, •: v • v \', ..i, 3
\' \'
.
\'
^„■f-■ • «.
11 111 1 MS i Si, ill.
Het Xjeven
s,
VAN
AGNES DE St. HUBERT,
To Lyon in geur van Heiligheid overleden den loden Maart 1836.
quot;oRD - ^|N i?\'
DOOR
0/0
S
rsov
A. M. I). G.
|
L. C. G. MALMBERG, N IJ M E G E N. |
VERMEER\'s BOEKHANDEL, T E R 13 O R G. |
INLEIDING.
Een der voornaamste liinderpulcu, dto de Godsdienst in onze dagen ontmoet, is ontegensprekelijk het valsche denkbeeld, dat men zich, algemeen, van de godsvrucht vormt. Hut schijnt, dat zij voor deze eeuw van gewaande verlichting niet meer bestaat, en dat zij hare plaats niet kon vinden dan in de eeuwen, die zoo lichtvaardig met den naam van domme eeuwen bestempeld worden. Men stelt zich haar voor als onafscheidelijk van droefgeestigheid, en niet overeen te brengen, met de eischen des levens. Men zou haar willen verbannen naar de stille eenzaamheid van het klooster, of naar de vergetelheid van de laagste klassen der maatschappij, evenals eene teedere en geurige bloem, die de gloeiende middagzon niet kan verdragen. Men wil wel de mogelijkheid erkennen, dat men daar die ware en in alle omstandigheden standvastige godsvrucht kan aantreffen, die zoo schitterend aan de gevoelens en daden der Heiligen herinnert. Het gevolg daarvan is, dat het verhaal van de verheven deugden der groote helden des Christendoms, in het algemeen slechts
6
eene onvruchtbare bewondering wekt, omdat de rneesten van ben geleefd hebben in omstandigheden, die van de onze verschillen, in tijden, die minder bedorven waren dan die, waarin wij veroordeeld zijn te leven, en wij vinden bij gevolg zeer gemakkelijk schoonschijnende voorwendsels om ons te ontslaan van de navolging hunner deugden. Overigens zegt men tot zichzelven, als men eene treffende levensbeschrijving doorbladerd heeft: «Ja, maar het was ook een Heilige!quot; alsof de Heiligen menschen waren van eene andere geaardheid dan wij, en alsof wij niet verplicht zijn naar de heiligheid te streven, zoo wij niet willen verloren gaan. En daarmede stellen wij ons gerust. Wij hebben daarom in onze eeuw behoefte aan voorbeelden van later dagteekening; men moet haar toonen, dat de Heer te midden harer bedorvenheid nog uitverkorenen weet te vinden, en de verhevenste deugden in de eerste standen der maatschappij te doen schitteren.
Dit zijn de beweegredenen, die uitstekende Geestelijken en mannen van ongewone verdiensten hebben genoopt, ons over te halen tot het schrijven der Levensgeschiedenis van eene jonge dame, die nog onlangs aan eene wereld ontnomen is, welke zij door hare voorbeelden stichtte; zij, wier eenvoudige godsvrucht hun altoos geschikt was voorgekomen, om alle vooringenomenheid te verdrijven. De betrekkingen, die wij het geluk hadden, met haar en hare achtenswaardige familie te hebben, die ons de noodige bouwstoffen wel heeft willen schenken, stellen ons in staat om aan dal verlangen te voldoen, liet heeft ons toegeschenen, dat de eer van God belang beeft bij het openbaar maken dier verheven deugden, welke een diepe ootmoed maar al te dikwerf had weten te verbergen. Wij hebben gemeend ons te moeten schikken naar dien
7
raad, en het gevoel van onze onbekwaamheid te moeten doen zwichten voor het verlangen, om voor een groot getal zielen nuttig te wezen, vooral voor de jonge meisjes, die in het leven van Mejuiï\'rouw Agnes do St. Hubert, die op den 19dcquot; Maart 1836, te Lyon, in den ouderdom van 37 jaren, in geur van heiligheid overleden is. een volmaakt voorbeeld zullen aan-treüen.
Men zal in deze geschiedenis te vergeefs de bloemen van een uitgelezen stijl zoeken. Het is geene Lofrede, die wij ons hebben voorgesteld te schrijven, hot is eene Levensbeschrijving, die eenvoudig moet wezen, gelijk zij, die er het voorwerp van is. Wij hebben ons niet veroorloofd, hot verhaal door verdichtselen op te sieren; wij hebben ons bepaald bij hetgeen wij zeiven hebben gezien, en bij de nal ichten die geloofwaardige ooggetuigen ons verschaft hebben.
Wij ontveinzen ons intusschen de moeielijkheid onzer onderneming niet; het Leven van Mejuffrouw Üe St. Hu-bert, is slechts door weinige gebeurtenissen , die de gewone orde te boven gaan, gekenmerkt; het zijn zedige, alledaagsche deugden, die wij den lezer voor oogen stellen; doch terwijl buitengewone voorvallen de taak van den geschiedschrijver gemakkelijker maken, en de nieuwsgierigheid van eenige oppervlakkige lezers opwekken, zoo schijnt een eenvoudig en eenstemmig leven, in veel opzichten gelijkvormig aan dat, hetwelk wij zeiven leiden, onze begeerte tot navolging meer op te wekken. Wij zouden gaarne alle voorourdeelen tegen de godsvrucht willen verdrijven; en er is, naar het ons voorkomt, geen beter overredingsmiddel dan het voorbeeld van eene deugdzame vrouw, die in dezelfde omstandigheden, waarin wij leven ^ aanleiding vond tot het beoefenen der verhevenste
8
deugden. Mochten wij zoo gelukkig zyn, dat allen, die deze Levensbeschrijving zullen lezen, zich gedrongen gevoelen, met den Apostel te herhalen, dat de godsvrucht voor alles nuttig is! Dan zouden wij het doel bereikt hebben, dat wij ons hebben voorgesteld, en ouzo wenschen zouden voldaan zijn.
HET LEVEN
VAN
AGNES DE ST, HUBERT.
E K H S T E A F D E E L I N G.
De Burggraaf De St. Hubert, later het hoofd van een der oudste en uitstekendste geslachten van Gascogne, was op vreotnden bodem in den echt getreden met Mejuf-frouw De Goulet. Eenige maanden na hare echtverbintenis deden familiezaken Mevrouw De St. Hubert besluiten, naar Frankrijk terug te keeren. Zij vestigde haar verblijf te Lyon, en in die stad kwam op den 16lIuquot; October 17Ü8 het kind van zegening ter wereld, welks leven wij beschrijven.
Agnes was reeds zeventien maanden oud, toen Mevrouw De St. Hubert met haar kind naar Duitschland vertrok om het haren echtgenoot, die het nog niet gezien had, te toonen. Reeds op dien teederen leeftijd bespeurde men in haar meer beminnelijkheid, en, als het geoorloofd is zich van die uitdrukking te bedienen, meer verstand dan
10
bij gewone kinderen. Zie hier een voorbeeld,\'t welk onder duizenden is gekozen , en dal. kan worden beschouwd als eene gelukkige voorspelling van hare toekomstige heiligheid. Twee maanden na het tijdstip, waarvan wij zoo even gesproken hebben, hielden hare ouders zich op eene reis, op zekeren Zondag te Anspach op, om do H. Mis te hooren. Hoewel du dienst lang duurde, was de kleine Agues gedurende den ganschen lijd in eene soort van godsdienstige ingetogenheid, die op haren leeftijd zóó buitengewoon was, en de aandacht van de personen, die zich in de nabijheid bevonden, zoozeer trok, dat eene Dame zich bij het uitgaan der kerk niet kon weerhouden, het lieve kind, dat haar zoozeer gesticht had, te omhelzen.
Sinds Agues den leeftijd van drie of vier jaren bereikt had, nam Mevrouw de De St. Hubert, die toen te Versailles woonde, haar gewoonlijk mede naar de kerk, en zij woonde menigwerf vrij langdurige plechtigheden bij, zonder dat dit ooit bij de kleine Agues verveling scheen te verwekken. Het scheen, dat het kind reeds doordrongen was van de heiligheid der plaats. Bijna nooit zag men haar het hoofd wenden. Weinig kinderen waren in hunne kind-sche jaren zóó beminnelijk; en, als het met ons doel strookte, hier de innemende trekken, de geestige invallen on de opmerkenswaardige antwoorden van de kleine Agnes te verzamelen, dan zou men weldra van de gegrondheid van ons gezegde overtuigd zijn.
Om echter te voorkomen, dat de lezer hare latere deugden niet enkel toeschrijve aan een aangeboren neiging, maar ze veeleer beschouwe als de vrucht der genade, voegen wij er aanstonds bij, dat levendigheid en vastheid van karakter hare kenmerkende eigenschappen waren. Nauwelijks begon zij eenige woorden te stamelen, of zij
11
toonde reeds, hoe zij schier geen tegenspraak kon verdragen en de woorden non aontaïe (dat verveelt mij), niet vuur uitgesproken, gaven vaak aan hare omgeving te kennen, dat haar geduld ten einde was. Wij hebhen een briefje onder de oogen gehad, dat hare moeder haar schreef, toen zij op den lG\'lüU October 18U5 zeven jaren oud was geworden. De goede moeder vermaant haar, minder te spreken, en zich te beteren van die hool\'digheid, die zij bij elke gelegenheid aan den dag logde.
De godsvrucht was dus bij haar niet het uitwerksel der geaardheid. Hare godvruchtige moeder wist echter reeds vroegtijdig aan die levendigheid van aard en aan die stroefheid van karakter eeiie wending ten goede te geven, daar deze, niet in tijds tegengegaan, later aanleiding tot grootere misstappen hadden kunnen geven. Overtuigd van het gewicht tier indrukken, welke men op dien leeftijd ontvangt, belastte zij zich geheel alleen met de vorming van het hart en den geest barer geliefde dochter, en wilde die zorg met niemand deelen, Zij zeide ons nog onlangs, dat zij nooit genoodzaakt was geweest, haar kind eenige straf op te leggen, zóó goed beantwoordde deze aan hare teedcre zorgvuldigheid! Men zag Agnes nooit den geringsten afkeer van het godsdienstig onderricht toonen, maar men had haar dan ook vroegtijdig dit als de gewichtigste zaak leeren beschouwen.
Een ander opmerkenswaardig feit is, dat zij in hare jeugdige jaren nimmer eenigen lust toonde voor opschik, nocli voor al de beuzelingen, die de kinderen van dien leeftijd zoo zeer bezig houden, liet eenige wat zij toen hartstochtelijk scheen te beminnen, was hare pop, nooit echter hinderde dat zoo onschuldige spel, haar in het vervullen harer kleine plichten, noch in het stipt onderhouden
12
van den leefregel, dien hare moeder haar reeds op haar zevende jaar had voorgeschreven.
Te midden zcll\'s van hare spelen, toonde zij de merkwaardigste neigingen tot godsvrucht. Men had haar een kamertje gegeven, om er naar welgevallen in te spelen. Daar had zij een kléin altaar opgericht, en rlageiijks knielde zij voor hetzelve neder en bad, alvorens aan \'t spelen te gaan. Wij hebben dit van eene jonge juffrouw vernomen, die nagenoeg zoo oud was als zij, in het huis werd opgevoed door de oude gouvernante van Mevrouw de St. Hubert, en gedurende verscheidene jaren de gewone speelgenoote van Agnes was.
Deze Juffrouw, wier getuigenis hier van grout gewicht is, voegde er bij, als een bewijs dat reeds destijds de voorname geboorte aan Agues geenerlei gevoel van hoogmoed inboezemde, en zij, ondanks het groote velschil, \'t welk in dat opzicht tusschen haar beide bestond, haar nouit iets gezegd had, noch te verstaan had gegeven, dat in het geringste naar minachting voor hare afkomst zweemde; dat zij haar zelfs behandelde, als ware zij hare zuster, en haar bij \'tspelen altoos de rol van meesteres toedeelde.
Als zij zich tot de biecht voorbereidde, dan zocht zij hare speelgenoote dikwerf op, en zeide dan met eene innemende lieftalligheid: Als gij meent, dat wij in onze spelen den goeden God beleedigen, dan moet gij het aan uwen biechtvader zeggen; ik zal het ook den mijnen zeggen. Onder de jonge meisjes van haren leeftijd, die dikwijls bij haar kwamen, was er een, die haar altijd plaagde, Agnes echter sprak haar nooit tegen. Als genoemde meisjes vertrokken waren, dan kon de Juffrouw, die ons deze bijzonderheden heeft medegedeeld, niet
13
nalaten de handelwijze van dat jonge meisje af te keuren, en Agnes verzocht haar dan altoos daarover te zwijgen.
Nooit hoorde men haar hot geringste onaangename woord zeggen; nimmer bezoedelde de kleinste leugen hare lippen. Als de oude gouvernante van Mevrouw de St. Hubert, gebruik makende van de rechten, die haar hare langdurige en getrouwe diensten konden geven, Agnes soms beknorde, dan trachtte zij niet, zooals dit schier alle kinderen doen, zich to verontschuldigen, maar zij antwoordde met een engelachtige zachtaardigheid : «Gij hebt gelijkquot;; en, verre van eenig misnoegen te toonen, stelde zij haar, eenigo minuten daarna, eene aangename lezing voor, om haar eenige alleiding te ver-schaffon.
Intusschen had Agnes haar elfdo jaar bereikt, en was nog eenige dochter, in plaats van zich jaloersch te toonen, gelijk dit zoo vaak reeds bij jeugdige kinderen hot geval is, verlangde zij een broertje, met evenveel vurigheid, als hare ouders ecu zoon wenschten te bezitten. Innig overtuigd, dat alle gebeurtenissen in de weldadige hand Gods berusten, had zij vaak om die weldaad te erlangen, vurige gebeden ten hemel opgezonden. De geboorte van dien zoo vurig afgesmeekten broeder, die op don 258tequot; September 1809 plaats had, vervulde haar met de innigste vreugde, doch deze was niet van langen duur: eene kwaadaardige ziekte, bracht hem weinig tijds daarna aan den rand des grafs.
Agnes verdubbelde hare geloften en gebeden ; zij verzocht al hare kennissen, zich te vereenigen met de negendaag-scho oefening, die zij zelve verrichtte, om het behoud van den geliefden broeder te verwerven, en toonde in die
14
droevige omstandigheid een geloof, dat men in veel men-schen van jijperen leeftijd en van volmaakte godsvrucht zou hebben bewonderd. De belooning daarvoor bleef ook niet uit. De kleine Hector, die door alle geneesheeren was opgegeven, begon eensklaps te herleven op eene wijze, die in bet oog van allen, die er getuige van waren, naar een wonder geleek. Agnes dankte God voor die onverwachte genezing met dezelfde vurigheid, als zij die had afgesmeekt.
Zij zag daarin ongelwijfeld eene nieuwe beweegreden, om zich met meer ijver tol hare eerste II. (lommunie voor te bereiden, en men kan in waarheid zeggen, dat zij de achttien maanden, welke dien gelukkigen dag nog moesten voorafgaan, getrouw daaraan wijdde. Grootelijks verschillende van de gewone kinderen, wier voorbereiding schier uitsluitend bestaat in het letterlijk van buiten leeren van den Catechismus, legde zij zich met de meeste zorg toe, om zich te ontdoen van die tallooze kleine gebreken, die aan de jeugd eigen zijn. Van dag tot dag waren hare vord er i ngen zichtbaar.
Door eigen oefening en door de zorgvuldigheid van hare deugdzame moeder, was haar begrip van de Godsdienst oneindig beter, dan dat der andere kinderen van haren leeftijd , en zoowel hare kennis als hare levendige en oprechte godsvrucht lieten niets Ie wenschen over. Dit was evenwel nog niet voldoende om de moederlijke zorg en waakzaamheid van Mevrouw de St Hubert te bevredigen. Hoe smartelijk die brave moeder ook de scheiding van hare geliefde dochter mocht vallen, zij bracht volgaarne dat olïer, en zond haar naar een klooster, overtuigd, dat zij zich daar beter zou kunnen voorbereiden voor de gewichtigste gebeurtenis haars levens. Eene Religieuse van ongewone verdienste, die voorheen hare leermeesteres was geweest,
17
dat zij, als men in hare tegenwoordigheid liet minste kwaad van den naaste sprak, daardoor zichtbaar scheen te lijden. De brieven die zij destijds schreef, aan de nicht van welke wij hierboven gewaagden, waren vol van gevoelens der teedeiste godsvrucht. Zij smaakte haar geluk in het bijwonen van de kerkelijke diensten, en ontleedde geregeld de predikatiën, die zij hoorde, met eene ongewone nauwkeurigheid en duidelijkheid. Dit was eene bezigheid, waaraan zij zeer veel gewicht hechtte.
God echter, die in de altoos aanbiddelijke raadsbesluiten zijner Voorzienigheid, somtijds toelaat, dat zielen, die Hij tot de hoogste volmaaktheid bestemd, tot lichte misslagen vervallen, opdat zij later daarin een waarborg tegen de ijdelheid zouden vinden, spaarde ook onze Agnes deze beproeving niet. Wij zijn aan een tijdstip gekomen, \'t welk zij dat van hare afdwalingen noemde, en dat voor haar altoos een voorwerp was van de bitterste droefheid. Wij zullen de gebeurtenis in haar geheelen eenvoud\'verhalen , en den lezer laten oordeelen, hoe groot de zuiverheid van geweten moet geweest zijn van haar , die nimmer heeft opgehouden, daarin den grootsten misstap haars levens te zien.
Zij was geboren met den gelukkigsten aanleg voor do studie, en vond daarin veel meer bekoorlijkheid dan in het beoefenen van de liefhebberij-kunsten of de handwerken van hare kunne, die geenszins strookten mot haren geest, die reeds op eene buitengewone wijze ontwikkeld was; ook had zij eenigen tijd vóór hare eerste H. Communie aan hare moeder verlof gevraagd, om de Latijnsche taal te leeren. Hare voornaamste beweegreden was de taal der kerkelijke diensten te kunnen verstaan, en die eenmaal aan haren kleinen broeder
2
18
te kunnen onderwijzen; doch hare moeder, die bevreesd was, dat die studie haar eenig gevoel van ijdelheid zou inboezemen , meende die zoo zeer gewenschte vergunning te moeten uitstellen, totdat zij haar veertiende jaar zou hebben bereikt. Wij zullen later gelegenheid hebben om van de vorderingen te spreken, welke zij in deze taal maakte.
Het was in den loop van den volgenden winter, namc-van 1813 op 1814, dat men eene aanmerkelijke verandering in haar begon te bespeuren. Het lezen der Latijnsche schrijvers, en nog meer dat der beroemde mannen van Plutarchus, had bij haar oene ongemeene bewondering opgewekt voor de groote mannen van het oude Rome. Het scheen, dat zij hen wilde navolgen door de verachting van al die voorwerpen, waarop men, op dien leeftijd gewoonlijk veel prijs stelt. Zoo toonde zij, om een voorbeeld te noemen, eenen uitersten afkeer van alles wat haar toilet betrof. Dit ging zoo ver, dat zij op zekeren dag van droefheid weende, toen hare moeder haar eene ceinture gaf.
De studie verslond het grootstequot; gedeelte van haren tijd; alles wat haar daarvan aftrok, veroorzaakte Ijaar misnoegen. De wandelingen en de bezoeken van wellevendheid waren haar tot last geworden. Zij beschouwde die niet anders dan als tijdverspillingen. Nooit toonde zij evenwel afkeer van de godsdienstige oefeningen, en hare deugdzame moeder, welke die al te groote liefde voor de studie zocht te matigen, had echter geene reden om zich daarover ernstig ongerust te maken. Doch het was zeer te duchten, dat haar godsdienstijver daaronder zou lijden. Zij zelve heeft later bekend, dat zij, als eene lichte ongesteldheid haar verhinderde om in de week de Mis te gaan
19
hoorcn, zij daarin ccno soort van voldoening smaakte, wijl haar daardoor moer tijd voor de studie overbleef.
Die al te groote ijver was eené buitensporigheid, maar de godsvrucht toefde niet lang dit aan onze Agnos te doen kennen, en hare overdrijving was van geen\' langen duur. Wij vinden dienaangaande een echt gedenkstuk in de goede voornemens, die zij in het begin van 1815 eigenhandig heeft geschreven. Zie hier, wat men over h^t onderwerp, •quot;t welk wij behandelen, daarin woordelijk aantreft.
))Ik zal trachten mijn hartstocht voor de studie te matigen, daar hij mij zou kunnen hinderen in het vervullen der plichten van mijnen staat; ik zal nooit, deze woorden van den wijze vergeten: in medio stat virtus, de deugd kent geene buitensporigheid; ik zal ook zorgen, dat deze al te sterke neiging mij niet mijn voornaamste, mijn éénig noodige werk op aarde, het werk mijner zaligheid, doe vergeten; ik zal dikwerf aan deze spreuk der Navolging denken; ontdoe u van de al te groote begeerte naar wetenschap, omdat het een groot voorwerp van afleiding en begoocheling is.quot;
Deze voornemens worden gevolgd door een voorschrift of leefregel, dien zij zich voor het jaar 1815 voorschreef; de handarbeid, de muziek, het teekenen en de danslessen, deze kunsten van vermaak, waarop zij zich enkel uit gehoorzaamheid aan hare ouders toelegde, bekleeden er evenveel tijd als de geschiedenis, het Latijn en de wiskunde, welke zij met voorliefde beoefende.
Uit het voorgaande blijkt, dat de buitensporige liefde voor de studie niet meer dan een jaar duurde, en evenwel heeft Agnes niet opgehouden die te betreuren. Hoe menigma-len heeft zij er over gezucht! Hot scheen haar toe, dat zij eene groote zondares was; en die herinnering was haar
\'20
voldoende om zich voor haren God te vernederen, als ware zij het ondankbaarste zijner schepselen.
Wij zouden hier, lot staving onzer bewering, de getuigenis kunnen inroepen van allen, die haar van nabij gekend hebben en haar vertrouwen genoten; zij zouden eenparig zeggen, dat Agnes hun menigwerf had verklaard, dat haar zeventienjarige leeftijd het tijdstip van hare bekeering was; doch het komt ons verkieslijker voor, haar zelve te laten spreken; men zal de taal der Heiligen daarin erkennen en de bitterheid bewonderen, waarmede zij zich zelve hare misstappen verwijt, gering in vergelijking met die, welke wij zoo lichtvaardig begaan, en waarover wij zoo weinig droefheid toonen. Zie hier, wat zij op den IG\'quot;01\' October 4816 schreef:
«Hoe ontrouw ben ik aan de beloften geworden, die ik mijnen God aan de doopvont heb gedaan! Thans moet ik door boetvaardigheid de onschuld trachten te herkrijgen, die ik verloren heb .... Ik heb voor de aarde geleefd, doch thans wil ik voor den Hemel leven.quot;
En op den eersten Januari 1817:
))Gij hebt, o mijn God! eindelijk in mij dien noodlottigen hartstocht voor de studie geheel en al uitgedoofd, die mij zoo schadelijk was, omdat ik daaraan gedeeltelijk mijne rust, mijne tevredenheid, al mijn geluk in deze wereld en mijne dierbaarste belangen in de andere had opgeofferd, want ik verwijderde mij dagelijks van U, o mijn God, en, de gewone wrange vrucht van eene al te sterke liefde voor de studie, mijn dor hart wist u niet meer te beminnen. Die verkeerde liefde was reeds veel verflauwd door de gelukkige hinderpalen, die zij op het einde van 1815 had ondervonden . . . tegenwoordig bestaat zij niet meer; lof en dank zij u daarvoor, o mijn God! Gij alleen hebt
21
ecne zoodanige verandering kunnen bewerken. Ik beschouw voortaan de menschelijke wetenschappen niet anders dan als een vergif, dat geschikt is om den geest op te blazen en het hart te verdorren, vooral voor tie vrouwen, voor welke in het algemeen de studie niet geschikt is. Ik verlang voortaan niets te kennen, dan Jezus Christus, die voor ons gekruisigd is.
Eindelijk, opdat men zich niet verbeelde, dat die zoo levendige droefheid het gevolg was van eene vlaag van vurigheid, op eenen leeftijd, waarin men natuurlijkerwijze tot overdrijving geneigd is, zullen wij hier nog aanhalen, wat zij in 1831 schreef: »Ik schrijf aan het H. Scapulier, dat ik vóór mijne eerste H. Communie ben beginnen te dragen, zonder dat ik nog recht wist wat ik deed, de groote genade toe, die mij ondanks zoo vele zonden is geschonken. Helaas! hoe verre was ik er van af, om gereed te wezen tot het verschijnen voor den goeden God! temidden van zóó vele afdwalingen, die vooral het lezen der oude Romeinsche geschiedenis, mij berokkend had, sloeg ik zelfs over tot die overmaat van trouweloosheid, dat ik de vereering van mijne Moeder verwaarloosde, en er schier niet meer aan dacht, om hare hulp in te roepen, ofschoon ik reeds op elfjarigen leeftijd getuige was van een allertreffendst wonder, \'t welk door de kracht van het heilige Scapulier ten opzichte van mijnen broeder heeft plaats gehad. Wie zou mij gezegd hebben, o mijne goede Moeder! dat ik vier jaren later ondankbaar genoeg zou wezen, om u gedurende eenigen tijd geheel te vergeten, en vervolgens zoo ontrouw in uwe vereering tn wezen; en dat gij eindelijk nog zoo uitstekend goed zoudt wezen, om mij het bijzondere voorwerp uwer teederhartigheid te doen zijn , en voor mij, met de vergiffenis van zoo vele overtredin-
22
gen, een overvloed van genaden, die mij beschaamt, van uwen Zoon zoudt verwerven!quot;
Wij zullen geene opmerking aan deze gevoelens toevoegen; zij getuigen luide genoeg van de innige vroomheid van dat engelreine kind, en schetsen zoo juist de zuiverheid van haar geweten en de droefheid, die zij levenslang gevoelde over de nochtans zoo geringe verkoeling, die haar godsvrucht op dien teederen leeftijd onderging.
Men zal ongetwijfeld bijzonder acht hebben geslagen op de woorden, die wij gecursiveerd hebben, en die hier in geheel verschillende zin moeten worden opgevat, dan men in de wereld gewoon is, toe te kennen : zich met te veel ijver aan de studie te hebben overgegeven; misschien te veel tijd aan het lezen der geschiedenis tc hebben besteed; zich niet met even veel getrouwheid als gewoonlijk van do godvruchtige oefeningen te hebben gekweten, ziedaar, wat zij noemt de onschuld te hebben verloren, te hebben geleefd voor de aarde; ziedaar die zonden, die afdwalingen, die overmaat van trouweloosheid, na welke zij niet kan begrijpen, dat God zich gewaardigd heeft haar bijzondere genaden te schenken! Welk eene diepe ootmoed, en welk eene volmaaktheid!
Wij hebben iets vroeger van danslessen gesproken, en dit zal misschien verwondering baren, in eene Levensgeschiedenis, die wij met vertrouwen aan alle jongelieden als een voorbeeld ter navolging aanbieden. Alvorens verder te gaan, moeten wij hierover iets tot opheldering zeggen.
De beginselen van Mevrouw de St. Hubert omtrent het dansen waren zeer hecht en wel gekozen; en als zij meende daarin eenige lessen aan hare dochter te moeten geven, zoo beschouwde zij dit in do eerste plaats, als eene voor-declige oefening voor de gestalte van jonge meisjes, en
23
sierlijke houding; doch zij had, om hiertoe te besluiten, hoogere bedoelingen: Zij kende hare dochter genoeg om met grond te kunnen veronderstellen, dat zij altoos zou weigeren, op een bal te verschijnen. Zij wilde, dat die opoffering van hare zijde geheel vrijwillig zou wezen, en dat zij in staat zou zijn, om er met goed gevolg op te kunnen verschijnen. Zij verlangde voorts nog , dat als Agnes eene in alle opzichten uitstekende opvoeding genoten zou hebben, haar voorbeeld meer indruk zou kunnen maken, en dat de wereld goed zou kunnen begrijpen, wat de eenige reden was, die haar van het deelnemen aan hare feesten en vermaken terughield. Zulke rechtschapen bedoelingen verdienden beloond te worden. Mevrouw de St. Hubert had weldra gelegenheid om zich te overtuigen, dat zij gelukkig het tweeledige doel, dat zij zich had voorgesteld bereikt had.
\'t Was in het begin van ISIS; eerste winter na de Restauratie. Die groote gebeurtenis, met welke zich op dat tijdstip iedereen gelukkig scheen te gevoelen, had de gewone vermaken van het jaargetijde, grootelijks vermeerderd. Agnes had haar zestiende jaar bereikt; zij was vlug, beminnelijk, geestig en veelzijdig ontwikkeld. Aan al deze hoedanigheden, (waarom zouden wij het verzwijgen, wijl dit slechts eenen nieuwen luister aan hare deugden kan geven?) paarde zij een bekoorlijk uiterlijk, zoo was het natuurlijk, dat zij de oogen tot zich begon te trekken. Hare moeder ontving een briefje, waardoor zij voor de eerste maal, op eene soiree dansante werd genoodigd. Mevrouw de St. Hubert wist zeer goed, wat haar te doen stond; doch getrouw blijvende aan het plan, dat zij had gevormd, verlangde zij, dat hare dochter geheel zelfstandig een besluit zou nemen. Zij toonde haar het briefje
24
en vroeg, wat er behoorde geantwoord te worden. Die vraag scheen Agnes te verbazen: ))Hieromtrcnt kan geen twijfel bestaan,quot; zeide zij glimlachend, »gij moet bedanken.quot;
Er bleef nog eene zwarigheid over, omtrent de wijze, waarop men die uitnoodiging behoorde af té slaan. Mevrouw De St. Hubert raadpleegde hare dochter op nieuw. )gt;Daar gij mij toestaat, lieve Mama!quot; antwoorde zij, »om u mijn gevoelen te zeggen, zoo komt het mij, voor u, het beste voor, geenerlei voorwendsel te zoeken. Als gij heden iets voorwendt, zult gij bij eene volgende uitnoodiging iets anders moeten voorwenden, en zoodoende zult gij telkens van voren af aan moeten beginnen. Dit is de eerste maal, dat men mij noodigt; laten wij dus deze gelegenheid niet voorbij gaan, en gelief daarom slechts te antwoorden, dat ik niet voornemens ben op een bal te verschijnen, en dan zal voorzeker alles geëindigd wezen.quot;
Zij had gelijk; een zoo bepaald antwoord van de zijde van een zestienjarig meisje, deed iedereen verbaasd staan. Men kon zich niet weerhouden haar te bewonderen, en van toen af ontving zij geen uitnoodiging van dien aard meer. Zij was gelukkig, dat zij op die wijze de moeielijk-heden en kwellingen had weten te vermijden, welke vele jonge lieden ondervinden, die zoo gaarne do inspraak van hun geweten zouden volgen, doch zich niet openlijk durven verklaren, uit vrees, dat zij voor zonderling zullen gehouden worden. Agnes kende die noodlottige menschenvrees niet; zij bekommerde zich weinig, over hetgeen de wereld van haar zeide, als zij maar in alles haren God voldoen kon. Door dat waarlijk bewonderenswaardige gedrag smaakte zij niet alleen den vrede on het geluk, die altoos de zegepraal vergezellen, welke men op zichzelven heeft behaald ;
25
maar zij verwierf daarenboven do achting van do geheeie stad Versailles. Waarom moeten deze voorbeelden zoo zeldzaam wezen, en waarom is de jeugd in onze dagen zoo weinig geneigd, ze na te volgen?
Op den 17 Mei 1815 vertrok Agnes met hare ouders naar het kasteel van Goulet, dat in Normandië gelegen is, en dat destijds aan haren oom, den broeder van Mevrouw do St Hubert, toebehoorde, zij had daar reeds verscheidene zomers doorgebracht en gevoelde eeno bijzondere voorliefde voor dat bekoorlijke verblijf. De zachtaardigheid van de goede inwoners van hot dorp Goulet boezemde haar eene levendige belangstelling in; zij sprak zoo gaarne met hen over God en over hunne belangen, terwijl zij somtijds deel nam aan hunnen noesten arbeid. Deze eenvoud van smaak was te merkwaardiger, wijl zij een onderwijs had genoten, \'t welk dat der meeste meisjes van haren stand verre overtrof. Wij vinden zelts in aanteeke-ningen, die zij op dat tijdstip heeft gemaakt, dat zij de naïve gesprekken van die goede boeren verre verkoos boven het gemaakte verkeer van eene wereld, waarin het haar zoo gemakkelijk zou zijn geweest te schitteren.
Het is belangrijk in die aanteekeningen te zien , hoe zij reeds op jeugdigen leeftijd van alles wat zij zag, partij wist te trekken om haren geest tot de groote waarheden van het Geloof te verheffen. Het vuur van eene smederij deed haar denken aan het vuur der hel, terwijl het haar stof tot ernstige overdenkingen gaf.
))Als dat aardsche vuur,quot; schreef zij, »iots schrikwekkends voor ons heeft, laten wij dan denken aan die on-gelukkigen, die veroordeeld zijn om eeuwig to branden in een vuur, dat oneindig verschrikkelijker is, wijl het door de gramschap Gods is ontstoken. Dat ons niets
tegcnhoude, om ccn dergelijk ongeluk to vermijden. Altoos branden!.. . gedurende eene geheolc eeuwigheid in het gezelschap der verdoemden te wezen! . .. Nimmer God te zien!. .. o altoos!... nooit!... Hoe vreeselijk zijt Gij voor de verdoemden! Het is dan met hen gedaan! o Mijn God! de gedachte aan de hel zal mij voortaan doen afzien van mijne geliefkoosde neigingen, als zij strijdig mochten zijn met Uwe heilige Wet, en ik zal mij de grootste opolferingen getroosten, om U te behagen.-\'
Een jong meisje van haren leeftijd, eene wees, die, bij gebrek aan werk, verplicht was het levensonderhoud te bedelen voor zich en twee kleine broertjes, die geen anderen steun hadden dan haar, gaf haar de volgende ontboezeming in de pen: ))Hoe gelukkig ben ik! zeide ik tot mij zelve; ik zou mij in denzelfden toestand kunnen bevinden. Hoe goed heeft zich God te mijnen opzichte getoond I Mijn God! hoe zal ik ö genoeg kunnen danken? Schenk mij de genade, dat ik altijd medelijden hebbe mot de ongelukkigen, dat ik immer denke, dat zij het geliefdste gedeelte zijn van het erfdeel van Jesus Christus, en dat ik altoos mijn overvloed, en somtijds zelfs een gedeelte van het noodzakelijke bezige om hen te ondersteunen, opdat ik voor den Hemel schatten vergadere, die nooit kunnen vergaan.quot;
De schoonheden van do natuur voerden haar bestendig tot haren Schepper op. Zij beminde die vurig en vond er een even aangenaam als schuldeloos genot in. Op zekeren avond, onder anderen, had zij zich naar eene weide, die nabij het kasteel gelegen was, begeven om er te lezen. ))In deze stille eenzaamheid,quot; zeide Agnes, «waande ik mij alleen op de aarde, en ik gaf mij op dien schoonen
27
zomeravond vrijelijk aan mijne overdenkingen over. Mijn »boek viel mij uit de handen, en ik kon niet nalaten mij »op de knieën te werpen, teneinde mijne hulde te bren-»gen aan don Schepper der natuur, aan Hem, die ons op vaarde ware en reine genoegens doet smaken, in afwach-»ting van het tijdstip, waarop wij verdienen bezit te ne-»mon van het eeuwig geluk.quot;
De godsvrucht maakt den mensch niet gevoelloos voor het bekoorlijke der vriendschap. Gedurende dat jaar had Agnes in dit opzicht een groot genot. De jeugdige nicht, van welke wij reeds melding hebben gemaakt, kwam zes weken op het kasteel van Goulet doorbrengen. Zij was hare zielsvriendin en slechts twee jaren ouder dan zij. Wij mogen haar\' naam niet noemen; doch het is ons geoorloofd te zeggen, dat hare harten voor elkander geschapen waren, en, hoewel de omstandigheden aan die beide vriendinnen de gelegenheid schier niet meer hebben gegeven, om elkander na dien tijd te ontmoeten, zoo had toch de eenstemmigheid barer gevoelens, tusschen haar een vriendschapsband gevormd, dien do dood alleen heeft kunnen verbreken. Wij hebben ons tot die vriendin gewend, die onzer Agnes zoo waardig was, om eenige bijzonderheden omtrent dat tijdstip van haar leven te erlangen. Zij zal het woordelijk afschrijven van eenigo regels uit haren brief wel willen vergeven. liet heeft ons hoogst moeielijk toegeschenen , om met minder woorden eene meer volledige lofrede op een meisje van zeventien jaren te schrijven: ))Ik herinner mij, dat ik in haar het ijverig streven om God alleen te behagen, eene volledige verzaking van menschenvrees, eene grenzeloozo liefdadigheid jegens de ongelukkigen en eene groote nauwgezetheid heb opgemerkt, om bij maaltijden de eene of andere versterving te be-
28
oefenen. Wat ik inzonderheid in haar bewonderd heb, is , dat ik haar nooit eenige gezochtheid in haar toilet, noch de geringste eigenliefde heb zien aan den dag leggen; zelfs heb ik geen schaduw van ijdelheid bij haar bespeurd, welke gebreken aan onze kunne anders zoo eigen zijn. Met één woord, hare woorden zoowel als hare voorbeelden, maakten zulk eenen diepen indruk op mij, dat ik van dat oogenblik at, liet tijdsiip van eene groote verandering in mijne ziel kan dagteekenen. Ik zal nimmer het goede vergeten, \'t welk deze dierbare vriendin mij heeft bewezen.quot;
Reeds destijds kende Agnes geen grooter genot dan het ondersteunen der armen. Wij vinden in hare voornemens voor 1815, dat zij aan aalmoezen tenminste het vijfde gedeelte wilde besteden van hetgene zij als speldegeld ontving. Zij bezocht gaarne met hare moeder de zieken van het dorp, en wist altoos met het lenigen hunner smarten, eenige voor hunne zielen heilzame toespraken te paren. Dagelijks verzamelde zij in het kasteel eenige kleine meisjes, om die te leeren lezen en te onderwijzen in den Godsdienst.
Men zal ook opgemerkt hebben, dat hare vriendin haar nooit den minsten zwier in haar toilet had zien ten toon spreiden. Doch nu was het niet meer dien volkomen en sterken afkeer, dien wij in het vorige jaar bij haar opmerkten, toen de studie haar geheel bezig hield; het was een zedige, door den Godsdienst voorgeschreven kleeder-tooi, die nooit zijne grenzen te buiten ging. Wij kunnen als een wijs en navolgenswaardig voorbeeld, aan de jonge meisjes de voornemens aanbieden, die zij in het begin van 1815 maakte.
»Ik zal nooit van kleedertooi of van ijdelheden spreken,
29
tenzij men er mij van spreken mocht, en de welles\'end-heid vordert, dat ik er op antwoorde; men moet vermijden zonderling te schijnen, daar dit een beletsol zou
kunnen zijn tot het maken van vorderingen in de deugd----
Ik zal altoos eenvoudig gekleed gaan, nochtans op eene welvoegelijke wijze en overeenkomstig mijn\' stand. Overigens heb ik in dit opzicht geen anderen volgregel, dan den wil mijner ouders.quot;
Zij bracht den daaropvolgenden zomer te Versailles door, en op dit tijdstip ontvingen hare ouders voor de eerste maal een aanzoek om hare hand. De jongeling, die haar ten huwelijk vroeg, bezat in eenen zeldzamen graad de voornaamste hoedanigheid, zonder welke geen andere in overweging zou zijn genomen, te weten, eene uitstekende godsvrucht; hij had haar nooit gezien, maar de groote roem van deugd, dien zij toen reeds genoot, had hem inzonderheid doen besluiten tot het doen van dit aanzoek. Dn bemiddelaar, dien hij had gekozen, had in last om voornamelijk deze eervolle beweegredenen te doen gelden, die hem zulk eene groote waarde aan het welslagen zijner pogingen deed hechten, en te verklaren, dat hij bereid was, als het oogenblik aan de familie nog niet gepast toescheen, het te bepalen tijdstip af te wachten.
Eene dusdanige handelwijze, en voornamelijk de uitmuntende beginselen van dien deugdzamen jongeling, zouden hun doel niet hebben kunnen missen, in het opwekken der genegenheid van de godvreezende Agnes, als zij niet reeds vooraf een onwrikbaar besluit had genomen, zooals zij aan hare goede ouders verklaarde, toen deze haar met dat voorstel bekend maakten.
Sedert zij dien eersten kinderlijken leeftijd, waarin de voornemens zoo kortstondig en gewoonlijk zoo onbestendig
30
zijn, had verlaten, had zij zorgvuldig vermeden, om hun iets van haar voornemen te laten blijken; doch wij hebben van hare nicht vernomen, dat zij deze herhaaldelijk had betuigd, dat zij geen roeping voor den huwelijken staat gevoelde, en nimmer een\' anderen bruidegom dan haren God wenschte te bezitten.
Een tweede voorstel van denzelfden aard, dat in de oogen der wereld niets te wenschen overliet, volgde weldra het eerste en werd op dezelfde wijze ontvangen.
In het voorjaar ondernam de Burggraaf de St. Hubert met zijn huisgezin eene tamelijk groote reis naar het zuiden van Frankrijk, alwaar hem dringende bezigheden riepen. Die reis, waarin de meeste jonge lieden slechts eene reeks van vermaken en genoegens zouden hebben gezien, werd voor haar eene bron van genade, door de oplettende zorg, die zij aanwendde, om alle middelen ter zaligheid te bezigen, die haar werden aangeboden.
Te Lyon , bijvoorbeeld, werd zij levendig getroffen bij het zien van het huis, waarin zij geboren, en, daar de kerken van regeeringswege gesloten waren, gedoopt was\') Niet zonder aandoening bezocht zij de bedevaartplaats van Fourvières, den Kalvarieberg van den H. Ireneus, noch de geheiligde plaatsen, die door het bloed van zoovele martelaren zijn besproeid, en de indruk, dien zij gevoelde, was even duurzaam als diep.
Toen zij bij Mevrouw de Gravin De Beaumont, op het kasteel van La Mothe, bij Lectoure, in het departement van Gers, was aangekomen, alwaar zij den zomer zou
1) De Revolutie had alle kerken gesloten, wier Priesters den eed op de grondwet weigerden af te leggen.
31
doorbrengen, werd haar hart bijzonder getrolïen door eene zierlijke huiskapel.. Zij had altoos de grootste godsvrucht voor hot heilige Sacrament gekoesterd. Zij achtte zich gelukkig, nu zij in de gelegenheid was om haren innig geliefden Verlosser alle uren van den dag te kunnen bezoeken , en zij werd er ook met de grootste genadegaven begunstigd. Het viel niet moeilijk de groote en snelle vorderingen op te merken\', welke zij dat jaar in de deugd maakte. Op dat tijdstip viel haar het geluk te beurt, alle weken tot de heilige Tafel te mogen naderen. Deze gunst wekte al haar dankbaarheid op, en zij kon niet begrijpen, hoe zij daartoe waardig had kunnen geoordeeld worden. Sedert dat jaar,quot; schreef zij, »wil de Koning der Koningen, het armste zijner schepselen de eer aandoen, hetzelve alle acht dagen te bezoeken.quot; Van toen dagteekende ook hare gewoonte, om dagelijks den Rozenkrans te bidden , en God weet, hoe getrouw zij tot aan haren jong-sten snik toe die godvruchtige oefening volbracht.
Zij ontwierp zich een\' nieuwen volgregel van gebeden, doch daar zij in alles volgens een beginsel van gehoorzaamheid wilde handelen, onderwierp zij dien aan het oordeel van haren biechtvader, die zich verplicht gevoelde haren ijver te matigen. »11 ij wilde niet,quot; schreef zij, »dat die gebeden te menigvuldig zouden worden, uit vrees dat zij mij zouden hinderen in het volbrengen der plichten van mijnen staat, en mij de grenzen van het gewone leven zouden doen overschrijden; hij vermaande mij, bijvoorbeeld, om geen perk te stellen aan de verzuchtingen mijner ziel tot God.quot; Niemand volgde dezen raad getrouwer na dan Agnes, en dat was vooral de aanleidende oorzaak, die haar deed besluiten, meer tijd te besteden aan de handwerken. »\\Velk een voorrecht, zeide zij, ))dat men
32
zich al arbeidende mot God kan onderhouden, en van zijn\' arbeid eene soort van gedurig gebed kan maken, door zijne ziel onophoudelijk tot Hem te verheffenIquot;
Het was er verre af, dat haar de godsvrucht van hare andere verplichtingen zou hebben afgetrokken; zij wekte haar integendeel op, die met meer zorg en nauwgezetheid te volbrengen. «Ik heb begrepen,quot; schreef zij destijds, »dat de voornaamste deugd van een kind eene stipte on volledige gehoorzaamheid is, en daarom heb ik mij dit jaar gewend om in alles blindelings aan mijne goede ouders te gehoorzamen.. .. Toen ik dezen zomer verplicht was met allerlei menschen om te gaan, en dikwijls groote maaltijden bij te wonen, heb ik gedacht, dat men van zijn tijd geen beter gebruik kan maken dan hem te besteden volgens Gods heiligen wil.... Ik heb gevoeld, dat men den Godsdienst beminnelijk kan maken, doof vroolijk en voorkomend te wezen, zonder ooit anderen te laken. Hoe meer men de godsvrucht wil beoefenen, hoe meer men zich moet toeleggen op het getrouw vervullen der plichten van zijn staat, in zooverre die met den Godsdienst strooken, teneinde aan de wereldschgezinde menschen geene aanleiding te geven het juk des Hoeren te lasteren, dat zoo zoet is voor hen, die het zonder eenig voorbehoud hebben op zich genomen.quot; Met zoodanige grondstellingen, die zij nauwgezet beoefende, wist zij zich aller genegenheid en liefde te verwerven. De talrijke dienstboden van het kasteel waren bovenal hartelijk aan haar gehecht, en hielden niet op, hare gelijkmoedigheid en de beminnelijkheid van hare leefwijze te bewonderen.
Men kan zich niet weerhouden, bij het doorloopen dezer aanteekeningen, die zij voor zich zelve en slechts ter loops schreef, en waarin men evenwel over liet algemeen eene
33
groote zuiverheid van stijl opmerkt, de strekking harer denkbeelden te bewonderen, die altoos op haren God gericht waren. Zij was nochtans eerst in haar achttiende jaar! Doch laat ons opnieuw haar hooren spreken: ))Door hoeveel goede gemoedsbewegingen is mijn hart niet menig-werf aangedaan geworden! Ilc reken daaronder het zoete en reine genoegen, \'t welk ik smaakte, toen ik bij maanlicht wandelde en aan het geluk der heiligen in den Hemel dacht, en aan het verblijf dat er ons is voorbereid; het verlangen om mij te versterven, om de Heiligen na te volgen, om slechts voor God te leven, en bovenal, om altoos den maagdelijken staat te bewaren, dit waren gedachten, die mij in den loop van dit jaar, in hooge mate hebben bezig gehouden. De tranen, die ik somwijlen voor het heilig Sacrament heb geplengd; het denkbeeld van de goedheid Gods, dat zoo dikwijls voor mijn geest zweefde; de vurige begeerte om Hem te beminnen, om m^ uit liefde tot Hem te verootmoedigen en om mij in alles naar zijn\' H. Wil te regelen.... Ik beschouw dit alles als zoovele genadebewijzen, die God zijn onwaardig kind liet ondervinden.quot; Hare ootmoedigheid deed haar daarbij nog het volgende voegen: »Hoeveel genade, o mijn God! hebt Gij aan het ondankbaarste uwer schepselen geschonken, en welke onmetelijke verplichtingen hebben zij mij jegens U niet opgelegd, wijl er veel zal gevorderd worden van hem, die veel zal hebben ontvangen: Multam queeretur ab eo cui multam datum est.quot;
Wat Agnes hier zegt van het verlangen, dat zij gevoelde om zich te versterven en de Heiligen na te volgen, zou den lezer in den waan kunnen brengen, dat zij zich overgaf aan eenige dier buitengemeen strenge oefeningen van boetvaardigheid, welke wij in het leven van zoo
3
34
menigen Belijder bewonderen. Haar ijver zou haar lichtelijk daartoe hebben doen overgaan, doch de gehoorzaamheid en de ootmoed waren immer hare wijze geleidsters. Ook voegt zij er verder nog bij: ))Naar het voorbeeld der helden van den Godsdienst, heb ik gevoeld hoe gelukkig het is, als men zich kan versterven, en ik heb het somtijds willen beproeven, doch ik heb weldra eenig gevoel van eigenliefde ontdekt, \'t welk mij deed zien, dat men daarin met voorzichtigheid handelen, en zijn biechtvader altoos raadplegen moet.quot;
Op het oogenblik toen de Burggraaf de St. Hubert zou vertrekken, om naar zijne gewone verblijfplaats te Versailles terug te keeren, had er onverwachts eene gebeurtenis plaats, die hem de mogelijkheid voorspiegelde, om het kasteel van Terraube, de oude bakermat zijner familie, waarvan de revolutie hem beroofd had, en dat slechts eene mijl van dat van La Mothe verwijderd is, weder te kunnen terugkoopen. Hoewel deze onderneming zijnen beide broeders, met welke hij, zoo als billijk was, eenstemmig wilde handelen, niet geëvenredigd toescheen met de middelen, die zij destijds bezaten, werd zij evenwel spoedig goedgekeurd en met goed gevolg ten uitvoer gebracht. Daar hij evenwel om gewichtige redenen naar Versailles moest terugkeeren, begaf hij zich met zijn gezin derwaarts, om er deu winter door te brengen, doch beloofde stellig in de lente te zullen terugkeeren.
Gedurende haar verblijf te La Mothe had Agnes een nieuw talent verworven, te weten, het maken van kunstbloemen. Toenmaals bevond zich op het kasteel een bekwaam bloemenmaker, die door zijn bevattelijke en degelijke lessen, haar in dat vak eene behendigheid en vaardigheid had weten te verschaffen, zooals men die bui-
35
ten het vak zelden aantreft. Zij beoogde met die kunst, die bij zooveel meisjes gedachten van opschik en zwier zou hebben doen geboren worden, slechts één doel: te werken voor de glorie van God, door Zijne altaren te versieren, of tot het besteden van de opbrengst dier voorwerpen tot verzachting van den toestand der armen. De gelegenheid, om daaraan deze laatste bestemming te geven, deed zich kort daarna, in ruime mate voor.
