ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

EEN

DRIETAL GRAFZERKEN

!SW

ÏTT

UOOll

fth..»\' v

\' ■ i t C H OOM. T, fc

M. J. JANSSEN.

7^.

• «r

/ V

ROERMOND,

.1. J. HOM EN EN ZONEN.

SUE

m

1

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

2191 3896

ocr page 4

\' . ■ .... ■\'.1 ia W ■ \'

_

ocr page 5

Het slot Blijenbeek was eens het verblijf van den tak der Schenken die zich heeren van Afferden en Blijenbeek noemden en de patronaatrechten uitoefenden zoowel over het kerspel Afïerden als over het toenmalig Klcefsch dorp Heijen. Hun grafkelder , die tevens diende voor het opvolgend geslacht Hoenshroech, bevindt zich onder het koor der parochiekerk toegewijd aan de heilige martelaren Cos-mas en Damianus.

De nGeschichte der familie Schenk von Nydegjen, inshe-sondere des Kriegsobristen Martin Scheid: von Nydeggen\' ten jare 1860 door H. Ferber te Neuss ter perse gelegd, geeft ons behalve lezenswaardige bijzonderheden van dat geslacht, tevens een trouw beeld der toenmalige tijdsomstandigheden.

In het breede beschrijft de historicus de lotgevallen van den erfopvolgingstrijd tusschen de wettige en natuurlijke verwanten van Dirk Schenk van Nydeggen f 1525 en discht vele bijzonderheden op uit het privaat leven dier heeren, zoowel als over parochie en gemeente Afïerden.

Grafschriften die zich op de zerken in het Kruisheerenklooster te St. Agatha nog ongeschonden bevinden of in het voormalig Nieuwklooster onder Asperden bij Goch berusten, worden door dien schrijver geboekt; maar het is

\\Artk VAK Pp \'

ocr page 6

opmerkelijk, dat hij juist twee zerken, hoofdpersonen van zijn geschiedverhaal betreffende en te Afïerden liggende, onvermeld laat.

«ij eene vroegere vernieuwing der vloer waren deze van het koor naar de toen eenige zijbeuk aan den Evangeliekant verplaatst; en trokken gedeeltelijk onder banken verscholen, minder de aandacht. Wegens den geschonden toestand is het niet doenlijk de volledige opschriften te geven.

De grootste, eene lengte hebbende van 2.27, bij eene breedte van 1.40 met. is die van Aleid Schenk van Nyderj-gen, weduwe van Renier van Gelre tot Arcen, naderhand echtgenoote van Dirk van der Lippe genaamd Hoen.

Ter rechterzijde bevinden zich de vaderlijke kwartieren: Schenk en Buren (1); ter linker die van moederskant; Fa» der Donck (2) en Pietersheim (3); bovenaan de tekst uit het boek der Openbaring :

»SAL1CH SIJN U1E DODEN DIE IN üKN HERE STEIIVE. APOC 14.quot;

In het midden de wapenschilden met helm en lambrequin van Dirk van der Lippe; op een veld van goud drie groene kransen geplaatst 2—i, elke krans met vier tegen over elkander staande roode rozen ; als helmteeken een vederbosch. Daarnaast het schild der overledene: een gouden leeuw op een zwart veld.

Het onderschrift luidt:

»AmSO Dxi \'lo55 DE 21 DeCEB STEUFT DIE EHIi- UN TL\'GËND-HAFTE AlEIT ScIIENGK VAN NyDECGEN FKül\'WE TOT ArSSEN , GrübbËfobst, Afferden un BlyenriiECK und Bettgemialsen. die Got genedich sue.

(1) Buren beeft tot wapen een dubbel getinneerdo faas van zilver op een veld van keel.

(2) Van der Donck is doorsneden, boven van hermelijn, onder van goud.

(5) Pietersheim voert op een veld van keel met zilveren blokken bezaaid,

een goud-gekrooude leeuw van zilver.

ocr page 7

Zooals uit de geschiedenis bekend is ontleende de familie Scheuk haar naam van de bediening of ambt welke ze uitoefende. Oorspronkelijk waren zij de Schenkers, Schenken, pincerncB der op het bergslot Ny(leggen vertoetende graven van Gulik. Hun hoofdstam in de Nederlanden stierf ten jare 1709 uit, in den persoon van Arnold Schenk markies van Hillenrath. Eene nevenlijn bevond zich in de 16dc en 17dD eeuw te Baarlo bij Blerick.

