I
* \' l44-5gt;
gebedel en HezaDpn
t ^
lol privaat gebruik en Icn dienste
V/VN DE LEDEN DER PROCESSIE
V,VN
(£)Oei iigt;cl]ei 11 /c\'-vv*..
NA AU
/ cfcPf \'j
IMPRIMATUR.
Diitmii Breda1, 6 Aug. 1885..
J, OA-BHIEL,
Qan, Libr. Cennor.
GeMJe* Pelirims!
Waarjs Men JsrKerBtorsdt Processie!
Telken jare gaat gij op naam- Kevelaar
om uw godsdienstzmte voldoen en tijdelijke en geestelijke weldaden voor u af te vragen. Gij gaat gezamenlijk, omdat gij weet dat , volgen* het woord van onsen goddelijken Zaligmaker » waar twee of meer in mijnen naam vergaderd zijn oen ik in hun midden,quot; het gemeensc/iap-pehjk gebed de wolken doordringt en (*ode des te aangenamer is; gij gaat als leden der Broederschap om de-bloeder van Gods Zoon te vereeren.
Het doel dezer Kevelaarsche Broederschap is de vereering der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria door godvruchtige werken, gebeden, gezangen enz.; om door die vereering den al-machtigen God en Schepper te verheerlijken en te aanbidden; en door de vermogende voorspraak der Moeder, van laien goddelijken Zoon zegeningen en genaden te ontvangen, en barmhartigheid en ontferming te verkrijgen.
Om lid te zijn dezer Broederschap poet men door een der Broedermeesters rijn ingeschreven en jaarlijks eene kleine geldelijke bijdrage storten.
TM Broedermeesters geven de lijsten der door he%i op.genomene leden aan den Z.E. Pastoor der gemeente om ze in het register der Broederschap in te schrijven.
De Feesten der Broederschap zijn Maria Lichtmis (2 Februari), Maria Boodschap (25 Maart), Maria Hemelvaart (15 Au-rmstus), O. L. Geboorte (8 September) , (L. V. Onbevlekte Ontvangenis (8 1 ■\'.■c ember).
De Processie vertrekt telken jare Woensdag invallende na den feestdag van O. L. V. Geboorte, om den volgenden dag Donderdag terug te keer en.
De leden zijn deelachtig aan alle gebeden , goede werken, maar vooral aan de RH. Missen die voor de levende en overledene leden zullen ivorden opgedragen.
Op dan Pelgrims! op ter bedevaart om de H. Maagd Maria als Troosteresse der Bedrukten te vereeren.
Ten dien einde bied ik U dit boekske aan, niets anders vragend dan nu en dan een »Ave Marykenquot; roor den
MFIAM
Veni Creator.
de li. Mis en Voorbemding tot dc Professie.
Veni, Creator Spiritus, Mentes tuorum visita,
Imple superna gratia.
Quae tu creasti, pectora.
Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei,
Fons vivus, ignis, Charitas, Et spiritalis unctio.
Tu geptiformis munere, Digitus Paternae dexterae, Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura.
Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpeti.
2
5. Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus; Ductore sic te praevio ,
Vitemus omne uoxium.
0. Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Te utriusque Spiritum Credamns omni tempore.
7. Deo Patri sit gloria,
Ejusque soli Filio,
Cum Spiritu Paraclito,
Nunc et per omne saeculum, A.
(in den paaschtijd.)
Deo Patri sit gloria,
Et Filio, qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito, In saeculorum saecula. Amen.
LOFZ^ItTGr
Veni Creator Spiritus.
Gewone wijze.
Kom Schepper, kom o Heil\'ge Geest,
Bezoek ons all\' van \'t minst tot meest, Kom en stort Uw genade-kracht,
In d\' harten door U voortgebracht, {his)
Gij zijt de Trooster hoog geroemd,
Gij wordt de gave Gods genoemd, De levensbron, de liefdegloed,
De zalving van \'t oprecht gemoed, {bis)
Gij zijt van \'sVaders rechterhand. De vinger, en dat waarde pand, Dat hart en tong zeer rijk begaaft. En met Uw zeven gaven laaft, ibis)
Geef, dat Uw licht onz\' ziel bestraal,
En dat uw liefde in \'t harte daal En daar zoo zoet en krachtig werkt, Dat al wat zwak is wordt versterkt, {bis)
4
Verdrijf den vijand van ons af, ^ Verleen ons vrede in plaats van straf, Geleid ons langs de rechte baan,
Opdat wij alle kwaad ontgaan, (hts)
Maak, dat ons door U kenbaar zij
De Vader, en de Zoon daarbij. En dat wij U, hun beider Geest, Belijden , dienen onbevreesd, (bis)
Lof zij den Vader, en den Zoon,
Die door Zijn dood den dood verwon ; Lof U, Gij die de trooster zijt,
Van nu af tot in eeuwigheid, {his)
GEBEDEN
ONDER
de H. Mis.
VÓÓR DEN AANVANG DER H. MIS.
Daar ik thans, aanbiddenswaardïge God, in Uwen tempel getreden ben, smeek ik U allernederigst, verleen mij kracht om U in geest en in waarheid te aanbidden. Verleen mij een waar besef van Uwe grootheid, opdat mijn hart U volkomen moge vereeren. Ik geloof vastelijk, dat de H. Mis het ware Offer van het Vleesch en Bloed üws Zoons is; ik offer dit U op, in veree-niging met de meening der Roomsch Katholieke Kerk: als een offer van de hoogste aanbidding; — als een dank-
6
offer voor al de van U ontvangene weldaden; — als een smeekoffer om te verkrijgen en te onderhouden alle zedelijke en natuurlijke behoeften; — en als een zoenoffer tot vergeving der zonden.
Laat mij thans de verhevene waardigheid van dit heilig Misoffer overdenken.
BIJ DEN AANVANG DER H. MIS.
Aangezien mijne zonden, ben ik onwaardig tot Uwen Goddelijken troon te naderen; dan Uwen dienaar, den Priester voor Uw Altaar ziende nedergebogen, vereenig ik mij met hem, en zeg:
Ik beschuldig mij voor ü, mijn God, wegens zoo vele zonden waaraan ik mij schuldig bevind. Ik beschuldig mij, in de tegenwoordigheid van Maria, de allerzuiverste van alle maagden, van alle Heiligen en van alle geloovigen, dat ik gezondigd heb met gedachten, woorden en werken; door verzuimenis, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld; daarom bid ik de allerheiligste Maagd en alle Heiligen, om voor mij vergiffenis te smeeken.
Almachtige God! ontferm U over ons. Vergeef ons onze zonden, en verleen ons het eeuwig leven. Amen.
7
KYRIE ELE1S0N.
Heer! voor U nedergebogen smeek ik U, doe mij het ware kennen en het goede betrachten. Heb medelijden met het werk Uwer Handen, en laat mij Uwe barmhartigheid ondervinden.
GLORIA. IN EXCELSIS.
Eer zij aan God in den hemel, en vrede aan de menschen op aarde, die van goeden wil zijn! — Wij loven U, Heer! — Wij zegenen U! — Wij aanbidden U! — Wij verheerlijken U! — Dankbaar en allernederigst roemen wij Uwe grootheid! — Gij zijt de Heer, de opperste Koning, de Allerhoogste, de eenige ware God, de almachtige Vader.
Aanbiddelijke Jesus! eenige Zoon des Vaders! God en Heer vaa alle dingen! Lam Gods, afgezonden om de zonden der wereld af te wasschen! ontferm U over ons, en vestig van het hoogste des hemels, waar Gij met Uwen Vader heerscht, een oog van medelijden op ons, en zalig ons. Gij alleen zijt het die dit doen kunt, omdat Gij oneindig machtig zijt, en oneindig aanbiddelijk, met den Heiligen Geest, in de heerlijkheid van Uwen Vader. Amen.
8
EPISTEL.
Heer! Uwe heilige Scliriften leeren ous, dat men de zonde als een serpent moet ontvluchten; dat men zich zelfs voor den schijn der zonden moet wachten, elkanders zwakheden liefderijk verdragen, geduldig de ons aangedane belee-digingen en onrechtvaardigheden lijden, nimmer kwaad met kwaad vergelden, bidden voor degenen die ons vervolgen
O _ O
en kwaad toewenschen, ja hun het kwaad met goed vergelden. O God! prent iu ons hart alle deze waarheden; verleen ons de genade om ons gedrag daar naar in te richten.
EVANGELIE.
0 Heer! hoe ver overtreft Uwe wijsheid die van deze wereld! — Zoo als Gij spreekt, heeft nimmer een mensch gesproken; — Uw woord is het woord des levens. — Laat mij, zonder schaamte, voor de geheele wereld belijden, dat ik Uw volgeling en een betrachter van het ware en goede wil zijn; — dat ik niet alleen met den mond Uw Evangelie verkondige, maar dat mijn hart vau
9
hetzelve doordrongen zij, en ik door daden van liefde Uwe Goddelijke bevelen betrachte.
CREDO.
Ik geloof in eenen God, den Almach-tigen Vader, Schepper van hemel en aarde. En in onzen Heer Jesns Christus, Zijn\' eenigen Zoon, volmaakt Hem gelijk, heilig, machtig en eeuwig God gelijk Hij. Ik geloof dat de aanbiddelijke Zoon, uit liefde voor ons, mensch geworden is; dat Hij voor ons geleden heeft en gestorven is; dat Hij verrezen is en opgeklommen ten hemel, van waar Hij de menschen zal komen oordeelen, en voortdurend, eeuwig gelukkig zal heer-schen. Ik geloof in den Heiligen Geest, God gelijk met den Vader en den Zoon, en deelende in dezelfde heerlijkheid; bron des levens, oorzaak van der menschen heiligmaking en het licht der profeten. Ik geloof ééne Heilige Katholijke Apos-telijke Kerk. Een doopsel, ingesteld tot vergeving der zonden; en vol vertrouwen op de barmhartigheid van mijnen God. verwacht ik de verrijzenis der dooden, en het eeuwig leven. Amen.
10
OFFERTORIUM.
Daar, o God, de vermenging van het water met den wijn ten zinnebeeld verstrekt van de vereeniging der Goddelijke met de mensclielijke natuur, en tevens van ons offer met het Offer van onzen Verlosser, wil thans mijn hart als een offer ontvangen; en geef, gelijk de Priester den wijn met het water ver-eenigt, dat ook in mij de kennis dei-waarheid met de uitoefening van het goede zich vereenige.
PREFATIE.
Heer! verwijder uit onzen geest al het aardschgezinde; verhef ons hart boven al het vergankelijke; vervul ons met Uwe liefde; trek onzen geest tot U, opdat wij ook in onze ballingschap ons mogen vereenigen met de gelukzalige geesten, en het gezang aanheffen dat wij eenwig met hen, in het zalig verblijf der rust, hopen te zingen.
Heilig, heilig, heilig is de Heer der heerscharen! het geheelal is met Zijne heerlijkheid vervuld. — De gelukzaligen loven U in den hemel! Gezegend zij Hij die nederdaalt op aarde: God en Heer, gelijk aan Hem die Hem afzendt.
11
CANON.
Goedertieren Vader! aanbiddenswaar-dige God! wij smeekeii ü, tot verheerlijking van Uwen heiligen naam, als een bewijs van onzen eerbied en onze liefde aan te nemen, de offerande van het Vleeseh en Bloed van Jesus Christus, Uwen Zoon, welke wij U opdragen voor het heil Uwer Kerk, hare Bestuurders, den Paus, de Bisschoppen, geestelijke Herders, en in het algemeen voor allen die het heilig Roorasch Katholijke geloof belijden.
Vervul met wijsheid en ijver de Bestuurders uwer Kerk; dat zij Uw volk tot zaligheid geleiden. — Verleen den Vorsten der aarde vrede en eendracht, zoodat wij U met een gerust hart mogen dienen.
Wij bevelen U in het bizonder. Heer, allen voor wie erkentenis en liefde ons verplicht te bidden; voor allen die bij deze aanbiddelijke offerande tegenwoordig zijn, voornamelijk voor N. N.; en opdat deze hulde U des te aangenamer moge zijn, vereenigen wij onze gebeden met die der verheerlijkte Maagd en Moeder van onzen God en Zaligmaker, Jesus
12
Christus, met die der heilige Apostelen, gelukzalige Martelaren, en alle Heiligen, welke met ons ééne en dezelfde Kerk uitmaken.
ONOEll DE OPHEFFING DEU H. HOSTIE.
O Jesus, mijn Zaligmaker, waarlijk God en mensch! ik geloof dat Gij wezenlijk , onder de gedaanten van brood en wijn, tegenwoordig zijt. Ik aanbid U hier uit geheel mijn hart.
ONDER ÜE OPHEFFING VAN DEN KET.K.
Dierbaar Bloed, voor ons aan het kruis vergoten! ik aanbid U. Genees, zuiver en heilig mijne ziel. — Laat, Heer, een droppel van dit genaderoepend Bloed op mijne ziel vloeien, en alle smetten der zonden afwasschen, en ontsteek in mij het heilig vuur Uwer liefde.
VERVOEG VAN DEN CANON.
Wij herinneren ons, o Heer, het lijden en sterven van uwen Zoon, Jesus Christus, Zijne Opstanding en Hemelvaart, en brengen ü dit rein en heilig Ofïer.
13
Gewaardig U, goedertieren Vader, ous Uwen zegen en Uwe genade mede te deelen. Gedenk ook allen die in de plaats van zuivering Uw goddelijk aanschijn verbeiden. — Gedenk hun, voor wie de plicht van daiikbaarlieid bizonder van ons eischt te bidden, ook hvm die om onzen\'t wille lijden.
Wij bidden U, Vader der barmhartigheid ! laat hen den eeuwigen vrede genieten; dat zij Uwe aanschouwing waardig bevonden worden.
Verleen ook ons, zondaars, die op Uwe barmhartigheid vertrouwen en hopen , U in de eeuwige zaligheid te mogen aanschouwen en aanbidden.
PATER NOSTEll.
Mijn God! welk geluk is het voor stervelingen, U Vader te mogen noemen! O hoe veel beteekenend is deze naam! Gij zijt onze Vader, en wij zijn Uwe kinderen. Mochten alle menschen U kennen , eeren en beminnen! — O Vader der menschen! breid het rijk Uwer genade verder uit, en breng alle volkeren tot Uwe kennis. Laat mij altoos erkennen, dat al wat Gij ons toevoegt, een werk
14
Uwer goedheid en liefde is. Gelaten wil ik mij aan Uwe beschikking onderwerpen , U beminnen en bidden dat niet mijn wil maar de Uwe geschiede. Geef ons brood en onderhoud voor het tijdelijke leven, en voedsel onzer zielen. Uit geheel hun hart vergeet ik hun die mij beleedigd hebben. Vader! vergeef ook mij, gelijk ik hun vergeef. Sterk mijnen geest ten tijde van verzoeking; red en bewaar mij voor alle kwaad. Amen.
AGNUS DEI.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons! O laat Uw voorbeeld ons altijd ter navolging verstrekken. Zend ons Uwen heiligen vrede, dien Gij alleen kunt geven, dien vrede die alle heil aanbrengt.
COMMUNIE.
Wanneer ik Uwe grootheid overdenk, dan gevoel ik te meer mijne nietigheid; dan roep ik tot U: Heer! genees mijne kranke ziel door de kracht van Uw levendmakend brood; sterk mij om mijne plichten te vervullen, om vlijtig te zijn
15
in het goede, en de bekoringen tot zonden te wederstaan.
Heer! ik ben niet waardig, dat Gij tot mij zoudt ingaan; spreek alleen één wcord, en mijne ziel zal gezond zijn.
BENEDICTIE.
Zegen, o God, mijn heilig voornemen. Zegen ons allen door de hand van Uwen dienaar; en dat de uitwerkselen van Uwen zegen eeuwig op ons berusten.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
BIJ HEÏ LAATSTE EVANGELIE.
Heer! wy bidden U, verleen ons de genade , dat de waarheden van Uw heilig Evangelie tot in onze harten mogen doordringen; dat wij noch de afdwalingen van onze gedachten, noch de hevigheid onzer driften, noch de ongeregeldheden van ons hart mogen opvolgen, maar ons geheel onderwerpen aan hetgene Gij ons beveelt; zoodat wij al onze handelingen niet naar de bedorven gebruiken dezer wereld, maar naar de grondregelen van Üw heilig Evangelie mogen inrichten.
16
NA DE H. MIS.
Zegen, mijn God, mijne heilige voornemens en besluiten, en laat dezen zegen niet van mij wijken.
Ik dank U, mijn God en Vader, voor de genade die Gij mij bewezen liebt, de H. Offerande der Mis te mogen bijwonen.
Ik dank U voor al de aan mij be-wezene weldaden, die ik mij bij het aanhooren van deze H. Mis op nieuw herinnerd heb.
Met vreugde wil ik mijne beroepsbezigheden hervatten, en , gesterkt dooide kracht van Uwen Heiligen Geest, dezelve tot Uwe eer volvoeren.
Gebeben coor be Sieclit.
GEBED VAN VOORBEREIDING TOT HET H. SACRAMENT DER BIECHT.
Schepper van hemel en aarde, Koning der koningen en Heer der heerscharen, die mij naar uw beeld en gelijkenis geschapen en door uw dierbaar Bloed verlost hebt, als zondaar ben ik niet waardig uwen Naam te noemen, U aan te roepen, aan U te denken. Ik bid en smeek U ootmoedig, dat Gij de oogen uwer barmhartigheid op mij, uwen onwaardigen dienstknecht, wilt vestigen. Ontferm U mijner, die U eenmaal ontfermd hebt over de Chananeesche vrouw en over Maria Magdalena; die den Publikaan en den goeden moordenaar gespaard hebt. U, Vader der barmhartigheid, U belijd ik mijne zonden ; want voor üw aanschijn kan ik ze, al wilde ik, niet verbergen. Spaar mij, o mijn God! spaar mij, die U langen tijd beleedigd heb door gedachten, door woorden, door werken, en door al datgene waardoor ik als zwak schepsel en zondaar heb kunneu
18
zondigen: \'tis tuijn schuld, mijn allergrootste schuld. Daarom smeek ik Uwe barmhartigheid, die ter wille mijner zaligheid uit den hemel zijt nedergedaald, die David van den val der zonde hebt opgericht, spaar mij, Heer Jesus Christus, spaar mij, die ook Petrus, nadat hij U verloochend had, gespaard hebt. Gij zijt mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn lieer en Zaligmaker, mijn Koning en. mijn God. Gij zijt mijne hoop en mijn vertrouwen, mijn bestierder en mijn helper, mijn troost en mijne sterkte, mijne verdediging en redding, mijn leven, mijne zaligheid en mijne verrijzenis, mijn licht en mijn verlangen, mijne hulp en bescherming. Ik bid en smeek U, help mij, en ik zal zalig worden; bestier en verdedig mij, versterk en troost mij; schenk mij moed en blijdschap, verlicht en bezoek mij. Wek mij op, o Heer! uit den slaap des doods, want ik ben Uw maaksel en Uw werk; verstoot mij niet, die Uw dienstknecht ben , ofschoon wel boos en onwaardig en vol zonden, maar die toch, hoedanig ook, \'t zij goed of boos, altijd de Uwe ben. Tot wien zou ik vluchten, als ik tot U niet komen mag? Indien Gij mij verwerpt, wie zal
19
mij dan in genade aannemen? Indien Gij mij verstoot, wie zal zich mijner dan aantrekken ? Erken mij, die tot U mijne toevlucht neem, ofschoon onwaardig , ofschoon arm en besmeurd met vele zonden, erken mij als den Uwe; omdat Gij mij kunt reinigen, indien ik arm en besmeurd ben met vele zonden; omdat Gij mij kunt verlichten, indien ik blind ben; omdat Gij mij kunt genezen , indien ik ziek ben; omdat Gij mij ten leven kunt opwekken, indien ik dood ben en reeds begraven; want Uwe barmhartigheid is grooter dan mij ne ongerechtigheid en Gij kunt meer vergeven dan ik kan misdoen. Gij kunt meer sparen dan ik kan zondigen. Versmaad mij derhalve niet, mijn Heer en mijn God! Sla geen acht op mijne ongerechtigheden, maar ontferm U mijner naar de groote mate Uwer ontferming en wees mij armen, maar grouten zondaar genadig. 0 zeg tot mijne ziel: Ik ben uw heil en zaligheid; Gij, die gezegd hebt: Ik wil den dood des zondaars niet, maar veeleer dat hij zich bekeere en leve; bekeer mij dan tot U, o Heer! en wil niet in toorn tegen mij ontsteken. Ik vraag U, Vader der barmhar-
20
tigheid, en ik bid en smeek U om Uwe groote ontferming, leid mij tot een zalig einde, tot eene ware boetvaardigheid, tot eene oprechte biecht van al mijn zonden, en tot eene waardige voldoening. Amen.
Onderzoek uw geweten. Vraag God het licht om wne zonden te kennen, de genade van een waar berouw om ze te verfoeien en ze oprecht uwen biechtvader te belijden.
GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE, OM DE VERGIFFENIS DER ZONDEN TE BEKOMEN.
Tot U, o mijn God, bron van alle barmhartigheid, nader ik arme zondaar. Ge waardig U dan, mij van mijne ongerechtigheden te zuiveren. Zon der rechtvaardigheid, schenk het licht aan eenen blinde. Eeuwige geneesheer, genees mijne wonden. Koning der koningen, bekleed mijne naaktheid. Middelaar tusschen God en de menschen, bewerk de verzoening voor een schuldige. Goede herder, voer een verdwaalde terug op den weg der waarheid. Schenk barmhartigheid, o mijn God, aan een ongelukkige, vergeving aan een zondaar, het leven aan een doode,
21
de rechtvaardiging aan een goddelooze, de zalving der genade aan een ongevoelige. Allergoedertierendste God, roep mij, als ik van U wegvlucht, tot ü terug; trek mij tot U, als ik weerstand bied aan Uwe genade; richt mij op, als ik val; ondersteun mij, als ik sta; wees Mijn leidsman op den weg, dien ik bewandel. Vergeet mij niet, als ik U vergeet; verlaat mij niet, als ik U verlaat; verwerp mij niet, als ik tegen U zondig. Door te zondigen immers, heb ik ü, o mijn God, beleedigd, den naaste gekwetst, mij zei ven niet gespaard. Ik heb gezondigd, o mija God! Gezondigd heb ik door zwakheid tegen U, almachtige Vader; door onwetendheid tegen U, eeuwige Zoon, die de wijsheid zijt; door opzettelijke boosheid tegen U, Heilige Geest, die de barmhartigheid zijt; en door dat alles heb ik U, alles over-treffende Drie-éénheid, beleedigd. Wee mij, ongelukkige, hoevele en hoe groote zonden heb ik bedreven, welk kwaad heb ik begaan! U, Heer, heb ik verlaten ; door eene verkeerde liefde geleid, beklaagde ik mij over Uwe goedheid; door eene valsche vrees gedreven, verkoos ik liever U te verliezen, dan te
22
ontberen wat ik zocht; liever U te be-leedigen, dan mij te onthouden van hetgeen ik vreesde. Mijn God, wat al kwaad heb ik niet gedaan door woorden en door werken, door èn in \'t geheim, èn in \'t openbaar, èn met stoutmoedigheid te zondigen! Daarom smeek ik tJ, wil toch ter wille mijner zwakheid geen acht slaan op mijne ongerechtigheden, maar wel op Uwe grenzenlooze goedheid, en vergeef mij vol goedertierenheid, wat ik misdaan heb; schenk mij droefheid over het verleden en eene heilzame en krachtdadige waakzaamheid voor het toekomende. Amen.
