-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

1

£

D1 01J0\'

ft €O^V. jf

% J1

\\

.1, A •i; N £

^ *. n

-ocr page 4-
-ocr page 5-

\\

convniiciivie:k lt;»efexi v«-i v

TER EERE DER

m. XIX MARTELAREN VAN GORKOM,

GESCHIEDENIS, NOVENEN, GEBEDEN EN GEZANGEN

DOOR

P. VAX DER PLOEG. Pr.

Kesde druk.

BIBL10T^CA

;i mm. wiiAcm ij

\\ r \\ PRR. Ui -■ *\'■»■ J

w/ ^^ —.....—

LEIDEN,

J. W. VAN LEEUWEN,

ANT1Q. BOEKHANDEL, HOOIGRACHT N. 74.

1 8 8 5.

-ocr page 6-

GOEDKEURING.

IMPRIMATUR

Hari.emi, die 3 Junii 1885.

J. A. VAN DEN AKKER.

Libr. fens.


-ocr page 7-

\'V oorlcricljt.

iVw de zes tl*\' mtgaaf van dit werkje dooi\' uitverkoop noodzakelijk ivas geworden, hebben wij hier en daar iets weggelaten — het overige is onveranderd gebleven — om door nog lageren prijs ieder in staat te stellen zich dit schoone en nuttige boekje aan te schaffen.

Ovei\' de aflaten alleen dit:

Door de Pausen Pius IX z. g. en Lei) XIfl is verleend: een volle aflaat, ook toevoegelijk aan de zielen in het vagevuur, voor alle geloovigen, die, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, de parochiekerk, of de kerk op het Martelveld te Brielle bezoeken in de maanden Juni, Juli en Augustus en daar dan eenigen tijd godvruchtig bidden voor de \'uitbreiding des geloofs en naar de meening van Zijne Heiligheid.

De Uitgever.

-ocr page 8-

-

ST. rAL\'LUS-DRUKKER IJ — MAASTRICHT.

-ocr page 9-

Geschiedexis.

We geveu liier een beknopt verhaal van hetgeen dit heilig heldental voor het geloof heeft uitgestaan, en het laatste gedeelte er van, bepaaldelijk ten gebruike voor eeneNegendaagsche Oefening hun ter eer, naar de dagen der maand en week van hun martelaarschap. Houdt men de eerste Novene, dan beginne men den oO^n Juni \'s avonds, of buiten dien tijd, op een maandag-avond, ten einde op een woensdag, den dag van hunnen dood, te kunnen eindigen. Wat zij vóór den Juni ondergingen, kan men zeer gevoegelijk, ter inleiding of voorbereiding, vóór het begin der Novene herdenken.

het lijdest der gorkumsche martelaars van den 27en tot den 30en juni.

V ri jdni;, 3* Juni.

In den zeer vroegen morgen van den 2760.71111!, niet lang na middernacht, werd het kasteel van Gorkum, waar de priesters, kloosterlingen en vele leeken dier stad veiligheid gezocht hadden, aan den bendekapitein Marinas Brant overgegeven, onder uitdrukkelijk beding van vrijen aftocht voor allen, niet één u i t g e n o-m e n. Tegen de bezworene overeenkomst in, behandelde Brant hen allen als gevangenen ; de

1

-ocr page 10-

leeken echtei\' liet hij welhaast, op enkele na, tegen grof geld heengaan ; doch de priesters en kloosterlingen hadden nu van zijne beruchte Watergeuzen des te meer te verduren.

Hun is van de overgave des kasteels af, tot hunnen dood toe. geen rust gelaten, maar aanhoudend alle beschimping en mishandeling, allei\'lei kwelling en foltering zoo bij nacht als bij dag aangedaan. Al dadelijk greep men den Vice-gardiaan Hieronymus met geweld bij de borst, gaf een soldaat den Gardiaan een hevigen slag in het aangezicht, en braakte men de afschuwelijkste bedreigingen tegen hen allen uit. Meu sloot hen in een dievenkot en bood hun eindelijk, \'t was vrijdag, tot stilling van den honger vleesch aan, wat zij weigerden, omdat het hun ter bespotting van de kerkelijke wet werd aangeboden.

Om eenigzins te beseffen wat onze martelaren te verduren hadden, denke men zich die bezetting van het kasteel, welke meerendeels uit allerwegen opgeraapte roovers en moordenaars bestond, en naar hartelust met de gevangenen te werk ging. In den laten avond vooral, als zij meestal geheel of nagenoeg beschonken waren, kwamen zij die eerwaardige belijders bespotten, mishandelen, met de vuist in \'t aangezigt slaan, baldadig sclioppeu, rukken en sleuren, met allerlei vervloekingen overladen. Was de eene bende vermoeid, dan kwam er eene andere, of men liet er nieuwsgierige

-ocr page 11-

3

•priesterhaters van elders bij, zoodat er weinig rust voor de afgematte martelaars overbleef. Zoo vielen die bandieten den eerstennacht oververzaad in den kerker en schreeuwden: „Laat ons dien afgoden-,.dienaars de deelen, neus en oorcn afsnijden en ..zoo aan een kruis hangen!quot; ïer schrikaanjaging hadden zij ook ladders bij zich, als wilden zij hen er naakt aan vastbinden en dadelijk gaan folteren. Op een valsch gerucht echter, dat de vijand naderde, bleven de martelaars eene wijl alleen, biechtten bij elkaar en wekten elkander tot volharding op. Weldra waren de beulen terug, plaatsten zich in een hoek en bevalen, dat de gevangenen één voor één bij hen zouden komen. Zij verwachtten niets anders dan dat men hun zoo dadelijk den hals zoude afsnijden. ,,Uit die zwarten willen weer een!quot; riepen die woestaards, daarmede de wereldgeestelijken aanduidende. „Ik beu gereed!quot; antwoordde Pastoor Leonardus,stapte onverschrokken toe, zelf zijn hals en borst ontblootend, en knielde neder om er, naar hij meende, het hoofd te laten. Maar zij begonnen luidkeels te lachen en vorderden zijngeld. Toen was de beurt aan Godefridus van Duynen, vervolgens aan den ouden Rector der Augustinessen, Joannes van Oosterwijk, van wien zij met liet geweer op de borst de schatten van het klooster wilden weten. In hunne verwachting teleurgesteld, grepen zij nu te grimmiger Pastoor Nicolaus Poppel aan, op wien zij

-ocr page 12-

4

buitendien, om zijn pmeken tegen de ketterij, bizonder verbitterd waren. Zij plaatsten hem zoo-in hun midden, dat hij zich niet heen of weder kon. bewegen; vorderen, hem een geladen pistool voor den mond houdende, het verborgen goud en zilver af, en vragen onder allerlei smaad, of hij nu nog durft roemen, dat hij gaarne voor het Katholieke geloof wilde sterven. ..Gaarne!quot; antwoordde Nieo-laus onbevreesd, en bizonder voor dit mijn geloof: „dat het Lichaam en Bloed zelf van onzen Heer „Jesus Christus in liet Allerheiligste Sakrament „des Altaars onder de gedaanten van brood en „wijn waarachtig tegenwoordig is.quot; Niet ander» denkend, of de soldaat, die hem altijd het pistool, voor den mond hield, zou losbranden, sprak hij. met luider stem: „Heer! in uwe handen beveel ik mijnen geest.quot; Maar die roovers wilden van de schatten hoeren, sloegen hem het koord van een Franciskaan om den hals, en het andere eind. over de deur, en heschen hem herhaaldelijk zoo-geweldig op, dat hij het bijna bestierf; doch niets van hem vernemend, stieten zij hem buiten kennis, van zich weg.

Nu kwam men met hetzelfde doel bij de Eerwaarde Franciskanen en begon met den jongsten te pijnigen. Een dezer riep van smart: „Wij weten, „van geen geld, daarvoor zorgt de Gardiaan.quot; De beulen, den Vicarius voor den Gardiaan houdende, zetten hem een dolk op de borst en

-ocr page 13-

eischen aanwijzing der schatten. De edelmoedige Vicarius maakt bij dit doodsgevaar den eigenlijken Gardiaan, Xicolaas Piek, niet bekend; maar ook deze wil niet, dat een ander voor hem lijde, en roept luide, dat hij de Gardiaan is. Die onmensehen vliegen op hem aan, en slaan hem dat zijn gansche lichaam er van gekneusd was; daarop werpen zij hem zijn koord om den hals en over de deur, trokken hem, evenals zij het Pastoor Nicolaus Poppel hadden gedaan, wreedaardig op en neder, en wel zóó lang, dat het koord brak, en hij zonder eenig teeken van leven, op den grond ineenzeeg. Toen richtten zij hem tegen den muur op, blakerden hem met brandende kaarsen het voorhoofd, de kruin, en het gansche gelaat, lieten de vlam door dennens naar de hersenen spelen, verbrandden dan den mond van binnen, tong en verhemelte, en. hem dood wanende, schopten zij hem weg en zeiden: „\'t Is maar een monnik! wie zal er naar „talen?quot;— Dit was het lijden van den eersten dag en nacht.

Katiinln^, SH Juni.

Tegen aller verwachting kwam de zoo deerlijk mishandelde Gardiaan weder bij, erlangde ook de spraak terug, en zijne eerste woorden waren om allen te bemoedigen, hun verzekerende, hoe hij uu bij eigen ondervinding wist, dat de pijn van het ophangen niet zoo erg was. „Hoe gaarne,quot;

-ocr page 14-

zeide hij, „had ik tot God gegaan: maar wijl ,.liet Hem anders lieeft behaagd, zoo geschiede „al wat Hij over mij besloten heeft. Voor zidk „eene korte en lichte foltering zullen wij opsnel-,.len tot het eeuwige leven, en \'t zal in waarheid „blijken, hoe het lijden van dezen tijd niet te „vergelijken is bij de toekomstige glorie, welke „in ons geopenbaard zal worden.quot;

Zeer vroeg in den morgen kwamen eenige beulen met een bijl, om den Gardiaan, dien zij dood achtten, in stukken te hakken en die op de poorten der stad te spijkeren. Hem, tot hunne groote verbazing nog in leven vindende, begonnen zij den martelaar op nieuw te mishandelen, schopten hem met hunne voeten en trapten hem met hunne hakken in buik en zijden, hem intusschen de smadelijkste woorden toevoegende.

Met den nacht stormde er weder eene beschonken bende den kerker in, en daaronder een dronken Fries, een kapitein, die den gevangenen beval de wangen op te blazen, en dan sloeg hij hun met de volle vuist herhaaldelijk in liet gezicht, zoodat bij velen het bloed uit mond, neus en oogen sprong. Te gelijk overlaadde hij met zijne makkers die eerwaardige belijders met de vuilaardigste beschimpingen, en koelden zij aan hen op allerlei wijze hun boosaardigen moedwil. Bij den morgen zag men, hoe hun gelaat misvormd en smartelijk opgezwollen was.

-ocr page 15-

KcuiflHg-, SO Juni.

Feestdag van de HH. Martelaren Petrus en Paulus (1).

Daags daarna beroemde zicli die onbeschaamde Fries, bij den Sellout aan tafel gezeten, op hetgeen hij dien nacht had ingericht als op een heldenstuk ; en eiken dag, doch vooral des nachts, hadden de gevangenen deze en dergelijke mishandelingen te verduren. Was do eene bende vermoeid, want verzaad waren die wreedaards nooit, dan trad er eene andere op ; en kwamen er vreemden op het kasteel, zij mochten naar believen met de martelaars te werk gaan. Waren er die zich te voren door heil beleedigd waanden, men kon zich nu, met woord en daad, zooveel men slechts wilde, aan hen wreken.

Dat ook de feestdag der Apostelvorsten, bepaaldelijk van den H. Petrus, die de sleutels van hetrijk der hemelen ontving, de afvalligen op de volgende beschimping bracht, laat zich gereedelijk denken. Zeker is het, dat zij vooral op dien dag het sakra-ment der Biecht hebben bespot. Zij knielden bij de oudste Paters neder en deden of zij biechtten; dau als razenden, sloegen zij die grijsaards in het aangezicht en op het hoofd. De stokoude Wilhadus

(i) Men gedeuke het h eden wel, dat onze Martelaars juist op dezen dag, met het XVII) Eeuwfeest van den marteldood der Apostelvorsten Petrus en Paulus, doos-Pius IX z. g., in 1867 heilig verklaard zijn.

-ocr page 16-

8

zelile altijd zeer bedaard op eiken slag: ,.D e o g r a t i a s !quot; „God zij gedankt!quot; Een, die eene spotbiecht bij hem had gedaan, vroeg hem wat hij er op zeide : ,.Ik zal God voor u bidden!quot; was zijn wijs en vriendelijk antwoord. Dat maakte den on-verlnat nog woedender; als een bezetene greep hij den negentigjarigen grijsaard aan, en sloeg en mishandelde hem allergruwelijkst. Eu deze herhaalde immer: ,.Deo gratias!quot; „God zij gedankt!quot;— Zoo ging het eiken dag, en vooral des nachts, en met allerlei verschillende bespottingen en pijnigingen. Daarbij werden onze martelaars aanhoudend door vreeselijkeu honger en dorst gefolterd.

aiKiiig-, :ï« .Iiini.

\'s Avonds vóór de Novene.

Men leze de opmerking over het beginnen dei-Novene, op bladz. i bovenaan.

Op den 30cn Juni zouden op bevel van Marinas Brant twee ijverige Katholieken, Dirk Bommer en Arnont Coninck, te Gorkum opgehangen worden. Zij verzochten om hun biechtvader. Pastoor Leonardus, die verlof kreeg om den kerker te verlaten en hen naar de galg te begeleiden. Hij troostte en sterkte hen, en sprak hun van Jakobs ladder, waar engelen op- en afklommen, gelijk er ook nu engelen hen zagen en hielpen, en hun aanstonds de gloriekroon

-ocr page 17-

zouden toereiken. manmoedig!quot; sprak de

waardige herder, „au is het uwe beurt, morgen „wellicht de mijne: dezelfde straf, dezelfde schande, „dezelfde dood staan mij te wachten.quot; Onder de hand vermaande eu bezwoer hij ook nog andere geloovigen, dat zij toch tot het laatste toe zouden volharden in hetgeen zij van hunnen Pastoor geleerd hadden. De soldaten wilden hem nu naar liet kasteel terugvoeren, doch de burgers verzetten er zich tegen, en men bracht hem naar het stadhuis. Daar werd hem verboden de Mistelezen; ook mocht hij niet zonder verlof de stad verlaten. Danmoesthij op .Maria-Bezoek in de kerk preeken: hij wist nu, voegde men er bij, hoe hij voortaan te preeken had.

. Reeds dadelijk hadden de bloedverwanten van den Gardiaan zich beijverd om hem vrij te koopen; doch de vaderlijke kloosteroverste bleef bij zijne herhaalde verklaring: dat hij niet dan met al zijne kinderen wilde bevrijd worden, en anders met allen wilde sterven. Datzelfde getuigde hij aan een bij hem toegelaten bloedverwant eu sprak: ,,0! liet is niet iets gerings, voorliet „Katholieke geloof te mogen sterven!quot;—-Wat ook de Vicarius in zijn vurig geloof met de meeste geestdrift herhaalde. Xog een ander bloedverwant, die heelmeester was, mocht den Gardiaan bezoeken, maar kon zijne tranen niet weerhouden: zóó misvormd en mishandeld zag de martelaar

-ocr page 18-

10

er uit. En toen die geneesheer sprak over die pijnlijke wonden: ,,0! \'tis slechts weinig,quot; riep liij in vervoering nit, „wat ik tot hiertoe leed voor ..den naam van Jesns, mijn allerbemindsten Heer, ,,die voor mij zondaar zóóveel geleden heeft: „mocht ik voor het Katholieke geloof, lid voor lid, „in stukken gehouwen worden!... Laat ze met mij „doenwat zij willen; laat ze mij ontvellen, braden, „ik hen bereid om er alles voor te lijden!quot; En ook tegen hem wilde de in heilige liefde ontgloeide Gardiaan van geen bevrijding voor zich zeiven alleen hooreu.

Wekken wij heden-avond aan al deze betuigingen van een zoo levendig geloof ook o n s g e 1 o o f o p? om met des te meer vrucht deze oefeningen te houden. „Zonder het geloof toch is het onmogelijk, aan Gi^od te behagen.quot; (llebr. xi, 6.) Spreken we met alle aandacht e e n e akte v a n g e 1 o o 1quot; en zeggen wij vol vertrouwen :

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden. Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij d en V a d e r.

-ocr page 19-

11

EERSTE NO V E N E.

NAAK DE NEGEN LAATSTE LIJDENSPAGEN ONZER MARTELAKEN.

Itinxda-r. ] Juli.

Eerste day der Novene.

Men beginne des verkie?ende, heden en de volgende dagen, de oefening met het Onze Vader, Wees g e g i- o e I, en G 1 o r i e z ij den Vader, enz., ter eere van onze HH. Martelaars.

Onze Martelaren lijden met offervaardigen heldenmoed\' voor hun geloof.

Op den Isten Juli kwam de afvallige Luiksche Kanunnik Jan van Omal, een bloeddorstig pries-terliater, onze gevangenen beschimpen, sloeg godslasterlijke taal tegen liet Allerheiligste uit, en zeide, dat hij door Graaf van der Mark, die met zijne Watergeuzen vrijmachtig in den Briel als zijne zetelstad heerschte, naar Gorkum gezonden was, om hen allen te laten ophangen. Dadelijk antwoordde de vurige Hieronymus: ,,Doe gelijk gij zegt, wij zijn allen bereid!quot; Terwijl nu Omal als een dolzinnige tiert, scheldt en knarsetandt, komt er een beul in met koorden en laat ze hun dreigend zien. ,,God zij geloofd!quot; roept nu de Gardiaan Nieolaus met eenige anderen, ,,God zij „geloofd en gedankt! dat het zoo ver gekomen is.quot; Aan een groot deel der kloosterlingen ontnam men hunne kappen, en de beul hield ze, ofschoon dit alles slechts eene vertooning was; zoodat die

-ocr page 20-

12

martelaars, van nu af, enkel met een dun onderkleed gedekt bleven. Intusschen zong daar een afvallige uit spot een Latijnschen kerkzang op de HIT. Petrus en Paulus, wier feestdag twee dagen te voren gevierd was. En wel toepasselijk was het, wat hij van Nero en die Apostelen deed hooren(l); immers eene wreedheid zag men hier als van Nero, een heldenmoed, welke dien der Apostelvorsten herinnerde. En ook: onze martelaren leden voor hetzelfde geloof in Christus, en bijzonder voor hun geloof in de opperhoofdiglieid van Christus\' eersten Stedehouder, van den H. Petrus, den eersten Paus van Rome, en van diens opvolgers tot aan de voleinding der eeuw.

Met den nacht kwam daar weder eene bende beschonken beulen, om zich in een nieuw tooneel te verlustigen. Zij bonden de kloosterlingen, die zich weder, gelijk bij elk nieuw gevaar, door de biecht tot den dood hadden voorbereid, twee aan twee en riepen: „Zingt nu, monniken! met deze staatsie gaat „gij ter dood!quot; Onverwijld hieven zij het Te Deum(2) aan, wat een soldaat uit spot ten einde toe met hen medezohg. Zoo bracht men hen aan eene welvoorziene tafel, waar er velen zaten te brassen, die hun, na veel smaad en hoon, dob-belsteenen aanboden, zeggende: „Werpt nu, wie „\'t eerst zal hangen, de anderen zullen op hun

(1) Zie die woorden onder de Gebeden.

(2) Zie hec Te Deum onder de Gebeden.

-ocr page 21-

13

„beurt volgen.quot; „Dat is onnoodig!quot; riep oogen-,.blikkelijk de moedige Gardiaan, ik bied mij zeer „gaarne het eerst aan, ik ken toch den strop, ik heb „het nog pas ondervonden.quot; \'t Was echter weer boosaardige schrikaanjaging; de kloosterlingen werden, eu weder in processie, naar hunnen onderaardschen kerker teruggebracht. Voor de anderen was daags te voren tegen geld, eene hoogere en eenigzins dragelijker gevangenis verkregen-doch ook daar waren zij voor het graauw niet beveiligd, en inzonderheid had Pastoor Xieolaus Poppel veel van een afvallig parochiaan te lijden,, die hem in godslasterlijke smaadtaal zijnen ijver voor de eer van het II. Sakrament verweet.

Vereeren wij heden den onverschrokken en offervaardigen moed onzer zoo herhaaldelijk met den dood bedreigde martelaren; en merken wij reeds hier wèl op, hoe zij voor hun geloof,, inzonderheid voor hun geloof in de opperhoofdigheid van den Paus, en Jesus\' waarachtige tegenwoordigheid in het H. Sakrament, van alles beroofd, gekerkerd, geboeid, beschimpt, mishandeld en telkens met den schandelijksten dood bedreigd werden. Bidden wij vurig om volharding in dit ons zelfde geloof, en om genade voor alle afgedwaalden, dat ook zij liet met ons mogen belijden.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkum.

-ocr page 22-

14

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij den Vader.

WOENSDAG, 2 JULI, FEEST VAN MARIA-BEZOEK.

Tweede day der Novene.

De H. Leonardus, vooral om zijne verheerlijking van Maria, met allen ter dood gezocht.

Op den 2en Juli, den feestdag van Maria-Bezoek, was de G-roote kerk van G-orkum vol hoorders, en men zag onder hen eene menigte afvalligen en vreemde Calvinisten, die verwachtten dat Pastoor Leonardus nu meer in hun geest zoude preeken. Doch de trouwe herder, niet in het minst door dat aantal vijanden vervaard, sprak even rustig als te voren; begon met den lof van de ,,Zalige Maagd en Moeder Gods, Koningin des „hemels,quot; verdedigde tegen de nieuwgezinden met kracht van redenen hare uitnemende voorrechten, en vooral hare voortdurende maagdelijkheid. Openlijk verzocht hij, dat zij die meer bewijzen verlangden, zich bij hem zouden vervoegen. Vervolgens richtte de goede herder zich tot de zijnen, wekte hen in de teederste en vurigste taal op, dat zij toch vast zouden staan in het Katholieke geloot en besloot aldus: „Volhardt dan, smeek ik u, .kloekmoedige en edele burgers! volhardt, en

-ocr page 23-

15

„blijft standvastig in liet Katholieke geloof!quot; Om deze preek zochten de Calvinisten nog te meer naar eene gelegenheid, om den onverschrokken Pastoor weder naar den kerker, en met de overige gevangenen ter dood te brengen; want openlijk geweld durfden zij op dit oogenblik, uit vrees voor het volk, niet gebruiken; zij wisten echter in hunnen haat al spoedig zulk eene gelegenheid te vinden.

Op denzelfden 2eii Juli kwam de zuster van Pastoor Leonardus hem uit \'s Hertogenbosch berichten, dat hunne moeder ernstig ziek lag, en vurig verlangde, haren zoon te zien. Reeds had die zuster, door anderen geholpen, van den bevelhebber Brant, die uit eigenbelang allen naar omstandigheden wilde believen, tegen geld een verlofbrief voor haren broeder verkregen; doch wijl er iets in den vorm ontbrak, wilde hij er niet op vertrekken. Men ontving, alweder voor geld, en altoos ouder verbintenis, dat Leonardus dadelijk zou terugkeeren, een anderen verlofbrief. Nauw echter was hij tot Woudrichem gekomen, of opgehitste priesterhaters uit Gorkum, vreezen-de, dat die kostbare buit hun zoude ontsnappen, zetten hem na, vatten hem weder en schelden hem voor een verrader. Leonardus toonde het geteekende verlof; men rukte het hem uit de hand, verduisterde opzettelijk het bewijs zijner onschuld, en voerde hem onder allerlei scheld-

-ocr page 24-

16

taal naar Gorkiun terug. Intussclieu had men daar liet volk door den schandelijksten laster tegen den onsehuldigen herder opgeruid, en hij werd door de menigte met alle verwoedheid ontvangen. Men vloekte, men sloeg, men schopte, men trapte hem het gansche lichaam over, en schreeuwde om strijd: „Hang hein op, han „hem op! weg, weg met hem!quot; Vergeefs beriep Leonordns zich op zijn vrijgeleide; men sleepte hem naar het kasteel, waar Brant hem gelastte zich te ontkleeden: hij zou door de pijnbank tot bekentenis van schuld worden gebracht. Reeds stond Leonardus daartoe gereed, als Brant, wel bewust, dat hij het stuk geteekend had, tegenbevel gaf en hem in de gevangenis der kloosterlingen deed werpen. De geloofsvervolgers, hiermede nog niet tevreden, hitsten de gemoederen tegen alle gevangenen gelijk op, ten einde hunnen dood te verhaasten.

Doch ook van hunnen kant ijverden aanzienlijke Katholieken voor de bevrijding hunner martelaren, en beriepen zich nogmaals bij den bevelhebber op de bezworen voorwaarden der overgave van het kasteel. Hij kon dit niet ontkennen, maar gaf voor, dat de vrijlating niet meer in zijne macht stond, en de Prins van Oranje daarover beslissen moest. Terwijl zij zich nu tot den Prins wendden, zochten de afvalligen nog meer de terechtstelling te bespoedigen, en zonden eenigen naar den Briel, om

-ocr page 25-

17

Iden doodvijand van priesters en kloosterlingen, den beruchten Graaf van der Mark, over den staat van zaken in te lichten, en alzoo tot hun doel te komen.den doodvijand van priesters en kloosterlingen, den beruchten Graaf van der Mark, over den staat van zaken in te lichten, en alzoo tot hun doel te komen.

leid pte,

en mg iep \'

pte

God en ook onze Moeder, getrouw na. Bidden f0] wij voor de ongelukkigen, die hare voorrechten ,(|s miskennen, en spreken wij ook voor die ^ej ondankbaren b ij haar, die de Moeder van t,ej barmhartigheid en de toevlucht der zondaren is. eii Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig 11^ worden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij d en V a d e r.

ke Monderdagr, 3 Juli.

n, Derde dag der Novene.

Onze Martelaren zijn, in hunne ootmoedigheid, vo! wantrouwen op zich zelvenyvol vertrouwen op God.

Dezelfde Omal, die voor twee dagen in den kerker kwam, onze martelaars beschimpte en met den dood bedreigde, was inderdaad door Lumey naar Gorkum gezonden, qm alle priesters en kloosterlingen, die hij daar in boeien zou vinden,

Merken wij nog op, hoe de heilige Leonardus, vooral ook om zijne verdediging der voorrechten van Maria, altijd Maagd en Moeder, en Koningin des hemels, met de zijnen ter dood werd gezocht; en volgen wij zijnen onverschrokken ijver in de verheerlijking van Maria, de Moeder van

2

-ocr page 26-

18

gevankelijk tot liein naar den Briel te voeren.

Eerst echter wilde hij, door eenige nienwgezinden daartoe aangezocht, de verovering der stad Bommel beproeven; wat hem als zeer gemakkelijk was voorgespiegeld. Die aanslag echter mislukte geheel,

en met een groot verlies, kwam hij den 8lt;lcn Juli woedend naar Gorkum terug. In zijne verbittering had hij nu gaarne de gevangenen of dadelijk omgebracht, of naar den Briel vervoerd; hij durfde dit echter uit vrees voor het volk niet doen.

Onze martelaars baden intusschen te zamen, vermaanden en bemoedigden elkaar. 13e stokoude Wilhadus en de vrome Nicasius lagen schier aanhoudend ter aarde geknield, in het gebed verzonken. Pastoor Leonardus leed veel aan de zware, vooral inwendige verwondingen, hem den aid vorigen dag toegebracht. Ook zijn medepastoor o n v Nicolaus leed nog aan de gruwelijke mishandelingen van den eersten nacht, en niet minder de kloekmoedige Oardiaan, die, hoezeer ook weder door een bloedverwant daartoe aangezet, niet voor zich alleen, zonder zijne medebroeders, wilde vrijgekocht wezen; „onder de hulp van Gods „genade,quot; sprak hij, „wil ik met hen leven en „sterven.quot; Hij dan ook mocht, naar zijn bijzonder lijden, bijzondere inwendige vertroostingen smaken: en God scheen zijne trouwe dienaren thans te sterken tegen den zwaren strijd, dien zij welhaast voor zijnen naam zouden te verduren hebben.

-ocr page 27-

19

n. |De diep-ootmoedige Leonardus, ofschoon geheel 311 lonschuldig aan de verhoogde verbittering hunner el vijanden, smeekte zijne medegevangenen herhaal-as jdelijk om vergiffenis, dat hij hen aldus in nieuw 3l, levensgevaar had gebracht. Zoo had liij tot zijne

ili ^uster gezegd: ,,Als het God behaagt, dat ik hier it- sterven moet, wijt het, bid ik u, aan niemand

jk „.anders dan aan mij en mijne zonden.quot;

ie Merken wij lieden op, hoe onze martelaren, in [hunne diepe ootmoedigheid, vol wantrouwen zijn

n, op zich zeiven, maar tevens vol vertrouwen op

ie (jrod; hoe zij alles doen om elkander te sterken

er en gedurig tot God om versterking bidden,

;d die hun dan ook, in zijne vaderlijke liefde, zijne

ie vertroosting niet onthoudt. Steunen ook wij

ïd .aid u s, b ij een levendig besef van ons eigen

jr onvermogen, op Gods alvermogen;

e- jen hoe ongenoegzaam wij ook zijn uit ons zeiven,

le wij zullen dan toch bij alle gevaar, bij alle be-

sr koring, alles vermogen in Hem die ons versterkt,

et (Phil, iv, 13.)

le Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Is Opdat wij de beloften van Christus waardig

m worden.

3r Onze V a d e r; W e e s g e g r o e t; G 1 o r i e z ij

1- d e n V a d e r.

-ocr page 28-

20

Yrijdag, 4 Juli.

Vierde dag der Novene.

Het kwaad verwint tot hooger goed.

Toen de Katholieken, die voor de bevrijding der gevangenen ijverig werkzaam bleven, ondervonden,

dat al hunne vertoogen niets baatten, besloten zij hunnen vrijkoop te beproeven. Eenige dagen te voren toch wilde men Pastoor Nicolaus voor eene bepaalde som uitleveren; Pastoor Leonardus had terstond dat geld bijeengebracht; doch het geraakte in handen van een afvalligen bedrieger, zoodat met het geld toen de hoop op Nicolaus\' redding verloren ging. Door den invloed echter van den kerkerprovoost bij Brant, hoopte men nog te slagen, en er werden ernstige pogingen tot vrijkoop a J gedaan. Doch bij de terugkomst van Omal waren weo er verraderlijke lieden, die, onder den schijn van welwillendheid, die ijverende Katholieken aan- : raadden, dat zij toch bij Omal niet voor de gevangenen zouden spreken, maar wachten tot zijn vertrek; anders, zeiden zij, liep men gevaar, dat W01 hij, in zijnen haat tegen de geestelijken, hen óf *\'u dadelijk ombrengen óf naar den Uriel overvoeren zou-Aldus verleid, deden de hierin al te lichtgeloovige welgezinden gedurende Omal\'s aanwezigheid niets,en lietenook dien 4«ii Juli voorbijgaan. Den volgenden yuri dag, vóór zijn vertrek, bleek het duidelijk,hoe valsch de bewering dier huichelaars was, daar Omal zich

dooi liet stek bevi en lt; men kwa U

VOOl

veel well kroc t r o ij vei «reei

-ocr page 29-

•21

door een ander gevangene dan onze martelaars liet verbidden en hem voor geld op vrije voeten stelde. Zoo werd ook deze poging tot hunne bevrijding door bedrog en geveinsdheid verijdeld en ging de hoop op hun behoud verloren ; zoo, menschelijkerwijze gesproken, zegepraalde het kwaad over het goed!

