ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3

410

r I (i r fj s v r r

ai I I f i .1 ils 1^ i

H

I

LI IILljiiJULl

MET

§lj

AANHANGSEL

VOOR DE MAANDEN

mJLMMT m OOTOBm

m

ocr page 4
ocr page 5

(r-i) \'p^ amp;■/amp;

ö

ili^iliaiiii

MET

^ A. IX HI ^ IT O S E L

VOOIS DE MAANDEN

■ ®AA^T EN @ctobf:^;.\',,,\' „

A lï N H E M.

A. L. VAN DEE MEER.

1887.

Liturgische Vereeniging

^artsbisclom \'JTiRECH T ,

Volgnummer Bibliotheek 6 i

ocr page 6

B.Wg-BIITOATB B«.

Datum Zwom.ae, OTTO A NT. SPITZEN.

ApRti.is 1887. l.ihr. (\'ma.

ocr page 7

AYE MARIA.

Ave Maria, gratia plena: Dominus tecum: benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui Jesus. Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis pec-catoribns, niiiu! et in bora mort s nostrae. Amen.

I I.

WAzmnvAT,

IMagniiicat anima mca Dominum.

Et exabavit spiritus mens in Deo salutari meo.

Quia r\'sj)exit humilitateui aneillae suae: ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.

Quia fei^it mihi magna (|ui potens est : et aanctum nomen ejus.

Et inisericordia ejus a progenie in progenies: timen-tibus eum.

Fecit potentiam in bracbio suo: dispersit superbos mente cordis sui.

.Depo^uit potentes de sede, et exaltavit humilos.

Esurientes implevit bonis: et divites dimisit inanes.

Suscepit Israel puerum suum, recordatus misericor-diae suae.

JSicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semiui ejus in saecula.

(rloria Patri et Filio et Spiritui sancto.

Sicut erat in principio et nunc et semper, et in saecula seculorum. Amen.

ocr page 8

2 111.

ïkilaale rm 0. ï*. Yrowvr,

1. Kyrie eleison, Christe eleison, Christe audi hos. (alien :) C/iris/r exandi vos.

2. Pater de coeiis Deus. Fill redemptor minidi Deus. Spiritus sancte Deus. Miserere nolns.

ü. Sanota Trinitas, Sancta Trinitas, Sancta Trinitas, unus Deus. Miserere nobis.

4. Sancta Maria, Sancta Dei genitrix, Sancta virgo virgin mn. Or a pro nobis.

5. Mater Christi, Mater divini gratiae, Mater Purissima.

0. Mater castissima, Mater inviolata, Mater intemerata.

7. Mater amabilis, Mater admirabilis, Mater. Creatoris.

8. Mater Salvatóris, Virgo prudentissima,

Virgo veneranda.

9. Virgo praedicanda, Virgo potens, Virgo clemens.

10. Virgo fidélis, Speculum justitiae, Sedes

sapiéntiae.

11. Causa nostrae laetitiae, Vas spirituale, Vas honorabile.

12. Vas insigne devotiónes, TJosa mystica,

Turris Davidica.

j 3. Turris Ebürnea. Domus aürea. Foederis area 14. Janua coeli, Stella matutina, Salus infirmórum.

ocr page 9

3

15. Eefugium peccatorum, Consolatrix afflie-torum, Aiixilium Christianórum.

K! Kegina angelórum, Regina patriarcharum, 1 p Regiua prophetarum. f quot;a

17. Eegina apostolórum, Eegina martyriun, ) o llegina confessornm. quot;

18. Eegina vlrgiiaati, Eegina sanctorum om- I ^ nium, Eegina sine labe originali concépta.

19. Eegina, Eegina, Eegina, sacratissimi Eosarii

20. Agnus Dei qui tollis peccata mundi, (driemaal)

20. Puren vnbis Domine.

21. Kxaudi nos, Vominc.

22. Miserere nobis.

23. Kyrie eleison, Christe eleison, Christe audi nos. Christe ex audi nos.

Hf i© der Meimaand.

1. Welkom, welkom sclioone Meimaand,

Aan Maria toegewijd!

Welkom met uw irissche bloemen!

O, wat maakt gij ons verblijd!

Daag\'lijks gaan wij tot Maria,

Knielen w\'allen voor haar troon,

En dan zingen wij. te zamen.

Haar ter eer in jubeltoon.

2. Eiken morgen bij \'t ontwaken

Roepen wij Maria aan,

En wij bidden om-haar bijstand.

Eer wij \'s avonds slapen gaan.

ocr page 10

4

Zij bewaakt ons jeugdin; leven.

Leidt ons steeds op \'t pad der deugd En wij smaken door haar voorspraak Uier een ongekende vreugd.

3. Laat ons dan Maria eeren.

Die zoo gmiHtig op ons ziet;

Gaan wij tot haar met vertrouwen,

Zij versmaadt ons bidden niet; Leggen wij mi, a!s een otter,

A oor haar troon ons hart en geest O dan vieren w\'in den hemel Eens bij haar voor eeuwig feest.

4. O Maria! boog verheven.

Moeder van Gods een\'gen Zoon, A ol vertrouwen op uw goedheid

jN\'ad\'ren wij thans tot uw troon; Zie, wij geven u ons harte,

Xeem liet toch goedgunstig aan, Laat ons onder uw\' bescherming Aan uw hand ten hemel gaan.

« A 10 A im.

1.

WEES OEGI-ilOET.

1. Wees gegroet op kindertoon, Wees gegroet, Maria Moeder

Van Gods eengeboren Zoon, Onzen Heiland en Behoeder: U, die onze Moeder zijt,

TJ zij ook mijn lied gewijd.

ocr page 11

2. Yol van gratie noemde U God, Vol van gunsten en genaden,

O, waar dit ook hier mijn lot Op de smalle levenspaden 1

Moeder (rods, o bid voor mij, Dat ik die steeds waardig zij.

3. God met I], o welk eene eer! Wie zal U dan tegenstreven?

O! mogt ik ook God den Heer, Als Gij, regt ter eere leven! Hid Maria, bid voor mij.

Dut Gods eer mijn streven zij.

4. Heerlijk blonk reeds in uw\'jeugd. Uw volstandig Gods vertrouwen,

Grd beloonde n\\v\' stille deugd, Zeeg\'nend boven alle vrouw en. Bid Maria, bid voor mij,

Hat ik ook gezegend zij.

2.

Ij I E ID

TER EERE VAN

O\'iiss, Lieve Vrouw van het Heilig liil,

1. Hoor ons, o God! Hoor, Vader! onze beden! Ter neer geknield niet harten, vol van rouw; Barmhartig God! Verstoot ons niet op heden! Wij zweren U van nu af eeuwig trouw.

ocr page 12

■terrein.

O Lieve Vrouwe

Van \'t Heilig Hart!

Op U rust ons vertrouwen, j In voorspoed en in smart. )

2. Naast U, o Heer! gaan wij tot onze Moeder, Door U geplaatst op glorievollen troon, Met macht bedeeld door U, o Albehoeder!

Draagt zij èn staf èn Kouinginne-kroon.

Ref\'r.: O Lieve Vrouwe, enz.

S. O Moederlief! O Koningin verheven!

Denk dan aan mij, die U als Moeder mint. \'k Ben ook uw kind, door Jesus U gegeven.

