-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

O n

V

c

(4 . G t rfr^-

N A A M L IJ S T

GESCHIEDKUNDIGE EN ETHNOGRAPHISCHE VOORWEEPEN

toebehoorende aan

HET ZEEUWSCH GENOOTSCHAP DER WETENSCHAPPEN. Conservatoren

Dr. J. C. de MAN, J. A. FKEDEEIKS EN P. NAGTGLAS, (te Utrecht).

De achter de voorweipen vermelde jaartallen zijn die, waarop zij bij het genootschap zijn ingekomen.

2,

Uit Zeeland en Nederland.

Buffet, samengesteld uit horens, schelpen en zeegewassen, versierd met beeldwerk en een flesch van paarlemoer.

Vervaardigd door het lid dr. Job Baster, te Zierikzee. Maart 1775. Planetarium.

Het voetstuk, eene vierkante kast met afgeronde hoeken , 140 c. M. hoog, bevat het raderwerk, dat de zes planeten boven het deksel in beweging brengt. Het geheele stelsel wordt omgeven door een uit de hand gevijlden koperen band, welke den Dierenriem voorstelt, en een cirkel van 108 c. M. middellijn insluit. Op drie aan de zijden van het voetstuk aangebrachte wijzerplaten worden de tijd van het op- en ondergaan van de Zon, het Guldengetal, de Epacta, de Zonnecirkel, de Zondagsletter, de schijngestalten der Maan, de tijd van den dag enz. aangewezen. Dit kunststuk is in 1782 begonnen en in vijf jaren voltooid door den Middelburgschen horlogemaker Joseph van den Eeck-hout en zekeren Robert, naar aanwijzing en op kosten van den heer mr. Johan Adriaan van de Perre van Nieuwerve en Welzinge. Zie prof. H. J. Krom, Kort ontw. eener beschr. van het Planetarium enz. Midd. 1791. De Kanter en Dresselhuis, De Provincie Zeeland^ bl. 130, en de afbeelding in de Kleine Cronijk almanak van 1791.

0324 1779

-ocr page 6-

Onderwijzend planetarium.

Samengesteld door A. Schortingliuis, predikant te Koudekerke, 1792\'

Lunarium of sterrekundige maan wijzer.

Samengesteld door A. Schortinghuis , predikant te Koudekerke, 17^4\' Vgl. Verhandelingen Zeeuwsch genootschap 1786.

Een korte en drie lange buizen zonder glazen.

Deze voorwerpen zijn naar overlevering de eerste kijkers door Zacha-rias Jansen, wiens woning op de Groenmarkt even als die van F. Lipperhey door gevelsteenen is aangeduid, in het laatst der zestiende eeuw te Middelburg vervaardigd. De korte kijker zou volgens deskundigen een soort van microscoop geweest zijn. Zie prof. P. Harting, Oude optische werktuigen toegeschreven aan Z. Jansen in het Album der Natuur voor 1867.

Teekening van de St. Maartens- of Westmonsterkerk op de groote markt te Middelburg, afgebroken in 1575, waarbij de afbeelding van een in 1747 ontdekten grafkelder. Afbeelding van een grafzerk, die gelegen beeft in de Westmonsterkerk te Middelburg en van daar naar de Nieu-wekerk is overgebracht; waarop is voorgesteld Jacob Si-monse Magnus, burgemeester van Middelburg, overleden 23 December 1558 cn zijne huisvrouw Mayke Eoelands dr., overleden 29 October 1570, benevens veertien van de zeventien uit hun echt voortgekomen kinderen Steen , lang 95 en breed 30 c. M., uit de St. Pieters of Oude kerk te Middelburg , met het opschrift: Hic jacet sepultus Dominus Servasius filius Johannes van Sinte Maer-tensdijcx, Canonicus hujus ecclesiae, qui obiit anno Domini MCCCC.. . item capellanus celebrabit omni die immediate post primam Missam ad altare sancti Johannis sub poena sex grossorum, aequaliter dividendo fabrice custodibus et

choralibus.

October 1835.

Steen , lang 160 en hoog 30 c. M., welke is gemetseld geweest in den muur der Oude of St. Pieterskerk te Middelburg , en waarop zijn afgebeeld twee handen , die een strook met een genoegzaam onleesbaar geworden opschrift

-ocr page 7-

3

vasthouden, (de doot.....deser werelt cl.....xv.....

henderyx.....jare.....xi Octobrïs).

Volgens de overlevering zou dit een gedenkteeken zijn van een paar verloofden, die stierven op het oogenblik dat zij in den echt werden verbonden. Maart 1835.

Verg. voor no. 6, 7, 8 en 9 Zei. HL, deel I, bl. 303.

10. Halfronde schoorsteensteen , hoog 0,205 , breed 0,33 , dik 0,05 M., waarop het Spaansche wapen, gedekt door eene koningskroon, met het jaartal 1593; ter weerszijden een kolom, vastgehouden door een klimmenden leeuw en een griffioen met het devies n plus oltee.quot;

Waarschijnlijk uit Westkapelle.

11. Schuinafgedekte dito, hoog 0,30, breed 0,30, dik 0,05 M., waarop de gekroonde rijksadelaar op een schild, waarboven een keizerskroon, tusschen twee kolommen \'■ omslingerd door een banderol met het devies als boven en het jaartal 1557.