Êeleben na be Sieclif.
GEBED.
Ik bid U, o Heer, door de verdiensten der allerheiligste Maagd Maria, en aller Heiligen, dat deze mijne biecht U aangenaam en welbehagelijk moge wezen. Dat alles wat mij nu of vroeger aan berouw of aan oprechtheid in de belijdenis heeft ontbroken, aangevuld worde door uwe liefde en barmhartigheid, en gewaardig U daardoor mij volkomener en
23
volmaakter te ontslaan in den Hemel. Amen.
Dankzegging na de Biecht,
getrokken uit de werken van den H. Augustinus.
Ik heb U veel te laat gekend , o waarachtig licht; veel te laat heb ik U gekend. Er was een groote en duistere wolk voor de oogen mijner ijdelheid, zoodat ik de Zon der rechtvaardigheid en het Licht der waarheid niet zien kon. Daar ik een kind der duisternissen was, wandelde ik in de duisternissen; ja ik beminde de duisternissen, want ik kende het licht niet. Ik was blind en ik beminde de blindheid, en door de duisternis wandelde ik tot de duisternis. Wie heeft mij er uit geleid, toen ik in de duisternissen zat en in de schaduwen des doods? Wie heeft mij bij de hand genomen om mij daaruit te trekken? Wie is Hij die mij verlicht heeft? Ik zocht Hem niet en Hij zocht mij. Ik riep Hem niet en Hij riep mij. Wie is Hij toch? Gij zijt het, Heer, mijn God, Gij die barmhartig zyt en vol ontferming, de Vader der barmhartigheden en de God van alle vertroosting. Gij zgt het, Dien ik belijd uit ganscher harte en Wiens heiligen Naam ik loof;
24
ik aanriep U niet en Gij riept mij. Gij riept met krachtige stem aan het geestelijk oor mijns harten: Dat het licht worde; en het werd licht; en die groote wolk is verschoven, en de duistere wolk, welke mijne oogen bedekte, is opgeklaard; en ik heb Uwe stem gehoord en erkend. Waarlijk, Heer! Gij zijt mijn God, Die mij uit de duisternissen en uit de schaduwen des doods verlost, en mij tot het wonderbaar licht uwer kennis geroepen hebt. Ik zie den diepen afgrond, waarin ik gelegen heb; ik ben ontsteld en sta verbaasd, en ik zeg: Wee de duisternissen, waarin ik geweest ben! Wee de blindheid, waardoor ik het licht des hemels niet zien kon! Wee mijne voorgaande onwetendheid, waardoor ik U , o Heer! niet kende. Ik dank ü, mijn Licht en mijn Verlosser; ik dank U, omdat Gij mij verlicht hebt en ik U nu mag kennen. Wil mg steeds meer verlichten, opdat ik U nog beter moge kennen en nog meer beminnen, en niets anders beminnen dan U alleen, Die voor mijne ziel alleen genoeg zijt, in Wien zij hare rust en vermaak vindt, en door Wiens bezit zij verzadigd zal worden in de eeuwigheid. Amen.
drelieben roor II. Kommunic
GEBED VAN DEN H. AMBllOSIUS.
Tot de tafel van uw aangenaam gastmaal uitgenoodigd, o goedertieren Heer Jesus Christus, sidder en beef ik, zondaar, die mij op mijne verdiensten niets laat voorstaan, maar op uwe barmhartigheid vertrouw, mij daaraan neer te zetten. Want ik heb mijn hart en mijn lichaam door vele boosheden bevlekt, mijne ziel en mijne tong niet met voorzichtigheid bewaard. Daarom, o goedertieren Godheid en ontzaglijke Majesteit! neem ik, ongelukkige, in de uiterste verlegenheid gebracht, mijne toevlucht tot U, o bron van ontferming; ik spoed mij tot U om geholpen te worden; ik vlucht onder uwe bescherming, en vurig wensch ik als Zaligmaker te bezitten, dien ik als rechter niet durf afwachten. Ik leg voor uw aanschijn. Heer, mijne zwakheden bloot, en ik vertoon U mijne vreesachtigheid. Ik weet dat mijne zonden, waarvoor ik vrees, groot en menigvuldig
26
zijn; maar ik hoop op uwe barmhartigheid, die zonder mate is. Sla een blik van medelijden op mij, Heer Jesus Christus, eeuwige Koning, God en mensch, die voor ons mensclien gekruisigd zijt. Verhoor mij, want ik stel mijne hoop op U; ontferm U mijner, want ik ben overladen met zwakheden en wouden. Gij zult immers de bron uwer barmhartigheid niet laten ophouden te vloeien. Wees gegroet, heiligmakend Offer, voor mij en geheel het mensche-lijk geslacht op het vloekhout des kruises opgedragen. Wees gegroet, edel en kostbaar Bloed, dat nit de wonden van mijnen gekruisigden Heer Jesus Christus vloeiende, de geheele wereld van hare zonden reinigt. Heer, gedeuk dan uw schepsel, dat Gij met uw Bloed hebt vrijgekocht. Ik heb berouw over mijne zonden, en verlang te herstellen wat ik misdaan heb. Neem daarom, goedertieren Vader, al mijue zonden en ongerechtigheden van mij weg, opdat ik, naar ziel en lichaam gezuiverd, het Heilige der Heilige waardig ontvange; en geef mij dat de nuttiging van uw Lichaam en Bloed mij strekke tot vergiffenis mijner zonden, tot volkomen
2
27
uitwissching mijner misdaden, tot verdry ving aller booze gedachten, tot vernieuwing aller goede voornemens, tot heilzame uitwerking van \'t geen U behaaglijk is, en tevens tot eene sterke verdediging van ziel en lichaam tegen de hinderlagen van mijne vijanden. Amen.
GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE.
Almachtige en barmhartige God, zie, ik nader tot het Sakrament van uwen eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Ik kom als een zieke tot den geneesheer des levens, als een onreine tot de bron der barmhartigheid, als een blinde tot het licht der eeuwige klaarheid, als een arme en behoeftige tot den Heer van hemel en aarde. Ik smeek U dan om den overvloed uwer einde-looze milddadigheid, gewaardigü, daardoor mijne ziekte te genezen, mijne smetten af te wasschen, mijne blindheid te verlichten, in mijne behoeften te voorzien en mijne naaktheid te bedekken; opdat ik U, Brood der Engelen, Koning der koningen en Heer der heerscharen, met zulk een eerbied en nederigheid,
28
met zulk een berouw en godsvrucht, met zoo groote zuiverheid en geloof, met zulk een voornemen ontvange, als voor het heil mijner ziel dienstig is. Geef mij, bid ik U, dat ik niet alleen het Lichaam en Bloed des Heeren nuttige, maar ook aan zijn Sakrament en de kracht daarvan deelachtig worde. O goedertierenste God! laat mij het Lichaam van uwen eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus, dat Hij uit de Maagd Maria heeft aangenomen, zoo ontvangen, dat ik verdiene met zijn geheimzinnig lichaam verbonden en onder zijne ledematen gerangschikt te worden. O teederst minnende Vader! geef mij, dat ik uwen beminden Zoon, dien ik als sterveling nu nog verborgen ga ontvangen, eenmaal in de heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn eeuwig aanschouwen moge. Die met ü leeft en heerscht in eenheid van God den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
(Scbcbcn na be H. Kommunte.
OEFENING VAN DANKZEGGING.
Wat zal ik ü wedergeven, myn Heer en miin God! myn Cloddelijke Zaligmaker en mijn goede Vader! wat zal en kan ik U wedergeven voor de onschatbare weldaad, voor de uitmuntende gunst, die Gij mij thans bewezen hebt? Weihoe! het was U niet genoeg, mij uit het niet getrokken, mij vrij gekocht te hebben ten prijze van uw Bloed eu van uw leven; het was U niet genoeg, mij met alle soorten van goederen overladen te hebben ; — Gij hebt mij , met Uzelven aan mij te schenken, de bron willen geven van alle goederen. Welke hartelijke dankzeggingen ben ik U niet verschuldigd, Heer! voor een zoo onbegrijpelijke weldaad! Maar welke dankbaarheid ben ik in staat Ü te bewijzen, die aan uwe edelmoedigheid en teederheid tot mij beantwoorde?
Mijne ziel! looft den Heer; al de krachten mijner ziel, vereenigt U om
30
zijnen heiligen Naam te verheerlijken, en Hein eeuwige dankbaarheid te betuigen voor deze groote, deze onuitsprekelijke gunst. Dat menschen en engelen, dat hemel en aarde, dat al de schepselen U voor mij loven en danken, o zaligheid mijner ziel, o mijn God en mijn Al! Uwe goedheid, uwe barmhartigheid, hoe oneindig ook, hebben zich, om zoo te spreken, ten mijnen voordeele uitgeput, door mij uw Lichaam, uw Bloed en geheel Üzelven wezenlijk in dit aanbiddelijk Sakrament te geven.
GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE.
Ik bedank ü, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God . dat Gij mij, zondaar , uwen onwaardigen dienaar, zonder mijne verdiensten, doch alleen uit uwe barmhartigheid, hebt gewaardigd te spijzigen met het kostbaar Lichaam en Bloed van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus. En nu bid ik U, dat deze heilige Kommunie mij niet schuldig make tot straf, maar dat zij mij eene heilzame bemiddeling zij tot vergeving. Dat zij mij tot een wapen zij des geloofs, eu een schild van goeden wil. Dat zij
31
de uitdelging zij mijner misdaden, de uitroeiing der begeerlijkheid en zinne-1 \'jkheid; dat zij de liefde en het geduld, den ootmoed en de gehoorzaamheid, en alle andere deugden in mij doe vermeerderen. Dat zij mij eene krachtige verdediging zij tegen de hinderlagen van al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden ; dat zij al de bewegingen van mijn vleesch zoowel als van mijnen geest volkomen tot rust brenge; dat zij mij onafscheidbaar hechte aan ü, mijn eenigen en waren God, en eenmaal de zalige voltrekking zij van mijne loopbaan op aarde. En dan smeek ik U, dat gij IJ gewaardiget, mij, zondaar, eenmaal aan uw onschatbaar gastmaal te doen aanzitten, waar gij met uwen Zoon, en met den H Geest, voor uwe Heiligen het ware licht, de volle verzadiging, de eeuwige vreugde, de volkomen blijdschap en het volmaakt geluk uitmaakt. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
GEBED VAN DEN H. FHANCISCOS VAN ASSISIE.
Ik bid U, Heer Jesus Christus, dat de vurige en zoete kracht uwer liefde mijn geest van alles aftrekke wat op
32
aarde is; opdat ik aan de wereld sterve uit liefde van U, die uit liefde, tot liefde van mij, U gewaardigd hebt op liet hout des kruises te sterven. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Veraichliog lol kcl Allerheiligsl Sakrameol. (1)
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, zalig mij.
Bloed van Christus, verzadig mij. Water van Christus\' zijde, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jesus, verhoor mij.
In uwe wonden verberg mij.
Laat niet toe, dat ik van U worde gescheiden.
Verdedig mij tegen den boozen vijand. Roep mij in het uur van niijm dood. En doe mij dan tot ü komen.
Opdat ik met Uwe Heiligen ü love In de eeuwen der eeuwen. Amen.
1
300 dagen aflaat voor al de gelooïigen, eiken keer dat zij dit gebed met een rouwmoedig hart znllen verwekken; na de H. Kommnnie 7 jaren aflaat; volle aflaat eens in de maand, onder de gewone voorwaarden.
GEBED
met vollen Aflaat.
O goede en allerzoetste Jesus, zie ik werp mij voor uw aanschijn op de knieën neder, en ik bid en smeek U met de grootste vurigheid van mijnen geest, dat gij U gewaardiget in mijn hart te drukken levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, en een waar berouw over mijne zonden en een zeer vasten wil van mij daarvan te beteren; terwijl ik met een groote aandoening des gees-tes en droefheid bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw uwe vijf wonden, voor oogen hebbende hetgeen de profeet David eertijds van U, o goede Jesus zeide: Zij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld. ____(Ps. XXI. 17, 18.)
(*) Volle aflaat, toevoegelijk aan de zielen in het Vagevuur, mits men biechte, kommuniceere en dit gebed voor een kruisbeeld verrichte; daarenboven is het, volgens dekreet van P. Pius IX van 31 Juli 1858, noodig een godvruchtig gebed te doen tot intentie van Zijne Heiligheid.
3L,ITAIVIE
VAN DKN ZOETEN NAAM JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld. God, Heilige Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God, Jesus, luister des Vaders, g
Jesus, glans van het eeuwige licht, S; Jesus, Koning der glorie, g
Jesus, Zon der rechtvaardigheid.
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, \' Beminnelijke Jesus, g
Wonderbare Jesus, g
Jesus, sterke God, ^
Jesus, Vader der toekomende eeuwen, Jesus, verkondiger van Gods verheven raad,
Allermachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van hart,
35
Jesus, minnaar der zuiverheid,
Jesus, onze liefde,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, voorbeeld der deugden ,
Jesus, ij veraar der zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, Vader der armen, o
Jesus, schat der geloovigeu , JEh
Jesus, goede herder, g
Jesus, waarachtig licht, p
Jesus, eeuwige wijsheid, C
Jesus, oneindige goedheid, o
Jesus, onze weg en ons leven, g
Jesus, blijdschap der Engelen,
Jesus, Koning der Oudvaders,
Jesus, meester der Apostelen,
Jesus, leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, Bruidegom der Maagden,
Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Van alle zonden, verlos ons, Jesus. Van uwe gramschap, verlos ons, Jesus. Van de lagen des duivels, verlos ons, Jesus.
36
Van den geest der onkuischheid, verlos ons, Jesus.
Van den eeuwigen dood,
Van het veronachtzamen uwer inspta ken,
Door het geheim uwer heilige mensch-
wording, lt;1
Door uwe geboorte, ü
Door uwe kindsheid, °
Door uw allergoddelijkst leven, 9 Door uwen arbeid, j»
Door uwen doodstryd en uw lijden, ^ Door uw kruis en uwe verlatenheid, $ Door uwe smarten, £»
Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe verrijzenis.
Door uwe hemelvaart,
Door uwe vreugden.
Door uwe glorie,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zouden der wereld
wegneemt, ontferm ü onzer, Jesus. Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
37
LATEN WIJ BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal geopend worden: Wij smeeken U, geef ons, die vragen, den indruk Uwer allergoddelijkste liefde, opdat wij U uit geheel ons hart met woord en daad beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Doe ons steeds voor Uwen heiligen Naam, o Heer, vrees en tevens liefde hebben, omdat Gij nooit ophoudt hen te besturen die Gij in de hechtheid Uwer liefde vestigt. Door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in eenheid van den heiligen Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
VAN HET
AMitots Hart Tan Ms,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
Allerheiligst Hart van Jesus, Zelfstandig vereenigd met het Woord o Gods, 2;
Heiligdom der Godheid, g
Tempel der H. Drievuldigheid,
Afgrond van wijsheid, ^
Oceaan van goedheid. 2
Troon van barmhartigheid , g
Onuitputbare schat, ^
Uit welks volheid wij alles ontvangen hebben,
39
Onze vrede en onze verzoening, ontferm
U onzer.
Toonbeeld aller deugden,
Oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardig ,
Bron van water springend ten eeuwigen leven,
Voorwerp van welbehagen des Vaders, Verzoening voor onze zonden, Met bitterheid voor ons vervuld, Bedroefd tot den dood in den hof
der Olijven, g
Met versmaadheden overladen, sj,
Door liefde gewond, g
Met een lans doorstoken,
Aan het kruis uitgeput van bloed, Om onze zonden van droefheid ver- g brijzeld, S
Nu nog door ondankbare menschen ^ beleedigd in het allerheiligste Sa-krament uwer liefde,
Toevlucht der zondaren.
Sterkte der zwakken.
Troost der bedroefden.
Volharding der rechtvaardigen,
Heil van hen die in U hopen.
Hoop der stervenden,
Zoete steun van al uwe aanbidders. Wellust van alle Heiligen,
40
Onze hulp in de kwellingen, die in groote mate over ons neêrkomen, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jesus. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte.
r. Maak ons hart gelijkvormig aan het uwe.
Geheel.
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad IJ gewaardigd hebt, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen, maak dat wij aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde mogen weergeven, en door waardige eerbewijzingen den smaad herstellen, waarmede de ondankbaarheid der men-schen het overlaadt. Die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest in de eeuwen der eeuwen. Amen.
41
GEBED VAN DEN H. BONAVENTÜRA. TOT HET GODDELIJK HAET VAN JESÜS.
Allerzoetst et allergoedertierendst Hart van Jesus, doordring mijne ziel en mijne zinnen met de heilige vlammen Uwer liefde; bedwelm mij door de ware, de goddelijke liefde, opdat ik in eens zoete en heilige bedwelming niets begeere dan U, en enkel naar het oogenblik verzuchte, waarop het mij gegeven zal zijn, U te bezitten. Maak, o Jesus, dat ik hongere naar U, Die het brood der engelen en ons dagelijksch brood zijt, naar U, Die aan de heilige zielen de heerlijkste en verrukkendste zoetheden schenkt. De engelen, zalig in Uw aanschijn , kunnen niet moede worden, U te aanschouwen. O mogen mijn hart en mijne zinnen gestadig vervoerd werden door de onverzadelijke begeerte, om U te zien en U te beminnen; moge een brandende dorst mij drijven naar U, bron van leven en wijsheid, brandpunt van eeuwig licht, stroom van het reinste genot. Moge ik U zoeken en vinden, tot U gaan en U treffen, aan U denken, van U spreken, alles doen tot lof en glorie van Uwen Naam met liefde en
42
ootmoed, met vreugde en volharding. Wees, goddelijk Hart, mijne hope en mijn vertrouwen, mijn lust en mijn vermaak, mijne vrede en blijdschap, mijne spijs en mijn heilmiddel, mijn hulp en mijn toevlucht , mijne wijsheid en mijn raad, mijn schat en mijn erfdeel; en dat mijn geest en mijn hart voor immer en onherroepelijk in U gevestigd mogen zijn. Amen.
LITANIE
ÏOT HET ALLERZUIVERSTE HART VAN MARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Hart van Maria, allerzuiverst van uwen oorsprong, verwerf ons de genade der goddelijke liefde,
Hart van Maria, vol genade, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, gezegend boven alle harten, verwerf ons de genade der goddelyke liefde.
Hart van Maria, levend beeld van het H. Hart van Jesus, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
44
Hart van Maria, voorwerp van het welbehagen van Jesus, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, afgrond van ootmoedigheid ,
Hart van Maria, zetel der barmhartigheid , o Hart van Maria, oven der goddel. liefde, | Hart van Maria, oceaan van goedheid, ^ Hart van Maria, wonder van onschuld
en heiligheid, §
Hart van Maria, spiegel van al de ^ goddelijke volmaaktheden, ®
Hart van Maria, in wie het Bloed^ van Jesus Christus, de prijs onzer® verlossing, gevormd is,
Hart van Maria, dat, door uwe vurige amp;. verlangens, de zaligheid der wereld ^
verhaast hebt, cg
__ \' 0
Hart van Maria, dat voor de zondaars g;
genade verkrijgt, SL
Hart van Maria, dat de woorden van
Jesus Christus getrouw bewaarde, _ Hart van Maria, met een zwaard van
droefheid doorstoken,
Hart van Maria, in het lijden van Jesus-
Christus met bitterheid vervuld.
Hart van Maria, met den gekruisten Jesus aan het kruis gehecht,
45
Hart van Maria, met Jesus Christus in het graf gedaald, verwerf ons de genade der goddelijka liefde.
Hart van Maria, bij de verrijzenis^ van Jesus Christus, een nieuw leven 4 aannemende, ^
Hart van Maria, bij de hemelvaart o van Jesus Christus, met eene on-uitsprekelijke vreugde overladen, rT Hart van Maria, dat bij de nederdaling\'J§ van den heiligen Geest, een nieuwen § overvloed van genaden ontving,
Hart van Maria, troost der bedrukten, gquot; Hart van Maria, toevlucht der zon-J^ daren,
Hart van Maria, hoop en schuilplaats
van allen die u toegenegen zijn, «a: Hart van Maria, hulp en steun der ^ stervenden, ET
Hart van Maria, vreugde en wellust g-
der engelen en heiligen in den hemel,\' Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
46
GEBED.
O oneindig goede God! die voor de zaligheid der zondaars en voor de toevlucht der bedrukten, aan het vlekkeloos Hart van Maria eene heilige gelijkenis van liefde en barmhartigheid met het aanbiddelijke Hart van uwen god-delijken Zoon verleend hebt; maak dat wij, de gedachtenis vierende van dat beminnelijke en altoos heilige Hart, door zijne verdiensten, een hart mogen aannemen volgens het Hart van Jesus. Dit verzoeken wij door denzelfden Jesus Christus, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
TER EERE VAN DEN H. JOSEPH.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, hid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden, cr
H. Joseph, P-quot;
Beschermer van Jesus, g
Bruidegom van Maria, §
Man naar Gods hart, o
Trouwe en wijze dienaar, S
Bewaarder der zuiverheid van Maria, Medehulp van Maria,
48
Leidsman en troost van Maria, bid voor ons.
Die om Maria met bijzonder genaden
begunstigd zrjt,
Allerreinste in zuiverheid, Allernederigste in ootmoed, Allerzuiverste in liefde,
Allerverlievenste iu beschouwing. Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard.
Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest. Die door den Engel in het geheim ST!
der menschwording onderwezen zijt, ^ Die met Maria, uwe Bruid, naar o Bethlehem zijt gereisd, ^
Die, in de herberg geene plaats vinden- § de, in een stal zijt gaan vernachten, quot; Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd.
Die met Maria het kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd.
Die op het woord van den Engel met Jesus en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt,
Die na den dood van Herodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd.
49
Die het kind Jesus, te Jerusalem gebleven, met Maria, zijne Moeder, vol droefheid gezocht hebt, bid voor ons. Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende in sj het midden der leeraren,
Aan wien de Heer der heeren op aarde § onderdanig is geweest, ^
Wiens lof in het Evangelie vermeld b wordt,
Onze voorspreker, hoor ons H. Joseph. Onze beschermer, verhoor ons H. Joseph. In al onzen nood, help ons H. Joseph, ^ In al onze benauwdheden,
In het uur van onzen dood, 0
Door uwe allerzuiverste trouw, 5
• • 7 CC
Door uwe vaderlijke zorgen en tee-quot;
derheid, 03
Door al uwen arbeid en zweet, ^ Door al uwe deugden, °
Door al uwe verdiensten, ^
Door uw eeuwig geluk.
Wij, die u als beschermer aanroepen,
wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij Jesus om vergiffenis onzer zonden wilt bidden, wij bidden U, verhoor ons. Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden ü, verhoor ons.