Hoor nog zijn stem: o Vrouw, ziedaar uw kind! Kefr.; O Lieve Vrouwe, enz.

4. En zoudt G-ij dan de stem van \'t kind versmaden,

Dat tot U bidt, aan TJ het harte biedt?

Neem aan dat hart, dat toonen zal door daden.

Dat het in (J zijn lieve Moeder ziet.

Refr.: O Lieve Vrouwe, enz.

5. Wees welkom dan! Wil in ons midden leven!

Aanvaard den troon, neem Uwen zetel in! Wij wenschten L\' een gouden troon te geven.

Maar geven toch d\' onwrikbre harte-min.

liefr.; O Lieve Vrouwe, enz.

6. Maak van deez\' plaats een kweekstoel voor hier boven

En laat niet toe, dat iemand hier verga!

Laat ons met U het hart van Jesus loven,

In \'t eeuwig blij, in \'t zoet alleluja!!

Befr.; O Lieve Vrouwe, enz.

ocr page 13

Wat zal ik gaan beginnen.

Wal^zal ik gaan beginnen,

Maria , Maged zoet,

Mijn hart en ziel en zinnen , Doorblaakt óén liefdegloed: Gij zijt het, die ik minne,

O dierbre Koninginne,

Koningin vol heerlijkheid.

Wees geloofd in eeuwigheid !

Gij zijt mijn\' bruid, mijn\' moeder.

Mijn troost, mijn toeverlaat.

Door wie, als teeder Broeder,

Gods /one mij bestaat.

Gij zijt, die ik beminne O Heiige Koninginne !

Koningin, enz.

Och, had ik zooveel monden Als sterren \'t firmament,

\'k Ging uwen lof verkonden

Alom, en zonder end.

Want Gij, mijn Koninginne, Gij zijt het, die ik minne. Koningin, enz.

Och , had ik zooveel zielen

Als water, lucht en land Van \'s Heeren schepselen krielen —

Ik schonk z\' ü t\' eener hand. Gij zijt het, Koninginne,

Gij zijt, die ik beminne. Koningin, enz.

ocr page 14

8

5. Hoe moet ik mij bekladen,

Dut ik, ellendia; mensch , LT jïoo niet kan behagen,

Als ik het vnria; wensch. Heb deernis, Koninginne ,

Toch zijt ge, die ik minne. Koningin, enz.

6. Ik wil dan alle dagen.

Tot uwe vreugd en eer, Godvruchtig mij gedragen

En dienen Onzen Heer ! Zoo biijke \'t, wie ik minne,

O Englenkoninginne ! Koningin, enz.

.Ifl \\ Ki Sg \\ tn.

1

AyOWDG-ROST TOT MARIA.

1. -M aria\'s beeld, te midden

Van vrolijk sehitt\'rend licht, Noodt ons te komen bidden ,

Bij \'t altaar, haar gesticht.

Komt, laat ons tot haar ijlen, Een kleine poos daar wijlen, Maria, Maria,

Moeder, zegen ons.

2. Wij vallen aan uw voeten,

Neem ons genadig aan ;

Ontvang onz\' laatste groeten Voor dat wij huiswaarts gaan;

ocr page 15

lt;)

Dhti fjaaii we blij te moede , \\ ertromveml op uw hoede,

Maria, (///«) enz.

;-i. Wii wijden n on/,\' harten.

Voor \'t goede , dat ge ons doet ; In blijdschap en in smarten,

In voor- en tegenspoed.

Steeds willen we n vereeren, Kn uwen roem vermeeren.

Maria, {//is.) enz.

4. O stort, niet moederhanden. Uw zegen op ons neêr:

Verbreek des zondaars banden En brenü: tot God hem weer. Dan ziet ge ons morgen weder, O Moeder, goed en teeder!

Maria, (hts.) enz.

2.

Maria gnze hulp in allen nood.

1. {Kenigeii) Moedermaagd, wij groeten (Allen) IJ, Maria teêrl (Ecnigen) Vallen u te voeten (. lllun) Moeder van den Heer. O Maria, help toch al. Wat hier zue\'nt in \'t tranendal!

2. Wil door uw erbarmen.

Moeder van den Heer!

Liefdrijk ons beschermen.

Zie toch op ons neêr.

O Maria, enz.

ocr page 16

10

Trek ons ongeschonden, Moeder van den Heer!

Uit het slijk der zonden. Zie toch op ons neer.

O Maria, enz.

quot;Wil ran lijfsgevaren, Moeder van den Heer!

Liefdrijk ons bewaren. Zie toch op ons neêr.

O Maria, enz.

Vruchten schenke ons de aarde Moeder van den Heer,

Op uw beê vol waarde! Zie toch op ons neêr.

O Maria, enz.

Kwelt de nood ons \'t leven. Moeder van den Heer!

Wil dan spijs ons geven. Zie toch op ons neêr.

O Maria, enz.

En in oorlogstijden.

Moeder van den Heer!

Wil dan voor ons strijden. Zie toch op ons neêr.

O Maria, enz.

En als wij eens sterven. Moeder van den Heer!

Ons gena verwerven;

Zie dan op ons neêr.

O Maria, enz.

ocr page 17

11

1). Als de ziel gaat scheiden. Moeder van den Heer! Wil haar dan geleiden, Zie dan op ona neêr. O Maria, enz.

10. En na \'t aardsche lijden, Moeder van den Heer, Eeuwig ons verblijden, Zie dus op ons neêr. ü Maria, enz,

3.

. ïoen ik U zag, in eendracht \'t hart verheven. Begeesterd om Maria\'s vaandel staan;

Toen sloot ik mij, door liefd\' alleen gedreven. Vol vreugd bij U, Maria\'s kinderen! aan!

En \'k zwoer dat vaandel trouw voor gansch mijn leven (reen macht op aard\' zal van dien eed m\'ontslaan

UVT raan, Maria! door mij uitverkoren,

Verlaat ik n et, dat heb ik God gezworen!

. \'k Verlaat u niet, en — moest ik rustloos zwerven — Jk trek met vreugd n na ten lieilgen strijd;

Ja\' moest ik voor Maria \'t leven derven,

gt;i\'og zij mijn laatste blik heur vaan gewijd!

De wereld mag mij dan haar spot doen erven: Mijn hart\'is, zoo voor smaad als eer, bereid;

Hei dierbaar vaandel, door mij uitverkoren, Verlaat ik niet, dat heb ik God gezworen\'

ocr page 18

12

3. Al üjoede Hemelvader. God en Heerel

Hcclit (itij uw vaderzegen aan die vaan;

Maak, dat ik haar bewaren moog\' in eere,

Als ik in \'t vuur van \'s levens strijd zal staan; En uw krachtdadige gena venneere,

Wen uiij de kracht tot strijden dreigt t\'ontgaan! Maria\'s standaard, door mij uitverkoren.

Verlaat ik niet, dat heb ik God gezwoivn!

4. En Gij, verheven Hemelkoninginne,

Ju wie ik steeds een teedre Moeder vond! Smeek toch uw Zoon, wiens eindelooze minne

De Godheid aan het stofUjk hulsel bond, l)at mijn verdorde hand met blijder zinne

Nog uwe vaan omklemm\' in d\'en^e stond. Trouw blijf ik \'t vaandel, door mij uitvtrkoren. Tot in de» dood, dat heb ik God gezworen!

U I M S Bgt; A G.

1.

