Vak
VAN HET
DE LK E R M E ES T E R E S.
HUIS HEILIGEN JOSEPH. BOEKDRUKKERIJ H. VANDER SCHELDEN ONDERSTRAAT, -26. — MDCCCLXXX1V.
Eigendom des Uitgevers.
HET KRUIM
VAN HET KLOOSTERLEVEN.
Vidi Gandae, 26 Aug. 1870.
F. de Vos, Can. Lib. Gen».
DE LKERMEESTERES.
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
COLL THOMAASSE
1605 1629 \'
BOEKDRUKKERIJ H. VANDER SCHELDEN,
ONDERSTRAAT, \'26. — MDCCCLXXXIV.
FAtjendovi des Uitgevers.
Lieve Züsteii,
Gedenk dat het niet genoeg is wel begonnen te hebben, maar dat gij kloek volharden en heilig eindigen moet. Het einde kroont het werk.
Herinner u dikwijls de uitstekende gunst die God u bewezen heeft: onder duizenden, die meer geschikt waren om hem te dienen en misschien hem zooveel niet vergramd hadden, heeft hij u uit de wereld getrokken, gelijk hij zijn volk uit Egypte trok, en heeft u in een heilig klooster als in het land van belofte geplaatst. Bedank hartelijk Dengene die u dit groot goed bewezen heeft
het kloosterleven. 1
— 6 —
on ook allen die het u door hunne voorspraak bezorgd hebben, onder welken de Heilige Maagd voorzeker de eerste plaats verdient.
Zoudt gij degenen niet bedanken, die u uit eene onstuimige zee vol klippen zouden getrokken hebben om u in eene verzekerde haven te leiden? Eene religieuse, die God over haren roep niet bedankt, toont dat zij er de waarde niet van kent en verdient er schandelijk van beroofd te worden.
Heb, in al wat gij doet, altijd voor oogen het einde waarvoor gij in het klooster gekomen zijt; dan zult gij met vrucht den Heiligen Ber-nardus navolgen, die met eene bijzondere oplettendheid van geest zich van tijd tot tijd vroeg: « Bernardus, waarom zijt gij hier gekomen? tof wat einde hebt gij deze levenswijze ondernomen? » — De boogschutter, die niet aandachtig het doelwit beoogt dat men hem heeft voorgesteld, zal, in plaats van den prijs, maar schande en bespotting bekomen.
Laat nooit na, uw eerste gedacht aandachtig aan God te geven : offer hem op al wat gij binnen den dag doen zult. Het zal niet licht gebeuren dat iemand die den dag met
een goed gedacht begint, denzelven met een slecht werk zal eindigen.
Als gij het teeken van opslaan hoort geven, wacht u wel een enkel oogenblik met uw oorkussen te twisten, maar doe u een heilig geweld aan om uw bed spoedig te verlaten ; uwe godvruchtige oefeningen zullen geheel den dag des te beter verricht worden, omdat uwe ziel zal versterkt zijn door de deugden die zij kloekmoedig in dit eerste werk zal geoefend hebben, als zijn: de naarstigheid met spoedig uit het bed te komen, de versterving met u van het vermaak te berooven een weinig langer te mogen sluimeren, de gehoorzaamheid met aanstonds te doen hetgeen de Regel u oplegt, de liefde tot God met u kloekmoedig tot zijnen dienst te bereiden. — De veldoverste, die van \'s morgens af eenige voordeelen behaalt, maakt zich bereid om over zijne vijanden in den vollen dag volkomen te zegepralen.
Stel u van \'s morgens af in de tegenwoordigheid van God; in welke plaats gij u gedurende den dag moogt bevinden, hetzij alleen of in gezelschap, heb altijd dit levendig geloof dat gij u voor de oogen van God bevindt, die op al de gevoelens uwer ziel zoowel als op de bewegingen uws lichaams let. Zeg dikwijls
met den mond en meer met het hart: God ziet mij! Die in de tegenwoordigheid van God wandelt, vordert steeds zijnen weg en stron-kelt nooit.
Offer dan \'s morgens met ootmoedigheid en aandachtigheid uwe werken aan uwen Schepper op in de vereeniging met de werken van Jesus Christus; gelijk een druppel water in den goeden wijn gestort al deszelfs hoedanigheden bekomt, alzoo ook zullen uwe goede voornemens, vereenigd met die van den Zaligmaker, eenen onschatbaren prijs verdienen. Het werk zonder eene zuivere meening gedaan, is een lichaam zonder ziel dat, hoe schoon het moge voorkomen, maar een doode-romp is.
Let zorgvuldig op om uwe meditatie, de getijden, het onderzoek, de lezing en de andere oefeningen welke de regel voorschrijft met aandacht en eerbied te verrichten. Verdrijf alle verstrooidheden die u overkomen, want gij zoudt beter met eeae zware koorts te bed liggen dan met vrijwillige verstrooidheden te bidden.
Verlaat niet een uwer gebeden tot welke gij verplicht zijt, onder wat voorwendsel het zijn moge, als het niet is dat de gehoorzaamheid of eene hoogste noodzakelijkheid u verontschuldigt; doe die voort, niettegenstaande
allen onlust, dorheden en verstrooidheden die u zouden overkomen. De zieke laat niet na zijn voedsel te nemen, schoon hij den eetlust verloren heeft; hetgeen hij met tegenzin knabbelt en met moeite doorzwelgt zal hem de gezondheid terugschenken. Als de godvruchtigheid ophoudt, verdort de ziel, en in de volharding van het gebed vindt zij hare frischheid weder.
Maak u gewoon dikwijls door den dag korte schietgebeden te doen; er is niets zoo gemakkelijk, daar men die ten allen tijde en op alle plaatsen doen kan; er is ook niets zoo voordeelig, omdat daarin het oprecht godvruchtig leven bestaat. Bid uwen engel-bewaarder dat hij u dit dikwijls in de gedachten brenge, en gij zult er de heilige gewoonte van aannemen zonder het zelf te weten.
Begeeft gij u tot het werk, zeg uit den grond uws harten: Uit liefde tot u, mijn God, wil ik dit doen. Moet gij iets lijden; Uit liefde iotu, mijn Zaligmaker, wil ik dit uitstaan. Moogt gij eenig toegelaten vermaak nemen: Voor u, mijn God, wil ik dit genoegen aanvaarden. Moet gij u onthouden van eenige voldoening der zinnen, zeg dan: Om uwe liefde wil ik mij versterven. Met een woord , wat gij ook doen of lijden moogt, zeg altijd met het hart; Alles voor u, mijn God, alles voor u!
— 10 —
Het grootste vermaak dat gij God in deze wereld kunt doen, is van op hem een vast betrouwen te hebben, een betrouwen gevestigd op de twee sterke kolommen van zijne goedheid en van zijne oneindige macht; als gij \'i zijne oneindige goedheid beschouwt, dan zijt gij verzekerd, dat nooit vader of moeder zoo teerhartig zijn kind heelt bemind; beschouwt gij zijne oneindige macht, dan zijt gij verplicht vastelijk te gelooven dat hij alle macht heeft om u te helpen. Dit betrouwen aldus ondersteund is een zoete verzachtingsmiddel tegen alle slag van kwalen en eene sterke beweegreden om ons tot allerlei goed te begeven. De ^ maat van het betrouwen, dat wij op God stellen,
is de juiste maat van de hulp die wij van hem zullen ontvangen.
Zijt gij noodzakelijk tol eenige zaak verbonden die al uwe aandacht bezig houdt, en i alzoo geene volle vrijheid hebt om op God te lt; denken zooveel gij wenscht, wacht u nogtans ; van er u gansch van te verwijderen, maar verzucht van tijd tot tijd naar hem uit den grond uws harten, en zoohaast gij van deze belemmering zult verlost zijn, doe een vollen inkeer tot u zeiven en hecht u geheel aan God. t
Er is niets ter wereld waarna een ware r
Religieuze vuriger verlangt dan naar de liefde €
van haren God. Het ongeluk is dal zij zich dikwijls laat bedriegen en de eigenliefde als de liefde Gods najaagt, evenals een weinig ervaren juwelier een valschen steen gelijk een fijnen diamant beschouwt. Hoe min eigenliefde er zich in uw hart bevindt, hoe meer Gods liefde er in is; hoe min liefde Gods, hoe meer eigenliefde. Kortom, begeert gij geheel aan God te behooren, bekommer u nooit met wat het zijn moge buiten hem; gij zult onbekwaam zijn om u met hem te vereenigen, tenzij gij geheel en gansch onthecht zijt van al wat hij niet is. Let dan op van nooit te driftig naai\' eenige bezigheid testaan , hoe heilig zij schijnt; naar eenige samenspraak, hoe geestelijk zij voorkomt. Niet alleen de slechte dingen zijn schadelijk aan de volmaaktheid, maar ook de heiligste, als men die met te veel gretigheid en drift najaagt. Eene gouden of zilveren plaat op de oogen geleid belet zoowel de zon te zien als eene plaat van lood of ijzer.
Jegens den kloosterlijken staat.
Acht en prijs uw orden op zulke wijze dat gij de andere ordens niet veracht; want al moet gij gelooven dat het uwe voor u het beste en het zaligste is, omdat God u tot hetzelve
12
heeft geroepen, gij moogl u nogtans niet laten voorstaan dat de andere niet zoo voordeelig zijn voor degenen die de Heilige Geest er in geleid heeft. Het kleed der hemelsche bruid van verschillige stoffen geweven en allerhande % kleuren gespikkeld, bekomt somwijlen meer bekoorlijkheid uit eene donkere dan uit eene schitterende kleur; aldus is de Kerk, voor wie al de kloosterordens een kleed uitmaken van verschillige volmaaktheden, somwijlen aangenamer aan God door het heilig leven van een orden dat aan de wereld bijna onbekend is, dan door de diensten van een ander dat in grooten luister is. De dochter die al te ^ trotsch van hare moeder spreekt, terwijl zij de andere vrouwen veracht, doet zich zelve van iedereen bespotten.
Wees vurig bezorgd om al de regels van uw orden te kennen en zeer nauwkeurig om ze te onderhouden, vermits zij allen door den Heiligen Geest zijn ingegeven; overtreed nooit uit menschelijk opzicht of eigen behagen , eenen regel hoe klein van belang hij u schijne, indien gij niet begeert u ^ aan groote onheilen bloot te stellen. De regel in een klooster is de weg dien God aanwijst aan al degenen die hij roept o\'.n tot hunne volmaaktheid te geraken; van dien regel
— 13 —
mogen zij niet afwijken zonder doolwegen in te loopen die hen in gevaar zouden stellen van quot;verloren te gaan.
