ocr page 1
ocr page 2

319 J 7

CENTRALE OUD-KATHOLIEKE BIBLIOTHEEK.

Universiteits-bibliotheek, Utrecht.

ocr page 3

3 fQ. X

Y r

KORT BEGRIP

VAN DE

CHRISTELIJKE LEER

NIEUWE HERZIENE UITGAVE MET BISSCHOP l\'EL TJKE GOEDKEURING.

ROTTERDAM.

BICIIABD EEISBFBMAN, FIRMA H. T. HENDBIKStN 1093«

ocr page 4
ocr page 5

GOEDKEURING

van de eefiziene uitgaaf van 1883.

Dit Kort begrip van de christelijke leer, sedert eeue halve eeuw in onze kerk in gebruik en meer dan eenmaal herdrukt, is daardoor gebleken steeds een gunstig onthaal te hebben gevonden. Op eene voor jeugdige kinderen bijzonder bevattelijke wijze worden hier dc hoofdwaarheden der christelijke leer voorgesteld.

Door de wijzigingen in vorm en uitdrukking, bij deze nieuwe uitgave hier en daar aangebracht, achten wij, dat de bevattelijkheid er van nog gewonnen heeft.

Diensvolgens is het onze wensch, dat onze onder-hoorige geestelijken zich van deze door ons goedgekeurde uitgave zullen bedienen.

Gegeven te utrecht, 24 Januari isss.

f JOHANNES ÜEIJKAMP,

aarlshisschop van Utrecht.

HAARLEM , 20 JailUari 1883.

f- CASPARUS JOHANNES RINKEL ,

bisschop van Haarlem.

SCHIEDAM , 28 JamtaH 1883.

f CORNELIS DIEPEN DA AL ,

bisschop van Dcveuler,

ocr page 6

GOEDKEU KING.

Deze nieuwe herziene uitgaaf van liet Kort begrip van de christelijke teer draagt onze goedkeuring weg.

Wij wenschen, dat onze geestelijken l)ij het onderwijs zieli van deze uitgaaf zullen bedienen.

f GEEAKDUS GUL,

aartsbisschop van Utrecht. UTKECHT, 6 April 1S39.

f CASl\'AItUS JOHANNES KINKEr, ,

bisschop van Haarlem. UAABLEM , !) Jpril 1895.

f NICOLAUS 11ABÏHOI.OMEUS PETRUS SIMT , bisschop van Deventer. IIOTTEUUAM , lü April IS99.

ocr page 7

KORT BEGRIP

VAN DE

CHRISTELIJKE LEER.

EERSTE LES.

God en zijne volmaaktheden.

1. Vr. Wat is God?

Autw. God is degene, die alles geschapen heeft en die Heer en Meester van alle dingen is.

2. Vr. Heeft God een lichaam zooals wij, menschen ?

Antw. Neen; God heeft geen lichaam zooals wij, menschen; God is een Geest.

3. Vr. Ziet en weet God alles?

Antw. Ja; God ziet en weet alles, ook onze meest verborgen gedachten.

4. Vr. Kan God alles?

Antw. Ja ; God kan alles , want Hij is almachtig.

ocr page 8

6

5. Vr. Hoe heeft God getoond, dat Hij almachtig is ?

Antw. God heeft getoond, dat Hij almachtig is, door de schepping van hemel en aarde.

6. Vr. Waar is God?

Antw. God is overal; in den hemel, op de aarde en ook in de hel.

7. Vr. Wat doet God in den hemel ?

Antw. In den hemel maakt God het geluk

uit der gelukzaligen.

8. Vr. Wat doet God op de aarde ?

Antw. Op de aarde bestuurt en onderhoudt

God alle dingen.

9. Vr. Wat doet God in de hel ?

Antw. In de hel straft God de booze geesten en zondaars.

10. Vr. Draagt God ook zorg voor ons ? Antw. J a; God draagt ook zorg voor ons ;

want alles, wat wij zijn of hebben, komt van God.

11. Vr. Waartoe zijn, wij jegens God verplicht ?

Antw. Wij zijn verplicht God te aanbidden, te danken, te dienen en Hem boven alle dingen te beminnen.

ocr page 9

7

TWEEDE LES.

Gods eeuwig hestaan en \'s mensdien zalige toekomst.

1. Vr. Is er een tijd geweest, dat God er niet was ?

Antw. Neen; er is geen tijd geweest, dat God er niet was; God is geweest van eeuwigheid, en Hij zal wezen in eeuwigheid.

2. Vr. Wat wilt gij daarmede zeggen ?

Autw. Ik wil zeggen, dat God altijd geweest

is zonder ooit een begin gehad te hebben en dat Hij altijd wezen zal, zonder ooit een einde te hebben.

3. Vr. Zullen wij eenmaal liet geluk hebben, God te zien en zijne heerlijkheid te aanschouwen ?

Antw. Ja; zoo wij hier Ged beminuen en dienen, zullen wij na onzen dood het geluk hebben, Hem te zien en zijne heerlijkheid te aanschouwen.

4. Vr. Hoe weten wij dat?

Autw. Dat weten wij, omdat God het ons beloofd heeft.

5. Vr. Heeft God ons ook nog meer beloofd\'?

Autw. Ja; God heeft ons ook nog de mid-

*

ocr page 10

8

delen beloofd, die noodig ziju om tot dat geluk te komen.

6. Vr. Wat is liet eerste van die middelen ?

Antw. Het eerste van die middelen is: het geloof in Jezus Christus, den Zaligmaker der wereld.

DEEDE LES.

De allerheiligste Drieëenheid.

1. Vr. Is er meer dan één God ?

Antw. Neen; er is maar één God.

2. Vr. Is er meer dan één Persoon in God ?

Antw. Ja; er\'zijn drie Personen in God.

3. Vr. Hoe worden die drie goddelijke Personen genoemd?

Antw. Die drie goddelijke Personen worden genoemd: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

4. Vr. Is ieder van die drie goddelijke Personen God?

Antw. Ja; ieder van die drie goddelijke Personen is God; de Vader is God , de Zoon is God en de Heilige Geest is God.

5. Vr. Zijn die drie goddelijke Personen in alles volkomen aan elkander gelijk ?

ocr page 11

9

Antw. Ja; die drie goddelijke Personen ziju in alles volkomen aan elkander gelijk , want zij zijn even heilig, even wijs, even machtig, even goed, even rechtvaardig, enz.

6. Vr. Hoe komt het, dat zij in alles aan elkander gelijk zijn?

Antw. Zij zijn in alles aan elkander gelijk, omdat zij maar een éénig God zijn.

7. Vr. Hoe noemt men die vereeniging der drie goddelijke personen in één God?

Antw. Die vereeniging der drie goddelijke Personen in één God noemt men gewoonlijk het geheim der allerheiligste Drieëenheid of Drievuldigheid.

VIERDE LES.

De engelen.

1. Vr. Welke zijn de voornaamste schepselen , die God geschapen heeft ?

Antw. De voornaamste schepselen, die God geschapen heeft, zijn de engelen en de menschen.

