-ocr page 1-

r?TT_

JOSEPH LIVESEY\'S

quot;WOOi^ID

OVER

M O U T D R ANKE N,

YERTAAtó EN TOEGELICHT

v

J. B EiiTEnsr,

ÖEP1-KAPITEIN-IN QENÏ E ü R.

V,*-\' UTRECHT,

\' C. H. E.. B It E IJ E It.

1886

■446

fe*fe5

^11 gt; .

cP

1

JSe. /0,76, 10 Ex. a /0,70, 25 Ex. i ƒ 0,65, 100 Sr. k /0,55.

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

JOSEPH LIVESEY\'S

quot;W O O HID

OVER

MOUTDRANKEN.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

JOSEPH LIVESEY\'S quot;WOOZROD

OVER

MOUTDRANKEN,

ïï, ■

VERTAALD EN TOEGELICHT DOOR

0quot;- BEIJEHST,

GEPB-K APITEI N - IX GEN I EU R.

C.

UTRECHT, H. E. BEEIJER. 1886.

-ocr page 8-

Gedrukt ter „Utrechtsche Drukkerijquot; te Utrecht — Jeruzalemsteeg.

-ocr page 9-

ERRATA.

2, 7® » i/ waters, „ „ tout er.

1, 4^ „ n volkshand, „ „ volkshond.

Biz.

17,

24,

it

27,

a

34,

a

49,

-ocr page 10-
-ocr page 11-

INLEIDEND WOORD.

De in geheel Engeland eu ook daarbuiten niet onbekende menschenvriend Joseph Livesey, van Preston, heeft ongeveer een halve eeuw geleden, een strijd aangevangen, die — schoon op verre na niet uitgestreden — toch de levende kenmerken draagt der menschheid tot zegen te strekken.

Die. edele strijd, waaraan ware menschenrain ten grondslag ligt, en waarin de wapenen in vrede en liefde worden gevoerd, tot het schadeloos maken van dien zoo geduchten vijand der maatschappij als de ulkohol, de bedwelmende drank is, neemt in onze dagen hi in omvang èn in beteekenis toe.

Aan die beweging heeft Lnresey den stoot gegeven en komt hem voor een niet gering gedeelte daarvan de eer toe.

Met woord en daad heeft Livesey dien algemeenen vijand belaagd.

De stoffelijke krachten, door hem aan de goede zaak ten beste gegeven, worden in Brittan je dankbaar erkend.

Zijne zedelijke niet genoeg te waardeeren bemoeiingen blijken onder anderen niet onbelangrijk uit zijne verhandeling, getiteld: „Lecture on Malt-Liquorquot; het beste, meest overtuigende werk, dat ooit over moutdranken is uitgegeven.

In Engeland toch is tengevolge van de dwalingen op dat gebied de dronkenschap zeer vermeerderd, en is nu o. a.

1

-ocr page 12-

2

het eenvoudige eigengebromven bier, gelijkstaande met onsf/c--woon Hollandsch Gerstebier, als \'t ware geheel verdrongen om plaats te maken voor allerlei andere bieren van veel sterker en dus schadelijker gehalte, waartoe in ons Nederland ook groot gevaar bestaat.

Eene grondige beleering op dat gebied, verstaanbaar voor een iegelijk, is dus wel noodig en nuttig.

Wie zich nu aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht; maar wegens de taal, waarin het geschreven is, heeft een iegelijk niet het voorrecht het naar waarde te kunnen schatten.

Ten einde nu mijne landgenooten in staat te stellen hun voordeel te doen met hetgeen uit Livesey\'s pen, of beter gezegd, uit Livesey\'s hart en hoofd is gevloeid, heb ik getracht zijn hartelijk, welmeenend en tot het gemoed sprekend woord, zooveel doenlijk door eene getrouwe — ik mag wel zeggen woordelijke — overzetting in de Hollandsche taal weder te geven, en het voor mijne medeburgers toegankelijk te maken.

Is toch de ervaring, — ook langs den weg der wetenschap opgedaan, dat moutdranken, onder welken vorm, onder welke benaming ook toegediend, wel bedwelmende, doch geene voedende , — wel zenuwberoerende, doch geene zenuwversterkende eigenschappen bezitten, — niet eene zeer gelukkige, als zij der maatschappij in sprekende bewoordingen wordt uiteengezet ?!

En — mag ik immers dan ook met eenig recht verwachten, dat haar bij het bost gezinde gedeelte der bevolking eene goede ontvangst zal ten deel vallen, als zij haar inditzamen-stel ongekunsteld wordt voorgelegd.

Menigeen, die ik omtrent mijn voornemen raadpleegde, stemde met mij in, dat de grondstoffen door den humauen Livesey geleverd, overwaard zijn ook in Nederland te worden ingevoerd en voor ons land te worden verwerkt.

Jenever en whiskey zijn evenzeer tweelingbroeders als hier. porter, ale enz. een bondgenootschap uitmaken. Immers les

-ocr page 13-

3

heaux esprits se rencontrent! Daarom is een waarschuwend woord tegen het gebruik dier vochten overal een even heilzaam protest.

De strekking van dit werkje is meer eene zedelijke dan wel eene streng wetenschappelijke, maar toch zijn er voor den leek belangrijke wetenswaardige wenken in weggelegd, die, — gevoegd bij de aan de ervaring ontleende gronden voor het weren van alle geestrijke dranken uit onze maatschappij , — in elk opzicht eene oplettende lezing verdienen.

Ten slotte een woord van dank aan den heer Henri. F. van Rosmalen te \'s Gravenhage, wiens welwillende hand mij zeer te stade is gekomen voor zijne even belangelooze als krachtdadige medewerking.

Mocht Livesey\'s vertolkte gedachte toch eene gelijke deelname ondervinden bij hen, die het met land en volk wel meenen, — tot verbreiding van de denkbeelden daarin vervat, — dan zal ik mij voor mijne moeite ruim beloond achten.

De Vertaler.

-ocr page 14-

4

L\'alcoölisme continue a exercer ses ravages. II frappe sans cesae, il abrutit, il aliéne, il assassine. — Chaque jour voit dérouler la liste nefaste de ses nombreux méfaits et sa marche incessante s\'élève a la hauteur d\'un veritable péril social. —

Le mal est si grand qu\'il faut faire appel a toutes les ressources de la morale, de la science et de 1\'humanité pour avoir quelque espoir de succes.

Que chacun de vous, Messieurs, moralistes etphilosophes, médecins et chémistes, économistes et légis-lateurs, hommes d\'intelligence, hommes de science et hommes de coeur apporte sa pierre a 1\'édifice commun.

Cet ennemi dangereux ne s\'ap-pelle pas seulement alcoölisme, il s\'appelle en même temps ignorance , — il s\'appelle misère.

L\'avez-vous combattu.....vous

avez remporté une victoire sur ce qu\'il y a de plus pur, de plus beau, de plus noble, de plus humanitaire.

Séance d\'ouverture du Congres International pour L\'étude des questions relatives a t\'alcoölisme, a Itruxelles au mots d\'Aoüt 1880, par le Dr. MARTIN.

De alkohol gaat steeds voort zijne verwoestingen aan te richten. Hij treft onophoudelijk, hij verstompt, hij maakt krankzinnig, hij vermoordt.

Geen dag gaat er heen, die ons niet eene treurige lijst van zijne talrijke, rampzalige slachtoffers te zien geeft.

Zijn aanhoudend vertoon wordt eindelijk een ware maatschappelijke ramp.

Het kwaad is van zulk eene overweldigende beteekenis, dat alle middelen der zedeleer, der wetenschap en der menschlievendheid moeten worden te baat genomen, wil men op eenige hoop tot goeden uitslag rekenen.

Dat dan ieder uwer, zedeleeraren, wijsgeeren, scheikundigen, genees-heeren, staathuishoudkundigen en wetgevers, mannen van aanleg en wetenschap, mannen van hart en moed toch een steentje aanbrenge om het gebouw tot algemeen welzijn te helpen optrekken. —

Die gevaarlijke vijand, die booze belager, die verderfengel heet niet alleen alkohol, hij draagt ook den naam van onkunde, van ellende.

Is zulk een monster bezweken, dan is er eene overwinning behaald op het reinste, schoonste, edelste en het meest menschlievende, dat men zich denken kan.

Openingsrede bij \'t Jnternatio-nale Congres tot behandeling der alkohol-kwestie, uitgesproken te Brussel in Augustus 1880, door T)r. MARTIN.


-ocr page 15-

Waarde Lezer!

Ik heb mij er eens opzettelijk toe neergezet, u den aard en de eigenschappen van het moutbier, door eene reeks argumenten en daadzaken, duidelijk te verklaren. Het doet mij leed te moeten zeggen, dat velen onzer landgenooten ten aanzien van dit onderwerp langen tijd in betreurenswaardige onzekerheid hebben verkeerd. —

In de allereerste plaats geloofden zij, dat Moutbier een uitstekend voedzame drank is, en ten tweede, dat het, zuiver en -onvermengd, geene schadelijke zelfstandigheid bevat, die het menschelijk lichaam benadeelen kan. Ik twijfel er niet aan, in staat te zijn u te overtuigen, dat beide deze meeningen geheel op dwalingen berusten.

Het staat bij mij vast, dat de dronkenschap in ons land in geen geringe mate is toegenomen, door onze volslagen onbekendheid met de eigenschappen van dit vocht, en — kan ik er iets toe bijdragen die onwetendheid te doen ophouden en daardoor de onthouding bevorderen, dan zal ik mij voor mijn werk ruim beloond achten.

Ik wenschte, dat het in mijne macht ware, het publiek van die grove dwaling, waarin het verkeert, te overtuigen, door het weinige nut van het bier aan de werkende of aan elke andere klasse aan te toonen.

Mij is geen artikel in den handel bekend, waarin grooter bedrog bestaat, dan bier, hetzij het onder dien eenvoudigen

-ocr page 16-

6

naam doorgaat, of den naam van ale, pale-ale, porter, stout of hitterhier aanneemt; want deze bieren zijn eigenlijk gezegd alle dezelfde, en worden onvervalsclit van mout en hop gemaakt. !)

Het is buiten allen twijfel dat velen bier drinken, omdat zij er den smaak van hebben gekregen, — sommigen alleen om met de mode mede te doen; terwijl niet weinigen hun glas bitter in den voormiddag en hun glas ale bij het middagmaal of avondeten gebruiken, omdat zij eerlijk gelooven, dat daardoor kracht wordt ontwikkeld en het lichaam versterkt. Zij hebben dat zoo dikwijls hooren beweren, en door heeren doctoren en anderen aanbevelen, dat zij van het nut geheel zeker zijn. Daar komt nog bij, dat, zoo men hun het tegendeel bewijzen zou, zij zeggen zouden: „het bier doet ons goed.quot;

Zij slikken den geest, dien het bevat, in, — de zenuwen worden geprikkeld, en zij verwarren prikkeling met kracht en houden geen rekening met de neerslachtigheid, die volgt.

Men moge reeds mannen of vrouwen op de onbetamelijkheid van het whiskey 1) drinken hebben gewezen, niet zoo gemakkelijk zal het echter vallen hen te overtuigen, dat zij diezelfde whiskey drinken bij het gebruik van ale of porter-bier en dat, wanneer er de whiskey uit is (dat eenvoudig door distilleering te doen is) zij al het overblijvende zonder eenige waarde zullen vinden.

Ik heb er altijd leed van, wanneer ik eene dienstmaagd ontmoet, die naar een bierhuis gaat of er van daan komt met een of meerdere flesschen ale voor het middageten. De huisvrouw drinkt er een vol glas van, terwijl zij, wanneer het water was, niet meer dan Vs van die hoeveelheid zou gebruiken, die ruim voldoende is. Zij gelooft dat er hare eetlust

1

Whiskey van \'t Celtische usque/mch, usquebaugh (levenswater), eene uit gerst getrokken spiritus, in Ierland of in de Schotsche Hooglanden bereid, wordt ook veel in Amerika gebruikt.

-ocr page 17-

7

door wordt bevorderd en eet waarschijnlijk meer dan zij behoeft en meer dan zij door werk en inspanning verteren kan.

Het bier prikkelt en verzwakt de maagzenuwen veeleer, dan dat het, naar sommigen beweren, de spijsvertering bevordert. Eindelijk verzwakt het aanhoudend gebruik van bier bij het middagmaal, door onnatuurlijke opgewondenheid het zenuwgestel zoozeer, dat men tot neerslachtigheid geraakt, die gevolgd wordt door begeerte naar eenen prikkel tusschen den eenen maaltijd en den anderen, welke door meer bier of wellicht door wijn en later door sterkeren drank bevredigd wordt. Op die wijze zijn duizende vrouwen aan den drank verslaafd geraakt, en daar er een vat in den kelder is en de kruik geregeld op tafel verschijnt, kan men er zeker van zijn, dat vrouwelijke onmatigheid in al hare afschuwelijkheden er het gevolg van is.

Ik kende een heer, wiens vrouw zoo bovenmatig aan het drinken was geraakt, dat zij zijn leven en dat van het gezin bedreigde. Hij was genoodzaakt de bescherming der overheid in te roepen en zij werd eenige maanden opgesloten. Toen ik hem vroeg, hoe zij tot dit noodlottig uiterste was gekomen, antwoordde hij: „Zij begon met één glas bier bij het middag-„eten, vervolgde met een ander tusschentijds en ging zoo voort, „tot dat zij er geheel door was overmeesterd.quot;

Ik hoop, dat iedere dame, die mij hoort, intijds mijn waarschuwend woord zal ter harte nemen en dit zoo nadeelig artikel den toegang tot haar huis ontzeggen. De bierkan is niet alleen een gevaarlijk lokaas voor vrouwen, maar ook kinderen beginnen er den smaak van te krijgen en ontvangen zóó hunne eerste gunstige indrukken van zijne goede eigenschappen. „Zoo hef voor mama goed is, is het ook voor mij goedquot;, redeneeren zij, en wanneer hun verteld wordt, zooals dikwijls geschiedt, dat het voor kinderen niet geschikt is, wordt die uitzondering meer en meer een voorwerp van begeerte en wordt dikwijls de gelegenheid aangegrepen om het sluiks-gewijze te gebruiken. Ook wanneer zwakke meisjes niet eten

-ocr page 18-

8

kunnen, honden hare moeders het voor heel natuurlijk haar wat bier te geven, doch meesttijds wordt datgene, wat in liefde werd toegediend, door droevigen uitslag gevolgd.

Nemen wij eens aan, dat bier inderdaad goede eigenschappen heeft, dat het zoo voedzaam is als melk en brood, Asm nog moesten wij, wanneer wij zijne gevaarlijke werking, zijne vreeselijhe gevolgen in de maatschappij behoorlijk nagaan, het nimmer in ons huis toelaten.

Op sommige kostscholen wordt bij \'t middageten altijd bier gedronken en hoeft men er eenmaal den smaak van, dan wordt die niet zoo gemakkelijk uitgeroeid en ontaardtal licht,vooral onder leiding van toegevende moeders, in de zucht naar wijn en brandende spiritualiën. Hierop vooral hebt gij vaders en moeders te letten, wanneer gij scholen voor uwe kinderen kiest! De gewoonte is zoo machtig in \'t vereeuwigen van schadelijke handelingen, dat de mensch met die gewoonte medegaat, zonder met de gevolgen rekening te houden.

Zoo werklieden de eene of andere reparatie hebben te doen is de vrouw des huizes gewoon hun eene versnapering te geven, die dan gewoonlijk bestaat in een glas of eene kan bier. Het doen van eene boodschap of \'t uitslaan van tapijten wordt met bier tot fooi beloond. Koks krijgen bier en wasch-vrouwen wachten er in den regel op. Wanneer men, vooral in Londen, bedienden huurt is de kwestie van bier- of drinkgeld aan de orde.

Door sommigen schijnt het bier als eene volstrekte levensbehoefte te worden beschouwd. Zonder een vat bier worden de kelders onder de hoogere klassen als schraaltjes voorzien aangemerkt. Het vertrek der bedienden is in den regel ruim bedeeld, om de bezoekende vrienden er mede te verwelkomen. Wat speelt bij eene verkiezing een machtiger rol dan een vat bier?

Het land wordt, zooals gij weet, geheel door bier gedrenkt en Londen in \'t bijzonder, die kolossale wereldstad, die, treu-

-ocr page 19-

9

rig genoeg, zoo weinig partij wist te trekken van de belangrijke stappen door den grooten Franklin gedaan, toen hij hi door bewijskracht, hi door voorbeeld de letterzetters aldaar tot zwijgen brengende, hun duidelijk bewees, dat het porterbier, dat zij zoo onophoudelijk dronken van alle voedende eigenschappen is ontbloot.

Men blijft hartstochtelijk volhouden, zonder eenigen grond hoegenaamd, dat die geliefkoosde volksdrank noodzakelijk is. En kan \'t wel anders, van de vroegste jeugd af aan bier gewoon , stemmen wij in met het volksbegrip, dat het een zeer nuttig artikel is, niettegenstaande de vreeselijke ongelukken, waartoe liet, waar ook gebruikt, aanleiding geeft.

Duizende veroordeelingen zijn tegen de bierhuizen uitgesproken, doch niet eene stem is tegen het bier zelf opgegaan, hoewel het de alkohol is, die het bevat, waardoor eigenlijk al het kwaad wordt veroorzaakt. Dit blijkt hier duidelijk uit, wanneer melk, thee of koffie, in plaats van bier, algemeen werd ingevoerd, zou deze eenvoudige verandering een einde maken aan den bijzonderen afkeer, die men voor zulke huizen heeft.

De onwetendheid, die hieromtrent bestaat, is zeer te betreuren, want een oppervlakkig onderzoek naar de wijze, waarop het bier wordt gebrouwen, zou zelfs den minst ontwikkelden overtuigen, dat het gezegde „het bier is een hoogst „voedzame drank,quot; een groot bedrog is, en het eene gevaarlijke dwaling is het als eene tegenstelling van geestrijke dranken te beschouwen.

Eene partij bedwelmde bierdrinkers zouden vreemd staan te kijken, indien gij tot hen zeidet: „f/y\' doet u aan ichiskey en „water te goedquot;, en toch zoudt gij de letterlijke waarheid gezegd hebben.

De lofredenen door onze tappers over de moutdranken uitgesproken , zijn voldoende om de mindere klasse, die altijd gereed is, alle verspreide denkbeelden, die met haar eigen inzicht strooken, te omhelzen, op het dwaalspoor te brengen.

-ocr page 20-

10

De zoogenaamde heeren beschouwen bier als eene noodzakelijkheid voor de werkende klasse; — ik herinner mij zelfs eenen, die zoo ver ging, dat hij dezen drank den eerenaam van „Vloeibaar broodquot; gaf; „het geeft den werkman voedselquot; beweerde een ander, en „het is voor zijn huisgezin de ontluikende bloem van kracht.quot;

Als een bewijs voor de waarde, die men aan dezen volksdrank hecht, moge gelden, dat een geestelijke to Ipswich bij zijne wereldlijke broeders rondging, niet alleen om hun het voedsel en do genezende eigenschappen aan te bevelen, maar hun zelfs de juiste hoeveelheid bier aan te geven, die een werkman behoort te gebruiken.

Do eerwaarde William Potter zeide, dat het voor zjjne gezondheid en krachten volstrekt noodzakelijk was.

Hij had ongeveer dertig jaar aan het hoofd eener parochie te Suffolk gestaan en was gewoon de werklieden te bezoeken en in ziekte bij te staan.en wat was zijne ervaring?

Er ontbrak hun niets dan een weinig eigengebrouwen bier, het beste geneesmiddel, dat zij hebben konden. De gehuwde arbeider kreeg dagelijks drie pinten.

Ik zal mij niet bij de geschiedenis van het bier ophouden: ik zou tot op den tijd van Sophokles, tot de bierbrouwerijen in Pelusium moeten teruggaan, en een lijvige foliant zou niet voldoende zijn, wilde ik slechts fragmenten uit dien bierzondvloed aanhalen. De Grieken !), Romeinen,

1) Hot gebruik van\'t bier is zeer oud. De Grieksehe schrijvers, die het gerstenwiju noemden, schrijven de uitvinding aan de Egyptenaren toe; volgens hen zoude men dezen drank \'t eerst te Pelusium, eene stad aan den mond des Nijls hebben bereid. Het bier was, naar \'t bericht van Heeodotüs en andere Orieksche en Latijnsche geschiedschrijvers de meest gewone drank der oude Egyptenaren. De Spanjaarden, Germanen en Galliërs wisten het sedert onheugelijke tijden te bereiden. Volgens Plinius noemden de Galliërs hot bier cerevisia

-ocr page 21-

11

Phooniciërs, do Galliërs on Denen kenden reeds het bier en metiig treurig biortafereel zou ik uit dien vervlogen ouden tijd kunnen ophangen; — \'tzou mij echter te ver van mijn doel leiden. Wat ik eehter met genoegzame zekerheid durf uitspreken, is, dat moutdrank geen volstrekte levensbehoefte is.

Het feit, dat millioenen menschen het niet drinken (dat zeer gemakkelijk te bewijzen is) en zich beter gevoelen, dan wanneer zij het wol gebruiken, bepaalt zich niet alleen bij jonge menschen en niet arbeidenden; maar zelfs bij mannen en vrouwen van alle leeftijden, tot allerlei soort werk, het zwaarste, koudste, heetste niet uitgezonderd, gebezigd.

Alzoo wel een wegslaand bewijs voor onze stelling, zoo wij niet nog meerdere bewijzen hadden.

Kon het meer gewicht op de schaal leggen, dan zou ik de verklaringen van metselaars, steenbakkers, landbouwers, stokers, molenaars, glasblazers, zagers, kruiers, stratenmakers, maaiers, scheerders, ja zelfs van hen, die in de meest noordelijke streken aan den hardsten arbeid en de strengste koude waren blootgesteld, bijbrengen kunnen.

Al deze menschen arbeiden en doen hun werk het best zonder hier.

on het graan, dat men er voor gebruikte hrance. Beide uitdrukkingen zijn bij de Franschen door de eeuwen heen bestand gebleven. Van het laatste is het woord hrasseur — brouwer gevormd, dat nog gebruikt wordt, en van het eerste dat van cervoise, \'t welk nu verouderd is. Het bevel van Domitianus om alle wijnstokken uit Oallië uit te roeijen, heeft het bier vrij algemeen gemaakt. Uit vele geloofwaardige bronnen blijkt \'t duidelijk, dat het vóór de 14e eeuw de volksdrank was in Normandië.

Het bier komt onder een groot aantal vormen en namen voor, als porter, stout, ale, faro, iil/erbier enz.; — deze bieren, het witte, bruine, dunne bier verschillen van elkander enkel in wijziging van bereiding en in de betrekkelijke hoeveelheid water, gerst en hop.

-ocr page 22-

12

Vraag het den werklieden uit Lancaster, die het hardst werken moeten en negen van de tien zullen u zeggen, dat zij het meest verdienen, die het minst bier drinken en tienduizenden onder hen, die \'tzwaarste werk verrichten, zijn krachtige, gezonde menschen.

Het is zeer natuurlijk, dat de moutdranken zoo weinig voedende of versterkende bestanddeelen bevatten: zij kunnen immers niet geven, wat zij niet inhouden; men zou evenzeer zonneschijn van de wolken en vorst van de zon als spierkracht van \'t bierdrinken verwachten kunnen. In betrekking tot dit laatste is het van zulk een belang de publieke meening uit de dwaling te helpen, omtrent het begrip van het bier, dat ik mijne beste pogingen er eens aan geven zal u geleidelijk tot de overtuiging te brengen, dat bier wel bedwelmend, doch niet voedend is.

Ik wenschte daartoe eerst \'t volgende in \'t midden te brengen. Wat men „goed bierquot; noemt, wordt uit mout l) en hop 1) gebrouwen. De hop geeft er den smaak aan en helpt

1

Hop (strobili lupuli) is eene plant met klimmenden en kruid-achtigen stengel van 3 a 4 meter hoog, die men in Engeland, Vlaanderen, den Elzas zeer in \'t groot aankweekt, om hare bloemen, die het eenig gedeelte zijn, dat men voor de bereiding van \'t bier gebruikt. Deze bloemen bestaan uit dakpansgewijs geplaatste, kegelvormige, vliezige schubbetjes. Men zamelt ze in den herfst in en droogt ze. Zij zijn beladen met eene groenachtig-gele, geurige, bittere, harsachtige stof, waaraan men hoofdzakelijk de eigenschappen van de hop toeschrijft. Deze stof heet hopmeel (Lupulinum). Zij bevat, een groot getal andere bestanddeelen, vooral eene bittere stof, eene hars, vluchtige olie, zwavel, enz. Ook in de geneeskunde wordt de hop aangewend en schijnt het gebruik er van op de urine invloed te hebben. Nogtans is gebruik van hop, zooals wij verder in deze verhandeling zien zullen, niet oud; vandaar dat de bieren der ouden

-ocr page 23-

13

de vloeistof voor bederf bewaren, maar zij bevat geene voedende eigenschappen. Zoo is dan het mout de eenige zelfstandigheid, die het bier voedzaam kan maken.

Mout is slechts uitgegroeide gerst. — Gerst staat wat voed-selhoudende bestanddeelen betreft naast de tarwe, en alies wat wij bij \'t onderzoek te doen hebben, bepaalt zich tot het aangeven der hoeveelheid van deze voedende zelfstandigheid, die in het bier, dat men drinkt, voorkomt.

Er zijn twee wegen mogelijk om dat vast te stellen: de eerste bestaat daarin het bier te ontleden, en de andere,door de verschillende bewerkingen bij het brouwen na te gaan en de resultaten dier bewerkingen, als: het mouten, het mengen, de gisting eu het zuiveren, voor zooverre zij betrekking hebben op de voedingskwestie, aan te stippen.

Op elk dier wijzen zullen we gemakkelijk tot de waarheid komen.

Ten eerste neem ik 2 pinten l) sterke ale van zes stuiver (six pence) en ik bevind dat zij 39 ons wegen.

Ik ontleed die scheikundig en kom dan op 100 deelen tot de volgende samenstellende bestanddeelen.

Alkohol 2). Gerstextract Azijnzuur 3) Water . .

5.000 3.885 0.030 91.085

Totaal 100.000

(Zie ook Aanhang Letter A.)

die het gebruik niet kenden, spoedig zuur werden. Hartig zegt, dat de Egyptenaren vijgenboonen bij wijze van hop gebruikten. Basilius Valentin is de eerste schrijver uit de middeleeuwen, die melding maakt van het gebruik van hop voor de bereiding van het bier.

1) Eene pint is het achtste deel van een gallon en is zooveel als 0.5G79 liter.

2) Alkohul, dat men ook schrijft al-ca-hol, al-ka-hol, alkuöl, alcoöl. en

-ocr page 24-

14

Het volgende geeft de zamenstellende deelen van 2 pinten in eenen meer gemeenzamen vorm aan.

2 pinten wegen 39 ons.

Water Alkohol

Overbljjfsels van gerst,

Totaal 39 ons.

Ik zal er nu eens toe overgaan u trapsgewijze de verschillende bewerkingen, die bij het bierbronwen in praktijk worden gebracht, te verklaren, en u doen zien hoe de gerst, — die voedzame gerst, — wordt afgetrokken, vernield en in eenen anderen toestand gebracht, om haar zoovele bedwelmende zelfstandigheden mogelijk, namelijk alkohol, te doen voortbrengen.

alcohol, is een Arabisch woord, dat een zeer vluchtig, zeer verdeeld lichaam heteekent. Men gebruikte het oorspronkelijk om den graad van uiterste fijnheid, die men aan zekere poeders gaf, aan te duiden. Boerhave bezigde dit woord in eene andere beteekenis en paste het als een bijzonderen naam toe op het zuiverste en tot zijne grootste eenvoudigheid gebrachte ontvlambaar beginsel. Later bediende men er zich van ter aanduiding van de geestrijke dranken, die van flegma waren ontdaan en welker deeltjes men veel fijner waande; men zeide gealcoholiseerde wijngeest. Eindelijk, bij \'t invoeren van de nieuwe benamingen, maakte men van het woord alkohol het synoniem van wijngeest, en om zijne kortheid gebruikte men het zelfs bij voorkeur. In vele oude werken vindt men het woord alkohol toegepast op het looderts of op het natuurlijk zwavel-antimonium, waarmede de Oos-tersche vrouwen zich de wimpers en zelfs den rand der oogleden verwden, een gebruik, dat tot eene hooge oudheid schijnt op te klimmen.

3) Azijnzuur is eene kleurlooze vloeistof van sterk zuren smaak en reuk en zure reactie.

35 ons, 1 3A „ 21/4 „

-ocr page 25-

15

Om één gallon l) sterke ale te bereiden, heeft men 6 En-gelsche ponden 1) gerst noodig, die, om hiermede eens te beginnen, even zoovele ponden degelijk voedsel vertegenwoordigen, de bolster daarvan uitgezonderd.

Ik zal u hier uiteenzetten, hoe de gerst tot ale wordt gemaakt, en u aantoonen, hoe, wanneer deze ale klaar is, diezelfde 6 ponden tot 8/ pond en bij zeer dunne ale tot hoogstens 8 of 9 Engelsche onzen zijn gereduceerd.

De gerst heeft, vóór zij bier wordt, vier bewerkingen te ondergaan en verliest in elk dier processen een deel barer voedingskracht.

De eerste bewerking wordt mouten genoemd.

De gerst wordt allereerst in waterbakken gedompeld, waarin zij in den regel twee etmalen blijft, en alsdan weekt en opzwelt; — daarna wordt zij in dunne lagen op eenen vloer tot op eene hoogte van 6 a 7 engelsche duimen, (dat is 15 u 18 centimeters) 2) negen dagen lang uitgespreid, —eiken dag (den rustdag niet uitgezonderd) het onderste boven gekeerd en van tijd tot tijd met water besprenkeld.

De hierdoor ontwikkelde warmte doet het koren kiemen, dat wil zeggen kiempjes en worteltjes voortbrengen.

Wanneer de kiemen ongeveer de lengte van den graankorrel hebben bereikt, wordt het kiemen gestaakt door de gerst aan eene hitte van ongeveer 70 graden (Fahrenheit) bloot te stellen. Het fornuis, waarop deze ligte roosting geschiedt, heet eest.

Op een behoorlijken afstand van den vuurhaard is eene zoldering van plaatijzer aangebracht, welke met gaatjes als eene schuimspaan is doorboord. De warme lucht, die door deze zoldering dringt, doet de daarop gestorte gekiemde gerst

1

1 Eng: pond (avoir du poids) =r 0.453 kilogr. heeft 1G onzen.

2

1 yard = 3 feet; 1 foot = 12 inches (duimen); — 1 yard =

-ocr page 26-

16

uitdroegen. — De gedroogde graankorrels worden dan gemakkelijk van de spruiten ontdaan, door ze te wrijven en door eene ijzeren zeef te doen gaan.

Als de gerst bij den mouter komt, houdt de bushel !) nagenoeg 52 pond, en tot mout geworden, bevat zij niet meer dan 38 pond, zoodat ongeveer een vierde van het voedsel is verloren gegaan.

Wanneer ik u meer dergelijke gevallen aantoon, zult gij de waarheid hiervan niet meer in twijfel trekken.

Wanneer de gerst bij buitengewoon zacht weder aan het kiemen geraakt, is zij naauwelijks voor huiselijk gebruik geschikt.

Vindt zulks bij aardappelen of uien plaats in de lente, dan zijn zij niet zoo zwaar noch zoo voedzaam, als wanneer zij in den herfst uit den grond worden gehaald, en hetzelfde is nu het geval met de gerst.

Doch waarom moet de gerst kiemen?