Acht al de bedieningen die in het huis % Gods zijn van oneindig grootere waarde dan de schoonste eerambten der wereld, maar bemoei u niet dan met degene die u door de gehoorzaamheid is aangewezen. De welstand des lichaams bestaat hierin dat al de lidmaten zich wel van hunne bedieningen kwijten, en niet zelden zal het meer goed ontvangen van hetgene de voet, dan van hetgene het hoofd zal doen; zoo ook bestaat de volmaaktheid van eene gemeente hierin dat al derzelve leden stiptelijk hun werk doen, en dikwijls zal het
i meer zegen over zich trekken door degene
die in de keuken werkt, dar. door degenen die i geheel het huis besturen. Prijsbaarder is de
e persoon die zijne bediening verheft met ze
[i volmaakt uit te oefenen, dan degene die in de
1 verhevenste bedieningen is en er zich niet van
kwijt gelijk het behoort.
g Als gij verplicht zijt in eenige vergadering
u !gt; uw gevoelen te uiten, of voor eenige zaak van ;1 uw orden uwe stem le geven, bid vuriglijk den
it Heiligen Geest dat hij u doe kennen wat tot
ie zijne meerdere glorie en tot grooter goed van
ïl uwe gemeente strekken zal; laat u nooit over-
— u —
halen of verleiden door bijzondere vriendschap^
noch door uw eigen belang, noch do ir aanradingen van andere personen. Het gen. enebest,
waar de raad bedorven is, kan niet dan ongelukkig en van korten duur zijn.
Wacht u wel van in uw klooster eenige nieuwigheid in te voeren die van zijh. n eersten geest verwijderd is; verslap nooit, o ider welk voorwendsel hetzij, in deonderhouti. igvande minste gebruiken die de Heilige ueest in hetzelve heeft tot stand gebracht; i.idien gij anders doet, dan ware het veel betui Jat gij in de wereld gebleven waart, waar gij ü d zooveel oneer niet zoudt hebben aangedaan u er niet zoo streng zoudt over gestraft ziji . Zij, die ile afbreking van het huis Gods iegint,is plichtiger dan zij die de afbraak voi. ekt.
Gij zijt verplicht al uwe meu- .usters te beminnen en voor dezelve eene lielc Jige toegevendheid te hebben, hetzij met hunne kleine korzelheden te verdragen, hetzij net ze te helpen in al wat gij kunt; maar lel «el op dat dit de anderen tot geene verergei -.s diene,
noch schadelijk zij aan de volmaakuieid van ^ uw heilig gesticht. Ongelukkig is l.j dochter die hare moeder onteert om hare z ^lers vergenoeging te verschaffen.
Als gij bemerkt dat er zekere a;isbruiken
— 48 —
in uw huis sluipen, spreekt er niet van aan personen. die niet in staat zijn om er in te voorzien, maar verwittig daarvan degenen, die het helpen kunnen; kan dit niet zijn. begeef u, zonder u verder te ontstellen, tot God, wien de zaak nader aangaat dan iemand anders, omdat de kloosterlijke staat zijn werk is, dat hij bewaren kan als het hem behaagt. Zij, die niet aanstonds water haalt om den brand te blusschen die in haar huis is uitgeborsten, verdient slecht gehuisvest en streng gekastijd te worden.
Bid God alle dagen dat hij gelieve zijne zegeningen te blijven uitstorten over geheel uw Orden, met in de eerste vurigheid te willen bewaren degenen, die er tegenwoordig in zijn en met er anderen in te roepen die bekwaam •zijn tot het einde toe te volharden. Het is ware lidmaat zijn van een lichaam als men deszelfs -onbederfelijkheid betracht.
Wees zedig in al wat gij doel, statig in uwe bewegingen, blijgeestig in uw gelaat, ingetogen in uwe oogslagen , omzichtig in uwe woorden, deftig in uwen gang cn ootmoedig in alles en overal, zonder u ooit te laten ver-
•voeren tot ijdele vreugd, tot onmatige droefheid, tot losse spotternijen, tot een al to schitterend gelach , noch tot al wat lichtvaardigheid van geest te kennen geeft. De zedigheid is het kleedsel der hemelsche bruid,, welk haar aangenaam maakt voor God, eerbiedwaardigvoor de menschen, schrikkelijk voor de hel.
Vlucht de ledigheid als den oorsprong en het voedsel van alle zonden ; houd u nogtans-op zulke wijze bezig, dat de overlast van zakergt; uwen geest niet bezware. Gij kent het visioen dat de H. Antonius had , na God gebeden te hebben om de levenswijze te mogen kennen» die het best geschikt zou zijn om jijne kloosterlingen lotde volmaaktheid te brengen : Hem verscheen een engel die, na eenigen tijd gebeden te hebben, zich aan het werken stelde ; die na het werk zich wederom tot het gebed begaf en die, na geheel den dag in die afwisseling van werken en bidden besteed te hebben» uitriep:« Ziedaar, Antonius, de wijze van leven , die gij uwe broeders zult voorschrijven om hen volmaakt te maken. »
Onderhoud nauwkeurig de stilzwijgendheid , door aide Vaders van het geestelijk leven zoozeer aanbevolen aan degenen die de volmaaktheid betrachten; zij zal u van dui-
— 17 —
zenden kwalen verlossen en u veel goed veroorzaken. De Heilige Geest, in het boek dei-spreuken, verzekert dat de zonde in de klap-perachtigheid gevormd wordt en dat de deugd gevoed wordt in de stilzwijgendheid. Het was in het diepste van den nacht en als er niemand een woord sprak, dat de Zoon Gods in do wereld kwam om ons zalig te maken; ook, is het in den tijd dat men met niemand spreekt en dat de ziel in rust is, dat de Heilige Geest zich aan haar mededeelt om haar te volmaken. Wanneer de bruid zwijgt, dan spreekt de hemelsche bruidegom tot haar: nooit werd eene groote klapster eene volmaakte religieuse.
Daar gij in eene welgeregelde gemeente leeft, mijd u van alle bijzonderheid, niet alleen voor wat aangaat den onderhoud van het lichaam, maar ook voor wat de bezigheid van den geest betreft; anders zult gij zijn als een schaap dat in de woestijn van het kloosterleven omdwaalt en blootgesteld is aan de guurheid van het weder en aan de tanden van den helschen wolf. O! wat is het eene belachelijke en medelijdenswaardige zaak, zekere personen in den kloosterlijken staat te ontmoeten , die zich met meer aandacht tot kleine en bijzondere oefeningen van godvruchtigheid
— 18 —
begeven welke zij met spijt soms verlaten, dan tot hun gebed en officie tot welke zij veel nauwer verplicht zijn.
De zonderlijkheid van geest in eene der arglistigste dochters der hoovaardigheid en eene van de gevaarlijkste om eene ziel, onder schoone voorwendsels, te doen verloren gaan.
Sta geenszins naar buitengewone gunsten van den hemel, bijzonderlijk naar degene die eenig gerucht kunnen maken of eenig uitwendig teeken van heiligheid medebrengen, als zijn: mirakels, voorzeggingen, ontgeestingen en opgetogenheden; indien gij eenige dier gunsten ontvangt zonder die te vragen, geloof niet dat gij daardoor te beter zijt en spreekt er nooit van zonder schaamte. Had Judas de gave van mirakelen niet bekomen? Deed Caïphas geene voorzeggingen? Bleef Simon de too-veraar niet voor de oogen van geheel de wereld in de lucht opgeheven? Hoe meer de ■deugd zich verborgen houdt, hoe meer zij verzekerd is. Het is beter een weinig inwendig goed en godvruchtigheid dan veel uitwen-digen schijn van deugdzaamheid te hebben.
Zoek geenen troost dan bij God en bij uwe oversten, want gij zondt ongelijk doen aan de goddelijke goedheid, die genoeg toereikend is om u te helpen;zij heeft a onder
— 19 —
hare bescherming genomen, van het oogen-blik dat gij u aan haar hebt gegeven ; daarom zult gij op het schepsel niet betrouwen, dat u met ijdele hoop zal bezig houden. Die op een riet steunt, zal zonder twijfel vallen en zich misschien gevaarlijk kwetsen.
De nieuwsgierigheid om de schoonheid der verbodene vrucht te zien en de geveinsde redevoering van het serpent te hooren, dreef onze eerste moeder uit het aardsch Paradijs en heeft millioenen verdoemden gemaakt. Voer eenen sterken oorlog tegen deze onvolmaaktheid, die als bij erfenis ten deel schijnt gevallen aan het vroouwelijk geslacht, dat zoo geneigd is om alles te zien en te hooren. Verlies den moed niet bij het zien der moeite die gij ontmoet om deze ingeborene neiging te beteugelen, want zij zal u van vele beroerdheden verlossen en u eene gansch goddelijke rust verschaffen. De nieuwsgierige geest is altijd ongerust en is tot geene grondige god-•vruchtigheid bekwaam.
Er is niets gevaarlijker voor eene god-vruchtige ziel dan de menschelijke aandoenlijkheden schuilende onder de verf van geestelijke; het is een der slimste middels die Satan gebruikt om een hart in zijne netten te krijgen. en het af te keeren van de grondige liefde tot
T
— 20 —
Üod. De duivel schijnt, om beter zijn bedrog-te gebruiken, aan dit hart gevoelens van godvruchtigheid in te geven bij het zien of gedenken van de personen die het bemint; maar de voorzichtigeziel ontdekt die valschheid, bijzonderlijk wanneer zij eenen buitengevvonen drift gevoelt vooral wat die geliefde personen betreft, eene vurige begeerte om met hen te spreken of hun afscheid haar in eene belachelijke droefheid dompelt. God beware u van zulke uitzinnigheid die de duivelen doet lachen en waarover de heiligen verontwaardigd zijn.
Neem noch rust, noch voedsel, noch eenige vergeestiging tenzij om enkel aan de noodzakelijkheid te voldoen en niet om het vermaak dat de zinnen er in scheppen; vergeet nooit, in al uwe lichamelijke werken, dat gij christene en religieuze zijt, dat gij alles moet doen voor de glorie Gods; de vogelen die het hoofd buigen om te drinken , zullen het aanstonds weêr oprechten om naar omhoog te zien. Naarmate men zich in de zinnelijkheid dompelt, verliest men den geest van het geestelijk leven.
Indien gij somwijlen van den hemel eenige inwendige vertroostingen ontvangt, eenige zoete gevoelens, houd er u niet mede bezig door bewegingen van vermaak of welbe-
— 21 —
hagen; bedien er u van om u moediger te begeven tot den dienst van uwen Schepper, aan wien gij nooit volkomen zult behagen, dan wanneer gij hem alleen in zijnen dienst zult zoeken. Wat zoudt gij zeggen van eene dochter die meer zou aangekleefd zijn aan de geschenken, die zij van haren vader ontvangt, dan aan haren vader zeiven? En wat moet men oordeelen van eene ziel die meer werk maakt van den aangenamen smaak van godvruchtigheid, dan van de gegronde deugd en van de volkomene onderwerping aan den goddelijken wil? De bron is altijd beter dan hare uitvloeisels, en God is minnelijker dan al de geschenken die hij doet.