50
Dat gij voor alle maagden en ongehuwde n de gave van zuiverheid wilt verwerven , wij hidden U, verhoor ons. Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen,
Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstem-mincr wilt verwerven, ^
o \' r)—i •
Dat gij de vaders der huisgezinnen iu het kristelijk opvoeden hunner kin- £ deren wilt behulpzaam zijn, ^
Dat gij alle vergaderingen, die u bi- p zonder zijn toegewijd, wilt begun-f-quot; stigen, ^
Dat gij alle oversten in het besturen S der hun toevertrouwden wilt bijstaan, cf Dat gij allen, die op uwe hulp be-1-1 trouwen, altijd en overal wilt be- g schermen, 5°
Dat gij de geloovige zielen door uwe
voorbede wilt helpen,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Heilige Joseph,
Lam Góds, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
3
51
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Joseph. e. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
gebed.
Wij bidden U, Heer, dat wij dooide verdiensten van den Bruidegom uwer Allerheiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LIT^ISTIE
Ier eere ïao de BH. Martelaren van Gorkum.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ona.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer.
H. Maria, Koningin der Martelaren, bid voor ons.
H. Martelaren Adrianus en Jacobus, luister der Orde van Premonstreit, bidt voor ons.
H. Joannes, roem der Predikheeren-Orde, bid voor ons.
H. Nicolaas en Hieronymus, die met uw negen gezellen, de orde van den H. Franciscus verheerlijkt, bidt voor ons.
53
H. Leonardus en Nicolaas, waardige herders uwer u toevertrouwde kudde, die met uwe drie gezellen, zoo roemrijk hebt gezegevierd, bidt voor ons. Nederige dienaren des Heeren, Standvastige beoefenaars der gerechtigheid ,
Hechte steunpilaren des geloofs, Getrouwe kinderen der ware Kerk, Uitstekende voorbeelden van kriste-
lijken heldenmoed.
Eerbiedwaardige bloedgetuigen van Christus,
Die de navolging van Christus boven ST!
de rijkdommen gesteld hebt, ^
Die de wet des Heeren met getrouw- ^ heid verkondigd hebt, °
Die, gevangen genomen en in boeien o geklonken, een voorwerp van be- S spotting voor uwe vijanden waart, Die gedurende vele dagen en nachten op verschillende wijze wreedaardig gemarteld zijt,
Die te midden der grootste smarten nog den lof des Heeren gezongen, en zijne Moeder met lofliederen vereerd hebt,
Die ter bevestiging van het H. Altaargeheim uw leven hebt opgeofferd,
54
Die om de verdediging van het zichtbaar Opperhoofd der Kerk uw bloed gestort hebt, bidt voor ons.
Die nog na uwen dood zoo onwaardig zijt mishandeld geworden,
Die in de oogen der dwazen in smaad ET! gestorven zijt, maar het rijk der amp; hemelen zijt binnengegaan, lt;
Die door de Kerk Gods om uwen g luisterrijken marteldood onder het o getal der Heiligen geplaatst zijt, 5 Die nu door alle volkeren zalig genoemd wordt.
Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons,
Door de voorspraak van de H. Martelaren van Gorkum,
Dat wij naar hun voorbeeld de wereld5quot;quot; verachten en ons eeuwig geluk s; boven alle tijdelijke goederen stel- S\' len mogen, p
Dat wij naar hun voorbeeld altijd van5^ eerbied doordrongen mogen zijn voor het H. Altaar-Hakrament, ® Dat wij naar hun voorbeeld onzen o H. Vader, den Paus van Rome,1-\' altijd mogen eerbiedigen en gehoor- g zamen, £»
Dat wij naar hun voorbeeld voor de
55
bekeering der ongeloovigen en ketters ons mogen beijveren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij naar bun voorbeeld altijd standvastig mogen blijven in bet geloof, wij bidden U, verboor ons.
Dat wij eenmaal bij ben mogen opgenomen worden in den bemel, wij bidden TJ, verboor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bidt voor ons, H. Martelaren van Gorkum.
e. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
God, die den roem vollen strijd voor het geloof uwer Heilige Martelaren, met de onvergankelijke kroon verheerlijkt hebt, verleen ons genadiglijk, dat wij
56
door hunne verdiensten en op hun voorbeeld strijdende op deze aarde, met hen verdienen gekroond te worden in den hemel. Door onzen Heer Jesus Christus , die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED VOOR NEDKULAND.
H. Martelaren van Gorkum, eerbiedwaardige bloedgetuigen van Christus, die in het rijk der Hemelen onder het koor der Martelaren zijt opgenomen, en nu over geheel de aarde om uwen heldenmoed geprezen wordt, ziet genadig op ons allen en bizonder op ons geliefd Vaderland neder; opdat de H. Kerk ter wier verdediging gij gestorven zijt, onder ons mogen bloeien; bidt voor de geloovigen, de Priesters en Bisschoppen , en verkrijgt voor ons allen, dat wij in de eenheid des geloofs mogen leven en sterven. Amen.
pODVRUCHTIGE pEFENINGEN OP DEN
H. KRUISWEG.
Voorbereidend gebed en Akle ïan Beronw.
Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde, Verlosser van den zondigen mensch! en innig getroffen over het lijden, dat U mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogenblikken met dat wonder van Liefde bezighouden, door U in den geest op uwen bloedigen
58
kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze verrichten kunnen? Ik, die ü zoo dikwerf belee-digde, Uw lijden niet zelden vernieuwde ? Ja mijn Jesus! ik beken het; ik ben zondaar, een onwaardige, maar gij kunt mij rechtvaardig en uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij; verwerp mij niet van uw aanschijn en vergeef den boetvaardigen zondaar, die [J als het hoogste goed boven al bemint en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God! niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zoo beminnen, dat ik éénmaal onder diegenen gerangschikt worde, voor wie aw Bloed niet vruchteloos vergoten werd.
Tot voldoening voor mijne misdrijven, offer ik U deze oefening op. Stort, gedurende dezen bloedigen tocht, in mij den goeden geest, en geef dat ik, door uw lijden bewogen, tot uwe navolging aangespoord worde; maak mij deelgenoot aan de verleende aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn, om in dit leven uwe erbarming en hierna uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
59
1ste STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus en loven ü.
Om Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg mijne ziel! met welke gevoelens Jesus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich aan hetzelve, uitliefde tot n, onderwerpt. Ach, dat gij u toch eens schaamdet! gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen dood verdieudet, gij gewaardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, tot welke hij die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jesus, uwen Bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde:
GEBED.
Dierbare Jesus! uwe onschuld en de liefde, waarmede Gij ü, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardigste vonnis onderwerpt doen mij blozen; liet is mij leed, dat ik mij by het ontvangen van een geringe beleediging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde; ja, dit smart mij, en ik maak een vast
60
voornemeQ, om voortaan met uwe heilige hulp elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Ome Vader. — Wees yegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm U onzer.
2de STATIE.
Jesus, neemt het kruis op Zijm schouders.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel beschouw uwen Jesus! zie met, welk eene teederheid Hij het Kruis omhelst, met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach, bloos over die onverduldigheid, waaraan gij u bij het verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom , vergezel uwen met het Kruis beladen Jesus en zeg Hem:
GEBED.
Met reden schaam ik mij, lieve Jesus! wanneer ik U het Kruis, het door mijne ondankbaarheid, door mijne zonden vervaardigd Kruis, zoo liefderijk zie om-
61
heizen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke uwe oneindige liefde mij vormde en door zoo vele genadehulp dragelijk maakte.
Vergeef het mij, bid ik ü, vermits ik een vast besluit maak, niet alleen om dezelve voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met uwe geliefde Heilige Theresia U onophoudelijk te smeeken of lijden of sterven , het kruis of de dood.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
3de STATIE.
Jesus valt den eersten maal onder het Kruis.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, ziet gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jesus te verduren heeft? En echter zwijgt Hij, en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u; en hoe ongeduldig zijt gy niet; wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet! Ach, werp u met tranen van berouw voor Jesus voeten ueder en bid Hem:
62
GEBED.
Beminnelijke Jesus, met leedwezen werp ik mij voor U ter aarde, omdat ik ü zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach, schenk mij de genade, om te kunnen opstaan, den weg des kruises met liefde en vreugde te vervolgen , en alle rampspoeden gaarne te verduren.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm ü onzer, Heer ! ontjerm U onzer.
4de STATIE.
Jesus ontmoet Zijne H. Moeder.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach, welk een hevige smart doorboorde het Hart van Maria, en wie kan de pijniging opnoemen, waarmede Jesus\' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd ? Ween mijnen ziel! ween bij dit hartverscheurend schouwspel en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze;
GEBED.
Liefderijke Moeder! ik ben het, die uwen geliefden Zoon, uwen Jesus, aau
63
die barbaarsche handen van ruwe krijgs-knecliten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard vau droefheid, dat uw moederhart doorboorde. Ach, ik heb er berouw over en smeek U beiden om erbarming en vergeving; erbarming, Heilige Maria! Mijn Jesus, erbarming met eenen zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde de smarten dikwijls te overwegen van Jesus en Maria.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
5de STATIE.
Jesus wordt door Simon van Cyrene in het kruisdraden geholpen.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Denk eens na, mijne ziel, welke be-leediging de Cyreneer Jesus aandeed, door Hem in het kruisdragen zijne hulp te weigeren. Maar beleedigt gij Hem niet meer, als gij het kruis dat Jesus u overzendt, gedwongen en niet met liefde opneemt, als gij het nasleept en zelf durft ontvluchten? Ach, verfoei uwe dwaling, en bid uwen liefhebbenden Jesus:
64
GEBED.
Liefdevolle Jesus! ik belijd het, ik was die Cyreneër, ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen en altijd getracht heb hetzelve te ontvluchten. Ach, ik erken mijne misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst! Zend mij vrij die kruizen, welke mij zoo dierbaar zijn, met uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm Uonzer, Heer! ontferm U onzer.
6de STATIE.
Veronica droogt Jesus\'1 aangezicht met ee.nen zweetdoek.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw II. Kruis de wereld verlost hebt.
Is het mogelijk, mijne ziel, dat gij niet van liefde en teederheid wegsmelt, bij de overweging van de belooning, welke de goede Jesus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare, aan Hem betoonde daad van medelijden ? Hij stelde haar in het bezit van zijne, in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaatstrekken. Zou Hij niet op dezelfde
65
wijze ook met u handelen, doorZijn heilig Wezen in uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw medelijden, jegens Hem op-wektet? Ach, geef\'dan van dit gemis aan u zeiven alleen de schuld en zeg Hem:
GEBED.
Mishandelde Godmensch! zoo Gij niet in mtjn hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan ü; neen, aan mij zeiven, aan mijne ongevoeligheid moet ik het dank wijten. Immers, gevoel ik wel ooit medelijden jegens U, overweeg ik wel ooit uwe smarten? Ach, ik verfoei mijne handelwijze en wil voortaan uw bitter lijdens dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwischbare letteren in mijn hart moogt gegrift blijven.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm üonzer, Heer! ontferm U onzer.
7\'le STATIE.
Jesus valt ten tweeden male onder het kruis.
Wg aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij! Ziet gij niet, dat het uwe trotsch-heid is, die Jesus ook uu op den grond
66
doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met voeten treedt, om u zeiven te verheffen? Ach verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uwen gevallen Vriend beterschap:
GEBED.
Ja, mijn Jesus, ik beween mijne trotschheid, waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak van uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij hierin door uwe vermogende genade.
Ome Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
8»te STATIE.
Jesus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Oudat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Zie, mijne ziel, hoe de voor Jesus geplengde tranen met de door Hem gegevene vertroostingen gepaard gaan.
67
Nauwelijks weenen Jeruzalems vrouwen, of Jesus vertroost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geen troost ontvangen hebt; het een sprekend bewijs is, dat gij nog geene tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.
GEBED.
Beminnelijke Verlosser! al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien, maar des te meer beween ik dezelve, omdat zij oorzaak van uw lijden waren. Zoo dan de tranen dier bedroefde vrouwen ü welgevallig waren, o ver-smaak dan ook de mijnen niet, opdat ik zoowel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worde.
Onze Vader. — }Fees gegroet, enz.
Ontferm ü onzer, Heer! ontferm üonzer.
Qde STATIE.
Jesus valt ten derden male onder het kruis.
Wij aanbidden TJ, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen hier ten derden male op den grond gevallen
68
Jesus. Uwe zonden deden Hem bezwijken, Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torschen. Maak dan tocli eenmaal het besluit; om niet meer ondankbaar te zijn, en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart:
GEBED.
Goede Jesus! het is maar al te waar, uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, doordien ik aan uwe genade zoo slecht beantwoordde, maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor; om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder uwen bijstand. Help mij dan om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit uwe genade te geraken.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm ü onzer, Heer! ontferm U onzer,
lOde STATIE.
Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg mijne ziel, hoe Jesus\' maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe zijne
smaak hier verbitterd werd. Ach uwe onbeschaamdheid, uwe zinnelijk kleeding, uwe ijdelheid beroofde u van uwe onschuld, rukte Jesus de kleederen van het lijf; uwe onmatigheidj verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende :
GEBED.
Lijdende Jesus ! ja, ik beween mijn ijdel pogen om in de wereld eene vertooning te raaken, ik verwensch mijne onwaardige begeerte, ik verfoei die gehechtheid aan de wereld, geef dat ik mij voortaan nooit meer van het kleed der onschuld beroove; dat ik mij nooit meer aan overdaad plichtig make en door de eenvoudigheid mijner kleeding, de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm ü «nzer.
11de STATIE.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw vermoeide, afgematte Jesus aan het
70
vloekhout geklonken. Ween hier bij de herinnering, dat uwe zoo gekoesterde hartstochten die scherpe nagelen waren, waarmede zijne handen en voeten doorboord werden; dat uw bedorven wil de hamer was, welks slagen Golgotha weer-
I galmen deden. Ach smeek Hem hiervoor vergeving door te zeggen: galmen deden. Ach smeek Hem hiervoor vergeving door te zeggen:
GEBED.
Mijn gekruiste Jesus! duld dat ik vol droefheid en leedwezen mijne zonden en ondankbaarheid in uwe doorboorde handen legge, niet om U op nieuw te kruisigen, maar opdat mijne trouweloosheid met U gekruist zijnde, van weedom sterve, om in eenen eeuwigen trouw te veranderen.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz. Ontferm U onzer, Heer! ontferm üonzer.
12de STATIE.
Jesus bidt voor Zijne kruisigers.
Wij aanbidden ü, Christus, en loven U. Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw nogmaals uwen aan het Kruis gehechten
71
Jesus. Zie hoe treffend Hij den eeuwigen Vader bidt voor u, die Hem zoo scliande-lijk hoondet, en gij aarzelt nog vergeving te schenken aan hen, die u soms verongelijkten, die u heleedigdeu. En echter gij zijt het, die den Zoon van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruist hebt. Welaan verhef.dan vol berovw over j zoo vele zonden uwe stem tot Jesus en zeg Hem :
GEBED.
Beminnelijke Zaligmaker! uwe stem, waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving badt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijnen naasten alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers om vergeving smeeken moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardvochtigheid en maak het voornemen; om hen, die mij veronge-Igking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hooren moge: heden zult gij met Mij in het Paradijs zgn.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
72
ia-Je STATIE.
Jesus wordt van het kruis genomen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jesus in Maria\'s schoot legdet, zoo dikwerf gij Hem in het H. Sakra-ment met weinig godsvrucht, mogelijk wel op een heiligschennende wijze, in uw hart ontvangen hebt en Hem zoodoende in uw binnenste deed sterven. Ach, vraag Jesus hiervoor vergeving; bid Maria om Hare voorspraak.
GEBED.
Ja, mijn God! het is waar, ik was ongevoelig genoeg om zulk een droevig schouwspel daar te stellea, dewijl ik zoo dikwerf uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een door zonde bezoedeld geweten, dan toch met weinig godsvrucht en met een aan het aardsche gehecht hart. Ach, dit berouwt mij en spoort mg tevens aan, om voortaan bet Brood der Engelen zoodanig te ontvangen, dat het mij een onderpand worde der toekomende heerlijkheid.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm ü onzer, Heer! ontferm U onzer.
73
143e STATIE.
Jesus wordt in het graf gelegd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoedanig het graf was waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf; en met kostbaar reukwerk gebalsemd, werd Hij in hetzelve nedergelegd. Dan helaas! uw hart is voor uwen Jesus geen nieuw graf meer, daar gij de zonde in hetzelve eerst eene plaats hebt ingeruimd. Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hem, dat Hij in u een geheel ander hart scheppe!
GEBED.
Liefde mijner ziel! ik belijd het, mijn hart was tot hiertoe een door zoo vele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf, maar vol schaamte en berouw bid ik U: Schep in mij een nieuw en zuiver hart en geef, dat ik hetzelve met den balsem van de gedachtenis aan uw lijden zalve, en met reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult Gij altijd in mijn hart rusten als in een graf, dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.
Onze Vader. — Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer] ontferm U onzer.
74
SLUITGEBE D.
Hartelijke dank zij U, o Heer, voor alle uwe weldaden en inzonderheid voor die weldaad, welke Gij mij nu weder bewe \'.en hebt, door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van het aard-sche losscheuren, mij in de geheimen van uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel tot zaligheid mijner ziel. Geef goede Jesus, dat zij ook\' aan die afgestorvene ge-loovigen voordeelig zij, voor welke ik dezelve heb opgedragen; en mochten dezen die Aflaten niet noodig gehad hebben, gewaardig U dan, dezelve aan die zielen toe te voegen, voor welke geene bizondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben: beschik over dezelve gelijk bet U behaagt.
Eindelijk verleen mij, dat ik uw H. lijden bestendig in mijne gedachten hebbe, mijnen wandel daarnaar regele en tot den iaatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.
Voeg hierbij 5 Onze Vader. 5 Wees gegroet en 5 Glorie zij den Vader ter eere van de 5 wonden en 1 Onze Vader tot intentie van Z. H. den Paus.
4
TE KEVELAAE.
GEBED TOT MARIA., VOOR 1)E LEVENDE LEDEN VAN HET BROEDERSCHAP.
0 allergoedertierenste Moeder, die met welgevallen nederziet op onze ootmoedige pogingen, gewaardig U de hulde te ontvangen, welke wij, in den geest van liefde vereenigd, aan den voet van uwen troon brengen. Neem ons Broederschap in uwe weldadige bescherming, en laat onze broeders en zusters -den invloed uwe bescherming ondervinden. Laat ons door U toegang hebben tot den Zoon, o Gezegende! die genade gevonden hebt, en de Moeder van het leven en van de zaligheid zijt, opdat Hij ons door ü ontvange, die door U aan ons gegeven is. Uwe volmaaktheid verschoone bij Hem de schuld van ons bederf; en uwe ootmoedigheid, aan God zoo aangenaam, verwerve vergiffenis voor onze ijdelheid en hoogvaardigheid. Dat toch uwe overgroote liefde bedekke de menigte onzer zonden, en dat uwe verhevene vruchtbaarheid ons aanbrenge de vruchtbaarheid van verdiensten.
76
O, onze Meesteresse, onze MidJelaresse, onze Voorsprekeresse! beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Maak, o gezegende Maagd, door de genade die Gij hebt gevonden, door liet voorrecht dat ü is gegeven, door de barmhartigheid die Gij hebt genoten, dat Jesus. uw Zoon, onze Heer, ons door uwe tusscbenkomst aan Zijn zaligheid en glorie deelachtig make, gelijk Hij door U onze krankheid en ellende heeft aangenomen. Amen.
VOOR HET BEELD TE KEVELAAR.
SMEEKGKBED TOT DE ALLEHK. MAAGD MARIA, KONINGIN ALLEll HEILIGEN.
Ik N., armste en onwaardigste mensch, en grootste zondaar, neem mijne toevlucht tot U, en met een kinderlijk en vast vertrouwen, buig ik mijne zondige kniëen voor uw H. Beeld, met een gebogen harte en bedrukt gemoed, zuchtende weenende en biddende, dat Gij, o ver-hevenste, nochtans ootmoedige Vrouwe, en medelijdenste, liefste Moeder, mg ellendigste en onwaardigste op dit
77
uur en oogmiblik in mijn allerhoogste benauwdheid wilt verhooren, dat Gij mij wilt wezen tot eene allerkrachtigste Verzoeneresse bij God den Vader, wiens allergeliefste Dochter Gij zijt, tot de gewenschte voorspreekster bij God den Zoon, die TJ niets weigert, want Gij zijt Zijne welgevalligste Moeder, en tot eene hulpverwerfster bij God den H. Geest, want Gij zijt Zijne waardigste Bruid.
Dat Gij, o verhevenste, uit de hoogte des hemels, met een meêdoogend oog wilt aanschouwen, niet mijne zonden, maar benauwdheid, niet mijne verdiende straffen, maar behoefte, niet mijne onwaardigheid, maar uiterste bedruktheid. Dat Gij wilt behouden door uwe sterke hulp hem die anders zou verloren gaan. Dat Gij wilt ondersteunen hem die anders moet vallen. Dat Gij wilt vertroosten hem die, van ieder verlaten, anders zoude wanhopen.
Ach, teederhartige Moeder! tot wie zal ik in deze mijne benauwdheid komen dan tot IJ, gelijk een kind tot zijne moeder, als het zijnen vader vergramd heeft.
Tot ü, zeg ik. Moeder van Jesus, die de oorzaak onzer blijdschap, het behoud der kranken, de toevlucht der
78
zondaren, de troost der bedrukten, de hoop der kleinmoedigen en de bijstand der kristenen zijt.
O allerheiligste Maagd! Gij kunt mij helpen. Gij wilt mij helpen, ja, ik durf het zeggen. Gij zult mij helpen.
Gij kunt mij helpen: want Gij zijt de vermogendste bij God, en één zucht van uw maagdelijk Hart voor den zondaar, is in staat hem te redden.
Gij wilt mij helpen: want Gij zijt vol liefde tot de menschen, en vooral tot de zondaren.
Gij zult mij helpen: want wij zijn ü aanbevolen.
Gij zult mij helpen: want daar Gij de Moeder zijt van uwen lieven Zoon, die naar de menschheid onze Broeder is , zoo zijt Gij ook mijne Moeder.
Gij zult mij helpen: want Gij hebt meer anderen, aan mij in zonden gelijk, door uwe heilige voorspraak geholpen.
Gij hebt voor zondaars, die tot het laatst van hun leven God lasterden, berouw en leedwezen verkregen.
/•N ••
Gij hebt moordenaars gebracht tot bekeering, ja tot heiligheid; en Gij hebt voor openbare zondaressen een zuiver leven verworven.
79
Gij hebt ongelukkigen, die zich geheel aan satan hadden overgegeven, uit zijne klauwen verlost.
Gij hebt voor wanhopenden vergiffenis en eene vaste hoop van zaligheid verkregen.
Waarom zoudt Gij mij, alverworpen-ste dan ook niet helpen? Ik ben geschapen door denzelfden God, verlost door hetzelfde dierbaar Bloed: Gij zijt zoowel voorspreekster en moeder voor mij als voor anderen, Gij zijt dezelfde nu, die Gij waart te voren. Uwe liefde is gelijk, uwe barmhartigheid is dezelfde, uw ijver om iemand te helpen is niet verminderd. Waarom zoudt Gij mij dan niet bijstaan?