Het behoort van algemeene bekendheid te zijn, dat de basis van alle spiritus de suikerachtige substantie is, en de hoofdzaak waarom gerst wordt gemout, is, om meer zoetdeelen te verkrijgen, die door gisting 1) meer spiritus opleveren dan ongemoute gerst geven zou.

Dus hoe meer suikerdeelen of suikerstof eene zelfstandigheid bevat, des te meer spiritus kan door het gistingproces worden verkregen en nu is het duidelijk waarom ale bij voorkeur van mout en niet van gerst wordt gemaakt.

Gij hebt het volk dikwijls hooren klagen, wanneer het in den oogst buitengewoon warm was en het koren begon te

1

Gisting noemt men de vrijwillige werking, die er plaats grijpt, tusschen do elementen eener plantaardige of dierlijke stof, welke aan den invloed der vochtigheid en eene zekere temperatuur wordt onderworpen, — welke werking aan alkohol en koolstofzuur \'t aanzijn geeft.

-ocr page 27-

17

schieten. liet heugt mij nog zeer goed, dat er in het jaar 1817 naauwelijks een zak goede blom te krijgen was; — het arme volk moest het meel tot koeken in plaats tot hrood verbakken , en het land stond aan den vóóravond van den opstand. Nu, een veld, waarop het graan aan het schieten geraakt, gelijkt juist op den vloer van eenen mouteest en datgene, wat wij nu als eene ramp in de natuur beschouwen, wordt dooide biermannen als eene buitengewone uitkomst aangemerkt!

Zoo wij de vreugdestemmen door het geheele koninkrijk hoorden weergalmen, dat het graan der boeren aan het schieten was, en hunne bedienden iederen dag, den zondag niet uitgezonderd, bezig waren de schoven te openen om bij regen het water op te vangen, zóódat geen graantje het schieten zou kunnen ontgaan, wat zou dan kolonel Üartellot en zijne tegen de moutbelasting opgekomen vrienden bij zulk eene vertooning te zeggen hebben?

En dat is juist wat den geheelen mouttijd door in 6000 mouthuizen, die in het land bestaan, geschiedt.

Het, tweede proces bij de ale brouwerij wordt de menging genoemd.

Zoo het in des brouwers bedoeling lag eenen voedzamen drank te verkrijgen, zou hij het mout kooken en al het graan, behalve de bolster, bewaren.

Dat doet hij echter niet. — Hij weet, dat daardoor een dik voedselhoudend vocht, doch een zeer ongeschikt praepa-raat om geestrijken drank voort te brengen, zou ontstaan. — Zijn doel is eenvoudig al de suiker, die door het mouten was ontwikkeld, uit het graan te halen, en — ten einde zulks te bewerkstelligen, werpt hij het mout in eene groote kuip met heet water om het daarin te laten weeken, op eene temperatuur van ongeveer 170 graden l).

1) Engelsche graden, die in Engeland in alle brouwerijen worden gevolgd. In Nederland geschiedt zulks op een temperatuur van 106 graden Fahrenheit.

2

-ocr page 28-

18

De Diastase i) maakt gedurende dit weeken het zetmeel 2) oplosbaar en doet het spoedig tot suiker overgaan.

Het water wordt dan beladen met suiker (dextrine) 1) en andere oplosbare bestanddeelen van het graan.

Is de suiker geheel opgelost, dan haalt hij er zeer voorzichtig het vocht uit, zoolang tot het ophoudt zoet te zijn. Hij bezigt de meeste omzichtigheid ten einde te voorkomen, dat de andere graandeelen en vooral de pap (starch) mede komt.

Ik behoef het u naauwelijks te zeggen, — gij kunt het immers zelf onderzoeken, — dat het graan in die bewerking een groot verlies aan voedselsappen ondergaat.

Wat naar de koeien en varkens in den vorm van koren gaat, bedraagt niet minder dan een derde van het geheel.

Nu hebt gij eenen zoeten, smakelijken en in menig opzicht voedzamen drank. Hij is ook geheel vrij van alkohol; want, ofschoon ik voor zijnen invloed op de ingewanden niet zou durven instaan, kan ik u v erzekeren, dat, hoeveel gij ook van dit „ongegist hier\'\'\'\' zoudt drinken, het niet het geringste teeken van bedwelming zou veroorzaken 2).

Het afgetapte vocht wordt vervolgens verhit in groote ketels met bijvoeging van hop, voor het meerendeel in evenredigheid van 25 duizendsten van het gewicht van het mout.

Is het vocht of de biermout genoegzaam verdampt, dan laat

1

Het door warm water geheel en al opgelost zetmeel, dat door die oplossing nieuwe eigenschappen heeft gekregen, heet dextrine.

2

In den Codex Batavus, titel: „Bierbrouwen en bieren,quot; leest men: „de geliefde drank der Germanen, die door den beroemden Unser „„bierquot; werd genoemd, was een aftreksel van granen, die eigenlijk „gezegd aan geene gisting waren onderworpen.

-ocr page 29-

19

men het, nadat er de hop 1) van is afgezonderd, vloeijen in zeer breede en ondiepe kuipen of bakken, koelbakken geheeten, alwaar het weldra tot 66° Fahrenheit verkoelt en van daar in eene zeer diepe kuip stroomt, geilhdp of gistkmp geheeten.

Nu mengt men. er eene kleine hoeveelheid biergist of een ander gistmiddel onder, dat uit de voorgaande bewerkingen voortkomt en weldra ontwikkelt zich de „alkoholische gistingquot;, die eenige dagen met veel kracht voortgaat.

Dit noem ik het derde en verreweg het belangrijkste proces, omdat daarin al het kwaad wordt gedaan.

Tot nu toe was het werkelijk moutdrank, zonder bedwelmende kracht; doch wordt door het proces der gisting, alkoho-lisch. — De bedwelmende bestauddeelen koolzuurgas en alkohol worden hier voortgebracht. De suiker laat zich los, en de nieuwe verbinding vindt plaats, die aan deze beide het ontstaan geeft.

Daar suiker voedselhoudeud is en spiritus niet, bedraagt het verlies aan voedingstof door die verandering eene aanmerkelijke hoeveelheid; het gas en de spiritus is de eenige winst. — De laatste is niets anders dan whiskeij, die evenzeer uit moutvocht wordt getrokken. Ik kan u wel aanraden dit scheikundig proces der gisting met zorg te bestudeeren.

Deze wijngisting is de eerste stap in de ontbinding van het graan, die, wanneer zij niet werd tegengegaan, zou leiden allereerst tot — „de zure gistingquot;, — die het vocht tot azijn verandert, — en daarna tot — „de rottende gistingquot;, — waardoor het geheel tot eene stinkende, rottende massa zou worden.

1) Wort of hoppert (een goed Hollandsch woord) noemt men de met het bier in den brouwketel gekookte hop. — Volgens Beckmann, Poppe, Rassig en Gres wordt echter de hop in den brouwketel niet gekookt; maar door kokend water afgetrokken en dan bij het bier gevoegd.

Van Dalen noemt „ Wonquot; — most van gehopt bier, dat de gisting nog niet heeft ondergaan, en „hoppenquot; — bier in den hopketel eer de hop er van afgescheiden is.

-ocr page 30-

20

De vierde on laatste bewerking bestaat in liet verdunnen van den drank. De mensclien houden over \'t algemeen niet van dikke ale, en ofschoon zij veel van hare voedende eigenschappen spreken, doen zij alles, wat zij kunnen, om haar die te ontnemen. — Hoe dikker zij is, des te voedzamer; doch onze moderne bierdrinkers willen haar dun, doorschijnend en helder vloeijend hebben. — Zoo zet dan de bierbrouwer den drank te bezinken, en eene hoeveelheid degelijk voedsel — de gerst namelijk, — die op den bodem van het vat wordt gevonden, wordt nu eens weggeworpen en dan eens bewaard om gebruikt te worden bij het distilleeren van door de wet verboden whiskeij.

Mijne hoorders zullen, naar ik beweren durf, even als ik veel van room houden; — in de melk rijst zij naar boven; doch in het bier zinkt het dikke op den bodem en loopt eindelijk door het riool weg.

Doch komen wij op de gerst terug.

Om één gallon sterke ale te maken, beginnen wij met de

gerst en gebruiken daarvoor........6 pond.

Door het „moutenquot; halen wij er als kiempjes uit: iVa „ Door „het mengenquot; hebben wij als „graanquot; afgezonderd: ...............2 „

Met „de gistingquot; is door alkohol en koolzuur

verloren gegaan:............1 „

Bij verdunnenquot; hebben wij als „bezinkselquot;

weggeworpen.............. Vt „

Alzoo een totaal verlies van:.......5 Vt pond,

zoodat, wanneer wij één gallon bier onderzoeken, wij zien zullen, dat er niet meer dan twaalf, ja vaak niet meer dan 8 of 9 onzen gerst zijn overgebleven, en dat nog wel hoofdzakelijk „gomquot;, waarvan de waarde, met ander voedsel vergeleken, minder \'dan één stuiver is.

De kiempjes en kiemworteltjes zijn gerstdeelen; de „mout-korrelsquot; zijn gerstdeelen; het overgeblevene uit het mengsel is een deel van de gerst; het bezinksel is een deel van de gerst; en de alkohol en het koolzuurgas kunnen ook deelen

-ocr page 31-

21

van de gerst genoemd worden, daar zij \'tprodukt van hare suikersappen zijn, die door gisting in dien toestand zijn gebracht, waaruit duidelijk blijkt, dat van 6 ponden gerst hoogstens 8 tot 12 onzen overblijven.

Het is de alkohol of de geest in de ale, — eigenlijk de whiskeij, welke het volk in verkeerden waan brengt, zoodat zij prikkel voor kracht houden; terwijl inderdaad krachtver-spilling wordt veroorzaakt.

Ik mag daarom met alle recht staande houden, dat dit bewijs zonneklaar aantoont, dat de drank, waarover wij strijden , geenszins een voedzame of een tot het onderhoud des levens noodzakelijke drank is.

De geringe hoeveelheid gomachtige gerst, in de watermassa verdronken, verdient naauwelijks den naam van voedsel. In één gallon vertegenwoordigt het niet eens de waarde van één stuiver, dat geheel overéénkomt met de getuigenis van baron Liebig, die zegt dat 1 V-t gallon ale (circa G liter flesschen) waartoe TVa pond gerst wordt vereischt, niet zoo veel voedsel geeft als 1 pond (0.453 kilogr.) brood.

Velen spreken van bier, alsof het moutsap ware. Juister zou het echter zijn het, van hop en whiskey voorzien „pompsapquot; te noemen.

Er is slechts één geval bij het bier bereiden, en ook slechts één, waarin de drank, — het versche, zoete nog niet in gisting gebrachte bier, — moutsap zou kunnen worden genoemd, en dat is, wanneer het in de mengkuip is; — daarna ondergaat het de veranderingen, die ik heb vermeld, en in plaats van zoet en onschadelijk te blijven, wordt het alkoholhoudend.

Wanneer wij onzen volksdrank eer willen aandoen, spreken wij van: — „Sir John Barleycorn.quot; i).....Dat is lasterlijk!

1) „Barleycornquot;, samengesteld uit harley dat gerst en corn dat koren beteekent, eigenlijk gerstekorenquot;, als eigennaam of titel gebruikt, om daarmede den eerenaam van den volksdrank in Engeland, die van gerst en koren wordt gebrouwen, uit te drukken.

-ocr page 32-

22

Bij den landbouwer is die naam (Barleycorn) juist; — bij den mouter wordt hem een groot deel zijner levende bestand-deelen ontnomen, en — nadat de moutperser ieder deel van zijn lichaam heeft gebroken, maakt de brouwer door heet water enz. een einde aan zijne beteekenis, vergiftigt het gezonde bloed van den armen ridder, en werpt zijn lijk als „bezinkselquot; weg.

Arme Sm John! — En niettegenstaande dat alles, wordt het de bron van Engelands grootheid, ja volgens eene autoriteit de voorbode der beschaving genoemd!

liet heerschend denkbeeld is, dat de voortreffelijkheid van het bier afgemeten wordt, naar de hoeveelheid mout, die het bevat.

Men heeft menschen, die er niet mede voldaan waren, hooren zeggen: „wij gelooven niet dat er een greintje mout in is!quot; Nu begrijpt men licht, dat het de bedoeling van den brouwer niet is het mout er in te laten; maar wel, na zich zoo veel mogelijk van de hoeveelheid koolzuurgas en alkohol te hebben verzekerd, het er uit te halen.

Men houdt van helder, doorschijnend bier, en hoe minder mout er in den drank is, des te smakelijker vindt men hem.— Maar dan zegt men weer: „het is de geest van het mout.quot;

Tot welke ongerijmde gevolgtrekkingen onkunde al niet leiden kan!

Het mout in zijnen oorspronkelijken vorm bevat geen spiritus; — heeft men mout, dan heeft men geen spiritus, en heeft men de laatste, dan heeft men geen moid meer: deze is dan door kunstbewerking in eene geheel andere zelfstandigheid overgegaan. — Men zou, die redenering volgende, van tarwespiritus in het brood, — van havermeelspiritus in de soep der armen, — van zalm- of koekspiritus op de tafel der rijken kunnen spreken! — De eenige spiritus is die, welke ik heb verklaard, en die uit gisting ontstaat, namelijk— „whiskeij.quot;

Ook moet ik niet vergeten hierbij te voegen, dat het bier zonder hop bereid, zooals zulks voorheen geschiedde, veel zoeter was, dan tegenwoordig, en dat de hop, vóór zij werd ingevoerd, reeds van den kansel af werd veroordeeld; — de doktoren verklaar-

-ocr page 33-

23

den, dat men het volk er mede vergiftigde; — het parlement vaardigde eene akte uit, om er het gebruik van tegen te gaan, en toch bleef de hop tot nu zegevieren. — Ofschoon het bier door de hop wordt gekleurd, krijgt het in hoofdzaak zijne kleur even als de kofne door het branden van het graan op de mouteest. — Het mout voorpale-ale wordt hot minst gebrand, — voor licht bruin bier iets meer, en voor stout het meest.

Uit het oen en ander blijkt dan niet onduidelijk, dat de oorzaak der bedwelming gelegen is in het bier zelf, en toch wil men dat feit niet erkennen. Dewijl echter de bedwelming niet kan worden geloochend, gaat men eenvoudig heen, en maakt de schandelijke vervalsching van den brouwer tot den zondebok en niet de uit het mout getrokken alkohol.

Het kwaad van de dronkenschap wordt erkend, maar het wordt toegeschreven aan de lage praktijken der bierverval-schers. Onwetendheid houdt vol, dat bier, alleen van mout en hop gebrouwen, niemand zal dronken maken 1).

Er is geen onderwerp zoo populair als slecht bier en niemand wordt meer veracht, dan de brouwers en herbergiers, die het verkoopen. Er is geen handelsartikel, dat zoo algemeen en nog wel door de bierdrinkers zelve wordt veroordeeld.

Ik zou een boekdeel kunnen volschrijven met aanhalingen, die hierop betrekking hebben, beginnende met de dag- en weekbladen, vervolgende met de „Punchquot; en eindigende

1

Virchow zegt: „Bier erzeugt im allgemeinen eine aufgeschwemmte Kürperbeschaffenheit und nicht selten eine geistige Indolenz.quot;

Fr. Knapp noemt het bierdrinken een gecombineerd genot van opium en brandewijn.

-ocr page 34-

24

met de redevoeringen in het parlement en in de anti-mout-belasting-bij eenkomsten.

Mr. Smbe zegt: „dat het nu moeijelijk is oprecht onvervalscht „bier te bekomen en dat in de meeste gevallen zelfs voor veel „geld geen gezonde moutdrank te verkrijgen isquot;; verder voegt hij er bij, na do hooge prijzen van het bier te hebben besproken, „dat wanneer zelfsquot; voor deze fabelachtige prijzen zuiver en „goed bier te koop ware, de Londoners, hoe men er elders „ook over zoude denken, er geenszins over zouden klagen.quot;

„Het bier, dat in een groot aantal plaatsen wordt verkocht, „is schandelijk — wij zouden bijna zeggen goddeloos vervalscht. „Vergiftigend, ontaard mengselquot; en „afcalquot; zijn de epitheta, „waarmede de in onzen tijd zoo hoog aangeschreven drank „wordt onderscheiden. — Is het dan niet te betreuren, dat „niet alleen dorstige zielen; maar zelfs matige drinkers naar „een glas goede alequot; smachten, en het niet kunnen krijgen; — „dat, hoewel er genoeg mede gewonnen wordt, zich nog „geene maatschappij heeft gevormd, ten einde het bereiden „van zuivere moutdranken te verzekeren en de natie uit de „klauwen dier gewetenlooze brouwers te verlossen?!quot;

„Zou er geene commissie kunnen worden benoemd om het „bier te zuiveren en deze schurken tot inkeer te brengen ?quot;

„Ik moet er me bij neerleggen, wanneer men het volk „met wat suiker water en zout volpropt, — \'t zijn immers „onschadelijke artiken; doch gaat men zoover dat men „het coculus indicusï), gr ana paradisi 1), quassia 2), chia-

1

Grana paradisi (paradijskorrels), onrijpe zaden van Amonium granum paradisi. Uitwendig roodbruin, inwendig wit, glanzend, hoekig, reuk naar cardamom, smaak peperachtig.

2

Quassia, cartex quassiae, bast van de quassia amara, vuil grijs met

-ocr page 35-

25

„retta l) en alsem goeft, dan, — ik beken het volgaarne, zou „ik geen oogenblik aarzelen, allo ale proevers tot verzet aan „te sporen, ten einde te voorkomen, dat Harer Majesteits „onderdanen worden vergiftigdquot;.

Tot zoover de lieer Smee. — Op zijn zachtst genomen is dat niet anders dan eene opwelling van voorbijgaanden aard, — dan — eene zeer oppervlakkige en eenzijdige beschouwing, het resultaat van de onbekendheid met en de onoplettendheid op de zaken.

Zelfs zij, die zooveel over bier spreken en bovendien den geleerden doctorstitel voeren, beweren, dat een drank, enkel uit mout en hop getrokken, goed moet zijn en niet hedivelmen kan.

Zij schijnen er volslagen mede onbekend te zijn, dat „zuiver „bier niets anders is dan tchiskeij en hopwaterquot;, waaraan langs kunstmatigen weg kleur en smaak is gegeven, en zoolang zij ten aanzien dier onjuiste begrippen niet genoegzaam zijn ingelicht, blijven zij steeds bij die onzinnige praatjes van ver-valsching stilstaan.

Geen grovere fout konden daarom enkele onthouders begaan, dan met die verzinsels mede te doen; het volk zou toch daardoor tot het denkbeeld komen, dat, wanneer het zuiver bier krijgen kon, zulks juist datgene was, wat het behoefde. — Hoewel het nu waar is, dat eenige bierbrouwers en herbergiers hunne dranken vervalschen, wordt toch hun aantal in de meeste gevallen zeer overdreven. Ik geloof, dat alle fatsoenlijke brouwers zich bij mout en hop en natuurlijk ook bij water bepalen, welk laatste, met dat al nog hun beste vriend is.

De straffen op vervalsching zijn zoo verschrikkelijk, dat

zwarte vlekken; — ook lignum quassiae (kwassiehout) van de quassia araara, zeer bittere smaak; hoofdbestanddeel: eene bitterstof, quassiine.

1) Chiaretta, een zeer prikkelend kruid, dat, wat den smaak betreft, eenige overeenkomst heeft met onzen peper; doch naar den vorm veel gelijkt op de bij de Aurokaner negers in de Surinaamsche binnenlanden wel bekende rattenpeper (arratta pepre).

-ocr page 36-

26

ook zonder eenige andere overweging, het al zeer weinigen, die op groote schaal brouwen, zich aan het gevaar zouden willen blootstellen aan biervervalsching schuldig verklaard er daarvoor veroordeeld te worden l).

Ik neem gaarne aan, dat sommige herbergiers, water, zout of suikerstof onder elkaar mengen; doch dat zijn mengsels die weinig schaden, eu wat aangaat „paradijskorrelsquot; en andere daarmede gelijkstaande sterk prikkelende kruiden, ik betwijfel het zeer of zij wel zooveel nadeel doen in het bier als de alkohol, die er naar gelang der biersoort in aanwezig is, en — ware er geen alkohol in dan zou het door niemand worden geproefd.

Haal den alkohol er uit, zooals bij het maken van whiskeij geschiedt, en niemand zal er zijne lippen mede bevochtigen.

De brouwers hebben met eene lastige partij te doen. — Is de ale dun, dan zegt men: „Zij is het drinken niet waardquot;; — is zij zwaar, en is men den volgenden morgen van streek, dan houdt men het er stellig voor, dat er iets in is geweest,

1) Chaussez vermeldt, dat een biervervalscher in 1833 naar de galleijen werd verwezen, dat ook door Fabeoni wordt medegedeeld.

Om echter toch een staaltje te noemen van drankvervalsching, dat nu wel niet het bier, maar zijn geestverwant, den wijn geldt, diene het volgende. Volgens Moeller (mede redacteur van \'t maandblad voor scheikunde te Koppenhagen) was het een priester uit \'t Zwarte Woud, Martin de Beijer (levende in de 1e helft dezer eeuw), bij wien het eerst het denkbeeld opkwam de wijnen zoet te maken door middel van zilver en goudglit, welks doodelijke eigenschappen hij gewis niet kende. — In het traité de Police van De La Marre ziet men, dat sedert de 14\' eeuw het glit tot dat einde in de omstreken van Parijs werd gebruikt. — In den aanvang werden de wijngaardeniers van Argenleuil om dat feit tot 30 livres boete, — later tot zware gevangenisstraf veroordeeld. — In 1698 werd te Esslingen een persoon met den dood gestraft als overtuigd van wijn door middel van lood te hebben vergiftigd.

-ocr page 37-

27

dat der gezondheid nadeelig was, niet willende begrijpen, dat het juist de alkohol is, die hun zulke leelijke parten heeft gespoeld.

Zij willen oenen frisschen en helder vloeijenden drank, die de zenuwen aangenaam prikkelt en hen blijmoedig stemt; — zij willen ongehinderd drinken en zoo, dat zij van iedere vreemde aandoening vrij blijven, en niet bedwelmd geraken: des avonds recht vrolijk en des morgens niet neerslachtig. — Beantwoordt de drank aan deze eischen niet, dan heet hij „vervalschtquot;.

Terwijl men aan het bier van den brouwer steeds toeschrijft, dat het naar het hoofd stijgt, — het volk ziek maakt en de dronkenschap bevordert, wordt van het eigengebrouwen bier !) altijd gesproken als „zuiver, heilzaam en voedend\'quot;. — Het eigen-gebrouwen bier evenwel, in geval het even sterk wordt bereid, als dat der brouwers, — levert het ook dezeltde uitkomsten op.

Om slechts één voorbeeld te noemen, dronk iemand bij gelegenheid van een feest bij eenen vriend twee glazen bier, dat ter eere der meerderjarigheid van zijnen zoon uit enkel mout en hop was gebrouwen en den volgenden dag was hij geheel en al van streek.

Waaraan was dat nu toe te schrijven? Aan vervalsching viel niet te denken, evenmin als aan kivassie of paradijs-korrels. De eenvoudige verklaring is deze: het mout, dat men had gebruikt, bevatte eene groote hoeveelheid zoetdeelen.

1) „Eigen gehromeen hierquot; noemt men in Engeland eene zeer lichte biersoort, overeenkomeade met ons gewoon Hollandsch gerstebier, dat om zijn minder alkohol houdend bestanddeel ook minder snel bedwelmt, èn — bleef men zich inderdaad daarbij bepalen in mate of ware geen\' andere dan deze lichte biersoort te verkrijgen, er zou misschien minder te vreezen zijn; maar er moet thans wel degelijk op het gevaar opmerkzaam worden gemaakt, dat het als een lokaas dc smaakorganen steeds naar moor en sterker kan doen verlangen.

Beter, in elk geval, een veilige weg dan langs den rand van eenen afgrond zich te laten leiden. (Zie nadere verklaring in den Aanhang Letter C.)

-ocr page 38-

28

die door menging er goed waren uitgekomen en lang genoeg in zulken toestand waren gehouden, om eene flinke gisting te ondergaan; daardoor werd eene groote hoeveelheid alkohol afgezonderd, die, zooals natuurlijk is, den man naar het hoofd steeg. — En ofschoon hot niet meer voedsel inhield dan gewoon stuiversbier l), was het toch veel meer dronkenmakend, zonder dat het ook maar eenigszins vervalscht was.

Dit houd ik in allen ernst vol, dat, waar paradijskorrels en zijne schadelijke satellieten hunne tientallen hebben gedood, de alkohol zijne tienduizenden heeft geleverd.

Laat ik er den onthouders 1) dan eens vurig om smeeken zich toch niet op een verkeerd spoor te laten brengen, en — voor het geval er waarlijk oorzaak tot oneenigheid tusschen herbergiers en hunne klanten mogt bestaan, het bijleggen dier twisten aan henzelven over te laten. Onthouders moeten zich niet verlagen als schildwachten op te treden om de zuiverheid van het biervat in bescherming te nemen.

En nu iets over het eigengebrouwen bier.

Cobbett was er een groot voorstander van; maar hij kende den aard en de eigenschappen niet van dien drank, evenmin als Joshua Fielden, die er zoo zeer voor in de bres springt.— Ik eerbiedig de beweegredenen van deze voorvechters voor de huiskan; maar het is te laat eene verouderde en zeker niet wenschelijke praktijk weder in te voeren.

1

Onthouders (teetotalers en abstainers) noemde men allereerst in Engeland en Amerika en noemt men thans ook overal elders die personen, die zich uit vrije beweging het beginsel van volstrekte onthouding van alle bedwelmende dranken (teetotalisme), onder welken vorm ook opleggen.

-ocr page 39-

29

Ik geef gaarne toe, dat het tot eigen gebruik gebrouwen bier minder schadelijk is dan dat, hetwelk tot den verkoop is bereid, evenwel niet om de reden, die er gewoonlijk voor wordt gegeven, namelijk dat tappersbier met kruiden is vermengd; maar wel, omdat het eigen brouwsel minder spiritus bevat, minder van datgene, hetwelk Shakespeare „den duiver noemt.

De moderne drinkers gevoelen gaarne de werking van den drank, en verkiezen daarom bier, dat meer alkohol bevat. — Zoo nu de herbergiers dergelijk bier als dat, hetwelk tot eigen gebruik wordt gebrouwen, verkochten, zouden zij spoedig hunne klanten verliezen.

Het eenig kwaad, dat in eigen gebrouwen bier gelegen is, kenmerkt zich in het steeds gaande houden van den drink-lust !) en in het opwekken van de zucht naar zwaarder bier, en van dit laatste tot nog meer prikkelende vochten.

Het eigen fabrikaat gaat echter langzamerhand uit de mode; 1) men kan het wel is waar veel goedkooper maken, dan dat men het koopen kan; doch niet van dezelfde kwaliteit, die thans volgens den smaak algemeen wordt gezocht.

Toen het wasschen, bakken en brouwen de gewone weke-lijksche bezigheden van eene goede huisvrouw en hare dochters waren, droeg de bierkan een huiselijk karakter. — De wetenschap had er niets mede te maken, en de suikermeter was een werktuig, waarvan men nooit had gehoord. — Het brouwsel

1

Met het gewone Hollandsche gerstebier gaat het evenzoo. Brouwerijen, die zich daarbij bepalen, raken hoe langer zoo meer op den achtergrond, en worden hoofdzakelijk nog slechts hier en daar op het platte land en dan nog van zeer geringen omvang, gevonden. — Brouwerijen van eenige beteekenis leggen zich op dat fabrikaat niet meer toe. (Zie Aanhang Letter D.)

-ocr page 40-

30

kwam dagelijks op tafel meer als „voedingsmiddelquot; dan tot prikkeling en, versch gedronken, liad het naauwelijks tijd bedwelmend te worden.

Onder de regeering van Jacob I was het eene gewoonte, dat elk schepeling, jong of oud, aan boord der koninklijke schepen „een gallon hier per dag kreegquot;, een duidelijk bewijs Yoor het verschil in kracht van dit vocht, in vergelijking met datgene, wat het volk tegenwoordig eischt. — Het wordt nu meer gebruikt als een artikel van weelde, en daar men middelen heeft om het te betalen, wil men het „goedquot; hebben, wat het ook kosten moge.

Beproef eens onze lustige bierdrinkers, zelfs de gewone werklieden weer terug te brengen tot het eigen gebrouwen bier onzer voorvaderen, en zij zullen er de neus met verachting voor ophalen. — De wijze van drinken, zoowel als die van het kleeden, heeft groote schreden voorwaarts gedaan, vooral onder de mindere klassen. — Het gebruik van eigen gebrouwen bier is uit de mode geraakt, en ik betwijfel of er van de 17000 huizen in Preston *) wel 17 gevonden worden, waar men het bier zelf brouwt. — In de middelklassen vindt men het goedkooper en beter gedurende of vóór het eten eene flesch of kruik bier te halen, dan steeds een vat in den kelder te hebben.

Ik hoop, dat de dames, die dit lezen, aan hare vrouwelijke bedienden de onaangename, om niet te zeggen gevaarlijke taak, niet zullen opleggen dag aan dag in koffiehuizen bier te gaan halen.

Het is eene taak, daar ben ik zeker van, die eene fatsoenlijke dienstmaagd niet benijdenswaardig vindt.

Er is geen oorzaak, die zulk eenen nadeeligen invloed op de vorderingen der volstrekte onthouding (teetotalisme) heeft gehad als wel die onhehendheid met de eigenschappen van het bier.

1) Preston, eene stad in Engeland, ± 6 uur sporens N, N. W. van London, — Livesey\'s geboorte en woonplaats.

-ocr page 41-

31

Omtrent dit onderwerp is men in Engeland geheel en al in de duisternis 1).

Door de overlevering en niet door de wetenschap heeft het volk zich laten onderrichten.

Dit bier — deze, naar men meent, wonderlijk voedende drank — is niets meer of minder dan vervalscht water.

Een pint bier is een pint water, dat een weinig gekleurd en smakelijk gemaakt is, en dat zoo veel whiskey bevat als voldoende is, om de zenuwen te prikkelen en het volk te doen gelooven, dat het kracht geeft. 1)

-Niettegenstaande alles, wat reeds daaromtrent is gezegd en openbaar gemaakt, heerscht er onder alle klassen, zoowel onder de geestelijkheid als onder de leeken, onder rijk en arm groot gebrek aan kennis aangaande den aard en de eigenschappen onzer moutdranken en met betrekking tot hunne werking op het menschelijk gestel 2). En wanneer zelfs vereenigingen als die „ter bevordering van christelijke kennisquot; buiten haren werk-

1

Girardin zegt: chemisch beschouwd bevat het bier veel water, — kleine hoeveelheden alkohol, — suiker, — gumlijmstof, — gist, — bruine extract-stof, — gele en hittere stuf van de hop, — gele, olieachtige, naar mout riekende vette stof, — phosphorzure kalk, — en phosphurzure magnesia, die opgelost blijven door azijn- en phosphorzuur. — Het bevat even veel alkohol als de appel- en perendrank. — Het heeft betrekkelijk veel koolzuur: — het niet schuimende bier bevat slechts 2 pet. in volumen, — in het schuimende vindt men van 8 tot 26 pot.

