-ocr page 1-
-ocr page 2-

v vVv vy. v vr Vr Vr Vr v\'V V v\'vVv\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'vVv\'v\'

v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'l

VSlt;\\\'y\'lt;W\'yW*W\'

v\'v\'v\'v\'v\'%\'v\'vWv^\'v\'v\'. v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'^\'v\'. v\'./v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'. v\'K\'V\'WV\'V\'V\'V\'V\'V\'V\'V\'V\'.

v\'v\'vVvVvVvVv\'v\'vV» ^\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'k\'v\'w\'v\'v.\'v\'v\'lt;

/v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'s\'v\'v\'^, I\'v\'V\'».\'rsW, lWWW\'SKWW\'SS i\\\\\'y\'vW\\WWW\'gt; SkW\'kWWW\'xW, .\\\\WWW\\\\W\\\'s Zv\'v\'v\'v\'v\'vVv\'vVv\'v\'v\'. /v\'vA\'v\'v\'v\'.A\'v\'X\'W, .VvWv\'wVv\'v\'^vVv\'.

/v\'^\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\'v\',

/v\'s.\'x\'v\'v\'v\'^\'Vv\'v^\'vV»

-ocr page 3-

»vgt;%vgt;vv^vv

^VyV^WW WvWA-VVV ^VVyV^W/

.v^vv^v

-V^/V/V^/W V^VWyW/V ^VyW^VyVV ■VyW/VVV/ WyVVXSV/

VWyWyWV VyVyV/VVyV v gt; v v v^/VVVV\'yVVV\'

Vy^yVy^y^yWyW •y^yVyVyVyVyVyV^

^yVyWV ^yVy^yVquot;quot; VWy^yV

VVVyVV

-ocr page 4-

-

-

-ocr page 5-

OEFENINGEN EN GEBEDEN

k Jf/

0/.

AFGESTORVENE CHRISTENEN.

MKT DE

Getij der of Vigiliën voor Overledenen Negende druk !,

te VENLOO ,

bij de Wod. H. BONT AMP £s, 18 8 5.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

quot;SJquot; ^ £5» rro rfe.

DER

veraaad-erlijlse

Jaar.

Aschdag.

1883

8 Febr,

1884

27 Febr.

1885

18 Febr.

1886

10 Maart

1887

8 Maart.

1888

15 Febr.

1889

6 Maart.

1890

19 Febr.

1891

11 Febr.

1892

2 Maart.

1893

15 Febr.

1894

7 Febr.

1895

24 Febr.

1896

19 Febr.

1897

3 Maart.

1898

23 Febr.

1899

15 Febr.

1900

28 Febr.

1901

20 Febr.

1902

12 Febr.

Pasch

25 Maart 13 April.

5 April. 25 April. 10 April.

1 April. 21 April.

6 April. 29 Maart.

17 April.

2 April. 25 Maart.

14 April. 5 April.

18 April. 10 April.

2 April.

15 April. 7 April,

30 Maart.

en.

Pinkster

13 Mei. 1 Junij.

24 Mei. 13 Junij. 29 Mei,

20 Mei

9 Junij.

25 Mei. 17 Mei.

5 Jnnij

21 Mei! 13 Mei

2 Junij. 24 Mei.

6 Junij. 29 Mei. 21 Mei.

3 Junij. 26 Mei. 18 Mei.


-ocr page 8-

TIJDEEKENING.

Het jaar lieeft 13 maanden , 52 weken en 1 dag; maar 365 dagen en 5 uren, en viermaal 6 uren, maken alle vier jaren eenen dag, en dat jaar wordt genoemd schrikkeljaar.

Van de Quatertemper-dagen.

De Quatertemper-dagen worden gehouden \'s woensdags, vrijdags en zaturdags; de eerste, na den derden zondag van den Advent, de tweede na den eersten zondag van de Vaste, de derde na Pinksteren, en de vierde na heilige Kruisverheffing.

Nota. Behalve dc Vaste en de Quatertemper-dagen , is het vastendag op de Vigiliën, of de dagen voor de feestdagen van Pinksteren, J\'etruü en Pauhis, Hemel-vaart van Maria, Allerheiligen en van Kerstmis. Op St. Marcusiay en de drie Kruisdagen moet men vasten tot \'s middags, en den geheelen dag vleesch derven.

Van den Advent,

De Advent begint altijd den zondag die het naaste is aan den feestdag van den H. Apostel Andreas.

-ocr page 9-

Morgengebed.

De eerste gedaclite, de eerste gewaarwording des harten bij het aanbreken van den dag moet billijkerwijze tot U, o God en Heer! gerigt zijn. Want Gij zijt Heer en Meester van ons geheele leven. Iedere dag, dien wij weder beleven, is een geschenk uwer goedheid. Daarom wil ik U ook danken, dat Gij uwe goedheid aan mij vernieuwd hebt en mij weder tot het leven liet ontwaken.

Maar tot welk einde gaf God mij hel leven, en waartoe moet ik het gebruiken ? O mijne ziel! vergeet deze vraag niet, en herhaal u dezelve bij eiken wederkomenden dag. Iedere dag maakt een ge-wigtig deel van mijn leven uit, en God laat mij denzelven tot gewigtige oogmerken beleven. Gelukkig voor mij, zoo ik eiken dag overeenkomstig Gods oogmerken wel en nuttig doorbrenge !

God is mijn Schepper en de Oorsprong mijns levens. Aan Hem zal dan ook mijn leven toegewijd zijn, ten zijnen dienste en ter zijner eere. Hij heeft ons zijnen heiligen wil doen bekend worden. Hij

-ocr page 10-

TIJDEEKENING.

Het jaar lieeft 13 maanden , 52 weken en 1 dag; maar 365 dagen en 5 uren, en viermaal 6 uren, maken alle vier jaren eenen dag, en dat jaar wordt genoemd schrikkeljaar.

Van de Quatertemper-dagen.

De Quatertemper-dagen worden gehouden \'s woensdags, vrijdags en zaturdags; de eerste, na den derden zondag van den Advent, de tweede na den eersten zondag van de Vaste, de derde na Pinksteren, en de vierde na heilige Kruisverheffing.

Nota. Behalve dc Vaste en de Quatertemper-dagen , is het vastendag op de Vigiliën, of de dagen voor de feestdagen van Pinksteren, J\'etruü en Pauhis, Hemel-vaart van Maria, Allerheiligen en van Kerstmis. Op St. Marcusiay en de drie Kruisdagen moet men vasten tot \'s middags, en den geheelen dag vleesch derven.

Van den Advent,

De Advent begint altijd den zondag die het naaste is aan den feestdag van den H. Apostel Andreas.

-ocr page 11-

Morgengebed.

De eerste gedaclite, de eerste gewaarwording des harten bij het aanbreken van den dag moet billijkerwijze tot U, o God en Heer! gerigt zijn. Want Gij zijt Heer en Meester van ons geheele leven. Iedere dag, dien wij weder beleven, is een geschenk uwer goedheid. Daarom wil ik U ook danken, dat Gij uwe goedheid aan mij vernieuwd hebt en mij weder tot het leven liet ontwaken.

Maar tot welk einde gaf God mij hel leven, en waartoe moet ik het gebruiken ? O mijne ziel! vergeet deze vraag niet, en herhaal u dezelve bij eiken wederkomenden dag. Iedere dag maakt een ge-wigtig deel van mijn leven uit, en God laat mij denzelven tot gewigtige oogmerken beleven. Gelukkig voor mij, zoo ik eiken dag overeenkomstig Gods oogmerken wel en nuttig doorbrenge !

God is mijn Schepper en de Oorsprong mijns levens. Aan Hem zal dan ook mijn leven toegewijd zijn, ten zijnen dienste en ter zijner eere. Hij heeft ons zijnen heiligen wil doen bekend worden. Hij

-ocr page 12-

TIJDEEKENING.

Het jaar lieeft 13 maanden , 52 weken en 1 dag; maar 365 dagen en 5 uren, en viermaal 6 uren, maken alle vier jaren eenen dag, en dat jaar wordt genoemd schrikkeljaar.

Van de Quatertemper-dagen.

De Quatertemper-dagen worden gehouden \'s woensdags, vrijdags en zaturdags; de eerste, na den derden zondag van den Advent, de tweede na den eersten zondag van de Vaste, de derde na Pinksteren, en de vierde na heilige Kruisverheffing.

Nota. Behalve dc Vaste en de Quatertemper-dagen , is het vastendag op de Vigiliën, of de dagen voor de feestdagen van Pinksteren, J\'etruü en Pauhis, Hemel-vaart van Maria, Allerheiligen en van Kerstmis. Op St. Marcusiay en de drie Kruisdagen moet men vasten tot \'s middags, en den geheelen dag vleesch derven.

Van den Advent,

De Advent begint altijd den zondag die het naaste is aan den feestdag van den H. Apostel Andreas.

-ocr page 13-

Morgengebed.

De eerste gedaclite, de eerste gewaarwording des harten bij het aanbreken van den dag moet billijkerwijze tot U, o God en Heer! gerigt zijn. Want Gij zijt Heer en Meester van ons geheele leven. Iedere dag, dien wij weder beleven, is een geschenk uwer goedheid. Daarom wil ik U ook danken, dat Gij uwe goedheid aan mij vernieuwd hebt en mij weder tot het leven liet ontwaken.

Maar tot welk einde gaf God mij hel leven, en waartoe moet ik het gebruiken ? O mijne ziel! vergeet deze vraag niet, en herhaal u dezelve bij eiken wederkomenden dag. Iedere dag maakt een ge-wigtig deel van mijn leven uit, en God laat mij denzelven tot gewigtige oogmerken beleven. Gelukkig voor mij, zoo ik eiken dag overeenkomstig Gods oogmerken wel en nuttig doorbrenge !

God is mijn Schepper en de Oorsprong mijns levens. Aan Hem zal dan ook mijn leven toegewijd zijn, ten zijnen dienste en ter zijner eere. Hij heeft ons zijnen heiligen wil doen bekend worden. Hij

-ocr page 14-

TIJDEEKENING.

Het jaar lieeft 13 maanden , 52 weken en 1 dag; maar 365 dagen en 5 uren, en viermaal 6 uren, maken alle vier jaren eenen dag, en dat jaar wordt genoemd schrikkeljaar.

Van de Quatertemper-dagen.

De Quatertemper-dagen worden gehouden \'s woensdags, vrijdags en zaturdags; de eerste, na den derden zondag van den Advent, de tweede na den eersten zondag van de Vaste, de derde na Pinksteren, en de vierde na heilige Kruisverheffing.

Nota. Behalve dc Vaste en de Quatertemper-dagen , is het vastendag op de Vigiliën, of de dagen voor de feestdagen van Pinksteren, J\'etruü en Pauhis, Hemel-vaart van Maria, Allerheiligen en van Kerstmis. Op St. Marcusiay en de drie Kruisdagen moet men vasten tot \'s middags, en den geheelen dag vleesch derven.

Van den Advent,

De Advent begint altijd den zondag die het naaste is aan den feestdag van den H. Apostel Andreas.

-ocr page 15-

Morgengebed.

De eerste gedaclite, de eerste gewaarwording des harten bij het aanbreken van den dag moet billijkerwijze tot U, o God en Heer! gerigt zijn. Want Gij zijt Heer en Meester van ons geheele leven. Iedere dag, dien wij weder beleven, is een geschenk uwer goedheid. Daarom wil ik U ook danken, dat Gij uwe goedheid aan mij vernieuwd hebt en mij weder tot het leven liet ontwaken.

Maar tot welk einde gaf God mij hel leven, en waartoe moet ik het gebruiken ? O mijne ziel! vergeet deze vraag niet, en herhaal u dezelve bij eiken wederkomenden dag. Iedere dag maakt een ge-wigtig deel van mijn leven uit, en God laat mij denzelven tot gewigtige oogmerken beleven. Gelukkig voor mij, zoo ik eiken dag overeenkomstig Gods oogmerken wel en nuttig doorbrenge !

God is mijn Schepper en de Oorsprong mijns levens. Aan Hem zal dan ook mijn leven toegewijd zijn, ten zijnen dienste en ter zijner eere. Hij heeft ons zijnen heiligen wil doen bekend worden. Hij

-ocr page 16-

GEBEDEN ONDER

BIJ DE GLORIA.

Christus Jesus! Heiland der wereld! in vereeniging met den lof, welken de heilige Engelen bij uwe genaderijke geboorte gezongen bebben, roep ik ook met een vrolijk hart: eere zij God in het allerhoogste , en vrede op aarde den mensohen van goeden wil! Wij loven ü, wij ge-benedijden U, wij aanbidden U, wij eeren ü, wij zeggen TJ dank voor al het goede, hetwelk Gij ons gegeven hebt. O Heer Jesus Christus! Gij zijt de ware Zoo;i Gods; ik aanbid U. Gij zijt het eeuwige Woord des Vaders, dat van den hemel daalde, vleesch geworden is en onder ons heeft gewoond. U, o God! prijst de gan-sche schepping; voor U, o God! buigt zich elk hoofd; voor U buigt zich elke knie; aan U alleen komt alle eer, alle lof, alle dank en alle aanbidding van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

ó God! wonderbaar is uw naam op de gansche aarde. Prijs en eer, dank en aanbidding zij U, o allerheiligste drievuldige God! Eer zij U, o Vader! eer zij U, o Zoon! eer zij U, o heilige Geest! Ontferm U mijner, eeuwige Vader, en sterk mijn geloof. Ontferm U mijner, Jesus, Zoon Gods! en vermeerder in mij de hoop.

12

-ocr page 17-

DE HEILIGE MIS. 13

Ontferm ü mijner, heilige Geest! en verleen mij uwen bijstand in alles wat mijn zielenheil aangaat. O Geest Gods ! verhoor mijn smeeken en ontvlam mijn hart tot uwe goddelijke liefde. Eere zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest; gelijk in het begin, nu, en in eeuwigheid. Amen.

BIJ DE COLLECTEN.

Verleen ons genadiglijk, hemelsehe Vader! door de voorbede van Maria en uwer Heiligen, bijzonderlijk van die Heiligen wier feest wij heden vieren, al die genaden, welke de priester in den naam Jesus voor zich en voor ons begeert. O almagtige God! Gij zijt onze Vader: op U stellen wij ons gansche vertronwen, daar Gij ons uwe barmhartigheid zoo dikwijls betoond hebt. Van U , o God! willen wij onze hulp en ons heil verwachten. Verhoor ons allen die hier verzameld zijn, omhetgene wij bidden: door Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den heiligen Geest, dezelfde God, leeft en regeert, in eeuwigheid. Amen.

Ook tot U roep ik, genaderijke Moeder van Jesus, toevlugt van alle berouwhebbende zondaars! Bid den lieven God voor mij, dat Hij mij niet verlate, vooral in mijnen laatsten levensstond , wanneer

-ocr page 18-

14 GEBEDEN ONDEE

mij alle menschen verlaten. Sta mij dan bij met mve moederlijke hulp, en voer mijne ziel tot Jesus uwen Zoon; bid Hem , dat Hij mij genadig moge rigten en tot de eeuwige zaligheid opnemen. Amen.

BIJ HET EVANGELIE.

Dank , eeuwige dank zij U, o liefste Jesus, dat Gij mij uw heilig Evangelie hebt laten bekend worden. Maar, o mijn Heer en mijn God! hoe zal ik voor U bestaan, wanneer Gij mij eenmaal, volgens het Evangelie, naar mijn geloof zult rigten ? Ach! ik beken het met bittere smart, dat mijne zonden mij zullen verdoemen, wanneer ik niet, gelijk de verloren zoon, met rouw en boete tof U te-rugkeere. Ja liefste, eeuwig barmhartige Vader! ik keer tot ü terug, en berouw mijn tot heden zondige leven; o, schenk mij slechts uwe liefde weder. Ik wil voortaan naar de wijze voorschriften des Evangelies leven, ten einde ik U welgevallig zij, en vreugde, vrede en zaligheid ver-krijge. Verleen mij, o God! den bijstand uws heiligen Geestes, die mij met zijn goddelijk genadelicht verlichte; opdat ik uwe geboden getrouw vervulle, en waardig worde eens tot het eeuwige leven in te gaan: door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 19-

DE HEILIGE MIS.

BIJ HET CREDO.

Ik geloof aan U, drievuldige God: Vader, Zoon en heiliaje Geest. Ik geloof aan U, o Vader, Schepper en Onder-lionder aller dingen. Ik geloof aan U, o Jesus Christus, den waren Zoon van God, mijnen Verlosser en Zaligmaker. Ik geloof aan U, o heilige Geest, den Trooster, die van den Vader en den Zoon uitgaat en mijne ziel reeds in het heilig Doopsel geheiligd hebt. In dit geheim mijns geloofs aanbid ik U, o allerheiligste Drievuldigheid, met eerbied, en smeek met een kinderlijk verlangen, om sterkte in mijn geloof; opdat ik mij aan de woorden vasthoude, daar Hij zegt: hem die gelooft, zijn alle dingen mogelijk.

God van allen troost! Ik ben uw kind en weet, hoe zeer Gij verlangt mij zalig te maken; daarom hoop ik op U. Ja, ik hoop op uw woord, en ik zal op U hopen, tot Gij uwe belofte aan mij zult vervullen en mij zalig maken.

6 God der heiligste liefde ! Gij hebt mij geschapen om U te beminnen; ach, en ik bemin ü zoo weinig! O laat toch den Geest der liefde, welke aan de Jor-daan op Jesus neergedaald is, ook op mij nederkomen: laat één van die goddelijke vuurvlammen op mij nederdalen,

15

-ocr page 20-

16 GEBEDEN ONDER

welke Gij over de Apostelen hebt uitgestort; opdat mijn liart met eene heilige liefde ontbrande en ik met Petrus kunne zeggen : Gij weet het, o Heer, dat ik U lief heb. Dit bid ik, door denzelfden Jesus Christus uwen Zoon, die met U en den heiligen Geest , als denzelfden God, leeft en regeert, in alle eeuwigheid. A.men.

BIJ DE OPOFFEMNG.

6 Allerheiligste Drievuldigheid, één God 1 wij bidden, neem dit heilig olfer van de handen des priesters genadig aan, tot lof en verheerlijking uwer goddelijke Majesteit; tot aandenken der mensch-wording, des lijdens, der opstanding en hemelvaart van .Tesus Christus, onzen Heer en Heiland; en tevens ter eere der zaligste Maagd Maria, van den heiligen Joannes den Dooper, de heilige apostelen Petrus en Paulus, en van alle Heiligen, opdat het tot hunne verheerlijking en ons tot heil strekke. In ver-eeniging met het heilig offer, offer ik U ook mijn hart, en bid U, dat, gelijk de hostie in het heilige ligehaam van Jesus veranderd wordt, alzoo ook mijn hart verandere in een vroom, kuiscli en U welgevallig hart. O God! Gij zijt mijae

-ocr page 21-

1)E HEILIGE MIS. 17

eeuigste hoop; op U alleeu vertrouw ik. Daarom , allerheiligste God! verleen dat ik U met verlangen zoek, terwijl ik ü nog vinden kan : dat ik tot U roep , wanneer Gij mij nabij zijt. Ook bid ik, o Heer en God, voor het welzijn der heilige Kerk; verhoog, bescherm en regeer haar; leid en verlicht haar Opperhoofd , en verleen ons den vrede : door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

O God! daar wij thans, door dit heilig misoffer, den dood van Jesns op eene onbloedige wijze plegtig vernieuwen, zoo bidden wij om uwe genade, dat wij het met dankbare harten erkennen, gelijk Gij ons het goede in dezen onzen Heer J esus Christus gegeven hebt. Door Hem, door zijn bloed, zijn wij van den eeuwigen dood verlost, zijn wij erfgenamen uws rijks, kinderen der eeuwige zaligheid geworden. Maar welk gevoel vaa smart en berouw moet ons hart vervullen, wanneer wij den Zoon van God, om onzer zonden wil, aan het kruis zien hangen, waar Hij met stervende lippen tot ons zegt ; ziet, ik ben het Lam, hetwelk om uwe zonden gedood werd. Ziet mijne wonden; zij bloeden voor u. Ziet mijne doorboorde zijde, mijn open hart, dat u tot in den (lood bemind heeft. O goddelijke Heiland , liefste Jesus ! ook na

2

-ocr page 22-

18 GEBEDEN ONDEU

uwen dood bemint Gij ons nog, ja, Gij bemint ons onophoudelijk; want sleclits nog weinige oogenblikken, en Gij komt nogmaals met ligoliaam en ziel van den troon uws hemels tot ons afdalen. Gij, dezelfde Jesus , die voor ons aan het kruis gestorven is; dezelfde, dien wij eenmaal bij het oordeel op de wolken zullen zien komen; dezelfde Godmensch daalt nu . op de gebenedijde woorden des priesters neder, om bij ons te zijn tot het einde der wereld. O kom dan, gebenedijde des Hee-ren! Gij Zoon van God! kom en verhoor ons, die biddend voor U in het stof liggen ; kom, en maak ons waardig om U te verheerlijken. Amen.

BIJ DEN 8ANCTUS.

6 Gij, heilige Engelen des hemels , gij Cherubijnen en Seraphijnen, gij gedurige aanbidders des Allerhoogsten, die hier tegenwoordig zijt om het diepe geheim der goddelijke liefde, het groote wonder der goddelijke almagt te verheerlijken ! O gij, zalige geesten en heiligen des hemels! en gij, bovenal. Koningin dei-heiligen! smeekt voor mij af eene regt ware aandiielit en eerbewijzing jegens het hoogheilig offer, hetwelk hier op het altaar volbragt wordt. Thans doet de priester,

-ocr page 23-

DE HEILIGE MIS. 19

wat Jesus deed, als Hij tot lieil der wereld het hooglieilig Sakrament des Altaars instelde. Jesus, de Zoon van God, nam liet brood in zijne gebenedijde handen, hief zijne oogen tot den Yader in den hemel op, en sprak de zegemvoordeu tot de verandering des broods in zijn heilig ligchaam. Ditzelfde wonder der goddelijke almagt wordt ook nu, door de zegen woorden des priesters, hier op het altaar volbragt. O Jesus, Gij levendige en ware God! met bevonden eerbied verwacht ik uwe genaderijke komst op het altaar. O, konde, ik thans, in het oogenblik dat de priester uw heilig ligchaam ter aanbidding in de hoogte helt, ü een reiu hart ten offer aanbieden ! O mijn Heiland, o mijn Verlosser ! Gij hebt uit barmhartigheid U aan het kruis tot ecu offer voor onze zonden overgegeven. O kom, Lam Gods ! kom en offer U ook thans voor mij op aan uwen heiligen Vader, tot vergeving mijner zouden. Vol bewondering eu eerbied verhef ik mijne stem tot U, en roep met hart en ziel : heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der heerscharen! Hemel en. aarde zijn vol van zijne heerlijkheid! Geloofd, gezegend en aangebeden zij Jesus Cliristus , de ware Zoon van God, die thans van den hemel in de heilige hostie nederkomt I

-ocr page 24-

20 GEBEDEN ONDEK

Hosanna in liet allerhoogste! roem, eer en zegening zij den levendigen God, die thans onder ons verschijnen zal. Hosanna den A llerhoogsten , den alleen waren God, dien wij in aanbidding hier op het altaar verwachten! Hosanna Hem, die komt in den naam des Heeren. Hosanna i

BIJ DE CONSECRATIE.

6 Mijn Jesns! wees mij genadig; o mijn Jesns! ontferm ü mijner; o mijn liefste Jesus! vergeef mij mijne zonden.

ö Mijn Jesus! door uw heilig bloed, reinig mij van mijne zonden; door uw goddelijk bloed, wasch mij vanmgne misdaden; door uw genaderijk bloed, verleen mij genade en barmhartigheid. O Jesus ! ik geloof in U ; o Jesus! ik hoop op U ; o Jesus! van harte heb ik U lief. Amen.

NA DE CONSECRATIE.

Ik verhef nu mijn liart en mijne ziel tot U, o God, hemelsche Vader! ik loof en prijs U, ik dank Ü, en aanbid U in Jesus uwen Zoon , die als waarachtig God en meusch, met ligchaam en ziel liier tegenwoordig is. O hoe onuitsprekelijk kostbaar, hoe boven alles hoog en heilig is dit geheimvolle offer! O welk

-ocr page 25-

T

DE HEILIGE MIS. 21

er oenen overvloed van genade betoont ons ie Jesus, de levendige Zoon van God, dat ia Hij het offer zijner liefde in deze heilige l. Mis weder vernieuwt. Groote, alleraan-ir biddingswaardigste God! zie hier op het u altaar uwen eenig geliefden goddelijken Zoon . die voor ons zondaren aan het kruis gestorven is. Dit goddelijk Lam offert zich aan U nngmaals, op eenc onbloedige wijze, voor ons op. Door Hem zullen wij gt; geregtvaardigd, door zijn heilig bloed zullen wij van zonden rein en zalig worden. O goddelijke allerhoogste Majesteit! ik lig voor uw aangezigt op mijne knieën, om U te lofprijzen en te gebenedijdtn. Wie is zoo goed, o God, als Gij?—In j het vaste geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid van het allerheiligste lig-chaam van Jesus, aanbid ik IJ, o eeu-I wige God, in allen ootmoed des harten.

Om U echter des te welgevalliger te aan-S bidden, vereenig ik mij met alle heilige engelen, met Maria, de koningin der engelen , en roep met verukking mijns harten : heilig, heilig, heilig zijt Gij, o God der heerscharen! O gij , heilige Engelen, o heilige Maria, en alle Gods lieve Heiligen ! laat ons nedervallen voor den Heer des hemels en der aarde : laat ons Hem lofprijzen en aanbidden. O, Gij onder de gedaante des broods verborgen Godmensch

i_;

-ocr page 26-

22 GEBEDEN ONDER

Jesus! Ik aanbid en smeek U, ontferm

U mijner in leven en sterven. Amen.

Barmhartige God! door het heiligste ligohaam van Jesus, en zijn heilig bloed, hetwelk wij U met den priester in diepen ootmoed opdragen, geven wij U voldoening voor onze zonden, die wij van harte berouwen. Door dit goddelijk offer, vermeerder in ons het geloof, sterk ons in de hoop, en ontvlam in ons de heilige liefde. Ach, liefste , hemelsche Vader ! in den naam JOsus, uws Zoons, die met zijne Godheid en mensehheid hier tegenwoordig is, bid ik voor allen die hier tot uwen lof vergaderd zijn; verhoor ons genadiglijk; verhoor ons gebed, daar wij U onze belangen en onzen nood voordragen. Reinig onze zielen en verlieht onzen geest, opdat wij U, en dien Gij gezonden hebt, Jesus Christus, erkennen, en zijne goddelijke ieer getrouwelijk navolgen. Gedenk ook , o barmhartige Vader! aan de zielen in het vagevuur, en laat hen dit heilig misoffer tot hare verlossing dienstig zijn. Dit bidden wij, hemelsche Vader, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

BIJ DE NUTTIGING.

óMijn Jesus! Gij hoogste liefde mijns harten! gaarne wilde ik U thans met den

-ocr page 27-

DE HEILIGE MIS. 28

priester in liet heilig Sakrament ontvangen , wanneer ik deze genade waardig ware; daar ik echter, wegens mijne zonden , dit geluk onwaardig ben, zoo houd ik mij, gelijk eens de openbare zondaar, slechts van verre en sla, vol droefheid en berouw over mijne zonden , op mijne borst, eu roep tot U : o Jesus 1 Gij Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld , ontferm U mijner! O Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, wees mij genadig! O Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, wees mij barmhartig, en kom met uwe hei-ligmakende genade tot mij in! O Jesus! ik verlang naar U, ik zucht naar U ; ik ben wel niet waardig dat Gij tot mij komt : maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.

ö Jesns, mijn God en Heer! aan U geloof ik; o Jesns! op U hoop ik; Gij o Jesus 1 zijt mijn Verlosser, Gij zijt mijn troost. Gij zijt mijn eenigst ware en hoogste goed ; daarom bemin ik U boven alles en verzucht naar U. O kom. Gij Vergever der zonden! kom, kom op eene geestelijke wijze in mijn hart; heilig en reinig mij, opdat ik in mijne eerstvolgende communie uw heilig ligehaam regt waardig moge ontvangen I Kom, Uitverkorene mijner ziel, mijn hart verlangt naar U.

-ocr page 28-

24 GEBEDEN ONDER.

Het. heilige ligcliaam van Jesus Christus, beware mijne ziel, en brenge mij tot het eeuwige leven. Amen.

Hoog geloofd en geprezen zij het heilige Sakrament des altaars 1 Eer eu dank, lof en aanbidding zij IJ , o allerhoogste God ; Vader. Zoon en heilige Geest. Eer zij TJ van alle engelen en mensehen, op alle plaatsen en ten allen tijde. Amen.

GEBED,

Almagtige, goedertierene God! verleen genadig, dat wij door aanbidding en nuttiging van het heilig Sakrament des Altaars steeds meer en meer met U vereenigd worden. Sterk ons, o Heer! door dit kostbare hemelsoh brood, hetwelk Jesus voor al zijne onderdanen bereid heeft, ten einde wij vol van Set le-vendigst geloof, de troostrijkste hoop en heiligste liefde, ons leven afleggen, en eenmaal tot het heilige gastmaal mogen worden toegelaten : door denzelfden Jesus Christus onzen Heer. Amen.

BIJ HET BESLUIT DER HEILIGE MIS.

6 Mijn Jesus! in een vast geloof aan uwe goedertierenheid, in bestendige hoop op uwe barmhartigheid, en in de vurigste liefde tot uw heilig hart, zeg ik ü dank

-ocr page 29-

DE HEILIGE MIS. 35

voorden kostbaren seliat, welken ik mij door liet aanliooren dezer heilige Mis verworven heb. O laat mij door de kraclit van dit lieilig offer, door de verdiensten van uw lijden en sterven, en door uw voor ons vergoten heilig bloed, vergiffenis mijner zonden, verbetering mijus levens en uwe heiligmakende genade verkrijgen, opdat ik dagelijks in het goede toeneme, en eens moge verdienen in de eeuwige zaligheid opgenomen te worden. Amen.

o Barmhartige en hulprijke God! help mij in mijne tijdelijke belangen en noo-den; dat bid ik in den heiligsten naam Jesus, uws Zoons, die eens aan het kruis, en ook thans in deze heilige Mis, zich voor ons mensehen aan U opgeofferd heeft. Ja, liefste, hemelsche Vader! ik bid nogmaals, neem met welgevallen dit reine en heiligste offer van ons aan. Laat het ons allen, die aan U gelooven , op U hopen, en U boven alles liefhebben, tot heil en ten eeuwigen leven dienstig zijn. Dat bidden wij, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den heiligen Geest, als eenig God leeft en regeert, in eeuwigheid. Amen.

BIJ DEN ZEGEN.

Zegen mg door de hand des priesters ,

-ocr page 30-

24 GEBEDEN ONDER.

Het. heilige ligcliaam van Jesus Christus, beware mijne ziel, en brenge mij tot het eeuwige leven. Amen.

Hoog geloofd en geprezen zij het heilige Sakrament des altaars 1 Eer eu dank, lof en aanbidding zij IJ , o allerhoogste God ; Vader. Zoon en heilige Geest. Eer zij TJ van alle engelen en mensehen, op alle plaatsen en ten allen tijde. Amen.

GEBED,

Almagtige, goedertierene God! verleen genadig, dat wij door aanbidding en nuttiging van het heilig Sakrament des Altaars steeds meer en meer met U vereenigd worden. Sterk ons, o Heer! door dit kostbare hemelsoh brood, hetwelk Jesus voor al zijne onderdanen bereid heeft, ten einde wij vol van Set le-vendigst geloof, de troostrijkste hoop en heiligste liefde, ons leven afleggen, en eenmaal tot het heilige gastmaal mogen worden toegelaten : door denzelfden Jesus Christus onzen Heer. Amen.

BIJ HET BESLUIT DER HEILIGE MIS.

6 Mijn Jesus! in een vast geloof aan uwe goedertierenheid, in bestendige hoop op uwe barmhartigheid, en in de vurigste liefde tot uw heilig hart, zeg ik ü dank

-ocr page 31-

DE HEILIGE MIS. 35

voorden kostbaren seliat, welken ik mij door liet aanliooren dezer heilige Mis verworven heb. O laat mij door de kraclit van dit lieilig offer, door de verdiensten van uw lijden en sterven, en door uw voor ons vergoten heilig bloed, vergiffenis mijner zonden, verbetering mijus levens en uwe heiligmakende genade verkrijgen, opdat ik dagelijks in het goede toeneme, en eens moge verdienen in de eeuwige zaligheid opgenomen te worden. Amen.

o Barmhartige en hulprijke God! help mij in mijne tijdelijke belangen en noo-den; dat bid ik in den heiligsten naam Jesus, uws Zoons, die eens aan het kruis, en ook thans in deze heilige Mis, zich voor ons mensehen aan U opgeofferd heeft. Ja, liefste, hemelsche Vader! ik bid nogmaals, neem met welgevallen dit reine en heiligste offer van ons aan. Laat het ons allen, die aan U gelooven , op U hopen, en U boven alles liefhebben, tot heil en ten eeuwigen leven dienstig zijn. Dat bidden wij, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den heiligen Geest, als eenig God leeft en regeert, in eeuwigheid. Amen.

BIJ DEN ZEGEN.

Zegen mg door de hand des priesters ,

-ocr page 32-

24 GEBEDEN ONDER.

Het. heilige ligcliaam van Jesus Christus, beware mijne ziel, en brenge mij tot het eeuwige leven. Amen.

Hoog geloofd en geprezen zij het heilige Sakrament des altaars 1 Eer eu dank, lof en aanbidding zij IJ , o allerhoogste God ; Vader. Zoon en heilige Geest. Eer zij TJ van alle engelen en mensehen, op alle plaatsen en ten allen tijde. Amen.

GEBED,

Almagtige, goedertierene God! verleen genadig, dat wij door aanbidding en nuttiging van het heilig Sakrament des Altaars steeds meer en meer met U vereenigd worden. Sterk ons, o Heer! door dit kostbare hemelsoh brood, hetwelk Jesus voor al zijne onderdanen bereid heeft, ten einde wij vol van Set le-vendigst geloof, de troostrijkste hoop en heiligste liefde, ons leven afleggen, en eenmaal tot het heilige gastmaal mogen worden toegelaten : door denzelfden Jesus Christus onzen Heer. Amen.

BIJ HET BESLUIT DER HEILIGE MIS.

6 Mijn Jesus! in een vast geloof aan uwe goedertierenheid, in bestendige hoop op uwe barmhartigheid, en in de vurigste liefde tot uw heilig hart, zeg ik ü dank

-ocr page 33-

DE HEILIGE MIS. 35

voorden kostbaren seliat, welken ik mij door liet aanliooren dezer heilige Mis verworven heb. O laat mij door de kraclit van dit lieilig offer, door de verdiensten van uw lijden en sterven, en door uw voor ons vergoten heilig bloed, vergiffenis mijner zonden, verbetering mijus levens en uwe heiligmakende genade verkrijgen, opdat ik dagelijks in het goede toeneme, en eens moge verdienen in de eeuwige zaligheid opgenomen te worden. Amen.

o Barmhartige en hulprijke God! help mij in mijne tijdelijke belangen en noo-den; dat bid ik in den heiligsten naam Jesus, uws Zoons, die eens aan het kruis, en ook thans in deze heilige Mis, zich voor ons mensehen aan U opgeofferd heeft. Ja, liefste, hemelsche Vader! ik bid nogmaals, neem met welgevallen dit reine en heiligste offer van ons aan. Laat het ons allen, die aan U gelooven , op U hopen, en U boven alles liefhebben, tot heil en ten eeuwigen leven dienstig zijn. Dat bidden wij, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den heiligen Geest, als eenig God leeft en regeert, in eeuwigheid. Amen.

BIJ DEN ZEGEN.

Zegen mg door de hand des priesters ,

-ocr page 34-

30 BIECHT-GEBEDEN.

ik litjL) daarvan een zoo sleckt gebruik gemaakt! In plants van dezelve tot uwe verheerlijkingen tot mijne gelukzaligheid aan te wenden, heb ik mij daarvan bediend tot uw mishagen en mijn verderf! Gij gaaft mij dat kostbare geschenk, de rede; opdat ik zoude weten te onderscheiden, wat goed en kwaad is; opdat ik de gevolgen mijner handelingen konde inzien, en mijne neigingen beheerschen. Maar ach! hoe weinig heb ik acht geslagen op de uitspraak der rede; hoe dikwijls heb ik, trots dezelve, mij aan mijne verkeerde neigingen overgegeven.ü we geopenbaarde wet toonde mij uwen wil, gaf mij de middelen tot gelukzaligheid aan de hand, maar ik wandelde naar mijne lusten en overtrad uwe hoogst wijze geboden ! Gij gaaft mij den vrijen wil, dat ik niet gedwongen zoude zijn te bezwijken voor de booze bekoringen; maar ik liet mij door mijne zinnelijks begeerten, door de aanlokselen der zonde wegslepen.

En in welke ellendigheid stortte ik mij door deze vergrijpen! Onder alle kwalen is echter de zonde de treurigste, de vreeselijksta. Want daarbij heelt het hart geenen vrede, zelfs dan, wanneer het geweten oogenblikkelijk gesmoord is, zij brengt iu de ziel eene verschrikkelijke omkeeringen nimmer ophoudende pijni-

-ocr page 35-

BIECHT-GEBEDEN.

ging van den inweudigen rnenscli. Ook is het de vloek der zonde, dat zij overal verminkt, overal scliande aanbrengt, zoowel aan ons zeiven als aan andere men-schen. Want de meeste, de gevoeligste kwalen, waaronder wij znoMen, komen voort van onze overtredingen.

Uwe geboden, Vader, zijn zoo regtvaar-dig, zoo vereerenswaardig, zoo liefdevol! Gij bedoelt immers sleclits ons ware welzijn , grondt U op wijsheid en goedertierenheid, weigert ons niets dan wat ons schadelijk , schrijft ons niets voor dan wat ons nuttig en heilzaam is. Dezelven op te volgen, brengt tot de ware gelukzaligheid. Hoe kon ik toch, daar ik het niet durf loochenen, zoo vijandig handelen tegen mijzel-ven, en deze geboden overtreden! Hoe kou ik zoo onbezonnen, het zoete en duurzame genoegen, hetwelk de deugd schenkt, verruilen voor genoegens, waarvan mij niets is overgebleven dan de treurige herinnering dat ik gedwaald heb, en de bittere gewaarwording der kwade gevolgen! Hoe kon ik zoo dwaas, voor het genot van schijngoederen, ware blijvende goederen wegwerpen, de helderheid en den vrede mijner ziel ondermijnen, en mij daarvoor bestendige inwendige verwijtingen en knagingen des gewetens op den li als halen!.

31

-ocr page 36-

32 BIECHT-GEBRDEN,

En — wat nog meer is — wien hub ik door deze misdaden beleedigd ? U, mijnen hemelschen Vader, wien ik mijn aanwezen , mijne bewaring en alles wat ik bezit, te danken heb; U, die mij dagelijks met zoo vele weldaden overhoopt, die mij de grootste weldaad daardoor betoont, dat Gij uwen Zoon als Verlosser in de wereld zondt, en uwen door Hem ge-openbaarden wil, den eenigen regten weg tot gelukzaligheid, mij liet bekend maken! Hoe kon ik eenen zoo goedertieren Vader beleedigen! Hoe kon ik zoo vermetel, zoo ondankbaar jegens U zijn, om dingen na te jagen, waarvan ik wist dat zij ü mishagen! Hoe kon ik mijne hoogere bestemming als mensch zoo zeer vergeten, aan de leiding van lage begeerten mij overgeven en mij daardoor verwijderen van IJ, die de hoogste liefde, de inhoud van alle volkomenheid zijt!

Maar zie, barmhartigste Vader! ik keer tot U terug. Neem uw rouwmoedig, beterschap belovend kind weder genadig aan! Ja, ik wil mij bekeeren I Ik zal de wegen der zonden verlaten, mij van mijne booze gewoonten losrukken, mijne verkeerde gezindheden veranderen, mijne onbehoorlijke neigingen beteugelen. Niets zal ik mij voortaan meer veroorloven, wat ü onbehagelijk is; veelmeer wil ik,

-ocr page 37-

J3IECHT-GEBRDEN.

door «roede handelingen, mij bemoeijen , voor het begane kwaad, naar mijne kracli-ten te voldoen, en nimmer wil ik mij weder van U rcheiden, eeuwige Bron der reinste zaligheid! Dit is mijn ernstig voornemen. Algoede God , die mij den goeden wil tot dit besluit vergunt : Gij zult mij ook de kracht om hetzelve te volbrengen, niet weigeren.

Om (chter, naar uw goddelijk voor-

I schrift, de vergeving mijner zonden te verkrijgen, wil ik uwen priester, die het woord der begenadiging in uwen naam uitspreekt, den toestand mijner ziel open leggen; met zorgvuldigheid wil ik mijn hart en mijn leven doorvorschen, om al mijne gebreken opregtelijk te bekennen. Heer! zend uwen heiligen Geest, dat Hij hiertoe mijn verstand verlichte , dat ik bij het licht zijner genade den toestand mijner ziel duidelijk inzie en de begane zonden met hartelijk berouw erkenne 1 schrift, de vergeving mijner zonden te verkrijgen, wil ik uwen priester, die het woord der begenadiging in uwen naam uitspreekt, den toestand mijner ziel open leggen; met zorgvuldigheid wil ik mijn hart en mijn leven doorvorschen, om al mijne gebreken opregtelijk te bekennen. Heer! zend uwen heiligen Geest, dat Hij hiertoe mijn verstand verlichte , dat ik bij het licht zijner genade den toestand mijner ziel duidelijk inzie en de begane zonden met hartelijk berouw erkenne 1 ( Onderzoek des geioetens.)

BOUWGEBBD.

Goedertierensle God! ik geloof in U , wijl fiij de eeuwige wijsheid en waarheid zijt; ik hoop opU, wijl Gij zoo goedertieren als magtig zijt; ik heb U boven alles lief, wijl Gij het allerhoogste, be-

3

33

-ocr page 38-

34 BIECHT-GEBEDEN.

minnelijkste ^oed zijt. Met dit geloof, deze hoop, deze liefde, berouw ik van harte, dat ik U, liemelsehe Vader, be-leedigd en mij onwaardig gemaakt heb uw kind genoemd te worden. Ik verfoei mijne zonden en afdwalingen , niet alleen omdat ik deswege door U gestraft te worden verdiend en uwe belooningen verbeurd heb, maar dewijl ik gezondigd heb tegen U, die mijn God, het opperste Goed zijt, wien de grootste eer en liefde toekomt. Laat mijn berouw genade vinden voor U ! Ik zal mij ernstig verbeteren; voor alle zonden wil ik mij voortaan hoeden; elk gevaar en elke gekgen-heid tot zondigen wil ik vermijden; het kwaad, hetwelk door mijne schuld ontstaan is, zooveel mogelijk weder trachten goed te maken, en zoo leven, dat ik U weder moge welgevallig zijn. Neem, goedertierenste God, dit ernstige voornemen , dat ik met den bijstand uwer genade hoop uit te voeren, met vaderliefde aan, en geef mij vergiffenis, door de verdiensten van Jesug, mijnen Verlosser !

-ocr page 39-

COMMUNIE-GEBEDEN.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

Gij, o God! hebt voor ons, nadat wij van zonden gezuiverd zijn, eene spijs en eenen drank toebereid in de mittiging van het Vleesch en Bloed uws eeuwigen Zoons, onzes Verlossers Jesus Christus, welken wij, onder broodsgedaante verborgen , in het heilig Sakrament des Al\'aars ontvangen. O laat mij dit wel beseffen en diep ter harte nemen , en maak mij waardig, terwijl ik tot dit heilig geheim wensch te naderen, dat ik hetzelve waardig ontvangen moge.

OVERDKNKINe.

Ik ga dan nu hoen, om het heilig Vleesch en dierbaar Bloed mijns Heilands en Verlossers te ontvangen, die in dit Sakrament waarachtig tegenwoordig is met zijne Godheiden menschheid. Want HjJ zelf, Jesus Christus , geeft ons daarvan de duidelijkste verzekering, terwijl Hij zegt: Mijn Vleesch is waarlijk eene spijs en

-ocr page 40-

36 COMMUNIE-GEBEHEN.

mijn Bloed is waarlijk een drank. Wie mijn Vleesch eet, en mijn Bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem; die zal eenwig leven. Zoo sprak Jesus, onze Heiland , als Hij, lang voor de instelling des heiligen Avondmaals , voor de eerste maal van dit geheim gewaagde. Maar bij zijn laatste Avondmaal, dat Hij op den avond voor zijn lijden met zijne Leerlingen hield , vervulde Hij hetgeen Hij lang te voren beloofd had, en toen begrepen zijne Leerlingen wat Hij hun zoo lang onverklaard had gelaten. Nadat Jesus met hen het avondmaal gehouden , en naar het voorschrift der joodsche wet, met hen het paaschlam gegeten had, ving Hij eerst aan, al zijne Leerlingen de voeten te wassehen; daarna ging Hij weder met hen aan tafel zitten, en dan nam Hij het brood in zijne handen; en met zijne oogen naar den hemel verheven, dankte Hij zijnen hemelschen Vader, zegende het brood, brak het en gaf het aan zijne Leerlingen en zeide: neemt en eet, want dit is mijn Ligchaam,dat voor u zal overgeleverd worden. Voorts nam Hij ook den kelk, dankte en zegende denzelven, en gaf hem aan zijne Leerlingen, en zeide : drinkt daar allen uit. want dit is mijn Bloed, dat voor u zai vergoten worden tot vergeving der zon-

-ocr page 41-

COMMUNIE-GEBEDEN. 37

den. Na deze klare en duidelijke verzekering onzes Heeren , namen en aten de Leerlingen met eerbied het Ligchaam des Heeren, onder de gedaante des broods, en dronken uit den kelk zijn Bloed, onder de gedaante des wijns. En wat zij deden, dat moeten wij ook doen; daarom beval Hij hun , dat zij hetzelfde doen zouden : zoo dikmaals gij dit doet, doet het tot mijne gedachtenis. Hij gaf hun derhalve ook de magt, om te doen, wat Hij deed , en deze magt moest tot alle priesters, die hen in hun ambt opvolgden , overgaan. Want, dewijl het zijn wil was, dat allen, die aan Hem zouden gelooven, zijn Vleeseh eten en zijn Bloed drinken zouden, terwijl Hij bij Job 6. zegt : indien gij het Vleeseh van den Zoon des mensehen niet eet en zijn Bloed drinkt, zoo zult gij geen leven in u hebben : zoo moeten er ook te allen tijde magtheb-bende priesters zijn, die het brood veranderen in het Ligchaam van Christus, en den wijn in zijn Bloed. —

GEBED.

In overweging van deze bewijsgronden geloof ik vast, dat Gij , mijn Heer en Heiland Jesus Christus, in het hoogheilig Sakrament des Altaars, onder de gedaanten van brood en wijn tegenwoordig zijt.—

-ocr page 42-

38 COMMUNIE-GEBEDEN.

Ja, mijn Heer en Heiland, mijn Verlosser en Zaligmaker Jesus Christus! ik geloof aan uw woord. Gij geeft mij de stellige verzekering, dat het uw Ligohaam en dat het uw Bloed is, wat ik onder broods- of wijns-gedaante ontvang. Al kan mijn verstand dit geheim ook niet vatten, en al kunnen het ook mijne zinnen niet bereiken, zoo geloof ik het echter : want Gij hebt de woorden der waarheid en des eeuwigen levens. Ik geloof U, want Gij zijt de Zoon des almagtigen Gods, wiens wijsheid niet feilen, en wiens woord niet bedriegen kan. Bewaar en versterk dit geloof nog meer in mijn hart.

Ik nader dan tot U, mijn Heiland en Zaligmaker! om mij met U in hot heilige Sakrament te vereenigen. Ik hoop en vertrouw vast, dat Gij aan mij zidt vervullen , wat Gij dengenen beloofd hebt, die uw heilig Vleesch en Bloed zullen nuttigen. Wie mijn Vleesch eet en mijn Bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem, die zal eeuwig leven. Dit zijn uwe woorden, o Heer! Ach, mogten toch deze zalige beloften aan mijne ziel vervuld wor-deu ! mogt ik toch in dit heilig Sakrament op het naauwste met U vereenigd worden, zoodat ik voortaan slechts zoeke eu be-minne, wat U behaagt, en met U altoos dezelfde gezindheid, dezelfde neiging en

-ocr page 43-

OOMMUNIE-GEBBDEN. 39

hetzelfde streven hebbe! Mogt het genot van dit heilig Sakrament voor mij het onderpand zijn van het eeuwige leven, dat Gij dengenen beloofd hebt, die het nuttigen. Heer! ik hoop en vertrouw op uw woord, op uwe magt en goedheid. Bewaar en vermeerder steeds in mij deze hoop en dtt vertrouwen.

Ja, wat kan ik van ü niet hopen en verwachten, die mij zoo zeer bemind hebt, en nog altoos voortgaat met mij nieuwe blijken van uwe liefde te geven. Gij , mijn Verlosser! zjjt uit liefde tot mij mensch geworden; Gij zijt uit liefde tot mij voor mij gestorven; en nu komt Gij ook tot mij , om U met mij te vereenigen, en geeft mij uw Ligchaam, dat Gij voor mij aan den dood hebt overgegeven, en uw Bloed, dat Gij voor mij hebt vergoten, tot spijs en drank voor mijne ziel. O, dat ik deze uwe liefde regt erkennen, en U eene waardige wederliefde schenken mogte 1 o dat ik U waardig in mijn hart ontvangen mogte I —

Maar, o Heer! welke mensch zou zulks wel waardig zijn? Gjj, de heiligste Zoon Gods, en wij, arme zondaars; Gij, aan wien de eeuwige Vader welbehagen heeft, en ik , die Hem zoo dikwijls met zonden heb beleedigd. Gij hebt mij, wel is waar, vergiffenis verleend, o Heerl maar nog-tans ben ik niet waardig, dat Gij tot mij

-ocr page 44-

40 COMMUNIE-GEBEDEN.

komt, om U met mij te vereenigen. Ik beken met den Evangelischen hoofdman : o Heer! ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord, zoo zal mijne ziel van zonden gezuiverd en zalig zijn.

Dan Gij wilt het, o Heer! Gij beveelt het, dat wij tot U komen, indien wij deel willen hebben aan uw rijk en aan die zaligheid, welke Gij voor ons hebt verworven. Zie dus, ik kom met het gevoel mijner onwaardigheid, maar uit gehoorzaamheid aan uwen wil, en met het verlangen , om aan uwe genade deel te hebben , en met eene heilige begeerte, om met U vereenigd te worden. Ja, mijn Heiland en Zaligmaker! mijne ziel verlangt naar U; kom en vereenig TJ met mij! — Kom, Gij vriend der menschen. Gij, verzoener der zond.iars! kom en zuiver mijne ziel van alle zonden en van all; neiging tot zonde! Kom , Gij arts der zie len! genees en versterk mijne ziel! Kom , mijn God en Heiland, mijn Verlosser en Zaligmaker! maak mij, di n Gij verlost hebt, ook z xlig voor de eeuwigheid!

BIJ D\'; COMMUNIE.

Zie het Lam Gods, hetwelk wegneemt de zonden der wereld.

O Heer! Ik ben niet waardig dat Gij

-ocr page 45-

communie-gebruf.n. 41

ingaat onder mijn dak; maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond zijn.

Het Ligcliaam onzes Heeren Jesus Christus bnware mijne ziel tot het eeuwige leven. Amen.

o—

NA DE H. COMMUNIE.

Ik h\'ibHem gevonden, wien mijne ziel lief heeft; ik wil Hem vasthouden en niet loslaten. IJ, mijnen Heiland, omvat ik in het binnenste van mijn hart, U bezit ik thans. Laat toch mijne ziel de kracht van uwe tegenwoordigheid gevoelen! Laat mij smaken, hoe zoet de Heer is, ten einde mijne ziel, door uwe liefde ingenomen , niets buiten ü zoeke, en niets beminne dan om uwentwil. Gij zijt mijn Koning, kom mijner behoeften te hulp ! «ij zijt mijn Eegter, spaar mijne ziel ! Gij zijt mijn Arts, genees mijne ziel! Gij zijt mijn God en alles, laat mij in U, en door ü zalig zijn!

Ik dank U , o mijn goddelijke Heiland ! dat Gij U hebt gewaardigd tot mij te komen en U met mij te vereenigen. Ach, Heer! blijf toch altoos bij mij door uwe genade. Vervul uw woord aan mij, dat (jij gezegd hebt; wie mijn Vleesch eet, en

-ocr page 46-

42 COMMUNIE-GEBEDKN.

mijn Bioed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem. Laat het genot van uw heilig VleescheniUoed mytie ziel verkwikken en versterken tot vervulling van uwen heiligen wil, opdat ik voortaan uw woord en voorbeeld in alles getrouwelijk volgen, en eenmaal met U moge vereenigd worden in het eeuwige leven, dat Gij ons beloofd eu door uwen dood verworven hebt.

Maar wat zal ik ü vergeldenmijn Heiland ! voor alles wat (jij heden ge-daau hebt aan mijne ziel? (jij hebt mij mijne zonden vergeven, en mij aan uwen heiligen igt;isoh laten komen, om aan het maal der liefde deel te nemen, dat Gij voor de uwen hebt toebereid. Gij hebt mij uw heilig Vleesch, uw heilig Bloed, U zei ven gegeven, tot een onderpand des eeuwigen levens. O, hoe zal ik zulk eene liefde vergelden 1 Zie mijn Heiland ! ik bied U mijn hart, mijnen wil, mijne ziel met al hare neigingen, wenschen en gezindheden\' als een offer aan. — Mijn hart zal voortaan U alleen boven alles, en het overige alleen om uwentwil beminnen. Mijn wil zal steeds met den uwen vereenigd zijn. Gij alleen zult het hoogste doel zijn van al mijne neigingen, wenschen en gevoelens. Zuiver Gij mijn hart al meer en meer, heilig mijne ziel, bestuur mijne neigingen, wenschen en gevoelens tot U,

-ocr page 47-

COMMUNIE-GEBEDEN, 43

eu tot al wat goed is. Blijf steeds bij mij, Heer! laat mij in U leven en in U

■ sterven.

Ja, alleen voor U, o mijn Heiland! wensoli ik voortaan te leven, en der zonde en alle kwade neigingen meer eu meer af te sterven. Geef dat ik de ijdelheid en den hoogmoed door bescheidenheid en ootmoed overwinne; de gierigheid en alle neiging tot het aardsche, door achting en liefde voor het eeuwige; den toorn, nijd en elke liefdeloosheid door weiwilleiidtieid, vredelievendheid en ware naastenliefde; de zinnelijkheid door versterving en beteugeling der begeerlijkheden; de laauw-hcid en traagheid, door een\' heiligen ijver in het gebed en in uw dienst. Heip mij, mijn Heiland! terwijl ik met U ben vereenigd geworden , dat ik een nieuw leve leide naar uwe leer, naar uw voorbeeld en uw heilig welbehagen.

Gij hebt U, o goddelijke Heiland! ge-waardigd tot mij te komen en bij mij uwen intrek te nemen. Omdat Gij mij deze hoogste genade hebt bewezen , mag ik U ook om verdere genaden bidden. Ik geef dus al mijne tijdelijke en gees-lijke aangelegenheden, al mijn kommer, al mijne zorgeu eu al mijn lijden aan U over. Vertroost toch mijne ziel bij al het-gene, wat van de menschelijke onvol-

-ocr page 48-

44 COMMUNIE-GEBEDEN.

maaktheid onafscheidelijk is , en van uwe goddelijke Voorzienigheid tot mijn heil noodig en dienstig geoordeeld wordt, mij op te leggen. Versterk mijne ziel, opdat zij bij alle voorkomende omstandigheden dezes levens standvastig volharde en op IJ vertrouwe, die alles ten onzen beste zult uitvoeren. Ik beveel U ook aan j mijne geliefde vrienden , mijne ouders, broeders en verdere bloedverwanten, alle Christenen, geloovigen en ongeloovigen , ja alle meusclien , welke de eeuwige Vader naar zijn evenbeeld geschapen heeft, en Gij eeuwige Zoon dezes Vaders, door uwe menschwording en uwen dood verlost hebt. Laat hen allen deel hebben aan de vruchten van uwe verlossing, die met God den Vader, in eenigheid dos heiligen (jleestes , leelt en regeert, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Laat nu, o Heer! uwen dienaar in vrede gaan : doorü versterkt en vertroost, hervat ik mijne bezigheden, en hoop dat uwe genade mij vergezelle. En gij, mijne ziel! vergeet nimmer wat de Heer aan u gedaan heeft, die u van uwe zonden genezen, en zich ten naauwste met u vereenigd heeft.

-ocr page 49-

DE ZEVEN B OE T\'-I\'

PSALM VI.

David smeekt in dezen -psalm de schuld zijner bedrevene zonden af, en leert door zijn voorbeeld, hoe een zondaar Gods barmhartigheid moet inroepen, om de vergiffenis zijner zonden te verkrijgen, en om in Gods genade weder aangenomen te worden.

Heer! straf mii niet in uwe verbola^en-heicl, en kastiid mij nietin uwe o;ramscTiiip.

Ontferm U mijner. Heer, want ik hen krank; genees mij, Heer! want mijne beenderen zijn ontsteld.

Mijne ziel is zeer ontroerd; maar Gij, Heer! hoe lang?

Keer U tot mij, Heer! en verlos mijne ziel; maak mij zaligomuwebarmhartigheid.

Want er is niemand in den dood, die U gedachtig is; en wie zal ü in den grave loven?

Ik heb in mijne verzuchting gearbeid , ik zal alle nachten mijn bed wasschen ; met mijne tranen zal ik mijne legerstede hesproegen.

Mtjn oog is van de verbolgenheid ver-

-ocr page 50-

46 DE ZEVEN

slagen ; ik ben verouderd onder nl mijne

vijanden.

Gaat allen van mij, die boosheid bedrijft ; want de Heer heeft de stem mijner smeekins: verhoord.

De Heer heeft mijn gebed verhoord; de Heer heeft mijn gebed aangenomen.

Dat al mijne vijanden beschaamd en zeer ontsteld worden; dat zij terugkeeren en spoedig beschaamd worden.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest; gelijk het was in den beginne, nu en altijd, en in alle eeuwigheid. Amen.

PSALM XXXI.

David noemt degenen zalig, wier ongeregtig-heden vergeven zijn, en daar hij zich zeiven voor God schuldig kent, moedigt hij den zondaar aan tot eene tijdige en ofregte boetvaardigheid.

Zalig zijn zij, wier boosheden vergeven en wier zonden bedekt zijn.

Zalig is de man, wien de Heer de zonde niet heeft toegerekend , en in wiens geest geen bedrog is.

Omdat ik zweeg, zijn mijne beenderen verouderd; daar ik den ganschen dag riep.

Want dag en nacht is uwe hand op mij verzwaard; in mijne ellende heb ik

-ocr page 51-

BORT-PSAT.MTy. 47

mij tot U gekeerd, terwijl ik met doornen srestoken werd.

Ik heb mijne misdaad aan TT bekend gemaskt. en mijne onïeresrtigTieid Tieb ik niet verboraren.

Ik heb arezeard : ik zal mijne oneereajtig-lieid den Heer belijden ; en Oij hebt de boosheid tniiner zonden vereeven.

Daarom zal ieder heilige tot U bidden ten bekwamen tijde.

Want als er arroote watervloeden zijn, znllen zü tot hem niet genaken.

