ocr page 1
ocr page 2

Theorie m Practijk

DEK

ITIÏ6.

Eene populaire handleiding ten dienste Van den Hederlandschen landboüW.

Kosteloos uitgegeven vanwege de

MAATSCHAPPIJ TOT VERKOOP VAN HULPMESTSTOFFEN IN NEDERLAND EN KOLONIËN.

GEVESTIGD TE ROTTERDAM EN DORDRECHT.

(BomspondenfiQ uitsluitend naar Dordrecht te richten.

VIERDE DRUK.

Dobdeecht, MORKSamp; GEUZE 1897.

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

Theorie EN PRACTIJK

ene populaire handleiding ten dienste Van

den l^ederlandschen landbouw.

-^--

Kosteloos uitgegeven vanwege de

MAATSCHAPPIJ TOT VERKOOP VAN HULPMESTSTOFPEN IN NEDERLAND EN KOLONIËN.

gevestigd te rotterdam en dordrecht.

(Borrespondenfie uitsluitend naar Dordrecht /0 richten. VIERDE DRUK.

. Dordrecht, MORKS amp; GEUZE, 1897.

ocr page 6
ocr page 7

YOOEBIBICHT.

Nooit vóór dezen kwam ons een werkje in handen, waarin zóó glashelder, en toch zoo beknopt en eenvoudig, de beginselen eener rationeele bemestingsleer worden uiteengezet als in het ten vorige jare te Hamburg verschenen boekje van Dr. Martin Ullmann: Düngung\'s Theorie unci Praxis gegen JEnde des 19 Jahrhunderts.

Waa/r wij reeds lang het plan koesterden, ten bate van den Nederlandschen landbouw eene handleiding voor het gebruik der verschillende hulpmeststoffen samen te stellen, en waar zulk eene handleiding, zou zij voor het meerendeel onzer landbomvers genietbaar en van practisch nut zijn, aan groote beknoptheid grooten eenvoud en groote helderheid moest paren, daar begroetten wij het werkje van Dr. Ullmann dan ook in zekeren zin als eenen redder uit den nood, ivant waarlijk, het is geene kleinigheid, en lang niet ieders taak, om een werkje te schrijven, dat aan de zooeven genoemde eischen ook maar eenigermate voldoet. Wij hebben Dr. Ullmann\'s boekje nu in een Nederlandsch geivaad gestoken, en dienovereenkomstig eenigszins omgewerkt om er een meer specifiek Nederlamisch karakter aan te geven, waarin wij meenen, redelijk wel geslaagd te zijn.

Moge de Nederlandsche landbouiv er thans ook eenige leering uit putten; wij zullen ons dan ruimschoots voor onze moeite beloond achten!

Maatschappij tot Verkoop van H clpm eststoffex in Nederland en Koloniën.

Dordrecht, December 1894.

ocr page 8

—

_

ocr page 9

THEORIE.

ocr page 10
ocr page 11

De planten, die op weide en akkei- groeien, hebben, om zich te ontwikkelen en tot rijpheid te komen, behoefte aan licht en warmte, lucht en vochtigheid. Maar aan deze vier, die geheel of nagenoeg geheel afhankelijk zijn van het klimaat, d. i. de gemiddelde weêrsgesteldheid eener streek, en waarop de mensch dus al heel weinig invloed kan uitoefenen, hebben de planten geenszins genoeg voor de vorming harer wortels, stengels, bladeren, bloemen en vruchten. Hiertoe zijn bovendien nog verschillende voedingstoffen noodig, welke deels door de bladeren en stengels uit de lucht, deels door de wortels uit den grond worden opgenomen. De voedingstoffen, welke rechtstreeks uit de lucht opgenomen worden, zijn overal en ten allen tijde in genoegzame mate aanwezig, om in 1^3 behoefte der planten te voorzien. Anders is het met de voedingstoffen, die de planten slechts door middel harer wortels kunnen opnemen. Waar van een zelfde oppervlakte gronds maar voortdurend geoogst, en aan dien grond dus telken jare eene zekere hoeveelheid plantenvoedende be-standdeelen onttrokken wordt, daar kan het niet anders, of te eeniger tijd moet het oogenblik aanbreken, dat de voorraad dier plantenvoedende bestanddeelen zóódanig is ingekrompen, dat geen gewas zich meer naar den eisch ontwikkelen, en een loonend beschot opleveren kan. Gelijk nu door eiken oogst eene zekere hoeveelheid plantenvoedende bestanddeelen aan den bodem onttrokken wordt, en deze daardoor in vruchtbaarheid achteruitgaat, zoo kunnen door eene oordeelkundige bemesting weer nieuwe plantenvoedende bestanddeelen aan den bodem worden toegevoegd, en is het zoodoende niet alleen mogelijk, de oorspronkelijke vruchtbaarheid te herstellen, maar ook, deze nog aanzienlijk te verhoogen.

ocr page 12

8

Ons vee heeft, zooals ieder weet, behoefte aan een uit verschillende voedingstolïen samengesteld voeder: niemand zal zijne runderen uitsluitend eiwitachtige stoffen of vetten, zijne paarden uitsluitend koolhydraten toedienen, maar naar gelang van het met de voedering beoogde doel, een uit die drie voedingstoffen in bepaalde verhoudingen samengesteld mengsel. Niet anders is het met de planten, wier voedsel evenmin uit ééne enkele stof, maar uit meerdere stoffen tezamen bestaat. Ook is dit voedsel niet voor alle planten hetzelfde, daar sommige soorten aan deze, andere weer aan geene voedingsstof meer bepaald behoefte hebben. Het zijn nu voornamelijk een drietal voedingstoffen, waarmede de bemestingsleer zich in het bijzonder heeft bezig te houden, en wel:

stikstof, phosphorzuur en kali.

• Hierbij komen in sommige gevallen nog deze twee: kalk en magnesia.

Stikstof en phosphorzuur zijn in den regel in onvoldoende hoeveelheid in onze bouwgronden aanwezig; van de kali geldt hetzelfde, voor.zoover de zand- en vele zavelgronden betreft, terwijl hierin ook vaak te weinig kalk voorkomt, wat bij z. g. zure gronden altijd het geval is. Magnesia is bijna overal in genoegzame mate in den bodem aanwezig, evenals de overige plantenvoedende bestanddeelen van den grond. De laatstbedoelde gaan wij dus maar stilzwijgend voorbij, terwijl de magnesia nog slechts bij de teelt van een paar gewassen zal dienen vernoemd te worden. Wij hebben ons dus, behalve met de kalk, die ieder kent, in het volgende alleen bezig te houden met het klaverblad : stikstof, phosphorzuur en kali, welke namen het zaak is, zich terdege in het geheugen te prenten, daar zij om zoo te zeggen het begin en het einde zijn van de

ocr page 13

9

geheele theorie der bemesting, evenals het bovengenoemde klaverblad: eiwitachtige stoffen, vetten en koolhydraten, zulks is van de voedingsleer der dieren.

De oorspronkelijke vruchtbaarheid van den grond is in vele streken, zoo al niet geheel verdwenen, dan toch sterk achteruitgegaan, en, als een gevolg hiervan, de opbrengst van akkers en weiden eveneens. Geen wonder voorwaar! Immers, in de geoogste producten: granen, aardappelen, suikerbieten, boonen en erwten, hooi en stroo, — in de melk, in het trek-, en mest-, en fokvee, enz. enz. worden jaar op jaar groote hoeveelheden plantenvoedende bestanddeelen, vooral stikstof, phosphorzuur en kali, aan de boerderij ontvoerd. Wel blijft een gedeelte van den oogst in de wortels en stoppels, en verder in de uitwerpselen der dieren en het strooisel der stallen, op het veld en de mestvaalt achter, maar dat is toch slechts een gedeelte, waarvan, vóór het den bodem wcêr ten goede komt, altijd op de eene of andere wijze nog iets — en soms heel ivat! — verloren gaat. Intelligente landbouwers hebben dit sinds lang ingezien, en er daarom steeds naar gestreefd, ook nog door andere middelen nieuwe plantenvoedende bestanddeelen in hunnen grond te brengen. De groote meerderheid der landbouwers beschouwt echter nog steeds den stalmest als de bron van alle vruchtbaarheid. Het zij zoo, doch dat men dan ook die kostbare bron niet door eene onoordeelkundige behandeling een groot gedeelte van hare waarde doe verliezen, maar integendeel deze waarde trachte te vergrooten door toepassing van hetgeen wetenschap en practische ervaring elders als nuttig en aanbevelenswaardig hebben leeren kennen.

Nu is het waar, dat iri het tekort, hetwelk onvermijdelijk moet ontstaan in elk bedrijf, waar uitsluitend de in dat bedrijf zelf gewonnen stalmest wordt aangewend, ook kan voorzien worden door aankoop van elders gewonnen stalmest of van compost. Maar eerstens is men hiertoe lang niet altijd en overal in de gelegenheid, en ten

ocr page 14

10

andere moet men stalmest en compost altijd betrekkelijk veel te duur betalen. Voor verreweg de meeste bedrijven is dan ook de aankoop van eene zekere hoeveelheid met oordeel gekozen hulpmcsfetoffen. ivier werking in vele duizenden gevallen even voortreffelijk is gebleken als die van den besten stalmest, ten ernstigste aan te raden.

De landbouwer ziet zich niet gesteld voor de vraag: stalmest of hulpmest ? Integendeel, zijne leuze zij: stalmest en hulpmest!

Het is voor de planten vrijwel hetzelfde, of de door haar opgenomen voedingstoffen afkomstig zijn uit stalmest, groen ondergeploegde gewassen, of hulpmest. Alleen op den vorm, de verbinding, waarin de verschillende voeding-stofïen in den bodem gebracht, en dus den plantenwortels aangeboden worden, komt liet aan. Evenals de veevoedermiddelen gemakkelijk verteerbare, zwaar verteerbare, en onverteerbare stoffen bevatten, zoo komen in den mest gemakkelijk oplosbare, moeielijk oplosbare, en onoplosbare bestanddeelen voor, die wel denzelfden naam dragen, maar, in den bodem gebracht, daarom nog lang niet dezelfde uitwerking vertoonen.

Nog steeds hoort men af en toe smalen op het uitblijven van resultaten bij de aanwending van hulpraeststoffen, ja, hoort men zelfs deze voor schadelijk uitmaken. Maar bij den stalmest komt het ook ivel voor, dat men niet de ge-ivenschte resultaten verkrijgt, doch in plaats hiervan eene schadelijke uitwerking : daarvan spreekt men echter niet. En toch weet ieder, dat b.v.b. toepassing eener sterke stalbemesting op vochtige, aan draineering bepaald behoefte hebbende landerijen zuiver geld weggooien is. Stalmest en gier geven vaak ook alleen veel stroo en weinig korrel, en veroorzaken dikwijls het legeren van het graan. In droge zomers brandt paarden- en schapenmest, niet alléén op zandgrond, en het onoordeelkundig gebruik van niet-verdunde gier veroorzaakt eveneens het verbranden der veldgewassen. Verder komen vele zaden van onkruid ge-

ocr page 15

11

regeld met den stalmest op de akkers, en zelfs worden sommige soorten dier zaden eerst daardoor kiemkrachtig, dat zij de reis door de maag van het vee maken. In den stalmest brengt de landbouwer maar al te dikwijls de kiemen voor plantenziekten, zooals roest, brand, aardappelziekte, enz. mede op de akkers. En ten slotte zijn de voedingstoffen in den stalmest toch ook inderdaad duur!

Laat ons het daarom ronduit erkennen: de stalmest kan zooivel schadelijk als nuttig werken. Voor goede resultaten komt het aan op het wêer, op den bodem, op het veevoeder, op de wijze van behandeling, op de wijze van aanwending, en op het gehalte. Ook in dit opzicht is het bij stalmest en hulpmest precies hetzelfde.

Hierbij komt nu nog, dat aan hulpmest in verschillende opzichten de voorkeur te geven is: 1°. kan men aan den bodem en de planten nauwkeurig datgene geven, wat deze noodig hebben, en wat genen ontbreekt; 2ft. verkrijgt de stalmest door toevoeging van hulpmest de voor vele gewassen benoodigde samenstelling, alsook het juiste gehalte; 3quot;. in superphosphaten en gemengde meststoffen zijn de plantenvoedingstoffen zeer licht oplosbaar, en is hare werking daarom ook zekerder en sneller dan bij het gebruik van stalmest; 4°. bij aanwending van hulpmest kan men eene bepaalde, vooruit berekende hoeveelheid plantenvoedende bestanddeelen koopen, en deze ter rechter tijd en goedkoop ook naar de verst afgelegen gedeelten van het bedrijf vervoeren, omdat slechts weinige wagenvrachten daartoe noodig zijn.

Waarnaar regelt zich nu de hoeveelheid van den aan-tewenden mest ? Het antwoord hierop is niet zoo heel gemakkelijk.

De een zegt: naar de behoefte der plant aan voedingstoffen., — de ander zegt: naar het eigenaardig vermogen der verschillende plantengeslachten, - soorten, - en variëteiten, om deze of gene voedingstof gemakkelijk op te nemen.

Ware het eerste geval juist, dan kon men aan ieder

ocr page 16

12

gewas op grond van analyses de benoodigde voedingstoffen voor een middelmatige of groote opbrengst, nauwkeurig toedienen.

In het tweede geval, — en dit is volstrekt niet onmogelijk, — verlangen de planten, die b.v.b. in hare asch-bestanddeelen slechts betrekkelijk weinig phosphorzuur bevatten, toch eene grootere hoeveelheid gemakkelijk oplosbaar phosphorzuur, waarschijnlijk omdat het die planten moeilijk valt, deze voedingstoffen op te nemen.

Onder dit opnemingsvermogen heeft men dus eene soortgelijke kracht als de spijsvertering der dieren te verstaan. Niet alleen verschilt deze bij de onderscheidene geslachten, maar ook soms nog aanmerkelijk bij de verschillende soorten van hetzelfde geslacht, en zelfs bij de verschillende vertegenwoordigers derzelfde soort. Sommige dieren verteren celstof en hout, andere beenderen, en nog weêr andere eischen gemakkelijk oplosbare eiwitachtige stoffen, vetten, en koolhydraten. Zoo is het ook bij de planten, voornamelijk bij onze hoogveredelde akkerbouwgewassen. Van onze gewone roode tarwe b. v. b. kan men op minder goed behandelden, en zelfs min of meer verarmden, grond nog eene redelijke opbrengst verwachten, terwijl de veredelde square-head daar slechts eenen armzaligen oogst zal geven. Daarentegen zal de laatste bij eene zorgvuldige behandeling en overvloedige bemesting eene korrelopbrengst van 4.000 K.G. en daarboven geven, welke de gewone roode tarwe nooit zou kunnen opbrengen.

Om nu tochquot; zoo hoog mogelijke opbrengsten te verkrijgen, en om het den planten gedurende hare ontwikkeling niet aan goed, gemakkelijk opneembaar voedsel te laten ontbreken, moeten wij als grondbeginsel aannemen: iedere akker dient met gemakkelijk opneembaar phosphorzuur en met kali verrijkt te worden, d. w. z. iedere akker moet van meer phosphorzuur en kali voorzien worden, dan het eerstvolgende gewas, zelfs bij de hoogst mogelijke opbrengst, vermag op te nemen; wij hebben dan de zekerheid, dat

ocr page 17

13

dat gewas, zelfs wanneer het om zoo te zeggen naar phosphorzuur en kali hongert, daaraan toch geen gebrek zal behoeven te lijden.

Gevaar voor onze geldbeurs bestaat er in zóóverre niet, dat deze stoffen niet verloren gaan, maar in den grond achterblijven, zoodat ook de navrucht er nog voedsel in kan vinden.

De stikstof dient daarentegen meer aan de planten toegemeten te worden. De in den stalmest en den gier in den bodem gebrachte stikstof is evenwel lang niet altijd voldoende voor de behoefte. De aanwending van zwavelzuren ammoniak en ammoniak-superphosphaat eenerzijds, en van Chili-salpeter anderzijds, zal dan ook in de meeste gevallen loonend blijken. Er is echter een bepaalde groep van planten, waarbij het geldverkwisting zou zijn, stikstofbemesting toe te passen.