Afkomstig uit een schoorsteen van het slot Craaijenstein bij Burgh in Schouwen.

12. Arduinsteen met de wapens van het geslacht de Vhoe. Afkomstig van de hofstede het Hooge land op den Seisweg bij

Middelburg. 1885. Zie Smallegange, Cronijk bl. 707.

13. Vier-en-dertig vierk. schoorsteensteenen, hebbende afmetingen van 13—15 c.M. lengte, 9—10 c.M. hoogte en 5—9 c.M. dikte, met de hieronder omschreven voorstellingen. Zes schoorsteensteenen, waarop is afgebeeld de historie

van Suzanna , en wel:

a. Suzanna ontkleed in het badrechts en links een der grijsaards ;

h. Suzanna met de twee grijsaards voor den rechter ;

c. Suzanna door de grijsaards voor den rechter beschuldigd ;

d. Suzanna wordt weggevoerd om haar straf te ondergaan ;

e. de grijsaards weggevoerd om gesteenigd te worden;

f ■ de twee grijsaards geknield onder een boom door

twee personen gesteenigd.

-ocr page 8-

4

Een dito met klimmenden leeuw tusschen twee leliën. Jaartal 1564.

Twee dito met twee borstbeelden in medaillon en ruitvormig lijstwerk.

Een dito met twee gekroonde borstbeelden en vierkante omlijsting. Jaartal 1592.

Een dito met twee klimmende leeuwen in ruitvormige omlijsting. Jaartal 1613.

Twee dito met strijdende krijgslieden.

Een dito met twee borstbeelden in ovaal bladvormig ornament.

Twee dito waarop St. Hubert voor het hert met het kruis knielende.

Een dito met maaltijd, waaraan 5 personen zijn gezeten, hieronder twee gekroonde (Ahasuerus met Haman bij Esther ? Esther VI: 12).

Een dito met voorstelling van Judith en Holoternes.

Drie dito waarop een mannen en vrouwenbuste, gescheiden door een plantvormig versiersel.

Een dito\' waarop een arend.

Een dito met voorstelling van een man en vrouw , in minnende houding op een bank gezeten.

Een dito met vrouwenbuste in medaillon

Twee dito met mannenbuste in medaillon.

Een dito voorstellende een man en vrouw in minnende houding onder een boom gezeten (Juda en Thamar ?)

Een dito met gekroond mannenborstbeeld met ringkraag gekleed, in bladvormig ornament (Philips II ?)

Een dito voorstellende den evangelist Johannes met den arend.

Een dito voorstellende den evangelist Mattheus met den engel.

Drie dito met twee borstbeelden in medaillon en ruitvormig lijstwerk. Jaartallen 1561 , 1575 , 1586.

Een dito met onbekende voorstelling.

-ocr page 9-

5

Deze 34 steenen zijn gedeeltelijk afkomstig uit een schoorsteen van het slot Craaijestein bij Burgh in Schouwen, en van het kasteel Zandenburg bij Veere, gedeeltelijk zijn zij van elders. Verg. S. de Wind, Archief Zeeuwsch genootschap, ie. stuk 1856.

14. Tegels van Delfts aardewerk.

Zeven en twintig stuks, waarop in blauw afgebeeld zijn de verschillende handgrepen bij de exercitie met den snaphaan in het begin der zeventiende eeuw. Afk. uit een der gangen van de abdij te Middelburg. — Maart 1874.

15. Beeldje van witte aarde, hoog 5 c. M., voorstellende eene vrouw zittende op eene ton

Gevonden bij de afbraak van den overouden gevel van het huis de Gouden Burgt, in den Laugedelft te Middelburg , in vorige tijden, volgens de stedelijke rekeningen (verg. Kesteloo in Archief Zeeiiwsch genootschap^ 5e deel, bl. igi) eene herberg. Dit beeldje was geplaatst in een kleine nis achter den grooten steen waarop de Gou-den Burgt stond afgebeeld. Dergelijke werden bij Utrecht menigvuldig gemaakt. September 1815.

16. Koperen plaatje van een vierk, d. M., waarop is voorgesteld een gevleugelde leeuw (het zinnebeeld van den evangelist Marcus) die een rol vasthoudt.

Deze plaat waarschijnlijk van een stel van vier, en afkomstig van een grafzerk, werd in 1841 bij het uitdiepen van de binnengracht bij het molenwater te Middelburg gevonden. Zie over dergelijke platen Timareten, Verz. va?i gedenkst., 2e. dl., bl. 240. Nagtglas, De algemeene herberaad te Middelburg , bl. 110. April 1843.

17. Blazoen der Middelburgsche llhetorijkers, van de kamer //het Bloemken Jessequot; onder de spreuk //In minne groeijende.quot;

Op het ruitvormig schild, met het jaartal 1589, is voorgesteld de oude Jesse of Isaï te bed liggende, terwijl uit hem een boompje tusschen David en Maria opgaat, op welks top een klein kind gezien wordt. Het randschrift luidt:

Uit den wortel van Jesse zal een struiksken rijzen En daaruit een bloeme waardig om te prijzen.

Verder vindt men er de wapens op van Zeeland, Middelburg en van prins Willem I. December 1805. Zie mr. N. C. Lambrechtsen van Ritthem, Verh. maatsch. van Ned. letterk.^ dl. III, bl. 126. Nagtglas, De algemeene herberaad te Middelburg, bl. 13.