BE KIIDEE1Ï VAH MAEIA.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren,

Onder \'t kruis nam zij ons aan,

Z jn wij bij haar, niets kan ons hinderen. En onze harten zijn voldaan!

Maria,

Allen zijn we uwe kinderen,

Maria,

Lacht ons als moeder aan.

ocr page 19

13

1. We aanschouwen U, met de armen open, De hand omstraald met \'t noodig gratie licht;

Wat mag uw kind van U niet hopen!\' (led heeft uw troon naast zijnen troon gesticht.

Wij allen /.ijn Maria\'s kind\'ren, enz.

2. Een sterrenkrans blinkt om nw schedel, Uw glans verdooft den felsten zonnegloed,

(xij trapt de maan, zoo net\', zoo eüel: De tielscne draak ligt plassend in zijn bloed.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

3. Komt schrik ons teeder hart bespringen, Op \'t zien van satans list en boos geweldquot;;..

Wie kan ons uit uwe armen wringen r Uw liefde, uw magt is tusscheh ons gesteld.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

4. De wereld toont haar brooze goed\'ren,

Boemt \'t schijngeluk dat hare minnaars streelt.

Terwijl gij. Moeder aller moed\'ren,

Jlet ware goed aan uwe kind\'ren deelt.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

5. Weg, ver van hier, gij schandvermaken. Die lach en dans met zucht én tranen paart.

Men kan uw cloodend gif niet naken,

Waar Jesus liefde ons ware vreugde gaart.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

(!. Trek steeds tot TJ ons hart en zinnen, O Koningin van \'t zalig hemelhof,

Uat wij, naast Jesus, Li beminnen,

En eeuwig meer verhetïen uwen lof.

Wij allen zijn Maria\'s kind\'ren, enz.

ocr page 20

14

2.

^H^EES ^EGI^OET.

1, Wees gegroet vol van genade,

O Maria, Moedermaagd, (hm.)

Die op ganseh bijzond\'re wijze,

Aaii den Schepper hebt behaagd (///s)

Ü. Grij, die onder alle vrouwen Uitverkoren zijt geweest,

Om den Zoon van God te baren Door de kracht van zijnen Geest.

8. Met U zij de vrucht gezegend. Die uw maagdelijke schoot Aan het menschdom heeft gesehonken, Tot verlossing van den dood.

4 O Maria, om uw deugden

Thans verheven by Gods troon, Moeder Gods, stort uw\' gebeden Voor ons, zondaars, bij uw\'Zoon.

5. Bid, terwijl we in zielsgevaren. Zwerven in dit aardsche dal; Bid voor ons in \'t uur bijzonder , Als de dood ons naken zal.

ocr page 21

15

3

O \'tizve £)lCoe3et.

1. Aan uwe h.and en zij,

O lieve Moeder, o lieve Moeder! Juicht mijne ziele blij,

O lieve Moeder!

Want troost in wreede smart Schenkt mij uw minnend hart O lieve Moeder, o lieve Moeder!

2. Omkleed met hooge macht , O lieve, enz.

Vol liefdes hoogste kracht,

O lieve, enz.

Straalt Gij naast uwen Zoon, Op \'s hemels rijksten troon. O lieve, enz.

■3. Ach, moeder, teer bemind, O iieve , enz.

Ach bid daar voor uw kind, . O lieve, enz.

Dat zucht vol nood en pijn, In \'s werelds rampwoestijn. O lieve , enz.

4. Ach Vrouw, zoo goed en groot, O lieve, enz.

Steun mij ook in den dood ,

O lieve, enz.

Opdat eens aan uw zij Ik juich met d\'Engelenrei. O lieve, enz.

ocr page 22

16

W O E ft *» B» A ii.

1.

LIED VAN DEN H CASIMIRUS.

1. O Gr ij , die troont Waar Jesus woont,

Zie gunstig op ons neder, Ons zondig hart ,

Verkwijnt van smart,

Toon U ons Moeder teeder.

2. Hoor onze beên ,

Stil het geween

Van die uw zeaien vragen ; Ten allen tijd Zal \'t hart verblijd U dankend hulde dragen.

3. Weer van ons af Der zonden straf:

Het onboetvaardig sterven ;

Neen , neen , het kind Door U bemind ,

Zal nooit genade derven.

4. Klim\' kindertoon Tot voor den troon ,

A\\raarop Gij zijt verheven , Dan volgen wij ,

Uw kind\'ren rei,

In Sions zaal\'ge dreven.

5,

Schenk ons nu deugd, Hierna de vreugd Van met de Hemelingen ,

ocr page 23

17

Vereend van geest, Op \'t eeuwig feest, Maria\'s naam te zingen.

2.

Aan Mam m de maand Mei

1. Laat ons allen vroolijk zingen,

D\'onbevekte Maugd ter eer;

I\'!iat ons thans haar troon omringen

Knielen wij hier voor haar neêr! \'tls de Meimaand, maand van vreugde

Aan Maria toegewijd,

Uie ons ieder jaar verheugde

En ons thans op nieuw verblijdt.

2. Wederiiefd\' aan XJ tc ^ev6n.

Moeder, dit is kinderplicht;

Al ons bidden, al ons streven

\\\\ ordt door IJ tot God gericht. U te loven, U te prijzen,

Dit is daag\'lijks onze vreugd; Liefde willen w\'u bewijzen

Door ons t\'oefnen in de deugd.

3. Moeder, ziet gij ons bekoren,

Ot ook soms ter neergeveld, \'t Is toch met ons niet verloren, _ Als gij ons ter hulpe snelt. \\ ol van liefde en vermogen.

Ziet g\'ontfermend op ons neer.

En — tot in de ziel bewoge.i _

Brengt g\'ons tot het leven weer.

ocr page 24

IS

4. Moeder, zie dan hier uw kind\'ren, Niets strekt meer ons hart tot vreugd, Dan dat gij ons zonder hind\'ren

Moogt geleiden in de deugd.

Sluit ons in uw liefdebanden,

Leid ons aan uw\' Moederhand, Tot dat g\'ons eens aan doet landen In het eeuwig Vaderland.

3.

(óiïgroct, o itnulhoningin.

G-egroet, o Hemelkoningin , Salve Eegina!

Der menschen troost en schutsvriendin, „ „

Stijg\' uw lofzang , Cherubijn ,

En uw danklied , Serafijn ,

Hoog in \'s hemels kristallijn !

Salve , quot;salve , salve Eegina!

\' Gij zijt de schuts der christenheid , Salve Eegina!

De moeder van barmhartigheid, ,, ,, Stijg; enz.

Ons leven, zoetheid, hoop en vreugd, Salve Eegina!

Ons lichtpunt op het pad der deugd ; ,gt;

Stijg ! enz.

Wij zuchten in dit tranendal , Salve Eegina!

Gedrukt door \'t zware schuldental; ,, » Stijg ! enz,

Dus roepen w\' uit ons ballingsoord , Salve Eegina!

Tot U, wier bee God steeds verhoort; ,, ,,

Stijg ! enz.

ocr page 25

19

Wees onze voorspraak bij den Heer , Salve Ifegina

En zie meedoogend op ons neer ! ,, „ Stijg! enz.

En voer ons aan uw Moederhand , Salve Regina

Hierna in \'t eeuwig vaderland ! „ ,, Stijg ! enz.

1» €gt; M Efc B1quot;. ES U A.

1.