De stikstofopname, en daarmede de kwestie van de stikstofvoeding der planten, is nog niet geheel opgehelderd. Toch is het zeer noodzakelijk, hetzelfve te weten:

Er zijn planten, welke uit het groote stikstof-magazijn: de lucht, zulke groote hoeveelheden kunnen opnemen, dat het eene fout zou zijn, deze met stikstofhoudende meststoffen te bemesten; men noemt deze stikstof verzamelaars en rekent hiertoe, in het kort gezegd, de vlinderbloemige planten, ook leguminosen genaamd, zooals: erwten, wikken, boonen, benevens de verschillende klaversoorten, esparsette, seradelle, lucerne enz.

Daarentegen zijn er ook planten, welke de stikstof uit de lucht zoo goed als niet kunnen opnemen, zoodat aan deze de groote hoeveelheid stikstof, welke zij voor eene normale ontwikkeling noodig hebben, door stikstofbemesting moet gegeven worden. Tot deze stikstofverteerders behooren alle graansoorten, hakvruchten, de kruid- en koolachtige gewassen, het raapzaad, het mosterdzaad, de boekweit, de tabak, de hop, en ook de grassen.

Tot deze gewichtige wetenschappelijke resultaten is men

ocr page 18

44

gekomen door de ernstige studiën van de professoren Hellriegel, te Bernburg, Wagner, te Darmstadt, Frank, te Berlijn, e.a., op grond van de eveneens zorgvuldige waarnemingen van den practischen landbouwer Schultz, van het landgoed Lupitz.

Iedere landbouwer is nu in de gelegenheid, hieruit nut te trekken. Hij vrage zich, vóór tot de bewerking van zijnen akker over te gaan, af; behoort de plant, welke op dit veld gezaaid wordt, tot de stikstofverzamelaars, of tot de stikstofverteerders, aangezien de bemesting daarnaar ingericht moet worden.

Wanneer men erwten of wikken, klaver of lupinen wil zaaien, dan is de eerste gedachte; dit zijn stikstofverzamelaars. welke geenen stalmest en geenen gier behoeven. Bemest daarentegen deze of gene toch nog met stalmest, dan verspilt hij de stikstof, welke voor de stikstofverteerders zeer duur door hem moet worden ingekocht. De tweede gedachte moet zijn: deze stikstof verzamelaars nemen echter slechts de stikstof uit de lucht op, wanneer zij daaraan behoefte hebben. De erwten of wikken moeten derhalve naar stikstof hongerig gemaakt worden, en dit geschiedt op die gronden, welke verder naar behooren behandeld worden, slechts door eene sterke, eenzijdige bemesting met phosphorzuur en kali. Men bemest alzoo erwten of wikken het best met superphosphaat of Thomas-slakkenmeel, en met kalizouten.

Wanneer daarentegen raapzaad, tarwe of aardappelen geteeld zullen worden, dan moet men bedenken; dit zijn stikstofverteerders; indien deze gebrek aan stikstof hebben, zoo geven zij geene behoorlijke opbrengst. Zij moeten met stikstof bemest worden, anders gaan zij te gronde. De stikstofverteerders moeten dus bemest worden met stikstof, phosphorzuur en kali. Eene stikstofbemesting alleen zou deze planten slechts ziek maken, terwijl zij bij eene eenzijdige bemesting met phosphorzuur en kali, zonder stikstof, zouden moeten verhongeren. In stalmest

ocr page 19

15

7,ijn, evenals bij groenbemesting, alle drie voedingstoffen aanwezig; wij kunnen deze echter ook door hulpinest-stolTen. enkelvoudige en samengestelde, in den grond brengen, en daardoor de opbrengst verdubbelen, en zelfs verdrievoudigen.

De zoogenaamde groenbemesting verschijnt uit dit gezichtspunt in een ander licht. De groenbemesting op zichzelf is reeds meer dan tweeduizend jaar in practijk gebracht, daar de Romeinsclie landbouwers reeds geruimen tijd vóór Christus\' geboorte op zandgrond lupinen, en op zware gronden erwten en wikken onderploegden. Zulk eene groenbemesting had in de eerste plaats ten doel eene natuuriijke grondverbetering door toevoeging van groote hoeveelheden organische en dus humusaanbrengende stoffen. De groenbemesting vond in zulke landbouwbedrijven plaats, waar geene voldoende hoeveelheid stalmest voorhanden was, of op zulke akkers, waarheen het vervoer van stalmest te moeielijk viel.

Men is nu in den laatsten tijd, met gebruikmaking van de leer der stikstof-verzamelende en verterende planten, verder gegaan, en beveelt thans de groenbemesting en den verbouw van stikstofverzamelaars als tusschen vrucht aan, om zooveel mogelijk vrije stikstof in den grond te brengen. Dit zal echter eerst dan werkelijk geschieden, wanneeer deze groenbemestingsplanten door eene sterke bemesting met phosphorzuur en kali tot eenen weelderigen wasdom gebracht worden. Natuurlijk kunnen alléén zulke planten voor groenbemesting verbouwd worden, welke tot de stikstofverzamelaars behooren, zooals klaver, wikken, erwten, lupinen; echter niet: raapzaad, mosterdzaad, boekweit, en andere stikstofverteerders.

Het geheele geheim der zoo gewichtige kaliphosphaat-bemesting is derhalve het volgende: men bemeste alle planten rijkelijk met phosphorzuur, kali en kalk; dan wordt door de stikstofverzamelaars van de stikstofbron in de lucht gebruik gemaakt, en trekken de stikstofver-

ocr page 20

1(3

teerders van iedere bemesting met stikstof in ruime mate voordeel. In beide gevallen is eene hoogere opbrengst met zekerheid te verwachten.

Zeer noodzakelijk en voordeelig is het verder voor den landbouwer, om te weten, hoeveel K.G. stikstof in 100 K. G. van de verschillende meststoifen ongeveer gevonden worden. Uit het volgende lijstje blijkt dit:

in 100 K.G. stalmest bevindt zich ongeveer 1 K.G. stikstof; » 100 » gier 1/s K.G.

» 100 » zwavelz. ammon 20 K.G. » 100 » Chilisalpeter 15—16 » » 100 » beendermeel 3—4 » » 100 » Peru-guano 6—7 » » 100 » ammon.-superphosphaat 7—9 K.G.

Een kilo stikstof kost in den handel thans ongeveer 70 cent.

De phosphorzuurhoudende meststoffen verdienen in zóóverre een geheel bijzondere vermelding, dat er een groot onderscheid ten opzichte van den graad van oplosbaarheid van het phosphorzuur bestaat bij de verschillende in den handel verkrijgbare meststoffen.

De geheele, zoo belangrijke superphosphaatfabricage is slechts een gevolg daarvan, dat men er eerlijk voor uit-• kwam, dat bij de meeste mineraalphosphaten het phosphorzuur in zóó moeilijk oplosbare verbindingen voorkomt, dat het, in dezen vorm in den grond gebracht, even weinig aan de planten voldoende voedsel kan brengen als het daar reeds voorhanden z. g. bodemphosphorzuur. Het laatste komst nog dikwijls in vrij aanzienlijke hoeveelheden voor. Er moeten echter over het algemeen vele jaren verloopen, wil dit langzamerhand oplosbaar worden. Door eene zeer vernuftige behandeling met zwavelzuur heeft men er nu iets op gevonden, om de moeielijk oplosbare phosphorzuurverbindingen van verschillende mineralen en guano-soorten in zeer gemakkelijk oplosbare te veranderen. Het phosphorzuur van het langs dezen weg

ocr page 21

gefabriceerde superphosphaat is in water oplosbaar. Daarom levert ook superphosphaat, wanneer het in den bodem gebracht wordt, een phosphorzuur, dat zich terstond overal heen uiterst lijn verdeelt, en dat, omdat het in water oplosbaar is, in korten tijd door alle akkerbouwgewassen in groote hoeveelheden als voedsel opgenomen wordt. Superphosphaat-phosphorzuur is in dit opzicht door geen ander te evenaren, en hierdoor laat het zich verklaren, dat het superphosphaat eene zeer gezochte en voor alle intensieve bedrijven onontbeerlijke meststof is.

De fabricage van in water oplosbaar phosphorzuur voor bemestingsdoeleinden vordert veel kapitaal, tijd en arbeid. In groote, kostbare fabrieken worden met dure arbeidskrachten de op zich zelfs reeds dure ruwe phosphaten met eveneens kostbare werktuigen tot superhosphaat gemaakt.

Men kan dan ook niet anders verwachten als dat een kilogram phosphorzuur in goed superphosphaat veel duurder is dan dezelfde hoeveelheid in de eene of andere meststof waarvan liet phosphorzuur niet in water oplosbaar is.

In weerwil van den hoogeren prijs, is het in water oplosbaar phosphorzuur, in verhouding tot de snelheid en intensiteit zijner werking, en van de dientengevolge verkregen belangrijker en zekerder uitkomsten, de goedkoopste vorm, waarin het phosphorzuur aan den bodem kan worden toegevoegd.

Voor een rijkelijke aanwending van superphosphaat pleit ook de omstandigheid, dat uit eenen niet met in water oplosbaar phosphorzuur verrijkten bodem jaarlijks per H.A. ongeveer 15 K.G. vrije stikstof ontwijken. Dit verlies wordt vermeden, wanneer de akker gedurende een reeks van jaren met gemakkelijk oplosbaar phosphorzuur wordt bemest, en de superphosphaatdeeltjes aldus met den bodem innig vermengd, en beide a. h. w. met elkaar doordrenkt worden.

Naast de superphosphaat heeft in de laatste jaren het

ocr page 22

-18

Tliomasslakkenmeel, eene bij de staalbereiding gewonnen phosphorzuur- en ijzerhoudende kalksoort, algemeen ingang gevonden. Thans is men over de waarde dezer meststof tot een beslist oordeel gekomen. Van alle zijden wordt zij als de phosphorzuurboudende meststof bij uitnemendheid aangeprezen. Het Thomasmeel is vooral van groote waarde voor alle vochtige, veenachtige, meer of minder zure gronden, en voor alle zand- en zavelgronden. Op zware kleigronden zal men echter, bij aanwending van Thomas-meel alleen, op den duur niet die hooge opbrengsten kunnen verkrijgen, waarop men bij toepassing eener intensieve cultuur moet kunnen rekenen, als deze meststof niet goed ingeploegd of geëgd wordt.

De nadruk dient er bepaald op gelegd te worden, dat er vele gronden zijn. waar het superphosphaat in geen geval door Thomasmeel te vervangen is. Aan den anderen kant is het in de meeste gevallen aantebevelen. naast Thomasmeel ook nog superphosphaat te gebruiken. Onze gronden zijn toch meest zoo arm aan werkzaam phospho rzuur!

Ook mag de gunstige werking van het Thomasmeel, vooral op min of meer gesloten gronden, niet enkel aan zijn gehalte aan phosphorzuur toegeschreven worden, daar hier wel zeer zeker ook het kalkgehalte op die werking van invloed kan zijn geweest, gelijk op sommige gronden en bij sommige cultures waarschijnlijk ook het magnesiagehalte, dit heeft het Thomasmeel op Superphosphaat weder voor.

Eene andere phosphorzuurboudende meststof is het beendermeel. Evenals de Peru-guano, is deze meststof al vele jaren lang gebruikt geworden.

Waar bij sommige proeven het phosphorzuur in het beendermeel zich minder snelwerkend getoond heeft dan dat in superphosphaat en Thomasmeel, daar bedenke men, dat deze phosphorzuur-verbindingen niet met elkander zijn te vergelijken, wijl op de verkregen uitkomsten gedeeltelijk ook andere stoffen van invloed kunnen geweest zijn, zooals b. v. b. in het Thomasmeel de vrije kalk.

ocr page 23

19

Het is zeker als een feit van beteekenis te beschouwen, dat, Thomasmeel en superphosphaat ten spijt, vele mannen van de practijk aan het gebruik van beenderrheel vasthouden, omdat zij tot de ervaring gekomen zijn. dat dit voor hunnen grond en hun bedrijf werkelijk doelmatig is, en ruimschoots zijne renten afwerpt.

Wat betreft het gehalte aan phosphorzuur in den stalmest, verdient de volgende opmerking : de stalmest bevat ongeveer evenveel stikstof als kali, maar slechts een derde van deze hoeveelheden aan phosphorzuur; toevoer van dit laatste aan den bodem is dus bijna altijd noodzakelijk, omdat in granen, suikerbieten, enz., in de melk, en in de beenderen van alle vee, eene massa phosphorzuur verkocht wordt. Toevoeging van 1 K.G. superphosphaat per dag en per stuk vee, over den stalmest uitgestrooid, is dan ook bevonden, een uitstekend middel te zijn, om de werking-van den mest te verhoogen en langer te doen duren. De zuren van het superphosphaat binden den vluchtigen ammoniak van den mest, zoodat deze zoowel aan stikstof als aan phosphorzuur rijker wordt. iüO K.G. superphosphaat met een phosphorzuurgehalte van 14 0/0 bevatten bijna honderdmaal zooveel phosphorzuur als 100 K.G. stalmest!

Nog moge hier eene enkele opmerking omtrent de ruwe minerale phosphaten hare plaats vinden. Evenals het Thomasmeel tot een stoffijn poeder vermalen, worden zij tegenwoordig, onder verschillende namen en van verschillenden oorsprong, voor direct gebruik door sommige handelaren aanbevolen. Van wetenschappelijke zijde werd echter vaak-— en wordt nog — daartegen gewaarschuwd. Of en in hoeverre de gemalen natuurlijke phosphaten het Thomasmeel met succes kunnen vervangen, is thans geen open vraag meer, het Thomasmeel behaalde de overwinning. Natuurlijke phosphaten hebben, voor direct gebruik geene waarde hoegenaamd, dat staat thans vast, na herhaalde proefnemingen.

ocr page 24

\'20

Kalihoudende meststoffen worden reeds sinds geruimen tijd gebruikt. De kali is dan ook feitelijk, zooals vroeger reeds opgemerkt werd, een zeer gewichtig, en dikwijls ontbrekend bestanddeel van het benoodigde plantenvoedsel.

De kalimeststoffen hadden echter in hoofdzaak slechts volkomen succes bij de bemesting der wei- en hooilanden; bij de aanwending van kalimest op granen en hakvruchten, groenten en ooft, waren de resultaten totnogtoe doorgaans min of meer onzeker, alléén op lichte gronden waren gunstige resultaten aan te toonen.

De af en toe voorgekomen minder goede resultaten zijn hoofdzakelijk wel daaraan toe te schrijven, dat de ruwe kalizouten zeer onzuiver zijn, waardoor vaak tegelijk met de zuivere kali, schadelijke en giftige nevenbestanddeelen, welke soms eene vierde van de hoeveelheid mest uitmaken, aan den bodem toegevoegd worden.

Een natuurlijk gevolg hiervan moest zijn. dat bij dikwijls herhaalde sterke bemestingen met kaïniet, wanneer tenminste geen bepaalde voorzorgen in acht genomen werden, aan zeer gevoelige gewassen soms belangrijk nadeel werd toegebracht.

Hierdoor is het dan ook te verklaren, dat sommigen totnogtoe van een kalibemesting hunner gronden niets willen wreten.

Men heeft echter geleerd, de meeste bezwaren met goed gevolg uit den weg te ruimen, en die planten, welke veel kali noodig hebben, ook rijkelijk en zonder gevaar met kali te bemesten.

Om aan nagenoeg alle bezwaren tegemoettekomen, kan men phosphorzure kali, salpeterzure kali, alsook koolzure kali gebruiken.

Deze soorten zijn volkomen zuiver, en geven steeds hoogst bevredigende resultaten.

Men zou ook gebruik kunnen maken van het z.g. kali-ammoniaksuperphosphaat, waarin de kali als zwavelzuur zout voorkomt.

ocr page 25

21

Daar- ia kaïniet, karnalliet en sylviniet, de natuurlijke ruwe kalizouten, het gehalte aan zuivere kali niet zeer hoog is, en daardoor de verzending over verre afstanden door de vracht, welke men natuurlijk ook voor de aanzienlijke hoeveelheid onzuivere bijmengsels moet betalen, erg duur werd, is men te Stassfurt (uit welke Duitsche plaats en hare omgeving nagenoeg alle kalimeststoffen afkomstig zijn.) ook zeer kalirijke zouten in den handel gaan brengen, welke onder de namen van chloor- * kalium, zwavelzure kali. en zwavelzure kali-magnesia reeds eene algemeene bekendheid verworven hebben.

De landbouwer heeft het nu zelf in zijne hand, om ten allen tijde en bij elke cultuur van stikstof, phosphorzuur en kali gebruik te maken.

