-J : ■
^ a r\'^-. : . ■. : ;■■./ :: ■■ :■lt;
■ ■- \' ■ ■ -
■-. -v:; ■ :-• , ■ r • ,v - -. .- ,
S - ■ \' ; / \'quot; . ^ -V\' \' 1 \' -
^ii\'V-T\' \'\' •■quot;\' ■\'\'
JESUS ONZE LIEFDE,
VOOR
GODMINNENDE SIELEN,
DOOK *
Pastoor te Delden
WET KERKELIJKE GOEDKEURING.
VOOR
GODMINNENDE ZIELEN,
DOOK
Pastoor te Delden
A.cMste- Uitgave.
1! 1! EDA, EDUARD YAN WEES. 18 8 8.
Neemt het geloof onder de Katholieken van Nederland met eiken dag op eene in \'t oog loopende wijze toe krijgt het aanhoudend nieuwen gloed, nieuw leven, dat zich in de edelste offers, niet slechts van geld en goed, maar van hloed en leven zelfs voor de belangen der Kerk en van het Pausschap openbaart; ziet men overal in ons vaderland de heerlijkste kerkgebouwen verrijzen en daarbinnen de indrukwekkendste geheimen van onze heilige Godsdienst vieren met eene plechtigheid en luister niet alleen, maar ook met een eerbied en stichting, die weldoen aan het Katholieke hart, die luide getuigen van het geloof, waaruit zij ontspruiten ; zien wij overal inzonderheid het veelvuldig gebruik der H. Sacramenten, het geloof, de liefde en godsvrucht tot J e s u s in het aanbiddelijk Altaar-Sacrament, dat Geheim zijner liefde, het middenpunt van geheel onze II. Godsdienst met eiken dag nog toenemen, geen wonder dan, dat het vrome hart telkens nieuw voedsel, nieuwe opwekking vraagt voor die godsvrucht tot Jesus in dit aanbiddelijk Geheim. Dit nu: nieuw voedsel voor hen, die Jesus in het H. Altaar-Sacrament vurig wenschen lief te hebben, te eeren en te aanbidden, heeft de bewerker door dit Nieuw Communieboekje aan Neerlands vrome Katholieken willen aanbrengen. Ik zeg nieuw voedsel, omdat men de gebeden hierin voorkomende, behoudens misschien enkele uitzonderingen, tevergeefs in andere Neder-landsche Gebeden- en Communieboeken zal zoeken. Behalve uit de schriften van den H. Francis-cus van Sales en andere geestelijke schrijvers, zijn deze gebeden voor het grootste gedeelte getrokken int een Hoogduitsch werkje van G. Ott, dat in Duitschland in betrekkelijk korten tijd tot negen malen herdrukt werd en waarvan een Duitsch Kecensent zegt: „Wij helgroeten de verschijning van dit Communieboekje met „vreugde; want het leert ons in den geest op eene „nuttige en heilige wijze met Jesus verkeeren en in \'t „algemeen den Communiodag goed doorbrengen. De
VOOEBEKICHT.
VI
„geteden en gevoelens komen uit liet hurt van een vroom „priester, en zullen daarom ook gemakkelijk weer den „weg tot Let hurt vinden.quot; — Moge dus ook dit boekje onder ons iets medewerken tot vermeerdering van het geloof, de liefde en godsvrucht jegens Hem, die, eeuwig üod, in dit aanbiddelijk Gc heim van liefde de spijze onzer zielen zijn wil, dan mag ik mijn vurigsten wensch en hartelijkste beden vervuld zien.
BERICHT BIJ DE VIERDE UITGAVE.
Bij de verschijning van deze vierde uitgave acht de schrijver zich verplicht, een woord van hartelijken dank te brengen aan de vrome lezers en lezeressen, die binnen zoo korten tijd de derde uitgave, waarvan verscheidene duizenden exemplaren gedrukt waren, gretig wegnamen en eene vierde noodzakcUjk maakten. Maar tevens moest die dankbaarheid het mij ten plicht stellen, om het boekje zoo geschikt mogelijk te maken, het te verbeteren en met verscheidene nieuwe oefeningen te verrijken. Immers, hoe dikwerf hoort men vrome zielen klagen over koudheid en ongevoeligheid bij de H, Communie, over de weinige vruchten, die men daaruit wegdraagt. Laat daarom, godvruchtige zielen, de H. Communie niet achter, maar verlevendigt veeleer uwen ijver, en overweeg daarbij de verschillende titels, waaronder Jesus zich in de H. Communie aan u wegschenkt. Die overwegingen worden u in deze vierde uitgave aangeboden.
Die overweging zal uw geloof opwekken, uw vertrouwen verlevendigen, uwe liefde meer ontsteken, u inniger met Christus vereenigen en ruimer vruchten van de H. Communie doen wegdragen. Mocht ik in deze oefeningen daartoe iets bijbrengen, dan zij de nederige bede niet te vergeefs tot u gericht om een enkel wees ge-groetje voor het zielenheil van den Schrijvek.
Delden, H. Sacramentsdag 1879.
Goddelijk Hart ran Jesus, mogen wij U meer en meer beminnen.
VAN HET
Aanbiddelijk Altaar-Sacrament.
De H. Communie of het werkelijk nuttigen van liet allerheiligste Lichaam en Bloed des Heeren brengt in eene wel voorbereide ziel de wondervolste uitwerkselen voort. — Met weinige woorden wil ik u, vrome ziel, mededeelen, wat de H. Kerkvaders en godvruchtige schrijvers dar.rover zeggen, opdat gij de oneindige liefde van uw goddelijken Verlosser en de genaden, die Hij bij \'t naderen tot zijne H. Tafel u wil mededeelen, wel moogt erkennen.
Het eerste uitwerksel der H. Communie is, dat zij u het leven geeft, Jesus zegt dit zelf; Wie mijn vleesch eet en mijn hloed drinkt, heeft het eeuwig leven. Het brood, dat Ik u geven zal, is mijn vleesch voor het leven der wereld. Zooals de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik door den Vader leef, zoo zal hij, die Mij eet, door Mij leven. (Joan. VI.) Hij ontneemt ons het leven, dat wij van Adam hebben geërfd, het leven van hoogmoed, van eerzucht, van gehechtheid en liefde voor de geschapene dingen, van zelfzucht en booze lust, kortom het leven van alle hartstochten, die in \'s menschen hart
8
wonen, en deelt ons zijn leven mede, een leven van zaclitraoediglieid, ootmoed, geduld, heilige liefde on zelf-Terloochening; kortom een leven van alle deugden en goede werken. In de Heiligen is dit wonderbaar uitwerksel der H. Communie duidelijk zichtbaar. Hun heeft Jesus door de H. Communie zijn heilig leven ingestort, de volheid zijner deugden meegedeeld, zoodat zij zijn levendig afbeeeldsel geworden zijn.
Het tweede uitwerksel der H. Communie is, dat zij ons op de innigste wijze met Jesus vereenigt. Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, hl ij ft in Mij en Ik in hem. (Joan. VI.) Deze wondervolle vereeniging omvat lichaam en ziel. Het vleesch des Heeren wordt één met uw vleesch, zijn heilig bloed vermengt zich met uw bloed. Zijne ziel trekt de uwe aan zich; gij wordt één geest met Hem en komt in gemeenschap met de goddelijke natuur. (II Petr. 1.4). Geene menschelijke tong is in staat, om deze vereeniging te schetsen. Zooals het voedsel, dat gij neemt, door uwe ziel bezield wordt, leven krijgt, evenzoo begint ook de geest van Christus u te bezielen, zoodra gij door de H. Communie zijn lidmaat wordt. Jesus wordt dan de ziel van uwe ziel, het leven van uw leven : Hij denkt, spreekt, bemint, handelt in u, zoodat gij zeggen kunt: Christus is de mijne, en ik ben de zijne, Christus leeft in mij !
Het derde uitwerksel is, dat zij uwe ziel reinigt van dagelijksche zonden en voor doodzonde bewaart. Zij is, zegt de \' H. Kerkvergadering van Trente, een tegengift, waardoor wij van dagelijksche zonden gezuiverd en voor doodzonde bewaard worden, weshalve ook de H. Ambro-sius zegt: Ik moet dagelijks het bloed des Heeren ontvangen, opdat ik dagelyks vergiffenis krijge van mijne zonden : wijl ik dagelijks zondig, moet ik ook dagelijks het geneesmiddel tegen de zonde gebruiken.
Het vierde uitwerksel is, dat zij de booze neigingen en de drift der hartstochten in ons verzwakt en meer uitdooft. Jesus, de heiligheid zelve, duldt geene bezoedeling naast zich. Het vuur drijft alle vochtigheid uit het hout en zet het eindelijk zelf ook in vlammen, zoo ook drijft Jesus de booze neigingen uit ons bedorven vleesch. Hij verstompt den prikkel der zonde, die in ons is en bestrijdt en matigt het vuur onzer hartstochten en driften. „Zoo iemand van u,quot; zegt de H. Bernardus tot zijne Ordebroeders, „niet zoo erg meer wordt aangevallen door toorn, nijd, wellust en andere zonden, dan
9
heeft liij dit aan \'t vleesch on hloed van onzen Heer en Meester te danken.quot;
Het vijfde uitwerksel is, dat zii de ziel versterkt en veredelt. Zij geeft kracht, ijver en moed, om alles wat God behaagt te volbrengen. Daarom wordt ook het allerheiligste Altaar-Sacrament het brood der sterken, de tarwe der n i t ve r k o r e n\'e n genoemd. Alle vrome en heilige zielen schrijven de verhevene en heldhaftige deugden, die zij beoefenden en de H. Martelaren hunne heerlijke zegepraal over de woede der dwingelanden aan de H. Communie toe. De H. Communie veredelt ook de ziel, vermeerdert in u de heiligmakende genade. „Het goddelijk bloed,quot; zegt de H. Joannes Chry-sostomus, „geeft der ziele schoonheid en adel, en belet door zijne voedingskracht, dat zij in afmatting vervalt. Dit bloed is haar heil, het heiligt en veredelt haar, het ontvlamt haar en maakt haar helderder, dan goud en vuur.quot;
Het zesde uitwerksel is, dat zij in uw lichaam de kiem legt der onsterflykheid en er het onderpand eener heerlijke verrijzenis aan geeft. „Zij, die deze spijs en deze drank nuttigen,quot; zegt de II. Augustinus, worden onsterflijk en onbederflijk.quot; Jesus zelf getuigt dit, als Hij z egt: Wie m ij n vleesch eet en m ij n bloed drinkt, heeft het eeuwig leven. Ik zal hem opwekken ten jongst en dage.quot; (Joan. VI.) Zoo is dus waarlijk, volgens de uitspraak der H. Kerkvergadering van Trente, de H. Communie een onderpand onzer toekomstige heerlijkheid en eeuwige zaligheid. Ziedaar, vrome ziel, de voornaamste uitwerkselen, welke de H. Communie in een welvoorbereid hart teweegbrengt. Nader dus zoo dikwerf mogelijk — maar altijd met verlof van uw biechtvader, — tot Jesus in dit Geheim zijner liefde; want Jesus zelf wil het, de H. Kerk verlangt het, het heil uwer ziel vordert het ten dringendste; laat u dus door alle ijdele en dwaze voorwendselen van de H. Communie nimmer terughouden ; maar nader immer met een brandend verlangen, met een levendig geloof, met eene kinderlijke liefde, immer met steeds groo-ter afkeer van de zonde en vaster voornemen om in de deugd, in de liefde van God toe to nemen ; ine\'e\'n woord, nader steeds met de vereischte voorbereiding en wijl van die voorbereiding de meerdere of mindere vrucht der H. Communie afhangt, daarom hier nog een enkel woord over de voorbereiding tot de H. Communie.
i*
10
VOORBEREIDING
TOT DE H. COMMUNIE.
In liet boek der Navolging van Christus spreekt de Heer tot zijnen dienaar: „o Ik ben de min-„naar der zuiverheid en de gever van alle heiligheid. Ik „zoek een rein hart, daar is de plaats mijner ruste . .. „Wilt gij, dat Ik tot u kome en bij u blijve, verwijder „dan het oude zuurdeeg en reinig de woning uws har-„ten....; want al wie bemint, bereidt voor zijn geliefden „vriend de beste en schoonste plaats, wijl men daaruit „de liefde van dengene, die zijnen vriend ontvangt, leert „kennen.quot;
Het hoofdvereischte der voorbereiding tot de H. Communie is e e n zuiver geweten. Op het oogenblik, waarop men het aanbiddelijk lichaam des Heeren ontvangt, moet onze ziel zuiver zijn van doodzonde. Zelfs moet men trachten, zooveel in or.s is, alle kleinere zonden, welke de ziel bezoedelen, uit te wisschen. Het zou een allersnoodst vergrijp en afschuwelijk verraad zijn jegens uw goddelijken Heiland, wanneer gij het zoudt durven wagen, het allerzuiverst lichaam des Heeren in eene met zware zonden besmeurde ziel te ontvangen. Dan zoudt gij in uw hart een kruis oprichten, om er den Heiland opnieuw aan te klinken. En vreeselijk zouden daarvan de gevolgen zijn. Gij waart dan aan \'s Heeren oordeel vervallen. Door eene geheime toelating van God zou eene verschrikkelijke verlatenheid, eene doodelijke onverschilligheid voor al wat heilig is, voor uw eigen zieleheil uw lot wezen; uw hart zou meer en meer verharden en uw einde aan de wanhoop en het verderf van Judas gelijk zijn: maar neen, godminnende ziel,aan zulk vergrijp zult gij u niet schuldig maken; dat ware al te afgrijselgk.
11
Echter bestaat er nog eene andere reinheid des harten waardoor men uit eerbied voor de heiligheid Gods zijne ziel van de geringste zonde reinigt, de gehechtheid aan de zonde in zich bestrijdt en de booze neigingen en hartstochten tracht te onderdrukken en in te toornen. Wij moeten het stof ook van de voeten wisschen, even als de Zaligmaker vóór het Avondmaal zijnen leerlingen deed. Het allerheiligste Sacrament toch is het brood der Engelen: daarom moet gij u beijveren met Engelen-reinheid ter H. Communie te naderen. Ik zeg: u beijveren, ernstig er u op toeleggen, om door Gods genade gesteund, uwe gewone fouten te verbeteren en naar hooger volmaaktheid te streven, want op eene volmaakt waardige wijze de H. Communie te ontvangen, is voor den zwakken mensch onmogelijk.
Wilt gij dus, godminnende ziel, die reinheid erlangen, maak u dan de laatste dagen vóór de H. Communie ten nutte en bereid u daarop vóór, zooals de H. iUoysius dit immer gedaan heeft. Wees in die dagen aandachtiger in het gebed, trouwer en ijveriger in de vervulling der plichten van uwen staat. Wees waakzamer en oplettender op u-zelve. Maak \'a morgens bij uw morgengebed een bepaald voornemen, om uw hoofdgebrek te verbeteren, de zonde, waarin gij telkens hervalt, te vermijden en vernieuw dit voornemen op den dag. Denk meermalen aan den dag der H. Communie en zeg dan: o mijne ziel, uw Jesus noodigt u uit, weldra komt Hij tot u. Ach, Heer! ik beloof het U, dat ik niet meer zoo dikwerf in mijne oude fouten zal vervallen. Hoe vurig wenschte ik in \'t geheel niet meer te zondigen, maar Heer, ik ben zoo zwak; lieve Jesus, help en versterk mij !
Komt nu de dag der H. Communie, beijver u dan, om zooveel mogelijk met de gewenschte voorbereiding, in de heiligste gemoedsstemming tot de tafel des Heeren te naderen. Tracht daarom gevoelens van het levendigste geloof, vjtn den diepste n ootmoed en eerbied, van de vurigste liefde en het grootste vertrouwen en van een brandend verlangen naar dit hemelsch brcod in u op te wekken.
Wat het geloof betreft, bedenk dat Jesus, de eeuwige waarheid, gezegd heeft, dat Hij zijn vleesch en bloed tot spijs en drank uwer ziel zou geven en dat zij zonder die spijze niet zou kunnen leven. Stel u levendig voor, Jesus vóór u te zien, terwjjl Hij u zegt: Kom, o ziel,
12
onder den last der kwelling neergedrukt, Ik zal u verkwikken ; of wel, stel u Jesus voor, alsof Hij zelf u zijn allerheiligst lichaam toereikte. Zeg met den Apostel Petrus: Heer! tot wien zullen wij gaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens; ik geloof alles, wat Gij ons geopenbaard hebt en uwe heilige Kerk ons leert.
Ootmoed en eerbied zult gij in u opwekken door te overwegen, dat Hij, die tot u komt, is de Heer, de Almachtige God, die alleen door zijn wil Hemel en aarde in het aanzijn riep, onderhoudt en bestiert en in \'t niet kan doen terugzinken; dezelfde, voor wien de Engelen des Hemels uit eerbied hun aangezicht bedekken en op wiens wenk de zuilen des hemels sidderen en beven. Sla daarbij dan tevens de oogen op u-zelve, om uwe geringheid, uwe nietigheid, al uwe fouten en ellenóe te erkennen en nader zóó tot de H. Tafel des Heeren met de gevoelens van den tollenaar, die \'s Heeren altaar niet waagde te naderen, maar van verre staan bleef, op de borst sloeg en uitriep : God ! wees mij, armen zondaar, genadig; of met de woorden van den verloren zoon: Vader! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen u . of wel besproei met Magdalena Jesus\' voeten met uwe tranen en roep met de H. Elisabeth uit: Vanwaar komt mij dat geluk, dat de moeder des Heeren, — de Heer zelf — tot mij komt ?
Om liefde en v e r t r o u w e n in u op te wekken, moet gij u de oneindige barmhartigheid en liefde des Heeren voor oogen stellen, die vooral in dit allerheiligst Sacrament uitschitteren. Want wie zou Hein niet liefhebben, die ons zoozeer heeft liefgehad? Wie op Hem niet vertrouwen, die ons zooveel goeds bewees ? Welk herder voedt zijne schapen met zijn eigen vleesch ? Ja, welke moeder geeft haar eigen bloed te drinken aan haar kind, om het te voeden en te versterken ? Dat de Zoon Gods, om den mensch te verlossen, de men-schelijke natuur aannam, was een wondervol werk van liefde, maar grooter nog, wondervoller is zijne liefde in de H. Communie, waar Hij zelf spijs en drank wordt onzer ziel. En als alleen de aanraking van zijn kleed de vrouw van \'t Evangelie van eene zware ziekte genas, moet gij dan niet veel meer hopen en vertrouwen, dat Hij al uwe zielekwalen zal genezen, als Hr. zelf bezit wil nemen van uw hart ?
Eindelijk moet men tot de H. Communie naderen met een vurig verlangen. Overweeg, om dat ver-
13
langen in u op te wekken, van de eene zijde uw grooten nood, uwe ellende, uwe gebreken, de behoefte aan de goddelijke hulp, uwe zwakheid, onstandvastigheid, verblindheid en zondigheid, en van den anderen kant de wonderbare uitwerkselen van dit H Sacrament, de groote liefde, waarmede Jesus bereid is u te zuiveren, te versterken, te verlichten en te genezen.
Die overweging zal ongetwijfeld een vurig verlangen in u opwekken om tot Jesus te naderen, zooals een dorstige naar de waterbron, een hongerige naar spijs, een zieke naar den geneesheer verlangt. En wanneer gij dat brandend verlangen, dien honger en dorst naar Jesus in u niet gewaar wordt, o verlang dan ten minste vurig om het te hebben, en Jesus zal met uwen goeden wil tevreden zijn, zooals Hij aan de H. Mech-tildis leerde: Wanneer gij tot de H. Communie nadert, verlang dan tot mijne eer al de begeerte en liefde te hebben, waarvan het gloeiendste hart ooit naar mij is onstoken geweest, en op deze wijze moogt gij tot Mij komen; want Ik zal mijne oogen op die liefdeslaan en haar aannemen, nadat gij verlangt, om ze ook zelve te bezitten. Daarom zou het eene goede voorbereiding zijn, vóór de H. Communie recht hartelijk te verzuchten : „O zoetste Jesus! met geheel mijne ziel verlang „en begeer ik met dien geestelijken honger, dat brandend verlangen tot uwe H. Tafel te naderen, waar-„mede uwe Heiligen U steeds naderden en van die „heilige liefde te gloeien, waarvan het hart uwer al-„lerheiligste Moeder en van uwe H. Apostelen steeds „brandde.quot;
Ook zou het eene nuttige wijze van voorbereiding zijn vóór de H. Communie, wanneer gij, volgens den raad van den H. Bonaventura, telkens eene plaats uit de levens-of lijdensgeschiedenis des Heeren overwoogt.
Immers, de H. Communie is ook een gedenkteeken van \'s Heeren bitter lijden. De H. Chrysostomus zegt : Wie te communie gaat, zal, zoo dikwerf hij communiceert, zich voorstellen als legde hij den mond op de kostbare wonde van Jesus\' zijde, om daar zijn heilig bloed te drinken en zich deelachtig te maken aan alles, wat Jesus daarmede voor ons verdiend heeft. Eindelijk raad ik \\i aan, om voor de H. Communie, u eenige oogenblikken met de overweging der volgende punten bezig te houden: lo. Wie komt tot m ij ? 2o. Tot w i e n komt H ij ? 3o. W a a r o m k o m t H ij ? welke aan elke com-
14
munie-oefenirg voorafgaan, die gij niet slechts lozen, maar overwegen, ontwikkelen, en op uzelve zult toepassen; en die, als gij God daarldj vurig om ware godsvrucht bidt, ongetwijfeld voor u van het grootste nut zijn zullen.
TER VOOKBE11EIDING
YOOR DE H. COMMUNIE
1. OVERWEGING. *
VOORBEREIDINGSGEBED VOOR IEDERE OVERWEGING.
O goedertieren Jesus, die op aarde zijt gekomen, om alle menschen te verlichten, open de oogen van mijne ziel en laat mij de oneindige liefde erkennen, waarmede Gij het allerheiligst Sacrament des Altaars hebt ingesteld; laat mij de onbegrijpelijke goedheid en gunst inzien, waarmede Gij tot ons hebt willen afdalen, om bij ons, arme menschen-kinderen, uw intrek te nemen, ons mot uw allerzuiverst vleesch te spijzen en met uw allerheiligst bloed te drenken ; maar laat mij ook mijne armoede, mijne nietswaardigheid en zondigheid inzien en erkennen, hoe rein en
* Deze overwegingen lian men op den vooravond of ook \'s morgens op den Communie-dag verrichten.
16
heilig mijne ziel moet wezen, om U, den heiligen God, te ontvangen, opdat ilc alle zorg bestede, om dooreenewaardigevoorbereiding U welgevallig en de groote genade deelachtig te worden van mij met ü te vereenigen, met U, mijn goddelijken Heiland Jesus Christus, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
1.) Wie komt tot mij ? Christus, de Zoon van den levenden God, de beminde Zoon, in wien de Hemelsche Vader zijn welbehagen genomen heeft; Christus komt tot mij, het Woord, waardoor God alles gemaakt heeft, wat er gemaakt is. — Christus, de eeniggebo-ren Zoon Gods, de afglans zijner heerlijkheid en zijn zelfstandig evenbeeld, die één van wezen met den Vader en den H. Geest, in alles aan hen gelijk is, — Christus de Zoon Gods, wiens rijk geen einde heeft, wiens troon de Hemel, en wiens voetbank de aarde is en voor wien de gansche wereld is als een druppeltje aan den wateremmer, diegewaardigtziohtot mij te komen. — Christus, de Zoon Gods, voor wiens ontzaglijke MajesteitdeCherubs en Seraphs hun aangezicht in diejDen eerbied bedekken, wien tallooze koren van Engelen dienen en lofzingen ; Christus, de eeuwige God, de Heer der Heerscharen komt tot mij en gewaardigt zich mij te komen bezoeken.
17
2.) Tot wien Icomt Hij ? Tot mij, nietig sterveling, door zijne hand uit het stof dei-aarde gemaakt en gevormd. — Tot mij, arm mensohenkind, dat naakt, hulpeloos, van alles ontbloot, met zonde bevlekt ter wereld kwam, dat van mij-zelven niets heb en niets kan, dan ■— zondigen! — Bij mij wil de Zoon des Aller-hoogsten zijn intrek nemen, die een afgrond van ellende, misschien van boosheid ben!. .. Tot mij wil de Zoon Gods, de afglans des eeuwigen Vaders komen, tot mij, die van alle kanten van de melaatschheid der zonde overdekt, bezoedeld ben van den moederschoot af aan! — O, onbeschrijfelijke vernedering van mijn God en Heer! De almachtige Schepper wil zijn arm schepsel, de Heer des hemels en der aarde een armen bedelaar bezoeken!.. .
3.) Waarom Icomt Hij ? Om dien armen bedelaar uit het stof op te helfen en den behoeftige uit het slijk te beuren, (ps. 112.) Om mij, het armzaligst menschenkind, met de schatten zijner liefde te verrijken. Om mij, arm schepsel, van zijn goddelijk leven, van zijne volmaaktheid medetedeelen, opdat ik, o wonderbare, onuitsprekelijke genade, aan zijne goddelijke natuur zou deelachtig worden I — Gods Zoon wordt de spijze mijner ziel; mijne ziel wordt door God met zijn vleesch en bloed gevoed 1 O verbazingwek-
18
kende, onbegrijpelijke gunst van mijn God en Heer! 0 ziel! wat geeft gij Hem voorzoo oneindige liefde en goedheid weder ? . . .
Bede. O Zoon van den levenden God 1 hoe is \'t mogelijk, dat Gij zoo diep wilt afdalen, om mij, verachtelijke aardworm, te bezoeken ? — Mag ik gelooven, dat uwe eeuwige; Godheid, welke de Hemelen niet kunnen omvatten, mijn hart tot woonstede wil uitverkiezen ? O ja, dat geloof ik, wijl Gij zelf het gezegd hebt, maar begrijpen kan. ik het niet. Te groot is de afstand tusschen ü en mij; te diep lig ik in bet slijk dei-zonde neêr, zoodat ik het zelfs niet wagen durf, mijne oogen tot uwe ontzaglijke Majesteit op te heffen! ... Maar Gij zijt God en een God van eeuwige liefde! Die liefde, die geene palen kent, sterkt mijn geloof en wekt mijn vertrouwen op. O kom dan,lieve Jesus ! en kom spoedig; mijne ziel verlangt, smacht naar uwe komst; zonder TJ verkwijnt zij, zonder U kan zij niet leven. O kom dan. lieve Jezus, en toef niet langer!
II. OVERWEGING.
VOORBEREID1NGSGEDED (als bl. 15.)
1.) Wie Jcomt totmy? Jesus, deZoonGods, die zich ook een Zoon Davids, een menschen-
19
zoon noemt.... Jesus komt tot mij, die in den schoot der onbevlekte Moedermaagd de menschelijke natuur heeft aangenomen, om de menschen, door de zonde van God gescheiden, weêr met God te kunnen vereenigen, — diezelfde Jesus, dien de allerzaligste Maagd onder haar hart, in hare armen droeg, .. . die aan Maria en Joseph tijdens zijn verborgen leven in alles gehoorzaamde,... die drie en dertig jaren in armoede, ellende en verachting op aarde wandelde, om allen goed te doen, allen te redden, om op te zoeken en zalig te maken, wat verloren was. Jesus komt tot mij, die om mijnentwil de gedaante van een dienstknechtheeftaangenomen en gehoorzaam was aan zijn lieraelschen Vader tot aan den dood des kruises! . . . Diezelfde Jesus komt met godheid en menschheid tot mij !
2.) Tot tvien Tiomt Hy ? Tot mij, arm men-schenkind, die reeds bij mijne ontvangenis en bij mijne geboorte met de erfzonde besmet, een voorwerp was van gramschap en afschuw voor den driewerf heiligen God ! . .. Tot mij, die door het bloed van Jesus in de wateren des Doopsels gereinigd en tot kind van God gemaakt, echter dat kleed der onschuld weder bezoedeld en mij onwaardig gemaakt heb, om een kind van God te heeten en te zijn!... Tot mij, een mensch, die den adel
20
der menschelijke natuur dikwerf zoo weinig geacht, mijn lichaam zoo vaak onteerd en aan zinnelijk genot heb overgegeven!... Tot mij, die dikwerf als een arme knecht mijne hartstochten gediend en mij tot slaaf vernederd heb van mijne lagere driften! . ..
3.) Waarom Jcomt Ey ? Om mijne mensch-heid door den adel zijner verheerlijktemensch-heid te verheffen; om in mij te bewerken, wat Hij gezegd heeft; „zoo gij niet wordt als kinderen, zult gij het rijk der Hemelen niet ingaan!... om mij vromen kinderzin, kinderlijken eenvoud, kinderlijken ootmoed, kinderlijke zachtmoedigheid, reinheid en onschuld, kinderlijke liefde te leeren !... Om in mij de lagere driften te onderdrukken, van m de gezindheid van een dienstknecht weg te nemen, mij vrij te maken van de banden mijner booze neigingen en my de vrijheid dei-kinderen Gods te schenken !. .. Om het kleed der onschuld mijner ziel te reinigen, dat ik door de zonde bezoedeld heb, en het schoon en heerlijk te maken in zgn heilig bloed! . . .
Bede. O, mijn Jesus ! schoonste onder de menschenkinderen, reinste, heiligste Zoon der altijd onbevlekte, heilige Maagd Maria! Gij wilt tot mij komen, een mensch reeds in
21
zonde ontvangen, en die van de dagen mijner geboorte af onder het juk van booze neigingen en driften verzuchtte. Gij wilt tot mij komen, mijn hart wilt Gij tot uwe woonstede uitkiezen, mijn hart, dat door zoovele zonden bevlekt, U nog zoo weinig bemint! Is bet mogelijk, dat uwe liefde zoo ver gaat ? En toch hebt Gij gezegd: Zoo (jij mijn vleesch niet zult eten en mijn bloed niet zult drinlcen, zult gij het leven in u niet hebben. Ja, ik wil leven, leven voor U, leven volgens uw wil en voorbeeld. Zoo kom dan, o Jesus ! neem bij mij uw intrek en deel mij uw hemelsch leven mede. Help mij, dat ik in ootmoed en zachtmoedigheid, in reinheid, barmhartigheid en gehoorzaamheid U na-volge en zóó uw hemelschen Vader behage en zalig worde. Amen.
III. OVERWEGING.
VOOKBEREIDINGSGEBBD (als bl. 15.)
1.) Wie Jcomt tot mij? Jesus, die in de hooge Hemelen heerscht, wien alle macht gegeven is in den Hemel en op aardo. Jesus, de Koning, op wiens schouderen de lieer-schappij rust en op wiens Ideed staat geschreven : Koning der koningen, Hebk der heerscharen. Jesus, die gebied voert op
22
aarde, aan wien de hemelsohe Vader gezegd heeft: Verlang van mij, en ik zal ü de Heidenen tot erfdeel geven en tot uw eigendom de uiteinden der aarde. Jesus, in wiens naam alle knieën zich buigen in den Hemel, op en onder de aarde; Jesus, die ook door zijne wrekende gerechtigheid in de hel heerscht, voor wiens naam de hellegeesten beven ; de Koning der koningen komt tot mij ! ... .
3.) Tot wien komt Hij ? Tot mij, zijn arm schepsel, dat Hij uit stof heeft gevormd ! — Tot mij, zijn armzaligen onderdaan, komt de Koning van Hemel en aarde ! — Mijn Heer en Koning gevvaardigt zich mij te komen bezoeken 1 Is \'t mogelijk, dat een koning zich zoo diep vernedert, om bij een armen, zieken bedelaar zijn intrek te nemen, wiens hut niets dan nood; armoede en ellende vertoont! En als die arme bedelaar nu dien koning niet geëerd, niet gehoorzaamd, maar integendeel zijne geboden onbeschaamd overtreden, zelfs veracht heeft, als hij tegen hem opgestaan, met zijne vijanden saamgespannen en hem meermalen zwaar en schamper belee-digd heeft, en die koning komt dan toch tot hem vol medelijden, vol liefde, vol erbar-ming en geeft hem, opdat hij in zijne ellende en nood niet omkome, niet goud of zilver, maar zijn eigen vleesch en bloed : is er dan
23
wel eene grootere afdaling en vernedering, grootere liefde, genade en goedheid denkbaar ?! — En tocli, zoo is \'t: tot mij, dien ellendigen, hehoeftigen, zondigen en ondankbaren bedelaar wil Jesus, mijn God en Heer naderen; mij wil Hij met zijn allerheiligst vleesch en bloed spijzen, genezen en versterken ten eeuwigen leven ! . . .
3.) Waarom /comlt; J3y ? Niet om dien ellendigen, ontrouwen en boozen knecht te straffen, niet om hem te binden en in den kerker te werpen, totdat hij den laatsten penning zijner schuld betaald heeft. Waarmede toch zou die arme bedelaar al zijne schuld kunnen afdoen ? Christus, mijn Heer en Koning, geeft mij zijn allerheiligstvleesch en kostbaarst bloed als offer voor mijne zonden, opdat ik daardoor de goddelijke gerechtigheid bevredige en mijne schuld bij God betale. — Christus komt tot mij, om mijne ziel uit de macht van Satan te bevrijden, haar als met een muur tegen zijne aanvallen te omgeven, om haar te versterken en over al hare booze neigingen te doen zegevieren. Christus komt, om mij uit te noodigen. Hem op den koninklijken weg des kruises te volgen, en voortaan de zonde af te sterven en alleen voor hem te leven! ...
24
Bede. Ach! mijn Jesus, mijn Heer en Koning 1 hoe groot is toch uwe liefde en genade, daar gij een armen, trouwloozen knecht, die zoo diep in het slijk der zonde verzonken ligt, wel wilt bezoeken! Met den H. Petrus moest ik uitroepen: „Ga weg van my. Heer ! want ik ben een zondig mensch.quot; Ik benzoo-veel goedheid, liefde en erbarming niet waardig ! — Ach, hoeveel wanorde heerscht et* niet in mijne ziel, die nog zoo bezoedeld, zoo weinig los is van de wereld en de schepselen! Hoe toch kunt Gij, allerschoonste en beminnelijkste Heer, welgevallen in haar hebben en haar met uwe zoete tegenwoordigheid verblijden? Maar neen, — mijn Jesus! uwe eindelooze liefde versmaadt ook een ai\'men en ellendigen bedelaar niet. Zonder ü toch zou hij nooit vrij worden van de banden der zonde en hartstochten, die zijne ziel nog geboeid houden; zonder U zou hij nimmer zijne schuld kunnen betalen. O, kom dan, goedertieren Heer en Koning! Wil mijne groote boosheid, waarmede ik u beleedigde, vergeten, om slechts te denken aan de groote behoefte, die ik heb, aanuwegoddeljjkehulp. Kom, o Jesus ! neem bezit van uw eigendom, heersch en regeer over mij, geleid en bestier mij, opdat ik den weg bewandele, waarop Gij mij zijt voorgegaan, den weg des kruises, die voert tot eeuwige vreugde. Amen.
25
IV. OVERWEGING.
VOORBEREIDrNOSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie Icomt tot mij ? Jesus, de hemelsche Leermeester, wiens woord geen menschen-woord, maar het woord Gods is: die slechts waarheid leert en nimmer kan dwalen, wijl Hij de waarheid zelve is; — Jesus, de goddelijke Meester, die in alle goed onderricht, tot wien Petrus gesproken heeft: ,Gy \'iiebt de ivoorden des eeuwigen levens.1quot; — Jesus, de Meester, die alleen mij den rechten weg aanwijst en mij geleidt; die mij niet slechts leert, wat ik doen moet om zalig te worden, maar die mij ook door zijn heilig voorbeeld voorgaat en mij liefdevol uitnoodigt, om Hem na te volgen; — Jesus, de goddelijke Meester, die elke deugd, welke Hij leert, eerst zelf beoefend heeft; die mij gebiedt barmhartig, zachtmoedig,gehoorzaam, kuisch en rein te zijn en het zelf geweest is, ■— Jesus komt tot mij, die niets van mij verlangt, wat boven mijne krachten is, die mijne zwakheid kent, en mij gaarne kracht en genade wil geven om datgene, wat Hij mij gebiedt, te volbrengen!
2 ) JWtOTewZ/\'omi Jï?/PTot een onwetenden
26
mensch, die niet kent, wat hem tot vrede strekt; tot een blinde, die zonder geleider den rechten weg nimmer vinden kan ; tot mij komt diegoddelijke Meester, zonder wiens genade ik niet eens in staat ben, om zelfs eene enkele goede gedachte te vormen ; tot mij, die nog zoo traag ben, om naar zijne goddelijke leer te luisteren en die zoo spoedig weêr vergeet, wat ik gehoord heb ; tot mij, die nog zoo gaarne aan de vleitaal dei-wereld, de stem der hartstochten, de inblazingen van Satan gehoor geef, in plaats van acht te slaan op de leer des Hemels, die alleen waarheid is en zalig maakt! Tot mij komt degoddelijke Meester, wiens heilige woorden uit den mond des priesters zoo vaak aan mijne ooren en aan mijn hart klonken, zonder dat ik ze daarin opnam en vruchten liet dragen 1 — Tot mij komt die goddelijke Meester, wiens leer ik dikwerf zelfs veracht en aan de valsche grondbeginselen eener bedorven wereld heb achtergesteld 1
3.) Waarom komt Hij ? — Om als een minnend vriend tot mijn hart te spreken; om mij te zeggen, hoe verkeerd ik geleefd heb ; om mij voor de bekoorlijke stem der verleiding te waarschuwen; om mij de dwaalwegen te laten zien, waarop zij geraken, die naar zijne stem en die zijner dienaren niet luis-
27
teren ! Om mij te zeggen, wat ik te doen heb, om volmaakt te worden en zijn hemel-schen Vader te behagen ! — Om aan mijne zwakheid te hulp te komen en mij te bemoedigen, om den weg te bewandelen, dien Hij mij heeft aangetoond en waarop Hij mij is voorgegaan. — Om mij de schoonheid en beminnelijkheid dier hemelschedeugden tetoo-nen, die Hij geleerd en beoefend heeft en om mij aan te sporen, Hem daarin na te volgen. — Om mij te bewegen voortaan mijne oogen alleen te slaan op Hem : den oorsprong en voltooier van mijn geloof —, opdat ik onder het getal van diegenen behoore, van wie Hij sprak : Zalig zijn zij, die het woord Gods aanhooren en het onderhouden. (Lucv xi)
Bede. O. Jesus, mijn Heer en Meester ! Zoo dikwerf reeds hebt Gij tot mijn hiart gesproken en uw licht mij laten verlichten ; maar, helaas! tot hiertoe nog zoo vruchteloos ! Hoe komt het, dat Gij in weerwil daarvan ü toch gewaardigt tot mij te komen en mijne ziel te bezoeken ? Gij vindt in mij slechts onwetendheid, blindheid en duisternis en toch komt Gij tot mij, om mij te onderrichten en uwe wegen te leeren, die ten Hemel voeren ! Ik erken mijne blindheid, waarmede ik tot hiertoe uw heilig woord niet behartigd en nageleefd heb, waarmede
28
ik mijne ooren voor uwe hemelsclie woordei \'n wc gesloten, en voor de bedriegelijke stem dei wereld en van het bedorven vleesch geopenè heb, en bid U uit den grond mijns harten, gelieve mij mijne boosheid te vergeven. — ■\'?. Kom, o Jesus ! mijn hart is bereid, om U te ontvangen ; spreek tot mij, Heer! uw dienaar (dienares) hoort. Zeg mij, wat ik dosn moet, cm het eeuwig leven te bezitten ! Ik zal mijne ooren neigen naar uwe stem : zwijg niet. Heer Imaarspreek, spreek luid tot mijne ziel ;uwwoordis waarheid,uwwoordisleven Ach, boe ongelukkig zou ik zijn, als Gij uwe stem niet meer liet hooren ! Wel hadi ik dit verdiend, maar ach ! waarheen zou ik gaan ; want Gij alleen hebt woorden des eeuwigen levens ! Amen. v
el)
V. OVERWEGING. S \\a.
VOORBEUF.IDINGSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie Tcomt tot my ? — Jesus, de hemel-1 11 sche Geneesheer, die gezegd heeft, (7e i ï1 den hellen den geneesheer niet noodig maar wel de zieleen. — Jesus, de barmhartige Samaritaan, die de olie zijner genade en den wijn zijner liefde uitstort in de wonden van hem, die in de handen van roovers gevallen is, om ze daardoor te genezen! — Jesus, de goddelijke Geneesheer, die onze krankheden
yjn mid( won Jesi sooi kin! kig alv wa
29
liets verlangt, dan dat wij Hem onze wonden ^ei-trouwvol openbaren en Hem ootmoedig lidden, dat Hij ze geneze ! — Jesus, die rJ allerheiligst bloed tot red- en genees-
laai, juiddel gaf voor onze zonden en die door zijne oef jwonden de wonden onzer zielen geneest: die za] Jesus, die door zijn almachtig woord alle ^„■soorten van ziekten genas en door de aanra-jne| king alleen van zijn kleed aan die ongeluk-3nl|kige vrouw de gezondheid wedergaf; deze gjj alvermogende, liefdevolle Geneesheer ge-ac] waardigï zich tot mij te komen!
ik
2.) Tot wien komt Hij ? Tot mij, die helaas! zoo ziek, zoo zwak, zoo wankelmoedig en ellendig ben, wijl mijne ziel met de me-katschheid der zonde geslagen is! Tot mij, die door mijne eigenliefde, mijn eergevoel, mijne opgeblazenheiden lichtzinnigheid, door mijne onbestendigheid en wankelmoedigheid, mijne ziel zoo dikwerf vreeselijk verwond heb ; tot mij komt die hemelsche geneesheer, wiens voorschriften ik veracht, wiens geneesmiddelen ik versmaad heb. — Tot mij, wiens ziel door zwakheid geslagen, neêrgedruktligt onder hare booze neigingen, die haar zoo machteloos maken om te doen, wat God van haar verlangt. — Tot mij, wiens ziel door de
rcjer m wonden kent en ze genezen wil en kan 1 — ! (}e, Fesus, die liefdevolle Geneesheer, die van ons
3 ene; ■ten.