Oij zijt mijne toevlugt tegen de verdrukking, welke mij omgeven heeft, mijne blijdschap; verlos mij van degenen die mij omringen.

Ik zal u verstand geven, en u onderwijzen op den wear, welken gij bewandelen zult; ik zal mijne oogen op u gevestigd houden.

Wordt toch niet gelijk een paard of muilezel, die geen verstand hebben.

Bedwing met breidel en toom de kinnebakken dergenen, die tot U niet komen.

Want de geesels des zondaars zijn veelvuldig; maar hij die op den Heer hoopt, zal barmhartigheid verkrijgen.

Verblijdt u in den H«er, en verheugt u. gij regtvaardigen; roemt Hem allen, die opregt van harte zijt.

ï«re zij den Vader, enz.

-ocr page 52-

de zl vi\'.n

psalm xxxvii.

David, die boete doet, toont door zijn voorbeeld, hoe ellendig de staat van den mensch is, zoo lang hij in zonden blijft.

Heer! straf mij niet in uwe verbolgenheid . en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Want uwe pijlen hebben mij getroffen, en Gij hebt uwe hand op mij verzwaard.

Er is geene gezondheid in mijn vleesoh, ter oorzake van uwe gramschap; er is geen vrede in mijn gebeente, om mijner zonden wille.

Want mijne ongeregtigheden zijn boven mijn hoofd gewassen, en, gelijk een zware last, zijn zij te zwaar geworden.

Mijne wonden zijn stinkende en bedorven geworden, ter oorzake mijner dwaasheid.

Ik ben ellendig geworden, en ten uiterste nedergebogen; den ganschen dag ging ik bedroefd daarheen.

Want mijne lenden zijn met bedriege-lijkheden vervuld, en er is geene gezondheid in mijn vleeseh.

Ik ben verdrukten bovenmate vernederd, en briesohte van het gezucht mijns harten.

Heer! al mijne begeerte is voor U, en mijn zuchten is voor U niet verborgen. Mijn hart ia ontroerd, mijne kracht heeft

-ocr page 53-

BOEï-PSALMRN. 49

mij verlaten, en zelfs liet liclit mijner oogen is bij mjj niet.

Mijne vrienden en nabestaanden zijn tot mij gekomen en tegen mij opgestaan.

En die bij mij waren, stonden van verre; en zij die mijne ziel zochten, pleegden geweld.

Die kwaad tegen mij zochten, spraken ijdelheden, en verzonnen den ganselien dag bedrog.

Maar ik, als een doove, hoorde niet, en deed, als een stomme, mijnen mond niet open.

En ik was als een mensch, die niet hoort, en die geene wederspraak in zijnen mond beeft.

Want op U, Heer! heb ik gehoopt; Gij Heer, mijn God , znll mij verliooreii.

Wijl ik gezegd heb, dat mijne vijanden zich niet over mij verblijden; want als mijne voeten wankelden, spraken zij trot-schelijk tegen mij.

Want ik ben tot de geesels bereid, en mijne smart is altijd voor mijne oogen.

Want ik zal mijne boosheid openlijk verkondigen, en over mijmi zonden peinzen.

Maar mijne vijanden leven, eu zijn magtig boven mij; en die mij onregt-vaardiglijk baten, zijn tegen mij vermenigvuldigd.

4

-ocr page 54-

bo ue zeven

Zij die het goed met kwaad vergelden , lasterden mij, wijl ik het goede volgde.

Verlaat mij niet, o Heer, mijn God! wijk van mij niet.

Gedenk op mijne hulp, Heer, God mijner zaligheid!

Eere zij den Vader, enz.

psalm i.

David leert door dezen Psalm, hoe een rouwmoedig zondaar de vergiffenis zijner zonden

van God behoort af te smeeken.

Ontferm U mijner, God! naar uwe groote barmhartigheid.

En naar de menigvuldigheid uwer barmhartigheden, delgmijne boosheid uit.

Waseh mij meer en meer van mijne ongeregtigheid , en zuiver mij van mijne zonden.

Want ik beken mijneboosheid, en mijne zonde is altoos voor mijne oogen,

Tegen U alleen heb ik gezondigd, en kwaad voor U gedaan, opdat gij zoudet geregtvaardigd worden in uwe woorden, en overwinnen , als Gij beoordeeld wordt.

Want zie, in boosheden ben ik voort-gebragt, en in zonden heeft mij mijne moeder ontvangen.

Ziet, Gij hebt de waarheid lief gehad;

-ocr page 55-

BOET-PSALMEN. 51

de onzekere cn verborgene dingen uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.

Gij zult mij besproeijen met hysop, en ik zal gezuiverd worden; Gij zult mij wasschen , en ik zal witter worden dan sneeuw.

Aan mijn gehoor zult Gij blijdsehap en vreugde schenken; en de verootmoedigde beenderen zullen van vreugde opspringen.

Wend uw aanschijn van mijne zouden af, en delg al mijne boosheden uit.

Schep in mij, o God! een zuiver hart, en vernieuw eenen regten geest in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van uw aangezigt, en neem uwen heiligen Geest van mij niet weg.

Schenk mij wederom de vreugde uws hcils, en versterk mij met eenen bereidwillige)! geest.

Ik zal den boozen uwe wegen lecren, cn dc goddeloozen zullen tot U bekeerd worden.

Verlos mij van de bloedschulden, o God, God mijner zaligheid! en mijne tong zal uwe regtvaardighcid verheffen. Oij zult mijne lippen openen, Heer! en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt Gij eene offerande begeerd, ik zou U dezelve gegeven hebben ; maaide brandoffers zijn TJ niet aangeniiam.

Een bedrukte geest is Gode eene offpr-

-ocr page 56-

DE ZEVEN

aude; eou gebroken en verootmoedigd hart, zult Gij, o God, niet versmaden.

Heer! doe naar uwen goeden wil aan Sion wel, opdat de muren van Jeruzalem worden opgebouwd.

Dan zult Gij liet offer der regtvaardig- j lieid ontvangen, ofleranden en brandoffers; dan zullen zij kalveren op uw altaar leggen. Eere zij den Vader, enz.

PSALM Cl.

David stelt hier den onder de ellenden gebult-ten zondaar voor, biddende om de goddelijke huif; hij vermaant de zonden te be-weenen, en vaste hoop te vestigen op de goddelijke beloften en op de verdiensten van den toekomenden Messias.

Heer ! verhoor mijn gebed, en miju geroep kome tot U.

Keer uw aanschijn van mij niet af; op wat dag ik verdrukt worde, neig uw oor tot mij.

Op wat dag ik U zal aanroepen, verhoor mij haastiglijk.

Want mijne dagen zijn als een rook verdwenen; en mijne beenderen zijn als een verdroogd hout verdord.

Ik ben als hooi geslagen , en mijn hart is dor geworden ; omdat ik vergeten heb mijn brood te eten.

52

-ocr page 57-

BOET-PSALMEN. 53

Van het geluid mijns zucliteus , is mijn gebeente aan mijn vleescli gekleefd.

Ik ben den pelikaan der wildernis gelijk geworden; ik ben gelijk geworden aau eene nachtraat in het huis.

Ik heb gewaakt, eu ben geworden als een eenzame musch op het dak.

Den geheelen dag beschimpten mij mijne vijanden; en die mij prezen , zwoeren tegen mij.

Omdat ik asch als brood at, eu mijnen drank met tranen mengde.

Van het aanschouwen uwer gramschap en verbolgenheid, omdat Gij mij opgeheven en nedergeworpen hebt.

Mijne dagen zijn als eene schaduw verdwenen , en ik beu dor geworden als hooi.

Maar Gij, Heer, blijft in eeuwigheid, eu uwe gedachtenis van geslacht tot geslacht.

Gij zult opstaan en U over Sion ontfermen; want de tijd is daar , om U over hetzelve te ontfermen , de tijd is gekomen.

Want deszelfs steenen hebben uwe dienaren behaagd; eu zij zullen zich over deszelfs stof ontfermen.

De volkeren zullen uwen naam vreezen , lieer! en alle koningen der aarde uwe heerlijkheid.

Want de Heer heeft Sion opgebouwd ,

-ocr page 58-

DE ZEVEN

eu Hij zal iu zijne heerlijkheid gezien worden.

Hij heeft op het gebed der ootraoedigen ucdergezien; en Hij heeft hun verzoek niet versmaad,

Men schrijve deze dingen voor het volgend geslacht; en het volk, hetwelk zal geschapen worden, zal den Heer loven.

Want Hij heeft van boven van zijne heilige plaats nedergezien; de Heer heeft van den hemel op de aarde nedergezien.

Om de zuchten der gevangenen te hooren; om de kindaren der gedooden te ontbinden.

Opdat zij den naam des Hceren in Siou verkondigen, en zijnen lof in Jeruzalem.

Wanneer de volkeren zullen te zamen komen, en de koningen , om den Heer te dienen.

Hij heeft op den weg zijner sterkte geantwoord : geef mij het weinige mijner dagen te kennen.

Neem mij toch niet \'weg in het midden mijner dagen ; uwe jaren duren van geslacht tot geslacht.

In den beginne hebt Gij, Heer! de aarde gegrondvest; en do hemelen zijn de werken uwer handen.

Zij zullen vergaan, maar Gij blijft altoos; zij zullen allen, gelijk een kleed verouderen.

54

-ocr page 59-

BOET-PSALMEN. 55

En gelijk een dekkleed, zult Gij ze veranderen, en zij zullen veranderd worden ; maar Gij blijft altoos dezelfde, en uwe jaren zullen niet vergaan.

De kinderen uwer dienaren zullen woonplaatsen hebben; en hun zaad zal in eeuwigheid bestaan.

Eere zij den Vader, enz.

PSALM CXIX.

Smeek-psalm om vergiffenis, met een vast vertrouwen op Gods larmhartiglieid.

Uit de diepte heb ik tot U geroepen : Heer ! Heer ! verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem van mijne smeekiug.

Indien Gij , Heer 1 de ongeregtigbeden gadeslaat, Heer ! wie zal bestaan ?

Want bij U is verzoening , en om uwe wet, Heer! heb ik U verbeid.

Mijne ziel heeft op zijn woord verbeid ; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen uit al des-zelfs boosheden.

Eere zij den Vader, enz.

-ocr page 60-

üï) zeveS

psalm cxliii.

David, din de vervolging van Alsalon, en zijne overige rampen, als de straf zijner zonden leschouivt, beweent dezelve, en leert hoe de ware loetvaardige tot God om barmhartigheid moet bidden.

Heer! verhoor mijn ^ebed; neig uwe ooreu naar mijne smeekingen, om uwe waarheid ; verhoor mij, om uwe regtvaar-digheid.

En treed niet in het geregt met uwen dienaar; want geen levend mensoh zal voor uw aanschijn geregtvaardigd worden.

Want de vijand heelt mijne ziel vervolgd ; hij heelt mijn leven ter aarde toe vernederd.

Hij heelt mij in de duisternissen gesteld , gelijk degenen die in deze wereld waren afgestorven; mijn geest is in mij beangst geweest, mijn hart is in mij ontsteld geworden.

Ik ben den ouden dagen gedachtig geweest ; ik heb al uwe werken overdacht: de werken uwer handen bepeinsde ik.

Ik heb mijne handen tot U uitgestrekt: mijne ziel is voor U als eeue aarde zonder water.

Heer 1 verhoor mij haastiglijk , mijn geest is bezweken.

-ocr page 61-

Ö() ET-PSALM EN. 57

Keer uw aanscliiju van mij niet af, of ik zal aan degenen gelijk zijn, die ten grave dalen.

Doe mij vroegtijdig uwe liiirmliartigheid liooren; want ik Leb op U gehoopt.

Maak mij den weg bekend, op weiken ik moet wandelen; want tot U heb ik mijne ziel opgeheven.

Verlos mij van mijne vijanden, Heer! tot U heb ik mijne toevlugt genomen ; leer mij uwen wil doen, want Gn ziit mijn God.

Uw goede geest zal mij op den regten weg leiden; om uwen naam, Hei r! zult fiij mij levend maken, door uwe gereg-tigheid.

Gij zult mijne ziel van de verdrukking bevrijden, en door uwe barmhartigheid zult Gij mijne vijanden verdelgen.

Gij zult ze allen vernielen, die mijne ziel kwellen, want ik ben uw dienaar.

Wil Heer, onze boosheden niet gedenken , noch die onzer ouders; en neem geene wraak over onze zonden.

Eere zij den Vader , enz.

o-lt;gggt;-«

-ocr page 62-

GEBEDEN

om voor ziclizelvan, of voor de zielen in het vagevuur, den vollen aflaat te verdienen.

Voorbereidend gebed.

Almagtige en eeuwige God ! ik vertrouw dat door het Sakratnent van boet-vaaidigheid, mij mijne zonden , aangaande de scliuld en eeuwige verdoemenis, zijn kwijtgescholden; docli daar mij nog overblijft door tijdelijke straffen aan uwe regtvaardigheid te voldoen, neem ik de toevlugt tot den sehat van verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, uwen eenigen Zoon, eu van de Heiligen, om uit deze onuitputtelijke bron iets te scheppen, waarmede mijne ongenoegzaamheid aangevuld wordt. Nu ben ik gereed tot alles wat men te dien einde moet betrachten. Gewaardig ü, o Vader der barmhartigheid, dat weinige, wat ik doen zal, te ontvangen in de vereeniging van het lijden en den dood uws Zoons, en mij dezen aflaat, hoe onwaardig ik den-zeiven z^j, deelachtig te maken. Amen. Onze Vader. Wees yeyroet, enz.

-ocr page 63-

GEBEDEN OM DEN AFLAAT, ENZ. 59

T. GEBET».

Aan God den Vader, voor de verheffing van onze Moeder, de katholijke Kerk.

Wees gedachtig, o eeuwige Vader! a i uwe Kerk , welke Gij van liet begin af bezeten hebt. Erken liaar als de bruid van Jesus Christus, uwen eenigen Zoon. voor welke hij zijn bloed vergoten heeft.

Gewaardig U, haar uit te breiden , haar te verheffen, liaar te doen schitteren met zulk eenen glans van heiligheid, haar te overladen met zulk eenen overvloed van genade, dat zij haren goddelijken Bruidegom en den oneindigen prijs van zijn rantsoen waardig schijue. Werp een blik van goedheid op de kinderen dezer zelfde moeder; vereenig met haar alle volken , opdat allen Udoor een levendig geloof kennen, U met eene vaste hoop aanroepen, U met eene volmaakte liefde beminnen, met Jesus Christus, onzen Heiland , en den heiligen Geest. Amen.

Onze Vader , Wees gegroet, enz. v. Laat ons voor de heilige Kerk van God bidden.

ii. Heer! zie uit den hemel; onderzoek en beschouw dozen wijngaard , welken uwe hand geplant heeft.

-ocr page 64-

GEBEDEN OM DEN

GEBED.

Wij bidden U, eeuwige Vader, uwe blikken neder te. slaan op dit huisgezin, voor hetwelk Jesus Chrstus, onze Zaligmaker, wel beeft willen in de banden der boozen overgeleverd worden , en de smart van bet kruis ondergaan; Hij leelt en beersebt met U , in de eenbeid des beiligen Geestes, door alle eeuwen dei-een wen. A.meu.

II. GEBED.

aan God den Zoon. voor de uitroeijing der Ketterijen.

O Jesus ! waar licht, dat eiken menseb knrnendo in deze wereld verlicht: gewaar-dig, bid ik ü, door de onwaardeerbare kracht van uw lijden en van uwen dood, de duisternissen der ketterij en dwaling te verdrijven, en geef dat allen bet licht der waarheid volgen, en zieb baasten om in den schoot der Kerk te komen. O goede Herder, die uw leven voor uwe schapen gegeven hebt : bescherm uwe kudde, en verdedig haar tegen de magt en de strikken dergenen, die komen onder den niterlijken schijn van schapen, cn di;-van binnen slechts verscheurende wolven zijn. Geef, dat allen eenen eenigen en

60

-ocr page 65-

AFLAAT TE VEKD1ENEN. 61

denzelfdeu herder erkennen, en dat er slechts eene en dezelfde kudde zij. Blijf\' met ons, Heer! wijl Gij gezegd liebt : zie, ik ben alle dagen metu, tot aan de voleinding der wereld. Toon, dat uwe Kerk op dien grondsteen gebouwd is, en dat de poorten der hel niets tegen haar vermogen, Amen.

Onze Vader, Wees yegroet, enz.

v. Geef niet over aan de boozen , degenen die uwen naam belijden.

li. Ln vergeet uw arm volk niet voor eeuwig.

GEBED.

Laat U verbidden, Heer, door de gebeden uwer Kerk, en doe haar zegevieren over al de rampen die haar drukken , en over alle dwalingen die haar aanvallen ; opdat zij U diene in eene volle en ge-heelo vrijheid. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die leeft enheerseht metU, in de eenheid des heiligen Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

III. GEBED.

Aan den heiligen Geest, voor de eendracht der Christen Vorsten.

O heilige Geest! Geest van liefde en vrede, die zoo vele en zoo versehillende volken in de eenheid des geloofs vereenigd

-ocr page 66-

GüBKUüK OM ULN

hebt: verspreid over de Cliristeii vorsten en hunne staatsdienaars den overvloed uwer genade, en doordring hunne harten met die liefde, waarvan Jesus Christus liet bevel gaf aan zijne Leerlingen, toen Hij deze wereld verliet; opdat men daardoor erkenne, dat zij beschaamd moeten worden, als zijnde van het getal uwer uitverkoornen, en dat zij den naam van Christus waardig zijn. Maak dat zij zich door geene drift laten vervoeren, en dat zij nooit iets ondernemen of overleggen , dat met uwe heerlijkheid en de eensge-zindhcid uwer Kerk strijdig is; maar dat zij veel meerlmnue krachten vereenigen , en alhvinne pogingen aanwenden, om met hen de volken, die luui onderworpen zijn, te geleiden tot het genot van den eeuwigen vrede en het bezit van het hemel-sche Jeruzalem. Amen.

Onze Vader, IFees gegroet, enz. v. Hoer! verzeker ons den vrede. k. En den overvloed, die denzelven vergezelt.

GEBED.

6 God, van wien de heilige begeerten, de goede gedachten, en de regtvaardige werken komen: geef aan uwe dienaars den vrede , dien de wereld niet geven kau ; opdat onze harten aan uwe gebod\'1quot;

62

-ocr page 67-

AFLAAT TE VERDIENEN. «8

gelieclit zijn, en dat wij, geen andere vijanden meer te vreezen hebbende , een gerust leven mogen leiden onder uwe bescherming; door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die leeft en heerscht met U, in de eenheid des heiligen Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

IT. GEBED.

Aan de allerheiligste Drievuldigheid, om liiuu\' de hier voren üeselirevcu werken 0111 deu aflaat te verdienen, op te dragen.

O allerheiligste Drievuldigheid! ik geloof thans gedaan te hebben, hetgene voorgeschreven is, om den vollen aflaat der straffen, die op de zonden gesteld zijn, te verkrijgen; wij hadden daartoe veel meer moeten verrigten om uwe goddelijke Majesteit te voldoen , daar wij U in zoo menig opzigt verschuldigd zijn. Het is aan uwe oneindige goedheid en aan uwe onbegrensde milddadigheid jegens ons, hoe onwaardig wij dezelve zijn, dat wij moeten toeselirijven de milddadigheid, met welke Gij de zwakke werken uwer dienaars beloont. Ontvang dan, o aaubiddenswaardige Drievuldigheid , dat wat ik gedaan heb; Vul hun gebrek aan door het lijden en sterven van onzen Heer Jesus Christus, en door het kostbare bloed, dat Hij voor ons ver-

-ocr page 68-

ÜEBKDKN OM URN

goten heeft; en gewaardig U, uiijn ziel (o/ilo ziel van N.) deelgenoot te muken aan dien vollen iirtaat , en dat hemel en aarde met mij, U voor deze weldaad, nu en in de eeuwigheid dankzeggingen toebrengen. Amen.

Ome Fader, trees gegroet, enz.

AFLAAT.

Onze heilige Fader, Paus Beneuictus XIV, de -nuttigheid der oefeningen van geloof, hoop en liefde, en derzelver noodzakelijkheid met betrekking tot de zaligheid, aandachtigovencogen hebbende, heeft, met oogmerk om den ijver der geloovigen te onderhouden, lij eene hulle van den 28 Januari] 1756 eenen volkomen ajiaat verleend, aan al degenen, die, gedurende een? maand, dagelijks deze oefeningen met vroomheid en godvruchtigheid zullen lezen.

Deze aflaat, dien men eenmaal in elke maand kan verdienen, op zulken dag als men wil kiezen, wanneer men, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, voor de gewone inzigten der Kerk zal bidden, is toepasselijk op de zielen in het vagevmir.

Men verdient denzelfden aflaat, wanneer men nabij den dood is.

Zijne Heiligheid, door denzelfden ijver bezield, verleent daarenboven aan alle geloovigen eenen aflaat van zeven jaren en zeven

64

-ocr page 69-

AFLAAT TE VERMENEN. 65

quadragenen, welke zij zullen verdienen , zoo dikwijls zij deze oefeningen met godvruchtigheid zullen lezen. Deze ajlaat is ook toepasselijk op ie zielen in het vagevuur.

OEFENING VAN GELOOF.

Ik geloof in éénen eenigen God in drie personen : God den Vader, God den Zoon, en God den heiligen Geest, die liet goede beloont en het kwade straft. Ik geloof, dat de tweede persoon der allerheiligste Drievuldigheid , God de Zoon , Jesns Christus, voor ons is mensoh geworden; dat Hij gekruist is en den dood geleden heeft. Ik geloof vastelijk deze geheimen, en al hetgeen de heilige Kerk mij voorhoudt te gelooven; omdat Gij, o mijn God, die de waarheid zelve en de oneindige wijsheid zijt, het door U zelven veropenbaard hebt.

Voor en in dit geloof wil ik leven en sterven.

OEFENING VAN HOOP.

6 God van barmhartigheid! ik hoop en vertrouw vastelijk, door het lijden en de verdiensten van Jesus Christus , hier in dit leven uwe genade en de vergiffenis mijner zonden te zullen verwerven, en vervolgens U in den hemel

-ocr page 70-

OR AT\'1,AAT-GP,BEDEN.

zien, te beminnen en te bezitten. Ik lioop dit, want Gij , o mijn God, zijt jegens ons oneindig goed en barmhartig, en getrouw in uwe beloften, dat Gij liet ons geven wilt, en magtig om liet te geven.

Met deze hoop ml ik leven en sterven.

OEFENING VAN LIFFDE.

Mijn God en mijn minnelijke Vader! ik bemin ü uit gelieel mijn liart, boven alle dingen , dewijl Gij oneindig volmaakt en beminnelijk zijt; en om U bemin ik mijne naasten als mij zeiven. Ik vergeef, uit liefde tot U, aan al degenen die mij beleedigd liebbcn; ik vraag voor lien uwe genade. Dat alle mensclien U beminnen en dienen; dat alle scliep-selen U loven in alle eeuwigheid.

In deze liefde wil ih leven en sterven.

-ocr page 71-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

voor iederen dag der week.

VOOR DEN ZONDAG.

flclied ter ecre Tan de .illerlieilicste Drievuldigheid.

Glorie zij aan den Vader, die mij door zijne magt uit liet niet getrokken en naar zijn beeld geschapen heeft. Glorie zij aan den Zoon, die mij door zijne wijsheid van de hel bevrijd en de deur des hemels geopend heeft. Glorie zij aan den heiligen Geest, die mij door zijne goedheid in het doopsel geheiligd heeft, en nog onophoudelijk mijne heiligmaking bewerkt door de genaden, weike ik dagelijks van zijne goedheid ontvang. Glorie zij aan de drie aanbiddelijke personen der heilige Drievuldigheid, gelijk het was in het begin, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.

Wij aanbidden U,o heilige Drievuldigheid ! wij eeren en dankenU, met eene ootmoedige erkentenis, omdat hetU behaagd heeft ons dit onbegrijpelijk geheim te openbaren. Wij bidden U ootmoedig ons te vergunnen, dat wij, volhardende tot, den dood toe in de belijdenis van dit

-ocr page 72-

68 LITANIE TOT DE

geloof, in den hemel eeuwig mogen loven , hetgeen wij op de aarde gelooven : éénen God, in drie personen : den Vader, den Zoon, en den heiligen Geest.

LITANIE

tot de allerlieillgste Drievuldigheid.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsehe Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God, O Heer, die een Geest zijt, en in geest S;

en waarheid wilt aangebeden worden, g Heer, wiens Godheid noch aan goud, noch aan zilver, noch aan steen, ^ of aan iets gelijk is, g

Heer, aan wien niemand gelijk is, g buiten wien er geen God is, ^

Koning der eeuwen, die alleen van natuurwegede onsterfelijkheid hebt, Groote God, uit wien alles voortkomt, en door wien alles behouden wordt, Heer, in wien wij leven, in wien wij

-ocr page 73-

ALLEEH. DRIEVULDIGHEID. 69 ons bewegen, en in wien wij zijn, ontferm U onzer.

Heer, die overal zijt, en wiens voorzienigheid boven alles is.

Heer, die zoo groot zijt, dat U geene

gedachten kunnen begrijpen,

Heer, wien geheel het aardrijk en de

hemelen niet kunnen bevatten,

Heer, wien geen mensch ooit heeft

gezien of kan zien.

Heer, wiens oordeel ondoorgrondelijk, en wiens woorden onnaspeurlijk

zijn,

Heer, voor wiens Majesteit wij slechts

stof en asch zijn, O

Heer, die doet al wat U behaagt in a; den hemel, op de aarde, in de zee g en in de afgronden. B

Heer, die de harten der menschen in lt;=1 uwe hand hebt, en dezelve neigt o werwaarts Gij wilt, jg

Heer, die een verteerend vuur zijt, t1 wiens gramschap niemand kan we-derstaan,

Heer , die een ieder vergeldt naar zijne werken,

Heer, die alles schikt in getal, gewigt en maat,

Heer, die onze harten onderzoekt en

onze nieren doorgrondt.

Heer, die alles bemint wat er is, en

-ocr page 74-

7U LITANIE TOT DE

uiets haat van al hetgene Gij geschapen hebt, ontferm U onzer.

Heer, die de zonden der mensehen om huune boetvaardigheid kwijtscheldt, Heer, die in uwe woorden waarach- O tig en in uwe beloften getrouw zijt, S; Heer, die in al onze kwellingen en g

ellenden onze troost en hulp zijt, Allerheiligste God, wiens heerlijkheid ^ geheel het aardrijk vervult, 3

Opperste Majesteit, wien alleen alle g eer en lof toekomt, ^

Heer, die alles om U zeiven hebt gemaakt, en die zelf zijt het loon uwer dienaren,

Allerheiligste Drievuldigheid, in welke te aanschouwen en te beminnen ous grootste goed en zaligheid gelegen is, Wees genadig, spaar ons , Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad , verlos ous , Hoer. Van alle hoovaardigheid, vermetelheid

en wanhoop , lt;1

Van alle onmatigheid, onzuiverheid ïi.

en kwaden wil tegen onze naasten, ° Van traagheid, aardsche en ongere- g

gelde droefheid,

Van gierigheid, die de wortel is van ^ alle kwaad, g

Door uwe onbepaalde almogendheid, quot;■ Door uwe oneindige wijsheid.

-ocr page 75-

ALLERH. DRIEVULDIGHEID. 71

Door uwe overvloedige goedheid, verlos

ons, Heer.

Door uwe overgroote barmhartigheid

en langmoedigheid, 2-

Door uwe ondoorgrondelijke ahve- o tendheid, S

Door uwe volmaakte en onverander-

lijke gelukzaligheid, a

In den dag des oordeels, r1

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Opdat Gij ons de genade wilt verleenen, om U uit geheel ons hart, uit geheel onze ziel, uit al ons verstand, en uit al onze krachten te beminnen, i Opdat wij uwen heiligen nanm nooit ^ ligtvaardig gebruiken, gt

Opclat wij de zon- en heiligdagen in £ godsdienstigheid en andere goede § werken doorbrengen en heiligen, ^ Opdat wij onze ouders en alle over- -held, om uwentwil, eer en gehoor- 5 zaamheid bewijzen, ér

Opdat wij nooit het leven of de eer o van onze naasten beleedigen, 0

Opdat onze ziel nooit door onzuivere jj woorden, werken, gedachten of begeerten besmet worde.

Opdat wij nooit iemand door onregt-

vaardiglieid beschadigen,

Opdat wij onzen mond zorgvuldiglijk bewaren van valsche getuigenis en

-ocr page 76-

72 LITANIE TOT DE ALLERH. DllIEV.

leugentaal, wij bidden U, verhoor ons. Opdat wij de goederen der wereld niet ongeregeld begeeren of beminnen, wij bidden U, verhoor ons.

Opdat Gij onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen , wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer. Allerheiligste Drievuldigheid, hoor ons. Allerheiligste Drievuldigheid, verhoor ons.

GEBED.

Almagtige en eeuwige God! die door de belijdenis van liet ware geloof, uwen dienaren hebt doen kennen de heerlijkheid der eeuwige Drievuldigheid, en in die oppermagtige Majesteit hebt geleerd één eenig wezen te aanbidden : wij bid-ben U, dat wij te allen tijde, door de vastigheid van datzelfde geloof, van allen tegenspoed mogen bevrijd worden. Door onzen Heer Jesus Christus, die met U leeft en heerscht, in de eenheid des heiligen Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 77-

omiiisa voor dkv maan»jo.

Helied ter ccrc van den heiligen fiecst, en tot lafenis der geloovige zielen in liet vagevnui\'.

6 God, lieilige O eest! die over de Apostelen en andere geloovigen, onder de gedaante van vurige tongen, uit den hemel gedaald zijt, en lien met uwe genade rijkelijk vervuld hebt; gewaardig U ook tot mij te komen en mij met uwe genade te vervullen. Gij hebt in het heilige Doopsel mijne ziel geheiligd, en haar tot uwe woonplaats gekozen ; Gij heiligt haar nog door de heilige Sakramenten. O goddelijke Geest! laat niet toe dat de helsche geest ooit in dezelve door de zonde eeue plaats vinde; maar woon en blijf nu en altijd in haar, tot dat zij opgenomen worde in de hemelsche woning, waar zij U, met den Vader en den Zoon, in alle eeuwigheid zal loven en danken. Amen.

LITANIE

TOT DEN HEILIGEN GEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Cliristns, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

-ocr page 78-

LITANIE TOT DEN

Heilige Geest, hoor ons.

Vertroostende Geest, verlioor ons. Hemelsche Vader, waarachtig God, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld.

Heilige Geest, waarachtig God,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Geest van waarheid en wijsheid.

Geest van verstand en raad.

Geest van godvruchtigheid en vrceze Gods,

Geest van liefde, blijdschap en vrede, O Geest van verduldigheid, goedheid en Et;

goedertierenheid, |

Gees\\ van langmoedigheid en zacht-

moedigheid,

Geest van geloof en zedigheid, 2

Geest van ootmoedigheid en zuiverheid, g Geest van sterkte en voorzigtighcid, Geest van leven en zaligheid,

Geest van alle deugden en genade, Geest van aannemingderkinderenGods, IJveraar der zielen.

Heiligmaker en bestuurder der katho-

lijke Kerk,

Geest, die de harten en nieren doorgrondt ,

Uitdeeler der hemelsche gaven,

Zekere hulp der behoeftigen,

Zoetheid dergencn, die U beminnen en dienen,

74

-ocr page 79-

HEILIGEN GEEST. 75

Sterkte en moed van allen, die in deugd

toenemen, ontferm U onzer.

Kroon der volmaakten, p

Geluk der engelen , S;

Licht der patriarchen,

Inblazing der profeten.

Tong en wijsheid der apostelen, ^ Vroomheid der belijders, 2

Zuiverheid der maagden, g

Inwendige zalving allor Heiligen, r\' Wees genadig, spaar ons, o heilige Geest. Wees genadig, verhoor ons, o heilige Geest. Van alle kwaad en zonden, verlos ons,

o heilige Geest.

Van alle kwellingen en bedrog des duivels

Van allen hoogmoed en wanhoop, Van bestrijding der bekende waarheid, S-Van nijdigheid over de deugden van lt;quot; onze naasten, g

Van alle hardnekkigheid en onboet- ® vaardigheid, 0

Van alle verzuimenis in geestelijke ^ zaken, S.-

Van alle onzuiverheid des ligehaams cg\'

en der ziel,

Van alle dwaling en ketterij,

Van allen boozon geest,

Van eenen ongelukkigen en eeuwigen dood,

Door uwe eeuwige voortkomst van

-ocr page 80-

7fi L1TANIK TOT DEN

den Vader en den Zoon, verlos ons, o heilige Geest.

Door uwe wonderbare werking in de menaehwording des Woords, verlos ons, o heilige Geest.

Door uwe nederdalingover Christus in zijn doopsel, verlos ons, o heilige Geest. Door uwe openbaring in de transfiguratie des Zaligmakers, verlos ons, o H. Geest. Door uwe heilige komst overdeLeerlingen

van Christus , verlos ons, o H. Geest. In den dag des oordeels, verlos ons , o

heilige Geest.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Opdat Gij ons al onze zonden vergeeft, Opdat Gij Ugewaardigt, aldeledematen

der heilige Kerk levend te maken, ^ Opdat Gij alle volkeren der wereld in Sjiiet waarachtig geloof wilt vereenigen, cr-Opdat Gij ons altijd voorkomen, ver- g-gezellen en volgen wilt door uwe g heilige genade , ,

Opdat Gij U gewaardigt, ons te ver- -vervullen met eene ongeveinsde en ^ vurige godsvrucht, en met de gave 2-des gebeds, g

Opdat Gij onze gedachten, woorden ^ en werken, tot U trekkende, hei- § ligen wilt, quot;

Opdat Gij ons een zuiver hart en eenen nieuwen geest wilt geven.

-ocr page 81-

HEILIGEN GEE8T. 77

Opdat Gij in onze ziel wilt ontsteken, eenen standvaatigen ijver tot de cliris-telijke volmaaktUeid, wij bidden ü, verlioor ons.

Opdat Gij U gewaardigt onze hanterin- 5-gen en ondernemingen met licht,raad ^ en goeden uitslag te begunstigen. 5^ Opdat Gij in ons den inwendigen vrede en de gerustheid des gemoeds 13 wilt behouden,

Opdat Gij ons uwe genade tot het «

einde onzes levens wilt verleenen, Opdat Gij ons onder het getal der g

uitverkoornen wilt ontvangen,

Opdat Gij ü gewaardigt ons te ver- s

hooren, o heilige Geest.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dor

wereld , verhoor ons. Heer.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm ü onzer.

Onze Vader, enz.

GEBED.

ö God , die de harten der geloovigen door de verlichting des heiligen Geestes hebt geleerd : geef dat wij in denzelf\'den Geest verstaan wat regt is , en ons in zijne vertroosting verblijden mogen : door Chrisfus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 82-

OIÏFEIÏISÖ VOOR nFJ DIJifiSDAfl,

Gebed ter eere van den zoeten Naam Jesus.

ö Jesus! o zoete Jesus! o Jesus, Zoon van de Maagd Maria, vol van barmhar-tiglieid! ontferm U mijner naar uwe groote harmliartiglieid. 6 Genaderijkste Jesus! ik bid U, door het dierbaar bloed dat Gij voor ons, zondaren, liebt uitgestort, wisch al mijne boosheden uit; gewaardig U uwe oogen op mij ellendigen te vestigen , die U orrtmoediglijk om vergiffenis smeek, en uwen heiligen Naam met betrouwen aanroep, o Naam Jesus, zoete Naam I Naam Jesus, liefelijke Naam ! Naam Jesus, versterkende Naam ! want wat is Jesus anders dan Zaligmaker. l\\\'u dan, o Jesus! om uwen heiligen Naam, wees mijn Jesus , en maak mij zalig. Laat niet toe dat ik verloren ga, dien Gij uit niet geschapen hebt. o Genadigste Jesus! ontferm U mijner, terwijl liet nog tijd is om U te ontfermen : opdat ik niet veroordeeld worde in den dag des oordeels. De dooden , o Heer! zullen U niet loven, noch allen die ter helle nederdalen. 6 Minnelijke Jesus ! o gewenschte Jesus! o goedertierenste Jesus! o Jesus! Jesus! Jesus! neem mij aan onder liet getal uwer uitverkoornen ;

-ocr page 83-

LTT. VAN HEN ZOETEN NA AM ,TES\\IS. 79 o Jesus, zaligheid dergenen dieinUge-looven ! o .Tesus, troost dergenen die tot U vlugten ! dierbaar zoenoffer der zondaren! o Jesus, Zoon van de Maagd Maria ! stort in mij de genade, wijsheid , liefde, zuiverheid en ootmoedigheid; opdat ik U op eene volmaakte wijze moge beminnen , loven , dienen , genieten en verheerlijken, met allen die uwen Naam Jesus aanroepen. Amen.

LITANIE

VAN DEN ZOKTiïN NAAM JKSÜS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God, hemelsohe Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God, heilige Geest, O

Heilige Drievuldigheid , één God, ft Jesus, Zoon van den levenden God, g Jesus, glans des Vaders,

Jesus, luister van het eeuwige lieht, ^ Jesus, koning der glorie, g

Jesus, zon der geregtigheid , g

Jesus, zoon van de Maagd Maria, üemiimeliike Jesus,

Wonderlijke Jesus,

-ocr page 84-

80 LITANIE VAM DUN

Jesus, sterke God, ontferm U onzer. Jesns, vader van liet toekomstig leven, Jesus, verkondiger van Gods raadsbesluiten ,

Allermagtigste Jesus, Allerzorgvuldigste Jesns , Allergelioorzaamste Jesus,

Jesns, zachtmoedig en ootmoedig van liarte,

Jesus, beminnaar der zuiverheid,

Jesus , onze beminnaar,

Jesus , God des vredes ,

Jesus , bron des levens ,

Jesus, voorbeeld van alle deugden ,

Jesus, ij veraar der zielen,

Jesus , onze God ,

Jesus , onze toevlugt,

Jesus , vader der armen ,

Jesus , sehat der geloovigen ,

Jesus , goede herder,

Jesus , waaraehtig lieht,

Jesus , eeuwige wijsheid ,

Jesus , oneindige goedheid ,

Jesus, onze weg en ons leven ,

Jesus , vreugd der Engelen ,

Jesus , koning der Aartsvaders,

Jesus, meester der Apostelen ,

Jesus, leeraar der Evangelisten ,

Jesus, sterkte der Martelaren,

Jesus, licht der Belijders,

Jesus, zuive.rlieid dr-r Mnngden,

-ocr page 85-

ZOETEK NAAM JESUS. 81

Jesus, kroon van alle Heiligen, ontf. U onz. Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig , verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Van alle zonde,

Van uwen toorn,

Van de lagen des duivels ,

Van den geest der onkuisclilieid, Van den eeuwigen dood,

Van het verwaarloozen uwer ingevingen ,

Door het geheim uwer heilige monseh- ^ wording, a

Door uwe geboorte ,

Door uwe kindschheid , g

Door uw allergoddelijkst leven, ™ Door uwen arbeid , i-

Door uwen doodstrijd en uw lijden, | Door uw kruis en uwe verlatenheid, Door uwe smarten,

Door uwen dood en uwe begrafenis, Door uwe verrijzenis,

Door uwe hemelvaart,

Door uwe vreugden,

Door uwe glorie,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , spaar ons , Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld , ontferm U onzer.

6

-ocr page 86-

S3 LIT. VAN DEN ZOETEN NAAM JESUS, Jesus, hoor ons.

Jesus , verhoor ons.

Onze Vader, enz.

Laat ons bidden.

6 Hecre Jesus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult ontvangen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal geopend worden: stort, wij bidden er L\' om, uwe aller-goddelijkste liefde in ons gemoed, opdat wij U steeds, van ganscher harte , met woord cn daad beminnen, en nooit ophouden U te loven.

Geef, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen Naam vreezen en beminnen; want Gij verlaat dengcne niet, dien Gij beves-ligt in uwe liei\'de.

-ocr page 87-

OEFENING VOOR DEN WOENSDAG

Gebed tot den H. Engel-bewaarder.

o Heilige Engel, welken God, door een uitwerksel zijner goedheid tot mij, met. de zorg mijner bestiering belast heeft; gij die van het eerste oogenblik mijns levens mij nooit verlaten hebt, die dag en nacht aan mijne zijde zijt om mij bij te staan, om mij van het kwade af te houden en tot het goede op te wekken : ik dank u zeer ootmocdiglijk, en ik smeek u , o minnelijke beschermer, mij uwe liefdadige zorg te willen blijven betoonen. Wees mijne hulp in mijne noodwendigheden, mijn troost in mijne droefheden , mijn steun in mijne mismoedigheden; bescherm mij tegen de vijanden mijner zaligheid, verwijder mij van de gelegenheden tot zondigen, verwerf mij genade om aan uwe ingevingen gehoorzaam te zijn, en getrouwheid om dezelve te volgen; maar vooral, bescherm mij in hot uur vnu mijnen dood, en verlaat mij niet, voor dat gij mij in het verblijf der eeuwige rust zult gebragt hebben. Amen.

-ocr page 88-

LITANIE

TOT DE HEILIGE ENGELEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, Schepper van alle geesten , ontferm U onzer.

God Zoon , Verlosser der wereld, dien de kooren der engelen begeeren te aanschouwen , ontferm U onzer.

God, heilige Geest, gelukzaligheid der hemelsehe verstanden, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid , één God , ontferm U onzer.

Heilige Maria , koningin der engelen , bid voor ons.

Heilige Maria, zoetigheid der aarts- S engelen, ^

Heilige Maria, vermaak der krachten, o

Heilige Maria, blijdschap der troonen, °

Heilige Maria, geur der heerschap- o pijen, _ ?

Heilige Maria, vreugd der mededoo-gendheden,

-ocr page 89-

LIT. TOT DE HEILIGE ENGLLEN. 85 Heilige Maria, oer der overlieden, bid voor ons.

Heilige Maria, meester-vromve der Cherubijnen , bid voor ons.

Heilige Maria , prinses der Serafijnen , bid voor ons.

H. Michaël, prins over de engelen des

vredes, bid voor ous.

H. Michaël, prins der heilige Kerk, H. Micliaël, heiligste voorvecliter, H. Michaël, overwinnaar van den

ouden draak,

H. Michaël. die altijd zijt geweest

een beschermer van Gods volk, H. Michaël, die Lucifer, met geheel . zijnen aanhang, uit den hemel ge- gj stooten hebt,

H. Michaël, die den betichter onzer g broederen in de diepte der hel ge- ^ worpen hebt, §

H. Michaël, ontvanger der zielen, H. Michaël, leidsman tot het Paradijs der vreugd,

H. Michaël, troost der geloovigen, H. Michaël, beschermer dergenen die u eeren,

H. Michaël, die Daniël eene goddelijke vertooning geopenbaard hebt, H. Gabriël, die de geboorte en het ambt van den H. Joannes voorzegd hebt,

-ocr page 90-

ÖO LITANIE TOT DE

H. Gabriël, die bode waavt van de mensch-wordiug des Woords, bid voor ons. Bewaarder van de heilige Maagd -T Maria,

:S Medegezel van de kindselilieid des -§ Zaligmakers,

^ Getrouwe dienaar van Christus, Gezant der zaligheid,

Een van de zeven Engelen staande voor den Heer,

H. Baphaël, allergetrouwste leidsman van Tobias,

Voorzigtige uitjager der duivelen, :ë Aanbieder der gebeden aan God, ^ Krachtige verdrijver der blind- g: heid, ^

. Bijstand in kwellingen, g

® Trooster in benaauwdheden,

Blijdschap dergenen die u dienen , g Heilige Engelen, bewaarders der uit- quot; verkoornen,

„ Waardige aandienaars der heinel-g sche gaven ,

quot;gj Doorluchtige bewaarders der ko-c ningrijken,

Edele beschermers der overheden, Jp Voorzigtige regeerders der konin-^ gen en heeren,

W Sterke bedwingers van de magt des duivels.

Getrouwe bewaarders der menschen.

-ocr page 91-

HEILIGE ENGELEN.

Heilige Engelen, minnelijke verzoeners der menschen boosheid, bidt voor ons.

„ Goedertieren blijdschap scheppende g in de bekeering der zondaren, ^ quot;S Die de goede werken der men- 5: a sohen aan God opdraagt, ^

Vriendelijke leeraars der Profeten, g btj Treffelijke gezanten tot de Apos- quot;■ S telen, _ g

M Magtige beschermers der heilige quot;

Kerk Gods,

O gij, alle heilige Engelen, die dient

voor den troon Gods, bewaart ons. Door de edele god lelijke gaven uwer

natuur, verlicht ons.

Door uwe onbegrijpelijke kracht, behoedt ons.

Door de brandende liefde van uwen

wil, beschermt ons.

Door uwe glorie en zaligheid, beweegt ons. o Christus, zaligheid der engelen, wij bidden U, hoor ons. ^

ö Christus, heerlijkheid der hemel-

sche geesten,

o Cliristus, schijnsel der hemelsche g;

slagorden, ^

Door den Cherubijn, die het hout des

levens bewaart, g\'

Door den engel, die Agar onder de o hand van \'nare meesteres veroot- o moedigd heeft, ï»

87

-ocr page 92-

88 LITANIE TOT DE

Door de engelen, die Izaaka geboorte gebooilscliapt hebben, wij bidden U, boor ons.

Door den engel, die de opoffering van

Izaak belet heeft.

Door den engel, die uwen zegen aan

Abraham gebragt heeft,

Door de engelen, op de ladder van Jacob klimmende en nederkomende, Door de engelen, die Loth uit het mid-

den der zondaren geleid hebben,

Door de engelen, die Mozes de god- J delijke wet geleverd hebben, £:

Door de heilige engelen, die gesta-diglijk God toezingen : /leiliff ! 3 heilig ! heilig ! „c\'

Door den engel, die de geboorte van den H. Joannes den dooper gewaar- § schuwd heeft, ^

Door de engelen, die uwe heilige ge- ca boorte aan de schaapherders ge- ■ boodschapt hebben.

Door de menigte der engelen, die op den kersnacht U loofden, zeggende: Glorie zij God in het allerhoogste,

Door de engelen, die U in de wildernis gediend hebben.

Door den engel, die U in het hofje

versterkt heeft,

Door de engelen, die in witte kleederen nevens uw graf gezeten waren ,

-ocr page 93-

HEILIGE ENGELEN.

Door de engelen, die in uwe hemelvaart ann de Leerlingen vertoond zijn, wij bidden U, lioor ons,

Door de engelen, die Lazarus ziel in 5-Abrahams schoot gedragen hebben , : Door de engelen , die dikwijls de legers, SH der vijanden verstrooid hebben, è Door de engelen, die de Martelaren § in hunne pijn getroost hebben, jh Aartsengel Michaël, kom Gods volk quot; te hulp, _ 5

Aartsengel Gabriël, bescherm ons. 3 Aartsengel Kaphacl, verlos ons. o Heer, ontferm U onzer. S

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. En leid ons niet in bekoring. R, Maar verlos ons van den kwade, v. In de tegenwoordigheid der engelen

zal ik U, mijn God, toezingen. b.. Ik zal U aanbidden in uwen heiligen tempel, en uwen naam belijden.

Gebed.

6 God, die met eene wonderlijke orde de diensten der engelen en menschen beschikt : vergun goedertierenlijk, dat door degenen, die U dienende, altijd nevens den troon staan, ons leven op de aarde behoed worde. Door Christus onzen Heer. Amen.

89

-ocr page 94-

OEFENING VOOR DEN DONDERDAG.

(U\'bcd Ier cere van liet Allerheiligste Sakramcut iles Altaars.

ö Znote Jesns! minnelijke Zaligmaker! die door do overmaat der wonderbaarste liefde met ons hebt willen verblijven in liet allerheiligste Sakrament des altaars ; ik erken U aldaar voor mijnen Opperheer en mijnen God. Ik aanbid U met de gevoelens der allerdiepste ootmoedigheid. Ik dank U uit geheel mijn hart, voor de oneindige liefde die Gij ons daar betoont, niettegenstaande de verongelijkingen die Gij van ons te lijden hebt; en doordrongen van droefheid ten opzigte onzer ondankbaarheden, kom ik, o God van Majesteit, boete doen voor al de onteeringen, heiligscliendingen en goddeloosheden, die ooit bedreven zijnen nog kunnen bedreven worden, tegen dit aanbiddelijk Sakrament. Ach, kon ik U, o mijn God! betuigende droefheid, welke ik gevoel, omdat ik zelf zoo dikwijls voor U verschenen ben met zoo groote oneerbiedigheid , en tot U genaderd met zoo weinige vurigheid en liefde.

Vergeet, o Heer! onze ongeregtighe-den, om slechts uwe barmhartigheden in-

-ocr page 95-

LIT. VAN HBT ALLüllH, SAKIIAMENT. i)l

dachtig te zijn. Neem in dank aandcop-regte begeerte, welke ik heb, om U te eeren en geëerd te zien in het Sakrament uwer liefde. Ja , ik verlang uit geheel mij n hart U aldaar te beminnen , te zegenen , te loven en te aanbidden , zoo zeer als de engelen die U aldaar omringen. Ik smeek U, door dit aanbiddelijk Ligeliaam en dierbaar Bloed, waarvoor ik nedergebo-gen ben, mij te verkenen, dat ik U daar voortaan zoo eerbiedig aanbidde en zoo waardig ontvange, dat ik, na mijnen dood, met al de gelukzaligen, U eeuwig moge verheerlijken. Amen.

LITANIE VAN HET allerh Sakrament des Altaars.

Heer , ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer. ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsohe Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzur. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

-ocr page 96-

LITANIE VAN HET

Levend brood, dat uit den hemel gedaald zijt, ontferm U onzer.

Eeuwig Woord Gods, monscli geworden en onder ons wonende, Verborgen God en Zaligmaker , bedekt onder zienlijke gedaanten,

Tarwe der uitverkoornen,

Wijn die maagden voortbrengt, Voedzaam brood en vermaak der

koningen,

Sterk scliild tegen alle bekoringen. Geestelijk hulpmiddel voor alle zonden en kranklieden, O Onuitputbare seliat van genade, s; Altijddurende offerande, g Zuivere opdragt,

Lam zonder vlekken, ^

Allerzuiverste maaltijd, g

Spijs der engelen, g

Verborgen brood des liemels, ^

Gedaeliteuis van Gods wonderheden. Bovennatuurlijk brood,

Heilig slagtoffer.

Kelk der zegeningen.

Geheim des geloofs.

Hoogwaardig en uitmuntend Sakrament, Allerheiligste offerande,

Zoenoffer voor levenden en dooden, Wonder van Gods wonderen, Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,

92

-ocr page 97-

ALLERH. SAK1UMENT. 93

Geschenk dat alle volheid tc boven gaat,

ontferm U onzer.

Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde,

Overvloeijende bron van Gods milddadigheid,

Allerheiligst en wonderlijk geheim. Krachtige spijs der onsterfelijkheid, Aanbiddelijk en levendmakend Sakra-mont,

Brood dat door de almogendheid des

woords zijt vleeseh geworden, q Onbloedige offerande, g.

Alleraangenaamste maaltijd, waarbij of de Engelen tegenwoordig zijn en 3 dienen, cj

Teeken van genade, 0

Band van liefde, g

Opperpriester, die zelfde offerande zijt, ^ Geestelijke zoetigheid, die in haren

eigen oorsprong gesmaakt wordt. Verkwikking der heilige zielen, Teerspijs dergenen die in den Heer sterven,

Onderpand der toekomende zaligheid, Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van het onwaardig nuttigen uws lig-

chaams en bloeds, verlos ons. Heer. Van de begeerlijkheid der oogen, verlos ons, Hoer.

-ocr page 98-

LITANIE VAN I[ET

Van de hoovaardij des levens, verlos

ons, Heer.

Van alle ketterij, ongelooviglieid en

verblindheid des harten,

Van alle oneerbiedigheid en misbruik ten opzigte van dit heilig Sakrament, Vau alle zwakheden en zonden, die de vruchten van dit heilig Sakrament verminderen en beletten, Van alle gelegenheden der zonden. Door de grootc begeerte, die Gij ge-bad hebt, om dit Paasehlam met uwe Leerlingen te eten, lt;!

Uoor de diepe ootmoedigheid, waar- a mede Gij de voeten der Leerlingen ° gewassehen hebt, om hen tot dezen g maaltijd te bereiden,

Door de onmeetbare liefde, waarmede w Gij dit heilig Sakrament hebt in- g1 gesteld, quot;•

Door de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij ons tot het nutti-. gen van uw heilig ligehaam en

bloed opwekt,

Door uw dierbaar bloed, dat Gij ons

op hot altaar hebt nagelaten,

Door de vijf wonden, die Gij in uw allerheiligst ligehaam voor ons ontvangen hebt,

Wij zondaars, wij inddonU, verhoor ons. Dat hot U believe het ixolool\', den eerbied

94

-ocr page 99-

ALLEIUI. SAKllAMENT. 95

eu de l)egeerte tot dit wonderlijk Sn-krament in ons te vermeerderen eu te bewaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij U gewaardigt, ons, door eene ware belijdenis onzer zonden, tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijs te bereiden ,

üat het U believe, de hemelsehe 5; vruchten van dit Sakrament in ons ^ mildelijk uit te storten, Sf!

Dat wij, door het nuttigen van uw è heilig ligchaam en bloed, mogen § blijven in U en Gij in ons, c)

Dat wij, alle boosheid en wereldsehe quot; geneigdheden verlatende, altijd in Si matigheid, regtvaardigheid en god- ^ vruohtigheid mogen leven, o

Dat het U believe, ons in het uur des 0 doods met deze hemelsehe teerspijs g te versterken en te besehermen,

Zoon van God,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. Heer! verhoor mijn gebed. b. En mijn geroep kome tot U.

-ocr page 100-

96 LITANIR VAN HET

LAAT ONS BIDDEN.

6 God, die ons onder dit wonderbaar Sa-krament de gedachtenis uws lijdens hebt nagelaten : wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van uw Ligchaam en Bloed zoo eerbiedig eeren, dat wij de vruchten uwer verlossing genaderijk in ons gewaar worden. Die, met den Vader en den heiligen Geest, leeft en heerscht, in alle eeuwigheid. Amen.

AANBIDDING.

God! onbegrijpelijk in uw wezen, on-afmetelijk groot in uwe werken : in het stof mijner nederigheid aanbid ik U.

Met almagt schiept Gij, wat is; met wijsheid onderhoudt Gij alles, en voor uwe wenken sidderen hemel en aarde.

Gij zijt de almagt zelve ; Gij de wijsheid zelve ; Gij de grootheid zelve ! Gij vervult hemel en aarde; Heer! U aanbid ik.

Gij zijt de eeuwige waarheid zelve; Gij de eeuwige geregtigheid, voor wien de verharde zondaar sidderen moest. Maar Gij zijt ook de goedheid, de liefde en barmhartigheid zelve, en zijt het voor den berouwhebbenden boeteling , zoo wel als voor den regtvaardigen.

Gij laat over beiden de zon opgaan , over beiden laat Gij van den troon uwer

-ocr page 101-

ALLKHU. SAKilAMLNï. 97

alrnagt en genade uwe vaderlijke goedheid nederdalen : o God! U zij onop-lioudelijk onzen liartelijken dank ; eeuwig zij U alle lofprijzing en aanbidding.

Gij zijt liet, die uwen geliefden, eeni-gen Zoon, ter onzer verlossing van den eeuwigen ondergang, uit uwen schoot op deze aardt\' liebt doen afdalen. Gij zijt de vergeving der zonden door dezen uwen Zoon; Gij-zelveu onze eeuwige gelukzaligheid. Aeh, Heer! om den wille uws geliefden Zoons, versmaad, wegens onze zonden, onzen dank, onze lot en onze aanbidding niet! Aanzie en hoor het hartelijke smeeken van uw kind, dat met een vermorzeld hart in het stof zich voor ü nederwerpt en U aanbidt I

Oneindige , Alwijze , Almagtige ! Wat sterveling kan U bevatten , daar de St raf zijn aangezigt voor U bedekt? En nog-tans, weike eer is het voor mij tot U te mogen spreken, en U Vader te mogen noemen! Ja, Vader! naar uw evenbeeld hebt Gij mij gesehapen; voor den hemel, ter eeuwige gelukzaligheid mij be-tenul; geroepen tot erkentenis uwer goddelijke heiligheid en heerlijkheid, tot het genot des eeuwigen levens.

Zoon des eeuwigen Vaders! uit onaf-metelijke loutere liefde verliet Gij uwen trooli, ondetglrtgt Gij alle liiden en stierft

1

-ocr page 102-

LITANIR VAN HET

LAAT ONS BIDDEN.

ö God, die ons onder dit wonderbaar Sa-krament de gedachtenis uws lijdens hebt nagelaten : wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van uw Ligehaam en Bloed 7,00 eerbiedig eeren, dat wij de vruchten uwer verlossing genaderijk in ons gewaar worden. Die, met den Vader en den heiligen Geest, leeft en heerscht, in alle eeuwigheid. Amen.

AANBIDDING.

God! onbegrijpelijk in uw wezen, on-afmetelijk groot in uwe werken : in het stof mijner nederigheid aanbid ik U.

Met almagt schiept Gij, wat is; met wijsheid onderhoudt Gij alles, en voor uwe wenken sidderen hemel en aarde.

Gij zijt de almagt zelve ; Gij de wijsheid zelve ; Gij de grootheid zelve ! Gij vervult hemel en aarde; Heer ! U aanbid ik.

Gij zijt de eeuwige waarheid zelve ; Gij de eeuwige geregtigheid, voor wien de verharde zondaar sidderen moest. Maar Gij zijt ook de goedheid, de liefde en barmhartigheid zelve, en zijt het voor den berouwhebbenden boeteling , zoo wel als voor den regtvaardigen.

Gij laat over beiden de zon opgaan , over beiden laat Gij van den troon uwer

96

-ocr page 103-

ALLEKH. SAKKAMLNT. 97

airaagt en genade uwe vaderlijke goedheid nederdalen: o God! U zij onophoudelijk onzen liartelijken dank; eeuwig zij U alle lofprijzing en aanbidding.

Gij zijt liet, die uwen geliefden, eeni-gen Zoon , ter onzer verlossing van den eeuwigen ondergang, uit uwen schoot op deze aarde hebt doen afdalen. Gij zijt de vergeving der zonden door dezen iiweii Zoon; Gij-zelveu onze eeuwige gelukzaligheid. Acli, Heer! om den wille uws geliefden Zoons, versmaad, wegens onze zonden, onzen dank, onze lol en onze aanbidding niet! Aanzie en hoor het hartelijke smeeken van uw kind, dat met een vermorzeld hart in het stof zieh voor U nederwerpt eu U aanbidt!

Oneindige, Alwijze , Almagtige ! Wat sterveling kan (J bevatten, daar de Seraf zijn aangezigt voor U bedekt? En nog-tans, welke eer is het voor mij tot U te mogen spreken, en U Vader te mogen noemen! Ja, Vader! naar uw evenbeeld hebt Gij mij geschapen; voor den hemel, ter eeuwige gelukzaligheid mij bestemd ; geroepen tot erkentenis uwer goddelijke heiligheid en heerlijkheid, tot het genot des eeuwigen levens.

Zoon des eeuwigen Vaders! uit onaf-mételijke loutere liefde, verliet Gij uwen trooh, ondörglhgt Gij fillc lijden en stierft

f

-ocr page 104-

98 LITANIE VAN HET

den smadelijksten dood, om ons van het

eeuwig verderf te redden.