Merken wij heden op. hoe dit alles door Gods voorzienigheid is toegelaten, omdat Hij aan de zijnen veel meer dan eeu kortstondigen tijd op aarde, welhaast het eeuwige leven en de onverwelkbare kroon der glorie in den hemel wilde geven. V e r-t r o u w en w ij v a s t e 1 ij k. wanneer soms onze ijverigste pogingen mislukken, of onze gebeden geene verhooring schijnen te vinden, dat Hij, die altijd onze Vader is. iets véól beters voor ons heeft weggelegd, en blijven wij met onze martelaars bidden, dat zijn heilige wil geschiede gelijk in den hemel, zoo ook op aarde.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorknm.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Onze Vader; Wees ge go et; Glorie zij tl e n V a d e r.

Katiirdti:^, .1 Juli.

Vijfde day der Novene.

Vurige liefde van onze Martelaren voor het hei! der zielen.

Den yen Juli maakte Omal zich gereed om.

i

-ocr page 30-

22

met den avond te vertrekken, en te gelijk al de gevangenen naar den Briel te voeren. Uit vrees voor oproer, durfde hij hen te Gorkum niet ter dood brengen; ook waagde hij het niet, hen bij dag in te schepen; want eenige nieuwgezinden hadden hem verzekerd, dat de Katholieken er zich met alle geweld tegen verzetten zouden. In dien nacht dan (van den 5en op den Gen Juli), kwamen de beulen onze martelaars van hunne mantels entogen en alle kleed van eenige waarde berooven, zoodat de meesten ter nauwernood gedekt waren. De negentigjarige Wilhadus vroeg tegen de koude een oud manteltje terug, en werd met kaakslagen en een vloed van beschimpingen en scheldwoorden bejegend; waarop hij, als naar gewoonte, „D e o gr atlas!quot; „God zij gedankt!quot; antwoordde, en met gevouwen handen voor zijne vervolgers bad. Er was toen toch iemand die hem een oud stuk kleed toewierp. Pastoor Leonardus, in zijn zielenijver diep bedroefd, dat liij aldus midden in den duisteren nacht weggevoerd werd, en de zijnen nog met geen laatst woord tot volharding kon opwekken, wendde zijne betraande oogen naar de stad, en riep als voorspellend uit: ..Gorkum, „Gorkum! o wat al rampen hangen over u!quot; — en wel is dat woord spoedig door velerlei geesels over die stad vervuld.

Merken wij heden op, hoe de heilige Leonardus en Wilhadus boven alles aan het heil der

-ocr page 31-

23

1 de zielen denken en hun eigen lijden vergeten; [•ees en hoe al die martelaren alles prijs geven en ver-ter laten, liever dan met hun geloof ook hunne ziel te bij verliezen. IJveren ook wij naar ons vermogen den! voor de bekee ring van a f g e d w a a 1-jichj den en z o n dare n, en offeren ook wij liever [iel,1 alles op, dan schade te lijden aan onze ziel.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkum. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij de n V a d e r.

(gt; .Buli.

Zesde day de}\' Novene.

Jammerlijke toestand der afvalligen van het geloof.

Het was reeds na middernacht geworden, eer onze geloofshelden uitdenkerker geleiden ingescheept waren. Zij voeren eenigen tijd op de Merwe voort, en werden toen zóó dicht op elkaar in eene mosselschuit gepakt, dat zij van stank en benauwdheid zouden gestikt zijn,hadmen hen nietop een vrachtschip overgeplaatst, waarmede zij nu dien zondag omstreeks negen uur te Dordrecht aankwamen. Daar ontnam men aan den ouden Wilhadus zijn versleten stuk mantel, en ook aan anderen wat

-ocr page 32-

24

zij nog aan kleeding overhadden. Terwijl Omal met zijn gevolg goede sier hield, liet hij de gevangenen in het schip zonder eenig voedsel, ten spot aan hunne wachters en het toestroomend gepeupel, dat zich in dit schouwspel kwam verlustigen, hen verguisde en begekte, op het Roomsche geloof schimpte en smaalde. De soldaten spanden een zeil, om met dien toeloop hun voordeel te doen; slechts tegen eenig geld mocht men er achter komen en dan naar hartelust met de martelaars te werk gaan. Zoo kwam aldaar ook een befaamd Calvinist en begon tegen hen over liet Allerheiligste Sakrament te redetwisten. De Pastoors Leonardus en Nicolaus, en Hieronymus de Vicarius verdedigden met alle kracht en vuur de Katholieke leer, en Leonardus vooral, zoo welsprekend en geleerd, bracht zijnen bestrijder zoodanig in het nauw, dat hij, gansch verslagen en beschaamd, geen woord meer wist te zeggen. Toen, bevend en knarsetandend van woede, begon hij te schelden en te vervloeken, en had al de gevangenen wel dadelijk overboord willen slingeren. De Gardiaan wisselde geen enkel woord\' met hem, en vermaande ook zijne medepriesters, het daarbij te laten, om toch het heilige niet voor de honden, en geen paarlen voor de zwijnen te werpen (Mt. vii,6.)

Daar kwamen ook Katholieken, die zich tot weenens toe met de martelaars begaan toonden, en ouder hen waren er, die, zoo men het toegestaan

-ocr page 33-

25

had, gaarne Theodorus van Emden en Petrus van

; Assche zouden vrijgekocht hebben. Maar die

gansche menigte hield niet op met de vuilaai-digste

j beschimpingen, verwijten en bedreigingen; onze

| kampvechters voor het geloot\' waren hier in

I waarheid een schouwspel voor de wereld, voor

| engelen en mensehen! (i Cor. iv, 9.) — Eerst in den

:i namiddag, met net hooger gerezen water zeilde men

1 verder. De schipper, die opgemerkt had, dat de

- | gevangenen nog niets hadden gegeten, gaf hun wel

ii i zeer weinig maar toch éénig voedsel; uien voer l • 1 «

t 1 dien zondag voort tot op eene mijl afstand van

b \'i den Briel; den nacht brachten de martelaars op

3 rj het schip door, en leden weder veel van honger

L- i en van koude.

) Merken wij heden op, hoe treurig d e toestand !• ivanafvallige n is; \'t is alsof zij blind, verhard, i 1 ja verwoed zijn tegen de waarheid en dezer . Ij bondigste uiteenzetting: zij willen niet, overtuigd i | worden, en brengt men hen door klem van redenen ; ij tot zwijgen: tot wat al onwaardige wapenen nemen jzij dan hunne toevlucht. O bidden, bidden wij tocli véeè met onze heilige martelaren, die zoovéél voor de waarheid geleden, zoo vurig voor haar gestreden hebben, o bidden wij toch véél en eenparig voor zulke o n g e 1 u k ki ge n, opdat eindelijk eens hunne oogen voor het stil en helder licht dier goddelijke waarheid mogen opengaan.

-ocr page 34-

26

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkura,

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

OnzeVader; Wees gegroet;Glorie z ij den V a d e r.

^Waandag-, 3 .fnli.

Zevende dag der Novene.

Het veelvuldig en heldhaftig lijden onzer Martelaren.

Vroeg in den morgen lagen onze gevangenen buiten den Briel iiau liet (oude) Havenhoofd, en wachtten er een uur op de komst vau den Graal van der Mark, die zijne rooverbenden in bloeddorst en priesterhaat nog verre overtrof. Hier, waar de nieuwgezinden zich het eerst vestigden en hun zetel hadden, hier hebben onze thans verheerlijkte Martelaren, door de belijdenis van het aloude geloof, de gloriekroon verworven.

Al spoedig na hunne aankomst, snelden de barbaarsche inwoners toe, en \'t is niet te zeggen wat zij al tegen deze eerbiedwaardige schaal van geestelijken uitsloegen; hoe godslasterlijk zij van het Allerheiligste spraken; hoe zij honderdmaal dreigden met galg eu rad. De Graaf, anders gewoon na ziju nachtelijk slempen tot laat op den dag te slapen, komt op het eerste bericht vol vreugde aangevlogen, en begon, het schip ziende zoo vreeselijk te schaterla\'chen, dat hij achterover op

r

I

| 1.

-ocr page 35-

27

zijn paard viel, en hij braakte op eens al wat zijn helsch gemoed hem ingaf\', tegen de martelaren uit. Zijne soldaten bonden hen twee aan twee,, en leidden hen een en andermaal en voor de derde maal in processie rondom eene daar opgerichte galg; zij moesten er ondergaan, er achteruit omhenengaan, er in een kring voor neerknielen, en dit alles onder het zingen van opgegeven kerkgezangen ter eer van Maria, zooals liet Salve II e g i n a (1) ; zij waren toch gekomen, dus schimpten de soldaten, om de g e lo f t e van eene bedevaart of pelgrimstocht te volbrengen. Ondertusschen stonden tallooze toeschouwers te spotten, en bracht de beul een ladder aan de galg alsof hij hen onverwijld zoude ophangen. Maar dit was slechts vertooning en voorspel van hetgeen de martelaars verder zouden te verduren hebben. Want bij het langzaam naderen van hun einde, is telkens ook hun lijden toegenomen; in den eersten nacht echter en op dezen zevenden d a g hebben zij wel het vreeselijkst geleden, waarom wij er ook langer bij moeten stilstaan.

4 F

|| ■

\'Mi

Zoo dan tot spot trokken zij in processie naaide stad; twee leekebroeders gingen voorop met spiesen, van boven met klitten en onkruid gesierd; de beul trad in \'t midden, met een gestolen kerkvaan in de hand. Ju de stad gekomen, moesten

(i) Zie dit onder de Gebeden.

-ocr page 36-

28

zij weder zingen, het Te D e u m, (1) en bekende responsoriën. Twee soldaten reden er naast, e,, zweepten hen wreedaardig met van de boomen gerukte takken in hals en aangezicht; dan vooral, wanneer iemand van vermoeienis niet hard genoeg medezong. De Graaf zelf dreef hen te paard voort, en sloeg hen van tijd tot tijd geweldig met eene roede. En wat zij van de stedelingen moesten hooren en verduren,datisonmogelijktebeschrijven ; die grove spot en gemeene kwinkslagen, die vuige schandtaal en afschuwelijke godslasterlijkheden : \'t ging alles te boven wat men zich bedenken kan; bij hunne woorden voegden zij de daad en mishandelden onverhinderd de gevangenen naar hartelust. De gansche stad was uitgestroomd; men stond aan beide kanten in lange, dichte rijen, en er was niemand, volstrekt niemand, die eenig medédoogen toonde; aan het getier en geschimp en het bespotten van kerkelijke plechtigheden en gebruiken (2) was geen einde. Zoo kwam men op de markt, waar eene galg gereed stond, en alsof zij hier, gelijk zoo straks buiten de stad, dadelijk zouden opgehangen worden, moesten zij er driemaal omheengaan, onder het zingen der Litanie van alle Heiligen (3) en ander kerkgezang; dan onder de galg knielen

(1) Zie de Gebeden.

(2) Zie een voorbeeld met het «A s p e r g e s/\' onder de G e b e d e n.

(3) Zie de Gebeden.

-ocr page 37-

29

l(le en hymnen van Maria zingen. Toen aan het eind geen der Martelaars, zeker uit bescheidenheid, het gebed aanhief\', moest ook dit volgen, en de oude Godefridus van Duynen zong het (1) met eene heldere stem, en zóó vast en gerust als hij het in het Lof gewoon was; waarop al de anderen met het „A m e nquot; besloten.

Het was nu acht uur vóór den middag. Welk een schouwspel! Daar werden eerbiedwaardige priesters, grijsaards van zestig, zeventig ja negentig jaren door eene gansche stad, door alle gepeupel bespot, gehoond, geslagen, gestooten en getrapt; hals, borst, aangezicht, \'t was alles doorstriemd, doorwond, blaauw en bebloed; de Gardiaan Nicolaiis en Pastoor Nicolaus waren beiden daarenboven geteekend met de wurgstreep van het koord; en zoo toonde men hun dreigend den strop en beukte hen met stokken, onder het bulderend gejuich der menigte, eu toen schreeuwden er: ,,Wegmethen! hangt ze aan de galg, die monniken, die mispapen, die papisten!quot; En daar, o schande! daar waren ook vrouwen bij, die voor niemand onderdeden in wreedaardigheid. Eene afgevallen vrouw uit Gorkum sprak Pastoor Nicolaus met zijn naam aan, en riep, bij meer, hem toe: „Wat zult gij nu schoon de galg versieren!quot; Ja, de trouwe Gorkumsche herders zagen er van hunne eigene parochianen»

(l) Dit gebed staat achter den zevenden dag van de t w e e d e Novene, en onder de Gebeden.

-ocr page 38-

30

mannen en vrouwen, die hen uitscholden en het hun tot een verwijt maakten wat zij tot hun zieleheil hadden gezwoegd. „Dat was hem veel „harder,quot; verklaarde Leonardus, hoezeer ook tot alles bereid, „dat was hem veel harder dan alle „smaad en de dood!quot;

Uitgeput en badend in hun zweet, werden de martelaars eindelijk in een allervuilst dievenkot gestoken; hier vondenzij den Pastoor van He3rnoort, en een half uur later bracht men er twee Norbertijnen van Monster. Daar, in dien ondersten stikdonkeren kerker, waar alle onreinheid van twee hoogere gevangenissen in nederkwam, bleven zij, dicht opeengedrongen, staan tot \'s middags drie uur, en werden nu, altijd zonder eenig voedsel, naar het stadhuis geleid, alwaar zij, in G-raaf Lumey\'s tegenwoordigheid, één voor één door geslepen Calvinisten ondervraagd werden. Toen Pastoor Leonardus, als naar gewoonte, een zeer vrijmoedig antwoord gaf, sloeg hem een soldaat met een hellebaard in den hals; en op zijn wederwoord: „Slaat mijn vleesch zooveel het u „lust en terwijl ge \'t nog kunt, want lang zal „het niet duren!quot; sloeg een ander hem met een krijgshamer op het achterhoofd, dat het bloed er uit schoot. Al onze martelaren beleden eenparig al wat de H. Kerk leert. Broeder Cornelius, van Wijk-bij-Duurstede, zeide eenvoudig, dat hij hetzelfde geloofde als zijn Gardiaan; wel verzekerd,

-ocr page 39-

31

|dat deze geloofde wat

de Kerk leert. Na dit onderzoek bracht men hen naar den kerker terug, doch nu, door sommiger tusschenkomst, naar een die hooger, minder donker en niet zoo morsig was. Eindelijk verkreeg Pastoor Leonardus met veel moeite, dat men hun uitgeput van honger, vermoei-jenis en pijnen, een vat water en eenig brood verstrekte.

Merken wij heden op, hoeveel, op hoeve-jerlei wijze, van hoevelerlei pers o-[nen, in welk eene stemming, en w a a rvo ó r onze martelaars op deze verschrikke-•lijken dag hebben geleden; vergelijk met hen hunne verwoede vervolgers: welk eene tegenstelling! hoe ,straalt hier de luister der waarheid, hoe maken hier de afvalligen zich zeiven en hunne dwaalleer te schande. Danken w ij God toch vurig (•oor de genade van het ware geloof; en b i d d e n w ij tehartelijker voor de verblinden, die hun ongeluk niet inzien.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

H

quot;,w

M

-ocr page 40-

32

11 in sdag, § Juli.

Achtste dag der Novene.

Strijd tegen velerlei verleiding.

In den midden van den 8en Juli bracht men zeven onzer martelaars naar het stadhuis, om, weder in Lumey\'s bijzijn, een nieuw en scherper onderzoek te ondergaan. Men koos hiertoe als de voornaamsten de beide Pastoors Leonardus en Nicolaus, den Gardiaan met zijnen Vicarius en Godefridus van Marvel en de twee Norbertijnen. Kon men dezen overwinnen en tot afval bewegen, zoo dacht men, dan zouden de overigen wel volgen. Daar dan bevonden zich twee Calviniste predikanten, eenige edellieden uit Lumey\'s gevolg en anderen. De eerste vraag liep over den Paus, tegen wien de Graaf een doodelijken haat koesterde. En al» de eene predikant, een onbeschaamde Gorkumsche schipper, niets met al zijn spreken viitrichtte, riep hij telkens: ,.Hangt ze maar op, hangt ze maar op!quot; De andere predikant, een gewezen pastoor van den Briel, zocht hen, met allerlei schoone beloften en vooruitzichten, van den Paus en het geloof ai\' te trekken; waarop de manmoedige Gardiaan ook dit ten waardig bescheid gaf: dat het Katholieke geloof hem meer was dan zijn leven, en hij gaarne met zijn bloed zijne prediking zou bezegelen. Even volstandig en heldhaftig weigerde Pastoor Leonardus den Paus te verloochenen. „Gij geel\'t

-ocr page 41-

33

„altijd,quot; voegde liij er bij, „lioog op van uwe „godsdienstvrijheid, en gij wilt mij dwingen, mijn ..geloof tegen mijn geweten in te verlaten. Maar ..laat ons een vrijen redestrijd voeren, en wie liet „wint, die worde gevolgd.quot; Dit voorstel beviel den meesten aanwezigen, en de twee predikanten, hoezeer zij het ook zochten te ontduiken, werden gesteld tegenover Pastoor Leonardus en den •Gardiaan. Het duurde niet lang, of de eene predikant, die de echtheid van zijn Bijbel te bewijzen had, raakte vast; dat bemerkten de Calvinisten en begonnen Pastoor Leonardus, die toeu sprak, in de rede te vallen, en te schelden, eu wierpen hem en den Gardiaan de raadzaal uit. Nu moest P. Hieronymns antwoorden, eu onvervaard, als altijd, beleed hij het Katholieke geloof\'. Toen leidde men de twee Norbertijnen voor, die, •over de wezenlijke tegenwoordigheid van Christus in het H. Sakrament des Altaars ondervraagd, beleden en te gelijk bewezen, wat de H. Kerk over dat geloofspunt leert, waarop de verslagen tegenpartij hen met scheldwoorden overlaadde. Ook de nog overigen stonden vast in de belijdenis van het Katholieke geloof. Onderwijl had de Gorkummer schipper, gedurig in het nauw gebracht, niets anders geschreeuwd dan: ,,De strop! de galg! „ophangen Iquot; en de Graaf riep het herhaaldelijk met hem mede. Dat toch was hem eu den zijnen

-ocr page 42-

34

liet grootste genot, dat die geestelijken den smadelijksten dood zouden sterven.

Intusschen hadden de Katholieken te Gorkum, die zich tot den Prins van Oranje hadden gewendr den 7en Juli een gunstig antwoord ontvangen. Hij beval nadrukkelijk aan alle bevelhebbers van steden of plaatsen, dat men geen geestelijke of kloosterling mocht hinderen, maar dat zij allen denzelfden vrijdom als het volk zouden genieten. Brant gaf hiervan een afschrift voor Lumey in den Uriel, hetwelk onverwijld den volgenden morgen(8 Juli) door eeu ijverig Katholiek werd overgebracht: hij moest tevens bij den Graaf vooralle gevangenen spreken, bijzonder voor Pastoor Leo-nardus, wiens zuster tienduizend dukaten ten losprijshad geboden. Tegen den avond kwam de bezorger van den brief in den Briel aan. Doch de trotsehe-Graaf riep bulderend uit: Hij, Lumey, was zoowel heer en meester als Oranje; hij erkende hem noch iemand anders voor zijn meerdere ; eu te vergeefs-nu was elk pleit ten voordeele der gevangenen.

Ook twee broeders van den Gardiaan waren in den Briel en lieten niets onbeproefd om hem te redden; zij verkregen voor geld, dat hij voor een of twee uren met hen in het huis van den provoost mocht gaan. Daar had hij gevaarlijke en herhaalde aanvallen van zijne eigene broeders door te staan; zij boden hem hun huis aan, zouden voor zijn onderhoud zorgen, hem den handel leeren..

-ocr page 43-

zoodat hij een rijk bestaan kon hebben. Nicolaus antwoordde, dat hij liever terstond wilde sterven, dan ook maar in het minste van het Katholieke geloof en van God af te wijken; hij toonde hun aan, dat van den Paus af te vallen, afvallen is van de Kerk en afvallen van God: ,,die de Kerk ..niet tot moeder heeft,quot; zeide hij met den H. Cyprianus, ..kan God niet tot Vader hebben.quot; Nu brachten zij hem aan eene welvoorziene tafel, on toen de martelaar, die uitgeput was van honger en vermoeienis, zich genoegzaam versterkt had, en opgeruimd met hen sprak, zochten zij hem met bidden en smeeken en allerlei middelen over te halen, dat hij slechts voor een wijl zijn geloof zou ontveinzen, om zijne broeders de schande van zulk een dood te besparen. Met heilige verontwaardiging bestrafte hij hen, en verklaarde, dat hij dien reeds geproefden dood niet vreesde. Toen bezwoeren zij hem, dat hij zich dan nu zeker zou laten vrijkoopen, daar hij zijne lotgenooten toch niet redden kon. Onwrikbaar hervatte Nicolaus

5

dat hij volhardde bij hetgeen hij altijd gezegd had, en met zijne medebroeders wilde blijven in leven en dood. Verstoord over die halsstarrigheid, gelijk zij het noemden, gingen zijne broeders heen, en onze afgematte strijder strekte zich een oogenblik op een bank neer en sliep gerust in het aangezicht van den dood! . . . Ook de andere gevangenen hadden eenige verlichting en ontvingen, door zijn

-ocr page 44-

36

toedoen, van zijne broeders wat spijs en drank.

Middelerwijl zat de Graaf te slempen en had buitengemeen veel gedronken. Hij ziet het bevel van den Prins nog eens in, en merkt, dat het slechts een afschrift is. Daarop barst hij in verwenschingen uit tegen Brant, tegen den Prins: hij zou dien nacht nog toonen, dat hij meester was en zich van niemand liet gebieden. Woedend en dronken als hij is, gelast hij den kerkerprovoost, dat hij al de gevangene priesters en monniken tot den laatste toe moest doen ophangen, en dat er niet één, tegen wat prijs ook, zich kon laten vrijkoopen. Afzonderlijk nog beveelt hij den wreeden Omal, voor de stipte en spoedige uitvoering-te zorgen. \'t W as elf uur in den nacht, toen dat snoode doodvonnis onder zulke omstandigheden werd geveld! Eenige gerechtsdienaars snellen naar het huis waar de Gardiaan nog rustig sliep; zij rukken hem wakker en hij sprak: „Wat de lieer ,.geeft, mag ik niet weigeren; wilt gij mij, ik volg u gaarne.quot;

Merken wij heden op, hoe onze kampvechters voor het geloof nu op eene gansch andere wijze aangevallen zijn, en de bestrijders der waarheid zich van eene andere zijde deden kennen. Gisteren hadden onze martelaars allerlei geweld en smaad te verduren: lieden moesten zij, en vooral de grootmoedige Gardiaan, aan velerlei verleiding en verlokkende aanbiedingen,

-ocr page 45-

37

aan vleeseli eu bloed weerstand bieden. Dat dubbele middel, geweld en verleiding, beeft de dwaling altijd tegen de waarheid beproefd, beproeft zij nog dagelijks, en verleidelijke beloften niet het minst. O leeren wij toch van onze onbezweken helden, voor geen aardsch goed of genot, hoedanig ook, van ons heilig geloof af te wijken, en blijven wij met hen onzen Heer Jesus Christus in zijnen Stedehouder vereeren, en in zijn II. Sakrament aanbidden.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkuin-Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij d e n V a d e r.

it JiiEi.

Negende en laatste day der Novene. Driedubbele verwinning, over foltering, verleiding en afval. De martelaars hadden zich intusschen door de biecht tot den laatsten strijd voorbereid; de beulen binden hen twee aan twee en leiden hen in processie buiten de stadspoort; \'t was nu reeds tegen één uur na middernacht, en alzoo woensdag, de 9 Je Juli. Soldaten te voet en te paard omgaven de veroordeelden met groot gedruisch; ook van het volk kwamen er toeloopen; toen zelfs spaarde men hun geen scheldwoorden, geen verwenschingen en mishandelingen. Men zoekt naar eene plaats

-ocr page 46-

38

ter uitvoering van het vonnis, en komt aan de overgebleven turfschuur van het verwoeste klooster St. Elisabeth Ten Rugge, waar zij twee balken zien, geschikt voor hun doel. De martelaren bevelen allen hun jongsten strijd aan God, en vermanen elkander tot volharding. Men ontkleedt hen en voert den waardigen Gardiaan het eerst ter dood. Hij omhelst allen oen voor ëcn, bemoedigt hen nog vaderlijk, wijst op de reeds wachtende kroon, en treedt blijmoedig de leer op, altijd nog vermanend, totdat het koord zijne stem onderbreekt.

Nu waren het Hieronymus, Nicasius, en de beide Gorkumsche Pastoors, die de anderen versterkten ; want daar waren ook Calvinisten en een vuilaardig predikant, die vooral aan de jongere kloosterlingen alles beloofden, indien zij ,.het „Paapsche geloor\' wilden verzaken. Dan trok Nicasius, altijd even kalm, hen in \'t midden dei-overigen, om hen als te beschutten; en zoo dikwerf die verleiders aan de jongsten vroegen, of zij nu nog, om hun leven te redden, den Paus van Rome wilden verzaken, antwoordde hij dadelijk in hun naam: „Neen, dat willen zij niet! Dat zullen zij „nooit doen, zij willen met ons leven en sterven!quot;

En toch, helaas! hadden onze martelaars de smart! dat de jongste hunner, een achttienjarige, nog niet geprofeste leekebroeder Henricus, die reeds gewankeld maar zich met God verzoend had, nu geheel voor de verleiding van den

T

-ocr page 47-

39

Calvinisten predikant bezweek eu uit hun midden werd weggevoerd. Dat bedroefde vooral den zoo vurigen Vicarius en toen hij, bij het opgaan van de ladder, Maria, den II. Petrus en andere heiligen aanriep en daarover door denzeltden predikant vermaand werd, dat hij zich tot God alleen moest wenden en de paapsche bijgeloovigheden verzaken, gaf hij hem zulk een duohtigen voetstoot, dat de .snoodaard achterover op den grond viel; hij voegde hem tevens toe: ,.ga weg gij boosaardigste „der mensehen! werktuig des duivels! want wat „gij spreekt: \'t is de duivel die het door uw ,, mond uitbrengt. Ben ik bedroefd\'t is niet om den „ dood. maar omdat gij een onervaren jongeling „ tot uw verfoeielijk gezelschap verlokt hebt.quot; De soldaten, hierdoor te meer verbitterd, doorkorven zijn gelaat, en sneden hem het Jerusalem-sche pelgrimskruis uit de borst en den rechterarm. Tot den laatsten adem toe, vertroostte hij de anderen: zoo deden ook Pater Nicasius en Pastoor Nicolaus.

liet was voor de nog overigen eene nieuwe smart, dat een tweede Minderbroeder, uit Luik, lie priester was jammerlijk afviel; deze vond kort daarna een rampzalig einde, terwijl de jonge Henricus naderhand rouwmoedig wederkeerde. Zoo is van nog twee, die reeds vroeger als wankelend van onze martelaren werden afgezonderd. de een. de Pastoor van Maasdam, toch na

-ocr page 48-

40

acht dagen opgehangen, terwijl de andere, Pontus llenterus, in Omai\'s dienst gekomen, wist te ontsnappen en oprechte boete deed.

Toen Pater Godefridus van Mervel, de leer werd opgeleid, bad hij: „Vader vergeef het. hun, „want zij weten niet wat zij doen.quot; Pastoor Leonardus behield tot het laatste toe zijne gewone onversaagdheid, en bleef zijne medebroeders tot-volharding aanmanen. Toen hij, iu gedachten verdiept eenigszins langzaam de ladder opging, voegde Godefridus van Duynen, in den waan dat dit uit eenige zwakmoedigheid voortkwam, hem toe: „Wel meester Leonardus! waarom trekt gij „niet wat haastiger naar den ons bereiden disch? „ Heden immers moeten wij met God en het Lam feest houden in den hemel.quot; Deze zeventigjarige grijsaard werd na de anderen ter dood geleid. Reeds klom hij verheugd de leer op, toen eenige menschelijker soldaten hem wilden sparen: maar hij riep in zijn heilig ongeduld: „Haast u, bid .. ik u, en brengt mij bij mijne broeders, want ik „zie de hemelen open!...quot;

En daar dan, in die hemelen, zijn straks die negentien heldhaftige verwinnaars vereenigd, en dragen de kroon, welke de Gardiaan zag blinken en het eerste ontving. Doch welk een schouwspel in de martelschuur! .. . Daar hangen zij allen,, of gestorven, of nog zieltogend; v ij f t i e n aan ééne lange balk; aan eene andere balk Godefridus

-ocr page 49-

41

van Duyneu tusschen den Gardiaan en den leeke-broeder Cornelius ; Jacobus, den Norbertijn, heeft ; men aan eene leer opgehangen. Uiterst ruw en | achteloos gingen de beulen te werk; de eene martelaar heeft het koord in den mond, zooals Pater Nicasiue; een ander onder de kin; bij 1 anderen was het niet strak aangehaald, zoodat | sommigen een langen doodstrijd hadden en bij. ; den klaren dag en veel langer nog leefden, zooals i de H. Nieolaus Poppel. Het had van twee tot. vier uur geduurd, eer de foltering voor allen, voltrokken was. En nog was de haat hunner beulen niet verzaad: zij verminken, zij openenen slachten bijna al die lichamen, en. .. maar verder mogen wij niet gaan! . . . Zóó mishandeld bleven die heilige overblijfselen den ganschen dag hangen, ten gruwzamen spot van de menigte die er kwam zien;ja troepen van kinderen dreven er hun dartel spel aan en wierpen met steenen! Katholieken van Gorkum, die dit vernamen, verkregen eindelijk voor geld, dat die eerwaardige lichamen den volgenden nacht afgenomen en begraven werden. Men legde ze in twee groote groeven, welke men onder de beide balken had gedolven.

Merken we heden op, hoe onze geloofshelden thans tegen drie vereenigde vijanden te strijden hadden; niet enkel, gelijk eergisteren, tegen folteringenen alle verschrikkingen des doods; niet enkel gelijk gisteren, tegen velerlei verleiding en schoone

-ocr page 50-

42

beloften, maar tegen beiderlei aanvallen vereenigd en verdubbeld, en daarenboven tegen den heilloozen invloed van een dubbelen afval, en wel op dat oogenblik nog! wat die trouwe bloedgetuigen met eene nieuwe, onuitsprekelijke zielesmart vervulde. „Dat is dan de verwinning, welke de wereld verwint, ons geloor\'. (1 Jo. v, 4); die in liet kwade gestelde wereld met hare bedreigingen en schrik-a a n j a g i n g e n; die wereld met hare b e 1 o f-ten en verlokselen; die wereld met hare ergerlijke en aanstekelijke voorbeelden van bedorvenheid. Wie daartegen wettig en volstandig zal gestreden hebben, zal met onze martelaren ook gekroond worden.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Onze Vader; AVees gegroet; Glorie z ij den Vader.