De herinnering aan de rampen, die Frankrijk in den winter van 1817 teisterden, veroorzaakt door de ongelooflijke duurte van het brood, zweeft nog voor elks geest. Te Versailles was de ellende ten top gestegen; menschen, die tot heden met hunnen handenarbeid een goed bestaan hadden weten te vinden, waren genoodzaakt, om van het openbare medelijden een onderhoud af te smeeken, dat zij zich op geene andere wijze konden verschaffen. In dat opzicht werden er wonderen gedaan; doch ondanks de onvermoeide en vindingrijke liefdadigheid, die de inwoners van Versailles zoo loffelijk kenschetst, waren de hulpmiddelen op verre na niet toereikend voor de behoeften. Agues wilde, ten minste zooveel als in haar vermogen was, bijdragen om het lot van een aantal behoeftigen te verzachten. Zij ontzegde zich zeiven de geringste uitgaven, als zij niet volstrekt noodzakelijk waren, zij deelde de vruchten van hare zuinige spaarzaamheid als almoezen uit; doch dit was niet voldoende om haren ijver te bevredigen. Om hare hulpmiddelen te vermeerderen, nam zij haar toevlucht tot het talent, dat zij zoo voortreffelijk ontwikkeld had; zij wijdde daaraan al haren tijd; zij zond hare bloemen naar onderscheidene steden van Frankrijk, en smaakte het genoegen, zich op die wijze eene aan-
36
zienlijke som gelds te verschaffen, om eenige tranen te kunnen afdroogen.
Het zien van die diepe ellende deed haar van toen af het besluit nemen, om nimmer eenige dier kleinigheden te laten verloren gaan, waarop wij in onzen overvloed gewoonlijk geene acht geven, terwijl zoovele ongelukkiger! er eenig voordeel uit zouden kunnen trekken. Dit was eene der hoofdhevveegredenen, die haar noopten, om zich op eene geheel bijzondere wijze, van eene soort van ongeregeldheid te beteren, waarover men haar meermalen berispt had, en dat haar aanleiding gaf tot zelfverwij tingen, waartoe de buitengewone zuiverheid en teederheid van haar geweten haar drong. Voorzeker zou men in het algemeen, aan eene dusdanige nauwgezetheid weinig gewicht hechten, Agnes evenwel dacht er geheel anders over. Zie hier de overwegingen, die zij hieromtrent schreef:
»Ik ontvang de berispingen met te weinig eerbied; zij maken op mij geen genoegzamen indruk, wijl ik zoo weinig vorderingen in de geregeldheid en in de huiselijke orde maak. Ik ben evenwel overtuigd, dat het goed regelen mijner zaken een mijner voornaamste plichten is, daar de ongeregeldheid veel tijdverlies en duizenderlei ongerustheid na zich sleept, waardoor dikwijls de armen schade lijden, wijl het ons belet, iets over te leggen.quot;
Na eene zoodanige nauwgezetheid in het erkennen van hare geringste gebreken, ten einde zich daarvan te beteren, ;laat het zich lichtelijk begrijpen, welke snelle vorderingen zij in de deugd maken moest.
In de lente van 1817 vertrok het geheele huisgezin naar het kasteel Terraube, om er zich te vestigen, hoewel het nog van alles beroofd was, en zij bleven er tot op het einde van 1821 wonen.
37
De menschcn, die altoos willen beweren, dat de godsvrucht niet kan bestaan, dan in de stille afzondering, verre van de slechte voorbeelden en de verleidingen der wereld, zullen ongetwijfeld de verheven deugden van Agnes toeschrijven aan het stille leven, \'t welk zij natuurlijkerwijze gedurende deze vier en een half jaar leidde. Om deze opmerking te voorkomen, meenen wij hier de gevoelens te moeten aanstippen, welke haar waren ingeboezemd door de verplichting om meer menschen te zien, en somtijds met menschen om te gaan, die het geluk niet hadden, hare beginselen te deelen;
^Gedurende dit jaar,quot; schreef zij kort voor haar vertrek, ))bcn ik wat meer in de wereld geweest, en ik meen haar beter te hebben leeren kennen. Eene treurige kennis inderdaad, maar eene nuttige kennis voor hen, die volgens hunne bestemming er in moeten leven, wijl ze hun hare boosaardigheid en hare verdorvenheid doet inzien. — Ik heb gezien, dat het meerendeel der wereldlingen van hunne hartstochten hun afgod maakten, en dat zij er alles aan ten offer brachten: de een aan gierigheid, de ander aan gulzigheid, deze aan afgunst, gene aan luiheid. Beklagenswaardige verblinding! Schier allen leven in eene volslagene onverschilligheid ten opzichte van het éénige, dat waarlijk van het hoogste gewicht is voor hunne zaligheid; zij schijnen inderdaad door hun gedrag, en sommigen onder hen zelfs ook door hunne woorden, dit ver-foeielijk stelsel te bevestigen: ))Men moet zich den tijd, waarin men leeft, ten nutte maken, zonder zich te bekommeren over de gevolgen. Het schijnt, dat godsvrucht in hunne oogen een zwakheid is, en zij spreken met eenen spotachtigen glimlach van hen, die ze beoefenen. Kortom, als men hen ziet en hoort, dan zou men zeggen, dat zij
38
voor altoos in deze treurige ballingschap gevestigd zijn; want al hunne begeerten hebben slechts de aardsche goederen ten doel! Die rampzaligen! Zij verwekken diep medelijden. De dood zal hen verrassen te midden hunner dwaze genoegens en feesten: welk een geduchte dag voor hen, als zij zich niet haasten hem door eene oprechte boetvaardigheid te voorkomen! Doch laten wij onze blikken van een zoo droevig schouwspel afwenden; laten wij trachten den breeden weg, den weg des verderfs, niet te volgen, en de anderen door onze gebeden en goede voorbeelden daarvan af te brengen, en God, door het verdubbelen van onzen ijver in Hem te beminnen en te dienen , schadeloos te stellen voor den smaad, waarmede zij Hem dagelijks overladen.quot;
Voorzeker, zal elk rechtgeaard lezer moeten bekennen, dat de wereld met al hare genoegens, altoos onvermogend zou zijn geweest, om ooit die jonge maagd onder hare vanen te lokken, die in den ouderdom van achttien jaren zulk een verstandig en Christelijk oordeel over haar wist te vellen. Plet afgetrokken leven op het land was derhalve voor haar geene behoefte, doch God wilde ongetwijfeld, dat zij in alle omstandigheden des levens ten voorbeeld zou kunnen verstrekken.
Wij zullen haar in de eerste plaats in de stille afzondering volgen; doch later zullen wij haar in de wereld eenen rang zien bekleeden, en door haren stand de blikken van eene gansche stad tot zich trekken; maar overal zullen wij haar met rassche schreden op den weg der volmaking zien voortgaan. De meeste der jonge lieden, die in den stand van Agnes zijn geboren, slijten hun\' tijd beurtelings in de stad en op het land; mochten zij uit haar voorbeeld leeren, welk een groot voordeel ook zij
39
kunnen doen met die twee oogenschijnlijk zoo tegenstrijdige leefwijzen, door te arbeiden aan het groote verk hunner zaligheid.
Men zal lichtelijk bevroeden, dat het eenvoudige en stille leven, \'t welk zij te Terraube leidde, ons niet veroorlooft nauwkeurig de orde van dagteekening te volgen, zooals wij dit tot hiertoe hebben gedaan, en het ook in het vervolg zullen trachten te doen Op het land in de eenzaamheid is de eene dag gelijkvormig aan de andere; ook zijn wij meer dan ooit genoodzaakt, om ons slechts tot de hoofdtrekken te bepalen, die wij hebben kunnen verzamelen. Overigens zullen wij, naarmate wij verder vorderen, meer moeielijkheden ontmoeten, waarover wij hier, alvorens verder te gaan, meenen iets te moeten zeggen, hoewel de meeste onzer lezers, het reeds bij voorbaat zullen gevoeld hebben.
Alles in het leven van onze Agnes is van zulke jonge dagteekening, dat de voorzichtigheid het ons dikwerf ten plicht zal maken, stichtende feiten, heldhaftige gevoelens, en verhevene trekken van geduld, stilzwijgend voorbij te gaan, wier openbaarmaking misschien eenig nadeel zou kunnen toebrengen, aan den goeden naam van sommige personen. Voorts zullen wij ons vaak laten weerhouden door de vrees, de zedigheid te kwetsen van hen die eenig deel hadden aan sommige barer deugdzame verrichtingen. Schier elk oogenblik zullen wij behoedzaamheid moeten aanwenden, teneinde geene nog levende personen op het tooneel te brengen, zonder van hunne toestemming verzekerd te zijn. Onze lezers zullen de noodzakelijkheid van zulke behoedmiddelen erkennen, doch wij kunnen hun ten minste de verzekering geven, dat de godsvrucht, die gesticht wenscht te worden, in hetgene wij zullen mededee-
40
len, alles zal vinden, wat Agnos kan doen kennen en in de zielen eeno heilige begeerte kan opwekken, om haar na te volgen, dan zullen wij ons doel volledig bereikt hebben. Laten wij nu den draad van ons verhaal weder opnemen.
Toen zij te Tcrraube aankwam, was de nabijheid dor dorpskerk, welke schier aan het kasteel grensde, voor haar eene levendige vertroosting. Het zou haar moeilijk geweest zijn, zich aan die afgelegen landverblijven te gewennen, die zoo ver van de kerk verwijderd zijn, dat men die bijna niet dan des Zondags kan bezoeken. Zij heeft de gemakkelijkheid, of liever de onverschilligheid nooit kunnen begrijpen, waarmede sommige lieden, die des winters in de steden tamelijk trouw de kerken bezoeken, gedurende den zomer alle godsdienstige vertroosting schijnen te kunnen ontberen. Wel verre van de eenzaamheid van het leven to duchten, beschouwde zij het als eene der groote weldaden, die God haar had geschonken. Doch, hoewel het haar weinig kostte, zich uit het gezelschap der menschen te verwijderen, zou zij het dagelijks hooren der H. Misse en het dikwerf communiceeren (\'), niet zonder smart hebben kunnen derven, evenmin als het uitstorten van haar hart voor het heilige Sacrament.
Zij betreurde, wel is waar, de plechtige diensten der kathedrale kerk van Versailles, eeno dor hoofdkerken van Frankrijk, in welke do statige kerkdiensten met den meesten luister en de indrukwekkendste majesteit verricht worden; doch haar levendig geloof deed haar te Terraube denzelfden God wedervinden. Zij was er, wel is waar, ook van het genoegen verstoken om dikwerf uitstekende redenaars te hooren; doch, daar zij in het aanhooren hunner predikatiën
41
nooit iets anders dan haar geestelijk voordeel had beoogd, zoo vond zij eene schadeloosstolling in de eenvoudige onderrichtingen van den Pastoor van het dorp. »Al heb ik op het landquot;, schreef zij, ))minder welsprekendheid op den stoel der waarheid aangetroffen, zoo heb ik evenwel in eenen meer eenvoudigen stijl, niet minder nuttige redevoeringen gehoord; en dit heeft er mij voor bewaard, meer behagen te vinden in de sieraden van het woord Gods, dan in dat Goddelijke woord zelf.quot;
Zij zag ook met genoegen, hoezeer de kerk van Terraube verschilde van die, welke men gewoonlijk op de dorpen aantreft. Vooral het marmeren, hoog-altaar, de vrucht van de godsdienstige milddadigheid baars grootvaders, was een pronkstuk van rijkdom en tevens van kieschen smaak, zoodat het zelfs in do voornaamste kerken der hoofdstad de aandacht der kunstminnaars lot zich zou hebben getrokken. Intusschen ontwaarde zij spoedig, hoeveel de sieraden en de kleederen der sacristij te wenschen overlieten, en zij nam met welwillendheid de bediening van kosteres of sacristij-verzorgster op zich, welke men gewoonlijk in die streken aan juffrouwen opdraagt, en die do Pastoor dezer gemeente haar ook weldra aanbood. Hot zou moeilijk vallen de nauwgezetheid en don ijver te schetsen, waarmede zij zich gedurende vier achtereenvolgende jaren van haren post kweet. To arbeiden voor de kerk, was voor haar een waar genot, en in dit opzicht zorgde zij mot de grootste stiptheid zelfs voor de geringste voorwerpen. Alle Zaterdagen, \'maar vooral op de dagen, die do booge kerkelijke feesten voorafgaan, versierde zij zelve het hoog-altaar, waarmede zij bijzonder belast was, op eene wijze, die strookte mot do plechtigheid van den dag. Hot Geloof, dat haar bezielde, deed haar de verhevenheid dier bediening begrijpen, die
42
maar al te dikwijls wordt toevertrouwd, aan loontrekken-den, die er zich zonder eerbied en zonder verstand van kwijten.
Niet tevreden mot deze inwendige zorg, belastte zij zich daarenboven met do inzameling van graan voor het onderhoud der kerk, gelijk dit in den oogsttijd gebruikelijk was. Daar de parochie zeer uitgestrekt was, en de woningen verre van elkander verwijderd waren, begrijpt men gemakkelijk, dat deze inzameling voor haar moeilijk was. Dit belette haar niet, zich naar alle woningen te begeven, vergezeld van eene brave vrouw en van een bediende, welke laatste de vrucht van hare inzameling droeg. Elk dezer verzamelingstochten duurde eenige uren; somwijlen was zij door vermoeienis uitgeput, doch men hoorde haar nimmer een klacht of een zucht slaken.
Deze onvermoeide ijver der godvruchtige Agnes droeg zijne vruchten; en door den ijveren de ongemeene volharding der godsdienstige meisjes, die haar, na haar vertrok van Terraube, in dit vrome werk opvolgden, wordt het hoog-altaar dier parochie tegenwoordig nog op de uitste-kendste wijze onderhouden. Moge haar voorbeeld denzelfden indruk maken op en een spoorslag wezen voor zooveel jonge meisjes, die in de dorpen, welke zij bewonen, kerken aantreffen, wier volslagen armoede een groote schande voor Frankrijk is! Zij zouden, wij twijfelen er niet aan, een rein genoegen smaken, als zij somtijds aan haren handenarbeid zulk eene edele bestemming gaven, en op zulk eene loffelijke wijze de uren bezigden, die zij maar al te vaak aan zeer ijdele, om niet te zeggen, zeer nuttolooze handwerken verspillen.
Eene bezigheid van zeer verschillenden aard, doch die haar ook levendig belang inboezemde, was het onderwijzen
43
van haren jeugdigen brooder in de grondbeginselen der Latijnsche taal. De heer de St. Hubert, die door duizend verschillende zaken bezig gehouden werd, en wel wist, dat hij niet onafgebroken genoeg zich daarmede zou kunnen onledig houden, had haar die taak opgedragen, en behield zich enkel het hoogere toezicht voor. Zij was inderdaad volkomen in staat om aan zijn oogmerk te beantwoorden, want de buitengewone vorderingen, die zij in korten tijd in deze taal gemaakt had, ofschoon zij deze studie steeds als bijzaak had beschouwd, getuigden van haren zeld-zamen aanleg en vatbaarheid. Wij hebben reeds opgemerkt, dat eene barer hoofdboweegredenen bij het bestudoeren dier taal was, in de gelegenheid te zijn, om ze eenmaal aan haren jeugdigen broeder te kunnen onderwijzen, die zij niet alleen als eene uitmuntende zuster, maar door het groote verschil van elf jaren, \'t welk tusschen haar en hem bestond, en dat deze illusie scheen te begunstigen, metal de teederheid eener moeder beminde. Dit is voldoende om te kunnen begrijpen, met welken ijver zij, na hare aankomst te Terraube, hare lessen begon, die in den beginne nog vervelender zijn voor hem, die ze geeft, dan voor hem, die ze ontvangt.
Daar zij zich steeds door waarlijk godsdienstige gevoelens liet leiden, was zij uitermate bezorgd voor de onschuld baars broeders en duchtte niets meer voor hem, dan die verpestende lucht, die men in onze dagen in de meeste opvoedingsgestichten inademt. Zij streelde zich met het vooruitzicht, hem genoegzaam te bekwamen gedurende die vier jaren, die op het land, van alle gewoel en afleiding verwijderd, voldoende zijn om de eerste scholen der Latijnsche taal door te werken, en dat zich misschien later eene gunstige gelegenheid zou opdoen, om zijne opvoeding en
44
studio in het ouderlijke huis te voltooien. Vervuld van dit denkbeeld, \'t welk zich gelukkig heeft verwezenlijkt, en dat ook heimelijk de hoop harer ouders was, kweet zij zich zoo gelukkig van de moeielijke taak, die zij zich zelve had opgelegd, dat bij haar terugkeer te Versailles, haar broeder, na een grondig examen ondergaan te hebben, bekwaam werd geoordeeld om onder de leerlingen der vierde school te worden toegelaten.
Wij wilden hier alleen melding maken van het grondig onderricht dat zij gaf, en van de teedere genegenheid, welke Agnes voor cenen broeder koesterde, die thans hare voetstappen drukt; doch Graaf Hector de St. Hubert heeft zelf met treffende zedigheid aan de roemvolle kroon van zijne engelachtige zuster, een nieuw sieraad willen toevoegen. Wij voldoen aan zijn verlangen, door hier, zonder eenige bijvoeging, de merkwaardige hulde van broederlijke teederheid in te lasschen, hoewel het ons aangenaam zou geweest zijn, hier een verschuldigde schatting van lof te betalen aan de edele gevoelens, die ze hebben ingegeven.
»Het betaamt mij niet de lofredenaar te wezen van mijne engelachtige zuster, wier verlies ik tot mijnon jongsten snik zal beweenen; die lofspraak uit mijnen mond zou verdacht voorkomen. Evenwel, daar men voornemens is, haar eene voorzeker zeldzame hulde, doch waarop zij in menig opzicht aanspraak had, te brengen, door hare levensbeschrijving in het licht te geven, zou het mij smarten, als het publiek onbekend bleef met eene der bijzonderheden, die verdienen daarin een plaats te bekleeden. Ik bedoel het voorbeeldelooze geduld, waarvan zij zoo vele bewijzen heeft gegeven gedurende de vier jaren, dat zij mij in de Latijn-sche taal heeft onderwezen. Ik alleen kan daarvan spreken zonder eenige achterhouding, die voorzeker alle anderen
45
zich zouden verplicht wanen in acht te nemen, en die er de verdienste zeer van zou verminderen. Dit heeft mij den wenscli ingeboezemd, dat de weinige regels die hier volgen , letterlijk in hare Levensbeschrijving zouden worden ingelascht. Ik zal mij gelukkig achten, als ik op deze wijze aan hare nagedachtenis eene, hoewel zeer geringe, schatting van mijne teedere en eeuwigdurende dankbaarheid kan betalen!
«Iedereen weet, hoe moeilijk het is, aan kinderen de eerste grondbeginselen te onderwijzen, vooral van de dorre studie der talen, en met welk eene onuitputtelijke mate van geduld men moet begaafd zijn, om hun kwaden luim, hunne grilligheden en hun gebrek aan goeden wil te kunnen verduren. Er zijn weinig menschen, die er zich aan hebben toegewijd, of zij moeten bekennen, dat zij menig-werf het pijnlijkste ongeduld hebben moeten doorstaan. Welnu, ik kan betuigen, mij niet te herinneren, dat ik ooit, zelfs niet den geringsten zweem daarvan, bij mijne bewonderenswaardige zuster heb opgemerkt, en evenwel schroom ik niet hier te erkennen, dat ik maar al te dikwijls haar daartoe aanleiding heb gegeven. Nog te jong om hare verregaande goedheid te waardeeren, zag ik in haar meer de oudere zuster, dan de leermeesteres, en zoodoende gehoorzaamde ik haar slechts met een soort van weerzin; doch zij beantwoordde mijne grilligheid met onverstoorbare zachtzinnigheid, en mijn ongeduld met eene goedheid, eene gelijkmoedigheid, die bestand was tegen alle beproeving, en die na dien tijd zeer dikwerf het voorwerp mijner bewondering is geweest.
»Om de redenen, die ik hierboven heb uitgedrukt, zal ik mij hier geen opmerking veroorloven; het kwam mij voldoende voor, het feit in zijn geheelen eenvoud te ver-
46
halen, om zeker te zijn, dat allen, die er kennis van dragen , daardoor levendig getroffen zullen worden.quot;
Naast de oefeningen van godsvrucht, de zorg voor de altaren en het onderwijzen van haren broeder, waren de werken van liefdadigheid de voornaamste bezigheid, waaraan zich Agnes tijdens haar verblijf te Terraube, met de meeste neiging toewijdde; men bewaart in die gemeente nog de herinnering daarvan met diepen eerbied.
Diep doordrongen van de onschatbare waarde der zielen, werd zij verteerd door eenen brandenden ijver voor alles, wat tot Imre heiligmaking kon bijdragen, en aan die werken van geestelijke barmhartigheid, die ongelukkigerwijze nog racer verwaarloosd worden dan de andere, besteedde zij hare voornaamste zorgen. Ook onderwees zij met innig genoegen de jonge meisjes, die men tot de eerste H. Communie voorbereidde. Zij overhoorde haar, om zich te verzekeren, dat zij zich niet bepaalden tot de letter van den Catechismus, maar dat zij er den zin van wisten te vatten. Zij sprak haar vooral gaarne van de uitstekende liefde van God, die zich gewaardigde tot haar te komen, en met een vlammende hartelijkheid poogde zij in hare harten eenige vonken van dat liefdevuur te ontsteken, waardoor zij zelve verteerd werd.
De taal was voor haar somwijlen een onderwerp van groote verlegenheid: onderscheidene dier kinderen verstonden alleen de boerentaal (patois) van hare streek; Agnes had ze leeren verstaan, doch spreken kon zij die niet. ïntusschen had hare vindingrijke liefdadigheid een middel uitgedacht om dezen hinderpaal uit den weg te ruimen. Nu eens bezigde zij de eene of andere vrouw uit het dorp tot uitlegster, dan weder belastte zij eene barer meest gevorderde leerlingen met het overluid voorlezen van
47
de onderrichtingen, die zij in haar dialekt had vertaald.
Naarmate de feestelijke tijd der eerste Communie naderde, verdubbelde zij hare zorgvuldigheid en onvermoeide pogingen. Als zij in eene harer leerlingen eene verkoeling of onverschilligheid ontwaarde, dan bedroefde zij zich daarover diep. De vrees, dat zij niet behoorlijk al het gewicht van de groute verrichting zouden gevoelen, die zij gingen doen, verontrustte haar onophoudelijk, en aan den voet der altaren smeekte zij door de vurigste gebeden den Heer, om niet toe te laten, dat zij zonder de vereischte gesteldheid tot Zijne heilige Tafel zonden naderen. Eindelijk hield zij haar gedurende de drie dagen, die onmiddellijk den grooten dag voorafgingen, waarop zij haren God zouden ontvangen, bij zich in hot kasteel, gedurende al den tijd, dat zij niet in de kerk bezig gehouden werden, ten einde haar alle gelegenheid tot verstrooiing te ontnemen, en haar des te beter de gevoelens der teederste godsvrucht te kunnen instorten.
Ofschoon Agnes zich zooveel moeite gaf ten behoeve dei-jonge meisjes, die zich tot hare eerste H. Communie voorbereidden, besteedde zij niet minder zorg, om die van meer gevorderden leeftijd op het pad der deugd te houden , en haar van alle gelegenheid tot zonde te verwijderen. Zij vreesde voor haar, bij voorbeeld, de werkeloosheid van den zondag; zij verzamelde haar na de kerkdiensten in het kasteel en wist ze zonder haar te vermoeien, op eene voor hare zielen heilzame wijze onledig te houden. Er zijn nog velen van haar in leven, die zich de wijze raadgevingen en de teedere blijken van genegenheid herinneren, die zij zoo rijkelijk ontvangen hebben.
Haar ijver bepaalde zich niet alleen daartoe; zij nam in haren omgang met de landlieden elke gelegenheid te baat
48
om hun een goed woord toe te spreken en eenen nuttigen raad te geven. Zij overreedde den een om meermalen tot de H. H. Sacramenten te naderen ^ en haalde een ander over tot het vergeven van eene beleediging; dezen verhaalde zij dc groote waarheden des geloofs; genen sprak zij over de bekoorlijkheden der godsvrucht. De armen waren vooral het voorwerp van hare rustelooze zorg; de aalmoezen, die zij onder hen uitdeelde, gingen altoos gepaard met eene goede raadgeving; zij deed hen gevoelen, hoe verdienstelijk het geduldig verduren der ontberingen, voor hen was, en hoe gemakkelijk hun het bewerken hunner zaligheid en het vergaderen van schatten van verdiensten voor de eeuwigheid was. Ue zieken werden echter ook niet vergeten : zij ging hen zoo dikwerf bezoeken, als het haar doenlijk was, en zij wist onder het toedienen van eenige verkwikkingen, eene aanleiding te vinden om hen van hunne ziel te spreken en hun tevens de groote verdiensten van hun lijden te doen beseffen.
Op zekeren dag, onder anderen, bevond zij zich aan het ziekbed van eene arme vrouw, die buiten kennis scheen te wezen, eensklaps echter opende de zieke de oogen, en met stervende stem zeide zij: »Mejuffrouw, ik beveel u mijne dochter aan.quot; Zij had de kracht niet om meer te zeggen... zij stierf.
Zulk eene aanbeveling scheen Agnes heilig toe, en zij beschouwde zich van toen af als de pleegmoeder van dat kind, \'t welk nog slechts weinige maanden oud was. Niet tevreden met aan hetzelve eene goede verpleegster te hebben bezorgd, ging zij zich menigwerf met eigen oogen overtuigen, of het wichtje aan niets gebrek had; later vertrouwde zij het aan eene brave vrouw van het dorp toe, die zich gedurende de eerste jaren met de opvoeding van
49
dat kind onledig hield. Vervolgens plaatste zij het, teen het acht jaren bereikt had, in eene naburige stad, in eene kostschool, waar het behoorlijk onderwijs ontvingen in de vrouwelijke handwerken bekwaamd werd, om later fatsoenlijk door de wereld te kunnen komen. Agnes heeft gedurende acht of negen jaren het kostgeld betaald voor dat arme meisje, \'t welk zich op dit oogenblik voorbereidt, om in eene religieusc orde te treden.
Zou men het kunnen gelooven, als men niet wist, hoe de gedachten der Heiligen verre verheven zijn boven die van de gewone stervelingen? Agnes heeft later, in hare zoo stichtende pogingen, een aanleiding gevonden , om zich voor God te verootmoedigen; zij verweet zich zelve met smart, dat zij daarin te veel vurigheid had getoond, en, zoo als zij zelve zeide, te veel naar zelfvoldoening had gestreefd. Het is waar, dat zij zich toenmaals liet ontrusten; doch later door nieuwe vorderingen tot eenen hoogeren trap van volmaaktheid opgeklommen, heeft zij die geringe smetten, die uit de levendigheid van haren aard ontsproten, volledig weten uit te wisschen; doch zij heeft zich die immer verweten, en vond gebreken, waar wij slechts oefeningen van de verhevenste deugden zouden hebben gezien.
De liefde Gods en de afschuw van de zonde waren in-tusschen, van toen af, de oorzaken van dien brandenden ijver. Wij vinden daarvan de bewijzen in de volgende regelen, die zij in 1832 schreef. Zij spreekt van een feest, dat men, volgens een oud gebruik, jaarlijks in die parochie vierde. )gt;Dat feest,quot; zegt zij, ))was eene gelegenheid tot ergelijke danspartijen, en, hoewel ik ze nooit heb gezien, deed mij de droefheid, waarmede onze Pastoor daarover doordrongen was, en alles, wat men er mij van zeide,
50
dien dag, waarop het U. Sacrament was uitgesteld, in diepe droefheid en boetvaardigheid, doorbrengen... Ik poogde jonge meisjes van die danspartijen af te houden, door ze dien dag by mij te houden , en de goede God liet toe, dat mij dit eenige tegenspraak verschafte, welke het noodig is hier aan te stippen. Dat feest, had juist op den eersten zondag van September plaats, in die maand, waarin ik mij altoos meer dan anders tot godsvrucht heb gedrongen gevoeld, wijl het mij voorkwam, dat in die maand God altoos meer vergeten werd, wegens wandelingen, partijen enz. Ik voelde mijn hart van diepe droefheid overstelpt, als ik de muziekinstrumenten zelfs kon hoeren in de kerk en ik herinner mij , dat ik telkens het offer van mijn leven aanbood aan dien goeden Jezus, die zoo gehoond werd.quot; Voorts lezen wij nog het volgende: »Van den ouderdom van zeventien jaren af gevoelde ik mij altoos bijzonder geneigd, om die dagen in boetvaardigheid door te brengen, waarop ik wist, dat Jezus Christus, hier of daar, door danspartijen enz. zou beleedigd worden, en om door meer onafgebrokene aanbidding van het heilige Sacrament, door aalmoezen, enz. de ergernis te herstellen die daarvan het gevolg was.quot;
Aan dezen brandenden ijver voor het heil der zielen paarde Agnes de meest onvermoeide liefdadigheid, ter verzachting van lichamelijke ellenden. Zij kon met den H. Paulas zeggen: Wie is het. die lijdt, zonder dat ik brande? Eene barer voornaamste zorgen, vooral op het land, was het leeren kennen van do arme huisgezinnen; zij deed met de meeste zorgvuldigheid onderzoek naar hunne behoeften, zelfs naar de geringste bijzonderheden. IToe menigmaal spaarde zij het beste van haren maaltijd voor zieken, herstellenden en grijsaards, wier verzwakte maag, licht ver-
51
teerbare en versterkende spijzen behoefde! Met welk ecnon rusteloozen ijver poogde zij die ongelukkigen, door alie middelen, die haar de vindingrijkste liefdadigheid aan de hand gaf, te voorzien van bedden, dekens en kleeding-stukken van allerlei aard! Inzonderheid waren de kinderen het voorwerp harer liefderijkste verzorging. Zij wilde dat zij immer rein en zindelijk zouden wezen, en men heeft haar zonder blozen zich zien vernederen , om hun diensten te bewijzen, die aan onze kieschheid den grootsten walg zouden verwekken. Deze bijzonderheden zullen misschien nietig toeschijnen, en voorzeker voor velen terugstootend wezen; doch allen, die hot treffende en verhevene van dusdanige daden weten te waardeeren, zullen er anders over oordeelen. Wat zou het dan wezen, als wij in staat waren, de meer gewichtige weldaden te doen kennen , aan welke zij zich gedurende haar verblijf te Ter-raube, met eene zich zelve altoos gelijkblijvende standvastigheid overgaf? Doch, toen wij meer nauwkeurige narichten en meer bijzondere trekken hebben willen inwinnen , hebben wij ontwaard, dat hunne menigvuldigheid de bijzonderheden uit het oog had doen verliezen, en het zal voor ons voldoende wezen, hier te herhalen, dat onze engelachtige Agnes van den Hemel ontvangen had eene verslindende werkzaamheid om allerlei weldaden te verspreiden , een arendsblik om allo ongelukkigen te ontdekken, eene brandende liefde om hen te ondersteunen en eene heilige nijverheid om hun, in spijt van alle hinderpalen, hulpmiddelen te verschaffen.
Zij ontmoette inderdaad dikwijls hinderpalen; want men wreet by ondervinding, dat het onmogelijk is het goede te doen, zonder aan tegenspraak blootgesteld te wezen; doch wel verre van er zich over te beklagen, achtte zij zich geluk-
52
kig iets onaangenaams voor don naam van Jesus Christus te kunnen verdragen. Steeds had zij Hem voor oogen in zijne lijdende leden, en men begrijpt lichtelijk do kracht, die men uit eene zoo verheven beweegreden put.
Moge de hedendaagsche menschlievendheid ons hare schitterende werken zoo hoog opvijzelen als zij verkiest; de Godsdienst alleen kan te allen tijde die aanhoudende liefde inboezemen, die te verhevener is, wijl zij minder onder de oogen der menschen komt, en die geen andere belooningen kan hopen dan die, welke haar in een beter leven zijn toegezegd.
Na het lezen van hetgeen hier voorafgaat, zullen wellicht eenige onzer lezers zich zeiven afvragen, waarom Agnes, met zoo veel deugden begaafd, en zoo weinig genegenheid koesterend voor de wereld, zich niet hoeft onttrokken aan het aardsche gewoel, om zich in eeno religi-euse orde te begeven. Het is een zeer gewoon verschijnsel inderdaad, dat men zich diets maakt, dat alleen een klooster geschikt is voor die bevoorrechte zielen, die naar de verhevenste volmaaktheid streven. Moge het leven, dat wij beschrijven, hen van die groote dwaling terug brengen!
Er zijn ongetwijfeld standen, die uit zich zeiven heiliger zijn dan andere; doch niet een is er, waarin men niet tot den hoogsten trap van deugd kan geraken; en God die de verschillende standen heeft ingesteld, wil, dat er in alle standen heiligen en zelfs groote heiligen zullen wezen. Hij wijst aan elk onzer de standplaats aan, in welke wij Hem behooren te dienen; en daarin heeft Hij ons geheel bijzondere genadegiften bereid! Gelukkig is hij, die deze standplaats goed leert kennen! Ongelukkig is hij daarentegen, die eenen anderen weg inslaat, al schijnt hij oppervlakkig zelfs heiliger te wezen! Hij zal zich nooit op
53
de plaats bevinden, waar God hem verlangde. Van daar het groote gewicht, om zijne roeping wèl te kennen. Agnes was hiervan wel overtuigd, en zij besteedde allo zorg aan die groote zaak!
Daar zij immer verlangde het beste te doen, was zij sterk bekoord geworden, wij ontveinzen het niet, om zich aan het religieuse leven toe te wijden; doch vóór alles, wilde zij den wil van God leeren kennen, bereid om, welke opoffering van haar ook mocht gevorderd worden, die volvaardig to doen. Wij vinden hiervan een ondubbelzinnig bewijs in het alleszins wijze gedrag, \'t welk zij in dit opzicht hield, en in de redenen, die haar deden besluiten in de wereld te blijven. Men leest in aanteekenin-gen van hare hand, dat zij reeds van den ouderdom van zeventien jaren af het denkbeeld had gekoesterd, om zich in de orde der Garrnolitessen te begeven. Zij heeft dit echter nooit in vertrouwen aan iemand medegedeeld; en men mag veronderstellen, dat, als hare liefde voor het gebed en haar geest van versterving haar een oogenblik hebben doen verlangen naar het gestrenge leven der achtenswaardige doch-teren van den Carmel, haar brandende ijver en hare werkzame liefdadigheid, daarentegen, haar weldra bij voorkeur hare blikken hebben doen vestigen op eene Orde, waarin zij krachtiger aan het heil van den naaste kon arbeiden.
Toen zij aangaande de oogmerken van God nog in het onzekere verkeerde, had zij gedurende eenigen tijd het plan, zich in eene dier menigvuldige inrichtingen te begeven , die zich aan het onderwijs van jonge meisjes toewijden; doch hare liefde voor de armen behield de overhand, en deed haar besluiten om geene andere orde dan die der Dochteren van den H. Vincentius a Paula te verkiezen, ingeval haar voorzichtige en kundige biechtva-
54
der, met wien zij over dat onderwerp briefwisseling onderhield, in haar eene wezenlijke roeping mocht ontdekken. Deze meende haar door een wijs uitstel te moeten beproeven. Zij onderwierp zich aan zijn uitspraak met die engelachtige zachtaardigheid, die haar nimmer verliet, en vergenoegde zich met God vurig te bidden, dat Hij zich ge-waardigen mocht, haar den weg te openbaren, die haar het veiligste tot Hem kon voeren.
Aldus aan een verheven stand, waarin de Voorzienigheid haar had doen geboren worden, en aan al de verwachtingen, die zij in de toekomst kon verbeiden, vaarwel te zeggen, ten einde de nederige dienstmaagd der armen te worden, — dit kon bij eene andere als eene schitterende heldhaftigheid aangemerkt worden. Do godvruchtige Agnes, zag echter daarin niet eens stof tot eene opoffering; doch de hardste daarvan was voor haar, het verlaten van hare goede ouders, die zij uit den grond baars harten beminde, en wier troost en vreugde zij was. De gedachte aan de droefheid, die zij hun zou veroorzaken had haren moed kunnen doen wankelen als zij niet sedert lang overtuigd was, dat de zoetste en de wet-tigste genegenheden altoos aan den H. wil van God moeten onderworpen worden. Zij zou gevreesd hebben dien te weerstreven, als zij langer het stilzwijgen had bewaard. Hoeveel het haar ook kostte, zij besloot aan haren vader te schrijven, die destijds te Parijs was, en hem alles bekend te maken wat zij gevoelde; gelijktijdig sprak zij er openhartig over met hare teedere moeder.
De Heer en Mevrouw De St. Hubert, waren te.zeer van den geest des Christendoms doordrongen, om zich te verzetten tegen de roeping van hunne dochter, als zij overtuigd waren, dat dit de ware weg ten hemel was: allier/\'
üO
schreef haar de Heer De St. Hubert in antwoord op haren brief, ))wil ik geenszins den invloed en nog veel minder het gezag eens vaders doen gelden. ... Gij wilt, lieve dochter! uwe roeping kennen, en op do best mogelijke wijze beantwoorden aan de bedoelingen, die God met u heeft; met één woord, gij wilt het goede doen, waar en /00 als God zulks begeert... Welnu! ziedaar juist het-
gene wij ook verlangen; wij beoogen niets anders.....quot;
Zoodanige gevoelens verschillen hemelsbreed van die der meeste ouders, die als meesters over de roeping hunner kinderen willen beslissen. De ouders van Agnes, zochten haar enkel door hunne ervaring voor te lichten, en haar in die zoo gewichtige omstandigheid onderrichtingen te geven, die zij in hun hart voor haar dienstig oordeelden. Haar vader was overtuigd, dat zij niet tot dien heiligen stand geroepen was; dat hare gezondheid haar niet veroorloofde de oefeningen, daaraan verbonden, te volbrengen, en dat zij bestemd was, om, in de wereld oneindig meer goed te doen. Deze laatste opmerking, bracht hij haar inzonderheid onder het oog; en dit was ook de voornaamste drangreden, die hare schoone ziel kon doen wankelen. Zij zelve zal ons hare laatste twijfelingen doen kennen.
))Ik begon intusschen over mijne roeping in onzekerheid te verkeeren, en ik scheen bij mijne Communiën eene inwendige stem te hooren, die mij zeide, dat het oogenblik, waarop Gij, o mijn God! mij uwen wil zoudt openbaren, gekomen was. . . . Daar het antwoord van mijnen vader gunstig was voor mijne plannen, heb ik gedurende eeni-gen tijd daarover veel verdriet gevoeld; doch op het oogenblik , waarop ik den meesten tegenstand meende te moeten bieden, zijn mijne twijfelingen opgehelderd. Het scheen
5G
mij, dat Gij mij uwe stem op cene zóó duidelijke wijze hadt doen hooren, dat ik het aan mijnen biechtvader schreef. Intusschen scheef mijn vader mij op den llacn November een tweeden brief, die mij beslissend voorkwam, en, drie dagen daarna, ontving ik een antwoord van den Eerw. Heer. .. . waarbij hij mij kenbaar maakte, Heer, dat Uw wil zich geopenbaard had, en dat ik aan mijne goede ouders moest verklaren, dat ik aan mijne zaligheid zou arbeiden, terwijl ik zou trachten hen gelukkig temaken. Van toen af meende ik te bespeuren, dat Gij mij niet in den staat verlangdet te zien, waarnaar ik haakte, maar dat Uwe bedoeling was, dat ik, zonder iets aan mijn stand in de wereld te veranderen, met nadruk aan mijne volmaking zou arbeiden. Ik ondervond, weliswaar, nog eenige onrust, doch Gij hebt die weldra door uwe genade verdreven.quot;
Om deze belangrijke bijzonderheden wél te eindigen, hadden wij den brief van den Burggraaf De St. Hubert in zijn geheel wel willen afschrijven; doch, daar hij zeer lang is, zullen wij ons vergenoegen met hier de laatste zinsneden in te lasschen. Zij zijn te indrukwekkend, dan dat wij zouden hebben kunnen besluiten er onze lezers van te berooven; daarenboven zou het onmogelijk geweest zijn op cene meer volmaakte wijze de gevoelens van Agnes en de geheel bovennatuurlijke beweegredenen uit te drukken, die het besluit voorafgingen, \'t welk wij haar hebben zien nemen.
))Ik heb wellicht, lieve Agnes, reeds te veel gezegd; doch daar ik niets over het hoofd wilde zien, heb ik mij herinnerd, u te hebben hooren zeggen, dat u niets meer ter harte ging, dan dat gij in het uur van uwen dood geenc verwijtingen van de zijde van God zoudt hebben te
57
dachten... O! hier wordt, goede en dierbare dochter, mijne taak even troostvol als gemakkelijk in de oogen van den Godsdienst! Ik moot mij slechts onthouden van de tranen van aandoening, die deze gedachte alleen mij afdwingt.
»Ach! moge het Gode behagen, dat ik in dat verschrikkelijk oogenblik even zeker van mij zelve zij!quot;
)gt;Zie hier, lieve dochter! wat gij aan uwen Schepper met een van liefde brandend vertrouwen kunt zeggen: Mijn God! Gij, die in de harten leest. Gij weet, hoe ik U bemin, hoe ik verlangd heb, U wél te dienen. In de hoop van U behagelijker te wezen en IJ beter te kunnen dienen, ben ik een oogenblik geneigd geweest, de banden te verbreken, die mij aan mijne familie boeiden, en mij zonder voorbehoud aan U toe te wijden, gelijk die heilige maagden, die haar leven aan het onderwijs dor jeugd en het ondersteunen der kranken wijden. Het kostte, o mijn God! mijn hart veel, mij van mijne goede ouders te verwijderen , en hun stof tot zulk eene groote droefheid te geven; doch hoe pijnlijker de opoffering aan do natuur was, des te aangenamer, dacht ik, moest ze U zijn, en ik smaakte er ook een zoet gevoel in ze ö ten offer te brengen ... Ik had reeds een besluit genomen, toen eene onverwachte inlichting, die mij toescheen rechtstreeks van U te komen, mijne oogen heeft geopend. Men heeft mij verzekerd, en ik heb gemeend het duidelijk te ontwaren, dat Gij in het bewonderenswaardige lotsbestuur uwer Voorzienigheid, U gewaardigd hebt mij eene bijzondere, eenigs-zins persoonlijke roeping, te bestemmen. Ik heb ontwaard, dat in de heilige huizen, waarin ik mij wilde begeven, Uw werk op eene voortreffelijke wijze zonder mij wordt verricht, terwijl om mij heen veel goed te doen overbleef.
58
en eonc menigte van ellenden, waarmede zich niemand ijverig scheen bezig te houden, leniging vorderden. Mijn God, ik weet, dat U niets meer behagelijk is dan een eenvoudig hart, en van toen af heb ik naar al mijn vermogen gearbeid aan uw werk om mij heen, in het midden der wereld, waarin gij mij geplaatst hebt. Mocht ik thans, nu mijne loopbaan haar einde nadert, even als Uw heilige Apostel kunnen zeggen: bonum certamen certavi. . . Mijn God! ik stel met een geheel kinderlijk vertrouwen mijne ziel in Uwe handen.quot;
»Dan, mijne goede dochter, zult gij in den Heer insluimeren, en gij zult schitterend van glorie in de eeuwigheid ontwaken, omgeven door de tallooze ongelukkigen, wier smarten en ellenden gij verzacht hebt, en die zonder u, allen troost en ondersteuning zouden gemist hebben.quot;
Ja, ongetwijfeld heeft onze Agnes met vertrouwen zulk eene treffende taal togen haren God kunnen voeren in het oogenblik, toen zij voor zijnen troon verscheen, om het loon, aan hare deugden verschuldigd, te ontvangen: want het is zeker, dat de begeerte, om meer goed te doen, de hoogste drangreden was, die haar deed besluiten in de wereld te blijven.
Bij gemis aan andere bewijzen zou do volgende aantee-kening, die men in hare papieren gevonden heeft, reeds voldoende zijn, om ons daarvan te overtuigen:
Toen ik, slechts met mij alleen te rade gaande, het religieuse leven wilde omhelzen, zag ik niets bekoorlijks in het geestelijk gewaad, gelijk dit zoo vaak het geval is, zelfs bij personen, die eene ware roeping gevoelen. De gedachte aan het heil der zielen, waaraan ik in eene geestelijke gemeenschap niet zou hebben kunnen arbeiden, zooals ik dat verkoos, beroofde mij van die volmaakte
59
vreugde die ik in andere opzichten zou genoten hebben.quot;
Op den S30quot; November 1821, verliet de Burggraaf Do St. Hubert, Terraube, om met zijn huisgezin naar Versailles terug te keeren, alwaar hij zijne oude woonplaats behouden had. De vrees der verplichting, dat zij nog meer in de wereld zou moeten leven, en de droefheid dat zij de werken van liefde, die zij begonnen had, onvoltooid zou moeten laten, waren de twee eenige denkbeelden, die zijne dochter in die omstandigheid schenen bezig te houden. Hoe geheel anders zouden do meeste jonge lieden geoordeeld hebben na een jarenlang en eentoonig verblijf op het land. Ten opzichte van het eerste punt werd zij weldra gerust gesteld. Hoewel Mevrouw De St. Hubert, de bezoeken aflegde, die de wellevendheid van haar kon vorderen, had zij nochtans besloten, haar gewoon gezellig verkeer tot eenen kleinen vriendenkring te beperken. Hare dochter gevoelde zich hierover gelukkig, en, zie hier, wat zij daarover weinig tijds na hare aankomst, aan eene vriendin schreef; »Hier, zoowel als te Terraube, snelt de tijd met spoed voorbij ; wij volgen nagenoeg dezelfde leefwijze; mama heeft verklaard, dat zij geen avond buitenshuis zou doorbrengen. Zoo zal het ook op de vastenavond-dagen wezen. Het geraas der rijtuigen, die naar het bal rijden, veroorzaakt ons geen verdriet; want hoe zou men eenig genoegen daar kunnen smaken, waar men het meest in de gelegenheid is God te beleedigen?quot;
Wat hare goede werken betreft, de afwezigheid deed haar die geen oogenblik uit het oog verliezen; zij trachtte door hare brieven aan te vullen, wat zij zelve niet meer kon doen. Wij hebben eenige daarvan gezien, en ze niet kunnen lezen zonder levendig aangedaan te worden over de zorgvuldigheid, waarmede zij op zulk eenen verren
GO
afstand tot zelfs in de geringste bijzonderheden uitweidde; zij verlangde, dat alles, wat zij voor hare ongelukkige beschermelingen bestemde, hun in natura zou worden uitgedeeld. Zij wenschte bovenal, dat deze het op de hooge feestdagen wat beter zouden hebben, wijl zij daarin het middel zag, om hen meer en meer tot den Godsdienst te doen naderen. Haar gloeiende ijver kenschetst zich in eiken regel. Nu eens zijn het jonge lieden, die zij opwekt om geen deel te nemen aan de vastenavondvermaken; dan weder wint zij narichten in, omtrent het gedrag van meisjes , die zij onderwezen heeft; zij zendt boeken en prentjes over, om de braafste te beloonen; anderen laat zij raadgevingen mededeelen, die het meest voor haren toestand geschikt zijn. Hier is het een kind, dat zijne eerste H. Communie heeft gedaan; zij smeekt, dat men over zijn gedrag wake, en niets verzuime om het op het pad der deugd te houden; daar is het eene oude vrouw, die zij aan liefdadige personen aanbeveelt, ten einde haar do verkwikkingen te verschaffen, die haar ouderdom mocht vorderen____
Wij zouden niet eindigen, als wij alles wilden aanstippen: het is voldoende, dat wij een flauw denkbeeld hebben go-geven van hare teedere zorg, die zoo juist de goedheid van haar hart kenschetst.
Met zulk eene voor het goede blakende ziel, wist Agnes te Versailles weldra de gelegenheid te vinden, om aan haren ijver en aan hare liefdadigheid den vrijen teugel te geven. Hoeveel personen heeft zij niet opgewekt, om zich van plichten te kwijten , waarvan het menschelijk opzicht ons terughoudt, zelfs dan wanneer wij de dringende noodzakelijkheid ervan inzien. Met welk eene teedere bezorgdheid trachtte zij hunne moeilijkheden op te heffen, hunne eerste schreden te besturen en te steunen en hun goede gidsen te ver-
61
schaffen! Welke reine vreugde smaakte zij, als hare rus-telooze pogingen met eenen gelukkigen uitslag bekroond werden!
In hot tegenovergestelde geval liet zij zich nochtans nooit ontmoedigen. Zij wist eene heilige volharding met eene onverstoorbare zachtaardigheid te paren; en, hoewel het schijnt, dat niets zou kunnen weerstaan aan zulke middelen, gebeurde het somtijds, dat men van hare goedheid misbruik maakte, en die zelfs met onbetamelijke woorden beantwoordde. Dit ondervond zij inzonderheid van den kant eener vrouw, voor welke zij eene bijzondere belangstelling koesterde. Hare liefdadige pogingen duurden onderscheidene jaren en werden met grievenden afkeer ontvangen. Telkens ging zij nieuwe krachten aan de voeten van haren gekruisigden Zaligmaker putten, en met tranen in de oogen den Meester der harten smeeken, om met zijne genadestralen haar te treffen, die zij zoo vurig op het pad der deugd wenschte terug te brengen.
Wij vernamen deze bijzonderheden van iemand, die er vaak getuige van was, en die, minder volmaakt dan zij, niet kon nalaten haar te zeggen: ))Gij zijt wel goed, dat gij u zoo veel moeite geeft, en dat gij u telkens blootstelt aan nieuwe vernederingen____ Wat beteekenen die vernederingen, lieve vrienden,quot; antwoordde zij, ))in vergelijking
met die, welke onze goede Meester verduurd heeft ?____quot;
Wij moeten hier zeggen: een gelukkige uitslag bekroonde eindelijk hare liefderijke en volhardende pogingen.
Wanneer dit werkje, dat bestemd is, om de herinnering te bewaren aan hare dagelijksche goede werken, waarvan Versailles het hoofdtooneel was, bij toeval in de handen mocht komen der godvruchtige Dochters van den H. Vincentius a Paulo, in de wijk van den H. Lodewijk,
62
hoeveel liartroerende herinneringen zal het haar dan voor den geest roepen. Agnes had eene grenzelooze liefde voor dat Huis, omdat zij in overleg daarmede dikwerf goede werken deed. Hier willen wij liefst van de geheelc kloos-tergemeente spreken, om de zedigheid niet te kwetsen van die teedere hartsvriendin en weldoenster der armen, die gedurende onderscheidene jaren de vertrouwelinge en vraagbaak van onzen engel van liefdadigheid was.
