ocr page 1

^ - ■ \' quot; \' • #

I

w ■ J

w

v

is E K N O F T K

J AVAANSCHE G RA M M AT1CA.

bknkv kns

EEN LEES KOEK

O E F E NT N G I\'s\' )E JA Va ^NSCH^ TAAL.

17 OORD A.

VIERDE VERBETERDE DRUK.

z w o L l I-:,

W. E. .1. T J F E X K WI L LI X K.

ocr page 2

V. ocl.

1043

GESCHENK

VAN

I

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

BEKNOPTE

JAVAAN8CHE GRAMMATICA,

BENEVENS

EEN LJ5ESBOEK

TOT

• OEFENING IN DE JAVAANSCHE TAAL.

• \'

DOOR

«

T. ROOftDA.

ZWOLLE, W. E. J. TJEENK WILLINK. 1 89 3.

VIERDE VERBETERDE DRUK.

ocr page 6

r

■

ocr page 7

VOORBERIGT.

—— vw/AA/Vw——

Deze „beknopte Javaansche Grammaticaquot; is te beschouwen als een tweede verbeterde uitgaaf van de in 1855 door Roorda uitgegeven „Javaansche Grammatica.quot;

Hij heeft zich beijverd korter te zijn, zonder daarom aan de duidelijkheid te kort te doen. Deze bekorting betreft vooral het rijke aantal aangehaalde plaatsen, waarmeê de eerste uitgaaf zoo ruim voorzien is. De schrijver heeft er alleen zooveel van overgenomen, als ter opheldering noodig waren, maar tevens gemeend, dat „het kort begripquot; dan nu ook kon vervallen. De uitgaaf der Grammatica heeft hij in zijn geheel kunnen\' bezorgen, die van het Leesboek niet.

Door een noodlottigen val, die later zijn dood ten gevolge moest hebben, aan het ziekbed gekluisterd, droeg hij mij de zorg op voor den herdruk van het Leesboek. De bekorting, die ook dit gedeelte heeft ondervonden, was een gevolg van de besprekingen, die ik met den grooten man gedurende zijne ziekte had. Sommige stukken kwamen hem bij nadere overweging minder geschikt voor, andere werden overbodig geacht, met het oog op de uitbreiding^ die de literatuur voor de beoefenaars der Javaansche taal sints erlangd heeft.

Leiden, September 1874.

A. C. VREEDE.

ocr page 8

VOORBERIGT VOOR DEN DERDEN DRUK.

Bij dezen herdruk heb ik gemeend eenige veranderingen te moeten brengen in het Leesboek.

In plaats toch van de vertalingen, onder n°. 3—19 en 24 voorkomende, vond ik het geschikter, stukken uit oorspronkelijke Javaansche geschriften toe te voegen. Ik deed daartoe eene keus uit de meest populaire proza-en dichtwerken der Javaansche literatuur, en hoop de weinige ruimte, die mij ten dienste stond, niet slecht te hebben gebruikt. Het fragment uit de Damar Woelan is, met behoud der eigenaardige spelling, ontleend aan nquot;. 142 der Leidsche bibliotheek.

De dichtmaat der Brata Joedii (60ste zang) is de Doerma, bestaande uit coupletten van 7 regels, respectievelijk 12, 7, 6, 7, 8, 5 en 7 lettergrepen met de eindklanken a, i, a, a, i, a, i. Die van de Damar Woelan is de Asmara Dana met coupletten van 7 regels, van 8, 8, 8, 8, 7, 8 en 8 lettergrepen en de eindklanken i, a, e of o, a, a, ce, a, en eindelijk die van de Kantjil is de Gamboeh met coupletten van 5 regels, respectievelijk van 7, 10, 12, 8 en 8 lettergrepen, waarvan de laatste lettergrepen de klanken ce, oe, i, oe en o hebben.

Zie verder over de dichtmaten de Inleiding van Cohen Stuart vóór de Bramp;ta Joeda en die van Palmer v\'an den Broek vóór de Kantjil.

A. C. VREEDE.

Leiden, September 1882.

ocr page 9

VOORBERIGrT VOOR DEN VIERDEN DRUK.

Bij dezen herdruk moet het volgende in het licht gesteld worden:

Dat ik, hoewel op verschillende punten de zienswijze van den auteur der „Beknopte Javaansche Grammaticaquot; niet deelende (zie o. a. de Aantee-keningen daarop, gevoegd bij de laatste uitgave van het Jav. Ned. Handwoordenboek en Bijdragen Taal- Land- en Volkenkunde 5e Volgr. II), mij evenwel, gelijk bij den vorigen druk (1882), gewacht heb in den door Roorda met zooveel zorg bewerkten tekst eenige verandering te brengen, ten einde noch aan de eenheid van inhoud, noch aan die van vorm te schaden, —

dat ik daarom ook de veranderingen dooi\' Roorda in zijne „Beknopte Jav. Grammaticaquot; gebracht in afwijking van hetgeen in de Ie editie (Amsterdam Joh. Muller 1855) m. i. beter was voorgesteld (zie o. a. den regel (§ 52, 2°) waarbij hij de a evenals de e en o scherp laat worden terwijl, in de oude editie (§ 56, 1°) deze regel alleen de e en o betrof; de vorming van het transitief bij grondwoorden, die op een klinker uitgaan (zie den regel in deze editie § 98 en in oude editie § 131 enz.), onveranderd heb gelaten, ja zelfs het citeeren en de vertalingen van enkele voorbeelden, o. a. uit de Radja Pirangon, en uit de Kitab Toehpah, hoewel het Javaansch daarvan, vooral van het laatste werk, zeker niet boven verdenking verheven is, behouden heb, intusschen de betrekkelijke plaats er bij voegende, waar die ergens mocht ontbreken, opdat men de herkomst zou weten; i)

1) Dr. Brandes (Tijdschr. t. h. Bat. Gen. XXXII, 187 en 188 Noot) wil

de plaats V. d. Kitat Toehpah nj JfJ t:n I yti h\'n rj t.i ^ rj IC1 }:n ^\'t) gt;fgt;/ J.\'I -jfi KT! i n

O Q * C) O O

IM M wnjinrjiisflMrirrjiLnryiTfriniirn -mtsniinji herstellen door te lezen:

ttwiijnnrn7]a.n^tiJiniHiji. Eu het afgrijselijke tun no (Siiwirj^) dan? Och, het Javaansch v. d. Kitah Toehpah is immers over het algemeen bedorven en zoo ook hier; ik geloof dus, dat Eoorda de bedoeling van den schrijrer goed gevat heeft, ook in verband met trn Sgt; ij jo^{*yn dat, hoezeer ook bedorven Javaansch, hier beteekenen moet „iets daar hij door verschrikt wordtquot;, „iets dat hem schrik aan-

ocr page 10

VI

dat ik evenwel enkele noten of aanmerkingen, die minder wenschelijk of overbodig, of wel onjuist voorkwamen, heb gemeend te moeten weglaten, daar waar de zamenhang of eenheid van vorm er niet door verbroken werd (zie bl. 2, bl. 12—13, 31, 64, 118, 149, 150 en 170),

en daarentegen heb bijgevoegd, wat uit de oude editie tot opheldering of betere verklaring van de gegeven regels of definities zou kunnen dienen.

(Hiertoe behoort: het bijgevoegde tusschen § 39 en 40, het slot van §97; de bet. van en ingevoegd in § 99, en het slot daar

van; het slot van § 100; de in § 104 ingevoegde bet. van Si tuikirjhu,

rj u-n, en van in ui un y rw \\ en aan het slot bijgevoegde vkl. van en enz.; het slot van § 123; de aan het eind van § 132 bij

gevoegde bet. van en enz. en de bet. van -ruKuign

tm iru ijgt; ,7 enz. aan het einde van § 133; het verschil tusschen en

in § 138 en het slot van § 138 1°; de bet. van iSiDJi^rmary/ SiiHniu enz. aan het slot van § 140 en het toegevoegde aan § 142). Wat het Leesboek betreft — een paar lezingen heb ik gemeend niet te mogen behouden; ui nl. in het eerste stukje heb ik veranderd in

asniui^, en in het (nieuwe) vierde vóór ij «mm ^ weggelaten, en

tevens het (oude) derde geschrapt als minder geschikt, althans voor eerst-beginnenden.

Verder heb ik het aantal kleinere stukken uit de Javaansche literatuur, door mij in de vorige editie meer bij wijze van „Chrestomathiequot; gegeven, vervangen door een grooter stuk uit de „Babadquot;, nl. een groot gedeelte der

jaagtquot;, niet „iets dat door hem wordt gevreesdquot;. Doch zoowel iu het eerste als in het tweede geval komt Tolgens het Javaansche taaleigen het Passief niet te pas. Even vreemd is lin hu Si ij -n ^ mn iQ tn/j ij u \\ Jav. Zam. 109 ; terecht m.i. bedoelt, volgens Roorda, Winter met deze vraag: „Waar hij door ziek gemaakt wordt, wat is dat? Wat is het dat de oorzaak is van zijn ziek zijn?quot; Dr. Brandes (waarschijnlijk op gezag van het Manuscript Woordenboek van Wilkens die dezen zin vertaalt: „Waaraan zegt hij ziek te zijn? Over welke ziekte klaagt hij ?quot; enz.) geeft hiervan de vertaling: „Wat is het dat door hem zijn ziekte wordt genoemd.quot; Doch ajnnn-Tiqiun iQtn/i bet. „ziek makenquot; en niet „zich ziek zeggenquot;, eene bet. door Wilkens gegeven, maar wellicht „pour le besoin de la causequot; of „ad hoequot; vervaardigd, want zij wordt noch door de Grammatica, noch door een andere plaats gestaafd.

Intnsschen zou men ook bil1!\' hel AcJ.\\ej\' verwacliten: hui//} \'-n^iun nfn Ml „Wat is het, dat hem ziek maakt?quot;

ocr page 11

VII

geschiedenis van Oentoeng-Soerapati\') (de beschikbare ruimte veroorloofde mij niet die geheel te geven). Daarmede beantwoordt het „Leesboekquot; dan toch ook meer aan zijn doel, daar de in de vorige „Chrestomathiequot; opgenomen poëtische werken wel niet door de eerstbeginnenden, en zelfs niet door meergevorderden, althans aanstaande burgerlijke of rechterlijke ambtenaren, d. i. het grootste aantal dergenen, die dit werk in handen krijgen, plegen gelezen te worden.

De echt-Javaansche vertellingen van Sastra-tama heb ik natuurlijk gretig behouden; zij het dan ook dat slechts weinigen, en wel alleen „meergevorderdenquot;, die goed zullen kunnen verstaan.

Leiden, September 1892. A. C. VREEDE.

1) Op bl. 298 heb ik gelezen in plaats van un Kjrj-uniMjf

(B. T. Dj, bl. 382 , r. 1. v. o.), daar dit meisje in het vervolg van het verhaal steeds ^ i m gt; genoemd wordt. De Gr. B. T, 263 heeft ook hier tn rj jrn i n lyn ik rj irtrt 2 vrm q \\

ocr page 12
ocr page 13

INHOUD VAN DE GRAMMATICA.

Over de Javaansche taal in het algemeen. . . . bl. 1

I. Over het schrift en de uitspraak.........5

Tafel van het Alphabet...........7

Aard, klank, uitspraak en onderlinge Terwisseling van de letters . . 13

Kapitale letters . . . .........25

Aangenomen letters voor vreemde klanken en uitheemsehe woorden . 27

Uitspraak van de klinkers...........27

Over de overige sandangan\'s of leesteekens.......42

Op zich zelf staande klinkletters.........45

Cijferletters...................46

Soheidteekens en andere Pada\'s.........47

Tot oefening in het lezen en de\' uitspraak.......51

II. Over de woordvorming.

Over den woordvorm in de Javaansche taal in het algemeen . . .56

Vorming van tweelettergrepige grondwoorden.......56

Vorm der grondwoorden...........56

Over hei accent of den toon der taal.........61

Over de woordvorming of afleiding in het algemeen en over de kramp;mS,-

vormen in het bijzonder............62

Madya-vormen. ............68

Over de verschillende soorten van woorden in de Javaansche taal . . 70

Over de vormen van het Javaansche werkwoord.......72

Het eenvoudig werkwoord . . . . .......72

Het transitief werkwoord........\'. . . 78

Het causatief werkwoord.............

Het toestandswoord...............

Passive vormen................

Het zuiver Passief...............

Objectief Passief .............90

ocr page 14

INHOUD.

Accidenteel Passief...........bl. 92

Transitief Passief............93

Subjectief Passief..............95

Oud Passief..............98

Reciproque of wederkeerige vorm........ . .100

Frequentative Torm.............101

Afgeleid naamwoord met het aanhechtsel xmao if, oi objectief denominatief. 103

y/e/ objectief denominatief als collectief naamwoord......106

Set objectief denominatief als collectief\'zegwoord......106

Over het aanhechtsel £nonji\\..........107

De excessief of overmatige trap..........108

Afgeleid naamwoord met het voorzetsel pa, pn of pc . . . .109

Afgeleid naamwoord met het voorvoegsel iui en het aanhechtsel i ï\' . 113

Afgeleid naamwoord met het voorvoegsel Si\\.......114

Over het voorvoegsel (tj, ilj, of mn........115

Over het voorvoegsel sd, saq, of së........115

Over het voorvoegsel iun\\ a............118

Over het voorvoegsel iSn\\ ...........122

Reduplicatie, of herhaling van den eersten medeklinker . . . .124 Over de woordherhaling, herhaling van een woord of verdubbeling van het

grondwoord...............129

Woordherhaling met verandering van klinkers.......133

Zamengestelde woorden en uitdrukkingen.........134

Over de vormen en verschillende wijze van uitdrukking van den Voluntatief. 138

Imperatief (active en passive)..........139

Krama-Imperatief.............141

Jussief................141

Vetatief, of verbiedende wijs...........144

Qualitative Voluntatief............144

Biddende of ic.enschende wijs...........146

Deslderatief...............147

Propositief...............148

Over de telwoorden..............149

X

ocr page 15

INHOUD

^Benamingen van hreuken.......... . bl. 154

Telwoorden in den vorm van het werlcwoord.......155

Benamingen van rangorde, . ... . . . . . .156

Accidenteel Passief der telwoorden........ . .156

%

Over de voornaamwoorden en andere redewoorden......157

Aanwijzende voornaamwoorden..........157

.Vragende voornaamwoorden..........161

Betrekkelijke voornaamwoorden . ........162

Persoonlijke voornaa/mwoorden..........163

Uitdrukking van het reflexief voornaamwoord......165

Bezittelijke voornaamwoorden..........165

Bezittelijk voornaamwoord van den derden quot;persoon.....168

Bezittelijk voornaamw. van den 3den persoon met volgend voorvoegsel 3n\\ 171

Aanhechtsel Sns.............171

Opmerkingen omtrent het gebruik der bezittelijke voornaamwoorden. 172

Gebruik van (uncrr^rn(hij^\\ en lt;unxn)\\........173

Hulpwoord rjxjmr^iru^s of vn nq cm i tmjj Ng. Md., djncu) ruj^ \\ aun rj cm

of (uncm Kr............173

Redewoorden tot uitdrukking van het Perfectum en van den verledenen

en den toekomenden tijd..........177

Ret redewoord (utcms Ng. Md., ojjSi\\ Kr........177

Redewoorden tot uitdrukking van verwondering of bevreemding . . 178

De interjectie (isn \\............178

Voorzetsels en Voegwoorden........•. .180

Het voorzetsel xrm\\ whs an run \\ of (iamp;i\\ . . . 181

De voorzetsels en .........182

Het voorzetsel ffOïiyniN Mmen txn(rtntuinaoji......183

Woorden tot uitdrukking van den zin van met......184

Verbindende voegwoorden...........185

III. Over dewoordvoeging..........187

Over de hepali/ngen............188

Bepaling van een zelfstandig naamwoord.......189

Complement van deel of bijzonderheid........190

XI

ocr page 16

INHOUD.

Complement yan voorwerp.........bl. 191

Complement van hoeveelheid, tijd en plaats......193

Bijwoordelijke, bepalingen..........193

Hoofdgezegde en bijgezegde.........* 195

9

Hoofdzin en bijzin............196

Over de samenstelling van een zin..........196

(un tut tLn/js in een Passief gezegde..........197

Eigenaardig gebruik ran Krimi-\' of mrfriaxijj\\ . . . . . . , 198

Volgorde van de deelen van een zin . . . . . . 199

INHOUD VAN HET LEESBOEK.

I. Gesprekken en zamenspraken in Ngoko, Krimi, en Müdyi, afkomstig

van de Heeren Gericke en Winter...... . . . 207

II. Verhalen en Vertellingen.

N0. 1. Een legende ran de rivier van Dëmaq......227

„ 2. Een legende van Adji-Sika, die dienen moet tot verklaring van de volgorde der Aksira\'s in het Javaansche alphabet, overgenomen uit het leesioelc achter de eerste gronden der Javaansche taal,

van den Heer G-ericke........... 228

N0. 3—6. Vier vertellingen, door den in de Voorrede vóór de Grammatica vermelden Javaan Sastri-tama op verzoek van den schrijver juist zóó in de volkstaal opgesohreveu, als hij ze hem had hooren vertellen; een belangrijke bijdrage voor de kennis niet alleen van Javaansche zeden, gewoonten en begrippen of wijze van denken,

maar vooral ook van de taal, zooals die in het dagelijkseh leven

gesproken wordt door het volk.........232

Geschiedenis van Soerapati uit de Babad Tanah Djawi (ed. Meinsma

1874 bl. 382—417)........................297

Lotgevallen van Pandji...........329

XII

ocr page 17

BEKNOPTE JAVAANSCHE GRAMMATICA.

OVER OE JAVAANSCHE TAAL IN HET ALGEMEEN.

1. De Javaansche taal, waaronder de taal van het eiland Java met uitzondering van het westelijk gedeelte, de Soenda-landen, verstaan wordt, behoort tot dien taalstam, die zich over de eilanden in de Indische zee, van Madagascar in het Westen af, en in de stille Oceaan oostwaarts tothetPaascheilandtoe, in velerlei vertakkingen uitbreidt. Daar deze wereld van ontelbare eilanden onder den algemeenen naam van Polynesië begrepen wordt, zoo wordt die taalstam in onderscheiding van de andere taalstammen het best de Polynesische taalstam genoemd. De voornaamste hoofdvertakking van dezen taalstam is die, welke zich over de Indische archipel uitbreidt: en hiervan is weêr de voornaamste hoofdtak het Javaansch. Van al de stamverwante talen is namelijk het Javaansch de meest ontwikkelde en meest beschaafde, de rijkste in woorden, en ook de rijkste in literatuur.

2. De aard of het karakter van een taal heeft zijn grond in den aard of het karakter van het volk, waarbij die taal zich ontwikkeld heeft. Zoo heeft dan ook in de Javaansche taal de groote rijkdom aan woorden hierin een voorname oorzaak, dat het den Javaan, bij een vrij groote mate van ontwikkeling en een fijne gaaf van onderscheiding, toch ontbreekt aan zin voor het algemeene zoodat hij, zonder het meer algemeene in het bijzondere op te merken en in algemeene begrippen onder algemeene termen zamen te vatten, alleen het verschillende bijzondere met verschillende benamingen bestempelt. Zoo heeft bv. de Javaansche taal geen algemeen woord voordraf/en, maar bijzondere bewoordingen voor over den schouder dragen, op den rug dragen, op het hoofd dragen, op den arm dragen, op de handen dragen, aan de hand dragen, met zijn velen dragen, en nog andere meer. En zoo is voor de fijnste onderscheiding van alles, wat zich aan zijn zintuigen voordoet, zijn taal

\\

ocr page 18

2 RIJKDOM VAN DE TAAL. INVLOED VAN VREEMDE TALEN. § 2.

verbazend rijk. Deze rijkdom aan bijzondere benamingen maakt natuurlijk voor den vreemdeling, die de taal wil leeren spreken of schrijven, het keurig gebruik van de taal wel eenigzins moeijelijk.

3. Voor een ander gedeelte is de Javaansche taal dien rijkdom aan woorden verschuldigd aan den invloed van de meer ontwikkelde en beschaafde volken. Indianen, Arabieren en Europeers, waarvan de Javanen hun beschaving en godsdienst ontvangen hebben, of waardoor zij overheerscht zijn geworden. Den allergrootsten invloed op den rijkdom van de Javaansche taal heeft het oud Indisch of Sanskritsch gehad. Van de Indianen hebben namelijk de Javanen, behalven algemeene beschaving en godsdienst, ook het schrift en huneerste literatuur ontvangen. Deze oudste Javaansche literatuur, die geheel poëtisch is, draagt alle blijken van een uit Indië op Javaanschen bodem overgebrachte plant te wezen, ook in de taal. Die taal is wel Javaansch, zooals dit namelijk vroeger ergens in gebruik geweest moet zijn, maar sterk doorweven met Sanskritsche woorden. En, daar de latere dichters steeds het voorbeeld van hun voorgangers van nabij gevolgd zijn, zoo heeft zich bij de Javanen een eigen dichtertaal gevormd, die daarom ook baset (of tcmboeng) Kawi, dat is dichtertaal, of ook enkel bij verkorting Kdwi, genoemd wordt, —een taal van het gewone proza geheel verschillend in woorden, en ook verschillend in woordvormen. Dit geld vooral van het oud Kawi, waarvan men gewoon is te onderscheiden het Kdwi miring, dat is het overhellend Kawi, zoo genoemd omdat het in woorden en wijze van uitdrukking reeds meer overhelt tot het modern Kawi, of de hedendaagsche dichtertaal, die gewoonlijk niet meer onder de benaming Kawi begrepen wordt, maar, in tegenstelling van het verouderde en niet meer verstaanbare Kawi, bdsa djarwd, d. i. taal der uitlegging, genoemd wordt. Doch ook deze hdsa djarwd verschilt nog aanmerkelijk van de gewone taal van het dagelijksch leven, en is vol van Kawi-woorden en Kawi-vormen. En de invloed van het Indisch heeft zich niet enkel tot de poëzie bepaald: ook in het gewone proza van het dagelijksch leven zijn een menigte Sanskrit-woorden overgenomen; en de meer of min geletterde Javaan gebruikt in geschriften ook in ongebonden stijl gaarne menig poëtisch woord. Buitendien leeft het Kawi nog eenigzins voort in den mond van de Dalangs, zooals de personen genoemd worden, die er hun werk van maken het Wajangspel te vertoonen. — Uit het Arabisch is de Javaansche taal vooral verrijkt met een menigte woorden, die betrekking hebben op de godsdienst; doch ook.met andere. — Het aantal woorden, dat uit de Europesche talen, het Portugeesch, het Hollandsch en het Engelsch, is overgenomen, is betrekkelijk juist niet groot; dat van de Hollandsche woorden vermeerdert echter nog steeds. — Ook uit de Maleische taal, waarvan de Europeers en de andere vreemdelingen zich in hun verkeer met de Javanen gewoonlijk bedienden, is menig woord

ocr page 19

HET KAWI. VERSCHILLENDE TAALSOORTEN.

in het Javaansch overgegaan. — Eindelijk hebben ook nog de Chinezen op Java de Javaansche taal met eenige weinige woorden verrijkt.

4. Diep in het karakter van het Javaansche volk gegrond is een eigenschap van de Javaansche taal, die ook grootelijks tot den rijkdom van haar woordenschat heeft bijgedragen. In geen andere taal, ook niet in de naastverwante, heeft namelijk het onderscheid van rang en stand en de eerbied van den mindere voor den meerdere zich zoo sterk uitgedrukt, als in het Javaansch. Terwijl in andere talen de uitdrukking hiervan zich voornamelijk bepaalt tot het gebruik van de persoonlijke voornaamwoorden, strekt die zich in het Javaansch tot het grootst gedeelte van de meest gebruikelijke woorden uit, zoodat de mindere, wanneer hij tot zijn meerdere spreekt, voor het grootst gedeelte geheel andere woorden gebruikt en dus een geheel andere soort van taal spreekt, dan de meerdre tot den mindere. Men onderscheidt daarom in het Javaansch de volgende taaisoorten:

1°. het Ngoko (rjimtyKnts een woord, dat overeenkomt met het Fransche tutoyer), de platte taal zonder pligtplegingen, die door het gemeene volk en de kinderen onder elkander en door den meerdere tot den mindere gesproken wordt. Het is de taal, die altijd tot het kleine kind gesproken wordt, en die het kind daarom ook het eerst leert spreken. Het is dus de eigentlijke moedertaal van den Javaan, waarin hij ook zijn leven lang tot zich zelf spreken en denken blijft.

2°. het Krama ( dat is de beleefde taal, die gesproken

wordt door den mindere tot den meerdere, en ook gewoonlijk door de aanzienlijken en allen, die maar eenigen rang hebben, onder elkander, wanneer niet de verschillende graad van bloedverwantschap of rang het gebruik van een andere taaisoort vordert. — Met de benaming Krama-dcsa of Krdma-doesoen, dat is dorpsch-Krdmd, onderscheidt men zulke krama-woorden of krilma-vormen, die öf alleen maar bij de dorpelingen in gebruik zijn, óf ook wel op de hoofdplaats gebruikt worden, om aan het Krama, dat men tot zijn meerdere spreekt, een nog beleefder, of ook wel sierlijker tint te geven.

3°. het Mddyd mmtji dat is de middelt aal, de taal der vrien

delijke gemeenzaamheid, die gesproken wordt door onbeambte personen van gelijken rang onder elkander, wanneer het Ngoko niet vriendelijk genoeg en het Krama te beleefd of te onderdanig geacht wordt; als ook door den meerdere tot iemand van minder stand, maar van hooger jaren, als hij dien eeren wil. Behalven dat is deze taaisoort op de hoofdplaats alleen in gewoon gebruik bij de kooplieden en bij de bedienden van een aanzienlijke onder elkander: maar in de dorpen ook wel meer algemeen in plaats van het Krama als bel eefde taal. — Dit Madya nu bestaat vooreerst uit eenige

3

ocr page 20

VERSCHILLENDE TAALSOORTEN.

3.

4

woorden en vormen, die aan deze taaisoort bijzonder eigen zijn; ten tweeden uit een klein getal Kramü-woorden; en verder uit Ngoko-woorden. — Doch dit Madya kan uit eerbied of respect ook zoo gesproken worden, dat men wel de gewone Madya-woorden en Madya-vormen gebruikt, maar overigens, Kramü-woorden in plaats van Ngoko-woorden. Zulk een Madya zou men Krilma-madya kunnen noemen.

4°. de zoogenaamde biisa-Kadaton Um xn nji 7^,-™ ? x) of hoftaal, rlie zich van het gewone Ngoko alleen door het gebruik van enkele woorden onder scheidt, en door den Vorst en de prinsen en grooten gebruikt wordt in hun bevelen, bevelschriften en aanschrijvingen aan hun ondergeschikten.

5°. het Krdma-inggil (.-l-tiojiny xNg., nmajituncm nx/j ajiï rrn of

hoog Krama. Zoo noemt men die woorden, die alleen van aanzienlijke of hooger itaande personen gebruikt worden. Het zijn dus alleen zulke woorden, waarvan de beteekenis op een persoon betrekking heeft, zooals wanneer men spreekt van iemands vader, kind, huis, kleeding, paard, hart, hand, enz. Zij worden zoowel in Ngcko als in Krama gebruikt, als men met eerbied ofachting van een meer aanzienlijke spreekt, en in Krama ook uit beleefdheidjegens den persoon, tot wien men spreekt. Van zich zelf kan alleen een vorstelijk persoon, wanneer hij tot zijn mindere spreekt, zulke Krama-inggil-woorden gebruiken. — Voor eenige woorden heeft men een dubbel Krama-inggil, een hooger en een lager, waarvan dan het hoogere doorgaans alleen van den Vorst of zeer hoog geplaatste personen gebruikt wordt. In Ngoko maakt men ook wel van een Krama-woord als Krama-inggil gebruik, hetzij omdat er geen Krama-i\'nggil-woord voor bestaat hetzij om het als een minder hoog -woord, dan het bestaande Krama-inggil, te gebruiken. — Bij sommige woorden weifelt het spraakgebruik, daar één en hetzelfde woord door sommigen uitsluitend als Krama-inggil, maar door anderen ook als gewoon Krama, gebezigd wordt.

6°. het Ngoko andüp (y i\' ^ ij \'■quot; ygt;i i \' j ) of laag Ngoko, zooals zulke woorden genoemd worden, die ook op een persoon betrekking hebben, maar gemeen of plat zijn, of minachting aanduiden; zooals in het Hollandsch het woord kop in plaats van hoofd, indien het van een mensch gebruikt wordt.

ocr page 21

SCHRIFT EN UITSPRAAK.

SCHRIFT EN UITSPRAAK.

5. Het Javaansch schrift is blijkbaar van Indischen oorsprong, doch heeft niet alleen door verloop van tijd, maar door de toepassing van een eigen kalligraphisch beginsel, zulk een geheele verandering ondergaan, dat in de tegenwoordige figuren nauwelijks meer eenige gelijkenis met eenig ons bekend Indisch alphabet te herkennen is. Er zijn tegenwoordig twee schriftsoorten in gebruik, het staand en het loopend schrift. Het laatste verschilt echter van het eerste alleen daarin, dat de letters en teekens schuins met eenige overhelling naar de rechterhand geschreven worden, en dat men een ophaal, die in het staand schrift onmiddellijk achter een neerhaal geschreven wordt, door deze neerhaal heen weer naar boven trekt.

5

6. Het Javaansche schrift wordt geschreven van de linker naar de regter hand, zonder dat de woorden, die tot één en dezelfde zinsnede behooren, van elkander afgescheiden worden; alleen met afscheiding van de zinsneden in proza, en van de verzen in poëzie. Een letter wordt met een uit het Sanskritsch ontleende benaming aksara genoemd. Zoo worden echter alleen de medeklinkers genoemd, terwijl de klinkers door bijgevoegde teekens worden aangeduid, met uitzondering alleen van de a-klank, waarvoor geen teeken bestaat, zoodat deze klank alleen door de afwezigheid van een ander klankteeken wordt aangewezen. Maar, om nu te kennen te geven, dat een Aksura aan het einde van een lettergreep, die op een medeklinker uitgaat, zonder alle vocaalklank, en dus ook zonder a, moet worden uitgesproken^ geeft men in het midden van een zinsnee of vers aan de volgende medeklinker, die zich aan de voorafgaande onmiddellijk aansluit, een gewijzigde figuur, of een andere plaats, namelijk onder de voorgaande medeklinker, en meestal beide tegelijk; en deze gewijzigde figuur of onder de voorgaande medeklinker geschrevene letter wordt dan Pasangan (mjquot;? , d.i. voegletter of aamoegletter, genoemd. [Zoo wordt bij voorbeeld in een woord als tanpd (asnim^i) aan de medeklinker jj (m) een gewijzigde figuur gegeven, en in een woord als ivastd (uim) de gewijzigde figuur van de t (ia, in plaats van asn) onder de voorgaande medeklinker s (m) geschreven]. Aan het einde van een zinsnee of vers wordt de afwezigheid van alle vocaalklank achter de laatste Aksarü door een afzonderlijk teeken, de Paten aangewezen [zooals in dit woord m Dit leesteekm wordt met de vocaalteekens en eenige andere schrijfteekens, die een medeklinker aan het einde van een lettergreep, of onmiddellijk achter een andere medeklinker in dezelfde lettergreep, aanduiden, onder de algemeene benaming

\' \\

ocr page 22

PASANGAN. PATEN. SANDANGAN. AKSARA-LÊGNA.

van Sandangan d.i. kleeding of bekleedsel, begrepen, terwijl een

Aksara, die geen Sandangan als vocaalteeken, en ook geen Pasangan of Paten bij zich heeft, en dus met de a- of d-klank wordt uitgesproken, ^aksiiril legëna, of legëna of anglëgëna (un«n jin\\ of of nynQriQ^ \\), d.i. een

onverbondene letter, genoemd wordt.

7. De figuren van de letters en van de overige schrijf- en lees-teekens, zoowel in loopend als in staand schrift, benevens de namen en de uitspraak of het gebruik, worden op de volgende tafel voorgesteld, zooals die in het tegenwoordige Soerakartasrhe schrift, dat voor het beste en schoonste gehouden wordt, in gebruik zijn. — De namen, waarmee de medeklinkers genoemd worden, zijn de klanken van de letters zelf, zooals zij met een a, of volgens de uitspraak van midden- en oost-Java met een d, als aksdra lëgnd worden uitgesproken.

6

ocr page 23

TAFEL VAN HET ALPHABET.

7

GEWONE LETTERS.

AKSARA.

\' (: Uf,\\

PASANGAN.

NAAM EN KLANK, EN AANMERKINGEN.

(inn of tun

^nn of

-Jïl

Ha, maar gewoonlijk uitgesproken als een zachte adquot;

1 spiratie, die evenmin hoorhaar is als de Fransche stomme

h; mam met sterke adspiratie, zooals onze h, tusschen

twee geheel gelijke klinkers, bv. in cuinm \\ sü-hS..

(KI of jo

....of.

Na {Tusschen twee klinkers wordt deze letter, als er

d

a

geen Soekoe meê verhonden wordt en er geen voorafgaat,

gewoonlijk verdiibheld en dus geschreven; zonder dat

dit voor de uitspraak van de voorgaande vocaal eenige

heteekenis heeft).

(301 of (KJ)

____of.

Tja? de verhemelt e-letter t, uit te spreken als de

Ö*

O

tj in het woord tjalk, of zooals de Engelsche ch, doch

met wat minder sissing door de tanden.

Tl Of-r)

____of.

Ra.

Tl

Tl

(Kïl Of lt;K7ï

....of.

Ka, doch aan het einde van een woord, en ook meestal

(Kl^

aan het einde van een lettergreep midden in een woord,

wordt deze letter achter alle klinkers, uitgezonderd de ë.

niet v o Ik om en uitgesproken, maar zóó, dat de k wél

in den achtermond door een klemming van de tong tegen

het gehemelte gevormd, maar deze klemming niet snel,

maar langzaam, geopend wordt, Even zóó als de letter

midden in een woord verdubbeld wordt, — Wanneer de

Pasangan Kil met een onderteeken verbonden wordt, dan

heeft hij de gewone figuur van de Aksara,

(LQ of (ia

____of.

. . . .

Da, maa/f uit te spreken als tand \'letter, zooals wij ge

woonlijk eeni en dedaanhet eindevan eenwoord uitspreken.

«Sin of (isn

____of.

Ta, als tand-letter zooals wij gewoon zijn een t uit

(1SI,

te spreken, — Wanneer de Pasangan Til met een onder\'

teeken verbonden ivordt, dan heeft hij de gewone figuur

van de Aksara,

(M of (K/t

-A of

-ü»

Sa, als tong\'letter, en altijd, ook tusschen twee klin\'

1

kers een scherpe s.

| O of (Ut

....of.

quot;o

Wa,wi£ te spreken,niet zooals de Hollandsche vr,maar als

ó

halfk linker,zooals deJEngelschevr ,dochiv at minder week.

ocr page 24

TAFEL VAN HET ALPHABET.

8

AKSARA.

PASANGAN.

NAAM EN KLANK,EN AANMERKINGEN.

OTUl of vut

____of.

La — Wanneer de Pasangan JA met een onderteeken

0^

verhonden wordt, dan heeft hij de gewone figuur van de Aksara.

OJl of (Ln

~n of

Pa.

«a31 of (Ut

— of.

Da, uit te spreken als tong-letter, met de tong naar

CJ

CJ

achteren op te trekken, zooals wij dit doen hij de uitspraak van een r.

^ of

— of.

Dja, de verhemelt e-letter d, uit te spreken als de

lt;?gt;

\'Engélsche j, doch met minder sissing door de tanden.

OJl of (VLl

____of.

Ja, doch uit te spréken, niet als onze Sollandsche j,

I

(UU1

(LL7

maar als h al f klink er, zooals de Fransche jinWj a.

onn of irm

____of.

Nja, de verhemelt e-letter n, uit te spreken als de

A

n vóór een j, zooals in oranje.— Tusschen twee klinkers midden in een woord wordt in plaats van de Aksara iTm gewoonlijk geschreven.

O of ^7

____of.

ü

CJ

Ma.

am of on

____of.

Ga, maar uit te spreken als de Fransche, Engelsche of

afin

om

Hoogduitsche g, niet zooals de Sollandsche g, geadspi-r eer d {dwz. niet als laxe klemletter).

(Ol of

— of.

ai

co

Ba.

^ of ^

____of.

Ta, uit te spreken als tong-letter, met de tong naar

GJ

CU

achteren op te trekken, zooals wij dit doen hij de uitspraak van een r.

(tn of (ci

— of.

Nga, de k ee l-letter n, uit te spreken als de Sol

i i

_

(in

xn

landsche en JEngelsche ng, zooals in wang, of als de n voor een k, zooals in klanken.

; (Lil of ^ 1 \'

-J1 of

s

Pa-tjërek, een teeken voor den klank rë, in plaats van de -n met Pëpët, zooals er zulk een teeken ook in het Sanskritsche schrift hestaat.

gofg,

— of.

3

amp;

Nga-lëlët, een teeken voor den klanklè, in plaats van de ru met Pepet, zooals er desgelijks ook in het Sanskritsche schrift zulk een teeken hestaat.

ocr page 25

TAFEL VAN HET ALPHABET.

9

AKSARA GÈDÉ OF KAPITALE LETTERS.

nnnn ofom

--

Nii-gëdé. Set is eigenllijk de t ong-letiern, en wordt nog als zoodanig gébnakt, wanneer de n onmiddellijlc door een tong-letter d oƒ t gevolgd wordt, en dus hoven de Pasangans en — Voor Fasangan Na-gëdé bestaat geen bijzonder teéken.

--

.... of.....

amp; ^

Pasangan Tja-gede.

(KV of rw

____of.....

(KV ^

Ka-gedé. eigentlijk de geadspireerde nn.

(L{J\\ Of «i»

----of.....

Ta-gëdé, eigentlijlc de geadspireerde isn gt; of th.

of

—

Sa-gedé. De m is eigentlijlc de t ong-letter, en de

en

cm de verhemelte-letter s, de sj. De ia» wordt ook

of cm

____of.....

nog als tong -letter gebruikt, zoo dikwijls als de s

QRti, cm

onmiddellijk op een r volgt, of onmiddelijk gevolgd wordt door de tong-letter t, en dus boven de Pa

Ov of (Ui

~3gt; of-i

sangan

Pa-gëdé, eigentlijk de geadspireerde p, de ph.

of (LfC

Nja-gëdé, zeldzaam in gébruik, bijkans alleen in handschriften aan het einde van een regel, wanneer er voor de gewone rrm geen ruimte is. Zoo worden ook de iKv, nfi en voor de gewone *m, nsn en xm gebruikt.

CM of lt;rvji

____of.....

(CUl ™

Ga-gëdé, eig. de geadspireerde (laxe klemletter) g.

of ^

____of.....

Ba-gëdé, eigentlijk de laxe klemletter b.

AANGEKOMENE LETTERS VOOR VREEMDE KLANKEN IN

UITHEEMSCHE WOORDEN.

(Kin 0^lt;»öï

of

voor de Arabische g ch, ook wel voor de ^ h gt;

IKl, ^

en aan het einde van een lettergreep voor de ? Ain.

(Ül of«o (UI of (IJ

Jl of J

voor de Arabische j, de laxe klemletter d.

voor de Ar. O ph, en voor de Sollandsche f en v.

(IK 0ffcS■

of :::::

voor de Arabische j, de Sollandsche z.

j flfïl of OÏ)

:::::: of (inn cm

voor de Arabische £ rh, en voor de Sollandsch g.

ocr page 26

TAFEL VAN HET ALPHABET.

sandangan\'s, of vocaal- en andere leesteekens.

ë, zooals de e in de twee laatste lettergrepen van Tiet woord edele of edeler.

i, zachte zooals in titel; maar schery, zooals in ik of lid, in een gesloten lettergreep, wanneer deze de I laatste van een woord of door eene andere medelclinker , ■ dan een neusiclanTc, gesloten is.

oe, zooals in boek en boeken; maar s eherp j nog scherper dan in het Soogduitsche kurz, in een gesloten | lettergreep, als deze de laatste van een woord of door een anderen medeMinker, dan een neusklanky gesloten is, e, zooals in leeraar of in zeeman; maar scherp, zooals in pen en pet,iw een g eslotenlettergr eey,wanneer deze de laatste van een woord of door een andei\'en medeklinker ^dan een neusklank, gesloten is; als ook in een oyene of enkel dooreen \\ neusklank geslotene letter greep,wanneer de volgendeletter-i greep of gesloten is en ook ee» Taling £gt;ƒ Pëpët heeft,ofwel \' open is,maar op een iofoe uitgaat. De Taling wordt geschre-; ven vóór de Aksdra,waarmee de klinker wordt uitgesproken. Onzacht, zooals in de eerste lettergreep van poten of komen; maar scherp, zooals in pot of kom , in een \\ gesloten lettergreep, wanneer deze de laatstevan een woord of door een andere medeklinker, dan een neusklank, gesloten is; als ook in een opene of enkel door een neusklank geslotene letter greep,wanneer devolg endelettergreep

.

\\ of geslotenis en ook eereTaling-Taroengq/\'eeBPëpëtAee/ï, of wél open is, maar op een i of oe uitgaat. — Van dit Mankteéken wordt de Taling vóór en de Taroeng achter de | ATcsarageschreven,waarmeê de Tdinker wordt uitgesproken.

NB. De regels voor de scherpe uitspraak van de a zijn dezelfde als voor de e en o. In de laatste lettergreep, als die open is, wordt de a in middel- en oost-Java als amp; {gelijk de a in het Eng. water) uitgesproken, en zoo ook in de voorlaatste lettergreep, als deze insgelijks open is.

figuur.

1

naam. |

1

klank of beteekenis.

^ of O

10

Pëpët Oeloe

Soekoe

....oftf.... Taling

1

:::: 2 of

Taling-Ta-roeng

T

V

ocr page 27

§ 7. TAFEL VAN HET ALPHABET. 11

FIGUUR.

KLANK OF BETEEKENIS.

beteelcent, dat de voorgaande Alcsara, als sluif Letter van een lettergreep, zonder a-klank moet worden uitgesproTcen. is hetzelfde als een un, maar aan het einde vo,n een lettergreep tot sluiting, zooals in ah!

de keel-neusTclatik ng, gelijk de xn \\ aan het einde van een lettergreep tot sluiting, zooals in lt;vi, wang. hetzelfde als een \'n, of r, maar aan het einde van een lettergreep tot sluiting, zooals in rjnjii , lor.

hetzelfde als een n of r, maar tusschen een medeklinker en den volgenden klinker, zooals in de laatste lettergreep van aj) .«Ti n tjakra.

de klank rë, gelijk de Pa-tjërëk, maar achter een medeklinker, zooals in krët.

de halfklinker j, gelijk de hm, maar achter een klinker; zooals in taafj va kja\'i.

Paten, Ng.. Pangk.jiTr. Wignjan.

Tjëtjaq.

Lajar. Tjakra.

Kërët. Péngkal.

4

^ of .

I oi \' ^ of O

::::::: aofa

SaSTRA-SWARA, OF OP ZICH ZELF STAANDE KLINKLETTERS.

Of

of (fjyj

S S

(121 of iiTt of

oe

Of u»

1

ANGKA, OF CIJFERTEEKENS.

(ion (u (uui o

6 @j ^

ann

^ amp; 2JI 12 3

6 Sj e-

4 5 6

(Wt

7 8

om o

9 0


SCHEI DTEEKENS.

KLANK OF BETEEKENIS.

scheidteeken aan het einde van een vers in \'poëzie en van zinsneden in -proza. Aan het einde van yeheele volzinnen, of van een geheel stuk, schrijft men dit teeken heter ver-dubheld \\n, en dan wordt het loeugsi genoemd.

teeken voor een kleine rust of caesuur.

FIGUUR. NAAM.

Pamp;dah\'ngsa.

^ of

of .

Pangkat.

ocr page 28

ANDERE FIGUREN IN HANDSCHRIFTEN. SCHRIFTKARAKTER. § 7.

Van de hier met drukletters opgegevene figuren van de letters en schrijf-teekens treft men in de handaehriften eenige afwijkingen aan. De geringste is wel, dat de Pasangans ^ en ^ , door anderen ook wel de ^ en , in één trek met de Aksara, daar zij onder moeten staan, en dus aan de laatste neêr-haal van de AksUrS, vast, geschreven worden, zooals in m (sandi). De voornaamste zijn, dat in de Noorderstrand-distrikten en elders de Pasangans ^ ^ ^ en ^ met een neêrhaal achter de ophaal van achteren geschreven worden, gelijk dit ook bij de Aksaras im, no), ®i en ip zelf plaats heeft, en dat dan de zoo geschreven q. als de gewone Pasangan- Ta, in plaats van de «i,, gebruikt wordt. Ook in het Soerakartasche wordt door sommigen de ^ zoo gebruikt. Verder wordt, ook wel in het Soerakartasche, de Pasangan ^ door velen niet zoo hoog van achteren opgehaald: maar het laatste gedeelte van de letter vlakker en breeder, ook wel wat lager dan het voorste gedeelte, geschreven, zoodat deze Pasangan dan meer overeenkomt met het middelste gedeelte van de Aksara up zelf. Andere afwijkingen zal men gemakkelijk door het lezen van handschriften leeren kennen. — In het schrift van de Noorderstrand-distrik-ten, dat ook wel het Samarangsche genoemd wordt, verschilt vooral de figuur van de Aksara. Ta, aanmerkelijk van de Soerakartasche asn. Het eigenaardige van dit schrift is namelijk: dat de eerste ophaal, en ook veelal de tweede, maar gebrekkig of maar half geschreven worden.

Dat de Pasangans, met uitzondering van de , Mt, cm en m, verkortingen van de Aksaras zijn, blijkt bij eene naauwkeurige vergelijking vanzelfs. Omtrent de Pasangan ^ moet evenwel opgemerkt worden, dat deze oorspronkelijk en nog iu vele gewesten met een oogje onder aan de neêrhaal geschreven wordt, zooals men dat heeft in het middelste gedeelte van do Aksara wi zelf. — De Pasangan is niet een verkorting van de gewone Aksara m , maar van de kapitale ti», die eigentlijk de tongletter s is. Trouwens in het Ja-vaansch wordt de s ook meestal als t o n g 1 e 11 e r uitgesproken. Alleen de Pasangan heeft niets met de Aksara xrm gemeen, maar is een zamenge-stelde figuur, waarin de Pasangan ^ in één trek met de Péngkal {^jf) Terquot; bonden is. —

8. De Pasangans -j en -j, die met de Aksaras op dezelfde lijn

geschreven worden, mag men evenmin als de andere Pasangans van de Aksilras, waarmee zij verbonden worden, afscheiden. Men mag dus zulk een Pasangan niet aan het begin van een regel schrijven, terwijl men de Aksara, daar hij bij behoort, aan het einde van de voorgaande regel geschreven heeft. Kan zulk een Pasangan niet achter de Aksara, daar hij bij behoort, op dezelfde regel staan, omdat er geen ruimte meer voor is; dan moet men die, even als de andere Pasangans, onder de Aksara plaatsen, en dus aan het einde van een regel asnitn, Itsnto^, en rurtrfschrijven, in plaats vail

12

ocr page 29

§ 9. VIJF KLASSEN VAN MEDEKLINKERS. 13

(tanpd). (tansah), rftsnrjist-jii (témpo) en tunr)~ji wj] {impen). Ook de

Taroeng raag raen zoo onder een Aksara schrijven, als er aan het einde van een regel achter de Aksara geen ruimte meer voor is. In zulk een geval mag men aan het einde van een regel ajirjirn schrijven in plaats van (rëbó).

AARD, KLANK, UITSPRAAK EN ONDERLINGE VERWISSELING VAN DE LETTERS.

9. Behalven hetgeen in de tafel van het Alphabet reeds aangeteekend is, moet omtrent de aard en uitspraak van de verschillende letters het volgende opgemerkt worden.

10. De twintig medeklinkers van het gewone Alphabet worden naar het verschil van de spraakorganen, daar zij voornamelijk meê gevormd worden, verdeeld in de volgende vijf klassen:

keelletters: vn, «« en cm, en de neusklank ia;

tandletters: m en as», en de neusklank «v

tongletters: rwi en np, de sisletter m, en de trillers -n en ru;

verhemelteletters: ooi en as, de neusklank irm, en de halfklinker tuit;

lipletters: hji en im, de neusklank ei, en de halfklinker «jt.

11. Behalven de eigenaardigheid van de neusklanken, trillers of tongtrillers en halfklinkers, moet nog opgemerkt worden, dat tien van deze twintig medeklinkers, in ieder klasse twee, stomme medeklinkers, of beter klemletters, genoemd worden, omdat zij gevormd worden, door de spraakorganen, waarmee zij gevormd worden (bv. de twee lippen bij het vormen van de p en b), vast tegen elkander te klemmen, en dus de ademstroom en stem geheel af te sluiten, zoodat zij in het begin van een lettergreep geen geluid geven, en eerst hoorbaar worden door met de uitspraak van een klinker plotseling de zamengeklemde spraakorganen te openen. Deze klemletters worden weêr onderscheiden in harde, die bij een vastere klemming met een harden ademstroom, en in zachte, die bij een zwakkere klemming met een zachten ademstroom worden uitgesproken. De harde klemletters zijn de fm (k), aai (t), up (t), mi (tj) en mi (p); zachte klemletters de cm (gr), an (d), aji (cl), ik (dj) en am (b).

In de ■Tavaansche uitspraak wordt, even als in de Hollandsche, een zachte klemletter aan het einde van een woord veelal hard, zoodat hij bv. ^ hl IJ zegt in plaats van fji vi//, en dan ook dikwijls zoo schrijft. En, als de Javaan de (/ hard als k uitspreekt, en dan ook een schrijft, zooals in ^rf mi voor y/ ? \' ? rm 7 dan spreekt hij de gt;. n ook niet zooals anders aan het einde van een woord, maar volkomen als onze £ uit, en dus ngrdmpbTc. Maar ook aan het hegiu van een woord worden do harde en zachte klemletters dikwijls

ocr page 30

14 HARDE EN ZACHTE KLEMLETTERS. § I\'i

mét elkander in de uitspraak verwisseld. Vooral wordt aan het begin Tan een woord in een voorvoegsel een zachte klemletter in plaats van een harde uitgesproken, wanneer de hoofdlettergreep, van het woord met een zachte aanvangt. Zoo zelfs gewoonlijk in iQ i:\'i J/)./ (amfioenpijp) in plaats van Qiqfui anjj, van het grondwoord Zie mijn verhandeling over de aard

en natuur van de verschillende spraakgeluiden: bl. 86 (waar bij vergissing h\'édüt-tan, pëduUcm, dut en üdat, in plaats van hëd4ddan, pëduddan, dild en udüd geschreven is).

12. In de eerste klasse, de keelletters, is alleen de nm een eigentlijk gezegde keelletter. Het is een adspiratie (uitademing en aanblazing) van den adem door de keel, die noodzakelijk gevorderd wordt om een klank of klinker voort te brengen of uit te spreken. De adspiratie kan hard en zacht zijn; maar in het Javaansche schrift -wordt de harde adspiratie, die in het Hol-landsch door de h beteekend wordt, zooals in haan, niet onderscheiden van de zachte, die in het Hollandsch niet geschreven wordt, zooals in aan.

•13. In het begin van een woord is de adspiratie doorgaans zacht, zooals in iun-h\'n.a)-n\\ aksara (letter) en in (dwèh) geven. Zóó namelijk in het

spreken: maar, als de Javaan leest, dan heeft hij veelal de gewoonte van de letter sterk geadspireerd uit te spreken, en dus haksdrd en hdwèh te lezen. Als hij onder het spreken somtijds ook wel eens bv. hdwèh zegt, dan doet hij dat onwillekeurig of bij toeval, omdat hij bij toeval bij het uitspreken van zulk een woord sterker uitademt. Opzettelijk doet hij het alleen nu en dan, of wel dikwijls, in woorden, die uit het Arabisch ontleend zijn en met een harde adspiratie beginnen, bv. in ajnwannji^j. (Arab. , neigingen

en driften), dat hij dan hdwd-napsoe uitspreekt.

14. In het midden van een woord wordt de .un als sterke adspiratie ook alleen maar tusschen twee geheel gelijke klinkers uitgesproken, zooals in mh/on sdhd (en), iwiaini daJiar {eten) en ^ \\ toehoe (nauwkeurig). Zacht daarentegen is doorgaans de adspiratie tusschen twee in klank verschillende klinkers, zooals in prdoe (vaartuig), en (m ilw asrtji pdit (bitter); doch de tweede

klinker wordt in zulke woorden toch altijd met een adspiratie uitgesproken, zoodat de beide klinkers niet inéén smelten en er dus geen tweeklank ontstaat. Het woord wordt altijd, hoe snel men ook spreekt, in\'twee lettergrepen pra-oe uitgesproken, en niet zooals in het plat Maleisch door Europeanen als prau oi prauw. De Javaansche taal heeft geen tweeklanken, en in uit-heemsche woorden is de Javaan gewoon de tweeklanken in twee klinkers op te lossen. Zoo zegt en schrijft hij bv. aairur^ruijf kdoèl, of unrffimtruj kd-ol

ȟ.. o

(wat men zegt, gelofte), voor het Arabisch Jji/taui, en rfiEigt;tun\\ mei, voorde naam van de Maand Mei. — Is de eerste van twee verschillende, in één woord op elkander volgende klinkers een i of e, of een oe of o; dan ontstaat in de

ocr page 31

§ 14 UITSPRAAK VAN DE un. IS

uitspraak bij den overgang van de ééne klinker tot de andere vanzelf! uit de i en e de klank van de halfkl.nker nu, en uit de oe of o die van de halfklinker ui, en worden dan ook gewoonlijk deze half-klinkers in plaats van de ny» geschreven; bv. icn nu hai) s balijd (keer terug!), in plaats van nTnirwim \\ balid; (cnrjnm iLvi \\ bagéjd [wees welkom!), in plaats van «1 rjmiun\\ bagéa; jsij\\ toeroewd (slaap!) in plaats van asr^-r^turw toeroed; nganggówa (gebruik!),

in plaats van xnrjnmiiun\\ nganggóa. Somtijds vindt men evenwel de mi in het schrift behouden, vooral na een e of o, en bv. rèn^nmtun geschreven. Voor de uitspraak maakt dit ook geen onderscheid: want die klank van de halfklinkers (IA) en vi ontstaat bij een niet heel langzame uitspraak vanzei f^ uit de onmiddellijk voorafgaande klinker. En, als men Javaansche woorden met Europesche letters schrijft, dan is het verkieslijk zulk een halfklinker, die in plaats van een zachte adspiratie uit een voorafgaande klinker ontstaan is, niet te schrijven, daar men anders de j en w ligt te veel als onze j en w zou uitspreken.

WelluidendheidshalTen wordt do i n in de uitspraak zoowel, als in het schrift, behouden, wanneer de voorafgaande lettergroep ook reeds met die halfklinkers begint, waarin anders de I-\'II wegens de voorafgaande klinker zou overgaan ; en dan wordt deze tun , om dien overgang te verhinderen, veelal met een wat sterke adspiratie uitgesproken; bv. in rfluiaj^iyn\\ sèwoehd (laat het duizend wezen!). \'quot; \' \'n ^ rajiha (laat het een jongere iroeder zijn!), \'j I-I ? ïrn \\ sawoha (laat het sawo wezen!), ih°i ri rtvi mn \\ Jcijeha (laat het deze zijn !). — Ook behoudt men dikwijls de mn, ofschoon er een i of oe voorafgaat, in de voorlaatste lettergreep van drie- of meer-lettergrepige woorden, omdat in het Ja-vaansch de twee laatste lettergrepen van zulke langere woorden nauwer in de uitspraak met elkander verbonden en daardoor van de voorgaande wat meer afgescheiden worden. Zoo bv. in Si i/n tli \\ piald (het kwaad, iets kwaads), en «0 iL/n -ri \\ moeara (reede); ofschoon men ook wel iSinMirvi en vi n zegt en schrijft. Zoo zelfs in iSiiunajiiisn/i, siasat (straf), voor het Arabische sijasat en Mi \\ dniaja (mishandelen), ofschoon dit uit het Sanskritsch

ontleende woord eigentlijk anycija, zou moeten luiden. Andere der

gelijke woorden worden echter daarentegen gewoonlijk met een halfklinker geschreven , zooals Sixwcfn piagëm (acte van aanstelling of investituur), in plaats van Sivnrfn iamp;ij \\ — Tusschen twee i\'s of oe\'s , waarvan de eerste zacht, maar de laatste scherp is, wordt de i/n somtijds wel met een wat sterke adspiratie uitgesproken: maar, daar bet toch geen geheel g e 1 ij k e klanken zijn, zoo spreekt men de letter gewoonlijk maar met een zachte adspiratie uit, en dan verandert de n/n wegens de voorgaande i of oe veelal in een uw oiui. Zoo zegt en schrijft men wel njoehoen, maar gewoonlijk im^mjw.y

njoewoen {bidden, verzoeken).

Wanneer, zooals dikwijls plaats heeft, de klinker van de Aksara legenS

ocr page 32

UITSPRAAK VAN DE »/n.

niet als d, maar volmondig als o wordt uitgesproken; dan verandert in de uitspraak een volgende vn evenzoo in o, als wanneer de voorafgaande klinker een Taling-tarroeng is. Zoo wordt bv. £n nn mn \\ tekaha {komook wel tekówa, uitgesproken, en dan soms ook wel luilvn vi geschreven.

Bij het spreken wordt de sterke adspiratie tusschen twee gelijke klinkers wel eens door gebrekkige articulatie verzuimd, en dan vloeijen de beide klinkers in één. Zoo wordt het voegwoord »-/) n/n saha (ere) wel eens in één lettergreep imn sa, en dan bij een volmondige uitspraak van de a-Tdank \\rfigt;jii\\ só, uitgesproken. Bij een snelle uitspraak wordt soms ook wel de zachte adspiratie tusschen twee bijna gelijke klanken verzuimd, zoodat de beide klanken ineen-vloeijen. Zoo wordt ^ ri) Jcoeld noeoèn {ich hitte) in de uitspraak

niet zelden Tcoeld noen.

Daar, zooals boven gezegd is, van drie- of meer-lettergrepigo woorden de twee laatste lettergrepen in de uitspraak nauwer met elkander verbonden en daardoor van de voorgaande wat meer afgescheiden worden; zoo wordt, als de voorlaatste lettergreep met een mn begint en de voorafgaande op een klinker uitgaat, deze klinker, als het geen i of oe is, somtijds met een Wxgnjan gesloten, en dus b.v. nn^ajn ifrj geschreven in plaats van m run n ka-atoer (aam-geboden), en nqtLni in plaats van ra-ina (dag).

15. Wanneer een woord, dat op een medeklinker uitgaat, een aanhechtsel ontvangt, dat met een klinker met zachte adspiratie en dus met een mn begint; dan gaat in de uitspraak deze adspiratie verloren, en dan wordt in het schrift de voorafgaande medeklinker gewoonlijk verdubbeld. Deze verdubbeling wordt evenwel in de uitspraak alleen dan gehoord, als het aanhechtsel tweelettergrepig is, bv. in toelissdnd (beschrijf het), van tstitwojiji toelis, met het aanhechtsel mnan and. Doch, bestaat het aanhechtsel maar uit één lettergreep, dan scheidt zich de laatste medeklinker van het woord in de uitspraak van de voorafgaande klinker af, en vereenigt zich geheel met de klinker van het aanhechtsel; bv. in loeltsan, niet toeVissan {schrift), van dat zelfde iSitjtjj met het aanhechtsel an;

sawise, niet sawïsse (nadat), van Stojtj met het aanhechtsel

16. Wanneer nu het woord, waaraan zulk een aanhechtsel gevoegd wordt, zelf op een Wignjan uitgaat, en dus op dezelfde klank als waarmee het aanhechtsel begint; dan behoort men ook volgens dezelfde regel beide adspiraties, de ? en de mn, te schrijven: maar dan wordt toch ook, als het aanhechtsel éénlettergrepig is, maar één adspiratie uitgesproken, alsof het maar één enkels un was; en die uitspraak is dan volkomen gelijk als die van een enkele mn tusschen twee klinkers volgens § 14; bv. om.utartj gadahan {bezitting), van gadah; ^^xm \\ moelid (ga naar huis!), van moeVih ; lu^sufrjtLm \\ oelié (zijn thuiskomst), van \\ oelih; tai -qam^mnartjj kakéan

16

ocr page 33

§17. VERDUBEL. VAN EEN MEDEKL. IN PLAATS VAN EEN VOLGENDE (un 17

(te veel), van tm rjtrn^ \\ dkèh (veel); rti^arr^^un \\ loenggoéé (zijn zitplaats) en (ti^nrr^^cuns loenggoéa (ga zitten!), van loénggoèh\' ^ enijj:i,niut jrijj bótóan

(zamen spelen), van vjxmirjiism^ bdtdh.

Doch rfiviirfivïi^iLmiHTji wówóhan (fruit) van met een min of meer

sterke adspiratie, omdat er een ui voorafgaat, volgens de aanteekening bij § 14._

Wanneer nu wegens een voorafgaande i, é, oe of o de un in de klank van de halfklinker hm of ui overgaat; dan schrijft men volgens de uitspraak deze letters ook dikwijls in plaats van f un ; b.v. j rui .111 \\ (voor ru^un ), ihti rf un hjui htji en crr^:gt;j}\\ Dit is evenwel af te keuren, omdat op die wijze de oorsprongen ware vorm van het woord in de spelling verloren gaan; in enkele woorden, waarbij op de oorsprong in \'t geheel niet meer gelet wordt, is echter die spelling door de algemeene gewoonte gewettigd; bv. in het voorzetsel en voegwoord i\'ti m i i_i :}iij Icalian {met, oók\\ voor fgt; ;j nj f j n , van 1*quot; j?.) JcdVlh,

17. Ook inzaraengesfeldeen door verdubbeling gevormde woorden, waarvan het eerste woord op een medeklinker uitgaat en het laatste met een un begint, gaat in een wat snelle uitspraak de adspiratie verloren en wordt in plaats daarvan de voorafgaande medeklinker verdubbeld. Naar deze uitspraak wordt dan ook dikwijls geschreven; zooals bv. radennajoe, voor -nïji,won-irt\\ raden-djoe (titel van een gehuwde prinses); xmvniutiuji ingngarop, voor vniun rui cuijfing-drèp (vóór, vooraan); mn ^ ^ n,j aloennaloen, voor njnn^im^ninjMTjf aloen-aloen (vóórplein van een «na^amp;tjj). — Gaat echter het eerste woord op een un uit, dan behoudt men meestal de un, omdat de adspiratie dan meestal duidelijk gehoord wordt; bv. in hoq-ajoe (oudere zuster). — Maar ook, als het eerste woord op een andere medeklinker uitgaat, wordt bij een wat langzame uitspraak de adspiratie gehoord, en is het dus verkieslijk altijd in zulke woorden de un te behouden, uitgezonderd alleen in enkele met het voorvoegsel un zamengestelde woorden, zooals unicxuiuiji vóór en un 3 mi * waar 9 die algemeen zoo geschreven worden, en waarvoor men zeer dikwijls bij verkorting (ouiuiji en 8m zegt en schrijft.

18. Dezelfde spelling wordt ook door velen gevolgd, wanneer een woord, dat met een un begint, met een voorafgaand woord, dat op een medeklinker uitgaat, ten nauwsten in den zin verbonden is en daarmee in één adem uitgesproken wordt; bv. wongngikoe, voor wang ikoe (die persoon). Zulk een spelling (aji^nj geheeten) is evenwel geheel af te keuren: want het kan bv. niet als onverschillig beschouwd worden, of men

ik?/.T0\\dan wel.int?fi.-y\\ schrijft. Beide beteekent als dat: maar het eerst is /en ikoe, en Ngoko; het tweede jen nikoe, en Madyii.—

19. Alleen de un is een eigentlijk gezegde keelletter, die in de keelholte aan het strottenhoofd gevormd wordt: de un, o-n en kj (de /c, g enng) worden niet in de keel zelf, mnar in den achtermond bij de keelengte gevormd,

2

ocr page 34

UITSPRAAK VAN DE cm en (tn.

door daar de van achter opgetrokken tong vast tegen het gehemelte te klemmen: maar daarbij wordt toch ook tevens de keel door het keeldeksel gesloten, even als bij de un (de zachte of harde adspiratie); en daarom zijn die medeklinkers met de keelletters het naast verwant, en kunnen ze met Azun in één klasse gerangschikt en keelletters genoemd worden. — De «v? (k) wordt in het Javaansch aan het einde van een woord, en meestal ook aan het einde van een lettergreep midden in een woord, onvolkomen uitgesproken op die wijze, zooals in de tabel van het alphabet dit reeds verklaard is; en men kan in Europeesch schrift deze uitspraak, zoo men wil, onderscheiden door een q in plaats van een k te schrijven. Zoo bv. in lti uiunji awaq {lichaam) en (fn awaqé {zijn lichaam.) Dat de aan het einde van^een woord of lettergreep evenwel volkomen wordt uitgesproken, wanneer de voorafgaande klinker een ë is (zooals in vn dmbck, en xwQmqihtji ambëkan; dat heeft waarschijnlijk zijn oorzaak hierin, dat bij een onvolkomene-uitspraak achter zulk een ë-klank de k aan het einde van een woord niet goed hoorbaar zou wezen.

Wanneer de zachte klemletter on aan het einde van een woord hard wordt uitgesproken, en er dan een xn voor geschreven wordt (§11, aant.); dan luidt deze f n ook volkomen als onze k: maar dan meent de Javaan ook niet zijn «n, maar een m, uit te spreken; alleen maar onwillekeurig spreekt hij de fm met eenh a r d e n ademstroom uit, zoodat de om de klank van gt;\'n krijgt. Het is een om, die hij wil uitspreken, maar die bij de uitspraak een Tc wordt.

20. In het midden van een woord wordt de nn aan het einde van een lettergreep alleen maar in enkele woorden volkomen uitgesproken, zooals in mi °i nm pariksd {onderzoek) en moekti {genot). — Is de voorafgaande klinker een a, dan is de uitspraak altijd onvolkomen: want in woorden zooals (vgt;mi\\ waktoe {tijd voor het gebed), en asniuriJ*^ taksih (nog steeds), die een uitzondering schijnen te maken, wordt de toonlooze a geheel als Pëpët uitgesproken; en die woorden worden daarom ook veelal ö;™ gt; en geschreven.

21. De art verschilt van de «» alleen hierin, dat de mi een harde, maar de m een zachte, met een z a c h t e n ademstroom nitgesprokene klemletter is. De klemming van de opgetrokken tong achter tegen het gehemelte is bij beide letters dezelfde, ofschoon bij de cm gewoonlijk wat minder s t e r k als bij de «w.

22. De keelneusklank « (ng) wordt gevormd door dezelfde klemming van de tong tegen het gehemelte, maar door een tegen die klemming gedreven zachten ademstroom door de neus te laten resonneren. Daar in Hollandsche woorden deze neusklank alleen aan het einde van een lettergreep of tusschen twee klinkers voorkomt; zoo kan de uitspraak van deze letter in het begin van een woord misschien voor sommigen in het eerst eenige moeielijkheid hebben: maar dan moet men zich oefenen, door een woord als «n oji iuij ngarcp (vóór)

18

ocr page 35

§ 23. UITSPRAAK VAN DE TANDLETTERS ,U7 en «sn. 19

eerst uit te spreken als * un iji m^ \\ ing-arëp of ingarëp, met een korte scherpe i zooals in ding; dan ëngdrëp, met een toonlooze ë-klank in plaats van die korte i, en eindelijk alsof er \'ngarëp geschreven stond.

23. Van de tandletters moet men zich gewennen, niet alleen deus», maar ook de itn, werkelijk als tandletters uit te spreken, door namelijk de tong beneden in den mond te houden en zóó tegen het bovenste tandvleesch te klemmen: want in onze moedertaal maken wij bij de uitspraak van ded en t dat onderscheid tusschen tand- en tong-letter niet. De t spreken wij gewoonlijk als tandletter uit, maar de d daarentegen meestal als tongletter zoodat de Javaan in onze uitspraak van onze d zijn tongletter aa meent te hooren. (Hij zegt en schrijft daarom voor De Koek). Men moet zich dus gewennen, bij de uitspraak van de Javaansche xa de tong zóó te houden, alsof men onze t wilde uitspreken, maar dan, door niet met een harden, maar met een zacht en ademstroom de gemaakte klemming te openen, een d te laten hooren.

24. De neusklank »« wordt met dezelfde klemming gevormd als de tandletter na: doch bij deze neusklank wordt ook door den Javaan het onderscheid tusschen tand- en tong-letter in de uitspraak niet streng in achtgenomen, en hij schrijft de ihi ook gewoonlijk voor de tongneusklank n._

Vreemd is het, dat de Javaan in sommige Arabische en Hollandsche woorden een m in plaats van een n meent te hooren, en daarom bv. S-^ zegt voor het Arabische (benaming van een soort van geesten), en veelal ^

voor het Hollandsche kommandant. Omgekeerd zegt hij m «?lt; onj voor het Arabische jatim (wees).

Aan het einde van een woord spreekt de Javaan deze neusklank ook wel eens als een keelneusklank ny uit, vooral wanneer er onmiddellijk een woord op volgt, dat met een keelletter begint; en zoo vindt men ook wel eens bv. (utKt^-himnj^anj) geschreven in plaats ran njipatocran-kamoeld.— Ook wordt aan het einde van een woord in de spreektaal in sommige woorden in plaats van de on dikwijls een run uitgesproken, zooals bv. in nsn rj um nnji, «7? 77 Kï) / h\'nj en UI rj vni in plaats van «ri tj im ? cmj (vragen), rj itsn 1 wjj (fe zien) en \' \'\' f-\' t (vrouw).

25. Voor de gewoonte, om, zooals in de tafel van het alphabet gezegd is, de tn tusschen twee klinkers door zijn Pasangan te verdubbelen, en dus bv. run Tj-Hjt ^iji te schrijven in plaats van i/n rjm idnbm (jong): voor die gewoonte bestaat geen andere rede, dan dat het een vrij algemeene en oude gewoonte is. Voor de tweede van de twee daar genoemde uitzonderingen bestaat een goede rede: want, indien men in plaats van run/Hi\\ and (er is) mnuj schreef, dan zou men dat dnd moeten uitspreken, daar de a alleen in een openelettergreep als d wordt uitgesproken. Voor de andere uitzondering, om bv. manoeq

ocr page 36

20 UITSPRAAK VAN DE no) en up. VERANDERING VAN EEN -n IN rvi § 27.

(vogel), en niet ^^7 te schrijven, kan alleen de mindere omslagtigheid als rede worden aangevoerd. — Sommigen stellen zich nog een andere uitzondering tot regel, namelijk om wèl volgens § 15 en iLmSirjity te schrijven, van hof en «jhrnj\\ schaamte, maai\'-igt;]^x:nirjm en «%gt; r)w van afnrj!Lniti\\ buffel, en inhoud.

De beste regel zou zeker deze algemeene zijn, om de no in geen ander geval te verdubbelen, dan waarin ook de andere medeklinkers volgens § 15 verdubbeld worden. Men zou dan wel afwijken van een vrij algemeene gewoonte: maar men zou het om goede reden doen; en gewoonte is geen wet, — allerminst een verkeerde gewoonte. — Hoe men tot die gewoonte gekomen is, om zóó meest altijd de itn tusschen twee klinkers te verdubbelen; en wat die gewoonte billijken kan , dat zal later blijken (§ 74).

26. Bij de uitspraak van de tongletter na wordt de tong op dezelfde wijze op- en achteruit-getrokken als bij de r, en dan een d uitgesproken door het voorste gedeelte van de tong tegen het gehemelte of boven tegen het tand-vleesch te klemmen en deze klemming met een zach ten ademstroom snel te openen, terwijl men bij de r (den) de tong op dezelfde plaats tegen het gehemelte laat trillen. In onze moedertaal spreken wij de d ook gewoonlijk als tongletter uit, maar, daar wij geen twee d\'s hebben, niet zoo sterk gemarkeerd, als de Javaan zijn iui uitspreekt. Voor een goede uitspraak van de Javaansche m moeten wij dus de tong wat meer achteruit- en op-trekken, dan wij bij de uitspraak van onze d gewoon zijn te doen. — De «p verschilt van de tut alleen door de uitspraak meteen harden ademstroom. — In de onderscheiding van de tand- en tongletters d en t kan men zich het best oefenen door het snel achter elkander uitspreken van woorden als t/mtox adi (kostelijk), en un mi \\ adi (jonger broeder of zuster), O mnj pëtaq (hard schreeuwen), en Qi xriiuitj -pctaq (wit), en van woorden, waarin beide soorten van letters onmid-delijk na elkander voorkomen, zooals imuS), dateng (naar), en hSImin teda (spijs). — In Europeesch schrift kan men de tand- en tong-letters d en t onderscheiden door onder de tongletter een stip te schrijven.