2

In Nederland is men te dien aanzien niet veel wijzer en overdrijven wij geenszins, als wij zeggen, dat wij de treurige gevolgen dier onkunde zich meer en meer zien openbaren. —In het maandblad De Stem der Liefde, n°. 10 van 1886 leest men: Na al het kwaad, dat Schiedam\'s jenever voor geheel de wereld wrocht, verrijzen bij ons in paleizenvorm brouwerijen en bierknijpen ongestoord en onbestreden als paddestoelen, ja worden zelfs verre boven het Evangelie als de ware dooddoeners van den heilloozen jenever begroet en gekroond.

-ocr page 42-

32

kring gaan kunnen, door het bier aan te bevelen, dan is liet niet te verwonderen dat die onwetendheid zal blijven bestaan.

Juist die onkunde is er de oorzaak van, dat verscheidene van de meer beschaafde onthouders, vooral godsdienstleeraren, afvallen. Zij verbinden zich ten bate van anderen, en bewaren altijd eene gunstige meening van den drank, wanneer hij matig gedronken wordt. Zoo doende oefenen zij zich in zelfverloochening (terwijl ware onthouders het zelfgenoegen noemen), en bij den eersten keer, dat zij zich min of meer ongesteld gevoelen, rijst de vraag bij hen op of de onthouding daarvan ook de oorzaak is, en — inziende, dat zij niet geroepen zijn hunne gezondheid, zij het ook voor anderer welzijn, op te offeren, lijden zij schipbreuk met „hun onthoudingsstelselquot;. Wanneer zij tot deze inzichten zijn gekomen, worden zij daarin door de doktoren en hunne oude vrienden op allerlei wijzen ondersteund.

De niet voedende eigenschappen van het bier zijn echter de hoofdredenen niet van onzen tegenstand; — wij zijn er alleen zoolang bij blijven stilstaan, omdat de voorstanders zijne voedende eigenschappen steeds als reden van gebruik aanvoeren.

Ik ben er hoofdzakelijk tegen, omdat het onder de bedwelmende dranken bij het volk eene éérste plaats inneemt.

In het geheel genomen, beschouw ik het bier als de slechtste drank om drie redenen. Ten eerste, omdat de algemeeneopinie zoo sterk in zijn voordeel pleit, en het boven, wat wij noemen — spirituale dranken verkiest; — ten andere, omdat het gewoonlijk voor voedend wordt gehouden en daarom niet voor bijzondere gevallen bewaard blijft, maar zelfs één-of tweemaal per dag op de tafel der meeste families verschijnt; en — ten derde, omdat do wijn in kleine, — spiritus in nog kleinere glazen, — het bier daarentegen in groote kannen l) gedronken

t) Terecht werd mij opgemerkt door een zeer geacht geneesheer, dat men lang bij de bierpot konde zitten, en uit dat oogpunt beschouwd

-ocr page 43-

41

Er zou veel meer worden gedronken; de landbouwers zouden niet voldoende leveren kunnen; men zou zijne toevlucht in den vreemde moeten zoeken, en de concurrentie zou den landbouwers veel nadeel berokkenen.

In weerwil van alles wat gesproken en geschreven is, wordt toch nog het denkbeeld, dat een kan bier voor den werkman goed is, door velen gehandhaafd.

Hierover dus een woordje tot U mijne werklieden. Ik wenschte wel te weten in welk opzicht het bier den arbeider voordeelig en nuttig is? In de allereerste plaats: kan het geacht worden uwen dorst te lesschen?

Ik zeg neen! Het zal juist naar zijn alkohol houdend vermogen er eerder toe bijdragen uwen dorst te doen toenemen, dan dien te verminderen. Hoe slapper het is, dat wil zeggen, hoe meer overéénkomst het met water heeft des te meer is het geschikt uwen dorst te lesschen.

De natuurdrank, „die te zwak is een zondaar te zijnquot;, kan den dorst doen bedaren, en hiermede is elk dier voldaan; de mensch echter niet. En zijn wij inderdaad met al onze ontdekkingen op het gebied der Temperenzzaak, waarop wij ons verheffen, ten slotte juist tot de wetenschap gekomen, of — hebben wij juist geleerd, — even wijs te zijn als het redelooze vee, dat vergaat, zonder sporen van zijn bestaan achter te laten.

Do matige mensch of Temperenzman is zelden dorstig en verlangt slechts weinig te drinken; de drankdrinker daarentegen is altijd droog en heeft nimmer genoeg. Laat hem kruik op kruik van zijn geliefkoosden drank verzwelgen, bezoek hem den volgenden morgen en gij zult zien, dat zijne tong van dorst is verdroogd en zijne lippen als het ware zijn zamen getrokken. Hoe meer hij drinkt, des te dorstiger is hij. Want wat is, na alles wat u hier is gezegd, uwe ale, uw hier anders dan spiritus en gekleurd hopwater?

Ik heb u reeds duidelijk doen zien, dat van een quart, l)

1) Een quart, — het vierde van een gallon, dat is: 1.1357 liter.

-ocr page 44-

42

ruim zeven (7,3) gills \') letterlijk water is. Daarom, indien gij niet van water houdt in zijnen waren onvervalschten of natuurstaat, geeft het dan eene kleur of wat smaak door er een weinig azijn, gember of limoensap hij te doen of ook door toevoeging van een hard gebakken korstje {burnt crust) 1); het verkwikt u, iverkt onschadelijk en gij hebt hoegenaamd geene onaangename gevolgen te vreezen.

Niets is zoo goed als zuiver water om den dorst te lesschen, en onder de vloeistoffen is er geene, die zooveel voedsel bevat als melk.

Zie dat schoone schitterende glas water, als het naast uw bord staat; het kost u niets; het is eene der voortreffelijkste gaven Gods; het doet u goed en geen kwaad; het bevordert de spijsvertering; het wekt u niet op om u naderhand ter neer te drukken, en gij drinkt van dit vocht niet meer dan noodig is.

Zoudt gij er dan nog op staan, in plaats van het heldere, lekkere, doorschijnende water in zijnen natuurlijken toestand te drinken, het door houtskool gekleurd, met hop bitter en door whiskeij verhit gemaakt te gebruiken, en — in stede het kosteloos te hebben er u bij neer te leggen, het tegen alle prijzen (tegen 4, 5 of 6 stuiver) per quart aanteschaffen ?

ïs er grooter dwaasheid denkbaar ?

Ik hoop dan, wanneer gij weder in uwe bierpleitrede het krachtbevorderend beginsel tot verdediging aanvoert, dat wil zeggen, wanneer gij het gebruik er van om zijne voedende en kracht gevende eigenschappen zult willen rechtvaardigen, de thans gegeven verklaring u van de kinderachtigheid van zulk een verdichtsel zal overtuigen.

1

Burntcrust noemt men in Engeland en bijzonder in Wallis hard gebakken korstjes, die opzettelijk in rechthoekigen vorm van eene kleine vingerlengte als harde beschuit wprden gebakken en in de thee of ook in water worden geweekt, en tevens het water wat smaak mededeelen. — Zoo wordt door de Engelschen om de uitwerking van koud water, vooral in den zomer ter verkoeling gebruikt, eenigermate te wijzigen, ook wel geroost brood in \'t water gedaan (toast and water).

-ocr page 45-

43

Het zijn de vaste en niet de vloeibare stoffen, waarop de arbeidende klasse heeft te werken.

Op vasten grond loopt men minder gevaar te verdrinken dan op eene vloeibare massa.

Mij is dikwijls de vraag gedaan; „Kan een man zijn werk met kond water doen?quot; waarop ik antwoordde: „neen, ook niet met koude ale!quot;

quot;Wat geeft bet paard van den molenaar kracht (dat niets dan koud water drinkt) en doet zijne ribben als van vet plooien ? Alleen het voedsel, dat het opneemt. En juist dat goede voedsel is het mijne arbeidende vrienden, dat brood, dat vleesch en die meelspijzen, waaraan gij uwe kracht moet ontleenen. Gaat gij echter heen en neemt de bierkan tot prikkeling, ik stem gaarne toe, dat zij aan dat doel zal beantwoorden; doch de uitwerking dier stimulatie is in de meeste gevallen voor het gestel nadeelig.

ïe werken door den drank er toe geprovoceerd, is een wissel op uw gestel op uwe krachten trekken , is het gestel ondermijnen en meer van de spierkracht vorderen, dan zij op het oogenblik verstrekken kan. Bier moge u voor eene wijle opbeuren , het doet u echter zeker weêr met eene kracht ter neêr vallen, die ge moeiehjk zult kunnen weerstand bieden.

De geheele ontwikkeling van de uitwerking der stimulatie (van den prikkel door drank), ziet gij in den Zaturdagavond-drinker. Hij leeft tweemaal te snel; hij leeft Zaturdagavond ook voor Zondagmorgen, en — zoo groot is zijne opgewondenheid, dat, wanneer hij zich Zondag zelfs van allen drank zou onthouden, de Sabbaths rust niet voldoende zou zijn het evenwigt van zijne natuur te herstellen tegen het arbeidsuur op Maandagmorgen.

De door alkohol voortgebrachte prikkeling moet als eene soort ziekelijken toestand worden beschouwd l), — het trachten

1) Dr, Guijot zegt te dien aanzien het volgende: De gevaren van het gebruik der alkoholiache vloeistoffen zijn zoo groot en menigvuldig , — de gevangenissen, krankzinnigengestichten, hospitalen enz.

-ocr page 46-

44

daarnaar reeds als verwant aan of oorzaak van zekere ziekelijke gesteldheid of ongezond wezen; — wie er naar haakt schijnt die edele en hemelsehe gave — gave lt;ler redequot; — te willen onderdrukken, uitdooven of den genadeslag toebrengen.

(Ps. 53, vs. 2.)

Thans een woordje tot u, mijne lieve vriendinnen, dat mij tevens brengt tot het derde deel mijner verhandeling, waarin ik mij heb voorgesteld zonneklaar aan te toonen, dat mout-dranken in eiken zin af te keuren zijn.

met zulke groote massaas haver slachtoffers gevuld, en de voordeelen, die het aanbrengt, zijn zoo uiterst gering, dat het zeer wenschelijk zou zijn indien de Europesche volken, op het voorbeeld der Amerikanen, daarvan afzagen.

Laat ons de hoop voeden, dat onze werklieden, beter ingelicht omtrent hun waarachtig belang, naarmate zij in kennis toenemen, éénmaal die schadelijke gewoonten vaarwel zullen zeggen, waardoor zij zoowel hunne beurs als hunne gezondheid benadeelen.

„Mijnheer,quot; zeide een rijk verkooper van alkoholische vochten te Dantzig tot den geestigen Brillal-Savarin, „men heeft in Frankrijk „geen denkbeeld van het groot belang des handels, dien wij van „vader op zoon, sedert meer dan eene eeuw drijven. — Ik heb de werklieden, die bij mij komen, oplettend gade geslagen, en als zij zich „overgeven aan de neiging tot den sterken drank, die zich bij de Duit-„schers maar al te zeer openbaart, dan komen zij ook bijna allen op „dezelfde wijze aan hun einde. — Éérst gebruiken zij \'s morgens een „klein glaasje brandewijn, en daaraan hebben zij vele jaren genoeg „(ook is dat bijna allen werklieden gemeen, en wie zijn glaasje niet „gebruikt zou door al zijn makkers bespot worden); —vervolgens ver-„dubbelen zij de dosis, dat is, — zij nemen \'s morgens een glaasje en „even zooveel \'s middags. — Twee of drie jaren houden zij zich daarby, „en dan drinken zij hem geregeld \'s morgens, \'s middags en \'s avonds. „Alras beginnen zij hem nu elk uur te gebruiken, en verkiezen geen „anderen, dan die op kruidnagelen is getrokken. — Als zij zoo ver zijn, is „het zeker dat zij op zijn hoogst nog zes maanden leven-, zij droegen uit, „krijgen de koorts, gaan naar het hospitaal en worden niet meer gezien !quot;

-ocr page 47-

45

quot;Wat trekt meer de aandacht en wat is de belangstelling meer waard dan de zuigeling, die aan de borst der moeder hangt! En hoezeer is het dan ook van belang te weten, dat diezelfde moeder, — door bier te drinken, — de lessen der natmir in den wind slaat, en zichzelve en haar geliefd kind benadeelt! En nog wil die traditionneele onkunde, door de toegevendheid van den geneesheer ondersteund, dat der zogende moeder porter, ale of hier worde verstrekt!

Sommigen houden het er voor, dat daardoor hare krachten worden opgehouden, hetwelk echter zoowel in dit als in elk ander geval bloote verbeelding is; want het bier deelt geene voedende eigenschappen aan de moedermelk mede en kan het er ook niet aan mededeelen. Het wordt dikwijls gebruikt, omdat men zich verbeeldt, dat het kind er meer voedsel door krijgt en de alkohol verstrekt dat ook eene poos, eigenlijk gezegd met geweld, geforceerd; terwijl hij tegelijkertijd de krachten der moeder ondermijnt, de toekomstige gezondheid van het kind in gevaar brengt, en — zeer dikwijls in het kind eene erfelijke zucht naar drank doet geboren worden. —

Er zijn wel vrouwen, die om de onrustigheid van het kind gedurende den nacht te voorkomen, vóór zij slapen gaan, bier of verdunde spiritus gebruiken, uitgaande van de veronderstelling, dat dit bedwelmende vocht, zich met de melk ver-eenigende, het kind, door de opname er van min of meer bedwelmd, rustiger zal doen slapen; doch zij weten niet, dat zij het kind daarmede evenveel kwaad doen en even schuldig zijn als de arme vrouwen in Londen, die haren kinderen „Gordfrei/s Cordialquot; of „quietus\'\'\' l) geven. Het eenige onderscheid is, dat in het eene geval het kind het uit de éérste, en in het andere geval uit de tweede hand krijgt.

1) Godfreys Cordial of quietus is een mengsel, dat zamengesteld is uit: 10 gram tinctuur kalina, 5 druppels sassafras olie, 20 gram spiritus melisse, 22 gram tinctuur opü aromaticum. Het wordt ook wel bij kinderen tegen het zuur aangewend.

-ocr page 48-

46

Is het kind bij nacht onrustig, tracht er de reden voor te vinden en verplaats het; maar in elk geval is het oneindig beter het onder een bestaand ongemak op te houden, dan eene tjjdelijke rust te koopen, die zijne toekomstige gezondheid ondermijnt.

Een aantal geneesheeren zijn krachtig tegen dezen verderfe-lijken maatregel opgekomen kinderen door bier of jenever met water middellijk — uit de tweede hand — te bedwelmen; — immers wat Godfrey\'s Cordial direct veroorzaakt, doet alkohol indirect. —

„Vrouwen, die haren kinderen te zuigen geven of minnen, „zijn maar al te zeer overgegeven aan de gewoonte porter en „ale te drinken om daardoor meer melk te krijgen,quot; zegt Dr. Macsish. — „Dat algemeen gebruik kan niet genoeg worden „afgekeurd, en met niet genoeg nadruk kan men er op „wijzen hoe nadeelig het is.quot;

„Het is voor beide partijen verderfelijk, en legt den grond tot „eene menigte ziekten in het kind.quot;

Dr. Edward Smit zegt: „Alkoholhoudende vochten worden „door vele vrouwen in groote mate gebruikt, omdat zij geloo-„ven, dat haar zenuwgestel daardoor wordt versterkt en de „toevoer melk voor het kind wordt gehandhaafd; doch ik ben „er van overtuigd, dat het eene grove dwaling en niet zelden „de oorzaak is van stuiptrelclcing en vermagering van liefkind.quot;

„In acht jaren heb ik 137 vrouwen als verloskundige bijge-„staanquot;, zegt Mr. A. Courtney, „en heb zonder uitzondering „waargenomen (onder gelijke omstandigheden), dat die vrouwen, „die vóór of gedurende de zwangerschap nooit moutdranken, wijn „of ander geestrijk vocht hadden gedronken de gemakkelijkste „bevalling, het vroegst herstel en de heste gezondheid daarna „hebben mogen genieten.quot;

„Duizende kinderen worden jaarlijks door stuiptrekkingen „als anderszins weggemaaid, als het uitwerksel dier dranken, „door de moeder gebruikt.quot;

-ocr page 49-

47

Op eene algemeene vergadering wees diezelfde geleerde op het volgeade voor velen zeer belangrijke feit:

„Op onze laatste bijéénkomst hadden wij het genoegen elf „zogende moeders met hare kinderen in ons midden te zien, „welke vrouwen, elk in \'t bijzonder hare kinderen onder begin-„selen van volstrekte onthouding hadden gezoogd.quot;

„Meer gezonde, schoonere kinderen heb ik nooit gezien, en „volgden alle moeders datzelfde sijsteem, wij zouden binnen „weinige jaren al een zeer gering aantal zwakke en aan de „Engelsche ziekte lijdende schepseltjes waarnemen, die wij tegen-„woordig zoo vaak ontmoeten.quot;

Mr. Chavasse spreekt in „zijne wenken aan de vrouwquot; zeer beslist over het nadeel door \'t gebruik van moutdranken, bijzonder in deze gevallen, veroorzaakt.

„Eene zogende vrouw is vaak dorstig; in dat geval moet „zij echter niet heengaan en hare toevlucht tot hier en wijn „zoeken om den dorst te lesschen; dat zou hetzelfde zijn als „olie in het vuur werpen. — De beste dranken zijn : zuiver water, „ivater met melk, gersteicater en melk of zwarte thee. — Vrouwen, „die haren kinderen te zuigen geven, zijn op zekere tijden onder-„hevig aan opgewonden gemoedsstemming of neerslachtigheid. „Met het oog vooral op het laatste, kan ik uit een geneeskun-„dig oogpunt er niet genoeg op wijzen van hoeveel belang het „is dat zij zich van wijn en van alle andere prikkelende dranken „als opwekkings- of geneesmiddel onthouden: — een oogenblik „wordt haar geest er slechts door opgebeurd; doch later weder „in vermeerderde mate ter neer gedrukt.

„Een njtoertje op \'t land, of een korte wandeling, — een „kop thee, of een gezellige kout zoude het beste geneesmid-„del zijn.quot;

„De eenvoudige zaak is dezequot;, zegt Dr. Lees, „wanneer „moeders alkohol houdende dranken gebruiken, gaat de alkohol „in de melk en wordt aldus onmiddellijk aan het kind toegediend. Door dat bedwelmende ingredient wordt dehoedanig-,heid van de melk niet verbeterd; maar wel meer waterig

-ocr page 50-

48

„gemaakt, minder voedsel- en oliehoudend, zooals het scheikundig „onderzoek dat dikwijls heeft bewezen.quot;

Laat mij u dan zeggen, dames, die met kinderen zijt gezegend, of die het hoopt te zijn, dat ik nog een groot tal namen van mannen van wetenschap en ervaring zou kunnen noemen, die zich in denzelfden zin en met niet minder krachtige bewoordingen hebben uitgedrukt; doch ik hoop, dat het gesprokene voldoende zal zijn, u er toe te brengen uwe ooren te sluiten, voor wie het ook zij, die het gebruik van Dublin Porter of Bass hitter of bier of ale aan moeders en minnen aanbevelen.

Ga ik er nu eens toe over uwe goede aandacht te vragen voor datgene, wat wel het verschrikkelijkste is: hef bedrog aan geld namelijk, dat aan onze volksdranken, waaronder bier in de allereerste plaats mag worden genoemd, wordt besteed.

Om velerlei oorzaken verschillen natuurlijk de berekeningen onderling.

Wij kennen het bedrag aan rechten, dat op mout als biermakend artikel wordt gelegd, en ook de som, die als belasting op spiritualiën en wijnen wordt betaald; doch er wordt geen rekening gehouden met den inhoud (door de brouwers eigenaardig „lengthquot; genoemd), dien een bushel mout onder het brouwen krijgt.

In sommige gevallen worden er negen gallon water op de bushel (acht gallon) mout gebruikt; terwijl in andere gevallen 18 gallon worden aangewend, met alle hoeveelheden in tusschenpoozen bijgevoegd.

Ook hebben wij geene middelen, buiten waarschijnlijke schatting, de winsten te berekenen, die de brouwers, jeneverslijters en herbergiers maken.

Nemen wij dan den accijnsstandaard in betrekking tot de hoeveelheid water en mout bij het brouwen gebruikt aan, en berekenen wij de prijzen, waarvoor bier, wijn en brandende spiritualiën in \'t klein worden verkocht, dan toont ons een opgemaakte staat, dat het jaarlijksch bedrag in dit land (Engeland)

-ocr page 51-

33

wordt: — ik heb zelfs eene dame gezien, die twee var; zulke kannen bij het middagmaal ledigde, zonder dat zij er iets van scheen te gevoelen bovenmatig te hebben gedronken.

Niettegenstaande er veel met betrekking tot de identiteit van de spiritus in bier en wijn l), met die in

deze niet weinig er toe bijdraagt de mannen uithuizig te maken en verstorend op het familieleven te ageren.

1) Het vaderland van den wijnstok ligt ten zuiden der Kaspische zee, alwaar zijn stam de dikte van een arm bereikt en zjjne ranken tot de toppen der boomen zich verheffen. Van daar werd hij reeds sints de vroegste oudheid verder verspreid; — de Phoeniciörs hebben hem hot eerst leeren kweeken op de eilanden van den Archipel, in Griekenland, op Sicilië, eindelijk in Italië en op het grondgebied van Marseille, — en thans wordt hij in het warmere gedeelte der gematigde luchtstreek op vele plaatsen gekweekt, hetzij om zijne vruchten als zoodanig te gebruiken, hetzij om daaruit wijn te bereiden. — Door wijn verstaat men gewoonlijk het gegiste sap der vruchten van den wijnstok, en heeft hij als zoodanig een veel meer bedwelmend vermogen dan bier. — De wijnbereiding behoort tot de eenvoudigste bedrijven, die, even als de broodbakkerij, in de laatste eeuwen slechts weinig verbeteringen heeft ondergaan; maar wij kennen bijna geen vocht, dat aan zooveel vervalsching blootstaat en die de scheikundige wetenschap, in weerwil harer steeds voortschrijdende vorderingen, dikwijls moeite heeft te ontdekken. De wrangheid van wijn van slechten grond wordt verborgen, — de smaak der flaauwe wijnen verhoogd, — de gemeene worden gekruid tot zij het bouquet van betere krijgen en hunne kleur door verwstoffen of plantensappen gekleurd. Zelfs maakt men wijnen zonder druiven door middel van mengsels van water suiker, alkohol, azijn en onderscheidene kleurstoffen. Dergelijke schadelijke praktijken veroorzaken den verbruikers niet alleen nadeel in hunne gezondheid; maar ook in hun geldelijk belang.

Zoo als de berichtgevers verzekeren, bevatten te Parijs in het jaar 1875 bijna alle gewone tafelwijnen giftige fuchsine (anilinerood) of zoogenaaraden grenat (onzuivere zelfstandigheid uit het fabriceren van fuchsine ontstaande) of wel een mengsel van afval en nevenprodukten

3

-ocr page 52-

34

rum 1), jenever 2), brandewijn 3) en whiskey geschreven is, is er nog een groot deel van het volk, dat omtrent dit onderwerp in volstrekte onkunde verkeert.

der anilinefabrieken. — De bewerking der wijnsoorten was met behulp van deze kleurforcêring werkelijk zoo nationaal produktief geworden, dat van 65 millioen liter gewas in Frankrijk zelf 90 millioen liter gedronken werd. — Een voormalig Apotheker te Roman verkocht alleen in de jaren 1874 en 1875 niet minder dan één millioen kilo kunstmatige wjjnkleurstof, die met 2 frank het kilo betaald werd. (Voor twee millioen frank wijnkleurstof!!). (De Gezondheid 11quot; afl. 1879).

Als een curiosum voegen wij bij deze noot nog deze:

In een te Altona gedrukt werk leest men de volgende zinsnede: Om den wijn zijnen smaak te doen behouden, moet men er drie a vier pond lood Ujvoegen\'.l (dat is in poedervorm op 250 liter wijn).

1) Rum, een hoofdzakelijk op de Antillen bereid geestrijk vocht, uit melasse, zijnde eene dikke en bruine siroop of schuim van suikersiroop, verkregen bij de bereiding der rietsuiker. — De eigenaardige reuk en smaak van den rum worden door eenige kunstgrepen verkregen. — Rum bevat gemiddeld 50 pet. alkohol.

2) Jenever wordt van gerst en rogge bereid. — De eerste wordt op de gewone wijze gemout en daarna tot moutmeel gemalen. Bij 56 kilo gerstemeel voegt men 114 kilo roggemeel en maakt hiervan, met 2300 liters water, een beslag, in eene houten kuip, hetwelk tot 72° (Celsius) wordt verwarmd. Nadat de omzetting van zetmeel in suiker gedeeltelijk heeft plaats gehad, voegt men nog omstreeks 200 liters waters toe en roert de massa andermaal goed om. Vervolgens laat men het beslag afkoelen tot 27° en daarna in de gistkuip vloeien. Het onopgeloste gedeelte blijft op den bodem terug en wordt, onder den naam van spoeling, als veevoeder verkocht. — Na het gisten en driemaal destilleeren wordt het vocht onder den naam van moutwijn, omstreeks 50 pet. alkohol bevattende, in den handel gebracht. (Het 1« destillaat heet ruw nat, het 2de enkel nat). (Zie Aanhang. Letter E).

Een gedeelte van den moutwijn wordt in jenever veranderd, door hem nogmaals te destilleeren over jeneverbessen, onder toevoeging van eene kleine hoeveelheid hop.

-ocr page 53-

35

Deze onwetendheid \'openbaart zich dagelijks in uitdrukkingen als deze: „Ik drink ivel eens hierquot; en „ik houd van een glas wijn; maar ik gebruik nooit spiritus.quot;

Omdat de jenever uit mout bereid wordt, vindt men wel de bepaling, dat hij uit bier mot jeneverbessen bereid, wordt getrokken. (O. a. in Ypey\'scli chemische technologie).

In een zeer belangrijk werk door den geleerden Neüenhahn in 1793 uitgegeven, dus circa 100 jaar oud, lezen wij het volgende:

„Maar wat zal ik van den jenever — om mij alleen bij dezen in „Nederland zoo zeer gebruikten drank te bepalen — zeggen? Met Hufeland verklaren, „dat zij een vloeibaar vuur is, dat alles verteert „en verwoest; —met onzen beroemden Van Geuns beweren, dat het „verkoopen er van moest worden verboden ? — Wie zou de juistheid van het oordeel dier groote mannen kunnen betwisten, als hij „slechts nagaat — dat ofschoon een enkele teug misschien geen „direct schadelijk uitwerksel zou kunnen hebben , deze dikwijls wel „ras in aanhoudend gebruik overgaat en de rampzaligste gevolgen „zoo .voor den lichamelijken en huishoudelijken als zedelijken toestand „der gebruikers heeft. — Hoezeer heeft zij het getal der levensver-rkortende middelen vermeerderd! — Hoevele ondeugden voortgebracht! „Hoevele volken van hunnen oorspronkelijken vrijen staat en kracht-„volle gezondheid beroofd! — Yindt dan de natuurmensch meer wellust „in de bedwelming der zinnen en hevige prikkeling dor zenuwen, dan „in de helderheid zijns verstands en in geregelde levensorde ?! —Met „welk eene razernij valt dc wilde niet op sterken drank aan!!quot;

3) Als men wijn destilleert en het werk staakt, zoodra het ten halve is volbracht, dan heeft men in het produkt, dat men verkrijgt, den alkohol, die in \'t geestrijk vocht was vervat, welke men brandewijn noemt. Naar op vrij goede gronden wordt beweerd, waren het de Arabieren, die den brandewijn uit wijn en andere gegiste dranken het eerst wisten te bereiden. Reeds in de achtste eeuw wordt door Marcus Rhases van brandend water gesproken. In den loop der zeventiende eeuw bereidden de Italiaansche Jezuïten den brandewijn in \'t groot, om er de geneesmiddelen voor de armen mede klaar te maken; — vandaar den naam der Jezuïten: „I padri dell\' ncqna mtoquot;. In lateren tijd

-ocr page 54-

36

Op elk uithangbord van eenen door de wet bevoegden ver-kooper, vinden wij een dergelijk opschrift: „vergunning voor den verkoop van bier, wijn en spiritual e drankenquot;, alsof bier en wijn zelve geen spirituale dranken waren, — en zelfs moesten wij in de laatste redevoering van Hare Majesteit de koningin deze woorden hooren: „Hare Majesteit beveelt u ook de benhandeling van het amendement der wetten tot regeling van „het verstrekken der vergunningen voor den verkoop van ge-„gisfe en spirituale dranken aan.quot;

Wanneer sommige menschen enkele schandelijke vormen der onmatigheid wenschen aan te toonen, spreken zij van Jenever-drinkenquot; en Jeneverkroegen f maar rekenen bier en wijn tot „de noodzakelijkheden\'\'\'\' en „genoegens des levensquot; en niet zelden tot de „gaven Godsquot; (horribile dictu et auditu!).

Zij schijnen geen acht te slaan op het feit, dat er in die kroegen meer bier dan jenever verkocht wordt, — dat in verscheidene districten 5/6 der onmatigheid onder de werklieden toe te schrijven is aan bier, en dat in Engeland, ten minste, de begeerte naar onnatuurlijke prikkeling opgewekt en veroorzaakt wordt door bier en wijn.

Het is daarom noodig, dat wij ten volle er van bewust zijn, dat dezelfde bedwelmende bestanddeelen in alle dranken aanwezig zijn, alleen in verschillende hoeveelheden.

Wanneer alles bij den rechten naam genoemd werd, zou

heeft de ervaring geleerd, dat het acqua vita een acqua mortis geworden is; — het zonderlinge geval van menschelijke of zelfontbranding toont dit genoegzaam aan, waarbjj het menschelijk lichaam geheel tot asch wordt gebracht door een vuur van weinig belang, dat zich vanzelf ontwikkelt en zonder behulp van eenige brandende stof wordt gevoed. Die verbrandingen zijn menigvuldig genoeg; maar prof. Girardin, die in zijn beroemd werk over scheikunde verscheidene bladzijden aan zelfontbranding wijdde, heeft opgemerkt, dat in Engeland en Amerika, alwaar die gevallen vroeger zeer gemeen waren, zij zeer zeldzaam zijn geworden, sedert de oprichting van de zoogenaamde onthoudingsgenootschappen !

-ocr page 55-

37

deze begoocheling spoedig ophouden. Wanneer iemand juist sprak, als hij een glas bier wenschte, zou hij zeggen: „byeng mij een glas whiskey met hop weder\'quot;, en evenzoo zou hij voor wijn kunnen zeggen: „een druppel (a drop) ■verdunde brandewijnquot;.

quot;Wij moeten trachten dit goed te doen verstaan. Alkohol blijft alkohol, dat wil zeggen „zuivere spiritusquot;, in welken vorm gij dien ook hebt, hetzij gezuiverd van den drogist — „wynspiritusquot; genoemd — óf in jenever, óf whiskey, ófinJa-maïca-rum, óf in de beste of in de slechtste wijnen, óf in moutdranken, perewijn (perry), óf appeldrank (cider).

Het is eenvoudig het resultaat van het gistingsproces van eenige vloeistof, die suiker-bestanddeelen bevat, — de geur en de kleur verschillende, naarmate van de samenstellende deelen, die men gebruikt.

Het groote onderscheid, dat men maakt tusschen „gegiste\'1\'\' en „gedestilleerde\'\'\' dranken is ook daarop berekend die begoocheling te handhaven.

AHe geestrijke dranken zijn gegist, ofschoon alle niet gedestilleerd zijn.

Wanneer wij bijv. eene hoeveelheid mout nemen, en wij haar na de menging in gisting brengen, krijgen wij spiritus. In dezen staat wordt het bier genoemd; het is echter van datzelfde vocht, maar zonder hop, dat ««\'/eisfey verkregen wordt. Whiskey is het hoofdbestanddeel van het bier, en niemand kan bier drinken zonder whiskey te drinken.