28
ik mijne ooren voor uwe hemelsclie woordei \'n wc gesloten, en voor de bedriegelijke stem dei wereld en van het bedorven vleesch geopenè heb, en bid U uit den grond mijns harten, gelieve mij mijne boosheid te vergeven. — ■\'?. Kom, o Jesus ! mijn hart is bereid, om U te ontvangen ; spreek tot mij, Heer! uw dienaar (dienares) hoort. Zeg mij, wat ik dosn moet, cm het eeuwig leven te bezitten ! Ik zal mijne ooren neigen naar uwe stem : zwijg niet. Heer Imaarspreek, spreek luid tot mijne ziel ;uwwoordis waarheid,uwwoordisleven Ach, boe ongelukkig zou ik zijn, als Gij uwe stem niet meer liet hooren ! Wel hadi ik dit verdiend, maar ach ! waarheen zou ik gaan ; want Gij alleen hebt woorden des eeuwigen levens ! Amen. v
el)
V. OVERWEGING. S \\a.
VOORBEUF.IDINGSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie Tcomt tot my ? — Jesus, de hemel-1 11 sche Geneesheer, die gezegd heeft, (7e i ï1 den hellen den geneesheer niet noodig maar wel de zieleen. — Jesus, de barmhartige Samaritaan, die de olie zijner genade en den wijn zijner liefde uitstort in de wonden van hem, die in de handen van roovers gevallen is, om ze daardoor te genezen! — Jesus, de goddelijke Geneesheer, die onze krankheden
yjn mid( won Jesi sooi kin! kig alv wa
29
liets verlangt, dan dat wij Hem onze wonden ^ei-trouwvol openbaren en Hem ootmoedig lidden, dat Hij ze geneze ! — Jesus, die rJ allerheiligst bloed tot red- en genees-
laai, juiddel gaf voor onze zonden en die door zijne oef jwonden de wonden onzer zielen geneest: die za] Jesus, die door zijn almachtig woord alle ^„■soorten van ziekten genas en door de aanra-jne| king alleen van zijn kleed aan die ongeluk-3nl|kige vrouw de gezondheid wedergaf; deze gjj alvermogende, liefdevolle Geneesheer ge-ac] waardigï zich tot mij te komen!
ik
2.) Tot wien komt Hij ? Tot mij, die helaas! zoo ziek, zoo zwak, zoo wankelmoedig en ellendig ben, wijl mijne ziel met de me-katschheid der zonde geslagen is! Tot mij, die door mijne eigenliefde, mijn eergevoel, mijne opgeblazenheiden lichtzinnigheid, door mijne onbestendigheid en wankelmoedigheid, mijne ziel zoo dikwerf vreeselijk verwond heb ; tot mij komt die hemelsche geneesheer, wiens voorschriften ik veracht, wiens geneesmiddelen ik versmaad heb. — Tot mij, wiens ziel door zwakheid geslagen, neêrgedruktligt onder hare booze neigingen, die haar zoo machteloos maken om te doen, wat God van haar verlangt. — Tot mij, wiens ziel door de
rcjer m wonden kent en ze genezen wil en kan 1 — ! (}e, Fesus, die liefdevolle Geneesheer, die van ons
3 ene; ■ten.
32
vlekkeloos en zuiver maken; opdat zij weder welbehagelijk worde voor de oogen uws Vaders, die in den Hemel is. Amen.
VI. OVERWEGING.
VOOKBEKEID1SGSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie komt ioimJ/FJesus, de Bruidegom der godminnende zielen, die door den Profeet heeft gesproken : vIk verloof Mij aan u voor eexmirj, en verloof Mij aan u door gerechtiy-heid, door genade en erbarming. Ik verloof Mij aan u door trouw ; en gij mlt erkennen, dat ik de Beer ben.quot; (Oseë, II, 19,20.) Jesus, die mij ten einde toe bemind heeft, en nietop-houdt mij lief te hebben, — Jesus, die op zoo bloedige wijze mijn Bruidegom geworden is, wijl Hij voor mij aan \'t kruis stierf en al zijn bloed vergoot,— Jesus, die ter liefde van mij zijn heilighart liet doorboren, opdat ik daarin een toevluchtsoord zou vinden, —Jesus komt tot mij, Hij wiens hart geheel ontstoken is van liefde tot mij, Hij komt en staat aan de deur van mijn hart en klopt en roept: „Doe open, mijne geliefde, mijne vriendin, mijne bruid.quot; Jesus, de schoonste der menscher.-kinderen, tviens vermaak het is met dekinde-ren der menschen te zi/n, komt zelf tot mij! —
33
2.) Tot ivien komt Bij ? Hij komt tot mij, die het verbond van liefde en trouw, dat Hij in het H. doopsel met mij gesloten heeft, zoo dikwerf verbroken, zijne trouw zoo dikwerf geschonden heb ; — tot mij, ontrouwe ziel, die geen woord gehouden, Hem nooit waarachtig bemind heb ; — Hij komt tot mij, die mijn hart aan duizend ijdele dingen gehecht, mijne liefde aan vergankelijke schepselen geschonken, mijn vermaak in zondige genietingen gezocht heb! — Hij komt tot mij zoo liefdevol, nederig, vriendelijk en goedig, en wil mij bezoeken, die JSm dikwerf ontvlucht, Hem den rug gekeerd en met zijne vijanden geheuld heb ! — Hij komt tot mij, die het bruiloftskleed gescheurd en bezoedeld heb; tot mij, die nieïs aan mij heb, wat Hem behagen of welgevallig zijn kan, die Hem niets heb aan te bieden, dan een zwak bezoedeld harte!
3.) Waarom komt Hij ? — Niet om mij te veroordeelen, om die trouwlooze ziel t« bestraffen ; niet, om mij zijne trouw op te zeggen, zijne belofte bij het H. Doopsel gedaan terug te nemen; neen, zijne onbegrensde liefde, zijne eindelooze barmhartigheid wil mij mijne ontrouw vergeven ; zijne liefde is niet verkoeld ; nog klopt zijn hart voor mij, nog heeft Hij zich niet van mij verwijderd.
2*
32
vlekkeloos en zuiver maken; opdat zij weder welbehagelijk worde voor de oogen uws Vaders, die in den Hemel is. Amen.
VI. OVERWEGING.
VOOKBEKEID1SGSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie komt ioimJ/FJesus, de Bruidegom der godminnende zielen, die door den Profeet heeft gesproken : vIk verloof Mij aan u voor eexmirj, en verloof Mij aan u door gerechtiy-heid, door genade en erbarming. Ik verloof Mij aan u door trouw ; en gij mlt erkennen, dat ik de Beer ben.quot; (Oseë, II, 19,20.) Jesus, die mij ten einde toe bemind heeft, en nietop-houdt mij lief te hebben, — Jesus, die op zoo bloedige wijze mijn Bruidegom geworden is, wijl Hij voor mij aan \'t kruis stierf en al zijn bloed vergoot,— Jesus, die ter liefde van mij zijn heilighart liet doorboren, opdat ik daarin een toevluchtsoord zou vinden, —Jesus komt tot mij, Hij wiens hart geheel ontstoken is van liefde tot mij, Hij komt en staat aan de deur van mijn hart en klopt en roept: „Doe open, mijne geliefde, mijne vriendin, mijne bruid.quot; Jesus, de schoonste der menscher.-kinderen, tviens vermaak het is met dekinde-ren der menschen te zi/n, komt zelf tot mij! —
33
2.) Tot ivien komt Bij ? Hij komt tot mij, die het verbond van liefde en trouw, dat Hij in het H. doopsel met mij gesloten heeft, zoo dikwerf verbroken, zijne trouw zoo dikwerf geschonden heb ; — tot mij, ontrouwe ziel, die geen woord gehouden, Hem nooit waarachtig bemind heb ; — Hij komt tot mij, die mijn hart aan duizend ijdele dingen gehecht, mijne liefde aan vergankelijke schepselen geschonken, mijn vermaak in zondige genietingen gezocht heb! — Hij komt tot mij zoo liefdevol, nederig, vriendelijk en goedig, en wil mij bezoeken, die JSm dikwerf ontvlucht, Hem den rug gekeerd en met zijne vijanden geheuld heb ! — Hij komt tot mij, die het bruiloftskleed gescheurd en bezoedeld heb; tot mij, die nieïs aan mij heb, wat Hem behagen of welgevallig zijn kan, die Hem niets heb aan te bieden, dan een zwak bezoedeld harte!
3.) Waarom komt Hij ? — Niet om mij te veroordeelen, om die trouwlooze ziel t« bestraffen ; niet, om mij zijne trouw op te zeggen, zijne belofte bij het H. Doopsel gedaan terug te nemen; neen, zijne onbegrensde liefde, zijne eindelooze barmhartigheid wil mij mijne ontrouw vergeven ; zijne liefde is niet verkoeld ; nog klopt zijn hart voor mij, nog heeft Hij zich niet van mij verwijderd.
2*
32
vlekkeloos en zuiver maken; opdat zij weder welbehagelijk worde voor de oogen uws Vaders, die in den Hemel is. Amen.
VI. OVERWEGING.
VOOKBEKEID1SGSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie komt ioimJ/FJesus, de Bruidegom der godminnende zielen, die door den Profeet heeft gesproken : vIk verloof Mij aan u voor eexmirj, en verloof Mij aan u door gerechtiy-heid, door genade en erbarming. Ik verloof Mij aan u door trouw ; en gij mlt erkennen, dat ik de Beer ben.quot; (Oseë, II, 19,20.) Jesus, die mij ten einde toe bemind heeft, en nietop-houdt mij lief te hebben, — Jesus, die op zoo bloedige wijze mijn Bruidegom geworden is, wijl Hij voor mij aan \'t kruis stierf en al zijn bloed vergoot,— Jesus, die ter liefde van mij zijn heilighart liet doorboren, opdat ik daarin een toevluchtsoord zou vinden, —Jesus komt tot mij, Hij wiens hart geheel ontstoken is van liefde tot mij, Hij komt en staat aan de deur van mijn hart en klopt en roept: „Doe open, mijne geliefde, mijne vriendin, mijne bruid.quot; Jesus, de schoonste der menscher.-kinderen, tviens vermaak het is met dekinde-ren der menschen te zi/n, komt zelf tot mij! —
33
2.) Tot ivien komt Bij ? Hij komt tot mij, die het verbond van liefde en trouw, dat Hij in het H. doopsel met mij gesloten heeft, zoo dikwerf verbroken, zijne trouw zoo dikwerf geschonden heb ; — tot mij, ontrouwe ziel, die geen woord gehouden, Hem nooit waarachtig bemind heb ; — Hij komt tot mij, die mijn hart aan duizend ijdele dingen gehecht, mijne liefde aan vergankelijke schepselen geschonken, mijn vermaak in zondige genietingen gezocht heb! — Hij komt tot mij zoo liefdevol, nederig, vriendelijk en goedig, en wil mij bezoeken, die JSm dikwerf ontvlucht, Hem den rug gekeerd en met zijne vijanden geheuld heb ! — Hij komt tot mij, die het bruiloftskleed gescheurd en bezoedeld heb; tot mij, die nieïs aan mij heb, wat Hem behagen of welgevallig zijn kan, die Hem niets heb aan te bieden, dan een zwak bezoedeld harte!
3.) Waarom komt Hij ? — Niet om mij te veroordeelen, om die trouwlooze ziel t« bestraffen ; niet, om mij zijne trouw op te zeggen, zijne belofte bij het H. Doopsel gedaan terug te nemen; neen, zijne onbegrensde liefde, zijne eindelooze barmhartigheid wil mij mijne ontrouw vergeven ; zijne liefde is niet verkoeld ; nog klopt zijn hart voor mij, nog heeft Hij zich niet van mij verwijderd.
2*
32
vlekkeloos en zuiver maken; opdat zij weder welbehagelijk worde voor de oogen uws Vaders, die in den Hemel is. Amen.
VI. OVERWEGING.
VOOKBEKEID1SGSGEBED (als bl. 15.)
1.) Wie komt ioimJ/FJesus, de Bruidegom der godminnende zielen, die door den Profeet heeft gesproken : vIk verloof Mij aan u voor eexmirj, en verloof Mij aan u door gerechtiy-heid, door genade en erbarming. Ik verloof Mij aan u door trouw ; en gij mlt erkennen, dat ik de Beer ben.quot; (Oseë, II, 19,20.) Jesus, die mij ten einde toe bemind heeft, en nietop-houdt mij lief te hebben, — Jesus, die op zoo bloedige wijze mijn Bruidegom geworden is, wijl Hij voor mij aan \'t kruis stierf en al zijn bloed vergoot,— Jesus, die ter liefde van mij zijn heilighart liet doorboren, opdat ik daarin een toevluchtsoord zou vinden, —Jesus komt tot mij, Hij wiens hart geheel ontstoken is van liefde tot mij, Hij komt en staat aan de deur van mijn hart en klopt en roept: „Doe open, mijne geliefde, mijne vriendin, mijne bruid.quot; Jesus, de schoonste der menscher.-kinderen, tviens vermaak het is met dekinde-ren der menschen te zi/n, komt zelf tot mij! —
33
2.) Tot ivien komt Bij ? Hij komt tot mij, die het verbond van liefde en trouw, dat Hij in het H. doopsel met mij gesloten heeft, zoo dikwerf verbroken, zijne trouw zoo dikwerf geschonden heb ; — tot mij, ontrouwe ziel, die geen woord gehouden, Hem nooit waarachtig bemind heb ; — Hij komt tot mij, die mijn hart aan duizend ijdele dingen gehecht, mijne liefde aan vergankelijke schepselen geschonken, mijn vermaak in zondige genietingen gezocht heb! — Hij komt tot mij zoo liefdevol, nederig, vriendelijk en goedig, en wil mij bezoeken, die JSm dikwerf ontvlucht, Hem den rug gekeerd en met zijne vijanden geheuld heb ! — Hij komt tot mij, die het bruiloftskleed gescheurd en bezoedeld heb; tot mij, die nieïs aan mij heb, wat Hem behagen of welgevallig zijn kan, die Hem niets heb aan te bieden, dan een zwak bezoedeld harte!
3.) Waarom komt Hij ? — Niet om mij te veroordeelen, om die trouwlooze ziel t« bestraffen ; niet, om mij zijne trouw op te zeggen, zijne belofte bij het H. Doopsel gedaan terug te nemen; neen, zijne onbegrensde liefde, zijne eindelooze barmhartigheid wil mij mijne ontrouw vergeven ; zijne liefde is niet verkoeld ; nog klopt zijn hart voor mij, nog heeft Hij zich niet van mij verwijderd.
2*
150
een ellendigen stal en eene krib met stroo tot verblijf aanboden, waar Gij veracht, vervolgd, beschimpt, geboeid, gegeeseld en gekruist werdt en tusschen twee moordenaars aan een schandhout hangende den laatsten adem moest uitblazen ? Hoe kunt Gij, nu Gij eenmaal in uwe heerlijkheid zijt ingegaan, nog onder zondaren verblijven, die U dag en nacht beleedigen ? Hoe kunt Gij onder verblinden verwijlen, die uwe weldaden niet willen erkennen, en die geen verlangen hebben, om de wonderen uwer liefde te zien ; onder dooven, die hunne ooren sluiten voor uwe stem en uw heilig woord verachten ; onder trage en laffe knechten, die IJ meer bedroeven en beleedigen, dan zij U dienen ? Gij kent onzen ondank, onze liefdeloosheid, onze verhardheid en boosheid, onzezondenzondertal, onze armoede en gebrekkelijkheid, en toch verblijft Gij nacht en dag onder ons ; en juist onze ellende, onze zwakheid en zondigheid dringt uwe liefde, om ten einde toe bij ons te blijven, opdat toch hier of daar eene enkele ziel zich tot ü bekeere, en door hare liefde en hare tranen ü eenige vergoeding geve voor zooveel hoon en smaad, die U dooide zondaren, welke uwe liefde ontkennen en lasteren, zoo kwistig wordt aangedaan. O goddelijke, alles overtreffende liefde, watkan met U ooit in vergelijking komen !
151
O nadert dan, gij alle door het bloed van Jesus zoo duur gekochte zielen, en overweegt de onuitputtelijke liefde van uwen God.
Hoort, hoe Hii, de oneindisr goede, de barm-
7 xjl O O \'
hartige,de almachtige volteederheid en liefde u toeroept; „Komt allen tot Mij, die beittstm beiademt^t en Ik zal u verkwikken.quot; Hoort^ -hoe de goddelijke wijsheid spreekt: „Komt^^^v^ en eet van het levengevend brood, dat Ik u bereid en drinkt van den wijn, dien Ik u gemengd heb.quot; Ziet, hoe de eeuwige liefde dringt en roept en het eeuwige leven belooft aan allen, die aan haren goddelijken maaltijd aanzitten! 0 hoe diep doordrong die lieftallige stem de harten uwer Heiligen, o mijn God! Zooals een dorstig hert naar de frissche waterbron, zoo ijlden zij naar uw heilig gastmaal. — Maar wat beklaag ik nog anderen,
terwijl ik zelf zoo traag en onverschillig, zoo koud ben jegens uwe liefde, o mijn Jesus!
terwijl ik zelf nu en dan aarzel of ik uwe stem wel zal gehoorzamen. — Gij roept zoo luide, o Heer! Gij klopt aan mijn hart en noodigt mij uit, om U te zoeken en genade op genade uit uwe hand te ontvangen,
en ik aarzel nog te komen. Een uur is mij in uwe lieflijke tegenwoordigheid reeds te lang,
en op dit oogenblik is mijne liefde reeds uitgeput, mijne godsvrucht al vervlogen. Ach, hoe armzalig is toch het menschenhart!
152
O mijn Heer en mijn God ! ontferm U mijner en kom mijnen nood te hulp. Verander mijne zwakheid in sterkte, mijne lauwheid in heiligen ijve1-! mijne onverschilligheid in vurige liefde. O tref mijn hart door de pijlen uwer liefde, zooals gij eenmaal het hart van uwe heilige dienares Teresia getroffen hebt, opdat het voor ü slechtsgloeie, naarU alleen verzuchte en ik in levendige, vurige godsvrucht mij aan ü volkomen toewijdeen over-geve. Amen.
DERDE UITSTOKTING DES HARTEN VOOR JESUS.
Zie, mijn geliefde staat achter den wand, Hij ziet door de vensters en schouwt door de traliën.
Hoool. TT: 9.
Wondervol, o mijn Jesus! zijn de wegen van barmhartigheid, waarop Gij zoo rijk aan zegeningen tot onze harten wilt doordringen, die tot U trekken, aan U verbinden en ze met de gaven uwer liefde verrijken en tot het hoogste geluk wilt opvoeren. Bij den troon uws hemelschen Vaders zijt Gij de machtigste voorspreker en middelaar voor ons; maar daar in den Hemel zijt Gij voor uwe liefde te ver van ons verwijderd, die hierop aarde in jammer en nood en in allerlei ellende ronddwalen. Daarom daalt Gij in oneindige liefde eiken dag, jaop elk uur van den
153
dag en den nacht op onze altaren af, om ons nabij te zijn en om het offer van verzoening, van aanbidding, het dank- en smeekoffer voor ons te wezen. Maar ook deze grenzelooze zelfvemederingis vooruweliefdenietgènoeg. Gij wilt voortdurend, elk oogenblik bij ons zijn, midden onder ons wonen, als een vader onder zijne kinderen, als een vriend onder zijne vrien den. Gij wilt, dat wij Ugeheel zullen bezitten, naetgodheid en menschheid, met ziel en lichaam, met al uwe verdiensten, met . den ganschen rijkdom uwer liefde, met al de schatten uwer genade, in het allerheiligst « Sacrament des Altaars. Als een gevangene in de banden der liefde gekluisterd, verwijlt Gij in het H. Tabernakel. Terwijl de Bruid van het Hooglied, uwe H. Kerk, U daar ziet, roept zij in verbazing uit: ,zie, mijn geliefde staat achter den wand. Hij ziet door de vensters enquot; schouwt door de traliën.quot; Wat anders is deze wand, waarachter Gij schuilt, lieve Jesus ! dan het H. Tabernakel, hetmoge dan van hout, of van goud of zilver zijn, en wat is dat venster, wat zijn die traliën, waardoor Gij ziet, dan de gedaante des broods, waaronder Gij uwe godheid en menschheid lt; verbergt en op ons nederziet? Uwe oogen slaan nauwkeurig gade of ik ü liefheb, mét hoeveel trouw ik U zoek en voor ü wandel.
Gij ziet tot in den diepsten grond mijns
7*
154
harten en kent al mijne neigingen. Maar ik zie U niet, uwe lieflijke schoonheid is voor mijne oogen verborgen, de gedaante des broods houdt haar voor mijne oogen omsluierd. Maar ofschoon ik U ook met mijne lichamelijke oogen niet zie, leert mij toch het geloof, dat Gij daar in het Tabernakel rust; ik gevoel uwe tegenwoordigheid. Gij zijt daar zoo rustig; heilige stilte heerscht in de plaats uwer woning; Gij schijnt daar ads dood te zijn, mijn Jesus! Gij beweegt en verroert ü niet, en toch zijt Gij het leven en stroomt alle leven van U uit, en zonder ü leeft er niets en beweegt zich niets. In ü leven wij, bewegen wij ons en zijn wij.
Midden onder de kinderen der menschen verblijvende, hoort Gij onze gesprekken, zijt Gij getuige van onzen wandel, van onzen arbeid, onze zorgen en kommernis, van .ons lijden en onze kwellingen, van onzen\'strijd en onze bekoringen. Gij ziet, hoe dezen met innige godsvrucht bidden en genen U lasteren; hoe sommigen alles ter uwer eer doen en anderen U geheel vergeten ; hoe de eenen U danken voor elke genade en de anderen met onverschilligheid uwe gaven gebruiken en dikwerf zelfs misbruiken, om U tebeleedigen. Gij ziet, hoe sommigen in de kerk komen en tot uwe heilige Tafel naderenmeteeneheilige vurigheid en geestdrift, anderen met lauw-
155
heid en een zekeren weevzin, en weêr anderen met een bezoedeld geweten en met zonden en schulden beladen. En Gij, o wondervolle God! woont in heilige rust en stilte in het Tabernakel en geeft door geen enkel teeken noch uw welbehagen in de liefde van dezen,\' noch uw mishagen in den ondank van genen te kennen. Niets vermag den vrede en de stilte van uw Heiligdom te storen. De liefde, alléén de liefde houdt U gevangen, de liefde is het, die U, levengevend leven, als dood maakt, tot een slachtoffer voor ons, arme zondaren.
0 wondervolle God, o eeuwige wijsheid! luide roept uw stilzwijgen, uwe onbewegelijke rust mijne ziel toe, dat zij van U moet leeren sterven. Ja, sterven moet ik aan de wereld; als een doode moet ik worden, onverschillig voor. de vreugden, voor de vergankelijke goederen der aarde, voor alle eer en lof, afkeuring en verwijt van de kinderen dei-wereld. Hoe meer ik U in de H. Communie ontvange, des temeerzaldatheiligafsterven, die verstorvenheid toenemen. — Slechts voor ü moet ik leven, zooals Gij slechts voor mij leeft In het Tabernakel, om het leven mijner ziel te zijn. Mijne oogen moeten gesloten zijn voor alle pracht en aanlokselen dei-wereld ; ik moet doof worden voor de verleidelijke stem der zinnelijkheid en wellust;
156
stom voov nuttelooze,liet\'delooze en zedelooze taal, voor vleitaal en leugen ; onbewegelijk voor alle zinnelijke aantrekkelijkheid en alle ijdelheid ; sterven moet ik voor de zonde, der zonde afsterven en dood zijn voor alles, wat tot zonde voert, en voor U alleen slechts leven, U dienen, U liefhebben, mij aan U geheel overgeven met al de kracht mijner ziel, aan U, den zoetsten Meester, den al-lerschoonsten Clod, het allerhoogste goed, — de bronwel aller zaligheid !
Dit leert mij uw verborgen leven in dit H. Sacrament. Ik zie U daar den diepsten ootmoed, de grootste zachtmoedigheid, het on-overwinnelijkst geduld, de stiptste gehoorzaamheid, de liefderijkste barmhartigheid,de gloeiendste liefde beoefenen, zonder nogtaris een enkel woord te spreken.Maaruwzwijgen spreektluider dan de helklinkendste leerrede. — O eeuwig \'woord des Vaders! geef mij kracht, om te volbrengen, wat uw zwijgenmij toeroept; geef mij kracht,om tedoen, watuw voorbeeld mij leert. Want helaas ! nog leeft in mij de zondige mensch ; nog verheft hij zich tegen den geest en stoort hij door voort-durenden strijd mijn inwendigen vrede. Versterk mij daarom, o Brood des levens ; verlicht mij, bronwel van alle licht; ontsteek en ontvlam mij, schitterend vuur der liefde, en geleid mij, hemelsche wegwijzer, opdat ik
157
een hemelsch leven leide en door mij meermalen met U in het H. Sacrament te vereenigen, eindelijk een nieuwe menscti worde, die naar uw welgevallen geschapen is. Amen,
GEESTELIJKE COMNÜNIE,
Mijn Jesus, Zoon van den levenden God ! ik geloof vast en zonder eenigen twijfel, dat Gij hier In het allerheiligste Sacrament waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt. Dit leert mij de H. Kerk volgens uw goddelijk en onbedriegelijk woord, waaraan ik met verstand en hart vasthoud, terwijl ik in en voor dit heilig geloof immer wil leven en sterven. O mijn goddelijke Heiland, eenige hoop mijner ziel! öp uwe barmhartigheid, goedheid en liefde stel ik al mijn vertrouwen en hoop vastelijk van ü al die genaden te verkrijgen, welke ik noodig heb, om heilig te leven en zalig te sterven. Mijn God en mijn Alles in dit heilig geheim van liefde ! ik bemin U, maar ik bemin U niet genoeg, ik wensch TT veel meer, veel hartelijker en vuriger lief te hebben, ja, Ueindeloos, eeuwig te beminnen. Gij, o God ! zult het eenig voorwerp mijner liefde en van mijn verlangen zijn.
Uit liefde tot ü betreur ik al mijne zonden, waardoor ik U ooit bedroefd heb. Zij zijn mij leed, hartelijk leed, o mijn God! omdat zij ü, mijn grootsten weldoener, mijn besten
158
Vader, mijn hoogste goed beleedigden. Ik wenschte ze met mijne tranen, ja, met mijn bloed te kunnen uitwisscben. Liever sterven wil ik, goede Jesus ! dan U ooit weer met eene enkele zonde vergrammen.
Mijne ziel, o Jesus ! hongert en dorst naar U. 0, kom dan, neem bij mij uw intrek, kom en neem bezit van mijn hart; o kom dan en spijs mijne arme ziel met het brood des levens en drenk haar met den wijn, die maagden kweekt, die bron van levende wateren, die vloeit ten eeuwigen leven. Kom, o Jesus, kom geesterlijkerwijze in mijn hart, kom met uwe liefde, met uwe goddelijke genade en blijf bij mij, trek mij tot ü, maak mij één metU. — Zonder ü, o Jesus! kan mijne ziel niet leven. —O kom dan en beziel mij; kom en red mij van den dood ; kom en maak mij zalig.
Vraag hier uw lieven Jesus alles wat uw hart verlangt, wat gii voor u zeiven of anderen, naar ziel of lichaam uoodig hebt, en vraag dit met het hartelijkst en kinder-lijkst vertrouwen.
LITANIE VAN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
159
God, Zoon, Verlosser der wereld,ontf.IJ onzer. God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God, Levendbrood, uit den Hemelnedergedaald, Verborgen God, onder zichtbare gedaanten schuilende.
Tarwe der uitverkorenen,
Wijn, die maagden kweekt,
Voortreffelijk brood en wellust der koningen,
Gedurig offer,
Engelenspijze,
Gedenkteeken van Gods wonderen, 2 Bovennatuurlijk brood, §
Vleeschgeworden Woord, onder ons wo- ^
nende.
Heilig offer.
Kelk der zegening,
Troostvolle verborgenheid van ons geloof. Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, Allerheiligste Offerande,
Zoenoffer voor levenden en dooden, Hemelsch behoedmiddel tegen de zonde. Wonder van Gods wonderen,
Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,
160
Geschenk, dat alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde,
Overvloeiende bron van Gods milddadigheid,
Doorluchtig en hoogheilig geheim, Krachtige spijs ter onsterfelijkheid, Levendmakend, aanbiddelijk Sacrament, Brood, dat door de almacht des Woords
zijt vleesch geworden.
Onbloedig offer des nieuwen Verbonds, Spijs en gastheer.
Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen
tegenwoordig zijn en dienen,
Teeken van genade,
Band van liefde,
Hoogepriester, die zelf het Offer zijt. Geestelijke zoetheid en verkwikking dei-
heilige zielen,
Teerspijze dergenen, die in den Heer sterven,
Onderpand der toekomstige glorie, Wees genadig, spaar ons, Heer.
AVees genadig, verhoor ons. Heer. Van het on waardig nuttigen uwslichaams
en bloeds, verlos ons. Heer.
Van de begeerlijkheid des vleesches, Van de begeerlijkheid der oogen. Van de hoovaardij des levens,
Van alle gelegenheid tot zonde.
161
Door de groote begeerte, die Gij hadt, om dit Pascha, met uwe leerlingen te eten, verlos ons, Heer!
Door den diepen ootmoed, waarmede lt;1 Gij de voeten uwer leerlingen gewas- ü sclien hebt, °
Door de onuitsprekelijke liefde, waar- § mede Gij dit hoogheilig Sacrament .iquot; hebt ingesteld, ^
Door uw dierbaar bloed, dat Gij voor |
ons op het altaar hebt nagelaten.
Door de vijf wonden, die Gij voor ons in uw allerheiligst lichaam hebt ontvangen, i Wij zondaren, wij bidden ü, verhoor ons. Dat het ü behage, het geloof, den eerbied en de godsvrucht jegens dit wonderbaar Sacrament in ons te onderhou- 5* den en te vermeerderen, ö:
Dat het ü behage, ons door eene oprechte 2t belijdenis onzer zonden tot het dikwijls S! nuttigen dezer geestelijke spijze voor 3 te bereiden,
Dat Gij ons van alle ketterij, ongeloo- quot; vigheid en verblindheid des harten 3 wilt bevrijden, o\'
Dat het ü behage, de onschatbare hemel- ° f sche vruchten van dit allei-heiligst o
Sacrament in ons overvloedig uit te «= storten,
Dat het ü behage, ons in het uur des
162
doods met deze liemelspijze voor de reis naar de eeuwigheid te versterken, wij bidden ü, verhoor ons.
Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
V. Heer! verhoor mijn gebed.
E. En mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons in dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten: geef, bidden wij U, dat wij de heilige geheimenissen van uw lichaam en bloed zoo godvruchtig vereeren, dat wij de heilzame vruchten uwer verlossing onophoudelijk in ons mogen ontwaren. Gij, die met God den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
O Jesus! het nuttigen van uw allerheiligst lichaam en bloed is een voorsmaak der eeuwige, allerzaligste vereeniging met U in den
163
Hemel; geef mij dus, dat ook ik door een herhaald en heilig gebruik van deze godde-\' lijke spijze eenmaal tot die blijde en zoete vereeniging gerakeen U, dien ik thans, onder de gedaante van brood schuilende, in hetTa-bernakel aanschouw, eenmaal van aanschijn tot aanschijn in den schoonen Hemel aanschouwen, bezitten en genieten moge. Amen.
GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE EN ONBEVLEKTE HOEDEEMAAGD, IN BETREKKING TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Wees gegroet, o glorierijke Maagd enMoe-« der des Allerhoogsten, die van eeuwigheid zijt uitverkoren, om onzen Heer Jesus Christus, het brood der Engelen en der menschen, het Offerlam voor de zaligheid der wereld, den Koning des Hemels en der aarde en overwinnaar van dood en hel in uwen schoot te ontvangen en te baren. Wie kan u, uitverkorene Maagd en Maagdelijke Moeder des Hee-ren, waardig loven en prijzen? Grootedingen heeft God aan u gedaan. Hij heeft, u onbevlekt bewaard voor alle erfsmet, opdat gij eene waardige Moeder zoudt worden vanzijn eeniggeboren Zoon, dien ik hier met alle En-| gelen onder de gedaante van brood aanbid. Met heiligen eerbied en liefde vereer ik u, machtige Koningin des Hemels, die eenmaal, als een nederige dienstmaagd des Heeren,
164
zijne teedevste kindsheid verzorgdeten als de reinste Maagd en gelukkigste Moeder in ootmoed, armoede en vurigeliet\'deHemdiendet. Geheel uw leven was een zuiver hemelsch loflied, een geurige wierook voor den Heer, di de volheid zijner genade in uw hart uitstortte. Den grootsten schat van zijn vaderlijk hart heeft Hij u toevertrouwd. O help mij dus, lieve Moeder, dat ook mijn leven voor het aanschijn uws goddelijken Zoons een welriekende wierook en mijn hart Hem altoos eene waardige woning zij, wanneer Hij in het allerheiligst Sacrament mij komt bezoeken.
O Maria! hulp der Christenen, trouwe voorspraak uwer geloovige kinderen, die uw Zoon met zijn kostbaar bloed heeft vrijgekocht, troostvolle toevlucht derrouwraoedige zondaren! Zie neêr op mijne diepe armoede en verkrijg voor mij bij uwen Zoon de gave der liefde, die uwhart,datgeheelaanGodwas toegewijd, vervulde en al uwe handelingen bezielde; vraag voor mij, dat ook ik, evenals gij, door volmaakte gehoorzaamheid den wil Gods moge volbrengen en eens de kroon des eeuwigen levens verwerven. O Moeder van mijnen Jesus! gij aanschouwt met uwe zuivere oogen het lieflijkstaanschijn vanuwgod-delijken Zoon; gij zijt in eeuwigheid met Hem vereenigd en bezit en geniet Hem in de zaligste liefde. Ik zie Hem nog slechts schui-
165
lende onder de gedaante van brood in liet H. Tabernakel, en mag Hem slechts nu en dan in mijn hart ontvangen en zijne goddelijke tegenwoordigheid genieten ; o help mij dan, lieve Moeder, door uwe machtige voorbede, dat ook mij eenmaal het hoogste geluk, de grootste genade te beurt valle, van uw glorierijken Zoon met u in den Hemel te aanschouwen en voor eeuwig met Hem ver-eenigd te worden. Amen.
VOLMAAKTE TOEWIJDING A.VN GOD in maagdelijke zuiverheid.
\'k Wijd IJ, God, mijn hart en zinnen ; Hoor, ach, hoor myn kinderbeên; Voor den tijd en eeuwigheên
God, mijn God ! wil \'k U beminnen, ü beminnen, ü alleen.
\'kWil ü dienen al mijn dagen.
Heer! wat wilt Gij, dat ik doe? Is het mooglijk ? staat Gij \'t toe ?
God, mijn God! \'k wil ü behagen : Leer mij, Heere, leer mij, hoe?
God, mijn God! ik wil ü loven,
Altijd loven, altijd aan.
Van mijn sombre levensbaan
Stijg\' voor U mijn geest naar boven, Blijv\' voor ü mijn harte slaan.
166
God, mijn God! \'k wil voor U lijden Smarten lijden zwaar en fel;
Zoo \'t uw wil is, is \'t mij wel. God, mijn God ! \'k wil moedig strijden Tegen wereld, vleesch en Hel.
Lieve God! \'k wil alles derven. Om steeds maagd en rein te zijn ; Zend mij annoê, smaad of pijn,
Laat mij leven, laat mij sterven,
Maar bewaar mij maagdelijn.
\'k Wil mijn Jesus, ü behooren, U behooren, niet aan mij ;
Tot ik van liet aardsche vrij Staan zal in uw Hemelkoren.
Amen ! amen ! dat \'t zoo zij !
GEBEDEN TOT HET ALLERHEILIGSTE ALTAAR-SACRAMENT EN HET GODDELIJK HART VAN JESUS,
waaraan aflaten verbonden zijn.
OOTMOEDIG SMEEKGEBED VOOR HET U. SACRAMENT.
Met den diepsten eerbied, dien het geloof mij inboezemt, o mijn God en Heiland Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk mensch, aanbid ik ü en ik bemin ü van ganscher harte hier in het hoogwaardigste Sacrament
167
des Altaars, om eenigermate te herstellen al die oneerbiedigheden, onteering en ontheiliging, waaraan ik mij tot mijn ongeluk ooit heb schuldig gemaakt, of die ik nog op dit oogenblik mocht begaan of in de toekomst — wat Gij, o mijn God, verhoede, — mocht kunnen begaan. Ik aanbid ü dus, o mijn God ! wel is waar, niet zooals Gij dit waardig zijt of ik dit zou moeten doen, maar tenminste zooveel ik vermag ; en ik wenschte het met die volmaaktheid te kunnen, waartoe alle met rede begaafde sciiepselen slechts instaat zijn. Intusschen wil ik TJ aanbidden nu en altijd, niet slechts voor die Katholieken, die U niet aanbidden en beminnen, maar ook tot vergoeding en ter bekeering van alle dwalenden, afvalligen, Godslasteraars,Mahomedanen, Joden en Heidenen. Ach ja, mijn Jesus! mogen allen ü kennen, aanbidden en elk oogenblik in het allerheiligste Sacrament met dankbaarheid beminnen, loven en prijzen. Amen.
Paus Pius VII verleende den 31 Jan. 1815 een aflaat van 300 dagen, die ook aan de geloovige zielen in liet vagevuur kan worden toegevoegd, aan elk, die met berouw over zijne zonden, bovenstaand ootmoedig smeekgebed vóór het allerheiligste Sacrament zou bidden.
GEBED TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT EN HET H. HART VAN JESUS.
Zie o mijn beminnelijke Jesus, hoe ver
168
de overmaat uwer liefde voor mij gegaan is. Om TJ geheel aan mij te schenken, hebt Gg mij uit uw heilig vleesch en bloed eene goddelijke tafel bereid. Wat heeft U toch tot zulk een overmaat van liefde voor mij kunnen vervoeren ? Zeker niets anders dan uw liefdevol, goddelijk Hart. O aanbiddenswaardig H art van mijnen J esus, gloeiende oven dei-goddelijke liefde! neem mijne ziel in uwe heilige wonde op, opdat ik in die school van liefde leere, dien God lief te hebben en te beminnen, die mij zoo bewonderenswaardige bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen.
Paus Pius VI verleende den 7 Nov. 1787 een aflaat van 100 dagen, die ook aan de geloovige zielen in liet vagevuur kan worden toegevoegd, aan elk, die bovenstaand gebed godvruchtig zou bidden.
OPDRACHT VAN HET KOSTBAAR BLOED VAN JESUS OM GODS ZEGEN.
Eeuwige Vader! wij offeren U het allerkostbaarst bloed van onzen Heer Jesus Christus op, dat Hij met zooveel liefde zoo smartelijk lijdende uit de wonde zijner rechterhand vergoten heeft, en door de kracht en de verdiensten van dit kostbaar bloed smeeken wij ootmoedigst uwe goddelijke Majesteit, ons uwe heilige vaderzegen te willen verleenen, opdat wij daardoor tegen onze vijanden be-
163
schermd en van alle kwalen mogen bevrijd worden.
Dat de zegen van den almachtigen God des Vaders f des Zoons f en des Heiligen Gees-tes f over ons afdale en altijd bij ons blijve. Amen.
Paus Leo XII verleende den 25 Oct. 1825 voor altijd een aflaat van 100 dagen aan alle geloovigen, die bovenstaand gebed tot den eeuwigen Vader ter verkrijging van zijn liemelscben zegen met bijvoeging van een O n ze Vader en ëën Wees gegroet met G 1 o r i e z ij de n Vader, enz. tot d- Allerheiligste Drievuldigheid, godvruchtig zouden bidden tot dankzegging voor alle ontvangene weldaden. Aan hen, die dit gebed eene maand lang dagelijks verrichten, verleent hij een vollen aflaat op een dag naar verkiezing, na gebiecht en gecommuniceerd en volgens de meening des H . Vaders gebeden te hebben, welke aflaten ook aan degeloovige zielen kunnen worden toegevoegd.
VERZUCHTINGEN TOT JESUS IN HET H. SACRAMENT.
Ik aanbid IJ, mijn Heiland Jesus Christus,
Die liet ware brood des levens ziji.
O Hart van mijn Jesus en van Maria,
O zegen de smart, bet berouw mijner ziel.
Ik schenk U mijn hart, o Jesus Christus!
U, die, heilig God, mijn Heiland zijt.
Moge de Heiland Jesus Christus in het grootste geheim zijner liefde door allen er ■ kend en gedankt en zonder einde aanbeden worden. Amen.
170
Paus Loo XII verleent 100 dagen aflaat, die oolc aan de geloovige zielen kan worden toegevoegd, aan allen die bovenstaande verzuchtingen niet een rouwmoedig hart ui\'spreken.
OPDRACHT VAN HET H. HAKT VAN .TESÜS.
O mijn beminnenswaarclige Jesus! ik N. N. schenk U mijn hart, om ü mijne dankbaarheid te toonen en miju ontrouw te herstellen; ik wijd mij geheel aan ü toe, en neem ni ij voor met uwe hulp niet meer te zondigen.
Paus P us VII verleent aan alle geloovigen, die bovenstaand gebed dagelijks voor een beeld van het H. Hart van Jesus bidden, een vollen aflaat eens in de ^
maand, als zij waardig biechten en communiceeren, en eon aflaat van 100 dagen,zoo dikwerf zij hetgodvruchtig bidden.
O allerzoetst Hart van Jesus ! geef dat ik U altijd meer en meer beminne.
Onze Vader. Wees gegroet. Ik geloof in God den Vader.
Aan elk, die dit schietgebed dagelijks bidt, heeft Z. 11. Pius VII vergund :
lo. vollen aflaat op den eersten Vrijdag van de maand, of den daaropvolgenden Zondag, op de gewone voorwaarden.
2o. vollen aflaat op het feest van bet II. Hart, of den daaropvolgenden Zondag.
3o. zeven jaren en zeven quadragenen op de vier Zondagen, die het feest van het H. Hart voorafgaan.
171
4. zestig dagen voor elk goed werk, ter vereering van het H. Hart verricht.
5o. vollen aflaat in het nar des doods, mits men rouwmoedig althans met het hart, den zoeten Naam van Jesus aanroepe.
GEBED VÓÓR HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Zie neder, o Heer! van uit uw heiligdom, aanschouw van de hoogte uwer hemelsche woning deze aanbiddelijke offerande, die U onze Hoogepriester, uw heilige Zoon Jesus, voor de zonden zijner broeders opdraagt, en laat ü daardoor bevredigen ondanks onze menigvuldige boosheid. Zie, de smeekstem van het bloed van Jesus onzen broeder roept van het kruis tot U. Verhoor dan, o Heer ! Laat o Heer, u verbidden ; aanhoor en geef; om uwentwil, o mijn God ! stel niet uit; want uw naam is aangeroepen over deze stad en over uw volk, en handel met ons naar uwe barmhartigheid. Amen.
Pius VI heeft vollen aflaat verleend aan de geloo-vigen, die na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, op den eersten Donderdag van elke maand, dit gebed op de knieën zullen bidden vóór het allerheiligste Sacrament. — Verder onder dezelfde voorwaarden zeven jaren en zeven quadragenen op al de andere Donderdagen. Eindelijk 100 dagen op al de andere dagen van het jaar. Deze aflaten kunnen ook aan de zielen in het vagevuur worden toegevoegd. (17 Oct. 1796.)