-ocr page 51-

43

TWEEDE N O V E N E.

O!quot; JlK GELOOFSWAARHEDEN, DOOR ONZE MARTELAARS BELEDEN, EN DE| VOORNAME DEUGDEN DOOR HEN BEOEFEND.

EERSTE DAG.

Dinsdag-

Kom. 11. Geest, vervulde harten uwer geloo-vigen, en onsteek in hen het vuur uwer liefde.

Zend uwen Geest uit, en zij zullen geschapen worden.

En Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

LAAT ONS BIDDEN.

God die de harten der geloovigen door de verlichting des H. Geestes hebt geleerd: geef ons iti denzelfden Geest oprecht wijs te zijn, en ons altijd in zijne vertroosting te verheugen. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon. Amen.

Onze Vader; Wees g e g r o e t.

OVERWEGING.

Dankbaarheid voor de genade des yeloofs.

Overweeg, hoe volgens de II. Kerkvergadering van Trente (1) het geloof het begin is van

(ij Se.ss. VI de Justif. C. VIII.

■ ;

1

-ocr page 52-

44:

\'s mensclien heil, de grondslag en de wortel van alle reclitvaardigmaking. Zonder liet geloofquot;, verklaart de apostel, is liet onmogelijk aan God te behagen (llebr. XI, 6), en tot de gemeenschap zijner kinderen te komen. Overweeg daarbij, hoe het geloof Gods gave en eene onverdiende genade is (Eph. ii, 8 v.), en hoe de rechtvaardige moet leven uit geloof (Hebr. x 38). Welk eene reden derhalve hebben wij tot dankbaarheid voor zoo groot een schat, die ons bewaard is; en dat bij zoo lange en zoo velerlei vervolgingen als onze vaderen hebben verduurd. Wat hebben onze broeders onze taal- en landgenooten, de thans verheerlijkte martelaars van Gorkum voor dat geloof niet geleden, en hiermede voor de gansche wereld getuigd, hoe boven alles dierbaar hun de schat des geloofs was. ,:Zag ik mij ook met dui-„zend dooden bedreigd,quot; sprak de H. Gardiaan Jsicolaus, „nog zou ik, met Gods genade, mijn ..geloof niet verzaken.quot; — Hij, en zijn Vicarius met hem, hij beschouwde het niet als iets gerings, voor het Katholieke geloof te mogen sterven; hij wenschte zelfs, dat hij er lid aan lid voor in stukken mocht gehouwen worden. „Laat ze,quot; riep hij in vervoering uit, „laat ze met mij doen wat „ze willen, laat ze mij ontvellen, braden: ik ben „bereid om er alles voor te lijden!quot; —..Alles,quot; had hij nog in zijn laatste preek gezegd, „alles, „ook zijn leven moest men veil hebben voor het

-ocr page 53-

45

„geloof!quot; — „Nooit,quot; verklaarde de H. Leonardus plechtig, nooit zal ik, met Gods genade, hetzij j „ik leven of sterven moet, iets anders leeren dan „ik tot hiertoe geleerd heb.quot; En reeds vroeger had hij openlijk getoond, hoe hij niets vreesde. Op een Zondag den preekstoel opgaande, ziet hij eene groote bende gewapende afvalligen in zijn gehoor, maar verdedigt niettemin even vrij en onvervaard de Katholieke leer en doet al de drogredenen harer bestrijders te niet. — Voor den rechter over zijn geloof ondervraagd, gaf hij zulk een vrijmoedig antwoord, dat een soldaat hem met een hellebaard, een ander hem met een krijgshamer op het hoofd sloeg, zoodat het bloed er uit sprong. „Slaat mijn vleesoh,quot; voegde hij hun toe, „zooveel het u lust en terwijl ge \'t nog „kunt, want lang zal het niet duren!quot; En al onze G-orkumsche Martelaren toonden door hun ontzettend lijden, hoe boven alles dierbaar hun de schat •des geloofs was.

Volgen wij hun voorbeeld, en toonen ook wij onze dankbaarheid, niet met woorden alleen, maar vooral in onze daden, in ons leven uit het geloof; toonen wij dit, ook bij onkatholieken, altijd het woord van onzen Heer gedachtig: „Alwie Mij voor de menschen „zal beleden hebben. Ik zal hem ook belijden „voor mijnen Vader die in de hemelen is. Doch „wie Mij voorde menschen zal verloochend hebben,

-ocr page 54-

46

,.lk zal hem ook verloochenen voor mijnen Vader ,.die in de hemelen is.quot; (Mt. x, 32 v).

GEBED.

Barmhartige Jesns, tot eenig eerherstel voor al den ondank en den smaad, door het ongeloof ook in ons midden U aangedaan, spreek ik met een opgewekt geloof tot 11:6-ij zijt de Christus, Gij de Zoon van den levenden God! Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Ach versterk mij, dat ik mij toch nooit schame, U ook voor de menschen te belijden, maar mij in alles altijd dankbaar voor die onschatbare weldaad toone. Aan U zij eer en glorie van alle schepsel, nu en altijd. Amen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij den Vader.

lüdt voor ons Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

TWEEDE DAG.

Woensdag.

Dankbare liefde voor onze Moeder de H. Kerk.

Kom, H. Geest, enz., als bladz. 4;).

OVERWEGING.

Overweeg, hoe „Christus de Kerk heeft bemind „en Zich zeiven voor haar heeft overiregeven.

-ocr page 55-

47

opdat Hij haar zoude heiligen, en Hij zelf Zich „de Kerk glorierijk zoude aanbieden, geen vlek ,.of rimpel of iets dergelijks hebbende, maar „opdat zij heilig zij en onbesmetquot; (Eph. v, 25 vv.); „overweeg ook, hoe die Kerk van den levenden „God de zuil en grondvest is der waarheidquot;\' (i Tim. in, 15), en alzoo wie haar, de van Christus gestelde leermeesteresse der waarheid, niet hoort, voor ons moet wezen „als een heiden „en tollenaarquot; (Mt. xvm, 16).

Onze martelaren hebben die ééne, heilige, onbevlekte, onfeilbare Kerk, hunne Moeder, zóó bemind, dat zij zich voor haar en hare leer in deu smadelijksten dood hebben overgeleverd. „Ik geloofquot;, sprak de eenvoudige leekebroeder Cornelius, ,,al wat de Gardiaan gelooft,quot; wel bewust, dat zijn Gardiaan geloofde wat de Kerk leert. „Liever wil ik dadelijk sterven!quot; getuigde de Gardiaan, „dan ook maar in \'t allerminste in „woord of daad van het Katholieke geloof af te „wijken.quot; Hetzelfde beleed de H. Leonardus met de andere martelaren: „Wij gelooven wat de „Katholieke Kerk leert; daar spreekt Christus „in zijne getuigen ; daar verleent Hij zijnen Geest, „om in het geloof dier Kerk onbezweken te vol-,,harden en voor niets ter wereld ook maar een „haarbreed van hare geloofsbelijdenis af te wijken.quot;

Wekken wij ons tot dankbare liefde op jegens die goede Moeder, die ook ons heeft

-ocr page 56-

48

.voortgebracht; gedenken wij wat de H. Gardiaan Jncolaus met den H. Cyprianus zeide; „Wie de „Kerk niet tot Moeder heeft, kan God niet tot Vader hebben.quot; Toonen wij die dankbare liefde, met a 11ij d getrouw naar de leer en voorschriften der II. Kerk te leven, vooral gt;ook bij onkatholieken. Laat toch geen laffe vrees voormenschen ons van het nauwgezette volbrengen iharer geboden afhouden. Toonen wij die dankbare liefde ook met véél voor haar te bidden, naar het voorbeeld van den negentigjarigen Wilhadus, die aanhoudend, dag en nacht, voor de rust der Kerk bad.

GEBED.

Gedenk, o eeuwige Vader, uwe Kerk, welke Gij van den beginne hebt bezeten. Verheerlijk haar als de Bruid van Jesus Christus, uwen eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar heeft gestort. Geef dat zij in haar lijden en strijden steeds overwinne en zich uitbreide over de gansche aarde. Geef ook, dat al hare kinderen U met een ootmoedig en ijverig geloof verheerlijken en belij-d.en: hen niet vreezende, die alleen liet lichaam kunnen dooden, terwijl Gij ziel en lichaam beiden kunt storten in het eeuwig verderf. Sterk heu allen, die, waar öf hoe ook, aan bekoringen eu verleiding tot afval van het heilig geloof zijn -blootgesteld. Dit bidden wij U door de verdiensten

-ocr page 57-

49

van dcnzelfden onzen Heer J. C., uwen Zoon, en door de voorspraak van onze Gorkumsche martelaren. Amen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij den Vader.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

DERDE DAG.

Donderdag.

Kinderlijke liefde voor onzen H. Vader.

Kom H. Geest, enz., als op bladz. 4o.

OVERWEGING.

Overweeg wat do apostel Petrus op zijne belijdenis van Christus\' godheid uit den mond zijns Meesters mocht vernemen: „Ik zeg u, gij zijt „Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijne Kerk „bouwen, en de poorten der hel zullen tegen „haar niet vermogen. En u zal Ik de sleutelen „van het rijk der hemelen geven. En al wat gij „gebonden znlt hebben op aarde, zal ook gebonden „zijn in de hemelen; en al wat gij zult outbon-„den hebben op aarde, zal ook ontbonden zijn „in de hemelen.quot; (Mt xvi, 18 v.) Overweeg hoe deze hoogplechtige belofte, dat Petrus de onwrikbare grondslag van Jesus\' Kerk en zijn gevolmachtigde Stedehouder op aarde zou wezen, hare vervulling erlangde, toen de Heer na zijne verrijzenis, tot Petrus bij diens driewerf herhaalde

1

-ocr page 58-

50

liefdebetuiging sprak: „Weid mijne lammeren-weid mijne schapen!quot; (Jo. xxr 15—18.) En wijl de Kerk, door Jesus op Petrus gegrondvest, moest voortduren ,.tot aan de voleinding der eeuwquot; (Mt. xxviii, 20), moest Petrus ook voortleven in zijne opvolgers, gelijk wij het, naar het goddelijk woord, tot heden toe zagen gebeuren, en gelijk het evenzeer zijn zal tot aan het einde der dagen.

Voor dit geloofspunt inzonderheid, dat Petrus\'\' opvolger, of de Paus, de gevolmachtigde Stedehouder van Christus en het zichtbaar Hoofd zijner Kerk is, hebben onze martelaars van Gor-kum zooveel geleden en dien gruwzamen dood ondergaan. Dat is door hunne vervolgers zeiven verklaard; dat blijkt gedurig uit dezer verschillende pogingen, bedreigingen en beloften, om onze martelaars van den Paus afvallig te maken; dat blijkt uit de ontelbare smaadwoorden hunner vijanden, uit hunne ondervragingen over dat punt,, en herhaalde toezeggingen, tot zelfs op het oogen-blik nog, toen men hen de schandladder ging opleiden: men zou hen vrijlaten, indien zij slechts den Paus wilden verloochenen. Maar onbewegelijk, zoo voor vijanden als voor eigen broeders,, bleef de H. Gardiaan,hoe dubbel zwaarbeproefd, onbewegelijk bleven zij allen op de Steenrots •der Kerk gevestigd, en zijn aldus de eigenaardige bloedgetuigen voor de opperhoofdigheid en het stedehouderschap des Pausen geworden.

-ocr page 59-

51

God zij geloofd! mogen wij hier lütroepon, dat onder ons, dank zeker ook him offer en gebed, zulk eene k i n d e r 1 ij k e liefde voor Christus\' Plaatsbekloeder bleef voortleven. God zij geloofd! dat die liefde zich thans vooral, ook door veelvuldig gebed en offer, zoo uitnemend betuigt en zich in onzen tijd door de opoffering zelfs van zooveel jeugdige levens betuigd heeft. Bidden wij toch vurig, dat zij welke, met do afvalligen dier dagen, die goddelijke instelling miskennen en smaden, zich eindelijk in de liefdearmen van dien allerbeminnelijksten Vader mogen werpen, en met ons spreken; Gij zijt Petrus ! gij de Steenrots, waarop Christus zijne Kerk heeft gebouwd !

GEBED DER KEEK.

God, die het verdoolde terechtwijst, en het verstrooide vergadert, en hot vergaderde behoudt: stort bidden wij U, de genade uw er vereeniging goedgunstig over uw volk uit; opdat het, alle verdeeldheid verwerpend, en zich met den waren herder uwer Kerk vereenigend,tJ waardiglijk kunne dienen. Door onzen lieer J. C. mven Zoon. Amen. Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij den Vader.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ii ;:i ,

li

, ,;i4

•Ml

\' I

-ocr page 60-

VIERDE DAG.

Vrijdag.

IJver voor de zielen.

Kom, II. Geest, enz. als blz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, hoe de apostel, als getrouw dienaar en navolger van Christus, in de hem dringende liefde voor het heil zijner broeders, alles voor allen werd, opdat hij allen mocht zalig maken (i Cor. ix, 22); hoe hij, bij al wat hij van buiten, naar het lichaam, te verduren had, nog onuitsprekelijk veel leed door zijne zorg voor de zielen; zoodat hij uitroepen kou : „AVie is er zwak, dat ik niet zwak ben ? AVi e wordt geërgerd, dat ik niet brand ?quot; Dat is : AVie onder de broeders is er geestelijkerwijze zwak, dat ik er niet door getroffen word ? wie hunner wordt geërgerd, tot ongeloof en zonde verleid, dat ik daarover niet brand van zielesmart ? (u Cor. xi, 28 v.)

Zulk eene liefde, zulk eene zorg, zulk eene zielesmart zien wij ook in onze martelaren, bijzonder in hen die herders en zielbestuurders waren. AV at al zwakken zijn door hen gesteund, wat afvalligen teruggebracht. Op zijne knieën wierp de PI. Leonardus zich voor de zondaars neder, en smeekte hen, dat zij zich toch zouden be-keeren. In zijne laatste preeken wekte hij de geloovigen, in de hoogste vervoering der liefde.

-ocr page 61-

tot getrouwheid op aan liet Katholiek geloof; en bij het dreigend levensgevaar, door zijne zuster en anderen aangezet, het te ontwijken : „Hoe „zal ik,quot; sprakhij,„die herder ben, gaan vluchten ?quot; De niet minder ijverige tweede pastoor, Xicohuis, door zijnen vader aanhoudend gesmeekt, dat hij zijn leven zou redden, antwoordt; „De goede ..herder geeft zijn leven voor zijne schapen.quot; De trouwe Gardiaan, gedurig door zijne eigene broeders en andere verwanten gebeden en bezworen, zich zeiven toch te redden, blijft van begin tot eind en altijd spreken : „Ik wil met do mijnen ..leven en sterven.quot; De H. Hieronymus, de manmoedige ondergardiaan, was altijd tot alles bereid, wat anderen tot heil kon wezen ; deze allen eu vooral de H. Nicasius, die de jongeren als met vleugelen van vaderlijke bescherming scheen te omgeven, zij spoorden dag en nacht hunne medegevangenen tot moed en volharding aan. Maar acli ! hoe brandden die herders van ziele-smart, toen zij zich op hun martelweg door eigen parochianen beschimpt zagen. „Dat was hem,quot; klaagde Pastoor Leonardus, „veel harder dan alle smaad en de dood ! Hoe brandden zij allen van zielesmart, toen er van hunne medegevangenen afvielen ! en helaas ! nog op het oogenblik zelf, dat zij de kroon gingen behalen!... O trouwe herders! om die liefde welke u drong en nog dringt! verwerft ons een v u r i g e n ij ver

-ocr page 62-

voor li e t heil der zielen; bidt met ons voor de ougelukkigcn die vielen, hervielen, afvielen ; inzonderheid voor. . . , en voor wie wij beloofd hebben te bidden.

GEBED DER KEEK.

God, wien het eigen is, TJ altijd te ontfermen en te sparen: neem onze smeeking aan, opdat de ontferming uwer goedertierenheid ons en al nwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn. genadiglijk ontbinde. Door J. C. uwen Zoon. Amen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij d e n V a d e r.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

VIJFDE DAG.

Zaterdag.

Dikwerf en godvruchtig biechten.

Kom, H. Geest, enz. als bladz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, hoe wij, volgens den apostel, onze lichamen als eenelevende, heilige en Gode behage-lijke offerande moeten aanbieden (Kom. xn, 1); hoe wij geroepen zijn, om heilig en onbevlekt voor Gods aangezicht te wezen (Eph. I, 4), en wij ons alzoo moeten beijveren, om altijd zonder

-ocr page 63-

vlek eu zonder smet voor den Heer bevouden te worden in vrede (n Petr. in, 14;) wijl ook niets wat maar eenigzins besmet is, den kemel kan ingaan (Apoc. xxi, 27.).

En daar wij allen in veel struikelen (Jac. lil, 2,) en zelfs de rechtvaardige herhaaldelijk valt (Prov. xxiv 1G,) hadden ook onze zoo lang en zoo zwaar beproefde martelaars de grootste zorg, zich gedurig zelfs van de minste hun wellicht overkomen besmeuring te zuiveren, eu spraken zij dikwerf en godvruchtig, als altijd in het aangezicht des doods, hunne biecht bij elkander. Zoo deden zij reeds dadelijk, na de overgave van het kasteel; ;zij deden het weder in den eersten nacht van hunne gevangenschap; en weder niet lang daarna, toen zij hunne terdoodbrenging verwachtten; en telkens weder, wanneer men hun den dood dreigde, wat zoo dikwerf geschiedde; en nog eens, met de meeste zorg, toen zij in den jongsten nacht tot ■den laatsten strijd werden heengevoerd.

Dat wij van die nauwgezette bloedgetuigen leeren, dikwerf ons geweten door de heilige biecht, ook van de minste smetten, te zuiveren, en met zulk eene voorbereiding, met zulk eene stemming, alsof die biecht de laatste van ons leven ware. Ach! dat zij het toch deden, die .zooveel reden hebben, om zich b e z w a a r d te gevoelen, en toch zoo zorgeloos voortleven,, dat zij zich zeiven toch wél onderscheidden en

-ocr page 64-

56

oordeelden, om niet geoordeeld, naar hunne zonden geoordeeld, en alzoo door den rechtvaardigen Rechter veroordeeld te worden, (i Cor. xi, 31.)

GEBED DEK KERK.

Verhoor, bidden wij U, Heer, de gebeden valt ahvie U rouwmoedig om vergiffenis smeeken, en spaar de zonden van hen die U schuld belijden; ojxlat Gij ons goedgunstig kwijtschelding tevens en vrede verleent. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon. Amen.

Onze Vader; quot;Wees gegroet; Glorie z ij d en V a d e r.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij, de beloften van Christus waardij; worden.

ZESDE DAG.

Zondag,

Levendig geloof in het IL Sakrament.

Kom, H. Geest, enz., als bladz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, hoe onze Heer in het laatste Avondmaal aan zijne apostelen den last en de macht gaf, om ter zijner gedachtenis te doen wat Hij zelf daar had gedaan: om het onbloedig offer op te dragen; en hoe zij én zeiven zijn Lichaam en Bloed moesten nuttigen én het aan anderen mededeeleu. Met den H. Chrysostomus, toonde de

-ocr page 65-

57

I H. Gardiaan Nicolaus, in zijne voorlaatste preekr a allernadrukkelijkst en allervurigst aan hoe overgroot de liefde van den goeden Jesus, is, dat Hij aldus in liet H. Sakrament met ons wilde blijven ^ tot aan het einde der dagen, en wij aldus zijnen i dood moesten belijden en verkondigen totdat Hij zou komen, (i Cor, xi, 23 vv.)

Inzonderheid ook dit leerstuk, van .lesus\' 1 waarachtige tegenwoordigheid in liet 11. Sakrament des Altaars, hebben onze Gorkumsehe martelaars , met hun lijden en sterven beleden. Do H. Nicolaus Poppel, die zich altijd door zijne teedere zorg voor de eer van het Allerheiligste had onderscheiden, mocht dan ook het eerst openlijk voor dit Liefdegeheim getuigen. Tusschen de kerkerbeulen geplaatst, met een geladen pistool voor den mond, en gevraagd, of hij ook nu nog, gelijk hij vroeger roemde, voor het Katholieke geloof wilde sterven, antwoordde hij onbevreesd: „Gaarne! ..en bijzonder voor dit mijn geloof: dat het Lichaam ..en Bloed zelf van onzen Heer Jesus Christus in ..het Allerheiligst Sakrament des Altaars onder ..de gedaanten van brood en wijn waarachtig , ..tegenwoordig is.quot; Hij ook, en de H. Hieronymus, ± en vooral de II. Leonardus verdedigden tegen S\' een Calvinist predikant, op hun schipbij Dordrecht, i dezelfde waarachtige tegenwoordigheid. Zij ook, i en de Gardiaan, en Pater Godefridus, van Mervel, gt; en de beide Norbertijnen Adrianus en vooral

-ocr page 66-

58

Jacobus, daarover bepaaldelijk ondervraagd: zij iillen betuigden en betoogden voor den bloedraad te Brielle diezelfde waarachtige tegenwoordigheid, zich daarbij ook beroepende op de woorden des apostels: „Wie onwaardig eet of drinkt, eet en drinkt „zich het oordeel, niet onderscheidende „HET LICHAAM DES HEEREN.quot; (l Cor. XI, 29.)

Hoezeer zij de martelaars ook voor het H Sakrament des Altaars waren, blijkt mede uit de snoode bespottingen en de gruwzame godslasterlijkheden, welke zij over de H. Mis en hare voornaamste deelen, moesten aanhooren; en dit van het begin tot het einde van hun martelaarschap, en wel van allerlei slag van personen. Wat zullen zij ook hierdoor bij hun levendig geloof, bij hunne brandende liefde tot dit aanbiddelijk Sakrament hebben geleden! En wat een smartelijk gemi; voor hen, dat zij al die dagen de vertroosting dier HH. Geheimen moesten derven! .. . Zoude» wij, Nederlandsche Katholieken, het vooral niel ook aan onze Gorkumsche martelaren te danken hebben, dat hier altijd zooveel geloof, zooveel eerbied en godsvrucht was jegens het H. Sakrament Verwerven zij het nóg voor ons, dat die godsvruclu zich als met den dag verheft en uitbreidt ? O wordt ons dagelijksch leven alt ij d méér no een vertrouwelijk verkeer, van nabij ol van verre, met Jesusin z ij n oneindig Liefdegeheim, ook ten eerherstel voor hetgeen

-ocr page 67-

59

tegen Hem ook daar, ach! ook daar misdreven werd of nog wordt! Zijde goede Jesus, waar Hij zoo vriendelijk te midden van ons staat (Jo, I, 2G,) het genaderijk middelpunt onzes levens, dat ons altijd tot zich trekt.

GEBED DER KERK.

God, die ons onder het wonderbare Sakrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten: verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met God den Vader, ia de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader; quot;Wees gegroet; Glorie z ij den Vader.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ZEVENDE DAG.

Maandag.

Godsvrucht tot Maria.

Kom, II. Geest, enz. als bladz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, wat Elisabeth, vervuld van den H. Ueest, met luider stemme uitriep, en tot Maria sprak: „Gezegend gij onder de vrouwen, en „gezegend de vrucht uws lichaams! En van waar

s?tr.

IslS

-ocr page 68-

58

Jacobus, daarover bepaaldelijk ondervraagd: zij allen betuigden en betoogden voor den bloedraad te Brielle diezelfde waarachtige tegenwoordigheid, zich daarbij ook beroepeude op de woorden des apostels: „Wie onwaardigeet of drinkt, eet en drinkt „zich het oordeel, niet onderscheidende „HET LICHAAM DES HEEREK.quot; (l Cor. XI, 29.)

Hoezeer zij de martelaars ook voor het H. Sakrament des Altaars waren, blijkt mede uit de snoode bespottingen en de gruwzame godslasterlijkheden, welke zij over de H. Mis en hare voornaamste deelen, moesten aanhooren; en dit van het begin tot het einde van hun martelaarschap, en wel van allerlei slag van personen. Wat zullen zij ook hierdoor bij hun levendig geloof, bij hunne brandende liefde tot dit aanbiddelijk Sakrament hebben geleden! En wat eeu smartelijk gemis voor hen, dat zij al die dagen de vertroosting dier HH. Geheimen moesten derven! .. . Zouden wij, Nederlandsche Katholieken, het vooral niet ook aan onze Gorkumsche martelaren te danken hebben, dat hier altijd zooveel geloof, zooveel eerbied en godsvrucht was jegens het H. Sakrament ? Verwerven zij hét nóg voor ons, dat die godsvrucht zich als met den dag verheft eu uitbreidt ? O worde ons dagel ij ksch leven alt ij d méérnog een v e r t ro u w e 1 ij k verkeer, van nabij of van verre, met Jesusin z ij noneindig Liefdegeheim, ook ten eerherstel voor hetgeen

-ocr page 69-

59

tegen Hem ook daar, acli! ook daar misdreven werd of nog wordt! Zij de goede Jesus, waar Hij zoo vriendelijk te midden van ona staat (Jo, l, 20,) liet genaderijk middelpunt onzes levens, dat. ons altijd tot zich trekt.

GEBED DER KEEK.

God, die ons onder het wonderbare Sakrament de gedaclitenis van uw lijden liebt nagelaten: verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met God den Vader, in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij d e n V a d e r.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ZEVENDE DAG.

Maandag.

Godsvrucht tot Maria.

Kom, H. Geest, enz. als bladz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, wat Elisabeth, vervuld van den H. Geest, met luider stemme uitriep, en tot Maria •sprak: „Gezegend gij onder de vrouwen, en „gezegend de vrucht uws lichaams I En van waar

j.i

-ocr page 70-

60

..mij dit, dat de Moeder mijns Heoren komt tot mij rT (Lc, i, 42 v.) Die verheerlijking van Maria door Elisabetli komt overeen met de plechtige begroeting door den aartsengel, en weder met Maria\'s zaligspreking, welke door eene vrouw uit de volksschare openlijk tot haren Zoon werd gericht: „Zalig ..de schoot, die U heeft gedragen!quot; (Lc. xi. 27.) Diezelfde verheerlijking van de Moeder bleet\' in de Kerk altijd met de verheerlijking van den Zoon gepaard; en hoe levendiger geloof in Jesus, hoe vuriger godsvrucht tot Maria; altijd bleef vervuld wat de Moedermaagd bij Elisabeth in dankbare verrukking uitriep: „Zie, van nu af zullen alle „geslachten mij zalig noemen.quot; (Lc. i, 4b.)

Werd Maria altijd, en wordt zij thans vooral in. ons vaderland zoo kinderlijk vereerd, zouden wij ook dit niet, ten deele althans, mogen toekennen aan het voorbeeld en de voorspraak onzer Gorkum-sche martelaren? Hoe moedig heeft, de H.Leonardus op het feest van Maria\'s Bezoek aan hare nicht Elisabeth, Maria\'s lof verkondigd I Het was zijne laatste openbare preek, te midden van dreigende vijanden, die er op uit waren om hem weder in den kerker en ter dood te brengen. Daar begint hij onverschrokken met den lof van de Heilige Maagd en Moeder Gods, de Koningin des Hemels, en betoogt hare verhevene voorrechten en vooral hare voortdurende maagdelijkheid; bondig weerlegt hij wat vroegere of latere ketters tegen Maria,.

-ocr page 71-

61

tegen hare vereering en aanroeping hebben gelasterd. en eindigde met deze woorden; „Volhardt „dau, smeek ik n, kloekmoedige en edele burgers 1 „volhardt, en blijft standvastig in het Katholiek „gelooflquot; Om deze preek zochten de afvalligen te meer nog zijnen en aller dood. Ja ook, voor limine trouwe liefde tot Maria, leden zij allen. Wat smaadwoorden hebben zij daarom moeten hoorenl Hoe moesten zij dadelijk bij hunne aankomst buiten den Briel processiesgewijs om en onder eene galg doorgaan en kerkzangen, zooals liet Salve R e g i n a, ter eere van Maria aanlieÖ\'en: en weder op de markt hetzelfde tooneel. bij en om eene galg. Daar vorderden hunne beulen, dat een soort van ^1 aria-lof met een gebed zou worden gesloten ; hetwelk de oude Godefridus van Duvuen dan ook even rustig en krachtig als anders in de kerk, ten einde toe zong. Met dit kerkgebed, hetwelk wij aanstonds laten volgen, bevalen onze martelaars, zich voor toen, en voor het uur van hunnen dood, in Maria\'s moederlijke bescherming. Aau haar ook beval zich de H. Ilieronymus, toen hij de galgeladder werd opgeleid. Volgen wij hun voorbeeld, en bevelen ook wij ons, met een k i n d e r 1 ij k vertrouwen, voor leven en sterven aan onze even machtige a l s 1 i e f d e r ij k e M o e d e r a a n. \'t Is nog niet gehoord, dat men tot haar te vergeefs zijne toevlucht heeft genomen.

-ocr page 72-

62

GEBED DOOR DEK H. GODEFRIDUS VAN DUYNEK GEZONGEN.

Wij bidden ü, Heer God, dat de glorierijke Maagd Maria, uwe Moeder, voor ons en nu eu in liet uur van onzen dood bij uwe goedertierenheid spreke ; zij, door wier allerheiligste ziel in het uur van uw gezegend lijden en van uwen bitteren dood liet zwaard van droefheid is heengegaan. Gij, die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.quot;

Met al de andere Gorkumsche martelaren antwoorden wij : „Amen.quot;

OnzeVader; Wees gegroet; Glorie z ij den V ad e r.

Eidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ACHTSTE DAG.

Dinsdag.

Geest van gebed.