De destilleerder doet het bier in een glazen kolf, die een deel van den destilleerketel uitmaakt, — en wanneer hitte wordt aangebracht, gaat de spiritus, die soortelijk lichter is dan water, naar boven; — daarna door eene spiraalvormige buis, de „leiderquot; genaamd, overgehaald zijnde, verdicht en wordt dan whiskey genoemd. Deze gaat dan door herdestilleering met een mengsel van jeneverbessen tot jenever over.

Vandaar komt het, dat bij het bereiden van jenever en whiskey èn gisting èn destilleering worden aange-

-ocr page 56-

38

wond. — Wanneer de whiskey uit het bier genomen is, dan blijft er in de eerste plaats tvater en voorts wat onverteerbare stof, hoofdzakelijk gom over, zoo walgelijk van smaak, dat zelfs een oude proever het moeiehjk zou willen gebruiken.

Zoo is dan, met dat al, de Schot, die zijn whiskey genoegzaam met zuiver water verdund, niet dwazer dan de Londenaar, die whiskey, hop, gom en vuil water, alles tegelijk verzwelgt!

Yan hooger hand en door de wetgeving is bier altijd tamelijk toegevend behandeld geworden. Het is een ongewoon verschijnsel, dat groote boeten zijn opgelegd, wanneer de wetten van den accijns, op het bier van toepassing, werden overtreden.

Het vraagstuk der eeuwigdurende beweging is niet moeie-lijker op te lossen dan dit, hetwelk onze Senatoren steeds hebben getracht te vinden, namelijk: „menschen bier te doen drinken, dat bedwelmende bestanddeelen bevat, zonder daarvan bedwelmd te worden.quot;

Aan die onkunde is het toe te schrijven, dat de Bierakte in het jaar 1830 werd uitgevaardigd.

De wetgevende macht, die het er voor hield, dat bier zeer voedzaam was, en van de veronderstelling uitging, dat het de ware tegenstander van de zoogenaamde „spiritualiënquot; (geestrijke dranken) was, dacht er het land een dienst mede te doen door te trachten goedkoop bier zoo gemakkelijk mogelijk onder ieders bereik te brengen. — En ofschoon de akte reeds veertig jaren geleden door eenige meer ingewijden sterk was veroordeeld, zijn de kwade gevolgen, die zij heeft veroorzaakt, niet voldoende geweest het publiek te doen begrijpen, dat de oorzaak in het bier zelf is gelegen.

Het is van algemeene bekendheid, dat, toen deze akte, ondersteund en gehandhaafd door de eerste philantropen en staatsmannen uit dien tijd doorging en tot wet werd gemaakt, de hertog van Wellington zeide, dat het uitvaardigen van dit geschrift eene grootere daad was, dan eene overwinning in zijne militaire loopbaan ooit was geweest!

-ocr page 57-

89

De gevolgen echter bleven niet uit, en de voorspelling eener geringe minderheid, die daaromtrent in meening verschilde, werd ten volle bewaarheid.

De meest ijverige voorstanders van dien maatregel stonden als het ware verstomd over de plotselinge en algemeene ontaarding, die er uit geboren werd. — De geestelijke Sidney Smith, die de intrekking der bierbelasting en de vestiging van bierhuizen van zulk eene belangrijke beteekenis achtte, schreef, nadat de akte naauwelijks veertien dagen in werking was, het volgende: „De nieuwe Bierwet heeft haar werk be-„gonnen. — Iedereen is dronken. Zij, die niet zingen, slingeren. — Het doorluchtige volk verkeert in eenen verdierlijkten „toestand.quot;

Dat was een roemrijk tijdperk voor de volksontaarders. In Liverpool werden in minder dan 19 dagen, van af den 10 October, acht honderd vergunningen onder de akte uitgegeven, en — bij het einde van het jaar waren de vergunningen, in Engeland en Wales toegestaan en uitgereikt, tot het enorme cijfer van 24,342 gestegen.

Zoo hebben wij dan het werk onzer voorgangers na 40 jaren van misdaad, armoede, ellende en dood, door die koninklijke boodschap teweeg gebracht, ongedaan te maken en nog betwijfel ik het zeer of vele van de tegenwoordige voorstanders van St. Steven 1) wel veel wijzer zijn dan hunne geestverwanten van weleer. Gij hebt „de hierhuizenquot; hooren veroordeelen; maar wanneer hebt gij gehoord of gelezen, dat het bier zelf

1

St. Steven was de oudste der Christenmartelaren, aan wien de 2e Kerstdag is gewijd; hij was de patroon der steenhouwers en wordt ook nog in onze dagen voor den beschermheilige der paarden gehouden. Ook dronk men (en dat is het, waarop het hier voornamelijk aankomt) in den ouden tijd ter eere van St. Steves en dit gebruik werd zoover gedreven, dat Karel de Groote zich verplicht zag het te verbieden.

Toch heeft het in sommige streken (naar men zegt ook in Drenthe) nog stand gehouden.

-ocr page 58-

40

door die heeren werd afgekeurd ? — Het tegendeel is waar, — of uit eigenbelang of uit onkunde schreeuwt men en tiert men om den moutaccijns af te schaffen, ten einde daardoor het volk meer bier te doen drinkèn en de landbouwers meer gerst te doen verkoopen.

Het opheffen der moutbelasting zou inderdaad een maatregel zijn als die van het jaar 1830, die buitengewoon veel nadeel en niemand voordeel aanbrengen zou. De zeven millioen aan accijnsopbrengst zoude op andere artikelen moeten worden gevonden. Er zouden meer gevallen van dronkenschap dan ooit te voren zich voordoen, en het belang, dat er, oppervlakkig beschouwd, voor de boeren in zou gelegen zijn, die bij vermeerderde navraag veel meer zouden omzetten, is van hoegenaamd geene beteekenis als men overweegt, dat bij eiken opslag van slechts zestig cent (a shilling) per quarter 1), daar onze havens voor alle werelddeelen openstaan, een meerderen toevoer uit den vreemde zou te wachten zijn en de prijzen tengevolge der concurrentie zoo zij al niet lager werden, toch op de gewone hoogte zouden blijven.

Gerst is in haren natuurlijken staat, als graansoort, even vrij van belasting als haver, koren, boekweit en dergelijken; alleen wanneer zij mout geworden is, zegt de regering zeer terecht; wij belasten deze grondstof, welke allermeest geschikt is tot maken van bier, om twee redenen, ten eerste uit een zedelijk oogpunt; zij wordt daardoor minder toegankelijk voor \'t algemeen, en — ten anderen als eene bron van inkomsten, zooals wij ten aanzien van wijn en andere bedwelmende dranken doen. —

Ik vertrouw, dat zoo de accijns afgeschaft, of in plaats van op het mout op het bier geheven werd, onmiddellijk na die verandering geen hoogere prijs voor do gerst zou worden gemaakt, en er nog de schaduwzijde uit zou ontstaan, dat een aandeel van den vermeerderden druk van armoede en misdaad op de landbouwers zelve zou neerkomen.

1

Een quarter, inhoudsmaat van 64 gallon of 2,90784 Hectoliter.

Een quarter — 8 bushel; 1 bushel = 8 gallon.

-ocr page 59-

49

aan bedwelmende vochten besteed, in ronde getallen circa HJO milioen En», ponden (12fX) niillioen gulden) bedraagt; terwijl aan bier bijna 60 millioen Eng. ponden (circa 700 millioen gulden) wordt betaald.

Eene andere berekening, de laagste, die ik gezien heb, brengt dat bedrag aan bedwelmende dranken tot ruim 87 milioen Eng. ponden (meer dan 1000 millioen gulden) en dat aan bier op ongeveer de helft.

De Economist berekende eenige jaren geleden de bierconsumptie in geld op 60 millioen Eng. ponden (720 millioen gulden).

Nemen wij nu eene dezer schattingen, of geven wij er den doorslag aan en nemen die dan gemiddeld, dan zal ik u wel niet behoeven te zeggen, dat wij ons aan eene in \'t oog loo-pende slechte aanwending van het geld schuldig maken, en voegen wij dan daar nog bij de onvermijdelijke kosten aan de gevolgen verbonden, die het gebruik van dien drank na zich sleept, als armoede, misdaad, ziekten, — voorts verlies van tijd, gezondheid, eigendom en wat al niet meer verliezen, dan staan wij geheel verstomd over de gevoelloosheid eener natie, die zulk eenen geweldigen, ondragelijken last nogtans zoo lang draagt!

Behoeven wij ons over „slechte tijden\'\'\'\' te verwonderen?! i)

1) Meer of min in dienzelfden geest liet zich het om zijne uitstekende antecedenten vooral in Nederland zoo gunstig bekende kamerlid de Heer Goeman Boeamp;esiüs in de algemeene vergadering van de afdee-ling Sliedrecht van den volksband hooren. „Het klagen over „malaisequot;, zegt die waardige kampioen voor het goede beginsel der onthouding, „geschiedt in de meeste gevallen om eigen schuld te bedekken; „niet de tijden zijn slecht, maar wel zij, die in die tijden willens en „wetens de middelen verzaken, die slechts met wat zedelijke opofferin-„gen geheel onder hun bereik liggenquot; enz. (De lezing dier belangrijke voordracht in \'t Nieuwsblad voor Sliedrecht en omstreken van Zondag 28 Februari j.1. opgenomen en ook door andere bladen wel overgenomen, is zeer aan te bevelen).

4

-ocr page 60-

50

Laat het drinken varen en wendt het geld tot andere, tot betere doeleinden aan. Leg het aan do opvoeding mver kinderen ten koste, en — zoo gij niet zoo gelukkig zijt die te bezitten, tracht er dan toe bij te dragen, dat inrichtingen van onderwijs en liefdadige beteekenis ook door uwe middelen worden ondersteund, — koopt er katoen, wol, laken, kleeding-stukken, meubelen en andere benoodigdheden voor, ook dezulke, die tot de gemakken des levens dienen en de wijze, waarop de handel door dien praktischen maatregel zal worden in de hand gewerkt en krachtig uitgebreid, zal niet te beschrijven zijn.

Ik zou om niets ter wereld deel willen hebben aan zulke geldverkwesting als die, waaraan de natie zich schuldig maakt, en waarvan elk glas of elke Arm, die op uwe tafel staat, het overtuigende bewijs, of beter gezegd — het „corpus delictiquot; is.

Ach! laat mij u toch den raad geven dien drank voor immer te verbannen!

Ik heb u hier het verschrikkelijke van die vloek, mag ik wel zeggen, aangetoond in de vreesehjke sommen gelds, die aan bedwelmende dranken in Engeland !) worden ten offer

Ja , met de kan in de hand klaagt men hier, opponeert men ginds, openbaren zich schier dagelijks allerlei fraction en volksbewegingen, die in haren onbekookten ijver den gcdrukten toestand , waarvan zij gewagen aan de regeering; aan het gouvernement wijten ; terwijl „r/e drankregeringquot; eigenlijk gezegd eeno der hoofdoorzaken van al het kwaad is, hetgeen niet onduidelijk te zien is in de demonstratiën zelve, die de kan en de flesch tot schering en inslag hebben, en vaak in onderlinge verdeeldheid onder de fraction zelve eindigen. En toch vindt de drank in alle klassen der maatschappij zulke menigte voorstanders , an zijn de oppositiemannen zoo zeldzaam, die inderdaad het heillooze vocht zouden willen gebannen zien ; terwijl het hier geldt (ten aanzien van den drank): „wie niet tegen mij is, is vóór mi/,v en kwaad bevorderen öf stilzwijgend, of luidruchtig is en blijft altijd kwaad.

1) Nemen wij de grootte en de bevolking van ons land in aanmerking en vergelijken we die met Engeland, dan doen wij, wanneer

-ocr page 61-

51

gebracht; ik wil echter trachten uwen af keer nog meer gaande te maken door zoo duidelijk ik dit slechts vermag u de hoeveelheid drank voor te leggen, die door de dorstige zielen in Groot-Brittanje elk jaar wordt verzwolgen.

De consumptie aan wijn en gedestilleerde spiritus bedraagt 44.575.930 gallon, zegge vier en veertig millioen vijfhonderd vijf en zeventig duizend negen honderd en dertig gallonnen, gelijkstaande met 202.528955, of tweehonderd en twee millioen rijf honderd acht en twintig duizend negenhonderd vijf en vijftig liter, en — zoo die hoeveelheid zou worden hij elkaar gebracht en drie Engelsche voeten *) hoog en dertig voet breed zou worden uitgespreid, zou zij zich tot 15 Engelsche mijlen 1) in de lengte uitstrekken.

Groot als dat bedrag schijnen moge, heeft hot op verre na zijne geheele grootte niet bereikt, vóórdat de sluizen van de heeren Bass, 3) Ai.lsop, Buxton, Guinness en C. geopend

1

Een Engelsche mijl is gelijk aan 1.009 Kilometer, ongeveer 20 minuten gaans, alzoo een water dat zich circa vijf uren gaans in de lengte zou uitstrekken.

-ocr page 62-

52

zijn en het „bitterbierquot;, de „pnle alequot;, de „douhle xxquot;, het „half en halfquot;, de „Dublin porterquot; en nog meer andere er zijn bijgevoegd, welke alle bij elkaar genomen, ons een denkbeeld geven van de ongeloofelij ke hoeveelheid „brandend waterquot;, dat door het volk wordt geconsumeerd.

Het jaarlijksch bierverbruik in Engeland naar den accijnsstandaard van 18 gallon water op 8 gallon (een bushel) mout bedraagt 888.294.132 {achthonderd acht en tachtig millioen, twee honderd vier en negentig duizend honderd twee en dertig) gal-lonnen, die gelijk staan met 4035.928.875, {vierduizend vijf en dertig millioen negenhonderd acid en twintig duizend achthonderd vijf en zeventig) liter, en zoo het tot een kanaal werd gemaakt, dat 30 voet breed ea drie voet diep was, zou het over eene lengte van circa 300 Engelsche mijlen loopen.

Brengen wij die drie verschillende artikelen, hier, wijn en spiritus te zamen, dan hebben wij een kanaal of liever eene doode zee van 315 mijlen, of duidelijker gezegd van 105 uren gaans lang en dat alles onder de koesterende zorg van eene zich in bloei ontwikkelende, opvoeding-lievende, zending-bevorderende, bijbel-lezende en Evangelie-verkondigende natie!!!

Ziet naar den drank, mgne vrienden; ruikt hem; doch proeft hem niet! „Hij bijt als een slangen steekt cds een adder. „Bij wien is ach, hij wien is wee, hij irien gekijf, bij wien het „geklag, hij wien wonden zonder oorzaak?quot; Bij wien anders, dan bij het vocht der helle?

Ontsteekt eene kaars, raakt het nat slechts even aan en gij hebt eene zee van vuur, drie honderd en vijftien mijlen of ruim honderd uren gaans lang.

bl. 172, dat er in Duitschland brouwerijen zijn, waar men het bier in wijde koperen bekkens, die tot aan den rand in koud water gezet zijn, verkoelt. De Engelschen daarentegen volgen meestal het voorbeeld van Sankey te Maidstone en laten het bier in eene wijde pijp of buis door koud water heen loopen. (Poppe , handboek der Technologie bl. 368.)

-ocr page 63-

53

Stelt u eens voor, matige drinkers, zoo gij kunt, het ontzettende lijden, het minted misdaden, de armoede, den dood en den moord in hunne verschrikkelijkste gedaanten, alles het gevolg van het maken, verkoopen en drinken van die onmetelijke hoeveelheid alkoholische dranken, en — zoo gij dan nog voortgaat aan dat vurige meer uwe vriendelijke bezoeken te brengen en glazen, kannen, flesschen en vaten blijft vullen om hunnen inhoud te verzwelgen, dan is het eenige, wat ik zeggen kan, dat ik uwen toestand beklaag en vurig hoop, dat gij spoedig uwe dwaling zult inzien.

Doch, dat is nog niet alles. — Er is nog eene andere phase in het brouw- en destilleerstelsel, die wij niet mogen nalaten in het helderste licht te stellen.

Zoo bedwelmende dranken uit niets anders dan waardelooze grondstoffen werden getrokken, dan zouden zij om het vele kwade, dat zij stichten, reeds in hooge mate de algemeene afkeuring verdienen, hoe veel grooter is dan het kwaad niet, wanneer een allertreurigst antecedent hun het noodlottig bestaan geeft, — wanneer men tot hunne bewerking vele van de kostbaarste en niet genoeg te waardeeren produkten van het land opoffert, om die uit andere luchtstreken niet te noemen, die in eenen vloeibaren staat bij ons worden ingevoerd!

Ik durf vrijelijk constateeren, dat in ons eigen land tot het bereiden van ale, porter, jenever en whiskey vierhonderd en tachtig millioen gallonnen, of twee duizend een honderd en tachtig millioen acht honderd en vijftig duizend acht honderd (2180,850,800) liter goed voedend graan, die Hemelsche gave voor mensch en dier, jaarlijks worden vernield.

Deze gerst zou, wanneer zij drie voet hoog en dertig voet breed werd neergelegd, oenen weg van circa 162 Engelsche mijlen of vier en vijftig uren gaans lang bedekken!

Ziet nu dat schoone koren in eene doode zee van vloeibaar vergif herschapen, aan welks noodlottige uitwerkselen bijna geen enkel gezin ontkomt. En ofschoon het eene geslacht na

-ocr page 64-

54

het andere wordt gestraft, en er dagelijks de droevige gevolgen van ondervindt, geeft er onze regeering hare bekrachtiging aan, en deelt alzoo in dat wanhopige spel der vernieling.

Wat zouden wij zeggen — en welk eene aan razernij grenzende woede zouden wij ontsteken, — indien bij eene helsche boodschap die hoeveelheid graan langzamerhand op wagens werd geladen en in de zee geworpen, of dat men op verschillende punten van dit wijduitgestrekte korenveld olie zou werpen en van hooger hand personen aanstellen oen fakkel te ontsteken en alles in lichtelaaie vlam te zetten?

Wat een verschrikkelijk vuur, waarvan niets anders zou overblijven dan de asch, om voor het verlies schadeloos te stellen, en nochtans durf ik zeer beslist zeggen, dat dit kinderspel zijn zou, vergeleken met het verlies der gezondheid, van de zeden, het geluk en de levens van millioenen onzer, als de welbekende treurige resultaten van het gebruik der in Engeland !) gefabriceerde geestrijke dranken.

En verdraagt ons verlicht land dat alles, zonder een nationaal protest, zonder aandrift te gevoelen zijne velden tegen plundering te verdedigen, en zonder er met kracht op aan te dringen, dat zijn graan tot goede, tot wettige doeleinden worde bijeengebracht ?!

Ja!! — Dat verdraagt ons verlicht land (dat verdraagt het op niet minder beschaving bogende Nederland) niet alleen; het gaat zelfs nog verder; het noodzaakt die verwoesting; het werkt ze in de hand; het draagt menschen de taak op die vernieling te bewerkstelligen; het zegt: „wij houden van den drank, en wij willen hem hebben, al komt ook het volk van gebrek om /quot;

In onwetendheid omtrent de ware eigenschappen van den moutdrank opgegroeid; aangemoedigd door het voorbeeld en de leering van senatoren, edelen en grooten, en door de pers

1) Wat hier van Engeland wordt gezegd, is wel in niet veel mindere mate naar evenredigheid ook op Nederland toepasselijk.

-ocr page 65-

55

ondersteund om een honderd en vijftig duizend (zegge 150.000) whiskeyhuizen, jeneverpaleizen, bierkroegen en andere etablissementen met werktuigen van ontaarding en vernieling te voorzien, offeren wij opzettelijk de opbrengst van een millioen vijf honderd vijf cv, zestig duizend (1.565000) acres Britschen grond (gelijkstaande met 63335500 aren), namelijk 1.500000 acres (dat zijn 60705000 aren) aan gerst en 65.000 acres, (overeenkomende met 2630550 aren) aan hop op! l)

Ik mag hier niet vergeten bij te voegen, dat, daar het gebruik van suiker nu bij het bierbrouwen en het bereiden van spiritus is toegestaan, er niet minder dan tuee en veertig millioen pond van deze kostbare waar op die wijze in het laatst verloopen jaar 1) werden gebruikt, of liever gezegd misbruikt.

De suiker is tot geen ander doeleinde noodig, dan om de hoeveelheid spiritus, die door gisting wordt voortgebracht, te vermeerderen.

Ja, er is nog meer; dat alles is zelfs nog niet genoeg. — Ofschoon wij over gebrek aan plaats in betrekking tot de bevolking klagen, en — ofschoon wij genoodzaakt zijn ons koren, onze kaas, èn boter, èn spek uit den vreemde te ontbieden, waarvoor wij equivalent hebben te betalen, is er toch nog eene zekere klasse, die op de intrekking der moutbe-lasting aandringt, om nog meer land door de landbouwers te doen verbeurd verklaren in \'t belang der brouwerijen endestil-leerderijen.

1

Hier wordt gezien op den tijd waarin de oorspronkelijke verhandeling is uitgegeven.

-ocr page 66-

56

Onthouders! De graanvelden van Engeland roepen uwe bescherming in; gij moet voorwaarts treden en de schatten des Hemelsver-dedigen; voor u is het weggelegd het volk uit die eeuwenlang bestaande onkunde te rukken en het van de slaafsche banden van lust en mode te bevrijden.

Tracht daarnaar, dat het thema door uwe bemiddeling zorgvuldig worde onderzocht. — Tracht het daarheen te brengen, dat die verwoesting met omzichtigheid aan den blik der geheele natie worde onderworpen; doet gij uwen invloed zoodanig gevoelen, dat staathuishoudkundigen van naam er beleefd toe worden aangezocht, dat onderwerp te bespreken, zooals zij gewoon zijn te trachten de welvaart der maatschappij door woord en daad voor te staan en te bevorderen.

Laat het uw krachtig streven zijn onze staatsmannen, onze scheikundigen, onze mannen van wetenschap in \'talgemeenaante moedigen, dit zoo belangrijke vraagstuk met den ernst dien het vereischt, te onderzoeken.

Het is waarlijk geene kleinigheid bloot toeschouwer te blijven, wanneer het vette der aarde in een vuurstroom wordt verkeerd, die de beste zegeningen van zoovele gezinnen vernielt; het is eene allerdroevigste ervaring, wanneer de grooten uit het volk met eene zekere lauwheid dat alles blijven aanzien, of den brand helpen bevorderen, instede van met kracht en macht op te treden om dat vernielende element meester te worden.

-ocr page 67-

57

Eene zware taak rust op ons; wij hebben een moeielijk werk te doen; maar onder een vertrouwend opzien tot den God van den Oogst en uit liefde voor Zijne lijdende kinderen, kunnen wij geen\' stille waarnemers blijven, wanneer het pro-dukt van de uitgestrekte akkers van dit zoo geliefkoosde land naar de pakhuizen van de brouwers en destilleerders wordt gebracht. Groot is het werk, dat ons te doen staat. Er zijn 6000 moutovens (eesten), 33000 brouwerijen en 150000 drank-verkoopers, allen bezig het goede hemelsche graan in bedwelmenden drank te veranderen, of het menschdom onder alle mogelijke vormen in verzoeking te brengen het tot zijn nadeel te drinken, 1) — om niet te spreken van de destilleer-derijen, die steeds aan het werk zijn het bier nog meer vergiftig inderdaad te maken, door het tot jenever en whiskey te verwerken.

Och, dat toch de tijd spoedig moge aanbreken, waarop onze burgers voldoende verlicht zullen zijn, en genoegzaam deugd en moed zullen bezitten eene wetgevende macht te kiezen, die het maken en verkoopen van alle alkohol houdende dranken uitdrukkelijk verbiedt! 1)

1

In Zweden is het aantal processen en misdaden verminderd, en

-ocr page 68-

58

Nu, mijne dierbare vriendinnen, heb ik alle reden te veronderstellen, dat do overtuiging bij u gevestigd is, hoezeer de bewondering, waarin do moutdrank zoo lang heeft gestaan, niet anders was dan eene nationale zinsbegoocheling.

U de onheilen, die de drank met zieh voert alle op te nce-men !), is mij geheel onmogelijk; maar wat ik zeggen kan, wat ik zeggen mag, wat ik zeggen durf, wat ik in het algemeen belang zeggen moet, velen mag het al overdreven toeschijnen, is: dat overstrooming, brand, oorlog, slavernij en onze ergste rampen als hongersnood en dergelijke slechts dwergen zijn bij dat afschuwelijke monster van ongerechtigheid, dat leeftijd, geslacht, rijk noch arm, onwetenden noch ontwikkelden spaart.

Evenals bij de plagen van Egypte is er nauwelijks één huis, dat niet door hem is besmet, en — wat het ergst van alles is, ligt daarin, dat liij groene bezoeking1 der quot;Vooi— zioiiifflioid, maar -wel liet g^e-volg\' -van onze eigene onkunde en ondeugd èn sleclitheid is; terwijl zij, die het eerst in de bres springen moesten (immers heeft Senéca reeds gezegd: „homo in adjutorium mutuum generatus estquot;), en de lijdenden trachten te bevrijden, de meest beschaamden en lauwhartigen, de verdedigers eener bedrie-

het cijfer der gevallen van krankzinnigheid is van 2570 tot 80/o gereduceerd, sedert het aantal kroegen van 1850 tot 1879 van 4400 tot 1726 is teruggebracht.

Dr. Richardson, de bestrijder van St. Dr., merkt op: „Ten ge-„volge van drankmisbruik sterven in Engeland en quot;Wallis wekelijks „1000 menschen of 52000 per jaar. Dat is meer dan aan de tering; „want in 1884 stierven er 48000 aan laatstgenoemde ziekte.quot;

Van belang is het ook te lezen in N°. 1 van „de Stem der Liefdequot; van Juni 1886 de vorderingen in Noorwegen op dat gebied gemaakt. — (Zie overigens Aanhang onder letter F.).

1) Zie Aanhang onder letter G.

-ocr page 69-

59

gelijke matigheid 1) zijn, juist het pad, waarop elke dronkaard begint 1).

Zijt gij nu genoegzaam voorbereid ons in dien zwarenkamp tegen de machten van do drankwereld hulp te bieden? Ik hoop het, en vraagt gij mij dan wat ik wensch, dan antwoord ik u, dat in de eerste plaats mijn vurig verlangen, mijn ernstige wensch is, dat gij nimmermeer uwe lippen met welke soort ook van geestrijken drank bevochtigt.

Dat zij uw eerste stap — en die zal een gezegende zijn — de daaropvolgende vordert van u, dat gij het ergste van alle schade aanbrengende artikelen uit uw huis verwijdert.

Geeft dien vijand vol bedrog geene plaats in uw huis, onder uw dak; laat uwe familietafel niet worden ontsierd door datgene, wat zoowel het zinnebeeld als de oorzaak is van Engelands 2)

1

Dom\'. Hüijdecoper zegt in zijn „woord van Ernst en Liefde aan mijne landgenooten\'\\ tweede uitgave 1846, Amsterdam bij S. J. Prins, op blz. 32: „matig gehruik is, wel beschouwd, het ergste misbruik, „omdat men daardoor eenen drank in bescherming neemt en onder „de geoorloofde genietingen liet burgerrecht verleent, dien men zich „als redelijk mensch, veel meer als Christen, behoorde te schamen, „en die zoo zeer\' verdient met de algemeene schande te worden ge-„brandmerkt, omdat hij duizende natuurgenooten verdierlijkt.quot; En op blz 34 o. a.: „Neem het niet over de lippen meer, zoo gij niet „wilt dat anderen, uwe kinderen misschien, zich op uw voorbeeld „beroepen en van u die rampzalige gewoonte zullen aanleeren! Verban „hem uit uw huis, wanneer gij uwen afkeer van denzelven ondubbel-„zinnig betoenen wilt; — zoolang gij dien gebruikt, stelt gij u altijd „eenigermate met dronkaards gelijk, enz.quot;

2

En wat heeft ons land al niet van dien geesel te verduren! Bezoekt de gevangenissen, de gestichten voor krankzinnigen, de ziekenhuizen en hospitalen, treedt menigen familiekring binnen en de tallooze ongelukkige slachtoffers zullen u daarover voldoende opheldering geven.

-ocr page 70-

60

grootste ontaarding. Hebt gij die twee stappen gedaan, trekt dan uit plichtbesef voor anderen ten strijde.

Een waarlijk deugdzame onthouder, die de zegeningen van eene volmaakte matigheid geniet, is nooit gelukkiger, dan wanneer hij beraamt, ontwerpt en werkt om ook anderen diezelfde zegeningen te doen ondervinden l).

Wendt er uwe beste middelen toe aan de jeugdigen te redden vóór zij bedorven zijn, en hebt van ganscher harte medelijden met de verstokte drinkers, die zonder broederlijke hulp nimmermeer op den goeden weg terug te brengen zijn.

De arme dronkaards, schoon in den regel veracht, behoorden toch de voorwerpen van ons diep medelijden en ware erbarming te zijn; — in den misdadiger mogen wij toch den mensch niet vergeten. Zij zijn de slachtoffers van onkunde, ver waar loozing, zucht naar gemak en zelfzucht, waaraan wij eigenlijk schuld hebben. — Zij, wier zedelijke plicht het had

1) Dr. Barella zegt, dat do zedelijke ziekte dei- dronkenschap vooral op eene zedelijke behandeling aanspraak maakt, die op het volgende neerkomt: „den mensch een hooger denkbeeld inboezemen van den „eerbied, dien hij aan zich zeiven is verschuldigd, en — het lichaam „aan de ziel dienstbaar maken.\'\' Maar, naast deze zedelijke behandeling, zijn ook stoffelijke middelen noodig, die niet van belang zijn ontbloot. — Het komt mij voor, dat de vrienden der onthouding de dronkenschap zouden kunnen bestrijden door in het leven roepen van publieke gelegenheden, waar de werkman, de man uit het volk, voor eene kleinigheid een goed kop goede koffie en wat dies meer zij, als thee, chocolaad enz. en ook allerlei verfrisschende drank zich zou kunnen verstrekken.

Van dezen verkoop moet natuurlijk elke alkoholhoudende drank uitgesloten blijven. De proef is te nemen en verdient waarlijk in praktijk te worden gebracht. Het volk, de mensch moet worden gered, in weerwil van hem zeiven. Salus populi suprima lex.

De proef is genomen en heeft goede uitkomsten opgeleverd, vooral in Engeland en in Zwitserland. (Zie Aanhang onder letter \\V). In ons land is men daarmede nog zeer ten achteren.

-ocr page 71-

61

moeten zijn, hen beter op den goeden weg te brengen, over hen te waken, ten einde hunne éérste stappen tot den ondergang te voorkomen, zijn helaas, jammer genoeg, zelve drinkers in meerdere of mindere mate, die toch geen goed voorbeeld van onthouding geven kunnen.

Leert ons niet de godsdienst, dat wij onze naasten moeten bewaren, dat wij onzen evenmensch moeten berispen, en dat wij hem geen zonde moeten doen dragen?!

Ontzegt hun dan uwe hulp niet, geeft met Phocylides 1) de hand aan hem, die valt en redt den verlaten mensch! Staat den drinkers, die in vele gevallen tot den draak hunne toevlucht nemen om het zware lijden, dat zij te verduren hebben, te ontgaan, zooveel gij kunt bij, verleent hun uwe goede hulp.

Men is vaak wreed tegen sterke drinkers; maar weest verzekerd, dat zij zelve meerendeels er zwaar onder lijden, en met een sterk verlangen naar bevrijding van de ketenen dier vreeselijke slavernij bezield zijn.