In de laatste jaren is het gebruik van kalk ook zeer toegenomen, en terecht! Men vergete echter niet, om, wanneer men van kalk gebruik maakt, hetzij dit bijtende kalk, koolzure kalk. gips, mergel, of schuimaarde is. ei-steeds tegelijkertijd eene rijkelijke bemesting van stalmest of hulpmest aan toe te voegen. Eene kalkbemesting toch kan op den duur nooit eene bemesting met Chili-salpeter, zwavelzuren ammoniak, superphosphaat, enz. overbodig maken; wel daarentegen kan zij in de hand van een degelijk landbouwer het bedrijfskapitaal, dat hij aan eene oordeelkundige bemesting besteedt, sneller doen omloopen en hoogere rente doen afwerpen.

De vraag, waar eene kalkbemesting noodig is, wordt aldus het best beantwoord: zij kan overal aangewend worden, waar niet door proeven hare overbodigheid aangetoond is : in allen gevalle is het eene valsche voorstelling, aan te nemen, dat het meeste land kalkhoudend genoeg is.\' Men moet echter de proeven niet zóó inrichten, dat men eene bemesting met superphosphaat tegenover eene be-kalking stelt, maar wel in dien zin. dat men b. v. b. een perceel, hetwelk met superphosphaat bemest is, tevens nog voor een deel met bijtende kalk bemest, of, wanneer men

ocr page 26

22

stalmest gebruikt heeft, ook hieraan een gedeelte van den akker bijtende kalk toevoegt. De gunstige uitwerking van Thomasslakkenmeel berust hoofdzakelijk hierop, dat het tegelijk phosphorzuur en vrije kalk bevat. Het Thomasslakkenmeel heeft dus ook groote vöordeelen aantebieden, die niet uit het oog moeten verloren worden.

ocr page 27

PR AC TIJK.

ocr page 28
ocr page 29

1. DE OORDEELKUNDIGE BEHANDELING VAN DEN STALMEST.

1. De aanleg der mestvaalt laat op de meeste boerderijen nog heel wat te wenschen over, terwijl een doelmatige ingerichte gierput over het algemeen tot de groote zeldzaamheden behoort. Stellige voorschriften omtrent de inrichting van beide zijn moeielijk te geven. In het algemeen laat zich slechts zeggen, dat steeds afdoende maatregelen te nemen zijn ter voorkoming van verliezen (vooral afvloeiing naar den ondergrond), en tegen het toetreden van water van buiten. De aanlegkosten van eene goede mestvaalt met waterdichten gierput brengen ruimschoots hunne renten op.

2. De stalmest dient voordurend met den gier bevochtigd te worden: hij wordt daardoor des te waardevoller, en van den gier kan men zoodoende zelden te veel krijgen.

3. Dagelijks dient de stalmest op de mestvaalt door het vee vastgetreden te worden; hij verliest dan minder in kracht en hoeveelheid.

4. Zelfs, wanneer dit alles met groote zorgvuldigheid geschiedt, gaan bij eene mestvaalt van 100 voer inhoud nog 30 voer verloren, en van de lOU KG. stikstof 13 KG. Wordt de stalmest niet geregeld met gier bevochtigd, zoo gaan er van 100 KG. stikstof zelfs wel 25 KG. verloren. Men heeft berekend, dat op deze wijze do mest van ééne koe per jaar 10 a 15 gulden aan waarde verliest.

4. Nu bestaan er echter gelukkig middelen, waardoor men zich tegen dergelijke groote verliezen kan vrijwaren. De uitgaven voor deze middelen ter bewaring van den stalmest

ocr page 30

26

zijn zeer gering, daar in die middelen tegelijkertijd ook andere plantenvoedingstoffen worden gekocht, waaraan de akkers over het algemeen groote behoeften hebben, en die dus de opbrengsten der landerijen verhoogen. Men zorge er daarom steeds voor, ter bewaring van den stalmest in den zomer altijd kaïniet, en in den winter altijd superphosphaat of superphosphaatgips in voorraad te hebben.

6. Heeft men deze stoffen steeds in voorraad, dan is het eene geringe moeite, dagelijks voor elk stuk vee. dat men op stal heeft, ongeveer 1 KG. ter bewaring van den stalmest uit te strooien. Bij liet gebruik van kaïniet hiertoe wordt de stalmest om zoo te zeggen ingepekeld, als het vleesch in de kuip; de stalmest blijft zoodoende dan ook langen tijd versch zonder tot verrotting over te gaan. Superphosphaat, met een phosphorzuurgehalte van ongeveer 14(J/0, wende men in eenezelfde hoeveelheid aan als kaïniet; van het superpliesphaatgips daarentegen, dat slechts 2 a 40/0 phosphorzunr bevat, strooie men eene in evenredigheid grootere hoeveelheid over den stalmest uit. Wordt laatstgenoemde bij de aanwending van kaïniet ingepekeld, bij de aanwending van superphosphaat en superphosphaatgips vindt een soortgelijke verzuring plaats als in een vat zuurkool.

7. Soms wordt aanbevolen, het kaïniet op de mestvaalt, het superphosphaat en het superphosphaatgips daarentegen in den stal uit te strooien. Het is echter gebleken, het beste te zijn, het kaïniet zoowel als het superphosphaat en het gips even vóór het uitmesten in den stal uit te strooien. De genoemde stollen komen dan bij het verzamelen, het opladen, en het daaropvolgend afladen en uitspreiden, met den stalmest in de innigste aanraking, en blijven onder het vee niet zóó lang dat zij hierop misschien eenigen nadeeligen invloed zouden kunnen uitoefenen. Wie niettemin de middelen ter bewaring van den stalmest liever eerst op de mestvaalt wil doen

ocr page 31

27

uitstrooien, die zorge er dan ook voor, dat de uitspreiding onmiddelijk vóór het bevochtigen van den stalmest met gier, en vóór het plattreden door het vee plaats vinde.

8. Voor eene oordeelkundige behandeling van den gier dient allereerst in aanmerking genomen te worden, dat gier, evenals secreetmest, veel stikstof in den vorm van ammoniak, maar daarentegen te weinig phosphorzuur bevat. Vandaar dan ook, dat wintervruchten, die met gier bemest worden, zoo ligt legeren. Op welke wijze voegt men nu aan den gier het ontbrekende phosphorzuur het best toe ? Op 1 M3. gier neme men 2 KG. superphosphaat met een phosphorzuurgehalte van 14 0/0, overgiete dit met 2 KG. zwavelzuur van 50 u/0, en late het mengsel in den gierput loopen. Hierdoor gaat de geheele inhoud van den put aan het opbruisen, en vindt dus eene innige vermenging plaats; de vluchtige koolzure ammoniak zet zich daarbij in niet vluchtigen phosphorzuren en zwavelzuren ammoniak om. Phosphorzure ammoniak echter is eene uitstekende plantenvoedingstof. De aldus behandelde gier verliest bovendien zijne z. g. verbrande eigenschappen, en werkt als eene volledige, niet meer als eene eenzijdige meststof.

9. Hoogst doelmatig is het den secreetmest op dezelfde wijze te behandelen als den gier. Met het oog op de groententeelt vooral kan dit niet genoeg aanbevolen worden, want de groente verkrijgt daardoor eenen beteren smaak, en geeft ook eene voordeeliger opbrengst.

10. Wordt de stalmest uitgereden, zoo dient hij onmiddellijk over het veld uitgespreid te worden, en kan aldus eenigen tijd blijven liggen. Men zorge er echter voor, den stalmest nooit nat onder te ploegen, dus ook niet met sneeuw. Dit toch werkt altijd uiterst schadelijk !

ocr page 32

28

II. DE BEMESTING

De graslanden zijn het in de eerste plaats, die in den loop der tijden aan gemakkelijk opneembare plantenvoeding-stollen zeer arm geworden zijn. Indien ergens, dan is zeker bij de graslanden wel het allermeest van waren roofbouw sprake geweest. Niettegenstaande men jaar in jaar uit oogstte, wat er van te oogsten viel, werd in negen van de tien gevallen aan eene bemesting zelfs in de verste verte niet gedacht. Steeds erbarmelijker werden bijgevolg de opbrengsten.

Op vochtige, zure, mosrijke graslanden.

Allereerst noodzakelijke verbeteringen.

Droogleggen !

Vervolgens eene laag gewone bouwaarde over het land brengen, en daarna bekalken.

Aantewenden hoeveelheid per H.A.

800 K.G. Thomasslakkenmeel en 800 K.G. kaïniet, naar verkiezing uit te strooien in het najaar of in het voorjaar.

Verdere doelmatige behandeling.

Na elke.

Men neme als beginsel aan: wanneer in het eerste jaar na de bemesting goede uitkomsten zichtbaar zijn, in het tweede jaar nogmaals sterk te bemesten. De eerste bemesting-roept de klaver te voorschijn, en begunstigt de ontwikkeling van haar wortelstelsel; de tweede bemesting doet dan de geheele opbrengst vooruitgaan, zoowel in hoeveelheid als in hoedanigheid.

ocr page 33

DER GRASLANDEN.

Eerst aan den allerjongsten tijd was het voorbehouden, althans eenige beterschap in dien onhoudbaren staat van zaken te zien tot stand komen. Was het tot \\óór kort eene witte raaf, wat stalmest, gier of compost op de wei- en hooilanden te zien brengen, thans wordt dit van lieverlede anders en beter, dank zij de leeringen, door wetenschap en practijk steeds algemeener verkondigd.

Op gewone klei-, zavel-, en veenachtige graslanden.

Op booger gelegen, droge \' graslanden.

Sloten en greppels voortdurend zuiver en open houden.

Goed zuiver houden. Door

cJiloorhoudende Jcalimeststoffen zijn de meeste onkruiden (hermoes, distels, hoefblad, enz.) te verdrijven.

600-800K.G. Thomasslak kenmeel

en 400-600 K.G. kaïniet, in den herfst of vroeg in bet voorjaar uit te strooien.

\\

300 K.G. superphosphaat en

400 K.G. ka\'iniet. het laatste in den herfst, het eerste in het voorjaar op het land te brengen.

snede eggen.

In den herfst eggen.

Op goede graslanden is af en toe eene bemesting met 100 a 200 K.G. Cbili-salpeter per H.A. aan te bevelen, wijl bij eene eenzijdige bemesting met phosphorzuur en kali soms de goede grassen verdwijnen, en ook wel eens eene soort van klavermoeheid van den grond schijnt te ontstaan.

ocr page 34

26

zijn zeer gering, daar in die middelen tegelijkertijd ook andere plantenvoedingstoffen worden gekocht, waaraan de akkers over het algemeen groote behoeften hebben, en die dus de opbrengsten der landerijen verhoogen. Men zorge er daarom steeds voor, ter bewaring van den stalmest in den zomer altijd kaïniet, en in den winter altijd superphosphaat of superphosphaatgips in voorraad te hebben.

6. Heeft men deze stoffen steeds in voorraad, dan is het eene geringe moeite, dagelijks voor elk stuk vee. dat men op stal heeft, ongeveer 1 KG. ter bewaring van den stalmest uit te strooien. Bij het gebruik van kaïniet hiertoe wordt de stalmest om zoo te zeggen ingepekeld, als het vleesch in de kuip; de stalmest blijft zoodoende dan ook langen tijd versch zonder tot verrotting over te gaan. Superphosphaat, met een phosphorzuurgehalte van ongeveer 14%, wende men in eenezelfde hoeveelheid aan als kaïniet; van het superphosphaatgips daarentegen, dat slechts 2 a 40/0 phosphorzunr bevat, strooie men eene in evenredigheid grootere hoeveelheid over den stalmest uit. Wordt laatstgenoemde bij de aanwending van kaïniet ingepekeld, bij de aanwending van superphosphaat en superphosphaatgips vindt een soortgelijke verzuring plaats als in een vat zuurkool.

7. Soms wordt aanbevolen, het kaïniet op de mestvaalt, het superphosphaat en het superphosphaatgips daarentegen in den stal uit te strooien. Het is echter gebleken, het beste te zijn, het kaïniet zoowel als het superphosphaat en het gips even vóór het uitmesten m den stal uit te strooien. De genoemde stollen komen dan bij het verzamelen, het opladen, en het daaropvolgend afladen en uitspreiden, met den stalmest in de innigste aanraking, en blijven onder het vee niet zóó lang dat zij hierop misschien eenigen nadeeligen invloed zouden kunnen uitoefenen. Wie niettemin de middelen ter bewaring van den stalmest liever eerst op de mestvaalt wil doen

ocr page 35

27

uitstrooien, die zorge er dan ook voor, dat de uitspreiding onmiddelijk vóór het bevochtigen van den stalmest met gier, en vóór het plattreden door het vee plaats vinde.

8. Voor eene oordeelkundige behandeling van den gier dient allereerst in aanmerking genomen te worden, dat gier, evenals secreetmest, veel stikstof in den vorm van ammoniak, maar daarentegen te weinig phosphorzuur bevat. Vandaar dan ook, dat wintervruchten, die met gier bemest worden, zoo ligt legeren, Op welke wijze voegt men nu aan den gier het ontbrekende phosphorzuur het best toe ? Op 1 MA gier neme men 2 KG. superphosphaat met een phosphorzuurgehalte van 14 quot;/0, overgiete dit met 2 KG. zwavelzuur van 50 0/0. en late liet mengsel in den gierput loopen. Hierdoor gaat de geheele inhoud van den put aan het opbruisen, en vindt dus eene innige vermenging plaats; de vluchtige koolzure ammoniak zet zich daarbij in niet vluchtigen phosphorzuren en zwavelzuren ammoniak om. Phosphorzure ammoniak echter is eene uitstekende plantenvoedingstof. De aldus behandelde gier verliest bovendien zijne z. g. verbrande eigenschappen, en werkt als eene volledige, niet meer als eene eenzijdige meststof.

9. Hoogst doelmatig is het den secreetmest op dezelfde wijze te behandelen als den gier. Met het oog op de groententeelt vooral kan dit niet genoeg aanbevolen worden, want de groente verkrijgt daardoor eenen beteren smaak, en geeft ook eene voordeeliger opbrengst.

10. Wordt de stalmest uitgereden, zoo dient hij onmiddellijk over het veld uitgespreid te worden, en kan aldus eenigen tijd blijven liggen. Men zorge er echter voor, den stalmest nooit nat onder te ploegen, dus ook niet met sneeuw. Dit toch werkt altijd uiterst schadelijk!

ocr page 36

28

n. DE BEMESTING

De graslanden zijn het in de eerste plaats, die in den loop der tijden aan gemakkelijk opneembare plantenvoeding-stollen zeer arm geworden zijn. Indien ergens, dan is zeker bij de graslanden wel het allermeest van waren roofbouw sprake geweest. Niettegenstaande men jaar in jaar uit oogstte, wat er van te oogsten viel, werd in negen van de tien gevallen aan eene bemesting zelfs in de verste verte niet gedacht. Steeds erbarmelijker werden bijgevolg de opbrengsten.

Op vochtige, zure, mosrijke graslanden.

Allereerst noodzakelijke verbeteringen.

Droogleggen !

Vervolgens eene laag gewone bouwaarde over liet land brengen, en daarna bekalken.

Aantewenden hoeveelheid per H.A.

800 K.Gr. Thomasslakkenmeel en 800 K.G. ka\'iniet, naar verkiezing uit te strooien in het najaar of in het voorjaar.

Verdere doelmatige behandeling.

Na elke.

Men neme als beginsel aan: wanneer in het eerste jaar na de bemesting goede uitkomsten zichtbaar zijn, in het tweede jaar nogmaals sterk te bemesten. De eerste bemesting-roept de klaver te voorschijn, en begunstigt de ontwikkeling van haar wortelstelsel; de tweede bemesting doet dan de geheele opbrengst vooruitgaan, zoowel in hoeveelheid als in hoedanigheid.

ocr page 37

29

DER GRASLANDEN.

Eerst aan den allerjongsten tijd was het voorbehouden, althans eenige beterschap in dien onhoudbaren staat van zaken te zien tot stand komen. Was het tot \\ióór kort eene witte raaf, wat stalmest, gier of compost op de wei- en hooilanden te zien brengen, thans wordt dit van lieverlede anders en beter, dank zij de leeringen, door wetenschap en practijk steeds algemeener verkondigd.

Op gewone klei-, zavel-, en veenachtige graslanden.

Op hooger gelegen, droge\' graslanden.

Sloten en greppels voortdurend zuiver en open houden.