Gij neemt geene personen uit die U zouden aanroepen; want iedereen, klein en groot, rijk en arm, rechtvaardigen en zondaars, mogen uwen bijstand vragen. Nooit is het te laat, want gij zijt altijd gereed. Altijd staan uwe armen open om zondaars te ontvangen. Zie dan, o Koninginne, allerreinste Maagd ! hierop mijn vertrouwen stellende, zoo bid ik ootmoedig, hartelijk en standvastig om troost en hulp, bewaring en verlossing, bizonder van deze.... en deze mijne ellende....
80
Ach, allergenadigste! keer uw vriendelijk, gewenscht aansclijin niet van deze mijne onwaardige gebeden, maar ik bid, verhoor ze ook zonder verdiensten. En laat mij niet opstaan zonder verhoord te zijn, noch van U weggaan zonder troost. Dat U daartoe bewegen alle blijdschappen, die uw maagdelijk Hart gevoelde bij de Boodschap des Engels, \'t bezoek van uw Nicht Elisabeth, in de geboorte, opdracht en wedervinding van Jesus in den tempel. Heb toch medelijden met mijne tegenwoordige droefheid, door al de onuitsprekelijke weeën, tranen en verlatenheid, welke uwe teedere ziel gevoeld heeft in \'t bitter lijden van uwen lieven Zoon Jesus Christus, eeuwig gezegend. Verheugd mijn nedergedrukt en benauwd hart, met mij te verhoeren door al uwe onuitsprekelijke vreugde, door al uwen goddelijken troost, door allen genaden, U ingestort van den Hemel, door al de glorie, waarmede de allerheiligste Drievuldigheid U heeft vereerd; dooide glorierijke Verrijzenis, wonderbare Hemelvaart van uwen Zoon, door het troostelijk afdalen des H. Geestes, en uwe opvoering ten hemel met ziel en
81
lichaam, o verhevenste Koningin. Ik bid, ik roep, ik smeek tot ü, o Maria! Ik verzoek met al mijn hart, geholpen te worden door uwe krachtige voorspraak. Ik verzoek, door al hetgene uw teer gemoed kan of mag bewegen, door alle liefde van Jesus tot U en van U tot Hem; ik verzoek door alle gebeden van de Heiligen, door al den lof van de Engelen, door alle dienst, die ü van de menschen wordt aangedaan, die ooit tot uwe eer geschied is, of geschieden zal, ik verzoek en ik bid, met een woord, al hetgene U aangenaam is te hooren.
Dat Gij mij, mistroostige, wilt troosten, en verkrijgen van uwen lieven Zoon, dat ik geholpen worde in mijnen nood. 0 Maria, ik laat niet af te bidden, want Gij zult mij helpen. Allerheiligste, allerwaardigste, allerverhevenste, allerootmoedigste , allermeêdoogendste en allerliefste! verhoor mij. Ik loof, ik groet en prijs ü door den mond van al wie ü prijzen kunnen. Ik wensch U om God alle grootheid, verheffing, en aller gedienstigheid. Dat alle redelijke schepselen ü kennen, beminnen en dienen als waarachtige en eenige
O O
liefste Moeder van God den Allerhoogsten.
82
Ik verheug mij over al uwe, zoo geestelijke als lichamelijke gaven; en het is mij van harte leed, iemand de eene of de andere U toekomende waardigheid vermindert. Hierom, allerliefste! Gij die niet een Wees gegroet, tot U gestort, onbeloond laat: ik groet u duizend en duizendmaal; U alle goed en glorie toewenschende, Die nochtans alle goed bezit, en ik verzoek minnelijk door U verhoord te worden.
Waarom wilt Gij langer vertoeven, allertoegenegenste Vorstin V Houden mijne zonden U tegen? O ze zijn mij van harte leed; ik veracht en verzaak ze met al mijn verstand en wil; heb ik U te voren traag gediend, zie, ik neem mij voor, U alle dagen te dienen, en iets te doen tot uwen lof.
Aanschouw dan mijn zuchtend hart en mijne goede genegenheid, o Moeder van goeden wille. Zal uw teeder, moederlijk Hart gedoogen, dat ik ellendige ongetroost blijve, dat mijne ziel verloren ga, die Jesus, uw lieve Zoon, zoo duur gekocht heeft? O neen, lieve Moeder! Gij hebt meer liefde tot de menschen, dan de menschen kunnen denken.
Welaan dan ! Allerbarmhartisste! tot
83
U blijf ik zuchten, ontferm U over mijne ellenden en over mij allerellendigste. Datwenscli ik en zal ik blijven wensclien, zoo menigmaal mijn adem ingehaald of uitgeblazen wordt, alle uren, alle oogen-blikken, bij dagen en nachten.
Daarenboven, allervermogendste en mildste Koningin! wijl niemand aan U te veel kan vragen, zoo verkrijg mij door uwe gebeden een levendig geloof, eeue standvastige hoop en eene volmaakte liefde tot God, tot U en alle menschen om God.
Verkrijg mij de gave van tranen, voortkomende uit de bron van dezelfde zuivere goddelijk liefde, om voortaan mijneen eens anders zonden te beweenen, en alle zonden te vermijden. Verkrijg mij een volmaakt kristelijk leven, overeenkomstig het onbevlekt leven van uwen lieven Zoon en van U; verkrijg mij hulp, genade, bewaring en bescherming in al wat mij naar ziel en lichaam op deze wereld overkomt. Verkrijg mij een gelukzalig sterven in uwe beschermende tegenwoordigheid; en alsdan zoo mijne verdiensten te kort komen, wil ze, bid ik U, met de uwe aanvullen, mijne onwetende en vreemde zonden, kwade
84
Biechten en Kommuniën verontschuldigen , mijne helsche vijanden afweren ; opdat mijne arme ziel, uit mijn sterfelijk lichaam vertrekkende, rein in de handen moge komen van Hem die haar heeft geschapen, en moge rusten in vrede, om U, o allerzoetste en minnelijkste Moeder! altijd te aanschouwen met uwen liefsten Zoon, van aanschijn tot aanschijn, in de gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Dat geschiede, dat geschiede, o Maria!
85
GEBET) VOOE DE AÏGESTORVENE LEDEN VAN HET BKOEDEHSCHAP.
Barmhartige Vader van al uwe kinderen, die in den hemel, op de aarde en onder de aarde zijn, ik bid U voor mijne broeders en zusters, die in het geloof aan uwe vaderlijke liefde ontslapen zijn, en nog niet de volle vruchten huns geloofs genieten. Ik weet, oGod, dat al uwe daden wijsheid zijn; maar Gij zult toch ook mijne bede niet versmaden; ik mag bidden voor hen die in uwe liefde deze aarde verlaten hebben; Gij zijt nog hun Vader, zij zijn nog uwe kinderen; vrijgekocht door het Bloed van uwen Zoon, bezielt hen het verlangen om zalig te worden. Ach, Vader, ik smeek ü bij uwen naam van Vader, ontferm U over die lijdende zielen, laat hare reiniging kortstondig zijn; vervul haar vurig verlangen naar uw aanschijn: dit bidden wij U om de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.
Bij liet aanuaarben ber Pelgrimsrei^e.
Wijze : Nato Deo.
1.
Heü\'ge Maagd! de ü trouwe Broederleden Wenden, vroom van zin, tot ü hun schreden, Om Gods Moeder saam met luister te eeren En zich \'t heil der zielen te vermeeren.
f Maagd! wees ons een sterre Op den weg naar Kevelaar,
Die, met beden,
Onze schreden Nad\'\'ren doe lot de d\'engelschaar!
2,
O Maria, Moeder zonder dekken!
Heden gaan wij saam met vreugd vertrekken. Om op nieuw de plaats te gaan beschouwen. Waar Ge in wondren heerscht op ons
[vertrouwen
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
3.
O! wil ons op dezen weg bewaren Voor den druk van ramp of zielsbezwaren ; Wil de droefheid verre van ons keeren, Om naast Jesus ü blij te vereeren.
f Maagd! wees ons een sterre, enz.
87
4.
Bid bij Jesus, Goddelijke Moeder,
Dat Hij ons verstrekk\' tot een Behoeder; Dat Hij onze zonden wil vergeven, En ons brenge tot het eeuwig leven!
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
5.
Wend van ons, o Maagd! wat ons kan
[drukken, Tegenspoeden, smart en ongelukken. Ziekte en pijn, en wat ons hart kan kwellen, Of de ziel \'t verderf doen tegensnellen!
f Maagd! wees ons een sterre, enz.
6.
Wil den zwakke sterkte doen erlangen; Doe den kranke zijn herstel ontvangen; Laat den blinde weêr het licht aanschouwen; Help, die op uw gunst en bijstand bouwen, t Maagd! wees ons een sterre, enz.
7.
Blijf met ons wanneer wij wederkeeren En met zang, vol dank, uw lof vermeeren; Moog\' de godvrucht uwer gunstgenooten, Bij hun thuiskomst, meèr en meêr vergrooten. t Maagd! ivees ons een sterre, enz.
88
8.
Wil ons dan van uwen Zoon verwerven, Dat wij nooit de zucht tot deugden derven, En wij steeds ons eeuwig heil betrachten, Zoo door woorden, daden als gedachten.
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
9.
Dat uw goedheid onzer staag gedenke, En verbidd\', dat God het heil ons schenke. Om tot aan den laatsten onzer dagen Steeds te leven naar zijn welbehagen
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
10.
Smeek voor ons een zalig overlijden Dat wij hierna ons met U verblijden En met ü, o Moeder, zoo verheven. God aanschouwen in het eeuwig leven!
f Maagd! wees ons een sterre, enz.
nvn^iisrizBiR,
om den
M So^cnkans goclwruchti^ {e uerriclifen.
Wijze : Wees gegroet o Koninginne ! of ook: Jublend wil ik U bezingen.
quot;VOORZ-A-KTGt-.
Wees gegroet, o Koninginne, Scliittrend in uw Hemelglans;
Duld, dat U uw Kindren groeten Moeder van den Rozenkrans.
Duld, dat we onze beden strenglen Tot een bloemkrans ü ter eer; En zie minzaam op uw Kindren In dit dal van tranen neêr.
■te Vijf Blijde Oelieimen.
I. De Boodschap van den Engel Gabriel.
De namen van Jesus, Maria en Jozef zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Een onze Vader, enz. — Tienmaal het Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
90
GEBED.
O Moeder der goddelijke genade, verkrijg voor mij een zuiver, ootmoedig en minnend hart, opdat ik Jesus, uw Zoon onzen Heer, in mij waardig ontvange en altoos behouden moge. Amen.
\'t Godlijk Woord daalt uit zijn glorie In uw schoot op aarde neêr.
Onderworpen bidt Gij needrig: »Zie de dienstmaagd van den Heer.quot;
Teedre Moeder, om het voorrecht. Door uw ootmoed U bereid,
O! verwerf ons van uw Zone Christelijke ootmoedigheid.
II. Dè Bezoeking van Maria aan hare nicht Elisabeth.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd en Moeder Gods Maria, wil mij toch dikwijls met uwen Zoon Jesus bezoeken, opdat mijne arme ziel van zonden gezuiverd worde, en mijn geest zich verheuge in God mijnen Zaligmaker. Amen.
91
Goddelijke liefde — vlammend Stortet Gij den boezemgloed,
Die in U voor Jesus brandde, In Elisabeths gemoed.
Kom, o Moeder, en bezoek ook Mijne ziele met uw Kind,
Geef, dat steeds mijn liefde spreke Van Hem die mijn ziel bemint.
III. De Geboorte van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! verkrijg voor mij het geluk, dat Jesus in mijn hart wil verblijven; dat Hij daar wil rusten, opdat mijn hart in Hem moge rusten die alleen de ware rust is. — O allerliefste Jesus! mijn hart is bereid. Amen.
Wees gegroet, Gij, die te Bethlem \'t Heil der wereld hebt gebaard;
Door het Wichtjen op het stroobed Schenk de Hemel vreê aan de aard.
O Maria, om uw vreugde Bij de baring van uw Kind,
Geef mijn hart dien zoeten vrede Dien het slechts in Jesus vindt.
92
IV. De Opdracht van Christus in
den Tempel.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd Maria! wil mij Jesus, de gezegende vrucht uw lichaams, aanbieden ; verkrijg dat Hij mij genadig zij, en laat mij niet sterven, zonder eerst mijn Zaligmaker te zien, opdat ik Hem in eeuwigheid aanschouwen moge. Amen.
Zaalge vreugde, toen Ge uw Jesus Aan den Heer ten offer bood!
Simeon zag \'t heil der wereld En verbeidt in vreê den dood.
Zuivre Moeder, o verwerf mij Vlekkelooze zuiverheid.
Dat ook ik mijn God aanschouwe, Als mijn ziel van hier verscheidt,
V. De Vinding van het verloren
Kind Jesus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! allergoedertierendste Moeder, verkrijg voor mijn hart droefheid, en voor
93
mijne oogen tranen van berouw, om te beweenen dat ik Jesus door de zonden zoo dikwijls heb verloren. Vergun mij, Hem weder te vinden en altoos te mogen behouden. Amen.
Met wat angst, beminde Moeder, Hebt Ge uw godlijk Kind gezocht;
Maar wie schetst uw Moedervreugde Toen Ge \'t wedervinden mocht?
Geef dat steeds mijn hart moog wezen \'t Tabernakel van den Heeri
Eu zou \'k ooit mijn schat verliezen, Dat \'k rouwmoedig tot Hem keer.
Ue Vijf Uroevige Geheimen.
I. De benauwdheid van Christus in den Hof van Olijven.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Vergeef, o Jesus! door Uw bloedig zweet al onze zonden, zij zijn ons leed uit den grond onzer harten, omdat wij U daardoor vergramd hebben. Ontferm U onzer! Heer! ontferm ü onzer. Amen.
94
Jesus kampt in bittren doodstrijd,
\'t Bloedzweet druipt op de aarde neêr; Maar gesterkt, bidt Hij gelaten:
»Slechts uw wil geschiede Heer!quot; O Maria, om dien doodsangst,
Die uw Jesus nederboog,
Bid, dat ik den lijdensbeker Onderworpen drinken moog\'.
II. T)e Geeseling van Christus,
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz, — Eere zij den Vader, enz.
GKBED.
O minnelijke Jesus! blusch door dit vloeiende Bloed het blakende vuur onzer doodelijke wellusten. H. Maria! Moeder Gods! verkrijg van Uwen Zoon, dat wij, met de banden zijner liefde gebonden zijnde, ook de roede der tijdelijke straffen gaarne verdragen mogen. Amen.
Wreed verscheurd door geeselstrienien, Stort het godlijk Lam zijn bloed;
Purpren stroom op stroom vloeit neder. Zóó wordt, mensch, uw val geboet!
Dierbre Jesus, om uw smarten En uw wreede geeselpijn,
Om de droefheid uwer Moeder Wasch mij van mijn zonden rein!
95
III. De Krooning van Christus
met Doornen.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBKD.
O Jesus, Koning mijner ziel, leer mij, door Uw voorbeeld, de ijdelheid verachten en de hoovaardij verzaken. H. Maria! bid voor mij, dat Jesus door de verdiensten zijner doornen Kroon mij de Kroon der eeuwige Glorie wil geven. Am.
\'t Godlijk hoofd vanéén gereten
Door de scherpe doornenkroon, \'t Riet ten schepter, \'t purpren spotkleed,
Zóó verguist de mensch Gods Zoon. Om den smaad, beminde Jesus,
Dien Gij hier geduldig lijdt.
Schenk ook mij die kostbre gaven,
Ootmoed en verduldigheid.
IV. De kruisdraging van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! goedertierene Moeder! verkrijg voor mij, dat ik mijn kruis bereidwillig drage, en altoos wandele in
96
de bloedige voetstappen van Jesus Christus , opdat het leven en lijden van mijnen Zaligmaker mij steeds voor oogen zijn en in mijn hart gedrukt worden. Amen.
\'t Kruishont torschend kruipt de Godmensch
Hijgend tot Kalvarie\'s top;
Driewerf stort Hij machtloos neder, Driewerf richt de Liefd\' Hem op.
Niet de kruisbalk, maar mijn zonden
Stortten U ter aarde neêr; God vergeving, heb erbarmen!
Jesus, neen geen zouden meer!
V. De Kruisiging en Dood van Christus.
De namen, em. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O, Jesus! ik bid U door al uwe smarten en Uwen bitteren dood, door Uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en al Uwe gezegende Wonden, ontferm U mijner, en druk Uw H. Lijden zoodanig in mijn hart, dat mij niets anders meer hehage dan Gij, mijn Jesus! die voor mij gekruisigd zijt. Amen.
95
III. De Krooning van Christus
met Doornen.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBKD.
O Jesus, Koning mijner ziel, leer mij, door Uw voorbeeld, de ijdelheid verachten en de hoovaardij verzaken. H. Maria! bid voor mij, dat Jesus door de verdiensten zijner doornen Kroon mij de Kroon der eeuwige Glorie wil geven. Am.
\'t Godlijk lioofd vanéén gereten
Door de scherpe doornenkroon, \'t Riet ten schepter, \'t purpren spotkleed,
Zóó verguist de mensch Gods Zoon. Om den smaad, beminde Jesus,
Dien Gij hier geduldig lijdt.
Schenk ook mij die kostbre gaven,
Ootmoed en verduldigheid.
IV. De kruisdraging van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — £ere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! goedertierene Moeder! verkrijg voor mij, dat ik mijn kruis bereidwillig drage, en altoos wandele in
96
de bloedige voetstappen van Jesus Christus , opdat het leven en lijden van mijnen Zaligmaker mij steeds voor oogen zijn en in mijn hart gedrukt worden. Amen.
\'t Kruishout torsehend kruipt de Godmensch
Hijgend tot Kalvarie\'s top;
Driewerf stort Hij machtloos neder, Driewerf richt de Liefd\' Hem op.
Niet de kruisbalk, maar mijn zonden
Stortten U ter aarde neêr; God vergeving, heb erbarmen!
Jesus, neen geen zonden meer!
V. De Kruisiging en Dood van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O, Jesus! ik bid U door al uwe smarten en Uwen bitteren dood, door Uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en al Uwe gezegende Wonden, ontferm U mijner, en druk Uw H. Lijden zoodanig in mijn hart, dat mij niets anders meer hehage dan Gij, mijn Jesus! die voor mij gekruisigd zijt. Amen.
97
Zie, mijn ziel, daar liangt het Offer
Op het altaar half ontvleescht; Smachtend, troostloos, afgemarteld.
Buigt Hij \'t hoofd en geeft den geest. Eind\'liik \'t Offer is voltrokken:
Liefde, thans zijt Gij voldaan; O ontvlam me in wederliefde.
Neem mijn hart ten offer aan.
Oe vijf* (plorierijke füelieimen.
1. De Verrijzenis van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
0 Maria allergelukkigste Moeder! ik bid u door de blijdschap die uw moederlijk Hart gevoeld heeft, toen Gij Uwen beminden Zoon van den dood verrezen zaagt, verkrijg voor mij, dat mijne ziel met Hem geestelijker wijze verrijze tot het leven der genade en nimmer meer den dood der zonde sterve Amen.
O Maria, juich en jubel.
Nu uw Jesus zegepraalt;
Dood en afgrond ligt verwonnen , Zijner Godheid glorie straalt!
98
üw Verrijz\'nis, mijn Verlosser, Worde mij ten onderpand;
Dat ik heerlijk eens verrijze Tot het hemelsch vaderland.
II. De Hemelvaart van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Verwerf mij, o goedertierene Moeder en Maagd Maria! dat ik uwen Zoon Jesus Christus die nu vol glorie ten Hemel geklommen is, met een vurig verlangen uit ganscher harte moge navolgen. Amen.
Nog één blik, een laatste zegen: Triomfeerend stijgt Gods Zoon
Van deez\' aard ter hemelglorie,
Zetelt thans naast \'s Vaders troon.
Hopend blikken wij naar boven, Jesus, tot uw Majesteit;
Wil ons daar een troon bereiden In de zalige eeuwigheid.
III. De Neder daling van den H. Geest.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zjj den Vader, enz.
99
GEBED.
Kom, o H. Geest! vervul mijn hart en ontsteek het door het vuur Uwer liefde, opdat ik ü vol zaligheid moge kennen, vurig beminnen en vol behagen dienen. H. Maria! verkrijg mij deze gave. Amen.
Niet als weezen blijven ze achter,
Troost en kracht is hun beloofd; Hoor daar druischt het, in den vuurgloed
Daalt de Geest, die harten rooft. Daal in mij, o Geest van liefde.
Kom, vertroost mijn dor gemoed; Sterk het door uw hemelbalsem En ontvlam het in uw gloed.
IV. De Hemelvaart van Maria.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria, Moeder der barmhartigheid! tot ü roepen wij, balling-kinderen van Eva; tot U zuchten wij, treurende en weenende in dit dal der tranen. O onze Voorspreekster! wend uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons na deze ellende Jesus, de gezegende Vrucht uws
100
lichaams, opdat wij van Hem vergiffenis verwerven en het eeuwig leven bekomen mogen. Amen.
Englenreien voeren jublend,
Jesus\' Moeder tot haar God;
Thans, Maria, moogt Gij smaken
\'t Al te lang verbeid genot.
Moed, mijn ziel, hier kamj), hier lijden,
Ginds een eeuw\'ge zegepraal!
Moeder, bid, dat \'k hier volhardend, Eens de lauwerkroon behaal\'!
V. De Krooning van Maria in den Hemel.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Ik offer ü, allerzuiverste Maagd en allerglorierijksle Moeder Gods, Maria, in yereeniging met al Uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon der gebeden en groe-tenissen; gewaardig U die aan te nemen met al de lofzangen, die U ter eere zoo op de aarde als in den Hemel gedaan worden; verkrijg voor mij en voor al degenen voor wie ik verplicht ben te bidden, van Uwen lieven Zoon de genade om wel te leven en zalig te sterven. Amen,
101
Met de zonnenglans omhangen,
•t Zili n eir1.ter gloriekroon,
Zetelt;6 Zi|laan f,1Taan haar voeten, netelt Zij naast Jesus\' troon
GlonevoUe Koninginne,
^ fIlefderijk en teêr,
Gunï VanUW SIoriezeteI Gunstig op Uw kinderen neer.
LIT-A-IsriIB
VAN
ö. 2. tyzouw van Zozetto.
IL
n
2°.
j» o
Cl
P-.
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Kyrie, eleison.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Pater de coelis, Deus, miserere nobis. Fili, Redemptor mundi. Deus, miserere nobis.
Spiritus Saucte, Deus, miserere nobis.
Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.
Sancta Maria, ora pro nobis. 0 ? 0
Sancta Dei Genitrix, = 2
Sancta Virgo Virginum, g •S\' 5.\'
Mater Christi, lt;\'g 0
Mater divinae gratiae, E 3 iquot;
Mater purissima, s. ® -
Mater castissima, g J.
Mater inviolata, 2 ^ h:
_ _ ... 7 CP r~i.
Mater intemerata, - D =-
Mater amabilis.
