ocr page 1
ocr page 2

gunning

3 B

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

INHOUD.

Hoofdst. Blz

I. Hebt gij volkomen vrede? .... i

II. Redding, verzekering, reiniging, vrede 20

III. Oplossing van vele moeilijkheden in

het Christelijk leven......34

IV. Hoe moet men Gods Woord bestu-

deeren ?...........52

V. Hoe moet men zielen winnen?. . . 75

VI. Practische en schriftuurlijke heiligheid 94

VII. Hebt gij den Doop des Heiligen Gees-

tes ontvangen?........116

VIII. Schriftuurlijke reiniging des harten . 146 IX. Toespraak van V. D. David op de

Northfield-conferentie van 1897 . 189

VII

ocr page 6
ocr page 7

gunning

cy\'tefy- ff/\'cjje-n.

„Een geheiligd levenquot; ♦ * *

door den Jlindoe-Evangelist V. D. David # * % % # «

Hit het ^ngelsch o o doop D. ),p.

^ss:

NIJMEGEN, P. }. M1LBORN. 1898.

ÖIÖLIOTHE-EK DER RUKöUWyERSlTÊCI UTRECHT.

ocr page 8
ocr page 9

VOORWOORD VAN DEN VERTALER.

Bijna gelijktijdig kwam mij een toespraak in handen van den Hindoe-Evangelist V. D. David, op de Northfield-conferentie van 1897 uitgesproken, opgenomen in het Ame-rikaansche blad „The way of Faith,quot; en een boekje bevattende eenige toespraken en kleine geschriften van hem, onder den titel: „Cleansing, Purity and Powerquot; door de uitgevers vereenigd, zooals zij in de voorrede zeggen, „op verzoek van vele Christenen, die door zijne eenvoudige woorden zeer geholpen en gezegend waren geworden.quot; Het eerste deed mij met groote belangstelling kennis maken met den persoon, die op bijzondere wijze door God in Zijn dienst gebruikt wordt, het laatste is voor mijzelf van groo-

v

ocr page 10

VOORWOORD VAN DEN VERTALER

ten zegen geweest. Niet onmogelijk kwam het mij voor, dat er ook wel Christenen in ons land zouden zijn, die door hun zwarten broeder geholpen zouden willen worden in verschillende moeilijkheden, die in het Christelijk leven zoo veelvuldig voorkomen, en aan wie daarom een Nederlandsche vertaling niet onwelkom zou zijn.

God, die de arbeiders uitzendt in Zijnen wijngaard, „als goede uitdee-lers der menigerlei genade Godsquot;, heeft dezen zwarte, zoowel in zijn eigen land, als in Australië, Amerika en Engeland, overal waar hij heeft gepredikt, rijkelijk willen zegenen. Hij zegene deze hoogst eenvoudige toespraken ook aan de harten van de Nederlandsche Christenen, tot verheerlijking van Zijnen Naam en tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.

v. H.

VI

ocr page 11

Hoofdst. i. HEBTMEN VRLDL\'

Vrede bij God (Rom. 5 : 1).

Vrede van God (Phil. 4 : 7).

Er wordt over tweeërlei vrede in den Bijbel gesproken; alle vrede, in den Bijbel genoemd, behoort tot een van die twee. Het woord „vredequot; heeft een goeden klank. Slechts zij die den vrede bezitten, kunnen ervan genieten.

Gij begrijpt dit niet, mijn vriend, indien ge niet bekeerd zijt. Lachen is geen vrede; terwijl er een lach om uw mond speelt, kan uw hart aan het schreien zijn. „De godde-loozen, zegt mijn God, hebben geen vredequot; (Jes. 48 : 22). Uw predikant kan iederen \'Zondag den zegen uitspreken: „Moge de vrede van God,

1

ocr page 12

„HEBT GIJ

die alle verstand te boven gaat____

enzquot;; gij hoort den zegen eenvoudig, maar het is uw ondervinding niet. „Zeggende, vrede, vrede! doch daar is geen vredequot; (Jer. 8 : n). Denk toch niet, dat gij vrede hebt, omdat uw predikant zegt, dat gij een goed Christen zijt; helaas, gij vergist u zeer, uw hart immers zegt het u, dat het niet zoo is.

Vele dienaren van God prediken zeer luchtig, terwijl toch de Christenen geen vrede hebben, en de uitwerking van hun prediking is dan, dat deze denken dat zij wel vrede hebben. „Zij genezen de breuk van de dochter Zijns volks, op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vredequot; (Jer. 6 ; 14). O, mijn mededienstknecht pas toch op, wat. gij aan uw gehoor predikt! „Wee, gij die niet gered zijt! Ik heb van dit volk Mijnen vrede weggenomen (Jer. 16:5). Zij zullen den vrede zoeken, maar hij zal er niet

2

ocr page 13

VOLKOMEN VREDE?quot;

zijn (Ezech. 7 : 25). Och, of gij ook bekendet in dezen uwen dag, wat tot uwen vrede dientquot; (Luc. 19 : 42). Wieg de menschen niet in slaap, maar predik volgens het Woord van God.

Over dezen vrede nu zal ik tot u spreken. Hoe kan men dien krijgen?

Vele Christenen willen gaarne volkomen vrede genieten. Zij zeggen : „Ik zou wel willen, dat ik zoo gelukkig kon zijn, als Mijnheer A. en als Mevrouw B. Ik begrijp den volkomen vrede niet, dien zij leeren, en toch weet ik, dat de Bijbel spreekt over volkomen vrede.quot; Wilt gij dien leeren kennen, mijn vriend; wilt gij dien bezitten? Is het u waarlijk ernst ermee? Wilt gij de kosten betalen? Nu, dan zijt gij juist degene, met wien ik spreken wil: gij zult dien bezitten. God heeft geen gunstelingen. Ik zal u iets vertellen over: „Vrede met God.quot; Als gij den „vrede met Godquot; niet

ocr page 14

„HEBT GTJ

kent, zult gij nooit den „Vrede Godsquot; kunnen kennen. „Vrede met Godquot; beteekent dit: door uwe zonden en ongeloof waart gij tegen God opgestaan, waart gij Zijne vijanden; gij verdiendet straf. (Gen. 2 : 17). Gods zwaard was op het punt u te treffen, maar toen zeide Jezus: „Zie Ik kom om Uwen wil te doen, o Godquot; (Hebr. 10 : 7) en vrijwillig ging Hij tusschen u en de wraak van God staan, droeg Zelf de straf voor u, arm zondaar. Toen heeft God uwe zonden op Hem gelegd, en het zwaard sloeg Hem, inplaats van u (Zach. 13 : 7). Zoo is aan den wil Gods voldaan door den dood van Christus; de zondaren zijn vrij. Indien gij gelooft, dat ook uwe zonden op Jezus zijn gelegd, indien gij uzelf insluit als een van de „ons allenquot; (Jes. 53 : 6), dan hebt gij vrede met God, en als uwe zonden op Jezus liggen, dan kunnen zij niet op u zijn. Zonden kunnen niet op

4

ocr page 15

VOLKOMEN

VREDEV

twee plaatsen tegelijkertijd rusten, op u en op uw plaatsvervanger: Jezus. Indien uw hoed aan den kapstok hangt, dan hebt gij dien niet op uw hoofd. Hij kan niet tezelfder tijd aan den kapstok en op uw hoofd zijn. Zijt gij nu zoover gekomen? Kunt gij God nu danken, omdat uwe zonden op Jezus gelegd zijn? „Vrede met God^ rust op wat Christus voor u heeft gedaan. „Vrede Godsquot; rust op wat Christus voor u is. De eerste vrede deelt u mede dat er geene verdoemenis voor u is, dat gij gered zijt; de tweede doet u daarvan genieten. „Vrede met Godquot; is tusschen Jezus en Zijn Vader; „Vrede Godsquot; is de betrekking tusschen Jezus en u; Hij zal maken, dat gij geniet van „de dagen des hemels op de aardequot;\'quot; (Deut. n : 21). De eerste vrede scheen u toe een schaduw te zijn; de tweede is wezen. De eerste deed u alleen gelooven, wat Hij voor u gedaan heeft; de

5

ocr page 16

„HEBT (1 IJ

tweede deed u Hem en al wat Hij heeft, in het geloof als uw eigen aannemen. Hoewel de „vrede Godsquot; en de „volmaakte vredequot; schijnen één te zijn, is dit volgens Gods Woord toch niet zoo. Het eene is werkelijkheid, het andere ondervinding. Nooit kunt gij den „volmaakten vredequot; genieten, vóór gij den vrede Gods in uw hart hebt.

Hoe kunt gij nu den vrede Gods in uw hart krijgen? Twee dingen moeten wij opmerken : i. Volkomen overgave, zoover als God u heden openbaart, zonder er verder met God over te gaan redeneeren (Phil. 3:15, 16). Ook uw wil moet overgegeven worden. Uw woord moet zijn: „De wil des Feeren geschiedequot; (Hand. 21 : 14). Wilt gij nu „Jaquot; zeggen, met het oog op deze hier genoemde „volkomen overgavequot; ? 2. Volkomen reiniging van uw hart. Gij hebt een verandering van hart gehad, toen gij een kind van God

ocr page 17

VOLKOMEN YREDEf

zijt geworden, maar uw hart is niet gereinigd, daarom hebt gij uw op-en-neer\'s in uw leven gehad; gij zijt eenige uren lang gelukkig, dan gaat gij naar beneden, en gij voelt u weer ellendig. Gij zijt gaan rusten op wat gij gevoeld hebt. Gij zegt; „Ik voel nietquot;, „Ik voel nietquot;, „Ik voel niet.quot; Het geheim is : gij tracht den vrede Gods te krijgen, voordat uw hart gereinigd is.

Nu, wat is die reiniging? Reiniging van alle dingen, die gij weet, dat verkeerd zijn. Reiniging van het u verheffen op uw kennis (i Cor. 3 : 18) en op uw vrijheid (i Cor. io : 23) en op uw behooren tot de een of andere partij (1 Cor. 3 : 4). Reiniging van het zoeken van fouten in anderen (Dan. 6 : 5). Reiniging van de begeerte naar geld (1 Tim 6 : 10). Reiniging van men-schenvrees (Spreuken 29 : 25). Reiniging van het oordeelen van anderen (Rom. 14 : 13). Reiniging van

ocr page 18

„HEBT GIJ

verborgen afdwalingen (Ps. 19 : 13). Reiniging van de begeerte naar opzichtige dingen (1 Petr. 3:3). Reiniging van eten en drinken (Jes. 22: 13). Reiniging van alles, wat God u zegt, dat een last is, die u in \'t loopen hindert; laat dat een sigaar of drank wezen of wat ook. Hij zal tot u spreken, indien gij wilt luisteren naar Zijne stem.

Wilt gij „Jaquot; zeggen met het oog op de reiniging van deze dingen en van alles wat verkeerd is? Zoo ja, dan zal ik u zeggen hoe gij de reiniging kunt krijgen —: Ga op uwe knieën, en vraag Hem om u van al die dingen te reinigen; Hij doet de reiniging zelf. Al dezen tijd hebt gij getracht uzelf te reinigen; gij hebt het al erger en erger gemaakt, gij hebt u bemoeid met de zaak van uw Vader. Het rei-nigingswerk is geheel alleen in de hand van den Heer, omdat Hij het zegt. „Ik zal rein water op u spren-

8

ocr page 19

l OLKOMEX VREDE r-

gen, en gij zult rein worden; van al uwe onreinigheden en van al uwe drekgoden zal Ik u reinigen. En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u: en Ik zal het steenen hart uit uw vleesch wegnemen, en zal u een vleeschen hart geven. En Ik zal Mijnen Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijne inzettingen zult wandelen, en Mijne rechten zult bewaren en doenquot; (Ezech. 36 ; 25 — 27). Ziet gij het niet: God doet het werk; niet uw „Ik wilquot;, maar Gods „Ik wilquot;. (1 Joh. 1:9) — „Hij reinigtquot;. Bid Davids gebed op uwe knieën „Wasch mij en ik zal witter zijn dan sneeuwquot; (Ps. 51 : 9). „Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest (Ps. 51 ; 12). Vat dat reine hart, terwijl gij op uwe knieën zijt, in \'t geloof aan — „gereinigd hebbende hun-

ocr page 20

„HEBT GIJ

ne harten door het gelootquot; (Hand. 15:9) — en dank God vóór gij van uwe knieën opstaat, dat gij een rein hart hebt gekregen. Nu zal „de Vrede Godsquot; in uwe zielen komen.

Wie is deze „Vrede Godsquot;? — De „Vrede Godsquot; is Jezus (Eph.

2 : 14). „Hij is onze Vredequot;. Geen vrede afgescheiden van Hem, evenmin als redding, licht, leven, heiligmaking en alle andere zegeningen. Hij komt door het geloof in uw hart, en woont daar (Eph 3: i7;Openb.

3 ; 20). Hij heerscht in uw hart (Col. 3 : 15). Hij houdt u in volmaakten vrede, zooals er staat in Jes. 26 : 3 (Engelsche text): „Gij zult hem, wiens hart op U gevestigd is, in volmaakten vrede houden, want hij vertrouwt op U.quot; Gij, o Heer! Dat zijt gijzelf dus niet, daarom kunt gij uzelf niet in vrede houden, noch den vrede bewaren. Hij zal het doen. Wie is dat? Dat is Jezus, die in uw hart kwam (Openb. 3 : 20) en

10

ocr page 21

VOLKOMEN VREDEf

die in uw hart woont (Eph. 3 : 17) en die in uw hart heerscht (Col. 3 : 15) en die u in vrede zal houden. Gij zoudt kunnen vragen : „Genieten christenen dan den vrede niet, voordat Jezus in hun hart is?quot; Zij genieten dien tot op zekere hoogte, maar geen volkomen vrede. Zoolang zij hun vertrouwen stellen op een van Gods beloften, of op Christus, dan genieten zij den vrede; zoodra echter nemen zij niet hun vertrouwen van God weg, of van Zijn belofte, of zij verliezen het genot van den vrede, maar de „Vrede Godsquot; is niet verloren.

Is het niet dwaas, dit „volkomenquot; vrede te noemen? Ik zal u een voorbeeld geven. Een jongen grijpt om steun te hebben de hand van zijn vader vast; hoe lang zou hij veilig zijn, denkt gij? Hij is het, zoolang hij de hand van zijn vader vasthoudt, maar hij is zoo zwak, dat hij de hand van zijn vader niet kan

ocr page 22

„ UER T GIJ

blijven vasthouden: hij moet die loslaten, omdat hij zwak is en valt. Zoo is het eveneens met u: zoolang gij door uw geloof rust op Jezus of op Zijn belofte, dan hebt gij vrede, en wanneer gij uw geloof wegneemt, dan verliest gij het genieten van uw vrede. Aan den anderen kant, indien de vader de hand van den jongen vasthoudt, zal hij dan vallen? Wel neen, zeker niet! omdat vaders sterke hand hem stevig vasthoudt. Zoo houdt Christus, „Onze Vredequot; u ook in volkomen vrede. Nu rust gij op Gods Woord, en zoolang gij dat doet smaakt gij vrede; maar zooals ik vroeger zeide, het is nog uw ik, uw trachten; gij tracht uw vrede te bewaren door uw geloof. Denkt gij niet dat uw „ik\'J nog aan het werk is? Zoolang als gij bezig zijt, dit spel te spelen, zult gij nooit volkomen vrede ondervinden, omdat gij op een verkeerden weg aan het zoeken zijt: gij hebt dan dezelfde

12

ocr page 23

VOLKOMEN VREDEV

ondervinding die een arm paard heeft wanneer het tracht een rijtuig voort te trekken, waarvan de wielen hun dienst weigeren. Nu moet het ik veranderd worden in gij; het trachten in vertrouwen) en dan zal de uitwerking zijn ritsten. Nu, zult gij misschien zeggen: „Zoover ben ik; het is mij zeer duidelijk, maar hoe kan ik het nu 1n de praktijk leeren kennen?quot; Gij zult het leeren kennen, wanneer gij het in praktijk brengt. Zet den wagen niet vóór het paard. Breng het in praktijk.

Nu zal ik u vertellen, hoe gij het in praktijk moet brengen, en hoe gij den geheelen dag der „volkomen vredequot; kunt smaken.

(1). Laat u door God onderwijzen in alles, vroeg in den morgen, gelijk Christus deed (Jes. 50 ; 4). Wat bedoel ik hiermede? Vraag God, wat den geheelen dag gedaan moet worden. „Wat wilt gij dat ik doen zal?quot;

(2). Werp uw zorg op den Heer

ocr page 24

„HEBT GIJ

(Psalm 55 : 23). Zorg over alles: over uwe rekeningen, uwe bezigheden, uw moeilijkheid : alles, waarover gij in zorg zijt, werp dat op Hem.

(3) Werp al uwe bekommernis op den Heer (1 Petr. 5 : 7). Bekommernis over het schrijven van brieven, over zieke kinderen, over uw broeder in het hospitaal, over uw man in de gevangenis, over uw kleederen, over uw toekomst, over uw physieke kracht en zwakheid, over uw onbekwaamheid.

(4). „Wentel uwen weg op den Heerequot; (Psalm 37 : 5): Uw weg, wat het bestuur der kerk betreft, uw weg hoe gij bidden zult, uw weg om inschrijvingen te krijgen, uw weg om geld te krijgen voor Gods werk, uw weg om preeken voor te bereiden, uw weg wat de bekeering van zielen betreft — al uwe moeilijkheden en angsten wentel ze op den Heer (Jes. 55 : 8, 9).

(5) „Vertrouw op Hemquot; (Psalm

I4

ocr page 25

VOLKOMEN VREDE?quot;

37 : 5-) Vertrouwen, in welk opzicht? Vertrouwen, dat Hij voor alles wat gij op Hem hebt gewenteld, zorgen zal. Hij zorgt voor alles, wat gij Hem hebt opgedragen. „Hij is machtig om te bewaren, wat bij Hem weggelegd isquot; (2 Tim. 1 :12). Ik zal u een voorbeeld geven. Gesteld gij deponeert f 6000 in de Australische Bank; gij vertrouwt den bankier toe, hetgeen gij gestort hebt, en hij is verantwoordelijk voor uw geld Gij gaat nooit het kasboek van den bankier eens inzien, of uw geld wel veilig is, gij vertrouwt hem; maar wanneer gij nu eenig geld uit de bank terugneemt met u mee naar huis, dan is de bankier niet verantwoordelijk voor dat geld, als gij het verliest. Wanneer gij zijne boeken inziet, dan beteekent * dat, dat gij hem niet vertrouwt. Op dezelfde wijze nu is Jezus uw ban-lt; kier; gij vertrouwt Hem alles toe,

en Hij is er verantwoordelijk voor.

15

ocr page 26

„HEBT GIJ

Hij is alleen verantwoordelijk voor hetgeen gij Hem hebt toevertrouwd; indien gij iets terugneemt, dan is Hij daarvoor niet verantwoordelijk, en als gij Hem vertrouwt met het oog op wat gij op Hem hebt gewenteld, dan zult gij u niet gaan bemoeien, met wat gij Hem hebt te bewaren gegeven, dan zult gij niet trachten te weten te komen of het wel veilig is; gij kunt niet voelen, dat het veilig is, maar het is veilig; gij kunt niet voelen, dat uw geld in de Bank veilig is, maar gij vertrouwt, dat het veilig is. Indien gij vertrouwt, dan zult gij nooit achteruit zien.

(6) Rust in den Heer (Psalm 37 : 7 Engelsche vertaling). Het resultaat van vertrouwen is rusten. Rust wil zeggen; niets doen. Wanneer iemand zegt: „Ik rustquot;; dan doet hij niets; zoo moet gij ook „nietsquot; worden; gij hebt niets, gij kunt niets, gij zult dus niet iets verwachten uit niets. Evenmin als gij uit eenige nullen een

16

ocr page 27

VOLKOMEN VREDEr-

getal kunt krijgen, kunt gij het uit dit „niets.quot; Gij zijt niets, alleen een groote o, maar Christus is i. „Ik ben de Eerstequot; (Openb. i : n) Zet dien i vóór de o en gij krijgt 10. „Zonder Mij kunt gij niets doenquot; (Joh, 15 : 5). Vergeet nu niet, dat gij niets zijt.

Wat moet nu uwe gesteldheid zijn, gedurende den dag? „Uw geest gericht op God.quot; Wat bedoelt gij daarmee? „Dagelijks wakende aan Zijne poorten, waarnemend de posten Zijner deurenquot; om te hooren wat Hij zegt (Spreuken 8 : 34). En Hem behagen den geheelen dag in alle dingen, voor zoover het u is geopenbaard (Joh. 8 : 29). Heb ik dan niets te «foc»? Neen, niets. Nog zijt gij niets. Christus is bezig zelf al het werk te doen door u. Pas op! Probeer niet te weten te komen of gij wel vertrouwt; probeer niet te weten te komen of gij wel geloof hebt; zie niet terug op de zonden, die achter u liggen, uwe zonden zijn

17

ocr page 28

„HEBT OU

onder het Bloed. „Zie niet achter u omquot; (Gen. 19:17). De toekomst is in Gods handen, het heden alleen in de uwe. Rust niet op wat gij gevoelt, maar rust alleen op het Woord van God. Zie niet naar de bevindingen van andere menschen. Zie niet naar wat morgen zijn zal. Wees getrouw en tevreden op den post waar God u geplaatst heeft (1 Cor. 7 : 24). Het komt er niet op aan, hoe veel gij doet, maar of gij God behaagt. De kleine vinger kan geen duim worden, evenmin kan Paulus Barnabas worden; de kleine vinger zal groeien en zijn belooning hebben, en ook de duim zal groeien en zijn belooning hebben, beiden be-hooren tot het lichaam. Prijs God! Verstaat gij wat ik bedoel? Probeer niet iemand anders te worden: een andere man of een andere vrouw. Gij wandelt in het licht en behaagt Jezus, Hij zal u „goede en getrouwe dienstknechtquot; noemen, en gij zult 18

ocr page 29

VOLKOMEN VREDE?quot;

uwe belooning hebben. Indien allen Barnabas worden, waar is Paulus dan? „Ware het geheele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het geheele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn ? Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeftquot; (i Cor. 12 : 17, 18) Nu zal uw vrede zijn als een rivier, als gij op deze dingen maar acht geeft (Jes. 48 : 18). „Och, dat gij naar Mijne geboden geluisterd hadt! zoo zou uw vrede geweest zijn als een rivier en uwe gerechtigheid als de golven der zeequot;. Dan zult gij moeten „roemen met vroolijk zingende lippenquot; (Psalm 63; 6). „Psalmzingen de eer Zijns Naamsquot; (Ps. 66:2) „In de handen klappenquot; (Ps. 47 :2); „Springen en lovenquot; (Hand. 3:8); „Juichenquot; (Jes. 12:6; Jerem. 31: 7; Zeph. 3 : 14) en gij zult in staat zijn met geheel uw hart te jubelen, omdat „uw Vrede groot zal zijnquot; (Jes. 54 : 13).

19

ocr page 30

T Y n i „redding, verze-

ilOOIQSt. 2. kering, reiniging,

vredequot;

God heeft mij geleid tot die Christenen te schrijven, die zich aan den Heer hebben gegeven.

Ik ben een groot aantal verschillende gevallen tegengekomen. Sommige menschen hebben tot mij gezegd : „Dat is mij heel duidelijk, maar dit begrijp ik niet.quot; Sommigen hebben deze moeilijkheid, anderen weer een andere, zoodat ik met de zielen ieder op zichzelf had te handelen. Gij hebt bijeenkomsten bezocht en hebt zeer kostelijke dingen gehoord, en nu zeggen sommigen van u: „Hoe kan ik dat krijgen?quot; Anderen weer: „Mijn moeilijkheid is: ik heb geen verzekerdheid des geloofs.quot; Weer anderen ; „Ik heb weer een andere

20

ocr page 31

„REDDING, VERZEKKRING.\'

moeilijkheid; ik ben zoo driftig.quot; „En ik kan mijn trots niet overwinnenquot; zegt een vierde. Zoo schijnt een ieder de een of andere moeilijkheid te hebben.

Ik zal trachten u daarin te helpen en over de volgende dingen schrijven : Redding, verzekering, reiniging, vrede.

Wat is redding? Redding is: uit zich zelf, in Christus — dat is redding. De dood van Christus is uw redding. Het woord van Christus is uw verzekering. Gij zijt gered omdat Christus voor u is gestorven; gij weet het omdat Christus het zegt (Jes. 43 : i).

Verlossing hangt niet af van gevoel. Er is een winter en een zomer. Er zijn bewolkte en zonnige dagen, maar dat verandert de zon niet. De zon is er altijd of gij haar ziet of niet. Wat bedoel ik daarmee? Dit, dat gij in uw hart veranderingen kunt hebben, wat uw gevoel betreft,

31

ocr page 32

REDDING, VERZEKERING,

maar dat verandert niet de belofte van God (de Zon). Gij zijt ongehoorzaam en gij verliest uw vrede. Zeg nu niet dat gij niet gered zijt omdat gij niet gelukkig zijt. Hoewel de zon door een wolk verborgen is voor uw oog, is de zon er toch nog. Houd uw oogen strak naar den hemel gericht en de wolk zal weggaan. „Mijne oogen zijn geduriglijk op den Heere; want Hij zal mijne voeten uit het net uitvoerenquot;- (Ps. 25: 35). Satan mag u op deze wijze in verzoeking brengen — hij beproeft met zijne verzoekingen al wat hij kan om u van Christus af te trekken — maar het is volkomen in orde met u, zoolang uwe oogen maar naar den hemel gericht zijn. De Psalmist zegt: „Mijne oogen zijn geduriglijk op den Heerequot; — geduriglijk, geduriglijk, geduriglijk. „Geduriglijkquot;, beteekent niet ééne week, of één maand, of twintig jaar, maar totdat gij sterft, of totdat gij zult worden opgeno-

22

ocr page 33

HEINJGING. VREDE.\'

men in heerlijkheid. Sla nooit uwe oogen van Christus af. Herinner u dit nu: de dood van Christus is uw verzekerdheid.

Maar iemand anders zegt: „Dat is alles waar. Ik heb dat alles, maar hoe kan ik toch van mijn humeur verlost worden ? Den eenen dag ben ik boven op den berg en den volgenden dag in de vlakte. Om zes uur is alles in orde, en om zeven uur is alles mis.quot;

Nu dit hangt af van uw reiniging (2 Cor. 7 : 1.) „Laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods.quot; Maar er zijn er die zeggen: „Ik weet niet of ik veel besmetting heb.quot; Indien gij uzelf eens gaat onderzoeken, dan zal de gedachte, die gij van uzelf krijgt, vrij goed zijn; maar vraagt gij God wel om u te doorzoeken? Een misdadiger moet zich door den rechter laten verhoo-

23

ocr page 34

„REDVING, VERZEKERING,

ren, en hij zegt: „O, ik denk dat alles wel in orde zal zijn.quot; Maar dat is het niet. De rechter zegt: „Ga daar op de bank der beschuldigden zitten.quot; Dan laat hij de verschillende getuigen opkomen om te hooren wat die te zeggen hebben, en dan spreekt hij het vonnis uit, en de gevangene wordt opgesloten. De rechter laat het niet aan hem over om te zeggen of hij gestraft zal worden of niet; hij zal zelf hem onderzoeken. Zoo zal God u onderzoeken. Hij zal nagaan of er ook trots in u is, of er ook vrees voor uw goeden naam bij u aanwezig is, of er ook ijdele woorden of kwaadspreken bij u te vinden zijn. Hij zal onderzoeken of gij ook onvriendelijke opmerkingen over anderen maakt. Gij moet u reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes. God doet de reiniging zelf, maar door uw gewilligheid om gereinigd te worden.

24

ocr page 35

REINIGim, VREDEquot;

Wat is uw besmetting? Het kan zijn dat gij trotsch zijt op uw kleeding. Zoo kunnen bijv. uwe gedachten bezig zijn met uw hoed of uw ring. Er zijn menschen, die als zij een ring hebben, aan hun wang wrijven, om dien te laten zien. Indien gij er over denkt, dat de raenschen hun opmerking zullen schenken aan uwe kleeding en die zullen bewonderen, dan moet gij van al die prachtige dingen gereinigd worden (i Petr. 3 : 3). Indien gij denkt: „Die-en-die zullen letten op mijn hoed of op mijn nieuwe kettingquot; dan moet gij van dat alles gereinigd worden; gij zijt niet volkomen gereinigd. Zoolang uw geweten niet zegt: „Niemand zal op mij lettenquot; zijt gij niet gereinigd. Dan is het geen wonder dat gij uw humeur verliest.