Lofzang en Opdracht aan de 1, Maagd;

1. O Maagd, o schoonheid nooit volprezen ! O kunstgewrocht van \'t Opperwezen !

Wat Juister schittert van uw troon ; De Seraf, aan zich zelv\' onttogen.

Juicht voor uw grootheid neergebogen ; O Koningin , wat zijt gij schoon ! (6is.)

2. Al mist, Maria! \'t aardsche duister

Het schouwspel van uw grootschen luister ,

Ons koestert tocli uw liefdegloed. De Hemel roemt uw heerlijkheden , Wij juichen jublend hier boneden :

O Moedermaagd! wat zijt gij goed! (6is)

3. Voorwaar wij hebben \'t ondervonden ,

O! dat wij \'t toch vermelden konden.

Wat balsem ge ons in \'t harte giet ; Uw mildheid kent voor ons geen palen . G-een kleur kan uwe teerheid malen ;

Xeen, beter Moeder is er niet ! (pis.)

4. Dank, dank voor zooveel liefdedaden ,

Voor zooveel duizende genaden,

Ontvloeid aan uwe Moederhand.

ocr page 26

20

Ontvang voor al die zegeningen , O Moeder! van uw lievelingen

Hun hart tot eeuwig onderpand. (Ins.)

T). O Moeder, altoos even teeder,

O zie met welbehagen neder

Op \'t offer van uw dierbaar kroost ! Schrijf in uw hand ons aller namen ,

Neem in uw hart ons harte /amen ;

Dan, Moederlief, zijn wij getroost! (Jris.)

(5. Dan mogen vrij de winden tieren ,

De bliksems door het luchtruiai zwieren ,

En monsters woelen in de zee :

Vergeefs hun razen, hunne woede. Wij zeilen, onder uwe hoede

Beveiligd, naar de hemelreê! {bis.quot;)

7. Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen. Daar zingen wij met blijder stemmen ,

Geschaard om uwen zegentroon. Uw Naam tot lof en God ter eere Maria, Moeder van den Heere ,

Wat zijt gij goed ! wat zijt gij schoon (bis)

2,

Aan mijne onbevlekte Moeder,

Wij prijzen vol vreugde de zuiverste Maagd,

AVIj prijzen ze in vroolijke zangen:

Has ir schoonheid heeft eeuwig haar Schepper behaagd,

/ij werd zonder zonden ontvangen.

O reinste der maagden, IJ prijze mijn lied, A ersmaad, ach! versmaad mijne zangen toch niet.

ocr page 27

2L

Van \'t hoogste des hemels zag God op TJ neer,

Zijn oog sloeg U liefdei ijk gade;

Reeds vóór uw geboorte werd Gij door den Heer

Vervuld met de grootste genade:

Gij bleel\'t steeds van iedere zonde bevrijd, En eeuwig uw\' Heer en uw\' Schepper gewijd.

Gelijk onder doornen, de lelie bekoort.

Zoo zijt Gij het sieraad der \\rouwen:

Ach mocht ik, o Moeder van \'t Eeuwige Woord,

Toch al uwe schoonheid aanschouwen, O vlekk\'looze Moeder, wat zijt Gij toch schoon! Gij deelt in de schoonheid van Jesus, uw\' Zoon.

3.

HU WEES GEGROET.

1. Xu wees gegroet

Maria zoet.

Des hemels koninginne; Ontvang den groet, O vrouwe goed. Van d\'Engel, blij van zinne.

\'2 Gegroet zijt gij

Met melodij Van eindelooze koren: Het nachtgetij Is dan voorbij; De zonne worde geboren.

AVees gij verheugd Met hooge vreugd. Genaderijke vrouwe:

3.

ocr page 28

22

quot;Want uwe deugd En scboone jeugd Brengt alles uit den rouwe.

4. Gegroet hiermee,

Gij brengt ons vree, O schoonste bloem der bloemen, TVil \'t aller steê Ons, door uw beê.

Voor God uw kinderen noemen.

v is a,s a o.

i.

HULDE AAN MARIA.

1. Wonderschoon prachtige, quot;Wondergroot machtige.

Lieflijk volzalige heruelsche Vrouw! Wie \'k mij ais teeder kind. Liefdevol toeverbind.

Ja, mij met ziel en met lichaam betrouw! Goed, bloed en leven quot;Wil ik u geven:

Alles, ja al wat ik ben van af nu. Geef ik met vreugde Maria aan u.

2. Sterren omglanzen u.

Zonnen omkransen u.

Troostende ster in de nachtelijke vaart! V oor de betreurende,

Menschdom besmeurende, Zoudesmet beeft u Gods Almacht bewaard. Zalige Moeder,

Jesus, oiiz\' Broeder,

Heiland en Eedder van Adams geslacht. Hebt gij uit Sion op aaide gebracht.

ocr page 29

23

3. Hemelscne Koningin,

\'s Eeuwigen Voedsterin, Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk! Sterkte der strijdenden,

Zalving der lijdenden.

Levende bron, in vertroostingan rijk! U, o getrouwe.

Machtige Vrouwe,

Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder, och! voer ons op zekere baan!

4. Gij zijt en heil en troost.

Voor \'t u steeds minnend kroost, Vorstin des hemels en Moeder van Grod! Spiegel der Zuiverheid,

Bijstand der C.iristeuheid,

Ark des verbonds, geleidster tot Grod! Werp op mij neder,

Moeder zoo teeder,

Moeder! ja werp toch uwe oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo wandelen als gij.

5. In lijden geoefende.

Kent gij bedroevende

Kampen en pijnen en innige smart. JS\'iemand verlaat gij ooit;

Kind\'ren verstoot gij nooit; Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in \'t jijden.

Sterk ons in \'t scheiden,

Bid voor ons uwen God\'lijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn\' eeuwigen troon

ocr page 30

24

2-

ST-AIB-A-T 3VE^.TEBgt;.

1. Schreiend, och zoo droef en teedor, tStond zij bij het kruis ter neder,

Daar heur lieve Zoon aan heng. O wat leed dat zuchtend harte,

Wien het zwaard der felste smarte, Diep verscheurend binnendrong.

2. Wie is mensch en zou niet schreien. Zag hij Jesus\' moeder lijen,

In het lijden van den Zoon!

Yoor zijn volk, voor onze zouden, Heeft zij Hera zien gees\'len, wonden. Kronen met de doornekroon.

3. Haar beminden Eengeboorne,

Moeders eenig\' uitverkoorne.

Zag zij aan den dood ten buit. Van zijn vrienden zoo verlaten, Afgestreden nitermaten,

Blies Hij d\' adem zachtkens uit.

4. Moeder, moeder, bron van liefde. Och, dat mij de pijn doorgriefde,

\'t Vol gevoel van uwe smart! Doe mij minnen, doe mij klagen! Laat mij Christus toch behagen. Met een vurig minnend hart!

5. Laat ik mij met u vereenen.

Bij het heilig Lichaam ween en,

Weenen tot des levensend!

Mij zijn bloedstroom! mij zijn wonden! Aan den voet van \'t Kruis gebonden. Weeldedronken van eliend!

ocr page 31

23

(!. Maagd, rler maagden glansrijk voorbeeld AVees iiiijn hnlp ais God mij oordeelt!

Geef tot schut» iiiij Jesus\' Kruis! Koom zijn sterven, zijn genade Eens mijn arme ziel te stade:

Ga zij op tot \'s Vaders Huis.