Mater admirabilis,
Mater Creatoris,
101
Met de zonnenglans omhangen, \'t Bterrenheir ter gloriekroon, \'t Zilveren maanlicht aan haar voeten,
Zetelt Zij naast Jesus\' troon. Glorievolle Koninginne,
Moeder, liefderijk en teêr,
Blik steeds van uw gloriezetel Gunstig op üw kinderen neêr.
LIT-A-lsriE
VAN
Ö. £. ^touw van. £ozatto.
jo pj C
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Kyrie, eleison.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Pater de coelis. Deus, miserere nobis. Fili, Redemptor mundi, Deus, miserere nobis.
Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis. Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.
Sancta Maria, ora pro nobis. 0 ? 0 Sancta Dei Genitrix,
Sancta Virgo Virginum, i •f\' ®\'
Mater Christi, J g 0
Mater divinae gratiae, H = g
Mater purissima, „ ®
Mater castissima, g -.J.
Mater inviolata, 3 g* —
Mater intemerata, 2 ^ S*
Mater amabilis, s q »
Mater admirabilis.
Mater Creatoris,
103
Mater Salvatoris,
Virgo prudentissima, Virgo veneranda,
Virgo praedicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens,
Virgo fidelis,
Speculum justitiae,
Sedes sapientiae,
Causa nostrae laetitiae, Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devotionis, Rosa mystica,
Turris Davidica,
Turris eburnea,
Domus aurea,
Foederis area,
Janua ooeli,
Stella matutina,
Salus infirmorum, Refugium peccatorum, Consolatrix afflictorum, Auxilium Christianorum, Regina Angelorum, Regina Patriarcharum, Regiga Propbetarum, Regina Apostolorum, Regina Martyrum,
104
Regina Confessorum,
Kegina Virginum,
Regina Sanctorum omnium,
Regina, sine labe originali concepta, Regina Sacratissimi Rosarii.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
paree nobis, Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata raundi,
exaudi nos, Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
miserere nobis.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Sub tuum praesidium confugimus, sancta Dei Genitrix, nostras deprecationes ne despicias in necessitatibus nostris; sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta; Domina nostra, Advocata nostra, Mediatrix nostra, tuo Filio nos reconcila, tuo Filio nos commenda, tuo Filio nos repraesenta. v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix. a. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.
105
OREMUS.
Gratiam tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde, ut qui angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus, per passionem ejus et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per eumdem Christum Domiiium nostrum. Amen.
NAZANG.
Hoor, o Moeder, deze beden
Van Uw kindren minzaam aan;
Bied ze aan Jesus, en verwerf ons, Dat wij op de levensbaan
Veilig onder uwe hoede
Voortgang maken in de deugd.
En U eenmaal zalig prijzen,
In des Hemels eeuw\'ge vreugd.
GEZANGEN TIJDENS DEN TOCHT
naar KEVELAAR.
I
Wijze : Mijn stem nu laat u zoetjes hoor en.
Kom, Gorkum! laat uw vreugde blijken Verhef uw\' stem;
En Gij ook, Tielsche Katholijken, Komt, zingt met klem!
Want de tijd is nu weer daar Dat Gij in Processieschaar Samen trekt naar Kevelaar.
Ecrl cn groei, eerl en groet, cerl cn groei Maria.
Heft thans, o pelgrims, uw banieren Ook fier omhoog,
En laat uw vaandels statig zwieren Ten Hemelboog:
Want gij trekt zoo menig jaar Vreugdevol naar Kevelaar;
Eert om strijd Maria daar.
Eerl en groei, enz.
Komt, Katholijke tochtgenooten, Met broedermin,
Onz\' pelgrimsvreugd op reis vergrooten Door godsdienstzin;
107
Snelt met ons naar Kevelaar, Biddend in Processie-schaar, Als gebroeders met elkaar;
Ecrl en groei, eoz.
Komt, Priester, landman, stedelingen,
Verheugd en blij,
Vereend in broêr- en zusterkringen, Op dit getij.
Broeders! zusters 1 zwijgt nu niet. Zingt te saam dit pelgrims-lied, Kevelaar is in \'t verschiet!
Zingt en groei, zingl en groei, zinol en groei Maria,
Komt, laten wij Maria smeeken,
Op dezen grond;
Zij zal voor ons ten beste spreken, In dezen stond-Broeders, Zusters, zwijgt toch niet. Vergeet Maria\'s grootheid niet;
Zij is het, die ons hulpe biedt.
Smceklen groei, smeekl en groei, smeekl eu groei Maria.
Komt, danken wij Maria samen
Voor al het goed\',
Dat wij uit hare hand bekwamen In overvloed.
Broeders! Zusters! zwijgt toch niet. Vergeet Maria\'s goedheid niet;
Zingt met dankgevoel dit lied.
Dankl en groei, dankl en groei, dankl en groei Maria.
108
Zijn er zondaars in ons midden In dezen stond,
Laat ons te Faam Maria bidden Op dezen grond;
Want zij is een toevluchtsoord Voor een elk die wordt bekoord, Of naar ziele werd vermoord.
Bidl cd groei, bidl en groei, bidl en groei Maria.
Zijt gij bedroefd om uwe zonden,
Voor God begaan,
Of zijn uw hart en ziel met wonden Als overlaan,
Broeders! Zusters! toeft dan niet. Gaat lot Haar die troost u biedt, Troost\'res der bedrukten hiet.
Gaal en lt;|roel, gaal en groei, gaal en groei Maria.
Hebt gij met smart en leed te kampen. Staag in uw huis;
Zijt gij gedrukt door zorg en rampen , Of ander kruis:
Neemt uw toevlucht dan tot Haar, Zek\'re bijstand in \'t gevaar Voor een elk, te Kevelaar.
Sineekl en groet, smeekl en groei, smeekl en groei Maria.
Hebt gij te huis familie-leden In zonde of smart,
Gedenkt gij dierb\'re dooden heden, Met droevig hart:
109
Wendt tot Haar uw\' vuur\'ge beto, Smeekt, dat Zij hun hulp verleen\', Droogo uw\' tranen en geween.
Groei en bidt, groei en bidl, groei en bidl Maria.
Breng maagdenrij, met zuiv\'re handen, Het offerlicht,
Laat het hier voor Maria branden, Die \'t Grod\'lijk Wicht Heeft als moeder-maagd gebaard, \'t Eeuwig Licht schonk aan deez\' aard\'. Satan pletterde in zijn vaart.
Groei raellichl, groei rael licbl, groei mei licbl Maria.
Brengt, priester, m an- en vrouwen scharen. Met kindermin.
Uw\' hulde nog een reeks van jaren, Zeer blij van zin,
Aan de Moeder van den Heer, Die haar kind\'ren mint zoo teêr. Ziet op haar vereerders neêr.
Eerl en groei, eerl en groei, eerl en groei Maria.
Laat ons te saam Maria eeren,
Zjj is zoo groot!
Haar eerbied, trouw en liefde zweren , Tot in den dood;
Zij is de uitverkoren Maagd,
Die der Godheid heeft behaagd, — God voor ons genade vraagt!
Eerl en groei, bidl en groei, smeekl en groei Maria.
110
Gegroet, o reine Maagd en Moeder,
Vol van genal Gezegend van den Albehoeder Bij \'t woord van »Ja,quot;
Boven heel de vrouwenschaar; — En gezegend is, voorwaar!
Christus, onze Middelaai.
Wees gegroet, weesgegroet, weesgegroet, Maria.
O Bid voor ons, gij Heil\'ge Moeder
Van God den Zoon;
Verkrijg voor ons bij d\'Albehoeder Het eeuwig loon;
Weer Gods gramschap op den duur; Bid voor ons in \'t stervensuur; Eed ons van het helsche vuur!
Wees gegroet, wees gegroet, wees gegroet Maria
li.
Wijze: Creator alme sidernm.
Wij groeten U, o zuiv\'re Maagd! Door wie ons \'t heillicht is gedaagd; Wij groeten ü op Uwen troon, O Moeder van Gods een\'gen Zoon!
O reine Maagd! o ed\'le bloem! Vol hemelgeur, der Maagden roem! Als kristalljjn, zoo schitt\'rend rein, O smettelooze heilfontein!
Ill
O zetel, waar de Wijsheid straalt, Waar \'t eeuwig Woord is neêrgedaald, Die door Zijn Geest de waarheid leert. En in Zijn Kerk steeds triomfeert.
Geen wereld- of geen hellemacht, Of wat er opstond uit den nacht, Heeft ooit de waarheid haar ontroofd. Want Jesus blijft haar god\'lijk Hoofd!
Gij zijt die onbevlekte Maagd,
Wier moederbeê aan God behaagt; Die, alverwinnend in den strijd. Der Kerk eene trouwe toevlucht zijt.
Gij, oorzaak onzer zielevreugd,
Wier komst heel de aarde heeft verheugd, Ontvang uit kinderlijk gemoed, O Moeder, onzen liefdegroet.
Bevnel ons aan Uw godlijk Kind, Dat ons ten eind\' toe heeft bemind. Dat in den smartelijksten dood Voor ons Zijn laatste bloed vergoot.
O Davids Toren van ivoor!
Wijd schitt\'rend in den zonnegloor. Door goddelijke hand gesticht,
Waar alle wapenmacht voor zwicht,
Gij, Arke van het nieuw Verbond! Op U is raiine hoop gegrond, De Serafijnen daalden neêr Om \'t gulden Huis van d\'Opperheer.
112
O Hemelpoorte! rijk en schoon,
Door ü kwam de ongeschapen Zoon, Hij, \'t eeuwig Woord, Hij werd uw Kind, Zoo teeder heeft Hij ons bemind!
O Morgensterre! lieflijk-zacht,
Na zulk een eeuwenlangen nacht: Gij kondigt \'t blijde heillicht aan, Dat voor het aardrijk op zal gaan.
Gij, Toevlucht der verloren ziel, Die jammerlijk van God verviel! O Troosteres in allen nood!
Gij redt ons uit den eeuw\'gen dood.
O Hulp van \'t Kristelijk gezin, Gij aller Heil\'gen Koningin!
Ach toon in onzen jongsten strijd, Dat Gij ons aller Moeder zijt!
Hoor; Moeder! op hun pelgrimsbaan, Hoor de ü gegeven kind\'ren aan; Uw Zoon heeft hunne schuld geboet. Wees, goede Moeder! wees gegroet.
Gegroet, Gods Dochter, op üw troon! Gij Moeder van Gods eeuw\'gen Zoon! Gij Bruid van God den Heil\'gen Geest! Die vóór en na zijt Maagd geweest!
LM bg aantast te Haar.
Wijze : Komt, Roornsche Katholijken.
Weest welkom, Katholijken!
In \'t vreedzaam Kevelaar; Doet uwe godsvrucht blijken Als in het vorig jaar!
•}■ Heft nu, met vreugde en klem, In gebed en zang uw stem;
Valt Jesus hier te voet;
Zegt\'. Maria i wees gegroet!
Hier ma» men zonder schroomen,
O \'
Vrijmoedig, ongestoord, De geestdrift uit doen komen, Zoolang in \'t hart gesmoord.
j- Heft nu, met vreugde en klem, enz.
Hier vreest men geen bedillen,
(reen hoon of spotternij: Elk doe, wat hij moog\' willen. Hier is de Kristen vrij!
f Heft nu, enz.
Hetzij wij ons vereenen
In lofzang en gebeên, Of eenzaam zuchten, weenen. Ons aller doel blijft een.
t Heft nu, enz.
114
Gods Moeder te vereeren, Is aller wil en wensch;
Haar voorspraak te begeeren, Betaamt den Kristenmensch t Heft nu, enz.
Strak wordt door maagdenhanden Het offer aangebracht,
Dat Haar ter eer zal branden, Bij dagen en bij nacht.
t Heft nu, em.
Wij brachten, in gebeden, Dat offer van ons hart:
Zij troost in tegenheden. Zij lenigt ramp en smart, f Heft nu, enz.
Moog\' luid ons loflied schallen. Der Moedermaagd ter eer:
Het klink\' ten welgevallen Van Christus onzen Heer! t Heft nu, enz.
Dat we alzoo statig trekken Straks rond het bedehuis,
En later d\'optocht rekken Tot aan het roode Kruis, f Heft nu, enz.
115
Weest welkom, Katholijken,
Weest welkom, pelgrimschaar, Doe hier uw\' geestdrift blijken: Wij zijn te Kevelaar!
-j- Heft nu, enz.
Komt, spoedt u, komt Maria prgzen;
Zij is zoo groot:
Met snaar en stem Haar eer bewijzen. Tot aan den dood.
f Broeders, zusters, zwijgt toch niet, Zwijgt Maria\'s grootheid niet, Maar verheft haar in dit lied. Wees gegroet, wees gegr., wees gegr. Maria!
Lokt uit uw speeltuig zoete klanken;
Zij is zoo goed.
En laat uw stem Haar, zingend, danken. Met blij gemoed.
f Broeders, enz.
Vlecht,maagden,om Haar waardig te eeren.
Een leliekrans:
Eens zal uw leliewit verkeeren In hemelglans.
f Broeders, enz.
116
O, moeders, uwe zuigelingen
Zijn Haar gewijd;
Gij kunt Haar zorgen veilig zingen; Zij waakt altijd.
f Broeders, enz.
Gij mannen, schoon vermoeid van werken.
Zingt Haar ter eer:
Zij zal door bidden u versterken; Wat wilt gij meer?
f Broeders, enz.
O jongling, wijd uw\' schoonste jaren
Aan deze Maagd;
Zij redt uw\' onschuld uit gevaren. Als gij dat vraagt.
f Broeders, enz.
Wanneer de schapen veilig grazen
In klaverwei.
Dan moet de herder \'t loflied blazen Op zijn schalmei.
f Broeders, enz.
En, zeeman, komt na \'t stormgeklater
De kalmte weêr,
Bezing dan vrij, voor lucht en water, Maria\'s eer.
f Broeders, enz.
117
Wanneer de dagtoorts met haar stralen
In \'t Oosten glimt, 0, dat dan steeds tot Haar drie malen Het Ave klimt.
f Broeders, enz.
En spreidt de zon in \'t heete zuiden
Haar glans en gloed, Dan moet de bedeklok weer luiden Tot \'s Engels groet.
f Broeders, enz.
Maar zinkt het licht naar de avondlanden,
En komt de nacht,
Heft dan tot Haar uw hart en handen; Groot is Haar macht.
f Broeders, enz.
Gaan wij als Jesus\' leerelingen
In deugden voort,
Zij leidt ons, als wij Haar bezingen. Naar \'s Hemels oord.
■j- Broeders, enz.
MeiepO.L.V.TaiitaEozeütans.
De vijf blijde Geheimen.
Wij groeten U, o reine Maagd!
Maria, bid voor ons;
Gij die Uw Schepper hebt behaagd, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van genu,
Bid voor ons, Maria!
O Maria, hid voor ons. {bis)
Ge ontvingt in U des Vaders Zoon,
Maria, bid voor ons;
Hij daalde in U van \'s Hemels troon, Maria bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
Gg gingt een langen weg te voet,
Maria bid voor ons;
En hebt Uw blijde Nicht begroet, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
Gij hebt den Redder dezer aard,
Maria, bid voor ons;
Te Bethlem in een stal gebaard,
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
119
Ootmoedig naar Gods Huis gegaan,
Maria, bid voor ons;
Boodt gij uw Zoon ten offer aan, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
Drie dagen trok Gij zoekend rond,
Maria, bid voor ons;
Eer Gij Uw Jesus wedervondt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
De vijf droevige Geheimen.
O droeve Moeder vol van smart,
Maria, bid voor ons ;
Wat diepe wonden droeg uw hart! Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons, Maria !
O Maria hid voor ons, {bis)
O Moeder! welk een zielewee!
Maria, bid voor ons;
Bij \'t bloedzweet in Gethsemané!
Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
120
O Moeder! welk een foltering!
Maria, bid voor ons ;
Bij Jesus, wreede geeseling!
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
O Moeder, welk een pijn en hoon!
Maria, bid voor ons;
Uw Jesus draagt een doornenkroon! Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
O Moederhart, opnieuw doorboord,
Maria, bid voor ons;
Uw Jesus sleept zijn kruishout voort,
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
O Moeder! welk een marteling
Maria, bid voor ons;
Toen Hij aan \'t kruis te sterven hing! Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
De vijf glorierijke Geheimen.
Verheug U, na die lange smart,
Maria, bid voor ons;
Verrukt de vreugd Uw Moederhart, Maria, bid voor ons.
121
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van genu,
Bid voor ons, Maria!
O Maria, bid voor ons! (bis)
Verrezen is des levens Heer,
Maria, bid voor ons;
Maria ziet Haar Jesus weer,
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Uw Zoon ging in Zgn heerlijkheid, Maria, bid voor ons;
Waar Hij ook ons een plaats bereidt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Toen is Zijn Geest op aard gedaald, Maria, bid voor ons;
Die met Zijn licht Gods Kerk bestraalt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Uw Zoon zendt U een Englenrij, Maria bid voor ons;
En juichend voert ze U aan zijn zij, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
122
Uw Zoon geeft U de gloriekroon,
Maria, bid voor ons;
Nu heerscht Gij op uw hemeltroon,
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
AVE MARIA.
Wijze: Angelus, of Pelgrims van Lour des.
Wij brengen, als de Engel,
U, Moeder zoo zoet. Met teedere liefde
Den dierbaren groet: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Zoodra in het oosten
Het morgenlicht daagt.
Looft, \'t kleppen des Ang\'lus
ü Moeder en Maagd: Ave, ave, ave Maria. (Ins.)
Weer klinkt op den middag
Die bede zoo zoet.
Zendt de aarde aan Maria
Den minlijken groet: Ave, ave, ave Maria, (tó.)
6
123
En daalt weer de scheem\'ring
Van \'t avonduur neer,
Door \' duister nog ruischt het
Gods Moeder ter eer: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Door dalen en wouden.
Langs bergen en vliet, Klinkt de eer van Maria In \'t Hemelsche lied; Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Aanvaard dan de hulde,
O Moeder zoo goed. De hulde uwer kind\'ren;
Aanhoor onzen groet: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Zoo blijf, o Maria,
In vreugd en in smart, In leven en sterven
De kreet van ons hart; Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Die groet zij de laatste
Door \'t hart nog geuit, Wanneer in het sterven
De mond zich reeds sluit: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
124
Maar dan door Maria
Geleid tot haar Zoon, Herhalen wij eeuwig
Geschaard om haar troon; Ave, ave, ave Maria, (l/is.)
Liei ter eere van O.L.T. Tan liet HJart.
Wijze: Pitié mon Dieu.
Hoor ons, o God! Hoor! Vader! onze beden!
Ter neergeknield met harten, vol van rouw. Barmhartig God! verstoot ons niet op heden; Wij zweren ü van nu af eeuwig trouw.
(Refr.) O Lieve Vrouwe
Van \'t Heilig Hart! Op U rust ons vertrouwen 1 .. In voorspoed en in smart, ƒ
Naast ü, o Heer, gaan wij tot onze Moeder, Door ü geplaatst op glorievollen troon; Met macht bedeeld door U, o Albehoeder! Draagt Zij èn staf èn Koninginne-kroon, (Refh.) O Lieve Vrouwe, enz.
125
O Rijks Vorstin! als legerscharen machtig, Die elk verwint, wie tegen U genaakt; Nooit was een held, een vorst, als Gij, zoo
[krachtig, Die met uw voet den draak onmachtig
[maakt!
(Refr.) 0 Lieve Vrouwe, enz.
Denk aan die macht in deez\' benarde tijden, Waarin de vorst der duisternis regeert; Denk aan den strijd, aan het verscheurend
[lijden,
Waarin de Kerk, de Bruid uws Zoons,
[verkeert. (Refr.) 0 Lieve Vrouwe, enz.
O Moedermaagd! kunt gij het nog gedoogen. Kunt Gij \'t nog zien, dat lijden, zoo geducht? Draal langer niet! Aanhoor ons in den hoogen. Hoor onze heé, der kind\'ren harte-zucht. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
Onstuimig zijn de hooggezweepte golven,
En dreigen ons met eenen wissen dood; O Ster der Zee! als reeds in \'t graf bedolven. Zien wij met troost uw licht in onzen nood. (Refr/) O Lieve Vrouwe, enz.
Spreek slechts, o Vrouw! Beveel aan Jesus
[harte
U is het recht. Gij hebt Het voortgebracht. Zeg aan uw Kind: Gedoog niet meer de smarte. Red uwe Kerk, verdelg der duiv\'len macht. (Refh.) O Lieve Vrouwe, enz.
12(i
Doch Moederlief! o Koningin verheven!
Denk ook aan mij, die U als Moeder mint. \'k Ben ook uw kind, door Jesus U gegeven, Hoor nog zijn stem: O Vroaw, ziedaar uw
kind!
(Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
En zoudt Gij dan de stem van \'t kind versmaden,
Dat tot ü bidt, aan ü het harte biedt ? Neem aan dat hart, dat toonen zal door daden, Dat het in ü zijn lieve Moeder ziet. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
Wees welkom dan! wil in ons midden leven!
Aanvaard den troon, neem uwen zetel in! Wij wenschten U een gouden troon te geven. Maar geven toch d\' onwrikb\'re hartemin. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
Maak van deez\' aard een kweekschool voor
[hierboven,
En laat niet toe, dat iemand hier verga! Laat ons met ü het Hart van Jesus loven, In \'t eeuwig blij, in \'t zoet alleluia! (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
127
DAT JESUS LEEV \'
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet des harte.
Dat Jesus leev\' 1 de leeraar aller deugd. Naam, dien ik nooit van mijn lippen laat vloeien, Zonder de liefde in mijn hart te doen groeien. Dat Jesus leev\'! bis.
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet der dapp\'ren,
Die \'t trouwe volk tot zijne vanen roept, O ij, Jesus, zijt al mijn schat, al mijn leven; \'k Volg U, waarheen ook Ge ü moget begeven. Dat Jesus leev\'! his.
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet der hope Voor \'t schuldig hart, dat zijne misdaad voelt. Hij zet den boetling meer moed bij en sterkte; Hij kroont het goed, dat Zijn hulp in hem werkte. Dat Jesus leev\'! bis.
Dat Jesus leev\'!
Op dezen kreet der sterkte Vlucht ver van ons het helsche leger weg, Jesus, Uw naam, aan Uw dienaars zoo teeder. Ploft in den afgrond de duivelen neder. Dat Jesus leev\'! bis.
128
Dat Jeamp;us leev\'!
Dit is de kreet der liefde.
God, die voor \'t oog slechts brood op \'t altaar
[schijnt.
\'k Weet, \'tis alleen om mijn\' liefde te winnen; \'k Wil van nu af ü met warmte beminnen. Dat Jesus leev\' 1 bis.
Dat Jesus leev\'!
Zijn\' lieve Moeder leve!
Ze is moeder ook van \'t uitverkoren volk. Zoo ik Haar min als een kind zijne moeder, Dan min ik Jesus, Haar Zoon, mijnen broeder.
Dat Jesus leev\'! bis.
Dat Jesus leev\'!
Triomf! dat zegepralend Die naam verwinn\' wat kwaad en boosheid
[heet.
Wijl \'k door dien naam eens den Hemel moet
[erven,
Zoo wil ik ook voor Hem leven en sterven. Dat Jesus leev\'! bis.