Jezus zegt van een ieder die niet alles wil opgeven voor Hem: „Hij kan mijn discipel niet zijn.quot; Kan niet, kan niet, kan niet — het staat

25

ocr page 36

„REDDING. VERZEKERING,

er drie keer. Gij kunt die drie vinden in Lucas 14 de verzen 26, 27 en 33. Indien gij niet voldoet aan de voorwaarden, dan doet het er niet toe hoe gaarne gij zijn discipel zoudt willen zijn, gij kunt niet. Vraag God u te onderzoeken met deze drie verzen, en dan zult gij gewaar worden, waar gij zijt. Een dame zeide eens tot mij : „Ik heb een rein hart,quot; waarop ik haar vroeg: „Zijt gij wel eens uit uw humeur?quot; Ja,quot; was haar antwoord. „Dan zijt gij,quot; zeide ik, „niet volkomen gereinigd.quot; Verwonder u nu niet over wat ik zeg. Er zijn drie soorten van hart: een natuurlijk hart, een veranderd hart, en een gereinigd hart.

Een natuurlijk hart, dat is het hart van een onbekeerd mensch. (Mare. 7 :21). Deze heeft de zonde lief, maar is bang voor het oordeel.

Een veranderd hart, dat is het hart van een bekeerd mensch; hij is als een kind, dat niet loopen kan;

26

ocr page 37

REINIGING, VREDE.-

het valt neer en schreewt. „Jonge kinderen van Christusquot; (i Cor. 3 : 1, 2). Hij zondigt altijd.

Een gereinigd hart. Daarover kunt gij lezen in Ezechiël 36:25 — 27. Er zijn acht „Ik zal\'squot; van God in deze verzen. „Ik zal op u sprengen; Ik zal u reinigen; Ik zal u een nieuw hart geven; Ik zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; Ik zal het steenen hart uit uw vleesch wegnemen; en Ik zal u een vleeschen hart geven; Ik zal Mijnen Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken dat gij in Mijne inzettingen zult wandelen.quot; Gij kunt dat alles bezitten, indien gij u maar wilt overgeven, zoover God u zegt (Phil. 3 = I5) 16).

Er zijn verschillende lichten. Indien gij u overgeeft, zoover gij kunt zien, zoo ver zult gij gereinigd worden. De menschen oordeelen elkander, omdat zij ze niet volgens elkanders licht zien. De moeder heeft

27

ocr page 38

„REDDING, VERZEKEKING,

een zeker licht en het kind heeft een ander ; dat wil zeggen: de moeder heeft meer en beter licht dan het kind. Het kind zegt: „Ik moet vandaag mijn moeder plezier doen.J\' Zij tracht te doen wat haar moeder haar zegt, en aan \'t einde van den dag komt zij bij haar moeder en vraagt haar: „Moeder, heb ik nu den geheelen dag niet goed opgepast?quot; „Ja, mijn kind, dat heb je; maar dwaas kind! waarom heb je je lei niet opgeborgen? Hoe is je jurk zoo vuil?quot; De moeder oordeelde naar het licht dat zij als moeder had, maar het kind naar het licht, dat het als kind had. Gij zijt niet voor meer verantwoordelijk dan gij zien kunt. Gij handelt naar het licht dat gij hebt.

Maar het licht zal steeds helderder schijnen (Spr. 4 ; 18). Js Morgens om zes uur kunt gij niet veel zien. Er is een licht van \'s morgens zes uur, en een van zeven uur, en een van acht uur, en er is het schit-

28

ocr page 39

REINIGING, VREDE:

terende licht van twaalf uur. Zeg niet: „Die Christen is erg gelukkig; ik ben het niet, daarom kan ik niet gered zijn.quot; Verwacht niet den zegen van dien man. Er bestaat gaslicht, elecirisch licht, licht der sterren en licht van de zon. Gij kunt niet verwachten dat een gaslicht een elec-trisch licht kan zijn. Indien uw geweten u zegt, dat wat gij doet goed is overeenkomstig Gods Woord, dan is het goed, want God zal door uw geweten tot u spreken door middel van Zijn Woord. Gij moet de reiniging door het geloof aannemen. (Hand. 15 : 9). Wanneer gij over iets in twijfel zijt, ga dan op uwe knieën, en vertel het God.

Gij vraagt mij; „Maar hoe hebt gij een gereinigd hart gekregen?quot; Ik ging op mijn knieën en zeide: „Heere Jezus, ik geef mijn alles.quot; „Ja,quot; zeide mijn geweten, „gij hebt alles opgegeven.quot; Toen zeide ik: „Heer, geef mij een nieuw hart over-

29

ocr page 40

„REDDING, VERZEKERING.

eenkomstig Uw Woordquot; — en zeide toen; „Heer, Gij hebt het mij gegeven ; ik dank u, U zij de eere.quot; Ik vroeg één ding; ik vroeg niet een hoop dingen; ik vroeg niet om dit en dat en dat. Er is zooveel eigengerechtigheid in het gebed. Gij maakt een gebed twintig mijlen lang. Bidden is vragen wat gij wenscht (i Kon. 3 : 5).

Nu wat betreft vrede, Indien er twee stemmen zijn in uw hart, dan kan er geen vrede heerschen. Indien twee honden een been vasthouden, dan trekt de een dezen kant op, en de ander dien, en er is een groot gevecht; maar als één hond het heeft, dan zal hij het heerlijk opeten. Indien twee koningen een stad binnentrekken, dan is er oorlog. Wanneer gij een rein hart krijgt, dan komt Jezus er binnen, en Hij is er alleen (Eph. 3 : 17).

Gij waart langen tijd in Christus, maar nu is Christus in u.

30

ocr page 41

REINIGING,quot; VREDE:

Gij waart in Christus en gingt in en uit, zooals gij er lust in hadt; nu is Hij in u en alles is in rust. De sterke man binnen in de kamer, maakt dat alles veilig is. Het kan zijn dat er duizenden en nog eens duizenden guldens in de kamer zijn, maar gij zijt niet bang, want er is een sterke man om ervoor te zorgen.

Het inwonen van Christus bewaart uw hart. God zegt (Jes. 27 ; 3) „Ik zal hem bewaren dag en nacht.quot; Maar hoe lang? (Jes. 46:4) „Tot den ouderdom toequot; — dat zal lang genoeg zijn voor ieder van ons.

Hier is het groote verschil tus-schen Gods bewaren van ons, en ons bewaren van Hem. Het kind dat pas kan loopen, doet niets dan tuimelen, het kan zich heelemaal niet ophouden — dat is gelijk een onbekeerd mensch. Dan houdt het de hand van de moeder vast, maar laat die af en toe los en tuimelt

31

ocr page 42

„REDDING, VERZEKERING,

dan weer — dat is gelijk een Christen met een veranderd hart. Dan zegt de moeder: „O, dwaas kind, laat mij uw hand vasthoudenquot; dan valt het kind nooit — dat is gelijk een Christen met een gereinigd hart. Ik heb mijn hand aan God gegeven, en Hij zegt tot mij (Jes. 41 : 10): „Ik ondersteun u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.quot; Dat is de bewarende macht van Christus, dan hebt gij vrede (Jes. 26 : 3).

Wil ik u vertellen hoe gij Hem moet vertrouwen? Tracht niet te blijven staan, tracht zelfs niet te bidden, tracht niet te gelooven; laat u eenvoudig gaan — rust op Zijn belofte — laat u drijven, gij behoeft niet bevreesd te zijn. Hij zal u niet laten zinken, gij hebt niets te doen dan alleen te drijven op Zijn liefde en Zijn kracht. Dat is het wat ik doe, eenvoudig drijven, drijven. Wil ik u vertellen, hoe dat mij maakt? Altijd gelukkig! Ik kan altijd zingen,

32\':

ocr page 43

REINIGING, VBEDE.\'

ik kan altijd prijzen, ik heb een muziekdoos binnen in mij die altijd speelt, en ik ken geen grooter vreugde dan den wil van God te doen.

33

ocr page 44

„OPLOSSING VAN TJquot; -CJ^l o VELE MOEILIJKHE-

IxOOlUSl. S DEN IN HET CHRIS-* TELIJK LEVENr

I. Verzoeking en zonde.

II. Gevoel en geloof.

III. Fouten in het bidden.

IV. Fouten in het oordeelen.

V. Fouten in bevindingen.

VI. Fouten in het beoordeelen van Gods handelingen met ons.

VII. Fouten in het lijden voor Christus.

VIII. Fouten met het oog op de talenten

die wij hebben.

IX. Fouten in het werken voor God.

Verzoeking.

Verzoeking is een daad, die de duivel doet, om geloovigen tot zondaars te maken. Gij kunt den gan-schen dag hevig verzocht worden, en toch geen zonde doen. Verzoeking is geen zonde; „Jaquot; zeggen tegen de verzoeking, dat is zonde. Christus is verzocht geweest, maar 34

ocr page 45

„OPLOSSING VAN MOEILIJKHEDEN:\'

zondigde niet (Hebr. 4 : 15). Jozef werd verzocht een vreeselijke zonde te doen, en toch werd hij bewaard voor de zonde, omdat hij van de plaats der zonde wegliep. Zoo moet gij geen enkele verontschuldiging voor uw zondigen maken, want verzoeking is geen zonde. Ik raad u aan niet te spelen met de verzoeking, maar er u ver van verwijderd houden. David speelde met ééne verzoeking, en viel in zonde. Wat is het geneesmiddel? Zie nooit naar de verzoeking, maar houd uw oogen gericht alleen op Gods belofte (Ps. 25 ; 15). Een voorbeeld tot opheldering met het oog op verzoeking: — Een kind ziet een suikervaas staan, en ziet de suiker erin. Het houdt zijn oogen op de vaas gericht en zegt bij zichzelf „Wat ziet die suiker er lekker uit, wat is ze wit.quot; Het heeft nog niet gezondigd, maar zoodra het zegt: „Ik zou er wel zin in hebben, ik zal er wat van nemen,quot; dan

35

ocr page 46

„OPLOSSING VAN VELE MOEILIJK-

heeft het gezondigd, al heeft het ook de suiker zelf nog niet genomen.

Zonde.

(Jacobus 4:17; i Joh. 3:4;

1 Joh. 5:17)

Alwat gij doet, of zegt, of denkt tegen de wet van God is zonde, evengoed als uw niet-doen van wat Hij u beveelt te doen. Wat ik bedoel is dit: — Gij moet niets doen wat kwaad is, en gij moet doen wat goed is.

Geloof.

(Hebr. 11 : 1)

Gelooven is: voor waar aannemen wat wij niet gezien hebben. Eerst komt het geloof, dan het gevoel. Ik zal u een voorbeeld geven: — Uw broeder schrijft u een brief, waarin hij u vraagt hem een Bijbel te zenden. Wat zult gij doen, als gij zijn brief ontvangt? Zult gij trachten den brief te voelen, of zult gij den

36

ocr page 47

ÜEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN.quot;

brief gelooven ? Indien gij zegt „Ik moet het eerst gevoelen vóór ik den Bijbel voor hem ga koopen/\' dan zult gij er nooit een voor hem kunnen koopen, en zal hij er dus nooit een krijgen. Een dienstknecht kan zijn loon niet voelen, als zijn meester hem een belofte doet, maar hij gelooft dat hij zal ontvangen wat deze hem als loon belooft. Indien geloof gevoel is, dan kan gevoel geen gevoel zijn; indien gevoel geloof kan zijn, dan kan geloof geen geloof zijn.

God beveelt ons al Zijne gaven door geloof aan te nemen — redding door geloof, verzekering door geloof, reiniging door geloof, heiligmaking door geloof, den Heiligen Geest door geloof; probeer daarom nooit deze dingen door gevoel te ontvangen, want men kan deze dingen alleen door geloof krijgen. Op dezelfde wijze als gij nu geloof hebt in uw slager voor uw vleesch, en in uw bakker voor uw brood, of in het

37

ocr page 48

„OPLOSSING VAN VELE MOEILIJK-

woord van uw meester voor uw salaris, moet gij uw geloof stellen op de beloften Gods voor uw redding en voor alle andere geestelijke zegeningen. Het voelen komt naderhand. „Vrees niet, geloof alleenlijkquot; (Mare. 5 : 36). Gij geloofdet het woord van uw meester met het oog op uw salaris, en gij gevoelt heel wat geld aan het einde van de maand. Wat gij ontvangt door geloof, en wat gij ontvangt door gevoel zijn beide hetzelfde: over het eene verheugt gij u door geloof, over het andere door het gevoel. Over Gods wissel, dat is: Zijn belofte, verheugt gij u door het geloof, over de wissels van honderd gulden van den een of anderen man verheugt gij u door het gevoel. Beide is hetzelfde. Bij het innen van Gods wissel zult gij het resultaat voelen na gehoorzaamheid; bij het innen van den wissel van den een of anderen man, zult gij het resul-

38

ocr page 49

HEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN ■\'

taat gevoelen na dien aan de Bank te hebben overhandigd; maar de waarheid is dezelfde. Een verschillende weg verandert de waarheid niet. Ik vraag u ongeveer 30.000 beloften aan te nemen. Dat zijn uwe wissels. Op deze wissels kunt gij elk bedrag geld neerschrijven. Tracht nooit te gevoelen als van u gevraagd wordt te gelooven, daar gevoel met geloof niets heeft te maken.

Fouten in het bidden.

Vele menschen krijgen in het geheel geen antwoord op hunne gebeden omdat zij vele fouten in het bidden maken. Al uwe ijdele woorden zijn geen gebeden. Gebed is wat gij wenscht (1 Kon. 3 : 5).

(1). Ga na wat gij noodig hebt, vóór gij bidt, en vraag alleen om die dingen, die gij vindt noodig te hebben, geen woord meer.

(2). Bid met verstand (1 Cor. 14: 15). Vraag niet om inkt, als gij een

39

ocr page 50

„OPLOSSING VAN VELE MOEILJJK-

pen noodig hebt. Wat bedoel ik, als ik zeg: „Bid met verstandquot;? Dit; indien gij na uw gebed weet waarvoor gij gebeden hebt, dan hebt gij met verstand gebeden.

(3). Bid overeenkomstig Gods wil. Gij zult zeggen; „Hoe weet ik Zijn wil?quot; Indien gij een kind van God zijt, dan zult gij Zijn wil weten. Een kind weet den wil van zijn moeder, maar een vreemd kind niet. Evenzoo zult gij, indien gij een vreemd kind zijt, den wil van uw Vader niet weten. Indien gij Zijn wil niet weet, vraag den Heer u dien te leeren. Bid dan overeenkomstig Zijn wil (1 Joh. 5 : 14).

(4.) Bid in het geloof. Indien gij niet in het geloof bidt, dan kunt gij niet verwachten te ontvangen; gij trekt dan Zijn wil in twijfel en zult zoo niets ontvangen van God. (Mare. 11:24).

(5.) Bid in den naam van Jezus. (Joh. 14 :14.) Alle gebeden moeten 40

ocr page 51

HEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN.quot;

gedaan worden in den naam van Jezus.

Vraag overeenkomstig deze vijf dingen, geloof dat gij gekregen hebt, hetgeen gij vraagt en dank God vóór gij van uwe knieën opstaat.

Fouten in het oordeelen.

De Christenen van tegenwoordig oordeelen elkander o! zoo gemakkelijk. Zij maken heel veel fouten in het oordeelen. „Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt?quot; (Rom. 14 : 4) „Wie zijt gij, die eenen anderen oordeeltquot; (Jacobus 4 : 12). Sommige menschen oordeelen naar den uiterlijken schijn; Samuel oordeelde Eliab, ziende „zijn gestalte en de hoogte zijner statuur,quot; maar God kende des jongen mans hart. Sommige menschen zijn gewoon te zeggen: „Ik denk dat hij niet bekeerd is.quot; Dat moogt gij niet zeggen. Voorts ; sommige menschen oordeelen anderen, om een enkele fout,

41

ocr page 52

„OPLOSSING VAN VELE MO El LI.] K-

die zij in een broeder vinden. Ook dat is verkeerd. Misschien kon hij niet beter weten, naar het licht dat hij had. Een vader kan heel gemakkelijk zijn kind oordeelen naar het licht dat hij zelfheeft, maar het kind doet goed, overeenkomstig het licht dat het kind heeft. Daarom doet de vader verkeerd indien hij het kind zal berispen, volgens zijn eigen licht. Hoewel het kind heel goed verkeerd kan hebben gedaan, het was er zich niet bewust van, omdat het geen licht had, waardoor het dat zou kunnen weten Kunt gij zeggen, dat een man omdat hij uit een herberg komt, aan het drinken geweest is? of kunt gij zeggen, dat een predikant, gepredikt of gebeden heeft, omdat hij uit de kerk komt? Volstrekt niet, gij doet beslist verkeerd. De man, die eit de herberg kwam, kan daar binnen tractaatjes hebben uitgedeeld; de predikant die uit de kerk kwam, kan hebben zit peinzen over de schuld 42

ocr page 53

HEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN \'

van de kerk. Eli had een verkeerd oordeel over Hanna, terwijl zij aan het bidden was. Een wreed hart kan verborgen zijn onder een aangenaam voorkomen. Een ieder zal gekend worden aan zijn daden (Matth. 7 : 16). „Oordeelt niet naar het aanzienquot; (Joh 7 : 24).

Fouten in bevindingen.

Dit schijnt een groote moeilijkheid te zijn onder de Christenen in deze dagen. Een broeder zegt: „Ik ben niet zoo gelukkig als mijnheer A., hoewel ik toch gelukkig benquot; en een zuster zegt: „Ik zou wel willen, dat ik zoo gelukkig kon zijn als Mevrouw B.quot; Als men tracht de ondervinding van iemand anders te hebben, dan zal dat de ziel in een ontevreden staat brengen.

Naar mate de Christen groeit, zal het geluk vermeerderen. Indien gij zes jaar oud zijt, kwel uzelf dan niet, omdat gij niet zoo sterk zijt

43

ocr page 54

„OPLOSSING VAN VELE MOEILIJK-

als een jongen of meisje van tien jaar. Verwacht niet het licht van twaalf uur te zien, als het zes uur bij u is. Maar bewijst dat nu dat gij nooit het licht van twaalf uur zult zien? Evenals gij het twaalf-uurs licht langzamerhand krijgt, zal ook uw geluk langzamerhand vermeerderen. „Het pad des rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toequot; (Spreuken 4: 18). Gij zijt volkomen gelukkig, hoewel het nog niet zooveel geluk is als gij wel verwacht. Gij hebt een thee-kopje en dat is vol, en Mevrouw A. heeft een emmer en die is vol; „mijn beker is overvloeiendequot; (Psalm 23 : 5).

Fouten in het beoordeelen van Gods handelingen met ons.

Sommige menschen zeggen: „Ik heb verscheidene malen gebeden, dat God mij de gezondheid zou teruggeven, maar Hij antwoordde mijn

44

ocr page 55

HEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN.quot;

gebed niet.quot; Hoe komt dat? Ik zeg u, gij hadt in het geheel niet moeten bidden. Voordat gij gingt bidden, hadt gij moeten weten, wat de oorzaak van uw ziekte was. Ziekte wordt volgens den Bijbel om drieërlei oorzaak tot ons gezonden.

(1). Het kan zijn, wegens uwe zonde (Joh. 5; 14). Vele menschen zijn gestraft geworden wegens hunne zonden. Wij lezen in Gods Woord dat zeker man acht en dertig jaar ziek was wegens zijne zonde. Christus zeide tot hem: „Zondig niet meer.quot;

(2). Ziekte kan gezonden worden, om de een of andere les te leeren (Psalm 119:67 — 75). Zoodra de les geleerd is, zal de ziekte weggenomen worden. David zegt: „Eer ik verdrukt werd dwaalde ik.quot;

(3). Ziekte kan gezonden worden, ter verheerlijking van God (Joh. 11 : 4). Paulus bad driemaal dat zijne ziekte mocht weggenomen worden,

45

ocr page 56

„OPLOSSING VAN VELE MOEILJJK-

maar God zeide: „Mijne genade is u genoegd want Mijne kracht wordt in zwakheid volbrachtquot; {2 Cor. 12 : 9). De ziekte was dus gezonden ter verheerlijking van God.

Ga nu na, voordat gij bidt tot welke van deze drie klassen gij behoort. Indien gij in zonde leeft, belijdt uw zonde en laat ze na en de ziekte zal weggenomen worden. Indien gij bemerkt, dat de ziekte gezonden is om u een les te leeren, leer die les en de ziekte zal weggenomen worden. Indien gij bemerkt, dat de ziekte gezonden is ter verheerlijking Gods, prijs den Heer ervoor en wees gelukkig.

Heel dikwijls heeft God Zijne kinderen gewaarschuwd wegens handelingen, die zij deden, die niet geheel recht waren, en als zij niet letten op de waarschuwingen, heeft Hij hen op hun bed gelegd, totdat zij hunne lessen geleerd hadden. Mor dus niet over Gods handelwijze 46

ocr page 57

HEVEN IN HET CUBISTELIJK LEVEN.quot;

met u, totdat gij de reden, waarom Hij u slaat, hebt uitgevonden. Uw God is getrouw.

Fouten in het lijden voor Christus.

Vele menschen denken, wanneer zij lijden, wanneer zij veracht worden, wanneer zij gehaat worden, dat zij lijden om Christus\' wil. Zij denken dat het lijden hun kruis is. Gesteld een dronkaard kreeg blauwe oogen door zijn vechten, kon hij zeggen, dat dit zijn kruis was? Of iemand was gevangen gezet, omdat hij een misdaad begaan had, kon hij zeggen, dat het zijn kruis was? Of indien iemand, die zich bemoeit had met eens anders zaak, een klap kreeg, denkt gij dat die lijdt voor Christus? Of indien een gierigaard al zijn geld in de Bank verliest, kan deze zeggen, dat hij voor Christus lijdt? Volstrekt niet; deze allen ontvingen wat zij verdienden. Weet

47

ocr page 58

„OPLOSSING VAN VELE MOEIIIJK-

gij wat Christus bedoelt met „Zijn kruis opnemen?quot; Het is dit: lijden „om Mijnentwil en om des Evangelies wilquot; (Mare. 8:35; Lucas 14: 26 — 27). Zijn kruis opnemen betee-kent: verdriet lijden, dat vrienden, betrekkingen, en anderen ons aandoen, omdat wij in Jezus gelooven en Hem getrouw zijn. Zeg daarom nooit, dat gij lijdt om Christus\' wil, wanneer gij lijdt voor uw eigen zonden.

Fouten met het oog op de talenten, die wij hebben.

Vele menschen zijn niet tevreden met de talenten, die God hun heeft gegeven. In plaats van te gebruiken wat God hun heeft gegeven, benijden zij andere menschen hunne talenten. Sommigen ontvangen tien talenten, anderen vijf, anderen slechts één. Allen zullen hun belooning krijgen, indien zij hunne talenten gebruiken naar den wil van den

48

ocr page 59

HEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN.quot;

Meester. De Meester zal den man, die tien talenten heeft niet prijzen boven dien, die er maar één heeft ontvangen, indien zij maar getrouw zijn geweest, ieder in het zijne. De één heeft een talent om te preeken, de ander om te zingen, een vrouw heeft een talent om te onderwijzen, een jongen heeft een gave tot schrijven, een meisje voor muziek, een ander de gave der talen, de een heeft meer geloof dan den ander, en zoo voorts. Alle deze kleine dingen, komen van één Vader, naar den rijkdom van Zijne genade (i Cor. 12:4). Indien ieder getrouw is in het werk, waarin God hem gesteld heeft, dan zal Hij tot hem zeggen: Het is goed gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht, (Matth. 25:21—23) en zoo zult gij zeker zijn van uwe belooning. Indien gij het werk der oogen doet in het lichaam van Christus, dan zult gij uwe belooning hebben; indien een

49

ocr page 60

„OPLOSSING VAN VELE MOEILIJK-

ander een hand is, laat hem zijn werk doen, en ook hij zal beloond worden. Niemand mag zich voor God beroemen (i Cor. i : 29) „opdat geen vleesch zou roemen voor Hem.quot; Alle dingen hebben wij ontvangen, zij zijn niet van ons zelf.

Fouten in het werken voor God.

Vele Christenen denken, dat zij geen dienstknechten van God kunnen zijn, als zij geen predikanten, evangelisten, openlucht-predikers, Zondagschoolonderwijzers enz. worden. Die leer is in den Bijbel niet te vinden (Rom. 12 :3 — 8). Een politie-agent is een dienstknecht van God, indien hij getrouw zijn werk doet. Een kleermaker evenzoo is een dienstknecht van God, indien hij getrouw is in zijn werk. Een keukenmeid is een dienstmaagd van God, indien zij haar eten kookt in de vreeze des Heeren. Een staljon-

5°

ocr page 61

HEDEN IN HET CHRISTELIJK LEVEN.quot;

gen dient den Heer, indien hij de paarden roskamt en op den stal past, alles in de vreeze van den Heer. Zoo is iedere dienstknecht een dienstknecht van den Heer, indien hij getrouw en eerlijk is in de vreeze Gods. Indien God u een Zon-dagschool-onderwijzer heeft gemaakt, wees getrouw in hetgeen u opgedragen is, en wil geen predikant worden. Indien God u een staljongen gemaakt heeft, tracht geen kleermaker te worden, tenzij God er u toe roept. „Een iegelijk blijve in die beroeping, waarin hij geroepen isquot; (i Cor. 7 :20). Tracht nooit iemand anders te worden; door dat te doen, doet gij groot nadeel aan uw geestelijken wasdom; blijf waar God u geplaatst heeft, en prijs God ervoor!

51

ocr page 62

•. i i „hoe moet men

T l nnfrkT A gods woord be-

1 XUU lUO b. STUDEEREN.quot;

Voor ik u schrijven ga over het bestudeeren van Gods Woord, moet ik u eerst iets vragen. Kent gij den Schrijver? (Ex. 5:2; Openb. 1 : 17) Weet gij iets van Hem? Kent gij Hem als uw Vader, Heiland, Vriend? Kent gij Hem als uw Profeet, Priester, Koning? Weet gij wat ik met deze enkele vragen bedoel? Indien gij Hem niet kent, dan zult gij Zijne gedachten en Zijn wil in Zijn boek niet kunnen verstaan. De zoon van een kleermaker begrijpt wat er geleerd en onderwezen wordt in een boek over het kleermaken, maar hij begrijpt een boek over het horlogemaken niet. Hij moet zich met den horlogemaker in verbinding gesteld

52

ocr page 63

„GODS WOOED BESTUDEEREN,-

hebben vóór hij het boek, dat daarover handelt, begrijpt. Hoewel een vreemde het boek kan lezen en er iets van verstaan, zal hij toch niet in staat zijn de verschillende uitdrukkingen te begrijpen, zonder de verklaring van den horlogemaker zelf. Een vreemde moge het in theorie al kunnen verstaan, het in prac-tijk brengen kan hij niet. Ik trachtte photografeeren te leeren met behulp van een boek, maar ik schoot er niet erg mee op, totdat een photo-graaf zelf het mij verklaarde. Indien gij den schrijver van den Bijbel bij ondervinding niet kent, dan begint gij met het begrijpen van den inhoud ervan, om het zoo uit te drukken, aan het verkeerde eind.

Vele menschen willen den Bijbel verstaan, voordat zij den Schrijver van het boek kennen. Joodsche uitdrukkingen, moeten alleen door Joden verklaard worden. Indien gij den Schrijver nog niet kent, dan

53

ocr page 64

„ HOK MOET MEN GODS

kunt gij Hem nu leeren kennen : ga op uwe knieën, vraag God om aan uzelt ontdekt te worden, vraag Hem dan, Zichzelf aan u te toonen, dan zult gij vrede vinden bij God door het geloof in den Heere Jezus Christus. Gij kent den Schrijver nu, en kunt nu den Bijbel bestudeeren. Gij moet gelooven, dat het Gods Woord is. Indien gij niet eerst zeker zijt hiervan, dan zal het bestudeeren van den Bijbel u niets baten. Het zal zijn als een huis zonder fondament (Rom. 14 : 23). Ik zal u het een en ander zeggen om te toonen, dat de Bijbel waar is. (Psalm 119 :42)

(1) Dit is het eenige boek dat alles openbaart, zoowel wat goed als wat kwaad is, zonder iets te verbergen.

Bijvoorbeeld: Mozes was een zachtmoedig man, zoowel als een moordenaar. Het goede, dat David gedaan heeft, wordt ons even duidelijk medegedeeld, als het kwade. Indien

54

ocr page 65

WO O J! IJ BESTUDEEREXV

iemand een boek over den godsdienst schrijft, dan zal hij het al goede laten zien, maar den donkeren kant verbergen (Rom. i : 18).

(2) Alle ongeloovigen en twijfelaars schrijven tegen den Bijbel, maar niet tegen eenig ander boek.

Hoe komt dat? Omdat dit het eenige boek is dat door den Satan gehaat wordt. Hoewel de geloovigen niet gelooven, verandert dit de waarheid toch niet. Waarheid is waarheid (Rom. 3 : 3, 4).