Kom, TL Geest, enz. als bladz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, wat de Heer ons leert, dat wij altijd moeten bidden en niet moede worden (Lc. xviii. 1); gelijk ook de apostel ons weder vermaant: „Bidt zonder ophouden, weest in alles „dankbaar; want dit is Gods wil in Christus

-ocr page 73-

63

Jesus in u alien.quot; (i Thess. v, 17 v.); en daarom vraagt dezelfde apostel allerdringendst, „dat ,.er smeekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen geschieden voor allemensclienquot; (i Tim. ii. 1). Immers door zoodanig verkeer met God, moeten wij onze dubbele verplichting van aanbidding en dank jegens Hem volbrengen, en kunnen wij onze dubbele behoefte aan verzoening, en altijd nieuwe genaden tot volharding in zijnen dienst aanvullen. Het leven der geloovigen is een leven des gebeds. Naai\' waarheid is het gesproken : „Zeg mij, hoe gij bidt, en ik zeg u, hoe gij leeft.quot;

Véél, weder, kunnen wij hieromtrent van onze martelaars leeren. De vrome Gardiaan was in gedurigen omgang met God. Bij alle werk sprak hij: „Ter eere Gods!quot; bij alle verzoek: „T er liefde Gods !quot; In den kerker, bij alle mishandelingen en folteringen, scheen hij, evenals altijd te voren, met zijn rustig en opgeruimd gelaat, slechts het hemelsche te beschouwen, met God te spreken en zich tot den marteldood te bereiden. Zijne beminnelijke spreuk was : „Men moet God blijmoedig dienen.quot; Door dienzelfden geest van gebed, verhief de H. Nicolans Poppel zijn slafelijk leven tot eenen aanhoudenden dienst, van God: zijne spreuk: „Hij slaaft wél die ,.i n God slaaf t,quot; was de uitdrukking van zijn leven. De H. Leonardus, zoo geleerd, zoo welsprekend, zoo onvervaard, bad altijd veel, en

-ocr page 74-

(14

bad vurig eer hij den preekstoel beklom. Niet •anders, om slechts eenigen te noemen, de vrome Adrianus, en Antonius van Hoornaer, de vurige Hieronymus, en de onvermoeide Antonius van Weert. In zijne laatste preek nog wekte deze martelaar de geloovigen tot liet gebed op : „Zoo ooit,quot; sprak hij, „dan moet men nu allerdringendst „bidden ; want het zwaard is op de borst, de „bijl is aan den wortel van den boom gezet !quot; De oude Godefridus van Duynen bracht den ganschen dag in de kerk door; de arme, afge-leelde Joannes van Oosterwijk had altijd het smeekend oog op de martelkroon gevestigd ; de stokoude Wilhadus bad dag en nacht, inzonderheid voor de behoeften der Kerk ; bij hem aangedane mishandelingen sprak hij : „G o d z ij gedankt!quot; en bij beschimpingen : „I k zal God voor u b i d d e n Iquot; Hij en de godvruchtige Nieasius waren, als altijd, ook gedurende het lange martelaarschap, even rustig en gerust en meestal geknield, in overweging en gebed verdiept ; eu hoe hebben zij en de overige priesters en martelaren voor de jongeren en zwakkeren gesmeekt om standvastigheid eu volharding : hoe bevalen zij allen, bij de martelschuur gebracht, hun jongsten kampstrijd door vereenigde gebeden aau God, en wees de een den ander, naar de H. Geest het ingaf, op den geopenden hemel «n de hen daar wachtende kroon !.... Met liet koord

-ocr page 75-

65

reeds om den lulls, gedenken zij hunne beulen : ..lieer!quot; roept de H. Godefridus, van Marvel, „Heer ! vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.quot; Een leven van offergebed werd met zoo schoon een offerdood voltrokken !... en sinds zwijgt de stem hunner voorbede niet meer ! Sinds baden en bidden zij voor de Kerk, voor ons Vaderland, voor ons !....

O mochten wij van hen leeren, aldus televen in een geest des g e b e d s, en hierdoor ons leven tot eene gedurige offerande voor God te verheffen ; vragen wij ten dien einde bizonder ook de voorspraak onzer thans heilig-gekroonde vrienden en broeders.

GEUEU VOOR DE KEllK.

Wij bidden U, Heer, voorkom onze werken met den invloed uwer genade, en voltrek ze door uwe medewerking ; opdat al ons gebed en al ons werk altijd van U beginne, en alzoo begonnen, door U voltrokken worde. Door onzen Heer J. C., uwen Zoon. Amen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie z ij de n V a d e r.

Bidt voor ons. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

5

-ocr page 76-

06

NEGENDE D^G-

Woensdag-

De yenade van volharding en een zaligen dood.

Kom, II. Geest, enz. als bladz. 43.

OVERWEGING.

Overweeg, wat de Heer heeft gesproken: ..Het ..rijk der hemelen lijdt geweld, en de geweldigen ..nemen het inquot; (Mt. xi, 12); „gij znlt gehaat ..zijn bij allen om mijnen naam, doch wie volhard ..zal hebben ton einde toe, die zal zalig zijnquot; (Mt. x, 22); ..wees getrouw tot den dood en Ik „zal ii de kroon des levens geven.quot; (Apoc. ir, 10.)• „Derhalve, mijne welbeminde broeders!quot; zoo „vermaant ons do apostel, woest standvastig en „onbewegelijk, altijd overvloedig in het werk dos. „Heeren, wetende, dat uw arbeid niet ijdel is in „den Heer.quot; (i Cor. xv, 58.) Immers: „Zaligde „dooden, die in den Hoer sterven; van nu af,, „zegt de Geest, mogon zij rusten van hunnen „arbeid; want hunne werken volgen hen.quot; (Apoc. xiv, 13.)

En wel door vele kwellingen zijn onzo martelaars het rijk der hemelen ingegaan (Akt, xiv, 21). Al dadelijk wederrechtelijk gevangen gehouden, worden zij beschimpt en gedurig met den dood bedreigd; nacht aan nacht door bendon van beschonken bandieten gruwzaam mishandeld; !Nicolaus Poppol en vooral de Gardiaan,, met het

-ocr page 77-

07

wurgkoord om tien hals tot den dood toe gefolterd, en de Gardiaan daarbij nog onmenschlijk gebrand en geblakerd; hij en Leonardus bieden zich het eerst in den dood, en men schopt en trapt en kneust hen in de zijden en over het gansche lichaam. Allen verduren zij honger en dorst, naaktheid en koude, onreine en afschuwelijke kerkerkotten, vuistslagen, kaakslagen, stokslagen, voetschoppen en al wat de boosaardigste brooddronkenheid en moedwil aan priesterhaters ingaf. Zij worden beschimpt, bespot, verguisd, uitgejouwd, gehoond, gelasterd; als vreemde dieren voor geld achter een scheepzeil te kijk gesteld ; uitgeput van gebrek en vermoeienis, langs volle lange straten voortgezweept, en voor een moord-lustigen bloedraad gedaagd. Nicolaus de Gardiaan wordt gegriefd door zijne eigene broeders, de beide Pastoors door ondank en smaad van eigene afvallige parochianen, zelfs van spottende vrouwen!... Hoe lijden allen door de vuigste smadelijkheden en de ijselijkste godslasterlijkheden tegen de heiligste geheimen: en dat alles wordt hun zelfs op hun weg naar den dood niet gespaard! En in de folterschuur daar, wat schriktooneel!... en vooral wat zielsverscheuring weder, door den afval van enkele medegevangenen! Den Vicarius doorkerft men nog levend het aangezicht en snijdt hem het pelgrimskruis uit borst en arm; achteloos voltrekt men het beulenwerk en eeuijren, zooals

-ocr page 78-

GS

de H. Xicasius, en vooral de H. ïsicolaus Peppel, hangen lang, zeer lang nog te zieltogen!... En na hun dood, wat harbaarsdie verminking, op-slachting!.... Die onbezweken heldenschaar, trouw bij dit alles tot in den dood, mocht spreken: ..Wie dan zal ons van Christus\'liefde scheiden? ,.verdrukking? of benauwdheid? of honger? of „naaktheid? of gevaar? of vervolging? of zwaard? „gelijk er geschreven is: Om U worden wij den „ganschen dag gedood; als slachtschapen zijn wij „gerekend. Maar in dit alles ziju wij overwinnaars „omhemdio ousheeftliefgehad,quot; (Rom. vin, 35 VV.)

En het is nu voor immer wat de heilige grijsaard Grodefridus van Dtiynen aan Leoaardus toeriejj: „Heden moeten wij feest houden met „God en het Lam ia den hemel!quot; En verheerlijkt zijn zij allen dien nacht, tot tweeworf toe, aan Gorkumsche geloovigen verschenen om hen te troosten en te versterken. En hoe velen hebben, sedert dat uur hunner zegepraal, hunne machtige voorspraak ondervonden!... Bevelen ook wij ons in hunne broederlijke bescherming, om d e g e-u a d e van volharding, een zalig sterfuur en de kroon d er o v e r w i n ii i n g te verwerven.

GEBED DEK KERK.

God, die uwe Heilige Martelaren, Leonardus en zijne Gezellen, om hunnen glorierijken strijd

-ocr page 79-

li

G9

voor uw geloof, met de zegekroon der eeuwigheid hobt versierd: verleen genadiglijk, dat wij, door hunne verdiensten en navolging strijdende op aarde, met hen verdienen gekroond te worden in den hemel. Door onzen Heer J. C.uwen Zoon. Amen.

Onze Vquot; ad o r; W e è s g e g r o e t ; Glorie z ij d e n V a d e r.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ï, S a Is\' 3 E

HH.XIX, MARTSLARïïH VAN GORKUM,

Heer, ontferm TJ onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. Gid, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer, God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm Uonzer. Heilige Maria, Onbevlekt Ontvangen, bid voor ons. Heilige Moeder Gods, Koningin derMartelaren. bid voor ons.

-ocr page 80-

70

Heilige Josef, Bruidegom van Maria en Voedster

H.

vader van Jesus, bid voor ons.

H.

Heilige Apostelen Petrnsen Paulus, bidtvoorons.

Glc

H. Willibrordus, Apostel en Patroon van

ons

On

Vaderland, bid voor ons.

H. Augustinus, bid

voor ons.

H. xS orbertus, bid

voor ons.

H. Franciscus, bid

voor ons.

H. Dominions, bid

voor ons.

HH. Negentien Martelaren van Gorkum,

bidt

voor ons.

11. Nicolans,

H. Hieronvmus,

H. ïheodorus,

1

H. Nicasins,

£

H. Wilhadns,

1 ci

H. G-odefridus,

%

H. Antonius,

£-*

amp;

H. Antonius.

O

. fH

H. Franciscus,

S

H. Petrus.

£

H. Cornelius,

Y\'

11. Leonardus,

lï. Nicolaus,

H. Godefridus,

11. Joannes,

H. Joannes,

H. Adrianus,

-ocr page 81-

71

H. Jacobus,

H. Andreas,

Glorierijke Martelaren van ons Vaderland, Onbezweken strijders voor de Katholieke Kerk, Die wederrechtelijk, uit haat tegen het

geloof, in den kerker geworpen zijt, .Die aanhoudend beschimpt, en gedurig met

den dood bedreigd zijt.

Die nacht aan nacht allergruwzaamst mishandeld zijt.

Die met vuisten in hot aangezicht geslagen

■en op allerlei wijze gepijnigd zijt.

Die „d en g a n s c h e n dag g e d o o d 3 werdt, en als slachtschapen ^ gerekend z ij t ,quot;

ï Die „d oor g e e n h o n g e r o f n a a k t-^ h e i d , door geen vervolging gj o f z w a a r d, v a u C h rist u s\' li e f-~ de te scheiden waar t,quot;

O)

*-h Die allerlei moedwil „e n s 1 a g e n, e n boeien en kerkers verduurd heb t,quot;

Die, hoe ook gefolterd, bespot en ten toon gesteld, voor uwe vijanden gebeden hebt, Die zoo dikwerf, eu vooral bij uwe langzame terdoodbrenging, uwe ziel aan God hebt aanbevolen,

Gij inzonderheid, die in liet folterkoord zoo lang gezieltoogd hebt.

-ocr page 82-

72

Heilige Martelaren, Die allen bij uwen dood, in verheerlijkte gedaante, aan godvruchtige geloovigen verschenen zijt, bidt voor ons. Heilige Martelaren, Die „uit g r o o t e v e r-v o 1 g i n g gekomen, God nu v o o r z ij n e n t r o o n d a g e n nacht m o o g t d i e n e n,quot; bidt voor ons.

Wees genadig, sjjaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van ongeloof en dwaling.

Van onverschilligheid in het geloof, 2

Van alle lafhartigheid en menschelijk opzicht, S Van alle overtreding of minachting der god- o delijke en kerkelijke geboden, amp;

Van alle verzuim der plichten van onzen staat, ^ Van een haastigen en onvoorzienen dood, § Om de verdiensten en voorspraak onzer Gor-

kumsehe Martelaren,

Om hunne kloekmoedige verdediuinü; van uwe

~ O O

waarachtige tegenwoordigheid in het H. Sa-krament,

Om hunne standvastige vereering van uwe

H. Moeder Maria,

Om hunne trouwe liefde jegens uwen H. Stedehouder op aarde.

Om hunne onverschrokken belijdenis der leer van uwe Bruid, onze Moeder de H. Kerk Om de lange smarten en doodsangsten, door hen uitgestaan.

-ocr page 83-

AVij zondaren, wij bidden U verhoor on?. Dat wij do standvastigheid en al de deugden onzer Heilige Martelaars mogen navolgen, Dat wij altijd in geloof en godsvrucht tot het

H. Sakrament mogen toenemen.

Dat wij uwe en onze lieve Moeder Maria altijd kinderlijk mogen vereeren, beminnen en aanroepen.

Dat wij in gehoorzaamheid en liefde jegens onzen H. Vader don Pans mogen volharden, Dat wij als getrouwe kinderen van onze Moeder de 11. Kerk mogen leven en sterven. Dat Gij U gewaardigt, onzen H. Vader den Paus, en al onze Geestelijke overlieden te zegenen en te bewaren.

Dat Gij U gewaardigt, alle afgedwaalden in ons midden tot de H. Kerk terug te brengen. Dat Gij U gewaardigt. ons en ons Vaderland

voor alle besmettelijke ziekte te behoeden, Dat Gij de armen, de bedroefden, de lijdenden, en de nu stervenden wilt vertroosten en versterken,

Dat Gij ons een zalig sterfuur\'wiltquot; verleenen, Dat Gij ons wilt geven, wat wij U door de voorspraak onzer verheerlijkte Martelaren afsmeeken.

Zoon Gods!

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.

-ocr page 84-

74

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,

ontferm U onzer,

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onze V a d e r.

Bidt voor ons. Heilige Martelaren van Gorkum. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die uwe Heilige Martelaren, Leonardus en zijne Gezellen, om hunnen glorierijken strijd voor uw geloof, met de zegekroon der eeuwigheid hebt versierd: verleen genadiglijk, dat wij, door hunne verdiensten en navolging strijdende op aarde, met hen verdienen gekroond te worden in den hemel. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon. Amen. Heer, verhoor ons gebed.

En laat ons geroep tot U komen.

Dat de zielen der geloovigeii door Gods barmhar-tiiiheid in vrede rusten. Amen.

-ocr page 85-

GEBEDEN.

TER JiERE VAN

1JE ALLERHEILIGSTE DEIEËENJIEIU.

Do(jr de Kloosterlingen op het kasteel van Gorkum? bij de aankondiging van hun dood, en door al onze Martelaars in processie, na het intrekken van den Briel, gezongen. Eene treffende verheerlijking bij de processie op het H. Land, en eene gepaste dankzegging na de H. Communie, bij het sluiten der Novene en aan het einde der bedevaart.

TE ORUM.

„U, God. loven wij, U, Heer belijden wij. U, eeuwige Vader, vereert de gansclie aarde, ü roepen alle Engelen, U de hemelen en alle machten,

1\' de Cherubijnen en Serafijnen, met eenparige

stemmen onophoudelijk toe:

Heilig, heilig, heilig is de Heer, God der legerscharen.

Vol zijn de hemelen en aarde van de Majesteit

uwer glorie.

L looft het glorierijke koor der Apostelen, U de lofwaardige schaar der profeten,

ü het schitterend heir der Martelaren.

U belijdt over de gansche aarde de Heilige Kerk, Den Vader van onmetelijke majesteit,

üwen aanbiddelij ken. waarachtigen en eenigen Zoon,

\'v

-ocr page 86-

76

Ook den Heiligen Geest, den Trooster.

Gij zijt do Koning der glorie, Christus 1

Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon.

Gij hebt, toen Gij, om den mensch te verlossen,, de menscheid zoudt aannemen, den schoot eener maagd niet geschroomd.

Gij hebt, na het overwinnen van den prikkel des doods, den geloovigen het rijk der hemelen geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods, in de glorie den Vaders.

Wij gelooven, dat Gij als Eechter zult komen.

— U dan bidden wij, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht.

Geef, dat zij in de eeuwige glorie onder uwe Heiligen geteld worden.

Heer, maak uw volk zalig, en zegen uw erfdeel.

En heersch over hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.

Dag aan dag zegenen wij U.

En wij loven uwen naam in eeuwigheid, en in eeuwigheid der eeuwigheden.

Gelief ons. Heer, dezen dag zonder zonde te bewaren.

Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.

Laat, Heer, uwe barmhartigheid over ons komen, gelijk wij gehoopt hebben.

Op U, Heer, heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

-ocr page 87-

v. Gezegend zijt Gij, lieer, God onzer vaderen, i;. En lofwaardig, en glorierijk in eeuwigheid. V. Zegenen wij den Vader, en den Zoon en den

Heiligen Geest.

K. Laat ons Hem loven en hoog verheffen in eeuwigheid.

v. Gezegend zijt Gij, Heer, in het uitspansel des hemels.

r. En lofwaardig, en glorierijk, en hoogverheven

in eeuwigheid.

v. Zegen, mijne ziel, den Heer.

li. En wil al zijne vergeldingen niet vergeten, v. Heer, verhoor mijn gebed.

u. En mijn geroep kome tot U.

LAAT OXS BIDDEN.

God, wiens barmhartigheid zonder tal, en wiens schat van goedheid oneindig is, wij danken uwe zoo goedertierene majesteit voor de verleende gaven, en blijven te gelijk uwe barmhartigheid smeeken, dat Gij, die aan de biddenden het gevraagde verleent, hen ook niet verlaat en tot het eeuwige leven voorbereidt.

God, die de harten der geloovigen door de verlichting des Heiligen Geestes hebt geleerd: geef ons, in denzelfden Geest oprecht wijs te zijn, eu ons altijd in zijne vertroosting te verheugen.

God, die niemand wie op U hoopt te zeer laat verslagen worden, maar aan het gebed goedertiere-

IH

quot; Ifn

-ocr page 88-

78

nc verhooring sclienkt: wij danken U voor het aannemen onzer vragen en verlangens, en smeeken U met alle godvruchtigheid, dat Gij ons altijd voor alle tegenspoeden wilt behoeden. Door onzen Heer Jesus-Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des 11. G-eestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

SMEEKGEBED TOT DE II. MAAGD.

Door onze Martelaars gezongen, toen zij eene galg bui-ten den Briel moesten rondtrekken.

SALVE RE GIN A.

..Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid.

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva, Tot u smeeken wij zuchtend en weenend in dit

dal van tranen.

Daarom dan, onze voorspreekster, ach, sla op ons

uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de

gezegende vrucht uws lichaams. O goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria.quot;

v. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods.

K. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

-ocr page 89-

79

LAAT ONS BIDDEN

Almachtige, eeuwige God, die liet lichaam en de ziel der glorierijke Maagd en Moeder Maria door de medewerking van den Heiligen Geest hebt bereid om eene waardige woonplaats van uwen Zoon te mogen zijn; geef, dat wij door de liefderijke tusschenkomst van haar, in wier gedai litems wij ons verblijden, van het aanstaande kwaad en den eeuwigen dood verlost worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED TOT DE MOEDER VAX SMARTEN.

Door den H. Godefridus van Duynen, in den Kriel bij de galg op de Markt gezongen.

INTERVEMAT PRO NOBIS.

„Wij bidden U, Heer God, dat de glorierijke Maagd Maria, uwe Moeder, voor ons en nu en in liet uur van onzen dood bij uwe goedertierenheid spreken; zij, door wier allerheiligste ziel in het uur van uw gezegend lijden en van uwen bitteren dood het zwaard van droefheid is heengegaan. Gij, die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.quot;

Al de Martelaars antwoordden (en wij nu met hen;)

«AMEN.quot;

P

in

gt;1

-ocr page 90-

80

LOF OP DEN MARTELDOOD

DER

HH. APOSTEL.VORSTEN I\'ETRÜS EN PAULUS

Door een afvallig soldaat, in het kasteel te Gorkum, uit spot tegen onze Martelaars gezongen. Hoe treffend, dat zij juist op het feest dier Apostelen, en wel op hun XVIIie Eeuwfeest, zoo allerplechtigst heilig verklaard zijn.

IBI XEKONK FE RITAS.

„Dtiar (te Rome) heeft de wreedaardigheid van Nero li, Vorsten der Apostelen, die in zoo meeui-gen strijd overwont, u, Petrus en Paulas! tot eene verschillende doodstraf verwezen. Ü, Petrus, vereent het kruis met Christus, u, Paultts! zendt het bloedig zwaard tot Hem op.quot;

v. Over de geheele aarde is hun geluid uitgegaan.

En hun woord tot de uiteinden der wereld.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die den dag van heden door het martelaarschap van de Apostelen Petrus eu Paulus hebt gewijd: geef aan uwe Kerk, dat zij in alles het voorschrift van hén moge volgen door wie zij het begin van den godsdienst heelt erlangd. Door onzen Heer J. C., uwen Zoon. Amen.

-ocr page 91-

81

KERKELIJK GEBED.

Jli 1\'

BIJ DE BESPROEIING VAX HET VOLK MKT GEWIJD WATER, EX BIJ ZIEKEXBEDIEXIXGEX. (1 )

Toen onze Heilige Martelaars, uit spot in processie door de lange straat van den Kriel werden voortgedreven,

waren er die vóór hunne deur een vat water naast zich hadden geplaatst, er bezems in staken, en daarmede uit schimp onze voorbijtrekkende gevangenen besproeiden.

terwijl die afvalligen er luide de woorden bij zongen,

welke zij vroeger zoo dikwerf in de kerk hadden gehoord.

ASPERGES ME.

..Gij zult mij, Hoer, met hysop besproeien, en ik zal gereinigd worden; Gij zult mij wasselien en ik zal witter worden dan sneeuw.

Ontferm U mijner. God, naar uwe groote barmhartigheid.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu en altijd?

en in de eeuwen der eeuwen.

Gij zult mij. Heer, met hysop besproeien, en ik zal gereinigd worden; Gij zult mij wassehen en ik zal witter worden dan sneeuw.quot;

v. Toon ons Heer, uwe barmhartigheid.

R. En geef ons uw heil.

v. Heer verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

(l) Dit gebed kan men zeer gevoegelijk ler eer v;.n onze HH. Martelaars, als H u i s z e g e n bidden.

-ocr page 92-

82

LAAT OXS BIDDEN.

Verhoor ons. Heilige Heer, almaclitige Vader, eeuwige God, en gelief uwen heiligen Engel van den hemel te zenden, om allen die in deze woning verblijven te behoeden, te verzorgen, te beschermen, te bezoeken en te verdedigen. Door Christus, onzen Heer. Amen.

SMEEKGEBED VOOR DE OVERLEDENEN.

Volgens eene trouw-bewaarde overlevering, werden onze Heilige Martelaren in den Briel ook om de pomp. thans nog als « L) e p r o f u n d i s - p o m pquot; bekend, i n processie heengedreven en moesten intusschen, tot dubbele beschimping, dien boetepsalm voor de Overledenen zingen, gelijk het in de kerk geschiedt. Ten eerherstel bidde men wat hier volgt.

DE PROFUNDIS.

„Uit de diepten heb ik tot U geroepen, Heer! Heer, verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

Indien Gij de ongerechtigheden gadeslaat, Heer ! Heer, wie zal bestaan ?

Want bij U is genade, en om uwe wet. Heer, heb ik U verbeid.

Mijne ziel heeft op zijn woord verbeid, mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.

-ocr page 93-

83 HI

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen uit al zijne onge-reohtiglieden.

• tftïï 3

Heer, geef haar de eeuwige rust.

En het eeuwig licht verlichte haar.quot;

v. Van de poort der hel.

H. Verlos, Heer, hunne zielen.

v. Dat zij rusten in vrede.

k. Amen.

v. Heer, verhoor miju gebed.

k. En mijn geroep kome tot U.

LAAT ONS BIDDEX.

God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen,

verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zouden, opdat zij de kwijtschelding, waar zij altijd naar verlangd hebben, door godvruchtige smeekingen mogen verwerven. Die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

v. Heer, geef haar de eeuwige rust.

k. En het eeuwig licht verlichte haar.

v. Dat zij rusten in vrede.

«. Amen.

GEBED OP HET MARTELVELD.

Hier kniel ik dan op die gewijde, dierbar»

plaats, waar gij, onze hemelsche broeders, na.

-ocr page 94-

84

zoovéél en zoo langdurig lijden, den goeden strijd\' volstreden, uwen loop voltrokken en het geloot\' ten einde too bewaard hebt. H i e r dan was het bloedig altaar, waar gij u voor Jesus\' naam in den dood hebt opgedragen ; van hier zijt gij door de engelen afgehaald en ten hemel ingeleid, om van den rechtvaardigen Rechter, op dien dag uwer overwinning, de u weggelegde kroon te ontvangen. En uit zoo groote vervolging gekomen, moogt gij God nu dag en nacht voor zijn troon dienen.

Ziet, bidden wij u, verheerlijkte Martelaars van ons vaderland, ziet neder op uwe broeders, die als vreemdelingen nog omwandelen verre van den lieer, voor wiens aangezicht gij staat en wien wij hier aanbidden en smeeken ; ziet neder op ons,, die nog zuchten en weenen in dit dal van tranen. Gij kent onze behoeften en ellenden; gij weet, wat wij u hier, op dit land, waar gij dooiden dood hebt overwonnen en waar uwe geslachtofferde lichamen werden nedergelegd, gij weet wat wij u hier komen vragen, . . . voor ons zeiven, ... en voor degenen die onze gebeden hebben

verzocht en zich in dengeestmet ons vereenigen.....

O spreekt nu te zamen, onze beminde broeders, bij Jesus voor mij, voor ons ; . . . vraagt Hem in vereeniging met zijne Moeder, zoo openlijk door Ti verheerlijkt, dat Hij ons gelieve te geven wat wij hier nu, bij zijn II. Sakrament, door uwe\' tusschenkomst afsmeeken. . , ,

-ocr page 95-

85

Yol vertrouwen op uwe macht bij God, roepen wij u, die zijne geliefde dienaren en vrienden zijt, ii i e r, op deze heilige m a r t e 1 p 1 e k, nok aan, ten eerherstel voor al hetgeen tegen u, en in u tegen uwen Heer en Koning, hier waarachtig tegenwoordig, misdreven is. W ij vereenigen ons ten dien einde met alle hulde en vereering, ii door onze Moeder de II. Iverk bij uwe heiligverklaring toegebracht; wij vereenigen ons met alle verheerlijking, u, waar ter aarde ook. doch vooral in uw en ons vaderland, en bijzonder hier op deze n dierbare plaats aangeboden. O, mochten het eens allen met ons doen, met ons h i e r gevoelen wat wij gevoelen I .. . Goede herders, die zooveel voor het heil der zielen hebt gedaan, vraagt met ons om bekeeriug en verzoening voor de ongeloovigen, afvalligen en zondaren ; vraagt met ons, dat alle afgedwaalden in ons midden tot den Opperherder hunner zielen mogen wederkeereu; vraagt voor ons, en voor de onzen, dat wij in het éene ware geloof volharden, getrouw uit dat geloof leven en eens zalig sterven mogen.

En daar gij, glorierijke Martelaars, uw leven vooral hebt gegeven voor uw geloof in Jesus\' waarachtige tegenwoordigheid in het Allerheiligste Sakrament; voor de eer van zijne Moeder en zijne Heiligen; en inzonderheid ook voor uw geloof in liet Op perherderschap van Christus\' Stedehouder,

-ocr page 96-

86

■en de onfeilbaarheid van zijne Kerk : verwerft dan, smeeken wij u, bij onzen Heer en Zaligmaker, die ook hier mét ons en waarlijk tegenwoordig is, dat wij altijd in godsvrucht tot zijn aanbiddelijk Liefdegeheim, in kinderlijke liefde tot zijne Onbe-vlekt-Ontvangen Moeder, tot onzen H. Vader en onze Moeder de H. Kerk mogen toenemen. Wij bevelen n die dierbare Kerk en al hare belangen met haar zichtbaar Hoofd, Paus N ..., die thans over haar gesteld is. quot;Wij bidden u voor al onze geestelijke en tijdelijke overheden ; wij bidden n voor alle lijdenden en nu stervenden. Met dankbare kinderharten bidden wij u voor onzen geliefden nu ontslapen H. Vader P i u s, die u heilig gekroond heeft; wij bidden u voor onze overledene Bisschoppen, herders en zielzorgers ; wij bidden u voor al onze dierbare afgestorvenen, voor alle overledenen, en bizonder voor die zielen welke het meest verlaten zijn. Amen.

Bidt voor ons, Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

OnzeVader; Wees gegroet;GIorie z ij de n V a d e r.

zc

-ocr page 97-

87

GEBEDEN,

BIJ EEJtE REL1QU1K ONZER MARTELAREN, OK OOK OR HET H. LAXD TE GEBRUIKEN.

(Mede dienstig voor eene Novene, bij besmettelijke ziekten en alle behoeften.)

Godvruchtig voor die eerwaardige overblijfselen nedergekuield, make men eerst zijne bizondere meening waarmede men die vrome oefening houdt, bijv. ten eereboete, of ter afwering van rampen, of ter verkrijging van eenige gunst, enz.

Dan bidde men ; hetzij de L i t a n i e onzer Gorkumsche Martelaren, bladz. 69 ; —

of wel: negentien maal het Wees g e-g r o e t, ter eere onzer negentien bloedgetuigen, die in hun lijden hunne eu onze Moeder Maria zoozeer hebben verheerlijkt, met nog e én Wee» gegroet ter eere van den II. Leonardus, die zoo bizonder Maria\'s uitnemende voorrechten heeft verdedigd ; —

of men bediene zich van het volgende gebed, hetwelk men uitbreide naar de godsvrucht het ingeeft; eu, vol vertrouwen, voege men er zelf meer in\'t bizonder in, wat men door de tussehen-komst onzer Martelaren wenscht te verkrijgen.

SMEEKGEBED.

Dierbare Martelaren van ons Vaderland, onze zoo goedige en machtige beschermers, onze hemel-

-ocr page 98-

88

«ulie en zoo geliefde vrienden, broeders eu weldoeners! hoe vertroostend en opwekkend is het ons, bij deze uwe heilige overblijfselen te bidden, bij dit eerwaardig gedeelte van dat lichaam zelf, waarin gij gestreden, geleden en overwonnen hebt!... O zoete gedachtenis, o kostbaar pand ; o verteederende getuigenis, van n ons bijgebleven!... Dat lichaam dan was de schoone tempel van den H. Geest;... de welbeliagelijke woonplaats van mijn God, die het gebeente zijner heiligen bewaarde;... dat lichaam was het verhevea werktuig, dat zooveel deugden beoefend en tot den bloede weerstaan heeft, maar daarom ook door den rechtvaardigen Rechter zal verheerlijkt worden. Dat toch was het lichaam van een held, een held van geloof en liefde, die zich ten bloedig slachtoffer gaf voor Christus en zijne Bruid, ton slachtoffer voor Christus\' eigene en waarachtige tegenwoordigheid in zijn wonderbaar Geheim van geloof en liefde, het Allerheiligste Sakrament des Altaars! . . . Gestorven spreekt uw lichaam nóg, en getuigt het nóg. wat gij, onvorwonnen Strijders! hebt geloofd en beleden, en wij door Gods genade, ook op uw offergebed, nóg gelooven en belijden. O helpt ons dat kostbare pand des geloofs getrouw bewaren, en verwerft liet voor alle ongelukkigen die het

derven;... bizonder voor____ Verwerft voor ons

en de onzen, dat wij altijd nauwgezet naar de voorschriften van ons heilig geloof leven; eu ach!

-ocr page 99-

8!)

om al de smarten en doodsangsten, in dit lichaam en iu uwe ziel verduurd: verwerft voor ons en de onzen, en voor alwie nu in doodstrijd zijn, een zalig s t e r v e n s u u r.