Voor den Javaan zijn de tongletters iji en up niet met de tandletters no en , maar met de t o n gletters r en l zeer na verwant. B.v. £i«) tjêdaq, iS tj tjëraq, en vQ ru trnj tjëlaq (kortbij), zijn alleen daarin van elkander onderscheiden, dat men de twee eerste in Ngoko, het laatste in Krama gebruikt. Onwunji is Ngoko, (uiQian/i KramS..

27. Omtrent de tongtrillers -rgt; en rugt; is alleen op te merken, dat in \'t Javaansch, even als in andere Indische talen, de r dikwijls met de l verwisseld wordt. Gewoonlijk zelfs en geregeld verandert de r in een l, wanneer in hetzelfde woord nog een r volgt; bv. in ojrvinfrti* lóró, in plaats van rjngrjnm róró (twee). In titm rara (ongehuwd meisje), behoudt men echter

ocr page 37

§ 28. UITSPRAAK VAN DE OVER DE TONGLETTERS EN om. \'21

meestal de eerste r, om het woord in die beteekenis te onderscheiden van hui n \\ lard {ziek), dat ook wel eigentlijk nn\\ rara, is, maar in deze beteekenis zelden zoo uitgesproken of geschreven wordt. — In het uit het Arabisch ontleende woord ■$gt; nu \\ rild (welbehagen) is de r ook in een l veranderd, ofschoon er niet een r, maar een l volgt. In het Javaansch spreekt men namelijk dit woord ruinjt\\ Uld, uit, en gebruikt het in de beteekenis van verlof o(vergunning, terwijl men de oorspronkelijke vorm -Pt rvi alleen dan gebruikt, wanneer men er de oorspronkelijke Arabische beteekenis van welbehagen aan hecht.

28. Bij de sisletter s wordt in \'t Javaansch tusschen tand- en tongletter geen onderscheid gemaakt: maar de Javaansche m wordt toch het best als tongletter beschouwd: want meestal spreekt de Javaan de m niet uit door

met een harden ademstroom tnsschen de tanden door te sissen, maar door • 7

de tong naar het gehemelte op te heffen, en dan met een harden ademstroom tusschen de tong en het gehemelte een sissend geluid te maken, waarvan het geluid dan ook niet met de toonlooze c-klank overeenkomt (zooals bv. in het Fransche esprit), maar met de klinker i, zooals in isnèn, anders

quot;ItyVlH snamp;n, of Qtrfitjimji sënèn (Maandag). Door zulk een uitspraak is de Javaansche »-lt; met de harde verhemelteletter ui verwant. — Vooral moet men er zich voor wachten, de Javaansche^), even als de Fransche s, tusschen twee klinkers als onze z uit te spreken; bv. pasar (markt), en niet pazar, ofschoon dit woord in het Persisch, waaruit het ontleend is, bazdr luidt.

29. In het Indische schrift worden bij de sisletter s de tand- en tong-letter van elkander onderscheiden. In het Javaansche schrift is de Aksara ^ eigentlijk de tandletter, en de tongletter s is eigentlijk do Aksilril ü», die in de tafel van het Alphabet onder de kapitale letters gerangschikt is, en werkelijk ook in het tegenwoordige Javaansche schrift als kapitale letter gebruikt wordt. Van deze tongletter va is echter de Pasangan -a» ook voor het gewone schrift als Pasangan nevens de Aksara m opgenomen, zoodat bv. het Kramawoord tdksih (nog steeds), met de tongletter, maar het Madya-woord nsn/S? met de tandletter geschreven wordt. Keurige schrijvers willen echter ook voor de Aksara de tongletter at gebruikt hebben, wanneer er onmiddellijk in hetzelfde woord de tongletter ip op volgt, zooals in migipasii (noodzakelijk); als ook, wanneer er onmiddellijk de tongletter r voorafgaat, zooals in het woord ui i»n wdrsa (regen, jaar), dat ook in het Sanskritsch zoo met de tongletter s geschreven wordt. Men doet wel met dit na te volgen, ofschoon de meeste Javaansche schrijvers hji^ en iviiKtt schrijven. Zoo schrijft men dan ook inSinjis doersila {slechtaard), ofschoon dit woord in het Sanskritsch geschreven wordt met de verhemelt e-letter s (s/), de Javaansche i«, die in het Javaansche schrift alleen als kapitale letter gebruikt wordt.

ocr page 38

OVER DE VERHEMELTELETTERS ■M) \\ as EN cm.

Ook tusschen de tand- en tong-neusklank «wordt door de Javanen gewoonlijk geen onderscheid gemaakt (§ 24). De figuur voor de to n gneusklank de arm, wordt onder de kapitale letters gerangschikt, en door de meeste Javaansche schrijvers in gewone woorden nooit gebruikt. Keurige schrijvers willen evenwel ook deze tongneusletter gebruikt hebben, wanneer er onmiddellijk de tongletter m of op op volgt, zooals in mn rj .rrn rj ti :unj andèrèq (meêdoeri), en «71070 \\ kanti {aan de hand geleid); als ook, wanneer er onmiddellijk de tongletter r voorafgaat, zooals in luinrn* wamd (kleur, soort), gelijk dit woord ook in het Sanskritsch met de tongletter n geschreven wordt. Ook dit mag men navolgen.

Verder zou men, als men nu eenmaal de tongletter n van de tandletter n in het schrift onderscheiden \'wil, die nrrti ook behooren te schrijven in die werkwoorden, die door de uitspraak met een voorgevoegde neusklank gevormd zijn van woorden, die met een \'p beginnen, zooals in »/y i,n j noetoeq {kloppen, stompen), van Vj t\'j als ook in zulke, die gevormd zijn van grondwoorden die met de tongletter m of de verhemelteletter aji beginnen, zooals in ninj noewoen {hidden), ran ^ soetcoen, en arn itïtm nanijang {aan iets vasihinden),

van quot;Jt tgns tjantjdng. In zulke woorden wordt werkelijk ook de » door de Javanen gewoonlijk als ton gletter uitgesproken, maar toch door alle Javaausche schrijvers met een n geschreven, omdat in het schrift tusschen de tand- eu 10 ngletter n geen onderscheid gemaakt wordt.

30. De verhemelteletters mi, ^ en on zijn complexe medeklinkers, die gevormd worden door bij de klemming, waarmee de t, den n worden uitgesproken, tegelijk het middelste gedeelte van de tong zóo tegen het gehemelte te klemmen, als wij dit doen, om onze klemletterƒ uitte spreken. De (Ki) en k komen alleen aan het begin van een lettergreep voor, zooals in (Kniuidnj) tjatjad {gebrek, wat te laken is), en ik ik mjiji djadjal {proef). De neusletter cm wordt, behalven aan het begin van een lettergreep, zooals in cm «7 \\ njdna {vermoeden), door nauwkeurige schrijvers ook geschreven aan het slot van een lettergreep vóór een .101 of lt;-lt; \\ zooals in 77un 1 trm óntjat {ontsnappen), en r/ i/n otm éndjing (vroeg). Op dezelfde wijze schrijft men in het Sanskritsch, en men mag dit als de nauwkeurigste spelling navolgen. Voor het gehoor is evenwel de neusklank vóór die complexe medeklinkers tj en dj nauwelijks van die vóór een t of d te onderscheiden, en de meeste Javanen schrijven dan ook zulke woorden eenvoudig met een en dus en r/imSjw

31. Tusschen twee klinkers is men gewoon in plaats van de Aksara on een Nd met de Pasangan Njd, en dus ifjjj, te schrijven, zonder dat men daarom anders uitspreekt, dan wanneer de enkele cm geschreven wierd;bv. in xjn tgjj dnjdr (nieuw). De oorzaak van deze gewoonte schijnt te wezen, dat men oudtijds, even als in het Sanskritsch, midden in een woord tusschen twee

22

ocr page 39

UITSPRAAK VAN DE iuj).

klinkers ^ {Njd met Péngkal) gewoon was te schrijven, zooals ook nu nog in het Javaansche schrift de Pasangan Njd niets anders is, dan een uit de Pasangan Nd en Péngkal zamengesteld schrijfteeken. Daar nu echter met de mjj! de klank van de complexe medeklinker Njli niet nauwkeurig in het schrift beteekend wordt, omdat de Péngkal even als de imi als halfklinker wordt uitgesproken, en Ausunwj niet a-njar, maar anyar (of aniar) schijnt te moeten beteekenen; zoo heeft men later voor Nja tusschen twee klinkers, in plaats van Na met Péngkal, liever de Nd met de van de Péngkal in figuur weinig verschillende Pasangan Njd geschreven ; bv. vjjj soenja {ledig), in plaats van of \'ry itpj\', zooals dit woord oudtijds, even als in het Sanskritsch, geschreven wierd, omdat men namelijk niet soenya (of soenia), maar soenja, uitsprak. Met nu zóo ^vgjj te schrijven, schrijft men eigentlijk wel een dubbele n: maar dit kan te minder hinderen, omdat de an toch gewoonlijk midden in een woord dubbeld geschreven wordt (§25). —Sommigen willen ook midden in een woord tusschen twee klinkers de gewone t-m geschreven hebben, en schrijven dus bv. tunrm in plaats van maar dit in strijd

met de sedert lang algemeen door de Javaansche schrijvers gevolgde gewoonte.

32. De Javaansche verhemelteletter /lm is niet onze Hollandsche j, zooals wij die uitspreken aan \'t begin van een woord, a\\s jager. Deze Hollandsche j is een zoogenaamde stomme medeklinker of vaste klem 1 etter; maar de Javaansche is een halfklinker, uit te spreken als de Fransehe y in il-y-a, of zooals de Fransehe i in iarnbe, dieu en ancien. En zoo spreken wij de j ook uit in Hollandsche woorden tusschen twee klinkers, zooals in kajuit en kwaje (voor kwade). Die halfklinker ontstaat in de uitspraak ook vanzelfs uit een voorafgaande i en e in woorden, zooals in knieën (kniejen) en sleeën (sleejen). Hij wordt namelijk gevormd door het gehemelte op dezelfde wijze elastisch te spannen, als dit plaats heeft om de i uit te spreken; en men begint ook een i uit te spreken: maar terwijl de i-klank gevormd wordt, wanneer men een zachte ademstroom door een nauwe engte tusschen het zoo gespannen gehemelte en de naar het gehemelte opgeheven tong heendrijft, brengt men, om de halfklinker j uit te spreken, inmiddels de tong geheel tegen het gehemelte, zoodat de i-klank daardoor gedempt en met de opening van de gevormde laxe klemming de medeklinker j uitgesproken wordt. In onze klemletter j aan het begin van een woord hoort de Javaan nooit de klank van zijn halfklinker j, maar spreekt onze woorden jas en jager txajtji {djas) enit^rrrt (djager) uit. —Tusschen twee klinkers, waarvan de eerste een i of e is, ontstaat, zooals boven gezegd is, de klank van de halfklinker vanzelfs uit de voorafgaande vocaal, en is het in Europeesch schrift verkieslijk, dan voor de hu geen j te schrijven; bv. in .fa(lusisnj nial, en \\ héci. Als men nijat en héjix schreef, zou men licht de j niet zacht genoeg uitspreken.

23

ocr page 40

24 LIPLETTERS. UITSPRAAK VAN DE . § 33.

33. Van de lipletters komen de «ji, icn en (amp;i volkomen met onze p, b en rrn overeen; maar de ft» is, even als de itw, een halfklinker, zooals de Engelsche w, en niet, zooals de Hollandsche, een zoogenaamde stomme medeklinker of kl emletter. De Javaansche «i is als halfklinker oeen w tegelijk, en wordt gevormd door de lippen voor de uitspraak van een oe te zetten, maar dan, door de lippen zamen te sluiten en weêr te openen, niet de klinker oe, maar de medeklinker w uit te spreken. Zoo week of volmondig, als de w door de Engelschen wordt uitgesproken, spreken de Javanen gewoonlijk hun ivgt; niet uit; maar toch altijd als halfklinker: en, als men woorden, waarin eenoe ofo aan die halfklinker voorafgaat, zooals iHTjrj.w en o\\ met Europesche letters naar de ware uitspraak wil schrijven; dan moet men voor de halfklinker geen w schrijven, maar koéé en kóé, daar zóo in de uitspraak uit de voorafgaande oe of é bij de overgang tot de volgende klinker vanzelfs de klank van de halfklinker ontstaat.

34. Niet zelden worden de lipletters in het Javaansch met elkander verwisseld, bv. in !cnri%jn\\ bdé, in de spreektaal ook ui^ \\ wdé {maar), en in \\ poenikd, in de spreektaal ook QSjnn \\ mcnika {deze, dit, die, dat). De oorzaak van deze verwisseling ligt ongetwijfeld in de mindere fijnheid van lippen bij den Javaan, en in de gewoonte van het betel-kauwen. Hieruit is zeker ook te verklaren, dat hij zoo dikwijls in plaats van een lipletter een keelletter uitspreekt, en dus veelal mrjm-n -gandérd. zegt voor het Portugesche-tm rjihp-n\\ handéra (vaandel), en kestoèl, voor het Hollandsche pcstoèl {pistool). Voor de ct en de o, en ook wel voor de lt;amp;?, spreekt hij ook wel de tun uit, zooals in ënddrd (ook wel in twee lettergrepen ndara) in de spreektaal voor £ntm-n\\ bënddrd {heer en meester of meesteres), en in tunitw^

ajah ené, voor ui mrjty \\ ivajclh méné (deze tijd van den dag).

Maar ook voor andere medeklinkers spreekt hij aan het begin van een woord wel eens een mn uit, zooals in -rj \\ oeroeng, in de spreektaal voor n doeroeng (nog niet).

Opmerkelijk is het nog, dat men in de Javaansche taal niet alleen de lipletter, maar ook allerlei andere letters, zoo dikwijls met de sisletter m verwisseld vindt, vooral in K r a, m a-woorden, zooals urnSusn,/ bangët, Ngoko, i-i 8 astiji sangëf, Krama. (erg, zeer), wnajijj moras, Ng., wnut/j saras, Kr. (gezond), rutrfniinji of Kr. (kunnen), of Miyitp* Kr. (niet doorgaan), ui

rj ia \\ of Kr. verkoopen, Miuiuiji Kr., Maleisch garem (zout); maar ook

zonder onderscheid van taaisoort in j0; jy r ^ of gt;/7/ jy i \\ rj i i if ■ n l.i j of \') rt\'

a j. a a a . s . s

\'rjniiuiji\\ ajj^cuinsnjl 01 crr^aji asnfls w w en un ajjcrrt en rLicm \\ mi 7] itfn

en en en rfhtw

ocr page 41

§ 35. PA-TJEREK EN NGA-LÉLÈT. HOOFDLETTERS OF KAPITALE LETTERS. 25 DE PA-TJËRËK EN DE NGA-LËLÉT.

35. Voor het gebruik van de schrijfteekens m en voor de klanken ra en le bestaat in het Javaansche schrift geen andere rede, dan dat er ook in het Indische schrift afzonderlijke schrijfteekens voor die twee klanken gebruikt wierden. In het Javaansch zou men er even goed -v! en ti) voor kunnen schrijven, en zoo vindt men ook wel eens geschreven. Als Pasangan wordt de lt;Q. door goede schrijvers ook nooit gebruikt in het midden van een woord, zooals bv. nglëbóni (ergens ingaan), en tanglM {kampen en vragen), door sommigen in \'t geheel niet. Te regt wordt er evenwel van dit schrijfteeken ook als Pasangan gebruik gemaakt, wanneer het de eerste letter van een woord is, bv. in o j ^ ^ \\ wis lëmoe {reeds vet).

DE HOOFDLETTERS OF KAPITALE LETTERS.

36. Deze letters zijn overblijfsels van het oud-Indische letterschrift, zooals dat in al zijn rijkdom tot de Javanen gekomen en op het schrijven van de Javaansche taal toegepast is. De arm en de amp;» zijn, zooals boven (§29) reeds gezegd is, de Indische tongletters n en Evenzoo is de m de verhemelteletter s,desj, in het Sanskritsch. De «v, ap, ius, au) en ^ komen overeen met de Sanskritsche zoogenaamde geadspireerde (beter laxe) klemletters thj (of ij), ch (of kh), th, ph, g en b; en de k is óf de zoogenaamde geadspireerde dj, de dj, — of wel, daar het toch niet een kapitale n, maar een kapitale cm is, de Sanskritsche zamengestelde, maar (even als de a;)als enkele letter gebruikte Djnj. — In het oud Knwi worden deze letters ook werkelijk even als in het Sanskritsch gebruikt; maar later zijn ze, daar ze door de Javanen van de andere letters in de uitspraak niet onderscheiden wierden, hoe langer hoe meer in het schrijven van gewone woorden, ook in woorden van Sanskritschen oorsprong, in onbruik geraakt; uitgezonderd alleen de ctm en de m, die, zooals boven (§ 29) gezegd is, door naauwkeurige schrijvers nog in zekere bepaalde gevallen als tongletters gebruikt worden. Daar men evenwel die letters eenmaal toch had, zoo heeft men er gebruik van gemaakt als van ongewone figuren van letters, om er het onge-meene, buitengewone of boven het gewone verhevene door te onderscheiden in namen en titels van goden en vorstelijke of hooge geestelijke

personen, zooals bv. in de titels van den Vorst van Soerakarta: idnuncmmn * (?)

rr^ \\ Ingkang Sinochoeri kangdjëng Soesoehoenan

Pakoe-boewdnd, en in woorden als Vorst; ook wel in namen van vors

telijke hofzetels, zooals ir^ --nt(iiri£)\\ Soerd-kdrtd. Op dit gebruik van deze letters ziet de benaming van tir, iw) \\ groots, d. i. aanzienlijke, letters: want

die letters zelf worden niet grooter geschreven, dan de andere, zooals dit

ocr page 42

26 AANGENOMEN LETTERS VOOR VREEMDE KLANKEN. § 37.

bij onze kapitalen de gewoonte is. In delaatstetijdevenwel, nadat de Javanen met het gebruik van onze kapitalen in alle eigennamen bekend geworden zijn, worden zij in navolging daarvan hoe langer hoe meer in allerlei, ook in minder aanzienlijke, eigennamen gebruikt; en men kan dit nog verder, dan het tot hiertoe door de Javanen gedaan is, tot alle eigennamen zonder onderscheid uitstrekken. Men kan het toch moeijelijk als regel stellen, om alleen in namen en titels van voorname en aanzienlijke personen en plaatsen die kapitalen te gebruiken, en in andere niet: want waar is de grenslijn te bepalen tusschen hetgeen men als voornaam en aanzienlijk te beschouwen heeft, en niet? — Tusschen die Javaansche kapitalen en onze Europesche blijft evenwel altijd dit onderscheid bestaan, vooreerst, dat er in het Javaansche schrift niet van alle letters kapitalen bestaan, maar alleen van die weinige, die in de tafel van het Alphabet opgegeven zijn: ten tweeden, dat die Javaansche kapitalen niet gebruikt worden aan het begin van een volzin; en eindelijk, dat zij in eigennamen en titels niet enkel aan het begin, maar even goed in het midden van een woord geschreven worden. Alleen aan het einde van een woord als sluitletter van de laatste lettergreep worden zij niet gebruikt; doch om geen andere rede, dan omdat in het Sanskritsch nooit een woord op een van die letters, daar zij aan beantwoorden, uitgaat. Zoo kan men dus in -nrjiLcimijj Rddèn, de titel van iemand van vorstelijk bloed, en in den naam van de hoofdplaats «a Si ity tnjj Madioen, geen kapitale letter gebruiken: want voor de letters -n, no, ®i en hm heeft men in het Javaansche schrift geen kapitalen, en voor de m mag men de kapitale irm niet gebruiken, omdat het de sluitletter van de laatste lettergreep is.

In handschriften worden die kapitale letters, die smaller zijn dan de ge-\'wone, namelijk de ki , VJ, \'lt; en ie, door sommige schrijvers ook welin plaats van de gewone im, nsn, rm en irrt aan het einde van een regel gebruikt, wanneer er voor de gewone breedere figuur geen ruimte genoeg is. De f herinner ik mij niet ooit anders aangetroffen te hebben. — Als kapitale ru heb ik ook wel eens de figuur van de Pasangan n gebruikt gevonden\', bv. in de eigennaam ■v:n, rj . Menigvuldiger is in handschriften het gebruik van de n in plaats van de gewone ru aan het einde van een regel, als voor do gewone geen ruimte genoeg is. Dan wordt namelijk daarvoor de \'( geschreven, maar zóó dat de laatste \'haal of staart van de letter over den rand van de bladzijde uitgehaald wordt;\' iets dat de netheid zeker niet bevordert.

i J

AANGENOMEN LETTERS VOOR VREEMDE KLANKEN EN UITHEEMSCHE WOORDEN.

37. In het schrijven van Arabische en andere uitheemsche woorden gebruikt men voor die letters of klanken, waarvoor in het Javaansche schrift geen letter-teekens bestaan, die Javaansche letters, waarmee die vreemde klanken voor het

ocr page 43

UITSPRAAK VAN EEN AKSARA-LËGNA.

gehoor van den Javaan het naast overeenkomen, en onderscheidt dan, als men tenminsten naauwkeurig zijn wil, die letters door er drie stippen of TjStjdq\'s boven te schrijven. Daar evenwel die vreemde Arabische of andere uitheemsche klanken door den Javaan toch niet dan met groote moeite, of in het geheel niet, uitgesproken kunnen worden, zooals het behoort; zoo spreekt men die Javaansche daarvoor in plaats gebruikte letters dan ook gewoonlijk niet anders uit, dan zooals in gewone Javaansche woorden, bv. in jöi,i~n \\ kabar, Arab. chabar (tijding, berigf). In het schrijven laat men die drie stippen bovec de letter als onderscheidingsteeken dan ook dikwijls maar weg, vooral bij zulke woorden, die in de Javaansche taal geheel het burgerregt verkregen hebben. of waarvan de Javaan de vreemde afkomst en de wijze, waarop zij oorspronkelijk geschreven worden, niet kent, zooals bij voorbeeld in dat woord wn rrn \\

Om al de vreemde klanken, die in Arabische woorden voorkomen in het Javaansche schrift te onderscheiden, zou men nog meer letters met drie punten er boven gebruiken moeten, dan boven in de tafel van het Alphabet opgegeven zijn, namelijk ook \' quot;, asn, \':t, )tgt; en an. Javaansche schrijvers maken daar evenwel zelden gebruik van. De !Ün zou men namelijk moeten gebruiken voor de harde Arabische adspiratie 5, de uSi voor de ^gt;, de gt;•\' voor de viy, de quot; \' voor de en -la, de tü voor de de om voor de en de «n voor de

UITSPRAAK VAN DE KLINKERS.

38. De a-klank, waarmeé een Aksard-lëgnd volgens § 6 moet worden uitgesproken, wordt in het midden en oosten van Java (even als in sommige tongvallen van het Indisch en van het Maleisch op Sumatra) in de laatste lettergreep van een woord, als deze open (dat wil zeggen, door geen medeklinker gesloten) is, en even zoo in de voorlaatste, als deze insgelijks open of alleen maar door eenneusklank gesloten is, op dezelfde wijze uitgesproken, als de a in het woord water in het Groningsch, Geldersch of Engelsch, of als de o in het Fransche école, een klank, die in Europeesch schrift het best beteekend kan worden door de Zweedsche d (een a met een kleine o er boven), om op die wijze te kennen te geven, dat het eene a is, die in de uitspraak een middelklank tusschen tt en o wordt. Zoo bv. in roepa (gedaante), twiwi\\ kdjd (gelijk),

iiMivms jdtrd (geld); — doch niet in de voorlaatste lettergreep van woorden als «n fu^fj \\ kadya (gelijk), omdat in zulke woorden de eerste lettergreep wel niet gesloten is, maar de medeklinker, daar de laatste lettergreep mee aanvangt, met een Péngkal verbonden is: want, daar dePéngkaleen halfklinkeris, die met de klank i, hoe kort ook, aanvangt, zoo krijgt daardoor de voorgaande a die scherpe klank, die de a in de Javaansche uitspraak heeft, als de volgende lettergreep op een i uitgaat, zooals in tmiSt\\ kadi (§ 52,1°). — Dikwijls spreekt de Javaan die d volmondig, volkomen als een o uit, zooals in het

27

ocr page 44

UITSPRAAK VAN EEN AKSARA-LËGNA.

Hollandsche zoo, bv. in o-n\\ ndmd (naam), dat hij dan norno uitspreekt. Somtijds vindt men ook wel eens een woord naar naar die volmondige uitspraak geschreven, en dus met Taling-taroeng, bv. Maar dit is dan als

een spelfout te beschouwen. Alleen dan, wanneer de voorlaatste lettergreep door een neusklank gesloten is, wordt voor die a-klank regelmatig een Taling-taroeng geschreven, omdat namelijk als regel aangenomen is, dat een Aksara-lëgna alleen in een op ene lettergreep met de a-klank wordt uitgesproken. Men schrijft dus tma-ji\\ hasö, {taal), maar, ofschoon het eigentlijk hetzelfde woord is, r/ ™\\ hdngsd {natie, in het Maleisch bangsa), omdat in dit laatste de eerste lettergreep niet open, maar door een neusklank gesloten is; hoewel de klinker volkomen dezelfde klank heeft, als wanneer de lettergreep niet gesloten was. Want dit is een vaste algemeene regel voor de uitspraak in het Javaansch, dat in de voorlaatste lettergreep van een woord de klank van een klinker niet verandert, wanneer die lettergreep alleen maar door een ne usklank gesloten wordt. — Zulk een woord wordt dan ook weer zonder Taling-taroeng eenvoudig met de Aksara-lëgna geschreven, wanneer het een aanhechtsel krijgt, zoodat het niet meer op een a uitgaat, en dus de o\'s niet meer als a\'s worden uitgesproken; bv. ingt; bdngsdmoe {je natie), even als in basamoe {je laai). Doch, krijgt zulk een woord het aanhechtsel

un\\ d, zoodat het dus op een a in een opene lettergreep, blijft uitgaan; dan verandert de uitspraak van de voorgaande a\'s ook niet, en spreekt men bv. «Til qj] ttyn \\ bdsdhd, en if xrn ta-i xm \\ bdngsdha, uit.

Die spelling van een a met Taling-taroeng in een woord als hangsa is zeker aftekeuren; want de klinker in de voorlaatste lettergreep is eTenmin een o, als in de laatste; en, zoo men in de laatste lettergreep niet noodig heeft de uitspraak van de a als « in het schrift te beteekenen, dan heeft men het ook niet noodig dat in de voorlaatste lettergreep te doen. Maar het is au eenmaal in midden- en oost-Java eene algemeene gewoonte geworden.

In den Oosthoek van Java vindt men de «-klank wel eens in het schrift door een Taroeng aangeduid, en dus bv. icntwi geschreven voor xmm\\ heisa. Zoo vooral vlt;5ór een pauze aan het einde van een zin of zinsneê, waar de beide laatste lettergrepen langer in de uitspraak worden aangehouden. Het schijnt een overblijfsel te zijn uit het oude schrift, waarin de 1 a n g e a in Sanskritsohe woorden en namen met dat teeken onderscheiden wierd. Verg. de aanteekening bij § 67.

39. In twee woorden, die beide niet, neen, beteekenên, namelijk \\a

Ngoko, en rfxmntw in de zoogenaamde hoftaal, wordt de laatste Aksiira-lëgnü niet met een d, maar met een scherpe a uitgesproken: ora en boja. De rede hiervan is, dat de oorspronklijke vorm van deze woorden rj um-nnr^/j drag, en rfxnmajviiKvji bójaq, geweest is; en zóó wordt nog het eerste in Bagölen en

28

ocr page 45

UITSPRAAK VAN DE KLINKER A.

Banjoe-mas uitgesproken, en het andere te Grësiq, waar het dagel.\'jksch inde gewone spreektaal gebruikt wordt.

Dat de ware vorm van Tl I quot; ^\' gt;gt; \\ ora, eigentlijk 71 tl I\'M ƒ is, blijkt ook uit het verkorte (of ten minste kortere) vragende n urnjj niet ? immers; en uit rrfiunritjiMr^/j dat door den heer Gericke in zijn woordenboek als Koordorstrandsch wordt opgegeven, en dat hetzelfde als rj un t-rtinnji is, met verwisseling van de letters n en *■».

40. In zamengestelde en door herhaling gevormde woorden is de uitspraak van de a dezelfde als in enkele woorden; bv. in imOtji\\ scinggd-wedi (stijgbeugel), en i.» ngt;.?,-n \\ kira-kira (gissen, vermoeden). Wanneer zulkt woorden een aanhechtsel krijgen, waardoor de uitspraak verandert; dan ondergaat in zamengestelde woorden het eerste woord geen verandering; bv. in

m?m-iQiji^^\\ sdnggd-wëdiné [stijgbeugel er van): maar in woorden, die door herhaling gevormd zijn, rigt zich de uitspraak van het eerste gedeelte soms ook wel naar de veranderde uitspraak van het laatste, zoodat men bv. uojTi«n-nvjujx (naar gissing, vermoedelijk) nu eens kird-kirdné, dan eens kira-kirdné uitspreekt. En zoo zegt en schrijft men ook van het herhaalde

datitjt\\ rndngsd (tijd), niet alleen mfii?a.jir.iikirjruj\\ samdngsd-mangsdné, maar ook wel sdmdngsa-mdngsdné [zoo dikwijls als). — Uit-

heemsche woorden van vier lettergrepen beschouwen de Javanen als zamengestelde, en spreken ze dan ook als zoodanig uit; bv. ru^mnmi«n^ (het Arab. maldékat, engel) mald-ékat: en voor den naam van de maand Januari zegt en schrijft de Javaan jo rui °i \\ Djdnd-wari.

41. Waar nu de niet geschrevene klinker van de Aksiira-lëgna niet als d, maar als a, wordt uitgesproken, daar is de klank van deze a óf zacht, zooals in ga en gaas, öf s c h e r p, zooals in gal en gas. Dit onderscheid van zacht en scherp heeft evenzoo plaats bij de uitspraak van de klinkers i,oe,eeno. Het ware onderscheid tusschen deze tweeërlei uitspraak van de klinkers bestaat hierin, dat de zachte klank van de klinker gevormd wordt in de mondholte, de scherpe, zooals men duidelijk bij de uitspraak voelen kan, in de keelengte en voor die zachte of scherpe uitspraak van de klinkers heeft men in het JavaansclT bepaalde en vaste regels, waarover later gesproken zal worden (§ 51 en 52). Maar omtrent de uitspraak van de scherpe a moet nog in het bijzonder opgemerkt worden, dat men daarin twee nuances onderscheiden moet, een lagere, zooals in de llollandsche woorden mal en ras, en een hoog ere, zooals in de Fransche woorden mal en vache, in het Hoogduitsche Kalb, en in het Hollandsche franje en katje. In het Hollandsch heeft deze h o ogere uitspraak van de scherpe a alleen plaats, wanneer er een verhemelte-letter volgt: maar in het Javaansch is, even als in het Fransch, die hoogere uitspraak de

29

ocr page 46

OVER DE KLINKER PEPËT.

gewone, en men zal dus in het Javaansch de scherp e a het best uitspreken, zooals men gewoon is die uit te spreken in het Fransch.

42. Met het onderscheid tusschen lang en kort heeft het genoemde onderscheid tusschen zacht en scherp eigenlijk niets gemeen. Wel is een scherp uitgesprokene a ook meestal kort (kort afgebroken), zooals in een door een medeklinker geslotene lettergreep, bv. in pal even als in het Fransche mal: maar dit is niet noodzakelijk: men kan zulk een scherpe klinker ook in de uitspraak aanhouden, rekken en verlengen, zonder dat die daarom ophoudt scherp van klank te zijn. Dit heeft in het Javaansch dikwijls plaats aan het einde van een zin of zinsnee, omdat, zooals later gezegd zal worden, in het Javaansch de twee laatste lettergrepen van het laatste woord van een zinsnee met accent aangehoud en en dus langzamer uitgesproken worden. Vooral heeft dit plaats, wanneer het laatste woord éénlettergrepig is, of in de voorlaatste lettergreep een toonlooze Pepet heeft, zoodat de verlenging geheel alleen op de laatste lettergreep valt, bv. in mas, of £h ™ ëmas (goud), (vi nay pal, of £n rut ëpal (mijlpaal), en QniCi\\ bésar (naam van de twaalfde maand). In zulke woorden is de uitspraak van de a dan volkomen dezelfde als in de Fransche woorden égal en char aan het einde van de zinsnee, en dikwijls even zoo lang als in de Hollandsche woorden maas, paal en schaar, maar in de klank van de klinker blijft toch hetzelfde onderscheid bestaan als tusschen de a\'s in het Fransche égal en het Fransch-hollandsche egaal. —

Tot onderecheiding van de zachte en scherpe uitspraak van de klinkers kan men gevoegelijk in navolging van de Fransche zachte é en scherpe è, bij al de klinkers de accent aigu en de accent grave gebruiken. —

43. Voor de vocaalklank, die in het Javaansche schrift met het leesteeken Pepet beteekend wordt, heeft men in het Europesche schrift geen bijzonder teeken: men schrijft die met een e, zooals in de twee laatste lettergrepen van het woord edele, of in de twee eerste van het woord begeleid. Het is echter evenmin een e, als een a, i of o: het is de onbepaalde of indistincte vocaalklank, de klank van het ademgeruischofstemgeluid. van een door de keel en mond gedreven ademstroom, wanneer daanneê niet door een bepaalde positie van den mond een bepaalde vocaalklank, zooals a, tof o gevormd wordt. Het is een toonlooze, doffe, vocaalklank, als het niets anders is dan het geluid van den door keel en mond gedreven adem, zooals in de middelste lettergreep van de woorden edele en begeleid: maar het is een geaccentueerde, meer heldere vocaalklank, wanneer, bij het drijven van den ademstroom door de stemspleet in het strottenhoofd, de stembanden in die mate gespannen worden, dat zij als snaren in een genoegzaam snel trillende beweging gebracht worden, om door het gehoor als klank vernomen te worden. Zoo in de laatste lettergreep van het woord edele, en in de eerste van

30

ocr page 47

UITSPRAAK VAN DE PËPËT.

31

44.

begeleid. — In het Europesche schrift kan men die onbepaalde, indistincte vocaalklank het best met e beteekenen. — Voor de lettergrepen rii en h: heeft men in het Javaansche schrift afzonderlijke teekens, namelijk de Pa-tjërëk, Nga-lëlet en de KërSt.

De Javaansche benaming gt;-] ï/ïl n,} (üo^ ^el •ur^n^HjiQusn/j Oeloe Pëpët, d.i. hor,enteeken Fépët) beteekent afsluiting of versperring. Deze benarAing kan aan die onbepaalde Toeaalklank gegeven zijn, omdat men die beschouwde als eeu door inhouding of tegenbouding van den adem, als het ware door versperring, afgesloten en kort afgebroken stemgeluid.

44. Bij de uitspraak van die onbepaalde of indistincte vocaalklank hebben de keelengte en de mondholte, -waardoor het ademgedruisch of stemgeluid naar buiten gedreven wordt, natuurlijk altijd een bijzonder gewijzigde en dus op eene bijzondere wijze bepaalde positie; en daarom zweemt die klank, hoe indistinct of onduidelijk die ook wezen mag, toch altijd min of meer naar één van de bepaalde vocaalklanken, naar een a, e, i, o of oe. Vooral door de bijzondere wijze, waarop de mond voor de uitspraak van de volgende medeklinker gezet moet worden, wordt natuurlijk ook de klank van het voorafgaande ademgeruisch of stemgeluid min of meer gewijzigd. — Het met de stembanden in de keel reeds gevormde stemgeluid, de geaccentueerde^, ondergaat evenwel in den mond geen voor het gehoor merkbare wijziging, dan wanneer die klank door een volgende lipletter afgesloten wordt, zooals in de woorden \'fn gelem {willen) en O rui scrëp (het walen). In zulke woorden krijgt de ë in de laatste geaccentueerde lettergreep door de beweging van de lippen tot het vormen van de m otp vanzelfs een klank, die naar de korte scherpe Hollandsche en Engelsche u zweemt. — Merkbaarder voor het gehoor is de wijziging, die de toonlooze ê (het doffe geruisch van de ademstroom) in de mond ondergaat door de bijzondere wijze, waarop de mond gezet wordt voor de uitspraak van een volgende medeklinker. Is die volgende medeklinker een halfklinker, ut of iw, dan wijzigt zich de toonlooze Pëpët natuurlijk naar de vocaalklank oe of i, die in die halfklinkers reeds bevat is. Zoo zegt men gewoonlijk, en schrijft men ook dikwijls, ^m \\ koowasct, in plaats van kcujdsd, en dit voor kh ut m \\ kawdsd (magtig), en m w \\

nijdkd, in plaats van ö •in».-«\\ ncjdJtd, en dit voor art wtms ndjdkd (rijksraad). Maar ook vóór de andere lipletters verandert de toonlooze ë dikwijls in de toonlooze oe, zooals bv. in °t \\ soilmddi, voor fDt ^tSt\\ sëmadi, en dit voor m (f,1 Sn lt;■ sdmddi (bidden), en in (ut «n n soëpdtd, voor .ö rut Ktt \\ scpdtd, en dit voor ojt luinsns sapdld (eed). Denzelfden invloed op de uitspraak van de toonlooze ö heeft ook wel een voorafgaande lipletter, zooals is ^n moëstdkd, voor Smmi • mestdka, en dit voor .-£gt; w «n gt; mdstdkd (hoofd, top); nj Q jutMuhnq poëndclikan, voor lt;0m ru^ttnjj pcndclikan (met strakke oogen). —

ocr page 48

32 UITSPRAAK VAN DE PËPÈT. § 45.

Ook vóór de m verandert de toonlooze e in de uitspraak van den Javaan niet zelden in een toonlooze oe, bv. in soëldjd, voor O rLim\\ sëldjd, en

dit voor m ruhm^ saldjd (strijdig). Vóór een m daarentegen krijgt deë-klank ligt de klank van een toonlooze i (volgens § 28), bv. in \\ singsdrd, in

plaats van Mwns s\'éngsdrd.

Of men zulke woorden naar die uitspraak met een i of oe, of het toonlooze en indistinete van de vocaal met een Fèpët, dan wel naar de oorspronkelijke vorm van het woord met de AJcsarci-lëgnd wil schrijven, staat natuurlijk ieder vrij. Het best zou het zeker zijn, als regel aan te nemen, om zulk een woord naar zijn oorspronkelijke vorm, en dus bv. lyniMtws en niet Ifo ivw wi •. of SiiLvi(tfn\\ te schrijven: want men spreekt ook werkelijk wel eens met een toonlooze a n tijdje ei uit. Maar als algemeene regel is dat toch moeijelijk aan te nemen; want in sommige woorden is de spelling naar de uitspraak zoo algemeen geworden, dat het vreemd zou zijn, daarvan af te wijken. Zoo schrijft men algemeen naar de uitspraak 11I I u \\ en niet nj^ajvt A \\ of of

schoon dit laatste de oorspronkelijke vorm is. —In het woord S ^ \\ wisésd (pppermagt), dat uit het Sanskritsch ontlêend is, is de klinker i de oorspronkelijke; maar toch zegt en schrijft de Javaan ook wel niet alleen wesésa, maar ook mi rj igt;ji oji \\ wasésa.

45. Indien een drielettergrepig woord in de beide eerste lettergrepen een Pëpët heeft, zooals in tëtëloe, dan wordt de eerste in de uitspraak een weinig geaccentueerd en heeft dus de klank van het stem geluid. De Javaan spreekt die dan dikwijls als een korte scherpe « uit, en schrijft naar de uitspraak ook veelal nsnaSnj tdtëloe. Zoo spreekt hij die zelfs uit vóór de halfklinker iui \\ zooals in «i £! ax? \\ wawëling, in plaats van ö Q rti \\ wëwëling {bestelling, opdragtj,en in mn Q.isy -.kdwëCoe, in plaats van :ifn.Q,isy\\/cëwëtoe (naar buiten raken), ofschoon hij ook wel «^ 8.15^ ■■ koëwëtoe, zegt en schrijft.

Geeft men aan de Pëpët in dat geval niet die korte a-klank, dan krijgt hij in de uitspraak de klank van een korte scherpe i, zooals in de Hollandsche woorden witte en rillen. Zoo klinkt de zoogenaamde ITransche e-muet bv. in de eerste lettergreep van de woorden als retenvr en revenir. Deze klank kan in een opene lettergreep in \'t Javaansch niet geschreven worden, even min als in \'t Hollandsch: maar de Javaan schrijft die dikwijls in j djilmd, in plaats van 8ru\\ djëlma, en dit voor nxirus djdlnia (mensch): want in dit woord spreekt de Javaan tusschen de l en m onwillekeurig een toonlooze ë uit. Hij schrijft dus S ri j naar de uitspraak voor djëlëma. Zoo ook 010 i n \\ voor i^hi lyij \\ en dit voor (lu^ihw .«y w

46. De toonlooze ë-klank wordt dikwijls, vooral in de derde lettergreep van achteren, als die open is, zoo snel uitgesproken, dat hij geheel onhoorbaar wordt (gelijk zoo dikwijls de e-muet in het Fransch); en, als dan de volgende

ocr page 49

OVER DE KLINKERS OELOE EN SOEKOE.

lettergreep met een tongtriller, r of begint, dan vereenigt zich hierraeê de voorafgaande medeklinker tot één zamengestelde letterklank. Zoo zegt en schrijft men dikwijls kraton, een «n«n ikërdton (zetel van een Vorst),

en tn^oAJionji klajan, \\oor Mn ruiLviimjj këlajdn {niet, eti). Zoo ook wel in tweelettergrepige woorden, zooals in (iy prang, voor Q-ï^pSrung {gevecht), en wlas, vooi\' QiuiiJtji wëlds (meêwarig). — Met andere medeklinkers heeft zulk een zamentrekking in proza zelden plaats, zooals bv. in sddjd, in

plaats van sëddjd {alle). Maar als de volgende medeklinker een half

klinker mi of ilw is. dan wordt ook de toonlooze oe of i, die dan gewoonlijk in plaats van de toonlooze c wordt uitgesproken (§ 44), dikwijls geheel onhoorbaar, of liever, dan hoort men niets meer van de nauwelijks merkbare oe of t-klank, waarmee die halfklinkers vanzelfs worden uitgesproken. En naar deze verkorte uitspraak schrijft men dan ook wel up^jis kwdsd,\\oor ui\\ koëwdsd, en dit voor «En /ui ft-ji \\ këwdsd, of mnivtMs kdwdsd (magtig), en r?j \\ pjaji, voor Siihu ,iSi \\ pijuji, en dit voor Q vihlus pcjdji {beambte). — Omgekeerd wordt ook wel eens voor de nauwelijks hoorbare vocaalklank van de halfklinker een toonlooze vocaal uitgesproken, zoodat men bv. socwdrd, zegt, en ook wel schrijft, in plaats van sivdrci {geluid, stem). — Hoe men nu ook hier schrijven wil, naar de uitspraak of naar de eigentlijke vorm van het woord, staat natuurlijk ieder vrij. In het algemeen is het zeker het best, de eigentlijke vorm te behouden; maar, als men een gesprek of gesprokene woorden neerschrijft, is het toch verkieslijker de gewone uitspraak te volgen. —

47. De namen van de klinkers Oeloe, hoofd, en Soekoe, o-|^\\ voet,

zijn ontleend aan de figuur van de schrijfteekens. Zij duiden niet alleen het onderscheid en de tegenstelling van boven- en onde r-teeken aan: maar de Oeloe heeft ook werkelijk de figuur van het bovenste gedeelte van een hoofd, en de Soekoe is in oude handschriften de ruwe afbeelding van een voet van een mensch. De Oeloe, .nj, \\ wordt door velen bij verbastering Woeloe, genoemd. — Het zijn de teekens voor de klinkers i en oe (Hoogduitsche m), nu eens zacht zooals in de eerste, dan eens scherp, zooals in de laatste lettergreep van de woorden aaiStajijj tipis {dun), en isrjisr^ ajijj \\ toétocp {deksel). De scherpe i heeft in het Javaansch volkomen dezelfde klank als in het Hollandsch, bv. in is en wit. De scherpe oe heeft men in hetHollandsch niet, en ook niet in het Hoogduitsch, waarin de m, hoe kort ook, toch zacht blijft. Het is een niet in den voormond met de lippen, maar in de achtermond, in de keelengte, gevormde oe, zooals in het Hoogduitsch de korte u wel eens onwillekeurig uitgesproken wordt voor een r, zooals in kurz. In het Hollandsch hebben wij wel de scherpe doffe o-klank, zooals in dof en oehend: maar, om de scherpe oe goed uit te spreken, moet men zich oefenen, om even als de doffe o in zulke woorden, zoo ook een scherpe ne inde keelengte te vormen.—

3

33

ocr page 50

34 soekoE in plaats van een o. taling en taroeng. § 48.

Zu]k\'een scherpe i of oe is wel gewoonlijk ko rt, maar kan toch even goed als elke andere vocaal aangebonden en verlengd worden, zonder dat daardoor de klank van de klinker een andere wordt. Zoo kunnen wij het Hollandsche ik zeer goed heel langzaam uitspreken, bv. in een twijfelende vraag: Hik? zonder dat daarom aan de i in dat woordje een andere klank gegeven wordt. In het Javaansch heeft die verlenging van de scherpe i en oe in de laatste lettergreep van een woord zeer dikwijls plaats aan het einde van een zinsnee.

48. Verder moet nog opgemerkt worden, dat in de laatste lettergreep van een woord, dat door een Wignjan gesloten is, dikwijls voor de scherpe i een scherpe e en voor de scherpe oe een scherpe o wordt uitgesproken, zoodat men bv. \'E| ru % \\ moelöh, zegt voor moelih (naar huis gaan), en

loemóh, voor loemoch {afkeerig zijn). In poëzie is deze verwisseling

menigvuldig om bet rijm. — Ook wordt in woorden, die opeen oe uitgaan, in de voorlaatste lettergreep de zachte i dikwijls als een scherpe e uitgesproken, zoodat men bv. r/.T^rtp mcloe, zegt in plaats van ti nj -.miloe (meedoen).

In eenige woorden van vreemde oorsprong, die op een a uitgaan, moet in de voorlaatste door een neusklank geslotene lettergreep de SoeJcoe als een scherpe doffe o worden uitgesproken, bv. in j/j n ontii (Jcmneeï). Men schrijft namelijk in zulke woorden meestal voor die o-klank een Hoekoe en niet een Taling-taroeng, omdat, indien men i] vn i in schreef, dit dan volgens § 38 linta uitgesproken zou worden. — Somtijds vindt men echter zulke woorden ook wel met een Taling-taroeng geschreven; en zoo schrijft men, zoo ver ik weet, altijd Y i;j gt; ^ groot, steile, ram, ofschoon dit woord nïetdamta, maar, even als in het Soendasch en Maleisch, domba wordt uitgesproken. — Daar nu zulk een woord als onta, gewoonlijk met een Soekoe \' \'gt;j geschreven wordt, zoo is het niet te verwonderen, dat de Javaan ook wel eens naar deze spelling oenta uitspreekt: want dit woord is niet in dagelijkaeh gebruik: maar het gewone woord Tcontja {neêrhangcnde slip van een Tcleed), dat uit gebrek aan beter spelling ge

schreven wordt, (daar un ? irm een geheel ander woord is, dat kantja uitgesproken wordt en Tcameraad beteekent), dat woord zal hij niet ligt koentja uitspreken. Over de klankteekens Oeloe en Soekoe kan hier nog opgemerkt worden, dat de Javaanscbe schrijvers gewoon zijn, bij vergissing geschrevene letters in een boek of brief niet door te halen, maar er een Soekoe onder en tegelijk een Oeloe boven te schrijven, om ze op deze wijze onuitspreekbaar en dus on-leesbaarte maken.

49. De rede van de benaming van het klankteeken iisnau\\ Taling, en yan het teeken usn -rp Taroeng, in den naam Taling-taroeng(A.\'\\. Taling met Taroeng), is onzeker: het van asnrfti afgeleide lumfti ro tnj) is het KWimii-woord voor oo\'i\\ enasn-r^ beteekent kampen, vooral van kemphanen, maar hoe de oorspronkelijke figuur tot die benamingen aanleiding gegeven kan hebben, laat zich nu niet

ocr page 51

UITSPRAAK VAN DE TALING EN TALING-TAROENG.

meer met genoegzame waarschijnlijkheid gissen. —De Taling wordt geschreven voor de Aksara, waarachter hij uitgesproken worden moet (bv. in ^to ui \\ dcwu), even zoo als dit in het Sanskritsch plaats heeft met het teeken voor de korte i; en, even als in het Javaansch door de Taroeng, zoo wordt ook in het Sanskritsch de o van de e alleen door een achter de Aksara geplaatst teeken onderscheiden. — Behoort de Taling bij een Pasangan, dan wordt hij geschreven vóór de Aksara, daar die Pasangan meê verbonden wordt; bv. in njir)^ lambé (Jip), mnrjMii\\ kantor (kantoor), rutrfiEji^jiajutnjf\\sómpejan {U), en rjmn tj ™ ~i i gt; tcmpó {vervaltijd van een pacht). — Ook mag de Taling van de Aksara,, waarbij hij behoort en waarvóór hij geschreven moet worden, nooit afgescheiden worden; zoodat, wanneer op het einde van een regel van een bladzij nog wel plaats is voor de Taling, maar niet meer voor de Aksara, daar hij bij behoort, dan wel de Taling op die regel tot aanvulling van de nog overige ruimte geschreven worden mag, maar dan op de volgende regel vóór de Aksara herhaald worden moet. Hetzelfde geldt bij de Taling-taroeng niet alleen van de Taling, maar ook van de Taroeng. Is er op het einde van een regel geen plaats meer voor de Taroeng, dan kan men deze ond er de Aksara schrijven (§ 8): maar, is er alleen plaats voor de Taling, en niet voor de Aksara en de Taroeng; dan moet de Taling op de volgende regel herhaald worden.

50. Waar nu deze klinkers e en o in het Javaansch zacht worden uitgesproken, daar is de klank gewoonlijk zóó zacht, als in de Hollandsche woorden zee, leven, o! boven en komen. Alleen door den invloed van een volgende tongletter n, op en wordt de klank natuurlijk een weinig harder; bv. in 7 ï-quot; \\ cring, rj gt;• u ryn . sóré, 7 (.m ? y ?:i ? \\ bódó, en 7 j m / j0; j:n:j * ósiq. — De zachte uitspraak van die twee klinkers is in den mond van den Javaan dikwijls zoo zacht, dat de klank weinig van de zachte i en oe verschilt, en minder nauwkeurige schrijvers er wel eens een i en oe voor schrijven; bv. rquot;i\\ kinging, ^ngoémbé, ^m\\ koéndoèr, i3gt;3ri\\bindjing, Bi \\ koéwi, in plaats van rjiun ii/i\\ kónging, ri iTiig m \\ ngómbé, kóndoér, ^ im Sïi \\ béndjing, g vi ^

kocwc. Is de klinker in de volgende lettergreep van een woord een a, dan spreekt de Javaan de amp; en ó altijd zóó zacht uit, dat het gehoor die zachte klanken moeijelijk meer van de i en oe onderscheiden kan, en hij dus zelf ook in zulke woorden niet zelden een i en oe schrijft, bv. i?iïrm rijij\\ inggnl, voor ij in rn ui j \\ énggal {spoedig), rj 111 j,; j \\ kimdwón, voor gt;*ti ti 7 ? 1 ? k; j \\ kómawón (maar), oémah, voor rjvniiamp;iqs ómi\'th (woning), en iji^rmKrij \\

oéntjdt, voor óntjat (ontsnappen). — Dat de Taling-taroeng in

plaats van de a-klank geschreven wordt in een voorlaatste, alleen maar door een neusklank geslotene lettergreep, is boven (§ 38) reeds opgemerkt. Zoo ook in rjianten, en wanten, Madyi\'i- en Kramil-vormen van

lunims dnd (ergens zijn). —

35

ocr page 52

36 ALGEMEENE REGELS VOOR DE UITSPRAAK VAN DE KLINKERS. § 51.

51. Als algemeene regels voor de zachte, scherpe, of korte toonlooze, uitspraak van de klinkers a, e, i, o en oe gelden de volgende vier:

1. Scherp is de uitspraak in de laatste lettergreep van een woord, als die door een medeklinker gesloten wordt, zooals in ui asry liwat (voorbijgaan),

ómclh (woning), vnr]inriiHTjj^akèn {zeggen dat iemand iets doen moet), mnrjin-n^ akèh (veel), aj^Snsnji oéwit {stam, boom), soégih (rijk), tmtfumi

nsnji ahöt {zwaar), runijunt^ cldóh (ver), mdtoèr (spreken tot een meerdere, wëroèh (kennen, zien).

In de westelijke residenties van Java, zooals Banjoe-mas en Tjeribon, wordt evenwel de i en oe in de laatste geslotene lettergreep zacht uitgesproken, even als in het Hoogduitseh, en spreekt men dus Si asriji niet oéwit, maar oéwit uit, en niet mdtoèr, maar matoér. Is de laatste lettergreep dooreen Wignjaa

gesloten, dan is deze bij zulk een uitspraak ook niet meer hoorbaar, en een woord als klinkt dan niet als seéglh, maar als soégi of soegie.

2. Scherp is ook de uitspraak in de voorlaatste lettergreep, als deze door een andere medeklinker dan een neusklank gesloten is, zooals in i/n ^ n asta {hand, el), ^vnm* cstoc {werkelijk), nisld {schande), rjimiasnj órmdt (eerbied), ry ili wj Soèltan (Sultan). —In sommige woorden worden evenwel de i en oe ook in dit geval wel eens minder scherp, en dus als de Hoog-duitsche korte i en n uitgesproken, bv. in at \\ mirsa (vernemen), en S \\ Goesti(Heer). — \\)e a wordt in zulk een lettergreep gewoonlijk geheel toonloos uitgesproken, en dan veelal zoo indistinct voor het gehoor, dat men er een Pëpët voor schrijven kan en ook niet zelden, in vele woorden zelfs gewoonlijk, voor schrijft; bv. in n wasta, (naam). De a behoudt in zulk een lettergreep zijn klank en accent alleen, 1. als de lettergreep met een un begint, zooals in

asta; 2. als de volgende lettergreep met een halfklinker begint, zooals in rm «i \\ gdrwd (gemalin), en kArja (benaming van een landmaat), of

schoon men ook wel eens fm.w geschreven vindt; en 3. als de lettergreep door een un gesloten is en deze onvolkomen uitgesproken wordt (§ 20), zooals in /isnsgn taqdir (voorbeschikking): doch in de meeste van zulke woorden wordt de ixn volkomen, en de a toonloos en geheel als Pëpët uitgesproken. Zulke woorden worden dan ook vrij algemeen naar de algemeene uitspraak geschreven; bv. sékti (magtig), en m \\ reksd (bescherming), in plaats van sdkti, en \'*gt; \'■quot; ^ rdksa).

3. Maar, als de voorlaatste lettergreep van een woord door geen andere medeklinker, dan door een neusklank gesloten is; dan is de uitspraak van de klinker in die lettergreep volkomen dezelfde, als wanneer die lettergreep open is. De sluiting van een vocaal met een neusklank verandert in de voorlaatste lettergreep volgens Javaanse he uitspraak aan de zachte of scherpe klank van de vocaal

ocr page 53

§ 51. ALGEMEENE REGELS VOOR DE UITSPRAAK VAN DE KLINKERS. 37

niets. Zoo spreekt men met een zachte vocaal m ^ \\ sandé {niet doorgaan), uit, en oai«\\ timbd (emmer), even als in luirfxns sada{verkooperi) en «Rucns tiba (vallen). Zoo ook in goénfing (schaar), i^ikrjmnttisnjf \\ djénggdt

(baard), en ngómbc (drinken). Die zachte uitspraak zouden wij

naar Hollandsche spelling bij de ns, e en o door vocaalverdubbeling moeten beteekenen, en dus saandee, djeenggot en ngootnbee schrijven, en voor «?i gi niet timha, maar tiemha. — Naar diezelfde regel spreekt nu de Javaan ook vreemde woorden uit, en zegt bv. .unrjitnis kantor (kaantor), voor het Hollandsche kantoor. De scherpe a in de eerste lettergreep spreekt hij zacht uit, omdat die alleen maar door een neusklank gesloten is, terwijl hij in de laatste lettergreep de zachte o scherp uitspreekt volgens 1°.

4. In een drielettergrepig woord, dat niet door een aanhechtsel drielettergrepig geworden is, wordt de klinker in de derde lettergreep van achteren, als deze open of alleen maar door een neusklank gesloten is, altijd kort en meestal toonloos uitgesproken; en de toonlooze a wordt dan niet alleen in het gesprek gewoonlijk even zoo indistinct uitgesproken, als de Pepet, maar ook door den Javaan zeer dikwijls met een Pepet geschreven; bv. in wcm^snagara, of Qom~n\\ negara (hoofdjolaats), en iiJinrnr^\'V)\\ pnnggdwé, of pënggdwé

(toedoen, bedrijf). — Ook de toonlooze i en oe worden dan wel even indistinct uitgesproken, en dan ook wel een Pepet er voor geschreven; bv. in wisésa, ook wel wesésa (oppermagf), en^^rm\\ soedagdr, ook wel

Qan cm \\ scdagar (koopman). — De korte klinker behoudt evenwel in de derde lettergreep van achteren zijn duidelijke klank: 1. als het drielettergrepige woord met een (un begint, zooals in run om vu \\ agdmd (godsdienst), en .unanj-n\\ dntdrd (tusschenruimté)-, en 2. dikwijls ook, als de volgende voorlaatste lettergreep een Pëpët heeft, zooals in pamëtoe (opbrengst), en m\\ pdmbcktd {het meêbrmgen). Doch ook in dit geval verliest de klinker niet zelden zijn onderscheidene klank, en woorden als rE)g^.iQ-isn^\\ maltibct {naar binnen gaan), worden niet alleen dikwijls als mclebct, maar zelfs volgens § 46 als iQ uitgesproken.

In tweelettergrepige woordon, die door een aanhechtsel drielettergrepig, geworden zijn, wordt de derde lettergreep van achteren nooit toonloos uitgesproken ; bv. in asn un kj \\ tangané, niet tdngane (zijn hand), van isn m tang an (hand), en nm tf vi ^ \\ gawèmoé en cm rj ut ivt iwji gawéjan (maaksel), van crn ij i_:} \\ gdwé,

In enkele drielettergrepige woorden, die met een (un beginnen, is de klank van de a in de eerste lettergreep bij het menigvuldig gebruik wel niet in de klank van de Pepet veranderd, maar tocb zóó verdonkerd, dat er een toonlooze oe voor uitgesproken wordt. Zoo in ISJI IJ) \\ oStdwa voor vn mii cv) \\ atawa (of, en anders), en oêntdwis, voor cun nt cijijj antdwïs (ongeveer). —

ocr page 54

REGELS VOOR DE UITSPRAAK VAN DE A, E EN O.

52. Voor de uitspraak van de a, e en o gelden nog de volgende bijzondere regels. — Schérp is de uitspraak van deze klinkers in een opene of alleen maar door een neusklank geslotene lettergreep ook nog:

als de volgende lettérgreep op een i of oe uitgaat of een Pëpët heeft, bv. in itwri\\ kart of \\ kcri [achterblijven), rj?-n\\ kort (deur),

scipoe (bezem), rjiui^ scwoe {duizend), wüloe (ac/if),sabën

(telkens), rj t-n .Q anjj èwed (moeijelijk), rjxjmiQiitaj) buten (niety, en in wantji

(tijd van den dag), njxmSn \\ bèndi (rijtuig op twee wielen), ^ -n«J? \\ rómpi (vest), ogix mantoe (schoonzoon schoondochter), klèntoe (verkeerd), iBiamp;asnjj

mambet (rieken), rj gt;,ii mi nujj kèndël (stilhouden), tjtunuitvis èmper (zweem, gelijkenis, rji^iQvjjj siintcn (avond). Zoo ook in iun-?iivw\\ karid (blijf achter! van iun-n\\ kari), n?/ rj rj \\ sapiné (zijn rund, van «\\ sapi), \'tiyn \\ rnadjcgi (iets pachten, van (oi Qurnjj), ij amp; n.^ ai ^ mèloéwd (ga meê! van rj ^rwj\\ mèloe), rj mi Sii i-ï \\ èlingd (wees gedachtig, van tj un n\'i \\ éling), csëmé (zijn

glimlach, van rj in Q f-i/j), rj ■gt;) ? ih rj t{j\\ vuttnt\' (zijn brooid, van n t iriirj ) rgt; kasöntenen {te laat in den avond). En de o is in dit geval altijd helder uit to spreken zooals in pottoi, en niet dof, zooals ia jwnden. — Zoo ook om de t-klank in een volgende Péngkal, bv. in ei rojj \\ madya, (niet madya). — De i en oe behouden in dit geval hun zachten klank, bv. in in^Sn noéli,

noéntën, Siisr^s pltoe, en Si Qw,-] pinten.

2. als dezelfde klinker ook in de volgende lettergreep scherp is;bv. in (ugt;iKi\\ pasar (markt), q n i rj-n p leren (toevegt;i), rj in i rj irri t ^ öbdr (fakkel), ru ii.) _) ^ \\ lampeth (gang), rjimrj ibi ^r\\ èmpèr (gaanderij), rjamp;ii rj mi l unjf möndöq (logeren)-, rj ie» ij ui j iS \\ mèwëi(iemand iets geven)} rj -m rj -ri Q anjj\\gèrèdên(sleep het), rj e?irj F.)imómöti (beladen), irnamp;inglampaï (begaan), rjonrj^i^tr?r\\ nèmpèli (aan iets zich vasthechten). — Aan de o moet in dit geval in de voorgaande lettergreep altijd dezelfde klank gegeven worden, als in de volgende, en dus bv. in de eerste lettergreep van rj o i ij rrn i unjj niet de klank van deo in mond, maar die van de o in dok. — De i en oe behouden ook in dit geval hun zachten klank, bv. in aSix;unjj tjiliq (klein, gering) en ^tj.isnj oéroèt (langs).

3. Scherp blijft ook de klank van een a, e ofo, wanneer aan een woord, dat op een medeklinker uitgaat en zoo in de laatste, of ook tegelijk in de voorlaatste lettergreep een scherpe a, e of o heeft, een éénlettergrepig aanhechtsel gevoegd wordt, dat met een vn begint, — indien namelijk de klinker van dit aanhechtsel niet een a is. Wel vereenigt zich dan (volgens § \'15) de laatste medeklinker van het woord met den klinker van het aanhechtsel, en wordt dus de door dien medeklinker geslotene lettergreep open: maar de in het woord scherp uitgesprokene klinker behoudt in de uitspraak zijn scherpen klank, zooals de e in het Fransche belle en emplettes (uitgesproken als bile en

38

ocr page 55

§ 52. RE5ELS VOOR DE UITSPRAAK VAN DE A, E EN O. 39

emplrtcs), en de o zooals in bonne (uitgesproken als h\'jne), of in devote en rose (niet zooals in \'t Hollandsch devote en rozen)\', bv. m m ivi rj m scdavoasé (al den duur van); MrjicntrfiL£n\\ püngdté (zijn krommes), van ^

rj iijn\\pedèté(het kalf er wan),van Qr^ui asnjpëdèt;^ ij nj) t ^ salóring,en ^ tu % \\ salèring (ten noorden van), van rj»u ? * lór, en tj vu \\ lèr ; ^ ^ isn \\ bóbóté (het gewigt er van), van rj i~nir/imgt;ns^ bóbnt. En zoo ook in r/innqrfw\\ ook wel geschreven, uit te spreken als kcé, niet hché (de menigte oïhet aantal van), van kèh; sakeing (allé), van dat zelfde i.n kèh;

rq !L7gt; i rj n.1 f rj t/n gt; olèé (zijn verkrijgen), van rjiungt;rjan.i^\\ ólèh ; ^ ia t?rj «.n \\ doé (de afstand van), van rj um^ duh (verte, afstand); rjmgt;rj^nt^rjxfn\\ góróé (zijn liegen of leugens), van rjamirfrit^ góruh (liegen, leugen); r.i rj-ui rj.w ^rj i_n \\ pawcwèé (zijn gift), van iwrjwqivm pawèwèh; en rqrjv)rjm\\ doeweqé (zijn eigendom), van rtj rj at i.n/j\\ eigendom; ^-nin.i^rjxm\\ kalaé (zijn verlies), van iunru^w 4. Maar, heeft het éénlettergrepig aanhechtsel de vocaal a (of d), dan verliezen in de nu open gewordene laatste lettergreep van het woord de a, e en o gewoonlijk in de uitspraak hun scherpen klank, en worden meer of min zacht, zooals de o in het meervoud geboden van gebod, en de e in /jeraiJjv.in iDi rj up petétan (planten in een pot), van Qtrjipasnj) pëtét; rj-nnrji^juMji rósan (riet), van rj-ntiKijj; rjaaiioji^nHTji tósan (ijzer), van rjmnijijj; mnjimtii^arijj\\ kabótan (bezwaard), van mi rj gt; nsnj) abut (zwaar); (inrjamir^aftjj panggiinan, Ng., en tinrjcrrtMjiHTj) panggénan, Kr., (plaats van of voor iets), van iSl rj nm i ënggön, en iamp;nrjnmitnji ënggèn (plaats); i/n -q tjiijn -. améqa (neem /), van im rj mj amèq (nemen); «n rj t ra \\ kamutd (het moet geladen of bevat zijn), van innrj^itasn/j kdmdt; cunrjiat^iunx awéd (geef!), ook wel rm rj vi rw geschreven, van divèh (geven); rj gt;jigt;rjr»gt;?vnonjj wowódn (vruchten), van rj vii%\\ wöh; «tirj.uiif xmrnjj kadóan (verte), van lun/rjani^s dddh (ver). — Zoo ook in rjh\'n irj m gt;py rr^ij kongkónan, Ng., rj un rj h\'n m/j kengkéndn, Kr., bode, van-^ r\'n gt;rjun»ifyj,kdngkiin, en rj h\'n rj hn anjf kèngkcn; rj aai g rj.w i rrj, Mjj tontóndn (wat er te kijkefn is), van^ on gt; rij.v^i Mtj nóntón; m rj rei rj-n rq rnjj paleréna/n (plaats om te toeven), van rjrerrj-n jii j\\ lèrèn; y n I Ij 1-IIrn t^jj momótdn (te beladen), van rj Ui I^ifj\\ mömdt; r/ iji rj/vi dewêqdn (zamen alleen), van yjuirf vrunjj dèwèq; gt;.-» rj^nrjrrn ?

rm !H^/j kdpondóqan (bij zich gelogeerd hebben), van q ti i rj yn i i%i \\ móndóqi; rm rj rei rj-n^n trrjj kalérédn, ook wel rmrjrvtrjmiLvtiKyi geschreven, onder iemands beheer staande), van rjirurjii^ (lérèh) voor rjimj-n^ van rjn^ beheer: rjl-di rjasngt;^mn ttajf bótóan, (zamen hazard spelen) en ct q zmiq vri t%m rn^/j ngabótóan (het hazardspel), van tftnnirjasnt^ bótóh. — In al zulke woorden wordt echter, ook te Soerakarta, de e en o door velen ook wel scherp uitgesproken, zoodat men bv. S q rp \'^w/j (i\\s pëtètan, en qiumrui^utnjj a\\s tösan, uitspreekt: maar deze uitspraak is een andere tongval, die, zooals hieronder opgemerkt zal worden, de tongval van den Oosthoek van Java is. —

ocr page 56

40 REGELS VOOR DE UITSPRAAK VAN DE A, E EN O. § 52

In den tongval van den Oosthoek van Java worden de e en o in een opene of alleen door een neusklank gesloten lettergreep ook scherp uitgesproken: 1°. wanneer de volgende lettergreep een a (of a) heeft, bv. mr^fijiasY} anjf ivètan {oost), Icèsdh, dèsci, grobag, dbsan,

rjcrmrjrLiasri^^ gölèqd {zoek!), rj/wtrjiHiitiHjaoji JcoiigJconan en r^ryrnrfHn^cmji JcèngJcènan {bode). Alleen in woorden, die op een d uitgaan, wordt de o in de voorgaande lettergreep zacht uitgesproken, om zulk een woord te onderscheiden van een woord, dat in beide lettergrepen een d heeft, bv. in dósd,

om het te onderscheiden van iinojn ddsd. — 2°. wanneer de volgende lettergreep ook een scherpe e of o heeft, onverschillig of die klinkers in beide lettergrepen dezelfde zijn, of niet; dus ook bv. in rf\'-nrfcrntinjjji^ règdl, r^nsnt ^(L/n tojpeng, vj itk rj cm 9 (trnjj djènggbt, en rj ru t rj i7rn\\ lontjèng. — Ook de i en oe worden in dien tongval in zulk een lettergreep scherp uitgesproken, wanneer ook de volgende lettergreep een scherpe i of oe heeft, en dan ook onverschillig, of die klinker in beide lettergrepen dezelfde zijn, of niet. In een opene lettergreep krijgt dan de scherpe i veel de klank van een ê, en, de scherpe oe die van een zachte doffe o, zooals in komen. Zoo bv. in tjïVik of tjéVik

(Jclein), \\roeng of êrohng {neus), oeroèt of óroet {langs),

moelïh of mólih {naar huis gaan), aSi ^irvjjj thnhll {een -puistje op het oog-lid), timbohn {opgestapeld), (n \\ mohidoer {achteruitgaan), gohntlng

{schaar). In geschriften uit die streken vindt men dan ook in zulke woorden in plaats van een i of oe, als de lettergreep open is, naar die uitspraak wel een e of 0 geschreven; bv. in rj vm céh (isnji voor (ér) rm asnji vj iyn cu^ (hi/j voor wjl,

Q O

en rjiamp;iiiruq voor «^ trui q w

Behalve de bovenstaande regels voor de uitspraak van de klinkers moet nog opgemerkt worden, dat in de spreektaal voor de scherpe \'a in eenige woorden in de voorlaatste lettergreep, als het woord op een i of oe uitgaat, dikwijls een scherpe e wordt uitgesproken, bv. in rj uïT^)\\ nevens wtï^n achterblijven). In enkele woorden is die klankverwisseling algemeen geworden, zooals in n voor En zoo is ook het kawische en poëtische wr^wnjj.

ofschoon de laatste lettergreep met een mti gesloten wordt, met die vocaalverwisseling als rj un in de spreektaal in Ngoko en Madya bewaard, terwijl men gewoonlijk rjun t n irhjq zegt en schrijft. — Maar ook voor de zachte i wordt in sommige woorden, die op een oe uitgaan, in de voorlaatste lettergreep in de spreektaal dikwijls een scherpe e uitgesproken. Zoo in^d ri^^ ?wè?oe, nevens Si rui \\ miloê {meedoen), en in Ng., ^yrnyns Kr., nevens N en {verkeerd). Zulke klankverwisselingen moeten wel beschouwd worden als overblijfsels van een oud en verouderd, of althans nu niet meerbekend, dialect.

53. Dat er in de Javaansche taal geen tweeklanken bestaan, is boven (§ 14) reeds opgemerkt. Somtijds smelten wel twee klinkers, die in een

ocr page 57

Z AMEN SMELTING VAN TWEE KLINKERS.

woord te zamen komen, in één: maar dan smelten zij ook zamer; tot één enkelen klinker, en niet tot een tweeklank. Dit nu heeft in zekere gevallen plaats, wanneer een voorvoegsel, dat op een klinker eindigt, vóór een woord komt, dat met een klinker begint, of wanneer een aanhechtsel, dat met een klinker begint, gehecht wordt aan een woord, dat op een klinker uitgaat; en dan smelt

1°. een a met een andere a tot één a te zamen, en zonder dat de klinker daarom in de uitspraak langer wordt; bv. in sanaq (bloedverwant), voor

iïj) !L/n gt;nyi saanaq- m om m/f sag ar an {kleine zee), voor m rm n rc-n a^y/sctgaruan, van nm -ri \\ sagard (zee), met het aanhechtsel mnini/i an; jvd op banddn (geboeid), voor bandddn, van rjim?.Tp\\ bundd (boei). Vrg. § 38.

2. smelt een a met een volgende of voorafgaande e of o zóó inéén, dat de a in de uitspraak zijn klank verliest en alleen de e of o overblijft; bv. in sómdh Ng., en sémdh, Kr. (echtgenoot, eig. huisgenoot), voor sdómdh, vjirjurt laifx sacmi\'ih] kómbaq (door de golven opgeheven), voor j.\'h rj ihn i ra Ktt/j kdómbdq; (lj r^vnirj Fi wjj pdngómbèn (drinkbeker, drinknap), van,^CTi^g)\\ ngombc (drinken), met het voorvoegsel pa en het aanhechtsel an; en iunrjinniwji djón (elkander te hulp roepen), van unrjwii\\ djó (komaan f), met het aanhechtsel an.

