan Filips en Maria, zijne huisvrouw, wonende te Walbeeck, in het land van Geldern. De tweede maal, dat de vader met den jongen te Ommel ter bedevaart kwam, olferde hij den breukband op het altaar van O. L. Vrouw, en dat wol op den 27en Juni 1609.
Alsmede de zoon van Wilbronl. Laet en Joanna zijne huisvrouw, wonende te Oerle. Deze knaap kreeg op driejarigen leeftijd een breuk, welke hem veel ongemak en pijn
Üf,-—-=-:------
133
veroorzaakte. Nadat de ouders beloofd hadden voor hem eene bedevaart naar Ommel te doen , en daar het gewicht van het kind in rogge te offeren, genas hij in den herfst van 1609. Beider ouders hebben dit voor de waarheid verklaard aan den Pater van Maria-schoot en aan Zuster Calharina, kosteres.
103.
Jacob in geen Horst, woonde in het stift van Geldern. De man was 40 jaren oud en had zijne beenen vol vuilzwerende gaten. Tevergeefs had men langen tijd gedokterd en veel geld ten koste gelegd. Eindelijk, ten einde raad, neemt hij zijn toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel. Na zijne derde bedevaart derwaarts , waren allo gaten geheeld en genezen en genoot hij eene gezondheid, zooals hij die jaren te voren niet gekend had.
Op den 23en Juni 1610 heeft hij dit voor echte waarheid verklaard aan den Pater van Maria-schoot en aan Joannes Fransen.
104.
Te Capelle in Gelderland woonde Willem Jansen, van Gemert, en Catharina, zijne huisvrouw. Deze echtelieden hadden een zoontje
se---
^-----------
134
van 2 y2 jaar dat reeds een jaar stekeblind was. De ouders deden ter genezing van bet kind de belofte eene bedevaart naar Ommel te volbrengen, en het kind kreeg weldra het gezicht weder. De ouders verhaalden het aan den Pater en aan de Zusters van Maria-schoot, en bewezen het, toen zij den 23en Juni 1610 met het jongske te Ommel waren.
105.
Op den 3en Juli 1G10 verklaarden aan den Pater en aan de Zusters van Maria-schoot, alsmede aan den Eerw. Heer Gerardus van Breij, kapelaan te Ommel, Jan tot Bereken en Catharina, zijne huisvrouw, van Pont, (boven Kevelaar, tusschen Geldein en Stralen gelegen) dat hun zoontje Jan, e\'én jaar oud, en sinds twee maanden oen breuk hebbende, genas op de belofte der ouders, dat zij met hun kind eene bedevaart zouden doen naar O. L. Vrouw van Ommel.
106.
Op O. L. Vrouw Visitatie van het jaar 1610 kwamen te Ommel ter bedevaart: Dionisius Mesmaeekers. van den Horst, en Alida, zijne huisvrouw, met hun tweejarig zoontje, dat zwaar gebroken was. Slechts
----*1
135
korten tijd na die bedevaart was het kind volkomen genezen. Ten teeken der waarheid on ter uiting hunner dankbaarheid offerden de ouders den breukband op hot altaar van O. L. Vrouw, op don feestdag der kapelwijding.
Omstreeks denzelfden tijd (op den feestdag van O. L. Vrouw Geboorte) genas ook het zoontje van Jan van den Bogaert en Joanna, zijne huisvrouw, uit Roermond. Dit kind, drie en een half jaar oud , was aan ééne zijde gebroken, maar keerde van bovengenoemde bedevaart volkomen hersteld huiswaarts. Zoo althans hebben de ouders in geweten verklaard aan de Zusters van Maria-schoot. 107.
Maria Custers, oud 8 jaren, dochter van Jacob Custers uit Geisteren, werd gekweld door eene ijselijk stekende pijn in al hare ledematen. De pijn verliet haar nimmer en bij geene dokters of chirurgijns vond zij hulp. Haar vader, door ingeving aangespoord, deed in de maand April 1611, drie achtereenvolgende Zaterdagen eene bedevaart naar Ommel, en sedert dien tijd bleef het kind vrij van pijn en was volkomen gezond.
De dankbare vader heeft het zelf verklaard
I
ÜÉ-
136
aan den Pater van Maria-schoot en aan Zuster Catharina van Aalst.
108.
De dochter van Jan de Cremer, Petro-nella genaamd, wonende te Celt, was gedurig bedlegerig. Meermalen lag ze anderhalf uur als dood. Geen dokter wist raad. Nu nam zij hare toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel en beloofde drie bedevaarten te zullen doen ter genezing. Na de derde bedevaart volbracht te hebben in de Goede Week van het jaar 1611, is zij onmiddellijk genezen.
In geweten getuigden dit haar vader en diens buurman, Lambert Barba, aan den Pater van Maria-schoot en aan Zuster Catharina Wilbers, kosteres.
109.
Antonius van Buesum, geboren in het Groot-Hertogdom Luxemburg, wonende te Venlo, had een kind van vijf jaren, dat reeds anderhalf jaar op krukken sprong. Toen de vader met het kind eene bedevaart deed naar O. L. Vrouw van Ommel, ger.as het eensklaps op den avond van O. L. Vrouw Hemelvaartsdag 1611. Vele pelgrims, op dit Hoogtijd te Ommel, waren er getuigen van.
JÉ------.—=------iü
137
Nader werd het nog bevestigd door den vader, Antonius van Buesem, den Heer Ewaldus Hijders en den Eerw. Heer Arnoldus van der Heijden, Minderbroeder.
110.
Op den 20en Aug. 1612 is te Ommel wonderlijk genezen, het zoontje van den Heer Hendrik van Darth , Secretaris te Venlo, en Helena, zijne huisvrouw. Dit kind, Guilielmus genaamd, en nog slechts twee jaren oud , ^ was zoo kortborstig en ziekelijk, dat men elk oogenblik den dood verwachtte. Helena neemt hare toevlucht tot O. L. Vrouw van Ommel, en belooft drie bedevaarten derwaarts te zullen doen. Bij hare derde bedevaart was de kleine nog even ziek als te voren, maar nu zooveel zwakker, dat zij niet durfde hopen het knaapje nog levend terug te zien. Maar, o wonder! Toen de moeder thuis kwam , komt het jongetje haar blijde te gemoet geloopen, speelde en dartelde en was volkomen genezen. Het kind was 5 jaren oud. toen die plotselinge herstelling plaats greep
Helena verklaarde een en ander voor zuivere waarheid aan den HeerPetrusVerstralen Burgem. te Venlo, en toen zij uit dankbaarheid -----------------X
i*-—----- ----X
13«
later weder te Omrael kwam, aan den Eerw. Heer Theod. van de Zeilberch, Pastoor van het klooster Maria-schoot en aan den Eerw. Heer en Mr Thomas Strickius, Pastoor te Asten en Landdeken.
111.
Op den avond van O. L. Vrouw Visitatie is wonderlijk genezen de zoon van Theodorus Goijarts en Maria Beckers, zijne huisvrouw, uit Venlo. Dit kind was aan éëne zijde gebroken , en de moeder, die met haar zoontje voor het genadebeeld zat. en onder het storten van heete tranen de Moeder van Barmhartigheid smeekte haar kind te genezen, zag met schrik en verwondering dat de breukband tot tweemaal toe lossprong. Op aanraden der kosteres. Zuster Catharina van Aalst, liet zij nn den breukband af, en bevond toen tot hare verbazing dat het kind genezen was. Een groote menigte pelgrims waren getuigen van dit wonder, ook waren er bij tegenwoordig de Eerw. Heeren van de Zeilberch, Pater van Maria-schoot en Gerardus van Breij, kapelaan te Ommel.
112.
Jan Kracken, wonende te Kruchten, leed
-------^
--—------;-----
139
aan eene zware ziekte, welke al zijne leden, maar meer bijzonderlijk zijn rechterbeen aantastte , zoodat hij gaan noch staan kou , en men hem met de slaaplakens of het bed moest verdragen. Nergens kon hij hulp noch genezing vinden ; maar op de belofte van eene bedevaart te zullen doen naar 0- L. Vrouw van Ommel, gevoelde hij aanstonds beterschap en was weldra gezond. Zijne eerste bedevaart deed hij op O. L. Vrouw Hemelvaartsdag van het jaar 1614, de tweede op den feestdag van O, L. Vrouw Geboorte, de derde op O. L. Vrouw Hemelvaart 1615, en is steeds gezond gebleven.
Getuigen hiervan waren Conradus van Ouderbode en Jan Voeten uit Krachten.
Het bovenstaande is voor mij, onder-geteekende, anno 1615, gedeponeerd. Lager stond:
Thomas Strickius, Pastoor te Asten. 113.
Wij Schout en Schepenen, Wij Burgemeester en Raden der stad Bree, gelegen in het land van I.uik , en staande onder de bescherming van het Roomschc Rijk,
140
Aan allen, die deze getuigeuisbrieven zullen zien; in \'t bijzonder aan den Eerw. Heer Theod. van den Zeilberch Fr., aan de Eerw. en godvruchtige Mater Catharina Laurens, geboren te Heeze, met al de kloosterlingen, mombers en kapelmeesters van Maria-schoot te Ommel, (in de Peel onder de parochie van Asten, in het bisdom van \'s Hertogenbosch gelegen),
Salut I doet te weten en te verstaan : Dat voor ons in persoon is verschenen Theodoricus Creijarts, onze Mede-burgemeester en Schepen te Bree, dat hij voor ons met eede verklaard heeft, hetgeen hier volgt:
Ik, Theodoricus Creijarts, Mede-Burgemeester en Schepen van Bree, lijdende aan een breuk (in het latijn hernia genoemd) en vernomen hebbende dat in de kapel te Ommel onder Asten, ontelbare mirakelen geschieden en aldaar de menschen van allerlei ziekten en gebreken genezen worden, — zoo heb ik terstond de belofte gedaan die heilige plaats te gaan bezoeken, en heb mij diensvolgens den 24 j.1- derwaarts begeven, zoodat ik den volgenden dag, zijnde O. L. Vrouw Boodschap, daar aankwam, — daar, in de
A-----
141
genadekapel, voor het miraculeuze beeld neergeknield, ben ik (met intentie om genezen te worden) begonnen de H. Moeder en glorierijke Maagd Maria aan te roepen, (bijzonderlijk onder de Elevatie) om aldus hare voorspraak te verwerven, — en heb ik haren bijstand terstond mogen ondervinden, wijl ik eensklaps van mijn darmbreuk genezen was, waarvoor ik God almachtig en zijne gezegende Moeder Maria geheel mijn leven zal loven en danken!
En daar het betaamt der waarheid gestand te doen, zoo hebben wij dezen met ons gewoon zegel bekrachtigd en daardoor gewettigd, op den 21en Maart 1617.
Was onderteekend en bezegeld met groen was :
Hene. Nuijens , oppidi et Justitii Preensis in Patria Leoduc. Sec.
114
In het jaar 1623, den 12en Augustus, op den vooravond van het inwijdingsfeest der kapel, is binnen Ommel komen rijden, zekere A mold us, zoon van Peter Aards en Elisabeth Wijnen, wonende te St Huibert, in het land van Luik. Genoemde Arnoldus
en de onderstaande getuigen hebben voor
^- ■ ■ -—-—---
---3%
142
raij, ondergeteekende, op hun geweten verklaard (zijnde zij ten allen tijde bereid dit met eed te bevestigen) dat hij, Arnoldus, zich reeda sinds vier jaren van eene kruk had moeten bedienen om te kunnen gaan, welke kruk thans daarvoor nauwelijks toereikende was ; — dat hij voor het miracn-beeld van O. L. Vrouw te Ommel, zijne devotie houdende, daar vurig bad om door die goede Moeder geholpen te worden ;— dat hij alstoen eene groote ontsteltenis en verandering in zijne beenen gevoelde; — dat hij opstond en ging en volkomen genezer was; — dat hij zijne kruk in de kapel offerde en vol dankbaarheid en blijdschap huiswaarts keerde.
Actum binnen Ommel in Maria-schoot, in de maand en jaar als boven.
(Was geteekend):
Jacobos van den Boomen, onwaardige P. Confessor in Ommel.
Als getuigen: Nicolaas Wiji.ings,, Reiniek Peeters en
MaTTHIJS REtJNEN.
--------%
^---3?
143 115.