Goed zuiver houden. Door

cl door houdende Jcalimeststoffen zijn de meeste onkruiden (hermoes, distels, hoefblad, enz.) te verdrijven.

600-800K.G. Thomasslakkenmeel

en 400-600 K.G. ka\'iniet, in den herfst of vroeg in bet voorjaar uit te strooien.

\\

300 K.G. superphosphaat en

400 K.G. kaïniet. het laatste in den herfst, het eerste in het voorjaar op het land te brengen.

snede eggen.

In den herfst eggen.

Op goede graslanden is af en toe eene bemesting met 100 a 200 K.G. Chili-salpeter per H.A. aan te bevelen, wijl bij eene eenzijdige bemesting met phosphorzuur en kali soms de goede grassen verdwijnen, en ook wel eens eene soort van klavermoeheid van den grond schijnt te ontstaan.

ocr page 38

30

a^.S i

-S «g S

|§I\'Q

C/2 jh ^ .-c5 \'- 2 ^

D «v- ai\' ci

S-J \'—^ .r-1

bC OJ c

i = li

^ g ï S

js: qj ^

s ®i2

03 gt; \' rS gt; 03 1:3 03 bC e bDtM 53

03 O 03

O Ja3 23

S

C3 c/2 ^

ppv O Ctgt;

w bD-r^

c

c3 c3

O

O, 60

^ qj ■—■ \'ri

ri I-Q o G rquot;^ C ö

o 5- c -Si\'

-ö s^ -■

Mn (—

O ■ .3 2 bD ^ ^ O (D ^ —

pH O rr-J Q ^

— rp-\' ^ 3

ö O lt;D ^

O *s S

C5 -r-

cö ^ ts: ^ r

bD S aï § S g

I uij

lt;D

O

Kquot; P*

^ 0^ --

-4-3 i—H

Ü ^ D 0)

oc:^ ^

2 rO

i— c/2

O fn

bD c5

O

nzJ Ö

o

CD

o

Cj

C/2

ö s

O r^

So

CD

P

c5 c5

w

ITl W.

w

O

z lt;

K

O

W Q

I

O -1^

cö

fcc

.2

53

ÖC 2 O

lt;D

c3

\'-1 r. ■ C3

_ CJ CO O S

K ó jï

*-S w- c^l -^ c—:

CO I Cu

~ 1 ^ O c3 •

0^ Cj g: ?-.

C .~t2 *•w

-^lj Qj Cu

i^H Kgt; \' \'

O CÓ

quot;S 3 -S

o •■ö

PH\'

lt;D r3

02 rO

^-S O £

CC ^

I ö o

O ^ -p O

O . PhO

o\\ C.

I CD C 1

O puO

O c £ o

quot;T^ P-lt; c/2 CO

bD ?-

CD

Ö 5 S ^ c H

CD ?gt;

O

quot;S

o amp;

O «D *

ns

O fl

ti 03 o; bca3^

C/2 ^

lt;D *

CD

I

ü

S ö

O ^ bD-g

4-J \'TÜ

S O S O . \'V

^ 3 p

o ^

5-. ^

o gt; lt;—i

s

CS3 ^

CÖ S

a

s

9

n

^ O O

(D

O ^

O

C/2

CD bD

C/2

CD - ^

Q O 5

I SZJ :^5 I rn

g o ,0 bc^ OJ ö

03 , Ö if g ^ 3 .

^ -O S S S g -3

e S Ö ,0 -is 03

£*0 P ^ bD CD O :C

bDC .. iZ! O D D . O ^ ^ ^ quot;

C 55 ^ -SP -S g -

^ bDg 5 ö 0 N

bD K P lt;D

f-l CD^ lt;D O r

O - O P ^3 S

^3 ^i- r— O O P CD \'

C lt;D C5 «TU P- (D S3 f

C kquot; TT! O bD

C/2

O O)

C/2 .—i ^ s

lö bD 03

\'gt;

ï-i

C/2

—

O

gt;■

\'S

3

1 \'

k\' S-3

c5

lt;D

C/2 \'

\' D

Ö

CD

bD O

r~4

O CD

s

-T-J

cC

13

Ö

O

- ^

CD

gt;

Cu

—

- -3

Cu

?gt;

-2 0 w N

2 ö quot; cfi ® E!

(D Ol 3; quot; bD 03

TS ^3 quot;S quot;o g ^ .2, c

13 ;■§ ei quot; (D g

§ So o; o g

F^ï 0^ ■quot;

TS _

O TJ ^ r

O ^

amp;o:s

.-- j^, N

^ c3 c5 \'o e ti ^ bo 5

WU r- C Cj -55 C Li-

CS £gt; igt; r§ *£ :3 c? ^ N: oDO Ph!^quot;^^ N:

I I

C/2 • CD

2P ö ^ \'_S ^ -^ |h 8 J quot;o ^ ^

o d .S

quot;D d)

— w 3 ^ =

. ^

■

(D

a;

, ^ C/2 •

oD cd S P ^ quot;■ 2 N

C/2 \'— 0

S CD .5P ^ S HO ^

-\'cS

t-i

O gt;

O bC

1 fi 1

O -S O f-P __, O

g a

03 2

P o

O bD

CD

G2 tJ3

^ c5 ^

rr! F

f£ H

ocr page 39

31

02 ;

1 O CU fl

(D (D ■—.

O bC—;

ti O)

bC-r^ J* ||:^

- 02 iH5 c c

^ 02 o

02 O

ö s

02

\' ^ ^

:_ O 03 02

^ c3 O «3 ^3 OJ .1,

O i\'T^ I--

^ \'odS — ^3 cj

quot;quot;EL ^ ^ o G

.3^

02 ^2

w w (— N CD-g

Ö o

a; C/2 . b£^ Ö

bD c .2 amp;P (S S

2 J -

O Ö -0

ö 02 O gt;

c5

02

O SPp\' ^ zj E2 ^*- 3 5 02 ^ .C G 02

a C

c3 ïr; 02

tl ^ P

; 02 02 : rO q

i 02 ^

12 o

S 9

bD Ö

_ 02

02 ^ O

02 gt;

^ _:

02 ^ C

O C3 02

^ ^ ^

02 c

Ö

\'S

H O 1 rf*

a

02

C5

f

—: ^

02

C2 O = O C O

-Sq

CD ^ TJ

C •-

cj C3 n: —^

^8

1 \' I

O O O O CC i l O O O O th CM

02

: ^

C/2 Ó

0

01

02 ■ __

^2 02 ^ zl\' Ph J 02 0J Ch J^ gt;

Pgt; ^ ^ ^ c5 T: 2 ^

— CJ

c5 02 c; ^ n: £

- 02

02

C c _1gt; O o 02 rl

O 02 CD-O fi Ö

Ö c

02 i—1

Pgt; 02

• S rc:

f—i c5

.. ^

____cs:

1 C

5 02

02

I

Ö c

O 02 c£ gt; O 02

3-^

-l 0 ft O CS 3

TS -1

f—I _2

CÖ ö

cs 9 C §

aj quot;S

be o be gt;

2-

02 02

^ fi

(n g 02 ^

QJ OJ Si ■

-S TS

O 02

C/2

ci

i—quot; Co

I g .^8

^ Phn ^ O

02

ö

g-s

02 ÉH ^

c^ y^\'

G ^ fc3 Pgt;

02

CC

C

02 02 tD^a

sd:2

© SQ

-o^

02 ^ 02 p;

S O

02

\'OD

c

l— --?-( . •—-.

^ o

H amp; c,

^ ^ te o\'

£ .2 S EP £

£ S-S g S\'

bD-^ X x bD,

fe ^ 3 ?

C3 •—1 21 -i-J ^, 02 3^ ^ ^ 02 f?quot; quot; ~i O ^ flt;»- pquot;

Uï in ^ f*

c_r • t3 G 1

53 Ö ^ 02

- o fl gt; bD

S CU

02 ,

-

p0\'- 2 ^ ^ Tl bD c/3 02 2 ^ quot;O V\'r\'Tl *

l^ls o R

_Q lt;U

^ C3 CD « q ^ ^ cu

Ö (li

l.y o lt;u

lt;D

T! 02

02 -T—\'

C/2 c/2

li rS bD^! O bps O

2-quot;?!

ï—I

^gt;73 02 ^ bD ^ ^ 02 ^ 02 Q r-t 02 1—1 02

02 lt;zj bD S

^ quot;S

1

£ i oj -a

o)

O 43 -fj

I g §)amp;

s s;§ Pc

i-gt;I 1—1

g g o c

g o s §

OJ CL, G c3

S ë .amp;pquot;

H

C5 CS

O

«

ocr page 40

3\'2

0 ^ S

C _2 lt;U r—|

OJ r3

V Ö

O O O ^ ^3

■4-^ O

lt;1gt; (D 2^

O

(T) O

5 o

O __,

CD O

C

agt; amp;D

rj

O)

lt;D O

m ; bD:

1 cn

\'rO

quot;S 2 ö

cd

^ ^2 -4-3 \'

zn j-«

S O bD-l^J

bC

rO

CD

O

O

O O

(D ;

bc:

c

SS-s tBquot; v

02 w m gt;- ^sd c5 0)

•!—\'■ IK o

S nl S)J£

l~~* O ,1 ■) 5 op cO^ u

\'siE -S o

O b quot;2

O o o 0)

o» bc^

• • C^ ,-H Kgt;

g § S :-

a; ^

^ ci® S ^3

c5 i—:

sis

^ O

cd- o -s

-j

9ïi C/3 C

*5 C O

QJ .ii amp; Ü

w O ö \'

cd ^ :

él) =

3

— Kgt;

a; ^

: O ■ : O

^5

lt;D

-fj

-—

•CD

CA!

CD

lt;D

Ö

—

O

^-

C/2

r/j

O

CD bL

0)

1 O\'

;5-ió

i CO

Kgt;

\'-J W-— ---

S-

O ©

_ _- H—t

O

O O ^o O O - J Q r Ol ci

• • 3 •

rr. ^ o;^z: ^ quot; IO ^ .O

? O ^ O

gr S f ^ Fquot;5i

^ ^3 OJ _^ •-!

lt;D ^ ^

O c/i

O „O

2 ï S o

N .Ïh

, cd\' 2

O bD

-i-j

iTj lt;D

. CD

O CD bC Sh

rS SP5^

o P3

lt;d

i ,2 O \' lt;D ü

: —13 5b

O -1gt;

^ bO^

o o

-7! o

£/} fy:

lt;D f-H ^

I ^ \'

io

^ O

Q,,

T3

•~quot;

CD

O

O

CD • b0

C/3

C/2 0)

TZS

bD

quot;5 \'

S

O 0

CD

fl

0 O

2H

r-\'

C/2

O

N

r-quot;

Cl.

- -5

_z:\'

CD

bOquot;*

H CD ^

CD \'p ^

t-^ amp;

O -i_3

.SP?2

rS5 S cu O bD cd \'D in bC s: D bC ïgt;

CD

ocr page 41

3B

I c3 I o I ii i o I

te I tcic 1^3 3 ^ § -I

.9 ! rfi P \'- 73 ^ ..O ^ ^ S .S

■s ^5 quot;-S N ^ =c0 ^ o 2 \'2

2 . =s 13 c c =3^. S |b H

S ■= ffi-, .gl?Sgt;gt; N

£ -P OC g b quot;S O J • G quot;S tgt; ® ^

SoögH ^3=^P O

I § p: ^ ^ ^ 1 O ^ -3 g ^ ^ 3 g £ g

- . 2 g ^ I\'S 2^.-- I ^ oc? I\'-?

?c|i§l§§^og8

dj —£ Q-I — _^) CD rH dj-^f -J * ••gt;

hÏ ^ ^rr:

Eog^j^ -zr\'O a ^ S Q ^ o

^ O 2 P fcr -e 2 ^ 2 5 S S — S

Sw I I Cv tjw C/2 C/2 ^ C ■ n \' C/2 Oquot; 1

^ ^ I :r-5 I 1^1 I Qh Cj ^/2 I lt;D Ü)

C^C^rj ^GööOGfHOJ ^IT Jn CS -^ *

ör-lS^SScuXSHOjC^S-^

•S 3 ^ p £ be S ^ 0 o w. ^ ^ p

S ei — ?-. oC cs: js! hr ^ ^ ^

a;,

(— (—• — i—I .—\' —rquot; L-N bC I \' Lgt; JT) quot;w

1= S :gt;H O bC-ö ■- ^ S X) bD SC-Mquot; S f3 .^llllilillgllll60

,, ^ -:_,S s g s - b

^ $ amp; 5cC ,2 a.2 ^ rt s amp;c^ s

^ O gt; ,t/^ W w --- I—t i—H.-H - - lt;.U

J 3 c d^ O ë g ^ -g £? ° § amp;c quot; g ^ ® 2^ s-c be- =5 g-a I s^S^ Ö^

QS ^ O- ö g quot;cfi 73 O o i2 — 2 0 (B co Ö -a 1c SD ? bijp2 ^3 te amp; bC

as

K gt;■

X

ocr page 42

34

•jl1^|cu2gC§® cü ^ § | ^

S-^ 0_g

tH-jjaiamp;ia)Oö f:i|_r2SPfecgt;quot;,J OM^ojn-T-S a^, a f. gt; vi .

^ m § =5 S T3 p.2SNlt;igt;s2.^-rtajs

^ ^ II tc§ ^ s ^| S^ ^ Id-2

,,i § | ë „ s ..is5^^ .. s o^3 § s g o 5b

c5

n-j i (D I * i i .j

rl C P—J uQ ~tT

Ü CD O) lt;D CD ct .2

£ sv^v y £ .3

i-^ \'D JJ O r-^ O *Cj

■ o ® a . g H

,3 öd-O G 2 Ö, ^ ^

§ u ® :1 S S -1 ^ fi 3

p |.^| £t5 | ^ ^ ^

| ^ m 05 -| ^ § § oog

tS Pq o o gg

= ■?§quot;» g dig

S4-^ = ® S^S^f

J3 cs gSa o-So^o

rK ?H .S CÖ ^ O ^ O — g

CD ££-4-s . I—ï S3 TH Pht^ \'S~

ö_L I \' fl

lt;1gt; m tc

^ ïrr 03 ^~ N ^ O b£H g

J CS —1 P • rS

•iN sj^

O Ö g o 0) S

^ 9lt; -Q 0)

O ^ 17-3

^1 O. amp; rn O

^•So|b:g^ =1 ggt;.3

CD Zis CD .SP 0 ^ 2

\'i—\' 0 ^ 1—1

^-1 o o 0 quot;tL 0 « O tn m •S\' O gt;

be bD j ^ !gt; o

cc tl-1

-4 »«

S^.S^I^ O 11 - ?

\'gö c^ p^ S aPlS ö O fl o ^ § v S c5ogg-2 O O ci d ^ aj

CrOi^csiCK::K:^rÖPgt;rCP-(gt;cufgt;

ocr page 43

35

oaJ-jj-\'-? , i bC

o a ^ .2 rt:=?

csiaj\'TSSaj quot;o0-1 gt;P-::!

r^bccecgco NQJd):^

^ ^ CU ^ ggt; O ^ N

4|fl|iöi lil-s^i

^111 fël O^ ^QJ-CS00 ^CS i::! ÖC-»quot;\'

I gigfllil.