(3) Dit wondervolle boek bevat alles, wat wij moeten weten voor het tegenwoordige en toekomstige geluk en ongeluk beide. Het is als een spiegel, om u uw eigen hart te toonen; „als een vuur en als een hamer, die een steenrots te morzel slaatquot; (Jer. 23 ; 29) Een Indiaan die dit boek wilde critiseeren werd eens bekeerd, voor hij het half door gelezen had; en men vertelt van mijn leermeester Mijnheer Cruikshank, dat

55

ocr page 66

„HOE MOET MEN GODS

hoewel hij totaal blind was, op zijn zestiende jaar de oogen zijns gees-tes door dit boek zijn geopend.

(4) Vele kannibalen zijn tot beschaving gebracht en sommige zijn zendelingen geworden door middel van dit wondervolle boek. Wat doet zwarte en blanke menschen elkander liefhebben? Dit boek. Gij zult misschien zeggen: er zijn menschen, die dit niet inzien. Dat komt, omdat zij niet aan beide zijden zien, om de waarheid te leeren kennen. Gesteld gij hebt een knoopje, dat van voren goud is en van achteren ivoor. Iemand ziet den voorkant en zou nu zeggen, dat het van goud is, omdat hij alleen den voorkant ziet; een ander zegt juist het omgekeerde, daar hij den achterkant van ivoor ziet. Beiden hebben zij immers ongelijk in hunne redeneeringen, omdat zij zich de moeite niet gaven ook den anderen kant te onderzoeken. „Oordeelt niet naar het

56

ocr page 67

WOORD BES TUD EER EN ?\'\'

aanzienquot; (Joh. 7 :24). Gij kunt uit twee zijden geen vierkant maken. Als gij wilt zien of een horloge goed is, zet de wielen, de veer, zet alles op zijn goede plaats, doe er olie in, wind het op, en dan alleen zult gij in staat zijn, te weten of het horloge goed is. Gij kunt het niet weten, tenzij gij het geheim van het geheele horloge leert kennen; alleen iets van de veer te leeren zal u het geheele horloge niet doen begrijpen ; zeg daarom niet dat het horloge slecht is, omdat gij het niet begrijpen kunt; de horlogemaker is de eenige die dit kan, leer het van hem! Nu is de Bijbel als een horloge ; vóór gij de geheele waarheid kent, en weet hoe de waarheid te schikken, en hoe de waarheid op haar plaats te zetten, zult gij den Bijbel niet kunnen kennen als goed. Gij zegt toch niet, dat het horloge slecht is, omdat gij niet weet, hoe gij het geheel in elkander moet zet-

57

ocr page 68

„IJOE MOET MEN GODS

ten. Hoe gij alles op zijn plaats moet zetten, moet gij leeren van den horlogemaker, en niet van den timmerman. Evenzoo, indien gij wilt begrijpen dat de Bijbel waar is, ga dan naar den Schrijver, den Heiligen Geest, niet naar den timmerman, dat zijt: gijzelf. Indien gij naar den Schrijver van het Boek gaat, dan zal Hij u iedere plaats, volgens Zijn eigen weg, en op Zijn eigen tijd verklaren. Probeer niet een leeraar te worden, voordat gij een leerling zijt, anders zal de Leeraar u uit de school jagen. Tracht geen put van twintig el te meten met een lijn van tien el, terwijl gij dan zoudt zeggen : er is geen water. De put is Gods gedachte, en de tien el lange lijn is uwe gedachte. Zeg nu niet, waar gij Zijn gedachte niet kunt meten, dat de Bijbel slecht is. (Jes. 55 ; 8, 9).

Nu zal ik u eenige schriftuurlijke bewijzen geven. Laat ons God zelf laten spreken over Zijn Boek. „Al

58

ocr page 69

VOORD BESTVDEEKENfquot;

de Schrift is van God ingegeven.quot; (2 Tim. 3 : 16). „Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens menschen, maar de heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken quot; (2 Petr. 1 : 21). „Gij hebt het aangenomen niet als der menschen woord, waar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord dat ook werkt in u, die gelooft.quot; (1 Thess. 2 : 13).

Is de Bijbel het beste boek? Ja, want „de Wet des Heeren is volmaakt.quot; (Psalm 19 : 8). Gij zult zien dat de Bijbel een antwoord geeft op alle moeilijkheden, en aan alle klassen van menschen in de wereld iets te leeren heeft. Bijvoorbeeld: indien een jongeling of een jongmeisje meer wil weten omtrent het slechte van wereldsche dingen, ol indien zij met wereldsche menschen wenschen te spreken, dan kunnen zij alles wat zij noodig hebben vin-

59

ocr page 70

„HOE MOET MEN GODS

den in Spreuken en Prediker. Indien gij iets van het dierenrijk wilt weten, ga naar Job. Als gij veel wilt weten van de liefde Gods, ga naar den brief van Johannes, of als gij de innigste gemeenschap met Christus wilt leeren kennen, lees het Hooglied van Salomo. Het Boek bevat vele kostelijke dingen, beloften voor de weduwe, de weezen, de armen, de hulpeloozen, de gevangenen, de kranken in hospitalen; daarenboven zijn er vele ondoorgrondelijke diepten in. Iedere waarheid is door vele duizenden beproefd en bewezen. Ik heb u nu verklaard, hoe de Bijbel Gods Woord ;s, beide door uitwendige redenen, en door innerlijke waarheid. Nu zal ik u vertellen, hoe gij hem bestudeeren moet.

Daar gij den Bijbel gelooft, zijt gij begonnen met het goede fondament, en ik aarzel niet u hierin te helpen, voor zoover God mij onderwezen heeft. Bezit gij een goeden

60

ocr page 71

WOORD BEST UDEEREXT\'

Bijbel ? Koop er een als gij er geen hebt. Koop dien vandaag nog. „Koop de waarheid.quot; (Spreuken 33; 23). „Zijn lust is in des Heeren wet.quot; (Psalm 1 : 2), De Bijbel is een brief van uw Vader. Evenals uw aardsche vader u vele brieven schrijft, zoo heeft uw Hemelsche Vader u één brief geschreven om dien uw geheele leven lang te beantwoorden. Daarom vraagt Hij u, dien met genot te lezen. Er zijn drie soorten brieven — officieele brieven; brieven van een vriend; brieven van hem of haar die men liefheeft. Den officieelen brief leest gij, verscheurt dien en werpt hem in de prullenmand ; een brief van een vriend leest gij, en legt dien voor eenigen tijd op uw schrijftafel; maar de laatste soort leest gij met verrukking, en zoudt dien niet gaarne willen verscheuren. Waarom hebt gij dezen brief liever dan den officieelen brief of dien van een vriend? Omdat gij

61

ocr page 72

„HOE MOET MEX GODS

hem of haar, die dezen brief schreef meer liefhebt dan de anderen. Zoo is het ook, indien gij den Heere Jezus Christus liefhebt boven alles in de wereld, dan zult gij ook Zijn brief liefhebben. David zegt: „Begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.quot; (Psalm 19 :11).

Onderzoek de Schriften.

Het lezen van een hoofdstuk is goed, maar gij zult niet in staat zijn de waarheid in haar geheel te leeren kennen, zonder het onderzoeken van de Schriften. Wat is het onderzoeken van de Schriften? Gesteld gij leest over een zekeren blinde in Mattheus. Gij gaat na in de overeenkomstige plaatsen wat Marcus en ook wat Lucas en Johannes van hem vertellen. Ga den geheelen Bijbel door, wanneer gij een zekere waarheid wilt leeren kennen; wan-gij één Evangelie op deze wijze

62

ocr page 73

WOORD BEST I \'I) EE REN V\'

doorleest, dan zult gij in staat zijn de vier Evangeliën in eens te verstaan. „Onderzoekende dagelijks de Schriften.quot; (Hand. 17:11).

Zoek in de Schrift.

Welk onderscheid is er tusschen onderzoeken en zoeken. Bij het zoeken is het u om de waarheid te doen; zoeken is voedsel vinden voor uwe ziel uit die bij elkander gebrachte waarheid. Een zoeker alleen zal dat vinden. „Zoekt en gij zult vinden.\'J (Lucas 11:9). Wanneer gij zoowel een zoeker als een onderzoeker zijt, dan zult gij de waarheid vinden, en kennen, en bezitten. De farizeër was een onderzoeker; hij begreep heel wat van de Schrift, maar de tollenaar was een zoeker van de waarheid en vond die. „Zoekt in het boek des Heeren.quot; (Jes. 34:16).

Overdenk het Woord.

„Hoe lief heb ik Uwe wet, zij is mijne betrachting den ganschen dag.quot;

63

ocr page 74

„ HOK MOET MEN GODS

(Psalm 119:97). Wat is overdenking? Men kan het lezen vergelijken bij het grazen van een os op de weide; de overdenking is dan het herkauwen. Het haastige grazen doet den os weinig goed^ tenzij hij herkauwt. Zoo kunt gij zooveel hoofdstukken lezen als gij maar wilt, het zal uwe hersenen slechts vullen met kennis en het zal u geen geestelijk voedsel geven, tenzij gij hetgeen gij leest, overdenkt.

Overdenking is het denken over een onderwerp, wat u van nut kan zijn, of waardoor gij kunt worden in \'t verderf gestort. Indien gij Gods Woord bepeinst, zal het u leiden tot eeuwige gelukzaligheid; indien gij denkt over wereldsche dingen, zal het u geen goed doen, en waarschijnlijk u brengen in een treurigen toestand. Zal ik u door een voorbeeld vertellen hoe gij te overdenken hebt? Een meisje heeft van den onderwijzer gehoord dat zij morgen

64

ocr page 75

WOORD BESTUDEER EN?quot;

voor een week vacantie zal krijgen, wat zal zij van nacht in bed over haar vacantie aan Jt denken zijn! Zij zal denken over haar vriendinnetjes en de presentjes die zij zal krijgen van tante en grootmoeder; het zal stellig lang duren eer zij zal inslapen. Af en toe begint zij in eens onbewust te lachen. Hoe komt dat ? Omdat zij zich verdiept had in het genot dat haar vacantie haar zou brengen. Evenzoo is het, indien gij Gods beloften overdenkt, die u spreken over het toekomstige geluk, dan zult gij, evenals Paulus opgetrokken worden tot in den derden hemel (2 Cor. 12 : 2).

De wijze van bestudeeren.

Lees regelmatig. Indien gij niet ordelijk leest, dan zult gij geen voordeel trekken uit de leering, die er in is opgesloten. „Laat alle dingen eerlijk en met orde geschiedenquot; (1 Cor. 14 : 40). Geef plaats aan alles en laat

65

ocr page 76

„ HOE MOET MEN GODS

alles op zijn plaats. Neem niet nu een vers hier, en dan een daar, dat zal u van weinig nut zijn. Bepaal niet voor uzelf, hoeveel gij lezen moet, want daardoor legt gij u aan banden. Dat is de reden, waarom gij zoo dikwijls hebt gezegd: „ik moet lezen.quot; Dat toont dat gij leest omdat gij moet. Het is geen genot voor u. Vele menschen, die tot den Bijbel-Eond beboeren, liggen aan dezen band. Ik ben erg blij, indien gij tot den Bijbel-Bond behoort, dank er God voor! Maar zeg nooit; „ik moetquot;, want vele menschen lezen den Bijbel om hun geweten te bevredigen; zij hebben een soort voldoening na het lezen. Alles wat zij willen is het hoofdstuk doorlezen, terwijl zij hunne harten hebben bij het timmeren of mazen of welk werk zij juist onder handen hebben. Dat is de reden, waarom zij dikwijls den eenen dag niet weten, waar zij den vorigen dag zijn gebleven. Zoudt gij 66

ocr page 77

WOORD BESrVDEERENV

een brief van uw vader eenvoudig lezen, omdat gij dien wilt hebben doorgelezen? Neen, gij leest dien, omdat gij nauwkeurig wenscht te weten, wat hij u zegt. Word in dezen opzichte geen Farizeër of Schriftgeleerde! Zij onderzochten de Schriften om kennis te vergaderen, maar niet om de waarheid te vinden. Ook de duivel kent de Schrift heel goed. Maar kom aan den anderen kant ook niet aan met de een of andere niets-zeggende verontschuldiging: zeg niet, dat gij geen tijd hebt den Bijbel te lezen. De morgen is de beste tijd, indien gij dit zoo kunt regelen. Gij hebt tijd voor alles, waarom niet hiervoor? Gesteld uw vader schreef u tweemaal per week een brief van vijf kantjes, zoudt gij zeggen, dat gij geen tijd hadt dien te lezen? Welnu, indien gij tijd hebt om den brief van uw aardschen vader te lezen, waarom niet dien van uw Hemelschen Vader? Wan-

67

ocr page 78

„HOE MOET MEN GOES

neer gij den Bijbel gaat lezen, ga naar een eenzame plaats, om alleen met uw God te zijn. Ik raad u aan pen en inkt en een schrift mede te nemen, en ook, als gij die hebt, een Concordance. Open uw Bijbel, terwijl gij geknield ligt; vraag den Geest van God u te onderwijzen, en geloof dat Hij dat doen zal. Wees niet afhankelijk van mensche-lijke verklaringen. De Geest van God alleen kan verklaren wat geestelijk is. „De Geest der Waarheid zal u in alle waarheid leiden.quot; (Joh. 16 : 13). Lees langzaam en denk bij wat gij leest, en stel u ieder oogenblik voor het aangezicht van den Heer. Geef onder het lezen acht op alle verzen die u treffen. Houd dan op, en denk over die verzen na, en als een woord verscheidene keeren in een hoofdstuk voorkomt, onderstreep dat woord dan. Als gij klaar zijt met lezen, zoek dan het woord dat gij onderstreept hebt op in de 68

ocr page 79

WOORD BESTl\'DEEIiEN?quot;

Concordance, lees al de overeenkomstige plaatsen, zet ze op een stukje papier, en als gij tijd over hebt, zoek die dan vers voor vers op in uw Bijbel, en lees die. Het doet er niet toe, of het weken duurt om al die plaatsen op te slaan en te overdenken en in de goede orde te zetten. Schrijf ze dan in het net en leg het papier in uw Bijbel. Bij voorbeeld:

God is licht. (i Joh. i : 5).

Christus is licht. (Joh. 9 : 5). Christus is het waarachtige licht.

(Joh. 1 : 9). Geloof in het licht. (Joh. 12 ; 36). Gij zijt het licht. (Matth. 5 :14). Wandel in het licht. (Jes. 2 : 5). Laat uw licht schijnen. (Matth. 5:16).

Indien gij zoo leest, dan is één woord gelijk aan honderd gewoon gelezen hoofdstukken.

Maak u niet bezorgd over plaatsen, die gij niet kunt verstaan. Som-

69

ocr page 80

„HOE MOET MEN GODS

mige plaatsen zullen u geopenbaard worden, als gij opwast in de genade, en andere zullen u eerst geopenbaard worden, wanneer gij Jezus zult zien in Zijn heerlijkheid, (i Cor. 13 : 12, Deuter. 29 : 29).

De Bijbel is een boek, dat niet kan gemeten worden, door de kennis van ons verstand. Het is alleen den kinderkens geopenbaard. De Geest van God onderwijst alleen kinderkens. Indien gij zegt: „Ik zie,quot; dan weet ik dat gij niet de persoon zijt, die geleerd moet worden. De Geest van God wil niets doen aan hen, die zeggen: „ik ziequot; (Joh. 9:39); maar Hij zal hen leeren, die zeggen: „Wij zijn blind,quot; en hen, die weten en zeggen, dat zij kinderkens zijn. „Gij Vader, hebt ze den kinderkens geopenbaard.(Matth. 11 : 35).

De gedachte Gods is als een zee — sommige plaatsen zijn ondiep^ daar kan zelfs een kind wandelen, op andere plaatsen daarentegen zou

70

ocr page 81

WOORD BESTUDEERENf

zelfs een olifant moeten zwemmen. Indien gij nu een kind zijt, probeer dan niet daar te wandelen waar zelfs een olifant moet zwemmen. Bemoei u niet met de lessen voor oudere leerlingen, als gij uw „lessen voor eerstbeginnendenquot; nog niet door zijt. Vele menschen, die pas bekeerd zijn, willen alle moeilijke plaatsen begrijpen, voordat zij er geschikt voor zijn, of voordat God ze hun wil openbaren. Zij doen als een kind dat een kalfscotelet wil hebben, vóór het nog tanden heeft. Het kind heeft alleen melk noodig; kalfs-coteletten kan het krijgen, als de tanden er zijn. O, pas bekeerden! indien gij ziet dat gij nog geen tanden hebt, dan bedoelt God daarmee, dat gij alleen melk zult hebben; vleesch zult gij krijgen wanneer gij tanden hebt gekregen. Een moeder zal haar kind, dat nog aan de borst is, geen vleesch geven; indien zij dat doet zou ik haar dom

71

ocr page 82

„ HOE MOET MEN GODS

noemen. Mijn God is wijs, en Hij zal die fout niet met u maken. Satan is er altijd op uit om de moeilijke plaatsen aan pasbekeerden te geven, en laat hen er zóó over redeneeren, dat zij er niet uit kunnen komen. Drie jaar geleden ben ik in die fout gevallen. Past op; ik raad u aan, jonge vrienden, niet te gaan redeneeren over welke verzen ook, voordat God ze u openbaart. Indien gij ze wilt weten, ga naar Hem en vraag Hem ze u te openbaren. Indien Hij dat niet doet, wacht dan. Hij zal ze u openbaren, als gij opwast in genade (Rom. 11:33).

Tracht niet een stelling in den Bijbel te bewijzen alleen uit één enkel vers. Gij hebt altijd twee getuigen noodig, om iets te bewijzen. Gij moet uw Bijbel medenemen naar iedere godsdienstoefening, die gij bijwoont, (ik bedoel den geheelen Bijbel, niet alleen het Nieuwe Testa-ment) omdat alles wat gij hoort, uit

72

ocr page 83

WOORD BESTUÜEEREN?quot;

het Woord van God\'moet bewezen worden. Indien gij uw Bijbel zichtbaar kunt dragen, zooveel te beter, maar dat is geen bevel, alleen een raad. Ik raad u stellig aan ten minste één vers per dag van buiten te lee-ren. Het kan den duivel niet veel schelen of gij een Bijbel bij u hebt, maar hij is er o! zoo bang voor, als hij ziet, dat gij uw Bijbel in uw hart mededraagt, want de Bijbel is uw tuighuis. Hoe kunt gij de wapens krijgen, die gij noodig hebt, als het tuighuis een paar uur ver weg is. Gij moet uw tuighuis binnen in u hebben. Bestudeer den Bijbel niet voor anderen, doe het ook niet om boeken te schrijven, of om er over te redeneeren, maar bestudeer hem voor uzelf, om er zelf het voordeel van te hebben. Wanneer gij den Bijbel niet voor uzelf bestudeert, dan ligt het voorwerp, waarvoor gij het doet, buiten u, dat is: gij vraagt anderen te eten voor u. Vele ongeloo-

73

ocr page 84

„GODS WOORD BESTUDEERENV

vigen, twijfelaars, en de duivel zelf ook, bestudeeren den Bijbel voor anderen. Begin het Nieuwe Testament en de Psalmen te bestudeeren voordat gij het Oude Testament bestudeert, daar zij de sleutel voor het Oude Testament vormen. Zonder een sleutel kunt gij geen kamer opendoen. —

Als gij nu het bovenstaande alleen leest, zal het u geen goed doen, tenzij gij het dadelijk met Gods hulp gaat in praktijk brengen. „Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij zoo gij ze doetquot; (Joh. 13:17)

„Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die hooren, de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabijquot; (Openb. 1 : 3).

74

ocr page 85

Hoofdst. 5. ZIELEN \'wiNNENr\'

Er zijn vijf soorten menschen, die werkzaam zijn in den dienst des Heeren.

(1) Zij die Christus prediken door nijd en twist. (Phil. 1 : 15).

(2) Zij, die prediken om van menschen geprezen te worden. (Joh. 12 : 43).

(3) Zij^ die prediken opdat zij in het vleesch zouden roemen. (Gal. 6:13, Matth. 23 : 15).

(4) Zij, die prediken uit plicht. (Lucas 11: 46).

(5) Zij, die Christus prediken uit liefde. (2 Cor. 5 : 14).

Vele Christenen willen gaarne zielen winnen, maar als zij dan hoo-ren wat dat kost, dan deinzen zij terug. Indien gij er een van dit

75

ocr page 86

„ HOE MOET MEN

soort zijt, lees dit dan niet, het zal slechts tijdverspilling voor u zijn. Maar aan den anderen kant, wanneer gij begeerig zijt, ernstig en oprecht, zielen te winnen, dan wil ik u gaarne iets zeggen.

Vooreerst. — Indien gij een zielenwinner wilt worden, dan moet uw eigen ziel eerst gewonnen zijn. Zijt gij gered? Indien niet, neem dan Zijn woord niet in uw mond. (Psalm 50: 16 — 20). Weet gij dat uw zonden vergeven zijn? Kunt gij opzien tot God, en zeggen: „Ik ben de Uwe, Heer?quot;

En dan. Zijt gij werkelijk een ziel gezalfd voor Zijn dienst? Zijt gij werkelijk geroepen, verkoren, afgescheiden? (Rom. 1 :1; 2 Cor. 6 : 17). Indien gij deze eigenschappen niet hebt, dan kunt gij nooit een zielenwinner worden. Velen willen zielen winnen op hun eigen wijze, en als zij dan teleurgesteld worden, dan werpen zij de verantwoordelijkheid

76

ocr page 87

ZIELEN WINNEN?quot;

op God, zeggende : dat Hij de zielen wel zal bekeeren, wanneer Hij dat wil, wij hebben er ons niet mee te kwellen. Indien gij dat zegt, dan doet gij beslist verkeerd; God zendt nooit Zijn dienstknechten uit onder deze voorwaarden. Indien gij een toebereide ziel zijt, dan zult gij luisteren naar wat ik u nu zeg. Een zielen-winner moet zoowel geheiligd zijn als gered. Wat is geheiligd? Afgescheiden van, toegewijd aan. (i) Ledig zijn van zichzelf, (2) de gestaltenis eens dienstknechts aannemen, (3) gehoorzamen zelfs tot den kruisdood toe. (1) Ledig zijn van alles — dat is, gij zijt minder dan niets. (Jes. 41 : 24). Indien gij minder zijt dan niets, kan er ook niets in u zijn. Geledigd zijn van alles, wat de wereld voor het beste houdt. (Phil. 2:7 — 8). (2) Het werk eens dienstknechts doen; trouwe dienstknechten vragen geen uitlegging aan den Meester, maar zij ge-

77

ocr page 88

„ HOE MOET MEi\\

hoorzamen eenvoudig; zij gehoorzamen ten koste van alles. (3) Verlies uw leven, wees willig om uw leven voor Christus te verliezen — dat beteekent: volg Hem zelfs tot den dood des kruises toe.

Ik wil u door een voorbeeld verklaren wat gij zijt. Hier is een visscher, een hengel, een lijn, haak en aas. Wie is de visscher? De Heilige Geest. Gij zijt de hengel, de lijn is uw geloof, de haak is de wet, en het aas is het Evangelie. Voordat de visscher den hengel gebruikt, moet die klaar gemaakt zijn. De hengel moet eerst, als tak nog aan den boom zittende, gekozen worden, zoo moet gij uit andere men-schen gekozen worden; de hengel moet glad gemaakt worden om voor Jt visschen te kunnen gebruikt worden, zoo moet gij glad gemaakt worden — dat is, gereinigd en gevuld, vóórdat de Heilige Geest den hengel in Zijn hand neemt, om dien

78

ocr page 89

ZIELEN WINNEXV

te gebruiken. Zijt gij op deze manier geschikt gemaakt? Dan wordt er een insnede in den hengel gemaakt, op de plaats waar de lijn moet worden vastgemaakt, zoo maakt de Heilige Geest ook u geschikt. De haak is de wet. Alleen wanneer een mensch de wet van God hoort, kan hij den last van zijne zonden voelen; dat kan niet, vóórdat de Geest van God door Zijn wet tot de ziel spreekt. Daarom moet gij door de kracht van den Heiligen Geest de wet van God prediken, want de wet is de leermeester, die naar Christus heenleidt, en het aas is het Evangelie, dat de haak — de wet — overdekt, dat is: nadat een zondaar overtuigd is door het hooren van Gods wet, hebt gij het Evangelie aan hem te prediken, dat den geheelen last van het hart, veroorzaakt door de wet, daarvan afneemt. En gij, de waardelooze hengel, doet in deze zaak niets; maar de Geest van God doet al het werk

79

ocr page 90

„HOE MOET MEN

zelf, door middel van den hengel — dat zijt gij. Gij hebt dus geen roem van uzelf, maar de roem komt den Visscher, den Heiligen Geest toe, die den hengel gebruikt. Gij zoudt kunnen zeggen: wordt met den visscher, niet de discipel bedoeld, omdat Christus zeide: „Ik zal maken, dat gij visschers der menschen zult wordenquot; ? (Marc, i : 17). Daar staat: maken; nu, evenals de hengel wordt gij geschikt gemaakt ; gij zijt niet actief, maar passief. — „Ik zal u (tot) visschers der menschen maken.quot; (Matth. 4: 19).

Opdat gij nu gebruikt zult kunnen worden, moet gij (1) de stem kennen (2) gij moet leiding hebben (3) gij moet een boodschap hebben (4) gij moet wijsheid bezitten.

Al deze dingen zal ik u verklaren.

1. De stem.

Nadat gij voor den dienst des Hee-ren zijt gezalfd, zijt gij en God samen

80

ocr page 91

ZIELEN WINNEN\'

bijeengekomen, „zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn ?quot; (Amos 3 : 3). Gij zult dus in staat zijn Zijn stem te kennen, wanneer Hij spreekt. Mijne schapen kennen Mijne stem (Joh. 10 : 4). Een kind zal zich niet vergissen in het verstaan van moeders stem. Als het kind de stem verstaat en kent, zal het nauwkeurig weten, wat het doen moet, als het de stem hoort. Zoo zult gij eveneens Zijne stem kennen, als Hij tot u spreekt, en gij zult doen juist wat Hij wil dat gij doen zult. „Dit is de weg, wandelt in denzelvenquot; (Jes. 30 : 21).

2. De Leiding,

„Ik zal u leiden met mijn oogquot; (Ps. 32 : 8 Engelsche tekst). Als gij dus Zijne leiding wilt zien, moet gij uwe oogen op Hem gevestigd houden. Als gij uwe oogen van Hem afslaat, zult gij Zijne leiding niet kunnen weten, want met Zijne oogen

81

ocr page 92

„HOE MOET MEN

leidt Hij u. Vele menschen weten niet, wanneer zij moeten spreken, en wanneer zij niet moeten spreken, want hunne oogen zijn van den Heer afgeslagen, en zij rennen op een verkeerden tijd naar iemand toe, om hem naar zijn zielstoestand te vragen, zoodat hij boos wordt. Bovendien, wanneer iemand de leiding mist, dan dwingt hij zichzelf om te spreken, en is dan dikwijls teleurgesteld door de resultaten.

3. De Boodschap.

Wat is een boodschap? Het is iets, direct van God gekomen, om uit te geven. „Zie, Ik geef Mijne woorden in uw mondquot; (Jer. 1 : 9). De Bijbel is vol waarheden, maar God geeft, wanneer Hij wil, een boodschap daaruit. Het kan zijn dat gij weet hoe gij moet prediken, maar dit is geen boodschap. Een boodschap is wat God u zegt, dat gij aan anderen moet vertellen; het kan u toeschij-

82

ocr page 93

ZIELEN WINNEN!quot;

nen niet de juiste boodschap te zijn, maar gij moet die brengen. De boodschap kan eenvoudig zijn; „Kom tot Jezusquot; zooals de Samaritaansche vrouw zeide; „Kom en ziequot;. Wanneer gij de boodschap krijgt zal die branden in uw ziel (Jer. 20:9); het zullen geen ledige woorden zijn; ze zullen Jezus verheerlijken. „De Geest zal van zichzelven niet spreken, maar wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij sprekenquot;. „Hij zal mij verheerlijkenquot; (Joh. 16 : 13, 14).