De Hoog EdelGeb. Mevrouw Margaretha de Horion, echtgenoote van den Hoog Wel-Geb. Heer Guilielmus de Horion, Baron de Heel, lag doodelijk ziek. Het was in de maand Juli 1625. Van alle dokters was zij verlaten en menschelijke hulp scheen eene onmogelijkheid. Tn dezen toestand keerde zij zich tot God , den Almogende , en zijne gezegende Moeder. Steeds was zij eene bijzondere vereerster van de H, Maagd en ook nu neemt zij haren toevlucht tot die goedertierene Moeder en belooft Haar in de kapel van Ommel te vereeren door eene bedevaart naar het miraculeuze beeld aldaar. Reeds zend zij haren kapelaan derwaarts om er de H. Mis te lezen en andere goede werken te verrichten en te laten doen. Terstond verlicht hare ziekte en weldra is zij volkomen genezen.
Uit dankbaarheid voor die overgroote weldaad deed zij de belofte van jaarlijks de heilige plaats Ommel te gaan bezoeken.
Dit mirakel is verklaard en bevestigd in het klooster te Ommel, door genoemde
Mevrouw de Horion en door haren echtgenoot,
^--—--------^
«--*
144
den Baroji, welk attest staat onderteekend: Ita attestor.
D. Peregkinus Vogels, S. Th. Lie. etc. Canon, insignis etc. Regalis Ecclesiie Aquisgranensis.
Lager staat:
Ita etiam testor.
Jacobus van den Boomen, S. Th. B. F. Confess, in Ommel.
116.
Op O. L. Vrouw Geboortedag van het jaar 1627 is voor ons, ondergeteekenden , binnen Ommel verschenen, de WelEd. Heer Frans Janssens van Amsterdam, wonende te Venlo, op het groot Hof. Deze Heer Janssens heeft onder eed verklaard en met eigen hand bekrachtigd dat hij in de kapel te Ommel wonderlijk is genezen van een gevaarlijke breuk. De man was zoo zwaar gebroken, dat het hem onmogelijk was, van zijn huis tot in de stad te komen, zonde? te rusten.
De tweede maal dat hij in Ommel zijne devotie hield, sprong de breukband in stukken en de breuk was volkomen genezen.
X--------------X
145
Lager stond :
Frans Janssens van Amsterdam, aldus in waarheid verklaard aan de Eerw. Heeren en Mrs Jacobus van den Boomen en Oerardns van Breij, kapelaan te Ommel.
117.
In hot jaar 1630, op Pinksterdag, kwamen naar O. L. Vrouw van Ommel ter bedevaart de WelEdele Heer Reinier van Bockholt, (Heer van Macken), Mejufvronw Maria, zijne dochter, en geheel zijne familie, tot dankzegging voor de uitstekende weldaad, welke God Almachtig door de voorspraak van O. L. Vrouw van Ommel aan genoemde Maria had bewezen.
Maria, omstreeks 17 jaren ond, hnd negen weken te bed gelegen zonder voedsel of drank te gebruiken. De geneesheeren hadden haar opgegeven. Met toestemming haars vaders nam zij zich voor eene bedevaart te doen naar O L. Vrouw van Ommel, indien ze mocht herstellen. Na die belofte gedaan I te hebben bad zij zevenmaal het Wees ge-! groet ter eere van de zeven blijdschappen i der H. Maagd. Eensklaps ziet zij in de kamer een licht, en staat zij voor het bed.
146
nochtans niet wetende hoe dit geschied is. Nu kwam hare kamenier, Catharina de la Pasture, binnen. die zeer beangst werd, wijl zij vreesde dat Jufvrouw Maria ijlde. Deze stelde haar echter gerust door haar te verklaren, dat zij geheel gezond was, \'t geen zij ook bewees door zich aan te kleeden en spijs en drank te gebruiken.
Toen liep de kamenier naar Monsieur Bouwens , roepende ; „Mon père ! mirakel! mirakel! Zuster is genezen!quot;
Hierop vergaderde de geëerde familie, waarbij ook de Eerw. Heer Pastoor van Boxmeer, en loofde en dankte God, die in zijne oneindige barmhartigheid, door de verdiensten en den wonderlijken bijstand vau zijne gezegende Moeder dit mirakel had doen geschieden. Dit alles had plaats op het kasteel van genoemden Heer van Macken, den 9en Maart 1630.
Het bovenstaande schriftelijk verklaard en onderteekend met deze woorden: dat is aldus geschied,
Reinier van Bockholt.
Alsnog hebben voor mij gedeponeerd en voor echte waarheid verklaard de WelEd.
-a
ïc
147
Heer Reinier van Bockholt , Jufvr. Maria en de geheele fiimilie.
Lager stond :
Jacobus van den Boomen,
P. Confessor in Ommel.
Gerardus van Brei.t,
Capellanus in Ommel. 118.
Op den vooravond van O. L. Vrouw Visi-l tatie van het jaar 1630, verklaarde Elisabeth Stevens van Rijnsbereh, dat haar man te Ommel wonderdadig was genezen. Genoemde man, StephanusRasch, vijftig jaar oud, was kreupel, lam en stom. Hij begaf zich naar Ommel ter bedevaart en had het geluk zijne krukken te mogen offeren op het altaar van O. L. Vrouw. Dit geschiedde op O. L. Vrouw Hemelvaartsdag 1629, ten aanschouwe van eene talrijke schare pelgrims. Dezen meenden dat Rasch in onmacht viel en waren in de weer om hem te helpen, toen zij tot hunne groote verbazing gewaar werden, dat hij van zijne lamheid wonderlijk was genezen! Hij kon staan, gaan, zich gemakkelijk zonder krukken bewegen, hij was gered! Zijne spraak echter had hij niet terug gekregen, hij bleef
«-------3R
148
vooralsnog stom. Nog vóór Kerstmis van hetzelfde jaar 1629 herkreeg hij de spraak. Hij werd n.1. ziek, zoodat hij het bed moest houden; hij stelde al zijn betrouwen op O. L V. van Ommel en beloofde nogmaals naar haar heiligdom ter bedevaart op te gaan, als hij ook nog van zijne stomheid mocht genezen. En ziet, eensklaps herkrijgt hij de spraak, en looft en dankt luide God en zijne gezegende Moeder!
Nu gevoelde hij zijn einde naderen , liet een priester roepen, biechtte rouwmoedig, ontving godvruchtig de laatste H.H. Sacramenten, en ontsliep in den Heer acht dagen vóór Kerstmis 1629, na alvorens zijne vrouw wel op het hart gedrukt te hebben, ten minste nog eenmaal eene bedevaart voor hem te doen naar Ommel, om O. L. Vrouw te bedanken.
Het hier verhaalde werd verklaard en bevestigd door Elisabeth voornoemd en dooide Schoutsvrouw van Rijnsberch in Maria-schoot, en wel voor mij, Jacobus van den Boomen, P. Confessor in Ommel en de navolgende getuigen : Nicolaüs Rijswijck, Mino-rita Frater, Hyacinthns Cham, Ordinis Pra;-dicatorum.
— SÜ
149
119.
Elisabeth Michiels de Weene, van Neder-Weert, ongeveer 23 jaren oud, had, van toen zij nog een kind was, een gevaarlijke breuk gehad, waarvan niemand haar genezen kon. Alzoo nergens troost vindende, neemt zij hare toevlucht tot de H. Maagd Maria te Ommel, Driemaal kwam zij blootsvoets daar ter bedevaart en was toen plotseling van hare lastige en gevaarlijke kwaal genezen.
Op den 13en Juli 1630 heeft genoemde Elisabeth dit zelve getuigd aan Jacobus van den Boomen, Pastoor van het klooster te Ommel en de getuigen, Frater Jacobus Flerix en Frater Andreas Vivarius.
120.
Maria Packx, dochter van Pieter Packx, omroeper te Venlo, en Bertha, zijne huisvrouw, werd, toen zij 10 maanden oud was, geheel en al lam; de ledematen schenen verdraaid, de knieën en beentjes sloegen over elkander. Vijf jaren was het kind nu oud , maar \'t werd niets beter. Daarom besloten Pieter en Bertha naar Ommel te gaan, en daar hun ongelukkig kind aan de H. Maagd op te offeren. Bij den terugkeer der ouders
150
sterkte het wichtje zooveel aan, dat het weldra op twee krukken kon gaan.
Na eene herhaalde bedevaart van den vader kon het meisje met éene kruk loopen, en nadat de moeder met een groot vertrouwen eene derde bedevaart had volbracht, was het kind geheel genezen. Twee dagen daarna liep het zonder krukken, en was sterk en gezond; de kleine Maria was toen zeven jaren oud.
Naderhand kwam de moeder met haar genezen dochtertje nogmaals naar Ommol, om O. L. Vrouw voor die overgroote weldaad te bedanken. Alstoen (op O. L. Vrouw Hemel- ! vaartsdag 1630) verhaalde Bertha het gebeurde aan eene groote menigte pelgrims, en bevestigde het met eed, gelijk zulks ook hare buren , Catharina van Kaukercken en Anna van Dam bevestigden aan mij Jacobus van den Boomen, P. Confessor in Ommel.
Tot oirkonde der waarheid van al deze miraken hebben wij de pelgrims altijd gewezen op het gewetensbezwaar dat er
H------—-;-
151
gelegen is, in het doen of afgeven van dusdanige getuigenissen of verklaringen op eed of conscientie; en wijders hebben wij volgens ! innerlijke overtuiging niet anders dan naar waarheid en goede trouw gehandeld.
In horum testimonium subscripsimus, hac 20 Februarii 1631.
Jacobos van den Boomen, indignus P. Confess, in Ommel, vulgo Maria-schoot.
Sic. attestor Gerardus van Breu, P. Capellanus in Ommel.
GeWen ouder ie H. Mis.
Voorbereidend Gebed.
Ik waag het, o mijn God, in uwe Goddelijke tegenwoordigheid te verschijnen om uwe opperste Majesteit te aanbidden. Ik gel00!\' vastelijk dat Gij hier in het Tabernakel wezenlijk tegenwoordig zijt met Godheid en menschheid, gelijk Gij verheerlijkt zijt in den Hemel; ik hoop op uwe goedheid, op uwe grenzelooze barmhartigheid; ik bemin U boven alles, meer dan mij-zelven, meer dan mijn leven; het is mij van harte leed dat ik U ooit beleedigd heb.
Maar, wijl uwe opperste Majesteit eene oneindige eer verdient, en ik maar een ellendig schepsel ben, bied ik U de vernederingen en eerbewijzen aan, welke Jezus zelf U op het altaar opdraagt. Ik wijd ü mijn lichaam. mijne ziel, al mijne zinnen , mijn geheugen , verstand en mijnen wil. Ik vereenig mij met
^---*--■. ■ ■---——-
153
den Priester aan het altaar en offer U op, o Hemelsche Vader, het kostbaar bloed en i het lijden van uwen teêrgeliefden Zoon.
Ik neem mij voor al de aflaten te verdienen om voor mijn schuld te voldoen en
de zielen in het vagevuur, bijzonder..... van
hare pijnen te verlossen.
Mijn Jezus , barmhartigheid.
[100 dageu itflaüt. Pius IX, 24 Sept. 1846J.
Het begin der H. Mis.
Het is in uwen naam, aanbiddelijke Drievuldigheid, het is om aan U al die eer en hulde te bewijzen die Gij waardig zijt, en wij verschuldigd zijn , dat ik het H. Misoffer kom bijwonen. Doordring mij met eenen diepen eerbied en eene waarlijk kinderlijke vreeze, beziel mij door uwe genade en geef mij de noodige sterkte om elke verstrooidheid verre van mij te verwijderen om mij enkel met uw verheven offer bezig te houden.
Zoet Hart van Maria , wees mijn heil.
[300 dagen aflaat. Pius IX 30 Sept. 1852.]
Confiteor.
Ik belijd voor U, mijn Heer en mijn God, voor de H. Maagd Maria, voor den H. Michaël,
K------
154
Aartsengel, voor den H. Joannes Baptista, voor de H. Apostelen Petrus en Paulus en voor alle Heiligen, dat ik grootelijks gezondigd heb door gedachten , woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. O mijn God, die bereid zijt vergiffenis te schenken aan den rouwmoedigen zondaar, ontferm U mijner naar uwe overgroote barmhartigheid s heb medelijden met uw zondig kind en verleen mij de kwijtschelding van al mijne zonden.
Zoet Hart vau Jezus, maak, dat ik U altijd meer en meer beminne.
[300 dagen aflaat. Pius iX 26 Nov. 1876.]
Gloria in P^xcelsis.