Om de hoogste volmaaktheid te bereiken, moet gij niet alleen aan het vermaak der zinnen en aan de voldoening van den geest verzaken, maar gij moet daarenboven tevreden zijn alle lichamelijke en geestelijke kwalen verduldig te lijden, overtuigd zijnde dat er voor de godvruchtige ziel niets voordeeliger is dan de tegenspoed; ook, het zekerste teeken van voorbeschikking ter zaligheid is het geduld waarmede eene ziel, alles wat haar overkomt, uit liefde van haren God verdraagt. De smeltkroes beproeft het goed goud, en de verdrukking doet den waren vriend van God kennen.
— 22 —
Vlucht de ijdelheid als eenen worm die zich ongevoelig aan de volmaakste werken vastkleeft, als een besmettend vergif, dat ongelukkiglijkde grootste verdiensten bederft, als eenegevaarlijke klip bij welke de deugdzaamste zielen eene droeve schipbreuk lijden. Waak wel opdat zulk doodend venijn in uwen geest niet sluipe! eilaas, wat beklagenswaardige verwoesting zou het aldaar niet aanrechten ! Zoek nooit in eenige uwer werken van de menschen gezien of geacht te worden; houd u tevreden met aan uwen bruidegom alleen te behagen, en stuur aan hem de glorie toe .welke de wereld u zou willen geven; die glorie zal later met min gevaar en grootere luister tot u wederkeeren. Dikwijls maait de ijdelheid met zeer weinig vermaak hetgeen de deugd met vele moeite gezaaid had.
De onstandvastigheid in het uitoefenen dei-kloosterlijke plichten is een gebrek dat de ziel de grootste schade toebrengt. Vraag dan dikwijls aan God de gratie der volharding en het geluk van in de kloosterlijke volmaaktheid te mogen wandelen. Alleen die ziel welke tot het einde toe zal volhard hebben, zal zalig worden.
Vermijd uit al uwe kracht de kleinste gebreken, als teenemaal tegenstrijdig aan
uwe volmaaktheid; de Vaders van het geestelijk leven achten die eenigerwijze schadelijker voor de religieuze ziel dan groote misslagen; want, zeggen zij, indien zij bij ongeluk in eene grove zonde valt, dan zucht zij er over, zij weent, zij klopt op de borst. zij heeft geene rust voor dat zij vergeven is en nadien nog blijft zij er altijd beschaamd over; maar zoo zij de kleine onvolmaaktheden niet vreest, krijgt zij de gewoonte die gemakkelijk te bedrijven en alzoo baant zij zich den weg tot de grootere. Een sprankelke vuur dat men veronachtzaamt, veroorzaakt eenen schrikke-lijkeren brand dan eene groote kool die men seffens uitdooft.
Maak u gewoon in uwe uren van uitspanning te spreken van geestelijke zaken, zooals het uw staat vereischt; God zal er een bijzonder vermaak in nemen, uwe ziel zal er veel goed uit trekken bijzonderlijk voor het gebed, uwe medezusters zullen er door gesticht zijn en gij zult u alzoo meer en meer bekwaam maken om heiiiglijk te spreken met degenen die u komen bezoeken. De tong, die altijd van God spreekt is noodzakelijk verbonden aan een hart dat hem vurig bemint.
Onderhoud stiptelijk de drij beloften met welke gij u, als met drij sterke nagels, aan
het kruis van uwen goddelijken bruidegom gehecht hebt in tegenwoordigheid van hemel en aarde; ondanks ai de pogingen van de wereld, den duivel en het vleesch om u van dit kruis te onthechten, wees nooit zoo uitzinnig naar hunne woorden of hunne aanlokkingen te luisteren, want dit ware uw verderf en uw ongeluk inloopen. De beloften, zorgvuldig onderhouden, zijn sterke vleugelen die de ziel verre in den hemel voeren; maar als men ze veronachtzaamt, zijn zij een gewicht van lood dat haar zeer diep in de hel doet zinken.
De belofte van armoede, daar zij iemand ontslaat van de gedurige zorgen die hij hebben moet voor de goederen der aarde, verschaft hem eene rust die gansch hemelsch is; terwijl zij hem buiten staat stelt van iets te ontvangen of te geven, onderwerpt zij hem geheel en gansch aan de goddelijke Voorzienigheid; daar zij niet gedoogt dat hij iets in het bijzonder bezit, geeft zij hem al de goederen van zijne gemeenten. Vermits gij dan vrijwillig deze verrukkende deugd omhelsd hebt, wees zooveel niet bekommerd voor uwe tijdelijke genoegens; neem of geef geene zaak weg, houd niets in uw bezit zonder duidelijke toelating; anders zoudt gij uw geweten verontrusten en den goeden God vergrammen. Het is eene
uiterste zotheid kloekmoedig de gouden en zilveren ketens, die in de wereld zooveel slaven voor Satan maken, verbroken te hebben, om zich losselijk met zeelen te laten binden; ik wil zeggen dat het eene uiterste dwaasheid is ai de groote aanspraken, die men in de wereld had, te hebben verlaten, om zich mei kinderbeuzelarijen bi^ig te houden.
Als u iets ontbreekt, dan is het noodzakelijk of niet noodzakelijk; indien het u niet noodzakelijk is, derf heten verheug u de deugd van gehoorzaamheid uit te oefenen; indien het u noodzakelijk is, vraag het met ootmoedigheid aan degenen , die het n mogen geven. Indien gij het bekomen hebt, bedank er God over en betuig daarvoor uwe erkentenis ; indien zij het u weigeren, heb geduld al hing er uwe gezondheid, uw leven zelf van af: op welke manier zoudt gij het eerlijker kunnen eindigen dan in de beoefening eener zoo edele deugd? Belofte van armoede doen en er niet een uitwerksel van willen gevoelen, is eene ware veinzerij die onaangenaam is aan God en schadelijk voor de ziel.
De belofte van gehoorzaamheid, terwijl zij de ziel van haren wil en van haar eigen oordeel ontbloot, verlost haar van twee ongelukkige bronnen van onvolmaaktheid en twee
groote vijanden onzer zaligheid : het is daarom dat gij altijd zult waakzaam wezen om deze belofte wel te onderhouden , opdat gij inden dag des oordeels zoudt kunnen antwoorden op al de ondervragingen die men over de werken van uwgeheelleven doenzahlk hebdat gedaan omdat men het mij geboden had. O wat zoeten troost zal deze ziel genieten op alles deze antwoord te kunnen geven! O! wat zal haar onderzoek kort en haar oordeel gunstig wezen! Nooit ging eene gehoorzame kloosterlinge naar de hel, en nooit klom eene ongehoorzame recht naar den hemel.
Door middel van deze belofte, vervaardigt men het aangenaamste brandoffer, dat men lt;iod zou kunnen opdragen , aangezien men hem slachtoffert al wat men het liefste en het kostelijkste heeft in dit leven. Een persoon, die zijn oordeel onderwerpt en zijnen wil afstaat in de geringste zaken zeiven , vereert meer zijnen Schepper, dan indien hij eene gansche stad zou bekeeren. De gehoorzame ziel zal gedurende haar leven zegepralen en bij hare dood zal zij gekroond worden.
De belofte van zuiverheid verbant uit de ziel alle zinnelijkheden, maakt haar gelijk aan de engelen, brengt haai\' nader tot God en maakt haar zijne bruid. Geef u dan alle moeite
om ze zorgvuldiger te bewaren dan den appel uwer oog; vlucht de minste gelegenheid die haar, hoe weinig ook, zou kunnen verduisteren. In de grieksche taal hebben de zuiverheid en de heiligheid maar een en denzelfden naam ; ook maken zij inderdaad maar eene en dezelfde zaak uit. Degene die van eene arme afkomst de bruid is geworden van eenen grooten koning, verdient, als zij hem niet getrouw blijft, eene buitengewone kastijding.
De ootmoedigheid is de bewaarster van de zuiverheid, alsook van alle andere deugden. en niemand kan lang kuisch blijven indien hij niet ootmoedig is; zij is ook de vaste grondslag van de kloosterlijke volmaaktheid en de juiste maat van hare verhevenheid. Ja , zegtde H. Augustinus, het is eene zaak die zeer zeker is, dat hoe nederiger gij u in deze wereld zult honden uit liefde tot God , hij u zooveel te hooger zal plaatsen in zijne glorie. Gij moet u niet verschoonen van in deze goddelijke deugd niet te kunnen uitmunten, want het is zeer gemakkelijk die alle stonden te oefenen, met gestadig de nederige dingen te zoeken, die men veel gemakkelijker vindt dan de verhevene, metu de minste en de onvolmaaktste van allen te achten en altijd een klein gevoelen van u zelve te hebben, hoe heiligen vurig gij moogl
— 28 —
wezen; want er is maar eene lichte bekoring noodig om van eenen schoonen engel eenen leelijken duivel te maken. God neemt behagen in degenen te verheffen die zich verootmoedigen , en degenen te verootmoedigen die zich verheffen.
Indien gij door tegenzin of ongestadigheid den engen weg der volmaaktheid hebt verlaten om u op den breeden weg van een ongeregeld leven te begeven. luister naar de liefelijke stem van uwen hemelschen Bruidegom , die u toeroept: « Keer weder, mijn kind, keer weder, kom tot uwen God terug. » Ga spoedig in u zeiven om den ellendigen staat uwer ziel te beschouwen en zeg uit den grond uws harten: « Mijn God en mijn Bruidegom, ik heb u zwaarlijk vergramd, maar ik ben er groote-lijks over bedroefd en ik bid u mij in barmhartigheid te ontvangen. »
Begin dan. zonder uitstel, in zoo groote vurigheid te leven, als dat er in uw gedrag onachtzaamheid is geweest.
Ongetwijfeld zullen vele religieuzen in de uur der dood bittere knagingen gevoelen, omdat zij zoo weinige moeite gedaan hebben om in hunnen staat volmaakt te worden.