Eene andere vertakking, die het langst bestaan heeft was gevestigd te Sevenum (i) en op het huis (Jijen onder Broekhuizenvorst; bedienende het scholtisampt van Kes-selland en het rentmeesterschap te Gelder. De laatste telg dezer familie , eene dochter van Adriaan Frans Joseph f 1859 en N. Venhorst is gehuwd met den bankier Jean Vrancken, te Tilburg.

In de 15de eeuw was Theoclericm of Dirk Schenk van Nydeggen , Maarschalk des hertogdoms Kleef en weldoener van \'t convent de Gaesclonk, gehuwd met Al ei dis van Buren erfdochter van Arcen, Lom en Velden. Uit deze echt-vereeniging sproot Winancl Schenck van Nideggen heer van Arcen, later in huwelijk verbonden met Johanna van der Donck, dochter van Claas en Oda van Pietersheim.

(1) Een lid van dezen stam gaf aan de Minderbroedcrskeik te Venraij het portaal ten geschenke; waarin zijn schilden gil\'t vermeld wordt. ttAndries Schenck van Nideggen landtschohis des anpls Ie Kessel ên joffrouwe Elisabeth Roemer: dd. a» 166ö.quot;

Het wapen gedeeld, rechts: Schenk; links: Roemer zijnde een stijgend bruin paard op een goud veld.

Eén jaar later 1666 vereerden deze echtelieden een raam (2,l0 van de Evan-geliczijde) aan den nieuwen bijbouw der St. Janskapel te Merseloo bij Venraij. Onder hun gecombineerd wapen bevindt zich het volgende opschrift: tAndries Schenck van Nideggen lanlscholtis des ampls Kessel, joffrowe Elisabet Roemer anno 1666.quot;

Den 1 December 1667 vernieuwde deze landscholtus de statuten van \'t St. Eligius-gilde of smedenambt te Venraij.

ocr page 8

— 4 —

Hun éénige dochter Aleit, naar heure grootmoeder genaamd, had sedert \'1503 tot echtgenoot Reijner van Gelre, drost op de Veluwe , een natuurlijken zoon van den Gel-derschen hertog Adolph. Deze Reinier, een kloeke patroon zooals de advocaat Arn. van Slichtenhorst hem noemt was een trouwe helper van zijn broeder Karei van Egmond. Hij verwierf met zijne jonge bruid, een aantal\' goederen die hem in staat stelden , nog meerdere bezittingen door aankoop te verwerven. Zoo kocht hij in 1517 van Joost van Holstein de halve heerlijkheid van Grubbevorst, w?iür-van hij zich sinds dien als heer betitelde.

Na dood van^Reinier van Gelre, huwde de nog jeugdige weduwe Aleid omstreeks 1530 met een Guliksch edelman Dirk van der Lippe, genaamd Hoen, onder voorwaarde nogthans dat, bij magescheijd van 9 Maart 1536, de vijf kinderen van Gelre, in het bezit van Arcen cum annexis bleven.

Van der Lippe, volgens Ferber , een edelman van den echten stempel, van waren godsdienstzin en groote rechtschapenheid , een verkwikkende verschijning te midden van karakter- en zedelooze lieden, was Raadsheer van den Gelderschen hertog, ambtman van Kesselland en heer van Betgenhausen bij Gulick.

Zijn krachtig optreden voor de rechtmatige bezittingen zijner echtgenoote kon eerst onder zijn zoon Caspar tot gewenschten uitslag geraken.

Twee kinderen werden uit den echt van Dirk Hoen en Aleidis Schenck van Nydeggen geboren : Caspar opvolger in de ouderlijke bezittingen, en een tweede zoon Reinier in 1541 overleden.

Een grafzerk in de kerk van Afferden, naast den vori-gen gelegen, is ongetwijfeld van dezen Reinier afkomstig.

ocr page 9

— ö —

De steen, waarvan het bovenste gedeelte verbrokkeld is, heeft eene breedte van 1.27 meter, en in plaats van de adelijke kwartieren zijn op de vier hoeken de zinnebeelden der Evangelisten geplaatst.

Het ééne wapenschild is dat Van der Lippe-Schenk gedeeld. Het omschrift, zoover aanwezig, is aldus :

(Hjjr licht beuraven Reiner van der Lippe) genam hoe, SOEN TOT AfI\'EKDES IMI BLYENBEECK tXD GniBREFOERST UND .........1)1 GESTORVE IS OP SINTE TlIOMAS. ANNO ...