172
TKEDEHE VERZUCHTINGEN TOT JESUS.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij.
In uwe heilige wonden, verberg mij.
Laat niet toe, dat ik vanü gescheiden worde.
(Dit verzucht men driemaal met eene vurige liefde.)
Tegen den boozen vijand bescherm mij. In het uur van mijnen dood roep mij. En laat mij tot U komen,
Opdat ik met uwe Heiligen U love In de eeuwen der eeuwen. Amen.
Onder aanroeping van het H. Hart van Jesus.
OEFENING VAN GELOOI\'.
Jn de onmetelijke liefde van uw goddelijk Hart, zijt Gij, lieve Jesus, zoo diep tot inij afgedaald, dat ik de grootheid uwer goddelijke Majesteit bijna vergeten zou. Hoe is het mogelijk, dat Gij onder de gedaante van brood en wijn tot ons wilt komen ! Immers toen Gij als een arme dienstknecht op aarde rondwandeldet, werdt Gij in weerwil van den glans uwer wonderen door de meesten veracht en bespot. En nu, in het allerheiligst Sacrament vernedert Gij ü nog dieper, dan bij uwe menschwording! Ach, Heer, zal onze oneerbiedigheid dan nog toenemen, naarmate Gij in uwe eindelooze ontferming meer tot ons afdaalt? Helaas! hoe dikwerf vergeet ik, wat ik aan uwe goddelijke Majesteit verschuldigd ben en nader ik tot ü met eene koude onverschilligheid? Ik klop, wel is waar, op mijne borst en zeg met den Hoofdman: Meer, ik hen niet waardig; maar ik
174
gevoel mijne onwaardigheid niet en heb een gering besef van de groote gunst, die Gij mij bewijst.
Goede Jesus! verlevendig mijn geloof\', toon mij uwe ontzachlrjke Majesteit, opdat ik met den Apostel Thomas uitroepe : Mijn Heer en mijn God ! Dan zal ik mijn hoofd voor U buigen en nog dieper mijn geest; ik zal uit de diepte mijns harten erkennen, dat ik niet waardig ben om tot U te spreken, veel minder om U te ontvangen.
Ik geloof, lieve Jesus, dat Gij hier in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt; ofschoon mijne oogen ü niet aanschouwen, aanbid ik U in de volste overtuiging van mijn geloof. Ik verheug mij, dat ik aan uwe oneindige Majesteit dit offer van mijn geloof kan aanbieden ; vervul aan mij het woord, dat Gij eens gesproken hebt: Zalig zij, die niet gezien en toch geloofd hebben.
OEFENING VAN NEDERIGHEID.
Ik belijd van ganscher harte, dat ik onwaardig ben U te ontvangen, omdat Gij myn Schepper zijt en ik een nietig onwaardig schepsel, meer nog, een ondankbare zondaar ben. Ja, ondankbaar, meer dan anderen, die U niet beminnen, wijl zij U niet kennen ; maar ik kende het volle licht der waarheid ;
175
ik kende de liefde van uw goddelijk Hart; ik ontving uwe kostbaarste gaven, en tocb ik beminde U niet, ik dankte U niet voor zooveel liefde, voor zoovele weldaden; ik naderde tot uwe H. Tafel met eene schaam-telooze onverscbilligheid, waaraan ik geen naam weet te geven. Nog dezen morgen sprak mijn Engelbewaarder: verbeug u, mijn kind, want ik verkondig u eene blijde tijding: heden zult gij den Verlosser ontvangen, die Christus de Heer is. En mijn hart bleef nog koud, nog onverschillig, nog hield ik mij met aardsche beu/.elingen bezig, en ijlde ik niet vol vreugde naar uw Heiligdom. O allerzoetst Hart van Jesus! neem uwe ontferming van mij niet weg; blijf in barmhartigheid nederzien op uw zwak en krank schepsel en beur mij op uit het slijk mijner ellende.
OEFENING VAN VERTROUWEN.
Vanwaar komt het, lieve Jesus! dat mijn hart zich verruimt, wanneer ik U de afzichtelijkheid mijner zielewonden bloot leg? Omdat Gij, barmhartige Samaritaan, daarin den olie en wijn uwer ontfermingen giet. O, hoe zoet is het, zijne schuld te belijden aan uw goddelijk Hart! Ik zal mij verheugen in den Heer en mij verblijden in God
176
mijn Jesus, want zijne barmhartigheid kent geene grenzen. Hij wil al onze wonden genezen, al onze misstappen vergeven. Ja, hoe goed, hoe ontfermend zijt Gij voor mij, daar Gij niet een Engel zendt, maar zelf komt, om mij te versterken, te heiligen, te volmaken door uw heilig vleesch en bloed.
Toen de grijze Simeon U op zijne armen droeg, riep hij in heilige vervoering uit: Laat nu, Heer, uw dienaar in vrede gaan, mijne oogen hebben uw heil aanschouwd. Wat zou die vrome grijsaard wel gezegd hebben, als hij die gunst had ontvangen, die Gij mij dezen morgen bereidt? O, laat mijn hart zich dan verruimen, mijne ziel branden van verlangen, dorsten naar uwe komst. Kom, lieve Jesus, vereenig U met mij, opdat ik in eeuwigheid de ontferming prijze van uw goddelijk Hart.
OEFENING VAN LIEFDE.
Gij toont mij, lieve Jesus, uw minnend Hart en vraagt: bemint gij Mij? Heer! als ik de onmetelijke liefde van uw goddelijk Hart beschouw, durf ik U niet antwoorden, want mijne liefde is nog zoo gering, zoo koud. Maar toch, ik verlang U te beminnen ; ik bid ü door den liefdegloed van uw goddelijk Hart, ontsteek in mij het vuur uwer
177
goddelijke liefde. Geef, goede Jesus, dat ik voortaan in U alleen mij verheuge, dat ik in niets anders roeme, dan in de glorie, de majesteit, de volmaaktheid en ontferming van mijnen God. Dat niets mijne ziel meer boeie, niets mij srnake buiten ü. Dat ik niets begeere, dan U te behagen, met. blijdschap al mijne lotgevallen in uwe handen stelle en nauwgezet mijne plichten vervulle. Dat ik geen ander verlangen koestere, dan in uwe liefde te arbeiden en te lijden, te leven en te sterven. O, Jesus! Gij zijt de God mijns harten, mijne liefde in eeuwigheid !
OEFENING VAN BEROUW.
In ootmoed voor ü neergeknield belijd ik, lieve Jesus, andermaal mijne zonden en misstappen. Wel hoop ik door de liefde van uw goddelijk Hart er reeds in het H. Sacrament der Biecht de vergiffenis van bekomen te hebben. Maar nu ik U, God van heiligheid, zal gaan ontvangen, moet ik opnieuw mijne zonden betreuren, die tallooze fouten en gebreken, waardoor ik uw liefdevol Hart zoo vaak, zoo bitter bedroefd heb. Ja, ik verfoei mijne boosheid en smeek U, wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheden en zuiver mij van mijne zonden. Ach! konde ik tot ü naderen in dat kleed der onschuld, dat Gij
8*
178
mij in liet H. Doopsel geschonken hebt. Helaas ! ik kan het bedrevene niet ongedaan maken ; maar Gij, Heer, kunt mij volkomen zuiveren, neem alles weg, wat in mij aan uw goddelijk Hart mishaagt; door uwe genade gesterkt zal ik een geheel ander leven gaan leiden. Ik ken mij zei ven nog niet, maar zeg mij, lieve Jesus, waarin ik te kort schoot; mijn hart is bereid, om voortaan alles te doen, wat ü behaagt Neen, niet meer zondigen, geen zonde meer, lieve Jesus! neen, geen zonde meer!
OEFENING VAN VERLANGEN.
Kom dan, dierbare Verlosser, kom. Welbeminde mijner ziel, kom, neem bezit van mijn hart. Ontsteek dat hart door het vuur uwer goddelijke liefde. Mijn hart verlangt naar U, het brandt van verlangen naar uwe komst; met ü vereenigd, door den gloed van uw goddelijk Hart ontstoken, zal het voortaan voor U slechts kloppen, niets wenschen, niets verlangen, niets beminnen op aarde buiten ü. O, kom dan, lieve Jesus, kom dan en toef niet langer. Amen.
Als de Priester de H. Hostie toont, zeggende, zie liet Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, vestig dan de oogen uwer ziel op het goddelijk Hart, quot;betuig nogmaals uwe onwaardigheid, en ga dan tot Jesus met een onbeperkt vertrouwen en een brandend verlangen.
179
GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.
OEFENING VAN AANBIDDING.
Wat zal ik zeggen tot U, lieve Jesus, die thans in mijn binnenste woont ? Hoe zal ik, arm schepsel, U mijne hulde bieden? Allerzaligste Maagd Maria, alle Engelen en Heiligen ! ziet wat groote dingen de Heer aan mij heeft gedaan ; vereenigt U met mij om de ontferming van mijn Jesus te prijzen en zijne oneindige Majesteit te verheerlijken.
O Jesus ! Gij zijt mijn God ; met blijdschap erken ik uwe heerschappij over al het geschapene, mijne algeheele afhankelijkheid. Met innige onderwerping zal ik steeds naar uw woord luisteren en mij verheugen, dat ik mijn verstand aan uwe uitspraak mag onderwerpen; spreek. Heer, uw dienaar luistert naar elk woord, dat van uwe goddelijke lippen vloeit. Ik erken al de macht, die Gij over mij hebt, en ik zal uw gezag eerbiedigen, zoo dikwijls de H. Kerk, die in uwen naam onderwijst en bestuurt, tot mij zal spreken.
Op U stel ik al mijn vertrouwen. Laat de wereld op al hare ijdelheden roemen, ik zal mij verblijden in U en in de ontferming van uw goddelijk Hart. Gij zijt het licht
180
mijn ei\' ziel, de sterkte mijns harten/ de troost, in mijn lijden ; met ü ben ik rijker dan de vorsten der aarde.
ü bemin ik boven al; mocht ik steeds zoo innig met U vereenigd zijn, aan ü altijd kunnen denken, met ü zonder ophouden kunnen spreken, altijd metU en voorü alleen kunnen bezig zijn! Maar ik leef te midden van aardsche zorgen en verstrooiende bezigheden. Geef toch, dat ik daarom U niet uit het oog verlieze, dat ik zoo dikwijls mogelijk aan U denke, tot U verzuchte, dat ik steeds mijn arbeid verrichte ter liefde van U en ter verheerlijking van uw goddelijk Harte.
OEFENING VAN DANKBAARHEID.
In dit plechtige oogenblik gevoel ik, lieve Jesus, op eene geheel bijzondere wijze mijne volslagene onmacht. Ik zoek of ik niets kan vinden, om U niet een dankbaar hart aan te bieden ; maar ik zoek te vergeefs. Alles wat ik ben, alles wat ik heb, behoort reeds lang aan IJ. Gij hebt mij geschapen, en hebt dus mijne toestemming niet noodig, om over mij en het mijne naar welgevallen te kunnen beschikken; Gij hebt mij daarenboven vrijgekocht ; ik behoor ü dus geheel en al toe. En welk nut is er ook voor U in mijne dienst en in mijne dankbare liefde gelegen ? Ik kan uwe glorieniet vermeerderen, noch uw geluk
181
vergrooten ; Gij zijt mijn God en hebt mijne gaven niet noodig.
Maar ook hier ondervind ik weder de goedheid van uw goddelijk Hart. Ofschoon Gij geen behoefte aan mij hebt, wilt Gij mij toch de verdiensten en de vreugde dei-dankbaarheid schenken. Waar ik niets kan vinden, geeft Gij mij uwe goederen, opdat ik ze terug geve met een dankbaar hart. Ofschoon Gij mij niet noodig hebt, vraagt Gij toch, alsof Gij mij noodig hadt, en zegt: mijn kind, geef Mij uw hart.
Lieve Jesus ! gaarne en • met vreugde schenk ik het U, het is mijn vurigste wensch, dat het alleen voor U moge kloppen en dat het U nooit ontrouw worde. Gij kent al de zwakheid en onbestendigheid van dit hart, bevestig het in uwe liefde, herinner mij dagelijks aan de ontferming van uw goddelijk Hart over mij, opdat ik nooit ophoude uit al de krachten mijner ziel U te danken en uwe onuitputtelijke liefde met wederliefde te vergelden.
O Maria, lieve Moeder ! Engelen en Hei-\' ligen des Hemels ! vereenigt U met mij, om den Heer te danken, want zijne liefde kent geen grenzen, zijne barmhartigheid is zonder maat.
182
HERNIEUWING DEK GOEDE VOOaLNEMENS.
Schaamte overdekt mij, als ik er aan denk, hoe dikwerf ik reeds snijnegoede voornemens hernieuwd heb, en ze, helaas, even dikwerf weêr heb verbroken. Nogtans vertrouwende op de goedheid van uw goddelijk Hart waag ik het opnieuw, om mijne voornemens aan uwe voeten neêr te leggen. Heer ! mocht Gij vooruit zien, dat ik ü ooit grootelijks zou vergrammen, neem mij liever uit deze wereld weg. Is het voor mij noodig, dat tegenspoeden, lijden, armoede, ziekte en verlatenheid mij treffen, laat ze, Heer, over mij komen, zend ze mij toe in uwe oneindige barmhartigheid; maar laat nooit toe, dat ik van U gescheiden worde.
Ik stel mij geheel in uwe handen ; alles wat mij overkomt zal ik beschouwen als een geschenk uwer ontfermende liefde. Door uwe genade geholpen, zal ik met ijver waken en bidden. Dikwijls hebt Gij mij gewezen op mijne gebreken ; ik zal ze bestrijden. Inzonderheid neem ik mij vastelijk voor, lieve Jesus, om mijn hoofdgebrek te bestrijden, om deze bepaalde zonde . . . niet meer te bedrijven. lederen morgen zal ik dit voornemen hernieuwen en iederen avond zal ik onderzoeken of ik daaraan ben getrouw gebleven.
183
Zegen, lieve Jesus, door de goedheid van uw allerheiligst Hart, deze heilige voornemens, versterk ze door uwe goddelijke genade, geef dat ik daaraan getrouw blijve alle dagen tot aan het einde van mijn leven.
SMEEKGEBED.
Maar de liefde vordert, dat ik ook bidde voor anderen. Wie zou dat kunnen vergeten in deze kostbare oogenblikken ? Zegen daarom, lieve Jesus, mijne dierbare ouders, zegen hen voor al het goede mij bewezen, beloon hen met de eeuwige zaligheid ; zegen mijne broeders en zusters, mijne naastbestaanden, vrienden en weldoeners; zegen allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, allen, aan wie ik beloofd heb en voor wie ik verplicht ben te bidden.
Bewaar de onschuldigen, bevestig en versterk de rechtvaardigen, bekeer de ongel oo-vigen, dwalenden en zondaren.
Ontferm ü over de zielen in het vagevuur, inzonderheid smeek ik TJ voor de meest verlatene en voor N. N.
Zegen onzen H. Vader den Paus, ondersteun hem in den zwaren strijd, dien hij in onze dagen van ongeloof tegen de vijanden der H. Kerk te voeren heeft, en voer hem met de hem toevertrouwde kudde tot de
184
eeuwige zaligheid. Zegen den Opperherder van dit bisdom en alle zielenherders, opdat zij met ijver arbeiden aan de zaligheid dei-zielen. Zegen, lieve Jesus, de gansche heilige Kerk, neem de dwalingen, ergernissen en scheuringen weg, verbreid haar meer en meer over de gansche aarde, en verhaast door de liefde van uw goddelijk Hart het oogenblik, waarop zij over al hare vijanden zal zegevieren, bloeien en rijke vruchten dragen in alle deelen der aarde.
Bitl vervolgens do Litanie van liet allerheiligst Hart van Jesus en do gebeden om den aflaat te verdienen.
Als men de H. Misse niet kan bijwonen.
OVERWEGINGEN EN GEBEDEN VÓÓR DE H. COMMUNIE.
EERSTE OVERWEGING EN GEBED. — Wie
zijt Gij, mijn Heiland Jesus Christus, dien ik heden in de H. Communie zal mogen ontvangen ? O mijn God I Gij zijt de eeuwige, de eeniggeboren Zoon des Vaders, de afglans zijner heerlijkheid en zijn zelfstandig evenbeeld. Gij zijt almachtig, eeuwig, heilig, oneindig goed en rechtvaardig, als de Vader. Ofschoon Hemel en aarde U niet bevatten kunnen, was het nogtans voor uwe liefde niet genoeg onze menschelijke natuur aan te nemen, om het werk onzer verlossing te kunnen volbrengen ; maar Gij wildet U zeiven nog veel dieper vernederen, door middel van dit allerheiligst Sacrament in ons hart uw intrek nemen en daar uwe woonstede oprichten. Het was niet genoeg voor uwe liefde, drie en dertig jaren op aarde te verblijven, om voor ons te lijden en te sterven, maar Gij wildet nog den troon uwer genade zichtbaar op onze Altaren opslaan, om voortdurend onder ons te wonen,
186
opdat wij ton allen tijde daarheen onze toe vlucht nemen, daar hulp en troost, raad i
en bijstand zouden vinden.....
O eeuwig Woord des Vaders! Wat heeft (J bewogen, om uwe oneindige glorie te verlaten , om onder de nederige gedaante van brood op onze altaren af te dalen ? Wat heeft U, Koning van glorie, die hoog boven alle Hemelen in oneindige Majesteit zetelt, wat heeft U bewogen, om ook op aarde op een zoo nederigen troon in het Tabernakel uwe woonstede te vestigen ? Wat drijft U aan, mij nietige aardworm te bezoeken en de spijzemij-ner ziel te willen zijn? O, uwe liefde, uwe on- . eindige liefde heeft IJ tot die diepe zelfvernedering gebracht. Zoo diep wilt Gij U vernederen, om mij tot U te kunnen opheffen. Door zóó groots liefde wilt Gij mij bewegen, om U mijne wederliefde te toonen. O, mocht ik U kunnen beminnen, zooals Gij mij bemint! Mocht ik U kunnen eeren en verheerlijken, zooals Gij het verdient 1 Mocht ik U zoo waardig kunnen ontvangen, als uwe oneindige heiligheid en grootheid zulks zou vorderen! Maar helaas! hoe bezoedeld, boe ellendig, ja, afschuwelijk is nog mijn hart, waarin Gij uw intrek wilt nemen! Ach goedertieren, genaderijke Verlosser! wil zelf mijn arm hart waardig voorbereiden opdat het ü welbeha-gelijk worde. Zie, ik betreur mijne zonden, zij
1
187
zjjn mij van ganscher harte leed, ik wensch ze met de vurigste liefdetranen uit te wisschen en U nimmermeer te bedroeven. O, mijn hart verlangt naar U. Tot U moet ik naderen, U moet ik ontvangen, zoo ik waarachtig leven en hulp vinden wil in mijnen nood. O, gewaar-digU dan, liefste Jesus! door een enkel woord mijne ziel te zuiveren en mijn hart te bereiden volgens uw goddelijk welbehagen. Amen.
TWEEDE OVERWEGING EN GEBED. - O mijn
Jesus ! minnaar en vriend der zuivere zielen, hebt Gij negen maanden lang onder het hart van Maria gerust en have ziel met de heer lijkste genadegaven versierd,— hebt Gij bij de komst uwer Moeder in het huis van Zacha-rias, den H. Joannes den Dooper geheiligd en moeder en kind met den H. Geest vervuld, zult Gij dan, daar uwe macht en goedheid nog altijd dezelfde is, bij uwe komst in mijn hart, ook mijne ziel niet met de grootste genadegaven verrijken ? En toen Gij later als hulpeloos kindje in de kribbe laagt en door herders en wijzen aanbeden werdt, hoe rijk hebt Gij toen die dienst van godsvrucht beloond, en zult Gij dan ook mij, zoo ik TJ met een levendig geloof in dit H. Sacrament aanbid, uwe rijke gaven niet schenken ? In uw openbaar leven hebt Gij weldoende Judea\'s velden doorwandeld en in steden en dorpen
188
aan allen wel gedaan, de zieken genezen en dooden zelfs ten leven opgewekt, en zoudt Gij mij dan in mijne diepe ellende laten versmachten, mijne ziel niet genezen, niet opwekken tot het leven der liefde en genade ? Zijt Gij, om mij te verlossen, gevangen genomen, gebonden, gegeeseld, met doornen gekroond, bespot en aan het kruis genageld ; hebt gij aan het kruis voor uwe vijanden gebeden, den moordenaar vergiffenis geschonken en hem met ongehoorde goedgunstigheid het Paradijs beloofd ; zult Gij dan, wanneer Gij mij komt bezoeken ook mij mijne zonden niet vergeven, ook mij nietmetgunstenoverladen en aan de verdiensten van uw lijden en sterven deelachtig maken ? En hier in dit H. Sacrament zijt Gij nog altijd dezelfde, die Gij op aarde waart, dezelfde, die aan het kruis de hel overwonnen hebt, die glorievol van den dood opstondt, ten hemel voert en daar aan de rechterhand des Vaders troont, van waar Gij eens zult wederkomen, om levenden en dooden te oordeelen. Dezelfde bediening als Hoogepriester aan het kruis, als verzoener van onze zonden, als middelaar bij den hemel-schen Vader, als rechter over de gansche wereld blijft U ook in het allerheiligste Sacrament bij. En Gij verlangt van ons, lieve Jesus ! dat wij met hetzelfde geloof en met hetzelfde vertrouwen tot U zullen naderen.
109
als wanneer wij U met onze eigene oogen zagen, U, o verborgen God, onder de gedaante van brood schuilende ! . ..
Ja, mijn Jesus ! ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Neen, niets ter wereld zal mij ooit in dit heilig geloof doen wankelen, terwijl ik kinderlijk vertrouw van ü al die genade te verkrijgen, welke ik bij zoo heilige handeling dringend noodigbeb. Ik aanbid, ik loof en prijs ü als mijn Heer en God, en val in den geest met de H. Mag-dalena voor uwe voeten neder, om U ontferming en vergiffenis voor al mijne zonden af te smeken. Met die zieke vrouw i-aak ik den boord van uw kleed aan, opdat Gij mijne ziele moogt genezen ; met den H. Thomas leg ik mijne hand in uwe heilige wonden, opdat Gij mijn verstand moogt verlichten, mijn geloof versterken, mijne liefde ontvlammen, op dat ik uit het diepste mijns harten U kunne toeroepen : mijn heer en mijn god ! Amen.
nERDB OVERWEGING EN GEBED. — Met hoe-veel liefde en verlangen zijt Gij, mijn Jesus ! niet opgetrokken naar de zaal van het laatste Avondmaal te Jerusalem, om daarhetpaasch-lam met uwe leerlingen te eten en vervolgens het allerheiligste Sacrament des Altaars in te stellen! Hoe ernstig, plechtig en lief-
190
devol zeidet Gij toen aan uwe Apostelen : vurig heb Ik verlangd, dit paaschlam met u te eten, voor dat Ik lij de. O ! met datzelfde verlangen, met diezelfde liefde, wilt Gij nog heden dien goddelijken maaltijd met mij houden, zelf nog het paaschlam zijn, waarvan ik mag eten. — Maar hoe groot was niet uw ootmoed, o mijn Jesus! toen Gij, alvorens dit geheim van liefde in te stellen, in onbegrijpelijke zelfvernedering voor uwe Apostelen nederknieldet, om hun de voeten te wasschen, hen te reinigen en te zuiveren. Die zuiverheid des harten, die reinheid der ziele vordert Gij ook van ons, lieve Jesus ! om aan dien goddelijken disch te mogen aanzitten ; maar ook ons wilt Gij reinigen, onze zielen van alle zondesmetten afwasschen, wanneer wij maar in ootmoed en met waarachtig berouw U om vergiffenis bidden van onze zonden, en ze van ganscher harte betreuren.
Eindelijk naderde danditheiligoogenblik. Met heiligen en plechtigen ernst naamt Gij het brood in uwe heilige en eerbiedwaardige handen, en uw hemelschen Vader dankende zaagt Gij op ten Hemel, en nadat Gij het gezegend en gebroken hadt, gaaft Gij hetaan uwe leerlingen, zeggende : Neemt en eet, dit is mijn lichaam. Insgelijks naamt Gij den kelk, en dank zeggende zegendet Gij hem en
191
gaafthem over aan uwe leerlingen zeggende Neemt en drinkt allen daaruit, want dit is mijn hloed. Evenzoo, lieve Jesus ! wilt gij heden onder de gedaante van brood waarlijk tot mij komen, indringen in mijne ziel en daar met mij het heilig liefdemaal vieren. Geef toch, goede God, dat ik met den diepsten ootmoed, met een brandend verlangen, met vurige liefde tot U nadere. Hoe is \'t toch mogelijk,mijn God, dat Gij verlangen kunt eene zoo innige vereeniging aan te gaan met eene ziel zoo arm, zoo ellendig als de mijne. Weet Gij dan niet, alwetend God 1 dat ik zoo vol ben van onreinheden en zonden ? En toch hebt Gij mij geleerd, hoe zuiver en rein ik wezen moet om U te ontvangen, toen Gij zelf de voeten uwer leerlingen gewasschen hebt! Ach ! ik sidder en beef, om tot ü te naderen, als ik aan uwe ontzachlijke Majesteit en aan mijne ellende en zonde denk. Maar juist de liefde, waarmede Gi] uwen leerlingen de voeten gewasschen hebt, wekt in mij bet vertrouwen op, dat Gij ook mijne ziel van al hare zondevlekken zult zuiveren, heiligen en versieren. Met waarachtige vermorzeling des harten werp ik mij voor uwe voeten nedei-, en bid U, Heer ! ook tot mij die troostvolle woorden te willen spreken : Ik wil, tvord gereinigd; ja Heer, spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Maar wanneer Gij, mijn Jesus, vurig verlangt dit goddelijk Liefdemaal met mij te houden, met welk innig en vurig verlangen, met welke brandende begeerte moet dan mijne ziel niet vervuld zijn, om zich met ü te vereenigen! Als een dorstige naar de frissche waterbron, als een hongerige naar eene welvoorziene tafel, zoo moet ik haken naar U, mijn Heer en mijn God ! Zie, met dat heilig, dat brandend verlangen van zoovele vrome en rechtvaardige zielen wenschte ook ik heden tot uwe H. Tafel te naderen, verlangt thans mijne ziel naar ü, o mijn God. de bron der levende wateren. — Met de hartelijkste liefde gaaft Gij u zeiven in het H. Avondmaal uwen leerlingen tot spijs; met de hartelijkste liefde wilt Gij ü ook heden op de innigste wijze met mij vereenigen, hetgeestelijk voedsel worden mijner ziel. Ach, mijn Jesus ! hoe kan mijn hart dan nog zoo koud, zoo onverschillig, zoo gevoelloos zijn voor uwe onbegrijpelijke liefde ? Ach, mijn Jesus ! ontsteek Gij dan mijn hart door het vuur uwer goddelijke liefde, en geef, dat ik met dat liefdevuur, waarmede zoovele Heiligen U in de K. Communie hebben ontvangen, ook heden tot ü moge naderen, O ! kom dan, lieve Jesus ! en toef niet langer ; kom neem bezit van mijn hart; \'t behoort aan ü, het zal voor U slechts kloppen ; kom en vereenig U met
193
mij op de innigste wijze; kom, mijn hoogste Goed, mijn God en mijn Al! Amen.
VERZUCHTINGEN -VÓÓR DB H. COMMUNIE.
Van den H. Franciscus van Sales.
0 mijn Jesus! mijne liefde, mijne wai-e en volmaakte liefde! wat onbegrijpelijke goedheid, dat Gij tot mij ellendige wilt komen! 0 ! kom dan, ja, kom, verlangen mijns harten, mijne ziel verzucht naar ü. — Ik draag ü, mijn God, deze H. Communie op, om te voldoen aan uw verlangen, om tot mij te komen en mij met ü te vereenigen, met U, mijn God en mijn Al. — O wonder! om mijnentwille wil een God uit den Hemel dalen en zijne Majesteit onder den nietigen sluier van brood en wijn verbergen. Hoe waar is \'t, dat Gij, mijn Jesus! de uwen bemind, ja, tot het einde toe bemind hebt door de instelling van dit goddelijk Sacrament!
O mijn God! Gij zijt de goedheid, de liefde zelve; hoe is \'t dus mogelijk, dat ik iets anders zou kunnen beminnen, dan U? Ach, Heer! trek mij meer en meer tot U, verberg mij in het diepste uws harten. Aan uwe liefde, aan uwe goedheid geef ik de voorkeur boven alles, wat er in de wereld is. Gij zijt het eenig voorwerp mijner liefde en van al mijne
194
verlangens. Ik wil alles verlaten, om U te beminnen. Geef mij uwe genade om dit ten uitvoer te brengen, want zonder U kan ik niets.
Ach, mijn Geliefde! daar Gij wilt, dat ik U nimmermeer verlieze, bewaar mij dan voor U en trek mij door uwe genade sterk tot ü. Ik ben niets, ik kan niets, uit mijzelven ben ik tot niets in staat; maar laat mijintusscben niet ondankbaar zijn voor zoovele genaden, die Gij mij reeds hebt gelieven te bewijzen. Ik bied mij aan, om ter liefde van U geheel beroofd te zijn van alle soort van gevoelige vertroostingen, en alle kwellingen te lijden, welke het ü mocht behagen mij over te zenden. Ik ben en zal geheel de uwe zijn, en ik brand van verlangen om niet slechts uwe gaven, maar ookü zeiven af te smeeken. Ik verlang U te ontvangen, om mij meer met U te vereenigen.
O eeuwige Vader ! ik draag ü het lijden van uwen Zoon op tot mijne zaligheid en die der gansche wereld. Zie niet op mijne zonden, maar op de liefde van uw beminden Zoon jegens ons, waardoor Hij zich in dit H. Sacrament heeft tegenwoordig gesteld. Om deze liefde bid ik U, o mijn God, medelijden met mij te hebben.
Ik ben overtuigd, lieve Jesus, dat ik al-leronwaardigst ben om tot U te naderen en ü te ontvangen, zoowel wegens de menigte
196
mijner zonden als wegens de onreinheid mijns harten; daarom roep ik tot U: ach, Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt. En had ik ook al de liefde der Serafijnen, nog zou ik onwaardig zijn ora U te ontvangen; daarom herhaal ik het: Heer! ik ] ben niet waardig. Maar kom juist daarom. God van liefde, beminnelijke God, en bewerk in mijn hart datgene, wat Gij van mij verlangt! Ik ben een ellendige; maar uwe goedheid slaat geen acht op mijne ellende. I Kom in mijne ziel en reinig, heilig en versier haar met deugden; neem bezit van mijn hart en ontruk daaruitalles, watUmishaagt; neem bezit van mijn lichaam en bewaar het I voor U, en laat mij nimmer van uwe liefde meer scheiden.
O verslindend vuur! verbrand en verteer alles in mij, wat uwer goddelijke tegenwoordigheid onwaardig is en wat een beletsel zou a kunnen zijn voor uwe liefde en genade.
O Moeder van mijn Verlosser! heb medelijden met mij, armen zondaar; bid voor mij, ? opdat ik met eene volmaakte liefde uwen jj: Zoon ontvange, en één hart, ééne ziel worde naar zijn hart. Amen.
196
DANKZEGGING EN BEDE.
Na de H Communie.
Zoo mag ik dan eindelijk mijn Jesus, den Geliefde mijner ziel, mijn God en mijn Heer, aan mijn hart drukken! Zoo zijt Gij dan in mij, liefdevolle Verlosser! en woont Gij werkelijk in mijn hart!.... Vanwaar komt mij die genade, dat mijn God en mijn Heiland mij bezoekt! O mogen de Engelen en Aartsengelen, de Cherubs en Serafs ü met mij en voor mij aanbidden, loven en prijzen en danken, dat Gij U gewaardigd hebt bij een zondaar uw intrek te nemen en zijn gast te worden ! ja, mogen alle Machten des Hemels Uprijzen en hun lofgezang aanheffen: Heilig, heilig, heilig is de Heer, God der heerscharen! Met David wil ik uitroepen: Loofden Heer, mijne ziel, en al wat in mij is, loof zijn heiligen Naam! — O Maria, machtige Koningin des Hemels! help mij met de reien der maagden uwen en mijnen Jesus loven en danken. — O, gij, heilige Aartsvadersen Profeten,roemwaardige Apostelen en Martelaren! looft den Heer, die zich gewaardigd heeft mij arm schepsel, te bezoeken. O! hoe gelukkig ben ik thans; de allergrootste genade is mij heden te beurt gevallen. Gij, mijn Jesus, de Koning van onsterflijke glorie woont thans in mijn hart. O Hemelen, staat verbaasd! Hij, die de
197
hoogste van allen is, heeft zich met den geringste van allen vereenigd, de Schepper zijn arm schepsel bezocht! — Ach, mijn Heer en mijn God ! hoe gaarne zou ik ü nu alle mogelijke eer bewijzen ; maar ik ben zoo arm en ellendig. Welke hulde zal ik ü aanbieden, wat zal ik U geven ? Gij hebt alles ; Hemel en aarde is het uwe ; de engelen dienen ü, de elementen gehoorzamen U en verkondigen de heerlijkheid van iiwen Naam. Ik heb niets dan woorden, om ümijnedankbaarheid en liefde, mijne aanbidding hulde en vereering te bewijzen ; niets dan een arm hart, om dit geheel aan uwe liefde, aan uwe dienst toe te wijden. O neem dat hart, bind en keten het geheel aan U vast, opdat het nooit meer van U, het hoogste goed, verwijderd worde ; neem het aan als een oft\'er van dank voor alle genaden, die Gij mij bewezen hebt, en laat nimmer toe, dat er ooit eene andere liefde in wone dan de liefde tot U, mijn besten en zoeten Heer en Meester.
O, laat ik ü toch beir:innen, beminnen met geheel mijne ziel, beminnen boven alles! Uwe liefde is het leven der ziel; zonder liefde blijf ik in den dood. Maar die liefde, die ware, heilige liefde komt slechts van ü,diedebron van alle liefde zijt. — O, geef mij dus liefde, goede Jesus ! verwond mijn hart met de pijlen uwer liefde, zooals Gij het hart uwer
198
heilige dienares Teresia verwond hebt. Laat het verslindend vuur van uw van liefde vlammend Hart mijn hart ontsteken en het geheel in liefdegloed verteeren. Ja, lieve Jesus! ik bemin ü, ü alleen ; in deze liefde wil ik leven en sterven. — Maar nog andere genaden heb ik noodig voor mijne arme ziel. Gij zijt immers thans bij mij met al de schatten uwer genade, om mij in alles te verrijken. Gij kent mijne armoede, mijne behoefte, mijnen nood. Gij weet, hoe zwak ik ben, hoe vele goede voornemens ik reeds gemaakt, hoe vele plechtige beloften ik U dikwerf gedaan en helaas ! zoo spoedig weêr verbroken heb. Meermalen was eene kleine bekoring, eene nietige aanleiding genoeg, om mij weêr ontrouw te maken. O, almachtige God ! geef mij dus kracht en sterkte om te overwinnen ; help mij, om mijne oogen en mijne tong te beteugelen ; sta mij bij, om toch niets toe te stemmen, wat ü mishaagt. Geef mij eengoe-den wil en kracht om dien te volbrengen.
O, mocht ik U altijd bij mij hebben, lieve Jesus! wat zou mijne ziel dan nog kunnen schaden ? O blijf dus bij mij en verlaat mij niet. Help mij, om geen enkelen dag te verzuimen, uw heerlijk voorbeeld na te streven. Leer mij zachtmoedig en ootmoedig van harte zijn. Sta mij bij, om in alles te gehoorzamen, om de engelachtige deugd van zuiver-
199
heid nooit in \'t geringste te kwetsen. Stort in mijn hart eene werkdadige liefde tot den evenmensch en bestier al mijne gedachten, woorden en werken zoodanig, dat zij slechts tot uwe eer en tot mijne zaligheid verstrekken. Amen.
LIEFDEZUCHTEN NA DE H. COMMUNIE.
VAN DEN 11. FBANCISCUS VAN SALES.
0 overmaat van liefdel Allerheiligste Hostie ! ik aanbid U in mijn binnenste. Mijn Jesus 1 één hart is te weinig, om U te beminnen, ééne tong niet voldoende, om uwe goedheid te loven. Wat ben ik, o mijn Verlosser ! ü niet verschuldigd, dat Gij mij, arm schepsel, hebt willen bezoeken? Tot dankbaarheid voor eene zoo groote weldaad, oftér ik mij geheel aan U op.
Neen, ik leef voortaan niet voor mij zeiven ; Jesus alleen zal in mij leven. Hij is de mijne, ik ben de zijne in eeuwigheid. — O liefde, liefde, neen, geene zonden meer ! Nimmer zal ik de goedheid en barmhartigheid van Jesus, mijn Verlosser en mijn gast, vergeten. Ja, mijn God! ik geloof zonder eeni-gen twijfel, dat Gij met ziel en lichaam in mijn binnenste zijt. Met godheid en mensch-heid zijt Gij op dit oogenblik in mij en met mij op \'t innigste vereenigd.
200
Mijn zoete Zaligmaker! m et een verteederd go hart zeg ik ü dank voor deze groote weldaad. be Wees daarvoor duizendmaal gezegend ; geef, lie mijn God, dat ik U dankbaar zij zooveel k( Gij het verdient, ten minste zooveel ik ver- g( mag. Mogen uwe allerheiligste Moeder en m alle Engelen en Heiligen des Hemels U li voor mij danken, loven en prijzen! Al den (? lof en dank, welke ü ooit door alle schepselen bewezen zijn of nog bewezen zullen n worden, draag ik ü voor mij op. r
O mijn God ! Gij komt om U met mij te l vereenigen, om de verdiensten van uw lijden c overvloedig op mij toe te passen en mij te i lt; heiligen. Bewerk dus in mij al hetgeen waar- i i om Gij komt! Alwijze, almachtige God! laat de vrucht van uwe komst voor mij niet verloren zijn. Vereenig U met mij en mij met U door eene onafscheidelijke vereeniging en eene volmaakte liefde, en maak dat ik een geheel goddelijk leven leide.
O mijn Jesus 1 Gij weet wat mij ontbreekt; Gij kent mijne zwakheid; Gij weet, dat ik zonder ü tot niets in staat ben. Heb dan medelijden met mij; geef mij nederigheid, zuiverheid des harten, liefdeen overeenstemming met uw heiligen wil, sterkte tegen de kwade gewoonte, vergiffenis mijner zonden en de genade om er niet meer te bedrijven ;
geef mij eene volledige verachting van alle
201
goederen dezer wereld, opdat ik niets anders beminne dan U. Geef mij geduld, om uit liefde tot U alles te lijden, wat mij zal overkomen Ik hoop alles van uwe goddelijke goedheid en liefde. O allerheiligste Maagd, mijne lieve Moeder! bid uwen Zoon, om de liefde, die Hij u toedraagt, dat Hij mij datgene geve, waarom ik Hem vraag.
O mijn God, mijn oenig goed! ik verheug mij over uwe oneindige volmaaktheden, meer dan dat ze de mijne waren; en ik verheug mij, dat niets ter wereld ze U kan ontnemen of verminderen. Kom dan op dit gelukkig uur, lieve Jesus, die altijd volmaakt en oneindig zijt; mijne liefde en mijn God, kom, om mij geheel de uwe te maken.
O God mijner ziel, die boven alle schepselen verdient bemind te worden ; ik verklaar, dat Gij het eenig voorwerp van mijne verlangens, van al mijne neigingen zijt, dat ik aan ü de voorkeur geef boven alle goederen dezer wereld en boven mij zeiven. Ik wil ü getrouw zijn en nimmermeer van ü gescheiden worden.
Ik verlaat mij geheel op U, ik berust geheel in uw goddelijk welbehagen, door met allen eerbied en liefde al wat Gij over mij zult willen besluiten volgaarne te omhelzen. En ik bid U, dat alles vervuld worde, wat Gij in tijd en eeuwigheid over mij beschikt
9*
202
hebt; maar ik hoop eenmaal uw goddelijk aanschijn en uwe oneindige schoonheid te aanschouwen. 0 God ! trek mij tot ü, opdat ik ü beminne, opdat ik brande van liefde tot U, welke liefde ik wenseh, dat mij geheel moge verteeren. Verberg mij geheel in U, opdat de schepselen mij voortaan niet meer vinden kunnen.
O eeuwige Vader! vervul uit liefde tot uwen Zoon mijn geheugen met heilige gedachten, die het noodzaken, om steeds aan U en aan uwen Zoon te denken. Maak, dat ik altijd wete en doe, wat Gij van mij verlangt. En Gij, Heilige Geest! vervul mijn wil met heilige begeerten en neigingen, en laat die vruchten van genade en liefde voortbrengen.
Mijn God en mijn Al! ik wil niets meer zoeken buiten U, omdat ik alles in ü kan vinden. O beminnelijkste Vader! maak dat ik de grootste zorg hebbe voor uwe heilige dienst, zooals Gij die hebt voor mijne volmaaktheid. Ik wenschte,dat al mijne gedachten zich daarheen richtten, om verschillende wijzen uit te denken, om ü te behagen, en mij zeiven voor zonde te bewaren, opdat ik U toch nooit meer bedroeve.
O vleesch geworden Woord! maak, dat ik U beminne en niets anders beminne dan U. Verwijder van mij alle gelegenheden, die mij van uwe liefde zouden kunnen scheiden.
203
Neem mijn hart geheel in bezit, dat Gij door uw bloed hebt vrijgekocht; zie neer op mijne behoeften, verlicht en ontvlam mij en maak mij geheel bereid, om in alles uw heiligen wil te volbrengen.
Almachtige Jesus! neem alles van mij weg, wat in niij een beletsel zou kunnen zijn, om uwe almacht en goedheid in mij te doen werken. Ik wijd U geheel mijne vrijheid toe. Heb medelijden met mij wegens hetmisbruik, dat ik er van gemaakt heb, en genees mij van alle onzuiverheden en ongetrouwheden, en vervul mij weder met uwe genade en wijsheid. Ik verlaat mij geheel op U, o mijn Jesus ! ik wil geheel de uwe zijn ; ik wil met ijver arbeiden ter uwer verheerlijking en met geduld alle kwellingen lijden ; geef dat ik mij alleen bezig boude met datgene, wat U tot genoegen kan verstrekken.
Mijn God! geef dat ik U zien moge door een levendig geloof, om U te leeren kennen en beminnen ; dat ik uw wil zie en erkenne, om dien ten uitvoer te brengen ; dat ik mij zeiven zie, om te erkennen, hoe mismaakt ik ben, om een afschuw van mij zeiven te krijgen en mij diep te vernederen, en dat ik eindelijk in de eeuwigheid uw heerlijk aanschijn moge aanschouwen. — Heer ! ik heb, als de verloren zoon, mijn goed verkwist, maar uwe barmhartigheid heb ik gelukkig
202
hebt; maar ik hoop eenmaal uw goddelijk aanschijn en uwe oneindige schoonheid te aanschouwen. O God! trek mij tot U, opdat ik U beminne, opdat ik brands van liefde tot U, welke liefde ik wensch, dat mij geheel moge verteeren. Verberg mij geheel in U, opdat de schepselen mij voortaan niet meer vinden kunnen.