Eer aan God in de hoogste hemelen, en op aarde vrede den menschen, van goeden wil. Wij loven ü, wij prijzen IJ, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U om uwe groote heerlijkheid. Heer God, Koning des Hemels, almachtige Vader, Heer, eeniggeboren Zoon, Jezus Christus, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders die de zanden der wereld wegneemt , ontferm ü onzer! Die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onze smeeking!
Die zit aan de rechterhand des Vaders, ont-
i
X--3
155
ferm ü onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, G-ij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, o Jezus Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
Gebed.
Geef ons. Heer, door de voorspraak der H, Maagd Maria en van alle Heiligen, bijzonder van die Heiligen, wier feest wij heden vieren, al de genaden welke de Priester èn voor zich èn voor ons afsmeekt. Mij met hem vereenigende draag ik U dezelfde gebeden op, uiet alleen voor mij, maar ook voor allen die mij dierbaar zijn, of aan wie ik eenige verplichting heb. Ik smeek U, almachtige en goede Vader, dat Gij aan hen en aan mij den noodigen bijstand gelieve te schenken om tot de eeuwige zaligheid te geraken. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Epistel.
Mijn God, Gij hebt mij geroepen tot de kennis van uwe heilige wet, bij voorkeur van ontelbare anderen, die in de diepste onwetendheid uwer heilige geheimen voortleven. Ik omhels uit geheel mijn hart die goddelijke
____X
156
wet, en luister met eerbied en aandacht naaide waarheden, door U aan de menschen geopenbaard. Ik eerbiedig die met al de onderwerping, welke men aan het woord van God verschuldigd is. fk geloof in U, o mijn God, ik hoop op U, o mijn God, ik bemin ü, o mijn God; Heer, vermeerder mijn geloof, versterk mijne hoop, volmaak mijne liefde.
Evangelie.
O mijn Heer en mijn God, het zijn niet meer de profeten, die mij mijne plichten leeren, het is uw eeniggeboren Zoon zelf, die tot mij spreekt in het H. Evangelie, en mij zegt wat ik doen en laten moet. Ik geloof vastelijk alles wat Hij geopenbaard heeft en de H. Kerk mij te gelooven voorhoudt. Maar helaas, wat zal het mij baten alles geloofd te hebben, indien ik naar uw woord niet leef! Waartoe zal het mij dienen, wanneer ik voor uw\' rechterstoel zal moeten verschijnen, indien ik de werken met het geloof niet heb vereenigd ? Ik geloof, en ik leef alf geloofde ik niet. O mijn Jezus, geef mij moed en sterkte om in al mijne handelingen te toonen, dat ik wezenlijk geloof.
--------------------?lt;
157
Credo.
Ik geloof in ëénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in eenen Heer Jezus Christus, Gods eénigen Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God, licht van het licht, waren God van den waren God, geboren en niet gemaakt, van één wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid uit den hemel is nedergedaald, en het vleesch beeft aangenomen door den H. Geest uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is voor ons ook gekruist onder Pontius Pilatus. Hij heeft geledon en is begraven. En Hij is volgens de schriften ten derden dag verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders. En Hij zal met heerlijkheid wederkomen om de levenden en de dooden te oordeelen en zijn rijk zal geen einde hebben. En in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt, die door de Profeten ge-
Üé -- -------^---\'ü
158
sproken heeft. En eene heilige katholieke en apostolieke Kerk. Ik belijd een doopsel ter vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het eeuwige leven. Amen.
Offerande.
Jezus, Maria, Jozef, ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven.
Jezus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen laatsten doodstrijd.
Jezus, Maria, Jozef, moge ik in uw heilig gezelschap in vrede sterven.
[300 dagen aflaat. Pius Vil, 28 April 1807]-
Lavabo.
Ontferm U mijner, o mijn God, volgens uwe groote barmhartigheid, en volgens de menigte uwer erbarmingen wisch mijne boosheid uit. Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid en reinig mij van mijne zonden.
Prefatie.
Het gelukkige oogenblik begint te naderen waarop de Koning der heerlijkheid zal verschijnen. Heere, vervul mij met uwen heiligen Geest, dat mijn hart, losgemaakt van al het aardsche, aan niets denke da,n aan U. Hoe groot is mijne verplichting om U altijd en
Üïquot;
159
overal te zegenen , te loven en te prijzen. Ja , niets is billijker en rechtvaardiger, plichtmatiger en heilzamer, dan dat wij U, aanbiddelijke Verlosser, ten allen tijde prijzen en verheerlijken , maar vooral dan, wanneer Gij U zeiven opnieuw voor ons aan uwen hemelschen Vader wilt opofferen. Doch ik ben niet waardig U op waardige wijze te loven en te verheerlijken. Ik vereenig daarom mijne zwakke stem met die der Engelen en Aartsengelen en van alle hemelsche geesten, en met hen zeg ik:
Heilig , heilig, heilig zijt Gij, o Heer, God der heerscharen ! De aarde is vervuld van uwe heerlijkheid! Glorie zij den Vader, Glorie den Zoon, glorie den H. Geest. (100 dagen aflaat, eensdaaijs. Clemeus XIV, 6 Juni 1769).
Canon.
Wij bidden U, o barmhartige Vader, in den naam van Jezus Christus, uwen Zoon en onzen Heer, de offerande die wij U opdragen , gunstig aan te nemen en te zegenen, opdat het ü behagen moge uwe H. Kerk met de leden, uit welke zij is samengesteld, den Paus, onzen Bisschop en in het algemeen allen , die nw heilig geloof belijden, te be-
--------X
160
waren, te verdedigen en te bestieren. Wij bevelen U in het bijzonder, o Heer, degenen voor wie wij uit rechtvaardigheid, dankbaarheid en liefde verplicht zyn te bidden. Wij bidden U ook. Almachtige God, dat Gij alle zondaars tot eene oprechte bekeering wilt opwekken , en al diegenen, welke in bekoring zijn, met uwe genade wilt versterken en voor den val behoeden. Amen.
H. Consecratie.
Wij aanbidden U, o Heer Jezus Christus, onze Koning en opperste Priester, wij aanbidden U, die als waarachtig God en mensch mot lichaam en ziel op liet altaar tegenwoordig zijt. O, hoe onuitsprekelijk kostbaar is dit geheimvolle offer! Hemelsche Vader, zie op dit kostbare offer neder, zie uwen teêrge-liefden Zoon, die voor ons zondaars aan het kruis gestorven is, en Zich nogmaals op het altaar aan ü opoffert. Wij bidden ü ootmoedig, almachtige God, laat dit Offer door de handen van uwen heiligen Engel gebracht worden voor het aanschijn van uwe goddelijke Majesteit, opdat wij allen met de noodige genaden en hemelsche zegeningen vervuld worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
amp;------
161
Wees ook indachtig, o Heer, uwe dienaren
en dienaressen..... die ons met het teeken des
geloofs zijn voorgegaan en rusten in den slaap des vredes. Wij bidden U, o Heer, geef hun en allen , die in Christus gestorven zijn, de plaats van verkwikking, van licht, en van vrede. Amen.
Pater Noster.
Onze Vader die.... Wees gegroet ... De zegen van den almachtigen God, des Vaders, des Zoons en des H. Geestes dale op ons neder en blijve ten allen tijde bij ons. Eere zij den Vader, den Zoon en den H. Geest.
Agnus Dei.
Lam Gods , voor mij geslachtofferd, ontferm U mijner! Aanbiddelijk offer mijner zaligheid, maak mij zalig! Goddelijke Zaligmaker, verwerf mij genade bij uwen Vader en schenk mij uwen vrede.
Communie.
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en allergoddelijkst Sacrament.
(100 dageo aflaat, eensdaags. Pius VI, 24 Mei 1776).
O liefdevolle Jezus, ik «venschte U op dit oogenblik in mijn hart te ontvangen, té-----------------------------------
11
---.-x
1(52
maar dewijl ik dit niet werkelijk doen kan, zoo vereenig ik mij op eene geestelijke wijze met ü. Fk schenk ü mijn liart, mijn geest en mijn leven.
Laatste Gebeden.
Gij hebt ü, o mijn God, als een slachtoffer gegeven voor liet heil mijner onsterfelijke ziel, voor mijn eenwig geluk , ik wil mij-zelven ook opofferen voor uwe eer. Ik ben uw slachtoffer, spaar mij niet. Met bereidwilligheid neem ik lijden, wederwaardigheden, alles aan, wat uwe vaderlijke Voorzienigheid mij toeschikt, en vereenig het met uw kruis en lijden.
Ik bid ü, o Heer! dat Gij door do voorspraak der zaligste, altijd onbevlekte Maagd Maria, uwe dienaars van elke zwakheid wilt bewaren , en daar zij met een ootmoedig hart voor U buigen , van alle aanvallen der booze vijanden milddadigst wilt bevrijden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Zegening.
Zegen, o mijn God, mijne goede voornemens, zegen ons allen door de hand van uwen bedienaar, en dat de uitwerkselen uwer
Sü
n
^--3?
163
zegeningen altijd met ons blijven. Tn den naam des Vaders, cn des Zoons en des H. Geestes. Amen.
EvANftEMK VOLGENS DEN H. JOANNES.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door Hetzelve geworden en zonder Hetzelve is niets geworden, dat geworden is. Tn Hetzelve was leven, en het leven was het licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis nam het niet op.
Er was een mensch, van God gezonden, die tot naam had Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen gelooven zouden door hem. Hij was het licht niet, maar hij kwam om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was dat, hetwelk iederen mensch verlicht , die komt in deze wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, en de zijnen namen Hem niet aan. Doch zoovelen Hem aannamen, aan die gaf Hij macht om kinderen Gods te worden, hun, die in zijnen naam
*-----^
164
gelooven; die niet uit bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En liet Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. (En wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als die des eeniggeborenen van den Vader), vol genade en waarheid.
Na de H. Mis.
In alle dingen geschiede, worde geprezen en in eeuwigheid verheven de rechtvaardigste, hoogste en beminnelijkste wil van God ! (100 dagen aflaat, eensdaags Pius VII 19 Mei 181 h.)
5É---------—*1
165
Litanie tot de H. Maagd Maria.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God , H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden ,
Moeder van Christus ,
Moeder der goddelijke genade, ^
Allerreinste Moeder, o
O
Allerzuiverste Moeder, ~
Ongesehondene Moeder, §
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
166
Moeder des Zaligmakers, bid voor ons.
Allervoorziclitigste Maagd ,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd ,
Goedertierene Maagd ,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat, ET.
Uitmuntend vat van godsvrucht, lt;
Geheimzinnige roos, §
Toren van David,
Ivoren toren, S
Gulden huis ,
Arke des verbonds ,
Deur des hemels.
Morgenster,
Bohoud der kranken.
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen ,
Koningin der Oudvader.s,
Koningin der Profeten,
*
167
Koningin der Apostelen, bid voor ons. Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders ,
Koningin der Maagden ,
Koningin van alle Heiligen , 0
Koningin zonder erfzonde ontvangen , S Koningin v. d. allerheiligsten Rozenkrans,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons , Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm Ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus , verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus , ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
lt; o
O
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd ! onze Meesteres, onze Middelares, onze Voorspreekster! Verzoen ons met uwen Zoon , beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
!*-
168
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods!
R, Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de mensch wording van ChristuB uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis mogen komen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Ameu.
Gebeden na de stille H. Mis, voorgeschreven door Z. II. Paus Leo XIII.
Driemaal: Wees gegroet, Maria, enz.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid; ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.
Tot U smeeken wij , zuchtend en weenend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.
En toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht uws lichaams.
O goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria.
169
v. Bid voor ons, H. Moeder Godg. r. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het tot U roepende volk ; en door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. .Jozef\', haren Bruidegom, van uwe H.H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden welke wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing van onze Moeder de H. Kerk. door Christus, onzen Heer. Amen.
Heilige Aartsengel Michael, verdedig ons in den strijd , wees onze bescherming tegen de boosheid en de lagen des duivels. Wij smeeken nederig dat God hem gebiede : en gij, aanvoerder van het hemelsche heir, drijf den Satan en de andere booze geesten, die ten verderve der zielen in de wereld rondzwerven, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
(300 tl. afl. aan hen die deze gebeden geknield doen. Leo XUI).
170
\'êe-fceden voot 3e cBiccht.