Eene bediende harer moeder had haar meermalen de opmerking gemaakt, dat zij zich met meer zwier behoorde te kleeden, wijl hare kleeding, hoewel betamelijk, te eenvoudig was. ))NiL\'t de kleederen van dure stoffen,quot; antwoordde zij, »zullen ons ten hemel brengen, en men kan niet nalaten, de verkwistingen te betreuren, die men zich voor het toilet veroorlooft, als men aan zoo vele armen denkt, die niets hebben om zich te kleeden.quot;
In het begin van 1822 had er te Versailles eene missie plaats, die inzonderheid voor de militairen bestemd was, en geleid werd door den Eerw. Heer Fobrin-Janson, later Bisschop van Nancy. Een afgesloten kring was voor de officieren en soldaten van alle wapenen gereserveerd ; doch buiten dien kring kon iedereen de oefeningen bijwonen, en wij behoeven niet te zeggen, dat Agnes geene oversloeg. Zij vond daarin eene wezenlijke vertroosting voor hare godsvrucht, en het was inderdaad ook een schoon en zeldzaam schouwspel, die brave militairen te zien, die de gewelven der hoofdkerk van heilige lofzangen deden weergalmen, of met eene godsdienstige ingetogenheid, naar de onderrichtingen van de missionarissen luisterden.
Op den dag der Algemeene Communie zag men een groot aantal dier dappere soldaten tot de Heilige tafel naderen , generaals en andere officieren van alle graden,
(33
die, even als zij, allo menschelijk opzicht terzijde hadden gesteld, en het zich tot een eer rekenden, zich getrouw te too-nen jegens den God der heirscharen. Agnes behield de herinnering aan dien schoonen dag immer levendig voor haren geest, en zij sprak er steeds met aandoening over.
Weinig tijds daarna riepen de verkiezingen den Burggraaf De St. Hubert naar het Departement van Gcrs terug, en hij werd er tot Volksvertegenwoordiger benoemd. Slechts de begeerte om goed te doen, kon hem doen besluiten die eervolle functiën aan te nemen, en gelijk wij weten, was ook dit de eenige beweegreden, die zijne dochter harerzijds gewillig het offer deed brengen van hare bijzondere verlangens, als do noodzakelijkheid zulks mocht vorderen. Zij beminde de stille afzondering te zeer, om het leven der hoofdstad niet te duchten, en evenwel was zij volkomen met alles tevreden, toen haar vader haar bekend maakte met zijn voornemen, om zich des maandags alleen naar Parijs te begeven, teneinde er de week door te brengen, en zijn huisgezin te Versailles te laten.
Zoodra de zittingen geëindigd waren, vertrokken zij gezamenlijk, om twee maanden te Laon bij den Graaf De Floriac, den schoonvader van Mevrouw De St. Hubert door te brengen, die sedert korten tijd tot Prefect van het departement van de A.isne benoemd was. Schoon was de gelegenheid voor Agnes om door haar voorbeeld te toonen, dat de ware Godsvrucht, als het noodig is, zich gunstig in het midden der wereld weet te vertoonen; zij liet die gelegenheid niet nutteloos voorbij gaan.
Hoewel verzekerd, dat zij de blikken van allen tot zich zou trekken, besloot zij in de eerste plaats niets in hare gewone godsdienstige oefeningen te veranderen. Men kon haar dan ook dagelijks de H. Misse met de diepste inge-
64
keerdheid zien bijwonen. meermalen ter week tot de II. tafel naderen, dagelijks andermaal naar de kerk gaan om er go-ruimen tijd in gebed voor het heilig Sacrament door te brengen, de zondagen wist zij daarenboven op oene geheel bijzondere wijze te heiligen. Aanvankelijk was men geneigd dit voor overdrijving uit te krijten; doch als men haar later in de salons en bij de groote maaltijden van de prefectuur altoos eene volmaakte goedheid, oene zachte vroolijkheid, zag ten toon spreiden en zich zelve vergeten om zich geheel met anderen bezig te houden, dan was men wel genoodzaakt haar recht te laten wederwaren, en zonder vrees van gelogenstraft te worden, kunnen wij verzekeren, dat zij weldra de algemeene hoogachting genoot.
Het was vooral ten opzichte van de jonge dames der stad, dat zij zich beijverde om als het ware vergeving voor hare godsvrucht te verwerven door de beminnelijke en verplichtende wijze, waarop zij met haar wist om te gaan. Zij scheen zich met niets anders op te houden dan met hetgene dezen behagelijk kon wezen; zij sprak haar over hare talenten, over hare kunstwerken en over hare familiebetrekkingen, met eene voorbeeldelooze goedheid. Dezen bewonderden dan ook hare minzaamheid en hare voorkomendheid en zochten gretig haar gezelschap. Intus-schen werden in hare onderlinge gesprekken, noch bals, noch toilet-zaken ter sprake gebracht. Nimmer zou men zich de geringste bespotting van den naaste hebben veroorloofd; want de macht der deugd is onweerstaanbaar. Men kan haar niet zien, zonder haar te beminnen, en, al wordt zij zoo menigwerf gelasterd, het komt enkel, wijl men, helaas! zoo schaars de gelegenheid heeft haar te zien.
Door op die wijze de deugd beminnelijk te maken, bereidde zich Agnes zonder het te weten, voor, om haar in
65
al haren luister te doen schitteren in de nieuwe standplaats, welke de Voorzienigheid haar weldra zou aanwijzen. Tot hiertoe hebben wij haar schier aitoos een afgetrokken leven zien leiden, daar zij bijna geen omgang had dan met personen van haar geslacht. Wij zullen haar nu in een stand volgen, die, bij den eersten aanblik, haar geenszins schijnt te passen. Zij gaat zeven jaren in eene militaire school doorbrengen, haar ijver, verre van er eenige verflauwing te ondergaan, zal daar snelle vorderingen op het pad der volmaaktheid maken. Zoo waar is het, dat men overal zijne heiliging kan bewerken, en dat de voorwendsels, die men in de wereld aanvoert, om er zich van te ontslaan, meestal slechts ijdele uitvluchten zijn.
TWEEDE A F D E E LI N G.
In Juli van het jaar 1823 bood men den Burggraaf De St. Hubert, op het oogenblik dat hij er het minst aan dacht, en nadat hij besloten had geen post aan te nemen, dien van gouverneur van het koninklijk College van Marine te Angoulème aan. Aanvankelijk bedankte hij; doch later noopten hem bijzondere omstandigheden, die vreemd zijn aan ons onderwerp, dit hooge bewijs van vertrouwen als een plicht te beschouwen.
Dit alles had heel schielijk plaats, en de tijding daarvan moest bij zijne dochter te meer verbazing wekken, wijl niets haar daarop had voorbereid. Men begrijpt licht, dat die eervolle post haar niet kon bekoren, en dat bij hare stille leefwijze en hare godsvrucht, het vooruitzicht omgang te moeten hebben met deze eigenaardige klasse van menschea haar zeer verschrikte. Doch altoos onderworpen aan den wil van God, die zich in deze gebeurtenis scheen te openbaren, liet zij niets blijken van de smart, die zij gevoelde, en zij was de eerste om hare deugdzame moeder gerust te stellen, die er diep bedroefd over was, zoo wel wat haar zelve als wat hare heilige dochter betrof. Zij offerde daarom kloekmoedig hare bijzondere neigingea op en, overtuigd dat men in alle omstandighe-
(57
den God kan dienen, was zij enkel bedacht om zich voor te bereiden tot de nieuwe levenswijze, die Hij van haar vorderde.
Er verliepen nog drie maanden eer deze verandering werkelijkheid werd. De Heer De St. Hubert, die vooruit geene kennis van zijne benoeming had gedragen, had dat uitstel verzocht om zijne eigene zaken te regelen, teneinde zich geheel en al aan zijne nieuwe werkzaamheden te kunnen toewijden. Zoodra hij hiermede gereed was, vertrok het geheele gezin onmiddelijk naar Terraube.
De leefwijze, die er Agnes ditmaal leidde, was niet zoo teruggetrokken als tijdens het eerste verblijf, dat zij hier hield. Haar vader was volksvertegenwoordiger; hij kon slechts zeer kort te Terraube blijven en deze samenloop van omstandigheden maakte een groot getal bezoeken noodig. Doch zij toonde nimmer den minsten afkeer; daar, zoowel als elders, was er niemand, die niet hare goedheid , hare liefelijke vroolijkheid en haren weórgalooze gelijkmoedigheid bewonderde. Zij verwierf te meer verdiensten, wijl hare gezondheid, die in hare prille jeugd zoo bloeiend was geweest, sinds eenige jaren van lieverlede was verzwakt, zonder dat men de oorzaak kon bevroeden. De geneesheeren, die door hunne bekwaamheid zich vermaardheid hadden verworven, en die men te Parijs en elders had geraadpleegd, stemden weinig overeen aangaande de oorzaken van hare ziekte, en nog minder over den leefregel, dien zij behoorde te volgen. Deze zoo treurige toestand heeft tot aan haren dood voortgeduurd, en zij heeft hem altoos met eene voorbeel-delooze lijdzaamheid gedragen.
Wij zullen gelegenheid hebben om op dit punt terug te komen; doch het is ons noodig voorgekomen hier, in
68
het voorbijgaan, oen woord daarvan to zeggen, opdat men, het vervolg van haar Leven lezende, nog meer kan bewonderen die onwrikbare nauwgezetheid in het vervullen van al hare godvruchtige oefeningen, die werkdadigheid in het goede, die aanhoudende zachtzinnigheid, die tegen alle beproeving bestand zijnde vriendelijkheid en die rijkheid van deugden, die zich bij geene gelegenheid verloochenden. Wie weet niet, hoe moeilijk het in eenen toestand van aanhoudend lijden is, nimmer ontmoedigd of ongeduldig te worden, maar altoos het kenmerk van kalmte en tevredenheid op \'t gelaat te dragen?
De Burggraaf De St. Hubert had zich voorgesteld nog veertien dagen tc Terraube te blijven, toen hij onverwachts van den minister het bevel ontving, om zich onverwijld naar zijn\' post te begeven. Er was onder de kweekelingen van het Koninklijk College van Marine een opstand uitgebarsten, en de tegenwoordigheid van den nieuwen gouverneur was daar volstrekt noodzakelijk. Het geheele gezin vertrok met overhaasting. Het kwam den IS\'10\'1 October 1823 te Angoulcnie aan, in omstandigheden, die zeer geschikt waren om eener jonge, vijfentwintigjarige Dame, die zoo godvruchtig en zoo zedig was als zij, wier Leven wij beschrijven, schrik aan te jagen. Ten gevolge van den jongsten opstand hadden er vele veranderingen in het personeel dier inrichting plaats gehad, en alles was er nog in onrust en wanorde.
Welk eene verandering van omgeving voor Agnes; Eene gewoone deugd zou er bekommerd over zijn geweest; de hare was echter verheven boven al die wisselvalligheden. Het gewoel, dat rondom haar heerschte, stoorde geen enkel oogenblik den vrede barer ziel, en reeds van de eerste dagen af schreef zij zich leefregels
GO
voor, die toepasselijk waren op haren nieuwen stand.
Zij besloot aanstonds zich die nieuwe betrekking ten nutte te maken, om de deugd te doen beminnen, en liet geene gelegenheid voorbijgaan om door haar eigen voorbeeld te bewijzen, dat niets ongegronder is dan het verwijt, dat men dikwijls aan de Godsdienst doet, namelijk, dat zij droefgeestig en menschenschuw maakt, en dat het een gruwelijke onrechtvaardigheid is, haar de gebreken aan te tijgen van sommigen, die haar schijnen te beoefenen. Jegens de officieren, professoren en verdere ambtenaren van het Koninklijk College van Marine, voor haar een geheel nieuw gezelschap, schreef zij zich eene houding voor, waarin men gelijktijdig eene natuurlijke deftigheid en eene ongekunstelde goedheid opmerkte. In de eerste dagen baardo zij opzien; doch allengs begonnen allen eene achting en een eerbied jegens haar te koesteren, die dagelijks aangroeide, naarmate men haar beter leerde kennen. Wij moeten, zoowel tot lof van die heeren als tot roem van Agnes zeggen, dat er niet een was, die ten haren opzichte niet de stiptste welvoegelijkheid in acht nam; en te midden van eene militaire school, in een stand, die, oppervlakkig beschouwd, voor een jong meisje zoo gevaarlijk is, heeft nooit een gewaagde, zelfs niet een dubbelzinnige uitdrukking hare zedigheid gekwetst. Niemand zou daartoe zelfs de gedachte hebben durven vormen, zóó vermogend en onweerstaanbaar is de heerschappij der deugd, wanneer men haar, zich zelve nimmer een oogenblik ziet verloochenen.
De Heer De St. Hubert had terstond na zijne aankomst aan die heeren gezegd, dat zijn salon voor hen en hunne vrouwen eiken avond, open stond. Zijne engelachtige dochter besloot om hun zoo goed mogelijk te toonen, dat
70
men in do onschuldige betrekkingen der samenleving een zuiverder en aangenamer genoegen kan smaken, dan bij de wereldsche vermaken, die de Godsdienst verbiedt. Tevreden dat zij in hare kamer, even als in een heiligdom afgezonderd, eenen langen morgenstond nuttig had kunnen besteden, wijdde zij zonder weerzin, aan de plichten van haren stand, een tijd, dien zij niet voor den Hemel verloren beschouwde, maar waarin zij door de geheimzinnige macht harer deugden een wezenlijk apostolaat uitoefende. Overigens zorgde men hem nuttig door te brengen: de Dames brachten haar werk mede, en men onderhield zich tegelijkertijd over nuttige zaken. Des zondags was het gezelschap bij den gouverneur veel talrijker, en daar men niet dezelfde bezigheden had als in de week, nam men zijn toevlucht tot onderscheidene spelen, doch altoos voor den geringsten inzet, enkel, zoo als men het noemt, om aan het spel belang bij te zetten. Agnes leende zich daartoe met eone volmaakte bevalligheid, en nadat men haar aan den voet der altaren gedurende het grootste gedeelte van den dag, zich Gode had zien toewijden, zag men haar des avonds weder met een opgeruimd voorkomen, deelnemen aan de vermaken van de gasten baars vaders, en de gulle toon en de zedigheid, die daar heersebton, zou den toeschouwer eerder hebben doen denken aan een talrijk gezin dan aan een kring van gasten.
Onze engelachtige Agnes bleef immer getrouw aan het voornomen, dat wij haar in hare kindsheid hebben zien maken, om al wat zonderling was in haren tooi te vermijden, en bij het inachtnemen van een grooten eenvoud, altoos op eene tamelijke wijze gekleed te zijn. Zij wist wel, dat men zich met nauwgezetheid diende te onthouden van alle overdrijving, zoowel in keurig- als in slor-
71
digheid; en dat, als het ééne strijdig is met de Christelijke zedigheid, het andere moet beschouwd worden als onbestaanbaar met de goede orde, die wil, dat iedereen zal gekleed gaan naar den stand, waarin de Voorzienigheid hem geplaatst heeft; en dat eindelijk, volgens de gedachte van den H. Thomas, die zoo weinig in onze dagen wordt nagevolgd, de kloederen overeenkomstig moeteïi wezen met de kracht der waarheid, en dienen moeten, om den stand te doen kennen van hem, die ze draagt. Ook begreep zij, dat haar nieuwe stand haar in dit opzicht nieuwe verplichtingen oplegde, en dat zij, zonder de grenzen der gestrengste zedigheid te overschrijden, wat meer zorg aan hare gewone kleeding moest besteden. Daar zij nimmer dan uit gehoorzaamheid wilde handelen, raadpleegde zij hierover hare deugdzame moeder, en onderwierp zich geheel aan haren wijzen raad, zonder eene dier zwarigheden te opperen, die eene minder verstandige dochter, hoe volmaakt overigens ook, zich zou hebben veroorloofd. Daardoor boeide zij diegenen aan de deugd, die zij , anders misschien van haar zou hebben verwijderd; want niets is onverschillig in het gedrag van personen, die eene hooge godsvrucht beoefenen, en, in eene eeuw, waarin men er op uit is verkeerdheden en belachelijkheden in hen te ontdekken, is het voor de eer van den Godsdienst van het hoogste gewicht, dat zij zich zorgvuldig daartegen in acht nemen.
Onze lezers zullen wellicht denken, dat naar het voorbeeld van schier alle, zelfs de ingetogenste hooge ambtenaren , de Heer en Mevrouw De St. Hubert zich door hun ambt verplicht achtten, om ten minste bij sommige gelegenheden bals te geven, en zij zijn misschien reeds verlangend te weten, hoe zich hunne heilige dochter in die om-
standighcden gedroeg. Wij mogen inderdaad hierover hot stilzwijgen niet in acht nemen, daar dit misschien op verschillende wijzen zou kunnen worden uitgelegd; en daarom zullen de lieer en Mevrouw De St. Hubert ons wel willen vergeven, dat wij voor ditmaal de grenzen overschrijden der gestrenge beperking, die wij ons hadden opgelegd, en die ons dikwerf weerhoudt, als hun lof zich zoo natuurlijk zou mengen in het verhaal der deugden van haar, wier geheele leven, tegenwoordig hun troost en hun roem is.
Onze lezers zullen derhalve vernemen, dat de achtingswaardige ouders van Agnes gemeend hadden, niet van hunne strenge beginselen te moeten afwijken, om te voldoen aan wat men gewoon is, de eischen van den stand (exigences de la place) te noemen. Zonder hen te laken, die meenden anders te moeten handelen, hadden zij besloten nooit bals te geven, daar zij niet konden besluiten, als onverschillig te beschouwen, wat hun toescheen niet onverschillig te kunnen zijn en, laten wij niet schromen het te zeggen: wat nooit geheel onschuldig zijn kan.
Doch wij moeten hier bijvoegen: de heer en Mevrouw De St. Hubert dachten terecht, dat zij zich het niet geven van bals eenigszins moesten doen vergeven, door meer dan anders feestmalen aan te richten. Ook hadden zij het zich tot wet gesteld, alle avonden menschen te ontvangen, en door alle middelen, die in hun vermogen waren, hun het samenzijn aangenaam te maken. Menigvuldige maaltijden, collations, soirees, muziekavonden enz. wisselden elkander af. Hunne verwachting werd met een goed gevolg bekroond; en temidden dier byna dagelijksche partijen scheen nimmer iemand het gemis van die woelige gezelschappen te betreuren, die, inzonderheid in inrichtingen
73
van dien aard, aan zoovele bezwaren onderhevig zijn, cn vaak eene groote verveling achterlaten.
i Agnes, (want het is om tot haar terug te keeren, dat wij gemeend hebben deze uitweiding te moeten maken,) was dus in dit opzicht aan geene verlegenheid blootgesteld, doch even als hare deugdzame ouders, dacht zij, dat dit eene reden te meer was, om zich zooveel mogelijk te lee-nen tot alles, wat geoorloofd was. Op die wijze werden de maaltijden, soirees, gezelschappen van allerlei aard, eene gezochte uitspanning; en hoe strijdig dit ook met hare neigingen mocht wezen, zij toonde haren gasten steeds een tevreden en opgeruimd gelaat. Ondanks hare natuurlijke beschroomdheid liet zij zich somwijlen overreden om de piano te bespelen en te zingen, ten aanhoore van een talrijk gezelschap, dat haar met dankbare toejuichingen overlaadde, wijl iedereen daarin een groot blijk van beleefdheid zag, en men zeer goed overtuigd was, dat zij, wel verre van ijdele toejuichingen te bejagen, die integendeel duchtte.
Op die wijze was zij alles voor allen, en haar gedrag in die omstandigheden bewijst opnieuw, dat, hoe schroomvallig haar geweten ook was, echter eene angstvallige kleingeestigheid den luister van hare zuivere ziel nooit verduisterde. Doch, om hare verdiensten, in deze betrekkingen tot de wereld, behoorlijk te waardeeren, dient men te weten, hoezeer zij de bekoorlijkheid der eenzaamheid en de verwijdering van de wereld beminde; dan zou men kunnen begrijpen, hoezeer de leefwijze, die zij in eene militaire school verplicht was te volgen, lijnrecht strijdig was met hare neigingen, terwijl nochtans niemand dit ooit bespeurde.
Het is voorzeker overbodig hier hij te voegen, dat haar
74
nieuwe stand niet do minste verflauwing in haren ijver heeft kunnen te weeg brengen. Hare eigen krachten altoos wantrouwende, vreesde zij dien echter, en die vrees spoorde haar aan, om hare waakzaamheid en haar ijver voor het gebed te verdubbelen, en krachtige pogingen aan te wenden, om te midden van zoo vele onvrijwillige afleiding hare gewone ingetogenheid niet te verliezen; en, in plaats van daardoor te lijden, groeide hare godsvrucht nog aanmerkelijk aan. Zoo waar is het, dat alles ten goede keert, voor hen, die een rechtschapen hart hebben, en wat voor de meesten klippen en gevaren zouden wezen, wordt eene bron van genade en verdiensten voor die sterke en moedige zielen, die alleen het rijk Gods en Zijne gerechtigheid zoeken.
Wij roepen hier de getuigenis in van de Eerw. Overste van bet klooster der Ursulinen van Jesus, \'t welk, even als het Koninklijke Collegie van Marine, in de voorstad l\'Houmau gelegen is. Zij was gedurende eenigen tijd de vertrouwelinge van hare innigste gedachten, en ziehier, hoe zij zich in een handschrift, van eenige bladzijden over dat onderwerp uitdrukt. Hetzelve is getiteld: Herinnering aan de deugden van Mejuffrouw de St. Hubert van Angou-lème, en gericht aan hare waardige familie.
»Het behaagde den Heer, zich reeds in dit leven aan haar mede te deelen, en Hij verhief haar tot eenen hoogen graad van bespiegeling, waaruit zij al de deugden heeft geput, die haar geheiligd hebben; doch, daar de bijzonderheden, die wij hier meedeelen, alleen betrekking hebben op haar uitwendig gedrag, zullen wij niets van haar innerlijke gesteldheid zeggen, die geheel brandde van de goddelijke liefde, welke zich zichtbaar op haar gelaat vertoonde, als zij van het gebed wederkeerde. Alsdan blonk
op haar wezen iets hemelsch, en men las in hare oogen, dat haar hart een ander gewest bewoonde. Intusschen liet God, om haar te beproeven, toe, dat zij somwijlen onder hare godsdienstige oefeningen verstrooiingen had, en, hoe onvrijwillig die ook waren, zij veroorzaakten aan hare ziel, die gewend was zich zelve geheel te vergeten, diepe smarten, als zij zich onder het gebed daaraan ten prooi zag. Op zekeren dag, dat dergelijke verstrooiingen haar geest gedurende haar gewetensonderzoek hadden bezig gehouden, beleed zij zulks, om zich te vernederen, aan eene vertrouwde vriendin, die getroffen door haar onschuldig voorkomen en hare nederige houding, zich niet had kunnen weerhouden haar te zeggen: Ach! Mejuffrouw, hoe gelukkig zijt gij, dat gij zóó goed kunt bidden!quot;
»Haro liefdadigheid,quot; vervolgt de Eerw. Overste der Dames van Chavagnes, ))was grenzeloos; men kan zeggen dat hare leus en de onveranderlijke stelregel van haar gedrag was: voor God en haren evenmensch te leven. Gedurende een der winters, die zij te Angoulème heeft doorgebracht , wilde zij geen mantel koopen, ten einde het daartoe benoodigde geld te kunnen bezigen tot het aan-koopen van brandhout voor haar. geliefde armen. Bij eene andere gelegenheid ging zij in hare overmaat van liefdadigheid zoo ver, dat zij zich beroofde van een barer onderkleederen, om het aan eene arme vrouw te geven. Hare teedere handen kenden geen aangenamer bezigheid, dan te arbeiden voor de armen; haar geest was aanhoudend bezig met het berekenen van hunne behoeften en van hunne geringe middelen, en, als zij hare eigene middelen had uitgeput vond zij altoos in de schatten van hare vindingrijke liefdadigheid hot middel, orn de smarten te verzachten, welke zij niet krachtdadiger kon lenigen.
70
Die zoo zuivere en gevoelige ziel, vond men nimmer geheel uitgeput: Zij had altoos tranen te plengen met hen die weenden, en woorden van troost en stichting voor de ongelukkigen. Hunne zaligheid was vooral het voorwerp van hare teederhartige zorgvuldigheid; zij onderwees hen, bemoedigde hen^ en was niet voldaan, voordat zij bewijzen van berouw hadden gegeven over hunne fouten en gebreken.
Op zekeren dag, dat zij alles had uitgedeeld, kwam zij in mijne afwezigheid, de religieuse die mij verving, raadplegen, en zij vroeg haar, of zij zonder vergunning van hare moeder eene kleine gouden keten van geringe waarde, verkoopen mocht, om de armoede van een jong meisje te verlichten. ))Dit voorwerp is mij volstrekt nutteloos,quot; zeide zij, ))en ik kan het door een lintje vervangen; doch mama zou het misschien niet goedvinden, en ik vrees haar te mishagen.quot; Toen de religieuse haar antwoordde, dat zij dit werkelijk niet zonder hare toestemming doen kon, hervatte zij op weemoedigen toon: ))Ach! ik had dit reeds zelve gedacht; doch hoe smartelijk valt mij het dragen van een voorwerp van wereldschen tooi, terwijl dit arme meisje gebrek aan het noodige heeft, en aanstonds bedacht zij een ander middel om in hare behoeften te voorzien.
Hoe meer men overigens van de liefdadigheid van Mejuffrouw Agnes spreekt, hoe meer men gevoelt, dat zij onbegrensd was, en ras ontwaart men dat geen woorden in staat zijn, hare geheele uitgestrektheid te doen kennen.quot;
De begeerte om het treffende tafereel der zeldzame voorbeelden, die door de godvruchtige Agnes te Angou-lême gegeven zijn, en waarvan nog een groot aantal
inwoners dier stad eene dierbare herinnering bewaren, uit hetzelfde oogpunt te verhalen, heeft ons tot hiertoe verhinderd te zeggen, dat de Burggraaf de St. Hubert, in 1824 weder tot Volksvertegenwoordiger gekozen zijnde, ieder jaar de zittingen bijwoonde tot aan de Kamerontbinding in 1827. Zijn gezin woonde gedurende dien tijd, even als te voren, te Versailles en Agues beoefende er ook, even als toen, gestadig de verhevenste deugden. Onze lezers weten reeds, dat zij dit overal deed, waarheen zij hare schreden wendde; en wij zouden vreezen hen te vermoeien, wanneer wij nog meer bijzonderheden aanhaalden. Wij zullen derhalve nog enkel zeggen, dat zij gedurende de twee maanden, welke zij op het einde van 1825 in het kasteel van Terraubc doorbracht, het droevige sterfgeval bijwoonde van haren oom, den ridder de St. Hubert, en dat zij, bij de herinnering aan zijne verhevene deugden, zich niet kon weerhouden God te danken, dat Hij zich gewaardigd had aan hare familie een uitverkorene te meer te schenken. Helaas! het was in de eeuwige raadsbesluiten bepaald, dat zij zelve niet meer den geboortegrond harer vaderen zou wederzien!
Wij hebben reeds te lang getoefd om tot het tijdstip te komen, naar \'t welk zij haakte met al het vuur, \'t welk het levendigste geloof kan doen ontgloeien. Reeds waren de schatten van het heilige jaar, in de hoofdstad der Christenwereld opengesteld, en het oogenblik naderde, waarop de weldaad van het Jubilé over de geheele Katholieke wereld zou worden uitgestrekt.... Zij begroette reeds in de verte met verrukking en vreugde dat gelukkige oogenblik, en het is ons onmogelijk het geluk te schetsen, dat zij smaakte, toen zij te Versailles, werwaarts de zittingen der Kamers haar in het begin van 182G gebracht hadden, de
78
plechtige opening bijwoonde, van dion tijd van genade en zegening.
Monseigneur de Bisschop van Versailles had aan zijne bisschoppelijke stad, bij die plechtige gelegenheid, de weldaad eener missie willen verschaffen. Wij zullen van de nauwgezetheid niet spreken, waarmede Agnes, des mor-g^ns en des avonds alle de oefeningen daarvan bijwoonde, zonder dat ooit, de guurheid van het jaargetijde, noch de zwakheid barer gezondheid, haar daarvan konden terughouden. Wij zullen evenmin gewagen van de diepe aandoening, welke zij gevoelde bij die indrukwekkende plechtigheden van openlijke schuldbelijdenis, van vernieuwing der doopbeloften en van toewijding aan de heilige Maagd, welke men onmogelijk kon bijwonen zonder beter te worden. Wij zullen zelfs geen melding maken van de diepe ingetogenheid, waarmede zij alle oefeningen volgde, die voor het Jubilé waren voorgeschreven .... Wij willen liever de aandacht onzer lezers op dien diepen ootmoed vestigen, die haar overtuigde, dat niemand meer behoefte had dan zij, om haren toevlucht te nemen tot de bronnen der barmhartigheid, en haar met het innigste berouw deed besluiten, tot eene generale biecht over haar geheel leven. De levendigheid van haar Geloof, die haar de onschatbare waarde van den aflaat, dien de kerk aan al hare kinderen verleent, en tevens de tnoeielijkheid om dien in zijne ge-heele volheid te verdienen, liet gevoelen, deed haar immer de vrees koesteren, dat hare gesteldheid niet volmaakt genoeg was.
De brandende liefde, waarmede zij bezield was, deed haar verlangen , dat de oogst zoo overvloedig mogelijk zoude zijn, weshalve zij de personen, waarmede zij in bijzondere betrekkingen stond, overhaalde om die dagen van heilig-
70
making niet to laten voorbijgaan, zonder zich met God te verzoenen, en de grondslagen van een geheel nieuw leven te leggen.
f De onvermoeide werkzaamheid van haren ijver deed haar aan al diegenen denken, welke zij in deze gewichtige omstandigheid met haren raad had willen bijstaan en zij poogde daarin doer hare brieven te voorzien. Ziehier ond^r andere, wat zij aan eene godvruchtige vrouw te Terraube schreef, terwijl zij haar bijzonder de jonge meisjes dier gemeente aanbeval: ))Het is van groot belang, die arme kleinen en zelfs haar, die hare eerste Communie nog niet hebben gedaan, wel te onderrichten voor het Jubilé; want ook zij kunnen het verdienen, en vooral op de vermorzeling des harten moet men aandringen... Ik smeek u, allen en vooral aan de grooten te zeggen, dat ik haar uit al mijne krachten dringend verzoek, zich dit heilige jaar van het Jubilé, het éénige misschien, \'t welk zij zullen beleven, wel ten nutte te maken om heiliger dan ooit te leven, alle gelegenheid tot verstrooiing, te vermijden, in stille afzondering te huis te leven; met een rouwmoedig hart aan de misstappen van haar vorig leven te denken , en zich voor te bereiden tot eene opreehte algemeene biecht; want alleen op die wijze, kan men zeker zijn, de buitengewone genade van het Jubilé te zullen deelachtig worden.quot;
Toen zij te Angouléme was teruggekeerd, alwaar het Jubilé eerst tegen het einde van het jaar zou geopend worden, liet zij geene gelegenheid voorbijgaan om alle personen, op welke haar stand haar eenigen invloed gaf, op te wekken, om zich reeds vooraf voor te bereiden tot het ontvangen van de genadegiften, die hun zoo menigvuldig zouden geschonken worden. De arme vrouwen.
T
8(1
die zij ondersteunde, waren vooral het voorwerp van hare teederste zorg, en zij verlangde, dat zij allen in de ver-eischte gesteldheid zouden zijn, om deel te hebben aan de geestelijke schatten der Kerk. Hare aalmoezen gingen immer vergezeld van dringende vermaningen. Zeer dikwerf vond zij eene groote onwetendheid in zake van den Godsdienst in het algemeen, en nog meer bijzonder aangaande het Leerpunt, welks kennis op dat oogenblik zoo noodzakelijk was. Zij onderwees zulke personen met bewonde-renswaardigen ijver en onuitputtelijk geduld. Zij vermaande die vrouwen de onderrichtingen bij te wonen, welke eiken Zondag gegeven werden door de Eerw. zuster, die met de kostelooze school in de voorstad belast was. Zij deed zorgvuldig onderzoek, of zij die onderrichtingen getrouw bijwoonden en stelde alles in het werk, wat haar gloeiende ijver haar ingaf, om haar verstand te verlichten en haar hart te winnen.
Inmiddels voorzag Agnes, dat de zittingen der Kamer, haar voor het openen van het Jubilé te Angoulème, naar Versailles zouden doen terugkeeren; doch in plaats dat haar dit denkbeeld in haren ijver zou hebben doen verflauwen , verdubbelde zij hare pogingen om voor haar vertrek nog zoo veel goeds mogelijk te bewerken. Zij verliet inderdaad in de maand December Angoulème, nadat zij alvorens nieuwe en dringende vermaningen gericht had tot sommige personen, die zij reeds lang te voren had voorbereid, en anderen aan den ijver en de liefdadigheid had aanbevolen van eenige godvruchtige zielen, die zij opgedragen had haar werk voort te zetten.
Het was voor haar eene smartelijke opoffering, dat zij zelve haar werk niet kon voltooien, en hierbij voegde zich een tweede, voor haar gevoelig hart niet minder
81
grievende smart, namelijk, zelve verstoken te zijn van het bijwonen der oefeningen der Missie, die in het begin van 1827 te Angoulèmo zou plaats hebben. Overigens verried niets uitwendig de teleurstelling, welke haar hart ondervond. Altoos berustende in de raadsbesluiten der Voorzienigheid, offerde zij zich met gelatenheid aan God op, terwijl zij dacht, dat ons doorzicht te beperkt is om met eenige zekerheid te kunnen bevroeden, wat ons het voor-deeligste is, terwijl toch datgene, wat ons kwaad toeschijnt, de bron van veel heil voor onze ziel kan wezen.
J En dit gebeurde inderdaad. Hoe zuiver ook de beweegredenen waren, die haar hadden doen besluiten in de wereld te blijven, en hoewel zij geene andere bedoeling koesterde dan zich te onderwerpen aan den wil van God, zooals die haar door haren biechtvader was kenbaar gemaakt, schijnt het nochtans, dat zij nog dikwerf vreesde zich te hebben vergist in eene zaak van zulk groot gewicht. Wij lezen in hare aanteekeningen; ))Mijne roeping was sedert eenige jaren voor mij altoos hot onderwerp eener geheime smart, wijl de zaak mij nooit duidelijk genoeg had toegeschenen.quot; Wij zien verder nog, dat sedert eenige maanden die onrust nog veel smartelijker was geworden, en de berichten, die wij omtrent dit punt hebben ingewonnen, hebben ons de oorzaak doen kennen. Kortzichtige raadslieden hadden den vrede van die schoone ziel gestoord, door haar te verzekeren, dat zij zich wezenlijk vergist had, en dat Hij, dien zij tot Bruidegom verkozen had, haar werkelijk in de Orde riep, die bijzonder bestemd is om zijn Goddelijk hart te vereeren. De vijand der zaligheid, die niets anders beoogde, dan haar van den weg te brengen, dien de Hemel haar had gebaand, had voorzeker niets verzuimd om door geheime inblazingen
o
eenon diepon indruk op haar hart te maken, en zij had besloten ze te volgen, hoewel de nieuwe opoffering , die zij veronderstelde, dat God van haar verlangde, haar oneindig zwaarder viel, gelijk zij aan hare teederhartige moeder bekende, die geenszins op dien nieuwen slag bedacht was.
Dit was eene laatste beproeving, die God ongetwijfeld had toegelaten om zich van beider edelmoedige onderwerping te verzekeren. Tijdens haar verblijf te Parijs, gewaar-digde Hij zich om aan Agnes, gelijk eertijds aan Abraham, kenbaar te maken, dat Hij over hare gehoorzaamheid te vrcden was en niets meer verlangde. Hij gaf haar in zich in de twijfeling, die haar verontrustte, aan een Geestelijke te onderwerpen, wiens verheven godsvrucht, langdurige ondervinding en uitmuntende geleerdheid, bij uitstek geschikt waren om haar alle vertrouwen in te boezemen. Na een lang en ernstig onderzoek, verklaarde deze haar, dat haar eerste biechtvader goed geoordeeld had, dat zij volstrekt niet tot den religieusen staat geroepen was, en dat zij te midden der wereld door hare deugden moest stichten.
Eenige twijfelingen verontrustten haar wel is waar nog na deze beslissing, doch God kon niet toelaten, dat eene ziel die geen ander verlangen koesterde, dan Zijnen wil te volbrengen, zou dwalen; en weldra liet Hij haar werkelijk voor altoos den vrede en de kalmte wedervinden.
De brandende ijver voor de zaligheid der zielen, die haar verteerde, was voor haar eene andere bron van ongerustheid. Het scheen haar toe, dat zij nooit genoeg had gedaan, en in de handschriften, die zij heeft nagelaten, schrijft zij aan die onrust, waaronder volgens haar, veel eigenliefde schuilde, den gunstigen uitslag toe, dien onderscheidene werken van dien aard hadden. Haar verstandige
83
biechtvader stelde haar ook hieromtrent gerust, en vermaande haar, alles te matigen, wat in dien zoo loffelijken ijver zou kunnen voortvloeien uit de natuurlijke levendigheid van haren aard, en zich te bepalen tot de goede werken, die de Voorzienigheid zelve haar scheen aan te wijzen.
Men zag haar van toen af kalmer en rustiger; zij ijverde wel is waar nog onvermoeid om haren God te doen kennen en beminnen, doch zij wist alles te vermijden, wat een zweem van overdrijving had, of haren geest zou kunnen aftrekken van het ongestoord arbeiden aan hare eigene zaligheid. De zielen, die reeds vorderingen hebben gemaakt op den weg der godsvrucht, zullen lichtelijk begrijpen, hoe pijnlijk het haar viel, aldus haren ijver te moeten matigen, cn dat bewijs van gehoorzaamheid, dat zij alleen naar waarde kunnen schatten, zal hun doen gevoelen, hoezeer Agnes geen\' anderen wil had, dan den wil van God.
Wanneer wij haar opnieuw naar Angoulème volgen, waar zij in de maand Juli terugkeerde, zien wij haar immer in hetzelfde voetspoor wandelen, zich mot de zeldzaamste inschikkelijkheid tot alles leenen, wat slechts de deugd beminnelijk kan maken; altoos vol goedheid, lieftalligheid en zachtmoedigheid, en haar naam altoos doen zegenen voor de weldaden, die zij in de handen der armen uitstortte. Gedurende dit laatste verblijf, het langste, dat zij in die stad nog immer had gehouden, daar zij er tot in de maand October van het jaar 1830 bleef, gelukte het haar nog meer goeds dan te voren te stichten, wijl zij nu beter met ieders behoeften bekend was.
Haar diepe ootmoed intusschen verborg voor hare eigen oogen de deugden, die aller harten aan haar boeiden
84
en haar aller goedkeuring verwierven. Zonder het te weten heeft zij ons in hare onschatbare handschriften een ondubbelzinnig getuigenis daarover nagelaten, waarvan wij de bekendmaking niet kunnen achterwege laten; doch wij moeten alvorens iets zeggen van de overigens zeer noodlottige gebeurtenis, waaraan wij ze te danken hebben.
Op den 23stcn September 1828 vertrok de Burggraaf De St. Hubert, die een verlof van twee maanden had gekregen, met zijn gezin per postwagen naar Terraube. Op het oogenblik dat zij de tweede wisselplaats op den weg naar Bordeaux verlieten, sloegen de paarden den weg naar eene drenkplaats in, die aan de overzijde van den weg gelegen was, en de postillon, die de paarden niet kon tegenhouden, was nauwelijks op zijn paard gestegen, toen het rijtuig, waarvan een rad in een der diepe sporen was geraakt, reeds omver stortte. De schok was ontzettend, en, ofschoon niemand zwaar gekwetst was, gevoelde iedereen toch min of meer eenig letsel van dien val, die bij helderen dag op den schoonen en breeden weg zonder voorbeeld was. Men herstelde zoo goed het ging het rijtuig, dat tamelijk beschadigd was, en er bleef niets over dan naar Angoulome terug te keeren.
Aanvankelijk stelde men zich voor, de reis na verloop van eenige dagen te hervatten, doch Agnes, die van den verschrikkelijken val geheel ontsteld was, kreeg eene bloedspuwing en was genoodzaakt er geheel van af te zien. Naar aanleiding hiervan schreef zij de volgende regelen, waarin men de uitdrukkingen, die haar ootmoed haar ingaf, wel zal opmerken:
))Dc eerste beproeving was de verhindering van de reis, die pas sedert twee uren begonnen was, en waarvan ik mij zoo vele dingen voorstelde, die schijnbaar tot glorie
85
van mijnen Jesus konden verstrekken, doch waaraan mijne natuurlijke vurigheid cn eigenliefde voorzeker hot grootste aandeel zouden gehad hebben, zoodat ik mij niet kon weerhouden aan Saulus te denken, die op den weg naar Damaskus ter aarde geworpen werd. Onmiddelijk overmeesterde die gedachte en zelfs de begeerte tot mijne volkomen bekeering mijn hart, en bezielden al mijne gebeden op de terugreize naar Angoulême. Ik kreeg een bloedspuwing, en mijne gezondheid was in hooge mate geknakt. Gedurende den geheelen nacht, terwijl ik mij alleen bevond, vrij ziek was en groote smarten leed, kwam bij mij het denkbeeld op, dat de goede God, die den vorigen-dag eene jonge Religieuse tot zich had geroepen, die de ondragelijkste pijnen met het volmaaktste geduld had geleden, verlangde, dat ik haar in dien lijdenstoestand zou vervangen, en van ganscher harte bood ik mij daartoe aan God aan.. . . Daar mijn vader en mijn broeder twee dagen later vertrokken, zoo bleef ik met Mama twee maanden in de grootste eenzaamheid achter, en gedurende dezen tijd begon ik zeer ernstig in mij zelve te keeren.quot;
Agnes, die reeds sedert vele jaren zeer zwak was, leed lang aan de gevolgen van dien val, en men kan zeggen, dat zij van toen af, in eenen wezenlijken lijdenden toestand, of liever, in eene nagenoeg aanhoudende ziekelijkheid verkeerde. Die toestand echter strekte slechts, om den glans van hare deugden nog helderder te doen schitteren, wijl zij nog meer die gelijkmoedigheid deed bewonderen, die men zoo moeiclijk kan behouden, als pijnen en smarten ons geen enkel oogenblik verlaten. Haar onvergelijkelijke zorgvuldigheid om nooit over hare smarten te spreken, en ze zooveel mogelijk te verbergen, terwijl het verlangen om beklaagd te worden schier aan-
86
geboren schijnt; maar vooral do liefde, die ze haar geheel scheen te doen vergeten, om zich slechts bezig te houden met die van den naaste, getuigen luide van haar innige godsvrucht en gelatenheid.
Zij gat hiervan menigvuldige bewijzen gedurende den zoo strengen winter van 1829 op 1830. Men zou gezegd hebben, dat zij zelve ongevoelig was voor do buitengewone koude, terwijl zij alleen scheen te denken aan de rampen, welke die winter aan de .armen veroorzaakte, en wij kunnen de smart niet verzwijgen, die zij leed, doordat zij ondanks hare pogingen niet allo ellende kon lenigen; dit was voor haar een veel grooter ramp, dan de strenge koude zelve.
Gedurende dezen winter werd te Angoulème het Jubilé gevierd, \'t welk Pius VIII ter gelegenheid van zijne Verheffing verleend had. Agnes bereidde zich met evenveel ijver daartoe voor, als zij bij het Jubilé van 1826 had aan den dag gelegd. Evenals toen, verzuimde zij niets om tal van lieden aan te sporen, zich in staat te stellen, tot het waardig ontvangen der buitengewone weldaden, die hun voor de tweede maal werden aangeboden; doch, de wijze vermaningen indachtig, die zij van haren biechtvader ontvangen had, deed zij die aansporingen met meer fgt; zachtmoedigheid, en als de uitslag niet ten volle aan hare verwachting beantwoordde, dan bedroefde zij er zich wel over, doch met kalmte, en zonder haar geduld en gelatenheid te verliezen. AI wat don bloei van het Katholiek Geloof scheen te begunstigen trof haar levendig, en zij kon zich niet weerhouden, het lot dier ongelukkigen te bejammeren, die van die Goddelijke gave verstoken zijn. Het zal daarom bij niemand opzien baren, als wij zeggen, dat zij levendig belang stelde in den gelukkigen uitslag
87
van don roemrijken tocht togen Algiers. Sedert het vertrek der Fransche troepen hield zij niet op den God der Heir-scharen te smeeken, hun de zege te schenken, en de tijding van den val van dat geduchte bolwerk der vijanden van den Christelijken godsdienst, veroorzaakte haar groote vreugde, wijl zij daarin het begin van nieuwe zegepralen voor den Godsdienst meende te ontwaren.
De feesten, welke bij die gelegenheid in het Koninklijk College van Marine werden gegeven, waren nauwelijks af-geloopen, toen men er de beruchte ordonnantiën van 25 Juli, en spoedig daarna de noodlottige gebeurtenissen vernam, die daarvan het gevolg waren.
Wij zijn geenszins voornemens, hier op het gebied der staatkunde te treden, doch wij zouden meenen onzen lezers en haar, wier levensbeschrijving wij ondernomen hebben, onrecht te doen, als wij wilden ontveinzen, dat zij de edele leus: »God en den Koningquot;, welke men in groote gulden letters in den gevel der kapel van het Koninklijk College van Marine las, diep in haar hart gegrift droeg, en dat zij de Juli-revolutie met het diepste gevoel van smart vernam. Zij onderwierp zich intusschen zonder morren aan de ondoorgrondelijke raadsbesluiten der Voorzienigheid, en onbekend met het lot \'t welk Frankrijk wachtte, verdubbelde zij hare gebeden om God te smeeken, dat Hij barmhartigheid mocht laten wedervaren aan een volk, dat zijne weldaden zoo vaak met de snoodste ondankbaarheid had beantwoord.
Men zou met een even levendig geloof moeten bezield zijn, om op eene behoorlijke wijze alles te kunnen uitdrukken, wat zij gevoelde bij het hooren van ontheiligde kerken, gehoonde priesters, omvergeworpen kruisen en eene menigte andere versmadingen van den Godsdienst, die
88
dat tijdstip kenmerkten. Ach! wie zou kunnen zeggen, hoe groot de bitterheid van hare droefheid was, en met welk eene vurigheid zij, aan den voet der altaren neergeknield , vergeving van God poogde af te smeeken voor zoo vele beleedigingen! Van toen af begreep zij , dat het streven om zooveel mogelijk God eerherstel te geven voor den smaad, Hem aangedaan, een der verhevenste bezigheden is, waartoe de mensch op aarde kan geroepen worden , en men kan zeggen, dat dit haar voornaamste streven werd, gedurende het overige van haar leven.
Als eene ziel niet dan voor God leeft; als zij alle gebeurtenissen met het oog des geloofs beschouwt, en als, volgens de uitdrukking van den Apostel, haar gewone omgang in den Hemel is, dan houden haar de louter aardsche belangen niet meer bezig. Ook zouden wij vreezen de nagedachtenis van onze godvruchtige Agnes te beleedigen, als wij draalden de opmerking te maken, dat zij, in zulke verheven gedachten verslonden, zich niet bet geringste zelfbehagen veroorloofde en geen oogenblik eene eer en eene vertooning bejammerde, die zij altoos had versmaad; zij smaakte er integendeel eene wezenlijke voldoening in, ten gevolge van het ontslag van den Burggraaf De St. Hubert, weder tot het ambtelooze leven terug te keeren, en vond er eene soort van bekoorlijkheid in, met hare ouders een burgerhuis te bewonen, dat zij voorloopig in de voorstad van 1\' Houmeau gehuurd hadden. Toen dezen kort daarna naar Parijs vertrokken, waar zij eenigen tijd verblijven moesten, bleef zij alleen met haren broeder te Angoulème. Zij verdeelde haren tijd tusschen het gebed, de goede werken en den handarbeid, en, vol vertrouwen op de Voorzienigheid, verduurde zij die onzekerheid omtrent de toekomst, die gewonen menschen alle veerkracht ontneemt.
89
In zulko wederwaardigheden blinkt de deugd in al haren luister. Het is inderdaad schoon, haar altoos standvastig te zien in hare denkbeelden, zonder zich te laten ontmoedigen door de tegenspoeden, die zij zich in de dagen van voorspoed niet eens had kunnen verbeelden.
Die oogenblikken van rust waren evenwel niet van langen duur: bijzondere beweegredenen deden den Burggraaf De St. Hubert besluiten gebruik te maken van zijne vrijheid om eene reis naar Italië te ondernemen. Hij keerde naar Angoulème terug om zijne kinderen af te halen, en men vertrok den 26 October gezamenlijk. Niet zonder diepe aandoening verliet Agnes de stad, wier bewoners haar en haren ouders voortdurend eene belangstelling hadden getoond, die haar met levendige deelneming vervulde. Zij lieten eenige personen achter, wier deugden barer waardig waren, en wier voorbeelden haar gesticht hadden. Zij betreurde bovenal het klooster der Zusters van Chavagnes, waar zij zeer aangename oogenblikken had doorgebracht. Het is noodeloos hier te zeggen, hoe smartelijk het haar viel, de armen te verlaten , die immer de eerste plaats in haar hart hadden ingenomen; het denkbeeld der ellende, waaraan zij prijs gegeven zouden worden , bedroefde haar diep, en gedurende de laatste dagen hield zij zich met niets bezig dan met hunne behoeften, door hen te troosten en hun eenige hulpmiddelen voor de toekomst te verschaffen.
Hoewel Agnes bij het verlaten van Angoulème bittere droefheid gevoelde, liet zij ook levendige en oprechte droefheid achter onder eene uitgebreide klasse, gelijk de Eerw. Overste der Zusters van Chanvagnes ons zal doen vernemen. »Toen de Revolutie van 1830zegt zij, «ons Mejuffrouw Agnes met hare achtingswaardige familie ont-
•JO
roofde, was de droefheid zeer groot voor allen, die haar kenden, doch inzonderheid voor do armen, die hunne moeder en hunne beschermster verloren; de droefheid van onze Vereeniging, die zij dikwerf bezocht, was ook bitter en smartelijk.... De Religieusen beweenden haar, die te midden der wereld, haar zulk een treffend voorbeeld van deugden voor haren staat gaf; en zij belastten zich met het vertroosten barer kinderen, te weten, de armen. Doch in de verre gewesten, die zij met hare waardige ouders zal gaan bewonen, zal hare liefde nog over de dierbare voorwerpen van hare genegenheid weten te waken, en van een vreemden bodem zal zij hun geregeld eenigen onderstand overzenden, dien zuster *** hun in baren naam zal uitdeelen.quot;
Het oogenblik van het vertrek was hartverscheurend, en de tranen dier ongelukkigen, die hunne weldoenster beweenden, waren eene welsprekender loftuiging, dan al wat wij hier zouden kunnen bijvoegen.