ïer verduidelijking van de erfopvolging in AfFerden-Blijenbeek, Hillenrath (onder Swalmen) enz., diene hier deze korte genealogische tabel :

Theodoricus Schenk van Nydeggen Heer van Afferden en Walbeek, Kleefsche Maarschalk i* 1487

X

Aleidis van Buren erfdochter van Arcen c. a.

Wijnand Schenk van Nideg--Dirk Schenk van Nydeggen.

gen heer van Arcen f 1523 heer van Affer-

X 1489 den-Blijenbeek, had vele

Johanna van der Donck natuurlijke kinderen; de

dochter van Claas van beruchte Maarten Schenck

der Donck heer van Ob- was zijn achterklein-

bicht, en van Oda van zoon.

Pietersheim te Neerharen.

Aleit Schenk van Nydeggen, Op haar was Blijenbeek na erfdochter van Arcen Dirk\'s afsterven vervallen,

X 1503 doch de onwettige afstam

melingen hielden de bezittingen jaren lang in hunne macht.

ocr page 10

4° Reinier van Gelre welke de Yt heerlijkheid Grub-benvorst aankocht.

Dirk van der Lippe genoemd Hoen heer van Betgenhausen (in \'t Gu-likerland).

Oo

De kinderen van dezen Reinier behielden het goed Huestbij Weeze, en helslot Ar een dat in 1794 aan het met Gelre verwante geslacht von Wymar zü Kirchberg overging. Ten jare 1876 verkocht de vrijheer van Dalwigh-Lichtenfeld gehuwd met Carolin von Wymar, het goed Arcen met onderhoorigheden aan Levinus rijksgraaf Wolff-Metternich.

Aan de erven van Dirk vielen Afferden-Blijenbeek , Grubbenvorst en Betgenhausen ten deel.


Caspar van der Lippe genoemd Hoen.

X

Gertrudis van Bijlant.

Aleidis van der Lippe vrouwe van Blijenbeek, Grubbenvorst en Betgenhausen X

Zij huwde in 1590 met haar bloedverwant; Christoffel Schenck van Nydeggen, heer van Hillenrath bij Swalmen, waardoor verschillende bezittingen in ééne hand vereeenigd werden , en de familie in rijkdom en aanzien steeg.

Reinier t jeugdigen leeftijd.

ocr page 11

Dirk S. v. N.

Arnold Schenk van Nydeggen — Maria Claia S. v. N. f 1679

X X

Maria dOyenbrugge von Ferdinand von der Hövelich, ^uras- heer van Lauenburg en

Vettelhoven keurkeulsche kamerheer , amblnian te Liedberg.

Christoffel Schenck van Ny--Caspar S. v. N. f 1658

deggen heer van Affer- Duitsch ordensridder , den etc. X Philippotte kornmandeur te Ordingen Anna d\'Oyenbrugge. en Sierstorf, in het fa

miliegraf\' te AfFerden bijgezet.

Arnold Schenck van Ny- — Anna Angelina S. v. N. deggen van Hillenrath kloosterzuster bij de Ur-etc. geboren ten jare sulinen te Roermond (1). 1662, f 31 Aug. 1709 X 1694.

Maria Catharina van Hoens- \\ In 1687 werd het ridderslot broech (dochter van Ar- 1 Betgenhausen,indekrijgs-nold Adriaan v. H. en I troebelen door de Fran-Dorothea Henriette von f schen bijna geheel ver-Cottereau)., stierf 3 Sep. \\ brand en wegens schulden ^36• | aan de crediteuren over

gelaten. Bij aankoop geraakte het aan de familie von Hochsteden.

Beide stierven op het huis Blijenbeek en werden in de

(1) Dit klooster in de Steeg gelegen wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door de familiën Milliard en Strens.

ocr page 12

— 8 —

kerk van Afferden , in het graf hunner vaderen bijgezet. Zij vereerden aan deze parochiekerk een biechtstoel, versierd met hun vereenigd wapen; ook op eenige kerkorna-menten vindt men nog het schild der Schenken of Hoens-broeck gestikt, als teekenen eener adelijke gifte.

De douairière Schenck , welke de heerlijkheden en het eeheele vermogen van haar gemaal geërfd had, vermaakte de gezamenlijke Schenksche nalatenschap aan haar neet Frans Arnold Adriaan markies van en tot Hoensbroech (l) resideerende op het slot Haag bij Gelder.