O eeuwige Vader ! vervul uit liefde tot uwen Zoon mijn geheugen met heilige gedachten, die het noodzaken, om steeds aan U en aan uwen Zoon te denken. Maak, dat ik altijd wete en doe, wat Gij van mij verlangt. En Gij, Heilige Geest! vervul mijn wil met heilige begeerten en neigingen, en iaat die vruchten van genade en liefde voortbrengen.
Mijn God en mijn Al! ik wil niets meer zoeken buiten U, omdat ik alles in U kan vinden. O beminnelijkste Vader ! maak dat ik de grootste zorg hebbe voor uwe heilige dienst, zooals Gij die hebt voor mijne volmaaktheid. Ik wenschte,dat al mijne gedachten zich daarheen richtten, om verschillende wijzen uit te denken, om ü te behagen, en mij zeiven voor zonde te bewaren, opdat ik ü toch nooit meer bedroeve.
O vleesch geworden Woord ! maak, dat ik U beminne en niets anders beminne dan U. Verwijder van mij alle gelegenheden, die mij van uwe liefde zouden kunnen scheiden.
203
Neem mijn hart geheel in bezit, dat Gij door uw bloed hebt vrijgekocht; zie neer op mijne behoeften, verlicht en ontvlam mij en maak mij geheel bereid, om in alles uw heiligen wil te volbrengen.
Almachtige Jesus! neem alles van mij weg, wat in mij een beletsel zou kunnen zijn, om uwe almacht en goedheid in mij te doen werken. Ik wijd U geheel mijne vrijheid toe. Heb medelijden met mij wegens hetmisbruik, dat ik er van gemaakt heb, en genees mij van alle onzuiverheden en ongetrouwheden, en vervul mij weder met uwe genade en wijsheid. Ik verlaat mij geheel op U, o mijn Jesus ! ik wil geheel de uwe zijn ; ik wil met ijver arbeiden ter uwer verheerlijking en met geduld alle kwellingen lijden ; geef dat ik mij alleen bezig houde met datgene, wat ü tot genoegen kan verstrekken.
Mijn God! geef dat ik ü zien moge door een levendig geloof, om U te leeren kennen en beminnen ; dat ik uw wil zie en erkenne, om dien ten uitvoer te brengen ; dat ik mij zeiven zie, om te erkennen, hoe mismaakt ik ben, om een afschuw van mij zeiven te krijgen en mij diep te vernederen, en dat ik eindelijk in de eeuwigheid uw heerlijk aanschijn moge aanschouwen. — Heer ! ik heb, als de verloren zoon, mijn goed verkwist, maar uwe barmhartigheid heb ik gelukkig
204
niet kunnen verspillen. Vergiffenis dus en genade, o mijn god! en geef, dat ik voortaan uw wil tot eenig richtsnoer van mijn leven neme, en niet mijne zinnen of bet menschelijk opzicht. Schrijf in mijn hart de wet uwer liefde, opdat ik daarvan nimmermeer afwijke.
Neen, Heer! geef mij nooit over aan de macht mijner vijanden, aan de kracht mijner ondeugden; vergeet niet, dat ik het werk uwer handen ben ; laat niet toe, dat ik de prooi der duivelen worde. Ik ben een zondaar, ja,maar ik ben door uw goddelijk bloed vrijgekocht. Eeuwige Vader ! beschouw het lijden van uwen Zoon, wiens verdiensten voor mij om genade en barmhartigheid roepen.
Die verdiensten offer ik U op, en uit kracht daarvan bid ik U, onthecht mij aan al het aardsche, ontsteek in mij het vuur uwer goddelijke liefde, geef dat ik leve en sterve in volledige overgeving aan uw god-delijken wil met een levendig geloof, eene vaste hoop en eène volmaakte liefde.
O mijn Jesus! geef, door de eeuwige liefde, die Gij mij steeds hebt toegedragen, dat ik U voortdurend en hartelijk beminne al den tijd, die mij op aarde nog te leven overblijft, opdat ik D eens eeuwig kunne beminnen in den Hemel. O God van liefde! maak dat ik alleen voor ü leve. Wanneer zal ik toch eens geheel aan ü toebehooren, zooals Gij
205
geheel de mijne zijt? Wanneer zal ik mij zeiven eens geheel afsterven, om geheel voor uwe liefde te leven ? Ik kan mij niet geheel aan U geven, zooals ik het zou moeten doen ; neem mij daarom zelf, o mijn God, en maak dat ik geheel de uwe zij.
Mijn God ! ik wil het gezicht niet gebruiken, dan om U en uwe heerlijke werken te aanschouwen en te bewonderen ; mijne tong niet, dan om van ü te spreken, ü te loven en te prijzen ; mijn hart niet, dan om U te beminnen ; mijn lichaam niet, dan om het U ten offer op te dragen ; mijn leven niet, dan om het ü toe te wijden. O God van liefde ! geef mij uwe liefde. Oneindige almacht! kom mijne zwakheid te hulp. Eeuwige wijsheid! verlicht de duisternis van mijnen geest. Onmetelijke goedheid, vergeef mij mijne boosheid. O altijd oude, en immer nieuwe schoonheid 1 te laat beb ik U gekend, te laat heb ik ü bemind. Doe nu met mij wat ü behaagt, ik wil niets anders dan wat Gij wilt.
O heilige Maagd en teedere Moeder! ik verheug mij met u, dat gij genade gevonden hebt bij God, dat gij het hart van uwen God gewonnen hebt; o, vereenig mij geheel met uwen Zoon, bid Hem voor mij en maak, dat Hij mij de genade geve, om datgene te volbrengen, wat Hij mij zal gelieven in te geven. Leer mij die deugden beoefenen, welke gijop
206
aiirde zoo heerlijk beoefend hebt; onthecht mij door uwe krachtige voorbede aan alles buiten God, opdat ik met al de krachten mijner ziel Hem aanhange, Hem diene, Hem liefhebbe in tijd en eeuwigheid. Amen.
TOEWIJDING AAN MABIA.
O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, mijne lieve Moeder en groote Koningin ! Zie hier voor uw troon een ondankbaar kind, dat gij altijd hebt liefgehad, ofschoon ik het niet verdiende, daar ik uw lieven Zoon menigmaal door vele en zware zonden beleedigd heb. Maar gij hebt voor mij gebeden, omdat gij mij bemindet; gij hebt mij in den staat van zonde niet laten sterven, maar bij uw lieven Zoon genade, barmhartigheid en vergiffenis voor mij verworven. Ach, moeder ! zie dan met een oog van medelijden op uw arm en zwak kind neder. Ik kan u niets geven uwer waardig, maar al wat ik geven kan, dat schenk ik u van daag: geheel mij zeiven, met al mijne vermogens en krachten, met al mijne neigingen en verlangens. Ik offer u mijn lichaam, door de H. Communie geheiligd, om u in kinderlijke liefde en trouw te dienen. Ik offer u mijne oogen, opdat zij niets dan u en uw goddelijken Zoon aanschouwen. Ik offer u mijne ooren, opdat zij immer naar
207
Jesus woorden luisteren. Ik offer u mijne tong, om steeds uw zoeten naam en dien van
ÏJesus met liefde uit te spreken. Ik offer u mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik offer u mijne voeten, opdat zij immer den weg der gerechtigheid bewandelen. Ik offer u mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelven tot uwe heilige dienst; ik beloof u eeuwige liefde en trouw... En om deze mijne plechtige belofte te vervullen, geef ik u mijn hart en smeek u het in het Hart van Jesus te verbergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij van daag geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder die heilige hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uw zoeten naam, met dien van uw goddelijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom vereenigd in kinderlijke liefde aanroepen : Leve Jesus 1 leve Maria 1 leve Joseph ! — Jesus ! Maria ! Joseph ! ik geef u mijn hart en mijne ziel, in tijd en eeuwigheid. Amen.Jesus met liefde uit te spreken. Ik offer u mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik offer u mijne voeten, opdat zij immer den weg der gerechtigheid bewandelen. Ik offer u mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelven tot uwe heilige dienst; ik beloof u eeuwige liefde en trouw... En om deze mijne plechtige belofte te vervullen, geef ik u mijn hart en smeek u het in het Hart van Jesus te verbergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij van daag geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder die heilige hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uw zoeten naam, met dien van uw goddelijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom vereenigd in kinderlijke liefde aanroepen : Leve Jesus 1 leve Maria 1 leve Joseph ! — Jesus ! Maria ! Joseph ! ik geef u mijn hart en mijne ziel, in tijd en eeuwigheid. Amen.
206
aiirde zoo heerlijk beoefend hebt; onthecht mij door uwe krachtige voorbede aan alles buiten God, opdat ik met al de krachten mijner ziel Hem aanhange, Hem diene, Hem liefhebbe in tijd en eeuwigheid. Amen.
TOEWIJDING AAN MABIA.
O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, mijne lieve Moeder en groote Koningin ! Zie hier voor uw troon een ondankbaar kind, dat gij altijd hebt liefgehad, ofschoon ik het niet verdiende, daar ik uw lieven Zoon menigmaal door vele en zware zonden beleedigd heb. Maar gij hebt voor mij gebeden, omdat gij mij bemindet; gij hebt mij in den staat van zonde niet laten sterven, maar bij uw lieven Zoon genade, barmhartigheid en vergiffenis voor mij verworven. Ach, moeder ! zie dan met een oog van medelijden op uw arm en zwak kind neder. Ik kan u niets geven uwer waardig, maar al wat ik geven kan, dat schenk ik u van daag: geheel mij zeiven, met al mijne vermogens en krachten, met al mijne neigingen en verlangens. Ik offer u mijn lichaam, door de H. Communie geheiligd, om u in kinderlijke liefde en trouw te dienen. Ik offer u mijne oogen, opdat zij niets dan u en uw goddelijken Zoon aanschouwen. Ik offer u mijne ooren, opdat zij immer naar
207
Jesus woorden luisteren. Ik offer u mijne tong, om steeds uw zoeten naam en dien van
ÏJesus met liefde uit te spreken. Ik offer u mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik offer u mijne voeten, opdat zij immer den weg der gerechtigheid bewandelen. Ik offer u mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelven tot uwe heilige dienst; ik beloof u eeuwige liefde en trouw... En om deze mijne plechtige belofte te vervullen, geef ik u mijn hart en smeek u het in het Hart van Jesus te verbergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij van daag geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder die heilige hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uw zoeten naam, met dien van uw goddelijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom vereenigd in kinderlijke liefde aanroepen : Leve Jesus 1 leve Maria 1 leve Joseph ! — Jesus ! Maria ! Joseph ! ik geef u mijn hart en mijne ziel, in tijd en eeuwigheid. Amen.Jesus met liefde uit te spreken. Ik offer u mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik offer u mijne voeten, opdat zij immer den weg der gerechtigheid bewandelen. Ik offer u mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelven tot uwe heilige dienst; ik beloof u eeuwige liefde en trouw... En om deze mijne plechtige belofte te vervullen, geef ik u mijn hart en smeek u het in het Hart van Jesus te verbergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij van daag geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder die heilige hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uw zoeten naam, met dien van uw goddelijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom vereenigd in kinderlijke liefde aanroepen : Leve Jesus 1 leve Maria 1 leve Joseph ! — Jesus ! Maria ! Joseph ! ik geef u mijn hart en mijne ziel, in tijd en eeuwigheid. Amen.
210
deloos, dat Hij van vreugde uitriep : gy syt geheel schoon, mijne vriendin, en er is geene vlek in u. Maar ach 1 hoe ziet het er met mij uit ? Mij zal heden de onuitsprekelijke gunst en genade te beurt vallen, uw godde-lijken Zoon in deH. Communieteontvangen. Hij wil bij mij zijn intrek nemen en mij spijzen met zijn allerheiligst vleesch en bloed. De Allerheiligste, voor wien de Engelen niet zonder vlekken zijn, wil mij heden bezoeken, en ik, helaas 1 nog zoo onrein, zoo vol smetten en gebreken, zoo beladen met schuld, nog zoo bezoedeld !... O onbevlekte, reinste Moeder 1 mag ik het wagen tot de H. Tafel van uw goddelijken Zoon te naderen ? Om u te vereeren, liefdevolle Moeder, wenschte ik heden de H. Communie te ontvangen, om zoo goed mij slechts mogelijk is het feest uwer onbevlekte Ontvangenis te vieren, O, wanneer ik zoo zuiver, zoo vlekkeloos was als gij, dan zou ik met vreugde, zonder vreeze tot de H. Tafel naderen ; maar nu . . . wat zal ik doen ? Ik weet, wat ik doen zal; ik neem tot u, liefste en zuiverste Moeder, mijne toevlucht en bid u met al den gloed mijns harten, mijne voorspreekster te willen zijn bij uwen goddelijken Zöon. Van daag, nu Hij aan u de groote genade der onbevlekte ontvangenis bewezen heeft, nu Hij u door zijne oneindige verdiensten voor
211
de erfsmet heeft gevrijwaard, van daag weigert Jesus, uw lieve Zoon, u geene enkele bede. Niets smart mij meer, dan dat ik ooit zoo ongelukkig geweest ben, dien goeden Jesus door mijne zonden te bedroeven ; o smeek Hem dus, dat Hij mijne ziel van alle zondevlekken reinige, dat Hij alles uit mijne ziel wegneme, wat Hem mishaagt en mijn hart tot eene Hem waardige woonstede bereide. Het kost hem immers slechts één woord, en mijne ziel zal gezuiverd worden. Eén druppeltje van zijn kostbaar bloedis voldoende om aller zondesmetten af te was-schen. — Maar uw goddelijke Zoon verlangt niet slechts een zuiver hart, maar ook een hart, dat Hem innig liefheeften metschoone deugden versierd is. O Maria, Moeder der schoone liefde ! deel mij, door uwe machtige voorbede, van die liefde mede, waarvan uw heilig hart immer geheel ontstokenis. Ik verlang toch uw lieven Jesus boven alles te beminnen : o kom dus mijn verlangen te hulp en sta mij bij, om met de vurigste hartelijkheid tot de tafel des Heeren te naderen en met de teederste liefde zijn allerheiligst vleesch en bloed te nuttigen. Verkrijg voor mij die hemelsche deugden, welke mijne ziel bij de komst van haren goddelijken bruidegom moeten versieren ; bid, dat ik aan alle vruchten eener waardige H. Communie deel-
212
achtig worde en daaruit kracht en sterkte putte om heilig te leven en zalig te sterven. Amen.
2. Op het feest van Maria-zuivering.
O allerheiligste Maagd en gezegende Moeder mijns Heeren! ik zie u heden met de bereidwilligste gehoorzaamheid den tempel te Jerusalem binnentreden en daar de wet dei-zuivering in diepen ootmoed vervullen. Gij waai\'t geheel zuiver en onschuldig, geheel onbevlekt onder allen van uw geslacht, en toch vertoondet gij u in den tempel voor den priester, om eene wet, die u niet kon verplichten, te volbrengen en u voor zuiver te laten verklaren. Alleen ootmoed en gehoorzaamheid kon u hiertoe aandrijven. Ach, mijne liefdevolle Moeder ! mocht ik zoo onschuldig, zoo zuiver, maar ook zoo ootmoedig, zoo gehoorzaam zijn als gij ! Ik ben heden in den Tempel des Heeren verschenen, om uw goddelijken Zoon niet alleen te aanbidden en te vereeren, maar ook, om aan dien goddelijken maaltijd, dien Hij voor allen, welke naar Hem verlangen, bereid heeft, deel te nemen en mijne ziel met zijn vleesch en bloed te spijzen. Uw lieve Zoon zelf noodigt mij daartoe uit; maar ik weet, dat Hij slechts met de kleinen, met die waarlijk ootmoedig van harte zijn gemeenschap wil hebben. H|j
213
zelf zegt: zoo iemand klein is, dat hij tot Mij home. Maar hoezeer ontbreekt mij nog die schoone deugd van ootmoed, van kinderlijke eenvoudigheid en zelfvernedering. Nog altijd heerschen in mij hoogmoed en trotschheid, eerzucht, eigenliefde en eigenzinnigheid. Ik moest mij zeiven verachten, en veracht anderen; ik moest mij zeiven veroordeelen, en veroordeel anderen ; ik moest mij zeiven ver achter anderen stellen, en wil voor anderen worden voorgetrokken. Ach, liefste Moeder en leermeesteresse der nederigheid! leer mij toch die schoone deugd, welke aanuwgodde-lijken Zoon zoo welbehagelijk is. Toen op den dag van heden de grijze Simeon hetgoddelijk Kind uit uwe handen ontving, riep hij in geestverrukking uit, dat dit Kind een licht zou zijn tot verlichting der Heidenen Zelf noemt zich Jesus het licht der wereld, dat alle tnenschen verlicht. O bid dan, goedertieren Maagd, dat Jesus mij verlichte, mij de oogen opene en mij mijne ellende, mijne zondigheid, mijne onreinheid duidelijk moge leeren inzien. Ja, bid Hem, dat Hij een straal van zijn hemelsch licht moge afzenden in mijn hart, opdat ik de fouten, gebreken en vlekken inzie, die mij nog aankleven: dat ik daardoor mij zeiven diep leere vernederen en verachten, en in het gevoel mijner armoede en ellende tot Hem nadere, die de bron van
214
alle genade is. Gij, o vlekkelooze Maagd, hadt geene reiniging noodig, maar ik zooveel te meer. O bid dus, lieve Moeder, uw god-delijken Zoon, dat Hij ook, als weleer tot den melaatsche, tot mijne ziel zegge; Ih tvil, word gereinigd! dan zal ook mijne ziel gezuiverd worden; want uwe bede slaat Hij niet af, u hoort en verhoort Hij immer, u, goedertieren Maagd en Moeder Maria! Amen.
3. Op het feest van Maria-loodschap.
O zalige dag, waarop de hemelsche Vader u, o glorierijke Maagd ! tot Moeder van zijn eeniggeboren Zoon verheven heeft; waarop de H. Geest het onbegrijpelijk geheim der mensehwording van Gods Zoon in u heeft voltrokken ; waarop Jesus, de Zoon van den levenden God, in u het menschelijk vleesch heei\'t aangenomen! — Welke hemelsche vreugde, welke onuitsprekelijke zaligheid moet uw hart, o wondervolle Moeder! op die oogenblikken niet doorstroomd hebben, toen datgene geschiedde, wat u door den Aartsengel Gabriël werd aangekondigd, en gij van den H. Geest uw goddelijken Zoon hebt ontvangen. —Hoe groot was toch uw verlangen naaide komst des Verlossers ; hoe vurig hebt gij Hem van den Hemel afgebeden, opdat Hij het arme menschengeslacht uit de bander, dei-zonde en des verderfs zou komen bevrijden!
215
In uw diepen ootmoed dacht gij er niet aan, dat gg zelve die uitverkorene maagd zoudt wezen,uit wie de afgebeden Heiland moest geboren worden. En zie, de Heer heeft neêrge-zien op u, nederige dienstmaagd des Heeren ; zijn heilige Engel brengt u de groet des Ai-lerhoogsten en kondigt u aan, dat gij die uitverkorene, die hooggezegende maagd zijt. Maar gij ontstelt, gij acht u zelve die hooge genade niet waardig. Eerst nadat de Engel u gerust gesteld en u verzekerd heeft, dat het geheim der menschwording van Gods Zoon zonder kwetsing uwer maagdelijkheid in u zal voltrokken worden, durftgy uw mond tot toestemming openen : my geschiede naar uw ïvoord!— O Maria, hooggezegende Moeder! hoe zal ik uwen diepen ootmoed, uwe maagdelijke zedigheid en bescheidenheid, maar ook de hooge genade, die God u heeft bewezen, de hooge waardigheid, waatoe Hij u verheven heeft, naar waai\'de loven, prijzen en verheerlijken ? De Engel noemt u vol van genade; gij helt genade gevonden by God, zegt hij, en die genade vindt gij nog altijd bij Hem. O laat dan toe, dat ik uwe genadevolle voorbede voor mij afsmeeke. Zie, goede Moeder, ik wensch heden uw goddelijken Zoon, die uit u het vleesch heeft aangenomen, in mijn hart te ontvangenenmijne armeziel met zijn allerheiligst vleesch en bloed te spijzigen
216
Zonder die spijze des Hemels kan mijne ziel niet leven.Maar ik ben, helaas, dieonuitspre-kelijke genade niet waardig. Zoo gij u niet waardig achttet, de Moeder te worden van den Zoon Gods, hoe zal ik dan waardig zijn, den Allerhoogste in mijn hart te ontvangen? Met siddering en vreeze nader ik tot de H. ïalel des Heeren. Maar gij, lieve Moeder, hebt genade gevonden bij God. Verwerf mij dus door uwe machtige voorbede, dat God mij reinige, zuivere en heilige, opdat ik Hem in het Geheim zijner liefde niet geheel onwaardig ontvange. Deel mij iets mece van die schoone deugden, die gij in al hare volheid bezeten hebt, om daarmede mijne arme ziel te versieren. Deel mij iets mede van uw levendig geloof, uw kinderlijk en vast vertrouwen, uwe brandende liefde en uw vurig verlangen naar den Heiland der wereld; iets van uwen diepen ootmoed, uwe eerbiedige vreeze en innige godsvrucht, opdat uw goddelijke Zoon om uwentwille mij niet versmade, maar tot mij kome, mij met zijne overvloedige genade verrijke en mijne ziel met zijn allerheiligst vleesch en bloed spijze ten eeuwigen leven. Amen.
4. Op het feest van de ten Hemel opneming van Maria.
O roemwaardige Maagd en verhevene Ko-
217
ningin ! hoezeer moet gij u niet verheugd hebben, toen het oogenblik naderde, waarop gij voor eeuwig met uw teergeliefden Zoon zoudt vereenigd worden, om in eeuwige liefde de onuitsprekelijke zaligheid des Hemels met Hem te deelen. Hoe heerlijk, hoe zoet en lieflijk was uw dood, hoe glorievol en schitterend uw zegepralende intocht in den Hemel! O wie is in staat de heerlijkheid te beschrijven, waarmede de allerheiligste Drieëenheidu gekroond heeft, toen gij daar plaats naamtop dien troon van glorie, dien uw goddelijke Zoon voor u bereid had, en de Engelen en Heiligen u als hunne Koningin huldigden ! O, duld, dat ik heden mede instemme in den jubel der geheele H. Kerk en u mijne hulde en vereering aanbiede. Wees geloofd, geprezen en verheerlijkt, hoogverhevene Vrouwe en Koninginne des Hemels, mijne Meesteresse en Moeder ! Ik ben uw dienstknecht, (uwe dienstmaagd). Ik reken het mij tot eene groote eer, tot een groot geluk, u te mogen dienen, mij uw dienstknecht, (uwe dienstmaagd) te mogen noemen. Maar zie, ik ben arm, behoeftig en ellendig, genaderijke Vrouwe! Vandaag vooral, op het feest uwer plechtige opneming ten Hemel, voel ik dubbel mijne armoede en ellende. Zie, mij zal heden de onbegrijpelijke hooge genade te beurt vallen, uw goddelijken Zoon in de
10
218
H. Communie te ontvangen ; ik zal mij met Hem, met wien gij heden voor eeuwig ver-eenigd werdt, in het Geheim zijner liefde mogen vereenigen; maar mijne machtige Koningin en lieve Moeder! hoezeer ben ik die hooge genade nog onwaardig ; hoe durf ik het wagen, den allerhoogsten Koning van Hemel en aarde in mijn ellendig, gebrekkig en onrein hart te ontvangen ? Ach ! ik vertrouw op uwe machtige voorbede ; uw goddelijke Zoon verhoort heden zonder twijfel al uwe beden. Daarom bid ik u met een heiligen aandrang, o Koningin des Hemels, gelieve uw allerliefsten Zoon voor mij te bidden, dat Hij om uwentwille mijn hart zuivere, heilige en door het vuur zijner goddelijke liefde ontsteke, en daaruit alles wegneme, wat Hem nog mishaagt. Tot uwe eer, allerschoonste en machtige Vrouwe, wensch ik heden deze H. Communie met de heiligste gesteltenis te ontvangen. O bereid dus mijne ziel, versier haar met die deugden, die u zoo welgevallig maakten aan God; bewaar mij voor alle verstrooiing en lauwheid en help mij, dat ik met een brandend verlangen, met eene vurige liefde en met diepen ootmoed nadere tot de H. Tafel des Heeren, en mij op de innigste wijze vereen ige met Hem, bij wien gij thans voor eeuwig troont in den Hemel. Amen.
219
5. Op het feest van Maria\'s geboorte.
O allerheiligste en verhevene Maagd! uwe heilige geboorte heeft der gansche wereld den zoetsten troost, de grootste vreugde aangebracht. Want evenals het morgenrood de komst der zon, den helderen dag aankondigt, zoo heeft uwe geboorte aan de in de duisternis van zonde en ongeloof liggende mensch-heid de naderende komst van de Zon der gerechtigheid, den Verlosser der wereld aangekondigd. Bij uwe heilige geboorte, o allerzoetste Maagd! hebben de Engelen des Hemels gejuicht, die in u reeds bij voorbaat hunne glorievolle Koningin begroetten. Naar uwe geboorte hebben de menschen vurig verlangd, want zij zouden in u eene lieve Moeder en machtige Voorspreekster bezitten. Bij uwe geboorte heeft de hel gesidderd, want dooru zou hare macht verbroken,door uw goddelij-ken Zoon zou satan verwonnen en de wereld aan zijne slavernij ontrukt worden. Met recht noemt u daarom de H. Kerk : oorzaak onzer hlijclschap; want nu kan ieder, die op u vertrouwt, die tot u zijne toevlucht neemt en volhardend uwe voorbede inroept, troost in lijden, bescherming in gevaar, redding in nood, verlossing uit de zondebanden, en de eeuwige vreugde des Hemels verwerven. Daarom, lieve Moeder, gevoel ik mij heden ook zoo verheugd en gelukkig en meen ik
220
mijne vreugde en dankbaarheid aan God voor uwe genaderijke geboorte niet beter te kunnen toonen, dan door mij in de H. Communie op de innigste wijze met uw godde-lijken Zoon te vereenigen. Maar, liefderijke Moeder, ik voel mij zeiven die hooge genade zoo geheel onwaardig; mijne ziel verlangt wel naar die spijze des Hemels, ja, uw lieve Jesus noodigt mij zelf uit; maar hoe zal ik, nog altijd zoo vol van gebreken en fouten, voor zijn goddelijk aanschijn durven naderen? hoe zal ik, die in mij zeiven niets dan onreinheid vind, den Allerheiligste in mijn hart durven ontvangen? Ach, lieve Moeder! kom mij te hulp, help mij in mijnen nood en mijne ellende en bid uw goddelijken Zoon, dat Hij barmhartig neerzie op mijne onwaardigheid, en diegenen, die het meest betast en beladen zijn, gelieve te verkwikken, te troosten, te bemoedigen en te versterken. Slechts in vertrouwen op uwe machtige voorspraak zal ik dus tot de H. Tafel des Heeren naderen. Sta mij dan bij en verkrijg voor mij, dat ik met vurige liefde en innige godsvrucht dit aanbiddelijk Sacrament ontvange en deelachtig worde aan alle genaden, welke Jesus, uw geliefde Zoon, aan diegenen beloofd heeft, die met vertrouwen en liefde tot Hem naderen en zich door de H. Communie met Hem vereenigen. Amen.
221
Na een van deze gebeden venvekke men de volgende oefeningen van geloof, ootmoed, berouw, liefde en verlangen.
geloof. O, ziedaar dan dien goddelijken Verlosser, die voor mij nog altijd brandt van hetzelfde liefdevuur, waarvan Hij eenmaal op het kruis ontstoken was ; voor mij daalde Hij van den Hemel op aarde af; voor mg verbergt Hij zich nog altijd onder de uitwendige teekenen van het H. Sacrament. Hij heeft op dit oogenblik, waarop ik mij voorbereid, om Hem in mijn hart te ontvangen, zijne goddelijke blikken op mij gevestigd, en slaat nauwkeurig gade, wat ik bemin, wat ik verlang, welk offer ik Hem zal aanbieden. O mijne ziel! bereid u dus, om dien grooten, edelmoedigen God waardig te ontvangen, en zeg Hem met gevoelens van het levendigst geloof: o mijn Welbeminde! vandaag nog, binnen weinige oogenblikken wilt Gij tot mij komen! O verborgen God, door zoovele menschen zoo schandelijk miskend, ik geloof, dat Gij hier wezenlijk tegenwoordig zijt, ik aanbid ü als mijn Heer en mijn God, en voor de verdediging van deze waarheid zou ik al mijn bloed willen vergieten. Vermeerder mijn geloof, dierbare Verlosser, en geef dat ik tot mijn laatsten snik daarin volharde.
ootmoed. — O mijn God ! ik zal dan nade-
222
ren tot uwe H. Tafel. Is het mogelijk, dat Gij, opperste Majesteit, de heiligheid zelve, wel wilt binnen gaan in eene zoo ondankbare ziel? Teroorzake van mijne onwaardigheid, moest ik, o Jesus ! mij veeleer van ü verwijderen ; maar tot wien zal ik gaan, zoo ik mij van U, die mijn leven zijt, verwijder, en wat zal dan mijn lot in de toekomst zijn? Neen, neen! ik wil, ik mag mij van U niet verwijderen ; integendeel, in weerwil van mijne onwaardigheid wil ik mij des te nauwer aan ü aansluiten, wijl Gij er roem in stelt, om mij uit mijne geringheid en nietigheid op te heffen en alles wat aan mij ontbreekt, aan te vullen. Ik kom dan tot ü, o mijn Jesus! geheel beschaamd en vernederd over mijne gebreken, maar vol van vertrouwen op uwe oneindige barmhartigheid. Ik weet en ik beken, dat ik de onuitsprekelijke genade, die Gij mij bereidt, niet verdien; maar Gij zult, hoop ik, medelijden hebben met eene ziel, die hare ellende kent en er over zucht.
bebouw. — O mijn God! wat smart het mij, wat doet het mij innig leed, dat ik U niet altijd bemind, dat ik U daarenboven door mijne zonden zoo dikwerf zelfs vergramd heb I Zou ik zonder bitterheid des hamp;rten mij zoovele ondankbaarheden kunnen herinneren ? O neen, Heer! en daarom, wijl ze
223
t mij heden levend voor den geest staan en
, ik ze uit geheel mijn hart verfoei, daarom zou ik duizend levens willen geven, om ze uit te wisschen en te herstellen. Daar Gij toch het Lam Gods zijt, dat de zonden dei-wereld wegneemt, o delg dus al de mijnen uit en maak dat ik ze verfoei en betreur tot mijnen laatsten levenssnik. Engelen des Hemels, die onzichtbaar dit Altaar omgeeft en die weet, welke gevoelens van berouw en liefde diegenen bezielen moeten, die het H. Tabernakel naderen: verwerft voor mij de genade, waarmede weleer de profeet Isaïas begunstigd werd: reinigt en zuivert door eene vurige kool mijne lippen, die weldra Dengen e, die gij slechts bevende aanschouwt moeten aanraken, en maakt, dat ik ook gloeien moge van een vuur zoo levendig en brandend als datgene, waarvan gij immer ontstoken zijt.
liefde. — O mijn beminnelijke Verlosser! wat kondet Gij meer doen, om door mij bemind te worden? Was het niet genoeg, dat Gij mij. in weerwil van mijne onverschilligheid en ondankbaarheid, voortdurend met uwe genadegaven begunstigdet? Moet Gij de overmaat uwer liefde nog zoo ver drijven, dat Gij mij heden aan uw hemelsch gastmaal toelaat, om mij met uw goddelijk vleesch en bloed te voeden ? O onmetelijke, onbegrijpe-
224
lijke liefde 1 Ja, ik zou de ondankbaarste dei-schepselen zijn en al uw toorn verdienen, zoo ik ü na zoovele en zoo treffende bewijzen uwer goedheid niet beminde. Ja, Heer\' ik bemin ü, ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemin U boven alles, ik wil U voortaan beminnen tot aan mijnen dood; niets dunkt mij, zal mij voortaan van uwe liefde kunnen scheiden, want zonder ü te beminnen zou ik voortaan niet meer kunnen leven.
verlangen. — O, het gelukkig oogenblik, waarop Gij mij tot uwe H. Tafel roept, is gekomen. God mijner ziel en mijn grootste weldoener! Kom dan, goede Meester, aanbiddelijke Zaligmaker ! Kom in mijne ziel, die naar U haakt en verlangt, als een dorstig hert naar de frissche waterbron. Kom, o mijn Jesus 1 en stel mijn geluk niet langer uit. Ik zou U met al dat liefdevuur willen ontvangen, dat de heiligste en vurigste zielen aan den voet uwer Altaren verteert; maar zoo ik al die gevoelens, die U zoo aangenaam zijn, niet heb. Gij weet ten minste, hoe gaarne ik ze zou willen hebben. O mijn God ! laten mijne onvolmaaktheden ü dan niet weerhouden ; ik verlang naar U, ik ben ongeduldig om U te ontvangen, ik haak naar uwe komst! o kom toch, Jesus ! lieve Jesus ! kom toch en toef niet langer. Amen.
0 Jesus,eeniggeboren Zoon des Allerhoog-sten, Koning der Koningen ! hoe hebt, Gij ü toch zoo diep kunnen vernederen, oin bij een arm schepsel, als ik ben, uw intrek te nemen en mijn Gast en spijze tevens te worden. Groot was het wonder uwer liefde, toen Gij van den Hemel nederdaaldet en in het heiligste en zuiverste hart uwer gezegende moeder van haar vleesch en bloed uw allerheiligst lichaam gevormd hebt Toen hebt Gij in Maria de onbevlekte Maagd, de schoonste en reinste ziel, het vlekkelooste met alle deugden versierde hart gevonden. Met de gloeiendste liefde, raet heilige geestvervoering, met onbeschrijflijken ootmoed en eerbied heeft Maria ü opgenomen en zich geheel aan U toegewijd, •— maar nu komt Gij in de H Communie tot mij met godheid en menschheid, met ziel en lichaam; en wat vindt Gij in mij, o hemelsche Gast en Koning van glorie ? Ach ! niets dan eene arme van deugden ontbloote ziel, een hart tot het kwade geneigd, lauw en koud, zonder liefde, onrein en nog te gehecht aan de wereld.
10*
226
Helaas ! Gij vindt daarin niets, wat ü zou kunnen behagen. — En toch weigert Gij niet, dit hart te bezoeken, die arme ziel door uwe zoete tegenwoordigheid gelukkig te maken en haar uwe genade mede te dee-len. — In diepen ootmoed, lieve Jesus, werp ik mij voor U neder ; ik aanbid ü, ik loof en prijs U met alle Engelen en Heiligen. O ! zoo gaarne zou ik ü het een of ander geschenk ten teeken mijner innigste liefde en van mijn diepsten eerbied aanbieden ; maar Gij weet, goede Jesus ! dat ik niets heb, wat ü niet reeds toebehoort. O laat dan uwe allerheiligste Moeder, die ook mijne goede Moeder is, voor mij goed maken, wat ik niet vermag. Ik offer ü al hare liefde op, die zij U toedroeg, toen Gij or,dei-haar hart of op hare armen rusttet en zij U als klein kind voedde en verpleegde. Ik offer ü alle aanbidding en dankzegging van haar liefderijk hart op, hare zorgen en bekommeringen om uwentwege, hare trouw, waarmede zij U diende, hare goede werken, die zij in overvloed beoefende, haar lijden, dat zij onder uw kruis doorstond, hare overgeving aan uw heiligen wil en de liefde, waarmede zij U thans eeuwig in den Hemel geniet. Ik offer U al hare verdiensten op, die zij zich hier op aarde verworven heeft, en al hare beden, al hare tranen, al haar
227
vurig verzuchten voor het heil der menschen ) en ook voor mij, armen zondaar. \' O goedertieren Jesus, die thans in mijn
gt; arm hart verblijft en geneigd zijt, om mijne smeekingen te verhoeren en mij uwe genade i mede te deelen : zie, ik bid ü niet om aardsch goed, niet om rijkdom of eer, niet om gezondheid of een lang leven, neen, maar hartelijk smeek ik U, geef mij eene zoo gloeiende liefde, als die, welke Maria\'s harte verteerde ; geef mij de genade, dat ik zoo ootmoedig, zoo zachtmoedig, zoo geduldig, zoo gehoorzaam, zoo rein en vlekkeloos voor ü wan-dele als zij; geef mij dat ik, als zij, in onverbreekbare trouw U aanhange, en verleen mij zulk een ijver voor uwe eer en voor alles wat ü behaagt, als het hart uwer gezegende Moeder immer jegens ü koesterde. Trek mijn hart, lieve Jesus ! tot U, stort mij een vurig verlangen in naar de hemelsche goederen en help mij, opdat ik, evenals Maria, de ijdel-heid der wereld inzie en verachte. — Maar bijzonder bid ik U, lieve Jesus ! geef mij een onverwinlijken afschuw van elke zonde ; versterk mij, om mijne booze neigingen te overwinnen ; help mij, om in de bekoringen niet I te bezwijken en sta mij bij, om die schoone deugden te beoefenen, die in uwe heilige Moeder uitschitterden. — Ach !mijn Jesus. U wil ik toebehooren, U alleen, geheel en al,
228
o -verlaat mij dan niet, vóór dat Gij het offer mijns harten aangenomen en gezegend en mijne smeekingen verhoord hebt.
O lieve Moeder Maria ! wegens mijne herhaalde ontrouw vrees ik nog altijd, dat mijne beden niet zullen verhoord worden; maar gij vindt altijd verhooring ; onmogelijk kan uw geliefde Zoon u eene bede weigeren. O, bid Hem dan, beste Moeder, voor uw kind, om de genaden, die ik zooeven reeds gevraagd heb en om alles, wat gij weet, dat tot mijn heil en tot eer van uwen goddelijken Zoon verstrekt. Mijn nood is u bekend, vol vertrouwen leg ik al mijne verlangens in uwe handen, terwij] ik vastelijk hoop alles door u te zullen verkrijgen. Amen.
andere oefeningen na de h. communie.
dankzegging. — Ik heb dan eindelijk het geluk, o God mijner ziel, U in mijn binnenste te bezitten! Wat zal ik U, lieve Jesus 1 voor eene zoo onschatbare gunst wedergeven? Helaas 1 wat kan ik, zwak en onvermogend schepsel, voor U doen, dan U zegenen, ü bedanken, uwe goedheden verkondigen en uwe barmhartigheden lofzingen ? Zegen dus o mijne ziel, den Heer, en dat alles, wat in mij is, zijn heiligen Naam prijze! Zegent Hem, zalige Geesten des Hemels, dat het gansche
229
heelal weergalme van zijn lof; ja liever sterf ik, dan ooit eene zoo groote weldaad te vergeten !
liefde. — Hoe zou het mogelijk zijn, dat ik een God zoo vol goedheid niet beminde, die mij eene zoo teedere, vurige en edelmoedige liefde komtbewijzen? Ja, God van goedheid, God van barmhartigheid ! ik bemin U, ik bemin U uit geheel mijn hart, uit al de krachten mijner ziel. uit al het vermogen van geheel mijn wezen. Ach! waarom heb ik geen duizend en nogmaals duizend harten brandende van het volmaaktste liefdevuur, om U volgens al de uitgestrektheid mijner begeerten te kunnen beminnen !
overgeving en toewijding. — O mijn tee-dere Vader! Gij hebt ü geheel aan mij gegeven ; ik geef mij ook geheel aan ü; ik wijd TJ mijn lichaam, mijne ziel, al mijne krachten en vermogens, mijn leven, mijne gedachten, mijne begeerten, alles wat ik heb en wat ik ben geheel en al toe, om het uitsluitend voor uwe glorie te gebruiken. Beschik daarover volgens uw goddelijk welbehagen ; Gg zijt er volstrekt Heer en meester van ; ik stel mij geheel in uwe handen, ik geef mij geheel aan U over. Bewerk in mij wat Gij goedvindt ! breng in mij uwe heilige raadsbesluiten ten uitvoer, en volg in alles met mij uw aanbiddelijken wil.
230
Rede. — O mijn goddelijke Verlosserl wat kunt Gij mij weigeren, na U zeiven geheel aan mij te hebben weggeschonken ? Zeker niets van alles, wat tot uwe glorie en mijne zaligheid kan bijdragen. Met een grenzeloos vertrouwen smeek ik U dus om de genade van U lief te hebben en in uwe liefde te volharden ten einde toe. Maar wijl ik in dezezoo gelukkigeen troostvolle oogenblikken niemand wil vergeten, vraag ik ü ook met het grootste vertrouwen de bekeering der ongelukkige zondaren, en in het bijzonder alle tijdelijke en geestelijke weldaden voor mijne ouders, bloedverwanten en vrienden, de volharding voor de rechtvaardigen, de vei\'lossing der zielen in het Vagevuur en de verheffing van onze Moeder, de H. Kerk. Al deze genaden vraag ik ü door de kracht van het kostbaar bloed, dat Gij voor alle menschen vergoten hebt, en waarmede Gij heden mijne ziel hebt willen voeden. Ik vraag het U door al uwe verdiensten en die van uwe heilige Moeder en van alle Heiligen, door de liefde, welke Gij uw hemelschen Vader toedraagt en die Gij ook voor mij koestert. Ja, ik hoop zelf, dat Gij mij nog meer zult geven, dan ik U vraag, wijl ik weet, dat Gij oneindig goed zijt en dat Gij al onze behoeften veel beter kent, dan ik ze zelf kan kennen. Daarom vertrouw ik, lieve Jesus 1 van uwe goedheid en barm-
231
hartigheid, dat Gij ons waarachtig gelukkig zult roaken voor tijd en eeuwigheid. Amen.
LIEFDEVERZDCHTINGEN NA DE H. COMMUNIE.
VAX DEN H. FRANCISCÜS VAX SALES.
O mijn Jesus 1 daar Gij nu tot mij zijt gekomen, Gij, die het waarachtige leven zijt, geef nu ook, dat ik der wereld afsterve, om alleen voor U te leven. Verteer, o mijn Verlosser, door de vlammen uwer liefde, alles, wat U in mij nog mishaagt, en geef mij een vurig verlangen om IT in alles te behagen.
Geef mij eene ware nederigheid ; leer mij de verachtingen versmading van mij zeiven beminnen, en neem van mij elke zucht weg, om iets te willen schijnen. Geef mij den geest van versterving, opdat ik mij alles ontzegge, wat tot uwe eer niet kan strekken en alles gaarne aanneme, wat aan de eigenliefde en de zinnen misvalt.