Na een kortstondig verblijf te Parijs begaf zich bet ge-heele gezin op weg; men vertoefde drie dagen te Lyon, welke stad aan Agnes bijzonder dierbaar was: men herinnero zich, dat zij binnen hare muren bet eerste levenslicht aanschouwde. Zij had ditmaal bet geluk in de vermaarde kerk van Onze Lieve Vrouw van Fourvières te communiceeren, en zij verzekert ergens in de aanteekenin-gen, die wij reeds verscheidene malen hebben aangehaald, dat zij er de gewichtigste genaden ontving. Eindelijk bereikte men in den avond van den 7dcquot; December Turyn, de hoofdstad van het\'koninkrijk Sardinië, waar de Burg-graai\' De St. Hubert voornemens was eenigen tijd te vertoeven.
Op deze langdurige reis, die voor hare zwakke gezondheid bijzonder vermoeiend was, bemoedigde eenc ge-
91
dachte do godvruchtige Agnes: zij voorspelde zich het aangenaamste genot, die gelukkige streken te bezoeken, waar de Katholieke Godsdienst in haar vollen luister schittert.
Reeds \'s daags na hare aankomst te Turyn, achtte zij zich gelukkig, voor de eerste maal de plechtigheid der Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd te kunnen vieren, welke het Concordaat van Frankrijk opgeheven had. Onder al de feesten van Maria was er geen, waarvoor zij meer devotie koesterde. Hoe groot was daarom ook hare vreugde, toen zij do fraaie kerk van den II. Philippus Nerius binnentredende, onder het heilige gewelf eene opeengedrongen menigte van geloovigcn en al de toebereidselen tot die indrukwekkende plechtigheid zag, die zij nooit dan door een klein getal godvruchtige zielen had zien bijwonen! Deze voldoening, zeggen wij in \'t voorbijgaan, vernieuwde zich voor haar telkenmale, als men het eene of andere in Frankrijk afgeschafte of tot den volgenden Zondag verschoven feest vierde.
Zij zag ook met ware vreugde, voor de eerste maal baars levens, al die Geestelijke Orden, die in Frankrijk aan het nieuwe geslacht onbekend zijn. Het is noodeloos te zeggen, dat zij altoos met verachting op de lasteringen had nedergezien, waarvan zij het voorwerp waren, en dat de geringe misbruiken, die onafscheidelijk zijn van alle menschelijke instellingen, nooit haren diepen eerbied voor die achtingswaardige genootschappen hadden kunnen verminderen. De Kerk keurt ze goed, en dit moest voor eiken getrouwen Katholiek voldoende wezen, om ze eerbied toe te dragen voor hunne edelmoedige zelfopoffering, en wegens den haat dien hun de vijanden van onzen H. Godsdienst toedragen.
Te Turyn aangekomen, vernam Agnes het groote ver-
92
lies, dat de Kerk geleden had in den persoon van haar Doorluchtig Opperhoofd, den Souvereinen Opperherder Pius VUL Ontsteld over de gewichtige gevolgen, welke die droevige gebeurtenis in zulke hachelijke tijdsomstandigheden had kunnen hebben, doch vol vertrouwen op de belofte van Jesus Christus, dat Hij onophoudelijk over zijne Kerk zal waken, smeekte zij den Goddelijken Verlosser, de Kerk een waardig Opperhoofd te schenken, die door zijne wijsheid en heiligheid haar in die zoo netelige tijdon mocht besturen. En zij hield met hare vurige gebeden niet op, dan toen zij vernam, dat al hare wen-schen verhoord waren door de verkiezing van den Kardinaal Cappellari, die onder den naam van Gregorius XVI, den Stoel van Petrus zoo waardig bekleedde. Helaas! waarom moet de onverschilligheid van het meerendeel der Katholieken in deze voor den Godsdienst zoo gewichtige omstandigheden ons noodzaken, hier een gedrag te huldigen, \'t welk dat van alle Katholieken behoorde te wezen.
Bij hunne aankomst in eene stad, is natuurlijk het eerste werk der reizigers, te onderzoeken, welke merkwaardigheden die stad mag bezitten. Doch Agnes, hoezeer zij ook de pracht van Turyn bewonderde, wilde vóór alles de bronnen van heil kennen, welke die stad der Godsvrucht aanbiedt. Onder de talrijke kerken, die men er ziet, had zij er weldra drie gevonden, die op de vereering der geloovigen geheel bijzondere rechten hebben: Vooreerst de kerk van Corpus Domini, die gebouwd is ter gedachtenis van een beroemd wonderwerk, \'t welk zeer geschikt is om het geloof aan de wezenlijke tegenwoordigheid in de heilige Eucharistie te bevestigen. Dat bewuste Mirakel had plaats in 1453 en heeft na onbetwistbaar geconstateerd te zijn, aan de stad Turyn den
93
bijnaam van: DStad van hot Heilig Sacramentquot;, doen geven. — Ten tweede De Kapel van den heiligen zweetdoek, die nog merkwaardiger is, zoowel door do reliquie, welke men er met godsdienstigen eerbied bewaard, als door haren edelen en majestueusen bouwtrant. En eindelijk die van Onze Lieve Vrouwe van Vertroosting, gemeenlijk La Gon-solata genoemd, \'t welk een wijdberoemd heiligdom is, en werwaarts van alle zijden ontelbare scharen van geloo-vigen samenvloeien. Vooral in laatstgenoemde kerk smaakte Agnes het hoogste genot; hierover kunnen wij oordeelen uit de volgende regelen, die zij eigenhandig heeft geschreven: »Eene der uitstekendste genaden, die ik* aan de Heilige Maagd verschuldigd ben, is de devotie, die ik reeds sedert vele jaren, ondanks zoo vele trouweloosheden, jegens haar koester. Ik erken, dat ik menigvuldige genadegiften aan den voet harer altaren op hare feesten en bij de bedevaarten, die ik te harer eere heb gedaan, heb\'ontvangen. ... Doch het is vooral te Turyn, in de kerk van Onze Lieve Vrouwe van Vertroosting, dat zij zich gewaar-digd heeft, hare goedheid jegens mij ten top te doen stijgen.... Het schijnt mij toe, dat ik van dien tijd af, de gevoelens eener dochter jegens haar heb beginnen te koesteren , dat de genadegaven zich op eene buitengewone wijze voor mij schenen te vermenigvuldigen, en dat het genadelicht ter besturing van mijne ziel veel helderder voor mij is beginnen te schijnen.quot;
Hoe groot moet niet hare vreugde geweest zijn, toen zij vernam, dat bijna alle avonden in onderscheidene kerken der hoofdstad de zegen met het Heilig Sacrament gegeven werd! Er zouden zeer gewichtige verhinderingen voor haar hebben moeten in den weg komen, om haar te beletten, zich derwaarts te begeven.
Dit geluk, \'t welk zij met alle levendigheid van haar geloof smaakte, vermeerderde nog, toen zij op den Zondag van Septuagesima gekomen zijnde, vernam, dat van dien dag af tot Paschen het veertig-urengebed bij afwisseling in do verschillende kerken van Turyn plaats had. Zoo menigmaal, als het haar slechts mogelijk was, ging zij het Heilig Sacrament in de kerk aanbidden, waar het was uitgesteld, en de tijd, dien zij voor hetzelve doorbracht, was de gelukkigste van haar leven. De rijkdom, waarmede de kerken bij die gelegenheid versierd zijn, het schitterende licht, dat de Heilige Hoslie omgeeft, het indrukwekkende halfdonker, dat in het overige van den tempel heerscht, het stichtende schouwspel dier drommen van geloovigen van allo standen, die men er op verschillende uren van den dag in de stilte der godsdienstigste ingetogenheid geknield ziet, dit alles sprak tot haar hart, en deed haar de zoetste aandoening smaken. Misschien zal men ons beschuldigen van overdrijving; men gelooft nauwelijks, dat onze geheel stoffelijke eeuw, zulke reine genietingen heeft; doch wij zullen de woorden van den H. A-ugustinus tot de onze maken en uitroepen: geef ons harten, die branden van liefde, en zij zullen de waarheid onzer bewering volledig beseffen. Da amantera et sentiet quod dico.
De overvloedige genadegiften, die zij aldus aan hare ware bron ging putten, stelde haar schadeloos voor de droevige ontbering, die de onbekendheid met de taal des lands haar deed gevoelen, waar zij den troost moest derven van het brood des Woords, dat in de kerken van Turyn, gedurende den heiligen tijd van den vaste, zoo rijkelijk aan de geloovigen wordt uitgedeeld. Zij begon zich van toen af naarstig toe te leggen op de Italiaansche
taal, cn door hare buitengewone bevattelijkheid en grondige bekendheid met het Latijn, was zij woldra in staat, het Italiaansch te lezen en te verstaan. De godvruchtige werken, welke in die taal, die bij uitnemendheid de taal van het hart is, geschreven zijn, waren voor haar eene reeks van teedere bekoorlijkheden, zoowel wegens de liefelijke en hartelijke zalving, die op elke bladzijde doorstraalt, en die men onmogelijk in het Hollandsch kan nabootsen, als om de geheel bijzondere godvruchtige oefeningen, die zij bevatten, en die ons, over het algemeen onbekend zijn.
Eene vooral trof haar levendig; zij bestaat hierin, dat men als het ware Maria gezelschap houdt gedurendequot;de uren van droefheid, die verloopen zijn, tusschen den dood van haren Goddelijken Zoon cn zijne glorievolle Opstanding. Die godvruchtige oefening is haren oorsprong verschuldigd aan een Siciliaansch klooster, welks religieusen opstonden, om in het gebed voor een beeld der Bedrukte Maria te vertoeven, van Goeden-Vrijdagavond tot aan het morgenrood van den Paaschdag. Bij het goedkeuren van deze devotie, die bekend is onder den naam van ))den dag der bedrukte Mariaquot;, bepaalde Pius quot;VII, dat de oefeningen op Goeden-Vrijdag des namiddags te 3 ure zouden aanvangen, en des anderen daags te tien ure des morgens zouden eindigen, om zich te regelen naar de bedoelingen der Kerk, die van dat oogenblik af, de goloovigen uit-noodigt, deel te nemen in de vreugde der Opstanding; terwijl hij een vollen aflaat verleende aan al degenen, die in dien tusschentijd ten minste een half uur zouden besteden tot het vereeron der smarten van de Koningin der Martelaren. (Rescript van 18 Juni 1822, zie Raccolta p. 312). Te Turyn is op dien dag bijzonder eene kerk voor die indrukwekkende, godvruchtige oefening bc-
96
stomd. De Heilige Maagd is er levensgroot voorgesteld, het hart met een zwaard doorboord, de handen uitgestrekt, en den blik gevestigd op het, ontzielde lichaam van haren Goddelijken Zoon, die aan hare voeten in het graf rust. De kerk is in rouw gehuld, en de stilte der godvruchtige geloovigen, die elkander onophoudelijk afwisselen, heeft iets zeer indrukwekkends. Agnes ontving er een zooda-nigen indruk, dat zij, gelijk wij in hare handschriften zien, besloot om zich in den geest, jaarlijks op dien dag in de kerk te verplaatsen, teneinde er de diepe droefheid van Maria te vereeren.
Na al wat wij gezegd hebben, is het gemakkelijk te begrijpen, dat Agnes veel genoegen moest smaken in eene stad, waar hare godsvrucht zulke rijke hulpbronnen vond. Ongelukkig was het klimaat, \'t welk des winters koud en vochtig en des zomers buitengewoon heet is, niet zeer gunstig voor hare gezondheid. Hare ouders oordeelden het voorzichtig, om onmiddelijk na Paschen te vertrekken, en zij verkozen de kleine aan den voet der Alpen gelegen en slechts zeven of acht mijlen van Turyn verwijderde stad Pignerol, tot hunne woonplaats. De stad, welke door hooge bergen beschut wordt, geniet in alle jaargetijden een veel gematigder klimaat; daarom geeft men haar den bijnaam van klein Nizza. Dit vertrek veroorzaakte Agnes eenige smart, doch zij was zoo gewoon aan zelfverloochening, dat niemand die smart kon bespeuren, en ook wij zouden geen kennis van die opoffering dragen, als zij ze niet in vertrouwen aan haren broeder had medegedeeld.
Zij vond intusschen te Pignerol meer voedsel voor hare godsvrucht, dan zij had gedacht. Inde nabijheid der hoofdkerk wonende, ging zij er reeds vroeg de Heilige Offerande
97
bijwonen; voorts nam zij deel aan de menigvuldige benedictiën, die in onderscheidene kerken gegeven werden en aan de feesten, die men er zelfs op de werkdagen vierde. Daar zij gewoon was aan de betreurenswaardige verlatenheid van onze kerken gedurende de week, was het haar eene groote stichting, toen zij zag, dat een groot gedeelte der bevolking het zich ten plicht rekende, dagelijks de heilige Mis te hooren, dikwerf lot de Heilige Sacramenten te naderen, en voor de plechtigheden van den Godsdienst een waarlijk troostvollen ijver te loonen in deze eeuw van onverschilligheid en kleingeloovigheid.
Insgelijks had zij weinig tijd noodig, om de merkwaardige voorbeelden op te merken, welke haar het huis opleverde, dat zij bewoonde. De eensgezindheid en de oprechte liefde, die onder de zeer talrijke bewoners heerschte, de zorgvuldigheid, waarmede bijna allen aan bet bewerken van hunne zaligheid arbeidden, de geest van eendracht en liefde, die allen bezielde, dit alles had haar weldra aan eene verblijfplaats gehecht, waar zij de menigvuldig-ste gelegenheden vond om goed te doen.
Er zijn inderdaad te Pignerol betrekkelijk meer behoef-tigen dan ergens elders, wegens de. arme bewoners dei-naburige bergen, die van alle zijden herwaarts slroomen; en wij behoeven er voorzeker niet bij te voegen, dat Agnes niet lang draalde, om een middel te zoeken ter ondersteuning van een aantal dier ongelukkigen; ook zouden wij vreezen onze lezers te vervelen, als wij hier eene menigte bijzonderheden mededeelden, die hun inderdaad niets nieuws zouden melden; wij zullen ons daarom bepalen tot het woordelijk overschrijven van de volgende zinsnede uit twee brieven, die wij thans onder de oogen hebben, en die geschreven zijn, nadat het Gode behaagd heeft de reine ziel
7
98
tot zich te roepen, die op aarde oen zoo treilend afbeeldsel van zijne goedheid was.
De eerste dezer brieven is van iemand, die Ie Pignerol eene uitstekende achting geniet, en die meer dan iemand anders in staat was, om van nabij ai het goedo te kunnen waardeeren, \'t welk onze engel van liefdadigheid als-toen deed.
)gt;Wanneer, om de liefdadigheid van Mejuffrouw De St. Hubert te bewijzen, het aanvoeren van een getuigschrift der armen van de stad noodig ware dan zouden allen zeggen, \'t geen zij onophoudelijk herhalen, dat zij hen gedurende haar verblijf te Pignerol aanhoudend heelt ondersteund door ruime aalmoezen van allerlei aard, en dat zij hen daarenboven met hemelsche woorden troostte. De ootmoed, die zij in zóó hooge mate beoefende, deed er haar een genoegen in vinden, de ongelukkigen in hunne armoedige hutten op te zoeken, en zells op straat en openbare plaatsen hunne jammerklachten geduldig aan te hoeren, en men bespeurde gemakkelijk, dat de armen hare dierbaarste vrienden waren. Dit kan ik betuigen , daar ik het dikwerf tot mijne groote verwondering met eigen oogen heb gezien.quot;
De tweede briefis van oen Franschman, die de familie De St. Hubert op hare reis vergezeld had, en nog eenigen tijd langer dan zij te Pignerol vertoefde.
»lfoe veel aalmoezen,quot; zegt hij, «heeft Mejullromv De St. Hubert, te Pignerol, niet uitgedeeld! Illt; ben dikwerl
op haren last in akelige verblijven geweest, om onderstand
aan armen te brengen; doch, wat mij na haar vertiek het meeste trof, was, dat de armen hunne oogen ten heme! sloegen, en zij in hunne droefheid uitriepen: Ü zijn diep ongelukkig I onze goede moeder is vertrokken ....
99
j)lk beken volgaarne, dat ik toen mijne tranen niet heb kunnen weêrhouden.quot;
Hoe bewonderenswaardig die liefdewerken uitwendig ook waren, zij schenen aan de engelachtige Agnes als weinig-belangrijk toe. Zij besloot van de stille eenzaamheid, waarin zij leefde en van de vrijheid, die daarvan voor haar het gelukkig gevolg was, gebruik te maken, om op eene geheel bijzondere wijze hare eigene heiligmaking te bewerken, welke haar ootmoed haar immer als zeer onvolmaakt voorstelde. Het scheen haar toe, dat zij er het meest behoefte aan had om in haar zelve te keeren, haar hart van de minste smetten te zuiveren, en zich bijzonder toe te leggen op het beoefenen van de verborgen deugden, die dikwerf alleen door God gezien worden, doch zonder welke het gebouw der volmaaktheid geen hechten grondslag kan hebben.
Wij zullen hierover niet uitweiden, daar wij er later eene bijzondere afdeeiing aan zullen wijden; doch wij zullen alleen zeggen, dat zij die aan haar ware bron, aan de Heilige Tafel ging putten, en het is onbetwistbaar aan het dikwerf communiceeren en aan de niet gewone gesteldheid, welke zij daarbij had, dat-de snelle vorderingen moeten worden toegeschreven, welke zij dagelijks op den weg der heiligheid maakte.
Hot was haar reeds gedurende achttien maanden vergund dagelijks lot de H. Tafel te naderen, toen de voorzichtige en kundige biechtvader, dien zij in iS\'JT daarover raadpleegde, haar aanried sleehls vier of vijf malen per week te eommuiiiceeren. Zij bad na dien tijd immer dat voorschrift gevolgd; en ondanks de onschatbare waarde, die zij aan het dagelijksch communiceeren hechtte, zon zij er zich bij voortduring naar geschikt hebben, zoo niet de
100
nieuwe gids, tot wien zij zich te Pignerol liad gewend, nmstrooks drie maanden na hare aankomst in die stad uit eigen beweging voegzaam geoordeeld had haar het groote geluk toe te staan, dat zij zoo vurig begeerde doch nimmer had durven vragen. Wij zullen de vreugde niet trachten te schetsen, welke haar deze bijzondere genade verschafte, en nog minder den brandenden ijver, waarmede zij tot haren God naderde. Onze lezers kennen Agues nu genoegzaam om zich daarvan gemakkelijk een denkbeeld te vormen. De dagelijksclie Communie was in hare oogen het grootste geluk, dat men in deze aardsche ballingschap kan genieten, en het was voor haar de troost van het overige baars levens.
Achttien maanden waven er op die wijze met het beoefenen der deugden en goede werken verloopen, toen Agnes op den \'i\'1\'quot; October ISrJ\'2 met hare ouders vertrok, om een gedeelte van den winter te Pisa te gaan doorbrengen, en eindelijk do genotvolle reis door Italic te ondernemen.
D E 11 IJ E AF DEEL ING.
Velen doen eenc reis door Italië, en ieder keert met een anderen indruk van die reis weder. Die opmerking is geschikt om verbazing- te wekken; doch als men zich de moeite geeft er wél over na te denken, dan gevoelt men daarvan gemakkelijk de oorzaak. Italië is zoo rijk aan herinneringen, aan gedenkstukken en aan kunstgewrochten van allerlei aard, dat het zeer moeielijk is alles, wat zulks verdient, met aandacht gade tc slaan. Natuurlijker wijze wijdt ieder zijn aandacht aan die voorwerpen, die het meest met zijnen smaak of zijne wetenschap stroo-ken. Sommigen zien in Italië alleen het klassieke land dei-kunsten, en zij kunnen zich niet verzadigen aan het bewonderen der schóone voortbrengselen van schilder- en beeldhouwkunst, welke het hun bij elke schrede vertoont. Anderen houden zich gestadig bezig met het nasporen der oudheden, die men er met een nauwgezette zorgvuldigheid bewaart. Dezen zoeken en beschouwen met innige bewondering de overblijfselen van de grootheid der oude Romeinen, die zich overal aan hun oog opdoen; genen denken aan niets dan aan het bezoeken der gedenkstukken, aan het bewonderen van hunne bouworde en aan het vergelijken van hunne schoonheden. Ongetwijfeld zijn deze on-
102
derscheidene neigingen niet zoo uitsluitend, oi\' de eene kan zich, tenminste eenigszins met de andere paren; docli het is maar al te waar, dat er zeer weinigen zijn, die als Christenen Italir bezoeken; die alles, wat dit land voor het geloot\' troostrijks oplevert, weten te waardeeren! Het gebeurt dan ook maar zelden, dal deze reis, die zoo ge-schikt is om het Gelool\' te doen herleven in de zielen, die vatbaar zijn voor zijnen heilzamen invloed, herinneringen achterlaat, die hen kunnen troosten en versterken op den weg der deugd ; het grootste gedeelte der reizigers keert terug, zonder dat iets in staat geweest is hen uit hunne koude onverschilligheid op te wekken, en velen mogen zich gelukkig noemen, wanneer die reis hunne vooroordeelen tegen den Godsdienst niet vermeerdert, door de oppervlakkige wijze, waarop zij alles gadeslaan, wat er betrekking op heeft! Ongelukkig! die in het middenpunt der Katholiciteit oogen hebben om alles te zien, alles te bewonderen, uitgezonderd het bewonderenswaardige voortbestaan der Heilige Kerk, tegen welke de aanslagen harer vijanden altoos onvermogend waren, en die, na achttien eeuwen strijdens, mot rustige gelatenheid de hel tegen zich ziet losbarsten, slechts om haar nieuwe zegepralen voortebereiden.
De buitengewone kunde van Agnes, hare grondige kennis van de geschiedenis, haar talent voor de schilderkunst, stelden haar ongetwijfeld meer dan vele anderen in staat, de geschiedkundige herinneringen van de gedenkstukken der oudheid en van de meesterstukken der kunst te waardeeren. Zij zag met hare ouders alles, wat Italië in verscheidene opzichten belangrijks oplevert. Voorzeker was zij er verre af, zich daarvoor ongevoelig te toonen, doch wij kunnen met genoegen zeggen, dat zij slechts aan het
i():5
bezoeken dier pluutsen eene wezenlijke waarde scheen te hechten, die haar herinneringen aanboden, welke in waarheid met haar Geloof strookten , en dit maakte de reis tot een overvloedige bron van onnilsprekelijke vertroostingen.
Do Burggraar De St. Hubert, in plaats van don gewonen weg over 1\'isa te netnen , besloot met zijn gezin langs eenen anderen weg over de bergen, naar laatstgemelde stad te vertrekken, ten einde do twee bedevaartplaatsen Mondovi en Savona te kunnen bezoeken, die in l\'iemont zoo beroemd zijn wegens do wonderen, die er hebben plaats geluid, en wegens den grooten toevloed van ge-loovigen, die van verre derwaarts stroomen.
De iiitmiintonde Agues verlangde reeds sedert lang de Koningin der Engelen op die eerbiedwaardige plaatsen te vereeren. Hare teedere devotie jegens de Heilige Maagd deed haar die plaatsen beminnen, waar zij bijzonder vereerd wordt, en waar zij diegenen bij uitstek met hare gunsten schijnt te willen overladen, die hare voorbede met vertrouwen inroepen. De oogenblikken, die zij er in het gebed doorbracht, schenen haar de gelukkigste van haar leven, en met een geheel kinderlijk vertrouwen smeekte zij in ootmoed des harten, niet om tijdelijke weldaden (want zij wilde nooit om de herstelling van hare gezondheid smee-ken, maar om do bekeering der zondaren en om nieuwe krachten te verzoeken, waaraan zij altoos meende behoefte te hebben om meer en meer vorderingen op het pad dei-vol maak theid te maken.
Moge het Gode behagen, dat allen, die bedevaarten ondernemen, zich in zulke gesteldheid daarheen begeven! Zij zouden er weldra overvloedige vruchten ter zaligheid plukken, en aan eene godsdienstige oefening, die do Kerk goedkeurt, de eer terug geven, die haar toekomt.
104
en die de Hemel met menigvuldige wonderwerken heeft willen bekronen; die bedevaarten, die bekentenis moet ons van \'t hart, zijn door de misbruiken, welke haar ongelukkig maar al te dikwerf verzeilen, schier algemeen in minachting geraakt, en voor de vijanden van unzen H. Godsdienst een voorwerp van spot geworden.
De kerk van Mondovi ligt op een uur afstands van de stad van dien naam in de diepte van een eertijds woest dal, waarin men enkel een klein gedenkstuk in metselwerk vond, dat in het kmd bekend was onder den naam van Pilone (1), en waarop een afbeeldsel van de Heilige Maagd geschilderd was, zooals men er nog vele op het platte land van Piemont ziet. Een treffend wonder, dat er in de zestiende eeuw plaats had, spoorde de geloovigen aan, om dat heilige beeld bijzonder te vereeren. Om het behoorlijk te bewaren, heeft men er eene kerk gebouwd, die thans nog bestaat, en die door een merkwaardige schoonheid uitmunt: hoewel zij reeds millioenen gekost heeft, is zij nog op verre na niet voltooid; nog aanhoudend werkt men aan hare verfraaiing. Zij is aan de zorg van eene Religieuse Orde toevertrouwd, en men ziet op eenige schreden afstands talrijke gebouwen optrekken tot hel; ontvangen van vreemdelingen. Do H. Franciscus van Sales deed eene bedevaart naar dit oord, en Pius VII kwam in deze kerk bidden, toen hij van Savona naar Frankrijk vervoerd werd. Agnes kon tot haar innig leedwezen hier slechts één uur vertoeven; doch met welken godsdienstijver bracht zij de oogenblikken door, die hare godsvrucht haar zoo kort deed toeschijnen!
Het gezin van den Heer de St. Hubert kwam in den
(1) /ihil of I\'iliiiir.
105
avond van den 4lt;l\'\'quot; October te Savona aan en liet zich den volgendon ochtend reeds vroegtijdig naar het heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid brengen, \'t welk nagenoeg één uur van die stad verwijderd is, en welks vermaardheid zich niet enkel tot Italië bepaalt, maar tot ver over de grenzen is doorgedrongen,
Eene geloolwaardige en bevestigde overlevering zegt, dat de Heilige Maagd oj) die plaats aan een eenvoudigün, rechtschapen en godvreezenden boer, Antonins jjotta genaamd, verscheen, en hem gelastte zich naar den Bisschop var», Savona te begeven en hem te verzoeken, vastendagen en procession voor te schrijven, ten einde den Hemel te\'verzoenen, die over de zonden der menschen terecht vertoornd was. De verschijning vernieuwde zich herhaalde malen, en eerst nadat men de regels eener wijze voorzichtigheid gevolgd had, meende het Kerkelijke gezag die oefeningen van boetvaardigheid te moeten verordenen.
Van toen af schonk de toevloed van geloovigen aan die plaats eene billijke vermaardheid. Men bouwde er eene prachtige kerk, terwijl het beeld, \'t welk de Heilige Maagd op het oogenblik van Hare verschijning voorstelt, op de rots zelve geplaatst is, die de overlevering als het tooneel dier gebeurtenis aanwijst. Volgens de getuigenis van den vromen Antonius Botta, zou de Heilige maagd bij hare derde verschijning deze woorden hebben uitgesproken: Mise-ricordia et non justitia, barmhartigheid en niet gerechtigheid, en van daar de benaming: Onze lieve Vrouw van Barmhartigheid, waaronder zij bijzonder vereerd wordt.
Wat er echter van zij, het is ontwijfelbaar zeker, dat dit oord eene dier plaatsen is, waar Maria het meest Hare vermogende voorspraak heeft willen toonen. De schier ontelbare ex-voto\'s, die de muren der kerk bedekken , getui-
106
ge» zoo wel van de wonderen, die er door hare voorspraak gewrocht zijn, ills van de bijzondere gunsten, die zij er menigwerf voor hare getrouwe dienaren verworven heeft.
De Souvereine Opperpriester Pius VU koesterde voor onze Lieve Vrouw van Smvoiki eenen bijzonderen eerbied, en liij heelt danrvan een uitstekend bewijs gegeven door in 1810 zelf liet miraiiuleuze beeld, dal men er vereert, te komen kronen.
Deze horinneringen zweefden Agnes levendig voor den geest en zette nieuwen gloed aan hare godsvrucht bij. »Reeds ties avonds te voren,quot; schreef zij, ))gevoelde ik mij in het rijtuig geheel doordrongen van de gedachte, dat mijne goede Moeder mij met opene armen verbeidde om mij te ontvangen; want in die houding wordt zij door het beeld voorgesteld. Welk eene vreugde smaakte ik, toen wij ons des morgens van ons logement, dat zich in de voorstad bevond, naar het heiligdom dier teedere Moeder begaven, en ik haar afbeeldsel op bijna alle deuren der huizen zag, welke men langs den weg ziet, die derwaarts geleidt!quot;
Zij had het geluk om in de onderaardsche kapel, in welke het beeld van de Heilige Maagd geplaatst is, twee Missen te hooren en tevens te communiceeren. Die dag was voor haar een der schoonste van haar leven; zij hield zoo gaarne de herinnering daaraan levendig, en sprak er vaak met de levendigste aandoening over.
De verdere reis heeft haar, zooals zij zelve opmerkt, geen enkel oogenblik de Heilige Maagd van Savona doen vergeten. .»De Heilige maagd,quot; gaat zij voort, »wordt er onder den schoonen naam van Moeder van Barmhartigheid vereerd, en langs do geheele zeekust zijn op onderscheidene plaatsen kapellen te harer eere opgericht. . . Onder weg, hield ik niet op haar aan le roepen, terwijl ik
107
gedurig deze woorden herhaalde; Misericord ia el non Justi tia, Barmhartigheid en niet Gerechtigheid!quot;
Wij zijn geenszins voornemens, hier het dagverhaal van Agnes\' reis te leveren; liet zijn stichtende feiten, en geen avontuurlijke verlialea, die onze lezers van ons verwachten. Zij zullen zich derhalve niet verwonderen, als wij, ondanks Italië\'s rijkdom aan merkwaardige inrichtingen van barmhartigheid , hun niets zeggen van het heerlijke Genua, waar het gezin van den fleer De St. linhert twee dagen vertoefde; noch zelfs van de menigvuldige meesterstukken van beeldhouw- en schilderkunst, die Florence bevat, in welke stad zij vijf of zes dagen doorbracht, alvorens men het winterverblijf te Pisa ging betrekken.
Wij zouden weinig te melden hebben over het verblijf van Agnes in die stad, wegens de afgetrokken leefwijze, welke zij er leidde, \'t geen nochtans de personen, die met haar omgang hadden, niet verhinderde de ongewone deugden te ontdekken, welke haro ootmoedigheid zoo zorgvuldig verborg. Wij weten onder andere; dat de achtingswaardige herder der Parochie, tot welke zij behoorde, aanstonds voor haar eene ongemeene hoogachting had opgevat, en dat hij zicli geluk wenschte, dat hare voorbeelden in zijne gemeente zooveel goeds zouden stichten. Toen hij later vernam, dat hare ziekte eene maar al te gegronde-ongerustheid verwekte, haastte hij zich aan hare beminnelijke ouders zijne vrees, zijne droefheid en zijne hoop op de goedheid des Hemels mede te deelen. Het verdient de hoogste bewondering, dat die waardige Geestelijke, die destijds oogenschijnlijk eene volmaakte gezondheid genoot, haar, zooals men later vernam, slechts acht dagen overleefde.
Het logement dat de familie De St. Hubert te Pisa be-
108
woonde, stond in de nabijheid van verscheidene kerken. Dit was voor Agues een waar genoegen, doch het belette haar niet om zich eiken avond naar die kerk te begeven, waar de henedictie met het Heilig Sacrament gegeven werd. Iedereen weet, dat de stad Pisa, wier uitgestrektheid aan haren ouden luister herinnert, door de Arno in twee bijna gelijke deelen verdeeld wordt. De kerken, die zich in de stad bevinden zijn zeer talrijk, en dit heeft toegelaten om aan beide zijden van de rivier zes kerken te kiezen, in welke eenmaal per week, op verschillende dagen de benedictie wordt gegeven. Zoodoende kan men eiken dag eene waarlijk stichtende plechtigheid bijwonen. Het Heilig Sacrament wordt in de eerste plaats, gedurende een half uur, aan de stille aanbidding van eenen grooten toeloop van geloovigen uitgesteld, te midden eener verlichting, die soms zeer prachtig is; doch die volgens de rubrieken van het diocees, uit niet minder dan twee en twintig waskaarsen mag bestaan. Op die indrukwekkende stilte volgt het gezang, \'t welk schier altoos met de Litanie van de Heilige Maagd aanvangt, voor welke men in Italië immer den teedersten eerbied toont. Men zou niet zonder godsdienstige aandoening, die overeenstemming van welluidende stemmen kunnen hooren, die met een geheel bijzondere uitdrukking van vertrouwen en geloof, zingen.
Het nieuwe .labile, \'t welk Gregorius XVI ter gelegenheid van zijne verhefling verleende, en dat op den vierden Zondag van den Advent te Pisa geopend werd, was voor Agnes nogmaals een tijdstip van onschatbaar geluk. «Op Zondag den 23atcquot; Decemberquot;, schreef zij, »ver vu ld o mij reeds bij het ontwaken de zoete gedachte, dat de wonden van Jesus Christus zich met het Jubilé zouden openen, en
•109
dat zij voor allen cene bron van overvloedige genade zouden wezen, doch dat hel niet genoeg was, dat zij voor mij enkel een heilzaam water werden, waarin mijne ziel zon gezuiverd worden, maar een brandende vuurgloed, opdat zij bij dit Jubilé eindelijk geheel en al in goddelijke liefde zou beginnen te ontvlammen.quot;
Op het feest van Drie-Koningen besloot zij met de II. Communie de godvruchtige verrichtingen, die door de Bnlle waren voorgeschreven. De vreugde, die zij smaakte van voor de derde maal aan dezen buitengewonen aflaat te kunnen deel hebben, laat zich gemakkelijk beseffen, na hetgene wij reeds over de gevoelens hebben gezegd, die haar bij de beide voorgaande genade-lijden van het Jubilé bezielden.
Hare gewone bezigheden waren altoos zeer eenvoudig, en de bekoorlijkheid, die zij in de heilige oefeningen van het gebed vond, verhinderde haar niet, zich ook ijverig met andere zaken onledig te houden. Zonder te spreken van de diensten, die zij immer aan hare deugdzame moeder bewees, wier onafscheidelijke gezellin zij was, vond zij ook nog een middel om haren tijd te verdeelen lussdien de beoefening der schilderkunst, de handwerken van haar geslacht, het bestudeeren van de Italiaansche taal, en zelfs het vertalen van een godvruchtig werkje, \'t welk zij in Frankrijk heeft doen drukken en uitgeven. Hare zedigheid veroorloofde haar niet die vertaling onder haren naam te doen verschijnen; zij had dit met het eenige doel ondernomen om te arbeiden aan het vermeerderen der glorie van God, en wij meenen dus ook hier hare prijzenswaardige bedoeling te moeten eerbiedigen, door onzen lezers te verhelen, wat zij immer heeft verborgen willen houden.
110
Sedert dat Agnes Frankrijk verlaten had, koesterde zij immer de levendige begeerte de hoofdstad der Christenwereld te bezoeken. Die reis was nog niet stellig bepaald, toen haar vader voorstelde den winter te Pisa te gaan doorbrengen, wijl die stad door haar aangenaam klimaat de voorkeur verdiende. Eerst in die stad besloten de Heer en Mevrouw De St. Hubert, hunne Italiaansche reis tot Rome uit te strekken. Evenals het meerendeol der reizigers stelden zij zich aanvankelijk voor, er don vaste door te brengen; doch verscheidene beweegredenen, dio vreemd zijn aan ons onderwerp, noodzaakten hen die reizc uit te stellen tot na Paschen.
Hunne engelachtige dochter was tevreden met die teleurstelling, in de gedachte, dat zij den H. Vaste met meer ingetogenheid zou kunnen doorbrengen, en later heeft zij zich meer dan eens hierover verheugd, toen zij te Rome vernam, met hoeveel onverschilligheid de vreemdelingen, die zich in menigte daarheen begeven, gedurende de goede week de li. H. Diensten bijwonen. Zulk een schouwspel zou haar hart levendig getroffen en haar het genot vergald hebben, dat zij smaakte, toen zij later in Rome die indrukwekkende stilte zag heerschen , nadat de wufte, ge-notzoekende vreemdelingen vertrokken waren, liet Paasch-feest schijnt hun een toeken te geven, en aanstonds na die plechtigheid ziet men hen eensklaps in alle richtingen verdwijnen, vooral die soort reizigers, over welke wij hierboven gelegenheid hebben gehad te spreken.
Op Zondag (Juasiniodo, daags vóór haar vertrek van Pisa, kon Agnes nog een schoone en indrukwekkende plechtigheid bijwonen: de Kathedraal dier stad, die terecht door alle reizigers geroemd wordt, is na die van Rome het rijkst aan reliquiën. Zonder te spreken van het lichaam
111
van den If. Ranièry, patroon der stad, voor wien de inwoners een trcllendcn en diepen eerbied hebben, bevat zij eene schier ontelbare menigte van andere allerkostbaarste rcli((ui(\'ii, die besloten zijn in zilveren borstbeelden of in rijk versierde kastje». Zij worden op den Zondag van Quasimodo te midden van een schitterend licht op de tribune geplaatst, die zich boven de hoofddeur bevindt. Zoodra de vespers geëindigd zijn, begeeft zich de celebrant, van eenige assistenten vergezeld, naar genoemde tribune, en biedt beurtelings elke reliquie aan de priesters en aan het volk, dat in het schip des tempels vergaderd is, ter vereering aan, terwijl een koorzanger, op eenen statigen toon de bijzondere aanwijzing der reliquie in het Latijn zingt.
Agnes bevond zich onder het kleine getal personen, die men tot de tribune toeliet; zij kon van nabij al die kostbare schatten zien. De bijzondere eerbied, dien zij jegens de heilige reliquiën koesterde, deed haar een zoet genot smaken in het vereeren der heilige overblijfselen van zoo vele beroemde geloofshelden. Het scheen haar, dat die treffende plechtigheid, om het zoo uit te drukken, het zegel drukte op do gunsten, die zij gedurende haar verblijf te Pisa genoten had, en bet scheen haar een voorsmaak van het genot, dat zij zich op het overige barer Italiaansche reis en vooral te Uome voorspiegelde.
Kr zijn waarschijnlijk sommige onzer lezers, die nooit hebben nagedacht over het treilende, dat de vereering der reliquiën oplevert, en in dit geval zal het hun moeielijk vallen zich de tccdere aandoening te verbeelden, die het gezicht van de graven der Heiligen en hun stoffel ijk overschot Agnes deed gevoelen. Daar wij de gelegenheid zullen hebben er meermalen over te spreken, meenen wij
112
hier eene zinsnede le moeten afschrijven, die ons zeer geschikt, schijnt, om met. weinig woorden te toonen, hoo wij het leerstuk der reliqnio-voieering dienen te begrijpen, en tevens hoe troostrijk die vereering voor eene ware christenziel is:
»Als mon do reliquiën vnn heiligen ziet, of ;ils men hnn stoffelijk overschot nadert, dan vermeestert een godsdienstige eerbied onze zinnen; de herinnering aan de deugden, die zij beoefenden en aan liet goede, dat zij op aarde verrichtten, schetst zich telkens met levendige kleuren voor onzen geest. Er schijnt uit hunne graven eene verborgen slem op te stijgen, die ons noodigt om hen te bewonderen en na te volgen: Die voeten, zegt zij, wandelden gestadig op hot pad der gerechtigheid; die handen waren immer zuiver en schuldeloos; die mond opende zich niet, dan om den hemel te loven, de menschen te zegenen en lot. het goede aan te sporen; die ledematen hebben hun dienst onkel aan de deugd en aan de liefdadigheid geleend; of, als zij in de dagen van afdwalingen en zwakheid de wereld en hare dwaze ijdelheden dienden, hunne smetten zijn uitgewischt in de overvloedige tranen, welke uit die oogen vlooiden of hot bloed, dat al dio aderen vergoten, daar zij gevallen zijn als slachtoffers der marteling of der strenge boetvaardigheid, stelt een schat van eeuwige glorie hen schadeloos voor die voorbijgaande kwellingen, en terwijl Jesus Christus hunne gelukzalige zielen in den Hemel kroont, laat Hij liun stoffelijk overschot in hot stof des grafs niet ongeëerd blijven. Hier zijn meer dan eens gebeden verhoord, die door het gezicht, van hunne reliijuiën bezield waren; bier zijn kreupelen recht geworden, blinden hebben liet gezicht en zieken de gezondheid herkregen. Voorzeker, men moet zicli niet verbeelden, dat
113
in hun gebeente of in hun stof een vermogen is gelegen, \'t welk eenige bovennatuurlijke kracht of goddelijk vermogen bevat; die gebeenten en dat stof doen ons genoegzaam inzien, dat die Heiligen niet meer waren dan wij; doch wij gelooven en weten, dat het God behaagd heeft, hen bijzonder te verheerlijken, en zijne welwillendheid in zijne dienaren te doen uitblinken door de wonderen, die Hij op hunne graven heeft gewroeht. Wie heeft niet hooren spreken van den doode, die opgewekt werd door de aanraking van het gebeente van den Profeet Elizeus, van de zieken, die alleen door de schaduw van den H. Petrus, en door het aanraken van het lijnwaad, \'t welk het lichaam van den H. Paulns had omhuld, zijn genezenI Wie twijfelt aan de mirakeieuse daden, waarvan de eerste Kerk\' menigmaal getuige was bij de graven barer martelaren ! Als wij ons die buitengewone genadebewijzen herinneren, of om gelijksoortige smeeken op de plaatsen zeiven , waar zij verleend werden, richten wij derhalve onze dankbetuigingen of smeekingen niet tot de reliquiën, die daar rusten, hoe heilig en eerbiedwaardig zij ook zijn mogen; het is God, dien wij danken en loven, dat Hij hen verheerlijkt heeft; Hem smeeken wij dan om dezelfde ontferming; Hij is hot, wiens genade wij afsmeeken door den bijstand en de voorbede van dezen of genen zijner Heiligen, wier overblijfselen ons dierbaar en wier nagedachtenis bij Hem aangenaam is. God dus is de bron, waaruit de eerbewijzen voortvloeien, waarmede wij de reliquiën eeren, en tot Hem stijgen zij op.quot;
Agnes verliet Pisa op den lö\'1quot;quot; April 1833. en reeds den volgenden dag was zij zoo gelukkig, te Sienna hot buis van de H. Catharina, de glorie en de eer dier stad, te kunnen bezoeken: dit was voor haar hart een onuitspre-
8
kelijke troost. Do verschillende vertrekken van dat huls zijn tegenwoordig in kapellen veranderd. Als men do godsdienstige zorgvuldigheid opmerkt, waarmede die eenvoudige woning van do dochter eens verwers sedert de veertiende eeuw bewaard wordt, dan kan men zich niet weerhouden te bekennen, dat de heiligheid iets groots is, zelfs in do oogen der menschen, en dat God, niet tevreden de uitverkorenen met onmetelijke weldaden te overladen, hen nog schadeloos wil stellen voor de verachting, waarvan zij hier boneden het voorwerp waren, door de ontelbare eerbewijzen , die men aan hunne nagedachtenis toebrengt.
Wij zouden deze opmerking ook kunnen toepassen op de IT. llosa van Viterbo, die omstreeks het midden der dertiende eeuw op zeer jeugdigen leeftijd gestorven is, en nog tegenwoordig in die stad bijzonder vereerd wordt. Wij zouden hier het geluk kunnen beschrijven, dat Agnes smaakte, toen zij eenigen tijd bij het lichaam van de H. Gatharina kon bidden, waarover do dood zijne verwoestingen niet schijnt te hebben durven uitstrekken , zoo ongeschonden is het op eene mirakuleuse wijze bewaard...; maar wij voorzien, dat de Eeuwige Stad ons ontelbare schatten van dien aard zal opleveren. De stof is overvloedig, en om de grenzen, die wij ons hebben voorgeschreven, niet te overschrijden, zullen wij er slechts eene beperkte ruimte aan kunnen wijden. Wij moeten ons dus naar Home spoeden, nm er onze deugdzame Agnes te vergezellen, voorzeker niet op alle plaatsen, die zij bezoekt, (want daartoe zou een geheel boek nauwelijks toereikend wezen), maar tenminste op die plaatsen, die volgens hare eigene aauteekeningon en die van hare achtenswaardige familie, op haar hart den meesten indruk gemaakt hebben.
Derhalve zullen onze lezers gemakkelijk begrijpen, dat
115
wij hun hier noch van dc zoo menigvuldige en indrukwekkende overblijfselen van de Romeinsche grootheid, noch over dc meesterstukken van kunst, noch over de pracht der paleizen en gedenkstukken zullen spreken. Agnes vond in dc Heilige Stad zoo vele merkwaardige voorwerpen en zoo vele herinneringen, die voor den Godsdienst eene onschatbare waarde hebben, dat zij al het overige slechts terloops eenige aandacht verleende. Hierin grootclijks verschillende van het mccrendeel der reizigers, beschouwde zij Rome inzonderheid met het oog des Ge-loofs; en wij durven er bijvoegen, dat men zonder dit goddelijk licht, alles niet kan hevatten, wat die stad groots, schoons en verhevens oplevert... Wij zullen ons gelukkig achten, als wij er onzen lezers ten minste een denkbeeld van kunnen geven, door hun eenige gevoelens mede te deelen, welke Agnes in de hoofdstad der Christen-wereld bezielden. Wij vreezen intusschen mot grond, dat de zorgvuldigste woorden niet dan een flauw beeld kunnen geven van die godvruchtige aandoening. Doch wij spreken tot Katholieken, on zouden wij hun geen belangstelling kunnen inboezemen, door hun te sproken van dien met het bloed van zoo vele martelaren bespooiden grond, van den algemeenen Vader der geloovigen, van hel middenpunt der éénheid?... Ach! waarom kan niet do naam van Rome alleen, alle harten roeren en levendig doen kloppen!
Het is schier noodeloos to zeggen, dat do eerste uitstap van Agues te Rome, was gewijd aan do beroemde basiliek van den H. Petrus.
O! wie zou het gevoel van haar hart kunnen uitdrukken, toon zij, den schoonsten tempel der wereld binnentredende, aanstonds die honderden lampen zag,
IK)
die aanhoudend branden boven do eerbiedwaardige plaats, die zoo algemeen bekend is onder den naam van »dc Belijdenis van den II. Petrusquot;, en waar de lichamen rusten van den II. Petrus en den II. Paulus! Met welk eene vurigheid ging zij er zich neder werpen en door de tusschenkomst van zijne Apostelen, den Heer gebeden opzenden, bezield van de reinste godsvrucht. Hoe groot was vooral haar geluk, toen zij krachtens eene bijzondere vergunning, de heilige Mis mocht hooren en communicee-ren in de onderaardsche kapel van de Belijdenis! De aan-teekeningen, die wij onder de oogen hebben, laten geenszins betwijfelen, dat zij bijzondere genadegunsten in dat verheven heiligdom ontvangen heeft, waarvoor de geheele Katholieke wereld den dicpsten eerbied koestert.
Het moest inderdaad voor het geloof van de godvruchtige Agues zeer troostrijk wezen, getuige te kunnen zijn van de buitengewone eer, welke in de hoofdstad der Christenwereld, aan die beide doorluchtige Apostelen bewezen wordt, en den diepen eerbied te zien, dien men er aan alle plaatsen toedraagt, welke door hunne tegenwoordigheid geheiligd zijn. Ook bezocht zij met eene bijzondere godsvrucht, de volgende kerken:
ie. De kerk van de II. Pudentia, die voor de oudste gehouden wordt, welke men kent; het was eertijds het huis van den Romeinschen Senator Pudens, vader van de H. Pudentia en de II. Praxedis, en \'t was daar dat de H. Petrus vertoefde en gewoonlijk de heilige Geheimen celebreerde;
2e. De kerk van de H. Maria in Via lata, die gebouwd is op de plaats van het huis, \'t welk de H. Paulus na zijne eerste gevangenschap te Rome huurde, en waar hem vergund werd te wonen, terwijl liij door soldaten bewaakt
werd, die hem echter niet verhinderden liet Evangelie te prediken aan hen, die dagelijks\' tot hem kwamen. Uit oude gedenkstukken schijnt te blijken, dat de H. Lucas, de getrouwe metgezel van den H. Paulus, daar de werken der Apostelen schreef;
3e. De Manier tij nsche Gevangenis. Hier werden de li. Petrus en H. Paulus in een onderaardsch gewelf opgesloten, waar eene verschrikkelijke en ongezonde vochtigheid heerschte, en waaruit de strijders van Jesus Christus niet te voorschijn kwamen dan om ter strafplaats geleid te worden;
^e. Het klooster van den 11. Petrus in Montorio op den berg Janiculus, waar men in het midden van het klooster de plaats ziet, waarop, volgens eene oude overlevering, het kruis van den Prins der Apostelen was geplant. Boven deze eerbiedwaardige plaats verheft zich eene sierlijke koepel, die door zestien kolommen gedragen wordt;
5e. De kerk van den 11. Paulus aan de drie fonteinen of aan de Salviaansche wateren, (ad aquas salvias) drie mijlen op den weg naar Ostia, gebouwd op de plaats waar de II. Paulus de doodstraf heeft ondergaan. Wegens zijne hoedanigheid van Romeinsch burger, werd hij veroordeeld om onthoofd te worden.
Wij hebben bij hot opnoemen van de voorgaande kerken niet gewaagd van de basiliek van den 11. Paulus, die, zoo als het schijnt, aanspraak had om onder dat getal eene eerste plaats te bekleeden , wijl zij op de plaats gebouwd is, waar de leeraar der natiën is begraven, en wijl zij thans, zoo als wij bereids gezegd hebben, de helft van zijn lichaam en de helft van dat van den H. Petrus bezit... Doch helaas! niemand is onbekend met den verschrikke-lijken brand, die in 1827 dit heerlijke gebouw verteerde;
118
cn ondanks den ijver, waarmede men aan zijne herstelling-werkt, moet het schouwspel van die indrukwekkende houw-vallen, dier prachtige verminkte zuilen van marmer van Paros, waarmede de omliggende grond bezaaid is, zeer smartelijk voor Agnes geweest zijn.