Gij, Heiligen en Rechtvaardigen! gij verheugt u nu in den Heer, die Zich u ten erfdeel heeft verkozen; uwe droefheid is in vreugde, uw lijden in glorie verkeerd; in hot hemelsch rijk is uwe woning, en iu eeuwigheid is uwe rust; ach, ziet op ons, hier bij uw eigen geslachtofferd lichaam geknield, ziet met broederlijk mededoogen op ons neder, die nog te midden van zooveel behoeften en ellenden zuchten, en weert door uwe vermogende voorspraak deze ziekte... en rampen... van ons af. Houdt aan den goeden Jesus uwe met Hem volbrachte offerande voor, gij inzonderheid, voor wiens gebeente ik hier bid; en verwerft voor mij, smeek ik u, deze gunst, dat ik;... doch boven alles, verwerft voor mij: dat ik, als trouwe navolger, in Jeaus\'liefde moge volharden en sterven. Amen.

VERZUCHTING,

onder het vereereu der reliqnie. en ook dikwerf als Schietgebed te herhalen.

Door de verdiensten en voorspraak van onze Heilige Martelaren, Leonardus (of: Xicolaus, enz.) ■én zijne gezellen:

Verleene ons de Heer heil en vrede. Amen.

11

if

-ocr page 100-

90

DE MIS DER HH, MARTELAREN VAN GORKUM.

4ï|itlracSit v«(or ol\'iia liet lt;I«T

Sa. Mis.

(Vooral in de kerk op het H. Martelveld met de meeste innigheid te bidden.)

God. licmelsche Vader, die mij naar uw beeld hebt geschapen; God, de Zoon, die om mij te verlossen, de menschelijke natuur aangenomen, uw kostbaar bloed vergoten en den bitteren kruisdood geleden hebt: God. de H. Geest, die mij in het H. Doopsel geheiligd, en tot het ware geloot\'geleid hebt; o Gij, allerheiligste Drieëen-heid, geef mij de genade, dat ik dit H. Misoöer godvruchtig bijwone, en het met den priester, in vereeniging met alle offeranden over de gansche aarde, aan uwe goddelijke majesteit opdrage:

1. tot eer en glorie van uwen H. Naam; om te belijden, dat Gij de eenige God cu Opperheer over ons menschen en alle schepselen zijt, wien alléén dit offer toekomt;

2. tot dankbare gedachtenis, gekruiste .lesus, van uw bitter lijden en sterven;

3. tot eerherstel voor allen smaad, hetzij door ongeloof, door dwaling, door heiligschennis of andere zonden U, goede Jesus aangedaan, inzonderheid hier... en in ons vaderland;

-ocr page 101-

91

-fr

4. tot dankzegging voor alle genaden en weldaden, vooral aan mij, onwaardige, en aan al de mijnen bewezen;

5. tot voldoening voor al mijne zonden, overtredingen en ondankbaarheden, tot bekeering van alle ongeloovigen, dwalenden, inzonderheid van...;

(!. tot verwerving uwer goddelijke hulp voor uwe dierbare Bruid onze Moeder de H. Kerk; voor onzen H. Vader; voor onzen beminden Bisschop; voor onze herders, zielzorgers, en al onze geestelijke en tijdelijke overheden; voor alle geloovigen en bizonder voor hen die vervolging lijden om uwen II. Naam.

7. tot heiliging, of tot herstel van het Christelijk huisgezin; tot bevestiging der dierbare jeugd in geloof, onschuld en deugd; voor de behoeften onzer geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners, bepaaldelijk voor . . . ; voor mij zeiven, om de genade van eene ware boetvaardigheid, gelukkige volharding en een zalig sterfuur; en nog bizonder om...;

S. voor allen en inzonderheid voor de zondaars die op dit oogenblik in doodstrijd zijn, en o God! aanstonds voor uw oordeel gaan verschijnen;

9. voor alle overledenen, bizonder voor...; ook voor hen die de eerste pijnen van het vagevuur verduren, en die het meest verlaten zijn.

Neem, barmhartige God, dit offer goedgunstig aan; laat deze opdracht U welbehagelijk zijn, en

#1 m\'

-ocr page 102-

verhoor mij li gebed, door ouzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met ü leeft en regeert in de eenheid des II. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat, Heer, het gezucht dor geboeiden voor uw aanschijn t reden: geef onzen geburen zevendubbel weder in hunnen schoot: wreek het bloed uwei-Heiligen dat vergoten is. Ps. God, de Heidenen zijn in uw erfdeel gekomen, zij hebben uwen heiligen tempel ontreinigd: zij hebben Jeruzalem tot eene wachthut der boomvruchten gemaakt.

v. Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den II. Geest.

r. Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Laat, Heer, het gezucht der geboeiden voor uw aanschijn treden: geef onzen geburen zevendubbel weder in hunnen schoot: wreek het bloed uwer Heiligen dat vergoten is.

1 leer, ontferm U onzer (d r i e m a a 1.) Christus, ontferm U onzer (d r i e m a al.) Heer, ontferm U onzer (drie m a a 1.)

Cnloria.

Glorie aan God in den allerhoogste, en vrede op aarde den menschen van goeden wil. Wij loven U; wij zegenen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken ü: wij danken U om uwe groote glorie. Heer God,

-ocr page 103-

Hl ill

!I3

hemelsche Koning. God almachtige Vader. lieer Jesus Christus, Eéngeboren Zoon. lieer God. Lam Gods, Zoon des Vaders. Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Die de zonden dei-wereld wegneemt, neem onze smeekingaan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. quot;Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jesus Christus, met den II. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

fbfll.

God, die uwe Heilige Martelaren, Leonardus en zijne Gezellen, om hunnen glorierijken strijd voor uw geloof, met de zegekroon der eeuwigheid hebt versierd: verleen genadiglijk, dat wij, door hunne verdiensten en navolging strijdende op aarde, met hen verdienen gekroond te worden in den hemel-Door onzen lieer J. C., uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen. (1)

(l) Is het Allerheiligste uitgesteld, dan heeft men oolc dit gebed :

God, die ons onder het wonderbare SaUrament de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten; verleen ons, bidden wij U, de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. L)ie leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 104-

94

ILes nit 9iet boelk der wïjNlieial.

IRourdstiik 111.

De zielen der rechtvaardigen zijn in de hand van God, en de foltering des doods zal hen niet raken. In de oogen der dwazen schenen zij te sterven, en lam uiteinde werd aangezien voor verdrukking en hun verscheiden van ons voor uitdelging: zij echter zijn in vrede. En leden zij voor de menschen folteringen: hunne hoop is vol van de onsterfelijkheid. In weinig geteisterd, zullen zij in veel wél gesteld worden; want God heeft hen beproefd en zijner waardig bevonden. Als het goud in den oven, heeft Hij hen beproefd, en als een brandoffer aangenomen, en te zijner tijd zullen zij in aanzien wezen. De rechtvaardigen zullen schitteren en, als vonken door rietstoppels, rondsnellen. Zij zullen de heidenen oordeelen, en over de volken heerschen, en ie Heer zal over hen regeeren in eeuwigheid, u. God zij dank.

Gr raduale.

Exod. xv. Glorierijk is God in zijne Heiligen: verwonderlijk in majesteit, wonderdadig, v. Uwe rechterhand. Heer, is verheerlijkt in kracht: uwe rechterhand heeft de vijanden verbrijzeld. Alleluja, alleluja, v, Eccli. xlix. De lichamen der Heiligen zijn in vrede begraven, en hunne namen leven van geslachte tot geslacht. Alleluja.

-ocr page 105-

95

Vervol» viin liet II. Kvmi»elie naai-Eiiica* llour^tuk quot;Üamp;B.

lu dien tijde zeide Jesus tot zijne leerlingen : anneer gij zult hooren van oorlogen en op-roereu, wilt niet verschrikken : eerst moet dit geschieden, maar niet terstond is het einde daar. Toen zeide Hij tot hen : Opstaan zal volk tegeu volk cn rijk tegeu rijk. En groote aardbevingen zullen er alom wezen, en pestziekten, eu hongers-.nooden; eu verschrikkingen aan den hemel en groote teekeneu zullen er zijn. Doch vóór dit alles zullen zij hunne handen aan u slaan, en u vervolgen, u overleverende in synagogen en gevangenissen, u trekkende voor koningen en landvoogden om mijnen naam : dit nu zal u overkomen tot getuigenis. Stelt dan in uwe harten, niet vooruit te overwegen, hoe gij zult antwoorden; want Ik zal u mond en wijsheid geven, waaraan al uwe tegenstanders niet zullen kunnen wederstaan en tegenspreken. En gij zult overgeleverd worden door ouders, en broeders, en bloedverwanten, eu vrienden, en zij zullen er uit u den dood aandoen; ■en gij zult van allen gehaat worden om mijnen :naam: eu geen haar van uw hoofd zal vergaan. In uwe lijdzaamheid zult gij uwe zielen bezitten, i!. Lof zij U, Christus.

-ocr page 106-

Credo.

(Wanneer het gelezen wordt.)

Ik geloof in ëën God, den almaclitigen Vader, Schepper van hemel en van aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

En in édn lieer Jesus Christus, GodsÉe\'ngeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God, licht van licht, waarachtig God van waarachtig God; voortgebraclit, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader: door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald van den hemel. E n i s v 1 e e s c h geworden door den Heiligen Geesl uit de Maagd Maria, en ismensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons: onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden, en is begraven; en Hij is ten derden dage, volgens de Schriftuur,, verrezen. En quot;ij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders. En weder zal Hij komen in glorie om te oordeelen de levenden en de dooden; aan wiens rijk geen einde zal zijn.

En in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en medeverheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft.

En ééne Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd een doopsel tot vergeving der

-ocr page 107-

97

zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het leven der toekomende eeuw. Amen.

Oflertorie. Vs. 1.VVI1.

Wonderbaar is God in zijne Heiligen; Hij, de God van Israël zal kracht en sterkte aan zijn volk geven: gezegend zij God. Alleluja.

Stil g-ebtMi (secrete) en praelatie.

Wij dragen U, Heer, de geschenken onzer godsvrucht op: mogen ze én U om de eer uwer rechtvaardigen welbehagelijk zijn, én ons, in uwe ontferming, tot heil verstrekken. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God. — Door alle eeuwen der eeuwen. R. Amen. (1)

v. De Heer zij met u. — e. En met uwen geest, v. Harten omhoog!

k. Wij hebben ze tot den Heer.

v. Danken wij den Heer onzen God.

li. Dat is waardig en rechtvaardisr.

o O

Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilrijk, dat wij IJ altijd en overal danken: Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God,

(l) Bij uitstelling van het H. Sakrameut,bidt men ook: Verleen, bidden wij U, Heer, aan uwe Kerk genadig lt;le gaven van eenheid en vrede, die door deze offerande geestelijker wijze beteekend worden. Door onzen Heer J. C. enz. als boven.

-ocr page 108-

98

door Christus ouzeu Heer : door wien de Engelen uwe majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten beven; de hemelen en de krachten der hemelen, en de gelukzalige Serafijnen U met eenparig gejuich verheerlijken. Gelief, bidden wij U, met deze ook onze lofzangen aan Ie nemen, terwijl wij ootmoedig belijden en spreken:

Heilig, Heilig, Heilig, is de Heer God der heerscharen. Vol zijn de hemelen en de aarde van uwe glorie. Hosanna in den hooge. Gezegend Hij die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge.

Hij de g-edaclitenis der levenden.

Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten naam deze H. Offerande bijwonen, genadig neder; en opdat, mijn gebed TJ te behagelijker zij, vereenig ik het met de voorbede van de Onbevlekt Ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria, van de HH. Apostelen, Martelaars en Belijders, Maagden en alle Heiligen. Laat, hemelsche Vader, deze Offerande, waarin uw Eéngeboren Zoon Zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mij en ons allen tot eeuwig heil verstrekken.

Ik smeek U, Heer, dat Gij uwen dienaar onzen Paus, onzen Bisschop, onze Herders en zielzorgers wilt verlichten en besturen, opdat allen die

-ocr page 109-

ii

99

hun aanbevolen zijn, door hun woord en voorbeeld, met uwe uitverkorenen vergaderd worden.

Ik smeek U, dat Gij aan mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners en allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, tijdelijk en eeuwig welzijn wilt verleenen, eu gewaardig U, dit mijn gebed te verhooren.

Ik smeek U, dat Gij alle zondaren, en vooral... tot ware boetvaardigheid wilt brengen, en alwie in zware bekoring zijn, met uwe krachtdadige genade wilt versterken eu voor den val behoeden. Gelief ook, Heer, alle dwalenden en afvalligen, vooral in ons vaderland, gelief alle ongeloovigen tot de kennis van het ware geloof te roepen en te geleiden. Gedenk, hemelsche Vader, dat uw Eéngeboren Zoon J. C. ook voor hen allen den \'bitteren kruisdood heeft uitgestaan, en verhoor ons om zijne oneindige verdiensten. Gij die den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere eu leve. Amen.

«Ü de opliefTing\' der II. Hostie.

Verwek, met alle eerbiedigheiden ootmoedigheid akten van aanbidding, dank, liefde, en vraag nu vooral, wat gij wenscht te verkrijgen.

Mijn God en Zaligmaker, ik aanbid U;... ik dank U voor al uwe weldaden;... o Jesus, door uwe Wonden: vergeef mij mijne zonden;... barm-liartige Hoogepriester, geef mij deze genade... Amen.

-ocr page 110-

100

«ü de opiiefling\' van den H. Kelk.

Erbarming, mijn Jesus!... Eeuwige Vader, ik draag U het allerkostbaarste Bloed van Jesus-Christus op, tot voldoening voor mijne zonden,, voor de behoeften der kerk, en om deze gunst... te verkrijgen. Amen.

Ka de consecratie.

Zie, Heer, van uw heiligdom en hooge hemelwoning neder, en aanschouw deze allerheiligste Offerande, welke U onze Hoogepriester, uw Heilige Zoon, de Heer Jesus, voor de zonden zijner broeders opdraagt; en laat U over de menigte onzer boosheden verzoenen. Zie, de stem des Bloeds van onzen Broeder Jesus roept tot U van het kruis. Verhoor, Heer! word verzoend. Heer! geef acht en doe! wil niet toeven, om ü zeiven, mijn God, wijl uw naam over deze plaats-en over uw volk is aangeroepen; en doe met ons naar uwe barmhartigheid. Amen.

«Ü de g-edaclitenis der overledenen.

Gedenk, Heer, uwe dienaren en dienaressen, die in het heilig geloof ons voorgegaan en in vrede ontslapen zijn; vooral de ziel van..., en de zielen die nu de eerste pijnen van het vagevuur ondervinden, en die het meest verlaten zijn. Wij smeeken U, Heer, verleen haar en allen die in.

-ocr page 111-

Mf

101 ■ I

Christus rusten, de plaats van verkwikking, van licht en vrede. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

l\'afer noster.

Bid aandachtig het Onze Vader, alsof gij het den Heer, woord voor woord, nazeidet, en spreek daarna;

Verlos ons, bidden wij U, Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad ; en geef ons, op de voorspraak van de gelukzalige en glorierijke Moeder Gods Maria, altijd Maagd,

van de gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas, en van alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij, door uwe barmhartigheid geholpen, altijd vrij mogen zijn van zonde, en veilig voor alle ontsteltenis. Door denzelfden J. C.

onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen !

De vrede des Heoren zij altijd met ons. Amen.

*

A^niis Oei.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, scheiik ons den vrede.

-ocr page 112-

102

Bereid it nader tot de lt;neestelijke9 of werkelijke Communie.

Goedertierene Jesus, Gij roept ons zoo minnelijk toe: Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken: zie ik kom dan met een diep gevoel van mijne onwaardigheid, maar ook vol vertrouwen totU, om in de vruchten van dit H. Offer en Sakrament te deelen. Genadige Jesus, leid mij tot U, en bereid U eene welbehagelijke woning in mijn hart. Allerbeminnelijkste Bruidegom en Heer, naar wien mijne ziel verzucht, kom, kom tot mij en neem mij geheel voor U.

Keg\' driemaal :

lieer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak, maar spreek slechts een woord i en mijne ziel zal gezond worden.

Smeek g-oilvruclitig\' met tien l*riester.

Het Lichaam van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Spreek in stilte met Jesus wat uw hart u ingeeft; aanbid en dank Hem allerootmoedigst; zeg en herhaal met de vurigste liefde:

Goede Jesus, laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Amen.

-ocr page 113-

103

lie- Hoek tier wijsheid. Mil.

En leden zij voor de menschen folteringen : God heeft hen beproefd; als het goud in den oven heeft Hij hen beproefd, en als brandoffers aangenomen.

l\'osfcom m unie.

Verleen ons, bidden wij U, Heer, op de voorspraak van uwe Heilige Martelaren Leonardus en zijne Gezellen, dat wij hetgeen wij met den mond aanraken, met een zuiver hart ontvangen. Door onzen lieer J. C. uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen. 1)

Hij tien zegden.

Co I

... i\'

Ons zegene de Almagtige God, de Vader, en de Zoon, en de H. Geest. Amen.

i) Staat het Allerheiligste uit. dan is er ook dit gebed: Geef, bidden wij U. Heer, dat wij door het altijddurend genot van uwe Godheid vervuld worden, gelijk het door het tijdelijk ontvangen van uw kostbaar Lichaam en Bloed wordt afgebeeld. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geettes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 114-

104

lle^in van liet If. Kvangelie naar Joannes.

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles is door het Woord gemaakt: en zonder Hem is niets gemaakt, wat gemaakt is, in Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen: en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben liet niet aangenomen. Er was een mensch, van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In zijn eigendom kwam Hij, en de zijnen namen Hem niet aan. Doch zoovelen Hem aannamen, hun gaf Hij macht om kinderen Gods te worden, hun, die in zijnen naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. E n het W o o rdisvleesch g e w o r d e n, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne glorie gezien,eene glorie als des Ééniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid.

is. God zij dank.

-ocr page 115-

105

HULDE AAN HET HEILIG SAKRAMENT.

IN VEREENIG-ING MET OXZE G-ORKÜMSCHE MARTELAARS.

Werkelijk (of elders in den geest,) en vooral in de kerk -op het H. Martelaarsveld, of bij liet rust-altaar onder den Omgang voor het Allerheiligste nedergeknield, ziet gij daar ook onze Gorkumsche bloedgetuigen bij dat aanbiddelijk Sakrament • hen spreekt gij toe, om hen voor hunne geloofstrouw te loven; hen roept gij in, om met u Jesus in dat Geheim te verheerlijken, en die gunsten of die bizon-dere genade af te smeeken, welke gij gaarne zoudt erlangen. Hoe treffend toch en hoe bemoedigend voor ons gebed, dat Christus nu zelf, die hier zoo plechtig in processie wordt rondgedragen, onze Martelaren daar ter plaatse zelve komt verheerlijken, waar zij Hem in zijn liefdewonder door hun heldendood verheerlijkt hebben.

lieer Jesus Christus, waarachtig God en waarachtig mensch, en in dit II. Liefdegeheim waarachtig tegenwoordig, (allen :) Wij aanbidden, wij loven en danken U met onze HII. Martelaren.

Heilige Martelaren, glorierijke getuigen van ons Katholiek geloof, dat Jesus waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig is in het H. Sakrament: Wij aanbidden, wij loven en danken Jesus met u.

Heilige Martelaren, standvastige verdedigers van het Allerheiligste Sakrament, het wonder van Gods wonderen: Wij aanbidden, wij loven en danken Jesus met u.

Heilige Martelaren, standvastige verdedigers van het Allerheiligste Sakrament, de gedachtenis

i

-ocr page 116-

IOC

van het Lijden onzes Heeren: Wij aanbidden, quot;wij loven en danken Jesus met u.

Heilige Martelaren, standvastige verdedigers van het Allerheiligste Sakrament, de allerzuiverste en allerbehagelijkste Offerande : W ij aanbidden, wij loven en danken Jesns metn.

Heilige Martelaren, standvastige verdedigers van het Allerheiligste Sakrament, de hemelsche spijze ter onsterfelijkheid: Wij aanbidden, wij loven en danken Jesns met n.

Heilige Martelaren, standvastige verdedigers van het Allerheiligste Sakrament, de Teerspijze dergenen die in den Heer sterven: Wij aanbidden, wij loven en danken Jesus met u.

Heilige Martelaren, standvastige verdedigers van het Allerheiligste Sakrament, die in uw langdurig lijden dien hemelschen troost hebt moeten derven: Eidt Jesus voor ons, dat wij Hem dikwerf, en vooral in het uur van onzen dood, mogen ontvangen.

Heer Jesus Christus, op het gebed onzer Martelaren : Behoed ons voor het o n w a a r d i g nuttigen van uw Lichaam en Bloed.

Heer Jesus Christus, op het gebed onzer Martelaren: Behoed ons voor alle oneerbiedigheid en onverschilligheid jegens uw Hoogwaardig Sakrament.

Heer Jesus Christus, op het gebed onzer Martelaren: Behoed ons voor alle afwijkingen en

-ocr page 117-

107

zwakheden, welke de vruchten van dit genaderijk Geheim in ons zouden verminderen of\' verhinderen.

Heer Jesus Christus, op het gebed onzer Martelaren : Geef, dat wij U altijd waardig en welbereid mogen ontvangen.

Heer Jesus Christus, op het gebed onzer Martelaren: Gelief het geloof, den eerbied, de godsvrucht en de liefde tot dit H. Geheim gedurig in ons en de onzen te vermeerderen.

Heer Jesus Christus, op het gebed onzer Martelaren : Gelief ons, bij leven en sterven, overvloedig in de vruchten van dit H. Sakrament te doen deelen.

Bidt voor ons, Heilige Martelaren van Gorkum. Opdatwij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die ons onder het wonderbaar Sakrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten: verleen ons, bidden wij U, de heilige Geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des Heiligen Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

O godlijk Hart. dat mij bemint,

O gun, dat ik een schuilplaats vind\'

In de open Wond van uwe Zij,

En alle zondaars ook met mij.

SI\' ■Ct\'

\'i

• pil\'

\' itlji i i quot;-•Mi ■

-ocr page 118-

108

GEBEDEN VOOR VERSCHILLENDE OMSTANDIGHEDEN.

AKTEN VAN ONDERWERPING OE BERUSTING IN GODS H. WIL, ALS ONS GEBED GEENE VERHOORING SCHIJNT TE VINDEN.

Bid eerst aandachtig het Onze Vader en vervolg: Ja, goede Vader iu den hemel, wijl het U zoo behagelijk is, onderwerp ik mij geheel aau uwen altijd aanbiddelijken wil, maar geef dan ook, smeek ik U, kracht aan uw kind, opdat ik dit kruis,... deze beproeving,... dit gemis,., dezen strijd, naar de beschikkingen uwer liefderijke voorzienigheid, tot mijn eeuwig heil moge dragen. Geef mij kracht, om zelfs in het aanschijn van den dood, met den H. Nicolaus te spreken : „W a t de Heer geeft, m a g i k niet weigeren;quot; om met den H. Wilhadus bij alle leed van harte uit te roepen : ,,G o d z ij gedankt!quot; — om met onze Gorkumsehe Martelaren, altijd te erkennen: dat al het lijden van dezen tijd niet te vergelijken is bij de toekomstige glorie, welke in ons zal geopenbaard worden; om met ons goddelijk Toonbeeld, Jesus Christus, al was ik ook tot stervens toe bedroefd, nog tot U bidden: Vader, indien Gij wilt, laat dezen kelk van mij voorbijgaan; doch niet mijn, maar uw wil geschiede. Mijn Vader, is het mogelijk, laat dezen kelk van mij voorbijgaan: doch niet zooals ik wil, maar zooals Gij.

-ocr page 119-

109

Mijn Vader, alles is U mogelijk: laat dezen kelk van mij voorbijgaan: doch niet wat ik, maar wat Gij wilt. Amen.

Wees gegroet.

BIJ VEEHOOKING VAN GEBED.

Men zegge dan den Lofzang Te D e u m, met de gebeden bladz. 75 tot 78.

ftEUED VAN OUDERS, OF OVERSTEN VOOR KINDEREN, OF DE HUN TOEVERTROUWDE JEUGD.

Heilige Martelaren van Gorkum, Priesters en Herders, die uwe geestelijke kinderen met zooveel ijver hebt bewaakt en in de waarheden des geloofs onderwezen; inzonderheid gij, trouwe medeherder van den vaderlijken Leonardus, altijd zwoegende Nicolaus, die, gelijk in allen priesterlijken arbeidr onvermoeid waart in het onderrichten en opleiden der jeugd: wij stellen ons zeiven en de ons van God gegeven panden onder uwe eenparige bescherming. Bidt voor ons, ouders en overheden, dat wij onze dure plichten jegens de onzen nauwgezet volbrengen: hen verre houden van al wat hun naar geloof of deugd kan schaden; dat wij uit alle vermogen voor eene Katholieke opvoeding en onderrichting zorg dragen; opdat onze lieve jeugd en al de ons toebetrouwden, door geen ongeloovig of\' verderf\'e lijk woord of voorbeeld geschaad, en in het éëne ware geloof\' grondig onderwezen, als kinderen der ééne ware Kerk in de éene ware leer mogen

-ocr page 120-

110

■opgroeien en volharden ten einde toe. Dierbare Heiligen van ons vaderland, met glorie gekroonde Priesters en Herders van Jesus\' Kerk! wij bevelen ben vol van vertrouwen aan u; ach verwerft voor ben, dat zij nu en altijd leven tot hun eigen en tot •ons zoo tijdelijk als eeuwig geluk; tot een sieraad van onze Moeder de H. Kerk; en in alles tot glorie van ons aller Zaligmaker Jesus Christus, onzen Heer, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert door al de eeuwen der eeuwen. Amen.

GEDED VOOK DE KWEE KELING-EN VAN HET HEILIGDOM, OF DIE HET WENSCHENTE WORDEN.

Verheerlijkte Martelaren van ons vaderland. Priesters des Heeren, dienaren van het Heiligdom, die bier aan God liet onbloedig Offer van oneindigen lof mocht opdragen; die u zeiven in uwe trouwe liefde,met Christus in den dood ten slachtoffer hebt aangeboden; ziet nu uit den hemel neder op ons, ■die, hoe onwaardig ook, uwe voetstappen wenschen te drukken, hier op denzelfden grond, waar gij gearbeid en uw leven voor het geloof gegeven hebt. Martelaars van het Priesterschap, Martelaars van het Hoogwaardig Geheim, dat Gij als Otter en Sakrament hebt beleden, toonbeelden van priesterlijke offervaardigheid tot in den dood: bidt gij allen nu in uwe glorie voor ons, dat wij aan onze roeping mogen beantwoorden en eiken dag het

-ocr page 121-

Ill

priesterschap waardiger worden. H. Godefridus, moedige grijsaard, die er altijd een groot genoegen in vondt, als ouders Imnne kinderen tot den geestelijken stand opleidden; liefderijke leidsman! die zoovelen met raad en daad hebt ondersteund, om hen tot dat geluk te brengen: help ook mij, ondanks mijne onwaardigheid; vraag voor mij de onverdiende gunst, dat de barmhartige God mij de middelen en de genade verleene, om eens tot het priesterschap te komen, en uwen arbeid hier. of waar ook, te deelen en voort te zetten tot glorie van onzen Heer Jesus Christus. Amen.

GEBEDEN

OM EEN ZALIGEN DOOD VOOR ONS ZEt.VKN OK VOOK ANDEEEN.

Het Gebed onzer HH. Martelaren zclven tot de H. Maagd, bladz. 79.

Of bid met die meening de L i t a n ie d e r H H. Martelaars van G o r k u m, bladz. 6g.

GEBED OM EEN ZALIGEN DOOD.

Onbezweken strijders, glorierijke verwinnaars, die zoo lang in het aangezicht des doods hebt geleden; die den dood onder zoo velerlei gedaanten en verschrikkingen van nabij hebt aanschouwd; lt;lie door zoo menigen dood zijt heengegaan; en gij inzonderheid, die nog uren en uren zoo smartelijk gezieltoogd hebt: ziet mij hier (b ij uwe over-

-ocr page 122-

H2

1) 1 ij f s e 1 e n, of: op het H. L a n d) nederknie-len, en u ootmoedig smeeken, dat gij aan onzen Heer een genadig oordeel gelieft te vragen voor...; en ook voor mij zeiven, als mijn uur zal gekomen zijn. Koningin der Martelaren, Maria, Moederl door onze Martelaren tot in den dood luide verheerlijkt en aangeroepen, bid ook gij voor ons met hen en Vader Josef, uwen beminden Bruidegom; bid met allen te zamen, goede Moeder, tot uwen Zoon, onzen Heer en Zaligmaker; bid voor ons-nu en in het uur van onzen dood. Amen.

VOORDE ZONDAARS IN DOODSTRIJD.

O allergoedertierenste Jesus, minnaar der zielen, ik smeek U door den doodstrijd van uw Allerheiligst Hart, door de smarten uwer onbevlekte Moeder, en de lange stervens-angsten onzer Heilige Martelaars, wasch in uw bloed de zondaars der gansche wereld, die nu in doodstrijd zijn en li e d e n zullen sterven.

Hart van Jesus, in doodstrijd gekomen:

Ontferm U over de stervenden.

Bidt voor hen. Heilige Martelaars van Gorkum.

Opdat zij de beloften van Christus waardig worden

AMEN.

-ocr page 123-

113

ALGEMEEN GEBED

TOT DE HH. MARTELAARS VAN GORKOI VOOR ONZE PROCESSIE.

Geliefde Heiligen van ons vaderland, onze verheven toonbeelden en getrouwe voorsprekers bij God; wij dio als Leden onzer processie, dikwerf uwe deugden berdenken en uwe hulp inroepen» die zoo gaarne elk jaar te zamen het 11. Martelveld bezoeken, om u te verheerlijken, en u daar eenparig onze belangen aan te bevelen; wij bidden u, onze hemelsohe vrienden, ziet toch van omhoog op al onze broeders en zusters goedgunstig neder, bizonder ook op onze huisgeuooten,... en al degenen die het gebed der pelgrims hebben verzocht...

Vraagt voor onze geestelijke bestuurders, voor ons en al de onzen wat ons naar lichaam en naar ziel zalig is ; en verwerft voor du.-, goede Heiligen, wat wij voor ons zeiven en voor anderen op deze bedevaart hebben afgesmeekt en nog afsmeeken____

Vraagt voor ons, dat wij uwe deugden zóó herdenken, dat wij ze ook in ons dagelijksch leven getrouw naar onzen roep beoefenen, en ons uwe bescherming meer en meer waardig maken.

Vraagt, o trouwe dienaren van God en ij veraars voor de zielen, vraagt voor alle ouders en overheden nauwgezette vervulling van hunne plichten jegens de hun toevertrouwden; voor kinderen en onder-hoorigen den geest van onderdanigheid, eerbied en

lil

ill

-ocr page 124-

114

cliinkbare liefde jegens allen die over lieu gesteld zijn. Vraagt voor de huisgezinnen, dat zij bevrijd blijven van alle ergernis, en altijd den zoeten vrede, welke uit God is, mogen smaken. Vraagt voor gehuwden en ongehuwden de kostbare deugd van zuiverheid naar hunnen staat. Vraagt voor lijdenden en veriatenen troost en kracht, om altijd en in alles Gods heiligen wil te volbrengen en te loven. Vraagt voor de zondaars en afvalligen om bekeering, voor de rechtvaardigen en voor ons allen de groote genade der volharding en een znlig stervensuur.