Gij, Geest Gods! heilige Geest! met de lieiliglieid des hemels lieiügdet Gij ons, daar wij onrein en onheilig waren. Heilige en drieëenige God! van U is, wat wij zijn en hebben; U zij de eer en alle lofprijzing; U alle dank en aanbidding, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.

OVER DE VERANDERING VAN HET BROOD EN DEN quot;WIJN.

Verre boven de wereld en mensehen verhef ik mijnen geest tot U , eeuwige , almagtige, alontfermende God! om met de stem der reine en zalige geesten de mijne te vereenigen, om U te loven en te prijzen voor den onmeetbaren rijkdom uwer genade , met welke Gij ons gezegend hebt. Het is waar, ik ben te arm en te gering, om uwen lof en eer naar waarde te verkondigen; maar Gij, toegevende Vader, hoort ook het zwak stamelen uwer onwaardige kinderen, en ziet met welbehagen op den goeden wil hunner U toege-negene harten! In de volheid van een opregt gevoel waag ik het derhalve TJ aan te roepen : heilig, heilig , heilig is de Heer aller werelden! alles, alles, verkondigt zijne magt en heerlijkheid! Eer zij den Vader in het allerhoogste, en heil.

-ocr page 105-

ALLEIUI. SAKltAMlbNT, 91)

zegen ea vrede ons menschen ; door Jesus Christus, onzen goddelijken Middelaar!

Heilig, onverwoestbaar gedenkteeken van eeuwige onbegrijpelijke liefde! Wie toch kan de eindelooze grootmoedigheid bevatten, met welke Gods eeuwige Zoon zich zot een bloedig offer voor onze zaligheid overgeeft? In deze oogenblikken wordt deze gedachtenis weder plegtig gevierd; brood en wijn worden in het Ligchaam en Bloed van mijnen Jesus veranderd; andermaal heeft hetzelfde plaats , dat op den avond voor het lijden van mijnen Verlosser gebeurde. Zoo verre, zoo verre ging Jesus liefde tot denmensch! Ach, wareik slechts in staat den diepen indruk te gevoelen, welke zich over geheel mijn leven verspreiden moet. Koude ik mij zoo geheel voor U ten offer geven, Heiland der we -reld, gelijk Gij voor mij gedaan hebt! Kondeik zoo beminnen en vergeven, lijden en verduren, als Gij, Jesus! Gij zijt het ware brood des hemels, de spijs ten eeuwigen leven! Ik geloof in U met de volle toestemming van mijn hart; wie U gewillig volgt, kan niet dwalen! Gij zijt de waarheid cn het leven; op Ü vertrouw ik , almagtige Verlosser der wereld! Gij kunt, Gij wilt mij tot het eeuwig geluk geleiden ; in geluk en ongeluk is slechts op U mijne hoop gevestigd; en die hoop zal niet ver-

-ocr page 106-

100 LIT A ME VAN HET

ijdeld worden. Jesus heilig offer voor de zonden der wereld! U aanbid ik met het diepste gevoel van eerbied. Gij zijt hier wel verborgen voor mijne oogen, maar levend tegenwoordig aan mijne ziel; uwe tegenwoordigheid strekke mij tot al het goede, eu behoede mij voor al het kwaad ! — Vader der menschen! zie genadig ncd-jr op de kinderlijke bode, welke ik mij veroorloof U voor het welzijn müner broeders en zusters op te dragen. Uw zegen . Almagtigel ruste inzonderheid op de U ondergeschikte ledematen der christelijke Kerk; dezclre ruste op hare priesters, tot het eeuwig heilliuuneronderhoorigeu. Uw zegen vervulle de gansche meuschheid, ai mijne dierbare nabestaanden , bloedverwanten en bekenden, vrienden en vijanden. Laat hen allen tot de kennis der waarheid en tot de getrouwe uitoefening der christelijke deagd , laat hen tot U en tot den eeuwigen vrede komen ! — Ook voor mijne nu reeds afgestorvene broeders en zusters stijgen mgne gebeden tot U op, o God, die de God der levenden en der dooden zijt! Dat zij eindelijk van hunne vlekken en gebreken gereinigd worden, welke hen uwer heiligheid, uwer naauwere verkeering nog onwaardig maken , en voer hen , na de doorgestane beproeving, ten laatste naar die plaats,

-ocr page 107-

ALLÏRH. SAKRAMENT. 101

waar zij in de gemeenschap met uwe uitverkoornen , uwe barmhartigheid en goedheid prijzen, en eeuwig zalig zijn.

GELOOF , HOOP EN LIEFDE.

God ! oneindig volkomen Wezen ! met een onwankelbaar geloof, geloof ik aan uw eeuwig bestaan , aan U, den éenigen God en Schepper aller dingen; aan uwen god-delijken ZoonJesus Christus, onzen Verlosser ; aan God den heiligen Geest, onzen heiligmaker; aan de onsterfelijkheid der menschelijkeziel, en aan uwe heilige Kerk, en alles wat Gij haar geopenbaard en ons bevolen hobt te gelooven; want Gij zijt do heiligheid, de liefdeen de waarheid zelve.

En daarom, omdat Gij almagtig en de eeuwige waarheid zelve zijt, en uwe belofte nooit vergeet, zoo hoop ik met een onbegrensd vertrouwen op de vervulling van alles wat G(j beloofd hebt. Verleen mij slechts uwe genade, opdat ik in ootmoedigheid mij zeiven bereide dat te aanschouwen, wat geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en nooit in een men-schelijk hart is opsrekomen, maar wat Gij dengenen bereid hebt, die U beminnen en uwe geboden onderhouden.

Vader! Gij wilt dat wij niet alleen aan U gelooven en op U hopen; Gij wilt en beveelt met regt, dat wij door gehoor-

-ocr page 108-

103 LITANIE VAN HET

zaamheid U trachten welbehagelijk te wordeu. Niet dat wij uwe geboden zouden onderhouden uit enkele vrees en schrik voor straf, maar uit regte, innige, kinderlijke liefde! En hoe zouden wij U ook niet beminnen, daar Gij ons eerst hebt lief gehad, en ons niets beveelt, dan hetgeen bevorderlijk is tot onze eexiwige gelukzaligheid. Daarom wil ik U heminncn, uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten, uit al mijn verstand , en mijnen naaste als mij zeiven.

De Lofzang Te Deum Laudarrms.

U , o God ! loven wij ; U , o Heer , belijden wij.

U, eeuwige Vader! vereert de gehoele aarde.

U roepen alle engelen, alle hemelen,

alle magten,

De Cherubs en Serafs onophoudelijk toe : Heilig, heilig, heilig is de lieer. God

der heerscharen!

Hemel en aarde zijn vol van de grootheid uwer glorie 1 Het heerlyk koor der apostelen, De lofwaardige schaar der profeten, Het glinsterend heir der martelaren, De heilige Kerk, belijdt U door geheel do aarde.

U Vader , van oneindige heerlijkheid ,

-ocr page 109-

ALLEKH. SAKKAMENT. 108

En uwen hoogverheven, waren en eeni-gen Zoon,

Alsmede den heiligen Geest, den Trooster.

Christus! Gij zyt de koning der glorie,

Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders.

Gij hebt, als Gij, om den mensch te verlossen, de menschheid zoudt aannemen , den schoot eener maagd niet geschroomd.

Gij hebt, nadat Gij den prikkel des doods overwonnen hadt, den geloo-vigen het hemelrijk geopend.

Gij zit aan de regterhand Gods, in de heerlijkheid des Vaders.

Wij gelooven dat Gij als Eegter eens zult wederkomen.

Wij bidden U dan ; kom uwe dienaren to hulp , die Gij door uw dierbaar bloed verlost hebt.

Laat hen allen in de eeuwige heerlijkheid onder uwe Heiligen eene plaats bekleeden.

Heer! behoud uw volk, en zegen uw erfdeel.

Heerseh over hen, en verhef ze tot in eeuwigheid.

Dagelijks loven wij U,

Eu prij\'.en wij uwen naam in eeuwigheid , en in do eeuwigheid der eeuwigheden.

Gelief ons toch, o Heer, heden van alle zonden te bewaren.

-ocr page 110-

104 GEIiED TOT DEN

OntfermUonzer, o Heer, ontferm Uonzer. Laat ons, Heer! uwe barmhartigheid ontwaren , gelijk wij op U gehoopt hebben. Op U, o Heer! heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet besohaamd worden.

OEFENING VOOR DEN VRIJDAG.

ficbeil tot ilcu lijdenden Jcsns.

6 Lam zonder vlek! onnoozelSlagtoffer! die door uwen dood en uw bloed de zonden dor wereld hebt uitgewasschen : laat niet toe, dat zooveel lijden voor mij on-voordeelig worde. Jesus! verlaten van geheel de wereld, bedroefd, treurig, zieltogend, overgegeven aan den dood : help mij, om met eene overgeving gelijk aan lt;ln uwe, alle kwellingen te aanvaarden, welke het U behagen zal mij over te zenden. Jesus! besehuldigd, gelasterd, met de uiterste versmading behandeld; leer mij de oordeelen der mensehen verachten , en verduldiglijk de snoodste lasteringen uitstaan. Jesus ! te mijner liefde verscheurd door geesels , doorstoken met doornen, overdekt met bloed : leer mij uit lü-fde tot U al do ongemakken en pijnen der ziekte verdragen. Jesus! aan de beulen overgele-

-ocr page 111-

LIJDENDES JESUS. 105

vcrd eu tot den scliiinddood dei kruises verwezen: geef raij de genade van de glorie te vlieden en de pijnlijkste vernederingen te beminnen. Jesns! overladen door de zwaarte van liet kruis : ik wil mijn kruis opnemen en U volgen; geef raij de genade om het te dragen met denzolfden moed en dezelfde zachtzinnigheid, met welke Gij het uwe gedragen hebt. Jesus, verheven aau het kruis! trek mij tot U. Gij sterft voor mij; maak dat ik niet leve, dan voor U, en dat ik voortaan gekruist met U, niets meer betraehte dan U te beminnen en U te behagen. Amen.

LITANIE VAN

HET LIJDEN ONZES HEEKEN JESUS CHRISTUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesns Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons. Ood, hemelsche Vader, ontferm U ouzer. God Zoon , Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één Ood, ontferm U onzer.

-ocr page 112-

106 LITANXK VAN HET

Jesus, die . nadat Gij den lofzana; gezegd luidt, ui ar den Olijfberg zijt uitgegaan om te bidden, ontferm U onzer. Jesus, die door de levendige voorstelling van uw lijden benaauwd, bedroefd , en zeer beangst werdt.

Jesus, die TJ aan den wil des Vaders volkomen onderworpen hebt, Jesus, die in uwen doodstrijd water

en Woed hebt gezweet,

Jesus, die door eencn Engel ver-

sterkt zijt,

Jesua, L.ie van Judas door eenJ kus O

verraden werdt,

Jesus, die door geregtsdienaars met £2 banden gebonden werdt, 3

Jesus, die door uwe leerlingen werdt c;

verlate:-, o

Jesus, dit: gebonden tot Annas en S Caïpbas gebragt zijt, ^

Jesus, die van eenen diena;ir een

kaakslag bebt ontvangen ,

Jesus , die door valsehe getuigen beschuldigd werdt,

Jesus, die, toen Gij getuigenis dei-waarheid gaaft, als een godslasteraar ter dood veroordeeld werdt, Jesus, die Petrus, na U verloochend te hebben, mot eenen blik van medelijden en ontferming aangezien en bekeerd hebt,

-ocr page 113-

LIJDEN OKZlrS HliEKEN 107 Jesus , die aan Pilatiis, een\' lieideu , zijt overgeleverd, ontferm U onzer. Jesus, die tot Ilerodcs gezonden, door hem en zijn volk bespot zijt, Jesus, die acliter Barabas gesteld werdt,

Jesus, die wreedelijk gegeeseld werdt, .Tesns, die uit spot met eenen purperen mantel werdt omhangen,

Jesus, die met doornen gekroond werdt, Jesus, die in uwe hand een riet tot

sehepter hebt ontvangen,

Jesus, die onschuldig, door de Joden, O met een groot geroep tot het kruis s; geëiseht werdt, 3

Jesus, die door Pilatus tot den schandelijken kruisdood veroor- ^ deeld, en aan den wil der Joden g werdt overgegeven , g

Jesus, die tot het dragen van uw

krnis gedwongen werdt,

Jesus, die als een schaap ter slagt-

bank werdt geleid,

Jesus, die onder den last des kruises

bezweken zijt,

Jesus, die van uwe kleederen ontbloot werdt,

Jesus, die naakl aan het kruis zijt

genageld,

Jesus, die voor uwe vijanden uwen Vader hebt gebeden,

-ocr page 114-

108 LITANIR VAN HET

Jesus, die met de booswichten werdt

gelijk gesteld, ontferm ü onzer. Jesus, die nan het kruis gelasterd en

bespot wordt,

Jesus, die den boetvnardigen moordenaar in genade aangenomen, en hem het Paradijs beloofd hebt,

Jesus , diü uwe Moeder aan den heiligen Joannes hebt bevolen,

Jesus, die aan het kruis geroepen hebt: mijn God ! mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten ?

Jesus, die in uwen dnrst met gal O en edik gelaafd werdt, 2:

Jesus, die getuigd hebt, dat al wat g er van U geschreven stond , vol-bragt was , ^

Jesus, die stervende uwen geest in 9 de handen uws Vaders hebt bevolen, g Jesus, die uw hoofd buigende , met een luid geroep den geest hebt gegeven,

Jesus, door wiens dood de honderdste man en velen van het volk bekeerd zijn,

Jesus, wiens zijde met eene speer

doorstoken is,

Jesus, uit wiens zijde water en bloed vloeide ,

Jesus, die van het kruis afgenomen en begraven zijt,

-ocr page 115-

LIJDEN OS ZES IIEEKISN. 109 Jesus, die na uwen dood zijt nedergedaald ter helle, ontferm U onzer. Jesus, die ten derden dage van den dood zijt verrezen, ontferm U onzer. Jssus, die lerenden en doodeu zult oor-

deeleu, ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Vau alle zonden,

Van eenen haastigen en onvoorzie-

nen dood.

Van de listen des duivels, Van gramschap, haat en allen kwa- Ü deu wil, S

Van pest, liongersuoo.l en oorlog, 2 Vau den eeuwigen doad,

Door uwen doodstrijd en uw bloedig

zweet, S

Door uwe geledene kaakslagen en »

geeseling,

Door uwe doornen kroon,

Door uw kruis en lijden ,

Door uwen dorst, uwe tranen en

uwe naaktheid.

Door uwen dood eu uwe begrafenis, Door uwe heilige verrijzenis,

In den dag des oordeels,

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor

ons, Jesus.

Dat (lij ous de vraclit.:u van uwen krui

-ocr page 116-

LITANIE VAN HET

dood wilt deelachtig maken, wij bidden U, verhoor ons, Jesus.

Dat wij de genegenheid bezitten, uw lijden en uwen dood dikwijls met dankbaarheid te overdenken ,

Dat wij de dwaasheid van het kruis hooger aehteu dan alle wijsheid der wereld,

Dat wij eens van de zonde gezuiverd ^ zijnde, U, o Josus, niet weder krui— sigen en ten spoten schande maken, gt Dat wij door uw kruis de weder» aardig- amp; heden des levens leeren verdragen , p Dat wij ons vertrouwen altijd op de c3 verdiensten van uw lijden en uwen kruisdood stellen, waardoor wij de S verlossing, het leven en de zalig- g* heid bekomen, °

Dat wij, het voorbeeld van uw lijden 0 steeds voor oogen stellende, uwe S voetstappen navolgen.

Dat wij ons vleesch kruisigen met g zijne driften en begeerlijkheden, g Dat wij uit uw lijden leeren kennen,

hoe afgrijsselyk de zonde is. Dat Gij, door uwen kruisdood, ons wilt troosten en versterken in het uur \\an onzen dood,

Dat Gij ons door uwe verdiensten de eeuwige zaligheid wilt doen verwerden,

no

-ocr page 117-

LIJDEN ONZES HEKTIEN. Ill

Lam Gods, dat wegneemt de zomleu der

wereld, spaar ons, Jesus.

Lara Gods, dat wegneemt de zonden da-

wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm U onzer. Heer. Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Heer! verhoor mijn gebed.

En mijn geroep komc tot U.

G E B E D.

Almagtige, eeuwige God ! die onzen Zaligmaker het vleeseh hebt doen aannemen en den dood des kruises ondergaan, opdat de menseh het voorbeeld van- zijne ootmoedigheid volge ; geef. genadiglijk, dat wij naar de lessen zijner lijdzaamheid leven, en deel in zijne verrijzenis verkrijgen: door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 118-

4-

OEPKN1NO VOOll DKN ZATUKDAIJ.

GEBEUTüï JJE ALLERHEILIGSTE MAAGD MAUIA, VAN DKN H. ÜK11NARDUS.

6 Liefderijke Maagd Maria! open ous den toegang tot uwen Zoon, gij, die gezegend zijt onder de vrouwen, die genade gevonden hebt bij den Heer; die liet leven ter wereld gcbragt hebt, en de moeder der zaligheid zijt; opdat Hij, die ons door u gegeven is, ons door u ontvange. Uwe uitmuntende zuiverheid wissehe bij Hem de schuld onzer bedorvenheid uit; en uwe ootmoedigheid, die aan God zoo aangenaam geweest is, verwerve ons de vergiffenis onzer ijdelheid en hoovaardig-heid. Uwe overvloedige liefde bedekke de menigvuldigheid mijner zonden, en uwe wonderbare vruehtbaarheid brenge ons eene vruchtbaarheid van verdiensten toe. Gij zijt onze meesteres, onze middelares en onze voorspreekster. Beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Maak, o gezegende Maagd, door de genade die gij bij God gevonden hebt, door de barra-harfeheid die gij gebaard hebt, dat Jesus Christus, uw Zoon , ouzo Heer, onze

-ocr page 119-

LIT. TOT DE H. MAAGD MARIA. 113 God , boven alles in eeuwigheid gebenedijd, die de mensclielijke natuur uit u aannemende, zich gewaardigd heeft aan onze zwakheid en ellende deelachtig te worden, door uwe voorbidding ons ook aau zijne gelukzaligheid en eeuwige heerlijkheid deelachtig make. A.men.

LITANIE

TER EERE VAN DE H. MAAGD MARIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God , ontferm U onzer.

Heilige Maria, zonder vlek ontvangen,

bid voor ons.

Heilige Maagd der maagden , S

Moeder van Christus, ^

Moeder der goddelijke genade , o

Allerreinste Moeder, quot;■

Allerkuischte Moeder, §

Ougescliondene Moeder,

-ocr page 120-

114 LITANIE TER EKKB VAN Onbevlekte Moeder, bid voor ons. Licfilijke Moeder,

Verwonderlijke Moedor,

Moeder des Schoppcrs,

Moeder des Znligmakers , Allerwjjsste Maagd, Vereerenswaardige Maagd, Lofwaardige Maagd ,

Maiïtigc Maagd,

Gocdertierene Maagd ,

Gctroinve Maagd ,

Spiegel der rcgtvaardiglieid,

Zetel der wijsheid ,

Ooizaak onzer blijdschap,

(jeestelijk vat.

Eerwaardig vat,

Voortreffelijk vat van godvruehtig-heid.

Geheimzinnige roos,

Toren van Dnvid,

Toren van elpenbeen ,

Gulden hnis.

Ark des verbonds,

Deur drs hemels.

Morgenster,

Behnudenis der kranken,

Toevlngt der zondaren ,

Troo-t\'rns der bedrukten.

Hulp d\'T Christenen,

Koningin der Engelen ,

Knni\',;\'in di r Aartsvaders ,

-ocr page 121-

DK H. MAAGD MARIA. 116

Koningin der Profeten, bid voor ons. Koningin der Apostelen, bid voor ons. Koningin der Belijders, bid voor ons. Koningin der Maagden, bid voor ons. Koningin van alle Heiligen , bid voor ons. Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Heer, ontferm IJ onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesns Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons. OnzeVader, enz. Wees gegroet, enz.

G K B E D.

Heer, Jesus Christus! die U hebt verwaardigd menseh en Zoon des menschen te worden; die eene vrouw tot uwe moeder op aarde hebt verkoren , Gij die God tot Vader in den hemel hadt ; wij bidden U , geef dat wij uwe heilige maagdelijke Moeder zoo vereeren, dat wij hierdoor ook aan U behagen; die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerselit, in alle eeuwigheid. Amen.

-ocr page 122-

LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.

lieer, ontferm U onzer.

Ctiristns, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God , hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon , Verlosser der wereld , ontferm ü onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagdon, H. Miehaël,

H. Gabriel, tri

H. Kaphacl,

Alle heilige Engelen en Aartsengelen, g Alle heilige kooren der zalige Geesten, § H. Joannes de Dor,per, o

H. .Tosef, S

Alle heilige Aartsvaders en Profeten , H. Petrus,

H. Paul us,

H. Andreas,

H. Jacobus,

-ocr page 123-

I.TTANTF. VAK Al.ljK HI^T,TG! N. 1 H. Joannas, bid voor ons. H. Tliomns,

II. Jacobus,

II. l\'liilippus,

H. I5artliolonious,

H. Matthens,

H. Simon,

H. Tliadeus,

li. Matthias ,

H. Barnabas,

H. Lucas,

li. Marcus,

Alle lioilig\'c Aposti len en Evangelisten ,

Mie heilige Leerlingen des TL even.

Alle heilige O»noozele kinderen ,

H. Stephanns,

11. liaiirentius,

H. quot;Vincentius,

H. Labiamis en Sebastinnus,

H. Joannes en Paulus,

H. Cosmas en Damianns,

H. Gervatius en Protasius ,

Alle heilige Martelaren

H. Sylvester,

H. Gregorius,

H. Ambrosius,

H. Angnstinus,

H. Hieronimns,

H. Martinns,

H. Nicolaas,

-ocr page 124-

118 LIT AN II, VAN

Alle heiligo Bisschoppen uu Belijdc

bidt voor ons.

Alle heilige Leeruren der Kerk, H. Antonius,

H. Benedictus,

H. Bernardus,

H. Do miiiicus,

H. Fra neisous,

Alle lieilijre Priesters en Levieten, Alle heilige Monniken i n Kluizenaars, Heilige Maria Magdalena, H. Agatha,

H. Lucia,

H. Agnes,

H. Cecilia,

H. Catharina,

H. Anastaaia,

Alle heilige Maagden en VVednweu, Alle Gods lieve Heiligen ,

Wees genadig, spaar ons, Hi^er. Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle zonden, verlos ons, Heer. Van uwe gramschap,

Van eenen haastigen en onvooizienen dood,

Van de listen des duivels. Van gramschap, haat en allen kwaden wil,

Van den geest der onkuischheid, Van bliksem en onweder,

Van den eeuwigen dood,

-ocr page 125-

ALLE HblLlGt.iN.

Door het geheim uwer ineusoliworJiiiu,

verlos ons, Heer.

l)oor uwe komst,

Door uwe geboorte,

Door uw doopsel eu heilig vasten, Door uw kruis eu lijden ,

Door uwen dood eu uwe begrafenis, Door uwe heilige verrijzenis,

Door uwe wondervolle hemelvaart, Door de komst van den heiligen

Geest, deu Vertrooster,

In deu dag des oordeels, Wij zondaars, wij bidden U, verhoor c Dat Gij ons wilt sparen,

Dat Gij onze zonden kwijtscheldt. Dat Gij ons tot eene ware boetvaardigheid wilt geleiden,

Dat Gij uwe heilige Kerk wilt besturen en beschermen,

Dat Gij deu Paus en alle kerkelijke overheden in den heiligen godsdienst wilt bewaren ,

Dat (jij de vijanden der heilige Kerk

wilt vernederen,

Dat (Jij den christen koningen en vorsten vrede eu eeudragt wilt geven, Dat Gij aan de geheele christenheid vrede en ware cenigheid wilt ver-leencn,

Dat Gij ons in uwen heiligen dienst wilt versterken en bewaren,

11

-ocr page 126-

LITANIE VAN

Dat Gij onze gemoederen tot Tiemelsche Ijcgeertou wilt opwekken, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij al onze weldoeners met de eeuwige goederen wilt vergelden, =5;

Dat Gij onze zielen, en de zielen g! onzer broeders, vrienden en wel- ê doeners voor de eeuwige verdoe-ming wilt behoeden ,

Dat Gij ons tie vruehten der aarde S wilt geven en bewaren,

Dat Gij alle overledene geloovigeu £2 de eeuwige rust wilt geven, 2

Dat Gij ons gebed wilt verhoeren, P

Zoon Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Eu leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade. Amen.

120

-ocr page 127-

ALLE 1IIIL1GEN. 131

PSALM LXIX.

ö Goil! let op mijne Imlp.

Heer! haast U om mij tn helpi u. Dat zij bescVuamd en bevreesd worden,

die mijne ziel zoeken.

Dat zij terugwijken en zicli scliamen,

die mij kwaad willen.

Dat zij schielijk met scliaamte ierugkco-ren, die met mijne verdrukking den spot drgven.

Dat zij ziclr in U verheugen en verblijden, die U zoeken; en dat zij, die uw heil beminnen, altijd zeggen ; de Heer zij grootelijks geprezen.

Doch ik ben behoeftig en arm.

6 God ! help mij.

Want Gij zijt mijn Helper en Verlosser.

o Heer! vertoef niet.

Eer zij den Vader, en den Zoon, en den

heilige a Geest,

Gelijk in het begin, en nu, en altijd,

en in eeuwigheid. Amen.

v. Maak uwe dienaars zalig.

a. Mijn God, die in U hopen.

v. Heer ! wees ons een sterke toren , ii. Tegen onze vijanden.

v. Dat de vijand niets tegen ons vermoge, B. En dat de zoon der boosheid ons

geen nadeel aanbrenge.

v. Heer! doe ons niet naar onze zonden,

-ocr page 128-

Ll\'i\'ANXli VAN

K. En vergeld ons niet uaarouzebooslieden. v. Laat ons bidden voor onzen Paus N. h. De Heer belioude hem, spare hem in het leven, make hem zalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

v. Laat ons bidden voor onze weldoeners, li. Heer! gewaardig U, allen die ons goed doen , om uws naams wil, met het eeuwige leven te vergelden. Amen. v. Laat ons bidden voor de geloovigen

die overleden zijn.

u. Heer! geef hun de eeuwige rust, en

het eeuwige licht verlichte hen. v. Laat hen in vrede rusten, u. Amen. v. Voor onze broeders die afwezig zijn. ii. Mijn God ! maak uwe dienaars zalig ,

die in U hopen.

v. Zend hun hulp uit uw heiligdom, u. En uit Siou bescherm heu v. Heer! verhoor mijn gebed, u. En mijn geroep kome tot U.

6 God, wien het eigen is altijd barmhartig te zijn en te sparen : ontvang ons ootmoedig gebed, opdat wij, en al uwe dienaars, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, door de ontferming awer goedheid genadig ontbonden worden.

Wjj bidden U, Heer! verhoor de gebeden der ootmosdigen, en spaar degenen die hunne zonden belijden, opdat wij

122

-ocr page 129-

ALLE HEILIGEN. 123

tevens vergeving eu vrede van uwe goedheid verkrijgen mogen.

Heer ! bewijs ons genadig uwe onuitsprekelijke barmhartigheid : dat Gij ons van alle zonden vrijmaakt, en daarbij de straffen kwijtscheldt, die wij voor dezel-ven verdiend hebben.

o God, die door de zonde beleedigd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt : sla een genadig oog op de gebeden van uw volk, dat zich voor U nederwerpt, en wend de geesels uwer gramschap van ons af, die wij voor onze zonden verdienen.

Almagtige , eeuwige God ! ontferm U over uwen dienaar, onzen Paus N., en geleid hem volgens uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens; opdat hij door uwe hulp begeere wat U behaagt, en het ook met alle kracht volbrenge.

ó God, van wien de heilige begeerten, goede voornemens en alle regtvaardige werken voortkomen : geef uwen dienaren den vrede, diende wereld niet geven kan ; ten einde onze harten uwe geboden toegedaan , en wij geenen vijand meer vree-zende, de tijden door uwe bescherming vreedzaam zijn mogen.

ö Heer! ontvonk onze nieren en harten door het vuur des heiligen Geestes, opdat wij U met een zuiver ligchaam dienen , en met een rein hart behagen.

-ocr page 130-

134 LITANIE VAN ALL!-\', HKILIGF.N.

6 God, Sclioppcr en Verlosser van a!le geloovigen! verleen aan de zielen nwer dienaren en dienaressen vergeving vnn alle zonden, teneinde zijde kwijtschelding , naar welke zij altoos verlangd hebben, door godvruehtige smeekingen mogen verwerven.

Wij bidden U, o Heer! voorllt;oin onze werken door den invloed nwor genade, en voltrek ze door uwe medewerking, zoodat al ons bidden en werken altijd van U beginne, en alzoo begonnen, door TJ voltrokken worde.

Almagtige, eeuwige God! die overlevenden rn dooden lieerselit, en U ontfermt, over allen, die Gij te voren weet, dat door liet geloof en de werken de uwen zullen wezen : wij bidden U ootmoedig, dat zij, voor welke wij onze gebeden storten, hetzij deze nog in het leven of reeds overleden zijn, door de voorspraak van al uwe Heiligen, endoor uwe genade, vergiffenis van al liunne zonden verwerven. Door Jesus Christus uwen Zoon, onzen Heer, die met U leeft en lieerscht, in de eenheid des heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

v. De almagtige en barmhartige Heer verhoore ons ! 11. Amen.

v. Dat de geloovige zielen, door Gods barmhartigheid, in vrederusten! n.Am.

-ocr page 131-

ID IE

Smartelijke Rozenkrans.

O—lt;PQgt;~C

In den naam des Vaders, en des Zoons^ en

des heiligen Geestes. Amen.

Ik geloof, enz.

Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz.

Die voor ons in tien hof bloed gezweet heeft.

GEBED.

Zoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen Efingeboren niet gespaard heeft, maar Hem overgaf aan kwaal en lijden: en Gij, o liefdevolle Jesus, waart gehoorzaam en ontferradet U over het gevallen menschelijk geslacht! Wie beseft de grootheid uwer liefde, barmhartige Heiland ! want grootere lii fde heeft toeh niemand, dan degene, die zijn leven geeft voor zijne vrienden. Ach ! on wij waren niet eens uwe vrienden; dc zonde had ons tot uwe vijanden gemaakt, (iij leedt en stierft voor uwe vijanden! Om ons met God te verzoenen , naamt Gij dc gestalte

-ocr page 132-

l?fi T)R SMARTELIJKE

eens dienstkiicclits nan en wandeldet onder ons, ons door leer en voorbeeld den weg ten liemel wijzende. Gij droegt de mocijclijlclieden en ontberingen van dit aardsehe leven , gelijk wij allen, en steldet U vrijwillig bloot aan den hoon en de vervolgingen der boozen, en ont-troktUniet aan bet lijden datTJ waehte. Goddelijke Verlosser! ik verplaats mij in den geest bij U aan den Olijfberg, en overdenk met U de oorzaak nws lij-dens! Wee mij! mijne zonde is de oorzaak; mijne ongehoorzaamheid tegen Gods geboden dwong TJ tot gehoorzaamheid in den dood; mijne ondankbaarheid is de oorzaak van znlke grenzelooze liefde! Heiligste, onschuldigste .Tesus! ik gevoel het diep, hoe dit uw goddelijk hart be-leedigen, uw liefhebbend hart bedroeven, uw barmhartig hart met het diepste wee vervullen moest. Daarom, o Heer , moet ik mij aanklagen als medeoorzaak van den doodsangst, die U overviel, toen Gij de verworpenheid der menschheid betracht-tet 1 Ook ik, liefdevolle Jesns, deed U het bloedige zweet uitpersen , dat een getuige was van het bittere lijden uwer ziel, die bedroefd was tot in den dood. O, wat zoude ik kunnen lijden, dat voldoende ware om zoo groote liefde te vergelden ! Zend mij droefenis, smart en

-ocr page 133-

KOZFNKIIANS.

angst, om U genoeg tc doen, maar laat uw doodsangst mij tot troost, mve zwakheid mij tot sterkte, uw bloedzweet mij tot afwassohing mijner zonden worden! Droefenis kome over mij als eene aard-sche straf mijner vergrijpingen, opdat ik daar gelouterd verschijne; smart laat mij lijden, in bitter berouw over mijne zoudcnschuld ; met angst worde tlians mijne ziel vervuld : opdat ik van den boozen weg terugkeere, en op liet sterfbed voor den doodsangst niet bczwijke! Amen.

Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz.

Die voor ons get|eeseld is geworden.

GEBED.

Wat is toeli de mensch., o Heer, dat Gij zijner gedenkt? of des menselien zoon, dat Gij U zijner ontfermt? O schuldeloos Lam/welke kwalen leedt Gij om onze misdaden ! Valschelijkaangeklaagd, onseluil-dig bevonden door uwen regter, wordt Gij nogtans aan de blinde woede uwer vijanden prijs gegeven en als den ergsten boosdoener op liet gruwzaamst gegeeseld ! Allievende! lieb ik niet met de geeselroe-den over ü gezwaaid? Pijnigde ik U niet mrer dan uwe beulen? Zij wisten niet wat zij deden ; maar ik wist liel wel, door

127

-ocr page 134-

128 l)E SM A in ELUKK

uw hcilia; Evangelie geleenl zijnde; ik wist iveds lang, dat de ^lajesteit Gods door de zonde beleedigd wordt; dat ik uw bij de sclirikkelijke geeseling vergoten bloed door de zonde misbruiken zoude, en zondigde toeli I Uw heiligligeliaam was voor mij verwond, en geen gezond lid was daaraan meer, gelijk de Sclirift ze,s;t : docb in plaats van mijn ligchaam, gelijk Gij beveelt, tot eenen tempel des liei-ligrn Geestes te maken, vernederde ik bet tot een werktuig van snoode lusten cn tot een dienaar der wereld, die tegen U is! 0, ik erken mijnen smaad, en gevoel koe ondankbaar ik jegens U handelde , onbegrensde liefde! Ik berouw mijne schuld en wil terugkeeren op het pad dos heils : uw heilig bloed zal mij tot spoorslag dienen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

Die voor ons met doornen gekroond is.

0 K 1? E !-gt;.

Jcsus, ootmoedigste Jesus! Vriend en liefhebber der ootmoedigen ! met welken onverdienden smaad foltert U de woede uwer vijanden, daar zij uw hoofd met eene smartelijke doornen kroon honend omgeven 1 Zoon van God 1 Koning der koningen! deze smaad en deze vreeselijke

-ocr page 135-

ROZENKRANS.

smart wildet Gij lijden, om onzen zondigen hoogmoed te bescLamen en uit te delgen.De zwakkemenscli,deze ellendige zoon van stof, heft vol eigenwaan zijn hoofd omhoog en vermeet zich in Gods bedoelingen, die toch ondoorgrondelijk zijn, in te zien ! Terwijl al het geschapene de baan gaat, welke door den Schepper voorgeschreven is, verlaat de mensch de wegen des Heeren en zijne geboden, veracht den naaste, die nogtans een evenbeeld van God is, staat op tegen de overigheid en tegen den Heer, die haar ingesteld heeft; en waarlijk, o God! du tijd waarin wij leven is rijk aan ergernis en onheil, welke uit hoogmoed cn eigenwaan voortkomt. De volken staan op tegen hunne vorsten, de kudden tegen hunne herders, en vergeten Uwer, tot Gij de lauden bezoekt en steden verwoest.

Eeuwige! Barmhartige! houd uwen toorn in en schenk ons den vrede, dien de wereld ons niet geven kan. Toon ons weder de genude uws aa\'ige^igts en de liefelijkheid uwer voetstappen. Wilt gij ons echter hier beneden laten boeten... wij buigen ons hoofd in ootmoed voor uw vonnis; maar reik ons daar, na doorgestanen strijd, de kroon der zuligli id. Amen.

Ónze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

129

9

-ocr page 136-

DE SMARTELIJKE

□Ie voor ons het kruis gedragen heeft.

GEBED.

Met diepe ontroering betracht ik U , o geliefde Jesus! die gelijk Isaük , het tot uwen offerdood bestemde hout met zachtmoedigheid op uwe schouderen neemt en, ofschoon door geledene martelingen geheel krachteloos geworden, hetzelve tot den Kalvarieberg draagt. Daardoor toondet Gij aan ons stervelingen den zin uwer leer, dat, wie U lief heeft, zijn kruis moet opnemen en U navolgen. Wie zoude U, den Zoon des Almagtigen Gods, aan Wien de Vader alle magt gegeven heeft in den hemel en op aarde, wie zoude U hebben kunnen dwingen het kruis te dragen? Vrijwillig hebt Gij het op U geladen, o eeuwige zachtmoedigheid, om ons een voorbeeld van geduld en onderwerping aan God voor oogen te stellen. Heilige Kruisdrager! hoe weinig doordringen wij de hooge bedoeling, welke ten grondslag ligt van het bittere bedrijf uws levens 1 hoe gansch anders is ons gedrag , wanneer God ons door kruis en lijden bezoekt! In plaats van dezelve zachtmoedig aan te nemen, om te toonen dat wij uwe navolgers zijn en U liefhebben; in plaats van door geduld en onderwerping

130

-ocr page 137-

ROZENKRANS. 131

nan God met daden te toonen, wat wij belijden , dat God diegenen tuchtigt welke Hij lief heeft, dewijl een goede vader de roede niet spaart, klagen en morren wij over elk ongemak, en schreijen zelfs bij de kleinste smart. Wjj verwonderen ons, dat de Heer de zijnen zoo bezoekt, en schijnen niet te weten, dat kwaal en lijden de gevolgen der zonden zijn , maar tevens heerlijke middelen , om ons verdiensten te verzamelen voor den hemel. Want Gij zeidet : „ wie mij lief heeft, neme zijn kruis op zich en volge mij na;quot; en Gij gingt immers tot den Vader, die in den hemel is, waarin wij ü moeten navolgen. Geliefde Jesus ! schenk ons de genade altijd bereid te zijn, om het kruis gewillig te dragen, dat Gij ons oplegt; verleen ons den moed en de kracht, om het verheugd en met geduld, als Christenen , gelijk uwe getrouwe navolgers, te dragen. Help ons dat dragen, sterke Jesus ! En gelijk uw kruis den dood overwonnen en den vloek weggenomen heeft, zoo brenge ook ons kruis leven en zegen aan onze ziele. A.men.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

-ocr page 138-

DE SMAttTELTJKE

Die voor ons is gekruist geworden.

GEBED.

Het is volbragt! Het Offerlam is gestorven voor de zonden der wereld ! Ook voor mijne zonden hangt Gij aan liet kruis, o Gij Heiligste, en lijdt naamlooze foltering! De voeten die met grove nagelen doorboord zijn en in woeste smart bloeden, boeten voor zoo menige misstap mijns levens, zoo menige traaglieid in den dienst des hemels ; uwe handen lijden voor zoo menige booze daad, die door mijne handen verrigt werd , en voor het menigvuldige booze wat ik hadde kunnen verhinderen, maar niet verhinderd heb; uw mond, die de zaligheid verkondigde en voor het menscho-lijk geslacht zegen sprak .brandt van vree-selijken dorst en lijdt de straf voor zoo menig vergeefsch en zondig woord, dat uit mijnen mond ging; ach! en uwe zijde opent zich voor de doodelijke lans, om mij de grenzelooze liefde en heiligheid van uw hart te toonen, en mij den grooten afstand van mijn hart te doen zien. In plaats van uwe reinheid , woont in mijn hart onzuiverheid en wereldsehe begeerlijkheid; iu plaats van uwe demoedigheid, hoovaar-dij; in plaats van uwe zachtmoediglieid, boosheid en wraakzucht; in plaats van

132

-ocr page 139-

ROZENKRANS.

133

uwe onbegrensde liei\'dc, eigenbaat. Waar is de naastenliefde, welke Gij mij door leer en voorbeeld en door uwen dood bevolen liebt? Gekruiste Jesus! ik sta beschaamd en vraag mij af, of ik mij wer-knlijk uwen leerling noemen durf, en erken dezen naam onwaardig te zijn! Maar ik wil denzelven verdienen; ik wil do mij door uwe liefdadige hand nog gegeven dagen niet ongebruikt voorbij laten gaan; door raad en daad wil ik den lijdenden broeder bijstaan, en mijne liefde tot God door liefde voor mijne naasten met daden betoonen. Heer! sta mij bij, om de krenken op te zoeken en te laven , de bedroefden te troosten, de armen te helpen , de dwalenden en wanhopigen door uw kruis den regten weg te toonen. Maar wees Gij zelf de spijs der hongerigen en de verkwikking dergenen, die dorsten naar de geregtigheid! Verlos van de zonden de gevangenen; wees de kraeht der stervenden , en voor de vreemdelingen de woning des eeuwigen vredes. Amen.

a—SS*-0

-ocr page 140-

KRUIS WBG-

O VERDENKING.

VOORBEREIDING.

Jesus, mijn goddelijke Leeraar en Verlosser ! Ik wil thans aandaclitig overwegen , op welken smartvollen weg ten hemel Gij mij voorgegaan zijt. Uw heilige Geest verlichte en versterke mij, opdat ik in uwe voetstappen trede, en U thans in leven en lijden getrouw navolge ; opdat ik eenmaal door een zalig einde tot U komen en mij met U en alle uitver-koornen verblijden moge, in eeuwigheid. Amen.

I. STATIE.

Jesus wordt tot liet kruis veroordeeld.

Gij wordt valschelijk aangeklaagd en tot den smadelijken kruisdood verwezen, onschuldigste Jesus ! Gij hadt enkel goed gedaan, en alleen den mcnschen willen loeren , hoe zij aan God welbehagelijk moesten worden, zich verbeteren en eeuwiff

O

-ocr page 141-

DE H. KRUISWEG. 135

gelukzalig zijn. Maar, juist omdat Gij het zoo wel gemeend, en uwe goddelijke leer zoo standvastig voorgedragen hebt, moest Gij sterven.

Ik wil aan U gedenken, goddelijke Heiland! wanneer ik onschuldig en wel geheel om der deugd wille iets te lijden heb. Wereldloon en werelddank zal nooit mijne bedoeling zijn, wanneer ik regt doe of anderen goedheid betoon. Om aan de menschen te behagen, wil ik nimmer tegen mijn geweten handelen, noch uit vrees voor hen het goede nalaten. Ik wil mij alleen, o Jesus! rigten naar uwe goddelijke leer, waarvoor Gij gestorven zijt. Gij zult eenmaal mijn Kegter zijn; mogte ik voor U kunnen bestaan !

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! b. Ontferm U onzer.

II. STATIE.

Jesus wordt het kruis op de schouders gelegd.

Gewillig neemt Gij het zware kruis op uwe schouders, zachtmoedigste Jesus! en gelijk een lam, dat zijnen mond niet open doet, laat Gij U ter slagtbank leiden. Gij roept ons allen toe ; wie mij wil navolgen, die neme zijn kruis op zich.

Ik neem het op mij! God legt mij

-ocr page 142-

136 DB H. KRUISWEG.

zeker niet meer op d iii ik dragon kan. O, het is goed voor mij dat ik somwijlen wat lijden en verdragen moot; zoo wil mij God met geweld tot zicli trekken : dit is de weg ten hemel. Jesus! Gij gaat met het kruis vooraan; ik volg U ; versterk mij!

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! R. Ontferm U onzer.

III. STATIE.

Jesus valt de eerste maal ter aarde.

Hoe voel hebt Gij ook mijnentwege op U genomen, o liefste Jesus! hot zware kruis, de zonden der wereld, ook mijne zonden ! Hoe groot was uwe last! Maar nog grootor was uwe liefde tot ons ! Gij hebt alle lijden standvastig verdragen, om ons vergeving van zonden, de genade Gods en het eeuwige leven te bezorgen.

Wat is mijn lijden in vergelijking van uw lijden, onschuldigste Jesus! Mag ik wel over datgene klagen, wat ik mij zel-veii door ligtzinnigheid op den hals gehaald en door mijne zonden verdiend heb ? O, ik wil het dragen tot mijne waarschuwing en verbetering; ik wil als een Christen alles, wat mij zwaar valt, geduldig en standvastig lijden!

-ocr page 143-

DE H. KRUISWEG. 137

Onze Vader, euz. Wees gegroet, eaz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! b. Ontferm U onzer.

IV. STATIE.

Jesus ontmoet zijne troostelooze Moeder.

Maria ! wat heeft uw moederlijk hart geleden, toen g\\j uwen Zoon ouder de beulsknechten, tussehen twee moordenaren , met het zware kruis zaagt voorbij gaan! Hoe moest toen de smart, gelijk een zwaard, door uwe ziel gaan! Maar gij bleeft steeds de onderworpen maagd des Heeren, dif) niets anders wilde, als ; m^j geschiede naar zijnen wil.

Dit zal ook mijn troost zijn, wanneer ik lijden moet, of anderen zie lijden en helpen kan ! Dewildes Heeren geschiede ! Zonder zijnen wil valt geen haar van ons hoofd. Degenen, die God liefhebben, moeten alle dingen medewerken ten goede. En eindelijk is er toch nog een ander leven. Jesus! Gij z^jt zelf door lijden in uwe heerlijkheid ingegaan. Op de?,en weg voert Gjj ook ons tot U 1

OnzeVader, enz. Weesgegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus! K. Ontferm U onzer.

-ocr page 144-

138 DE H. KRUISWEG.

V. STATIE.

Simon van Cyrene helpt Jesus liet kruis dragen.

Simon helpt ü het kruis dragen, ten dood zwakke Jesus! Hoe gaarne hadde ik U ook een dienst bewezen, daar Gij voor mij zoo veel gedaan en geleden hebt! Maar Gij zeidet eens : wat Gij den ge-ringsten mijner broederen, uwe mede-menschen doet, dat hebt gjj mij gedaan.

Nu dan, waar ik eenen mensch zjjne moeite en last verligten, een liefdedienst bewijzen, met raad of troost helpen kan, wil ik het zoo gaarne en bereidwillig doen, alsof ik U zeiven, o Jesus, konde dienen. Anders kan ik U uwe liefde niet vergelden, dan dat ik uit liefde tot U alle menschen liefhebbe, en waar ik kan, deze liefde met de daad betoone.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus! B. Ontferm U onzer.

VI. STATIE.

Veronica reikt Jesus eenen zweetdoek.

Het gezigt van uw beeld herinnert mij, wat Gij voor mij geleden hebt, smartvolle Jesus! Het stelt mij uw geduld en standvastigheid, uwe zaehtmoedigheid en liefde

-ocr page 145-

DE H. KKtJISWEG. 139

voor. Ik moest in uwe voetstappen treden, wijl Gij mijn goddelijk voorbeeld en het volkomen toonbeeld aller deugden zijt; slechts dan kan ik aan God welgevallig z\\jn, wanneer ik aan U gelijk worde.

Ja, ik wil alles, wat en hoe Gij geleden hebt, diep in het hart prenten, en mij vooral ten dage der bekoring en van droefenis daaraan herinneren; en eenmaal, wanneer alles voor mijne oogen verdwijnen zal, dan zal mijn laatste blik naar U gerigt zijn, mjjn goddelijke Verlosser ! Zie mij ook dan genadig aan, en toon mij uw liefderijk aangezigt, hetwelk de vreugd des hemels is.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus! B. Ontferm U onzer.

VII. STATIE.

Jesus valt ten tweeden maal ter aarde.

Gij weet uit ondervinding wat lijden is , o Gij onder het kruis afgematte Jesus ! Gij weet, hoe veel de mensch dragen kan ! Gij zult alzoo ook met ouze zwakheid medelijden hebben, en ons met uwe goddelijke kracht ondersteunen.

Wanneer mij de laamp;t der zorgen onderdrukt; wanneer mijn moed wil zinken en mijue kracht mij wil begeven; wanneer

-ocr page 146-

140 DE H. KRUISWEG.

ik bij den mjcijclijkx-ii arbeid of bij eene hevige bekoring bij na bezwijke, versterk mij dan, o Jesus! dat ik niet wanhope of kleinmoedig worde, maar op God ver-trouwe; God verlaat de zijnen niet, en waar alle hulp onmogelijk schijnt, is zijne hulp het naaste bij.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! R. Ontferm U onzer.

VIII. STATIE.

Jesus troost de weenende vrouwen.

„ Ween niet over mij , maar over u zeiven cn over uwe kinderen;quot; zoo spraakt Gij, liefderijke Jesus! tot de goede zielen, die U op uwen smartvollen kruisweg bnweendon Gij zijt moer voor hen bezorgd dan voor Ü; het ongeluk uws volks gaat U meer ter harte dan uw eigen lijden !

Ik moet alzoo meer weenen over mijne zonden dan over uw hard lijden, o Jesus ! Ik moet er nog meer over nadenken hoe ik mij uw lijden ten nutte zal maken, dan over hetgeen Gij voor mij geleden hebt! Jesus! vees mij genadig en barm-hariig; ik berouw mijne zonden. God ver-geve mij, om Jesus wil; ik wil niet meer zondigen!

-ocr page 147-

DE H. KRUISWEG. 141

OnzeVader, enz. Wues gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! r. Ontferm U onzer.

IX. STATIE.

Jesus valt ten derden male ter aarde.

Hoe .\'.waar, o Jesus! hoe zwaar viel U het kruis! Maar uw geduld wordt niet uitgeput. Ouder het grootste lijden voleindt Gij standvastig onze verlossing; fiij zijt uwen hemelschen Vader gehoorzaam tot den dood, ja tot den dood des kruises.

Zoude ik dan alleen doen, wat ligt eu aangenaam is? Zoude ik het goede, wanneer het moeite kost, nalaten, of terstond vermoeid worden en wanhopen, wanneer het mij zwaar valt, om mijnen pligt te doen ? Hoe konde ik U, o goddelijke Heiland! zoodoende navolgen, wanneer ik uit liefde tot God en de deugd niets wilde lijden, daar Gij zoo veel en zoo standvastig geleden hebt 1

OnzeVader, enz. Weesgegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus 1 k. Ontferm U onzer.

X. STATIE.

Jesus worden de kleederen uitgetrokken.

Gruwzaam worden U de kleederen van het ligcbaam getrokken, zachtmoedigste

-ocr page 148-

142 IJE H. KKUISWEG.

Jesus! Bij uwe afgomatheid wordt U in plaats van lafenis eenen bitteren wijn met mirre gegeven; maar ook deze lafenis neemt Gij niet aan ; Gij wilt voor uwe smarten geene verzacliting gebruiken.

Wanneer ik uw ontzenuwd ligcliaam, uw met doornen gekroond hoofd, uwe grootste uitgeputheid en uiterste verlatenheid beschouw; hoe kan ik dan nog verboden vreugd zoeken, en de hoovaar-dij , wellust en dartelheid liefhebben ? Neen, mijn Heer en Heiland! ik wil mij van de zonde, van alles wat mij tot zonde aanlokt, losrukken; ik moet, hoe hard het mij ook valle, alle booze gewoonten en neigingen afleggen. Jesus! met uwen bijstand is mij alles mogelijk.

Onze Vader, enz. Weesgegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! E. Ontferm U onzer.

XI. STATIE.

Jesus wordt aan het kruis genageld.

In naamlooze pijnen hangt Gij, o Jesus! aan het kruis. Uwe wonden zijn opengereten, uwe handen en voeten met nagelen doorboord, al uwe leden gruwzaam uitgerekt ! Gij duldt alles. Gij bidt nog voor uwe vijanden, en verontschuldigt hen daarmede, dat zij niet weten wat zij doen.

-ocr page 149-

DK H. KRUtSWKG. 143

Hoe ligt word ik toornig en ongewillig, wanneer mij slechts het geringste leed geschiedt. Zoude ik dan \' niets lijden , daar Gij, goddelijke Heiland, voor ons zoo veel geleden hebt ? Zoude ik van anderen niets verdragen, daar zij van mij zoo veel verdragen moeten ? Konde ik hen niet ook dikwijls verontschuldigen, dat zij het uit onwetendheid of overijling, niet uit boos opzet gedaan hebben ? En wanneer ook dit niet is, zoo moet ik hen immers veelmeer betreuren, dan mij over hen vertoornen.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus I R. Ontferm U onzer.

XII, STATIE.

Jesus sterft aan het kruis.

Zoo hebt Gij, o Jesus! uw leven aan het kruis opgeofferd, en uwen geest onder de grootste smarten in de handen uwa Vaders gegeven ! Zoo veel heeft het U gekost, om ons van de zonde te verlossen ! Zoo lief en dierbaar was U de ziel des menschen !

Het beschouwen van uw kruis zal in mij een\' inwendigen afkeer van de zonde verwekken, waarvoor Gij gestorven zijt. Help mij, dat ik der zonde geheel afsterve,

-ocr page 150-

DE H. KRUISWEG.

en mij door een vroom leven tot eenen zaligen dood voorbereide. Laat mij in mijnen laatsteu angst uit uwe wonden troost en verkwikking scheppen! Op U vertrouw ik, wanneer mij alles verlaten zal. Neem mij dan genadig tot U, opdat ik eeuwig zij, waar Gij zijt.

Onze Vader, euz. Weesgegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus ! r. Ontferm ü onzer.

XIII. STATIE.

Het ligchaam van Jesus wordt gelegd iii den schoot van Maria.

Aeli! wat liebt Gij geleden , smartvolle Moeder, daar Gij uwen Zoon, dien gij tot heil der wereld baarde t, op uwen schoot dood zaagt liggen! Maar hoe spoedig heelt zich alles veranderd! Thans zijt gij bij Hem in den hemel en verheugt u over al liet doorgestane lijden, daar gij u zoo hoog daarvoor beloond vindt.

Zoo durf ik dan het lijden niet als een bewijs der goddelijke ongenade aanzien , dewijl ook gij, o Genadevolle ! zoo zwaar daardoor getroffen werdt. Wanneer ik onschuldig en geduldig lijd, zoo zal mij Gad eens daarvoor beloonen; eene korte droefheid voert tot eeuwige vreugde.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz.

144

-ocr page 151-

DE tl. KllUISWEG. 145

v. Gekruiste Heer Jesus Christus! b. Ontferm U onzer.

XIV. STATIE.

liet ligchaani van Jesus wordt in het graf gelegd,

Eindelijk hebt Gij, o Jesus, na eeu moeitevol leven en eenen smartelijken dood, rust in het graf gevonden, liet graf is het einde aller plagen dezes levens, het is voor den Christen een ware godsakker, waar zijn ligchaam, gelijk het zaad in de aarde, verborgen ligt en vergaat, maar eens weder opstaat ten eeuwigen leven.

Zoo zal ik dan de beschouwing des grafs niet schuwen; ik wil daarbij niet alleen denken aan het sterven, maar ook aan de opstanding eu aan het eeuwige leven. Zoo zeker als Gij, mijn Verlosser, uit het graf zijt opgestann cn thans eeu-wig leeft en regeert, zoo zeker zal ik ook opstaan ten eeuwigen leven , wanneer ik thans zoo leef, dat ik op eenen goeden dood hopen kan.

Onze Vader, euz. Wees gegroet, enz. v. Gekruiste Heer Jesus Christus! it. Ontferm U onzer.

SLÜ1TGEBEU.

Hoe glorierijk en vereerenswaardig is nu uw vroeger zoo smadelijk kruis, o Gij

IG

-ocr page 152-

14fi OVERDENKINGEN

eens zeil\' zoo diep venietlerde en thans boven alles verhoogde Jesus! Uw kruis zal mij aan uwe liefde herinneren en tot dankbaarheid en getrouwe navolging opwekken. Gij moest op uwen kruisweg tot de heerlijkheid ingaan! Zoo zal mij dan geen bezwaar terughouden, om U op den wrg ti\' volgen, dieu Gij mij aangewezen hebt. Tot U wil ik opzien in leven, in lijden en sterven ; opdat ik ook eenmaal tot U koine in uw hemelrijk, waar Gij met God den Vader, en den heiligen Geest, leeft en regeert, in eeuwigheid. Amen.

(iliBEDElï EJI OVEKDENKINtiEN 1» IIJDES.

God , almagtige Vader! U was het eene kleinigheid gewi est, alle gevaren en droefheden v;in ons aftekeeren; werkelijk v-.r.vijdert Gij van ons vele rampen, die ons hadden kunnen treffen. Maar uwe oneindige wijsheid en goedheid laten niet toe, dal Gij alle onaangenaamheden van ons afwendt; zelf^ vorderen zij dikwijls, dat menigeen door vele en versehrikkelij-V.e droefheden overstelpt wordt. Ach mijn God ! hoe zwaar zal het dan den zwakken menseh niet vallen, zich aan uwen wil

-ocr page 153-

IN LIJDEN. 147

gelaten te onderwerpen cn zich in uwe lipschikkingen te vertiengen! God! ik lieb dikwijls gevoeld, lioe zeer in lijden de gei lach te verlevendigd wordt: „ dengenen, die God beminnen, dient alles ten beste.quot; Ach! duizend zwarigheden overmeesteren mij dan en omringen mijnen geest imt duisternis.

Zoo laat mij dan reeds vroeg mij met goede voornemens wapenen; laat mij hst uitgebreide doel, waarom Gij ons mot lijden \'b. zoekt, diep ter harte nemen , cn vele en krachtige middelen tot ge-mststelling, en tot moed en vertrouwen op U verzamelen !

1. INVLOED VAN HEÏ LIJDEN 01\' ONZK KRNNIS F.N LIEFDE TOT GOD.

Tot nadenken.

Zonder dikwijls aan God te denken, ontbreekt het ons en onze deugd aan het reinste genoegen, aan den zoetsten troost en sterksten steun. Maar hoe dikwijls vergeet de mensch, door de bi zigheden en verstrooidheden des levens aan God te deuken ! Iloe langer hoe vreemder wordt hem de tegenwoordighiid van God, hoe langer hoe meer wordt hij God-vergetenheid gewoon , en zoude in dezen verschrik kei ijken

-ocr page 154-

OVERDENKINGEN

loostand voortleven, indien God h. m niet uit dezen slaap opwekte. God wekt hem dikwijls door ziekten. Wat is natuurlijker, als dat onze gedachten in droevige dagen deze wereld verlaten, om troost te vinden , en dat zij weder naar God vragen, die altijd, alleen en zeker helpen kan, ca zoo oneindig gaarne helpt, als het oiio zalig is; naar God , den Eeuwigin, die bij alle veranderingen der dingen, welke ons omringen , nog onveranderd blijft. Ja, Heer! in droefheid zoekt men TI, zoo spr ^k David eens uit eigene ondervinding.

Ja, dan heeft zoo menige waarheid lt;L geloofs, waarvoor wij anders verhard bleven , hare volle kraeht en werking op ons hart. Als wij de nietigheid van alle goederen en genoegens van dit leven levendig gevoelen ; als wij zoo vele banden, die ons aan deze wereld boeiden , losscheuren ; als de loopbaan , flic vóór ons is, in naeht en duisternis uitloopt; als wij zoo menige steen des aanstoots, zoo vele liindernissen en zwarigheden op dezelve aantreffen, hoe verkwikkend moet ons dan niet het uitzigt naar een beter eu verhevener leven zijn; hoe zoet moet ons dan de gedachte aan do woorden der heilige Schrift zijn : „ het lijden van dezen tijd is lii/t en kort, en eene eeuwiye heerlijkheid volyt er na. Wij hellen hier geene lestendic/e ver-

148

-ocr page 155-

IN LIJDEN. 149

blijf plaats, en zoeken de toekomstige.quot; Ja, alle geloofswaarheden verschijnen ons lt;lau in een buitengewoon liclit, en werken weldadig op ons hart.

ir. INVLOED VAN HET LIJDEN 01\' ONZE ZELFKENNIS EN EIGENLIEFDE.