Onder de menigvuldige voorwerpen, die zoo geschikt waren om hare godsvrucht op te wekken, en die de basiliek van don II. Joannes van Latranen, do moeder en de meesteresse van allo kerken der wereld, haar zoo rijkelijk aanbood, merkte zij inzonderheid de tafel op, waaraan onze goddelijke Zaligmaker het laatste avondmaal hield, en het Sacrament van zijne lieldc instelde. Als men de teedcre godsvrucht overweegt, die zij voor dat onbesefbare geheim koesterde, kan men zich gemakkelijk een denkbeeld vormen van hetgeen haar hart gevoelen moest bij het zien van een zoo kostbaar gedenkstuk.
Wij zullen hier evenmin de aandoeningen trachten te schetsen, welke zij gevoelde, toen zij volgens een godvruchtig gebruik op hare knieën den trap uit het paleis van Pilatus opklom, dien Jesus Christus verscheiden malen op en af ging, en die algemeen bekend is onder den naam van Heilige trap, (Scala santa). Zij vond er een onbeschrijflijk geluk in, om verre van het Heilige Land de stoffelijke voetstappen van haren goddelijken Meester te kunnen volgen op een tocht, die door zijn aanbiddelijk bloed besproeid werd.
De indrukken, welke haar hart gevoelde, waren misschien niet minder levendig, toen zij in de kerk van de H. Pra-xedis den geeselpaal zag, die daar met godsdienstigon eerbied bewaard wordt. Onder al de geheimen van het lijden van onzen Heer, had zij altoos voor dit geheim don grootsten eerbied, en zij voelde zich immer gedrongen om het bijzonder te overwegen.
1 I!)
Een cinder godsdienstig genot wachtte haar in de kerk van het heilig kruis in Jerusalem. Met vergunning van Z. Em. den Kardinaal-Vicaris, kon zij de inwendige kapel van het klooster der Bernardijnen, waaraan zij behoort, binnengaan, en er mot de grootste zorgvuldigheid de kostbare reliquiën bcschouwen, welke de 11. keizerin Helena van Jeruzalem naar Rome overbracht, om er die hoofdkerk mede te verrijken, en die men er met groeten eerbied en nauwkeurigheid bewaart. Wij zullen hier slechts de voornaamste aanstippen: Men ziet er een vrij groot gedeelte van het H. Kruis, twee groote doornen van do 11. Kroon, een der spijkers waarmede Jezus aan het kruis werd gehecht, en eindelijk een groot gedeelte van het opschrift van het H. Kruis, dat de kenmerken van groote oudheid draagt, en waarop men nog zeer duidelijk de letters van de drie talen ziet, waarin hiatus wilde, dat het opschrift: »Jezus van Nazareth, Koning der Jodenquot;, zou geschreven worden.
Wij behoeven hier den diepen eerbied niet te schetsen, die het gezicht van zoovele treiïende herinneringen aan hot lijden van onzen Goddelijken Zaligmaker in het hart van Agnes achterliet, en die haar op zulk eene gevoelige wijze aan de uitstekende liefde van den God-mensch herinnerde, die aan het kruis gestorven is om zijne schepselen aan oenen onvermijdelijken ondergang te onttrekken . . . Ach! hoe onbegrijpelijk kwam haar de onverschilligheid voor van hot grootste gedeelte der Christenen tegenover zulk eene on-vergeldbare weldaaiIV
Haar teederc eerbied voor de H. Maagd, vond ook te Rome overvloedig voedsel. »In geheel Italië.quot; zegt een godvruchtig schrijver, »treft men schier bij elke schrede gedenkstukken van de devotie der geloovigen Jegens de
120
Moeder Gods aan; doch te Rome erkent men aan hunne pracht en aan hun groot aantal, dat men zich in de hoofdstad der Christenwereld bevindt. Het betaamde inderdaad, dat in den schoot der Katholieke Éénheid aan Maria de plech-tigste hulde bewezen werd, opdat de vreemdelingen, die gestadig door godsvrucht of nieuwsgierigheid derwaarts gevoerd worden, van de moeder alle kerken zouden vernemen , hoe men haai\' vereeren moet.quot;
Onder deze zoo talrijke gedenkstukken, die tor cere van de Koningin der Hemelen zijn opgericht, verdient de Basiliek van de 11. Maria de Meerdere met alle recht den eersten rang, zoowel door hare weidsche pracht als door een roemvol wonder, waaraan zij haren oorsprong te danken heeft.
Agnes gevoelde zich hoogst gelukkig, dat zij in die kerk kon bidden bij de kribbe des Zaligmakers, die men er met den godsdieustigsten eerbied bewaart, en dat zij er het aloude afbeeldsel van de H. Maagd Maria kon vereeren , dat sedert de eerste eeuwen der Kerk, altoos de diepste vereering der geloovigen heeft genoten. Zij vond ook veel bekoorlijkheid in het bidden in eenvoudiger kerken, die zij meer geschikt vond ter vereering van de 11. Maagd, wijl men er, gelijk het haar toescheen, met meer ingetogenheid en rustige stilte kon bidden. Onder de kerken, voor welke Agnes de meeste genegenheid koesterde, zouden wij kunnen noemen: de parochie, die zij bewoonde, ,»de H. Maria in viaquot;, die bediend wordt door Religieusen, Servieten genaamd, eene orde, die inzonderheid bestemd is, tot het vereeren van de smarten van de koningin der Martelaren; »de H. Maria sopra Minervaquot;, het. hoofd-gesticht van den 11. Dominicus, en dus van het broederschap van den 11. Rozenkrans, en »Onze Lieve
\'121
Vrouw van Godsvruchtquot; op het plein Golonnu. Schier alle avonden van de maand Mei woonde zij er die treilende oeleningen van de maand van Maria bij, die te Rome met de luisterrijkste plechtigheid gehouden worden, en die eene ontelbare schare van geloovigen tot zich trekken . ..
Wij zullen ons hier beperken tot hetgene zij in hare aanteekeningen over het vermaarde Panthéon van Agrippa zegt, het oudste en merkwaardigste, zoowel als het best bewaarde gedenkstuk, hetwelk men te Rome aantreft, en dat Paus Bonil\'acius IV onder de aanroeping van de H. Maagd en de heilige Martelaren, tot eenen tempel voor den waren God inwijdde. »Ik genoot het gelukquot;, zegt zij, «om in het Panthéon te kunnen communiceeren en mij onder de bescherming van Maria, geheel aan .lesus Christus te kunnen toewijden. Die goede Moeder deed mij duidelijk inzien, dat, om haar wezenlijk onder den naam van ^Koningin der Martelarenquot; te kunnen vereeren, het noodig is haar vooral in hare droefheid aan den voet van het kruis te beschouwen, alwaar zij op eene bijzondere wijze de Koningin der Martelaren, van de Goddelijke liefde is.quot;
Agues komt ergens op het treilende denkbeeld van een martelaarschap van liefde terug, \'t welk zeer bevattelijk het heilige vuur uitdrukt, waardoor haar hart verteerd werd. Als zij aan den moed dier helden des Christendoms dacht, voelde zij zich gedrofigen om hen, zou veel mogelijk door dit martelaarschap van liefde na te volgen, »\'t wolk de goede Godquot;, gelijk zij zich uitdrukte, Dthans voor zijne getrouwe dienaars gesteld heeft in de plaats van de folteringen der tirannen.quot;
Zij smaakte een ware vertroosting bij de gedachte, dat er te Rome schier geen plekje gronds is, \'t welk niet is besproeid geworden door het bloed van die edelmoedige
-122
Belijders van het Geloof; en die groml scheen haai\' ye-heel geheiligd te zijn door dit overkostbare bloed, \'t welk een oneindig vruchtbaar zaad is geworden, dat zoo vele nieuwe Christenen hoeft geteeld. Ook betrad zij niet dan met godsdienstigen eerbied, bij voorbeeld hot plein van den H. Petrus, waarvan de vreemdelingen gewoonlijk niets dan de pracht eii indrukwokkondo uitgestrektheid bewon-ren, doch \'t welk zij in de eerste plaats beschouwde als het tooneel, waarop de eerste slachtoffers van de woede der hel hun edelmoedig offer brachten, te midden dor afgrijselijkste folteringen. Met welke innige godsvrucht bezocht zij de heilige grotten, waar hot dierbaar overschot van die 11. H. Martelaren is begraven, en waar met den diepston eerbied het stoffelijk omhulsel van doorluchtige Opperpriesters is neergelegd, die, naar bot voorbeeld van den Prins der Apostelen, insgelijks den glorievollen dood voor het Geloof gestorven zijn.
Zij gevoelde ook eone teedere gemoedsaandoening, toon zij do statiën van don H. Kruisweg in hot amphitheater van Flavins volgde, hetwelk algemeen bekend is onder don naam van Colyseum, on \'t wolk do marteldood van den beroemden Bisschop van Antiochiö, don H. Ignatius, alleen voor eeuwig zou kunnen beroemd maken, zoo de herinnering aan do ontelbare rneniglo Christenen, die er evenals hij aan do verschrikkelijke woede der wilde dieren werden blootgesteld, hetzelve niet nog meer in don eerbied dor goloovigen deed klimmen. Hoe schoon scheen haar hot kruis toe, dat zich majestueus to midden dier trotsche overblijfselen van de grootheid dor Romeinen verheft, en dat aan de wereld schijnt to verkondigen, dat, gelijk hot gewold dor oude tyrannon tegen hetzelve onvermogend was, do aanvallen van het hodendaagsche on-
123
geloof het evenmin zullen kunnen oravervveipen. En liou-veel zouden wij hier nog kunnen zoggen over do inwendige vreugde, die zij verzekert in de kerk van den 11. Laurentius genoten te hebben, toen zij er aan baren God het offer van baar geheel leven vernieuwde op bet graf, dat benevens hel lichaam van den doorluchtigen martelaar, den patroon dier hoofdkerk, het niet minder kostbare overschot van den li. Stefanns bevat, die het hoofd en de eersteling was dier ontelbare schare van edelmoedige belijders des Geloofs, die met bun bloed do waarheid van onzen heiligen Godsdienst bezegelden.
Bij die indrukken voegde zich in bet hart van Agues, toen zij de basiliek van den H. Sebastiaan bezocht, eene levendige ontboezeming van heilige liefde. Zij alleen is in staat ons de gewaarwordingen baars harten met gloed te schetsen. Zij drukt zich daaromtrent in deze bewoordingen uit: ))Het scheen mij, dat mijn hart aan do pijlen der heilige liefde moest prijs gegeven worden, gelijk het lichaam van den 11. Sebastiaan aan die der beulen bloot stond.quot; Dit gevoel moest nog vermeerderen, toen zij in de nabijheid dier hoofdkerk eenige schreden in den ingang dier Catacomben doed, welke do moed en ijver der eerste Christenen voor immer beroemd hebben gemaakt. Hoe schoon was het voor haar die heilige Kerk, die in de vervolging geboren is, op do woede liarer vijanden te zien zegevieren, en thans haar Opperhoofd in de plaats der Cesars te zien beorscben. Het voorbeeld dier edelmoedige discipelen van eenen gekruisten God, wekte in haar nog meer de liefde op, welke zij sedert lang voor hot lijden had gekoesterd, en zij noemde zich gelukkig die smarten, die haar do toestand barer gezondheid verschafte, den Heer ten offer te kunnen aanbieden.
] 24
Door zich te gedragen naar de oogmerken, welke de Kerk bij het goedkeuren der bedevaarten heeft, plukte Agnes altijd bij het bezoeken van die bevoorrechte plaatsen nieuwe vruchten van zaligheid. Het vertrouwen, \'t welk de gebeden bezielde, die zij ten Hemel richtte, moest noodwendig verhoord worden, en terwijl die godvruchtige verrichting ongelukkig zou weinig goede vruchten bij de meesten oplevert, vond zij daarin eene rijke bron van genade, die haar dagelijks nieuwe vorderingen op den weg der volmaaktheid deed maken.
Wij zouden ons bestek verre te buiten gaan, als wij in bijzonderheden wilden treden aangaande die ontelbare menigte van Heiligen, wier stoJl\'elijk overschot te Home geëerd wordt, en door Agnes met tie meeste godsvrucht bezocht werd.
Onuitsprekelijk is de rijkdom der Eeuwige Stad aan zoodanige schatten! Wij zullen dus niet van het zoete genot spreken, \'t welk zij smaakte door neer te knielen op de graven der 11.11. Agnes, Cecilia, Monica, Francisca, de Romeinsche weduwe, de 11. Catharina van Sienna en van zoo vele Christen heldinnen, die eeuwig de roem van hare kunne zullen wezen. Wij zullen insgelijks stilzwijgend hel geluk voorbijgaan, dat zij gevoelde en de godvruchtige oefeningen, welke beur ijver haar inboezemde bij de re-liquiën van de 11. H. Mattheiïs, Bartholomens, Eustachius, Pius V, Ignatius van Loyola, Philippus van Neri, enz.... Doch het zou ons leed doen, als wij niet bijzonder melding maakten van twee jeugdige Heiligen, waarvoor zij immer de leederste liefde en genegenheid had gekoesterd, en die bijzonder die onderscheiding verdienen in een werkje, dat schier uitsluitend voor de Christelijke jeugd is bestemd, wijl zij hare voornaamste beschermers zijn. . . .
125
Wij bedoelen den H. Aloysius van Gonzaga en den H. Stanislaus Kostka.
Reeds in hare prilste jeugd luid zich Agnes onder de bijzondere bescherming van den H. Aloysius van Gonzaga gesteld. Zij betaalde hem dagelijks eone schatting van geboden on hulde; zij had zelfs door verscheidene middelen zijne vercering meer algemeen trachten te maken; en wij hebben mot voldoening vernomen, dat hare godvruchtigo pogingen meer dan eens met den gelukkigsten uitslag zijn bekroond. Toen zij de straten van Florence doorwandelde, stelde zij zich dien heminnelijken heilige als kind levendig voor den geest, daar hij zich destijds roods zoo op de be-oefening der deugden toelegde, dat hij die hoofdstad tie moeder zijner godsvrucht placht te noemen; doch te Rome vereenigde zich alles om haar gelijktijdig de treffendste herinneringen aan te bieden.
Het lichaam van dezen jeugdigen heilige rust in do kerk van don II. Ignatius die een gedeelte uitmaakt van dat vermaarde Romeinsche College, \'t welk getuige was van zijne verhevene deugden. Do kapel, die te zijner eer is gebouwd, is ongetwijfeld eene der schoonste van Rome. Het heerlijke praalgraf van lazuursteen, dat zijn dierbaar overschot bevat, ziet men in hel inwendige van het altaar, en boven het tabernakel is een groep beeldwerk, dat ten opzichte van kunst alle opmerking verdient, en den heilige voorstelt, hemelwaarts zwevende, door engelen ondersteund. Aanstonds na hare aankomst te Rome, spoedde Agnes zich naar de kerk van den 11. Ignatius, om zich voor zulk een eerbiedwaardig overblijfsel ootmoedig te vernederen en do voorspraak van dien jeugdigen, Gode zoo welgevalligen Heilige in te roepon, en dat heilig oord was haar eene der dierbaarste plaatsen, die zij gedurende haar verblijf
42(3
in de hoofdstad der Christenwereld telkens bezocht.
Haar viel ook hot troostrijke genoegen ten deel, in het inwendige van het Romoinsch College de kapel to mogen zien, waar do II. Aloysins van Gonzaga zijne geloften aflegde; do Mis to hooren on te communiceeren, in do kamer van dien jongdigen heilige, die tegenwoordig in eene kapel is veranderd, cn die door haar indrukwekkenden eenvoud allo harten tot godsvrucht stemt. Doch zij achtte zich vooral gelukkig, dat zij to Rome voor zijn graf de zes Zondagen Icon vieren, die zijn foost vooraf gaan. Van deze godvruchtige oefening kweet zij zich sedert lang elk jaar, in vereeniging met een klein aantal godvruchtige zielen. Die uitmuntende oefening, welke do Pausen met aflaten verrijkt hebben, is in Frankrijk en andere landen niet dan in eenige pensionaten bekend. Welk een rein genoegen smaakte zij, toen zij op elk dier Zondagen oen talrijke toevloed van geloovigen voor het altaar diens Heiligen neerknielen en te zijner eere tot de heilige Sacramenten zag naderen! Zij zag er met groote vreugde vele jongelingen en jonge dochters, die met vasl vertrouwen de voorspraak kwamen inroepen van hem, die in den ouderdom van 23 jaren reeds schatryk was aan verdiensten voor den Hemel. Dit strekt tot een onwraakbaar bewijs, dat men op eiken leeftijd een heilige en een groot heilige kan worden !
Eindelijk bereikte Agues het toppunt van geluk, toen zij den 218tuquot; Juni het feest van den 11. Aloysins van Gonzaga kon bijwonen, dat in tie kerk van den H. Ignatius met buitengewone plechtigheid gevierd wordt. Niets kan een juist denkbeeld geven van de heerlijke pracht, waarmede op dien dag en daags tevoren bij de eerste Vespers zijn altaar is uitgedost, en dan deze strophe, die men in zijne
127
kleine getijden leest, en die Agnes 7,00 dikwijls gelezen liad. alvorens zij er met hare eigene oogen do volmaakte waarheid van zag: »0! hoe waardig is hij, dat het zuiverste marmer van Paros, hot Hauwe zinnebeeld van zijne oprechtheid, hem voor onze oogen doet herleven, terwijl het graf, de bewaarder van zulk eenen schat, glinsterend van licht, in luister wedijvert met de gestemde hemelen!
Bij dit indrukwekkende schouwspel komt nog een ander niet minder treffend, dat van de kinderen, die door hunne ouders bij liet graf van dien Heilige gebracht worden; van een groot aantal kweekelingen van het Romeinsch College, die gezamenlijk met eene godsdienstige ingekeerdheid het brood dor Engelen komen ontvangen en de genade afsmeeken om de deugden van hunnen heiligen Beschermer na te volgen op een leeftijd, waarin zoo velen zich onder geheel andere vanen scharen; van een dichten drom van personen van eiken ouderdom en stand, die zich den ganschen dag in dien tempel verdringen om er met gods-dienstigen ijver te bidden. Hier kan men nog bijvoegen de majesteit der kerkelijke diensten, bij welke een Bissehn|) pontifieaal oflicieert, de verlichting van het plein gedurende twee achtereenvolgende avonden, eindelijk de godsdienstige aandrift, waarmede de Kardinalen zeiven eene plechtige hulde aan de heiligheid van den H, Aloysius komen bewijzen, door gedurende een groot gedeelte van den ochtend elkander onafgebroken te vervangen in het lezen der Mis op zijn graf, met al den luister, die aan hunne hoogo waardigheid verbonden is, en men zal zich een denkbeeld kunnen vormen van de hooge eer, die men te Bome aan den glorievollen Beschermer der Christelijke jeugd bewijst, alsmede van het vaste vertrouwen, dat. men er in zijn vermogen bij God stelt.
Agnes gevoelde op dien dag oene onuitsprekelijke aandoening, die, gelijk zij zelve zeide, voor haar het feest der feesten was. Is het niet indrukwekkend een jeugdigen Heilige, die, ten minste oogenschijnlijk, schier niets heeft kunnen doen voor het, welzijn der Kerk, zoo voel eerbe-wijzingen te zien ontvangen in eene stad, in welke de feesten van zoo vele heilige Martelaren, doorluchtige Opperpriesters en edelmoedige Belijders, wier eerbiedwaardige lichamen zij bezit, zoo menigvuldig zijn, dat men ze schier ongemerkt ziet voorbijgaan! O! wie zou hier geene bijzondere leiding van de Voorzienigheid erkennen, die ongetwijfeld den diepen ootmoed van den IT. Aloysius van Gonzaga op deze wijze heeft willen beloonen, en voor aller oogen het schoone en zeldzame voorbeeld eenor volmaakte heiligheid, op een leeftijd, waarin men er zich over het algemeen zoo weinig mede bezig houdt, heerlijk heeft willen doen schitteren, en, met één woord, aan allen die groote waarheid toonen, dat het niet de buitengewone daden zijn, maar wel de volmaaktheid, waarmede men zelfs de meest gewone verricht, die in zijne oogen de hoofdverdienste der Heiligen is!
Agnes smaakte wellicht niet minder zoele troost toen zij in de kerk van het noviciaat der .Sociëteit van Jcsus, de kostbare overblijfselen mocht vercoron van den II. Stanislaus Kostka, dat andere voorbeeld voor de Christelijko jeugd, die op achttienjarigen ouderdom reeds rijp voor den Hemel werd bevonden. Hot geluk viel haar te beurt, in de kamer van dien jeugdigen Heilige te mogen communiceeren, die, evenals de kamer van den H. Aloysius van Gonzaga thans in eene kapel is veranderd, welke men niet binnentreedt zonder een gevoel van eerbied te ontwaren. Wij zullen niet trachten te schetsen, wat zij ondervond, toen zij het mar-
129
meren beeldwerk zag, dat den Heilige stervende voorstelt. Dit is insgelijks een meesterstuk van kunst; do heilige is op een marmeren bed uitgestrekt, waarin hot mollige der matrassen en de |tlooien der dekens zoo natuurlijk zijn nagebootst, dat hel. werkelijk eone illusie bij den beschouwer towoogbrongt. Een groot schilderstuk, \'t welk achter het bod is geplaatst, stelt de Koningin der Hemelen voor, die, zooals in zijn Leven wordt verhaald, aan het hoofd eener groep maagden nadert, om haren jeugdigen dienaar af to halen en in het rijk van glorie binnen te leiden.
Agnes verbeeldde zich ongetwijfeld, dat zij tegenwoordig was aan het stofbed van Stanislaus, en zij smeekte hom, voorzeker, haar een dergelijk sterfuur te verwerven, en haar gebed is, zooals wij zien zullen, verhoord. Wij moeten hier bijvoegen, dat zij zich niet bepaalde tot eenen eenvoudigen vluchtigen wensch, zooals dit ons niet zelden gebeurt. Immer trachtende te leven gelijk de Heiligen geleefd hebben, verdiende zij te sterven, zooals zij gestorven zijn. Het hangt slechts van ons zelvon af, eenmaal een geluk te verworven, dat wij ook voor ons zoozeer verlangen.
Toen wij over don H. Aloysius van Gonzaga spraken, hebben wij gelegenheid gehad te doen opmerken, hoe merkwaardig het is, dat hot féést van zulk oenen jeugdigen Heilige mot zooveel luister gevierd wordt, en zulk een ontelbare menigte van geloovigen tot zich trekt. Men staat werkelijk verbaasd, dat dit plaats hooft in eene stad, waar de godsdienstige feesten zoo menigvuldig zijn, dat men er zich nauwelijks een denkbeeld van kan vormen, als men er geen getuige van is geweest. Welk oono overvloedige bron van heilig genot voor onze engelachtige
9
180
Agnes. Ook betreurde zij meermalen levendig, dat haar verblijf in die stad Ie kort was, om zich die belangwekkende plechtigheden wél te nutte te maken, waarvan de vier honderd kerken dier uitgestrekte stad achtereenvolgens het tooneel zijn. liet gebeurt niet zelden, dat men bijzondere feesten gelijktijdig in vijf of zes onderscheidene kerken viert. De geloovigen worden daarvan verwittigd door een kalender, waarin zij voor eiken dag aangewezen zijn, en men is dikwerf in verlegenheid, naar welke kerk men zich zal begeven.
Onder deze talrijke en treffende instellingen, die de hoofdstad der Christenwereld zoo onderscheiden, treft men er een aan, die vooral geschikt was om hot hart van Agues te verteederen. Wij bedoelen de eeuwigdurende veertiguursche aanbidding. Velen onzer lezers weten misschien niet, dat te Rome het Heilig Sacrament gedurende het geheele jaar, dag en nacht in do eene of andere kerk is uitgesteld. Op den eersten Zondag van den Advent draagt de Souvereine Opperpriester, voorafgegaan door het geheele Heilige College, het H. Sacrament naar eene der kapellen van het Vaticaan, die bekend is onder den naam van Paulynsche kapel, en te dien einde prachtig is versierd: d:\'ii\'ir blijft hot uitgesteld tol den middag van den volgenden dag. Do veertig-urengoboden beginnen in de kerk van don Tl. Joannes van Latranon op hot oogen-blik, waarop zij in de Paulynsche kapel eindigen; voorts gaan zij achtereenvolgens onafgebroken tot verschillende kerken over, die tot dat einde zijn uitgekozen, en waarvan do lijst jaarlijks tot aan den eersten Zondag van den Advent van hot volgend Jaar wordt uitgegeven. Behalve de ploclitigo Mis, dio in elke kerk do uitstelling voorafgaat, en die den volgenden morgen gezongen wordt, eer men
131
de H. Hostie weder bergt, hebben er geene andere plech-ligbeden dan het lezen van stille missen plaats. Alleen de godsvrucht doet de talrijke geloovigen derwaarts snellen, die elkander gestadig vervangen, en des avonds vooral is hot een treilend schouwspel vele honderden dier vurige zielen in de innigste aanbidding te zien neerknielen. Als eindelijk bet oogenblik van sluiting der kerkdeuren gekomen is, \'t welk bij die gelegenheid eerst zeer laat gebeurt, dan sluit men evenwel het H. Sacrament niet in het tabernakel : er bestaat te Rome een genootschap van deugdzame mannen, die volgaarne hunne rust opofferen, om Jesus Christus in het hoogheilige Sacrament te aanbidden. Het is zeer talrijk, en de tijd van elk lid is vooraf bepaald en aangewezen. De nachtwake wordt in twee gedeelten gesplitst. De rijtuigen van het Genootschap halen de personen, die het tweede gedeelte van den nacht moeten waken, ten hunnent, en brengen hen, die het eerste gedeelte in aanbidding hebben doorgebracht, naar hunne woningen terug. Het is aangenaam in het oog van godvruchtigen om in onze dagen van volstrekte onverschilligheid, dergelijke bewijzen van geloof te zien, en wij behoeven bier niet bij te voegen, dat Agues zich gelukkig achtte daarvan getuige te kunnen wezen.
Doch hoe zouden wij onzen lezers een denkbeeld kunnen geven van bet zeldzame geluk, dat baar in de hoofdstad der Katholieke Eenheid te beurt viel, zich namelijk te mogen nederwerpen voor de voeten van den Plaatsbe-kleedcr van Jesus Christus, hem de hulde van haren gren-zonloozen eerbied te brengen en zijnen apostolischen zegen te ontvangen? Er zijn gemoedsaandoeningen, die zich gemakkelijker laten gevoelen dan uitdrnkken. Na liet hooge denkbeeld, dat wij tot zooverre gepoogd hebben van onze
\'132
engelachtige Agnes te geven, zou het overtollig wezen hier te zeggen, dat zij met den diepsten eerbied jegens hel zichtbare Opperhoofd dor Katholieke Kerk bezield was. En welke Katholiek, die dezen naam waarlijk verdient, begrijpt niet, hoe gelukkig zij zich gevoelde, toen zij zich voor de voeten kon nederwerpen van den Vertegenwoordiger van haren goddelijkeu Meester, en ze mocht kussen met den innigen eerbied, dien het geloof haai- inboezemde voor zijne on besef bare en schier bovennatuurlijke waardigheid? De Paus zelfs merkte dit aanstonds op; en toen Agues hom vervolgens om eenige geestelijke gunsten verzocht, verleende hij alles met onuitsprekelijke goedheid. Wij weten zelfs, dat zijne Heiligheid haar op cene bijzondere wijze onderscheiden had, en dat hij eenigen tijd daarna met eenen achtingwaardigen Franschen Prelaat op de vereerendste wijze over haar gesproken heeft.
Het is niet noodig hierbij te voegen, dat Agnes gedurende haar geheele leven met de herinnering aan die gelukkige oogenblikken een bijzonderen eerbied Jegens den Geheiligden Persoon van Gregorius XVI, en eene onbegrensde dankbaarheid koesterde voor de welwillende goedheid, waarmede hij hare familie overlaadde. Allen, die het geluk hebben gehad dien doorluchtigen Opperpriester te naderen, weten, in wolk een graad hij aanstonds de harten wist te winnen door den luister zijner verhevene waardigheid te temperen door de innemendste vriendelijkheid. Hoewel het moeilijk is, hem naderende, zich niet bo-schroomd te gevoelen door de tegenwoordigheid van hot zichtbare Opperhoofd der Kerk, ziet men weldra in hem enkel den Algemeenen Vader der geloovigen, en de vrees en beschroomdheid verdwijnen om plaats te maken voor een gevoel van geheel kinderlijk vertrouwen.
133
Wij betreuren het zeer, en onze lezers met ons, dat Agnes slechts den tijd gehad heeft om in hare aanteeke-ningen met weinige woorden de levendige aandoening uit te drukken, welke haar die gebeurtenis had veroorzaakt. De onbeschreven bladzijden schijnen aan te duiden, dat zij voornemens was later met meerdere bijzonderheden die ledige plaats aan te vullen, die ons thans van den troost berooft, dien wij zouden hebben genoten bij het lezen van de gloeiende uitdrukkingen, die haar hart ongetwijfeld aan hare pen zou hebben gedicteerd.
Waarom heeft zij aan het papier geen dier degelijke overdenkingen toevertrouwd, die voorzeker het grootsche schouwspel van Rome, het middenpunt der heidensche bijgeloovigheden, dat door het hoogste wonder de leermeesteres der waarheid is geworden, in haar zal opgewekt hebben\'? Welke verheven gedachten zullen zich in haren geest verdrongen hebben, toon zij dien tempel van Jupiter-Gapitolinus zag, waar de oude overwinnaars hunne dankbaarheid voor behaalde overwinningen aan stomme goden kwamen betuigen, en alwaar men tegenwoordig het vreedzame Slachtoffer, dut den Hemel door zijn bloed voor ons verworven heeft, opoffert; en die kerken, die tegenwoordig de namen der valsche godheden dragen, die er vroeger cene heiligscbennende hulde ontvingen en ton eeuwigen dage den zegepraal Van onzen heiligen Godsdienst op de dwalingen van het heidendom verkondigen; en die twee trotsche gedenkstukken van de grootheid der Uo-meinen, de kolommen van Trajanus en Antoninus, waarop hunne schitterende heldenfeiten gegrift zijn, on die thans tot heerlijke voetstukken verstrekken aan de standbeelden van Petrus en Paulus, om te verkondigen, dat do Voorzienigheid de bewonderenswaardig gelukkige daden
134
v.\'in eene Republiek niet heeft toegelaten dan om den weg te banen aan arme visschers, die de wereld moesten bevrijden van een schandelijk juk, en haar de goede tijding van het Evangelie moesten verkondigen. ...
Doch hoe zou men hier alles kunnen uitdrukken, wat zij moest gevoelen, toen zij op H. Sacramentsdag die prachtige processie bijwoonde, die iedereen heeft hooren roemen, doch waarvan beschrijvingen zoo Hauw afsteken bij de werkelijkheid. Men zou, wol is waar, met groote moeite een denkbeeld kunnen geven van de heerlijk schoone versiering, die geheel bijzonder wordt aangebracht op het plein dor 11. Potruskerk, langs hetwelk die processie zich beweegt, alsmede van die indrukwekkende verecniging van alle religieuse genootschappen, van deputation der seculiere geestelijkheid, van Prelaten, van Bisschoppen en Kardinalen.....doch niets zou den indruk kunnen schetsen, dien
op eene door oprecht geloof bezielde ziel hot gezicht maakt van den Plaatsbekleeder van Jesus Christus, die ondereen grooten troonhemel in triomf op de schouders van twaalf rijk gokleede mannen wordt omgedragen. Hij houdt de Heilige Hostie in zijne banden cn schijnt neergeknield in zijnen goddelijken Meester verslonden te wezen. Het geheel van deze groep, is van eene boven alle schoonheid verheven uitdrukking, en de levendigste aandoening doordringt do ziel, terwijl de oogon getroffen worden door dien gelijktijdig godsdienstigen en militairen luister; want men kan zich niet weerhouden bijzonder de rijke en prachtige wapenrusting en kleeding te bewonderen dor Piomein-sche wacht van Edelen te paard: het is wezenlijk eene keurbende, die is samengesteld uit al wat Rome edels oplevert. (1)
(J)Üok dit is verihveneu sinds dc rooverkouiug den 1\'aus vim Petrus erfdeel beroofde.
i;{5
Agnes kon dil praclitigo schouwspel tul ia zyne geringste bijzonderheden rustig gadeslaan; niets was meer geschikt om haar hart te verteederen. Intusschen nam een smartelijk gevoel, dat slechts voor eenige oogenblikken uit haar hart verbannem was, er weldra weder bezit van.
IJie schitterende plechtigheid, die ontelbare toevlued van geloovigen, die statige pracht, die verblindende luister, alles om haar het einde van het verblijf barer familie te Rome aan te kondigen en haar het teeken tot vertrek te geven: dit was het onherroepelijk vastgestelde plan,\'t welk do Heer en Mevrouw de St. Hubert, reeds vóór hunne aankomst in do hoofdstad der Christenheid hadden gevormd, en waarvan zij niet meenden te kunnen afwijken, uit vrees, dat zij later schier geheel Italië bij kleine dagreizen zouden moeten doortrekken om naar hunne woning te Pignerol terug te koeren. Zij waren hierover allen bedroefd, doch inzonderheid onze goede Agnes, wier oprechte godsvrucht te Rome zooveel voedsel vond. Van die heerlijke hoofdkerk van den H. Petrus, die haar in vele opzichten zoo dierbaar was, en waarop zij op dat oogenblik hare oogeti gevestigd hield,.. . nam zij afscheid om haar waarschijnlijk nooit weder te zien. Aan hoevelö andere herinneringen en innig vereerde voorwerpen, moest zij hare gedachten en hartelijke verknochtheid onttrekken!. . . Want men bad besloten, reeds dien zeilden avond met de toebereidselen tot de afreizc te beginnen.
De droefheid van het kleine gezin was des te levendiger, wijl dagelijks het dringende verzoek om het verblijf ten minste tot na de schoone plechtigheid van het feest van den H. Petrus te verlengen, den Burggraaf de St. Hu-bert niet schenen te kunnen bewegen; bij wilde onwrikbaar schijnen en evenwel viel het hem smartelijk, want
m
bij zijne persoonlijke droefheid voegde zich nog die der zijnen, die liij duidelijk bespeurde. Toen hij dien avond te huis kwam, lor prooi aan eenen hevigen strijd, daar hij de verantwoordelijkheid niet op zich alleen wilde laden, noch voor een verlengd verblijf, dat ernstige bezwaren kon ten gevolge hebben, noch voor een vertrek, dat de bron van irnmerdurende droefheid kon worden, vooral, daar Agnes de feestelijkheid van Paschen niet had kunnen bijwonen, vereenigde hij zijn gezin om zich en zeide: ))Het oogenblik is daar om een beslissend besluit te nemen en dat onmiddelijk uit te voeren. Gij zijt aanhoudend getuigen van do vriendschappelijke wijze, waarop men bij mij aandringt ons verblijf in deze hoofdstad to verlengen tot na het feest van den II. Petrus. Gij kent de reden, die ten gunste onzer afreis pleit, de vrees, dat wij zulk eene groote reis zouden moeten ondernemen in hot hart van den zomer, in de brandende lucht van Italië, en het gevaar, dat een onzer, (zij waren zes in getal,) ons allen op eene geheel onbekende plaats zal ophouden. .. Denkt hierover wél na, en morgen ochtend zult gij mij aan hot ontbijt uw besluit mededeelen; ik willig hot bij voorbaat in, hoedanig het ook zijn moge.... en ik geef u tijd tot beraad,quot; voegde hij er, zich verwijderende, bij.
Het zal niot moeilijk vallen den uitslag dezer beraadslaging te raden, noch wat er tusschen Mevrouw de St. Hubert en hare kinderen omging. Nauwelijks was de Heelde St. Hubert den volgenden morgen in hot vertrek verschonen, toen allen, zonder hem den tijd te gunnen iets te zeggen, hem omhelsden, terwijl ze beurtelings riepen: Laat ons blijven, laat ons blijven! de goede God zal ons eene gelukkige terugreis schenken. — Wij blijven, ant-
437
woorclde de Heer Do St. Hubert, die zijne tranen niet kon weêrhouden. Toen had er een allerlretVendst huiselijk tooncel plaats, waarin hunne bedienden en zelfs do brave huisgenooten weldra een levendige belangstelling toonden door hunne hartelijke deelneming.
Inzonderheid klopte hot hart onzer goede Agnos van reine, heraelsche vreugde. Zij had tot dusverre do aandoeningen barer ziel zorgvuldig verborgen gehouden, uit vrees dat zij daardoor op het besluit barer goede ouders eenigen invloed zou uitoefenen. Nu kon zij vrij lucht geven aan allo gevoelens, die zich in haar hart verdrongen, en zij gevoelde zich nog voel gelukkiger dan op den roods zóó schoonon dag barer aankomst in het grijze Rome. Voor haar was alles toen nog slechts vooruitzicht; na dien tijd was alles in eeno zoete en troostvolle werkelijkheid veranderd. Hot schoen baar dat zij, die nog schier niemand te Rome kende, tie gelukkige gebeurtenis, de •aangename tijding van dien dag aan eeno menigte vrienden moest mededeelon.. . . En, in der daad, Agnes had vele vrienden te Rome... allen, die zij or bad be-zoebt. Hare vrienden waren de godsdienstige gestichten, indrukwekkende gebruiken, stichtende voorbeelden en ge-denkstukkon, die aan bare godsvrucht dierbaar waren. Hare vrienden waren de Heiligen, die zij met eeno meer bijzondere toegenegenheid vereerde, on met welke zij meer rechtstreeks scheen te verkeeren op de plaatsen, waar
men hun stollolijk overschot de oorbiodigste hulde bewijst____
De Heiligen, met welke zij zich, helaas! in het belang der armen, tot openbare stichting en tut geluk barer familie, maar al te vroegtijdig is gaan voroenigon.
Aan dit ongehoopte langer verblijf, had Agnes het te danken, dat zij de godvruchtige oefeningen van het octaaf
van H. Sacramenls-dag kon bijwonen; dat zij getuige kon wezen van hot feest van den II. Aloysius van Gon-zaga, dat haar, zooals wij ge/Jen hebben, zoo gelukkig maakte; dat zij kon tegenwoordig zijn bij hot feest van den II. Johannes den Dooper en bij do novenen, die in vele kerken gehouden worden ter voorbereiding tot het groote feest van den II. Petrus. Die grootsche plechtigheid voerde haar geluk ton top: doch daar zij in vele boeken beschreven is; zullen wij slechts weinige rogels wijden aan de beschrijving van het feest van den Vorst der Apostelen, Reeds daags te voren beijverde zich de familie De St. Hubert om de eerste vespers bij te wonen, bij welke de Paus zelf in de heerlijke Basiliek van den II. Petrus officieert, welke daartoe op do kostbaarste wijze is versierd. Zij wilde ook het heerlijke schouwspel, misschien het eenige van dien aard in do wereld, genieten, dat de illuminatie van den koepel, den gevel en hot gehcelo uitgestrekte plein van den H. Petrus aanbiedt. Er is schier niemand, die daarvan niet heeft hooron spreken: doch hier laat, inderdaad, do werkelijkheid de verbeelding verre achter zich. Ziehier in weinige woorden de beschrijving dier verlichting: Reeds vroeg bij het vallen van de avondschemering worden deze onmetelijke gebouwen eensklaps verlicht door eono ontelbare menigte lampjes, die in doorschijnende papieren kokers of cylinders geplaatst zijn; dit brengt cene prachtige verlichting voort, die ongetwijfeld merkwaardig is door hare uitgestrektheid en regelmatigheid, maar nog meer door de pracht der raajestueuse gebouwen, die zij in eene zoo van licht baadt. Hoewel overigens het licht, als men het zoo mag uitdrukken, wat flauw is, is die illuminatie echter van eenen edelen ernstigen en stati-gen aard. Een groote toevloed van monschen wemelt al-
130
lerzijds; men hoort het verwarde gemurmel van eene groote verzamelde bevolking, en dit eerste schouwspel, \'t welk men langer clan een uur geniet, zou reeds voldoende zijn, om de nieuwsgierigheid te rechtvaardigen, dio zulk een
grooten toevloed van mcnsclicn lokt..... Doch eindelijk
slaat het eerste uur van den nacht,... En, op dit met ongeduld verbeide teeken verdwijnt eensklaps, als door een tooverslag, de illuminatie, aan welke de oogen reeds gewoon waren, terwijl zij aanstonds over hare geheele uitgestrektheid door eene nieuwe illuminatie vervangen wordt... Deze sdiittei\'t van vuur en licht. Nooit heeft men plotselinger en verbazender verandering van decoratie gezien! Dit oogenhlik, \'t welk door de daverende toejuichingen van de toeschouwers begroet wordt, laat zich met geen mogelijkheid schotsen. . . . Spoedig daarna vragen de van verbazing opgetogen aanschouwers elkander, wat ervan de eerste verlichting geworden is. . . . Inderdaad zij bestaat nog, en er is geen verandering in aangebracht! maar zij is geheel verdwenen en verduisterd door zoo veel glans. Do hemelhooge koepel verspreidt heinde en ver een helderen glans, die aan alle kanten weerkaatst wordt, en op eenige uren afstands van Rome zich als een vlarn-mendèn berg voordoet.
Doch het waren vooral de godsdienstige plechtigheden van den volgenden morgen, die ons godsdienstig gezin zouden schadeloos stellen voor de afwezigheid bij do Paasch-plech-tigheden, wijl de souvereine Opperpriester insgelijks op dien grooten dag de plechtige H. Mis celebreert. Niets kan een juist denkbeeld geven, van hetgeen het bij deze omstandigheden gebruikelijke ceremonieel en de vereeniging van alle kerkelijke waardigheden indrukwekkends oplevert. Het is inderdaad betamelijk, dat de Katholieke plechtig-
140
heden nimmer zooveel luister cn grootheid ten toon spreidt als wanneer het Opperhoofd der Kerk die verricht.
Het feest van den H. Petrus is eigenlijk het feest van Rome, en in dit opzicht heeft het iets meer bijzonders en indrukwekkends dan het Paaschfeest zelf. Hoe heerlijk schoon is het, bij voorbeeld, onder de gewelven van deze majestueuse hoofdkerk, bij het graf van den Vorst dei-Apostelen, deze woorden te hooren weergalmen, die voor meer dan achttien eeuwen tot hem gesproken werden: ))Gij zijt Petrus, en op dezen steenrots zal ik mijne kerk bouwen, en de poorten der hel zullen tegen haar niets vermogen.quot; Alle blikken wenden zich alsdan tot den Opperpriester, den opvolger van Petrus, die op zijn troon staat, omgeven door den majostueusen luister, die zijne hooge waardigheid betaamt. Als men op die wijze de voorspelling vervuld ziet, dan herleeft het geloof; het vertrouwen op de beloften wordt versterkt, en men waardeert meer dan ooit bet onuitsprekelijke geluk, tot die Heilige Kerk te behooren en het gehoorzame kind te wezen van hem, aan wien de sleutels van het rijk der Hemelen zijn toevertrouwd.
En als des namiddags onder de plechtige Vespers, het indrukwekkende orkest, \'t welk uit verscheidene honderden toonkunstenaars samengesteld is, het ruime gewelf doet weergalmen van deze strophe uit de hymne: »0 felix Roma qua tantorum principmn es purpurata pretioso sanguine, non laude tua, sed ipsorum meritis, exelsis omnern mundi pulchritudinemquot;,!) dan verwekt het een gevoel van verteedering en verrukking, waarvan do uitboezeming slechts
1) ü gelukkig llomc, dut door hot kostliuvc bloed van du doorluchtige Prinsen der Apostelen gepurperd zijt, \'t is niet door uwe eigen glorie, maar door hunne verdiensten, dat gij ullcs overtreft, wat de Aarde heerlijks oplevert.
141
onderdrukt wordt door den eerbied voor de heiligheid der plaats, en waarin de vreemdelingen zeiven deelen, op de [jlauts, dio het tooneel is van zoo veel groote herinneringen.
Hot heerlijke schouwspel dor illuminatie wordt op den avond van dien dag vernieuwd en gewoonlijk gevolgd door een prachtig vuurwerk, bekend onder den naam van girandola, \'t welk op het kasteel St. Angelo wordt afgestoken. Om verscheidene redenen, die elk naar /.ijne eigen wij/e van zien verklaarde, had dit vuurwerk destijds geen plaats.
Deze groote en schoone dag besloot voor Agnes waardig den tijd, dien zij in de heilige stad had doorgebracht. Drie dagen daarna verliet zij met hare familie Rome, niet zonder levendige droefheid, maar bemoedigd door de gedachte, dat zij hare schreden ging wenden naar het beroemde heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Lorette, waarvan zij zich ook een onbesefbaar geestelijk genot voorstelde.
Wij hebben maar al te. dikwerf opgemerkt, hoe onbepaald en gebrekkig in samenhang, over het algemeen de berichten zijn, die men in ons land betrekkelijk het Heilige Huis van Lorette beeft, dan dat wij deze gelegenheid zouden laten voorbijgaan, zonder onzen lezers een juist denkbeeld te geven aangaande een punt van zulk een hoog gewicht. Velen hebben ongetwijfeld hooren zeggen, dat de kapel, bekend onder den naam van Santa Gasa, die men te Lorette in groote eere houdt, hetzelfde huis is, \'t welk de heilige Maagd te Nazareth bewoonde, en dat op eene mirakuleuse wijze eerst naar Dalmatië, en vervolgens over de Adriatische Zee naar do plaats is overgebracht, waar het thans nog staat; doch onder de godvruchtige personen, zelfs onder de geleerden zijn er misschien zeer weinigen, die zich
-1 w
do moeite hebben gegeven, om nauwkeurig te onderzoeken, op welke gronden een gevoelen rust, dat bij den eersten oogopslag zoo buitengewoon voorkomt.
))Het is hier tie plaats nietquot;, zullen wij met een voornamen schrijver, dien wij reeds aanhaalden, zeggen, ))om diegenen to overtuigen, die dat godvruchtig geloof verwerpen. Daar dit boek vooral bestemd is voor do ware dienaren van Maria, moet men hen niet beleedigen door do gedachte dat zij zich zouden verzetten tegen eene overlevering, die roemrijk is voor Maria en nuttig voor de ge-loovigen. Maar, wat beslissend is voor allen, die dezen naam verdienen, zij is door meer dan twintig Pausen goedgekeurd, die allen door eenen heiligen wedijver gedreven, de zeldzaamste geestelijke gunsten aan dit mirakuleuse huis hebben verleend. Zij hebben het verrijkt met de kostbaarste geschenken, en zijn er in persoon, hunne hulde aan de heilige Moeder Gods komen brengen. Doch het komt ons doelmatig voor, tot troost der godsvrucht en tot hare versterking tegen het ongeloof der wereld, eenigo feiten mede te deelen, die ons toeschijnen van groot gezag te wezen.quot;
Wij meenen aan deze feiten wal: meer uitbreiding te moeten geven, dan de schrijver, aan wien wij de zoo even aangevoerde woorden hebben onlleend, en wij gelooven hierdoor volkomen de oogmerken van onze godvruchtige Agues te vervullen, die door de onverschilligheid, welke zij ten opzichte van dit punt, \'t welk de aandacht dei-kinderen van Maria zoo overwaardig is, allerwege out-moelle, meermalen levendig getrollen en bedroefd werd. Wij zijn er ver af, hier al de bewijzen te willen bijbrengen, die wij zouden kunnen aanhalen, doch wellicht zal het volgende voldoende zijn, om rechtschapen menschen
143
to overtuigen, en met Turcellinus, een beroemd Italinansch schrijver, die omstreeks het einde der zestiende eeuw leefde, te doen zeggen: ))dat het niet mogelijk is, zulk eene zekere gebeurtenis in twijfel te trekken, tenware men gelijktijdig twijfelt aan de alvermogende Voorzienigheid van God zelve, of dat men volstrekt het mensehelijke geloof en het gezag der getuigenissen wil vernietigen.quot;
Laten wij nu de zaak zonder vooringenomenheid onderzoeken. Volgens het eenparige verhaal der reizigers was het huis van de Heilige Maagd gevormd nit eene grot, die in de rots was uitgehouwen aan de helling van den berg, waarop de stad Nazareth gebouwd was, en uit een klein woonvertrek van metselwerk, \'t welk voor de grot was aangebouwd. Dat was de armoedige en nederige woning, waarin het verheven geheim der Menschwording van het Woord is vervuld geworden.
Deze in do oogen des Geloofs zoo eerbiedwaardige plaats bleef, nadat zij aan de verwoesting der stad Nazareth, onder Vespasianus in het jaar 74 der Christelijke tijdrekening, ontkomen was, te midden van de bouwvallen der stad verborgen tot op het oogenblik, waarop de deugdzame Keizerin Helena zoo gelukkig Avas haar weder te vinden. Zij wilde die nederige woning in haar indrukwek-kenden eenvoud bewaren; doch zij deed de beide gedeelten van het benedenhuis, waarvan wij straks gesproken hebben, insluilen in eene kerk, die door hare kostbare praeht volkomen beantwoordde aan het voorwerp, waarvoor zij bestemd was en aan het oogmerk van haar, die ze had doen bouwen.
De Heilige Hyronimus spreekt van deze kerk in de vijfde eeuw, en Beda in de achtste eeuw; Joannes Phocas verzekert, dat l»ij ze in 1 185 gezien heeft. De II. Lodewijk
144
bozocht haar met gevoelens van tcedere godsvi-ucht in 1252, op den ilag van Maria Boodschap, en het schijnt, dat de Voorzienigheid door de plechtige hulde van dien heiligen Koning, op een geheel bijzondere wijze de aandacht heeft willen vestigen, op het beslaan van die nederige woning in Palestina, ten einde het groote wonder, dat eerlang zou plaats hebben, nog schitterender te maken.
Negen en dertig jaren later, in 1291, viel Palestina geheel en al in de handen der ongeloovigen; vijfentwintig duizend Christenen werden door het zwaard gedood, terwijl tweemaal honderd duizend in slavernij werden weggevoerd. Alle heilige plaatsen werden prijs gegeven aan de ergste ontheiligingen; de kerk van Nazareth, die door de H. Keizerin Helena gebouwd was, werd geheel en al verwoest... . alleen het huis van Maria ontkwam aan hunne woede.