--
Als men te biecht gaat, behoort men het volgende te onderhouden ;
Men moet God bedanken, dat Hij ons in de zonden niet heeft laten sterven; den H. Geest om gratie bidden ; zijn geweten onderzoekeu ; de acten van geloof, hoop, liefde en vooral van berouw verwekken ; zijne zonden biechten en de penitentie volbrengen.
Gebed van Dankbaarheid.
O mijn Heer en mijn God, ik, arm en zondig mensch, werp mij voor den troon uwer oneindige barmhartigheid neder en zeg U den innigsten dank voor alle genaden en weldaden, die Gij mij gedurende mijn leven tot op dit uur bewezen hebt; ik dank U dat Gij mij geschapen, verlost, geheiligd en in uwe ware, alleenzaligmakende Kerk geroepen hebt; ik dank U vooral, dat Gij mij niet in mijne zonden hebt laten sterven , niet voor eeuwig gestraft en van U verstooten htbt. Uit oneindige goedheid hebt Gij mij boven
se--%
■X------=--—-
171
zoovele duizenden nog tijd tot boetvaardigheid gegeven , om mij door de heilige biecht weder met U te kunnen verzoenen. O Heer, hoe zal ik U kunnen vergelden wat Gij aan mij gedaan hebt! Zie, van mij-zelven heb ik niets. Echter uit dankbaarheid voor deze onwaardeerbare genade offer ik U het liefste op wat ik U brengen kan: het dierbaar bloed van mijnen Verlosser Jezus Christus, dat Hij tot boeting der zonden uit oneindige liefde vergoten heeft.
Gebed tot den H. Geest.
God H. Geest, Geest van waarheid en licht, verlicht mijn verstand, opdat ik al mijne zonden , en wel bijzonder die, welke in mijn hart het diepst verborgen liggen , nauwkeurig kenne ; vermorzel mijn zondig hart door eene oprechte droefheid, ontvlam het door uwe goddelijke liefde, om al mijne ongerechtigheden en misdaden met ware tranen van leedwezen te beweenen. Verwijder uit mijn hart alle valsche schaamte, geef mij de noodige sterkte om mij aan uw\' plaatsbekleeder kenbaar te maken, juist zooals ik ben. Zonder uwen bijstand kan ik niets, met U kan ik | alles; geef mij de kracht om het voornemen,
172
liever alles te lijden, alles op te offeren dan nog ooit te zondigen, ook ten uitvoer te brengen.
Onderzoek van hkt Geweten.
Overdenk nauwkeurig de tien geboden Gods, de vijf geboden der H. Kerk, de plichten van uwen staat, de plaatsen waar gij geweest zijt, de personen met welke gij verkeerd hebt. Let ook op de inwendige zonden, dat is op die zonden, welke alleen met het hart bedreven worden en vooral wel op onzuivere gedachten en begeerten, alsmede op verztiimenissen en vreemde zonden.
Verwek een akte van geloof, hoop en liefde.
Gebed om een waar Berouw.
Almachtige, eeuwig rechtvaardige God, ik waag het wederom om voor uw goddelijk aanschijn te verschijnen , ofschoon ik verdiend heb voor eeuwig van uwe aanschouwing be roofd te zijn. Het getal mijner zonden moest mij van schaamte doen blozen , de afschuwelijkheid mijner misdaden mij doen beven. Ach, liefdevolle Vader, wat heb ik gedaan, tot welke afschuwelijke ongehoorzaamheid heb ik mij laten verleiden. Ik ben niet waardig mijne oogen tot IJ in den hemel
173
op te hefifen, want ik heb gelijk een verloren Zoon voor U gezondigd.
O mijn God, dien ik zoozeer beleedigd heb, doch die nochtans barmhartig zijt, ik ben bevreesd, ik sidder voor U. Waarheen zal\'ik vluchten? Waarheen anders dan tot uwe liefde en ontferming ? Ik weet het, Gij wilt den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve; ik weet dat Gij mij mijne zonden kunt en ook wilt vergeven, want Gij verstoot niemand, die met berouwhebbend en vermorzeld hart tot U komt. Zie, ik verlang, ik verzucht naar een boetvaardig en vermorzeld hart. Ik keer tot U terug, o Vader van goedheid en liefde, verstoot mij niet, maar neem mij weder aan tot uw kind en ik zal U beminnen en loven in eeuwigheid.
Bid Maria, de toevlucht der zondaars, bid uwen H. Engel-bewaarder, uwen H. Patroon, uwe H. Patrones, dat Zij U genade verkrijgen om eene goede biecht te spreken.
Verwek een akte van berouw.
Belijd uwe zonden met nederigheid en oprechtheid, begin met de grootste zonden,
«Equot;
174
luister niet naar den duivel, als hij u door valsche schaamte wil verleiden om uwe zonden te verzwijgen of te verkleinen. Denk er {joed aan, dat de biecht een eeuwig geheim is, dat de biechtvader de plaats bekleedt van Jezus Christus, on dat het veel beter is in het geheim zijne zonden te belijden, dan in eeuwigheid er over beschaamd te moeten zijn.
De Vooebiecht.
Ik belijd mijne schuld voor God Almachtig, voor de H. Maagd Maria, vooralle Heiligen en u, vader, dat ik zeer gezondigd heb door gedachten, woorden en werken; het is mijne schuld, mijn allergrootste schuld , mijne laatste biecht is geweest.....
De Nabiecht.
Van deze en alle mijne zonden, die ik niet indachtig ben, belijd ik mijne schuld, ik bid God om vergiffenis door de verdiensten van Christus en u, vader, om eene zalige penitentie en absolutie, indien ik het waardig ben.
175
]Va «ie Bieclxt.
Vader der barmhartigheid, ü zeg ik mijn allerhartelijksten dank. Ik ben bevrijd van de zonden en van de eeuwige straf; uw plaatsbekleeder heeft het mij gezegd. Waar zal ik woorden vinden om U mijn innigsten dank te betuigen voor zulk eene onschatbare weldaad. Ik bon aan de hel ontrukt, ik bon weder nw kind, ik mag U mijn Vader noemen, en uw oog ziet weder met liefde op mij neder. Zuiver van zonde is mijne ziel bevrijd van de eeuwige straf.
O wat ben ik gelukkig, wie is er gelukkiger dan ik? O beste aller Vaders, ik loof U uit al mijne krachten; looft Hom mot mij, Gij, Engelen des hemels, die U over eenen bekoorden zondaar meer verheugd dan ovér negen-en-negontig rechtvaardigen. Ja, juich, mijne ziel, wees blijde, uw God is verzoend, de schuld is vergeven en uitge-wischt. Niets in de wereld zal mij voortaan van den goeden God scheiden. AI is do zonde nog zoo aanlokkend, zij zal mij niet meer verleiden ; de deugd, nog zoo moeilijk, ik zal ze beoefenen, ik zal niet moede worden. Ik
|---------5S
amp;-—_
176
wil het onkruid uit mijn hart rukken, de begeerlijkheid dooden , koste wat het koste; de zondige neigingen moeten in mij begraven blijven , opdat ik het eeuwige leven verwerve.
Liefdevolle Jezus , geef mij kracht om deze voornemens ten uitvoer te brengen, want zonder ü vermag ik niets.
Maria, mijne Moeder, sta mij bij in den strijd tegen den duivel, de wereld en het vleeseh en alle ondeugden.
Heer! keer uw aanschijn af van mijne zonden en wisch al mijne ongerechtigheden uit.
Laat mij, o Heer! mijnen wil verloochenen, mij \'onder uwe machtige hand vernederen en altijd slechts op uwen wil zien en dien volbrengen, want zulks is ü welgevallig en mij nuttig, het strekt tot eeuwig heil mjner onsterfelijke ziel. O Heer; moge het mij nooit gebeuren dat ik iets denke, wensche of doe, wat U mishaagt of mijnen naaste schadelijk is. Geef dat ik voortdurend en uit geheel mijn hart het grootste mishagen I en afkeer vinde in alles wat ik ooit tegen U misdaan heb , opdat ik met U verzoend, ook vereenigd blijve in eeuwigheid.
Denk eenige oogenhlikken aan het hitter
\\ lijden van uwen Goddelijk en Zaligmaker. ^ -
177
GeMen vóór de H. Communie.
____
Men bereidt zich het beste tot de heilige Communie voor, met een vurig verlangen tot de H. Communie in zich op te wekken en met de gevoelens van geloof, hoop liefde, berouw en ootmoedigheid in zich te verlevendigen.
Oei\'ening van Veui.angen.
Ik zal, liefdevolle Jezus, met betrouwen tot U naderen , en na weinige oogenblikken aan uwe Tafel aanzitten, om uw goddelijk Vleesch te eten en uw allerdierbaarst bloed te drinken. Ik verlang vurig naar het oogen-blik dat ik C zal bezitten en ü als mijnen Koning en Opperheer de hulde mijner liefde en erkentenis te mogen brengen. Kom dan, o Jezus, kom in mijn hart, kom mij genezen, mij verrijken. Mijne ziel haakt naar de komst van den geneesheer, gelijk de hongerige arme verzucht naar de komst van zijnen weldoener. Ach, liefdevolle Jezus, kom tot mij, ik kan niet meer leven zonder U.
12
«--.-3
178
O mijne goede Moeder Maria, deel aan mijn hart een vonkje mede van het vuur der liefde, dat het uwe doet branden, of\' liever, leen mij voor eenige oogenblikken uw hart, om er Jezus, uwen goddelijken Zoon en mijnen Zaligmaker, in te ontvangen en te huiavesten.
Heer, ik ben niet waardig dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.
Gelijk een dorstig hert verlangt naar de waterbronnen , zoo verlangt mijne ziel naar U, o God!
Akte van Geloof.
O mijn God en Zaligmaker! Ik geloof vastelijk dat Gij in het Allerheiligste Sacrament des Altaars wezenlijk tegenwoordig zijt met uwe Godheid en menschheid, met ziel en lichaam , gelijk Gij verheerlijkt zijt in den hemel. Gij noodigt mij met de teederste liefde uit tot uw goddelijk Gastmaal, Gij wilt mij voeden met uw eigen Vleesch en Bloed.
Wie is Hij, die zich zoo aan mij wil schenken? Het is de Heer, de Schepper van hemel en aarde, het is de Koning der ko-
i*.-----^
179
ningen , het is mijn God, die zijne oneindige almacht toont door onder de gedaante van brood Zieh-zelve te geven. Hij is het, die in den hemel de Engelen en Heiligen verblijdt en zalig maakt, voor wien de hemelsche Geesten hunne aangezichten met hunne vleugelen bedekken.
O mijn Jezus, hoe klein is mijn geloof, zoo dikwijls ben ik met weinig eerbied in uwe tegenwoordigheid verschenen, en heb ik U in mijn hart ontvangen Innig overtuigd van uwe tegenwoordigheid, aanbid en vereer ik U, en ik ben bereid dit mijn geloof met mijn bloed te bevestigen. O mijn Jezus, versterk, verlevendig mijn geloof, opdat ik niets vuriger wensche dan mij met U te vereenigen.
Akte van Hoop.
Heere Jezus Christus, in het Allerheiligste Sacrament verborgen God! ik hoop met een vast vertrouwen op alles wat Gij ons door dit verhevenste en hoogwaardigste Sacrament beloofd hebt. Voortdurend verleent Gij allerlei genaden aan hen die U waardig in de H. Communie ontvangen. Van uit uw Tabernakel roept Gij ook mij toe: Komt Üé-—-----\'iü
180
tot Mij. allen die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.
O zoete Jezus, Gij roept dan de zwakken en ellendigen tot U, Gij noodigt hen uit om aan uwe Tafel te zitten. Komt allen tot mij, deze troostvolle woorden geven mij moed om tot U te durven komen, die in mij niets goeds vindt, die de armste in deugden, de ellendigste aller zondaren ben. Alle Engelen en Heiligen vereeren uwe groote waardigheid en Gij zegt: Komt allen tot Mij. Gij brandt dus van verlangen om U met mij te vereenigen, mij met gunsten te overladen, waarom zou ik dan vreezen! Een kinderlijk vertrouwen is TJ aangenaam. Met zulk een vertrouwen bezield, zal ik alles van uwe goedheid verwachten; door uwe genade gesteund, zai ik over mijne vijanden zegepralen, mijne bedorven neigingen onderdrukken , mijne kwade gewoonten verbreken en alle deugden beoefenen. O Jezus, versterk mijne hoop, vermeerder mijn vertrouwen. Amen.
Akte van Liefde.