Geef mij eene volmaakte overgeving aan uw heiligen wil, door de pijnen en zwakheden, het verlies van goederen of bloedverwanten. mistroostigheden, vervolging en alles gelaten en tevreden aan te nemen, wat mij uit uwe handen zal overkomen. Ik offer mij zei ven geheel en al aan U op, opdat Gij naar uw welbehagen over mij moogt beschikken. Verleen mij de genade, om dat volle-
232
dig offer van mij zeiven altijd te vernieuwen, vooral op het oogenblik van mijnen dood ; geef, dat ik ü alsdan mijn leven met al mijne neigingen opoffeve, in vereeniging met het offer van uw leven, dat Gij voor mij den hemelschen Vader hebt opgedragen. O mijn Jesus! verlicht mij, opdat ik uwe goedheid leere kennen en de verplichting, die ik heb, om U lief te hebben, vooral wegens de onbegrijpelijke liefde, die Gij mij bewezen hebt, door voor mij te sterven en U zeiven in het allerheiligste Sacrament tot spijze mijner ziel achter te laten,
O verlicht ook, bid ik ü, die groote menigte van ongeloovigen, die U niet kennen, van afged waalden, die buiten de H. Kerk, en van zondaren, die van uwe genade beroofd voortleven. Ook beveel ik u al de zielen in het Vagevuur, voornamelijk N.N. Verlicht. de pijnen, die zij lijden en verkort den tijd barer ballingschap, waarin zij verstoken zijnvan uwe volzalige aanschouwing. Doe dit, lieve Jesus, door uwe verdiensten en die der allerheiligste Maagd Maria en van alle andere Heiligen.
O mijn God! ontsteek mij geheel van uwe heilige liefde, opdat ik niet anders zoeke, dan U te behagen, en verwijder uit mijn hart alles, wat ü niet aangenaam is. Geef dat ik altijd met een oprecht hart moge zeggen
233
mijn God, mijn God! ik wil U alleen en niets meer. 0 Jesus! geef mij eene groote liefde voor uw heilig lijden, opdat uwe smarten en uw dood mij zonder ophouden voor oogen zweven, om de liefde tot U in mijn hart te ontsteken en mij tot dankbaarheid voor zooveel liefde op te wekken. Geef mij daarenboven eene groote liefde voor het allerheiligste Sacrament des Altaars, waarin Gij uwe groote liefde jegens ons ten toon spreidt. Gelieve mij verder eene teedere godsvrucht jegens uwe allerheiligste Moeder in te storten ; geef mij de genade, dat ik haar altijd beminne en diene, altijd mijne toevluchtneme tot hare machtige voorspraak en ook anderen aanspore haar te vereeren en te beminnen. Geef aan mij en allen steeds een groot vertrouwen in de verdiensten van uw lijden en in de voorbede van uwe lieve Moeder.
Eindelijk smeek ik ü, dat Gij mij een zaligen dood gelievet te verleen en. dat ik U dan met eene groote liefde in de H. Teerspijze moge ontvangen, opdat ik in uwe armen gekneld, brandende van heilig liefdevuur en met een groot verlangen om U te zien, uit dit leven scheide, om uwe voeten te omhelzen, wanneer ik het eerst het geluk zal hebben van ü te aanschouwen. O mijn Koning! kom en heersch Gij alleen in mijne ziel; neem geheel bezit van haar, opdat zij
234
niets andera diene en gehoorzame dan uwe liefde.
O Lam Gods, dat op het kruis geslacht zijt: vergeet niet, dat ik eene dier zielen ben, die Gij met zooveel kommer en zoo hevige smarten hebt vrijgekocht. Gij hebt ü geheel aan mij gegeven ; geef, dat ik U nimmer verlieze, dat ik geheel aan U zij en geen ander verlangen hebbe, dan U te behagen. Ik bemin ü, oneindig goed, om U genoegen te geven; ik bemin U, omdat Gij het verdient. Mijne grootste straf is te zien, dat ik zoo langen tijd in de wereld geweest ben, zonder U te beminnen.
O mijn lieve Verlosser ! maak mij aan de smarten deelachtig, die Gij om mijne zonden in het hofje van Gethsemane geleden hebt. Ach, mijn Jesus ! ware ik dan maar vroeger gestorven, of hadde ik ü ten minste nooit beleedigd! O liefde van Jesus! Gij zijt mijne liefde en mijne hoop, mijn vertrouwen. Ik wil veel liever mijn leven, ja duizend levens verliezen, dan uwe genade.
Mijn God ! was ik gestorven, toen ik in zonde leefde, dan zou ik ü niet meer kunnen beminnen. Ik bedank U, dat Gij rnij nog tijd geeft en mij roept om U lief te hebben. En nu ik kan, wil ik ü ook beminnen uit geheel mijne ziel. Daarom hebt Gij zoolang geduld met mij gehad-, opdat ik ü
235
nog zou beminnen. Ja, mijn God, ik wil U beminnen. Ach ! om het bloed, dat Gij voor mij vergoten hebt, bid ik U, duld niet dat ik ü nog ooit weêr verrade. Op ü, o Heer ! heb ik gehoopt en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Wat wereld ! Wat rijkdommen ! Wat goederen ! Wat eer! Neen, God, God alleen wil ik. Mijn God! Gij alleen zijt mij genoeg; Gij, die het oneindige goed zijt.
O mijn Jesus ! bind mij geheel aan uwe liefde en trek al mijne neigingen totü, opdat ik niets anders dan ü beminne. Maak dat ik geheel aan U toebehoore vóór dat ik sterf.
Ach, mgn God I Zoolang ik leef ben ik in gevaar van ü te verliezen. Ach ! wanneer zal het oogenblik aanbreken, waarop ik tot U zal kunnen zeggen : mijn Jesus ! ik kan U niet meer verliezen.
O eeuwige Vader ! om de liefde van Jesus bid ik U, verstoot mij niet, neem mij aan, opdat ik U liefhebbe, geef mij uwe liefde. Ik wil ü veel beminnen in dit leven, om ü ook veel te beminnen in het andere.
0 oneindig goed ! ik bevnin ü. maar leer mij het groote goed, dat ik bemin, kennen, en geef mij zulk eene liefde als Gij van mij vordert. Maak dat ik alles overwinne, om U genoegen te geven.
O Maria ! gij die zoo vurig verlangt uw
236
Zoon bemind te zien, zie hiev de gunst, die ik van u vraag: maak dat ik Hem beminne, zoo lang mij nog leven overblijft en ik verlang niets meer. O Koningin, mijne Moeder! ik hoop op u, gij verkrijgt alles wat gij van God vraagt, gij bidt voor allen, die u genegen zijn ; bid Hem dan ook voor mij, nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
GEBED TOT DE ONBEVLEKTE MAAGD MARIA NA DE H. COMMUNIE.
O mijne goedertierene Moeder Maria! uw goddelijke Zoon heeft zich heden zoo oneindig goedgunstig vernederd en mij met zijne zoete tegenwoordigheid bezocht. Hij, de hemelsche Gast, is tot mij gekomen, om mij zeer vele en groote genaden mede te deel en. Ik heb Hem ook om vele en velerhande genaden gebeden; maar, ofschoon Hij zelf gezegd heeft: die hidt, zal verkrijgen, vrees ik nogtans wegens mijne onwaardigheid geene verhooring te zullen vinden, want ik ben een arme zondaar, ik heb reeds zooveel kwaad gedaan, mijn harten mijne tong meermalen bezoedeld. Maar gij zijt mijne Moeder, u kan Hij niets weigeren. Gij verlangt zoo vurig naar ons geluk en hebt innig medelijden met onze ellende. Daarom wend ik mij vertrouwvol tot u en
237
smeek u, gelieve uw allerliefsten Zoon voor mij te bidden, dat Hij mij voor alles eene innige, vurige liefde tot Hem in het hart storte. Gij heet de moeder der schoone liefde. Wil die schoone, zuivere, heilige liefde voor mij afsmeeken. Gij heet de moeder der vreeze. Die heilige vrees voor de zonde, voor elke beleediging het hoogste Goed aangedaan, o, vraag die voor mij van uw lieven Jesus. Men noemt u ook machtige Maagd. Smeek dus voor mij kracht en sterkte af, om in de bekoringen niet te bezwijken en over al mijne verkeerde neigingen te zegevieren. Ook spiegel der gerechtigheid heet men u. Alle deugden van uw goddelijken Zoon spiegelden zich in u met den heldersten glans af. Smeek dus voor mij de genade af, dat ik die schoone deugden van uwen Jesus, vooral zijn ootmoed, zachtmoedigheid, gehoorzaamheid, geduld en medelijdende liefde jegens alle menschen met ijver na-volge. O lieve Moede)-! gij weet, hoezeer ik verlang Hem te dienen en te beminnen. Help mij dus, om Hem getrouw te blijven tot aan mijn dood, opdat ik mij eens in die zaligheid, welke gij thans reeds bij Hem geniet, eeuwig moge verheugen. Amen.
238
GEBED TOT HET HART VAN MARIA.
0 Hart van Maria, Moeder van God en onze Moeder, minnelijkst Hart, voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drieeenheid, waardig van de Engelen en men-schen geëerd en bemind te worden ! Hart het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, waarvan gij het volmaaktste afbeeldsel zijt! Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden : gewaardig u onze koude harten te verwarmen ; bewerk, dat zij alleen met het Hart van hun goddelijken Zaligmaker zich bezig houden; stort daarin de liefde uwer deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur, waardoor het uwe onophoudelijk gebrand heeft. Waak over de H. Kerk, verdedig haar, wees hare toevlucht en bescherming tegen alle aanvallen harer vijanden. Wees onze weg, om tot Jesus te gaan, als de bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn, moeten ontvangen. Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze steun in onze kwellingen, onze sterkte in de bekoringen, onze toevlucht in de vervolgingen, onze hulp in al de gevaren, maar bijzonder in den laatsten strijd onzes levens, het uur des doods, als de gansche hel, als ontketend, onze zie\'.en
239
zal trachten te rooven, dat vreeselijk oogen-blik, waarvan onze eeuwigheid afhangt! Ach ! laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van uw moederlijk hart en de kracht van uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene heilige reddingsplaats te openen, opdat wij tot Hem mogen komen en Hem met u in den Hemel zegenen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria. Amen.
Pius VII heeft bij rescript van 18 Aug. 1807 en 1 Febr. 1816 verleend 100 dagen aflaat eenmaal daags aan hen, die dit gebed godvruchtig zullen bidden ; toepasselijk aan de geloovige zielen in het Vagevuur.
OM EENE BIJZONDERE GUNST VAN 60D TE VERKRIJGEN.
gebeden voor de h. communie.
0 milddadige Heer en Verlosser Jesus Christus ! Gii noodigt alle ellendigen, alle door kruis en lijden, door kwelling en bekoringen bezochten zoo liefdevol uit, om tot U te komen, dat ik uwe liefde en goedheid werkelijk zou beleedigen, zoo ik aan uwe zoo liefdevolle uitnoodiging geen gehoor gaf. — En al riept Gij mij ook niet, kou ik immers toch tot U moeten komen ; want er is ons geen andere naam gegeven, waarin wij kunnen zalig worden dan de uwe ; er is immers in den Hemel en op aarde niemand, die ons beter helpen kan, dan Gij, goddelijke Helper in allen nood, dan Gij, Verlosser uit alle gevaar en kwelling! — Gij zijt de allerbeste vriend, de zoetste vertrooster, de zekerste geneesheer ; Gij zijt het licht voor de blinden, de sterkte voor de zwakken, bet heil voor de zieken, de wegvoor de afgedwaalden, het brood des levens, de deur des Hemels, de rijkste gast, de reis-spijze voor den afgematten wandelaar, het
241
onderpand der verrijzenis, het erfdeel dei-uitverkorenen, de bron aller genaden. Met den H. Petrus moet ik uitroepen: Heer ! tot ivien zal ik gaan, Gij heht de woorden des eeuwigen lerens. Slechts één woord uit uw allerheiligsten mond en ikben geholpen. Wel ben ik niet waardig, om totUtenaderen,want Gij zijt de Allerheiligste, de Koning van glorie, de Rechter van levenden en dooden,en ik ben een arm zondig menschenkind, stof en aseh, behoeftig en ellendig, naar ziel en lichaam vol gebreken ; maar uwe oneindige liefde, waarmede Gij het allerheiligsteSacra-mentvoordearme, zwakke en ellendige men-schenkinderen hebt ingesteld, geeftmijmoed, om tot uwe heilige Tafel te naderen en ü in de H. Communie te ontvangen.
Ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament waarachtig tegenwoordig zijt: ikge-loof, dat Gij mijn God, mijn Heiland en Verlosser, het licht en het leven mijner ziel zijt.
Ik hoop van uwe almacht en oneindige goedheid al die genaden, die mijne ziel noodig heeft, om het rijk der Hemelen te verwerven; ik hoop door U ook zekere hulp in mijnen nood te erlangen en die bepaalde gunst, waarvoor ik deze H, Communie bijzonder opdraag, van U te verkrijgen ; want Gij hebt gezegd: Die bidt, zal verkrijgen, en Gij zijt getrouw in uwe belofte.
11
242
Ik bemin ü, o mijn beminnenswaardige God en Heer! Ik bemin U uit geheel mijne ziel boven alles, omdat Gij in ü zeiven het hoogste, oneindig volmaakte goed zijt. O, kon ik U toch liefhebben metden liefdegloed uwer allerheiligste Moeder en van alleEnge-len en Heiligen 1 O, laat toch mijn verlangen, om ü van ganscher harte, boven alles lief te hebben, U welbehagelijk zijn!
Mijne ziel verlangt,dorstnaarü,zoetsteJe-sus, als een hert naar de waterbron. Gij hebt gezegd: Open uwen mond, en ik zal dien vervullen. O, bevredig dus mijn vurig verlangen, kom toch en neem geheel mijn hart inbezit.
Maar ach! hoe durf ik het wagen, U, den allerschoonsten en besten gast, in mijn ellendig en gebrekkig hart te ontvangen; hoe durft een arm aardwormpje het wagen zijn Schepper en Heer uit te noodigen, om tot hem te komen? Maar Gij hebt U immers gewaardigd de arme bedelaars tot uw gastmaal te roepen, ja, zelfs gedrongen om te komen en aan uw goddelijk liefdemaal deel te nemen. Ik nader dus met vertrouwen op uw woord. Neen, Gij zult dus ook mij, terwijl ik vrijwillig met vurig verlangen tot ü kom, niet afwijzen, maar mij van de volheid uwer genaden, die Gij den armen van geest beloofd hebt, rijkelijk mededeel en. Amen.
243
ANDERE OEFENINGEN VÓÓR DE H. COMMUNIE Oefening van Geloof.
Ik geloof, o mijn God, dat Gij wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt onder de Sacramenteele gedaanten. Ik aanbid U, o verborgen God, uit geheel mijn hart. Mijne zintuigen en mijne rede begrijpen dit aanbiddelijk geheim niet; maar \'t is genoeg, dat Gij, o eeuwige waarheid, gespi-oken hebt. Mijn verstand onderwerpt zich geheel en al aan uw waarachtig woord.
Aan het kruis verborgt Gij alleen uwe godheid; hier verbergt Gij ons ook uwe menseh-heid; ik geloof ze beide tegenwoordig in dit H. Sacrament; geef mij de genade, dat ik ze eenmaal in den Hemel aanschouwe.
Ik vraag U niet, als de H.Thomas,omuwe wonden te zien en aan te raken. Ik geloof, ook zonder te zien, dat Gij Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk mensch zijt. Wanneer, o mijn Verlosser! zal ik U ontvangen? Wanneer zal ik U in mijn hart bezitten wanneer uwe zoete tegenwoordigheid genieten?
Het oogenblik nadert, o mijn God! ik verlaag er naar en ik vrees. Ik verlang, want met ü komen alle genaden ov\'erdiegenen,die U beminnen; ik vrees, want dieüonwaardig durven ontvangen, eten en drinken hunne
244
veroordeeling. Wie zijn wij, o almachtige God! dat Gij ü gewaardigt in ons te komen wonen? De Hemel en de Hemelen der Hemelen kunnen U niet omvatten en toch komt Gij tot ons.
Wees dus eeuwig geprezen over uwe ein-delooze goedheid; bereid U in mijn hart eene ü aangename woonstede; zuiver mijn hart door een levendig geloof, eene vurige liefde en een oprecht berouw. Ja, Heer! ik geloof. Kom mijne ongeloovigheid te hulp, versterk mij, zoo ik mocht wankelen, en help mij, om volgens mijn geloof te leven. Kom, Heer Jesusl kom, mijn hart verlangt naar U; kom en overlaad mij met uwe weldaden.
Oefening van Hoop.
Mijn God en Heer! Op U zal ik hopen; en ik zal niet beschaamd worden. Eens zal ik U zien, U bezitten in den Hemel; met de zaligste vreugde zult Gij mij vervullen door \'t zien van uw goddelijk aanschijn; in U zal ik alle goed zien en genieten in eeuwigheid. Dit is mijne hoop, mijn troost en mijn leven.
O God! welk onderpand hebt Gij mij gegeven, om mij van uwe goedheid en van mijn eeuwig geluk te verzekeren? Uw woord, uwe belofte, uwe waarheid. Maar hier is nog 3en ander onderpand: uw lichaam en bloed
245
o, Heer Jesus Christus! hoe zou ik er aan kunnen twijfelen, dierbare Verlosser, of Gij IJ in den Hemel aan mij wilt geven, daar ik U reeds op de aarde bezit ? O mijne ziel! zegen den Heer, en dat al, wat in mij is, zijn heiligen Naam love. Gij behoort aan mij, lieve Jesus! want Gij geeft U geheel en al in dit H. Sacrament, uw lichaam, uw bloed, uwe heilige ziel, uwe eeuwige godheid, geheel uw aanbiddelijken persoon; Gij geeft mij alles, alles is het mijne.
Maar Heer! zoo ik ü in dit ballingsoord verborgen bezit, in den Hemel zal ik U ongesluierd bezitten. Kom dan. Heer Jesus! kom. Vervul mij geheel en al. Laat mij reeds bij voorbaat de zoetigheden vandathemelscli gastmaal smaken, waar Gij het eeuwig voedsel der menschen en der Engelen zijn zult.
Wat hebben wij hier op aarde toch te hopen? Alles gaat voorbij; alles verdwijnt, niets blijft; onze dagen zijn als eene schaduw op aarde, onze ijdele vermaken snellen henen en onze glorie vervliegt in een enkel oogenblik. O mijne ziel! kom dan met Jesus eene betere hoop smaken. Ja, Heer ! eens zal ik met U leven en heerschen; mijne ziel zal gelukkig zijn, want zij zal uw licht aanschouwen; mijn lichaam zal verheerlijkt en vol leven wezen, want uw lichaam, dat ik zal ontvangen, zal zijne kracht op mij uitoefenen. Die U eet.
246
sterft niet eeuwig ; maar Gij zult Hem opwekken ten jongsten dage. En wanneer eenmaal de dood nadert, zult Gij zelf, lieve Jesus ! mijne zoete reisspijze zijn ; dan zal ik te midden derdoodsschaduwen zeiven niet vreezen, wijl Gij met mij zijn zult. Mijn vleesch zal in vrede rusten, het bederf zal mij niet terughouden. Gij zult mij den weg des Hemels wijzen, mij door uw heerlijk aanschijn met vreugde vervullen, en ik zal eeuwig overladen zijn van hemelsche geneuchten.
Oefening: van liefde.
Kom, Heer Jesus! kom, de langverwachte der volkeren, het licht der wereld, de vreugde des eeuwigen Vaders en hetvoorwerp van zijn goddelijk welbehagen. Gij wilt, dat wij bij bet vieren uwer heilige geheimen aan U zullen denken. Ja, mijn God ! wie zou aan U niet denken, wie zou uwe weldaden en de onmetelijke liefde, die Gij ons toedraagt, kunnen vergeten? Neen, nooit zal ik het vergeten, dat Gij ter liefde van ons den schoot uws vaders verlaten en het men-schelijk vleesch hebt aangenomen; dat Gij ter liefde van ons U zeiven aan het kruis hebt opgeofferd en in het aanbiddelijk Sacrament ü nog geheel aan ons geeft: en die wegschenking van U zeiven is een zekev onderpand, dat Gij U ook in de eeuwige glorie
247
aan ons zult geven, om ons in alle eeuwigheid gelukkig te maken. O mijn God ! al die kostbare bewijzen uwer liefde zullen nooit uit mijn geheugen gewischt worden ; ik zal ze mij steeds herinneren en mijne ziel zal bij het herdenken van zooveel goedheid verteederd en van wederliefde ontstoken worden.
Ja, ik bemin U, lieve Jesus ! die mijne sterkte, mijne hoop, mijn hoogste goed en mijn leven, mijn steun en mijne kroon zijl. Welzalig zij, die in uwe woning verblijven ; zij zullen U prijzen in de eeuwen der eeuwen. Gij vergeeft mij al mijne zonden ; Gij geneest al mijne kwalen ; Gij bevrijdt mij van den dood ; Gij kroont mij door uwe eeuwige barmhartigheid, en zult mij eindelijk op den dag der opstanding vernieuwen en eene eeuwige jeugd hergeven. Mijne ziel! zegen den Heer en vergeet nimmer zijne eindelooze barmhartigheid.
Ach, mijn God! Waarom heb ik al den ijver, al het liefdevuur niet, waarvan alle Engelen en zalige zielen voor U ontstoken zijn? Ja, wanneer ook alle levende en onbezielde wezens in liefde veranderden, zoudt Gij nog niet zooveel bemind worden als Gij goed en beminnelijk zijt.
Ach, mijn God ! zou ik U nog ooit weêr kunnen beleedigen, IJ nog ooit weêr kunnen
248
bedroeven na deze H. Communie\'? Neen, dan liever sterven, mijn J esus! dan liever sterven!
Ach, mijn God ! zou ik zoo bedorven van smaak zijn, dat ik, na U gesmaakt te hebben, nog smaak en genoegen vond in andere zaken? O mijn Jesus! geef mij dan de genade, dat ik, na de zoetigheden van dezehemelsche spijze geproefd te hebben, door geene andere zoetheid ooit weer bedrogen worde. 0, kom dan en trek mij tot U ; laat ik U beminnen, o mijn God ! en dat allen, die mij dierbaar zijn, U beminnen; dat de geheele wereld U lief hebbe en dat ik ü geheel en al toebehoore en liever sterve, dan U ooit te mishagen.
GEBEDEN ONMIDDELLIJK VOOR DE H. C0M1IUME.
Heer ! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Kom, Heer Jesus, kom.
Heer, ik ben niet waardig! Kom, Heer Jesus, kom; ik ben niet waardig, wantik ben slechts een zondaar, een nietige aardworm ; maar kom. Heer Jesus, kom ; want Gij zijtgekomen, om de zondaren op te zoeken en zalig te maken. Gij zijt de eenige steun mijner zwakheid, het eenige geneesmiddel voor mijne kwalen ; Gij zijt het brood en het voedsel, dat mijne uitgeputte krachten her-
249
stelt; Gij zijt mijn leven en mijne hoop; Gijzijt eindelijk mijn eenjg, mijn hoogste goed ia dit leven en in het andere.
O Heer, ik ben niet waardig ! Kom, Heer Jesus, kom. Wie ben ik, Heer ! Wie zijt Gij? Wat, mijn God en Heer! Gij wilt tot mij komen ? 0 kom, Heer Jesus, kom.
O Heer ! zou ik nog ooit zoo ongelukkig, zoo ondankbaar zijn, van ü nog weêr te beleedigen ? liever dood dan, mijn God! liever dood !
O lieve Jesus ! Gij zijt dan eindelijk de mijne. Gij schenkt U geheel aan mij. O Jesus! ik geef mij geheel aan ü. Ik wil geheel en onverdeeld de uwe zijn (Bossuet.)
GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.
Zie, mijne ziel! de Heer en bestierder van alles, uw God en Koning is met al den rijkdom zijner genadeschatten tot u gekomen. Gezegend, ja duizendmaal gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren, die reeds in mijn harte woont. O, wees gegroet, wees gezegend, Gij, zon van gerechtigheid en genade, schoonste, beste en heiligste gast!
Laat het vuur uwer liefde mij ontsteken, het licht uwer genade mij verlichten, de stralen uwer liefde mij verwarmen en in mij alles, wat ü mishaagt, verteren. Vanwaar komt
11*
250
mij toch de genade, dat niet de Moeder des Heeren, maar de Heer zelf, mijn schepper, mijn Verlosser en mijn God tot mij komt! De Hemelen der Hemelen kunnen ü niet omvatten, veel minder het huis mijner ziel en van mijn lichaam. -- Zoo hebt Gij dan, o Heer ! uw woord gehouden en mij, belaste en beladene, mij armen bedelaar aan uwe heilige Tafel laten aanzitten. Ja, zoo diep hebt Gij ü vernederd, dat Gij zelf tot mij gekomen en in het diepste mijns harten zijt afgedaald, om mij met uw allerheiligst vleesch en bloed te spijzen ! Gij hebt mijne armoede, mijnen nood, mijn behoeftigen en gebrekke-lijken toestand niet versmaad en hebt in de armzalige hut mijns harten uw intrek genomen. O wees dan duizendmaal gegroet; heb dank, duizendmaal dank voor uwe zoo diepe vernedering en overgroote goedgunstigheid ! Nu kan ikmet uwen heiligen dienaar Prancis-cus in waarheid uitroepen : o jjijn god en mijn alles ! Gij hebt ü in mijne macht gegeven, milddadige Jesus ! ik bezit U in mijn hart, ik kan en zal U niet loslaten, vóór dat Gij mijne beden verhoord hebt. Gij hebt toch gezegd, dat Gij de arm en altijd verhoort. Thans is het kostbare oogenblik aangebroken , waarop ik met U mag spreken, mijn zachten en verlangen voorü mag bloot leggen. — Gij kent mijne behoeften. Gij weet, Heer !
251
wat mij ontbreekt, Gij kent mijnen nood, nog vóór ik dien openbaar. O Helper in allen nood, o Vader van troost, o beste Vriend, Jesus ! help mij en verhoor mijne dringende bede. (Noem hier de yunst, welke gij vooral verlangt ) U toch is alle macht gegeven in den Hemel en op de aarde; Gij kunt mij helpen, voor U is alles mogelijk! — Maar toch, goede Jesus! niet mijn, maar uw wil geschiede 1 Moet ik den kelk des lijdens drinken, mijn kruis nog langer dragen uw wil geschiede ! Gij weet het beste, wat mij tot vrede, tot heil verstrekt. Slechts ééne zaak vraag ik U, en deze zult Gij mij niet weigeren, red toch mijne arme ziel.— lieze bede kunt Gij niet afslaan, want uw bloed, uw kruis, uw dood en oneindige verdiensten zijn mij tot borg, dat Gij mij zult verhooren. Het moge mij dan gaan, zoo het wil, als Gij mijne ziel maar niet laat verloren gaan. Leid mij dus, Heer! opdat zij niet verloren ga. op den rechten weg, die Gij zelf zijt; ondersteun mij, versterk mij, drijf mij aan en breng mij tot liet ge-wenschte einde. — 0, laat mijne ziel nooit meer door eene enkele zonde gewond of bezoedeld worden ; trek en bind en hecht mijn hart geheel aan U vast; maak mij los van al het aardsehe en richt mijn verlangen naar den Hemel, waar Gij in luister en zalig-
252
heid troont en den armen wandelaar, die het ware doel bereikt heeft, met eeuwige vreugde en zaligheid vervult. Amen.
DANKZEGGING NA DB H. COMMUNIE.
Wie zal mij een hart geven, om uwe ein-delooze barmhartigheid te gevoelen, en een mond, om haar naar waarde te loven en te prijzen ? O heilig Geheim, waar de liefde zich verbergt, om zuiverder gezocht te worden! O wonderbaar Geheim der liefde van mijn God 1 Wat heb ik toch gedaan, om U te verdienen? Brood der Engelen! Gij geeft U aan hen, die de grootste zondaren waren; wat zai ik doen, om mij geheel aan ü te geven? Alles ontbreekt mij, om zooveel genade dankbaar te erkennen. Ik belijd mijne onmacht en mijneonwaardigheid; mij ontbreken de gevoelens voor een zoo beminnelijk geheim. Maar, o liefde! Gij hebt er behagen in, om in ons slijk te schitteren ; laat dan uwe wonderen in dit bedorven hart uitblinken ; bemin U zelve in mij en dompel uw schepsel, om het te vernieuwen, in de liefdevlammen des H. Geestes ! O God, o liefde! ik verneder mij voor ü, ik dank ü, ik bemin U.
253
GEVOELENS VAN LIEFDE.
O God mijns harten! O Go3, mijn erfdeel in eeuwigheid ! Wie kan U kennen, zonder U lief te hebben, U, die in schoonheid, in deugd, in grootheid, in macht, in goedheid in milddadigheid, in heerlijkheid, in alle soorten van volmaaktheden en wat mij van meer nabij aangaat, in liefde voor mij alles overtreft, wat de geschapene geesten kunnen begrijpen? De eerbied en de ongelijkheid tusschen ü en mij moesten, naar het schijnt, mij terughouden ; maar Gij veroorlooft mij, wat zeg ik. Gij beveelt mij, U te beminnen. O God! ik ken mij zeiven, ik bezit mij zeiven niet meer.
O heilige liefde 1 kom mij ten spoedigste genezen ; kom de wond. die Gij mij geslagen hebt, nog dieper en levendiger maken ; ontruk mij aan alle schepselen; zij hinderen mij en zijn mij lastig; Gij alleen zij t mij voldoende en ik wil niets meer dan ü.
Wat! de dwaze minnaars der wereld zouden hunne dwaze hartstochten tot de uiterste gevoeligheid drijven, en men zou U maar tot een zekere hoogte, met zekere lauwheid beminnen! Neen, neen, mijn God! de liefde dei-wereld mag het van de liefde tot God niet winnen.
Toon dus wat Gij vermoogt op een hart,
254
dat aan U geheel toebeboort; de toegang is voor U geopend, de weg daarheen is ü bekend ; Gij weet, wat de genade in staat is daarin op te wekken en uit te werken. Gij wacht slechts op mijne toestemming, op de toetreding van mijn vrijen wil. Een en ander geef ik ü duizend en duizendmaal. Neem alles. handel als God; ontvlam mij, verteer mij, zwak en onmachtig schepsel als ik ben ; ik kan ü niets geven dan mijne liefde. Vermeerder die, Heer! en maak die Uwer meer waardig.
O, ware ik toch in staat, om groote dingen voor U te doen ! 0, kon ik toch veel voor U opofferen! Maar alles, wat ik kan, is niets. Naar ü verzuchten, kwijnen van verlangen naar ü, ü beminnen en sterven, om ü meer te beminnen, dat is alles wat ik voortaan wil, dat is mijn eenigst verlangen.
GEBED VAN BENE ZIEL, DIE ZICH ZONDER VOORBEHOUD AAN GOD WENSOHT TOE TE WIJDEN.
Mijn God! ik wil mij aan ü toewijden; geef mij daartoe den moed. versterk mijn zwakken wil, die naar ütoeneigt; ik reik U de hand toe; wil die aannemen. Zoo ik geene kracht genoeg heb, om mij aan U weg te schenken, trek mij dan tot U door de zoetigheder. uwer genade ; sleep mij dan mede aan de banden
255
uwer liefdft. Heer ! aan wien zal ik toch toebehooren, zoo ik de uwe niet ben ? Wat harde slavernij, aan zich zeiven en aan zijne hartstochten te zijn prijs gegeven ! O ware vrijheid der kinderen Gods, men kent u niet. Gelukkig degene, die ontdekt heeft, waar zij te vinden is, en die haar niet meer zoekt, waar zij niet is!
Duizendwerf gelukkig hij, die in alles van God afhangt, om voortaan van Hem alleen afhankelijk te zijn.
Maar hoe komt het dan, dat men nog bevreesd is, om zijne ketenen te verbreken? Zijn dan de vluchtige ijdelheden meerwaard, dan uwe eeuwige waarheid, dan Gij zelf? Kan men nog vreezen, zich aan TJ over te geven ? O monsterachtige dwaasheid ! men zou dan bevreesd zijn om gelukkig te worden ; men zou vieezen Egypte te verlaten, om het beloofde land in te gaan; morren in de woestijn en walging hebben van het Manna bij de gedachte aan de vleesch-potten van Egypte!
En eigenlijk ben ik het niet, die mij aan U geef, maar Gij, o mijne liefde, Gij geeft U geheel aan mij; ik aarzel dan ook niet langer U mijn hart te schenken. Welk geluk, aan U toe te behooren en niets meer te hooren en te zeggen, wat ijdel en nietig is, om naar U slechts te luisteren ! O on-
256
eindige wijsheid! Zult Gij mij niet over betere zaken spreken, dan die ijdele men-schen ? Gij, o mijn God ! zult ü met mij onderhouden ; Gij zult mij onderrichten, mij de ijdelheid en het bedrog doen vluchten, mij voeden met ü zeiven en in mij alle ijdele nieuwsgierigheid tegenhouden. Heer! wanneer ik uw juk beschouw, dan schijnt het mij zelfs te zoet toe, al moet ik IJ dan ook alle dagen van mijn leven uw kruis nadragen. Behoef ik geen bitterder kelk van lijden tot den bodem toe te ledigen ? Is dat al de boete, die ik voor mijne zonden verdiend heb ? O liefde ! Gij doet niets dan beminnen, Gij slaat niet, Gij spaart mijne zwakheid. Zal ik na dat alles nog aarzelen, om tot ü te naderen ? Zouden de kruisen mij kunnen afschrikken ? Alleen die, welke de wereld oplegt, moeten ons schrik aanjagen; hoe dwaas is \'t niet, die niet te vreezen!
O eindelooze ellende, die slechts door uwe barmhartigheid kan overtroffen worden Hoe minder licht en moed ik had, des te meer was ik uw medelijden waardig. O God! ik heb mij uwer onwaardig gemaakt; maar ik kan een wonder uwer genade worden. Geef mij alles, wat mij ontbreekt, en alles, wat in mij is, zal uwe gaven verheffen en uw heiligen Naam loven en prijzen. Amen.
OEFENING VÓÓR DE H. COMMUNIE.
Gebed om eene waardige voorbereiding.
VAN DEN H. ANSELMÜS.
Mijn God, aan wiens goddelijke liefdemaal ik heden zal aanzitten; ontferm U over mijne ellende, verwerp mij niet om mijne stoutheid, waarmede ik het waag, U den Almachtigen en ontzaglijken God, zonder genoegzaam berouw en boetvaardigheid te loven en te aanbidden. Wanneer de Engelen des Hemels voor ü sidderen, hoe zal ik, zondaar, U dan naderen, zonder van schrik te ontstellen en tranen van bei\'ouw te weenen ? Maar ach, mijn God! dit kan ik niet. Wat ben ik toch ellendig en armzalig, dat mijne ziel nog niet eens bewogen wordt, als zij voor God staat en tot Hem zal naderen ; wat ben ik toch ellendig, dat mijn hart nog zoo koud, mijn oog nog zoo droog blijft, terwijl ik mij met mijn God ga vereenigen, het schepsel
258
met den Schepper, het stof met de eeuwige almacht.
Zie, Heer! ik stel mij hier voor uw goddelijk aanschijn en wil mijne geheimste gedachten over mij-zelven voor U niet verbergen. Gij zijt rijk in erbarming en goedertieren en milddadig; schenk mij uwe genadegaven, opdat ik daarmede uitgerust, ü oprecht diene. Vervul mij met uwe vreeze en verblijd mijn hart. in uwen Naam. Geef mij, o gever van alle goed! reinheid des harten en opgeruimdheid des gemoeds, opdat ik met waardigen lof en in volmaakte liefde U ontvangen en ondervinden moge, hoe zoet Gij zijt, o Heer ! Geef mij de zoetheid der hoop, opdat ik mij in U verblijde; laat mij al mijn vertrouwen stellen op U, opdat ik in dit tranendal bij TJ hulp vinde. Schenk mij een kuisch hart, opdat ik de zaligheid der zuiveren verwerve en eens in uwe hemelsche woning U eeuwig love. Amen.
GELOOF, HOOP EN LIEFDE.
VAN DEN H. AUGÜSTINUS.
Heer Jesus Christus! ik bid ü, door het vergieten van uw kostbaar bloed, waardoor wij verlost zijn, schenk mij een hartelijk berouw en tranen van boetvaardigheid, inzon-
259
derheid wanneer ik U mijne gebeden opdraag, wanneer ik uw lofzing of verkondig, wanneer ik de heilige Geheimen, schitterende bewijzen uwer liefde, bijwoon, en wanneer ik uw Altaar nader met een vurig verlangen oin dit goddelijk Geheim van liefde met allen eerbied en godsvrucht te ontvangen, dat Gij, onze Heer, ter herinnering aan uw lijden en sterven, tot ons heil en ter verbetering onzer dagelijksche zwakheden hebt ingesteld. Laat mijne ziel zich sterken door uwe tegenwoordigheid in dit H. Sacrament; laat zij uwe aanwezigheid gevoelen en zich in U verheugen. 0 Jesus ! eeuwig onveranderlijk licht, vuur, dat immer brandt; licht, dat altijd schijnt; brood des levens, dat ons voedt en in zich nimmer afneemt, dat dagelijks genoten en nimmer verteerd wordt; verlicht, ontsteek, ontvlam en heilig mij ; verlos mij van het kwaad, vervul mij met uwe genade, opdat ik thans tot heil mijner ziel uw allerheiligst lichaam geniete, en door dit genot voor U leve, totükome en eeuwig in ü ruste. Amen.
Mijn Jesus! ik geloof en belijd met den mond, dat de Eeuwige Vader, die in zich zei ven hoogst zalig, machtig, volmaakt is en aan niemand behoefte heeft, ons nochtans volgens zijne eindelooze barmhartigheid zoozeer beminde, dat Hij U, zijn eeniggeboren
260
Zoon, ons tot Verlosser gaf; ik geloof ook, dat Gij-zelf, in alles aan den Vader gelijk, door uwe onbegrensde liefde van den schoot nws Vaders in den schoot der Allerheiligste Maagd zijt neergedaald en mensch geworden ; dat Gij uit liefde tot ons dit heilig Sacrament in het laatste Avondmaal ingesteld, en daarin uw waarachtig vleesch en bloed ons tot spijs hebt nagelaten, en dat Gij eindelijk, aan uw hemelschen Vader gehoorzaam tot den dood, ü-zelven aan \'t kruis voor ons hebt opgeofferd.
Daarom, o Heer! stel ik op ü al mijne hoop en kom ik met het grootste vertrouwen tot U, die om mijnentwil zoo groot een wonder hebt willen verrichten, en zoo bitter hebt willen lijden. En zoudt Gij mij wel iets kunnen weigeren, nu Gij U-zei ven uit liefde voor mij hebt weggeschonken?
Ik bemin U ook, zoete Jesus ! met de ge-heele liefde mijns harten, en wil ü ook immer en eeuwig met uwe genade liefhebben. Wat zal ik ü echter geven, o Heer! voor alles, wat Gij mij gegeven hebt ? Zie, ik geef mij-zelven met lichaam en ziel aan de leiding van uw heiligen wil over ; en hebt Gij eenmaal mijn hart in bezit genomen, o heersch daarin dan als de eenige heer en meester ; beschouw mij als uwen dienaar, en laat niet toe, dat ik andere Goden nevens U
261
stelle ; want U-alleen wil ik dienen ; voor ü-alleen leven en sterven. Amen.
OPDRACHT.
VAK DEN H. FKANCISCUS VAN SALES.
Mijn Heer en mijn God, één in wezen, drievuldig in personen! Ik breng U eeuwigen dank voor de instelling van het aanbiddelijk Altaarsacrament, voor het lijden en sterven, voor deglorievolle Verrijzenis vanonzenHeer en Verlosser Jesus Christus, voor het volbrachte Verlossingswerk, voor onze bevrijding uit de slavernij van Satan, en voor de veilige en zekere hoop van ons hersteld heil. Evenzoo, eeuwige Vader, zeg ik U dank voor de onuitsprekelijke vreugde, waarmede Hij, gedurende veertig dagen door zijne herhaalde verschijningen, zijne allerheiligste Moeder, zijne Apostelen en leerlingen, de H. Maria Magdalena en anderen vervulde. Dit alles draag ik [J op, om de genade te verkrijgen eener waardige heilige Communie; ik loof en prijs U in eeuwigheid en bid ü, door het geheim der heilige verrijzenis, mij te helpen om den ouden mensch met al zijne kwade begeerlijkheden af te sterven en tot een nieuw, vroom en heilig leven te verrijzen.
Met dezelfde meening dank ik U voor de
262
wonderbare Hemelvaart van onzen godde-lijken Heiland ; voor de eer en glorie, waarmede Gij Hem aan uwe rechterzijde geplaatst hebt; voor de hoogste macht, die Gij Hem verleend hebt, om alle schepselen in den Hemel, op en onder de aarde te oordeelen,en eindelijk voor de zending van den H. Geest over de Apostelen. Voor dit alles dank en prijs ik ü in alle eeuwigheid en bid ik U om de genade, om aan al het aardsche te verzaken en met geheel mijn hart naar het eeuwige te streven, opdat ik eene waardige woning worde van den H. Geest en zijne gaven tot mijn eeuwig heil steeds aanwende. Amen.
VERLANGEN NAAR JESÜS.
KAAR DEN H. AUGUSTIKUS.
Jesus, mijn Verlosser! Gij, die mijr. hart doorschouwt, laat ook ik ü leeren kennen ; toon U aan mij, mijn Vertrooster, opdat ik U, het licht mijner oogen, zie. Kom, vreugde mijner ziel, verkwikking mijns harten, dat ik ü beminne. Gij, leven van mijnen geest! Verschijn toch aan mij, mijn grootste genoegen, mijn zoetste troost, mijn leven, mijn God en mijn Heer ! Laat mij ü vinden, Gij, verlangen mijns harten, en mij aan U vasthouden, Gij, leven mijner ziel 1 ü omhels ik.