Op den 10lkquot; Mei van hetzelfde jaar, onder het Pausdom van Nicolaas IV, zag men eensklaps in Dalmatië op eenen heuvel, tusschen de steden Tersate en Fiume, in een oord, waar men nimmer een gebouw gezien had, een zeer klein huisje van eenen vreemden bouwtrant, \'t welk zonder grondslagen op dc oppervlakte van den bodem rustte. Op het gerucht van dit wonder, stroomde de bevolking van Tersate in menigte daarheen, en de verbazing verdubbelde nog, toen de Pastoor der plaats, die toenmaals ernstig ziek was, in het midden zijner schapen verscheen en hun bekend maakte, dat hij op eene mirakuleuse wijze genezen was, en dat die plotselinge genezing een ondubbelzinnig bewijs was der waarheid van hetgeen hem was geopenbaard, te weten, dat dit kleine huis de kamer was, die de heilige Maagd te Nazareth had bewoond.
Zulk eene groote gebeurtenis verdiende de ernstige na-
145
sporing: Nicolaus Frangipani, Gouverneur der provincie cn lid van een der voornaamste familiën van Italië, deed aanstonds vier mannen, die nog aanbevelenswaardiger waren door hunne deugd dan door hunne geboorte, naar Nazareth afreizen. Toen dezen uit Palestina waren wedergekeerd, verklaarden zij eenparig, dat het kleine gebouw in metselwerk, \'t welk een gedeelte uitmaakte van het huis van de heilige Maagd, niet meer bestond: doch dat men er nog de grondslagen van zag. Zij verklaarden verder, dat hunne uitgestrektheid volkomen overeenstemde met de lengte en breedte van het zoo geheimzinnig overgebrachte geboyw, dat de steenen, de cement enz. volkomen van dezelfde soort waren, en dat, hoewel de overbrenging van het heilige huis een ongehoord wonder was, deze echter op al te geloofwaardige bewijzen rustte, dan dat men ze zou kunnen in twijfel trekken. Zij staafden de waarheid hunner verklaring onder eede, en men maakte daarvan een authentiek proces-verbaal op, hetwelk in de openbare archieven geplaatst werd.
Do toeloop van bedevaartgangers, die aangelokt door de mare van zulk een buitengewone gebeurtenis, het heilige huis kwamen vereeren, was ontzettend, terwijl hun getal dagelijks aangroeide, toen het drie jaren en zeven maanden daarna verdween en dr bewoners van het markgraafschap Ancona het met groote verbazing zagen in de nabijheid der stad Recanati. Het was dwars over de Adriatische zee gekomen. Deze tweede overbrenging bad plaats den 10ll\'n December van het jaar 1294, onder het Opperpriesterschap van Celestinus V.
De bevolking van Recanati was ongetwijfeld even opgetogen van verwondering over dit nieuwe wonderwerk als de bevolking van Tarsate zulks geweest was; doch de be-
10
146
kendhcid met hctgone kort te voren in de nabijlieid van laatstgenoemde stad plaats had, stemde de bevolking nog meer om te gelooven aan het visioen, hetwelk de TI. Nico-laus Tolentinus (een der eerbiedwaardigste mannen, waarop de orde van den H. Angnstiims roem draagt), glt;\'lijk-tijdig had, n.1. dat dit kleine huis dat van Nazareth was, hetzelfde, dat men vroeger te Tersate vereerde.
Alvorens evenwel zulk eene vreemde gebeurtenis als zeker te beschouwen, wilde men bewijs op bewijs stapelen: zestien afgevaardigden werden uitgekozen onder de aanzienlijkste personen der provincie, die den last ontvingen zich eerst naar Tersate en vervolgens naar Nazareth te begeven.
In de eerste dier steden overtuigde de eenparige getuigenis der inwoners en vooral de droefheid, waarin het groote verlies, dat zij geleden hadden, hen had gestort, weldra de afgevaardigden, dat het heilige huis werkelijk te Tersate verdwenen was op hetzelfde oogenblik, waarop men het in do omstreken van Recanati had zien verschijnen. De Gouvernenr Frangipani liet, om aan de nakomelingschap deze gedenkwaardige gebeurtenis te betuigen, waar het heilige huis had gestaan, eene kleine kapel oprichten, die er in grootte en gedaante gelijkvormig aan was, en in welke dit opschrift gesteld werd, hetwelk men er volgens hedendaagsche schrijvers nog leest: »IIic est locus in quo olim luit sanctissima domus beatoo Virgin is de Laureto, quoe in Recineti partibus colitur.quot;
De afgevaardigden van het markgraafschap Ancóna zouden, naar het schijnt, hunne nasporingen hierbij hebben kunnen laten rusten, en hun getuigenis, gevoegd bij die der vier afgezondenen van Tersate, waarvan wij hierboven gesproken hebben, zou voldoende geweest zijn om de
147
echtheid van het Heilige fluis aan te toonen. Intusschen getrouw den last volbrengende, dien zij hadden ontvangen, vertrokken zij niettemin naar Galilea, en te Nazareth gekomen , bevonden zij, dat alles overeenstemde met het verslag, dat de vier eerste afgevaardigden van hunne zending hadden gedaan. Hun officieel verslag, \'t welk geen twijfel meer overliet aangaande de waarheid van zoo vele wonderen, werd overgeboekt in de openbare registers van Recanati en bevestigd met de handteekening van meergenoemde zestien afgevaardigden. Het ongelooflijk groote aantal van bedevaartgangers, die van allo kanten samenstroomden om het Heilige Huis en de menigvuldige mirakelen, die gewrocht werden, te vereeren, moesten daarvan dagelijks meer en meer de verheven en indrukwekkende bevestiging geven.
Meer dan twee eeuwen later had Hyronimus Angelito, een inwoner van Recanati, aan Paus Clemens VII eene geschiedenis van Onze Lieve Vrouw van Lorette opgedragen, doch de Opperherder meende die groote gebeurtenis aan een nieuw onderzoek te moeten onderwerpen, en te dien einde zond hij, omstreeks het jaar 1530, drie zijner eigen kamerheeren naar Nazareth. Deze verklaarden bij hunne terugkomst onder eede, dat de grondslagen van het Heilige Huis daar nog gezien werden, en dat de verslagen der afgevaardigden van Tersate en Recanati in alle opzichten volkomen nauwkeurig waren. Een hunner, Joannes van Sienna, maakte de opmerking dat de steenen, waaruit het huis van Loretto was samengesteld, volkomen van denzelfden aard waren als die, welke hij van Nazareth had medegebracht, en die daar tot gewoon bouwmateriaal gebezigd werden, terwijl noch de steengroeven van het markgraafschap noch een enkel gebouw dier provincie zulke steenen vertoonde.
148
Zulk oen overvloed van getuigenissen, kwam Paus Sixtus V voldoende voor, en men zal het hem zeker niet als bijge-loovigheid aanrekenen, dat hij beval, met gulden letteren in den gevel van de prachtige kerk, waarin men het Heilige Huis had besloten, deze zoo merkwaardige inscriptie te laten beitelen: »Deiparoe Domus in quê Verbum caro factum est.quot;
Den Zd*1quot;quot; November 1032 vergunde de Congregatie der Riten, bij een plechtig dekreet, het celebreeren van het officie der overbrenging van het Heilige Huis naar de provincie van Picenum. Den 30 Augustus 1009 werd bij een nieuw dekreet van dezelfde Congregatie, bel inlasschen van de volgende woorden in het Romeinsche Martyrologium bevolen, op den datum van den 10lt;k\'quot; December: ))Laureti in Plceno translatio sacra) domus Dei genitricis Marise in qua Verbum caro factum est.quot;
Eindelijk onderwierp de Congregatie der Riten, onder het Opperpriesterschap van Innocentius XII, de gehcele zaak aan een nieuw en ernstig onderzoek; en nadat zij zich hadden overtuigd, dat geene gebeurtenis stelliger kon worden bewezen, vaardigde zij den IG\'1™ September 1099 een derde dekreet uit, hetwelk bepaalde, dat, bij de derde les van de tweede nocturne van het ollicie, \'t welk den 10jcquot; December gelezen moest worden, deze woorden zouden worden gevoegd, die, zooals Benedictus XIV opmerkt, in weinig woorden de waarheid uitdrukken van het Mirake-leuse feit, waarover wij spreken, en der bewijsgronden, waarop zij rust. Ziehier do vertaling dier bewoordingen: Toen het huis, waarin de Heilige Maagd geboren is, en \'t welk is geheiligd door de Goddelijke geheimen, die daar zijn volbracht, in de handen der ongeloovigen gevallen was, is bet eerst naar Dalmatië en vervolgens, onder het
14!)
Opperpriesterschap van den H. Gelestinus V, op het grondgebied van Lorette in de provincie Picenum overgebracht, en zoowel door de Stukken van de Souvereine Opperpriesters en door den diepen eerbied, dien de geheele wereld het toedraagt, als door de groote mirakelen, die er aanhoudend plaats hebben en door de hemelsche weldaden, die men er onophoudelijk ontvangt, is liet bewezen, dat dit huis hetzelfde is, waarin het Woord is vleesch geworden, dat onder ons heelt gewoond. Opdat de herinnering aan die groote gebeurtenis des te meer de godsvrucht der go-loovigen jegens de doorluchtige Moeder van God zou opwekken, heeft Innocentius XII bevolen, dat men jaarlijks do overbrenging van dit Heilige Huis in geheel de provincie Picenum, met eene eigene H. Mis en een eigen oilicie zou vieren.quot;
Al wie weet, met welk eene wijze bedaardheid en afgemeten ernst de Congregatie dor Riten de mirakuleuse daden behandelt, zal zich wel laten overtuigen, dat zulk eene getuigenis, misschien idle overige overtreft, wijl zij enkel het uitvloeisel is geweest van eene grondige overtuiging, die bepaald werd door eene vereeniging van onwraakbare bewijzen. Wij zullen er enkel nog bijvoegen, dat een Paus, wiens uitgebreide geleerdheid hem niet ten onrechte eene groote vermaardheid verworven heeft, Be-nedictus XIV, in twee zijner werken de waarheid dei-overbrenging van het Heilige Huis bewezen heeft, en dat, zooals hij zelf opmerkt, de oordeelkundigste en gestrengste onderzoekers, de Bollandisten onder anderen, erkend hebben, dat het noodzakelijk was dit feit aan te nemen, als men niet in eene waarlijk zinnelooze twijfelzucht wilde vervallen.
Het zou na dit alles noodeloos wezen, hier verder uit
150
te weiden over eene zaak, die misschien verveling zou verwekken, als wij molding maakten van het groote aantal Pausen, die aan het Heilige Huis van Lorette blijken van hunnen diepen eerbied hebben gegeven: van zoovele personen, die schitterden door hunnen rang, of die de Kerk onder hot getal barer lioiligen heeft opgenomen, en welke het met geestdrift hebben bezocht, van den toevloed van bedevaartgangers, die er sedert vijf honderd jaren de voorspraak van Maria komen inroepen, van de tallooze mirakelen, die er hebben plaats gehad, en van de aanzienlijke geschenken, waarmede hot begiftigd is dooide godsvrucht der goloovigen, doch waarvan het later beroofd werd . .. wij moeten het tot onze schande bekennen .. . door een Fransch leger.. .. Tiet is tijd en meer dan tijd om tot onze Agnes terug te koeren.
Zij vertoefde mot hare achtingswaardige familie twee dagen te Lorette, en wij behoeven bier niet bij te voegen, dat zij eon groot godeelte van dien tijd in hot Heilige Huis doorbracht. En nog minder meenen wij gewag te moeten maken van de vurigheid der gebeden, die zij er tot de Koningin dor Engelen opzond, en van het reine geluk, dat zij er smaakte. Er is wellicht geen onzer lezers, die niet gemakkelijk zal bevroeden, welke gewaarwordingen er in haar hart opkwamen, in eene plaats, die haar zulke treilende en verhevene herinneringen aanbood. Doch er is eene omstandigheid, die wij gemeend hebben niet mol stilzwijgen te mogen voorbijgaan, namelijk, dat onze engelachtige Agnes zulk eene eerbiedwaardige plaats koos om er eene gelofte uit te sproken, waarvan men weinig voorbeelden zal aantreffen bij personen, die zich niet aan den roligieusen staat toewijden, en die men slechts aan hen veroorlooft, bij welke men eene volmaakte deugd er-
151
kent, te weten, de belofte van nooit een anderen bruidegom te hebben dan Jesus Christus.-
De vrees om onze lezers in een levensbeschrijving, waarin alles tot dusverre hun misschien ter navolging kan worden voorgesteld, eene dier daden voor te stellen, die het gewone leven overschrijden, heeft ons doen aarzelen er van te spreken; doch het kwam ons billijk voor, aan Agnes de glorie niet te onthouden, die haar toekomt, en wij zullen hier alles trachten te verzamelen, wat wij desaan-gaande hebben kunnen ontdekken.
Men herinnert zich, met welke volharding zij immer alle voorstellen tot een huwelijk van de band gewezen had, op eene wijze, die duidelijk deed zien, dat haar besluit in dat opzicht onwrikbaar was. Intusschcn onthield zij zich bij die verschillende gelegenheden van het doen van eenige bijzondere geloften, wijl de gehoorzaamheid haar zulks niet veroorloofde. Men heeft werkelijk een brief van een barer biechtvaders, onder dagteekening der maand Februari 1821, gevonden, waarin hij haar zegt: ))Gij kunt in de wereld eene deugdzame bruid van Jesus Christus wezen; doch onthoudt u van het aflegger) van eenige gelofte, waartoe men in de eerste jaren van ijver lichtelijk geneigd is. Zij kan Code niet aangenaam wezen, tenzij zij gerijpt is door wijze beradenheid, als men zich laat besturen door hen, die daartoe bevoegd zijn.quot;
Agues volgde deze wijze raadgeving zeer getrouw, daar zij, zooals men ziet, eerst twaalf jaren daarna de gelofte deed waarvan wij nu zullen spreken, hoewel zij, zooals hare handschriften ons melden, reeds in het jaar 1827 daartoe gemachtigd was door haar ervaren biechtvader, dien zij op dien tijd had geraadpleegd. Voorzeker is zulke handelwijze verre verwijderd van de lichtzinnige overhaasting
152
die haar eerste biechtvader vreesde, wiens woorden wij hebben aangehaald, cn die haar volkomen van elke onbedachtzaamheid vrij pleitte.
Voornamelijk moot men de jongelieden, die door on-doordachten ijver zouden kunnen vervoerd worden, de wijze beradenhoid doen opmerken, die zij in deze zoo gewichtige omstandigheid in iicht nam. Als zij hare edelmoedige zelfopoffering bewonderen, zullen zij niet vergeten, dat, hoewel do maagdelijke staat op zich zelf de volmaaktste staat is, hij niettemin eene geheel bijzondere roeping vcreischt, dio God aan een vrij gering getal zielen verleent, cn dat men van de gewone leefwijze niet moet afwijken, alvorens men innig overtuigd is van den wil van God, on na wijs uitstel en volgens de raadgevingen van verstandige biechtvaders.
Nu zullen wij Agues zelve den onbegrijpelijken troost laten uiten, dien zij smaakte bij het afleggen dier gelofte in dat Heilige Huis, waarin do Koningin der Engelen eene zoo uitstekende voorkeur gaf aan den maagdolijken staat boven het goddelijke moederschap zelve, wijl zij bereid was afstand te doen van de buitengewone eer, de moeder van haren God te zijn, als zij die niet had kunnen verworven zonder op te houden maagd te wezen. ))Wij hadden het geluk,quot; zegt zij in hare schoone aanteekeningen, dat wij in het Heilige Huis konden com-municeeren. Een Fransch priester, een bedevaartganger evenals wij, las de Mis... Eindelijk kon ik op de trappen van het altaar zelve, aan de voeten van het beeld mijner goede moeder, op het punt van de heilige Communie to ontvangen, deze zoo lang gewenschte gelofte doen, dio voortaan het geluk van mijn leven zal wezen.quot;
»Nadat wij eene Mis van dankbaarheid hadden gehoord.
153
wilden wij ons verwijderen, toen men eene Hoogmis in het Heilige Huis begon, bij gelegenheid van het octaaf der Visitatie. Het was voor mij eene onuitsprekelijke vreugde, toen ik deze woorden uit den Epistel hoorde zingen: «Surge, propera, amica mea, columba mea, for-mosH mea, et veni.quot; Het scheen mij toe, dat de engelen mij geluk wenschten met mijn heerlijk voorrecht, en dat de heilige Maagd mij inwendig deed gevoelen , dat deze dag eenigermate een feest was, waarop ik mij in haar Heilig Huis, onder haar toezicht aan haren geliefden Zoon had toegewijd.quot;
De ootmoed van Agnes veroorloofde haar niet deze gelofte aan iemand te openbaren; zij zelve wenscht zich ergens in hare aanteekeningen geluk, dat de gewone en alledaagsche leefwijze, die zij onderhield, met een ondoor-dringbaren sluier de bijzondere genadegaven bedekte, waarmede zij begunstigd was, en inzonderheid de heilige verbintenis, die in hare oogen zooveel waarde had. Alleen hare achtenswaardige ouders zeiven, wisten dat zij het onherroepelijk besluit had genomen niet te huwen. Eerst na haren dood ontdekte het lezen barer handschriften hun, wat er aan den voet van het altaar van Maria in het Huis van Loretto had plaats gehad.
Het oogenblik, waarop zij zich eindelijk van dat Heilige Huis moest verwijderen, was zeer smartelijk voor het godvruchtige hart van Agnes. Het scheen haar, zoo zij zelve in hare aanteekeningen zegt, dat zij alles verlaten had; zij had groote behoefte aan troost en zeide dikwerf tot zich zelve, dat die plaats zoo eerbiedwaardig is, wijl zij is geheiligd door de veeljarige tegenwoordigheid van het vleesch geworden Woord, \'t welk zij zou ondervinden in elke kerk, waar Jesus
154
Christus wezenlijk onder de heilige gedaanten woont.
Wij zullen niets zeggen over het vervolg harer reis, die haar nog menig geluk deed smaken, daar zij te Bologna de overblijfselen kon vereeren van den H. Dominicus, voor wien zij, in hoedanigheid van lid van den Rozenkrans, een bijzonderen eerbied koesterde en vooral, te kunnen bidden bij bet lichaam van de H. Catharina van Vigry, wier ongeschonden bewaring zoo buitengewoon en bewonderenswaardig is. De bijzondere genade, die zij door de voorbede van deze groote heilige, die zoo beroemd is om haren teederen eerbied voor het Kind Jesus, afsmeekte, was de volledige navolging van de verborgen deugden, waarvan het nederige Huis van Nazareth zulke verheven voorbeelden oplevert.
VIERDE AF DEE LING.
Welk een onbeschrijfelijk geluk Ag nes op deze heilige reis mocht genoten hebhen, mot eene innige voldoening zag zij hare geliefde eenzame woning te Pignerol weder.
gevoelde behoefte om in afzondering de menigvuldige genadebewijzen van allerlei aard, die zij ontvangen had, te overwegen, en or zich eenigermate mede te voeden. Wij zien zelfs in hare handschriften, dat zij op den /15dcquot; October daaraanvolgende , den verjaardag van hare bedevaart naar Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid te Savona, bij haar het denkbeeld opkwam, om in den geest de Italiaansche reis te herdenken, door dagelijks de kerken, die zij bezocht, en de gevoelensgt; die zij dien dag het voorgaande Jaar ondervonden had, weder in zich op te wekken; »Eene rois\'\'\', zeide zij, gt;gt;waarbij ik de menigvuldige genadebewijzen, die ik op de andere ontvangen had, in mijn geheugen verlevendigde, waardoor zij, om het zoo uit te drukken, voor mij begonnen te herleven.quot;
Wij kunnen de zorgvuldigheid niet genoeg doen opmerken, waarmede onze godvruchtige Agues, zich aldus alles ten nutte maakte, om nieuwe vorderingen op den weg der volmaaktheid te maken. Zij kon met waarheid uitroepen: »Dcus mens et omnia; mijn God is alles voor mij,quot;
i5G
De liefde van Josus ontvlamde haar hart en deed haar zich zelve zoo geheel vergeten, dat zij zich niet het geringste zelfbehagen veroorloofde: «dat een ander voortaan in mijn hart leve,quot; riep zij op zekeren dag in de vurigheid harer liefde uit, aan den voet van een beeld van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid, »en dat ik voor mij zelve niet meer leve!quot;
Van toen af scheen Agnes werkelijk niet meer te leven dan om haren God te beminnen, te boeten voor don smaad, die Hem zoo veel wordt aangedaan en te bidden voor de bekeering der zondaren. Hiervan geven ons de kostbare aanteekeningen, die wij onder de oogen hebben, een treffend bewijs, doch ongelukkig zijn het de laatste, die wij van haar bezitten; want uitwendig scheen niets zulk een verheven toestand te verraden. Vandaar dan ook, dat wij bijna niets kunnen zeggen over haar tweede verblijf te Pignerol.
Zij besteedde misschien wat meer tijd aan godvruchtige oefeningen, doch zij vcruimdc daarom niet het minst hare gewone plichten; hare handwerken waren immer tot ondersteuning der armen of tot versiering der altaren bestemd, doch tevens wijdde zij eenige uren aan de schilderkunst en andere schoone kunsten. Eindelijk gaf zij zich met nog meer ijver dan tijdens haar eerste verblijf te Pignerol aan de werken van liefdadigheid over; doch zij wist ook, als het noodig was, niet alleen met personen, die een vriendschappelijk verkeer mot hare achtenswaardige familie hadden, op eene alleszins aangename en welvoegelijke wijze om te gaan, maar ook aller harten te winnen door hai\'e goedheid, hare voorkomendheid en hare beminnelijke lieftalligheid.
Agnes bracht op die wijze meer dan een jaar te Pigne-
157
rol door, en die tijd was misschien de gelukkigste van haar geheeie leven. Zij wist die vreedzame eenzaamheid te waardeeren, wier rust door niets gestoord werd, terwijl zij zich hartelijk verheugde dat zij zich te midden van een volk bevond, welks geloot\' zeer levendig was, en waaronder zij voorbeelden van godsvrucht aantrof, die haar stichtten; ook koesterde zij, evenals hare gcheelo familie, een bijzondere genegenheid voor do goede inwoners van Pignerol; men zou het zelfs eene oprechte en hartelijke genegenheid kunnen noemen.
Na dit alles zal men ondanks het nationale vooroordeel, dat zoo menigmaal verblindt, begrijpen, dat hot Agues smartelijk viel, dat uitmuntende land te moeten verlaten om naar Frankrijk terug te keeren, dut, helaas! in zoovele opzichten er van verschilt en tegenwoordig zijnen ouden en roemvollen titel van Allerchristelijkst Koninkrijk zoo onwaardig is; zij behoefde werkelijk in deze omstandigheid al hare krachten en hare volkomene onderwerping aan de leiding der Voorzienigheid. ))God wil, dat wij zullen vertrekken,quot; zeide zij, ))en men moet zicli altoos aan dien heiligen wil onderwerpen.quot;
Tegen het einde van September 1834 begat men zich op weg; het oogenblik van vertrek was voorzeker allersmartelijkst: de armen waren in menigte samengestroomd om haar nogmaals te zien, terwijl de tranen, diedernees-ten hunner vergoten, een ondubbelzinnig bewijs waren van de smart, die hun het vertrek van dien ongel van goedheid veroorzaakte, die zich op zulk eene onvermoeide wijze met hunne behoeften had bezig gehouden. Agues was te ontroerd om hun laatste vaarwel te ontvangen; zij moest met hare teedore moeder te voet langs omwegen de stad verlaten, om de aandoenlijke bewijzen
158
van de droefheid dier goede lieden te ontwijken.
Zij hield zich ditmaal nog twee dagen te Lyon op, on had op nieuw het geluk in de zoo vermaarde kerk van Fourvières te kunnen communiceeren. Als men zich de gevaren herinnert, welke dat doorluchtig heiligdom liep te midden dor afgrijselijke gehenrtonisson, waarvan Lyon het tooneel was, dan zal men licht begrijpen, lioe vurig do gebeden waren, die zij daar tot Maria opzond. Zij voelde zich ongetwijfeld gedrongen tot dien geest van boetvaardigheid, waarmede zij immer bezield was, en waartoe zij zich hier meer bijzonder opgewekt gevoelde; want helaas! wij moeten het tot onze schande bekennen, zij zag weldra maar al te duidelijk, dat zij niet meer in Piemont was. Reeds op den eersten Zondag na hare aankomst op den Franschen bodem, toonden de geopende winkels, de werkende ambachtslieden, de bijna ledige kerken haar dit genoegzaam, en dit treurige schouwspel, waaraan zij niet meer gewoon was, overstelpte haar met droefheid en smart.
Tiet verblijf in de hoofdstad, welke zij,voortaan met hare ouders moest bewonen, was zeer geschikt om dikwerf zulke treurige tooneelm aan haar godsvruchtminnend hart te vertoonen. Wij kunnen niet uitdrukken wat zij leed bij hel zien van zoovele ergernissen, van de eene en van zooveel onverschilligheid van do andere zijde.
Intusschen gewaardigde zich de Meer, die wist hoe diep zulk eene beproeving haar gevoelig hart griefde, aan Agnes nog eenigo oogenblikken van zoeten troost te schenken. Bijzondere omstandigheden deden den Markies De St. Hubert besluiten eene maand te Versailles te gaan doorbrengen in de woning welke hij daar bezat: Agues kwam aldaar op het juiste tijdstip aan om de oefeningen te kun-
159
nou bijwonen, die in do kathedrale kerk van den H. Lo-dewijk gohoudeii werden door den Eerw. Heer Guyon ter voorbereiding tot het Kerstfeest, on die eiken avond door eoiie groote menigte geloovigen worden bijgewoond. Zulk een ijver voor bet beilige Woord was streelend voor baar bart, en zij acbtte zich gelukkig daaraan deel te kunnen hebben. Ach! boe vurig wenschto zij, dat do toonen van den gewijden Redenaar allo gemoederen zouden treffen! Mot welken godsdienstigen ijver beantwoordde zij do godvruchtige verlangens van don oerbiodwaardigen Opperhor-der van dat Bisdom, die alle godvruchtige zielen had go-smeekt om hunne gebeden met de zijne te vereenigen, ten einde den Hemol een heilig geweld aan te doen, en de bekeering der zondaren te verwerven! Hoe gelukkig voelde zij zich, toen zij vernam, dat die heilige oefeningen een groot, aantal zondaren op den weg der zaligheid haddon doen terugkeeren!
Zij eindigden op Kerstdag, on Agnes woonde met groote stichting de Kerstmis van middernacht bij, waarvan men te Parijs nog verstoken was. Zij sloot zich met zoete vreugde aan de menigte geloovigen aan, die het Brood dor engelen uit de handen van bunnen Opperherder ontvingen. Reeds sedert lang was zij verstoken van het geluk baren God te ontvangen op liet uur, \'t welk aan zijne grootste woldaden herinnert, en wij zouden moeielijk de verteederende aandoening kunnen schetsen, dio zij in dit heilvolle oogenblik gevoelde.
Toen zij naar Parijs was teruggekeerd om de novene van de 11. Genoveva bij te wonen, smeekte zij met grooten godsdienstijver deze doorluchtige patrones van Parijs, mo-dedoogon te hebben met een volk, dat meer blind was dan ondankbaar, on zijne vermogende voorspraak to zijnen
160
gunste aan te wenden. Hare handschriften zijn onwraakbare getuigen van het levendige vertrouwen, \'tweik zij in haar stelde.
Overtuigd van het gewicht van dezen stelregel: Dat hij, die leeft volgens den regel, volgens God leeft, schreef zich Agnes weldra een\' nieuwen leefregel voor, die strookte met haren tegenwoordigen toestand. Steeds stond zij het eerst van het geheele gezin op, en zij was gelukkig, in de stille eenzaamheid aan God de eerste oogenblikken van den dag te kunnen toewijden, door ze te besteden aan godvruchtige overdenkingen; vervolgens begaf zij zich naar de kerk van do vreemde Missiën, hare parochiekerk, waar dagelijks haar welbeminde zich iu de heilige Communie aan haar mededeelde; zij volhardde in hare dankgebeden tot aan den tijd van het sobere ontbijt, \'twelk zij met hare ouders gebruikte, waarna zij zich in hare kamer begaf, om zich met nuttige bezigheden onledig te houden.
Mevrouw De St. Hubert maakte zich de vrijheid, welke men in dit opzicht te Parijs geniet, ten nutte om er een afgetrokken leven te leiden, \'twelk overeenkomstig was met hare neigingen en met die van hare engelachtige dochter. Dit was eene verzachting voor hot smartgevoel, waarmede zij nog dagelijks aan hare dierbare eenzaamheid van Pig-nerol dacht, en zij troostte zich daarin met deze opmerking, die haar geloof zoo waardig is, en welke zij weinige dagen voor hare laatste ziekte aan het papier toevertrouwde: ))Daar de kerk van de vreemde Missiën zeer nabij is, heb ik misschien nimmer zoo gemakkelijk het heilig Sacrament kunnen bezoeken.quot;
Zij begaf zich werkelijk alle namiddagen naar die kerk om het heilig Sacrament met eene heilige ingetogenheid
161
te aanbidden, en hier zullen wij eene door godsvrucht doordrongen Dame laten spreken, welke dikwerf die kerk bezocht, en die na den dood van Agnes aan Mevrouw De St. Hubert de gewaarwordingen openbaarde, welke het gezicht van dien engel in de heilige plaats haar deed ondervinden. ^Meermalen,quot; zeidc zij, ))ben ik gelukkig genoeg geweest, haar in do kerk te ontmoeten op de uren, waarop deze schier geheel verlaten was, en daar heb ik, door niemand verhinderd, eene uitdrukking op haar gelaat opgemerkt, waarvan zich niemand een denkbeeld kan vormen, Het was geen ingetogenheid, noch brandepde ijver, het was voorzeker vervoering. Telkens heb ik mijn tijd doorgebracht met haar te beschouwen, en mij over zoo vele deugden te verootmoedigen; alleen haar gezicht heeft op mij herhaalde malen een sterker indruk gemaakt dan de schoonste predicatie.quot;
Wij meenen deze gelegenheid niet te mogen laten voorbij gaan zonder de getrouwheid te doen opmerken, waarmede Agnes de kerkelijke diensten barer parochie bijwoonde. Zij wist, dat zich daar onder de oogen van den herder de getrouwe schapen moeten vereenigen, om dat gedeelte der kudde te stichten, waarvan zij een bijzonder deel uitmaken, en om aan hunne gebeden, door de kracht hunner vereeniging, een nieuw vermogen en een nieuwe kracht te geven. Zonder zich te veroorloven hen te laken, die zich aan hunne parochie-kerk onttrokken, om de welsprekende redenaars der stad te gaan hooren, hield zij zich bij de onderrichtingen en predikatiën barer parochie, die, hoewel zij somwijlen eenvoudiger waren, evenwel hun groot nut hadden. Zij zocht enkel het woord van God, niet dat der menschen. Als men zulke voorbeelden veelvuldig aantrof, zou men ze weldra algemeen zien navol-
11
1G\'2
gen, en er zouden onschatbare voordeelon voor de openbare stichting uit voortspruiten.
Meer dan ooit voelde zich Agnes door hare zedigheid gedrongen, niet den minsten eigendunk te koesteren en zich altoos op den achtergrond te stellen. De zorgvuldigheid, waarmede zij alles verborg, wat de verhevenheid barer gevoelens zou kunnen verraden, berooft ons thans van de bekendheid met vele dier ongewone deugdoefenin-gen, die ongetwijfeld geschikt zouden zijn om onzen eerbied en onze bewondering op te wekken.
In de diepste stilte en in rustige afzondering bereidde zij zich door do beoefening van alle deugden voor, om weldra het offer op de verhevenste wijze te volbrengen.
Het uur van de zoo verschrikkelijke opoffering voor onze zwakheid is op het punt van te slaan: wij naderen hare laatste oogenblikken. Laten wij daar onze geheele men-schelijke gedachten afleggen, om haar niet dan met de oogen des geloofs te beschouwen. Zij was eene vrucht, rijp voor den Hemel; de aarde was niet meer waardig haar te bezitten: de vader des huisgezins heeft ze geplukt .... wie onzer zou hierover durven morren? O, gij vooral, die haar gekend hebt, bedwingt voor een oogenblik uwe al te billijke droefheid; komt met ons de heerlijkste zegepraal van het geloof bewonderen; ziet een heiligsten dood, het heilige der levens bekronen. Komt allen, wie gij ook zijn moogt, beschouwt dit treffende schouwspel, en elk uwer zal zich gedrongen gevoelen om , gelijk eertijds een groot man, uit te roepen; Ik wist niet, dat sterven zoo aangenaam was!
Reeds van het begin tier maand December af merkte men bij Agnes eonm bijzonderen en vrij hardnekkigen hoest op. Hoewel zij, eigenlijk gezegd, niet verkouden
163
was, veroorzaakte liet gaan haar eeno groote drukking, en men bespeurde, dat liet spreken haar zeer vermoeide. Op Zondag den 13don dier maand kon zij voor de eerste maal noch de hoogmis, noch de vespers bijwonen; op Kerstdag zelts was zij genoodzaakt, cene lezende Mis te hooren, hetgeen voor haar eeno groote opolTering was. Men kon zich niet weerhouden om in de kalmte, waarmede zij zich aan alles onderwierp, een sprekend bewijs te zien barer volmaakte gelatenheid in den heiligen wil van God.
Gedurende meer dan drie weken hield Agnes aanhoudend hare kamer; zij moest zich bepalen tot het dagelijks bezoeken van de kerk der vreemde missiën , ten einde de Heilige Offerande bij te wonen en zich te voeden met het brood der sterken. Zij begaf zich ook nog den 6aon Januari derwaarts, alsnf de Tleer had vergund, dat zijne getrouwe dienares voor de laatste maal in zijnen tempel verscheen op den dag, waarop de geheele Katholieke wereld bet leest van Driekoningen viert, ten einde daar, om het zoo uit te drukken, het laatste zegel op hare volmaaktheid te hechten, door Hem het goud der reinste liefde, den wierook van het vurigste gebed en de mirre van de vol -ledigste versterving on zelfverloochening aan te bieden.
Na dien dag begon een aanvankelijk vrij lichte, doch aanhoudende koorts, die zich eiken morgen met verdubbelde hevigheid openbaarde, haar langzamerhand zoodanig te verzwakken, dat weldra hare teedere ouders stof tot ernstige bezorgdheid begonnen te koesteren, terwijl zij slechts van tijd tot tyd eenige uren het bed kon veriaten. Wij zouden hier die ziekte niet kunnen verklaren, die slechts eene maand duurde, en welke de bekwaamste en vennaardste geneesbeeren, die door de ouders van Agnes
4 64
geraadpleegd werden, niet schenen to kunnen begrijpen. Onze lezers verwachten van ons voorzeker geene bijzonderheden hieromtrent; zij verlangen enkel de zeldzame voorbeelden van deugd te kennen, die onze belangwekkende zieke gegeven heeft. Ook wij zouden hier in zijnen vollen luister dat geduld willen schetsen, \'t welk geen beproeving kon vermoeien, die nauwgezetheid in alle hare oefeningen van godsvrucht, die allen met bewondering vervulde , welke in de gelegenheid waren om ze gade te slaan, de kalmte harer ziel, die immer met eene engelachtige opgeruimdheid op haar gelaat zweefde, de zachtaardigheid en de weérgaalooze goedheid, waarmede zij diegenen bejegende, die haar naderden, die zielskracht die haar ondersteunde te midden der moeielijkste opofferingen, den brandenden gloed van dat hart, hetwelk dooi- liefde ontstoken werd op het oogenblik, waarop het zich met zijnen God zou vereenigen.... Doch, helaas! zulke taak is verre boven onze krachten, en ondanks onze pogingen zullen wij immer verre beneden ons onderwerp blijven. Er zijn zoo volmaakte voorbeelden, dat men zich niet kan vleien daarvan nauwkeurig de trekken te schetsen. Wij zullen nochtans al onze krachten inspannen, om er ton minste een Hauw denkbeeld van te geven.
Sedert vele jaren was Agnes gewoonlijk lijdende, doch zij had immer dien treurigen toestand verduurd met oenen moed, die bewonderenswaardiger was, wijl hij bij haar niet voortsproot uit die natuurlijke zielskracht, welke men bij sommige personen opmerkt, maar zij was die alleen aan haar geloof verschuldigd. Ook verliet zij haar gedurende die langdurige beproeving nimmer een enkel oogenblik; doch in hare laatste ziekte scheen zij zich zelve te overtreffen. Haar geduld wekte de bewondering van allen, die er de
465
gelukkige getuigen van waren. Zij konden schier niet begrijpen hoe het mogelijk was, dat men zich lot die hoogte kon verheffen boven de natuur; lijden, bekommeringen, geneesmiddelen, walgingen en ongemakken van allerlei aard, zij verdroeg alles met zulk eene gelijkheid van gemoed, dat men zou gezegd hebben, dat zij daarvoor ongevoelig was. Nimmer merkte men bij haar eene dier bewegingen op, die onvrijwillig aan de natuur ontsnappen, en die men schier niet kan bedwingen; nooit was zij droefgeestig; nimmer uitte zij eenig woord, dat eene smartelijke gewaarwording van den geest of de geringste aandoening der ziel kon doen vermoeden.
In het gebed, iu die heilige oefening, welke immer den troost en het geluk baars levens had uitgemaakt, putte Agnes die waarlijk verbazende kracht, die men in haar niet genoeg kon bewonderen. Het gebed? zal men vragen. Wel, hoe kan men in dien toestand van kwijning en lijden bidden? Wij weten zeer wel, dat het meerendeel dei-zieken er weinig aan denkt; de gewone zielen hebben er de kracht niet loe, en de godvruchtigsten zelfs beklagen zich, dat zij alsdan hun geest en hun hart niet, zooals zij verlangen, ten Hemel kunnen verhelfen, wijl zij afgemat zijn door het gewicht van dat sterfelijk lichaam, hetwelk den H. Paulus deed zuchten. Wat meer is, de Godsdienst, die onze zwakheid kent, en die immer gereed is om de broosheid onzer natuur te gemoet te komen, vergt van zijne kinderen, als zij door krankheid gedrukt worden, niet die regelmatige schatting van eerbewijzen, die hij hen zoo gaarne den Heer ziet brengen, als zij de weldadige gave der gezondheid genieten; hij bepaalt er zich toe hen op te wekken, hunne smarten en bun lijden den Heer ten offer te brengen, en van tijd tot tijd ecnige
166
oefeningen van Geloof\', Hoop* Liefde en onderwerping te verwekken . .. Doch de schier voorbeeldelooze nauwgezetheid, waarmede Agnes gedurende haar geheel leven die oefeningen van godsvrucht had volbracht, verdiende eene bijzondere belooning. Wij aarzelen niet, die zeldzame genade daaraan toe te schrijven; want het was, voorzeker, eene groote genade, dat zij die oefeningen onafgebroken tot het laatste oogenblik heeft kunnen onderhouden; b. v. het lezen van de gebeden der Mis, om zich met de heilige offerande te vereenigen, welke zij zoo bejammerde niet meer te kunnen bijwonen, de overdenkingen des morgens en des avonds, den rozenkrans enz.
Daar Mevrouw De St. Hubert vreesde, dat de meditatie hare dochter mocht vermoeien, verzocht zij haar dit openhartig te zeggen. »Neen, Mama!quot; antwoordde zij aanstonds met eene waarlijk engelachtige uitdrukking, »dil, vermoeit mij geenszins: niet het hootd, maar het hart werkt.quot; Üp eenen anderen tijd zeide zij tot hare moeder, en dit was de eenige keer, dat zij verried, wat zij inwendig gevoelde: »Ach! als men niet kon bidden, dan zou zulk een toestand ondraag lijk wezen. Alleen het gebed lenigt mijne smarten.quot;
Er was intusschen eene voor haar hart zeer smartvolle ontbering, voor welke zij hare algeheele onderwerping aan den wil van God behoefde ... De ontbering van de H. Communie ... Het was haar niet onbekend, dat men dezelve te Parijs dikwerf aan godvruchtige personen brengt, welke door eene zelfs niet ernstige onpasselijkheid verhinderd werden ze volgens gewoonte in de heilige plaats te gaan ontvangen; doch haar diepe ootmoed vergunde haar niet oene gunst te verzoeken, waartoe zij zich onwaardig achtte. Haar gewetensbestuurder, die de brandende vurig-
167
heid harei\' ziel kende, voorkwam gelukkig hare wenschen en hij bood haar na verloop van eénige weinige dagen aan , haar het hemelsche voedsel, het voorwerp van hare brandende begeerte toe to dienen. Dat aanbod werd met een onuitsprekelijk vreugdegevoel aangenomen, en de God dor Helde kwam vier malen zijne getrouwe dienares bezoeken en troosten, alvorens zij Hem als teerspijs voor de groote reis naar do eeuwigheid ontving.
O! boe aandoenlijk waren die bezoeken van onzen god-delijken Verlosser in bet midden eener ware Christelijke familie, wier leden allen zijne ondoorgrondelijke raadsbesluiten aanbaden! Hoe lietlijk ademde er alles vrede en kalmte! Ach! in die oogenblikken gevoelde elk, dat de godsdienst vertroosting voor alle smarten, hulp voor alle behoeften en kracht voor alle opofferingen bezit .... Wat Agnes betreft, zij smaakte overvloed; het reinste geluk en de zoetste vreugde, en wij zullen niet trachten, de heilige vervoeringen barer ziel te schetsen in die oogenblikken van innige gemeenschap met haren God.
Die godvruchtige oefeningen ondersteunden en versterkten haar, en zij putte uit deze ongetwijfeld eene kalmte, die slechts aan de waarlijk heilige zielen in zulke mate en bij zulke gelegenheden verleend wordt. God, die nooit, in edelmoedigheid overtroffen wordt, wilde ongetwijfeld op die wijze de getrouwheid zijner dienstmaagd beloonen : zij had te voren dikwerf het naderen van den dood go-ducht, en thans scheen zij noch kommer, noch onrust le gevoelen. Om die sponde des doods ademde alles vrede en kalmte .... Zij, die zich sedert vele jaren altoos go-reed hield, bepaalt zich, zooals wij gezien hebben, tot bet voortzetten der deugdoefeningen van een leven, \'t welk slechts eene gestadige voorbereiding tot den dood was ge-
1G8
weest, cu met een onbegrensd vertrouwen gaf zij zich geheel eu al aan de liefde en aan de kinderlijkste onderwerping over. Vandaar die glans van gelukzaligheid, die in hare gelaatstrekkon uitblonk: een engelachtige glimlach zweefde immer om hare lippen als zij met iemand sprak; niemand was er, aan wien zij niet iets aangenaams mededeelde, en allen gingen heen, verteederd en doordrongen van erkentelijkheid en bewondering. Zij dreef de goedheid zoo ver, dat zij zich zelve vergat, om enkel aan anderen te denken en zich bezig te houden met hetgeen hun mocht kunnen behagen.
Ook hier bevestigde zich weer de waarheid van het gezegde, dat men sterft, zooals men geleefd heeft.
Haar toestand, hoewel zeer onrustwekkend, scheen in-tusschen niet zulk een spoedig einde ten gevolge te zullen hebben. Ook hadden hare deugdzame ouders nog niet noodig geoordeeld, hunne ongerustheid aan hunne geliefde dochter mede te deelen, die zij wisten, dat volkomen gereed was om voor haren God te verschijnen. Alles doet ons evenwel veronderstellen, dat zij zich zelve niet bedroog en , al vreesde zij hare ouders te bedroeven, door hen \'teerst te spreken van hetgeen heimelijk het voorwerp hunner onderlinge gedachten was, zij hield zich niettemin inwendig onledig met zich allengs tot het oogenblik voor te bereiden, \'t welk een einde aan hare ballingschap maken, en haar eindelijk de deuren van het Hemelsche Vaderland openen moest.
Hoe menigwerf hebben wij op den Christenkansel het geluk hoeren prijzen van den rechtvaardige in de uiterste oogenblikken, die voor de natuur zoo smartelijk en voor den zondaar zoo ijzingwekkend zijn. Ach! het was geen overdrijving, die men ons dan poogde te schilderen!
I
1G9
Ondervraag do getuigen van Agnes\'*\' dood en zij zullen zeggen, dat zij met hunne oogen ai het indrukwekkende hebben gezien, wat men u over dit schoone onderwerp heeft kunnen zeggen.
Thans hebben wij den vooravond bereikt van dien ge-denkwaardigen dag, die aan do aarde dat schepsel ontroofde, \'t welk roods geheel en al aan den Hemel toebehoorde. liet was op den dag des Hoeren, op den dag van Sexagesima... . Duizenden van menschen denken op dat oogenblik slechts aan de misdadige vermaken, waaraan zij zich in dien tijd van uitspatting zullen overgoven.•■ Do Kerk kleedt zich in rouwkleederen; zij weent over de dwaze geneuchten oener zinnelooze wereld; en reeds heeft Agnes altoos zich in alles getrouw regelende naar den geest dier heilige Kerk, de droevige verblinding van zoo vele zondaren en do smarten, die zij aan de van liefde brandende harten van .lesus en Maria aandoen, overdacht; reeds hooft zij voor hunne bekeering gebeden, en zij heeft zich met dat oogmerk vereenigd met de doorluchtige Offerande, welke het haar niet meer vergund was bij te wonen.
Het is middag; de benauwdheid neemt toe, Mevrouw De St. Hubert kon zich de grootheid van het gevaar niet meer ontveinzen. Zij liet aanstonds haar gewetensbestuurder halen cn smookte hem hare dochter, met de gebruikelijke omzichtigheid, de geheelo waarheid bekend te maken. «Wees gerust,quot; anlwoorde hij, »ik zou mij kunnen bepalen, haar te zeggen: »Gij zult naar den Memel vertrekken, en de kalmte barer ziel zal niet in het minste gestoord worden.quot; Hij trad de kamer van Agnes binnen, en men zag hem binnen een kwartier uurs deze weder verlaten. Die weinige oogenblikken waren voor hem toe-
1
no
reikend geweest, om die zuivere ziel eene tijding te brengen, die voor vele anderen zoo verschrikkelijk zou zijn geweest, haro laatste biecht te hooren en haar voor te bereiden tot het ontvangen der laatste HU. Sacramenten der Kerk. Evenals de wijze maagdon hield zich Agues steeds gereed om het bezoek van den Heer te ontvangen, en zijn dienaar behoefde haar slechts deze troostrijke woorden toe te spreken: »Zie de bruidegom komt; ga hem te gemoet, Ecce sponsus venit, exite obviam ei.quot; Gelukkig zij, die evenals Agues, hebben begrepen, dat het zoo onzekere oogenblik van den dood ons gereed moet vinden, en dat het dan te laat is, om zich tot den dood voor te bereiden.
Mevrouw De St. Hubert keerde tot hare dochter terug: ))Mama,quot; zeide Agues aanstonds, ode Eerw. Heer*quot; heeft beloofd mij de H. Teerspijs te brengen; o, hoe gelukkig-ben ik!... Voorts voegde zij er op eenen bijna vrool ij ken toon bij, om als het ware, de wreede aandoening te ge-moet te komen, die deze verheven plechtigheid op de tee-derste der moeders moest maken: ))Gij weet, Mama, dat meu volgens het ritueel van Parijs, gelijktijdig het laatste Oliesel ontvangt; dit verschaft mij groot genoegen.. . .quot; Welk eene kalmte. En hoezeer verschillen zulke gevoelens met die van de meeste stervenden, aan welke men niet, zonder hun don grootsten schrik aan te jagen, een Sacrament kan aankondigen, \'t welk nochtans bestemd is, om hen te sterken in hun laatsten strijd en somwijlen hun de gezondheid terug to geven, als die voor hunne zaligheid nuttig mocht wezen.
Te twee uren verzocht Agnes, die tot aan haar einde toe het voorbeeld moest geven van eene onwrikbare nauwgezetheid in hare godvruchtige oefeningen, haren broeder
171
haar de Vespers van den dag te geven. Zij wilde ze beginnen te lezen, doch men bespeurde weldra, dat zij vermoeid was, Haar broeder nam het boek, en ai zijne krach-ton verzamelende, las hij overluid voor hot ! üd van die geliefde zuster die vespers, niet welke zij zich vereenigdo. oven alsof zij eene volmaakte gezondheid genoot.
Intusschen nam de zwakheid toe; men begon terecht te vreezen dat, als men tot den volgenden morgen wachtte met haar de HH. Sacramenten te laten toedienen, het misschien te laat zon zijn. Mevrouw De St. Hubert deed zich geweld aan, om hare dochter het grootste goed iirde oogen des geloofs te verschalfen; zij belastte zich namelijk zelve met don raad om het niet langer te verschuiven. Tot hare groote verwondering was Agnes genegen om het tot den volgenden dag uit te stellen; zij gevoelde zich afgemat; zij dacht alsdan beter daartoe geschikt te wezen, en voor de eerste maal schoen zij bijna een eigen wil te hebben. Hare moeder moest zich met bovenmenschelijken moed wapenen om haar te kunnen zeggen, dat het den volgenden dag... misschien te laat zou wezen, en daarop hernam Agnes zonder de geringste ontsteltenis en met een glimlach op de lippen: »Het is zeer goed . .. laat men dus alles gereed maken.quot;
Te vier ure kwam de priester, in zijne handen de Heilige Hostie houdende. Agnes antwoordde met gelaten kalmte op al tic gebruikelijke vragen; zij vereenigde zich met alle gebeden en ontving met liefde en blijdschap Hem, dien zij gestadig boven alles beminde, en die weldra hare eeuwige belooning zou worden, üe weinige getuigen van dit indrukwekkende schouwspel verwijderden zich aanstonds, om in die kostbare oogenblikken hot heilige onderhoud van die engelachtige ziel met haren God niet te storen,
172
en men mag zeggen, dat het overige van dien dag voor haar enkel eene dankzegging was.