18. Zwaard met houten gevest, waarschijnlijk gedragen voor

-ocr page 10-

6

of bij den koning van liet handbogengilde St. Sebastiaan te Middelburg.

19. Model in hout van de korenbeurs , zoo als zij tot in 1846 op den dam te Middelburg gestaan beeft. — 1866.

20. Model in hout van de kraan te Middelburg, zoo als die is gesteld in November 17é6.

Vervaardigd voor en volgens de aanwijzing van den stads-bouw-meester Jan de Munck, ten koste van amp; 35-9-5 VI.

21. Twee glazen, in vroegeren tijd gebruikt bij het natuurkundig gezelschap te Middelburg.

22. Beker van glas met figuren en de spreuk : sapientia rerum custos.

23. Glazen beker of kelk met deksel, hoog 40 c. M., met de medaillons van Justiuianus en Grotius.

Deze beker, die in der tijd negentig gulden kostte, werd in 1753 gegraveerd door P. I. Sang. Hij werd gebruikt door het in 1680 te Middelburg opgerichtte en in 1836 ontbonden juristen gezelschap vóór dat dit een zilver vergulden beker erlangde. In het kistje worden bewaard de handteekeningen der leden na 1730.

24. Twee bekers van grof glas.

Een dezer bekers werd eertijds gebruikt bij de bediening van het avondmaal in de Oude of St. Pieterskerk ; de andere in de Viscl -marktkerk te Middelburg. — 1866.

25. Twee glazen met het inschrift: Het welvaren van de Guenese handel. Afkomstig uit een oud Middelburgsch gezin. — 1885.

26. Afgietsels in gips van ornamenten op de klokken van den stadhuistoren te Middelburg. — 1885.

27. Marmeren inktpot, gevonden in een oud huis te Middelburg.

28. Een doosje met schalen en gewichtjes weleer bij de goudsmeden of geldwisselaars in gebruik. — October 1883.

29. Wapenborden der familie de Moor.

a. Apollonia, echtgen. van inr. Gijsbert Coenraad Vol-mer te Sluis, dochter van Jan Jansse de Moor en Maria Seylmakers, overl. 1712 en begraven te Ylis-singen.

-ocr page 11-

7

b Maria Seylmakers, wed J. Jz. de Moor, overl. en

begraven te Vlissingen 1718.

c. Petronella Jacoba de Moor, echtgenoote van Bernard Adriaan de Beaufort, dochter van Jan Jansse de Moor en Maria Seylmaker, overl. en begraven te Vlissingen in 1714. Jan Jansse de Moor was een achterkleinzoon van den bekenden vice-admiraal Joos de Moor.

30. IJzeren helm.

Volgens overlevering gedragen door den vice-admiraal Joos de Moor, overleden 18 Februari 1618. Later werd deze helm met zijn degen boven het wapenbord in de groote kerk te Vlissingen opgehangen.

31. IJzeren helm met vergulde versierselen.

Afkomstig van D. Pedro Pachieco, den Spaanschen ingenieur, bij de bevrijding van Vlissingen in 1572 opgehangen. Zijne wapenrus-ting bleef op het stadhuis te Vlissingen bewaard tot den brand van 1809, waarna deze overgebleven helm onder oud ijzer werd verkocht.

32. Het wiel of touwslagersrad, waaraan de admiraal Michiel Adriaansz de Euyter, als jongen in de lijnbaan van de heeren Lampsins te Vlissingen , heeft gedraaid.

Dit wiel, sinds oude tijden onder den naam van het »Ruitertjequot; bekend, werd tot in 1812 bewaard in de lijnbaan Concordia te Vlissingen. — October 1812.

33. Vuurslot eener machine infernale, door de Engelschen bij het verlaten van Vlissingen in 1809 achtergelaten en in de koopmanshaven aldaar ontdekt, tijdig genoeg om eene ontploffing voor te komen. Dit slot was vastgeschroefd aan een koperen vat in \'den vorm eener ba-kenton, dat 250 kilogrammen buskruid bevatte en met het bovenste oppervlak genoegzaam gelijk met het water dreef.

Vermeld in van Hoek, Landing der Engelschen i?i Zeelcmd, bi. 175. — Februari 1810.

34. ïwee Congrevische vuurpijlen.

De eene gevonden te Vlissingen na het bombardement in 1809, waar deze projectielen onder toezicht van den kolonel Congreve voor het eerst werden gebezigd. — October 1812. De andere werd in 1809 in Zuid-Beveland gevonden. — December 1815- Beschreven en afgebeeld in van Hoek. bl. 148.

-ocr page 12-

8

35. Gedenkteeken voor Jar. Lambrechtsen Gooien in de St. Jacobskerk te Vlissingen.

Teekening in kleuren. Jan Lambrechtsen Coolen, geb. in 1554 te Vlissingen, burgemeester 1599—1618 , was een der oprichters van de O. I. Comp. en behoorde onder de voornaamste kooplieden van zijn tijd. Verg. Zelandia illustrata, dl. I, bl. 542.

36. De wandelstok van Jan Lambrechtsen Gooien, geb. 1554, overl. 1619, burgemeester te Vlissingen. De rotting is voorzien van een 15 c. M. langen zilveren knop, gegraveerd met bloemen en een wapen, waaronder het devies T is al wereld; boven staat Jan Lambrechtsen Gooien 1615.