4. Wijsheid.

Met de boodschap die gij moet brengen, moet gij ook wijsheid bezitten. Wat is wijsheid? Gij moet uw boodschap op zulk een wijze brengen, dat de ziel niet afgestooten wordt. Gij moet de natuur van den persoon tot wien gij spreekt eenigs-zins kennen; sommige menschen willen liever afzonderlijk toegesproken worden (Matth. 18 : 15) en zij

83

ocr page 94

1

„HOE MOET MEN

zullen zich beleedigd gevoelen, als gij hen ten aanschouwen van anderen toespreekt. Anderen zijn zeer deftig; daarom moet gij ze ook met zekere deftigheid toespreken, want ^ als gij opgewonden met deze men-schen praat, dan stoot gij ze af. Verwacht niet, dat zij dadelijk tot uw gevoelen zullen overkomen, maar gij moet tot het hunne gaan, totdat zij tot het uwe gebracht zijn. Indien gij een kind wilt leiden, dan moet gij gelijken tred met het kind houden, totdat het kind in staat is gelijken tred te houden met u. Het kind kan in het eerst u met uwe lange beenen niet bijhouden. Vele menschen begrijpen uw: „Hallelujahquot; en „Amenquot; niet, daarom moet gij God om wijsheid vragen, zelfs in het gebruiken van deze uitdrukkingen. Als gij een ziel door uwe « woorden verjaagt, dan zijt gij geen zielen-winner. Paulus was allen alles (i Cor. 9 : 19 — 22). Gij moet een

84

ocr page 95

1

ZIELEN WINNEN?quot;

Jood zijn, als gij een Jood, en een Griek als gij een Griek moet wezen. Ik zal u een voorbeeld geven. Een slager was bekeerd, en hij besloot ^ bij zichzelf tot den eersten persoon,

die den volgenden morgen in zijn winkel zou komen, over Jezus te zullen spreken. Den volgenden morgen kwam een jong meisje den winkel binnen met een mand om wat vleesch te koopen. Juist was de slager bezig zijn mes aan te zetten, en opziende vroeg hij het meisje, terwijl hij steeds doorging met het scherp maken van zijn mes: „Zijt gij bereid te sterven, mijn kind?quot; Nauwelijks had hij uitgesproken, of het meisje holde weg, denkende dat hij haar wilde dooden. De slager stond versteld, hij had de gelegenheid verloren beide om het vleesch ^ te verkoopen en om de ziel te winnen. Hoe kunt gij deze wijsheid krijgen? Vraag ze God. „Indien iemand van u wijsheid ontbreekt,

85

ocr page 96

„ UOE MOET MEN

dat hij ze van God begeerequot; (Jac. i:5)-

Fouten in het zielen-winnen.

(1) Vele menschen schijnen te denken, dat zij dan alleen geschikt zijn om zielen te winnen, als zij al hun eigen werk opgeven en uit gaan als zendelingen; dit is volstrekt niet zoo: wees daar waar God u heeft geplaatst. „Gelijk de Heer een iegelijk geroepen heeft, dat hij alzoo wandelequot; (1 Cor. 7 : 17). Gij kunt in de keuken evengoed een zendeling zijn, als een predikant in zijn wijk. Als gij getrouw zijt in uw keukenwerk, zult gij dezelfde belooning ontvangen, als de predikant, want gij zijt in de keuken getrouw geweest aan uw Meester (Matth. 25:21), door in uw kooken te toonen, dat gij een waar Christen zijt. Zoo is het eveneens met den kleermaker, ketellapper, tuinman, staljongen, winkelier, met den ambtenaar bij

86

ocr page 97

ZIELEN WINNENT\'

het gouvernement, met ieder, welk werk hij van God heeft te doen gekregen.

(2) Andere menschen zijn erg ontmoedigd, als zij niet op dezelfde manier gebruikt worden, als anderen. Een timmerman heeft verscheidene gereedschappen in zijn winkel, maar dagelijks gebruikt hij die niet alle, misschien gebruikt hij vandaag alleen zijn hamer, terwijl de zaag en de andere gereedschappen, wellicht zorgvuldig ingesmeerd en opgeborgen in flanel, opdat zij niet zouden roesten, ongebruikt blijven. Toch worden de gereedschappen die gebruikt worden en die niet gebruikt worden op gelijke waarde geschat: het ééne wordt vandaag gebruikt, het andere, als dat nu de wil van den meester is, blijft zorgvuldig opgeborgen. Eveneens kunt gij misschien tien dagen lang geen boodschap krijgen, de Meester wenscht dat gij aan Zijne voeten zit en meer

87

ocr page 98

„ HOE MOET MEN

leert van Hem. Hij wil, dat gij stil „aan den dorpel in Zijn huisquot; zijt (Ps 84 : 11). Ons wordt alleen gezegd Zijn wil te doen. „Mijne spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, die Mij gezonden heeftquot; (Joh 4 : 34). Degene die met een boodschap uitgaat is evengoed als degene, die stil, zooals hem gezegd is, aan de poort zit van \'s Meesters huis. „Uw wil geschiedequot; (Matth. 6:10). Dienstknechten hebben alleen den wil van den meester te doen.

(3) Anderen weer denken: „Zou ik niet meer voor mijn Meester doen, als ik het werk, waaraan ik nu bezig ben, opgeef?quot; Mijn vriend, gij doet er God geen genoegen mee, wanneer gij meer werk wilt doen, het verheugt Hem alleen, wanneer gij Zijn wil doet. In een veldslag, bijvoorbeeld, komen niet allen in het vuur; er zijn er die in het kamp moeten achterblijven, toch worden beide deelen op gelijke waarde ge-

ocr page 99

ZIELEN WINNEN?quot;

schat, beide immers gehoorzamen aan hetgeen hun bevolen is.

(4) Weer anderen zijn niet tevreden of zij moeten in iedere bijeenkomst spreken of bidden. Als men hun niet vraagt om te spreken of te bidden, dan worden zij boos; dat is een teeken dat zij niet geschikt gemaakt zijn door den Heiligen Geest. Hoe kan een boodschapper uit het huis van zijn meester gaan, zonder een boodschap van zijn meester te hebben? De men-schen zullen er geen nut van trekken, omdat hij geen boodschap van zijn meester had, maar zijn eigen woorden sprak.

(5) Sommigen zijn niet in staat zielen te winnen, omdat zij trachten hen voor Christus te winnen, voordat zij hen voor zichzelf hebben gewonnen. Eerst moet gij een ziel winnen voor uzelf: door uw liefde, dan zullen zij naar u luisteren, en zult gij hen winnen voor Jezus.

89

ocr page 100

„ HOE MOET MEN

Indien gij alleen de woorden hebt, en de liefde niet, dan zijt gij niet geschikt gemaakt door den Heiligen Geest. De menschen bekommeren zich niet om uw preek, maar wel om uw leven. Liefde is het leven. Lees i Cor. 13, het geheele hoofdstuk. „Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijne discipelen zijt, zoo gij liefde hebt onder elkanderquot; (Joh. 13 : 35).

(6) Sommigen trachten zielen te winnen, zonder tot hen af te dalen. Zij vinden het te min om in kleine huisjes te gaan, in hutten, hospitalen, steegjes en zoo voorts. Zij denken er niet aan om de hand te geven aan een eenvoudigen handwerksman, maar zeer gaarne bewegen zij zich in een deftig gezelschap. Als het zoo gesteld is met u, dan zijt gij slechts een Farizeër, dan zijt gij niet geschikt gemaakt door den Heiligen Geest. „Tracht niet naar de hooge dingen, maar voegt u tot de 90

ocr page 101

ZIELEN WINNEN?quot;

nederigenquot; (Rom. 12 : 16). Indien gij zielen wilt winnen, dan moet gij doen zooals Jezus deed. Hij verkeerde zoowel met de rijken, als met de geringe tollenaars. Indien gij die gestalte niet aanneemt, dan deedt ge beter het werk maar op te geven.

(7) Sommigen verwachten nooit, dat de zielen gewonnen zullen worden, als zij de boodschap brengen ; zij doen het eenvoudig als een plicht. Wanneer het zoo met u gesteld is, zult gij ook nooit zielen winnen, want dan is het u geen ernst met deze hoogst belangrijke zaak. Gij moet God niet lasteren; want indien Hij u nu eens zielen geeft te winnen, en gij verwacht dat niet, dan zult gij verwonderd zijn; dat toont immers dat gij twijfelt; gij zijt dan niet geschikt gemaakt door den Heiligen Geest.

(8) Sommigen zijn niet tevreden met eenvoudig het Evangelie te

ocr page 102

„ HOE MOET MEN

preeken. Zij komen met heel veel voorbeelden en verklaringen met Grieksch en Latijn aan. Indien gij een van diegenen zijt, zoo zijt gij niet geschikt gemaakt door den Heiligen Geest. Gij moogt ophelderingen en beelden gebruiken, maar gebruik ze niet in plaats van het Evangelie, en wees niet tevreden, omdat gij heel wat gezegd hebt, denkende, dat dat zielen zal winnen. Openbaar alleen de nieuwe Waarheid, welke is Christus. Ik ben de Waarheid (Joh. 14 : 6).

Ten slotte: een zielen-winner moet al de door mij genoemde eigenschappen bezitten; en hij moet nooit vergeten, dat hij maar de gewone hengel is, door den Heiligen Geest geschikt gemaakt. Al het werk wordt door den Heiligen Geest gedaan, door middel van u; Hem komt dus alle prijs en alle eer toe.

Nu, mijn broeder, indien gij deze dingen niet bezit, ga dan op uwe knieën, wijd uzelf geheel aan den

92

ocr page 103

ZIELEN WINNEN?quot;

Heer toe (Rom. 12 : 1, 2) en ontvang den Heiligen Geest door geloof en gehoorzaamheid (Hand. 5 : 32), getuig dan wat God voor u gedaan heeft en doe alleen den wil van den Meester, waar Hij u ook plaatst. Prijs den Heer voor dat gezegende werk!

93

ocr page 104

T T r, , , , „PRACTISCHE EN

Hoofdst. 6. iïJlf/Sïfë\'.H\'™

Voordat ik tot u ga spreken over heiligheid, wil ik u eerst een paar vragen stellen, i. Zijt gij er zeker van, dat uwe zonden vergeven zijn? 2. Hebt gij verzekerdheid des geloofs ontvangen ? Indien God u eens zou oproepen, terwijl gij nu aan het lezen zijt, zoudt gij bereid zijn Hem te ontmoeten? Zoo ja, dan zijt gij het met wien ik over heiligheid wil spreken. Gij moet oppassen niet aan het lezen te beginnen met een vooropgezette verkeerde meening.

Gij moet lezen biddende, dat God de lezing zegene aan uwe ziel; met uw Bijbel naast u, om al de verzen die ik aanhaal, te kunnen opslaan. Ik vraag u ook, hetgeen ik zeg, niet te beoordeelen naar uw eigen on-

94

ocr page 105

„SCHRIFTUURLIJKE HEILIGHEID quot;

dervindingen, of naar de ondervindingen van andere menschen, of naar wat uw predikant zegt, of naar de verklaring van den een of anderen geleerden man, maar alleen naar het woord van God. Indien gij deze dingen opmerkt zult gij de waarheid leeren kennen, en de waarheid zal u vrij maken.

Welnu, heiligheid is niet gedeeltelijk. Vele geloovigen schijnen te denken, dat onze heiligheid niet volkomen is, dat die alleen volkomen zal worden wannneer wij gestorven zijn. Indien gij, wanneer gij sterft, een zondaar zijt, die geen vergiffenis heeft ontvangen, dan zult gij in uw zonden sterven, en ook nog na uw dood een zondaar zijn, die geen vergiffenis ontvangen heeft. De dood maakt alleen een einde aan uw leven, maar verandert uw leven niet. God zegt: „Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is volmaakt isquot; (Matth. 5 :

95

ocr page 106

„PRACTISCUE EN SCURfF-

48). Wanneer ik zeg: Christenen moeten een volkomen heiligmaking hebben, dan bedoel ik alleen een Christelijke volmaaktheid, zoover als God die van hem vraagt. Er is een goddelijke volmaaktheid, welke Christenen niet bereiken kunnen en God ook niet verlangt dat zij zullen bereiken. Wat is Gods volmaaktheid? Het is absolute volmaaktheid; niets kan worden toegewijd aan, en afgenomen van Zijne volmaaktheid. Engelen zijn ook volmaakt, maar niet in vergelijking met de volmaaktheid van God. Der engelen volmaaktheid is niet de standaard van de volmaaktheid Gods. Des Christens volmaaktheid is naar de volgende verzen : — „Zoo velen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal God u openbaren; doch daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelenquot; (Phil. 3 : 15, 16).

96

ocr page 107

TUURLIJKE IIEILIGIIEW

Ik zal u een beeld geven, opdat gij het zult kunnen begrijpen. Een kind van één jaar oud is een volmaakt kind, maar niet een volmaakte jongen of een volmaakte man, alleen een volmaakt kind. Al is het kind nu geen volmaakte jongen of volmaakte man, dat verandert het feit niet, dat het kind volmaakt is. Het is alleen een verschil in ontwikkeling, niet in hoedanigheid. Evenzoo moet nu des Christens volmaaktheid opgevat worden. Sommigen zijn volmaakt als een kind van één jaar oud; anderen als een jongen; weer anderen als een jonge man; en nog anderen als een oude van dagen. Allen zijn volmaakt, verschillend zijn zij alleen in ontwikkeling, gelijk het kind even volmaakt is als een oud man van negentig jaar oud. Waar ligt het verschil? Is er eenig verschil in volmaaktheid ? Neen; het eenige verschil is gelegen in de ontwikkeling. God zegt niet: „Ga voort

97

ocr page 108

„PRACTISGIIE EN SCURIF-

van onvolmaaktheid tot volmaaktheidquot; ; maar Hij zegt: „laat ons tot de volmaaktheid voortvarenquot; (Hebr. 6 : i).

Een appel is een volmaakte appel van het begin af, het eenige verschil is gelegen in zijn grootte. Wat zult gij zeggen, als hij klein is? Zult gij zeggen, dat het een onvolmaakte appel is? Weineen; want de appel is, klein zijnde, even volmaakt als hij het groot is. Zoo is dus ten slotte Gods bevel: „Weestdan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is,quot; niet slecht, hoewel gij het niet begrepen hadt. Gods waarheid is waarheid. „God is getrouwquot; (2 Cor. 1 : 18).

Ik zal u eenige verzen geven over volmaaktheid: — „God vol-make uquot; (Hebr. 13 : 21). „Opdat wij zouden een iegelijk mensch volmaakt stellen in Christus Jezusquot; (Col. 1 : 28). „Hierin is de liefde bij ons volmaakt — dat gelijk Hij

98

ocr page 109

■

rVÜR LIJKE HEILIG HEID.quot;

is, wij ook zijn in deze wereldquot; (i Joh. 4 ; 17). Geloovigen zijn volmaakt in liefde, gelijk Christus het is; niet in gelijke mate als Hij het is, maar in qualiteit volmaakt. Gij ziet „Hij isquot; „wij zijnquot; staan beiden in den tegenwoordigen tijd; dat is omdat de geloovigen het in dit tegenwoordig leven zijn.

Nu zal ik u vertellen, hoe ver de groei, de ontwikkeling der volmaaktheid gaat. God verlangt dat wij in volmaaktheid zullen toenemen „totdat wij allen komen tot eenen volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christusquot; (Ephes. 4 ; 13). Nu weet gij waar uw heiligmaking moet beginnen — zij begint met volmaaktheid en eindigt met volmaaktheid. Zij begint met een volmaakt kind en eindigt met een volmaakten man; Christus. Gij zoudt kunnen zeggen: „Wanneer weten wij dat wij kinderkens in heiligheid zijn?quot; Als wij „jonge kin-

*

■

99

ocr page 110

„PBACriSCUE EN SCHRIF-

deren in Christusquot; (t Cor. 3 : 1) zijn. Hoewel kleine kinderen even volmaakt zijn, als volwassenen, zijn zij niet sterk. Geen verschil in volmaaktheid, maar in kracht. Welnu, heiligmaking wordt niet toegerekend, maar wordt medegedeeld. Indien gij de volgende woorden leest, dan zult gij zien, dat God beveelt heilig te zijn. Het moet dus gedaan worden door u. Hij zal geen bevel geven als Hij het niet meent. „Zijt heilig, want Ik ben heiligquot; (1 Petr. 1 : 16). „Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt isquot; (Matth. 5 : 48). „Dit is de wil van God, uwe heiligmakingquot;. „Want God heeft ons niet geroepen, tot onreinigheid, maar tot heiligmakingquot; (1 Thess. 4 : 3, 7). „Wij zijn, gelijk Hij isquot; (1 Joh. 4 : 17). Dit is de standaard van Gods heiligheid en deze teksten bevelen, dat gij heilig moet zijn. Als heiligheid toegere-

100

ocr page 111

\'CUVRLIJKE HEILIGHEID.

kond was, dan zou er geen bevel tot heiligmaking zijn. Gij zult zeggen: Hoe kan dat? Er staat toch: „Christus is onze heiligmaking ?quot; Denkt gij, dat gij maar kunt zondigen, en dat Zijne heiligmaking dan zal komen en uwe zonden zal bedekken, zoodat God ze niet zien zal? Meent gij dat? Denkt gij dat het vers dat beteekent: „Christus is onze heiligmaking?quot; Indien dat het geval is, dan zou God niet hebben bevolen : „Weest heiligquot;. „Jaag den vrede na met allen, en de heiligmaking zonder welke niemand den Heere zien zalquot; (Hebr. 13 : 14). „Voleindigende de heiligmaking in de vreeze Godsquot; (2 Cor. 7 : 1). „Gij hebt uw vrucht tot heiligmakingquot; (Rom. 6 : 22). Hoe legt gij al deze verzen uit, wanneer gij zegt dat de heiligmaking toegerekend is? Zal ik u de uitdrukking: „Christus onze heiligmakingquot; verklaren? „Christus is ons geworden heiligmakingquot; staat

101

ocr page 112

„PRACriSüHE EX SülIKlF-

in i Cor. i : 30. Wat beteekent dat nu? Dit: Christus, onze heiligmaking, bereikt onze harten, en werkt zelf door ons. Nu kunt gij die verzen, die ons bevelen heilig te zijn, daarmede in overeenstemming brengen; maar indien gij het opvat als toegerekend, dan weerspreekt gij de gansche Schrift. En niet alleen dat, maar door het zoo op te vatten en uit te leggen, zullen zondaren tot de verdoemenis gebracht, geloovigen verward worden en kinderen van God zullen gaan slapen in hunne zonden, denkende : „Christus zal wel voor onze heiligmaking zorgen.quot; Nu zult gij dus weten dat die niet toegerekend, maar medegedeeld is. Moge God u, vóór ik u nu aantoonen za\\, dat die kan medegedeeld worden aan tt, eenige van die woorden in den Bijbel verklaren, die door vele geloovigen in de negentiende eeuw verkeerd verstaan worden.

102

ocr page 113

TUUELIJKE UEILJGUEW:

Lees de volgende verklaringen met een nederigen geest en een gehoorzaam hart, daar God ze u direct van den hemel leert, omdat zij allen door de Schrift tot ons komen:

(1) Dat „onze oude mensch met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde teniet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienenquot; (Rom. 6 : 6). Is dat waar van u? Indien gij slaaf zijt der zonde, dan is uw „oude menschquot; niet met Christus gekruisigd, en zijt gij niet bekeerd.

(2) „Die van Christus zijn hebben het vleesch gekruisigd met de bewegingen en begeerlijkhedenquot; (Gal. 5 ; 24). Dit vers laat ons zien, dat, wat de menschen heden ten dage vleesch noemen, ook met Christus gekruisigd is; dat kan met geen mogelijkheid ergens overblijven. Wanneer een geloovige gereinigd is, dan is hij van al deze dingen

103

ocr page 114

„ PRAC\'nSCHE EX .SCIIHIF-

gereinigd. (2 Cor. 7 : 1). „Laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods.quot; God doet zelf deze reiniging wanneer de ge-loovige maar gewillig is om zijn alles over te geven. „Ik zal rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinig-heden en van al uw drekgoden zal ik u reinigenquot; (Ezech. 36 : 25). Dat beteekent: wanneer gij al uw afgoden voor God brengt, dan zal Hij u reinigen van alle ongerechtigheidquot; (1 Joh. 1 : 9), Van a/les; niets uitgezonderd.

Bekeering maakt het hart van een mensch „wit als sneeuwquot; (Jes. 1:18). Reiniging maakt het hart van een mensch „witter dan sneeuwquot; (Psalm 51 = 9)-

Gij zult zien dat de geheele Heilige Schrift bekeering leert, evengoed als volkomen reiniging. Indien

104

ocr page 115

TUVRL1JKE HEILIGHEID.quot;

wij zeggen: „ons hart is gereinigdquot; dan is er van binnen niets meer. „Zuivert dan den ouden zuurdeesem uitquot; (i Cor. 5 : 7) beteekent niet; houdt iets van den ouden zuurdeesem terug. „Ontzondig mij en ik za-rein zijnquot; (Psalm 51:9). „Hij zal ze doorlouteren als goud en als zilverquot; (Mal. 3 ; 3). Nu, gij ziet het, van alle onreinigheid kan men gereinigd worden.

(3) „Ik ben met Christus gekruisigd ; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mijquot; (Gal. 2: 20). Wat beteekent dit? De geheele mensch is gekruisigd, dat is: alles wat van hem zelf is. Het vuile morsige „Ikquot; leeft niet langer. „Ik benquot;, in den tegenwoordigen tijd, dat wil zeggen: uw geheele „zelfquot; is gekruisigd met Christus. Dat wordt heiliging, toewijding genoemd. Niets blijft. Uw ouden mensch werd gekruisigd, toen gij bekeerd zijt, is gestorven toen gij gereinigd zijt;

io5

ocr page 116

„ PRACTISGHE EN SCfJH/F-

dat wil zeggen, toen uw geheele vleesch en de begeerlijkheden daarvan met Christus werden gekruisigd.

Indien iemand dood is, kan men zijn lichaam vóór zijn begrafenis nog zien. Dat is het eigen ik. Dat „eigen ikquot; is weggenomen toen de begrafenis plaats vond, en God zelf voert de begrafenis uit, zooals Hij bij Mo-zes deed. Als een mensch begraven is, kunt gij zijn lichaam niet meer zien. Zoo zal het nu met u zijn, indien gij zegt: „Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.quot; Gij zijt er nu vast van overtuigd, dat gij niet leeft. Hoewel gij leeft, zijt gij het toch niet, maar Christus leeft. Indien gij zegt, dat gij leeft, dan spreekt gij uzelven tegen; indien iemand gekruisigd is, zal hij nooit van het kruis afkomen, maar hij zal in den grond worden begraven. Nu ziet gij dat deze woorden „gekruisigdquot; (Rom. 6 : 6) „gestor-

106

ocr page 117

T V VRIJJKE HEIL IGHEID.\'

venquot; (Rom. 6 : 8) „begravenquot; (Rom. 6:4) beteekenen: (i) Onze oude mensch is gekruisigd. (2) Het vleesch met zijne lusten is gekruisigd. Al deze dingen zijn uit u uitgegaan, overeenkomstig hetgeen de Heilige Schrift leert. Indien gij deze zegening in uwe ziel niet hebt ontvangen, dan zijt gij te beschuldigen. „God zij waarachtig, maar alle mensch leugenachtigquot; (Rom. 3 : 4).

Wat zegt God van het vleesch? „Het vleesch is niet nutquot; (Joh 6 : 63). Uit niets komt niet iets voort. De menschen zeggen: heiligmaking beteekent: „God reinigt het vleesch bij den dag; het wordt steeds beter.quot; O! mijn vriend, gij zijt geheel verkeerd; dat zegt God niet. Hij zegt: „Het vleesch is niet nutquot;. Een ezel kan geen paard worden door hem twintig maal per dag te wasschen; een ezel zal een ezel blijven, en een paard een paard. God zegt: „het vleesch gekruisigdquot; indien het nu

io7

ocr page 118

„PRACTISCHE EN SCIIRIF-

gekruisigd is, dan kunt ge het nergens vinden. Gij zegt: „Hetvleesch begeert tegen den geest, en de geest tegen het vleesch,quot; Dat kan zoo zijn, totdat de geloovige het vleesch met zijne lusten aan het kruis hecht. Wanneer dus het vleesch met zijne lusten gekruisigd is, dan kunnen wij er zeker van zijn, dat dat gekruisigde vleesch niet blijft begeeren tegen den geest. Gij zoudt kunnen zeggen: Paulus zegt toch: „Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?quot; (Rom. 7 : 24) zeker. Maar gij moet hier niet ophouden. Zie eens wat Paulus\' antwoord is: „Ik dank God door Jezus Christus onzen Heere.quot; Nu beantwoordt Paulus, zooals gij ziet, zijn eigen vraag. Hij vond bevrijding van dat „ik ellendig menschquot; door Christus; het beteekent dus, zooals ik reeds heb gezegd: „gekruisigd met Christusquot; (Gal. 2 : 20). Het „ikquot; indien het gekruisigd is, leeft hier

108

ocr page 119

TUVRLIJKE IIEILTGHFJU:

dus niet. Gij kunt dit duidelijk zien. God zegt: „Legt af den ouden menschquot; (Eph. 4 : 22). „Doet aan den nieuwen menschquot; (Eph. 4 ; 24). Dat beteekent: gij zijt bekeerd; gij zijt in Christus. „Doet uit den ouden mensch met zijne werkenquot; (Col 3 :9) beteekent, zooals God zegt; „Het vleesch met zijne lusten is gekruisigdquot;. Legt dus den ouden mensch af tot bekeering; en den ouden mensch met zijne daden tot reiniging.

Nu mijn vriend —

„Onze oude mensch is gekruisigd.quot;

„Ons vleesch is gekruisigd.quot;

„Ik ben gekruisigd.quot;

„Legt af den ouden mensch.quot;

„Legt af den ouden mensch met zijne daden.quot;

„Ik! ellendig mensch!quot;

Al deze dingen, waarvan ik het bewijs heb geleverd uit het Woord van God, bestaan niet langer in den geloovige, die „zijn allesquot; op het

109

ocr page 120

„PRAOTISCIIE EN SOUlilF-

altaar lieeft gelegd, zooals Paulus gedaan heeft, en dan is hij in staat te zeggen: „Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mijquot;. „En ik leef\' let daarop. Velen begrijpen dat niet, omdat gij niet gestorven zijt met Christus; gij leeft nog altijd, en gij wilt Gods woord verklaren volgens uw eigen treurige ondervinding. Gij moet gaan naar Gods standaard, en niet Gods standaard afbrengen naar u. Een kind moet schrijven, volgens het voorbeeld van den meester; het voorbeeld van den meester zal niet afdalen tot het gekrabbel van het kind.

Nu is het „ikquot; geheel en al weg, omdat Christus alleen leeft. Christus leeft nu door het geloof in uw hart; Hij werkt door u; Hij schrijft door u. Nu zijt gij, zooals gij ziet, deel-genooten geworden van de Goddelijke natuur. „Door welke ons de 110

ocr page 121

TVURLI.JKE HEILIGHEID.\'

grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der Goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheidquot; (2 Petr. 1:4). Hoe zijt gij een deelgenoot geworden, van de Goddelijke natuur? Gij hebt Christus door het geloof bij u binnen genomen (Eph. 3 : 17). „Ik zal tot hem inkomenquot; (Openb. 3:20). Nu is niets van uzelf, alles van Christus. Als Christus in u is, dan zijt gij de rank; Christus is de wijnstok (Joh. 15 : 4). En het sap komt op uit den wijnstok om de rank te voeden. Niets van 11 zelf brengt vruchten voort, maar Christus in u. De ware wijnstok brengt het sap naar u, de rank, toe, zoodat gij vruchten kunt voortbrengen. De menschen verwachten vruchten te zien aan de rank, maar het vertrouwen behoort gesteld te worden in den wijnstok. „Zonder Mij kunt

ocr page 122

P11A0TISCHE EX SC JimF-

gij niets doenquot; (Joh. 15 : 5)-. Maar: „gij vermoogt alle dingen door Christusquot; (Phil. 4 : 13.)

Gij ziet dus heiligmaking wordt medegedeeld, niet toegerekend. Christus werkt, maar door u. De vruchten moeten in uw leven gezien worden; God verwacht, dat anderen zullen zien dat gij heilig zijt. „Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle menschenquot; (2 Cor. 3 : 2). Hoewel gij druiven ziet aan de ranken, zoo behoort het vertrouwen niet in de ranken gesteld te worden, want de rank is niets, het sap is iets, de wijnstok is alles. De wijnstok is de Heer Jezus Christus, het sap is de genade van Christus, en gij zijt de nuttelooze rank, die door het geloof met den wijnstok zijt verbonden. Gij hebt met uw heiligmaking niets te doen; gij zijt gelijk een pen, en Jezus is de schrijver, die haar gebruikt. Dagelijks, bij het

112

ocr page 123

TUURL IJKE HEILIGUEW:

grootcr worden van de vrucht, zult gij toenemen in rijpheid, voor zoover gij u overgeeft, naar het licht dat gij hebt ontvangen. Wanneer uw overgave ophoudt, dan houdt de groei van uw heiligmaking op. Hoe meer gij overgeeft, hoe meer gij in heiligmaking zult toenemen.