Zeg mij eens. wie is de jongeling, hoe onhandig hij ook zij, die niet zou beschaamd
— 29 —
wezen na eenen leertijd van zeven of acht jaren zoo onbedreven in zijnen stiel te zijn, als den eersten dag dat hij dien begon te leeren ? Zou het dan maar in den kloosterlijken staat alleen zijndatmen zulkelichtzinnigenaantreft,, die niet beschaamd zijn na een kloosterleven\' van vijftien of twintig jaren te moeten bekennen dat zij geenen voortgang in de deugd hebben gedaan, ja zelfs min volmaakt zijn^ j geworden? Het is hier dat men met diepe-zuchten en bittere tranen moet uitroepen: De kinderen der wereld zijn in hunne wegen voorzichtiger dan de kinderen des lichts; de eerste wenden meer moeite aan om spelden te zoeken, om distelente vergaderen, dan de tweede om paarlen te vinden, om koninkrijken \'te winnen, en iedereen weet nogtans dat de \'arbeid evenredig moet zijn met den prijs en de belooning.
Het geluk of hot ongeluk, de heiligheid fpf de ongeregeldheid van een klooster hangt Jikwijls af van de personen die er in overheid lijn. Er is nooit iemand die in een klooster reedtom er zich te willen verdoemen; iedereen pmt er met eene goede meening, en indien HET KLOOSTERLEVEN. 2
— 30 —
zij er oversten vinden, die hunne goede voornemens weten te ondersteunen, dan is het bijna onmogelijk dat zij geene heiligen wor- | den ; maar indien zij er ontmoeten die geenen i iever der zielen hebben, die geene deugd bezitten om goed voorbeeld te geven en niets \' zoeken dan hun gemak, hoe wilt gij dat alles voorwaarts gaat? De kostelijkste gift die God aan een orden doet is eene goede overste.
Vermits het geluk van een huis van het goed bestuur afhangt, zoo moogt gij u noch door eigen voldoening noch door aanrading der schepselen laten geleiden indien gij den keus der oversten doen moet; bid dan den V Heiligen Geest door de tusschenkomst van de ^ allerheiligste MaagdenvandenEngelbewaarder | van het klooster, dat hij u gelieve te doen kennen degenen die het meest waardig zijn van uw huis te bestieren. Als het hoofd in welvaren is, al de lidmaten hebben er deel in.
Vraagt gij onfaalbare teekens om deze te J kennen die de geschikste is om te bestieren, \'j ziehier de bijzonderste: 1° de meest ootmoe- (j dige en de minst genegen om in overheid te komen; 2° degene die meest met God vereenigd is en weinig aangekleefd aan alles wat haar betreft; 3° de liefdadigste jegens de onder- , danen en de minst onderworpen aan bijzondere
vriendschappen; 4° degene die uitschijnt in iever voor het gesticht; 5° de voorzichtigste in het behandelen der zaken van de gemeente. Indien er geene is die al deze hoedanigheden bezit, kies ten minste degene die de bijzonderste heeft.
Als de overste gekozen is, aanzie haar niet als eene dochter aan onvolmaaktheden onderworpen , maar als de plaatsbekleedster van den Almogende.
Gehoorzaam haar altijd met spoed en vreugde, niet omdat zij wijs en voorzichtig is, wantditzou eene staatkundige gehoorzaamheid ïijn, die schadig is voor eene godvruchtige ziel; niet omdat zij mogelijk edel of rijk is, want dit ware de gehoorzaamheid van eenen huurling; niet omdat zij u kan dwingen te gehoorzamen, want dit ware de onderdanigheid van eene slavin, die de zweep of den stok vreest; niet omdat zij van uwe inborst is en u slechts gebiedt hetgeen u behaagt, want dit ware eene kinderachtige gehoorzaamheid. Gehoorzaam haar alleenlijk omdat zij de plaats bekleedt van Dengene, aan wien gij de offerande gedaan hebt van uwen eigen wil; dit is de religieuze gehoorzaamheid, die groote belooningen verdient. De ware gehoorzaamheid aanziet maar God alleen.
Heb een volkomen betrouwen in degene die bestuurt, houd haar niets verborgen, neem tot haar in al uwe noodwendigheden uwe toevlucht als eene dochter tot hare moeder en onderwerp u in alles aan haar oordeel, hoe tegenstrijdig het ook aan uw gevoelen zou wezen. Zoo leven, is leven als eene ware religieuze, die recht naar den hemel gaat. Dit gedrag is onfaalbaar, God zelf is er borge voor.
Heb gaarne door de overste over uwe fouten vermaand te worden en opdat zij dit vrijelijk, moge doen, maak het haar somwijlen indachtig en bedank haar grootelijksalszij u deze weldaad bewijst. Zoudt gij niet meer achting hebben voor eene moeder die op uwe kleederen niet de minste vlek zou dulden, dan voor eene ontaarde stijfmoeder die u in vuiligheid zou laten vergaan ?
Klaag nooit over degene die in overheid is en geef nooit gehoor aan de personen die ze beknibbelen, want dit ware een der grootste ongelukken die u zou kunnen overkomen. Indien Eva de ooren gesloten had voor de vergiftige taal van het serpent, zij zou zooveel niet geleden hebben en zou ons niet in gevaar hebben gesteld van verloren te gaan. Aanzie als gebroedsel van dit vergiftig serpent al
- 33 —
degenen die afkeuren wat de overste gebiedt €n die u het betrouwen op haar benemen, om u in uw verderf te brengen. Het lidmaat welk met het hoofd niet vereenigd is, moet noodzakelijk verdrogen of verrotten.
God wil dat gij bezorgd zijt voor uwe overste, maar hij verbiedt u stiptelijk eenige vleierij te gebruiken of door lafhartigheid hare liefde te winnen. Is het niet eene schandige gt;!aak in het klooster zekere personen te ontmoeten , die al hunne zorg besteden om de genegenheid eener overste te winnen, die altijd bij haar zijn om hare inborst te studeeren en dit alles om gemakkelijker te bekomen hetgeen zij willen ? Het vuil eigenbelang heeft inde wereld geene slaven genoeg, het moet er nog in het klooster maken, waar de vrijheid alleen der kinderen Gods zou moeten heer-schen.
Betuig erkentenis jegens allen die uwe oversten geweest zijn; heb voor hen eenen bijzonderen eerbied, zonder dat dit nogtans het vertrouwen vermindere dat gij moet stellen in deze die tegenwoordig bestuurt. Indien gij anders te werk gaat, dan begint gij eene partij-schapdiede gemoederen verdeelt, die duizende moeilijkheden veroorzaakt en het klooster zal ten gronde helpen. Het lichaam dat twee
— 34 —
hoofden heeft, is een schrikkelijk wanschepsel, welk schroom aanjaagt.
Indien gij door de toelating van God eene overste had die, uit eigenzinnigheid, door kwaad vermoeden of valsche overdracht trachtte u in alles te vernederen, laat daarom niet na haar den eerbied te bewijzen welken haar ambt verdient. Indien gij hierin groote moeilijkheden vindt, overwin die met moed en herinner u de uiterste benauwdheden, waarin Jesus zich bevond als hij van de Joden vervolgd , van zijne Apostelen verlaten en door Pilatus verwezen werd , en gij zult op eene krachtige wijze ondersteund worden.
Verkeer met uwe medezusters met allen eerbied en hoogachting en wacht u wel van eenige hoegenaamd te versmaden of de minste reden van misnoegen te geven. Hoe spijtig zou het zijn eene dochter in het klooster te ontmoeten die anderen zou verachten, omdat zij van hoogere afkomst is! Nog erger ware het eene andere aan te treffen die, van geringe afkomst zijnde, eene medezuster zou kruisen bij wie zij in de wereld als dienstmeid zou gewoond hebben. De overeenkomst dar kloos-
— 33 —
terlingen moet gelijken aan degene van de Heiligen in den Hemel, waar allen elkander aanzien en eerbiedigen in God.
Aanzie al degenen die u omringen met dezelfde oogen waarmede gij de Heiligen zoudt. aanzien, indien zij zich op de aarde kwamen vertoonen; alzoo zult gij niets te beknibbelen vinden, integendeel, gij zult gelooven dat alles wel gedaan is al scheen het u anders. Indien u eenig kwaad vermoeden overvalt, wacht u wel van er aan toe te stemmen , maar ga in » zeiven en overweeg uwe eigene gebreken, dan zult gij uit het diepste uws harten zeggen: « Heer, wees mij Irotsche. misdadige barmhartig , die verdien onder de voeten getreden te worden van degene zelve die zij durft ver-oordeelen. » Die zich wacht van zijnen even-mensch in dit leven te oordeelen, zal in het andere op eene gunstige wijze van God geoordeeld worden.
Spreek liefderijk van al uwe medezusters en wacht u wel hun gedrag te beknibbelen; vooral zult gij u wel wachten van de eene aan de andere iets over te dragon. hetgeen den vrede zou kunnen storen en de wederzijdsche genegenheid verminderen. De kwaadsprekende tong bederft de heiligste gemeenten; de knorrende ondermijnt ze allengskens; de twist-
— 36 —
zaaiende werpt ze teenemaal ten gronde; alle drij zijn op den weg van het verderf.
Wacht u wel van iemand tegen te streven , tenzij om het kwaad te beletten; en dan nog, doe het op zulke wijze dat gij nooit de liefde! de koningin der deugden , kwetst. Indien het noodig is uw gevoelen kenbaar te maken, doe het zonder hevigheid en alleenlijk voor het algemeen welzijn. De geest van tegenstrijdigheid is als een grimmende hond, die de anderen gedurig toesnauwt en die van eenieder gevlucht wordt.
Als gij in uwe medezusters eenig gebrek ontdekt dat de overste alleen kan verbeteren, dan zijt gij verplicht het haar te doen kennen op straf van u zelve plichtig te maken van al het kwaad dat er het gevolg zou van zijn. Let nogians op van niets over te dragen uit afgunst ot wraak. Daarenboven, wees zeker van hetgeen gij zegt en voeg niets bij de waarheid, indien gij in de misdaad van lastering, die zoo moeilijk vergeven wordt, niet vallen wilt. De religieuze, die de gebreken van hare zusters aan de overste overdraagt uit waren iever voor hunne volmaaktheid, vermindert liever de fout dan die te vergrooten en bewijst hare medezuster en de gemeente eenen grooten dienst; degene die anders doet, stoort de gemeente en
— 37 —
is in gevaarzich zelve in het verderf te brengen.
De kloosterlijke gemeente is een geestelijk lichaam waar Jesus Christus het hoofd en de kloosterlingen de ledematen van zijn: het is dus zeer redelijk dat gij in het geluk of ongeluk uwer zusters deel neemt en dat gij u met hen verheugt of bedroeft. Als een deel van het lichaam lijdt, worden al de andere het gewaar, behalve degenen die ziek zijn of geen. leven hebben.