April 1819.

37. Degen met zilver gevest, waarop het wapen der provincie , zinnebeelden en lat. opschrift. De lederen schede is met zilver beslagen.

Deze degen werd door de admiraliteit van Zeeland in December 1659 vereerd aan jhr. Dominicus Virieu (geb. 1636, gesn. in West-Indië 1674, kommandeur der soldaten aan boord van den vice-admiraal Jan Evertsen). Deze degen werd te Middelburg vervaardigd voor 16 £ 13 sch. 4 gr. — November 1881.

38. Grafmonument van Michiel Adriaansz, de Euiter, van papier gemaakt door J. H. Reygers , bij gelegenheid van de onthulling van het standbeeld te Vlissingen.

39. Zilveren halsketen van het voormalige schuttersgilde van St. Sebastiaan te Veere.

De ketting is versierd met vier schilden. Cornells Godin (1739) ; Comelis Gaeswijk (1741); Abr. Stroobant (1753); Cornells Hoefkens (1758). Hierbij behoort een zilveren lepel en vork met het wapes der schutterij. 1874.

40. Gepolychromeerd eikenhouten basrelief, voorstellende de vischvangst van Petrus.

Dit gedenkstuk hoog 2 , breed 6 d. M. waarop het wapen van Veere voorkomt heeft waarschijnlijk betrekking op het visschers-gilde aldaar. — 1864.

41. Aarden bord met goudkleurig email versierd.

April 1805. Geplaatst in de antieke kamer.

-ocr page 13-

9

42. Zilveren koningsketting, waaraan een vogel en zeventien schilden, waarop het wapen der confrérie, de spreuk Altijd aenclevende (te Heinkenszand) en de naam van den gildekoning (a0. 1550—1792).

Afkomstig van het schuttersgilde van St. Sebastiaan te Heinkenszand. Het werd in 1876 ontbonden, degelden gedeeld, de sieraden verkocht en het gildeboek verbrand. — October 1879.

43. Zilveren koningsketting met zes schilden, van het St. Sehastiaansgilde te Heinkenszand.

44. Twee gekleurde tegels uit het slot Oostende te Goes.

45. Wapenbord , waarop zijn voorgesteld de Voorzichtigheid en Standvastigheid, met het onderschrift: Audaces for-tuna juvat Timidosq repellit. Van boven staat het wapen van koning Philips, benevens de wapens van Bourgondië/; Zeeland en der heeren van Cruiningen. Links ziet men de wapens van de heeren van Eenesse, Bothland, Cats en Abeele en ter rechterzijde die van Haamstede, Tuyl van Serooskerke, Romerswael en Borssele. Van onderen staat: // Deese Heeren Edelen waere tot llomers-waele present op de inhuldiginge van coninck Philippus de II, als grave van Zeelant. A0. 1549.^

Dit bord hoog 8, breed 5 d. M., vroeger bewaard op het slot te Stavenisse aan de familie van Tuijl van Serooskerke toebehoo-rende, kwam door het geslacht Huijssen aan den raadpensionaris J. M. Chalmers te Veere. Vgl. mr. M. F. Lantsheer, Zelandia illu-strata, ie. st., bl. 94. Volgens eene andere lezing zou het zeer verwaarloosd en als deksel van een vat \'met mosselen uit Tholen aan den heer Chalmers gezonden en door den oudheidkundigen Jacobus Eimerins opgemerkt zijn. — April 1818.

4 6. Altaarstuk, hoog 12, breed 10 d. M., waarop in wit marmer is afgebeeld de verheerlijking op den berg.

Afkomstig uit het klooster Sion, te Noord-Gouwe. Zie over dat klooster Jacobus Ermerins, Eenige Zeeuwsche otidhcdcn opgehelderd-. Schouwen, bl. 144. Tegenwoordige staat van Zeela7id, dl. II, bl 425. — Februari 1803.

47. Kleine grafsteen, vermoedelijk afkomstig uit de St. Jakobs-

-ocr page 14-

10

kerk in Sluis, voor dat daarvan de lijst van grafzerken werd opgemaakt door Perleman. Het omschrift luidt; Sepulture van Mayke filia Vincent Boudins bij Arnou-dyne filia Ghoris Blankaert, overleed den S December 1566. — October 1884..

48. Zilver vergulde kelk met deksel.

Deze beker werd geschonken aan ieder der vijf gecommitteerden uit de staten van Zeeland wegens de indijking van de Hoofdplaat in 1780. Aan de eene zijde staat het wapen der provincie; aan den anderen kant leest men; Hoofdplata mari erepta, aggere munita , discretis agris colonis tradita, octogenaria lite diremta, aerario hinc aucto, indefessa quinque virum J. van Citters, A. J. de Ruever , L. P. van de Spiegel, J. M. Chalmers et A. I. Hurgronje, cura meri-torum praemium singulis decreverunt Ordines Zelandiae ao. 1780. — Ontv. 1876.

49. Wapenbord van den geschiedsclirijver Marcus Zuerius van Boxliorn. Over). 3 Oct. 1653. Afkomstig uit de familie Berdenis met B. vermaagschapt.

Hierbij zijn portret in 80.