Verstrekt hun daarom hulp, zooveel gij kunt, en blijft gij in uwe liefderijke bedoelingen steeds aanhouden, dan zult gij hunne harten dikwijls van dankbaarheid zien overvloeien, en ruime belooning vinden, wanneer gij velen hunner door uw toedoen van den ondergang bevrijd ziet. Gij zult dan in geen geringe mate worden aangemoedigd, en het middel zijn anderen te sterken, wanneer gij u, door liefde bezield en hoop verlevendigd, aan de onthouders genootschappen aansluit.

Worden deze heilzame instellingen niet genoegzaam ondersteund in het volvoeren van hare allerbelangrijkste zending, dan is er geen hoop meer voor dit verdronken land.

De proevers en de matige drinkers zullen steeds met onver-

1) Phocylides van Milet, stad van loniën, een grieksch dichter,

leefde onder de LX° Olympiade, omstreeks 540 jaar voor Christus. _

Zijn stijl was zuiver en zijne zeden waren rein; — men leerde door het lezen van zijne werken wel te leven en te spreken.

-ocr page 72-

62

seliilliffheicl blijven toezien; het is daarom tot hen, en tot hen alleen, die ware onthouders (abstainers) zijn geworden, — tot hen, die door en door vijanden van den drank en van alle drinkgewoonten zijn, dat ik mijne toevlucht neem en den besten uitslag van eene hervorming op dit gebied verwacht.

En mag ik dan thans een liefderijk beroep doen op iedere dame, aan wie dit ter kennis komt, zich bij het goed begrepen liefdewerk aan te sluiten en aan dat zoo medegevoelend en medelijdend beginsel, dat in het vrouwelijk gemoed zoo voortreffelijk is ingeschapen, die uitvoering te geven, die voor een doel als dat, hetwelk wij hier op het oog hebben, niet genoeg kan worden gewaardeerd.

Uwe gevallen zusters zien smachtend naar u uit, en vragen uwe liefderijke hulp demoedig af; — velen onder haar zouden er alles aan geven willen, mochten zij zoo gelukkig zijn door uwe onschatbare toewijding, door uwe opofferende bemiddeling van die slechte gewoonten, waarin zij vervallen zijn, te worden bevrijd.

Bezoek haar zoo vriendelijk gij dit slechts kunt, toont haar menschelijke liefde, vrouwelijke teederheid, zusterlijke goedheid, moederlijke innigheid; — doet haar zien, dat gij, hoe diep zij ook mogen gevallen zijn, in haar lijden deelt, —in hare redding, in hare genezing, in hare wedergeboorte het schoonste belang stelt.

Het moge waar zijn, de ervaring heeft het wel eens geleerd, dat vrouwen er niet zoo gemakkelijk toe te brengen zijn den drank vaarwel te zeggen, als wij dat wel bij het andere geslacht hebben gezien; — het is echter niet minder waar, dat velen tot inkeer zijn gebracht, terwijl vele ongelukkige gevallen, die de getuigenis afleggen, dat men in zijne pogingen te dien aanzien heeft schipbreuk geleden, niets anders dan het treurig gevolg van slecht begrepen, van verkeerd aangewende middelen zijn geweest.

Er zijn al zeer weinigen, die niet geneigd zijn de proef te doorstaan en mochten er onder zijn, die zich cr toe verbinden en hare verbindtenis, zooals vrij algemeen geschiedt, ver-

-ocr page 73-

63

breken, laat uwe goede pogingen clan niet varen, — gaat in liefde wederom naar haar heen, — verlaat haar niet, — bezoekt haar meer en meer, en — tracht haar door woorden van zachtheid, teederheid en innig mededoogen op den goeden weg terug te brengen!

»Niet zeven, maar zeventig maal zeven!quot;

Och! hadden wij dat gevoel, bezaten we die zedelijke kracht, dat innig en waar, dat vroom en rein gemoedsleven, waaraan die hemelsche uitdrukking is ontsproten; brachten wij die op ons zeiven van toepassing, wanneer het menschelijk lijden van onzen gevallen natuurgenoot otters van onze toewijding en ons geduld vraagt, die eene aan zelfverloochening grenzende zedelijke krachtsinspanning van ons vorderen.

Een modeschepsel aan zich zelf, aan de maatschappij, aan God terug te geven, is eene taak zoo schoon, zoo edel, zoo overwaard, dat in haar streven zelfs, trots allen tegenstand, in weerwil van alle teleurstelling, reeds eene zoete, streelende, het gemoed opwekkende genoegdoening gelegen is.

Yergeet dan ook niet, hoe wenschelijk, nuttig en noodzakelijk het is, te voorkomen, wanneer het u ook slechts eenigszins mogelijk is, dat vrouwelijke personen neiging voor den drank beginnen te gevoelen, l)

1) Moge in Holland vrouwelijke dronkenschap nog niet zoo algemeen waarneembaar zijn, of nog niet zoo op den vóórgrond treden als hier en daar in Engeland, — ;och zijn wij op weg daarhenen, en reeds velen laten zich of gewillig, of verblind, óf onnadenkend, of lichtzinnig, somwijlen ook aan de hand van leugenprofeten onder de slavernij van dien tiran brengen. Het toont zich ook hier: „de prikkel des doods is „de zonde.quot; Men gevoelt dien prikkel, en zoekt vaak heil op verkeerde wegen, door verkeerde middelen, ja in de armen des verderfs; maar — sinds het ook eene algemeen bekende (mocht het zijn gekende) waarheid is, dat — „\'/e genaden ifle Gods is het Eeuwige Leven in ,,\'fesus Christus Zijnen Zoonquot; — behoeft niemand heil te zoeken bij of zich te werpen in de armen des verderfs.

-ocr page 74-

64

Laat het een heerschend denkbeeld bij u zijn, het systeem der onthouding overal, in welken kring gij u ook bewegen mocht, ter geschikter tijd in te voeren.

Leert den kinderen, leert der jonge meisjes, der jonge vrouwen, leert inderdaad aan allen, aan iedereen, den drank nimmer aan te raken, en gij hebt den grondslag gelegd voor veel maatschappelijk, voor veel huiselijk geluk; — gij hebt een werk verricht, waarvan de nakomelingschap de heilzame vruchten zal genieten en waarvoor zij u nog éénmaal zal dank weten; terwijl gij bij u zelve die voldoening zult smaken, die de beoefening van elke deugd, het maatschappelijk welzijn bedoelende, geeft.

-ocr page 75-

gUnhanpd.

(APPENDIX.)

-ocr page 76-
-ocr page 77-

Dit aanhangsel heeft zijn bestaan te danken aan aanteeke-ningen, uittreksels uit andere belangrijke werken, enz., gedurende de bearbeiding en het afdrukken gemaakt, en welke als zéér belangrijk, envoor\'t publiek hoogst wetenswaardig,— nuttig en noodzakelijk voorkwamen aan \'t oorspronkelijke te verbinden. Ik werd daartoe ook geleid door de overweging, dat er in den tekst onderwerpen slechts in \'t voorbijgaan zijn behandeld, die voor den leek wel eenige opheldering behoeven. De verschillende stukken zijn gemerkt met de letters A. B. C. enz., en waar onmiddellijk verband met het werk is, wordt in dit aanhangsel ook daarnaar verwezen. In de overige daarin voorkomende stukken heeft men getracht of op \'toog gebad een weldadig licht over de goede zaak in \'t geheel te verspreiden.

Mocht ik in deze mijne bedoeling tot nut van \'t algemeen eenigszins geslaagd zijn, en het ook anderen aanleiding geven of opwekken mede hand aan \'twerk te slaan, en den strijd mede op te vatten tegen onzen binnenlandschen vijand, ja tegen den vijand van het gansche menschdom, zoo zal ik mij gelukkig achten.

Dank ook aan die vrienden, die handreiking deden en een steentje hielpen bijdragen door inlichtingen, mededeelingen of door op eeuigerlei wijze bouwstofién te leveren.

-ocr page 78-

68

A. (Zie biz. 13 onderaan).

Van Stout,

Hier volgt de zamenstellrag van nog vier andere biersoorten, de drie eerste aan Shelly\'s trial ontleend, als;

Van Porter,

bevattende op 100 deelen;

6.321 deelen Alkohol. 4.125 „ Gerstextract. !) 0.072 „ Azijnzuur. 1) 89.482 „ Water.

ongeveer hetzelfde als van Porter,

alleen 6.400 Alkohol en minder water.


1

Azijnzuur is niets anders dan een oxydatenprodukt van Amacihyl-alkohol, (alzoo een produkt, dat uit zamenstellingen bestaat).

Het reine azijnzuur is eene kleurlooze vloeistof, dat gekristalliseerd ijszuur (acidum aceticum glaciale) heet.

Haar damp ruikt stekend, — in verbinding met de lucht aangenaam zuur (de gewone reuk des azijns) en is brandbaar. Haar

-ocr page 79-

69

Van Bitterbier, bevattcDde op 100 deelen:

5.900 deelen Alkohol. 4.000 „ Graanextract. 0.065 Azijnzuur.

90.035 „ W ater.

Van gewoon Hollandsch Gerstebier uit eene brouwerij op het plette land van Gelderland, bevattende op 100 deelen:

2.00 deelen Alkohol. 4.00 „ Extractgehalte. 0.48 „ Azijnzuur., enz. 93.52 „ W ater.


Zie omtrent het alkohol gehalte van verschillende biersoorten ook bladzijde 94 van den aanhang.

Verschillende analysen kunnen wel eens tot verschillende resultaten leiden. Er zijn toch, ook wat bijv. het Stout betreft in Engeland vele variatiën. Stout wordt in Engeland niet alleen door Bass; maar ook door Guinness, Buxton, Tennet enz. enz. gefabriceerd, en ligt het dan in den aard der zaak, dat die belangrijke concurrentie niet zelden met eene even belangrijke mutatie in het fabrikaat gepaard gaat.

Wat het gewoon Hollandsch gerstebier betreft, dat inderdaad dien naam verdient, ziet men dat het alkoholgehalte luttel -is èn dus in dat opzicht vrij onschuldig; — dat evenwel van voedzaam ook geen sprake kan zijn.

Porterbier, aldus genoemd, omdat het, naar men meende, voor porters, d. i. lastdragers zeer geschikt was, werd in 1730 het eerst door Harwood gebrouwen.

Bitterbier noemt men dat bier, hetwelk bij de bereiding op meer hop langer gekookt wordt.

smaak is sterk en zuiver zuur; — op de huid gebracht, trekt zij blazen. Zij maakt het lakmoes rood, trekt vochtigheid uit de lucht aan, en vermengt zich met water en alkohol in alle verhoudingen. Azijnzuur met water vermengd, draagt den naam van verdund azijnzuur (acidum aceticum dilitum).

-ocr page 80-

70

B» (Zie blz. 23. Noot 1).

In ons land hebben de brouwers ruimer (of vrij —) spel; want van wetten op biervervalsching weet men in \'t beschaafde Nederland niets. Zelfs wat de keuring der levensmiddelen aangaat, is men in ons liberaal land al zeer gevaarlijk liberaal.

C. (Zie blz. 27. Noot 1).

Voor sterken drank is men nog eenigszins op zijne hoede — èn — wanneer knapen van 15 of 16 jaar in een drinkhuis een borrel bestelden, zou dat zeker algemeen worden afgekeurd; maar in een glas bier, al waren het ook jongens van 8 of 10 jaar, daarin zou men niets vinden, ja, men zou dat zelfs voor zéér natuurlijk houden. En zoo worden zij door dat lokaas, van hun vroegste jeugd aan, gewend in een atmosfeer te komen, die voor ziel en lichaam verderfelijk is, en gemakkelijk van den eenen prikkel tot den anderen gebracht. Waarlijk eene schoonc toekomst, die onze jeugd te gemoet gaat, het gevolg van de onnoozelheid, de onnadenkendheid of de lichtzinnigheid van ouders of andere volwassenen, die beter moesten waken over de belangen van het jongere geslacht, opdat zij voor verleiding bewaard bleven, en althans hunne voeten niet zette-den op wegen, die tot verderf leiden en waarhenen de dronkaard zijn aangezicht richt.

D. (Zie blz. 29. Noot 2).

Gerstebier, een naam, die zich zeiven verraadt. Zou er dan ook bier zonder gerst, koren enz. zijn?! Is Beijersch bier, porter, ale, enz. enz. dan geen gerste- of gmanbier!

Als men nu in Holland spreekt van; „gewoon Hollandsch

-ocr page 81-

71

Gerstebierquot;, dan doet men daarmede als \'t ware een beroep op de bekende oud-Hollandsche trouw en bedoelt daarmede, — met uitsluiting van alle vervalschingen, van vreemde en meer zwaardere bieren, — inderdaad „gerstebierquot;, bier onvervalscht van gerst en hop gebrouwen met een minimum gehalte aan alkohol.

£• (Zie blz. 34. Koot 2).

Moutwijn Toor Jenever.

De Jenever werd voorheen en wordt nog thans mouttvijn genoemd; doch verdient dien naam evenmin, als de bedrie-gelijk schoonschijnende qualificatie van vloeibaar brood voor bier.

Der Narr halt sich nur an Worten!

Om hem een weidschen titel te geven als een lokaas voor materieele doeleinden hebben er onze voorgangers dien leu-\'genachtigen titel voor uitgedacht. — Hoe solied ook bewerkt en uit welke degelijke bestanddeelen bereid, zou hij dan toch niet anders dan den naam van alkohol verdienen, om niet te spreken van aardappel-, meekrap-, hout-, en uit welke ongerechtigheden al meer voortgebrachte alkohol.

F. (Zie blz. 67. Noot 2).

Frankrijk daarentegen levert in cijfers, die aan het bulletin der société f\'rangaise de tempérance zijn ontleend, doorslaande bewijzen, dat de gevallen van zelfmoord als de treurige gevolgen der dronkenschap steeds toenemende zijn. — Volgens een in dit bulletin door Dr. Tagüeï , geneesheer der krankzinnigen , uitgegeven staat waren de zelfmoorden aan den alkohol toe te schrijven in een tijdvak van 20 jaren van

-ocr page 82-

72

6.69°/,, tot 13 70 gestegen, (waar namelijk alkohol de onmiddellijke oorzaak was; terwijl anders zeker nog veel meer op rekening van den alkoliol zou komen).

Mag men de reoue des deux mnndesYamp;n Februari 1877 geloo-ven, dan telde men in Engeland onder één millioen armen, die in ziekten waren bijgestaan 800,000 drinkers; terwijl de officieele statistiek van de Albany-gevangenis (Vereenigde Staten) op de meest stellige wijze bevestigt, dat de dronkenschap de oorzaak is van 520/o der misdaden. Men stond er als het ware verplet van, gedurende 27 jaren onder een aantal van 24,590 gevangenen slechts 2,213 te tellen, die geen dronkaards van professie waren.

Dr. Howe uit Massachusets zegt, dat van de 300 idioten in dat land 145 van geallcolioHseerde ouders komen.

Niet ongepast is het hier te laten volgen wat in de 3® aflevering van Eigen Haard van 1886 voorkomt over „het ge-„bruik van sterken drank in Frankrijkquot;. — Daar leest men: „In Frankrijk gaan bij het herhaaldelijk aanbieden van wets-„ontwerpen ter vermindering van de belasting op alkoholische „dranken stemmen op, die luide waarschuwen tegen de gevolgen van een\' zoo ondoordachte handelwijze.

„Er zijn in Frankrijk departementen, bijvoorbeeld Brefagne „en Normandië, waar de gevolgen van het alkoholgebruik „moorddadiger zijn, dan die van de Cholera, de pokken, de „tering. — Inderdaad zou men verbaasd staan als de rekening „werd opgemaakt van de vroegtijdige sterfgevallen, die het „te weeg brengt.

„Daarenboven is de alkohol niet slechts een handlanger „van den dood, hij is tevens de meest mild voelende bron „van het kwaad.

„De manslagen, de zelfmoorden, die in en door dronkenschap „begaan werden, maken meer dan de helft uit van al de „gevallen. Kon men dronkenschap geheel onderdrukken, dan „zou men dadelijk de misdrijven en de zelfmoorden met 50 „percent zien verminderen. — Als onze wetgevers enkel en „alleen het welzijn van het land, den zedelijken enphysieken

-ocr page 83-

73

„welstand hunner landgenooten op het oog hadden, dan zonden „zij er slechts op hedacht zijn de rechten op den alkohol te „verzwaren. — quot;Wat zij vooral moesten doen, is, „de vergunningquot; „dubbel zoo duur laten betalen.

„Te Parijs alleen zijn meer dan zeventig duizend lieden, „die meer of mi ader in het klein verkoopen. — Daar moet „men het kwaad aantasten, \'twelk aan den volkswelstand „knaagt. De debitant in \'tklein is des werkmans vijand, en „zoo men op eene of andere wijze er toe weet te geraken, „zijne heillooze uitdeeling van het gif alkohol te beletten, zal

„men eene weldaad aan het land bewijzen. — Maar,.....

„daartoe zou men ontdaan moeten zijn van alle stembusvrees.quot;

„Aldus een Franscliman in la Eevue scientifique. — Kunnen „wij zeggen; „Tout co mme chez nous?quot; Ja, helaas wat betreft „de omschrijving van de kwaal en hare gevolgen; — neen, „gelukkig in een land, waar de wetgeving met zijne wenschen „overeenstemt, en waar het niemand in de gedachte zal komen „het slot zijner ontboezeming op iemand van toepassing te achtenquot;.

Cr. (Zie blz. 58, Koot 1).

Om slechts iets te noemen, loert de pathologie, dat de alkohol houdende vochten bij de drinkers organische gebreken kunnen voortbrengen in de lever, de oorjen en \'tcduleesch (pancreas), de longen, het celweefsel, de bloedvaten, de spraakwerktuigen, het hart, de huid, de ingewanden, de maag, de blaas, de spieren, de nieren, de zenuwen, de heenderen, de ooren, de geslachtsdeelen, de milt enz.

Verder leert ons de pathologie, dat uit die zenuwgebreken voornamelijk kunnen ontstaan de ongevoeligheid der teenen en der vingers en — van zekere andere lichaamsdeelen, — beroerte, gewrichtspijnen, stuiptrekkingen, raaskalling, drink-woede, hersencerweeking, vallende ziekte, zinsbegoocheling, moord-waanzin, verlamming, waanzin tot brandstichting, verdooving,

-ocr page 84-

74

schokken, krampen, heving en zelfmoordwaanzin; terwijl de pathologische wetenschap buiten die uit het zenuwgestel voortspruitende en de daaraan voorgaande, reeds genoemde, er nog eene reeks andere noemt, die hunnen oorsprong in het bloed, in de vochten en in het weefsel der drinkers hebben.

Den belangstellenden lezer raden wij ten zeerste aan daarover eens te lezen in: Handbuch der speciellen Pathologie und Therapie van Virchow: „raad ten aanzien der gevaren, „die het gebruik van alkoholische dranken na zich sleeptquot;. — Ook de werken van Robitouskij, Baecker en Dahlstroem geven den oningewijde op dat gebied menige nuttige bladzijde.

H.

Als Oud-Officier mag ik wel met eenige vrijmoedigheid ook in \'t bijzonder mijne kameraden van voorheen en thans er op wijzen, toch uit ons leger, dien verwoester van alle tucht en goede zeden, dien aartsvijand van alle ontwikkeling te helpen verbannen en in de allereerste plaats den verkoop van alkoholische dranken in de cantine tegen te gaan. Het aanwezig zijn, het toedienen van den alkohol in de militaire cantine, onder welke beperkte hoeveelheden ook, werkt altijd verderfelijk en is niet zelden een machtige prikkel voor den militair zich buiten dien kring aan drankmisbruik schuldig te maken. Het is niets meer en niets minder dan hem het wapen in de hand geven, dan hem te provoceren zich te buiten te gaan. Er zit toch mijns inziens, denk ik er eens goed over na, eene zedelijke contradictie in, wanneer men den soldaat aan den eenen kant voor dronkenschap straft; terwijl aan den anderen kant, de casus belli in de kroeg, ir. de cantine ligt, door dezelfde autoriteit uit een zeer verkeerd begrepen philantropisch beginsel neergelegd, en wordt de cantine \'t voorbereidend militair drankonder wijs voor \'tmeer uitgebreid gedeelte in de maatschappij. Hoevele jongelui ge-

-ocr page 85-

75

roepen om koning en vaderland te dienen, die te voren bij \'t verlaten der ouderlijke woning weinig of geen alkohol hadden geproefd, werden geheel gedemoraliseerd of als volslagen dronkaards aan de maatschappij teruggegeven. In België is dan ook sedert 1 Januari dezes jaars de verkoop van sterke dranken in de cantines verboden, l)

Het is toch ontzaggelijk veel waard voor den zedelijken toestand onzer gansche maatschappij, onder burgers en landlieden, wanneer zij hunne zonen na volbrachten krijgsdienst in hun midden terug mogen zien, doordrongen van geheel andere, van betere, edeler dan drorkenmans — of in de kroeg opgedane denkbeelden en beginselen, — doordrongen van zoodanige deugden als der militaire wereld inderdaad tot sieraad strekken, en waarop immers ook de Nederlandsche krijgsman zich met recht met zooveel zedelijken trots verheft.

De bekende Miss Weston van Engeland zegt met betrekking tot de zeelieden, — „dat ofschoon zij hunne gebreken hebben, „die maar vaak al te in het oog loopend zijn, er tegelijk bij „hen zulk een goeden grond te bearbeiden valt, men bij hen „óp zulk een open karakter beroep kan doen, dat het niemand „behoeft te verbazen, dat een arbeid onder hen vruchten „draagt. — Voorts kan niemand de bestrijding van het drinken „door zeelieden te hoog aanslaan. Wie als onthouder hen tot „onthouding bewegen mag, doet hun eene niet te waardeeren „weldaad. Alle hoofdofficieren der vloot zouden het feit kunnen „staven, dat drank de wortel is van al de ellende van Jan-„maat, dat hij bijna van al demisdaden, die op de vloot voor-„komen, de^oorzaak en bewerker is. — Janmaat zelf weet het „beter dan iemand, hoe nauw straf, armoede en allerlei ellende „voor hen regtstreeks met den drank zamenhangen, en dat „zijn leven en lot een geheel ander is, als men den drank „van hem en hem van den drank weet af te houden.quot; —

1) Ook de cantine van het korps Mineurs en Sappeurs te Utrecht maakt in dezen een loffelijk onderscheid.

e/a,

-ocr page 86-

76

K.

In verband met het bovenstaande, onder letter H. voorkomende, kan men wol den raad geven in liet boek, getiteld:

„Een jaar levens voor de Dagbladpers met eene keur van „hoofdartikelen uit „het Nieuws van den Dagquot; Maart 1870 tot „Juni 1871 door S. Gorterquot;, eerste deel, blz. 119, —te lezen wat daar staat onder den titel: „ Vaderlandsliefde en Jeneverquot;, (wij mochten meer algemeen zeggen: Yaderlandsliefde en Alkohol). Iets willen wij daaruit toch laten volgen.

„God legde in ons harte het besef, dat wij verplicht en door Hem geroepen zijn den vaderlandschen grond te verdedigen. Hoog klopt onze borst als wij uitgaan om dien plicht te vervullen. Gelijk bij elke daad van geloof en heilige overtuiging behoeft niemand onzer eeue kunstmatige opwinding als hij

daarvoor naar de wapenen grijpt. Daarom----wat heeft de

Vaderlandsliefde gemeen met de Jenever?quot;

„De Jenever is de groote vijand van ons volk. Sints meer dan 200 jaar ging zij straffeloos haren gang, verpestende al, wat er rein in onzen atmosfeer is, vermoordend al wat er goeds en edels in ons volk gevonden wordt.quot;

„Als de Heer der legerscharen zijne Engelen nederzond om ons te redden uit den nood, past ons bij het danken ook het jubelen; als de zon weer doorbreekt door de dikke wolken, voegt ons na den kerkgang het vreugdefeest!quot;

„Maar de jenever____de jenever!.... quot;Wat heeft zij gemeen

met de heilige blijdschap, — hoe kwam zij aan een aandeel in de edele vreugde van het dankbaar gemoed ?----quot;

„De jenever is voor ons volk een ontzettender vijand dan ooit de Pruisen of de Franschen geweest zijn 6f, bij den schoonsten uitslag hunner worsteling om de opperheerschappij zouden kunnen worden.quot;

„Do jenever is voor Nederland grooter bezoeking dan éénmaal

-ocr page 87-

77

voor de Veluwe de scharen van Lodewijks soldaten, — voor Zwammerdam en Bodegraven do triumfeerende horden. In de Jenever stortte de hel al liare fiolen over ons uit; zond de Geest der ongereclitiglieid zijne meest geliefde trawanten naar omlaag! Door dit brouwsel werd onze kracht verlamd, onze fierheid vermoord, onze adel verstikt en al wat ons boven de wilde beesten verheft, aan den booze verkocht.....quot;

„O, wie zal ons verlossen van de jenever, dit opium van het quot;Westen! Wie zal onze gewapende scharen wapenen met den hoogeren moed dan den jenevermoed!----quot;

„Zal dat zoo moeten blijven! Is er geen andere, geen heiliger en blijvender prikkel voor onze mindere volksklasse dan de Dutch courage, de jenevermoed?quot;

„Is er niets aan te doen om dit kwaad te keeren; is er geen enkel middel om deze schande weg te nemen?quot;

„Zijn er geene mannen van kloeken rade in de hoogere rangen van het leger, — zijn er geene overheden in stad of dorp, door wier gepaste maatregelen dit akelige schouwtooneel kan gesloten worden?!quot;

„Slaat de handen ineen, mannen van kracht en goeden wil! Erger vijand dan de buitenlandsche belaagt ons.quot;

„Laat de opgewekte vaderlandsliefde niet ondergaan in de jenever.quot;

„Slaat in Gods naam de handen ineen!....quot;

li.

Als een bewijs, dat men reeds in Europa, honderd jaren geleden de zonde begon in te zien, die er in bestond groote hoeveelheden voedzamen drank tot alkoholhoudende vochten te verwerken, moge \'t volgende gelden:

In Ypey\'s handboek der Chemie, deel IV, blz. 158 leest men het volgende:

-ocr page 88-

78

„Men heeft zelfs liet stoken van korenbrandewijn wel eens „verboden, zooals in Duitschland en Zweden, omdat meneene „te groote verslinding van liet graan vreesde, en liet ook voor „zonde rekende eenen bedwelmenden drank te maken van „hetgeen de Schepper tot voedzaam brood verordend had.

In \'twerk getiteld: Tegenwoordige Staat van Utrecht, blz. 300, leest men \'t volgende; „In 1797 werd het getal branderijen „te Schiedam op 200 gerekend. Bij ieder dezer worden op „\'t minst twee lasten rogge en één last gerst wekelijks verstookt, „die tusschen de 11 en 13 okshoofden jenever opleveren, „makende dus voor alle branderijen te Schiedam een jaarlijksch „geheel uit van 31,200 (zegge een en dertig duizend twee hon-„derd) lasten voedzaam graan.quot;

Geen wonder dat Schiedam de brand- en kwaadstokerijstad wordt genoemd.

91.

In een oud, doch zeer wetenswaardig werk van J. J. van dex Bosch lezen wij \'t volgende, dat wel der moeite waardig is hier te worden aangehaald: „\'tEenige goede, dat we van „de bieren kunnen beweren, is, dat de impost op de bieren „eene der speciën is, waarmede wij de dwingelandij van Spanje „hebben uitgeluid.quot;

Gouda had voorheen 350 bierbrouwerijen 1) en Amersfoort

1) In het archief der stad Gouda vindt men zulks bevestigd: „Jacob Brassica of Cool, en ook Guicciardini in zijn Belgica, „pag. 118, spreken van driehonderd en vijftig brouwerijen, die in het „jaar 1480 te Gouda zouden bestaan hebben.

„In de eeuw waren zij reeds in bloei en in de 15d* bereikten

„zij haren hoogsten top totdat de Jonker Fransen oorlog en de Gel-„dersche oorlogen en de naijver in Vlaanderen die industrie benadeeld

-ocr page 89-

79

een even groot getal. Brouwershaven verkreeg zijn naam van \'tbier; Nijmegen brouwde hoofdzakelijk mol (wit bier). Groningen had tachtig brouwerijen!

In het weekblad van het Nederlandsch tijdschrift voor Geneeskunde N0. 35, 29 Augustus 1885. Uitgever F. van Rossen Heerengracht 281 AMstenUim, leest men onder de rubriek:

invloed vein cilkoholische drccnJcen op de spijsverteeringquot;^_

het volgende;

Dat groote hoeveelheden alkohol, door eiwitstoffen te coagu-leeren en de pepsine werking te belemmeren, de digestie storen, is een reeds lang bekend en door de proeven van Cl. Bernard en anderen bewezen leit. Een paar jaren geleden werd medegedeeld en door verschillende onderzoekers bevestigd, dat wijn en bier in matige hoeveelheid, zoo als zij gewoonlijk bij den maaltijd worden gebruikt, het digestieproces vertragen, in zooverre in een kunstmatig maagsap bij hunne aanwezigheid minder peptonen I) worden gevormd. Men schreef dit experimenteel resultaat op rekening van de in die alkoholische

„hebben. De voornaamste bieren, die er gebrouwen werden, waren „oudtijds het Hamburger, de Knols en Hoppenbieren, en naderhand de „Kuit of Kuiten.

„Ook de korenhandel bloeide in Gouda en stond in nauw verband „met de brouwerijen. De graven van Holland bevorderden het bier-„brouwen, daar zij belang hadden in de Gruithuizen of mouterijen.quot;

„Keuren waren er altijd op het bierbrouwen; maar daar bij de „concurrentie ook de jaloezie en onderkruiping veld won, werden er „nieuwe keuren en zelfs zeer gestrenge vastgesteld om te beletten „elkanders nering te bederven.quot;

1) Zie Opheldering op blz. 82.

-ocr page 90-

80

dranken aanwezige zouten, waardoor chloor water stofzunr wordt gebonden; — wel worden dan andere zuren vrij; doch men weet nu eenmaal, dat in digereerend vermogen, geen enkel zuur met H. Cl. kan worden gelijk gesteld; — men meende echter dat, daar in de maag de zouten spoedig geresorbeerd en op nieuw H. Cl. wordt afgescheiden, die belemmering der spijs-verteering wel bij een kunstmatig digestieproces, doch niet in de levende maag zou volgen.

Thans deelt Ogata in Archiv fiir Hygiene III, Heft 2, proefnemingen mede, waaruit blijkt, dat bij een hond matige hoeveelheden bier en wijn wel degelijk de digestie vertragen. Ogata experimenteerde bij een hond met een maagfistel, bracht door den fistel vleesch in de uitgespoelde maag, sloot de opening van het duodenum (twaalfvingerige darm) door een elastieken bal en bepaalde na eenigen tijd, gewoonlijk na een half uur, hoeveel van het vleesch onverteerd was gebleven. Het resultaat was dat 200 c. c. (cubieke centimeters) bier en 100 c. c. witte wijn de verteering van vleesch belangrijk vertragen, zoodat in het eerste half uur daarvan resp. 28 en 19 pCt. minder verteerd wordt.

Ogata vond nu verder, — door afzonderlijke proeven te nemen met het destillaat van 200 c. c. bier, waarin de alkohol en de hopolie, — en met het residu der destillatie, waarin de extractiefstoflfen, — dat beide de digestie storen, en wel zoo, dat in zijne proeven de invloed van beide factoren te zamen even groot was als de invloed van eene overeenkomstige hoeveelheid bier.