O mijn liefdevolle Zaligmaker, mijn goeder-tierenste Jezus! Gij zijt in dit Sacrament de
181
«-
altoos volle en overvloeiende bron van alle zoetigheid, Gij zyt het aitijd brandende en onuitbluschbare vuur der eeuwige liefde. Mijn hart is getroffen als ik U hoor zeggen : dat Gij er uw vermaak in schept, te zijn met de kinderen der menschen. Om U door de nauwste banden van liefde met de meiischcn te vereenigen, geeft Gij U-zelven tot spijs hunner zielen. Wie zou zoo iets kunnen overdenken, zonder door de teederste liefde tot U bewogen te worden!
Uit de volheid mijns harten roep ik U toe: O mijn Jezus, o minnelijke Jezus! ik bemin U, en Ü alleen wil ik voortaan beminnen, ik zal mijn hart niet meer tussehen U en do schepselen verdeelen. U alleen schenk ik het, U alleen zal dat hart met al zijne verlangens en genegenheden toebehooren. Ik geef U ook mijn verstand, mijn geheugen en mijnen wil; U geef ik mijn lichaam met alles wat ik bezit, met alles wat ik ben. Ik wil U beminnen uit al mijne krachten, maar mijne liefde is toch zwak , Gij, o mijn Jezus, volmaak mijne liefde.
Wie niet bemint kent God niet; want God is de liefde. i Jois c. 4, v. 8.
182
Akte van Berouw.
O dierbare Jezus! binnen eenige oogen-blikken zult Gij in mijn hart nederdalen; Gij komt daarin als een koning om er bezit van te nemen en er het rijk van uwe liefde in te vestigen. Hoe groot behoorde mijne droefheid te zijn over zoovele zonden, door welke ik ditzelfde hart besmeurd en uw minnelijk hart beleedigd heb.
Ach, lieve Jezus, voor Gij tot mij komt, vermorzel mijn hart van droefheid, geef tranen aan mijne oogen om mijne misdaden oprecht te beweenen. Ik haat en ik verzaak opnieuw mijne zonden, omdat ik daardoor uwe oneindige Majesteit beleedigd heb, en ik vernieuw mijn besluit, liever te sterven dan U nog ooit door eene doodzonde te vergrammen. Barmhartige Jezus, vergeef mij mijne vorige ongeregeldheden , opdat ik mijn hart geheel aan vertrouwen en liefde moge overgeven. Een vermorzeld en ootmoedig hart, o Heer, zult Gij niet versmaden.
Aktb van Ootmoed.
Mijn Heer en mijn God, vol vertrouwen op uwe goedheid en grenzelooze barmhartigheid nader ik als een zieke tot zijn Geneesheer,
............... .__■...............X
183
als een hongerige en dorstige tot de Bron des levens , als een arme en behoeftige tot den Koning des hemels, als een dienstknecht tot zijnen Heer, als een schepsel tot zijnen Schepper, als een (roostolooze mensch tot zijnen liefderijksten Vertrooster. Doch van waar komt mij die genade, dat Gij mij bezoekt ? Wie ben ik, dat Gij U-zelven aan mij schenkt. Hoe durf ik, zondaar, het wagen, om voor U te verschijnen en hoe gewaardigt Gij U om tot mij, zondaar, te komen. Gij kent mij en Gij weet dat ik niets goeds aan mij heb, waarom Gij mij deze groote genade bewijst. Ik herken derhalve mijne nietigheid en uwe grootheid; ik prijs uwe barmhartigheid en ik dank U voor uwe overgroote liefde, want om uwe goedheid doet Gij dit, en niet om mijne verdiensten , opdat ik uwe goedheid des te beter erkenne, mij eenegrootere liefde ingeboezemd en eene volmaaktere ootmoedigheid aanbevolen worde.
Heer! wat is de mensch, dat Gij mijner indachtig zijt.
Heer, ik ben niet waardig dat Gij komt. onder mijn dak, maai- spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden.
184
GeMen na de H. CommuiLie.
Als Gij op uwe plaats teruggekeerd zijt, breng dan eenigen tijd door: 1L\' met Jezus te loven en te danken, 2e mot Hem gratie te verzoeken, in het bijzonder die gratie, welke gij het meeste noodig hebt.
Akte van Aanbidding.
O mijn Jezus, ik aanbid U in het Allerheiligste Sacrament des Altaars. Hoe wonderbaar en alle mensehelijk verstand te hoven gaande, en toch, hoe geloofwaardig is het, dat Gij, waarachtig God en mensch, onder | de geringe gedaante van brood in mijn hart zijt nedergedaald. Door mijne onwaardigheid hebt Gij U niet laten afschrikken, door loutere liefde bewogen hebt Gij U tot spijs aan mijne ziel willen geven. O had ik thans de stem van alle Engelen en Heiligen, om ü op eene uwer Majesteit waardige wijze te aanbidden , te loven en te verheerlijken.
In vereeniging met de geheele zegepralende, strijdende en lijdende Kerk aanbid ik ü, loof
] 85
en verheerlijk ik ü. Gij alleen zijt heilig, Gij alleen zijt groot, Gij alleen zijt God. Alle schepselen der aarde, looft en prijst met mij den Heer, onzen God.
O Maria, Koningin des hemels, H. Engelbewaarder, H. Patroon , (H. Patrones), alle Heiligen des hemels, aanbidt Jezus met en voor mij.
Akte van Dankbaarheid.
Dank, oneindigen dank zij U, o mijn Jezus! Gij, licht des eeuwigen lichts, hebt (J aan mij gegeven. Hoe zou ik zulk eeue weldaad kunnen overdenken, zonder mijn hart tot de vurigste dankbaarheid opgewekt te gevoelen! W at zal ik ü dan geven voor die oneindige gunst, welke Gij mij hebt bewezen ? Ach Heer, ik beken het gaarne: ik ben niets, ik heb niets. Wees Gij-zelf\' myne dankbetuiging, uwe oneindige verdiensten en de lofzangen van alle Heiligen offer ik U op. Moge voortaan mijn geheele leven, mogen alle mijne gedachten en begeerten, al mijne woorden en werken, bezield door uwen geest, eene voortdurende uitdrukking mijner levendige dankbaarheid wezen.
*------------------------------- ---------------*
186
Verzoek om Gratie.
Mijn goede Jezus, ik heb nu het geluk ü in mijn hart te bezitten; ik gevoel dan ook mijn vertrouwen tot ü zoozeer opgewekt, dat ik U alles durf vragen wat voor mijn eeuwig geluk kan dienstig zijn. Mij dunkt ik hoor ü zeggen: vraag, ik zal u niets weigeren.
Geef mij dan, o goede Jezus, vergiffenis van al mijne zonden, een onverzoenlijken haat tegen de zonden , tegen alles wat U kan mishagen ; geef mij de vreeze des Heeren, het begin van alle wijsheid; geef mij waren ootmoed en onderwerping in alles aan uwen heiligen wil; geef mij don geest der versterving, kracht om mijne bedorvene neigingen te onderdrukken : geef mij geduld om de wederwaardigheden des levens met liefde aan te nemen en te dragen , geef mij de volharding in de deugd tot aan het einde van mijn leven.
Laat het niet toe, dat ik mij nog ooit door de zonde van ü seheide, laat mij liever op dit oogenblik sterven, dan U nog ooit te vergrammen.
Gebed tot de H. Maagd. Allerheiligste Maagd en Moeder Gods
«-
187
en ook mijne Moeder, tot ü neem ik vooral op dit oogenblik mijne toevlucht. Ik ben gevoed met het Goddelijk Lichaam en Bloed van uwen Goddelijken Zoon. Wees zoo goed Hem in mijne plaats te aanbidden , te verheerlijken en te danken. Verkrijg voor mij de genade, om uwen Jezus door de doodzonde nooit meer te beleedigen. Bid voor mij, opdat ik mijn lichaam en mijne ziel in eene volmaakte zuiverheid beware, in onschuld leve en in de liefde van Jezus en de uwe sterve. Amen.
*
Sé
1»8
X
I
Gebed
Jezus.
tot den
Zie, o goede en allerzoetste Jezus, ik werp mij voor uw aanschijn op mijne knieën neder, en bid en smeek U met de grootste vurigheid mijner ziel, dat Gij ü gewaardigt in mijn hart te drukken levendige gevoelens ; van geloof, hoop en liefde met een waar berouw over mijne zonden en eenen vasten wil om mij daarvan te beleren, terwiji ik met groote liefde en droefheid uwe vijf wonden bij mij-zelven overweeg, en in den geest aanschouw, dat voor oogen hebbende, wat de Profeet David reeds van U, o goede Jezus, voorzegde: zij hebben mijne handen en voeten doorboord; zij hebben al mijne beenderen
geleld.
(Ps. 21, v. 17 en 18).
Volle aflaat, toepasselijk aan de geloovige zielen, te verdienen door allen, die dit gebed godvruelitig bidden voor een of ander afbeeldsel van den gekruisten Jezus, op voorwaarde dat zij, na rouwmoedig te hebben gebiecht en gecommuniceerd, eenigen tijd bidden tot intentie van Z. H
(Dec. 31 Juli 1858).
189
Bid vijf Onze Vaders en Wees gegroeten en vijf Eere zij den Vader, den Zoon enz., tot intentie van Z. H.
Gebed , te Rome in gebruik , tot intentie van Zijne Heiligheid, om deelachtig
te worden aan eenen vollen aflaat.
O Jezus, mijn Heer en mijn God! doordrongen van het levendigst berouw over mijne zonden, draag ik deze zwakke en \'ootmoedige gebeden op voor uwe eer en uwe verheerlijking, en voor het welzijn der H. Kerk. Heilig dit gebed, geef dat het door uwe genade eenige waarde erlange.
Ik verlang mij in geheele overeenstemming te brengen met de inzichten van Z. H. den Paus, die dezen aflaat voor het heil der ge-loovigen heeft toegestaan. Op uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik U smeeken, dat Gij de ketterijen van de aarde gelieft weg te nemen, eenen duurzamen vrede, eene ware eendracht tusschen de christen vorsten te onderhouden, opdat èn vorst èn volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefde en heilige eensgezindheid. Vervul Z. H. den Paus met uwen geest;
190
wend van hem alle listen en lagen, bewaar hem vele jaren. Gewaardig U, minnelijke Zaligmaker! door de verdiensten der allerheiligste Maagd Maria en van alle Heiligen des hemels mij deel te doen hebben in den schat, waarmede Gij uwe Kerk verrijkt hebt, door voor haar uw dierbaar Bloed te vergieten ; verleen mij heden de vrucht van dezen vollen aflaat. Geef, o mijn God, dat de straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb, en in dit of het andere leven moet boeten, mij door uwe eindelooze barmhartigheid worden kwijtgescholden. Ik maak een vast voornemen om van dit oogenblik met de hulp uwer genade een boetvaardig en verstorven leven te leiden. Ik neem het besluit om, zooveel in mijn vermogen is, aan uwe rechtvaardigheid te voldoen, de zonden met afschrik te vermijden en boven alles als de grootste aller rampen te verafschuwen, daar zij eenen God beleedigen, die oneindig beminnelijk is, dien ik nu ook hartelijk liefheb en immer boven alles zal beminnen. Amen.
191
GEBEDEN tot O. L. Vrouw van Ommel.
H. Maagd, Moeder van Jezus en ook mijne Moeder, ik ben in dit heiligdom gekomen om U bijzonder te eeren en aan te roepen. Met vreugde heb ik de vermoeienissen van den weg doorstaan, met blijdschap heb ik dien weg afgelegd; ik was gejaagd om dit genadeoord te bereiken, waar duizenden uwe goedheid en macht mochten ondervinden, waar duizenden verkregen hebben, wat zij U vraagden.
Alle vermoeienis, elke opoffering is vergeten , nu ik hier neergeknield ben voor uw wonderbeeld.
O Zoete Lieve Vrouw van Ommel, goede Moeder, ik vertrouw dat Gij ook voor mij, hoe onwaardig ik ook ben, milddadig zult ziju en mij geven zult wat ik U kom vragen. Naast God ken ik niemand zoo verheven, zoo machtig, zoogoed voor mij als Gij, lieve Moeder, met het volste vertrouwen verwacht ik alles te zullen ïv-—-----^ ....... - --3«
«__.-.------
192
krijgen, wat tot mijn wezenlijk geluk kan dienen. Bewaar mij, uw kind, in de liefde uws Zoons, wanneer Gij mij bewaart, dan vrees ik niets, dan zal ik volharden tot het einde toe. Mocht ik ooit het ongeluk hebben mij te verwijderen van het rechte pad, verleid door den duivel, in groote zonden vallen, geef mij dan in , uwen bijstand in te roepen, dan zal ik de genade eener ware bekeering verkrijgen. Zoovelen danken hun eeuwig geluk aan uwe voorspraak; ook ik hoop ö daarvoor eeuwig in den hemel te danken. Amen.