3.

O KONINGIN.

1. O Koningin des Hemels schoon , O Koningin ! Daal neder uit des Hemels woon! ,, ,, Maria, Maria, o Koningin!

\'2. O Moeder van barmhartigheid, O Koningin!

Bid voor de gansche Christenheid ! ,, „ Maria, enz.

3. Bid , dat ons God genadig zij , O Koningin ! Dat Hij ons maak van zonden vrij ! gt;gt; „

Maria, enz.

4. Bid God voor ons om hoop en kracht! O Koningin ! Dat ons gelei zijn Englenwacht ! „ „

Maria, enz.

5. Bid voor den Oppervorst der Kerk , O Koningin ! Opdat hij heilrijk zeijn sterk ! „ „

Maria, enz.

6. Bestuur ook onzes Konings hand , O Koningin ! En weer den vijand van ons land! ,, „

Maria, enz.

ocr page 32

20

7. Keer noodweer, hagel, duurten af, O Koningin Keer ziekten, pest en andre straf! „ „

Maria, enz.

8. Sta ons dan bij in allen nood , O Konino-in En bid voor ons tot in den dood !

Maria, enz.

%

x \\ rF u ie m a G.

i.

Vreuyde der Kinderen van Rüaria onder hare beschermini!.

1. Kinderen van Maria ,

Zwaait de zegevaan ;

Zingt het alleluja ,

2sooit kunt gij vergaan !

2. lit haar open handen

\\ loeit een zegenstroom !

Maar op zieJsvijanden

Sling\'ren zij den schroom.

Kindren van Maria, enz.

3. Leger in slagorde ,

Vol ontzaglijkheid,

O ! verplet de horde ,

Die ten afgrond leidt.

Kindren van Maria, enz.

ocr page 33

27

4. Voorbodin der zonne ,

Schoone dageraad ,

Die \'k mijn harte gonne ,

Met een blij gelaat.

Kindren van Maria, enz.

5. Licht der duisternissen,

Liefelijke maan ;

Kan men \'t voetpad missen.

\'t Oog op n geslaên?

Kindren van Maria, enz.

0. Mild in zegenstralen ,

Zonne der natuur ,

Moeder kom ons halen

In ons stervensuur.

Kindren van Maria, enz.

2

IpARÏA , ONBEVLEKT {|| NT VAN GEN.

1. Lieve Moeder van den Heer !

Laat ons om uw zetel dringen; Laat uw kindren , u ter eer ,

\'t Zielverrukkend feestlied zingen, \'t Moet weerklinken luid en blij : ) ^ Moeder, onbevlekt zijt gij ! )

2. \'t Heeft reeds \'t wijde wereldrond

En herscheppend overklonken, \'t Woord door Pius\' mond verkond ;

En uw kind\'ren, vreugdedronken , .Tub\'len op uw feestgetij : 1 ^ Moeder, onbevlekt zijt gij ! (

ocr page 34

28

3. Xeen, dr.t loflied zwijgt niet meer.

Tot aan \'s werelds verste palen , Zullen niet het hemelsch lieer

Al uw kind\'ren luid herhalen \'t Woord van \'t zalig jubeltij : \\ r Moeder, onbevlekt zijt gij! )

4. En we voegen dank en beê

Aan de blijde feestgezangen ; Wie, wie dankt niet met ous meê , A oor al \'t heil door u ontvangen In het zalig jubeltij ? i .

Moeder, onbevlekt zijt gij ! |

5. Zonnezuivre Moedermaagd !

Om de glorie u gegeven ,

Hoor ook wat ons hart n vraagt :

Dat we, na een schuldloos leven. Eeuwig jub\'len aan uw zij: I 3Ioeder, onbevlekt zijt gij ! j

3

Ö cKoninqiit vo t hamp;cz Viyb-Ucic).

1. O Koningin vol heerlijkheid, Maria!

Gij schutsvrieudin der christenheid , Maria, Zie ik ben uw onderdaan ;

Moeder veer ten strijd mij aan!

O help mij strijden Te allen tijden ,

In allen nood ,

Tot in den dood , Maria.

ocr page 35

29

2. O .Vloeder, aller vrouwen kroon, Maria! Uw God en Schepper werd uw zoon, Maria l Smeek het Kindjeu op uw arm.

Dat het mijner Zich erbarm! o help, enz.

3. O zoet , o heilig moederhart , Maria !

Grij leedt voor mij /-oo bitt\'re smart, Maria!

Laat die bitt\'re smart en pijn

Niet voor mij verloren zijn ! o help, enz.

é. O Morgenster na donVren nacht, Maria !

Verlicht mij met uw held\'re pracht, Maria !

Wijs mij door uw. helder licht

Steeds den weg \\iin deugd en plicht, o help, enz,

5. Ü deur des Hemels, lelierein, Maria !

Mocht gij mij steeds ontsloten zijn , Maria !

Voer mij eenmaal uit dit stof

In den schoonen Hemelhof ! o help , enz.

vsa

1. Komt, spoedt u! komt Maria prijzen:

Zij is zoo groot;

Met snaar en stem haar eer bewijr-en ,

Tot aan deu dood.

t Broeders, Zusters, zwijgt nu niet.

Zwijgt Maria\'s grootheid niet.

Maar verheft haar in uw lied.

Wees gegroet, wees gegroet, wees gegroet, Maria!

2. Lokt uit uw speeltuig zoete klanken!

Zij is zoo goed;

En laat uw stem iiaar zingend danken ,

Met blij gemoed.

f Bro(ders, Zusters! zwijgt nu niet.

Zwijgt Maria\'s grootheid niet, c/lt;.r.

ocr page 36

30

. Vlecht, Maagden! om Maria te eeren Een leliekrans;

Eens moge uw leliewit verkeeren In hemelglans.

t Broeders, enz.

i. O Moeders! reeds uw zuigelingen

Zijn haar gewijd;

- Vrij moogt gij hare zorg bezingen: Zij waakt altijd.

t Broeders, enz.

5. Gij, vaders! hoe vermoeid van \'t zwoegen, Zingt haar ter eer;

\'t Wordt ofte rand en zielsgenoegen; Wat wilt gij meer?

t Broeders, enz.

li. O jong\'ling! wijd uw schoonste jaren Aan deze Maagd:

Zij redt uw onsehuid uit gevaren.

Zoo gij het vraagt.

t Broeders, enz.

7. Wanneer de schapen veilig grazen

.

In klaverwei,

Dan moet de herder \'t loflied blazen Op zijn schalmei, f

8. En, scheepling! komt na \'t stormgeklater

De kalmte weêr.

Bezing dan vrij, voor lucht en water, Maria\'s eer. f

9. Wanneer de dagtoorts met haar stralen

In \'t Oosten glimt,

Zij hoore, hoe tot haar drie malen Het Ave klimt, f

ocr page 37

31

10. En spreidt de zon in \'t heete Zuiden,

Haar glans en gloed.

Dan moet de bedeldok weêr luiden Ten Engelgroet, f

11. Maar zinkt het licht naar de avondlanden.

En daalt de nacht.

Heft dan tot haar uw hart en handen: G-root is haar magt, f\'

12. Wij op deze aarde vreemdelingen.

Graan bevend voort;

Zij leidt ons, die haar liefde zingen,

Naar \'t vaderoord. f

Gebed gedurende de Meimaand.