A. Ten opziyte der eeuwige aangelegenheden.

Als iedere dag voor den inensch zacht voorbijgaat, en geene smart zijnen gee.-t ontstelt, zoo valt het hem zelden in , (.•rustig te denken wat toch zijne ware bestemming zij; hij eet, drinkt, werkt, verheugt zich en gaat slapen,zonder de vraag te beantwoorden: waarom beu ik hier? Maar verandert zijn wandel, worden zijne plannen verijdeld, stort het gebouw van zijn geluk in, en komen in plaats vrolijke droevige dagen ; dan begint hij zich te bezinnen , dan voelt hij het ledige van zijn hart en het bedrog van zijn verdwenen geluk ; dan voelt hij zich gedrongen, zich zeiven al\' tc vragen : „ maken deze veranderlijke dingen mijn geheel, mijn voornaamste geluk uit, en laat zich derzelver verlies niet door een beter goed herstellen ? Ben ik hier om mijne zinnelijke wel-Insti-n te bevredigen, om rijk en groot te worden, en al mijne dagen heerlijk en vrolijk door te brengen ? Dan vertoont zich

-ocr page 156-

OVERDENKINGEN

voor hem de ware bestemming van den menseti, die liem door het geloof veropenbaard is; dan vertoont zich de wijsheid en deugd in dit, en de eeuwige zaligheid in het andere leven, als het doel, dat de Voorzienigheid den mensehen voorgehouden heeft.

Maar ook het Jijden herinnert ons dikwijls aan de zwakheden en hinderpalen , die de bereiking van onze bestemming bemoeijelijken.

Zij roepen ons toe ; zicak is nw verstand; daarom steunt er niet te veel op, maar bidt den Vader des lichts, dat Hij u verlichte. Zicak is uw wil; daarom bouwt niet te ijdel op eenige vrome, docli onbestendige gevoelens, op hevig in u opkomen le voornemens; versterkt uwe voornemens door dezelve dikwijls te vernieuwen ; vermijdt de gevaren der zondrii, welke gij vermijden kunt; bidt-, zijt waakzaam en zorgvuldig in het gebruik dei-heilige Sakramenten.

Mensih! zoo roept ons het lijden toe, gij zijt niet alleen zwak, maar ook zondig.

In lijden ontwaakt het bewustzijn van al onze fouten; de gedachte aan onze misstappen zweeft steeds voor onzen geest, vervult dcnzelvi n met ootnioeden berouw, en met een ernstig voornemen ter bekeering. Want, zoo roept ons het lijden toe:

160

-ocr page 157-

IN LIJBEN.

vertoeft niet uwe bestemming te bereiken; gij zijt broos, uw ligcliaam kan ieder oogenblik door deu dood overvallen worden , en dan is de nacht daar, waarin gij niet meer kunt werken. En zoo herinneren ons de bitterheden des levens, aan eene bitterheid, die men voor de grootste houdt, aan de bitterheid des doods.

Het la.itste uur, dat men in vrolijke dagen altijd van zich verwijdert, treedt in droeve oogenblikken nader. Door deze menigvuldige en heilzame herinneringen is het lijden dikwijls het krachtigste middel, zelfs om groote zondaars tot boetvaardigheid te brengen, en om de regtvaardigen van kleine zonden te reinigen.

Datgene wat alL gronden van verstand en godsdienst, wat alle weldaden van God, alle voorstellingen, waarschuwingen en bidden van vrienden en betrekkingen, wat alle zwakke en sterke verwijtingen en herinneringen des gewetens bij den mensch niet kunnen uitrigten ; dat doen dikwijls lijden en droefheid. Deze verontrusten dikwijls den onbezonnenen , die zijn verderf tegemoet loupt; zij dringen dieper in zijn binnenste, verdrijven alle schijn van geluk, die lum verleidde, en lalen hem niet langer twijfelen, dat iiij ongelukkig en ellendig is. Zijne verleiders verlaten hem, of spotten met hem ; zijne

151

-ocr page 158-

153 OVERDENKINGEN

vleijers zwijgen en verwijderen zicli; de valstrikken die hem omringen , worden zigtbaar aan zijne oogen ; de afgrond, welke hij nadert, opent zich voor hem. — Wel is waar, sommige zondaars woiden door het lijden noch meer verbitterd , verhard en verkeerd; maar hoe menigeen heeft in de school van het lijden aangevangen , zich te bezinnen en te verbeteren !

Zoo is ook het lijden ten opzigte der regtvaardigen het krachtigste middel, om hen van kleine zouden te reinigen. Het lijden is een waar reinigingsmiddel, en als het ware, het vagevuur hier op aarde, als wij hetzelve in den geest van boetvaardigheid met onderwerping aan Gods wil verdragen.

Ja, Heer! ik dank U voor het lijden , ou aanbid uwe vaderlijke goedheid. Hoe zal ik U eens prijzen, als ik in het andere leven mijne tegenwoordige loopbaan geheel overzie, en erkennen zal, hoe goed het was, dat Gij zoo dikwijls mijne hoop slecht deedt uitvallen, mijne gezondheid deedt verdwijnen , mij zoo menige bittere traan liet weenen en zoo menige smart gevoelen deedt! Ja, U zij lof en eer tot in eeuwigheid!

B. Ten opzigte van het yeluk hier op aarde.

Het lijden verhardt ons tegen menige

-ocr page 159-

IN LI.TUI.N.

andere kwaal, en maakt ons op deze wijze liet leven verdraagzamer. Men kan nooit de moeijelijklieden en bezwaren des levens ontgaan. Nu eens is het, liet onaangename weder, waaraan men is blootgesteld; dan zijn liet de kwade luimen der menselien , waarnaar men zich moet voegen ; dan het gemis van zoo innig ge-wenselite dingen; dan honger en dorst; dan de last onzer bezigheden en van ons werk ; dan ontsteltenis en ziekte des ligchaanis en ecne slechte quot;gesteltenis der ziel, — kortom, het is nu eens dit, dan dat, nu een groot, dan een klein lijden, dat wij verdragen moeten. Verdragen wij die last en droefheden met groot geduld en gelaten gemoed; gewennen wij ons niet aan verwijfdheid, en verharden wij ons hoe langer hoe meer, dan wordt het ons allengskens gemakkelijker veel te ontberen , te lijden en te verdragen.

Onze ziel heeft altijd mindere moei-jelijklieid, om gelatenheid en geduld in lijden staande te houden, en bespaart zich daardoor duizend bekoringen tot geduld, welke ons anders misschien overweldigen zouden.

Daarenboven brengt ons het lijden dikwijls tot groot tijdelijk geluk. Hoe menigeen is zoo als J osef van Egypte , uit den kerker, en als David, na ver-

153

-ocr page 160-

153 OVERDENKINGEN

vleijers zwijgen en verwijderen zicli; de valstrikken die hem omringen , worden zigtbaar aan zijne oogen ; de afgrond, welke hij nadert, opent zich voor hem. — Wel is waar, sommige zondaars woiden door het lijden noch meer verbitterd , verhard en verkeerd; maar hoe menigeen heeft in de school van het lijden aangevangen , zich te bezinnen en te verbeteren !

Zoo is ook het lijden ten opzigte der regtvaardigen het krachtigste middel, om hen van kleine zouden te reinigen. Het lijden is een waar reinigingsmiddel, en als het ware, het vagevuur hier op aarde, als wij hetzelve in den geest van boetvaardigheid met onderwerping aan Gods wil verdragen.

Ja, Heer! ik dank U voor het lijden , ou aanbid uwe vaderlijke goedheid. Hoe zal ik U eens prijzen, als ik in het andere leven mijne tegenwoordige loopbaan geheel overzie, en erkennen zal, hoe goed het was, dat Gij zoo dikwijls mijne hoop slecht deedt uitvallen, mijne gezondheid deedt verdwijnen , mij zoo menige bittere traan liet weenen en zoo menige smart gevoelen deedt! Ja, U zij lof en eer tot in eeuwigheid!

B. Ten opzigte van het yeluk hier op aarde.

Het lijden verhardt ons tegen menige

-ocr page 161-

IN LI.TUI.N.

andere kwaal, en maakt ons op deze wijze liet leven verdraagzamer. Men kan nooit de moeijelijklieden en bezwaren des levens ontgaan. Nu eens is het, liet onaangename weder, waaraan men is blootgesteld; dan zijn liet de kwade luimen der menselien , waarnaar men zich moet voegen ; dan het gemis van zoo innig ge-wenselite dingen; dan honger en dorst; dan de last onzer bezigheden en van ons werk ; dan ontsteltenis en ziekte des ligchaanis en ecne slechte quot;gesteltenis der ziel, — kortom, het is nu eens dit, dan dat, nu een groot, dan een klein lijden, dat wij verdragen moeten. Verdragen wij die last en droefheden met groot geduld en gelaten gemoed; gewennen wij ons niet aan verwijfdheid, en verharden wij ons hoe langer hoe meer, dan wordt het ons allengskens gemakkelijker veel te ontberen , te lijden en te verdragen.

Onze ziel heeft altijd mindere moei-jelijklieid, om gelatenheid en geduld in lijden staande te houden, en bespaart zich daardoor duizend bekoringen tot geduld, welke ons anders misschien overweldigen zouden.

Daarenboven brengt ons het lijden dikwijls tot groot tijdelijk geluk. Hoe menigeen is zoo als J osef van Egypte , uit den kerker, en als David, na ver-

153

-ocr page 162-

OVERDENK IKGF.N

en gi aoegens, draagt het lijden dikwijls zeer veel bij, en niet minder tot dejuistr waardeering der mensclien, die ous om-ringen.

l)at aan den goeden wil en aan de vriendschap der mensclien veel gelegen Is, leeren wij voorname \'ijk in lijden; doeh te gelijkertijd ook, dat men aan de gunst der menselien geenc te groote waarde moet lieeliteii. O, als zelfs onze beste vrienden ons niet elpen kunnen; als ongegronde redenen d. vriendsehap breken: dan worüt ons hart genoodzaakt zich aan eenci vriend te sluiten, die ons nooit verlaat, die nooit kwaad vermoeden heeft, en ons dan sleehls zonder redding .nan ons lot overlaten moet, wanneer wij vrijwillig tot ondeugd vervallen. Het lijden leert ons nog bijzonder voorzigtigheid, bij het kiezen van vrienden en bij h .nuen omgang; het toont ons velen , dis slechts zoo lang onze vrienden zijn, nis het geluk ons omgeeft, en zich dadelijk van ous verwijderen in tegenspoed; het leert ons ook somtijds mensehen kennen, die zieh veel aan ons laten gelegen liggen, en het meest verdienen onze vertrouwde vrienden te zijn. Zoo maakt liet lijden ons verstandiger, behoedzamer en voor-zigtiger; zoo brengt het on\' altijd tot ware wijsheid en deugd.

] 56

-ocr page 163-

iN IJJDKN.

JU. INVLOED VAN HIT LIJDUN 01\' Djü BEVORDERING DHR DEUGDEN IN HET GEZELLIGE LEVEN.

Het lijden wekt op, eu versterkt in nns de neiging tot war; christelijke liefde jegens onze medemensehen, de neiging tot medelijdiiU en barmhartigheid.Die zelt\' geleden heeft, weet hoe lijdenden gesteld zijn, én hoe verligtend het voor hen is, als zij nan deelnemende menschen luinnen nood klagen kunnen. 0,lioezalliij dan, als liij lijdenden ziet, zich spoeden om hunne treurige gedachten te verwerpen , en hun hartzeer weg te nemen of te verminderen! Hoe zacht, beleefd, gedienstig, nu nschlieveiid env . Idadig zal hij zich dan toonen. Zelfs Jesus, le Godmenseh, heeft a13 mensch door lijden, de neiging- van medelijden en barmhartigheid verhoogd. D.wom zegt de heilige Schrift: „ wij lubben aan Hem een Hoogepriester, die ons lijden gedragen heeft, en geleerd heeft medelijden met ons tu hebben.quot; Maar hoe verwijderen zich diegenen van hun goddelijk voorbeeld, die zich door hun lijden en werk, zelfs tot hardheid eu ongevoeligheid j( ;ens anderen laten verleiden; die opzettelijk alle medegevoel in zich onderdrukken, omdat zij ook veel en misschien nog meer lijden moeten ! — Jesus heeft het grootste lijd n geduldig verdragen, eu

157

-ocr page 164-

OVERDENK IKGF.N

en gi aoegens, draagt het lijden dikwijls zeer veel bij, en niet minder tot dejuistr waardeering der mensclien, die ous om-ringen.

l)at aan den goeden wil en aan de vriendschap der mensclien veel gelegen Is, leeren wij voorname \'ijk in lijden; doeh te gelijkertijd ook, dat men aan de gunst der menselien geenc te groote waarde moet lieeliteii. O, als zelfs onze beste vrienden ons niet elpen kunnen; als ongegronde redenen d. vriendsehap breken: dan worüt ons hart genoodzaakt zich aan eenci vriend te sluiten, die ons nooit verlaat, die nooit kwaad vermoeden heeft, en ons dan sleehls zonder redding .nan ons lot overlaten moet, wanneer wij vrijwillig tot ondeugd vervallen. Het lijden leert ons nog bijzonder voorzigtigheid, bij het kiezen van vrienden en bij h .nuen omgang; het toont ons velen , dis slechts zoo lang onze vrienden zijn, nis het geluk ons omgeeft, en zich dadelijk van ous verwijderen in tegenspoed; het leert ons ook somtijds mensehen kennen, die zieh veel aan ons laten gelegen liggen, en het meest verdienen onze vertrouwde vrienden te zijn. Zoo maakt liet lijden ons verstandiger, behoedzamer en voor-zigtiger; zoo brengt het on\' altijd tot ware wijsheid en deugd.

] 56

-ocr page 165-

iN IJJDKN.

JU. INVLOED VAN HIT LIJDUN 01\' Djü BEVORDERING DHR DEUGDEN IN HET GEZELLIGE LEVEN.

Het lijden wekt op, eu versterkt in nns de neiging tot war; christelijke liefde jegens onze medemensehen, de neiging tot medelijdiiU en barmhartigheid.Die zelt\' geleden heeft, weet hoe lijdenden gesteld zijn, én hoe verligtend het voor hen is, als zij nan deelnemende menschen luinnen nood klagen kunnen. 0,lioezalliij dan, als liij lijdenden ziet, zich spoeden om hunne treurige gedachten te verwerpen , en hun hartzeer weg te nemen of te verminderen! Hoe zacht, beleefd, gedienstig, nu nschlieveiid env . Idadig zal hij zich dan toonen. Zelfs Jesus, le Godmenseh, heeft a13 mensch door lijden, de neiging- van medelijden en barmhartigheid verhoogd. D.wom zegt de heilige Schrift: „ wij lubben aan Hem een Hoogepriester, die ons lijden gedragen heeft, en geleerd heeft medelijden met ons tu hebben.quot; Maar hoe verwijderen zich diegenen van hun goddelijk voorbeeld, die zich door hun lijden en werk, zelfs tot hardheid eu ongevoeligheid j( ;ens anderen laten verleiden; die opzettelijk alle medegevoel in zich onderdrukken, omdat zij ook veel en misschien nog meer lijden moeten ! — Jesus heeft het grootste lijd n geduldig verdragen, eu

157

-ocr page 166-

160 OVB11 DENKINGEN IN LTJDEN. aanzienlijke in veracli^ing, cu lioe metiigo aclukkige in ellende gevallen is. Leeren wij toch uit het lijden van anderen met Salomon zeggen : „ alles wat onder de zon is, is ijdelheid en bedrog.quot; Wij zien en hooren, lioe velen ziek door onmatigheid in eten en drinken benadeeld , door ontucht ellendig gemaakt, of zich door andere ondeugden in het verderf gestort hebben. Leeren wij toch uit eens anders rampen verstandig zijn; erkennen wij daaruit de gevolgen van ligtzinnighcid en gewetenloosheid , en schuwen wij alzoo datgene, hetwelk zulk eene schadelijke strekking heeft. Wij zien eu hooren, hoe in vele plaatsen, huizen en familiën, ongelukken en ellende te vinden zij n. Leeren wij hieruit, hoe min deze aarde ons ware vaderland zijn kan; wekken wij in ons het verlangen op naar dat vaderland, waar wij geene tranen meer zien, geen zuchten meer hooren, maar ons met de Engelen en Heiligen in (-Jod eeuwig verheugen zullen.

Ja, o Heer! zoo wil ik mij dan mijn lijden en het lijden van andere mensehen, als aau-spoiingeu tot werken der deugd ten nutte maken, en uwe wijsste en liefderijkste iii-zigteu trachten te bereiken! O, laat mij toch door de dagelijksehe zwarigheden, lasten, vermoeijenissen eu lijden immer verstandiger,deugdzamer, vromer, mensch-

-ocr page 167-

BETIIACIITINGEN OVER HET LIJDEN. 161 lievendcr, U welbehagelijker en alzoo voor den hemel waardiger worden ! Amen.

BETKACHTINGEN

OVER HET LIJDEN

VAN JESUS CHRISTUS.

Lijdende Heiland! met ootmoed werp ik op U een\' blik. o Gij, onze eenige hoop! verwonderend en aanbiddend val ik aan den voet uws kruises neder. Laat mij, o Jesus! hetgene Gij verdragen hebt, de grootheid van uw lijden , de oorzaak en het doel van hetzelve, heden overdenken. O, dat mijn hart door deze overdenking diep geroerd worde en tot innige liefde jegens U ontvlamme.

Mijn Jesus ! hoe veel hebt Gij geleden. Oneindig groot was uw lijden. Ik zie U in den hof der Olijven, door de bittere doodsangst overvallen ; bloedig zweet druipt van uw heilig aaugezigt; uwe ziel is tot den dood toe bedroefd. Van een uwer Apostelen verraden, van eenen anderen verloochend en van allen verlaten, wordt Gij als een misdadiger gevangen genomen, en, met zware kluisters beladen,

li

-ocr page 168-

I«2 HtóTRACKTINGEN OVEU HET LIJDEN van den eenen regterstoel tot den anderen gesleept. Alles wat de boosheid van een opgehitst en ondeugend volk, aan de miskende en belasterde onschuld kan uitvoeren, is aan U gedaan. Valsche getuigen staan tegen U op; booswichten ontheiligen uw goddelijk aangezigt; grooten en kleinen braken tegen U lasteringen uit; bittere bespottingen worden met de gruwzaamste mishandelingen vereenigd. Wat leedt Gij, o mijn Jesus, toen Gij, na do smartvolle geeseling met bloed bedekt, met eene doornen kroon op het hoofd, en met eenen rietstok in plaats van eenen scepter in de hand, U aan den spot eene.r bloeddorstige menigte zaagt blootgesteld! Uw medelijdenswaardige toestand trof het hart van den heidenschen landvoogd, maar niet van de joodsche hoogepriesters en schriftgeleerden, uwe vijanden. Achter eenen moordenaar geplaatst, meteen on-mensehelijk geschreeuw ter dood gevorderd, wordt het schrikkelijke vonnis over U uitgesproken en voltrokken. Tk zie U, e Jesus! als een booswicht tusschen twee moordenaars aan het schandelijke kruis hangen, dat Gij zelve naar de strafplaats gebragt hebt; uwe heilige handen en voe-tan met nagels doorboord, uw geheel lig-chaam met wonden bedekt en met bloed besprenkeld. Drie uren bleoft Gij in dezen

-ocr page 169-

VAN JESUS CHRISTUS. 163

smartvollen toestand. De ^ehecle leven-looze natuur schijnt in uw lijden deel te nemen, en bedekt zich met dnisternis, als met een treurgewaad; uwe vijanden alleen blijven verhard. Onder hunne voortdurende lasteringen beveelt Gij uwen geest in de handen uws Vaders. Nu buigt Gij het hoofd — het zware offer is volbragt.

Mijn Jesxis ! wie kan U in uw lijden betrachten, en wordt niet getroffen : mijn hart bezwijkt bijna door deze smartvolle overdenking.

Zoon van den levenden God! wat was dan de oorzaak, wat het doel van dit uw bitter lijden en geweldigen kruisdood ? Ach Jesus! wij allen, zegt de Profeet, (1) liepen als verdoolde schapen. Elk volgde zijn eigen weg; en op U heeft de Heer al onze misdaden gelegd. Om onze misdaden zijt Gij gewond en om onze zon-deugd gemarteld geworden. Gij hebt geleden en zijt aan het kruis gestorven, om het zoenoffer voor mijne en der gansche wereld zonden te zijn.

Onbegrijpelijk geheim! wie kan het ge-looven , o God! indien Gij het niet veropenbaard hadt? Hoe, de quot;Rechtvaardige draagt de straf van den zondaar ! Hetgene

(1) Isaias Lltl, 5, B.

-ocr page 170-

104 BETRACHTINGEN OVER HET LIJDEN dii misdadiger te lijden verdiend had, dat verdraagt de Ousckuldige !

Ik heb mij door hoogmoedige gedachten verheven, en Gij lijdt daarvoor de vernedering. Ik heb uit den beker der wellusten zondige vermaken gedronken, en Gij drinkt daarvoor den kelk des bitteren lijdens. Ik ben aan God schrikkelijk ongehoorzaam geweest, en Gij zijt Hem daarvoor tot den kruisdood toe gehoorzaam. Over mij was het doodvonnis geveld, en aan U laat Gij het voltrekken. O, afgrond van barmhartigheid en liefde! begrijpen kan ik het niet; slechts kan ik gelooven, aanbidden en danken.

Heilig kruis ! Gij zijt alzoo mijn eenige hoop en toevlugt. Aan u heeft Jesus mijne zonden afgeboet, en Gods belee-digde geregtigheid daarvoor voldaan. Aan u heeft Hij den vloek, over mij uitgesproken, door zijn bloed vernietigd, en mij met den hemel verzoend: door u durf ik met vertrouwen den genaderijken troon van God naderen, en mij alle licht, hulp en bijstand verzekeren, welke ik tot mijn heil noodig heb Door u durf ik Hem, den Allerhoogste, zelfs Vader noemen, en op eene toekomende eeuwige gelukzaligheid in zijn rijk hopen. Heilig kruis! ja, gij zijt mijne eenige hoop, mijne eenige toevlugt.

-ocr page 171-

VAN JESUS CHMSTOS. 165

6 Jesus, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! dank zij U, eeuwige dank zij U voor de redding, voor allen troost, voor alle geruststellingen, voor alle genaden, die (Jij voor mij, door uw bitter lijden en smartvollen kruisdood verworven hebt. Door uwe wonden zijn d« mijne genezen. Uw lijden beeft mij den vrede gebragt. Nu kan ik getroost de eeuwigheid te gemoet zien. Nocli mijne zwakheid, noch de hoeveelheid en strafwaardigheid mijner zonden kunnen mij verder beangstigen, als ik slechts in U geloof, in uwe liefde volhard en het mij aan geene ernstige boetvaardigheid en opregte verbetering van mijn leven ontbreken laat. Ach! dat kruis, waaraan ik U hangen zie, de nagels die U aan hetzelve vasthechten, de doornen kroon op uw hoofd, elke bloeddruppel aan uw lig-ohaam, wat zijn zij anders als zoo vele kostbare onderpanden van uwe eeuwige liefde jegens mij, en mijner volkomene vergiffenis. O, mijne ziel! waarom zijt gij dan nog immer zoo treurig, en waarom verontrust gij mij? Zie, uw Verlosser aan het kruis strekt zijne armen uit om den zondaar te ontvangen. Hij buigt zijn hoofd om u den vredekus te geven. O Jesus! voor mij aan het kruis gestorven : o Gij, mijn geloof, mijne hoop , mijne liefde!

-ocr page 172-

16C AANBEVELING EEN ER

laat mij in uwe heilige armen eu aan uw lieilig hart leven, en eens met uwen vredekus sterven. Amen.

AANBEVELING

EENEtt CHRISTELIJKE ZIEL

IN DB HEILIGE VIJF WONDEN VAN JBSUS.

1. Liefste Jesus! in de heiligste wonde uwer regterhand leg ik eiken tijdelijken zegen, eiken gelukkigen eu ongelukkigen voortgang mijner ondernemingen en bezigheden, en bid ü vurig om de genade , dat Gij mij de schatten der aarde niet daarvoor tot eenen valstrik laat worden, dat mijn hart, door hare bekoringen verblind, de liefde en het verlangen naar de eeuwige goederen ver-lieze. Amen. Onze Vader, enz.

3. Liefste Jesus! in de heiligste wonde uwer linkerhand leg ik elke droefenis en bitterheid, welke uw wijs raadsbesluit ooit over mij zoude doen komen: ik verecnig die mot uw bitter lijden en sterven , en bid U vurig om de genade, dat de tegenwoordige, spoedig voorbijgaande

-ocr page 173-

CUHISÏBLIJKE \'IILL. 1Ö7

droefeuia mij eene eeuwige eu boven alle mate gelukkige heerlijkheid moge verschaffen. Onze Vader, enz.

3. Liefste Jesus! in de heiligste wonde van uwen regtervoet leg ik alle deugdzame handelingen, welke ik, door uwe genade opgewekt en ondersteund, zal uitoefenen; ik wijd en offer dezelve op tot uwe hoogste eer, en bid vuriglijk om uwe genade, dat zij mij beware voor het ij dele zelfbehagen over het volbragte goede, maar dat ik veel meer U alleen en in alles de eere geve, opdat ik de belooniug des goeden in deu hemel en in volle mate moge ontvangen. Amen. Onze Vader, enz.

4. Liefste Jesus! in de heiligste wonde van uwen linkervoet leg ik alle onvolkomenheden en gebreken , welke ik mij van het eerste gebruik mijner rede tot heden, uit ligtzinnigheid en boosheid, op deu hals gehaald heb, eu bid U vurigst om de genade, dat Gij mij iu uw bloed, hetwelk üij aan het kruis vergoten hebt, van mijne ongeregtighedeu wilt reinigen; zoo dat zij mij niet aanklagen en het regtvaardig oordeel van eeuwige verwerping tegen mij verwekken. Amen. Onze Vader, enz.

5. Liefste Jesus! in de heilige wonde uwer zijde leg ik mijn hart, met al des-zelfs neigingen en begeerten, en bid U vurigst om de genade, dat Gjj hetzelve

-ocr page 174-

16C AANBEVELING EEN ER

laat mij in uwe heilige armen eu aan uw lieilig hart leven, en eens met uwen vredekus sterven. Amen.

AANBEVELING

EENEtt CHRISTELIJKE ZIEL

IN DB HEILIGE VIJF WONDEN VAN JBSUS.

1. Liefste Jesus! in de heiligste wonde uwer regterhand leg ik eiken tijdelijken zegen, eiken gelukkigen eu ongelukkigen voortgang mijner ondernemingen en bezigheden, en bid ü vurig om de genade , dat Gij mij de schatten der aarde niet daarvoor tot eenen valstrik laat worden, dat mijn hart, door hare bekoringen verblind, de liefde en het verlangen naar de eeuwige goederen ver-lieze. Amen. Onze Vader, enz.

3. Liefste Jesus! in de heiligste wonde uwer linkerhand leg ik elke droefenis en bitterheid, welke uw wijs raadsbesluit ooit over mij zoude doen komen: ik verecnig die mot uw bitter lijden en sterven , en bid U vurig om de genade, dat de tegenwoordige, spoedig voorbijgaande

-ocr page 175-

CUHISÏBLIJKE \'IILL. 1Ö7

droefeuia mij eene eeuwige eu boven alle mate gelukkige heerlijkheid moge verschaffen. Onze Vader, enz.

3. Liefste Jesus! in de heiligste wonde van uwen regtervoet leg ik alle deugdzame handelingen, welke ik, door uwe genade opgewekt en ondersteund, zal uitoefenen; ik wijd en offer dezelve op tot uwe hoogste eer, en bid vuriglijk om uwe genade, dat zij mij beware voor het ij dele zelfbehagen over het volbragte goede, maar dat ik veel meer U alleen en in alles de eere geve, opdat ik de belooniug des goeden in deu hemel en in volle mate moge ontvangen. Amen. Onze Vader, enz.

4. Liefste Jesus! in de heiligste wonde van uwen linkervoet leg ik alle onvolkomenheden en gebreken , welke ik mij van het eerste gebruik mijner rede tot heden, uit ligtzinnigheid en boosheid, op deu hals gehaald heb, eu bid U vurigst om de genade, dat Gij mij iu uw bloed, hetwelk üij aan het kruis vergoten hebt, van mijne ongeregtighedeu wilt reinigen; zoo dat zij mij niet aanklagen en het regtvaardig oordeel van eeuwige verwerping tegen mij verwekken. Amen. Onze Vader, enz.

5. Liefste Jesus! in de heilige wonde uwer zijde leg ik mijn hart, met al des-zelfs neigingen en begeerten, en bid U vurigst om de genade, dat Gjj hetzelve

-ocr page 176-

170 OODV11UCUT1GE VBUEEKIKG.

Hoe waart Gij dau gemoed, als midden

in den dood ,

Een booswicht uwe smart nog maakte eens zoo groot.

Hij liing met TJ aan \'t kruis, en dorst

U tegenspreken;

Maar die van d\'andere kant, die zag uw\' oogeu breken,

Erkende U voor zijn God, en riep oot-

moediglijk :

ó Heer, denk tocli op mij , als Gij komt in uw rijk!

Uw vaderlijk gemoed beeft bem zijnkwaad vergeven,

En met bet ander woord , beloofd bet eeuwig leven :

O woord, o wensobbaar woord! Aeb,

zondaar, boor dit aan ,

Laat dit, tot uwen troost, u diep ter harte gaan.

Voorwaar, ik zeg «: heden zult gij met mij wezen in het Faradijs. Luc. 24. v. 45.

GEBED.

O liefde vol barmbartigbeid,

Genade vol goedgunstigheid,

Gij, die geen zondaar ooit verstoot, Ai zijn zijn\' zonden nog zoo groot; Hoor mijn belijdenis toch aan,

Eu laat mij u tranen tot U gaan.

-ocr page 177-

GODVKUCdTIOE VEKEER1NO. 171 Gij kent den grond van ieders hert, En wat daarin verborgen werd; Gij ziet, dat ik op U betrouw. Vol hoop, in tranen vol berouw; Sta mij dan bij in stervens nood, En schenk mij \'t leven in den dood.

Het derde woord.

ö Jesus, uit een\' maagd tot ons geluk geboren,

l)ie Gij van duizend hadt van eeuwig uitverkooren.

Die zaagt Gij onder \'t kruis vol droefheid en verdriet,

Omdat haar zulk een Zoon, door zulk een dood verliet.

Joannes stond daar bij, was ook uw

welbeminde,

Gij wildet hen te zaam met nieuwe liefde binden;

Zij had eens moeders hart, en hij eens

zoons gemoed,

Eu ziet wat wonderwerk een woord van J esus doet:

Zij zag haar liefste Kind voor hare oogen sterven,

Om \'t menschelijk geslacht het leven te doen erven ,

En zoo zij even kloek nog als enn rots bleef staan ,

-ocr page 178-

173 GODVRUCHTIGE VEREERING.

Zoo spreekt Gij liaar voor \'t laatst met deze woorden aan :

Vrouw ! zie hier uwen zoon; en daarna aan den Leerling; zie hier uwe moeder. Joan. 19. v. 36.

GEBED.

O droevige verandering,

Hoe sleclit is deez\' verwisseling ! Helaas, Maria! treurig lot,

Gij krijgt een mensck voor eenen God ! ó Jesus ! ik bid U, door uw pijn.

Laat haar ook mijne moeder zijn; \'k Beveel me in uw voorzienigheid, Met de allergrootste ootmoedigheid. Als ik op haar betrouwen zal,

Moet ik niet vreezen voor den val; \'k Wil toonen , dat, met hart en zin, Ik haar als mijne moeder min.

Het vierde woord.

ó Jesus, eeuwig Woord! geboren uit den Vader,

Door wien de schepsels zijn, en leven altegader,

Voor wien dat alles zwicht, en voor

wiens opgermagt.

En aard\' en hemel beeft, en de onder-aardsche kracht.

-ocr page 179-

GODVRUCHTIGE VEREEMNG. 173 Gij, die nog maar een kind, een nieuwe

ster deedt schijnen.

Gij, die ziekte en pijn en onheil deedt verdwijnen,

Gij, die de dooden zelfs deedt opstaan

uit het graf,

Legt hier, om mijnentwil, al uwe sterkte af.

Om mij gehoorzaamheid tot \'t laatste toe te leeren.

Zie ik uw heerschappij in droeve klagten keeren;

Gij laat van \'t hout des kruis\' uw bange

zuchten gaan,

En in mistroostigheid roept Gij den Vader aan :

Mijn God, mijn God ! waarom, heht Gij mij verlaten? Mare. 25. v. 34.

GEBED.

O droeve en wonderlijke klagt!

Waar is, o Jesus, uwe mngt?

Ik weet dat het mijn zonden zijn. Die U doen klagen in de pijn.

En dat Gij, die hier voor mij lijdt, En heilig en onnoozel zijt.

Ik, die de boosheid heb gedaan, Ach! ik laat geen traantje gaan!

Vloeit oogen, weent nu meer en meer, En zijt mistroostig met den Heer.

-ocr page 180-

174 GODVRUCHTIGE VliUEEaiNO. ö Jesus ! door uw zielsverdriet,

Verlaat mij in den doodstrijd niet.

Het vijfdo woord.

o Jesusl zoete naam! o voedsel van mijn

wenselien,

O liefde, troost en vreugd van engelen en van menschen,

Naar wien mijn\' ziele jaagt, als \'t

hert naar \'t water doet, O schoonheid zonder eind, o allermeeste goed !

Als Gij genageld hingt aan voeten en

aan handen,

O levende fontein, begont van dorst te branden;

Gij dorsttet naar mijn ziel, Gij wenseh-

tet naar mijn hart.

Do dorst naar mijn geluk was oorzaak van uw smart.

Als of \'t vergoten bloed , en al die open wonden

Van uwe zielemin, den dorst niet laven konden :

Zoo riept Gij op het laatst, in dezen

bitteren nood,

Met een gebroken stem, nu zeer nabij

den dood :

ITt heh dorst. Joan, 19. v. 28,

-ocr page 181-

GODVRUCHTIGE VKllEKRING. 175

GEBED.

ö Zoete dorst, o lievo pijn, Die wetischt met Tesus één te zijn ! ö .Tesns! stook dien zoeten brand, In mijne ziel van allen leant;

Dat ik voortaan niets meerder acTit, Of ergens naar zoo vurig: traeht, Dan ü, mijn God en mijnen Heer, Te willen minnen meer en meer;

Door U alleen wordt mijne lust En dorst van mijne ziel geblnsolit; Want die U, Jesns, waarlijk mint, In U alleen genoegen vindt.

Het zesde woord.

ö Jesns, die de schuld van mijn ontelbre zonden,

Waardoor ik in de magt van Sntan lag gebonden,

Betaald hebt met den prijs van uw onschuldig bloed;

Wees duizendmaal gedankt, wees duizendmaal gegroet!

Het einde was nu daar van drie-en-dertig jaren,

Die altijd vol verdriet , vol pijn, vol

smarten waren;

Het offer was volbragt, de vijand was

sevetd .

-ocr page 182-

17fi GODVRUCHTIGE VEREERING.

\'t Bodorvcn Adams zaad was nu bijna liersteld.

Gij zaagt de bleeke dood met hare schichten naken,

En wilt haar bitterheid tot mijn verlossing smaken.

Gij zegt het, o mijn God, \'t is alles

nu voldaan!

Laat vrij dit krachtig woord tot \'s hemels vierschaar gaan :

liet is volbragt. Joan. 19. v. 30.

GEBED.

6 cTesus! Gij zijt al ons goed ,

Gij zijt de troost van ons gemoed, Gij zijt ons levenquot;, onze deugd,

Gij zijt de bron van onze vreugd, Gij zijt de heiligheid alleen ;

o Jesus, maak ons die gemeen ;

Maak dat wij zijn kloek en sterk , Om te voltrekken dit groote werk, Dat U heeft smart en bloed gekost. Eer Gij den zondaar hadt verlost.

Help ons dan met uw sterke hand. En breng ons in het vaderland.

Het zevende woord.

o Jesus! die om ons de regte baan te tooneu.

-ocr page 183-

GODVRUCHTIGE VEREERING. 177 1 Tot \'t leven zonder dood en nooit vergaande kroonen;

Na zoo veel druk en pijn, van kracht

en bloed beroofd,

Op \'t einde nog tot ons gebogen hebt uw hoofd;

Gij, die den dood eu hel, en zonden

hebt vertreden,

Hebt tevens nog om hulp en bijstand hier gebeden,

En riept met luider stem nog uwen

Vader aan.

Eer uw benaauwde ziel zou uit het ligehaam gaan.

Niet dat daar reden was van vreezen of

van beven,

Voor die, door zijnen dood, den raensch moest doen herleven ;

Maar opdat hij U volg\', die zich ten

dood bereidt,

Hebt Gij , tot onze les, dit laatste woord gezeid ;

Vader! in uwe handen beveel ik mijnen gecut. Lue. 33. v. 40.

0 E B E D.

O dood, die Jesus hebt geveld, En lucht eu aard\' in rouw gesteld ; O, dood, o wonderlijke dood,

Die ons moet helpen in den nood.

12

-ocr page 184-

178 LITANIE TOT JKSUS

ö Jesus ! help mij uit de pijn, Als ik in stervensnood zal zijn; Maak dat uw dood in mijn verstand, Voor altijd zij zoo diep geplant, Dat ik voortaan met liart en zin, Do wereld niet, maar U bemin; Om zóó, door uw barmhartigheid, Te leven in der eeuwigheid.

L I T A N I E tot Jesus, om zalig te sterven.

Heer Jesus, God van goedheiden Vader van barmhartigheid! ik verschijn voor U, xnet een vernederd, vermorseld en ontsteld harte : ik beveel U mijn laatste uur en al wat mij na hetzelve verwacht.

Als mijne onbeweegbare voeten mij zullen verwittigen dat mijn wandel op deze wereld ten einde loopt; barmhartige Jesus, ontferm TJ dan mijner.

Als mijne bevende en verstijfde handen uw kruisbeeld niet meer zullen kunnen vasthouden, maar het tegen dank zullen moeten laten vallen op het bed mijns iijdens; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als mijne verduisterde en gebrokene oogen, op den sehrik des naderenden

-ocr page 185-

OM ZALIG TE STERVEN. 179 doods, zicli stervendetotUzullen wenden; barmluirtige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als mijne bevende koude lippen voor de laatste maal uwen aanbiddelijken naam zullen noemen; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als mijne wangen, verbleekt en dood-verwig, in hen die mijn sterfbed omringen , medelijden en afsehrik zullen verwekken, en mijne haren van doodzweet bevoehtigd, op mijn hoofd te berge rijzende, mijn naderend einde zullen voorspellen ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als zich mijne ooreu voor altijd voor de taal der mensehen sluiten, en zieh zullen openen om te luisteren naar uwe stem, die het onherroepelijk vonnis zal uitspreken, waardoor mijn lot voor alle eeuwigheid zal vastgesteld worden; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als mijne verbeelding, door sehrikke-lijke en verbazende verschijnselen ontsteld, in doodelijke droefheid gedompeld zal wezen, en mijngeest, op hetaausehou-wen mijner boosheid, ontrust en door vrees voor uwe regt vaardigheid bevangen, met den engel der duisternisssen zal strijden , die mij het troostelijk betrouwen op uwe barmhartigheid zal trachten te benemen en mij in den schoot der wanhoop

-ocr page 186-

180 LITANIE TOT JESUS

nederstorten ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als mijn zwak hart door de smart der ziekte benaauwd, door de vrees voor den dood en den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid bevangen, en deszelfs krachten uitgeput zullen zijn; barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner.

Als do laatste tranen , de kenteekenen mijner vernietiging, mij zullen uit de oogen vloeijen, neem dezelve dan voor eene boetofferande aan, opdat ik als een slagtoffer der boetvaardigheid moge ster ven ; en in dien angstigen oogenblik, barmhartige Jesus, ontfermU dan mijner.

Als mijne bloedverwanten en vrienden rondom mij zullen geschaard staan, en een (ceder medelijden met mijnen elleu-digen staat hebbende, U voor mij zullen aanroepen; barmhartige Jesus, ontferm Ü dan mijner.

Als ik het gebruik mijner zinnen zal verloren hebben, de gansche wereld voor mij zal verdwenen zijn, on ik in de be-uaauwdheid van den laatsten strijd in de pijnen des doods zal zuchten; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

A.ls de laatste hartezuchten mijne ziel zullen noodzaken het ligchaim te verlaten, aanvaard ze dan als verzuchtingen van een heilig, ongeduldig verlangen om

-ocr page 187-

OM ZALIG TE STEEVEN. 181 tot TJ te komen; barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner.

Als mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende, van deze wereld voor altijd zal afscheid nemen en mijn ligehaam kond en levenloos zal teruglaten, ontvang dan de vernietiging van mijn aardseh leven als een teeken van vereering en erkentenis uwer oppermajesteit; en, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Eindelijk, als mijne ziel voor U zal verschijnen en voor de eerste maal den onsterfelijken luister uwer majesteit zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van uw aanschijn, maar gewaardig U mij in den minnelijken schoot uwer barmhartigheid te ontvangen, opdat ik eeuwig uwen lof moge zingen : barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

GEBED.

6 God, die, ons ter dood veroordee-lende, deszelfs oogenblik en uur verborgen houdt : maak dat ik al de dagen mijns levens in regtvaardigheid en heiligheid toebrengende, moge verdienen in uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Dooide verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, die leeft en heerscht, met U , in eenheid des heiligen Geestes. Amen.

-ocr page 188-

LITANIE TOT JESUS

Gebed om eenen goeden dood te bekomen.

Mij eerbiedig nederwerpende voor den troon uwer aanbiddelijke Majesteit, kom ik U smeeken, o mijn God! om de laatste aller genaden, de genade van eenen goeden dood. Welk sleelit gebruik ik ook gemaakt li eb van liet leven, dat Gij mij verleend hebt, verleen mij hetzelve wel te eindigen, en te sterven in uwe liefde.

Vergeef mij, o mijn God! al het kwaad dat ik gedaan heb, en neem aan het weinige goed dat Gij mij hebt helpen doen. Vergeef mij, want ik heb leedwezen over mijne zonden en ik verzaak ze, omdat ik door dezelve uwe oneindige goedheid beleedigd heb. Vergeef mij, want ik vergeef uit ganseher harte aan allen, die mij ooit iets misdaan hebben.

Mijn God! ik geloot al hetgene Gij aan uwe Kerk veropenbaard hebt. Ik hoop in U, steunende op uwe beloften en op de verdiensten van Jesus Christus ; ik hoop van U te bekomen de vergiffenis mijner zonden, eenen gelukkigen dood en het eeuwige leven. Ik bemin U, o mijn God ! uit de geheele uitgestrektheid mijnor zi,;l en met alle genegenheid mijns harten.

Ik aanbid U met eene ootmoedige onderwerping. Ik dank U voor alle genaden,

18:5

-ocr page 189-

OM ZALIG TE STERVEN. 183 die Gij mij gedurende mijn leven verleend hebt, en bijzonderlijk, omdat Gij mij liet middel geeft om mij tot den dood te bereiden.

Ik neem deze in den geest van boetvaardigheid aan, in vereeniging met die van mijnen Zaligmaker, en uit gehoorzaamheid aan uwen aanbiddelijken wil.

Heilige Vader! ontferm U mijner, doe mij barmhartigheid; ik stel mijne ziel in uwe handen. Jesus! wees mijn Jesus , nu en in het uur mijns doods.

Heilige Maria, moeder der barmkartig-hoid ! toon in dezen laatsten oogenblik , dat gij mij voor een uwer kinderen aanziet : wees mijne voorspreekster.

Heilige Josef, die in de armen van Jesus en Maria gestorven zijt: bid voor mij, opdat ik als een uitverkorene sterve.

Engel dos hemels, getrouwe bewaarder mijner ziel! heilige Michaël, alle zalige geesten, groote Heiligen die mij door God tot beschermers zijt gegeven: verlaat mij niet in het uur mijns doods. Amen.

Men kan dit gebed ook lezen bij eenen zieken, die op zijn laatste is, om zijn betrouwen te doen herleven, en in hem te verwekken de gevoelens waarin hij sterven moet.

-ocr page 190-

180 LITANIE TOT JESUS

nederstorten ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als miju zwak hart door de smart der ziekte benaauwd, door de vrees voor den dood en den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid bevangen, en deszelfs krachten uitgeput zullen zijn; barmhartige Jesus , ontferm TJ dan mijner.

Als de laatste tranen , de kenteekenen mijner vernietiging, mij zullen uit de oogen vloeijen, neom dezelve dan voor cene boetolïerande aan, opdat ik als een slagtoffer der boetvaardigheid moge sterven ; en in dien angstigen oogenblik, barmhartige Jesus, ontferm IJ dan mijner.

Als mijne bloedverwanten en vrienden rondom mij zullen geschaard staan, en een feeder medelijden met mijnen ellen-digen staat hebbende, U voor mij zullen aanroepen; barmhartige Jesus , ontferm U dan mijner.

Als ik het gebruik mijner zinnen zal verloren hebben, do gansehe wereld voor mij zal verdwenen zijn, en ik in de be-naauwdheid vau den laatsten strijd in de pijnen des doods zal zuchten; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als de laatste hartezuchten mijne ziel zullen noodzaken het ligchaim te verlaten, aanvaard zc dan als verzuchtingen van een heilig, ongeduldig verlangen om

-ocr page 191-

OM ZALIG TE STERVEN. 181

tot U te komen; barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner.

Als mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende, van deze wereld voor altijd zal afscheid nemen en mijn ligehaam kond en levenloos zal teruglaten, ontvang dan de vernietiging van mijn aardsch leven als een teeken van vereering en erkentenis uwer oppermajesteit; en, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Eindelijk, als mijne ziel voor U zal verschijnen en voor de eerste maal den onsterfelijken luister uwer majesteit zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van uw aanschijn, maar gewaardig U mij in den minnelijken schoot uwer barmhartigheid te ontvangen, opdat ik eeuwig uwen lof moge zingen ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

GEBED.

6 God, die, ons ter dood veroordee-leude, deszelfs oogenblik en uur verborgen houdt ; maak dat ik al de dagen mijns levens in regtvaardigheid en heiligheid toebrengende, moge verdienen in uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, die leeft en heerseht, met U, in eenheid des heiligen Geestes. Amen.

-ocr page 192-

180 LITANIE TOT JESUS

nederstorten ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als miju zwak hart door de smart der ziekte benaauwd, door de vrees voor den dood en den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid bevangen, en deszelfs krachten uitgeput zullen zijn; barmhartige Jesus , ontferm TJ dan mijner.

Als de laatste tranen , de kenteekenen mijner vernietiging, mij zullen uit de oogen vloeijen, neom dezelve dan voor cene boetolïerande aan, opdat ik als een slagtoffer der boetvaardigheid moge sterven ; en in dien angstigen oogenblik, barmhartige Jesus, ontferm IJ dan mijner.

Als mijne bloedverwanten en vrienden rondom mij zullen geschaard staan, en een feeder medelijden met mijnen ellen-digen staat hebbende, U voor mij zullen aanroepen; barmhartige Jesus , ontferm U dan mijner.

Als ik het gebruik mijner zinnen zal verloren hebben, do gansehe wereld voor mij zal verdwenen zijn, en ik in de be-naauwdheid vau den laatsten strijd in de pijnen des doods zal zuchten; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als de laatste hartezuchten mijne ziel zullen noodzaken het ligchaim te verlaten, aanvaard zc dan als verzuchtingen van een heilig, ongeduldig verlangen om

-ocr page 193-

OM ZALIG TE STERVEN. 181

tot U te komen; barmhartige Jesus, ontferm ü dan mijner.

Als mijne ziel, reeds op mijne lippen zwevende, van deze wereld voor altijd zal afscheid nemen en mijn ligehaam kond en levenloos zal teruglaten, ontvang dan de vernietiging van mijn aardsch leven als een teeken van vereering en erkentenis uwer oppermajesteit; en, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Eindelijk, als mijne ziel voor U zal verschijnen en voor de eerste maal den onsterfelijken luister uwer majesteit zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van uw aanschijn, maar gewaardig U mij in den minnelijken schoot uwer barmhartigheid te ontvangen, opdat ik eeuwig uwen lof moge zingen ; barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

GEBED.

6 God, die, ons ter dood veroordee-leude, deszelfs oogenblik en uur verborgen houdt ; maak dat ik al de dagen mijns levens in regtvaardigheid en heiligheid toebrengende, moge verdienen in uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, die leeft en heerseht, met U, in eenheid des heiligen Geestes. Amen.

-ocr page 194-

litanie

VAN

onderwerping aan den wil G-ods.

Heer, ontferm U mijner.

Jesus Christus, ontferm U mijner.

Heer, ontferm U mijner.

God, hemelseheVader, ontferm Umijner.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U mijner.

God, heilige Geest, ontferm U mijner.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U mijner.

Gij die alles weet en voorziet, ontferm TJ mijner.

Gij die alles schikt en bestiert, ontferm ü mijner.

Gij die, volgens uwe verborgene inzig-ten, alles op eene wonderbare wij 2e uitwerkt, ontferm ü mijner.

Gij die het kwaad laat geschieden om er goed uit te trekken, tot de zaligheid uwer uitverkoornen, ontfermU mijner.

In alle zaken en in alle voorvallen, uw allerheiligste wil geschiede, o God.

In alle gelukkige of ongelukkige omstandigheden , uw allerheiligste wil geschiede, o God.

-ocr page 195-

LITANIE VA.N ONDERWERPING, ENZ. 185 In mijnen staat en ambt, uw allerheiligste wil geschiede, o God.

In mijne zaken en bezigheden,

In al mijne werken,

In mijne eer en wederwaardigheid, In mijne gezondheid en in mijne krachten ,

In mijn ligchaam en in mijne ziel, Q In mijn leven en in mijnen dood, ^ In mij, en in allen die mij toebe- ^ hoorei!, £?

In alle menschen en engelen, S.

In alle schepselen, jjp

In alle plaatsen der aarde, quot;

In alle tijden, _

Gedurende geheel de eeuwigheid, jL Schoon ook mijne kranke natuur zoude cjq klagen, §

Schoon het ook aan mijne eigenliefde Et en aan mijne ziekelijkheid hard S. zoude vallen , ®

Alleenlijk uit enkele liefde tot U, en o tot uw welbehagen, Q

Ik roep uit met al de regtvaardigen S-

en Heiligen,

Ik roep uit met de zalige maagd Maria, Ik roep uit met Jesus in den hof der

Olijven,

Onze Vader, enz.

-ocr page 196-

186 LITANIE VAN ONUEHWIilU\'ING

GEBED.

ó God! ik aanbid zeer ootmoediglijk uwen allerheiligsten wil en onderwerp mij van nwo ondoorgrondelijke oordeelen en allerregtvaardigste schikkingen. En vermits de volmaakte volbrenging van uw welbeliagen de grondsteen aller volmaaktheid , de regel aller deugd, de eenige oorsprong van de inwendige rust en van het ware genoegen is, verlang en wensch ik niets, dan dat uw eenig welbehagen op het allervolmaaktste in mij en door mij volbragt worde. Amen.

Gebed in groote droefheid.

ö Goedertierene .Jesus! gewaardig U mij door uwe genadige vertroostingen te ondersteunen. Mijn hart is in mij ontsteld : mijne kracht heeft mij verlaten en ik ga den geheelen dag bedroefd, omdat door... (Jder voegt men de reden van zijne droefheid hij) de rust en vreugd van mijn gemoed mij ontnomen zijn. O ja, mijn Jesus! ik word nu, gelijk Gij ten tijde van uwe droefheid in den hof der Olijven, als gedwongen om uit te roepen : mijne ziel is bedroefd tot den dood toe ! Wee mij 1 omdat ik gezondigd heb, heeft de droefheid mijn hart vervuld. O Heer, mijn God! ik belijde U mijne misdaden, doch smeek.

-ocr page 197-

AAN DEN WIL GODS. 137

met betrouwen op uwe barmhartigheid en oneindige verdiensten, om vergiffenis derzelven en kwijtschelding der straffen , welke ik door dezelven aan uwe rcgt-vaardighcid schuldig ben. Ontferm U mijner, o Jesus I kom mij in mijnen nood en zwarigheden te hulp : verlos mij van hetgeen mij naar ziel en ligchaam bedroeft ; doe mij ten minste die hulp bekomen, door welke ik mijn lijden en tegenspoed zoo geduldig verdrage , dat ik in mijne droefheid U nooit vergramme, maar voor het lijden van dezen tijd de eeuwige vertroosting van U bekom3. Amen.

Gebed in ziekte.

Mijn Vader! neem dezen kelk van mij weg; nogtans, dat uw wil geschiede, en niet de mijne.

ö Mijn God ! ik neem de pijnen der ziekte, en zelfs den dood aan tot voldoening voor mijne zonden.

Heer ! sla, brand en kerf nu; spaar alleen in de eeuwigheid.

Heer! straf mij niet in uwe verbolgenheid , en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Ontferm U mijner, want ik ben krank; genees mij, want mijne beenderen zijn ontsteld.

Noch geneeshoeren, noch geneesmiddelen kunnen mij dc gezondheid geven.

-ocr page 198-

188 GEBEDEN IN ZIEKTE.

maar uw alraagtig woord alléén, o Heer! genees mij, cn ik zal genezen zijn ; behoud mij, en ik zal behouden zijn.

Dit ligchaam, dat bederft, bezwaart mijne ziel. Wie zal mij verlossen van dit ligchaam des doods? Uwe genade alleen, o mijn God, door Christus onzen Heer.

Jesus, Zoon van David! ontferm U mijner, kom tot mij, eer ik sterve.

Heer ! ik lijd hevige smarten, geef een genadig antwoord op mijn gebed. Wat zal ik zeggen, en wat zult Gij mij antwoorden ? Gij hebt mij deze ziekte toegezonden: uw wil geschiede. Ik zal al de dagen mijns levens voor U overdenken in de bitter-heid mijns harten.

Gij zijt regtvaardig. Heer! al uwe oor-deelen zijn regtvaardig, al uwe wegen zijn barmhartigheid en waarheid. Wees mij gedachtig; neem geene wraak over mijne zonden; gedenk niet aan mijne boosheden.

Heer! handel met mij naar uwen wil; gebied dat mijn geest in vrede ontvangen worde; want het is mij beter te sterven dan te leven.

Ik weet dat mijn Verlosser leeft, dat ik ten jongsten dage zal verrijzen, en dat ik mijnen Verlosser in dit ligchaam zal zien. Deze hoop is in mijnen boezem weggelegd.

Ik vrees te sterven, omdat ik nog niet

-ocr page 199-

GEBBD NA HRT HERSTEL, ENZ. 189 bereid ben; maar ach! zal het mij beter zijn te leven, daar ik zoo weinig in deugden vorder? Mijn God ! ik verlaat mij op uwe barmhartigheid.

Gebed na het herstel der gezondheid.

Ik loof U, Heer, God van Israël! ik dank U voor de ziekte, welke Gij mij hebt toegezonden, en voor de gezondheid, welke Gij mij wedergegeven hebt. Gij hebt U mijner ontfermd : o, dat ik U nu volmaakter loofde! Geef dat ik U het offer van uwen lof en mijne gezondheid te allen dage in dankbaarheid opdrage. Ik hadden dood verdiend , en moest op denzelfden dag, toen ik één uwer geboden schond, gestorven zijn. Gij hebt uw vonnis uitgesteld, en mijne dagen verlengd, om die tot uwe verheerlijking cn mijne zaligheid te besteden. Gij begeerdet den dood des zondaars niet, maar dat h\\j zich zoude bekeeren en leven. Gij hebt mij niet geslagen dan om mij te genezen; het was ü genoeg mij te vermanen, dat mijn leven U toebehoort, cn dat ik mijne genegenheid van het leven moest aftrekken, mij tot den dood bereiden, en tot U weder-keeren door eeneopregte boetvaardigheid. Neem nu, o Heer! het overige van mijn ellendig leven aan. Neem voor de jaren

-ocr page 200-

190 GEBED VOOR EEN ZIEKEN, die vervlogen zijn, liet leedwezen, de selmamte en liet zncliten van een berouw-liebbend liart aan. Zegen en neem liet voornemen aan, hetwelk ik in uwe tegenwoordigheid vorm, van voordeel uit mijne ziekte te trekken, en mijne gezondheid tot uwen dienst te besteden. Op het voorbeeld van hem, die onder velen alléén zich voor de voeten van mijnen Jesus nedervvierp, kom ik mij voor U vertoonon, om U mijne dankbaarheid te betuigen. O geef mij de genade, om het voornemen, dat Gij mij ingestort hebt, uit te voeren. Doe mij voortaan een leven , dat zoo broos is, verachten, om alleen voor de eeuwigheid mijne zorgen te besteden. Amen.

Gebed voor een zieken.

Heer! hij dien Gij lief hebt, is krank. O geef dat zijne ziekte niet doodelijk zij, maar diene tot uwe glorie en zijne heiligmaking. quot;Ik geloof dat Gij de Christus zijt, de Zoon van den levenden God, (iie iu deze wereld gekomen zijt. Ik geloof dat Gij de verrijzenis en het leveu zijt; dat degene die in U gelooft, leven zal, schoon hij dood is, en dat allen die leven en in U gelooven, nimmer zullen sterven. Ik geloof. Heer, ondersteun mijn zwak geloof. Gij hebt zoo vele zieken in uw sterfelijk leven genezen ten verzoeke

-ocr page 201-

TROOSTGEBEU BIJ DEN UOOD, ENZ. 191 dergenen, die hen tot U bragten. Ik beken dat ik niet waardig ben mij voor CJ te vertoonen, of\' dat Gij eenigzius acht op mijn gebed zoudt geven. Ik weet dat het brood der kinderen niet voor de lion-den moet geworpen worden; doch ook deze eten wel van de brokjes, die van des Heeren tafel vallen. Indien Gij wilt, kunt Gij hem genezen, voor wien ik bid; zeg slechts één woord, en hij zal gezond zijn. Dat deze ligchamelijke ziekte verstrekke tot genezing zijner ziel, en tot onze onderwijzing. Geef hem geduld, en ons de liefde. Verhoor hem in den dag zijner verdrukking; behoed hem, en gun ons, dat wij met hem hier beneden ü iu uwen heiligen tempel nog loven, en in alle eeuwigheid zegenen in den hemel.

Troostgebed bij den dood van e mon vriend of eener vriendin.