Memorare.
Gedenk , o allergoedertierenste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand die tot U zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, is verlaten geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen snel ik tot U, Maagd der Maagden, mijne Moeder, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden werp ik mij voor uwe voeten neder; o Moeder des Woords, versmaad mijne bede niet, maar aanhoor ze goedgunstig en verhoor ze, Amen.
300 dagen aflaat, telkens als men dit gebed godvruchtig
193
Heiligheid.
en rouwmoedig bidt. — Een /olie aflaat eens in de maand, als men het eene maand lang ten minste eens per dag zal gebeden hebben en, na rouwmoedig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, eene kerk of openbare bidplaats bezoekt en daar bidt volgens de meening van Zijne
(Pius IX, 25 Juli 1S4CJ.
O Zoete Moeder van Ommel, mijne Meesteres, gedenk dat ik de uwe ben- Bewaar mij, verdedig mij als uw eigendom en uwe bezitting.
13
194
LITANIE
TER EERE DER
^Allerheiligste Prievuldigheid,
VOOR DEN ZONDAG.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God , hemelsehe Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
Onbegrijpelijke Majesteit, o
3
Onbeperkte Macht, Sj
fD
Onuitputbare (goedheid, g
Heer der Heerschappijen ,
Eenwige Wet, 0
Eeuwige Waarheid, S
. . 2 God , Almachtige Koning ,
Die alleen God, en een God zijt,
In Wie wij leven, ons bewegen en
het aanzijn hebben,
ÜÊ
195
Wiens Majesteit de aarde vervult,
ontferm U onzer. Aan Wie alleen (ie glorie en de eer toekomt, Die alleen groote wonderen doet.
Die zijt en waart en wezen zult, g
Heerlijk en wonderbaar in uw rijk , ^
Die alleen de oDSterfelijkheid bezit, i
Eeuwige Vader,
Eeniggeboren Zoon , i
H. Geest, van beiden voortkomend , H. Drievuldigheid, een God ,
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Wees genadig, verlos ons, Heer.
Van alle kwaad,
Van alle zonde,
Van alle ongeloovigheid en dwaling,
Van de overtreding uwer geboden,
O
Van het veronachtzamen en misbruiken
O
uwer genade ,
Van de verwaarloozing der heilige zaken. Door uwe almacht,
Door uwe wijsheid,
Door uwe oneindige goedertierenheid,
Door uwe grenzelooze barmhartigheid,
o
3
Door uwe langmoedigheid,
SC-
____3«
196
Wij zondaren, wij bidden U verhoor ons.
Dat Gij ons de genade wilt verleenen om
U te vereoren, éen God in de Urievul- ^
digheid van Personen en de Drievul- ^
o-
digheid in de eenheid van uw wezen
p .
te aanbidden, g
Dat Gij ons de genade wilt verleenen om ü uit geheel ons hart lief te hebben , Dat Gij bet volk, uwen Naam toegeheiligd, 2, wilt behouden en zalig maken , §
Dat Gij de dwalenden op den weg der o gerechtigheid wilt terugvoeren , ?
Dat Gij U gewaardigt ons te verhooren , H. Drievuldigheid, verlos ons. H. Drievuldigheid, maak ons zalig. H. Drievuldigheid, maak ons levend.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
lieer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, die af.n uwe dienaren de genade verleend hebt, door het licht van het ware geloof de heerlijkheid uwer eeuwige Drievuldigheid te erkennen,
en in uwe Opperste Majesteit derzeiver een-
---
heid te aanbidden , verleen ons, dat wij door de kracht van datzelfde geloof altijd voor allo kwaad mogen bewaard worden. Door Jezus Christus uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, Goil, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Schietgebed.
Heilig, Heilig, Heilig! is de Heer, de God der Heerscharen 1 De aarde is vol van uwe glorie. Glorie zij den Vader, glorie zij den Zoon, glorie zij den H. Geest.
Voor wie dit pobed rouwmoedig bidt 100 dagen aflaat, eiken dag eens. Zondags en op liet Feest der li. Drievuldigheid en deszelfs Octaaf eiken dag driemaal. Voor wie liet gedurende eene maand dagelijks bidt, volle aflaat op een dag naar verkiezing, onder de gewone voorwaarden.
(Clemens XIV, 20 Juni 1770).
^--—.—— — .
198
LITANIE
TER EERE
VOOR DEN MAANDAG.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm Ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, een God,
H. Geest, die van den Vader en den Zoon § voortkomt, re2
H. Geest, gelijk aan den Vader en den Zoon, 3 Geest van wijsheid , ^
Geest van verstand , j=
Geest van raad , ■?
Geest van godsvrucht,
Geest van wetenschap.
Geest van vreeze Gods, Üf-----------3#
199
Oorsprong vam alle goed, ontferm IJ onzer. Bron van levend water,
Verslindend vuur,
Vurige liefde,
Geestelijke zalving, a
Vertroostende Geest, jif
Levendmakende en versterkende Geest, ^ Geest van geloof en vrede, o
Geest van ootmoedigheid , g
Geest van goedheid en zachtmoedigheid, • Geest van zedigheid en zuiverheid,
Geest van alle genade ,
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Van den geest der dwaling, verlos ons. Heer. ^ Van den onzuiveren geest, cT
0 \' CO
Van den geest der godslastering, o
Van vermeiel vertrouwen en wanhoop. Van alle boosheid en kwade gewoonte, Van haat, nijd en afgunst, ■?
Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij in den geest mogen wandelen, wij
bidden U, verhoor ons.
Dat wij de begeerten des vleesohes uiet volgen ,
wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij U nooit bedroeven , wij bidden ü, verhoor ons.
15
Y-
SÊ
«------X
200
Maak dat wij buigzaam zijn voor uwe ingevingen , wij bidden ü, verhoor ons. Boezem ons eenen grooten afschrik in voor
het kwaad, wij bidden U, verhoor ons. Doe ons in de ware godsvrucht volharden,
wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm (J onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader. Wees gegroet.
Laat ons bidden.
Dat uw Goddelijke Geest, Heer, ons verlichte, ontsteke en zuivere, dat Hij ons met zijnen hemelschen dauw bevochtige en vruchtbaar make in goede werken. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van dienzelfden Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
-IK
201
h\'
-IT ANIE ter eere van den
ZOETEN NAAM JEZUS. (*)
VOOK DEN DINSDAG.
- •mi-\'
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest, §
H. Drievuldigheid , éen God , S5
Jezus , Zoon van den levenden God , 3 Jezus, glans des Vaders,
Jezus, klaarheid van het eeuwig licht, g Jezus, Koning der glorie, ®
Jezus v Zon van rechtvaardigheid ,
(*) Z. ü. Paus Leo XIH verleende aan alle geloovigen die deze Litanie met bijgevoegde gebeden rouwmoedig en godvruchtig biddeu, eeu aflaat van 300 dagen, eens-daags. (16 Jan. 1886).
« -y-
K-----._■. __._,_
202
Jezus, Zoon der Maagd Maria,
Beminnelijke Jezus ,
Wonderbare Jezus,
Jezus , sterke God ,
Jezus, Vader der toekomende eeuwen, Jezus, Engel van deu grooten raad, Allermachtigste Jezus ,
Allerverduldigste Jezus ,
Allergehoorzaamate Jezus,
Jezus, zachtmoedig en nederig van harte, Jezus, minnaar der kuischheid, §
Jezus, onze minnaar, fo\'
Jezus , God des vredes , B
Jezus , oorsprong des levens ,
Jezus, voorbeeld der deugden, §
Jezus, ij veraar der zielen, 2
Jezus , onze God,
Jezus , onze toevlucht,
Jezus, vader der armen ,
Jezus , schat der geloovigen ,
Jezus, goede herder,
Jezus, waarachtig licht,
Jezus , eeuwige wijsheid ,
Jezus , oneindige goedheid,
Jezus, onze weg en ons leven,
Jezus , vreugde der Engelen ,
Ü--—:---------------------
X-=--=----=----— - ■ ■■■-»
203
Jezus , Koning der Patriarchen , 0
Jezus , meester der Apostelen , s,
Jezus, leeraar der Evangelisten, g
Jezus , sterkte der Martelaren ,
Jezus , licht der Belijders, o
Jezus, zuiverheid der Maagden, ®
Jezus, kroon van alle Heiligen ,
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wees genadig, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad, verlos ons, Jezus.
Van alle zonde.
Van uwe gramschap,
Van de lagen des duivels.
Van den geest van ontucht.
Van den eeuwigen dood, ^
Van het verwaarloozen uwer inspraken, £? Door het geheim uwer H. menschwording, 2 Door uwe geboorte , g
Door uwe kindsheid , i0
Door uw allergoddelijkst leven, ^
Door uwe vermoeienissen, c
Door uwen doodstrijd en uw lijden ,
Door uw kruis en uwe verlatenheid ,
Door uwe uitputtingen,
Door uwen dood en uwe begrafenis.
Door uwe verrijzenis ,
Sv--------------------
x.----
204
Door uwe hemelvaart, vei-los ons, Jezus. Door uwe vreugden , verlos ons, Jezus. Door uwe glorie, verlos ons, Jezus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
Laat ons bidden.
Heer Jezus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden , klopt en u zal geopend worden, geef ons, die er om vragen, de gevoelens uwer goddelijke liefde, opdat wij U uit geheel ons hart met woorden en werken beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Geef ons, o Heer, dat wij altijd uwen H. Naam vreezen en beminnen, omdat Gij nooit uwe leiding onthoudt aan hen, die Gij in uwe liefde vestigt. Die leeft en heerscht
in de eeuwen der eeuwen. Amen. «----
205
L i t a n i e
TER EERE VAN HET
Allerheiligste Sacrament des Altaars.
VOOR DEN DONDERDAG. --5««--
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus , hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, éen God ,
Levend brood, dat uit den hemel zijt S , neergedaald, Ëf1
Verborgen God onder de zichtbare ge- ^ daante van brood en wijn , ^
Tarwe der uitverkorenen , §
Wijn , die maagden voortbrengt,
Spijs der Engelen ,
Altijddurende Offerande ,
Lam zonder vlek,
206
Allerheiligste maaltijd,
Bovennatuurlijk brood,
Verborgen hemelsch brood,
Gedachtenis van Gods wonderen,
Vleesch geworden Woord, onder ons
wonende,
Geheim des geloofs,
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, 0 Allerheiligste Offerande, S
Zoenoffer voor levenden en dooden, g
Allerheiligste gedachtenis van het lijden ^
des Heeren,
Hemelsch behoedmiddel tegen de aanvallen 5 des duivels, r*
Wonder der Goddelijke liefde,
Verheven maaltijd, waarbij de Engelea
tegenwoordig zijn en dienen,
Troostvol onderpand onzer onsterfelijkheid. Overvloedige bron van Gods milddadigheid. Onbloedige offerande.
Teerspijze dergenen die in den Heer sterven, Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van het ongeluk van uw lichaam en bloed onwaardig te ontvangen , verlos ons. Heer. Van de begeerlijkheid der oogen, verlos ons. Heer.
_;-x
207
Van de begeerlijkheid des vleesches,
Van de hoovaardij des levens,
Van den geest der onzuiverheid ,
Van alle gevaren der zonden,
Van den eeuwigen dood.
Om de groote begeerte welke Gij gehad
hebt, om dit Paaschlam met uwe leer- :l \' o
lingen te eten , 01
Om den diepen ootmoed waarmede Gij de §
voeten uwer leerlingen gewasschen hebt.
Om de brandende liefde, waarmede Gij
dit H. Sacrament hebt ingesteld, quot;
Om uw dierbaar bloed, dat Gij ons in de
Offerande des altaars hebt achtergelaten.
Om de vijf wonden, welke Gij in uw
allerheiligst lichaam uit liefde tot ons
ontvangen hebt.
Wij zondaren , wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage den eerbied en de liefde
voor dit H. Sacrament in ons te bewaren en
te vermeerderen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage, ons voor alle ketterij,
ongetrouwheid en verblinding des harten
te bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage, ons door de kracht van
deze hemelsche Teerspijs te ondersteunen
-------------%
208
en te versterken bij het naderen van den dood, wij bidden U, verhoor ons. Dat het U behage, aan de zielen van onze broeders, vrienden, weldoeners en van alle geloovigen de eeuwige rust te geven, wij bidden U, verhoor ons.