129
Ha M. Mart van fesus.
Voor \'t Hart van Jesus zinge Mijn hart op blijden toon O dat mijn lofstem dringe Tot in der Heemlenwoon.
(Rki\'E.) O Hart van Jesus zoet!
Wees liefdevol gegroet Gegroet van op deez* aarde Gegroet in eeuwigheid.
O Hart! voor mij gebroken Op \'t kruis in diepen druk, Met eene lans doorstoken Voor mijn zwaar zondenjuk. (Refu.) O Hart, enz.
O Hart laat mijn hart gloeien! Van \'t zuiver liedevuur!
Wil het aan \'t Uwe boeien Tot in het stervensuur.
(Refr.) O Hart, enz.
Wil \'t mijn naar \'t Uwe vormen, O Toonbeeld aller deugd! Om eens na \'s levens stormen Met U te zijn in vreugd.
(Refr.) O Hart, enz.
130
Aan \'t A{(erJiei(i^sfe Sail ran fesus.
Wijze: Pitié mon Dieu.
O God van liefde, hoor het biddend smeeken
Van \'t harte, voor U w troon in \'t stof geknield! Voor mij liet Gij uw Hart aan \'t kruis doorsteken. Voor mij werdtGij doorwond, voor mij ontzield!
(Kefr.) God van genaden.
Ontferming, Heer!
Met gunsten overladen, 1 ^ Bedroef ik U nooit weer.]
Uw minlijk Hart, van liefdegloed omgeven.
Zegt door dat vuur, hoezeer Gij mij bemint; Gij roept en vraagt verlangend: » Voor mijn leven Geef mij, geef aan uw God uw hart, mijn
[kind!quot;
(Refr.) Gad van genaden, enz.
Uw Harte, met een doornenkrans omwonden, Zegt mij, wat Ge in uw liefde voor mij leedt; En \'t kruis, waaraan Gij stierft voor mijne
[zonden,
Vraagt dat ik nooit Uw bitt\'ren dood vergeet. (Refr.) God van genaden, enz.
131
Nieuwe Wijze.
Maria, mijne Moeder,
Mijn troost, mijn toevluchtsoord, Uw Zoon is mijn behoeder, Die immer ü verhoort.
(Reïr.) 7j Wil eeuwig U beminnen o Groote Koningin,
Prent in ons hart en zinnen ü en uwen Jesus in.
U zoeken te gelijken
Is plicht, voor wie U mint, Met uwe deugden prijken Is eigen aan uw Kind.
(Refe.) Vj Wil eeuwig, enz.
o Beeld der schoone liefde,
Maria, Josefs bruid.
Als ooit een leed ons griefde.
Goot gij uw balsem uit.
(Refr.) \'k Wil eeuwig, enz.
Wij vallen aan uw voeten Neem ons genadig aan.
Ontvang ons laatste geoeten Eer dat wij scheiden gaan.
(Refr.) \'k Wil eeuwig, enz.
132
Als wy eens zullen sterven, Kom ons dan te gemoet, Doe ons den Hemel erven Bij God, het hoogste Goed. (Refr.) \'k Wil eeuwig, enz.
Maria OnWeB Onlfaijen.
Lieve Moeder van den Heer!
Laat ons om Uw zetel dringen.
Laat Uw kind\'ren U ter eer, \'t Zielverrukkend feestlied zingen; \'t Moet weerklinken luid en blij ; i ,. Moeder, onbevlekt zijt Gij!
\'t Heeft reeds \'t wijde wereldrond En herscheppend overklonken,
\'t Woord door Pius\' mond verkond; En Uw kind\'ren vreugdedronken Jub\'len op Uw feestgetij: ,. Moeder, onbevlekt zyt Gij! IS\'
Neen, dat loflied zwijgt niet meer; Tot aan \'s werelds verste palen
Zullen, met het hemelsch heer, Al Uw kiud\'ren \'t luid herhalen, \'t Woord van \'t zalig Jubel tij: (,. Moeder, onbevlekt zijt Gij! j ls\'
Eu we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt niet met ons meê Voor al \'t heil door U ontvangen, In het zalig Jubelgetij? 1 ,. Moeder, onbevlekt zijt Gij! J ls\'
Zonnezuiv\'re Moedermaagd!
Om de glorie ü gegeven,
Hoor ook, wat ons hart U vraagt: Dat we, na een schuld\'loos leven, Eeuwig jub\'len aan Uw zij\': 1 .. Moeder, onbevlekt zijt Gij! J ls\'
Wonderschoon, prachtige, Wondergroot, machtige, Lieflijk, volzalige, hemelsche Vrouw! Wie \'k mij, als teeder kind, Liefdevol toeverbind.
Ja, mij met ziel en met lichaam vertrouw Goed, bloed en leven.
Wil ik U geven;
Alles, ja al wat ik ben, van af nu, Geef ik met vreugde, Maria, aan U.
134
Sterren omglansen U,
Zonnen omkransen U, Troostelijke ster in de nachtlijke vaart! Voor de betreurende, \'t Menschdoni besmeurende, Zondesmet heeft u Gods Almacht bewaard. Zalige Moeder!
Jesus onz\' Broeder,
Heiland en Redder van Adams geslacht. Hebt gij uit Sion op aarde gebracht.
Hemelsche Koningin! \'s Eeuwigen voedsterin. Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk! Sterkte der strijdenden,
Zalving der lijdenden,
Levende bron in vertroostingen rijk ! U, o getrouwe,
Machtige Vrouwe!
Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder! ach, voer ons op zekere baan
Gij zijt en heil en troot.
Voor \'t U steeds minnend kroost. Vorstin des Hemels en Moeder van God! Spiegel der zuiverheid,
Bijstand der Kristenheid Ark des Verbonds en geleidster tot God!
135
Werp op mij neder,
Moeder zoo teeder;
Moeder! ja werp toch uw oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo wand\'len als Gij.
In lijden geoefende Kent gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart. Niemand verlaat gij ooit; Kind\'ren verstoot gij nooit; Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in \'t lijden Sterk ons in \'t strijden,
Bid ook voor ons uwen Godlijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn eeuwigen troon.
TER EERE VAN MARIA.
(Solo.) o Beeld der schoone liefde, Maria, Josephs Bruid! Gij vraagt mij wederliefde En stort uw gunsten uit. {Chore.) \'k Wil eeuwig U beminnen, o Groote Koningin!
Prent diep in hart en zinnen Mij uw\' gedacht\'nis in.
136
(Solo.) o Joseph\'s bruid, mijn Moeder!
Mijn troost, mijn toevluchtsoord! Uw Zoon is mijn behoeder, Die immer u verhoort.
(C7lt;o/quot;o.)\'k Wil eeuwig enz.
(Solo.) 0! had ik zooveel monden. Als sterren in de lucht, Ik zou uw lof verkonden Met innig zielsgenucht.
(Choro.)\'k Wil eeuwig enz.
(Solo.) 0! Had ik zooveel zielen.
Als korrels zijn op \'t strand, Als immer druppels vielen, \'k Schonk ze U met milde hand.
(C/ioro.) \'k Wil eeuwig enz.
(Solo.) Hoe moet ik mij beklagen, Daar ik , armzalig mensch , U zoo niet kan behagen. Gelijk ik vurig \'t wensch!
(Chora.) \'k Wil eeuwig enz.
(Solo.) Ik zal mij alle dagen,
Tot uwe vreugde en eer, Godvruchtiger gedragen En dienen mijnen Heer.
(C/ioro.)\'k Wil eeuwig enz.
MARIA! WEESGEGROET.
(Allen.) Maria! weesgeg., Maria! weesgeg. (quot;Duo ) l Kom , nog een tweede maal, ^ 1 Kom, nog een honderdmaal: (Allen.) Maria! wees geg., Maria! wees geg. Welaan nog duizendmaal.
Neen zonder eind of paal: (*) Van eiken serafijn,
Van eiken cherubijn:
Van gansch het Eng\'lenkoor ^ \'t Klink\' heel den Hemel door: .• Van ieder steen, hoe klein, ^ ^ Van ieder korengrein:
1 Van \'t bloempje langs den stroom, g-3 Van \'t blaadjen op den boom: -2 Van \'t kleinste spiertje gras ^ 0 Van \'t diertje uit \'t kleinste ras: g | Van heel het vog\'lenheir, ^
Van \'t kleinste vischje in \'t meer: Kortom! van al wat leeft, 2
Van alles wat er zweeft: quot;quot;
Van ieder aardsche vrucht, s Van water, vuur en lucht: •quot;* \'k Laat u ook kiezen vrij,
Wat TT behaagt in mij:
Dan hoop ik na mijn dood Te zingen in uw schoot:
(Allen.) Maria.\' wees geg., Maria! wees geg.
(♦) Na elk: herhalen allen: Maria! Wees gegroet.
AVOMOET TOT MAMA.
Maria\'s beeld, te midden Van vroolijk schitt\'rend licht, Noodt om te komen bidden Bij \'t altaar Haar gesticht. Zij roept, tot Haar te komen, De hand vol zegenstroomen: Maria! Maria, Moeder, zegen ons! Wij vallen aan uw voeten,
Neem ons genadig aan;
Ontvang ons laatste groeten Voor dat wij huiswaarts gaan; Dan gaan we blij te moede, Vertrouwend op uw hoede. Maria! Maria, Moeder, zegen ons! Wij wijden u onz\' harten,
Voor \'t goede, dat ge ons doet; In blijdschap en in smarten, In voor- en tegenspoed.
Steeds willen we u vereeren, En uwen roem vermeeren.
Maria ! Maria, Moeder , zegen ons ! O Stort, met moederhanden, Uw zegen op ons neêr;
Verbreek des zondaars banden. En breng tot God hem weêr; Dan ziet Ge ons morgen weder, O Moeder goed en teeder!
Maria ! Maria, Moeder, zegen ons !
1159
Maria leev\'! wat glans en luister meng\'Ien Zich in dit Hart, van alle vlekken vrij! Maria leev\'! de Koningin der Eng\'len, De Moedermaagd aan \'t hoofd der Maagdenrij,
Maria leve! met God, Haar hind!
Leve Maria! die ons als moeder mint.
Maria leev\' 1 komt, laat ons vóór Haar knielen ;
Ze is dochter Gods, Gods moeder, Godes bruid. Maria leev\'! Ze is \'t heilverbond der zielen; Door Hare hand stort God Zijn gunsten uit. Maria leve! enz. {his.)
Maria leev\'! zou \'k immer Haar verlaten?
\'k Wafe liever dood en lag in \'t duister graf. Wat, zonder Haar, wat zou mij \'t leven baten ? Neen, God, breek eer den draad mijns levens af Maria leve! enz. {bis.)
Maria leev\'! laat me in Haar liefde leven.
Met Haar vereend, vrees ik noch dood, noch pijn; De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven, Zal liefdezucht voor U, Maria, zijn.
Maria leve ! enz. {bis.)
140
O MOEDER GODS.
O Moeder Gods!
O reinste Maagd!
Naar \'t voorbeeld onzer vad\'ren, Vertrouwen wij,
Nooit vruchteloos U smeekende te nad\'ren. {bis.)
Wij bidden ü, O Koningin!
Wend minzaam tocb Uwe oogen Van \'t glorielicht, Waarin Gij troont, Op ons in \'t stof gebogen. {Ins.)
Wij zuchten in Dit tranendal, Van noodgevaar omgeven, En moeten vaak In druk en smart En bange zorgen leven, {bis.)
Maar Gij, o troost, O hulp in nood, Wil onzer U erbarmen;
En berg ons, voor \'t Gevaar beschut, In Uwe Moederarmen, {bis.)
141
De duivel zoekt Ons ten verderf Zijn strikken uit te zetten.
Maar Gij, o kom, Wil met Uw voet Zijn helschen kop verpletten, bis.
De wereld tracht Door schijngeluk Ons aan de deugd te onttrekken; Maar geef, dat wij Nooit onze ziel Door \'t aardsche slijk bevlekken, bis.
Het vleesch is zwak. En steeds geneigd, Bedrogheil na te jagen;
Maar bid, dat wij,
Als \'t hoogst geluk, God zoeken te behagen, bis,
Maria bid.
Bid Uwen Zoon,
Dat wij, hoezeer omgeven
Van zonde en kwaad.
Toch immer rein Voor Godes aanschijn leven, bis.
142
O bid, dat wij Aan \'s levenseind In Jesns\' liefde sterven,
En na den dood Met u vereend,
Het rijk des Hemels erven. his.
Vreiie van Maria\'s MMmn.
(Refr.) Kinderen van Maria, Zwaait de zegevaan, Zingt hlij: Alleluia;
Nooit kuut gij vergaan !
\'s Hemels rijksten zegen
Stort zy op u neer;
Doch Gods bliksems tegen \'s Afgronds vloekbaar heer.
(Refii.) Kinderen, enz.
Moeder door Uw blikken,
Vol van Majesteit,
Doe den duivel schrikken, Die ten afgrond leidt.
143
(Refr.) Kinderen, enz.
Op de woeste baren
Van dit vreemde strand,
Red uit de gevaren,
Toon ons \'t Vaderland,
(Reph.) Kinderen, enz.
Licht in duisternissen, Lievelijke Maan!
Kan men \'t voetpad missen, \'t Oog op U geslaan?
(Refr.) Kinderen, enz.
Mild in zegenstralen,
Zonne der natuur!
Moeder! kom ons halen In ons stervensuur.
(Refr.) Kinderen, enz.
LOFZANG EN OPDRACHT m HET H. HART VAN MARIA.
O Maagd, o schoonheid, nooit volprezen, O Moeder van \'t Oneindig Wezen,
Wat luister schittert van üw\' Troon! De Seraf, aan zich zelv\' onttogen. Juicht, voor üw grootheid neergebogen: O Koningin, wat zijt Gij schoon! bis.
144
Al mist, Maria! \'t aardsche duister Het schouwspel van üw\' grootschen luister,
Ons koestert toch üw liefdegloed. Ja, de Engel roeme Ow\' heerlijkheden, Wij juischen, jub\'len hier beneden:
O Moedermaagd, wat zijt Gij goed! bis.
Dank, dank voor zoo veel liefdedaden, Voor zoo veel duizende genaden.
Gevloeid door Uwe liefdehand!
Ontvang, voor al die zegeningen,
Maria, van Üw lievelingen
Hun hart tot eeuwig onderpand, bis.
O Moeder! altoos even teeder,
O, zie met welbehagen neder
Op \'t Offer van üw dierbaar kroost! Schrijf in üw\' hand ons aller namen. Neem in üw hart onz\' harten samen; Dan,Moeder lief, zijn wij getroost! bis.
Dan mogen vrij de winden tieren. De bliksems door het luchtruim gieren,
En monsters jagen door de zee; Vergeefs hun razen, hunne woede. Wij zeilen onder üwe hoede Beveiligd naar de hemelree! bis.
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen. Daar zingen wij met blijder stemmen,
Geschaard om üwen zegen troon, üw\' Naam tot lof en God ter eere: Maria, Moeder van den Heere,
Wat zijt Gij goed I wat zijt Gij schoon! bis.
145
MARIA TROOST ONS.
Koor. Moeder des Heeren,
\'k Wil U vereeren,
O, Troost voor \'t hart In smart.
Beste der moed1 ren,
Schenk me alle goederen,
Wat zijt Gij goed ( . .
En zoet. f
So li o.
Gij schenkt troost aan \'t bedroefd geweten, Gij komt tot ons in angst en nood.
Gij slaakt des zondaars ijz\'ren keten, En redt hem dus van d\' eeuw\'gen dood.
Kook. Moeder des Heeren, enz.
Solo.
üw zoete hand droogt af onz\' tranen. Uw naam zoo zacht geneest ons wee;
Ja. zelfs üwe ijv\'rige onderdanen Doen blij op \'t kerkhof hunne beê.
Koor. Moeder des Heeren, enz.
solo.
Uw teed\'re ziel kan \'t geenszins lijden, Dat iemand ooit ellendig zij;
Gij komt met ons in \'t sterfunr strijden, En voert tot God ons naast Uw\' zij.
146
Koor. Moeder des Heer en, enz.
Solo.
ü wijd ik dus wat me ooit moog\' kwellen,
ü draag ik al mijn kruisen op;
\'k Weet dat mij niets dan kan ontstellen, Wijl \'k zoo de bron van weemoed stop.
Koor. Moeder des Heeren, enz.
OUD MEI-LIED.
Heuvels, dalen, bosschen, velden. Vloeden, wilt den lof vermelden,
Doet den prijs der deugden gelden, Van Maria morgenschoon, his.
Beekjes, met het lief geklater Van uw zilverkleurig water,
Vogeltjes, met zoet geschater.
Zingt Maria \'t loflied toe. his.
Zingt, o Moeder-koninginne,
Schoonste Maagd en Rijksvorstinne, Maak, dat ik U steeds beminne; Eer aan God, wyl Hij u schiep! bis.
7
147
Gij zijt door üw\' liefdestralen Eene zon der hemelzalen;
Niets kan bij Uw\' reinheid halen, O, Gij maan van \'t hemelrijk! bis.
Geur verspreidt Gij als de rozen, \'t Hoogste schoon moet voor U blozen. Lelie onder vlekkeloozen,
Toonbeeld van lieftalligheid! bis.
God ziet onder duizendtallen U, de ootmoedigste van allen, \'t Is met eind\'loos welgevallen.
Dat Hij op üw\' schoonheid ziet. bis.
Heilige Maria, Moeder,
Dochter van den Albehoeder,
Wees Uw\' kind\'ren immer goeder, Bij Uw\' Jesus, bij Uw\' Zoon. bis.
148
MEIMAAND.
Nieuwe Wijze.
In deze maand van bloemen, In deze maand zoo schoon;
Laat ons Maria roemen, De Moeder van Gods Zoon!
De velden, bergen, dalen,
Zijn in hun vollen glans;
o, Gaat daar bloemen halen En vlecht ze tot een krans!
(Refrein.) In deze maand van bloemen, In deze maand zoo schoon, Laat ons Maria roemen De Moeder van Gods Zoon !
Maria, onze Moeder,
Maria, onze troost!
Bekom van d\' Albehoeder Steeds zegen voor uw kroost.
Van alle zielsgevaren.
Van allen ramp en druk
Blijf ons toch vrij bewaren, Bevestig ons geluk.
(Refrein.) In deze enz.
Gij zijt zoo goed, zoo teeder, Maria, Moeder zoet;
Zie gunstig op ons neder, Wij liggen aan uw voet.
149
Als satan ons wil vangen
In \'t schandig zondennet, Verhoor ons smeekgezangen, Verhoor ons smeekgebed. (Refrein.) In deze enz.
Bij \'t einde van ons leven,
Als God ons voor Zich daagt, o, Doe de hel dan beven, Wanneer zij ons belaagt; o. Kom ons dan ook halen,
Bewogen met ons lot;
Breng ons in de eeuw\'ge zalen, o, Breng ons dan bij God! (Refrein.) In deze enz.
^tiulde en hede aan Maria. Nieuwe wijze.
Komt! heffen wij een loflied aan,
Luid klimm\' het op van de aard\'. Tot voor den troon, waar de Eng\'len staan;
\'t Zij met hun lied gepaard. Wij zingen op den toon van \'t stof,
En knielen voor U neêr. Wij staamlen dankbaar Uwen lof,
O Moeder van den Heer!
Dat onze lof U niet mishaag\',
O Hemelkoningin!
Al is de toon van \'t stof te laag. Hij dring\' ten hemel in.
150
Wat sterv\'ling, die zoovéél vermocht,
Wat haalt er bij Uw\' eer:
Nooit is Uw\' hulp vergeefs gezocht, O Moeder van den Heer.
Uw ootmoed was zoo gadeloos,
Zoo min\'lijk in Gods oog.
Dat U Zijn Zoon tot Moeder koos
En neêrkwam van omhoog; O Morgenster der zaligheid!
Hij daalde op aarde neêr. De Redder, eeuwenlang verbeid, O Moeder van den Heer.
Verbaasd en woedend was de hel
Om \'t heil van ons geslacht,
Toen U de Aartsengel Gabriël De hemelboodschap bracht; Hoe Satan dreig\' bij eiken tred.
Wij vreezen hem niet meer; Uw Zoon heeft hem den kop verplet, O Moeder van den Heer!
Hoe lieflijk klonk der Eng\'Ien toon
Voor de eerste maal op aard\',
Toen Gij, o zuiv\'re Maagd! Gods Zoon
In Bethl\'em hebt gebaard;
Het hem eikoor juichte in ons lot
En daalde om \'t kribje neêr: Het zag — een menschgeworden God! U — Moeder van den Heer!
151
Wij roepen nóg met heel de Kerk
Door de eeuwen heen U aan:
Heeft Jesus \'t eerste wonderwerk
Niet op Uw hee gedaan?
Ach, zie beschermend van omhoog
Hier op Uw kind\'ren neêr; Aanschouw ons met meêdoogend oog, O Moeder van den Heer!
Toen Jesus aan het kruishout hing.
Ons \'t eeuwig heil verwierf,
Gaf Hg U aan Zijn\' lieveling.
Eer Hij voor allen stief;
Gij werdt Zijn Moeder, Hij Uw Kind,
Wij deelen in die eer:
Ach, dat Uw voorspraak ons dan redd\', O Moeder van den Heer!
Uw Moeder is Zij, Pelgrim schaar!
Die U getrouw bemint;
Zeg, zeg in alle zielsgevaar:
Ach, Moeder! hoor Uw kind! Zie, lieve Moeder, vol gena!
Zie op Uw\' Pelgrims néér: Uw\' liefde heeft geen wederga, 0 Moeder van den Heer!
Ach, Moeder van barmhartigheid!
Onttrek Uw\' hulp ons niet;
Als ons de wereld lokt en vleit En Gij ons wank\'len ziet,
152
Of Satan ons zijn strikken zet Door wellust, goud of eer:
Ach, dat Uw\' voorspraak ons dan redd\', O Moeder van den Heer!
Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,
Of ramp bij ramp ons slaat,
Als wat we ook pogen, wreed mislukt.
Ons alle hoop vergaat.
Als ons deze aard\' geen troost meer biedt.
Zie Gij dan op ons neêr.
En weiger ons Uw\' hulp toch niet, O Moeder van den Heer!
Als \'t albeslissend sterfuur slaat,
En \'s levens licht verdwijnt Voor de eeuwigheid, die opengaat
En aan de ziel verschijnt:
Ach, dat ik dan mijn brekend oog,
Mijn Moeder, tot U keer\'.
Uw zoeten blik ontmoete omhoog, O Moeder van den Heer!
Bescherm Uw Pelgrims op hun baan
En waak aan onze zij;
Hoor, Moeder! hoor U w kind\'ren aan
En blijf ons altoos bij.
Wat lot ons in dit leven beid\',
U zingen wij ter eer,
U zingen we eens in eeuwigheid, O Moeder van den Heer!
153
MAEIA, Up ii ata nil.
Wijze: O, vijf werelds klare lichten, WMNIGE STEMMEN.
Wie kan hier de ramp ontvluchten?