3. smelt een a met een volgende of voorafgaande i tot een e, en met een volgende of voorafgaande oe tot een o inéén; h\\. in rj tai■$gt;anji kérid(begeleid, voor kïj i?i ■?gt; an/j kairid; rj un tli \\ kèli (met den stroom meêgedreven worden)\',^oor iKn tSi r?) ^ kdili; fj i. n m rujj kèndel (ophouden), voor ww mi m kaindël;

kóndocr (naar huis keeren), voor kaocndocr; irn rj tli anjj kalen (beek,

sloof), van iKn rSn küli (rivier) niet het aanhechtsel agt;i; en even zoo rjtmrj viiiHTji éwon (bij duizenden), van rjimajjs èwoé.

De ineensmolting van een a met een voorafgaande e, 6, {of oe kan vreemd schijnen, daar het toch veel natuurlijker schijnt, dat de a na deze klinkers zijn klank behoudt, en dan tusschen de beide klinkers volgens § 14 een halfklinker wordt uitgesproken, die uit den overgang van de ééne klinker tot de andere van zelfs ontslaat. Dit heeft dan ook werkelijk zoo plaats bij het aanhechtsel vn \\ maar bij het aanhechtsel i n m/j bleef oudtijds, naar het schijnt, van de eerste klinker in de uitspraak niets meer over, dan de vocaalklank van de halfklinker. Zoo wierd bv. van de grondwoorden m «h en ru ki^ met het voorvoegsel ka en het aanhechtsel an wel niet terstond tot hjgt; rj asti imq (kapdtèn, en mi n i ij rj tri) i tnjj (Jcaldkbn), zooals men tegenwoordig zegt, doch ook niet »lt;\'» lt;uhi° a-w mtjj (kapatuhi) en hod rij ui tHTjj (kdldJcoéwan), maar un aji i^jjj tuijf Qcdpdtydn) en KtiiruKjjm/i (kdldkwdn); en later heeft de uitspraak zulke lettergrepen als

en ktvdn door zamensmelting van de klanken in tèn en kon verzacht. Zoo is ook het Sanskritsche en oud-kawische n fjji (rdmjd) later nrjamp;t (rdmé), en ^\'T\'

41

ocr page 58

OVER DE PATEN EN WING.IAN.

{geluid) tot ^ gt; 1 !■ n {luide) geTvorden; en het Sanskritsche swarga, het Ja-vaansche ^ (rm wordt in het Soendaach en Maleisch sbrga of soerga uitgesproken.

In eenige woorden, naar het schijnt Tan later vorming, is de klinker van het aanhechtsel tm kj j zonder ineensmelting behouden, vooral na de klinkers e en o bv. in cm rj vi tun mi/j maaksel, van Ïn rf i:i \\ maken, en 1?) \'ƒ 17 71 :}fijj mondeling, van ajrirjiiKt\\ groen. Maar zoo ook na de klinker oe, bv. in K/] H Ï7\'^ (7; of n.\'hKr^ivi\'itojj iemands gedrag, van njgt;trr^ \\ gang, handelwijs, tot onderscheiding van inn ruirftfninnji, het accidenteel transitief Passief van arirjunivn^ begaan, in de werkelijkheid uitvoeren; en in i,Qnsn^tjiinj, het Knimjï-inggil van rj tjcvLitqitmiHi/j, een gast bij zich krijgen of hebben, van cisn^\\ Ivr.i. van gast. Gaat het grondwoord op een i uit, dan wordt, als de a van het aanhechtsel lun lynjj behouden wordt, in plaats van de i een e uitgesproken ; bv. in wianrj 7j iut a.w lynji wat van iets geworden is, uitkomst, resultaat, tot onderscheiding van ^naxiTjimnnji wat van iemand geworden is, van irnSi* iets worden of tot gevolg hébben. Zoo ook in ikrjaxilviihtj] en (t-n ik rjnet ajvi anjj onderlinge overeenkomst, ver-bindtenis, verdrag, contract, van uk.5r en [aj\\ikamp;:\\

Van een grondwoord, dat op de klinker a (a) uitgaat, heeft men i/n i:r? ( n j, j ƒ gegeven commando of bevel, van xmicn\\ commando, commanderen.

OVER DE OVERIGE SANDANGANS OF LEESTEEKENS.

54. Van de overige Sandangans wordt het leesteeken jj in Ngoko, en gewoonlijk ook door ons, ajiTjusn lyn//, Paten, genoemd. Deze benaming ziet op de beteekenis van het leesteeken. Het woord beteekent namelijk iets om te clooveii of doo[middel, en men zou het gevoeglijk door klinkerdoover kunnen vertalen. Door dit leesteeken wordt namelijk de Aksara, daar het achter geplaatst wordt, van de klank a (of d), daar hij anders meê uitgesproken zou moeten worden, beroofd. In Kramil gebruikt men gewoonlijk de andere benaming ajir^iKnxm/j Pitngkon, een woord, dat anders zoowel Ngoko als Krama is en schoot beteekent. De benaming ziet namelijk op de figuur van het leesteeken, daar het de figuur heeft van den schoot van een op Javaansche wijze zittend mensch, die de voorafgaande Aksara op den schoot houdt.

55. Men kan dit leesteeken gewoonlijk als plaatsvervanger van een Pasangan beschouwen. Het wordt namelijk gebruikt, waar men, om aan te duiden, dat een Aksara enkel medeklinker zonder a- of a-klank is, geen Pasangan schrijven kan. Zoo vooreerst en vooral aan het einde van een zinsnee of dichtregel. Even zoo, wanneer men een enkeld woord te schrijven heeft, zooals bv. het woord imrfusn anjjs Maar zoo ook wel midden in een zinsneê of dichtregel, en ook midden in een woord, wanneer er drie medeklinkers op elkander volgen, die anders onder elkander geschreven zouden moeten worden. Dit wordt

42

ocr page 59

OVER DE WIGNJAN.

43

56.

namelijk maar zelden gedaan, en de ruimte tusschen de regels laat het ook meestal nauwelijks toe; men is daarom dan gewoon, de eerste van drie zulke medeklinkers met een Pa ten te schrijven: bv. jen mloekoe {als men

ploegt) en óntjlang (iets in de hoogte werpen eri weêr opvangen).

Men kan evenwel de Paten zóó midden in een zinsnee, vers of woord ook vermijden door aan de tweede medeklinker een PSpët te geven, die dan zoo snel is uit te spreken, dat hij zoo goed als onhoorbaar wordt. Men schrijft dan iLLj0gt;,T^\\ jen m\'loekoe, en Tjumv^rvi óntj\'lang. —

56. Het teeken ?, de Wignjan, vervangt, in navolging van het Sanskritsche letterschrift, de medeklinker mn als sluitletter van een woord of lettergreep, zooals in \'q ui ij\\ icóh (vrucht) en «ji ? m \\ tjahjd [glans). Het is dus een zachte adspiratie, waarmee als medeklinker, even als met elke andere medeklinker, een lettergreep gesloten wordt, uit te spreken als de h in het Fransche tusschenwerpsel ah! door namelijk na de scherp uitgesprokene vocaal den ademstoom even terug te houden, waardoor de keel met het keeldeksel gesloten wordt, maar met de volgende uitademing weêr geopend wordt. — Krijgt een woord, dat op een ^ als sluitletter uitgaat, een aanhechtsel, dat met een rLm begint; dan behoort volgens § 16 die sluitletter, even als elke andere medeklinker, in het schrift verdubbeld te worden: doch dan moet men voor de tweede letter natuurlijk de un schrijven, omdat de ? alleen een lettergreep sluiten kan, maar met de tweede letter een lettergreep b egi nt; en de uitspraak volgt dan dezelfde regels, als bij de verdubbeling van elke andere medeklinker. — Wat de benaming Sirryjinjj Wignjan, die zeker van Sanskritschen oorsprong is, eigentlijk beteekent, is niet met zekerheid te zeggen. Anderen noemen dit leesteeken m .-rn^in/j sagnjun: maar ook van deze benaming is de beteekenis onzeker. —

57. Even als de Wignjan de plaats van de mn als sluitletter van een woord of lettergreep vervangt, zoo de Tjêtjaq die van de keelneusletter ra (ng); en, moet van een woord, dat op een ng, en dus op een Tjëtjaq uitgaat, de sluitletter in het schrift verdubbeld worden, omdat het woord een aanhechtsel krijgt, dan wordt ook voor de tweede ng de Aksara tn geschreven; bv. in rj ö)gt;rjct\\ wüngé (de persoon), van rjüis wdng (persoon), met het aanhechtsel rjrun\\ é. — Heeft de lettergreep, die met een Tjëtjaq gesloten wordt, een Pepët; dan wordt de Tjëtjaq midden in de Pëpet geschreven; bv. in

pctcng (donker): maar, heeft de lettergreep een Oeloe, dan wordt de Tjëtjaq daar achter geschreven; bv. in Si «in wingking (achter). — De benaming Tjctjaq, of Q Q unj Tjëtjëk, beteekent stip, en oorspronkelijk is dit leesteeken, even als in het Sanskritsche schrift, ook niet anders dan een stip boven de Aksara. In vele streken van Java schrijft men het ook nu nog werkelijk eenvoudig met een stip: maar in de Vorstenlanden ismen

ocr page 60

44 OVER DE LAJAB, T.IAKRA, KËRËT EN PÉNQKAL. § 58.

daarvoor gewoon een klein gebogen schrapje te schrijven. Deze gewoonte heeft zijn oorsprong in de vroeger algemeene gewoonte van op palmbladen te schrijven, door de letters daarin met de scherpe punt van een krom mesje te krassen. Een enkel prikje in een palmblad was namelijk niet genoegzaam, daar het niet zigtbaar zou blijven door het weer zamentrekken van de vezels van het palmblad: hiertoe was noodig, dat men een krasje in het palmblad maakte, zoodat een vezeltje van het blad gebroken wierd. Naderhand, toen men op papier met inkt begonnen was te schrijven, heeft men gemeend, dat zulk een schrapje de ware figuur van dit leesteeken was. —

58. De Lajar, ook wel n.i uaj - Oeloe Lajar, d. i. het boventeeken Lajar, genoemd, vervangt evenzoo, en desgelijks in navolging van het Sanskritsche schrift, de letter r als sluitletter van oen lettergreep of woord; bv. in ajnasn\\ artd (geld), en trviiwi\\ lajar (zeil). — Hoe dit laatste woord ook de benaming van dat leesteeken geworden is, valt moeilijk te gissen. In handschriften wordt de Lajar met de boventeekens Oeloe en Pëpët veelal in één trek verbonden, bv. in xjicrn \\ pinggir (rand, kant), en bênër (regf). —

59. De Tjdkra vervangt in navolging van het Sanskritsche letterschrift, de tongtriller r tusschen een medeklinker en volgende klinker, wanneer namelijk de r met die medeklinker, zonder tusschenkomst van een hoorbare vocaalklank, tot één zamengestelde medeklinker verbonden wordt, zooals in kris (dolk),

tjdkra {omtrek), en sdstrd (schrift). De figuur van het leesteeken

bestaat in een van de laatste neêrhaal van een Aksuru of Pasangan vóór om de letter heen gehaalde trek; en van deze figuur is ook de benaming ontleend. Ook met de Soekoe wordt het gewoonlijk in één trek verbonden, zoools in (EfjMij troès (regt door). Het teeken wordt ook wel los vóór de Aksiira geschreven: maar dit wordt in handschrift teregt voor minder fraai gehouden. In drukschrift moet dit evenwel dikwijls plaats hebben wegens de moeijelijkheid van de verbinding in drukletters. —

60. Gelijk er voor n met Pëpët een afzonderlijk schrijfteeken bestaat, namelijk de Pa-tjorek (§ 38); zoo bestaat er ook een afzonderlijk leesteeken in plaats van -de Tjukra niet Pëpët, namelijk de Kërët Mimji afsnijding, doorsnijding); bv. in jajMN trësnd (liefde), en tS tentrëm(rust). De benaming zal wel een of- of doorgesnedene Tjdkra beteekenen. —

61. Even als de Tjükri\'i de tongtriller r, zoo vervangt de Pcngkal, ook rjijim rujj [Soekoe, of onderteeken, Pcngkal) genoemd, de halfklinker m/i tusschen een medeklinker en een volgende klinker, wanneer die halfklinker met deze klinker tot een zamengestelde klank verbonden wordt; bv. in i^j\' bjnr (dageraad), iDiinj scdyd (gezind), en wgt; ambjoèr (in \'t water springen). De klank van de Péngkal komt volkomen overeen met die van de i in Fransche woorden als Dieu en ancien: daar evenwel de Péngkal niets anders dan de plaatsvervanger

ocr page 61

OP ZICH ZELF STAANDE KLINKLETTERS.

van de om is, zoo dient men er ook, even als voor de een y voor te schrijven. Alleen achter de d, t en n is het verkieslijker in plaats van de j een y te gebruiken, en dus woorden als en ^ vjjj ^ sëdyd, moetyara en oenyd te

schrijven: want door dj, Ij en nj zijn wij gewoon de verhemelteletters mw) emrm te beteekenen. — De ^ en worden evenwel ook wel door de Javanen even als de «k en «) uitgesproken, en naar deze uitspraak vindt men dan ook woorden als iQiujjjy sëdyd, en £] \\ setyd, niet zelden scdja, en Qaji\\ sctjd,

geschreven. De is zelfs alleen nog maar in Kawi-woorden in gebruik. — Dat in een wóTjrrHSIs ih-diw^ de a in de eerste lettergreep niet als d maar als een scherpe a moet werden uitgesproken, is reeds boven (§ 52, lc) opgemerkt.

Het woord rj tuiitatrvijj, ook wel verkeerd kjIm» geschreven, beteekent acA-terpoot van eeu beest; en deze benaming is aan het leesteeken gegeven wegens de figuur. Deze figuur is evenwel eigentlijk en oorspronkelijk niets anders dan de Sanskritsclie Aksara Ja.

In Javaansebe bandschriften wordt de Pénale al dikwijls met de Fasangan Wa verward en verwisseld. De Pasangan Wa wordt namelijk door velen zoo met een neêrhaal achter den ophaal van achteren geschreven, dat bij van de figuur van de Péngkal niet anders verschilt, dan dat deze achter de Aksara. tot aan boven toe opgehaald wordt, terwijl de Pasangan Wa onder de AksarS blijft. Vroeger wierd de Pasangan Wa. naar alle waarschijnlijkheid altijd zoo geschreven ; en de Péngkal wordt ook nu nog dikwijls zoo geschreven, dat hij niet geheel tot aan boven toe achter de Aksara. opgehaald wordt. Zoo worden dan beide teekens èn in het schrijven, èn in het lezen, met elkander verward. In sommige vreemde woorden en eigennamen is daardoor dan ook wel de uitspraak bij vele Javanen verbasterd.

OP ZICH ZELF STAANDE KLINKLETTERS.

62. De op zich zelf staande klinkletters worden in het schrijven van zuiver Javaansche woorden niet gebruikt: want de klinkers, daar de medeklinkers meê uitgesproken moeten worden, beteekent men, met uitzondering van de a of d, met Sandangans; en, begint volgens onze wijze van schrijven en spreken een woord of lettergreep met een klinker, dat wil zeggen met geen andere medeklinker dan met een zachte adspiratie; dan wordt in het Javaansch déze zachte adspiratie met de Aksara nyn geschreven, en de klinker, als het geen a of d is, door middel van een Sandangan daarbij gevoegd, even als bij elke andere medeklinker. Doch deze Aksara mn beantwoordt eigentlijk aan de sterke adspiratie of de medeklinker h in het Sanskritsche letterschrift, en voor de zachte adspiratie bestaat daarin geen teeken: maar, begint in het Sanskritsch een woord met een klinker, die alleen met een zachte adspiratie is uit te spreken; dan schrijft men zulk een

45

ocr page 62

CIJFERLETTERS.

klinker met een afzonderlijk letterteeken, dat bij andere medeklinkers niet als vocaalteeken gebruikt wordt. De boven in de tafel van het Javaansche alphabet opgegevene op zich zelf staande klinkletters, — die ook als Pasangans gebruikt, maar dan onder de voorgaande Aksara geschreven worden, — beantwoorden aan die Sanskritsche letterteekens voor klinkers aan het begin van een woord; en oorspronkelijk dienden zij ook alleen maar tot het schrijven van uit het Sanskritsch overgenomene woorden, om die op dezelfde wijze te kunnen schrijven, als zij geschreven wierden in het Sanskritsch; bv. in de woorden aksara (letter), \\ ékd {één), oetama {best).

In zulke uit het Sanskritsch afkomstige woorden, die in de Javaansche taal het burgerregt verkregen hebben, gebruikt men ze tegenwoordig niet meer, en men schrijft bv. lunun^in^ en mynsnizf, maar in minder gewone, enkel poëtische woorden, zooals worden zij door geletterde Javanen nog wel gebruikt.

Ouder gewoonte schrijft men ook meestal in brieven bij het opgeven van het jaartal het woord ym\\ dngkd (cijfer), dat het Sanskritsche anc/ka is.

63. Verder worden die op zich zelfstaande klinkletters ook gebruikt in Arabische en andere uitheemsche namen en woorden; en niet alleen wanneer het geheele woord, maar ook wanneer een lettergreep midden in een woord, met geen andere medeklinker, dan met een zachte adspiratie, begint; bv. in

ugt;-o

Allah, Ar. .\'UJI.Goc? ; rirnariKnji gc\'tih. Ar. verborgen; malaé-

kdt, Ar. engel. Dikwijls gebruikt men echter ook de Javaansche i/n\\

vooral wanneer het woord in de Javaansche taal het burgerregt verkregen heeft, zooals in ™ iklas (zuiverheid). Ar. — Voor de juiste spelling

van Arabische namen en woorden is het gebruik van die uit het Sanskritsche letterschrift ontleende klinkletters eigentlijk minder gepast: want in \'t Arabisch wordt een lettergreep, die met een zachte adspiratie begint, geschreven met de letter t of het leesteeken Hamza (i) als medeklinker, en de klinker met een afzonderlijk vocaalteeken er bijgevoegd. Daarom gebruiken anderen de öj) alleen voor de Arabische Aleph of Hamza, wanneer deze met de klinker a uitgesproken worden, en datzelfde leesteeken met een Javaansche Sandangan als vocaalteeken daarbij, wanneer de Aleph of Hamza een andere klinker bij zich hebben. Deze schrijven dus bv. liever öücnuw dan «jn ^^, voor gt; Ibrahim [Abraham).

64. Eindelijk worden die op zich zelfstaande klinkers ook wel gebruikt tot het schrijven van een tusschenwerpsel, als dit enkel uit een klinker bestaat, zooals ó-s«\\ a! (un i! gn o!

CIJFERLETTERS.

65. Het tientallige cijferschrift zijn de Javanen, even als de Arabieren, en door middel van deze de Europeanen, ook aan de Indianen verschuldigd. Met

46

ocr page 63

SCHEIDTEEKENS. PADI-LINGSA.

uitzondering van de Nul hebben evenwel de Javaansche cijferletters of getalmerken niets met de Indische, en dus ook niets met de Arabische, gemeen. Het zijn óf gewone Javaansche letters, willekeurig als getalmerken aangenomen, bf even willekeurige zamenstellingen of wijzigingen daarvan Daar de gelijkheid met de gewone letters dikwijls aanleiding zou kunnen geven tot verwarring, zoo worden de cijfers gewoonlijk wat verder van\'elkander geschreven, en de getallen, die men er meê beteekent, van de woorden, daar zij tusschen of achter geplaatst worden, afgescheiden, door er één van de beide scheidteekens vóór en achter te zetten; bv. s nm cm : (H) (36) : cm e-. ilia : (1869).

SCHEIDTEEKENS EN ANDERE PADA\'S.

66. De zinscheiding door middel van scheidteekens is in het Javaansch hoogst gebrekkig, en van regels daarvoor weten de Javaansche schrijvers niets. quot;Voor een duidelijke zinscheiding zijn dan ook de twee in Javaansch proza alleen gebruikelijke scheidteekens, die boven aan het einde van de tafel van het Alphabet zijn opgegeven, niet voldoende: men kan er echter beter gebruik van maken, dan er door de Javaansche schrijvers van gemaakt is. De zoogenaamde Pddd-lingsa is het gewone, zoowel voor het einde van een geheele volzin, als van een zinsnede. Waar men een grooter afscheiding te kennen geven wil, dan aan het einde van een volzin, bij voorbeeld aan het einde van een geheel geschrift, hoofdstuk of artikel, of waar de woorden van iemand, die spreekt, geëindigd zijn, en de woorden van een ander of van den schrijver zelf beginnen, daar wordt hetscheidteeken wel eens dubbeld geschreven (\\\\), en dan Loengsi genoemd. En, als bij zulk een grootere afscheiding niet tegelijk een nieuwe regel begonnen wordt, dan laat men ook wel tusschen twee Padil-lingsa\'s, of tusschen een \\ en een --, een opene ruimte van ongeveer een vingerbreed. — Wanneer een zinsnee met een Paten eindigt, dan schrijven sommigen dikwijls daarachter geen Pada-h\'ngsa. Dit verdient navolging, waar de zinsnee nauw met de volgende zamenhangt: maar waar dit niet het geval is, en althans aan het einde van een geheelen volzin, behoort men achter een Paten het scheidteeken te schrijven. En, om het einde van een geheelen volzin aan te duiden, wanneer deze niet met een Paten eindigt, kan men dan de dubbele Pada-lingsa, de Loengsi, gebruiken. —

Wanneer men nu achter een zinsnee, die met een Paten eindigt, geen Pada-lingsS. schrijft; dan is het tot bevordering van de duidelijkheid toch goed, achter de Paten een weinig meer ruimte te laten, dan anders tusschen twee letters midden in een woord: want zonder zulk een ruimte er achter wordt de Paten soms ook wel midden in een woord gebruikt (§55). —

67. Het scheidteeken , Pungkdt genoemd, is over het algemeen bij de

47

ocr page 64

PANGKAT. SCHEIDTEEKENS IN POËZIE.

Javanen niet veel in gebruik. Het beste gebruik wordt er van gemaakt vóór en achter cijferletters, om die van de wo orden van een zinsnee te onderscheiden (§ 65); en verder waar een zinsnee wel niet ten einde is, maar toch in de uitspraak een kleine rust, of afscheiding door een kleine horting van de ademstoom, plaats heeft; als ook waar een zeer korte zinsnee met een ander nauw verbonden is: want de Javanen zijn niet gewoon zeer kleine leden van een zin door een Pada-h\'ngsa te scheiden. Ook kan men er een gepast gebruik van maken, om een uitroep of toeroep (een interjectie of vocatief) van de andere woorden van een zinsnee af te scheiden: want, ofschoon de Javanen dit gewoonlijk niet doen, bevordert het dikwijls zeer de duidelijkheid. — Waar men nu deze Pangkat zou willen gebruiken, maar het woord, waarachter het gezet zou moeten worden, op een medeklinker eindigt, die dan nu met een Paten geschreven worden moet; daar is deze Paten alleen tot afscheiding voldoende, en behoort de Pangkat er niet bijgevoegd te worden.

De naam (üi iKn asnjf beteekent af Heeling, anderen noemen dit rustteeken (vt 10 run mfrlkn trijtiqp teéken van stïlhouding, of ophouding, in het spréken. Een scheid- of rust-teéken in het algemeen wordt i/n fmi o-n genoemd.

Het gebruik van deze scheidteekens in proza is ontleend aan het gebruik er van in dichtmaat. Het woord rut im \\ pdda: beteekent eigentlijk voet, en vandaar een afdeeling van een bepaalde maat in poëzie. Een geheel couplet wordt een iuiiw crnrfta \\ pada-gëdé, dat is groote pada, en ieder vers van een couplet een mi nn tuioji \\ pada-lingsa, (eigentlijk mi iw rSgt;\\ pada-lisa), dat is kleine pada, genoemd. Het t e e k e n, waarmeê het einde van ieder vers wordt aangeduid, noemt men daarnaar ook hjircciatiajiw De Javanen schrijven namelijk de verzen van een gedicht niet afzonderlijk op een regel, zooals wij gewoon zijn te doen, maar doorloopend achter elkander, en wijzen dan het einde van ieder vers door middel van dat teeken aan. Hiertoe bestaan ook nog andere teekens, die evenwel tegenwoordig niet veel meer in gebruik zijn. Is namelijk de klinker in de laatste lettergreep van een vers een Oeloe, dan wordt het einde van het vers ook wel aangewezen door in de Oeloe een Tjëtjak te schrijven, op deze wijze a; en dit teeken heet dan Oéloe-mêUTc (ijr^ r(| fi r?,t m/j), of Dirga-mëük (icinm ;8 .ru Is de klinker in de laatste

lettergreep van het vers een Soekoe, dan wordt de ophaal van dit onderteeken boven met een haakje door de neêrhaal getrokken, op deze wijze ^ ; en men noemt de Soekoe dan Soekoe mëndoet (iK^t^Qnvniisnjj). Indiende klinker in de laatste lettergreep een Taling of Taling-taroeng is , dan wordt boven de Taling een teeken geschreven, dat men Dirga moeré ( uT/Ti ^ ^ Ij \'ri) noemt, op deze of dergelijke wijze ■rj. Is eindelijk de klinker in de laatste lettergreep een a of a, dan is, indien de laatste lettergreep een Paten bij zich heeft, deze Paten alleen voldoende, om het einde van het vers aan te wijzen ; maar anders gebruikt

48

ocr page 65

§ 68. pada\'s. pantjak, pada-bab en oegeb-oegër. 49

men daarvoor de Taroeng (f), die dan Ras-wadi of Pada watjan

anglëgëna ( m axt V) a-n-m ö genoemd wordt. — Doch met deze teekens

wordt eigentlijk niet het einde van een vers, maar de verlenging of het aanhouden van de laatste klinker in de zang bedoeld. Het gebruik, dat volgens de aanteekening bij § 38 nu nog wel van de Taroeng gemaakt wordt om de lange a aan te duiden, hangt hiermeê zamen; — het is het teeken voor de lange vocaal in versmaat.— In de oudere Kawische dichtmaten oi gr o o te zangwijzen {iSl wrfnrjnn), die in kleinere perioden verdeeld zijn , wordt het einde van deze perioden aangewezen door het teeken i of met een i er vóór: als het laatste woord geen Paten bij zich heeft. Dat teeken wordt Dirgd (icïim), dat is lang, genoemd; om de lengte van het teeken, of omdat daarmeê het einde van een lang vers beteekend wordt. Van zulk een lang vers, Sédirga (lOSotrn) geheeten, wordt het einde van het eerste vers dau aangewezen door een of f, of, als het laatste woord een Paten bij zich heeft, door deze alleen. En zulk een v e r s, in het algemeen Sepcidalingsd (lt;0 (i (in lt;fu j. i) genoemd, wordt dan nog dikwijls in twee colons, versleden ofhalfverseu afgedeeld, en deze caesuur dan aangewezen door het teeken dat dan Pdda-lingsa watjan (tut iu) ifuiaji tniiji imfl) of Dirgci-moeraras ? ƒ ■ M -gt;) genoemd wordt.

Behalveu van dit kleinste scheidteeken, en van de Pada-lingsa, vindt men in proza, bv. in brieven, soms ook wel eens een verkeerd gebruik gemaakt van de teeken j en », namelijk in plaats van de of ook wel met een \\ er nog achter.

68. Behalven de scheidteekens heeft men in het Javaansche schrift nog andere teekens, waaraan ook de benaming van Pddd gegeven wordt. —Aan het begin van een nieuw hoofdstuk of artikel, en van elke nieuwe afdeeling van een brief of opstel, waar wij gewoon zijn een nieuwe regel te beginnen, schrijft men het teeken jj, dat Adëg-udëg (un .Q rrn^n Q mn^ van stand, het overeind staan) genoemd wordt. Veelal begint men dan tevens een nieuwe regel: dit is evenwel niet noodig. Wanneer op de regel, waarop de vorige afdeeling eindigde, nog vee! ruimte over is; dan kan men op dezelfde regel, na een vingerbreed of wat meer ruimte, de volgende afdeeling met een // aanvangen. — Om het einde van een geheel stuk aan te wijzen schrijft men het teeken « o \\\\, dat Pantjak (-uirmgenoemd wordt, en vult dan met dit teeken de overgeblevene ruimte van de laatste regel. Is die ruimte wat groot, dan verdubbelt men ook wel het teeken op deze wijze w o w o w

69. Aan het begin van brieven gebruikt men de volgende teekens:

Pddd-loehoer hoogepddd) genoemd, wanneer een meerdere

in rang of aanzien aan een mindere schrijft;

Pddd-mdayd (iujm middel-Pddd), als men schrijft aan iemand

van gelijken rang; en

4

ocr page 66

O

50 pada\'s in gedichten. § 70.

Pddd-andap lage padcï), aan het begin van een brief

van een mindere aan een meerdere.

De benamingen rv^iur^s hoog, midden, en (UJirgri lutjf laag, doelen op het

onderscheid van rang, dat door het onderscheid in de figuren van deze drie Pada\'s wordt aangeduid. Somtijds zet men er nog een Adëg-adëg vóór, en schrijft bv. n — Aan het begin van andere opstellen of stukken in proza, ook in stukken, die regtszaken betreffen en voor de regtbank moeten komen, al zijn ze ook aan een bepaald persoon gerigt, als ook in dienstukken, die geen eigentlijk gezegde brieven zijn, gebruikt men het teeken // o ^, dat Goeroe (tnjjTj), Pddd-hab (hjilt;wxrnvwjj) of Oegiir-oegamp;r genoemd wordt, en

waarin de Nul tusschen twee Adëg-adijg\'s schijnt te beteekenen, dat men geen rang wil aanduiden door één van die drie Pildïi\'s, die men aan het begin van brieven gewoon is te gebruiken. In plaats van deze Pada gebruikt men ook wel eenvoudig een Adëg-adëg. En ook vóór eigentlijk gezegde brieven maakt men somtijds wel van de Goeroe, of wel van de Adëg-adëg, in plaats van één van de drie andere Pada\'s gebruik, wanneer de wederzijdsche rangen van den briefschrijver en van den persoon, aan wien de brief geschreven wordt, de keus tusschen die drie gewone Pada\'s moeijelijk maken.

70. In gedichten of gezangen wordt een Pddd-loehoer, een Pddd-madyd ot een Pddd-andap, onverschillig welke en zonder beteekenis van onderscheid van rang, aan het begin van ieder nieuw c o u\'p 1 e t gebruikt. Voorts schrijft men een w urn Ns Poerwd-pddd (ij -ui ajim \\ aanvang-pddd), aan het begin van een geheel gedicht;

* (/rm w Madyd-pddd (ej iujjj m ia \\ midden-pddd), aan het begin van een nieuwen zang, waar de versmaat, en dus ook de zangwijze, met een andere verwisseld wordt; en een

* icri \\\\ (^IJ^ Wasdnd-pddd (lt;vgt; wan mi -ui \\ eind-pddd),aa,n het einde van een geheel gedicht.

En in deze zamenstellingen wordt het teeken in fraai geschrevene handschriften ook wel met bloem- of lofwerk versierd, of tenminsten van achteren door eenig sieraad verlengd. De verschillende vers maten en zangwijzen, in Ngoko «Q®i\\ tëmbung, genoemd, worden daarom misschien in Kriima ,Q j/n n sekdr, geheeten: want dit woord is ook het Krama van «Hgjx këmbang, d. i. bloem.

O

ocr page 67

TOT OEFENING IN HET LEZEN.

|j(Lnn(HnN(Ki{i5in\\tKji\'JH\\TniKin\\(Kinaa\\(ui(Ki\\(iaTn\\(!sin(i5in\\(K)i(uin\\ TTKkJix otKiNdcioNaamnNcuinnnnNMnajiNtLnnajiNtKinaanNajiMN aoiM Nagaan Mfuiw NJOIUU NTHIK Ntoinnsin MISHUI \\(EJIwiMain«JI\\

a ■.

En (ism n (Ki (til \\ om fKi\\Tn(ai\\(EJnn\\nnn(ia\\oi(CTi\\n/in(ifr!\\oi(ui\\ (M Ol \\ OKKJIN Oiarui \\ (kn (in \\ Oiuuix (121(U\\(K1(U \\ tio\\

(mn(m\\(M(KTn\\(uin(0quot;i\\(EJi(iAJi \\ a^(Kin^

Ij (Hi nu TI \\ (KJ) (ia (LM \\ /o (isrï T) \\ aj}m nsn \\ (un asri quot;n \\ un ni an \\ aji cm nis OJJ rvj un \\u)(in (Hi n (U) ctj) m n (E/ini on \\ u) rui (hi \\ (un cm (Ea ^ njn nsn ru» ^ (kjiii (hu \\ tan (i7}\'~n\\ itm cm (U) \\ iïoj niojts hd ij) ij) n (un ojij) (k/) n x/nnsnnsns (U) (Ejkkj) \\ (imatHi^ ru) crui in ^ ie/i (E/i (tJ) \\

(ui (ui ii \\ fen ,rrrgt; ayM w

(uinckiiN (uincM\\ [kilti\\ aai(kJi\\ (uinikitti\\ (un(Kin\\ asinasn(irui\\

^ ü O ^ ^ ^

(kii (Ki(Ki\\ (Kiloin (ism\\ o(M^ii(La \\ (uinoti\\ (kil (ui^niKkn\\ (wi annn(ki\\

Ol^ ^ CJ

aji annn ui \\ cuin om aan \\ ojin (Ki (ki \\ oji afinn o\\ (Kiii(Ki(mji\\ (uui (Ki (ei \\

CJ

(UI ^(CT\\ (Ul(^Jj(Kl^

O o o o O

O o Q oO OoO

II (tgt;ri ht) \\ (KJ) nsn \\ (kj* hu \\ cun ht^ \\ njn \\ njn (H^\\ rj (ia (k/)\\ cm rj v) \\ (hu rj un \\ OJ) (lj \\ (kj) ^ ^

O O O O

cun (hu x (hm rj ii 2 n (Hn vj xm t\\ vj vm (i/n rjiamp;ts rj asm (lm ^ rj (un rj rut 2 \\ rjaj) trjn \\

(HT^rj iJ) \\ rjrim rf (Hj\\ rj(H-nt\'rj(H^2\\ ann^s (Sn (yQjjs tun (kj^^(ik\\ (amp;r\\ (8 nn

o o O Q o o

nsn (Ej^ \\ (hy^nj)ckj) \\ nsnxnp \\ ru^ (EO(ht^ \\ n\\ njn (hp\\ tjnsn r^(Eji-~ji\\ nn(Hj\\ aj) nji\\ ojjnj^\\

O ■ O Q OO OO OOO

cEnru^s Tj (£ji ruj \\ (V)(H^\\ ^(hm 2ii\\ rjHn rui \\ m jgi\\ (uirjbp^s fei ^ \\ nsn \\ nj) rmi \\ aj) n^

O . O O O O

nsn (K^\\ Tj (kj) djjj ^ (Hin (amp;i\\ tj nj) f N HDcrm \\ vj nsn 2 (EJt \\ ri fKD 2 njn \\ r^cm2ii\\ (Hi v^.\\ njt

o o ^ O • O

^crrr)2 n njirjcrm \\ cq1 7/1/r,^N hu amp;j\\ i^h^\\ ^cmt(hn\\ njn Hjjj \\ \\

o ooo

nrj nzi t rj (amp;r\\ vjxmwy^ rjn*: trj (EJ ^j)t\\ (ru ^ \\ ^ Hjjj^ \\ ^ nsn terpje nsn errrj

rfm(nj^-\\ aj)(ruin^\\ (ktïaQ^N (K^(uu3t\\ I^QKHD^IS (^t^/jn^ ash^(E^\\ Hnrj

(tUmigT^ (crr^(^j^r^(ui\\ rf(unt^\\ (a^iunus njnc^cunnjvi w Q

|j oji onn \\ ^(Bi \\ (ui onn n a^(a| \\ (eü x ^ ^ ^

(ui(kü —iictn ^(mn^k(Ki\\

|(öi(kfii|\\ oi(oi|\\ anji(Kii|\\ (kil 01 (oi|\\ oji (Kj (ism (Ki| \\ «Jin in (Ki| \\

Q Q

(inn (ia (i5Â¥i| \\ (uin (uiii Oji\\ aa_n oju] (Kij|\\ (iri (Kii| \\ (knin(kti (Ki| \\ (mnaan

O Q O o

(uuKKijp (Kinarui(uui(Kij|\\ (u(ujiarnojj\\ (kii^asinjp oi^arui|\\ uin

51

ocr page 68

52

C\'

TOT OEFENING IN HET LEZEN.

^^^jjjquot;^ijp ntjcum2(OT^asïiji\\ otinrjj|(Kij|\\ (i3f^jj»CT)|\\

OO Q Q Q

tui m ctji \\ «JiajnaanjjN (uin ion asïii| \\ (wi (injt \\ uin (kii| ^

o o-

o (CT| \\ (ui ®^anji kij| ^ o aan (M| \\ ajm ntj iui a (ian| \\ (KTn(i[j(ip(Ki|\\ (Kinnfj

Cgt;0 QO Q OO QO

an nnnn mi n \\ (ei onna (aiii\\(uin(Kin(i5nn\\asinafui(KJin\\(Kin nnnn (irui n \\(Lnn (ki

I CJ Jl cj 4 Jl Jl GJ 4

O Q Q

(Kin \\ lïid-Ji 2 (Ki (Kin \\ «in oin aan li \\ rai nrmnaann \\ (uin(Ki(EJii]\\(EJi(Ki(Kin|i\\

j[ l «su Jl lt;gt;4 G) 4 ^ Jl . Jl

(ui (Bi-Ji (amp;n| \\ an mnrinnnjp (i^^ik^nü «j^2(^\\(yi(Kin a[j(uin2(Kii|\\

o

(ï|arin3(ï|(ian(K^ \\ (i|(Uin2g^(mij|\\ ^nm(CTi|\\ (Lm a[jS^2(Kïi|\\ (ei(ui o o o -Q

(Efl| \\ (BI ^oi CT| \\ (Wl (IflJI (BI (CTI| \\ (UI (U) (ïj (IC1 (Kll| \\ (E| (OT1 (Kïl| \\ (Cl (CTO^

(ui|\\ ïjoi(^ct(Kinji\\ afjfinn2(ïjaan2(tCTii|\\ (Ki^(Bi|\\ (ïjoiact(Ki|\\ O

«jcoin 2^(m|\\ «joon (ïjin (kii|\\ (ïjaji2 ^^2 (is^|\\ (utKin oi [Ki|\\ ïjtkJKKui

CTJIN (ÏJOJin 2 O aaJl| \\ (ïjOOA ^ OJl (K1l|\\ (ïjO (ïj(a(l[jg!^CT|\\

QV crgt;.

o O

(U «fj (öi 2 ^(Kii| \\ ajin 0| [ir^[kri|\\ ojii oin| ^^2 am| \\

• Qv - O » X X /

Ij rui f \\ rj iEJiq\\ rjia om \\ tunccn\\ x/najis cun oji \\ ruts Tjiruits (uikji* anjicuws

o • O Cgt;

oo)^73\\ \\bJ^\\ asnws (uniin\\ foi(iQjj\\ r^ajtt^s ckez\\ [aj^\\ (r^(unt

* S Q Q * S 00

/E/J^N rm up \\ rm (Ei \\ (unsn(EJ)jj\\ amnxm\\ (uiaj){\\ tön N (amp;iasrj \\

q QS * O o~ CY O

rjom t (tmijxm^\\ (n^tutq\\ nsn (lu \\ (En (ai \\ (uicm \\ cunoj^ojtjis oji

(Ejiirjpi^ iejiihi\\ (EJ) firn \\ tin^N dmcuvt\\ Mgt;(rv^\\ vj tut t vj (EJt ^jjj t \\ rf\'Ti vj ft/i ^ \\ rj nrmiym^

. CP) * o cy cy 00

(fj(intjti\\ xjn arV» n (TjKm 1 rjrui2\\ mn^nt \\ (Enacts rjtm r(vm \\ nrr^^7^7^n Kn£ojtq\\ ajn (^\\

(~t a »00 £quot;) » y

ti cm (unjj gt; vjHTmaJi \\ ^cmdjvt \\ nn^ajKtmj^ \\ ctmji \\ (Knqajuis i£Jianrn\\ CLrrj(a^\\ rrjinrr^i

itru/js \'*3^ïa2gt;?N cr^ajir^(rui^\\ Qcuns mjiÈntoJis rj cm rj cm \\ rj turn rj azn d \\

D I O 0« f amp; » O

N ^ ^ ajtrl\'KÏ127l\'rij1^ s iccm (EJI~J^\\ (un (gucn aJiji\\ vjiuntrj ggjjts

quot;* mfmnf \\ iqnjiQi \\ {(S^S)ojjji \\ lt;Krj(^^ gt; om tisn ckojj \\ vjunrjcrrij \\ a^(^\\ (^a7j-\\

S / Qv Qv • CY O O /

rjttë:(un^ji\\ «Ji(Hit \\ ojirj (Eji 1 cm \\rj wrj (amp;} ^1 \\rrjcun (En~jiquot; cun (EJt\\^a5^\\(^{jt^asinj^

/q„ s s d - CY / Q

am iw\\ cm.V)\\ om vastoom ^a\\ rjom tiJi\\rrrto^\\{crn)!i^:\\7i^\'rj !^\\(ui^(^j^\\ rj m i rj oj) tisgji \\

Ü Q Q Q

(umnumn n (un nan tun aan \\ 3^ (Kin (^j (Kin \\ (ui^^ajij^ \\ (iJija!|a^

Q Q QOQO Q c Q 1

(Ki^ïjwi(m|^ (Kmm(Kininn (Kin^aflKi^^Kl|^ (unn(uiTngt; (ïj(ian2(ui

Q Q

a!|(K^2(Ul(KTl|\\ ^TI|(Hn^jT!j(Kl|\\ CUin lïj ItH 2 (KI -Jin (ïj (Cl 2 (K1J| \\

ocr page 69

WOORDEN MET AANHECHTSEL VOLGENS § 15, EN § 52, 3°. 53

O Cgt; Q O O O

ui «jtioi(otij|\\ (ui «jut\\ (Ui«jO«jCT^ (ut«j(CT|\\ (Uiïjnjri

Q

(CT^(K1|\\ (ïj in 2 (KJ1| \\ (ïj TT) 3 (k)) ^1.(U| (W| \\ lïj Tl 2 (ïj (KJ)-dïA «|T|3(M-A

/ / a / / Qc C2v ctv

(mi^Kjanji \\(kii (Kjfinjnn^ a[jiiaii2\\(wi«janji2Tn^(Lm «jcinn (Wjp (uin «jann

a O?- CX Qv Q c a

^(Lj(Ki|\\ (um(ijarm«j,\\ (ci«jnnnn (ut(i[|(inn^(KT|\\ (uiiïj(m^^(Lj

Qgt; Cïgt; Qgt; Q

^(uin «j nnn 2 (Ki| \\ (Lil (ï| ann 3 iij art «j rinn.2 (ui(ï|am3^(Ki|\\ ui

a Q

(Kjnrn3^(Kj^^ (CTl (Kj(ISin (m| N (KlIïjdOl^N (Ij(K13

(E]ll|\\ (Kin ll[j(^2 O (Kl|\\ «j (KI 2 (l| 1^3 0 (m|dtl (KJ (UI 3 (MJj ^ (IC1 «j dCl 3 (M \\ O L Q

(Kin(ici(i[j(ici2(wi_A(K)j|^ (i5inii3(KT|N (CTian^d^wiN asmdniKj^N (CTIKH

OQO QQQQ

i(Kin^(EJi(Lci(iajiii\\(EJi(iciaan\\(EJi(ici(ian\\0(ixi(inJi(Ki[i^(Uin(MMUin(kJt

cJl ^ ^ a[^J[ „ aaa QQ QQ QQQ O

(ïj(^\\ ajin(kJi^ojj(Ki| \\ (uin(kji(Ki| % tLfinSJIIÏJ^\\ (UIIKKJI^O^(mi| ^ (KTH

o \' o o o

(i[joi2\\(Kinnfjoi3ii[j(^^ (Kin(i|!ai3\'wjj^ (Kin«joi3irj^x ajiMin«joi3

(Kin \\

O » oo ooo oo

U d/n (hm asrij \\ x/n yn cl^ ihtji \\ ajn ten kji uï asnjj \\ .v) tui rj rj rm

/ S Q / S / o x

nr^ ern \\nrj am rj m \'rj (l^ rj cm rj cm rj ti rj (um rj am t \\ vjxm trjcini rjajmrjarm

rfmw najigri^tnsnjf vj (ui gr^ju^anjis vf cugrjiKn grj ajjiHTjj\\ ckï^

(^,c^(uij(^(Ki|\\ Tn(ifj(i(n(Ki^(w(^(p\\(kj((Km\\(éii(Kii]

nj)rj(Uip 15^ (rutmji\\ nsr^twioj) asr^ trvi(koonjjw rju) g^\\ rjnj) tqnjn (u^ rjUitqrjxm \\

r^uiz^un baji \\ vfnmtrj^m^ \\ ^cmtrj-ng^imdjj onjj \\ rj cm 2 rj ni 2 ^ (un \\ eéliruifs (SirS/q

a o o o o o o a

xynihn\\ tamp;itruqiunw cmnjj.^ cm a^qim (Lj tynjj \\ cm (tyqmrt (tojj \\\\ (tj)q\\ ckji ^rjtun \\ckji ^(im (i^ctn^

o o o o . O o O

(E^irLiq\\ (E^mji^ctrnw cuirLi^s (uiirut^iyn trnjj^ r^cLnt^r^cLnt^rjajn^ hinr^ctn t^xjn\\

O o O o

un oo w rj cm ? ru fNTTjj \\ rjcrmrj (rLi(Krr\\ rj cm trj (tli iwm w (cm (w a^m \\ am w rj rjicn^ rj (un % rj un \\ rjitni qrjtHTi frjcunw (un ? rj (Tli q \\ rj un i nrj (Thi q rj njn \\ rj d/n 2 aui ^ rj am t rj ,ru % cunctnj^s

KAPITALEN EN OP ZICH ZELF STAANDE KLINKLETTERS.

(inmni^N ((Uj^N (i3i(i[jcmn(Ki|\\(in^(^\\ (ïjem^x (Ki/§~\\ na^flaj(KIO \\

Q a q \'a

. . (KjiKin

Jtik J

mnnn arunnx (oi \\ o \\ 6 Ji.(irui ? \\ (cm [ mi (is (ism n \\ ^(tai \\o Km \\ kh kïi

Ti\\(i^^j(ei|\\(oi(qgcuin(Bij|\\ 6^(^aS(^gt;(a(ai(i5^\\6^(Eii(CTi| \\

cv

(Biiruic,(Kinasino x (i^annTKandfuinN oim(Ki

4 ^ a ^

ocr page 70

UITSPRAAK.

Ana (§ 13 en 38), nata, tjarïi, raka, ka-tja, dilna, dara,tata, silha (§ 14), rasa, wana, da Wil, la ra, ala, palil, ilpa, kalü, padu, dada, djalil, jSsS, ka ja, ra-dja, njUta, djaja, ma-tja, njiipa, mata, nama, njana, rama,mara, gada, bata, gïiga, bapii, sfba, djata, basa, bala, sa-nga, bajS,, ngapa, napa, rawa, kana, saka, aba, mada, djïika.

Nagdrd (§ 51,4°), saddjd, watdrd, wardtd, katdrd,kdrdnd,sagdrd,saldkd,wadcind, wdsdnd, mdrdnd, tjdldnd, agdmd,atdwd,tjdrdkd,batdrd,kdgdwd,kdrdsd,kd,dddd, ajdsd, dtdtd, pdmd-tjci, ddddnd, laldrd, djddjdkd, mdmdtjd, pdpdrd, bdbdjd.

Asta (§ 51, 2°.), asma, swara, kl°isa, antara, aksarii, tatkala, santana, san djata (§ 30), waspada, ambara, sap-asta, tjandiina, pandapa, antjlila (§ 30), andana, pandawa, kantaka, anama (§ 25), panata, panjana (§ 31).

Tckd, siti, soekd, ikoe, ënoe, dnoe (J 51,1°.), désa, gdwé, Mé, sepi, sémoe, iki, kdró, kcbó, bódó, idjó, tójd, éló, sóré, koeé (§ 33), kéné, künó, kind, unjd (§ 31), injd, soemedjd,këmbd,djcksd,timbd (§ 51, 3°.), koedsd (§ 33), tindjd, loëmdkoe (§51, 4, en § 52, 1°), rdnté (§ 51, 3°.), mdi, témpo, dind, sdpi (§ 51,1°.), sapoé. miloé, mèloé, wdni, köri, kèli, nganti, wdndé (§ 51, 3°.), mësti, tdmpi, wantji, tjiptd (§ 51, 2°.), üsnd, sèwoé, wdloe, kdnti, tdmpd (§ 38), tjóbd, órd (§ 39), nistd, pindó, pdndé, tji-kloe, windoé, mamboé, èstoé, kdmbl, mdntoé, gdndd, ënjoé, moèsnd, ngómbé, bèndi, djómpó, ngimpi, Untoé, loénjoé, klmtoé, tdndd: Uhuloé, ngèlmoé, tjdldtoé, goëmoéjoé, kdtëmoé, soëwdwi, roêmëksd, pdnjiptd, tinëmoé, sinébd, mëngdnti, njoënjoéé, dmbd, moëdrd, dnidjd.

Rëga, lëma, rëgi\', lëmoé, malëboé, lëmboé, rëksa, lënga, rëspati\', lëksana. Mas, bab, lan, sabab (§ 52, 2°.), patèn, aran, adat, ajam, han (§ 32), ngadjaq, tjarakan, kalian, kalajan, piagëm (§ 52, 1°.), sambat, bantal, ënèm, sagnjan, óntjat, wignjan, banjaq, pëpët, pëtël, alit, tji\'liq, adoés, koéat, rëraboélan, wëlas, adöl, këtèn, kantèn, mëndëm, i\'kët, tilas, këntël, intën, sóntën (§ 52,1°.), kantjil, kantil, andoèm, mantoèq, rëmrëm, ngantoèq, toémbaq, ngantös, rëkaös, gólèq, ómbaq, moéndoèt, ëmböq, marëm, malëbët, sëlamët, parëdèn, moéndjoèq, ngmtjoèp, bèbèq (§ 52, 2°.), gólóq/nanëm (§ 52, 1°.), bótën, anten (§ 50), lèrèn, pö.tjöl^ mëkatër^ sèkët, owël, Jèpèn, mènèq, ngèmbèt, m()ndóq,toëmèmpèl, nonton, sëmantën, sëmóntën, amblës, andjlóg.

Ldh, mrh, doh , küng, sing, dbdng, drëng, irëng, Idr, lor, pdsdr (§ 52, 2\'), Idjdr, brd, tjdkrd, sri, trësnd, ndrëng, mddyd (§ 61), sëtjd, wüh, mocng, djër, sroe. prëndh, moéljd, ómdh, bdtdng, kdmdr, patrëm, (§ 52, 2°.), kjdi, rësdh, tëpoeng, mdtocr, ngrëboèt, wringin, kópjdh, djró, kdhèh, loéih (§ 32), tidng (§ 33), menging, pdgër, dsrëp, sënddyun, mdnch, maning, mdtëng,doéromg,kdrjd,prëloé,

ocr page 71

UITSPRAAK.

dómpjóng, rèmèh (§ 52,2°.), gdröh, dèrèng, dgmg, bólung, amboéang, midër, kciher, goébras, brësih, ëmboèh. ringgit, bdngsd, grid, grësiq, krapjaq, tjèhja, mëndoèng, oèlër, grdgöl, ngrëmbotg, ngëbjoèq, sèlèh, pëtëng, mdngsd, gègèr, dhdr, tëntrëm, ambjoèq, pdkólèh, ëpring, njrimpoèng, dmbrëbës, ombjóng, loémrdh, sdngkrdh, dèngër, tjriwis, kdwroéh, kdrtds (§ 52, 2C.), èntèng (§ 52, 2\'quot;.), dj dier, ngroengoe, djdntrd, dmbjoèr, wingking, soemdnggd, èmpèr, èrnpër, ëmprit, moéntjrdt, hdn-dring, gdrwd (§ 52,2°.), kdrsd,priksd, kèngsër, bdndjoèr, grddji, mréné, oèmjoèng, susótjd (§ 52, 2).

Ara-ara, ila-i\'la, soéka-soéka, oém\'-oém\', oénèn-oénèn, kira-ki\'ra, ki\'ntën-kmtën, pïrang-pi\'rang, lópaq-lópaq, poéroèn-poéroèn, mgón-mgón.

WOORDEN MET AANHECHTSELS VOLGENS § 15 EN 52, 3.

Pëdèt, pedèttipoen, pëdèté; pëtèt, pëtétan; ros, rossipoen, rósé, rósan; Ier, salèring; lor, salóring; ënggèn, ënggennipoen, ënggèning, ngëggèni, pang-génan, panggénannipoen; ënggon, ënggöne, ngënggöni, panggónan, pang-gónané; takèn, nakèm\', tinakénan; nom, kanóman. nónóman; dados, dadósa, këdadósan: tangan, tangannipoen, tangané, tangdnan; mëdal, mëdali, mëdala, wëdalan; isi, isiné, isennipoen; isin, ismé, isinnipoen; këbó, këbóné; këbön, keböné, pakëbónan.

II dngkdt, dngkdttipoèn, dngkdté; wiwlt, wiu}\\ttipoén,wiwité:gègèr,gègèrripocn, gègèré;óbór, óbórripoéti, óbóré; pdt)öt,pütjöttipoèn,pdtjdté;koép\\ng,koéping-ipocn, koèpingé; toélis. toel\'issdnd, toelisdn; wuh, wöh-ipoèn, woé (§ 52,3.), wódn (52, 4.); gdröh, gdrdh-ipoèii,górüé;milih,milih-dnd,milihi;gddoèh,gddoèh-ipoèn,gddoédn; sih, sié, sih-ipoèn; moélih, moélid; pdlih, pdlidn; dóh: dóé, ngëddï, ngëduh-iinli; gdlèq, gólèqd, gólèq-dnd; bëtjiq, bëtj\'iq-dnd, bëtjiqé; kèh, kèé, kehkèé; ólèh, ólèé, ólèh-ólédn.

KAPITALEN EN OP ZICH ZELF STAANDE KLINKERS.

Nata, Praboé, Pangéran, Goèsti, Sèh, Kangdjëng, Soèltan, Ratoé, Wisnoé, Soesoehoénan, Radèn-adipèti, Soèqtji, Mangkcé-nagilni, f, ó, Allah, Indradjit, ékïi, angka (§ 38), oekara, Islam, Ibrahim, Ibrahim, oémat, oémat, mala-ékat, Djaba-rail, Iskandër.

55

ocr page 72

OVER DE WOORDVORMING.

OVER DE WOORDVORM IN DE JAVAANSCHE TAAL IN HET ALGEMEEN.

71. De Javaansche taal behoort tot de meerlettergrepige talen, en de meeste grondwoorden zijn thans tweelettergrepig, ofschoon dan ook voor een groot gedeelte blijkbaar van éénlettergrepige grondvormen of wortelwoorden afgeleid. De éénlettergrepige woorden, die nog in gebruik gebleven of uit andere talen overgenomen zijn, worden gaarne als tweelettergrepig uitgesproken, door middel van den voorslag iun (ë); bv. £n ^ijy ëmós, in plaats van mas (goud), lÉnajinjtji ëpal, in plaats van lunnjij pal {mijlpaal, het Hollandsche paal). Is de eerste letter van het grondwoord de halfklinker W;i, dan wordt die voorslag als oe uitgesproken (§ 44); bv. oéwong in plaats van rfrü)t\\ wöng {metisch, persoon). En even zoo zijn ook van eenlettergrepige grondvormen, die met de halfklinker Ju beginnen, tweelettergrepige woorden gevormd door den voorslag i; bv. ij oen grondvorm van ngijoén {schommelen, wiegen), van het éénlettergrepige Mjj joen.

Maar met den voorslag oe of i zijn ook wel van andere éénlettergrepige grondvormen tweelettergrepige woorden gevormd; en niet alleen van zulke, die dezelfde klinker hebben, zooals lu/j (nevens van \'j11\'] gt;

en njniipiiwjj (nevens ilt;nj) van \'?J I\'ll]\' maar ook wel van andere, zooals

Ct , OO O v o a CY , X,

curj^xmaojf (nevens .i:m i:n liijj van iunrto^), T /ï cy en t/n:cn (nevens njmen) van

X cy

(ctq en timw,

72. De laatste lettergreep van een Javaansch woord kan op een klinker uitgaan (doch nooit op een Pëpöt), of door één medeklinker gesloten zijn; en wel door alle medeklinkers, uitgezonderd de halfklinkers, de verhemelteletters, en de tongletters mi en n. Lettergrepen, die op twee medeklinkers uitgaan, heeft de Javaansche taal niet, en kan de Javaan ook moeijelijk uitspreken. Vreemde namen of woorden met zulke lettergrepen spreekt hij daarorn zóo uit, dat hij van de twee medeklinkers één weglaat: bv. in ^nmrftj,^ voor Resident, SiQiMji voor Wilkens; of wel zóo, dat hij tusschen beide medeklinkers een klinker invoegt, zooals in rjvnicj.ojijj voor els, en ^ivtirfntitrnjj voor vork. Gaat een lettergreep van een vreemd woord op drie medeklinkers uit, dan laat de Javaan er wel twee van weg; zooals in lüw^iun/i voor Van Pabst.

73. Van alle grondwoorden van zuiver Javaanschen oorsprong is de voorlaatste lettergreep óf open, óf enkel door een met de volgende medeklinker

ocr page 73

VORM VAN DE GRONDWOORDEN.

overeenkomende neusklank gesloten, en zonder dat daardoor de klank van de voorafgaande klinker, waar die in de opene,lettergreep zacht zou wezen, in de uitspraak verandert (§ 51, 3°); zooals inM5»öj\\ ingkang, voor vn\\ ikcmg, (die, dat), r^a-jn Kn \\ sangka (§ 38), voor .m im \\ saka, nevens Oamx sëka (van af), ra/Bi J?\\ ngimpi, nevens ra (Sm ngipi (droom en), en ?jnLm\'mj\\ ding-in, dat gewoonlijk Snamp;iwji of ij)irjo-nj geschreven wordt, voor anfj dim (eerst, eerste). — Deze neusklank, die door den Javaan, even als door den Hindoe, dikwijls zeer zwak en gebrekkig wordt uitgesproken, en door onkundige of onnauwkeurige schrijvers ook niet zelden in het schrift wordt weggelaten, moet zeker oorspronkelijk aan een, in de eigendommelijke organisatie van de spraakorganen gegronde, neiging tot nasale uitspraak worden toegeschreven: maar het onderscheid van de uitspraak van de voorlaatste lettergreep met of zonder neusklank dient nu toch ook in de taal tot onderscheiding van woorden in beteekenis. Zoo beteekent wapentuig om meê te steken, dolk, maar

spiïi braadspit; im\\ vallen, maar Si ra\\ putemmer.

.74. Die nasale uitspraak van de klinker in de voorlaatste lettergreep is het natuurlijkst, wanneer de volgende lettergreep met een n eusl ette r aanvangt, zooals bv. in isr^taitn/l toéman (luis) en v* w/j wangoèn (fatsoen). En vele Ja-vaansche schrijvers drukken de nasale uitspraak van de klinker in de voorlaatste lettergreep van zulke woorden dan ook dikwijls uit, door de neusletter in het schrift te verdubbelen, en dus i-rj ; ? en ö te schrijven; vooral wanneer de klinker in de voorlaatste lettergreep scherp van klank is volgens

§ 52, 2°., zooals in miêi en icnQnsnjj waarvoor men daarom zoo dikwijls mJ/i

» O .

en xnri ttn ivmjj geschreven vindt. De gewoonte om vóór de w de nasale uitspraak van de voorafgaande klinker in het schrift uit te drukken, door die Aksürii door middel van de Pasangan te verdubbelen, —bv. in vn vrij anaq (kind), ndnëm (planten), en ajuSjunSj ani-ani (rijstsikkeltje), — die

gewoonte is zoo algemeen geworden, dat die nog door meest alle schrijvers, met uitzondering van enkele gevallen, geregeld gevolgd wordt (§ 25). — Ook is het vrij algemeen aangenomen, om in hetzelfde geval den neusklank van de Nja te verdubbelen, door in plaats van de rm een te schrijven (§ 31), bv. in bdnjoi (water): maar de twee andere neusletters, de Md en de Ngci,

verdubbelt men om de nasale uitspraak van de voorafgaande klinker midden in een woord liever niet, daar bij deze letters de verdubbeling om die rede niet zoo algemeen is, de uitspraak van de vorige klinker ook zonder die verdubbeling toch dezelfde blijft, en zóó de verdubbeling van die twee neusletters, even als die van de andere medeklinkers, in het schrift kan dienen, om aan te duiden, dat een woord gevormd is door een met een zachte adspiratie beginnend aanhechtsel (§ 15), zooals bv. pdndoémdn van mtyniamp;i/i pdndocm, en M-tjiin oryi sdroéngan, van m sdroèng.

57

ocr page 74

VORM VAN DE GRONDWOORDEN.

75. Als de volgende lettergreep met een van de tien klemletters aanvangt (namelijk met een «w of cm\\ w of iun\\ hji ot aps w of itK\\ mi of xm), dan ontstaat uit de nasale uitspraak van de voorafgaande klinker en de klemming, waarmee de volgende medeklinker wordt uitgesproken, vanzelfs een nieuwe medeklinker, namelijk één van de vijf neusletters, deic» (in dit geval met een Tjëtjaq geschreven), «11 nmi\\ cm of ®i\\\\ En zóó zijn door die nasale uitspraak nieuwe, andere woorden ontstaan, met een nieuwe, andere, in het spraakgebruik onderscheidene, beteekenis (§ 73).

76. Bijzonder geneigd is de Javaan (zooals ook de Hindoe), om, als de volgende lettergreep met een ,i_i begint, de voorgaande klinker met de neusklank ng te sluiten, en dus bv. angsring, te zeggen voor iun{^\\dsring (menigmaal), en roëmdngsd, voor roSmdsd (gevoelen), van

rdsd {gevoel). — Ook in dit geval ontstaat uit de nasale uitspraak van de klinker een nieuwe, andere medeklinker; doch maar in weinige woorden heeft het met die neusletter uitgesprokene woord in het spraakgebruik ook een andere beteekenis, zooals bv. in ^\\ bdngsd, (natie, volk), nevens icnitji\\ basd (taal). De rede hiervan zal welzijn, dat de im geen klem-letter is, en de nasale uitspraak van de voorafgaande klinker daarom veelal maar zwak en gebrekkig is, zoodat er geen ware, met klemming en versperring van den ademstroom gevormde ng ontstaat, maar slechts een nasaalklank, zooals de Franschen die uitspreken, bv. in mon, un en dans.

77. Voor de tongtrillers n en ru, en de halfklinkers .ui en ihu, is de nasale uitspraak van de voorafgaande klinker tot sluiting van een lettergreep niet gewoon. Al is het, dat in woorden als «n fy w/j vechten, rutS~i\\ niet herkennen, en(ctiSx dwaas, de neusklank niet oorspronkelijk is; dan dient die toch niet tot sluiting van de voorgaande lettergreep, maar behoort tot de volgende.

Even als de voorlaatste lettergreep van de tweelettergrepige grondwoorden, wordt ook in meerlettergrepige woorden de derde lettergreep van achteren wel eens door een nasale uitspraak van de klinker met een neusletter gesloten. Zoo bv. in m voor o gehoorzamen, J. n ixï •gt; voor J. n ^y L\'n u m

onregt, wreed, en j\' j kï ui voor i in \\ hoelang zoo meer toenemen.

Opmerkelijk is het verder, dat de Javaan in zijn uitspraak geneigd is tus-schen twee gelijke medeklinkers de lettergreep met de keel neusklank ng te sluiten, bv. in in plaats van do) zi}quot;» WeetZ o^seAorfe», luitto cht^ Ng., en ah Kr. in plaats van ï.\'(py Tiij] en aorjzich (l\'xn-Tcleeden, in plaats van u) :riri \\ kraai, amp;rjisrjiatji in plaats van zich vjeér vereenigen met hei geheel waa/rtoe het hehoort, rj nsn t rj asm kj vij, in plaats van fj i \' \'J \'y schouwspel, 1,7) I.ij ■ in plaats van \' ^ j\' hamboeriet. Zoo zelfs ook vddr do tongtrülers en halfklinkers, waarvóór anders do nasale uitspraak van de klinkers niet gewoon is; bv. in ahrin^ zva. ^ ït) ri/\\ piiblieTce

58

ocr page 75

VORM VAN DE GRONDWOORDEN.

verTcooping/i^vttvn^ wangwd, zya. gloeijende Tcool, «n lui^nji^itnjj s lekoord,

en andere meer.

Indien buiten dit geval de voorlaatste lettergreep van een woord gesloten is door een neusletter, die niet met den aard van de volgende medeklinker overeenkomt, dan is het öf een woord van vreemden oorsprong öf een zamengestald woord; en dan is de uitspraak van de voorafgaande klinker ook niet dezelfde als in een op ene lettergreep. Zoo is tdnsah zonder einde, onaf-

gehrolcen, zamengestald uit asntny) niet, en afgedaan, en Cn ^ zeker,, een zamenstelling van tQ Q Tnjj en -isi^ . met verkorting van beide woorden.

78. Alle woorden, waarvan de op éen na laatste, of ook een vorige, lettergreep door een andere medeklinker, dan door een neusletter^ gesloten is, mag men veilig, indien het geen zamengestelde woorden zijn, voor woorden van uitheemschen oorsprong houden, al kan dit niet juist van alle bewezen worden. De uitspraak van zulk een lettergreep is dan ook voor den Javaan zoo vreemd, en daarom zoo moeijelijk, dat hij er zoo spoedig mogelijk overheen glijdt. De klinker in zulk een lettergreep spreekt hij daarom kort en scherp, en de a als het woord niet met een tun begint, toon 1 o o s, en meestal indistinct, geheel als Pepët, uit (§ 51, 2.). En kan hij de medeklinker, waarmee de lettergreep gesloten zou moeten worden, niet gemakkelijk met de volgende medeklinker in de uitspraak verbinden, —zooals wanneer de volgende lettergreep met een tongtriller begint, bv. in de woorden njn ik.-lus,en ajn vn ak-rab die hij dan als i-klas en a-krah uitspreekt, of wanneer het een s is,

en de volgende lettergreep met een t oip begint, zooals in (;oeslt;(,

ujfistü. \'i 171^y (\'stri. sastrd, (l^oji ^ji\\ poespa, waspd, en ivi mi mi \\

waspddd; — dan laat hij die vreemde sluitletter in de uitspraak veelal maar geheel weg, en zegt dus bv. .8.ei^ en aQin plaats van j.\'j m --j

napsoé {drift), m n snptoc{Za turdag), .ui irn ■■ waktoe {stond, biduur),en tsmni^uty taqlocq {zich onderwerpen) . — Begint de volgende lettergreep met een neusletter zooals in rj(cin^\\ ngèlmoé {wetenschap); dan wordt de uitspraak voor hem gemakkelijker door de ë-klank, waarmee de uitspraak van een neusletter altijd aanvangt, en die hij dan ook veelal uitspreekt als een hoorbare Pëpët; bv. in Si rn iijf \\ voor Siasn%\\berokkening van kwaad, en in iui,Q°i\\ in plaats van vorstelijke gemalin van den eersten rang.~Is de sluitletter een r, dan kan de Javaan met deze trilletter de lettergreep wel sluiten, maar maakt zich toch de uitspraak meestal gemakkelijker, door de trilletter vóór de klinker uitte spreken en met de voorafgaande medeklinker te verbinden. Zoo zegt hij veelal, en schrijft ook dikwijls, en Mv)itji\\ in plaats van 2»™^ en iaigt;vA\\ en dit voor

iCin^\\ pdrloc {van groot aanbelang), en mtivas kdrsd {verkiezing). Zoo spreekt hij ook de woorden pirsd {kennis) en koèrsi {stoel), veelal zóó uit, dat de r omgezet, maar dan toch de scherpe klank van de i enoe dezelfde

59

ocr page 76

60 VORM VAN DE GRONDWOORDEN. § 79.

blijft; en dan schrijft hij daarvoor wel eens ^ (présa) en (krósi),

naar den klank voor het gehoor. Woorden als ójiiu) (sarwd) oiaStui (sërwd), geheelenal, en Qtw rujj scrwal (Ar. s er wal, broek), spreekt hij veelal uit als en (a^virijTjj, daar de Pëpët na de omzetting van de r vóór de halfklinker ui een oe wordt (§ 44).

Ook wanneer de sluitletter een neusletter is, maar die met den aard van de volgende medeklinker niet overeenkomt, wordt die in de uitspraak veelal weggelaten ; bv. in ^iükonsn/j in plaats van ^ lil v:}T:njj nut (Ar. Sns in plaats van ontkennen (Ar. Zoo ook in mijn schrift, in asr^aS)mje schrift, in plaats van \' ÏJ 1?gt;{^\\ en asy iwiiKt-Mg^w

In plaats van de zoo weggelatene vreemde medeklinker wordt dan ook wel een neusletter uitgesproken, die met de volgende medeklinker in aard overstemt. Zoo wordt in plaats van iwiiHp\\ kastijding (Ar. ook wel asn i3p\\ uitgesproken en geschreven; \\ voor *j. 1 on r; rj rin i rj m ? ^n/i voor n-? rf vn i rf tvw iMiyi {eigennaam, die Vader van Döjöq heteekent).

79. Elke lettergreep van een Javaansch grondwoord begint ook doorgaans maar met één enkele medeklinker. In het algemeen kan in het Javaansch een lettergreep alleen dan met twee medeklinkers aanvangen, wanneer de tweede van de twee medeklinkers een tongtriller of een smeltletter is, zooals in mn ^^nsnji rood, trnj) bederven, «oioji \\ mat, ^-nsgeluid, opmerken.

Zelfs de zoo gemakkelijke, ook voor den Javaan niet moeijelijke verbinding van de s met een t of p kent het Javaansch niet, waarom de Hollandsche woorden stevel en sprei door den Javaan Qi a£i amp;i iruj en fl rj worden uitgesproken en geschreven. En zoo worden in uitheemsche woorden, die in de taal worden opgenomen, hardere zamenstellingen van medeklinkers aan het begin van een lettergreep altijd op de één of andere wijze verzacht. Zoo wordt het Sanskrit-sche xatrija, edelman, enstri, vrouw, ja meestal

(volgens de aant. bij § 52 voor uitgesproken. — Alle zamenstellingen

van twee medeklinkers, waarvan de laatste geen tongtriller of halfklinker is, die men soms mag aantreffen, zijn öf poëtische zanientrekkingen om de versmaat, öf zijn als spelfouten te beschouwen, zooals men bv. voor lt;0 m \\ alle, om de snelle uitspraak van de Pëpët in de eerste lettergreep wel eens mom geschreven vindt (§ 46). Zelfs schijnt het getal grondwoorden van echt Javaanschen oorsprong, die mat twee medeklinkers aanvangen, waarvan de tweede een tongtriller of halfklinker is, niet bijzonder groot te wezen, en zich voornamelijk te bepalen tot klanknabootsende woorden, zooals (xn^Knjfs en Ook moet nog opgemerkt worden, dat, ofschoon een lettergreep, die met twee medeklinkers aanvangt, waarvan de tweede een tongtriller of halfklinker is, voor de uitspraak van den Javaan geen bijzondere moeijelijkheid heeft, hij toch geneigd is, die uitspraak door het weglaten van de tongtriller of halfklinker

ocr page 77

ACCENT EN KLEMTOON.

ziel* nog gemakkelijker te maken. Zoo zegt men voor «ijw» -n \\ zaak, en rfimszon, dikwijls en en voor ^rpusniKT^ naar het oosten,

altijd 1710115» — Wanneer van de beide medeklinkers, waarmeê een lettergreep aanvangt, de eerste een halfklinker en de tweede een smeltletter is; dan wordt somtijds de eerste weggelaten. Zoo zegt men veelal nj rli \\ voor jij \\ leder. *

80. Het accent van de taal, of de t o0nwaarop het Javaansch gesproken wordt, bestaat, (behalven die toon en stembuiging, die de beweging van het gemoed uidrukt) alleen hierin, dat men van elke zinsnee, en zoo ook van ieder drie- en meerlettergrepig woord, wanneer het afzonderlijk wordt uitgesproken, de twee laatste lettergrepen met accent aanhoudt, en dus langzamer en gerekter, doch beide gelijk hoog van toon, uitspreekt; bv. in pagawéan, waarvan de twee laatste lettergrepen beide met accent aangehouden moeten worden, even als in het Hollandsche opperlcmdvodgd. — Uitgezonderd is alleen de voorlaatste lettergreep, als deze een Pëpët heeft, zooals in »3«n\\ sëkar, en kèmhang, daar deze klinker in zulk een lettergreep altijd toonloos is. Al de overige lettergrepen van een woord of zinsneê worden op één en dezelfde toon uitgesproken, zonder dat ook tusschen lange en korte lettergrepen meer onderscheid gemaakt wordt, dan de aard van de lettergrepen vanzelfs meebrengt: (want natuurlijk zijn de geslotene lettergrepen langer dan de opene). — Met datzelfde middel, door dat zelfde accent, wordt ook de nadruk, die in een zin op een woord gelegd wordt, beteekend. Zulk een woord wordt dan namelijk zóó in den zin geplaatst, dat daarachter een zinscheiding plaats heeft, zoodat dan de beide laatste lettergrepen vanzelfs met accent worden aangehouden. Ook worden zóó wel midden in een zin van een woord, daar men nadruk op leggen wil, de twee laatste lettergrepen met accent aangehouden en dus langzamer uitgesproken ; maar dan heeft door die langzamer en nadrukkelijker uitspraak achter het woord ook vanzelfs een incisie plaats, en het overig gedeelte wordt er dan als een afzonderlijk lid aan toegevoegd. Nooit geeft de Javaan den meerderen nadruk, die hij op een woord in een zin wil leggen, door verheffing of hooger toon van de stem te kennen, zooals wij dat ge\'woon zijn te doen in het Hollandsch.