263
mijn hemelsche Bruidegom en mijn alles ; U wil ik in mijn hart bezitten, Gij, zalig leven, hoogste vreugde mijner ziel! U wil ik liefhebben, o Heer 1 wees mijne kracht, mijne sterkte, mijne toevlucht en mijn Verlosser, mijn helper, een sterke toren en de zoetste hoop in eiken nood. Mijn hoogste goed, zonder \'t welk niets goed is: open mijn oor voor uw woord, dat scherper is dan een zwaard, opdat ik uwe stem hoore : verlicht mijn oog, opdat het zich niet naar de wereld en het aardsche keere. O eeuwig licht! verhelder mijn blik, opdat ik ü-alleen zien moge ; geet mij dien geestelijken reuk. dat ik alleen naar den geur uwer zalvingen hake, en dien smaak, waardoor ik proeve en er-kenne, hoe zoet gij zijt, o Heer! voor diegenen, die U liefhebben. Geef mjj een hart, dat voor ü klopt, eene ziel, die ü bemint, een zin, die ü vereert, een verstand, dat ü erkent, een wil, die naar U verlangt. O leven, dat mij doet leven, zonder \'t welk ik sterf, waar toeft gij? Waar vind ik U, dat ik voor mij-zelven sterve, om slechts voor U te leven ? O kom, vervul mijn hart en mijne ziel: ik bemin U en zal U eeuwig beminnen ! Trek mij tot ü, mijne vreugde, mijn hart spingt op, als ik aan ü denk. Voed en versterk mij als de spijs mijner ziel, geleid mij als mijn leidsman, wees mijn licht,
264
mijne vreugde, mijne verzadiging. Kom m mijne ziel, dat ik in ü ruste, U erkenne en beminne. Verdrijf de duisternissen van mijnen geest, opdat ik mij-zelven vergete en U liefhebbe, mij-zelven verlate en slechts in U mij zalig voele
Heer, God des Hemels en der aarde. Koning der eeuwigheid ! neig uw oor naar mijne smeekingen en vergeef mij, wat ik alsmensch door zwakheid misdreven heb. Verhoor, o Heer, dat hart, dat rouwmoedig U aanroept, zie niet op mijne zonden, maar op de smart mijner ziel. Verlos mij van mijne boo7,e werken en vergeld mij niet naar mijne daden. Ik werp mij voor uwe goddelijke milddadigheid neder ; erbarm U over mij, zuchtende onder denlast mijner boosheid; bevrijd mij van hare banden en genees mijne verborgene wonden, die U-alleen bekend zijn, aan ü, die traag •zijt in het straffen, maar gereed tot erbarming. Reik mij uwe weldadige hand en trek mij uit het slijk der zonden. Gij, die het ongeluk der menschen niet wilt en niemand verwerpt, die tot U zijne toevlucht neemt. Verhoor, o Heer ! mijn smeeken tot ü, verlicht mij door uwe komst in mijn hart, verander mijne angsten in vreugden, verscheur het kleed mijner droefheid, stort uw geluk en uwe zaligheid in mij uit, opdat ik, met U vereend, alles bezitte, en ü met den Vader
265
en den heiligen Geest eeuwig love en prijze. Amen.
TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD, OM DEN HEER WAARDIG TE ONTVANGEN.
Van den H. Ildephonsus.
Tk werp mij voor uwe voeten neder, o allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria ! gij, die zoo voortreffelijk hebt medegewerkt met de menschwording van Jesns, opdat gij mij de vergiffenis mijner zonden, de bevrijding van al mijne boosheden en een vast vertrouwen op uwe macht verwarvet. Leer mij, hoe zoet uw goddelijke Zoon is en bewaar in mij het onwrikbaar geloof aan Hem. Verkrijg voor mij, dat ik aan Hem en aan u steeds onderworpen zij, dat ik Hem en u steeds getrouw diene;Hein als mijn Schepper, u als zijne Moeder ; Hem als mijn God, u als de Moeder Gods; Hem als mijn Verlosser, u als zijne medewerkster dei- verlossing, wijl zijne menschelijke natuur uit u genomen is. Ik smeek u dus, heilige Maagd, help mij nu, om uw goddelijken Zoon met dien geest te ontvangen, waarmede ook gij waardig waart Hem te ontvangen. Verwerf mij de genade, dat mijne ziel Hem met dien
266
geest opnerae, waarmede uw allerzuiverste schoot Hem ontving, en dat, zooals gij Jesus erkend, ontvangen en gebaard bebt, ik ook Hem in liefde erkennen, in dit Sacrament Hem waardig ontvangen en in eeuwige trouw immer met Hem vereenigd blijven moge. Amen.
OEFENINGEN
NA DE H. COMMUNIS.
GEBED 051 DE ZALIGE UITWERKSELEN DEK H. COMMUNIE TE ERLANGEN.
Van den H. Thomas van Aquinen.
Lof en eer en dank zij U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God! dat Gij mij, armen zondaar, uw onwaardigen dienaar, zonder eenige verdiensten van mijnen kant, alleen door de overmaat uwer barmbartig-beid, met liet kostbaar Licbaam en Bloed van uwen Zoon, onzen Heer, Jesus Christus bebt willen voeden.
Ik bid U, laat deze heilige Communie mij geene oorzaak van straf\', maar een heilzaam middel ter vergiffenis zijn. Laat zij mij strekken tot een wapen des geloofs, tot een schild van goeden wil; tot uitroeiing mijner gebre-
267
ken, tot onderdrukking mijner kwade lusten en begeerten, tot vermindering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid en van alle deugden, tot eene sterke bescherming tegen alle hinderlagen mijner zichtbare en onzichtbare quot;ijanden, tot volmaakte rust van al mijne vleeschelijke en lichamelijke bewegingen, tot onwrikbare trouw aan ü, den eenen en waren God, en tot een gelukkig en zalig uiteinde mijns levens. Verder smeek ik U. dat Gij mij, zondaar, eenmaal daarboven tot dien onuit-sprekelijken maaltijd gelievet toe te laten, waar Gij, met uw Zoon en den H. Geest, voor uwe Heiligen het ware licht, de volledige bevrediging, de eeuwige vreugde, het voltooide geluk en de volmaakte zaligheid zijt. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
OPDRACHT VAN JESUS\' VERDIENSTEN AAN DEN HEMELSCHEN VADER.
Van den H. Augustinus.
Almachtige God en Vader ! zie, nu heb ik uw geliefden Zoon ontvangen ; Hem draag ik U als het dierbaarste en kostbaarste offer op. Niets behoud ik mij zeiven voor, wat ik aan uwe eeuwige Majesteit niet opdraag:
268
niets heb ik daar nog bij te voegen, want Hij is mijn Al. Neem uw goddelijken Zoon als mijn Voorspreker bij U aan ; Hem stel ik als Middelaar tusschen U en mij; ik neem Hem tot voorspraak, door wien ik hoop op de vergiffenis mijner zonden en herinner ü daarom aan zijn allersmartelijkst lijden, dat Hij voor mij heeft doorgestaan. Ik geloof, dat uw goddelijke Zoon onze menschelijke natuur heeft aangenomen, waarin Hij voor geene slagen en boeien, hoon en bespotting, kruis en nagelen is teruggedeinsd. Deze menschelijke natuur, waarin Hij als kind weende, in windselen lag, in arbeid zweette, zich door vasten verstierf, door waken boete deed, op reis zich vermoeide, door geesel-slagen ontvleesd werd, aan \'t kruis stierf en heerlijk weêr verrees, — die menschelijke natuur heeft Hij in de vreugde des Hemels binnengevoerd en aan de rechterhand uwer heerlijkheid ten troon verheven Zie dus, Heer ! welk een Zoon Gij voortgebracht en welk een dienstknecht Gij verlost hebt. Sla uwe oowen op den Schepper en veracht het schepsel niet. Omhels den Herder en zie het schaapjen genadig aan, dat Hij op zijne schouderen draagt. Zie. mijn Heer en mijn God, de goede Herder brengt U terug, wat Gij Hem hebt toevertrouwd. Door U werd Hij gezonden, om mij te verlossen ; r.u geeft
269
Hij mij gereinigd aan ü terug ; Hij brengt tot den schaapstal weder, wat de roovers daarvan ontvreemd hadden. Door Hem kom ik tot U terug, nadat ik door de zonde van U was weggevlucht, en heb ik al straffen verdiend, zoo hoop ik door Hem op genade en vergiffenis. Van mij zelven, o Vader, kon ik U wel beleedigen, maar mij met ü niet verzoenen ; daarom is uw lieve Zoon mijn helper geworden en heeft Hij mijne natuur aangenomen, om mijne zwakheid te genezen. Wat dus bij mij de oorzaak is, dat ik ü beleedigde, is voor Hem reden, om mij met TJ te verzoenen. Moet Gij mij al verwerpen wegens mijne zonden, wees mij dan genadig wegens de liefde uws Zoons. Zie neêr op den Zoon en geef den knecht vergiffenis ; zoo dikwerf die wonden uws Zoons blinken, verdwijnen ook mijne misstappen ; zoo dikwerf het bloed van zijn hart stroomt, worden mijne zonden uitgewisuht. Daar mijn vleesch ü tot toorn opwekte, laat zjjn vleesch U om erbarming smeeken, opdat, wijl mijn vleesch mij bracht tot schuld, zijn vleesch mij brenge tot genade. Veel heb ik door mijne boosheid verdiend, maar nog veel meer wordt door de liefde mijns Verlossers vergeven. O, vergeef mij dus om uws Zoons wille; ik verberg mijne koudheid in zijne liefde, mijne trouwloosheid in zijne
270
trouw ; mijne drift, in zijne zachtmoedigheid. Verbeter door zijn ootmoed mijne trotsch-heid, door zijne goedheid mijne hardvochtigheid, door zijn vrede mijne onrust, door zijne zachtheid en vredelievendheid mijne afgekeerdheid en haat. O, laat mij mijnen Verlosser gelijkvormig worden, Hem liefhebben, zooals hij mij liefheeft, en van nu af immer zijn leerling zijn en blijven. Amen.
GEBED OJI EENE BRANDENDE LIEFDE TOT JESUS.
Van den H. Bonaventura.
Doorgloei, o allerzoetste Heer Jesus, het binnenste mijner ziel met het vuur uwer teederste en heilzaamste toegenegenheid en met een ware, oprechte en krachtdadig heilige liefde tot ü, opdat mijne ziel alleen uit smachtverlangen naar U als verteere en van bovennatuurlijke begeerten ontvlamd, in uwe voorhoven als wegkwijne van verlangen om ontbonden te worden en met ü te zijn. Geef, dat mijne ziel slechts hongere naar ü, die het brood der Engelen, de verkwikking der heilige zielen, ons dagelijksch geestelijk brood zijt, dat alle zoetheid van geur en smaak en alle lieflijkheid in zich bevat; dat mijn hart steeds naar U hake en ü, wien
271
de Engelen zoo vurig wensclien te aanschouwen, geniete en mijn binnenste door uw zoeten geur vervuld worde; laat mijne ziel steeds dorsten naar ü, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van \'t eeuwig licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van het huis Gods; laat zij naar U steeds verlangen, U zoeken, ü vinden, naar ü streven, tot U komen, aan U denken, van U spreken en alles verrichten tot lof en glorie van uwen Naam, met ootmoed en bescheidenheid, met liefde en behagen, met opgeruimdheid en ijver, met volharding ten einde toe, en wees Gij en Gij-alleen altijd mijne hoop, mijn heil en mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijne vreugde, mijne kalmte en rust, mijn vrede, mijne zoetheid, mijn behagen, mijne spijze, mijne verkwikking, mijne toevlucht, mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel immer vast en onwrikbaar geworteld en bevestigd blijven. Amen.
272
UITSTORTING DER VURIGSTE LIEFDE VOOR DKN GKKUUISTEN GODMENSCH.
Van den H Franciscus Xaverius.
O God! ik min U teeder;
Dit niet zoozeer, opdat Gij mij zoudt zaligen, Of niet, omdat Gij hen, die ü niet minnen In \'t eeuwig hei-vuur straft;
Maar Gij, mijn Jesus, hebt aan \'t kruis Mij heel en al omvat;
Gij hebt de nagels en de lans En allen smaad en schande En peilloos leed en zweet en angst. Den dood zelfs aangenomen,
En dat om mij, en voor mij, armen zondaar. Waarom dan zou ik U niet minnen, O allerliefste Jesus, uit heel mijn hart en
[zinnen ?
Juist niet, opdat Gij me eens ten Hemel
[op doet varen. Of niet, opdat Ge mij voor \'t hellevuur zult
[sparen
Of niet op hoop van eenig loon;
Maar zóó Gij-zelf mij hebt bemind, Zóó min ik U en wil ik ü steeds minnen ; Alléén wijl Gij mijn Koning zijt.
En wijl Gij God — mij alles — zijt.
273
GEBiSD TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD, Van den zaligen Petrus Canisius.
Allerheiligste en verhevene Maagd Maria, die, na den Schepper en Heer van alles, dien ik zoo even mocht nuttigen, in uw maag-delijken schoot ontvangen en gebaard te hebben, uwe dankbaarheid in de heerlijkste geestvervoering hebt uitgestort, en die daarna nog zuiverder in de oogen der menschen, nog heiliger en behagelijker zijt geworden aan God : o, bewerk toch, dat ik, door de kracht van Hem, die zich aan mij geschonken heeft, mij-zelven geheel mijn leven lang van alle vlek van doodzonde beware, en dat ik, wel verre van mij ondankbaar te toonen jegens een zoo milddadig Verlosser, mij voortaan hierop alleen toelegge, om Hem in alles mijne onwrikbare trouw te bewjjzen. Amen.
12*
JESUS, M IJ N V A D E R.
1. Hij bemint mij. 2. Hij is oneindig beminnenswaardig. 3. Wordt Hij door mij bemind?
GEMOEDSAANDOENINGEN.
Mijn Vader ! o zoete naam ! wie voelt niet met een zalig genoegen dien zoeten naam op zijne lippen komen? — Wathei--innert hij mij al niet\'? Zeg ik: mijn God, dan voel ik mij van ontzach en eerbied vervuld. Zeg ik : mijn Schepper, dan dunkt mij, dat die oneindige Almacht, die mij uit bet niet getrokken heeft, mij ook om mijne zonden zou kunnen verpletteren en vernietigen. Maar zeg ik : mijn Vader, hoor ik dien God, dien Schepper tot mij zeggen : mijn kind! Ach, Vader! wat heb ik dan nog te vreezen ? Dan werp ik mij aan zijne voeten neder, niet met siddering en vreeze, maar met een kinderlijk vertrouwen. O liefdevolle Vader! heb medelijden met mijne ellende... Ik ben een kind, helaas ! zoo schuldig, zoo
275
onstandvastig, zoo ontrouw ; maar een vader vergeeft.. . Ik vraag dus vóór alles, dat Gij mij mijne ondankbaarheid wilt vergeven, mijne ontrouw vergeten. Ach ! waarom kan ik ze niet door mijn bloed uitwisschen ! . . . Gij doordringt mijn hart. .. Is het oprechtquot;? Ik moet bekennen, dat ik er zelf aan twijfel. Inderdaad, hoevele beloften zonder daden, hoeveel koudheid, onverschilligheid, hoeveel ontrouw aan mijne ernstig gemaakte voor-nemens ! Nogtans werp ik mij vol vertrouwen in uwe vaderlijke armen. Zou een zoo goede vader mij afwijzen, mij verstooten \'? Neen, dat kan ik niet gelooven. Zie mij dus aan met een liefdevol vaderoog ; laat mij in uwe blikken lezen, dat Gij mij vergiffenis schenkt.. . Geef aan mijne ziel de vreugde des geestes weder, die alléén van ü komt en het aandeel is van uw welbeminde kinderen. Maar zoo Gij voor mij zulk een goede Vader zijt, waarom ben ik niet een kind Uwer waardig? . . . Een kind bemint. . . Hoe bemin ik U ? .. . Een kind gehoorzaamt. .. Hoe gehoorzaam ik U ? ... Een kind hoopt en verwacht alles van zijn vader... Wat hoop, wat verwacht ik van ü, o mijn God ? Heeft een kind wel angst voor zijn vader ? .. . Ben ik een kind vol liefde, vol vertrouwen op ü, mijn God en Vader?
Ach ! zoo ik ten minste te midden der
276
verstrooidheden, waarmede ik mijne werken verricht, nu en dan uwe blikken mocht ontmoet en, wat zou mij dat een troost en vei--kwikking zijn bij mijn arbeid! Hoe komt het, dat ik mg zoo vaak van ü verwijderd gevoel? Ach! laat dit toch geen gevolg zijn van uw weerzin, van uwe ongenade. Heb medelijden met een schuldig kind, welks hart is vermoi\'zeld. . . Toon mij, dat Gij nog mijn Vader zijn wilt; kom uwe woning in mij vestigen. Kom door de H. Communie in mijn hart.
O, mocht ik den heilzamen invloed uwer goddelijke tegenwoordigheid gevoelen; mocht ik weten of ik genade bij ü gevonden heb, mocht mijne Communie waarachtig tot Uwe eer, tot mijn geluk verstrekken ! Ach ! waarom is het mij niet gegeven in de H. Communie de zoetheid uwer bekoorlijkheden te smaken ? Wat zijn niet de gevoelens van liefde, waarvan de godvruchtige zielen, die ü ontvangen, als verteerd worden 1 Wat gaat er om tusschen U enhaar, o mijn God!... O mijn Jesus ! Hoe ver ben ik daarvan nog verwijderd ? Is dit eene beproeving ? ... Ik aanbid uwe goddelijke inzichten. Is het eene straf? Ach, ik onderwerp mij daaraan ; want ik verdien nog meer gestraft te worden. Door welke tranen zal ik U kunnen bewegen ? .. . O, ik beroep mij op uw vaderhart.
277
Neen, mijn God ! Gij wijst mij niet af; Gij zult mijn hart binnengaan, om mij den vredekus te geven. Ik koester dit zoete vertrouwen. . . Maria, toevlucht der zondaren! toon, dat gij mijne Moeder zijt. Ik offer aan mijn God al uwe verdiensten, en uw allerheiligst Hart tot voldoening voor mijne zonden op.
OPDRACHT DER H. COMMUNIE.
Doe telkens als gij tot de H. Communie nadert de volgende opdracht.
Heere Jesus ! Ik draag ü deze H. Communie op met het oogmerk om uwe liefde te behagen. Ik offer mij alzoo met U vereenigd aan uw hemelsohen Vader op, vol verlangen om Hem te eeren, zooals Hij door ü vereerd wordt. Zoo zullen wij, ons slachtofferende, aan God in ons een dankoffer, een zoenoffer, een offer van kinderlijke verkleefdheid .... aanbieden.
Ik offer U deze H. Communie op in veree-niging met die der Heiligen, die U in dit H. Geheim het meest bemind hebben, vooral met die der allerheiligste Maagd Maria. Ik offer U hunne gesteltenis, hunne liefde en godsvrucht op, om mijne ellende en armoede te vergoeden. Ik verlang deze fï. Communie te verrichten, om al de genaden, die Gij daaraan verbonden hebt, te ontvangen.
278
Geef, o God, dat zij niet alleen voor mij, maar ook voor geheel de H. Kerk nuttig zij : voor onzen H. Vader den Paus, voor onze Bisschoppen en priesters, voor al mijne Oversten, zoo geestelijke als wereldlijke. Moge zij ook den zegen aftrekken over alle leden mijner familie, over al diegenen, die aan mijne zorgen zijn toevertrouwd, en aan wie ik beloofd heb, of voor wie ik verplicht ben te bidden. Mogen ook de arme zielen in het vagevuur daardoor geholpen worden, terwijl ik U bid om den aflaat, dien ik wensch te verdienen, aan haar te willen toevoegen. Geef, o mijn God, dat dit heden de vrucht van deze H. Communie zij. . . .
Bepaal liier de deugd, die gij wenscht te beoefenen, de ondeugd, die gij verlangt te vermijden, de bijzondere gunst, die gij door deze ^Communie wenscht te verkrijgen.
VÓÓR DE H COMMUNIE.
Mijn God, mijn Vader!... Gelukkig oogen-blik, dat mij met Hem zal vereenigen 1 Zoete Naam, die mij met vertrouwen bezielt ! Mijn God komt in mijn hart en Hij noemt zich mijn Vader! O Jesus, opperste Goed! wat is er meer noodig, om mijn hart te treffen ? Ik gevoel, dat het ruimer wordt,blijderklopt bij dien zoeten naam van Vader ! Ja, ik geloof, o mijn God, dat Gij, als een teedere Vader,
279
U met mij wilt vereenigen... Gij noodigt mij uit, Gij roept en dringt mij om tot ü te naderen... Ik ga dan tot de H. Tafel, beschaamd over mijne ellende, maar tevens vol genegenheid voor uwe oneindige liefde____ O teerhartige en liefdevolle Vader! het oogenblik is daar, om mij als uw kind te behandelen.... En wijl Gij in mijn hart wilt binnengaan, versier het volgens uw goddelijk welbehagen, stort er de diepste nederigheid in uit en vereenig met het levendigst berouw het kinder-Igkst vertrouwen en de vurigste liefde. O beminnenswaardige Vader! kom, laat mij ü omhelzen, nadat ik mij aan uwe voeten heb geworpen, om vergiffenis van al mijne zonden te verkrijgen. Kom die schandelijke vlekken door uw kostbaar bloeduitwisschen. Dat goddelijk bloed geeft mij immers tevens de verzekering, dat Gij mij opnieuw als uw kind wilt aanzien. Wat zou mij dan nog kunnen afschrikken, nu ik ü mijn Vader mag noemen? O heilige vereeniging, die dooide H. Communie in mij bewerkt wordt. Nog weinige oogenblikken en geheel de Hemel zal in mijne ziel zijn.... Naar U verzucht ik, ik verlang naar ü, mijn opperste Goed! O zalig oogenblik, mijn hart opent zich voor den gloed der liefde. Wat reden heb ik niet, om mij te verheugen! Welk geluk kan aan het mijne nabij komen! Deze dagmoetgeheet
280
aan de liefde zijn toegewijd----Ik zal den
vrede in het harte hebben, omdat mijn V ader daarin woont.... Wat behoef ik nog te vreezen?... wat kwaad zou mij nog kunnen treöen!1
Wat zal mij lastig vallen in de levende tegen-woordigheid van den teederste der Vaders. Achi toefniet, o mijn Heeren mijn God! Gij zijt lt;/eheel mijn troost in dit tranendal. O kom mijn God! mijn Vader, lieve Jesus, kom.
Mijn God! ik geloof... .versterk mij... Ik hoop . . . vertroost mij. . . ^
Ik bemin ü.... vermeerder mijne lietde.. Ik verzucht naar ü .. . bevredig mijn verlangen. . .
Ik vrees en gevoel schaamte... ondersteun
en versterk mij. . .
Ik betreur mijne zonden . . . heb medelijden met mij en vergeef mij . . ._
Ik ben koud . . . verwarm mij. .. Ik neem tot ü mijne toevlucht... neem mii aan in lietde en genade...
Mijn God! hier ben ik, kom binnen in
mijn hart.
H. Moeder Gods, mijnH. Engelbewaarder, miine H. Patronen, alle Heiligen des Hemels, vergezelt mij, om mijn God te gemoet te gaan ; aanbidt Hem, prijst en looft en zegent Hem voor mij. O God! ik offer U hunne deugden en hunne liefde, om mijne onwaardigheid
281
en mijne ellende te vergoeden... Kom dan, mijne liefde, kom. o mijn God ! kom en toef niet langer.
NA DE H. COMMUNIE.
Lieve Jesus, mijn God en Vader! ik bezit ü dan in mijn binnenste. Gij zijt geheel de mijne... Ik aanbid ü, ik omhels U, ik bemin U van ganscher harte. Lieve Vader! bewerk in mij datgene, waartoe Gij gekomen zijt. Ontvlam mijn hart, verteerhetdooruwgoddelijk liefdevuur, wil het geheel en al reinigen en zuiveren... O liefde, mijn God, mijn Vader! waarlijk \'t is te veel... ik druk ü aan mijn hart. Neen, nooit zal ik ü meer loslaten.
Gij, mijn God, dien ik aanbid, dien ik bemin.... Gij woont in mijn hart! Dat al wat in mij is zich voor U vernedere en vernietige! Niets heeft ü belet mij te bezoeken, ach! dat dan ook nu niets U afschrikke.... Gij wist, o Heer, in welken staat uw kind zich bevond.... Gij zijt gekomen... Welnu, zie mij thans ais een verloren zoon aan uwe voeten.
Ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U, ik ben niet waardig uw kind genoemd te worden... behandel mij slechts als den geringste uwer dienstknechten; zoo ik maar aan uw hart mag rusten, zal dit mijne hoogste verwachting nog verre te boven gaan.
282
Maar neen, mijn God, Gij hebt meer gedaan, Gij hebt mij eene tafel bereid en ü daar geheel en al aan mij geschonken.\'.. Aan deze tafel kwam ik aanzitten, ik heb mij met uw vleesch en bloed gevoed. ■ • • 9 §elieim van liefde! Nu mag ik met de uitstorting der teederste genegenheid in waarheid zeggen : 0 mijn Vader, die in mijn hart zijt, verblijf er immer... XJw aanbiddelijke naam zij ei ge-zegend, geheiligd, geëerd door al dekrachten mijner ziel, heden en in alle eeuwigheid. .. Heersch in mijn hart en moge ik weldra het hemelsch Kijk, waartoe Gij al uwe kinderen roept, binnengaan. Maar zoo Gij mijn geluk nog wilt uitstellen, uw heilige wil geschiede, q jj^ijn God ! voor alles en in alles wil ik mij daaraan onderwerpen.... Waarom kan ik niet alle menschen bewegen, om uw heiligen wil te volbrengen en U in alles te zoeken ; want wie voor alles uw rijk en uw wil zoekt, hem zal al het overige worden toegegeven... Gij, die de vogelen des Hemels spijst, die de leliën der velden kleedt, Gij zult voorzeker, o mijn God, uwe kinderen niet vergeten. Gij bemint ons voortdurend, niettegenstaande wij ü met ondankbaarheid beloonen. Gij schenkt ons vergiffenis, zoo wij ook van harte vergeven. Ja, van harte, o Heer, vergeef ik aan allen, dio mij door woorden of daden be\'.eedigd hebben... \'Wees hun barmhartig, o mijn God, en
283
mij zei ven genadig, door voortaan alle zonden en bekoringen van mij af te weren ; ziedaar het eenige kwaad, waarvan ik ü smeek mij te willen bevrijden, heden en alle dagen mijns levens.
Zegen, o Heer, al diegenen, die mij dierbaar zijn en stort uwe genade over hen uit, over mijne familie, mijne vrienden, mijne weldoeners en al diegenen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen. Ik bid ü, sta onzen H. Vader den Paus, onzen Bisschop, onzen Herder in alle omstandigheden door uwe krachtige hulp ter zijde Geleid al diegenen, die Gij met gezag bekleed hebt, op den weg der rechtvaardigheid, opdat zij hunne macht slechts tot uwe meerdere eer gebruiken. Help de armen, de gevangenen, de bedrukten, de reizenden, de zieken en stervenden ; geef de volharding aan de rechtvaardigen, de bekeering aan de zondaars, de ongeloovigen en d walenden, en zegen de pogingen van hen, die aan hunne bekeering arbeiden. Heb ook medelijden met de arme zielen in het vagevuur, vooral met degenen, aan wie ik de grootste verplichting heb of met wie ik het nauwste ben verbonden. Ook degenen, die het vurigst verlangen ü te zien, en die het meest verlaten zijn worden U ten zeerste aanbevolen.Troost haar, mijn God, en geef ze de eeuwige rust, en dat het eeuwig licht haar verlichte. Am.
284
ZEGEN NA DE H. COMMUNIE.
Gij gaat mij dan weer verlaten, o mijne liefde ! . . . Nauwelijks ben ik in uw bezit.. . Waar zijn ze gebleven, die kostbare oogen-blikken? Wat zal ikUnogmeerzeggen? t\\og één woord ... nog één verlangen... nog ééne liefdezucht... Tot wanneer, o mijn God, tot wanneer ?... Ach ! waarom kan ik U niet we-derhouden. .. U zeggen, U herhalen mijne smart, mijne liefde. .. O mijn God ! uw wil geschiede heden en immer.... laat ik mij altijd naar dien heiligen wil regelen. Dat
uwe genade al mijne werken heilige, opdat
ze steeds tot uwe meerdere glorie, alleen uit liefde tot U verricht worden. Zegen ze allen .. . o mijn oneindig Goed, verlaat my dus niet. . . waarom kan ik U niet immer in mijn hart bewaren .... maar daar dit met kan, verlaat mij niet, vóórdat Gij mij gezegend hebt. .. Zegen mij en bewaar mij voor alle ontrouw. Zegen mij, opdat ik U mets weitere van hetgeen Gij van mij verlangt— Zegen mij, opdat ik mijne heilige voornemens standvastig nakome.. . Zegen mij, opdat ik al diegenen, die met mij omgaan, moge stichten en tot U brengen... Roep mij dikwerf gedurende dezen dag m het heiligdom van mijn hart terug. •• Want ik ben uw tempel, o verborgen God ! Maak.
285
dat ik steeds in uwe tegenwoordigheid wandel e, naar uwe stem luistere, uwe raadgevingen volge. .. Het doet mij leed, dat ik ü nog zoo weinig bemin ; maar bet troost mij, dat ik U gebeel en al bezit, om U zeiven aan den bemelscben Vader te kunnen opofferen en daardoor te vergoeden al wat aan mij ontbreekt. Gij bebt uit liefde voor mij zooveel gedaan, dat ik mij geheel aan U geve voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.
■T E S U S, M l.T N BRTJID1SG0 M-
1 Hij wil voor mij leven. 2. met mij leven ,
GEMOEDSAANDOENINGEN.
O Jesus, mijn God ! U, maar ook U alleen j ^
o Jesus! mijn Bruidegom, wat zoetigheden vervullen geheel mijne ziel, welke teeder- v
heid, welke verrukkelijke blikken, wat ver- »
rukking in mijn hart! O Jesus! hoezoig-vuldig bewaart Gij de geheimen der heilige liefde, met U alzoo in hetheilig tabernakel op te sluiten ! Elk uur van den dag, elke stonde
van den nacht zelfs zijt Gyj daar te vinden....
Hoe vertrouwelijk mag ik hier met U vei- \'
keeren ; hoe zoet is hier uwe tegenwoordigheid, wanneer hart aan hart mag rusten,
het eene in het andere opgesloten... O mijn J
Bruidegom, ik behoor U geheel en al ...
wees Gij ook geheel de mijne. ...
287
De vereeniging, om oprecht te zijn, moet wederkeerig en on afgebroken wezen. Moge de onze zoo zijn!... Wat ontbreekt ü, o vurige Minnaar onzer zielen? Ach! mag ik liet zeggen?... Gij toondet U niet aan de oogen
mijns licliaams maar aan die mijner ziel____
Moge het mij heden gegeven zijn inde H. Communie de tegenwoordigheid van mijn Bruidegom te gevoelen____Hem aan mijn hart te
drukken. . . . ü toch, mijn God, bemint men
altjjd te weinig____Er is geen grens aan de
liefde van een oneindig beminnelijken en oneindig beminnenswaardigen Bruidegom... Nooit te groote teederheid... Nooit te veel blijken van liefde.... Ik verlang ook niets, dan mij met ü, hemelsche bruidegom, te vereenigen. Maar mag ik het wagen ? ben ik van uwe liefde verzekerd ? Ja ... maar ben ik genoeg overtuigd, dat ik U lief heb, dat ik U behaag? ... Droevige onzekerheid door den dood eerst te beslissen. O, mijn Bruidegom ! ziedaar myne eenige kwelling. Zal ik bij het verlaten van dit ballingsoord ter bruiloft binnengaan ? Zal ik ü dan zien, U bezitten, ü genieten?.... Ach! hoe gaarne zou ik mijn leven in tranen en boetvaardigheid willen doorbrengen, om dit verwezenlijkt te zien !... Zoo het noodig is, Heer, snijd, kerf, brand, verbrijzel, verneder, beproef, handel naar uw welbehagen, spaar
288
mü niet .. zoo ik U in eeuwigheid maar mag bezitten. Hier beneden omgeven mij duisternissen en angsten... Maar, hoe verzach de
H Communie deze pijnen niet! U Jesus, zoete bruidegom ! hoe spoedig vergeet men bü U het bittere des levens, vooral indien (jg uwe stem laat hooren.... één woord slechts
is voldoende. Dit woord nog ans wordt dikwijls met ongeduld afgewacht. Men is verstrooid geweest, erger nog, vaak heeft men den hemelsohen Bruidegom bedioefd. _ daar lieve Jesus, hoe het dikwijls met rnij
aesteld is.. . Ja, ik beken het, diswyls ben
ft helaas ! schuldig, en den naam, dien Gij mü quot;even wilt, onwaardig. Hoe menigmaal misschien waart Gij op het punt om mij te verstooten!... Maar, daar Gij mg bewaart in het leven mij toelaat heden tot U tenaderen,
hartig iegens mij wilt zijn.. . Doch zult Gij
in de toekomst hetzelfde geduld nog hebben, o
miin God? Ach! zoo ik ü nog ooit weêi on-
ü-ouw werd !... ja, liever zou ik op dit oogen-blik willen sterven. Hoe. zou ik zulk een be minnelijken, goeden, oneindigen, alle liefde waardigen Bruidegom nog ooit weêr durven bpdvneven ? -. • • Duld het met, o mijn God! Wees immer mijn Bruidegom ; dat alles m mij zich bevlijtige, om U te behagen; dat S mijne handelingen naar U alleen gericht
289
zijn. . . Wees Gij mijn eenige liefde op aarde.
Maria, Moeder van Jesus en mijne Moeder! leer mij aan uw goddelijken Bruidegom behagen, bid voor mij en verwerf mij de genade van liever te sterver., dan Hem nog ooit weêr ontrouw te worden. Amen.
Opdracht der H. Communie, blz. 277.
VÓÓR DE 11. COMMUNIE.
O God van liefde ! Heden komt Gij als Bruidegom in mijn hart. Welke teederheid ! Waarom kan ik in mijne ziel geen liefdevuur ontsteken ! Hoe, een God noemt zich, en met recht, den Bruidegom mijner ziel. Ja, ik geloof, lieve Jesus, dat Gij geheel en al tegenwoordig zijt onder de gedaante van brood en wijn. Bruidegom mijns harten, wathebik van zulk eene vereeniging niet te wachten ! Gij, mijne vreugde en mijne hoop, mijn eenig geluk, mijn hart is geheel voorU. . . Neem bezit van uw eigendom. . Gij zult er Heer en Meester van zijn. want ondanks mijne onwaardigheid wilt Gij er de Bruidegom van wezen... De overgroote liefde, die Gij mij in dit wonderbaar Sacrament bewijst, schijnt mij te zeggen, dat Gij mijne onwaardigheid vergeet. . . maar ben ik daarom wel minder onwaardig, minder ellendig ?. . Een God van liefde .. . ziedaar de reden, waarom Hij geene
290
palen stelt aan onze vereeniging.... O liefde! waartoe zult Gij nog ovei-gaan ?
O Jesus ! uwe liefde, uwe teederheid is te groot. ... Wat zal ik voorü doen ? ... wat U aanbieden ?.... wat ü zeggen? .... Ik ben niet in staat te beseffen al wat Gij voor mij doet, vooral in dit aanbiddelijk Sacrament, den korten inhoud van al uwewonderwerken. Gij bemint mij met eene goddelijke en oneindige liefde... en ik weetUweliefde nie1;door waarachtige wederliefde te beantwoorden. Wegens mijne ongevoeligheid zou ik uit eeibied uwe tegenwoordigheid willen ontvluchten; maar mag ik mij aan uwe beminnelijke uitnoodi-gingen onttrekken ? O neen, uwe liefde roept mij, om met vertrouwen tot U te naderen . Ik kom dan tot U, o mijn God. die mijn Bruidegom wilt worden... Gij zijt. mijne liefde... O kostbaar oogenblik, waarin ik hoop Hem te bezitten, laat U niet langer wachten. ... O mijn oneindig Goed — mijn Heer en mijn God ! Gij zijt waarlijk mijn Bruidegom ; maak dat ik geheel liefde zij... .
Mijn God, ik geloof, enz. bi. 280.
NA DE U. OOMMUKIE.
O mijn hemelsche Bruidegom! waarom brand ik niet van liefde voor ü 1 Hoe, Gij zijt in mijn hart.. .. Ik bezit U geheel en al....
291
Mijn zoete Jesus, dien ik boven alles bemin. .. Gij zijt nu in mijn hart!... Gij, mijn waarachtige goed... mijne eenige liefde!... O zalige genoegens der H. Communie, wat zijt gij weinig bekend!... Kortstondige oogenblik-ken, waarom blijft gij niet langer voortduren! Hoe spoedig zal ik mij moeten losscheuren aan uwe omhelzingen en mij mengen met het slijk der aarde?... Ach, mijn God! Gij vraagt mij een offer, en zou ik het U kunnen weigeren? Zal ik ooit genoeg voor ü kunnen doen, o mijn goddelijke Meester, die zooveel voor mij gedaan hebt? Hoe zou mijn hart aan uwe liefde kunnen wederstaan ? Maar hoe kau ik het wonder, dat in mij plaats heeft, aanschouwen, zonder van liefde te verkwijnen!...
O Jesus ! ik aanbid U uit den grond mijns harten.... Gij zijt de God van hemel en aarde, en Gij neemt mijne ziel tot uwe bruid.... eene ziel zonder deugden,... zonder verdiensten,., zonder bekoorlijkheden. —Waarom? Omdat Gij, o mijn God, slechts liefde zijt... Gij bemint mij enkel, om mij te beminnen.. . Gij let niet op mijne zonden, noch op mijne ellende, noch op mijne onwetendheid, noch op mijne verachtelijkheid. ... Gij bemint mij, en ziedaar, wat U beweegt, om mijne ziel binnen te gaan. .. Werp nu den ook op mij een blik van medelijden, zie wat ellenden mij terneerdrukken, wat zonden mij beschamen ! O al-
292
machtige Bruidegom ! verlaat mij heden niet alvorens mij de uitwerkselen uwer beminnelijke almacht te doen gevoelen... Ik vraag ü noch rijkdommen, noch eerbetuigingen,noch genoegens ; integendeel, ik zou mij gelukkig achten, zoo ik, o mijn Jesus, de armoede, de vernederingen en de smarten, die Gij ter liefde van mij gedurende uw sterfelijk leven hebt geleden, zou kunnen navolgen... O, hoe gaarne zou ik U willen gelijken ! Nog-tans deze gunst zou ik U niet durven vragen; zij behoort slechts aan de uitverkorene zielen : en wie weet of Gij mijne vermetelheid niet zoudt bestraffen. . .. Maar. wat zeg ik ? het is uw uitdrukkelijke wil, dat wij aan U gelijkvormig worden. O maak, dat ik uit liefde tot ü wegkwijne. .. . Gij zijt mijn welbeminde Bruidegom.... Gij zijt mijne eenige vreugde ... mijn eenige rijkdom, mijn waarachtig geluk.... Met U bezit ik alles.... Van ü verhoop ik alles. ... Ach! waarom heb ik niet al de harten der Heiligen om U te beminnen ? Maar Gij vraagt mij slecht één hart, en wel het hart, waarin Gij U thans bevindt.... O, ik schenk het ü.... ik draag het ü op ... ik wijd het ü toe . .. beschik er over, woon en heersch daarin in alle eeuwigheid.
Zegen, o Hoer, enz. M. 283.
JESUS 31 IJ N E V R E ü G I) E.
1. Jesus, de ware vreugde. 2. Mijne waarachtige vreugde.
3. Mijne eeuwige vreugde.
GEMOEDSAANDOENINGEN.
O Jesus, vreugde der Engelen! hoe zoudt Gij niet de mijne wezen ? Uwe schoonheid verheugtal de Heiligen... Gij overstelpt hunne harten van vreugde... O, wanneer zal ik daarin deeleti? Maar wanneer zal ik die vreugde verdienen? Over wien heb ik te klagen, zoo niet over mijzelven?... Wanneer mijn hart met droefheid vervuld is, wanneer een vloed van bitterheid mijne ziel schijnt te overstelpen, ach. ik weet het, dan moet ik het alleen aan mijne ondankbaarheid toeschrijven. Wat vreugde kan ik genieten, na ü, mijne vreugde, door mijne zonden te hebben beleedigd ?... Heer ! maak een einde aan mijne misstappen; dit zijn mijn eenige, mijne ware smarten... Vergeef mij mijne ontelbare zonden en ongetrouwheden en bewaar mij voor \'t ongeluk van U op-
204
nieuw te Leleedigen. Al het overige zal mij niet bedroeven ; ik zal mij gelukkig achten door de wereld vergoten, veracht, verlaten te worden. Gij alleen kunt mijne zielmet vreugde vervullen ; Gij alleen mijne tranen afdrogen, want in weerwil van mij zei ven zullenzij mijne oogen ontschieten... Een enkel woord aanuwe lippen ontschoten zal mij een onuitsprekelijk genoegen veroorzaken... Neen, ik verlang geen wereldsch vermaak, geene voldoening mijner zinnen en lusten... Verre van mij. o mijn God ! al wat mij tot lichtzinnigheid en verstrooidheid zou kunnen voeren... Moge ik mijn naaste overal stichten doorhemdedeugd in al haar beminnelijkheid voor te stellen.... Geef mij, o Heer, de vreugde uwer kinderen, die ü in alles zoeken te behagen door uw heiligen wil immer te volbrengen. Geef, dat ik mij verheuge, wanneer ik zoo gelukkig ben ü in iets te gelijken, o Jesus, in uwe armoede,... in uwe vernederingen,... in uwr lijden,... in uwe verguizingen,... in de vergetelheid, waarin Gij geleefd hebt, o mijn Zaligmaker, en waarin Gij U nog bevindt in dit Sacrament van liefde.... Ik verzaak aan alle andere vreugdeen offer U almijnegenoegens op... Ik verzaak aan elke geoorloofde voldoening ; ik wil geen ander geluk, geene andere vreugde dan U alleen, o mijn Gcd ! Mij aan uwe voeten te bevinden,... Ü te aenbiddcn in
295
liet H. Tabernakel, waar Gij clag en nacht ter liefde van mij verblijft,... U lof te zingen,... uwen zegen over mg en alle menschen af te smeeken,.... uwe woorden aan te hooren, wanneer ik door de H. Communie U in mijn hart bezit,. .. dat zij mijne eenige vreugde, mijn eenig vermaak gedurende mijn kortstondig, aardsch leven ! ... En wanneer het zoo lang verbeide oogenblik, waarop ik Ü votvr eeuwig zal bezitten en beminnen, voor mij zal aanbreken, .. . wanneer mijn laatste uur hier beneden zal geslagen zijn, wees dan, lieve Jesus, mijne vreugde... Intusschen spaar mij niet,. . . zoo het noodig is, ontneem mij alle troost, maar verlaat mij niet, o mijn God, en geef mij de kracht om te lijden op eene wijze die Uwer waardig en voor mij heilzaam is.
Maria, mijne goede Moedei-, gij die nooit eene andere vreugde hebt gehad dan uwen Jesus : bid voor mij, opdat Hij alleen mijne vreugde zij. Aan Jesus en Maria toe te be-hooren, dat zij immer mijne grootste, mijne eenige vreugde! Amen.
Opdracht der H. Communie, blz. 277.
VÓÓR DE H. COMMUNIE.