Glorierijke Bloedgetuigen, die zoovéél vermoogt bij den Koning der Martelaren, en bij zijne en onze Moeder, die onder zijn kruis heeft gestaan en door u zoo moedig verheerlijkt is: o bidt toch met haaien haren beminden Bruidegom den H. Josef, bij onzen barmhartigen Zaligmaker, dat de overledene broeders en zusters onzer processie, die nog in het vagevuur lijden, op uw en ons gebed, lafenis en verkwikking erlangen, en welhaast de eeuwige rust mogen ingaan. O onze lieve Heiligen, bidt voor hen allen en nog bizonder voor diegenen, welke sedert onze laatste bedevaart ontslapen zijn;... bidt voor hen en bidt voor ons, dat wij te zamen eens uw hemelsch geluk mogen deelachtig worden.

A JI E x.

-ocr page 125-

115

DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN-

Onze Martelaars moesten driemaal eene galg op de markt in den Briel rondtrekken en deze Litanie zingen.

m »1

Kyrie, eleison. \'Christe, eleison. Kyrie, eleison. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Pater de coelis Deus, miserere nobis.

Fili Bedemptor mundi Deus, miserere nobis. Spiritus sancte Deus, miserere nobis. \'Sancta Trinitas unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Sancta Dei Genitrix, Sancta Virgo virgi-num,

Sanete Michael, Sancte Gabriel,

Sancte llaphael, Omnes sancti Angeli et Archangeli, orate pro nobis.

Heer, ontferm U onzer. Christus,ontferni U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. God, hemelsche Vader,

ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser dei-wereld, ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods, g H. Maagd der Maag- J den, 5-

H. Michaël, §

H. Gabriël,

H. Raphael,

Alle heilige Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons.


-ocr page 126-

11G

Omnes sanct.i beato-nim Spirituum ordi-nes, orate pro nobis. Sancte Joannes Bap-

tista, ora pro nobis. Sancte Joseph, o. p.n. Omnes sancti Patriar-chae et Prophetae, orate pro nobis. Snncte Petre,

Sancte Panle,

Sancte Andrea,

Sancte Jacobe,

Sancte Joannes,

Sancte Thoma,

Sancte Jacobe,

Sancte Philippe, Sancte Bartholomaee, Sancte Matthaee, Sancte Simon,

Sancte Thaddaee, Sancte Mathia,

Sancte Barnaba, Sancte Lnca,

Sancte Marce,

Omnes sancti Aposto-li, et Evangelistae, orate pro nobis. Omnes sancti discipnli

Alle heilige Koren dei-zalige Geesten, bidt voor ons.

H. Joannes de Dooper,

bid voor ons.

H. Josef, bid voor ons. Alle heilige Patriarchen en Profeten, bidt voor ons.

H. Petrus,

H. Paulus,

H. Andreas,

H. Jacobus, Et

H. Joannes, ^

H. Thomas,

H. Jacobus, c

H. Philippns, ®

H. Bartholomaens, H. Mattheus,

H. Simon,

H. Thaddaeus, H. Mathias, H. Barnabas,

H. Lucas,

H. Marcus,

Alle heilige Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons.

Alle heilige leerlingen des


-ocr page 127-

117

Domini, orate p. n. Omnes saacti Iimo-

centes,

Saucte Stepliane, ora

pro nobis.

Sancte Laurenti, Sancte Vincenti, SanctiFabiane et gt;Se-bastiaue, orate pr. n. Sancti Joannes ct Pan-

le, orate pro nobis. Sancti Cosma e t Dami-ane,

Sancti Gervasi etPro-

tcisi,

Omnes santi ^lartyres, Sancte Silvester, ora

pro nobis.

Sancte Gregori,

Saucte Ambrosi, Sancte Augustine, Sancte Hieronyme, Saucte Martine, Saucte Nicolae, Omnes sancti Poutifi-ces et Confessores, orate pro nobis. Omnes sancti Doctores, orate pro nobis.

Heeren, bidt voor ons. Alle heilige Onnoozele Kinderen, bidt voor ous. II. Stephanas, bid voor ons.

11. Laurentius, H. Vinceutius,

Heilige Fabianus eu Se-bastianus, bidt voor ons. HU. Joannes en Paulus,

bidt voor ons. IIH. Cosiuas en Damia-ues,

HH. Gervasius eu Prota-sius.

Alle heilige Martelaars, II. Silvester, bid voor ous.

H. Gregorius, II. Ambrosius, II. Augustinus, H. Hierouymus, H. Martiuus, II. Nicolaus,

Alle heilige Bisschoppen eu Belijders, bidt voor ons.

Alle heilige Leeraars, bidt voor ons.

Éii


-ocr page 128-

118

Sanote Antoui, ora pro nobis.

Sancte Benedicte, Sancte Bernarde, Sancte Dominice, Sancte Francisce, Omnessancti Sacerdo-tes et Levitae, orate pro nobis.

Omnes saneti Monachi et Eremitae,

Sancte jNIai-ia Magda-

lena, ora pro nobis. Saneta Agatha,

Sancta Lucia,

Sancta Agnes,

Sancta Caecilia,

Sancta Cathariua, Sancta Anastasia, Omnes sanctae Yirgi-nes et Viduae, orate pro nobis.

Omnes Saneti et Sanctae Dei, intercedite pro nobis.

Propitius esto, paree

nobis, Domine. Propitius esto,exaiidi nos, Domine.

II. Antouius, bid voor ons.

H. Benedictus, H. Bernardus, H. Dominicus, H. Franciscus,

Alle heilige Priesters en Levieten, bidt voor ons.

Alle heilige Monniken en Kluizenaars,

H. Maria Magdalena, bid

voor ons.

H. Agatha,

H. Lucia,

II. Agnes,

II. Caecilia, II. Catharina, H. Anastasia,

Alle heilige Maagd en era Weduwen, bidt voor ons.

Alle Heiligen Gods, bidt voor ons.

quot;Wees genadig, spaar ons, Heer

Wees genadig, verboor ons. Heer.


-ocr page 129-

119

Ab omni malo, libera

nos, Domine.

Ab omni peccato, Ab ira tua,

A subitanea ct impro-

visa morte, Ab insidiis diaboli, Abira,etodio, etomni

mala voluntate, A spiritri fornicatio-nis,

A fulgure et tem])e-state,

A flagello terraemo-ttis,

A peste, fame et bollo,

A morte perpetua,

Per mysterium sanetae

Incarnationis tuae, Per adventum tuum, Per nativitatem tuam, Perbaptismum et sanctum jejunium tuum, Per crucem et passio-

nem tuam, Per mortem et sepultu-ram tuam.

Van alle kwaad, verlos

ons, lieer.

Van alle zonde.

Van uwe gramschap. Van een haastigen en on-

voorzienen dood,

Aran de listen des duivels. Van gramschap, haat en

allen kwaden wil. Van den geest der onzuiverheid.

Van bliksem en onweder,

cr 2

g Van den sieesel der h- • rJ2 g aardbeving,

tl Van pest, hongersnood f

2 en oorlog, ^

5\'Van den eeuwigen 2

dood.

Door het geheim uwer heilige Menschwording, Door uwe komst.

Door uwe geboorte,

Door uw doopsel en heilig vasten,

Door uw kruis en lijden,

Door uwen dood en uwe begrafenis,

1

IJÜ

• ÜÜ


-ocr page 130-

120

Persanctam resurrec-tionem tuam, libera nos, Domine. Per arlmirabilem as-censionem tuam, libera nos, Domine. Per adventum Spiritus Sancti Paracliti, libera nos, Domine. In die judicii, libera

nos, Domine. Peccatores, Te roga-

mus audi nos. l\'t nobis parcas, Ut nobis indulgeas,

Ut adveram poeniten-tiam nos perdueere digneris, Ut Ecelesiam tuam sanctam regere et conservare digneris, UtDomnum apostoli-cum, et omnes eccle-siasticos ordines in sanota religione conservare digneris, Ut inimicos sanctae Ecclesiae humiliare

Door uwe heilige verrijzenis verlos ons. Heer.

Door uwe wondervolle hemelvaart, verlos ons. Heer.

Door de komst van den H. G eest, den Trooster, verlos ons. Heer.

In den dag dos oordeels, verlos ons. Heer.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons wilt sparen.

Dat Gij ons kwijtschelding wilt verleenen.

Dat Gij ons tot ware ^ boetvaardigheid wilt 0 brengen, 5

t-j \' O

.jx Dat Gij uwe heilige ^ | Kerk wilt besturen-

5 en bewaren, ®

tr*

| Dat Gij den Paus, en g

6 alle kerkelijke over- ^ g heden in den heiligen cc

godsdienst wilt bewaren.

Dat Gij de vijanden dei-heilige Kerk wilt ver-


-ocr page 131-

121

digneris, Te rogamus audi nos.

Ütregibus et principi-bus christianis pacem et veram concordiam donare digneris, Ut cuncto populo chris-tianopacem et unita-tem largiri digneris, Ut nosmetipsos in tuo sanoto servitio con-fortare et conservare digneris.

Ut mentes nostras ad coelestia desideria erigas.

Ut omnibus benefaeto-c ribus nostris sempi-terna bona retribuas,

Ut animas nostras, fra- c trum, propiucjuorum ? et benefactorum nos-trorum ab aeterna damnatione eripias.

Ut fructus terrae dare et conservare digneris.

nederen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij den Christen koningen en vorsten vrede en ware eendracht wilt schenken.

Dat Gij aan het gansche Christen volk vrede en eenheid wilt verleenen. Dat Gij ons in uwen heiligen dienst wilt versterken en bewaren.

Dat Gij onze harten tot ■ hemelsche begeerten wilt opwekken, cr

Dat Gij al onze wel- 5^

O

doeners met de eeu- £

rH

wioe goederen wilt

O O ^

vergelden, ®

Dat Gij onze zielen, en 5 de zielen onzer broe. ^ der s, vrienden en wel- £ doeners voor de eeuwige verdoeming wilt behoeden,

Dat Gij de vruchten dei-aarde wilt geven en bewaren,


-ocr page 132-

122

Ut omnibus fidelibus defunotis requiem ae-ternam douare dig-iieris, ïe rogamus audi nos.

Ut nos exaudire dig-neris, Te rogamus audi nos.

Fili Dei, Te rogamus audi nos.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi. paree nobis, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, ex-audi nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Cliriste, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Kyrie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Pater n o s t er(se-creto.)

v. Etnenos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo.

Dat Gij aan alle overledene geloovigen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U. verhoor ons.

Dat Gij U gewaardigt ons te verhooren, wij bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, lieer.

Lam Gods. dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.

Lam Gods. dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer

Christus.ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader (in stilte.)

v. En leid ons niet in bekoring.

e. Maar verlos ons van den kwade.


-ocr page 133-

123

fi! I Ïii:

P S A L M LXIX.

God, let op mijne huliJ; Heer, haast U, mij te helpen.

Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.

Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.

Dat zij dadelijk met schaamte terugwijken, die tot mij zeggen: Goed zóó! goed zóó!

Laat allen die U zoeken, in U juichen en zich verblijden, en laat hen die uw heil beminnen, altijd zeggen: De Keerzij hooggeprezen!

Doch ik ben behoeftig en arm: o God help mij.

Want Gij zijt mijn Helper en mijn verlosser, Heer,, vertoef niet.

Glorie zij den Vader, en den Zoon enden H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Maak uwe dienaren zalig.

Mijn God, die in U hopen.

Wees ons, Heer, een sterke toren.

Tegen onzen vijand.

Laat de vijand niets tegen ons vermogen.

En laat de zoon der ongerechtigheid ons geen schade toebrengen.

Heer, doe ons niet naar onze zonden.

En vergeld ons niet naar onze ongerechtigheden.

Laat ons bidden voor onzen Paus X.

I

■ilquot; i

-ocr page 134-

124

De Heer beware hem, en spare hem in dit leven, en make hem zalig op aarde, en lev ere hem niet over in den wil zijner vijanden.

Laat ons bidden voor onze weldoeners.

\'Gewaardig U, Heer, allen die ons goed doen, om

uwen naam, met het eeuwig leven te vergelden. .Laat ons bidden voor de overledene geloovigen. Heer, geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige

licht verlichte hen.

Dat zij rusten in vrede.

Amen.

Voor onze broeders die afwezig zijn.

Mijn God, maak uwe dienaars zalig die op U hopen.

Zend hun hulp, Heer, uit uw heiligdom.

En bescherm hen uit Sion.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

LAAT OXS 1ÏIDDEX.

God, wien het eigen is, IJ altijd te ontfermen en te sparen; neem onze smeeking aan, opdat de ontferming uwer goedertierenheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, genadiglijk ontbinde.

Verhoor, bidden wij U, Heer, do gebedeu van alwie U rouwmoedig om vergiffenis smeeken, en spaar de zonden van hen die U schuld belijden; opdat Gij ons goedgunstig kwijtschelding teveus en vrede verleent.

-ocr page 135-

i

125

i.

Toon ons genadig, Heer, uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, dat Gij ons te gelijk van alle zonden bevrijdt, en aan de straffen, die wij er voor verdienen, ontrukt.

God, die door de zonden beleedigd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden van liet ü smeekende volk, en wend de geesels uwer gramschap, welke wij voor onze zonden verdienen, van ons af.

Almachtige, eeuwige God, ontferm U over uwen dienaar, onzen Paus N.. , en bestuur hem volgens uwe goedertierenheid op den weg van hot eeuwig heil: opdat hij door uwe hulp begeere wat U behaagt, en het met alle kracht volbrenge.

God, van wien de heilige begeerten, de goede besluiten en de rechtvaardige werken voortkomen,

geef aan uwe dienaren dien vrede welken de wereld niet geven kan; opdat onze harten aan uwe geboden overgegeven zijn, en ook de tijden,

zonder vrees voor vijanden, door uwe bescherming rustig mogen wezen.

Ontsteek, lieer, onze nieren en ons hart door het vuur van den II. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen mogen.

God, schepper en Verlosser van alle geloovigen,

verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, waar zij altijd naar verlangd heb-

■1». fir- .

-ocr page 136-

126

ben, door godvruchtige smeekiugen mogen verwerven.

Wij bidden U, Heer, voorkom onze werken met den invloed uwer genade, eu voltrek ze door uwe medewerking, opdat al ons gebed en al ons werk altijd van U beginne, en alzóó begonnen door 11 voltrokken worde.

Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt over allen die Gij te voren weet, dat zij door geloof en werk do uwen zullen zijn: wij smeeken ü ootmoedig, dat degenen voor wie wij ons voorgenomenhebben onze gebeden te storten, hetzij hen nog de tegenwoordige eeuw in het vleesch weerhoudt, of de toekomende hen reeds van het lichaam ontdaan, heeft opgenomen, op de voorspraak van al uwe Heiligen, door uwe genadige barmhartigheid vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen. Door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met I* leeft en regeert in de éénheid des Heiligen Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kun e tot U.

De almachtige en barmhartige Heer verhoor ons. Amen.

En dat de zielen der geloovigen, door Gods barm-hartigheid, in vrede rusten. Amen.

-ocr page 137-

127

LITANIE VAN DE H- MAAGD MARIA.

et

Kyrie, eleisun.

Heer, ontferm U onzer.

Christe, eleisou,

Christus,outferm U onzer.

rk

Kyrie, eleisou.

Heer, ontferm ü onzer.

U

Christe, audi nos.

Christus, hoor ons.

Christe, exaudi ikis.

Christus, verhoor ons.

en

Pater de coelirj Deus,

God, hemelsche Vader,

ij

miserere nobis.

ontferm U onzer.

311

Fili.Ee demp tor mundi

God, Zoon, Verlosser der

sn

Deus, miserere nobis.

wereld, ontferm U onzer.

;n

Spiritus sancte Deus,

God,IIeilige Geest, ont

w

miserere nobis.

ferm U onzer.

u

Sancta Trinitas, unus

Heilige Drievuldigheid,

h

Deus, miserere nobis.

éénGod,ontferni Uonzer.

e

Sancta Maria, orapro

Heilige Maria, bid voor

e

nobis.

ons.

s

Sancta Dei Genitrix,

H. Moeder Gods,

•t

Sancta Virgo virginum

= H. Maagd der Maagden,

e

Mater Christi,

^ Moeder van Christus, -■

Mater divinae gratiae.

13 Moeder der goddelijke j genade, 5

Mater purissima.

Allerreinste Moeder, j

Mater oastissima.

Allerzuiverste Moeder,

Mater inviolata.

Ongeschondene Moeder,

-

Mater intemerata.

Onbevlekte Moeder,

Mater amabilis,

Beminnelijke Moeder,

Mater admirabiiis,

Wonderbare Moeder,

Mater Creatoris,

Moeder des Scheppers,

-ocr page 138-

128

Mater Salvatoris, Virgo prudentissima, Virgo veneranda, Virgo praedioanda, Virgo potens,

Virgo clemens,

Virgo fidelis,

Speculum justitias,

Sedes sapientiae, Causa nostras laetiti», Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devotionis,

Eosa mystica,

Turris Davidica, Turris eburnea, Domus aurea,

Foederis area,

Janua coeli,

Stella matutina,

Salus infirmorum, Refugium peccatorum, Consolatrix affictorum, Auxilium Christiano-rum,

Regina Angelorum, Eegina patriarcha-

Moeder des Zaligmakers, AllervoorzichtigsteMaagd Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, G-oedertierene Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid. Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat, Eerwaardig vat. Uitmuntend vat vangods-|2 vrucht, ^

— Geheimzinnige roos, „ 0 Toren van David, § 5, Ivoren toren, 0

S\'Gulden huis, S

Ark des verbonds.

Deur des hemels. Morgenster,

Behoud der kranken. Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten. Hulp der Christenen,

Koningin der engelen. Koningin der aartsva-


-ocr page 139-

129

rum, ora pro nobis. Regina prophetarum, Regina apostolorum, Regina martyrum, Regina cont\'essorum, Regina virginnm, Regina sanctorum omnium,

Regina sine labe ori-

ginali concepta, Regina Sacratissimi

Rosurii,

Agnus Dei, (| ui tollis peccata munrli,Paree nobis, Domine. Agnus l_)ei, qui tollis peccata uiiuidi.Exau-di nos, Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, Miserere nobis. Clu\'iste, audi nos. Cliriste, exavidi nos. P a t e r n o s t e r. Et ne nos inducas in

tentationem. Sed libera nos a malo.

deren, bid voor ons. Koningin der profeten, Koningin dor apostelen, Koningin der martelaren, _ Koningin der belijders, P Koningin der maagden, p-^ Koningin van alle liei- lt; ! ligen, 2

L Ivoningiii zonder vlek £

—. X

\'/■ ontvangen,

Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans. Lam Grods, dat de zonden der wereld wegneemt. Spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. O u z e Y a d e r.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.


ft

-ocr page 140-

130

LAAT OXS BIDDEN.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelaresse, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

lïid voor ons, H. Moeder Gods.

Opdat wij de beloften \'van Christus waardig worden.

LAAT ONquot; 8 BIDDEN.

Stort, bidden wij U. Heer, uwe genade in onze harten, opdat wij die door de boodschap des engels de mensehwording van Christus uwen Zoon leerden kennen, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht worden. Door den-zelfden Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 141-

131

LATIiNSCHE GEZANGEN BIJ DE PROCESSIE.

T.

GROET AAN HET 11. SAKKAMEXT.

Ave verum.

Ave,veriini corpus iiatum,Wees gegroet, waarachtig lichaam,

De Maria Virgine, Uit Maria\'s maagden-

schoot !

Vere passum, immola- Dat, aan \'t kruishout op-tum, gedragen,

In cruce jiro homine. Zich voor ons ten offer

bood;

Cujus latus perforatum, Aan wiens diep doorboorde zijde,

Vero fluxit sanguine; Uw waarachtigbloed ontvloot ;

Estonobispraegustatum. Geef ons, U vooraf te

smaken.

Mortis in examine. Ju den kampstrijd van

den dood.

0 dulcis, o pie, O Zoete, O Goede!

0 Fili Mariae. O Zoon van Maria!

-ocr page 142-

132

II.

KERKHYMNE

ter eere van het Allerheiligste Sakrament.

PAN GE LIXftüA.

(Onder cle processie.) 1- Pange, lingua, gloriosi Corporis mysterium; Sanguinisque pretiosi,

Quem in mundi pretium Fructus ventris generosi Eex efindit gentium. 2. Nobis datus, nobis natus

Ex intacta Virgine,

Et in mundo conversatus, Sparso verbi sejnine, Sui moi\'as incolatüs Miro clausit ordine. 3. In supremas nocte coenoe Eecumbens cum fratribus, Observata lege plene Cibis in legalibus,

Cibum turbas duodenaj

Se dat suis manibus.

t

4. Verbum caro, panem veruni Verbo carnem efficit, Fitque sanguis Christi merum,

Et si sensus deficit, Ad firmandum cor sincerum Sola fides sut\'ficit.

-ocr page 143-

133

II.

KERKHYMNE

ter eere van het Allerheiligste Sakrament.

pange lingua.

W ij z e, als het V a a n 1 i e d, en vele Benedictiën: 1. Wil, mijn tong! \'t (lelieim des Ileereu,

\'t Lichaam, allen roem te groot, \'t Kostbaar Bloed met lofzang eeren. Dat de vrucht uit ed\'len schoot.

Dat de lieer van wie regeer en Ten rantsoen der aard\' vergoot. \'2. Ons gegeven, ons geboren,

Uit een maagdelijke Bruid,

Heeft Hij de aard\' ten woon verkoren. Strooit het zaad des woords er uit, ïotllij \'tleven, Hem beschoren,

Met een wondere orde sluit. 3. \'t Laatst, dien avond van zijn leven. Met zijn broed\'reu aan den Disch,

Heeft Hij, als het voorgeschreven Paaschmaal trouw gehouden is.

Zelf zich hun ten spijs gegeven.

In dit nieuw Geheimenis.

4. \'t Wooed in \'t vleesch tot ons gekomen, Maakte brood zijn vleesch door \'t woord, Wijn zijn bloed, dat uit ging stroomen;

Zoo geen zin \'t Geheim doorboort; \'t Is genoeg voor \'t hart des vromen.

Dat hij hier \'t geloof slechts lioort.

-ocr page 144-

134

5. Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui,

Et antiquum documentum Novo ceclat ritui:

Pi\'iBStet fides supplementum Sensuum defectui.

C.j^Genitori, Genitoque Laus et jubilatio,

Salus, lionor, virtus quoque

Sit et benedictio;

Procedenti ab utroque Compar sit laudatio.

v. Panem decoelo prrestitisti eis. v\' \'\'

R. Omue delectamentum in se liabentem. K\' ^

Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili, passi-onis tuffi memoriam reliquisti; tribue, quaesumus, ë{ ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria venerari, ut redemptionis tuas fructum in nobis Licli jugiter\'sentiamus. Qui vivis et regnas in Sfecula nwei saseulorum. Amen.

-ocr page 145-

135

5. Keren wij dan diep-gebogeu Een zoo Heilig Sakrameut;

De oude schaduw is vervlogen,

In dit nieuw Gelieim volend;

Wat de zinnen niet vermogen :

\'t Worde door \'t geloof gekend.

C. Lof den Vader. Ongeboren,

En zijn Ecngeboren Zoon;

Lof van allo jubelkoren Zij met dank cn zegetoon,

Beider Geest, als Hun, beschoren Op hun éénen glorietroon.

v. Brood uit den hemel hebt Gij hun gegeven. k. Dat alle geneugte in zich bevat.

LAAT ONS BIDDEN.

God, die ons onder het wonderbare Sakrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten; verleen ons,bidden wij U, de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó te vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die ieeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 146-

136

III.

LOFZANG TE DEUM.

Onder de processie.

(Zie de vertaling bladz. 75.)

Te Deum laudamus: Te Dominum confiténrur; Te astérnnm Patrem: omnis terra veneratur.

Tibi omnes Angeli: Tibi coeli, et uni versas potes-tates,

Tibi Cherubim et Seraphim: incessabili voce proclamant:

Sanctus, Sanctus, Sanctus, Dominus Deus Sabaoth.

Pleni sunt coeli et terra: majestatis glorice tua;.

Te gloriosus Apostolorum chorus,

Te Prophetarum laudabilis numerus,

Te Martyrum candidatuslaudat exércitus.

Te per orbem terrarum, sancta confitétur Ecclesia,

Patrem immens® majestatis,

Venerandum tuum verum et unicum Filium,

Sanctum quoque Paraclitum Spiritum.

Tu rex gloria;, Christe.

Tu Patris sempiternus es Filius.

Tu ad liberandum suscepturus hominem: non hor-

ruisti Virginis üterum.

Tu devicto mortis acüleo: aperuisti credentibus

regna coelorum.

Tu ad dexteram Dei sedes : in gloria Patris. Judex créderis esse ventürus.

-ocr page 147-

137

— Te ergo quoesumus, tuis famulis sübveui: quos

pretioso sanguine rédemisti.

Aeterna fac cum sanctis tuis: in gloria numerari. Salvum fac populum tuum, Domino: et benedic

hereditati tuoe.

Et rege eos: et extólle illos usque in aetérnum. Per singulos dies, benedicimus Te.

Et laudamus nomen tuum in Sffioulum: et in ssecu-lum siBCuli.

Dignare, Domine, die isto: sine peecato nos custodire.

Miserere nostri, Domine : miserere nostri.

Fiat misericordia tua, Domine, super nos: quem

admodum speravimus in Te.

In Te, Domine, speravi: non confdndarin aetérnum. v. Benedictus es Domine Deus Patrum nostrorum. K. Et laudabilis, et gloriosus in sa;cula. v. Benedicamus Patrem et Filium cum Sancto Spiritu.

E. Laudémus, et superexaltémus eum in sascula. v. Benedictus es Domine, in firmamento coeli. li. Et laudabilis, et gloriosus, et superexaltatus-

in sascula.

v. Benedic, anima mea, Domino.

li. Et noli oblivisci omnes retributiones ejus, v. Domine, exaudi orationem meam. k. Et clamor meus ad te veniat.

OREMUS.

Deus, cujus misericordiaj non est numerus, et

-ocr page 148-

138

bonitatis iufinitus est. thesaurus, piissimas majestati tu:u pro collatis donis gratias agimus, tuam semper clementiam oxorantes: ut qui petentibus postulata concedis, eosdem non desereus, ad prsemia fntura disponas.

Deus, qui corda fidelium Saneti Spiritus illustra-tione doouisti: da nobis in eodem Spiritu recta sapere, et de ejus semper coiisolatione gaudere.

Deus, qui neminem in te sperantem nimium affligi permittis; sed pium precibus pra;stas audi-tum: pro postulationibus nostris votisqvie susceptis gratias agimus. Te piissime deprecantes; ut a cunctis semper muniamur adversis. Per Dominmn nostrum Jesum Christum, Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Saucti, Deus, per omnia sajcula saeoulorum. Amen.

LOFZANG VAN MARIA- Luc- 1.

Magnificat anima mea Mijne ziel verheft den Dominum. Heer.

Et exultavit spiritus En mijn geest heeft meus: in Deo salutari zich verheugd in God, meo. mijnen Zaligmaker.

Quia respexit humili- Omdat Hij nederzag tatem ancillas su:b : ecce op de geringheid zijner enim ex hoc beatam me dienstmaagd : want zie

-ocr page 149-

139

diceut omnes generati- van nu af zullon alle ones. geslachten mij zalig noe

men.

Quia fecit mihi magna Omdat Hij, die machtig qui potens est: et sanc- is, aan mij groote dingen tum nomen ejus. gedaan heeft : en zijn

naam is heilig.

Et misericordia ejus En zijne barmhartig-a progenie in progenies: heid is van geslacht tot timentibus eum. geslacht over hen, die

Hem vreezen.

Fecit potentiam in Hij heeft kracht door brachio suo : dispersit zijnen arm gedaan : Hij superbos meute cordis heeft degenen, die hoo-sui. vaardig in de gedachten

van hun hart zijn verstrooid.

Deposuit potentes de Hij heeft machtigen sede : et exaltavit hu- van den troon afgezet, en miles. geringen verheven.

Esurientes implevit Hij heeft hongerigen bonis: et divites dimi- met goederen vervuld, sit inanes. en rijken ledig heen ge

zonden.

Suscepit Israël 2\'ue- Hij heeft Israël, zijnen rum suum : recordatus dienaar, aangenomen, in-misericordise sua:. dachtig zijner barmhar

tigheid.

-ocr page 150-

140

Siout locutus est ad Gelijk Hij tot onze patres uostros ; Abra - voorvaders gesproken liam, et semini ejus in heeft, aan Abraham en sascula. üijn nageslacht in eeuwig

heid.

Gloria Patri, etc. Eere, enz.

-ocr page 151-

iiiaiüi*

i.

LOFLIED

van

DE MOEDER VAN BARMHARTIGHEID.

salve regina.

(Zie bladz. 78.)

Wijze: O vijf werelds klare lichten! of: Zing, mijn ziel; het vijftal Wonden.

1. quot;Wees gegroet, o Koninginne!

Moeder gij vol teed\'re minne,

Gij ons leven, hoop, zoo zoet, Wees, Maria ! wees gegroet; Bid voor ons, Maria !

2. \'t Is tot ü dan, dat wij vlncliten. Onder tranen en veel zuchten ;

Tot u rijst ons klaaggeschal In dit aardsche tranendal ; Bid voor ons, Maria!

• 3. O dan nu, wil voor ons spreken,

\'t Goedig oog slaan op ons smeekeu, Gij, die altoos voor ons pleit, Moeder van barmhartigheid ! Bid voor ons, Maria !

-ocr page 152-

142

4. En na dit ons ballingsleven, Toon ons Jesus, lioogverlieven,

rieü\'ge vrucht van uwen schoot; Toon Hem ons, bij onzen dood ; Bid voor ons, Maria !

5. O dan. Moeder vol ontferming ! Toon ons, kind\'ren, uw bescherming,

O gij Maagd! zoo vroom, zoo zoet, W ees, Maria I wees gegroet; Bid voor ons, Maria !

2.

JUBELLIED

op het

xvme EEUWFEEST VAX DEX MARTELDOOD der

HH. APOSTELEN PETRUS EN PAÜLUS.

den 29sten Juni 1867, den dag der Heiligverklaring onzer Gorkumsche Martelaren.

(Zie bladz. 7)

Wijze van vele kerkgezangen als, : Creator a 1 m e s i d e r 11 m * — en : O Moeder Gods, o reinste Maagd! — alsook M. 27. 69.

1. Heel de aarde looft met jubelschal De vorsten van \'t Aposteltal,

Nu ach tienmaal een eeuwkring sloot Sinds hun vereenden gloriedood.