2. Vr. Waardoor zijn de engelen en de menschen de voornaamste schepselen ?

Antw. De engelen en de menschen zijn de voornaamste schepselen, omdat zij God kunnen kennen, liefhebben en dienen.

ocr page 12

12

ZESDE LBS.

De mensch.

1. Vr. Wat is de mensch?

Autw. De mensch is een redelijk schepsel, door God naar ziju beeld en gelijkenis gemaakt.

2. Vr. Waarin is de mensch het beeld eu de gelijkenis van God?

Antw. Hierin is de mensch het beeld en de gelijkenis van God, dat hij eene ziel beeft met vele eigenschappen, die ook in God zijn, maar in God oneindig volmaakter.

3. Vr. Waaruit bestaat de mensch ?

Antw. De mensch bestaat uit tivee deelen,

namelijk: ziel en lichaam.

4. Vr. Wat is het voornaamste van die twee deelen?

Antw. Het voornaamste van die twee deelen is de ziel.

5. Vr. Waarom is de ziel het voornaamste deel?

Antw. De ziel is het voornaamste deel, omdat zij het leven aan het lichaam geeft eu ons doet denken en willen.

(3. Vr. Wat is dan ons lichaam, als de ziel er van gescheiden is ?

ocr page 13

13

Autw. Als de ziel van ous lichaam gesclieideu is, is het lichaam dood en vergaat tot stof. 7. Vr. Kan de ziel ook sterven ?

Antw. Neen; de ziel is onsterfelijk; dat is: zij kan niet sterven noch vergaan.

ZEVENDE LES.

De schepping van den mensch.

1. Vr. Tot welk doel heeft God den mensch gemaakt ?

Antw. God heeft den mensch gemaakt om Hem te kennen, te beminnen, te dienen en hier uamaals eeuwig gelukkig te zijn

2. Vr. Hoe heette de eerste man?

Antw. De eerste man heette Adam.

3. Vr. En hoe heette de eerste vrouw ? Autw. De eerste vrouw heette Eva.

4. Vr. Waarvan heeft God Adam gemaakt ? Antw. Het lichaam van Adam heeft God

gemaakt van aarde; maar de ziel heeft Hij gemaakt uit niet.

5. Vr. Waarvan heeft God Eva gemaakt ? Autw. Het lichaam van Eva heeft God gemaakt van een ribbe van Adam; maar de ziel heeft Hij ook gemaakt uit niet.

ocr page 14

14

(J. Vr. Waar werden Adam en Eva door God geplaatst ?

Antw. Adam en Eva werden door God geplaatst in het aardsche Paradijs.

1. Vr. Wat was het aardsche Paradijs ?

Antw. Het aardsche Paradijs was een over-schoone lusthof, waarin God boomen van allerlei soort geplant had.

ACHTSTE LES.

De val van de eerste menscheu. -

1. Vr. In welken staat leefden Adam en Eva in het Paradijs ?

Antw. Adam en Eva leefden daar in een zeer gelukkigen staat.

2. Vr. Waarin bestond het grootste geluk van Adam en Eva ?

Antw. Het grootste geluk van Adam en Eva bestond hierin, dat zij God kenden en beminden en geene neiging hadden tot het kwaad.

3. Vr. Zijn Adam en Eva in dien gelukkigen staat gebleven?

Antw. Neen; Adam en Eva zijn niet in dien gelukkigen staat gebleven, maar hebben dien verloren.

ocr page 15

15

4. Vr. Waardoor hebbeu zij dat geluk verloren ?

Autw. Zij hebbeu dat geluk verloreu, door ongehoorzaamheid aan God.

5. Vr. Waarin bestond die ongehoorzaamheid vau Adam en Eva ?

Autw. Die ongehoorzaamheid bestond hierin, dat zij aten van een vrucht, die God huii verboden had.

6. Vr. Welke vrucht was dat?

Autw. Het was de vrucht vau een boom, die genoemd wordt: de hoorn der ivelenschap van goed en kwaad.

7. Vr. Was die vrucht kwaad ?

Autw. Neen; die vrucht was niet kwaad, maar dit was het kwaad, dat zij aan God niet gehoorzaamden.

8. Vr. Wie bracht Adam eu Eva tot die ongehoorzaamheid ?

Autw. De duivel heeft Adam en Eva tot die ongehoorzaamheid gebracht.

9. Vr. Hoe heeft de duivel hen verleid?

Autw. De duivel vertoonde zich aan Eva

in de gedaante eener slang en heeft haar zóó verleid; eu Adam werd verleid door het voorbeeld vau Eva.

ocr page 16

16

NEGENDE LES.

De gevolyen van den val der eerste menschen.

1. Vr. Ziju Adam en Eva na hunne zonde in het Paradijs gebleven?

Antw. Neen; na hunno zonde ziju Adam en Eva door God uit het Paradijs verdreven.

2. Vr. Wat zijn Adam en Eva geworden door te zondigen tegen God ?

Antvv. Door te zondigen tegen God zijn Adam en Eva vijanden van God en ongelukkige slaveu des duivels geworden.

3. Vr. lu welken toestand waren zij dan vervallen ?

Autw. Zij waren vervallen in een toestand vau doodzonde en eeuwige ellende.

4. Vr. Ziju Adam en Eva alleen zoo ongelukkig geworden door hunne ongehoorzaamheid ?

Antw. Niet alleen Adam en Eva ziju door liunue ongehoorzaamheid zoo ongelukkig geworden , maar ook al hunne nakomelingen.

5. Vr. Wie zijn die nakomelingen?

Autw. Die nakomelingen zijn alle menschen,

omdat zij alleu van Adam en Eva voortkomen.

6. Vr. Worden dan alle menschen met huuue zonde geboren?

ocr page 17

17

Autw. Ja; alle meusclieu worden met de zonde van Adam eu Eva geboren.

7. Vr. Hoe wordt die zoude genoemd ? Antvv. Die zoude wordt erfzonde geuoemd.

TIENDE LES.

De Verlosser der menschen.

1. Vr. Wat heeft God gedaan voor den menscli in den ongelukkigen toestand, waarin de zonde hem gebracht had ?

Antw. Hij heeft hem een Verlosser gegeven.

2. Vr. Wie is die Verlosser geweest?

Antw. Die Verlosser is geweest de eenig-

geboren Zoon vau God.

3. Vr. Wat moest de Zoon vau God doen om de Verlosser der menschen te knunen zijn?

Antw. Om de Verlosser der menschen te kunnen zijn moest de Zoon van God mensch worden.

4. Vr. Hoe wordt de raoiischgewordeu Zoon van God genoemd ?

Antw. De mensehgeworden Zoon van God wordt genoemd Jezus Christus.

ocr page 18

18

5. Vr. Heeft de Zoon van God, door menscli te worden , opgehouden God te zijn ?

Antw. Neen; de Zoon van God heeft, door menscli te worden , niet opgehouden God te zijn, want Jezus Christus, de menschgeworden Zoon van God, is God en menscli te zamen.