Het komt Ref. voor, dat men na deze proefnemingen bezwaarlijk kan blijven gelooven aan eene digestiebevorderende werking, die in de praktijk nog wel eens aan alkoholische dranken, vooral aan het bier wordt toegeschreven. Menig lijder aan chronisch en maagcatarrh heeft dit trouwens experimenteel bij zich zei ven ondervonden. Neemt men dus, zooals het geval is, bij sommige vormen, vooral bij de zoogenaamde nerveuse dyspepsie, een gunstigen invloed op het

-ocr page 91-

81

digestieproces waar, dan moet die gunstige invloed tot stand komen, niettegenstaande de digestiestorende werking en kan dan moeielijk aan iets anders worden toegeschreven, dan aan de algemeene werking van don alkohol op het zenuwstelsel. Doch in dat geval zou het verstandiger zijn, den alkohol, mits behoorlijk verdund, in zuiveren toestand toe te dienen en de aethers, de hopolie en de slechts storend werkende extractiefstofïen achterwege te laten, en zouden ook de door Prof- GtUNjJihg in dit Tijdschrift medegedeelde analyses van Hollandsen en Engelsch Stout l) er toe moeten leiden, aan het meer alkohol bevattende Engelsche Stout de voorkeur te geven. Dit laatste geldt ook dan, als men bij zwakke personen, die eene normale spijsvertering hebben, alkoholische dranken voorschrijft; daarbij mag toch niet uit het oog worden verloren, dat de alkohol het werkzame bestanddeel is en de extractiefstofïen, — dextrine, melkzuur, hopbitter, glycerine e. a., geene of eene onbeduidende waarde voorde voedingen evenmin therapeutische waarde bezitten. 2)

De werking van die alkoholische dranken kan dan ook geene andere zijn dan die daaraan door Schmiedeberg is toegekend: de alkohol n.1. veroorzaakt eene lichte narcose, waarin vooral de verhoogde reflexprikkelbaarheid, die bij zenuwachtige patienten zoo storend werkt, wordt weggenomen, zoodat de arts door alkohol voor te schrijven hetzelfde doel bereikt als door op andere wijs de psychische en physieke rust zijner patienten te bevorderen. 3) A. P. F.

1) Zie onder letter O blz. 82 enz.

2) Men geve vooral acht wat hier van de extractiefstofïen van het bier wordt gezegd, geheel in overeenstemming met Jos. Livesey\'s woord. (Zie ook Noot 1 op blz. 68).

3) Het komt ons voor, dat, indien door op andere wijze psychische en physieke rust te bevorderen hetzelfde doel bereikt wordt, zulks wel verkieslijk is.

6

-ocr page 92-

82

Tot opheldering diene het volgende:

Pepionen zijn witte reukelooze lichamen zonder bepaalden vorm, die door de chemische verbinding met eiwitstoffen (albnminaten) in het spijsyerteeringsprocea worden gevormd, met andere woorden het omzettingsprodukt van de albuminaten in de spijsverteering.

Maagfistel is \'t gevolg van eene heelkundige operatie of kunstbewerking , waarbij men door een kunstmatig hulpwerktuig voedsel aan de maag toevoert.

Dyspepsie. Daaronder verstaat men gestoorde spijsverteering, die onder meerderen het gevolg is van niet genoegzame afscheiding van het maagsap of haar gebrek aan ferment, waardoor men soms genoodzaakt is den lijder zeer gemakkelijk verteerbare spijzen toe te dienen of die vooraf buiten het lichaam zoodanig te bereiden, dat zij in het darmkanaal zelf niet meer behoeven te worden gedigereerd, maar alleen geresorbeerd. Om dit doel te bereiken wordt den maaglijder dikwijls toegediend spijsverteeringsfermenten, die uit de digestieorganen van dieren zijn verkregen, bijv. pepsine uit magen van slachtvee bereid, en ook wel de onder den naam van peptonen in den handel voorkomende verteerde eiwitstoffen.

Nerveuse dyspepsie is die stoornis in de spijsverteeringorganen, die haar ontstaan aan buitengewone irritatie van het zenuwgestel is verschuldigd.

Pepsine. Men onderscheidt in \'t maagsap tevens organische stoffen, eene slijmachtige substantie, waarvan de aard en de verrichtingen niet zijn bepaald, en eene speciale stikstofhoudende materie, waaraan men het bèlangnjkste deel der spijsverteering toeschrijft; — die stof nu heeft men onder de namen van chymosine (spijspap), van pepsine (verteeringstof) en gastérose (maagchijl) aangeduid.

Narcose noemt men den toestand van verdooving of bedwelming, zéker naar narcotine, eene der zoutvatbare bases in den opium.

O.

In hot Weekblad van het Nederlandsch tijdschrift voor Geneeskunde van 7 Maart 1885, vindt men onder het opschrift:

-ocr page 93-

83

„ Nederlandse]i en Engelsch Stoutquot; (door Prof. J. W. GuNxraa) het volgende:

Uit Engeland wordt bij ons Stout geïmporteerd, dat voor een aanzienlijk gedeelte als versterkend raiddel wordt aangewend. Dit heeft reeds voor eenige jaren de firma van Vollenhoven amp; Co., „de Gekroonde Valkquot; te Amsterdam, aanleiding gegeven een dergelijken drank te vervaardigen en daarmede het buitenlandsche fabrikaat concurrentie aan te doen. Dit blijkt echter tamelijk moeielijk te zijn, daar bij velen het vooroordeel bestaat, als zoude het Engelsche Stout beter zijn dan hetgeen als Nederlandsch fabrikaat daarnevens wordt gesteld. Bedoelde firma heeft daaruit aanleiding genomen, aan mij te verzoeken, over haar fabrikaat in vergelijking met een der hier te lande meest bekende Engelsche produkten eenige mededeeliugeii te doen, met het onverholen en, naar mij voorkomt, zeer geoorloofde doel, om de Ifederlandsche industrie tegen de buitenlandsche te helpen beschermen, niet door materiëele, maar door intellectueele hulpmiddelen.

Intnsschen heb ik gemeend, die mededeelingen te moeten beperken tot zoodanige wetenschappelijke opgaven, als den geneeskundige h. t. 1. in staat zullen stellen de beide soorten van Stout naar in Nederland verkregen gegevens te be-oordeelen.

Stout, dat ik dit nog doe voorafgaan, is eigenlijk niets dan een geconcentreerd bier, dat dus eene grootere hoeveelheid mout voorstelt dan gewone biersoorten. Terwijl gemeenlijk evenwel het alkoholgehalte dan ook in evenredigheid stijgt, en daardoor te hoog worden kan, is het streven der Heeren van Vollenhoven amp; Co. geweest, in hun fabrikaat dit betrekkelijk laag te houden en het meerdere aan mout aan het cxtractgehalte ten goede te doen komen. (Zie Noot 1 blz. 68.)

De bestanddeelen zijn (in percenten):

-ocr page 94-

84

Bass amp; Co.

Gekroonde Valk.

Alkohol (in volumen). .

8.35.

6.00.

Extract.......

7.96.

9.65.

Asch........

0.336.

0.356.

Phosphorzuur anhydride.

0.104.

0.109.

Melkzuur......

0.247.

0.273.

Glycerine......

0.071.

0.065.

0.00.

0.08.

Water.......

82.932.

83.467.

Uit bovenstaande cijfers (welke geheel overeenkomen met het resultaat eener vergelijkende analyse, door mij met hetzelfde doel reeds in Juni 1880 verricht) blijkt alzoo dat het den Ileeren van Vollenhoven amp; Co. gelukt is, het door hen beoogde doel te bereiken, hetgeen m. i. een wezenlijk voordeel is, !) dat het Nederlandsche fabrikaat boven het bui-

tenlandsche bezit.

ïn „df- Gekroonde Valkquot; wordt het vervaardigd uit mout, hop en water, zonder eenig toevoegsel hoegenaamd (uitgezonderd natuurlijk gist). Dit kan ik op grond van persoonlijke bekendheid met de fabriek, en voor zoover het scheikundig onderzoek daartoe bij machte is, ook op dezen grond verzekeren.

1) Het komt mij voor, dat „wezenlijk voordeelquot; hier beter door „negatief voordeelquot; zou kunnen worden vervangen; want daarin ligt toch da geheele kracht, dat de mindere hoeveelheid alkohol zooveel minder schadelijk werkt, — alzoo een voordeel van wezenlijke beteekenis, doch van negatieve kracht.

quot;Wanneer evenwel minder gehalte alkohol in bier een voordeel wordt genoemd, dan zou in elk geval billijker wijze het gewone Hollandsche Gerstebier (zie blz. 68 onder letter A) op den voorgrond moeten worden gesteld, te meer dewijl de extractiefstoffen geene of slechts onbeduidende waarde voor de voeding en evenmin therapeutische waarde bezitten. (Zie onder letter N op blz. 80, en tevens Noot 1 behoorende bij blz. 68).

-ocr page 95-

85

P.

Eenigc belangrijke Exiractcu.

a. Mout en hop on water komen in alle bieren voor; doch van de kwaliteit van het mout en van de hop, — van de hoeveelheid van het mout en de hop en het water — hangt natuurlijk de kwaliteit van den drank af. In de éérste plaats komt dan in aanmerking de wijze van bereiding, die zelfs in Engeland op verschillende plaatsen zeer afwijkt; —verder de tijd, waarin de drank wordt gefabriceerd. In Nottingham, om slechts één voorbeeld te noemen, wijkt de wijze van bereiding merkwaardig van de gewone af. — Daarbij komt nog meer. — Meestal wordt gerst, dikwijls tarwe, en ook wel haver gebruikt en gemout met ongemout graan vermengd, enz. enz. Nu heeft men die verschillende bieren onderscheiden in le soort, bereid van \'t-beste graan, — van enkel gemout graan, met weinig water, — in — 2e soort, — 3e soort, enz., die allen echter zeer veel van hunne substantie verliezen, (zooals reeds gezegd is; — zie ook onder letter A). Die bieren heeft men alle andere namen gegeven, waarom? — Vaak om iets nieuws te vertoonen, — om op effect te speculeren.

Zoo is Faro het geliefkoosde bier in België van zuren smaak, waarin o. m. ook ossenbloed komt, dat er ook eene eenigszins zoete smaak aan geeft. Lamhik evenzeer Faro; doch dat het bovenste uit den ketel en daarom wat duurder is. Ale onderscheidt zich daardoor, dat het zwakker gehopt is. Stout, en porter, dat van mout van goed graan en donker gedroogd is.

Alles bij elkaar genomen, staat dit vast, dat de chemische wetenschap op verschillende tijden heeft aan \'tlicht gebracht, dat hoe degelijk ook gefabriceerd er het meeste, bijna al het voedsel uit verloren gaat en er in de meeste gevallen allerlei

-ocr page 96-

86

en allerhande ongerechtiglioden mede vermengd worden, die er zelfs de wetenschap in enkele gevallen niet uit scheiden kan.

Zoo is bijv. Porterbier volgens Girardin\'s chemische technologie en anderen vaak niets anders dan een aftreksel van vele kruiderijen; wordt er tevens siroop, zoethout, aluin, ijzervitriool, wijnsteenzout, geleschte kalk, lijnzaad, ja, wat niet al, bijgevoegd. (Zie over Porterbier ook onder letter A blz. 69).

tgt;. Dat er ten aanzien van de hoeveelheid mout bjj de bierbereiding dikwijls een zeer groot verschil bestaat, moge gelden, dat er plaatsen in Engeland zijn, waar men van 100 k.gr. mout gemiddeld 150 k.gr. ale maakt; terwijl men in Nederland zeer dikwijls van dezelfde hoeveelheid mout 300 tot 600 k.gr. ale maakt.

c. De natuurlijke bruine kleur wordt aan het bier medegedeeld door bij het gewone mout een gedeelte min of meer sterk gerooste mout te voegen. Veelal wordt echter de kleur nagebootst door toegevoegde kleurstoffen, zooals gebrande suiker enz.

d. De ervaring heeft geleerd, dat geene graansoort zulk een smakelijk bier oplevert als wel de gerst.

e. Men schrijft aan de hop behalve de aangename geur en meerdere duurzaamheid van het bier ook zijne eenigszins narcotische eigenschappen toe.

f. De wijze van gisting, hoven gisting of ondergisting heeft veel invloed op de kwaliteit van het bier.

Men noemt bovengisfing de gisting van het nart bij eene

-ocr page 97-

87

temperatuur van 04 tot 77 graden (Fahrenheit) gedurende een paar dagen.

Ondergisting is de icorfgisting 10 dagen lang bij eene temperatuur van 43 tot 50 graden (Fahrenheit).

Bij de hovengisting verzamelen zich de gistcellen grootendeels aan de oppervlakte der vloeistof; Lij de ondergisting vinden zij door langzamer gasontwikkeling gelegenheid zich op den bodem van liet vat te verzamelen.

Bier door ondergisting verkregen, is beter van kwaliteit en duurzamer dan dat, hetwelk door bovengisting is bereid.

g. Om van een geringer bedrag aan mout een groot volume bier te verkrijgen, doet men er dikwijls zeer goedkoope alkohol bij en vervangt de kostbare hop gedeeltelijk door bitter smakende stoffen, zooals pikrinezuur enz.

Zelden wordt er volkomen zuiver bier afgeleverd. De meeste soorten worden opzettelijk met één of meer stoffen vermengd om aan eenen verlangden smaak te voldoen. De meeste dier bijmengselen zijn in mindere of meerdere mate schadelijk.

In de iV. Rotterd. Courant van 6 Juni jl. leest men bijv.: „De justitie te Roermond heeft een scheikundig onderzoek „bevolen van het honigbier, waaraan de persoon te Oler Zon-„dag jl. h overleden.quot;

li. Tot staving van het bovenstaande en dat men dus bij bieren bovendien aan vervalsching te denken heeft, halen wij het volgende uit het 3° blad van het Nieuws van den Dag van quot;Woensdag 25 Augustus 1886 aan:

„Vele Fransche vaderlanders maken zich in den laatsten tijd ongerust over den toenemenden smaak voor Duitsche bieren, welke zich vooral onder de Parijzenaars openbaart.quot;

„De Voltaire o. a. klaagt, dat de wijn, die echt Fransche drank, welke als zonneschijn door de keel vloeit, te Parijs

-ocr page 98-

geminacht wordt. Men is er verslaafd aan het geestverstom-pende Bock. Vraagt iemand in een koffiehuis op de Boulevards een glas wijn, dan ontvangt hij ten antwoord: „dat wordt hier niet geschonken.quot; — Slechts boeren en werklieden blijven den verachten drank nog getrouw.quot;

„Het blad wekt voorts zijn landgenooten op om, als zij bier willen drinken, tenminste Fransch bier te nemen, inplaats van het „vergiftigequot; Duitsche bier, en het besluit met de vaderlandslievende ontboezeming: „laat ons den wijn en den appelwijn „als nationale produkten, weder in eere brengen, of ons mot „ons bier vergenoegen, of met het heldere bier van Straats-„burg. Dat zijn Fransche dranken. Drinkers, broeders, laat „ons Gralliërs blijven!quot;quot;

Ernstiger dan door deze klacht wordt het Duitsche bier bedreigd door de gevolgen van een dezer dagen ingesteld onderzoek. Men leest hieromtrent in een Parijschen brief in de Haarl. Ct.:

„Tengevolge van de vele ingekomen klachten en verontrust „door de vonnissen, die in Duitschland zelf tegen een honderd-„tal brouwers uitgesproken zijn, heeft het gemeentelijke labo-„ratorium alhier een krassen maatregel genomen. Het heeft „verboden, dat aan de stations van aankomst één enkel fust „afgeleverd zou worden alvorens van ieder merk een monster „scheikundig onderzocht zou zijn. Dientengevolge zijn niet „minder dan 50, zegge vijftig fo\'eftreinen opgehouden.

„Het onderzoek bleek noodlottig te zijn. Bijna alle schadelijk „bevonden bieren waren van Duitschen en alle van vreemden „oorsprong.quot;

Naar aanleiding van dezen uitslag wijst de correspondent er op, dat er nu voor Nederlandsche bierbrouwerijen een gunstige gelegenheid aangeboden wordt; doch zij zullen er voor moeten waken, dat zij niet zijn gelijk genen. Weinig bemoedigend is in dit opzicht \'tgeen de correspondent ten aanzien van het gehouden onderzoek zeide, namelijk;

„Wat men bij deze gelegenheid tegen een uit Nederland

-ocr page 99-

89

„afkomstig bier goschroven en gesproken heeft, wil ik verzwijgen.quot;

Tougevolge van het bovenstaande uit het Nieuws van den Dag medegedeelde, maken wij de opmerking, dat, wanneer die Duitsche bieren, die bewezen zijn op zijn zachtst genomen der gezondheid nadeelig te zijn, bij ons, in ons land worden ingevoerd, — bij kolossale hoeveelheden worden verorberd, — haast ons eigen produkt verdringd, zonder eenig onderzoek frank en vrij, dan zou men tot besluit moeten komeu, dat er met het leven en de gezondheid der bewoners al zeer roekeloos wordt omgegaan. Waarom toch is bij ons die fraude, dat bedrog niet ontdekt? Immers, omdat de wet geen onderzoek vordert, omdat er te dien aanzien leemten in onze wetten zijn!

En, wanneer al in Duitsckland, waar de wetten op de bieren andere drankvervalsching zoo drakonisch zijn, waar de ambtenaren met het onderzoek naar de zuiverheid dier dranken van Eijkswege belast, van de schoonste bijna onfeilbare werktuigen zijn voorzien, — wanneer al van die Duitsche bieren volgens het Hieuws van den Dag, zooveel verdachts wordt geschreven, wat zal dan niet het geval wezen met ouze bieren, tot welker bereiding men geheel vrij, men van alle toezicht, van alle onderzoek ontheven is ?

ö-

Iets over de gisting.

AVanneer men, bij do gewone zomertemperatuur, een helder, suikerhoudend vruchtensap aan zich zelf overlaat, wordt het weldra troebel en daaruit ontwikkelen zich blaasjes van kool-dioxyd. Do hoeveelheid daarvan neemt langzaam toe; hot vruchtensap begint warm te worden en de geheele massa

-ocr page 100-

90

komt in beweging. Dit verschijnsel wordt gisting of fermentatie (van het Latijnscho fervere, koken) genoemd. Na eenigon tijd vermindert zij en houdt weldra geheel op; het sap heeft zijn zoeten smaak verloren, — de suiker heeft plaatsgemaakt voor alkohol. Eene grauwe stof zet zich op den bodem van het vat af en wordt „gistquot; genoemd.

De gist, die zich dus vormt bij het gisten van alkoholische vloeistoffen, bestaat hoofdzakelijk uit gistcellen, die in staat zijn om suiker en zetmeelachtige stoffen in alkohol en kool-dioxijd te splitsen. De gist, die bij ons te lande gebruikt wordt, is voor het grootste gedeelte uit de moutwijnstokerijen afkomstig. Die gistcellen zijn plantjes, die in de wetenschap, den naam van Saccharomyces cerevisiae dragen. Onder gunstige omstandigheden, planten de gistcellen zich buitengewoon snel voort. De kiemen dezer cellen zijn afkomstig uit de lucht; daarom is, opdat de gisting kan aanvangen, de toetreding der lucht noodig; is zij echter eenmaal aan den gang, dan verloopt zij ook regelmatig, zonder dat de lucht verder toegang heeft. Do kiemen, die, uit de lucht, iu het sap vallen, ontwikkelen en vermenigvuldigen zich, wanneer zij daarin de stoffen aantreffen, die zij noodig hebben. Behalve suiker, is daartoe de aanwezigheid van stikstofhoudende lichamen en bepaalde anorganische zouten noodig. Eiwitachtige lichamen bevorderen daarom de gisting zeer, maar zij zijn niet, zooals men vroeger meende, de oorzaak daarvan.

R.

ÜVog iets over HUT BLEK.

Eigenschappen:

Bier is een aftreksel van door kieming omgezette granen, door water bereid en, door gisting in een vocht veranderd, hetgeen meer of min geestrijk is.

-ocr page 101-

91

Het bier onderscheidt zich van alle andere gegiste dranken, doordien het gebruikt wordt, terwijl het nog gist. Zoodra de gisting heeft opgehouden is het dood,1) en houdt de vloeistof ook op bier te zijn.

Grondstoffen:

De gerst wordt bijna uitsluitend tot de bierbereiding gebruikt.

Tarwe levert insgelijks — voornamelijk met gerst gemengd — een goed bier; maar is te hoog in prijs. Eogge, haver en boekweit leveren een bier, dat troebel is en licht zuur wordt.

De gerst, die tot de bierbrouwerij dient, mag niet te oud en moet zoo gelijkmatig mogelijk zijn.

Hop is de katachtige, vrouwelijke bloem van de hopplant, (Humulus lupulus) die tot de netelachtige gewassen behoort. De katjes gelijken op dennenknoppen en bestaan uit paarsgewijs geplaatste schubben, waarachter de bloemen verborgen zijn. Aan den grond der schubben bevinden zich een paar klieren, waardoor een fijnkorrelig, kleverig meel wordt afgescheiden. De hop bevat: eene vluchtige olie, eene bitterstof (lupuline), hars, was, looistof en lignine.

Het water, hetwelk ter bereiding van bier dient, moet helder zijn en volkomen vrij van daarin zwevende deeltjes. Het liefst gebruikt men eene weeke watersoort. Alleen voor enkele Engelsche bieren (o. a. voor Burton-ale) wordt een hard putwater genomen, dat veel gips en dubbel koolzure kalk bevat.

Behoorende hij het bereiden:

Door het verzadigen van de gerst met water vóór het mouten, neemt zij ongeveer 7} in volumen toe.

1

Als bier, dat niet meer gistende is, dood is, dan heeft een leven, dat enkel zijne beteekenis aan gisten ontleent al zéér weinig of geene beteekenis. En wanneer dan de éénige beteekenis van het gegist bier zijne gisting is; terwijl bij ongegist bier juist de gisting geene beteekenis heeft, dan moet het bier naar den Codex Batavus (zie blz. 18 Noot 4) toch nog wel eene andere en zeker betere beteekenis hebben.

-ocr page 102-

92

liet droogen van het mout gescliiedt hetzij door natuurlijke warmte (in België bijna uitsluitend), hetzij door kunstwarmte (overal elders) in een toestel, welke eest genoemd wordt.

De temperatuur daarbij verschilt, naar de kleur, die men daaraan en aan het daaruit gebrouwen bier wil geven. Voor wit bier bedraagt zij 40°, voor geel bier 60°, voor bruin bier 70° tot 80° en voor zwart bier zelfs tot 160° en 200°. (Dit zijn graden Celsius).

Bij het stoken van hout, neemt het mout eene zekere hoeveelheid smeulingsprodukten daarvan op, welke daaraan een eigenaardigen smaak mededcelen.

Het mout wordt door hot mlt;ilen gebroken of tot een grof meel gebracht. Dit geschiedt meestal door het te doen loopen tusschen een paar geribde, ronddraaiende walsen, waardoor de zaadbekleedsels worden gebroken. — Somtijds geschiedt dit tusschen een paar grof gebilde molensteenen.

De menging of het maken van het beslag heeft voornamelijk ten doel het onveranderde zetmeel in gom en de reeds gevormde gom in suiker om te zetten; — bovendien om alle bestanddeelen, die in het water kunnen worden opgelost, daarin te doen opnemen. Eene temperatuur van 70—75° (Celsius) is daartoe, bij ervaring, gebleken het voordeeligst te zijn.

Het dooreenwerken van het beslag geschiedt met eene soort houten harken of Spatels. — In de nieuwere brouwerijen heeft men evenwel mechanisch werkende roertoestellen in de be-slagkuip aangebracht.

Krecke noemt wort of hoppert het vocht, dat uit de meng-kuip in den ontvangbak vloeit vóór er nog hop bij ia !).

1) Livesey spreekt ook van sweet ivort, dat is dus eigenlijk het zoete zuivere moutsap, het vocht dat uit de mengkuip in den ontvangbak vloeit, vóór er nog hop bij is. Eenige geleerden verstaan onder wort — sweet wort- — anderen wort, en alzoo het vocht wèl met hop vermengd; maar dat toch de gisting nog niet hoeft ondergaan. (Zie ook noot 1 op blz. 19).

-ocr page 103-

93

Op 100 liters wort gebruikt men gemiddeld } tot 1 { kilo hop en kookt daarmede 4 of 5, soms 10 tot 12 uren.

Wanneer de wort lang gekookt heeft, heeft zij een veel donkerder kleur aangenomen, zoodat licht gekleurde bieren slechts korten tijd gekookt hebben.

Het afkoelen der wort geschiedt in groote, ondiepe koelbakken van plaatijzer, zoo snel mogelijk, op goed geluchte zolders, en is dan geschikt om naar de gistkelders te worden overgebracht.

Men voegt tot het gisten omstreeks | of | pCt. gist bij de wort.

Het gisten geschiedt in gistkuipm of geilknipen, of in vaten die 25 tot 30 hectoliters wort kunnen bevatten en in kelders geplaatst zijn. Na afloop der gisting wordt het bier in groote vaten overgetapt, in koele of door kunst afgekoelde kelders geplaatst, waar het 5 tot G maanden aan zichzelf overgelaten wordt, en waarin de nagisting plaats heeft.

De bieren, die door bovengisting zijn bereid, zijn nooit volkomen helder en kunnen niet lang bewaard worden. Vandaar dat de bierbrouwerij met bovengisting op het vasteland van Europa sterk aan het afnemen is.

De hoeveelheid ijs, die in de brouwerijen gebruikt wordt, is verbazend groot. Men rekent, dat men voor 100 liters bier omstreeks 100 kilo ijs gebruikt, zoowel tot de afkoeling der wort, als tot den verkoop van het bier.

De Belgische bieren {Faro en Lambiek) bevatten steeds melkzuur; zij worden niet enkel uit gerst bereid; maar onder toevoeging van boekweit en haver. De gisting geschiedt, bij lage temperatuur, zeer langzaam, ook doordien geen gist wordt toegevoegd, in groote vaten, zonder eerst in geilkuipen te zijn overgebracht. Zij blijven geruimen tijd troebel.

Pale-ale l) wordt uit weinig geëeste mout, onder toevoeging van veel hop, bereid, door bovengisting bij eene temperatuur van 15 tot 18° C.

1) Ale is zwakker, pale ale sterker gehopt.

-ocr page 104-

94

Porter wordt verkregen uit een mengsel van onderscheidene soorten van mout, die tot verschillende temperaturen geëest zijn. Een deel is zwart gebrand. De gisting moet snel geschieden, zoodat hier bovengisting plaats heeft.

Het alkohol-gehalte van bier is geringer dan dat van wijn en bedraagt: van Ale 5 tot 7, Porter 5 tot 6, gewoon Beiersch bier 3 tot 4, Lambiek 4-[ tot 6, Faro 2| tot 4 pCt.; — dat van eenige inlandsche biersoorten bedroeg, volgens Hekmei,ter : Tafelbier 4.4, — Nieuw Licht 4.1, — Oud Bruin 3.8, — Prin-cessenbier 4, — Heumonsch bier 4.2 en Bossche bier 5.2 pCt.

De bierproduktie bedroeg in 1876:

Lauden.

Hectoliter.

Getal brouwerijen.

Gebruik p. hoofd (liter)

Qroot-Brittanjo

47.000.000

26.214

143.

Duitschland

40.187.700

23.940

94.

(Beieren)

(12.442.272)

(6.524)

(289).

Vereenigde Staten

14.978.800

3.293

38.

Oostenrijk

12.176.900

2.448

34.

België

7.942.000

2.500

149.

Frankrijk

7.370.000

3.100

21.

Rusland

2.210.000

460

3.

Nederland

1.525.000

560

41.

Denemarken

1.110.000

240

59.

Zweden

900.000

23.

Zwitserland

750.000

400

28.

s.

Nog een woordje over liet bier.

a. Men hoort of ziet het bier vaak aanprijzen om deze of gene reden, — ook zelfs wel in wetenschappelijke werken. Dat is evenwel in den regel van hoeren zeggen, van anderen over-

-ocr page 105-

95

genomen, aan anderen ontleend; — dat is nog uit den tijd toen liet in ons land de dwingelandij van Spanje had uitgeluid. Als b.v.:

„Dat het bier bestanddeelen van granen bevat of die daaruit „geworden zijn (suiker, dextriue en eiwitachtige lichamen) „en dat het daarom voedend is. Dat die drank opwekt „door den alkohol (sic!). — Voorst dat in dien drank het „verfrisschende koolzuur voorkomt, — het zuur, dat aan ge-„woon drinkwater een verfrisschenden smaak geeft en waardoor vele minerale wateren zoo hoog geschat zijn: koolzuur, „dat inderdaad een uitnemend maagmiddel is. Dan de bittere „stoffe der hop, al mede der maag bevriend, en eindelijk,onder „meer, een gehalte aan phosphorzure en andere oplosbare „zouten, wier aanvulling in het organisme te noodzakelijker is, „omdat er dagelijks veel van uit het lichaam wordt uitgevoerd.quot;

Voorheen zat er voedsel in bij de Egyptenareu, de Grieken, de Gallen, de oude Germanen, de Batavieren, — en weinig alkohol, (zie ook blz. 18, Noot 4). En dat is nog het geval waar het eenvoudig te doen is om uit de gerst of uit het mout eeneii zoeten, smakelijken drank te trekken, en niet eenen alkoholischen of prikkelenden (zie ook blz. 17 en 18), — waar men het dus eigenlijk als wort of hoppert gebruikt. Dat is dus tevens toepasselijk op het eigengebrouwen bier (home brewn beer), dat ook in Engeland altijd nog door sommigen om het vloeibaar voedsel wordt bereid, en waarbij gisting- en alkoholbereiding weinig of in \'t geheel niet voorkomen; — ook heeft men zich daarbij niet om concurrentie te bekommeren en maakt men het zoo goed, zoo doelmatig mogelijk.

JVIen noemde het dan lekker èn voedzaam, wanneer het met water gekookte graan (zooals dit nu nog bij gort- of gerstewater, wanneer het lang staat, gebeurt) eenigszins zuur werd. Het opwekkkende in enkele gevallen door den alkohol had echter niet veel te beteekenen, — omdat het gehalte alkohol in elk geval zéér gering was.

-ocr page 106-

96

Men kon nog meer volken noemen, die graansoorten in water kookten, — het lieten bekoelen en \'tnaderhand dronken, — zelfs aan zieken of zwakken gaven, voor wie zij dachten dat het graan in vasten vorm moeielijk te verteren was. zooals de Indianen en Aurokaner negers, welke laatsten in hunne taal van dat preparaat zeiden: „clati dé njam nanga „dringi na maJcandra,quot; hetgeen zeggen wil: „dat is eten en „drinken te zamen.quot;

Ook langs eenen anderen weg, zelfs zonder den wetenschap-pelijken, moeten we tot do conclusie komen, dat gisting, suikerafzondering, alkoholbereiding, destilleering, enz., eerst langzamerhand zijn ontstaan, dat men eerst langzamerhand tot de kennis daarvan is gekomen, naarmate het eene uit het andere is gevloeid; doch dat mengen, kooken, zacht maken, enz., wel het eerst zijn geweest, en dus de oudste volken van gisting niets wisten of althans er minder mede bekend waren. Het gistingproces was hun geheel onbekend; — wat wij door gisting in wetenschappelijker zin verstaan, daaraan dachten zij niet het minst; — den drank opzettelijk aan dat proces bloot te stellen, kwam niet bij hen op, en — zuurwording als bij toeval scheen hun dikwijls ook niet altijd en onvoorwaardelijk aangenaam.