Mijn vriend is niet meer! Gij, o Heer, hebt hem van mijne zijde weggenomen! Ach! hoe diep is mijn hart gewond; hoe zeer treft mij dit verlies! Zij zijn voorbij, die aangename uren, welke wij in een-dragt, iu liefde en vriendschap beleefden. Ik zal nu geenen troost, geenen raad, geen vriendschappelijke onderhouding meer iu zijnen omganggenieten. AchHecr ! wat is dit leveu , hoe vergankelijk zijn

-ocr page 202-

192 TllOOSTGEBED BIJ DEN DOOU alle vreugden en zaligheden der aarde ! Ook de onsclmldige vreugden der zuiverste liefde en vriendschap nemen een einde, en worden menigmaal midden in haar zaligste genot gestoort en weggenomen; maar bij U, o Heer! is onverstoorbare vreugde en zaligheid. En tot deze zaligheid hebt Gij hem, mijnen vriend, reeds opgenomen. O, dit hoop ik ten minste; en deze gedachte, welke mij uw heilige godsdienst leert, is alleen in staat om mij te troosten : hij is bij U, hij geniet reeds die rust en zaligheid, welke Gij aan uwe getrouwe dienaars beloofd hebt. Heer! dit geloof, deze hoop alleen kan en zal mij troosten. Maar welligt zal ik liein ook dra volgen; en als ik mijn leven naar uw heilig welbehagen ten einde breng, zult Gij mij ook opnemen in die zalige vreugde, welke Gij voor de uwen bereid hebt. I)an zal ik U en al mijne geliefden , die mij voorgegaan zijn , en ook den geliefden vriend wederzien, om wiens verlies ik thans treur en ween. Dan zal mijne droefheid in vreugde veranderd worden. Ja, ik zal hem dan wederzien en nimmer weder van hem gescheiden worden. Dan zullen wij te za-men en in gezelschap van alle goeden voor U in uwe liefde wandelen , en die zaligheid genieten, welke Gij, o Heer!

-ocr page 203-

VAN GELIEFDE OUDERS. 193 ons door uwen heiligen godsdienst hebt beloofd, die hier geen oog gezien, geen ooi-gehoord , en geen hart ondervonden heeft, en die Gij dengenen bereid hebt, welke U beminnen. O Heer ! hoe goddelijk is die geruststellende troost, welken ons uw godsdienst geeft 1 Bewaar mij steeds in dezelve en laat er mij waardig in wandelen, opdat ik hier in dit leven zijne vertroostingen steeds ondervinde, en ginds in het toekomende de beloofde belooningen deelachtig worde. Amen.

Troostgebed bij den dood van geliefde Ouders.

Tot wien zal ik mij wenden bij het droevig verlies , dat ons getroffen hoeft, dan tot U, mijn Heer en God! Gij hebt mij den geliefden vader (de geliefde moeder) ontnomen. Ach, hoe treft, hoe grieft zulk een dood de harten der kinderen ! Ons is de geliefde vader (dierbare moeder) ontnomen, die slechts aan ons welzijn zijne (hare) krachten en zijn (haar) leven besteedde, die met wijsheid en liefde onze opvoeding bevorderde. Ach, de geliefde is niet meer! Wat kan ons troosten, o God, indien Gij ons niet troost? Doch uw heilige godsdienst, welken Gij ons hebt gegeven , moet ons troosten en veraterker., om dezen slag uit te houden ,

13

-ocr page 204-

194 TIÏOOSTGKBED BIJ lgt;F,N 1)0011.

die nns van nwe hand is toegebragt. Hij komt van U, oGod! en wat Gij doet is regt en welgedaan , al zien wij het ook niet in. Gij hebt voor elk m^nseh het ge-tal zijner jaren bestemd, na verloop van welke Gij hnm in hot beier leven roept. Daartoe hebt Gij ook onzen geliefden vader (onze dierbare moeder) opgeroepen , nadat hij (zij) het eindperk had bereikt, dat Gij hem (haar) gesteld hebt. Daar wilt Gij hem (haar) thans beloonen voor alle zijne (hare) beroeps- en ouderplig-ten, die hij (zij) met zoo veel getrouwheid vervnid heeft. Ja, lieer! hij (zij) is bij U; deze gedaehte alleen kan mij troosten. Hij (zij) is bij U, daarvoor staat mij uwe heilige godsdienst borg, en zijn (hnar) goed christelijk leven, naar het voorschrift van dezen heiligen godsdienst. Manr mogt hij (zij) nog om kleine fouten teruggehouden worden en in deptaats der zuivering nog moeten verwijlen, ach. Heer! dan smeek ik, om uwer heilige barmhartigheid en liefdewille, delg weldra de vlekken uit, welke zijne (hare) ziel nog aankleven, ten einde hij (zij) U, den Reinsten en Heiligsten, weldra aanschouwen en in uwe eeuwige vreugde ingaan moge. Vertroost en ondersteun nu ook, o God ! mij en de mijnen , dat wij ons in dit sterfgeval christelijk schik-

-ocr page 205-

VAN GELIRFUK OUDERS. 195 ken. Wees Gij onze Vader, die ons bij alle voorvallen en omstandig\'lieden bestuurt , en ons door zijnen bijstand en zijne genade besebermt, ten einde wij in alle aangelegenheden der ziel en des ligehaams U steeds vreezen en beminnen , en aan liet einde van ons leven liier op aarde, in uw rijk ons allen wederzien, en bij U ons eeuwig verheugen mogen. Amen.

Troostgebed voor Ouders, bij den dood van hun geliefd Kind.

In het diepste gevoel mijner smart kom ik tot U, o God I om voor U te klagen en te weenen. Waarom ontneemt Gij mij toch , o Heer 1 den geliefden zoon ( de geliefde doehter) die de vreugde mijns levens, en de hoop mijns aanstaanden ouderdoms was? Waarom moest hij (zij) zoo vroeg in den bloei des levens reeds een offer des doods worden ? Ach 1 hoe hebt Gij alle vader- (moeder-) vreugden op eenmaal in leed en droefheid veranderd ! Hoe hard beproeft en tuchtigt Gij den vader, (de moeder) wien Gij door eenen vroegen dood een geliefd kind ontneemt 1 Doch wie durft U vragen ? Wie durft met U twisten? Wij zijn trouwens allen aan uwe magt onderworpen, en kunnen niet inzien, welke inzigten

-ocr page 206-

190 TROOSTGF/BRD T)IJ DEN DOOT) en redenen (Jij liebt bij alles wat (iij (loet. Regtvaardig, goed en heilig zijn zij altijd, geljjk Gij zelf regtvaardig, goed en heilig zijt; dit leert ons uw heilige godsdienst. En ach 1 daarin alleen kan ik cenige leeniging mijner smart vinden, nis ik er aan denk ; als ik denk : Gij zult toch wel uwe goede oogmerken hebben, waarom Gij den kleinen onschuldigen zoo vroeg hebt weggenomen. Voorzaagt Gij welligt, dat hij niet zoo onschuldig en goed gebleven ware, indien hij een h oogeren ouderdom bereikt hadde ? dat hij dan onze hoop niet vervuld hadde , en onze vreugde niet gebleven ware? Acli, Heer 1 indien dit zoo ware , dan zou het immers goedheid, ja eene ware weldaad van U zijn, dat Gij hem in zijne onschuld tot U hebt genomen, en ik zou er U immers voor moeten danken en prijzen. Of voorzaagt Gij misschien, dat zijne toekomende dagen geenc gelukkige dagen zijn zouden? dat hij door een of ander ongeval of ongeluk slechts leed en droefheid op aarde beleven zoude ? Ach, Heer! alsdan zou het alweder eene weldaad van U zijn, dat Gij hem door eenen vroegen dood voor grooter lijden hebt bewaard. Nogtans, welke uwe cog-merken en redenen ook zijn mogen, zij zijn heilig en regtvaardig; want Gij zijt

-ocr page 207-

VAN EEN GELlEri) KIND. 197 lieilig, regtvaardig, wijs en goedertieren in alle uwe beschikkingen. En wat mij meer dan alles gerust stelt en troost geeft, is de gedachte : Heer! liij is Lij U, wien zijne ziel zoo teederlijk beminde; liij is bij den Vader in den liemel. O daar zal liij liet wèl hebben ! — Zelfs het grootste geluk op aarde, dat hij naar onze meening hier zou kunnen genieten , is immers maar eene schaduw en niets te achten bij die zaligheid, welke hij bij U, o God en Vader! in uw huis geniet, en eeuwig genieten zal. Daarom zal zich dan ook mijn hart gerust stellen, en zich gewillig onderwerpen aan de beschikkingen des Allerhoogsten. Wees Gij maar verder mijn troost en mijne hoop , o God ! en bewaar mij op uwe wegen , dan zal ik ook weldra, na mijnen vol-bragten levensloop, van U opgenomen worden, en mijn geliefd kind en alle geliefden die mij zijn voorgegaan, daar wederzien, en mij bij U cn in U met hen eeuwig verheugen. Amen.

-ocr page 208-

OVERWEflINGEN, GEVOELENS EN GEBEDEN,

bij het afsterven van personen die ons dierbaar zijn.

Ik heb God gfizocht op den dag mijner verdrukking, en ik helj gedurendeden nacht mijne handen tot Hem opgeheven; en ik ben te leur gesteld geweest in do hoop, welke ik gekoesterd heb, dat hij door mijne rampen bewogen zou zijn geweest.

Ps. LXXVI. 3.

I.

DROEFHEID , ONDERWEKPI.NG.

6 Jesus! Vertrooster der lydenden ! werp eeneu medelijdeiiden blik op uw bedrukt kind; de droefheid is als een vloed op mij komen nederstorten; hot gewigt des ongo luks doet mij als gebukt gaan; er blijven mij slechts mijne oogeu over om tranen te storten. Helaas! hij (zij) is niet meer bij mij; hij (zij) is voor mij niet meer op aarde, dien (die) ik als mij zei ven beminde, dien (die) ik lief had, gelijk eene teedere moeder de vrucht van haren schoot bemint. Tot wien zal ik mijne toevlugt nemen, om eenige verligting te erlangen in de grievende smart, welke mij drukt? Wie zal in mijne verdrukking medelijden met mij hebben? Gij alleen, o

-ocr page 209-

GEBEDEN VGOK OVEllLEDRNEN. 199

Jesus ! Ja, Gij alleen; want Gij kent de ^eheele grootheid van mijn liartzeer; Gij die voor mij, toen Gij den kelk der smarten wildet drinken, op liet graf van uwen vriend Lazarus ook tranen gestort hebt. Stort dan in vrijheid tranen, o mijne ziel! Jesus laat u toe te weeuen. Hij deelt in uw ongeluk. Helaas, wreede dood! waarom hebt Gij mij dien teederen vriend (teedere vriendin) ontrukt, die ten minste eenige bloemen op het doornig pad mijner ballingschap strooide; dien vriend (die vriendin), die mij een beschermer (eene beschermster) was, een schat, welken ik van Gods goedheid genoot; dien vriend (die vriendin), die met nog meer drift in mijne smarten dan in mijne vreugde deelde, en wiens leven mij dierbaarder was dan het mijne. Stroomt, stroomt vrij, tranen mijner droefheid; bevochtigt dezen heiligen grond, die de stoffelijke overblijfselen van mijn\'boezemvriend (vriendin) bedekt, desgenen, die de wellust van mijn leven was. O Jesus! heb medelijden met mij in de verlatenheid , waarin ik mij bevind. Liefderijke Geneesheer! heel de diepe wond, die mijn hart doet bloeden. Ach , algoede God! Gij die op deze aarde zoo vol medelijden waart met al de ongelukkigen, o Jesus! ja Gij zult deernis met mijne droefheid hebben, want

-ocr page 210-

200 BEDEDEN VOOR

Gij zijt het zelf, die mij den slag liebt toegebragt welke mij drukt; ja indien Gij liet gewild liadt, zouden mijne tranen nietvloeijen; uwe slagen zouden mij niet getroffen hebben, noch datgene, wat mij het dierbaarste op aarde is. Nogtans klaag ik niet, want ik ben een zondaar, die de minste uwer gunsten niet verdien; ik mor niet, maar ik loos zuchten; laat U door mijn gejammer bewegen; zuchtende kus ik steeds uwe vaderlijke hand, dan zelfs, wanneer zij mij bezwaart; ik leg het hoofd neder op het altaar der offerande , en aanbid uwe altoos billijke schikkingen , dan zelfs, wanneer zq aan de natuur het hardste toeschijnen; vermeerder mijne onderwerping. Gij hadt mij dientee-deren vriend ( vriendin ) gegeven. Gij hebt my dien ontnomen. Gij weet waarom; uw heilige wil zij geloofd ! Daar ik van U het goed, dat mijn hart verheugde, ontvangen heb, is het billijk, dat ik van uwe hand ook dc beproeving aanvaarde, waarmede Gij goedvindt hetzelve nu te overladen. Och! hoe beminnelijk zijt Gij, zelfs tot in uwe strengheden, wijl Gij mijn snikken nog verdraagt, zonder daardoor beleedigd te worden, en de smartende opoffering, welke Gij mij oplegt, en waaraan ik mij niet zou kunnen onttrekken, nog voor mijne boetpleging gelieft aan te nemen!

-ocr page 211-

DE OVERIilSUENKN.

II.

GELOOF, IIO OP.

6 Godsdienst van mijnen Zaligmaker ! gelukkig de menseli die aan uwe vertroostende stem gehoor geeft! Kan men vijand genoeg zijn van zich zeiven, om ii te verstooten, o gij, onze beste, onze alleen ware Vriend in druk en lijden ! Indien ons hart gewond is, kunt gij alléén er den balsem der teederlieid en hoop in gieten. Als eene liefhebbende moeder bemoedigt gij uwe ncêrslagtige kinderen ; gij doet ons, op het einde onzer rampen, op deze aarde de gelukzalige eeuwigheid in het verschiet zien, die onze tranen zal op-droogen. Dank zij U, o Jesns, omijn Zaligmaker ! van mij, bij voorkeur boven zoo vele anderen, kind uwer Kerk gemaakt te hebben, en van geloof te hebben ingeboezemd voor de woorden des levens, welke uwe liefde haar ingeeft, om onze zielen, onder de vervloeking dezer aarde zuchtende, op te beuren en te verligten. Helaas ! wat zou er van mij in mijnen druk geworden, indien ik voor alle vertroosting, niets had dan de magtelooze woorden eener dorre illozofie, die wijsbegeerte zonder geloof, van de dwaze kinderen dezer eeuw! Zwijg dan, ligtzinnige

201

-ocr page 212-

203 GEBEDEN VOOR

wereld! gij doet niets dan de wonden van liet liart verergeren. O Jesns, mijn zoo goede Meester, mijn teedere Vader! ik wil slechts U voor trooster hebben, want Gij alleen spreekt genezende woorden uit. Zwijg, wereld, die niet dan u zelve zoekt; gij, die ons van uwen boezem verstoot, zoodra onze lippen weigerachtig zijn aan het vreugdegejuich, hetwelk gij van ons vordert. Alzoo verstiet gij de ongelukki-gen van Israël, die de boorden van den Euphrates met hunne tranen besproeiden , wanneer zij aan het geluk dachten, hetwelk zij in Sion gesmaakt hadden. O meêdoogende Jesus, die uwen benin-nelijken godsdienst zendt om mijne smarten te leenigen; ontvang de hulde mijner erkentenis. „Gij weent, —aldus zegt uw goddelijke mond — maar weet, mijn kind, dat eens, en weldra, uwe tranen in vreugdegezangen zullen veranderen; zie hier de hoop eener eeuwige vereeniging, om het ledige aan te vullen, hetwelk ik in mijne wijsheid gelaten heb; want ik hen de verrijzenis en hé leven.quot; O Jesus! ja ik geloof in uw onfeilbaar woord; ik geloof, dat de oogen van mijnen vriend (vriendin) en de mijne eens op hieuw zullen geopend worden, en dat wij onzen goddelijken Verlosser te zamen, met onze eigene oogen,

-ocr page 213-

1)JS OVJSRLEDENEN. 203

in ons eigen vleesch, zullen aanschouwen. Vertroostende gedachte, goddelijke balsem , die de wonde van mijn hart verzacht! Vertroostende, hemelsclie hoop! Deze aarde, met mijne tranen bevochtigd, bedekt slechts het sterfelijk overblijïscl van het voorwerp mijner liefde; zijne (hare) ziel, dit edeler deel van hem (haar) zeiven, is in uwen schoot wedergekeerd, almogende God! die haar geschapen hebt, en ik durf het hopen, het is om aldaar de belooning te ontvangen, welke Gij aan het geloof en aan de werken des geloofs beloofd hebt; en de aarde zelve zal eens de overwinning des doods mooten wedergeven. Gij zult ons alsdan op iiieuw ver-eenigen, zonder dat wij nog immer eene scheiding zullen ondergaan. Gij zelf, o Jcsus ! stort deze hoop in mijn hart : verwezenlijk deze zoete verwachting, mijn een ige troost in de smart die mij drukt, en die mijne oogen in eene bron van tranen verandert.

III.

LIEFDE.

Ja, liefdevolle Verlosser ! verwezenlijk deze vertroostende hoop, welker oorsprong Gij zelf zijt, door van nu af de ziel van dien vriend (vriendin ), van wel-

-ocr page 214-

204 GEBEDEN VOOR

keu Gij mij gescheiden liebt, den kus van uwen eeuwigen vrede te geven. Indien ik U aanroep als zijnen (haren) Regter, smeek ik U ook als zijnen (haren) Zaligmaker. Ach 1 geef voor die ziel geen gehoor , dan aan de stem van het bloed, hetwelk Gij voor hare zaligheid vergoten hebt. Misschien heeft zij maar al te zeer aan de wereld gehecht, hare aan uw Evangelie tegenstrijdige grondstellingen niet altoos genoeg verworpen; daar zij te weinig ijver voor uwe verheerlijking had, heeft zij misschien hare hartstogteu te lafhartiglijk bestreden, en U mogelijk met geen genoegzaam gezag over haar hart doen heerschen ; maar zij heeft, toch steeds het geloof behouden, en Gij hebt gezegd, dat hij, die in U gelooft, ook na zijnen dood zal leven. Zij heeft de verheerlijking van uwen naam behartigd, zij heeft uwe Kerk bemind, zij heeft hare broeders gesticht, zoo niet altoos door hare gehoele getrouwheid aan uwe wet, ten minste door de gevoelene harer boetvaardigheid. O Jesus 1 o Zaligmaker, wiens barmhartigheid eindeloos is, neen! uwe lietde tot ons allen , uwe wonden, uw bloed, alles doet mij hopen, dat Gij haar niet verworpen hebt met de goddeloozcn, die IJ niet gekend hebben, of die, U kennende, uwe oneindige Majesteit hebben durven trotseren.

-ocr page 215-

DE OVERLEDENEN. 205

Aok! gelief de dwalingen harer jeugd, en de fouten, waarinde noodlottige neiging tot het kwaad, welke ons overblijft uit liet ongeluk van in zonden geboren te zijn, liaar heeft doen vallen, uit te wisschen: gedenk slechts de boetvaardigheid, welke zij over hare zouden gepoogd heeft te doen, of liever aanschouw, in haar voordeel, degene, welke uwe liefde tot ons, U bewogen heeft vooral de ongeregtigheden der wereld te doen; en vul, door de eindelooze verdiensten der uwe, de onvolmaaktheid der hare aan, opdat Gij haar van nu af moget ontvangen in het rijk, hetwelk Gij voor uwe getrouwe leerlingen bereid hebt; en deze beenderen, geliefde overblijfsels van uwen tempel, welke onze tranen, onze liefde, maar ook ons geloof en hoop aan de aarde, als een geheiligd pand, tot de algemeene verrijzenis, komen toebetrou-wen, eens met een verheerlijkt en onbederfelijk vleesch moget bekleeden.

Maak echter ook, o mijn Zaligmaker! dat mijne getrouwheid aan uwe genade , van nu af, zoodanig zij, dat uwe heiligheid mij alsdan, in uwen schoot, den vriend (vriendin) moge doen wedervin-den, wiens (wier) gemis mijn gezucht afperst : maak dat ik, na eens met hem (haar) in het hemelsch vaderland ver-eenigd te zijn , alwaar uwe vaderlijke hand

-ocr page 216-

200 GEBKDEN BI.) ZIEK UN voor altoos tie tranen afdroogt, deonuit-sprckelijke vreugde moge genieten, van eemvigmet hem (haar) in liet gezelscliap uwer Engelen en Heiligen, uwe eindelooze barmliartiglieid te zingen, en uwe edelmoedigheid in diegenen te bcloonen, welke uitliefde totU, met gelatenheid, de kruisen en beproevingen van hier beneden zullen gedragen hebben.

G 1? BED E N BIJ ZIEKEN EN STERVENDEN

Gebed bij het begin der ziekte.

Tot wien zal ik mijne toevlugt nemen, dan alleen tot U, o mijn God! want Gij alleen zijt het, die mij troosten en helpen kunt; cu Gij zijt het, die mij uitnoodigt, om totU mijne toevlugt te nemen in el-ken nood. Hoep mij aan, zegt Gij in uw woord tot ons, roep mij aan in den nood, en ik zal u verhooren. Ik neem derhalve in mijne ziekte met vertrouwen tot U mijne toevlugt, en roep U aan om troost en hulp. Aeh , Heer 1 Gij weet en kent mijn lijden , want het komt van U. Wilt Gij mij door deze ziekte bedroeven, of wilt Gij mij mijn naderend einde aankon-dis:en ? Wat voor oogmerken Gij ookmoogt

-ocr page 217-

EN STEHVENDl\'v. ?07

hebben , o God ! n!1e uwe raadsbesluiten zijn regtvaardig, gord en heilig. Ondersteun mij slechts, dat ik mij daarbij naar uw heilig welbehagen gedrage. Verleen mij geduld, o Heer! en onderwerping aan uwen wil. Vertroost mijne ziel, en verligt door uwe genade de smarten der ziekte die Gij mij oplegt, ten einde ik dezelve tot uwe eer, tot mijn heil en tol stiehting mijner medemenschen, die mij omringen, moge doorstaan. Met vertrouwen op uwe magt en goedheid wil ik alle middelen gebruiken, die Gij tot genezing der ziekte in de natuur gelegd hebt. Geef, o Heer, indien het U alzoo behaagt en liet mij ten beste strekt, daartoe uwen zegen en uw gedijen, en ik zalU na wederherstelde gezondheid daarvoor danken en uwen naam loven. Amen.

Gebed bij toenemende ziekte.

ó Heer I Gij vertoeft met uwe hulp ; de smarten mijner ziekte vermeerderen, het gevaar neemt toe. Laat mij, o Heer! inzien, wat ten beste dient. Gij zijt wei-ligt deze aankomst nabij, en wilt mij uit dit aardsehe leven oproepen. Ik ben uw dienaar. Heer! indien Gij het alzoo besloten hebt, wil ik mij gaarne aan uwen wil onderwerpen. Maar laat mij dan toch

-ocr page 218-

203 GEBEDEN liTJ ZIÜKEN.

eerst nog eenmaal over mijn zondig leven treuren. O Heer! ik heb dikwijls en menigmaal voor U gezondigd; Ik moest U met veel grooteren ijver gediend hebben, en heb het niet gedaan. Ach, hoe zeer berouwt het mij thans, dat ik zoo laamv en onverschillig was in uwen dienst, dat ik U zoo dikmaals door zonden veracht en beleedigd heb. Ik heb dezelven, wel is waar, volgens uwe heilige voorschriften afgeboet, en hoop dat Gij ze mij vergeven hebt; doch ik smeek U nog altoos meer om vergiffenis. Wasch mij toch meer en meer van mijne misdaden, en zuiver mij van mijne zouden. Want ik erken mijne misdaden, en mijne zonden zweven mij steeds voor den geest; voor U alleen heb ik gezondigd en kwaad bedreven. Doch bij U is barmhartigheid, en mijne ziel hoopt op uwe goedheid. Verleen mij nu iwe genade, en ik zal mij door geene zonde ooit weder van U laten scheiden. Help en versterk mijne ziel, opdat ik mij met geheel mijn hart aan U verbinde, en in het geloof, in de hoop, en in de liefde tot aan het einde volharde. Amen.

-ocr page 219-

LITANIE TOT JESUS,

leu gclmiikc der zieken, gelrukkeu uit de heilige Sclu\'ifluur.

Jesus Cliristus, ontferm U onzer.

God, boven alles gezegend in eeuwigheid , Hom. 9.

Mijn Hoer en mijn God, Joan. 30.

Eenige Middelaar tusselien üod en do mensclieu, Z. Thimolh. 2.

Zaligmaker der wereld, Luc. 3.

Gever en voltrekker des geloofs, llehr. 13.

In wiens naam alle kniëen moeten gebogen worden, zoo van die in den hemel, op de aarde als onder de aarde zijn, Fhll. 3.

Die in deze wereld zijt gekomen om de zondaarszaligtemaken, I. Thimoih.

Die geofferd zijt, omdat Gij zelf liet gewild liebt, Imi. 53.

Die ons hebt lief gehad, en ous in uw bloed van onze zouden afge-wasseheu hebt, Apuc. 1.

Die iiw leven voor ous ten b iste gegeven hebt, /. Joan. \'6.

Heer van leven en dood. Sap. 16.

Die op de aarde zijt gekomen om aan de gevangenen do verlossing en aan

14

-ocr page 220-

210 LITANIE TOT JESUS,

de lijdenden vertroosting aan te kondigen , Isc/i, 16. ontferm U onzer.

Die den ouden Simeon, nadat Gij hem door uw aanschouwen getroost hadt, in vrede uit deze wereld hebt laten gaan, Luc. 2.

Die eenen acht-en-dertigjavigen kran-ken bij het waterbad genezen heht, Joan. 5.

Die aan eenen lammen de gezondheid weder geschonken en hem. ten zelfden tijde zijne zonden vergeven p hebt, Liec. 5. 5:

Die de schoonmoeder van Petrus van quot; de koorts genezen hebt, Zuc. 4. ^

Die aan de lammen den gang, aan de blinden het gezigt, aan de dooven o het gehoor, cn aan de stommen do g spraak hebt verleend, Zuc. 18. ^ Mattli. 9. Mare. 7.

Die eene bedrukte weduwe getroost hebt, met haren zoon, die men reeds dood naar het graf droeg, tot hot leven op te wekken, Taic. 7.

Die Maria en Martha getroost hebt, over den dood van haren broeder Lazarus, en hem uit het graf hebt doi\'ii oprijzen, waarin bij reeds vie-.\' dagen gelegen had, Joan. 11.

Man vol smarten, die onze krankheden op U genomen en onze smarten

-ocr page 221-

TKN GEBRUIKE UElt ZIEKEN. 311 gedragenhebt, /«ai. 53. ontferm U nnzer. Die ons uw lijden tot voorbeeld hebt gesteld, opdat wij uwe voetstappen zouden navolgen. I. Petr. 2. Die straft en kastijdt degenen, die

Gij lief hebt, sipoc. 3.

Die de tranen van de oogen uwer uit-

verkoornen afdroogt Apoc. 7. C Die aan het kruis hangende, den goe- j*; den moordenaar in genade outvan- quot; gen hebt, Luc. 33.\' ^

Die met stervende lippen uwen Vader C gebeden hebt, voor degenen die ü o kruisten, Luc. 13, g

Die dengenen, die het gebied des doods ^ bezat, door uwen dood hebt overwonnen , Hehr. 3.

Die om onze zonden zijt overgeleverd, en om onze regtvaardigmaking van den dood zijt opgestaan , Rom. 4. Die ons eens door uw almagtig woord van den dood zult opwekken, t/bfl». 5. Van de smarten der ziekte, verlos ons, Jesus.

Van alle zonden, verlos ons, Jesus. Van idle helsche aanvechting, verlos

ons, Jesus.

Va u mismoedigheid en wanhoop, verlos

ons, Jesus.

Van vermetel betrouwen en zondige gerustheid , verlos ons, Jesus.

-ocr page 222-

313 LITANIE TOT JESUS,

Van eeu onrustig en angstig geweten ,

verlos ons, Jesus.

Van onverduldig klagen,

Van den eeuwigen dood,

Door de smarten, die Gij reeds in uwe CL besnijdenis onderstoudt, Luc. 3. S Door de doodsangsten, die U in den 9 lid dor Olijven, bij liet naderen van ? uw lijden bevingen, Luc. 33. c_ Dooi\' de prangende droefheid aan het S kruis, bij hst gevoelen uwer ver- ? latenheid, Maüh. 37.

Wij zondaren, wij bidden U , verboor ons. Dat wij op de aarde als vreemdelingen mogen leven, die gedurig naar hun liemelseli vaderland tracliien, I\'s. 38. 52

Dat het lijden van dezen tijd , dat ^ kort en ligt, is, in ons een eeuwig- gquot;. durend gewigt van glorie uitwerkc, £ II. Cor. 4. \' ?

Dat wij al wat ons overkomt gewillig (-h aannemen, en in lijden verduldig -mogen wezju. Eed. 3. g

Dat wij iu ons lijden ons geeno onbe- 3-tameliike woorden tegen U toelaten, o Joh. 1. \' . o

Dat wij, gelijk wij het goede uit uwe g hand ontvangen,alzooook hetkwade geduldig mogen verdragen , Joh. 3. Dat wij deze dagen van zaligheid niet

-ocr page 223-

TKN GEBRUIKE UÏR ZT KEN*. 21quot; veronachtzamen, 7/. Oor. 6. wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons een vurig verlangen wilt instorten om ontbonden en met U te zijn, P/iil. 1.

Dat Gij IJ gewaardiget ons op liet bed onzer smarten te hulp te komen, Psalm 40.

Dat door onze liefde tot U, ons tegen- ^ woordig lijden ons tot voordeel mogo strekken, Rom. 8.

Hat wij door waken en bidden, ons ^ bereid mogen houden op uwe komst, a o Zoon des menschen, Matlh. 25. cl

Dat geene bitterheid, geene smart, -geen dood bedwaam zij, om o s van o uwe liefde te scheiden , llom.%. v

Dat Gij alleen ons leven moogt zijn en o het sterven eene winst, PUL 1. ^

Dat wij met den bijstand uwer genade g tot het einde toe volhardende, zalig worden, Matth. 10.

Dat wij den dood der regtvaardigen sterven, Num. 33.

Dat wij gelijk allen in Adam sterven, wij alzoodoorU en bij U in eeuwigheid mogen leven, I. Corinth. 15.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verboor ons, Jesus.

-ocr page 224-

214 LITANIE ÏOT JESUS, KNZ. Lam Gods, dat wegneemt de. zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

G E B E ]).

Goddelijke Verlosser 1 ik smeek ü, door de liefde waarmede Gij onze kranklieden op U genomen en ouze smarten gedragen liebt: geef dat ik deze ziekte, welke Gij mij hebt laten toekomen, met onderwerping aan uwen allerheiligsten wil uit uwe hand aanneme. Doe mij nu, door het gebruik der noodige middelen, mijne horstelling met betrouwen van U afwachten. Maak dat hetziekbed mij eene oefenschool van verdiensten voor de eeuwigheid be-zorge.

Is het uw wil. Heer van leven en dood, dat ik door de hevigheid dezer ziekte bezwijke, laat mij dau voor mijn sterven nog eens, met volkomen verstand , uw goddelijk Vleesch en Bloed als een versterkend voedsel tot de reis naar de eeuwigheid, waardiglijk ontvangen; en neem mij ne ziel, met dc laatste heilige Sakramenten uwer Kerk voorzien , in genade tot U. Amen.

-ocr page 225-

PSALM IN LIJDEN. 215

Psalm in lijden.

Hier lig ik, o Heer! voor U neder in het stof — een zware last drukt mij op liet liart.

Geen menschelijk hart heeft zich voor mij geopend om mjjne klagten op te nemen; en al had ook een mensch met mij medelijden, lüj zoude mij niet kunnen helpen.

Gelijk een kind tot zijne moeder, zoo vlugt ik tot U, mijn God! — het werk uwer handen wijst Gij niet af!

Ik heb mijne kamer gesloten, om met U alleen te zijn. Gij zijt wel overal tegenwoordig , maar hier is het mij, als hadde ik U na lang zoeken gevonden.

Vader! o Vader! ik kan thans niet anders dan weenen — mijn hart spreekt metU. — Gij weet wat mij bezwaart, zonder dat ik het U beboet\' te melden,

Gij alleen ziet tot in mijn hart, waarin zij niet zien kunnen die mij kwellen; Gij alleen kunt mij troosten en mijn krank harte bedaren.

Gij zijt magtig genoeg om mij uit den nood te redden, waarin Gij mij liet komen; doch uw wil geschiede! — Gij weet, wat mij dienstig is.

Gij hebt zelfs uw eigen Zoon, in wien

-ocr page 226-

310 PSALM IN LIJDEN.

(-lij uw wolhehagen lindt, niet gcspiiard : Hij dronk dm kelk des lijdens tot op den bodem uit.

Zóó knnde Hij alleen zijn geliefd volk de vrijheid koopen, zóó alleen zeg-evie-rend zijne heerlijkheid binnen gaan.

ö Rij, do onschuld zelve: JesusChristus! Gij zweeft aan het kruis mij aanhoudend voor den geest — aan uwen Moedigen dood heeft zich mijno arme ziel gewijd.

Onschuldiger dan Gg werd nooit eenig sterveling gevonden; onschuldiger kan ik niet lijden ; en al mijn lijden komt het uwe in het minst niet nabij.

Stil en weldadig wandelt Gij daarhenen: en zij, die Gij vol medelijden verdroegt, hebben U aan het kruis geslagen 1

Ach, ach! hoe durf ik dan nog klagen, en mij een\' leerling van dezen Jesus noemen ?

Ach! dat uw kruis mij mijne zonden niet te binnen brengt, en als een bliksem mijne ziel niet treft!

Neen, neen! ik wil nooit meer klagen — ik wil lijden en verstommen, gelijk een worm, dien men met voeten treedt.

Gy moogt vrij op mij los stormen , gij vijanden van mijne eer, van mijn leven! ik ben bedekt met het schild des kruises, waaraan mijn Heiland eens stierf.

Ik wil, gelijk Mij, in lijden volharden

-ocr page 227-

GEBED VAN EENEN ZONDAAR. 217 om zoo als Hij, door verdrukking eens te zegeviere n.

Weten zullen het de mensehen, dat zij dengenen niet beschadigen kunnen, wien de regterhand des Heeren beschermt.

Poch Gij, o God ! vergeef hun het kwade, dat zij mij doen. — Gaarne geef ik hun het eerste de hand, en ben ik tot den kus des vredes hartelijk bereid.

Gij weet uit het kwade het goede te trekken. — Nuttig is de vervolging — zij maakt nederig, zuivert ou beproeft.

Zij maakt ons onzen Heer en Meester gelijkvormiar, en ten laatste voert zij ons in zijne heerlijkheid binnen, aan de regterhand Gods. Amen.

GEBED

Van eenen berouwhebbenden zondaar, die in zijne ziekte ofkrankheden, met betrouwen zijne toevlngt tot de eindelooze barmhartigheid van God neemt.

In den naam der allerheiligste Drievuldigheid : God den Vader, onzen Schepper; God den Zoon , ons hoofd en onzen Zaligmaker; God den heiligen Geest, den altoos werkenden oorsprong der heiligheid : door de liefde en de uitstekende gaaf des nieuwen verbonds, welke hij in onze harten stort.

Wat zou er, o mijn God! op het punt

-ocr page 228-

218 GEBED VAN BESEN

van voor den vreeselijken regterstoel uwer Majesteit te verschijnen , misdadige als ik ben, aan mijne bedrukte ziel overig bleven dan eene verschrikkelijke wanhoop, eeuwige schande en folteringen, indien Gij met mij handeldet, zoo als de menigte mijner zonden het verdient ? .Ta, mijn God! ik ben beschaamd, ik durf mijne oogen niet tot U verheffen; omdat rnjjue onge-regtigheden op mijn hoofd opeen gestapeld, en mijne zonden vermenigvuldigd en tot den hemel opgeklommen zijn. Hoe spoedig heb ik , helaas ! in den schoot uwer Kerk, door de heilzame wateren des doopsels herboren, het kleed der onschuld niel bezoedeld! Ja, mijn God! ik zal mijne ongeregtigheden voor U belijdan; ik ben voor U niets, dan een voorwerp van verbolgenheid; ik kan voor mijnen Eegter niets tegenwerpen; neen, er blijft mij dan niets overig dan eene verschrikkelijke afwachting van het vonnis en van het brandende vuur, dat uwe vijanden eeuwig moest verslinden.

Maar, o mijn God! het is , omdat mijne ongeregtigheden allergruwelijkst en talloos zijn, en omdat duizende levens, in de werken van de strengste boetvaardigheid doorgebragt, nietin staat zouden zijn om voor de geringste mijner booshedsn te voldoen ; lint is om deze reden , dat Gij U

-ocr page 229-

BEKOFWHEBBENDEN ZONDAAR. 219 mijner zult ontfermen; want Gij zijt vol barmhartigheid, en stelt uwen roem in groote boosheden te vergeven. Gij wilt den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve; dit is mijne toevlugt, o mijn God! uwe barmhartigheden zijn de beweegreden van mijn betrouwen.

Teedere Vader, die in dit leven uwe kinderen niet kastijdt s dan om hun eene eeuwige barmhartigheid te bewijzen: ik ontvang de ziekte, welke Gij mij hebt overgezonden, aSs een uitwerksel uwer liefde tot mij. Verleen mij de genade, dat dit laatste uur van mijnen dag iot uwen dienst besteed worde. Het is maar al te waar, dat ik het grootste deel van mijn leven doorgebragt heb zonder iets te doen; maar bitterlijk betreur ik dien tijd, welken ik, als eeu blinde verloren heb; ontferm U mijner, en maak dat de liefde, welke uw heilige Geest op dit oogenblik in mijn hart stort, datgene aanvulle wat mij ontbreekt, dat zij mijn hart zuivere en het door de vlammen der heilige liefde ont-steke. Ongelukkige als ik ben ! te laat heb ik begonnen U,o Waarheid! onveranderlijke Schoonheid! te kennen en te beminnen. Versmaad nogtans niet,o mijn God! dit overschot mijns levens , hetwelk ik U toewijd : dat mijne opoffering hetzelve volgens U voltrekke, en liet U aangenaam zij.

-ocr page 230-

220 GKBED VAN UKNES

Ik omlenveip mij met gelatciilieid aan de gevolgen des doods, aan de duisternissen , aan de verrotting, aan de akeligheid van liet graf, aan de ontbinding van mijn ligclifiam. Het is billijk, dat dit ligchaam, dat liet werktuig van zoo vele misdaden is geweest, ook in de straffen deel liebbe, welke zij verdienen; maar, o zaclitmoedige God! maak dat het niet voor altoos zij. Ik weet dat mijn Yerlosser leeft, en dat Hij, op liet einde der tijden, mij uit het stof zal doen verrijzen: en wanneer die ledematen op nieuw mtt het vel zullen bekleed zijn, dan zal ik hem met eigene oogcn in mijn vleeseli zien, en ik verhoop bet van uwe eindelooze barmhartigheid, ik zal hem zien als Zaligmaker, en niet als eenen vertoornden en in zijne woede onverzoenlijken Kegter. Ik koester dit verlangen en deze hoop in mijn hart, alsof reeds alles vervuld ware; en de grondsteen mijner hoop, o mijn God 1 is het volle vertrouwen , hetwelk ik heb, dat Gij U mijner zult ontfermen, en mijne boetvaardigheid, hoe laat zij ook kome, zult gelieven te aanvaarden.

Eindelijk, mijn God! Gij zijt mijn Vader, en detecderste der vaders. Kan een vader zijn kind vergeten? Toen do verloren zoon, na het vaderlijk huis verlaten , eu al zijn geld en goed door slemperij

-ocr page 231-

BER-OUAVHEBBEDDEN ZONDAAR, 321 eu losbandigheid verkwist te liebban, met een vermorzeld en verootmoedigd hart tot U wederkeerde, werd uw vaderhart bewogen; Gij sueldet liem met opene armen te getnoet om liem te omhelzen; Gij gaaft hem het kleed der onschuld weder ; Gij deedt het vette kali slagten, en wil-det, dat ceu isdiT in uwe vreugde zou dee-leu. Ik ben het, o mijn God! ik ben die verloren zoon; ik heb tegen U gezondigd! ik durf mijne oogen niet opslaan, ik ben niet waardig uw zoon genoemd te worden; maar Gij kunt niet vergeten, dat Gij mijn Vader zijt! ik beu het verdwaalde schaap, ik ben ■ de verlorene on wedergevondene drachma, die al uwe Engelen van vreugde verrukt.

Zie hier, o mijn God! indien uwe ge-regtigheidU nog wederhoudt om in mijne nederigs bede toe te stemmen , wat in staat is uwen wraaknemenden arm te ontwapenen ; bet is Jesui Christus, uw eeuige Zoon, het zijn zijne verdiensten, het is zijn dierbaar bloed, hetwelk hij voor mij vergoten heeft, dat ik U aanbied: het is door Hem dat ik den vrede; met U zal verwerven; door zijn bloed geregtvair-digd, zal ik door 1 lem van uwe ve rbolgenheid verlost worden; al diegenen, welke, met dit heiligste slagtoffer vereenigd, in U liopen , o mijn God , zullen nimmer

-ocr page 232-

322 GEBED YAN EENJEN

beschaamd worden. Alzoo zal ik mij, met

de verdiensten van uwen Zoon gewapend, gelieel en zoodanig met zijn bloed bedekt, dat Gij mij niet zondt kunnen slaan zonder dat uwe slagen Hem troffen, alzoo zal ik mij met vertrouwen aan den voet uwer vierschaar aanbieden, of liever, Hij zelf zal mij aanbieden ; en terwijl Hij U zijne wonden aantoont, zal Hij zeggen : O mijn Vader! heh medelijden met het kind mijner smarten; vergeef, ter oorzake van mij.

Op dit gezigt, o mijn God! zal uw toorn bedaren; het zwaard, dat opgeheven was om mijn misdadig hoofd te treffen , zal in de schede gestoken worden. Gij zult, ornijnGod! aan zoo zielroerende, zoo kraclitdadigc voorwerpen niet kunnen wedi-rstaau.— Ik stel dan al mijn vertrouwen in U, o mijn goddelijke Zaligmaker, cenigfi Middelaar tusschen God en de menschen! Verberg mij in hst diepste van uw barmhartig hart; verdedig zelf mijne zaak, gewis zult Gij aanhoord worden. Uw goddelijke Vader zal, ter Uwer liefde, al mijiio vorige ongercgtigheden gewaardigen te vergoten ; Hij zal mijn op-regt leedwezen aannemen , en mij nog toe-laten om Zijne en Uw barmhartigheden , te midden der uitverkoornen, ged urende de eeuwigheid te zingen, Amen.

-ocr page 233-

BEROUWHEBBENDEN ZONDAAR. 323

VOORBEREIDINGS-GEBED TOT ONTVANG0amp; DER H. H. SAKRAMENTEN.

Uw lioilige Geest, o God ! verliolite mij, dat ik al mijne zonden ragt moge inzien; ontroer mijn hart, dat ik dezelve van gansclier harte verfoeijen en opregt aan den priester belijden moge, en laat mij vergiffenis erlangen : door Jesus Gliristus onzen Heer. Amen.

ITier volgt het onderzoek des gewetens.

OPWEKKING TOT BEROUW.

ö God! ik erken dat ik gezondigd heb. Ja, ik heb in mijn leven veel kwaads gedaan; en zelfs, nadat Gij mij de laatste maal door het Sakrament der Biecht vergeven hebt, heb ik alweder voor ü gezondigd. Gij hebt mij zoo dikwijls vergeven , en ach! ik heb U toch altoos op nieuw beleedigd. Ach Heer! indien Gij mij naar mijne verdiensten wildet vergelden, dan zou ik slechts straf van U tc wachten hebben. Maar Gij zijt goedertieren, genadiglijk en barmhartig; Gij hebt mij zoo menigmaal vergeven, en zult het ook thans doen, dit hoop ik vast van ü. Het doet mij maar leed , dat ik eenen zoo goeden God zoo vaak beleedigen konde , die mij altijd zoo zeer bemind,en mij gedurende

-ocr page 234-

324 GEBEDEN BIJ

mijn geheel leven naar ziel en ligcliaam zoo vele en zoo groote weldaden bewezen heeft. Ach, mogt ik U toch maar bemind cn steeds getrouw gediend hebben! Mogt ik U, mijn hoogste Goed, toch waardiger bemind en. vereerd hebben ! Hoe zeer berouwt het mij, dat ik U zoo dikwijls veracht en beleedigd heb. Vergeel mij toch al mijne zwakheden eu zonden , die ik thans opregt verfoei, en die ik uu met een ernstigen wil voornemens ben altoos te vermijden. Ik zalU, indien Gij mijn leven zult rekken, met verdubbelden ijver eu trouw voortaan dienen. Doch doe met mij naar uw welbehagen; vergeef mij slechts mijne zondsu ; door JosusCliristus, onzen Heer. Amen.

Nu volyt de helijdenis der zonden.

G EB El) DES ZIEKEN NA DE BELIJDENIS.

6 God! ik dank U, dat Gij mij nogmaals mijne zonden vergeven hebt door den priester, aan wien Jesus Christus de magt heeft gegeven , om in uwen naam te vergeven. Mijne ziel is nu weder getroost en gerust gesteld, waut ik heb bij U genade gevonden. O, bewaar mij nu in deze genade, bewaar mij tot aan mijn levenseinde in uwe vriendschap en liefde. Neem aan, o God en Vader! de boete.

-ocr page 235-

EN VOOII ZIEKEN. 335

welke de priester mij heeft opgelegd , tot verdere atbocting der verdiende straffen ; en neem dan verder als een offer aan alle smarten en kwellingen mijner ziekte. Ik vereenig dezelve met het lijden mijns Verlossers, en smeek U , wil ze gunstig aannemen tot verdere voldoening en kwijtschelding der tijdelijke siraffen. Laat mij, door de verdiensten en voldoening van Jesus Christus voor ons, datgene vergoed worden, wat aan mijne boetedoening ontbreekt Amen.

VOORBEllEIDING TOT DE H. COMMUNIE.

6 God! mijn Heiland Jesus Christus! Gij wilt dan in mijne ziekte tot mij komen! Hoe goedertieren zijt Gij toch jegens ons mensehen ! Gij hebt mij mijne zonden vergeven, en nu wilt Gij mijne ziel ook versterken door het genot van uw heilig Vleesch en Bloed. Deze spijs zal voor degenen die in U leven en sterven, eene verkwikkende teerspijs zijn op den weg naar da eeuwigheid. Maak mij waardig, o God en Heiland! om uw heilig Ligchaam te ontvangen.

Ik geloof vast, dat mijn Heer eu Heiland Jesus Christus in het allerheiligste Sakrament des Altaars waarachtig tegenwoordig is, met Godheid en Menschheid,

18

-ocr page 236-

22(5 GEBET)EN BIJ

met ziel en ligoliaam, met vleescli en bloed. Dit geloof ik , o mijn God! omdat nw eeuwige Zoon, onze Heiland, zelf zoo duidelijk gezegd heeft: mijn Vleesch is waarlijk eene spijs en mijn Bloed waarlijk een drank. En bij liet laatste Avondmaal nam Jesus het brood, brak liet, en gaf het zijnen Leerlingen, zeggende : eet, dit is mijn Ligeliaam. Desgelijks nam Hij ook den kelk, en zeide : drinkt, dit is mijn Eloed; en dan beval Hij zijnen Leerlingen hetzelfde te doen; en aan allo Christenen heeft Hij bevolen, om zijn Ligchaam te eten\' en zijn Bloed te drinken. Daarom geloof ik vast, dat ik ook het Ligchaam en Bloed mijns Heeren, onder de gedaante van brood verborgen, in het allerheiligste Sakrament ontvange. Versterk mij, o mijn God ! in dit geloof.

Mijn Heer en Heiland, Jesus Christus 1 die U vernedert, om in het allerheiligste Sakrament tot ons te komen, en ook thans in mijne ziekte tot mij wilt komen ; o, ik geloof aan U in dit geheimnisvolle Sakrament, en aanbid U in hetzelve; maar ik wil ook vast op U hopen en vertrouwen. Ik hoop dat Gij U in dit Sakrament met mij zult vereenigen, en mij in uwe genade en liefde bewaren. Gij hebt gezegd : wie mijn Vleesch eet en mijn Bloed drinkt, die blijft in mij en ik in hem, die

-ocr page 237-

EN VOOR ZIEKEN. 227

wil eenwia; leven. Met vaste lioop en onwankelbaar vertrouwen op fleze uwe belofte , wenscli ik uw heilig Vleescli en Bloed in het hoogheilig Sakrament des Altaars te ontvangen. Bewaar en versterk in mij deze hoop en in dit vertrouwen op U, mijnen God en Heiland.

Mijn Heer en Heiland Jesns Christus ! aan Ü geloof ik, op U hoop en vertrouw ik, en U wil ik ook met geheel mijn hart beminnen en nn met liefde ontvangen. Gij zijt mijn Heiland en Zaligmaker. Gij hebt mij bemind, en zijt voor mij mensch geworden; Gij hebt mij bemind, en zijt voor mij gestorven , en wilt mi ook in ^ mijne ziekte tot mij komen en U met mij vereenigen. O, datik U toch waardig ontvangen moge ! Maar ach, ik ben een zondaar! Gij hebt mij wel vergeven, maar wie is zuiver en waardig genoeg om U te ontvangen? O Heer! ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt; doch maak Gij mij waardig, en dan kom, mijn Heiland ! en vereenig U met mij, en blijf bij mij tot in de eeuwigheid. Amen.

GEBED NA DE COMMUNIE.

Ik dank U, mijn Heiland! dat Gij ü hebt gewaardigd in mijne ziekte tot mij te komen. Wat kan ik weder vergelden, voor

-ocr page 238-

228 gebeden hu

alles wat Gij aan mijne ziel gedaan hebt ? Gi hebt mij mijne zonden vergeven en mijne ziel versterkt door uw heilig ^ leescli en Bloed. O, ik wil mij verder aan U toevertrouwen, en alle goeds van U liopcn en verwachten. Ik hoop dat Gij uw wooid zult vervullen, daar Gij heM gezegd wie mijn Vleeseh eet en mijn Bloed drinkt, die blijft in m\\i en ik m hom. Ik bid U derhalve, blijf bij mij; vooral blijf bii mij als mijn einde mogt naderen; alsdan laat mij met U vereemgd blijven en in U sterven, ten einde ik eeuwig in U leven moge. Amen.

gebed yoou het heilig oliesel.

Goedertierenste Heiland 1 Gij quot;nebt aan uwe A.postelen bevolen , de geloovige zieken met heilige olie te zalvenen hiei-door in het bijzonder voor _ zieken een Sakrament ingesteld. Want Gij zegt, dooiden mond van uwen Apostel Jacojus ; is er iemand ziek onder u, die roepe de priesters der Kerk bij zieh, deze zullen voor hem bidden en hem zalven met olie in den naam des Heeren. Eu het gebed dez areloofs zal den zieke behouden , de

Herr zal hem verkwikken, en zoo hij in

zonden is, zullen zij hem vergeven worden. Ik gehoorzaam aan uw beirel, en %er-

-ocr page 239-

EN VOOK ZIEKEN. 229

lang in mijne ziekte het Sakramcnt des heiligen Oliesels te ontvangen, hetwelk Gij voor zieken hebt ingesteld, en ik smeek U , dat Gij mij door dit heilig Sakrament nog meer van alle zonden wilt zuiveren, mijne ziel opbeuren en vertroosten, en zoo het U behaagt, mij de vorige gezondheid wilt wedergeven; of indien het\' uw wil is dat ik sterve, mij tot mijn einde wilt versterken, opdat ik in uwe liefde sterve, en eeuwig bij U in den hemel leven moge. Amen.

GEBEU NA HET HEILIG OLIESEl.

Ik dank U, mijn Heiland! dat Gij mij in mijne ziekte ook door het heilig Oliesel versterkt hebt, en bid U tevens ; neem mij nu geheel onder uwe beseherming. Bewaar mijne ziel voor alle ongeduld, voor alle kleinmoedigheid, voor alle vrees, en laat mij, in het geloof, in de hoop en liefde tot U en den Vader, tot aan mijn einde volharden. Amen.

OCHTENDGEBED BIJ AANHOUDENDE ZIEKTE.

Ik ontwaak op mijn ziekbed tot U, o mijn God! Gij hebt mij gedurende den nacht troost en sterkte verleend, en nu en dan mijne vermoeide leden door eenen

-ocr page 240-

330 GEBEDEN BIJ

korten sluimer verkwikt. Dank zij U, o Vader! voor al liet goede dat Gij aan mij liebt bewezen. Bewaar mij nu ook gedurende dezen dag, en lielp mij door uwe genade de smarten mijner ziekte met geduld dragen. Alles wat ik heden zal denken, gevoelen en lijden, zij aan U opgeofferd, ter uwer eere en ten beste mijner ziel. Amen.

AVONDGEBED.

Ik dank U, o mijn God! dat Gij mij gedurende dezen dag weder versterkt, en mij mijn lyden liebt helpen dragen. Dank zij U voor allen troost, voor al het goede dat mij door hulp en bijstand van goede menschen is ten deel gevallen. Maar heb ik U heden door eenig ongeduld of\' zwakheid beleedigd, dan verfoei ik het van ganseher harte, en smeek U om vergeving. Ik zal voortaan zorgvuldiger op mij acht geven, en mij met meer geduld en vertrouwen aan uwen wil overgeven ; versterk Gjj door uwe genade mijnen zwakken wil. In dezen nacht beveel ik mij aan U, o God! neem mij in uwe bescherming. Verkwik myne leden door eenen zachten slaap, en bemoedig mgne ziel in de uren, welke ik slapeloos moet doorbrengen. Ik zal niet vergeten , dat, wanneer alles rondom mij stil is

-ocr page 241-

EN TOOK ZIEKEN. 331

en slaajjt. Gij echter over mij waakt en bij mij zijt. Amen.

GEBED IN OOGENBLIKKEN VAN ONGEDULD OF HEVIGE SMAKTEN.

De smarten , die Gij mij oplegt, o Heer, zijn zwaar; ik bezwijk er onder, zoo Gij mij niet ondersteunt. Ach! mijne ziel hoopt reeds zoo lang op hulp van U ; hoe lang zult Gij nog vertoeven quot; Ol\'hebt Gij welligt myne ontbinding besloten ? mijn hart is bereid, o God 1 mijn hart is bereid, mijne ziel verlangt ontbonden te worden en bij Christus te zijn. Nogtans wil ik mij naar uwen heiligen wil schikken, zoo mijn uur nog niet gekomen is. Ach Heer ! indien Gij mij slechts bijstaat en troost mededeelt iu mijne smarten,en mij dezelve door uwe genade leenigt, dan zal ik volharden, zoo lang het uw wil is. Al het lijden van dezen tijd is immers niet te achten bij de toekomende heerlijkheid, die aan ons geopenbaard zal worden; zoo leert ons uw Apostel, en deze heerlijkheid heeft hier nog geen oog gezien, geen oor gehoord en geen menschen-hart ondervonden. Ik wil dan ook gaarne en gewillig volharden, zoo lang het IJ behaagt. Gij wilt mijne ziel hierdoor droefheid en lijden zuiveren, opdat zij waardig

-ocr page 242-

333 GEBEDEN BIJ

worde, om na hare ontbinding U, den zuiversten en heiligsten God, eeuwig te aanschouwen. O versterk mij dus, o God! door de genade van Jesus Christus , uwen Zoon, en door de genade des heiligen Geestes. Amen.

GEBEDEN BIJ BENEN ZIEKEN, DIE DOOK EEN

PLOTSELING TOEVAL OVERVALLEN IS.

Broeder! (vriend enz.) vertrouw op den Heer, die wil dat alle mcnsehcn zalig worden; verfoei uwe zonden, en let op de woorden die ik u voorzeg; denk er in uw hart over na, en God zal u genadig zijn.

ö Mijn God en Heer! ik smeek tot U in mijnen nood, verhoor mij! — Het doet mij leed dat ik in mijn leven ooit gezondigd heh; wijl ik U, mijnen hoogsten God en Heer, wien ik boven alles aehten en beminnen moest, door mijne zonden veracht en belcedigd heb. Ik verfoei allo mijne zonden, en neem mij vast voor, U nimmer weder te beleedigen. Ik ben bereid om mijne zonden aan den priester opregt te belijden, als Gij, o God! mi! tijden gelegenheid zult geven , om mij daartoe in staat te stellen. Ik bid U, door uwe oneindige barmhartigheid en door de verdiensten van Jesus Christus, onzen

-ocr page 243-

EN VOOR ZIEKEN.

Heiland, wees mij genadig eu barmhartig, en vergeef mij mijne zouden.

6 God! ik geloof aan U, en beken alles wat Gij ons door uwe beilige Openbaring en door uwe onfeilbare Kerk voorstelt om te gelooven; want Gij zijt de eeuwige wijsheid en waarheid.

o God! ik hoop en vertrouw op ü; ik hoop van U vergiffenis mijner zonden , waarover ik nu opregt berouw heb. Ik hoop genade en barmhartigheid van U, ! en de eeuwige zaligheid; want Gij zijt

I goedertieren, genadig en barmhartig, en goedertieren, genadig en barmhartig, en

getrouw in uwe belofte.

| ö God! ik bemin U met geheel mijn | harten boven alles, omdat Gij mijn hoog-\'i ste Goed, het allervolmaaktste en beminnenswaardigste Wezen zijt. Het doet mij leed, dat ik ü niet meer bemind en getrouwer gediend heb. Vergeef mij, o God en Vader, alle mijne zonden.

6 Jesus, mijn Heiland! ik geloof aan U, ik hoop en vertrouw op U, ik bemin U , die mij zoo zeer hebt bemind eu voor mij gestorven zijt. O, ik hoop dat Gij mij in genade zult aannemen en zalig maken.

Wees mij genadig, o God! wees mij barmhartig en vergeef mij mijne zonden.

388

-ocr page 244-

GEBEDEN BIJ

234

II

r

GEBEDEN BIJ SÏEllVENDEN. \\

Broeder (Vriend N.N.) Het is allen v

mensclien vastgesteld eenmaal te sterven, i

Doch een waar Christen sterft eigenlijk \\ niet, zegt onze Heiland, maar hij zal

nog leven, al is hij ook gestorven. Vrees gt;

dus niet; gij gaat tot het leven in. On- t

derwerp u aan den wil des Allerhoog- ]

sten, maar vertrouw ook op Hem; Hij (

zal u uitkomst geven en in zijne heer- j

lijkheid ontvangen. Gij hebt uwe zonden ; beleden, en zij zijn u door de verdiensten van Jesus Christus vergeven. Verwacht dus welgetroost uwen Heiland, die

goeu gjj Kunt, steeds aan (jiod,envolg met uwe^ gedachten datgene na, wat ik :: ii zal vöorzeKscen.

ö Cod, mijn God ! ik wil op U hopen en niet vreezen. Gij roept mij, ik kom, ik ben bereid tot Lf te komen; want ik ga tot mijnen Vader. Gij hebt mij geschapen I tot het eeuwige leven, en nu is mijn uur | gekomen, dat ik tot dit leven zal ingaan. U God! help en versterk mijne ziel, dat ik nog maar eene kleine wijl volharde, en dan U, mijnen God, aanschouwe.

o Jesus, mijn Verlosser ! ik hoop en vertrouw op U. Gij hebt mij verlost door

-ocr page 245-

EN VOOR stekve.NÜEN. 235 uw lijdeu eu uwen dood, eu nu zult Gij mij ook zalig maken. Op uwe verdiensten vertrouwende , zal ik met vreezen; want tiij liebt mij verzoening bij den Vader 11 verworven, en mijne zonden vergeven. Ü i- mijn Heiland! laat mij thans in U ster-k veil, ten einde ik eeuwig bij U leve.

Mijne ziel verlangt naar ü , o God ! ik s wenseh ontbonden te worden eu bij Cliris-- tus te zijn. Eed mij toeli weldra uit deze quot; kwelling, o Heer! eu laat mij ingaan iu j die zalige rust, welke tl ij den uwen be-\'■ lool\'d kebt. Heer Jesusl neem look mijne 11 ziel weldra tot U, eu laat mij ü en den ■ Vader zien, en zalig zijn.