Eenige Zoon van den waren God, wij bidden
ü, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld , verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader. — Wees gegroet, v. Gij hebt hun het hemelsch brood gegeven. K. Dat alle genoegens in zich bevat.
Laat ons bidden.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijdan hebt nagelaten, wij bidden U, geef ons dai wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo
quot;iS
209
eerbiedig vereeren, dat wij de vruchten uwer verlossing voortdurend in ons mogen gevoelen. Die met den Vader en don H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Verzuchting.
Allerzoetste Jezus, wees mij geen Rechter, maar een Zaligmaker.
50 dagen «flaat, toepasselijk aan de zielen in het vapevuur, zo» dikwijls men rouwmoedig deze verznchting bidt. (Pius IX, 11 Aug. 1851).
14
210
UTAOTE
TER EERE VAN HET
Lijden van onzen Heer Jezus Christus.
VOOR DEN VRIJDAG.
—-«sgü»--
Heer, ontferm U onzer.
Jezus Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Jezus Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, een God,
Jezus, vleeseh geworden Woord en ver- 0
nietigd in uwe mensohwording, —
Jezus, uit liefde tot ons in eenen armen ^
3
stal geboren , .
^—i
Jezus, die in de woestijn veertig dagen o en nachten gevast hebt, . 5
• 1 fD
Jezus, gelasterd in uwe wonderwerken , 1 Jezus , voor uwen Vader ter aarde neergeworpen in den hof van Olijven ,
Jezus, van droefheid overstelpt, in doodsangst gebracht,
211
Jezus, uit al de deelen uws lichaams een
bloedig zweet stortende,
Jezus , door een trouweloozen Apostel verraden en voor dertig zilverlingen als een slaaf verkocht,
Jezus, met koorden geboeid naar Annas
en Caiphas gesleept.
Jezus, beschimpt, bespot en in het aangezicht geslagen ,
Jezus, naar Pilatus geleid en van oproer
beschuldigd, o
Jezus, die door Herodes als een dwaas S,
7 Ti
met een spotkleed zijt omhangen , g
Jezus, wreed gegeeseld en met doornen
gekroond, 0
Jezus, met een spotmantel omhangen aan S het volk vertoond en achter den boos-doener Barrabas gesteld ,
Jezus, door Pilatus onschuldig veroordeeld en aan de woede uwer vijanden overgeleverd,
Jezus, met een zwaar kruis beladen naar
den Calvarieberg voortgesleurd,
Jezus, uitgeput van krachten, driemaal
onder het kruis bezweken ,
Jezus, genageld aan het kruis, tussciien fweo rroordenRar^ ïropteld .
212
Jezus, man van smarten,
Jezus, gehoorzaam tot den dood, ja, tot o den dood des kruizes ,
T)
Jezus, vol liefde en medelijden voor hen, 3
die U met gal en azijn laven ,
Jezus, biddende uwen hernelschen Vader 0 voor uwe beulen , S
7 (V
Jezus , uit louter liefde stervende aan het ■ kruis,
Wees ons genadig, spaar ons, Jezus,
Wees ons genadig, verhoor ons, Jezus. Van alle kwaad, verlos ons, Jezus.
Van eenen haastigen en onvoorzienen dood, Van de listen en lagen des duivels,
Van den eeuwigen dood, 2^
Door uwen doodstrijd en bloedig zweet, quot; Door uwe wreede geesseling, §
Door uwe bloedige krooning,
Door uw kruis en lijden, g1
Door uwe heilige vijf wonden , S
Door uwen dood en begrafenis ,\'
Wij, zondaren, wij bidden U verhoor ons. Dat uwe verdiensten en uwe voorbeelden niet nutteloos voor ons zijn, wij bidden U, verhoor ons.
Dnt O-li donr uw lijden en dond ons wilt
quot; 3«
K----=-
21o
genadig zijn , wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij door het overwegen van uwe pijnen en smarten alle krankheden en tegenspoed
geduldig verdragen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij in angst, benauwdheid en nood niet twijfelen en U niet vergrammen, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat wij alle smaad en verachting, armoede en tegenspoed van uwe hand gaarne aannemen , wij bidden U, verhoor ons.
j Dat Gij ons de vruchten van uw kruis wilt mededeelen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij , na deelgenooten te zijn geweest van uwe smarten en opofferingen, ook eens deel mogen hebben aan uwe onuitsprekelijke vertroostingen, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jezus.
Heer, ontferm U onzer.
Jezus Christus, ontferm U onzer.
H eer, ontferm ü onzer.
Onze Vader.
Jé---^^ .---^
214
v. Jezus, die ons vrijgekocht hebt en voor onze zaligheid aan het kruis gestorven zijt, n. Voeg ons in mime mate en krachtdadig de verdiensten van uw lijden en van uwen dood toe.
Laat ons bidden.
O zoete Jezus, die ter onzer liefde geleefd, geleden en den geest gegeven hebt, verleen ons de genade van met U en voor U te lijden, opdat wij , in uwe liefde levende, lijdende en stervende, eeuwig met U en door U mogen gelukkig zijn- Amen.
y-
Doordi\'onjron van den diepsten eerbied, liefdevolle Jezus, kniel ik neer in uwe heilige tegenwoordigheid. In deze oogenblikken wil ik mij met uw heilig lijden bezig honden en TJ in den geest op uwen bloedigen kruisweg vergezellen.
Geef dat ik U, geef dat ik mij-zelven leere kennen. U erken ik als mijnen Verlosser, die zoovele, zoo bittere smarten voor mij geleden hebt. Mij-zelven erken ik als de oorzaak van uw lijden en dood, om de menigvuldige zonden, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt. Die zonden zijn mij van harte leed, nimmermeer zal ik er eene bedrijven, wisch ze uit in uw dierbaar bloed.
S\']5
216
O Maria, goede Moeder, verkrijg mij de genade, om met oprechte godsvrucht deze oefening te doen.
O Engel Gods, die mijn bewaarder zijt. en aan wiens zorg ik door de Opperste Goedheid ben toevertrouwd, gewaardig U mij heden te bewaren, te geleiden en te besturen.
Ie Statie.
Jezus wordt ter dood veroordeeld. Wij aanbidden U Christus en loven ü. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
O Jezus, Gij, de aanbiddelijke Heiligheid zelve, staat hier voor de rechtbank van Pilatus om ter dood veroordeeld te worden. Uwe eenigste misdaad was uwe liefde, uit liefde wildet Gij voor de menschen sterven. Ik zou van droefheid over mijne zonden willen sterven. Geef mij derhalve de genade dat ik aan de zonde sterve en niet ophoude om mijne misdaden te beweenen.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ü17
Ontferm U, onzer, Heer, ontferm U onzer. O God, wees mij zondaar genadig.
2e Statie.
Jezus neemt het kruis op zijne schouders. Wij aanbidden , enz.
Met welke liefde en onderwerping ontvangt Gij, o mijn Jezus, bet zware kruishout , dat ü door de beulen wordt aangeboden! Hoe drukt Gij het aan uw hart en legt het op uwe doorwonde schouders, om het naar den Calvarieberg te dragen. Geef mij, lieve Jezus, de genade om met geduld alle moeielijkheden en ongemakken, alle kruisen te dragen, welke uwe Goddelijke Voorzienigheid mij toezendt.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet. Ontferm, enz.
3e Statie.
Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis. Wij aanbidden , enz.
Mijn liefdevolle Jezus, met droefheid en
^—..................^
218
medelijden zie ik U onder het kruis bezwijken. Ach, hoe zwaar viel U dat schandige kruis, maar hoeveel zwaarder vielen U mijne zonden, deze hebben ü onder het kruis doen bezwijken. Verleen mij de genade, nooit meer te zondigen, en mijne vorige zonden al de dagen mijns levens door ware tranen van boetvaardigheid te beweenen.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz
4e Statie.
Jezus ontmoet zijne Moeder.
Wij aanbidden , enz.
Maria, mijne goede Moeder, hoe werd uw moederlijk hart met het zwaard van de hevigste droefheid doorboord bij deze hartverscheurende ontmoeting!
Wie, liefdevolle Zaligmaker, kan de smart beseffen , waarmede uw lijden bij deze ontmoeting vergroot werd!
Ach, Jezus, ach. Maria, mijne zonden zijn do oorzaak van uw beider lijden. Geef
219
mij, Jezus, de genade, om ze oprecht te beweenen.
Mijn Jezus , barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
5e Statie.
Simon wordt gedwongen het kruis te dragen.
Wij aanbidden , enz.
Simon wordt gelukkig genoemd, en met recht; Hij mocht Jezus, wiens krachten waren uitgeput, in het kruisdragen helpen. Ik kan ook zoo gelukkig zijn, als ik de kruisen , welke de goede God mij geeft, met liefde aanneem en draag. Ik heb ze evenwel dikwijls met weerzin gedragen. Voortaan, lieve Jezus, zal ik ze met liefde dragen, en mij gelukkig achten ü in iets te gelijken en uwe smarten door de mijne te eeren.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
^-----------——--^
220 6e Statie.
Veronica droogt het aangezicht van Jezus af.
Wij aanbidden , enz.
Uw minnelijk doch mismaakt en bebloed aangezicht, dierbare Jezus, wekte medelijden in het hart van Veronica. Hoe aangenaam was U dit, en hoe minzaam hebt Gij uw afbeeldsel in haren doek gedrukt. O Jezus, druk de gedachtenis van uw smartvol lijden zoo levendig in mijn hart, dat ik het nooit vergete, en dankbaar voor dat lijden, het nimmer door mijne zonden vernieuwe.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
7e Statie.
Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.
Wij aanbidden , enz.
Mijn Jezus, Gij verlangt niets vuriger dan door herhaalde vernederingen en smarten mij uwe liefde te toouen. Uit liefde zie ik U hier voor don tweeden maal bezwijken onder
het kruis, dat ik U door mijne herhaalde *----*
221
zonden op de schouders heb gelegd. Ach, liefdevolle Verlosser, laat niet toe, dat ik nog ooit in de zonden hervalle. Steun mijne zwakheid, geef mij sterkte om alle aanlok-selen tot zonde te overwinnen.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
8e Statie.
Jezus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden, enz.
Hoe hevig moet uw lijden geweest zijn, o mijn Jezus, daar de vrouwen van Jerusalem zoo getroffen waren en zoo bitter weenden. Gij echter vergeet uw lijden , om die weenende vrouwen in hare droefheid te troosten. Geef tranen aan mijne oogen, ja bittere tranen, om de misdaden te beweenen waardoor ik U, het Opperste Goed, zoo dikwijls beleedigd heb; ik maak een vast voornemen U nimmermeer te vergrammen.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm , enz.
____
222 9e Statie.
Jezus valt voor de derde maal onder het kruis. Wij aanbidden , enz.
Daar valt de onschuldige Jezus opnieuw in het stof ter aarde. Zie, hoe de beulen met Hem spotten, Hem slaan , mishandelen en dwingen op te staan. Hoe verschrikkelijk groot moet de boosheid der zonde zijn, die U, mijn Jezus , zoo doen bezwijken. Diep doordrongen van leedwezen over mijne menigvuldige misslagen wil ik niet meer zoo ondankbaar worden, van in mijne vorige zonden te hervallen.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
10e Statie.
Jezus wordt van zijne kleederen beroofd en met gal gelaafd.
Wij aanbidden, enz.
Van het hoofd tot de voeten vas uw lichaam, beminnelijke Zaligmaker, met wonden
overdekt. Uwe klnederen waren in die wonden
*----------
223
vastgehecht, en nu worden die kleederen met, ruwe wreedheid afgerukt en allo wonden vernieuwd. Waarom hebt Gij U aan die smadelijke ontkleeding onderworpen ? Het was uit liefde tot mij , lieve Jezus , dat Gij die schande en oneer hebt willen lijden. Geef, o Jezus, dat ik mijn vleesch kastijde, rnijne zinnen versterve en gaarne met U uit den bitteren kelk des lijdens drinke.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm , enz
11e Statie.
Jezus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden, enz.