De vrijwillige afgekeerdheden en bijzondere vriendschappen zult gij metzorg vluchten, want dit zijn twee voortbrengsels eener bedor-vene natuur die bekwaam zijn de heiligste gemeenten te bederven. Het is eene lafhartigheid, dat eene dochter die met kloekmoedigheid de sterke ketenen heeft gebroken, welke haar aan. hare ouders en vrienden verbonden, zich nit in het klooster door eene bijzondere vriendschap laat boeien! Wat ramp voor eene dochter, die in het klooster treedt om er de volmaaktheid te zoeken, indien zij zich plichtig maakte met in het hart gevoelens van afkeer jegens hare medezusters te koesteren ! De afkeer van den evenmensch is gansch tegenstrijdig met het christendom, en de bijzondere vriendschap vernietigt teenemaal hel kloosterlijk beroep.
— 38 —
Wees niet afgunstig als gij bemerkt dat eene uwer medezusters in grootere achting is-dan gij; integendeel, gij zult de gevoelens van eigenliefde in de wieg versmachten, den goeden God bedanken voor de gunsten die hij anderen bewijst en hem bidden hun die te blijven verleenen, als zulks lot zijne eer verstrekt. De liefde tot den evenmensch is dit kostelijk gesteente dat alles in goud verandert en al de Heiligen heeft rij k gemaakt; de afgunst is een vervloekt venijn dat Lucifer in den hemel heeft vergiftigd en hem eeuwig in de hel pijnigen zal.
Onder zooveel schoone gelegenheden welke eene ziel in het klooster vindt om zich in de heldhaftige deugden te oefenen en verdiensten voor den hemel te vergaderen, acht ik de kostelijkste degene van met de verschil-lige karakters te kunnen overeenkomen. Tracht dan te doen gelijk de Heilige Paulus: lach met degenen die lachen, ween met degenen die weenen. Het is waar, zulke liefdadige toegevendheid valt dikwijls moeilijker dan vasten of andere strengheden, maar zij is voordee-liger en aangenamer aan de goddelijke majesteit. Als iemand uit liefde tot God de moeite doet om zich alles voor allen te maken, dan neemt God zijn behagen in zich geheel aan hem te geven.
— 39 —
Het zou een groot gebrek zijn in het klooster en een klaar teeken van zijn ondergang , indien de jonge zusters de oude moesten versmaden; het zou insgelijks een groot misbruik wezen, indien de oude de jonge met «tuurheid behandelden als enkele dienstmeiden. Deze laatsten zijn eenen diepen en toegenegen eerbied aan de ouden verschuldigd , doch zij op hunne beurt zijn verplicht eene teedere ■en eerbiedwaardige liefde voor de jonge te hebben. De ouderdom verdient geëerd te worden om de deugden die hij met langen en moeilijken arbeid bekomen heeft, en de jonkheid moet men streelen en Hefkoozen om de begeerte die zij heeft van heilig te worden.
Wacht u wel van zekere belachelijke gemeenzaamheden, die meer eigen zijn aan slecht gevoede menschen dan aan wel onderrichte kloosterlingen, zooals onbetamelijk de eene of de andere toe te spreken, onbeleefde spotternijen of vleiende woorden te gebruiken. Deze gemeenzaamheden zijn nooit van langen duur en bestaan maar tusschen zulke personen die lichtvaardig van aard zijn, en dan . als zij eens voorbij zijn, brengen zij altijd moeilijkheden mede. De gemeenzaamheid baart verachting, tweedracht, en de tweedracht leidt tot den ondergang.
— 40 —
Verkeer niet liever met degenen. die n vleien en uwe inborst involgen, dan metzulken die u met liefde berispen en uwe onvolmaaktheden trachten te verbeteren. Wees op uwe hoede voor de eersten gelijk voor uwe grootste vijanden, die eens openlijk met u den spot zullen houden ; heb integendeel achting voor de anderen als voor uwe beste vrienden die uwe zaligheid bevorderen. De vleierij is gemak-lijk uit de vriendschap te onderscheiden: Deze wil behagen om hare eigene voordeelen te zoeken; gene, met te berispen, behartigt het goed van haren vriend.
De volkomene religieuze heeft als eene zoetaardige duif, geene gal om zich te verbitteren tegen degenen die haar verdriet baren ; integendeel, het schijnt dat men haar maar eenig ongelijk moetaandoen om haar nog meer lieftallig te maken, zoo gaarne lijdt zij en volgt zij het leven van haren goddelijken Meester na.
Versmacht door verhevene overdenkingen allegevoelens van afkeer, zoohaast zij u beginne» te kwellen. Wees de eerste om u te verootmoedigen en vergiffenis te vragen, al waart gij de minst plichtige; bid voornamelijk voor degenen die u, door vervolgingen, gelegenheid geven om veel verdiensten te vergaderen en wend eene gansch bijzondere zorg aan om hun allen dienst
te bewijzen. Goed doen voor kwaad komt maar Jesus en zijne dienaars toe.
Gij bedriegt u grootelijks, indien gij, lol overste gekozen, gelooft niets anders te doen te hebben dan met de roede in de hand te gebieden en uw gemak te houden. Weel gij niet dat gij verplicht zijl zorg te dragen voor al uwe zusters en dit zooveel als voor u zelve ? Zij hebben zich overgelaten aan de goddelijke Voorzienigheid, wiens plaats gij bekleedt; daarom zijt gij gehouden hun alles te bezorgen wat noodig is zoo voor ziel als voor lichaam; gij moet ze bijslaan als uwe zusters, beminnen als uwe dochters, eerbiedigen als de bruiden van Jesus-Chrislus, die ze u heeft toevertrouwd en er u eens eene strenge rekening zal over vragen.
Gebruik in uw bestuur eenegroole zachtmoedigheid. Moet gij uwe zusters iels gebieden, doe het met ootmoedige uitdrukkingen, die eerder aan een verzoek dan aan een gebod gelijken; indien gij hun eenige gunst moet toestaan, doe het goedwillig; moet gij hun eenig verzoek weigeren, ga zoo te werk dal zij gevoelen dat gij spijt hebt hen niet te mogen
— 42 —
voldoen; moet gij ze berispen, dat het zonder hoovaardigheid, zonder gramschap en zonder drift zij. De zachtmoedigheid van degene die gebiedt, is een goddelijk suiker dat al de bitterheid , die men in de oefening der gehoorzaamheid ontmoet, wegneemt.
Zoo gij ziet dat. de zachtmoedigheid geene kracht genoeg heeft om de eene of andere binnen hare plicht te houden, mengel er een weinig strengheid bij: Jesus, de zachtmoedigste der menschen berispte eens strengelijk den heiligen Petrus; somtijds sprak hij hevig tot zijne Apostelen en stuurde de Phariseërs scherpe woorden toe. De goede herder moet veel olie en weinig azijn met zich dragen, om er zich, als het noodig is, van te bedienen.
De noodzakelijkste deugd om volmaakte-lij k te bestieren is de voorzichtigheid, niet deze die maar zoekt zich beminnelijk te maken ten koste der regeltucht en aangenaam den tijd harer overheid door te brengen, maar wel de geestelijke en goddelijke voorzichtigheid, die alle middelen gebruikt om hare onderhoorigen beter te maken. Eene wijze en voorzichtige overste moet dan de inborst harer zusters naspeuren, hunne noodwendigheden zien en, gelijk een ervaren geneesheer, de hulpmiddels voorschrijven, lettende op de lichaamsgestel-
— 43 -
tenis van den zieke en op de ernstigheid van de kwaal, zij moet bezorgd zijn om een deel van het verrot lichaam af te snijden, eerder dan geheel het lichaam te laten bederven. Vraag dikwijls aan God, dat hij u deze deugd verleene, want het is een kruid dat niet in de hoven der wereld groeit. De voorzichtigheid is voor de overste, om haar huis te bestieren, zoo noodig als het roer.van den stuurman, om zijn schip te geleiden.
Neem, in de verdeeling der bedieningen van het huis zooveel acht niet op de voldoening der bijzondere personen, als op het welzijn dei-gemeente. Bid den H. Geest dat hij u doe kennen degenen. die voor deze of zulke bediening het beste geschikt zijn; als gij ze hiertoe zult benoemd hebben, moet gij van tijd tot tijd nazien hoe zij er zich van kwijten; alzoo zult gij de waakzaamheid van den bevelhebber eener sterkte navolgen, die van tijd tot tijd zijne ronde doet om te zien of al de schildwachten op den post zijn. Al moet eene overste nooit mistrouwend schijnen, toch mag zij niet ophouden altijd waakzaam te wezen.
Het novitiaat is als eene arduinmijn waaruit men de kostelijkste steenen trekt om hel paradijs te bouwen; van eene godvruchtige novice maakt men eene volmaakte religieuze
\\
_ 44 _
en van eene volmaakte religieuze maakt God eene groote heilige. Kies dan onder al uwe zusters voor novicemeesteres deze die best
den geest van uwe heilige regels bezit, opdat lt;
zij die, door woorden en voorbeelden, zacht- j
jes in de ziel van hare novicen plante. De y novicen zullen gemeenlijk den goeden geur
van hunne deugdzame meesteres behouden. 0
Het kind aardt geheel zijn leven naar het zog j.
dat het van zijne voedster getrokken heeft. (I-
Wees wel verzekerd dat de religieuze ^
volmaaktheid voor geheel de wereld niet is; st
daarom, als zich eenige dochter aanbiedt, laat ^
u niet verblinden door den glans harer rijk- va
dommen , noch door den edeldom en grootheid a|,
van hare afkomst: zulk een steun heeft dikwijls ni-
den ondergang van eene welgeregelde gemeente za,
te weeg gebracht. Laat u ook niet bedriegen ^
noch door haar bevallig gelaat, noch door hare €ei schoone woorden: eilaas, dit alles is zoo bedrieglijk! Wees ook op uwe hoede voor de
smeekingen der ouders, die soms maar verlan- 00£
gen hunne dochter in het klooster te zien om vag hunne andere kinderen meer te bevoorrechten;
vrees ook u te laten misleiden door de stem naa
van het bloedverwantschap; maar onderzoek jj
zorgvuldig of hare inborst goed is voor uw njni gesticht en of haar roep van God komt. Indien
— 45 —
\\
T
gij eene ontvangt die van God niet is geroepen, die noch godvruchtigheid noch verstorvenheid bezit, zal zij zich welhaastinde ongeregeldheid werpen, de anderen afkeerig maken van de deugd en allengskens uwe gemeente ten gronde heipen. Een enkel schurft schaap bederft dikwijls geheel de kudde.
Eene der grootste fouten, die men in eene overste vinden kan, is van zich zoodanig te laten overhalen door de eerste die haar verwittigt, dat zij weigert de redens aan te nemen van degene die nadien komt. Dit is eene der bitterste verstervingen die iemand kan ondergaan: men moet meer dan eene gewone gratie ontvangen om die te kunnen verdragen. Daarom , als menu iets komt overdragen, geloof het niet aanstonds, maar onderzoek grondig de zaak vooraleer iets te besluiten. De rechter, die maar voor eene partij ooren heeft, zal nooit een rechtvaardig vonnis strijken.