6. Vr. Hoeveel naturen zijn er dan in Christus ?

Antw. Er zijn dus twee naturen in Christus : de goddelijke en de raenschelijke natuur.

7. Vr. Sedert wanneer is Christus de Zoon van God?

Antw. Christus is van alle eeuwigheid de Zoon van God, evenals God de Vader en God de Heilige Geest van alle eeuwigheid zijn.

8. Vr. Sedert wanneer bestaat Christus als

mensch ?

Antw. Als menscli bestaat Christus, sedert Hij de menschelijke natuur aannam.

9. Vr. Wanneer heeft Hij de menschelijke natuur aangenomen ?

Antw. Vierduizend jaren na de schepping van Adam en Eva.

ocr page 19

19

ELFDE LES.

De geboorte van Jezus Christus.

1. Vr. Waar werd de menschgeworden Zoon van God, onze Heer Jezus Christus, geboren?

Antw. Onze Heer Jezus Christus werd geboren te Bethlehem, in een stal.

2. Vr. Wanneer vieren wij de herinnering aan zijne geboorte?

Antw. De herinnering aan zijne geboorte vieren wij op Kerstdag, den vijf en twintig-sten December.

3. Vr. Wie is de moeder van onzen Heer Jezus Christus ?

Antw. De moeder van onzen Heer Jezus Christus is de heilige maagd Maria.

4. Vr. Wie is de vader van Christus? Antw. Naar de goddelijke natuur van

Christus is God de Vader van alle eeuwigheid zijn Vader.

5. Vr. Heeft Christus naar zijne mensche-lijke natuur ook een vader gehad?

Antw. Neen ; naar zijne menschelijke natuur heeft Christus alleen een pleegvader gehad.

6. Vr. Wie is die pleegvader van Christus? Antw. Die pleegvader van Christus is de

heilige Jozef, de man van Maria.

ocr page 20

20

7. Vi1. Wanneer lieeft Christus den naam Jezus ontvangen ?

Antw.\' Den naam Jezus heeft Christus ont-vaugen , toen Hij , acht dagen oud zijnde, besneden is.

8. Vr. Wanneer vieren wij de herinnering ) aan de besnijdenis van Jezus Christus?

Antw. De herinnering aan de besnijdenis van Jezus Christus vieren wij op Nieuwjaarsdag.

9. Vr. Wat beteekent de naam Jezus?

Antw. De naam Jezus beteekent Zaligmaker,

Verlosser of Heiland.

10. Vr. Wat beteekent de naam Christus?

Antw. Christus beteekent Gezalfde.

11. Vr. Hoe werd Jezus nog genoemd?

Antw. Jezus werd ook de Messias genoemd.

12. Vr. Wat beteekent de naam Messias?

Antw. Messias beteekent ook Gezalfde.

i i

-

TWAALFDE LES.

Het lijden en sterven van Jezus Christus,

1. Vr. Was het noodig, dat de Zoon van God mensch werd om ons uit den staat van zoude en ellende te verlossen ?

ocr page 21

21

Autw. Ja; liet was noodig, dat de Zoon yan God menscli werd om ous te verlossen, want zonder menscli te zijn kon Hij niet voldoen voor onze zonden en ons vrijkoopen.

2. Vr. Wat werd er dan vereisclit ora voor onze zouden te voldoen en ons vrij te koopen ?

Antw. Om te voldoen voor onze zonden en ous vrij te koopen moest Christus kunnen lijden en sterven ora zoo de straf te dragen, die wij verdiend hadden.

3. Vr. Kon Christus dan lijden en sterven ? Antw. Ja; Christus kon lijden en sterven

naar zijne raensehelijke natuur.

4. Vr. Voor wie is Christus gestorven ? Autw. Christus is gestorven voor allo

menschen.

5. Vr. Welken dood is Christus gestorven? Antw. Christus is den dood des kruises gestorven.

6. Vr. Waar is Christus gestorven ?

Antw. Christus is gestorven op den berg

Kalvarië, buiten Jeruzalem, de hoofdstad van het Joodsche rijk.

7. Vr. Hoe wordt de dag genoemd, waarop Christus gestorven is ?

Antw. De dag, waarop Christus gestorven is, wordt Goede Vrijdag genoemd.

ocr page 22

2a

amp; Vr. Wat had Christus \'s avonds te voren gedaan ?

Antw. Christus had \'s avonds te voren het heilig- Sacrament des Altaars ingesteld met brood en wijn te veranderen in zijn Lichaam en Bloed.

9. Vr. Wanneer vieren wij de gedachtenis van die instelling ?

Antw. Wij vieren de gedachtenis van die instelling op Witten Donderdag.

10. Vr. Wat had Christus nog geleden op dien dag, toen Hij gestorven is?

Antw. Op dien dag was Christus bespot, gegeeseld en met doornen gekroond.

DERTIENDE LES.

De dood en de verrijzenis van Jezus Christus.

1. Vr. Wat wil het zeggen, dat Christus gestorven is ?

Antw. Dat Christus gestorven is, wil zeggen: dat zijne ziel gescheiden is van zijn lichaam.

2. Vr. Waar bleef de ziel van Christus , nadat Hij gestorven was ?

Antw. Nadat Christus gestorven was, daalde

ocr page 23

23

zijne ziel neder ter plaatse, waar de zielen der gestorven rechtvaardigen waren.

3. Vr. Waar bleef het lichaam van Christus na zijn dood?

Antw. Na den dood van Christus werd zijn lichaam in een nieuw steenen graf gelegd.

4. Vr. Waar bleef de Godheid van Christus ? Antw. De Godheid van Christus is vereenigd

gebleven met zijne ziel en met zijn lichaam.

5. Vr. Is Christus dood in het graf gebleven? Antw. Neen; Christus is niet dood in het

graf gebleven ; maar Hij is ten derde dage verrezen, dat is; levend uit het graf opgestaan.

6. Vr. Hoe wordt de dag genoemd, waarop Christus verrezen is ?

Antw. De dag, waarop Christus verrezen is, wordt Faschen genoemd.

VEERTIENDE LES.

De hemelvaart van Jezus Christus. De neder-daling van den Heiligen Geest

1. Vr. Is Christus na zijne verrijzenis nog op aarde gebleven?

Antw. Ja; Christus is na zijne verrijzenis nog veertig dagen op aarde gebleven.

ocr page 24

24

2. Vr. Wat heeft Christus gedurende die veertig dagen op aarde gedaan?

Antw. Gedurende die veertig dagen heeft Christus zich meermalen aan zijne discipelen vertoond, met hen gesproken , gegeten en gedronken.

3. Vr. En wat geschiedde op den veertigsten dag ?

Antw. Op den veertigsten dig is Christus opgevaren ten hemel, terwijl zijne discipelen het zagen.

4. Vr. Wanneer vieren wij de gedachtenis van die Hemelvaart ?

Antw. Wij vieren de gedachtenis van die Hemelvaart op Hemelvaartsdag.