-a-tiC SS-tiS^ (T) CJ ^ N

quot; J,-i-i ïsi O ^—- O tr JU Jji tgt;. «D

G ^ „ lt;1-) ^ ^ ^ hn r? i; lt;D bC

S\'i ^ nj J\'ï\'Sio S-S_quot;E; § a\'® SodI.SC ph^ gf ^ ® Ö ^ S

^\'5 s a. g s g g §-s ^0D ^■gSSggi.Dfe^gggSö-I\'S

tC-S r2 \'ocra S ^5

i i

1

O

O • !—1 Ö

s

c? quot;p

H

ïs

if.

s

en kal

agt;

gt;to

c3

|-

alpet K.G.

s

O

tT

O

Hgt;

c5

H3

|

co

cO

VI • —H

O O

o gt;gt;

CD 1—1

-g

O

■—-1

■=0 cq

P~quot;

s s

\'S 2

£

w

O

s Si

Rogge,

6

i.o

1

^ O

©

r-

►-gt;

1

O

ji L^:

O r-

s

O

O

\'f. \\ •J: \'

ff

CD

O

Q

quot;-H

I amp;H ill

-§ B bDrf \'g 2 P ^ O -y ^ ^

Sb g § § p ^

g CD 00 fl S g O) I-W ^ X

£ V • r—jr—H O #

^•S§a-|i

C-1 S Ph^5 o

o 03

a-e -e

O O .2 rt ö

o S g g c S

c/2 P\' ^ O) ^

ocr page 44

30

öv- o a o cj O ^ O \'Ö

ïï D O 4J

■ fcc ü lt;ïgt;

c amp;

d \' — o

quot;Sii

«-a°1

Ë p d o ? p: 03 o :P 03 \'O gt;-fr1 bc — -^ ^ a S-a «Ö lt;-

1

B O 0) 43

O tn

d K

(1quot;0 . v; rv q fcj N

So S fl 0^2° 03 Ü -g O fl

V si

ra a gt; _

fi ö p

O) 2 OJ tC^ bo

\'3 0 2

« ^ s

3 S 5 \'Ö 5 ^ 9 3 2 d O ci s5

a\' I f s ë -j a ja.s a-^iÖ

SgfUoSa^\'S

Ö ö 03

•f2 3 ^

S\'ö.Sf

\'O 21:

Squot;.a _

l\'S\'ElS

5 o -r^

.2 l5 n c ^ O 2 d p

amp;^si§

O ^ rS -1

•S ;£ _ d

^ 05 d 0^-53 o-l ^ quot; o a ^ \'

03

ci^J fccC

Vi hn d W JJ rd d ^

•Sa Sas . ög-

o o\'ö g-^-M 03 5 c

o w .d y .. ,lt;

d M \'

0? 03 4

.ËP«-;

o i

-§£S|.-3a-

s o-ö 3 i 5 gt; ^ £ qj\'O

\'O^-S^sp\'0^

rn /1^ _ ^ ^ 4^

Som

a: gt;H

%-i V-t o O

O O ^ o) ^

JS\'sgpS

^5 gt; d o w m 2 ^3 a S oSssquot;1\':

•—lt; t- -*J , O O T1 O *0 ^ = d

d d d d I

2 03* „ 2

0 S d

o o,d 3 gt;• -ï o o

^ ^ co gt;

- s

c 03 gt;, 2

-£■ g 03 bi

d^ ftgt; \'Ö , O 03 C3 ^ bC

^1 2 y5 d

O P V-\' 03

— \'O co -M

- - rj O |

l^l? SaT:l2

1 03 ^

5

ö

^ 9:

r^ ^ci. 3 Plt; O

2 03-°

^ r-T

03 Ö ^

BgS ?

03

co

ci •r^ o

Tf c3 co 03

d t- a

•f O a a

ft O d J-

s gt; gt; ?

\'Ö _ r-

O d ö *

O 03 O 5

ë\'S

: c3 b - \'C

, o d 03 d ^ i

i r^J 0 rö O N 4

gt; ft c

gt; S\'Ö^\'

3 co

., quot;d 03 \'o ^

03 d .^» 03,0 03 2 d .2 o gt; ^ \'O w:

d\'S g^s ftgft^lg)^ 03 d^ 2

1 \'Ö 3 ,2 ^ to d Ö

SS-SSSS^

ö Ö c3 ^ 03

|5|5§-s-S |aa,^c-a

S -4-» d O 03

^■ssS.ggs

^ a-^ c

§ quot; aö 8 giS

S s «quot;ög 2gt;3

JCa ^

^ ° a gS g S

E-s-is3 ■§

aquot; ga £«5

% 2 \'O -r *-13

°sss§ig

co b£p^ to S \'O

^gco«\'

ri \'—1 O 9 03 . O

^ S \'Ö .2

O , f

O fcfl ft^f ö 0^.2 d|d 03 \'ö ^03 2

C3 g

3

■ss « .-

J N O

=3 rj lt;i) d O

gt;.9t? St:

h fc a 2 S Q d ^ 03

\'O

,05 o1^ ^ O

^ ^ d d-o

aj^

«■«IS alia

P^^! O

^ 9 \'d 0

9. co

03

1

Ö

Squot;S

C/2 Kquot; Co

(D W-H

bD\'

.2 ■3

:3

lt;D PH

I5 ^

CD -ö

|o

0 §

1

-^o

rt o

rtó 38

fïl

W a

O bD

1

O

0

lt;D

bD

rt

g

1—1

1 P

c5

O

O

S

lt;D

p

p

C/2

D

r-\'

r-]

\'gt;

D

O

- J

Q

?

O r- O _0

Slfl

•3 ^ ó oc

ö s ? I d

^ c ^1

V ■ CD--^ -C lt;B O „

^ i; jo ^ ^

\' cJ

C/2

_o\'

(0

bD

^bp

O \'r*5

quot;s:

p

bD K\' C

-j

rO

CD

P --H

c5

P-quot;

bD

CSJ

K*-

O

o o

O LO

B -g g

o 2^ 2 H,

$ -C

H

ci5

__r c

s?

§1 § ^

bD o

_i_ 1

O S

CD O CIh ^

O £

O gt;

O

1 rrB ö

I C/2

CD

o 53 ■ bb I o ,

g

lt;X)

c

rO

lt;72

Hp C/2

-f-5

1

\' 0

p ^ Kquot;

r—

lt;D

«D

c3

bD

quot; O

(—■

cs;

0

^_5 quot;quot;O

C3

p

•p ^

gt;

s

^ r-]

O

quot; §

-J-3

CD lt;D

O p\'

ge is

O

rO C5

r—\'

C/2 q

r- Co P grt ^ bO 0 -

o

lt;D

K

■- 03 O ei

w \' 1

t/3 p4

^ O ■ o O 0

quot;quot;Ö CA2 ^

G 1—\'

2 o P

bD^ pi,

ö {/2 0 —

lt;D t/2

^ Ö £3 ce o :

P- ei O O bDquot;0 ^ ^35

1 r^Ti C cc O f-l —

bD O

2 S

o C3 O gt;

1 • o ^ -

S g c S quot;S ,2 a

\'CD ri-H Ö .

n :sp ff quot; ^ 42

O -U QJ «

G rü gj

O O .ti ïgt;

QJ rt N

I I ö O)

o o 0 ^

bC bC ^ ^

- -rt O O r^H

o ?r o £

O

— H

t*4 -c

M

ÜB

h

ocr page 45

37

/T quot;5) ö JH ^ y .ÏJ \'O 03 ^5 a

£ \'H \'3 quot;ai

O 03 o quot;

quot; o

ü ^ a C3 to 03 a :=»,

SS^-•2 ji 2

03 quot;quot;

ö ••-•\' -f» )a 03 a se „

o bc£ .s r^a

o o ^ ^

§ S-2

S ?D S O

S .fcy a 03 2

s ss-0 a

w \'Q 03 Q c3

-j ? gt; g a

\'ö a o 2

\'quot;J O 03 ^

iga^J

ft d «\'o o a\' a^ o ^ o , t:

•a ^

\'d 3

tü 1) SSa*

^ O 33

^ia-^ 03 2 03 ^

■g ^r n j- :^gt; g g o o p t ^ « 03 o ^ rf 2 gt;

Sg

~ \'C

® J ^ 2 ^

a a ^ 5 ^

03 a c3 N o

03

ö S aquot; o « 2quot;^

- a a a-2

^52°^ gt; 5 ^ S Ö

? fijJ \'Ö ^4 cc

Sflft «

5^2 , gt;-

Saquot; a (ïl ® .\'2.

; :

-5 O § 03,0

§S quot;■§■§

Sb § S .

a: ,2 f-i sc a

o ai-d o s

-S fcn o *3 ■*-\' —i

o 3 m .a o a \'P

o ter --h o a

e a ^ a ^ g

Mclt;0 as

c g| 1 ag^,

03 2 p- fS 1/5

g® S o a

r3 O 2 G ^ ^ 3

ft fn bo s .2 ftpO

i g i ^

^ OT lt;D \' O -j; cy

a_g s\'s-go\'o

O) »quot; o 0 amp; N

§ ,2 £ bB a o o a\'0

bo ^ ij .-H N 13

«0^233.9

ti m v gt; O

J? t-quot; cc O -u O O 0) rj O N ,2

• \'C rrH C a _ ^

fl ^ ^ ^ R ö ci ÏS\'SS bo QJ

n ? ^ -fl fl 0) c?

u3a^s

ë|s §51^

\' - ^ 2 5 ^ o o a o a a o^ x

iagrs.s^ .a^a^a§

0§ goio^

\'Ö \'o S

P t^., 03 j-T

t: a \'-d o ^a --j o

§ipa||

^a ^ P T3 4J o o 03 c3 C quot;S ® O O ^2 -ö f^a N 5^

l5iiiosag§g

\'O B-OrS fccg d .,

^ P^a

= ^ S ® a ?-

J • ^3 73 ® n S .i gt; a drtlïrorg ^ 5

d ^ a a d

O cj lt;D O CP

a c3 -- • w

ï*S;

quot;s;

.sgt;g § os\'Ö § o\'équot;

\'SS\'gSrf\'Sggil

o a\'S ~ g Oh

a_.,öob\'-*a3^a jj., aoj^^-o^Hcjs-i =3 O a Ö

^a^SligSl»

a 03 quot;Ü •r-i .3 ±i gt;^5 03

sgsipss^i

§1 ^11^1 fco O S aquot; 2 03 ^ ^ ö-

a^ ^a S a ,2 ^

quot;il^\'TSsË\'Sa

,-•; ±-; 03 03 a3!joT_.

^ o-^fi-S g-S quot; H S-ÏJ^O ca ■-§ S a r.S\'0 2

Fa^rJs- CrPcc 0rr ^ - Ö 03 -e gt; C

1:3 -5 ^3 o -r* o a § t» s:

- a .5f J £ Si o

3 ^ S ■?, -e 2

gt; O ~ ^ lt;

« S ^ o^ 0

192^3;

03 (

rH Q

O

CS3 lt;D

d

\'quot;ö

(D

S-3

S

•?*

1 172

■quot;H

r—•

fgt;

Cw

c*

G

CD

O

r-|

rÖ

O

O

W

rO

O

K W

K H

|-l S

Ö 5

quot; it «

gt;5

■ H

w §

s

ocr page 46

38

bD-S

a S

(D O

SH e/2 O lt;D

^ S

Ö pO

O)

5 ^ O o O ö

Sh c/2

Cj ^_3

ci (D

amp;s

\'D K£

Q

a gt;

C/2 (D rn

^ S

O

bD ,

lt;D

\'CD •

^ c5

CS! Kgt;

03 !- .

tc ai •

-_, s-j

lt;D \' gt; O •V-H CD O

■ J *4J

C/2 amp; . CD

^ G

CD

?H

O O O

N

v d

M

quot;3 c

^ gt;

Ö ^

P -2

bD rt CD O Ö c3 ^ ^ D

^ ^5

ö bC-Q SO)

lt;D r-j O • r—I i_i

.22 -735 -fJ

O ■ J c5 ^

Co Ö

si g quot;rI s

rt £ S ^ g g ►Ï C3 S ^ —

§ ^ g g d

... O

TJ lt;D rO

ÏH lt;D gt; ? ^

c3

bD^ c3 Ö

WJ r—(

P- CL^ oD ^

c/2 D kC

o ^

C/2 bD

C3

C/2

I I

i-i x

lt;D C5

.2 *3

\'c5

amp;3 O

*5 Ï-J.

O ^ ^ ^ S

o

o Sgt; s .o oc ^ ^

r £*?

a; ó gó

C S -p Q s o

s -S\'-? -f

H gó-^ó

-G o ,2 o

amp;■=? «J CO

. „ . as.quot; i c i r .d. ^ C3 3 ti -E? lt;u o o w\'W

S •

PS g ^ g

2

ocr page 47

39

£j .rA amp; O «. O PH C O O ^ M

rH ^ ^ tc gf ^ C^-ö-e S

3 Ö S Ö ë g N 0®^

ï-lt; o cJ

^ O •

3 ^ ^ Ö

^ § l.-S i

73 ® ^ g

o ? -ë ® o gt; cST3,

N 32

Ö\'^ H

^ O CC ^ ^ o -^5 rquot;, w _

o § Sb

\'^a..

a a 9

quot;S quot;

P (D c3

CD

Cj o c3

0

«

amp;D

3 amp;

O

Ö

c3 c3 gt; r:

Tj ^ O ^

rü «2 ^

I—I •!—I fi

c3

O O fl _§ .SP . e^ cd ^

H lt;D

ÖC

o

O

o3

1-a-0

^ 0 c

,2

f-^H ^5=!

quot; O S § quot;S\'rir^ °

CD _, fc£3 t-* ^ •-- -D

o Ti

fH

\'i agt; bD

* CD O ö O .

G .t,

2P

tgt;C

o

S o C lt;i ■ -\' o1quot;

o3 ci ^ p

o

O

^ O - J o Cö o O bC^C! ^q ^

*-lt; ci

gt;.S

bC 9 o ^ O \'isa

-t-J rrt O _i

O lt;D 00 y rrt Ö

tC Q Ö ^ ÖC c3 ?h tüü O G cj

^ Sc ^

d ^ C .t5 33 ^3 „

O lt;D g \'S CU o p

jiiCögM^-=dS

:;=p agt; o £ p ^3 j; ?

l\'i^S S| ^

rtrS ^ ®

OD ^ amp;

M S

\'o :lt;xgt; ö O J5 o

^ JD O M 5) ^ o ^ ^ ö S 5) O -rH S .2

O ^ T? .2 ^ rfi ö _,

« üil^i

S rH

® fl ■ SfiSD^rS

CQ fH

o I—I

o^.s

CC Cquot;^ ë

a -J3 ^ ^^ ^

C CC CD quot;o _ -?h M - -J Ö

OrTnCC^od ^ •.. .

gt;■ -t-3 O O :fH S r^ \'^3 _ ^

■73 S gt;^^3^ § S ^ aoquot; o^,2r_l^Sai :Po_5 c? S^3 aSoS

c3 ® O C 03 T3 O C

Ph . O \'H

V CD

Ö ^ § Ö S o

a tsj o :ct

. r—^ ^ Ö -u O -4-3

o O

CS3 (D pgt; ^

CD -quot;Ö ^ O

• É ?n5^

^ G ^

c3

d £ .SPJh ^ 13

v 9^ S

A-ü! CD ?H

:^P cd \'-P \'oD . . P *5 ö 1

N-al^s|^|l

^ 0 13 ïi quot;-S 0 a

lt;D

I I

C/J Ö

a; Ö

(~] c3 lt;D \'f-lt; \'P^

CD

cc

?r ^ d -Ö quot; quot;S ^ .2

g I 31= §3^=3 ^ N c3 quot;7-j .-v

-

{3

►

O O

amp;£

d

i

lt;D I Ö bD ^ a • -? G o3 ^-\'•—lt; iZj

\' o c3 CD O ö

-fJ --1 Q -4-3

C/2 CD 03

s ^ s

-O (D fl -n O S-t O

bCrr-J fH

O

O O O

TS O

pa

fi

o

- J

• rH

(D

-t-J

:cd

•D \'

lt;D

O p ,

Bc\'

(D c5

i ;: r-l \'S ^

STS _ ^ o — -r1 fl

Png i? c3 .C

CD ^

bC S Oj d

-- -O -C rt aj

P^o ci

2 O M • ^ S-H

S M-e P

S • ^ o ^

r5 -l^ Pgt; O

J O X ^ S

gt; E^ s -2 ^

^ o c CS

gt;£ ö

£-

U) na

ocr page 48

40

ö e

CD CÖ

a

2 ^ bCfl

O O

in

bD

»i

©

£

OJ

S s

CD

-W

amp;

O lt;»

cd c f-1 nS o ^ c ra amp; ^

c« OJ cS

— 5 rK ^

-53 gt;

0 gt; ^ qj . O o

|^8 s

1 J

2 o-0

S SS c

OJ CD

\'B bcp^ O sS S g ^ i

i£.i=: c,*s\\

c5 CS c5 l_;

\' ^ ö

O (D O

^ H-J

tD^

.s s

bD

3 .S

bo S a

X: ai

a. a

.2 K- .

\'quot;Ö ^ O fcX) U ^ * O agt; O o

O

CS5

O ö

n o

0) fn

O bD

fej) =

•D

S3

\'rt

1^ ^ O O

O - O

i Kgt;

c? ^5

CD

O —•

bC

o

O

cq

i CO

PS

Vi ©

© gt;■

O •

IO .

i o • ^ o

o ^\'T

^ riO C O

S o

CD cj _ quot;S CD .ï

^ ^ bC-ö

S S quot;o

\'0Damp; gt;

^ O

oJ^ c bo

brj . QJ) p--

g S gt;

5^ ^ CT -tj

O CD

-c 3

1^

O O

. D

bDquot;^

b£)

O o Cquot;

r . L J .