Deze Hoensbroeck werd alzoo onder anderen markies van Hellenrath , heer van Bhjenbeek , A jfer den, Swalmen en Asselt , Brempt (thans Pruissen) en bezitter van het huis Wet tem of Wit them bij Nieuwstad en der heerlijkheid Grubbenvorst.

Vooraleer wij dit kort opstel eindigen willen wij mel-din\'J- maken van een ander monument dat zich tegen de vroegere sacristie, op het kerkhof te Afferden bevond, en van den persoon tevens wiens stoffelijk overschot het eens dekte.

Op een hardsteenen voetstuk verheft zich een gelijksoortig kruis, waarop onder een opschrift het wapen der Hoeus-broech in marmer is aangebracht zijnde ; van zilver, viermaal gebalkt van keel, waarover een tweestaartigen klimmen-den leeuw van sabel, gedekt door de markiezen kroon.

Het inschrift is : Anno Domini

1813 die Novf.mbris 23

IN CA8TEI.LO

Blijenbeck

pie obiit

(I) Bij de verheffing van Gelderland tot hertogdom ontstond het ambt van Maarschalk. Door huwelijk met de op den Haag wonende familie von Boed-berg, ging deze waardigheid over aan de Hoensbroech, en bleef erfelijk in dien stam.

ocr page 13

— 9 —

beverendissimus atqi\'e illustrissimus dominüs JoSEPHCS AdOLPHIS Marchio ab et in Hoensbroioh comes Sakcti Imperii Romani, ecclesiae catiiedralis Trevirensis quondam

canonicüs capitilaris necnon chorepiscopis

R. I. P.

Deze telg uit het geslacht der Hoensbroech, (1) was broeder van Philippus Datnianus van Hoensbroeck, den voorlaatsten kerkvoogd van \'t oude Roermonder bisdom, zoon van Frans Arnold Adriaan (f 1759) en Anna Catha-rina Sophia von Schönborn-Buchheim- Wolfs thai, uil wier echtvereeniging het niet alledaagscfae getal van vier-en-twintig kinderen geboren werd. üp hen had ook de koninklijke Psalmdichter gerust zijn zegewensch kunnen uiten : Uxor tua sic ut vitis ahundans in lateribus domus tu(e. (Ps. CXXVII. en 3).

Gelijk meerdere adelijke geslachten hunne jongere zonen in de voornaamste calhedraal- of collegiale kapittels zagen opgenomen worden, ontving ook deze jeugdige markies eene prebende in het kapittel der bisschoppelijke kerk van Trier. Zijn kanonikaat (2) viel in de regeeringsjaren van

(1) De stamzetel en naam der familie moet ongetwijfeld gezocht worden in het Valkenburgsche dorp Hoensbroeck, alwaar in vorige tijden de jonkers Hoen hunne bezittingen «in het broekquot; hadden ; vandaar het broek der Hoen\'s, Hoensbroek. Het geslacht noemde zich oudtijds Hoen in of van den Broek en op of bij hunne goederen in het broek zal wel de eerste samenwoning der dorpelingen hebben plaats gehad.

(2) Joseph Adolp was canonicus capitular is: d. i. een kanunuik op wien berusten de geheele verplichtingen, en welke het volle genot en rechten des kapittels geniet. De canonici non capilulares ook wel domicellarii genaamd waren veelal jonge stiftsheeren die nog geen stem en zitting in \'t kapittel hadden, wegens niet residentie of eenig ander beletsel, de inkomsten en rechten der communitas niet bezaten, of boven het gewoon getal aangesteld, doorgaans met de eerst vacant komende prebende begilligd werden.

ocr page 14

— \'10 —

Clemens Wenceslaus Hubert koninklijke Prins van Pobn en Lithauwen, hertog van Saksen, sedert 1768 keurvorst van Trier, tevens bisschop van Augsburg. Een bloedverwant zijner moeder had eenige jaren te voren die keur-vorstelijke waardigheid bezeten. Franciscus Georgius graat von Schönborn-Buchheim-Wolfthal (i) geb. 1682, werd 2 Mei 1729 tot keurvorst van Trier gekozen, zoodat zijne familie geen onbekende in de Triersche metropool was.