Uit het gezegde blijkt:, dat het accent van het Javaansch zeer veel overeenkomst heeft met dat van het Fransch, uitgezonderd, dat in het Fransch in de regel alleen de laatste lettergreep van een zinsneê, wanneer die geen stomme e heeft, zdo met accent aangehouden en verlengd wordt, en alleen dan ook de voorlaatste, als deze een lange lettergreep ia, zooals b.v. in montré en prendra. In zijn verkeer met den Javaan moet de Hollander zich er wel voor wachten, het Javaansch met Hollandsch accent te spreken,

61

ocr page 78

62 WOORDVORMING EN AFLEIDING § 81.

daar de Javaan zulk een toon van spreken voor onbeschaafdheid houdff, en ligt meent, dat de Hollander, die zoo spreekt, driftig en knorrig is, daar hij die gedurige verheffing van stem niet anders dan aan gemoedsbeweging kan toeschrijven; vooral wanneer de Hollander daarbij dan nog gesticuleert, of, zooals de Javaan het noemt, met de handen schermt (a^-nrjiui.w tnj)- terwijl het bij den Javaan tot de %ianieren van een beschaafd en fatsoenlijk man behoort, altijd zacht en gelijkmatig te spreken, en geen andere gebaren te maken dan met den duim van de op den schoot of tegen het lijf gehou-dene hand.

Van de regel, dat van een Javaansch woord de twee laatste lettergrepen (indien de laatste geen Pëpët heeft) met accent worden aangehouden, ken ik maar twee uitzonderingen, namelijk het voornaamwoord a-Jt rj v illi nnj sdmpejan, en de naam van het gewest ^ ) Lij kijj Madioen, waarvan de voorlaatste lettergreep in de uitspraak niet geaccentueerd wordt. Men mag hieruit opmaken, dat de oorspronkelijke vormen van deze twee woorden n-i ^i-^j^en ^my geweest zijn.

OVER DE WOORDVORMING OF AFLEIDING IN HET ALGEMEEN EN OVER DE KRAMA-VORMEN IN HET RIJZONDER.

81. De woordvorming, of de vorming van nieuwe afgeleide woorden, en van verbogene grammatische vormen, heeft in het Javaansch plaats: 1°. door voorvoegsels, invoegsels of aanhechtsels; 2°. door verdubbeling of herhaling van een woord, of, zoo het een afgeleid woord is, van het grondwoord; 3°. door reduplicatie, dat is verdubbeling of herhaling van de eerste medeklinker; en 4°. door zame.nste 11 ing. En op dezelfde wijze zijn ook de grondwoorden, die nu tweelettergrepig zijn, grootendeels van eenlettergrepige grondvormen afgeleid (§ 71).

Hiervan zullen beneden telkens op zijn plaats eenige voorbeelden gegeven worden. Maar vroeger zijn ook nog op andere wijzen, dan die nu nog gebruikelijk zijn, nieuwe woorden van reeds bestaande gevormd of afgeleid. Zoo

1°. door voorvoeging van een met of zonder klinker; zooals bv.

groeijen nevens wassen, toenemen, van en .isr^t^osnji van lurjt^asn/i^

langs.

2°. door voorvoeging van een iun\\ zooals in aQgp regt, juist, van regte

rigting, en rjurn«ry\\ toekomstig, van rfun^ctrn^ morgen; en

3°. door het voorvoegen van een v.? \\ zooals in ctjinjt \\ nevens asnnjt en van de grondvorm ö\\ en nevens usn^i van tuniijjs nevens van

de grondvorm ^ w

Een menigte andere voorbeelden kan men vinden in het woordenboek.—Deze medeklinkers hebben zeker vroeger in de woordvorming een bepaalde betee-kenis gehad: maar de zoo gevormde woorden gelden nu in de taal voor grond-

ocr page 79

§^82. WOORDVORMING EN AFLEIDING. 63

woorden, even als die, waarvan zij gevormd, en waarmee zij nu in beteeke-nis verwant zijn. De «cd kan door een niet zeldzame letterverwisseling ontstaan zijn uit een en cm {pa) of Si is ook nu nog tot het vormen van afgeleide woorden menigvuldig in gebruik: maar het kan ook hetzelfde voorvoegsel zijn, als bë in het Maleisch, en dit zal het zeker in vele woorden ook wel zijn. En zoo zal ook een voorgevoegde nsn wel zeker hetzelfde zijn als het Maleische voorvoegsel te, dat dezelfde beteekenis heeft als het Javaansche Zoo kan oud, eigentlijk grijs geworden, beteekenen, van grijs van

haren, wat ook een oom beteekent, die een oudere broeder van vader of moeder is. — En ook het Maleische voorvoegsel ter, dat dezelfde beteekenis heeft als

Cy »

të, vindt men in enkele Javaansche woorden terug; zooals in somtijds,

ry £y o

nin®n^i\\ voorzeker, en ro \'rn \\ te lezen. — Maar, wat de Sa zou hebben kunnen beteekenen in woorden als r i tri en rrtj\\ dat is niet evenzoo met waarschijnlijkheid na te gaan; rooral wanneer men opmerkt, hoe die medeklinker ook gebruikt is, om Kramp;ma-woorden te Tormen van woorden, die met de lipletters ™ of !tJi aanvangen (zie § 85). In eenige woorden, zooals echtgenoot, eigentlijk zamenwoner, van 17 n/n ? ®j ? \\ woning, wonen, is de m ontstaan uit het gewone voorvoegsel m ^ sa, së (waarover later): maar dezelfde of dergelijke beteekenis kan de mi niet hebben in woorden als e gt; r:i \\ en In deze en vele andere woorden zal de harde sisklank wel de plaatsvervanger zijn van de harde adspiratie,deft. — Ook de r kan als gebrauwde r in sommige woorden de plaatsvervanger zijn van de h, zooals men in het Maleisch ratoes en roemah voor het Javaansche f ^ of \'ƒ 101 r rn ? en untsr^wji zegt: maar in andere woorden heeft de r zeker dezelfde beteekenis als in de frequentative vorm (waarover later).

82. Maar behalven dat is omtrent de ■woordvorming in de Javaansche taal nog op te merken de wijziging van beteekenis, die aan een woord gegeven wordt naar gelang van het onderscheid van vocaalklank, waarmee een woord wordt uitgesproken, terwijl de medeklinkers dezelfde blijven. Eigentlijk en oorspronkelijk heeft dit alleen plaats in klanknabootsende woorden. Zoo zijn vpiuri/i, rfupMiji, en ^ klanknabootsende woorden voor de onder

scheidene geluiden, die door getik, getof of gestomp op een voorwerp ontstaan. Zóó in een groote menigte van andere woorden. — Maar verder wordt datzelfde onderscheid van vocaalklank ook dikwijls overdragtelijk in de taal gebezigd, namelijk zóó, dat een woord, met de diepere of doffere klanken 0 of oe uitgesproken, van grooter, groffer en lom per, met de andere klinkers van kleiner, fijner en ligter voorwerpen gebruikt wordt. Zoo beteekent luncmcuëi en nmrr^nrrrj beide rollen, maar het eerste van kleine voorwerpen, zooals een klein rolletje, korrel, knikker of muntstuk, het andere van grooter of zwaarder voorwerpen.

ocr page 80

64 krama-vormen. § ^3.

83. Dit zelfde aan den vocaalklank gehechte onderscheid van beteekenis is nu verder ook gebruikt geworden om van woorden met dieper en doffer klinkende vocalen Kriimii-woorden (§ 4, 2°.) te vormen, door die zelfde woorden in de beleefde taal met fijner klinkende vocalen uit te spreken, alsof de groffere klank van die doffere vocalen iets lomps en plomps had. Zoo zegt men in Krama — en, gelijk in deze, zoo in vele dergelijke voorbeelden — en J?% voor het Ngoko wiui\\ of, en anders,

en r/mntiBi-jis (tdmpd, § 38) ontvangen; — en voor uet, en

\\ beloven; — !i?nti \\ en voor ^tj \\ mager, en rvj^nsnj mis;

als ook voor genoopt worden/maar en voor

iets niet zijn, en nog niet; — ru lt;■ en «Sivoor i^nji\\ oorzaak, rede, en verheugd; — \\ ?ƒ tm ynjj en tjunaji^ voor ^ nj?% noovct,

asninniimji vragen, en rjnsniaji% \\ loon; voor imrjMjtvjKniiHfijj

zetten, leggen, en mn tj nu voor ij n,i t irtj west.

84. Zonderling en moeijelijk te verklaren is een andere vorming van Krama-woorden, door aan een woord een geheel anderen uitgang te geven. Zoo in de volgende voorbeelden: a. ///; u i j\\rn N^ Kj^eri un i i ïn wj]\\ voor ï-?j ■ n \\ meening,

. - q

{Kjicim~n\\ zee, en un vergiffenis; — ^ KJ I Vv] jn ^ en :ici voor TjKitiyri \\ avond, en m•?)\\ Kadiri (naam van een Residentie); — voor rS\\

weldra; — -ö ej Qjhtj en SiQ^onjj voor oQ .lt;fj m \\ zooveel, en Siiq.\\ dag, als ook rja/niMiMyi (anten) voor xjnims ergens zijn; en met zonder neusklank er

vóór in 8amQitnjj voor zóó, en irj^mSnunjf voor tfimidMi (bója) en

\'rjiumm\\ (óm) niet.

b. (wn^imj voor (hvQ\\ achterblijven, iw\\oor •?gt;ifj/J zenden,

voor ojijvhhtji verwisselen, voor a-w*Sgt;\\ ambtenaar.

c. naTjiutuMji voor iwiSisiets worden, iwrjföTiojijjvoor xn^\\wachten,

voor icnainariji binnenste, ri trj,i,fi voor Qirviijtsn wjf naarstig, 11 iji_-n t ojjI voor vi iSn \\ beducht voor gevaar, tut rj nmm j voor igt;^ ui m \\ opdat, iPi.vm ijasnvoor (örroirurotting;— aiirjaMiiKnjj voor iSiw\\ doorgaan, werkelijk \'plaatshebhen, aj^ajirjiumajiji voor iK^njiasn\\ eed; — ?;in?voor isimn leze)i, en voor ®gt;aK\\ naam van een vrucht, iunrf(vniDjiji voor iun(S:\\ waarde, ^^rjiuni ikmjI voor weegschaal, en voor iviySi \\ ingezouten zeevisch,r]itjgt;rjiumigt;j)ji voor r^aJirfiRs anders, \'rirjruntaJtjj VOOr -Tia-Jix gevoel; — cm\'qi^U(tJtj)VOOr omr^ruispand, lUTjvmiMjjvoor tutt]i.m\\agt;iders,eniHi7jmiMflsnevensMn^wjiwooninZivoorstellen.

d. hm i?\\ voor (un^ het voorwaarts gaan, voor namvhjy hout, iS(isn.ê\\ nevens Suunrjiuniuiji voor Siasnihw\\ vertrouwen, ungjS^ voor lt;un^-r^\\ jagen, Qtru^« n voor ploegen.

e- (im jjQiétajijj voor lun n \\ tusschentijd, iun uin^jj voor lyn \'h \\ schaars, en voor ) n -n h u j arak, mi asn Skmji voor iamp;t asn ni iamp;iji Mataram.

f. unQasnj] voor i/n^/n reuk, ajh^jtisnji voor toegift, voor

ocr page 81

§ 84. KRAMA-VORMEN. 65

gelascht, iiK ^iunji voor appel, en voor -k \\ hanespoor,—a^Sriasnji -roor \\ het ingaan, ofnirvi Snusriji voor £71 irvi hj^ \\ aschgrauw, en tj vn £1 imjf voor moeijélyk.

g. o®\\ voor (aiinj)\\ in den weg staan.

h. Mnwruji voor iuhru\\ verloren gaan, ruj voor wrü\\ leder, tjmi itjtnjiji voor bereiden, en vnruj voor iwiüi\\ uan zich werpen.

i. aino^irujj VOOr «sn A\\ koord; £nam njtj voor IftvnrpjIWI\\ gebit.

j. xjnrjmi 1 ixyi voor iuntnji\\ slecht; ï-n1 voor {nrtnji^\\ verliezen.

k. tui£hinji voor twist, en voor ®i honig.

1 . Q . . O

L. iui^aznam\\ voor 1;^ m iu \\ aanzegging; j.n fn^ voor y r:r) li.; \\ accyns.

m. KnSrtMjj voor (nn nr^ . stijf; üQutnj voor fl /Si \\ wief aanwezig.

En zoo zijn er nog andere Krama-woorden, die insgelijks door verandering van den uitgang geyormd schijnen te wezen, maar waarvan men maar enkele, of op zijn hoogst een paar voorbeelden aantreft, zooals bv. ■ n i-i ] voor -nasnx effen; jj vn i m (in het westen van Java Y 1/n irin) voor ^ i n K J h \\ moeg, ochtend, i 7) hl i jjj voor ) i/ )-lt; i \\ groe7i.

Maar wat zijn nu deze door zoo geheel andere uitgangen gevormde K r amp; m a-vormen? Men zou kunnen vermoeden, dat het oude woordvormen zijn, waaraan eerst later die heteekenis van beleefder woordvormen gehecht is. Zoo zou men bv. kunnen vermoeden, dat het woord 17/ dat niet alleen in het Javaansch in Ngoko en in Krama, maar ook in het Maleisoh, voor diamant in gebruik is, niets anders dan een vorm is van het Kawische en Sanskritsche n \\ Skr. h i r a , diamant. En zoo zou dan, wel niet van dat woord, maar van een menigte andere, die nevenvorm ntèn in plaats van ra, ri, ré, li en na als K r a m amp; - v 0 r m gebruikt kunnen zijn. En zoo vindt men nevens njn trnjj iamp;i ttj^ yrnj^ \\ ingaan, dat in dezelfde heteekenis ook in het Maleisch in gebruik is, in het Javaansch ook tyncro\\ /Eiupi\\ in dezelfde heteekenis, ofschoon in het spraakgebruik eenigzins gewijzigd; en voor het Javaan-sche M) (M i hond, vindt men in het Maleisch ook mn vm andjing. Is dus het

amp;■

Javaansehe Krama-woord rjxm i:m (in West-java rj unvm), nevens het Ngoko-woord rj un vroeg, ochend, een oude nevenvorm vanhetzelfde woord,

die later als Kram a-vorto gebruikt is ? — Maar dan moet men wel vragen, wat men dan toch wel denken moet van zulke nevenvormen als int\'én, nevens ira of hira, en andjing nevens asoeq en asoe, waarin geen letter, dan de eerste klinker, gelijk blijft ? Zijn het verbuigingsvormen? of, daar hieraan wel niet te denken valt, wat zijn het dan? — Wat kan toch die uitgang os als oude woordvorm geweest zijn, zoodat die later als Krama-vorm gebruikt kon worden bv. in i n 1 ; j^, 77 ^ I n l gt; en 7-7 ^ i nt 7.Ij voor \\ gevoel, itjtiuis staal, en (uiRcrnjj pacht 7 Van al die Kramil-uitgangen, waardoor het Ngoko-woord meestal geheel, of

5

ocr page 82

KRAMA-VORMEN.

bijna geheel, onkenbaar genaakt wordt, is er maar één, die men met regt als een verouderde woordvorm beschouwen kan: namelijk de uitgang ëm in ajhQ ivtjl, Kramü Tan het ÜSgoko Hjrt\\ groen. Deze uitgang ëm (ofam), waardoor de vorm van het woord niet zoo geheel onkenlijk gemaakt wordt, als door meest al die andere Krama-uitgangen, schijnt wel de Sanskritsche uitgang am voor de manlijke Accusatief te zijn (in het Latijn urn). Trouwens deze Sanskritsche accusatief-vorm treft men ook aan in eenige oude spreekwoorden, zooals in het woord van w mi \\ in het Kawi en Sanskritsch slang (Lat. serpens).

Die zelfde uitgang heeft men waarlijk ook in het woord vronwenkris,

van iui(asjj\\ Had, wegens de figuur. Als Krama-v o r m komt die uitgang evenwel niet veel voor. Men heeft die echter misschien in Krama, van Ngoko, slapen. Dit zou volgens § 83 namelijk een Krama-vorm kunnen wezen van een en dit door een gewone verwisseling van detongtril-lejs voor tsr^iu Ook in (-\'/ /y ÏT], dat als Kramp;ma van asn^\\ ^goko plant, maar ook in het Maleisch in dezelfde beteekenis in gebruik is, zoo men dienzelfden uitgang hebben, indien althans, wat niet zeker is, het woord asn Sj \\ eigentlijk planten beteekent.

Maar, wat hiervan ook wezen mag, die andere Krama-uitgangen, zooals ntën, ndjing, os en ngsoel, zullen toch moeijelijk op dergelijke wijze te verklaren zijn. En, zoolang er geen andere verklaring van die uitgangen gegeven is, zal de waarschijnlijkste onderstelling wel deze zijn, dat woorden als ilwtj en lt;i5i£! (ynjj, lunnjjMrijj of en imx$p\\ tim en TT^n/niiK^,en oorspronk-

lijk niets met elkander gemeen gehad hebben, dan toevallig een ongeveer gelijke beteekenis; maar dat men begonnen is, een enkele van zulke in de klank van de eerste lettergreep en in beteekenis overeenkomende woorden het ééne als Kram a-woord te gebruiken, en dan later al langzamerhand ook aan andere woorden, om er Kramp;ma-woorden van te maken, die zelfde uitgangen gegeven heeft. — Zoo is het wel zeker, dat lüi^ruji een woord is, dat oorspronkelijk zoowel in Ngoko als in KramS. gebruikt wierd, daar het nog zoo gebruikt wordt in het zamengestelde ?ƒ xn i rj ki i -j.^ ii/ij, vlak Tiet tegenovergestelde, en in öryantwoord, antwoorden. Eerst later heeft men het ge

bruikt als een K r amp; m a-v o r m van iviiwi\\ en ivnirSiw 85. Alleen door verandering van medeklinkers worden gewoonlijk wel geen Kriima-woorden gevormd; evenwel treft men niet alleen in het begin van eenige Kramil-woorden een n-i aan, waar het Ngoko-woord met een «m of \'t» begint, namelijk in m8en Kriima van het

Ngoko itm aji\\ gelijktijdig met, «sriji erg, zeer, en mi ^ mji gezond: maar, ofschoon het wel mogelijk is, dat deze Krama- en Ngoko-woorden oorspronkelijk niets dan verschillende vormen van één grondwoord zijn, en dit van de twee eerste zelfs meer dan waarschijnlijk is; zoo is men toch\'ook begonnen, de h-ji

66

ocr page 83

KRAM A-VORMEN.

in plaats van de vi tot het vormen van Kritma-woorden te bezigen.Zoo heeft men namelijk het woord ui ^ w \\ dat als Kr. en Ng. lijnwaad dat verkocht wordt, beteekent, maar ook alsKramavan tun^natrujfs te verkoop hebben, in gebruik gekomen is, verder nog meer tot Kramïi-woord gestempeld, door de in te veranderen, zoodat men in dien zin gewoonlijk rtJir^nn zegt. Even zoo is ui -rj im het Kram;! niet alleen van uj -rj ^ kraam, winkel aan de weg, maar ook van niet doorgaan; falen, doch men zegt voor ruitjirp in de laatste betee-kenis veelal ajiTfww — Verder vindt men ook eenige woorden, waarbij het verschil van het Ngoko en het Kramp;ma alleen maar in de verwisseling van verwante medeklinkers bestaat. Zoo is Q Q wj {veel van iets of iemand houden) Ngoko, maar Kraraa; en ookQ\'r)mvj/(kort bij) Ngoko, maar

£!rhi irnji Kramii; ïQ rjmi (blik, opslag van het oog] Ng., ^ ^ Kr. Zoo is ook ui iJi (borst) Ngoko, maar ^ k Krama-inggil. — Bij andere woorden bestaat het verschil alleen in het gebruik van een andere woordvorm. Zoo is um (die, vjelke), ofschoon ook nog wel in Krama gebruikelijk, toch gewoonlijk Ngoko, maar de verlengde vorm ojnuns gewoonlijk Sfi^\'n\\ bepaald Krama; fe (vóór telwoorden zooveel als maal) Ng., «namp;! Kr.; iziur^ (vroeger) Ng., tu) njr^ Kr.; of M»vr)i?n\\ van af, van daan komen, Ng., maar het uit m(3n zamengetrokkene «ju?» in dezelfde beteekenis Kr., ofschoon het in de figuurlijke beteekenis van wegens, van wegen, Kr. Ng. is.

86. Eindelijk zijn ook nog eenige KrS,ma-woorden gevormd door bijvoeging van het woordje ^ wji, dat anders in gebruik is als het Kriimii van het Ngoko Sis een voorzetsel vóór eigennamen. Zoo zijn en het

Krama van het Ngoko unwat? njhun\\ dat, en £nS^\\waar? En in plaats van het Ngoko-aanhechtsel rjiin\\ dat als bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon gebruikt wordt, zegt men in Krama met achtervoeging van dat ^ a-nji en tegelijk met een kleine verandering van de klinker, vri Even

zoo wordt voor het Ngoko Si in Krama tui nnjj gebruikt in de derde persoon van het Subjectief Passief en in de qualitative Voluntatief (waarover later).

De OTerige woorden, die als Krama-woorden in de taal gebruikt worden, zijn in oorsprong en vorm geheel verschillend van die, welke in dezelfde beteekenis in Ngoko in gebruik zijn, even verschillend als bv. in het Ilollandsch het gewone woord paard van het dichterlijke ros, dat evenwel in prozaïsche woorden, zooals roskam en rosmolen, voorkomt. Zoo is as: nr, anjf ïfg., (tnnuiiwi^j Kr., paard; I ^Cl gt;,; ƒ Ng., i(KrSma-vorm van dat Kawi is) Ivr., re(je)];

i y-u i ij Ng., m i-i \\ Kr., leven.

De oorsprong van zulke Krama-woorden is verschillend. Vele zijn uitheem-sche woorden, meestal uit het Sanskritsch, ook wel uit het Arabisch, Persisch en Maleisch ontleend: doch vele andere zijn zuiver Javaansche woorden,

67

ocr page 84

KRAMA-1NGGIL-W00RDEN.

zooals by. istn? regen, Kr. \'\'an i ^ \\ Andere zijn blijkbaar gemaakte en gezochte benamingen, zooals rj i:H 11? gt;, ? j iets hards, voor £!°i\\ ijzer, en rcrgt;(nj^\\ heen; rj *\' t gt;-ii\'ij geleed, met geledingen, Toor (2^\\ bamboerief, en £?i ccr^\' suikerriet. Ook zijn er Krama-woorden, die blijkbaar Tan andere klankverwante, maar in beteekenis geheel verschillende, woorden overgenomen zijn. Zoo bv. het dubbele Krama \\ gewoonlijk 0 r/ lj v en n.i rj i/i mj \\

ook wel gt;1 n i rj ui if \'J, voor het Ngoko i n r?/ xm r?r \\ ring, vingerring, gevormd van iunirvi\\ door herhaling van het geheele woord in de plaats van herhaling van de eerste medeklinker. «-J rj iji is namelijk eigentlijk het Kramp;ma van ru t°i \\ vergeten, en rfnjirj njt iKiji \\ van \\ rivier. Zoo schijnt ook \'-i gt;/ eigentlijk

het Krama te wezen van ui \\ kraam , maar vervolgens ook aangenomen als Krama van ^ ^\' niet doorgaan.

87. Het Krilma-inggil heeft geen eigene vormen; maar somtijds wordt in Ngoko wel eens uit eerbied of beleefdheid een Kriimii-woord of Kramii-vorm als Krama-inggil gebruikt, wanneer er van dat woord geen eigen Kramii-inggil bestaat. Zoo gebruikt men in Ngoko wel eens de Krama-woorden .urQianj, xaQru/i, nn rj/Bi ~jt en iztrjumMjjr in plaats van Q w wj] veel van iemand of iets houden, on rj vi \\ werk, tgt;n \'amp;i Sj \\ aannemen, en ®im)\\ lezen. Ook wordt te Soerakarta het hooge terras vóór de vorstelijke woning in Ngoko zelden^®??

maar gewoonlijk uit respect met de Kriitna-benaming w(i?iïm rrjij genoemd; en de oudsten van de Vorstelijke familie noemt men ook in Ngoko met het Krama-woord en niet met het Ngoko «nÊnsijur\\ of SnSj

asr^iui^ Even zoo wordt in plaats van het woord inde beteekenis van

de apanage van een ambtenaar, wanneer van een aanzienlijk ambtenaar gesproken wordt, veelal, ook in Ngoko, de Krama-vorm gebruikt. Ja,

dit zelfde wordt ook wel in de beteekenis van zitten in Ngoko als Krama-inggil gebruikt, niettegenstaande in deze beteekenis van het woord het Krama-inggil Si ih^\'T)lurtji bestaat. Dit geschiedt namelijk, wanneer tegelijk van het zitten van een Vorst en van het zitten van aanzienlijke personen gesproken wordt: dan wordt namelijk van den Vorst alleen maar

van die andere aanzienlijke personen gebezigd.

88. Onder het niet groot aantal woorden, die bepaald Madyd zijn, vindt men eenige weinige Kr am il-vormen, die Madya. geworden zijn, terwijl als Krama een ander woord of andere vorm in gebruik gekomen is. Zoo is ayrjniQjrrjjj {iinten), Krama-vorm van unms ergens zijn (§ 8 4, a), Madya terwijl men in Krama met de lipletter ui er vóór tjwtQritrij zegt, (in Kawi

men eigentlijk Mady a-vormen zou kunnen noemen, dat zijn ve r ko rtingen van Krama-woorden of Krama-vormen, zooals Qkjiui\\ en gewoonlijk «kui Md. van Kr. wat? Md. van

ao)»jn\\ Kr. naar, Md. van^MKsi^u^wT^ Kr. maar: Md. van

68

ocr page 85

§ 87. MADYA-VORMEN EN MADYA-WOORDEN. 69

(isnwi-M^x Kr. MOgr, steeds, tjnnfnqs Md. van iuiïnmq\\ Kr. alzoo, ja; iun gewoonlijk nog korter en éénlettergrepig \'inpoen, maar dan

geschreven, Md. van Kr. afgedaan, het moet niet! en .8 ^ un \\ Md.

van liirjitats Kr., Ng., thans. Zoo wordt ook het Madya inniS^^nm

\'tjMJI, dat eigentlijk het Krama van het Ngoko hoe? hoedanig?

gewoonlijk in of verkort. — Nog

een andere bijzonderheid van het Madya, wat de vorm betreft, is dit, dat het in eenige aanwijzende voornaamwoorden, die in Ngoko drie onderscheidene vormen, doch in Krilma maar één vorm hebben, ook in dit opzigt het midden tusschen het Ngoko en Krama houdt, dat het in de Krama-vorm de drie onderscheidene vormen van het Ngoko bewaart. Zoo heeft men in Ngoko de drie vormen aJn »lt;?; \\ deze, dit, gt;m ilt;r^\\ die, dat en t-n urgt; \\ gene, gindsche ; maar gebruikt daarvoor in Krama in alle drie beteekenissen gewoonlijk alleen /ij iy.n \\ (zelden en ^ ^ ).t| ) ; doch ip Madyil weór to un en

Miinnw Even zoo in Madya Qrjun£n tnji dus, zóó, en

of 7f ij^iuyi zooveel, terwijl men in Krama altijd alleen maar £l un w/f en maar in Ngoko ook met onderscheid van beteekenis twee vormen gebruikt, namelijk en en mrjfamp;irjihj

Voor vast en bepaald gebruikt men verder in Mèdya als voornaamwoord van de tweede persoon gewoonlijk an uns en nog beleefder luni^r^n gt; en verder m Stem/I in plaats van het Krama welaan! als \'t TT belieft! in

plaats van het KramS. voor zullen en willen (Ng. (LmifmrLyi en mncut

ofschoon dit laatste, en nm ru ajtjf wil, soms ook nog wel gebruikt worden); (viuniKis in plaats van het Ngoko aSlgjt^ Kr. (hfn rLi 9j)j^\\ en Kr. inggil ojitj ■amp;!^jiajui(hi/is iJc Jcan het niet zeggen! ïk weet het niet! rf voor het

Ngoko naar men zegt of zegt men; en voor het gewone

Ngoko runrftw^ Krama tHrtapq\\ veel.

De Kr§,inamp;-woorden, die voor vast in Madya gebruikt worden, zijn het voornaamwoord van de eerste persoon, (Ki^rus ik; de aanwijzende voornaamwoorden van plaats hier, [^)(hrrjjN daar, en CcijiKn\\ ginds, als ook herwaarts, derwaarts, naar ginds en oj)[Sj^un\\ tot hiertoe; de vragende voornaamwoorden van personen wie ? van plaats n welke plaats , waa/r ? en van hoeveelheid w/j hoeveel? — verder de woorden voor ontkenning: tjcimtténmtjj voor het Ngoko r^(un2rti\\ niet, neen, voor het Ngoko nog niet, en 7jznrf(ins voor het Ngoko iets niet zijn, eindelijk tJïL/^v in plaats van het Ngoko vroeger, en wnji^ in plaats van het Ngoko /e/ïi^^n iveêr, nogmaals.

Bahalve hetgeen in § 4 over de verschillende taaisoorten, en de benamingen, waarmeê wij die onderscheiden, gezegd is, moet hier nog opgemerkt worden, dat de Javanen in hun spreken het verschil van die taaisoorten ge-

ocr page 86

SOORTEN VAN WOORDEN.

woonlijk wel weten te onderscheiden, maar daarbij alleen geleid worden door het spraakgebruik, én dat zij die benamingen, waarmeê wij die taaisoorten onderscheiden, niet gebruiken of kennen. Het spreken met beleefde termen, in Krama of in Madya, noemen zij gewoonlijk inim \\ dwz. iermen gebruiken, in den zin van héleefde termen gebruiken; en wat wij een Krama-woord noemen, dat noemen zij gewoonlijk (Htj .ui of Qi\'gvwnSjts d. i. een foëtiscTi woord. Een woord, dat wij als Krama-mggil gewoon zijn te bestempelen, noemen zij ictiim (j \\ Ng., ccn iKit lun cm Kr. Tiooge term.

OVER DE VERSCHILLENDE SOORTEN VAN WOORDEN IN DE JAVAANSCHE TAAL.

89. In de Javaansche taal bestaat geen onderscheid in vorm en verbuiging of vervoeging tussehen het nomen (of naamwoord) en het verhum (of zegwoord), en ook niet tussehen substantief en adjeetief of zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord. Eén en hetzelfde woord kan tot attribuut of bepaling van een naamwoord, tot prédicaat of hoofdwoord van een gezegde, en tot benaming van voorwerp in een zin gebruikt worden, en dus de plaats van een adjectief, van een verbum of van een substantief bekleeden, zonder dat het door verbuiging of vervoeging eenige verandering van vorm ondergaat. Zoo beteekent bv. het woord imn de gesteldheid van ziek of ziek zijn of ziekte, en zegt men met dit woord als attribuut of adjectief bij het woord mensch, ly vurLtnix ziek mensch; als prédicaat of gezegde van een onderwerp, bv. van het voornaamwoord (umh-r^s ik, (uniKr^irwny ik ziek, d. i. ik hen ziek; en gebruikt men dat zelfde woord ook evenzoo als substantief of benaming van voorwerp, bv. met het aanhechtsel het bezittelijk voornaamwoord van de eerste persoon, run^\\ mijn ziek zijn of mijn ziekte.

90. In onze Europesche talen onderscheiden wij enkelvoud en meervoud, en veelal ook verschillende naamvallen, door verbuiging van de naamwoorden; het Javaansch weet van zulk een v e r b u i g i n g niets. — In onze Europesche talen wordt verder een woord, dat in een zin tot hoofdwoord van een prédicaat of gezegde gebruikt en dan verbum genoemd wordt, geconjugeerd of vervoegd, tot onderscheiding van de drie personen, van enkelvoud en meervoud, en van de zoogenaamde tijden. Zoo zeggen wij in het Hollandsch met het woord verhaal, dat anders een substantief of zelfstandig naamwoord is, in een prédicaat of gezegde van een onderwerp wel in de eerste persoon enkelvoud zonder verbuiging ik verhaal, maar in de tweede en derde persoon gij verhaalt en hij verhaalt, in het meervoud wij of zij verhalen, en in de verledene tijd ik of hij verhaalde, gij verhaaldet, en wij of zij verhaalden. Niet zoo in het Javaansch.

70

ocr page 87

NOMEN EN VERBUM. UITDRUKKING VAN EEN GEZEGDE.

71

90.

In het Javaansch wordt aan iemand of iets als onderwerp van een zin in een gezegde eenvoudig met een naamwoord, zonder eenige verandering in de vorm, alles toegeschreven, wat iemand of iets gebeuren of wat iemand of iets hebben of krijgen kan, zooals niet alleen een hoedanigheid, gesteldheid, qualiteit of betrekking, of een hoeveelheid, als ook de stof, waarvan iets wezen kan, maar ook ieder accident, dat iemand hebben of krijgen kan, en verder alles, wat een sübject(dat is een persoon, of wat als een persoon gedacht of voorgesteld wordt) tot óbject hebben of krijgen kan; zooals hoest, een gezwel, twist, krakeel of gevecht, drift, toegenegenheid of haat, bloesem, als \'teen boom of plant is, daarvan gesproken wordt, een vrouw, als \'teen man, een man, als \'teen vrouw is, een hevel of last, een verslag of rapport, een reis, die iemand doet, een bode, dien iemand stnurt, een zaakgelastigde, dien iemand gebruikt. — In het Hollandsch moeten wij, als wij iets, dat wij in de vorm van een naamwoord ons voorstellen, in een gezegde aan een onderwerp willen toeschrijven, aan dat naamwoord altijd een daarbij passend verbum (een zegwoord) toevoegen, omdat in het Hollandsch het hoofdwoord van een gezegde altijd een verbum zijn moet. Willen wij bv. dat wat wij met de naamwoorden ziek, blijde, twist, bloesem, een (getrouwde) vrouw, een (getrouwde) man, een hevel, een reis, een bode, of een zaakgelastigde, ons voorstellen, in een gezegde aan een onderwerp toeschrijven; dan moeten wij bv. zeggen: ik hen ziek\', ik ben blijde, ik heb een twist of ik heb twist: de boom heeft al bloesem; hebt gij al een vrouw? hebt gij al een man? ik geef bevél, ik doe een reis, ik zend een bode, ik gebruik een zaakgelastigde. In het Javaansch zegt men eenvoudig: tun irurnr, ik (ben of was) ziek; ik (ben of was) blijde; mnnr^aji^ ik

(heb of had) twist; •uy S ^ ^Si £1 gi \\ de boom (heeft of had) al bloesem ; nqcmm ij iui nm rui Si Miun \\ (hebt) gij al een vrouw ? K n ,r?) r j C; j ( j \\ (hebt gij al een man ? un mitjn ^ \\ ik (geef of gaf) bevel; un Ki^n^n^ xn wj \\ ik (drie of deed) een reis; t/ntrjuni iijonjj ik (zend of zond) een bode; un uJcm.n^\\ ik (gebruik of gebruikte) een zaakgelastigde.

91. Aan zulk een naamwoord nu, waarmeê in een gezegde iets aan een onderwerp wordt toegeschreven, kan nu verder tot bepaling van voorwerp (van óbject) een ander naamwoord worden toegevoegd, zoodat men bv. zegt ik (zend of zond) boden

twee bedienden van mij, voor ik zend twee bedienden van mij; en dan heeft voor het gevoel van ons Europeërs dat woord -qtrn, dat anders als naamwoord een bode of zendeling beteekent, de beteekenis van een verbum, van iemand zenden of sturen; maar in het Javaansch is en blijft dat woord toch niets anders dan een naamwoord; en de eigentlijke zin van de Javaansche woorden zou men op deze wijze moeten uitdrukken: ik (gebruik

ocr page 88

72 VORMEN VAN HET JAVAANSCHE WERKWOORD. § 94.

of zend) tot boden twee bedienden van mij. Even zoo, als een naamwoord, zooals water, tot bepaling van voorwerp (van óbject) met het naamwoord inhoud, wat ergens in is, in een gezegde aan een onderwerp als subject (bv. aan een flesch) wordt toegeschreven, en men dus zegt:

nSt£1 ion de flesch (heeft) tot inhoud water, d. i. de flesch houdt water in, oi er is water in de flesch. En zoo zegt men met de woorden .0m vu \\ gereed, en vaartuig, in een gezegde: ik (heb, houd of maak) gereed

een vaartuig. Zóo schijnt dat woord 01%ïlm dat anders gereed beteekent, voor ons de beteekenis te hebben van gereed hebben, gereed houden of gereed maken: maar in het Javaansch beteekent het ook in zulk een constructie niets anders dan den toestand van gereed. Het beteekent dan de gereedheid vaneen vaartuig, en niet een doen van het subject: maar het wordt met het woord vaartuig, in het gezegde als óbject aan het subject toegeschreven, en beteekent zoo een gereed zijn, dat door het subject bedoeld of bewerkt wordt.

92. Even zoo kan ook een uitdrukking in één of meer woorden, die iemand bezigen kan, zooals bv. neen! of zooals U beveelt! in een gezegde aan een subject toegeschreven worden als een uitdrukking, die door het subject gebezigd wordt; bv. m tyn tn\\ ik (zeg) neen! ik ontken het;

ru m km \\ ik (zeg) san dik a (d. i. zooals U beveelt!). —

93. Na deze opmerkingen over hetgeen in de Javaansche taal niet door verschillende woordvormen onderscheiden wordt, zullen wij thans die woord-wormen moeten beschouwen, die in de Javaansche taal wèl in gebruik zijn, en daarbij dan de zin of beteekenis en het spraakgeb ruik van ieder van die vormen trachten te verklaren.

OVER DE VORMEN VAN HET JAVAANSCHE WERKWOORD.

94. De Javaansche taal heeft, zooals wij gezien hebben, geen bepaalde vorm voor het hoofdwoord van een gezegde, d. w. z. geen verbum of zegwoord: maar van het woord, dat wij in de Javaansche grammatica met de benaming w er kwoord bestem pelen, bestaan drie verschillende vormen, één eenvoudige, eh twee door een aanhechtsel verlengde, waarvan de ééne het transitief en de andere het causatief werkwoord genoemd wordt.

HET EENVOUDIG WERKWOORD.

95. De eigendommelijke vorm van het Javaansche werkwoord, in alle drie vormen, bestaat hierin, dat het met een neusklank aanvangt. En zóo wordt dan ook het eenvoudigworkwoordvan een ander woord gevormd door de eerste medeklinker uit te spreken met één van de vier neusklanken n, ng, nj, of m, die het naast met die medeklinker overeenkomt: maar dan

ocr page 89

VORMING VAN HET WERKWOORD.

gaan de medeklinkers, die met een harden ademstroom worden uitgesproken, de igt;m\\ asn\\ ip\\ iui en iugt;\\ in de uitspraak verloren, omdat een neusklank niet anders dan met een zacht en ademstroom uitgesproken kan worden. Zoo ook meestal, maar om een andere rede, de zachte lipletter, maar tevens halfklinker, «jiw

1°. Begint het woord, waarvan het werkwoord gevormd wordt, met één van de zachte klemletters, een om nnx lt;wi\\ mr of ictm dan wordt met dezelfde klemming, waarmeê deze medeklinkers uitgesproken worden, tegelijk een met de aard van die medeklinkers overeenstemmende neusklank gevormd, en daarmeê dan de klemletter uitgesproken. Zoo worden van de naamwoorden an^nmamj aanklagt, ^mara\\ bede, m!yrri\\ hoete, amp;«stijj dwang, en (cnariis worp, de werkwoorden nggoegat, ndóngd, ndëndd, ndjiat en mhalang gevormd, die dan aanklagen, bidden, beboeten, dwingen en werpen heteekenen. — Nu is het een gebrek in de spelling van de Javanen, dat zij dezen neusklank, waardoor zich het werkwoord van het naamwoord, daar het van gevormd is, onderscheidt, niet schrijven, dan alleen daar, waar het werkwoord het voorvoegsel nm (a), waarover later gehandeld zal worden, vóór zich krijgt, zoodat dan die werkwoorden i/nmitsnjj\\ tunrfmrrrn\\

(1771 rmihwKnj en ajnwrvi geschreven worden. Maar anders schrijven zij rrr^amasnj zoowel in den zin van aanklagen, als van aanklagt. — Die gebrekkige spelling, die het werkwoord, wanneer het dit voorvoegsel niet vóór zich krijgt, van het naamwoord niet onderscheidt, kan, zoo men niet altijd het werkwoord met dat voorvoegsel gebruiken wil, verbeterd worden door het werkwoord met de voorslag (un te schrijven, en bv. tot onderscheiding van het naamwoord cn^amasnjj (aanklagt), het daarvan gevormde werkwoord !unarr^mKnj {aanklagen) te spellen. De lezer moet dan weten, dat hij de Pëpët van zulk een werkwoord toonloos en binnensmonds moet uitspreken, zoodat hij geen anderen vocaalklank laat hooren, dan die van den neusklank; en dus \'ngoegat.

Dezelfde gebrekkige spelling heeft ook plaats in andere weerden. Zoo schrijft de Javaan bv. Toor nggVi, mpoèn! (Goed. hef zij zoo.\'). Verkieslijker

is het w] rn^ ih i i te schrijven, en het aan den lezer over te laten, de

beide woorden zoo snel uit te spreken, dat ze voor het gehoor maar éénlettergrepig worden.

2°. Begint het woord, waarvan het werkwoord gevormd wordt, met een van de harde klemletters, een iktj, asn, op, k» of iui\\ dan wordt ook met dezelfde klemming, waarmeê deze medeklinkers gevormd worden, een met den aard van die medeklinkers overeenstemmende neusklank gevormd: maar daar deze harde medeklinkers met denzelfden zachten ademstroom, waarmeê een neusklank gevormd wordt, niet te gel ijk kunnen worden uitgesproken;

73

ocr page 90

VORMING VAN HET WERKWOORD.

zoo gaan die harde medeklinkers in de uitspraak geheel verloren, en komen de neusletters ras «i\\ rrmx en ®gt; er voor in de plaats. Zoo is van mtrjasmim^ te zien, zigtbaar, het werkwoord niet r^rjusmiynjj (ngkaton): maar ra^imjj zich vertoonen; van piek, niet ^jvwnj^ {ntoembaq),masLr ^Mtm/ipieken,

met een piek steken; van ^ ^ irnj^ iets om meê te kloppen, niet rrm ^ uv/jfyxtoetoeq), maar (gewoonlijk ^geschreven, daar in het tegenwoordige

schrift tusschen de tand- en tongletter n volgens § 29, geen onderscheid gemaakt wordt) kloppen. En zoo is ook van (QdJitm/j, kort bij, het werkwoord niet i©itununj njtjëdaq, maar xOiajinjnj dichterbij komen, en van (uixnMjf, voedsel, niet s ia tnji {rnpangan), maar wxnitnji eten.

Behalven deze harde klemletters is er in het Javaansch nog maar één medeklinker, die evenzoo met een harden ademstroom wordt uitgesproken, namelijk de sisletter m (s). Deze m wordt in het Javaansch als tongletter uitgesproken, door tusschen de opgeheven tong en het gehemelte met een harden ademstroom een sissend geluid te maken (§ 28), en is daarom zeer na verwant aan de verhemelteletter ikd. Bij de vorming van het werkwoord staat dan ook tegenwoordig de m met deze »ji volkomen gelijk, en gaat dus ook, even als deze, bij den neusklank in de uitspraak verloren. Zoo is van vermindering, het werkwoord icn^.in\\ {njoeda voor hjsoedd) iets verminderen.

En voor beide, zoowel voor de uji als de ^, wordt bij de vorming van het werkwoord, in plaats van de verhemelte -neusklank on de tong neusklank arm uitgesproken, wanneer ook de tweede lettergreep van het grondwoord met een of ooi, en meestal ook, wanneer die met een andere verhemelteletter begint; zooals bv. in arrn^nnjj iets laken, van »j)maryi iets dat te laken is, cnr^oj^^ nesten, nestelen, van nest, «rm tS\\ elk één, van één, rrfniujjj

OfnQ) aR\\zich voornemen,\\a.n of^iif:\\gezindheid,voornemen,eïi(lt;rmajt^\\met goud of steenen beleggen oi bezetten, van Daar evenwel in het tegen

woordige Javaansche schrift de tong letter n van de tand letter niet onderscheiden wordt, zoo worden die en dergelijke werkwoorden algemeen met het gewone letterteeken voor de n \\ iniuyj of in te: \\ en

geschreven of gespeld: doch de Javaan spreekt zulke werkwoorden werkelijk met de tongletter n uit. — Vroeger veranderde de ^ als tongletter ook in andere gevallen bij de vorming van het werkwoord in de. t o n g-neusklank n (hoewel geschreven met de w); en niet alleen in poëzie, maar ook in de gewone taal, zijn daarvan nog sporen overgebleven. Zoo in van in de formule n,i^mj3^ ik bid.\' en wanneer zooveel

beteekent als ^ n-i ^ uj wj zeggen (§ 92), voor beleefdelijk bedanken, terwijl men anders altijd xrrrjnj^nryj zegt. Zoo ook in nevens iSnrnv vereeren,

van en in Mfr/Vi\\ nevens cmrgys dragen, lijden, van Mirpjw

3°. Behalven de genoemde tien klemletters; en de zijn de overige letters,

74

ocr page 91

VORMING VAN HET WERKWOORD.

■waarmeê een woord beginnen kan, de overige letters van het Javaansche alphabet, de keelletter im de beide tongtrillers n en ru, de beide halfklinkers «jt en a-u \\ en de vier neusletters, alle zachte, dat is met een zachten ademstroom uitgesprokene, medeklinkers. En als algemeene regel geldt, dat van een woord, dat met een van deze letters begint, het werkwoord gevormd wordt door de eerste letter uit te spreken met den keel-neusklank ng (ten). Zoo bv. in Knjf bederven, van bedorven, \\ vertroosten, van

aSiij\'v vertroost, een krab gelijkend, van \\ een krab.—Is de eerste

letter van het woord, waarvan een werkwoord gevormd wordt, een neusletter (wat zeldzaam is); dan wordt de ra met een Pëpët uitgesproken; zooals in Q:EfiiK3 onjj een tijger gelijkend, van tziiutan/j tijger, en QSi rj-. iemand grootmoeder noemen, van grootmoeder. Met het voorvoegsel mn la) zegt en schrijft men ook en imtStow — Begint het woord met een tun\\ dan gaat

in het werkwoord de klank van deze letter in de uitspraak en in het schrift natuurlijk verloren; bv. in mCirrnjj staan, \'opstaan, van im3amj stand. — Begint eindelijk het woord, waarvan het werkwoord zoo met de neusklank xn gevormd wordt, met de halfklinker iui\\ zooals in g.»s\\ kauwen, van iuxikn tand of kies; dan gaat die halfklinker in de uitspraak in sommige woorden verloren; zooals in 17 m nsn a-n^ naar het oosten gaan, in plaats van van ^ ia «s» «1^

oost, het oosten. Maar van de meeste woorden, die met een vi beginnen, wordt het werkwoord niet met den. keelneusklank ng, maar, dewijl het een lipletter is, met de 1 i p neusklank m gevormd. En dan gaat de ui van het grondwoord in de uitspraak altijd geheel verloren. Want, als men de lippen, die men voor de uitspraak van de\' lt;vt te zamen voegt, geheel aaneensluit en zamenklemt, om de lipneusklank m te vormen; dan spreekt men natuurlijk met het openen van de lippen geen ,t», maar een uit. Zoo wordt bv. van ^ri,i\\ onderwijs, het werkwoord onderwijzen, gevormd.

96. Verder moet nog opgemerkt worden, dat, als het werkwoord gevormd, wordt van een tweelettergrepig grondwoord, dat eigentlijk een eenlettergrepig woord is met het voorvoegsel uw (a), dan het werkwoord dikwijls gevormd wordt van hetzelfde eenlettergrepige grondwoord met den voorslag uQ (§ 71). Zoo zijn i/ntj.win^fj te verkoop hebben, en (unrfmi^s verwijderd, ver, gevormd van de eenlettergrepige gi\'ondwoorden enrjtmi^ met het voorvoegsel

n/n (a), maar de werkwoorden 8gtu, iruj iets verkoopen, en zich ver

wijderen, van Oi g xxi i ruj en Andere evenwel worden zóo gevormd,

dat het voorvoegsel mi als een integrerend deel van het grondwoord beschouwd wordt, zooals (ci£)crnji staan, van (unQamj) stand, van de grondvorm En somtijds wordt het werkwoord op beide wijzen gevormd, maar dan ook met eenig onderscheid in het spraakgebruik. Zoo beteekent van un - o asnjf grasmes, het werkwoord o °iasnjf met een grasmes werken, en dus grassnijden,

75

ocr page 92

76 BETEEKENIS VAN HET WERKWOORD. § 97.

maar Q--nasnjj iets (zooals gras of iets anders) met een grasmes snijden.

97 Deze Javaansche woordvorm, die wij, om er geen nieuwe kunstterm voor te verzinnen, in het Hollandsch het werkwoord noemen, beteekent meer, dan door deze benaming wordt uitgedrukt. De vorm van het Javaansche werk woord beteekent niet alleen een werking of daad van een persoon of van iets: waarvan een werking uitgaat, en dat daarom in de taal als een persoon wordt voorgesteld (zooais van de zon, als wij zeggen, dat die koestert of het aardrijk verwarmt): het Javaansche werkwoord beteekent altijd een bewerking of behandeling, waarvan dat, wat door het grondwoord beteekend wordt, het voorwerp (het óbject) is, en dus dat wat bewerkt of behandeld,, of ook als doel of uitwerksel van de werking voorgesteld wordt. Beteekent dus het grondwoord een hoedanigheid of gesteldheid van iets, dan beteekent het werkwoord een werking, waardoor die hoedanigheid bewerkt wordt. Zoo beteekent van nr^ajiiKrtji bedorven, en wit, blank, het werkwoord bederven, beschadigen, en ^.Si%\\ iets witten, bleeken. En van ih-n77«n 1 imjj te.zien, zigtbaar, zigtbaar worden, beteekent het werkwoord mrjwmtitnji zich zigtbaar maken, zich vertoonen, verschijnen (een werking namelijk met het doel of effect, om zigtbaar te worden). — Beteekent het grondwoord iets, dat geschiedt, gedaan wordt of plaats heeft, dan beteekent het werkwoord dat bew erken, teweegbrengen of do en. Zoo van asn Si mji geschrei, geween, ëiijyj geschrei maken, schreijen, weenen; van aj^ru onderwijs, ^ a-ün onderwijs geven, onderwijzen; van aanWagrt, die gedaan wordt, rmn5nj\\ een aanklagt doen, aanklagen; van mnj^ «^7.vrijj een sprong, lt;e-)®i ^,1 lurnj een spreng doen of nemen; van (uiruivi^\\ loop, vlugt, de vlugt nemen, op de vlugt gaan. — En zoo ook, als het grondwoord een voorwerp beteekent, dat gemaakt, gevormd of voortgebracht wordt; dan beteekent het werkwoord zulk een voorwerp maken, vormen of voortbrengen. Zoo van een lijn of streep, nmcm-Sitjiji een lijn trekken, een streep maken; van i/n grrrn 1 nmji een ei, dat gelegd wordt, 8 \' rmj\\ een ei of eijeren leggen. — Is het grondwoord een naamwoord, dat een werktuig of instrument beteekent, of iets dat als middel ergens toe gebruikt wordt; dan beteekent het werkwoord met dat werktuig werken, dat instrument behandelen of dat middel bezigen; bv. van 8njj^\\ ploeg, ploegen; van \\ citer, op de citer spelen; van naam van een bedwelmend middel, 81^11^ iemand door het ingeven daarvan bedwelmen. — Is het grondwoord een benaming ot titel, waarmee men iemand een waardigheid, qualiteit of iets dergelijks toekent, dan beteekent het werkwoord iemand zóo betitelen, of iemand die waardigheid of qualiteit toekennen; bv. van Vorst,

ocr page 93

BETEEKENIS VAN HET WERKWOORD.

(kjisi^x iemand Vorst noemen, als Vorst erkennen en eerbiedigen; van of * kind, tziKjitrnjs of iemand kind noemen. Maar beteekent

het grondwoord een -verhouding van een persoon tot iemand, dan kan het werkwoord de beteekenis hebben van zich in die verhouding stellen of daarin werkzaam zijn; van n/n iJm dienaar, raagix dienen gaan of dienen ; van un overwonnen, 10«^? zich overwonnen geven of onderdoen. — Heeft het grondwoord de beteekenis van een plaats, waar; dan beteekent het werkwoord naar die plaats zich rigten of daarheen gaan, daar die plaats dan het doel is, dat men zich voorstelt of voor oogen heeft, bv. van het westen, a^rjirvii naar het westen gerigt, of naar het westen gaan; en van het daarvan afgeleide naamwoord m .1^ 77«,) 1 injj wat naar het westen gelegen is, de westkant, 1^1 K^rjxmi toji naar de westkant oi westwaarts zich rigten of gaan. Maar, beteekent het grondwoord een verblijfplaats, of een plaats, die iemand bezet; dan kan het werkwoord ook beteekenen zulk een plaats tot verblijfplaats of standplaats nemen. Zoo beteekent van reisverhlijf, wj niet alleen naar een Pasanggraan gaan, maar ook

in een Pasanggraan zijn verblijf nemen of houden: van ojiiumji bepaalde plaats of post, waar iemand staat, m onj^ zich posteren. — Is het grondwoord de benaming van een zinnelijk voorwerp, dan wordt daaraan in vergelijkingen de vorm van het werkwoord gegeven, om te beteekenen dat iemand of iets de hoedanigheid van zulk een voorwerp vertoont, zich als zoodanig voordoet, of daarnaar gelijkt: bv. zand, Qi£)\\

naar zand gelijken, gelijk zand; van ®i»o) nnj), tijger, Qibiw tnj een tijger gelijken, als een tijger. — Van een woord, waarmee iets gezegd of geuit wordt, beteekent het werkwoord niet eenvoudig dat woord zeggen of die uitdrukking bezigen (zie §92), maar een daad, die plaats heeft door dat woord of die uitdrukking te bezigen. Zoo beteekent van njnu^\\ ach! wee.\' ra^\\iveeklagen; en zoo beteekent van het voornaamwoord vn\\ ik, mij, het werkwoord dat doen wat men doet door dat voornaamwoord te gebruiken, zooals door te zeggen; „Ik heb het gedaanquot;, „Ik zeg of verklaarquot;, „Dat is van mijquot;, „Gij zijt een kind van mijquot;, enz., en dus iets bekennen, belijden, beweren, zich toeëigenen, erkennen, enz. — Zonderling is eindelijk in het Javaansch het gebruik, om de vorm van het werkwoord te geven aan een telwoord of benaming van bepaalde hoeveelheid (en zoo ook aan het vragend voornaamwoord van hoeveelheid hoeveel?), en daardoor te beteekenen, wat wij te kennen geven door elk of ieder er bij te voegen. Zoo zegt men bv. m iji i/n om ui xm isr^ ffn t \\ zij brachten bedienden meê, elk of\' ieder tien. Van een tiental, tien, beteekent namelijk het werkwoord

iruf \\ tientallen vormen, tientallen uitmaken; en zoo beteekent die Javaansche

77

ocr page 94

VORM VAN HET TRANSITIVE WERKWOORD.

uitdrukking eigenlijk: zij brachten bedienden meê, tientallen vormende, oïdie tientallen vormden.

Dit is het spraakgebruik van de vorm van het Javaausche w e r k woord. Om eenvoudig een werking, daad of handeling te beteekenen, wordt deze woordvorm niet gebruikt. Zoo betoekent h\\. ■gt;) IJl zonder neusklank iets zenden, bv. een brief. Eu zoo beteekent Siiomanjtji verlaten of achterlaten, zooals wanneer men zegt dat iemand deze wereld verlaat oï hinderen achterlaat; maar Minmnjiq, met de vorm van het werkwoord, zegt men, wanneer men een daad beteekenen wil, waardoor een verlaten bewerkt wordt, of waarvan het verlaten het doel is, zooals wanneer men spreekt van iemand, die een land verlaat, om naar een ander land te gaan, of die willekeuriig de gebruikelijke gewoonte verlaat. V erder beteekent verliezen.

maar r.i n,i j verliezen als toilleTceurige daad van iemand, dus zich gewonnen geven, onderdoen; tunrjiLni \\ ver of veraf zijn, maar Sirjasitq zich verwijderen of verwijderd houden; i gt;I y i.t e ri i j verkoopen als accident, dat wil zeggen als hederijf van een koopman; maar fnTfimm/j verlcoopen, als willekeurige daad, zooals van iemand die zijn paard gaat verkoopen, enz.

HET TRANSITIVE WERKWOORD.

98. De twee verlengde vormen van het werkwoord, het transitief en het causitief werkwoord genoemd (§ 94), hebben met het eenvoudige werkwoord den neusklank aan het begin van het woord gemeen, maar onderscheiden zich daarvan en van elkander door bijzondere aanhechtsels. — De eerste verlengde vorm van het werkwoord, die wij tot onderscheiding met de benaming van transitief werkwoord bestempelen, wordt gevormd door het aanhechtsel i. Gaat het grondwoord op een medeklinker uit, dan vereenigt zich deze in de uitspraak met de klinker van het aanhechtsel, maar wordt in het schrift verdubbeld (zie § -15); en, gaat het grondwoord op een klinker uit, dan wordt er eerst het aanhechtsel (teneHTji aan gehecht, waarover beneden gesproken zal worden, en waarvan dan de klinker a met de klinker, daar het grondwoord op.uitgaat, volgens § 53 te zamen smelt. Zoalts van asnStMjj, geween, het eenvoudig werkwoord (ynëia^ (ndng\'is)gewee«pmaken, w)eenew,maar het transitief on °i rn Jj n (nangisi)beweenen; van het eenvoudig werkwoord drinken, maar van ^i/ni

rrjwiHTji het transitief werkwoord ^oaan iemand te drinken geven; en zoo (mairiSj{nandünï), aan iets een teeken of merk geven, van isnfrmM^ (tdndan), en dit van ijnsnicrm (tamp;ncla) teeken, merk; «ri rj m Mj (ngisèni) iets vullen of aanvullen, van wirjiKeioeiji (tsèn), en dit volgens § 53, 3., van vquot; °i \\ (isi), inhoud;

(nglakóni), begaan, van lt;n,i«n ?ivnjj {leikdn), en dit van ru (lakoé), gang. Zoo ook O -rj vni ej\\ beweiden, ergens weiden, volgens § 96 van lenrfxni

78

ocr page 95

§ 99. BETEEKENIS VAN HET TRANSITIEF WERKWOORD. 79

hoeden, weiden, van het eenlettergrepige grondwoord ^raen ajn \\ aan iemand iets geven, volgens § 44 en 71 in plaats van Qrj v}^!iSt\\ van ivn rj ij) % \\ geven, van de grondvorm rj .vi % \\

Zie over het transitief gevormd van een toestandswoord § 110.

99. Behalven de beteekenis, die dit transitief werkwoord als werkwoord J heeft^ de eigene, bijzondere beteekenis, die door het aanhechtsel i wordt uitgedrukt, deze, dat het daardoor een transitief werkwoord wordt in betrekking tot een voorwérp, waarmeê het als intransitief alleen door middel van een voorzetsel verbonden zou kunnen worden. En zoo is de beteekenis van dat aanhechtsel dikwijls dezelfde, als die van het Holland-sche voorvoegsel be in woorden zooals beivcenen ofbeschreijen; d. i. om of over iemand of iets weenen of schreijen; maar het spraakgebruik verschilt niet zelden, en is ook ruimer van omvang. Zoo beteekent voSimJa niet alleen iemand beweenen of beschreijen, maar ook tot iemand weenen of schreijen. En zie hier nog eenige andere voorbeelden: anM-nx een grond of akker amp;e-planten, d.i. in een grond of op een akker iets planten, van planten, iets planten; naar iets of iemand zoeken, iets of iemand op

zoeken , van rjnmirjruimvji zoeken, iets of iemand zoeken; ^^\\ van of hij iemand koopen. van koopen, iets koopm; K?Mrm\\ bij iets (bij een

feest of plegtigheid) assisteren, iets bewonen, van (oStam/j\'staan, gaan staan-, (Sn vm \\ iemand of aan iemand iets te houden of in handen geven van .irm itfn .tli^ iets houden of in handen hébben (vgl. §102); .rrj,ïn°i\\ voor iemand teruggaan of wijken, en van iets teruggaan, aflaten of afzien, ook tegen iets al achteruitgaande aanloopen, van ^ \\ achteruitgang, achterwaardsche beweging-, (8^ op iemand of iets vrachten, van wachten-, ivt-nS^ naar iemand of iets toegaan-, en ook om iemand of iets er naar toe gaan, d. i. iemand of iets gaan halen of afhalen, van lui-rtimj gang naar iets toe; cm^\\ hij iets (bv. bij een ladder) opgaan, en naar iemand of iets toe-klimmen, ook figuurlijk tegen een plaats of vijand optrekken, van opgang; ëiwSj\\ op iets ja zeggen of antwoorden, zooals het Hoogduitsche hejahen, van miilws ja; aan iets het breed of wijd zijn bewerken, aan

iets breedte of wijdte geven, dat is, iets wat breed of wijd, of wat breeder of wijder, maken (vgl. § 104 kleine letter). — Zulke voorzetsels, als aan, om, over, tot, in, op, naar, van, bij, voor, om en tegen, waarmeê in het Hollandsch verschillende betrekkingen tot een zoogenaamd indirect óbject beteekend worden, heeft de Javaansche taal niet, maar geeft zulk een betrekking te kennen door middel van dat aanhechtsel i; en, w e 1 k e betrekking dan in ieder bijzonder geval daarmee beteekend wordt, moet uit de beteekenis van het woord of uit den zamenhang van den zin worden opgemaakt.

Indien het transitive werkwoord van een concreet zelfstandig naamwoord

ocr page 96

BETEEKENIS VAN HET TRANSITIEF WERKWOORD.

80

100.

gevormd is, dan ia de betrekking Tan het subject tot het object, die door den vorm van het werkwoord beteekend wordt, natuurlijk zeer yerschillend en wijzigt zich naar den aard yan het voorwerp, dat door het naamwoord beteekend wordt. Zoo beteekent van lurgt, r.^ tp \\ ergens, op een plaats, zijn\' hurgt vestigen; van o^ rviiHvj] een stoffer van veêren, icrr^ruiM^ iets afstoffen-, van rn -n jiijj \\ een hecht, .1 Vi rrn-n /y \\ aan iets (bv. aam een mes) een hecht mar Teen, iets van een hecht voorzien, in een hecht zetten; van n.1 (Ui unji zadel, \\ een paard zadelen; yan ne^-rjj vm mi \\ tol/f, i tt rvn -ij r:ii kj ly lt;. iemand als tolk dienen. — Beteekent het naamwoord een persoon, die eenig bestuur of bewind uitoefent, dan heeft het transitive werkwoord dezelfde beteekenis, als in het Hol-landsch beheer en van heer; bv. van \' et e;y \\ Vorst, ej en tnj \\ als Vorst hekeeren, over een land als Vorst regeer en of het hewind voeren; van £n nn I eijj benaming van een subaltern hoofd, een dorpshoofd t/n ö nu \\ als Bêk\'él besturen, over iets of iemand als Btkcl het bestuur voeren; van ejm ïy ut eni \\ veldheer, ej irm ryiuiri ^ i als veldheer aanvoeren of commandeeren.

100. Verder moet opgemerkt worden, dat het transitief werkwoord ook dikwijls gebruikt wordt, om een hoedanigheid van een persoon of zaak te beteekenen, zooals in het Hollandsch beteekend wordt met een deelwoord, zooals bedroevend, of ook met een bijvoeglijk naamwoord met den uitgang lijk, zooals schadelijk. In dit geval wordt er geen voorwerp bij uitgedrukt, en is dus het voorwerp, dat door het aanhechtsel i toch aangeduid wordt, onbepaald of algemeen. Zoo beteekent van \\ de dood, iBtrjnsniSj niet alleen iemand de dood bewerken of aandoen, iemand dooden, maar ook de doodbewer-kend,doodenden,doodeUjk; van tS!fp ^ bedwelming, dronkenschap, 0£ig)\\ iemand bedwelmen of dronken maken, maar ook bedwelmend, dronken makend, bv. van sterken drank. En zoo beteekent van Vorst, [a^rjiuni^ niet alleen een land als Vorst beheeren, maar ook op iemand in het algemeen werkend of een indruk makend als een Vorst, als een Vorst zich voordoende, of vorstelijk (bv. van houding, manieren en geheel voorkomen).

Zie over het gebruik van het causatief in dezelfde beteekenis § 106.

Van een telwoord gevormd, heeft het transitive werkwoord, of kan het hebben de beteekenis, die bv. lerri eer^o-ei Ja van mei honderd, heeft; namelijk öf aan

iets met zijn honderden werlcen, öf voor iemand, dat wil zeggen, iemand ter eere of iemand tot heil, den honderdsten dag vieren öf op den honderdsten dag een offerhande doen. En zoo ook van andere benamingen van hoeveelheid, bv. van miuivji\\ een pasarweek, een week van vijf dagen, erin IJne-n\\ voor een kind mei vijf dagen na de geboorte een offerhande doen; en van a-n •isn xer^ mnjj een jaar, leerri e y \\ een overledene verjaren zooals men dit in het Hollandsch zou kunnen uitdrukken, namelijk met voor hem een offerhande te doen.

101. Eindelijk wordt deze transitive vorm van het werkwoord ook gebruikt,

ocr page 97

§ 102. MEERVOUDIGE KETEEKENIS VAN HET TRANSITIEF WERKWOORD. 81

om in onderscheiclng van het eenvoudige werkwoord een veel v u 1 d i gh e id of soort van meervoud aan te duiden; en wel in de eerste plaats een veelvuldigheid van de werking, verrigting, daad of handeling, die door het eenvoudige werkwoord beteekend wordt. Zoo beteekent van pie/t,

me\' eetl P16^ sleten, en iemand een p ieks teek geven, maar iemand pieksteken geven of toebrengen; — hetzelfde onderscheid, dat er ook in het Hollandsch bestaat tusschen een broek lappen, en een broek helappen. Trouwens het transitief werkwoord is in deze beteekenis afgeleid en gevormd, niet van het grondwoord, maar van het eenvoudige werkwoord. Van het grondwoord piek, zou moeten beteekenen aan iemand

een piek geven, iemand van een piek voorzien: maar dit transitief werkwoord is gevormd van het werkwoord met een piek steken, en beteekent zóó

een werking, een doen of een bezigheid, die het met een piek steken tot voorwerp of doel heeft, of een werkzaam zijn met het steken mei een piek, en sluit dus vanzelfs de beteekenis van een aanhoudende of veelvuldige handeling met een piek in zich.

102. En zoo kan deze zelfde vorm dan ook bij een ander werkwoord een meervoud van het voorwerp aanduiden. Zoo beteekent van het werkwoord cm if?i njiji, in of met de hand of handen houden of vatten, het transitief werkwoord tm iQ ru niet alleen iemand iets te houden of in handen geven (zie § 99), maar ook een werkzaam zijn om in of met de hand of handen iets te houden of te vatten, en zoovooreersteenweWcjaam zijn om iets in de hand of handen te houden, dat wil zeggen iets vasthouden,— wat ook reeds een aanhoudendheid van de werkzaamheid in zich sluit; — maar verder ook een werkzaam zijn of zie}) hezig houden met het vatten, bv. met het vatten of opvatten van misdadigers. En, wanneer nu dit van één persoon gezegd wordt, dan sluit dit vanzelf in zich, dat hiermee een vatten of opvatten van meer dan één persoon bedoeld wordt. — Maar dezelfde vorm kan ook gebruikt worden, omdat er van meer dan één persoon gesproken wordt; zoodat er gezien wordt op de mee r v o u d i gh eid van het o nd er wer p. Vraagt men bv.: iui irh ru rj 7jï o g\\ dan heeft deze vraag vanzelfs deze meervoudige zin: Wie zijn het die den man gevat hebben? —

Over het verschil in spraakgebruik tusschen het transitief en causatief, xooals

in nniamp;tM en o ? gt; n n zie § 104 kleine letter enz.

coc7 co \'

O.ver de beteekenis van den transitiven en causativen vorm, wanneer die met twee Terschillende objecten verbonden worden zie § 105.

HET CAUSATIEF WERKWOORD.

103. Het causatief werkwoord onderscheidt zich door het aanhechtsel lunrjtw in Ngoko, en oyn Qiimjj in Kramil, (in poëzie, gelijk in het Soendasch

6

ocr page 98

8\'2 vorm van het causatief werkwoord. § 103.

en Maleisch, hQihtji, zonder onderscheid van taaisoort); en dit aanhechtsel wordt op dezelfde wijze aan het grondwoord gehecht, als het aanhechtsel t bij het transitief werkwoord (§ 98), met dit onderscheid alleen, dat als het grondwoord op een klinker uitgaat, in plaats van de an, waarmee bij het transitief werkwoord de laatste lettergreep dan gesloten wordt, bij het causatief werkwoord een met de hoofdletter van het aanhechtsel overeenstemmende am wordt uitgesproken; en deze urn wordt in de meest gebruikelijke spelling dan niet in het schrift verdubbeld; bv.m 18of volgens § GGraanjmijjo)* Ng., itnQrrnMriiHTjj of SQrmKH an// Kr., iets doen staan, oprigten, van vnSamji stand, grondvorm iVj :r,r\'J j 1 Ng., rj jQi \' y Kr., iemand beschaamd

maken, van beschaamd-, £n^rjiwinr) Ng., Kr.,

iets terugbrengen, van m n^jj \\ ierugkeeren; anrjif^iun jnrjun \\ Ng.,

(Q tj vjimi jQ \\ Kr., iets als zeker stéllen, van zeker.

Van enkele woorden, die op een «1 uitgaan, heeft het causatief werkwoord in plaats daarvan een «n. Zoo namelijk in .in rj vrn i unjj irn \\ Ng., itnrjtai iun£ii tynjl^ Kr., van kj? 77kh gt;mij Ng., asn 1]ihm onjj Kr., vragen, en i-nrjom 1 inirjtm \\ van iKnrjiismiHTjis te zien Jcomen of zijn. Doch deze twee causative werkwoorden zijn eigentlijk gevormd van i- \'i ij gt;■ \'J ? ,niJl en gt;. /J 1 n i gt;■ » ]\' zooals men in de spreektaal dikwijls in plaats van «gt;1 ij trn i n-nj en Mn r/wn irnjj gewoon is te zeggen (§24). En veilig mag men aannemen, dat de J.-n, waarmee de laatste lettergreep van een grondwoord, dat op een klinker uitgaat, bij het causatief werkwoord gesloten wordt, altijd niets anders dan een plaatsvervanger van een an is, en dat dus ook bij het causatief werkwoord het op een klinker uitgaande grondwoord eigentlijk door het aanhechtsel lunanji (an) gesloten wordt. Trouwens zoo alleen is te verklaren, hoe het komt, dat, als het grondwoord op een i of oe uitgaat, deze klinkers dan, even als in het transitief werkwoord, zoo ook in het causatief, in een e of 0 veranderen. En, dat oudtijds althans de tn van het aanhechtsel un an j meermalen als wn wierd uitgesproken, zal ons later blijken. Maar dan is het zeker niet te verwonderen, dat men bij de vorming van het causatief werkwoord altijd en geregeld zoo uitsprak: want het is al vrij zeker aan te nemen, dat oudtijds het aanhechtsel, daar het causatief werkwoord meê gevormd wierd, niet tunrjanrt of IT) mj. maar het nu nog in poëzie, als ook in het Soendasch en Maleisch gebruikelijke alt;n anjj geweest is; en voor de verbinding met de an van dit aanhechtsel was zeker een voorafgaande tnt veel geschikter dan de letter an.

Opmerkelijk is het, dat in de Oosthoek van Java het aanhechtsel xm ffianjj niet als Krama, maar als Ngoko, en daarentegen het aanhechtsel unnqun als Kram a in gebruik is.