Gij hebt dan, lieve Jezus, den berg van Calvarie beklommen, Gij hebt dan het einde van den lijdensweg bereikt, maar uw lijden is nog niet geëindigd, neen, het wordt altijd heviger. Gij moet nog de afgrijselijke marteling der kruisiging verduren. O Jezus, hecht mij met U aan het kruis; ik wil met U eu om U lijden. Uit wederliefde en dank voor al het lijden dat Gij om mijnentwil
224
hebt doorgestaan wil ik mij vasthechten aan de deugd en zelfs de minste zonde vermijden.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
12e Statie.
Jezus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden, enz.
Na zooveel lijden, na zulke gruiwelijke pijnen, liefdevolle Zaligmaker, is dan eindelijk alles volbracht. Gij hebt den wil van uwen hemelschen Vader geheel volbracht, den kelk des lijdens tot den bodem geledigd, de zondeschuld uitgedelgd, Gij buigt uw hoofd en sterft voor mijne zaligheid. Zou ik dan nog opnieuw kunnen zondigen of in de zonde voortleven. Neen , lieve Jezus, voortaan geene zonde meer; aan de zonde zal ik sterven, om te leven alleen voor U, voor God en voor mijne ziel.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
st-----------------------amp;
225
13e Statie.
Jezus wordt van het kruis genomen.
Wij aanbidden, enz.
Met welke gevoelens van teedere liefde en innig medelijden ontving Maria het doorwonde lichaam van haren Goddelijken Zoon op haren moederlijken schoot. Zie, het had geene menschelijke gedaante meer, het was geheel verscheurd, vol bloed, ééne wond.
Ach, goede Moeder Maria, bewaar mij voor het ongeluk, uwen Jezus door de zonde weder te kruisigen en uw moederlijk hart met een zwaard van droefheid te doorsteken.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm , enz.
14e Statie.
Jezus wordt in het graf gelegd.
Wij aanbidden, enz.
Liefdevolle Zaligmaker! Gij wordt dan begraven in een nieuw steenen graf. Mijn lichaam zal ook spoedig sterven en begraven worden. Hoe dwaas zou ik dan zijn, indien
226
ik voor dat stoffelijk en sterfelijk lichaam meer zorgde dan voor mijne onsterfelijke ziel. Uwe overgroote, ja, uwe oneindige liefde jegens mij zal mij aansporen voortaan enkel en alleen te zorgen voor mijne ziel, die eeuwig blijft voortleven. Dat ik in dit leven in uw lijden deele, om eenmaal heerlijk te mogen verrijzen.
Mijn Jezus, barmhartigheid.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm, enz.
SLUITG-EBED.
Hartelijk dank, liefdevolle Jezus, voor al uwe weldaden en bijzonder voor de weldaad welke Gij mij bewezen hebt, door mij op dezen kruisweg te ondersteunen.
Uwe grenzelooze goedheid, uwe oneindige liefde voor mij heb ik overdacht, in mijn zondig hart is wederliefde ontslaan, voortaan wil ik U beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. Ik bid U, o mijn Jezus, geef mij de aoodige
227
kracht om dit voornemen getrouw uit te voeren.
O Maria, goede Moeder, verwerf voor mij de genade om uwen Je^us en U geheel toe te behooren. Amen.
Hierna lean men bidden vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet en vijfmaal Glorie zij den Vader, ter eere der H. vijf wonden. Eenmaal het Onze Vader, Wees gegroet en Glorie zij den Vader, tot intentie van Z. H. den Paus.
—
228
Lied vóór het mirakuleus Beeld
ban ©. Pronto tc ®mmcL
■ fi Ai7«_
(Wijze: „Hoe verrukkend zijn de stondenquot; enz. N0 57 der Nieuwe Melodiën voor Congreganisten).
1.
Glorievolle Koninginne,
Moeder der Barmhartigheid,
Die het hart vol moederminne,
Over d\'aard uw gunsten spreidt;— Op het voetspoor onzer vaadren
Togen wij ter bedevaart,
Om de heiige plaats te naadren,
Waar Gij steeds hun toevlucht waart.
O Hemelkoninginne,
Hoor zang en beden aan Ter heiige plaats gedaan
Door kindren, die U minnen En ijvren voor uw eer;
Toon TJ ons Moeder teer.
V
229
2.
Gij hebt Ommel uitverkoren
Tot een oord door U bemind, Waur Gij \'t Christenvolk wilt hooren,
Waar \'t in U een moeder vindt; O hoevele wonderdaden ,
Tuigend van uw liefde en macht . Staan vermeld in d\' oude bladen, Heeft \'t penseel op \'t doek gebracht.
O Hemolkoninginne, enz.
3.
Wat al zieken, kreuplen, blinden
Nederknielend voor uw beeld Mochten hier genezing vinden,
Voelden d\' oude kwaal geheeld!— \'tWas om ons den weg te wijzen Naar \'t door U gezegend oord , En \'t vertrouwen te doen rijzen, Dat Gij hier ons beê verhoort.
O Hemolkoninginne, enz.
4.
Op het voetspoor onzer vaadren.
Vol geloof en christenzin,
Die men eeuw aan eeuw zag naadren Tot uw beeld, vol kindermin,
230
Trokken wij ook Ommel binnen,
Schaarden we ons rondom den troon Waar Gij, Moeder, Koninginne,
Draagt het Godlijk Kind, uw Zoon. O Hemelkoninginne , enz.
5.
\'t Voorgeslacht deed \'t loflied rijzen
Geestdriftvol ter uwer eer;
Wij ook, hnnne kindren, prijzen
Zalig U, o Moeder, weer.
Zult Gij onzen zang versmaden,
Laat Ge ons beden onverhoord, Gij, die stroomen van genaden Vlieten deed in \'t lievlingsoord ? O Hemelkoninginne, enz.
6.
O , wij hopen , neen , wij weten ,
Dat Gij , altijd machtge Maagd, Immer wellekom zult heeten
\'t Kind, dat hier zijn nood U klaagt. Vol vertrouwen doen we ons beden ,
Brandt ons kaarslicht U ter eer. Leggen we ons noodwendigheden. Moeder, aan uw voeten neer O Hemelkoninginne , enz. A. Bi
%
*6
231
ONZE LIEVE VROUW VAN OMMEL,
(Wijzo; „Gelukkig zij, die in dit korte levenquot; N. M. Nr) 58).
O teergeliefde Hemelkoninginne,
Gekroond met luister door uw Zoon,
Wat heiige vreugde stroomde ons harten binneu Bij \'t naadren tot uw glorierijken troon!
Wat zoet genot was \'t te vertoeven Bij U, die onze Moeder zijt!
Hoe mochten wij uw zoetheid proeven ; Te snel vervloog deez\' zaalge tijd!
Ontvang ons hlijdsten dank; wees luid geprezen Voor onze roeping tot uw troon,
Voor zooveel gratiegnnsten uitgelezen Ons toegedeeld in uw geliefde woon.
Het vuur der godsvrucht deedt ge ontbranden In \'t harte door uw gloed bestraald ;
Uw moederliefde heeft de banden Der liefde nauwer toegehaald.
232
Nieuw voedsel hebt Ge aan ons geloof
[geschonken Door al de wondren hier gewrocht;
Gij deedt de zoete hoop weer feller vonken In \'t hart dat uwe goedheid smaken mocht.
Wij zweren , Hemelkoninginne ,
Wij blijven U altoos getrouw,
Wij blijven U altoos beminnen
Met hart en ziel, o Lieve Vrouw.
Wij stellen ons vertrouwvol in uw hoede. Bewaar ons ais uw eigendom.
O zegen ons! dan keeren blij te moede Uw kindren tot hun huis en werk weerom.
O zegen onze huisgezinnen
Ons arbeid, rust, gebed en strijd!
Dan gaan we eens \'shemels troonzaal binnen Waarvan Gij d\' eer en luister zijt.
A. B.
233
INGESLOPEN DRUKFOUTEN:
Blz. 3 regel 8 van onder, lees: Theodorus van
de Zeilberch Blz. 4 regel 4 van onder, lees : archief Blz. 21 regel 2 v.b.lees: tot grootere verheffing. Blz. 25 reg. 1 v. b. lees: Theod. van deZeilbereh. Blz. 26 regel 11 van bovenpees: Ook het klooster nam steeds toe in bloei; het moest met de eigendommen en bezittingen merkelijk i vergroot worden; waartoe de Aartshertogen Albertus en Isabella bij Amor-tisatiebrief i. d. 24 .Januari 1608, bereidwillig hunne toestemming verleenden. Immers, uit dezen Amortisatiebrief blijkt, dat de Aartshertogen Albertus en Isabella aan de Moeder-overste en hare rechtverkrijgenden , behalve „vergunning tot „vergrootiiig van \'t cloisterken het recht „verleenden om ten eeuwighen daghen „te moghen besitten, (onverminderd de i „reeds verkregen eigendommen), twelff „bunderen soo aekerlandts als groessen \\ „ende oook in erffelijke renten ende „paghten drye hondert rinsguldenen tsiaers „tot hun simpele onderhoudtquot;.
Archief Ommel.
Blz. 27 reg. ] v.b.lees: Jacobus van den Boomen Blz. 33 regel 1 van boven, lees: Zij lieten ephter vonvlonpig do roligirtipen wonen.
234
Biz. 39 regel 6 van boven, lees: P. Daenen. Biz. 42 regel 4 van boven, lees: exvoto\'s Biz. 43 regel 5 v. o. lees: Lieve Vrouwedagen Biz. 44 regel 1 v. o. lees : Op al de Vrijdagen en gedurende degeheole maand Mei ten 9 ure. Biz. 50 regel 7 van boven, lees: Joan. Spirincx. Biz. 53 regel 10 van boven, lees: de aftredenden. Biz. 54 regel 2 v. o. lees : Margaretha van Tricht Biz 62 reg. 2 v. o. lees: Jacobus van den Boomen Biz. 68 regel 6 van onder, lees: deed hare moeder ! de belofte:
Biz. 75 regel 10 van boven, lees: godvruchtig
en vurig bad, vielen,
Biz. 78 regel 5 van onder, lees : overgemaakt. | Biz. 79 regel 6 van onder, lees: bevrijd, welke
banden daargelaten zijn.
Blz. 90 regel 3 v. o. lees : Jan aan geen Dalen, i Blz. 102 reg. 12 v. o.lees: Mechtildis Plaetkens Blz. 104 regel 8 van boven, lees : het zelve Blz, 108 regel 10 van onder, lees: Saarburch Blz. 122 regel 3 van boven, lees: den breukband. Blz. 150 regel 2 van onder, lees : mirakelen Blz. 195 regel 1 v. o. lees: lankmoedigheid, Blz, 212 regel 3 v. b. lees: den dood des kruises. Blz. 220 reg. 7 v, o. lees: voorden tweeden maal Blz. 222 regel 9 vau boven, lees: doet Blz. 226 regel 6 van onder, lees: grenzenlooze
235
BLADWIJZER.
Bi,z.
| De vereering van de H. Maagd Maria 7 De bedevaarten . . . . 11 : Geschiedenis van O. L. Vrouw van Ommel: Oorsprong . . . . . 16 Beschrijving van het Beeldje . 19 Stichting der eerste kapel . . \'20 Stichting van het klooster Maria-schoot 22
Bloei . . . . . . 25
Verval . . . . . 31
Verblijf te Nunhem ... 35
Herstelling ..... 39
Rectoren van Ommel ... 45
Moeders van Ommel ... 53 Bijlagen:
N0 I......58
N0 II.....63
N0 III.....64
Wonderen door de voorspraak van O. L.
Vrouw van Ommel geschied . 66 Gebeden onder de H. Mis . . 152 Litanie tot de H. Maagd Maria . 165 Gebeden na de stille H. Mis, voorgeschreven door Z. H. Paus Leo xm 168 «----.-----jjl
236
Gebeden vóór de Biecht .
Gebeden na de Biecht Gebeden vóór de H. Communie Gebeden na de H. Communie .
I Gebeden tot O. L. Vrouw van Ommel Litanie ter eere der AUerh. Drievuldigheid Litanie ter eere van den H. Geest . Litanie ter eere v. d. Zoeten Naam Jezus Litanie ter eere van het Allerheiligste\'
Sacrament des Altaars Litanie ter eere van het lijden van
onzen Heer Jezus Christus Kruisweg ..... Gezangen :
Lied voor het mirakuleus beeld van
O. L. Vrouw te Ommel . Afscheidsgroet aan O. L. Vrouw van Ommel ....
quot; --- --—^-7-
vv-. \' \' . i
*T-m,
m
; \\
■■ \'yiixS\'^p
f
• quot;J
J\' ? •