Vader 1 indien ket mogelijk is, zoo 6 neem tock weldra den kelk van mij weg; 3 1 dook niet mijn wil, maar uw wil, o Vader! \' geschiede, ik wil, naar ket voorbeeld t van uwen Zoon, onzen Heiland, volkarden, zoolang ket U behaagt; versterk en 1 vertroost sleekts mijne ziel, o God! en gt; bewaar mij in uwe iietde.

1 i; üüod! ik geloof aan U , ik koop en vertrouw op U, ik bemin U met gekeel \'ïiujii kart. U, laat mij in dit geloot\' en vertrouwen volharden, en iu deze liefde mijn ; | leven eindigen, ten einde ik U, mijnen (jod, iu uwe heerlijkheid aansckouwe, en U eeuwig uiogö loven en verkeeiiijken. üiitierm U mijner, o (Jod! ontferm IJ

-ocr page 246-

236 GEBEDEN BIJ

mijner, volgens uwe groote barmliartig-lieid! Red mij toch van den angt des doods, en neem mijne ziel tot ü; mijne ziel verlangt naar U , o Heer! laat mij ingaan in uwe rust en zaliglieid.

,jcsus, mijn Heiland, die voor mij gestorven zijt : o, versterk mij door uw lijden en sterven! Uw lijden , o Jesus , versterke mij! ö liefderijke Jesus, verhoor mij; in uwe wonden, o Jesus, verberg mij ; in mijn srerfuur roep mij tot U, en laat mij tot U komen, en U en den Vader prijzen in eeuwigheid.

Ik heb mijnen levensloop voleindigd , ik heb mijn geloof behouden, o Heer! Gij hebt mij mijne zonden vergeven, en mij in uwe liefde aangenomen ; nu hoop ik dat Gij mij ook de kroon der gereg-tigheid zult geven, die Gij dengenen beloofd hebt, die U beminnen.

Vader! in uwe handen beveel ik mijnen o-eest. In uwe wonden beveel ik mijne ziel, o Jesus! Ontvang mij, mijn Heer en God ! mijn Heiland en Zaligmaker! Jesus Christus! wees mijn troost en mijne hulp in mijnen dood.

God Vader, die mij naar uw evenbeeld hebt geschapen, ontferm U mijner! — God Zoon, die mij door uw bloed liebt verlost, ontfermU mijner! — God lieüige Geest, die mij door uwe genade licbt geheiligd ,

-ocr page 247-

EN VOOll STEIIVRNDUN. 387 ontferm U mijuev! Heilige, drieëenige God! ik gulool aan ü, ik lioop op U, ik bemin U. Laat mij in U sterven en zalig zijn !

Heilige Maria, Moeder desHeeren! bid voor mij, nu en in liet uur mijns doods.— Mijn heilige Beschermengel! sta mij bij .Gij heilige Engelen en Uitverkoonien Gods ! bidt voor mij. Verwerft mij door uwe voorspraak een zalig einde en eene genadige opneming in den hemel bij den Heer.

Heer Jesus! kom, neem mijne ziel tot XJ. — Ontvang mijnen geest, o God! — Jesus! U leef en sterf ik. jesus! neem mij op in uw rijk Laat mij U en den Vader zien en zalig zijn !

Het is volbragt, o God! het isvolbragt. Vadert in uwe handen beve.-l ik mijnen geest; neem mij aan in uwe vreugde, o God! — Jesus! maak uwen dienaar zalig , die aan ü gelooft, op TJ vertrouwt, en ü lief heeft. Laat mij nu deu Vader en U aanschouwen en eeuwig zalig zijn. Amen.

LITANIE

welke de lioillge Kerk leest voor de Stervenden.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

-ocr page 248-

TiTTANIE VOOl!,

TTfor, nntform TJ onzor.

TTeiliVe Mar in , bid voorlmm (vóórhaar.) Alle lioilige Engelen en Aartsenijelen, TT. Ahel,

Alle kooren rler regtvaarfli^en , TT. Abraham,

TT, Joannes de dooper,

TT. Josef,

Alle hcilisje Patriarchen en Profeten , TT. Petrus,

TT. Panlus, g

TT. Andreas, ^

TT. Joannes, g

Alleheilige Apostelen en Evangelisten, S Allo heilige Leerlingen des Heeren , ^ Alle heilige onnoozele Kindereng TT. Stephanns,

TT. Lanrentins, jf

Alle heilige Martelaren , p.

H. Silvester, ^

TI. Gregorins,

TT. A.ngnstinns,

Alle heilisre Bisschoppen en Belijders , TT. Benedictns,

H. Francis en s ,

Alle heiliare Monniken en Kluizenaars , Heilige Maria Magdalena,

H. Lucia,

Alle heilige Maasden en Weduwen, Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar hem,(hnar) Heer.

2.38

-ocr page 249-

STERVENDEN. 239

Wees ^enadia:, verlinnr liom, (liaar) Herr. Wees genadig, verlos hem , (hanr),Eeer. Van uwe gram sell a p ,

Van liet gevaar des dooris, ^

Van eenen kwaden dood,

Van de pijnen der hel, °

Van alle kwaad,

Van het geweld des duivels,

Door nwe geboorte,

Door mv kruis en lijden,

Door uwen dood en uwe begrafenis , .5, Door uwe glorierijke verrijzenis.

Door uwe wonderbare hemelvaart, ^ Door de genade van den heiligen 3

Geest, den Vertrooster,

In .den dag des oordeels ,

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat. Gij hem (hiaar) wilt sparen, wij

bidden U, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

GEBED.

. Vertrek, ehristene ziel! uit deze wereld, in den naam van God, den almagtigeu Vader, dieu geschapen heeft: in den naam van Jesus Christus, den Zoon van den levenden God, die voor u geleden heeft; in den naam van den heiligen Geest, die

-ocr page 250-

240 GEBEDEN VOOU

ill u gestort is; in den naam der Engelen en Aartsengelen ; in den naam der Troonen en Heerseliappijen ; in den naam , der Overlieden en Magten ; in den naam | der Cherubijnen en Serafijnen ; in den | naam der Patriarchen en Profeten ; in den I naam der Apostelen en Evangelisten ; in j den naam der heilige Martelaren en Be- | lijders ;in den naam der heilige Monniken | en Eremieten; in den naam der heilige 1 Maagden en van alle Gods lieve Heiligen ; heden zij uwe plaats in vrede , en uwe woning in het heilig Sion : door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED.

6 God van barmhartigheid en goedertierenheid ! God , die door de einde-looze grootheid uwer goedheden, dc zonden der boetvaardige zielen uitwischt, en de vlekken hunner verledene misdaden vernietigt, door de vergiffenis welke Gij hun daarvan schenkt : zie meedoo-gend op uwen dienaar N., (uwe dienares N.) neder, en verhoor het gebed , hetwelk hij (zij) met eene volkomenc openhartigheid tot U stiert, om van l de vergiffenis van al zijne (hare) zon den te verwerven. Vernieuw in hem (haar) allerzaehtmoedigste Vader, al wat d menschelijke zwakheid bedorven , of dl

-ocr page 251-

STERVENDEN.

hoovaardigheid des duivels in hem (liaar) bezoedeld lieeft, en vereenig met het lig-ehaam uwer Kerk dit lidmaat, hetwelk door het bloed van uwen Zoon is vrijgekocht. Heb medelijden, Heer, met zijne (hare) tranen, en dewijl hij (zij) geen betrouwen heeft dan in uwe barmhartigheid, ontvang hem (haar) tot het Sakra-ment uwer verzoening : door Jesus Christus, onzen Hoer. Amen.

Mijn dierbare broeder (mijne dierbare zuster ) ! ik beveel u aan den almagtigen God , en stel xi in de handen van Hem wiens schepsel gij zijt, opdat gij, na door uwen dood de schatting der menschelijke natuur betaald te hebben , tot uwen Oorsprong wederkeeret, die u uit slijk dei-aarde gevormd heeft. Dat een schare van Engelen, des lichts uwe ziel, bij het verlaten van haar ligchaam, kome ontvangen ; dat het gezelschap der Apostelen, die de wereld moeten oordcelen, u te ge-moet kome; dat liet zegepralend leger van Martelaren, nog met linu bloed bedekt, u vergezelle; dat het roemvolle koor der Belijders, wit als de leliën, door de zuiverheid van hun hart, u omringejdat de rij der Maagden u met jubelzangen onthale, en dat de Patriaréhen u in den schoot eener gelukkige rust omhelzen. Dat Jesus zich met een gul en blij gelaat,

16

241

-ocr page 252-

GEBEDEN VOOR

243

aan ii vertooue, en u onder liet getal diergenen stelle, die genadig in zijn gezel-seliap zijn : dat de afgrijsselijkheid der duisternissen, de lieviglieid der vlammen en do strengheid dor folteringen n onbekend blijven. Dat de lielsclie Satan zieh met zijne aanliangers van n verwijdere; dat hij siddere, als hij u, bij uwe komst, van de Engelen vergezeld ziet, en dat hij vlugte in den verschrikkelijken afgrond van den eeuwigen nacht. Dat God opsta, en zijne vijanden verstrooid worden, en dat degenen die hem haten, voor zijn aanschijn vlieden ; dat zij als rook verdwijnen , en dat de zondaars op het aanzien van God vergaan, gelijk het was voor het vuur vergaat; dat de regtvaardigen verzadigd worden , en zich in zijne tegenwoordigheid verheugen. Dat de legiosnen der hel verdelgd en met schaamte overladen worden, en de bedienaars van Satan zich niet verstouten u bij uwen doortcgt te wederhouden. Dat Jesus Christus, die zich gewaardigd heeft voor u te sterven, u van den eeuwigen dood bevrijde. Dat Jesus, de Zoon van den levenden God, u iu het bezit van zijn paradijs stelle, en dat hij, die de ware Herder is, n onder het getal zijner schapen rangschikte ; oat hij u al uwe zonden vergeve, en u, onder zijne uitverkorenen, aan zijne regterhand

-ocr page 253-

STERVENDEN.

stelle. Dat gij uwen Zaligmaker van aan-scliijn tot aanschijn moogt aanschouwen, en dat gij, steeds liet geluk zijner tegenwoordigheid genietende, met uwe zalige oogen de waarheid in al haren luister moogt ontwaren, en gij eindelijk, in het gezelschap der gelukzaligen aangenomen, gedurende de eeuwen der eeuwen, de zoetheid der goddelijke aanschouwing moogt genieten. Amen.

GEBED.

Ontvang, Heer! uwen dienaar (uwe dienares) in het verblijf der zaligheid, welke hij (zij) van uwe barmhartigheid verhoopt, b. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (dienares) van al de gevaren der hel, van al de straffen, van al de kwellingen, die hem (haar) kunnen overstelpen, u. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij Henoch en Eüas van den, aan alle mensehen gemeenen dood, verlost hebt. K. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij Noë van den zondvloed verlost hebt. 11. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij Abraham uit het land der Glialdeën getrokken hebt. u. Amen.

248

-ocr page 254-

344 GEBEDEN VOCE

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij Job van zijn lijden verlost hebt. r. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (nwe dienares), gelijk gij Izailk uit de handen van zijnen vader Abraham, die hem stond te slagtofferen, verlost hebt. u. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij Loth uit den brar.d van Sodoma verlost hebt. tl. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), ge\'iijk gij Mozes uit de handen van Pharao, koning van Egypte, verlost hebt. u. Amen.

Verlos,Heer, de ziel van uwen dienaar (nwe dienares), gelijk gij Daniël uit den kuil der leeuwen verlost hebt. R. Aaien.

Verlos , Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij de drie kinderen uit den brandenden oven en uit dc handen van den onregtvaardigen koning verlost hebt. u. Amen.

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares),1 gelijk oij Susanna van do misdaad, waarvan zij onregtvaardiglijk beschuldigd werd , verlost hebt. r. Amen.

Verlos , Heer, do ziel van uwen dienaar (nwe dienares), gelijk gij David uit de handen van den koning Saiil en van de woede van Goliath verlost hebt. li. Amen.

-ocr page 255-

STERVENDEN. 24.5

Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), gelijk gij de heilige Petrus en Paulus uit de gevangenissen verlost

liebt. b. Amen.

En gelijk gij de lieilige Maagd Thecla, uwe martelares, van drie verschrikkelijke folteringen verlost hebt, verlos alzoo ook, bid ik ii, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares) en doe haar, met U, al de goederen des hemels genieten, k. Amen.

gebed.

Wij bevelen aan U, o God, de ziel van uwen dienaar (uwe dienares), en bidden U, Heer .Jesus Christus, Zaligmaker dei-wereld, niet te weigeren haar in het gezelschap uwer IPatnareheu te stellen, dewijl uwe barmhartigheid U uit den hemel heeft\'doen nederdalen, om haar zalig te maken. Erken, Heer, uw sehepsel, dat door geene vreemde goden, maar door U geschapen is, die de alleen levende, de ware God zijt, omdat er geen andere God is dan Gij, en er niets is, dat met uwe werken kan vergeleken worden. Verblijd hem, (haar) Heer, door het geluk van uwe tegenwoordigheid, en gedenk4noch zijne (hare) vorige ongeregtigheden. noch de vervoeringen, waarin de drom der haits-togten of de vurigheid der kwade begeerten hem (haar) gebragt hebben;

-ocr page 256-

2 1.6 GEBEDEN TOOK

want ofsclioon liij (zij) gezondigd heeft, lieeft liij (zij) echter het geloof in den Vader , in den Zoon en in den heiligen Geest, niet verlaten, maar het behouden, en de ijver van God is in zijne (hare) ziel geprent gebleven, en hij (zij) heeft God, die alles gemaakt heeft, getrouw aangebeden. Amen.

GEBED.

Wij bidden ü, Heer, de onwetendheid en misslagen zijner (harer) jeugd niet te gedenken; maar wees hem (haar) liever gedachtig , in het verblijf uwer heerlijkheid , volgens uwe groote barmhartigheid. Dat de hemelen geopend worden om hem (haar) te ontvangen , en de Engelen zich over zijne (hare) zegepralende intrede verheugen. Ontvang, Heer. uwen dienaar (uwe dienares) in uw rijk. Dat de H. Michael, die waardig is geacht de prins der hemelsche heerscharen te wezen, zijne (hare) ziel, bij het verlaten van het ligehaam, ontvange. Dat de heilige Engelen Gods, hem (haar) te gemoet komen, en hem (haar) in het hemelsche Jeruzalem geleiden Dat de gelukzalige Apostel, de H. Petrus, wien God :1e sleutels van het hemelsche rijk gegeven heeft, hem (haar) ontvange. Dat de H. Apostel Paulus, van wien God een uitverkoren

-ocr page 257-

stervenden.

vat gemaakt heeft, hem (haar) bijsta. Dat de H. Apostel Joannes, de welbeminde van Jesus, wien de geheimenissen des hemels zijn geopenbaard geworden, voor hem (haar) spreke. Dat al de heilige Apostelen, aan welke Jesus Christus de magt heeft gegeven van te binden en te ontbinden, voor hem (haar) bidden. Dat al de heilige uitverkoornen Gods, die op deze wereld voor den naam van Jesus Christus geleden hebben, voor hem (haar) spreken; opdat hij (zij), van de banden des vleesehes verlost, waardig zij tot de heerlijkheid van het hemelsche rijk te komen, door de genade van onzen Heer Jesus Christus, die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in alle eeuwen der eeuwen, e. Amen.

Indien de doodstrijd langdurig is, kan men bij deze gebeden voegen de Litanie tot den heiligen Naam Jesus, (bladz. 79.) en die van de heilige Maagd (bladz. 113.) en de zeven Boet-psalmen. (bladz. 45.)

Het zal zeer heilzaam zijn, den zieltogende , zoo hij nog kennis bezit, op te wekken om dikwijls de heilige namen van Jesus en Maria te aanroepen, zoo als :

„Jesus, Jesus, Jesus! o mijn Zaligmaker 1 ik bemin U, ik ben rouwmoedig.quot;

„Jesus! in uwe handen stel ik mijne

347

-ocr page 258-

248 GEBEDEK VOOR

ziel: Jesus! oiilvuiig mijne iuatste zuclit,quot;

„ O Maria, mijne teedere Moeder ! bid voor mij. O Maria, Moeder van genade! bescherm mij, O barmhartige Maria! bid voor mij, ontvang mij. quot;

ANDiSK GEBED VOOR STERVENDEN.

1. Zoo worstelt weder een onzer broeders met den dood. Broeders! zusters ! bidt, bidt voor den worstelaar.

2. 6 Gij, die eens op de aarde met den dood hebt geworsteld : Jesus Christus 1 Gij weet bij ervaring, wat liet mensehe-lijke hart in den doodstrijd lijdt. — Een zweet, als van druppelen bloeds, stroomde van uw aangezigt neder. — Gij kent de angst aan den zwaarsten strijd verbonden. O, verfrisch dan toeh onzen broeder, die zoo naar U snakt; zend hem verkwikking af; versterk hem , zoo hij mogt wankelen; zend hem uwe kracht; verlicht hem zoo hij mogt twijfelen; zend over hem uw licht.

8. Almagtige! versterk zijn geloof, opdat hij in U geloove, alsof hij U zage. Getrouwe! ondersteun zijne hoop, opdat hij op uw woord vertrouwe, alsof hij U hoorde. Beminnenswaardigste! bevestig zijne litfde , opdat hij zich van U niet late scheiden, tot dat hij U genieten kan.

-ocr page 259-

STRUVENDEN.

4. Heer der lieerlijklieicl! vertoon hem de lieerlijklieid des toekomenden levens, opdat luj liet lijden des tea;enwoordia;en levens uitlioude; verzeker liem vfin eene toekomende opstanding , opdat liij voor geen bederf vreeze; laat zijn hart slechts een druppel der hemelsche ffenoeffeii\'ï smaken , opdat hij den lijdenskelk moedis uitdrinke — en tot den laatsten druppel toe.

5. Overwinnaar des doods, der hel, des satans en der zonde! laat geene helsehe schrikbeelden hem verontrusten, geene satans-listen hem overvallen, geene bekoorlijkheden der zonde hem overmeesteren. Deklood zij hem een overgang tot het eeuwige leven.

fi. Verlosser! Gij hebt TJ voor hem in den dood overgegeven ; o laat de waarde der verlossing, door U te weeg gebragt, aan zijne ziel niet verloren gaan.

7. Dooden-opwekker en Wereld-regter! zegen, heilig, zniver hem , opdat hij heer-lijk moge opstaan, en met vreugde U als Wereld-regter zie terugkomen.

8. ö Gij, die aan het kruis hebt vol-bragt: rust hem nu uit met uwe kracht, opdat hij ook volbrenge. Blijf hem bij, totdat hij hebbe volbragt. Neem zijne ziel op in uwe handen; sta hem thans bij tot aan zijne laatste ademhaling toe.

349

-ocr page 260-

350 GEBEDïiN VOOR

opdat liij eeuwig, eeuwig bij U moge

zijn. Amen.

AANSTONDS NA HET OVEltLIJDEN.

Heilige vrienden Gods! komt zijne (hare) ziel te hulp. Engelen des Heeren! komt haar te gemoet; ontvangt haar, en biedt haar den Allerhoogste aan.

v. Dat Jesus Christus, die u geroepen heeft, u ontvange, en de Engelen u brengen in den schoot van Abraham.

* Ontvangt haar en biedt haar den Allerhoogste aan.

v. Heer! geef haar de eeuwige rust, en doe over haar het licht schijnen, dat nimmer uitgedoofd wordt, * Biedt haar den Allerhoogste aan.

Heer ! ontferm U onzer.

Jesus Christus! ontferm U onzer. Heer! ontferm ü onzer.

Onze Vader, enz.

v. En leid ons niet in bekoring. B. Maar verlos ons van den kwade, v. Heer! geef hem (haar) de eeuwige rust.

u. Dat uw eeuwig lieht over hem (haar) schijne.

v. Heer! behoed zijne (hare) ziel.

li. Van de poorten der hel.

v. Dat hij (zij) in vrede ruste. u. Amen.

-ocr page 261-

stervenden.

251

v. Heer ! verhoor miju gebed. r. En mijn geroep kome tot U.

laat ons hidden.

Wij bevelen U, Heer, de ziel van uwen dienaar N. (uwe dienares N.) opdat hij, (zij) gestorven voor de wereld, in U leve, eu hij (zij) van uwe goedheid en einde-looze barmhartigheid de vergiffenis der beleedigingen verwerve, welke do men-schelijke zwakheid hem (haar) heeft doen bedrijven. Wij bidden U hierom, door onzen Heer Jesus Christus. Amen.

-ocr page 262-

Gflbeddii voor Overledenen.

GEBEDEN

OiVDER [li: MISSE VOOR OVERLEDENEN.

INTROÏTUS.

Heer! s;cef hun de eeuwige rust, cu ; dat liet eeuwige licht hen verlichte. Mijn God! in Sion moet men U loven, en in Jeruzalem zal men U gelofte doen. Verhoor mijn gebed, want alle vleesel moet tot U komen.

God, hemelsche Vader! ontferm U over de zielen in het vagevuur. Zij zijn het werk uwer handen, vervul hun verlangen : doe hen in vrede rusten!

God Zoon, Verlosser der wereld! ontferm U over de zielen in het vagevuur. Doe hen de vruchten van uw lijden en , uwen dood genieten : maak hen zalig !

God , heilige Geest! ontferm U over de zielen in het vagevuur. Gij hebt hen geheiligd; verlos hen uit hunne pijnen!

-ocr page 263-

MISSE VOOll OVEKLEDENBN. 353

DB COLLECTEN.

O God, die, door uwe oneindige barm-liartigheid , altijd gereed zijt te spaven en te vergeven : wij smeeken U ootmoedig i voor de ziel van uwen dienaar (van uwe dienares) N. die Gij (heden) uit de we-M reld hebt doen scheiden; geef haar niet K over aan hot geweld van den vijand, en | vergeet haar niet eeuwig, maar beveel aan | uwe heilige Engelen haar te ontvangen en in den hemel te voeren; opdat zij , na in U gehoopt en geloofd te hebben, de straffen der hel niet lijde , maar de eeuwige zaligheid geniete. Door onzen lieer Jesus Christus, uwen Zoon, die leeft en heorscht met ü, in de eenheid van den heiligen Geest, in alle eeuwen.

Epistel van den heiligen Paulus aan die van Thessalonika. 4. vs. 13.

Maar Broeders! wij willen niet dat gij onwetend zijt van hetgene gij weten moet, aangaande degenen die ontslapen zijn; opdat gij u niet bedroeven zondt, gelijk de andere menschen , die geene hoop hebben. Want indien wij gelooven, dat Jesus Christus gestorven en verrezen is, zoo moeten wij ook gelooven, dat God degenen, die in Jesus ontslapen zijn.

-ocr page 264-

254 GEBEDEN ONDEll DE MISSE met Hem zal opvoeren. Ook zeggen wij u, in den naam des Heeren, dat wij, die leven, en die tot zijne aankomst overblijven, degenen die reeds ontslapen zijn, niet zullen voorkomen. Want zoodra het roepteeken door den klank der bazuin zal gegeven zijn, zal de Heer zelf van den liemel afdalen : en degenen die in Jesus Christus gestorven zijn , zullen het eerste verrijzen. Daarna zullen zij, die in leven zijn, en tot dien tijd levendig zijn over-gebleven , te zamen met hen opgevoerd worden in de wolken , om den Heer te ontmoeten in de lucht: en alzoo zullen wij eeuwig leven met den Heer. Troost u dan elkander met deze waarheden.

GUADÜAAL,

Heer! geef hun de eeuwige rust, en het eeuwig lieht verschijne hun. De gedachtenis des regtvaardigen zal eeuwig zijn ; hij vreest geene kwade tijding. Verlos, Heer! de zielen van alle overledene geloovigen van alle banden harer zonden, en geef, door den bijstand uwer genade, dat zij verdienen het oordeel van wraak te ontgaan, en de zaligheid van het eeuwig licht te genieten.

-ocr page 265-

VOOR OVERLEDENEN.

Evangelie volgens den H. Joannes.

In dien tijde zoide Martha tot Jesus : Heer! waart Gij Mcr geweest, mijn broe-

Ider zou niet gestorven zijn; maar ik weet dat God U ook nu alles zal toestaan, wat Gij Hem zult vragen. Jesus antwoordde liaar : uw broeder zal verrijzon. Martha zeide Hem : ik weet wel, dat hij verrijzen zal in de verrijzenis op den jougsten dag. Jesus antwoordde : Ik ben de verrijzenis en bet leven; die in Mij gelooft, ofschoon bij ook dood was, zal leven ; en die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit? Martha antwoordde Hem : ja. Heer! ik geloof dat Gij de Christus, de Zoon van der. levenden God zijt. die in deze wereld gekomen is.der zou niet gestorven zijn; maar ik weet dat God U ook nu alles zal toestaan, wat Gij Hem zult vragen. Jesus antwoordde liaar : uw broeder zal verrijzon. Martha zeide Hem : ik weet wel, dat hij verrijzen zal in de verrijzenis op den jougsten dag. Jesus antwoordde : Ik ben de verrijzenis en bet leven; die in Mij gelooft, ofschoon bij ook dood was, zal leven ; en die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit? Martha antwoordde Hem : ja. Heer! ik geloof dat Gij de Christus, de Zoon van der. levenden God zijt. die in deze wereld gekomen is.

Offerande,

Heer Jesus Christus, Koning der beer-lijkheid I verlos de zielen van allo overledene geloovigen van de straffen der hel en van den diepen afgrond ; verlos baar van den muil des leeuws; dat de hel haar niet verslinde, en dat zij in de duisternissen niet struikelen, maar dat veeleer uw beilige Engel Michaël baar tot het

355

-ocr page 266-

356 GEBEDEN ONDER DE Ï1ISSE heilig licht brenge, hetwelk Gij weleer aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt.

Wij offeren U , Heer 1 offeranden en gebeden; ontvang die, bidden wij, voor de zielen -wier gedachtenis wij heden vieren. Doe haar, Heer! na den dood, geraken tot het leven , hetwelk Gij weleer aan Abraham en zijne nakomelingen beloofd hebt.

Wees bijzonder de ziel indachtig van uwen dienaar N. (uwe dienares ,N.) voor welke wij U dit zoenoffer en deze gebeden opdragen ; opdat zij volkomen gereinigd door het bloed van Jesus Christus, onzen Verlosser, moge ingaan in uwe eeuwige rust.

Prsefatie en Sanctus.

Heilig, heilig, heilig is de Heer der heerkrachten; en daarom mag niets wat besmet is binnengaan in zijne heerlijkheid. Wij weten het, o God! maar Gij zijt immers een God van liefderijke ontferming. O, ontferm U dan over de zielen die onder uwe straffende hand in lijden zuchten. Wees gedachtig aar de getrouwheid, met welke zij U gediend hebben in haar leven, en vergeet de misdaden , die de zwakte der menschheid

-ocr page 267-

VOOR OVERLEDENEN. 257

haar somtijds liccft doon bedrijven. Verlos haar uit die plaats vau smarten en duisternissen, en breng haar over naar de eeuwige woonstede van rust en van lieht.

Voor de Consecratie.

Verhoor, o genadigeGodl onze ootmoedige smeekingeu, en verleen de genade der volledige kwijtschelding aan die zielen, voor welke wij bijzonder moeten bidden. Door den naam en de verdiensten van uwen welbeminden Zoon , die op zich heeft genomen voor ons allen te voldoen, smeek ik het U, o liefderijke God! Ik zoude het niet wagen , de werkingen uwer heilige en billijke regtvaardigheid te willen tegenhouden; maar ik weet, dat Gij liever als een Vader van barmhartigheid, dan wel als een God van strenge wraak wilt aangeroepen worden. Ach 1 uwe over-groote goedheid neigt U tot vergeving; voldoe aan die neiging van uw goddelijk hart. Om de liefde van U zeiven, verleen aan die bedrukte zielen eene volledige kwijtschelding van de schulden , die uwe regtvaardige strengheid haar wel billijk maar zoo smartelijk doet boeten.

Door den geheiligden arbeid van uweu eonigen Zoon, onzen Verlosser; door zij nen

17

-ocr page 268-

358 GEBEDEN ONDER DE MISSE smartelijkeu doodstrijd; door zijne dierbare tranen; door het bloed, dat Hij zoo overvloedig vergoten heeft, en hetwelk Hij U nog in dit oogenblik , door de handen des Priesters, als een offer van verzoening zal opdragen op het altaar ; door de oneindige verdiensten van zijn leven en van zijnen dood; door de onbevlektheid en alle deugden der allerheiligste Maagd Maria; door al de verdiensten, boetoefeningen , voldoeningen en goede werken van al uwe Heiligen ; verleen , o God 1 verleen aan deze zielen do vervulling harer vurige begeerten, en doe haar uw goddelijk aanschijn genieten. Amen.

Na de Consecratie.

Laat, o Heer! onze gebeden en offerande ü aangenaam zijn, en neem de zielen voor welke wij bidden, die Gij geschapen, verlost en geheiligd hebt, in genade aan. Laat haar dit zoenoffer ten deel worden , hetwelk wij aan U voor haar opdragen ; neem hare overgeblevene zonden en gebreken weg; Iaat de voldoening, welke Gij, o Jesus! door uwen dood hebt aangebragt, ook haar ten goede komen!

Ontferm U over die zielen, gelijk Gij U over uwen boetvaardigen medegekruis-ten ontfermd hebt.

-ocr page 269-

VOOU OVERLEDENEN. 369

Ahnagtige en barmhartige God! ik smeek U, de verdiensten van liet lijden eu den smartelijken dood van uwen Zoon te willen toeëigenen aan de ziel (of zielen) van N. En indien zij nog niet geheel aan uwe regtvaardigÜeid voldaan hebben, vergeet dan bunne zonden, en doe hen weldra de eeuwige gelukzaligheid , welke Gij ons beloofd hebt, en naar welke zij verlangen , voor altijd genieten.

Jesus, Verlosser der mensehen! wees ook een Verlosser van die ongelukkige zielen ; en gij, heilige Maria, teedere Moeder van onzen Zaligmaker 1 voeg bij mijn gebed uwe vermogende voorbede en bescherming , om de genade der vergiffenis , welke ik voor de ziel van N. vraag, te verkrijgen.

Agnus Dei.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, geef hun rust! Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, geef hun de rustl Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, geef hun de eeuwige rust!

Onder de Nuttiging.

Heer Jesus Christus, die, volgens den wil van uwen Vader, onder medewerking

-ocr page 270-

200 GEBEDEN ONDER DE MISSE van den heiligen Geest, door uwen dood de wereld liebt levend gemaakt en verlost: verlos door dit uw allerheiligste Ligchaam en Bloed mij en de overledene geloovigen van alle zonden en van alle straften, en laat allen , die in U geloofd hebben, eeuwig met U vereenigd worden.

Laat, bidden wij , Heer! de nuttiging van uw heilig Ligchaam en Bloed, aan hetwelk de overledene geloovigen in hun leven zoo dikwijls deelgenomen hebben, hen ook na hunnen dood tot verlossing en zaligheid voordeelig zijn.

Laat, Heer! dit ofter, dat wij uwer Majesteit hebben opgedragen, den levenden en overledenen tot heil verstrekken.

Geef dat wij, die nog in dit leven zijn, door hetzelve vergiffenis van het verledene, en genade en sterkte tegen toekomende gevaren verküjgen; maar vooral, laat dit offer den overledenen geloovigen tot vertroosting en verlossing dienen, opdat zij, door hetzelve gezuiverd en gereinigd , en van alle banden der zouden ontslagen, mogen ingaan tot het eeuwig leven.

Na da Nuttiglng\'.

Verhoor, o Heer! de ootmoedige gebeden, die wij U voor de verlossing van

-ocr page 271-

VOOR OVEBLEUENEN. 261

alle overledene geloovigen voor den troon uwer barmhartigheid opzenden ; zuiver hen van alles wat hen van het genot der zaligheid verwijderd houdt, en laat hen voor U geregtvaardigd worden door het bloed van Jesus Christus, uwen Zoon, dat eens voor hen aan het kruis vergoten, nog dagelijks op onze altaren wordt opgeofferd.

Geef inzonderheid, almagtige God! dat de ziel van uwen dienaar N. (van iiwe dienaresse N.) aan welke wij ons vau daag herinnerd hebben , door deze offerande gezuiverd, en van hare zonde ontslagen zijnde , vergiffenis bekome, en binnen ga in de eeuwige rust. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen.

Op liet einde der Misse.

6 God! Gij zult mij ook eens van de aarde roepeu, en ik weet niet wanneer. Misschien ben ik maar weinige schreden van het graf verwijderd. Leer mij dan mijne pligten vervullen, opdat ik in het doodsuur mij niets te verwijten hebbe. Leer mij den tijd, welken ik nu nog heb, zorgvuldig waarnemen, en niets verschuiven tot eene onzekere toekomst, opdat de nacht des doods, in welken niemand meer zal kunnen werken, mij niet onverhoeds , en voor dat ik bereid ben, over-

-ocr page 272-

363 MISSE VOOR OVEELEDENEN.

valle. Laat mij nooit vergeten, dat al liet aardsclie vergankelijk is ; dat noch aanzien, nocli rijkdom, maar alleen de goede werken mij volgen kunnen in de eeuwigheid. Leer mij ook het lijden dezes levens met geduld en standvastigheid verdragen, opdat het in mij een eeuwigdurend geluk voortbrenge. Met berusting in uwen heiligen wil, stel ik mijnen langeren of korteren levensloop en al deszelfs wisselvalligheden, ter uwer goddelijke beschikking. Maak mij ijverig in het geloof, getrouw aan U en in de onderhouding uwer geboden. Bewaar mij van eenen haastigen, onvoorzienen en ongelukkigen dood. Laat mij voor mijn sterven de heilige Sakramenten waardig ontvangen. Laat mij sterven onder de bescherming van de allerheiligste Maagd Maria, van mijnen Bewaar-engel en van mijne hemelsche Beschermers. Ontferm U over allen die in doodstrijd liggen. Versterk de zwakken; help alle kranken; wees den weezen eenen vader, en een beschermer der weduwen; vertroost hen die met treurige harten hunne tranen voor U uitstorten ; wees ons allen genadig. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen.

-ocr page 273-

LITANIE

voor de overledene Geloovlgen.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, Vader in den hemel , ontferm U

over de overledene geloovigen. God Zoon , Verlosser der wereld, ontferm

U over de overledene geloovigen. God, heilige Geest, ontferm U over de

overledene geloovigen.

Heilige Maria, bid voor hen.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden.

Alle heilige Engelen en Aartsengelen, g Alle heilige kooren der zalige Geesten, amp; Alle heilige Aartsvaders en Profeten, g Alle heilige Leerlingen des Heeren, o Alle lieilige onschuldige Kinderen, ^ Alle heilige Martelaren , g

Alle heilige Bisschoppen en Belijders, Alle heilige Leeraren der Kerk,

Alle heilige Priesters en Levieten,

Alle heilige Monniken en Kluizenaars, Alle heilige Maagden en Weduwen,

-ocr page 274-

264 LITANIE VOOU 1)E

Alle Heiligen Gods, bidt voor hen. Wees genadig, vergeef hun, Heer. Wees genadig, verhoor ons, Heer.

Door uwe oneindige barmhartigheid, verhoor ons, Heer.

Door uw allersmartelijkst lijden, verhoor

ons, Heer.

Door uwe heilige wonden, verhoor ons. Heer.

Door uwe luisterrijke verrijzenis, verhoor

ons, Heer.

Door uwe heerlijke hemelvaart, verhoor

ons. Heer.

Wij zondaars, wij bidden TJ, verhoor ons. Die aan de zondares vergiffenis verleend en den goeden moordenaar verhoord hebt, ^

Die uit genade zalig maakt, ^

Die de sleutels van dood en hel hebt, gt Dat Gij onze overledene ouders, vrien- S den en weldoeners, uit hunne vree- S selijke pijnen wilt verlossen,

Dat Gij alle overledene geloovigen quot; van hunne straffen wilt vrijspreken, a Dat Gij U over hen, die geene bij- 3-zondere voorbidders op deze wereld o hebben, wilt ontfermen , 0

Dat Gij hun verlangen wilt vervullen, S Dat Gij hen onder het getal der uitverkorenen wilt aannemen.

Koning der ontzaggelijke heerlijkheid,

-ocr page 275-

OVERLEDENE fiELOOVIGEX. 265 Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, geef hun rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, geef hun rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, geef hun de eeuwige rust. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Onze Vader, enz.

v. En leid ons niet in bekoring. B. Maar verlos ons van den kwade. Amen. v. Van de poorten der hel,

R. Verlos, Heer, hunne zielen.

v. Heer! verhoor mijn gebed, b. En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

6 God, Schepper en Verlosssr van alle geloovigen! verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergeving van al hunne zonden ; opdat zij de kwijtschelding , waarnaar zij altoos verlangden, op ons ootmoedig smeeken mogen verwerven. Amen.

-ocr page 276-

266 LITANIE VOOll DE OVERLEDENEN.

Gebed tot lafenis der Geloovige zielen.

Almagtige God , die in den heiligen begraafdoek, in welken uw allerheiligste ligchaam door Josef van Arimathea, nadat liet van liet kruis was afgedaan, is begraven geworden, en ons de teekenen van uw lijden nagelaten hebt; verleen ons en al de zielen in het vagevuur, door uwe barmhartigheid, en door de verdiensten van uwe begrafenis, dat wij mogen komen tot de glorie uwer zegepralende verrijzenis. Die leeft en heerseht, met den Vader, in de eenheid van den heiligen Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 277-

OVER W B Gr IN G- B N tot gedachtenis VAN ALLE GELOOVIGE ZIELEN.

Oii Allerzielendag.

Deze dag is door de Kerk ingesteld, ora voor nl de zielen in liet vagevuur, in liet algemeen gebeden te storten.

1. Zouden wij ons niet kunnen beijveren om de inzigten der Kerk te ondersteunen ? Zij ademen eene zoo hartroerende liefde! De zielen, voor welke die zorgvuldige Moeder onze gebeden en goede werken verzoekt , zijn onze broeders in Jesus Christus; wij zijn met Laar vereenigd door de gemeen-seliap der Heiligen. Met koe veel ijver moeten wij niet medewerken aan liare verlossing , en liaar geluk pogen te verhaasten! Weigeren wij haar de diensten niet, welke de godsvrucht en het mededoogen ons verpligten haar te bewijzen, en welke wij zei ven eenmaal met zoo vurige verlangens van de liefde der geloovigen zullen wensehen te ontvangen. Twijfelen wij niet, ofuie zielen zullen , wanneer zij de opperste gelukzaligheid genieten, alles inspannen

-ocr page 278-

368 OP ALLERZIELEN-DAG.

om ons de vergelding te verwerven van het-,

gene wij voor haar zullen gedaan hebben.!

II. Denken wij, ten einde ons mede-1 lijden op te wekken, dat de pijnen en | smarten, welke deze heilige zielen lijden, | uitermate groot zijn; want de fouten, ■ welke zij boeten, ontsteken den toorn van God, en wie lean heseffen, hoe verre zijne verbolgenheidyaat? riep David uit. Weet, zegt de H. Augustinus, dat al de rampen, , die het lijdend menschdom drukken, al |1 wat de boetelingen der eerste Kerk in strengheid op hunne ligchanaen hebben uitgeoefend, al de folteringen welke de |j beulen aan de grootste misdadigsrs heb- , ben doen ondergaan, al de pijnigingen • welke de haat der dwingelanden heeft kunnen uitvinden, om hunne woede tegen de martelaren te kunnen voldoen , weet dat dit alles niet in vergelijking komen kan met de folteringen, welke de zielen j lijden, die in het vagevuur zijn. Voeg ¥ hier eindelijk de wreedste der straffen bij, | namelijk de berooving van het aanschijn en van het bezit van God, die zich aan haar dringend verlangen onttrekt, en die haar, bij elke verheffing, welke zij tot hem doen, in liare droevige ballingschap terugstoot. Geef mij, zegt de H. Augustinus, eene minnende ziel, en zij zal al de strengheid dezer smart gevoelen.

-ocr page 279-

OP ALLEllZIELEN-BAG. 269

III. Trekken wij zeiven nut uit de bemerkingen , welke deze dag van rouw ingeeft. Bascliouweu wij, welken gruwel wij van de zonden moeten opvatten, daar eene fout, ofselioon slechts ligt, zoo streng in het andere leven gestraft wordt. Beschouwen wij, volgens den lieiligen Apostel Petrus , dat de regtvaardige zelf slechts met moeite zal zalig zijn ; dat al wat niet rein

; genoeg zal bevonden worden, volgens de woorden van liet Evangelie , er niet zal

I uitgaan, voor dat de laatste panning zal betaald zijn. uitgaan, voor dat de laatste panning zal betaald zijn.

IV. Laten wij dikwijls, met de gedachten , in deze met de schaduwen des doods overdekte plaatsen, in de graven waarin geslacliten op geslachten gedolven zijn , nederdalen; en stellen wij ons daar, bij die droevige verwoestingen van het mensch-dom, bij die graven, reeds geopend om onze sterfelijke overblijfselen in te zwelgen, stellen wij ons daar levendig voor oogen de kortstondigheid onzer dagen, en de nietigheid der aardsclie zaken... Hoe indrukwekkend is die stilte der graven!... God alleen is groot! Alles liier op aarde is, buiten den dienst des Heeren, buiten de zorg voor onze voor dc eeuwigheid geschapen ziel, niets dan ijdelheid.

-ocr page 280-

R O ZI! !ï K R A J1S - 0 E D K D K lï

vo or

DE OVERLEDENEN.

Na liet eerste tientje van den Rozenkrans.

Priestku. Laat ons bidden voor de in den Heer gestorvene dienaren en dienaressen van God, bijzonderlijk voor onze ouders, bloedverwanten eu weldoeners.

volk. Heer! geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige lielit verlichte hen. pk. Heer! verhoor mijn gebed. vk. En laat mijn geroep tot U komen.

GEBED.

Verlos, o Heer! de zielen uwer dienaren en dienaressen; opdat zij, na van de wereld afgestorven te zijn, bij U eeuwig leven, en vergeving aller misdaden en verkeerde handelingen, welke zij uit mensche-lijke zwakheid begaan hebben, door uwe eindelooze goedertierenheid en barmhar-

-ocr page 281-

rozenkrans voou DE overledenen. 271 tiglieid mogon erlangen : wij bidden U hierom , o Heer ! door liet bloed eu angstzweet, dat uw goddelijke Zoon voor ons vergoten heeft, die met ü leeft en regeert, in eenigheid des heiligen Gaestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

I Na hel tweede tientje van den Rozenkrans-

PR. Uit de diepten roep ik, o Heer, tot U ; Heer! verhoor mijne stemme.

vk. Laat uwe ooren merken op de stem s mijner smeeking.

PR. Heer! verhoor mijn gebed.

vk. En laat mijn geroep tot ü komen.

GEBED.

o God, Sehepper en Verlosser aller ge-quot; loovigen! verhoor ons smeekgebed, en schenk, door uwe oneindige liefde en barm-: hartigheid , aan de zielen uwer uit dezen J tijd gescheiden dienaren (dienaressen,) de genadige vergeving aller overtredingen en misdaden, waardoor zij de gestrengheid uwer goddelijke geregtigheid in de andere wereld verdiend hebben. Laat haar voor uwen goddelijken regterstoel genade en barmhartigheid vinden, en, door de smartelijke geeseling en de oneindige verdiensten van Jesus Christus, de eeuwige rust en zaligheid erlangen. Amen.

-ocr page 282-

u07-enk11ans voor de

Na het derde tientje van den Rozenkrans.

ru. Wanneer Gij, o Heer! de zonden wilt gadeslaan, wie zal dan kunnen bestaan ?

vk, Doeh bij U is vergeving; en wegens uw gebod, wacht ik op U, o Heer!

pil. Heer! verlioor mijn gebed.

vk. En laat mijn geroep tot U komen.

GEBED.

Groote en almagtige God! llegter der levenden en dooden! voor wiens aange-zigt wij allen na een kortstondig leven verscliijnen en rekenseliap moeten geven van onze werken en handelingen: neem ons smeekgebed dan aan voor de zielen uwer dienaren en dienaressen, welke in de wegen uwer geboden gewandeld hebben , maar uithoofde van bijgebleven gebreken in het oord der tijdelijke pijnen worden gehouden; opdat zij zich spoedig mogen verheugen over de eeuwige gelukzaligheid, door de smartvolle krooning onzes Heeren en Verlossers; die met U leeft en regeert, in eenigheid des heiligen Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

273

-ocr page 283-

OVEKLEDENEN.

Na liet vierde tientje van den Rozenkrans.

pr. Mijne ziel verlaat zicli op liet woord dos Heeren; mijne ziel hoopt op den Heer.

vk. Van de morgenwake tot in den naclit, zal Israël op den Heer kopen.

PR. Heer! verhoor mijn gebed.

vk. En laat mijn geroep tot tJ komen.

(5 e n e d.

Almagtige, eeuwige God, in wiens hand leven en dood zijn : wij vallen voor uw allerheiligste aangezigt neder , en smee-ken in diepe ootmoedigheid om uwe grondelooze goedertierenheid en barm-hartigheid, voor de zielen uwer overledene dienaren en dienaressen, die, ofschoon in uwe genade van deze wereld gescheiden zijnde, echter voor hunne on-geboete gebreken en zonden nog in de eeuwigheid lijden. Wij bidden IJ hierom, door het kruis dat uw goddelijke Zoon voor ons arme zondaren gedragen heeft: die met U leeft en regeert, in eenig-heid des heiligen Geestes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Na het vijfde tientje van den Rozenkrans.

pn. Bij den Heer is barmhartigheid en overvloedige verlossing.

273

18

-ocr page 284-

274 gebeden voor

vk. Eu Uij zsraöl verlossen van al zijne zonden.

pk. Heer! verhoor mijn gebed. vk. En laat mijn geroep tot U komen.

GEBED.

Heer , almagtige God , liemelselie Va-cler! ons geloof en onze lioop ziju onwankelbaar op uw lieilig woord gegrond , dat onze zielen door den dood niet vernietigd worden, en zelfs ousse ligelia-men aan geeue eeuwige verrotting on-derworpen zijn. Laat onze verzuclitingen en gebeden voor de verlossing uwer dienaren en dienaressen, die wegens geringere gebreken nog in de plaats der zuivering lijden en voldoen moeten, tot uwen troon opstijgen; opdat zij , voor welke uw geliefde Zoon, onzen Heer en Heiland Jesus Christus, de martelingen des kruises geleden en den bittersten dood ondergaan lieeft, zieh spoedig in U mogen verheugen. Door Jesus Christus onzen Heer, die met ü leeft en regeert, in eeniglieid des heiligen Gees-tes, God van eeuwigheid tot eeuwigheid, Amen.

-ocr page 285-

OVERLEDENEN.

LIJK-PSALM.

( B ij het begraven.)

1. Geloofd zij God! ook over onze kerk-liovcn waakt Hij — Hij is in de graven , zoowel als in de kuizen.

3. Alleen liet doode ligekaam is aan ket bederf onderhevig. De ziel bederft niet, — zij leeft eeuwig.

3. Ook ket ligcliaam zal niet altijd dood blijven; door goddelijke kraclit staat het eens weder op.

4. Gelijk thans de doodgraver met zijnen schop daar staat, zoo zie ik eens den Engel met de bazuin daar staan.

5. Geloofd zij God, dat Hij onzen vriend christelijk liet sterven! — Hij zal kern weder opwekkeu uit het rijk derdooden.

6. Geloofd zij Jesus, die kern in den strijd des doods niet verliet! — Hij zal kem oordcelen in den oordeelsdag.

7. Zalig hij, die in don Heer ontsliep.— Hij at met ons des Heilands ligekaam, en dronk met ons zijn bloed; kij werd door het engelen brood gesterkt op den weg dor zaligheid.

8. Gelijk het witte kruis op de doodkist, zoo schittert ook do hoop der opstanding op het aangezigt des gestorvenen.

9. Wij nemen gcon afscheid, broeder! neen.

275

-ocr page 286-

376 GEBEDEN VOOR OVEULEUENEN. wij scheiden niet. — Dra, dra zullen wij ook hier bij u verzameld zijn.

10. En zoo snel als de bliksem door de Inolit, zal, op des Heeren grooten dag, liet leven weder in onze beenderen dringen.

11. Eere zij Gode in de hoogte; en rust hier in de diepte, in de graven, n — en allen, die hier onder rusten.

flls men van het kerkhof huiswaarts keert.

Zoo als ik thans weder huiswaarts keer, zoo zal ik niet altoos van het kerkhof wederkeeren. Eens zal men mij ook grafwaarts dragen, en dit omhangsel, hetwelk ik nu nog mijn ligchaf.m noem, in den schoot der aarde leggen. Maar u, mijn onsterfelijke geest! u zal men in het graf niet opsluiten; gij, gij begeeft u dan naar uwen Vader, keert naar uw eigenlijk vaderland terug. — Vader! zuiver thans dezen onsterfclijken geest, opdat hij eens zuiver tot ü kome, en in uw genot zijne zaligheid vinde.

-ocr page 287-

TREURGEZANG DER KERK.

Dies iree,

6 Dag vau gramschap, eind\' der dagen, Waar Gods Profeten van gewagen,

Waarop het aardsche zal vergaan: Ach ! welk een schrik zal ons beknellen, Als God zal komen oordeel vellen

En alles stipt zal gadeslaan ! Bazuingeschal zal grafwaarts dringen, Door wonderklank de dooden dwingen

Te komen voor het hoogst geregt. En dood en wereld zal dan beven , Wanneer men rekenschap moet geven

Van alle schuld, daar voorgelegd. Een boek zal eiken stervTing tooncn, Hoe God zal straffen, of beloonen, Wat hier door hem bedreven is. God zal dan alles openbaren ,

Zelfs daden, die verborgen waren

In eenen nacht van duisternis.

Welk smeekgebed zal ik dan bidden? Wie treedt dan voor mij in het midden Bij Hem, voor wien ik reeds bezwijk? ö Keer ! voor wien de heemTen beven , Wien wraak, maar ook genade omzweven;

Ach, red mij; schenk mij \'t hemelrijk ! Werp, schoon ten vonnis uitgetogen , o Jesus! uit d\'azuren bogen,

Een blik terug op Golgotha,

-ocr page 288-

278 TREURGEZANG VOOR OVEULEDENEN. Vermoeid eu met liet kruis beladen, Kwaamt Gij voor mij op donkre paden, Stierft Gij den dood tot mijn gena\': Eegtvaardig Eegter onzer daden ! Sclienk mij , o heilbron van genaden !

Vergeving, eer die dag aanbreekt. Beschaamd laat ik liet lioofdreeds hangen. Besef van schuld gloeit op mijn\' wangen : Spaar mij, die om vergeving smeekt. Dat Gij Maria hebt vergeven, Den moorder schonkt aan \'t kruis het

[leven,

Geeft hoop aan mijn beangstigd hart. Heer ! sla \'t onwaardig smeeken gade , Bevrijd mij dan, eer \'t is te spade. Van \'t eeuwig vuur en helsche smart. Ach! wil mij, dien Gij hebt geschapen. Doen stellen onder uwe schapen , En plaatsen aan uw regter zij. Is \'t lielsch verblijf aan snoode horden Van duivelen ten deel geworden,

Eoep mij dan in der zaal\'gen rij. Ik hef, bekneld door aardsche banden. Heer ! tot U biddend mijne handen. Zorg voor mijn eind\' — hoor mijn

gebed!

Dat, Heiland! op dien dag der dagen , Die \'t gansch Heelal voor \'t Eegt zal

dagen,

üw schild ons dekke,uw\' liefde ons

redd\'.

-ocr page 289-

VieilIE» OF GETIJDEN

Antiph. Ik zal den Heer behagen. psalm cxiv.

Ik heb den Heer lief; want Hij ver-iioort de stem mijns gebeds.

Hij heeft zijne ooren tot mij geneigd : en in mijne levensdagen zal ik Hem aanroepen.

Do smarten des doods hadden mij omringd , en de gevaren der hel troffen mij.

Ik bevond mij in kwelling en in droefheid, en ik heb den naam des Heeren aangeroepen.

6 Heer! verlos mijne ziel; de Heer is barmhartig en regtvaardig, en onze God ontfermt zich.

De Heer bewaart de kleinen : ik was vernederd, en Hij verloste mij.

Keer weder, mijne ziel! tot uwe rust : want de Heer heeft u welgedaan.

Want Hij heeft mijne ziel verlost van

-ocr page 290-

380 GET J J DEN DKl!

ilcn dood, mijne oogeii van de tranen,

en mijne voeten van den val.

Ik zal den Heer behagen in liet land der levenden.

Heer! geef linn de eeuwige rust, en liet eeuwige licht versehijne hun.

Antiph. Ik zal den Heer behagen in het land der levenden.

Antiph. Wee mij I want mijne vreemdelingschap is verlengd.

psalm cxix.

Ik riep in mijne kwellingen tot den Heer : en Hij heeft mij verhoord.

Heer! verlos mijne ziel var. do booze lippen en van de valsche tongen.

Wat zal de valsche tong u geven, of wat zal zij u toevoegen ?

Het zijn scherpe pijlen eens magtigen, en verwoestende kolen.

Wee mij ! want mijne vreemdelingschap is verlengd; ik heb onder de inwoners van Cedar gwoond; mijne ziel is zeer lang in ballingschap geweest.

Met hen die den vrede haten, was ik vreedzaam : als ik hen toesprak , stonden zij tegen mij op zonder oorzaak.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Wee mij ! want mijne vreemdelingschap is verlengd.

Antiph. De Heer beware u.

-ocr page 291-

OVERLEUENKN.

J\'SALM CXX.

Ik lieb mijne oogen opgeheven naar de bergen, vanwaar mijne hulp komen zal.

Mijne hulp is van den Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zal uwen voet niet laten struikelen ; die u bewaakt, zal niet sluimeren.

Ziet, hij zal niet sluimeren noch slapen , die Israël bewaakt.

De Heer beware u: de Heer is uwe bescherming aan uwe regterhand.

Bij dag zal de zon u niet schaden , noch do maan bij nacht.

De Heer beware u voor alle kwaad : de Heer beware uwe ziel.

De Heer beware uwen ingang en uwen uitgang; van nu af tot in eeuwigheid.

Heer! geef hun dc eeuwige rust, enz.

Antiph. De Heer beware u voor alle kwaad : de Heer beware uwe ziel.

Antiph. Indien Gij, Heer! enz.

PSALM CXX1X.

Uit de diepte, enz. Zie hladz. 55.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Indien Gij, Heer, de boosheden gadeslaat, Heer! wie zal bestaan?

Antiph. Heer! versmaad toch , — enz.

381

-ocr page 292-

GETIJDEN «EB,

PSALM OXXXVII.

Ik zal U belijden Heer ! uit gelieel mijn hart : omdat Gij de woorden mijns 11 monds gehoord hebt.

In het aanzien der Engelen zal ik U :c lof zingen : ik zal ü aanbidden in uwen heiligen tempel en uwen naam belijden.

Om uwe barmhartigheid en uwe waarheid : want Gij hebt uwen heiligen naam boven alles verheerlijkt.

Op welken dag ik U aanroepe, verhoor mij ; Gij zult de kracht in mijne ziel vermeerderen.

Dat alle koningen der aarde U belijden , Heer ! want zij hebben al de woorden uws monds gehoord.

En dat zij zingen in de wegen des Heeren ; want de glorie des Heeren is groot.

Want de Heer is hoog verheven, en Hij ziet op de nederigen ; en de hoog-moedigen kent Hij van verre.

Al wandel ik te midden der kwellingen, zult Gij mij het leven behouden : en tegen de gramschap mijner vijanden hebt Gij uwe hand uitgestrekt, en uwe regterhand behoudt mij.

De Heer zal het voor mij vergelden; Heer! uwe barmhartigheid is eeuwig-

282

-ocr page 293-

OVERLEDENEN. 283

durend; versmaad tooli liet werk uwer handen niet.

Heer! geef\' tun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Heer! versmaad toch liet werk uwer handen niet.

v. Ik hoorde eene stem van den hemel, \'tot mij zeggende :

r. Zalig zijn de dooden, die in den iHeer sterven.

Voor den Lofzang van Maria.

dntiph. Al wat de Vader mij geeft, — enz.

MAGNIFJCAT.

Mijne ziel verheft den Heer.

En mijn geest juicht in God, mijnen Zaligmaker.

Omdat Hij de nederigheid zijner dienst-naagd heeft gadegeslagen; want zie, van ra af zullen alle volkeren mij zalig noe-nen.

Want Hij heeft aan mij groote dingen \'■edaan, Hij die magtig is: heilig is zijn laam.

En zijne barmhartigheid strekt zich lit door alle geslachten, over degenen lie Hem vreezen.

Hij heeft krachtige dingen door zijnen irm gedaan ; Hij heeft de hoc vaardigen ver-trooid door de gedachten hunner harten.

-ocr page 294-

384 GETIJDEN DEll

Dc magtigen heeft Hij van den zetel ai\'gestooten , en de ootmoedigen heelt Hij verheven.

De hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en de rijken heeft Hij ledig weggezonden.

Hij heeft Israël, zijnen dienaar, opgenomen : gedachtig zijnde -aan zijne barmhartigheid.

Gelijk Hij tot onze vaders gesproken heeft; tot Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Al wat de Vader mij geeft, zal tot mij komen: en die tot mij komt, zal ik niet verwerpen.

Ouzo Vader, enz. {knielende, (/dijkmede de volgende psalmen.)

v. En leid ons niet in bekoring.

a. Maar verlos ons van den kwade.

PSALM CXLV. 1

Loofden Heer, mijne ziel! ik zal den Heer loven in mijn leven; ik zal mijnen God lofzangen zingen, zoo lang als ik aanwezen zal hebben.

1

Als men de Vigiliën met de drie Noeturueu oi\' negen Lessen leest, wordt de Psalm looft den Heer, mijne del, enz. niet gelezen, mnar wel de drie Verzen, llesponsoricn en het Gebed.

-ocr page 295-

OVRRLEÜRNEN.

Betrouwt toch niet op de vorsten, nocli op de kinderen der menselien, in welke geene behoudenis is.

Hun sjeest zal er uitgaan, en zij zullen tot hunne aarde wederkeeron; en op dien dag zullen al hunne gedachten vergaan.

Znlig is hij, die den God van Jacob tot zijnen helper heeft : die zijn betrouwen stelt op den Heer zijnen God , die hemel en aarde, de zee en al wat er in is, gemaakt heeft.

Die getrouw blijft in eeuwigheid; die de verdrukten regt doet, die den hon-gerigen spijs verleent.

De Heer ontbindt de gevangenen : de Heer maakt de blinden ziende.

De Heer rigt de nedergestootenen op : de Heer bemint de regtvaardigen.

De Heer bewaart de vreemd gingen : weduwen en wcczen zal Hij besehermen, en de wegen der zondaars zal Hij verwoesten.

De Heer zal regeeren in eeuwigheid: uw God, o Sion, van geslachte tot geslachte.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

v. Van de poorten der helle.

a. Verlos, Heer, hunne zielen.

v. Dat zij rusten in vrede.

a. Amen.

385

-ocr page 296-

3S(5 \' getijden 1)er

N. Heer! verhoor mijn gebed.

a. Eu mijn geroep kome tot U.

Gebod voor Bisschoppen of Priesters.

o God, die uwen dienaar N. tot de waardigheid van BUseliop (»ƒ v sii Priester) verheven hebt, liein deel gevende aan het Priesterscliap der Apostelen: geef ook dat hij met hen de hemelsehe glorie eeuwig genieten moge. Door onzen Heer Jesns Christus, enz.