50. Een kinkhoren, een zoogenoemde slangenkop, waarop is gesneden een Christushoofd met de doornenkroon en in het bovengedeelte der omranding nog een tweede kleiner beeld, voorstellende een man in de kleeding van het begin of het midden der XVIIe. eeuw.

December 1843.

51. Horen van een eenhorenvisch met zilver beslagen.

Maart 1824.

52. Drie zoogenoemde Vrouw-Jacob a-kannetjes van verschillende gedaante.

Gevonden in de gracht te Heukelom. — Ontv. October 179° Een van deze heeft denzelfden vorm als onder een portret van gravin Jacoba is afgebeeld.

53. Eood bruin verglaasde aarden kan met tinnen deksel, waarop eene voorstelling van de onthoofding van Johannes den Dooper. Opschrift: Koning ^ Herotdus lt;£gt; lis lt;3gt; dem lt;3gt; Johannis lt;0 dat lt;0gt; Heutaf lt;()gt; slan lt;3gt; 1580.

Fabrikaat van Raeren, gemerkt HH (Hans Hilgersi. Hoog zonder deksel 24 c. M. Verg. Dornbusch , »Die Kunstgilde der Tópfer in

-ocr page 15-

11

der abteilichen Stadt Siegburg und ihre Fabrikatequot; Köln 1873 en Dornbusch, »Abhandhmg ïtber das sogenamite Flandrische Steingut des XVI und XVII JahrhUtrecht 1878.

54. Wit grijs aarden kan (Schnelle) versierd met de wapens van Engeland, Oostenrijk en Spanje; jaartal 1573. Tinnen deksel.

Fabrikaat van Siegburg, tweemaal gemerkt HH (Hans Hilgers). Hoog 26 c. M. zonder deksel. Tinwerk van dit laatste I K met kroon. Verg. Dornbusch, als boven. Deze kan wordt vermeld door Demmin , in zijn Guide de l\'amateur de faiences et forcelaines, 4e. édit., tome I, pag. 318.

55. Rood bruin verglaasde aarden kan (Schnelle) waarop twee familiewapens in ovalen rand en renaissance versieringen. Met tinnen deksel. Rond de wapens het volgende opschrift : Felipus Lomoeht lt;^gt; D lt;^)gt; Zo lt;^gt; W

H O end lt;^gt; Johienna lt;3gt; Buck lt;Qgt; sin lt;^gt; Hus-fran lt;0gt; 1588.

Fabrikaat van Raeren, doch ongemerkt. Hoog zonder deksel 31J c. M. Verg. Dornbusch, als boven. Tinwerk van het deksel; een gekroonde roos.

56. Stuk van een olifantstand , waarin een kogel is bevat

Ook vermeld bij de naturalia.

57. Bal van ivoor, kunstig gedraaid, bevattende een groot aantal andere ballen.

December 1802. Vgl. over dergelijke ballen Tcheng-ki-Tong in de Revue des deux-mondes van 15 Juni 1884, bl. 820.

58. Houten roemer met het jaartal 1644, hoog 16 c. M., bevattende honderd in elkander sluitende kleinere bekers.

Juli 1784.

59. Steenen beker, hoog 30 c. M., rustend op een open gewerkt voetstuk van ivoor en paarlemoer.

60. Emblematisch van hout gesneden beeldje, hoog 25 c. M., voorstellende een man in de kleeding der XVIe eeuw, die een hoogen met zilver beslagen beker, in den vorm van een mand , op den rug draagt. Hij rust op een stok waarop een eekhoorn zit en achter hem staat een hond die iets in den bek draagt. Op den voorgrond, aan de

-ocr page 16-

12

voeten van den man , ziet men eene tafel waaraan vijf personen, beeldjes van 4 c. M., hoog, gezeten zijn; terwijl een zesde iets aandraagt of voorleest. Bij de tafel staat een hond.

Dit beeldje werd in 1822 door het genootschap gekocht op de ver-kooping der goederen van mevr. de wed. Thibaut, geb. van Hoorn en zou, volgens de overlevering in de familie Thibaut, voorstellen prins Willem I, toen hij na de veldslagen tusschen Karei IX en de Hugenooten, kort na den slag van Moncontour (October 1569), in boerengewaad en slechts door vijf dienaars vergezeld, Frankrijk verliet.

61. Geuzennapje met zilveren beslag.

Zie van Loon, dl. I, bl. 85, n». 4. — October 1835.

62. Oude steenen pijpjes uit Gouda afkomstig. — Januari 1872.

Eene van deze moet omstreeks 1640 te Gouda zijn gemaakt.

63. Fragment van een ijzeren bout, lang 5, breed 2 c. M., afkomstig van de kanonneerboot n0. 2 onder bevel van den luitenant ter zee J. C. J. van Speijk.

De echtheid van dit overblijfsel van het gesprongen vaartuig werd door een getuigschrift van een zeeofficier bevestigd. — 1861.

64. Een ijzeren medaille van ongeveer 2 d. M. middellijn, waarop aan de voorzijde het borstbeeld van Willem I, koning der Nederlanden, en aan de keerzijde een opschrift waaruit blijkt dat dit stuk gegoten is uit bomscherven afkomstig van de belegerinsc der citadel van Antwerpen in December 1832.

Deze medailles zijn gegoten en verspreid door de oranjegezinde partij te Gent. — 1863.