Zoolang gij in Hem blijft, zal het sap de rank bereiken, zoodat gij meer vrucht kunt voortbrengen. Wat is blijven in Hem? Gij blijft in Hem door het geloof — dat ber teekent: door niet te twijfelen dat Christus in uw hart woont. „Mijne woorden in uquot; wat beteekent dat? „Zoo wat Hij ulieden zal zeggen, doet datquot; (Joh. 2 ; 5). Dat is: altijd gereed zijn te gehoorzamen, niet voor zoover het nu juist voor aangenaam is, want gij zijt dood, maar „zoo wat Hij zegt, doe dat.quot; Laten uwe oogen op Hem zijn gevestigd, en behaag Hem den ge-heelen dag — dat wil zeggen een

II3

ocr page 124

„ PKACriSCUE EN SCHHIF-

eenvoudig oog hebbende. Gij hebt maar ééne zaak vóór u: hoe Jezus te behagen. „Ik doe altijd, wat Hem behagelijk isquot; (Joh. 8 : 29). Nu moet uw doel den ganschen dag zijn Zijn wil te doen, en Zijne wenschen te vervullen. „Mijne spijze is dat ik doe den wil Desgenen, die Mij gezonden heeftquot; (Joh. 4 : 34). Heb nergens anders het oog op en denk nergens anders over dan over deze beide dingen: Zijn wil te doen, en Hem te behagen den ganschen dag. Dat is heiligmaking.

Nu zal ik in een paar regels samenvatten wat ik heb gezegd. (1) Leg af den ouden mensch; doe aan den nieuwen mensch. Het oude is voorbijgegaan, alle dingen zijn nieuw geworden. Dat is de eerste toestand van het Christelijk leven. Bezit gij dat? (2) Leg af den ouden mensch met zijne werken, en „het vleesch en zijne lusten gekruisigdquot;. Dat is reiniging. Dit zult gij ontvangen.

ocr page 125

TÜURLLJKE IIETLiaHEID:

als gij uw alles ovcrgeelt. Dan blijft er niets binnen in u. Christus komt binnen (Openb. 3 : 20). Christus woont in u door het geloof (Eph. 3 : 17). Christus werkt door u. Dat is heiligmaking. Uw doel den ganschen dag is Hem alleen te behagen. Dat is het eenvoudige oog (Matth 6 : 22). Uw lichaam zal vol licht zijn. Indien gij dit niet begrijpt mijn vriend, ga op uwe knieën, en vraag God dit waar te maken.

Vertrouw voor uw rust; geef u over voor uw licht; gehoorzaam voor uw vreugde.

I\'S

ocr page 126

T T p i i „HEBT Gl] DEN DOOP

Hnntr st / DES HEILIGEN GEES-

x xuumöL. / . TES ONTVANGEN?-

i. Voorafgaande opmerkingen.

Christenvrienden, de Heer leidt er mij toe U te schrijven over een allerbelangrijksten zegen, die zóó groot is, dat ik er alles niet van zeggen kan, maar dien iedere Christen — ik ben er zeker van — noo-dig heeft.

Wat was het, dat den woedenden Saul, tot een zachten Paulus maakte? Den lafhartigen Petrus een geestelijken reus deed worden, die voor duizenden optrad ? En de apostelen deed loven en zingen in de gevangenis, en deed heenbreken door al de politieke en geestelijke muren, die niet van God waren, en hen vroolijk al de moeilijkheden en be-

116

ocr page 127

HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN?quot;

proevingen deed doorstaan? Wat deed hen stoutmoedig geeseling en steeniging ondergaan, zoodat zij zelfs bereid waren te sterven om Jezus\' wil?

Het was alles wegens dezen zegen.

Waarom zijn vele predikanten vermoeid na eens of tweemaal gepreekt te hebben? Waarom zijn vele Zondagschool-onderwijzers vermoeid na het onderwijs geven aan hunne klassen? Waarom zijn zoo vele Christenen lauw en zonder volle vreugde? Waarom komen Christenen evenzoo uit de kerk als zij erin kwamen? Waarom zijn er zoo vele stomme geesten, die niet bidden kunnen? Waarom zijn zoo velen bang om te getuigen, en in de open lucht te spreken? Waarom komen er zoo vele ledige en onvruchtbare woorden van de kansels? Hoe komt het dat zoovele predikanten niet kunnen spreken zonder geschreven preeken?

ocr page 128

„HEBT GIJ DEN DOOP DES

Dat komt alles omdat zij deze kracht missen.

2. Waarom hebben velen dezen zegen niet?

Vóór ik u ga schrijven over dezen allerbelangrijksten zegen, wil ik u eerst zeggen, waarom zoo velen dien niet hebben.

Sommige menschen zijn in de war gebracht door het oor te leenen aan allerlei onschriftuurlijke leeringen, en zijn op een dwaalspoor geleid door die leermeesters, die dien zegen zelf niet hadden „blinde leidslieden der blinden.quot;

Velen zijn teleurgesteld geworden, omdat men hun leerde, dat zij dien zegen in het geloof moesten aanvatten, zonder dat men hun de voorwaarden eraan verbonden had voor oogen gesteld. „Verkoop alles wat gij hebtquot; (Luc. 18 : 22).

Velen krijgen dezen zegen niet, omdat zij de voorwaarden niet wen-

118

ocr page 129

UK 11. WEN GKESTES ONTVANG EN?quot;

schen te vervullen, omdat zij zich niet geheel en al overgeven en zich niet afscheiden van de wereld (Matth. io:37. 38)-

Sommigen verwachten dien zegen te krijgen, voordat zij discipelen zijn. Tevergeefs bidden zij er om, hunne gebeden vermoeien hen en maken hen ziek. Het is alsof men licht wil hebben, voordat men de lamp heeft aangestoken, of een „Leesboek voor meergevorderde leerlingenquot; wil begrijpen, voordat men het alphabet kent.

Sommigen krijgen dien zegen niet, wegens hun eigen dwaasheid. Zij hebben hun „allesquot; overgegeven, maar blijven nu maar wachten op een grooten schok in hun gevoel, in plaats van den zegen te omhelzen in eenvoudig geloof, en er God voor te danken (Mare. 9 :23 ; Mare. 5 :36).

Velen krijgen den zegen niet, omdat hunne hersens opgepropt zijn met kennis; zij zijn niet meer te

119

ocr page 130

„HEBT GIJ DEN DOOP DES

leeren, zij zijn niet kinderlijk, zij willen niet neerdalen van hun hoogte, van hun trots, van hun verheven positie, enz. (Matth. n : 25).

Sommigen worden er in verhinderd door het getuigenis van hen, die zeggen, dat zij het geprobeerd hebben, en geloofd hebben, en nooit hebben ontvangen, dat het maar verbeelding is. Maar: „God zij waarachtigquot; (Rom. 3 : 4).

Sommigen vervullen de voorwaarden, maar willen hun wil niet overgeven. Zij gehoorzamen niet, als zij den Heiligen Geest hebben ontvangen, en bijgevolg verwezenlijken zij den zegen niet, en gaan zoo weer terug op hun eigen weg. „Niet mijn wil, maar de uwe geschiedequot; (Luc. 22 : 42).

Sommigen houden vol, er 20 of 30 jaar in iedere bijeenkomst om te bidden, en zij ontvangen dien zegen nooit, van wege hun ongeloof, en evenmin maken zij er ernst mee

120

ocr page 131

HEILIGEN GEESTES ONT VANG EX?quot;

om te weten te komen, de reden waarom. (Jac. i : 6, 7).

з. Verschil tusschen het geboren zijn uit den Geest en het

vervuld zijn met den Geest.

Vóór ik u den doop des Heiligen Geestes verklaar, wil ik eerst weten of gij uit den Geest geboren zijt: zoo niet, dan is dit woord niet voor

и. Wat is het verschil tusschen het geboren zijn uit den Geest en het vervuld zijn met den Geest? Een groot verschil. Ten opzichte van het geboren zijn uit den Geest, zie wat Christus aan Nicodemus vertelt in Joh. 3:6, 8. Indien gij deze verzen nauwkeurig leest, dan zult gij begrijpen, wat het beteekent uit den Geest geboren te zijn; hoewel gij den wind niet ziet, kunt gij toch zijn werk zien, zoo is het met een ieder, die uit den Geest geboren is. Het is een ware verandering van hart en leven. „Het oude is voorbijge-

121

ocr page 132

„HEBT GIJ UEN DOOI\' JJES

gaan, ziet het is alles nieuw geworden Iquot; (2 Cor. 5 ; 17).

Weet gij dat «/ uwe zonden vergeven zijn ? Kunt gij zeggen dat uw vrede met God gemaakt is? (Rom. 5 : 1), Dat is de eerste stap, en indien gij deze ondervinding hebt, dan zijt gij uit den Geest geboren.

Wat is wandelen door den Geest? Het kind moet voordat het begint te wandelen, geboren zijn, evenzoo begint iemand, die uit den Geest geboren is, door den Geest te wandelen. „Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheden des vleesches nietquot; (Gal. 5 : 16). Maar wanneer gij ophoudt door den Geest te wandelen, dan valt gij terug en hebt een voortdurende worsteling in uw hart. Somtijds zijt gij meester over de zonde, en somtijds is de zonde meester over u; somtijds zegt gij: „Ik ellendig menschquot; (Rom. 7 : 24) en somtijds: „Ik dank God door Jezus Christus

123

ocr page 133

HEILIGEN GEES2ES ONTVANGENfquot;

onzen Heerquot; (Rom. 7 : 25). Is dat uw ervaring?

Hoe is het nu met het vervuld zijn met den Geest? O, het is een heerlijk, gelijkmatig leven „vervuld te zijn tot al de volheid van God!quot; (Eph. 3 : 19). Geheel in bezit genomen door den Geest, geen plaats voor iets anders dan voor den Geest — voortdurend Jezus behagende; wetende alleen den wil van God te doen in alle opzichten; onder alle omstandigheden in staat zijnde te zeggen: „Uw wil geschiedequot; (Luc. 22 : 42). Dat beteekent vervuld te zijn met den Geest. Ik ga alleen over dit punt spreken, en als uw hart ernstig en oprecht is, dan, zooals ik reeds gezegd heb, zult gij „vervuld worden met den Geest.quot;

4. Hadden de discipelen vóór Pinksteren den Heiligen Geest?

Ja! Toen Christus op aarde was, 123

ocr page 134

„HEBT GIJ DEN DOOP DES

waren er vele discipelen, en niemand kan een discipel worden, tenzij geboren uit den Geest; „niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn, dan door den Heiligen Geestquot; (i Cor. ia : 3). Geen bekeering zal plaats hebben zonder Gods Geest.

Toen Johannes predikte, zeggende : „Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemtquot; (Joh. 1 : 29) volgden eenige discipelen Hem dadelijk, en dat niet alleen, zij getuigden tegen elkander van Jezus. Toen Philippus het hoorde, riep hij Na-thanaël en deze geloofde in Jezus. Mattheüs, Zacheüs, de vrouw van Samaria en vele Samaritanen waren Christenen. Bovendien: Jezus blies vóórdat Hij naar den hemel opvoer op Zijne discipelen zeggende: „Ontvangt den Heiligen Geest.quot;

Gij ziet het dus, de discipelen hadden den Heiligen Geest, maar niet ten volle.

124

ocr page 135

HEILIGEN GEESTES ONT VANG EN V

5. De doop des Heiligen Gees-tes is een geheel bijzonder iets.

De doop des Heiligen Geestes is een geheel bijzondere zegen, gegeven voor den dienst, of voor het dienen der tafelen, of voor het prediken van het Evangelie.

Het is een beloofde zegen voor hen die berouw hebben (Matth. 3 : 11). Ook voor hen die in den naam van Jezus gedoopt zijn (Hand. 8 :15).

Van dezen doop had God lang te voren geprofeteerd (Joel 2 :28). Petrus haalde dit aan, toen hij met den Geest was vervuld. (Hand. 2:17).

En zelfs aan die discipelen, die den Heiligen Geest ontvangen hadden, werd hij beloofd (Joh. 16 : 7). Diezelfde menschen werden bevolen te wachten om den doop des Heiligen Geestes te ontvangen (Hand. 1 : 4). Jezus, de Smettelooze, had dien ontvangen voordat Hij zijn be-

125

ocr page 136

„HEBT lt;;IJ VEN DOOP DES

diening begon (Matth. 3 : 16; Joh. 1 : 32). De Bijbel zelf bewijst, dat deze doop nog niet gegeven was, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was (Joh. 7 : 39). Jezus zelf vertelde hun van een anderen Trooster, die komen zou, nadat Hij verheerlijkt zou zijn. „Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheidquot; (Joh. 14 : 16). Hij zal in u wonen (vs. 17). Hij zal u leeren (vs. 26). Hij zal u alles in herinnering brengen. Hij zal van Mij getuigen (Joh. 15 : 26). Hij zal u in alle dingen leiden. Hij zal u de toekomende dingen verkondigen (Joh. 16 : 13). Hij zal mij verheerlijken (Joh. 16 ; 14).

Bovendien, indien gij het leven van de discipelen in de Evangeliën vergelijkt met hun leven in de Hand. der Apostelen, dan zult gij duidelijk zien, welk een groote verandering er bij hen had plaats gehad na dezen doop des Heiligen Geestes.

126

ocr page 137

HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN?quot;

Vóór Pinksteren waren zij lafaards (Joh. 20 : 19); eerzuchtig (Matth. 20 : 21); kwalijk nemend (Matth. 20 : 24); wraakgierig (Luc. 9 : 54); afgunstig (Luc. 9 ; 49); onwetend (Matth. 16 : 6, 7); bang voor hun leven (Joh. 11 :8); zij murmureerden (Joh. 6 ; 61); zij hielden van hun gemak (Luc. 9 : 12); zij waren trotsch (Matth. 18 : 3, 4); zij waren twijfelachtig (Matth. 28 ; 17). Aan deze dingen kunt gij zien, dat de doop des Geestes een geheel bijzondere zegen is.

6. Waarschuwing om niet bedrogen uit te komen.

Sommige menschen denken, dat indien iemand goed preekt, goed het Woord verklaart, goed bidt, hij dezen doop moet bezitten. Dat is beslist niet waar. Het kan zijn, dat gij goed preekt en bidt en het Woord uitlegt en toch zonder dezen doop zijt. Ga eens na wat de Bijbel ons

127

ocr page 138

„ HEBT GIJ DEN DOOP Df\'.S

zegt: — „Apollos was een welsprekend man, machtig in de Schriften. Deze was in den weg des Heeren onderwezen; en vurig zijnde van geest sprak hij en leerde naar-stiglijk de zaken des Heeren, wetende alleenlijk den doop van Johannesquot; (Hand. 18 : 24, 25).

Deze doop wordt niet gegeven indien de beweegredenen verkeerd zijn (Hand. 8 : 18). Neem uw Bijbel en lees dit vers eens. Indien gij dezen doop begeert te bezitten, om goed te mogen preeken, of om den lof in te oogsten van mannen of vrouwen, om populair te worden, om wereldlijk voordeel, of om eenige andere beweegreden, die de eer niet geeft aan God, dan zult gij dien niet ontvangen: en nederig vraag ik u de woorden te lezen die Petrus Simon den toovenaar toevoegde, en voor God in de schuld te vallen.

Deze zegen is plotseling. Sommige menschen denken, dat wij er

128

ocr page 139

HEILIGEN (! EEST ES ON\'l\'VANGES V

lang op hebben te wachten, omdat de discipelen tien dagen wachtten. Weet gij, waarom zij die tien dagen wachten moesten? Om waarlijk zich bewust te zijn van hun eigen ledigheid. Petrus om te weten hoe zwak hij was. Thomas om zijn ongeloof te leeren kennen; en de anderen hun lafheid. Paulus moest drie moeilijke dagen doormaken om zichzelf als een afschuwelijk zondaar te leeren kennen (Hand. 9 :9). Indien gij moet wachten, dan is dat inu eigen schuld, niet die van God. Zoodra het vat ledig is, zal God het vullen; deze zegen is dus oogen-blikkelijk. (Hand. 10 : 44, 45).

Er zijn menschen die denken, dat deze doop niet voor allen is, dat die alleen is voor predikanten, en anderen, die werken in des Hee-ren dienst; maar de Schrift leert ons, dat ook burgerlijke ambtenaren en anderen deze gift ontvingen: Cornelius, Stephanus, en de andere

129

ocr page 140

„HEBT GIJ DEN DOOP DES

zes, die geroepen werden de tafelen te dienen (Hand. 6 : 2, 3). „God is geen aannemer des persoonsquot; (Hand. 10 : 34).

7. Voorwaarden om den Heiligen Geest te ontvangen.

Nu zal ik u de voorwaarden vertellen , waarop gij den Heiligen Geest kunt ontvangen.

Als het u geen ernst is met dezen zegen, dan zult gij niet verder lezen, wanneer u de voorwaarden worden genoemd. In Australië was eens een dame, die deze voorwaarden lezende, weenende uitriep; „Zoover zal ik nooit kunnen komen.quot; Indien gij u niet wenscht toe te wijden aan den Heer, dan kunt gij nooit des Heeren doop ontvangen.

Gij moet er dan ten eerste zeker van zijn, een discipel te zijn, dan bestemt God u tot een apostel (een gezondene).

Weet gij de kenteekenen van een

130

ocr page 141

HEILTGEN GEESTES ONTVANGENf

discipel? Gij kunt ze vinden in Lucas 14 ; 26, 27, 33. Een discipel te worden, beteekent: afscheiding — dat is, gij moet bereid zijn afgescheiden te worden van alles, wat God 11 zegt, dat verkeerd is, en dat u verhindert Jezus te volgen (2 Cor. 6:17, 18). Gij moet de netten verlaten. Al uw afhankelijkheid van uzelf, die u verhindert van God af te hangen, moet gij laten gaan.

Uw boot moet gij laten gaan, dat is; uw plan om uw leven in te richten, moet gij opgeven en alwat u zou verhinderen, dat God de eerste zou zijn (Mare. 1:18, 20). Hebt gij Jezus als uw Koning aangenomen?

Is God bij uw ontwaken het eerst in uwe gedachte?

Neemt God de eerste plaats in aan uw tafel, in plaats van de gewone tafel-gesprekken ?

Is God de eerste in uwe zaken? in uw gesprekken? Is God in alle dingen de eerste?

ocr page 142

„HEBT GIJ DEN DOOP DES

Zoo niet, dan kunt gij Zijn discipel niet zijn; en gij kunt dezen doop niet ontvangen, tenzij gij er een wilt worden. Gij moet een kruis-dragende Christen zijn. Nu moet gij niet zeggen, dat gij een kruis te dragen hebt, wanneer gij in moeite komt door uw eigen dwaasheid en onwetendheid of door u met anderer zaken te bemoeien. Wanneer gij rechtmatig gestraft wordt, dan draagt gij geen kruis (i Petr. 4: 15, 16), Wat kruisdragen beteekent zult gij vinden in Marcus 10 : 29. Zijt gij bereid om in moeite te komen om Christus\' en om des Evangelies wil ? Gij zult vreemd, dwaas, fanatiek genoemd kunnen worden; men zal u kunnen uitjouwen, en uit uw familiekring stooten; gij zult uit het openbare leven kunnen gezet worden, veracht en in de gevangenis geworpen kunnen worden. Indien gij bereid zijt, al deze dingen geduldig te dragen, God voortdurend

132

ocr page 143

HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN?\'\'

prijzende, dan is dat kruisdragen.

„Alles verlatende.quot; Zijt gij bereid uw land en betrekkingen te verlaten en te gaan waarheen God u zegt, dat gij gaan moet, zooals Abraham (Gen. ia : i) of zooals Paulus, die „niet te rade ging met vleesch en bloedquot; (Gal. i : 16)? Zijt gij bereid om alles te verlaten, wat God u zegt dat gij verlaten moet, alles, wat gij lief hebt, maar wat, zoover gij weet, niet uit God is? Dat zijn uwe kenteekenen; dat is het, wat „discipel wordenquot; beteekent. Maar om een Apostel te worden beteekent, dat gij en alles wat gij hebt op het altaar moet gelegd worden. Indien gij dit duidelijker wilt begrijpen, dan stel ik Christus, den Apostel bij uitnemendheid, u voor oogen. Zie eens wat Hij afstond, toen Hij door God werd gezonden (Phil. 2: 7, 8). Neem uw Bijbel en lees deze verzen; ie vernietigd\', 2e een dienstknecht) 30 vernederd tot den dood

133

ocr page 144

„HEBT OU DEN DOOP DES

des kruises! Hij ledigde zich van alles, waarover Hij zich in den hemel verheugde: Zijn heerlijkheid, gezelschap, voortdurende muziek, ja zelfs de tegenwoordigheid des Vaders ! Hij werd een dienstknecht. Hij onderhandelde niet met Zijn Vader; Hij was bereid, alles te doen, wat deze Hem zeide, dat Hij moest doen. Hij vernederde zichzelf tot den dood des kruises, - dat beteekent: Hij was bereid alles te doen ter wille van de zielen. Zijn motto was : „Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede, o Mijn Vader!quot; Indien gij het Nieuwe Testament leest, dan zult gij Jezus zeer dikwijls hooren zeggen „Mijns Vaders wilquot; en ook Zijn leven zeide hetzelfde (Joh. 8 : 29).

Welnu, mijn vriend, indien gij Christus\' doop wenscht te bezitten, dan moet gij Christus\' overgave volgen — dat is: bereid zijn alles voor Jezus te doen, en overal voor Jezus heen te gaan. Gij moet altijd

I34

ocr page 145

HEILIGEN (J EEST ES ONTVANGEN?\'

passief zijn. Gij moet uw alles overgeven (Rom. 12 ; i), lichaam en ziel; uw wil (Luc. 22 : 42), uw tijd (Ps. 31 : 16), uw kostbaarheden (Mare. 14 : 3); uw juweelen. uwe goede kleeding, uwe effecten, en alles wat gij voor kostbaarder houdt dan Christus. Alles moet op het altaar gelegd worden. Gij moet de plaats innemen van een dienstknecht, en gehoorzamen wanneer God spreekt. Gij moet bereid zijn te leven of te sterven (Luc. 9 : 24), voorspoed te hebben of arm te zijn (Phil. 4 ; 12); te blijven of te gaan waarheen God wil (Hand 9:6); wijs of dwaas te zijn (1 Cor. 4:10); vergenoegd te zijn in iedere omstandigheid (Phil. 4:11). Indien gij daartoe bereid zijt, dan zijt gij een vat geschikt-gemaakt voor dezen zegen, en gij zult het zeer, zeer eenvoudig vinden dezen zegen te ontvangen.

ocr page 146

„HEBT GIJ DEK DOOP DES

8. Hoe ontvangt men dezen Doop?

Alleen door eenvoudig geloof (Gal. 3 : 14). Misschien zegt gij: „Is dat alles?quot; Ja, dat is alles — alleen een gave; gij kunt de gave niet koopen, gij kunt haar alleen in ontvangst nemen. Ga op uwe kniefin, vraag God er om, grijp haar vast in het geloof; dank God vóór gij van uwe knieën opstaat, ga dan heen, en getuig voor anderen, dat God u dezen doop heeft gegeven. Gij kunt het nu niet voelen, maar gij sijt gedoopt, omdat gij Gods belofte hebt aangegrepen. God zegt u niet het te gevoelen, maar te gclooven. Wanneer Hij u zegt, dat gij den zegen door het geloof moet ontvangen, daar kan het natuurlijk niet door uw gevoel. Ga nu heen en vertel het rond, evenals gij gedaan hebt, toen gij door het geloof zijt gered. Wanneer gij het rondvertelt,

136

ocr page 147

HEILIGEN GEEST ES ONTVANGEN?quot;

dan toont gij het te gelooven, en God wordt daardoor verheerlijkt. Indien gij bevreesd zijt ervan te getuigen, dan beteekent dat, dat gij niet gelooft, en gij hebt het dan ook niet ontvangen. Indien een onderwijzer tot zijne leerlingen zegt: „Ik geef u van vandaag af zes weken vacantiequot; wat doen dan de kinderen ? Denkt gij dat zij stil zullen zijn? Zeker niet; binnen een halfuur zal de geheele stad het nieuws weten.

9. Wanneer zal men deze kracht voelen?

Wanneer denkt gij deze kracht te zullen voelen ? Ik zal u een eenvoudig beeld geven om het duidelijk te maken.

Daar staat een locomotief en een trein. Een locomotief zonder stoom is nutteloos; stoom zonder een locomotief is nutteloos. Gij zegt tegen den machinist: „De menschen praten over de kracht van de machine,

137

ocr page 148

„HEBT GIJ DEN DOOI\' DES

maar ik kan die niet zien.quot; Gij gaat op de locomotief staan. Nog ziet gij de kracht niet, maar de machinist zegt: „Nu begint de locomotief te werken, nu zult gij de kracht zien, let op 1quot; Hij raakt den hefboom aan en plotseling zet de locomotief zich in beweging en trekt den trein achter zich aan. Ziet gij het nu? Wanneer zaagt gij de kracht — toen de locomotief stilstond, of toen hij in beweging was ? Natuurlijk toen hij zich in beweging zette. Evenzoo, zoolang gij de ingeving van den Geest van God niet volgt en gehoorzaam zijt, zult gij de kracht niet voelen, maar zoodra gehoorzaamt gij niet, of gij voelt haar (Hand. 5 : 32). Gehoorzaam eerst, en voel dan de kracht.

10. Deze kracht wordt niet in voorraad gegeven.

Nooit zult gij deze kracht in voorraad hebben. Gij zult altijd ledig zijn;

138

ocr page 149

HEILIGEN GEEST ES ONT VANGEN ?quot;

maar na uwe gehoorzaamheid zult gij gevuld zijn, want dan daalt de kracht neer (Hand. 4:8; 13 :9). Let op deze verzen: „Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geestquot; enz. „Toen zeide Pau-lus, vervuld met den Heiligen Geestquot; enz. Waren zij te voren niet vervuld? Zeker! Maar God gaf hun de kracht niet in voorraad; God bewaart het in Zijn magazijn, en geeft het aan hen, die den zegen reeds hebben aangegrepen, opdat zij niet in geestelijken hoogmoed zouden vervallen en zichzelf in gevaar zouden brengen. Vat den zegen eens in het geloof aan, en zoo dikwijls gij gehoorzaamt, zal een voortdurende vulling met „versche oliequot; volgen (Ps. 92 : 11).

Een rijk man beloofde zijn zoon dat hij hem een som gelds zou geven; maar bevreesd zijnde, dat het hem kwaad zou doen, al het geld in handen te hebben, stortte hij het

139

ocr page 150

„HEBT GIJ DEN DOOF DES

geld in zijn eigen bank op naam van den jongen, en gaf dezen de schuldbekentenis zeggende: „Wat gij noodig hebt, zal u gegeven worden.quot; Indien gij nu tegen den jongen zegt: „Ik hoor gij hebt veelgeldquot; zal deze dan zeggen : „Neen, dat heb ik nietquot; omdat hij al het geld niet in handen heeft? Immers neen; hij zal zeggen: Zeker! en zal u vertellen, dat zijn geld veilig geborgen is in de bank van zijn vader, en dat als hij noodig heeft hij er maar uit heeft te nemen. Begrijpt gij de beteekenis van die gelijkenis? De rijke man is een type van God. De geschonken som gelds is de doop des Heiligen Geestes. De kleine jongen zijt gij, aan wien de Vader de gift heeft beloofd. De schuldbekentenis is Zijne belofte. De Bank is de Heere Jezus Christus. De hand, die de schuldbekentenis vasthoudt is uw geloof. Uw gehoorzaamheid doet de kracht voelen.

140

ocr page 151

HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN?quot;

Bezit de coupons door het geloof; neem het geld in ontvangst en voel het door gehoorzaamheid.

Laat mij u nog een ander beeld geven. Gesteld gij hebt water noodig. Gij betaalt uw geld, opdat er eene pijp van de waterleiding in uw huis worde gebracht; gij plaatst uw emmer onder de kraan, maar nog altijd is die emmer leeg. Gij hebt het water nog niet noodig. Wanneer gij het noodig hebt, dan hebt gij eenvoudig de kraan om te draaien, en uw emmer wordt vol! De emmer (dat zijt gij) zal altijd ledig zijn; maar draai de kraan om, (dat is de gehoorzaamheid) dan zult gij voelen dat die vol wordt.