Jesus, mijne vreugde ! O liefhebbende Jesus ! onder welke benaming komt Gij heden
296
in mijn hart ? .. . Is dat hart bereid U in deze hoedanigheid, zoo rijk aan bekoorlijk heden, te ontvangen?... O hemelsche vreugde vol van zoetigheid ! de wereld kent U niet.... O mijne vreugde, o Jesus ! ^Vie zal mij een hart ruim genoeg, wie mij eene onbegrensde liefde geven?... altijd aan Jesus toebehoo-ren. .. immer ter zijner beschikking zijn ... O mijne vreugde! reeds maakt Gij Ü bereid om mijn hart binnen te gaan,. . welke gevoelens moeten mij thans bezielen, welke verzuchtingen moet mijn hart thans slaken ? .. .. Ach ! zij moeten zacht geweldig zijn. zonder uitstorting naar buitec. Maar hoe zal ik ze in de enge ruimte van mijn boezem houden opgesloten, o mijn God ? . ..
Hij, die het geluk der Engelen en dei-Heiligen uitmaakt in mijn hart! O vreugde, o zaligheid, hoe dit te begrijpen ? of liever, hoe te leven, zonder zich verteerd te gevoelen ? 0 mijne vreugde, o mijn Jesus! Gij komt, . nog eenige oogenblikken... Ja, ik geloof... Gij zult mij de vreugde uws geestes scheuken, die mij met berouw, liefde en dankbaarheid zal vervullen. .. Daar is Hij.... Hij nadert tot zijn onwaardig en toch zoo bevoorrecht, zoo bemind schepsel. Ik geloof het, o Heer ; ik geloof, dat gij het zijt.... Ja, ik hoor Hem .. Hij roept mij... Welke liefde! Zie, hier ben ik, o mijn God! ik
297
gevoel, hoezeer ik U noodigheb. Kom mijne verlangens voldoen... Kom, Gij alleen kunt mij gelukkig maken . . . Ik wil geen ander... Maar zijt Gij mijne vreugde, dan moet ik ook de uwe zijn, dan moet ik zorgen, ü nooit in iets te mishagen. .. O Jesus 1 zou ik U na zooveel liefde nog iets kunnen weigeren ? Neen, mijn God, kom mijne getrouwheid en mijn geluk verzekeren, ... o Jesus, o mijne vreugde 1 kom .... ziedaar mijne ziel.. . .
Mijn GodJ ik geloof, enz. bladz. 280.
NA DE 11. OOMMUNIK.
Mijn God 1 Gij zijt mijne vreugde : hoe zou \'t anders kunnen zijn ? Zijt Gij niet all6s, wijl Gij mijn God zijt? O, ik bezit ü, ik omhels U ... In waarheid mag ik zeggen, dat Gij mijne eenige liefde zijt en ik U boven alles de voorkeur geef. Gij zijt mijn eenig geluk ; zonder U wil ik geen ander genieten. . . O mijn God, mijne vreugde ! Gij daalt af tot mij! . . . O oneindige Majesteit! ik aanbid ü, voor U zink ik in mijne nie tigheid terug . . . Wees gezegend, geprezen door al wat leeft 1 . . . Mijne stem heffe een nieuwe lofzang aan in dit oogenblik van vreugde en reine wellust!. .. De God van
13*
298
hemel en aarde is in mijn hart 1 o zalige stonde, gelukkig oogenblik !. .. o Jesus, mijne liefde!
O God, dien ik met liefdfi aanbid ; wees immer mijne vreugde ; ik geloof, dat Gij thans in mijn hart zijt. ... Ik hoop, dat Gij over mij de gaven van uwen Geest zult uitstorten, die een geest is van liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, langmoedigheid, zachtheid, getrouwheid, zedigheid, onthouding en zuiverheid.
Bewerk in mij, o Heer ! deze heilzame vruchten ; geef, dat ik medewerke met uwe genade, om ze in mijne ziel te doen werken.
Wanneer ik mij weêr aan mijne bezigheden overgeef, maak dan, o mijne vreugde, dat ik niet meer toegankelijk zij voor eenige andere vreugde of voor verstrooidheid. O mijn Jesus! waarom kan ik mij niet ten minste van tijd tot tijd, tot U wenden, o mijne iiefde, mijne vreugde, mijn heil! Moge ik mij den geheelen dag herinneren, dat ik mijn God in mijn hart draag... Waar zou mijne dankbaarheid blijven, zoo ik vergat ü meermalen te aanbidden, U ten minste een enkel woord te zeggen, U te verzekeren, dat Gij mijne liefde, het eenig voorwerp mijner liefde zijt. Jesus is vol liefde en goedheid jegens mij... O mijn God ! wees gezegend om uwe overgroote teederheid... Gij
299
zegt mij, dat het uw vermaak is bij ons te verblijven. O het is ook mijn geluk bij II te zijn. .. O mijn opperste goed ! welke gevoelens moet zulk een overmaat van liefde in mijne ziel niet opwekken? Wat vervoering moet mij niet bezielen ? Mijn God ! waarom verkwijn ik niet van liefde en dankbaarheid ? Neen, dat wilt Gij niet. Maar verlangt Gij dus, dat ik leve en niet sterve, dan wil ik leven uit dankbaarheid en liefde. Ik zal alles als uit uwe hand voortkomende aannemen, dus in vrede en met vreugde. Alles beschikt Gij tot welzijn van diegenen, die U liefhebben ; ik moet mij dus ook over alles verheugen.
Wat kan ik nog verlangen, o Heer, na de eer, die Gij mij heden hebt aangedaan ? Ja, nog iets, mijn Jesus ! blijf mijne vreugde in alle eeuwigheid, zooals Gij het op dit oogenblik zijt,.. . mijne eeuwige vreugde, wanneer ik voor uw aanschijn mij zal verheugen, zonder vrees van U ooit weer te verliezen. Maar in dien tusschentijd verlaat mij niet, want ik ben zwak en bevreesd. Ach! ik bid ü, verlaat mij geen oogenblik, want zonder U zou ik vergaan.. . Wees alles voor mij, o Jesus, in dit leven en in de eeuwen der eeuwen Amen.
Zegen, o Heer! enz. blaz. 283.
J E S U S, M TJ N V 11 I E N D.
1. Jesus, een ware vriend. 2 een getrouwe vriend.
3. een standvastige vriend.
GEMOEDSAANDOENINGEN
Welke titels zult Gij nog aannemen, o Jesus, om onze harten te winnen ? O liefde ! Gij verlangt niet alleen, dat wij uwe kinderen, maar ook uwe vrienden genoemd worden. Maar vrienden, o Heer, moeten elkander gelijken. . . en welke gelijkenis heb ik met U, o mijn God ? Gij zijt de heiligheid zelve, en ik.... mag ik zeggen, dat ik waarlijk aan mijne heiligwording arbeid\'?... Nogtans in weerwil van dit verschil zijt Gij nog altijd vol liefde Men zou zeggen, o mijn God, dat niets in mij U afschrikt; ja het schijnt zelfs, dat Gij mijne vriendschap meer en meer zoekt, wijl Gij TJ opnieuw met mij, arm ellendig schepsel, wilt vereenigen. Een bewijs, dat Gij niet alleen in naam maar in waarheid de vriend mijner ziel zijt____Bij de geringste
301
smart, die mij kwelt, hoort,Gij mijneklachten, lenigt Gij mijne droefheid, deelt Gij mijne pijnen... Hoe verblind zou ik zijn, zoo ik tot TJ niet het eerst mijne toevlucht nam, o tee-dere vriend mijns harten ! Gij beijvert U meer om mij te helpen, dan ik om uwe hulp in te roepen... O, hoe zoetis \'tniet, zulk een vriend te bezitten, een vriend wonende onder hetzelfde dak, een vriend altijd toegankelijk, en wat alle verbeelding te boven gaat, een vriend, die in deziel van zijn vriend wil binnengaan!... een vriend, die leeft in zijn vriend, diesleuhts
één hart met hem uitmaakt,____O liefde, o
zaligheid! Waar zal men zulk eene vereeni-ging vinden ; waar woorden vinden, om het innige dier vereeniging uit te drukken? . . . Hart aan hart, saamgesmolten als was... o Jesus, mijn eenige vriend! zou ik bij zulk eene overmaat van liefde ü niet boven alles beminnen? Geef dit, o mijn God, mijn opperste goed! En Gij, die iu weerwil van mijne ontrouw altijd getrouw blijft, wanneer zal mijne trouw aan de uwe gelijken? O mijne liefde! hecht mijn hart aan hetuwe doorzulkesterke ketenen, dat niets ter wereld in staat zij om die te verbreken... Wees immer mijn eenige vriend... Laat immer het H. Tabernakel en de H. Communie de plaatsen onzer bijeenkomst zijn. Laat ik U daar immer blootleggen al wat er in mijn hart omgaat:
302
mijn verdriet, mijne ellende, mijne bekommernissen, mijne verlangens, mijne voornemens . . . mijn eenig verlangen, om U te beminnen zonder vrees van ü ooit weêr te verliezen. O mijn Jesus ! waarom blijf ik hieromtrent nog altijd in het onzekere?... Wanneer zal ik kunnen zeggen: mijn God, Gij behoort geheel en al aan mij, en ik behoor ook geheel en al aan ü, voortaan zal ik U niet. meer bekedigen.... Ik bezit U, nooit wil ik meer van U scheiden.... o mijn hoogste goed! Heb medelijden met mij en laat nimmer toe, dat zooveel liefde voor uw arm schepsel ooit verloren ga. Waartoe zou al uwe teeder-heid mij dienen, indien ik ü niet gedurende alle eeuwigheid liefde voor liefde kon wedergeven? O mijn God, verwijder dus van mij alles wat die liefde, die ik U verschuldigd ben, en U in eeuwigheid verlang te bewijzen, zou kunnen verhinderen. Liefdevolle vriend ! spreek tot mijn hart ; zeg, wat Gij van mij begeert; laat mij uwe ingevingen nauwkeurig opvolgen ; laat mij steeds getrouw blijven aan mijne goede voornemens; laat mij altijd, overal, in alles aan U aangenaam zijn.
O Maria, trouwe Maagd! bid voor mij, opdat ik, na Jesus hier op aarde bemind te hebben, eens waardig worde Hem te zien, te beminnen in alle eeuwigheid. Amen.
Opdracht dor F, Communie, blz. 377.
303
VÓÓR DE H. COMMUNIE.
-De ziel. Wien zal ik heden in mijn hart ontvangen ?
Christus. Mij-zelven ; Tk ben immers de vriend uvvs harten.
De ziel. Hoe, groote God, Gij wilt mijn vriend zijn, Gij de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde, de Koning dei-koningen ? . .. .
Christus. Vergeet voor een oogenblik deze grootheid, welke ik voor U verboi\'gen houd, om slechts te denken aan de liefde, waarmede ik in uw hart wil binnen gaan.
De ziel. Maar Heer, zoo Gij als Koning tot mij kwaamt, was dan uwe vernedering al niet diep genoeg? . .. maar als vriend . ... Wat is er in mij, dat eenige overeenkomst heeft met U ? Welke zijn uwe gevoelens? .. . Welke de mijne ?
Christus, \'t Is genoeg, dat gij mijne uitverkorene zijt.
De ziel. Ik.. . o mijn God! ik ben die liefde niet waardig....
Christus En zoo gij die waardig waart, zou dat mijne glorie verhoogen ?
De ziel. O God van liefde! Wat kan ik bij zulke blijken vanteederheid antwoorden ? Hoe grooter schaamte en berouw mijn hart
304
vervult, des te grooter is de liefde, waarmede Gij mij bejegent. .. Ik gevoel mij dat gastmaal derEngelen geheel en al onwaardig.
Christus. Beantwoord aan mijne liefde, beminde ziel, open uw hart tot vreugde en vertrouwen, kom u met mij vereenigen....
De ziel. Vergeef mij dan, o Heer, vooraf al mijne zonden, die ik van harte betreur.
Christus. Ik heb al uwe zonden op mij genomen. .. .
Da ziel. En zoovele driften .. . zoovele kwade neigingen, dieaanhoudend in mijn hart opwellen .... zijn dit geene redenen gewichtig genoeg, o Heer, om mij van de heilige Tafel verwijderd te houden ? ...
Christus. Ja, misschien zoudt Gij u van mij verwijderen, zoo Ik Mij in mijne glorie en Majesteit vertoonde; Maar Ik noodig u uit als vriend.. . Wat hebt gij van een vriend te vreezen ?
De ziel. Heer ! Gij hebt mijn hart gewonnen. Ik wedersta niet langer aan zooveel liefde...
Christus. Kom mij dan als een teederen vriend onthalen ; ik tel de oogenblikken, die mij van u scheiden, om in uw hart binnen te gaan.
De ziel. O God ! wijl uwe liefde zoo groot is, waag ik het uwe liefdevolle uitroodiging aan te nemen. . . Kom, Gij die de liefde zelve
305
zijt, kom mij met liefde vervullen, opdat ik op mijne beurt alleen liefde worde.
Christus. Deze moeten uwe gevoelens zijn. . Nader thans tot uw vriend.. . Ik ben het...
Mijn God! ik geloof, enz. blz. 280.
NA DE II. COMMUNIE.
Be siel. O God van liefde 1 ik werp mij aan uwe voeten... ik aanbid U. . ik prijs U;.. ik dank ü voor de uitstekende eer, welke Gij mij komt bewijzen.
Christus. Als vriend ben ik gekomen, ziedaar het uur der liefde.
De ziel. Hoe ! mijn Heer en God... Aan mij is \'t, dat Gij zooveelteederheid bewyst?...
Christus. Ja. aan u, en Ik ben gekomen, om geheel uw hart te bezitten.
Be ziel- Hoe gelukkig voel ik mij, o mijn God! Niet alleen verstoot Gij mij niet, maar Gij vraagt zelfs mijn hart.
Christus. Wat heb ik voor u kunnen doen, dat Ik niet gedaan heb ? . . . Op mijne beurt vraag Ik slechts uw hart.
Bc ziel. Ach ! Gij hebt te veel gedaan voor ellendige en ondankbare schepselen, en voor zooveel goedheid vraagt Gij slechts een nietig hart...
Christus. Ik stel er mij mede tevreden, en nogtans hoevele zielen, die het mij weigeren!
306
Do. ziel. O die verblinden ! Gij toch alleen, o Heer, kunt ze gelukkig maken.
Christus. Met recht zegt gij : die verblinden. Maar juist daarom verdienen zij nog verontschuldiging. Wat mi] echter bijzonder leed doet, is, dat er zielen gevonden worden, door het licht der waarheid verlicht, met genaden overladen, zoo dikwerf door mijn vleesch en bloed gespijsd, wier hart verdeeld is onder duizend nietigheden, die zij zich schamen te bekennen. . .
Dn ziel. O mijn Jesus 1 verwijder /.ulk onheil van mij. . . Ik geef U geheel mijn hart, ik bied het U aan, ik wijd het geheel aan TJ toe, om het voor U te slachtofferen. . . Vestig er uwe woning in, en verlaathetnooit weêr.
Christus. Ik ben de getrouwste vriend dei-harten, die Mij geheel zijn toegewijd. .. .
De ziel. Ach ! ben ik wel geheel en al aan ü gehecht ? Eekent Gij mij onder het getal dier uitverkorene zielen ?
Christus. Uw hart moet u hierop antwoorden... Het is Mij toegewijd, zoo het niet verdeeld is.
De ziel. Verre van mij, o mijn God leen hart dat reeds zoo klein is, nog te willen verdeelen... Ik acht mij te gelukkig, dat Gij het wilt aannemen. Hoe zal ik uwe over-groote liefde genoegzaam erkennen r Waar-
307
om heb ik niet duizend harten om U te beminnen, duizend monden om üteloven ?... Ik wil U geheel toebehooren.... handel met mij naar uw welbehagen.... zoo ik ü maar nooit meer bedroeve, o God 1
Christus. Ik zal uwe sterkte zijn. ... Ik zal bij u blijven. .. blijft gij ook bij Mij— Gij weet, \'t is mijn vermaak met de kinderen der menschen te zijn.
Dc ziel. O God ! wat geef ik U voor zooveel liefde weder? Helaas ! waarom kan ik niet dag en nacht de onverschilligheid be-weenen, waarmee wij U behandelen ? Gij j zijt geheel liefde, wij daarentegen koudheid... Gij slechts goedheid, wij ondankbaarheid... Ach ! zóó kan ik niet langer leven, door U aanhoudend met genaden overladen, en U toch telkens weêr ontrouw worden. Waarlijk, ik verdiende wegens mijne ondankbaarheid niet langer te leven ; hoe menig ander verdient veel meer dan ik de plaats in te nemen, die ik zoo nutteloos bekleed ! Maar zoo Gij wilt, dat ik leve, verzeker dan mijne getrouwheid... laat mij ü vurig beminnen... U nooit meer beleedigen... Bewaak mijnhart zoo zorgvuldig, dat het U nooit meer ontrouw worde, liefdevolle Meester! Hoe ! dit hart, waarin Gij uwe woonplaats vestigt, dat Gij zoo dikwerf uitgenoodigd, zoo edelmoedig bemind en met genaden overladen _
308
liebt,... moclit dit hart éér vernietigd worden, vóór dat het U nog ooit weêr zou verlaten, of uwe liefde en weldaden vergeten !... Ik behoor U toe, goede God, ik ben de uwe, tot aan den dood wil ik niet andera trachten dan U in alles te behagen... O, dan zullen mijne aardsche banden verbroken worden, maar de band, die mij aan U hecht, o Heer, zal nog nauwer worden toegehaald, en het toppunt van mijn geluk zal wezen, Dengene te zien, te bezitten, te genieten, die mij zoo feeder bemind heeft. . In dit zoete vertrouwen rust en leef ik.
Zegen, o Heer! enz. blz. 283.
.1 E S U S, 31 l.T N B R 0 E I) E U.
1. Jesus is mijn broeder door natuur. 2. door aanneming. 3. door overeenkomst.
GEMOEDSAANDOENTXGEN.
O Jesus ! ja, Gij zijt mijn broeder ; Uvv he-melsche Vader is mijn Vader... Gij zelf hebt liet gezegd. Van U, beminde Leermeester, heb ik geleerd te zeggen: Onze Vader, die in de Hemelen zijt. Ik ben dus de broeder van Jesus Christus... Kan uwe vernedering, o mijn God, nog verder gaan? Waarlijk,lieve Jesus, te groot is uwe liefde. Overvloedig bewijst Gij mij, dat Gij in mijn hart geen vrees, vooral die slal\'elijke en ontmoedigende vrees niet verlangt, welke mij te zeer beangstigt voor de toekomst. O, Gij die slechts liefde zijt, en mij in \'t bijzonder zoovele blijken uwer liefde geeft, zult Gij mij in mijn laatste uur verwerpen ?... Zon uw hart alsdan voor mij gesloten zijn ? Zal ik in U slechts een schrikverwekkenden God mooten
310
zien, wiens majesteit en rechtvaardigheid den grootsten angst inboezemen nadat Gij als het ware uwe liefde hebt uitgeput, en zulke zoete namen van vader, bruidegom, vriend en broeder hebt aangenomen! O mijn Jesus, die dit alles voor mij zijt; wek mijn vertrouwen op... Gij hebt voor mij geleefd en altijd de grootste barmhartigheid voorrouw-moedige zondaren getoond,.. Gij hebt U aan mij gelijk gemaakt... ü met hetzelfde vleesch bekleed, opdat ik in ü een broeder zou zien ; en om mij dit nog duidelijker te maken, hebt Gij de gedaante van een kind aan genomen... Gij liet U door Maria in de armen nemen, op den schoot zetten van haar, die Gij tot uwe moeder hebt uitverkoren. O kleine Jesus ! Gij zijt het kind van Maria, maar ik immers ook... Teedere moeder ! kom uw goddelijk Kind in mijn hart plaatsen... Kom, geef mij mijn kleinen broeder. Ik wil aan Hem gelijken. Ik wil beminnen, wat Hij bemind heeft... Ik wil zoeken, wat Hij gezocht heeft. Ik wil altijd met Hem vereenigd zijn, slechts één met Hein uitmaken... O heilige Communie, waar mijn opperste Goed zich op eene zoo liefdevolle wijze aan mij geeft: p Jesus, o mijn Broeder! weldra, ja, weldra komt Gij mijne ziel vervullen... Ach! stel niet uit. . . spreek tot mijn hart. Laat uit het H. Tabernakel deze zoete taal aan
311
i mijne ziel hooren : (mijn broeder) mijne zus-\' ter. O Jesus, vreugde der zielen ! Gij deelt \' alles met mij... uw Vader, uwe Moeder, uw l erfdeel, uwe verdiensten. .. Neen, nooit zal , het mistrouwen ingang vinden in mijn hart.
Maar, Heer, van uwe zijde vrees ik niets, i maar wel van de mijne. Ach, zou ik ooit zoo ongelukkig kunnen zijn, U nogmaals i met ondankbaarheid te behandelen, ach, laat i mij dan liever op dit oogenblik sterven... O i Jesus ! al wat Gij nu reeds voor mij zijt, is \'• . mij nog niet genoeg... Wees eeuwig voor mij, wat Gij immer gedurende uw sterfelijk ; leven geweest zijt .. Mijne arme ziel zij uwe \'i 1 zuster, Maria zij immer mijne moeder, ge-) lijk zij de uwe geweest is op de aarde en
de uwe blijft in den Hemel, n Moeder van Jesus 1 wees immer mijne moe
der, en moge ik door een gedrag, dat u en i\' uw goddelijken Zoon waardig is, immer ij uw kind genoemd worden.
Opdracht der H. Coinraunu», bl. 277.
cl
0 VÓÓR DE H. COMMUNIE.
d
ij O mijne ziel! verban alle vrees ; uw Jesus
i, komt heden als een teedere broeder in u i! wonen. ,.
it O Maria, beminde Moeder van Jesus en
n mijne moeder! ik werp mij aan uwe voeten en
quot;
i j
312
smeek u mij te willen voorbereiden, om Jesus in mijn hart te ontvangen. O mijne goede Moeder ! hoe zal ik mijn broeder onthalen ? Gij, die Hem zoo zeer bemint, leer mij Hem beminnen. O mijn God! ik geloof, dat ik ü zeiven zal ontvangen, ü, o Jesus, die door de menschelijke natuur aan te nemen, aan ons hebt willen gelijk worden... ü, o Jesus, die meer dan drie en dertig jaren onder ons hebt gewoond en om bij ons te blijven, het wondervolste der geheimen hebt uitgevonden : God zijn! rnensch worden... God zijn, en de spijs worden onzer zielen ... \'t is onbegrijpelijk ; toch geloof ik het. o Heer, op uw woord ; ik aanbid U, ik dank U, en hoe onwaardig ik ook zij, durf ik er bijvoegen : ik bemin U, want Gij wilt door mij bemind worden. Nu zal ik in mijn hart uws heilige mensehheid ontvangen; wat zeg ik? Uwe Godheid, geheel U zeiven, o mijn God !... Maar wie ben ik, om zulk een gast te ontvangen ? Ik gevoel mijne onwaardigheid zoo zeer, dat ik er over beschaamd ben... Nog-tans. wanneer ik overweeg, dat Gij mijn broeder zijt, dan herleeft mijn vertrouwen, dan gevoel ik mij verlicht en ik begrijp, dat Gij van mij de innigste, de hartelijkste liefde verlangt...EenGod wordtmijn broeder! en ik zou niet kinderlijk vertrouwen, Hem niet uit geheel mijne ziel beminner ? . Ver-
313
vuld met de levendigste gevoelens van liefde en vertrouwen roep ik uit: Leve Jesus ! Gij in mijne ziel, Gij zijt geheel mijne liefde en geheel mijn verlangen ! Zoo ik met U maar in tijd en eeuwigheid vereenigd ben, is al het overige mij onverschillig.... Mijn God bezitten ... met Hem leven als met een teederen broeder... wat geluk, wat zaligheid ! Kom, mijn God en mijn broeder, kom en help mij op de glibberige paden des levens. Kom mij zeggen, wat Gij voor mij zijt .. . wat ik voor U wezen moet... . Kom mijne ziel omhelzen, zoodat zij uit de innigste en teederste vereeniging met ü niet meer worde losgerukt; kom, wij zullen voortaan elkanders gedachten, gevoelens en verlangens dee-len.. . O mijne ziel, nader tot Jesus ; Hij is uw broeder, gij zijt zijne zuster.
Mijn God, ik geloof, enz. 1)1. 280.
NA DE li. COMMUNIE.
Lieve Jesus! als een broeder zijt Gij in mijn hart gekomen, welke vernedering! Wat doet Gij al niet, o mijn Godl om tot den mensch af te dalen? Een afgrond houdt U waarlijk van mij gescheiden, o Heer, maar uwe liefde roept uwe almacht te hulp, om dien afgrond te vullen.... en terwijl zij alleen luistert naar uwe oneindige teederheid, dringt zij door de
314
uitgestrekte hemelen, om in mijn hart te komen wonen. . . Ja, in mijn hart, een hart helaas ! dat ü zoo ondankbaar is geweest... Neen, nooit zal ik uwe goedheid vergeten, en hoemeer liefde Gij mij bewijst, des te dieper smart het mij, ü te hebben beleedigd... Maar, ziedaar voor mijne ziel het oogenblik van liefde, . .. het uur der innigste mededee-lingen . . . Jesus en mijne ziel.. . Broeder en zuster ... hart aan hart.
O Jesus! wees eeuwig gezegend voor deze overmaat van goedheid... Ik aanbid U als mijn God... Ik zegen ü als mijn weldoener en bemin ü tevens als mijn broeder... ja als mijn teerbeminden broeder. .. . Ach! maak, dat mijne ziel uwe waardige zuster zij.. . Gij hebt reeds zooveel voor haar gedaan! . . .
O mijn beminde Verlosser! alles, wat Gij bezit, wilt Gij met mij deelen... Zelfs uw Vaderen uwe Moeder hebt Gij mij geschonken... er blijft slechts over, mij uwe gaven waardig te maken en ze te bewaren... Ik smeek ü, maak mij oplettend en gehoorzaam aan uwe ingevingen ... nederig en overgegeven aan alle beschikkingen uwer goddelijke Voorzienigheid-Gij bemint mij... Gij bewaakt mij... Niets overkomt mij zonder uw goddelijken wil of toelating.. . O, hoe gelukkig voel ik mij onder uw geleide, dat louter goedheid en liefde is. Laat uwe heerschappij over infj geen einde
315
nemen. . . Wees immer mijn Jesus . .. mijn eenige schat. . . mijne eenige liefde. . . Gij kent mijne innigste gedachten, mijne geheimste verlangens. . . Voor wien zal ik mijn hart ontsluiten, zoo niet voor ü, o welbeminde mijner ziel .. . voor U,- wien ik liefheb . .. voor U, die met mij ver-eenigd zijt.. . voor U, die in mijn hart woont. . . Ja, ik bezit ü ... blijf immer bij mij. . . Laat ons voortaan onafscheidelijk met elkander vereenigd zijn en laat weldra voor. mij den dag aanbreken, waarop, ik U zonder sluier mag aanschouwen. . . O mijn Jesus 1 zal die dag zich nog lang laten wachten ? O God ! U te bezitten in de H. Communie, o, \'t is veel, onbegrijpelijk veel . .. maar ü te bezitten in den Hemel, mij in uwe goddelijke aanschouwing te verlustigen, o God! wanneer ? wanneer?... Ik onderwerp mij aan uwe goddelijke besluiten. .. Ik leef te midden van gevaren,... neem mij weg, bid ik ü, uit deze wereld, vóór dat ik bezwijke. .. Mijne zwakheid is IJ bekend , . . . heb medelijden met mij, geleid en ondersteun mij. . . want Gij zijt mijne toevlucht ; mijn Jesus, van ü moet mij hulpe komen... Neen, laat het nooit gezegd kunnen worden, dat ik te vergeefs op U heb gehoopt. . . neen, neen, uw woord is onfeilbaar, dat is mijn troost: wie op II hoopt.
316
zal in eeuwigheid niet beschaamd worden. Gij zijt immers mijn beminde broeder ; alles verwacht ik van ü , . .. vol liefde, vol goedheid zijt Gij jegens mij ... ik vrees dus niets ; alles, alles hoop ik van U, myn God !
Zegen, o Heer, enz. bl. 283.
TER VERNIEUWING VAN ONZE GOEDE VOORNEMENS.
De teedere liefde, waarmede Gij mij immer hebt bejegend, o mijn God, de ontelbare genaden, welke Gij zoo ruimschoots over mij hebt uitgestort; de teederheid, waarmede Gij mij tot uw heilige dienst hebt geroepen, de goedheid, welke ik van U zoo onverdiend ondervonden heb, de langmoedigheid, waarmede Gij mij verdragen, de edelmoedigheid, waarmede Gij mij zoo vaak vergiffenis geschonken hebt; dat alles boezemt mij, ik weet niet welke schaamte, maar ook tevens welk vertrouwen in... Wat kan mij weerhouden tot ü weder te keeren, o Heer ! wijl Gij bereid zijt, mij met het grootste geduld, de meeste liefde in uwe vriendschap op te nemen ? Immers is mijne boosheid groot, uwe barmhartigheid is toch oneindig grooter.
Ach ! mijn God ! ik heb gezondigd... ja, ik beken het uit den grond mijns harten, ik heb gezondigd... tegen den Hemel en tegen U,... tegen Ü, die mij van alle eeuwigheid bemind hebt, tegen ü, die mij met zooveel teederheid
318
behandeld, tegen ü, die mij zooveleliefdeblij- he: ken gegeven hebt... Ikhebgezondigdondanks ms mijne beloften, mijne zoodikwerf vernieuwde da voornemens... Was\'t noodig mij zooveel ge- ui nade te schenken, om die toch telkens te mis- liji bruiken ?... moest Gg mij zoovele goedevoor- ha nemen.s inboezemen, om die toch zooslechtte te volbrengen?... moest ik U zoo dikwerf de ver- gc zekering mijnerliefde herinneren, om toch zoo m ondankbaar te blijven?... Ach, ik belijd mijne te ^ schuld... mijn hartisvermorzeldenontsteld... bi nu dunkt mij, dat mijn berouw toch oprecht il is... En heeft de profeet niet gezegd, dat Gij b een vermorzeld en vernederd hart niet zult g verstooten?... Zoudt Gij mij danverstooten,o n mijn God! Neen, wel ben ik ontrouw, ondank- t baar, maar toch, ik wanhoop niet,..ikben een afgrond van ellende, maarGij,..vanbarmhartigheid. Daarom smeekikU nogmaals om vergiffenis en schenk mij tevens de genade,om U in de toekomst nooit meer te beleedigen... Ik hernieuw aan uwe voeten, o Heer, de heilige voornemens, die Gij ügewaardigd hebtmij te willen ingeven... (Hier herhaalt men zijne voornemens, vooral die, welke men tot hiertoe niet volbracht heeft, om zich oprecht te verbeteren.) Ik erken, oHeer, dat ik zonder U die voornemens niet kon maken,... dat ik ze ook zonder uwe hulp niet kan volbrengen. Gij weet, dat ik niets ben dan ons^andvastig-
319
heid, zwakheid en ellende... ik heb dit, helaas maav al te dikwerf ondervonden. Maar zal ik daarom wanhopen?... Gij weet immers, Heer, uit welk slijk ik gevormd ben.,.. Heb medelijden met mij,v en door deze eindelooze barmhartigheid welke ik eeuwig hoop te loven en te prijzen, maak mij getrouw aan al mijne goede voornemens, aan al de plichten van mijn staat... O Jesus ! o Maria! in uwe harten wil ik die getrouwheid putten en door de barmhartige liefde dier heilige harten hoop ik t\'e volharden tot den dood toe. H. Engelbewaarder, die zoo getrouw zijt aan God, zoo getrouw ook jegens mij, verwerf mij de genade, om aan Hem en aan u ook immer getrouw te blijven. Amen.
GEBED TOT DEN EEUWIGEN VADER NA DE II. COMMUNIE.
Eeuwige Vader ! werp uwe blikken op uw welbeminden Zoon, het voorwerp van uw welbehagen. Voor mij draagt HijU zijn bloed, zijn leven, zijn hart ten offer op... Beschouw dat Hart, dat U zoo zeer bemind, dat zooveel geleden heeft... Opnieuw biedt Hij bet U aan, offert Hij het U op als een zoenoffer voor de zonden der menschen, vooral voor de mijne... Ontvang dit Hart, U zoo waardig, o eeuwige Vader ! maar neem ook mij aan, om-
320
dat ik zoo innig met. Hem verbonden ben Mijn hart is het zijne... Zijn hart is het mijne... Terwijl Gij het eene aanneemt, krijgt Gij het andere van zelf... Nooit zult Gij het Hart van Jesus nfstooten ; maar daarom ook het mijne niet. Ik heb wel is waar geen recht op uwe barmhartigheid, o mijn God, maar Jesus, mijn Verlosser, heeft mijn hart wel willen aannemen. Hij heeft er zijn heiligdom, zijn Tabernakel in gevestigd; Hij heeft ü voor mij om vergiffenis gevraagd ; Hij heeft U zijne tranen, zijne zuchten, zijne werken en verdiensten toegewijd; heb daarom medelijden met zoovele ongelukkigen, die u niet beminnen, terwijl Gij nogtans alle liefde en lof waardig zijt. Wees bemind door al wat leeft; wees geloofdengezegend, wees verheerlijkt op de aarde en in den Hemel, in den tijd en in alle eeuwigheid. Amen.
GEBED TOT DEN II. ENGELBEWAARDER, XA DE H. COMMUNIE.
O mijn beminde Engel, die mij immer ter zijde staat; wat zult gij u gelukkig gevoelen, nu ik uw God en mijn God in mijn hart bezit ! Gij aanschouwt Hem, gij aanbidt Hem dan voor mij, en uwe vurigheid vergoedt dan mijne koelheid.
Ik zeg er u dank voor, evenals voor al de
321
/orgen, die gij voor mij steeds koestert. Wanneer ik bid, vereenigt gij u met mij; wanneer ik werk, draagt gij mijn werk aan God op ; wanneer ik slaap, waakt gij over mij... O mijn Engelbewaarder! ga voort mij uwe liefdevolle hulp te verleenen, bewaak mijn lichaam en mijne ziel; verwijder van mij, al wat mij tot nadeel zou kunnen strekken.Verlicbtmij door uwe ingevingen tegen de valstrikken van Satan. . . Sta mij bij in twijfel door uw goeden raad, help mij in mijne werken, ondersteun mij in mijne vermoeienissen, stel mij gerust in vrees, troost mij in smarten, help mij in deure des doods, en wanneer ik den laatsten snik zal gegeven hebben, moge ik u dan zien, o mijn Engelbewaarder, en op uwe vleugelen gedragen worden tot voor den troon des Al-lerhoogsten in den schoonen Hemel, waar ik hoop met u den Heer te danken en te prijzen in de eeuwen der eeuwen. Amen.
YOOTIBERKIDING TOT DUN DOOD.
Niets is in staat een dieperen indruk op \'s menschen hart te maken, dan de gedachte aan den dood. . . Maar helaas, die indruk is vaak zoo kort van duur. De vijand onzer ziel tracht dien zoo spoedig mogelijk weg te nemen. Hoe toch zou eene /iel, die een weinig geloof bezit, in zonde kunnen voortleven, zoo zij dikwerf aan den dood dacht? Zou zij dan de
322
plichten van haren staat venvaarloozen?Moet de gedachte aan den dood ons niet met verachting doen neêrzien op de vermaken dezer wereld, en ons onthechten aan de goederen der aarde? Ja: deze gedachte zal ons toteene heilzame onverschilligheid voor al het aard-sche stemmen, ons met den H. Aloysiusdoen uitroepen : Quid hoc ad ccternitatem ! Wat baat dit of dat mij voor de eeuwigheid \'?
De gedachte aan den dood moet ons dage-lijksch voedsel zijn. Zoo vaak wij totGod zeggen : ons toekome mv ryk, moesten wij eene akte van verlangen doen naar den dood, die ons het rijk des hemels moet binnen leiden. Alvorens ons ter ruste te begeven, moesten wij steeds aan onzen dood denken, waarvan de slaap bet sprekende afbeeldsel is, en ons afvragen: zoo deze nacht voor mij de laatste is, ben ik dan bereid met een gerust hart voor mijn Schepper te verschijnen ?... Wij moeten nooit inslapen zonder een oprecht berouw te hebben verwekt met het vaste voornemen van beterschap.
Wat den dood verschrikkelijk maakt,dat is de onzekerheid van het oogenblik, waarop hij ons zal verrassen. Zal ik in staat van genade zijn ? ... in goede stemming ?... voorzien van de H. Sacramenten ?... of zal de dood mij onverwachts overvallen, op straat, aan tafel, in spel of vermaak ?... te midden onzer bloed-
323
verwanten en vrienden, gesteund door de gebeden der Kerk ? .... of te midden vanbekoringen, van grievende smarten, beroofd van alle kennis ? . .. Ziedaar zoovele vragen, ernstige, verschrikkelijke vragen, die als even zoovele raadselen voor mij onopgelost blijven. Deze onzekerheid verplicht mij om alle mogelijke voorzorgen te nemen, om niet onverhoeds te worden overvallen. Gelukkig de knecht, wien zijn meester wakend vindt! En wat is die waakzaamheid anders, dan eene herhaalde ernstige overweging van den dood ?
De dood is de straf der zonde, moet dus smartelijk zijn ; als eene welverdiende boete moeten wij dien dus in den geest van boetvaardigheid aannemen. Ja, mijn God ! van dit oogenblik af, neem ik den dood bereidwillig uit uwe hand aan als eene straf, die ik duizendmaal verdiend heb... Maar met één keer stelt Gij ü tevreden, wees daarvoor gezegend, o God, mits ik sterve den dood dei-rechtvaardigen. . ..
Wonder is \'t, dat de dood zoo belangrijk, zoo gewichtig is, en toch zoo weinig overwogen wordt. Men leert alles, men oefent zich in alles, behalve in een zaligen dood te sterven ; men denkt er niet ernstig over na. O mijn God! ik verbeeld mij, daar uitgestrekt te liggen op mijn sterfbed, bedrukt, uitgeput van krachten, vol van smarten, omgeven van
324
treurende vrienden, terwijl de wereld mij gaat ontzinken en de eeuwigheid voor mij begint. Wat zal dan mijne spijt, wat mijn verlangen zijn ? Van alle eigenliefde ontdaan, zal ik dan mij zeiven leeren kennen, uwe weldaden, o God! begrijpen, mijne verplichtingen inzien en eindelijk erkennen, wat ik gedaan heb, en wat ik had moeten doen.... Waarom zie ik dit thans niet in ? Verlicht mij, o mijn God! opdat ik mij betere, en datgene aflegge, wat ik op mijn sterfbed zou moeten betreuren. Laat ik ü zóó beminnen, dat ik verlang te sterven, om buiten gevaar te zijn van U nog ooit weêr te bedroeven, om voor eeuwig met [J vereenigd te zijn.
Wat is de dood voor den waren Christen ? De slag van \'t zwaard, die het slachtoffer eindelijk uit zijn lijden verlost. Wat is de dood ? De verlossing van den gevangene uitzijn kerker van lijden, rampen en ellende.... Wat is dc dood ? Het weerzien van den balling van zijn dierbaar vaderland, het weêrkeeren van een kind tot zijn vader, de ineenstorting van een uit slijk gevormd lichaam, de blijde ontmoeting van hen, die men in zijn leven heeft bemind, het begin der zuivere liefde tot God... O dood, wat zijl gij dan wenschelijkl Waarom verlangen wij niet naar u met alle krachten onzer ziel ? Waarom sterven wij niet vanspijt, dat wij dit aardsche nog met het hemelsche
325
leven niet kunnen verwisselen ? Zoo wij nog vreezen, nog beven en angst gevoelen voor den dood, dan is de natuur in ons nog te levendig, bet geloof nog te zwak, bet vertrouwen op God nog te gering. Verstorvene zielen, die haar vleescb met zijne begeerlijkheden hebben gekruisigd, verschrikken niet bij de gedachte aan wormen en bederf, diehaardeel zullen worden. Zij, die de gevaren der wereld kennen, verlangen naar den dood, om uit die gevaren verlost te worden, om God niet meer te kunnen beleedigen. Zij, die God voor bun erfdeel gekozen hebben, verheugen zich bij de gedachte aan don dood, omdat deze voor ben bet begin is der volmaakte liefde... Zoo gij dus den dood nog vreest, onderzoek dan hier of uwe vrees voortkomt uit uwe gehechtheid aan de gemakken van dit leven of uit uwe liefde voor een lichaam, dat gij in alles zocht te koesteren en te streelen. Zie toe of uw hart nog verkleefd is aan de schatten dei-aarde, misschien aan nietigheden ... Zijt gij wel bereid offers te brengen aan God ?.... Laffe ziel! gij voedt de beulen, die u zullen pijnigen bij uwen dood, die van nu af uwe levensdagen reeds verbitteren en vergiftigen. Bid ; het gebed alleen kan u de oogen openen ; God alleen kan uw hart bewegen en u den moed schenken,- om al de ijdelheden van dit leven te verachten.
324
treurende vrienden, terwijl de wereld mij gaat ontzinken en de eeuwigheid voor mij begint. Wat zal dan mijne spijt, wat mijn verlangen zijn ? Van alle eigenliefde ontdaan, zal ik dan mij zeiven leeren kennen, uwe weldaden, o God! begrijpen, mijne verplichtingen inzien en eindelijk erkennen, wat ik gedaan heb, en wat ik had moeten doen.... Waarom zie ik dit thans niet in ? Verlicht mij, o mijn God ! opdat ik mij betere, en datgene aflegge, wat ik op mijn sterfbed zou moeten betreuren. Laat ik U zóó beminnen, dat ik verlang te sterven, om buiten gevaar te zijn van U nog ooit weêr te bedroeven, om voor eeuwig met IJ vereenigd te zijn.