Voor do regel om, in plaats van de \' quot; van de aanhechtsels i/nijam en ) quot; £nanjj, de letter om wel in het schrift te verdubbelen, wanneer het grond-

ocr page 99

HF,TEEKENIS VAN HET CAUSATIEF WERKWOORD.

§ -104.

83

woord op een tm uitgaat, maar niet alleen op een klinker eindigt; voor deze regel bestaat geen andere grond, dan dat men zóó docr de spelling de vorm Tan het grondwoord aanduiden, en by. iet t] ut t un nnt \\ van i/niy rjaji rusten, en iznrjojiiwir]tnt \\ Tan tunrjmi tKnjl storten, onderscheiden kan.

Zie oyer het causatief gevormd van een toestandswoord bi. 87.

104. De beteekenis van dit zoogenaamde causatief werkwoord, dat men ook wel de tweede transitive vorm van het werkwoord zou kunnen noemen, is in het algemeen: met opzigt tot een voorwerp bewerken, dat plaats heeft of geschiedt, wat beteekend wordt door het woord, waarvan het is afgeleid. Altijd betee-kent het zulk een werking; die een uitwerking heeft m et opzigt tot een voorwerp: maar deze ééne algemeene beteekenis heeft in het spraakgebruik zeer verschillende wijzigingen gekregen. Zoo beteekent van -rj ia Knji bedorven, het eenvoudig werkwoord nr^/jhedorven maken, bederven iets bederven, maar (icj m ^ nn metopzigttot een voorwerp zóo werkzaam zijn, doen of handelen, dat dat voorwerp bedorven wordt, en dus maken of veroorzaken, dat iets bedorven wordt; van imaji\\ zwart en als zegwoord zwart zijn of zwart worden, S mim rj vn\\ iets zwart doen worden of maken, dat iets zwart wordt. Het eenvoudige werkwoord rim beteekent zwarten, zwart verven, zwart maken; bv. als men zegt, dat iemand zijn aangeziyt met inkt of iets dergelijks zwart gemaakt heeft, nl. eenvoudig een werking en effect van een subject. (§ 97). Doch men gebruikt nji an rj rjuris wanneer men bv. zegt: l\' \'j ^ ^ ^ gt;j ci ij Ci \':i y imn ih \\ dehittevan de zon maakt het aangezigt zwart, in dozen zin: de hitte van de zon maakt, dat het aangezigt zwart wordt of doet het aangezigt zwart worden. Dooiden causativen vorm wordt namelijk zulk een werking van een subject beteekend, die een effect of uitwerking heeft met opzigt tot een object. Van nrj mn i m \\ breed, wijd en breed of wijd zijn of worden beteekent in rj \\

maken dat iets breed of wijd wordt, iets verbreeden, of wijder maken. Maar van nmtjui iets maken, luit nn rj mt tm rj kti met opzigt tot een persoon maken, dat die persoon iets gemaakt krijgt, en dus voor iemand iets maken; van met scherp steken, \\ met opzigt tot een

scherp werktuig zóo handelen, er zoo meê werken, dat het steekt, en dus met iets, zooals een dolk, steken; \\an op de loop gaan, hm gun met opzigt tot een voorwerp zóo handelen, dat dit, al kan het niet zelf loopen, op de loop gaat, en dus met iets op de loop gaan; van het vragend voornaamwoord un a_n \\ wat? beteekent het causative werkwoord ra mi«d-/n xoaf met opzigt tot een persoon of zaak doen in den zin van: wat is het, dat iemand met opzigt tot een persoon of zaak doet? Is nu het object een zaak, dan drukt men in het Hollandsch de betrekking daartoe door met uit, zooals wanneer

ocr page 100

RETEEKENIS VAN HET CAUSATIEF WERKWOORD.

§ 104.

84

men zegt: wat doet men met dat ding? Maar, is het object een persoon, dan drukken wij die betrekking door aan uit, of gebruiken in het geheel geen voorzetsel en noemen den persoon alleen als object in den zin van den datief; bv. wanneer men zegt: wat heeft men dit kind gedaan, dat het zoo schreit ? van hoeren, r/ a •«« ^x met opzigt tot iets zóó werk

zaam zijn dat men het hoort, en dus iets aanhooren of naar iets hoor en; van uiiuxrrtji ontmoeting, tegenkomst op weg, waarvan £h mt im omjj tegenkomen, ontmoeten, en ojgt; rrnj) iemand te gemoet gaan om hem af te halm, ra /11 rw n met opzigt tot iemand zóó handelen, dat men hem tégenkomt, en dus iemand te gemoet trekken; en ook met iets, bv. met een wagen, iemand afhalen; van 1Q1 «t)\\ komen, Hninninn ~mrjiun\\ met opzigt tot iemand of iets zóó werkzaam zijn, dat men het komen er van bewerkt, en dus maken dat iemand of iets komt, of iemand of iets doen komen; van wi -5\\ het grondwoord van ë)iEJt3 \\ droomen, of liever van wrj~jiixyi een droom, lëirj~mrj irfun\\ van of over (eigentlijk met opzigt tot) iemand droomen-, van de uitdrukking vjx/nt~n\\ neen! gt;1 !~gt;\'\'~7\'\'/\'\'x met opzigt tot iets die uitdrukking bezigen of neen zeggen, en dus van iets zeggen, dat het niet zoo is; en zoo ook van de uit twee woorden zamengestelde uitdrukking

je zult wel niet onnoozel zijn, in den zin van: ik laat het aan je beleid of oordeel over, \'ƒ ^? ^1lt! -quot; ij i\'i \\ met opzigt tot iets dat zeggen, en dus iets aan het beleid of oordeel van iemand overlaten; van honderd,

r:m is)|uirjvn \\ het honderd noemen, bv. als het maar tachtig is, van jritrrm hok, waarvan naar of in het hok gaan, ratrrnrajjktm met opzigt tot

vee zóó werkzaam zijn, dat men maakt, dat het naar of in het hok gaat, en dus vee naar of in het hok drijven; van xnajiiviji, vóór, xniuiiut^ji7flKn\\ met opzigt tot iets zóó handelen, d. i. zóó zich keeren, dat men het vóór zich heeft, en dan figuurlijk bv. van een huis naar iets, bv. naar een rivier, met het front zich keeren of gekeerd staan; ook van de tijd gebezigd, zooveel als korf. vóór iets zijn, bv. vóór zijn vertrek of aankomst, zoodat men zijn vertrek of aankomst als het ware vóór zich of reeds in het gezigt heeft; digt aan iets toe zijn, bv. aan twaalf uur, digt bij twaalf uur zijn, of tegen twaalven looped.

Causative werkwoorden, zooals lëi tui tf un \\ zwart doen worden en t\\Kn \\ maken dat iets hreed of wijd wordt; gebruikt men ook in een vergelijkenden zin, zoodat zij dan zwarter maken en breeder of wijder maken, verlree-den of verwijden, beteekenen: doch in dezen zin kunnen zij alleen gebruikt worden van iets dat reeds bestaat, zooals bv. v. het wijder maken of verwijden van een reeds gemaakt gat of paar schoenen, dat te nauw is. Maar spreekt men van iets, dat nog niet bestaat en van dat wijder te maken, dan iets anders dat reeds bestaat of vroeger bestond, dan gebruikt men den transitiven vorm nn (§ 99); bv. als men zegt, dat een paar schoenen, dat men laat maken, wijder

ocr page 101

BETEEKENIS VAN HET CAUSATIEF WERKWOORD.

85

§ -104.

gemaakt moet worden, dan een vroeger gemaakt paar. Fn zoo worden van rjnm rf iin \\ ligt, rj n ij y)i en ry\' \'/ y\'n \'/^ beide gebruikt om het verligten van iemands werkzaamheden te beteekenen, maar het eerste gebruikt men wanneer men daarmee bedoelt, dat iemand ligter werTczaamhedtn gegeven worden, het laatste wanneer men bedoelt, dat de werkzaamheden, die iemand te rer-rigten heeft, ligter gemaakt worden door afschaffing van een gedeelte er Tan, door opheffing van bezwaren, door hulp of op dergelijke wijze. Zulk een causatief werkwoord beteekent een voorwerp verhrecden, verwijden, verligten, of iets dergelijks, door aan dat voorwerp iets te doen.

Uit deze voorbeelden blijkt genoegzaam, dat de betrekking tot een voorwerp, die door het aanhechtsel van het causatief werkwoord beteekend wordt, altijd dezelfde is, en wel die, die in het Maleisch beteekend wordt door het voorzetsel ale a n, met opzigt tot, met het oog op, wat betreft, zoodat het meer dan waarschijnlijk is, dat het aanhechtsel t?n mj) of tun e in j eigentlijk dit zelfde woord is. En dan wordt het ook waarschijnlijk, dat het aanhechtsel itnt\\ waarmee het transitief werkwoord gevormd wordt, eigentlijk hetzelfde is als het voorzetsel iSn \\ dat een aanwijzend voorzetsel van plaats is, en in beteekenis het naast overeenkomt met ons te, maar ook gebruikt wordt, omquot; een b et rekking tot of op een voorwerp aan te duiden. W ant veilig mag men aannemen, dat de uitgang van dit voorzetsel op de neusklank ng niet oorspronkelijk is, maar alleen een uitgang tot verbinding met het volgende naamwoord, gelijk dit ook zeker het geval is in de voorzetsels egt;■ n en 0«^ naar, van egt;■ n en ■ ï le^tj•• die eveneens gebruikt worden, om een betrekking tot of op een voorwerp te beteekenen; als ook bij de telwoorden beneden de tien, wanneer zij met een volgend naamwoord verbonden worden, bv. in Siiri^nji^is drie maanden, van Qi rvj\\ drie. In oud Kawi vindt men aSi zonder dien uitgang als voorzetsel nog in gebruik.

105. In het bijzonder is verder op te merken, dat de beide verlengde vormen van het werkwoord, het transitief en het causatief werkwoord, zeer menigvuldig zóo nevens elkander in gebruik zijn, dat beide met twee verschillende objecten geconstrueerd worden, die men met de benamingen van direct en indirect object pleegt te onderscheiden, en dat dan, wat bij het transitief werkwoord het indirect object is, met het causatief als direct verbonden wordt, en omgekeerd als indirect object, wat bij het transitief werkwoord het directe is. Zoo beteekent van miTiitsn\\ verhaal, en een verhaal doen,mn-$gt;its)iSj\\aan iemand een verhaal doen van iets, en dus iemand iets verhalen-, maar r-en-riinn m rjaert \\ van of omtrent iets een verhaal doen aan iemand, en dus iets verhalen aan iemand. Zoo ook van Éntm.o^N iemand {aan iemand) iets meegeven, maar Snnr\\nj)iKrt iets meegeven aan iemand.

ocr page 102

VORMING VAN HET TOESTANDSWOORD.

86

§ 107.

406. Eindelijk is nog op te merken, dat het causatief werkwoord ook dikwijls, even als volgens § 100 het transitief, gebruikt wordt, om een hoedanigheid te beteekenen, zooals in het Hollandsch een deelwoord, als ver-bazingivekkend en schrikbarend, of een bijvoeglijk naamwoord als wonderhaar-lijk. Zoo beteekent van verbaasd, ^rangrjwn\\ iemand verbaasd

doen staan of verbazen, maar ook verbazingwekkend of verbazend. —

HET TOESTANDSWOORD.

107. Van de vorm van het werkwoord onderscheidt zich het foesiand«-woord hierdoor, dat het gevormd wordt door niet, zooals bij het werkwoord, vóór, maar achter de eerste medeklinker van het grondwoord een neusklank uit te spreken, en wel de lipneusklank m, die dan tot verzachting als em of met de lipvocaal oem, wordt uitgesproken; bv. in of ®7gt;.t|gaan, in plaats van \\ (Imakoe), van tu n gang. De uitspraak van de ingevoegde neusklank als em is in despreektaal heelgewoon,maar men schrij ft gewoonlijk oem met een Soekoe. —Zoo ook van éénlettergrepige grondwoorden, die daardoor dan tweelettergrepig worden, zooals zien, van ^ ? nn/j \\

108. Begint het grondwoord met een im, dan zou bv. van mi jSjn het vloeljM, stroom, het toestandswoord eigentlijk zijn: maar, daar de ijjj zonder klinker niet hoorbaar is, zoo wordt dit natuurlijk °i ru\\ vloe/Jen, stroomen. Alleen in poëzie gebruikt men ook wel met de medeklinker oe luyaiiwiw

109. En volkomen dezelfde vorm, als wanneer het grondwoord met een /un begint, heeft het toestandswoord ook, als de eerste letter de lipletter ui of hj» is; bv. in £i i^\\ poëtisch Q n uitgaan, van G isi^ ^ uitgang, en in m ü?; \\ poëtisch

dood, sterven, van ^de dood. De eigentlijke vorm zou [wmëtoé) en (pmati) zijn; maar, als men met de voor de uitspraak van een io ofp gezette lippen den neusklank m wil uitspreken; dan spreekt men natuurlijk met den daartoe gevorderden zachten ademstroom vanzelfs alleen een m uit. — In dit geval verschilt de vorm van het toestandswoord volstrekt niet van die van het werkwoord (zie § 95, 2°. en 3°.).

110. Even zoo zou de lipletter nm van een woord, dat met deze letter begint, in de vorm van het toestandswoord verloren moeten gaan; maar van een woord dat met deze letter begint, wordt het toestandswoord alleen maar in één bijzondere beteekenis gevormd; en in deze beteekenis heeft er, als het woord met een lipletter begint, een eigenaardige letterverwisseling plaats. Dan verandert namelijk de lipletter in een keelletter, de iun in een lt;m\\ de lt;ugt;, en desgelijks de o, en ook de ®?, in een «« (§ 34); bv. van bekwaam, kundig, ^ ?)w\\ als bekwaam of kundig zich voordoen, verwaand; van bedreven, ervaren, als bedreven of ervaren zich voordoen; van ajtanrt\\

ocr page 103

VORMING VAN HET TOESTANDSWOORD.

§ 110.

87

geroost, nfyamp;inrns een kip van dien ouderdom, dat hij goed is om geroosterd te worden; van 8 ^ ru i rn \\ Hollander, G q nji K^rj:n^tw\\ als een Hollander zich voordoen, van Jir/n v regenwolk, ^Qanrry als een regenwolk zich voordoen of vertoonen. — Ook de un verandert in dit geval (in deze bijzondere beteekenis van het toestandswoord) in eengt;™ \\ bvv in twipals een schoone zich voordoen, zich het air van een schoone geven, van i/n \\ schoon, van een meisje of vrouw;

Qi ru •. slagveêren verloonen,slagveêren beginnen te krygen,\\an £n itvi\\slagveêr; en zoo ook van ^ un i ^ «i« , jeugdig (door herhaling van het grondwoord en met het aanhechtsel anjj gevormd van £nrjacji ^ jong, of liever van dit grondwoord met herhaling), Qr/ pji mt Si rj uj t zich jeugdig trachten voor te dom.

Het is blijkbaar, dat de taal deze letterverwisseling gebruikt beeft, om in die bijzondere beteekenis de eigene, bijzondere vorm van het toestands-woord, zooals die door de invoeging van de klank ëm of oem zich onderscbeidt, duidelijk en bepaald, uit te drukken: want, op de gewone wijze gevormd beeft het toestandswoord van een grondwoord , dat met een lipletter of met een tvn begint, uiterlijk geheel dezelfde vorm als het werkwoord.

Onregelmatig zegt men van otide vrouw, \' ;0\'pj TaI1 een nufJe of

neuswijs meisje, dat zich als een oude vrouw aanstelt, blijkbaar de navolging van i} hli v als een oud man zich gedragen of voordoen, een wijsneus, van «tiotm een oud man; en dit te eerder, daar een woord is, dat door

verdubbeling gevormd is van het éénlettergrepige m \\ en men ook voor een oud man gewoonlijk niet nn joj \\ maar met verdubbeling \'■ n mi un hquot;i zegt. Gelijk men dus van hm mi mi mi zonder verdubbeling m^vimi zeide , zoo ook van mm zonder verdubbeling en met verwisseling van de eerste nn in m, om geheel dezelfde vorm te hebben, mj^ °i sj. —

Van een toestandswoord kan ook een transitief of causatief werkwoord gevormd worden, zooals bv. j-tquot; !} \'} 11 \' van iet8 leennis, verstand of hegrip hehhen, met iets heleend zijn, en r,7^ m rj mi \\ iets bekend maken aan iemand , of iemand iets doen kennen , verstaan of begrijpen, van j.^ m/I , bekend zijn met iets, iets begrijpen of verstaan; maar dit heeft alleen maar bij enkele woorden plaats; gewoonlijk worden die twee verlengde vormen van bet werkwoord van het grondwoord gevormd, of anders van bet eenvoudige werkwoord.

•Hl. De beteekenis van deze woordvorm, die wij tot onderscheiding en in tegenstelling van het naamwoord en van het w er k woord hettoestands-woord noemen, wordt door deze benaming wel eenigszins gebrekkig en niet volkomen juist uitgedrukt: doch het is maar een benaming uit gebrek aan beter, die alleen dienen moet tot onderscheiding. Het toestands-ivoord beteekent wel dikwijls, — ofschoon niet altijd; — even als het werk-

ocr page 104

BETEEKENIS VAN HET TOESTANDSWOORD.

88

§ Hl-

woord, een werking, iets actiefs, of een doen van een persoon of van iets, dat in de taal als een persoon wordt voorgesteld: maar het beteekent nooit, zooals het werkwoord, een bewerking of behandeling, waarvan dat, wat door het grondwoord beteekend wordt, het bewerkte, behandelde of bedoelde voorwerp is. Van rLnnr^s gang-, beteekent lt;amp;?gaan, en dit is wel een doen, een werking of actie van een persoon, maar het beteekent niet gang bewerken (dit beteekent het causatief werkwoord jvi vn gt; gt;m jn ^ k»), of een gang doen of maken (dit beteekent het eenvoudig werkwoord van het naamwoord Hjuuhy een gang). Neen, zulk een bewerking of behandeling van iets, dat door het grondwoord beteekend wordt, beteekent het toestandswoord nooit: het beteekent eenvoudig eentoe-stand of w ij z e van z ij n of van doen; bv. een beweging, zooals gaan {njiEitHrj) en stijgen (ojj 9 uti), een zich houden of bevinden in een houding of positie, zooals hangen(nrtjn,iah) en ergens óp liggen -\'), ot een bijzondere wijze, waarop zich iets aan het gezigt of gehoor voordo:et, zooals schitteren (r^ f) en lt;n^QQi\\ gedruisch maken; en zoo ook een wijze, waarop iemand zich voo rdoet, gedraagt of aanstelt, zooals (fnQtrjtuiof rnyQrjnjis als een aanzienlijke zich gedragen of voordoen, grootsch, van m^ui\\ groot, aanzienlijk; en zoo ook een leeftijd ot owderdo)»?, zooals die zich vertoont en onderscheidt door hetgeen het grondwoord beteekent, bv. of benaming van het rijstgewas vóórdat het in de aren schiet, als het zich geheel als helder groen voordoet, van am^\\ helder groen, (zie § 110). — En zoo beteekent van i/no/yimj, stilstand, het werkwoord ajtmmnmjj stil doen staan, iemand of iets aanhouden, maar het toestands woord «wi nrnjj stil houden, staan blijven; en van het grondwoord irjiuntwji beteekent het to e stan d s woord zien, als een toestand, positie of in de gelegenheid wezen, zoodat men iemand of iets zj\'ef; maar van het grondwoord Qkj beteikent het werkwoord nQögp zien, als iets dat door iemand bewerkt wordt, een zien met attentie, om te zien. En een zien, dat niet zulk een toestand, en ook niet zulk een bewerking beteekent, maar een gewaarworden of vernemen door middel van het gezigt; dat wordt ook niet met dat toestandswoord isrj ^ -o ? wj), of met dat werkwoord i/npgp maar met het woord Stj? beteekend. Van het grondwoord bescherming of beveiliging, beteekent en -rjQi/n-s) beide beschermen of beveiligen: maar alleen het eerste beteekent het in dien zin, dat de bescherming of beveiliging door iemand bewerkt of met der daad bewerkstelligd wordt, terwijl door het laatste de beveiliging of bescherming alleen maar voorgesteld wordt als iets dat plaats heeft door de positie, post of qualiteit van iemand, zooals van een politiebeambte, die tot bescherming of beveiliging aangesteld is en voor bescherming of beveiliging te zorgen heeft.

ocr page 105

§ 112. PASSIVE VORMEN. 89

Ofschoon dus het werkwoord en toestandswoord in eigentlijke beteekenis aanmerkelijk verschillen; zoo kan daarom toch wel één en hetzelfde begrip in beide vormen worden uitgedrukt. Zoo beteekent het werkwoord m ,0 nmji staan en opstaan, als iets dat door iemand bewerkt of teweeggebracht wordt: maar als Krama-mggil gebruikt men daarvoor het toestandswoord als een toestand (zooals Jiangeri), of als een wijze van doen:

een beweging (zooals gaan). Dit zelfde toestandswoord 8

wordt in Ngoko en Kranui gebruikt in een figuurlijken zin voor staan of staan blijven van levenlooze dingen, zooals wanneer men zegt: zoo lang de wereld staat; of: geen huis h leef staan; terwijl het toestandswoord ramp;tSicm/f, van hetzelfde grondwoord cunx?iarn/if waarvan (cnQinrnjj het werkwoord is, ook alleen nog maar in oneigentlijken zin in gebruik is: maar in den zin van een stand beMeeden, wat een toestand of positie; en zich verheffen als opstandeling, wat een wijze van beweging beteekent.

Ook in andere woorden wordt de vorm van het toestandswoord wel gebruikt tot uitdrukking van een figuurlijke beteekenis. Zoo beteekent (étitcrt vallen, maar ramp;iim figuurlijk op iemand neerJcomen, of in of tot iets vervallen] en iKirfn slapen, maar ojj.fnyyi te slapen liggen, in de figuurlijke beteekenis van begraven liggen.

Eindelijk moet nog opgemerkt worden, dat ook het toestandswoord niet enkel als verbum (of zegwoord) gebruikt wordt, maar ook wel als attribuut, om een hoedanigheid te beteekenen; zooals bv. C» n helder, duidelijk hoorbaar; — en dan ook verder als zelfstandig naamwoord, zooals xsr^itnisu% voor schepsel, van asnasn^ dat ook reeds schepsel beteekent, met eenige wijziging van zin naar het verschil van de grammatische vorm, maar die in een vertaling niet uit te drukken is. isniEJtasn^ beteekent door zrjn woord-vorm iets als geschapen of als schepsel bestaande. — Ook als b ij w o o r d is het toestandswoord in gebruik in vj rS \\ vervolgens, wéldra, ten spoedig sten, nevens ikivus dat in die vorm van het werkwoord hetzelfde beteekent, maar meer als voegwoord in gebruik is.

PASSIVE VORMEN.

112. Het Javaansch heeft drie verschillende zoogenaamde passive (dat wil zeggen objective) vonden, die wij tot onderscheiding met de benamingen van zuiver, subjectief en oud Passie/quot; bestempelen. Zij worden gevormd van het grondwoord van al zulke woorden, waarvan de beteekenis dit toelaat, zooals bij voorbeeld van rjasmiHiji, de eenlettergrepige grondvorm van het tweelettergrepige x-Tirjuntonfi, omdat dit beteekent iemand iets gelasten, of iemand zeggen dat hij iets doen moet: want zoo kan van de persoon, die iets gelast of die dat gezegd wordt, het Passief gebruikt worden. —

ocr page 106

90 HET OBJECTIEF EN HET ACCIDENTEEL PASSIEF. § 115.

113. De eerste passiva vorm, het zuiver Passief of de zuiver objective vorm, wordt gevormd door het voorvoegsel ««■gt; A:a of /sa, ofwel £h \\ kë, vóór het grondwoord. Maar dit onderscheid in de uitspraak van het voorvoegsel, met een geaccentueerde a. of wel met een toonlooze ö, of met de geheel indistincte vocaalklank ë, is een wezen tl ijk onderscheid: het zuivere Passief met het voorvoegsel kd (meteen geaccentueerde a) is het Passief van de active vorm van het werkwoord; maar met het toonlooze voorvoegsel ioi\\ ka, of.iQ\\/cë, het Passief van het toestandswoord. Om dit wezentlijk onderscheid ook met verschillende benamingen te onderscheiden, noemen wij het eerste het objectief, en het tweede het accidenteel Passief.

114. In het objectief Passief vervangt het voorvoegsel «n (ka) den neusklank, waarmee de active vorm van het werkwoord gevormd wordt, bv. in Mn tnyi iedorven worden, in plaats van het Actief i^nuibederven, van het grondwoord -r^n^trnji bedorven; enin kd h» ij vn \\ binnengebracht worden, in plaats van het Actief ör^ un?K-n iets binnenbrengen, van de grondvorm Indien dus in het Actief door den neusklank, waarmee het gevormd wordt, de eerste medeklinker van het grondwoord in de uitspraak volgens § 95 verloren gaat; dan keert deze in het Passief terug. Zoo is van het grondwoord isrji-yj het werkwoord iemand zenden, maar het Passief gezonden worden; en van het grondwoord ■% zenden, het causatief werkwoord SctQiets toezenden aan iemand, maar het Passief toegezonden ivorden. — Is het werkwoord gevormd van een tweelettergrepig grondwoord, dat eigentlijk een éénlettergrepig woord is met het voorvoegsel iun\\ a (§ 96); dan wordt in het Passief in plaats van de a van dit voorvoegsel dikwijls een Pëpët uitgesproken. Zoo is van lii rjrm2\\ dat met dat voorvoegsel a gevormd is van de éénlettergrepige grondvorm nggó, het werkwoord iihrfrmi\\ gebruiken; maar in het Passief zegt men niet alleen afn*/nrjam\\ maar veelal itm én rj om iw

115. Het accidenteel Passie/\'wordt gevormd door vóór het grondwoord het voorvoegsel met een toonlooze a, te voegen, maar dat dan gewoonlijk geheel als wordt uitgesproken. Begint het grondwoord met een tongtriller r oïl, dan gaat de toonlooze klinker van het voorvoegsel volgens §46 veelal geheel verloren; bv. in tonmi\\ kdramp;sa, ofi?n-n^\\ en veelal .1013geproefd worden, te proeven zijn, van niMv en in «n rrw-rj \\ kdliroe, of «n iSTj| \\ en veelal

verkeerd, van irSi-rjw En, begint het grondwoord met de halfklinker .ui, dan wordt de toonlooze ë in de uitspraak volgens § 44 veelal een toonlooze oe, zooals in ^G\\ koewèloé voor asnQiiij\\ en dit voor 107\\ kdwctoe(buiten raken, geuit worden), van G isrjxv en dan wordt volgens § 46 die toonlooze oe ook nog dikwijls onhoorbaar, zoodat men bv. in twee lettergrepen igrS

ocr page 107

§ 117. BETEEKENIS VAN HET OBJECTIEF PASSIEF. 91

uitspreekt, in plaats van ojirSiam^, en dit voor jfn.ui ruirr^/j of Mrxvurutaijf kdwaliq {omgekeerd). — Als het grondwoord met geen andere medeklinker, dan met een nyn, begint, dan smelt de klinker a van het voorvoegsel met de eerste klinker van het grondwoord inéén; zooals bv. in .kti -^ri nmjj tot stilstand komen, van tunrf^crnji en 17tai 1 rj™i\\ in brand raken, van rjun trjémw En, is de eerste klinker van het grondwoord een i of oe; dan smelt de a van het voorvoegsel volgens § 53, 3°., met de i inéén tot e, en met de oe tot 0; bv. in met den stroom meegevoerd worden, van wtaxis en in ujinjtjj vermeld, of te vermelden , van Mjaji

116. In het zuiver Passief van bet transitief werkwoord wordt het aanhechtsel vn vervangen door vntnjj (een aanhechtsel, waarover beneden gehandeld zal worden, en dat anders dient om n aam woorden van een pas si v e beteekenis te vormen); bv. in het objectief Passief ot;ui^m^tnjj beregend worden, en in het accidenteel Passief beregend raken, nevens het Actief Sj gt; beregenen, van 10 ■wji regen. — Indien het grondwoord op een klinker uitgaat, dan wordt volgens § 98 ook in het Actief van het transitief werkwoord dat aanhechtsel im ^ aan het grondwoord gehecht, en hiermee dan het aanhechtsel t verbonden, bv. in iets begaan, van en

77m\\ iets vullen of aanvullen, van vïïtSiw Het accidenteel transitief Passief wordt dan ook eenvoudig gevormd door het voorvoegsel ka, of ra* en het weglaten van den activen uitgang i; bv. in £nn.irodentihiji\\ maar in het objectief Passief wordt er in de plaats van dat active aanhechtsel i het passive aanhechtsel imtajf nog aan toegevoegd; bv. in nwnMtjtJiiujM/f gevuld worden. En zoo is van het grond woord waarde, het transitief w e rk woord (L-ntjTKipjs waarderen, achten, eeren, het accidenteel transitief Passief wrjiRw/i, geacht of geëerd, en het objectief transitief Passief rjaxihjmj geacht of geëerd worden.

Het behoud van den uitgang i in het objectief Passief van het transitief ■werkwoord, zooals bv. nfntmrfiiRiKj in plaats vau hn in rj i-ï hj ispoëtisch: het zou echter wel kunnen zijn, dat men iu het een of ander dialect in proza ook zoo wel zegt; men vindt het althans door sommige schrijvers ook wel in proza gebruikt.

117. De beteekenis van het objectief Passief is eenvoudig deze, datdaar-meê in de pa s si v e (obj ec ti ve) wijze van spreken iets toegeschreven of toegekend wordt aan een persoon of zaak, die in de act i v e (sub j ec ti ve) wijze van spreken het pa ss i e f v o or wer p (d. i. het óbje ct van het subject) zou wezen; zooals wanneer men zegt: „Die man wordt algemeen geprezen («flit/n g^ei^)quot;; terwijl men in de active wijze van spreken zegt: „Algemeen prijst menquot;, of „Alle menschen prijzen (ra^®^) dien manquot;. Met het objectief Passief wordt aqn een persoon of zaak een passive (objective) gesteld-

ocr page 108

92 BETEEKENIS VAN HET ACCIDENTEEL PASSIEF. § 118

heid toegeschreven of toegekend, die door iemand of iets anders bewerkt of teweeggebracht wordt.

Over de ware beteekonis en het onderscheid tusschen het Actief eu Passief zie men Over de deelen der rede blz. 47 vlgg. van de derde uitgaaf.

118. Ook het accidenteel Passief beteekent een passive (objective) gesteldheid, maar niet als een gesteldheid, die door iemand of iets anders bewerkt of teweeggebracht wordt. Het beteekent een accidentele passive gesteldheid, waartoe een persoon of zaak komt of geraakt door zich zelf, of vanzelfs, zooals wij gewoon zijn te spreken; dat wil zeggen een passive gesteldheid, die teweeggebracht of veroorzaakt wordt door den toestand of de omstandigheden, waarin een persoon of zaak komt of geraakt; zooals wanneer wij zeggen, dat een schip gestrand is, dat iemand gestruikeld is, dat iels Ie zien of zigthaar is, dat iets ontsnapt is, of dat iets gescheurd is, als men daarbij niet denkt aan iemand, die het gescheurd heeft. Voor zulk een accidentele passive gesteldheid hebben wij geen bijzondere woordvorm, en wij beteekenen die met de gewone passive vorm alleen in het Perfectum en in het Gerundium (als Imperfectum); zooals in de bovenstaande voorbeelden door gestrand, te zien. enz. Anders gebruiken wij daarvoor het Actief, en zeggen bv. het schip stmweft, hij struikelt, enz.; of het Medium, de wederkeerige, reflexive wijze van spreken, en zeggen bv. hij brandt ztch, of snijdt zich in de vingers. —In het Javaansch is, zooals boven (§113) reeds gezegd is, dit accidenteel Passief te beschouwen niet als het Passief van een actief werkwoord, maar als het Passief van het toestandswoord. Het toestandswoord beteekent een active toestand, het accidenteel Passief een passive gesteldheid, waartoe iemand of iets komt of geraakt. Zoo beteekent vani/niQio77|, stilstand, het toestandswoord isiofy stilstaan blijven, maar het accidenteel Passief iminpicmj) tot stilstand komen of geraken, zooals wanneer men ergens stuit, zoodat men niet verder kan; en van de grondvorm 17mji 1 iktj beteekent isrj rf im 13-nji volgens § 111 zien, als een toestand, maar m rj««? 3,0,7 te zien- komen of geraken, in het gezicht komen, zigtbaar worden oi zijn. — Doch niet altijd is daarom nevens het accidenteel passief ook het toestandswoord in gebruik. Het accidenteel Passief wordt juist niet van het toestandswoord, maar van het grondwoord gevormd, en dikwijls is daarnevens wel het active werk woord en het objective Passief, maar niet het toestandswoord in gebruik. Zoo beteekent van de grondvorm ^ het werkwoord iets doorslikken, het objectief Passief tngt; 1^ ny \\ doorgeslikt worden, zooals van een brok, dat iemand doorslikt, maar dat accidentel Passief t] 1,11 ?^ doorgeslikt raken, van iets dat onwillekeurig of bij ongeluk doorgeslikt wordt; en van het grondwoord 17«« f r) trn tn het werkwoord r/my i\'ni\\ iets, bv. een huis, in brand steken, het objectief

ocr page 109

§ 119. TiETEEKENIS VAN HET ACCIDENTEEL TRANSj PASSIEF. 93

Passief Minuntrfirni^ in brand gestoken worden, maar het accidenteel Passiet rf tmir/r\'ni% in brand raken. — Ook is wel van een grondwoord een accidenteel Passief gevormd, zonde:- dat daarvan öf het toestandswoord of ook het werkwoord in gebruik is; bv. van Hgyin\'J, situatie, of^itj^? gelegen, gesitueerd. — En, even als men in het Hollandsch zelfstandige naamwoorden heeft, die gevormd zijn met het passive voorvoegsel ge, zooals gevoel en gebraad; zoo ook in het Javaansch; bv. li wj wil, wat iemand komt of geraakt te willen, van isnm hjiji willen, (voor kdvjdroi\'h] kennis^ kennis waartoe iemand komt of gekomen is of die iemand bekomt of bekomen heeft, van .Gt^\\ kennen, vernemen.

Het passief voorvoegsel »01 komt in betoetenis volkomen overeen met het Hollansche f/e, en misschien is het wel niet anders dan de grondvorm van Qiihti\\ komen, aankomen, tot iets komen. In het Soeudasch en Maleisch beteekent dat grondwoord gt;1 als voorzetsel naar; bv. in tairu^vt^ naar huiten, en dient het als Passief voorvoegsel alleen om een accidenteel passief te vormen, en een passive gesteldheid te beteekenen, waartoe iemand of iets komt of geraakt. Deze beteekenis zal ook wel in het Javaansch de eigentlijke en oorspronkelijke wezen, en dus het gebruik er van voor het objectief Passief, maar dan tot onderscheiding met een geaccentueerde a, eerst van later oorsprong beschouwd moeten worden. Zoo is zelfs van het accidenteel Passief aan te Heden, van mn i^\\ aanhad, rnxunur^ gevormd, om het

als objectief Passief te gebruiken in de beteekenis van aangeboden worden.

Zie de beteekenis van het accidenteel Passief der telwoorden § 197. 119. Even zoo is het accidenteel transitief Passiefin beteekenis onderscheiden van het objectief Passief van het transitief werkwoord. Zoo beteekent van nu\\ verlof, het transitief werkwoord iemand verlof geven, iemand iets veroorloven, het objectief Passief murSurvi

iny iemand veroorloofd worden, maar het accidenteel Passief verlof krijgen of bekomen\', van nsmsr^s wond, jd t).b»iSj\\ iemand wonden; ttn«snrf asn 1 im,p gewond raken; van vallen, op iemand of iets

neêrvallen; mi gt;°» rm wji iets datvalt op zich krijgen, bv. een steen op zijn hoofd.— Dikwijls is van een grondwoord een accidenteel transitief Passief gevormd, terwijl het transitief werkwoord in het geheel niet in gebruik is, of in een geheel andere beteekenis. Dan beteekent het namelij keen passive gesteldheid, waartoe een persoon of zaak komt of geraakt door dat, wat door het grondwoord beteekend wordt, even als bv. in het Hollandsch bezorgd van zorg of zorgen, bemiddeld van middelen, begaafd van gaven, bevreesd van vrees, beklant van klant. Zoo beteekent van regt,

juist zooals het wezen moet, tot de regte gesteldheid gekomen of

geraakt, door dat het juist van pas geworden,gekonien o{ geheuvd,juist getroffen.

ocr page 110

BETËEKEms VAN HET ACCIDENTEEL TRANS. PASSIEF.

§ dd9.

94

juist ter sneê gezegd, in de juiste vorm geschied is, of hoe het verder naar omstandigheden in een vertaling uitgedrukt mag worden; terwijl i/n £! beregten, en het objectief Passief beregt worden, beteekent. Even zoo van n^dj^asnjj mis, fout, aQixntnji het tegendeel van ï-n i\'ilijj:n:Hijj, en door het begaan van een fout of misslag schuldig worden; van \\ slaap, slapen, afl in slaap geraken of vallen; van moeyelijk, bezwaarlijk, rjmt^runihnj)

bemoeijelijkt, in een moeiielyken toestand raken of komen, of geraakt afgekomen, verlegen worden of zijn; van 17 ty» vh\\ gedachtifi zijn, bewustzijn hebben; 77 »/ntrui indachtig worden, zich herinneren, iemand in de gedachte komen; van 17 *yn f 17 arn«\\ brand, rf iKm if ajii i iet nnj) \\ brand krijgen, brandschade lijden, ook van een plaats of een huis, waarin brand komt; van m^, zes, itnjj een zes

krijgen, in het kaartspel, en zes op een rei geschoten, in plaats van vijf, bij het schieten van geld. — En zulk een accidenteel transitief Passief wordt dan ook menigvuldig in een zin gebruikt om een accidentele gesteldheid te beteekenen als zelfstandig naamwoord, gelijk dit in het Hollandsch geschiedt door er een zelfstandig naamwoord van te vormen met het aanhechtsel heid, zooals bezorgdheid en bekwaamheid, van bezorgd en bekwaam. Zooals !i~hiLJi\\ bekwaam, tfn irnujanj bekwaamheid, van ui-nMjj gezond, Sn tjt-naji^umjl gezondheid; van u-|m%\\ rijk, imtnjj rijkdom, waarmee iemand door

het geluk bedeeld is of\'waartoe hij geraakt is; van QtSin-njf, goed, goedheid.—Maar hierbij is op te merken, dat in deze beteekenis, als zelfstandig naamwoord, de klinker o van het voorvoegel niet altijd met de eerste klinker van het grondwoord, als dit met een un begint, inéénsmelt. Zoo is bv. van t/n jo\\ aanwezig zijn, bestaan, zich ergens bevinden, n-nivn^tnjj gevormd in den zin van aanwezigheid, het aanwezen of bestaan van iets, de staat of gesteldheid van iets door hetgeen er aanwezig is; van tun ,0, zwak, mhm G mooj)\\ zwakheid; van ^xmirti\\ gedachtig zijn, gedenken, zmrjiun ttlinimq de toestand van gedachtig zijn, herinnering, ook de gedachte die iemand krijgt of waartoe iemand komt, terwijl rjrw iril xnmji indachtig worden, zich /io-uuieren, beteekent. In andere dergelijke naamwoorden, die gevormd zijn van een grondwoord, dat op een klinker uitgaat, smelt de klinker van het aanhechtsel i/n niet met die klinker inéén; bv. in rvtui^ gedrag; de gesteldheid van iemand door zijn wijze van doen en handelen, van gang, fig. handelwijze, terwijl

ivri irurjun tonjf begaan, gepleegd of uitgevoerd raken, beteekent, en «n n ir/v.-nirHj wj! begaan, gepleegd of uitgevoerd worden. — Verder dient deze vorm van het accidenteel transitief Passief ook tot het vormen van zelfstandige naamwoorden, die een persoon of zaak beteekenen, die tot zulk een accidentele gesteldheid gekomen is, zooals bekende van kennen,beambte van ambt,helofte van beloven. Zoo bv. ö? o ^lijanji bekende, van iemand kennen-, min^nr^^unan/i rang,

ambt of post, waarmee iemand bekleed is, van rü m ^ \\ zetel, rang, post; Pnui

ocr page 111

VORMING VAN HEt StlfiJECTlEF PASSIEF.

rjoMi^ajn ihtj niet alleen een gast krijgen of hebben, maar ook als zelfstandig naamwoord die een gast of gasten heeft; gastheer; en evenzoo het Kramü.-inggii hiervan, Qnasn^ivianjf van ^n het Krama-mggil van»j\\raaarzonder dat de klinker van het aanhechtsel met de eindklinker van het grondwoord inéénsmelt, en tPmnrjiwilww/j de uitkomst, het resultaat van iets, van (max!\\ het gevolg, wat uit iets ontstaat of voortkomt, waarin ook de klinkers niet ineengesmolten zijn, en de klinker é in plaats van i daaraan schijnt toegeschreven te moeten worden, dat daarnevens ook in gebruik is £n inrj.tnwjj bij de uitkomst worden of gewordm. — Menigvuldig vooral is eindelijk het gebruik van dit Passief, om van een benaming of naam van een persoon een zelfstandig naamwoord te vormen, en daarmee te beteekenen wat door dien persoon bezeten, beheerd of bestuurd, of bewoond ivordt; — en zoo ook wel van den naam van een hoofdplaats, om daarmee te teekenen het onder die hoofdplaats behoorende. Zoo vann«5^\\ Vorst, of asn gt; tnj het door een Vorst beheerschte,

het gebied van een Vorst, vorstendom, en de vorstelijke residentie of\'het vorstelijk paleis;h\'n Qiètxn n^Bemangschap en Demangswoning^an iQ \\ een Dcmang of hoofd van een gemeente; igt;njfambtenaarschap,\\?Ln ambte

naar; i?n aj} iiifi ^i/n ynjjhet gebied of de woning van den Rijksbestierder, van Vezier, Rijksbestierder, Pn lèi hi^cim nj)-ti üsiji het Mangkoe-nagdrdsche, d. i. het gebied of het hof van Prins Mangkoe-ndgard (i.i n-Dn), En zoo ook koiamp;i fma^utn/j het Magëtansche, het onder de hoofdplaats Magëtan behoorende: maar daar rm iko ^ zelf reeds het aanhechtsel mnanji heeft, zoo is in het afgeleide naamwoord niet op nieuw dat zelfde aanhechtsel er aan toegevoegd.

Van een accidenteel Passief kan ook weer een actief werkwoord gevormd worden, zooals bv. iet t] asn 1 mj/ zich zigthaar maken, zich vertoonen, verschijnen, van iHT) rf asn twji te zien, zigthaar, zigthaar worden (§ 97); rjtnrvi \\ zich met den st/room laten meêdrijven, van rf!unir?i\\ met den stroom meegevoerd raken (van het grondwoord d/nru); en *najtrjasmartji naar het \'paleis gaan, van j /ï i.i rj i-n ?ai j\\ hetzelfde als Pn-nrjasnzw/j, van zooveel als \'quot;n Kij \\ Vorst. —

-120. De tweede passive vorm wordt het subjectief Passief genoemd, omdat het gevormd wórdt door voorvoeging van een persoonlijk voornaamwoord, dat het subject beteekent als de persoon, door wie bewerkt of gedaan wordt, wat het woord beteekent, en dit voornaamwoord vervangt dan, even als het voorvoegsel kh in het objectief Passief (§ quot;114), den neusklank, waarmee het Actief van het werkwoord gevormd wordt, bv.

ash ajt *S) \\ door mij gezien worden, van het transitief werkwoord °i ra ru •. zien, (van het grondwoord aSi ki rujj), met het voornaamwoord trr^rvisik, er vóór. In dit subjectief Passief wordt namelijk het aanhechtsel «mi van het transitief werkwoord niet, zooals in het zuiver Passief (§116), door mi «1^ vervangen. 121. Van alle persoonlijke voornaamwoorden en van betitelingen van per-

95

ocr page 112

GEBRUIK VAN HET SUBJECTIEF PASSIEF.

§ 122.

96

sonen, die in het Javaansch als persoonlijke voornaamwoorden gebruikt worden, wordt dit subjectief Passief op genoemde wijze gevormd. Zoo bv. van itAi wiw Uw Hoogheids dienaar, als voornaamwoord van de eerste,

Uw Hoogheid, en vriend, als voornaamwoorden

van de tweede persoon. Maar in gewoon Ngoko wordt in plaats van dat het gewone voornaamwoord van de eerste persoon is, m kvj] of «n iK-nj/ gebruikt, en in plaats van rj ito) i rjui \\ het gewone voornaamwoord van de tweede persoon, het éénlettergrepige grondwoord rjnnis dat dan uitgesproken wordt als ijimtunij (köq), in navolging van de eerste persoon, waarin het voornaam-wooi\'d ook op een «tj uitgaat, bv. ut tm^iicntm/j ofiui nnxn anjj door mij gegeten worden, van eten, van het grondwoord ui— Tot vorming van

de derde persoon wordt voor het anders in \'t Javaansch weinig gebruikelijke voornaamwoord van de derde persoon in Ngoko Si \\ in Krurna iSt ^ arijj (§ 86), in poëzie, en ook wel in deftig Ngoko (vooral in wetten, lessen en vermaningen), rjiutiHiji gebruikt; bv. van Ng., ra3gt;:rlKr. (van het grondwoord * quot; ^ gt;quot;]), oprigten, (St imStnmrjlnyi\\ Ng., ï~i gt; j -n rni loj Kr., door hem (of haar of hen) opgerigt worden. En deze derde persoon wordt ook gebruikt van een onbepaald persoon, die in het Hollandsch inhetactief door het voornaamwooifi men beteekend wordt, zoodat iSiimanrmrftm ook beteek enen kan opgerigt worden door iemand, maar onbepaald door wien, indien niet de persoon in een bepaling er bij genoemd en dus nader bepaald wordt.

Dit iSi, waarmee even zoo in het Soendasch en in het Maleiach het subjectief Passief van de derde persoon gevormd wordt, zou hetzelfde kunnen zijn als het Maleische voornaamwoord van de derde persoon dia, dat ook door ineensmelting van de klinkers dé in plaats van Wjj volgens § 53, 3°.)

heeft kunnen worden, dit is evenwel zeer onzeker. Hierover nader bij de Voluntaüef. — luimriji, of met een harden ademstroom als iüiiwnj uitgesproken, is wel ongetwijfeld een verkorting van m i- ^, een in het Maleiach nog gebruikelijke, maar in het Javaansch verouderde, nevenvorm van iLmtryw 122. Indien het grondwoord een éénlettergrepig woord is, dat alleen door het voorvoegsel un (a) of door den voorslag .tón tweelettergrepig gemaakt is (§ 96); dan vormt men het subjectief Passief veelal, even als het objectief Passief (§ 114), van de éénlettergrepige grondvorm, vooral in Ngoko; en zoo ook dikwijls in Krama, inzonderheid in de spreektaal; maar het kan ook, even als het objectief Passief, zóó gevormd worden, dat men het voorvoegsel vn (a) of den voorslag £n vóór het grondwoord laat; en dit doet men meestal in def-tigen stijl, vooral in Krama. Zoo zegt men voor het bovengenoemde Si.unQ rm Yj kh \\ daar het grondwoord £1 met het voorvoegsel n/n (a) van het éénlettergrepige rrnj gevormd is, in de spreektaal veelal Si£1 w tm w en van

ocr page 113

öeteekenis van het SUBJECTIEF PASStEP.

iLmTjimianjj Ng., ajnrjtmitnj) Kr., iemand iets gelasten (van het grondwoord irjurmiHTjj of rjunimji), geregeld en Siru^rj

123. Dit subjectief Passief is, zooals door deze benaming, en ook door de vorm zelf, wordt aangeduid, wel een Passief, en dus een objective vorm voor de passive (objective) wijze van uitdrukking van een zin, doch zóó, dat daarbij tevens het sübject, als dader of bewerker, door de eerste, tweede of derde persoon, genoemd of aangeduid wordt. Dit subjectief Passief wordt in het Javaansch gebruikt, zoo dikwijls als men spreekt van een onderwerp, dat men als voorwerp, als het objectvan een subject, voor den geest heeft. Wij gebruiken daarvoor meestal de active, d. i. subjective, vorm, vooral in de eerste en tweede persoon, maar, als wij bv. zeggen, Dat oude paard van mij wil ik verkoopeii; dan zegt men daarvoor in \'t Javaansch: m Omdat het onderwerp, waarover gesproken wordt, het paard, het voorwerp (het object) is, dat het sübject (ik.) verkoopen wil; daarom wordt in het Javaansch de passive (objective) wijze van spreken gebruikt; maar het subjectief Passief, om zoo tevens van het subject {ik) te zeggen, wat dit doen wil.

Doch het subjectief Passief wordt ook wel gebruikt, ofschoon het object nog niet genoemd is. Zoo br. Jav, Zamenspr. bl. 120, 3: ajiirrtlutx~nmktinjtM Tfiaii \'r^!Kr^nji\\ Zoo veel als mogelijk wordt m/;«_J/(ï;■ ot(a!idere vrouw van denzelfden man) door mij naar de oogen gezien.

124. De eigene, subjective beteekenis van het subjectief Passief komt dan vooral uit, wanneer het in tegenoverstelling van het accidenteel Passief gebruikt wordt; bv. als men zegt: un rj uj .St m .tsh unjj tnj Si -q m .tf?i m aSi trnjj Hij (of Men] sloeg naar dm hond, en de kat raakte geslagen (of het raakte de kat). — Ook moet men bij dit subjectief Passief wel in het oog houden, dat het even als de subjective vorm, het Actief, alleen een werking of een doen van het sübject beteekent, en niet wat aan het óbject geschiedt, of wat het óbject ondergaat. Nooit beteekent het dus eigentlijk volkomen hetzelfde als het passief deelwoord met het hulpwoord worden in het Hollandsch. Anders zou het ook een tegen-sti ijdigheid wezen, als men zei: r/n iS /n hnj /, ^ ilï ?ƒ ./i/] .Tn j.n ƒ, Dan zou men de eerste zinsnee moeten vertalen: De hond wierd geslagen; en zoo zou de zin wezen, dat de hond werkelijk geslagen wierd; terwijl men toch juist met de volgende zinsnee zeggen wil, dat de hond niet geslagen wierd: dat de slag niet den hond, maar de kat, trof. Neen\' St cm asn ^ beteekent, even als vnnmwitrnji, niet meer dan iemand doet, wanneer hij slaat, met het oog op een voorwerp, dat hij slaan wil; het beteekent niet meer dan naar iets slaan. Zoo beteekent ook «un cm niet hetzelfde als

97

ocr page 114

VORM VAN HET OUD PASSIEF.

98

§ 125.

het Hollandsche den vijand slaan, en dus den vijand verslaan: het beteekent den vijand gaan slaan of aantasten. — Duidelijk is die beteekenis ook, als men in plaats van het Hollandsche, Is dat paard te koop ? in \'t Javaansch vraagt; uknrf vi(un.uiSirjt/i?tli,^. Zoo vraagt men namelijk niet, of het paard werkelijk verkocht wordt, maar of men het paard wil verkoopen, door namelijk dat te doen, wat men daartoe doen kan. — En zoo beteekent bv. ook iets uit den grond rukken of trekken, maar alleen als de

werking of daad van iemand, om dat te doen: zie Het hoek Radja Pirangon bl. 60, r. 14.

125. De derde passive vorm, die men gevoeglijk het oud Passief kan noemen, wordt gevormd door niet, zooals in de active vorm van het werkwoord, vóór, maar achter de eerste medeklinker van het grondwoord den neusklank n uit te spreken, doch, tot verzachting van de uitspraak, met de klinker i er vóór, en dus door toevoeging van den klank m/bv. in van

koopen. Van de active vorm van het werkwoord vervalt ook in dit Passief de aangenome neusklank; bv. in «?i f | \\ van vinden, van het grond

woord Qttzps — Als het grondwoord met geen andere medeklinker, dan met een nm begint; dan wordt die klank in vóór het grondwoord gevoegd, en verandert dan, omdat de vn een keelletter is, in ing; bv. in (volgens § 17 zóo geschreven in plaats van w) van iemand als

bode zenden, van de grondvorm — Eigentlijk zou het rt-a/j moe

ten wezen, maar dit wordt wegens den keelklank van de i/n vanzelfs uit te spreken als \'ngoetoes. En dit wordt dan natuurlijk geschre

ven, en is zoo, niet alleen in het schrift, maar ook in de uitspraak, moeijelijk van het Actief te onderscheiden. In poëzie vindt men ook werkelijk deze van het Actief niet te onderscheidene vorm nu en dan als Passief gebruikt: maar in proza wordt tot onderscheiding een i er voorgevoegd, en dus lt;Snxntsr^oj)^ uitgesproken en geschreven. — Van het transitief werkwoord wordt de uitgang t in poëzie somtijds behouden; maar in proza, even als in het zuiver Passiet § 116), altijd door het aanhechtsel xmanji vervangen; bv. in van ik?gi \\ iemand laten komen of ontbieden, van de grondvorm «Sigi.n^\\ In één woord, namelijk in ragigt;,\'ndat een hooger Krama-inggil is var. dat aaiSj, is die anders alleen in poëzie gebruikelijke vorm, zonder i er voor, ook in proza in gebruik gebleven. Het is namelijk het oud Passief van r;/ i. n pj \\ eu moet dus \'ng an dik a n uitgesproken worden: terwijl cie andere in proza gebruikelijke vorm van dit passief zou zijn i9n (ci^nn mTjJ,

Van het causatief werkwoord xn urn ~m rj wordt het Passief tunicn S)jini tnn ^ni ij vu \\ of liever de oorspronkelijke vorm \'ngandikaq-dkê, meestal verkort tot ) tj mi i ii i. n . n ri K)i \\ ja meestal nog verder tot \'ndilcaq-dJcé, dat dan (inKr)tair^oa) geschreven wordt. Zóo wordt het gebruikt als Krama-mggil

ocr page 115

§ 126. BETEEKENIS VAN HET OUD PASSIEF. 99

Tan nmrjKjttnjj Ng. Kr., het oud Passief van runrjimttaji Ng.,

njn rj Kn iojf Kr., iemand iets laten doen, heeten of gelasten te doen; iemand zeggen dat hij iets doen moet. — De oorzaak van deze verkorting zal wel deze zijn, dat dit (urtSjn-ntm ^nr^urt\\ of w uri nn rj vrt (\' ndikaq-dlct), gewoonlijk alleen gebruikt wordt na een woord, dat gelasten heteekent, zoodat het zijn eigentlijke beteekenis verloren heeft en als re de woord niet anders heteekent dan ons voorzetsel om vóór een Infinitief.

In oud kawi wordt ook als het grondwoord met een un begint, dit Passief door invoeging van in gevormd, zooals bv. Iquot; J.) n i li j, of, volgens de tegenwoordig gewone spelling, I n \'y \'11 tl], yan f.ï tLi lij nemen.

•126. Is het grondwoord een éénlettergrepig woord, dat in het Actief tweelettergrepig gemaakt is door den voorslag Sn of het voorvoegsel i/n (a); dan wordtook ditPassief gewoonlijk van het éénlettergrepige grondwoord gevormd, daar het vanzelfs tweelettergrepig wordt (vrg. § 122); bv. van

verdeelen, en jvn ^y_ji gt;lt;2] Ng., mvrjKr., van \' n rj j.nïki j Ng., im ry t*n Kr., gelasten, van de grondvormen en rfumiHT/j of gt;njj.

Ook van dit Passief kan weer een werkwoord gevormd worden. Zoo is van het Passief van of vnquot;\'.j\\ Kw. geven, het causatief werkwoord

xm)(iets geven aan iemand) gevormd geworden. —•

In de vorm heeft dit Passief dit met het toestandswoord gemeen, dat het even als het toestandswoord gevormd wordt door invoeging van een neusklank achter de eerste medeklinker (van de klank \'m in het toestandswoord, van den klank \'« in dit Passief). Men zou het daarom, zoo men wilde, ook het passive (objective) toestandswoord kunnen noemen. —

127. De beteekenis van dit oud Passief, dat men ook het poëtische zou kunnen noemen, is volkomen dezelfde als die van het zuiver Passief met het voorvoegsel «n (ka) of mi\\ zonder onderscheiding van objectief of accidenteel Passief. In poëzie wordt het zeer menigvuldig gebruikt; en ook in de meer deftige prozastijl wordt er nog wel gebruik van gemaakt, als het ware voor sierlijkheid: maar in de gewone spreektaal is het gebruik er van in zóo ver verouderd, dat het voor het gewoon gebruik van het Passief, dat wil zeggen voor de passive (objective) uitdrukking van een gezegde, zoo goed als niet meer gebezigd wordt. Het gebruik er van is bijkans alleen nog maar bewaard gebleven in enkele woorden en uitdrukkingen.

Zoo wordt Si cm i in deftig Kramu nog wel gebruikt voor het gewone j.n ii rri{\\ terwijl men in Ngoko daarvoor altijd \'■\'! hn ?1 zegt. Gewoon is het

te zeggen rffi rt i Q t iry ^en rn) ^ irri i^rnj^ c^^Jeze(/end met welstand, d. i.

door Gods goedheid welvarend; Kg., JijKr.,

storend om aan te zien; njiu^Kai^isr^ Ng., ajiSi ujaojj Kr., mis (verkeerd)

ocr page 116

DE RECIPROQUE WEDERZIJDSCHE OF WEDERKEERIGE VORM, § i28.

om van gesprolcen te worden! toot ons: Dat Tcomt Her niet te pas! -rjunjk i.\'it rji ïy Tvg. j ï.j t/Ki h\'n J.y ^ van iets anders gesprolcen! f\'n■ n ihv is) isrj \\ Ng., r:n ■ n h\'n hi) uj Kr., eenig ding daarover gesprolcen

wordt, waarover ooik gesprolcen wordt; am ti »/quot;n «?; £j \\ Ng., azrffixjn itw Si K., ee»i(/ dat gevonden wordt, wat het oolc is, dat gevonden

wordt; j.\'jj iift: r:j rj hn i ij i.njj Ng., i-\'n i°\' gt;1 i\'ti i.j hij Kr., de gevraagde, in tegenstelling van de vrager, die den ander een vraag doet; i n j/n 7?;y.jj jui,\\ de ontlondene. Andere uitdrukkingen in deze passive vorm zijn nog ajitjrk jj!uiSyTö^\\ rfoor God i» «(;» raadsieshdt bepaald; 1°\'; j■gt;) j-j;\\ mei mozaielcwerlc versierd, aaiijrjnirjastiajiji^ bezet of ingelegd met edelgesteenten. Men zegt ook A \' tj, voor de goedkeuring (yerhooring) van de godheid erlangen;

y}r) 1 \'IKquot; f V \'M vergeleken met jou; idtimjcmStnm\\ opgepast door {niet verlaten van] de fortuin. Ook gebruikt men wel vni rjim,j Ng., tairj ij jy in/} Kr., gelast, als redewoord voor ons om, na een woord, zooals dat een last geven beteekent; ja ook wel enkel t] uji h!j in plaats van Even zoo vindt men ook wel het Krama mggil tunfnw rjurt (§ 125) gebruikt. — Ook het oud-Passief oji K^-nirnji heeft zijne (passive objective) beteekenis geheel verloren, daar het als Krama-inggil geheel in dezelfde beteekenis als ri^arr^^s Ng., Kr., voor zitten gebruikt wordt.

Eigentlijk is het Passief van WDitrnj) (grondvorm «jmi.\'n^), dat het zitten van het dienstpersoneel in tegenwoordigheid en tot opwachting van een aanzienlijk persoon beteekent, zoodat het passief van deze aanzienlijke personen gezegd wordt.

*

DE RECIPROQUE (WEDERZIJDSCHE OF WEDERKEERIGE) VORM.

128. Het oud Passief is ook nog in gebruik in de reciproque, d. i. wederzijdsche of wederkeer ige vorm, die gevormd wordt door zamenstelling van een grondwoord met de oud-passive vorm daarvan; bv. -n oiJ)pj/KT^njjj\\ malkander omhelzen, van quot;n, de grondvorm van iemand omhelzen; \\ elkander wederkeerig helpen, van isr^ •. hulp

en tot hulp zijn, helpen; r/iuiMi van malkander nemen, elkander afne

men, van 17 iuiihvj], de grondvorm van Qirjiuttanjf iets nemen, afnemen. — Zoo ook van transitive en causative werkwoorden; van inrirv)^nm\\ iemand iets te leen geven, van !cmru^!un\'rjirn\\ iets te leen geven aan iemand (van de grondvorm iSintq) ki ju^ j0jrc/jt »:hjj en Silt;wi^it3^iru^iunrjih-n\\ de een den ander te leen geven. En de verandering, die een grondwoord, dat op een klinker eindigt, door de aanhechtsels van die vormen ondergaat, deelt zich dan ook gewoonlijk aan het eerste lid meê; bv. in nu«i~i^ de één van den ander ontvangen, van on «\\ iets ontvangen, van rj «n 1 ^ % ontvangen; en in i:n -q nm tïnMjrjnrntot~ni^Mn\\ elkander welkom heeten, van jn^«n\\ iemand

100

ocr page 117

§ 129. DE RECIPROQUE WEDERZIJDSCHE OF WEDEKEERI6E VORM.

welkom heeten, van het grondwoord tcn rjnm\\ welkom! Men zegt evenwel ook

O

am rj crrhun Mjrj om -jnvjWb

In de transitive vcrm kan men bv. in plaats van %\' Vj 7 \'\'l\'?

ook zeggen

Dat in deze reciproque vorm voor het eerste lid niet de vorm var; het werkwoord met den neusklank, maar de grondvorm gebruikt wordt; dat is omdat het een zamengesteld woord is, en in zamenstellingen, zooals wij later zien zullen, niet de vorm van het werkwoord met den neusklank, maar in plaats daarvan de grondvorm gebruikt wordt.

129. De beteekenis van deze vjederkeerige of wederzijdsche (niet reflexive, maar reciproque) vorm wordt op een aanschouwelijke wijze door de vorm zelf aangeduid. Door de vorm zelf wordt een daad of handeling voorgesteld als iets, waarvan één en dezelfde persoon of zaak nu de dader en dan de lij der (nu het sübj eet en dan het obj eet) is, en die dus wederkeerig, van weêrskanten of over en weer, plaats heeft of geschiedt. En niet enkel in een gezegde van een onderwerp, maar ook als naamwoord, kan deze vorm gebruikt worden, zoodat bv. ^omniet alleen de één den ander aanklagen, beteekent: maar ook wederzijdsche aanklagt, of aanklagt van den één tegen dm ander.

Zamenstellingen van twee woorden van wederkeerig tegen

elkander overgestelde beteekenis, zóóals geven en nemen, leenen en

horgen, koopen en verTcoopen, heeft men in het Javaansch ookj bv. x^nsniun

P11 ?ƒ i \'u \\ of rurj i \'n i n P; tj li p t\'u \\ schuld hébben of schuldvordering hebben, en

7,7? ij ui i gt;:rp verkoopen en Troepen. Aan dit laatste heeft het spraakgebruik

ook een wederkeerige vorm gegeven door o n Ij t:i / ^P ^ ^ te zeggen in den

zin van wederzijds of onder malkander koopen en verkoopen, of met elkander

handel (Wijven, maar dan verder, even als ook 7yn ?7M\\ in den zin van

handel drijven. — In plaats van de eerstgenoemde zamengestelde uitdrukking

7 ïj i n 7 77 P; oip i.\'n \\ of (Tj/ o\'n 7 7) P) r/ 771 hu ^ vindt men ook wel ?ƒ T l ? { \'n t n lp) tj/ji o\'n \\

of \'j i t\'n i n Pi rj 1117:7i \\ zoodat de beide leden van de zamenstelling hetzelfde

schijnen te beteekenen, en dus de zamengestelde uitdrukking niet meer eeu

wederkeerige beteekenis zou kunnen hebben; maar dit 7^ ut insn nni

zal wel eigentlijk het met het voorvoegsel iu gevormde naamwoord van o

I ïj i n 7,71 L7 7 7^ Otl zijn,

FREQUENTATIVE VORM.

130. Door invoeging van de tongtriller r, of tot verzachting van de uitspraak met de klinker ë of a er vóór: en dus van den klank ër of ar, achter de eerste medeklinker van de grondvorm, zijn in de Javaanshe taal eengrootemenigte woorden gevormd, waarvan de beteekenis, behalven den zin van het grond-

101

ocr page 118

FREQUENTATIVE VORMEN.

§ 130.

102

woord, tevens het denkbeeld van veelvuldigheid in zich sluit, gelijk dit zelfde denkbeeld door denzelfden klank uitgedrukt wordt in de Hollandsche woorden wapperen, knetteren, schitteren, stotteren, en in vele andere. Dit is de zoogenaamde frequentative vorm, waardoor beteekend wordt, dat iets veelvuldig, en dus dikwijls na elkander, op vele plaatsen ot door velen tegelijk, plaats heeft of geschiedt; bv. nQnnsn

of nsnnasnxrnji, klopping van het hart, hartklopping, van ainasnxmjj, grondvorm van onasntcnji kloppen; nm77n?77ui?over het geheele lichaam sidderen, zoodat het iemand overal klopt, van ivn rjrm 1 cmj) kloppen. — De r verandert volgens § 27 in een l, wanneer in hetzelfde woord een r volgt, zooals inct \\ of iraeen vliegen aan alle kanten; algemeen gevlieg, van £i£ri\\ grondvorm £h\\ anders hSi Sm vlugt. — Van de meeste woorden van deze vorm is de grondvorm zonder dien j\'-klank niet in gebruik; bv. van ^«10^ ofiS-^.o?^ babbelen; maar zij nemen zelf als grondwoorden allerlei vormen aan. Zoo heeft men van itrnx^asnji het werkwoord ^(vn^aai/) iemand met zijn velen tegelijk aanvallen of bestormen, en het toestandswoord met zijn velen tegelijk

er op toeloopen oï loskomen, en van avn °i wj, veclpraten, het transitief werkwoord iun Ö -?) éri Sj \\ iemand door veel praten storen. — Begint het grondwoord met een tun \\ dan gaat de klank van deze zachte adspiratie in de frequentative vorm natuurlijk verloren. Zoo zijn van de grondwoorden en xm(K^nrnji de frequentative vormen iuicr^nsnji, m ™ en gevormd.

131. Verder heeft men nog een zamengesteld frequentatief, om uit te drukken, dat iets overal of aan alle kanten plaats heeft,gevormd door het woordje of, met het voorvoegsel jsa er voor iutiSn\\ vóór een drielettergrepig woord te plaatsen; bv. miSiiM rm-n jsuj overal weerkaatsing van het licht. En, als het woord maar uit twee lettergrepen bestaat, dan wordt er die frequentative vorm aan gegeven; bv. m,i?;ï«Snmtwjj overal met lappen., overal gelapt, van asnwruji lap, gelapt; en luxêncm^iuts overal gebrom, aan alle kanten gebrom te hooren, van lt;rnM\\gebrom. — Begint het woord met een mn, dan wordt deze in een «n veranderd (vrg. § 110), zooals bv. in miiSiïtfn\'rtn-p overal regt uitgestoken, van de handen van vele menschen, van regt uitgestoken; en in of van tuhSj)^ —

En, begint het woord zelf met een n\\ dan wordt er een .vn of ^ vóór-gevoegd, zooals in overal gekerm, van het grond

woord van te-wen. Zoo ook van Nevens

heeft men

Voorts heeft men in het JaTaansch een groote menigte woorden, die gevormd zijn met de l- of «Z-klank achter de eerste medeklinker, en waarin de l niet de r vervangt wegens een in hetzelfde woord volgende r. De beteekeuia van die l is met die van de r in de frequentative vorm wel eenigszins verwant,

ocr page 119

ZAMENGESTELDE FREQUENTATIVE VORM.

i03

§ 131.

maar is toch een andere. Plastisch roor het gehoor wordt namelijk met die \'Z-klank een voortgaande beweging of een verbreiding beteekend;

bv. in ayn nmcnhy rollen, van kleine, a}ncrnarn\\ rollen, van grootere

Lx) \' ™ CnJt ^

voorwerpen; rn ^rnjj het rollen van den donder; ,rn// het stuiven

van stof; ^\'/1:1 het iliïcsemen. — Begint het grondwoord met een i/n, dan gaat de klank van deze zachte adspiratie ook in deze woordvorm natuur-lijk verloren; bv. in /ƒ 111 rj in ??. 11 j met een hogt of quot;kromming loopen, van j Vj tjtyi i \' En zoo kan een woord, dat met een n 1 begint, zinverwant zijn met een ander dat met een «sn begint, daar beide van dezelfde grondvorm afstammen; bv. nrubps met en \' zwemmen, met het Dajak-

sche \'V? anS)\\ vergeleken met nsn Si \\ zich op rig ten , oprijzen. — Sommigen zoo met de ei-klank gevormde woorden hebben het voorvoegsel (§ 113). Zoo heeft men van !unia^\\ ascTi, ascligrauw; en duidelijker, van

^iiyniui\\ afkeer, afkeerig zijn, eerst afkeerig gaan worden, en van

hier ^ eenigen afkeer gekregen hébhen, en iemand met eenige

afkeerigheid behandelen, waarin de ?-klank de beweging van afkeer (abnei-gung) schijnt te beteekenen. Duidelijker is deze beteekenis in J ^ gt;i1rll iv \'ln beweging komen, zich gaan bewegen, zich bewegen, van de handen, van vn rj m \\ het wenken met de hand.

Ook zijn er in de Javaansche taal een groote menigte woorden, die gevormd zijn met een P cngkal achter de eerste, of ook achter de tweede medeklinker, en die alle daarin met elkander overeenkomen, dat zij een gekwets, geklets, geklots, geplas, of ook gebons beteekenen. Zoo in of ünrfn.i^j^\\

in het water springen, zoo dat het kletst; .i/nof Qtrnj op het lijf vallen, zoodat het bonst. Andere voorbeelden vindt men in menigte in het woordenboek.

AFGELEID NAAMWOORD MET HET AANHECHTSEL n/niKT^v

132. Zeer menigvuldig is de vorming van een afgeleid naamwoord met het aanhechtsel vn m-tj (verg. § 116). De aanhechting geschiedt volgens § 14—16 en 53, bv. toelisan, iemands schrift of schrijf

werk, van Kty r° i-nj, het grondwoord van truiwy schrijven; Drjijirj-nuninj (sëdéréqari), een broeder genoemde en als broeder beschouwde vriend, van Q rjmi broeder; vi ^Tjn ^ {loewian,) het overgcschotene, overschot, van ngiSi^ over, over zijn, overschieten; nmn^^mn iHij)(gadoéan) leenbezit, leengoed, van cm ^ ^ \\ grondwoord van in leen of tijdelijk bezit hébhen; ™nowjj (bandan)

gekneveld, geboeid, van rjizni!u^\\ (bandcl) boei, grondwoord van knevelen, boeijen, nsr^r^untihtj gekocht, wat gekocht wordt, van lt;s^nr^-■ koopen; urn rj .n,t anj! beek, sloot, van gt;rn rui \\ rivier; amtjuj)ttw oryj (gawéan) maaksel, van cmrjlv)\\ maken.

ocr page 120

104 AFGELEID NAAMWOORD MET HET AANHECHTSEL § 132.

In enkele woorden is de w van het aanhechtsel I n 70 j volgens de aantee-kening bij § 24 in een tw veranderd. Zoo in w r/vu tm/j KN., cu^rj ivi tnyj iemands eigendom, mat iemand toekomt, voor rji:ninj en rj 171 van aorj!cn\\ en 1.\'^IJ f\'iw

G-eivoonlijk wordt dit afgeleid naamwoord van het grondwoord gevormd, zelden van de vorm van het werkwoord of toestandswoord, omdat men een bepaalde beteekenis, aan den vorm van het werkwoord of toestandswoord verbonden, daarbij voor oogen had.

Van een werkwoord, dat van een eigennaam van een plaats gevormd is en een gaan naar die plaats beteekent, wordt het objectief denominatief, dat er somtijds van afgeleid wordt, nu eens met, en dan eens zonder, den neusklank uitgesproken; in het eerste geval, om door de vorm die bijzondere beteekenis van een beweging of rigting naar een plaats uit te drukken, in het andere geval, omdat de objective beteekenis van het woord met dien subjectiven vorm van het werkwoord toch in strijd is. Zoo zegt men; xj rn rj 1:1 m 1 ki i\'ï r:i xv jw ■ n yaj] en cm \'ƒ ajt lil mi ~ ï i-quot;: I~1 ryn ^ J ï^ï Sj nn mi j een Padjangsche of PasisirscJie com: missie, om den aard of de soort van eene te volbrengene commissie te betee-kenen. Zoo zegt men ook \'ƒ h n tj ti ll \'i.! 11 n ii) ^,4 ?.t ri :1. I J ^ eene Samarangsche {naar Samarang te doene) reis; en dan ook ^ j-j f). ? 7 7 i injj van huis gaan om naai- Samarang te gaan, in commissie naar Samarang; en zelfs «ni ui» tn i i f:i i-i -: ï inji iemand die een reis naar Samarang te doen heeft, die in commissie naar Samarang moet {Angger-ageng, art. 5).