65. Model in hout van de bateau-porte te Antwerpen, tot afsluiting der drooge dokken gebezigd.

Mei 1823. De beschrijving wordt onder de handschriften bewaard.

66. Model van eene kraan bestemd om het zwaar geschut van oorlogschepen van en aan boord te lichten.

67. Verschillende voorwerpen, vuurvaste steenen, smelt-kroesen enz.

-ocr page 17-

13

Vervaardigd uit bereide zeeslib, kunst-pouzzolane . naar de aanwijzing van den kapitein-ingenieur Camp. — April 1853.

68. Lava uit den Vesuvius waarop ingedrukte medailles enz. 1859.

69. Stuk van een boomstam , waarin bij het vellen een groot hoefijzer, geheel door hout omgroeid , werd gevonden.

Afkomstig van een vrij zwaren esschenboom van nagenoeg zeventig jaren oud, in 1819 geveld in eene weide bij Oostburg.

70. Tak van den moerbeziënboom , volgens de overlevering door gravin Jacoba van Beijeren geplant en staande bi] het voormalige slot Oostende te Goes.

71. Fragment van een boomtak, die om een ijzeren kanonkogel is gegroeid.

Afkomstig van de hofstede Baskensburg onder Vlissingen.— 1866.

72 ïwee met beeldwerk versierde balkuiteinden uit het laatst der veertiende eeuw.

Afkomstig uit het Schepenhuis te Sluis.

73. Koperen plaat, lang 90, hoog 60 c. M., waarop een achttien regelig opschrift in verheven Gotliische letters, zijnde een fundatiebrief voor missen te St. Pouwels in Oost-quot;Vlaanderen, beginnende /\' Onser liever Vrouwe messe is beset van Michiel ende Jacob Ysebaert in der prochie van St. Pouwelspolrequot; en eindigende : // Dit was aldus gedaen bi de voorsz. personen en den pastoor anno 1509.

Over soortgelijke voor de geschiedenis der chalcographie belangrijke platen, zie men mr. J. van Lennep, \'in de Konst- en Lctler-bodc voor 1848, n». 3. H. Q. Janssen , Archief van kerk. gesch. 1854, no. 257. Bn. de Saint Genois, Mess. des sciences hist, de Gand 1857, 2«. livr. — Ontv. 1806.

74. Geelkoperen tabaksdoos met opschrift Jan Verseinde is geboren den 29 Mey 1826 — en verder 1833. Van achteren staat:

Als de Landman ging uit zajen Volgde hem de bonte krajen De mossen en de vinken Pikken meer als zij drinken

-ocr page 18-

14

Dan komt de Jager met zijn hond Die trapt het koren in den grond Dat moet de Landman al toestaan En noch geduldig henen gaan.

75. Tondeldoos, met medaillon van Willem I.

76. Helm. Amulet, bestaande uit liet gedroogde lamsvlies van, zoogenaamd met den helm geboren, kinderen , dat door de vroedvrouw voor de ouders bewaard en geprae-pareerd werd, opdat men het kind daarmede geen kwaad zou kunnen berokkenen. Afkomstig uit Weenen. — December 1872.

77. Stempel van de in 1869 door Zeeuwen aan den heer D. Dronkers vereerde gouden medaille.

Uit A s i e.

7 8 Fragment van een steenenbeeld , afkomstig uit den bouwval van een Hindoe-tempel in Midden-Java.

De kop van een zoogenoemden deurwachter, vooral merkwaardig door vorm en uitdrukking van het gelaat. Vgl. Stamfort Raffles, History of Java, dl. 11, bl. 15. Geplaatst inde kamer der fossilia. October 1875.

79. Houten model van een ruim Chineesch woonhuis op Java. — October 1873.

80. De koran, geschreven op een rol versierd Indisch papier, vervat in een verguld kokertje, dat de mlandsche vorsten met een lint aan den arm bevestigd dragen.

Mei 1791.

81. Yier Javaansche krissen. — 1863.

82. Een kris.

Dit wapen met bewerkt hechtis op heilige dagen gesmeed, en werd eiken Vrijdag met zeker vocht bestreken, bewierookt en met bloemen omkranst, waardoor bovennatuurlijke krachten zouden ontstaan. Augustus 1818.

83. Potje met dekseltje, van versteend hout.

Medegebracht door den gezagvoerder Melms uit Oost-Indië. — 1817.

84. Steenen beker met deksel, hoog 40 c. M.

Afkomstig uit Oost-Indië, waaraan men in Indië de kracht toeschrijft om het water of den wijn, die er in blijft staan, eene koortsverdrijvende eigenschap mede te deelen. — April 1780.

-ocr page 19-

15

85. Javaansche vrouwenschoen of houten sandaal. — October 1871.

86. Schild, veroverd in 1812 bij de expeditie naar Palembang.

November 1822.

87. Twee Paleinbangselie waterkruiken.

April 1805 en Februari 1808.

88. Klewang uit Atjeh met scalpeermesje. — 1877.

89. Klewang uit Atjeli doch van Europeesch fabriekaat. 187 7.

90. Lans uit Atjeh.

91. Muts en beurs van gevlochten touw.

Afkomstig van de Eatta\'s op Sumatra. — 1877.