-ö

©

PQ

ö

O O

\'■a ^

c

O

o; cd

2 d Ö

£ S o» o -2

?H 172 r-H

bD bD.2

. S|-«i-a§

^ o

^ Ph CD

•soquot; ^

^O quot;S

b0N O O •a -w a^ n-

öö . cS lt;12 ö c3

CD m CD ^

bD^S ^ ^

I —

O lt;D

O S

« O

l-*-3 ■amp;•=

C TT! O Ö

Sb 2

bD,

Ö f-H

03

Ö ^

O

O

^ - O ^ rj ^

. ö rj

ö o S

CD ^ g

S bü

2 fi \'-H

cc oj a

CD OJ s

bC r- -(J

03^

cd 0 53

^ O K-

gt; tH I

a cd amp;

CD g O N

bD . - fl

C cD cd

• rH rH

C/l\'

53 ^ S

gt; 2 0 £

CD

a .

m ö

CD ^ O

• r-H CD lt;D ^ ^ O O S

bD bDr—^

a quot;

ê «

2 5

« IJ

• w

ocr page 49

41

SH C/2 O

O \'-O 0 • ^

quot;O i-O o

^ gt; O

Ö

CD bC bD lt;D I

lt;D

r O)

O c5

quot;bbS

S

cf

«X)

O ö s

Ö ^ ^ ® quot;S

SH

\' O • ^ G

CD O

A ^

c/i ^ ^ ?

JV ^

-H CD CD ^

ö •gt; .bf

^i ^ d) Pgt; ^ Cö

ö JH CD

c/:- lt;X) d

C\' O) ^ r=: .Xi^ - -gt; g

ö

OJ ■

\'^2 C. ö (D C/3

^ 2P^

UI

ci

O

Qj ^ ^ —

gt; rr; b lt;u S \'-lt;

o « e \'C r-, (u

QJ lt;J? .F— ~

1 bD ^

ö ^ O)

O

amp; 3-^

G _

cö bD o

C5 •lt;-*.

lt;D

C/2

CD O bc c«.

O O

CD

^ 3 . ^

IÏ

1 =

\'—1 0

quot;II ^

.2 o ö gt;

bD

m \'

lt;D

5\'^ o.

CD Ö

;

•s

§1 gt; O O

^5 d

CD

pO ■

O : bD \'

0

►

© ©

CD \'

. ^-1

O S kgt; rquot;~\'

- -i-J

\' cj

Tl ^

O ?H

o P

O c

O Ï5 t-- ^3

1

CD

quot;O O r

bc o ^ ^5

. D V -*quot; - -r-

^ O ^ S CD

^ 5 ^ I P..S §

il cd ^=2 CD - -\' r\'

•—i (T) rj .-^ r1

^ bL\'Ö O g 5

•^L bDÜ

■qj O .S § ^ ^2

3 S,

O £ \'

-4-J

r* C/2

^ 1 0 ^

O ~ CD

c/:

-i-» 1 1

(D O! O fl go

quot; S 0 ü 20 ^ r- 0

SHL-D gt;

c5 0

So

§Q

o iS

1 co x

po

^ CO —\' D

CD -V ^ \'S -CS a :E

■ rl O g c3

2 c,\'

T ó 0 ■ So^O

o

2 \'3 I o

CU § 3 O bljg

•D s-J o S-L

-- c/2 ^ O CD O O bC b£H CO

.tiöo

- .gt; G-l

lt;u ,

2P CD Q c^ G

ra :=-5 . d\'

T « ^3 ö iC

^ quot;3 g 2 s

cd g S ? G 5

1 fti « ö ;

s.2 5 «!!

^^0.2 quot; ö ^

o 1

© ©

PQ

tS3

lt;D

CD

^ 2-- ^ r.\'» fl U CD = i,

O Oi 13

lt;U N ?• »3

»

W

g i Hl *

ocr page 50

42

L

(D C

O

s 2

u. O ^

0 s

O ^

O -4-3

? Ph^

2 CD O C3 c/2

O ö CD G \'P \'OD

CD

c § |D ?-i D ^ s

o 0

^ o c c S o :r73 lt;d -5

b^! ?H

lt;D Pgt;

cj

3

C3

-^ fl

J:

CL

JV

4-3

s

O

-M (

K-

*♦-?

C5

gt;gt;

1^75

3

é\'

O

G

CD ■

PH CJ

-fJ \' PH

O

O

O

gt;

CD

-G

O \'

Ó C

N lt;D

I I

cg O c3 o

£t ^ £

H S5 ó c quot;£

• lt;u ■ —

i4 a

,— \'ci 1 G rK

o a ^

CO ^~quot; ó

o ,52 o

CM cc lO


ö o

15 gt;

t -♦o

cc

(O

55

c5 c3

3j

Sh

_ CD

O ö Nc/iC

^3

Ü r

_ ^

O C3 O ce

«D b£)

c3

o b£) w i

O) O) I ^ JÖ TZ! Ö

J2 3 3^3 P CU

•rquot; N «rrs

quot;S rS W g ClT*-quot;

O

en -M J£ T;

cc ^ ^ y O 13 O

.bCo g .•

-o s S-g o| *N 5c^

O ID

S-c ^ PH

2 o ^

tgt; Q ^

CÖ lt;D D

^ Ö

s

G Ö ■■

?H O

c3

O ^

^5 \' O

Ö :

lt;D O

N

^ CD lt;D

bc bO ^ O

go O gt;

iï § sg,^

c *£3 lt;D

CD ^ CD

S r— N

PH O

bD

c3

C/2

H

^ es

^ F

« 5

--J ^

p s

ocr page 51

43

O ï-i ^

S S amp;

CD P-i n 0^ ö\'

lt;D I -TÜ O

bDS c •gt;

c3 ^

05 ^ ?gt;

I

bX)

CÖ O

O ^

r-^

^ O

c5

V a

ÖD (X)

a

ö

cS gt;gt;

bC fl

O gt; ^

^ -O ^ vO ö ^

2 Ö

OD*

bJ3

CÏ3

■ o

o H-; co E

C 1 quot;t2 C ö (1^ _L

O lt;P ^ .o ?D ^

O p

ö

O

O

o o O O

O

PQ

9

Co

CD

s

O

■ ■5

O

c/T

cö

O

^ O \' |fl:

O

-w

O

O

r^ O

K-

1^

pgt;

CJ

ïgt;

G T;

fi ö

\'rt go ^ sg

ei g) (M

quot; C Ö

bD 9 .2

\'55 g jï 2\' =

i2 ^ C3 CL.

g rt P

Ph cd C O ^

m

öcdg

■i\'S

c5

is gt;

^ ï!

o £

o 3 CSJ

os o jn

w

H H

W 5C

ocr page 52

u

ii5

OJ f-,

?»■ O

lt;1) lt;D

03 c/3 ^ lt;D \'quot;ö \'oc^^

O c3 Cj O c3 \'

5 agt;

C3 (D .

gt; a

CD

G ci ^3

ï c ^

cd ?: . bD o 5 _ bD

^ O - -3 ^ SJ T? ^ CD OD c^

CS c5 -

^ O ö

O O ;gt; ^

[ I

c33 ^

~ - C bD C

^ -H ü ^

O Ö

O)

(D (D lt;

■Ö Cfj^

o g

\'Ph d

I cö

l

ö

OJ O \'— Ti 5—lt; G ^ Öp lt;D ^ ^

£ -ö o j—j

^ Ö b, (D (Xgt; « CS

— ^ Ö Ö

lt;x» c8 \'

s

C/3

ÖD, amp;D - ,

2 3

quot; O

ai

^ rH

bD ö

Qj Co

t£) ,r

o

SU 7-^ .

CD \'rp CD

^ ^ quot;S s

ö fl O

ci ^_r*S gt; quot;2 £

S ^ w

tS3

CD ^

O

s ^ s

« bc^ •-^p

c3

O c^

o •

•rH C/3 O

Ch^ SJ ^

gt;—1 (D

.s

*Ph

ö.S

— t: spp-g ^ Ü ^ ^ ^

O OJ

S-3 ^

-=5 O

O O G CD Ö ?

3

c3 -*o ^

: o

; quot;O

CD O CD O -

I

O

I ,\'

O S

,- rd

1—1 O)

CD o

- -3 r:

O ^

C5 \'

lt;D c/2 _

O

-4-J i_bp

O

p Eb

gl •5

quot;O

CD£ CD 2

SI

O ^

O

lt;D —1

S o

sS

O

lO

I

O I

O

o

wO

CD

Ö

O

O CD bC ö bD 9

^ .ËP^

_ - O ö U CD

wn gt;

CJ )

sü

N

ge-de

1

-4-J r-lt;

-g

- -3

g .

G ?-

■-H CD

Q

S3

• ■3 tO

in D

C/2

c3

G

c3

c5 G

ct

CJ ^

quot;quot;W

CD

—.

amp;■

11 5 ^

quot;S

\' w»

• G

O Kf-

lgt;

r

QT

O

O

in

bD

Egt;

O

C/2

O

cDs-^ ij

O CD

CD

gt;■ CD

\' 1 O

O

CD .^L [) 0^ o» ,_ oc-r^ -r se — t: cs se— o o 2 cö O

tSJ

rn .2 .JD *d

O ,

CD

\'M o

V2 o O ^

-M |

bc S a o

_c5 ^ ^3 O c quot; G

^ 0 S Ü te

® S 2 _; ^ o) ^

^ ö g\'S §

72 -« O S bD - quot;S

rt P bc ai

C/2

•rH O

„ a. ® ^ 03 rt -2

CD .—. „ bD ö •

5 UNJ ^ tSJ QJ

il CD C/2

2 c/2 0) 2 o

i|g s ^ ^

a;

^ oj

N rC!

w H SC S

«5 «

ocr page 53

45

rH I

O ^

O rO

gt; C/2

£ p , N

\' (D 1 quot;Ö

0 \'S

lt;D

CD rJD =3 ^

d \'oD g g

S 1

0 0

OJ O -g gt;

bcrf fl , cj |I2 «

c^ Q \'D o

o 2 ^

s IPm ^ ■

^ .f—I r—H n~) , -, ■4-gt; d ^

rt ^ S O CD

^ ,0 c O O

t/)

a ™

i.

2

Si ©

bC\'

ct

2^-O £

ï-, CD

r- CD

S O

NJ

I 3 J-i

ö 2 cT 0

O) ^ O

£ § ^ \'S

öd^ \'ö a

tt-i CD S ^

?a^

I

.s^

^ pi ^ a

OJ s ^ OJ

o 2 o; \'-s quot;^-C fi

£ ÖD ^

g.S g Sb

0l~a/

m lt;X) c/2 ^

s s s s

K*

s s

i CD i i i

JH CD ^ ^ Q

c3 1— O O o gt; . O f-i O

C gt; \'oDgt; g oS\'^a O)

gt; CD rJO 73 rrt Ö CD ^

o g ciTd

W N (T)

\'.£3 00-0 a

ai ^

a gs

g quot;quot;C 03

lt;D O

Ö O

quot; f-1 CC O

o G£) co lt;r ~ t— ^ f-quot; O C ^ G bDrl

H H

O P

K

gt;

-lt;

h—H

W P

«i ■—\' i

s -O - gt; \'« P

s ^ O !? N gt;

5 e fgt; CD ^

ji S -D cC Ö \'P*

— c wu ^ ^

c/i r-

o ^ ^

O

O

bJD^

^ p2 Ö

CD .

li

r • 1 gt;•

c5 ri O

S3

5=

lt;0

O K0

tn 0)

bD cS

g

JD (D O -

5

(2)

O

O -p

bD

2

s

C5

3

CJ

-*-3

c5

p*

CD

-gt;

.2

O

a

C/2

lt;D

0

ook

H-3

0

\'iS

quot;0

Q

CD

O „1 O ^ ^ TT - O

NJ! G \'~~l ■ r—gt;

— ^ s a o is ^0^1

O •

. Kgt; ^ . \' (B

amp;5 . 1—1 rK O

,g 00^^2 ^

4o • O bgt; ^ N

co fM C Tn

^ 1 O ö ^ o CJ r-\'

S O C3

^ S S o

i0?! 8 0 p 8 ^ -k

c-l « 3 G-1 ftO

ó -2iSó om

O CD a O -a

^ T-* fe

3 O O

I

O

o ^

I C/2 CD

gt; ~

5 — o

SP ^ rf

a

=^l CD ^3 1—1

3 -a S a.S §

n \'a

O

PS

a \'oc\'

1 -i-3 ^ jj 1 00

?r 2 2 ^ S - ^

cl,—, c3 qj o i-1

fl g bbiS \'v

O .S ö 0D _ O O OJ S ^5 ^ CD g

S ^T3 P -2 g 3 lt;D a ? o yj

2 ^ H S = S Scggbca 2 o - 2

o ;; ^ o

c5 .2

^ ^ Qh lt;D . Ö 0^

rs5 cd o ^T1 aJ a

^3X3 o O O)

CD

« S

K ^ • hJ H

fa

■«!

ocr page 54

46

C ^

agt; 3

ge

s ^g\'g^d

1- LJ W

MS B amp;.« 2 gjo

CD

Kgt; CD —1 ^

Ö ?-• O

G o

tS3 O

C2 gt;

».-. i—I

c3

O

tc

O co O

d agt; ti a

O

fcj}- ^ O G

c3

w

S

O ^

~ ^

I—i o \'-\'

2 ^ CD

g\'S?^

rt ?C amp; Ö

g 3 s

S (—1

►gt; «r-H 2

•—* Ü ?H CÖ

02 O ^

Ö ^

0) -♦-a O

■4-2 Qj W amp;3

O _r- O O

g\'Ti

O

o ^ d

O 0. O g

O _ o3

o 3 c

P CC O

r! ^

s.;

cc

O (ü

_a; . ^ Q

quot;2 c5 tgt; ö-

G c3 ^ C gt;

g .0 O

O I I rH

fn ^ ^ c3 ST^! ^

£ S .2

N Tj J2

Ph lt;1gt; c3 ?H

O

5f ^ J C!

quot;-S

§ O

d ö

bc ;

fcJD

O

-T bn^j ?H Ö o o

o zi! fn o ••—1

bijVs C| fH \'Zrgt; ^ c5 •r^ o ^ Tj M

s oHa\'c: amp;P® „2 SO .gri\'g o . ■

^•3

fl S ^ 5r! , o o O quot;^1 ?

o g amp;-s O ^ vV C 1—1 S co w o

fcD o r0 fcO g

-»—\' J-H I-\' -f-gt;

CC Q O lt;D o

o) 0 ^ s \'3\'

9. co *C ^ S

^ , \'cc

lt;D

gt; $ fl-S -Öquot;

rt o §

$ ^ 3 amp;-H Sb -S

fH ^ ^ O 00 o ^

rr13 ra Ch «r: S M amp;ErB 44 \\ g ® ^

S3 S SPJ | |fé

, - . ^ ,— *1—( ^ - Ö co -f—H

^ P F3 ^ 2 M ^ ^ co -quot;T Cl,quot;-1

^ „Sfë O §

c

C Qü rH

Ö 0 s a ^

O O

o ^ .E

lt;P

tC ^

c3

g 1 i S3 s £

O D bG-£

o~

lt;D

t£ S

r—lt; i—i \' O O

o^ct^sajoc-a quot;ggcsS-^-P-0^

S o 1 0° ^2\'quot; §

O0

bA r^i

amp;gt;

ri: O

P

O

A

agt;

m c3 O

QJ

3

-e ?