De Markies De St. Hubert, die zeilquot; sedert den vorigen dag door cene borstaandoening in het bed gehouden werd, was van den troost verstoken, die indrukwekkende plechtigheid bij te wonen. Hij wilde tenminste den troost genieten zijne dochter nogmaals te omhelzen, en stond des avonds op om nog eenigo oogenblikken bij haar door te brengen. Agues ontving hem met een glimlach op de lippen en vroeg hem aanstonds met de teederste belangstelling naar den staat zijner gezondheid. Men bespeurde de uitdrukking van geluk, waarmede zij tothemzeide: «Welnu, Papa, hier hebben groote dingen plaats gehad.quot; De Heer De St. Hubert antwoordde haar, dat hij er zich in den geest mede vereenigd had, doch dat hij vreesde, dat zij zeer vermoeid was. »Vermoeid,quot; hernam zij aanstonds met levendigheid, »integendeel, het heeft mij groot genoegen en veel goed gedaan.\'
Wij kunnen met grond veronderstellen, dat Agues zich zelve reeds sedert lang niet bedroog, en het is zeker, dat zij destijds haar toestand volkomen kende. Te acht ure des avonds nam de ziekenzuster, die haar gedurende den dag verpleegd had, afscheid van haar, alvorens zij hare plaats aan eene barer medezuster overgaf, terwijl zij zeide: »Vaarwel, Mejuffrouw, tot morgen ochtend; Agues antwoordde glimlachend: »Morgen ..., dat weet ik niet----
Dat zij, de teederste der dochters, hiervan niets aan hare bedroefde ouders zeide, kwam voorzeker van de vrees, dat haar de moed zou begeven, als zij aan het verlaten dacht van hen, die haar zoo dierbaar waren... En, inderdaad, hoe smartelijk moest die laatste opoflering niet voor haar hart wezen, de eenige, die haar pijnlijk moest
173
vallen bij de gedachte aan liet verlaten eeiier aarde, waaraan zij door geen andoren band gehecht was. Zij wilde dus het droevige tooneel van het afscheid vermijden, dat haar dreigde af te trekken van ( lod, aan wien zij hare laatste oogonblikken geheel wenschte toe te wijden. Meu begreep hare bedoelingen, en men wist die te eerbiedigen.
Intusschen had hare tegenwoordigheid van geest niet het minste geleden. Zij sluimerde dikwijls in en ontwaakte altoos met eenen glimlach op de lippen; men bood haar eene afbeelding aan van het kind Jesus, waarvoor zij immer eenen heiligen eerbied had gekoesterd; zij kuste en drukte het met eene vervoering van liefde aan haai\' hart. Men sprak haar over het doorluchtige heiligdom van Onze lieve Vrouw van Savona, en zij riep aanstonds op eenen toon van vertrouwen en liefde uit; smisericordia et non justi-tia.quot; Men hoorde haar uit eigen beweging bidden, zooals zij dagelijks deed, voor dat Frankrijk, dat haar zoo nauw ter-harte ging. Zij smeekte om de bewaring en voortplanting van het Geloof in Frankrijk, den terugkeer tot de gezonde en godsdienstige denkbeelden en de beoefening van den heiligen godsdienst, die de roem en hot. geluk der voorvaderen had uitgemaakt.
Zij scheen nog zooveel levenskracht te bezitten, dat de zustor, die haar verpleegde, niet dacht dat do droevige gebeurtenis in den nacht zou plaats hebben. Ook meenden Mevrouw De St. Hubert en haar zoon, die uitgeput waren door de verschrikkelijke zielsaandoening van dien smart-vollen dag, eenige oogenblikken rust te moeten nemen, nadat de ziekenzuster beloofd had, hen terstond te zullen roepen, als de minste verandering in den toestand van Agnes plaats mocht hebben. De Voorzienigheid beschikte
174
het wellicht aldus, opdat niets die reine ziel in hare uiterste oogenblikken zou storen. ITet schijnt, dat zij zo schier geheel in hot gebed heeft doorgebracht.
Omstreeks twee uren des morgens nam zij een Crucifix, \'t welk zij zelve door den Souvereinen Opperpriester voor een zaligen dood had zien wijden en met aflaten verrijken; zij kuste het meermalen, terwijl zij overluid de heilige namen van Jesus, Maria en Jozef uitsprak. Toen de zuster een half uur later zoide, dat zij den goedon God weldra zou zien, namen hare trekken aanstonds eone uitdrukking van blijdschap aan, en zij riep uit; ))och Ja! en weldra: welk een geluk!quot; Toen de zuster er bijvoegde: »gij zult ook voor mij bidden, nietwaar?quot; — antwoordde Agnes met kalmte: »ja, ik zal voor allen bidden, ik zal niemand vergeten.quot;
Met was omstreeks drie ure, toen zij in de meening, dat het zeven ure was, haar gebedenboek vroeg om daarin zooals zij dagelijks deed, do gewone gebeden der Mis te lezen.. . . Het boek viel haar uit de handen... . Hierop nam zij haar rozenkrans... . Toen de zuster op dit oogen-blik zag, dat hare zwakheid vermeerderde, begon zij de gebeden der stervenden. Mevrouw De St. Hubert en haar zoon, die oogenblikkelijk waren geroepen, kwamen nog juist bijtijds om haren jongston snik te ontvangen. Eetiige minuten daarna was zij niet meer.
Op die wijze eindigde Mejuffrouw Francisca Charlotta Agnes Do St. Hubert hare al te korte loopbaan, in den ouderdom van zeven en dortig jaren, drie maanden en twee en twintig dagen, den 19aequot; Maart van het jaar 1836.
Eenigo jaren vroeger had Agues, toen zij nog te Versailles woonde, herhaalde malen gezegd, dat zij na haren
175
(lood verlangde in de schaduw van het kruis te rusten op de plaats, die de godsvrucht dor geloovigen op don Kal-varieberg (op don berg Valerien) voor de dooden had aangewezen. Hoewel die heilige berg na dien tijd verwoest, en het kruis, het voorwerp van zooveel huldebetooning, was omvergeworpen, meenden hare deugdzame ouders evenwel aan hare begeerte te moeten voldoen, wijl men tenminste de rustplaats der dooden ontzien had. Het smartte hun echter, dat zij het dierbare overschot hunner engelachtige dochter aan eene dor begraafplaatsen moesten toevertrouwen , die vooral in de hoofdstad zoo profaan zijn, en de godvruchtige zielen zullen lichtelijk dien afkeer begrijpen.
Intusschen deed zich eene gewichtige zwarigheid voor: om redenen, die wij hier niet behoeven te onderzoeken, heeft het tegenwoordige Gouvernement, met eerbiediging van de reeds verworven rechten, elke nieuwe concessie van grond op den berg Valerien verboden. Echter beschikte de Voorzienigheid het gelukkig zoo, dat zich niemand opdeed, die bewilligde in den afstand van een stuk gronds, waarvan hij eigenaar was, en hierdoor kon men voldoen aan het verlangen van de godvruchtige Agnes.
Uithoofde der pogingen, die men te dezen einde moest in hel werk stellen, diende de plechtigheid der begrafenis tot Woensdag 24 Maart verschoven te worden. De eerbiedwaardige zusters, die Agnes in de laatste dagen harer ziekte hadden verpleegd, bleven voortdurend bij haar stolïe-lijk overschot waken. Hoewel zij reeds meermalen getuigen waren geweest van bet afsterven van godvruchtige personen, had echter geene op haar zulk eenen teederen indruk gemaakt; ook verklaarden zij openhartig, dat een onverklaarbaar gevoel haar belette voor haar te bidden,
170
terwijl zij hare voorbede reeds met liet levendigste vertrouwen inriepen.
Dit was overigens het algemeen gevoelen. Een groot aantal lieden, die door het gerucht der heiligheid van Agnes waren opgewekt, kwamen bij het lijk bidden, hetwelk men niet dan met eenen godsdlenstigen eerbied naderde, en het was veel meer om de bescherming in te roepen van haar, die men reeds in het bezit der gelukzaligheid geloofde, dan om eenige lafenis af te smeeken voor die schoone ziel, waarvan men overtuigd was, dat zij die niet behoefde. Allen waren getroffen over de kalmte, die op haar gelaat geteekend stond. Evenals voorheen vertoonde het de grootste zachtaardigheid en de innemendste goedheid: de dood had geen verandering daarop teweeg gebracht. Een liefelijke glimlach was op ecne merkwaardige wijze op hare lippen gedrukt; ja, hier had de dood al zijn afschuw verloren, en niemand gevoelde dien afkeer, noch dat smartelijke gevoel, dat hij immer teweeg brengt. Men zou gemeend hebben, dat zij sliep, en inderdaad, zij was in den Heer ingeslapen, zij was den slaap der rechtvaardigen ingesluimerd, zonder eenigen doodstrijd. Nadat zij gelukkig den tocht des levens had volbracht, heeft zij rustig de haven der behoudenis bereikt.
Woensdag te tien ure des morgens, verliet het lijk het sterfhuis. Vier en twintig jonge meisjes uit het gesticht la Providence volgden onmiddelijk den lijkstoet onder leiding van twee zusters van den IT. Vincentius a Paulo. De graaf Hector de St. Hubert volgde, in diepen rouw gehuld, het stoffelijk overschot zijner dierbare zuster, terwijl eene ontelbare schare van godvruchtige personen en vrienden zich bij den treurigen stoet aansloot.
Na de plechtige lijkdienst, die in de kerk der vreemde
177
Missicm gezongen word, begaf zich de treurige stoet naar den berg Valerien, waar volgens den wenscb der overledene, zooals wij reeds gezegd hebben, haar stoffelijk overschot geplaatst werd, om er den grooten dag der opstanding te verbeiden.
Hare achtenswaardige familie heeft op haar graf een ge-denkteeken doen plaatsen, dat door zijn indrukwekkenden eenvoud, aan de zedige deugden herinnert van haar, wier nagedachtenis het moet vereeuwigen.
De dood van Agnes wekte de levendigste droefheid in alle plaatsen, die zij bewoond had; van alle kanten hoQide men hare deugden bewonderen, en hare nagedachtenis huldigen. Wij zullen hier slechts in \'t kort gewagen van de vertroostingen, die zich de Hemel gewaardigd heeft, aan hare achtenswaardige familie te verlcenen te midden barer diepe droefheid, door de bewijzen voor bet algemeen gevoelen der heiligheid van Agnes te vermenigvuldigen. Met een innig genoegen voeren wij eenige aan, minder nog om baar een nieuwe glorie to verschaffen dan om aan ons werk eene bekrachtiging te geven, waaraan wij groote waarde hechten. Als men bet hooge denkbeeld ziet, dat de achtenswaardigste personen van onze Christenheldin koesterden, dan zullen diegenen onzer lezers, die ons misschien van overdrijving of van partijdigheid zouden willen beschuldigen, voldoende zien, dat juist het tegendeel plaats had, onvermogend is bier de uitdrukking om zich te verheffen tot do hoogte der waarheid.
Wij hebben reeds iets gezegd van den afkeer, dien men in het algemeen gevoelde, als men voor deze schoone ziel wilde bidden, wij kunnen bier bijvoegen, dat die indruk is gevoeld dooi\'onderscheidene geestelijken , en inzonderheid door een achtenswaardigen Vicaris-Generaal, die
12
178
de godvruchtige gewoonte heeft om gedurende een aantal dagen onder de H. Mis voor zijne vrienden en kennissen te bidden, wier dood iiij vernomen heeft. Hij wilde hetzelfde doen, toen hij de tijding van het overlijden van Agnes, die hij zeer goed kende, ontving, doch een onverklaarbaar gevoel weêrhield hem, de gebeden te doen, die hij zich voor een bepaald aantal dagen had voorgenomen.. .. Wij weten, dat velen in de stilte huns harten hare voorspraak hebben verzocht; er zijn er, die aan hare voorbede bijzondere genadegunsten toeschrijven, welke zij reeds lang te vergeefs van den Hemel hadden afgesmeekt; anderen zijn op hare grafstede hare voorspraak gaan inroepen; van nlle zijden ontving hare familie aanvragen om voorwerpen, die haar hadden toebehoord; men beschouwde ze als reliquiën... .
Onder het groot aantal brieven, die alle met racer of minder kracht de overtuiging van het geluk dier uitmuntende dochter aan hare achtenswaardige ouders uitdrukken, zullen wij ons bepalen tot het plaatsen van eenige uittreksels uit een klein getal, die afkomstig zijn van personen, aan wier woorden wij zeer veel gewicht hechten.
In de eerste plaats zullen wij een brief aanhalen van de Eerw. Overste der Dames van Ghavagnes Ie Angoulème: ))Mevrouw de Markiezin!
Ach! met welk een slag treft God u, en ook ons!!! Doch de aarde was het bezit van dozen ongel niet waardig: de tijd was daar, waarop die ziel, geheel verteerd door de goddelijke liefde, tot haren God moest heenzwe-ven. . .. Die liefde voor de armen, die onthechting van al het aardsche, dat gestadige verlangen naar de hoogste gelukzaligheid, dit alles verdiende een zeer spoedige belooning!... Hoe gelukkig is derhalve Mejuffrouw Agues!... doch hare moeder, hare teedere moeder! die vader, die
179
broeder! al die waardige bloedverwanten! hunne droefheid overstelpt ons... en die weduwen, die weezen, die hare moeder, haar steun verloren hebben!... Zij moeten beklaagd worden en niet die schoone ziel, die hare boeien verbroken heeft!
»Ja, Mevrouw, wij hese Hen hoe groot uwe droefheid moet wezen, en wij doelen die oprecht; maar, terwijl wij weenen, verblijdt zich uwe heilige en Engelachtige dochter; zij ziet, zij bemint, zij aanschouwt Hem, voor wien alleen zij leefde!. .. Elke zuster zou hier een gering voorwerp willen bezitten, dat haar toebehoord heeft, die wij hier als eene heilige vereeren.quot;
Zie hier, in welke bewoordingen zich die verlichte Priester, die bekwame zielbestuurder uitdrukte, dien Agnes in 1827 raadpleegde, en van wien in dit werk meermalen melding gemaakt is:
«Mevrouw de Markiezin!
Ik zou u den diepen indruk niet kunnen schetsen, dien het lezen van uw brief op mijne ziel gemaakt heeft, waarin gij mij kennis geeft van het smartelijk verlies eener in alle opzichten zoo waardige dochter, en die zoo deugdzaam, zoo vereenigd was mot do heilige harten van Jesus en Maria, en wier Engelachtig leven uw geluk, uw troost en die van uwe goheelo familie uitmaakte. Het is een groote smart voor het hart eener teodcrc moeder, als zij zich beroofd ziet van de tegenwoordigheid en het onderhoud van zulk eonc dochter.. . . Doch hoeveel troostrijks bevat die smart in zich? Het geloof heeft hot u tot in don grond iles harten doen gevoelen, en ik zou dien troost verzwakken, als ik hem poogde uit te drukken. O! hoe gelukkig is die beminde dochter, welke gij beweent!... Zij roept u om in hare gelukzaligheid te komen dealen!... Zij bidt
180
voor n!... Gij zijt slechts voor eenigen tijd gescheiden; gij zult elkander wedorvinden en in God beminnen, zonder vrees van ooit weder gescheiden te worden,quot;
De Eerw. Heer Brnnclière, Pastoor van do parochie van den II. Jacobus in de voorstad 1\' Houtneau te Angoulême, tot welke het Koninklijk Gollegie van Marine behoorde, zond den 29itcquot; Februari aan hare ouders den volgenden troostbriel\';
»Achtenswaardige en dierbare vrienden, ik heb uw brief ontvangen, waarin gij mij kennis geeft van het verlies, ik mag niet zeggen van het ongeluk, dat u overkomen is! Ach! hoe gelukkig is zij, wier afwezen wij betreuren! Die engel was slechts voor eenen bepaalden tijd aan de Aarde gegeven. Het uur, \'t welk Hij, die onze dagen telt, bestemd bad, was gekomen. Zouden wij Zijne aanbiddelijke raadsbesluiten willen veranderen?.... De natuur eischt evenwel hare rechten. Ik weet het... ik gevoel het.. . mijn hart is beklemd, als ik aan u denk; doch het ontsluit zich voor zoete aandoeningen, als ik mijne blikken hemelwaarts wend. Laten wij ons niet bedroeven zooals zij, die geone hoop hebben. Haar leven heeft allen gesticht, die het geluk hadden haar te kennen; haar stichtend afsterven en hare gebeden zullen hun nog nuttiger wezen.quot;
Laat ons nu den Eerw. Heer Chevron booren, thans Kanunnik te Angoulême en voor dezen Pastoor in gemelde stad, toen Agues daar woonde: »De geheele slad weet hier met mij, dat zij, die schoone ziel, hot zout onzer stad, een volmaakt voorbeeld van alle deugden was.... Het is eene heilige te meer in den hemel! De lucht dezer eeuw was te verpest voor eene zoo zuivere ziel. Gelukkige ouders! dat gij zulk een\' schoonen diamant voor den
181
hernel bereid hebt! Voorzeker, Mevrouw, was de scheiding van de beminnelijkste der dochters, van de toegenegenste der zusters smartelijk voor hare familie; doch iaat ons zonder omwegen bekennen, dat, als men een geloof bezit als een mosterdzaad, men aanstonds onderworpen is aan den aanbiddelijken wil van God, denkende, dat zij, die ons dierbaar zijn, ons voorgaan in het graf, om ons voor te gaan in het, verblijf der Gelukzidigen,quot;
Eindelijk, ziehier de opperpriesters dos Heeren zeiven, die hunne indrukwekkende stem zullen mengen met dien eenstemmigen toon van lofspraak. Ouzo lezers zullen met aandacht do bewoordingen wél overwegen, waarvan de eerbiedwaardige Prelaten, die wij zullen aanvoeren, zich bij die gelegenheid hebben tneenen te moeten bedienen.
Monseigneur De Cosnac, Aartsbisschop van Sens, volle neef van den Markies De St. Hubert, drukte hem in de volgende bewoordingen, in eenen brief, geteekend 7 Maart, de gevoelens uit, die do dood van Agnes in zijn hart verwekt had: ))ls het oen compliment van rouwbeklag of van gelukwensching, dat ik u behoor te doen. Hot bericht, \'t welk ik in »1\' Ami de la Religionquot; gelezen heb, doet mij denken, dat ik mij aan het laatste behoor te houden. Welk oeno schoone ziel was die Agnes! welk een leven! welk een dood! Wio zou niet beide benijden! Daar zij voor u een wezenlijk geschenk van de Voorzienigheid geweest is, zoolang zij op aarde was, wat moet zij dan thans niet voor u wezen, nu zij in den hemel is. Hoe troostvol is het voor een vader, die bij den Meester van bet heelal een kind tot beschermer heeft?quot;
En een maand later schreef die waardige prelaat uog-rnaals aan den Heer De St. Hubert:
3)Gij behoordet de redenen van vertroosting, die ik u
182
gaf, niet te verwarren met het meerendeel van die, welke men in zulke omstandigheid ontvangt. Met innige overtuiging heb ik ze u toegezonden... Ik beken u, dat ik mij dubbel gelukkig acht, dat ik zoo nauw aan de familie verwant ben, tot welke die engel behoort. Ik hoop, dat zij genoegzaam overtuigd was van de gevoelens, die ons vereenigen, om mijne voorspraak te wezen bij Hem, die de harten in zijne hand heeft. Dit heb ik Hem reeds meermalen afgesmeekt, sedert ik vernam, dat zij dit ballingsoord, dit dal van tranen en ellende verlaten heeft. Zij heeft ons allen den weg gewezen: het hangt van ons af dien te volgen.quot;
Toen Mevrouw De St. Hubert van Mgr. den Aartsbisschop van Sens, evenals van de schrijvers der vorige brieven, ons de vergunning had verkregen, om hier een uittreksel van den zijnen in to lasschen, schreef hij haar aanstonds:
Jk verneem met groot genoegen geliefde Nicht! dat men voornemens is, het publiek bekend te maken met de deugden van dat lieve kind, welks verlies wij nog beweenen. Dit zal een goed voorbeeld en een schoon navolgenswaardig toonbeeld te meer zijn voor de jongelieden barer kunne. Wanneer hetgeen ik indertijd aan mijn neef schreef, eenige belangrijkheid kan geven aan de geschiedenis van haar leven, dan veroorloof ik gaarne, het verlangde gebruik van mijnen brief te maken.quot;
Monseignier Charvaz, Bisschop van Pignerol tijdens het laatste verblijf, dat de familie De St. Hubert na haar terugkeer van Rome in die stad hield, schreef den 26 Maart de volgende regels aan den Markies De St. Hubert:
))Hoe groot de droefheid ook was, die ik gevoelde bij het vernemen van het overlijden uwer engelachtige doch-
183
ter, betuig ik er u nochtans mijnen dank voor, dat ge mij de gelegenheid verschaft hebt, u tie oprechte belangstelling te kunnen betuigen, die ik voor uwe diepe droefheid gevoel. Ach, als ooit een kind den diepsten rouw verdiende, dan w;is het de weèrgalooze dochter, die u is ontrukt. Ik weet inderdaad niet, welke deugd of welke beminnelijke hoedanigheid bij haar te wenschen overbleef, om volkomen de. achting en genegenheid barer ouders waardig te wezen. Dut hemelsche schepsel, die ongel van deugd heeft de bewondering opgewekt van allen, die het geluk hadden haar te kennen. De Heiligen zijn de sieraden der aarde, en het komt mij voor, dat zij haar nooit moesten ontnomen worden, maar zoodra zy een hoogen graad van volmaaktheid bereikt hebben, misgunt ons de Hemel ze, en wij moeten gelaten wezen, als de Engelen ze tot zich roepen, om in hunne belooning en in hun geluk te deelen. . . . Welk een troost is het voor ouders, als zij kunnen denken, dat zij een heilige meer aan het gezelschap dei\' Gelukzaligen hebben gegeven, en dat zij een aardschen engel hebben verwisseld tegen een bernel-schen beschermer!quot;
Mgr. do Bisschop van Pignerol heeft ons welwillend liet aanhalen der voorgaande zinsneden in de volgende bewoordingen toegestaan, die voor ons eene krachtige aanmoediging waren: »lk geef volgaarne mijne toestemming, om genoemd of aangestipt te worden in de stichtende geschiedenis, die, voor hot welzijn der geloovigen zal worden toegewijd aan het vereeuwigen der herinnering aan de indrukwekkende deugden uwer engelachtige dochter.quot;
Thans zullen wij van den deugdzamen voorganger van dezen prelaat. Mgr. Rey, den tegenwoordigen Bisschop van Annecy, vernemen, welk een hoogen dunk hij van
184
Agnes koesterde tijdens haar eerste verblijf te Pignerol. Om het laatste gedeelte van zijnen brief wél te kunnen verstaan, dient men te weten, dat hij aan al de leden der familie Do St. Hubert beloofd had, dagelijks bepaaldelijk onder do 11. Mis voor hen te bidden. Schier onmiddellijk na hot overlijden van Agnes, had Mevrouw De St. Hubert den moed, zijn Hoogw. kennis te geven van de smartelijke gebeurtenis en hem te smeeken, den naam harer geliefde dochter uit het memento der levenden in dat der afgestorvenen over te brengen. Zijn antwoord is van \'29 Maart.
»Ziedaar dus die waarde en heilige dochter in de armen des hemelschen Vaders, zij, die de natuur beweent, doch die het geloof bewondert, en die de aangename en zekere hoop ons zegt, in het wezenlijk vaderland te zijn aangekomen. Ja, Mevrouw, ik heb een oogenblik mijn hart verteedcrd gevoeld, toen ik het zachte en onwaardeerbaar heengaan dier beminde dochter las. Ik dacht aan u en den Markies, en ik zou geweend hebben, als niet eene inwendige en onbedriegelijke stem mij zei dn: de droefheid moet niet op zulk een graf hare tranen plengen; de Hemel heeft teruggenomen, wat hem toebehoorde, en als de betrekkingen van het vleesch afgebroken zijn, duren die van den geest voort, on alleen de geest verlevendigt. Welnu! alles is gezegd, Mevrouw; ik betreur voor u die beminnelijke, aangename en heilige gezellin; doch voor die zoo schoone, zoo zuivere, zoo vurige ziel.... o mijn God! zij was hier beneden niet op hare plaats, en wie zou zich durven beklagen, dat gij haar zoo dicht bij U geplaatst hebt?quot;
»Gij verzoekt mij, Mevrouw! om voor uwe lieve dochter het memento der levenden met dat der afgestorvenen te verwisselen. O! dit nooit; zij zal niet meer in het memento der levenden wezen, wijl zij deze aarde heeft verlaten,
waarin men tien schijn heeft vun te loven; doch zij kan ook geene plaats vinden in liet memento der afgestorvenen, wijl zij op de plaats is, in welke men alleen waarlijk leeft. Er bestaat dus een derde memento, waarin ik uwe dierbare Agues zal vinden, \'tis het memento der uitverkorenen. Men zal haar nergens anders meer zoeken. Zij heeft beloofd voor allen te zullen bidden: ik zal derhalve mijn aandeel hebben iti de gebeden, welke die getrouwe bruid voor den troon van haren Goddelijken Bruidegom zat uitstorten! Deze gedachte heeft voor mij iets onuitsprekelijk aangenaams.quot;
Wij zullen hier nog de vergunning afschrijven, welke Monseigneur de Bisschop van Annecy later aan Mevrouw De St. Hubert heeft gezonden om zijn brief bier te mogen invoegen. Die brief bevat eene voor onzen arbeid vleiende goedkeuring en een nieuw bewijs van zijnen diepen eerbied voor haar, die er de heldin van is;
sliet denkbeeld om het Leven dezer bevoorrechte ziel te beschrijven, is allerstichtendst, het is een voortreffelijk middel om den heiligen invloed dier hemelsche deugden voort te planten, waarvan zij het voorbeeld heeft gegeven. Als mijne brieven u eenige opmerkingen aanbieden, welke die godvruchtige geschiedenis niet ontsieren, maak er dan naar welgevallen gebruik van; ik zal vereerd wezen, dat mij vergund wordt een zandkorrel tot dat gebouw bij te dragen, \'t welk aan zooveel deugden moet herinneren; en van uit den Hemel zal uwe heilige dochter het Christelijk genoegen niet afkeuren, \'t welk ik zal gevoelen, als ik mijn naam aan den voet van het gedenkstuk zie, hetwelk men te barer eere gaat oprichten.quot;
Na zulke woorden behoeven wij slechts op eene waardige wijze die reeks van huldebetuigingen te besluiten, welke
186
aan onze Agnes zijn gedaan, door hier met eerbied de woorden op te teekenen, die een doorluchtige mond heeft uitgesproken, en die zeer roemrijk zijn voor hare nagedachtenis. Bij het vernemen van haren stichtclijken dood riep de verheven Opperpriester , die zich gewaardigd had haar te Rome bijzonder te onderscheiden, en haar nog in zijn geheugen hield, aanstonds uit: »\\Vij betreuren haar voor hare ouders, doch wij hopen, dat zij voor uns zal bidden!quot;
Ootmoedige Agnes! zoudt gij ooit gedacht hebben, dat er een dag komen zou, waarop de plaatsbekleeder van Jesus Christus als eene gunst uwe voorbede bij zijnen goddelijken Meester zou inroepen?
Wij zullen deze afdeeling van onzen arbeid eindigen, met onzen lezers het belangrijke bericht mede te deelen, hetwelk »1\' Ami de la Religionquot; van den 5,lcn Maart 1836, Nquot;. 2624, aan onze deugdzame Christenheldin heeft gewijd. Het k an hen, wel is waar, niets nieuws meer melden, doch zij zullen niettemin met voldoening zien, dat men zoo weinig tijds na haren dood zulk eene hulde aan hare nagedachtenis beefl; bewezen.
»De maatschappij, en misschien nog meer de Godsdienst, is eene schatting van rouw verschuldigd aan eene deugdzame Dame, Mejuffrouw Francisca Charlotta Agnes De St. Hubert, die op den 19dcn dezer maand, in den ouderdom van zeven en dertig jaren ontrukt is aan de teeder-heid barer ouders, die zij nooit verlaten had.quot;
j)Maar al te vaak hebben wij lof hooren toezwaaien aan diegenen, die de wereld verwoest of bedorven hebben: wenden wij even onze blikken en onze harten naar een hemelsch schepsel, \'t welk haar leven heeft doorgebracht met het lenigen der smarten van ongelukkigen, het uit-
187
storton van eenen heilzamen balsem over alle tegenspoeden en het ondersteunen van alle ellendigen, zooveel in haar vermogen was.quot;
3d Zij was een dier bevoorrechte zielen, die de Hemel schaars aan de aarde vertoont. Zij was geschapen met het natuurlijke instinct voor het goede, en scheen geschapen om zich voor anderen op te oireren, een toonbeeld; eene altoos even volmaakte deugd, hetzij aan den voet der altaren, of in de verschillende uitwendige betrekkingen van het leven; altoos even zachtaardig, zedig, inschikkelijk, onbegrensd liefdadig Jegens den naaste, en in den hoog-sten graad de groote deugd bij uitnemendheid beoefenende, welke schier alle andere overtreft, de volledige zelfverloochening.
»Overal waar zij vertoefde, heeft zij zich doen beminnen en vereeren; zij verzamelde gaarne jonge meisjes om deze te onderwijzen en voor de deugd te vormen.quot;
)gt;Wij zullen niets zeggen van hare kundigheden, welke die van het meerendeel dei- Dames van haren stand verre overtroffen. Het ware verraad aan hare nederigheid gepleegd, als men wereldkundig maakte, wat zij immer met zooveel zorgvuldigheid verborg.quot;
))Ai wat zij bezat of kon erlangen, hetzij van hare ouders, van godvruchtige vriendinnen, of uit de vruchten van haren arbeid, die immer deze bestemming had, alles was het erfgoed der armen, hare grootste vrienden.quot;
»Eonc begeerte, die Mejuffrouw Agues De St. Hubert waardig was, en die haar zeer ter harte ging, was het bezoeken van de hoofdstad der Christenwereld. Zij genoot die voldoening met hare familie vóór drie jaren, en hare verhevene godsvrucht wist er een heilig genot te vinden. Zonder de herinneringen en de indrukwekkende overblijf-
188
solen van het profane Homo te veronachtzamen, zag\' zij do heilige stad gelijk het zulk eene ziel betaamt. Zoo bijvoorbeeld heeft in het Pantheon , zonder hare bewondering aan het materieele gedenkstuk van Agrippa te ontzeggen, haar hart zich vooral bozig gehouden met do schitterende zegepraal van hot Kruis en van die talrijke boetalta-ren, die er voor den Levenden God zijn opgericht, op de puinhoopen der dwaze bijgeloovighodon van hot heidendom.quot;
»Mel hare ouders tweemaal tot oen bijzonder gehoor bij den Algomoenen Vader dor geloovigon toegelaten, was zij zoo gelukkig zijnen Apostolischen zegen te ontvangen, en hij onderscheidde haar met buitengewone welwillendheid; h\'j verleende haar rechtstreeks do geestelijke gunsten, die zij hom verzocht.quot;
»Zull\\ een zuiver en voor den hemel zoo volkomen leven is door eeno ziekte van bijna twee maanden geëindigd. De ziekenzusters, die haar hebben bewaakt, verklaarden, dat zij nooit zoo iemand gezien hadden, en zij hebben zich verwijderd, doordrongen van stichting en verbazing. Men hoorde nimmer een enkelen zucht noch klacht; nooit hoorde men haar over hare smarten het geringste leed uiten, en zij behield tot aan haar laatste oogenblik eeno voorbeeldelooze nauwgezetheid in het volbrengen van hare godvruchtige oefeningen.quot;
»Op Zondag den 19\'\'°quot;, nadat zij vroeger reeds meermalen het bezoek van haren God had ontvangen, \'t welk zij vurig had afgesmeekt, ontving zij Hem dos avonds als Teerspijs mot vervoering van liefde.quot;
»Des nachts daarop nam zij te drie ure des morgens, zondor een enkel oogenblik hare bewustheid verloren te hebben, haar rozenkrans, en weinige oogonblikken daarna was zij, zonder dat men door een uitwendig toeken was
189
verwittigd, dien in den Hemel gaan eindigen: die reine duive had hare vlucht naar de eeuwige woonstede genomen, haar stoffelijk hulsel in de kalmte en opge.iuinulheid der gelukzaligheid, en met een\' lieilijke glimlach op de onschuldige lippen achterlatende. Iedereen was meer genegen om hare voorbede te verzoeken dan om voor haar te bidden, en wij weten onder andere, dat dit ook het gevoelen was van een beroemden en godvruchtigen Prelaat, die zooveel verdiensten en deugden naar waarde geschat en er in de indrukwekkendste bewoordingen over gesproken heeft.quot;
V IJ F D E A F DEE L ING.
Wij hebben de Levensbeschrijving- van Agues De St. Hubert voltooid, maar ouzo laak is nog niet geëindigd. Met hoeveel zorgvuldigheid wij ook getracht hebben er ecu getrouw tafereel van te schetsen, wij hebben de aandacht onzer lezers niet voldoende kunnen bepalen tot die inwendige gevoelens, lot die verborgen deugden, die in de oogen van God de hoofdverdienste der Uitverkorenen uitmaken, en wij zullen thans daaraan trachten te voldoen door de laatste afdeeling van dit werkje daaraan loc tc wijden. Een achtenswaardig Prelaat heeft ons daartoe aangespoord, en wij achten ons gelukkig, dat do inlichtingen die wij hebben geput, zoowel uil de talrijke berichten, die ons zijn ter hand gesteld als uit de onschatbare handschriften, waarin Agues de innigste gewaarwordingen baars harten uitdrukte, ons de gelegenheid hebben verschaft, ze onzen lezers te kunnen mededeelen.
Daardoor zullen wij nog beter doen blijken, wat de genade vermag in eene ziel, die getrouw is aan hare inspraken; wij zullen voldoende bewijzen, dal hel ten loon spreiden van dien heiligen ijver, die de schoonste dagen der Kerk kenmerkte, mogelijk is in eene eeuw, dit; zoo bedorven is als de onze, wij zullen de zielen der rechtvaar-
191
digen troosten, die door het gezicht van zoo vele ergenis-sen in de diepste droefheid gestort zijn . . . en misschien zullen wij nog het geluk hebben, bij diegenen, die nog weinig versterkt zijn , een edelen en heiligen naijver op te wekken. Gesterkt door deze gedachten, zullen wij met vertrouwen de nieuwe laak aanvaarden, die ons wacht. Wij ontveinzen ons de moeilijkheid geenszins; doch wij hopen, dat de Heer die de zuiverheid onzer bedoelingen kent, zich zal gowaardigen onze pogingen te zegenen, en dat deze vluchtige schets eenig goed moge stichten.
))Zonder het geloot\',\'\' zegt de Apostel, »is het onmogelijk Gode te behagen.quot; Alle Katholieken zijn eenstemmig over deze hoofdgrondstelling, en, als wij in onze Agues slechts dat vaste en onwrikbare geloof te prijzen hadden, \'t welk haar met nog racer vertrouwen zich aan al de geheimen van den godsdienst deed hechten dan aan de klaarblijkclijkste waarheden, dan zouden wij het overbodig achten ons op to houden bij de deugd, die voorzeker bij baar het beginsel was van alle andere. Doch de geest des geloofs was de ziel van haar geheel gedrag, en in eene eeuw, waarin men schier algemeen den geest der wereld volgt, hebben wij hierin een aanleiding tot billijken lof meenen te zien. Inderdaad, er is nog een groot aantal ge-loovigen, die vrijwillig hunne rede onder het juk des geloofs doen bukken, met betrekking tot de groote mysteriën, die de Kerk ons voorhoudt te gelooven, wijl daar alles eenigszins bespiegelend is; zou men zich niet kunnen afvragen, of er niet eenigen gevonden worden, die zelfs andere, echter mindere zekere waarheden gelooven, wijl ze insgelijks in het Evangelie opgeteekend zijn? Waar ontmoeten wij die ware geloovigen, die zich vast overtuigd houden, dat de armen gelukkig zijn? Dat zij, die hun
19 quot;2
troost in deze wereld zoeken hunne dagen in vermaken en genoegens doorbrengen, waarlijk te beklagen zijn; dat de zaligheid onze eenige noodige bezigheid moet wezen; dat do zonde het eenige kwaad is; dat het lijden, de ontberingen en smarten van allerlei aard dien naam niet mogen dragen, wijl zij, die in tranen zaaien, in vreugde oogsten? Helaas! onder hen zelfs, die openlijk de godsvrucht beoefenen, is hot hoogst zeldzaam, hun een ander oordeel over de verschillende gebeurtenissen des levens te hooren vellen dan de volgelingen der wereld; zij noemen ongeluk, wal volgens do denkbeelden des geloofs als eene weldaad moet beschouwd worden; zij verblijden zich met datgene, wat voor hen een wezenlijk voorwerp van bittere tranen moest wezen.
Agnes kende die tegenstrijdigheid nimmer, welke zoo gemeen is onder hare geloofsgenooten in haren stand. Al hare oordeelvellingen werden door het geloof geregeld. Reeds in den ouderdom van achttien jaren schreef zij, misleid door de begeerte naar wetenschap, die haar gedurende eenigen tijd schier verslonden had; »Ik ken thans geen ander voordeel dan de godsvrucht!quot;
))De woorden van den 11. Franciscus Xaverius,quot; zegt zij elders, spiekende over de begeerte naar lijden, waarmede die groote Heilige bezield was, »Amplnis, Domine Jesu, Ampliüs! Nog meer, Heore Jesus, nog meer!quot; j)hebben altoos op mij een zoodanigen indruk gemaakt, dat ze mij reeds in den ouderdom van zestien of zeventien jaren gedurig voor den geest kwamen, en in mijn gering lijden zijn ze altoos voor mij eene bron van troost geweest.quot; Het vervolg van haar leven heeft aan de gevoelens beantwoordt, die op zulken Jeugdigen leeftijd zoo verbazen. Onze lezers hebben hierover kunnen oordeelen.
193
Hoewel het zoldzaam is, dat men op die wijze alles overeenkomstig de inzichten van het geloof beoordeelt, is hel. ook niet minder zeldzaam, dat men zijne woorden regelt naar de goddelijke onderrichtingen, die het ons geeft. Evenmin kon Agnes zich aan een smartelijk gevoel onttrekken, als zij sommige menschen, die overigens zeer geregeld van leven waren, de aardsche genoegens hoorde prijzen en de gebruiken dei- wereld schenen goed te keuren, en uit menschonvreos hun gevoelen over sommige zaken bewimpelden. . . . Nooit heeft zij die ijdele uitvluchten gekend. Hare woorden waren immer volgens de zedeleer van het Evangelie geregeld; zij prees niets dan wat wezenlijk „prijzenswaardig was. En als hare onuitputtelijke Christelijke liefde haar somwijlen weerhield datgene te laten, wat inderdaad berispelijk was, in omstandigheden, waarin zij de personen, met welke zij zich onderhield, zou hebben kunnen krenken, dan gaf haar ernstig en afgetrokken gelaat voldoende te kennen, dat do heilige voorschriften van onzen Godsdienst zich .niet naar al onze grilligheden kunnen schikken.
Het geheelo leven van Agnes heeft getoond, hoezeer zij doordrongen was van de groote waarheid, dat het geloof zonder de werken een dood geloof is. Haar gedrag werd immer door het geloof geregeld, en wel verre van dit te ontveinzen, wist zij, als het noodig was, de gelegenheid aan te grijpen om zich openlijk te verklaren. Men kan lichtelijk denken, dat zij zich altoos geweld moest aandoen, als zij zoo moest handelen. Wij vernemen uit de voornemens, die zij in het begin van 1817 maakte, dat. de booze geest haar destijds hard bestreed met de wapenen der menschen vrees; en later, toen zij in een stand geplaatst was, waarin de oogen meer bijzonder op haar
13
194
gevestigd waren, ondervond zij in dit opzicht nu en dan nog eenige kwelling.
Hierin is, na het ons voorkomt, stol\' tot troostrijke overwegingen voor diegenen, die zich mochten ontmoedigd gevoelen bij het gezicht der volmaaktheid onzer Agnes, Wij denken maar al te dikwerf, dat zielen, die zoo uitstekend bevoorrecht zijn, de moeieiijkheden niet kennen, die wij op den weg der deugd zoo menigvuldig ontmoeten. Die valsche gedachte ontmoedigt ons en vernietigd schier geheel de goede uitwerkselen, die wij met grond van hunne voorbeelden konden verwachten. Doch, als wij, integendeel, zien, dat zij denzelfden strijd als wij hadden te verduren, en dat zij daarin de zege hebben behaald, dan herleeft onze hoop, en elk zegt met den II. Augustinus, om zijn gezonken moed te verlevendigen: ))Waarom zoudt gij ook niet kunnen, wat deze en gene wel gekund hebben?quot;
Onze zwakheid is ontegenzeggelijk zeer groot; doch als wij uil ons zeiven niets kunnen, dan kunnen wij alles, zoo als de Apostel zegt, in Hem, die ons versterkt. Dat ons geloof immer vast zij zooals dat van Agnes, en weldra zal onze hoop even levendig wezen als de hare. Evenals zij zullen wij weldra voor den Heer gevoelens koesteren, die zijner goedheid waardig zijn, en wij zullen met vertrouwen in den schoot van God, die immer aan zijne beloften getrouw is, al onze bekommeringen naar ziel en lichaam nederleggen.
Wij zien in de aanteekeningen van Agnes, dat liare brandende begeerte om den hoogsten trap der volmaaktheid te bereiken, gedurende oenen geruimen tijd den in-wendigen vrede harer ziel had gestoord; doch zij begreep eindelijk in de heilige oefening van het gebed, dat de vijand onzer zaligheid geen zekerder wapenen heeft om
195
oenc ziel in het goede te doen stilstaan, dan haar bovenmatig beschroomd en besluiteloos .te maken. Ook wendde zij alle zorgvuldigheid aan, om dien eenvoud, die vrijheid van geest en dien on verstoor ba ren vrede te verwerven, die de vruchten zijn van volledige zelfverloochening en het vergeten van alles wat niet Gode is.
Vooral maakte zij in eene novene, die zij in de maand October 1831 te Pignerol hield, om haar drie en dertigste jaar waardig te besluiten, desaangaande de sterkste voornemens. ))Ik zag,quot; schreef zij bij het verhalen der gevoelens, die haar gedurende die novene bezielden, ))ik zag, dat ik, in vrede en alleen volgens den indruk der genade handelende, iu alles veel volmaakter zou wezen, terwijl ik, de volmaaktheid met eene soort van bekommering zoekende;, menigwerf besluiteloos was, en blootgesteld aan de misleidingen van den vijand. De; goede God verleende mij hoe langer hoe meer rustige kalmte; ik verontrustte mij niet meer over de droefheid, de zwaarmoedigheid en de kwelling, die mij mijne gebreken veroorzaakten, noch over de ijdele vrees, waaraan zich mijne ziel zoo menigmaal overgaf.quot;
Tot troost der zielen, die door zulke onrust gekweld worden, moeten wij zeggen, dat de meest ongestoorde kalmte de belooning was van hare rustelooze pogingen en van baren onversaagden strijd. Allen, die haar gedurende do laatste jaren baars levens gekend hebben, moeten getuigen, dat bij haar alles den volmaaktsten inwen-digen vrede verraadde, dien zij aanhoudend genoot, terwijl haar afsterven dit op de ondubbelzinnigste wijze bevestigde. Dat men de bijzonderheden van dit stichtende sterven lier-leze, en dal men ons zegge, of het mogelijk is zich met meer kalmte tot de groote reis der eeuwigheid voor te
196
bereiden? Ach! als wij niet schroomden hier woorden te onlleenen, die aan den lof van een jeugdigen Heilige gewijd zijn, voor wien Agnes een\' geheel bijzonderen eerbied koesterde, dan /ouden wij op haar deze woorden uit de kleine getijden van den H. Aloyusius de Gonzagua willen toepassen: »Hoe heilig, stichtelijk en zacht was zijn sterven! Zulk een dood zou de engelen niet onwaardig wezen, als de engelen, evenals wij, aan den dood onderworpen waren.quot;
Al te schroomvallige zielen, gij, die zucht onder den last van duizend zich telkens vernieuwende ongerustheden, troost u! Agnes kende eenigen tijd die folteringen, die u zooveel doen lijden, en zij hebben haar niet belet\'eindelijk dien gelukkigen vrede te verwerven, die het voorwerp is uwer vurige verlangens. Wilt gij die eveneens zien ophouden, bezigt dan de middelen, die zij zelve heeft aangewend : geef u geheel en al over in de armen van den besten en teedersten der Vaders; draagt hem de zorg voor uwe volmaking op; weest tevreden met Hem te behagen zonder u zelve de troostrijke getuigenis te willen geven, die dikwerf zoo gevai irlijk is voor de eigenliefde, dat gij vorderingen maakt in de deugd; en weest wél verzekerd, dat niets den Heer meer vereert en behaagt dan het gren-zelooze vertrouwen, waarmede men ondanks zijne zwakheid en ellende, zijn toevlucht neemt tot de onuitputtelijke ontferming van God.
De Christelijke hoop heeft niet enkel betrekking op do onzichtbare en eeuwige goederen; steunende op het onfeilbare woord van Hem, die gezegd heeft: »Zoekt eerst het rijk Gods en Zijne gerechtigheid, en alle deze dingen zullen u toegeworpen wordenquot;, Matth. VI : 33, mogen wij uit de hand van God de tijdelijke goederen verwachten, die wij mochten noo-
197
dig hebben, en moeten wij Zijne beschikking in alle omstandigheden zegenen. Hier is derhalve do voegzame plaats om te gewagen van Agnes\' volmaakt vertrouwen op de immer zoo aanbiddenswaardige besturing der Voorzienigheid. Doch het is niet overtollig te doen opmerken dat zij, die altoos met zulk een vurig vertrouwen in Gods handen de zorg stelde voor de belangen, die haar alleen waarlijk ter harte gingen, niet kon nalaten in alles op Hem te vertrouwen, wat het aardsche betrof, llaar geloof deed haar den vinger (iods in alle gebeurtenissen des levens zien. Gelukkig of ongelukkig, zij ontving die immer op dezelfde wijze, en prees zijn\' heiligen Naam, en ondanks hare levendige gevoeligheid kon men nimmer bespeuren, dat de kalmte barer ziel er het minste dooi\' leed, zoo waar is het, dat de tegenspoeden des levens, die de gewone monschen zoo sterk verontrusten, hen niet ongelukkig kunnen maken, die hun vertrouwen in den Heer stellen! j)Qni conlidunt in Domino, sicut mons Sion.quot;
Volgens de leer van den II. Paulus, is er eeno deugd, die nog grooter is dan het geloof en de hoop, het is de liefde. Gene zijn slechts tijdelijke deugden: deze is de deugd der eeuwigheid. Het middagklare gezicht en het bezit van God zullen een einde maken aan het. beoefenen van de twee eerste, terwijl de liefde in nieuw vuur zal ontbranden, \'t welk zal voortduren evenals God zelf. God beminnen zonder einde en zonder mate, ziedaar al het geluk dos Hemels; Hem beminnen boven al het aardsche, ziedaar het paradijs der aarde, een voorsmaak van den Hemel.
»Hoe gelukkig is men,quot; zeide Agnes dikwerf tot iemand, die het ons later heeft verhaald, shoe gelukkig is men, onzen goeden Meester te kunnen dienen en beminnen, en voor-
198
al, Hem te kunnen beminnen zonder eenig voorbehoud!quot;
Och! waarom heeft hare nederigheid in haar zoo dikwerf die uitboezemingen van liefde onderdrukt, die zij niet uitte dan In het innigste vertrouwen? Zij heeft ons van den troost verstoken tliaus de geheimen van haar binnenste te kunnen openbaren. De volgende trek zal echter voldoende wezen om er eenig denkbeeld van te geven, wij zullen woordelijk eerie zinsnede uit een brief afschrijven, waarin Mevrouw De St. Hubert kennis geeft van het overlijden barer dochter. Die brief is van eene Dame, welke gedurende ccnige jaren innige betrekkingen met Agnes onderhield.
»Ik herinner mij nog altoos eene gebeurtenis, die op mij een buitengewonen indruk heeft gemaakt; het was op den feestdag van Maria Hemelvaart.... Zij bespeurde dien dag eene verdubbeling van ijver, die in haar geheele wezen uitblonk; ze zeide mij met eene uitdrukking, die met geene mogelijkheid kan worden weergegeven: »Ach! deze schoone dag is dus geëindigd! waarom gaat de tijd zóó snel voorbij? Toen meende ik om haar hoofd een stralenkrans te zieu; in haar wezen lag iets homelsch, hetwelk ik nooit zal vergeten. Ik herhaal bet u. Mevrouw, zij was de volmaaktste ziel, die ik immer gekend heb. Ik heb haar ten voorbeeld voorgesteld, en ik doe hot nog dagelijks. Wat mij betreft, zij heeft in mijn hart onuitwisch-bare sporen van herinnering nagelaten, en, als ik mij eenige opoffering of eenig geweld heb aan to doen, dan stel ik mij haar immer ten voorbeeld... Och! Mevrouw, gij zijt zeer ongelukkig, het is waar! maar hoe veel moeders, geloof ik, wenschten tut zulk een prijs te kunnen zeggen: ik heb bijgedragen tot het vermeerderen van het getal der Heiligen in den Hemel f\'
199
Wij zullen hier ook nog do beloften aanstippen, die zij den iö\'1\'\'11 October 1831, den dag,- waarop zij haar drie en dertigste jaar had voleind, aan God deed, bij het vernieuwen barer doopbeloften, zooals zij gewoon was. Niets zou, dunkt ons, onze lozers beter hare edele verknochtheid kunnen doen kennen. Wij zijn verheugd, dat zij de gelukkige gedachte heeft gehad, die beloften in geschrift te bewaren, en wij schrijven hare eigen woorden met nauwgezetheid af:
»lk deed deze heilige belofte zoo als de goede God mij die ingaf: Mijn goddelijke Jesus, ik verzaak niet alleen den duivel, zijne pralerijen, zijne werken, al zijne inblazingen, zijne listen, zijne ijdele bedreigingen, en zijne valsche vleierijen; maar vooral ook nog geheel en voor altoos mij zelve, mijne begeerten, mijne genegenheden, mijne wijze van zien, mijne neigingen en mijn eigen verstand, en ik hecht mij aan U, goede Jesus, voor altoos, aan uw kruis en aan uw Evangelie; ik onderwerp mij onvoorwaardelijk aan uwe heilige ingevingen, aan uwe beschikking over mij en aan de heilvolle leiding uwer genade.quot;
Als men met aandacht alles overweegt, wat zulk eene verbintenis heiligs bevat, dan moot men bekennen, dat zij reeds volledig afstand van zich zelve moet hebben gedaan, en dat zij met geene mogelijkheid den Heer een volmaakter olï\'er had kunnen brengen.
Agnes had ongetwijfeld aan zulke edele gevoelens het teedere meéwarige gevoel te danken, \'t welk zij had voor de smarten en het lijden van het Heilige Hart van Jesus, Dit is eene bijzondere en bevoorrechte gunst, welke de gewone zielen niet kunnen beseffen, en die slechts geschonken wordt aan die, welke geheel door de goddelijke liefde ontstoken zijn.