Gedenk, o goedertierenste Maagd Matiia , hoe het nooit is gehoord, dat iemand die tot LT zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door ü is verlaten. Bemoedigd door dit vertrouwen, snellen wij eenparig tot IJ, o Maagd der Maagden , en zuchtende onder het gewicht onzer zonden, werpen wij ons louwmoedig voor uwe voeten neder. O Moeder van het eeuwig Woord! versmaad onze vereenigde gebeden niet, maar neem die genadig aan en verwaardig U die te verhooren. Duizende en duizende stemmen gaan over de geheele aarde in zoo vele vereenigingen eenparig tot IJ op. () Barmhartige Moeder, zult gij zulk een gebed Terstooten ! . . . . verwerf ons

ocr page 38

32

dan, o toevlucht der zondaren! bij uwen Goddelijken Zoon vergiffenis van alle onze zonden, en de genade van in zijne heilige liefde te volharden ten einde toe. Bewaar ons in ons leven voor alle kwaad, en verkrijg ons den goddelijken zegen over alle onze handelingen. Draag gij daarom, o lieve Moeder! al onze gedachten, woorden en werken, ons leven en onzen dood, als een offer op aan uwen Goddelijken Zoon, tot Glorie van zijn H. Kaam, tot herstel van alle oneer Hem aangedaan, en tot zaligheid van onze en alle ongelukkige zielen. Met broederlijke gebeden komen wij tot uwen Zoon, die onze Broeder geworden en voor ons aller Zaligheid aan het kruis gestorven is; met broederlijke gebeden roepen wij tot U, die aan allen tot Moeder zijv gegeven, opdat ons gebed, in zoo krachtige vereeniging gestort, aan uwen goddelijken Zoon des te behage-lijker moge wezen en voor allen genade, vergiffenis en volharding verwerve. Laat dan niet toe, o goede Moeder! dat één onzer verloren ga, of do-r een haastigen dood worde verrast; maar bid voor ons, dat wij in het stervensuur den zoeten troost der H. Sacramenten mogen ontvangen. O Jesus, Madia, Josef! dan vooral, en nu reeds stellen wij onze zielen in uwe handen, want o! hoe beangst zullen wij wezen in dat alle» beslissend oogenblik. Als dan de helsche vijaiul eene laatste poging op onze ziel zal wagen, eIs wij op het punt staan van voor Gods vreeselijken Mechterstoel te verschijnen, o Moeder! o lieve Moeder! Terlaat ons dan niet, maar spreek voor ons, bid voor ons, dat wij met de zoete namen van Jesus, Maria, Josef op de lippen den laatsten adem geven, en onze ziel in de blijdschap des Hemels worde opgenomen, om met U en alle Engelen en Heiligen zijne Barm-haririgheid in eeuwigheid te zingen. Amen.

ocr page 39

33

1.

D TEr\\ EERE VAN DEN ji. ƒ0

1. Heil\'ge Jozef, Gij Behoeder ,

Van den Christus, Godes Zoon, Wij, o Vader,

Treden nader,

Komen tot uw glorietroon.

Machtig moet uw voorspraak wezen , Hoofd van \'t Heilig Huisgezin! Gij, die Jesus en Maria ,

Hebt verzorgd met euiv\'re min.

2. Zóó verheven,

In uw leven.

Om uw deugd en heiligheid, Zoo verheven ,

Na dit leven ,

lu het rijk der zaligheid ;

Daarom heeft ons aller Herder ,

Voor des Heeren Kerk op aard\', Tot patroon U uitgekozen ,

C die \'t Kindje hebt bewaard.

8. quot;Want het lijden.

Dezer tijden .

Dreigt ons met zoo feilen nood, Hooger stijgend ,

Nimmer zwijgend , Dreigen d\' oproerakreten : dood !

ocr page 40

34

Maar onwrikbaar en gelaten

Staat de Stedehouder pal;

Wij , zijn kinderen , zien \'t rol hope

Hij , hij kent geen vreeze of val.

4. Hij, hij staarde,

A^n deea\' aarde,

Op naar \'t schoone hemeloord ; En gelaten ,

Boven maten ,

Vond Hij troost in \'* Heeren woord \'t Woord! zoo plechtig uitgesproken: Dat de Kerk nooit zal vergaan ,

Maar onwankelbaar en stevig ,

Op de steenrots vast zal staan.

5. En met oogen ,

Diop bewogen,

Dringt hij door in \'s Meesters hart Dan vertrouwend ,

Daarop bouwend,

Draagt hij blijde kruis en smart. Door het Kruis toch , door het lijden . Wint de dienaar d\' eerekroon ,

Uit zijn eigen gloriestralen , Hem gevlochten door den Zoon.

6. Maar die smarte,

Treft het harte,

Van ons kind\'ren diep bedroefd\'quot;. Hoor! de beden ,

Hoor! op heden ,

Hoor! o God! wat \'t hart behoeft. Wij , wij vragen eenen Strijder, Machtig tegen \'t duiv\'len heer , Ter verdediging des Pausen , Ter herstelling in zijn eer.

ocr page 41

35

7. Neem, o Vader

Dan te gader,

lieo en zijn kind\'ren aan:

Wil in lijden ,

In ons strijden ,

Aan het hoofd des legers staan. Dan zal spoedig weer verrijzen, \'t (xlorie-licht, de glorie-dag ;

Leo zal dan zegevieren ,

Als geen vroeger leeftijd zag!

2.

H. JOSEPH, Hoofd van het H. Huisgezin.

Hoor, o Jozef, \'t loflied rijzen, _ weerklinkt op blijden toon; t Komt U jub\'lend eer bewijzen. Voedstervader van Goda Zoon.\' Bruidegom van \'s Heeren Moeder

Ln . . . Hun beider trouwe hoeder; _

Nijg uw oor naar \'t ruigehend lied, i)at U onze hulde biedt.

erd uw naamgenoot verheven Tot de tree van Pharo\'s troon, L werd volle macht gegeven Oer \'t huis van God den Zoon;

ocr page 42

36

Ja de Moeder onzes Heeren

WildeTo Jozef, U vereeren,

En haar Zoon, het Grod\'Jijk Kind, Heeft U kinderlijk bemind.

Vrolijk zaagt Gij \'t om U spelen, Of Gij wiegde \'t op uw arm;

Zaagt Ge t straks uw arbeid deelen, VWerd U dan om \'t harte warm;

Maar als Gij met gretige ooren

\'t Woerd uit zijnen mond mocht hooren.

Dan ontbrandde in uw gemoed De allerhoogste liefdegloed

Tsaarstig repten zieh uw handen Voor uw gade, voor ha.ir Zoon;

\'t Welzijn uwer diet\'bre panden

Streelde XJ meamp;r dan \'t rijkste loon;

Schittert hier geen pracht van kleuren,

Ootmoed» tuiltje spreidt zijn geuren Hier verkwikkend in hec rond,

Waar het stil te bloeien stond.

]STu, nu troont Gij hoog verheven Naast Maria, bij haar Zoon;

Smeek, dat na een deugdzaam leven Wij ook doelen in uw loon;

Dat wij iiv do hemelkringen

Ook uw lottied eenmaal zingen. Juichend om de heerlijkheid,

U door Jezus\' gunst bereid.

ocr page 43

37 3.

Lofzaijg ter eere van den \\j. Jozef.