O ^ O c

5 *H

I

5 Sg

. co gi\'Ó

pq -O O

~ i —J

ss

u gt;■

u

©

©

O 1 O lt; \'M

lt;D UJJ ö

^ CD

*5 0 ^

c/^ - -gt; Ei ^ p-i

ö p^

a J r- ^

Q o kgt; ^

C p^ 73

^ O c3

oog

O

lt;D ■D co H Q N tf

J-H O - O 0 oC c§ ^

o b£)f

ö cJ

c5 P

B s J c c ^

CD P

^ S g

O KS rp

CD co

rH •

lt;D

P S

_u rj P

- _2 9 ^ ,

gt; gt; ci

■ li \'Tl

w)^- G - s C .r=^:p^ Ph P

o lt;D gt; bD p 5

CD ^

O 1 _! O 0 ^ ^o C2

I TH M

O \'

O ö 9

co O g ó -t^ ^ O ^ quot;o cq es ,.p w mquot; 9^

d

S Ë

° $

o a

o amp;c

C0 cj

ó 3 o .i

(M^ 14-, C3 O JSi

i

c/2 lt;D

O

^ CD

?n O C/2

fl 0^ O

-^5 c/2 O

O O p

C/2 O

Mr

C/2 ?-t

C/2 vgt;

Pn O CD OX) ^ 0

O

SS

O c3

.P^1 co CD

^ bD

fl

O

^ Sb:

tn

. . S

\'ö 2 g 5

^ oD c5

fl N

0 .; iS I

P

2C

fl w a3 ^ OJ rt c« Ö

quot;Tp - -3 p ^

3.2 5b ^

CD rg

c/2 rp

pS s

CD amp;

Q o

^3

ocr page 55

47

lt;d o I C3 O G ö

^ Cé N ^ «

lt;X)-C (D ^ ^

^3PrÖ O) Kgt; b/j O) r 2H

^ M OJ C3 w

^ (D c/2 O

:£%Z S S

\'oj O

oj\'tu ^ ^ ^3^ -

(D

CD

O

lt;D Ö ^

öc.2 g «

cS quot; S

O «

-M C O quot;

OJ rt ^ c3

^3 c3 amp;C G

Sh I O

■D f- tn (D O lt;X)

N APhö

^ O (P lt;D ^ O gt;

S r-i ^ ^

.5 g ^ bC

c3 ^ O O)

S t abc

Tj C/2

CD lt;D

2 a

lt;D

gt;-H ^ vTp, Q C\' HH

O T3 $P Ö O

O) 33 lt;u

S isquot;

0.\' Ph S cé

i1—1 3 i: es

D ^ •

S-ö CS ö I^r-0 ft G ^

C rj O ^ ^

■2 g N\'TD ftH ^


lt;D

S a

o ^

N T,

Si 2 -S

d

S ^3 ^5 P Sb ^

i ^ ^ OJ TS

rG

O

O gt; 0^

^5

O

i.O

8 fes

é£ré

c lt;^2

T- cfi CC

i

C/2

c5

o

CO

CU ^

gë C Ó

So

J2 \'o

quot;ö c-) r5 Q

«2

O .2


C/3 (Ti gt; \'ö P- O

OJ o ; bC

• i-H -f-5

quot;i ^

C3 (X)

OU -53

^ ^ r§ 2

bXjS ^ o rr! ^

Qh-J lt;D c« ess rSh-J lt;D c« ess rS

rQ ^ C/2

H 2

® W

2 ^

d Ph

s ©

ac \'p

IH

ocr page 56

48

fn _!

(D £ ^ 0

O o

2^ P-

K-

C/3 amp; CD

£ S

S

gt; s-J

UI

UI ^ ö

bD 0

ui

2 I

ff

O il

S3

O

Ö

lt;D

O

\'3

O ó

agt;

rK s vgt; O \'

O O

I

O iO

Ö C

rt g

^ c3

O O

v 0

t*

O ©

O O .

co go

I c O

o

.-O I

-. 5^8

g^g-sco

Sp-S ^O ^ sS

^ k; O ^

H

n .

ps ^

-Si w

^ ?

frn Ph

ocr page 57

49

^ -I

^ Cj (Xgt; CD O

• S

2^

O) ö c

73 OJ .O) Pgt; ^ CD o bD oC-fJ C ^ i5 2H ^

amp; Gj

0 s

■u — 1^

fl

CD

^ S-

Cv ^

c3 ^ d) ^

i-Q ?h rO O

pgt; -G.

O

^ ^H* ?H ^

^-1 .\'UT5

s 53

CD CD ^

^ rt S a

gt; C/J

quot;3 ^p

gt; .E

W VfJ

bD ^

■ fl

1

C^l

lt;D

Co

5

r^

O

Eb

bD

S

O \'

quot;C

O

(D

?gt;

O

S

O

CfJ

OJ

ïgt;

a;

Cu

bC

IS

lt;D

c*

O

Pgt;

C/.

o

[S ró

O

O

O O

gr rr^

iO

I

O O

ö

(D

^5\' ■gt; \'

O , - i 3 ^

^ s 8 -c H

p om ^ .

-rH ,£-0 5 Ó

■


lt;D CD I O .1

PH 0s | 0 gt; .

O O P_ 00 c

t: -ac § -s P

•S g\'5^ s 2

K 13 -3 q; •quot; i 53 ^ ^ rrquot;

| 2 g —:x s ÖDbD^o .n

CD _0 C3 cC (D

o; ^ ^r? f—i o o 1—i o o

g CD O lt;D

S G \'CD gt; ^

GC Ph

l-H

»

p

H

O

lt;M

ocr page 58

50

^ \' ^^3

2 ^ ■ g ^ N Ö 5 S o

^ u^ -*—gt; - -I —

öc-^-H S 3?S

3y o o 9 3

-lt;-3

amp; 5 - c i, —

C fD (T) lt;X) Oj T3 ^s! \'O »gt; 2 ^ ö

\'Ij o; ÖDfl

I

l—^ r/-\\ ^

i 5

t, §p §3 2 -§

M (U ai S

S amp;ü -O g

c ^ amp;n-- g

S 0) °D ^ .i

cs 2 -S Scquot;

lt;y: Q p2

p g o O ö

fl Q tr-

O O O

,—■ C w X

OD fl Q

-\' -*-3

O) 0) \'OD G ^ d quot; bD1^ Ö G N

p2 \'-^ o)

~ caj ^

S G 1 ^ ^

CD O

p^? ^

- «|

bD

fl ^ HH

CD o

• -4-J

tS3 0^

bD ^ ^ .2r lt;D

-5 0)-O

O lt;d ;

fl

^ .a

^ o

N s-J

(fl ■ J

amp; lt;D

fl (D

3 gt; o i

SI1gt;J 2 ^

lt;D

o

s: -

-fl f- ^ quot; o C3

O ï5quot; fl ^

c ? ^ fl

^ X ?-• CD

1 fl

=1

O) nu

^ fl lt;D .=h

O ^ ÖD^

I ^1

13 S

■/2 r^

S s :5 O

O

amp;gt; -•s O


r^ 2

bD ^

O

fl fl ^

V n ^ O)

O) o fl

CD

O

fl

O ^

; _1gt; I «D

CD lt;D

O

V2

o o ^ o

o o j_ro

cc cm t| co

i i ^ i

S Q J?

O ^iO \'r; O

CM -rH ftC-1

I CD I ï I

o o 2 o

O iJ O -Ö O

—1 ÖH-r-! ft-rH


J- I O O

c o ;gt; cs:

H-i ü

£ §

S I fl

\'5

o _igt;

bbr

^ 0)

0)^

- O

lt;Xgt;

bD CD

S

bD _•

53 fl ^

CD ^ bD fl

r- \'fl

o fl

fl\'

.ï-fl co

cd , bD \'

Oj

CD O rh

lt;D bD

fl .t

^ ^ r\'

^ C3 ^

N c3

P-. C3 O fl quot;fl

CD

tn

^ ^ CD C3 O

O o

(D amp; A

- -\' T^ quot;f s-3 fl g fl

_ bD (D Ph O q)

bD fl O p \'D

^-3 S

O

a .

M W

0 ^

Tl

ocr page 59

51

g «

O 3

S quot;S

OJ CD

^ ë

a lt;v

spi

.S gt;

g ö

^ o;

Ö

c3

c5 ^

^ (X)

aj S

■1« ^ g

-«-s

^ c

lt;D

bDquot;quot;

O

fn

O 0^ O ~ ? ö

3 ^

rS ^

^ s s c

5 cö ^ lgt;

O)

-M ^Cj OJ fi

^3 ci

;x t lt;lj O

^ ~i a

(D lt;D

• ■ r^

S amp;

o • ;

^ g fl ^ § 2

2 ^ s0 i «

O K* quot;^3

^ -r; ^ CD ..

^ -w c \'00 N c fl

rn ^ -n a ai OJ

ö c3 ^ .s CD -w -s

C\' ,—i G - -gt; c/2 G

— CD

fe.pS i:ès

^ -i OJ M i H

gt;•3 i.SPs-2^ rt

3 quot; S ^ «

• r—\\ Hquot;)

.-I fi S -2 ^

quot;o ^ ^5quot; öC 1/3 ^

•s ^ g ?§ •- -

, -, quot; cu

-g i i g a

O O « ö-

quot; KO

CD N

O)\'

s-T Ö fl Ö

C« CD CD \' lt;D ^715

S squot;5\'^

, Cw ^ (D is 1^

2 ö

g MC OJ P-I ei lt;U a Cfi i—i gt;

co s

^ C--2 ® o Ss§Mgt;

gt; rO CD

-, ■3

O CD ^ _

Pgt; CD ^ O

Ö 0 Ö ^ C,-, —H

o ^ c^ quot;3 sr: n; c5 S3 o

S .S

^ r^-

® 3 -o £

O)

-ö C

^ O

CD cJ

S s i:p

lt;D

• F-H

lt;D

\'s c

C fn

as li

lLcquot; amp; 2 amp; c

ra q T5 o

3^ lt; c

S

cq

ö ~

CD ^ Ö (D rt ^ ?-H (D bC Ph

-tf i S 0

(/2 O

r fd

v. O • O

C CM

■gt; O _ O

C

Qi -s!

lt;U ... P-T

aj co a: ^ ^

C rt

0) ^ C CD .2 quot;O \'is

CD

o quot; a ^

CD fl

. ^ ^ \'tn

.O ^ ®

^5 (D O ^3 O lt;D p£? rC

►-5

(M

lt;w

c

OJ

c

O O

ocr page 60

m

=^3p.lii i^gi\'il^rjsgsgg^f-g

sS^S\'obiiS®!1\' c0\'5^\'g,ö3°s quot;.S^?r2,oil,®\'^^!|

^Sr-\'Cquot;^ fl Cr^ij ^ S O r- ^ ^ r— COr-^gÖcS 5 ~ O r^ 0

^quot;S g go g 8 MSgt; i J| ö s g^ j §1 g

Sg\'-il -iap flS5i\'S®\'i\'§\'§|.-ice\'S

■03 M-yg aT^-rS ® rH ^ -S M-S -O-S-S i gt; Squot;S^ Mg

«a S-sl|5quot;5lg a - - 5 E g.S a^ ^ ^

.■quot;0^^S\'ScS= ^ 1 -«

quot;SuSS\'S.-sgiiffi o^S\'SS^g»^ ^ -3 \'ë ^ S

s.s s« »■§ s |:ps s SiS g s.a Ss5®^ * 2

^ Sc. 3ë -oT^S 6J=a a-= S-vS S .-g quot;PQatl^Sri

br,-^ 0 _ o ^ ^ O 53 h2 9 5 ^ ^ CD o ^ ^

.S S ^ ^ o S 0 ^ 9° ^ O c ^ 2 5 .S quot;g ^ .3 ^ o S

i ;-s £ii^!i : ssi-s^m i r-^^i2-1^

c%q a^ï-s § 1^1S^ s ^ P ë ö-S

5 2«^ iiofisg S g| w:| O? g ^3 -.£ 1 §«quot;

quot; s g^ gf s § ë.5^£ § s g.s-3 0.2 g ?% \'è-gHAv I §

^ C-^ lt;D-i-2 cor»-aïr^3rCa3k.-Qtigt;;£bcSSr^:Hr£i^rC3

1 ^ bD 1 iZj O 1 10

«g.sJss-- -0

.\'iSp\'S\'S^o ^o2

j2 O --co.SkJ ^

^ Ti ^ I CD

^ O O s _ fl

op

•SP O^3 o ^ .K^Sog\'

.r^O.ÓT oSair5§^lt;igt;(D -s ■ pS^

m ^ ^3$ CJgt; -i (D -4-3 CO ,—^ ^ CO Cy

__, „ -T— -. r ) 1—1 •* — - -

— \' ^ O \' quot;^ pl^ ?H ^ O (. ^ ^-1. --2-S bCi7-CrCCCGJoD

kO ^ g bC 3 O £ ^ ^ 0 CD g O 1 C xi Cü 4

^Sbgg^j ^

rt r S a; • S I fl O S^N.

^ ^ C ^ PvJ P-trK Ö c3

^ G rH ^ ^ \'—1 1— rrgt; ^

^ CC\' (T) g -

I I I ö O ^ I •73

E20rö=r!a)^quot;tioD-D

^ g C N g JH ^ ^§3

„ cT^ S cï-Z^i Z-t

• —I r^- Q O ^ ^ ^

ödS ^ j- g

ciSt3flaj,:u^d;:^ :^-i^

rfeagt;o2Coo 0quot;^

^«\'Ö^HSSSO^ sj

« ® C ai ~Ö \'oD tn S JPp O

0rö ^ ^^3 agt; -Ps

.„-— c

;_ O o — O C i-. ■quot;■ S w

bD-C O amp;DT3 O CD^3 gt; Ph «

S§

-4-5

■

O

lt;D

Tp,

X

TIJ

P-

O 1 gt;

O

O

rquot;

rK

.

.

wj

c

CD

CD

CD

-S

9

-4-i

(D

co

■O

0

s

\'CD

^T1

*0

O

11 ^

cq

2

Vü

r*

re

O

ó

i—

CD P-

■H-H

Ti

CJ

\'o

gt; Cgt;5

H

M Ol

ocr page 61

53

Ö 1

Ï) quot;O

• —H

g=g-

■ 15

I —~ -r-*

( C/2 ; ö • O

i

02 quot;o a

s S ^

O Cl 2

V _bD 5

quot;-\' ■ \'—

C/} rJD

cï ■

O amp;£ ja

3

3

c5 d SJ

quot;o

c

^3 1

^ —

2 o ^

S5

O 0 ^

0 bC—

lt;a cd s:

73 CD Cö O C3 Tj

O

O _

;gt; ^

i i S,

i ^ J\'

i ö

O ^

^ S,

; o^3

\' ïgt;

S S

!gt;

o ■ —1

CD rq

O O bD.0 O r-*

■*■* p, * O

CD ^ Ö 2

cS

•/}

bC^j f ^ bC) O

quot;S s ^

s-J c-i

tn

c3 Ui

èD

O O ^5

O

O CD t-quot; € _( a o

^ c_, p O

SdS

O

c

cc

O

k O

C/2 ^

c5 ^

O r

C

O . c bD ..r^\' O

■ -5 ^ (D w

CS gt; P. jT-Ö 3

bC lt;1^ ? «D a o 3 OJ quot;So

-Ö =-

rt ^ ^ cc

—- o ^

O Ir ^

gt; c£-2

bCS

O CD

C ct

lt;D in ■

^ bo-gj

s.

tgt; -r rj 5

bC cd ^ o »gt; c/3

S . cd « g 52 - n -a ^

JU O CD P Q..

Oj bD S S -^ -*- ci 2 cd ci quot;

d

^ (D lt;D gt; CD

5(j 5 bD

CD • 3

^ ^ O ^ CD

^ CD

tn

\'TS

O O)

0) M

bD CD

o;

i ^ S P —

in 2-i aj o C O O T3 bC CS

9 ^ C bt

m c O • —

^ O ^ c O) bDJï (D O

Td Oj bD:^ 3 ^ ^ OJ N

S :- Ti °

?» X! C

0)

-H ^ \'ï

Cï ^ lt;D ^OO O

§ O bD t

^ -P -

q s

w -ei ;Sl^

^ ii|t§ O 2 1 lt;M rt CC -5 O I !/2 I O-O O I O \'- ^ O „ O O 1 -r-i quot;Z Ol OO

O 72 CO

S-I 0) O O O

O gt;735 Td S3 O (1) O 1——1 O

bD b£i— 1=

Sc- ^

QJ lt;u S c^-iS 5 ^ §

O

C/2

CD c:

O

tf cS

tS3

OJ -i O 2 .

X O O U g i;

O bCr£ =

O ^jS £% fl _g

R quot;S S gt; O ^

2 — cd ■- S

rfl n: bD o

© -

0 3

J s »1

ocr page 62

54

1 Ö

xn

CD _

g-S

05 S X3

O

» S^.