Wie, wie moet niet pijnlijk zuchten? Ja, hier is \'t een tranendal,
Waar men altijd weenen zal.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
f Pelgrim, staak dat hitter klagen , Ga Maria hulpe vragen,
Smeek, vertrouw; want Haar gebed Heeft zoo menigeen gered.
Zij zal u beschermen!
WEINIGE STEMMEN.
Wend ik landwaarts mijne schreden,
Zoek ik \'t welzijn in de steden, Overal is ramp en druk,
Overal is ongeluk.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
•j- Pelgrim, enz.
154
weinige stemmen.
Ginds zijn kreup\'len, lammen, blinden, Hier is ziekte en smart te vinden; Werwaarts ik mijne oogen wend, \'k Zie niets anders dan ellend\'. Wie zal ons beschermen?
allen.
f Pelgrim, enz.
weinige stemmen.
Ook de dood doet tranen vloeien,
Doet het heer van rampen groeien. Schoon hij waarlijk eindpaal is Van de smart en droefenis.
Wie zal ons beschermen?
allen.
f Pelgrim, enz.
weinige stemmen.
Had ik hier slechts ramp te vreezen, O, het zou nog draag\'lijk wezen ; Dan de duivel briescht ook rond. Dreigt myn\' ziel op ied\'ren stond. Wie zal ons beschermen?
allen.
f Pelgrim, enz.
155
WEINIGE STEMMEN.
Hier door \'t wulpsche vleesch geprikkeld, Daar in oogenlust gewikkeld.
Ginds in \'s levens hoovaardij; Nimmer van bekoring vrij.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
■)• Pelgrim, zwijg, houd op met Magen, Ga Maria, enz.
WEINIGE STEMMEN.
Welke stem gebiedt mij \'t zwijgen? Zal ik troost en bulp verkrijgen,
Als ik ze aan Maria vraag,
Zwijgend bid en niet meer klaag? Zal Zij mij beschermen?
ALLEN.
f Veilig kunt gij uw vertrouwen,
Pelgrim, op Haar\'\' voorspraak houwen. Smeek, enz.
156
^SMEEKLIED TOT J^ARIA.
Wijze: Maria, wij vallen U te voeten.
Wij buigen ons met diep verneêren, O Troosteres ia smart en pijn;
Nooit eindend zullen wij U eeren, 0, laat ons U bevolen zijn!
f Wanneer we iets smeeken Tot zaligheid,
Dat Ge onbezweken Dan voor ons pleit\'\';
O, breng ons. Moeder, Tot zaligheid!
Och, dat Gij, Moeder,
Steeds voor ons pleit\'!
Wij bidden uit den grond des harten, O Troosteres enz.
Wij smeeken bij Uw zeven smarten, O, laat ons enz.
Wanneer we iets smeeken enz.
Wil ons gestaag Uw\' bijstand geven, O Troosteres enz.
Zoolang het stof ons blijft omgeven, 0, laat ons enz.
f Wanneer tce iets smeeken enz.
155
WEINIGE STEMMEN.
Hier door \'t wulpsche vleesch geprikkeld, Daar in oogenlust gewikkeld.
Ginds in \'s levens hoovaardij; Nimmer van bekoring vrij.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
■)• Pelgrim, zwijg, houd op met Magen, Ga Maria, enz.
WEINIGE STEMMEN.
Welke stem gebiedt mij \'t zwijgen? Zal ik troost en bulp verkrijgen,
Als ik ze aan Maria vraag,
Zwijgend bid en niet meer klaag? Zal Zij mij beschermen?
ALLEN.
f Veilig kunt gij uw vertrouwen,
Pelgrim, op Haar\'\' voorspraak houwen. Smeek, enz.
156
^SMEEKLIED TOT J^ARIA.
Wijze: Maria, wij vallen U te voeten.
Wij buigen ons met diep verneêren, O Troosteres ia smart en pijn;
Nooit eindend zullen wij U eeren, 0, laat ons U bevolen zijn!
f Wanneer we iets smeeken Tot zaligheid,
Dat Ge onbezweken Dan voor ons pleit\'\';
O, breng ons. Moeder, Tot zaligheid!
Och, dat Gij, Moeder,
Steeds voor ons pleit\'!
Wij bidden uit den grond des harten, O Troosteres enz.
Wij smeeken bij Uw zeven smarten, O, laat ons enz.
Wanneer we iets smeeken enz.
Wil ons gestaag Uw\' bijstand geven, O Troosteres enz.
Zoolang het stof ons blijft omgeven, 0, laat ons enz.
f Wanneer tce iets smeeken enz.
159
Toon dan te wezen onze Moeder,
O Troosteres enz.
Bij uwen Zoon, den Aardbehoeder, O, laat ons enz.
f Wanneer we iels smeeken enz.
Opdat wij Jesus mogen loven,
En U, o steun in smart en pijn. Met alle Heiligen daar boven,
O, laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
160
Vereering der Vijf Wonden.
Wijze: O Vijf werelds klare lichten.
Vijftal klare wereldlichten,
Waar de helmacht voor moest zwichten, Weert van ons der zonden nacht, Schenkt ons tegen Satan kracht.
f Heer, ontferm U onzer! O, Maria! Koninginne,
Moeder van de zuivere minne,
Die ter zij van \'t moordhout stond, Waar de zonde Uiv\' Zoon aan hond, Bid voor ons, Maria!
Trouwe panden van den Heere, Vol van liefde, vol van eere.
Ik zou Thabor laten staan.
Mocht ik hier mijn tent opslaan!
f Heer, ontferm U onzer! enz.
Jesus, Uwe purpre wonden.
Tolbetalers onzer zonden.
Groeten wij in heil en smart. Groeten wij met mond en hart f Heer, enz.
161
Deze vijf getrouwe vaten,
Storten uit met volle maten Olie, honig, kostb\'ren wijn.
Om te zalven onze pijn.
f Heer, enz.
Wees gegroet, o vijftal bronnen, Voor de ziel nooit leêggeronnen; Waar gaf ooit het Paradijs Zoeter drank of beter spijs?
f Heer, enz.
Alom waar deez\' wonden stralen, Is de beste druif te halen.
Zag de mensch wel ooit geplant Beter wijngaard op zijn land?
f Heer, enz.
Och, ware ik in deze wonden. Vastgeklemd en vastgebonden.
Deze kerkers gaven mij,
Vrijdom van myn slavernij!
f Heer, enz.
Die daar wonen met hun zinnen, Die daar krank zijn, die daar minnen. Die daar werden als een lijk.
Erven \'t eeuwig Hemelrijk.
f Heer, enz.
162
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, — En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
Looft, o Krist\'nen, t\' alle tijden Jesus Christus bitter lijden;
Laat zoo lang uw hart toch slaan. Als de wonden open staan !
f Heer, enz.
Wilt met uwen zang begroeten Zijne handen, Zijne voeten;
Eert de wonden van Zijn\' zij Met een vrome melodij.
f Heer, enz.
Deze voeten, deze handen.
Zijn uw toevlucht, zijn uw panden; Daar, gevloden aan Zijn\' zij.
Zult gij wezen altijd vrij.
f Heer, enz.
Lieve Jesus! tot Uw\' krachten Zijn mijn zuchten en gedachten;
Maak toch zuiver, maak toch licht, Al mijn zonden, heel mijn plicht. Heer, enz.
163
O, dat daar de druppels vielen, Ook op de allerbooste zielen, En bizonder op de mijn\',
Hoe zou ik veranderd zijn!
f Heer, enz.
Komt dan, Krist\'nen, herwaarts snellen , Om uw harten te herstellen;
Deze wonden zijn u \'t bad Van het zondewasschend nat! f Heer, enz.
Hier zijn schatten, hier zijn mijnen Van saffieren, van robijnen;
Hier zijn paarlen, hier is \'t al Wat de ziel versieren zal ■f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, — En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
Ziet, de zon is opgerezen!
Gaan wij in ons boek nu lezen, Welks begin is Bethlehem, En het eind Jerusalem, f Heer, enz.
164
Vroeg was \'t boek des eersten vaders, Wien de dood op vijgebladers Onze namen had geprint Met den allerzwartsten int.
f Heer, enz.
Maar, o liefde! ons is het leven Weêr met Jesus bloed geschreven. Toen de nagels, toen de spies Ging door \'t heilig vleesch en vlies, f Heer, enz.
Koolzwarte inkt was de eerste zonde, Rooden inkt geeft Jesus wonden. En de nagel is de stift Voor het Godd\'lijk lijdensschrift. •}• Heer, enz.
Krist\'nen, wilt dan \'t boek ontsluiten, Blank van binnen, rood van buiten; Elke regel, dien ge er vindt,
Leert, hoe God den mensch bemint, f Heer, enz.
Weg dan, breede boekenkamers! \'s Lijdens naag\'len, doornen, hamers, Jesus handen, voeten, zij\'
Zijn het beste boek voor mij. f Heer, enz.
165
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, — En Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f Fleer, enz.
Wil dan, Jesus, wil gedoogen,
Dat ik hef tot U mijne oogen,
Dat ik, als \'t verloren kind,
Ga tot U, die mij bemint.
f Heer, enz.
Ik ontwaar Uwe open armen:
Woudt Ge er mijner in erbarmen! Dat onschatbaar liefdeblijk Maakte mij deze aard te rijk. f Heer, enz.
Weest gegroet, doorwonde handen,
Gadelooze hemelpanden:
O, wat held\'re diamant Is in elke palm geplant!
f Heer, enz.
Liefste Jesus, laat deez\' handen.
Aan mijn\' ziel toch zijn twee banden, Opdat worden vast en stil Mijn verstand en hart en wil! f Heer, enz.
166
Handen, ach! zoo wreed doorslagen Ach, ik moet mij zeiven vragen. Wie kon zoo die naag\'len slaan, Als mijn\' zonde \'t heeft gedaan ? f Heer, enz.
Handen, die van mirre vloeien,
Wilt mijn\' ziel er meé besproeien; Open handen, laat mijn hart Weenen bij de lijdenssmart!
f Heer, enz.
Komt dan, zielen! komt hier halen Baat en troost voor alle kwalen;
Komt hier vinden medicijn Tegen \'t eeuwig doods venijn!
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, — En Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f Heer, enz.
Liefste Jesus! mocht ik groeten Waardig Uw\' gewijde voeten.
En ze kussen vol van vree,
Zoo als Magdalena deê!
f Heer, enz.
167
Heilige doorwonde Voeten,
Waar de nagel in dorst wroeten, O, wat gingt Ge ons rustloos voor Op het steile hemelspoor!
-j- Heer, enz.
Gingt Gij niet in alle hoeken Om \'t verloren schaap te zoeken? O, wat heeft het zweet gekost. Eer het menschdom werd verlost! f Heer, enz.
Waar ge, o Heil\'ge Voet! mocht komen. Werd den dood zijn macht benomen: Doof- en blind- en stomheid vlood, \'t Lijk ontsnapte aan wreeden dood. f Heer, enz.
Gij rust moê op de fonteine.
Om te wachten eene onreine. Een\' Samaritaansche vrouw. Van wie Jesus drinken zou.
f Heer, enz.
Hg laat zich van \'t onze drenken, Maar wil beter water schenken; Hg geeft \'s hemels volle vat Voor één druppel oogennat.
f Heer, enz.
168
Voeten! ach, zoo wreed doorslagen,
Ach, ik moet mij zeiven vragen: Wie koa zoo die naag\'len slaan, Als mijn\' zonde \'t heeft gedaan? f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, En Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f Heer, enz.
Heil\'ge zij, nooit leêggevloten,
Waar een speer die wond kwam stooten. Waaruit bloed en water vloot.
Toen Longinus \'t oog ontsloot! f Heer, enz.
Open zijde, waar de vonken
Van des Heilands Hart door blonken. Werd ik, ach, door dezen brand Een volkomen offerhand\'!
f Heer, enz.
\'t Menschdom schouwt door deze wonde
De eerste zaalge levensstonde: O, Waarachtig Pelikaan,
Zie toch Uwe jongen aan!
f Heer, enz.
169
Wees gegroet, doorstoken borste, Hartewond, waarnaar ik dorste Als een jonggeboren kind,
Dat aan \'s moeders borst zich vindt!
f Heer, enz.
Waar\' tnijn\' ziel dat heil beschoren Van den hulplooz\' eerstgeboren!
Laafde ik aan Uw Hartebloed, Jesus, mgn verzengd gemoed! f Heer, enz.
Kom, mijn\' ziele, leer hier minnen. Kom met Elzearus binnen;
Baar vooral dit Godd\'lijk Hart Door de zonde geene smart!
f Heer, enz.
Geef, o Jesus, Welbeminde.
Dat mijn hart aan \'t Uw\' zich binde; Voor dien band geef ik den schat. Dien de wereld kostlijks had! f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen !
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt. En Zijn Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
170
Wees gegroet, o vijftal wonden, Borge voor der wereld zonden, Leidstar in de duisterheid,
Haven, die ten hemel leidt! f lieer, enz.
Vijftal, ark in watervloeden.
Waar het duifje heen zal spoeden; Regenboog van \'t heilverbond. Waar de hoop niet op verzwond! t Heer, enz.
Goudmijn zijt gij, heil\'ge Wonden, Waar nooit grond van is gevonden \'t Arme hart, dat U betrouwt, Wordt van aarde louter goud! f Heer, enz.
Lazarus, leg hier uw leden;
Koelheid treft hier nooit uw bede; Als men klopt aan deze deur, Staat zij open voor getreur. f Heer, enz.
Leert mijn hart de wreedheid voelen, Nagels! waar gij meê wilt doelen; Zeg mij, lans, hoe diep gij gaat, Zeg, hoe diep uw wonde slaat! f Heer, enz,
8
171
Leer ons meer en meer doorgronden \'t Bitter lijden van Zijn wonden; En de maat van al de pijn Zal die onzer liefde zyn.
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vyflal wonden draagt, En Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f Heer, enz.
Eer de laatste zonnestralen In liet westen nederdalen.
Vallen wij met droef gemoed Jesus wonden weêr te voet. -j- Heer, enz.
Alle boosheid moet verdwijnen;
Jesus\' licht zal ons beschijnen, Hoe de Satan \'t lengen tracht Van der zonden zwarten nacht. •|- Heer, enz.
Heil\'ge Maagd, dat ons die wonden \'t Reinigsbad zijn onzer zonden; Maak, dat ons Zijn dierbaar Bloed Aan de hemeldeur ontmoet\'! f Heer, enz.
172
Opdat wij Hem eens daar boven In der eeuwigheid gaan loven,
Waar Hij voor Zijns Vaders troon Deze wonden stelt ten toon.
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, — En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
SmeelM voor ie DverMenen.
Wijze; O vijf werelds, enz.
Uit de diepe boetekolken Dringt de noodkreet door de wolken Van hen die, in straf en pijn, In de plaats van zuiv\'ring zijn: ■}• Heer, ontferm IJ hunner!
O Gij, Moeder der genade, Kom hun in den nood te stade; Wil hun toch behulpzaam zijn, Ach, verlicht, verkort de pijn: Bid voor hen, Maria!
173
Aan deze aarde nu ontvloden,
Rust hun\' asch iu \'t rijk der dooden; Maar hun\' zielen rusten niet Voor Ge ontfermend op hen ziet: f Heer, ontferm U hunner! enz.
Sinds de dood de boei wou slaken Om uit \'s levens droom te ontwaken, Kennen zij geen heilgenot Dan in Uw bezit, o bod.
-j- Heer, ontferm U hunner! enz.
Hoe het blaak\'rend vuur ook jage, Hoe de wroeging duurzaam knage. Ver van hunnen God te zgn, Is hun grootste straf en pijn: -j- Heer, ontferm ü hunner! enz.
Hulploos wringen zij de handen; Want, gekneld in kerkerbanden, Smachten zij vergeefs naar bod; Ach, hoe schrikk\'hjk is hun lot: f Heer, ontferm U hunner! enz.
Of zü zuchten, weenen, kermen. Bidden, dat Ge U moogt ontfermen, Ach, tot laaf nis in \'t verdriet, Baat hun al hun bidden niet:
-j- Heer, ontferm U hunner! enz.
174
In hun weêrloos onvermogen Zien ze op ons met smeekende oogen, Ons hun troost en toeverlaat,
In hun deernisvollen staat:
f Heer, ontferm U hunner! em.
Moog\'lijk zijn zij, die daar klagen, Ach, onze ouders, vrienden, magen; Ach, wie weet, of van hun pijn. Wij misschien niet de oorzaak zijn? f Héér, ontferm ü hunner! enz.
Door gevoel van plicht gedreven. Bidden we U, hen te vergeven;
Eindig hunner zonden straf,
Wisch geheel hun\' smetten af: f Heer, ontferm U hunner! enz.
Dat zij die üw dienst beminden.
Toch bij U ontferming vinden;
Om het lijden van Uw Zoon,
Plaats hen om Uw hemeltroon: f Heer, ontferm U hunner! enz.
Geef hun, die van liefde blaken. Dat zij haast de plaats genaken.
Waar Uw Goedheid zich onthult En der zielen wensch vervult: f Heer, ontferm U hunner! enz.
175
Ach, vergeef hun hunne zonden Om des Heilands dierb\'re wonden; Maak hen van de straffen vry, Maak hen eeuwig, eeuwig blij:
-j- Heer, ontferm U hunner! enz.
Diep voor ü in \'t stof gebogen, Smeeken we U, heb mededoogen; Ach, wij bidden \'t U zoo zeer, Heb erbarmen. Hemelheer! f Heer, ontferm ü hunner! enz.
Wijze: Adieu, adieu wij scheiden.
Vaarwel vaarwel, wij scheiden,
Vaarwel, o Kevelaar;
Langs heuvel, dal en heide Keert onze Pelgrimschaar!
f Blip Moeder Gods ons bij . Dat Ge ons all\' ten voorbeeld zij;
Help ons in allen nood,
Maar bizonder in den dood!
Maar schoon wij huiswaarts keeren.
Ons hart en ziel blijft daar;
Gods Moeder te vereeren.
Boeit ons aan Kevelaar.
f Blijv enz.
176
Och, mochten velen kennen, Wat heil ons hart hier draagt;
Zij zouden zich gewennen, Aan Uwe dienst, o Maagd!
f Blip enz.
Wi] zullen het vertellen, Aan eiken Kristenvriend,
Aan huren en gezellen,
Hoe Gij hier wordt gediend.
f Blijv\' enz.
Langs velden en langs stroomen, Zij steeds Uw naam vereerd.
En als wij wederkomen.
Zij ons getal vermeerd.
f Blijv enz.
Dat velen \'t harte gloeie Van zuiv\'re Godsdienstmin;
Dat in Uw\' dienst steeds bloeie Elk Kristen-huisgezin.
f Blijv enz.
Vaarwel, vaarwel, wij scheiden, Vaarwel, o Kevelaar;
God moog\' ons weêr geleiden Naar hier het volgend jaar!
f Blijv\' enz.
177
Vóór Je Mis van MlaaM.
Wijze; Nato Deo.
fleil\'ge Maagd! de plaats van onze woning
Ziet ons weêr van onze huldetooning; \'t Altaar vindt üw Pelgrims Her te samen; Dankbaar dat ze in welstand wederkwamen
(Refrein) Gij waart ome Sterre
Op den af gelegden tocht,
Toen ons harte \'t Aardsche tartte En alléén üw eere zocht!
Heil\'ge Maagd en Moeder! hoor ons heden, Neem ze liefd\'rijk aan, de warme beden. Die ons uit den gloei\'nden boezem wellen En het vurig danklied vergezellen.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Koningin der zaligen en Eng\'len !
Keur ons staamlen waard om zich te
[meng\'len Met de reine tonen, die daar boven ü in eeuw\'ge melodieën loven.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
178
Hemelsch vat van uitgelezen deugden, Waar zich de aarde en hemel in verheugden!
Breng ons danken willen en ons wenschen Voor den hoogen troon des Zoons der
[menschen,
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Troosteres der zondaars, ja wij danken, Diep geroerd, ofschoon in stamelklanken.
Dat wij om als Mid\'lares U te eeren, Gingen, baden en behouden keeren.
(Refrein) Gij ivaart onze Sterre, enz.
Moeder Gods! verlevendig ons streven. Om in Uw dienst waardiger te leven,
Doe dat de ons door ü verleende gaven Zaden zijn voor weel\'ge pelgrimstaven.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Moeder Gods, o, zegen onze schreden, Blik op ons in vóór- en tegenheden.
Help ons steeds het oog naar U te richten. Wil ons pad door \'t zondendal verlichten.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Heil\'ge Maagd en Hemelkoninginne! Dat. ons hart in vuurgen ijver winne:
Laat het steeds in dankgevoel vermeêren In het uur van heilvol wederkeeren.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
179
Na 9e Is van DanüaaM.
Maria in den Hemel.
Wijze: Nato Deo.
Laat ons hoog Gods lieve Moeder eeren
Die haar oogen wis naar ons zal keeren; Als wij Haar in diepen ootmoed bidden Zendt zij zegen neder in ons midden.
f Moeder Gods verheven,
Ach, verwerf ons hij TJw1 Zoon, Als wij sterven,
Dat wij erven,
Namaals ook des hemels loon!
Door Gods hulp ten hemel opgevaren, Zit Gods Moeder boven de Eng\'lenscharen Naast Haar Zoon , in eeuwigdurend juichen, Ons ten schuts, die voor Haar nederbuigen.
t Moeder Gods verheven, enz.
Daar, gekroond met onverwelk\'bre bloemen, Om Haar schat van deugden, niet te noemen, Zal Zi) wis de zondaars niet vergeten. Die Haar dienen met een rein geweten.
f Moeder Gods verheven, enz.
180
Had de Hemel Haar eens uitverkoren, Dat een Godtnensch werd uit Raar geboren, Wat zal ons de Heiland dan niet schenken Als Zijn\' Moeder onzer blijft gedenken!
■j* Moeder Gods verheven, enz.
Ja, daar kan men zeker op vertrouwen, Dat, wanneer men \'toog omhoog blijft houén En Gods Moeder waardig houdt in eere, Zij voor ons zal spreken bij den Heere!
t Moeder Gods verheven, enz.
Laten wij den Heer met hart en zinnen Jesus en Zijn\' lieve Moeder minnen. En door vroom den Rozenkrans te lezen Tevens ook den weg der zonden vreezen.
t Moeder Gods verheven, enz.
Looft Haar, de Verhoorster van ons smeeken. Die voor ons bij God met vuur blijft spreken; Zij den Vader, zij den Zoon geprezen. En den Heil\'gen Geest, drieüen van Wezen.
f Moeder Gods verheven, enz.
181
SkIiM aai ta H. M
Heil\'ge Josef! trouwe hoeder Van uw god\'lijk Voedsterkind,
Die uw Jesus heel uw leven Onuitspreek\'lijk hebt bemind: (bis.) Heil\'ge Josef! vraag dat wij | x Hem beminnen zooals gij. J ^
Heil\'ge Josef! die uw\' Jesus In uw stulpje met u hadt,
Vaak van d\'arbeid tot Hem opziend, Stil en innig Hem aanbadt: {bis.) Heil\'ge Josef vraag dat wij 1 /^.g Jesus dienen zooals gij. J
Heil\'ge Josef! door Gods Zone In uw ned\'rig werk verlicht!