Als het noodig is de eene of andere over hare fouten te vermanen, doe het niet op het oogenblik dat gij ontroerd zijl, noch methoo-vaardigheid of gramschap, maar zie welke tijd, welke plaats en wijze dc beste zijn om naar behooren de berisping te geven; bid den H. Geest dat, naarmate gij door uwe vermaningen de ooren des lichaams treffen zult.
— 46 —
hij gelieve, door zijne inspraken degene van het hart te raken. Indien gij gedwongen zijt geweest eenige scherpe woorden te gebruiken, tracht ze dan bij het afscheid te verzoeten met haar te doen zien dat de berisping alleen voor haar goed is geweest. Indien de bie, nadat ze gestraald heeft, haren angel niet weertrekt. sterft zij er van en laat venijn achter dat de wonde doet zwellen.
Zonder twijfel zult gij gelukkiglijk beslieren , indien al uwe onderdanen u eerbiedigen , beminnen en betrouwen in u hebben. Zij zullen u eerbiedigen, indien uwe deugd zoo verheven schijnt als uwe bediening, indien gij de eerste zijt om de hand te slaan aan de moeilijkste zaken, en indien gij het slechtste voor u zoekt. Zij zullen u beminnen, indien zij zien dat gij, zonder aan eenige meer verkleefd te zijn. voor allen gelijkelijk zorgt, bijzonderlijk voor de kranken, de ouderlingen en voor degenen die zich zeiven schijnen te vergeten en te veronachtzamen.
Zij zullen een volkomen betrouwen in u hebben, indien gij hun eene hartelijke toegenegenheid bewijst en indien gij zoo omzichtig zijt dat er nooit iemand iets wete van hetgeen zij u toevertrouwen. De achting, de liefde en het betrouwen zijn drij banden die zoo sterk
het hart der onderdanen aan de oversten binden, dat noch duivel, noch wereld, noch vleesch hen zouden kunnen van een scheiden.
Indien al de religieuzen onder uw bestuur tevreden zijn, bedank er God over en geef hem daarvan al de glorie, want zij komt aan hem alleen toe. Indien gij er aantreft die lastig zijn, vertroost u: de heilige Benedictus trof in het begin monniken aan, die hem niet konden verdragen: de heilige Bernardus had eenen broeder Nikolaas voor geheimschrijver die hem vervolgde en hem zijne achting en aanzien wilde benemen; de heilige Franciscus ontmoette broeder Elias die hem veel last aandeedr en Jesus, het voorbeeld der volmaakte oversten, werd vervolgd door Judas den verrader. De moeilijke en lastige religieuze in een klooster is als de vijl bij den goudsmid die, met zelve te verslijten, de vuiligheid van het goud afknaagt en het doet blinken, ofwel als de besera in een huis, die, terwijl hij zich bemoddert, het huis schoon maakt.
Heb in uwe bidplaats den naam van al uwe dochters; bid voor hen alle dagen, bijzonderlijk voor degenen die zulks het meest noo-dig hebben. Denk aan de middelen om ze te kunnen bijstaan en verlies nooit de hope van hunne beternis. Laat geene maand voorbij-
— 48 —
gaan zonder een vierde uurs bij iedere uwer zusters te besteden om u te onderrichten wegens hare noodwendigheden en wegens hare godvruchtigheid; tracht haar met woorden tevreden te stellen, indien gij het metterdaad , niet doen kunt. Er is niets dat zoozeer eene dochter troost en hare bitterheden verzoet, als de liefdevolle samenspraak barer overste en de hartelijke toegenegenheid welke zij haar van tijd tot tijd betuigt.
Daar gij de wereld verlaten hebt om niet meer te zien hetgeen gij er zaagt, niet meer te hooren hetgeen gij er hoordet, roep ze niet terug door te veel bezoeken en samenspraken.
Waartoe dient het u dat gij de wereld gevlucht hebt, als gij het vermakelijk vindt dat zij u volgt? Wat baat het u een twintigtal voeten van uw huis verwijderd te zijn en hetzelve uit het gezicht verloren te hebben ,
indien gij het met de gedachten niet verlaat?
Meent gij dat uwe ouders en vrienden eene » andere taal zullen spreken als zij u door de traliën zullen zien, dan dat zij gesproken hebben als gij in de wereld waart? Neen, zult gij zeggen, het is daarom niet dat ik begeer
— 49 —
hen te zien, het is maar om hen te helpen hunne zaligheid bewerken. Dit is een zeer goed inzicht, God geve dat het wel oprecht zij; maar Iet op dat gij, in plaats van hun de j gezondheid te geven, hunne ziekte niet vat; dat gij, in plaats van ze geestelijk te maken, zelve niet zinnelijk wordt. Sedert dat de natuur bedorven is, is zij meer gesteld om het kwaad dan om het goed aan te nemen.
Vluchtzooveel hetu mogelijk is de spreekplaatsen : het zijn openingen langs welke de bedorvene lucht der wereld arglistig in het klooster sluipt om de religieuzen te besmetten; t het zijn buitenvesten waar de duivelen, gedwongen de binnenvestingen te verlaten, zich verschansen en heimelijk verduiken om de eene of andere te verrassen; het zijn vensters langs welke de dood zeer dikwijls in de kloosters dringt en er schrikkelijke verwoestingen aanricht. Zoozeer eene religieuze hare bidplaats bemint, zoozeer haat zij de spreekplaats; integendeel, zoo zeer zij de spreekplaats bemint, zoozeer haat zij ook hare bidplaats. \' Volg de voorzichtige reizigers na, die
zich op eene bijzondere wijze aan God bevelen als zij gedwongen zijn door gevaarlijke gewesten te rijzen en die hunne stappen verdub-« beien om die zoo spoedig mogelijk te doortrek-
ken ; doe insgelijks zoo; als het noodig is dat gij naar de spreekplaats gaat, bid uwen Engel bewaarder dat hij u op eene bijzondere wijze bescherme en verblijf daar maar zoolang als het moet zijn. Wat stichting gelooft gij dat het verwekken zal eene religieuze zoolang in de spreekplaats te zien, terwijl zelfs hare zusters in het gebed zijn of hunne getijden lezen? Er moeten gewichtige redens bestaan om de overste te dwingen van dit te gedoogen.
Besteed den tijd, dien men u toestaat om met de wereldlijken te spreken, in godvruchtige en nuttige redevoeringen die hen slichten, hun eene vurige begeerte tot de deugd inboezemen en hun eene hooge achting voor den kloosterlijken staat doen opvatten. O wat zijn een vader en eene moeder getroost, als zij hunne dochter de taal der Engelen hooren spreken! Hoe gelukkig achten zich eene zuster en een broeder, als zij van hunne zuster leeren hoe men zich moet zalig maken! Wat zijn de vreemdelingen verrukt, als zij heilige redevoeringen uit eene borst hooren vloeien die door een hemelsch vuur ontstoken is! De kogel, die uit een weigeladen geschut vliegt, werpt de kloekste muren omver, en het woord dat komt uit een hart met eene groote liefde Gods ontstoken , doordringt zelfs de versteendste harten.
— 51 —
Gij zult niet gretig zijn om nieuwstijdingen te weten, noch iets van al wat er in de wereld omgaat; gij zult er nooit naar vragen, maar zulke gesprekken met eene heilige behendigheid op iets anders doen vallen. Indien gij zulke samenspraken gaarne hoort, stelt gij u in gevaar met alle slag van verstrooidheden in uw gebed overvallen te worden. De Israëlieten, die zich in de woestijn met het manna voedden, namen hun vermaak in te spreken van de lekkere spijzen van Egypte en toonden alzoo klaarlijk dat hun gemoed er niet verre van verwijderd was. Men neemt niet licht vermaak in te spreken, noch in onderzoek te doen van hetgeen men niet bemint, en nog min van hetgeen men veracht.
Als gij met vreemdelingen handelt, houd u in eene gedurige ingetogenheid; uwe stappen, uw gelach, uwe manieren, uwe woorden en uwe oogslagen moeten gemeten zijn, zooals het betaamt aan de bruid van eenen God die over zijne eer uitnemend afgunstig is. Wees wel op uwe hoede, want de oogslag, de adem zelf van zekere personen bevatten ik weet niet wat vergif, dat schijnt de arglistigheid te hebben waarmede het serpent onze eerste moeder vergiftigde. Het is eene uiterste dwaasheid het stroo dicht bij het vuur te leggen, als men niet wil dat het brande.
Gij zult buiten wete van uwe overste nooit iemand gebruiken om eenige boodschap te doen; gij zoudt hierdoor aan uwe heilige beloften te kort blijven en u in groot gevaar stellen van u in de wereld te werpen; te meer, zulk plichtig gedrag zal vroeg oflaat ontdekt worden en u niets anders dan oneer en schande op den hals trekken.
Spreek aan iedereen met hoogachting van al degenen die met u leven; maak nooit gewag van de misslagen die soms in uw klooster mochten plaats hebben en nog min van de moeilijkheden die gij er meent te ontmoeten, tenzij aan zulke personen die u goeden raad kunnen geven. De religieuze die over de gebreken van haar klooster spreekt en de goede achting schendt welke men van hare zusters had opgevat, zal zwaar gestraft worden.
Bemoei u met geene wereldsche zaak, welkdanig zij weze, al raakte zij uwe ouders zeiven; wees dikwijls de woorden van Jesus Christus indachtig: « Laat de dooden hunne dooden begraven. »
God verhoort gemakkelijk de gebeden die de kloosterlingen voor hunne ouders en vrienden doen, maar hij doet alle andere handeling tot hunne schande strekken en tot nadeel van degenen die er gebruik van maken. God zegent
— 53 —
de lieden die zich maar met hun ambacht bemoeien.
Hebeenen grooten afschrik voor alle slag-van uitgezochte complimenten, onbetamelijke vleierijen en ijdele betuigingen van vriendschap. Ongelukkig die onder den schijn van ootmoedigheid zich in de ijdelheid werpt! Vervloekt die kloosterzuster welke, na belofte van zuiverheid gedaan te hebben, niet alles vlucht wat tot de onzuiverheid kan aanleiding geven. Begeeren te zien of gezien te worden, te vleien of gevleid te worden, te beminnen of bemind te worden is eene drift die vele dochters verdoemt.
3
HKT Kl.OOSTEULKVKN.
— 54 —
DE ZfEKEIVDIElMSTER.
Ik was ziek en gij hebt im\\ bezocht.
JIATTH.
■
Van hot oogenblik dei- dood hangt geheel het toekemende lol van don mensch af. Sterft hij wel, hij is eeuwig gelukkig; sterft hij slecht, hij is ongelukkig voor geheel de eeuwigheid. Hieruit volgt dat het oogenblik der dood zeer gewichtig is, en dat men niet te veel zorgen kan om het allerbest te gebruiken.