Qh L-O O O

bDN

o t- ^ 0-0 N

Sh 03 O T3 tlt; r^

d)

O Kf-)T3 CJ c/}

C§^S

S C ^2 « wM_^w-Mj3c303rt^ -C cö c gt; bc fl *

^ ■-d 03

^ quot;S

ö C/3

lt;D

Q

c I I 03 -l-3

cd fl c c 13

0J quot;g o lt;» o;

_ 2 JO 03 ^

S O ^

- ^ b£ ^ lt;D

_, (D (1) rrt g.^-^ ^

2-0 «J - -

fcC g ^3 - c 2 2^ ft-S

Ö S w

13 03 « - -O .^2.

^ -fij :3 2 ^ \'O

03 O ^ 03 O gt; ?

-g gt; quot;S . f-, ^ -^3 lt;11

£ quot;S 3 ^ c/5 o ^

«in

.S 2 ^

21 ^ o N -g S

t; -p S .2 s

g S -fl

^ -4-3 -fj r*

% o =* C-5

| a S^Dg

03 ^ 3 ft ÖD\'

TS cc in C

: C CJ 03 OS

03 M *3 \'a quot;

fcD m C -^

° c 0 c c

c3

Sc§ .1

I quot;quot;Ö

1 feo-g

-ö _H 03

S -2 amp;o £ 2 bD

G O) .S ^ \'oC ^3 fn

O lt;D

tquot; 53 1 ^ ^ ^3 (X)

S 1° ë

N \'d

fn »-^

03 SO

a ^

2

a -a a 0

S 0

I5 N

I

m O

lt;D

■V2 G

?-h CV) 2

.2 Ö \'S

d

O O

co

I

O O

r^[

O

O r— CSJ .z,

C3 C3 C2 N3 O

to bD o ^

fl S gt;

bC 5

c ~

amp;

O

c£5

Ky,

O .O

■o

S P c5

I CD .T I

^ s ë ft 2 gt; .r-t Ö ■ -=

.SP _ § 2

■*i Ö 03 173

quot;Tquot;? Ö

\'n S- ^ J Ph S 2C ^

0fe|§^ .-s N^-s ë

^ en öb-2 quot;

c S \'== S .2

HH 2H

lt;Xgt; lt;D O c3

N

O ^ O r^

^ l^ • J

c5 O

^ bflïï amp;-S

w C

0 b0

lt;D ^ — gt; ^ ^

■OÜODamp; ^4 CD

0^ gt; ^

CD

^5 O

-O C

bD z

O

K^j »-v

O CD

O Q

\'? a

o o «4-i o oj

O O O O c-l co -=* ^

I I I I C3

o ^o O r;

tn

O So go % E co c^

I V

O ^ O

H a

CD P.

lt;D I lt;D I

-♦j O ^

tn o tn o QrZ \'c{)gt;

« O ^

rt b£) S ö

03 2 03 fl

quot; _2 m -2

amp; ^ ÖDl^^

C

S g

^ bX)

Pc^ «D

CD Ö N O

2 § 03 00 O t*

lt;D

O

tss N a -IÜ quot;c rO ^

S\'^ -4-^

ft OS

2 fl OCv 03 ■-C! TS \'O t,

ci C fl s-i fl .

jj jj 03 O 03 03

I

PH

lt;D -*-gt;

O

0) I i-rt —\' w CD

Oh ^

O

A »

H H

ac ©

»

n

-5)

-a!

S!

ocr page 63

55

£m H \'quot;^ Sb Lquot; g quot;3 c\' 2 0 03 ^ Ïk-S amp; H O ö

^5 ^ g Sb « ? -2 ^ •- S) A quot;=-

■22 ^ ^ gfè0 g -ö s ^ ^ es « « «

^^bCO^SCg-r-jnSS ^

lf\'lsM \'.HP

g-i g^3 | gl « £ CC-S S.S\'ê g Ir s^-g s

2s^i^s|jri|sêi

^ \'Z-u n~i ^7 JIh ^2

a3

O?

N

lt;D pgt;

• —lt;

?-*

(-i

r—

0

s

:^3

CD

ci cu

S a^ °- abcs s o; p

= ^ «D - o ^1-1 j-\' ^ _ rt -S o) r;

CS w CD c ö

hj lt;u_~rF) _ — _ aj1-^ 0

-J} ^ £_.— --! __, ^ ^ rï \'\' 2 Z

^ oD /—j —i • 1—5 O ,__ \'—■ fli ••—1 z-^

^ CD CD rnP O ^ ^ 9

b pO bD.S ^ O ^ T3 ^ ^ ^

c^gSÏ?^ b SI.® S

a jz

irc^:\' „\'o quot; y 5 quot;o

^ X,^ 1^ «2 • _a ^s; ^

-Se ic^ £gt; ^ ^5 j

r^s O lt;V O cl Z S5 C rK rh

§ ^-g g-ois .SS ^ ^ ^ 0. ^

? «^^3 ^ o I o a^

^ O . QJ \' [quot;quot;5 /—1 O O

g ö gt; Ê? § g CM O O O O

K? S C ? -2 cS^, 0 -1-r0 0 0

S = O ■ 2 c _■ 0:1 9 .« O O CN

2 N T3 O ® quot;O -rH ^ O 2 O 5^ O O -

2 2 fl quot;3 d s 1 j O - O =3 O 10 s ii c S r gt; —2 15 O\' S\'-^1 ^ 3

o^igi . 1 1.2

? quot;3 ^ quot;T*1 r£rquot;:^ 2 ^ quot;t^ ^1 ^1

cocc^c-^ 150-50^0 OC5

^ I-O O f^n N bJD C/2 rH PH?0 r^H ^

Ö(D«DS^E5r::^■ J(D:-,

Orr^n-j—.c3G _O

ëggo^ s^.s

bflbC^S CLgt; 2P =

o^l c § a g ^ o g S rt-

S K S-p.-

^ a ^ amp;c c. ^ _

•- l73SP„ö^ CC-t-i

Z-èS$ D*vamp;£s gs oCö-.i g.s g|

CDCl^T-O^^CDCD?\'

1 1 1

^ S ^ G : quot;ö

.2^.^ S 2 0 5^ g

^ o te rO ^ bX) bD cd ^

GC

©1

ocr page 64

50

\'ZTi I

O ^

O

Ch ö p O lt;D ,C3

«D gt;-

tl) 2

.-„ aj .

oD p O)

^ CD S ^ c-^S n -\'P

Oi fn ri c/ü

C .O

-g^ beo ^ .i^

\'S O to 0 C3

O •- c3 s; _ï IJ ^ T:-

gt; id s-

G 9). CD

^ ^ -S ^

QJ OJ

•O Ji quot;5

■te :z^

^ r-.

\'oO-^

C r-

nj G

^ d) .

\'rtD gt;quot;2

dn 0 jn O ^ §

ö s

£ gt; bD

K- g

§

Ï Jl

ITl

CD CD

bfcrd

Qh^

O k

O 6

r: o •=

S

c!j

Kgt;

O

■O

O -ö ct

C1 O ^

\'S 2

^ 3

O ^

3 o

■J- o\\

53

O

o .

a

o

•S ]

C/3

.

D

O

O

fC

O

1/2

\'o

g;

Kquot;

tfi s

p

lt;D

O

O

ïgt;

K0

*f3

(—^

p-

\'^—2

o

O)

s:

• J

-4-i

f—-!

c5

T3

ö

-S:

O

r-H

\'cl

O

rs: ,

^ 9 O -gt; bD

CS o — O P*C0

11

Cu

-J—• .2 *5

O

Q

c3

c3

id

O

Qj

.

.

Ó

O

\'ÖS

Kgt;

kgt;

O g

d ^

O

o

ö

o

O

o

1^

O

CM

•gt;

ó

ó

O

O

^ O

iC

vH

O IO

-H

C/3

O O

ó

O

lt;D O

03

amp; a .öp,bc

0 lt;D 2 \'-0 ■ J ^

Ö G S -ö o fcn

(T) -— QJ (D

be bc !gt; gt;

O O 2 -G _ o

§ s3!ê-

^ O H .. ,

O b0

-•» ^ ■ J bD

D ^ o

Q bCTr; o c ^ S O ^

© pa

fi ;^-5

; cc

Ö K\' P*

W

ocr page 65
ocr page 66

58

Bij de „Maatschappij tot verkoop van Hulpmest-steeds de volgende meststoffen verkrijgbaar tegen de

toffe

.aags

\'LAT

A. MESTSTOFFEN VOOR IN

1. Stikstof houdende :

Chili-salpeter (15—16)., Zwavelzure ammoniak (20—21).

Kandbouwkalk.

Basisch Phosphorzure kalk als Veevoeder.

2. P/i osp hor zuur houden de.

Superphosphaat (14—20). Thomasphosphaat (14—20). Superphosphaatgips (2—4).

Kainii Karm Sylvii Zwavi Zwavi Cliloc


OR

STquot;

TR

4. E phaa rijst,

EE

Vee Gif ma

cijf zur

2. Salpeterzure kali (13\'/2 x 44) voor: rijst en suiker.

3. Phosphorzuur ammoniak (7 X 46) voor: koffie, thee en cacao.

D. Dl V

Basisch Phosphorzure Kalk voor Zwavelzuur. — Koper- en Ijzervitriool. — Bordeauxsch Sproeisel. Sproei

(-j-) Zooals men begrijpen zal, geven de tusschen haakjes geplaatste steeds: stikstof, phosphorzuur, kali? behalve natuurlijk bij de salpeter

B. MESTSTOFFEN VO

Behalve de hiervóór genoemde speciaal: „Bl-OEMENME

G. MESTSTOFFEN VOOI

1. Salpeterzure kalimagnesia (8 x 37 x 4) voor: suiker, koffie, thee. cacao en tabak.

ocr page 67

59

stoffen in Nederland en Koloniënquot;, te Dordrecht, zijn laagste, hier te lande genoteerde prijzen:

mest n di

LANDSGHE CULTURES, (t)

3. Kalihoudende:

Kainiet (12.4).

Karnalliet (10).

Sylviniet (15).

Zwavelzure kali (21 en 48). Zwavelzure kali-magnesia (27). Chloorkalium (50).

4. Samengestelde:

Peru-guano (7 x 91/., X 2). Beendermeel (5 X 17 en 1 X 39). Verder alle verlangde mengsels, a!s; ammoniak-superphosphaat. (5 x 7 en 7 x 9), kali-super-phosphaat (7 X 6 en 7 X 10), kali-ammoniaksuperphosphaat (7 x 6 X 7), enz.


OR DEN TUINBOUW.

STquot; (12 X 16 X 20) en „GAZONMESTquot; (7 X 19 X 35). TROPISCHE CULTURES.

4. Dubbelsuperphos- | 5. Thomasphosphaat )haat (44—48) voor; I (14—22) voor: rijst, rijst, kolïie en thee. l suiker, cacao en tabak.

6. Phospborzure kali (38 x 28) voor: rijst, koffie, thee. cacao en

indigo.


ERSEN.

Veevoeder, Nicotine Zwavelpoeder.

Gips. — Vette Kluitkalk en Landbouwkalk.

machines, Blaasbalgen enz.

cijfers het gehalte aan. Bij de samengestelde meststoffen is de volgorde zurekali-magnesia, waarbij de volgorde is: stikstof, kali, magnesia.

ocr page 68
ocr page 69

BEKRONINGEN.

Tilburg 1890. ie Prijs (Zilveren Medaille). Dordrecht 1890, Eervolle Vermelding (Buiten Programma).

Culemborg 1891, le Prijs (Verguld Zilveren Medaille). Kruiningen 1892, le Bestuur sprijs. Doesburg 1892, 3 Eerste Prijzen, 2 Bestuursprijzen en 2e Prijs.

Leiden 1892, le Prijs (Gouden Medaille). Oosterhout 1892, 5 Eerste Prijzen, Bestuursprijs en 2e Prijs.

Winschoten 1893, Eere-Diploma, Gouden Medaille en 2e Prijs.

Nijmegen 1893, Eerste Prijs, Tweede Prijs, 2 Eerste Bestuursprijzen.

\'s-Bosch 1893, Eerste Bestuursprijs (Buiten Programma). Amsterdam 1893, Eerste Prijs Gouden Medaille. Eerste Prijs en Tweede Prijs.

Batavia 1893, Zilveren Medaille.

ocr page 70

Rotterdam 1894, Verguld Zilveren Medaille. Uithuizen 1894, Verguld Zilveren Medaille.

Gonda 1894, Verguld Zilveren Medaille. Enschede 1894, Verguld Zilveren Medaille. Hengeloo 1894, Verguld Zilveren Medaille. Zuidlaren 1894, Zilveren Medaille.

Velp 1894, Zilveren Medaille. Groot-Ammers 1894, Eerste Bestuursprijs. Woerden 1894, Eerste Bestuursprijs. Doorwerth-Jtenkuin 1894. Eerste Bestuursprijs. Loosdrecht 1894, Eerste .Bestuursprijs. Weert 1894, Diploma van Verdienste. Antwerpen 1894, Zilveren Medaille. Arnhem 1895, Verguld Zilveren Medaille. Arnhem 1895, Zilveren Medaille.

Edam 1895, Gouden Medaille. Maastricht 1895, Verguld Zilveren Medaille.

ocr page 71

--

—

■

_

ocr page 72

1

ocr page 73

Vanwege de Maatschappij tot Verkoop van Hulpmeststoffenquot; zijn mede uitgegeven en worden op aanvrage gratis toegezonden:

a. De aanwending van Kunstmeststoffen in tuinen en

boomgaarden en op lias- en kamerplanten, vrij naar het Duitsch van Prof. Dr. PAUL WAGNER.

b. De bemesting der Indische tabaksgronden, met een

voorwoord van Dr. A. M. PRINS, Rijkslandbouwleeraar te Deventer.

c. De bemesting der koffietuinen.

d. Menige wetenswaardigheden voor landgébruikers.

e. Thomas slakke nrneel en het oordeelkundig gebruik

er van.

f. Welke zijn de uitkomsten der proeven omtrent de

behoefte der Suikerbieten aan stikstof, phosphor-zuur en kali.

ocr page 74

i

ocr page 75

Vanwege de Maatschappij tot Verkoop van Hulpmeststoffenquot; zijn mede uitgegeven en worden op aanvrage gratis toegezonden;

a. De aamvending van Kunstmeststoffen in tuinen en boomgaarden en op has- en kamerplanten, vrij naar het Duitsch van Prof. Dr. PAUL WAGNER.

h. De bemesting der Indische tabaksgronden, met een

voorwoord van Dr. A. M. PRINS, Rijkskindbouwieeraar te Deventer.

c. De bemesting der koffietuinen,

d. Menige wetenswaardigheden voor landgebruikers.

e. Thomasslakkenmeel en het oordeelkundig gebruik

er van.

ƒ. Welke zijn de uitkomsten der proeven omtrent de behoefte der Suikerbieten aan stikstof, phosphor-zuur en kali.

ocr page 76

„ ■ BÈKR.OOND MET:

Eerediploma, 28 Eerste prijzen, 15 Bestuurs- en 5 Tweede prijze

Maatschappij tot Verkoop van Hülpmeststoffe

IN NEDERLAND EN KOLONIËN,

GEVESTIGD te ROTTERDAM en DORDRECHT.

Correspondentie uitsluitend naar Dordrecht te richten.

Leveranciers der RijksproefveMeii en andere Rijks-Iurichtingen.

VOLLEDIG ADRES

n «i voor

Stikstof-, Phosphorzuur-, Kali- en Magnesiahoudende Meststolfe

ten dienste van den

INHEEMSCHEN en KOLONIALEN LANDBOUW.

Specialiteit „Duitsch Thomasphosphaatmeelquot;

Echtheid, Phosphorzuur en Fijn.meel gewaarborgd.

A L L É ÉNTÈRT K 0 0 P

VannnieikUr!Sgt;g ZUiVere\' h00g ë\'econcentreerde Meststoffen voo OOFT en GROENTENTEELT, TUINBOUW en BLOEMISTERIJ

Proefkistjes FRANCO huis door geheel Nederland.

„SUPERPHOSPHAATGIPSquot;

tot bewaring en verbetering van den STALMEST.

„Phosphorzure Kalkquot; als Veevoeder.

SPROEIMACHINES TAN VEBSCHILLENDE PRIJZEN.

INJECTEUR GONIN ter verdektng van den Koperworm der Ritnaald enz. Handleidingen enz. worden op aanvrage gratis verstrekt. KOSTELOOS ONDERZOEK

der meststoffen aan de Rijkslandbouwproefstations, mits strikt wordt gehouden aan de voorgeschreven bepalingen.

Telegram-Adres : HüLPMEST — Dordrecht.

Bell-Telephoon: 169 — 194.