Hetgeen Livesey (zie blz. 29 en 30) bemerkt omtrent eigen-gebrouwen bier in Engeland toont in elk geval ook aan dat het voedzame hoe langer zoo minder is geworden.

quot;Wat het opwekkende betreft door den alkohol moet men opmerken, dat waar opwekking noodig is, iets abnormaals wordt verondersteld. Men heeft toch niet alle dagen opwekking noodig; als die drank opwekt, dan is hij als geneesmiddel aangewend en is dan een noodzakelijk kwaad !). (Zie ook onder letter T: „Iets over den alkolioir)

1) Zeer aan te bevelen ook voor scholen is het boekje getiteld: „Volksonderwijs over Alkohol, door dr. B. W. Riciiardsos, vertaald „door C. S. Adama van Scheltema, uitgegeven door de Nederl.

-ocr page 107-

97

Het koolzuur, hoe verfrisschend in drinkwater ook, verliest in verbinding met hop, enz. dat goede contingent geheel en al, ja wordt zelfs in een schadelijk gas verkeerd. Het grootste bewijs hiervoor is, dat bij ongesteldheden van de maag en aandoeningen van het darmkanaal hier in de allereerste plaats wordt verboden. In plaats van aanbeveling voor het bier is het koolzuur dus eerder eene aanbeveling voor vele minerale wateren.

Het koolzuur verschilt ook als artsenijmiddel van de andere zuren.

Het wordt in den vorm van spuitwater en in minerale wateren niet alleen als een genotmiddel gebruikt; maar ook bij katarrhale toestanden der maag, vooral bij die, welke het gevolg zijn van overmatig eten of drinken, aangewend.

Dit gasvormige, zwakke zuur dringt in den maagwand binnen; doch wordt daar niet, zooals bij andere zuren het geval zou zijn, geneutraliseerd; — het blijft daarentegen bij voldoende hoeveelheid als gas (geabsorbeerd) aanwezig en wordt in staat de weefsels te versterken zonder de reactie der alkaliën op te heffen. De prikkel is niet te groot en werkt nooit nadeelig; daarbij kan het koolzuur de opslorping van water uit het spijsverteringkanaal bevorderen, — wordt het koolzuurhoudend water sneller door de nieren afgezonderd dan gewoon water, en bevordert ook de stofwisseling meer.

Al dat goede kunnen we in \'t spuitwater vinden en in vele minerale wateren, die tegenwoordig ook steeds tot meer billijke prijzen te verkrijgen zijn (adres b.v. aan de fabriek dier wateren bij C. M. Roosen amp; Co., op het Stationsplein, en bij J. J. Sprutt in de Witte vrouwenstraat te Utrecht), — waarom het dan in het hier te zoeken, waarin het geheel verbasterd voorkomt.

„Vereeniging tot afschaffing van Sterken Drank. Voorts een traktaat „door die vereeniging uitgegeven, getiteld: „Alhohol, zijne werking op „leren en gezondheidquot; N°. 78. Prijs slechts 3 cents, en bij 25-tallen voor 50 cent.

7

-ocr page 108-

98

De met de maa? bevriende bittere stoffen der hop; —daai\'-mede bedoelt men zeker do bopklieren felandulae lupuli), die eene kristalliseerbare in alkohol (niet in water) oplosbare bit-terstof (lupulit of hopbitterzuur) bevatten, die evenwel dei-maag als bittermaagmiddel, aetheriaclie olie bevattend, alleen in bijzondere gevallen, als bv. bij digestiestoornissen of lichte catarrhale aandoeningen, of bij kolieken — „op zichzélf staand\'quot; — eenige diensten kan bewijzen; maar de uitwerking van eene kleine hoeveelheid hop onder eene groote hoeveelheid water en velerlei vreemde bestanddeelen gemengd onder normale omstandigheden gebruikt, is, zoo al niet eene schadelijke, dan toch van geene beteekenis of niet noemenswaard.

Het hopbitterïMM;- maakt op zuiver hittere maagmiddelen natuurlijk eene uitzondering. Hot moge waar zijn, ofschoon het nog in lange niet bewezen is dat het phosphorzuur hetwelk het bier bevat voor het organisme ter aanvulling noodzakelijk is; — het meerendeel der andere oplosbare zouten doet evenwel het lichaam meer schade, dan het phosphorzuur voordeel zou kunnen doen.

Volgens de nieuwere en betere leer valt er nogtans heel veel op af te dingen, dat phosphorzure en andere oplosbare zouten voor de aanvulling in het organisme noodzakelijk zijn. Tot nu toe heeft de toediening van zoutzuur bij maagziekten geen bepaald gunstige resultaten gehad, en wel, omdat men zicli eerst in den allerlaatsten tijd er op heeft toegelegd, de pathologie der zoutzuurafscheiding op meer exacte onderzoekingen op te bouwen, wat evenwel tot dusverre niet geheel gelukt is. Feitelijk berust dan ook thans het gebruik van zoutzuur bij maagziekten nog meer op empirische dan op rationcelo gegevens.

Ten slotte is bij al die aanprijzingen, hetzij bewust of onbewust, hetzij doordacht of ondoordacht, die zooloopende zijn, niet te vergeten, dat het bier, éénmaal als handelsartikel bestaande, hoe dan ook (coüte qui coüte), aan de markt moet

-ocr page 109-

99

worden geliracht en aldus zijn seld en winst opleveren. Dat is eigenlijk de hoofdzaak; daar zit de knoop: — „geldmakerij „is hier de hoofdzaak; maar een goeden drank aan het volk „te bezorgen, daarom bekommeren zich dezulken, die er hunne „winsten mede doen, wel bitter weinig. Dat zal niemand „tegenspreken.quot;

Daarmede willen wij evenwel, natuurlijk hen, die zich bepalen bij het fabriceeren van eigen gebrouwen bier en gewoon Holl. gerstebier, en daarin hun eerlijk bestaan vinden, niet te na komen.

(Zie ook hetgeen onder letter P, vooral bij li. voorkomt.)

!»• Wij mochten bij deze ook de aandacht vestigen op hetgeen de heer Westekouex van Meeterex in het 3e blad van het Nieuws van den Dag van 26 Augustus terecht en zéér juist te berde brengt. Hij zegt daar o. a. het volgende.

„Ons volk drinkt:

1°. om den dorst te lesschen.

2°. om eenen alkoholisclien prikkel te genieten.quot;

„Voor bet éérste doel komen in aanmerking: water, melk,

koffie en lichte (ondergistings) bieren, l)--Hier zoude ik

ongaarne het bier als concurrent tegen niet-

alkoholische dranken zien aanbevelen. -De

melkkiosken in groote steden, de publieke drinkfonteinen, menschlievende pogingen als van de I. C. G. A. (met gerstewater, uitgedeeld aan de werklieden bij den bouw barer nieuwe fabriek) 1), dragen er het hunne toe bij, om den „al-koholquot; te weren gedurende den dagehjkschen arbeid.quot;

1

Imperial, Continental Cas-Association; — de hier bedoelde fabriek is de gasfabriek van Amsterdam.

-ocr page 110-

100

„Voor liet tweede doel komen in aanmerking: jenever, en Yerachillende biersoorten.quot;

Terwijl daar nu eene vergelijking wordt gemaakt tnssclien het gebruik van jenever en hier, ook al met betrekking tot de hoeveelheden alkohol enz. in die dranken voorkomende, zegt

hij o. a. ook dit:

„Niet onbelangrijk zal het zijn hierbij dan ook naast het vraagstuk omtrent het „öïïbrniJcquot; dat van het „yiishruik in het oog te houden en bijv. te onderzoeken welke nadeelige gevolgen het drinken van 15 „potjesquot; bier (in Duitschland, en „eilaciequot; ook in ons Vaderland, zelfs bij beschaafden, geene uitzondering meer) in verhouding tot het verorberen quot;van een halve liter jenever na zich sleept.quot;

„Ik vestig daarbij dan de aandacht van belangstellenden op de bekende Duitsche „bierbuikenquot; — op het met het bier-drinken toenemende aantal blaaskwalen, hemorroïden, enz. enz.; op het feit hoe in Berlijn (bij het lichte Weiss-bier), in België (bij het lichte Leuvens, — Gentschen uitzet, — Lambiek, enz.) juist het jyRAiXKverbruik (drank = jenever, enz.) toeneemt, omdat, zooals de ware drinkebroers beweren, die lichte bieren zoo koud op de maag liggen, of weder afgezet moeten worden, enz., enz. —

T.

Iets over den Alkohol.

De werking van den alkohol op het centraalzenuwstclsel bestaat vooral daarin, dat achtereenvolgens de functie van de hersenen, — van het verlengde merg en het ruggemerg worden opgeheven; — daarin komt de alkohol eenigszins met de

-ocr page 111-

101

morphine overeen. In het algemeen wordt eerst de gewaarwording voor pijn verminderd; — daarna gaat de heerschappij over de willekeurige beweging verloren en wordt de psychische werkzaamheid door onregelmatige voorstellingen gestoord. Daarop verdwijnt de zintuigehjke waarneming en gaat het bewustzijn verloren, waarbij aanvankelijk nog eenigen tijd schijn- en waanvoorstellingen blijven bestaan; doch eindelijk worden die ook geheel uitgedoofd.

De bloedvaten van het gezicht, van de huid en waarschijnlijk ook die der hersenoppervlakte worden door afgenomen prikkelbaarheid der centrale uiteinden hunner zenuwen reeds vroegtijdig verwijd; — die lichamen hebben dus in het begin der alkohol-werking eene roode kleur. Later worden, dit hebben dierproeven geleerd, alle bloedvaten sterk geparalyseerd en sterk verwijd. In het hart worden bij hooge giften de beweeg-spieren verlamd, zooals bij kikvorschen het geval is.

Men is gewoon aan alkohol. opwekkende en versterkende eigenschappen toe te schrijven, en hem daarom in den vorm van wijn in uitputtende ziekten en ook in den beterenden toestand voor te schrijven, om de hartwerkzaamheid en het zenuwstelsel te versterken. Men doet zulks op grond der ervaring zonder zich rekenschap te geven van de wijze, waarop die resultaten tot stand komen. Feitelijk is het echter niet uitgemaakt of in de reconvalescentie het gebruik van wijn den toestand van het lichaam verbetert of het herstel verhaast, dan wel of het alleen het objectief gevoel van welbevinden van den patient vermeerdert.

Op dezelfde wijze pleegt men het gebruik van alkohol als genotmiddelen te verklaren door daaraan eene prikkelende, opwekkende werking toe te schrijven. Men beroept zich daarbij op de verschijnselen, die bij een lichten roes werden waargenomen en wel op den toestand van overspanning der psychische functie: — veel en hard praten en opgewonden-

-ocr page 112-

102

hoid, — vermeerderde polsfrequentie, — de roode kleur en het vermeerderde warmtegevoel der huid. Die zienswijze is echter onjuist; — dit zijn slechts verschijnselen van beginnende verlamming van enkele liersenafdcelingen Het feit, dat in de ps5rclnsche sfeer allereerst opmerkingsgave, nadenken en oordeel gedeeltelijk verloren gaan; terwijl de toestand der andere hersenfuncties nog onveranderd blijft, is voldoende om de opwinding door alkoholische dranken te verklaren. Een soldaat voelt zich moediger; maar alleen omdat hij het gevaar minder opmerkt, en er minder over nadenkt. Een redenaar spreekt vrijer en vuriger, omdat hij zich minder door vrees voor het oordeel zijner toehoorders laat terughouden. Hij, die verlegen van aard is, verbaast anderen en zichzelven door het gemak, L

waarmede hij zijne gedachten kan uitdrukken. Veelal wordt ook door den alkohol \'s menschen zelfkennis verschalkt. Menigeen spreekt en oordeelt over zaken, die hij in nuchteren toestand ontwijkt, omdat hij zich dan bewust is, er niet van op de hoogte te zijn.

Een dronken persoon overschat zijne spierkracht en put die uit door ongewone en dikwijls ook onnutte bewegingen, zonder te bedenken, dat zulks hem schaden kan; terwijl hij in nuchteren toestand zijne krachten zou sparen. Karakteristiek voor een lichten roes is het gebrek aan zelfbeheersching, — het toegeven aan oogenblikkelijke indrukken; — daardoor is de een vrolijk, — de ander treurig; — deze strijdlustig, —

gene echter buitengewoon vredelievend.

De toegenomen toevoer van bloed naar de huid en de gelijktijdige afstomping van de gevoeligheid der sensibele zenuwen, veroorzaken het gevoel van aangename warmte,

vooral als vóór \'t alkoholgebruik een lage temperatuur der lucht het gevoel van koude had te weeg gebracht. Juist dit verschijnsel dus, — waarom bewoners van koude gewesten den alkohol zoo op prijs stellen, en dat op leeken den indruk maakt van een prikkeliugstoestand, — is integendeel slechts het gevolg van gedeeltelijke verlamming.

-ocr page 113-

103

Het spreekt vau zelf, dat als in geen orgaan eene prikkelende werking van alkoliol kan worden geconstateerd, — men ook geen reclit heeft, de weldadige werking van alkoliol aan \'t ziekbed, daaraan toe te schrijven.

Wel is waar bevat wijn, die daartoe het meest gebruikt wordt, bovendien nog onbekende aethers, die waarschijnlijk in werking met alkoliol verschillen, — toch is het niet geoorloofd aan deze tegenovergestelde werking toe te schrijven. De wijnsoorten, die men bij voorkeur als opwekkende middelen toedient, en die, zooals men zich uitdrukt — „het bloed aanzetten!quot; bewerken reeds dadelijk eene sterke verwijding der vaten van het aangezicht, waarschijnlijk ook van die der hersenvliezen, en hierdoor komt die zoogenaamde aanzettende werking, die dus eigenlijk eene paralytische is, — tot stand.

Eene andere vraag is echter hoe de weldadige en heilzame gevolgen van het gebruik van wijn aan het ziekbed, vooral bij hartzwakte, aan eene paralyseerende werking kunnen .worden toegeschreven ? Het antwoord op die vraag is moeielijk te geven, vooral omdat men het resultaat van de toediening van wijn en andere alcoholica bij hartzwakte slechts bij ervaring kent, en dat dus nog veel minder verklaren kan.

Terwijl vroeger alkoholische dranken bij acute, koortsige ontstekingsziekten vermeden werden, werd in lateren tijd, vooral door Fransche en Engelsche artsen bij longontsteking en ge-wrichtsrheumatisme een ruim gebruik gemaakt van brandewijn en cognac, en wel op grond der experimenteel opgedane ervaring dat groote giften alkohol de temperatuur en de stofwisseling verminderen. Toch moet men bedenken, dat die temperatuurverlaging slechts bij hooge stekk dronken makende giften tol stand komt.

Een glas sterke brandewijn, onmiddellijk na zware verwondingen toegediend, kan door afstomping der gevoeligheid en der reflectieprikkelbaarheid van nut ziju en het subjectief gevoel van den patient zeer verminderen of verbeteren!

-ocr page 114-

104

Ziehier de ware, onpartijdige, wetenschappelijke uitspraken van de eerste geleerden uit onze dagen. Alkohol, alleen als geneesmiddel, als een noodzakelijk kwaad en dan nog zoo tuij-felachtig, dikwijls gevaarlijk in zijne gevolgen; — alkohol als heilzaam middel, zoo problematisch, zoo hypothetisch en dus zoo gevaarlijk!

IJ.

Nog eeuige uittreksels.

Onder de regeering van Hendrik VIII (van Engeland) mocht er in elke stad slechts ééne verkoopplaats voor spiri-tuaïia zijn.

Tusschen bedrog en vervalsching is de afstand zéér groot.

Vervalsching is veel erger dan bedrog. Die suiker met kalk vermengt is een bedrieger; doch hij, die wijn door lood of goudglit zoet maakt, of hem met giftige arsenicum houdende aniline rood verwt, is een moordenaar.

Het is eene treurige leemte in onze wetgeving, die wijn-, bier- en andere drankvervalschers niet met strenge straffen bedreigt.

Het toezicht op den invoer en den verkoop op levensmiddelen in het algemeen sluit in ons land zelfs de mogelijkheid niet uit, dat de meest noodzakelijke levensmiddelen dikwijls zoodanig worden verkocht, dat het gebruik er van onzer gezondheid duur te staan komt.

-ocr page 115-

105

Onder de regcering van Elisabeth , koningin van Engeland, mocliteu alleen zij alkohol uit koren stoken, van wie men overtuigd was, dat zij hem tot medische doeleinden aanwendden. Bleek echter het tegendeel, dan werd hun gevangenisstraf opgelegd.

Just in proportion as you increase the facilities for the sale of spirituous liquors, so do you increase crime and the necessity for more police to repress it. Kingsmill.

(Naar die mate men het verkoopen van geestrijke dranken gemakkelijk maakt, zal ook de misdaad toenemen, en zal meer politie noodig zijn om die te onderdrukken of te keer te gaan).

Van Frederik den Groote wordt verhaald, dat hij het verzoek om te Berlijn een rumfabriek te vestigen van de hand wees met: „Ich wills den Teufel thun; ich wünschtedaszdas „giftige, garstige Zeug gar nicht da ware und getrunken würde.quot;

Ouder de regeering van Frederik quot;Wilhelm I was dronkenschap voor den strafrechter niet alleen geen verzachtende; maar zelfs eene verzwarende omstandigheid. quot;Wie in koelen bloede een moord had begaan, werd opgehangen; — wie zich echter in dronkenschap zoo misdadig had vergrepen, werd geradbraakt.

Een directeur eener gevangenis, die waarlijk belang stelt in het lot zijner gevangenen, kwam door onderzoek naar hunne levensgeschiedenissen tot het besluit:

„Z)e sterke drank is het voedsel voor de gevangenis.\'quot;

-ocr page 116-

106 V.

Uittreksel uit liet „tliseours d\'om ertnre de Monsieur !loli/.caci de iiChaiequot;, voorkomende iu „Coiupte rendu dn meeting International d\'An vers contre l\'alms ties lioissons aleoüliqnes 11, 13 et 13 Sept. 1885.

De dokter Rush van Philadelphia in Amerika was eene eeuw geleden, de ware aanvanger van den strijd tegen de alkoholisclie dranken. Het werk is groot en vereisclit onver-moeiden ijver en te zamenwerking om ons te behoeden voor de ramp, die ons hoe langer zoo meer overheert. De opvoeding, welke tegenwoordig aan liet jongere geslacht ten deel valt, is waarlijk niet van dien aard om vermindering van die ingewortelde kwaal te hopen om die ingekankerde gewoonten te bestrijden. Ons opvoedingsysteem doet al te weinig, ja vaak niets om den wil te oefenen en te stalen. Meestal brenge i onwetende ouders zelve, met verkeerde denkbeelden behebt of daarvan doordrongen, van de prilste jeugd hunne kinderen tot de onmatigheid. Onbewust vaak, dat geef ik toe, en wel als het gevolg van „twee dwalingenquot; die zeer algemeen en ingeworteld zijn.

Tot heden heeft men niets gedaan die te bestrijden.

Het éérste valsclie of verkeerde denkbeeld bestaat daarin, te gelooven, dat het een bewijs van kracht en van mannelijkheid is eene groote hoeveelheid bedwelmende drank te kunnen innemen. — Wij, waterdrinkers, worden door de drinkers beschouwd als eene ware minderheid, als voor hen te moeten onderdoen: ja — als engborstigen of dergelijken behandelt of beschouwt men ons! Het is een overblijfsel van barbaarsche vooroordeelen uit de middeleeuwen. — Maar, tot hoeverre kunnen toch de gevolgen van deze dwaling gaan: eene jonge moeder toont u met trots haren frisschen en rooskleurigen

-ocr page 117-

107

knaap, die nog niet loopen kan, en voegt er vaak bij : „Hij „is een kleine man, die al zijn glas wijn drinkt even als wij.quot; Zien wij niet gedurig, een jong kind, dat door de moeder gedragen wordt, — proeven van een glas bier voor zijn\' vader bestemd, en wel met eene Inst, die cene reeds aangeleerde gewoonte verraadt. Ik heb moeders gekend, teedere, liefhebbende moeders, die hunne kinderen lieten zuigen uit een flesch met zuigtoestel, welke zij beurtelings vulden met melk en bier. Onlangs zag ik twee minnen, gezeten aan een tafeltje voor een der groote koffiehuizen van de Boulevard Central te Brussel. Zij hadden elk een glas likeur voor zich, waarin zij den vinger doopten, die zij dan lieten afzuigen door hunne voedsterlingen om ze stil te houden en geheel op hun gemak te kunnen praten.

Zeker zijn de ouders en de moeders onbekend met de stoornissen, welke dat misbruik van de bedwelmende dranken uitoefent op de jonge hersenen. — Men moet die ouders verlichten en hun toonen aan welke gevaren zij hunne kinderen blootstellen. Maar — hoe dat aan te leggen? De moeielijkheid ligt daarin, dat men eerst het tweede denkbeeld of vooroordeel, waarvan ik u spreek, moet uitroeien. Het bestaat daarin te gelooven, dat de gegiste of gedestilleerde dranken goed en heilzaam zijn, — dat zij goed doen aan degenen, die ze gebruiken, — dat zij versterken, ja, dat men er niet buiten kan.

Hooren wij niet elk oogenblik: „Een glas goed bier, dat is „gezond! Een flesch oude wijn heeft nooit iemand kwaad „gedaan. Hoe kan men werken zonder jenever; — alleen slechte „jenever is schadelijk.quot;

Zooveel woorden, zooveel dwalingen!

En hier zij het mij veroorloofd bijzonder mijne dankbaarheid te betuigen aan geneeskundigen, die aan het werk der Tem-perenz deelnemen en bij deze samenkomst (meeting) tegenwoordig zijn. — En wel, omdat inderdaad de geneeskundige faculteit in zekere mate heeft bijgedragen deze dwaling te verbreiden en krediet te verleenen. Van af Hippocrates, die

-ocr page 118-

108

den raad gaf zich ééus per maand te bedrinken, tot aan diegenen onzer tijdgenooten, die overal anemie (bloedsgebrek) zien, schrijven aan hunne zieken voor eene goede hoeveelheid biefstuk met een fiesch Bordeaux, en zouden het waarschijnlijk aan mijzelven voorschrijven, indien ik hun raad zou willen inroepen.

Reeds sedert eeuwen hebben een groot aantal geneesheeren de wonderbare uitwerkingen van het vergif, dat wij bestrijden, geroemd. Luister wat Arnould de Villa nova in zijn „ Trésor des Pauvresquot; in het begin van de 1GC eeuw van den brandewijn zeide:

«Hij geneest den mensch van vergif (van venijn), zoo hij „er van drinkt, en geeft hem goeden adem. — Item hij reinigt „de borst en de verkoelde maag. — Item, hij sterkt alle „dierlijke of natuurlijke deugden, bijzonder het geheugen. — „Item in \'toog gestreken, geneest hij de oogvlek, de staar en „andere ziekten van de oogen, indien zij nog niet verouderd „zijn. — Hij geneest de tandpijn, het podagra, de jicht, de „buikloop, de koortsen, enz., enz.quot;; — want Mr. Arxould houdt eene opnoeming van kwalen, welke de brandewijn geneest, waarbij die, welke figureert bij de aanbevelingen van de Hollowaypillen nog niets is. Hij voegt er zelfs bij; „de brande-„wijn geeft vrolijkheid, goeden adem, goed geheugen en vele „andere goede dingen met betrekking tot de menschelijke natuur.quot;

Zal men zich dan nog daarover verwonderen, dat na een arbeid van drie eeuwen de geheele wereld gelooft aan de deugd van den brandewijn.

Heden ten dage is het eerste geneesmiddel, waarbij men toevlucht zoekt, en waarvan men heil verwacht in geval van ongesteldheid, in alle klassen der maatschappij, in negen gevallen van de tien — „de alkoliolquot;. — Onder het volk, hetzij bij hoofdpijn of bij een gebroken been, — bij kramp in de maag of bij eene neusbloeding, — bij een gezwollen gezicht, een blauw oog of bij brakingen, — bij tandpijn of bij groote vreugde, — bij koliek of bij groote droefheid, is het universeel hulpmiddel, dat men zich in de naburige kroeg een glaasje likeur bestelt.

-ocr page 119-

109

Bovendien houdt men deze logische redeneering: wat goed is tegen ziekte, moet ook goed zijn wanneer men gezond is. De sterke dranken worden een behoedmiddel. En het proeven des morgens en des avonds wordt aldus gerechtvaardigd. De arbeider heeft zulke goede voorwendsels: de worm wordt erdoor gedood, — de slechte lucht verdreven, — de stof weggenomen, — het voorkomt vochtigheid of de koorts.

Een nieuwe school onderwijst: „de werkende klasse heeft „alkohol noodig om te gemoet te komen aan het ongenoegzame „der voeding.quot;

Het is aan de geneeskundigen onder ons deze dwalingen te bestrijden, waarvoor geneeskundigen krediet hebben verleend, of die zij hebben laten insluipen.

De gewoonten, de usances hebben zich ook naar die meeningen gevormd. —Het is onbeleefd iemand te ontvangen zonder hem een glas van die wonderwerkende likeur aan te bieden. Indien gij weigert, wat men u voorzet, zoo begaat gij eene onbeleefdheid. — „Denkt gij dan,quot; zoo schijnt men te zeggen, „dat ik in mijn kelder tuig heb (wijn, enz.), die het niet der „moeite waard is te proeven!quot; Want, wanneer men rijk is, dan heeft men in zijn kelder voor twintig-, dertig-, vijftigduizend frank wijn bedolven. — Wanneer men arm is dan doet zich hetzelfde in de kroeg voor. Welk overgroot verlies van arbeid en van tijd! Hoeveel dat nuttig is, verwoest! En, wanneer het nog slechts louter verlies was. Maar neen, het is om eiken dag tot meer en meer zich kenmerkende, verwoestende uitkomsten te komen.

De publieke opinie wordt niet bewogen. Zij schijnt ontzenuwd; zij heeft zelfs de kracht, de moed niet meer, zou men zeggen, de dronkenschap te berispen. Zij verdooft onder den invloed van het erfelijk alkoholisme, dat meer of min in aller aderen vloeit.

„De toegeeflijkheid jegens den dronken mensch,quot; — zegt mijn broeder (J. C. Houzeau, directeur honoraire de l\'Obser-vatoire, Annuaire populaire de Belgique, pour 1885, pag. 96)

-ocr page 120-

110

in een zijner populaire werken, — „is een uitwerksel van „het misbruik van de alkoholische dranken in alle klassen der „maatschappij. Onze bevolkingen verontschuldigen de dronken-„schap evenals de Kalabrees de moord verontschuldigt, omdat „ongelukkig genoeg een groot aantal onzer medeburgers gevoelen, dat zij min of meer daaraan blootgesteld, aan die „toegeeflijkheid ook éénmaal behoefte te hebben. Vandaar „dat de gewoonte is ontstaan de dronkenschap te betrachten „niet als iets schandelijks; maar als een belachelijk en ver-smakelijk schouwspel.quot;

Wat de ongelukkige betreft, bij wien de wil is verlamd, hij verliest weldra alle macht weerstand te bieden aan de kracht, die hem tot zyn verderf sleept. Eene ware ziekte maakt zich van hem meester, zoowel naar het lichaam, als naar de ziel, waarvan hij somwijlen zou kunnen worden geheild, mits de patient geplaatst worde in gunstige en bijzonder daarvoor passende omstandigheden. Maar inmiddels brengt hij zijne ziekte op zijne nakomelingen over. — Ziedaar de toestanden, waarin wij ons geplaatst bevinden voor den strijd.

Er is een opvoeding af te breken en eene nieuwe op te bouwen.

Af te breken; want de drinker is door eene ware opvoeding gebracht op het peil, waarop hij staat. Hij wordt niet dronkaard op eens. Voetje voor voetje, van proeven tot proeven, het eene glaasje vóór het andere na, tot dat uiterste!

„Het kwam allemaal van het pimpelen,quot; antwoordt Peggy Pearson aan Percival Keene in den roman van Marnjat (Per-cival Keene bij Captain Marnjat, Chap. XVI). Dat is volkomen juist; de dronkenschap is besmettelijk; zij wordt door het voorbeeld geleerd en bij de minste verwante voorbeschikking of aanleg is juist dat voorbeeld onwederstaanbaar.

En toch — welk schouwspel vertoont ons een dronken mensch! „Een onzer evenmenschen, die alleréérst zich verhoo-„vaardigt als een pauw, — die daarna grimassen maakt als een „aap, — die iets later zich als een leeuw opzet en woedt en — „die eindigt met zich als een zwijn in het slijk te wentelen!quot;

-ocr page 121-

Ill

In de oudheid was het zien van een dronken slaaf voldoende, om de menschen van zoodanige buitensporigheid af te houden, zoo verhaalt men. In onze dagen is dat niet zoo; men vergenoegt zich er om te lachen en er zich mede te vermaken. Men verzwijgt ook niet, dat men zich bedronken heeft, ja men beroemt er zich zelfs op.

Wij hebben de hand te leggen aan eene nieuwe opvoeding; want vele valsche denkbeelden over de physiologische uitwerkingen van den alkohol moeten worden uitgeroeid niet alleen onder de groote volksmenigte; maar ook bij het meer verlichte gedeelte, bij de meer ontwikkelde klasse. Eindelijk moet men zelfs onze gewoonten en onze zeden hervormen, — een lang en moeieiijk werk.

Wanneer wij willen slagen, dan moeten wij de drinkzucht van alle zijden aantasten. Wij moeten zoowel de oorzaken, als het alkoholisme zelf tegelijkertijd bestrijden.

Het is niet te veel, dat allen, die in het welzijn en den vooruitgang van het menschdom bélangstellen hunne krachten vereenigen, welke ook de beweegredenen zijn, die hen dringen of de middelen, die zij zouden willen aanwenden tot bereiken van dat ééne doel, en — vereenigd in het denkbeeld: den mensch te bevrijden van het juk der slavernij van den alkohol, dat thans zoo zwaar drukt.

Vurige liefde tot onzen evenmensch, tot de geheele mensch-heid zij onze drijfveer en ondersteune ons gemeenschappelijk in deze taak! i).

1) En — mag men ten slotte, in verband met dezen laatsten volzin bijvoegen: „de Eere Gods wil het, vordert het, en dadrin ligt „ook de zekerheid der overwinning!quot;

-ocr page 122-

112

TW• (Zie blz. 60, de Noot).

Uittreksel uit het Terslag omtrent de nitkomsteir Tan liet werk der Volks- of Temperenz-koflie-littizen 1) in Engeland, — door M. ARTHUR JEPSOX, Toorgelezen op de Internationale meeting tegen het misbruik Tan alkoliolisclie dranken, te Antwerpen op 11, 13 en 13 September 1885.

Dit werk, twaalf jaar geleden, zeer in\'t klein aangevangen, heeft zeer groote uitbreiding verkregen en wordt algemeen erkend als een van de meest praktische en afdoende middelen om het alkoholismus te bestrijden; terwijl het terzelfder tijd een\' zeer krachtige steun is voor de Temperenzzaak.

Deze inrichtingen of Temperenz-koffiehuizen hebben dit voor, dat zij onmiddellijk blijkbare of tastbare resultaten opleveren, die eenigermate gemist worden in de overige gedeelten van het werk der Temperenz.

1) Hierbij komt het ons doelmatig voor het Nederlandsch publiek op de beteekenis van koffiehuis, welke menquot; vooral bij het lezen van dit stuk daaraan moet hechten, bijzonder opmerkzaam te maken. In Nederland toch, van koffiehuizen sprekende, maakt men vrij algemeen het denkbeeld daaraan vast van een huis, alwaar men een glas viyn, hier of jenever drinkt, en zegt men dus daarmede eigenlijk wat men niet bedoelt, zoodat een Nederlandsch koffiehuis een synoniem is geworden van een kroeg of bierhuis, alwaar wel koffie \'t allerminst wordt verkocht. — In Engeland en Amerika, in de ïemperenz-wereld, verstaat men het geheel andera, en bedoelt men inderdaad inrichtingen, waar men koffie, thee, chocolade en dergelijke, voorts allerlei verfrisschende dranken kan bekomen, alleen volstrekt geene alkoholische of bedwelmende dranken, van welken aard ook. Het is dus deze beteekenis, welke men er ook hier aan hechten moet.