WAT MEIV VERMIJDEN MOET.
I. Spreek nooit, zelfs niet al vezelende, van iets dat de zieken zoude kunnen storen
of ontstichten.
II. Noem geene persoon voor welke de zieken eenige vijandschap, of, integendeel, eene ongeregelde liefde zouden kunnen hebben.
III. Maak nooit gewag van processen, twisten en dergelijke zaken, waarmede de zieken eertijds zijn bezig geweest, of die met hun overlijden zouden kunnen ontstaan. Indien
• Zie Reisfield voor de eeuwigheid of Schat der Zieken door J. Hillegeer, Priester der Soc. Jesu. 0,45.
De liefdadige Ziekendiener, door denzelfden. 0,60.
zij zeiven er gewag van maakten, zal men het gesprek op een ander voorwerp Irachten te brengen.
IV. Vlucht alle onverduldigheid. gramschap en stuurheid, zelfs als de zieken klagen, kijven of u lastig vallen.
V. Weiger nooit aan de zieken hetgeen gij hun bezorgen moogt.
VI. Spreek nooit met al te luide stem aan de zieken; die heldere spraak stoort en vermoeit hen.
VII. Vlucht nog meer alle geschreeuw en geschater.
VIII. Vlucht alle manieren die in zich zeiven onverschillig zijn, maar de zieken mishagen.
IX. Ga nooit de voorschriften der genees-heeren te buiten.
WAT MEN DOEIV MOET.
I. Verdrijf van de zieken alle droefheid en kleinmoedigheid.
II. Spreek, met gelegenheid, van iets dat stichtend is.
III. Spreek ook van zaken, die de zieken aangenaam zijn en die hun geene schade kunnen veroorzaken.
— S6 —
IV. Nogtans moet de ziekendienster weF opletten om geenen achterklap te spreken.
V. Zij altijd zeer net bij de zieken, om door dit middel reine en blijde gedachten in de zieken te verwekken.
VI. Als de zieke roept, mag men hem niet laten wachten.
VII. Wanneer een priester, al ware hij de biechtvader niet van den zieke, bij dezen komt, laat hem alleen, opdat de zieke ware vrijheid hebbe om zijne zwarigheden en benauwdheden te verklaren.
VIII. Indien de zieken hunne begeerte te kennen geven van aan eenen buitengewonen biechtvader te spreken, men zal hea hierin zeer gaarne voldoen. Devrijheid van consciëntie is t\' allen tijde noodzakelijk, maar bijzonderlijk in de ziekte.
WAT MEN DOEN MOET IN DEN DOODSTUIJD.
I. De bekoringen zijn dikwijls geweldiger in de uur der dood dan in geheel den levensloop. Hieruit volgt dat men de stervenden met. allergrootste liefde moet bijstaan en helpen.
II. De eerste bekoring is tegen de verduldigheid. Spreek dan van het bitter lijden van Christus, toon hun het beeld van den
— S7 —
gekruiston Zaligmaker en zog: Mijn God! uw wil geschiede.
III. De tweede bekoring is tegen het Geloof. Vraag nooit waarin die bekoring bestaat, maar verwek met de stervenden eene akte van levend geloof. Voeg er dit schietgebedeken bij: Heer, ik geloof, versterk mijn geloof.
IV. De derde bekoring is tegen de Hoop. Spreek alsdan van de oneindige goedheid Gods. van de dood van Jesus voor de zaligheid van alle menschen. Gebruik ook schietgebedekens , als zijn : Tk zal de barmhartigheid van mijnen God in der eeuwigheid loven. — Heer., in U heb ik gehoopt, ik zal in der eeuwigheid niet beschaamd worden. — Lees traag en godvruchtig eene akte van hoop.
V. De vierde bekoring is tegen de liefdevan den evenmensch. Hoe meer de dood nadert, hoe meer men vermijden moet alles wat eeni-gen afkeer van iemand zou kunnen veroorzaken. Wanneer er iets dergelijks in het hart ontstaat, dan is het allerbest eene akte van liefde te verwekken.
VI. Men zal wel toezien dat de zieken tijdig de laatste Sacramenten ontvangen. Met al te lang te wachten zou men hen berooven van vele gratiën en misschien van de herstelling hunner gezondheid.
— 58 —
VII. Let wel op, bijzonderlijk in de sterfuur , van de stervenden niet te vermoeien met te lange vermaningen of gebeden. Zeg hun weinig, maar dikwijls, stil en traagzaam.
VIII. Het is zeer goed dat de ziekendienster in de sterfuur niet meer spreke noch bidde dan in den persoon van den stervende, zoodanig dat deze inwendig kunne mede bidden zonder vermoeidheid. Zeg dan, bij voorbeeld; Heer, in uwe handen beveel ik mijnen geest; — ik geloof in u; — ik hoop vastelijk, o mijn God, u welhaast te bezitten;
— ik bemin u uit geheel mijn hart; — Mijn Jesus, barmhartigheid! — O Maria, bid voor mij!
IX. Men zal zorgen dat de zieken dikwijls eene akte van berouw verwekken, bij voorbeeld : \'t Is mij leed, o Heer! dat ik u vergramd \'heb.
— Niets is bekwamer om de zaligheid hunner •ziel te verzekeren.
X. Het gebruik van gewijd water is dan ook zeer krachtig om godsdienstige gedachten te voeden. Het is beter dat men de zieken be-sproeie op de borst dan op het aangezicht, bijzonderlijk als de zieke zonder spraak gevallen is, opdat hij niet verschiete en ontsteld worde.
XI. In de sterfuur moet alles rondom den zieke stil zijn. Geeneweenende bloedverwanten.
geene klappende vreemdelingen mogen in de kamer blijven.
XII. Alle raenschen sterven niet op dezelfde wijze. Eenigen gaan uit gelijk eene wiek wanneer de olie ten einde is; anderen al biddende; anderen zelfs al huilende. De ziekendienster moet in niets verschieten, en wel weten dat men in hevige ziekten , bijzonderlijk in de jonkheid, gemeenlijk bitter lijdt.
XIII. Zoohaast als de zieke gestorven is, dat men bidde en aflaten verdiene, bij voorbeeld : met akten van geloof, hoop, liefde en berouw te verwekken.
DE LEERMEESTERES.
De meesteres, die met de opvoeding dei-kinderen gelast is, mag hare taak niet als eene gewone bezigheid beschouwen : het is eene verhevene, eene heilige zending. haar door •T. C. den goddelijken Leeraar zelf opgelegd.
1. Welk is het bijzonderste doel dat de onderwijzeres zich moet voorstellen?
1° Zij zal de leerlingen eenen grooten afschrik voor de zonden inboezemen. Dat zij trachte diep in hun hart te prenten deze waarheid : Er is maar een oprecht ongeluk en dat is de zonde. — Liever sterven dan de doodzonde te bedrijven.
2° De meesteres zal hare leerlingen niet alleen tegen de zonde maar ook tegen de gevaren wapenen; zoolang de kinderen het geluk hebben in de school te verblijven, zijn zij, om zoo te spreken, in eene haven van veiligheid : de goede voorbeelden die hun gegeven worden, de stichtende lessen en heilzame raadgevingen die zij ontvangen , alles werkt mede om in hun hart de liefde tot de godvruchtig-lieid te doen ontstaan. Ja. de zielen dezer
— 61 —
kinderen zijn zoo zuiver maar levens zoo broos als de pas ontloken lelie: wordt deze bloem aan eene schadelijke lucht blootgesteld, dan verliest zij haren geur en hare frischheid. Zoo is het met de jeugd; treden de kinderen in de verleidende wereld zonder hare gevaren te kennen en zonder gewapend te zijn met den afschrik voor de zonde, dan zal, helaas! hunne deugd er welhaast schipbreuk lijden.
Onder de bijzonderste gevaren die de kinderen in de wereld eens zullen ontmoeten, telt men bijzonderlijk:
a) De overtollige pracht in de kleeding.
Igt;) De wereldsche vermaken.
c) De gevaarlijke lezingen.
d) Het menschelijk opzicht.
e) De slechte gezelschappen.
f) De ledigheid.
S- De meesteres zal trachten in het hart der kinderen eene oprechte, eene gegronde deugd te planten. Zij zal de leerlingen kloekmoedig hunne ongeregelde driften leeren bestrijden. getrouw hunne plichten volbrengen, en hunne kruisen verduldig verdragen.
Dat zij de kinderen wel wapene tegen alle valsche godvruchtigheid, als zijn :
a) De onwetende godvruchtigheid die zelfs de noodzakelijkste waarheden van onzen
godsdienst niet kent. Deze onwetendheid kan soms de ergste gevolgen hebben. Daarom zal de onderwijzeres eene gansche bijzondere zorg aan het onderricht van den Catechismus wijden: jia het Evangelie is er geen boek dat schooner is, geen boek dat verhevener zedeleer bevat. quot;Wanneer de kinderen wel hunnen Catechismus ■verstaan, dan kennen zij de bijzonderste waarheden van hunnen godsdienst: zij weten wat zij doen en laten moeten om zalig te worden.
Zij moeten den Catechismus als een kos-telijken schat beschouwen die hun niet alleen in de kindsheid, maar ook in gevorderden ouderdom duurbaar moet zijn.
b) De scrupuleuze godvruchtigheid, die in alles zonde ziet en door hare overdrevenheid eenieder afschrik van de deugd inboezemt.
c) De grillige godvruchtigheid, die hare luimen en zottigheden voor deugden aanziet.
d) De eigenzinnige godvruchtigheid, koppig in al hare werken.
e) De godvruchtigheid die alles wil hervormen. Heeft men niet genoeg in zich zeiven te verbeteren en te hervormen? Niets is gemakkelijker dan den last op anderen te leggen en zich zeiven van alles te ontslaan. Laat ons
dien geest van hervorming eerst op ons zeiven uitoefenen.
f) De slappe godvruchtigheid, die de minste moeilijkheid vreest en naar den hemel wil gaan langs eenen weg met rozen bestrooid.
g) De hitsige en al te gevoelige godvruchtigheid , altijd gereed om vuur te vatten en bij het minste woord los te breken. Men wil niets verdragen, niets lijden; de minste zaak kwetst, het minste woord verbittert. Zulke personen zouden honderd raadgevingen in eenen dag geven en er geene enkele willen ontvangen in den loop van een gansch jaar. Is dit de ware godvruchtigheid?
h) De beknibbelende godvruchtigheid, die altijd de gebreken van anderen voor oogen heeft en op de tong draagt, en op hare eigene gebreken niet let.