Wat is de dood voor den waren Christen ? De slag van \'t zwaard, die het slachtoffer eindelijk uit zijn lijden verlost. Wat is de dood ? De verlossing van den gevangene uitzijn kerker van lijden, rampen en ellende.... Wat is de dood ? Het weerzien van den balling van zijn dierbaar vaderland, het weêrkeeren van een kind tot zijn vader, de ineenstorting van een uit slijk gevormd lichaam, de blijde ontmoeting van hen, die men in zijn leven heeft bemind, het begin der zuivere liefde tot God... O dood, wat zijt gij dan wenschelijkl Waarom verlangen wij niet naar u met alle krachten onzer ziel ? Waarom stervenwij niet vanspijt, dat wij dit aardsche nog met het hemelsche
325
leven niet kunnen verwisselen ? Zoo wij noo\' vreezen, nog beven en angst gevoelen voor den dood, dan is de natuur in ons nog te levendig, liet geloof nog te zwak, het vertrouwen op God nog te gering. Verstorvene zielen, die haar vleesch met zijne begeerlijkbeden hebben gekruisigd, verschrikken niet bij de gedachte aan wonnen en bederf, diehaardeel zullen worden. Zij, die de gevaren der wereld kennen, verlangen naar den dood, om uit die gevaren verlost te worden, om God niet meer te kunnen beleedigen. Zij, die God voor hun erfdeel gekozen hebben, verheugen zich bij de gedachte aan den dood, omdat deze voor ben het begin isdervolmaakteliefde... Zoo gij dus den dood nog vreest, onderzoek dan hier of uwe vrees voortkomt uit uwe gehechtheid aan de gemakkeu van dit leven of uit uwe liefde voor een lichaam, dat gij in alles zocht te koesteren en te streelen. Zie toe of uw hart nog verkleefd is aan de schatten der aarde, misschien aan nietigheden ... Zijt gij wel bereid offers te brengen aan God ?.... Lafl\'e ziel! gij voedt de beulen, die u zullen pijnigen bij uwen dood, die van nu af uwe levensdagen reeds verbitteren en vergiftigen. Bid ; het gebed alleen kan u de oogen openen ; God alleen kan uw hart bewegen en u den moed schenken,- om al de ijdelheden van dit leven te verachten.
326
Men zegt doorgaans ; zoo het leven is, zoo is de dood. De dood is de echo des levens. De rechtvaardige bekroont door een goeden\' dood het heilig leven, dat hij leidde. Ziedaar hoogst gewichtige lessen, die moeten onderrichten, terwijl het nog tijd is. Een dag zal aanbreken, waarop ik rekenschap moet afleggen ; die rekenschap vreezen alle zielen. Mijn God ! zeggen zij ; wat zal er dan van ons geworden ? Wilt gij het weten ? Vraag dan u zeiven : zoo ik op dit oogenblik, op de plaats, waar ik mij bevind, uit het leven moest scheiden, wat zou ik den goddelij-ken Rechter antwoorden, als Hij mij vroeg, hoe ik mijne kindsheid, mijne jeugd, mijne jongelingsjaren had doorgebracht ?.... Elke leeftijd bracht andere plichten-mede, maar ook de genade, om die te vervullen ; welk voordeel hebt gij daaruit getrokken ? Zonder twijfel zoudt gij antwoorden : ik heb mijne misstappen beleden, ik heb ze betreurd en het verlangen gekoesterd om ze te verbeteren ; ik heb mijn vertrouwen gesteld op de kracht van uw goddelijk bloed voor mij vergoten, en uw bedienaar heeft mij gerust gesteld. Goed, maar zco Jesus dit oordeel voortzette en u vroeg: hoe is\'top dit oogenblik met uwe geestelijke oefeningen gesteld? hoe en in welken geest kwi\'it gij er u van ?.... Welke zijn uwe gevoelens jegens uw
327
naaste?. ..Zondert gij niemand van uwe liefde uit ? . .. . Strekken al uwe werken, geheel uw gedrag tot stichting van awevenmensch ? ...
Wat uwe oversten betreft, laat gij hen vrij, om u hunne bevelen en verlangens op te leggen, zonder uwe gesteltenis te moeten raadplegen ? Zijn gehoorzaamheiden eerbied de twee armen, die gij steeds tot hen houdt uitgestrekt ?
En uwe ondergeschikten, bejegent gij die steeds zoo, als gij dit voor u zeiven zoudt verlangen ? Kwijt gij u van uwe plichten jegens hen met al den ijver en zorg, waartoe gij in staat zijt ?
En wat u zeiven b.etreft, ontzegt gij u niet alleen elke nadeelige, maar ook nu en dan eene onschadelijke voldoening ? Neemt gij de werkzaamheden, de kruisen, de vermoeienissen van eiken dag in den geest van boetvaardigheid aan ? Welk is uwe meening, uw doel bij al uwe werken ? welk gebruik maakt gij van uw tijd, van uwe goederen, van uwe talenten, van de goddelijke inspraken \'? . ..
Welke is de gesteltenis van uwe ziel omtrent de nederigheid ? Zijt gij bereid u minder dan elk ander te achten bij de herinnering aan uwe ellende en zonde, bij de onzekerheid uwer toekomst? Neemt gij de vernederingen, die zich vooi\'doen, bereidwillig aan ? Dankt gij er God voor, in plaats van te klagen, te
328
morren, u to verdrieten en te ontmoedigen?... Waar koestert uw hart demeesteliefdevoor? Waaraan is uwe ziel het meest verkleefd ? Bezit gij niets onnoodigs,niets overvloedigs? Is er iemand uwer omgeving, die eene te groote plaats in uw hart inneemt ?... Kunt gij in waarheid zeggen ; dat alles mij verlate, alles voor mij sterve ; ik verlies niets en kan niets verliezen, omdat mijn hart aan God alleen gehecht is ? . . .
Welke vruchten trekt gij uit de H. Sacramenten ? Zijt gij bij de biecht meer bezorgd, om in uwe ziel een oprecht berouw en een vast voornemen van beterschap op te wekken, dan u aan haarkloverij bij let onderzoek en debelijdenis over te geven? Nadert gij waarlijk in den geest des geloofs, stelt gij den mensch ter zijde, om alleen te denken aan God, voor wien gij schuldig zijt en van wien gij vergiffenis moet erlangen ?
Zoekt gij in de H. Communie de vertroostingen van God, of den God van alle vertroosting ? Neemt gij van de heilige Tafel eene bijzondere vrucht mede voor uw persoonlijk gedrag? Is uw hart ledig genoeg, om er de genade in hare volheid in te bewaren ? Is uw leven eene ziel waardig, die dikwerf haren God in de H. Communie ontvangt? Verspreidt gij overal den goeden geur der deugden van Jesus\' goddelijk Hart, waar-
329
mede uw hart zich zoo raenigmaal ver eenigt ?
Hoe denkt gij over uwen Schepper ? Tracht, gij dagelijks in de kennis en liefde van God te vorderen ? Dit zijn de twee voeten, die ons met vertrouwen den dood te gemoet voeren.
Zijt gij dan wel onderwezen over uwe plichten, oordeel dan u zeiven en gij zult niet veroordeeld worden; veroordeel uw evenmensch niet, zoo gij zelf niet wilt veroordeeld worden. Hieruit moet gij besluiten, hoe gewichtig het voor u is, de oogen altijd op u zeiven gevestigd te houden en u zeiven niets te vergeven, opdat God u alles vergeve, en aan anderen alles te vergeven, opdat gij zelf barmhartigheid verwervet... Bedenk, dat God geen twee malen dezelfde zonde zal wreken. Voldoe dus reeds hier op aarde al hetgeen gij aan de goddelijke rechtvaardigheid verschuldigd zijt, en herinner u dan dat troostend woord van een grooten Heilige : hoop weinig, en gij zult weinig verkrijgen; hoop veel, en veel zal u geworden ; hoop alles, en alles zal u ten deel vallen.
Geen kunst kan zonder oefening geleerd worden. Wilt gij dan de kunst leeren om goed te sterven, oefen er udan in, zoovaak het uwe bezigheden toelaten ; laat ten minste geene maand voorbijgaan, zonder uw gedrag te on-
330
derzoeken, uwe zaken in orde te brengen, opdat de dood u niet onverwachts overvalle. Begeef u daartoe in\'volstrekte eenzaamheid, ga dan uw levenswandel nauwkeurig na, en onderzoek of gij uwe besluiten en goede voornemens getrouw volbracht hebt; stel u ten slotte voor, dat ge op uw sterfbed ligt uitgestrekt, en lees dan langzaam, aandachtig en eerbiedig de sohoone gebeden der Kerk voor de stervenden.
AANNEMING VAN DEN DOOD.
O God, die mij geschapen hebt! werp van uit den hoogen hemel een barmhartigen blik op mij. In de onzekerheid omtrent mijn stervensuur, waarin ik verkeer, wil ik thans zoo volmaakt mogelijk de oefeningen deen, die ik in dat gewichtig oogenblik zoo gaarne zou wenschen te verrichten. Ik aanbid, o mijn God, uwe besluiten aangaande den tijd en de wijze van mijn sterven. Van dit oogenblik af neem ik den dood aan, zooals Gij dien voor mij hebt bestemd, terwijl ik mij in alles schik naar uw allerheiligsten wil en uw goddelijk welbehagen. Ik stel in uwe handen mijne ziel, mijn lichaam, mijne gezondheid en mijn leven ; mijne ziel met verstand, geheugen en vrijen wil, waarmede Gijhaarhebtuitgerust; mijn lichaam met mijne zintuigen, die mij als
331
zoovele werktuigen dienen om het goede te doen ; mijne gezondheid, waarbij ik mij nu reeds bereidvaardig onderwerp aan alle ziekten, lijden en smarten, die Gij zult goedvinden mij over te zenden ; mijn leven met al wat het zoet en aangenaams bezit. Ik offer U geheel mijn wezen op, o God en Heer! Gij hebt het mij geschonken, het is dus billijk, dat ik het U geheel wedergeve, opdat Gij er volgens uw heiligen wil in vrijheid over moogt beschikken.
Ik neem den dood aan tot straf voor mijne ontelbare zonden en ongetrouwheden, en ik vereenig dien met den dood van Jesus Christus, mijn Verlosser, die mijne zonden op zich genomen en door zijn lijden heeft af-geboet. O kostbaar bloed van mijn zoeten Jesus, U offer ik op aan den eeuwigen Vader tot uitdelging van alle zonden en misstappen mijns levens.
Ik neem den dood aan tot voldoening voor het misbruik, dat ik van het leven gemaakt heb, tot voldoening voor de nalatigheid en de onverschilligheid in het vervullen van mijne plichten jegens U, o mijn God! Ik neem al het schrikwekkende vanhetgrafaan; dewor-men, de verrotting, om de uitspattingen mijns levens en het slechte gebruik, datikvanmijne ledematen en van mijne geestvermogens gemaakt heb, uit te boeten.
332
Ik neem den dood aan, in vereeniging met den dood van den H. Joseph, die tot overmaat van geluk in de armen van Jesus en Maria mocht sterven.
0 Jesus! o Maria! o Joseph ! laat ik in uw heilig gezelschap in vrede sterven. Begeleidt mij met mijn heiligen Engel-bewaarder voor den troon van den Opperrechter, opdat zijn vonnis mij genadig zij. Ik stel in U al mijn vertrouwen. Ach! verlaat mij niet in dat gewichtig oogenblik. Laat het nooit kunnen gezegd worden, dat ik te vergeefs op ü gehoopt heb!......
Ik neem den dood aan, niet alleen om mij naar uw heiligen wil te schikken, o mijn God; niet alleen om mijne zonden af te boeten, maar ook omdat de dood alleen mij hetgeluk kan aanbrengen van U te zien en U onvoorwaardelijk zonder einde te beminnen. Zoo de dood mij met U vereenigt, o mijn opperste Goed! moet hij dan niet het eenigst voorwerp wezen van al mijne verlangens ? Kan dat uur voor mij te vroeg aanbreken ? Geef, o God van goedheid, dat ik, terwijl ik dit tranendal verlaat, het gelukkige vaderland moge binnengaan, waarvoor Gij ons hebt geschapen. En moet ik dan ook door het zui-veringsvuur gelouterd worden, uw heilige wil geschiede, o Heer! Daar immers blijft men U beminnen, o mijn opperste Goed,
333
daar loopt men geen gevaar meer van Uwe opperste Majesteit nog te beleedigen. Zoo hoop ik, dat de dood voor mij eene winst zal wezen .... Amen.
EENICJE MINUTEN bij het allerheiligste Sacrament doorgebracht.
Mijn kind, om mij te behagen is het niet noodig veel to weten, het is genoeg mij veel te beminnen.
Spreek eenvoudig met mij, zooals gij met uw besten vriend zoudt spreken.
Hebt gij niemand aan te bevelen ? — Noem mij uwe ouders, uwe broeders, uwe zusters, uwe vrienden; voeg achter ieder van die namen, wat gij verlangt, dat
ik voor die personen doen zal..... Vraag veel, zeer
veel : ik houd van edelmoedige harten: van harten, die zich zeiven vergeten, om voor anderen te vragen. Spreek mij over de armen, die gij zoudt willen ondersteunen, — over de zieken, wier lijden u getroffen heeft, — over de zondaars, wier bekeering gij wenscht, — over de personen, die met u in onmin zijn, en wier genegenheid gij gaarne terug zoudet bekomen. Bid vurig voor die allen. Herinner mij, dat ik beloofd heb elk gebed, dat uit het hart opstijgt, te zuller. verhooren, »■11 zeker bidt het hart, als men gebeden stort voor hen, die men bemint en door wie men bemind wordt.
Hebt gij mij geene genaden te vragen voor u zeiven ? Schrijf, als ge wilt al de behoeften uwer ziel op, maak er eene groote lijst van en kom mij die voorlezen met vertrouwen, met liefde.
Zeg mij eenvoudig, hoe zinnelijk gij nog zijt, hoe dikwerf g»- u nog schuldig maakt aan hoogmoed, lichtgeraaktheid, baatzucht, lafhartigheid en traagheid, aan onvoorzichtigheid in woorden en werken en vraag mij om te hulp te komen, om de pogingen te ondersteunen, die gij ter uwer verbetering aanwendt
334
Arm kind ! bloos niet j er zijn in den hemel een aantal uitverkorenen, die uwe gebreken hadden; — zy hebben tot mij hunne toevlucht genomen en langzamerhand hebben zij zich verbeterd.
Vraag mij ook gerust tijdelijke zaken; — gaven voor liet lichaam, voor den geest; gezondheid, een goed geheugen, het welslagen uwer ondernemingen.... Ik kan alles geven, en ik geef altijd, wanneer datgene, wat men mij vraagt, strekken kan, om de zielen heiliger te maken. Wat wilt gij, dat ik u vandaag zal geven, mijn kind ? — Wist gij eens, hoezeer ik verlang u wel te doen! Vormt ge geene plannen ? Vertel mij, wat ge
bij u zeiven overlegt, in al zijne bijzonderheden.....
waarmede houden zich uwe gedachten bezig? Wat wenscht ge ? Zoudt ge gaarne eenig genoegen verschaffen aan een broeder, aan eene zuster, aan een vriend of vriendin, aan diegenen, onder wie gij staat? Wat wilt ge voor hen doen ?
Zijt ge er ook niet op bedacht, om iets te doen uit ijver voor mijne eer, voor den luister der godsdienst? Wilt gij niet een weinig het zielenheil bevorderen van uwe vrienden, van diegenen, die gij bemint en die mij wellicht vergeten.
Zeg mij, in wie gij belang stelt, welke beweegreden
u aandrijft, welke middelen gij wilt gebruiken ?.....
Vertel mij, waarin gij niet geslaagd zijt, en Ik zal er u de oorzaak van aanwijzen. Wiens medewerking wilt gij inroepen ?
Ik ben de meester aller harten, en ik voer ze zachtjes daarheen, waar ik ze hebben wil.... ik zal u de medehelpers geven, die u noodig zijn; wees gerust, verlaat u op mij.
Hebt gij geene moeielijkheden ? O, mijn kind, vertel mij die moeielijkheden in haar geheelen omvang; — wie heeft u leed veroorzaakt ? wie u gehinderd ? wie heeft u minachting getoond?
Zeg mij alles, en voeg er ten slotte bij, dat gij vergeeft, dat gij vergeven zult.....en dan zal ik u zegenen.
Vreest gij iets onaangenaams ? Zijt gij ook bezield met eene ongegronde vrees, met eene vrees, die wel onredelijk is, maar die toch de ziel kan kwellen? Vertrouw ten volle op mijne Voorzienigheid. Ik ben bij u, ik zie alles en zal u niet verlaten.
Zijn er om u heen harten, die u niet mee: zoo genegen schijnen als vroeger, die u door hun ie onver-
335
schilligheid bedroeven, zonder dat gij u bewust zijt daartoe aanleiding te hebben gegeven, bid voor hen, en ik zal ze beter stemmen jegens u, als n dit ter zaligheid voordeelig is.,
Is er niets, waarover gij u verheugt ? Waarom laat gij mij niet deelen in uw geluk? Vertel mij alles, wat ii sedert gisteren vertroosting, blgdschap, vreugde verschaft heeft. Was bet een onverwacht bezoek, dat u goed deed, — eene vrees, die eensklaps verdween, — een blijk van welwillendheid, dat ge ontvingt, — eene beproeving, waarin ge sterker waart, dan ge verondersteld hadt.
Dat alles had ik voor u beschikt; waarom zOudt ge er u niet dankbaar voor toonen, waarom niet nog eens hartelyk herhalen ; ik dank U, mijn God!
De dankbaarheid verkrijgt nieuwe gunsten; een weldoener beeft gaarne, dat men hem zijne weldaden herinnert ....
Hebt Gij mij niets te beloven? Ik doorgrond, gij weet het, de geheimen des harten, men kan de men-schen bedriegen, doch God niet, wees dus oprecht.
Hebt Gij besloten, u niet meer aan die gelegenheid tot zondigen bloot te stellen? — u te ontloen van dat voorwerp, wat u tot zonde brengt, — dat boek niet meer te lezen, hetwelk op uwe verbeelding een verkeerden indruk maakt, die vriendschap te verbreken, die u den vrede der ziel ontrooft, dat gezelschap te vermijden, wat voor u zoo nadeelig is ?
Zult gij u voortaan aanstonds minzaam, voorkomend gedragen jegens degenen, die u gehinderd mochten hebben ?
Dan is het goed,... ga nu, ga üw dagelijksch werk hervatten, bemin de stilzwijgendheid, wees zedig, ondergeschikt, liefderijk, tevreden met\' de beschikkingen mijner Voorzienigheid; bemin van ganscher harte de H. Maagd, mijne Moeder; beveel u dagelijks aan den H. Joseph. En kom dan morgen tot mij met een hart nog meer vervuld van ijver en liefde.
Morgen zal ik n ook nieuwe genaden, nieuwe gunsten schenken.
336
LIT AN IE
VAN
HET H. HART VAN JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, onferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Grod, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, met het woord Gods zelfstandig vereenigd, ontferm U onzer. Heiligdom der Godheid,
Oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardig.
Springader des eeuwigens levens,
337
Waarin de Vader zijn bebagen schept, Verzoeningsaltaar voor onze zonden, Voor ons met bitterheid gelaafd, In Gethsemane tot stervens toe benauwd.
Met verguizingen verzadigd.
Van liefde gewond.
Dat al uw bloed aan het kruis vergoot, Verbrijzeld om onze snoodheden, cc Dat nog dagelijks in het geheim uwer O j* liefde door de ondankbaarheid der jr \'■5 zondaren getroffen wordt, §
g Toevlucht der zondaren,
gt; Sterkte der zwakken,
quot;£ Troost der bedrukten, o
Volharding der rechtvaardigen, g Heilbron van die op U vertrouwen, ^ Plechtanker voor die in ü sterven, Troostvolle bescherming voor uwe
vereerders,
Zaligheid van alle Heiligen,
Onze hulp in overstelpenden nood. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer, Jesus. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
15
338
HartvanJesus, brandende van liefde voor ons,
Ontvlam in ons hart eene brandende helde voor U.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige God! wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws o-eliefden Zoons al onzen roem stellen en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde dank weten, ook in de werking en vnichten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
TOEWIJDING AAN HET 11. HART VAN JESUS.
O aanbiddelijk Hart van mijn Jesus! het teederste, het beminnelijkste en edelmoedigste van alle harten ; doordrongen van dankbaarheid bij de overdenking uwer weldaden, kom ik mij geheel en voor altijd aan U toewijden. Ik wil al mijne krachten inspannen, om uwe vereering uit te breiden en om, zoo
zulks mogelijk is, alle harten voor U te winnen O Jesus ! ontvang heden mijn hart ot liever neem Gij liet zelf, verander het, zuiver het om het Uwer meer en meer waardig te doen worden, en maak mijn hart gelijk aan het uwe, ootmoedig, zachtzinnig, geduldig, vol van heilige, van edelmoedige lieide. Verbeig mijn hart met al de harten, die J beminnen.
iti het uwe, en laat nimmer toe, dat ik het terugneme. Ja, ik wil liever sterven, dan ooit mv aanbiddelijk Hart bedroeven. Hart, van Jesus ! het verlangen mijns harten is, U altijd te beminnen, ü altijd te eeren, U altijd te dienen, ü altijd toe te behooren en in het leven en in den dood en in alle eeuwigheid. Amen.
0 Hart van Jesus, naamloos zoet.
Voor mij een ware liefdegloed,
Geef dat mijn hart ook gloeie als Gij, Voor ü als vuur vim liefde zij!
ACTE VAN EERHERSTELLING.
Goddelijke Jesus, Verlosser van alle men-schen ! ziehier eenige ondankbaren ootmoedig voor U neergeknield, doordrongen van de bitterste droefheid bij het herdenken der vreeselijke beleedigingen, welke Ü aangedaan zijn en nog dagelijks aangedaan worden. Gedoog, dat wij, door de oprechtheid onzer hulde, al die ondankbaarheid, waaraan wij ons schuldig erkennen, zooveel mogelijk vergoeden. — Hart van Jesus, hot heiligste, het teederste, het beminnelijkste aller harten ; wat hebt Gij niet gedaan, om van ons bemind te worden? Voor ons, o goddelijke Verlosser! hebt Gij U van den
340
glans uwer goddelijke Majesteit ontdaan ; voor ons zgt Gij mensch, zijt Gij een klein kind geworden ; voor ons hebt Gij alles verlaten, alles ten offer gebracht ; voor ons hebt Gij U met geesels laten verscheuren, met doornen laten kronen; voor ons hebt Gij U laten nagelen aan het kruis, om daar, te midden van de onbegrijpelijkste smarten, ons ter zaligheid den laatsten druppel van uw bloed te vergieten. En dit vras nog weinig voor uwe liefde. Door eene krachtige poging uwer almacht, en door eene onbegrijpelijke uitvinding uwer goedheid hebt Gij een middel gevonden om, ofschoon tot uwen Vader teruggekeerd, tot de voleinding der eeuwen in ons midden te wonen, om ons in deze woestijn des levens tot troost, tot beschutting, tot lichtbaak, tot voedsel te verstrekken. Mijn God! kon uwe almacht meer voor ons doen, dan Gij gedaan hebt ? — En wij, wat hebben wij gedaan, om aan zooveel liefde te beantwoorden ? Engelen des Hemels ! staat verbaasd.... en gij. Machten des Hemels ! siddert van verontwaardiging. In plaats van liefde met wederliefde te vergelden, houden wij niet op Hem te vergrammen. Jegens elk ander weldoener willen wij dankbaar zijn, doch wanneer het ü geldt, o aanbiddelijke Heiland, dan is het, alsof men het zich tot eer rekent, om ondankbaar te
341
wezen, om de grootste weldaden met den grootsten ondank te vergelden. —Vergiffenis dan, o Jesus, vergiffenis ! Vergiffenis, o vrijmachtig Heer der wereld ! Vergiffenis voor al de beleedigingen uwer opperste Majesteit aangedaan! Vergiffenis, o onsterfelijke Koning ! voor al de verguizingen, waaraan zoovele goddelooze wereldslaven zichjegens U schuldig maken. Vergiffenis voor de ver-metelen, die U zelfs aan den voet van uw heiligen troon durven trotseeren. Vergiffenis, o God van heiligheid ! vergiffenis voor zoovele heiligschennissen, voor zoovele onwaardige Communiën. Vergiffenis, o goedertieren Herder, die niets kent dan beminnen en lijden. O, vergiffenis ook voor ons, vergiffenis voor de bitterheid, waarmede wij ook uw heilig Hart laven ; vergiffenis voor onze onverschilligheid jegens ü, voor onze koele en lauwe Communiën, voor. onze oneerbiedigheid in de kerk, voor het verzuim der H. Missen ; vergiffenis voor ons zinnelijk, onverstorven en wereldsch leven.
Getrouwe zielen, die over de ongetrouwheden van Israël zucht, vereenigt u met mij ; komt, werpen wij ons neder voor den troon der oneindige barmhartigheid, verzuchten wij samen over de wonden aan het heilig en liefdevol Hart van Jesus toegebracht ; betreuren wij het, dat wij een zoo
342
teeder en beminnelijk Hart hebben bedroefd.
0 Jesus, Lam Gods ! dat de zonden dei-wereld wegneemt, vergeet al onze ondankbaarheid, al onze misdaden, al onze snoodheid. O laat nog eens uw heilig bloed ter gunste van ons spreken, het zal luider roepen dan al onze boosheden.
Mocht de rechtvaardigheid van uw hemel-schen Vader voldoening vorderen ; wij, die hier voor uwe voeten liggen, zijn bereid die te geven. O, konden wij met. onze harten de harten van alle menschen vereenigen en in het bijzonder al de harten van de bewoners van dit huis, van deze plaats, van dit rijk, om die allen op het altaar der liefde ten offer te brengen.
Liefderijke Jesus ! het geiukke ons hierdoor de straffen, die wij zoozeer verdiend m: hebben, van ons af te wenden, en verzoend de met uwen Vader, eenmaal waardig geacht ne te worden, om met ü in den Hemel geluk- lo
kic te leven. A.men. m
ve
GEBED MET VOLLEN AFLAAT. w
vi
Al wie na gebiecht en gecommuniceerd te hebben g( het volgende gebed godvruchtig voor eenio beeld 1.e
van den gekruiste leest en daarenboven eemgen tijd . uaar de meening van Z. H. den Paus bidt, verdient eex vollen aïlaat, welke ook aan de zielen in het eT Vagevuur kan worden toegevoegd. (Door Paus I ms IX bekraclitigd, 31 Juli 1858.)
GEBED.
v- Zie, o goede en allerzoetste Jesus ! ik werp id mij voor uw aangezicht op mijne knieën ne-id der en bid en smeek U met al den gloed mij-it ner ziel, dat GHj levendige gevoelens van ge-li- loof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil, om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken ; terwijl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den en geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David, van U, o goede Jesus nt in den mond nam : Zij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld. (Ps. XXT, 17 —18.)
AFLA AT-GKBEDEN,
VOOKBEREIDESD GKBED.
Almachtige en eeuwige God ! ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige straffen betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen voldoening moet geven, neem ik mijne toevlucht tot den schat dei-overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesas Christus, de H. Maagd en de Heiligen. Uwe Kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen, wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei opnieuw mijne zonden, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade, daarin niet meer te hervallen.
GEBED TOT GOD DEN VADER.
VOOK DE VERHEFFIN» DER H. KERK.
Gedenk, o eeuwige Vader, uwe Kerk, welke Gij van den beginne hebt bezeten. Ver-
345
heerlijk haar als de bruid van Jesus Christus, uw eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar gestort heeft. Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar strijden en lijden steeds overwinne en meer en meer haren goddelijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, U met een vast betrouwen aanroepen en met altijd toenemende liefde beminnen.
Onze Vader ; Wees gegroet; Glor ie zij den Vader.
GEBED TOT GOD DEN ZOON.
VOOR DE UITROElïXa DER KETTERIJEN.
O Jesus,-waarachtig licht dat allen mensch, dat in deze wereld komt, verlicht: ik smeek U de duisternis, de dwaling en de scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zich haasten, in den schoot der Kerk terug te keeren. O goede Herder ! breng de verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er maar ééne kudde en één Herder zij.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
15*
346
GEBED TOT DEN H. GEEST.
VOOR DEN VREDE TUSSCIIEN DE CHRISTEN VORSTEN.
O goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die zoovele volken in de eenheid des geloofs hebt vereenigd: stort de volheid uwer genade uit over de vorsten en hunne dienaren. Vervul hunne harten met dien geest van liefde, welke Gij op deze aarde gebracht hebt. Geef, dat zij zich nooit door eenigen hartstocht laten vervoeren ; dat zij nimmer iets ondernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer Kerk, maarzichintegendeel beijveren, om de volken, die Gij hun hebt toevertrouwd, naar de vreugde des eeuwigen leven te geleiden.
Onze vader; Wees gegroet; Glorie, zij den Vader.
GEBED TOT DE H. DRIEVULDIGHEID.
VOOR DE VERBREIDING DES GELOOFS.
H. Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest! gedenk, dat de zielen der ongeloovi-gen bet werk uwer handen zijn en Gij zenaar uvvbeeld hebt geschapen.Datuwerechtvaar-dige toorn bevredigd worde door de gebeden der godvruchtige zielen en derH. Kerk.Maak een einde aan hunne blindheid, zend tot de heidensche volken apostolische mar.nen, die
347
zich in uwe liefde beijveren, om het geloof onder hen te verbreiden, U te doen aanbidden en beminnen.
Onee Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED VOOR ONZEN H. VADER DEN PAUS.
O God, Herder en Bestuurder van alle ge-ioovigen ! zie op uwen dienaar N, die Gij tot Herder uwer Kerk hebt willenaanstellen, genadig neder ; geef hem, bidden wij ü, dengenen over wie Hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te verstrekken, opdat Hij samen met de hem toevertrouwde kudde tot het eeuwig leven moge geraken. Door onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon.
Onze Vader ; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
348
TOT INTENTIE VAN Z. H. DEN PAUS,
OM DEN VOLLEN AFLAAT TE VERDIENEN.
O Jesus, mijn Heer pn mijn God 1 doordrongen van liet levendigst berouw oyer mijne zonden, draag ik U deze zwakke en ootmoedige gebeden op voor uwe eer en verheerlijking en voor bet welzijn der Kerk. Heilig dit gebed, geef dat bet door uwe genade eenige waarde erlange.
Ik verlang mij in algebeele overeenstemming te brengen met de inzichten van Zijne Heiligheid den Paus, die dezen aflaavvoorhet heil der geloovigen heeft toegestaan. Op uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik üsmeeken, dat Gij de ketterijen van de aarde gelieft wesr te nemen, een duurzame.a vrede en ware eendracht tusschen de Christen vor-sten te onderhouden, opdat én vorst én volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefde en heilige eensgezindheid.
Vervul Z H. den Paus met uwen geest, wend van hem alle lagen en listen af, bewaar hem lange jaren.
Gewraardig U, minnelijke Heiland, door de verdiensten der allerheiligste Maagd Maria en van alle Heilgen des Hemels, rmj deel te
349
geven in den scbat, waarmede Gij uwe Kerk verrijkt hebt, door voor haar uw dierbaar bloed te vergieten ; verleen mij heden de vrucht van dezen heiligen aflaat.
Geef, o mijn God, dat de straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb en in dit of in het andere lever moet boeten, mijdooruwe eindelooze barmhartigheid worden kwijtgescholden. Ik maak een vast voornemen, om van dit oogenblik af, met de hulp uwer genade, een boetvaardig en verstorven leven te leiden. Ik neem het besluit, om, zooveel in mijn vermogen ligt, aan uwe rechtvaardigheid te voldoen, de zonde met afschrik te vermijden cn boven alles als de grootste aller rampen te verafschuwen, daar zij een God beleedigt, die oneindig beminnelijk is en dien ik nu ook hartelijk lief heb en immer boven alles zal beminnen. Amen.
AVOJIDGEBED OP DEN tOHMlSIEDiG.
Vergeet tocli niet alvorens u ter rust te begeven, den lieven Jesus voor al liet goede, maar bijzonder voor de genade, u in de H. Communie verleend, hartelijk te bedanken. Onderzoek ook uw geweten over de fouten van dezen dag en doe zulks verder dagelijks. Verwek een oprecht en hartelijk berouw over uwe zonden ; beveel uw« ziel en uw lichaam in het allerheiligste Hart van Jesus aan; stel u onder de bescherming der allerheiligste Maagd Maria en bid ook nog in uw bed, totdat gij inslaapt.
Werp u dus \'s avonds op de knieën neder, verplaats u in den geest voor het H. Tabernakel, waar Jesus woont en doe het volgende gebed.
Mijn God en Heer, zoetste Jesus ! de dag zoo rijk aan genade spoedt ten einde, de feestdag mijner ziel is voorbij, de nachr, breekt aan. Hoe zal ik U op het einde va.i dezen dag, waarop Gij mij met de grootste genaden hebt overladen, naar waarde danken ? Hoe zou ik ooit kunnen vergeten de oneindige liefde, waarmede Gij mij tot uwe H. Tafel ge-noodigd, de buitengewone barmhartigheid waarmedeGij mij bezocht,de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij mijne ziel met het brood des levens gespijsd hebt ? Ik val ü te voeten, o Jesus! en zeg U in den diepstenootmoed den hartelijksten dank voor uwe onbegrijpelijke vernedering, uwe goedheid en
351
gerade. Wat ik U heden beloofd heb, wil ik met onschendbare trouw volbrengen. Al mijne goede voornemens vernieuw ik nog eens en ik bid U, verleen mij ook de genade om ze te volbrengen. Ik beloof ü nog eens, dat ik den ouden, zondigen mensch wil afleggen, om den nieuwen mensch naar uw voorbeeld aan te trekken. Zegen dit mijn voornemen door uwe goddelijke genadekracht. Ik offer U mijn hart op ; zoo dikwerf het dezen nacht zal kloppen, zal iedere klopping eene acte van liefde, van dank en verheerlijking zijn jegens U, o allerhoogste Majesteit!
Vergeef mij, barmhartige God en Heer, de zonden, gebreken en nalatigheden, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt. Helaas ! geen dag gaat er voorbij, zonder dat ik in eene of andere zaak overtrade. Ik heken ü in diepen ootmoed mijne zwakheid en ellende en ik gevoel, o God, dat ik zonder ü, zonder den bijstand uwer genade, onmogelijk mij zeiven overwinnen en geheel aan de zonde ontrukken kan. Ach ! wanneer zal toch eens de dag aanbreken, waarop ik U met volko-mene trouw zal dienen ? Lieve God en Heer ! met het innigst en levendigst berouw betreur ik al mijne zonden, die ik ooit heb bedreven, inzonderheid alles, wat ik heden weêr door gedachten, woorden en werken misdaan heb en ik bid U, wil het mij om de
352
oneindige verdiensten van Jesus Christus goedgunstig vergeven. O bewaar mij dezen nacht voor alles wat U kan mishagen, en laat mij onder uwe bescherming veilig rusten tot den dag van morgen, of\' zoo deze nacht de laatste mijns levens mocht zijn, o laat mijne arme ziel dan een genadig oordeel bij U vinden en verwerp mij niet van uw goddelijk aanschijn. Laat mij ingaan in de eeuwige rust uwer Heiligen, en met hen bij Ü eene stoorlooze zaligheid genieten in alle eeuwigheid. Amen.
DANK ES BEDE TOT MARIA.
Ik kan mij niet ter ruste begeven, o gezegende Moeder des Heeren, zonder ook u voor alle weldaden en genadegaven te bedanken, die ik door uwe tusschenkomst ontvangen heb. O hoeveel heb ik aan uwe machtige voorbede te danken, hoe dikwerf hebt Gij mij in strijd en bekoring bijgestaan en voor den val bewaard, en mij heden tot de Tafel des Heeren geleid, om mg op de innigste wijze met uw lieven Jesus te vereenigen. Heb dank dan, liefste Moeder, hartelijk dank ! Neem mij ook dezen nacht onder uwe moederlijke bescherming, enbid voor mij uw teergeliefden Zoon, dat Hij mij in zijne liefde gelieve te bewaren ten einde toe. Amen.
353
Dat de zalige Maagd Maria met haar zoetste kindje mij gelieve te zegenen. Amen.
GEBED TOT DEN H. JOSEPH.
0 beminnelijke, heilige Joseph, Voedstervader van onzen Heer Jesus Christus en kuisohe Bruidegom der onbevlekte Maagd Maria ! Gij hebt van God de bijzondere genade verworven van de geloovigen in hun stervensuur bij te staan ; wil ook mij, wanneer mijn laatste uur slaat, te hulp komen, en bid voor mij, dat ik ook, evena\'s gij, in de armen van Jesus en Maria moge sterven. Amen.
Jesus, Maria, Joseph ! ik geef U mijn hart en mijne ziel.
Jesus, Maria, Joseph ! staat mij bij in den doodsstrijd.
Jesus, Maria, Joseph! laat mij met ü in vrede sterven. Amen.
Al wie deze drie schietgebeden godvruchtig bidt, verdient 100 dagen aflaat.
GEBED TOT DEN II. ENGELBEWAARDER.
O Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, aan wiens zorg ik door de opperste goedheid ben toevertrouwd: gewaardig u mij dezen nacht te verlichten, te bewaren, te beschermen en te bestieren. Amen.
354
Pius VII (15 Mei 1820) verleent 100 dagen aflaat telkens, en een vollen aflaat onder de gewone voorwaarden, als men dit gebed tot den H. Engelbewaarder eene maand lang dagelijks godvruchtig bidt. Die dit gebed dikwerf verricht heeft, verkrijgt een vollen aflaat in het sterfuur, thes. indulo.
GODVRUCHTIGE VERZUCHTINGEN.
Bij het slapen gaan.
O Jesus ! Gij hadt in deze wereld niets, waarop Gij uw gezegend hoofd koncletneder-leggen, en ik arme zondaar mag in een goed bed rusten, — O Jesus! laat den tijd van den slaap voor mij niet verloren gaan ; ik offer U daarom elk oogenblik van den nacht op. O Jesus ! laat mij bij ü op het kruis, laat mij bij ü in het H. Tabernakel rusten. O Jesus en Maria! ik verberg mij in uwe heilige Harten, dan slaap ik veilig, rein en kuisch.
Het kruis f van Christus zij mijn schild tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden.
GELOOFD EN GEZEGEND ZIJ IN ALLE EEUWIGHEID HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES
altaars. Amen.
EINDE.
Biz.
Over de wondervolle uitwerkselen van het
aanbiddelijk Altaarsacrament.....7
Gewetensonderzoek voor hen, die dikwerf
biechten en communiceeren......46
Gebed om een waar berouw......52
Oefening van berouw door omgeving van
Oefening van berouw uit ware liefde ... 57
Vernieuwing der doopbeloften......66
OEFENINGEN OP DEN DAG DER H. COMMUNIE . 68
Gebeden onder de 11. Misse ter voorbereiding
Korte oefeningen voor de li. Communie . .107 Heilige gevoelens en oefeningen na de H.
Toewijding aan de goddelijke liefde . . . .122
inhoud.
Toewijding aan Maria........123
Bede tot Jesns, tot uitroeiing van het hoofdgebrek ............125
Bede tot Jesns, om vergiirenis voor de fouten bij de H. Communie begaan .... 127 misgebeden na de II. Communie .... 128 namiddag-oefeningen op de Communie-da-
Volmaakte toewijding aan God in maagdelijke
Gebeder. tot het allerheiligste Altaarsacrament en het goddelijk Hart van Jezus, waaraan
aflaten verbonden zijn.......166
tweede communie-oefen ing, onder aanroeping van het H. Mart van Jesus. . . .173
Gebeden na de H. Communie......179
Hernieuwing der goede voornemens . . . .182 derde communie-oefening, als men de H.
Misse niet kan bijwonen.......185
Verzuchtingen vóór de H. Communie, van den
H. Franciscus van Sales.......193
Dankzegging en bede na de H. Communie. . 195 Verzuchtingen na de H. Communie, van den
H. Franciscus van Sales.......199
Toewijding aan Maria........206
vierde communie-oefening, op de feesten
Op het feest van Maria\'s onbevlekte ontvangenis. 208
inhoud
Op bet feest van Maria-zuivering . . . .212 Op het feest van Maria-boodschap . . . .214 Op het feest der ten Hemel opneming van
Maria.............21G
Op het feest van Maria\'s geboorte . . . .219 Oefeningen van geloof, ootmoed, berouw,
liefde en verlangen voor de H Communie . 221 gebeden na de h. communie op genoemde
Liefdeverzuchtingen na de II. Communie, van
den H. Franciscus van Sales.....231
Gebed tot de onbevlekte Maagd Maria, na
Gebed tot het H. Mart van Maria .... 238 vijfde communie-oefening, om eene bijzondere gunst van God (e verkrijgen . . . 240 Oefeningen van geloof, hoop en liefde . . . 243
Gebeden na de H Communie......249
Dankzegging na de H. Communie .... 252
Gevoelens van liefde.........253
Gebed van eene ziel, die zich zonder voorbehoud aan God wenscht toe te wijden . . 254 zesde communie-oefening. Gebed om eene waardige voorbereiding. Van den H. An-
Geloof, Hoop en Liefde. Van dei» li. Augus-
Opdracht. Van den H. Franciscus van Sales . 261 Verlangen naar Jesns. Naar den li. Augus-
Gebed tot de allerheililt;rste Maasd. om den
INHOUD.
Biz.
Heer waardig te ontvangen. Van den H.
OEFENINGEN NA DE H. COMMUNIE. Gebed om de zalige uitwerkselen der li. Communie te erlangen. Van den li. Thomas van
Opdracht van Jesus verdiensten aan den he-
melschen Vader. Van den M. Augnstinns . 207 Gebed om eene brandende liefde tot Jesus,
Van den 11. Bonaventura......270
Uitstorting der vurigste liefde voor den ge-kruisten Godmensch. Van den li. Francis-
cus Xaverius....... .... 272
Gebed tot de allerheiligste Maagd. Van den
zaligen Petrus Canisius.......273
ZEVENDE COMMUNIE-OEFENING. J e S 11 S, m Ij II
vader. Gemoedsaandoeningen.....274
Opdracht der 11. Communie......277
Voor de II. Communie........278
Zegen na de 11. Communie......284
ACHTSTE COMMUNIE-OEFENING JeSUS, 111 Ij U Bruidegom. Gemoedsaandoeningen . 280
Voor de li. Communie........289
NEGENDE COMMUNIE-OEFENING. J e S U S, m ij 11 e vreugde. Gemoedsaandoeningen. . . . 298
Voor de li. Communie........295
Na de li. Communie......: . 297
TIENDE COMMUNIE-OEFEN ING. J e S 11 S, m Ij 11 vriend. Gemoedsaandoeningen .... 300
Vóór de 11 Communie........303
ELFDE COMMUNIE-OEFENING. JeSUS, m ij 11
inhoud.
broeder. Gemoedsaandoeningen. . . . 309
Voor de H. Communie........311
Gebed ter vernieuwing van onze goede voornemens ............317
Gebed tot den eeuwigen Vader, na de li.
Gebed tot den H. Engelbewaarder, na de H.
Voorbereiding tot den dood......321
Aanneming van den dood.......330
Eenige minuten bij het allerheiligste Sacrament doorgebracht........333
Litanie van het If. Hart van Jesus .... 336 Toewijding aan het IT. Hart van Jesus . . 338
Acte van eerherstelling........339
Gebed met vollen aflaat........342
Gebed te Rome in gebruik lot intentie van Z. H. den Paus, om den vollen aflaat te
avondgebed op den Commiuiiedag .... 350
Zwollae hao 19 Martii 1888.
Can Libr. Cens