Onze domheer bekleedde tevens in hetzelfde kapittel het officie van magister of episcopus chori, chorepiscopus d. i. dirigent van \'t koorgezang , aan wien de regeling en het onderricht in den kapittelzang was opgedragen (2). Deze was de derde in rang van \'t collegie, zijnde de proost de éérste en de deken de tweede in volgorde. Of nu Hoens-broech, die de priesterwijding nooit ontvangen heeft en zich met de orde van \'t diaconaat te vreden stelde, zelf den dirigeerstok in handen heeft genomen en zijnen ade-lijke confraters lessen in de gewijde muziek gegegen heeft, valt, de gewoonte dier dagen en de vigerende kerktucht betrachtende, zeer te betwijfelen. Na den inval der Fran-schen aan Moezel en Rhijn werd het aloud kapittel te Trier opgeheven, welker leden nu jaarlijks pensioen genoten. «Graaf Josephquot; zoo werd de oud-kanunnik diaken in deze streken genoemd , keerde nu naar Blijenbeek terug en beleefde de uiteenspatting van het heiliy Room-sche Rijk, waarin hij de grafelijke waardigheid bezat.

(1) Het grafelijk wapen der Schönborn is een gekroonde leeuw van goud gaande op drie uit den schildvoet zich verheffende zilveren punten op een veld \\an keel. De heérlijkheid Wol\'sthal, welker wapen uit een zwarten wolf op gouden velde bestond, ligt tusschen Weenen en Presburg.

Door aankoop kwam de familie in bezit van Buchheim of Puehhcim, voerende drie zilveren schoven (korenbundels) op zwarten grond.

(2) Aan de bediening van ehoor- of landbisschop, welke tot de 12Jc eeuw in de kerk in zwang bleef, moet hier niet gedacht worden, hoewel de naam bijna gelijk luidend is. De Magister of episcopus chori des kapittels droeg als teeken van-zijn ambt bij feestelijke gelegenheden een staf, (pracentorum baculus) gelijk er nog tón in den Keulschen Dom bewaard wordt.

ocr page 15

— 11 —

Ten gevolge van den Presburger vrede en de organisatie van het Rhijn-Verbond (1806) deed Frans II (bij wier.s plechtige inauguratie als hertog van Gelderland te Roermond, den 13 Aug. 1792 , de kanunnik een der feestgenoten was) afstand van den titel van Duitsch keizer, om dien van keizer van Oostenrijk aan te nemen.

Graaf Joseph eindigde te Blijenbeek den 23 Nov. 1813, na voorzien te zijn van de laatste HH. Sacramenten, in den ouderdom van zeventig jfiren, zijne aardsche loopbaan. Het lijk werd niet in den grafkelder onder het koor der kerk, maar op het kerkhof ter aarde besteld.

Zijn grafkelder die volgens aangegevene regeling bij eene eventueele verbouwing van kerk of sacristie verplaatst kon worden, werd in \'t vroegjaar van 1884 (!) naar de in 1849 nieuw aangelegde begraafplaats (2) overgebracht, terwijl het gebeente nu onder de sacristie berust.

Naar een op het huis Hoensbroek zich bevindend alliance-wapen had dit geslacht tot devise »Ver us amor nunquam perir. De latere stam is als volgt;

(1) Onder het bestuur van den welcerw. heer Leonard Hubert Peters uit Wel!, 50 September 1885 tot pastoor van Aiïerden benoemd, werd de uitwendige restauratie der kerk ondernomen. Op Woensdag in de goede week 1881 werd het afbreken der oude sacristie, het bouwen eener nieuwe zijbeuk met sacristie verbonden aanbesteed; a!s minste inschrijver werd dit werk voor de som van i790 gulden gegund aan Leon. Coppes uit Broekhuizenvorst en onder opzicht van den bouwkundige Kaijser (beide te Venlo woonachtig) voltrokken. Tevens werd in dien zomer het bestaande noorderpand afzonderlijk hersteld.

(2) De bezijden het dorp aanstelegde begraafplaats met eigen toegang, werd in vermeld jaar onder pastoor Metzmaccker, hoewel buiten dringende noodzakelijkheid, niet zonder groote uitgaven aangekocht, en in Maart 1850 door den ZeerEerw. Deken van Venraij, Petrus Verhpggen, ingezegend.

M. J. JANSSEN.

Bergen, 9 Januari 1885.

ocr page 16
ocr page 17
ocr page 18

------------

r

.__

..

ocr page 19