-ocr page 153-

M at helmacht losbrak op die Kots. Onwrikbaar, als \'t orakel Gods,

Staat Petrus\' Stoel al de eeuwen door. Eu straalde weêr in liooger gloor. Eén iu geloof, in lioop en min, W as lieel het Katholiek Gezin,

Iu de Opperlieruers uit lieel de aard\'. Om \'t eene i loofd der Kerk vergaard. ZIJ, vruclitb\'re Bruid van onzen Heer, i\'elt weêr een koor van Ueil\'gen meer. Uit alle rijk en eeuw eu stand. Ook van uw grond, mijn Vaderland I Is t eeuwfeest voor heel \'t wereldrond Is \'t 1 eest nog voor den Vadergroud. Die eigen kind-ren kronen zag:

Voor óns dan, o wat jubeldag! Zij stierven, zij, door \'t martelkoord. Voor huu geloof in Jesus\' woord.

Voor huu geloof in \'s werelds Rots, Den Paus, den Stedehouder Gods! En zie! toen Plus Gorkums rij Van helden kroonde op \'t Eeuwgetij, Daar stond als krijgswacht om\'t altaar De keur van Neêrlands jong\'liugschaar Gekroondeu! dat uw bede ons sterk\' In liefde eu trouw aan Jesus\' Kerk. En eens voor d\' onbezweken strijd Ook ons de zegekroon verblijd\'.

-ocr page 154-

144

6. O bid nu, Neêriauds Heil\'genschaar! Dut God deez\' dierb\'ren grond bewaar\' Kn \'t. liier, liij \'t keerend Eeuwgetij, Heeds lang één Kndde, één Iicrdor zij

KERKHYMNE VAN ALLE HEILIGEN.

I\'l.ACAUE, CIIÜISTE, SERVI:LIS.

AVljzr.N, als liet vorige Lied : of ook : O J lt;■ s u s v I e e s c h-g e w orde n W oor d.

1. Sla, Christus! weêr verzoend ons ga Nu, bij uw zetel van genu,

Zij voor ons spreekt, de teed\'re 3Iaagd, En vrijspraak van den Vader vraagt. 2. Gij, in uw negenvoudig sfeer.

Bescherm ons, zalig Eng\'lenheer!

A\\reer wat ons schaadde, nóg ons schaadt, Weer al het ons nog dreigend kwaad.

Apostel-en Profeten-tal!

Verbidt den Regter van \'t heelal. Dat Hij, wie waarlijk schuld beween\'. Erbarming en genu verleen\', 4. Gij, Mart\'laars in uw pnrpergloor! Gij, meêbekroond Belijd\'renkoor!

Reikt aan ons, ballingen, de hand,

.Roept ons tot u in \'t Vaderland.

-ocr page 155-

145

5 Gij, Maagdenkoor! zoo rein en blij !

En wie de diepe woestenij Ten hemel zond: vraagt bij Gods troon, Een plaats voor ons in \'s hemels woon.

6. Het trouweloos geslacht ontwijk\' Uit alle grens van Christus\' rijk, Dat ons een Schaapstal als weleer, Één Herder weêr vereend regeer\'.

7. Zij God den Vader lofgeboón, En \'s Vaders Eéngeboren Zoon;

Zij lof de» Trooster ook bereid. Vim nu af tot in eeuwighoid.

4.

.11} IS E Ei li IE; 1gt;

aan de

HH. XIX MARTEL AKEN VAN GOHKU31.

/ijzen, als Lied III; en : O Deus, e g o, a m o T c

1. Tot n, o Gorkums Heldental! quot;Weerkliuke luid mijn lofgeschal;

Tot ii, door wie mijn ziel ontgloeit, Van dankb\'ren jubel overvloeit.

2. Gedenk ik, hoe ge oj) onzen grond Uwe onverwelkb\'re kronen wont. Dan juich ik bij uw heldenmoed :

Ook ik ben van uw Neêrlandsch bloed.

10

-ocr page 156-

140

8. Ik juicli, als ge in den dood niet buigt, Maar trouw voor \'t Hoofd der Kerk getuigt, En nu, door Pius\' hand gekroond, Als H e i 1\'i g e n in Gods glorie troont.

4. Ik juich, als gij zoo onversaagd Maria Moeder prijst en Maagd

En ouze en\'s hemels Koningin: Verrukt stemt heel mijn ziel het in!

5. Maar sterft gij voor \'t Geheimenis,

Waar Jesus zelf ons voedsel is :

Dan, naamloos is mijn ziel verblijd. Dat ik het ook met u belijd.

G. Dat ik met u één God, één lieer Één Geest, één lichaam, doop en leer In de eene Moederkerk beken. En onverdiend haar kind ook ben.

7. Drie eeuwen vloden sedert heen, En ons eu uw geloof is één :

O voer\' het, bij één hoop, één min. Ook ons uw Kerk der glorie in!

-ocr page 157-

117

o.

LOFKA*»

AAN DE

HH. XIX MARTELAREN VAX GORKCM.

il. Ilij die aan \'s Vaders zijde troout, Van eeuwig glorielioht omkrooud, Hij, Offer nog en Offeraar,

Woont ia ons midden op \'t altaar

\'J. Al wie zijn god\'lijk woord gelooft,

Aanschouwt Hem ook in \'t zichtbaar Hoofd Der ééne Kerk, door Hem gesticht. Die voor geen hellemachten zwicht.

■S. In \'t stil Geheim, aan Liefde\'s Disch, \\V aar Hij der zijnen voedsel is,

Vereent Hij ze elk en onderling In altijd hooger levenskring.

4. Hij, de Opperherder die ons voedt, I[ij is \'t die ons onzichtbaar hoedt.

Door Petrus nóg diens broed\'ren sterkt, Door \'t zichtbaar Hoofd onze eenheid werkt.

ó. Dat, onverschrokken Heldental!

Wier lof weerklinkt door \'t wereldal. Dat, Heil\'gen van mijn vadergrond! Hebt gij door woord en dood verkond.

• i. Van Gorknm\'s burg tot lïrielle\'s stad, •Gringt gij uw gruwzaam martelpad.

-ocr page 158-

148

Aan haat en moedwil van do hel Ten langgerekt en bloedig spel.

7. Gekerit, geblakerd, vuig bespot, Gesleurd in alle kerkerkot.

Zaagt ge u de schandgalg vaak bereid. Door dood aan dood u heengeleid.

8. Maar immer, tot het folterkoord De veege stem en adem smoort, Streedtgij voor\'t zichtbaar Hoofd der Kerk, En Liefde\'s blijvend Wonderwerk.

9. Dien ge in \'t geloof op Petrus\' troon. En vóór u zaagt in de outerwoon. Aanschouwt gij thans in \'t glorielicht. Van aangezicht tot aangezicht,

10. Smeekt, dat Hij ons geloof versterk\' In quot;t zichtbaar Opperhoofd der Kerk, En \'t wonderzoet Geheimenis,

Waar Hij ons zelf ten voedsel is.

11. O smeekt Hem door uw martelbloed. Dat Hij ons vaderland behoed\',

En wie hier doolt, om zijn altaar In de eenheid van zijn Kerk vergaar\'.

-ocr page 159-

149

C.

SMKEHKAWCt

tot de

HU. XIX MARTEL All EX VAK GOUKUM. (bij besmettelijke ziekten.)

Wijzen, als het Stabat Mater; — M. 46, N.M. 5 ,

en: B ij s t a n d van wie voor u s t r ij d e n.

1. Gij, die hier geleeft, geleden,

Hier uw zege hebt volstreden,

Gorkum\'s zaal\'ge Heldenschaar I Leonard met uw Gezellen!

Zie ons Neerland tot u snellen In \'t aldreigend doodsgevaar.

i. \'t Is met alle zielsvertrouwen.

Dat wij tot u opwaart schouwen

In eenparig smeekgebed:

Üw gebeente, rondgedragen.

Heeft een stad 1), door pest geslagen. Eens uit nood en dood gered.

3. Gij, die we onze broeders noemen,

Thans zoo blijde Heilig roemen:

Om de glorie u gebracht,

Wilt u onzer nu ontfermen.

En den dierb\'ren grond beschermen, Die van droefenis versmacht.

1) Brussel, in 1618.

-ocr page 160-

150

4. Ach, het bloed, door u vergoten, Vraagt toch voor uw landgenooten

Geen te welverdiende straf;

Maar, door u weêr opgedragen,

Keer\' het alle geeselslagen,

Ziekte en zonde van ons af.

5. Nieuwe lof moet u gezongen

Waar ge uw kruisstrijd hebt voldongen.

Waar nu \'s Heeren hand ons treft; Daar wil Hij u nogmaals kronen. Als ge uw martelweg zult toonen En voor ons uw stem verheft.

7.

E\'d: B.C. ËS i w■ i: Egt;

ter eere der

HII. MARTELAARS VAN GORIvUM.

Op de heenreis.

Wijzen: Ma ra\'s beeld te midden, of: Komt nóg een gr o e t en b e d é; en M. 6l.

1. Wij gaan te beevaart henen Naar Brielle\'s martelsteê.

Daar dankbaar ons vereenen

In lofgezang en beê;

Bidt, Neêrlands Martelaren!

Voor Neêrlands pelgrimscharen, Gij ónze, gij ónze Ileil\'gen! bidt voor ons.

-ocr page 161-

151

2. Wij gaan ter grafstee knielen

Waar gij uw leven boodt:

O bidt voor onze zielen

En nu en in den dood:

Bidt, Neérlands Martelaren!

Voor Neérlands pelgrimsoharen, (jij ónze, gij ónze Heil\'gen! bidt voor ons.

3. Daar richten we onze schreden,

Met ingekeerd gemoed.

Langs \'t pad, door u betreden,

Verheerlijkt door uw bloed;

Bidt, Neérlands Martelaren!

Voor Neérlands pelgrimscharen. Gij ónze, gij ónze Heil\'gen! bidt voor ons.

4. Daar zal de bron ons drenken

Der heil\'ge waterkom,

W aarbij ge uw bloed mocht schenken

Voor \'t hemelsch heiligdom;

Bidt, Neérlands Martelaren!

Voor Neérlands pelgrimscharen. Getrouwe, getrouwe Strijders! bidt voor ons.

5. Daar geuren nog de bloemen

Ons toe van uwe deugd;

Daar zullen wij u roemen

Als onze kroon en vreugd!

Bidt, Neérlands Martelaren!

Voor Neérlands pelgrimscharen. Geliefde, geliefde Heil\'gen! bidt voor ons-

-ocr page 162-

152

6. En gij, als iu ons midden

O Gorkurns Heldenschaar!

Gij zult daar met ons bidden

Bii \'t u gewijd altaar;

Daar gloriepalm en kronen Voor ons aan Jesus toonen,

Geliefde, geliefde Heil\'gen! bidt voor ons.

7. Daar gaan wij \'t wéér belijden,

\'t Geheim, door u geloofd; Aan Jesus\' Bruid ons wijden

En aan haar Heilig Hoofd;

Daar Jesus\' Moeder roemen,

En mét u zalig noemen,

Gekroonde, gekroonde Helden! bidt voor ons.

8. Maar keert niet, Pelgrimscharen!

Of eerst smeekt gij op \'t graf A an Neêrlands Martelaren,

Het heil van Neerland af:

Dat Jesus saam ons hoede,

Aan d\' eigen Disch wéér voede. Gij ónze, gij ónze Heil\'gen! bidt voor oas.

-ocr page 163-

153

8.

KKRKIIOETE-L.IKU

Wijzen \'Wees gegroet op k i n d e r e n t o o n, of: L i e v e Moeder van den Heer! — M. 50, en vele andere melodiën.

1. Jesus! Offer vau \'t altaar, U, door \'t ongeloof bestreden,

U, door Gorkums Heldenschaar Tot hun jongsten snik beleden: Jesus! U zij lof bereid.

Nu en tot in eeuwigheid.

2. Ü, in \'t Heilig Sakrament

Ons ten gastvriend, spijs en leven,

U, door \'t ongeloof miskend, Door uw Mart\'laars hoog verheven: Jesus! U zij lof bereid.

Nu en tot in eeuwigheid.

3. \'s Vaders en Maria\'s Zoon! Ach! wat al ondankb\'ren steken

Zoon en Moeder naar de kroon: Wij dan met uw Mart\'laars spreken; U en haar zij lof bereid.

Nu eu tot in eeuwigheid.

4. Hemelkoning! ook gehoond

In de tl dierb\'re vriendenkringen, Die Gij met uw glorie kroont,

-ocr page 164-

154

Hoor ons met uw Mart\'laars zingen U en hun zij lof bereid,

Xu en tot in eeuwigheid.

5. U, gesmaad in \'t Heilig Hoofd Der vereende Christenseharen,

U, in hem door \'t bloed gelooi\'d Onzer trouwe Martelaren: U en hem zij lof bereid,

Nu en tot in eeuwigheid.

tl. Jesus! in uw Kerk bespot, Mot haar macht, haar leer en leven,

U, haar Bruidegom en God! Door uw Mart\'laars luid verheven: U en haar zij lof bereid,

Nu en tot in eeuwigheid.

7. U, voor wien zich alle knie Over \'t gansch heelal moet buigen.

Dat het U dan hulde biê Met uw heil\'ge Bloedgetuigen;

U zij aller lof bereid,

Nu en tot in eeuwigheid.

-ocr page 165-

105

9.

HonctEXLic:».

JAM LUCIS OliTO SIDERE.

Wijze, als het Latijn, Creator a 1 m e s i d e r u m, en-andere kerkzangen; — OMoeder Gods o reinste Maagd! M. 27, 69, en vele mjlodiën.

1. Het daggesternte licht weêr aan,

Laat ons tot God nu smeekend gaan : Dat Hij bij \'t geen wij daaglijks doen. Voor alle kwaad ons wil behoên.

2. De tong betoome en temper\' Hij,

Dat er geen schuwb\'re twistklank zij; Beschermend dekk\' Hij onzen blik, Dat ons geen ij delheid verstrikk\',

3. Dat heel ons harte zuiver zij.

De geest van alle weerzin vrij ;

Het vleesch verleer\' zijn trotsche wijs, Door soberheid in drank en spijs.

4. Opdat, is straks de dag gegaan.

En voert de beurt de nacht weêr aan,. Wij, door onthouding rein, te meer De glorie zingen van den Heer.

■j. Geef \'t Vader, Gij zoo liefderijk! En Eén\'ge Zoon ! aan Hem gelijk ! Die met den geest den Trooster, een. Regeert door de eeuw der eeuwen heen.

-ocr page 166-

156

10.

AVOlVnLlEI».

TE LUCIS ANTE TEEMINUM.

Wijze, als het vorige Lied. 1.. ü, Schepper ! eer ons \'t lioht vergaat, U, bidden we, onzen toeverlaat: Dat Ge in uw goedertierenheid Ons uwe hoede en hulp bereidt. quot;2. Ver wijke \'t nachtlijk droomgekwel, En aller beelden wufte spel ;

Buig onzen vijand neêr, en zij Ons lichaam gansch van smetten vrij. fi. Geef \'t Vader, Gij zoo liefderijk I En Eén\'ge Zoon ! aan Hem gelijk. Die met den Geest, den Trooster, één, Kegeert door de eeuw der eeuwen heen. 11.

P ANKLIED J^A pE J-ï. ^VLlS.

Wijze, als Lie d.

1. Zoo is dan \'t Offer van het Kruis Hier weer gebracht in \'s Heeren huis. Het Lam, dat op Calvarie stierf. Ons \'t leven door zijn dood verwierf.

2. \'t quot;Was Jesus, onze Middelaar, Die Offer zelf en Offeraar,

Zich onder schijn van wijn en brood Voor ons den eeuw\'gen Vader bood.

-ocr page 167-

157

3. Hij bracht aan \'s levens Opperheer In onzen naam oneindig eer,

Den dank aan aller gaven Bron,

Zooals geen schepsel brengen kon,

4. Hij vroeg aan God, door ons vergramd Op ons te recht in toorn ontvlamd, Vergeving door zijn offerbloed.

En heeft ons, zondaars, weêr behoed.

5. Hij bad met heel de christenschaar.

Hier neergeknield voor \'t smeekaltaar, Bij zijn verzoenden Vader meè.

En vroeg verhooring onzer beê.

6. O godlijk Lam, voor ons geslacht! U dan zij onzen dank gebracht;

Wij smeeken door uw dierbaar Bloed, Dat Ge ons voor alle kwaad behoedt.

12.

AKTEN VAN GELOOF, HOOP, LIEFDE EN BEROUW.

VOOR oy NA DE BIECHT.

Wijze : Lauda, Sion! Salvatorem. — Stabat Mater. — B ij s t a n d van wie v o o r u s t v ij d e n. M, 46; N. M. 5, 44 en 65,

Akte van Cadoof\'.

1. Ik geloof en zal gelooven

Wat Gods Kerk, verlicht van boven. Voorstelt als geopenbaard ;

-ocr page 168-

158

Gij, mijn God ! Gij kunt niet falen, En uw Kerk kan nimmer dwalen.

Naar Gij zelf ons liebt verklaard. U belijd ik, nooit volprezen Drie Personen, één in Wezen,

God de Vader, Geest en Zoon ! God de Zoon kwam tot ons neder, Stierf, verrees, en keert eens weder, \'t Kwaad ten straf, en \'t goed ten loon

Akte van E9lt;top.

Vader ! \'k lioop, dat Ge ons zult geven Om uw Zoon het eeuwig leven, Met al \'t geen ons heil vervult ; \'k Hoop het vast, daar Gij almogend Goed, getrouw en mededoogend, \'t Geven kunt, en wilt, en zult.

Akte van I^ieBile.

Heer! ik wil uit hart en zinnen U steeds bovenal beminnen.

Want Gij zijt het Opperst Goed: En om U bemin ik allen,

Die ik naar uw welgevallen Als mij zelv\' beminnen moet.

Akte van Heronw.

God van Goedheid ! heel mijn harte Is vol rouw en boetesmarte.

Om al \'t kwaad door mij begaan ;

-ocr page 169-

159

\'k Wil het U ter liefde luiteu. Nooit, o nooit U meer verlaten : Neem mij in ontferming aan.

13.

JESU3 ZOETE GEDACHTENIS.

1UJ DE K. BIECHT OF COMMUNIE.

JESU DUUCIS MEMORIA.

Wijze, als het Latijn, en Lie cl IX.

Aan Jesus denken is reeds zoet, \'t Geef ware blijdschap aan \'t gemoed. Maar Jesus\' zoete bijzijn gaat Voor honig en al wat bestaat.

Niets zoeters brengt een zangtoon voort, Niets streelenders wordt ooit gehoord. Aanminnigers wordt niets gedacht Dan\' Jesus ! door God voortgebracht. 0 Jesus ! hoop voor al wie boet. Wat zijt Gij voor den smeek\'ling goed. Voor wie U zoekt, hoe teêrgezind. Maar wat voor hém wel, die U vindt ! Geen tong, neen, spreekt het immer uit, Geen letter, die het ooit beduidt: Wie \'t smaakte, die geheimnis, Hij weet, wat Jesus minnen is.

-ocr page 170-

160

5. Wees, Jesus ! onze zielevreugd,

Die \'t loon eens wezen zult der deugd ; Zij onze roem in U alleen,

Door al der eeuwen eeuwen heen.

14.

AKTEN VOOR DE H. COMMUNIE.

Kemgen. 1. Jesus! Menschgeworden God, Die niet in uw woord kunt falen.

Gij rust hier in \'t Sakrament; Kan \'t mijn geest niet achterhalen, , God der waarheid! \'k tuig het nu, / Jesus ! ik geloof in ü.

Eenigen. 2. God van almacht, liefde en trouw \'k Ben beschaamd om al mijne zonden, Maar Gij, Heer! hebt ze uitgewischt In het bloed van zóóveel wonden, i Vol betrouwen kom ik nu Goede Jesus ! \'k hoop op U.

Eenigen. 3. God van liefde en opperst Goed! Gij wilt spijzen ons en drenken, In \'t Geheim der hoogste min Heel u zelven aan ons schenken, Liefste Jesus ! kom, kom nu. Allen, j- Ach mijn ziel verzucht naar U.

-ocr page 171-

161

Kenifjen. 4. \'k Ben niet waardig, groote God ! Dat Gij ingaat in mijn harte,

Spreek, Heer ! spreek een enkel woord, En, doorwond van liefdesmarte, \\lle \\ ! Jesus kom toch mi,

( Kom, o kom ! ik smacht naar U.

Eeniyen. 5. \'k Zal dan aan den Heil\'gen Disch U, mijn Jesus! gaan ontvangen,

U, mijn\' God, mijn\' groeten God, Aan mijn zalig harte prangen, ^ , Goede Jesus! kom toch nu, / Kom, o kom ! ik snel tot U.

15.

Alt\'B\'KX XA ME II. « OnTH VIK.

Wijze, o. a. als N. M. 57.

Kene stem. 1. Nu lieeft mijn Jesus dan

Zich mij tot spijs gegeven,

Die mijn verkwikte ziel bewaar\'

In \'t eindelooze leven ;

Ach, nroede God ! U smeek en wij : Allen. \\ ....

ƒ lgt;iiji ons nu eeuwig bij.

Kene stem. 2. Zoo is dan waarlijk \'s Vaders Zoon Tot mijne ziel gekomen. En heett zijn zetel in mijn hart,

11

-ocr page 172-

1C2

Mijn zondig hart genomen ; Ach God! AchGod! U smeekeinvij AUen. | Blijf ons nu eeuwig bij.

Kenc stem. 3. O dat ik al de stemmen had, Die opgaan van deze aarde, En \'t nimmer zwijgend hemelkoor

Zich aan mijn loflied paarde ! U, God! U, God! aanbidden wij.

Allen.

/ Blijf ons nu eeuwig bij.

Eenestem. 4. \'k Aanbid, ik loof, ik dank U, God!

Ach, zie mijn tranen beven ;

AVat zal ik, goede Jesus ! U Voor zóóveel liefde geven? U, God! U, God! U danken wij. Allen. | Blijf ons nu eeuwig bij.

Eene stem. 5. Ik wil, mijn Jesus! wat ik ben. Mijn hart, mijn vreugd en lijden. Mijn leven en mijn stervensuur Ten offerand U wijden; ^ U, God! U, God! beminnen wij. Allen. I Blijf ons nu eeuwig bij.

Eene stem. 6. Maar zwak is onze ziel, o lieer!

Als \'t licht-bewogen riet; Almachtig God! wij smeeken U:

Verlaat, verlaat ons jiiet; Nog eens, nogjeensdan smeeken wij :

\\

I Blijf ons toch eeuwig bij !

Alien.

-ocr page 173-

163

\' 16.

w:nKB-:uii.i£-;8»

TOT ONZE HH. MARTELAARS, ALS ONZE O KLIEF] IE BESCHERMERS,

\'iV IJ z !■: k : M a r i a\'s b e e 1 d t e m i d d e n, of: K om t, n ó g e e n kin de r bede: eo M. 61.

1. Na\'s werelds strijd en lijden,

In Jesus\' kracht volbracht,

lieniet gij zijn verblijden,

En deelt zijn gloriemacht;

O laat nu, goede Heil\'gen I Uw voorspraak ons beveil\'gen,

beliefde Beschermers! bidt, o bidt voor ons.

2. Wij nog bij \'s levens plagen.

Wij zijn in zielsgevaar;

Ach, hoort ons klagen, vragen,

Dat ons uw hulp bewaar\';

O laat dan, goede Heil\'gen I Uw voorspraak ons beveil\'gen,

(jeliei\'de Beschermnrs! bidt, o bidt voor ons.

3. Komt Satan ons bekoren,

Lokt vleesch, of wereld aan:

Wilt onze smeekstem hooren.

Ach helpt! of\' wij vergaan.

O laat dan, goede Heil\'gen! Uw voorspraak ons beveil\'gen.

Geliefde Beschermers! bidt, o bidt voor ons.

-ocr page 174-

164

4. God kroonde u aller leven

Met glorierijken dood;

Mocht op uwe beê Hij geven,

Dat \'k zalig de oogen sloot.

Laat dan, o goede Heil\'gen ! Uw voorspraak ons beveil\'gen,

Geliefde Beschermers! bidt, o bidt voor ons.

5. O waar ge in \'d eeuw\'gen vrede

Nu Jesus\' aanschijn ziet:

Verwerft mij door uw bede,

Dat ik uw heil geniet\'.

O laat dan, goede Heil\'gen! Uw voorspraak ons beveil\'gen,

Geliefde Beschermers! bidt, o bidt voor ons.

17.

SnKKHSBAKCi

TOT ONZE GORKUMSCHE MARTELAREN Al.S PATROONHEILIGEN.

W ij /, E, als; Komt t o t Mij! of: «G o d e 1 ij k h a r 11 zooals men dit Li e d bij de Eerw.Tilburgsche Zusters zingt. De eerste, zesde en negende versregel wordt herhaald.

1. Heil\'gen Gods! (bis.)

Waar ge in \'s hemels Koren \'t Godlijk aanschijn\' ziet,

Wilt het smeeken hooren Van ons Pelgrimslied;

Heil\'gen Gods! (bis.)

-ocr page 175-

IGó

quot;Gij Patronen, ons in \'t leven, En in \'t stervensuur gegeven: Bidt voor ons! (b i s.)

.2. Dienaars Gods!

Aan uw Heer en Koning

Hebt ge uw dienst gewijd: Groot is uw beloonig,

Groot als de aardsche strijd; Dienaars Gods!

Ach daar wij in véél ontbreken. Wilt voor ons bij Jesus spreken. Bidt voor ons!

3. Vrienden Gods!

O wat zoet vertrouwen

Wekt dit minlijk woo cd! God zal ons aanschouwen, Die uw beê verhoort; Vrienden Gods!

Wat gij vraagt zal Hij ons schenken Blijft ons dan bij Hem gedenken, Bidt voor ons!

4. Heil\'gen Gods!

Méér, neen, dan uw leven In uw folterdood.

Méér kondt gij niet geven Dan uw liefde bood;

Mart\'laars Gods!

-ocr page 176-

166

Naar uw liefde is uw vermogen,

Ziet ons aan met mededoogen,

Bidt; voor ons!

Heil\'gen Gods!

Dienaars, Welbeminden, Mart\'laars van den Heer!

Om zijn gunst te vinden,

Zingen we u ter eer;

Heil\'gen Gods! Tot Patronen ons in \'t leven.

En in \'t stervensuur gegeven.

Bidt voor ons!

18..

KEKRHYMNE OP HH. MARTELAARS.

BEX GLORIOSE MARTYEILM.

1. Der Martelaren Gloriehoofd,

En kroon van wie in U gelooft. Gij geeft, dat hij die de\'aard\' verzaakt. Uw hemel tot belopning smaakt.

quot;2. Neig haastig ons- een gunstig oor,, Verleen aan onze stem gehoor.

En bij ons heilig zegelied,

Gedenk toch onze schulden niet.

3. Die in uw Mart\'laars overwint Ontfermend uw Belijders mint:

Verwin ook wat misdreven is, Verleener van vergiffenis!

-ocr page 177-

1G7

4. Zij God den Vader lot\' en eer,

Zijn éen\'gen Zoon ook, onzen Heer; Den Geest en Trooster, met Hem een, En nu, en door alle eeuwen heen.

11).

KERKLIED

OHD ES II. JU A BIT Eli AARS

SANCTORUM MERITIS.

Wijzen, als het Latijn, en eigen melodie, i. Verheffen wij te zaam der Heil\'gen Hemelvreugd, Het hoogverheven loon van heldenmoed en deugd : Hen zingen wil de ziel, verwinnaars groot als zij, Hen zingen op hun feestgetij.

2 Zij zijn het, wie zoo dwaas de wereld heeft gehaat. Door haarals leeg van vrucht en dor van bloem versmaad j Zij, goede Koning van het zalig hemelheer!

Zij streden, Jesus ! voor uw eer.

3. Zij hebben, zij voor U bedreiging, geeselsmart.

En al de razernij van wreedaards uitgehard :

Hen scheurt de folterklaauw, maar vruchteloos, van een, En dringt niet tot het binnenst heen.

4. Gelijk het zwijgend lam, zijn zij door \'t zwaard geslacht: Geen enk\'le zucht weerklinkt,geen enk\'le jammerklacht; Hun schuldelooze ziel, van heil\'gen moed vervuld,

Bewaart een onverstoord geduld.

5. Wat woord, wat menschentaal, die immer ons verklaartquot; Wat kostbaar loon Gij voor uw Martelaars bewaart;

Zij sieren, rood van \'t bloed, bij stroomen aangeboón. Zich \'t hoofd met schitterende kroon.

-ocr page 178-

168

U, hoogste en ééne God en Heer! U smeeken wij : Weer alle schuld van ons, maak ons van onheil vrij, En geef uw dienaars vree, dat we eindeloos uw lof Bezingen in het hemelsch hof.

20.

KERKHYMNE OP EEN MARTELAAR.

DEUS TÜORÜM MILITUM.

Wanneer men een loflied op één onzer XIX HH. Martelaars wil zingen.

Wijze, als het Latijn, en Lied IX.

1. God ! uwer strijd\'ren zegekroon, Hun alvergeldend deel en loon;

Maak ons, bij \'s Mart\'laars lofgetij, Van alle zondeboeien vrij.

2. Hij toch zag \'s werelds schijngeneugt. En \'t valsche lokaas van haar vreugd. Als vol van gal, verachtelijk aan.

En is ten hemel opgegaan.

o. Gerust ter folt\'ring heengespoed.

Stond hij die uit met heldenmoed ; Om \'t bloed, dat hij voor U vergoot, Is hij nu \'s hemels deelgenoot. 4. Daarom, zie, goedertieren Heer !

Op ons ootmoedig smeeken neêr: Dat Gij, om \'s Mart\'laars zegestrijd. Uw dienaars van hun schuld bevrijdt.

-ocr page 179-

169

. Zij lof en eeuwig eerbetoon Aan God den Vader, en den Zoou, En Heil\'gen Trooster, met Hen één, Door de altijddurende eeuwen heen.

21.

T.IK» OPOXKK MKIiKVAAIIT.

p de heenreis, en ook eer men uit de kerk opgaat

naar het H. Land.

Wijze : O beeld van \'t reinste leven!

Eenigen.

1. Wat spoedt ge, o Pelgrimseharen !

ïer vrome beevaart heen.

Laat ge aardsche zorgen varen En denkt aan \'jrod alleen ?

Allen.

Wij zijn hier vreemdelingen.

Ons doel is niet op aard\',

Maar in Gods hemelkringen : Zoo leert de bedevaart.

Eenigen.

2. Wat spoedt ge, o Pelgrimseharen !

Ter heil\'ge Hoogtijds-Mis,

En knielt gij om de altaren En Jesus\' Liefdedisch ?

-ocr page 180-

170

Allen.

Is Hij niet hier beneden

Als Pelgrim voorgegaan ? Hem volgen onze schreden Op onze Pelgrimsbaan.

Eenigen.

O goddelijke goedheid !

Daar is Hij ons ten spijs, En smaken wij de zoetheid Van t\' hemelsch Paradijs !

Allen.

Daar wordt voor \'t aardsche leven

Ons alle troost en kracht,

Daar alle hoop gegeven Voor onzen stervensnacht.

Eenigen.

AVat spoedt ge, o Pelgrimscharen !

Naar Brielle\'s stede heen. En brengt er jaar aan jaren Uw lof-en smeekgebeên ?

Allen.