Daar Maria \'t oog vol liefde Op haar Kind en Bruigom richt: (bis.) Vraag dat in hun aanschijn wij 1 , Ons verblijden zooals gij. J ^ \'\'
Heil\'ge Josef! die in de armen Van uw Bruid en Pleegkind stierft, En voor uw getrouwe liefde \'t Loon der eeuwigheid verwierft: {bis.) Heil\'ge Josef! vraag,\'dat wij 1 ^ Zalig sterven zooals als. J v
182
LOFLIED AAN DIN H. JCSEF,
als Patroon der II. Kerk.
Nu rij ze op heel het wereldrond,
Als in de hemelsfeer,
Een nieuw gezang uit aller mond,
o Josef, u ter eer. {bis.)
Want u, Maria\'s Bruidegom
En Hoeder van Gods Zoon, U vroeg \'t geloovig volk alom Ten dierb\'ren schutspatroon, {bis.)
Al \'t Vadertal van \'t Vatikaan,
Het drong met \'s Heereu volk Vereend op üw verheffing aan
Bij Gods onfeilb\'ren tolk; {bis.) En Piüs, in wiens vaderhart
Men \'t uwe wedervindt,
Hoe heeft hij in zijn vreugde en smart, o Josef! u bemind! {bis.)
Uw Onbevlekt Ontvangen Bruid
Heeft hij met eer gekroond.
En op haar Feestgetij ook luid
Zijn liefde aan u getoond; {bis.) Hij gaf u op dat dubbel Feest Tot schutspatroon der Kerk,
Opdat nu tegen Satans geest
Uw vadermacbt haar sterk! {bis.)
183
o Gy, eens zwoegend in een stulp
En toch zoo vorst\'lijk groot!
o Reik der Kerk die vaderhulp,
Die ge in haar oorsprong boodt. (bis.) Toen gij Maria en Gods Zoon
Zoo trouw hier hebt behoed,
Wees, koninklijke Schutspatroon!
Wees van Gods Kerk gegroet, (bis.)
Tot u roept zij vervoerd van min.
Wijd over \'t gansch heelal.
Tot u, o Hoofd van \'t Godsgezin!
Met dankbaar lofgeschal, (bis.) Die in Maria en Gods Zoon
De Kerk reeds hebt behoed :
Wees, Patriarch en Schutspatroon! Wees, Josef! wees gegroet, (bis.)
o Vader! zie ons tot u gaan
Met Pius (Leo) , met Gods Kerk, En hoor \'t eenparig smeeken aan. Voltrek, voltrek uw werk! {bis.) Gij die des Opperkonings Zoon,
Zijn Moeder hebt behoed: o Patriarch en Kerkpatroon !
Wees, Josef! wees gegroet, {bis.)
184
EEREBOETE-LIED
IN VEREENIGING MET ONZE H.H. MARTELAREN VAN GORKUM.
Jesus! Offer van \'t altaar,
U door \'t ongeloof bestreden, U door Gorkums Heldenschaar Tot hun jongsten snik beleden: Jesus! U zij lof bereid, |
Nu en tot in eeuwigheid. J
U in \'t Heilig Sakrament
Ons ten gastvriend, spijs en leven,
U door \'t ongeloof miskend.
Door Uw Mart\'laars hoosr verheven
Jesus! U zy lof bereid, 1 ^
Nu en tot in eeuwigheid. J
\'s Vaders en Maria\'s Zoon! Ach! wat al ondankb\'ren steken Zoon en Moeder naar de kroon; Wij dan met uw Mart\'laars spreken U en haar zij lof bereid, | ^ Nu en tot in eeuwigheid. J
185
Hemelkoning! ook gehoond In de U dierb\'re vriendenkringen, Die Gij met Uw glorie kroont;
Hoor ons met Uw Mart\'laars zingen: U en hun zij lof bereid, 1 Nu en tot in eeuwigheid. J
U, gesmaad in \'t Heilig Hoofd Der vereende Kristenscharen, U in hem door \'t bloed geloofd Onzer trouwe Martelaren:
U en hem zij lof bereid, 1 ^
Nu en tot in eeuwigheid, j
Jesus! in uw Kerk bespot,
Met haar macht, haar leer en leven,
U haar Bruidegom en God!
Door uw Mart\'laars luid verheven:
U en haar zij lof bereid, quot;K.g
Nu en tot in eeuwigheid. J
U, voor wien zich alle knie Over \'t gansch heelal moet buigen, Dat het U dan hulde biê Met uw Heil\'ge Bloedgetuigen:
U zij aller lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid. J
186
SMEEKLIED
tot onze ^xorkumscfye Martelaars,
als beschermheiligen voor een zaligen dood.
Klink\', Neêrlands Kerk! uw feestgeschal Voor kind\'ren van uw grond;
Voor Gorkums Heilig Broedertal Klink\' luid uw lofzang rond!
Ten derden maal kwam \'t Eeuwgetij Van hun roemruchten dood,
Toen voor \'t geloof die Heldenrij Zich öod ten offer bood.
Verhef, mijn Kerk van Nederland! De glorie ons geschied;
Want neen! volmaakter offerand\' Dan \'t leven is er niet.
En niet een vluchtig oogenblik Schonk hun de zegekroon:
Eerst lange, bange stervensschrik
Verwierf hun \'t hemelsch loon.
Maar daarom is hun marteldood Zoo kostbaar in Gods oog,
Spreekt nog die liefdedaad, zoo groot. Voor ons bij Hem omhoog;
187
Voor óns, want de ónzen waren zij,
Van landaard, taal en bloed; En daarom, Neêrlandsch Heldenrij! Neem onze hulde en groet.
Maar vraag ook, dierb\'re Broederschaar!
Dat, om uw martelpijn.
God ons voor alle kwaad bewaar\'
En we eenmaal mét u zijn;
Die in \'t geloof zyt voorgegaan,
Trouw tot den folterstrik,
Vraag, dat ook wij onwrikbaar staan Tot d\' allerlaatsten snik!
En daar gij eerst na strijd op strijd
Uw zegepralen wont En nieuwe Schutspatronen zijt
Voor \'s levens jongsten stond: O vraagt dan, om uw Jubeluur,
O vraagt bij Jesus troon.
Voor ons een zalig stervensuur En \'t eeuwig glorieloon.
188
I.
MAGNIFICAT.
Magnificat * anima mea Dominum.
Et exult a vit spiritus meus: * in Deo sa-! lutari meo.
Quia respexit humilitatem ancillae suae: * ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.
Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus, i Et misericordia ejus a progenie in progenies, * timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo; * dispersit superbos mente cordis sui.
Deposuit potentes de sede, * et exaltavit humiles.
Esurientes implevit bonis, * et divites dimisit inanes.
Suscepit Israel puerumsuum, * recordatus misericordiee suae.
Sicut locutus est ad patres nostros, * Abraham, et semini ejus in ssecula.
Gloria Patri, et Filio, * et Spiritui Sancto.
Sicut erat in priucipio, et nunc, et semper, et in ssecula sseculorum. Amen.
189
II.
O SAN CTISSIMA.
O sanctissima, — o piissima, — dulcis Virgo Maria!
Mater amata, — intemerata, — ora, ora pro nobis!
Tu solatium, — et refugium, — Virgo Mater Maria!
Quidquid optamus, — per te spe-ramus, — ora, etc,
Ecce debiles, — perquam flebiles, — salva nos, o Maria!
Tolle languores, — pelle dolores, — ora, etc.
Virgo respice, — Mater aspice, — audi nos, o Maria!
Tu mediciuam —■ prsebes divinam,— ora, etc.
Tua gaudia — et suspiria — juvent nos, o Maria!
In te speramus, — ad te clamamus,— ora, etc.
|
1 Stabal Mater dolorosa Juxta Crncem lacrymosa. Dam pendebat Filiua. ZCujas animam gementem, Contristatam et doleutem, Pertransivit gladius. 3 O quam tristis et afflicta Fait ilia benedicta Mater Unigenitil 1 Qua meerebat, et dolebat, Pia Mater, dom videbat Nati poenas inclyti. 5 Quia est homo, qni non [fleret. Matrem Christi si videret In tanto supplicio? 6 Quis non posset contristari, Christi matrem contemplari Dolentem cnm Filio ? 7 Pro peccatis suse gentis Vidit Jesum in tormentis. Et flagellis subditum. 8 Vidit suum dulcem Natum Moriendo desolatum, Dum emisit spiritum. 9 Eja mater, fons amoris. Me sentire vim doloris Fac, ut tecum lugesm. 10 Fac at ardeat cor menm In amando Christnm [Deam, Ut sibi complaceam. |
11 Sancta Mater, istud agas, Crucifixi fige plagas Cordi meo valide. 12 Tni Nati vulnerati. Tam dignati pro me pati, Pcenas mecnm divide. 13 Fac me tecum pie flere, Cracifixo condolere, Donec ego vixero. 14 Juxta Crncem tecum stare, £t me tibi sociare In planctu desidero. 15 Virgo virginum prseclara, Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere. 16 Fac ut portem Christi [mortem, Passionis fac consortem. Et plagas recolere. 17 Fac me plagis valnerari, Fac me cruce inebriari. Et cruore Filii. 18 Flammis neurar succensns Per te,Virgo, simdefensus In die Judicii. 19 Christe, cnmsithinceiire. Da per Matrem me venire Ad pal mam victoriae, 20 Quando corpus morietar, Fac ut animae donetnr Paradisi gloria. Amen. |
191
v. Ore pro nobis, Virgo dolorissima.
s. Ut digui efficiamur promissionibus Cbristi. v. Tuntn ipsius animam doloris gladijs pertraosibit, B. Ut revelentur ex raultis cordibus cogitationca.
Oremus. Interveniat pro nobis, qasesnmus, nomine Jesu Cbriste, nunc et in bora mortis nostrse apud tnam clementiam B. Virgo Maria Mater tua, cujus sacratisoi mam animam in bora tnae passionis doloris gladins pertransivit. Per te, Jesu Cbriste, Salvator mnudi, qui cam Patre et Spiritu Sancto vivis et regnas in seecula sseculoram. Amen.
Ps. CXXIX voor de Overledenen.
De profandis clamavi ad te, Domine: Domine, exandi vocem meam.
Plant aures tuje intendentes: in vocem deprecation!.; mese
Si iniqnitates observaveris, Domine: Domine, qui3 sus tinebit.
Quia apud te propitiatio est: et propter legem tnam Sustinai te, Domine.
Sastinuit anima mea in verbo ejus: speravit anima mea in Domino.
A cnstodia matutina usque ad noctem: Speret Israël in Domino.
Quia apud Dominum misericordia: et copiosa apud enm redemptio.
Et ipse redimet Israël: ex omnibus iniquitatibus ejus.
Requiem a:ternam: dona eis Domine,
Et Inx perpetua; luceat eis.
v. Pater noster. r. Et ne nos, etc.
v. A porta inferi.
e. Erne Domine animas eorum.
v. Eequiescant in pace. r. Amen.
T. Domine exaudi orationem meam.
r. Et clamor mens ad te veniat.
r. Dominus vobiscum. b. Et cum Spiritu tun.
192
Oremus. Fidelium Dens omnium conditor et Redemp-tor, animabus famalorum famularamqne tuarum remia-sionem cunctorum tribne peccatorum: ut indalgentiam, quam semper opstaverunt, piis supplicatiombus conse-qnantur. Qui vivis et regnas in ssecula sseculorum. Amen.
v. Requiem seternam dona eis Dcmine.
B. Et lux perpetua luceat eis.
y. Requiescant in pace. e. Amen.
HYMNUS VAN DEN H. BERNARDUS
TJ5U EEBE VAN DEN ZOETEN NAAM.
|
1 Jesu dulcis memoria. Dans vera eordi gaudia: Sed super mei, et omnia. Ejus dulcis prsesentia. 2 Nil canitur suavius. Nil auditur jucundius. Nil cogitatur dulcius, Quam Jesus Dei Filius. |
i 3 Jesu, spes pcenitentibus, Quam pins es petentibus! | Quam bonus te quserenti-j [bas! ; Sed quid invenientibus I j 4 Nee lingua valet dicere, Nee littera eiprimere: Eipertus potest credere, j Quid sit Jesum diligere. |
5 Sis, Jesu, nostrum, gandium, Qui es futurus prcemium; Sit nostra in te gloria.
Per cuncta semper ssecula. Amen. T. Sit nomen Domini benedictum. b. Ex hoc nunc et usque in sscculum.
193
E^tKmus van ben ® TKomas tgt;an Aquine
TER EERE VAN
HET ALLERHEILIGSTE SAKIIAMENT.
Adovo te devote, latens Deitas,
Quse sub Ms figuris vere latitas;
Tibi se cor meum totum subjicit,
Quia te contemplans totum deficit. Ave, Jesu, Pastor fidelium,
Adauge jidem omnium in te credentium.
Visus, tactus, gustus in te fallitur; Sed auditu solo tuto creditur:
Credo quidquid dixit Dei Filius;
Nihil hoe verbo veritatis verius. Ave, Jesu.
In cruce latebat sola Deitas:
At hic latet simul et humanitas.
Ambo tameu credens atque confitens, Peto quod petivit latro poenitens. Ave, Jesu.
Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tamen meum te confiteor: Fac me tibi semper magis credere, In te spem habere, te diligere. Ave, Jesu.
194
O meraoriale mortis Domini,
Panis vivus, vitam praestaus lioraini: Prassta meae menti de te vivere,
Et te illi semper dulce sapere. Ave, Jesu.
Pie Pellicane, Jesu Domine, Me immuadura muuda tuo Sanguine; Cujus una stilla salvum facere Totum mundum quit ab omni scêlere. Ave, Jesu.
Jesu, quern velatum nunc aspicio, Ora fiat illud quod tam sitio:
Ut te revelante ceniens facie,
Visu sim beatus tuae gloriae. Amen. Ave, Jem.
v. Panem coeli dedit eis.
li. Panem angelorum manducavit homo.
Oremus. Sancti Nominis tui, Domine, timorem pariter ac amorem fac nos habere perpetuum: quia nunquam tua guberna-tione destituis, quos in soliditate tme dilectionis instituis. Per Christum Do-minum nostrum. Amen.
195
BENEDICTIO,
wanneer de Zegen mei hel Allerheiligsle gegeven wordl.
Tantum ergo Hacramentum Veneremur cernui:
Et antiquum documentum Novo cedat ritui:
Prsestet fides supplementuiu Sensuum defectui.
Genitori, Genitoque
Laus et jubilatio:
Sal us, honor, virtus quoque
Sit, et benedictio:
Procedenti ab utroque
Compar sit laudatio. Amen,
v. Panem de ccelo praestitisti eis, li, Omne delectamentura in se habentem.
Oremus, \' Deus qui nobis sub feacra-mento mirabili passionis tuse meraoriam reliquisti: tribue, qusesumus; ita, nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria venerari, ut redemptionis tu® frucHiru in nobis jugiter sentiamus. Qui vivis et regnas Deus in ssecula saeculorum. Amen,
196
TE DEÜM LAIIDAMÜS.
{Lofzang van den 11. Ambrosias en den H. Augustinus om God te bedanken voor de ontvangene weldaden.)
Te Deum laudamus: te Do- i U, o God, loven wij: U, o minum eonfitemur. Heer, belijden wij.
Te [Eternum Patrem * omnis ! U, o eeuwige Vader, verterra venerator ; eert geheel de aarde. Tibiomnes Angeli, tibicoeli, j U roepen alle Engelen, de et nniversae potestates, hemelen en al de Machten, Tibi Cherubim et Seraphim ; De Chernbynen en Serafynen
incessabili voceproclamant: S onophoudelijk toe: Sauctus, Sanctus, Sanctns, [ Heilig, Heilig, Heilig is de Dominus Deus Sabaoth. [ £leer de God der heerscha-! ren.
Pleui sunt cocli et terra ma- i Hemel en aarde «ijn vervuld jestatis glori;i\' tnai. ; van de majesteit uwer
! glorie.
Te gloriosus Apostolorum gt; Het heerlijke koor der Apos-chorus, telen.
Te Prophetarum laudabilis ! Het lofwaardig getal der Pro-nnmerus. j feten.
Te Martyrum eandidatuslau- \' Het schitterend heer der
dat exercitus. ! Martelaren looft L\'.
Te per orbem terrarum sancta J \'\' belijdt de heilige Kerk confitetur Ecclesia: \'• over geheel den aardbodem:
Patrem immenss\' majestatis, j Als den Vader der onmete-
! lijke heerlijkheid, Vcnerandum tuum vernm et ! En nwen waarachtigen ea unicnm Filium, eenigen aanbiddenswaardi-
; gen Zoon,
Sanctum quoque Paraclitnm ■ Alsmede den Heiligen Geest Spiritum. j den Vertrooster.
197
|
Tu Rex gloritc. Christe. Tu Patris sempiternus es Filius. Tu ad liberaniium susceptu- rua hominem, nonhorruisti Virginia uterum. Tu, devicto mortis acnleo. aperuisli credcnlibas regna cocl orum. Tn ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris. Judex crederis esse venVurns. |
Gij, o Christus, zijt de Koning der glorie. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebt, wanneer gij de meiischheid zoudt aannemen, om deu inensch te verlossen, den schoot eener Maagd uiet geschroomd. Gij hebt, na den schicht des doods verwonnen te hebben. deu geloovigen het rijk der Heuieleu geopend. : Gij zit aan de rechterhand • van God, in de heerlijkheid des Vaders. \\ Wij gelooven.clat Gii eenmaal i als Rechter zult komen. |
|
Te ergo quicsumus, tuis fa- mnlissuhveni, qnos pretioso j Sanguine redemisti. : Sterna fac cum Sanctis tuis iu gloria numerari. Salvum fac populum tnum, Domine : et beneilic hrore-ditati tutc. Et rege eos et extolle illos, usque in ;rtt;i\'iiu[ii ^ Ver singulos dies benedici- mus Te. Et laudamus nomen tnum in spcculum, et in sfeculum secculi. |
Ilaarom sineeken wij D.kom uwe dienaren te hulp. die Gij door Cw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht. Geef dat zij allen in uwe heerlijkheid onder het getal uwer Heiligen worden gerangschikt. Heer, maak nw volk zalig: eu zegen uw erfdeel. Eu bestier beu en verhef ben, tot in eeuwigheid Hag aan dag prijzen wij U. En wij loven uw naam m de eeuwigheid, en in eeuwen der eeuwen. Hel volgende vers wordt knielende gezongen. |
198
|
Dignare, Doiuine, die isto, sine peccato nos custodire. Miserere nostri, Domine, miserere nostri. I\' iat, misericordia tua, Domi-pe, super nos, quemadmo-dum speravimus in Te. In te, Domine, speravi; non confundar in seternum. v. Benedicaraus Patrem, et • Filinm, cumSanctoSpiritn. K. Laudemus. et super exal-temus eum in saecula. OBEML\'S. Deus, cujus misericordiee non est numerus, et booita-tis infinitus eat thesaurus, piissimso Majestati tuic pro eollatis donisgratias agimus; tuam semper clementiaiu exorantes; ut qui peteutibus postulata concedis, eosdem noo deserens, ad pricmia lutura disponas. Per Chris-tum Uominum nostrum. k. Amen. |
\' Gewaardig U, o Heer, ons dezen dag zonder zonden te bewaren. ; Ontferm ü onzer, Heer, ont-; ferm U onzer. ! Laat, o Heer, uwe barmbar-; tigheid over ons komen, i zooals wij op ü gehoopt | bebben. ? Op ü, o Heer, heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden, v. Laat ons prijzen den Va-■ der. den Zoon, en den H. i Geest. k. Laat ons Hem loven, eu J verhetfen in eeuwigheid. LAAT ONS BIDDEN. O God, wiens barmhartigheid grenzeloos, wiens goed-j beid een onuitpntbare schat ! is, wij danken Uwe welda-| digste Majesteit voor de verleende weldaden; en smee-I ken ten allen tijde Uw goe-J dertierenheid, dat Gij, die j het ü gevraagde bun die er i om smeeken, verleent, hen ; niet verlatende, tot de toe-; komende belooningen wilt / gereedmaken. Door Chris-gt; tns onzen Heer. i R. Amen. |
msriHiOTJiD.
Lofzang, Veni Creator .
Lofzang, Veni Creator .
Gebeden onder de H. Mis Gebeden vóór de Biecht Gebeden na de Biecht .
Dankzegging na de Biecht Gebeden vóór de H. Kommunie . 25 Gebeden na de H. Kommunie . 29 Verzuchting tot het Allerheiligst
Sacrament.......32
Gebed met vollen aflaat. ... 33 Litanie van den Zoeten Naam Jesus 34 Litanie van het Allerheiligste Hart
van Jesus....... 38
Litanie van het Allerzuiverste Hart
van Maria.......43
Litanie ter eere van den H. Joseph 47 Litanie ter eere van de HH. Martelaren van Gorkum .... 52 Godvruchtige oefeningen op den
H. Kruisweg.......57
ïe Kevelaar. Gebed tot Maria voor de levende leden . . . • . 75
Blad/,\' 1
3
5
17
22 23
200
Bladz.
Smeekgebed tot de Allerh. Maagd 7G Gebed voor de afgestorven leden. 85 Bij het aanvaarden der Pelgrimsreize 8 7 Manier om den H. Rozenkrans godvruchtig te verrichten ... 89 Litanie van O. L. V. van Loretto. 102 Gezangen tijdens den tocht naar
Kevelaar........10G
Lied bij aankomst te Kevelaar . 113
Uitnoodiging tot lof aan Maria . 115 Loflied op O. L. V. van den Rozen
krans .........1]S
Ave Maria........122
Lied ter eere van O. L. Vquot;. van het
H. Hart........124
Dat Jesus leev\'......127
Het H. Hart van Jesus. . . . 129
Aan \'t Allerheiligste Hart van Jesus 130
Aan Maria........131
Maria onbevlekt ontvangen. . . 132
Hulde aan Maria......133
Ter eere van Maria.....135
Maria! Wees gegroet , . . . 137
Avondgroet tot Maria .... 138
Maria leev\'. . ... . . . 139
O Moeder Gods......140
Vreugde van Maria\'s kinderen . 142 Lofzang en opdracht aan het H.
Hart van Maria......143
201
Bladz,
Maria trooat ons . . .
Oud Mei-lied\' ....
Meimaand . . ■ • •
Hulde en bede aan Maria Maria, hulp in. allen nood Smeeklied tot Maria . .
Vereering der Vijf Wonden . . 160 Smeeklied voor de Overledenen . 172 Afscheidslied van Kevelaar. . . 175 Vóór de Mis van Dankbaarheid . 177 Na de Mis van Dankbaarheid. . 1^9 Smeekgebed aan den H. Joseph . 181 Loflied aan den H. Joseph. . . 182 Eereboetelied in vereeniging met
onzeHH. Martelaren van Gorkuui 184 Smeeklied tot onze Gorkumsche
Martelaars.......1^0
Magnificat.......
O Sanctissima......
Stabat Mater . . • • • • Ps. CXXIX voor de Overledenen Hymnus van den H. Bernardus 192 Rythmus van den H. Thomas van
Aquine ........
Benedictio • * • * * * \' * Te Deum Laudamus ...... 19\'
146
148
149 153
ir.o
188 189 1Ö0 101