133. Dit afgeleid naamwoord met het aanhechtsel heeft altijd een

passive (objective) beteekenis, even als in het Hollandsch de naamwoorden, die met het passief voorvoegsel ge gevormd zijn, zooals geschenk, gebak, gelofte, gevangene, geboeide, gevecht, geboomte, en andere, die gevormd zijn met aanhechtsel sel of ing, zooals maaksel en vervolging. Men kan dit afgeleide naamwoord om deze algemeene beteekenis gevoeglijk met de naam van passief (of objectief) denominatief bestempelen. Het dient namelijk in het algemeen, om van een ander woord een afgeleide benaming te vormen met de beteekenis van een passive (objective) toestand of gesteldheid, of van een naar zulk een passive toestand of gesteldheid genoemd iets: het bijzonder spraakgebruik zal het best worden opgehelderd door de volgende voorbeelden;

1°. een gezondene, iemand die gezonden wordt, gezant, bode,

van itrjvsrjajtji (grondvorm iemand zenden om een boodschap te doen:

ajjixmof rjnjit^i/nttnjj het gemolkene, melk, van S^? of Qrjujit^ (grondvorm iji of rfiLDiq) iets uitpersen, melken; ■h£niui~jitnji\\ wat gebezigd wordt om mee te voeren, voering, van m (grondvorm -hufniuj) iets, bv. een kleed, voeren; m^mtj iets om te rijden of te varen, voertuig oivaartuig, ook als

ocr page 121

passief (objectief) denominatief.

§ 133.

405

bepaling bv. in een paard om op te rijden, een rijpaard; maar

ook als benaming van passive gesteldheid, in een uitdrukking als deze: n^cm UT) r] syrj Qt rf aji .tg unj het er op te rijden, of de berijding er van, is gemakkelijk,, het (het paard) rijdt gemakkelijk.

2°. rj tm i tnj \\ vjat te gaan is of door iemand gegaan wordt, zooals in irLivjum tjtheiisiaiji twee uur te gaan of twee uur gaans; van n-i ^ \\ gang, gt;rn?^\\ iets gaan of begaan; en Si ^lun m ^ wat te weten is of ivat iemand te weten heeft in de uitdrukking 8ityvp Watje te iveten hebt, is (namelijk hetgeen men volgen laat), d. i. Je moet weten) van 8vernemen, vjettm. — Van grondvorm van unvnnan iemand of iets schommelen of wiegen,irnwquot;jvufyte schommelen, om te schommelen, in een gezegde in een gesteldheid om te schommelen, staan of zitten of liggen te schommelen, als compliment van een ander woord, al schommelend of aan het schommelen, en als zelfstandig naamwoord iets om te schommelen of om meê te schommelen, een schommel of wieg. En zoo beteekent van isi^ \\ slaap, slapen, n i ynj) of in een gesteldheid

om te slapen, van daar te bed liggen of op een stoel zitten, om te rusten, zonder ■werkelijk te slapen, wat ^-r^ genoemd wordt.

3°. Van \'ninnitsnji vlug, snél, beteekent \'?imhetzelfde, maar in den passiven zin van vlug of snel gedaan; en men zegt i-u^ quot;^j) zijn gang

is vlug, hij loopt snel, om te zeggen, dat zijn loopen snel gaat, maar

ngi itnji, wanneer men zeggen wil, dat iemand snel loopt om snel te loopen, dat hij zoo loopt, dat hij zijn loopen snel maakt, zijn schreden versnelt. Van nieuw, beteekent imo^/j-nttfy/ versch, bv. van pas gevangene visch, en van alles wat iemand als nog nieuw heeft of gekregen hééft, en zoo ook een nieuweling of als nieuweling, bv. van iemand, dien men als nieuweling in zijn dienst gekregen heeft. Van ^^ toereikend, genoeg, ajj try rui so j \\ daar men genoeg aan heeft.

4°. Van xjnQnjyi zwak, beteekent un Qi^i^iaoj een gesteldheid van met zwakheid behebt te wezen, zwak van aard of natuur, zwakkelijk; Quui^ hang, fl \'Y an nnji bang van aard; van ^ un ah \\ gedenken, gedachtig zijn, t) hm rti un n-njf daarmeê begaafd, goed van geheugen; van ®) onder weg ergens aangaan of aanloopen, «77 de behebtheid met de gewoonte van iemand, die gaarne

onder weg hier of daar aanloopt.

5°. Zooals in het Hollandsch gelaarsd en gespoord van laars en spoor, zoo beteekent van dolk, ponjaard, hQ -rinui^i (mjj gedolkt; geponjaard, in den

zin van met een dolk in den gordel; van ijuiirjiuimsn/j, benaming van een staatsie-bëbëd, met een dodót {staatsiekleed) aan.

6°. Van i0xr^nj^\\ broeder, beteekent Q wj] iemand die als broeder be

schouwd en ook broeder genoemd wordt, een intime vriend; ^-n^, paard,

ocr page 122

passief (objectief) demominatief.

106

§ 133.

oktiihjihtji iets dat als een paard beschouwd en ook een paard genoemd wordt, een paard of paardje als kinderspeelgoed of nagemaakt paard.

7°. Van inygt;latji, priester, beteekent x/r^^j inj het door de priesters bewoonde, de priesterwijk; van nminQomeigennaam van een Prins, lunn^SlrmTiimji het Adi-nagrlrasche, het gedeelte van de hoofd-plaats, dat door Prins Adi-nagüra bewoond wordt. Andere dergelijke benamingen van een plaats hebben het voorvoegsel (ka), en dus de vorm van het transitief Passief (§ 119); andere het voorvoegsel mi (pa), waarover later.

8°. Gelijk in het Hollandsch vele zelfstandige naamwoorden, die van een ander zelfstandig naamwoord met het passiefvoorvoegsel(/e gevormd zijn, een collective beteekenis hebben, zooals geboomte,\'gestarnte, gebergte en gevogelte; zoo ook in het Javaansch menig van een zelfstandig naamwoord gevormd passiet denominatief, — dikwijls met reduplicatie of herhaling van de eerste medeklinker (waarover later); bv. ».»n.wti-nfj\\ gew. Jm vri rjwiarijj^ geboomte, iets dat door boomen gevormd is, van hout, boom; rmmjL-n^^ rietbosch,

van qmcm^\\ riet; örjirniw% modderpoel, van Qrjrpntannji modder.

9quot;. Van honderdtal, beteekent lti m ^ wat door honderdtallen

gevormd wordt, honderden, of hij honderden; of bij de honderd (bv. verkocht worden); van v-ji maand, wat door maanden gevormd wordt, een

door maanden gevormde tijd, maanden lang; en bij de maand oihij maanden (bv. betaald worden).

10°. Dikwijls heeft in \'t Javaansch het passief denominatief dezelfde beteekenis als vele in het Hollandsch met het passive voorvoegsel ge gevormde naamwoorden, zooals geroof (dat er gepleegd wordt), gepraat (dat er gedaan wordt), geschrei, gevecht, gekibbel, enz., gewoonlijk met de beteekenis van een gesteldheid, die teweeggebracht wordt door meer dan één persoon te zamen. Zoo van asn Snitj)jj geschrei van iemand, grondwoord van on Si,7 schreijen, asn Si ui Myi een geschrei, dat gemaakt wordt, een schrei- of huil-partij; van \'rjiKtrjnmiajj dans, ook danseres, grondwoord van unrjmngt;rjwnnjj dansen, vjfiK2inji\\ een gedans, danspartij; van rj-cnnrniujj straat- ofstruik-roover, grondwoord van iim rj wem nyj straat- of struik-roof plegen, ^ rm cm -tm ttn/j een straat- of struik-rooverij, die gepleegd wordt; van iQ-rix gevecht en vechten met wapenen, fl -h ra een gevecht, dat gevoerd wordt, een oorlog; van w asn \\ tournooilans, Masn^ met een tournooilans steken, ui ®Vi ra un ij een tournooigevecht of steekspel. — En, als nu zulk een naamwoord in een gezegde aan één of meer personen als onderwerp van een zin wordt toegeschreven; dan beteekent bv. (Q tï ra ïnj met een ander of met elkander een gcvecht of oorlog hebben; van rai Si \\ vuist, rai« Si \\ met de vuist of vuisten slaan, xSi rj ra an .j of rai rai ra tnji een vuistgevecht, en in een gezegde: met een ander een vuistgevecht hebben; van raad, beraadslagen, m«2^ of\'mra^ifrn beraadslaging,

ocr page 123

g 133. passief (objectief) denominatief. 107

die gehouden wordt, en in een gezegde: met een ander of met elkander een beraadslaging hebben of houden. En zoo beteekent dan ook bv. van irijcrr^szitten, irijnrr^^uniH^i) of (^.n^crr^xjninjj eigentlijk een gezit of zitten, dat men maakt, een zitting, die gehouden wordt (zonder die plegtige beteekenis, die aan het woord zitting en het Fransche séance door het spraakgebruik gehecht wordt), en dan in een gezegde: met een ander of met elkander zamen zitten (bv. om een kop thee te drinken of wat met elkander te praten).

In deze laatste beteekenis, waarin het passief denominatief iets beteekent, dat men met een ander of met elkander heeft of doet, wordt, als de klinker van het aanhechtsel an met de klinker, daar het grondwoord op uitgaat, inéén gesmolten is, er nog wel eens het aanhechtsel an aan toegevoegd. Zoo zegt men van £?gt;:m \\ het Krama. van ru/j Kg., geweer, acmirmiisti\\ met het geweer schieten, j-ixm i-v, /r/ j geschiet met geweer, in een gezegde niet alleen ; ] i tp un ki j, maar ook wel 0 rm i.n jy met een ander of met elkander een geschiet met het geioeer hellen, of tegen elkander met het geweer schieten.

TJit het menigvuldig gebruik vau het objectief denominatief als collectief zegwoord, om een met een ander strijden te beteekenen, is het eindelijk te verklaren, dat een woord van deze vorm met een ander woord als objectief complement ook gebruikt wordt in den zin van met een ander wedden of wedijveren om hetgeen door de beide woorden beteekend wordt. Zoo beteekent van QiHinasnji vlug, snel, en njj-ij schrijven, \'uV,1//me^ een anlt;^er

wedijveren in het vlug of snel schrijven, met een ander om het snelst schrijven. Het objectief denominatief beteekent namelijk een accidentele

gesteldheid, zoodat men snelheid als object ten doel heeft, en dus, bij vergelijking, om het snelst. Dit vereenigd met schrijven, als complement van het voorwerp, waarin men snelheid ten doel heeft, geeft, wanneer het als predicaat aan een persoon wordt toegeschreven, den zin van om het snelst schrijven. Zoo ook van hreed, met iuiiu)\\ horst, en \' quot;l-j ajnMm^\\ eig. om het hreedst van horst, en, als prédicaat, met een ander zich meten of wedden, wie het hreedst van horst is, In rm in plaats van n/n is het aanhechtsel xjntnj^ nog eerst aan bet woord gehecht om de collectieve beteekenis meer uitdrukkelijk aan te duiden.

Zie bij § 219 de gevallen, waarin niet het naamwoord maar het hulpwoord rj urnrjiruq gebruikt wordt.

over het aanhechtsel £nimjj*.

134. Aan het aanhechtsel vn wji zeer na verwant is het aanhechtsel luntynj), dat ook aan een woord, dat op een medeklinker uitgaat, op dezelfde wijze gehecht wordt; maar, als het grondwoord op een klinker eindigt, dan zóó, dat tusschen de twee klinkers een n wordt ingevoegd; bv. asn vhiqw/i roestig,

ocr page 124

108 OVER HET AANHECHTSEL vn wp § 134.

van iis7?(i^\\ roest. — Dit aanhechtsel geeft aan het woord ook de beteekenis van een passive (objective) gesteldheid, doch alleen in den bepaalden zin van een ongesteldheid of slechte gesteldheid, van een behebt-heid met een kwaal of gebrek, zooals eeii bloedzweer of bloed

zweren hebben, aan een bloedzweer of bloedzweren lijden, van bloed

zweer; ziekelijk, met ongemakken of ongesteldheden behebt, of

daaraan lijdend, van ongemak, ongesteldheid, van ru-m ziek.

135. In dezelfde beteekenis wordt dit aanhechtsel ook wel tegelijk met het passief voorvoegsel mn (ka) gebruikt; bv. in -Sïjtoj van gevatte koulijden, koorts hebben, van i/n £» iejiji koud; S door iets schitterends verblind

geraakt; nevens door iets schitterends verblind. — Zóó verschilt

deze woordvorm van het accidenteel transitief Passief (§ 116) alleen daarin, dat het door de gewijzigde uitspraak van het aanhechtsel de gewijzigde beteekenis van een ongesteldheid heeft. Maar deze woordvorm wordt in de taal gewoonlijk gebruikt, om een trap of graad te beteekenen, die men gevoeglijk de overmatige trap of (in onderscheiding van de Superlatief) de Excessief kan noemen; en die in het Hollandsch uitgedrukt wordt door het voorzetsel te, of door zamenstelling met het bijwoord over zooals in te groot of overgroot, of ook wel door de bijwoorden overmatig, bovenmatig of uitermate. Met deze woordvorm wordt namelijk een accidentele gesteldheid beteekend, die over de maat gaat, of tot dien graad toe, dat het een slechte gesteldheid wordt; bv. in excessief hoog, te hoog; van \\ hoog, en icn£iiQjri/i te erg, van ^ 8 erg. — En in enkele woorden is in deze beteekenis de vorm van het accidenteel transitief Passief behouden gebleven, zoodat de uitspraak van het aanhechtsel mnw/j niet in ^ntn/f veranderd is. Zoo in of nmiKiji te veel, van of veel, en wrjaniqvniHij] te ver, van

ver; ofschoon men in de spreektaal ook wel iSnwji en ■ifn rjiciiz£rl.in/j zegt. — Altijd wordt in deze Excessief, als het grondwoord op een klinker uitgaat, het aanhechtsel er op dezelfde wijze aan toegevoegd, als in het accidenteel transitief Passief, namelijk zóó, dat de klinkers inéénsmelten; bv. in ia.o aaq te lang, van lang; te ver

in de avond, te laat, van avond; «niQ-^nnKi^ te hard, van

hard. — Somtijds evenwel wordt er voor de duidelijke uitdrukking van de beteekenis van de Excessief nog wel eens het aanhechtsel vn mjj aan toegevoegd; bv. «71^?^«^ te breed, \\an rjiuniMs breed, en iwQrjnijitfiji te veel naar dorens gelijkend, te piekerig (van schrift), van 8tin gelijk dorens, van ivn-rM doren. — Ook moet nog opgemerkt worden, dat in deze Excessief de klinker van het voorvoegsel am, als het grondwoord met een xm begint, wel gewoonlijk met de eerste klinker van het grondwoord inéénsmelt, maar somtijds ook wel in de

ocr page 125

§ 134. ËXCESSIEP OF OVERMATIGE TRAP. 109

uitspraak behouden ■wordt; bv. in n/nirüte klein, van tunirSiasnj/ klein. En van (qmnt^s breed, zegt men niet alleen, zooals boven gezegd,

maar ook wel tmt un ^itnji, in den zin van te breed.

Van Knrfoji^iKnji aangenaam, gerust, zegt men, daar dit woord reeds met Kn begint en reeds drielettergrepig is, zonder Toorvoegsel rj «n iny al te gerust, dood gerust (bv. slapen), en gelijkvormig daarmee ook in Krama. ia j ij ui] i.-) i.y i. i \'j, van 7 kh h l \\ dat gevormd is met het voorvoegsel ojgt;.

Eenige woorden met het aanhechtsel «S) hebben n P) vóór het grondwoord. Zoo heeft men van nauw en henauwd van horst, nevens ■gt; \' iO lt;fn wji ook .mi êi tQ jn }.jj overTcropt van droefheid snikken; en zoo ook van J.ii f-y \\ stijf, ï-n ?ii.ii rj i.n r mjj hard, hard geworden, van een bloedzweer, met het aanhechtsel lunno/l, doch zoo, dat de klinker a met de eindklinker van het grondwoord ineengesmolten is. Dit lunün heeft men in eenige woorden zonder dat aanhechtsel zooals In nm Ng. urnêilkaKr., en nrrt wil^ tj( h;i, liet Krama van 7,ï i:i w De oorsprong van dit iisn,2i is onzeker, maar het waarschijnlijkste is, dat in al de woorden, die met dat Miêt aanvangen, de iat door een gewone verwisseling van de lipletters (§ 34) uit een «jj ontstaan is, — uitgezonderd misschien in «i? fi ij tj trijj het Krama, van dat een Krama-vorm met verandering van de klinkers voor wjj zou kunden zijn (vrg. § 83.).

AFGELEID NAAMWOORD MET HET VOORVOEGSEL hji (pa).

136. In menigvuldig gebruik tot vorming van afgeleide zelfstandige naamwoorden is het voorvoegsel ilh\\ pa, pa of ook wel Qi\\ pë, bv. in iijj .w» -9) lEjiji \\ bezending, van ^ zenden. De uitspraak en de wijze van verbinding met het woord, waarvóór het gevoegd wordt, is gewoonlijk dezelfde als die van het voorvoegsel un in het accidenteel Passief volgens § 115; bv. in mi rviiLv^s .O nivip of gt; loop, vlugt, van 111 tij w ij i iikt \\ schuldvordering, van geldschuld; iui^ twist, van tegenover een ander, en

veehoeder, van iun7jiciiiinjf\\ hoeden. — In eenige weinige woorden smelt de klinker van het voorvoegsel met de eerste klinker van het grondwoord, als dit met een run begint, niet inéén; bv. in M.L/nirm het geld voor

ry

de (iT^onwv

Woorden, als n-i ^ vn irf rut^\\ wat te verhrijgen of te erlangen is, nut, laat, voordeel, van rjnjntrjruf \\ verkrijgen, zijn gevormd van het accidenteel Passief

137. De algemeene beteekenis van dit voorvoegsel is deze, dat het dient, om van een ander woord een benaming van voorwerp, en dus een substantief of zelfstandig naamwoord te vormen. Tot onderscheiding van het passief (oi objectief) denominatief mamp;t het aan-

ocr page 126

OVER HET VOORVOEGSEL lui (pa).

no

§ 137.

hechtsel tunwr), kan daarom dit afgeleide zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel rm zeer gevoeglijk het substantief denominatief worden genoemd.

Om die algemeene beteekenis kan men niet zonder waarschijnlijkheid gissen, dat dit voorvoegsel im oorspronkelijk niets anders is, dan een verkorting van het vraagwoord tyniui\\ wat ? gelijk ook in het HoUandsch dit wat gebruikt wordt om iets als een voorwerp te benoemen, bv. als men zegt, wat van geen waarde is, voor een voorwerp van geen waarde; wat vooral noodig is, voor het voor alles noodige; of wat men hereiken lean, voor iets dat men bereiken kan, of het iereïklare.

Met dit voorvoegsel rui ■\' pa, of ö \\ zijn ook van éénlettergrepige of met een 171 aanvangende tweelettergrepige grondwoorden een aantal naamwoorden gevormd, die later weêr als nieuwe grondwoorden in de taal beschouwd zijn; bv. luifciiamp;nji van lunEiasnjjs grondvorm Sasnj^s i-j y^^ van grondvorm

lui.vyiunji van i n I::tjvnjj\\ van waarvan ook

o o a a a a

van van M^rutq\\ njtnsntm^ van nsn

138. Omtrent het gebruik van dit substantief denominatief is het volgende op te merken.

1°. Het menigvuldigst gebruik, dat er van gemaakt wordt, is dit, dat het dient, om van een eenvoudig werkwoord een zelfstandig naamwoord te vormen met de beteekenis van onzen Infinitief, wanneer wij dien als zelfstandig naamwoord in een zin gebruiken, of van een actief naamwoord met den uitgang ing, zooals handeling-, bv. van QnCy omsingelen, belegeren, het omsingelen of belegeren, of belegering ,

nl. zooals die door de belegeraars geschiedt, en niet een beleegering, zooals die door de belegerde plaats geleden wordt. In dezen laatsten zin, tot benoeming van een accident, zooals het door het óbject ondergaan of ondervonden wordt, gebruikt men den grondvorm van het werkwoord en zegt men dus bijvoorbeeld voor belegering ^riiC^w — Van een transitief of causatief werkwoord, wordt zulk een substantief denominatief gewoonlijk niet gevormd; alleen van enkele transitive werkwoorden wordt het gevorrjd met weglating van den uitgang i, zooals het tegen- of terug

houden, van i7)rr)Ti\'trn gt; r?i\\ iemand tegen- of terughouden, terwijl het eenvoudig werkwoord in dezen zin niet in gebruik is. Zoo

ook mSjxnrviji het zien, ook in den zin van het zintuig van het gezigt, van wictinjn zien. — Ook van een toestandswoord, als dit met den neusletter ai begint en dus dezelfde vorm heeft als een werkwoord, wordt somtijds ook wel op dezelfde wijze en in dezelfde beteekenis een naamwoord gevormd, zooals bv. van glimlachen (van ^ivnajinutjf glimlach)-, ui rjaiiki het

glimlachen van iemand. Doch gewoonlijk wordt hiervoor het grondwoord of

ocr page 127

§ 138. SUBSTANTIEF DENOMINATIEF. Hl

het toestandswoord zelf gebruikt. — Van werkwoorden, die een spreken of denken beteekenen, heeft het substantief denominatief met het bezittelijk voornaamwoord ook den zin van wat iemand zegt of denkt, en dus van hetgeen door iemand gezegd of gedacht wordt, even als bv. in het Hol-landsch zijn zeggen, zijn vermoeden, mv gevoeleii, mijn verlangen;h\\.

.ui rj t_i ~ji ma n-nj Uw zeggen; mijn gevoelen-, je vragen of

eischen; maar ook je vraag of eisch.

Somtijda wordt het substantief denominatief in dezen reëlen subjectief pas-siven zin ook wel 7.60 gebruikt, dat er tot bepaling van het óbject, dat door het denominatief slechts in het algemeen wordt aangeduid, een meer bijzondere benaming van voorwerp bijwijze van bijstelling wordt bijgevoegd; bv. Jav. zamenspr. II, 143, iu)iE^ntrnKn ei ^iclvi m de door li gevraagde

spreekwoorden. Doch dit gebruik is vrij zeldzaam: want zoo men het niet in een relative zinsnee door het subjectief Passief zelf uitdrukt (zooals bv. in de Jav. zam. I, 311: .0^.v;i) Sn Kn Kt rj yj:7.lï !Hi ^ rrn (isn^ het boek, dat Ugevraagd heeft), dan gebruikt men gewoonlijk het objectief denominatief met het bezittelijk voornaamwoord, en zegt, zooals bv. in de Jav. Brieven, bl. 378 ij \'Tquot; SN ^001, m\'j geraagde bruiloftsgeschenken.

Zie bij § 219 de gevallen waarin niet het naamwoord maar het hulpwoord irj un 1 rj irvi 4 gebruikt wordt.

2°. Van andere woorden, die een doen beteekenen, maar de vorm van het werkwoord niet hebben, wordt niet even zoo een met het voorvoegsel mi gevormd naamwoord afgeleid met de beteekenis van onzen Infinitief; want zulk een woord is in het Javaansch niets anders dan een naamwoord. Van t.T^\\ koopen, zegt men dus voor je koopen isr^ tj. Van zulk een woord heeft het substantief denominatief dikwijls den zin van een meer bepaald of b ij zonder (meer concreet, minder abstract) voorwerp. Zoo beteekent wias»gt; wat verteld wordt, in het algemeen, en in een gezegde iets vertellen, berigten, maar iu)iuiasti\\ iets bepaalds, dat verteld wordt, iets dat verteld wordt met bijzondere omstandigheden; en .^rtPn■?! iïjjx iels bijzonders, dat door iemand gezonden wordt, zooals een gesehenk, van zenden.

3°. Verder beteekent zulk een zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel iui ook wel een zaak of persoon die dient tot datgeen, wat door het grondwoord beteekend wordt: bv. (ua^niMnj) middel tot afwering, van ^n.nrn.\'j iets afweren;

ook wel wat dient om te koopen, ivat men voor iets geeft

of betaalt, koopprijs, kooppenningen, van Kijih-nn ook wel i-t|- koopen;

axtp geleider, bv. van een gevangene; leider oi aanvoerder van troepen; ook voorgespannen heest om een voertuig te trekken; van iemand of iets

achter zich geleiden; mirjiaiveehoeder, van hoeden.

ocr page 128

112 Gebruik van het substantief denominatief, § -138.

4°. Ook -wordt dit substantief denominatief gebruikt, om met een telwoord er vóór een uitgestrektheid of duur te beteekenen: bv. van

0 \' co

worp, steenworp, «ji een steenworp ver, en ^ -m £» g) irü \\ twee steen worpen

ver; van sirih-kauwing, zoo lang men over em sirih-pruim

kauwt.

5°. Van een werkwoord, dat een zich rigten, of gaan naar een plaats beteeken t, wordt een substantief denominatief gevormd, om in een algemeenen zin te beteekenen wat daarheen zich uitstrekt; bv. wat naar het westen

zich uitstrekt, het westwaarts gelegene, de westkant, van «jukten naar het westen zich rigten of gaan, van ^ rvi ? tnj west, het westen; eniwrrn^ wat naar boven zich uitstrekt, figuurlijk wat hooger opgaat in rang, en ivat in de tijd verder opgaat of volgt, d. i. het verder vervolg van tijd, van het niet meer gebruikelijke unmri\\ naar boven, naar de hoogte, gaan, van hoog,

hoogte. Van hier m luicnrt^ al wat verder naar boven zich uitstrekt of hooger gelegen is; al wat hooger in rang is, of verder volgt in de tijd.

G0. Dezelfde vorm, als een van een werkwoord gevormd substantief denominatief, hebben ook vele van naamwoorden afgeleide benamingen van rang, zooals overste van krijgsvolk of hoofd van een plaats, van

\\ groot, aanzienlijk; mSjjjr°gt;jrn^n iemand van geringen stand, van dji tSj klein, gering; ■ Ng., doch zonder neusklank rui Si J?tï \\ Kr., iemand die

achter zijn hoofd gaat, volgeling, ondergeschikte; opperpriester, van

inj\\ Kw. hoofd. — Zoo ook de benamingen van de verschillende rangen der subalterne beambten: mirjujvj.\\ eig. overste over duizend, van ^m\\ duizend; tutrnjtsï^njtjj\\ overste over honderd, van ttjiisyojijj honderd; iuiijmj£1 overste over vijftig, van ^.1^1 afnvijftig; en tiji£jnjirj.tji\\ overste over vijfentwintig, van £3luirjui\\ vijfentwintig; benamingen die blijkbaar oud zijn, daar de im daarin niet in een tem, maar in een*n, veranderd is (§ 95, 2°.,). In plaats van !ui(ijn.irrjvi zegt men in sommige gewesten aji^rjui\'. Ng., Kr.,

van inji\'rjiui\\ het grondwoord van Mruirjiuiw—Desgelijks ajiSjnrnii^ hoofd over drie djoengs, van «?jom\\ drie djoengs; «jiiqv^. hoofd over één djoeng, van ojiai^s een djoeng; en hoofd over een halve djoeng, van fl t%i\\

een halve djoeng. — Even zoo de benamingen van iemands kinderen naar hun ouderdom; ajg?tuilui^\\ het oudste, van het verouderde dat hoofd

beteekend moet hebben; ojim^rrup het tweede, van \\ hals; ui•rm«jin het derde, van horst; en nog luigun^ het middelste, van £?i!ci^\\ midden.

De eigentlijke zin van deze oude benamingen van rangen in die vorm van het substantief demonatief is moeijelijk te verklaren.

Ook van den naam van een plaats tan een substantief denominatief gevormd worden, om iets te beteekenen, wat daar plaats gehad heeft, bv. ui lt;ik asiKw^n \\ viat \'plaats gehad heeft te Djati-sari,

ocr page 129

§ 139. SUBSTANTIEF DENOMINATIEF MET HET AANHECHTSEL H3

AFGELEID NAAMWOORD MET HET VOORVOEGSEL hji EN HET AANHECHTSEL (un (to f^\\

139. Menigvuldig zijn de afgeleide zelfstandige naamwoorden met het voorvoegsel tm tegelijk met het aanhechtsel lt;vn uij \\ Omtrent de vorm is alleen op te merken, dat zulk een zelfstandig naamwoord ook zóo van een werkwoord gevormd wordt, dat de neusklank behouden blijft, ofschoon anders een naamwoord met het aanhechtsel unrmji wegens de objective beteekenis van dit aanhechtsel die vorm niet hebben kan.

140. De beteekenis van zulk zamp;n substantie f denominatief met het aanhechtsel ntiw/j komt met de vorm volkomen overeen. Het voprvoegsel en het aanhechtsel hebben daarin meestal duidelijk beide hun beteekenis. In het spraakgebruik beteekent het:

1°. een plaats voor of tot datgeen wat door het grondwoord betee-kend wordt, of waar dit het voorwerp is, dat men er vindt; bv. van slapen, ui isrjrj-niui.p plaats om te slapen, slaapplaats, slaapvertrek o{ slaapstee, bedstee, ledekant; ook wel tot bepaling van een andere benaming van plaats, bv. plek om te slapen; van rjwiui\\ dorp,

het dorpsland; van Sirui:/ vernachten, ui plaats

om te vernachten, of waar men vernacht, nachtverblijf.

2°. een tijd voor of tot iets, of waarop iets gedaan wordt; bv. van ijojnans verschijnen voor zijn hoofd, van een ambtenaar, niet

alleen de plaats, waar, maar ook de tijd waarop men te verschijnen heeft om dienst te doen, ook zitdag van een regtbank, van Sis of £nSjs de grondvorm van rijstsnijden, de tijd waarop de rijst te snijden is of gesne

den wordt, de rijstoogst.

3°. iets wat tot iets dient, strekt of bestemd is, zooals een middel, werktuig of kunst, bv. van schrijven,

wat tot schrijven dient, schrijflessenaar, ook wel tot bepaling, bv. in ^ luiiK^ruM^aoji schrijftafel; van *n ijm vrij, een pen versnijden, minrj-n pennemes; van leven, of liever van Q 3 * iemand het leven geven,

rui.uiitnji\\ levensmiddel, middel van bestaan, ook tot bepaling in nr.nrHjjj.nji t-j\'nn i - inn ƒ levenswater; van r-j \'■ ^], arts, n i wj t,ij hjm j middel om arts te kunnen zijn, en tot bepaling bij tj ui rui \\ wetenschap, kunst, of ook alleen, artsenijkunst, geneeskunst; van cmrj.v)\\ iemands werk, wat iemand te doen heeft, ivtrmrf .uiiLuanjp wat iemands werk uitmaakt, iemands werkzaamheden; van njnnsrj\\ adres, verklaring, ojiaoj) wat daartoe dient, ook tot bepaling van rtiuui\\ Ng., flnns^j Kr., geschrift, zoodat men het schriftelijk adres of schriftelijke verklaring vertalen kan, van fr^n:^benaming van de politiebeambten in\' de dorpen, u^n~irmj wat voor de Goenoengs is, in nySirisn~ji nrr^a^itniHTji het Goenoengsgeld.

8

ocr page 130

114 SUBSTANTIEF DENOMINATIEF MET HET VOORVOEGSEL n3\\ § quot;140

4°. een persoon, als het voorwerp van iets of tot iets bestemd of werkzaam; bv. van lun^asn,/ iemand volgen, zich naar zijn voorbeeld of voorschriften voegen, iemand om te volgen, voorganger, gids of

leidsman; van nsmjnrmwy, vragen, ajtusnrjwnt^tn^ een vraagbaak; van quot; zog, het grondwoord van m?^\\ zogen, iun^rjmianji wat te zogen is, een zuigeling, en tot bepaling in een zoogkind; van r)-n w ruj\\

Spaansche mat, luirj^iwirv^itn^ geldwisselaar oi geldwisselaar ster, eig. iemand om Spaansche matten in te wisselen.

SUBSTANTIEF DENOMINATIEF MET HET VOORVOEGSEL °i\\

140. Dit voorvoegsel verschilt van het voorvoegsel m of £2, waarvan het alleen maar een wijziging in de uitspraak schijnt te wezen, niet wezenlijk in beteekenis. Alleen in het spraakgebruik bestaat dit verschil, dat het niet gebruikt wordt, om een substantief denominatief van een werkwoord te vormen, maar alleen dient, om van een naamwoord van meer abstracte of algemeene beteekenis een substantief te vormen met een meer concrete, meer bijzondere of meer reële beteekenis. Zoo beteekent hulp, tot hulp zijn, maar Si^\\ een hulp, een bepaalde hulp,

een dienst, die men iemand bewijst; en zoo beteekent vanvnnt kwaad, slecht, Si(un(nji\\ ecnig kwaad, iets slechts. — Dat de voorvoegsels u\' en -l! in beteekenis niet van elkander verschillen, kan óok daaruit blijken, dat zij met elkander verwisseld worden. Zoo zegt men van vraag, vragen,

(uiasn rjurt iw/i en S) nu rjitm ?^ij een vraag; en zelfsvoor juist, ofschoon

dit eigentlijk een substantief denominatief van het werkwoord (treffen)

is, zegt men ook wel — Vooral in Krama-woorden is het voorvoeg

sel S veel in gebruik, en niet alleen in de plaats van mi, alsof het een Kramavorm hiervan was (§ 83), maar ook zoo, dat het met dit Si gevormde naamwoord geheel op dezelfde wijze als het grondwoord gebruikt wordt. Zoo zegt men van het Krama van asnrjtn/j vraag, vragen,

niet alleen altijd Siiunrjinrianjj (en niet im«snrjunMijj) voor een vraag, maar gebruikt dit ook meest altijd, in plaats van mn^m, voor een vraag dom, vragen; en voor luiiftourjirvi^ wat verkregen wordt, baat, nut, bevinding (van verkrijgen, erlangen), in Krama altijd en ge

bruikt dan verder ook dit naamwoord geheel in denzelfden zin als het Ngoko-grondwoord i^n^w —

Tan zulk een met het voorvoegsel Si gevormd substantief denominatief wordt dan dikwijls, als van een nieuw grondwoord, weer een werkwoord afgeleid, zooals êi isi^ asiyj gehoorzamen van Si Ky jsnq en êixsr^rri^ëis iemand hulp verleenen of een dienst bewijzen, van lUKynaw En zoo dan opk een objectief denominatief met het aanhechtsel x/mnj bv. van m schade, Si isr^^anji

ocr page 131

§ i^l. HET VOORVOEGSEL ^, mi OF (üi\\ 115

insgelijks schade, nadeel, maar objectief uitgedrukt als schade, die geleden wordt; van Sn raad, overleg Si iu^rpn yi^/j met een ander of met elkander

raadplegen of beraadslagen. Andere dergelijke woorden, waarinde voorvoegsels oui en (ui met elkander verwisseld worden, zijn onmiddellijk van het grondwoord gevormd, zooals (m trn tui (ui ^itm/j of Si (xn iui mi ^i(m/j Ng., oji mv amp; tci (hi/f of gewoonlijk Siwnêz(d(Ky Kr., een begeerte of lust; van unajinji/j Ng., im(è}\\ Kr., begeerte, wil.

HET VOORVOEGSEL ivi, oji OF

141. Dit voorvoegsel is vooreerst in een menigte uit het Sanskritsch ontleende woorden het Sanskritsche voorvoegsel pra, dat vóór of vooruit beteekent (het Latijnsche pro of prae, het Fransche pro of pré), maar waarvan de eigentlijke zin dooi\' den Javaan.natuurlijk niet verstaan wordt. Zoo in i^niLL)asy\\ (voor im.iQw\\ volgens de aant. bij § 45, en dit volgens § 51, 2°. en § 78 voor laj^ajuas^) het Sanskritsche prajalna, voorzorg, voorbedachtzaam, voorbehoed-aam.

142. Ten tweeden is het een voorvoegsel van zuiver Polynesischen oorsprong, hetzelfde als in het Maleisch zoo menigvuldig gebruikelijke voorvoegsel për, dat niet alleen ook pre, maar ook wel, zooals in het Padangsche, pra, wordt uitgesproken. Dit voorvoegsel, waarvan de oorsprong onbekend is, verschilt van het voorvoegsel u alleen in zoo ver, dat het daarmeê gevormde naamwoord altijd een activen zin heeft; bv. van rjiisiitrrm\\ merk, teeken, rf .tsn t rm \\ bewijs, beteckening, blijk; van ik k \\ afgesproken, het afgesprokene, iA Sr. afspreking, beding of belofte; van

.in J, strijd, tr^ ?! -i.n.j\\ strijder.

Tan znlk een naamwoord met het Toorvcegsel i y worden ook werkwoorden gevormd, zooals van ij rj lii rt i \\ verslag, m gt;j in nj j\\y ^ iemand verslag geven en asn twtenr]Mt \\ omtrent iets verslag genen.

De vorm en tmim/j komt voor in \'\'-j tri j (evenals .i-i j-i nj Kvjynj

en zonder voorvoegsel oji^ihnijin//) een vriend van bloedverwant;

m iw anuHi/j vriendschap van r^ajiixmnsiij vriend of yO-jijvji ?.x~n (vtt/j aan-knooping van vriendschap met iemand.

143. Ten derden is dit ilj of Sgt; een verkorting in de uitspraak van het woord n/n-n in zamengestelde woorden, die met dit woord beginnen, en van para in woorden, die uit het Sanskritsch ontleed zijn en met dit voorvoegsel para aanvangen.

OVER HET VOORVOEGSEL

144. De uitspraak van dit voorvoegsel is niet altijd dezelfde. Het wordt uitgesproken of met een geaccentueerde, veelal scherpe «, en dan

ocr page 132

OVER HET VOORVOEGSEL igt;ji\\

§ 445.

416

dikwijls als (saq), 6f met een toonlooze d; en dan veelal geheel

als lt;Q* Ook de beteekenis is niet altijd dezelfde.

445. Het is vooreerst een voorvoegsel met de beteekenis heel of al; en naar gelang van den nadruk, die op deze beteekenis gelegd wordt, wordt dan ook de klinker meer of minder, of wel in het geheel niet, geaccentueerd. Zoo is de uitspraak sterk geaccentueerd in mklt;m\\ héél de wereld; ajitm

al zijn kamaraden; of mihdhéél het aanwezige,

al wat er is; muniui^ Al wat je wilt! doe zooals je wilt! en heel

een herg, voor zoo groot als een berg; — minder sterk in Ng.,

Kr., heel de menigte van, voor alle, en in ojt.vnrfh\\ alle ding, alle dingen, dat ook zooveel als alles beteekent. Deze woorden spreekt men veelal uit als sakèhê, sëkafah-ipoen en sabdrang of sebarang: want in deze gewone uitdrukkingen voor alle en alles wordt op de beteekenis van de eerste lettergreep (het voorvoegsel) niet meer in het bijzonder gelet.

446. In het bijzonder dient dit voorvoegsel, met zwak accent en meestal als £1 uitgesproken, om van een benaming van eenig voorwerp, dat een zekere maat kan aanduiden, een benaming van hoeveelheid te vormen, zooals wij dit doen met het zoogenaamde onbepaalde lidwoord een (het toonlooze telwoord één); bv. (0unt°n\\ een voet, rOw»5\\ een maand, m^mtu\\ een oogenblik. — De a-klank van het voorvoegsel, hoewel toonloos, wordt in de uitspraak nog wel gehoord, als de eerste lettergreep van het woord een Pëpët heeft, zooals in ojiiQmts een vadem; en altijd, als het woord met een un begint, zooals in ajiiuna^ (sdastd) en mi/n rj tui (sdélo) een él; behalven wanneer het woord een éénlettergrepig woord is dat met de halfklinker «i begint en tweelettergrepig gemaakt wordt door den voorslag oe (§ 74) zooals in \\ een dubbeltje, van vt of ajyuiiw Voor een éénlettergrepig woord, dat met den voorslag é tweelettergrepig gemaakt wordt, spreekt men het voorvoegsel dan eens së, en dan eens sa uit; bv. in 0m\\ of miiuiru^ sdpal (voor sdèpal), een paal, van uinjj of £niuinjijf\\ — Zóó zijn ook met dit voorvoegsel een aantal telwoorden gevormd, die als heele of ronde getallen in de taal benoemd zijn; zooals rurf.o \\ vijfentwintig (eig. een streng gewonden garen). In deze telwoorden, waarin op de oorspronkelijke beteekenis van het geheel niet meer gelet wordt, spreekt men het voorvoegsel altijd als m uit; en, begint het grondwoord met een mn, dan smelt de Pëpet met de volgende klinker inéén; zooals in duizend, van r^mnBegint het grondwoord met de halfklinker mi, dan wordt het voorvoegsel met een toonlooze oe uitgesproken; zooals in Si.-u,- of wel zestig, van ré\'iiinMrijj\\ Zoo ook veelal in elf, en in het onbepaalde telwoord o^,Q(isn-n\\ eenige; ofschoon men, daar de eerste lettergreep een Pëpet heeft, ook wel sdwëlas en sdwëtdrd zegt.

ocr page 133

BETEEKENISSEN VAN HET VOORVOEGSEL \'J.\\

117

§

147. Verder moet in het bijzonder nog opgemerkt worden, dat dit voorvoegsel ook menigvuldig in gebruik is in bijwoordelijke bepalingen, gevormd door een naamwoord met een bezittelijk voornaamwoord, of ook wel een zinsnee, tot bepaling (even als in het Hollandsch al in aldaar, alhier, alvorens, al naar mate, al naar behooren, al naar het valt en in de volkstaal alunder, alhóven, voor onder en boven, of ook wel als zooals in alsdan, alstoen); bv. al (of heel) naar regt, naar alle rcgt;

i j r-y rj i^n \\ al naar bchoo/\'en; gt;■ ? k?; \'ƒ t^i \\ of ■gt; gt; tfïi tq n~)\\ al het zuiden van, voor de zuidkant of ten zuiden vanS^m1ngt; of al onder,

voor wat er onder of heneden is, en voor onder, beneden; miim\\ alvorens, voordat; quot;J*« m rj \\ of al wanneer, zoo wanneer, en

zoodra; al hij zijn vertrek, of al met zijn vertrek, d. i. of op

het oogenhlik dat hij vertrekt, als hij vertrekt, óf ook (of zoodra) hij vertrokken is (of was, of zal zijn). En deze laatste beteekenis, zoodra de uitdrukking den zin van het Perfectum heeft, is de meest gewone. — Meestal wordt in zulke bijwoordelijke bepalingen het voorvoegsel met een geaccentueerde scherpe a uitgesproken, doch ook wel met een toonlooze d, of geheel als Pepet.

De zin van het Perfectum, die dit voorvoegsel gewoonlijk heeft in een uitdrukking zooals jVj}:n ^ i-i) namelijk voor een naamwoord, dat een accident, een gebeuren, beteekeut, maakt het zeer waarschijnlijk, dat dit voorvoegsel, met zijn oorspronkelijke scherpe a, eigentlijk niets anders is, dan het woordje nj)%\\ dat iu beteekenis volkomen overeenkomt met ,7 afgedaan, vollcomen, geheel, in Ij m t\'rgt; 1 \'■ zva. ^\'\' gt; I K1./J • Jl1 -quot;\'3x zva. ■lt;;gt;) /.quot;)

7 ij F) i. 1 j \\ en in familiare brieven bv. m 4 iuï itji ru rj zji a \\ zva. wmt^ï {of na heilbede.

148. Uit het Sanskritsch overgenomen is ten tweeden het gebruik van dit voorvoegsel als voorzetsel in den zin van met, al met, en wel bepaaldelijk om daarmee aan een genoemd voorwerp een ander toe te voegen, als daar meé bij behoorende of een bijkomend iets; bv. iun tun ^ lyirnt

ik met mijn kinderen en vrouw;,mi^irfnmkrijgslieden met hun ivapenen, d. i. gewapende krijgslieden. — Met een verbindend voegwoord, zooals of Miuns er vóór, beteekent het zva. alsmede. Het laatste hier genoemde voegwoord Miun\\ dat insgelijks uit het Sanskritsch ontleend is, beteekent als voegwoord geheel hetzelfde als wat ™ beteekent als voorzetsel, zoodat het onderscheid geen ander is, dan dat tusschen ons meê of mede en met.

149. Insgelijks aan het Sanskritsch ontleend, en aan de zooeven genoemde verwant, is ten derden de beteekenis van m e d e g e n 0 o t schap aan

ocr page 134

■118 OVER HET VOORVOEGSEL iLm\\ a. § 150.

één en hetzelfde, namelijk aan dat, wat het werkwoord, daar het meê zamengesteld wordt, beteekent, bv. of van dezelfde gedaante

of soort (even als in het Sanskritsch saroepa); en m cti tui m ■cri niui \\ van denzelfden vader en dezelfde moeder. — Dikwijls wordt zulk een naamwoord niet het voorvoegsel m tot bepaling gevoegd bij xsrjnmn^i Ng., uVjmrutjj Kr., vereend, ot het hiervan gevormde werkwoord ^rmrutjj of zich vereenen; bv.

mi rvix~riajuj, \\van dezelfde moeder; fn iu^ tjmi i u^ hetzelfde huis bewonen. En deze woorden worden ook alleen, zonder het voorvoegsel in dezelfde beteekenis gebruikt, zoodat men bv. ook tiynrn tuivb^ en K^nm zegt.

In het zelfstandig naamwoord \'f t-ii.t i echtgenoot, eig. huisgenoot van r_i f \\ woning, huis, is de toonlooze klinker van het Toorvoègsel met de klinker van het woord inééngesmolten. Zoo ook in gt;• gt; y_j hloedverwant, yan \' quot; \'ij m ii ] Jcind, maar dat eigeutlijk gebaarde of geboorte beteekend moet hebben (waarvan ook r j Kj j.n ƒ baren)-, zoodat hét eigentlijk iemand van dezelfde geboorte of afkomst beteekent.

OVER HET VOORVOEGSEL !Lm\\ a.

ISO. Van een geheel anderen aard is het (vooral in meer deftigen stijl en in Kramü zeer menigvuldige) voorvoegsel iun\\ a. De zin of beteekenis van het woord of van de vorm van het woord, waarvoor het gevoegd wordt, ondergaat door dit voorvoegsel niet de minste verandering of wijziging. Het is niets anders dan een demonstratief, dat is aanwijzend, aanduidend of beduidend voorvoegsel. Het wordt alleen maar vóór een woord gevoegd, dat, óf alleen óf als hoofdwoord, tot gezegde of tot een meer zelfstandige bepaling in een zin gebruikt wordt, om door die verlenging van het woord het gezegde of de bepaling wat meer als voornaam bestanddeel van den zin te doen uitkomen, — door namelijk met het uitspreken van die op zich zelf niets beteekenende lettergreep a de overgang in het spreken een weinig te vertragen, zooals wij dit dikwijls doen dooi- vóór een gezegde of bepaling, om er de aandacht wat meer op te vestigen, een kleine pause te maken. — Ais een deel, een integrerend deel, van het woord, daar het meê verbonden is, kan dit voorvoegsel alleen beschouwd worden in een aantal tweelettergrepige woorden, die alleen door middel van dit voorvoegsel van éénlettergrepige woorden tweelettergrepig geworden zijn. Zoo beteekent 17110»? verte, en tfwif menigte: maar, als in een bepaling of in een gezegde aan een persoon of zaak verte of menigte toegekend of toegeschreven wordt; dan zegt men met het voorvoegsel a er vóór altijd iunrjmtq\\ dat dan zooveel als ons vér of ver zijn, en lunrjtm^ dat dan zooveel als in menigte, veel of

ocr page 135

§ 151. SPRAAKGEBRUIK VAN HET VOORVOEGSEL xm \\ a. 119

menigvuldig zijn, veel zijn, beteekent. In dit geval krijgt het voorvoegsel in de uitspraak een accent, evengoed als het éénlettergrepige grondwoord, zoodat een woord unr/mi^ adóh, als een tweelettergrepig woord luidt. — Wanneer echter zulk een eigentlijk éénlettergrepig woord een ander voorvoegsel krijgt, of ook een aanhechtsel of invoegsel, waardoor het tweelettergrepig wordt; dan wordt veelal dat voorvoegsel a niet gebruikt. Zoo zegt men voor het éénlettergrepige grondwoord rjnaiianji met het voorvoegsel n/nrjnwi aoj! Ng., imrjin/j Kr., zeggen dat iemand iets doen moet, gelasten; maar in het subjectief Passief SariKnionjj en ^1 j !l k7 k7 /\' in het oud Passief en en in de passive Imperatief Ook wordt wel in dit

geval in plaats van het voorvoegsel a een toonlooze Pepet uitgesproken (zie § 114 en 123). In een aantal tweelettergrepige woorden, die met d beginnen, ofschoon het zeker of genoegzaam zeker eigentlijk éénlettergrepige woorden met het voorvoegsel d zijn, is door het spraakgebruik dit voorvoegsel zóo met het grondwoord tezamengegroeid, dat het als een onafscheidelijk bestanddeel van het woord beschouwd wordt.

151. Omtrent het spraakgebruik kan nog opgemerkt worden, 1°. dat er in Ngoko en Madyli in de gewone spreektaal vóór twee- en meer-lettergrepige woorden niet veel gebruik van gemaakt wordt, maar wel in de schrijftaal en in Krama, waarin men distincter spreekt en het betrekkelijk gewigt van de deelen van een zin meer laat uitkomen.

2°. dat het voorvoegsel het meest gebruikt wordt vóór werk woorden, zelden vóór de toe stands vorm en vóór het passief met het voorvoegsel «dn en nooit vóór het subjectief passief, of vóór een vóórnaamwoord. Ook vóór een aantal andere rede woorden, zooals Simji of Ng., m*/gt;^anji Kr., Ng., Kr., iai.ur^\\ Ng., Kr., iuimi Ng., Kr., (xr)iLvi\\

Ng., twrjiutiM/i Kr., autim.irn/j^ Kr. Ng, en andere meer, gebruikt men het niet; maar des te meer vóór de voegwoorden «iS-ïx doch, en Qinm\\ Ng., Qiams Kr., wegens dat, doordien, omdat jnist met deze voegwoorden zinnen of zinsneden aanvangen, waarop men bijzonder de aandacht gevestigd wil hebben. Zoo ook vóór het redewoord voor de apodictische wijze van spreken,

3°. Vóór woorden, die met geen andere medeklinker dan meteen un beginnen, wordt dit voorvoegsel gewoonlijk niet gebruikt. Zoo gebruikt men het bv. wel dikwijls vóór de Krama-woorden ^rnmj ■. woning, en an \\ naam, titel, wanneer deze ^voorden in een gezegde of bepaling zóo gebruikt worden, dat zij in den zin hetzelfde beteekenen als ons wonen, en den naam hebben, of met den titel; maar niet zoo vóór de Ngoko-woorden ^runio? en (unmimjjs Nu en dan wordt echter het voorvoegsel ook vóór zulk een woord wel eens gebruikt, als dit namelijk een zelfstandig naamwoord is, dat men in een zin alleen tot gezegde of bepaling bezigt; bv. vóór het woord doren, in

ocr page 136

120 SPRAAKGEBRUIK VAN HET VOORVOEGSEL (uns SL. § 151.

gewas dat dorens heeft, of gewas met dor ens. Zoo zegt men ook: rfwgnitiMw^tisnji rjvntniimKmiQtuijjs geen hoofddoek op-, en geen bëhëd aan-hehhen.

In de spreektaal wordt ook wel eens 700r een éénlettergrepig woordje, dat anders niet met het voorvoegsel mn verbonden wordt, een a uitgesproken, als zulk een woordje met bijzondere levendigheid wordt uitgesproken, zooals bv. vóór immers, eig. is \'t niet? en vóór 8^7 een verkorting van in

verwondering zva. wat! of hoe! bv. Icijlc, wat hen je gehaast!

Zoo ook wel voor y (in rjr^\\ waar dit een verwondering uitdrukt over iets dat men niet begrijpt. — In zulke gevallen zou men geneigd kunnen zijn, dat a als een uitroep of zoogenoemde interjectie te beschouwen; maar wat zou dan door dien uitroep worden uitgedrukt? Neen, ook in die gevallen heeft het geen andere beteekenis, dan het gewone voorvoegsel iun\\ a: maar het accent, de nadruk, daar een woord als -nwijj, Qonji of rjanrj^meè wordt uitgesproken, maakt, dat de voorafgaande lettergreep a op zich zelf blijft staan, en zich niet, zooals anders gewoonlijk, met het volgend woord tot een woord vereenigt. Het is ook vóór zulke woorden niets anders, dan wat het is vóór ^ het is niet anders te denken! zelcer! maar, daar de eerste lettergreep van dit woord toonloos is, en daarenboven eene neusklank; zoo smelt het voorvoegsel vanzelfs in de uitspraak met het woord te zamen.

Indien men alleen of voornamelijk het oog heeft op het gebruik van dit

voorvoegsel vóór zelfstandige naamwoorden; dan kan men op de gedachte

komen, dat het eigentlijk of oorspronkelijk een voorzetsel is, dat mei be-

teekent in den zin vwü. hebbende. Zoo bv. als men vindt rj (kh ui on Si ctat wt

\' ~ji

cLinsnji voor viervoetig dier\\ want dan kan men meenen, dat dit eigentlijk be-teekent een dier met vier voeten. Men zou dan ook wel geneigd kunnen zijn, die zelfde oorspronkelijke beteekenis aantenemen voor het gebruik van andere woorden, zooals voor het werkwoord trachten te lewerlcen, als dit woord

in een complement zoo gebruikt wordt, dat wij het vertalen kunnen door om te bewerken, of ook eenvoudig door om, want dan kan men meenen, dat het eigentlijk beteekent met het pogen (of met poging) om te bewerken. En dan zou men ook nog verder kunnen meenen, dat, als het gebruikt wordt voor een woord, dat den zin heeft van een adjectief, zooals in Tf ikri cm2isn lt;vi \\ een witte en lange baard; dat dit dan ook eigentlijk beteekent een baard wit met lang, dwz. wit met lang er bij. Maar men zou zich bedriegen. In een menigte gevallen kan men de beteekenis van dit voorvoegsel niet zoo verstaan en verklaren. Eén voorbeeld zal voldoende zijn, om dit te bewijzen. Het woord *1 vrucht: mdidiX het hiervan door het voorvoegsel un gevormde tweelettergrepige beteekent niet met vrucht, vrucht hébben, of vrucht hebbend; neen, het beteekent bepaald vrucht geven, vrucht opleveren. Dit heeft

ocr page 137

§ 151. SPRAAKGEBRUIK VAN HET VOORVOEGSEL lt;un\\ a. 121

geen andere beteekenis, dan het woord rjwif vrucht: maar, als dit woord aan een onderwerp, zooals bv. een koffieboom, in een gezegde volgens § 90 wordt toegeschreven niet als een adj unct (als iets dat de boom heeft, zooals bv. onn bloesem, daaraan toegeschreven kan worden (met of zonder voorvoegsel iun\\ a), maar als iets dat een boom of plant produceert; want deze zin wordt aan het woord in het spraakgebruik gehecht. — Het zal on-noodig zijn meer voorbeelden bij te brengen; men vindt die in menigte in het spraakgebruik. Trouwens van (urjni \\ hevel, kan t/w niet door

met hevel of hevel hehhend, verklaard worden: het beteekent JeueZ geven, hevelen. En dat geven, dat wij aan het woord hevel in een vertaling moeten toevoegen: wordt ook niet uitgedrukt door dat voorvoegsel a: ook zonder dit voorvoegsel, dat voor den zin volstrekt niet noodig is, beteekent \'u»7? in een gezegde volkomen hetzelfde. In het Javaansch wordt in een gezegde met het naamwoord Mrf-nwj aan een persoon als subject een hevel toege-s chreven: maar in onze Europesche talen moeten wij tot uitdrukking van een gezegde een verbum (eén zegwoord) gebruiken; en daarom moeten wij vertalen door een hevel geven of hevelen.

Eindelijk is nog op te merken een gebruik van het voorvoegsel t/n n a, achter een eenlettergrepig woordje, dat op een Tjëtjaq uitgaat, vooral achter het aanhechtsel un of mï (waarover later), en dan veelal xn geschreven, alleen, naar het schijnt, voor den nadruk en als een elegante en welluidende uitdrukking. Zoo zegt men wel rj iji ? (citsr^ ui rj zijn (of haar) ouders (voor het gewone rf ijt t ca een levend (hier op deze wereld levend) mensch ; rjaj) iun cwnjjinji ^ iemand, die dïensthaa/r is; cCv xn nsn tui \\ de heilige asceet; ijnnajiffn xnr^nnaji \\ een dorjp in het do r p si an d, voor het één of ander dorp; een vreemd land inden vreemde, -voor het een of ander vreemd land ; chkyh\'n un xn rj iei z or» \\ een rijTc in het h ui t en-land ; do iel fun nn ~jn rj un (3n xn .ur^ \\ verheven worden in de hoogte (tot een hoogeren rang); tuncmtvL^qvn xntyrijjs reiken naar het hooge (naar een hooger rang staan); rf[^27jiK2ru^xnJmnA(ijijj\\ dringen door het dig te, door alle gaatjes heen kunnen); (un xn^^xn ao 3n xn door de v el en (door het publiek) ontdekt worden)\', (tmrj(of xn(Hij]\\ de snelheid van het te \'paard rij den (of van iemand tepaar d); ^ ^lt;£7 an (ut de woede van een driftige; cm(ei^xnSticks\\ de namen der l ev end en (van de hier op de wereld met elkander levenden, zooals de namen van kind of vader)\\ (è^lt;rr^Ín xiiajiji\\ wat hetreft de l e v e n d e n (yiiQX zamp;men met elkander levenden). — Uit die voorbeelden ziet men, hoe het voorvoegsel (Sn het daaraan als attribuut ofpredicaat toegevoegde tot zelfstandig naamwoord maakt, op dezelfde wijze als het (zoogenaamde) betrekkelijk voornaamwoord die, dat. En dit amp; is toch ook wel zeker van gevormd. Waarom zou

ocr page 138

OVER HET VOORTOEGSEL vn \\

-122

§ 152.

ook niet dit demonstrative Toorvoegsel dezelfde functie kunnen hebben, als het daarvan gevormde Sji ? Reeds in oud-Kawi vindt men het zoo gebruikt. Het tegenwoordig gebruik er van in plaats van het nu gewone Sji mag men dan ook als een arehaisme beschouwen.

Achter een eenlettergrepig woordje, dat op een Tjëtjaq uitgaat, zooals rj iji gt;, moet men het volgende ra als eene gewone verkorting vau t?/ï vn beschouwen. — Achter een tweelettergrepig woordje heb ik het aangetroffen in ®?i m/i,jji »?n rn r/iei i rrn \\ iemand uit den vreemde en in i?n KM xvj ïSf/ ry r.n \\ de g r o et e aan het begin van een familiare brief. Trouwens m k» is een zamentrekking van ih. rrti i^ri en f \'n is het Kramli van ^w

OVER HET VOORVOEGSEL MÏN

152. Nog minder, dan het voorvoegsel tjns a, kan dit voorvoegsel beschouwd worden als een deel van het woord, waarvóór het gevoegd wordt. Alleen met enkele woorden, die met een «/n beginnen, is dit voorvoegsel tot één woord zamengesmolten, namelijk door toonlooze uitspraak van de klinker i, zoodat deze de klank van de toonlooze Pëpet verkrijgt: en deze klank is volkomen dezelfde klank als die, waarmee de neusklank ng wordt uitgesproken. Zoo is van t-n m ui / met het voorvoegsel a?n eerst njiï un rui ojij en vervolgens (cniuiiu/j geworden, en van huis, ^ ingt;,■amp;?^\\ voor f/firjun thuis (of volgens de gewone uitspraak tuis, voor te huis). — Ook, als het woord met een rvi of n begint, smelt dat voorvoegsel wel eens op dezelde wijze met het woord te zamen; bv. in voor (dnrfruiamp;s en

voor rjn -gt;0 \\ daar.

153. Even als het voorvoegsel M)\\a, is ook dit voorvoegsel mï eendemon-s t r a t i e f, dat is aanwijzend of aanduidend, voorvoegsel. Het is

1°., en eigentlijk, een aanwijzend of aanduidend voorvoegsel van plaats, waarmeè op het woord, waarvóór men het voegt, geduid wordt als een benaming van plaats. Zoo zegt men bv. lunQiBi-hxmiKr^tticm rj r • Dat Samarang (Die plaats Samarang) is een groote hoofdplaats, run i-i;i j 7,) i/r* jgt;?i m i:i .i:n j\\ De weg is tegenivoordig onveilig j IJl) vni^ui

De plaats Kedoengpring stak men daarop in brand. — Veel wordt het zoo gebruikt voor namen van plaatsen, waar deze aan een ander naamwoord tot bepaling worden toegevoegd; bv. ^ icir.tidn um het dorp Pa-dikan, de rivier van Dëmak; rj ö i vn nkd j\\ iemand van Diimak (een inwoner van Dëmak). Zeer dikwijls gebruikt men evenwel in dit geval het voorvoegsel niet, en zegt k/j.iuS \'\'k\'quot;^ en ynj)! Sheiorn/js en zoo gewoonlijk niet, als vóór het voorafgaande naamwoord het voorvoegsel gebruikt wordt; bv. iwrgt;n.vny:ini)j)in het dorp Padikan.

2°. Figuurlijk wordt het verder gebruikt als aanwijzend voorvoegsel

ocr page 139

GEBRUIK VAN HET VOORVOEGSEL MÏ \\

123

153.

voor tijdsbepalingen; bv. (unaS^i%Mt\\ op dezen dag, van dang, of dezer dagen; (dnajgt;iSi£niji\\ in de maand Bësar; en in het meer nadrukkelijke «jö jj i^itfh van het gewone ajivritnf* nu, tegenwoordig. — Maar

3°. wordt het niet minder menigvuldig gebruikt vóór allerlei dooi een naamwoord of voornaam woordt uitgedrukte bepalingen, om op die bepaling te wijzen, zoo dikwijls als zulk een bepaling niet onmiddellijk en in één adem met het hoofdwoord, daar ze bij behoort, verbonden wordt; en dit kan plaats hebben, öf omdat er andere woorden tusschenbeiden komen, waardoor de verbinding afgebroken wordt, öf omdat het hoofdwoord met eenigen nadruk, en dus volgens het accent van de Javaansche taal, langzamer, wordt uitgesproken, zoodat hierdoor, zoo niet een eigentlijke pau se, dan toch een zoogenaamde caesuur of afbreking van den ad ernst room, veroorzaakt wordt; en zoo eindelijk ook, als het voorafgaande reeds zoo lang is, dat bij de uitspraak een kleine afbreking van den ademstroom daardoor noodzakelijk geworden is. Dan wordt namelijk door dat aanwijzend voorvoegsel de verbinding, door op de bepaling te wijzen of te duiden, hersteld; bv. xw ^nr^tuniunuitojianr^^iunr^^s

Kan je staat maken op zijn belofte? t-ri mi t m mi amp; \'rf? lt;?\'ï mj/ ^ Is er

iemand, die die slang gezien heeft? —Zulk een bepaling kan ook de bepaling zijn van het onderwerp (het subject); bv. Jav. welt. bl. 63, 5 en 11:

O O Qv - O O □„ O O O * 7

ny (lm rj i^2 foïi Mijri (FJi: (un ui tl;^oji iSYj rrn urj, isn ui ijfi kyi iviq un (ru { 7/n \\ /Itó

men er niet in berust, één van heide, of wel heide van weêrshanten. — Zoo ook dikwijls tot verbinding van een complement van voorwerp (persoon of zaak) bij een passief, zoodat het schijnen kan, wat echter niet meer dan schijn is, alsof door dat voorvoegsel die zelfde betrekking beteekend wierd, als door ons voorzetsel door; bv. alt crr^ctr^nA^^n ur^r) ün\\ uitg elach en worden door de menschen. Even goed wordt datzelfde voorvoegsel bij een passief gebruikt, waar de betrekking in het Hollandsch door een geheel ander voorzetsel beteekend wordt; bv. trnunisr^nirfHvuniuirfrt^Tjs voorgesteld worden aan de Overheid. Zoo ook waar men in het Hollandsch in \'tgeheel geen voorzetsel gebruiken kan; bv. imirj ui micjth ilim 3\'irrnirmnv je is op g eh ang en (d. i. hew aar d, te wachten) een belooning. — Noodzakelijk is het voorvoegsel in een uitdrukking als deze: «ji oirna/iï naar mijn voorstel aan je, d. i. ik zou je voorstellen; omdat namelijk de verbinding van een naamwoord zooals iui^crnjj\\ voorstel aan iemand, met het complement van de persoon, aan wie het voorstel gedaan wordt, in het Javaansch zonder aan d u i d i n g van dat complement, niet geschieden kan. Die bijzondere betrekking, die wij met ons voorzetsel aan betee-kenen, wordt door het Javaansche voorvoegsel niet uitgedrukt: er wordt alleen die betrekking mee aangeduid, die ook aangeduid wordt door den uitgang mi

ocr page 140

■124 REDUPLICATIE. § 154.

van het transitief werkwoord iemand iets vertellen of

raden). Het is geheel in het algemeen een betrekking, die door het voorvoegsel (Sn wordt aangeduid: er wordt niets meer meê beteekend dan de verbinding in de gedachten van een complement met het hoofdwoord.

Het aanhechtsel ain van het transitief werkwoord en het Toonroegsel «3? is dan ook zeker oorspronkelijk hetzelfde: zie de aant. bij § 104.

In de plaats van dit voorvoegsel gebruikt men in dit geval ook dikwijls, zooals later gezegd zal worden, het woord gt;\' of \'h\' of ook hl! rj\' rit\'

of km tv»? of un w«ah injj Kr., dat dan ook dikwijls de beteekenis schijnt te hebben van onze voorzetsels aan of door: maar toch ook niets anders aanduidt, dan een betrekking in het algemeen.

4°. eindelijk wordt dit aanwijzend voorvoegsel ook wel eens gebruikt vóór een met nadruk vooropgeplaatst naamwoord, zelfs wanneer dit naamwoord het onderwerp van den zin is; bv. Jav. wett. bi. 217,

^ ruun ® jajj«nnrj.Kj\\ Be Overheid doet dan ten spoedigsten onder

zoek naar de zaak. — Gewoonlijk gebruikt men in zulk een geval ^Ng., Kr., betreffende, of wat betreft; dikwijls met het voorvoegsel Sn er achter, en dus of êtnm^Snw Het enkele «3ï mag men als een verkorte

uitdrukking hiervan beschouwen: maar de beteekenis van het voorzetsel is toch dezelfde als die het ook heeft in namelijk dat het dient ora

op het volgende met nadruk te wijzen.

REDUPLICATIE, OF HERHALING VAN DEN EERSTEN MEDEKLINKER.

154. Zeer menigvuldig is in het Javaansch de zoogenaamderedupiicafte van de neusletter, daar een werkwoord meê begint, wanneer volgens § 95, 2°. de eerste medeklinker van het grondwoord in den aangenomen neusklank verloren is gegaan; bv. in m^ ru\\ of 8n\'.i\\ van rrii\\ onderloijzen, van onderwijs. En dan wordt, zooals,in dit voorbeeld, de eerste van de geredupliceerde medeklinkers of met dezelfde klinker als de tweede, öf wel, en meestal, met den onbepaalden klank van de Pëpët, uitgesproken. Zoo dan ook van (bdja) gevaar, en van (mdngsa, volgens § 38)

verslinden, am im\\ (babei jd) en (mamdngsa) of iQtw\\

en tbitfièitojtw Maar, heeft de eerste medeklinker van het woord zelf reeds een Pëpët, zooals in drie; dan wordt bij de reduplicatie in de eerste

lettergreep in plaats van de Pëpët volgens § 45 dikwijls een toonlooze a uitgesproken, zoodat men voor dan «sniQun^ (tdtèloe) zegt. Even zoo wordt een woord als om ill? \\ woning, met reduplicatie m ^mj \\ of ook wel (m^oTjitLn (gagrid) uitgesproken.

ocr page 141

REDUPLICATIE.

§ 155.

125

Groot is het aantal Tan. tweelettergrepige woorden, die alleen maar door reduplicatie van den eersten medeklinker van éénlettergrepige grondwoorden gevormd zijn, zooals iets (Tiet een of ander) geven, van grond

vorm van i \'rgt; rj 1:1 q \\ geven; rj t ï tj ui i n rp loopen te verlcoopen, bedrijvig zijn om te verlcoopen, van ^axgt;? ruy\\ grondvorm van rm-qamrLjj^ te verkoop hébben, en Qrj vm rui^ij - iets verlcoopen. De meeste zoo gevormde tweelettergrepige woorden worden in de taal als nieuwe grondwoorden beschouwd, en daarvan dan weêr andere vormen afgeleid, zooals van !ƒ i::) T] 11 ^ het transitive werkwoord rj ? i ij a^inn \\ het causative \'j t l rj i\'i j i/ti rj }.n \\ en het substantief denominatief luirjivi\'qivt%w — Zelfs dan, wanneer het zoo door reduplicatie gevormde woord een werk woord is, dat reeds in het éénlettergrepige grondwoord een werk woord is, en met een neusletter begint, waarin de eerste letter van de grondvorm zijn eigen klank verloren heeft; zooals in meegaan als reisgezel of passagier van met het voorvoegsel run (§ 130)

mn )*ƒ iemand of iets uit eigen beweging volgen; — zelfs dan wordt zulk een werk woord als een grond woord beschouwd, zoodat in de passive vormen de neusletter, alsof het de oorspronkelijke letter van het grondwoord was, onveranderd blijft, en men dus bv. in de eerste persoon van hot subjectief passief van het transitief werkwoord zegt.

155. Als het grondwoord met een im begint, dan kan natuurlijk de reduplicatie van dezen medeklinker niet plaats hebben. De klank van dezen medeklinker is namelijk niet hoorbaar genoeg. Men kan van zulk een woord wel de eerste lettergreep redupliceren, en bv. in plaats van ómdh, rjijnirj%jni!E.i{\\ oömah, zeggen: maar dan hoort men alleen de reduplicatie van een klinker, niet van een medeklinker. In dit geval gebruikt men daarom in plaats van de reduplicatie, of herhaling van den eersten medeklinker, de woordherhaling of verdubbeling van hetgeheele woord, en zegt bv. van rjrmi ^n woning, rjxmi f.j^rjmmo^w Terwijl men van het Krama-inggil-woord ^kind, \'Jof \'0j-|zegt voor een kind, of kinderen, hebben of krijgen, zegt men van Kr. Ng.,/cinrf, geheel

in dezelfde beteekenis r^ rm -.m tjj nrijj Zoo ook van tun rj xn iaryj \\ het passief denominatief van °) ^ \\ grondvorm rjri ^ \\ met reduplicatie i%)rj mm J/i rj mi i (H^[j\\ iets dat door iemand onderhouden oier op nagehouden wordt—Even zoo vormt men de werkwoorden van grondwoorden, die met een vn beginnen. Terwijl men van/LÏjQ^xKr. i. beschaamd, zich schamen,Qji\'irlrvgt;jj zegt voor beschaamd zoeken te maken, bespotten, zegt men van t,?i Si rnj Kr.Ng., in dezelfde beteekenis en niet Q.Smmjx — Is een éénlettergrepige grond

vorm alleen maar door een voorslag of het voorvoegsel im tweelettergrepig gemaakt (§ 71 en 150); dan wordt bij de verdubbeling die voorslag of dat voorvoegsel dikwijls weggelaten, vooral in het eerste lid. Zoo zegt men

ocr page 142

126 beteekenis van de reduplicatie. § 156.

van met voorslag goud, in het passief denominatief raet redu

plicatie gt;iyn o 3-ï tl ï.) wifj\\ of iamp;tOJt Sn of itiamp;jimt van ) \'i \'j ili z

ixyj langzaam, oi r^rvitihn ^rtrjaunu^nip of rj rui I r] itn z

i-j j-j j-i en van Sim^ of \'IJ ri.hu ], boom, iut^ uiaai^Sii^ijHyi, en gewoonlijk .ui,lJj * geboomte; en dit laatste wordt dan veelal volgens § 78 als wiwitan uitgesproken, en dan ook wel geschreven; ofschoon minder goed,

daar dit het passief denominatief van .w.viasnjj (beginnen) is. — Zocr ook, als het éénlettergrepig grondwoord niet meer in gebruik is (noch met een voorslag, noch met het voorvoegsel *jn\\ a); zooals de grondvorm van rjiBuiHT/i zien. Daarvan is namelijk het objectief denominatief ^ un anjj (Ng., ui/jitiü (vn.rij\\ Kr.) iets te kijken, en het werkwoord ^ j.tquot;jwi■tnj\\ naar iets kijken voor zijn vermaak. — Hierbij is nu nog op te merken, dat, als het eenlettergrepig grondwoord op een neusklank uitgaat, dan bij de reduplicatie die neusklank in de eerste lettergreep zich meestal wijzigt naar den aard van de volgende medeklinker; zooals in rfn\'mrju-nnhnj] en rjxnirjvm wjl, zenden met een last of boodschap, van t/n ^ i.n iunjj (grondvorm -quntinjj), iemand iets gelasten.