Wij eeren onze Broeders,

Daar voor \'t geloof vermoord : Daar werden ze onze hoeders. Wier bede God verhoort.

-ocr page 181-

171

Eenigen.

Daar dreef men onder slagen Hen in processie om,

En steen eu straat gewagen Van al hun marteldom.

Allen.

Daar gaan we, o Pelgrimscharen Waar \'t heilig water welt.

Ons in \'t gebed vergaren Op \'t roemrijk martelveld.

Eenigen.

Daar zien zij van hun troonen Ons bidden op hun graf.

En bieden God de kronen. Die hun zijn liefde gaf.

Allen.

Zoo daalt genade neder Voor ons in allen nood ;

Gesterkt gaan wij dan weder. Voor leven en voor dood.

-ocr page 182-

172

22.

^tj fiet imderai omi [leu ^rief.

AVij/.k ; Komt! heffen wij een loflied aan, en andere medodiën.

1. Laat, Pelgrims! laat uw blikken gaan

Waar ginsche toren ligt:

Het doel van uwe pelgrimsbaan.

De Briel rijst in \'t gezicht! De stad waar Neêrlands Heldental

Voor God het leven bood,

Kn tot een schouwspel voor \'t heelal Gefolterd werd ter dood.

2. Nog gaan sinds di-iemaal honderd jaar

Er duizend stemmen om,

En markt en weg en alles daar

Tuigt van hun marteldom.

Ginds, aan dien overdierb\'ren grond,

Was hun gebeent vertrouwd. Waarop hun ziel van \'t hemelrond Met vreugde nederschouwt.

o. Wat is \'t voor Priesters, vol van deugd. En strijders voor den Heer,

Wat is het hun een zielevreugd,

Uw ijver voor Gods eer!

Want huldigt gij hun heldennaam. Gij looft des Heeren werk,

-ocr page 183-

En aarde en hemel juichen saam Tot glorie van zijn Kerk.

Ja, Pelgrims ! rij ze uw jubelklank

Ten hoogen hemel heen,

En stort uw diep gevoelden dank

Met lof- en smeekgebeên : \'t Is Gods gena, dat gij gelooft

In Christus en zijn Bruid,

In haar onfeilbaar zichtbaar Hoofd, Hij spreekt, en \'t pleit heeft uit.

Ja dankt met Gorkums Broederschaar

Van d\' eigen geest bezield,

Dat gij met hen om één altaar

En Liefdetafel knielt;

Dat gij ook de Onbevlekte Maagd

En Moeder van Gods Zoon, Als kind\'ren, in uw harte draagt

En aanroept op haar troon. 0 Pelgrims, O Pelgrims ! \'t is gena,

Gena wat ons geschiedt.

Ach slaat gij duizend and\'ren ga.

Uw heil, zij smaken \'t niet!

Voor u gedankt, voor hen gebeên !

En \'t zoete Vaderland,

Het zij in \'t oud geloof wéér één.

Door Willibrod geplant. 0 God van oppermajesteit!

Aan U zij dank en eer :

-ocr page 184-

174

Zie, ach ! in goedertierenheid

Op onze smeekbeê neêr;

Geef, geef\' ook om de foltorsmart

Van Gorkums Heldenrij,

Dat ik ten einde toe volhard\' En niet hen zalig zij.

23.

j^of- en smeeklied op het j-i. and

Wijze . U, J o s e f! w ij d i k ra ij n e n zang.

1. Gij, Helden Gods ! ziet op 0113 af. Hier neergebogen op uw graf; Gekroonde Strijders van den Heer Uw broeders zingen u ter eer; Zij, nog in \'t aardsehe stof, Zij roepen \'t hemelhof Ku alle taal en stemmen saam, Dat ze, o Broedertal 1 Over \'t wijd heelal De glorie melden van uw naam.

\'2. Gij, Helden Gods ! ziet op ons af. Hier neergebogen op uw graf; Gekroonde Strijders van den Heer Uw broeders zingen u ter eer ;

Maar ook, hier smeeken zij : Staat ons toch altoos bij.

-ocr page 185-

175

Daar is zoo véél, zoo groot gevaar: Dat in allen nood,

Nu en tot den dood,

Uw trouwe voorspraak ons bewaar\'.

Gij, Helden Gods I ziet op ons at\',

Hier zingend biddend op uw graf; Gekroonde Strijders van den Heer ! Hém zingen wij u ter eer ;

Den Heer en zijne Bruid Verheffe ons maatgeluid ;

Maar spreek\' met ons uw martelbloed, Dat Hij door zijn kracht Haar voor vijands macht En hier en op heel de aard\' behoedquot;.

Gij, Helden Gods ! ziet op ons af.

Hier zingend, biddend op uw graf; Hier gingen eens ten hemeltop Gods Eng\'len juichend af en op, En brachten u de kroon, En voerden u ten troon, En \'t lichaam dat tot in den dood Tempel was geweest Van den Heil\'gen Geest,

\'t Bleef hier ter rust in \'saardrijks schoot.

Maar eens nog vrienden van den Heer\'. Eens komen \'s hemels Eng\'len wéér; Aan al hoeken van \'t heelal Weerklinkt het luid bazuingeschal.

-ocr page 186-

176

En \'t lichaam uit het stof Vaart ook ten hemelhof;

Geliefde Broeders ! hoort ons aan : Vraagt, o vraagt, dat wij, Dan voor eenwig blij,

Met u ter glorie binnengaan.

24.

SM EEK1_I ED TOT ONZE

0OEKUMSC11 MAR TIL A k E S,

|IS biscljctmlicilijfn trujr «tt zalijtn tod.

1. Klink\', Neêrlands Kerk! uw feestgeschal

Voor kind\'ren van uw grond;

Voor Gorkums Heilig Broedertal

Klink\' luid uw lofzang rond !

Ten derden maal kwam \'t Eeuwgetij

Van hun roemruchten dood,

Toen voor \'t geloof die Heldenrjj Zich God ten offer bood.

2. Verhef, mijn Kerk van Nederland I

De glorie ons geschied ;

Want neen ! volmaakter offerand

Dan \'t leven is er niet.

Kn niet een vluchtig oogenblik

Schonk hun de hemelkroon :

Eerst lange, bange stervensschrik Verwierf hun \'t hemelsch loon.

-ocr page 187-

. Mi lar dïiiirom is hun murteldc»kI Zoo kostbaar in Gods oog,

Spreekt nóg die liefdedaad, zoo groot,

Voor ons bij Hem omhoog ;

Voor óns, want de ónzen waren zij,

Van landaard, taal en bloed, En daarom, Neérlaiuls Heldenrij !

.Xoem onze buide en groet.

Maar vraag ook, dierb\'re Broedersehaar!

Dat, om uw martelpijn.

God ons van alle kwaad bewaar\'

Eu we eenmaal mét u zijn ;

Die in \'t geloof zijt voorgegaan,

Trouw tot den folterstrik.

Vraagt, dat ook wij onwrikbaar staan Tot d\' allerlaatsten snik.

Eu daar gij eerst na strijd op strijd

Uw zegepalmen wout.

En nieuwe Schutspatronen zijt

Voor \'s levens jongsten stond : O vraagt dan, om uw Jubeluur,

O vraagt bij Jesus\' troon.

Voor ons een zalig stervensuur. En \'t eeuwig glorieloon.

12

-ocr page 188-

!\\J E U W PELGRIMSLIED

op de

HK. MARTELAREN VAN GORKUM.

bij de tenleerstukverklaring der onfeiltaaavheid van d Paus ONZEN H. VADER.

WlIZE : K i a d \' r e n v a n M aria!

i.

9 Juli 1572.

t N e ó i\' 1 n n d s 1\' e 1 g r i m s c li a reu\'. Iv 1 i n k e uw 1 o f g e s c li a 1 V o (j r ti w e M a r t e 1 a r e u,

G o r k ii m s H e 1 d e n t a 1.

I. Zij, als wij beleden

Wat Gods Kerk gelooft ;

Doch vooral zij streden

Voor haar zichtbaar Hoofd.

t N e é r 1 a u d s P e 1 g r i m s c h a r e ui en

■2. Hem toch zij verkondden

Als de onwrikb\'re Rots, Hem, met al hun monden.

Als \'t Orakel Gods ! t

3. Tuigden zij hun Vader,

In den folterstrik;

Wij met hen te gader,

Tot den jongsteu snik. f

-ocr page 189-

179

II.

18 Juli 1870.

T l\' e 1 g r i m s ! laat o n s m c 1 d e n, \\\\r at ii ii is geschied:

Zin gt van Go r k u m s Held en J\\[ e t dit nieuwe L i e d !

1 Thans drie honderd jaren.

Zijn die Strijd\'ren Gods Xeêrlands Martelaren

Voor Sint Pieters Rots.

* 1\' e 1 g r i m s ! 1 a at o u s m e I d e n, enz.

2. \'t Is ook om hun beden.

Om hun martelpijn,

Dat wij trouw tot heden Home\'s kind\'ren zijn. f

•\'j. Onze vad\'ren streden

Voor d\' Onleilb\'ren Stoel : Wij doen \'t met deez\' beden.

In een zielsgevoel, t

1. Tal van Kruis-Zouaven Zond ons Nederland,

Die der wereld staven,

Hoe \'t voor Rome brandt, f

5. Daar, bij \'t raadsvergad\'mi,

Wat elk volk gelooft,

Juichten X e o r 1 a n d s \\r a d \'ren: „Lev\' \'t Oxi\'ElLlJAAl! IIOOI\'Dquot;

-ocr page 190-

180

fi. O hoe vreugdedronken Nemen wij liet aan,

\'t Woord ons toegeklonken Uit het Vatikaan :

7. ,.1 n geloof o f z e d e n

..W at de P a ii s bepaalt: ..\'t M o e t nu vast bel e d e n, ,.1) a t hij n i m m er faal t.quot; jquot;

8. ..juli zag de glorie

Onzer Helden Gods :

juli die Victorie

Van Sint Pieters Pots! f

9. Dankbaar dan nu stroorae

Aller smeekgeschal:

Dat heel Neerland kome Tot den Herderstak t

10. Dat men eind\'lijk keere

Uit de duisternis,

Van een Vader leere,

Die onfeilbaar is. f

11. Voere \'t eeuwgetijde,

Mart\'laars ! van uw dood Alwie dolen, blijde

In den moederschoot, f

12. Nu, o nu wilt smeeken,

Dat weêr \'t Hoofd der Kerk \'s Vijands macht moog\' breken, Jn\'t geloof ons sterk\'! f

-ocr page 191-

181

2ö.

SMÏÏ1KZANamp;

TOT OXZE GOEKUMSC1-IE G E L O O !■\' S HF. I. T) E X, BIJ HET DEKDE EEUWFEEST VAX IIUX MARTELDOOD, I N IBV2.

GEBED

Voo?\' de pelgrims, o?is Vaderland, onze Moeder de r // Kerk en onzen IL Vader.

WliZE : O Maagd, o schoonheid uuoil volprezen ! en andere melodiën.

1. Laat nóg, geliefde Pelgrimskoren I Laat nóg uw blijde zangen hooren!

Viert, één van hart en één van geest, Het Eeuwtij onzer Martelaren :

Het was sinds driemaal honderd jaren. Het was hun groot Verwinningsfeest I

\'1. Zij hebben hier geleefd, geleden.

Hier trouw voor \'t kruisgeloof gestreden;

Zij, hoe verlokt, bedreigd, gehoond, Zij hebben \'t afgemarteld leven Hoor \'t smaadlijk koord voor God gegeven, Die thans hun otferand bekroont.

o. O ónze Mart\'laars! ónze üroeders!

Blijft gij ons. Pelgrims, tot behoeders

En voorspraak in des levens strijd; Dat wij. wat vijand moog\' bekoren. Getrouw aan Jesus toebehooren.

Met u verwinnen t\' allen tijd.

-ocr page 192-

182

4. Verwinnaars I aan deez\' grond ontsproten

Gij onze land-en strijdgenooten I

Bidt om uw dood en offerand, Dat ongeloof en dwaling wijke,

ITet kruis weêr alverwinnend prijke Door heel uw dierbaar Nederland I

5. Maar, Helden! uit Gods Kerk geboren,

U loven, smeeken alle Koren

Van \'t hier nog strijdend Godsgezin Gij, die voor \'t Hoofd der broederleden Yoor aller Vader hebt gestreden, O bidt nu. bidt dat hij verwinn\'.

G. AVilt glorierijke Hemelheil\'gen !

Wilt Vader Leo nu beveil\'gen.

Als Plus eens, die naar Gods geest. Toen hij op Petrus\' zetel troonde, U, Gorkums Helden heilig kroonde, En thans deelt in uw Zegefeest.

-ocr page 193-

183

27.

AFSCHEID DER PELGRIMS.

In dc kerk voor het vertrek, en op de terugreis. WIJZE, als het vaandellied, of het Oosteurijksche Volkslied.

I. Heil, o lieil ons, Broederleden ! Pelgrims in dit aardsche dal. Samen brachten we onze beden

Op het graf van \'t Heldental, Kn herdachten, hoe zij streden, In ons dankbaar lofgeschal.

\'2. \'t Was ons, of uit hooger kringen Op liet plechtig zegefeest,

Daar een stem tot ons kwam dringen,

Zoet als van een hemelgeest; ..Weest ook Jesus\' volgelingen, ..Zóó als wij het zijn geweest 1quot;

■\'!. Met hun heldenmoed voor oogen, Die de wereld overwint.

Die den kampstrijd heeft voltogen

En ten einde toe bemind, Smeekten we in ons onvermogen : ..Sterk, o God 1 uw wankel kind.quot;

1. Maar gegrift is \'t ook daarbinnen: God die \'t hoort, ziet op ons af, Trouw ook willen wij beminnen. Trouw tot in den dood en\'t graf.

-ocr page 194-

184

Om ilc gloriekroon te winnen Diequot; Hij onzen Broeders gat\'.

■ ). Laat het, dankb\'re Pelgrimskoren! Aan het eind der Pelgrimshaan, Laat het aarde en hemel hooren,

Wat in ons is omgegaan:

\'t Zij voor God en mensch gezworen. Vast in ons geloof te staan!

6. Zóó dan spreekt gij: „Amen, Amen!quot; Met de hand op \'t hart geleid „In den ileil\'gen Naam der namen ..Van Gods oppermajesteit,

ader. Zoon en Geest te zamen, „Amen! in der eeuwigheid.quot;

28.

ifcvmciimhiij dcc lihiOjiamp;tWiijir,

Bij het kruis op het Martelveld: of vóór vertrek, in de herh bij luntne reliquie; — of ook: hij het //. Sakrament, op het rust-altaar onder den Omgang, of in de kerk.

VVÏJZK: l\' Jozef! w ij d i k ni ij n en /. n n g.

1. Wat eens, toen ik als doopeling Het leven der genade ontvinsr,

O O •

Mijn doopgetuige heeft verzaakt: Dat zelf, in dankb\'re liefde ontblaakt,

-ocr page 195-

IS-\'i

Dat zweer ik, bij uw graf, O Mart\'laars! plechtig af,

En spreek voor\'tkruis als kind cl(n■ Kerk : Ik verzaal:, o Heer I J/.- verzaak, o lieer I Den Satan met bedrijf en werk.

2. A\\ at eens, toen ik als doopeling Geloof en hoop en liefde ontving,

Mijn doopgetuige heeft verklaard : Dat nu, voor hemel en voor aard\',

Diit, Gorkums Heldental!

Dat tuig ik voor \'t heelal,

Als kind nog van Gods Heil\'ge Kerk : Ik geloof, o Heer !

Ik geloof, o Heer Vermeer \'t geloof in woord en werk.

o. Eu daar ik eens als doopeling Een Engel aan mijn zijde ontving. En Hemellieil\'gen tot een wacht, Die mij gedenken dag en nacht : Zoo rijz\' hun hier miju dank In luiden jubelklank;

Mijn Engel! en mijn Schutspatroon! \'k Iloep, het hart vol min,

\'k Roep uw bijstand in ;

Beveelt mij aan Maria\'s Zoon.

4. Gij, Gorkums Helden! lüer gekroond. Die nu den Heer uw kampveld toont,

-ocr page 196-

186

O tlierb\'re Broeders! hoort ons aau Laat nu nw beê tot Jesus gaan; Hoort heel ons Pelgrimstal: Elk tuigt hier voor \'t heelal, In dit hoogheilig oogenblik :

\'k Sterf als kind der Kerk! \'k Draag haar doopsel-merk! O helpt ons tot den jongsten snik.

WIJZE, als S t a b n l M a t e r

1. Luistert, vrome Pelgrimsleden ! Uit de diepten rijzen beden

En deez\' teed\'re jammerklacht; „Laat ons, laat ons, Welbeminden! ..Ach bij n toch deernis vinden, j.Kedt ons uit den kerkernacht!quot;

quot;2. Met die zielen diep-bewogen.

Bieden wij vol mededoogen

Ons gebed tot lafenis;

Zelv\' toch kunnen zij slechts lijden. En voor haar is geen bevrijden. Eer Gods recht bevredigd is.

3. Dringt er soms door al dat weenen Geen bekende stemklank henen. Ouders! kind\'ren! echtgenoot!

-ocr page 197-

187

„Gij althans, wilt u ontfermen!

,.Laat ons toch niet vruchtloos kermen „Ach, ons lijden is zoo groot!quot;

Wie ze ook zijn, die duizentalleu, Kéne liefde bindt ons allen.

Ons verlost door \'t zelfde Bloed; Wien één Moederkerk het leven.

Alles, alles heeft gegeven

En aan d\' eigen Disch gevoed.

A\\rij, door één geloof verbonden. Wij, wie \'t loochen\', wij verkonden:

\'s Hemels lichthof duldt geen smet Is een ziel in \'s Heeren oogen Xog van smet, hoe licht, omtogen. Ach, dan roept ze om ons gebed.

Spot hebt ge in uw lijdensdagen, Spot voor dat geloof verdragen,

Gorkums dierbaar Heldental ! Daarom rijzen weer op heden Xog te vuur\'ger onze beden,

Klinke luid ons stemgeschal !

\'t Klinke luid ten eereboete,

\'t Kijz\' voor u ten gloriegroete.

En bij God ten zoengebed Van ons. Pelgrims, die nog strijden Voor de zielen die nog lijden.

Dat Hij ze uit haar smarten redd\'

-ocr page 198-

188

8. Mart\'laars paart met ons uw beden Voor de ontslapen Pelgrimsleden,

En wie \'t meest verlaten smacht: Bidt voor Jesus\' Welbeminden,

Dat zij eindelijk. Hem vinden In de glorie, die hen wacht.

30.

I) A XKL l E l)

jkKK. HET EINDE DER jSEDEYAART

In de kerk vóór het vertrek, en op de terugreis.

WIJZE, Lieve Modder van den lieer! en vele andere melodiiin.

1. Pelgrims! rijze uw jubelfclank Voor liet feestheil, ons gegeven;

Nu \'t eenstemmig lied van dank Voor de beevaart aangeheven !

\'t Lied van dank bij onze vaan, Gorkums Heil\'gen hoeren \'t aan.

Dank eerst voor die gaaf van deugd, Ons in \'t waar Geloof geschonken;

Hoe is weêr haar vrucht en vreugd Duizendvoud ons toegeblonken ! Eén geloof, één lieer, één God: Wat geluk, wat zielsgenot!

-ocr page 199-

189

a. Allen, als één broederschaar,

Zijn we in de ééne Kerk vereenigd

Die ons sterkt in zielsgevaar En ook aller smarten lenigt:

Moeder, zij, voor wie liier strijdt. Of in \'t lout\'rend vuur nog lijdt.

4. Wat geluk, haar zichtbaar Hoofd Trouw, als kind\'ren, aan te hangen;

Wat genot, voor wie gelooft, Aller Heer in \'t hart te ontvangen: Eén geloof, één hoop, één min Maakt ons tot één huisgezin !

De ééne Heer, der Heil\'gen loon. Hij is ons ten spijze en leven;

Zetelt op zijn liefdetroon, Om zich staag aan ons te geven: Zoo blijft priester en altaar Voor de Hem getrouwe schaar.

(i. Aarde en hemel zijn vereend Aan des Heeren outertredeu;

Daar ook rust het vroom gebeent Van zijn reeds gekroorde Leden: En omhoog daar smeekt hun bloed, Dat zijn liefde ook ons behoed\'.

. Op dien heil\'gen martelgrond.

Waar zij voor hun Meester stierven,

-ocr page 200-

190

aar hun aller kruisgalg stond l\'^n zij de eerekroon verwierven:

Daar, op \'t veld der offerand,

Is weêr ons geloof ontbrand.

b. Daar, op die genade-steê.

Daar verdubbelde ons vertromven. Dat ook wij eens, op hun bei-, Jn hun glorie hen aanschouwen. Als naar \'s levens pelgrimsvaart. God ons oproept van deze aard\'.

Luid dan rijze uw jubelklank !

Maar bij \'t feestgenot van heden.

Bidt ook, bidt uit liefde en dank Voor de ontslapen Pelgrimsleden :

Geef, lieer ! in uw aangezicht Geef hun zielen \'t eeuwig licht.

31.

Hfecheid so-iroef.

O

Bu ex op de tekugkeis.

WIJZE, als het Angelus-lied, in het Zondagsblad der H. Familie van 12 Nov. 1S76.

EENIGEN.

1. Ter heilige stede,

Bij \'t roemrijke graf,

Daar daalde op uwe bede

Gods zegening af.

-ocr page 201-

191

ALLEN.

Aan u. aan u,

Die trouw ons behoedt, () Mart\'laars ! mi

deez\' dankbare groet.

EENIGEX.

2. Daar smeekten wij weder

En zongen uw lof: Gij zaagt op ons neder

Van \'t hemelsche hot\'. ALLEN.

Aan u, aan u,

Die sterkt in den strijd. 0 Martelaars! nu

Deez\' hidde gewijd.

EENIG-EX.

o. A\\\'ij. vol van vertrouwen,

Wij keeren nu wéér: Gij blijft ons aanschouwen

En bidt bij den Heer.

ALLEN.

Aan u, aan u,

Gij troosters in smart! G Mart\'laars ! nu

Ons minnende hart

EENIGEN.

4. Gij bidt om Gods zegen

In al onzen nood,

-ocr page 202-

192

Op al oii/e wegen,

In \'t uur van den dood.

ALLEN.

Aan u, aan u,

Vol liefde en vol macht, Zij, Martelaars ! nu

Ons afscheid gebracht, i\'.r.xtni.x.

5, Doch eerst nog een bede

Voor de onzen gedaan, Die reeds in Gods vrede

Van hier zijn gegaan.

ALLEN.

Met u, met u

Behage onze beè: ,.Geef Heer ! hun nu,

..Geef d\' eeuwigen vreè.quot; EENIGEX.

G. Nog wenden wij de oogen

Naar \'t minnelijke oord, Waar God in meêdoogen

Ons smeeken verhoort. ALLEN.

Aan u, aan u

Die trouw ons behoedt O Martelaars ! nu

Deez\' dankbare groet.

-ocr page 203-

INHOUD,

GESCHIEDENIS.

Het lijden der Gorkumsclie Martelaars van

den \'2711 tot den 30 Juni. I

NOVENEN.

K K I! S T E X O V E N E.

Xaar de negen laatste lijdensdagen on:; Martelaars, ran den eersten tot den negenden .ihli.

Jjinsdag, 1 Juli. Zij lijden met offer-

vaardigen heldeuinoed voor liun geloof. . II Woensdag, \'1 Juli. — Feest vau Maria-Bezoek. — Do H. Leonardus, vooral om zijne verheerlijking- van Maria, met allen ter

dood gezoclit..........*4

Donderdag, 3 Juli — Ouzo Martelaars zijn, iu hunne ootmoedigheid, vol wantrouwen op zich zelven, vol vertrouwen op God. 17 Vrijdag, 4 Juli. — Hot kwaad verwint tot

hooger goed...........20

Zaterdag, b Juli. — Vurige liefde van onze

Martelaren voor hot heil der zielen. . \'21 Zondag, G Juli. — Jammerlijke toestand der

afvalligen van het geloof......23

-ocr page 204-

INHOUD.

Bladz.

Maandag, 7 Juli. — liet veelvuldig cn heldhaftig lijden onzer Martelaren. ... \'iS Dinsdag, 8 Juli. —Hun strijd tegen velerlei verleiding..........\'gt;2

Woensdag, 9 Juli. — Driedubbele overwinning over foltering, verleiding en afval. 37

T W E E IJ E N O V E N E.

()/i de geloofswaarheden, door onze Martelaars beleden, en de voorname deugden, door hen beoefend.

Eerste dag. Dinsdag. — Gebed vóór elke

oefening............48

Dankbaarheid voor de genade des geloofs. 43 Ticeede dag. quot;Woensdag. — Dankbare liefde

voor onze Moeder de H. Kerk. . . . 4(5 Derde dag. Donderdag. — Kinderlijke liefde

voor onzen H. Vader.......49

Vierde dag. Vrijdag. IJver voor de zielen. 52 Vijfde dag. Zaterdag. — Dikwerf en godvruchtig biechten.........04

Zesde dag. Zondag. Levendig geloof in het

H. Sakrament. ......... ■quot;)•gt;

Zevende dag. Maandag. — Godsvrucht tot

Maria.............•quot;gt;9

Achtste dag. Dinsdag. — Geest van gebed. H2 Negende dag. Woensdag. — De genade van

194

-ocr page 205-

INHOUD.

Blad/..

volharding en een zaligen dood. ... G6 De Litanie derHH. Martelaren van Gorkum. G9 ,

GEBEDEN.

De Lofzang Te Deum, met de verzen en gebeden.—(Zeer gepast ook bij de processie op het II. Land. (Zie \'t Latijn bladz. 13G). 75 . Smeekgebed tot de H. Maagd. Salve Eegina. 78 . /ol Gebed tot de Moeder van smarten.

Iiiterveniat...........79./«\'.?

Lof op den marteldood der A postel vorsten

Petrus en Pauhis. Ibi Neronis feritas. . 80 /ay Kerkelijk gebed, bij de besproeiing van het volk met gewijd water, en bij ziekenbe-dieningen. Asperges. Zeer gevoegelijk als

Huiszegen te gebruiken.......81

Smeekgebed voor de Overledenen. De pro-

fundis.............82

Gebed op het martelveld.......83.

Gebeden, bij eene reliquie onzer Martelaren,

of op het IL Land te gebruiken. (Ook dienstig voor eene Novene bij besmettelijke

ziekte enalle behoeften.)........S7

195

De Mis der HU. Martelaren van Gorkum. 90

Hulde aan het II. Sakrament, in vereeui-ging met onze Gorkumsche Martelaars.

-ocr page 206-

INHOUD.

lïlndz.

(Vooral bij liet rust-altaar onder den

Omgang.)............

GEBEDEN VOOR VERSCHILLENDE OMSTANDIGHEDEN

Akte van onderwerping of berusting in Gods heiligen wil, als ons gebed geene verhooring

schijnt te vinden.........108

Bij de verhooring van gebed......100

Gebed van ouders enz.........109

Gebed voor kweekelingen van het Heiligdom,

of die het wenschen te worden. . . . 110 Gebeden om een zaligen dood voor ons

zeiven of voor anderen.......Ill

Voor de zondaars in doodstrijd.....112

Algemeen gebed der Pelgrims voor hunne

Processie............1 b\'

De Litanie van alle Heiligen. (Met het

Latijn.)............\' 1 ■\'

De Litanie van de H. Maagd. (Met het

Latijn.).............l-~

196

Latijnsche gezangen bij de processie.

1.

Ave verum. (Met hollandsche ver

taling.)..........

131

n.

Pange lingua. (Met hollandsche

vertaling.).........

132

ui.

136

IV.

Magnificat. (Met hollands; he ver-

138

-ocr page 207-

INHOUD.

Blad?..

GEZANGEN.

1. Loflied aan de Moeder van barm-

havtiglieid. Salve Regina. . . . 141 \'2. Jubellied op liet XVIII Eeuwfeest der HH. Apostelen Petras en Paulus, dug der Heiligverklaring onzer Martelaars, in 18(57. . . •\'!. Kerkhymne van Alle Heiligen Pla-care, Christe, servnlis. — Ten

eerherstel.........144

4. Jubellied aan de HH. Martelaren

van Gorknm........145

Lofzang aan de HH. Martelaren

van Gorknm........147

fi. Smeekzang tot de Martelaars van

Gorknm..........149

7. Pelgrimslied ter eere der HH. Mar

telaars van Gorknm. Op de heenreis, en ook voor \'t opgaan naar het H. Land. (Zie Lied 21). . . 150 ■ /7$\'

8. Eereboete-lied........153

9. Morgenlied. Jam lucis orto sidere. 155

10. Avondlied. Te lucis ante terminum. 156

11. Danklied na de H. Mis.....156

12. Akte van Geloof, Hoop, Liefde en

Berouw..........157

13. Jesus\'zoete gedachtenis. Jesu dalcis. 159\'

197

-ocr page 208-

INHOUD.

108

Bladz.

14.

15.

^/. 1G. 11 1quot;.

IS 18-

■Ac

Uj 19-u: 20. it,. 21.

Irj , quot;22.

23.

24.

Akton vóór de H. Communie. . Akten na de H. Communie. . . . Smeeklied tot onze HU. Martelaars,

als onze geliefde Beschermers. Smeekzang tot onze Gorkumsche

Martelaars, als Patroonheiligen. Kerkhymne op HH. Martelaars. Hex

gloriose Martyrum......

Kerkhymne op HU. Martelaars.

Sanctorum meritis......

Kerkhymne op een Martelaar. Deus

tuorum militum.......

Lied op onze bedevaart. — Op de heenreis, ook vóór \'t opgaan naar het II. Land (Zie Lied 7). Bij het naderen viin den Briel. Lof- en Smeeklied op liet H. Land. Smeeklied tot onze Martelaars, als Beschermheiligen voor een zaligen

dood...........

Nieuw Pelgrimslied op de H1I. Martelaars van Gorkum, bij de tenleerstukverklaring der onfeilbaarheid van deu Paus, in 1870.

Voor onzen II. Vader.

I.—Juli 1Ó72......

II.—18 Juli 1870.....

100 161

163. 164

/13. 166

167

168

169./^ 172-4

174 2BI

;

176

178

179


-ocr page 209-

INHOUD.

Hladz.

20. Smeekzang tot onze Gorkumsche geloofshelden, bij liet Derde Eeuwfeest van hun marteldood, in 1872.

— Gebed voor de Pelgrims, ons Vaderland, onze Moeder de II.

Kerk en onzen H. Vader. . . 181 JU 27. Afscheidslied der Pelgrims. — vóór

het vertrek en op de terugreis. . . 183 J 5 28. Hernieuwing der doopbeloften. — Bij ^

hetkruisop hetMartelveld; of, vóór het vertrek, iu de kerk, of bij het H. Sakrament op het rust-altaar

onder den omgang......184

i*/ 29. Smeekzang voor de overledenen. . 180.,\'//. i i~ 30. Danklied aan het einde der Processie.

Vóór het vertrek en op de terugei8 ...........188.^;

3/,. 31. Afscheidsgroet. —Bij en op de terugreis...........isio

199

-ocr page 210-

7^73-V

,

t

St

-ocr page 211-
-ocr page 212-
-ocr page 213-