Mijn getuigenis aangaande den

Doop des Heiligen Gecstes,

Veertien jaren geleden werd ik bekeerd, maar mijn leven ging op en neer, ik was een struikelblok voor de wereld. Er was in mijn 141

ocr page 152

„HEBT GIJ ])KN DOOP DES

leven geen werkelijk getuigenis voor Jezus; ik was niet een instrument door God geschikt gemaakt, om zielen te winnen. Maar op zekeren avond, toen ik van een bijeenkomst huiswaarts keerde, vroeg mij een dienstknecht van den Heer, waarom ik mijn leven niet geheel en al aan God toewijdde, zoodat ik door Hem kon gebruikt worden. Ik wenschte vurig zielen te mogen winnen voor Christus, en ik was dadelijk bereid dit te doen. Mijn vriend nam mij mede naar zijn huis. Het was een bovenkamer. Ik knielde voor den Heer neer. Ik denk dat het \'s avonds tusschen elf en twaalf uur was, toen ik mijn leven aan God toewijdde. Hoewel ik de juiste woorden, die ik sprak, niet kan weergeven, zoo weet ik toch zeker, dat de inhoud hierop neerkwam: „O Heer, hier geef ik mijn alles, mijn geld, mijn werk, mijn vrouw, mijne kinderen. Ik geef ze allen aan U over, en ben

142

ocr page 153

HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN?quot;

bereid alles te zijn en overal heen te gaan.quot; Niets hield ik van Hem terug; ik handelde volkomen eerlijk met Hem; ik stortte uren lang mijne ziel voor Hem uit. Ik verwachtte de kracht te zullen gevoelen, maar dat was zoo niet. Ik verwachtte het op mijn eigen wijze, werd vermoeid en ziek van het bidden, en wist niet wat ik moest doen. De dienstknecht des Heeren, die mij had medegenomen, ging weg en liet mij alleen. Hij bad in stilte voor mij. Ik deed wat ik kon, maar ik voelde de kracht niet. Ten laatste zeide ik: „Ik ben de Uwe, Gij zijt de mijne.quot; Ik stond op, maar ik was mij van niets nieuws bewust behalve dit, dat ik van af dit uur niet mijzelf toebehoorde, maar God. Ik ging naar huis. Ik denk, dat het tusschen een en twee uur was. Ik klopte aan de deur, ging naar binnen, en vertelde mijn vrouw wat er tusschen God en mij

143

ocr page 154

„HEBT GIJ DEN DOOP DES

was voorgevallen. Ik stond \'s morgens vroeg op — het was Zondag — en ging naar de kerk. Nog voelde ik niets nieuws; maar het bewustzijn, dat ik God toebehoorde, week niet van mij. Ik verliet de kerk, ging met den predikant naar huis en werd ertoe geleid hem te vertellen, wat er den vorigen nacht tusschen God en mij was voorgevallen. Nauwelijks had ik aan Gods aansporing gehoor gegeven, of de kracht kwam. Ik voelde de kracht en was nauwelijks in staat om te blijven staan. Ik ging naar huis en leidde als gewoonlijk des namiddags de bijeenkomst. Ik preekte geen nieuwe waarheid, ook sprak ik niet welsprekend. Ik vertelde eenvoudig de oude, oude geschiedenis van Jezus, maar de woorden werden met kracht gesproken, en ook, zooals ik gevoelde, zonder inspanning. En bovenal, ik zag tot mijn groote vreugde zielen weenen,

144

ocr page 155

HEILIGEN GEESTES ONTVANGEN?quot;

en ik zelf weende van vreugde, zoodra de bijeenkomst voorbij was. Ik kon niet thuis blijven, want ik hoorde Gods stem mij zeggen^ dat ik naar de Jongenszendingschool moest gaan. Dadelijk gehoorzaamde ik, en sprak tot eenige jongens, die voor het huis in de verandah zaten. Vijf van hen gaven hunne harten aan Jezus, eenige anderen vonden hun Heiland onder de boomen, en enkelen knielden neder op den weg, waar wandelaars en rijtuigen langs gingen. Voelde ik de kracht den geheelen dag? Zeker niet. Ik was even zwak als te voren, maar altijd wanneer ik gehoorzaamde, daalde de kracht neer, en zielen werden gezegend.

Indien gij dezen zegen begeert, ga heen, en doe desgelijks. Geef u over, vertrouw en gehoorzaam (Rom. 12:1; Jes. 12 : 2; Hand. 5 ; 32).

145

ocr page 156

TT n J r. „SCHRIFTUUR-

Hoofdst, 8. é\'/fKISfG

Ik wensch eerst te weten, vóór gij leest wat ik u nu ga zeggen, of gij degene zijt, die de reiniging van noode hebt.

Er zijn drieërlei menschen. Men-schen , die slechts een natuurlijk hart hebben; menschen met een veranderd hart; en menschen met een gereinigd hart.

Ik zal over ieder dezer klassen een paar woorden zeggen, dan kunt gij zien tot welke van deze gij behoort.

Een natuurlijk hart. Mare. 7 : 21, 22^ 23. „Want van binnen uit het hart der menschen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, on-

146

ocr page 157

REINIGING DES HAKTEN.\'

luchtigheid, een boos oog, lastering, hoovaardij, onverstand. Al deze booze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den menschquot;. Dat zijn zij, die de zonde moedwillig doen, wandelende „naar de eeuw dezer wereldquot;, „doende den wil des vleeschesquot; (Eph. 2:1, 2, 3). Zij hebben een ruim geweten. Zij zijn bang voor het oordeel en den dood, maar bang om te zondigen zijn zij niet. Zij voeren geen oorlog binnen in hun hart. Indien dit uw ondervinding is, dan zijt gij niet bekeerd, dan hebt gij slechts een natuurlijk hart. Het geneesmiddel voor u is: bereid te zijn uwe zonden te verzaken, en God op zijn woord te gelooven: „Vrees niet, want Ik heb u verlostquot; (Jes. 43 : 1).

Een veranderd hart. 1 Cor. 3:1, 2, 3 : Dat is de toestand van een bekeerde ziel. De ondervinding zal deze zijn : Gij bemint de zonde niet, maar tegen uw wil zondigt gij. Op

147

ocr page 158

„SCimiFTVVRLIJKE

en neer\'s in uw leven, evenals een klein kind, dat loopen leert, een paar ellen goed doorloopt, en dan valt. Somtijds zijt gij meester over de zonde, somtijds is de zonde meester over u. Somtijds staat gij boven op een berg, somtijds beneden in de vallei. Gij neemt goede besluiten. Er is voortdurend oorlog binnen in mw hart. Gij probeert, maar \'t gelukt u niet. Is dit uw ondervinding, dan zijt gij het, die dit hoofdstuk moet lezen.

gereinigd hart. Gereinigd door het bloed, in bezit genomen door Jezus. Uw gang zeker. Uw vrede, vloeiende gelijk een rivier. Een nieuwe zang in uw mond. Bezit gij dit? Zoo niet, lees dan dit hoofdstuk.

Dan wil ik nog een paar woorden tot u zeggen, opdat de zegen, dien God u wil geven, u niet zal ontgaan. Lees dit hoofdstuk niet met een bevooroordeeld gemoed, om er aanmerkingen op te maken, of om het

148

ocr page 159

REINIGING DES HARTEN.1

te critiseeren, of om het in overeenstemming te brengen met de leer, die gij vroeger daaromtrent hadt, of om het te vergelijken met wat andere menschen over dit onderwerp zeggen. Indien gij wat hier wordt gezegd tracht te beoordeelen naar uw eigen ondervinding, dan zult gij er in het minst geen voordeel van hebben. Ik heb nooit iemand gezien, die eenig nut had van het lezen van een boek, met deze gedachten in zijn hart. Maar ik wil dat gij alleen met God bezig zijt en met Zijn Boek, dan alleen zult gij op de rechte wijze geleerd worden om dezen allerbelangrijksten zegen voor uwe ziel te ontvangen. Vele menschen willen GodsWoord overeenbrengen met hunne ondervinding, in plaats van hun eigen ondervinding te nemen en die te toetsen aan het Woord van God. Niemand kan, indien hij eerlijk tegenover God is, een verhandeling 149

ocr page 160

SCHRIFT ÜUltl IJKE

schrijven buiten zijn eigen ondervinding om. Vele menschen leggen Gods Woord uit naar hun idee, om hun geweten tevreden te stellen. Indien gij u niet wilt onderwerpen aan wat ik u in deze paar woorden heb gezegd, ik bid u, lees dan niet verder; het zal dan maar tijd-ver-spillen voor u zijn. Geloof mijn ondervinding niet, maar geloof wat God zegt van dezen zegen. Of andere menschen het zien of niet, gij kunt dezen zegen ontvangen. Indien ik niet alles wat ik zeg uit het Woord van God bewijs, laat u dan niet leiden, door wat ik zeg: maar ik ben er zeker van, dat God door dit hoofdstuk tot u spreekt; Hij heeft mij gezegd het te schrijven. „God zij waarachtig, maar alle mensch leugenachtig.quot; (Rom. 3 : 4).

*5°

ocr page 161

REINIGING DES IIA KT EN.quot;

Ontvangt een ziel de reiniging niet, wanneer zij bekeerd wordt?

Volstrekt niet! Het strijdt zelfs tegen het gezond verstand om dit te gelooven. Bezittingen moeten gekocht worden, vóór iemand er iets mee kan doen. Een zondaar komt bij zijn bekeering alleen in het bezit van zijnen Verlosser — dat is: Hij is gekomen van den dood in het leven; van Satan tot God; uit de duisternis tot het licht; van verdoemenis tot redding. Hij denkt alleen aan het verkrijgen van genade, en is zich de behoefte aan reiniging nog niet bewust.

De Heilige Schrift bewijst dat alleen Christenen gereinigd worden, volgens Joh. 15 : 2; „Alle rank, die vrucht draagt, die reinigt Hijquot;. Dus het is de rank, die reeds met den wijnstok verbonden is, die gereinigd wordt.

I51

ocr page 162

„ SCURI FT U OR L1JKE

Waarom is reiniging noodig?

(1) Een verloste ziel heeft de reiniging noodig, om een vat te worden geschikt om door den Meester te worden gebruikt. (2 Tim. 2 : 21). Want een vuil vat kan niet gevuld worden met zulk een kostbare gave, als de Heiligen Geest is. Dan wordt gij „een vat ter eerequot;. Iemand kan een ruwen klomp goud, dien hij koopt, voor niets gebruiken, voordat die gereinigd is. Zoo hebt ook gij reiniging van noode.

(2) De reiniging is noodig om den groei te bevorderen, en om meer vrucht voort te brengen. Een wijnstok en de rank. Gij kunt eenige vruchten dragen, maar Hij reinigt u, de rank, opdat gij er meerdere zoudt voortbrengen. (Joh. 15 ; 2).

Het is dus absoluut noodzakelijk voor u, gereinigd te worden, indien gij wenscht gebruikt te worden, zooals God u gebruiken wil.

ocr page 163

REINIGING DES HARTEN:

(3) Gij hebt reiniging van noode, omdat de menschen anders de ongelijkheid, de op en neer\'s van uw leven zullen zien, en zich er aan zullen ergeren, juist zooals God zegt in Jacobus 3 : 11: „Welt ook eene fontein uit eene zelfde ader het zoet en het bitter ?\'J Reiniging is dus absoluut noodzakelijk, opdat God verheerlijkt worde.

(4) Voordat uw hart gereinigd is, kunt gij Christus in uw hart niet verwezenlijken, hoewel gij Hem door het geloof kunt hebben aangenomen. Gij zijt een tempel Gods. De tempel moet gereinigd worden, voordat hij met heerlijkheid kan worden vervuld — dat is: Jezus zelf of de Doop des Heiligen Gees-tes. Beiden zijn hetzelfde. Dat doet Hij alles Zelf, terwijl Hij u gebruikt als een vat. Het kan zijn dat gij om gevuld te worden met den Heiligen Geest hebt gevraagd, maar uw ondervinding is nog op en neer

T

153

ocr page 164

„SCHRIFTUURLIJKE

gaande, omdat gij de reiniging noo-dig hebt. Wanneer gij u niet bewust zijt van de reiniging van alles, kunt gij u niet bewust worden van het gevuld zijn met, of het inwonen in uw hart van Jezus. „Welken de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij ulieden en zal in u zijn .... Zoo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem makenquot; (Joh. 14 : 17, 23).

Wordt de reiniging in Gods Woord geleerd?

Neem uw Bijbel ter hand, als ik de verzen noem. Indien gij de moeite niet neemt om ieder vers te lezen, dan zullen mijn woorden u niet baten.

Zie in (het Oude Testament Num. 8:6): „Neem de Levieten uit het

154

ocr page 165

REINIG IN O DES HARTEN.quot;

midden van de kinderen Israels en reinig hen.quot;

En in het Nieuwe Testament 2 Cor. 6:17. „Scheidt u af, zegt de Heerquot; 2 Cor. 7 : 1 „laat ons ons-zelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes.quot;

Afscheiding en reiniging worden dus te zamen door God geleerd, en gaan dan ook samen. Alle vaten van den tempel moesten gereinigd zijn; sommige moesten door water, andere door vuur gereinigd worden (2 Kron. 29: 17, 18, 19).

Hoe ver kan een ziel gereinigd worden?

„Van alle besmetting des vleesches en des geestesquot; (2 Cor. 7: 1).

„Van al uwe onreinigheden en van al uw drekgodenquot; (Ezech. 36:25). „Uw schuim en al uw tinquot; (Jes.

i : 25).

„Uw misdaad en uw zondequot; (Jes. 6 : 7).

ocr page 166

„SCHRIFTUURLIJKE

Deze verzen laten zien, dat men van alles kan gereinigd worden.

Laat ons nu nog eens zien, welke dingen God zegt, dat uit het hart moeten verwijderd worden:

„Zuivert den ouden zuurdeesem uitquot; (i Cor. 5 : 7).

„Die van Christus zijn hebben het vleesch gekruisigd met de bewegingen en begeerlijkhedenquot; (Gal. 5 : 24).

„Ik ben met Christus gekruisigdquot; (Gal. 2 : 20). Het eigen ik is dus weg.

„Het bloed reinigt van alle zondequot; (1 Joh. 1 : 7).

„Hij reinigt van alle ongerechtigheidquot; (1 Joh. 1 : 9).

„Hij heeft mij uit modderig slijk opgehaaldquot; (Psalm 40 : 3).

En dan: Gods bevel was dat al de Kanaanieten zouden worden gedood, niet één mocht gespaard worden. God beval dat Ismaël zou worden uitgedreven (Gen. 21 :10).

Bevrijding van alle vijanden, vrees angst enz, (Luc. 1 : 74).

156

ocr page 167

REINIGING DES HARTEN:

Gij ziet het dus: Gods woord belooft volkomen bevrijding. Misschien maakt gij de tegenwerping: „Maar wat wordt er dan van het vleesch ?quot; Is het mogelijk, dat „het vleeschquot; uit het hart worde weggenomen? Dat is mogelijk, omdat God het er uit neemt. Het is met Christus genageld aan het kruis. Laat het nu daar, waar God het geplaatst heeft. Vele andere dingen hecht God evenzoo aan het kruis. Lees deze verzen: Rom. 6:6; Gal. 2 : 20; Gal. 5 : 24.

Verwacht nu niet iets van wat God volgens Zijn Woord uit uw hart heeft genomen, er ooit weer binnen in te zullen vinden. De zonde kwam door ongehoorzaamheid, door gehoorzaamheid moet zij weer gaan (Rom. 5: 19). Praat nu niet van „uitgeroeidquot; en „ingeworteldquot; dat zijn geen woorden Gods. Het geloof zet alle zonde buiten en neemt Christus binnen. Ongeloof houdt de zonde binnen en Satan er bij.

ocr page 168

„SCHRIFTUVRLIJKE

Waarom krijgt men dezen zegen niet?

(1) Men wil geen kinderen worden, Gods woord wordt alleen aan kinderen geleerd. Mt. 11:25 „Ik dank

u, Vader.....dat Gij deze dingen

voor de wijzen en verstandigen hebt verborgen, en hebt ze den kinder-kens geopenbaardquot;.

(2) Men wil Gods woord bestu-deeren met wetenschap, met Griek-sche en Hebreeuwsche logica, in plaats van de waarheid te ontvangen. De eenvoudige gelooft ieder woord.

(3) Men voert strijd over woorden, zooals de Farizeën en Sadduceën streden over de geboorte, de leer, en de opstanding van Christus.

Men doet evenals menschen, die aan tafel zitten te twisten over thee, melk en suiker, in plaats van te drinken en God ervoor te danken.

Sommige menschen hebben hun hoofd vol kennis. Zij minachten een

158

ocr page 169

REINIGING DES HARTEN:

eenvoudige leer, en denken dat reiniging van alle zonde al te goed is, om waar te zijn.

Sommigen krijgen dezen zegen niet, omdat zij zich verdiepen in verhandelingen, door anderen geschreven, die zelf de reiniging niet hebben. Iemand bijvoorbeeld, die zijn drift niet meester is, zal niet gaan schrijven over „bevrijding van driftquot;; men kan niet beter zijn dan zijn hart, al kan men dan ook boven zijn ondervinding spreken.

Vele Christenen ontvangen dezen zegen niet, omdat zij zich vasthouden aan de leer en ondervinding van een ander, in plaats van Gods Woord na te slaan. Sommigen krijgen dien niet, omdat zij bang zijn voor anderen, die er niet in geloo-ven. Sommigen vreezen de men-schen, en zeggen bij zich zelf: „wat zal Mijnheer die-en-die ervan denken, indien ik dit geloof? Hij is het hiermee niet eens, ik moet dus zeer

159

ocr page 170

„ SCHRIFTÜ URIJJKE

voorzichtig zijn, mij deze leer niet eigen te makenquot;.

Sommigen, wanneer het hun ernst is, gaan naar andere menschen, winnen hun raad in, en worden in de war gebracht, inplaats van dadelijk naar God te gaan, dat Hij de zaak oplosse.

Sommigen ontvangen geen reiniging van alles, omdat zij niet verwachten van alle zonden gereinigd te worden. Hoewel zij zeggen, dat God almachtig is, gelooven zij toch niet dat Hij voor hen almachtig zal zijn. God geeft niet meer, dan gij verwacht. Hij zal u zegenen, naar mate gij geloof hebt.

Indien gij nu, mijn vriend, al deze punten nauwkeurig hebt gelezen en gij begeerig zijt om dezen zegen te leeren kennen en te gehoorzamen, dan zal ik u gaan verklaren wat ik bedoel; wil dan eerst dit gebed bidden : „O Heer, leer mij deze waarheid naar Uw wil en woord.

160

ocr page 171

EEiNiaim des harten:

Indien dit hoofdstuk niet naar Uw wil is, laat dan niet toe, dat het indruk op mij maakt. Maak mij een kind, en maak mij eenvoudig, om Uws naams wil.quot;

Wat is de voorwaarde, voordat de reiniging plaats heeft?

Er is voor alles een voorwaarde, hoewel al die dingen giften zijn. De voorwaarde voor reiniging is : afscheiding, overgave, geloof. Afscheiding van alle dingen, die gij weet dat kwaad zijn; afscheiding van alle afgoden (2 Cor. 6 ; 16); van alle wereldsche vermaken (1 Cor. 10 ; 7); overgave van lichaam en ziel, van uw wil, van uw alles. (Rom. 12 :1, 2). „Niet mijn mijn wil, maar de Uwe geschiedequot; (Luc. 22: 42).

Staat gij wat deze voorwaarden betreft in een goede verhouding tot God, wilt gij ze vervullen ? Zoo niet, dan zult gij dezen zegen niet ontvangen.

161

ocr page 172

„SGHBIFrVÜBLIJKE

Waarvan moeten wij gereinigd worden?

Van alle besmettingen des vlee-sches en des geestes.

Zoodra, voor zoover gij weet, afscheiding en overgave hebben plaats gehad (Phil. 3:15, 16) doet God de reiniging. Het is als bij een patient: wanneer hij en de docter het over de voorwaarde zijn eens geworden, dan onderneemt deze de operatie.

Misschien komt gij mij tegen en zegt: In 2 Cor. 7 : 1 staat toch: „Laat ons onszelven reinigen,quot;? Dat is zoo, maar dat beteekent niet, dat wij de reiniging zelf moeten volbrengen. Wanneer een klein kind bijvoorbeeld vuile handen heeft, dan gaat het naar de moeder, laat de vuile handen zien, en deze zal het vuil er afwasschen. Het kind moest dus naar de moeder gaan om ge-wasschen te worden, maar de moeder deed het werk.

162

ocr page 173

REINIGING DES HARTEN.quot;

Gereinigd moet gij dus worden: van alle zonde (i Joh. 1:7, 9); zelfingenomenheid (2 Cor. 10 : 12); het ergernis geven aan anderen door de vrijheid waarmede gij het een of ander doet (1 Cor. 8 : 10 — 13; Rom. 14:15); het berispen (Mare. 7:2); het lagen leggen (Matth. 22 : 15); het oordeelen (Rom. 14:13; Joh. 7 : 24); menschenvrees (Spreuken 29 : 25); een onoprecht hart (Spreuken 23 : 6, 7); geneigdheid om haastig het woord te voeren (Jac. 1:19); tijd verspillen (Ephese 5:16); het beminnen van de voor-aanzittingen (Matth. 23 : 6); het beminnen van titels en eerbewijzen (Matth. 23 : 7). Van al hetgeen God u toont, dat verkeerd is, moet gij gereinigd worden.

Wat is de besmetting des

vleesches en des geestes?

Ik zal u daaromtrent een paar

163

ocr page 174

„ SCHRIFT U UKl IJ KE

verzen geven. Gij moet weten, waarvan gij gereinigd moet worden, anders zult gij er niet om vragen.

i Petr. 3 ; 3. Van alle dingen, die gij aandoet met verkeerde oogmerken. Bij voorbeeld: een prachtig costuum, een kostbaar horloge, een mooie hoed, linten, veeren, een prachtige das, een gouden speld, ja zelfs het kammen van uw haar. En dan ook van uw trots op uw goede stem, kleine handen of voeten, uw gelaat of gestalte.

God ziet de oogmerken aan, waarmede gij het doet, omdat Hij lust heeft tot waarheid in het binnenste. (Ps. 51 ; 8). Hij let op alles, wat gij doet, waardoor gij anderen zoudt kunnen ergernis geven.

Hand. 19:19. Gij moet al uwe boeken verbranden. Dat wil zeggen: God moet in alles wat gij doet de eerste zijn — in uwe bezigheden, in uw huiselijk leven, thuis of op reis, in alle kleine bijzonderheden

164

ocr page 175

REINIGING DES HARTEN.quot;

van uw leven. Zoo niet, dan moet gij heden daarvan gereinigd worden.

i Cor. 6 : 12.: „Ik zal mij niet laten brengen onder de macht van ietsquot;. Dat beteekent: gij hebt den Heer te prijzen voor goed voedsel, en slecht voedsel, voor een veeren bed, en voor in \'t geheel geen bed, voor thee zonder suiker en met suiker, melk of geen melk. Prijs den Heer voor alles. Indien gij zegt: „Ik kan het niet zonder die dingen doenquot;, dan zijt gij onder de macht ervan, en zondigt tegen Gods Woord. Er mag niets zijn, onder welks macht gij staat. Alle gewoonten in uw Christelijk leven, zonder welke gij niet kunt leven, of iederen last, die u in het loopen hindert (Hebr. 12 : i, 2) zooals rooken enz. hebt gij af te leggen.

i Thess. 5 ; 22: „Onthoudt u van allen schyn des kwaadsquot;. Van alle dingen, waarover gij nu nog twijfelt, moet gij gereinigd worden.

i65

ocr page 176

„UCHUIFTÜVRLIJKE

i Cor. to : 7 : „Het volk zat neder om te eten en te drinken en zij stonden op om te spelenquot;. Dat wil zeggen: gij moet gereinigd worden van dans, bal, schouwburg, wereld-sche vermaken, dobbelen, voetbal en cricketspelen, kaarten. Het spel, voor zoover het licham elijke oefening is, is geen zonde, maar als het tot een wereldsch vermaak wordt gedaan, en als men de hand geeft aan de wereld, dan moet men ervan gereinigd worden. Gods „bijzonder eigendomJ\' heeft geen gemeenschap met deze dingen.

i Petr. 2:1, 2, 3: „Alle kwaadheid en achterklappingenquot;. Dat sluit in: humeur, lichtgeraaktheid, aanmerkingen maken, berispen, kwaadspreken, verkeerde praktijken en slinksche wegen in den handel, het vergrooten van de dingen, (Spreuken 20 : 14; Spreuken 15 : 28; Phil. 2:4; Spreuken 27 : 4), Trots (1 Tim. 3:6; Jes. 3 : 16). Zijt gij be-

166

ocr page 177

REINIGING DES I/AR TEN.quot;

reid om van al deze dingen gereinigd te worden?

Wie volbrengt de reiniging?

God zelf. Gij of ik kunnen ons zelf niet reinigen. God alleen kan dat doen. Gij weet, dat gij het langen tijd geprobeerd hebt, en allerlei goede besluiten hebt genomen. Hebt gij eenige vorderingen in uw leven gemaakt? Neen, maar alleen is het licht, dat gij hebt, helderder geworden, dat wil zeggen: gij kent uw zwakheid meer dan ooit. Gij zijt slechter dan ooit. Gij zijt nog „jonge kinderen in Christusquot; (i Cor. 3:1, 2, 3). Voortdurend vallende en weer opstaande.

Soms onderdrukt gij uw humeur, en dan komt het weer te voorschijn. O, mijn dierbaar kind van God, houd toch op met uw werken, laat uw „Ik zal trachtenquot; en „Ik moetquot; toch geheel gereinigd worden. Laat God Zijn werk zelf doen, omdat Hij zegt

167

ocr page 178

„SCHRIFTUURLIJKE

dat Hij het doen wil (Ezech. 36 : 26, 27) Wilt gij Zijn belofte niet geloo-ven?

Misschien zult gij zeggen; „Dat is een Oud-Testamentische belofte, die voor de Joden bedoeld was.quot; Wanneer deze alleen voor de Joden bedoeld was, dan was Jezus ook alleen bedoeld voor de Joden. Wij zijn slechts heidensche hondekens (Mare. 7 : 27, 28) Indien gij der Joden Heiland aanneemt, moet gij ook de belofte voor de Joden aannemen. Laat één belofte weg, en gij verliest ze allen.

Hoe doet Hij het ?

Met Zijn Geest. Door het Woord, Door het bloed. Hoe kunnen deze drie dingen reinigen? Op deze wijze: De Geest van God leidt een gewillige ziel naar den spiegel van Gods Woord, en doet de ziel hare nooden voelen, en het Bloed van Christus reinigt hetgeen ontdekt is geworden.

168

ocr page 179

REINIGING DES HARTEN.

Wat het licht ontdekt, reinigt het Bloed.

Geschiedt de reiniging voor goed?

Ja (Hand. 15:9) Leg af (voor goed) (Eph. 4 : 22, Col. 3 : 8, 1 Petr. 2 ; 1). Laat ons afleggen allen last (Hebr. 12 ; 1). Al deze teksten laten zien, in het oorspronkelijke, dat het „voor goedquot; moet worden gedaan. De zonde en de begeerte van de zonde; de drank, en de drankzucht, moeten voor goed gereinigd worden, omdat Hij onze harten voor goed reinigt door het geloof.

Gij vraagt: „Maar kunnen deze dingen wel voor goed afgelegd worden?quot; God zegt het. Hij heeft het voor velen gedaan, ook voor mij deed Hij het. Indien gij gelooft, dan doet Hij het. Hoe hebt gij redding ontvangen ? Alleen door het geloof (Rom. 5 : 1). Waarom kunt gij dit dan ook niet evenzoo krijgen?

8

169

ocr page 180

„ SCHRIFTUURLIJKE

Wanneer God zegt, dat het zoo gebeuren zal, wat hebt gij dan nog meer noodig?

Hoe dezen zegen te ontvangen?

Alleen door eenvoudig geloof (Hand. 15:9) „hunne harten gereinigd hebbende door het geloof\'.

Gij zult zeggen ; „Kan eenvoudig geloof mij van alle zonde reinigen ?quot; Heeft eenvoudig geloof u ook niet gered van den toekomenden toorn ? Daaraan twijfelt gij niet. Indien gij nu door eenvoudig geloof gered zijt, waarom kunt gij dan niet door eenvoudig geloof gereinigd worden ? Wat is het verschil tusschen dat Geloof en dit Geloof?

Gij kunt u maar niet begrijpen hoe dit toch kan plaats vinden, terwijl God u toch zegt dat het eenvoudig door geloof gebeurt. Gij kunt het op geen andere wijze krijgen, dan alleen door geloof.

Allen, die den zegen van een

170

ocr page 181

REINIGING DES HAKTEN.quot;

rein hart hebben ontvangen, hebben dien alleen door geloof ontvangen.

Indien gij nu dezen zegen wilt ontvangen, ga op uwe knieën, terwijl gij Gods belofte noemt (Ezech. 36 : 25, 26, 27). Vat de reiniging aan in het geloof. Dank Hem vóór gij van uwe knieën opstaat, hoewel gij er nog niets van voelt. Jezus dankte voor de opwekking van Lazarus, vóórdat deze uit het graf kwam, en toen kwam hij uit. Indien gij Hem op uwe knieën dankt, dat wil zeggen, dat gij de reiniging hebt ontvangen. Gij kunt nu getuigen, en gij moet getuigen, evenals gij na uwe redding gedaan hebt.

Hoe kunt gij rein blijven?