156. De beteekenis van deze reduplicatie in de Javaansche taal is in het algemeen deze, dat door die als het ware stamelende of aarzelende uitspraak van een woord een zekere onbepaaldheid of onbestemdheid wordt aangeduid.

1°. Is het woord een zelfstandig naamwoord; dan wordt door de reduplicatie aan de beteekenis een meer onbepaalde ofalgemeener zin gegeven. Zoo beteekent lt;io tuwj) weg, maar m ui i-dwj] een weg, of wegen of de wegen, in het algemeen. Het woord n-^-n^ beteekent hoofd, chef; maar iemand, die iemands hoofd of chef is, de bekleeder van die betrekking, onverschillig wie dat wezen mag. In een vertaling is de kleine wijziging van beteekenis, die zoo door de reduplicatie aan een wooi\'d gegeven ■wordt, niet wel terug te geven: ook in het Javaansch zelf is de reduplicatie, om die algemeenheid van beteekenis aan een woord te geven, niet noodzakelijk, en bij vele woorden niet in gebruik. Zoo wordt bv. van weg, het Krama «w nooit met reduplicatie gebruikt. — Het duidelijkst is de beteekenis van zulk een reduplicatie van een zelfstandig naamwoord, wanneer daardoor aan het woord een meer algemeene, ruimere, ook figuurlijke beteekenis gegeven wordt; zooals bv. van rjaait™\\ geneesmiddel, £1 ij asn iirSifs geneesmiddel voor den honger, en iSlnsn geneesmiddel voor vermoeidheid. — Vooral opmerkelijk is het gebruik van de reduplicatie van een zelfstandig naamwoord, wanneer hetgeen er meê beteekendwordt, in een gezegde als voorwerp (als óbject Df doel) aan een onderwerp (als sübject) wordt toegeschreven volgens § 90. Dan beteekent de

ocr page 143

BETEEKENTS VAN DE REDUPLICATIE.

reduplicatie een onbepaald doen of handelen van het subject met opzigt tot dat object, dat alleen door het spraakgebruik nader bepaald wordt, en in een vertaling in het Hollandsch op verschillende wijzen moet worden uitgedrukt, rnaar waarmee in het algemeen een zich bezighouden met dat object, of een gebruik maken daarvan, of iets dergelijks, betee-kend wordt. Zoo beteekent mvi? (bedijkt) rijstveld: maar men zegt bv. gewoonlijk: ij.viirjdniKniKniuiikdIDimv)^ de dorpelingen, die het rijstveld tot voorwerp (van hun bedrijf) hebben, d. i. die zich met het rijstveld (met den rijstbouw) bezig houden. En van x^nom/i \\ Ng., Kr., regen,

zegt men tJij m nn m nnj en voor van den regen gebruik maken, inden

zin van in den regen gaan staan om een regenhad te nemen of voor zijn pleizier. Het woord isijj7i| beteekent hulp, hijstand: maar men zegtbv. «Jn«tju»i-nm zijn er geen, die tot hulp strekken (of ivier amht of post het is hulp te bieden)?

In dit laatste geval hebben -wij in een vertaling, om den zin uit te drukken, natuurlijk altijd een verbum noodig: maar daarom moet men niet meenen dat ook in het Javaansch het zoo met reduplicatie in een gezegde gebruikte naamwoord een verbum wordt. Neen, in het Javaansch blijft het woord, ook zoo met reduplicatie, een naamwoord; en de reduplicatie duidt niets anders aan, dan een onbepaalde, niet uitgedrukte en niet genoemde, verhouding, een onbepaald doen of zich bezig houden, met opzigt tot het voorwerp, dat met het naamwoord genoemd wordt. Noodig is de reduplicatie van zulk een woord zoo in een gezegde dan ook juist niet altijd. Men vergelijke bv. Jat). Iriev. bl. 355, 3 en 2 t.o. , met Jav. Zam. bl. 274, 6. Wil men zulk een in een gezegde met reduplicatie in den genoemden zin gebruikt naamwoord een verbum noemen; men mag dit doen: maar de betee-kenis, die de vorm Tan een Javaansch werkwoord aan een naamwoord geeft, heeft de reduplicatie van een naamwoord in een gezegde niet. Het werkwoord van wuif is on ui j \\ en van hulp, bijstand, S \\

iemand helpen of bijstaan.

2°. Is het woord een bijvoeglijk naamwoord, dan geeft de reduplicatie daaraan de beteekenis van iets, iets onhepaalds, van die hoedanigheid, aard of gesteldheid, als door het woord beteekend wordt; bv. van nirim mji , scherp, a^iruicnn ivijf iets scherps, scherp wapen- of werk-tuig. — Aan het onbepaalde iets, dat zoo door de reduplicatie wordt aangeduid, wordt door het spraakgebruik meestal een meer bepaalde zin gehecht. Zoo beteekent van a^^nsnjj, fijn, ^ , iets fijns, bepaaldelijk een geest, een wezen van een

fijne, ontzigtbare substantie.

3°. Bijzonder menigvuldig is het gebruik van de reduplicatie bij het passief (objectief) denominatief (§ 433), vooral wanneer het een

§ 156.

ocr page 144

128 BEtEEKENIS VAN DE REDUPLICATIE. § 156.

collective beteekenis heeft; zooals h\\. i£n inri rj om i imjj geboomte, en iQafn lijtxnw,] of £1] nfn nimj gevecht, gevecht met elkander; en wanneer er een onbepaald voorwerp meé beteekend wordt; bv. tSixnMijj, iets waarop men rijdt of vaart, onbepaald wat, en fl m m vn vtj handelswaren in het algemeen. — Is het woord in het spraakgebruik de naam geworden van een meer bepaald voorwerp, zooals wild, wild dier of gedierte;

dan gebruikt men de reduplicatie niet: maar wèl zegt men in

den algemeenen zin van iets, dat, of iemand die, vervolgd wordt of te vervolgen is.

4°. Is het een woord, dat in het Javaansch wel geen werkwoord is, maar in een gezegde de beteekenis heeft van hetgeen wij een verbum of zegwoord noemen, zooals ^\\ koopen, is»rj,un 1 vragen; dan wordt het woord met reduplicatie gebruikt, om een algemeenheid of onbepaaldheid van voorw-erp te beteekenen, en zegt men en £?insnrjtiatiiinjj, waar men van koopen of vragen in het algemeen spreekt, of in den zin van wat, iets of hei een en ander koopen, of vragen. Zoo ook van uy m\'n\\ geldschuld, in een gezegde geldschuld maken oigeld lemen, xj^asn ajt^«sn\\ geld leenen in het algemeen, of wat geld leenen.

5°. Dezelfde beteekenis heeft ook de reduplicatie bij een werkwoord, zooals £ifj)irvii Ng., Q £i^ s Kr., stelen, 8rj xn\\ rooven , unQ rjrrnnmnj^fj straatroof plegen, en opligterij plegen, in het algemeen;

luncfnamviy iets het een of ander, meebrengen oïmeevoeren. — Maar ten anderen dient die reduplicatie bij een werkwoord ook dikwijls om een onbepaaldheid uit te drukken van die bewerking, die beteekend wordt door de vorm van het werkwoord; en is het een bewerking, die met doel geschiedt, dan beteekent de reduplicatie een onbepaald doen, wat men doet, om te bewerken, wat beteekend wordt door het grondwoord, en dus een zoeken, beproeven, of pogen. Zoo beteekent van Q tli v jijj meêwarig, meêdoogend, meêwarigheid, medelijden of deernis, QPinno-jijj medelijden of deernis bewerkend, deerniswekkend, erbarmlijh maar ook meêwarig of meêdoogend zoeken te maken, om mededoogen smeeken; van ajtSj \\ Ng., T-j.-yj*lt;^fl Kr., moedig, «Sj\\ of iemand moedig

zoeken te maken, moed inspreken; van ^ mi i anjj, grondvorm van rj is? i nnj Ng., ) i.i \\ Kr., zien, r/h\'\' 7en ??;(■)ïm^ naar iets kijken, om te kijken, naar iets kijken voor zijn vermaak; van £1 St\\ Ng., G1 ^mien

Kr., bang, bevreesd, QQir^antatQtrjxnxtJi^.\\ en iemand bang zoeken te maken, iemand vrees aanjagen,

6°. Geheel eigenaardig is eindelijk de reduplicatie bij de telwoorden van twee tot negen, wanneer zij een bepaald aantal bijzondere voorwerpen (personen of zaken) beteekenen. Altijd worden alleen de éénlettergre-

ocr page 145

OVER DE WOORDHERHALING.

§ 157.

129

pige telwoorden zoo met reduplicatie gebruikt, en op die wijze tot tweelettergrepige woorden gemaakt volgens § 154. Zoo ^ni gewoonlijk volgens § 27 run?\\ twee, en luiiutusnjj van miosn/j vier. — Bij de tweelettergrepige heeft de reduplicatie wel dikwijls plaats, maar niet altijd; en ook niet bij alle even dikwijls. Zeer gewoon is de reduplicatie bij vnnrvi^ Kr., twee, zeker om geen andere reden, dan omdat het Krama is van het altijd ge-redupliceerde Bij Ng., Kr., drie, heeft de redu

plicatie ook nog al dikwijls plaats, bij Ng., vijf, en bij Siist^\\ zeven,

niet zoo menigvuldig, nog zeldzamer bij acht, en t-iin\\ negen, en bij

erhitjinjiji, vijf, zoo nooit, dan hoogst zeldzaam. — Vraagt men naar de betee-kenis van die reduplicatie bij deze telwoorden; dan schijnt de eenvoudigste verklaring deze te zijn, dat de reduplicatie aan een telwoord den zin geeft van een onbepaald voorwerp, zoodat bv. njtiunni.j eigentlijk een viertal, en dus bv. rjünajKuitsn.j een viertal personen, beteekent.

OVER DE WOORDHERHALING, HERHALING VAN EEN GEHEEL

WOORD OF VERDUBBELING VAN HET GRONDWOORD.

/

157. Eigentlijk gezegde woordvorming heeft alleen plaats door verdubbeling van het grondwoord: maar deze kan van de herhaling van een geheel woiord niet altijd onderscheiden worden. Zoo vooreerst niet als het geheele woord de grondvorm zelf is. — Ten tweeden heeft de verdubbeling van het grondwoord niet plaats bij een eenvoudig werkwoord, wanneer de eerste medeklinker van het grondwoord volgens § 95, 2quot;. zijn eigen klank in dien van den neusklank verloren heeft. Doch, is het werkwoord gevormd door den neusklank «j vóór een grondwoord, dat met een vn of met een halfklinker, of met een n of rD begint, dan wordt bij de verdubbeling van het grondwoord de neusklank alleen vóór het geheele door verdubbeling gevormde woord uitgesproken (bv. in roepen, van het werkwoord grondvorm xjtjaj^^), terwijl bij herhaling van het geheele woord ook de neusklank herhaald wordt (bv. in 17 o»77 gi ?rj \\ van 77«1 tj gi \\ drin/cen, grondvorm nrjunirfw). — Ten derden wordt bij een transitief of causatief werkwoord altijd alleen het grondwoord verdubbeld met of zonder neusklank in het tweede gedeelte, maar nooit het aanhechtsel (iSi\\ en xmrjKn of herhaald. Evenwel ondergaat het grondwoord, als het op een klinker uitgaat, reeds in het eerste gedeelte dezelfde verandering, die het wegens het aanhechtsel (volgens § 98 en 103) in het tweede gedeelte ondergaat: bv. in [ y 111 *\'1] \'Ii:quot;f,n 7quot;1 achtervolgens uittrouwen, van tictx trouwen. — Ten vierden heeft in het Passief de herhaling van het geheele woord alleen plaats bij het accidenteel Passief; anders

9

ocr page 146

130 ËETEEKEKIS VAN t)E WOORDHERHALING. § lt;58.

alleen maar verdubbeling van het grondwoord; zoodat men bv. van

thrm-iru/i aan iets werken, in het subjectief Passief o,}

zegt, en in het oud Passief van inSn^ iets overdenken (grondwoord

— Ten vijfden wordt het toestandswoord, als het tweelettergrepig is, geheel herhaald (zooals in ™Met\' en daar onderweg aangaan, van grondvorm maar, als het drie

lettergrepig is, alleen het grondwoord, zooals in van quot;^YT

zich gedrongen gevoelen, eïi in i ji \' \'i ■\' gt;K^ zich uitbreiden oïvoortplautexi. Hetzelfde geldt ten zesden van het passief (objectief) denominatief.

In zulke door herhaling gevormde woorden heeft ook wel die verkorting plaats, die, zooals later gezegd zal worden, in zamengestelde woorden zeer gewoon is. Zoo zegt men voor gewoonlijk

9 ,rü f] ttii \\\\ Vooral in woorden die met een tun beginnen, is die verkorting in het eerste lid zeer gewoon; bv. in rjrviKm -titjrvuKjiniji Tan xm-qrvituip langzaam, (zie § 155). — Ook wordt in een zoo door herhaling gevormd woord, even als in zamengestelde woorden, dikwijls de grondvorm gebezigd in denzelfden zin, dien anders het werkwoord heeft; bv. in aanhoudend toeroepen, van geroep, waarvan het werkwoord *£gt;ryaay

toeroepen.

158. Wat nu door zulk een woordherhaling in de taal beteekend of uitgedrukt wordt, laat zich moeijelijk in het algemeen en in korte woorden omschrijven. In het algemeen kan men alleen zeggen, dat er meê uitgedrukt wordt, dat hetgeen met een woord genoemd wordt, voor den geest komt of als iets dat zich herhaalt of voorduurt, bf ais meer dan één en niet één en hetzelfde, maar in het één of ander opzigt verschillend of verscheiden. — Omtrent het spraakgebruik is vooral het volgende op te merken.

1°. Een herhaling, voortduring of aanhoudendheid wordt er meê uitgedrukt in woorden als SrSitQrS,^ gillen (terwijl unxmtvn een gil geven beteekent), ,fï°i0 £.)üof hijgen,

hij herhaling glimlachen; aanhoudend of gedurig vervangen

O O

of afgewisseld, beurt om beurt of beurtelings. En zoo zegt men a^rjajuKyi voor telkens, keer op keer, gedurig of bij herhaling iets vergeten.

2°. Een verschil of verscheidenheid in het één of an der opzigt wordt te kennen gegeven in uitdrukkingen als: \'■ gt;«jran voor en na weggaan; rfmtarnr^vntanrjs overal, of aan iedereen, vertellen; gt; het aan den een of ander zeggen; cmaS?cm«S? ergens, bij den één of ander, te leen vragen; in allen gevalle gedrongen of genoodzaakt worden; op de één of

ocr page 147

§ 158. BETEEKENIS VAN DE WOORDHERHALING. ISquot;!

andere wijze missm of mislukken; vnQ£piLmtp\\ waar of waar ook. — In ontkennende of verbiedende zinnen wordt op die wijze beteekend, wat in \'t Holiandsch wordt uitgedrukt door in \'t geheel niet, of wel, naar gelang van den zin, door niemand of niets, nergens, nooit cf nimmer, geenzins of op geenerlei wijze ; bv. sedert lang i/n gt;n^ 77 nyn 77 ^

lm t ?ƒ t:t J1\' ^ !:/] gt;,-) fj \'i i-i tu myx Kr.) heh ik je in

\'t geheel niet (of nergens) gezien; n/n.k Qm ö 1S1 \\ heb geenerlei vrees! wees volstrekt niet hang!

3°. Zeer duidelijk is die beteekenis van verschil of verscheidenheid ook bij de herhaling van zelfstandige naamwoorden of benamingen van personen of zaken; bv. iKn£?i cr^£?i cmji de ver schillende brugge)i; ^orjajvii^jirf(Lvii^\\ de verschillende gasten. — Zoo ook dikwijls met het voorvoegsel itj)\\ (§ 145) bv. al wat er maar

uitkomt: en waar een persoon of zaak met een voornaamwoord beteekend wordt; bv. miui*..1 m wie of wie, voor al wie of wie ook, en vnmiijrmjis wat of wat, voor waf ook, of iet of wat.

4°. Door zulk een\'woordherhaling wordt ook beteekend, wat wij uitdrukken door van weêrskanten of tegen elkander; bv. 17 -rinrn rj -n trjiy\\de verschillende beiden, dat is beide aan weerskanten, van j- ») ^-n t gt;1 \'y \\ beide; (ut xjtcm hj) nmanj van weêrskanten elkander op weg tegemoet komen; -nun »0? \\ om het vlugst tegen elkander.

5°. Bij woorden, die een betrekkelijker! zin hebben en iets betee-kenen, dat meer dan één graad, trap of maat kan hebben, wordt door de herhaling uitgedrukt, dat men dat, wat met het woord beteekend wordt, zich niet eenvoudig in één graad en dus niet enkel in een geringen of middelmatigen, maar in alle graden, ook in een meerderen of b ij zonder hoogen, of ook in den hoog-sten graad, moet voorstellen. In het Javaansch wordt natuurlijk naar het Javaansch taaleigen het woord bij de herhaling met meer accent uitgesproken (§ 80): en in een vertaling is het, om de beteekenis er van uit te drukken, ook veelal voldoende het woord met een sterk accent uit te spreken. Zoo kunnen wij bv. vnryrmrfzocfnyw eenvoudig door groote steenen vertalen: maar de Javaansche uitdrukking beteekent eigentlijk: groote en bijzonder groote {minder en meer groote) steenen. En zoo beteekent

ver (min of meer ver) van huis gaan. Dikwijls evenwel drukken wij dien meerderen graad beter uit door er het woordje heel, bijzonder, zoo of te bij te voegen. Zoo kan men in dat laatste voorbeeld ook zeer goed heel ver vertalen; en vertaalt men dikwijls «Sm door heel goed, of

door best; aQ 0-rj door heel hard, zoo hard, of te hard (bv. iemand slaan);

door hijzonder goedkoop, als het hijzonder hoog is;

ocr page 148

132 BETEEKEKIS VAK DE WOORDHERHALING. § 159.

door, zoo vroeg in den morgen, en amp; (Sm n3-n n {hoeveel en hoeveel maal) door zoo dikwijls, of o zoo dikwijls! — Somtijds kan men de beteekenis van het herhaalde woord ook uitdrukken door het te vertalen met een woord van wat sterker beteekenis, dan het eerste; bv. «ji Sjiui Sys stout en vermetel; en ernstig en nauwgezet, of opregt en getrouw. In een

betuiging kan men dit laatste vertalen door in alle ernst, om zoo alle graden

ocy

van ernst, ook den hoogsten, te kennen te geven. En zoo kan men ojtvmty oQQ^ n vertalen door naar alle regt en hillijkheid of naar het strengste regt. — Bij zulke woorden wordt dan door die herhaling ook wel uitgedrukt, wat wij uitdrukken door den Superlatief, waarvoor in het Javaansch geen eigen woordvorm bestaat; bv. als het hijzonder {of htie\\) Veelis, d. i. op zijn meest; het grootste aantal van de roovers (het aantal van de roovers als het hijzonder groot is); \'fntjmiijigj™tuiSin het zwaarste (de hoogste graad van) onheil, d. i. het grootste onheil. Zoo ook in het allerlaatste, of ten allerlaatsten.

6°. In een uitroep wordt met de herhaling van een woord ook wel rhetorisch uitgedrukt, wat er ook in andere talen wel eens meê uitgedrukt wordt; namelijk dat men een woord, dat men bezigt, nog eens, en wel niet meer accent, herhaalt, om hetgeen men met dat woord zeggen wil, nog eens met meer nadruk te zeggen; bv. wat hitter, hitter lijden! Ge^oon-lijk evenwel maken wij in ons spreken van die rhetorische figuur weinig gebruik, en spreken het woord liever met nadruk en langzamer uit; bv. Hoe is het met je? hoekan

je zoo lachen! iïso ^ t mn iwi \\ (to ~jti in ojj vgt; urn \'j xjn \\ Moet ik ook sterven! ik zou het maar yoor Javaansche stof houden.

159. In het bijzonder is omtrent het spraakgebruik nog het volgende op te merken:

1°. dat die woordherhaling ook gebruikt wordt in een vragenderwijs uitgedrukte onderstelling, zooals bv. quot;quot;j™ °lt;amp;\'-\'\'j gt;Cquot; f^r/rrr,^\\ en, mist het op de een of andere wijze, dan raken mijn vingers gesneden o; dan snij ik mij hij ongeluk in de vingers; en: ivnnjiiLmnjttiSiiLWK^n.K^ x is het lelijk, of heel lelijk (d. i. hoe lelijk ook), het is mijn

eigen schrift.

2°. Ook wordt vóór een zinsnee, die een tijd of geval beteekent en met im met dat of toen, of rjivvtimji of als, begint, door de woordherhaling

uitgedrukt, wat wij gewoonlijk uitdrukken door eerst, of niet eerder dan, of wel door niet anders dan; bv. rüi ui^rja^ njy hij bemerkte het

eerst, toen het al te laat was. De zin van de herhaling zal men het best gevoelen, als men die op deze wijze vertolkt; hij bemerkte het, ja (hij bemerkte het), toen het al te laat was.

ocr page 149

WOORDHERHALING MET VERANDEIUNG VAN KLINKERS.

§ 160.

133

3°. Bijzondere opmerking verdient ook nog de herhaling van ui mm Ng , Kr., dat gelijk, gelijkelijk, beteekent, en in een gezegde als redewoord gebruikt wordt, om uit te drukken, dat het gezegde gelijkelijk van twee of meer voor den geest staande onderwerpen verstaan moet worden. Zoo zegt men dan met herhaling bv. Een bëhëd en een tapih, wat onderscheid is daar tusschen9 rf.ünumtmiijik ninnjj Trouwens, het zijn beide gelijkelijk kleeding stukken; d. i. het één zoo wel als het ander is een kleeding-stuk. En zoo dan ook in een vragenderwijs uitgedrukte onderstelling; bv.

ajinatnji Kr^i2QriZijn het gelijkelijk

vruchten; van de d oeko es houd ikhet allermeest; A. i. Van alle vruchten houd ik het meest van de doekoes. Zoo dan ook, il/imum\\ j ij rj uj i n yn rn ki\\ s (uat het een met het ander gelijk (nam. het vlugten en het standhouden), dan is \'t het verkieslijkst, dat ive voor hem stand houden.

WOORDHERHALING MET VERANDERING VAN KLINKERS.

160. Dikwijls gaat de woordherhaling gepaard met een verandering van klinkers, gewoonlijk in het eerste gedeelte; en wel zóó, dat de laatste klinker van het grondwoord in een zuivere a en de voorlaatste , als die in het grondwoord een a en de lettergreep niet gesloten is, in een O verandert; bv. in van rj^trvi\'qasitty^\'njitnsn^ van en ^i:u?. rui~n ili\\ [bolabali, niet bold-bali) van (ivmrSiw — Maar, is de laatste klinker van het grondwoord zelf een a, dan heeft de verandering in het laatste gedeelte plaats, en welzoo, als in

van of in van n^iuniiLvicrnjl^ en in 1^.1 of

ook wel rfiEAtxn^^n^xnitnji van iviicnw^ — En, is de voorlaatste klinker van het grondwoord een o, en de laatste een i of e; dan blijft de o in het eerste gedeelte, en verandert in het laatste gedeelte in een a, zooals

, O O

DV. in rj tel 2itm HQ rim asnji van en \\n rj(w 2ni ni chtiji van

161. Door zulk een woordherhaling met verandering van klinkers wordt op een eigenaardige, zinnelijke en, om zoo te spreken, aanschouwelijke wijze dat, wat hot woord zelf beteekent, en tevens iets anders, en wel iets dergelijks, te kennen gegeven; — namelijk zulk een verscheidenheid, als wij in het Hollandsch veelal te kennen geven door bijvoeging van her en der, heen en weêr, op en neer, regis en links; of door bij een woord een ander zinverwant woord te voegen, zooals goed en wel, gezond en wel, ziek of ongesteld, averechts en verkeerd, verkeerd en in de war, gillen en schreeuwen, stotteren en stamelen; of eindelijk, bij gebrek aan zulk een zinverwant woord, door toevoeging van of zoo iets, of ook of iets dergelijks. — Zoo beteekent rjui»mrj,gN ? 1 \\ heen en weêr springen, of huppelen en springen; rfKm^wixmaws aanhoudend her en der, van ginds naar hier en weêr

ocr page 150

\'134 ZAMENGESTELDE WOORDEN EN UITDRUKKINGEN. § 162.

van hier naar ginds, terugkeeren, of h een en terug loopen; vj ^nxwcm aSt nmjj ^ heen en weêr schudden, waggelen; imm raasnji\\ regts en links om zich heen zwaaijen; maar ftn.mQrjn.i iny \\ de oogen open hébben en wakker zijn;

ravijnen en berkloven; ^icnr^^n^cctanj^ aanhoudend iets eten of gébruiken; ? -n -ra ^ n ttrntj bekrast en beklad.

In de spreektaal worden allerlei woorden zoo met klankveranderingen herhaald vooral om met zekere misnoegdheid iets te ontkennen of af te wijzen.

Somtijds wordt de ontkenning ook wel mee herhaald; bv. rjxynfriifrviijjni, gt;f ra im ti_i r) \\ niet ziek en niet ongesteld. Zoo ook in het subjectief passief het voornaamwoord; bv. 1~\' \'ra }■gt;! I^n nr^ h-:njj\\ Uij hoog het dus, en hij hoog

het zoo.

ZAMENGESTELDE WOORDEN EN UITDRUKKINGEN.

162. Zamengestelde woorden worden in het Javaansch gevormd door eenvoudig twee woorden tot één woord aaneen te voegen, zooals ook zeer menigvuldig in het Hollandsch; en het tweede dient dan in het Javaansch tot bepaling van de beteekenis van het eerste, zooals omgekeerd in het Hollandsch het eerste tot bepaling van het tweede dient: bv. tm^rat?»\\ rivierwater; ivriIVI Ml Si \\ rundvleesch, ranrm 17 I ?pji»:Knjjn kikvorschkop; r/asn innrn list) handteekening, ^ ra -Q « \\ schoenmaker (van ra \\ baas, en f0 ;u isr^ \\ schoen), Tfsuitrjnnvjis dorpeling, dorpsbewoner (van ^ wi\\ mensch, en ^ia m\\ dorp), «jim ij ra»m\\ volksgenoot (van njiriji\\ gelijk, even gelijk, in zamenstelling zoowel als ons even in evenrnensch, en ^ ra \\ volk, natie, m nu asn t ^ verkeerd opvatten, verkeerd verstaan (van verkeerd, mis, enrjnsiiiramp;i~ji\\ ontvangen).— Met een redewoord tot ontkenning zamengesteld zijn bv. asnaoQrmiKn^x onafgebroken (van ^ra i^jj, poet. niet, en Qnmasnji afgebroken), astutn^irjuniw* zonder schuld, onschuldig (van in zamenstelling zonder, en jjxaxuis schuld), riiuninrturjvni.tji^ onveranderd (van ^lt;raiti\\ niet, en veranderd), het behoeft niet, zonder dat het behoeft (van Tj um-ns niet, en bemoeijing, bemoeijenis).

In zulk een zamenstelling wordt ook wel een woord, dat anders alleen als Krama woord in gebruik is, zonder onderscheid van Ngoko en Krama gebezigd; bv. in veldgewas, van , dat anders als Krama van ^1 plant, gebruikt wordt, en l ij 1 j 1 ^ groeijen, wassen. — In andere zamen-stellingen treft men een woord aan, dat anders in du gewone taal niet gebruikt wordt, maar een Kawi-woord, of alleen in poëzie gebruikelijk , of van Arabi-schen oorsprong is; bv. in ra tj 111 :i. 1 datum, dagteékening, van iJha3i\\ Kw. dag van de maand, en rj£71tui\'* jaargetijde; en in .tri^iorau)\\ lust, wellustigheid, van Si \\ geaardheid, inhorst en lunivn Ar. lust, begeerte.

Aan eenige zamengestelde woorden heeft het spraakgebruik een beteekenis

ocr page 151

§ 164. ZAMF.NGESTEI.DE WOORDEN EN UITDRUKKINGEN. 135

gehecht, die uit de beteetenis vau de beide woorden niet opgemaakt zou kunnen worden. Zoo beteekent kt)^ niet, zooals het woordelijk luidt,

Of O

goudwater, of guldewater, maar gouddraad, en rm (mtj^ « m ^ (van ^ /isn ^ \\ wit) zilverdraad.

163. Als zamengestelde woorden of benamingen zijn te beschouwen al zulke zamenstellingen van woorden tot één benaming, waai in het verband niet grammatisch wordt uitgedrukt, en het tweede, dat is het bijgevoegde woord, eenvoudig een onderscheidend kenmerk beteekent, zooals in Europesche talen dikwijls niet door zamenstelling, maar door de vorm van eea bijvoeglijk naamwoord, beteekend wordt (Zie Over de deelen der rede, bl. 186, 3° uitg.); bv. in kropper duif, duif die zich onderscheidt door zijn krop; en zoodan ook in

rjrgn?tnyj iemand (een mensch) met een krop, en in viimü«nru miasnji\\ dier met vier voeten, viervoetig dier. — In zulk een zamenstelling wordt een woord van meer algemeene beteekenis door het bijgevoegde woord tot een meer bijzondere beteekenis hepaald. Zoo is bv. het woord mrvnamp;i asnjf aanduiding, voorbeduiding, een woord van zeer algemeene beteekenis; — er zijn velerlei voorbeduidingen, zooals bv. door droomen, door vogelvlugt en vogelgeschrei: — maar tot nadere bepaling zegt men dan bv. (orvt

£1 vn JU\\ voorbeduiding door vogelgeschrei. In het bijgevoegde Q yj £t nn3gt;\\ het geschrei van vogels, is het verband grammatisch uitgedrukt, ofschoon wij het door het zamengestelde woord vogelgeschrei kunnen vertalen: maar in de zamenstelling hiervan met het woord innjwimji wordt het verband niet grammatisch uitgedrukt, en alleen door de bijvoeging de meer algemeene beteekenis van het woord tot de benaming van een meer bijzonder soort van voorbeduiding bepaald. Dat wij nu deze zoo zamengestelde benaming in een vertaling ook niet door een zamengesteld woord kunnen uitdrukken; dat heeft zijn rede in het spraakgebruik; maar de aard en beteekenis van de zamenstelling is dezelfde als die van zamengestelde woorden of benamingen.

164. Tot de zamengestelde woorden of uitdrukkingen moeten in het Javaansch ook gerekend worden de zamenstellingen van twee, soms wel van drie, woorden van bijna dezelfde beteekenis, zooals vreugde en blijdschap, zorg en kommer, lof en dank, trouw en eerlijk, liefde en toegenegenheid, om namelijk door de zamenvatting van de twee of drie woorden iets meer algemeens uit te drukken, dan wat door één woord beteekend zou kunnen worden. In het Javaansch wordt namelijk de verbinding van twee zulke woorden, niet, zooals in die Hollandsche uitdrukkingen, door een voegwoord uitgedrukt, maar wordt, wat de twee (of drie) woorden ieder op zich zelf beteekenen voorgesteld als in de gedachten vereenigd en als één tezamengevat.

-L

ocr page 152

136 VERKORTING IN ZAMENSTELLINGEN. § 165.

Zoo beteekent dan bv. niet juist genoegen en hlijdschap, als twee,

maar veeleer blij genoegen, als één; en iQin,i ijj niet gunst en meêwa-righeid, maar gunstige meewarigheid of meewarige gunst.

Ook iu zulke zamenstellingen wordt wel een woord, dat anders alleen als Kriima-woord in gebruik is, zonder onderscheid van Ngoko en Krama gebezigd, by. in mnnni mi 71^11 \\ nederigheid, of liever diepe nederigheid, van ijn(r^rjKr., laag, en Kg.: nederig. — In andere wordt een

poëtiscb of Arabisch woord gebruikt, dat anders in de gewone taal niet gebruikelijk is; bv. in in ■■ ^ k; ^ en /V] li irp i y \\ ot\' ^vel X^jji tij T] j

van Ojoi* trouw, en ernst, nauwgezetheid, met i ij • TLw. getrouw,

zoodat het nauwgezette getrouwheid, en opregte, nauwgezette getrouwheid beteekent.

Van beide, hier en in do vorige § besprokene zamengestelde woorden en uitdrukkingen , worden, even als van één woord, ook afgeleide woorden door de voorvoegsels en aanbecbtsels gevormd : bv. van kSi t» 77 \\ datum, dag-teeTcening, het transitief werkwoord Si mii léiui een brief of stuk dateren, in het Passief «n nsn gedateerd, gedagteehend; van (un öi 1™ \\ rood

en Hauw, «rrn r?) rftti Sj-, rood en Hauw (of liever Mauw rood) worden.

165. Een eigenaardigheid van de Javaansche taal is het, dat men in zulke zamengestelde woorden of uitdrukkingen gaarne één van de beide woorden, of ook wel beide, verkort; waardoor dan het zamengestelde woord ook een meerdere grammatische éénheid of woordéénheid verkrijgt. Zoo zegt men voor isj-rj entji \\ tolk, translateur, gewoonlijk of \\

of wel of \'iKi-rt\\ of eindelijk Van eenlettergrepige grond

woorden, die anders met een voorslag, of met het voorvoegsel a, als tweelettergrepig uitgesproken worden, gebruikt men in zamenstellingen veelal de éénlettergrepige grondvorm: bv. in ij ra i«« ^7 77 un uj j \\ zwarigheid en moeijelijk-Jieid, van f nmgt;asn/j\\ grondvorm van lun rfxmiasx/f zwaar;zwaar zijn. — In vele zamengestelde woorden is die zóo verkorte vorm de algemeen gebruikelijke geworden, in andere de gewone in de dagelijksche spreektaal; bv. in iukuuct^ arviiHTji^ maanlicht, lichtemaan, van ajii3t\\ licht, en iwwnjimaan; Ng., K., ingenomen met al wat nieuw is*, zoolang als het nieuw is,

van of veel van iets houden; en nieuw, dat anders

alleen in Ngoko, en daarvoor in Krama rj ijh an rut q, gebruikt wordt; xrniht^ rrjirutiwjjs de westkant, van iuh\'Èj\\ Kw. kant, en fiji}.\') ƒ west\', i:quot;n\\ sirih-speeksel, van \'\'/ \\ speeksel, en xmKn\\ rood; im*rrt^ vooi\' i:\'it \'lt;gt;1 -n 1 tj^ oudere zuster, met verkorting van de scherpe ó, als ware het d, in a. — Even zoo heeft de verkorting plaats in Arabische zamengestelde uitdrukkingen; zooals (Siiili.iu^ Door Gods voorbeschikking, volgens § 78 voor vanasnsgTi

voorbeschikking, en God\', en iru^\\ ol uy r,?; uiiTrt^ voor ï/jr.j

ocr page 153

§ 166. VERKORTING IN ZAMENSTELLINGEN. IS?

mijun \\ ik neem mijn toevlugt tot God! — Gewoon is zulk een verkorting ook in de uit twee woorden zamengestelde eigennamen, zoodat men bv. voor ifn,isn wcmirus ok (lvi nn rut \\ cut tLmji^(ln\\ L\'quot; ! 1 ^ en tun (Encmcn\\ veelal nsnZian(nji\\

nKomnjts l? ijij l\'jn /.] ( n lal ?_? i en ïifii\'i zegt. En ook altijd in den vadernaam, waarmee als eerenaam de Javaan door vrienden en geburen, wanneer hij vader geworden is, naar zijn kind genoemd wordt; bv. in [umi Jlutvoor ctjoji tm Si tnjj\\ Sidins-vader, van icn «jkhiij , vader, en °t.w eign. van het eerste kind. — Desgelijks in zamengestelde titels, zooals in voorT^m

itn ~nt amp; ajiash \\ 11 rj jn \\% \\ voor tu r] xn m ihi xn7] izn f vh \\ en ni rqna ari^\\ voor

166. Bijzondere opmerking verdient de verkorting in zamenstellingen van het woord li■\'m dat dan («^, ofwordt, en zóo van het voorvoegsel

iw of», waarover § 141 gesproken is, niet verschilt, dan alleen in beteekenis. Zoo bv. inMtitnii {prapdtdn) voor mi-ntun^aoji (pdra-pdtan) vierde gedeelte en kruisweg. In poëzie wordt zoo ook wel bv. mt-nurtStiutiM) (pdra-adipdtï), de Adipati\'s, de Satrapen, in uiaSi (pradipdti) verkort; en in proza is laj^ojvicijvi (volgens § 44 voor (laiumxwx en dit voor , ciïnhtenci(xr, zeer

waarschijnlijk zulk een verkorting van \'w n aua.?j n (pdrd-jdji), zoodat het eigent-lijk de jvnge broeders (van den Vorst) beteekent. Hiervan verder in zamen-stelling met kameraad, collega, met verkorting,ambts

collega. — Even zoo wordt het van nji-n gevormde werkwoord (amp;m in («j (mra), of Qf) verkort; bv. in of voor wnaPm^s in

drieën dealen, of zich in drieën deélen, en voor een derde van de opbrengst den grond bebouwen.

167. Behalve zulk een verkorting moet eindelijk nog opgemerkt worden, dat in zamengestelde uitdrukkingen dikwijls de grondvorm van een woord gebruikt wordt, waar men, indien men hetzelfde met twee woorden wilde uitdrukken, de vorm van het werkwoord zou moeten gebruiken (vrg. de aant. bij § 157). Zoo zegt men bv. ojir^tunntjtofwi^iwi»

als zamengestelde uitdrukking voor cmTp/niajiJan/ndjp een voorstel of adres aanbieden, zich adresseren, enrun iy^ airj ™\\ de groete bieden, voor ra i5)0 •?) as» 17 tmw gelijk men volgens § 165 ook als zamengestelde uitdrukking rj nu % zegt voor vn rj 01 qtbi \'rji^ kennis geven. — Volgens het Javaan-sche taaleigen is en blijft de grondvorm een naamwoord: lundsr^nsn 17 tm bv. beteekent groetebieding, en zoo zegt men un ts^ vn rj xm try m mijn groetebieding, d. i. mijn eerbiedige groete: maar, als nu dit in een gezegde aan een persoon wordt toegeschreven, en men bv. zegt i-\'yrvivn 15^m» 17im\\ dan beteekent dit volgens § 90 zooveel als ik doe groetebieding, en dus zooveel als: ik bied mijn groete. En zoo is »jiorfn een zamengestelde uitdrukking,

die zóóveel als de twee woorden on trfn gt;f?i jvij beteekent, vallen en houden.

ocr page 154

138 VOLUNTATIEF. § 168.

in den zin van de hand leggen op iets als zijn eigendom, toch eigentlijk een naamwoord, dat men door handoplegging vertalen kan, maar dat in een gezegde zooveel beteekent als handoplegging bezigen. Daarom kan dan ook het voorwerp (het óbject) niet alleen het goed zijn, daar men de hand op legt, maar ook de persoon, tegen wien men handoplegging bezigt. Ja zelfs kan van die persoon, het passief (?)yrt n n ijj gebruikt worden (zie bv. de Nawdtd-praddtd, art. 14). —

OVER DE VORMEN EN VERSCHILLENDE WIJZE VAN UITDRUKKING VAN DE VOLUNTATIEF.

168. Behalve de passive vormen, en de onderscheiding van de drie personen in het subjectief Passief, ondergaan de woorden in het Javaansch geen andere verbuiging of vervoeging, dan alleen die, waardoor die modus of wijze, dat is die modaliteit of wijziging in de uitdrukking en zin van een gezegde, beteekend wordt, die een uitdrukking is van de wil, en daarom in het algemeen het best V olunt atief of willende wijs genoemd wordt. Gewoonlijk noemt men die evenwel, naar het verschil van vorm of wijze van uitdrukking en de verschillende beteekenissen daarvan, met verschillende benamingen, zooals gebiedende, hevelende, ivenschende en verbiedende wijs, of met kunsttermen, die uit het Latijn ontleend zijn, Imperatief, Jussief, Optatief, en Vetatief. — Die wijze, die veelal met een zeer ongepaste benaming Conjunctief of Subjunctief genoemd wordt, noemt men veel gepaster Jussief, d. i. hevelende wijs, of wel, als er geen eigentlijk gezegd bevel, maar alleen een toelaten, of bewilliging, meê uitgedrukt wordt, Concessief, d. i. toelatende wijs. Voor de beteekenis van het Fransche soit! of het Hollandsche het zij zoo! of God geve! is immers de benaming van Conjunctief of Subjunctief geheel ongepast. Het zij zoo! is óf een bevel, öf een concessie, d. i. een bewilliging of toelating (zoodat de zin is: het mag zoo wezen! of laat het zoo wezen!), öf eindelijk het is (zooals ook God geve!) een wensch, en wordt dus naar dit verschil van beteekenis beter een bevelende, toelatende of wenschende wijze van spreken, en dus een Jussief, Concessief oï Optatief, genoemd. Daar evenwel de woordvorm ot wijze van uitdrukking voor die verschillende beteekenissen één en dezelfde is, zoo is het in de grammatica het best die ééne woordvorm ook met één benaming de Jussief te noemen. — Hierover en over de Volun-tatief in het algemeen zie men Over de deelen der rede, bl. 64 vlgg. van de derde uitgaaf.

169. Voor de onderscheiding van die verschillende wijzigingen van de Voluntatief, of verschillende uitdrukkingen van de wil, bestaan in de meeste talen wel verschillende vormen of wijzen van uitdrukking: maar in de

ocr page 155

IMPERATIEF OF GEBIEDENDE WIJS.

§ 170.

139

ééne taal heeft men er meer, in de andere minder, en in elke taal wordt daarvan een eigen gebruik gemaakt. Voor de Javaansche taal is het volgende op te merken.

170. De Imperatief of gebiedende wijs is de uitdrukking van de wil bij wijze van toeroep tot de persoon, tot wie men spreekt, om hem te zeggen, wat men wil, dat hij doen zal of door hem gedaan zal worden. Maar in het Javaansch heeft men hiervoor twee verschillende vormen, een active (of subjective): om te zeggen, wat men wil, dat de persoon, tot wien men spreekt, dat door hem gedaan zal worden.

171. De active imperatief wordt van alle woorden, die een doen beteekenen, — met uitzondering alleen van het transitief en het causatief werkwoord, — gevormd door het aanhechtsel «jn, a, bv. in ra mi gt; (ioeïigra/ta, volgens § 14) ga weg! van n^xns weggaan; (biwii/tm matjaha, volgens § 14 en 38) reciteer! van gt;j) gt; reciteren; «n °i iu \\ volgens § 14 voor kh S vn \\ sta op! van .ishkm opstaan; voor koop! van \'s^ koojuen; injjiruM-siN (noelisd, volgens § 15) schrijf, van schrijven; rjnmi

(goléqa, volgens § 15 en 20) zoek! van rjnmtr^nmwnjf zoeken; au^xm \\ of volgens de uitspraak, .tu \\ (m o e l i d, volgens § 16) ga naar huis! van nunaar huis gaan; ivnrfui^un\\ of unr/ uivvi\\ (awéd) geef, van runtfiu)^ geven. — Van het transitief werkwoord wordt de active imperatief gevormd door, in plaats van het aanhechtsel «%gt;, (even als in\'t zuivere en oude Passief) i/n te gebruiken, en hieraan dan den uitgang un te hechten, zoodat het and, iunan\\ wordt; bv. in Imperatief van xnist^^s

iemand iets aanbieden. In het causatief werkwoord wordt, in plaats van het aanhechtsel mnrfMt, w\\ of £n^\\ gebruikt bv. in !cnis^(tn\\ of oji \\ van iets aanbieden aan iemand.

Deze uitgang on of wordt in den Oosthoek van Java, en desgelijks

in het westen, althans in Banjoe-mas, ook als uitgang van het causatief werkwoord benevens ( n ti k?; of i/nnnw/j, in een indicative beteekenis gebruikt. Of er onderscheid bestaat in het spraakgebruik tusschen dit w en vnrjnn of xjnttnMTjj, en welk onderscheid dan, kan ik niet met zekerheid zeggen: alleen schijnt het, dat het gebruik van m platter en tot de volkstaal behoort. — Het is in alle geval een zeer vreemd grammatisch verschijnsel, waarvoor moeijelijk een verklaring te vinden zal wezen.

172. Dè passive {objective) i m p e r a t i e/quot; (dien wij in het Hol-landsch niet hebben) wordt gebruikt in dezelfde gevallen, — waarin men in het Javaansch volgens § 123 het subjectief Passief gebruikt,— namelijk zoo dikwijls als men spreekt van een onderwerp (het mag een persoon of zaak zijn), dat men als voorwerp (als óbject van een subject) voor den geest heeft. Bij voorbeeld, als men een brief heeft, die men naar de post gebracht

ocr page 156

140 DE PASSIVE IMPERATIEF. § 173.

wil hebben, en die dan aan een bediende geeft, en in het Hollandsch zegt: Breng deze brief naar de post! dan gebruikt men in het Javaansch damp;passive imperatief. Men kan dus deze passive imperatief te regt als de imperatief van het subjective passief beschouwen.

173. In vorm onderscheidt zich deze passive imperatief van de active vooreerst daardoor, dat even als in alle passive vormen, bij de werkwoorden de neusklank, waarmee deze in de active vorm uitgesproken worden, vervalt. In plaats van de active imperatief xn^nm\\ van het transitief werkwoord rans^-rn (§ 170) zegt men dus in de passive imperatief (unasr^n ifn\\ en even zoo is van het causatief werkwoord de active

imperatief of maar de passive of iuiiuj\\\\ —

Ten tweeden wordt van de woorden, waarvan de active imperatief door het aanhechtsel mn (d) gevormd wordt, in de plaats hiervan in de passive imperatief het aanhechtsel iQthnj gebruikt, dat, als het woord op een medeklinker uitgaat, op dezelfde wijze als het aanhechtsel un, maar, eindigt het woord op een klinker, dan door middel van een tusschen de twee klinkers ingevoegde n wordt aangehecht (§ 134). Zoo is van ^ ap \\ iemand roepen (grondvorm de active imperatief ras maar de passive impe

ratief M^^Sa^^van lt;mrjui■■ ietsmaken, de active imperatief maar

de passive m .ui anj \\ van ^ -n ^ \\ iets trachten te bewerken of iemand trachten te bewegen (grondvorm de active imperatief of de

passive of — Ten derden heeft de passive impe

ratief ook dit met het subjective passief gemeen, dat als het grondwoord een éénlettergrepig woord is, dat alleen door den voorslag £n of het voorvoegsel mn in de active vorm tweelettergrepig gemaakt wordt, dan ook deze imperatief veelal van het éénlettergrepig grondwoord gevormd wordt (§ 122). Zoo is van mn 7j ikti i iHT/j iemand iets gelasten, van de grondvorm de active impe

ratief maar het subjectief passief Sitjuntonjf, en de passive impe

ratief rjtrniSjtify, van iets gébruiken, van den grondvorm xmrjcmt (of

in één lettergreep nggó), de active imperatief kï^rmt ui \\ maar het subjectief passief iS iw) ^ ot) i \\ of of en de passive imperatief mi

0f en van het transitief werkwoord \\ iemand iets

geven, van un^m^ geven, van de grondvorm ^ ui^gt; het subjectief passief in de tweede persoon en de passive imperatief rjviqiunitnw Zoo

ook of nrjnjifim van het causatief werkwoord xrjrinjiqvnrjtnt \\ iets

geven aan iemand; en Sgt;(ra\\ van iemtmdstil laten zitten of loopen,

van het grondwoord an of £l S\\ w Van ia £n\'n r/ un \\ iets of iemand brengen en

cv fy

bezorgen, van het grondwoord un«i ^ grondvorm ®n\\ is de passive imperatief

(y ry

(tmiuniHix of iisn cm w

Wanneer men als voornaamwoord van de tweede persoon niet ^«withui ge-

ocr page 157

§ 174. krama-imperatief. 141

bruikt, maar m n of ri trn \\ dau wordt dit voornaamwoord ook wel bij de passive imperatief behouden, en zegt men bv. StinamivtSjmji en \'n ilt;n m 11 ij ii}j\\ hreng gij het, van njnmi vt\\ iets brengen. Dit is echter niet algemeen: anders gebruikt men met die voornaamwoorden, in de plaats van de passive imperatief, de vorm van de Jussief van het subjectief passief, en zegt men bv. in denzelfden zin (t3rn crrt tut mn

174. Wanneer men Krama of Madya spreekt, verbiedt de beleefdheid de gebiedende wijze van spreken en dus de vorm van de Imperatief te gebruiken. Men gebruikt dan, om iemand te zeggen, wat men wenscht, dat hij doen zal, in plaats van de active imperatief, eenvoudig de active vorm van een woord, dat een doen beteekent, met het beleefde voornaamwoord van de tweede persoon er vóór, en in plaats van de passive imperatief de tweede persoon van het subjectief passief; — met andere woorden, in plaats van de Imperatief gebruikt men de vorm van de Indicatief. Men indiceert dus zoo alleen, wat men wenscht, dat iemand doen zal; men geeft het alleen te kennen: alleen door den toon (niet den gebiedenden, maar den verlangenden toon) geeft men te kennen, dat men een verlangen uitdrukt. Zos zegt men in plaats van het Ngoko

kom binnen! in Krama ^^lanasnji kom Ubinnen! en desgelijks in

Madya 1?j lm 7 7r.:j Zoo ook f\'ij Ti i i-i tj ri ^ i i veroorloof U mij! geef

U mij verlof! — Zeer dikwijls wordt het verlangen behalven door den toon, ook nog uitgedrukt, door er in Kramaof bij verkorting ui Si\\ of nog beleefder het Krama-inggil htcm \\ of bij verkorting ^m»am \\ en in Madyft tui £»amy, vooraf te laten gaan, —beleefde woorden voor hetgeen men in Ngoko uitdrukt door den toeroep iej-tm kom, komaan! en die bij die beleefde inperatief hetzelfde beteekenen als het Hollandsche: als het. Ubelieft! bv. iviiv) aagt; nm iLwrj^n^°i\\ kom U spoedig, als \'t U belieft, mij

(of hem) helpen! ^ »tm (of ^ r -m) rj t ? ^1 iwi quot;%gt; l,! j\' bedien TJ,

als het ü belieft, het eerst! 10 8Si nnhjtirjiuirj vt\\ bereken het, als \'t U belieft, zelf!

175. Van de Imperatief of gebiedende wijs onderscheiden, maar toch zeer na daaraan verwant, is de Jussief of bevelende wijs, zoowel in wijze van uitdrukking, als in beteekenis. Men zou de Imperatief de vocative Jussief kunnen noemen: want de Imperatief is niets anders dan een bevel in de vorm van een toeroep tot de persoon, tot wien men spreekt, en zóó als een gebod. De Jussief (minder gepast Conjunctief genoemd) is niet zulk een toeroep, maar de uitdrukking of tekennengeving van de wil in een gezegde; en het onderwerp van zulk een passief of bevelend gezegde kan de persoon zijn, tot wien men spreekt, en dus de tweede persoon, maar gewoonlijk is het een derde of ook wel de eerste persoon. — De

ocr page 158

JUSSIEF OF BEVELENDE WIJS.

142

§ 176.

benaming Jussief of b e v e 1 e n d e wijs is ook wel gebrekkig: want er wordt niet altijd juist een bevel meê uitgedrukt: — de beteekenis is algemeen: — maar zulke benamingen of kunsttermen zijn meest altijd gebrekkig; er is niet wel een betere voor te vinden. — De vorm van de Jussief of bevelende wijs dient tot uitdrukking van een be vel — of om een dergelijk verlangen te kennen te geven: — naauwkeuriger laat het zich niet bepalen. Bepaaldelijk dient hij ook tot uitdrukking van een inwilliging of toelating; en dan kan men het, zoo men wil, de concessive Jussief of ook de Concessief noemen; bv. als men zegt: hij ga maar zijn gang; of hij doe wat hij wil; voor laat hij maar zijn gang gaan; of hij mag doen wal hij wil. — Ook wordt hij gebruikt in een willekeurige onderstelling, zooals bv. als (hij of ik) er toe in staat was (Jhojtun), dan enz., waarin wij in het Hol-landsch de Cogitatief (de zoogenaamde onvolmaakt verledene tijd) gebruiken, en waarmee men te kennen geeft, dat men een geval, dat niet bestaat, maar gedacht of gesteld wil hebben, gelijk wij dat ook kunnen uitdrukken door te zeggen: stel! hij was er toe in staaf. In dit geval zou men het de hypothetische Jussief kunnen noemen. Maar, daar de v orm voor de con-cessive en de hypothetische Jussief dezelfde is als voor de meer eigent-lijk gezegde bevelende wijze van spreken; zoo is als grammaticale benaming van die ééne vorm de algemeene benaming van Jussief o( bevelende wijs tot onderscheiding van de Imperatief ot gebiedende wijs voldoende.

176. De vorm nu van deze Jussief is altijd dezelfde als van de active Impegt;\'atief (§ 171): met uitzondering van het transitief en het causatief werkwoord wordt bij alle andere woorden de Jussief uitgedrukt door den uitgang ajn (d); bv. van vntn \\ er (ergens) zijn, aanwezig zijn, mntnun \\ (dndhd) er zij, of er moet zijn, of er mag zijn, of laat er zijn! Van het transitief werkwoord, bv. «-n, is de Jussief, even als van de active Imperatief, (cms)0tjmil en, van het causative werkwoord desgelijks

of xnasyajitHjw Is het woord gevormd door het aanhechtsel mntHij, zooals het passief denominatief en het zuiver transitief Passief met het voorvoorvoegsel mn (§ 116); dan wordt in de Jussief in plaats van {anna of and) van van nr^funim/j zamenzitten, en m\\ in plaats

van van «tjCv^unarijp geweten worden. Trouwens, de uitspraak

ana is geheel volgens de regel (§ 38), en, als de Javaan tegen deze regel anna (of and) uitspreekt, dan doet hij dit, omdat de klank van het woord zonder het aanhechtsel d hem voor den geest is. — Een bijzondere vorm voor de passive Jussief, zooals voor de passive Imperatief (§ 173), bestaat er niet: maar aan de passive vormen wordt in de Jussiefdezelfde uitgang gegeven als aan de active. Zoo zegt men bv. van het zuiver passief «n nm ui \\ en van de derde persoon van het subjectief passief •£gt; lt;m ui \\ gébracht worden (van n/n am ui \\

ocr page 159

§ 177. VETATIEF OF VERBIEDENDE WIJS. 143

brengen), in de Jussief k\'j rrn ui i n \\ en lt;rn 1:1 i n w en van \'lt;\'■ rri gt;:gt; n ij % meegegeven worden, var,, het causative werkwoord isnnmvinn iets meê-

geven aan iemand, is de Jussief trn.-m uim i»]^*

Somtijds wordt wel de vorm van de passive Imperatief gebruikt, waar men de tweede persoon van de Jussief van het passief verwachten zou: bv, kti«i J?i £1 ^8\\ wat men in het Hollaadsch zeer

goed vertaalt: Mijn verlangen is, dat gij dat paard gaat zien: maar in het Ja-vaansch is de uitdrukking imperatief, gebiedend: Mijn verlangen is, ga dat paard zien ! — Een bevel aan een persoon, tot wien men spreekt, wordt, als men van die persoon het voornaamwoord rjuntrf vi gebruikt, in het Javaansch nooit door de passive Jussief uitgedrukt, maar als een gebod in de gebiedende wijs door de passive Imperatief; de Jussief van de tweede persoon van het subjectief passiof met rj urti wordt alleen gebruikt in een concessiven of hypothetischen zin (zie § 175); bv. rjutitrj \\ i » ; / ■! ij i n i gt; j ( ?) i ) an .hn i ƒ \\ je moogt er om zoeken, je zult het niet Tcunnen vinden. — In het actief, waarin tusschen de Imperatief en Jussief geen onderscheid in vorm is; wordt niet zelden, wanneer men de persoon, tot wien men spreekt, iets be v eelt, de Jussief in plaats van de Imperatief gebruikt: maar dit heeft alleen plaats, wanneer men om de een of andere rede het voornaamwoord gebruiken moet, omdat men met dit

voornaamwoord het onderwerp moet noemen: by. Jav. zam. bl. 179, 8v.o.:

• O / O o O a. X

i i;/ \'1-^ rj i iui rj inJTrj rut rj }n r n gt;11, n t rj };j I i:ti ^ ( 71 \\ rjun t ij f j t:rj rtn

lun rj iBin^ iui it^irui gt;,fiHoep hem (den schoenmaker) hier; zet de

laarzen daar maar neêr; en dan moet je mijn schrijftafel schoonmaken ! voor:

en viaak dan mijn schrijftafel schoon!

177. Omtrent het gebruik van de jussive vorm moet nog opgemerkt worden , dat het in het Javaansch niet juist een verbuigingsvorm is van het werkwoord, of van een woord dat men als een verbum zou kunnen beschouwen: in het Javaansch wordt in een jussief gezegde ieder woord, van wat aard ook, dat het hoofdwoord van het gezegde is, met den uitgang van de Jussief uiigesproken. Zoo zegt men: alle menschen, laat het man

zijn, laat het vrouwzijn; of hetzij man, hetzij vrouw; rj im t m ^ i/n m tu unj i°i •vu éli m n Laat het een klem kind zijn, \'het zou het ook kunnen; d.i. Ook een klem kind zou het wel kunnen; 0 rj hai ir/ryna-, Al moest het ook zóo wezen

{Ook toegegeven, dat het zóo is; d.i. Al was het ook zóo); je moest toch enz.— Men zegt wel: \'j (gt;(( t tj tiia-i cth ; ^ j?a ^ in \\ Je moet voort naar huis komen; ais men aan het woord naar huis komen, den meesten nadruk wil geven;

maar, geeft men aan het woord ko trgï, dat in die uitdrukking een bij woord is, den meesten nadruk; dan wordt dit het hoofdwoord, en zegt men: rjnntrj tjnmJe moet voort naar huis komen. Zoo ook Jcw, zatn.

ocr page 160

144 qualitative voluntatief. § 179.

bl 215, 11; to (Hy^rui then cum i (^2\\ Als ik Op dxG WyZG Sc}lT(X(X^ptti

(of moest schrapen); of: Als ik het moest zijn en zoo schrapen. —

§ 178. \\oor Azvetative oi verbiedende wijze van spreken wordt in het Javaansch de vorm van de J ussief of Imperatief niet gebruikt, maar het vetative {verbiedende) redewoord n/nisx Ng., Kr., mnmof iunw

Md., zonder verbuiging van het volgend hoofdwoord van het gezegde; bv. 17 »™? vjlunt/nukrji£0** of \'i.quot; Je moet niet bancj wezen! en, zonder

voornaamwoord zooals in de gebiedende wijs; uiikQS^ Wees niet bang! xjnixJinwritrmiHTji* het moet niet gebeuren! gt;7 vi 1 w 1.^ rm iKrj .unn/nQ \\ Die persoon moet je niet gelooven; of Geloof die persoon niet! — Ook in een negative willekeurige onderstelling gebruikt men veelal dit vetative rede woord: maar — en dit is het eenige, waardoor zich de willekeurige onderstellende wijs, wat de wijze van uitdrukking betreft, onderscheidt — dan geeft men óf aan dat redewoord ook den uitgang iun\\ en zegt bv. ^ \'li lil Ir; f » 1^) TIJ N ajn fPi jyiiamp;iasn \\ Als ik hem niet geholpen had (eigentlijk: Als het niet was, dat ik hem geholpen had), dan zou hij omgekomen zijn; en zonder voegwoord: rw^ ^^k,Sn 77m ^\\ (dn cm fit Ware het niet, dat mijn vrouw mij geholpen had, zoo zou ik omgekomen zijn: of wel, men geeft den uitgang van den Jussief aan het volgende woord, om daarop als het hoofdwoord den nadruk te leggen, en zegt bv. 77)um ~i) \'-*gt; ,-T\',T\'I:r^ tij(Letaamirf nsnAls ik het niet hemerkt had,

dan zou men hem werkelijk gedood hebben. — Doch in zulk een willekeurige onderstelling gebruikt men in plaats van het vetative ook wel het negative redewoord, en geeft dan öf hieraan, óf aan het volgende woord, als hoofdwoord, den uitgang van den Jussief;bv.

»0177os iKi 3nlt;i5) trri ap^\\ Bijaldien mijn vader niet geacht geweest was bij het algemeen, dan enz.; of asnji \\ Bijaldien hij

niet spoedig ontsnapt was, dan enz. —

179. Orn met eenigen nadruk te kennen te geven, hoe of hoedanig men wil, dat iemand of iets wezen of z ij n zal, heeft de Javaansche taal nog een bijzondere wijze van uitdrukking, die men tot onderscheiding de qualitative Voluntatief noemen kan. De uitdrukking geschiedt door vóór hetgeen men op die wijze gebiedt, beveelt of verlangt, datzelfde «m Ng., S,,!_!Kr., of in poëzie en deftig Ngoko ijimmji, te voegen, waarmee volgens § 121 ook de derde persoon van het subjectief Passief gevormd wordt;

bv. van ra «sn i/n «ot gt; met oplettendheid of behoedzaamheid handelen of iets doen,

handel zoo, datje oplettend en behoedzaam bent! of wees op je hoede! en van i^i^nTtojiiSncmru^ rustig van gemoed, gerust; mquot;7«~i*-w

weest gerust! Zoo ook van het Passief gevonden

vjovdeti\' (ht) (u iHiiawiamp;i\\ YïiijYi wil ts, het kun niet (xudevs, hetwioet

ocr page 161

QUALITATIVE VOLUNTATIEF.

§ 180.

145

gevonden worden ! — Van het subjectief Passief onderscheidt zich deze wijze van spreken daardoor, dat het woord, waar -S i no nj s^of r) :ui vóór geplaatst wordt, meestal een woord is, dat geen passive beteekenis of vorm toelaat, of ook wel, zooals in het laatste voorbeeld, zelf reeds een Passiefis; en heeft het de vorm van een werkwoord, dan behoudt het den neusklank en blijft het dus in de active vorm; bv. t?i r:) ] inj i.n \\ vertrouw mij! of geloof mij! en Tf .gt;rn t rj ui «Pi \\ gevoel je als de oudere! d. i. 6e.se/, datje de oudere bent! — Is het woord, zooals in deze voorbeelden, een werk woord; dan wordt toch met deze wijze van uitdrukking niet een werking, daad of handeling bevolen, maar een hoedanigheid of wijze van doen en handelen.

180. Omtrent het spraakgebruik moet nog opgemerkt worden: 1°. dat deze qualitative Voluntatief ook wel gebruikt wordt in een willekeurige onderstelling; bv. ^ gt;./; m im l; x 11 ] ij :y_j gt; laat je liefde zoo sterk wezen als wat! ik hoop, dat enz.

2°. dat deze vorm van de Voluntatief vooral menigvuldig gebruikt wordt, om bij een andere vorm van de Voluntatief aan een bepaling van hoedanigheid ook een voluntative uitdrukking, en dus meer nadruk, te geven; bv. ajt -Hj^£ri \\}n m ruq\\ schiet hem met eenpijl! spoedig! Siitfn ct tSjn»\\ keer g a uw terug! ^m trj-mtrjw Sifl enz. gij moogl naar hem zoeken met allen ijver; gij zoudt hem niet kunnen vinden. Zoojjok: Bezen selwo-nen rijkszetel ga ik tot een ontzagwekkend woud maken, Si x:n un i -n gt;fï! Si i tiqvnSn ijt^rjvii\\ zoodat hij niet beivoond kan worden door mensehen. Zoo ook wel Mi/n.iiTi bv. TjMx St imaRxïnujnsn Si mi Si\\ slaap, zoodat gij nooit kunt opstaan.

Zelden wordt aan deze qualitative Voluntatief de uitgang van de Jussief gehecht; bv. in een willekeurige, concessive onderstelling ; Si o-ji S fónmi om urn (ui \\ Laaf het zoo hevig zijn als wat! hel mag zoo hevig zijn als wat!

In denzelfden zin als dit Sgt; \\ St i-| jo j of rjim aajj wordt ook menigvuldig het (zoogenaamde) betrekkelijk voornaamwoord S\'i of gt;m n Ng.. !un tin \\ Kr., gebruikt. Zoo zegt men van ifniJiur^p, goed, in een Toluntativen zin met nadruk zoowel ?\' (of aój) S:a als (?i /?n Si \'\'\'ij en t- i (of ii\'Vj) ijl !- i i op een eerbiedige wijze! met respect! zoowel als i.ni^i eijj. Daar nu dit amp;r of *èn eigentlijk niets anders dan een metnadruk aanwijzend of demonstratief woordje is, zoo is het zeer waarschijnlijk, dat ook dat Si (S teij oi rjiuitaji) eigentlijk een demonstratief woordje van dezelfde beteekenis is , en laat het zich begrijpen, hoe dit zelfde woordje ook als voornaamwoord van de derde persoon van het subjectief Passief in gebruik gekomen is. De voornaamwoorden van de derde persoon zijn namelijk in de talen gewoonlijk niets anders dan demonstrative woordjes, waarmeê een persoon of zaak niet genoemd, maar aangeduid wordt. —

10

ocr page 162

bE BIDDENDE EN WENSCHËNDE %VIJS.

181. Tot uitdrukking van een bede, biddend verzoek of biddende wensch, gebruikt men het redewoord m\\ Ng., Kr., dat zooveel als ik bid beteekent. Tot nadruk wordt het ook wel herhaald, of het (zoogenaamde) betrekkelijk voornaamwoord «quot; \\ Ng., njniSn \\ Kr., er vóór gevoegd. — Is het een bede, dat door de godheid of een derde persoon iets gedaan mag worden, dan gebruikt men in Aezebiddende of wenschende wijze van spreken deJussief; bv. ar, run s (of Ik bid, dat hem verruimd mag worden het (ofzijn) graf! wï«Vj^ ^ mS irin (S ^ a^I .lA) \\ Ik bid, dat hem verlengd mag worden zijn leven! — Zoo ook als het een bede is tot de persoon, tot wie men spreekt, en men de persoon met een voornaamwoord of dergelijke uitdrukking noemt; maar anders gebruikt men gewoonlijk den vorm van de Imperatief; en dan kan men dat an of if tri meestal liet best door ik bid u, of door het meer gewone wees zoo goed! vertalen, of ook wel eenvoudig door mogen, wanneer er een uitdrukking voorafgaat, waarmeê men te kennen geeft, dat men iets bidt of dringend verzoekt. Zoo bv.: Daarom is mijn verzoek aan U,

ivAiun tun aSi wees zoo goed een nauwkeurig onderzoek te willen dom!

Een vader zegt ergens tot zijn dochter, die hij wenscht dat zich in het huwelijk zal begeven: Zoo dan is mijn verzoek, ividat je naar mijn

wensch je moogj voegen. Elders zegt een man tot zijn vrouw: ü iq aai i ui ^ rm an un ^ -n 0 «ij * mijn verzoek aan je is: wees toch zoo goed en vergeef het hem! Zoo ook met de Kramü-iinperatief bv, cmajitf

nn-jinïëiiKnnji ®i S?i vumiKii afl wees zoo goed en geef mij een paar veêren

pennen! — En desgelijks in de Vetatief: /Bjcmvna*axiwvnaïiiieq \\ Ng., rr° m^ /ƒ !-! ï ^ ïï i j\' Neem het, hid ik, niet kwalijk!

Van dit cm of cm wordt ook wel , als een beleefdere uitdrukking voor de Imperatief of Jussief, een verkeerd gebruik gemaakt; bv. ala men in het opsclirift van een brief in plaats van bet gewone nrt isr^ n \\ moet aangeboden worden (voor ons eenvoudig aan, geadresseerd aan),sclirijft. Op deze wijze wordt toch eigentlijk de bode of overbrenger van de brief biddend of zeer beleefd verzocht, de brief aan de persoon, aan wie men schrijft, aan te bieden: wat natuurlijk niet te pas komt. Anders gebruikt men daarvoor ij ja?t i^jji icii iehoorende aangeboden te worden: wat ook wel ongepast ia, maar toch een graad minder, dan die biddende wijs met 182. Om den wensch of het verlangen uit te drukken, dat iets,, wat niet plaats heeft of gedaan wordt, toch plaats hebben of gedaan worden moest, gebruikt men in het Javaansch ook niet de vorm van de Jussief of Imperatief, maar het woord dat dan gewoonlijk in éen-

lettergreep mbok uitgesproken en tjicminv/i geschreven wordt. Dit woord waarmee ook een moeder betiteld wordt, en eigentlijk toe schijnt te betee-

i4l)

ocr page 163

§ i83. bESlbERATlEP. 147

kenen, wordt in deze wijze van spreken als uitroep gebezigd, en geeft dan, op een eenigzins klagende wijze uitgesproken, een wenschof verlangen te kennen, zooals dit in het Ilollandsch ook wel geschiedt door oeTi.\'ei.\'of,— wat het meest met de Javaansche uitdrukking overeenkomt, — door mijn iieve! of ei lieve! Gewoonlijk evenwel drukken wij in het Hollandsch zulk een verlangen door moest of moest tocii uit. — Zeer gevoeglijk kan deze wijze van uitdrukking de desiderative wijs genoemd worden. In het Hollandsch kan men het, zoo men wil, uit gebrek aan beter, de v erlangende wijs noemen: maar een woord, dat even als het Latijnsche desiderare een verlangen beteekent, dat iets plaats moest hebben, wat niet plaats heeft of geschiedt, hebben wij in het Hollandsch niet. Zoo zegt men bv. ij ct tij tm -jn rui ie.1 vy o lur^Tf^ Ei lieve, gedenk hel vroegere! voor: Je moest toch gedenken, hoe het vroeger was! rjirnii/Jk»«j ^ \\ Toe, je moest hier gaan zitten! rjnnt

o o o o . „

Tjiuicunwrj \'■ gt; i-i gt;■\'; ƒ ?ƒt \'*\'t - nda? i:j gt;i rn \'1r:\' 1gt;\'rl \'/ ( J y\'i \' ^ ^ Zeg eens,

Sidin! je moest toch hooren naar hetgeen ik beveel! — Spreekt men vaneen

voorwerp als óbject, dan gebruikt men de tweede persoon van het

subjectief Passief; bv. rj.rmimixm tvifvrnjtstubitjuit\\ (Je moest hem (den

ring) maar iveêr thuisbrengen! —Bij dit rjiis men niet gewoon de

vorm van de Imperatief of Jussief te gebruiken, maar wèl de Vetatief; bv.

izn i Mn ~in t* rj Hn i mi xn an q ei lieve! eet er niet van! of je moest er niet va7i eten !

rficninn Sn 1^1^110)71 iut\\ Ei lieve! gaat niet alleen\', of Ge moest toch niet

alleen gaan! — Ook zegt men bv. rjunirj ili j Q ili ^ f] l?) i.r^ rj itti i un 2,5 co

tmi Mys Je moest toch met respect tegen mij spreken! (Zie over dit amp; xn gt;fn cijj

de aant. bij § 180).

De Jussief vmdt meu echter gebruikt 1001 N., T, bl. 27, 9 t.o. sn wsnKm (tal3iicrn xjixncm i?,!^jiclu3n xj! Vader, JJ moest

toch toestemmen in mijn verzoek ! Anders heeft de Jussief bij ,vn y i tcnji een concessiven zin; bv., Waj. Fat. p, 62, 8 : rjimiij ini gt;rj ht at iL| £) t ƒ iij {\\ Och\\ al moest ik tien kinderen op te passen Tiehlen! Zoo ook Jav. zam. bl. 120, 11. Anders gebruikt men in zulk een zin lunrj vjiniijj\\ voor 6jA:£nrj gji kii js wat dan dezelfde beteekenis heeft als iG \\ —

183. De Voluntatief, of uiting van de wil, in de eerste persoon is geen bevelende of gebiedende wijze van spreken, geen Jussief of Imperatief, maar kan tot onderscheiding uit gebrek aan betere benaming de Propositief worden genoemd (Over de deelen der rede, derde uitgaaf, bl. 65). Het is namelijk de uitdrukking van wat in het Fransch un propos, in het Laüin propositum, genoemd kan worden, de uitdrukking van watiemand onmiddellijk wil doen. — Ook van deze Propositief heeft men een activa en een passive vorm.

a. De active uitdrukking van de Propositief verschilt in Kruma en

ocr page 164

*/

/1*7 /U? £/7

^ta. srtó. ■■

O t

c^,

/ZS7 lt;2^7 ^ amp; e/*y\'y£i

/^/-lX ///\'i,i\'.

W sZJ? 44/,

^PCL cffiL-

/Ss? ^77 sZ.

* o

s-yncc. qr a*, ^

*j/ ê^gt;T~ // £*

o^fct^rT0amp;S2, Camp;*

ocr page 165
ocr page 166

148 tmoPosrriEP. § 1amp;4.