92. Bewerkte en met figuren besneden kruithoorn van de Batta\'s (Sumatra). — October 1877.

93. Tabakstasch en Serizakjes met gekleurde kralen bewerkt afkomstig van de Batta\'s op Sumatra. — October 1S77.

94. Mantel van boomblaren, afkomstig van de Dajaks op Borneo. — 1862.

95. Verguld Buddhabeeldje, hoog 40 c. M., uit Bang-Kok in Siam. — December 1882.

96. Afgoden uit Bengalen.

a. Een beeldje van gebakken aarde, hoog 15 c. M. Het stelt voor den god Sieb , den verstrooijer of straffer , die in tegenstelling van andere beelden altijd in het wit wordt afgebeeld. Afkomstig uit een tempel in Bengalen.

h. Een van hout gesneden en verguld Buddhabeeldje, hoog 28 c. M.

c. Een metalen Buddhabeeldje, hoog 25 c. M.

d. Een klein beeldje, hoog 10 c. M.

e. Zes houten kokertjes, waarin, in glazen buisjes,

rijstkorreltjes bevestigd zijn.

November 1819 en December 1825.

97. Twee waaiers uit Bengalen.

98. Houten Bengaalsche trom.

Mei 1820.

-ocr page 20-

16

99 Zes op palmbladen gesclireven brieven van de zuidkust van Indië, in de landtaal Ollaas genoemd.

Augustus 1779.

100 Twee bekers , gedraaid uit eene houtsoort van de kust van Malabar en aldaar Wanga Marom genoemd.

Dit hout heeft, naar gezegd wordt, de eigenschap om aan het water spoedig eene blauwachtige kleur, bitteren smaak en afdrijvend vennogen mede te deelen. Zie Verh. Z. dl. VIII, bl. 25. — October 1780.

101 Beker, gedraaid uit den hoorn van een rhinoceros.

102 Verzameling van Siameesche handschriften op Nipabla-deren, in bewerkten omslag. — 1884.

103. Siameesch orgel , met rieten pijpen. — 1884.

104. Afbeelding in steen van een olifant, hoog 30, lang 40 c. M , uit Bang-Kok. — 1884.

105. Houten model van een , op het water drijvend Siameesch winkelhuis, uit Bang-Kok. — 1884.

106. Voorwerpen afkomstig van den vermaarden reiziger mr, Samuel van de Putte, schepen en raad te Vlissingen, geb. 1690, overl. te Batavia in 1745.

a Houten inktpotje door hem op al zijne tochten door

Tartarije en China bij zich gedragen.

1) Twee gekleurde afbeeldingen van minnaressen van den grooten Mogol, welke teekeningen door zekeren Martin, lijfmedicus van genoemden vorst, aan

van de Putte waren ten geschenke gezonden. Zie over hem mr. S. de Wind, in h-eX. Archief Z. G., ie. st., bl. 21.

107 Voorwerpen van de joden te Cochin.

a. Afbeelding in kleuren van Ezechiel Rabby. — 1778.

b. Kopie van het patent door keizer Cheron Peroe-maas, aan Joseph Rabby verleend. — 1778.

108. Een stuk hout, lang 35 en hoog 15 c. M., waarop van de rechter naar de linkerzijde staat uitgehouwen

I. NAZAR. HEX. IVDE.

Dit hout was het bovenste gedeelte van een kruis, door de Hollanders in 1662 op de kusten van Malabar gevonden, en dat, volgens de overlevering, het eerste zou geweest zijn dat aldaar door

-ocr page 21-

17

de Portugezen in het laatst der XVe. of in het begin der XVIlt;-\'-eeuw was opgerich;. Zie \'s Gravezande, Verh. over de Joden te Cochin. Werken Z. G.. dl. VI, bl. 517. — December 1778.

109. Teekening op perkament, voorstellende het eiland Taio-wan (Formosa) tijdens het in het bezit der o. i. c. was (1624—1661).

Breed 90, hoog 50 c. M. — 2 December 1801.

110. Japansch doosje, met laadjes , waarin: 1°. stukje asbest; 2°. stukken geld uit Bengalen en een uit China , Lee genoemd.

Juni 1790 en Januari 1820.

111 Een Japansch horlogewerk in verlakte kast

Van dit raderwerk wordt eene beschrijving door het lid H. Kluit van Rynsaterwoude, dd. Utrecht i December 1794, onder de Handschriften des genootschaps bewaard. — Juni 1790.

112 Vijf rollen van verschillende soort van Japansch papier, ■*• waaronder eene doorschijnende soort, dat door de Ja-

pannezen in plaats van vensterglas wordt gebruikt.

Juni 1790.

113. Doos met onderscheidene keukengereedschappen uit Japan.

Juni 1790.

114. Twee Chineesche passen, bestemd voor het Middel-burgsche schip de Zeeuw , dd. 1819. — Ontv. 1880.

115. Chineesche pas met de merken van onderscheidene kantoren.

116. Een gekleurde en versierde kam , zoo als de aanzienlijke vrouwen op het hoofd dragen.

September 1777.

117 Chineesche huisapotheek

December 1851.

118. Twee Chineesche balansen met gewichten.

119. Twee Chineesche mansschoenen.

Mei 1780.

120 Afbeelding van een Chineeschen vrouwen voet met de daarvoor gebezigde schoen en zwachtels.

December 1821.