4° De meesteres za 1 trachten den geest harer leerlingen met nuttige kennissen te verrijken.
Zij mag zich niet tevreden houden met de kinderen eene oppervlakkige kennis dei-wetenschappen te geven. De leerlingen moeten grondig de bijzonderste vakken van het onderwijs bestudeeren, in staat zijn al de vrouwelijke handwerken uit te oefenen en hunnen tijd niet verspillen aan zulke kennissen, die hun later van geen het minste nut kunnen zijn. In
het onderwijs der jeugd moet men niet alleen het schoone. maar vooral het nuttige voor oogen hebben.
2° Wat de onderwijzeres bijzonderlijk vermijden moet om in hare zending te gelukken.
1quot; Alle voorliefde. — De onderwijzeres moet zich wel wachten de bijzondere genegenheid te laten blijken, die zij voor het een of ander kind zou kunnen gevoelen. Hoe is het mogelijk dat de leerlingen haar beminnen en eerbiedigen, indien zij bemerken dat de meesteres sommige leerlingen bevoordeeligt 311 lieve kinderen kent? Zij zal dit gebrek uit hare klas verbannen, anders zal zij nooit de liefde, den eerbied en het vertrouwen der leerlingen winnen.
2° De moedeloosheid. — Sommige kinderen schijnen dikwijls zoo slecht van karakter, zoo weinig geschikt tot het werk en de studie, dat de meesteres geheel den moed verliest om er iets goeds van te maken. Men moet nooit van de beternis van een kind wanhopen: in zijne ziel ligt er een goed zaad dat vroeg of laat de beste vruchten kan voortbrengen.
3° De gemeenzaamheid. — Al te groote gemeenschap kwetst dikwijls den eerbied en
— Go —
vermindert het gezag. Dat zij altijd toone. zonder hoogmoed nogtans, door hare gansche handelwijze, datereen groote afstand tusschen haar en de leerlingen is.
4° De zwaarmoedigheid. — Dat de meesteres zich wapene tegen dien zwarten geest. Indien zij eenige moeilijkheden ontmoet, mag zij daarom nooit in eene slechte luim zijn; dit ware zich blootstellen de kinderen soms onrechtvaardig te behandelen en hare plichten uit het oog te verliezen.
3° Wat de meesteres bijzonderlijk moet doen om in hare zending te gelukken.
1° Het gebed. — Wanneer de meesteres den ganschen.dag nauwkeurig hare plicht heeft volbracht, dan zal zij, vooraleer zich ter rust te begeven, den goddelijken zegen over hare leerlingen nederroepen en den goeden God bidden haren arbeid te zegenen. Des morgens ook zal zij de kinderen aan God bevelen en hem smeeken hunne harten te bereiden, opdat zij met vrucht hare lessen zouden ontvangen.
2° De vermaning. — De vermaning en de straf zijn krachtige middelen der opvoeding. De meesteres moet altijd opletten dat zij in het geven der straffen de grootste rechtvaardigheid
— 66 —
aan den dag legge, opdat het kind begrijpe dat liet voor zijn welzijn gestraft wordt en zich gewillig onderwerpe. Zij zal niet straffen als zij zich in hevige gramschap gevoelt; het ware dan eerder de drift dan de rede die het bevel zou voeren. Dusdanige straf is geene berisping niaareene wraak,en wordt van God niet gezegend. « Door hunnen onbezonnen en driftigen iever gelijken sommigen aan die slechte schaliedekkers, die meer schaliën breken dan zij er op het dak leggen, » zegt de H. Fran-ciscus de Sales.
3quot; De waakzaamheid. — Het is de plicht der meesteres het karakter der kinderen te bestudeeren.
Er zijn verschillige karakters:
Levendige en vurige.
Ongevoelige en onverschillige.
Driftige en grammoedige.
Zachte en vreedzame.
Strenge en ruwe.
Gedienstige en gemakkelijke.
Geestige en lieftallige.
Men mag zeggen dat de karakters bijna zoo verschillig zijn als de aangezichten.
De meesteres zal dan met zorg al deze verschillige karakters trachten te kennen; zij zal, niet alleen inde klas, maa.\'ook in het
— 67 —
uur van uitspanning de kinderen gadeslaan; zij zal met genoegen nederzien op hunne kinderlijke spelen, met welbehagen luisteren naar hunne naïeve samenspraken, want het is dan bijzonderlijk dat zij hunne gebreken en driften zal ontdekken. Met liefde zal zij hot kind zijne onvolmaaktheden voor oogen leggen en doen begrijpen dat het voor zijn eigen geluk moet trachten zijne inborst te verbeteren. Nu en dan zal zij de leerlingen afzonderlijk roepen om hun eenige vermaningen, eenige lessen te geven die het hart raken.
4. De toegenegenheid,—De meesteres, die hare pogingen met een goeden uitslag wil bekroond zien, moetal hare leerlingen, en elke in het bijzonder, eene oprechte en gegronde genegenheid toedragen. Zij moet als een engelbewaarder , als eene teedere moeder zijn. Niets trekt meer de kinderen tot zich dan het belang.\' de liefde, die men hun bewijst: indien de meesteres de genegenheid der kinderen heeft, dan zal zij hun vertrouwen winnen en alzoo een machtigen invloed op geheel hun gedrag uitoefenen. Een liefderijk woord alleen, een enkel bewijs van vriendschap is soms genoeg om het gedrag van een kind te veranderen en het voor het goede te winnen; ja, men zal dikwijls bevinden dat eene leerlinge weder-
— 68 —
spannig of zwaarmoedig is, omdat zij denkt dat hare meesteres onverschillig is ten haren opzichte en zich aan haar niet gelegen laat.
8° Het goed voorbeeld. — Het is onnoodig te zeggen dat de onderwijzeres het voorbeeld harer klas moet zijn. In haar moeten uitschitteren de ingetogenheid in het gebed, de zachtmoedigheid , het geduld in de beproevingen, de ware liefde tot den evenmensch, het medelijden met de ongelukkigen, in een woord, zij moet zoo heilig leven, dat de geur harer deugden zich over al hare leerlingen verspreide. Ja, in hare eenvoudige klas, verre van het oog der menschen, zal eene ware meesteres zich altijd hare edele, hare verhevene, hare heilige zending herinneren. Is haar levenspad soms met doornen bestrooid, toch heeft zij de zoete hoop, dat haar arbeid de schoonste vruchten voor de toekomst zal opleveren; zij heeft de troostende overtuiging dat God hare werken ziet en haar eene schitterende kroon in den hemel bereidt. « Die er veel in de gerechtigheid zullen onderwezen hebben, zullen blinken als de sterren in het firmament. »
J. HILLEGEER,
PRIESTER VAN DE SÜCIKTEIT JESl!.
EINDE.
DE PLICHTEN DER KLOOSTERZUSTER.
Jegens den kloosterlijken staat. . . . H
Jegens uwe medezusters......34
Jegens uwe onderhoorigen.....41
Jegens de wereldlijken......48
— 70 —
DE ZIEKENDIENSTER.
Wat men doen moet in den doodstrijd . 06
DE LEERMEESTERES.
Welk is het bijzonderste doel dat de
meesteres zich moei voorstellen? . 60 Wat moet zij vermijden om in hare zending te gelukken?......64
Wat moet zij doen om in hare zending te gelukken?........65
11. VANDER SCHELDEN, Uitgever te Ge^t.
Werken door C. T. JAM AR, Priester.
Maria, Moeder van Jesus. In-8\', 640 bladz. 4,00
— In linnen band 5,10 — ld. verguld 5,40
— In vollen band verguld op snee 6,00 Handboek van den Kruisweg (28 oefen.). 448 bl. 1,00
— In basaan 1,50 — ld. vergulde snêe l,8o
— In chagrin roode snêe 3,50 HetGou\'Jen boek van Jesus\' lijden. In-180 280 bl. 0,85
— In percalinen band roode snêe 1,45 Het Guldenboekje van Maria\'s lijden, 200 bladz. 0,60
— In percalinen band roode snée 1,10 Volkstheologie van Maria\'s lijdan. 132 bladz. 0,50 Dubbel Guldenboekje van Maria\'s lijden. 348 bl. 1,00
— Gebonden in percaline 1,50 Manna voor godvruchtige zielen. Devotie- en
Comraunieboek. 560 bladz. 1,30; gebonden 2,15 Bazaan roode snêe 2.50 ; vergulde snêe 2,60 — Chagrin 2de keus 4,25;
lste keus 5,00
Jesus\' Hart, troost voor angstvolle zielen,
140 bladz. 0,35; gebonden in percaline 0,75 — In vollen band 1,00 Onze Lieve VrouwI Kleine volksmaand, 64 bl. 0.15 Liefde en lijden van Jesus\' Hart. Volksmaand. 0,15 Maand van den H. Joseph. 64 bladz. 0,13
Verzuchtingen na de H. Communie, 24 bladz. 0,15 Elevations de l\'ameaprès la Ste Communion, 24 p. 0,15 Kruiswegoefening in vereeniging met de Engelen 0,10 Kruiswegoefening tot lafenis der overledenen. 0,10
^ 2\' ^
Kruiswegoefeningen vóór de le H. Communie 0,10 Trekbriefkens lc voor de maand van den H. Joseph, 2e van Maria, 3e van het H. Hart. \'t blad. 0,15 Trekbriefjes van Jesus\'Hart, 33 personen, t blad 0,10 Trekbriefjes voor den levenden Rozenkrans. 0,0S Wijze om den Rozenkrans te lezen. 32 biadz. 0,10 Méthode du Curé d\'Ars pour réciter 1\'office divin. 0,10 Het getal der zotten is oneindig. Vlugschrift 100 b. 0,25 Handboekje voorbereiding tot de le Communie. 0,20 12 ex. 2,25-25 ex. 4,00 - 50 ex. 7,50 -100 ex. 14,00 Manuel pour se préparer a la lre Communion. 0,20 12 ex 2,25 -25 ex. 4,00- 50 ex. 7,50 -100 ex. 14,00 Lotgevallen van Bert Bart, groot in-40, 200 bl.
—met platen, gekartonneerd. 2,25
Opgepast. Prentenboekje voor kinderen. 0,40
Allerlei Vogels. In-12, 104 bladz., 38 platen. 0,65 Viervoeters. In-12, 112 bladz., 59 platen. 0,65
Grillige avonturen van N0 1 en N0 2. 132 bladz.
Kwalijkvaren van eenen specialen commissaris.
120 bladz. 20 portretten. 0,50
De 5 laatste werken zijn met versierden omslag. Katholiek leesboek voor meisjesscholen.
Laagste afdeeling. In-12, 56 bl. 0,30
Middelste afdeeling. In-12, 72 bladz. 0,40 Hoogste afdeeling. In-12, 120 bladz. 0,60