Gebed voor ean Manspersoon.

Verhoor, o Heer! de gebeden, door welke wij uwe barmhartigheid ootmoedig smeeken, dat Gij de ziel van v.wen dienaar N. die Gij uit deze wereld geroepen hebt, in het verblijf van vrede en licht plaatsen wilt, en haar in de glorie uwer Heiligen doet deelen. Door Jesns Christus, onzen Heer. Amen.

Gebet! voor eene vrouwelijke overledene

God, die oneindig goed zijt! wij smeeken ÏJ , ontferm U over de ziel uwer dienaresse N. en geef haar deel am de eeuwige zaligheid, nadat Gij haar van de besmetting dezes sterfelijken levens ver-

-ocr page 297-

OVERLEDENEN. S87

lost hebt. Dit bidden wij, door Jesus Christus onzen Heer. Amen,

Gebod voor Vriendsn sn Weldoeners.

6 God, die den zondaren vergiffenis sclienkt, en behagen schept in de zaligheid der menschen : wij smeeken uwe barmhartigheid, door de voorspraak van de gelukzalige Maria altijd Maagd, en van al uwe Heiligen, dat Gij onze broeders, bloedverwanten en weldoeners, welke uit deze wereld gescheiden zijn, tot de eeuwige gelukzaligheid toelaten wilt. Door Jesus Christus onzen Heer.

Voor aüe gsloovlge ZieSeir

6 God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen! schonk aan al uwe dienaars en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, daar zij altijd naar verlangd hebben , door onze ootmoedige gebeden mogen verwerven. Gij, die looft en regeert, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed voor Vader ci Moeder

ö God, die ons bevolen hebt vader en moeder te eeren : ontferm U over de :jiel mijns vaders (mijner moeder, o/over de zielen mijner ouders.) Vergeef zijne (liarc

-ocr page 298-

GETIJDEN DF.R

hunne) zonden, en geef dat ik hem (haar of hen) eenmaal in het verblijf der eeuwige glorie aanschouwen moge. DoorJesus Christus onzen Heer. Amen.

Gebsd op den sterfdag.

Heer! wij bevelen U de ziel aan van uwen dienaar (vau uwe dienaresse) N., opdat hij, (zij) de wereld afgestorven zijnde, bij U leven moge, en wat hij (zij) door de krankheid dor menschelijke handelingen misdreven heett, door uwe genadige goedertierenheid moge uitge-wiseht worden. Door Jcsus Christus onzen Heer. Amen.

Gebet! op een Jaargetijde.

O God, aan wieii het eigen is te sparen en genadig te zijn : verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen, welker jaargetijde wij houden, de plaats van verkoeling, de rust der zaligheid en den luister des eeuwigen lichts. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

v. Heer! geef hem (haar) de eeuwige rust.

a. En dat het eeuwige licht hem (haar) verschijne.

v. Dat hij (zij) ruste in vrede. a. Amen.

288

-ocr page 299-

ovf.klf.df.NEN.

TE METTEN.

Invitatouium. De Koning, voor wien alles leeft: komt, laat ons Hem aanbidden.

Andermaal. De Koning, voor wien alles leeft: komt, laat ons Hem aanbidden.

psalm cxiv.

Komt, laten wij ons verblijden voor den Heer: laat ons juichen voor God onzen behoeder : laat ons zijn aanschijn te gemoet gaan , met lof en met psalmen, Hem vrolijk lofzingen.

De Koning, voor wien alles leeft: komt, laat ons Hem aanbidden.

Want do Heer is een groote God, en een Konins boven alle goden : want de Heer zal zijn volk niet verstooten; want al de grenzen der aarde zijn in zijne hand , en Hij overziet de hoogten der bergen.

Komt, laat ons Hem aanbidden.

De zee behoort Hem toe, en Hij heeft haar gemaakt, en zijne handen hebben

f Dit Invitatorie leest men op Allerzielendag, en als men drie Noeturnen leest: anders begint men de Antiplioon en Psalm van den dap, b. v. maandag en donderdag de eerste Nocturne, dingsdng en vrijdag de tweede, en woensdagen zaturdag de derde.

19

28!)

-ocr page 300-

290 GETIJDEN DER

de aarde toebereid. Komt, laat ons aanbidden en nedervallen voor God ; laat ons weencn voor den Heer, die ons gemaakt beeft; want Hij is de Heer, onze God, en wij zijn volk, en de ïcbapen zijner weide.

De Koning, voor wien alles leeft: komt, laat ons Hem aanbidden.

Heden, als gij zijne stem hoort, verhardt toeh uwe harten niet, gelijk ten tijde der verbittering, ten dage der terging in de woestijn, alwaar uwe vaders mij getergd hebben, en mij beproefd en mijne werken gezien hebben.

Komt, laat ons Hem aanbidden.

Veertig jaren lang was ik nabij dit geslacht en zeide : altijd dwalen zij met het hart, en mijne wegen hebben zij niet gekend. Daarom heb ik in mijne gramschap gezworen, dat zij in mijne rust niet zullen ingaan.

De Koning, voor wien alles leeft; komt, laat ons Hem aanbidden.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En dat het eeuwige licht hun ver-schijne.

Komt, laat ons Hem aanbidden.

De Koning, voor wien dies leeft; komt, laat ons Hem aanbidden.

-ocr page 301-

overledenen.

EBESTE NOCTUUNE. (nacfitwaak.)

Antiph. O Heer !

psalm v.

Luister naar mijne woorden : Heer ! let op mijn geroep.

Luister naar de stem mijns gebeds, o mijn Koning en mijn God! want tot U zal ik bidden. Heer! van \'s morgens vroeg zult Gij mijne stem boeren.

Van \'s morgens vroeg zal ik voor U staan en beschouwen; want Gij zijt geen God die de ongeregtiglieid begeert.

Ook zal de boosaardige bij Tl geene woonplaats vinden : en de onregtvaardigen zullen voor uwe oogen niet bestaan.

Gij baat allen die onregt bedrijven: die leugentaal spreken zult gij vernielen.

De Heer heeft een\' gruwel van den bloedgierigen en van den bedrieger; maar ik zal, door de grootheid uwer barmhartigheid , ingaan in uw huis.

Ik zal U aanbidden in uwen heiligen tempel, in uwe vrees.

Heer! geleid mij in uwe geregtigheid, om mijner vijanden wi!; maak dat mijn handel regt zij voor uw aanschijn.

Want er is geen waarheid in hunnen mond: hun hart is vol Edelheid.

291

-ocr page 302-

292 GETIJDEN DÏÏTt

Hunne keel is een open graf: hunne toil»: gebruiken zij om te bedriegen : vonnis hen, o God!

Laat hen van hunne gedachten vervallen , om de menigvuldigheid hunner boosheden ; want zij hebben U, o Heer! getergd.

Maar laat allen, die in U hopen , zich verblijden. In eeuwigheid zullen zij zich verheugen, en Gij zult in hun wonen.

Allen die uwen naam beminnen, zullen op U roemen : want Gij zult de regt-vaardigen zegenen.

Heer! Gij hebt ons met uwe goedgunstigheid a!s met een schild bedekt.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En dat het eeuwige licht hun verschijnc.

Antiph. o Heer! maak dat mijn handel regt zij voor uw aanschijn.

Antiph. Wend ü tot mij Heer!

PSALM VI.

Heer! straf mij niet in uwen toorn, enz. zie hladz. 45.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En dat het eeuwige licht hun verschijne.

Antiph. Wend ü tot mij. Heer! en verlos mijne ziel: want er is niemand in den dood die uwer gedachtig is.

Antiph. Opdat hij niet, enz.

-ocr page 303-

OVEHLEUMSEK.

PSALM VII.

Heer, mijn God! op U lieb ik mijne lioop gesteld : verlos mij van al mijne vervolgers en behoud mij.

Opdat liij niet gelijk een leeuw mijne ziel roove; terwjjl er niemand is om mij te verlossen of te behouden.

Heer, mijn God! heb ik zulks gedaan, of zijn mijne handen met onregtvaardig-heid bevlekt ?

Of heb ik met kwaad beloond, die mij met kwaad betaalden, zoo moet ik te regt, van alles ontbloot, onder mijne vijanden bezwijken.

Dat dan mijn vijand mij vrij vervolge; dat hij mij achterhale; dat hij mij onder zijne voeten werpe en het leven beneme, en mijne eer tot stof make.

Sta op, Heer! in uwe gramschap : verhef uwe magt tusscheu de palen uwer vijanden.

Sta op, o Heer, mijn God! volgens het bevel dat Gij uitgesproken hebt; en de vergadering (Ier volkeren zal U omringen.

Om hunnentwil verhef U weder : de Heer zal de volkeren regt doen.

Oordeel mij, o Heer! volgens mijne regtvaardigheid, en volgens de onsehuld van mijnen handel.

-ocr page 304-

294 GETIJDEN imi

Ue boosheid der goddeloozeu zal eeu einde nemen, maar de regtvaardigeu zult Gij geleiden, o God! die de harten en nieren doorgrondt.

Mijne regtvaardige hulp is van den Heer; want Hij behoudt degenen die opregt van hart zijn.

God is een regtvaardige, sterke eu langmoedige Eegter ; wordt Hij niet dagelijks tot gramschap verwekt?

Indien gij u niet bekeert, zal Hij zijn zwaard opheffen : Hij heeft zijnen boog gespannen en gereed gemaakt.

Hij heeft er doodelijke scliichten op gesteld : Hij heeft zich vurige pijlen toebereid.

Zie, hij (de zondaar) heeft voorgenomen onregtte doeu : van smart ging hij zwanger, eu ongeregtigheid heeft hij gebaard.

Hij heeft eenen put geopend en ontgraven : en hij is gevallen in den kuil, dien hij gemaakt heeft.

Zijne smart zal op zijn hoofd weder-keereu : eu zijne ongeregtigheid zal op zijn hoofd vallen.

Ik zal deu Heer danken,, om zijne regtvaardigheid; en ik zal lofzangen zingen, den naam des Hoeren, des Aller-hoogsten.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Ant. Opdat hij niet, gelijk een leeuw,

-ocr page 305-

OVEHLEDKNEN. 295

mijne ziel roove, terwijl er niemand is om mij te verlossen.

v. Van de poorten der hel.

a. Verlos hunne zielen , Heer! Ome Vader, enz.

EEESTE LES. job. VII.

Spaar mij, Heer! want mijne dagen zijn een niet; wat is de menscli, dat Gij hom verheft, of waarom stelt Gij uw hart op hem? Gij bezoekt hem in den morgenstond , en aanstonds beproeft Gij hem. Hoe lang toeft Gij mij te sparen, en toe to laten dat ik mijn speeksel in-zu\'elge? Ik heb gezondigd : wat zal ik U doen, o Behouder der menschen? Waarom hebt Gij mij tot het doel uwer gramschap gesteld, waardoor ik lastig aan mij zelve ben geworden ? Waarom neemt gij mijne oiigeregtigheid niet weg? Zie, nu zal ik in het stof der aarde slapen; en als gij mij des morgens vroeg zoekt, zal ik er niet meer zijn.

v. Ik weet dat mijn Verlosser leeft, en dat ik in den laatsten das; uit het stof zal verrijzen : en in mijn vleeseh zal ik God, mijnen Zaligmaker, aanschouwen.

a. Dien ik zelve zien zal, en geen ander ; en mijne oogen zullen Hem aanschouwen.

-ocr page 306-

290 GETIJUitN DEK

a. Eu iii mijn vleesch zal ik God, mijnen Zaligmaker, aanschouwen.

TWEEDE LES. jojj. X.

Het verdriet mijne ziel te leven : ik zal mijne woorden tegen mij laten gaan; ik zal in de bitterheid mijner ziel spreken, en tot God zeggen : veroordeel mij toch niet. Geef mij te kennen, waarom Gij aldus met mij handelt. Dunkt het U goed te zijn, dat Gij mij bezwaart, dat Gij mij, het werk uwer handen, verdrukt; en dat Gij de raadslagen der goddeloo-zen begunstigd? Hebt Gij vleeschelijke oogen? Ziet Gij de dingen zoo als de mensehen die zien? Zijn uwe dagen als de dagen eens mensehen, en uwe jaren aan der mensehen jaren gelijk, om onderzoek te doen naar mijne ongeregtigheid, en te vernemen naar mijne zonden? Gij weet immers, dat ik niets ongoddelijks bedreven lieb. Doeh er is niemand die mij uit uwe hand kan verlossen.

a. ó Heer, die Lazarus, toen hg reeds stinkende was, uit het grat hebt doen verrijzen : geef hun rust in de plaats der verzoening.

v. Gij die komen zult om levenden eu dooden te oordeelen, eu de wereld, door het vuur.

-ocr page 307-

OVEBLJSDJSNJSN. 397

A. Geef liuii rust in de plaats der verzoening.

DERDE LES. job. x

Uwe handen hebben mij gemaakt en mij van rondsomme de gestalte gegeven; en zult Gij mij zoo aanstonds vernietigen? Wees toeh indachtig, bid ik U, dat Gij mij als potaarde gevormd hebt. en mij tot stof hebt doen wederkeeren. Hebt Gij mij niet gemolken als melk en als kaas geronnen ? Met vel cn vleeseh hebt Gij mij bekleed; met beenderen en zenuwen hebt Gij niij zaamgehecht; Gij hebt mij het leven geschonken en weldaden bewezen : ■ en uwe zorg heeft mijnen geest bewaard. a. Waar zal ik mij voor uw aangezigt verbergen, o Heer! als Gij de aarde zult komen oordoelen ; daar ik zoo zeer gezondigd heb ten tijde van mijn leven ?

v. Ik sta verschrikt over mijne misdaden en beschaamd voor uwe oogen ; verwijs mij toch niet, als Gij zult ten oordeel komen.

a. Daar ik zoo zeer gezondigd heb , ten tijde van mijn leven.

v. Heer! geef hun de eeuwige rust: en dat het eeuwige licht hun verschijne.

a. Daar ik zoo zeer gezondigd heb , ten tijde van mijn leven.

-ocr page 308-

GETIJDEN DER

TWEEDE NOCTURNE.

Antiph. lu de plaats der weide.

PSALM XXII.

Do Heer bestuurt mij; uiets zal mij ontbreken ; Hij beeft mij in eene goede weide gesteld.

Hij voedt mij in don omtrek van ver-frissoliende wateren : Hij verkwikt mijne ziel.

Hij geleidt mij op de wegen der regt-vaardigheid, om zijnen naam.

Al ging ik ook in liet midden der schaduwen des doods , zou ik v.ocli niet vreezeu, omdat Gij met mij zijt.

Uw stok en staf vertrooste mij.

Gij kebt in mijn aanschouwen eene tafel bereid, tegen die mij kwellen.

Gij hebt mijn hoofd vet gmaakt met olie : eu hoe kostelijk is mijne dronken-makende kelk.

En uwe barmhartigheid zal mij navolgen , al de dagen mijns levens.

Opdat ik wonen zoude in het huis des Hoeren, tot de langheid der dagen.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En dat het eeuwige licht hun verschijne.

Antiph. In de plaats der weide heeft Hij mij gesteld.

398

-ocr page 309-

OVEKLEDENEN.

PSALM XXIV.

Antipli. Wil, Heer, de misdaden. Tot U, Heer! heb ik mijue ziel opge-lieveu : mijn God ! in U lieb ik betrouwen , ik zal niet beschaamd worden.

En laat mjjne vijanden mij niet bespotten : want allen, die U verbeiden, zullen niet beschaamd worden.

Laat ze beschaamd worden allen, die onregtvaardigheden te vergeefs doen.

Toon mij. Heer, uwe wegen, en leer mii uwe palen.

Beschik mij in uwe waarheid, en leer mij; want Gij zijt mijn God, mijn Zaligmaker : in U heb ik verbeid den gehee-len dag.

Wees gedachtig-. Heer, uwer genade en uwe barmhartigheden , die van het begin der wereld zijn.

De misdaden mijner jeugd, en mijner onwetendheden gelieft, Gij niet t« gedenken.

Naar uwe barmhartigheid, v/ees mij gedachtig, om uwe goedheid, Heerl

Zoet en regt is de Heer; daarom zal Hij ecne wet geven aan hen, die in den weg misdoen.

Hij zal de zachtrnoedigen beschikken in het oordeel: Hij zal den goedertie-renen zijne wegen leeren.

399

-ocr page 310-

300 GETIJDEN DEK

Al de wegen des Heeren zijn barmhartigheid en waarheid, aan die zijn verbond en zijne getuigenissen zoeken.

Om uwen naam, Heer! zult Gij mijne zonden genadig wezen: want die zijn veelvuldig.

Wie is de mensch die den Heer vreest? eene wet heeft Hij hem gesteld, in den weg dien hij gekozen heeft.

Mijne ziel zal in goede dingen wonen : en zyn zaad zal de aarde erven.

Di! Heer is eene vastigheid dergenen die Hem vreezen: en zijn verbond is om het hen te laten weten.

Mijne oogen zijn altijd tot den Heer; want Hij zal mijne voeten uit den strik trekken.

Zie op mij , en ontferm U mijner; want ik ben ellendig en arm.

De benaauwdheden mijns harten zijn vermenigvuldigd; van mijne noodwendigheden verlos mij.

Aanzie mijne ellende en mijnen arbeid, en vergeef mij al mijne misdaden.

Aanzie mijne vijanden, want zij zfln vermenigvuldigd ; en met eenen ongereg-tigen haat, haten zij mij.

Bewaar mijne ziel, en verlos mij; ik zal niet beschaamd zijn; want ik heb in U gehoopt.

-ocr page 311-

OVEBLEDENEN. 301

5 God! verlos Israël uit al zijne verdrukkingen.

Heer 1 pjeef hun de eeuwige rust, en dat het eeuwige licht hun verschijne.

Antiph. Wil, Heer, de misdaden mijner jeus:d en mijner onwetendheden niet gedenken.

PSALM XXVI.

Ayitiph. Ik geloof de goederen des Heeren.

De Heer is mijn lieht en mijne zaligheid : wien zal ik vreezen ?

De Heer is de beschermer mijns levens ; voor wien zal ik beven ?

Als de kwaaddoeners bij mij komen, om mijn vleesch te eten.

Die mij kwellen, mijne vijanden; zij zijn krank geworden en gevallen.

Als er krijgsheeren tegen mij staan, zal mijn hart niet vreezen.

Is het dat er een strijd tegen mij opstaat , daarin zal ik hopen.

Een ding heb ik van den Heer begeerd, dit zal ik verzoeken ; dat ik mag wonen in het huis des Heeren, al dc dagen mijns levens.

Opdat ik zien moge de wellusten des Heeren, en bezoeken zijnen tempel.

Want bij heeft m\\j verborgen in zijn

-ocr page 312-

302 GETIJDEN DER

tabernakel; in den kwaden dag heeft Hij mij bescliermd, in het verborgene van zijne woonplaats.

Op eene rots beeft Hij mij verbeven : en nn beeft Hij mijn boofd verheven boven mijne vijanden.

Ik ben omgegaan, en ik heb geofferd in zijn tabernakel eene offerande des roepens (een danklied); ik zal zingen en den Heer met zangen vereeren.

Verboor, Heer, mijne stem, waarmede ik tot ü geroepen heb : ontferm ü mijner en verhoor mij.

Tot (J heeft mijn hart gesproken ; mijn aangezigt heeft U gezocht; uw aanschijn , Heer, zal ik zoeken.

Wil uw aanschijn van mij niet afkee-ren, en wijk niet in uwe gramschap van uwen dienaar.

Wees miju helper, verlaat mij niet, noch versmaad mij niet, o God, mijn Zaligmaker !

Want mijn vader en mijne moeder hebben mij verlaten ; maar de Heer heeft mij opgenomen.

Onderwijs mij, Heer! in uwen weg, en geleid mij in het regte voetpad , om mijne vijanden.

Lever mij niet in de handen dergenen die mij kwellen; want tegen mij zijn opgestaan boozc getuigen, en de

-ocr page 313-

overledenen. 303

boosheid heeft tegen zich zelve gelogen.

Tk geloof de goederen des lleeren iu het land der levenden te zien.

Verwacht den Heer, en wees kloek: uw hart worde versterkt, en verbeide den Heer.

Heer ! geef hun de eeuwige rust, en dat het eeuwige licht hun versehijne.

Antiph. Ik geloof de goederen des Hee-ren in het land der levenden te zien.

v. De Heer stelle hen met de prinsen.

a. Met de vorsten des volks.

Onze Vader, enz. (in stilte.)

VIERDE LES. job. xii.

Antwoord mij, hoe groot is het getal mijner ongeregtigheden en zouden ? Maak mij mijne overtredingen en misdaden bekend. Waarom verbergt Gij uw aangezigt voor mij, en beschouwt Gij mij als uwen vijandPGij toont uwe magt tegen een blad, hetwelk door den wind weggevoerd wordt; Gij vervolgt eenen dorren stoppel; Gij schrijft bitterheden tegen mij en wilt mij vernielen, om de zonden mijner jeugd; Gij hebt mij in boeijen gekneld; Gij let op al mijne paden, en al mijne voetstappen slaat Gij gade : daar ik weldra vergaan zal als verrotting, en als een kleed zal worden, hetwelk door de motten gegeten wordt.

-ocr page 314-

304 getijden dek

A. Gedenk toch dat mijn leven niets is dan wind; liet aangezigt der menschen zal mij niet meer aanschouwen.

v. Uit de diepten heb ik tot U geroepen ; Heer! Heer! verhoor mijne stem.

a. Het aangezigt der menschen zal mij niet meer aanschouwen.

VIJFDE LES. job. xiv.

Demensch,van eene vrouw geboren, leeft eenen korten tijd en is vol van ellenden. Hij verschijnt als eene bloem, en wordt straks vertreden. Als eene schaduw vliedt hij, en blijft nooit in denzelfden staat. En gewaardigt Gij U op eenen zoo-danigen uwe oogen te slaan en met hem in het regt te treden? Wie kan dengenen rein maken, die van onzuiver zaad ontvangen is? Zijt gij niet de eenige die zulks vermoogt? Kort zijn de dagen des menschen ; het getal zijner maanden is bij U besloten; Gij hebt hem palen gesteld, welke hij niet kan te buiten treden. Wijk nog een weinig van hem, opdat hij ruste : tot dat hij, als een huurling, het ge-wenschte einde van zijnen dag bereike.

a. Wee mij. dat ik zoo zeer gezondigd heb in mijn leven! Wat zal ik zondaar doen? Tot wien zal ik vlugten dan tot U? o mijn God! wees mij genadig, als Gij komen zult, ten jongsten dage.

-ocr page 315-

OVEKLEUKNEN. J 05

v. Mijue ziel is zejr ontsteld ; docli Gij Heer ! komt liaar te liulp.

a. Wees mij geuadig, als Gij komen zult, ten jongsten dage!

ZESDE LES. job. xiv.

Van wien verkrijg ik, dat Gij mij in het graf beschermt en mij verbergt, tot dat uwe verbolgenheid is voorbijgegaan , en Gij mij eenen tijd stelt dat Gij mijner gedenkt? Meent gij, dat een mensch, die gestorven is, weder leven zal? Al de dagen, in welke ik nu strijde, zal ik wachten, tot dat mijne verandering komt. Gij zult mij roepen, en ik zal U antwoorden ; Gij zult uwe regterhand toereiken aan het werk uwer handen. Ik weet wel, dat Gij al mijne voetstappen geteld hebt; maar wees mijner zonden genadig !

a. Heer! gedenk mijner zonden niet, als Gij de wereld zuit komen oordeelen door het vuur.

v. Heer! maak dat mijn handel regt zij voor uwe oogen.

a. Als Gij de wereld zult komen oordeelen door het vuur.

v. Heer! geef hun de eeuwiue rust, eu dat het eeuwige licht hun versclujue,

a. Als Gij de wereld zult komen oordeelen door het vuur.

20

-ocr page 316-

Gr.TIJEEN DER

DERDE NOCTUENE.

AntipJi. Het bchage U, Heer!

PSALM XXIX.

Wandelende heb ik den Heer verbeid, en Hij heeft op mij gelet.

Hij heeft mijne gebeden verhoord; Hij heeft mij uit den poel der ellende en uit de vuiligheid des slijks getrokken.

Hij heeft mijne voeten op eene steenrots gesteld, en mijne gangen regt gemaakt.

Hij heeft mij een nieuw gezang in den mond gegeven , een\' lofzang voor onzen God.

Velen zullen, dit ziende, den Heer vragen en op hem hopen.

Zalig is de mensch, wiens hoop is in den naam des Heeren; die zijne oogen niet wendt naar de jjdelheden of valsehe dwaasheden.

ó Heer, mijn God ! Gij hebt menigvuldige wonderen verrigt: niemand is U geljjk in uwe gedachten.

Ik heb ze verkondigd en er van gesproken; zij zijn ontelbaar vermenigvuldigd.

Slachtoffers en spijsoffers hebt Gij niet gewild; maar Gij hebt mij de ooren geopend.

306

-ocr page 317-

OVERLEDENEN. 307

Brandoffers en offeranden voor do zonden liebt Gij niet begeerd; toen zeide ik : zie, ik kom.

In het begin des boeks is van mij geschreven.

Dat ik uwen wil zou doen, mijn God! ik lieb liet begeerd , en uw wil is in liet midden mijns harten.

Ik heb uwe regtvaardigheid verkondigd in eene groote vergadering; zie , mijne lippen zal ik niet verbieden ; Gij weet het. Heer !

Uwe regtvaardigheid heb ik niet iu mijn hart verborgen; van uwe waarheid en zaligheid heb ik gesproken.

Uwe barmhartigheid en waarheid heb ik niet verborgen gehouden, voor de vergadering der menigte.

Gij dan, Heer, wend uwe barmhartigheid niet van mij af ; uwe barmhartigheid en uwe waarheid hebben mij altijd behouden.

Want de ellenden die mij omringden ziju ontelbaar ; mijne ongeregtigheden hebben mij zoo overrompeld, dat ik ze niet overzien kan.

Zij zijn menigvuldiger dan de haren van mijn hoofd; cn mijn hart heeft mij verlaten.

Het behage U, Heer, mij te verlossen ; zie op, om mij te helpen.

-ocr page 318-

303 GETIJDEN JJKR

Dat zij beschaamd worden eu terugwijken, die mijne ziel zoeken om ze weg te nemen.

Dat zij met schande terug gedreven worden, die mij kwaad willen.

Dat zij aanstonds hunne schande dragen , die mij zeggen : ha ! ha !

Dat allen die U zoeken vrolijk en verheugd zijn over U; en dat zij die uwe zaligheid beminnen, altijd zeggen : de Heer zij verheerlijkt.

Maar ik ben brhoeftig en arm : de Heer is mijn verzorger.

Mijn helper en mijn heschermer zijt Gij : mijn God, vertoef niet!

Heer ! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Het behage U, o Heer! mij te verlossen : Heer! zie op, om mij te helpen.

PSALM XL.

Antiph. Genees, Heer !

Zalig is hij die acht geeft op de be-hoeftigen en armen : in den kwaden dag zal de Heer hem verlossen.

De Heer beware hem en make hem levend ; Hij make hem zalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

De Heer ondersteune hem op het bed

-ocr page 319-

S09

Rijner smarten • Gij hebt zijn bed geheel omgeschud in zijne krankheid.

Ik zeide ; Heer! ontferm U mijner, genees mijne ziel: want ik heb tegen U gezondigd.

Mijne vijanden hebben kwaad van mij gezegd; wanneer zal hij sterven, en wanneer zal zijn naam vergaan?

Als er iemand binnen kwam om te zien , dan sprak hij valschelijk; zijn hart vergaderde boosheden voor zieh.

En buitengaande sprak hij er vnn.

Al mijne vijanden mompelden tegen mij; tegen mij hebben zij kwaad gedaan.

Een misdadig woord hebben zij tegen mij besloten : zou hij, die slaapt, wel weder opstaan ?

Zelfs de mensch mijns vredes,op wien ik vertrouwde, die myn brood at, heeft mij grootelijks vertreden.

Maar Gij, Heer , ontferm U mijner, en rigt mij weder op : en ik zal het hem vergelden.

Hieraan heb ik gezien, dat Gij mij genegen zijt; want mijn vijand zal zich niet verblijden over mij.

Maar Gij hebt mij om mijne onschuld ondersteund; Gij hebt mij vastgesteld voor uw aanschijn, in eeuwigheid.

Geloofd zij de Heer, de God van Israël,

-ocr page 320-

Sid flKTTJURN BER

van eeuw tot eeuw; dat liet gcschiode,

dat liet gescliiede!

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antipli. Genees, Heer, mijne ziel: want ik heb tegen U gezondigd.

PSALM XLI.

Antipli. Mijne ziel heeft dorst gehad.

Gelijk een liert verlangt naar de waterbronnen, zoo verlangt mijne ziel naar U, o God !

Mijne ziel heeft dorst gehad naar den magtigen en levenden God; wanneer zal ik komen en verschijnen voor Gods aanschijn ?

Mijne tranen zijn mijn brood geweest dag en nacht; omdat men dagelijks tegen mij sprak ; waar is uw God?

Als ik aan deze dingen dacht, heb ik mijne ziel in mij uitgestort; want ik zal overgaan tot de plaats van het wonderlijk tabernakel, tot het huis Gods.

Onder de stem van vreugde en lof, onder het geluid dergenen die feest honden.

Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel? waarom ontstelt gij mij ?

Hoop op God; want ik zal Hom nog loven, de zaligheid mijns aangezigts en mijn God.

Mijne ziel is in mij ontsteld ; daarom

-ocr page 321-

OVËRWDBNEN, 811

aal ik aan ü godaoliti^ xijn uit het land der Jordaan en van Hermon, van het klein gebergte.

De eene afgrond roept den anderen, onder het gedruisch uwer watersluizen.

Al uwe hooge vloeden en golven zijn over mij gegaan.

Des daags heeft de Heer zijne barmhartigheid bevolen , en des nachts zijnen lofzang.

Ik zal tot God zeggen ; Gjj zijt mijn beschermer.

Waarom hebtGij mij vergeten, en waarom ga ik bedroefd als de vijand mij kwelt ?

Als mijne beenderen vermorzeld werden, beschimpten mij mijne vijanden, die mij verdrukten.

Daar zij mij dagelijks zeiden: waar is uw God?

Waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel? waarom ontroert gij mij ?

Hoop op God; want ik zal hem nog loven, de zaligheid mijns aangezigts en mijn God.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Mijne ziel heeft dorst gehad naar den magtigen en levenden God; wanneer zal ik komen en verschijnen voor Gods aangezigt ?

v. Lever hen, die U loven, niet over aan de wilde dieren.

-ocr page 322-

SIS eïTTJTiHK Tl Kit

a. Eu vergeet niet eindeloos do zielen uwer ellenrtigen.

Onze Vader, enz. (in stilte.)

ZEVENDE LES. JOB. xvii.

Mijn geest vermindert : mijne dagen worden verkort: voor mij blijft niets over dan het grai\'. Ik heb niet gezondigd , en evenwel ziet mijn oog slechts bitterheid. Heer ! verlos mij en stel mij bij U, en dat dan ieders luiiid tegen mij strijde. Mijne dagen zijn verdwenen, mijne gedachten zijn verstrooid en pijnigen mijn hart. Zij hebben den nacht veranderd in den dag, en na de dnisternis verlang ik wederom naar het licht. Maar, of\'ik al wachte, het graf\' zal mijne woning zijn : in ds duisternis heb ik mijn bed gemaakt. Tot de verrotting heb ik gezegd : gij zijt mijn vader; en tot de wonnen : gij zijt mijne moeder en zuster. Waar is dan nu mjjne verwachting, en wie let op mijn wachten ?

a. Dewijl ik dagelijks zondig en geene boetvaardigheid doe, ontroert mij de vrees des doods : want in de hel is geene verlossing : ontferm U mijner, o God! en verlos mjj.

o God ! behoud mij, om uwen naam; verlos mij door nwe kracht.

-ocr page 323-

OVF.Hl/üPJWEK. SIS

A, Want iu de hfil is a:ofiuo vorlossin» s ontFerm U mijnor, o God! en beliond mij.

ACHTSTE LES. JOH. XIX.

Mijn vleeseh verteerd zijnde, kleeft mijn sebeente aan mijn vel; de lippen blijven alleen over mijne tanden. Ontfermt n mijner, ontfermt n mijner, gij ten minste mijne vrienden; want de hand des Heeren lieeft mij getroffen. Waarom verzadigt gij n met mijn vleescb? Och, of mijne woorden wierden opgeschreven of in een boek aang-eteekend, of met eenen ijzeren griffel op eenen looden plaat gesneden werden, of met eenen beitel in eenen harden steen uitgehouwen! Want ik weet dat mijn Verlosser leeft, er. dat ik ten jongsten dage nit de aarde verrijzen zal : ik zal weder met mijn vel bekleed worden, en in mijn vleesch zal ik mijnen God aanschouwen. Dien ik zien zal, ik zelve, en niemand anders : wien mijne eigene oogen zullen aanschouwen. Deze hoop is in mijnen boezem opgesloten.

a. Heer! oordeel mij niet naar mijne werken : ik heb niets gedaan voor uwe oogen, hetwelk waarde heeft; daarom bid ik uwe opperste goedheid, dat Gij mijne boosheid wilt uitwisseheu, o God! v. Wasch mij nog raeer van mijne

-ocr page 324-

314 öetïjdt;?»\' dkr

ongerftgtigheid, en reinig mij van mijno misdaden.

A. Daarom bid ik uwe opperste goedheid, dat Gij mijne boosheid wilt uitwis-schen , o God !

NEGENDE LES. job. x.

Waarom hebt Gij mij uit de moeder voortgebragt? azh, of ik vernietigd ware geworden, zonder dat mij ooit iemand gezien had! Ik zou dan geweest zijn, als of ik niet bestaan had, en van de moeder ware weggedragen naar het graf. Zal de kortheid mijner dagen niet haast een einde nemen? Gedoog dan dat ik mgne smart een weinig beweene : alvorens ik henen ga, zonder terug te keeren naar dat duistere land, hetwelk overdekt is met de donkerheid des doods; een land van ellende en duisterheid, waarde schaduw des doods, waar geene orde maar eeuwigdurende afschrik woont.

v. Verlos mij, o Heer! van de wegen der hel. Gij die de koperen deuren gebroken hebt, uwe dienaars bezoekende in den kerker dor hel, en licht gevende, om U te aanschouwen , hun die in de pijnen der duisternissen waren.

a. Die riepen en zeiden : Gij zijt eindelijk gekomen , onze Verlosser !

-ocr page 325-

OVK.atEDENEN, 313

v. Heer! goef kun de couu\'ig\'e rust, on dat het eeuwige liclit hun verseliijne.

a. Hun die in de pijnen der duisternissen waren.

Het volgende Responsorium, leest men op Allerzielendag, en als drie, Nocturnen gelezen worden.

a. Heer! verlos mij van den eeuwigen dood, in dien vreeseüjken dag, als de hemelen eu de aarde zullen beroerd wor-j den : als Gij de wereld zult komen oor-f deelen door het vuur.

v. Bevend ben ik geworden, en ik vrees als do onderzoeking komen zal en do toekomende gramschap.

a. Als de hemelen en de aarde zullen beroerd worden ; als Gij de wereld zult komen oordeelen door het vuur.

v. Die dag is eon dag van gramschap , van benaauwdheid en ellende; een groote en zeer bittere dag.

a. Als Gij de wereld zult komen oordeelen door het vuur.

v. Heer! geef hu u de eeuwige rust, enz. a. u Heer! verlos mij van den eeuwigen dood in dien vreeselijken dag, als de hemelen en de aarde zullen beroerd worden, als Gij de wereld zult komen oordeeleu door het vuur.

-ocr page 326-

GETIJÖEN BT.ft

DE LAUDES.

PSALM L.

Anüph. Mijne vermorzelde beenderen.

Ontferm U mijner, enz. zie hladz.bO.

Heer! geef\'him de eenwisje rnst, enz.

Antiph. Mijne vermorzelde beenderen zullen zich verhensen.

PSALM XIV.

Antiph. Heer ! verhoor mijn gebed.

U komt den lofzang toe. in Sion , o God ! en in Jeruzalem zal U de belofte betaald worden.

Verhoor mijn gebed : alle vleesch zal tot U komen.

De woorden der boozen zijn magtiger geworden dan wij : doch Gij zult onze boosheden verzoenen.

Zalig hij, dien Gij verkoren en opgenomen hebt : hij zal in uwe voorhoven wonen.

Wij zullen vervuld worden met de goederen van uw huis : heilig is uw tempel.

Wonderlijk in geregtigheid.

Verhoor ons God, onze Zaligmaker! Gij die de hoop zijt van al de einden der aarde, en in de verheid der zae.

Die de bergen, bereid in uwe kracht, met magt omgordt.

Sift

-ocr page 327-

OVERLEDENEN. 317

Die de holle zee beroert, en liet ge-druisch barer golven.

De volkereu zullen verbaasd worden.

En zij, die aan de grenzen wonen, zullen vreczen voor uwe teekenen : den morgen en den avond zult Gij vrolijk 1 maken.

(Jij bezoekt de aarde en bevochtigt ze mildelijk en vermeerdert haren rijkdom.

De beek Gods is mat water gevuld : Gij bereidt hun spijs; want alzoo is hare bereiding.

Maak hare rivieren vol, vermenigvuldig haar gewas : in hare regendruppelen zal zg vrolijk groeijen.

Gij zult den jaarkring in uwe goedertierenheid zegenen : uwe velden zullen met vruchtbaarheid vervuld worden.

Vruchtbaar zal het uitgelegene der woestijn worden, en de heuvelen zullen met blijdschap worden omringd.

De rammen der schapen zijn bekleed ; de dalen overvloeijend van tarwe ; men zal er juichen en lofzangen zingen.

Heer ! geef huu de eeuwige rust, enz.

Antipli. Heer! verhoor mijn gebed ; alle vleesch zal tot U komen.

i\'jiLJI LXI1,

Antipli. Uwe regterhand.

-ocr page 328-

318 GETIJDEN DDR

ó God, mijn God! tot U waak ik van den vroegen morgen.

Mijne ziel heeft naar U gedorst : lioc menigmnal heeft mijn vleesclt dorst gehad naar U.

In een woest en ongebaand en dor land; alzoo heb ik mij voor U vertoond in het heilige, opdat ik uwe kracht en uwe glorie zoude zien.

Want uwe barmhartigheid is beter dan het leveu : mijne lippen zullen U loven.

Alzoo zal ik U zegenen in mijn leven , en in uwen naam zal ik mijne handen opheffen.

Als met vettigheid des ingewands en met smeer worde mijne ziel verzadigd; en met lippen des juiehenszal ik U loven.

Als ik aan U denk op mijn bed : van \'s morgens vroeg zal ik op U denken ; want Gij zijt mijn helper geweest.

En onder het deksel uwer vleugelen zal ik mij verblijden : mijne ziel is aan U gehecht, uwe regterhand heeft mij ondersteund.

Maar zij hebben te vergeefs mijne ziel gezocht: zy zullen in het onderaardsche nederdalen.

Zij zullen geleverd worden in du handen des zwaards : zij zullen het deel zijn der vossen.

Maar de koning zal zich in God ver-

-ocr page 329-

OVERLEDENEN. 319

blijden : allen die bij hem zweertn, zullen zich beroemen, omdat de mond der kwaadsprekers gestopt is.

N. B. Hier wordt niet (jnzegd: Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

PSALM XXIV.

God zij ons barmhartig eu zegene ous : Hij lala zijn aangezigt over ous schijnen en ontferme zich onzer.

Opdat wij op aarde uwen weg kennen : in het midden der volkeren uwe zaligheid.

Dat de volkeren U belijden, o God! dat alle volkeren U belijden.

Dat de volkeren zich verheugen en verblijden ; want Gij oordeelt de volkeren in regtvanrdigheid , en de volkeren bestuurt Gij op aarde.

Dat de volkeren U belijden, o God ! dat alle volkereu U belijden : de aarde heeft hare vrucht gegeven.

Dat God ons zegene, onze God.

Dat God ons zegene, en dat alle einden der aarde Hem vreezen.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

AntipliXjsuü regterhand heeft mij ondersteund.

-ocr page 330-

GEl\'lJUKK UKll

DB LOFZANG VAN EZECHIAS.

ISAÏAS XXXIII.

Antiph. Van de poorten der hel.

In het midden mijns levens heb ik gezegd : ik zal gaan tot de poorten der hel.

Ik heb het overschot mijner jaren gezocht; ik heb gezegd : ik zal den Heer, mijnen God, niet zien in het land dei-levenden.

Ik zal de meuschen niet meer aanschouwen en die in rust wonen.

De tijd mijns levens is weggenomen eu van mij opgerold, gelijk de tenten ; der herderen.

Mijn leven is afgesneden als de draad van eenen wever : toen die eerst begon, heeft Hij mij afgesneden : eer de morgenstond ten avond gaat, zult Gij mij ten einde brengen.

Ik hoopte tot den morgenstond : als een leeuw heeft hij alle mijne beenderen vermorzeld.

Eer de morgen ten avond gaat, zult Gij mij ten einde brengen : ik zal roepen als het jong eener zwaluwe ; als eene duive zal ik kirren.

Mijne oogen zijn bezweken van het opzien naar de hoogte.

320

-ocr page 331-

OVntLEDENHN. 321

Heer! ik lijd geweld; antwoord voor mij : wat z ;l ik zrggen ? TToe zal Hij voor mij antwoorden, ais Hij liet zelt gedaan heeft.

Ik zal voor ü mijne jaren overdenken in de bitterheid mijner ziel.

Indien men zoo leeft, Heer! en zoodanig het leven is van mijnen geest, zoo zult Gij mij straffen en mij levendig maken ; zie, in den vrede is mijne bitterheid de allerbitterste.

Maar Gij hebt mijne ziel van het verderf verlost: Gij hebt al mijne zonden achter uwen rug geworpen.

Want de hel zal U niet belijden ; de dood zal U niet loven : zij die in den kuil nederdalen, zullen uwe waarheid niet verwachten.

De levende zal U niet belijden , zoo als ik heden doe; de vader zal uwe waarheid aan zijne kinderen bekend maken.

Heer! behoud mij, en wij zullen onze lofzangen zingen , in het huis des Hee-ren , al de dagen onzes levens.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

Antiph. Van de poorten der hel, verlos mijne ziel, Heer !

-ocr page 332-

GETIJD15N DEK

PSALM CXLVIII.

Antiph. Allo geesten.

Looft, den Heer uit de hemelen ; looft Hem in het hoogste.

Looft Hem, al zijne engelen: looft Hem, al zijno legermagten.

Looft Hem, zon en maan : looft Hem , alle sterren en licht.

Looft Hem, hemelen der hemelen ; en alle wateren , die boven de hemelen zijn, looft den naam des Heeren.

Want Hij sprak , en zij waren gemaakt: Hij beval, en zij waren geschapen.

Hij heeft ze in eeuwigheid vastgesteld , en in de eeuwen der eeuwen : Hij heeft ze een voorschrift gegeven , en het zal niet vergaan.

Looft den Heer, aardelingen, draken en alle afgronden :

Vuur, hagel, sneeuw, ijs en stormwinden , die zijn woord doet :

Bergen en alle heuvelen, vruchtgevende hoornen en cederen :

Beesten en allerhande vee, slangen en gevederd gevogelte :

Koningen der aarde en alle volkeren, vorsten en alle regters der aarde: Jongelingen en maagden, ouden en jon-

332

-ocr page 333-

OVERLT.DKNT.N. 323

gen , — looft den naam des Hoeren; want, zijn naam is alleen verheven.

Zijn lof is boven hemel en aarde : en Htj heeft verheven den hoorn zjjns volks.

Dat alle zijne Heiligen lofzangen zingen ; de kinderen van Israël, het volk dat Hem nadert.

N. B. Bij deze of den volgenden Psalm wordt niet gezegd; Heer! geef hun de eeuwige rust, enz. maar alleen op het einde van Psalm ci.

PSALM CXL1X.

Ziugt deu Heer een nieuw gezang; zijn lof zij in de vergadering der Heiligen.

Dat Israël zich verheuge in Den gene die hem gemaakt heeft: en dat de kinderen Sions in hunnen koning juichen.

Dat ze zijnen naam loven in koorzangen : dat ze trommelen en met de harp Hem lofzingen.

Want de Heer heeft behagen in zijn volk: cn Hij heeft de zachtmoedigen ter zaligheid verheven.

De Heiligen zullen juichen in glorie : zij zullen zich verblijden op hunne rustplaatsen.

De verheffingen Gods zijn in hunne keelen : en twee snijdende zwaarden in hunne handen.

-ocr page 334-

ggt;:tt.it)EN der

Om wraak te nemen over de volkeren; om de volkeren te straffen.

Om hnnne koningen in ketenen te sluiten , en linnne edelen in ijzeren boeijen.

Om over hen het beschreven regtte doen.

Deze glorie is voor al zijne Heiligen.

psalm ci.

Looft den Heer in zijne Heiligen; looft Hem in het uitspansel zijner kracht.

Looft Hem in zijne krachten; looft Hem naar de menigvuldigheid zijner grootheid.

Looft Hem met welluidende cymbalen; looft Hem met de cymbalen des juïchens.

Alle geesten, looft den Heer.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz.

AntipU. Alle geesten, looft den Heer.

v. Ik heb eene stem van den hemel gehoord, mij zeggende :

a. Zalig zijn de dooden, die in den Heer sterven.

De Lofzang van Zacharias.

LUCAS i.

Antiph. Ik ben de verrijzenis.

Geloofd zij de Heer, de God ^an Israël; want Hij heeft zijn volk bezocht en verlossing gegeven.

324

-ocr page 335-

OVERLEDENEN.

En Hij heeft ons opgerigt eeneu hoorn der zaligheid, in het huis van zijnen dienaar David.

Gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige Profeten , die van het begin der wereld af geweest zijn.

Dat Hij ons verlossen zou van onze vijanden, en uit de hand van allen die ons haten.

Om barmhartigheid te doen met onze vaderen, en te gedenken aan zijn heilig verbond.

Aan den eed, dien Hij aan onzen vader Abraham gezworen heeft, dat Hij zich aan ons geven zou.

Opdat wij zonder vrees, uit de hand onzer vijanden verlost zijnde, Hem zouden dienen.

In heiligheid en regtvaardigheid, voor zijn aangezigt, al onze dagen.

En gij, kind! zult een Profeet des Aller-hoogsten genoemd worden: want gij zult voor liet aangezigt des Heeren gaan, om zijne wegen te bereiden.

Om de volle kei,nis der zaligheid aan zijn volk te geven, tot vergiffenis hunner zonden.

Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, door welke Hij ons bezocht heeft, verschijnende uit de hoogte.

Om te verlichten degenen die in duis-

325

-ocr page 336-

326 getijden der

ternisseu zitten en in de schaduw des doods : on onze voeten te besturen op den weg des vredes.

Heer! geef hun de eeuwige rust, enz. Antiph. Ik ben de verrijzenis en het leven. Die in mij gelooft, zul leven, al was hij ook gestorven : en al wie leeft en gelooft in mij, zal in eeuwigheid niet sterven.

Onze Fader, enz. (knielende, gelijk ook het volgende.)

v. En leid ons niet in bekoring. a. Maar verlos ons van den kwade.

(n. b. De volgende Psalm icordt op Allerzielendag niet gelezen; alsdan volgen on-middelijk de Verzen en het Gehed.)

psalm cxxix.

Uit de diepten, enz. zie bladz. 55. v. Heer! geef hun de eeuwige rust. a. En dat het eeuwige licht hen verlichte.

v. Van de poorten der hel.

a. Verlos, o Heer, hunne zielen, v. Dat zij in vrede rusten.

a. Amen.

v. Heerl verhoor mijn gebed. a. En mijn geroep kome tot U.

-ocr page 337-

OVliaLEDiiNEN. 327

GEBED.

{Hier volgt een der Geleden, gelijk na de Fespers , blaclz. 363 , na welke men zegt:)

v. Heer! geeft liun de eeuwige rust. a. En dat liet eeuwige licht hen verschijn e.

v. Dat zij in vrede nisten.

a. Amen.

-ocr page 338-

^■yz^-ycDc^^ycyc^jc^

De Vesper-psalmen op Zondag.

v. God! wees opmerkzaam op mijne hulp.

li. Heer! haast U om mij te helpen.

Dixit Domiuus Domino meo; sede a dextris meis.

Eer zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest.

Gelijk het was van den beginn3,zoo nu en altijd, in alle eeuwen der eeuwen. Am. Alleluja.

Van Septuagesima tot Paschen , zegt men in plaats van Alleluia :

Laus tibi Do- Lof zij U, Heer, mine. Hex asternas Koning der eeuwige glorirt!! heerlijkheid!

I. PSALM 109.

Dc Heer {Vader) heelt gesproken tot mijnen Heer, [Chrk-

v. Deus in ad-jutorium meum intende.

k. Domino ad adjuvandum me festina.

Gloria Patri, et Filio , et Spiritui Sancto.

Sicut eratin prin-cipio, et nunc, et semper, et in specula saacnlorum. Amen. Alleluia.

-ocr page 339-

DE VESPER-PSALMEN. 329

Donee ponamini-micostuos :scabel-lum pedum tuo-rum.

Virgam virtutis tuse emittetDomi-nus ex Sion : do-minare in medio ini-raieorum tuorum.

Tecum prineipi-um in die virtutis tuee, in splendori-bus sanctorum: ex utero ante luci-ferum genui te.

JuravitDominus, et non poenitebit eum : tu es Sneer-dos in Beternum secundum ordinem Melchisedecli.

Dominus a dex-tris tuis: oonl\'regit in die irne suiu reges.

Judicabitin na-tus): zit aau mijne regterliand.

Tot dat ik uwe vijanden stelle tot eene voetbank uwer voeten.

De Heer zal den scliepter uwer magt uit Sion doen komen : heerscht in het midden uwer vijanden.

Bij ü is liet vorstendom op den dag uwer kracht, met (vollen) luister van heiligheid : voor den dageraad heb ik U uit den schoot geteeld.

(God) de Heer heeft het gezworen , en het zal Hem niet berouwen : Gij {Christus) zijt priester in eeuwigheid, naar de orde van Melchisedech.

üe Heer is aan uwe regterhand: Hij heeft ten dage zijns toorns koningen verslagen.

I lij zal geregt ocfe-


-ocr page 340-

330 DK VESP tionibiis, imploliit ruinas : oonqiuts-sabit cnpita in terra multonim.

De torroiite in via bibet: propte-rea exaltabit caput.

GloriaPatri, etc.

h-psalmen

nen onder de volleen: Hij zal de verwoestingen vermeerderen ; Hij zal de hoofden van vele landen verdelgen.

Hij zal op den weg {zij7is levens) uit de beke {des lijiens) drinken : daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.

Eer, enz.


ii. psalm 110.

Confitebor tibi, Domine, in toto corde meo; in con-cilio justorum et congrcgatione.

Magna opera Domini: exquisi ta in omnes voluntatis ejus.

Confossio etmag-nificentia opus e-jus: etjustitia ejus manet iu sneculum stoculi.

Ik zalüloven.Heer, van ganschcr harte : in den raad der regt-vaardigen, en in de vergaderingen.

Groot zijn de wer-licn des Heeren: uitgelezen , volgens zijnen wil en zijn welbehagen.

Zijn doen is lofwaardig : en zijne ge-regtigheid duurt in alle eeuwigheid.


-ocr page 341-

OP DE ZONDAGEN. 331

Memoriam fecit mirabilium suo-rura , rniscricors et miserator Domi-nus : escam dedit timentibus se.

MemorerltinsEe-culum testameiili sui: virtutem ope-rum suorum annuu-tiabit populo suo.

Utdetillislieere-ditatem gentium : opera mauuum ejus veritas et judicium.

Fidelia omnia mandate ejus, con-firmatein sseculum sfeculi: facta in ve-ritate et seqnitate.

Kcdemptionem misit populo suo : mandavit in seter-num testamentum suum.

Sanctum etterri-bile nomen ejus : initium sapientire

Hij heeft eene gedachtenis van zijne wonderen gesticht, de genadige en barm-uartige Heer: Hij heeft gespijsd, die Hem vretzen.

Hij zal eeuwig aan zijn verbond gedenken ; Hij zal de kracht zijner werken aan het volk bekend maken.

Door hun de erfenis der volken te geven ; de werken zijner handen zijn waarheid en regt.

Al zijne bevelen zijn getrouw, onwrikbaar voor eeuwig; zij zijn gemaakt in waarheid en billijkheid.

Hij heeft verlossing aan zijn volk {inEgypte) gezonden : Hij heeft {met Jien) zijn verbond in eeuwigheid gehouden.

Heilig en geducht is zijn naam ; dc vrees des Heeren is het be-


-ocr page 342-

333

tiraor Domini. Intellcctus bonus omnibus facienti-bus eum: laudatio ejus manet in seb-culum sseculi. Gloria Patri, etc.

ginsel der wijslisid.

Goed is het verstand aan allen , die zicb er naar gedragen : zijn lof bestaat in alle eeuwigheid.

Eer, enz.

BE VESPER-PSALMEN


III. PSALM 111.

Beatus vir qui Welgelukzalig de

timet Domimim : man, die den Heer

in mandatis ejus vreest : die groote

volet nimis. lust heeft in zijne geboden.

Potens in terra Zijn kroost zal ver-

erit semen ejus : mogend zijn op aar-

generatiorectorum de : het geslacht der

benedicetur. opregten zal gezegend wordsn.

Gloria et divitse In zijn huis zal eer

in domo ejus : et en rijkdom zijn : en

justitia ejus manet zijne regtvaardigheid

insseculumsseculi. duurt in eeuwigheid.

Exortem est in In de duisternis gaat

tenebris lumen ree- den opregten het licht

tis : misericors et op : (dit is) de gena-

miseratoretjustus. dige, barmhartige eu regtvaardige God.

Jiicundushomo, Welbehagelijk is aan

qui mi sere tui- et God de inensch, die

eommodat, dispo- wel doet eu uitleent:

-ocr page 343-

net sermones suos iu judicio: quia in seternum nou com-movebitur.

Innieraoriafeter-na crit Justus : ab aüditione mala non timebit.

Paratumcorejus sperare iuDomiuo, confirm atum est cov pjus: non coin-movebitur, donec despiciat itiimicos suos.

üispersit, dedit pauperibns, justi-tia ejus manet in saeculum saeculi : cornu ejus exulta-bitur in gloria.

Peccator videbit, et irascetur , den-libus suis freraet et tabescet: deside-rium peccatornm 333

hij zal zijne gesprekken met (10ijs) oordeel inrigten; terwijl hij in eeuwigheid niet zal \'wankelen.

De regtvaardige zal in eeuwig gezegend aandenken blijven ; hij behoeft voor geen kwaadsprekendheid te vreezen.

Met bereidvaardigheid betrouwt zijn hart op den Heer: zijn hart is versterkt; hij zal niet ontroerd worden, tot dat hij nederziet op zijne vijanden.

Hij strooit uit, eu begiftigt de armen : zijne regtvaardigheid duurt in eeuwigheid; zijne raagt zal met luister verheven worden.

De goddclooze zal het zien en zieh vertoornen : hij zal op zijne tanden knarsen, en (van spijt) verteren:

OP DE ZONOAGTJN.


-ocr page 344-

333

tiraor Domini. Intellcctus bonus omnibus facienti-bus eum: laudatio ejus manet in seb-culum sseculi. Gloria Patri, etc.

ginsel der wijslisid.

Goed is het verstand aan allen , die zicb er naar gedragen : zijn lof bestaat in alle eeuwigheid.

Eer, enz.

BE VESPER-PSALMEN


III. PSALM 111.

Beatus vir qui Welgelukzalig de

timet Domimim : man, die den Heer

in mandatis ejus vreest : die groote

volet nimis. lust heeft in zijne geboden.

Potens in terra Zijn kroost zal ver-

erit semen ejus : mogend zijn op aar-

generatiorectorum de : het geslacht der

benedicetur. opregten zal gezegend wordsn.

Gloria et divitse In zijn huis zal eer

in domo ejus : et en rijkdom zijn : en

justitia ejus manet zijne regtvaardigheid

insseculumsseculi. duurt in eeuwigheid.

Exortem est in In de duisternis gaat

tenebris lumen ree- den opregten het licht

tis : misericors et op : (dit is) de gena-

miseratoretjustus. dige, barmhartige eu regtvaardige God.

Jiicundushomo, Welbehagelijk is aan

qui mi sere tui- et God de inensch, die

eommodat, dispo- wel doet eu uitleent:

-ocr page 345-

net sermones suos iu judicio: quia in seternum nou com-movebitur.

Innieraoriafeter-na crit Justus : ab aüditione mala non timebit.

Paratumcorejus sperare iuDomiuo, confirm atum est cov pjus: non coin-movebitur, donec despiciat itiimicos suos.

üispersit, dedit pauperibns, justi-tia ejus manet in saeculum saeculi : cornu ejus exulta-bitur in gloria.

Peccator videbit, et irascetur , den-libus suis freraet et tabescet: deside-rium peccatornm 333

hij zal zijne gesprekken met (10ijs) oordeel inrigten; terwijl hij in eeuwigheid niet zal \'wankelen.

De regtvaardige zal in eeuwig gezegend aandenken blijven ; hij behoeft voor geen kwaadsprekendheid te vreezen.

Met bereidvaardigheid betrouwt zijn hart op den Heer: zijn hart is versterkt; hij zal niet ontroerd worden, tot dat hij nederziet op zijne vijanden.

Hij strooit uit, eu begiftigt de armen : zijne regtvaardigheid duurt in eeuwigheid; zijne raagt zal met luister verheven worden.

De goddclooze zal het zien en zieh vertoornen : hij zal op zijne tanden knarsen, en (van spijt) verteren:

OP DE ZONOAGTJN.


-ocr page 346-

]VI5 VESPER-PSALMEN

330

coiiversus est re-trorsum?

Montes exultas-tis sicut arietes : et collis sicut agni ovium ?

A facie Domini mota est terra ; a facie Dei Jacob.

Qui couvertit petram in stagna a-quarum: et rupem in fontesaquarum.

Non nobis, Do-mine, non nobis : sed nomini tao da gloriam.

Snpermisericor-dia tua et verilate tua ; nequando di-cant gentes , ubi est Deus eorum?

Deus autcm nos-ter in ccclo : omnia , quascumque voluit tecit.

Simulacra genti-daan, dat gij terug weekt ?

Bergen, dat gij op-sprongt als rammen; en heuvelen, als lammeren der schapen ?

De aarde beefde voor het aangezigt des Hee-ren: voorhctaangezigt des Gods van Jacob.

( Vooi- den

harden kei veranderde in overvloedige wateren: en de rots in waterbronnen.

Niet ons, Heer! niet ons {pf onze verdienden\') maar geef eer aan uwen naam.

Om uwe barmhartigheid en waarheid {lelioed ons)-, opdat de Heidenen nooit zeggen ( ons hesclnm-pende) waar is ( nu) liun God?

(Doe/i )onzeGodis in den Hemel : Hij doet al wat Hem behaagt.

{Intekendeel) de af-


-ocr page 347-

OP DE : um argentum et, aurum ; opera ma-nuum liominum.

Os liabent, et non loqueutur: oculos habent et non videbunt.

Anrus habent et non andient : na-res habent, et non odorabunt.

Manns habent, et non palpabunt: pedes liabent, et non ambulabunt: non elamabunt in gutture suo.

Similis illis fi-ant, qui facinnt ea : et omnes qui confidunt in eis.