Al stroomt II \'t koningsbloed door d\' ader En erft Grij rechters Davids troon,

Veel hooger staat Ge als Voedstervader) Als hoeder van Gods eigen Zoon.

O Jozef, II te prijken.

Het doet ons kinderharte deugd;

Den blijden lofzang II doen rijzen Geeft voorsmaak van de hemelvreugd.

ra

In Pharo\'s landen heersoht als koning Uw naamgenoot, uw lieflijk beeld;

Gij heerscht in Godes eigen woning,

Waar Hij zijn rechtsmacht met II deelt.

O Jozef, enz.

Aan and\'re Heil\'gen is \'t gegeven

Hun Gei te aanschouwen na hun dood;

Die gunst gewordt U reeds in \'t leven, Ja, Gij omhelst Hem op uw schoot.

O Jozef, enz.

Stond eens de zon in hare sfeeren Op Jozue\'s bevelen stil;

Gij spreekt, en zie: de Heer der heeren Volbrengt eerbiedig uwen wil.

O Jozef, enz.

Hier boven in het zalig Eden

Volgt Jezus immer nog uw wenk;

O zeg Hem, en herhaal uw beden:

Dat Hij ons eens den Hemel schenk\'.

O Jozef, enz.

ocr page 44

88

4.

ÉOSEF, Patroon DER ÉERK.

~lV\' lt; - \'O ^

Nu rijze zoo op \'t wereldrond

Als door de hemelsfeer Een nieuw gezang uit aller mond,

O Jozef! U ter eer;

Want hij, die \'t roer der kerke houdt.

Heeft U daarboven \'t zwerk De zorg en hoede toevertrouwd Van Jesus\' heü\'ge Kerk.

Hij prees de kracht van uwen arm

Die het op Samson wint;

JNiet nadruk toonde hij, hoe warm

Uw vaderhart ong mint.

Oeen beter hoede voor gevaar,

Geen sterker hulp in nood Werd ooit het zoekend oog gewaar, Dan Fins in U bood.

Te Nazareth in de arme stulp

Wamt Gij reeds vorst\'lijk groot! Reik nu der Kerk die vaderhulp,

Die Ge in haar oorsprong boodt, Toen Gij Maria met Gods Zoon

Zoo trouw hier hebt behoed: O koninklijke Schutspatroon,

Wees van Gods Kerk gegroet!

ocr page 45

39

Ü ^roet haar stemme vol van min. En \'t klinkt door \'t gansch heelal; ü roemt zij Hoofd van \'t Oodsgezin

Met dankbaar lofgeschal,

Die in Maria en G-ods Zoon

De Kerk reeds hebt behoed; O Patriarch en Schutspatroon, O Jozef, wees gegroet!

O Vader! zie ons tot U gaan Met heel de schaar der kerk, En hoor \'t eenparig smeeken aan:

Voltrek, voltrek uw werk!

Die eens de Moeder en (ïods Zoon

Hebt in uw stulp behoed,

Zijt nu der Kork ten Schutspatroon, Ü Jozef, wees gegroet!

5.

Hamp;e ■ïiocde in 4icl sïamp;tvamp;wïwiiz.

O Jozef, schuts der stervensspond. Bescherm ons in die veege stond; Verkrijg voor ons, dus smeeken wij, Dat eens ons sterven zalig zij.

Vooraf deed Jezus U verstaan, Dat weldra \'t stervensuur zou slaan; Verkrijg voor ons, dus smeeken wij. Dat ons de dood genadig zij.

ocr page 46

40

Doch heeft Gods wijsheid vastgesteld. Dat onvoorziens de dood ons velt; Verkrijg dan, dat, roo smeeken wij. Die dood ona niet noodlottig zij,

Maria, \'s Heeren moeder, bood U hulp en bijstand bij uw dood; Uw gade sta, dus smeeken vrij, In \'t stervensuur ons allen bij.

Gij werdt door Jezus ondersteund, Laagt stervend in zijn arm geleund^ Ook zijn gena, dus smeeken wij.

Sta in het stervensuur ons bij.

Gedrukt aan \'s Heeren heilig Hart Hebt gij de macht des doods getart; Verkrijg voor ons, dus smeeken wij, Dat Jezus onze teerspijs zij.

Een Eng\'lenstoet daalt bij uw dood En voert U heen naar Abrams schoot; Verkrijg voor ons dus smeeken wij, Dat ons dit lot beschoren zij.

Een troon, een kroon vol heerlijkheid Is TJ door Jezus hand bereid;

Verkrijg dat eens, dus smeeken wij. Een troon, een kroon ons deel ook zij.

ocr page 47

41

1. Eozenkransjen, u zij lof,

Uit den hof Des Hemels neergezonden! Van verscheiden bloempjes schoon Als een kroon, Gevlochten, gevlochten en gebonden.

2. Edel kransjen, dat wel staat

Voor sieraad Op \'t hoofd van G-ods vriendinnen Grulden kroone, die bekroont En verschoont Des Hemels, des Hemels Koninginne.

3. Liefelijke Eoos-plantsoen,

Grij staat groen, En draagt sneeuwwitte rozen; Op elk blaadjen zeer bekwaam Staat de naam Maria, Maria, Gods verkozen !

Yoor de maand Octobor»

ocr page 48

42

4. Dit uw Krausjen, Moeder-maagd, God behaagt:

\'k Zie tusschen vijf robijnen 1 Van ona lleeren Gods gebed, Wonder net, Uwroosjens, uw roosjens lieflijk schijnen.3

5. Psaltertjen s, nw schaliën vreest Satans Geest,

Die Siiül kwam bespringen: Ais hij hoort met zoete taal Menig matil Het Ave, Ave Maria zingen.

■(5. Kostelijkste ketentjen, Dat ik ken!

Xooit beter was te vinden, Om den vijand, boos, en fel, Van de hel, In uwe, in uwe macht te binden.

7. Krausjen zoet, zoo vaak ik ging Voor een riug U dragen aan mijn vinger. Tegen dat hovaardig vat Goliath,

^Zijt gij mij, zijt gij mij Davids slinger.

^8. Ziet, gij helpt mij waar ik ga, Waar ik stu;

Zal ik naar buiten reizen,

ocr page 49

43

5). Met u kort ik wog en tijd,

Die ik slijt Met bidden, met bidden en bepeizen.

10. Als iL in mijn kamerken Met ii ben.

Te kerken, in een boekjen. Dikwijls strekt ge mij te met Voor \'t gebed, l\'.en lieflijk, een lieflijk, zinrijk boekjen.

11. Dat ik steeds u medevoer, Kostlijk snoer.

Gij, die mij kunt geleiden Tot Maria\'s heilgen schoot; In den dood,

O doet ons, o doet ons nimmer scheiden.

12. Laat dees bloemkrans, mild en fijn \'t Bindkoord zijn. Dat mij met haar voegt samen, quot;Wie ik met der herte dien;

Wie \'k moog zien In \'t eeuwig, in \'t eeuwig leven —- Amen.

1 De vijf Onze-Vaders.

2 De tien Wees-gegroeten. Harpjen.

ocr page 50

44

GohGimsn van dsn Rozenkrans.

a. Blijde geheimen.

Wij groeten TJ, o reine Maagd! Die steeds Uw schepper hebt behaagd. O Moeder zoet, voor mij zoo goed! Mijn Koningin, die \'k teeder mint Heldinne groot, mijn hulp in noodt Maria, bid voor ons.