5. Vr. Wat is Christus voor ons in den hemel ?

Antw. Christus is voor ons in den hemel onze Hoogepriester, onze Middelaar en Voorspreker bij God, door wien wij alles verkrijgen.

6. Vr. Zal Christus van daar ook eens wederkomen ?

Antw. Ja; Christus zal op het einde der wereld wederkomen met groote macht en heerlijkheid.

7. Vr. Wat zal Christus dan komen doen?

Antw. Christus zal dan alle menschen komeu

oordeelen.

ocr page 25

25

8. Vr. Wat is er gebeurd, nadat Christus ten hemel was opgevaren ?

Antw. Tie» dagen, nadat Christus ten hemel was opgevaren, heeft Hij den Heiligen Geest gezonden.

9. Vr. Wie is de Heilige Geest?

Antw. De Heilige Geest is de derde persoon van de heilige Drievuldigheid.

10. Vr. Wie hebben den Heiligen Geest toen ontvangen ?

Antw. De apostelen en discipelen van Christus, de heilige vrouwen en meer anderen, die met hen te zamen waren, hebben toen den Heiligen Geest ontvangen.

11. Vr. Op welke wijze daalde de Heilige Geest op hen neder?

Antw. De Heilige Geest daalde op hen neder onder het geluid van een krachtigen stormwind en het verschijnen van vurige tongen.

12. Vr. Wanneer vieren wij de herinnering aan die nederdaling van den Heiligen Geest ?

Antw. De herinnering aan die nederdaling van den Heiligen Geest vieren wij op Pinkster, dat is: het feest van den vijftigsten dag na Paschen.

a*

ocr page 26

■26

VIJFÏIENDK LES.

De voortdurende nederdaling van den Heiligen Geest.

1. Vr. Worden wij ook deelachtig aan den Heiligen Geest?

Antw. Ja; wij worden ook deelachtig aan den Heiligen Geest.

2. Vr. Wat werkt God door den Heiligen Geest in ons nit?

Antw. God werkt door den Heiligen Geest zijn genade in ons uit.

3. Vr. Tot welk doel wordt de Heilige Geest ons dan gegeven ?

Antw. De Heilige Geest wordt ons gegeven om ons heilig te maken en heilig te doen leven.

4. Vr. Wanneer zijn wij heilig geworden?

Antw. Wij zijn heilig geworden, toen wij

gedoopt werden en daardoor den Heiligen Geest ontvingen.

5. Vr. Hoeveel gaven van den Heiligen Geest zijn er?

Antw. Er zijn zeven gaven van den Heiligen Geest, die men gewoonlijk noemt: den Geest van wijsheid en verstand; den Geest van raad en sterkte; den Geest van wetenschap en godvruchtigheid; den Geest van de vreeze des Heeren.

ocr page 27

27

6. Vr. Hoeveel vruchten van den Heiligen Geest telt men gewoonlijk ?

Antw. Men telt gewoonlijk twaalf vruchten vau den Heiligen Geest, die men noemt: liefde, blijdschap, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, getrouwheid, zedigheid, eerbaarheid en reinheid.

7. Vr. Kunnen wij den Heiligen Geest en dus ook de genade der heiligmaking verliezen?

Antw. Ja; wij kunnen den Heiligen Geest, en dus ook de genade der heiligmaking verliezen; dit geschiedt door doodzonde.

ZESTIENDE LES.

Het geloofsbegrip der apostelen.

1. Vr. Waar vindt men de voornaamste waarheden beschreven, die een christen geloo-ven moet?

Antw. De voornaamste waarheden, die een christen gelooven moet, vindt men beschreven in het geloofsbegrip der apostelen of de twaalf artikelen des geloofs.

2. Vr. Hoe luidt dat geloofsbegrip der apostelen ?

ocr page 28

28

Antw. i. Ik geloof in God, den Vader, den almaehtigen Schepper van hemel en aarde.

ii. En in Jezus Christus, zijnen eenigen Zoon, onzen Heer.

in Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de reine maagd Maria.

iv. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, die gekruist, gestorven en begraven is.

v. Die nedergedaald is ter helle, en ten derde dage verrezen van de dooden.

vi. Die opgeklommen is ten hemel, en zit aan de rechterhand van God, zijn al-machtigen Vader.

vu. En vandaar zal komen oordeclen de levenden en de dooden.

vin. Ik geloof in den Heiligen Geest.

ix. De heilige, katholieke kerk; gemeenschap der heiligen.

x. Vergeving der zonden.

xi. Verrijzenis des vleesches.

xii. En het eeuwig leven. Amen.

ocr page 29

29

ZEVENTIENDE LES.

Het teeken des kruises.

1. Vr. Zijn wij verplicht ons geloof te belijden ?

Antw. Ja; wij zijn verplicht ons geloof te belijden met woorden en met werken.

2. Vr. Welk teeken zijn wij gewoon te gebruiken om belijdenis te doen van ons geloof?

Antw. Het teeken, waarmede wij belijdenis doen van ons geloof, is liet teeken des kruises.

3. Vr. Hoe maakt men het teeken des krnises?

Antw. f In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.

4. Vr. Wat beduidt het teeken, dat wij met de hand maken?

Antw. Het teeken, dat wij met de hand maken, beduidt, dat wij in Jezus Christus den gekruiste geloovén en daarvan belijdenis doen.

5. Vr. Wat beteekenen de woorden, die men er bij uitspreekt?

Antw. De ivoorden, die men er bij uitspreekt, beteekenen, dat wij het geheim der goddelijke Drieëenheid gelooven en onze werken daaraan opdragen.

ocr page 30

30

6. Vr. Behooreu wij vau liet teeken des krnises dikwijls gebruik te maken ?

Antw. Ja; wij behooren van het teekeu des kruises dikwijls gebruik te maken: vóór en na het gebed, als wij gaan slapen of opstaan , en bij meer andere gelegenheden waarin wij ons met God bezighouden.

ACHTTIENDE LES.

De zonde.

1. Vr. Wat moet men doen om een heilig leven te leiden en in den hemel te komen ?

Antw. Om een heilig leven te leiden en in den hemel te komen moet men het kwaad vluchten en het goede doen.

2. Vr. Welk kwaad moet een christen vluchten ?

Antw. Een christen moet de zonde vluchten.

3. Vr. Wat noemt men zonde?

Antw. Zonde noemt men alle gedachten, begeerten, woorden, werken en verzuimen van den mensch, die aan God mishagen.

4. Vr. Hoeveel soorten van zonden zijn er ?

ocr page 31

31

Autw. Twee soorten: erfzonde en dadelijke zonde.

5. Vr. Wat is erfzonde?

Antw. Erfzonde is de zoude, waarmede wij allen ter wereld komen en waaraan wij door de ongelioorzaaralieid van onze eerste ouders schuldig geworden zijn.

6. Vr. Wat is dadelijke zonde?

Antw. Dadelijke zoude is die zonde, die ieder menscli door ziju eigen wil doet, nadat hij tot het gebruik van zijn verstand gekomen is.

7. Vr. Hoeveel soorten van dadelijke zonden zijn er?

Autw. Twee soorten: doodzonden en dage-lijksche zonden.