Vóórdat deze reiniging bij uplaajs had, was Christus alleen een Profeet en Priester voor u. Gij hebt Hem nooit gekroond als uw Koning, omdat Hij nog niet in uw hart was gekomen, hoewel gij in de verbeel-

171

ocr page 182

„ SCIIR1 FT U VR LUKE

ding hebt kunnen verkeeren, dat dit wel zoo was. Vele Christenen maken onbewust deze fout. Zij leven jaren lang in de gedachte, dat Christus bij hen binnen is, en al dien tijd is Hij buiten hun hart. Duisternis en licht kunnen niet samen in één hart wonen. Het op een verkeerde wijze gelooven, doet Christus niet binnen komen. Wanneer wij gelooven, op Zijne wijze, dan komt Hij binnen. Ik maakte die fout na mijne bekeering. Ik wijdde mijzelf aan den Heer toe, en nam Hem binnen, maar ik kon niet begrijpen, wat mij steeds weer op en neer deed gaan, tot ik mij van de reiniging van alle besmettingen des vleesches en des geestes bewust werd. Toen kwam Christus werkelijk binnen en mijn leven begon standvastig te worden. Na de reiniging alleen komt Christus het hart binnen. Het is volgens Openb. 3 : 20. „Ik zal inkomen.quot; Hij komt in een

172

ocr page 183

i

REINIGING DES HARTEN.quot;

gereinigd hart; Hij vult alleen den gereinigden Tempel met Zichzelf, volgens Eph. 3: 17. Hij woont in huis als een huisgenoot. Gij zijt het huis. Hij behoedt het (Jes. 27 ; 3). Gij hebt nu niets meer te doen met uw hart; het behoort geheel en al Jezus toe. Indien een vijand aan de deur klopt, dan zal Hij antwoorden, niet gij. Uw plaats is alleen aan de buitenzijde, uwe oogen gevestigd op de beloften Gods, de belofte om u te bewaren, elke belofte, welke gij maar wilt. „Mijne oogen zijn geduriglijk op den Heerquot; (Psalm 25 :15) beteekent niet, dat wij steeds bezig zijn naar den Hemel te zien, maar dat wij rusten in ééne van Zijne beloften. Gij rust uitwendig op de belofte Gods, Hij zal inwendig u bewaren. „Gij zult in volkomen vrede bewaren dien, wiens hart gevestigd is op u (Jes. 26:3. Engel-sche tekst, „Ik, de Heere, behoede dienquot; (Jes. 27 ; 3).

gt;

173

I

ocr page 184

„SCJIMIFTUUliLIJKE

Hoe kunt gij u bewust worden van de reiniging?

Gij kunt u van uwe reiniging niet bewust worden, door bij uzelf naar binnen te zien. Gij zijt gereinigd door uitwendig in \'t geloof te rusten op Gods belofte. Nu kunt gij ook niet verwachten, dat gij uwe reiniging zult leeren kennen, wanneer gij naar binnen ziet. Zoolang gij uitwendig rust op Gods beloften zult gij u van uwe reiniging bewust zijn. Wanneer gij naar binnen gaat zien, dan zult gij gaan twijfelen.

Is de reiniging alleen: voor goed; is er in \'t geheel geen reiniging meer noodig?

Ja en neen. Er is een voortdurende reiniging uw geheele leven lang. Ik zal u zeggen wat ik bedoel. „Indien men door het bloed van al/es gereinigd is, waarom heeft men dan nog meer reiniging noodig,quot;

174

ocr page 185

REINIGING DES HARTEN.\'

zoudt gij kunnen vragen. Hoewel God u van alles gereinigd heeft, kunt gij het u slechts in zoover bewust worden, als het licht het u geopenbaard heeft. Gij zoudt kunnen zeggen: er is nog iets onreins in mijn hart, maar God zegt; „geheel rein.quot;

„Die gewasschen is heeft niet van noode, dan de voeten te wasschen, maar is geheel reinquot; (Joh. 13 : 10). Alleen de voeten. Het voetwasschen verlangt gij, wanneer gij in het licht wandelt. Gij zult in staat zijn, iets te leeren kennen, wat gij nooit tevoren wist, dat gereinigd moest worden, en het bloed reinigt het. Gij gaat maar voort met wandelen en het bloed reinigt het, zonder dat gij er eenige moeite voor hebt te doen. Indien gij wilt begrijpen, hoe het bloed dagelijks reinigt, dan kunt gij dat alleen te weten komen, door in het licht te wandelen. Indien gij ophoudt te zien, dan wordt de groei

\'75

ocr page 186

„ SCR III FT UUJIL I.JKE

verhinderd, en ook de reiniging houdt op. Wandelen en reinigen gaan altijd te zamen. Blijf zelf staan voor den spiegel — Gods Woord — en die zal u laten zien, wat gij omtrent u zelf moet weten.

Zijt gij niet blootgesteld aan de zonde?

Gij wandelt alleen op het water, uw oogen uitwendig latende rusten op de belofte Gods. Zoodra slaat gij niet uw oogen van de belofte af, of gij zinkt, gelijk Petrus. Zoo zal het rusten op uw geloof u bewaren, en uw opzij-zien van de rustplaats af, u doen zinken.

Waarom vergeet men de reiniging ?

(i) Sommige menschen waren in \'t geheel niet gereinigd. Men zeide hun dat zij de reiniging moesten aanvatten, zonder dat zij de voorwaarde kenden. Zij vatten de reiniging eenvoudig aan, maar nadat zij

176

ocr page 187

REINIGING DES HARTEN.quot;

in hun eigen hart dezelfde oude ondervinding van vroeger weer vonden, begonnen zij te zeggen: „Reiniging is onzin, ik geloof er niet aan.quot; Ik heb vele dergelijke men-schen ontmoet. Doe volgens Gods Woord en wil, en gij zult de reiniging nooit vergeten; al valt gij ook, zekerlijk zult gij wederom rusten. Gij kent de rustplaats.

(2) Omdat, nadat men de reini-hing heeft ontvangen, men zich bezig houdt met zichzelf en de beproevingen en verzoekingen rond zich. Zij willen veel gevoelen. Zij stellen zich hun eigen zwakheid voor, in plaats van Gods bewarende kracht Het resultaat is, dat zij in een treu-rigen toestand komen, en hun leven wordt, zooals het in 2 Petrus 1 : 9 is beschreven : „vergeten hebbende de reiniging.quot; Zij komen in een treurigen toestand, omdat zij al „deze dingen,quot; die Petrus noemt, verloren hebben.

177

8*

ocr page 188

SCHRIFTUURLIJKE

Zijt gij zonder zonde?

In het geheel niet. God verwacht, dat gij wandelen zult, overeenkomstig het licht, dat gij hebt ontvangen. Het kan zijn dat gij met Paulus zegt in i Cor. 4:4: „Ik ben mijzelf van geen ding bewust; doch ik ben daardoor niet gerechtvaardigd; maar, die mij oordeelt is de Heerequot;. Gij ziet: Paulus\' geweten was vrij, en toch toont hij, dat hij met het oog op Gods volkomen reinheid, geen oordeel uitsprak over zichzelf, maar het aan God overliet. Marie zal bijvoorbeeld tegen haar moeder zeggen: „Mag ik wat voor u naaien ?quot; De moeder geeft het kind werk, en zij naait lange en korte steken. Moeder zegt: „Goed gedaan,quot; omdat het kind het deed, voor zoover zij het kon; maar het licht, dat het kind had, was niet aan dat van de moeder gelijk. Deed nu het kind verkeerd? Neen. Zal de moeder het

i78

ocr page 189

REINIGING DES HARTEN.

kind berispen^ omdat zij niet juist zoo naait als de moeder hetzelf kan? Neen zeker niet; maar aan den anderen kant, zal de moeder zeggen, dat het kind het werk volmaakt gedaan heeft? Ook niet; de moeder ziet overeenkomstig het licht, dat zij heeft, en het kind overeenkomstig het hare. Op dezelfde wijze ziet God. Prijs den Heer. Ik zeg u nog eens, wat Gods licht openbaart, dat wordt door het bloed gereinigd.

Wat zijn de fouten, die men maakt, nadat men gereinigd is?

(i) Velen van hen gaan verzoeking en zonde met elkander verwarren, zij denken altijd, dat zij zondigen, wanneer zij het niet doen. Lezer, pas hier goed op. Zonde is geen verzoeking; en verzoeking is geen zonde. Gij kunt den ganschen dag hevig verzocht worden, en toch bewaard worden door Jezus, die het

179

ocr page 190

„ SCHRIFT C UJi L 1.1 K E

hart behoedt^ zoodat gij niet zondigt. „Jaquot; zeggen tot de verzoeking, dat is zonde; en het geneesmiddel hiervoor is: rust uitwendig op de belofte van God, wat er dan ook kome, en de verzoeking zal van u weggaan, zooals zij kwam. Indien gij deze dingen met elkander verwart, dan gaat gij twijfelen omtrent uwe reiniging.

(2) Vurige pijlen van Satan zijn geen zonde (Ephese 6 : 16). Die vurige pijlen zullen hevig zijn, zij zullen branden in uwe ziel. Satan wil u van de rustplaats verwijderen, en daarom zal hij voortdurend zijne pijlen in den vorm van de een of andere gedachte of twijfeling op u afschieten; maar als gij uw rustplaats, buiten uzelf, houdt, dan zal hij gaan zooals hij kwam. Indien gij echter de gedachten koestert en tracht te weten te komen, waarom zij uw hart binnenkwamen, dan gaat gij naar beneden, en gij begint te

180

ocr page 191

REINIGING DES HARTEN.\'

twijfelen over uwe reiniging. „Gij kunt een vogel niet verhinderen over uw hoofd te vliegen en daarop een schaduw te werpen, maar gij kunt ervoor waken, dat hij geen nest maakt in uw haarquot;. Het middel is: belet het door het schild des geloofs. Wat bedoelt gij daarmede ? Laat uw geloof uitwendig op het Woord rusten, en deze pijlen zullen inwendig door den Heer bedwongen worden. Indien gij zelf het schild des geloofs neemt en tracht de pijlen te bedwingen, dan zult gij nedergeveld worden; de strijd is des Heeren. „Stelt uzelven, staat en ziet het heil des Heerenquot; (2 Kron. 20 :17). Ik zal u een voorbeeld geven. Hier is een put; het water is zeer kalm, geen beweging-is erin ; een boom weerkaatst in het water; gij kunt de bladeren zien en de knoppen, en een vogel op een tak zittende. Plotseling werpt gij een steentje in den put, het wa-

181

ocr page 192

„ SOUR IF TV URL IJKE

ter maakt kringen en het is of de boom beweegt. De boom beweegt volstrekt niet; alleen het water in den put beweegt. Wat kunnen wij hieruit leeren? De put is uw hart; het kalme water, de vrede, dien gij hebt; de boom, het Woord van God; de steen, de pijl van Satan. Wanneer Satan zijn pijl zendt — den steen — dan verliest gij het genieten van den vrede; maar den Vrede zelf niet, want Jezus zelf is onze vrede (Ephese 2 : 14). Het schijnt of de boom beweegt. Gij beweegt in de rust-plaats, maar de rust-plaats zelf, — dat is Gods belofte — beweegt niet. Indien gij maar op de belofte blijft rusten, dan zal uw hart weer kalm worden, gelijk het water in den put een weinig latei-kalm wordt. Niets is er gebeurd, wat u kwaad gedaan heeft; indien gij echter den steen uit het water wilt halen, dan zult gij nog meer kringen in het water maken — dat

182

ocr page 193

REINIGING DES IIARTEN.quot;

is; gij zult nog ellendiger worden en uw rust-plaats verliezen. Pas op, tracht nooit tegen den duivel te vechten, maar rust op het Woord van God. Indien gij dat niet doet, dan zult gij uwe reiniging in twijfel gaan trekken.

(3) Niet te wandelen in het licht, dat is, volgens den wil van God: ziehier een andere fout. Hoe weet gij den wil van God? Vraag een klein meisje: Weet gij wat uw moeder gaarne heeft? Ja, zij weet het, omdat zij moeder kent en met haar leeft. Houd u dicht bij Gods Woord en gij zult Zijn wil weten. Bid dit gebed: „Leer mij Uw wil te doen, o God!quot;

(4) Indien gij niet gaat getuigen, dat God u gereinigd heeft, evenals gij van uwe bekeering getuigenis hebt afgelegd, dan zult gij de reiniging in twijfel gaan trekken (Rom. 10 :10). Redding beteekent volle redding, zoo moet iedere zegen rond-

183

ocr page 194

„SGHRIFTÜÜRLIJKE

verteld worden. Door dit te doen eert gij Gods reinigende macht.

Belijden is geen verwaandheid; twijfelen is verwaandheid. „Zijn er niet tien gereinigd, maar waar zijn de negen ?

Wat is de ondervinding van een gereinigde ziel?

Hand. 23 : 1. „Ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.quot; Hand. 24; 16 „Ik oefen mijzelven om altijd een onergerlijk geweten te hebben bij God en de menschen/\' 1 Thess2: xo: „Gij zijt getuigen en God, hoe heilig, en rechtvaardig, en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn.quot; Is dit uw ondervinding?

Hoe moet uw houding zijn,

uw geheele leven lang na uwe reiniging ?

(1) Uw steunpunt is altijd gelegen in het uitwendig rusten op Gods

184

ocr page 195

REINIGING DES HARTEN.quot;

beloften, neem nooit, nooit, nooit, om welke reden dan ook, uw rust weg.

Indien gij de reiniging wilt verwezenlijken, dan moet gij uitwendig rusten. Indien gij wenscht te weten, dat gij opwast in de genade, rust buiten uzelf op de belofte.

(2) Welke twijfelachtige zaak er ook in uw hart komt, laat haar van u gaan, zonder dat gij wilt te weten komen, of aan anderen te vragen hoe die er gekomen is, en het zal uw geweten doen opklaren. Laat haar bij God, en geniet zelf van uw vrede. Dan zult gij niet verontrust worden. „Zoo wat Hij ulieden zal zeggen, doet datquot; (Joh. 2; 5). Probeer niet te gaan redeneeren, maar doe het dadelijk.

(3) Verwacht den geheelen dag bewaard te blijven voor de zonde. „Ik schrijf u deze dingen opdat gij niet zondigtquot; (1 Joh. 2: 1).

(4) Zie niet op uw zwakheid, maar op Zijn macht. Niet op uw armoede,

185

ocr page 196

„SCHRIFTLWRLIJKE

maar op Zijn rijkdom. Zie niet op uw geneigdheid om te vallen, maar zie altijd op Zijn macht om u te bewaren, en dan zult gij bewaard worden.

Laat mij nu nog eens samenvatten, wat ik gezegd heb, in deze woorden:

Rust, buiten u zelf. Word bewaard, door den Bewaarder. Gehoorzaam. —

Nu is het heel goed dit hoofdstuk te lezen, en misschien zult gij zeggen : „waarlijk deze dingen zijn zeer juistquot;, maar ik moet nog eens bij u aandringen, om toch dezen zegen aan te nemen. Het te verstaan met uw hoofd zal u niets baten, maar alleen door het in practijk te brengen, zal het u van nut zijn. Gij kunt den zegen nu ontvangen, juist waar gij zijt; indien gij eerlijk en in ernst zijt, dan zal het u niet veel tijd kosten, om dezen zegen te bezitten. Honderden hebben in ééne minuut

186

ocr page 197

REINIGING DES HARTEN.■■

dezen zegen ontvangen. Ga nu op uwe knieën, mijn broeder of zuster, vraag God u te reinigen, neem Zijne belofte, Ezech. 36 : 25, 26, 27 of een andere, en neem de reiniging in het geloof aan, volgens Hand. 15 :9. Gij kunt het niet voelen, maar gij moet het gelooven; gevoel is geen geloof, en geloof is geen gevoel. Geloof eerst, en dan zal het gevoel komen, wanneer gij gehoorzaamt. Het eerste is een feit, en wel dit: God zegt: „Ik wil u reinigenquot;; het tweede is geloof; gij moet gelooven, wat God zegt; het derde, wanneer gij gehoorzaamt, zult gij het overvloediglijk gevoelen. Sla geen acht op wat gij gevoelt, let eenvoudig op het geloof, en op uwe knieën moet gij danken, vóórdat gij voelt, volgens Joh. 11:41. Jezus dankte den Vader, vóórdat Lazarus uit het graf kwam, toen kwam Lazarus uit. Eerst geloof, dan openbaring van het geloof. En ga het dan ver-

187

ocr page 198

„REINIGING DES HARTEN.quot;

tellen, dat werkelijk heden God uwe ziel gereinigd heeft, evenals gij dat gedaan hebt, toen God u gered heeft. Indien gij het anderen niet wenscht te vertellen, dan gelooft gij het nog niet en verwonder u dan niet, dat gij steeds twijfelt. Vraag op uwe knieën om reiniging. Neem het aan in het geloof. Dank God op uw knieën. Vertel het, en de Heerlijkheid, Jezus Zelf, zal uwe ziel vervullen, en Jezus Zelf komt binnen (Openb. 3 =20)-

188

ocr page 199

TOESPRAAK VAN V. D. DAVID OP DE NOR Till IEL D-CONFE-RENTIE VAN zS97. \')

Ik behoef niet veel meer te zeggen over het gevuld worden met den Geest en het meer overvloedige leven (i Thess. 4: 10); want zoodra Jezus in uw hart komt, reinigt

*) Misschien de merkwaardigste persoon van de laatste Northfield-conferentie was de Tamil-Evangelist V. D. David, een geboren Hindoe, die alleen tot het bijwonen van die conferentie ons land bezocht. Op zijne reis door Indië, die drie maanden duurde, hebben meer dan tienduizend menschen getuigd onder zijne prediking bekeerd te zijn, waarvan er zeven en dertig het Evangelie zijn gaan verkondigen, evenals hij het doet, zonder betaling, collecte of inschrijving. Het is een zeer opmerkelijke zaak, dat Indië, ons eigen zen-dingsgebied, nu leeraars naar ons land (Amerika) gaat terugzenden, om ons te leeren. Deze toespraak is de laatste van die, welke hij op genoemde conferentie heeft gehouden.

(Noot der Redactie van: „The way of Faithquot; van 20 Oct. 1897).

Hoofdst. 9.

189

ocr page 200

\'WESPRAAK OP DE

Hij u en vult uw hart met Zichzelf. Reiniging en vulling gaan samen; reiniging door geloof, en het meer overvloedige leven, of de belofte des Vaders, evenzoo doorge-loof (Gal. 3 : 14).

Nu zal ik wat ik gezegd heb door mijn getuigenis bezegelen. Ik breng deze boodschap niet alleen in theorie, maar ik heb haar in practijk gebracht in mijn eigen leven. Ik onderwijs niet eenvoudig wat men mij heeft geleerd, maar ik wil rondvertellen, wat ik zelf heb ontvangen, wat ik bezit. Mijn getuigenis zal u een duidelijk denkbeeld geven van het leerstuk van het gevuld worden met den Geest of het meer overvloedige leven, ik vraag dus uw aandacht, maar tevens vraag ik u dat gij zelf dezen zegen in het geloof aanneemt.

Laat mij eerst nog een paar woorden zeggen over de discipelen vóór en na Pinksteren.

190

ocr page 201

NORTH FIELÜ-CONFERENTIE.

Toen de discipelen Jezus zagen weggaan, wisten zij niet, wat zij moesten doen, zij waren diep treurig. Maar Christus had hun bevolen, niet van Jeruzalem weg te gaan; maar daar te wachten tot zij de belofte van den Vader hadden ontvangen. Zij waren discipelen, maar nog geen apostelen. Zij hadden leven, maar geen kracht. Daarom zeide Jezus tot hen: „Wacht te Jeruzalem, totdat gij kracht zult hebben ontvangen uit den hemel. Wanneer gij de kracht zult hebben ontvangen, ga dan van Jeruzalem uit, Judea en Samaria door^ tot aan de uiterste deelen der aarde.quot; Zij wachtten daar tien dagen lang. Zij hadden tien dagen voor gebed en lofzang en wachten op God, beide mannen en vrouwen, zoowel in de opperzaal als in den tempel. Zij wachtten op God en zagen hun eigen boosheid, en zagen de verkeerde daden van hun vroeger on-

191

ocr page 202

TOESPRAAK OP DE

geloof en de Heere God bereidde hen voor, om dat overvloedige leven te ontvangen. Zij moesten voorbereid worden; zij moesten het leven zien, dat zij hadden geleid toen Jezus nog met hen op aarde was. Zij moesten al hun zonde zien, voordat deze wondervolle kracht op hen neerdaalde. God zou hen in één dag wel hebben kunnen vullen, maar Hij liet hen wachten totdat zij gereed waren om den Doop des Heiligen Geestes te ontvangen. Toen zij gereed waren, juist ter rechter tijd, viel de Heiligen Geest op hen. Zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest; en toen zij vervuld waren, zie eens wat Petrus deed. Hij ging in de open lucht het Evangelie prediken. Vroeger was hij bevreesd; hij wist in het geheel niet, hoe hij moest prediken. Nu deed hij zijn mond open midden op straat, en drie duizend menschen werden bekeerd in één bijeenkomst. Tegen-

192

ocr page 203

NOR TIIFJELD-CONFERENTIE.

woordig predikt men dertig, veertig of zestig keer, en misschien worden er één of twee menschen bekeerd, somtijds zelfs niet één. Die man predikte eens en er werden er drieduizend bekeerd. Het was de kracht van God, die het deed. Mijn vriend, wanneer gij de kracht van God niet hebt, dan zal uw prediking niets uitwerken. Preek duizend jaar, en gij zult nog niets hebben uitgewerkt. Doe al wat gij wilt: het zal niets anders zijn dan geestelijke gymnastiek. Indien gij dit overvloedige leven niet ontvangt, dan is uw Christelijk leven niet waard geleefd te worden.

Maar dit niet alleen: toen zij dit leven ontvingen, verdroegen zij allerlei moeilijkheden, zij leden om Christus\' wille. O wat een wondervol leven hadden zij! Waar zij ook heen gingen, overal openbaarden zij het leven van Christus. De menschen zeiden: „Wie zijn deze mannen?

193

ocr page 204

TOESPRAAK OP DE

Zijn het niet Galileërs? Hoort hoe zij spreken, ziet hunne aangezich ten, ziet hoe zij alle moeilijkheden verdragen/\' Vroeger hadden zij zulk een kracht niet, wat was dan de oorzaak, dat zij die nu wel hadden ? Zij hadden het meer overvloedige leven, den Doop des Heiligen Gees-tes ontvangen.

Mijn broeder, gij zijt uit God geboren, gij wandelt met God; maar gij zijt niet gevuld met God. Indien gij de vulling niet krijgt, zal er geen kracht in uw werk zijn. Waarom worden zoovele predikanten, Zondagschool-onderwijzers en menschen die met Christelijk werk bezig zijn vermoeid in hun werk ? Het geheim is, zij hebben deze kracht niet, zij werken langs hun eigen weg, op hun eigen wijze, in de kracht des vleesches. De Heer helpe u, dat het anders worde!

Indien gij deze kracht wenscht te bezitten, luister dan naar wat gij doen

194

ocr page 205

NOK TIIFIELV-CONFEKENTIE.

moet. Ten eerste : afscheiding, bevrijding van het kwaad. Ten tweede: toewijding, ai wat gij zijt en al wat gij hebt moet op het altaar gelegd worden. Ten derde: uw wil om iets te zijn, moet overgegeven worden. Ten vierde; gij moet gelooven dat de Heere Jezus Christus u van alle zonde kan reinigen, volkomen reinigen. Dan wordt gij gevuld. Hij vult u met Zichzelf. Dan zult gij heerlijkheid van binnen en van buiten hebben. Moge God u helpen het te gelooven.

Laat mij u nu vertellen, hoe ik dit meer overvloedige leven heb ontvangen. Ik ben in 1853 in Zuid-Indië geboren. Mijn vader was in den dienst der Zending, mijn moeder was onderwijzeres, die toen zij nog een kind was, afgoden had aangebeden. Ook mijne grootouders waren afgoden-dienaars. Toen ik ongeveer twee jaar oud was stierf mijn vader. Mijn moeder zorgde

195

ocr page 206

TOESPRAAK OP DE

goed voor mij en deed wat zij kon om mij wat te laten leeren. Ik ging op zeer jeugdigen leeftijd naar de zendingschool, en bleef daar tot ik negen jaar oud was. Toen bezocht ik tot mijn zestiende jaar een andere school.

Ik was erg ongehoorzaam, mijne onderwijzers hielden niet van mij, en wenschten maar, dat ik van school zou gaan, omdat ik zoo koppig was. Mijn moeder liet mij somtijds zelfs door een ander een pak ransel geven, waar ik echter niets om gaf. Ik was slecht, wanneer ik iets had gedaan, gaf ik altijd andere jongens de schuld.

Eindelijk liep ik, nadat ik nog eens van school had verwisseld, vandaar weg, verliet Indië en ging naar Ceylon, om daar mijn fortuin te beproeven.

In het eerst in Ceylon, deed ik allerlei kwaad. Satan trok mij in eiken hoek van zijn koninkrijk. Hij

196

ocr page 207

NOR TII FIELD-CON GERENT JE.

oefende mij in zijn school, en leerde mij allerlei dingen : drinken, rooken, billardspelen en niets doen. Ik kwam terecht in een drankwinkel, waar ik eenige jaren werk vond met drank verkoopen en de boeken bijhouden. De Heere God sprak dikwijls tot mij, maar ik sloeg geen acht op Gods stem. Mijn lieve moeder schreef mij dikwijls, ik beantwoordde haar brieven echter nooit. O, hoe vaak heb ik haar hart gebroken! Terwijl ik met dit werk bezig was, verleidde de duivel mij tot oneerlijkheid. De eigenaar van den drankwinkel, kon lezen noch schrijven, ik kon dus met zijn geld doen, wat ik wilde. Zeven jaren bleef ik in dien toestand, toen de duivel een ander werk voor mij uitdacht, namelijk voor mij zelf met een compagnon een winkel te beginnen. Toen ook won ik op oneerlijke wijze geld, en begon nu boekbinden, photografee-ren en allerlei andere dingen te

I97

ocr page 208

TOESPRAAK OP VE

leeren. Om maar geld te verdienen, gaf ik mij voor alles.

Op deze wijze ging ik voort, zonder hoop. Af en toe dacht ik; „Als ik sterf, waar zal ik dan heen gaan ?quot; Maar die gedachte duurde niet lang. Toen ik mij in dien toestand bevond kwam mijn moeder naar Ceylon, om mij mede te nemen naar Zuid-Indië. Zij was, bij mij komende, zeer teleurgesteld, denkende dat ik geld genoeg bezat om een huwelijk te kunnen aangaan. Hoewel dat niet zoo was, nam zij mij toch met zich mede. Volgens onze gewoonte, zocht mijn oom, het hoofd der familie, een vrouw voor mij. Nooit vóór mijn huwelijk had ik haar gezien, maar de Heer deed het alles goed uitkomen; toen ik haar zag, was ik tevreden. Het was duidelijk, dat de Heer de hand in dit huwelijk had. O, eere zij God; de Heer maakte alle dingen wel.

Maar ik was nog niet bekeerd. Na mijne bekeering vertelde mijn

198

ocr page 209

XORTHFIELD-CONFEliENTIE.

vrouw mij, dat zij God gebeden had, haar een bekeerden echtgenoot te geven en zeer teleurgesteld was, toen zij bemerkte, dat ik niet bekeerd was.