Uw schoot ontving des Vaders Zoon;, Die daalde van des Hemels troon O Moeder zoet ....

G-ij gingt een langen weg te voet En hebt uw blijde Nicht begroet. O Moeder zoet ....

Grij hebt den Heiland dezer aard Te Bethlem in een stal gebaard. O Moeder zoet, . . .

Ootmoedig in Gods huis gegaan,

Boodt Gij uw Zoon ten oft\'er aan. O Moeder zoet....

Drie dagen toogt Gij zoekend rond. Eer Gij uw Jezus wedervondt, O Moeder zoet....

ocr page 51

45

b. Dhoevige geheimen.

1. O droeve Moeder vol van smart!

Moeder Maria! Wat diepe wonde trof uw hart!

Moeder Maria! Moeder, die mij teer bemint,

Hoor de bede van uw kind!

Hoor mij ti bude, hoor mijn bee, Maria!

2. In \'t Hof ken bij het bloedig zweet,

Moeder Maria! Wat droeg uw ziele daar een leed!

Moeder Maria!

Moeder, die mij enz.

3. Wie wie beschrijft uw foltering,

Moeder Maria! Bij Jezus\' wreede geeseling!

Moeder Maria!

Moedor, die mij enz

4. Wat pijn voor U. wat bitt\'re hoon!

Moeder Maria! Uw Jezus draagt de doornenkroon!

Moeder Maria!

Moeder, die mij ....

5. Wat grievend wee doorvlijmt uw borst,

Moeder Maria! Als Jezus \'t harde kruishout torscht!

Moeder Maria!

Moeder, die mij ....

ocr page 52

46

6. \'t Was duizendvoude iiiartcJing,

Moeder Maria Toen Jezus aan den kruisboom hiu;;!

Moeder Maria

Moeder, die mij enz.

Alleluja!:

Verrukt de vreugd het moederhart.

lt;!. Gl.OUlKlil.lKE «EHBrMKN.

1. Arerl)eiig U, Moeder! na de smart

r

Allelujaï

Moeder vol teederheid,

Vol zoete Maj««teit,

U zij lof in eeuwigheid!

Eeuwig, eeuwig, U zij lof in eeuwigheid^

2. Verrezen is des levens lieer!

Alleluja!:

Maria ziet haar Jezus weer!

Allelujaï

Moeder Tol enz.

3. Uw Zoon ging in zijn heerlijkheid,

Allelvijiiü

Waar Hij een plaats ons toebereidt.

Alleluja!

Moeder rol enz.

ocr page 53

47

4. Zijn Geest, op Pinkster neergedaald,

AllelujaT

Heeft met zijn licht Gods Kerk bestraald,

A llelujal

Moeder rol enz.

5. Uw Jezus zond een En^\'lenrii,

Alleluja!

En riep U naar zijn rechterzij.

Alleluja!.

Moeder rol enz.

6. Met eigen handen zet de Zoon,

Alleluja!

Op Moeders hoofd de gloriekroon.

Alleluja!

Moeder vol enz.

d. Gebed.

1. O Moeder, \'t Eden ingegaan,

O Koningin! o Koningin! Hoor uwer kind\'ren smeeklied aan.

Maria, bid voor ons.

2. Bid voor de Kerk, voor Jezus\' Bruid;

O Koningin! o Koningin! Zijn glorie schittere in Haar uit.

Maria, bid Toor ons.

ocr page 54

48

3. Bid voor het Zichtbaar Hoofd, der Kerk, O Koningin! o Koningin! Jezus Hem behoede en sterk\'.

Maria, bid voor ons.

4. Bid, dat uw Zoon de herderschaar,

O Koningin! o Koningin! Ju zijn getrouwen dienst bewaar.

Maria, bid voor ons!

5. Bid, dat hun kudde tot hun vreugd,

O Koningin, o Koningin! Moog weiden op het veld der deugd Maria, bid voor ons.

lt;5. Bid, dat geen christen vorst of staat

O Koningin! o Koningin Aan \'t heil van Kerk of zielen schaad\'.

Maria, bid voor ons.

7. Weer, Moeder, alle zoude en straf,

ü Koningin! o Koningin W eer allen geesel van ons af.

Maria, bid voor ons

8. Bid, bid voor ons in allen nood,

O Koningin! o Koningin Bijzonder in het uur der dood.

Maria, bid voor ons.

ocr page 55

49

GEBEDEN

OP BEVEL VAN PAUS LEO XIII,

IN ALLE KERKEN DER WERELD NA DE GELEZENE II. MIS, GEKNIELD TE TEEBICHTEN.

De Priester zegge driemaal met het volk: Weea (jeyroet enz.; daarna:

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid;

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot tl roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U smeeken wij, z-uchtend en weenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, ach sla op ons XJ\'we zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus de gezegende vrucht uws lichaams.

O Goedertierene, o meedoogende, o zoete maagd Maria.

v. Bid voor ons, H. Moeder Q-oda,

E. Opdat wij de beloften van Christus waardig word«u.

■

■

II

ocr page 56

48

3. Bid voor het Zichtbaar Hoofd der Kerk, O Koningin! o Koningin! Jezus Hem behoede en sterk\'.

Maria, bid voor ons.

4. Bid, dat uw Zoon de herderschaar,

O Koningin! o Koningin! In zijn getrouwen dienst bewaar.

Maria, bid voor ons!

5. Bid, dat hun kudde tot hun vreugd,

O Koningin, o Koningin! Moog weiden op hpt veld der deugd Maria, bid voor ons.

6. Bid, dat geen christen vorst of staat

O Koningin! o Koningin! Aan \'t heil van Kerk of zielen schaad\'.

Maria, bid voor ons.

7. Weer, Moeder, alle ?onde en straf,

O Koningin! o koningin! W eer allen gee se! van ons af.

Maria, bid voor ons

S. Bid, bid voor ons in allen nood,

O Koningin! o Koningin! Bijzonder in het uur der dood.

Maria, bid voor ons.

ocr page 57

49

GEBEDEN

OP BEVEL VAN PAUS LEO XIII,

in alle kerken der wereld gt;\'a de gelezene ii. mis, geknield te vbebichten.

De Priester zegge driemaal met het volk: TTces geyroet enz.; daarna;

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid;

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.

Tot U suieeken wij, z-uchtend en weenend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, ach sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus de gezegende vrucht uws lichaams.

0 Goedertierene, o meedoogende, o zoete maagd Maria.

t. Bid voor ons, H. Moeder Gods,

e. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

ocr page 58

50

Laat ons bidden.

O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk dat tot ü smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig, — door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph haren Bruidegom, Uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen — de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

It. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiedt hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht, in de Hel terug. Amen.

Onze Allerheiligste Vader Paus Leo XIII verlee.it aan allen, die deze gebeden, op bovengenoemde wijs verrichten, eenen Aflaat van 300 dagen.

-O-

Gebed tot den H. JOSEPH gedurende de maand blaart

t. Bid voor ons H. Joseph.

li. Opdat wij de beloften Ta;i Christus waardig worden.

Laat ons biddkx.

Wij bidden ü Heer! dat wij door de verdiensten van den bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen woi-den, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, wat wij door ons zelf niet kunnen verwerven. Die leeft e.n heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 59
ocr page 60