8. Vr. Wat is doodzonde?

Antw. Doodzoude is een zonde, waardoor God zwaar vertoornd wordt, die ons de genade Gods doet verliezen en ons werpt in den staat van verdoeming.

9. Vr. Is de doodzonde zeer te vreezen?

Antw. Ja; de doodzoude is zeer te vree-

zen, want zij is het grootste ongeluk, dat den mensch kan overkomen.

ocr page 32

32

NEGENTIENDE LES.

Vervolg van de voorgaande les.

1. Vr. Wat is dagelijksche zonde?

Antw. Dagelijksche zonde is eene lichtere zonde, die ons de genade Gods niet geheel en al doet verliezen en waarom men niet verdoemd zou worden, maar die nochtans aan God mishaagt en eene groote straf waardig is.

2. Vr. Moeten wij de dagelijksche zoude ook schuwen ?

Antw. Ja; wij moeten de dagelijksche zonde ook schuwen, want zelfs de kleinste zoude mishaagt aan God en benadeelt de ziel.

3. Vr. Eene zoude, die meu dagelijks doet, is dat eene dagelijksche zonde?

Antw. Neen; eene zoude, die men dagelijks doet, kan wel eene doodzonde zijn; en die is te verschrikkelijker, naarmate men er eene gewoonte van maakt.

4. Vr. Wat noemt men hoofdzonden ?

Antw. Hoofdzonden uoemt men die zouden,

die de oorsprong van andere zonden zijn.

5. Vr. Hoeveel hoofdzonden zijn er ?

Antw. Men noemt er gewoonlijk zeven,

namelijk: hoovaardigheid, nijd, gierigheid, on-kuischheid, gulzigheid, gramschap en traagheid.

ocr page 33

33

6. Vr. Zijn de hoofdzonden altijd doodzonden? Antw. Neen ; de hoofdzonden zijn doodzonden

of dagelijksche zonden.

7. Vr. Wat leidt ons tot de zonde?

Antw. De bekoring leidt ons tot de zonde.

8. Vr. Wie zijn liet, die ons tot de zonde bekoren ?

Antw. De duivel, de wereld en het vleesch bekoren ons tot de zonde.

TWINTIGSTE LES.

De christelijke deugden.

1. Vr. Welk goed moet een christen doen ? Antw. Een christen moet de christelijke

deugden beoefenen en aan de (/eamp;ocZew van God en van de heilige kerk gehoorzamen.

2. Vr. Welke deugden moet men beoefenen

jegens God?

Antw. De deugden, die men jegens God moet beoefenen, zijn: het geloof, de hoop en de liefde.

3. Vr. Hoe worden deze drie deugden ge-woonlijk genoemd?

Antw. Deze drie deugden worden gewoonlijk de drie goddelijke deugden genoemd.

ocr page 34

34

4. Vr. Welke plicliteu hebben wij jegens onze medemenschen ?

Antw. Jegens onze medemenschen hebben wij verscheiden plichten, die alle hierop uitkomen: dat wij niemand kwaad-, maar iedereen goed moeten doen.

5. Vr. Hoe noemen wij onze medemenschen nog anders ?

Antw. Wij noemen onze medemenschen ook onze evennaasten.

6. Vr. Hoe moeten wij nu God, en hoe onze evennaasten beminnen ?

Antw. Wij moeten God beminnen bovenal, en onze evennaasten gelijk onszelven.

7. Vr. Moeten wij onszelven dan ook liefhebben ?

Antw. Ja; wij moeten ook onszelven liefhebben.

8. Vr. Wanneer hebben wij onszelven lief?

Antw. Wij hebben onszelven lief, wanneer

wij God dienen gelijk Hij van ons eischt.

9. Vr. Welke deugden moeten de kinderen het allermeest beoefenen ?

Antw. De dengden, welke de kinderen het allermeest moeten beoefenen, zijn: gehoorzaamheid, vlijt, oprechtheid, godsvrucht en leerzaamheid.

ocr page 35

35

EEN EN TWINTIGSTE LES.

De geboden van God en van de kerk.

1. Vr. Hoeveel geboden van God zijn er? Antw. Er zijn tien geboden van God.

2. Vr. Hoe luiden de tien geboden?

Antw. 1. Bovenal bemint één God.

2. Niet ijdel zweert noch spot.

3. Den dag des Heeren zult gij vieren.^

4. Eert vader en moeder met goede manieren.

5. Met wil of met werken slaat niemand dood.

6. Doet geen overspel noch onkuischheid snood.

7. Wacht u van stelen en onrechtvaardig leven.

8. Gij zult geen getuigenis der valschheid geven.

9. En begeert niemands echtgenoot,

10. Noch iemands goed, hetzij klein of groot.

3. Vr. Hoeveel geboden van de kerk zijn er ? Antw. Men telt gewoonlijk vijf geboden van

de kerk.

4. Vr. Hoe luiden die vijf geboden van de kerk?

Antw. 1. De geboden heilige dagen zult gij vieren,

2. En dau ook mis hooren met goede manieren.

3. Geen geboden vastendagen zult gij breken.

ocr page 36

36

4. Gij zult uwen priester, ten miuste eens \'s jaars, uwe biecht spreken,

5. Nuttigen omtrent Paschen het Lichaam des Heeren.

TWEE EN TWINTIGSTE LES.

De goddelijke genade. Het gebed des Heeren.

1. Vr. Kunnen wij door onszelven en door onze eigen kracht het kwaad vluchten en het goede doen?

Antw. Neen; niet door onszelven of door onze eigen kracht kunnen wij het kwaad vluchten en het goede doen; wij kunnen dit niet zonder de hulp van Gods genade.

2. Vr. Wat is die genade van God?

Antw. Die genade van God is een bovennatuurlijke hulp of kracht, ons door God geschonken.

3. Vr. Wat werkt de genade van God in ons uit ?

Antw. De genade van God verlicht ons verstand om het goede te kennen, en versterkt onzen wil om het goede te doen.

4. Vr. Door welke middelen ontvangen wij gewoonlijk de genade van God ?

ocr page 37

37

Autw. Wij outvaugen gewooulijk de genade vau God door het gebed en door de sacramenten.

5. Vr. Welk is liet voornaamste gebed, waarmede wij God moeten bidden?

Antw. Het voornaamste gebed, waarmede wij God moeten bidden, is het Onze Vader.

6. Vr. Waarom is dit het voornaamste gebed ?

A.ntw. Het Onze Vader is het voornaamste gebed, omdat onze Zaligmaker zelf het ons geleerd heeft. Daarom wordt het ook het gebed des Heeren genoemd.

7. Vr. Hoe luidt het gebed des Heeren of het Onze Vader ?

Antw. Onze Vader, die in de hemelen zijt! geheiligd zij uw naam; uw rijk toekome; uw wil geschiede op de aarde als in den hemel; geef ons heden ons dagelijksch brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren; en leid ons niet in bekoring; maar verlos ons van den kwade. Amen.

ocr page 38

38

DRIE EN TWINTIGSTE LES.