Domus Israël speravit in Domino : adjutor eo-rum et protector eorum est.

Domus Aarou speravit in Domino : adjutor eorum )NJ-)AGJiN. 337

goden der volken zijn zilver en goud, werken van menschen handen.

Zij hebben eenen mond, maar spreken niet : zij hebben oogen, maar zien niet.

Zij hebben ooren maar hooren niet: zij hebben eenen neus maar ruiken niet.

Zij hebben handen maar tasten niet: zij hebben voeten, maar gaan niet: zij maken geen geroep mot hunne keel.

Dat, die (de afgoden ) maken, hun ge -lijk worden : en allen die erop vertrouwen.

(Maar\') het huis van Israël heeft gehoopt op den Heer: {daarom ) is H ij hun helper en beschermer.

Het huis van Aaron heeft gehoopt op den Heer : (daarom) is quot; 32


-ocr page 348-

838

cl prolector eo-rum est.

Qui timent Do-minum, sperave-ruut in Domino ■: adjutor eorum et protector eorum est.

Dominus memor fuit nostri ; ct benedixit nobis.

Beuedixit domui Israël : benedixit domui Aaron.

Benedixit ommi-bus qui timent Do-minum ; pusillis cum mnjoribus.

A.djieiat Donii-nus super vos : super vos, et super Alios vestros.

Benedixi vos a Domino : ([iii (\'ecit coelnm et terram.

Coelum cajli Domino : terrain r.u-tin (iedit filiis

Hij hun helper en beschermer.

Degenen, die den Heer vreezen, hopen op den Heer: {daarom\') is Hij hun helper en beschermer.

De Heer is onzer gedachtig geweest : en Hij het ft ons gezegend.

Hij heeft gezegend het huis van Israël: Hij heeft gezegend het huis var\' Aaron.

Al die den Heer vreezen, heeft Hij gezegend: geringen zoo wel als aanzienlijken,

De Heer zegenc u meer cu meer : u en uwe kinderen

f iezegend moogt gij zijn door den lieer : die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

D.\'! hoogste licmel is voor den lli r : maar do aarde heeft

DK VESPR-PSM,M EK


-ocr page 349-

OP DE i

hoiiiinum.

Non mortui liiu-dabunt te, Domi-ne : neque omnes , qui descenduut in iufcrmim.

Sod nos qui vi-vimus, benedici-mus Domino : ex hoc nunc et usque in ScBCulum.

Gloria Patri, etc.

LOFZANG VAN

Magnificat anima mea Dominum.

Et exultavit spiritus meus : in Deo salutari meo.

Quiarespcxitlm-militatem ancillae sure : ccce onim ex lioc beatam me dieent omnes general ion es.

Quia fecit mi hi magna, qui potens est : et sanctum nomen ejus.

Et misericordia

ONDAGEN 339

Hij gegeven aan de menschel) kinderen.

Dc dooden zullen U niet loven , Heer! noch zij die in het graf dalen.

Maar wij, die leven, wij prijzen den Heer : van nu af tot in eeuwigheid.

Eer, enz.

MAllIA. LUC. I.

Mijne ziel verheft den Heer.

En mijn geest j uicht Gode : mijnen Zaligmaker.

Hij sloeg de nederigheid van zijne dienstmaagd gade : zie, van nu af zullen alle volken mij zalig noemen.

Hij, de Magtige, heeft groote dingen aan mfj gedaan ; zijn naam is heilig.

Zijne barmhartig-


-ocr page 350-

340 DE VKSPÜ ejus a progenie in progenies : timen-tibus eum.

Fecit potentiam in bracliio suo : (iispersit superbos monte cordis sui.

Deposuit poten-tes de sede : et ex-ultavit humiles.

Esurieutes im-plevit bonis : et divites dimisit ina-nes.

Suscepit Israël, pucrum suum : re-cordatus miseri-cordise sufe.

Sicut lociitua est ad patres nostros: Abraham, et se-mini ejus in s;b-cula.

Gloria Patri, etc.

ill-PSALMEN

lieid strekt zich uit door alle geslachten: over hen , die Hem vreezen.

Magtvol werkt zijn arm : Hij verstrooit hen, die in de inbeelding van hun hart zich iets lieten voorstaan

Hij stiet magtigen van den troon : en verhief neüerigen.

Behoeftigen gaf Hij goederen volop : rijken zond Hij ledig weg._

Hij heeft Israël zijnen dienaar, opgenomen : indachtig zijner ontfermende goedheid

Welke Hij heeft toegezegd aan onze vaderen: aan Abraham en zijn nakroost, tot in eeuwigheid. Eer, enz.


-ocr page 351-

4*

VESPER-PSALMEN

Op de Feestdagen.

Op Kersdag en onder het Octaaf, de drie eerste Psalmen van den Zondag; de vierde is:

PSALM 120.

De profundis cla-mavi ad te Donii-11e: Domiue! exau-di vocem meam,

Eiant aures tuse intcudentes : in vocem deprecati-ones meiB.

Si iniciuitales observaveris, Domino ; Domine! quis sustinebit?

Quia apud te propitiatio est: et propter legam tu-am sustinui to, Domiue.

Snstiiiuit anima mea in verbo ejus: speravit anima mea in Domino.

Uit de diepten lieb ik tot U geroepen : o Heer! Heer! verboor mijne stem.

Laat uwe ooren opmerkzaam zijn op de stem mijner smce-king.

Zoo Gij , Heer, de misdrijven gadeslaat : wie zal dan bestaata?

Omdat erbij U genade is, en om uwe wet {waarin hulp beloofd wordt ,)o fleer! lieb ik U verbeid.

Mijne ziel heeft op zijn woord zicb verlaten : mijne ziel beeft op den Heer gelioopt.


-ocr page 352-

343

A ciislodiamatu-tina usque ad uoc-tem : sperct Israël in Domino.

QuiaapudDomi-num misericordia: et copiosa apud eum redernptio.

Et. ipse rcdimet Israël: cx omnibus iniquitatibus ejus.

Gloria Patri, etc.

Dat Israël op den Heer hope : van den morgenstond af tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongeregtigheden.

Eer, en/,.

DE VFSPEK-PSALMF.N


Di\' vijfde Psalm is: Memento Domine, David, zie bladz. 351.

Op Nieiiicjaarsdag, de Psalmen als op de feestdagen van de II. Maagd Maria, bladz. 355.

Op Drie-koningen , Paschen , Pinksteren , en II. Drievuldigheidsdag , de Psalmen van den Zondag.

Op \'s Heeren Hemelvaart en op den Zondag , onder het Octaaf, de vier eerste Psalmen van den Zondag ; de vjfde is : Laudate Dominum, omnes geutes, zie bladz. 344.

Op H. SaJcramentsdag, de tiwe eerste Psalmen van den Zondag, de derde, is; Credidi, zie bladz. 344.

-ocr page 353-

Ot\' DE feestdagek.

PSALM 127.

Beati omnes qui timent Dominum ; qui ambulant in viis ejus.

Labores manu-um tuarum quia manducabis : beat us es , et bene tibi erit.

Uxor tua siout vitus abundans ; in lateribus domus tuse.

Filii tui sieut novellffi olivarum: in cirouitu mensas tua.

Eece sic bc:iedi-cetnr liomo : qui timet Dominum.

Benedieat tibiDo-minus ex Siou: et videas bona Jerusalem , omnibus diebus vita; tuse.

Et vidcas filios fi-liorum tuorum : pacem super Israël.

Welgelukzalig al die den Heer vreezen , en in zijne wegen wandelen.

Want gij zult den arbeid van uwe banden eten : gelukzalig zijt gij, en liet zal u welgaan.

Uw huisvrouw zal gelijk een vruchtbare wijnstok ziju, aan de zijde uws huizes.

Uwe kinderen zullen zijn als jonge olijfplanten, rondom uwe tafel.

Zie, alzoo zal de mensch gezegend worden : die den Heer vreest.

De Heer zegene u uit Sion -. en dat gij zien mcogthet goede van Jeruzalem, al uwe levensdagen.

Zie ook uwe kindskinderen : vrede over Israël.


-ocr page 354-

344 de VESPER-PSALM RN

Gloria J\'alri, etc. Eer, enz. Ve vijfde : Lauda, Jeruzalem, Domiuvim.

Op de feestdagen der Apostelen en Heange-listen, in de eerste Vespers de vier eerste psalmen van den Zondag, de vijfde is :

v. psalm 117.

Laudate Domi- Looft den fcleer, num, omnos gen- alle volken : prijst tes : laudate eum , Hem, alle natiën, omnes populi.

Quoniam confir-mata est super nos misericordia ejus : et Veritas Domini manet in seternum.

Gloria Patri, etc.

Want zijne goeder-tiereulieid is over ons bevestigd : en de trouwe des Heeren duurt tot in eeuwigheid. Eer, enz.

In de tweede Vespers, op de Veest dag en der Apostelen, de twee eerste Psalmen van den Zondag ; daarna de drie volgende:

iii. psalm 115.

Credidi, propter quod loeutus sum : ego autem liumili-atus sum nimis.

Ego dixi, in ex-cessu meo : omnis homo mendax.

Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken ; ik werd bovenmate verdrukt.

Ik sprak, in geestvervoering; de men-schen zijn allen be-driegelijk.


-ocr page 355-

OP DE FEESTDAGEN

845

Q,iii(l rctribriiam Domino, pro omnibus : que rctri-buit milii?

Galiccm saluta-ris accipiam: et nomen Domini in vocaba.

Vota mea Domino reddam coram om-ni populo ejus: pretiosa in con-spectu Domine mors sanctorum ejus.

O Domino! quia ego servus tnus : ego servus tuus et filius ancillfE tua3.

Derupisti vinoula mea : tibi sacrifi-cabo hostiam lau-dis : et nomen Do-mine invoeabo.

Vota mea Domino reddam in oonspec-tu omnis populi e-jus; inatriisdomus Domino, iu medio

Wat zal ik den Heer vergelden voor al wat Hij mij verleend heeft?

Ik zal den beker der verlossing opnemen, en den naam des Heeren aanroepen.

Ik zal den Heer mijne geloften betalen in tegenwoordigheid van al zijn volk: kostelijk is in de oogen des Heeren de dood zijner Heiligen.

O Heer! omdat ik uw dienstknecht ben: uw dienstknecht, zoon van uwe dienstmaagd.

Daarom hebt Gij mijne banden los gemaakt ; ik zal U een offer des lofs offeren, en den naam des Heeren aanroepen.

Ik zal den Heer mijne geloften betalen in tegenwoordigheid van al zijn volk : in dc voorhoven van het huis


-ocr page 356-

846 3)13 vkspgh-psaxmen tui, Jerusalem. des Heeren, in uw midden, o Jeruzalem Gloria Patri, etc. Eer, enz.

IV. PP alm 125.

In convertendo Dominus eaptivi-tatem Sion ; facti sumus sicut con-solati.

Tune repletum est gaudio os nostrum : et lingua nostra exultatione.

Tune dicent in-tergentes : magui-ficavit Dominus faeere cum eis.

MaguificavitDo-iniuus facere no-biscum : facti su-mus lastnntes.

Couverte, Do-mine, caplivitatem nostram: sicut tor-rens in austrc

Qui seminaut iu lacrvmis; iu exultatione metent.

Euntes ibant ct Hebant: mitteutes

Toen de Heer de gevangenen Sions deed wederkeeren : toen werden wij geheel vertroost.

Toen werd onze mond met vreugde vervuld : en onze tong met gejuich.

Toen zeide men onder de Heidenen: de Heer heeft groote dingen aan hun gedaan.

Groote dingen heeft de Heer aan ons gedaan: wij zijn verblijd geworden.

Heer! doe onze gevangenen terug kee-ren, als de regen uit het zuiden.

Die met tranen zuaijen, zullen met gejuich maaijen.

Zij gingen onzeker, weenden en wierpen


-ocr page 357-

op UE FEK.-\'iDAC r;K. 347

semina sua. iiim zaad.

Venientesautem Maar komende,

venient. cum exul- kwamen zij met ge-

tatione: portantes juich. dragende liun-

manipulos sues. ne garven.

Gloria Patri, etc. Eer, enz.

v. psalm 138.

Domine! probas-ti mc ct cognovisti me : tu cognovisti sessionem meam, et resurrectionem meam.

Intellexisti cogi-tationes meas de longc: snmitam meam et funiculum meum investigasti.

Et omnes vias meas prjevidisti ; qixia non est sermo in lingua mea.

Ecce, Domine\' tu cognovisti omnia novissima et antiqua : tu for-masti me, et po-suit super me ma-nuum tuian.

Mirabilis facta est

Heer 1 Gij doorgrondt en kent mij: Gij weet myn zitten en mijn opstaan.

Mijne gedachten verstaat Gij van verre ; mijn pad en du maat van mijnen weg spoort Gij na.

En al mijne wegen hebt gij vooruit gekend : otsohoou ik geen woord sprak.

Zie, Heer! Gij weet het alles, zoowel het toekomende als het verledene; Gij hebt mij gevormd en legt uwe hand op mij.

Al te wonderbaar


-ocr page 358-

1)13 VESPER-PSALM ËN

318

scicutia tiui cx rac : confortuta csi , et nonpotero ad cam.

Quo ibo a spiritu tuo ; et quo a facie tua fugium ?

Si ascendero in ca3lum , tu illio es: si deseendere in infernum, ades.

Si assumpsero pennas meas dili-eulo: et habitavero in extremis maris.

Et ruim illuo ma-nus tua deducet me : et tenebit me dextera tua

Et dixi: forsitan tenebras oonculea-bunt me : et nox illuminatia mea in delieiis meis.

Quia tenebrpe non obsourabuntur a te, et nox sicut dies illuminabitur : sicut tenebrre ej as, ita et lumen ejus.

in mij uwe kennis: zij is te boog , en ik kan ze niet bereiken.

Waar zal ik benen gaan voor uwen geest: en waar zal ik vlugten voor uw aangezigt ?

Vaar ik ten hemel, daar zijt Gij : of daal ik in den afgrond, Gij zijt er.

Nam ik de vleugelen des dageraads, en ging ik wonen aan liet uiterste der zee.

Ook daar zal uwe hand mij geleiden : en uwe regterhand mij honden.

Ik zeide; mogelijk zal de duisternis mij bedekken : maar ook de nacht ontdekte mij in mijne wellusten.

Want de duisternis is voor U niet donker, en de nacht is voor U zoo helder als de dag; de duisternis van den nachten het licht van den dag zijn één bij


-ocr page 359-

OP DE f:

Quia tu posse-disti renes meos : suscepisti rnc de utero matris mere.

Confitebor tibi, quia terribiliter magnificatus es : mirabilia opera tua, et anima mea cognoscit nimis.

Non est oeeulta-tum os meum a te, quod fecisti ir. cultc : et substantia mea in inferi-oribus terrse.

Imperfectum meum viderunt oculi tui: et in libro tuo omnes scribentur, dies formabuntur, et nemo in eis.

Mihi autem nimis lionorati sunt amiei tui, Deus ;

sbstdagen. 349

Gij toch liebt mijn binnenste gevormd : en mij uit den sclioot mijner moeder genomen.

Ik zal U loven, omdat Gij U, opeetie eerbiedwekkende wijze, hebt verheerlijkt : wonderbaar zijn al uwe werken; mijneziel beseft dit volkomen.

Mijn gebeente, dat Gij, voor het oog verborgen, gevormd hebt, is voor U niet verholen : noch het donkere graf zal mijn ligchaam voor uw oog verbergen.

Toen ik nog niet volmaakt was, zagen uwe oogen mij: en in uw boek worden ze allen opgeschreven, die dagelijks gevormd worden , en waarvan nog geen aanwezig is.

Uwe vrienden, o God! zie ik toch zeer hoog geëerd : hunne


-ocr page 360-

350 uk VKsr nimis confortates est priuoipatus eorum.

Dinumcrabo eos: et super areiiam rrmltiplicabuntur: exurrexi, i-,t adtnio sum tecum.

Si cecideris, Deus , peecatores : viri saiiguiuum declinate a me.

Q\\iia dieilis in cogitatione : acoi-pient iu vauitate eivitates tuos.

Nomie qui odc-runt te, Domine, oderam : ct super inimicos tuos ta-beseebam ?

Pcrfecto odio oderam ilios : et inimici facti sunt mihi.

Probume Deus, ct scito cor mcum: interrago mc et cognosce s-emitasmeas.

Et vide, si via

tK-PSALMEN heerschappij is lioven mate magtig geworden.

Zoude ik ze tellen, zij zijn meer dan het zand ; ik ontwaak, en ben nog bij ü.

Dewijl Gij, o God ! de booswichten zult dooden, zoo laat af van mij, gij, mannen des bloeds.

Want gij zegt in uw hart : te veigeefs zullen zij uwe steden verkrijgen.

Heer! haatte ik niet hou, die U\' haatten : en teerde ik niet uit, om uwer vijanden wil ?

Jk haatte hen met volkomen haat : zij zijn mijne vijanden geworden,

Doorgrond mij, o God! en keu mijn hart : beproef mij nu, en ken mijne paden.

En zie of een weg


-ocr page 361-

OP JJi, FEESTDAGEN. 351

iuiquilatis in suo van ongoregtiglieid bij mij is, en geleid mij eeuwig op den ( reyten) weg. Eer, enz.

Op de Feestdagen der Martelaren, in de eerste Vespers, yelijk in de eerste Vespers der Apostelen; in de tweede Vespers, dezelfde psalmen, behalve den vijfden, die is : Oeduli, etc. bladz. 344-.

Op de Feestdagen der Belijders, hetzij Bisschoppen of niet, in de eerste Vespers, gelijk op Hemelvaart: in de tweede Vespers, de vijf de Psalm gelijk volgt, wanneer zij tevens Bisschop zijn : anderzins Laudate Dominum, als in de eerste Vespers.

V. PSALM 147.

est: et deduc me in via seterua.

Gloria Patri, etc.

Memento Domi-ne David: et omnes mansnetudinis cj ns.

Sicutjuravit Domino : votum vovit Deo Jacob.

Si introieroin la-bcrnaculmn domus m ere : ai accendero in leetum strati mei.

Si dedero som-mim oculos meis :

Gedenk, Heer! aan David : en al zijne znclitmocdiglieid.

Hoe hij den Heer gezworen heeft, en den God van Jacob gelofte heeft gedaan.

Ik wil dc woning mijns huizes niet in-g:-um : uoeh mijne le-gerstede beklimmen.

Ik wil mijne oogen geen en slaap vergun-


-ocr page 362-

DE VESl\'lill-PSALMEN

352

et palpebris meis dormitationem.

Et requiem tem-poribus meis: do-nee in veniam locum Domino, ta-bernaculum Deo Jacob.

Eeoe audivimns earn in Eplirata: in venimus earn in campis silvas.

Introibimus in tabernaculum e-jus; adorabimusin loco, ubi steterunt pedes ejus.

Surge, Domine, in requiem tuam ; tu et area sancti-ficationis tiue.

Sacerdotes tui induantur justiti-am : et sanoti tui exultent.

Propter David, servum tuum: non avertas faciem Christi tui.

nen: noch mijne oogleden eenige sluime-ring.

Nocb mijn lioofd ter rust nederleggen: tot ik eeneplaats voor den Heer lieb gevonden : eene woonstede voor den God van Jacob.

Zie, wij hebben van haar te Ephrata gehoord : wij hebben haar op de velden des wonds gevonden.

Wij zullen tot zijne woning ingaan ; wij zullen aanbidden ter plaatse, waar zij n e voeten gestaan hebben.

Maak U op, Heer ! ter uwer rust : Gij eu de verbondkist uwer heiligheid.

Dat uwe Priesters met geregtigheid bekleed worden: en uwe Heiligen juichen.

Wend toch. om uwen dienaar David , liet aaugezigt van uwen Gezalfde niet af.


-ocr page 363-

or d:: feestdagen.

353

Juravit Domi-nus David vorita-tem, et nou frus-trabitur eum : de fructu ventris tui ponam super se-dam tuam.

Si custodierunt filii lui testameu-tummeum :ct testimonia mea hfec quaB dccebo eos.

Et filiorum usque in sfficulum: ssedebunt super sedam tuam.

Quoniam tlegit Domiuus Sion ; elegit earn in lia-bitatione subi.

Hkc r;quies mea iu saeculum speculi: bic liabi-tabo, quoniam eligi eam.

Viduarnejus bc-nedicens benrdi-cam:paupercs ejus saturabo panibus.

Sacerdotes ejus

De Heer heeft ,uai David de waarheid gezworen, en Hij zal ze niet verijdelen : ik zal eenen van de vrucht uws schoots op uwen troon doen zitten.

Indien uwe zonen mijn verbond houden, en do getuigenissen, welke ik hun zal loeren.

En ook hunne kinderen dit tot in eeuwigheid doen : zoo zullen zij op mven troon gesteld zijn.

Want de Heer heeft Sion uitverkoren en begeerd tot zijne wo-ning.

Dit is mijne rustplaats, eeuwiglij k ; hier zal ik wonen : want ik heb het verkoren.

Ik zal zijne weduwen rijkelijk zegenen, en zijne behoeftigen met brood verzadigen.

Ik zal zijne Priesters 08


-ocr page 364-

DF, VFSPF.Tl-PSALMEN

met lieil bekleedeu : en zijue Heiligen zullen grootelijks jui-cben.

Daar zal ik het huis van David doen groot worden : ik heb reeds voor mijn\' gezalfde een troost, opvolger bestemd.

Ik zal zijne vijanden met schaamte bedekken : maar op hem zal mijne heiliging bloeijen.

Eer, enz. erkwijding, al de Psalmen quot;an den Zondag, behalve de vijfde Psalm, die zijn moet: Lauda Jerusalem, Dominum. Se Vesper-psalmen op de Feestdagen van de heilige Maagd Maria , ook gebruikelijk op de Feestdagen der Maagden en andere heilige Vrouwen.

De twee eerste Psalmen in beide Vespers zijn : Dixit Dominus, en Laudate pueri Dominum ; de drie andere zijn deze :

III. PSALM 131.

Laetatus sum in Ik was verheugd his, quse dicta sunt over hetgeen wat mij mihi : in domum gezegd werd : wij

354

induatn salutari: et sancli ejus ex-ultatione exulta-bunt.

Illuc prodncam oormi David : pa-ravi lucernam Christo meo.

Inimicosejusin-dnam confusione: super ipsum autem efflorebit sanetifi-catio mea.

Gloria Patri, etc. Op het Feest eener R

-ocr page 365-

OP BE FEESTDAGEN.

355

Domini ibimus.

Stantes eraut pedes nostri: in atriis tnis, Jerusalem.

Jerusalem, qnse sedificatur ut civi-tas ; cujus partici-patio ejus in edip-sum.

Illicenim aecen-derunt tribus, tribus Domini: testimonium Israël ad confitendum no-mini Domini.

Quia illic sederunt sedes in judi-cio : sedes super domum David.

Eogate quae ad pacem sunt Jerusalem ; et abun-dantia diligenti-bus te.

Fiat pax in vir-tute tua : et abun-dantia in turribus tuis.

Propter fratres meos et proximos zullen ingaan in ht;t huis des Heereu.

Onze voeten stonden in uwe voorhoven , Jeruzalem.

Jeruzalem is opgebouwd als eene stad, die wel te zamen is gevoegd.

Want derwaarts gingen de stammen des Heeren op : het is eene wet voor Israël, den naam des Heeren te loven.

Want daar waren de stoelen des ge-regts : de stoelen van David\'s huis.

Bidt om den vrede voor Jeruzalem : en dat er overvloed zij over allen die u beminnen.

Vrede heersche in uwe muren: en overvloed in uwe paleizen.

Om mijner broederen en mijner naasten


-ocr page 366-

DE VFSPEB-PSALMKN

35(5

mens loquebar pa-cem dc tc.

Propter domum Domini, Dei nos-tri : qiifcsivi bona tibi.

Gloria Patri, etc.

wil, sprak ik u van vrede.

Om het liuis van den Heer, onzen God, zoelit ik voor u het goede.

Eer, enz.


iv. psalm 126

Nisi Dominus redifieaverit do-mum ; in vanum laboraverunt, qui sedifieaut eum.

Nisi Dominus custodierit eivita-tem: fnstra vigilat, qui eustodit eam.

Vanum est vobis, ante lucem surge-re : surgite post quam sederitis , qui mar.dueatis panem doloris.

Gum dederitdi-leetis suis somnum eeee hereditas Do-mini ; filii merces fruetns ventris.

Bijaldien de Heer het liuis niet bouwt, zoo arbeiden de bouwlieden te vergeefs.

Indien de Heer de stad niet bewaart, te vergeefs waakt dc waebter.

Gij staat te vergeefs op, eer het dag is : staat op, nadat gij hebt uitgerust ; gij, die het brood der smart, (die het hrood in het zweet mes aan-schijns) eet.

Wanneer Hij zijne lievelingen rust zal geven : ziet, dan zullen kinderen een erfdeel des Heeren zgn :


-ocr page 367-

Siout sagittse in mauu potentis: ita ülii exoussorum.

Bcatus vir, qui implevit desideri-um suum ex ipsis : non confundetur, oum loquentur ini-micis suisinporta.

Gloria Patri, etc.

357

en de vruclit uvvs ligoliaams een gunst-gesciienk.

Als de pijlen in de liand eens sterken , zoo zullen zijn de kinderen dergenen, die verjaagd worden.

Gelukkig de man, die daarin zijn wenscli vervuld ziet : lijj zal niet bescliaamd staan, als liij zijne vijanden zal toespreken voor liet geregt.

Eer, enz.

OP 1gt;E IMSESTDAGEN.


v. psalm 147.

Lauda, J erusa-lem, Dominum 1 lauda Deum tu-um, Sion.

Quoniam eon-fortavit scras por-tarum tuarum ; benedixit filiis tuis in te.

Qui posnit finis tua piicein : et aclipo t\'ruracnü sa-tiat te.

Looft den Heer, o Jeruzalem! prijst uwen God, o Sion !

Want Hij lieeft de grendels uwer poorten versterkt : Hij heeft uwe kinderen en ii gezegend.

Hij heeft uwe landpalen in vrede gesteld ; nn Hij verzadigde u met do


-ocr page 368-

368 de vjss]

Qui emitit elo-quium suum terree : velociter our-rit sermo ejus.

Qui dat nivem sicut lanam : ne-bulam sicut cine-rem spargit.

Mittit crystal-lum suum sicut buccellas : ante faciem frigoris e-jus quis sustinebit.

Emittet verbum suum et liquefa-ciet ea : flabit spiritus ejus, et ducat aquae.

Qui annuntiat verbum suum Jacob : justitia et judicia sua Israël.

Nou fecit taliter omni uationi : et judicia sua non manifestavit eis.

Gloria Patri, etc.

ek-psalmen

bloem des korens.

Hij zendt zijn woord uit op de aarde: zijne bevelen zijn snel.

Hij doet de sneeuw als wol vallen, en strooit den nevel als asch uit.

Hij werpt zijn ijs daar heen als stukken : wie kan zijne koude verdragen ?

Hij zendt zijn woord uit, en smelt het : zijn wind waait, en de waters vloeijen.

Zijn woord maakt Hij aan Jacob, en zijne regten en vonnissen aan Israël bekend.

Zoo deed Hjj aan geen ander volk : noch maakte hun zijne regten bekend.

Eer, enz.


-ocr page 369-

OP DB FBISSTUAGEN. 359

Antlphonen ter eere van Maria, weike ook in liet Lof gebruikt worden.

Van \'s avonds vóór den eersten Zondag van den Advent, tot \'s avonds vóór Lichtmis.

Koemwaarde Moeder, die den Zaligmaker baarde, Die ons den toegang baant tot het he-melsch hof, en schijnt Gelijk een\' ster op zee, die nooit uit het oog verdwijnt. Help ons, die struikelen en vallen hier op de aarde,

Maar wenschen op te staan; gij immers zijt Moeder uws Scheppers (schoon natuur dit wonder tegenstrijdt.)

O gij, die vóór en na blecft Maagd: laat ons u wenschen met Gabriël dien Wees gegroet, Maria, Moeder, ho-nig zoet!

Alma Eedempto-ris Mater, quae pervia Coeli,

Porta manus, et stella maris, suc-curre cadenti. Surgere qui curat populo tu quiB gennisti,

Natura mirante, tuum sanctum Genitorem.

Virgo prius, ac posterius Gabri-ëlis ab ore.

Siunens illud Ave, peccatorum mi-

-ocr page 370-

DE VESPUll-PSALMKN

Toon toch uwe gunst aan zwakke en kranke menschen. v. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.

k. En zij heeft ontvangen van den heiligen Geest.

LAAT ONS BIDDEN.

Stort, bidden wij U, Heer! uwe genade in onze harten : opdat wij, die dooide boodschap des Engels de Menach-wordiug gekend hebben van Christus uwen Zoon, doorzijn lijden eu kruis tot de glorie van zijne verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus, onzen Heer. a. Amen.

Van Kersavond tot \'s avonds vóór Lichtmis zegt men, in plaats van het vorig Vers en Gebed :

v. Postpartum, v. Na hut baren zij t Virgo, inviolata gij cene onbevlekte permansisti. Maagd gebleven.

300

v. Angelus Do-mini nuntiavit Marias.

K. Etconcupitde Spiritu Sancto.

OREMUS.

Gratiam tuam, quassumusDomine, mentibus nostris infunde , ut qui, Angelo nuntiante, Christi Filii tui Incarnatiouem cog-novimus; per pas-sionemejuset cru-cem ad resurrec-tionis gloriam per-ducamur. Per eum-dem Christum Do-minum nostrum. k. Amen.

-ocr page 371-

OP DE FEtSTDAGKN. 361

b. Dei Genitrix, 11. O lieilige Moe-iutercetle pro no- der Gods, wees onze bis. voorspreekster.

OKEMUS.

Deus, qui salutis Eeternfe, beatfe Marias virginitate fce-eunda, humane ge-neri prEemia prEes-titisti : tribue qusemmus, ut ip-sam pro nobis in-tercedere sentia-mus, por quam me-ruimus auctorem vitre suseipere Do-miuum nostrum , Jesum Christum, Eilum tumri.

r. Amen.

LAA.T ONS BIDDEN.

OGod, die door de vruchtbare zuiverheid van de heilige Maria aan het men-schelijk geslacht de gave der eeuwige zaligheid vergund hebt: wij bidden U, dat wij de kracht van hare

voorspraaK mogen gewaar worden, door wien wij verdiend hebben te ontvangen de bron des levens : onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. li. Amen.


Van Lichtmisdag tot den woensdag in de Goede week.

Ave, Eegina coe-

lormn Ave, Domina xin-

gelorum,

Salvo radix, salvo porta,

Ik groet u, \'s hemels

Koningin, D i\'Englcn roem , en

hun Vorstin, O zegebron, o ed\'le Stam ,


-ocr page 372-

362 DE VESPER-PSALMEN

Ex qua mundo lux

est orta.

Gaude, Virgo glo-

riosa.

Super omues spe-

ciosa.

Vale, o valde decora ,

Et pro nobis Cliris-tum exora. v. Dignare me laudare te, Virgo saorata.

k. Da mihi vir-tutem contra testes tuos.

OREMUS.

Concede, mise-ricors Deus, l\'ragi-litati nostraB prse-sidium : ut qui sanctas Dei Geni-tricis memoriam agimus intercessi-ouis ejus auxilio a nostris iniquitati-bus resurgamus. Per eunidem Christum Dominum nostrum.

O deur, waar ons het

Licht door kwam. Ik groet u, hoog verhevene Maagd, Die zonder weerga

God behaagt. Welaan, bid Jesus

uwen Zoon. Dat Hij ons met zyn zegen loon. v. Gewaardig, o heilige Maagd , dat ik u love.

R. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

LAAT OKS BIDDEN.

Ondersteun, o genadige God, onze krankheid door de kracht uwer genade : en gun, dat wij, die de gedachtenis houden van de heilige Maagd en Moeder Gods, door den bijstand van hare voorspraak mogen opstaan van onze zonden. Door Jesus Christus.


-ocr page 373-

OP UB TElSSTUAGBN. 363

B. Amen. a. Amen.

Van Paaschavond tot zaturdag vóór heilige DrieuuldigJieid.

Eegina cculi, Iteta-

re, Alleluja. Quia quem meru-isti portare, Alleluja.

Resurrcxit, sicut dixit. Alleluja. Ora pro nobis l)e-um. Alleluja, v. Gaude et l;c-tave, Virgo Maria. Alleluja.

k. Quia surrexit Dominus vcre. Alleluja.

OREMUS.

Deus , qui per rosurrectionem Ei-lii tui, Domini nos-tri Jesu Christi, mundum ketitieare dignatus es prsesta (|iiiesiimiis; ut per ejus genitricem Virginom Mariam

Verheug u, o Koningin des hemels. Allel. Omdat degene , die gij verdiend hebt in uw ligchaam te dragen. Alleluja. Verrezen is, gelijk Hij gezegd heeft. Allel. Bid God voor ons. Alleluja.

v. Verheug en verblijd ii, o H. Maagd Maria. Alleluja.

li. Want de Heer is waarlijk verrezen. Alleluja.

LAA.T ONS BIDDEN.

O God, die U ge-waardigd hebt door de verrijzenis van uwen Zoou, onzen Heer Jesus Christus, de wereld te verblijden: geef, bidden wy, dat wij door de voorspraak van zijne Moe-


-ocr page 374-

DE VESl\'UK-PSALMEN

364

perpetuee capia-mus gaudise vitae. Per eum dem Christum Dominum nostrum.

li. Amen.

der, de allerlieiligste Maagd Maria, du vreugd mogen genieten van liet eeuwige leven. Door Jesus Christus onzen Heer. b. Amen.


Van zaturday na Pinksteren tot den Advent.

Salve, Eegina, Mater misericor-dias! Vita dulce do, et bpes nostra salve. Ad te clama-mus exnles filii Eveb. Ad tesuspi-ramus gemcntes et flentcs in haclacjy-marum valle. Eja ergo, Advocata nostra; illos tuos miserieordes ocu-los adnosconverte. Et Jesum, benedic-tum iructum ventris tui, nobis post hoe oxilium ostende Oclemens, opia, ö duleis Virgo Maria!

v. Ora pro nobis, sanctaDeiGenitrix!

Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhartigheid! ons leven, onze zoetigheid en onze hoop , wees gegroet! Tot u roepen wij, verbannen kinderen van Eva. Tot u verzuchten wij, kermende en weenende in dit tranendal. Welaan dan, onze Middelares! keer uwe barmhartige oogen totons.Entoon ons na dit ballingschap de gezegende vrucht uws ligchanms Jesus. O genadige, o mëedoogende, o zoete Maagd Maria I

v. Bid voor ons , heilige Moeder Gods!


k—i

-ocr page 375-

OP Tgt;E r

u. Ut digni effi-ciamur promissio-nibus Christi.

ORKMDS.

Omnipotenssem-piterno Deus, qui gloriosse Virginis Matris Marise corpus ct animam, ut dignum Filii tui liabitaculum effici mercretur, Spiritu saiicto coöperante, prseparasti; da, ut cu j us commcm ora-tionelfetamiir, ejus pia intercessione ab instantibus malis et a morte perpetua liberemur. Per eumdem Christum Dominum nostrum.

«. Amen. v. Diviuum au-xilium maneatsem-per nobiscum. b. Amen.

\'ESTDAGEN. ?.65

b. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.

LAAT ONS BIDDEN.

Almagtige, eeuwige God, die het lig-chaam en de ziel van de glorieuze Maagd en Moeder Maria, door de medewerking van den H. Geest bereid hebt, om eene waardige woonplaats te worden voor uwen Zoon: geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verheugen , door hare goedertierene voorspraak van het tegenwoordig kwaad en van den eeuwigen dood mogen verlost worden. Door Christus onzen Heer. r. Amen.

v. De goddelijke hulp blijve altijd met ons.

b. Amen.


Eindelijk bidt men het Onze Vader, het Wees gegroet, en het Geloof, gansch in stilte.

-ocr page 376-

GEBEDEN DER GENERALE ABSOLUTIE.

Antiphone.

Laat ons gebed tot voor uw aanschijn komen, o Heer! neig; uwe ooren tot onze smeekingen. Spaar toch, o Heer! spaar uw volk, hetwelk Gij, o Christus! met uw dierbaar bloed gekocht hebt. Wil toch op ons niet voor eeuwig vergramd blijven. psalm 50 : Miserere mei. bladz. 50. AKTIPH. Laat ons gebed, enz.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

v. Leid ons niet in bekoring, b. Maar verlos ons van den kwade, v. Behoud , o mijn God , uwe dienaren, n. Die op U betrouwen.

v. Zend hun, o Heer! uwe hulp uit uwe heilige plaats.

u. En uwen bijstand uit Sion. v. Wees hun, o Heer! een sterke toren. b. Tegen den aanval des vijands. v. Dat de vijand op hen geen voordeel behalr-.

b. En de zoon der boosheid zich niet verstoute hun hinder te doen.

v. Heer! verhoor mijn gebed. b. En laat mijn geroep tot U komen.

-ocr page 377-

gebeden t)er genrraxe absolutie. SR?

v. De Heer zij niet u.

b. Eu met uwen geest.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer! wees gedachtig aan onze gebeden , en verhoor mij genadiglijk, die uwe barmhartigheid wel eert en allermeest van doen heb; en dewijl Gij mij , niet om mijne verdiensten , maar door eene onverdiende verkiezing van uwe genade , tot de bediening van dit werk hebt aangesteld , geef mij het betrouwen, om uw ambt, aan mjj opgelegd, wel te bedienen, en voltrek Gij zelf, door mijne bediening , het werk uwer goedgunstigheid. Door Jesus Christus onzen Heer. R. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer! verhoor onze gebeden en spaar ons, die U onze zonden belijden ; opdat wij, door de getuigenis van ons eigen gemoed verwezen zijnde, door uwe goedertie-rene meedoogenheid mogen ontslagen worden. Door Christus onzen Heer. r. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Wij bidden U, Heer! dat uwe barmhartigheid deze uwe dienaren voorkome, opdat al hunne ongeregtighedea door eene spoedige kwijtschelding uitgewasschen worden. Door Christus onzen Heer. r. Am.

-ocr page 378-

GEBEDEN DER

LAAT ONS BIDBEK.

Verleen, bidden wij. Heer! aan deze uwe dienaren waardige vruehtenvan boet-vaardigbeid, opdat zij aan uwe heilige Kerk, van wier zuiverheid zij waren afgeweken met, te zondigen, door de be-icomene vergiffenis gansch zuiver en onbesmet wederom mogen teruggegeven worden. Door Christus onzen Heer. u. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Heer! wees gedachtig aan onze gebeden, en laat uwe goedertierene barmhartigheid niet verre zijn van deze uwe dienaren. Genees hunne wonden, en vergeef hunne zonden; opdat zij, door geene boosheden van TI meer gescheiden zijnde, aan U , hunnen Heer, gestadiglijk mogen vastblij-ven. Door Christus onzen Heer. u. Amen.

LAAT O quot;NS BIDDEN.

O Heer, onseGod, die door onze overtredingen niet overwonnen, maar door onze voldoening verzoend wordt: sla uwe oogen op deze uwe dienaren, die bekennen dat zij U zwaarlijk hebben vergramd. Het staat U alleen toe de zonden te verbeven, en de misdadigen te ontslaan , die\'gezegd hebt, dat Gij de bekeering der zondaren liever hebt, dan hunnen dood.

368

-ocr page 379-

GENERALE ABSOLUTIE. 369 Verleen liuu dan , Heer! dat zij waken in boetvaardige werken , opdat, liunnen verkeerden handel gebeterd zijnde, zij zich mogen verheugen over de eeuwige blijdschap , die zij van U hopen te verkrijgen. Door Christus, onzen Heer.». Amen.

LAAT OKS BIDDEN.

O God, allergoedertierenste Schepper en allergenadigste Hersteller van hntmen-schelijk geslacht; die den menscli , door de nijdigheid van den duivel geworpen uit zijn eeuwig geluk , verlost hebt door het bloed van uwen eenigen Zoon : vergun ook het leven aan deze uwe dienaren, wier dood Gij niet begeert, en die Gij niet verlaten hebt, hoewel zq dwaalden ; neem hen aan terwijl zij zich beteren . Door Christus, onzen Heer. u. Amen.

LAAT ONS BIDDEN.

Laat uwe goedertierenheid bewogen worden , bidden wij U , Heer , door de treurige zuchten van deze uwe dienaren. Genees hunne wonden , reik hun uwe zalige hand toe, om ze op te rigter ; opdat uwe Kerk geen verlies lijde in hare ledematen-— dat uwe kudde geene schade onderga — dat de vijand zich niet verheuge over liet leed uws huisgezins , en dat degenen die in het zaligmakende bad herboren zijn, in

24

-ocr page 380-

370 MEDITATIE*

den tweeden dnod niet vallen. Door Cliris-

lus, onzen lieer, b. Amen.

Laat ons bidden.

Wij storten dan vonr U, o Heer ! onze nederige gebeden en het geween van ons hart. Spaar toeli degenen die hunne sehuld belijden , opdat zij door uwe hulp ten tijde van dit sterfelijk leven zoodanig hunne zonden beweenen , dat zij in den vervaarlijken dag des oordeels het vonnis dei-eeuwige verdoemenis mogen ciitgaan , en niet proeven, hetgeen verschrikt in de duisternissen en knarst in het midden der vlammen; maar dat zij, van dt n dwaalweg wedergekeerd zijnde tot den weg der geregtigheid , met geene nieuwe wonden worden gekwetst ; integendeel, dat hun eeuwigiijk bijblijve wat uwe genade hen heeft gegund , en hetgeen uwe barmhartigheid in hen heeft hersteld. Door Christus , onzen Heer. u. Amen.

Meditatien voor Zieken

T. MEDITATIE.

Ik heb gezwegen Heer, omchit ik weet dat liet van U komt.

I\'s. 38. v. 10.

Neen, ik mag niet klagen , als de Heer mij slaat, als Hij mij slaat uit liefde, om

-ocr page 381-

VOOll ZIliKEN.

mijne ziel te genezen. Sla en pijnig mij, Heer! ik geef mij over aau uwen wil. Hoe zoet zijn de geesel n , onder welke uwe barmhartigheid schuilt! Helaas! ware het dat Gij mijn ligehaam gespaard hadt, mijne ziel zonde niet opgehouiieu hebben van zich zelve te dooden. Zij was overdekt door schrikkelijke wouden : Gij zaagt dit en hebt er medelijden mede gehad; Gij vernedert dit zondig ligehaam; Gij verijdelt mijne boosaardige ontwerpen, tn geel\'t mij weder den smaak van uwe eeuwige waarheid, welke ik zoo lang verloren had. Wees dan in eeuwigheid gezegend. Ik omhels de hand die mij vermorzelt, en aanbid de arm, die mij kastijdt.

II. MEDITATIE.

Ontferm U mijner, Heer! want ik ben zwak. Ps. 6. v. 5.

O mijn God! ik kan niets bijbrengen als mijne verdrukkingen, om U tot barmhartigheid op te wekken. Zie, hoe zeer ik uwe hulp uoodig heb, en weiger ze mij niet. Ik besef er de noodzakelijkheid van, o Heer! en acht mij gelukkig dit te gevoelen , omdat mij dit gevoelen in het mistrouwen houdt van mij zeiven. Gij hebt mijn vleesch gegeeseld om het te zuiveren : Gij hebt mijn ligehaam vermorzeld.

371

-ocr page 382-

373 MEDITATIEN

om mijne ziel te genezen. Het is door liet zalig lijden , dat Gij mij onttrekt aan de bedorvene vermaken der wereld. De zwakheid van mijn vleeseli bedroeft mij, die nogtans geenen schrik had van de zwakheid mijns geestes, die zoo lang de slaaf der ijdelheden geweest is cn teugeloos mijne bedorvene hartstogten naliep. Ik was krank, maar geloofde Let niet; mijne ziekte naar de ziel was zoo hevig, dat ik niet meer voelde of zag wat kwaad was. O gelukkige ziekte, die mijne oogen opent voor de waarheid en geheel mijn liart verandert!

III. MEDITATIE.

De genade is u gegeven, niet alleen van in Hem te gelooven, maar ook van voor Hem le lijden.

Philip. 1. v. 29.

6 Kostbare gave, die bijna niet gekend is! Het lijden is niet minder te acli-ten als liet geloof, dat do heilige Geest in onze harten gestort heeft. Gelukkig toeken van de barmhartigheid Gods, als Hij ons het lijden overzendt. Maar zou het ook dit gelukkig teakon zijn als wij lijden tegen onzen dank en mot onverduldigheid ? Ach neen! want zoo ook lijden de duivelen. Die lijdt zonder te willen lijden, gevoelt reeds in zijne pijnen het begin

-ocr page 383-

vorm ztfkks. 373

der altijddurende smarten. Die zieli met {jeduld aan zijn lijden onderwerpt, verandert liet in een oneindig goed ; ik wil dan, o mijn God, in vrede en met liefde lijden. Het is niet genoeg uwe heilige waarheden te gelooven, men moet ze volgen : zij veroordeelen ons tot, het lijden, maar leeren er ons ten zelfden tijde den prijs van kennen. O Heer ! versterk, herschep mijn verzwakkend geloof, opdat men in mij liet geloof en het geduld van uwe Heiligen ziet uitschijnen. Indien ik soms, ondanks mij, eeuig ongeduld be-toono, dat ik er mij aanstonds over ver-ootmoedige , en er de misdaad van her-stelle door het lijden.

IV. MEDITATIE.

Heer! antwoord voor mij, want ik lijde schrikkelijke pijnen. Is. 58. v. 14.

Gij ziet de kwalen die mij overvallen. De natuur beklaagt er zich over; wat moet ik haar antwoorden ? De wereld zoekt mij nog te streelen en te bedriegen; hoe moetik haar verwerpen? Wat zon ik zeggen ? O Heer! daar blijven mij, helaas! geene krachten meer over., als om te lijden en om te zwijgen. Antwoord, bid ik U, zelve voor mij door uwe alvermogende woorden , en verwijder van mij de

-ocr page 384-

374 OVF.K HF.T OVRUT)ENKEN bedriegelijkc wereld, die mij reeds éénmaal verleid heeft; ondersteun mijn liart, terwijl de natuur bezwijkt. Ik lijde geweld door de smarten, welke Gij mij overzendt, en door mijne driften, die nog; niet zijn uitgedoofd. Ik lijde, liaast Ü om mij te helpen.

OVEll HET OVEIUJENKEN VAN DEN BOOD.

(Uit Thomas Kempis.)

1. Het zal hier zeer haast met u gedaan zijn : daarom zie toe, hoe uwe zaken staan.

Heden is de mensch, en morgen komt hij niet te voorschijn; en als hij uit de oogen is, dan is hij weldra uit het hart.

O domheid en versteendheid van hot menseheüjk hart, hetwelk alleen de tegenwoordige dingen beschouwt en de toekomende niet beter overdenkt.

Gij moest u zoo gedragen, in al uwe werken en gedachten, alsof gij heden gingt sterven.

Hadt gij een goed geweten, gij zoudt den dood niet veel vreezen.

Het ware beter de zonde te schuwen, dan den dood te willen ontvlugten.

Zijt gij heden niet bereid, hoe zult gij het morgen wezen ?

De dag van morgen is u onzeker, en hoe weet gij, of gij dien zult beleven ?

-ocr page 385-

van ufa\' dood.

2. Wilt baat liet, kier lang te leven, als wij ons zoo weinig boteren ?

Acli! een lang leven maakt ons niet altijd beter, maar liet vermeerdert dikwijls onze schuld.

Acli! of wij maar éénen dag op deze wereld wel geleefd hadden.

Velen rekenen de jaren van hunne bekeering : maar de vrucht hunner verbetering is dikwijls zeer klein.

Zoo het vreeselijk is om te sterven , denk, dat het misschien nog gevaarlijker voor u zal zijn om langer te leven.

Zalig is hij , die altijd zijn doodsuur voor oogen heeft, eu die zich alle dagen bereidt om te sterven.

Hebt gij somtijds eeneu menseh zien sterven , denk dan dat gij denzelfden weg ook haast zult ingaan.

3 Als het morgen is , denk dat gij tot den avond niet zult leven ; en als het avond is, wil u den dag van morgen niet verzekeren.

Wees dan altijd bereid, en leef zoo , dat u de dood nooit onbereid vinde.

Vele menschen sterven haastiglijk en onverwacht; want de Zoon das menschen zal \'komen, op een uur, als wij er niet op danken. ( luc. xii, 40.)

Als het laatste uur zal gekomen zijn , dan zult gij van uw voorgaande leven geheel

-ocr page 386-

B76 OVER HET OVERDENKEN

anders oordeelen; en dan zult gij ten uiterste droevig zijn , omdat gij zoo traag en onachtzaam zijt geweest.

4. Acli! hoe gelukkig en wijs is hij, die nu in zijn loven zoodanig tracht te zijn, gelijk hij wenscht (wa» den Heer) in zijnen dood gevonden te worden

Doch de volkotnene versmading der wereld , de vurige begeerte om altijd in de deugd te vorderen , de liefde tot de regelmatigheid, arbeid en boetvaardigheid, de ijver tot de gehoorzaamheid, de verloochening van zichzelve , en hst lijden van alle tegenspoed ter eere van Christus , zullen in dien laatsten oogenblik een groot betrouwen geven van zaliglijk te sterven.

Gij kunt veel goeds doen , terwijl gij nog gezond zijt; maar wat gij , ziek zijnde, zult kunnen doen, weet ik niet.

Weinige menschen worden gebeterd met ziek te zijn ; gelijk er ook weinigen heiliger worden door pelgrimstogten of veel te reizen.

5. Betrouw u niet op uwe vrienden en magen, en stel uwe zaligheid niet uit tot de toekomende tijden : want de men-sclien zullen u al eer vergeten hebben, dan gij wel meent.

Het is beter nu in tijds te zorgen, en uwe goede werken vooraf naar den hemel

-ocr page 387-

VAN BUN DOOD. 377

tu zenden, dan u zelven op do zorg en hulp van anderen na uwen dood te verlaten

Zoo gij voor u zelven niet zorgt , wie zal hiernamaals voor n bezorgd wezen ?

De tijd is nu zeer kostelijk : Het zijn de dagen der zaligheid, het is nu de bekwame tijd. (II. Cor. vi. 3.)

Maar helaas! dat gij dien tijd niet nuttiger besteedt, in welken gij een ecuwig leven kunt verdienen !

De tijd zal komen, dat gij één dag, ja één uur zult wenschen om u te mogen beteren ; en ik weet niet, oi\' gij die wel zult verkrijgen .

6. Welaan dan , allerliefsten ! denkt toch van wat een groot gevaar en van wat schrik gij u nu kunt verlossen, indien gij nu altijd in de vreeze Gods, en in de vreeze des doods wilt leven.

Doet nu uw best om zoo te leven, dat gij in uw doodsuur u eerder moogt verblijden , dan vreezen.

Leert nu aan de wereld sterven , op dat gij dan moogt beginnen te leven met Christus.

Leert nu alle dingen versmaden , opdat gij dan , van alles los en vrij, tot Christus moogt reizen.

Kastijdt nu uw ligchaam door boetvaardigheid , opdat gij alsdan moogt hebben een vast betrouwen.

-ocr page 388-

378 oveüdenkikg van den noon.

7. Ach , dwaze menscli! wat belooft gij u lang te leven, daar gij u niet één dag kunt verzekeren.

Hoe velen zijn er door deze hoop niet bedrogen , die haastiglijk en onvoorziens zijn gestorven.

De esne is vergaan door het vuur, een ander door het zwaard , anderen door de pest, anderen door de roovers : en alzoo is de dood het einde van alle menschen , en Imn leven c/aut voorbij als eene scJiaduic. (Job. XIV, 10. -Ps. CXLIII, 4.)

8. Wie zal a na uwen dood gedachtig zijn , en wie zal toch voor n bidden ?

O , allerliefsten ! doet nu wat gij kunt, want gij weet niet, wanneer gij sterven zult: gij weet ook niet, wat er na uwen dood zal volgen.

Terwijl gij nog tijd hebt, zoo vergadert voor u rijkdommen, die niet vergaan.

En bekommert u met niets dan met uwe zaligheid, en zijt alleen bezorgd voor hetgeen God aangaat.

Zendt dagelijks uwe gebeden en verzuchtingen met tranen naar den hemel, opdat uwe ziel na den dood gelukkig tot den Heer moge overgaan. Amen.

-ocr page 389-

BLADWIJZER.

o-lt;gggt;-c

Morgengebed........5

Avondgebed........7

Gebeden onder de heilige Mis . . 9

BIECHTGF.BEDKN.

Voorafgaande herinnering. ... 27 Aanwijzing en gebeden voor do ontvanging van liet heiüg Sakrament

dor Biecht........28

Gebeden vóór de Biecht .... 29

Eouwgebcd.........33

COMMUNIEGEBEDEN.

Vóór de heilige Communie ... 35

Na de heilige Communie . ... 41

De zeven Boet-psalmen .... 45 Gebeden, om voor zich zeiven, of

voor de zielen in het vagevuur den vollen aflaat te verdienen . 58

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN VOOR IBDEBEN DAG D15K WEEK.

Voor den Zondag. Tor oerc van de allerheiligste Drievuldigheid . . fi?

-ocr page 390-

BLADWIJZER.

Litanie nan do allcrh. Drinvnldiglieid. 68 Oefening vnor den Maandag. Ter eere van den lieiligcn (ieest, en tot lafenis der geloovige zielen

in het vagevuur......73

Litanie van den heiligen Geest. . 73 Oefening voor den Dingsdag. Ter

eere van den heiligen Naam Jesns. 78 Litanie tot den heiligen Naam Jesns. 79 Oefening voor den Woensdag. Tot

den heiligen Engel-bewaarder. . 83 Litanie tot de heilige Engelen . . 84 Oefening voor den Donderdag. Ter eere van het heilig Sakramrut des

Altaars.........90

Litanie van het allerheiligste Sakra-

ment des Altaars......91

De lofzang Te Benm Laudamus. . 103 Oefening voor den Vrijdag. Tot den

lijdenden Jesns......104

Litanie van het lijden onzes Heeren

Jesus Christus......105

Oefening voor den Zaturdag. Tot

de allerheiligste Maagd Maria . 113 Litanie ter eere van de heilige Maria . 113 Litanie van alle Heiligen.... 116 De smartelijke Eozenkrans . . . 125

Kruisweg overdenking.....134

Gebeden en overdenkingen in lijden . 146 Betraehtingen op het lijden van Jesus Christus.......161

-ocr page 391-

BLADWIJZER.

Aanbeveling eener oliristelijke ziel in

de heilige vijf wonden van Jcsns . 166 Godvrueliiige vereering der zeven laatste voorden van Jesus aan lietkruis. 168 LitanietotJesus om zalig te sterven . 178 Gebed om eenen goeden dood te

bekomen.........183

Litanie van onderwerping aan den

wil Gods.........184

Gebed in groote droefheid . . . 186

Gebed in ziekte.......187

Gebed na het herstel der gezondheid. 189

Gebed voor een zieke.....190

Troostgebed bij den dood van eenen

vriend of eener vriendin . . . 191 Troostgebed bij den dood van geliefde ouders.......193

Troostgebed voor ouders bij den

dood van een geliefd kind . .195 Overwegingen, gevoelens en gebeden, ter gelegenheid vanhet afsterven van personen, die ons dierbaar zijn . . 198

GEBEDEN BIJ ZIEKEN EN STERVENDEN.

Gebed bij het begin der ziekte. . 306

Gebed bij toenemende ziekte. . . 207 Litanie tot Jesus, ten gebruike der

zieken..........309

Psalm in lijden.......315

Gebed van eenen berouwhebbenden

-ocr page 392-

BLADWJJZBR.

zondaar, die iu zijne ziekte of krankheden met betrouwen zijne toevlngt tot de eindelooze barm-liartigliuid van God neemt. . . 217 Vooïbereidings-gebed tot ontvanging der heilige Sakranier.ten . . . 323

Opwekking tot berouw.....233

Gebed des zieken na de belijdenis. 324 Voorbereiding tot do heilige Communie....... , . .335

Gebed na de heilige Communie. . 337 Gebed voor het heilig Oliesel . . 338 Gebed na het heilig Oliesel . . . 229 Morgengebed bij aanhoudende ziekte. 339

Avondgebed........330

Gebed in oogenblikken van ongeduld

of hevige smarten......331

Gebed bij eenen zieken, die door een

plotseling toeval overvallen is . . 333 Gebeden bij stervenden .... 234 Litanie welke de heilige Kerk leest

voor de stervenden.....237

Ander gebed voor stervenden . . 348 Aanstonds na het overlijden. . . 250

GKBEtWSN VOOR DB OVEELEDENEN.

Gebeden onder de Misse vrjor de

overledenen..... . . 253

Lilanie voor de overledene geloovig\'en. 3(i3

(iel) dtollafwisdergelo ■■ i /c zielen . 200

■ - . •\' . .

\'■quot;i - f:- ■ , _i___:_

-ocr page 393-

BLADWIJZER.

Overwegingen tot de gcfkclitenis

van alle geloovige zielen . . . 267 Eozenkraus-gebeden voor de overledenen . . .......27ü

Lijk-psalm. (JSiJ het quot;begraven). . .275 Als men van het kerkhof huiswaarts

keert..........27 (i

Treurzang der Kerk. Dies ine . .277 Vigiliën of getijden der overledenen . 279

Magnificat.........288

Gebed voor bisschoppen of priesters. 286 Gebed voor een manspersoon . . 28fi Gebed voor eene vrouwelijke overledene..........286

Gebed voor vrienden en weldoeners . 287 Gebed voor alle geloovige zielen . 287 Gebed voor vader of moeder. . . 287

Gebed op den sterfdag.....288

Gebed op een jaargetijde .... 288 De lofzang van Ezecliias .... 320 De lofzang van Zacharias .... 324 De Vesperpsalmeu op Zondag . . 328 Vespcrpsulmen op de Feestdagen . 341 Gebeden der generale absulutie . . 366 Meditatiën voor zieken. . , . ,370 Over hot overdenken van den dood . 374

-ocr page 394-

GOEDKEU HING-

Impiimi potest.

Buremundae, tóe 11 Martii 1845.

0, A.. Pamdis, Ep. Uir. et Aim. Aplicus

-ocr page 395-

- \' - \' ^ \' ^■-:¥

.,jl

-ocr page 396-

- W W.W.: w.. w w. w w w quot;r

\'yVWyV/V^gt;^V

vvw^wv^v^v

vVv/V^gt;VVVgt;VyV VWWyW^yWyV

VW\'^W\'V\'^^ vWyV/VVV/V^ v^SVyWW/V^quot;\' gt;Wgt;gt;/W/»V/ v

vV^V/^WWV^ gt;^V»%W^Vgt;V.

^VSVV^W/V^ SjWW^ASJ*J\\W

y^V/VVV^VV^. /* V.VV^gt;VV\\VW

quot;V- « ■»gt; * x. v % \'iv

-ocr page 397-

v y v v v v y v v v v v v y v 3

^✓V^VVVVVVVVV^M^

VyVVVVVVVWWVA

I

I

s V^V^V*yVV^VWy\\ » S^/V^/VyW/W^A

^ W amp; w. f Jr r. W ***-*- ér„ W W W* i

W\'VVWSV/Vy^ ,. vvvgt;vyygt;WA,yvgt;. *gt; VyW^/VyWWV^A

gt; v^/vrvv/w/vw^:

v V^WArVyW/S^A v^VNW^yVyVyVV. y^WyVy^y^S^W^