200
))Bij elke nieuwe ontheiliging,quot; schreef zij, smaakt zich altoos deze gedachte van mij meester, dut iedereen in deze ongelukkige tijden eono schuilplaats vindt, en dat mijn Jesus er geen heeft: iedereen wordt beklaagd, en mijn Jesus wordt door niemand beklaagd. Als eene kerk ontheiligd wordt, dan zal men den Priester beklagen, aan wien zij is toevertrouwd. . . . Ifet rnededoogen betreft immer de schepselen, en nooit mijnen Jesus!quot;
)jDan gevoel ik immer, ik beken het, mijne zeer zwakke liefde herleven; ik gevoel met dien goeden Zaligmaker medelijden, en ik bied mij aan om alles te lijden, wat hij mocht verlangen om Hem te troosten, en ik smeek Hem zich te gewaardigen zijn verblijf in mijn hart te nemen, en alles uit hetzelve te verdrijven, wat Hem mocht kunnen mishagen.quot;
Altoos diep ootmoedig te midden van zulke verheven gevoelens, voegde zij er aanstonds bij: ))doch welk een onderscheid bestaat er in de uitoefening!quot;
Do ondankbaarheid der menschen jegens een Gud, die hen zoo bemind heeft, de verblindheid der zondaars, de onverschilligheid dei rechtvaardigen zeiven bij het gezicht der misdaden, die de Aarde overstroomen, dit waren de gewone aanleidingen tot de tranen, die Agues voor het aanschijn des Heeren stortte. De toestand van Frankrijk met betrekking tot den godsdienst, hield haar op een geheel bijzondere wijze bezig. Zij zag met diepe droefheid het geloof uit zoovele harten verbannen, de Godsdienst hunner voorvaderen schier aan het grootste getal vreemd geworden, zijne zedeleer over het algemeen miskend, zijne voorschriften openlijk geschonden, zijne plechtigheden vermetel door den arbeid ontheiligd, zijn eeredienst en zijne bedienaren gehoond of met minachting behandeld.
201
Wat haar inzonderheid bedroefde, was, dat zij zelfs door de godvruchtige zielen, waarop Frankrijk roem draagt, en wier deugden alleen de slagen der al te rechtvaardige gramschap des Heeren weêrhonden, zoo weinigen zag, die in de smarten van het Hart van Jesus schenen te deelen en tot die. gevoelens van liefde en boetdoening terugkeerden, waarvan zij, zooals het haar voorkwam, altoos behoorden bezield te wezen.
Rechtvaardige zielen, die volledig beseft, boe smartelijk de ondankbaarheid der menschen voor het hart van eenen God moet wezen, die hen zóó bemind heeft, vergenoegt u niet zeiven Hem getrouw te dienen, bewandelt, wij smeeken het u, het voetspoor van Agnes, tracht Hem, ovenals zij, hoe langer hoe vuriger te beminnen, naar mate Hij beleedigd wordt, en noodzaakt Hem niet, om in onze dagen die treilende klachten to herbalen, welke Hij eertijds door den mond van den koninklijken Profeet deed hooren: »lk wachtte iemand, die zich met mij zou bedroeven, maar er was niemand; die zou pogen mij te troosten, maar ik vond niemand.quot;
De liefde Gods en de liefde des naasten zijn onafscheidelijk, of, om Juister te sproken, zij vormen slechts een en dezelfde liefde, wijl het immer haar God is, dien de waarlijk Christelijke ziel in den persoon barer broeders bemint. Ue liefde van Agnes, in dit tweede opzicht, zal ons nog meer verteedcrende voorbeelden en nuttige lessen opleveren.
Wij zijn niet voornemens hier het zoo onbillijke verwijt te beantwoorden, hetwelk men somtijds aan de godsvrucht durft doen, dat zij de familiebanden verslapt, dat zij zelfs de wettigste genegenheden verzwakt, dat zij met éen woord, het hart gevoelloos maakt. Het zou ons al tc gemakkelijk
202
vallen to bewijzen, dat men elkander nooit oprechter bemint, dan als men elkander in God bemint. Hoe zou de Godsdienst, die ons een broeder doet zien in een onbekende en zelfs in eenen vijand, uit onze harten de heiligste gevoelens der natuur verbannen! Neen, neen, zoo is het niet gesteld, en als het ons geoorloofd ware geheimen des harten te openbaren, dan zouden wij gemakkelijk kunnen aantoonon, dat Agues immer het trellendsle voorbeeld van kinderliefde en van zusterlijke teederheid was. Doch zegt de droefheid barer ontroostbare familie zulks niet voldoende, en zou het overigens anders kunnen wezen? Zou zulk een hart, \'t welk voor allen zoo goed en gevoelig was, niet In de hoogste volmaaktheid een der heiligste plichten hebben vervuld?
Wij zullen niet terugkomen op den Ijver voor het heil dor zielen, die haar gestadig bezielde, noch op de treilende zorgvuldigheid, waarmede zij alle rampen poogde te verzachten; wat wij daarover in het verhaal van haar leven gezegd hebben, is voldoende om er een juist denkbeeld van te geven. Doch dat was slechts een zeer gering gedeelte der uitwerking, welke bij haar die schoone deugd der Ghi istelijke liefde had, en wat zouden wij ei\' niet nog moeten bijvoegen, als het ons mogelijk ware alles te schetsen!
Evenals Mozes op den berg , hielquot; zij gestadig de handen ten Hemel op om overvloedige zegeningen af te smee-ken over zoovele ongelukkigen, die in dlt;\' duisternis en in de schaduw des doods gezeten zijn. O! wie zou de vurigheid kunnen uitdrukken, waarmede die liefderijke smeekingen bezield waren? Als zij, bij voorbeeld, vernam, dat een zieke zich aan den ingang dei\' eeuwigheid bevond zonder orde op zijne gewetenszaken te hebben gesteld, of
i
203
als een misdadiger op het punt was hot schavot to beklimmen om te boeten voor zijne misdrijven, die do mensche-lijke gerechtigheid niet mocht vergeven, doch die door een oprecht berouw, gevoegd bij do kracht van hot Sacrament der verzoening, voor hot aanschijn Gods kunnen uitgowischt worden, dan dacht zij op niots anders; on zij smeekte nog moor door hare tranon dan door hare woorden , voor die ellendigen do onschatbare woldaad, van een goeden en heiligen dood al\'.
De verdiensten van een gebed, \'t wolk door de liefde wordt ingegeven, is helaas! over hot algomoon to weinig bekend! Wij verschijnen aan don voet dor altaren met een hart, \'twelk door een koude zelfzucht gevoelloos is gemaakt. Wij denkon meestal aan ons zolven; wij smee-ken slechts gonadegunston voor ons zolven af, of, als wij somwijlen voor anderen bidden, dan is dit immer voor een klein getal bloedverwanten of vrienden. Wanneer zal dan de liefde onze barton verteederen, en ons in onze gebeden allo onze brooders in Jesus Christus doen insluiten? Rechtvaardige zielen, volgt ook hierin hot voorbeeld van Agnos! Vergeet somtijds u zeiven om u voor hot aangezicht des Hoeren met die rnillioenen zielen \'bozig te houden, die, terwijl gij in overvloed verkeert, in oene beklagenswaardige geestelijke armoede kwijnen. Dan zullen uwe gebeden aangenaam wezen aan den God der liefde; daarvoor zullen, twijfelt er niet aan, nog overvloediger genadogunsten de belooning wezen, en misschien zult gij gelukkig genoeg zijn, oenige zielen voor de deugd to winnen. Welk eene bemoedigende gedachte!
Dezelfde geest van liefde deed Agnes met brandenden ijver alle middelen te baat nemen om het lijden dier heilige zielen te verkorten, die alle voor den hemel bestemd zijn.
204
doch die de voldoening voltooien der schulden, welke zij gedurende hun leven jegens de goddelijke rechtvaardigheid hebben gemaakt. Niet alleen liet /ij dikwerf Missen voor haar lezen, niet alleen ii()u[ito het verlangen om aan die zielen lalenis te verschatlen, haar tot hel verdienen van vele allaten te haren voordeele, vooral die, welke zoo talrijk aan den Kruisweg verbonden zijn, dien zij menigwerf volgde; doch hare aanteekeningen melden ons ook nog, dat de heldenmoed der Cliristelijke liefde haar zelfs de verdiensten van al hare goede werken, gebeden, ongemakken enz. aan die zielen deed toevoegen. Vinden wij hierin geen stof lot blozen over onze misdadige onverschilligheid ten opzichte van hel lot dier zielen, wier leniging in ons vermogen is?
De heilige Apostel Paulus leert ons, dat de liefde geduldig is,... dat zij niet kwaaddenkend is,... dat zij alles verdraagt,... dat zij alles lijdt, lu deze verhevene trekken herkennen wij Agnes nog. Wij hebben in den loop van haar leven geen gewag willen maken van de talrijke gelegenheden, die zij had, om die groote en zoo aanbevolen deugd, die soms zoo moeielijk is, zelfs met heldenmoed te beoefenen: het verdragen van don naaste, uit vrees van door vergelijking van plaatsen en omstandigheden, diegenen bekend te maken, die wij op het oog hadden. Door dezelfde reden weerhouden, zullen wij ons bepalen Inerte zeggen, zonder het juiste tijdstip te noemen, dat zij dikwerf ondankbaren ontmoette onder de behoeftigen, welke zij verzorgde; dat naast degenen, die haar bewonderden en beminden, zich anderen bevonden, die den schat van deugden niet konden ontdekken, dien zij zoo zorgvuldig verborg, en jegens haar een groote onbillijkheid toonden; men maakte soms misbruik van hare goedheid; men poogde
205
zelfs aan hare goodo werken een glimp van dwaasheid to geven.... Doch wij zullen er ook bijvoegen, dat de engelachtige Agnes onveranderlijk kalm en onverstoorbaar zachtzinnig bleef, dat zij zich nooit zocht te wreken dan door nieuwe weldaden, en dat, als God somtijds die smartelijke beproevingen toeliet om hare liefdadigheid op de proef to stellen en ze gelijkvormige!\' te maken aan die baars god-delijken Meesters, dan wist zij daaruit een overvloedigen oogst van verdiensten te garen.
En zouden wij hier niet al het vindingrijke barer liefde prijzen, die zij immer len gunste van den naaste aanwendde om in hem prijzenswaardige gevoelens te veronderstellen, voor hem altoos eene verontschuldiging te vindon, of vaardig zijne goede hoedanigheden tegenover zijne gebreken te stellen. De smart, die zij gevoelde, als zij de Gliristelijke liefde hoorde krenken, schetste zich aanstonds in hare trekken. O! wie heeft de vurige zorg niet bewonderd, waarmede zij terstond de verdediging van den aangerande op zich nam, al was het slechts voor weinig beduidende dingen? Dit was zoo algemeen bekend en had zoo dikwijls plaats, dat men haar boertende, in den kring barer familie, den schoonen bijnaam van »voorspreekster der verdruktenquot; had gegeven, en voorzeker verdiende nooit iemand dien naam meer dan zij.
Wij zouden hierover ver kunnen uitweiden, doch wij meenen genoeg gezegd te hebben om te doen zien, dat Agnes in hare geheele volmaaktheid de twee groote voorschriften, de liefde Gods en de liefde des naasten, heeft beoefend: en zouden wij dan niet hiermede haren lof kunnen besluiten, wijl Jesus Ghristus zelf gezegd heeft, dat hij, die getrouw deze twee voornaamste geboden zal hebben volbracht, de geheele wet zal hebben vervuld? Doch
206
wij zijn nog niet tevreden, dat wij den hoogen trap van deugd hobben doen kennen, dien zij bereikt bad, wij willen onzen lezers nog bet getrouwe tafereel der hoofdmiddelen schetsen, welke zij aanwendde. Dit gezicht zal onzen moed verlevendigen .. . en inderdaad, waarom zouden wij, als wij denzelfden weg volgden, niet hetzelfde einddoel bereiken\'?
Teedere godsvrucht voor bet verheven Sacrament onzer altaren, eene geheel bijzondere devotie tot de II. Maagd, een grenzenloos vertrouwen op de voorspraak der Heiligen, een geest van ingetogenheid en gebed, diepe ootmoed, volledige zelfverloochening, volmaakte zuiverheid van bedoeling, ziedaar de hechte grondslagen, de grondzuilen, waarop zich het gebouw verhief dier volmaaktheid, welke ons verbaast. Wij zullen aan elk dozer deugden eenige oogenblikken onze aandacht wijden.
Wanneer een schilder, die streeft om zich in zijne kunst te volmaken, het kopieeren onderneemt van een schilderstuk zijns meesters, dan vergenoegt hij zich niet met de volkomenheid van hot werk te bewonderen, hij tracht de middelen op te sporen, die men heeft aangewend om die schoone uitkomst te bereiken, ten eiude zijn werk zooveel mogelijk daaraan gelijkvormig te maken; waarom handelen wij ook niet zóó? Zul het dan immer waar blijven, dat de kinderen der eeuw voorzichtiger zijn, dan de kinderen des lichts ?
Teedere Godsvrucht jegens het Heilig Sacrament. — Agues vond geen genot, dat aan het gevoel van geluk evenaarde, hetgeen zij ondervond, wanneer zij haar hart in de tegenwoordigheid van haren Welbeminde kon uitstorten. De gedachte aan de verlatenheid, waarin zich onze Goddelijke Zaligmaker in het meerendeel onzer kerken
207
en vooral in dio dei dorpen bevindt, overstelpte haar hart met droefheid, en /,ij kon de koele onverschilligheid niet begrijpen van het grootste gedeelte der Christenen, die weigeren eenige schreden te doen, om een God te gaan bezoeken, wiens lieide Hem uit den hemel heeft doen nederdalen om op deze aarde met vernedering en lijden overladen te worden. Zij maakt in hare aanteekenin-gen do ongelukkig maar al te gegronde opmerking, dat, hoewel de heilige Offerande der Mis, de predikatiën en openbare diensten nog een zeker aantal geloovigen tot zich trekken, het bezoeken van het heilig Sacrament, hetwelk uit een drangreden van liefde is ingesteld,\'onder ons niet meer schijnt bekend te wezen. Men aanschouwt het werkelijk over het algemeen als eene oefening, die slechts aan die uitstekende godvruchtigen betaamt, welke de wereld voor fijnen houdt; en de goede God, die den gehee-len dag in zijn tabernakel blijft om er met volle handen den overvloed zijner genadegunsten uit te storten over allen, die ze mochten komen afsmeeken, ziet enkel eenige godvreezende zielen, die het beste deel hebben weten te kiezen, tot Zijne altaren naderen. Beklagenswaardige verblindheid, die Agnes tranen deed storten, en die maar al te zeer bewijst, hoe zwak en kwijnend ons geloof is! Helaas! wij weten altoos tijd te vinden om onze vrienden te bezoeken, en als het den besten der vrienden, den teedersten des Vaders betreft, dan wenden wij voor, lijd te kort te komen!
Welk een onderscheid, groote flod! tusschen de gevoelens van het meerendeel onzer en die van onze Christen-heldin! Zij had zich op eene zoo bijzondere wijze toegewijd aan Jesus Christus, die in hot verheven Sacrament onzer altaren verborgen is, dat zij, toen zij zich niet meer
208
naar zijne tabernakelen begeven kon, zich nog in den geest door de vurigheid harer begeerten en do ontboezemingen barer liefde derwaarts begaf. »Het scbeen mij toe,quot; zegt zij in hare aanteekeningen, sprekende over de Religieuzen van ile eeuwigdurende nanbidding te Rome, sliet scheen mij toe, dat zij reeds bij voorbaat een paradijs smaakten.. . Daar bewees de goede God mij veel genaden, onder anderen die, welke in mij het verlangen opwekte mijn hart voor immer aan den voet zijner altaren achter te laten!!!quot;
Wij zullen na dit alles niels meer zeggen over den ijver, waarmede /.ij de heilige Offerande bijwoonde; het zal onzen lezers niet moeilijk Vallen, om zich daarvan een denkbeeld te vormen, en wij zouden vreezen, het te verzwakken, als wij dien poogden uit te drukken.
Ook moeten wij ons onvermogen bekennen om de gevoelens te schetsen, die haar hart bij de heilige Communie vervulden, welke zij, zooals wij gezien hebben, het geluk had gedurende de laatste jaren baars levens, dagelijks te mogen ontvangen. Zij bereidde zich door de teederste liefde tot dezelve voor; do innigste voreeniging van haar hart met dat van Jesus Christus was daarvan de vrucht, en men kan zeggen, dat haar geheele leven enkel eene aanhoudende voorbeiding en dankzegging was. De aanteekeningen, die wij vóór ons hebben, laten geen twijfel over, dat die ziel, die enkel leefde om haren God te beminnen, met Hem, bij het ontvangen van het Sacrament der liefde, eene onuitsprekelijke gemeenschap had; doch die bijzondere gunsten vermeerderden overigens hare verdiensten niet, en wij vergenoegen ons, aan onze lezers die zóó levendige en zóó zuivere liefde ter navolging voor te stellen, die ook hen weldra tot eene hooge volmaaktheid zou
209
voeren. De H. Augustinus heeft gezegd: »Ama et fac quod vis. Bemin, on doe wat gij wilt.quot;
Ja, laat ons beminnen; en evenals voor Agnes zal ons zoetste genot zijn dikwerf aan do H. Tafel aan te zitten; wij zullen er ons hoogste vermaak in stellen onze harten in liet hart van den teedersten der Vaders nit te storten, Hem onze smarten vertrouwelijk te openbaren, en zijne genade af te smeeken. ... Laat ons beminnen, en op de pleehtige dagen, waarop de God, die zich in de IT. Eucharistie verborgen houdt, zijn tabernakel verlaat om op eene moer bijzondere wijze te onzer aanbidding te worden uitgesteld, zullen wij, wel verre van Hem in eene jammerlijke eenzaamheid te laten, den meest mogelijken tijd aan zijne voeten doorbrengen. Laat ons beminnen, en wij zullen al het lijden van Jesus Christus begrijpen, \'t welk de versmading van sommigen, do oneerbiedigheid van anderen en de onverschilligheid van schier allen. Hom in het Sacrament Zijner liefde veroorzaken, en wij zullen niets verzuimen om Hem, voor zoo veel in ons is, schadeloos te stellen voor zoo veel ondankbaarheid.. . .
Hare godsvrucht jegens de H. Maagd. — Wij zullen hier niets zeggen van Agnes\' bijzondere oefeningen ter eere van Maria; van de godvruchtige broederschappen, waarin zij ingeschreven was, van het rozenhoedje, \'t welk zij zich had voorgenomen dagelijks te bidden; van den ijver, waarmede zij zich tot hare plechlige feestdagen voorbereidde; van de vreugde, welke zij genoot door haar nog meer bijzonder te voreeron in de selioone maand, waaraan de liefde der geloovigen haar naam heeft gegeven;. . . wij zullen ons haar niet voorstellen, hoe zij haar talent in de schilderkunst wijdde aan hot afmalen harer trekken, en den arbeid barer handen aan het versieren harer altaren,
14
-210
of liet tooien barer beelden. . . . Wij zullen zelfs zwijgen van bet onbegrensde vertrouwen, \'t welk haar in allo om-standigbeden baar tocvlucbt deed nomen tot Maria, van de indrukwekkende eenvoudigheid, waarmede zij in den schoot der hemelscho Moeder alle beboeflon barer ziel uitstortte, en van den ijver, dien zij altoos aan don dag legde in bet voortplanten barer vereering. .. Daar wij genoodzaakt zijn zeer beknopt te wezen over zulk een uitgebreid onderwerp, zullen wij alleen spreken over haar tee-der medelijden met do smarten der Heilige Maagd, wijl zulks, naar het ons voorkomt, op do beste wijze bare innerlijke gewaarwordingen kan doen kennen. Wij zullen ons hoogst gelukkig achten, als deze weinige regelen genoeg zijn om onze lezers behoorlijk eene devotie te doen kennen, die, over bet algemeen, zoo weinig hekend is!
Daar de zonde, volgens de geestrijke uitdrukking van den H. Paulus, do kruisiging van Josus vernieuwt, vernieuwt zij ook het wreedo martelaarschap, hetwelk Maria aan den voet van het Kruis verduurde; zij kwetst het hart van den Zoon, terwijl zij opnieuw bet hart van zijne Moeder doorboort.... En echter, wie zou bet gelooven? Terwijl do zonde dagelijks hare afschuwelijke verwoestingen uitbreidt, denkt schier niemand aan bet verzoeten en lenigen der smartelijke bitterheden van Maria, door haar genoegzame dankbaarheid en liefde te betuigen, en haar oenigermato schadeloos te stellen voor de misdadige onverschilligheid van zoo vele ondankbare kinderen.
\'Zoo was bet niet met Agnes; hare liefde voor Maria was te levendig, dan dat zij gevoelloos bad kunnen blijven voor de smarten, die baar hart leed. Haar te troosten, door met haar te weenen over de treurige verblinding der zondaars, was, vooral gedurende de laatste jaren
211
baars levens, eeno burer voornaamste zorgen; vandaar, hare menigvuldige meditatiën over de smarten dier heilige Maagd tijdens het sterfelijk leven van haren Goddelijker» Zoon; van daar de vreugde, die /ij te Pisa genoot van zich te kunnen vereenigen met de orde der Servie-ten, door zich te laten opnemen in het hoederschap; genaamd »(le Zeven Weeën/\' en hare nauwgezetheid in liet verrichten der geheden, die als eene kroon waren ingesteld om haar te vereeren, was voorbeeldeloos; van daar de zorgvuldigheid, wnarmede zij jaarlijks, om de diepe droefheid te lenigen, welke de ongeregeldheden, die den H. Vaste voorafgaan, aan die heilige Moeder veroorzaken, de godvruchtige oefeningen volbracht, bekend onder den naam van »den geheiligden Vastenavond,quot; (Carnaval sane-tifié). Zij verrichtte deze nog dagelijks gedurende bare laatste ziekte, en alleen de dood kon haar die doen afbreken !
Doch die uitwendige oefeningen kunnen slechts een Hauw denkbeeld geven van het teedere medelijden, hetwelk Agnes in haar hart aan de Koningin der Martelaren toedroeg. Men zon, even vurig als zij, moeten beminnen, om het wel te beseffen. Laten wij, zooveel in ons vermogen is doen, om haar tenminste van verre op dien weg te volgen: de devotie voor de smarten van Maria moest, vooral in onze dapen, die van al hare getrouwe dienaren wezen. Hoe meer zij gehoond wordt, hoe meer het getal dergenen, die haar miskennen, toeneemt, zooveel te meer zijn ook bare ware kinderen verplicht, haar hunne liefde te t.oonen. Laat ons, evenals Agues, hier beneden met Maria weenen, opdat wij ons eeuwig met baar mogen verblijden!
Haar vertrouwen op de bescherming der l leiligen. —- De
212
voorspraak der heiligen is een der krachtigste middelen om van God de genadegunsten te verwerven, welke wij noodig hebben: Agncs had hiervan meermalen de gelukkige ondervinding opgedaan. Zij riep hen met een onbegrensd vertrouwen aan en onderhield met de gelukzalige bewoners van het hemelsch Jeruzalem eene soort van gewonen omgang, die voor haar iets onuitsprekelijk bekoorlijks had. Zij beschouwde hen als vrienden, die haar voorgegaan waren naar het gemeenschappelijk vaderland, on die zij eenmaal hoopte te gaan bezoeken. Met een uitstekend gevoel van geluk vierde zij hunne feesten, zij versierde hare kamer gaarne met hunne afbeeldsels en ondervond, als zij in hunne tegenwoordigheid bad, eene merkbare verdubbeling van ijver. Wij hebben reeds over den eerbied gesproken , dien zij aan hunne dierbare overblijfselen toedroeg, alsmede van het genoegen, dat zij smaakte, toen zij op hare reis door Italië, velen hunner kon vereeren, en wij behoeven hier niet l\'Ü te voegen, dat zij de voetstappen dier helden des Christendoms trachtte te drukken: elke bladzijde van het Leven, dat wij hebben geschetst, levert daarvan voldoende bewijzen op.
Hare schrandere godsvrucht deed haar inzonderheid in de heiligen hunne inwendige deugden nasporen. De aan-teekeningen, die wij van hare hand vooi ons hebben, melden ons overtuigend, dat zij hiid begrepen, dat weinigen geroepen zijn de bijzondere wegen te volgen, welke een groot aantal hunner bewandeld hebben, en dat het voor ons voldoende is getrouwelijk aan de inspraken der genade te beantwoorden.
Wij zullen hier de wijze overdenkingen aanhalen, die zij in 1832 te dezen opzichte aan het papier toevertrouwde, Niels is ons doelmatiger voorgekomen om de schroom-
vallige zielen gerust te stellen, welke door hunne voorbeelden mochten ontmoedigd worden, en om aan te toonen, in welken geest men do Levens der Heiligen behoort te lezen ten eindeer het meeste nut uit te trekken. Men zal er gelijktijdig uit zien, in welken graad Agnes die schoone deugden van bescheidenhcid en voorzichtigheid wist te beoei\'enen, die eene nieuwe waarde aan al de overige geven, door zich te behoeden voor alle alwijkiiigen, waartoe niet zelden de levendigheid van aard, de vurigheid der verbeelding en eene weinig veiiichte godvruchtigheid aanleiding geven.
))Wij moeten zonder ophouden strijden en arbeiden aan het verwerven van alle deugden; doch wij moeten ons ook altoos laten geleiden door do genade en ons niet bovenmatig bedroeven, als het ons toeschijnt, dat wij geene voldoende vorderingen maken, en wij te lang in onze ellende en onvolmaaktheid blijven; somwijlen bedient zich do genade hiervan om ons de hechtste deugden te doen beoefenen.quot;
»Laat ons trachten in de liefde voor de kruisen, voorbeeld, alle gewaarwordingen der natuur te bestrijden, die er mede strijdig zijn ; laat ons arbeiden om deze met erkentelijkheid te ontvangen; maar wat de gevoelige liefde, de vurigheid van sommige Heiligen betreft, die enkel naar het kruis verzuchtten, en die, om liet zoo uit te drukken, zonder het kruis niet konden leven, dat is eene uitwerking der genade, die wij zullen verlangen, als liet don goeden God behaagt ons er mede to begunstigen, doch die wij zonder te klagen moeten verbeiden. Daarom moeten wij in het gebod die ingetogenheid, die voorbereiding en die zuiverheid van harte bobben, welke Jesus (Ihristus verlangt, doch het hangt alleen van zijne goddelijke genade af, ons die teedere gevoelens in te geven, welke do
214
Heiligen vervulden, en hen gedurende het overige v;in don dag innig en aanhoudend met God voreenigd hielden. . . . Laat ons de genade laten werken; laten wij ons vergenoegen, alles met de grootste getrouwheid te doen, wat zij van ons verlangt, en zij zal ons van trap tot trap opvoeren. ..
Haar Geest van ingetogenheid en gebed. — De gewone gedachte aan de tegenwoordigheid van God, waardoor zich do ziel eenigerrmte verheit boven alle aardsche dingen, en waar zij in waarheid evenals de H. Paulus kan zeggen, dat hare verkeering in de hemelen is, is een der zekerste middelen om de volmaaktheid te erlangen. ))Wan-del in mijne tegenwoordigheid,quot; zeide de Heer eertijds tot Abraham, »en gij zult volmaakt wezen.quot; fir zijn weinig zielen, die met zooveel volharding en getrouwheid die innige vereeniging met God te midden der veistrooiendsto bezigheden hebben weten te bewaren, als onze deugdzame Agnes. sUit gehoorzaamheid aan hare ouders,quot; zegt te dezen opzichte de Eerw. Overste der Dames van Cha-vagnes te Angoulème, die, zooals wij weten, haar zóó goed kende, verscheen zij in uitgelezen gezelschappen, zonder evenwel hare gewone ingetogenheid te onderbreken. Die waarlijk ingetogen ziel wist zeil\' van tijd tot tijd eene retraite van drie of vier dagen in den kring barer familie en vrienden te houden, zonder dat iemand zulks bespeurde, en zonder dat zij daarom bet opgeruimde en aanminnige gelaat, \'t welk zij altoos behield, verloor.
Werkelijk, niets was in staat om Agnes van die aangename oefeningen af te houden, zelfs niet hare langdurige en veelvuldige reizen, welke anders de gewone bron zijn van zooveel verstrooiing en verzuim; zoo zelfs, dat de schrijver van de «Navolgingquot; niet geschroomd heeft te
215
zeggen, dat zij, die veel reizen, zich zelden heiligen. Zij bekent in hare aanteekeningen , dat de genade een geest van aanhoudend gebed verlangde, die moest bestaan in die beminnende tegenwoordigheid des harten, die zich niet van hei geliefde voorwerp verwijdert, hoewel dit niet altoos op eene in \'t oog loopende wijze plaats heelt, en voegt er bij, dat zij onophoudelijk al die verstrooiingen van geest trachtte te ontvluchten, die de aardsche dingen na zich sleepen, terwijl zij aan deze slechts die aandacht verleend»\'. welke de jilicht van haar vorderde.
Helaas! wij begrijpen nauwelijks zulke gevoelen! Altoos naar de aarde gebogen, den geest onophoudelijk vervuld van duizend vreemde gedachten, schijnt de ingetogenheid ons een lastige en gedwongen toestand te zijn, die ons alsclirikt; maai zoo is het niet met de zielen, die los zijn van alles en die reeds het hemelsch Vaderland bewonen, door de vurigheid hunner verlangens en door de levendigheid hunner liefde. De verheffing des harten tot God wordt eenigermate hun gewone toestand, en het zou hun meer kosten de gedachte aan God van zich te verwijderen, dan het ons kosten zou er ons aan te herinneren. Dit zijn, wel is waar, van die bijzondere gunsten, welke de Heer niet aan allen verleent; doch laat ous tenminste trachten om meer, dan wij tot hiertoe gedaan hebben, aan dien zoo goeden God te deuken, die ons alleen gelukkig maken kan. »0, mijn God! Gij hebt ons voor u geschapen, en ons hart zal altoos in onrust zijn, tot dat het in U zijrie rust vindtquot;.
\'t Is vooral in de heilige oefening der meditatie, dat Agnes al de zoetheid smaakte van een heilig onderhoud met haren God. Waarom niet getracht haar ook iu dat gewichtig punt na, te volgen\'? De aarde is thans, even als
21(3
ten tijde van den profeet, een jammerdal, omdat er niemand is, die in zijn harte nadenkt.quot; Beklagenswaardige bedwelming! Men slooft zich af in studiën om ongewijde wetenschappen te verkrijgen; men verleent do grootste oplettendheid aan de geringste zaken, en men meent de zaligheid te verwerven zonder er zelfs aan te hebben gedacht! Eenige gebeden met de lippen, dikwerf niet zelden in haast en zonder godsvrucht gedaan, en vervolgens de gewone verstrooiing, oen geheel aardsch, een geheel natuurlijk loven, waarin zich de gedachten des geloofs nimmer mengen; ziedaar het loven van do meeste Christenen. Kan men zich dan verwonderen, dat er zoo weinigen zijn, die voortgang in de deugd maken?
Het gebed maakte Agnes\' geluk uit; daaruit putto zij alle dagen nieuwe krachten; daarin vond zij troost in hare smarten, en leniging van haar lijden. Hoe getrouw was zij in het volbrengen dor godvruchtige oefeningen, die zij zich voorgeschreven had! Zij had begrepen, dat de grootste genaden aan die nauwgezetheid verbonden waren, en dat er geen beter middel is om de ongestadigheid, die ons ongelukkig zoo gewoon is, in standvastigheid te veranderen. Zonder ooit in een barer plichten te kort te schieten, vond zij altoos daarvoor den tijd, en zelfs hare reizen waren niet in staat om er haar van af te leiden.
En zouden wij hier die bewonderenswaardige zorgvuldigheid stilzwijgend kunnen voorbijgaan, waarmede zij zich altoos met den geest der Kerk poogde te vereenigen , en zich in alles zocht te schikken naar hare bedoelingen en begeerten. Dat was de drangreden, die haar deed besluiten , de formulieren van gebeden, waarvan men zich gewoonlijk onder de H. Offerande bedient te vervangen door de gewone gebeden der Mis, wier schoonhoid ongelukkig
217
maar al te weinig door de geioovigen gekend wordt; dit was de reden, die haar zuoyeel gewicht deed hechten aan onze openbare Diensten; dat was eindelijk de beweegreden, die haar bijna altoos voor hare meditatiën onderweipen deed kiezen, die strookten niet de mysteriën, waarmede zich de Kerk, op verschillende tijden van het jaar bezig houdt. Op die wijze vereenigde zij zich gedurende den Advent met de brandende verlangens der Patriarchen en Proleten, in den Kersttijd ging zij aan de kribbe de beoefening dei-verborgen deugden loeren: de tijd, die den vaste voorafgaat en de beleedigingen Gods zoozeer vermenigvuldigt, deed hare liefde en haar medelijden met de smarten van Maria, zooals wij bereids opgemerkt hebben, zichtbaar vermeerderen; de heilige veertig dagen herinnerden haar aan het lijden van Jesus, en zij hield er zich aanhoudend mede bezig. Met den Paaschtijd poogde zij een leven te leiden, \'t welk nog meer gelijkvormig was aan dat van den verrezen Jesus; bij het feest der Hemelvaart van Christus was al haar verlangen naar den Hemel gekeerd; bij het Pinksterfeest stelde zij alles ia het werk om den Heiligen Geest in haar hart te doen nederdalen; het octaaf van het Heilig Sacrament was voor haar een tijd van liefde en verzoening; do feesten van Maria waren voor haar oogenblikken van vreugde en geluk; die der Heiligen tijdstippen van edele voornemens; alle Zon- en feestdagen waren voor haar dagen, die geheel aan den Heer waren toegewijd eu bestemd om zijn lof te bezingen. Ziedaar, hoe Agnes hare jaren doorbracht. Wij behoeven ons dus niet te verwonderen, dat het kleine aantal jaren, \'t welk zij op aarde heeft doorgebracht, voor haar voldoende was om tot een zeldzamen graad van heiligheid op te klimmen.
218
Haar diepe ootmoed. — Hier zullen wij Agnes zelve laten spreken; men zal niet zonder belangstelling de voornemens lozen, die zij reeds in don ouderdom van zestien jaren in dit opzicht maakte. ^Volgens do meesters van het geestelijke loven is do eerste van allo deugden de ootmoed . . . . en evenwel is dat de deugd dio men hot zeldzaamst ontmoet: overal wil men do meerdere zijn. Vandaar ontstaat eeno zekere afgunst togen degenen, welke door hunne deugden, hunne talenten, of ocnigo andere gunst, waarmede do hemel ons niet begunstigd heeft, ons overtrolfen: vandaar de koelheid, waarmede wij allo personen behandelen, die voor ons niet al hot ontzag schijnen te hebben, \'t welk wij verlangen; vandaar die buitengemeene zucht naar lof, dat verlangen om geacht to worden en dio verwijdering van de waarheid, als zij onze eigenliefde kwetst.... Wat zeg ik\'? Waartoe is de hoogmoed niet in staat? Het was de hoogmoed, die onze eerste ouders in het verderf stortte, die de booze engelen in de hel heeft neèrgeworpen, en die nog dagelijks de oorzaak is der verdoemenis van vele zielen, die door hot bloed van Jesus zijn vrijgekocht.quot;
vDe ootmoed zal derhalve mijne meest geliefkoosde deugd wezen; ik zal mij trachten te verblijden, als ik eenige gelegenheid mag vinden haar te beoefenen, en ik zal de lof-tuigingen even zorgvuldig ontvluchten, als ik ze tot hiertoe heb trachten in to oogsten.quot;
»AIs ik mocht bekoord worden door eenige hoogmoedige gedachte, dan zal ik zo aanstonds krachtdadig verwerpen, en te dien einde zal ik aan alle menschen denken, die veel waardiger zijn dan ik, aan hel aantal dingen, die ik niet weet, en aan de weinige vorderingen , die ik in de deugd gemaakt heb. ... fk zal vermijden van mij zelve te spreken.
219
mij te doen gelden, die eigenliefde, die vermomd onder den sluier van ootmoedigheid ons kwaad van ons zelve doet spieken, opdat men goed van ons zegge.quot;
Gedurende haar gehoele leven was Agnes getrouw aan deze voornemens. Te midden dei- verhevenste deugden wist zij het nederigste gevoelen van zich zelve te bewaren. Wij hehheii daarvan reeds menigvuldige bewijzen medegedeeld; dat men daarover nog oordeele uit de volgende regels, ilie wij in hare aanteekeningen hebben gevonden, onder dagteekening van den 25sUquot; Januari ,1lt;Su2, zijnde de dag der bekecring van den II. Paulus:
))lloe hard moest het dien grooten Apostel iiiet vallen, eensklaps van de verschrikkelijke verblinding, waarin hij verkeerde, terug te komen! Hij waande zich een ijverig verdediger van de glorie Gods, en zag zich eensklaps de goddelooze vervolger van zijnen aanbiddelijken Zoon! Want deze uitwerking moest de naam van Jesus wel op hem maken, toen zijne oogen zoo plotseling open gingen; maar hoe ontvangt hij die groote vernedering met geheel zijn hart! Hoe plotseling erkent hij zijne ellende! De beminnelijke Jesus vergunde, dat diezelfde verootmoediging mij meer dan ooit, voor mijn geheele leven, onophoudelijk eene levendige en ootmoedige dankbaarheid deed gevoelen jegens den goeden God, en dat ik in alles, wat ik mij verbeeld had voor Hem te doen, over het algemeen niets anders dan eene groote verblinding van eigenliefde zag, en dat ik, meenende Hem te dienen, dit dikwerf slechts gedaan
heb om Hem te bedroeven, en volgens mijn\' eigen wil____
Ook zou ik gaarne den vervlogen tijd opnieuw willen doen herleven.... Maar, hoe zon men dat doen? Ach! door Hem dubbel te beminnen, met Paulus evenveel vurigheid voor zijn Kruis te hebben, als ik er van afgeweken was;
220
alle moeite te doen, om evenals hij , de scheiding van zijn Goddelijk Hart, waarin ik zoolang geleefd heb, te vergoeden door die innige vereeniging, die hem deed zeggen, dat hij niet meer leefde, maar dat .lesus Christus leefde in hem.\'quot;\'
Hare voorname geboorte, hare opvoeding, welke die van het meerendeel der Dames van haren stand overtrof, boezemde haar nuoit het minste gevoel van ijdelheid in. Het zou haar niet moeilijk geweest zijn zich gunstig te doen opmerken, doch zij deed integendeel alles, wat in haar vermogen was, om zich onopgemerkt te doen voorbij gaan en vergeten. Zij sprak niet veel, haar omgang was altoos eenvoudig en zoo, dat niemand de verhevenheid barer gevoelens, noch do uitgebreidheid barer middelen deed vermoeden: ten opzichte der wereld was zij echter immer gereed om alle plichten van welvoegelijkheid te vervullen. Hare neiging streefde gestadig naar het verborgen leven, waarin men niet behoeft bevreesd te wezen, dat de blikken en de goedkeuring der menschen ons de verdienste onzer goede werken ontrooven. Kortom, wij schromen niet het te zeggen, Agnes was tot die hoogte opgeklommen, welke men zoo zelden bereikt, dat zij de vernederingen niet ontweek, maar ze zelfs beminde. Inderdaad , niemand was er gevoeliger voor dan zij ; maar kan men zich verwonderen, dat zij ten laatste die groote overwinning op zich zelve heeft behaald, als men ziet, dat zij reeds in den ouderdom van achttien jaren schreef: sik heb gevoeld, dat een waar Christen het Jijden en de vernederingen moet beminnen, wijl ze hem meer gelijkvormig maken aan het Goddelijk voorbeeld: Ik dank U, o mijn God! dat Gij hebt toegelaten, dat mijne eigenliefde in den loop van dit jaar dikwerf is vernederd geworden; ik heb
224
op mij zelve nog zoo veel niet gewonnen, dat ik de vernederingen bemin; ik beken, dat zij mij zeer hard toeschijnen, en dut illt; grootc behoefte heb aan het gezicht van het Crucifix, om ze zonder aandoening te ondergaan. Ik hoop, dat Gij genadig mijne ziel nog in dit opzicht zult veranderen.quot;
Wij zullen hierbij geene opmerkingen maken; zij doen zich overvloedig aan den geest voor. Helaas! hoe verre zijn wij nog verwijderd van de gevoelens, welke de ootmoed die schoone ziel ingaf, en hoeveel redenen hebben wij niet om ons te verootmoedigen!
Hare volledige verloochening van zich zelve.— ))Als iemand mij wil navolgen,quot; zegt Jesus Christus, ))dat hij zich zelf verloochene, zijn kruis opneme, en mij volge.quot; Ziedaar den grondregel van liet Evangelie, die den meesten schrik aanjaagt; ziedaar de grondstelling, die een menigte zielen van den weg der zaligheid doet afwijken. De God van Thabor zou nog dicipelen vinden; de God van den Kavarie-berg heeft er schier geene meer. Zich zeiven verzaken, zijn kruis opnemen, dat zijn al te harde voorschriften. Moge het voorbeeld van Agues ons doen blozen over onze lauwheid!
Als wij haar zelve laten spreken, dan zal zij ons zeggen: ))ik gevoelde mij meer dan ooit genoopt, om mijn\' eigen wil in dien van God te verliezen en te vernietigen, en om dien Goddelijken wil te volbrengen niet die vreugde en die liefde, die rechtstreeks tot zijn hart doordringen.quot; Als wij de Ecrw. Overste der Dames van Chavagnes en An-goulème hooren, dan zal zij ons do volgende woorden toespreken : «Niemand heeft ooit de gehoorzaamheid in een hoogeren graad beoefend. Hare onderwerping was volmaakt; men kan zeggen, dat die ziel geen eigenwil meer had.quot;
222
Als wij al degenen ondervragen, die Agues gekend lieh-den, dan zullen zij ons eenstemmig antwoorden, dat zij immer zich zelve scheen te vergeten, om slechts aan anderen te denken, dat men haar nooit ecne begeerte naar voorrang hoeft hooren uiten, Tn éen woord, zij telde zich zelve als niets; het is eene hoogst zeldzame zelfverloochening, als zij zich tot alles uitstrekt, geen andore drangreden heeft, dan gestadig zijn eigen wil op te oCI\'cren als een zoenoffer, \'t welk den Heer aangenaam is.
Doch het is niet genoeg, dat men zich zelf verloochene, men moet ook nog zijn kruis opnemen en den Heer Jesus Christus navolgen; Agues zal ons nog melden, met welk een heilige aandrift wij de kruisen hehooren op te nemen, welke de Voorzienigheid voor ons bestemd heeft :
»Het scheen mij in het gebed toe, dat, toen het kruis/ aan Jesus Christus aangeboden werd, Hij het beschouwde, in zijne armen drukte en hot voor onze zaligheid op zijne schouderen laadde. Op dezelfde wijze hehooren wij zelfs het kleinste kruis op te nemen; wij moeten het beschouwen, en dan zullen wij het slechts vereenigd met dat van Jesus Christus zien; want hot kruis is alleen schoon dooide liefde. Die liefde zal het ons doen omhelzen; die omhelzing zal ons de kracht verwerven, om er ons aanstonds met eene vroolijke liefde mode te beladen, zoolang het kruis duurt; de werken, die wij alsdan doen, hebben eene veel grootore krach!., dan die, welke wij in andere tijdon verrichten. Laten wij\' altoos Jesus Christus beschouwen. Zijn kruis aan onze zijde dragende; zoo zullen wij don kruin dos Cavarioborgs bereiken, dat is in bet oogonblik van don dood, \'t wolk zal zijn voorafgegaan door eene menigte kleine, om zoo te zoggen, dagelijkscho afst,ervingen, die het gelukkige gevolg zijn van onze kleine kruisen.quot;
223
))Ik maakto,quot; zegt zij elders, »het gelukkige voornemen, om altoos met mijn hart aan het kruis van mijnen Jesns gehecht te blijven, en daarvan in den geest van liefde en modelijden met Hem, alle kruisen, zelfs de kleinste te ontvangen, en ze te beschouwen als dierbare deelen, die Hij van het zijne afscheidt, om er mij in le doen deelen; of, wanneer het inwendige smarten zijn, als een gering aandeel in de droefheid, die Hem deed uitroepen: »Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?quot;
»Tk kan niet zeggen, hoezeer ik gedrongen werd door begeerte en liefde tot het lijden, op den feestdag van den H. Joannes van het Kruis, te meer nog, wijl\'ik op dien dag eenig lijden had te verduren. . . . Kn het was met groote vertroosting, dat ik die opoffering kon doen bij de overblijfselen van dien Heilige, wiens woorden: ^ Dom ine Jesu, pati et contemni pro te,quot; mij den grootsten moed inboezemden.quot;
Men zal zich ongetwijfeld er niet over verbazen, dat Agnes met zoodanige gevoelens nooit heeft willen bewilligen in de verzoeken barer teederhartige moeder, die haar poogde over te halen, om van den Hemel de herstelling barer gezondheid af te smeeken. Zij achtte zich integendeel gelukkig, dat haar gezondheidstoestand haar eenige gelegenheid tot verdiensten verleende. En wie kan zeggen, welk voordeel zij daaruit voor den Hemel trok? Welk een geduld! Welk eene gelijkvormigheid van gemoed te midden van smarten, die vele jaren duurden!
Wel verre van naar beklag te streven, zocht zij al hare pijnen te verbergen! O! hoe groot is do kracht, die eene waarlijk Christelijke ziel uit de troostrijke gedachten put, dat zij voor haren God lijdt!
Eenige lieden, die getroffen waren over tie vreugde.
±2\'i
welke Agnes in het lijden scheen te vinden, hebben voorzeker zeer ten onrechte gemeend, dat haar ongemeene ijver haar tot eenige dier daden van versterving deed overgaan, die nadeelig voor haar gestel waren; doch die lieden wisten voorzeker niet, hoezeer hare godsvrucht verlicht was. Wij kunnen hier betuigen, dat zij zich aan geene gestrengheid van dien aard overgaf, en dat zij, tevreden met de kwalen, die zij verduurde, alsmede met de menigvuldige gelegenheden tot versterving, die zich elk oogenblik voordoen, als men er slechts gebruik van wil maken, zich inzonderheid toelegde, op de beoefening van de inwendige versterving. Neen, het leven van Agnes levert geene dier buitengewone gestrengheden op, die ons bij een groot aantal heiligen afschrikken, en wij kunnen geen verontschuldiging aanvoeren, voor het niet volgen van dien weg van zelfverloochening, geduld en opoffering, dien elk Christen noodwendig behoort te volgen om den Hemel te bereiken.
Hare zuiverheid van meoning.— »Het verschil tusschen don volmaakten en den onvolmaakten Christenquot;, zegt de gelukzalige Alphonsus Rodriguez, «ontstaat niet daaruit, dat hij meer doet dan een ander, maar enkel, dat hij het beter doet.quot; Dit zijn woorden, die even merkwaardig zijn door hunne verhevenheid als door hnn indrukwekkenden eenvoud: het is, als men zich zoo mag uitdrukken, een middel, quot;t wolk iedereen ter beschikking heeft, oin de groote zaak der zaligheid gemakkelijk te maken. Mon behoeft Ik t slechts aan te wenden , en hiertoe zal ons Anes ook nog verhoven voorbeelden geven.
Men loost werkelijk in hare aanteekeningen, ( »t zij omstreeks het feest dor Hemelvaart in het jaar ISiil het edele voornemen maakte, om eiken dag eei uur aan
225
Jesus Christus toe te wijden, \'t welk zij het uur der volmaakte tevredenheid noemde, en gedurende welken tijd zij poogde alle hare verrichtingen te doen, om Hem te behagen, en met de grootste volmaaktheid, die haar mogelijk was. Doch zij liet het daarbij niet blijven, en tegen het einde van Januari 1832 deed de genade haar besluiten. Hem op die wijze niet alleen één uur, maar alle uren van den dag te wijden. Dit zijn hare eigen woorden; en in het begin van den vaste van hetzelfde jaar schreef zij: ))Nooit heb ik het heilig veertigtal begonnen met een vaster voornemen, om eindelijk geheel en al aan de genadegunsten te beantwoorden, die de goede God niet ophoudt mij te bewijzen, en om alles, tot zelfs de geringste dingen, met de grootste volmaaktheid te volbrengen, die mij slechts mogelijk zal wezen.quot;
Wij bekennen het, wij hebben die gevoelens, die zulk eene buitengewone zuiverheid van hart aanduiden, niet kunnen lezen zonder ons aan de beroemde gelofte te herinneren, welke de H. Theresia deed, om altoos in hare verrichtingen naar de hoogste volmaaktheid te streven; ook hebben zich de woorden van den H. Bonaventura aanstonds aan onzen geest opgedrongen: De beste volmaaktheid bestaat daarin, dat wij de gewone zaken op eene volmaakte wijze verrichten. Eene gestadige getrouwheid in de kleinste dingen is eene groote, eene heldhaftige deugd. Wij hebben daarin een\' heerlijken lof meenen te zien vo( r haai\', wier Leven wij beschreven hebben, en voor elk onzer eene navolgenswaardige les, die van groot gewicht is, en die, om zoo te zeggen, alles in zich sluit, wat wij io dit werk hebben gevonden.
Neen, de Heer heeft niet aan de groote opofferingen, aan helde ndaden onze zaligheid verbonden. De gelegenheid
226
daartoe is zeldzaam, en voor velen onzer doet zij zich niet op. Door de beoefening der dagelijksche deugden, door de zuiverheid der beweegredenen, die onze meest gewone oefeningen behooren te vergezellen, kunnen wij den Hemel verdienen. Welk eem; drangreden om onze hoop te verlevendigen !
Vestigen wij dikwerf onze oogen op het schoone voorbeeld, dat ons is voorgesteld; laten wij rustig dat leven overwegen, \'t welk in schijn zoo eenvoudig en evenwel voor den Heer zoo volkomen is; laten wij ons zei ven in de verschillende omstandigheden, waarin wij ons mogen bevinden, afvragen, hoe zich de engelachtige Agnes zou hebben gedragen; laten wij in één woord trachten hare voetstappen te drukken, en wij zullen verdienen om eenmaal die troostrijke woorden te hooren: .sHeb goeden moed, goede en getrouwe dienaar, wijl gij getrouw zijt geweest in geringe zaken, zal ik u over zeer groote stellen: treed binnen in de vreugde uws Heeren.quot;
..........
IMPRIMATUR.
W. H. VAN GENNIP,
Libr.-Cenr.
Ha aren, 9 December 1886.
■
; ■