De aanroeping van de heiligen. De groe-tenis van den engel.

1. Vr. Mogen en behooren wij de heiligen te bidden ?

Antw. Wij mogen ook wel de heiligen bidden, maar alleen, opdat zij met ons zouden bidden en opdat wij door Imnae voorspraak van God verkrijgen wat wij noodig hebben.

2. Vr. Mogen wij de heiligen dan niet aanbidden ?

Antw. Neen; aanbidden mogen wij de heiligen niet, want men mag niemand aanbidden dan God.

8. Vr. Van welke heiligen zullen wij de gebeden verzoeken ?

Antw. Wij zullen de gebeden verzoeken van alle heiligen in het algemeen, omdat zij allen door God bemind worden , en bijzonder van die heiligen, wier naam wij dragen of voor wie wij een bijzonderen eerbied hebben, maar vooral van de heilige maagd Maria, de moeder des Heeren.

4. Vr. Met welke gebeden zal men de heilige maagd Maria bidden ?

ocr page 39

39

Antw. Men zal de heilige maagd Maria blddeu met gebeden, die door de kerk zijn goedgekeurd en bijzonder met de groetenis des engels genaamd: het Wees gegroet.

5. Vr. Hoe luidt de groetenis des engels ot\' het Wees gegroet?

Antw. Wees gegroet, Maria, vol van genade ! De Heer is met u; gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus. Heilige Maria, moeder Gods! bid voor ons, zondaren, nu en in de ure onzes doods. Amen.

6. Vr. Waarom wordt dit gebed de groetenis des engels genoemd?

Antw. Omdat het begint met de woorden, die de engel Gabriël gebruikte, toen hij de heilige maagd boodschapte, dat zij de moeder zou worden van Jezus Christus.

7. Vr. Hoe moeten wij gesteld zijn, als

wij bidden ?

Antw. Als wij bidden, moeteu wij het doeu

met diepe aandacht en eerbied.

ocr page 40

40

VIER EN TWINTIGSTE LES.

De sacramenten.

1. Vr. Wat is een sacrament?

Antw. Een sacrament is een teeken of eene uitwendige, tastbare zaak, door Christus ingesteld, tot onze heiligmaking.

2. Vr. Hoeveel sacramenten zijn er?

Antw. Er zijn zeven sacramenten.

3. Vr. Welke zijn die zeven sacramenten?

Antw. De Doop, het Vormsel, het heilig

sacrament des Altaars, het sacrament van Penitentie , het laatste Oliesel, het Priesterschap en het sacrament des Huwelijks.

4. Vr. Mogen al de zeven sacramenten meer dan éénmaal ontvangen worden ?

Antw. Neen ; er zijn drie sacramenten, die niet meer dan éénmaal mogen ontvangen worden.

5. Vr. Welke drie sacramenten mogen niet meer dan éénmaal ontvangen worden?

Antw. De drie sacramenten, die niet meer dan éénmaal mogen ontvangen worden, zijn: de Doop, het Vormsel en het Priesterschap.

6. Vr. Waarom mogen die drie sacramenten niet meer dan éénmaal ontvangen worden ?

Antw. Die drie sacramenten mogen niet meer

ocr page 41

41

dan éénmaal ontvangen worden, omdat zij een eeuwig merkteeken in de ziel drukken.

7. Vr. Welk merkteeken ontvangt men in die sacramenten ?

Antw. lu den Doop ontvangt meu het merkteeken vau christen en kind van God; in het Vormsel het merkteeken van krijgsknecht van Christus ; in het Priesterschap het merkteeken van dienaar van Christus.

vijf en twintigste les.

De sacramenten dek doodbn.

1. Vr. In hoeveel soorten worden de zeven sacramenten doorgaans verdeeld?

Autw. De zeven sacramenten worden doorgaans in hcee soorten verdeeld, namelijk: in sacramenten der clooden en sacramenten der levenden.

2. Vr. Wat bedoelt men met sacramenten der dooden ?

Antw. Met sacramenten der dooden bedoelt men die sacramenten, welke ingesteld zijn voor hen, die dood zijn naar de ziel.

3. Vr. Wanneer is men dood naar de ziel ?

Antw. Men is dood naar de ziel, als men

in staat van doodzonde is.

ocr page 42

42

4. Vr. Wat doet dan de doodzonde ?

Antw. De doodzonde berooft de ziel van

het geestelijk leven, dat is, van de genade en vriendscliap Gods.

5. Vr. Welke is de uitwerking van de sacramenten der dooden?

Antw. De uitwerking van de sacramenten der dooden is, dat zij de zonde vergeven en de ziel herstellen in de genade en vriendschap van God, die zij door de zonde verloren had.

6. Vr. Hoeveel sacramenten der dooden zijn er?

Antw; Er zijn twee sacramenten der dooden, namelijk: de Doop en het sacrament van Penitentie.

7. Vr. Waarom heeten die twee sacramenten: de Doop en het sacrament van Penitentie , sacramenten der dooden ?

Antw. De Doop en het sacrament van Penitentie heeten sacramenten der dooden, omdat zij aan de ziel, die dood is door de zonde, het geestelijk leven teruggeven.

8. Vr. Wat is het geestelijk leven der ziel ?

Antw. Het geestelijk leven der ziel is: God

beminnen boven alle dingen.

ocr page 43

43

zes en twintigste les.

De sacramenten deb levenden.

1. Vr. Wat bedoelt men met sacramenten der levenden ?

Antw. Met sacramenten der levenden bedoelt men die sacramenten, welke ingesteld zijn voor hen, die levend zijn naar de ziel.

2. Vr. Wanneer is men levend naar de ziel ? Antw. Men is levend naar de ziel, als men

in staat van genade is.

3. Vr. Wanneer is men in staat van genade ? Antw. Men is in staat van genade, als

men zuiver van doodzonden is.

4. Vr. Wanneer is men zuiver van doodzonden ?

Antw. Men is zuiver van doodzonden, als men God bovenal bemint en zijne geboden onderhoudt.

5. Vr. Welke is de uitwerking van de sacramenten der levenden ?

Antw. De uitwerking van de sacramenten der levenden is, dat ze het geestelijk leven in ons bewaren en versterken.

6. Vr. Hoeveel sacramenten der levenden zijn er?

Antw. Er zijn sacramenten (ïerZevewciew.

ocr page 44

44

7. Vr. Welke zijn die vijf sacramenten der levenden ?

Antw. De vijf sacramenten der levenden zijn: het Vormsel, het heilig sacrament des Altddt s, het laatste Oliesel, het Priesterschap en liet sacrament des Huwelijks.

8. Vr. Waarom noemt men die vijf sacramenten, sacramenten der levenden?

Antw. Die vijf sacramenten noemt men sacramenten der levenden, omdat zij in de ziel, die lévend is door de genade, het leven der genade versterken en bewaren.

9. Vr. Begaat men groote zonde door een sacrament onwaardig te ontvangen?

Antw. Ja; door een sacrament onwaardig te ontvangen begaat men eene schromelijke heiligschennis.