121. Chineesche rekentafel en twee pakken met Chineesche speelkaarten. — 1877.

-ocr page 22-

18

123. Vijf stuks Chineesclie borduurwerken , vervaardigd uit bast van boomen en gekleurde vederen.

Januari 1803.

123. Chineesch mandje van gevlocliten stroo. — 1884.

124. Geboetseerde afbeelding van een in 1820 te Canton levenden jongeling , oud 18 jaren , hebbende een uitwas van een levend doch hoofdeloos kind vastgegroeid aan de korte ribben. Men noemt zulke dubbelmonstra: heteradeVphen of thoracopagus.

Zie o. a. Geoffroi de St. Hilaire, Hist, des Monst., torn. III p. i6i. — December 1821.

125. Eenige Nijl- of waterkruiken uit Djeddah. — April 1880.

Uit Afrika.

126. Kussen van leder met figuren van verschillende kleuren bestikt.

Afkomstig uit de binnenlanden van Afrika. — Februari i860.

127. Balans van koper, aan de westkust van Afrika gebezigd voor het wegen van stofgoud, met de daarbij behoorende gewichten, zijnde zaadkorrels van verschillende kleur en vorm. ■— 1860.

128. Pijpenkop van gekleurde klei met figuren bewerkt. Afkomstig van de westkust van Afrika. Dahomey. — Ontv. 1863.

129. Negen kleine voorwerpen van koper, verbeeldende men-schen , vogels , visschen , kevers enz.

Waarschijnlijk bestemd voor betalingsmiddelen in het rijk van Ashanty. — 1869.

130. Trekpot van zwart aardewerk met figuren versierd.

Vervaardigd, naar Europeesch model, op een dorp omstreeks een uur van Coomassie (koningrijk Ashanty) West-Afrika.

131. Voorwerpen uit de landstreek aan de rivier Congo cf Zaire aan de westkust van Afrika.

a. Koelkannen van in de zon gebakken klei.

b. Kookpot als boven.

c. Uitgesneden kalabas.

cl. Negerkleedingstukken.

e. Koningsmuts van ananasbladeren.

-ocr page 23-

19

f. Zeven mandjes van bamboes en riet, door vrouwen vervaardigd.

g. Drie gevlochten matten , dienende voor bed. U Trom bij de negerdansen gebezigd.

i. Uitgesneden olifantstand , bewerkt met een aantal

figuren,

k. Afgodsbeeldje.

I. Model van een kano. -— Ontv. 1879.

132. Krom gebogen ijzeren mes, in lederen foedraal, zijnde een wapentuig der negers in Neder-Guinea aan de Zaire of Kongo-rivier. — October 1877.

133. Boog- en pijlkoker, waarin zwaar vergiftigde pijlen.

Afkomstig van de Boschjesmannen in Zuid-Afrika. — November 1822.

134. Gevlochten drinknap bij de Kaffers in gebruik.

October 1805.

Uit Amerika.

135. Met vederen versierde statiemuts van een West-Indisch opperhoofd.

September 1807.

136. Idem uit Essequebo.

April 1776.

137. Idem.

December 1776.

138. Indiaansche boog en verschillende pijlen.

Afkomstig uit West-Indië.

139. Koker met vergiftigde pijlen , waarvan de Indianen te Essequebo en Demerary gebruik maken, benevens een mandje aldaar vervaardigd.

April 1802 en Januari 1806.

140. Vier wapenkuotsen van Indianen.

Januari 1808.

141. Indiaansche pijp uit Suriname.

December 1775.

142. Twee Indiaansche sloten met schuiven.

Door een der sleutels op te lichten wordt het slot geopend en kunnen de schuiven worden uitgetrokken; om het slot te sluiten

-ocr page 24-

20

r i

trekt men den sleutel uit, waardoor de tanden der schuivers in de inkepingen vatten. — Augustus 1817.

143. Kam, waarvan zich de Boschnegers bedienen. 1817.

144. Schotel of drinknap, door de Boschnegers in Suriname vervaardigd.

Augustus 1817.

145. Beurs vervaardigd uit vezels der aloëplant.

December 1793.

146. Beker en potje van roode aarde.

Afkomstig uit Suriname, waar zij tot verkoeling van water worden gebezigd. Augustus 1817.

147. Indiaansche kleedingstukken. — 1776 en 1790.

148. Stoeltje , dat in een der zoutpannen aan den zuidkant van het eiland Curasao eene merkwaardige zoutomkor-sting heeft verkregen.

Februari 1846.

149. Een paar met zilver en koralen geborduurde schoenen door Indianen in Noord-Amerika vervaardigd. — 1863.

öit Australië.

150. Boog en pijlen van de bewoners van Nieuw-Guinea.

December 1835.

151. Voorwerpen uit Nieuw-Guinea.

a. Kleedingstukken, als: een buikgordel, een schort, een weitasch , een borstsieraad voorstellende een schorpioen; een horentje en twee geslepen oor- en neussieraden

h. Wapenen, een bijl met een steenen wig er. een

dolk van geslepen been.

c. Een afgodsbeeldje.

1865.

152. Armbanden en andere sieraden.

Afkomstig van de oeverbewoners der Dourga en Venehatta rivieren in Nieuw-Guinea. — December 1835.

In de lokalen berust eeu bijg-eschreven catalogus met de namen der gevers.

-ocr page 25-
-ocr page 26-
-ocr page 27-