Laat mij u nu mijne bekeering vertellen. Wij waren nog geen drie uren getrouwd, toen zij mij een trac-taatje bracht, mij vragende het te willen lezen. Ik zag het in, en wierp het weg. Het brak haar hart, toen zij zag, dat ik niet bekeerd was. Na al hare gebeden had zij dan toch een onbekeerden man gekregen; heel dikwijls heeft zij tranen vergoten voor mij. Af en toe sprak zij met mij over geestelijke dingen, maar ik wilde er niet veel van weten, en somtijds gaf zij mij boeken te lezen, die ik dan alleen las om haar genoegen te doen. Eens gaf zij mij Bunjan\'s Christenreis. Ik las het boek lachende door, en zeide: „Die Bunjan bevalt mij nog al.quot; Mijn vrouw zeide niets van mijn gedrag, maar

199

ocr page 210

TOESPRAAK OP DE

behandelde mij altijd voorkomend en toch had ik binnen een jaar met spelen al het geld van mijn moeder opgemaakt. Toen, een jaar na ons huwelijk, ging ik met mijn vrouw terug naar Ceylon en zocht naar de een of andere betrekking, mijn vrouw echter vroeg mij of ik niet een betrekking wilde gaan zoeken bij de zending, zooals mijn vader had gehad. Ik vroeg haar: „Waarom zou ik op het zendingsveld gaan arbeiden; hoeveel salaris zal ik dan krijgen; misschien zullen zij mij geen tien ropy\'s per maand 1 geven, wat kan ik daarmee doen ? ik moet geld verdienen en evenals vroeger genieten van de wereld.quot;

Mijne vrouw zeide dan: „Luister naar mij: Laat, wat de Heer ons zal geven, genoeg voor ons zijn; ik wel zal zorgen voor voedsel en kleeding.quot; Maar ik begreep niet,

200

1

Ongeveer /12.50.

ocr page 211

NOR T U VJEL D - CO N FE li EN TIE

wat zij bedoelde. Ik zeide; „Hoe kan dat? Ik wensch eerst zeker te zijn, geld te zullen verdienen.quot;

Zij hield niet op tot God te bidden en de Heere God hoorde haar gebed. Op zekeren dag zeide zij tot mij: ,,Zoudt gij niet met mij mee willen gaan naar den predikant Rowlands den voorzitter van het zendingscomité?quot; Ik vond dat goed, wij namen een rijtuig, en kwamen voor de deur van zijn huis, waarop ik echter op eens zeide: „laten wij teruggaan, ik kan niet in dienst der zending gaan, en maar eenige ropy\'s verdienen. Zeker niet. Ik heb vroeger meer geld aan andere menschen betaald. Zou ik nu acht of tien ropy\'s van deze zendelingen nemen? Dank u.quot;

Wij keerden dus terug, maar voortdurend was er strijd tusschen haar en God: „Heer, maak mijn man gewilligquot;. Zij bad tot God, en sprak weinig tot mij. Ten laatste

201

ocr page 212

TOESPRAAK OP DE

mijn geweten? Ik kan nauwelijks ademhalen, ik kan eten noch slapen. Wijs mij toch den weg!quot; Haar antwoord was: „Geloof in den Heere Jezus Christus/\' „Dat weet ik, maar wat is gelooven? Ik weet niet wat gelooven is, hoe hebt gij geloofd ?quot; Zij wist niet, hoe zij mij dat moest verklaren. „Is dat uw geheele geloof?quot; zeide ik weer, „gij weet niet hoe gij een arm zondaar tot Christus moet leiden; geloof in den Heere Jezus Christus zegt gij. Dat weet ik, maar: wat is gelooven? Hoe hebt gij geloofd? wijs ook mij dien weg.quot; Zij was bedroefd, omdat zij mij niet kon helpen. Arme vrouw, zij was er dikwijls over in tranen.

Toen vond ik verscheidene trac-taatjes: „Het bloed van Jezusquot;; „verzekeringquot; enz. Ik begon verscheidene van die boekjes te lezen, die mij eenige vertroosting gaven, toch wist ik nog niet, hoe mijne zonden moesten vergeven worden. Ik probeerde

204

ocr page 213

NO]t TH FIKLD-CONFKR EN TIE.

het op allerlei manieren, ja schreef zelfs mijne zonden op een stuk papier. Somtijds riep ik uit: „Is er iemand, die mij den weg des heils kan wijzen?quot; Allen die dat hoorden zeiden dan: „Geloof in den Heere Jezus Christus!quot; Dat was alles, meer niet. Toen ik op deze manier doorging met zoeken, maar niets vorderde, vond ik een boek, getiteld: „De ernstige zoekerquot; waarin ik een vers vond, dat mij op eens bracht, waar ik wezen moest, Rom. 4:5. Het vers luidt: „Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, die den goddelooze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.quot; Hij, die gelooft zal redding vinden, niet hij die werkt. Deze twee woorden hield ik vast: „werktquot; en „gelooft.quot; Met deze twee woorden ging ik in een hoek zitten. Ik zeide tot mijzelf: ik wil geen stap verder gaan, voordat ik deze waarheid begrijp; niet hij die werkt, maar hij die ge-

205

ocr page 214

TOESPRAAK OP DE

looft. Dadelijk gaf ik mijn werken op. Ik gaf op mijn werk om te bidden; ik gaf op mijn werk om mijne zonden op een stuk papier te schrijven; ik gaf op mijn werk om dikwijls te zuchten. Ik gaf al mijn werk op. Toen, toen ik al mijn werk had opgegeven, bleef ik eenvoudig stil zitten. Zoodra alles stil was, hield ik God bij Zijn Woord, vond vrede en was er volkomen zeker van volgens Jes. 53 : 6. „Wij dwaalden allen als schapen, een iegelijk keerde zich naar zijnen weg, maar de Heer heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanloopen.quot; Heeft, heeft, heeft. Dit vers schoot mij te binnen en de Heer sprak tot mij op de volgende wijze; „David, waar legde de Heer de ongerechtigheid? Op wien?quot; „Op Jezus.quot; „Wiens ongerechtigheid ?quot; „Die van ons allenquot; „Zijt gij een van die allen?quot; „Ja, Heer, een van die allen ben ik.quot; „Indien gij een van die allen zijt,

206

ocr page 215

NOK 77/ FI EL D-CONFEREi\\ TIE.

waar zijn dan uwe zonden?quot; „Op Jezus.quot; „Wie legde ze daar?quot; „God deed dat.quot; „Wiens zonden?quot; „Davids zonden.quot; „Op wien? „Op Jezus.quot;

Zoodra ik zag dat mijne zonden niet tegelijkertijd op mij en op Jezus konden zijn, kwam het beeld mij voor den geest, indien ik mijn hoed op mijn hoofd heb, kan hij niet tegelijkertijd aan den kapstok hangen. Dit maakte het in eens duidelijk, waarop ik zeide: „Prijs den Heer!quot; Zoodra ik dat had aangegrepen ging ik het opgetogen aan mijne vrouw vertellen: „Ik bezit Hem, ik bezit de waarheid.quot; O, zij kon zien, dat mijn gelaat beaamde wat ik zeide en van vreugde glinsterde. Mijn gelaat, dat drie of vier voet lang was geweest, schitterde nu van opgeruimdheid, en zij kon zien, dat ik de verzekering had gekregen, dat mijne zonden waren vergeven. Ik zeide tot haar: „Weet gij hoe

207

ocr page 216

TOESPRAAK OP DE

gij dat ontvangen moet? Begrijpt gij het?quot; „O, vertel het mij,quot; vroeg zij. „Zit stil,quot; antwoordde ik, „doe niets, houd God aan Zijn Woord.quot; O, zij begreep het, zij was een Christin, maar zij had niet de verzekering van hare verlossing.

Toen werd mijn moeder bekeerd, en daarna mijn broeder en andere leden van mijne familie. Het geheele huis werd gered, en wij begonnen met luider stem te jubelen. Zoodra wij den Heer begonnen te prijzen, zeide de man, die naast ons woonde: „Verlaat dat huis, en ga ergens anders wonen, wij kunnen uw geroep niet uitstaan.quot; „Of gij er u aan ergert of niet, wij kunnen ons prijzen van den Heer niet opgeven,quot; was ons antwoord. Nadat ik dezen vrede had gevonden, ging ik dadelijk de straat op en begon voor mijn huis te prediken. Ik wist niet hoe ik moest prediken, maar ik schreeuwde het uit en maakte een vreeselijk

208

ocr page 217

NOR TIJ FIE LD-CO N FE RENT JE.

leven. Ik vertelde de menschen, dat als zij niet tot Christus kwamen, zij verloren zouden gaan. Dat was alles wat ik predikte. Ik zeide steeds maar weer deze woorden. Maar de menschen wilden niet naar mij luisteren en lachten als ik riep: „De toorn van God zal over u komen.quot;

Menschen, die lachten om mijn prediking, waren mij een doorn in het oog, en zeer dikwijls werd ik boos, want ik was nog maar alleen gered, verder had ik nog niets gekregen.

Tien of elf jaar had ik zoo gepredikt, maar ik had mijn op-en-neer\'s in mijn leven; om tien uur was ik boven op den berg, en om elf uur beneden in de vallei. Soms wilde ik mijn drift onderdrukken, maar ten laatste kwam zij toch weer boven. Soms voelde ik mij alsof ik in den hemel was, en soms alsof ik in de hel mij bevond. Ik wist niet hoe ik van mijn menigvuldige

209

ocr page 218

TOESPRAAK OP UE

zonden die steeds op mij aandrongen, moest verlost worden. Tot vele menschen wendde ik mij om geholpen te worden, maar ik kreeg geen hulp. Indien iemand mij onder mijn prediking in de rede viel, dan riep ik een politieagent om de orde te handhaven; ik kon dat niet uitstaan. Wat een vreeselijk humeur had ik toch! Dikwijls brak ik thuis een kleinigheid en dan was ik mijn drift niet meer meester. Eens kwam ik met mijn salaris thuis, terwijl mijn vrouw voor de deur stond. Zoodra zij mij in het gezicht kreeg riep zij mij al toe, of ik mijn salaris had ontvangen, waarop ik zoo boos werd, dat ik al het geld het huis inwierp en toen wegholde om mijn zonde voor God te belijden. Gewoonlijk koelde ik mijn woede, als ik boos was, op de dingen die in mijn nabijheid waren, maar had er dan later weer spijt van. Eens herinner ik mij nog, greep ik een kuiken en

210

ocr page 219

XORTHFIELD-CONFEREXTIE.

wierp dat tegen den grond. Wanneer mijne schooljongens hunne lessen niet kenden, dan trok ik hen aan de ooren en sloeg hen, vaak onrechtvaardig. Later zag ik in, dat ik een groote fout had begaan, die ik niet had moeten maken. Ik ging preeken, maar mijn leven was niet gelijkmatig. Ik preekte heiligmaking, maar zelf was ik niet geheiligd. Ik zeide heel veel dingen over de macht van Jezus, maar Zijn macht was niet geopenbaard in mijn leven. Ik trachtte mijn drift te beteugelen, maar ik kon het niet. De menschen zeiden maar; „Onderdruk uw drift, houd haar naar beneden,quot; maar ik zag, dat de oude Adam sterker was dan ikzelf. Velen zeiden mij, dat ik mijne zonden aan Jezus had te belijden, dat Hij ze mij zou vergeven en dat ik dan van die zonden gereinigd was. De zonde moest ik ten onderbrengen en onderdrukken, zoo zeiden zij mij, ik moest waken.

211

ocr page 220

TOESPRAAK OP DE

Nooit begreep ik het. Ik zeide: Ja, ik probeer dat al. Ik waak, ik tracht ze te onderdrukken, maar ik kan niet. Toen, dat voortdurende strijden moede zijnde, gaf ik al mijn prediken op, en al mijn boeken, nam mijn bijbel met mij mee en ging naar het Cinnamon-Park in Colombo (Ceylon), alleen met God, zeggende: „Heer, leer Gij mij, toon mij mijzelf, en zeg mij of er bevrijding voor mij is.quot; De wondervolle God opende mijne oogen. Ik was naar het rechte college gegaan; de theologische klas aan Jezus\' voeten. Daarna sloot ik mijzelf op in mijn kamer en begon op mijne knieën de Schrift te onderzoeken. Eerst bestudeerde ik „harten,quot; o wat deed mij dat goed! Ik zag de photografie van mijn eigen hart duidelijker dan ik die ooit had gezien, toen ik harten begon te bestu-deeren: een trotsch hart; een gewillig hart; een gehoorzaam hart; een oprecht hart; een volkomen hart;

212

ocr page 221

NOU THF1ELD-G0NFERENTIE.

een steenen hart; een eenvoudig hart; een gebogen hart; meer dan 140 soorten van harten — het kostte mij meer dan vier maanden om dit onderwerp te bestudeeren. Toen ik daarmede klaar was, begon ik Gods Woord te onderzoeken om „reinigingquot; te verstaan. Eere zij God, ik zag in, dat de Heer ieder onrein ding uit het hart plaatst. „De oude mensch is met Hem gekruisigdquot; (Rom. 6 : 6). Wat leerde ik over het „eigen ikquot;? (Gal. 2:20). Het hing aan het kruis. Wat over: „het vleesch?quot; „het vleesch met de bewegingen en begeerlijkheden?quot; Aan het kruis is het genageld (Gal. 5 :24). Wat over drift, humeur en al dergelijke dingen? Het moet alles geweerd worden (Eph. 4 : 31). Wat over lasten? Lasten moeten afgelegd worden (Hebr. 12: 1). De Heer toonde mij, één voor één, dat al deze dingen moeten verwacht worden buiten het hart te zijn, en niet

213

ocr page 222

TOESPRAAK OP DE

binnen in het hart. Ik dacht dat ze van binnen moesten wezen, maar de Heer leerde mij dat zij allen buiten het hart moesten geplaatst worden. Men had mij geleerd, dat men niet anders moest verwachten, dan dat deze dingen in het hart waren, totdat men stierf, en dat ze onderdrukt moesten worden. Sommigen zeiden: „Jezus houdt ze ten onderquot;. Ik zag in, dat deze leer onschriftuurlijk was, toen ik die vergeleek met het Woord van God. De Heer toonde mij dat alle onreinheid buiten was. Ik vond voor alles hoofdstuk en vers. Toen begreep ik de waarheid, dat alle onreinheid buiten het hart was, Christus alleen binnen in het hart; maar ik wist nog niet hoe ik die waarheid in mijn leven moest toepassen. Ik dacht dat het verwaand was dat maar zoo te gelooven. De woorden des Hee-ren waren duidelijk, ik wist dat er geen fout in was; ik begreep het.

214

ocr page 223

NOR THFIELD-CONFERENTIE.

Bovendien ik leerde, dat reiniging kan verkregen worden door eenvoudig geloof alleen (Hand. 15:9). Ik geloofde dit alles heel goed, maar ik vatte het niet aan, en dankte er niet voor.

Zoo leefde ik een tijd lang voort, toen ik een vriend ontmoette, een onopgevoed maar een practischman. Hij bezat dit meer overvloedige leven, maar kon het niet aan een ander leeren, hoewel hij het in prac-tijk bracht. Die man zeide; „David, mijn vriend, kom eens hier. Ik zie gij hebt goed materiaal; ik hoorde u preeken. Gij zijt sterk, hebt een goede stem, maar weet gij dat er iets aan u ontbreekt?quot; Wat is dat? vroeg ik. „Gij hebt alleen vreemd vuur; het vuur des Heiligen Geestes mist gij.quot; „Wat bedoelt gij daarmede, vertel het mij,quot; zeide ik. „Mijn goede broeder^ als gij het vuur des Heiligen Geestes niet hebt, dan kunt gij prediken zooveel gij

215

ocr page 224

rOESPUAAK OP 1)E

wilt, maar gij kunt geen zielen winnen voor Christus; gij kunt preeken, en preeken en nog eens preeken, maar het zal alles ijdel zijn. Gij hebt het gereedschap; een ding ontbreekt u nog; zoodra gij het vuur hebt ontvangen, dan zult gij een geheel ander man zijn, en zielen zullen bekeerd worden.quot; „Ik dacht dat ik vuur hadquot; zeide ik tot hen. „Neen,quot; was het antwoord, „zal ik u de teekenen van uw gebrek eens laten zien ? Zijt gij nu niet dikwijls driftig?quot; „O, ja.quot; „Wanneer de menschen aanmerking maken op uwe prediking en u tegenspreken wenscht gij dan niet soms dat iemand uw partij zal opnemen, en hun een tik om hun ooren zal geven?quot; „Ja, zelf zou ik het niet willen doen, maar dat een ander het deed, zou ik gaarne zien.quot; „Zijt gij niet vermoeid van het preeken, wanneer gij dat eens of tweemaal gedaan hebt?quot; „Ja, meer dan tweemaal kan ik niet

216

ocr page 225

NOR TH FIELT)-CONFER EN TIE.

preeken. Zoodra ik thuiskom ben ik schor, heb keelpijn en ben moe.quot; „Krijgt gij op uwe gebeden eenig antwoord?quot; „Zeer zelden.quot; Ik bemerkte wel, dat hij veel van dit leven verstond, daarom vroeg ik hem : „Ik heb dat leven niet, wat moet ik doen?quot; „Ik zal u den weg wijzen,quot; was zijn antwoord. „Ik weet zelf niet hoe ik u dien moet leeren, maar ga naar God, wees eerlijk en gij zult dezen doop des Heiligen Gees-tes ontvangen.quot; Ik ging met hem mede naar zijn huis en hij liet mij met God in een bovenkamer, \'t was tusschen elf en twaalf uur \'s avonds. Ik knielde neer en de Heer begon mij te onderzoeken. Hij bracht het een na het ander uit mijn hart te voorschijn. Eerst toonde Hij mij al de vuilheid, al den trots, het eigen ik, kwaad, twijfel, lastering, het niet betalen van mijne schulden (ik betaalde al mijne schulden later af, het duurde ongeveer vier jaren). Al

IO

217

ocr page 226

TOESPRAAK OP ÜE

deze dingen bracht Hij mij voor den geest. Toen zeide de Heer tot mij : „David zijt gij bereid om u over te geven?quot;\' „Ja Heerquot; „Alles?quot; „Alles Heer!quot; En het een na het ander liet Hij mij op deze wijze zien: „Zijt gij bereid uwe betrekking op te geven, wanneer ik het u vraag ?quot; Ik was volkomen bereid. „Zoudt gij naar Africa willen gaan, om door de Kannibalen te worden opgegeten?quot; Daartoe was ik zelfs bereid. „Zoudt gij uw vrouw thuis willen laten, en weggaan, waar dan ook heen?quot; O, daartoe was ik niet bereid. Het was zoo hard, mijn lieve vrouw achter te laten en alleen weg te gaan. Toen kwam er een strijd in mijn hart, ik wilde dat niet overgeven, maar nu bracht de Heer mij den persoon van Christus op bijzondere wijze voor den geest, ei ^. ^ nat Deze de eerste plaats e mijn vrouw de tweede moest in men. Toen bracht Hij mij voor den 218

ocr page 227

NORTH FIELD-CON FEltENTlE

geest de verantwoordelijkheid van de zielen der heidenen: Mohammedanen, Buddhisten en anderen. „David zijt gij bereid alles te verlaten, om zielen te winnen?quot; Toen schoot mij de gedachte te binnen: „De Heer zal wel zorg dragen voor mijn vrouwquot; waarop ik zeide „O Heer, ik ben bereid, mijn vrouw achter te laten en overal heen te gaan.quot; Toen hield de strijd op. „Wilt gij worden als het stof op de straten van Colombo, om Mijns naams wil?quot; „Ja Heer, ik ben bereid.quot; De Heer doorzocht mij geheel en al. De strijd hield op; en ik wachtte nog een poos, daar ik verwachtte het vuur van boven te zullen ontvangen. Toen de discipelen gereed waren viel de Heilige Geest op hen; daarom dacht ik, dat ik ook op ezelfde wijze den doop zou ontvan-en. Ik wachtte een tijd lang, ik werd moeid, maar geen vuur kwam. Ik kon niet langer bidden. Ik wilde op

219

ocr page 228

TOESPRAAK OP DE

de een of andere manier deze kracht bezitten, daarom zeide ik, dat ik de kamer niet wilde verlaten, vóórdat ik dezen doop had ontvangen. „Doe wat gij wilt met mij. Heer, neem David in Uw hand. Ik ben bereid overal heen te gaan en alles te doen, geef mij slechts dat overvloedige leven, deze kracht om zielen te winnen.quot; Ik wachtte daar op mijne knieën, toen plotseling alle strijd ophield. Ik kreeg niet het minste „gevoelquot; in. mijn hart. Toen zeide ik: „O Heere God, Gij zijt de mijne, en ik ben de Uwe.quot; Ik hield Hem aan Zijn woord. Ik stond op. Ik voelde niets. Evenals ik Hem eens aan Zijn woord had gehouden voor redding, zoo deed ik het nu voor reiniging en voor dit overvloedige leven. Ik ging naar huis; mijn vrouw sliep; ik klopte aan de deur en zeide toen ik binnenkwam: „Ik heb mijn leven geheel en al toegewijd aan den Heerquot;, waarop zij zeide: „Dat

220

ocr page 229

NOR THFIELD-CONFJiRENTIE.

hadt gij immers reeds gedaan?quot; „Neen,quot; was mijn antwoord, dat had ik niet, maar nu heb ik het overgegeven. Indien de Heer wil dat ik u verlaten zal, en waar dan ook zal heengaan, dan zal ik dat doen.quot;

Het schokte haar mij dat te hooren zeggen, maar zij bracht er niets tegen in. Daarop ging ik naar bed. Den volgenden dag, het was Zondag, ging ik naar de kerk en na de godsdienstoefening met den predikant naar huis wandelende, scheen de Heer tot mij te zeggen: „Vertel hem, wat er met u gebeurd is.quot; Onmiddellijk gehoorzaamde ik. Zoodra ik dat gedaan had, wist ik niet waar ik was. Zijne machtige kracht werd in mij openbaar. Ik ontving het overvloedige leven den vorigen avond, maar de kracht werd den volgenden dag in mij openbaar, na gehoorzaamheid (Hand. 5:32).\'s Middags preekte ik op dezelfde wijze als vroeger, maar ik bemerkte, dat

221

ocr page 230

TOESPRAAK OP DE

het een geheel verschillende kracht was. Menschen vielen neer, en riepen om genade, zeggende: „O Heer, red mij !quot; Ik voelde onmiddellijk dit overvloedige leven in mij en de zalving op mij. Mijne moeder begon te weenen, en de vreugde des Hee-ren vervulde het huis. Ik wachtte niet tot na het middagmaal maar ging dadelijk uit om te prediken. Toen maakte de Heer mij duidelijk, dat ik mijn werk had op te geven, zeggende: „Ik zal u overal heenzenden.quot; Ik gaf mijn betrekking, ik gaf alles op. God zeide: „Ik ben uw geld, Ik ben uw schat, Ik zal zorgen voor uw vrouw en kinderen.quot; Ik gehoorzaamde onmiddellijk, zonder te rade te gaan met vleesch en bloed (Gal. i : 16). Mijn vrouw was het niet met mij eens, dat ik het zendingswerk, dat ik tot nu toe had gedaan, moest verlaten en het evangelie moest gaan prediken zonder een vast salaris. Ook

222

ocr page 231

NOR THFIELD-CONFERENTIE.

mijne familie was er zeer tegen, maar, daar ik volkomen zeker was van mijne roeping, stelde ik het niet uit, ging niet met vleesch en bloed te rade, maar gehoorzaamde het bevel. De Heer liet mij mgn werk beginnen in Jeruzalem, dat wil zeggen, in de plaats waar ik woonde, in Ceylon, onder de Tamil en Singalee-sche bevolking. God deed groote dingen onder hen, velen werden bekeerd en tot den Heer teruggebracht. Hij voorzag in al mijne nooden, zonder eenige collecte of inschrijving. Soms kreeg ik geld per post, terwijl ik niet wist van wien. Daardoor werd mijne vrouw anders gestemd en zij zag, dat ik des Heeren leiding had gevolgd. Daarna zond de Heer mij met Ds. Grubb naar Australië, Engeland, Schotland en Ierland, waar Hij voor mij zorgde, en mij geschikt maakte om het klimaat te doorstaan en het voor mij vreemde voedsel te verdragen, en mij vele zielen gaf, ter

223

ocr page 232

TOESPBAAK OP DE

eere van Hem. Toen bracht Hij mij in verschillende plaatsen van Indië en gaf mij duizenden zielen. Laat mij u één voorbeeld geven dat de Heer een Pinkstergeest deed neerdalen. Twee jaren geleden had men mij uitgenoodigd om naar Travan-core in Zuid-Indië te komen, om daar bijeenkomsten te houden onder de Syriërs. Toen ik daarmee zou beginnen, kwam de geldquaestie boven. Dat is overal de moeilijkheid. Ik vind overal vele menschen, die zichzelven vervuld met den Heiligen Geest noemen, en die nog onder de macht van het geld staan; zij zijn vliegen gelijk, die hunne vleugels in de stroop verloren hebben. Deze Syriërs wilden weten, welke middelen wij wel in het werk zouden stellen om het geld te krijgen, dat voor onze uitgaven noodig was. Broeder Wadsworth, een Hindoe, een trouwe man, deed samen met mij het werk. Wij antwoordden: „Hij, 224

ocr page 233

NOB TIJ F IEL D-CON FE REN TIE

die ons hier heeft gezonden, zal zeker onze nooden vervullen; laat dus niet voor ons collecteeren, en open ook geen inschrijvingen voor ons werk.quot; Dit was taal, die zij niet verstonden.

Welnu, wij begonnen ons werk in hunne kerken; in twee en twintig kerken predikten wij. Vele duizenden werden bekeerd en de Heer voorzag in al onze nooden; geld werd ons ter hand gesteld, zonder dat wij er eenige moeite voor deden.

Aan het einde van die drie maanden gaf de Heer het ons in het hart een conferentie te houden voor de verdieping van het geestelijk leven. Wij kozen een plaats, ons door Zijne leiding aangewezen. De plaats was de bedding van een rivier dicht bij de stad Maharananas, den zetel van den Syrischen metroplitaan.

De eerste dag van onze conferentie was een dag van groote verwarring, want zij die van afgelegen

225

ocr page 234

TOESPRAAK OP DE

plaatsen naar de conferentie waren gekomen, waren zeer teleurgesteld, toen zij zagen, dat de lucht geheel bedekt was met zwarte wolken. Zij dachten, dat de regen in stroomen zou neervallen en dat alle hoop vervlogen was om een conferentie te kunnen houden in de open lucht onder een ruw afdak, dat gemaakt was ter beschutting tegen de brandende zon. Zij begonnen Gods leiding wat betreft de conferentie in twijfel te trekken, door te vragen: indien God bepaald had, dat de bijeenkomsten daar zouden plaats hebben, zou Hij dan dezen regen zenden om het werk tegen te houden? Maar de Heer verzekerde ons dat wij hen moesten zeggen, dat er geen regen zou vallen, en dat de enkele droppelen, die reeds gevallen waren alleen tot teeken dienden van stroomen van Pinksterzegen, die zouden neerdalen en op hen vallen. Zij geloofden ons niet, maar tot hun groote

226

ocr page 235

NOK THFJEI. D-CONFERENTJE.

vreugde, dreven in korten tijd de wolken weg en de lucht klaarde op. Toen geloofden de menschen Zijne macht. De conferentie duurden tien dagen, de dagelijksche bijeenkomsten namen twaalf, soms vijftien uur in beslag. De Heer deed meer dan wij verwacht hadden. Meer dan tienduizend menschen waren gedurende de voorgaande drie maanden bekeerd. Nu werd men vervuld met den Heiligen Geest. Vrouwen stonden op om te preeken. Velen prezen den Heer dansende. Vele heiden-sche priesters vroegen ons: „Wat is dit toch ?quot; Wij antwoordden hen: „Dezelfde kracht als met Pinksterenquot;. Mannen kusten elkander. Priesters vielen neer en riepen om genade. Velen bekenden openlijk hunne zonden. Zieken werden genezen. Eén geval kwam voor van een man die op het punt was te sterven, en plotseling door de macht van Jezus werd genezen. Men begon de zieken 227

ocr page 236

TOESPRAAK OP DE

van verschillende plaatsen daarheen te brengen om genezen te worden, maar de Heer hield ons tegen, en maakte ons duidelijk dat wij dat niet moesten aanmoedigen, omdat men ons ging verheffen en met groote bewondering ons ging beschouwen. Op den tienden dag, toen wij hen vaarwel zeiden, viel men ons om den hals en weende met groote stem. Vele menschen vulden mijne zakken met geld, zoodat ik wegens het zware gewicht nauwelijks kon loopen. Er was geen collecte geweest, ook geen inschrijving van geld, het was alleen het werk des Heiligen Geestes. Toen vroeg ik God wat ik met het geld moest doen. God zeide; „Stel eenige medewerkers aan, nadat gij, wat gij beiden noodig hebt, er hebt afgenomen.quot; Ik begon met één medewerker; toen twee en eindelijk drie. Nu heeft de Heer mij zes medewerkers gegeven. Er is geen fonds, maar de 228

ocr page 237

NO U T r/FIEL/)- CONFER EN TIE.

Heer voorziet in al onze nooden. O, welk een vertrouwend leven is het, dat wij hebben!

Mijn lieve broeder, mijn lieve zuster. Christelijk werker, predikant. Evangelist, wanneer de Heer, die almachtige God u vervult met kracht, wanneer gij dit wondervolle, dit heerlijke leven bezit, dan is alles in orde. Wenscht gij dit leven, dit overvloedige leven te hebben? Nu komt het erop aan. Bezit gij Hem? Bezit gij dit overvloedige leven? Moge de Heere God u zegenen door het getuigenis, dat ik U heb gegeven. Daarom heeft Hij mij uit Indië hier gebracht; ik ben niets van mij zelf, maar ik heb Hem in mij en met mij. Mijne lieve broeders en zusters, gaat geen stap verder zonder die kracht; gaat niet naar uw standplaats terug, predikt niet zonder die kracht. Gij zult spoedig vermoeid zijn. Gij hebt geen gezag. O, hebt toch geloof voor volkomen reiniging!

r

229

ocr page 238

TOESPRAAK TH NOUTHFIELD.

Ontvangt het overvloedige leven, den Heere Jezus Christus zelf, door het geloof. Evenals gij redding hebt ontvangen door het geloof, ontvangt zoo ook door het geloof dit overvloedige leven. Gal. 3 :14. Zegt: „God zegt het, ik geloof hetquot; en dankt er Hem dan voor.

230

ocr page 239
ocr page 240
ocr page 241
ocr page 242
ocr page 243

(

r