ZEVEN EN TWINTIGSTE LES. De Doop en het heilig sacrament des Altaars.

1. Vr. Welk is het noodzakelijkste van de zeven sacramenten ?

Antw. Het noodzakelijkste van de zeven sacramenten is de Doop.

ocr page 45

45

2. Vr. Waarom is de Doop het noodzakelijkste sacrament?

Antw. De Doop is het noodzakelijkste sacrament, omdat men zonder den Doop niet zalig kan worden.

3. Vr. Welk is het waardigste van de zeven sacramenten ?

Antw. Het waardigste van de zeven sacramenten is het allerheiligste sacrament des Altaars.

4. Vr. Waarom is dat het waardigste?

Antw. Het heilig sacrament des Altaars is

het waardigste, omdat Jezus Christus zelf daarin tegenwoordig is.

5. Vr. Hoe is Christus zelf daarin tegenwoordig ?

Antw. Christus is zelf daarin tegenwoordig met zijne Godheid en menschheid, zooals Hij in den hemel is, maar bedekt onder de gedaanten van brood en wijn.

6. Vr. Wanneer komt Christus daarin tegenwoordig ?

Antw. In de heilige offerande der mis komt Christus daarin tegenwoordig.

7. Vr. Wat geschiedt er dan in de offerande der mis?

ocr page 46

46

Antw. In de offerande der mis worden brood en wijn veranderd in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, en zoo wordt Christus aan God tot een offerande opgedragen.

ACHT EN TWINTIGSTE LES.

De uitwerking der sacramenten.

1. Vr. Wat worden wij door den Doo])? Antw. Door den Doop worden wij christenen,

dat is: leden van Jezus Christus en zijne kerk.

2. Vr. Wat worden wij nog meer door den Doop ?

Antw. Wij worden bovendien door den Doop kinderen van God, tempels van den Heiligen Geest en erfgenamen des eeuwigen levens.

3. Vr. Wat ontvangen wij door den Doop? Antw. Door den Doop ontvangen wij vergiffenis van de erfzonde en bovendien de heilig-makende genade.

4. Vr. Wat ontvangen wij door het Vormsel? Antw. Door het Vormsel ontvangen wij de

volheid van den Heiligen Geest.

5. Vr. Wat maakt ons het Vormsel?

Antw. Het Vormsel maakt ons volkomen

ocr page 47

47

christeuen eu krijgsknechteu van Jezus Christus.

6. Vr. Waartoe verplicht ons die hoedanigheid ?

Antw. Die hoedanigheid verplicht ons, ons geloof vrijmoedig te belijden en er trouw naar te leven.

UEGEN EN TWINTIGSTE LES.

Vervolg van de vorige les.

1. Vr. Wat ontvangen wij in het heilig sacrament des Altaars ?

Antw. In het heilig sacrament des Altaars ontvangen wij het waarachtig Lichaam en Bloed van Jezus Christus tot een geestelijk voedsel voor onze ziel.

2. Vr. Wat ontvangen wij door het sacrament van Penitentie ?

Antw. Door het sacrament van Penitentie ontvangen wij vergiffenis van de doodzonden, die wij na onzen Doop gedaan hebben.

3. Vr. Wat wordt er vereiscbt om aan die vergiffenis deelachtig te worden?

Antw. Om aan die vergiffenis deelachtig te worden, worden er drie dingen vereischt , namelijk: herouw, belijdenis en voldoening.

3

ocr page 48

48

4. Vr. Wat ontvangen wij door het laatste Oliesel ?

Antw. Door liet laatste Oliesel ontvangen wij de genade om weder in gezondheid hersteld te worden, of om zalig te sterven.

5. Vr. Wat ontvangt men door het sacrament des Priesterschaps ?

Antw. Door het sacrament des Priesterschaps ontvangt men de macht en de genade, die noodig zijn om de kerkelijke bedieningen waar te nemen.

G. Vr. Wat ontvangt men in het sacrament des Huwelijks ?

Antw. In het sacrament des Huwelijks ont-vangen man en vrouw den goddelijken zegen over het tnsschen hen gesloten hnwelijk.

DERTIGSTE LES.

De dood en het hijzonder oordeel.

1. Vr. Wat is het einde van \'s menschen leven op aarde?

Antw. Het einde van \'s menschen leven op aarde is de dood.

2. Vr. Wat is de dood ?

Antw. De dood is een scheiding der ziel van het lichaam.

ocr page 49

49

3. Vr. ,Wie ziju aan de noodzakelijkheid van sterven onderworpen?

Antw. Alle menschen zijn aan de noodzakelijkheid van sterven onderworpen.

4. Vr. Wat is de oorzaak van die noodzakelijkheid van sterven ?

Antw. De oorzaak van die noodzakelijkheid van sterven is de zoude van onze eerste ouders, Adam en Eva.

5. Vr. Moeten wij dikwijls aan ons sterven denken ?

Antw. Ja; wij moeten dikwijls aan ons sterven denkeu en ons altijd tot den dood bereid houden.

6. Vr. Waarom moeten wij ons altijd tot den dood bereid houden?

Antw. Wij moeten ons altijd tot den dood bereid houden , omdat wij niet weten, wanneer, waar en hoe wij zullen sterven.

7. Vr. Wat geschiedt aan ieder meusch ua zijn dood?

Antw. Terstond na ziju dood wordt ieder meusch geoordeeld.

8. Vr. Hoe wordt dat oordeel gewoonlijk genoemd ?

Antw. Het oordeel over ieder meusch na zijnen dood wordt gewoonlijk het bijzonder oordeel geuoemd.

ocr page 50

50

9. Vr. Wie zal de rechter zijn, die dat oordeel houden zal?

Antw. De rechter, die dat oordeel houden zal, is Jezus Christus onze Heer.

10. Vr. Waarover zullen wij geoordeeld worden ?

Antw. Wij zullen geoordeeld worden over al onze gedachten, begeerten, woorden, werken en verzuimen.

EEN EN DERTIGSTE LES.

Het algemeen of laatste oordeel.

1. Vr. Zal er alleen een hijzonder oordeel gehouden worden over ieder mensch na zijnen dood ?

Antw. Neen; op den laatsten dag of op het einde der wereld zal er door Christus ook een algemeen oordeel gehouden worden over allo menscheu met ziel en lichaam.

2. Vr. Hoe zal Christus ten oordeel verschijnen ?

Antw. Christus zal ten oordeel verschijnen op een wolk met groote macht en heerlijkheid.

ocr page 51

51

3. Vr. Zullen dan allo mensclien, die gestorven en wier lichamen vergaan zijn, weder levend worden ?

Antvv. Ja; alle mensclien zullen weder levend worden, dat wil zeggen: hunne zielen zullen zich weder met hunne lichamen vereenigen.

4. Vr. Hoe noemt men gewoonlijk die herleving van alle mensclien?

Antvv. Die herleving van alle mensclien noemt men gewoonlijk: De verrijzenis ten jongsten dage of de verrijzenis des vleesches.