-ocr page 123-

113

Zoo kan b.v. liet propaganda maken in \'t belang der Tem-perenzzaak eene vermindering te weeg brengen in bet gebruik van sterke dranken en ook de terecbtbrenging van meer dan een menscbelijk wezen, zonder dat zulks ter kennis komt van een groot aantal mensclien. — Maar een „koffiehuisquot; is bij het publiek bekend, zal van allen gekend zijn, zoowel van ben, die zich om de Temperenzzaak niet bekommeren, als van ben, die zich daarom bemoeien. Zeker werden in den aanvang ook fouten begaan; maar over \'t geheel ging het met die beweging in den rechten weg en op de rechte wijze. Het meerendeel dier koffiehuizen werd zéér goed gedirigeerd van af het begin en mochten ze onafgebroken voorspoed genieten. Men heeft nu kunnen constateeren, dat, om wel te slagen, elk koffiehuis moet worden aangelegd bloot uit een commercieel standpunt en dat is thans het geval met de meeste dier inrichtingen. Alle gedachten van patronaat of van philantropie moeten verbannen uit den geest van hen, die daarin werken. In Engeland is nu geen\' enkele stad meer, waar niet minstens een min of meer volmaakt koffiehuis (Temperenz, wel te verstaan) te vinden is, en een groot aantal dorpen het gansche land door zijn in \'t bezit van dergelijke huizen door de geestelijkheid of door partikulieren aangelegd. Het publiek is thans ongetwijfeld voldaan met die inrichtingen, zoowel met betrekking tot de hoedanigheid der dranken en der andere levensmiddelen, als met betrekking tot het beheer en de inrichting in \'t algemeen.

Het is van belang op te merken, dat dat werk juist den meest gunstigen invloed uitoefent op die klasse van menschen, die de geheelonthouding van alle bedwelmende dranken overigens niet in praktijk brengen. Inderdaad levert deze klasse de meeste klanten. Nu is het onmogelijk na te gaan in welke mate die personen langzamerhand worden gebracht tot de al-geheele onthouding van den alkohol. Men kan gerust verzekeren, dat het voortdurend vlijtig bezoek van die inrichtingen een machtigen prikkel heeft moeten zijn voor hen, die later tot het besluit zijn gekomen de belofte van onthouding te teekenen.

8

-ocr page 124-

114

Overigens geven die koffiehuizen een groot dividend aan hunne bezitters, en vormen daardoor een departement (eene afdeeling) van het Temperenz-werk, onafhankelijk van do eigenlijk gezegde Temperenz-gezelschappen en dat uit eigen inkomsten bestaan kan.

Bovendien voldoen die koffiehuizen aan eene reeds sedert lang gevoelde behoefte. — Zij vormen eene plaats van samenkomst (rendez-vous) en een toevluchtsoord den ganschen dag en avond open voor iedereen, die wil komen uitrusten, zich ontspannen , zich onderrichten en zich onderhouden zonder gedwongen of verplicht te zijn bedwelmende dranken te slikken.

Op die wijze hebben dan ook personen, die de belofte hebben afgelegd zich van alle alkoholische dranken te onthouden in die inrichtingen — tegelijkertijd plaats van samenkomsten ontspanning — eenen nieuwen kring van vrienden gevonden. In vele dier koffiehuizen houdt men vele vereenigingen, clubs en gezelschappen van allerlei soort, als ook muziekale ontspanningen en godsdienstige bijeenkomsten of vergaderingen.

Gewoonlijk is de zaal, waar ververschingen en spijzen worden toegediend, voorzien van de beste dagbladen. Alles werkt dus mede om waardiglijk de beste publieke inrichtingen te vervangen, waar alkoholische dranken worden verkocht.

Het koffiehuis is ook geschikt en wordt gebruikt voor alle werk of allen arbeid, welke het goede ten doel heeft. Jn vele gevallen kan men het noemen het hoofdkwartier of althans een groote steun voor alle pogingen aangewend tot welzijn der zamenleving, zoodat wanneer iemand een bezoeker wordt van zulk een inrichting, dan wordt hij weldra omgeven door en medegetrokken in een atmosfeer van invloeden, die hem op de rechte baan geleiden.

Die koffiehuizen hebben ook niet slechts eenen grooten invloed uitgeoefend op den voortgang eu de uitbreiding der Temperenzzaak door een groot aantal personen van het goede daarvan te overtuigen, en zich daar aan te sluiten, hetzij door zelf onthouder te worden, of ten minste op eenigerleiwijze de

-ocr page 125-

115

goede zaak te steunen; — maar ook door hen te doen overhellen naar de christelijke denkbeelden, waar zij zoodanig in praktijk worden waargenomen in het maatschappelijk, leven als een uitvloeisel van een rechtgeaard christendom.

Om het nut dier koffiehuizen te begrijpen, is het voldoende daaraan te herinneren, dat eiken dag duizende personen er kunnen binnenkomen, uitrusten, een of ander dagblad lezen, zelfs wanneer zij niet meer dan een paar centen verteren. De hoedanigheid der dranken en spijzen, die verstrekt worden, is tegenwoordig beter dan voor acht jaar. De verkoop is natuurlijk grooter naarmate de hoedanigheid der levensmiddelen beter is. En men heeft opgemerkt dat men nieuwe vorderingen kan maken in de toekomst zonder de voordoelen, die het jaarlijks afwerpt, te verminderen. In vele steden is er eiken morgen een aanzienlijk debiet van thee, koffie en cacao, aan arbeiders, die zich naar hun werk begeven. Een uur lang is er dan in vele dier huizen een voortdurende stroom van zulke klanten.

Uit een commerciëel oogpunt betracht, betalen de genootschappen, waarvan sommige 30 tot 60 huizen bezitten, divi-denten afwisselend tusschen 4 en 15 percent.

Eenige huizen aan bijzondere personen toebehoorende, geven interest zelfs tot 50 percent. Over \'t algemeen levert het aan die huizen besteed kapitaal oenen loonenden interest op.

De vorderingen van dit werk zijn blijkbaar aan eenige van de jongste inrichtingen.

Zoo is o. a. het hotel Cohden van Birmingham, een hotel eerste klasse van 120 logeerkamers voorzien. In Liverpool zijn vele aanzienlijke koffiehuizen. Dit werk kan dus ook voldoen aan de eischen van de hoogste klassen der maatschappij.

Er zijn ook koffiehuizen voor dames; — eveneens wat men noemt vClerkscafésquot; (koffiehuizen voor kantoorbedienden of beambten), bestemd voor personen, die, wat stand en fortuin betreft, eenen middelstand uitmaken tusschen gewone ambachtslui en de rijkere klasse.

-ocr page 126-

116

De verscheidenlieid van inrichting dier huizen is zeergroot, zoo als men reeds uit het bovenstaande eenigszins kan ontwaren.

Over \'t geheel is het nut van al die inrichtingen onmiskenbaar, en vormen zij te zamen één groot merkwaardig werk; — alle dienen ze tot bevordering van het goede, elk geëvenredigd naar de ressources en naar de behoeften van de lokaliteiten.

Vele, zeer modest en op kleine schaal aangevangen, zijn later het centrum van groote ondernemingen geworden, — van werkzaamheid tot uitbreiding der Temperenzzaak en tot andere, de goede zeden bevorderende, ondernemingen.

In eenige dier lokaliteiten fabriceeren de gezelschappen zelve hunne verfrisschende dranken (eaux-gazeuses), die zij dan tegen 5 cents de flacon (het kogelfleschje) verkoopen. Het gevolg was eene algemeene vermindering van de prijzen dier wateren in vele steden. Daarvan hebben allen geprofiteerd, de onthouders zoowel als de niet-onthouders; — ook is het verbruik dier wateren zeer toegenomen; — zij hadden zelfs, wat billijkheid der prijzen betreft, den voorrang verkregen boven het bier. En deze uitkomst zal in korten tijd zeker zéér algemeen worden. — Een zeker aantal gezelschappen bakken ook hun eigen brood en fabriceeren nog andere levensmiddelen, zoodat iedereen ze kan verkrijgen van de heste kwaliteit voor hetzelfde geld.

Een groote bron van inkomsten is des zomers ook voor de koffiehuizen op het land de klandisie der wielrijders (cyclisten), die in grooten getale de publieke wegen doorkruisen, en vaak zeer te waardeeren zendelingen voor de Temperenzzaak zijn. Vaak bestaan er dan bij die huizen afzonderlijke bergplaatsen voor de twee- of driewielige voertuigen van hunne klanten.

Wij besluiten met te zeggen dat het werk dezer Temperenz-koffiehuizen eenen langzamen, maar zekeren steun vormt van de Temperenzzaak, en dat het een der machtigste middelen is tot bestrijding van den handel van alkoholische dranken. Vele

-ocr page 127-

117

personen, die te voren geene niet-alkoholische dranken verkochten, zijn dientengevolge als \'t ware daartoe genoopt geworden.

En gewis is hot dat dit werk louter gunstige uitkomsten oplevert, zoowel uit zedelijk als sociaal oogpunt betracht.

Hetgeen tot stand is gebracht, overtreft reeds veel, al wat men er zich in den aanvang van had voorgesteld. Maar — men ziet dat het thans toch nog slechts een voorsmaak is van hetgeen in eene niet te groote toekomst zal worden verkregen, — wanneer, dank der opgedane ondervinding, zoowel als tengevolge van de geestkracht en van den ijver, die den doorslag geven, de beweging hare pogingen tot het goede zal verdubbelen en meer dan verdubbelen.

Omtrent de beweging op het gebied dier koffiehuizen in Zwitserland willen wij kort zijn.

Ruim acht jaar geleden zijn inrichtingen, alwaar men slechts niet-alkoholische dranken verkoopt, in het leven geroepen, niet door Temperenzgezelschappen; maar door privaat personen. Ofschoon de voordeden tot op heden minder zijn dan in Engeland, zoo zijn toch de verkregen uitkomsten over \'t geheel evenzeer gunstig. In den aanvang bestonden de klanten of bezoekers vooral uit onthouders, die ook behoefte gevoelden zich te vereenigen; maar later breidde zich het bezoek uit, en velen mogen zich thans verblijden in geregelde en dagelijks talrijke opkomsten van gasten veelal uit de arbeidende klasse, waarvoor ze dan ook vooral zijn aangelegd. Er zijn er ook, waar de arbeider goed en goedkoop zijn middagmaal en zijn avondeten kan gebruiken.

Van de noodige dagbladen en van lektuur zijn die lokaliteiten voorzien. Somwijlen heeft men daarvoor afzonderlijke zalen, alsook voor bijeenkomsten van vriendschappelijken aard, hetzij de ïeraperenzzaak betreffende, of wel tot andere doeleinden , altijd tot bevordering van het goede.

-ocr page 128-

118

Men kan zeggen, dat deze Temperenz-koffiehuizen, tegelijk met de Temperenz-gezelschappen, welke zij tot steun zijn, daartoe krachtig liebben bijgebvacht raenigen drinkebroer weder op don goeden weg te helpen en betere kameraden te bezorgen; terwijl ook voorbeelden kunnen worden aangewezen van to-rechtbrenging van de meest verslaafde drinkers of van dronkaards.

Er zijn tegenwoordig in Zwitserland ongeveer tachtki (80) dier inrichtingen, die wel geen groot dividend afwerpen; maar waarvan velen toch een ruim bestaan hebben. In die plaatsen, waar men scholen voor militairen heeft, hebben de soldaten de gewoonte vlijtig die huizen te bezoeken.

In Zwitserland over \'t geheel, aanvankelijk in fransch, maar thans ook in duitscli Zwitserland, wordt door velen met onvermoeiden ijver op het gebied der Temperenz gewerkt en mag men met recht van de samenwerking van Temperenz-gezelschappen (bekend onder den naam van Société de la Crcix bleue — van het Blauwe Kruis) en Temperenz-koffiehuizen veel goeds voor de toekomst verwachten.

x. .

Steden zomler Kroegen.

Er zijn in het Zuiden van Engeland, met eene bevolking van ongeveer 123.000 inwoners, meer dan duizend plaatsen, waar, tengevolge van den invloed en de autoriteit door de groote grondbezitters uitgeoefend, men geen enkele kroeg vindt. En in die streken of plaatsen zijn de politieagenten, om zoo te zeggen, overbodig, de misdaad is er onbekend.

Te Saltaire, eene stad van 4000 inwoners, in het noorden van Engeland, zijn slechts twee gepatenteerde kroegen voor

-ocr page 129-

119

den verkoop van alkoholischc dranken, en de verkoop op de publieke plaatsen is verboden. —Het resultaat van zoodanige maatregelen is merkwaardig. De bevolking is nijverig; de kinderen zijn goed gevoed, goed gekleed en allen bezoeken geregeld de scholen. De huizen zijn goed eu smaakvol gemeubileerd, — de baden en de waschinrichtingen of lokaliteiten om goed schoon te maken zijn druk bezocht, en de plaatsen voor publiek genoegen en voor vermakelijkheden bestemd, worden zeer gewaardeerd. Meer dan eens, hoeft men volksstemmingen gehad, teneinde te zien of de werklieden deze strenge bepalingen ten aanzien van den handel in alkoholische dranken wenschten af te schaffen; maar altijd met dezelfde uitkomst: eene algemeene stemming ten gunste van die bepalingen.

In Schotland is oen groot aantal dorpen en kleine steden, geheel door visschersfamiliën bewoond, waar, gedurende de dertig laatste jaren eene groote verandering heeft plaats gehad. Eertijds waren er vele kroegen in die gemeenten en hetmee-rendeel der mannen was min of meer aan dronkenschap onderhevig. Men dacht algemeen dat de alkoholische dranken onmisbaar waren bij de uitoefening van hun beroep en van hun vaak zoo moeielijk en vermoeiend werk. — Heden ten dage vindt men er geene kroegen meer. De misdaden en wetsovertredingen zijn er bijna onbekend; terwijl welvaart, zedelijkheid en in \'t algemeen het gelukkig bestaan van de bevolking merkwaardig zijn toegenomen.

Uitrustingen van 6 tot 8 man gaan geregeld in zee in vis-schersschepen op een afstand van 12 a 15 uren, zonder een drop alkohol aan boord; maar wèl voorzien van thee eu koffie. In één dorp van 800 zielen, is er, met uitzondering van één idioot, niet één behoeftige, en dien tengevolge geene opbrengst voor armen, geen armenkas noodig.

Te Fossil Park met 6000 inwoners, geen enkele kroeg, geen misdaad, geen crimincele rechtsgedingen; — één enkele politieagent en geen gevangenis. — Te Bessbrook, stad met handel

-ocr page 130-

120

in manufacturen van Irlcind, met 3000 a 4000 inwoners, voor ongeveer 25 jaren gebouwd, is nooit drankverkoop geweest. Geheel vreemd is deze stad dan ook aan twisten tusschen partijen, anders zoo algemeen in Irland, — de zedelijke toestand is er uitmuntend, de orde volkomen; — er zijn geen dronkaards, geene armen, geen\' bedelaars, geen\' misdadigers of wetsovertreders.

Te Dvornic, nabij Bangor, land van Wallis, met eene bevolking van 800 inwoners, vinden de mannen hun werk in de leigroeven; zij verdienen gemiddeld 25 frank wekelijks. Er is geen enkele kroeg of drankdebiet in het dorp noch in de omgeving op één uur gaans in den omtrek. Al de inwoners zijn matigheidsmannen; zij hebben een club, waar zij te zamen komen, — waar zij spelen en dagbladen hebben; en — waar zij eene spaarkas hebben opgericht, waarvan de inkomsten jaarlijks met 25.000 frank vermeerderen. — Het dorp heeft geen armenkas; — er zijn slechts eenige weinige hulpbehoevenden, grijsaards of kranken, tengevolge van in de groeven voorkomende ongevallen. Het dorp is merkwaardig door zindelijkheid, door het gemakkelijk verkeer en door voorspoed; — er is geen politie, en de goede zeden aldaar zijn tot een spreekwoord geworden.

(.Journal de la Ligue patriotique helge contre Valcoölisme).

IJ.

Heeft Zweden in zekeren zin meer dan eenig ander landde treurige gevolgen van het drankmisbruik ondervonden, nergens is ook die vijand met meer succes ten onder gebracht. Dr. Baer , die als eene specialiteit in de Zweedsche toestanden algemeen wordt erkend, schrijft, als hij van drankmisbruik in betrekking tot dit land spreekt, het volgende: „Die Trunk-

-ocr page 131-

121

„sucht ist in Schweden nicht mehr allgemein und niet mehr „unter allen Klassen der Bevölkerung vertheilt — Ilnmaszigkeit „wird in der guten Gesollscliaft als eine Unsitte betrachtet. „Auf dem Lande hat sic ebenfalls sehr betrachtlich abgenom-„meu; am meiston ist sic unter den arbeitenden Klassen der „Stadtischen Bevölkerung an zu treffen.quot;

z.

Tfog eenige Uittreksels nit Nquot;. 10 van „de Stem der Ijiefdequot; van 1886.

In België werkte het bier enkel mede om de jenever zijn evenknie te doen worden.

Beijeren wedijvert met België in bierverstomping en bijgeloof.

Engelands dronkenschap is bierdronkenschap, eene dronkenschap nog vruchtbaarder in moorden eu gruwelen dan eenige andere.

De drankdrinker, die een moord pleegt, laat althans af van woeden, als hij zijn offer heeft geveld; maar ook dan eindigt de waanzinnige w oede van den bierdronkaard niet en hij blijft tot het lijk des verslagenen met slagen en trappen overladen.

Het zijn Engcland\'s bierdrinkers, die jaar aan jaar van 1200 tot 1500 kinderen in hunne bedwelming doodliggen, en het is de overmacht van Engeland\'s talrijke brouwers op het volksloven, dat aan dit kindermoorden geen perk wordt gezet

-ocr page 132-

122

en het van staatswege met het etiket : „door een toeval gedoodquot; , iets niets misdadigs, iets onschuldigs blijft heeten.

Zoodra slechts hot zich bedrinken beraoeielijkt wordt, moet wel reeds de omvang van het kwaad verminderen. — Neem de uitwendige aanlokkelijkheid der drinkhuizen weg; overtuig het volk, dat zij zoo worden aangelokt om als motten in de vlam te vliegen, en de dronkenschap en hare strafgevolgen zullen reeds daardoor verminderen.

Het ongerijmde van onzen maatschappelijken toestand is hierin gelegen, dat alles er op is aangelegd om de zwakken in verzoeking te brengen, waarna wij zoo gestreng mogelijk straffen, zoodra zij in den hun gespannen strik gevallen zijn.

Het overzaaien van de samenleving met kroegen van allerlei naam en soort, kan niet anders dan slachtoffers van het drankgebruik maken, waarvan maar al te spoedig zeer velen reddeloos verloren blijken. — Het streven der wetgeving moet zijn om door de wet de maatschappelijke misdrijven en ellende zooveel doenlijk te verminderen, en zij vindt dus hier een terrein om krachtig daartoe de hand aan \'t werk te slaan.

De kroeg on het bierhuis zijn twee zulke onmiskenbare vijanden van allo volksgeluk; — hebben reeds zooveel kwaads op hunne rekening, dat goede werklieden ze in hun hart haten.

Wie, die eenigszins menscli is in de ware beteekenis van het woord (laat staan een Christen) wil nog deel hebben aan

de graanvemieliny en dronkenschapkweekerij!

-ocr page 133-

123

Aa.

Idem. Uit „lt;le Stem der Uefdequot; X0. 11 van 1886.

Wesley noemde de geldwinning van branders en brouwers en Pitt\'s drankbelasting een drinken van het bloed des volks.

De Koning van Zweden (die persoonlijk zich van allo bedwelmende dranken onthoudt) antwoordde eens op eene hem gedane vraag, dat zijn persoonlijk beslist gevoelen ten aanzien van den drank zijn\' oorsprong had in zijn moeten oefenen van het recht van gratie. Bijna zonder uitzondering was de pleit-grond der advokaten, wanneer personen tot zware straffen veroordeeld waren en gratie werd verzocht — „niet verant-„icoordélijhlieid doordien de alhohol hun wilsvermofjen had cer-„zwakt en hun zedelijk gevoel had verstompt.quot;

„Alkohol,quot; sprak de koning, „vult onze gevangenissen, en — „wat nog het ergste is, de personen, waarover hij in den „volstrekten zin geweld oefent, zijn juist degenen, die het „fijnst bewerkt zenuwgestel hebben. De koudbloedige kan lang „voortgaan zonder dat het tot misdaad komt, en wordt een „versufte dronkelap\', terwijl de ander een zeer gevaarlijk „krankzinnige wordt door de verwoestingen in zijn hersenleven „en in geheel zijne zedelijke bewerktuiging aangericht.quot;

Bb. 1)

Zoolang hot niet als grondbeginsel en levensregel aange-

1) Men mocht dit bijzonder ter overweging aanbevelen, om èn voor zich zeiven cn voor anderen nut te trekken uit de daarin vervatte waarheid.

-ocr page 134-

124

nomen is en vaststaat, dat men niet gébruikt, dat bedwelmt, staat men op geheel eigenaardige wijze voor de treurigste afwijkingen bloot.

Het matige gebruik begint bij velen heerschappij te oefenen; zoodat zij er de slaven van zijn eer zij zelve \'t vermoeden. Dat matige gebruik doet bij velen een zekeren trek, een lust ontstaan, die ongemerkt toeneemt en steeds onweerstaanbaarder wordt. Dat matige gebruik gaat bij velen in onmatigheid over zonder dat zij \'t zich zeiven recht bewust zijn en zoo dat zij, als men \'t hun onder \'t oog bracht, het wellicht ten sterkste zouden loochenen.

Waarom langs eenen afgrond geleid, waarin men, waarin zij, die aan onze zorg zijn toevertrouwd ieder oogenblik kunnen neerstorten; terwijl een veilige weg ver van zijnen rand te vinden is?!

Laat niemand zich op het punt der matigheid voor een oogenblik laten misleiden.

Hoe vernuftig het pleit ook gevoerd worde, dat het u niet schaden zal, nu en dan eens aan den lust toe te geven, of bestendig in matigheid te genieten, duldt niet, dat in eene zoo belangrijke zaak het geslepen vernuft uw gezond verstand of uw geweten beprate.

Een onthouder, wien het een beginsel is geworden, en die uit of om \'t beginsel zich dus onthoudt, zal er niet naar tanen, zich hier nog te laten slingeren.

Cc.

In Hüidecoper\'s „Een woord van Ernst en Liefde aan mijn landgenootenquot; (Amsterdam, T. J. Prins, 1846), vindt men de volgende gezegden:

van Vosmaer: Sterke drank is geen drank te noemen; het is een allerhevigste prikkel, vloeibaar vuur.

-ocr page 135-

125

en van Bacon:

Geene ondeugd verweest zoovele menschen of verderft zooveel goeds als de dronkenschap.

Zij verduistert liet verstand, — benevelt het geheugen, — mismaakt de schoonheid, — verlamt de krachten, —ontsteekt het bloed, — veroorzaakt inwendige, uitwendige en ongeneesbare wonden, — zij betoovert de zinnen, — zij is een duivel voor de ziel, — een dief voor de beurs, — de medgezel der bedelaars, — het ongeluk der vrouw en het verdriet der kinderen; — zij maakt den sterke zwak, — den wijze gek, — èn — zij sluit den Christen buiten het Koninkrijk der Hemelen.

Volkomen stem ik in met den wensch van een geacht medeburger, als hij zegt: Mocht het ons volk ernst worden, den verwoester aan banden te helpen leggen, en in den weg van nuchterheid, gerechtigheid en Godsvrucht naar waarachtig en duurzaam volksgeluk te streven!

Dd.

Onder den titel „L\'alcoölismoquot; komen in een Italiaansch blad eenige nuttige wenken voor ten aanzien van de beste en meest afdoende wijzen van bestrijding dezer plaag.

Het zegt ook: rZou het niet onvoorzichtig en onredelijk zijn nog langer te wachten, wanneer men, indien men slechts wil, wetgevende maatregelen kan zoeken, waarvan de uitwerking meer doeltreffend en vooral meer snelwerkend is?quot;

De beste middelen dan zouden zijn:

1°. Zooveel doenlijk onder de massaas onderricht en opvoeding verspreiden, waardoor zij op een hooger zedelijk standpunt zouden komen;

2°. De ïeniperenzgezelschappen, de Conférences (openbare

-ocr page 136-

126

samenkomsten), de uitgave of verspreiding van geschriften, benevens alle middelen tot propaganda, die aan liet volk de oogen kunnen openen voor den ernst van dit sociale gevaar;

3°. De belasting, de accijns op de fabrikatie van den alkoliol en van de spiritualiën verzwaren, en in plaats daarvan de verbreiding van onschuldige dranken bevorderen;

4°. De dronkenschap streng straffen, daar dit ook een doeltreffend middel is.

Het is overigens een werk, waaraan allen, die hun landen volk liefhebben, kunnen deelnemen, en vooral de Christenen, voor wie het heilige plicht is.

In dat blad wordt ook nog medegedeeld welke rechten in verschillende landen per hectoliter op de fabrikatie van geestrijke dranken wordt geheven, — als, in guldens; in Italië f75; — iu Frankrijk f 78; — in Engeland sedert 1862 f223; — in Amerika f 122; in Rusland f112, en daar men in dat land jaarlijks 3.400.000 hectoliters geestrijk vocht fabriceert, trekt de regeering elk jaar ± 381 millioen gulden. In Oos-tenrijk-Hongarijë, in Duitschland, in Denemarken en in België is de accijns minder; en het alkoholisme maakt er schrikverwekkende vorderingen. In Oostenrijk is het f13 per hectoliter, in Denemarken f15, in België f27. In Pruisen is het slechts f 16 per hectoliter, en nogthans trekt do staat circa 156 millioen gulden jaarlijks; ontzettende som! In de stad Berlijn is er voor elke 33 meerderjarigen één drankwinkel.

Ee.

Dr. Martin . noemde in zijne openingsrede bij \'t Internationale Congres, tot behandeling der Alkohol-kwestie te Brussel in Augquot;. 1880 (zie blz. 4). dien verwoester, dien gevaarlijken vijand, dien verderfengel niet alleen alkohol; maar ook onkunde, ellende.

-ocr page 137-

127

Uit een Italiaanscli blad halen wij nu, met betrekking daarop, uit een stuk getiteld: „77 prohlema socialequot; (het sociale vraagstuk) kort het volgende aan:

„Tot verbetering der maatschappij is allereerst noodig de wedergeboorte van het individu.quot; —

„Hoe daartoe te geraken?!quot;

„Het Evangelie alleen, hetwelk de mensch weder in gemeenschap met God brengt, als een voorsmaak en een onderpand van het Eeuwige leven, zal hem die innerlijke voldoening geven, die hij noodig heeft, en daarmede het geheim van eene hoogere zedelijkheid.quot;

„De geest van Hem, welke rijk zijnde, arm werd voor ons. kan alleen aan rijken de ware matigheid en de ware liefde onderwijzen, en — aan ongelukkigen tevredenheid van gemoed, vastheid van karakter, onderwerping aan de Voorzienigheid, vertrouwen in den Hemelschen Vader inboezemen. Het Evangelie alleen kan aan de meuschen vrijheid en broederschap brengen.quot;

„Maar — opdat zulks geschiede, is het een éérste vereischte dat dan ook de christenen van alle landen ophouden met eene soort zorgelooze gelatenheid aan te zien, alsof het zoo wezen moest, en alsof er niets aan te doen ware, dat de wereld in de ellende en in de zonde blijve gedompeld. Zij moeten integendeel met beslistheid en ernst zich aan de oplossing van het sociale vraagstuk maken, door al hunne krachten in te spannen en te vereenigen teneinde het kwade door het goede te overwinnen. Aan alle wettige middelen en voorzieningen moeten zij zich aansluiten, bestemd om aan werklieden hunne Zondagsrust te verzekeren, — om de groote plaag van het alkoholismus uit te roeien,1) — om den

1) Wij vestigen hier de aandacht op het stuk, getiteld „de Geheel-Onthoudingquot;, door den oud-Hoogleeraar Dr. J. J. P. Valeton in de 4lle aflevering 1886 van het tijdschrift „Bouvisteenenquot;.

Zie ook onder letter X: „Steden zonder kroegenquot;.

-ocr page 138-

128

„stoffelijken en zedelijken toestand van de arbeidende klassen te verbeteren.quot; 1)

„Voorts dat ze ook hun aandeel op zich nemen aan de christe-„lijke werken, bestemd om het licht en de zegeningen van het „Evangelie in alle klassen der maatschappij te doen doordringen.quot;

Met andere woorden: Het Evangelie moet door hen, die het belijden, en door dezulken, die prijs stellen op den eerenaam van Christen, in praktijk worden gebracht, dan zalmen de kracht en de werkelijkheid er van ook voor de geheele maatschappij ervaren.

Ten slotte zij hier voor hen, die iets meer aangaande Joseph Livesey en zijne werkzaamheid wenschen te weten, melding gemaakt van : „Joseph Livesey\'s herinneringen van voor veer-„tig jaar of het begin van den strijd,quot; naar het Engelsch be, werkt door Christine, Amsterdam, L. J. Eckel, 1871.

1) Niet ongepast is het hier te laten volgen de uitnoodiging door de „ Kurjer-Poznanski°\' gericht aan de in de stad Posen wonende Pool-sche burgers (overgenomen uit „de Christen- Werkmnnquot; van IS Sept. 188B).

„Gij, burgera der stad Posen , behoedt en bewaakt uwe werkplaatsen en fabrieken, opdat er niet door geheime woelingen zulke verderfelijke en voor onze maatschappij zoo vernietigende beginselen en plannen binnendringen.quot;

„Wijdt daarbij aan uwe mede-werklieden Christelijke voorzorgen en verleent hun Christelijke bescherming; — geeft hun een behoorlijk loon voor hun werk, in één woord: neemt de oorzaken weg, die den opruiers en hunne aanhangers den weg tot den klassenstrijd banen kunnen.\'\'

„Hoe grooter eigendom gij uit de hand Gods ontvangen hebt, des te grooter zijn de plichten, die gij nauwkeurig te vervullen hebt, als gij tot behoud des volks en de maatschappelijke orde wilt medewerken.quot;

-ocr page 139-

mm

\'sm m

quot; i

.,-1 ■?- -•

- , -■ -- •

. iquot;.

.. .i

: • quot; quot; .y

v,_. quot; •• \'• -

H\'quot;

■; %■

2. - ■ ■

O-

- r--;5

■ ••¥::; quot;

\' \'i£~- \' • ■•;

_n . :v- -

flt;-r

Wf-^-yr ; •

St \'■ •;gt;\'• •

I :• ■■

- - \'

sj

a ■ -T .

/C- - V,-

\' ? i a V-;- .

y^7

t

*!-• .V •

r ,-Li / \'

A-,

I-\' ■t -

-it; --SfM

^ - - .■

•■-. --c ,

*c-

■-^L ■■

r

; : -

\'ïï; vamp; i-,

- •

- : ■

m

; V . -■ ■■ .

..

\'!j,: ■ --Aï-iv ■• - \' ..

, . :r-gt; i^Ë

%-■amp; ;

i. - v,. f \' ,

. n-..

-ocr page 140-