5. Vr. Zal dit oordeel in het openbaar geschieden ?

Antvv. Ja; dit algemeen oordeel zal geschieden in tegenwoordigheid van alle engelen en mensclien.

6. Vr. Wanneer zal het algemeen oordeel plaats hebben?

Antw. Het algemeen oordeel zal plaats hebben in den laatsten dag of op het einde der wereld.

7. Vr. Wanneer zal het de laatste dag of het einde der wereld zijn ?

Antw. Den dag van het einde der wereld of van het algemeen oordeel kent niemand dan God alleen.

ocr page 52

52

TWEE EN DERTIGSTE LES.

De hemel en het vagevuur.

1. Vr. Waarheen gaat de ziel, als zijdoor Christus geoordeeld is ?

Antw. Als de ziel door Christus geoordeeld is, gaat- zij naar den hemel, naar het vagevuur of naar de hel.

2. Vr. Wat is de hemel

Antw. De hemel is een plaats van alle vreugde en zaligheid.

3. Vr. Wat is de oorzaak van die groote vreugde en zaligheid ?

Antw. De oorzaak van die groote vreugde en zaligheid is het volkomen bezit en aanschouwen van God.

4. Vr. Wie gaan naar den hemel ?

Antw. Naar den hemel gaan de zielen van

hen, die in de genade en vriendschap Gods uit dit leven scheiden.

5. Vr. Wat leidt tot zulk een zaligen dood? Antw. Tot zulk een zaligen dood leidt ons

een deugdzaam leven.

6. Vr. Wat moet onze grootste bezorgdheid zijn gedurende dit leven?

Antw. Onze grootste bezorgdheid gedurende

ocr page 53

53

dit leveii moet zijn, dat wij niet voor de aarde, maar voor den hemel leven.

7. Vr. Wat is het vagevuur ?

Antw. Het vagevuur is een plaats van zuivering en voldoening.

8. Vr. Wie gaan naar het vagevuur? Antw. Naar het vagevuur gaan de zielen

van hen, die in de genade Gods sterven, maar nog niet ten volle voor hunne zonden voldaan hebben.

9. Vr. Zullen die zielen daar altijd blijven? Antw. Neen; die zielen zullen daar niet

altijd blijven. Wanneer zij genoegzaam gezuiverd zijn en aan Gods rechtvaardigheid voldaan hebben, gaan zij over in den hemel.

10. Vr. Kunnen wij de zielen in het vagevuur ook te hulp komen ?

Antw. Ja; wij kunnen de zielen in het vagevuur te hulp komen door onze gebeden, aalmoezen en andere goede werken en voornamelijk door de heilige offerande der mis.

ocr page 54

54

imiE EN DERTIGSTE LES.

De hel. Be eeuwigheid van het toekomende leven.

1. Vr. Wat is de hd?

Antw. De hel is een plaats van de verschrikkelijkste straffen en ellende.

2. Vr. Welke is de zwaarste ellende in

de hel ? \'

Antw. De zwaarste ellende in de hel is: beroofd te zijn van het zaligmakend aanschouwen van God.

3. Vr. Wie gaan naar de hel?

Antw. Naar de hel gaan de zielen van hen, die onbekeerd, in staat van doodzonde, sterven.

4. Vr. Zal het lichaam ook deel hebben aan de vreugde des hemels of aan de straf der hel zoowel als de ziel?

Antw. Ja; het lichaam zal na de verrijzenis ook deel hebben aan de vreugde des hemels of aan de straf der hel.

5. Vr. Hoe lang zullen hemel, hel en vagevuur duren?

Antw. Hemel en hel zullen duren tot in eeuwigheid, dat is: zonder einde; maar het vagevuur zal bij liet laatste oordeel ophouden te bestaan.

ocr page 55

55

GEBED.

Vóór liet onderwijs.

Heer Jezus! die, twaalf jaren oud zijnde, in het midden der leeraren hebt willen zitten, hen hoorende en ondervragende, geef ons de genade om met aandacht en leerzaamheid de onderwijzingen aan te hooren, die Gij ons zult geven, opdat wij, na ze gehoord te hebben, er voordeel mede mogen doen en het geluk hebben van met U in wijsheid, en in jaren en in behaaglijkheid bij God en bij de men-schen toe te nemen, Amen.

GEBED.

Na het onderwijs.

Heer Jezus! die, nog op aarde zijnde, zoo veel goedheid en teederhartigheid jegens de kinderen hebt willen toonen; die niet toeliet, dat men ze belette bij U te komen; die ze zelfs wildet omhelzen en zegenen; sla een gunstig oog op ons, opdat wij U mogen kennen, ü aanbidden, en uwen wil met een waarlijk groot hart en een ijverigen geest volbrengen. Heer! wij zijn kinderen in jaren; maak ons kinderen naar het hart. Geef ons de genade om afkeerig te zijn van het kwaad en gewillig om het goede te betrachten. Amen.

ocr page 56
ocr page 57

BLADWIJZER DER LESSEN.

Les. llladz.

i. God en zijne volraaalitheden............................5

It. Gods eeuwig bestaan en \'s inensehen zalige

toekomst......................................................7

in. De allerheiligste Drieëenheid..........................8

iv. De engelen........................................................^

v. De booze geesten of duivelen..........................11

vi. De menscli......................................................12

vu. De schepping van den mensch........................13

vin. De val van de eerste mensehen......................14

ix. De gevolgen van den val der eerste menscheu 10

X De Verlosser der mensehen..............................17

xi. De geboorte van Jezus Christus......................19

XII. Het lijden en sterven van Jezus Christus... 20 xni. De dood en de verrijzenis van Jezus Christus. 22 xiv. De hemelvaart van Jezus Christus. De ne-

derdaling van den Heiligen Geest....... 23

xv. De voortdurende nederdaling van den Heiligen

Geest..............................................................26

xvi. Het geloofsbegrip der apostelen......................27

xvii. Het teeken des kniises....................................29

xvni. De zonde...........................................................-iO

ocr page 58

58

Biadz,

Vervolg van de voorgaande les.......... 82

De christelijke deugden...............ttS

De geboden van God en van de kerk... . 85 De goddelijke genade. Het gebed des

Heeren............................ 80

De aanroeping van de heiligen. De groe-

tenis van den engel...............38

De sacramenten.......................40

De sacramenten der dooden ............ 41

De sacramenten der levenden...........43

De Doop en het heilig sacrament des

Altaars .............. ........... 44

De uitwerking der sacramenten.......... 40

Vervolg van de voorgaande les..........47

De dood en het bijzonder oordeel.......48

Het algemeen of laatste oordeel.......... 50

De hemel en het vagevuur............. 52

De hel. De eeuwigheid van het toekomende

leven............................ 54

Gebed............................... 55

Les.

XIX.

XX. XXT.

XXII.

XXTV.

XXV. XXVI.

XXVII.

XXVIII. XXIX.

XXX.

xxxr.

XXXII. xxxur.

ocr page 59
ocr page 60
ocr page 61
ocr page 62