Madyii niet van de Indicatief, en men zegt bv. in Kriima eenvoudig .Kr^njiaai Kf.M/1 voor ik wil gaan slapen, ik wil naar bed gaan. Maar in Ngoko gebruikt men in dezen zin in plaats van het gewone voornaamwoord van de eerste persoon datzelfde im .t/n^ of «/i ^, waarmee ook de eerste persoon van het subjectief Passief gevormd wordt lt;§ 421), en zegt men dus ik wil

naar hed gaan; asn^ ik wil gaan schrijven; uJtnt^ik wil vuur

gaan /laJen,—Wanneer het voornaamwoord van de eerste persoon met nadruk genoemd moet worden, dan voegt men het gewone voornaamwoord er nog vóór, en zegt men bv. ik wil naar bed gaan; amp;^\\

i k wil naar binnen gaan.

b. De passive Propositief wordt gebruikt, wanneer men van een bepaald voorwerp (als óbject) spreekt, en uitgedrukt door de eerste persoon van het subjectief passief met het aanhechtsel voor het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon, in Ngoko en Madya, ^ ^ w/j

in Krama; bv. van ijotucti iets beproeven of proberen-, de proef van iets nemen, iets aanpassen, Ng., ^quot;7^ 1 ^^^\\ ik wil er

de proef van gaan nemen, of ik wil ze (bv. de laarzen) aanpassen. Bij het transitief werkwoord wordt ook hier de active uitgang door den passiven tmorjji vervangen; bv. van van iets het deksel opligten,

(L[)tlt;rtJr^tnix^ni^^.w^x5r^r^aji~ji\\ ik zal het deksel cr van opligten. En bij het causatief werkwoord wordt de uitgang of vervangen

door (verkorting, naar het schijnt, van Zoo bv. van

naar iets vragen aan iemand: wacht, ik zal

er hem naar vragen. — Hier moet nog opgemerkt worden, dat deze uitdrukking van .de wil ook gebruikt wordt, om iemand,\'tot wien men spreekt, een verlangen te kennen te geven, met den wensch om dat verlangen in te willigen. Zoo zegt men bv. van het werkwoord .i/n£!gp iets (met aandacht) zien, iets bekijken, ik wil het bekijken, ook in den zin van: laat

het mij eens zien! en van 7»^ iets aanhoor en,

ik wil het aanhooren, ook in den zin van; laat het mij eens aanhooren!

Indien het bepaalde voorwerp (het object) niet de derde, maar de tweedepersoon is; dan gebruikt men natuurlijk niet dat aanhechtsel, maar zegt bv. zooals Jav. zam. bl. 79, 2 v. o.: voor Laat

ik u vertellen! wat alleen door den toon, waarop het gezegd wordt, dezen zin verkrijgt: want letterlijk beteekenen de woorden alleen maar: U wordt door mij verteld, of XJ hel ik te vertellen,

184. Eindelijk heeft men in het Javaansch ook nog een bijzondere uitdrukking door hetgeen men de meervoudige, of nog beter, de collective Propositief kan noemen, om namelijk iemand zijn wil of verlangen te kennen te geven, iets gezamentlijk te gaan doen. Dan ge-

ocr page 167

TELWOORDEN.

§ 185.

149

bruikt men in Ngoko den toeroep mnr^oMis of waarmee

men iemand aanspoort om iets meê of gezamentlijk te doen, en die men dus door kom,laten we! kan vertalen; maar in Krama wordt dan, even a!s in de beleefde Imperatief (§ 173), quot;nof het nog beleefder Krfima-i\'nggil als het

U belieft, en in Mady a w £! my uilsHu belieft, gebruikt. Vóór het volgend gezegde gebruikt men dan het collective r e d e w o ord miwiv Ng., «jjctx Kr. Zoo zegt men van \'-quot;y. vertrekken, i n ? ui ï-t \'i Ng., u» ï ] m

cioxÈjtKn«snji^ Md., ikquiivi (ol t j rj t i? rn) y.i ?0\' ?quot;)ï/ni-.n j Kr., kom, laten we vertrekken! of Laten wij, als het U belieft, vertrekken! — Van een bepaald voorwerp sprekende, gebruikt men de derde persoon van het subjectief passief; bv. i/n m i7.^ ?^ ru 7-j r,:) ut ij ni i wn ^ti rj i. n \\ Laten we er tenspoedig-sten ons werk van maken! Leesb. 141.

Het gebruik van de derde persoon van het subjectief passief, waar wij het meervoudige voornaamwoord van de eerste persoon, wij of we, gebruiken, is in de Javaansche spreektaal zeer gewoon. Zie bv. Leesh. bl. 23, 5 v. 0.

Somtijds zou het kunnen schijnen, dat in Kr quot;ma het collective redewoord ^ in deze collective Propositief wel eens weggelaten wierd: zie bv. Leesh. gt; bl. 167, 12 v. 0., en Jav. zam. bl. 313, 2 v. o. verg. met bl. 311, 1 v. o. Maar dan is het niet de collective Propositief. Dan is het een voorstel, dat men iemand doet, en heeft het beleefde .7, j rj 11 ? m \\ of iri i;] rrn j,

alleen denzelfden zin, als wanneer men zeide: ^ /_:? ri \\ -ki rj n :ll i i.r Op deze wijze is men ook in het dagelijksche leven gewoon iemand iets te presenteren; en zegt men bv.: Als het u belieft,

gébruik (of bedien TJ van) een stuTcje chinaasappel!

OVER DE TELWOORDEN.

185. Na de hier geëindigde algemeene beschouwing van de verschillende woordvormen en de bijzondere wijzen van uitdrukking van een gezegde, die er in de Javaansche taal in gebruik zijn, blijft nu alleen nog over, het noodige te zeggen van de telwoorden en van die soort van woorden, die in onderscheiding van de begripswoorden (of benamingen van bepaalde begrippen) het best met den naam van redewoor\'den bestempeld worden.

186. De telwoorden beneden de tien zijn, als benamingen of bepalingen van een getal of aantal:

voor Ng., lOiis^m-iirij^of Kr.; hv. ly vuéén persoon.

VOOr twee: Ng;, of itfniwruw Kr.;

ocr page 168

150 ZAMENGESTELDE BENAMINGEN VAN HOEVEELHEID. § 187.

VOOr dvicï of of nsnihun^^ tun nw* of foti asn cm \\ K.1.,

voor viev: ajuum^nji^ Ng., Iklwn vtKr.; bv. /uzmw~ji(utnsnji^ vicv\'padvdcnj voor vijf: twiat\\ Ng., cmMmj^p Kr.;

voor zes: Kr. Ng.; bv. quot;] jji• (of amaJvi) Onvj/ry. zes personen;

voor zeven: Sitsr^ Kr. Ng.;

voor acht: rfajuru^s Kr. Ng.; en

voor negen: o^kjn Kr. Ng.; bv. -qéigt; (of hSium) negen personen.

Van deze telwoorden zijn gt;^1x1 ar;-hm (volgens § 27 voor Ng.)

twee, mmhsji^n Ng., vier, en Kr. Ng,, zes, door r e d u p 11 c a t i e

gevormd van de éénlettergrepige grondwoorden rj-ni*. witaij en Qajj volgens § 15G, G°. De reduplicatie van de tweelettergrepige is als een navolging daarvan te beschouwen, en in de telwoorden voor 5 en 7 reeds zeldzaam, in die voor 8 en 9 nog zeldzamer. — Als men eenvoudig het getal noemt, zegt men

no i 1 o O voor wrfyfEJiji ook wel uniHjfamp;iji\\

•187. Tn zamengestelde benamingen van hoeveelheid, gevormd

van naamwoorden, waarvan de beteekenis geschikt is, om een meer of min

bepaalde hoeveelheid aan te duiden (zooa\'.s een vadem (touw), een glas

(wijn), Iwee jaar, drie pond), worden de telwoorden voor zulk een naamwoord

gevoegd, en gebruikt men;

voor één (het toonlooze een of én) het voorvoegsel m of-0 (zie § 144), bv.

ct.nIj!m\\ een vadem, i£ï\'°i * een voet (als lengtemaat);

voor twee: Ng., Kr.; bv. Ng.,

Kr., twee jaar;

voor drie: Ng., ^° w n Kr.:bv. fof o-n) ij £1 ru ^ drie gulden.

voor vier: «utois Ng., Kr.; bv. Ng., Kr.,

vier dagen;

voor vijf: Ng., iKi-.; bv. .niéi (of mojirviji) «!m£s vijf stuks;

voor zes: Kr. Ng.; h\\. wtjiznzes el,

voor zeven: Silt;iin\\ Kr. Ng.; bv. zeven honderd;

voor acht: ^ (uit te spreken als wüloèng) bv. acht

duizend; en

voor negen\'. 11 \'\':l\' Kr. Ng.; bv. .7,;:rgt;i.nt.ijmj\\ negen jaar.

Met het voorvoegsel 0.1 of \'ö zijn ook gevormd de telwoorden «N Ng., ajiisr^cmrwji of Qicisrjcfi)trjijj\\ Kr., één, en 0soi«1 a-n^fj Kr., vier, en dus eigentlijk zamengestelde benamingen van hoeveelheid, £gt;£ is namelijk een zamentrekking van van i?n.v^ dat zooveel als enkele of

Ms beteekent; gelijk men ook zegt twee stuks, en imvnaZamp;s

vier stuks. In Krama gebruikt men voor unn% het woord Ng.,

^ Kr., eenheid, zoodat Q.^crr,^ of met Krama-vorm rvys

eigentlijk een eenheid beteekent. Voor één stuks zegt men in Krama ook meer

ocr page 169

§ quot;188. TELWOORDEN VOOR TIEN EN .DAARBOVEN. 151

uitdrukkelijk w^ (m tli J!)iS: \\ en Jnamp;\\ hoeveel stuks? even als in

Ngoko SininjntS:* — In plaats van mS: gebruikt men ook wel of

volgens de gewone uitspraak van amp;(S:\\ korrel, zoodat het eigentlijk

een korrel beteekent, bv. een ioscTimannetje, Maar

gewoonlijk gebruikt men dit (tjisi(sz\\ en in Krama. misr^cmrtnji (in Krama-désa (kosi(lw9in de spreektaal ook wel (snrj iptutijj of zonder

onderscheid van taaisoort), om één van een troep of één stuks van een soort te

beteekenen, wanneer men den naam van de voorwerpen er bij voegt, en zegt

v o o „ _ oooO

Dv. (mfut iktiamp;ni een van de troep paarden, en ^ w ik(un vi unv}^(kjjjj\\

één paling, één stuks paling. Zoo ook voor hetgeen wij in het Hollandsch door

een zekere uitdrukken, en zegt dan bv. \'KjiSt(S:(SiMj\\ of (^Siamp;IhjSilt;hj,\\ Ng.,

O\'OoO o (D * o □„ o O 7 , oo.

(fJidsr^cm ot (Knxsr^amrr^,ia{htamp;o/J Kr., voor een zekere dag; (Kjjzn iKrjojii

(un xmjj \\ een zekere Arabier»

Even als het telwoord «SS met het voorvoegsel »3 gevormd is van

njht3:\\ zoo ook aJi(hon(vnKr. vier, van het woord itmhjiihtji, dat in het

Maleisch troep, groep, beteekent. Zoo is dus in Krama het getal vier als een

geheel, d. i. vol of rond, getal benoemd, namelijk als het vol getal van

al de vier vingers van de ééne hand, waarop men met een vinger van de andere

hand telde. En er zijn meer sporen in de talen, ook in den Indischen Archipel,

waaruit blijkt, dat het getal vier oudtijds als een vol getal beschouwd is, daar

men, op de vingers tellende, den duim die, als men de hand vlak houdt,

niet bij en nevens de vingers staat, niet meê rekende. Door den duim mee te

tellen wordt het getal vijf een vol of rond getal; en in den Oosthoek van

Java zegt men voor arnajirvtji Kr., vijf, nog nrn oji rviji \\

Het voorvoegsel m beteekent eigentlijk heel, al, en vandaar niet alleen een

heele hoeveelheid (zooals bv. oj)iunM\\ of mrjunrjrut\\ een el, namelijk

een heele el, in tegenstelling van een half el of gedeelte van een el), maar

ook zooveel als de heele grootte of uitgestrektheid van iets; en dan

wordt het voorvoegsel met een duidelijke en geaccentueerde a uitgesproken

(§ 145). Zoo beteekent ttj) rj aa aj) \\ niet één (en ook niet ën) dorp, als benaming

\\an hoeveelheid, maar een heel dorp, of zoo groot als een heel dorp, en

(tjiiïn omr-ns heel het hoojddistrikt. In dezelfde beteekenis nu worden ook de

vóór een naamwoord geplaatste telwoorden gebruikt, bv. ^ ^ ^ a ^ n

zooveel (zooveel gronds) als een heel dorp of als twee dorpen.

188. Uit de vorige § blijkt, dat de telwoorden beneden de tien, wanneer

ze zoo vóór een naamwoord gevoegd worden en op een klinker uitgaan, door

middel van een Tjëtjaq met het volgend naamwoord verbonden worden;

bv. cuttvi^asncur^aoji {vjóloeng taoeri) acht jaar. En ook van (Lnasnji, ofschoon

het op een medeklinker uitgaat, zegt men dan njiasns alsof de oorspronkelijke

vorm van het woord cmnsn was. — Over den uitgang ng zie deaant. bij § 104.

ocr page 170

TELWOORDEN VOOR TIEN EN DAARBOVEN.

§ 189.

152

Wanneer men twee door een voegwoord verbondene telwoorden met een volgend naamwoord verbindt, dan geeft men aan het eerste, dat dus niet onmiddellijk met het naamwoord verbonden wordt, ook niet den uitgang ng, en zegt dan zelfs twee of drie voet, terwijl men

anders voor twee voet lyrhtitwttsn zegt.

189. De telwoorden voor tien en daarboven, die, hoe zij ook gebruikt worden (vóór of achter een naamwoord), altijd dezelfde vorm behouden, zijn de volgende:

Ng., Kr., tien; bv. tien personen;

Mn ihfri \\ tien voet.

£! 8 (TU) ^ of ^ 8 ny) MJj ^ Kr. Ng., elf. — Ng., om Kr.,

twaalf. — ihn (TLQ rhi(kv/j Ng., aai cmQ) rutaj^/j Kr., devtien. — CUn^rLiMJI Ng., iwu)rvtojj/j Kr., veertien. — vu(amp;iruiojiji Ng., crnoj)J^irviajtji Kr., v ij f tien. — wQrLiMji Kr. Ng., zestien. — zeventien.

— o^djikn^irvt(k^/j\\ achttien. — ^mnjimjjs negentien.

Ng., (Kinn?ji^xoaj)\\ Kr., twintig.

Kr. Ng. één- en- twintig.— rj-niTSi^^ Ng., Kr.,

twee- en- twintig. — Ng., aSiKr., drie- en-

twintig. — (uinSifK^ \\ Ng., (kt?nj)(hnKT^\\ Kr., of mnjirjtu)Kr. Ng., v i er-en- twintig. —ID)wrjws of Kr. Ng., vijf- en-

twintig. — w \\ zes- en- twintig. — zeven- en-

twintig. — rjnjtt lt;nj^ rLi !Kr^ \\ a c h t- en twintig, — ^ ^ ^ \\ n e g enen twintig.

(^rt (nj^cu^rv^^s Ng., nsn crhxnm\\ Kr., dertig. — cut (nj^(u^frij^^ajixe:\\ Ng., asttnrhim ajiMiamp;ycrnruji Kr., één- en- dertig. — \\ Ng.,

cm xa ckji (tm rui % \\ Kr., t w e e- en- dertig; enz. enz.

cmasn(u^nrv^^s Ng., Kr., veertig.

Tjajiwinsnji^ Kr. Ng., vijftig.

(kjir3iin cHTijjgt; (Kjj/tJitLn (Knjj of fcjjm (w/j Kr. Ng. zestig.

Ng., (Sisr^xcibJis Kr., zeventig.

rrjajiNg., vjuisri/^xatui^ Kr., tachtig,

oj»xn(u^nx/^^\\ Ng., oji(Cnxnckji\\ Kr., negentig.

ojihs^ojijis Kr. Ng./z onder d. — rj-htvnisyojijj Ng., lunwiwwjMji Kr., twee honderd; asn rri^ un vrr^ mj] \\ Ng., n^in^riyn^^tiJiji K.r., drie honderd, enz. rqaji^ Kr. Ng. duizend. — ^quot;nt^njn^ Ng., Kr., twee

duizend; asunrx^rjmndj^^ Ng., turicmrj(Lm(ij^\\ Kr., drie duizend, enz, ojK^un^is Kr.Ng. #ien duizend. — Ng., ^nKr..

twintig duizend; enz.

ajuknnps Kr.Ng. honderd duizend. — rj-hz^iaps Ng., annrSi^(p\\ Kr., tweemaal honderd duizend\', enz.

ocr page 171

TELWOORDEN VOOR TIEN EN DAARBOVEN.

153

§ 198.

(Kn (uij^nsn \\ Kr.Ng. een mill o e n.

Kr.Ng. tien millio en.

/0/cn t) \\ Kr.Ng. honderd millio en.

Mcr^injjs Kr.Ng. duizend millioen.

«0\\ Kr.Ng. tien duizend millioen.

Kr.Ng. honderd duizend millioen.

w Sn mis Kr.Ng. een hillioen»

De telwoorden voor tien, Ng., Ikitiaojis Kr., zijn met het voorvoegsel

Ms gevormd. Het woord (icto^i is in het Sanskritsch en in Kawi het telwoord voor tien: maar in het Javaansch wordt het als het Krama van O ri^ ^

gebruikt en daarom ook met het voorvoegsel m uitgesproken. — Dit en al de

OO O O /-

(KJJ fU) itLU MJj , (tJ) rU) HTi \\

(Qin,*rfaj)\\ enz., behouden in de zamenstelling met een volgend naamwoord het voorvoegsel, zoodat men bv. m sQirvt ckjj \\ elf maanden, en ^

honderd jaar zegt.

Wat in de telwoorden van elf iot negentien het woord of, met

verwisseling van de lipletters, mitrvtojjji f en, bij verkorting na een klinker, cnjidJijf (uitgezonderd in Krama tén am Q njtaj)^), eigentlijk beteekent, is ook onbekend. Even onbekend is de beteekenis van irvtKr^ in de telwoorden van één-en-twintig tot neg en-en-twintig. Yoor één-en-twintig zegt men somtijds ook wel rj\'htd^rvj^aS S:\\ voor 22 enz. — (Qwirj ut beteekent

eigentlijk een streng garen, van draad, garen, en dus letterlijk een

tieele draad; en, daar 24 of 25 windingen garen om een haspel voor één streng gerekend wierden, is het woord aSVui77o ook als telwoord voor 24 of 25 in gebruik gekomen. Gewoonlijk gebruikt men Onrurjnj} alleen maar voor 25, en voor 24 ojitrurfiuiWat dit eigentlijk beteekent^ is onzeker: tot duidelijke onderscheiding zegt men voor 25 (Qrvtyfui ffie^nsnjfs d. i. een vol, of liever overvol, streng geuren.

En, even als ajt(ruirjoji voor 25, zoo bestaat er ook voor 35 eene eigene benaming, namelijk ü ariji cut aojj \\ bv. w (W) cui Ng., hJi ru tut w£Q(ho/j\\ Kr.,

35 dagen. Wat dit woord rvtajKyoj^ beteekent, is onbekend. Zonderling is het, dat (kj) rut (ut ooji in het Soendasch voor het telwoord negen gebruikt wordt. — In de oostelijke districten heeft men voor 25 J-, als een rond getal, de uitdrukking ojirjojts wat wel een verkorting van .0 nyt rj o schijnt te wezen.

Het woord vjm(bnasnjj, vijftig, kan met het voorvoegsel o-/» gevormd zijn van rjiun J™ asïijj , en van ruh(wnsnji\\ De Javaan beschouwt rjx/n ün nstljj als het grondwoord, en zegt in het passief denominatief rj im ns^nji voor hij vijf\' tigen. Maar, zoo rjim£11 .ini/j ooit in gebruik geweest is, dan zal het wel hetzelfde beteekend hebben als hv ^rjjj, het grondwoord van imlfrriisiiji, dat zameniinden beteekent. Waarschijnlijk heeft dus rjaj) iw tunjj eigentlijk een

ocr page 172

BENAMINGEN VAN BREUKEN.

duhhéle streng garen beteekend, bestaande nit twee zamengebondene enkele strengen, a^njirju) genoemd.

Wat de grondwoorden ^ 10 U^JJgt; xsnen rjdjnnjjy van cmumoiHTyi zestig, ojinsrjiiu)/j honderd, en duizend, oorspronkelijk beteekend hebben, is

onbekend, of onzeker te zijn.

De grondwoorden van al de benamingen der volgende grootere getallen zijn uit het Sanskritsch ontleend, maar hebben in het Sanskritsch niet juist dezelfde beteekenis. Van de vijf laatste is de juiste beteekenis als telwoorden van bepaalde getallen ook niet geheel zeker, en men gebruikt ze gewoonlijk maar in den zin van onberekenbaar groote getallen. En zoo worden zij ook nog wel met elkander verbonden, bv. (Knlt;rr^ruxj^xn\\ waar wij een millioen bïllioenen zouden kunnen zeggen.

Bij het noemen van zamengestelde getallen verbindt men een kleiner getal met een voorafgaand grooter rond getal wel eens door N.,

Kr., dat dan zooveel pl tos beteekent; bv.

dertig plus twee, voor 32; ^ ^ oji \\ honderd plus twintig, voor

120. Doch gewoonlijk gebruikt men deze woorden alleen maar tot verbinding van een benaming van een geheel: bv. iKnrsr^r^ luinjvtf: tri/i (Hr^itni twiq tin n honderd gulden plus twee duhheltjes.

Wanneer men een zamengesteld telwoord met een volgend naamwoord tot een zamengestelde benaming van hoeveelheid verbindt: dan geeft men aan het laatste getal, als het een telwoord beneden tien is, gewoonlijk die vorm, die het anders in zulke zamenstellingen aanneemt, en zegt bv. (üh ^ njj^ ^ (k/t xn tj s/i (li/I % of meer gewoon:

190. Wat de benamingen van gebroken getallen of breuken, d.i. bepaalde gedeelten van geheele getallen of hoeveelheden, betreft; zoo gebruikt men voor half of een half gewoonlijk (ook wel in twee lettergrepen sten g ah uitgesproken), en zegt bv. een halve maand; ook, even als in het Hollandsch, half negen uur, om half negen, en n half dood: maar voor de helft van voorwerpen gebruikt men ^2tuitjr-m\\ Ng., -Oojinu^ Kr.; bv. Oi(uirjni2^^nrrn\\ de helft van de boete, lt;ui ^am Q tui nude helft van de krijgslieden.

191. Voor één en een half, twee en een half, enz., gebruikt men in het Javaansch uitdrukkingen, zooals de Hollandsche anderhalf, derdehalf, enz. Zij worden gevormd door zamenstelling van het woord (hnxn^s half, met de vorm van het accidenteel passief van de telwoorden, als deze éénlettergrepig zijn, maar veelal met de gewone vorm van de telwoorden, als deze meerlettergrepig zijn. Zoo zegt men anirfnigiQiKn^\\ Ng., (toi(wi^£nKn^\\ Kv., anderhalf, maar K.r., derdehalf; itm (u rS^cci^ \\ Ng., maar Kr., vierdehalf, en omwasrixnNg., Kr., vijfde-

154

ocr page 173

§192. BENAMINGEN VAN HOEVEELHEID IN DE VORM VAN HET WERKW. lÖS

half; to-nfJiKnzesdehalf. maar Smsyaïn ictq\\ zevciidehalf, rj,ogt;nj An m^\\ acht-stehalf, t:7 Hu r:i {\\ negendehalf, Ng., (Qua itji iQi (cn^\\ Kr., tiende-

halfj m iQ lt;rLi rQxn q \\ élfdehalf, Ng., w inji qiia oji aim (Cif \\ Kr.,

twintig stehalf, honderdstehal f.

Somtijds wordt in deze zamenstelling ook wel aan de meerlettergrepige telwoorden de vorm van het accidenteel passief gegeven, en zegt men dan bv. ffo) ihn inyihri xnfs Mniru iFAivrn (ay%\\ vm njjiny rtPi mitHyiT^vun^^n (in^ Mnvjnmru .O rr? ^ \\ «fflM isijj enz. Men mag zelfs deze vorm voor de oorspronkelijke

houden, en die zonder roor verkorting in zamenstelling volgens § 164. — Over de beteekenis en het spraakgebruik van dit accidenteel passief van de telwoorden zal beneden (§ 197) gesproken worden.

492. Voor anderhalf h o n d e r d, derdehalf h on de rd, enz., gebruikt men, in plaats van hQkj^v het woord iQn.i?\\ gespleten, waarvan wtQruf een garve beteekent, als de helft van een rjimrf!u)\\ een hos (dubbele garve) rijst. Zoo zegt men gt;.\') y \'n ? r-n u i? \\ Ng., trn ?P; ^ i:n mKr., anderhalf honderd, of quot;150; lénnjénnji^ Ng., (Stcm£ninji^ Kr., derdehalf Jwnderd; enz. Omtrent het gebruik van de vorm van het accidenteel passief van het telwoord geldt hetzelfde, als bij de zamenstelling met (§ 191). Men zegt dus ook bv. aSnnjiQ

voor derdehalf honderd. — quot;Woor anderhalf, derdehalf, enz., van duizend, en de verdere grootere getallen gebruikt men dezelfde met ffiruq zamengestelde nitdrukkingen met bijvoeging van rj tm ^ \\ duizend, tienduizend, enz,;

bv. ornrj\'mkj! ru^rj-un vj -rj ,3/ lu j \\ anderhalf duizend (1500) gulden. — Ook als men van honderden spreekt, voegt men er wel eens xjn bij; bv. i anderhalf honderd krijgslieden.

193. Voor de helft van een wang (tiental duiten of centen, u^ü)\\ van «ji of iu^wi) gebruikt men in zulke uitdrukkingen het woord en zegt fiOrj asn voor een halve wang (vijf duiten of centen), «n 77 -m 77 «n gt; anderhalf wang, Èiiru^ (ook wel iurtiQiiw^) rj tin\\ derdehalf wang; tm wij\\ vierdehalf wang: enz. Voor mirjain^ zegt men ook wel ut m ij nïnj*

194. De benaming van breuken kleiner dan een half worden gevormd door zamenstelling van het passief denominatief van het telwoord met het woord gedeelte, deel, dat in breuken van getallen beneden de tien dikwijlsin ^ verkort wordt (§ 165), Zoo bv. vaniÊl«^\\ Ng., iSi(m\\ Kr.,

drie, Ui \'UI ni £}, Ij nji t inj ot \'i-i: y b/! rj ru ? ar^fj Ng., aJt iu ni nsti rm iHTJj of iiJi [Witsh cm onjj Kv., een derde deel of een derde; en zoo ü oji m mt a^im/j of Ng.;

ïu wn ikh wn m Mjanjj Kr., een vierde; (ïji rjt Qi rj anjj of :i3 ^ rj rnjj \\ een zesde, rm/j of wn aj^rxr^ajn an/j Ng., a/yj of Miwnan

lutMi/i Kr., een tiende; ojj ajimrjmtnjtM-ümji Ng., Si lui\'rnnrtni^Sirui^-^iitryjK.r., een twaalfde. — Breuken met een grooter teller dan één is de Javaan, die geen rekenen geleerd heeft, niet gewoon te noemen, maar zegt bv. in plaats van

ocr page 174

156 BENAMINGEN VAN RANGORDE. § 197.

drie vierde tn t.t ?ij i in li l ^U I\'n IJ 1x Ng., Oi-n 1~1 ^ rili\'r^ ï ?■»( gt;?; ;, fi t:t mjmtjI Kr. een half plus een vierde; in plaats van drie achtste ö ^ n ö «n hji ^ anjj iii }\'r^ ïj■gt;) rj ui?rju itkquot;ï j (Kr.) een vierde plus een achtste\', en in plaats van drie vijfde / j m quot;n m x 1i^ii rn \\ (Kr.) drietnaal een vijfde, —

195. Door aan een telwoord of andere benaming van hoeveelheid de vorm van het werkwoord te geven, wordt in het Javaansch beteekend, wat wij uitdrukken door elk of ieder er bij te voegen (§ 97 bl. 77); bv. i™ un m \\ elk, of ieder, een voet; van een voet; Qr^-hzx/t^vi\\ Ng., xnA^(ur^ivt\\ elk twee wang.

Zie de beteekenis van den transitiven vorm der telwoorden op bl. 80.

196. Voor een maal, een kéer, gebruikt men gewoonlijk mSiuiw/i (van Str^on/j), meestal zonder onderscheid van taaisoort; in Krama zegt men echter ook wel /OiSftrn^ van Sitrm^w Voor één maal, of de eerste maal, in tegenoverstelling van meermalen, zegt men (of on ^ ) £) nS^tyn/j of \'Q Snyjion^run (of rfitm 7_i rj vi i injj), slechts, of maar, een maal. Voor twee maal, drie maal, enz., gebruikt men in zamenstelling met de telwoorden het woordje 2/ï\\Ng., 2j\\Kr. Voor twee maal zegt men dan van het oude waarvoor men nu n? zegt (§ 27, aant.), en met verandering van den neusklank, ii3rjanrni\\ofnnSgt;nff\'mji\\ en ook wel, met nog eens Ss er vóór, 2/ïlt;i3^(rrn»\\ Ng., Kr.; en dan verder xjiiSin^\\ Ng., mnMiJhim\\ Kr., drie maal, ^jiajinsnj Ng., iktiamp;iO Mrt\'Vtim/i Kr., vier maal; Sjivn Ng., »r« Sïon ej/j Kr., zes maal; .0^\\ Ng., «Ti\\ Kr., tien maal, enz. En ook vóór QSimihtji gebruikt men niet alleen dat fe of maar men zegt ook Si m onjj \\ wat naar om Sirjarrrt^ gevormd schijnt. — Deze zelfde zamenstellingen nu worden gebruikt niet alleen in den zin van de eerste maal, de tweede maal, de derde maal, enz., en van ten eersten, ten tweeden, ten derden, enz.; maar ook in den zin van de (of het) eerste, de (of hef) tweede, de (of het) derde, enz. — Bij het naar orde, als het ware bij de vingers, opnoemen van personen en zaken gebruikt de Javaan gewoonlijk eenvoudig de telwoorden, die men dan Aoornommer één, nommer twee, nommer drie, enz. vertalen kan, of door primo, secundo, tertio enz.

197. De vormen van het accidenteel Passief van de de telwoorden worden als benamingen van rangorde weinig anders gebruikt, dan in zamenstelling met woorden, die half beteekenen, in uitdrukkingen zooals ons derdehalf (§ 191); en meestal wordt in zulk een zamenstelling korter de eenvoudige vorm van het telwoord gebruikt. Even zoo zegt men ookoinojxmi (Hnr^Tttarr^rjart ruq voor één buffel en een kalf, en iffi ri^nrr^rjiia nA/j\\ twee buffels en een kalf. — Buiten die zamenstelling beteekent tmofn/ (letterlijk twee wordend of geworden, getweed, zooals ons gepaard, en van daar) heide; bv. amp;)iisn tmn j\\ zijn beide oogen; en zoo ook om rj-ri trjoy als substantief; heide (personen of zaken). Het Krama «ra wordt evenzoo gebruikt, maar

ocr page 175

AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN

daarenboven ook voor het telwoord twee, en dus als Kr quot;mi a van rj-r,,

en tjiruirjTitw En, gelijk dus unrfnt - heide beteekent, en dus twee in vereeniging met elkander, of twee, die b ij elkander be-hooren of maar deelen of afdeelingen van één geheel zijn, in de voorstelling als één tezamengevat; zoo kan ook het accidenteel passief van de volgende telwoorden in gelijken zin gebruikt worden. Zoo zegt men nj) Si m \\ de gezevende hemelen, voor de zeven verdiepingen van den hemel als te zamen één hemel; en «n S ki x~n trn oG n.i \\ voor dc driepropheten, de trits propheten. — Maar ,h?i ru en «?! cm worden ook in tegenstelling van iHTirjut en iKn.r°i^\\ heide, zóo gebruikt, dat men, als men van drie personen of zaken spreekt, en twee daarvan als één tezamenvat, dan de derde «11 iQrvj rj^ of unénnmigwji noemt. — Ook worden en tsnvSif menigvuldig ge

bruikt, om een voorwerp zóó met een ander vergezeld of vereenigd voor te stellen, dat ze door met of en vertaald moeten worden; en zoo gebruikt men ook wel »0)111»«^ of om met twee voorwerpen een derde te

verbinden; bv. trn -nitrn inn «SicrmSi

alt;Tj)\\ of ook wel j.t) «?) lt;m nn ili ^ Si ikd St ^ nnq \\ de propheet Mozes met zijn broeder dm propheet Aaron, en met zijn staf (letterlijk gedried of drie wordend door of met zijn staf).

Zie de beteekenis van het accidenteel transitief Passief der telwoorden bl. 94.

OVER DE VOORNAAMWOORDEN EN ANDERE REDEWOORDEN.

Aanwijzende voornaamwoorden.

198. De aanwijzende voornaamwoorden zijn:

1°. van voorwerpen (personen en zaken): in Ngoko: en deze of dit; en ^ ?:m die of dat; Mt un* en Knrjxjns gene

of gindsche; — in Krama: (in de spreektaal ook QSjun \\) zonder

onderscheid, zeldzaam h°i bepaald voor deze oï dit, en ^i.-i^ voor die of dat; — in Madya: lt;M«n\\ somtijds deze of dit; somtijdsS

ay ï.i^\\ die of dat; tSurn \\ somtijds O^i,» \\ gene of gindsche.

2°. van hoedanigheid (qualiteit): in Ngoko: of

,8in de spreektaal ook ^au ijkj\\ dus, dusdanig, zoo, {zooals dit), of in de spreektaal ook nrjamp;urjtyis zoo, zoodanig,

zulk (zooals dat); — poëtisch zoo, alzoo, alsdan, als toen; — in

Krama: (Sianjs £}£!mt// of êtmtiiSlmji zonder onderscheid, dus of zoo, of zulk; — in Madya: Qtjuw £?i of Ê! rj i.n ,■£] mjj ook wel ^ £iw dus, dusdanig [zooals dit); SqimitSuMi^^ of f)rj».-»i Snariji ook wel ttojl zoo, zoodanig, zulk, (zooals dat).

i57

ocr page 176

158 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN, § 198.

3°. van hoeveelheid (quantiteit): in Ngoko: £irjrBirfig,\\ zooveel, of zoo groot, als dit, zooveel, of zoo groot, als dat; — in

Kr a m a: tQ w vfgwjy. zooveel, of zoo groot; — in M a d y a: et? rj w zooveel, of zoo groot, als dit; zooveel, of zoo groot, als dat.

4°. van plaats: in Ngoko: of x/n qunydeze -plaats, hier;

rrjih\'n 2rjrHji\\ of vn rj trn » ^ ^gt; die plaats, dadr ; ifmm ot runirn rm \\ gindsche plaats, ginds; in Kriimü en Madyïi; (un:Si) °n of ^«h\\ dezc plaats, hier;

ikt^ \\ of die plaats, daar; vn^\\ gindsche plaats, ginds.

5°. van tijd: ojitunMns Ng., ajiiL^^ums (in de spreektaal ook i-i gt; It*J},\')) -.) Ki\'., O-J m Kil \\ Md., nu, tegenwoordig; — rjnntfn Sn^-ys of ^I-JI un Qan N Ng., vn iru (L* Sj vn \\ en na £l m Kr., quot;j m tfh i.\'rj \\ en fj iji tnt j3 f,i tn w/j \\ Md., toen,

alstoen, of dan, alsdan; — myuj\\ Ng., a^iS^itnis Kr.Md., tot hier toe, tot nu toe.

a. De grondvormen van de voornaamwoorden tot onderscheiden a a n w ij-zing van voorwerpen zijn de in Kawi voorkomende eenlettergrepige \\ /, ^ en gt;\'1gt;\' waarvan i\'/i \\ \\ en vriHn door den voorslag i gevormd zijn (§ 71), en ihtirj,lvt\\ t-\'j \'j i:i en itmrjim door het aanhechtsel 7\' quot; (waarover later). Deze laatste vormen met het aanhechtsel rjvn worden alleen maar in de spreektaal gebruikt, en dan gewoonlijk alleen van zinnel ij ke voorwerpen, — Yan de drie door het verschil van klinker onderscheidene vormen wijst de eerste, ijnaat of Mnrjajui, iets aan, daar men onmiddellijk meê in aanraking is (zooals een voorwerp, dat men in of onder de hand heeft, de plaats daar men zich bevindt, de tijd, daar men in is, de menscheu daar men onder leeft of verkeert); of dat-in vergelijking van andere het naast bij is; oi iets, dat men op eenigen

afstand voor oogen heeft en met den vinger zou kunnen wijzen; en nïïiihm of Kttrjun iets dat verder verwijderd is, in vergelijking van één of meer andere voorwerpen, die reeds op eenigen afttand zijn, of ook een verwijderd voorwerp, dat men niet met het oog bereiken en niet met den vinger aanwijzen, maar slechts aanduiden kan. Hetzelfde geldi van dat zelfde onderscheid in vocalen bij de andere aanwijzende voornaamwoorden. In Krama. gebruikt men die onderscheidene vormen gewoonlijk alleen maar bij de aanwijzende voornaamwoorden van plaats, maar anders zonder onderscheid alleen de vorm met de klinker a. De grond hiervan zal wel geen andere zijn, dan dat de Javaan, als hij Krama, spreekt, niet met de oogen om zich heen zien, noch met de hand gesticuleren mag, maar de oogen zedig voor zich neêr moet slaan en de handen tegen het lijf of op den schoot houden, zonder andere gebaren te mogen maken of te wijzen, dan met de duimen. Zdó kan hij geen voorwerp bepaald aanwijzen, en is alles, daar hij in zijn gedachten en met de duimen op doelt, voor hem verwijderd.

ocr page 177

^ 198. AANWlJZENbE VOORNAAMWOORDEN. 159

Daarom heeft dan het gebruik gewild, dat men in Krama alleen maar de vorm met a gebruikt, alsof men van iets verwijderds sprak, — uitgezonderd alleen het geval, da4 men het onderscheid van plaats, daar of ginds, moet uitdrukken. — Zeer zelden gebruikt men tot meerder duidelijkheid of nauwkeuriger aanduiding (LjiHjuTi en hv. tegen

woordige jaar.

h. De aanwijzende voornaamwoorden van personen en zaken worden in het Javaansch ook gebruikt waar wij gewoon zijn de aanwijzende voornaamwoorden van plaats, hier en daar, te gebruiken , bv. (Lm 00^ ? x/h itm i-m ckjj^ zie daar, hier is water (als men het water in de hand heeft); en n?nKy^xjn £?i*ni\\ daar komt Je Jcind aan. En zoo menigvuldig inji^cuhwrt\\ Tcijk hier! en otldq(ijrtktq\\ TcijTc daar!

c, In het Javaansch heeft men geen aanwijzend lidwoord: maar, gelijk in het Hoogduitsch hiervoor het aanwijzend voornaamwoord gebruikt wordt, en in het Hollandsch en andere talen het aanwijzend lidwoord niet anders dan een verkorting van het aanwijzend voornaamwoord is {de van die, en het van da€)\\ zoo gebruikt men ook in het Javaansch .tyr» n Ng., Md., Kr., in de plaats van ons bepalend of aanwijzend lidwoord, om op een bepaalde soort ven dingen of wezens te wijzen, wanneer men van die soort in het algemeen spreekt. Door namelijk zoo dat aanwijzend voornaamwoord als attribuut van hoedanigheid bij een zelfstandig naamwoord te voegen, wij st men daarmee op de bijzondere hoedanigheid of aard van hetgeen men met dat zelfstandig naamwoord noemt. Zoo zegt men iamp;i ïyoji iuh cKTj voor de mensch of de menschen, tot onderscheiding van andere wezens, zooals de dieren; an Jnhet yaard, cuicSvhhet rand; tSivjtföiiMiLmKijs de Jcojftehoom, en rf iw2(uiunde koffie. — En zoo wordt ook wel het aanwijzend voornaamwoord als substantief in een zin gebruikt, en beteekent dan zooveel als zulk een of zulken, zoodanig iemand, of de zoodanig en; bv. iL/7» 70^ hm cm rj\'-n ei w (ui die, d. i. zulken, znlke menschen, worden heheerscht door hun begeerten en driften (voorbeeld ontleend aan Winter\'s Zamenspr. I, 91, 6).

d. Eigenaardig is het gebruik van de aanwijzende voornaamwoorden

en (L/nKi^N Ng., Sitni en Sikt^. Md., Kr., als demonstratief

attribuut van hoedanigheid bij de persoonlijke voornaamwoorden van de eerste en tweede persoon, zoodat men bv. ttm(hnr^tunwi en vjmmrj.vtajh (hi^ \\ zegt, wat woordelijk deze ik en die jij beteekent, maar in het Hollandsch zóó geen zin heeft. De zin en beteekenis van het aanwijzend voornaamwoord in zulk een verbinding is dan ook in een Hollandsche vertaling moeijelijk of in het geheel niet terug te geven, maar is altijd deze, dat met het a a n w ij-zend voornaamwoord als bepaling van hoedanigheid gewezen of geduid

ocr page 178

AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN. § ISS.

wordt op de bijzondere hoedanigheid, qualiteit, toestand 01 gesteldheid van de persoon, die met het persoonlijke voornaamwoord bedoeld wordt. Zoo zegt men: mi ik zit in verlegenheid,

wanneer men de gesteldheid of toestand wil aanduiden, waarin men verkeert. Zoo ook; m ^.7™ zw Jnrjirn ik wilde

je iets vragen; en drukt dan op die wijze uit, dat men iets te vragen had. En zoo zegt men tot een bediende:

jij vergeet alle dingen.\' maar duidt op die wijze op zijn onachtzaamheid als bediende. Men zou ook kunnen vertalen j ij lent ë en vent die alle dingen vergeet. Even zoo tot een klerk , die s\' oehends te laat op het kantoor komt: o^^r,MQ«r,wat men vertalen kan door:

Zeg eens, klerk? wat Tc om je laat! en duidt dan zoo op zijn traagheid en slechte pligtsbetrachting. En zoo zegt men ook bij wijze van

uitroep voor ons Boe kan je zoo wezen? of Hoe kan je zoo spreken ?

e. Verder worden de aanwijzende voornaamwoorden van personen en zaken, £V..y en ook gebruikt om te wijzen op een be

paalden, genoemden of geschreven, stand of toestand van zaken of omstandigheden, en kunnen dan vertaald worden door ahtoeu of alsdan, zoodan of nu dan, of ook enkel door zoo of nu. Veelal wordt er dan het zoogenaamde betrekkelijke voornaamwoord tot nadruk voorgevoegd, en zegt men dus aatiLm x^ enz.

ƒ. Van de aanwijzende voornaamwoorden van hoedanigheid wordt in Ngoko en Madya de vorm met de klinker e gebruikt, vo or e e r s t, om te wijzen of te duiden op de hoedanigheid van iets, waarmeê men in onmiddellijke aanraking is, zooals van iets, dat men in de hand heeft. Zoo zegt men bv. wzulJc troebel water, van troebel water, dat men in een glas in de hand heeft, maar als men

doelt en wijst op troebel water dat men vóór zich heeft en waarop men met den vinger of het oog wijst of wijzen kan. — Ten tweeden wordt die vorm met e gebruikt om daarmee te wijzen op iets, dat men er 0 n m 1 d-d e 1 lij k op wil laten volgen, zooals wanneer men van een brief sprekende zegt; luidende aldus, of aldus luidende, en dan den

inhoud daarop volgen laat. En zoo zegt men: rede dat

Ut zóó is? (namelijk zóó als gezegd is); maar de rede is

aldus, of de rede is deze, (namelijk z 0 o a 1 s volgt).

g. De aanwijzende voornaamwoorden van plaats worden in het Javaansch niet alleen als b ij w o 0 r d e n gebruikt, zooals in \'t Hollandsch hier en daar,

maar ook als z e 1 f s t a n d i g e en b ij v 0 e g e 1 ij k e voornaamwoorden. Soo

beteekent bv. ri^nunrjurtrj^ de menschen van deze plaats, en TfiiaiMTjHnrf «ijm dit dorp»

ocr page 179

§ 199. VRAGENDE VOORNAAMWOORDEN. 161

A. Van die aanwijzende roornaamwoorden van plaats wordt tmiyn\\ Kg.

Kr. en Md., in vergelijkingen ook wel van personen en zaken gebruikt, waar wij in het Hollandsoh gene gebruiken; bv. Met jou vergeleken, iLm°izrrnji?nü/n!t,-M is gene nog rijker. De oorzaak hiervan ia, dat men in een vraag, als men vraagt naar dat onderscheid, dat er bestaat tusschen deze, die en gene (waarmee een plaatselijk onderscheid beteekend wordt), ook van personen en zaken het vragend voornaamwoord van plaats gebruikt, waar wij het vragend voornaamwoord welke, welk of wat gebruiken; bv. \' cm j £?i (of itrn£nw\\ welke (wie van de twee, drie of meer) is de rijkere (of rijkste)? en f f]7°;J.n nw\' wat is het beste? namelijk van twee of meer dingen, daar over gesproken wordt, dit ? dat ? of wat anders ? —

Vragende voornaamwoorden.

•199. De vragende voornaamwoorden zijn:

1°. van voorwerpen, — van personen en zaken als adj ec tief, van zaken of dingen ook als substantief—\'.xmnji Ng., (in de spreektaal

ook Q^iui\\) Kr., luiHji soms ook Md., wat? wat voor? — van per

sonen, als substantief, mojis Ng., Kr. en Md.: wie?

2°. van hoedanigheid: nsnnvuSirfvii* gewoonlijk (in de spreek

taal ook !knsir]hm\\ isi)rjaaji\\ en snjilvts) Ng., ixn tjinioji~jj.mjs (in de spreektaal ook r^.wioJt~Jj.ii^\\) Kr., xj^aoji of Jni 7/^% uj^ an/j en rj^^ivh ge

woonlijk of Ook wel ihti iS) £gt; \\ Md., hoe?

hoedanig?

3°. van hoeveelheid: M-m Ng., Si^utjjs Kr. en Md., hoeveel?ofhoe weinig? en hoe groot? bv. hoeveel schepen? maar Si-hasnuy

»f)y\\ hoeveel jaar? Want even als de telwoorden beneden de tien, die op een klinker uitgaan (§ 188), wordt ook dit vragend voornaamwoord door middel van een Tjëtjaq met het volgend naamwoord verbonden.

4°. van plaats: £namp;i\\ gewoonlijk met het voorzetsel a^ï (§ -152) xntQ^ of verkort Ng., of ^Snu^Sis Kr. en Md., wat plaats? waart ook

van personen en zaken gebruikt voor welke? welk? (welke oi welk van de twee, drie of meer?), wanneer men vraagt naar dat onderscheid, dat beteekend wordt door de drieërlei vormen van het aan w ij ze nd voornaamwoord aSi Jn, deze (hier), vnki^\\ die (daar), en im\\ gene (ginds), en dat eigentlijk een plaatselijk onderscheid is. Verg. § 198, a en h.

5°. van tijd: of rjxnvQaj) mtji of TjnctiKn ^niui\\ en rut ctrt hjikui \\ Ng.,

toten Kr., vjdjien rticmwm\\ wanneert—-

van de toekomende tijd: ^miu\\ Ng., Kr.,

tg.(ui\\ Md., wanneer? tegen wanneer?

a. Het vragend voornaamwoord van voorwerpen, un .vt \\ ^ li \\ en

11

ocr page 180

^ BETItEKKEI.UK VOORNAAMWOORD. § 200.

Hjj \\ wordt ook vóór een gezegde of zin gebruikt als vraagwoord, dat wij in het Hollandsch niet hebben, daar wij een vraag door de vragende vorm van den zin te kennen geven; bv. ^ of .mi ^

VKr,,rl*jlS,y*noy1 Bel je al gegeten? - Dikwijls evenwel wordt van dit vraagwoord in de spreektaal geen gebruik gemaakt, daar de vragende toon alleen voldoende is. Zoo gewoonlijk bij ™ Ng., SnmV Kr., rS{cmV Md.: zoo? oija? in den zin van niet waar? — In een complexe vraag wordt dit vraagwoord alleen voor het tweede lid gebruikt en vervangt zoo ons voegwoord of; bv. tuniKnlt;SnriKni:iun(ui\'U\'iiS\\ is dat een hufel of een rund? \' h. Het vragend voornaamwoord van personen, Ng., Kr. en

Md., wie? wordt ook gebruikt, wanneer men naar den naam van iemand vraagt en in het Hollandsch het vragend voornaamwoord van hoedanigheid, hoe? gebruikt. Zoo vraagt men: of hoe u je naam?

hoe heet je? maar dan is in het Javaansch het onderwerp niet je naam , maar de persoon. tot wie men spreekt; en de volledige uitdrukking , die men ook wel gebruikt, is: wie hen je 0f

wie hen je, watje naam letreft?

Betrekkelijk voornaamwoord.

200. Het zoogenaamd betrekkelijk voornaamwoord is in de sprcek-taal ook en of Ng. en Md., Snur,. in de spreektaal ook ÏÏur,. ook wel of Kr., die, of dat, degeen die of hetgeen. Maar eigentlijk

en wezen tl ijk is het (zooals trouwens ook het Hollandsche die, dat, degeen die en hetgeen) een aanwijzend voornaamwoord, dat dient om met nadruk te wijzen op dat, waarvóór het geplaatst wordt, tot onderschei d i n g e n i n tegenstelling van iets anders of van het tegenovergestelde; en dan ook, om met een woord dat een doen of bewerken beteekent, een benaming te vormen van de persoon of zaak, die het doet of bewerkt. Zno zegt men *s. «sn d* linker

hand in tegenstelling van de regter; goede grond, in te

genstelling van minder goede of slechte; wiïamp;s de ééwe, in tegenstelling van de andere, maar ook de andere, in tegenstelling van de eerste .Qtivry. hoor er goed na, hoor goed toe! en zoo ook met gebiedende toon

spoedig! zonder dralen. (Zie de aant. bij § 180).

de dader of de maker, in tegenstelling van de daad oï het gemaakte, de brandstichter; de Schepper: hetgeen het

meebrengt, d.i. wat de oorzaak is, de oorzaak. - Zoo ook met nadruk en tegenstelling vóór zinsneden, die met een voegwoord zooals ^

of,(fo.u met een hoofdzin verbonden worden; bv.

ocr page 181

§ 202. fÉRsooNUJKE voornaamwoorden. 163

lun.wnj*. Ingeval zij op de weg overnachtten; alsdan wierden zij gelast beide prophelen, terwijl ze sliepen, in het donker te mollen. {Radja Pir, bl. 97, i2). — Over 1?«uni.|^hm hier zie men de aant. e bij § 198.

Het voornaamwoord «riv waarvan (i3i trn\\ of de verlengde vormen

zijn, is blijkbaar eigentlijk niets anders dan het aanwijzend voornaamwoord «ti v K-w., t?) kt) \\ Ng., met een Tjëtjaq tot verbinding met het volgende (zie de aant. bij § 104 en § 198). Even zoo zal ook wel in amp; en mï de Tjëtjaq dezelfde uitgang zijn; en dan amp; eenvoudig hetzelfde als Si \\ dat in plaats van een titel vóór namen gebruikt wordt en dan oorspronkelijk ook een a a n w jj-z e n d voornaamwoord zou zijn, — ?Ji •• is dan ook hetzelfde als S) (aant. bij § 180) met Tjëtjaq, en met verwisseling van de tand- en tongletter.

Het onderscheid tusschen «ti als Kgoko en i?iï un als Krama wordt niet altijd strikt in acht genomen. Dikwijls gebruikt men in Krama ook wel ).\'» en tuil Mn \\ in Ngoko, althans in deftigen schrijfstijl.

201. Uit dit spraakgebruik, om zoo in tegenstelling bv. ».» (of tit)) irvt iHj ^ voor de man, en f \'n (ot i1)) (jj rj ut t ki j yoor de vrouw, itj i\'ii yt\\ \\oor de vader, iuntrnii%ttc7^\\ voor de moeder, en Sn m «ii \\ voor het kind (de zoon of de dochter) te zeggen, heeft zich het eigenaardig gebruik ontwikkeld, om in Krilma-inggil tunafn te gebruiken in plaats van het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon {rjun\\ of un ^ , zoodat bv. vnun-n r i als Krama-inggil ook betee-kent zijn vader of de vader van. Zoo ook in het hoofd van brieven bv. iamp;in\'n io -n asn vn tdn un ïj? rei ei £l t/.m i i-i a3ï tin -n m - brief en heilbede van zijn vader,em. Dit gaat zoo ver, dat men zelfs zegt: (uiiun cLnxn^un\\ voor

Hij (bv. de Vorst) sprak of zeide. —

Persoonlijke voornaamwoorden.

202. Het gewone persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon is n/nm^xNg., ru gt; Kr. Md., ik, mij. Spreekt men in Ki\'ilnul niet meer nederigheid of onderdanigheid, dan gebruikt men urtur^ tu of.?.»)xjjtli\\ dat rfienaar of onderdaan beteekent en dus door Uw dienaar vertaald kan worden. Hiervan is het gewone niet anders dan een verkorting, maar heeft door die verkorting dan ook zijn duidelijke beteekenis van dienaar verloren. — Wanneer men spreekt tot een vorstelijk persoon, of tot een aanzienlijke, wiens ondergeschikte men is, en diemenmetMOT)^ragi^(amp;i^of»j^®j~i«,uiK)rafEi,; betitelt; dan gebruikt men ook jmi5izetajn.1 \\ of enkel (bij verkorting ook en nog korter tuinjiamp;iji), dat zooveel beteekent als Uw Hoogheids onderdanige dienaar. Een nederige uitdrukking is ook imnn ^ti^nji\\ of Uw dienaars persoon.

203. Het gey/one per so onlij k voornaamwoord van de tweede persoon is rj Itnt t rf\'UI \\ Ng., jij, jou of^\'e, mi 7] iamp;i ^itwi wji Kr., U, iS)un\\ Md., gij, ge, m,—

ocr page 182

Persoonlijke voornaamwoorden.

Het Krama is een Knima-inggil-woord voor voet. of voeten, en

het zoo zonderlinge gebruik van dit woord als voornaamwoord van de tweede persoon laat zich daaruit verklaren, dat de Javaan, als hij het eerbiedige Krama spreekt, nederig de oogen voor zich neer behoort te slaan, zoodat hij van de persoon, tot wie hij spreekt, alleen de voeten ziet: en dus als het ware tot zijn geëerde voeten spreekt. — Ook titulaturen, zooals ij rj mihjwUw waardigheid, UEdele, ^ fm Sj \'\'quot;fP ]J ^x Vw Hoogheids waardigheid, U Hoogedele of Uw Hoogheid, en tot een Vorst voor Uw Majesteit, worden als voornaamwoorden gebruikt. —In plaats van het ge m eenzame gebruikt men in M a d y a «nnjj-n ■gt; gew. tSnq5ljn\\ (dat eigentlijk de geëerde persoon beteekent), als men beleefder of met meer respect, bv. tot een oudere van jaren, spreekt. Ook wordt het wel in gem eenzaam Krama gebruikt. — In familiaar Krama wordt door vorstelijke personen hiervoor .unafimi gebruikt. — In officiëlen stijl wordt in K rit ma, als de hoogere rang van den schrijver (of van den lastgever van een bode) verbiedt het nederige voornaamwoord uw.m,;, of een ander nog hooger,

te gebruiken, in plaats daarvan munofiw. of gewoonlijk wê:nnwtm\\ gebe-zigCl) — een betiteling, die zamengesteld is uit het zooeven genoemde ,1/71 mKn met S\\ of de verlengde vorm dat in Kawi ook, even als

voet, voeten, beteekent. — Behalven dat wordt door den Javaan, als hij Kratna spreekt of schrijft tot iemaed, tot wien hij juist niet gaarne als tot een meerdere het nederige d-j) 17 ie)zou gebruiken, dit voornaamwoord ook dikwijls vermeden door den titel van den persoon, tot wien hij spreekt of schrijft als voornaamwoord te gebruiken, zooals bv. «71 «71®)

mj\\ tun (in lEiMjp fivn ^007 rj ctï^un \\ un inn n ihh (hu n i^r^un hui \\ ajidiji f

Kr^iruis of iun^nvt!Lyi^\\ en dergelijke. — Tusschen aanzienlijke Europeanen en Javanen van rang, die vriendschappelijk met elkander omgaan, wordt weder-zijdsch het Maleisch vriend, eigentlijk broeder, als voornaamwoord

gebezigd.

204. In de hoftaal gebruikt de Vorst, in zijn vorstelijke waardigheid sprekend of schrijvend, en ook wel een Vorstin, lunt^ihn.p bij verkorting»^«1,71 als voornaamwoord van de eerste, eni5m\\ (dat eigentlijk een voornaamwoord van de derde persoon is, zooals het Hoogduitsche er en Sie) als voornaamwoord van de tweede persoon. — In officiëlen stijl gebruikt een ambtenaar tot zijn ondergeschikten voor ik, en utKn^m voor gij.

Het Toornaamwoord run(voor en dit voor is in Bagë-

len, Bantam en Tjëribon, alsook in een gedeelte van den Oosthoek, in de dagelijksche spreektaal als Kgoko in gebruik; zoodat men onderstellen mag, dat dit voornaamwoord van het in den Oosthoek gelegene Madja-paït met het hof naar middel-Java meêgebracht, en, terwijl het hier in de volkstaal niet

164

ocr page 183

REFLEXIEF VOORNAAMWOORD.

§ 206.

165

in gebruik was, iu de taal van het hof in gebruik gebleven en zoo een aan deze taal eigen woord geworden is.

Over andere voornaamwoorden, zooals (.ƒ uj kii \\ }.0n i:ii \\ u ■ n en l\' \' n \\ emrj \'rfrriaM\\ (eig. hetzelfde als fQfl^ en £)^\\ wn i (ün wijj of

TjKmQ(ynjj\\ itsnv) of ^\\ of ook (unrjxjit of (ing\\ (Eiiamp;t en tfn £1 \\ wrjasna^tKi^ of r] i\'n \').ƒ \\ i.t) rj i\'n r:i en ^ l \\ en meer andere: zie men het woor

denboek. —

205. Een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon heeft de Javaansche taal eigentlijk niet, maar in de spreektaal gebruikt men van personen (niet van zaken) daarvoor wel de uitdrukking Ng.,

of ook wel m (uvt zji^rj vrt \\ Kr., van anders gewoonlijk

r/ijtrjw\\ Ng., iS.i/ugïwn^\\ Kr., zelf. met het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon, zoodat het eigentlijk zooveel als dezefeebeteekent. Men kan het zeer goed vertalen door de man of de vrouw (of het mensch), waarvoor men in de schrijftaal rjviirjtn\\ Ng., nSi ili °iijjKr., gebruikt. Van een persoon, die men eenige achting of eerbied toedraagt, wordt het niet ligt gebezigd: men gebruikt dan liever in plaats van een voornaamwoord den titel van de persoon. Zijn vader, bij voorbeeld, of zijn heer of meester, met dat ijnjirjvirjun^ of £iuvi wtnivj! wji aan te duiden, zou hoogst oneerbiedig zijn; gelijk het trouwens meest overal in ons vaderland ook oneerbiedig geacht wordt, van zijn vader of moeder, of heer of vrouw, hij of zij te gebruiken. — In den Oosthoek van Java wordt en ook wel gebruikt tot vorming van

de derde persoon van het subjectief passief, in plaats van iSi en

206. In plaats van het Hollandsche reflexief voornaamwoord zich (waarmee dezelfde persoon die als onderwerp het subject is, in den zelfden volzin als object beteekend wordt: zie Over de deelen der rede bi. 169 van de derde uitgaaf) gebruikt men in \'t Javaansch het woord xmviKvjl Ng. Kr., .QjPjnN Kr. i., lichaam, in den figuurlijken zin voor persoon, met het bezittelijk voornaamwoord; en met ^ ^ rj vi \\ Ng., aS *.w ^ miq K., er bij, voor mij zelf, u zelf, zich zelf, bv. mi oi ^iu\' \\ mij zelf, mi ui ^ m rj «i \\ zich zelf. — Over irfiuirju) en ruii.u®Kjy zie men het woordenboek.

Bezittel ij ke voornaamwoorden.

207. Om den zin van het bezittelijk voornaamwoord uit te drukken, worden de meeste persoonlijke voornaamwoorden eenvoudig als bepaling (in den zin van een Genitief attribuut) achter het zelfstandig naamwoord gevoegd; bv. .ui rri ru \\ het paard van mij, m ijn paard; -n iS m vj \\ Uw jongere broeder (of zuster); n un i%iamp; ivn wmi \\ Uw oudere broeder. — Omtrent dit «Jn

waarvan als bezittelijk voornaamwoord veelal de kortere vorm

ocr page 184

166 BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN. § 209.

«Ti gebruikt wordt, waarin het ook anders als p e r s o o n 1 ij k voornaamwoord in gebruik is (§ 203), maar ook zoo dikwijls als men wr) IEJI ~JI (LVi onjj zou moeten verbinden met een benaming van een persoon, die hooger in rang is dan de persoon tot wien men spreekt en anders 17®!-ia/won^ gebruikt. Zoo zegt men wel nm^o Uw jongere broeder, rnaar -nuniuhS

icnS^uns Uw oudere broeder. Iemand met te benoemen zoo

in één adem met de benaming van iemand, die hooger in raug is, wordt als ongepast beschouwd, — althans in de vorstenlanden: want iu den Oosthoek van Java zegt men ook wel num nu im,uw ouder e broeder, -ri tim rj,fi (luctoji uiv geachte vader, enz.

208. In plaats van de als persoonlijk voornaamwoord gebruikte titulatuur ^ iQn (Citn rf tl.ll7anj (§ 203), gebruikt men als bezittelijk voornaamwoord eenvoudig mt/ n ^nbuanj], dat trouwens ook in die titulatuur het bezittelijk voornaamwoord is. — En even zoo gebruikt men in plaats van de titulaturen u iQi»picngig^(E/i^ en als bezittelijk voornaamwoord het ook in deze titulaturen als bezittelijk voornaamwoord fungerende dat wel eigentlijk het binnenste, het intérieur, en vandaar de vorstelijke woning in het binnenste van den rijkszetel (de wm-i 17 asn i aojf) beteekent, maar verder gebruikt is geworden om daarmee den in dat ongenaakbaar binnenhof residerenden Vorst, en even zoo ook een vorstelijken Prins, aan te duiden, gelijk wij dat doen met de abstracte benaming Hoogheid. Zoo zegt men dan bv. niet alleen Zijn (of Uw) Hoogheids dienaar, en Snisxtng^Ei^ Zijn (of Uw) Hoogheids behagen (— uitdrukkingen, die men nog wel verstaan kan als dienaar van het Hof en het behagen van het Hof; —), maar ook bv. -rut^uig^ ti^ voor Zijn of Uw Hoogheids aankomst of terugkomst. —

209. In Ngoko worden als bezittelijke voornaamwoorden aanhecht-sels gebruikt. — Zoo namelijk voor .i/jik^i ik, het verkorte en voor rjtlt;mrjvt\\ jij, jou, het aanhechtsel ey dat een verkorting is van het verouderde xn w bv. KTijn - mijn paard, en itsnirniE^ (tanggamoe, § 38), jebnurman, van riasmrm^ buurman. — In plaats van en kj. gebruikt men echter ook dikwijls het tweelettergrepige njn m^ en mmtp wanneer het naamwoord, daar het voornaamwoord aan gehecht wordt, met het aanhechtsel «jnarijj gevormd is. Zoo zegt men bv. van 01 of(volgens § 14) feedrj;/ (van nmrj.u)*), soms wel lucrnrf je bedrijf, maar meer gewoon of luinmrj viiun ey volgens de aant. bij § 78, öf ujiim^

Als het naamwoord op zich zelf op an uitgaat, zooals ktipaard, of niet duidelijk door afleiding met het aanhechtsel i/ninj gevormd is, zooals cQcmibiw/j wapen; dan gebruikt men geregeld het éénlettergrepig aanhechtsel, en zegt mijn paard, en cmcm je wapens. — Van ïï ti ynj, oom,

zegt men evenwel niet alleen ivgt;ivitn\\ maar ook dikwijls miizijnuAw Doch dit

ocr page 185

BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN.

167

-110.

is een benaming van bloedverwantschap, en de benamingen van bloedverwantschap hebben in de verbinding met die bezittelijke voornaamwoorden meer bijzonderheden. Als zij namelijk op een a {a) uitgaan, zooala (ur^ ui^ oom; dan worden zij in verbinding met die aanhechtsels veelal met een wi gesloten, en zegt men bv. ^ km n of met het tweelettergrepig aanhechtsel je oom, — Van wn un \\ oudere hroeder, zegt men rrn (tn n je oudere hroeder ; en van wm khn grootvader, en grootmoeder ^ zegt men bv, tunrjmti9rn^\\

mijn grootvader, en of ook wel je grootmoeder. Dit zijn

eigenaardigheden, die waarschijnlijk verklaard moeten worden uit anomalieën van de kindertaal, die men aardig vond en daarom nazeide, en die zoo al langzamerhand in gewoon gebruik gekomen zijn.

210. Het voornaamwoord (dn^onj (204) wordt in den zin van bezittelij k voornaamwoord zelf als aanhechtsel met een naamwoord verbonden, bv. iruajuxnOnze brief, van njtiCins brief; en met tusschenvoeging van een n, als het naamwoord op een klinker uitgaat, bv. iw vafij\'ujiynji Ons behagen, Onze verkiezing, van — In plaats van flSz-n (§ 204) gebruikt men als

bezittelijk voornaamwoord (dat het grondwoord is) bv. iwt(uutêir-n\\

uw brief, en met tusschenvoeging van een n, als het woord op een klinker uitgaat, zooals in ikti\\ uw kameraden, van (§ 38). —Voorde

uitspraak is op te merken, dat, als het woord op een i of oe uitgaat, dan — wel niet altijd, maar — veelal de i als è, en de oe als ó wordt uitgesproken, bv. in mijn kleinkind, als poetoeningsoen, veelal als (Ujrfnsnt

poetóningsoen, van kleinkind; .unn5iK^rn\\ uw hart; van imaSi

hart, als atinird of veelal als (un rj asn ujni * {atènira) en n uw Vorst,

van ratoenird, of veelal als ^rtrjasntS^ni^ ratónird.

Deze uitspraak is misschien niets anders dan een volgen van de analogie van de verandering van de klinkers i en e en oe in o in het transitief werkwoord met het aanhechtsel i (§ 98): maar kan ook vergeleken worden met de verandering van de i in e in woorden als rj f voor iÈitn/^\\ volgens de aan-teekening bij § 52.

Omtrent het persoonlijk voornaamwoord kh nsn is op te merken, dat het in den zin van het meervoudig voornaamwoord van de eerste persoon als bezittelijk voornaamwoord onveranderd blijft, bv. in iamp;tfti nsn n onze Heer, en (trnStui^uhasns onze doorluchtige quot;propheet\', en in zulke benamingen dient het om de beteekenis van het Arabische bezittelijk voornaamwoord van de eerste persoon in \'t meervoud (Li) uit te drukken: iu \'t Arabisch wordt namelijk een betiteling als onze Heer uitsluitend gebruikt als titel van personen van groot gezag. — In den zin van pers. voornaamwoord van de tweede persoon wordt in plaats van cKnnsn als aanhechtsel in den zin van bezittelijk voornaamwoord nsn gebruikt, bv. i/npiwi \\ uw kind; en als het woord op een

ocr page 186

■IfiS BEZITT. VOORNAAMW. VAN DE DERDE PERSOON. § 211.

klinker uitgaat, dan wordt dit met den neusklank u gesloten, by. -namp;tMvs uw vader, van \'*\' ^ ^ en \'\' gt; iu in \\ uw jongere hroeder, van nnaSis 2H. Een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon heeft men in de Javaansche taal, zooals boven (§ 205) gezegd is, eigentlijk niet: maar des te menigvuldiger gebruikt men ii]s bezit telijk voornaamwoord van de dorde persoon het aanhechtsel rf!un\\ Ng. Md., aSt aj mp Kr. (§ 86), doch zóo, dat men in meer gemeenzamen stijl zich soms ook wel eens in Krama veroorlooft rfun te gebruiken. — Dit aanhechtsel nu wordt geheel op dezelfde wijze als en nSm (§ 210) met een naamwoord verbonden; bv. irfumt

(óbóré) Ng., (öbörripoen) Kr., zijn {of hun)

fakkel, van rfimtrfvrm-i. luiSiirfMgs (pami\'té) Ng., (pamittipoen)

Kr., zijn afscheid nemen, van «ji lëi asn/jt, ) 7» \\ (isiné) Ng.,

(isinnipoen) Kr., zijn beschaamd zijn, van h/omwijw irj ■ i/ }lt;j - (toeroéné) Ng., v-tj ■-lt;! jy t j i,\'!j (toeroènnipoen) Kr., zijn afstammeling, van \\:\'j rj KJ J W rj vi i % rj xm \\ (wö-é) Ng., (wóh-ipoen) Kr., zijn vrucht; van 17«quot;?*

r/djns (si-é) Ng., ui?in/j (sih-ipoen), Kr., zijn gunst; van (kawroé-é) Ng., trnCv^^vn ^ !tnjj\\ (kawroèh-ipoen) Kr., zijn kennis, van —

(\'ambéné), Ng., (lambènnipoen) Kr., zijn lip; van

rhti/Ktw izmuirjiHj (bangsané) Ng., urn 7-.?Sj ^ onjj (bangsannipoen) Kr., zijn geslacht, van riirniiui\\ (bdngsd, § 38); — gt;m ^\\ (bati\'né), Ng., tenquot;pij(hnj (batinipoen, of veelal b a tè n i p o e n), Kr., zijn winst, van icti^w (poetoéné) Ng., ^ ^ «^(p oetoenipoenofpoetónipoen) Kr., zijn kleinkind, van — Achter benamingen van bloedverwantschap wordt in plaats van het aanhechtsel 1711/n dikwijls rjun gebruikt, terwijl daarbij tevens dezelfde onregelmatigheden plaats hebben als bij de aanhechtsels ^ en «iv (aant. bij § 209) bv. en 17° rj an \\ zijn moeder, van £7 rj m i 3,^ en iLnj.u)r)Kn ook wel virj ujgt; zijn oom, van tuymiw Men zegt men ^ v en iviiEiiMfrjiKjs zijn oom, van en —

Dit rjvo in plaats van het gewone rjivn heeft men ook nog in rj(i^rjtn^\\ verkorting van rj w rj ,iji rj »ni\\ en in rj\'natjan of ijtrj^i^rj annaardien, daar, in plaats van r]ii^r]iun\\ of ajirj-n^rf.un\\ van Het schijnt een over

blijfsel te zijn van een verouderd dialect. In het Soendasch, en ook in het Madoereesch-Javaansch zegt men on\\ (na), en in Javaansche poëzie, even als in het Maleisch , irm (nja), en in oud-Kawi anj (nya). Uit de zamensmelting van de i en a in dit (rg^ij zou de é in rj m te verklaren zijn volgens § 53, S. En ook de é in het Ngoko-aanhechtsel rjrm \\ terwijl men toch in het Kriima-aanhechtsel i ?) i j anjj de i heeft, laat zich verklaren als een zamentrekking van ia, dat in \'t Maleisch het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon is. Zoo zou dan bv. iku nni t] iwi \\ {si kil é) zijn voet, ontstaan zijn uit

o ■ 7 .7

11.11 a.jijs szkllya.

ocr page 187

§ 212. BEZITT. VOORNAAMW. VAN DE DERDE PERSOON. 169

212. Dit zoogenaamde bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon is evenwe\' eigentlijk niet een persoonlijk voornaamwoord, zooals het trouwens ook zoowel van zaken als van personen gebruikt wordt. Dat é of i (zooals in het Krama is zeker eigentlijk niets

anders dan een onbepaald aanwijzend voornaamwoord van plaats, en wel hetzelfde woordje als de uitgang i van het transitief werkwoord (zie de aant. bij § 104), en dat als demonstratief of aanwijzend voorvoegsel tot verbinding met het volgende met den njr-klank tot uitgang als mï wordt uitgesproken (zie § 153 en de aant, p. 124). Als onbepaald aanwijzend voornaamwoord van plaats verschilt het in beteekenis van de bepaalde, hier, daar en ginds entoiitn), en komt dus

in beteekenis overeen met het Hollandsche toonlooze er (er, verkorting van het in de spreektaal ook wel gebruikelijke der, en dit voor dar of, met accent uitgesproken, daar). Tot bepaling (in den zin van een genitief attribuut) aan een naamwoord gehecht, heeft het dus eigentlijk de beteekenis van ons ervan. Zoo beteekent dus bv. van trrirjw. groot van omvang, dik, figuurlijk groot van aanzien, aanzienlijk, lt;rrir]\'iairj Kj\\ {g e d é n é) de grootte er van, bv. van een land, gewest of terrein, de omvang of dikte er van, bv. van een boomstam, slang, middel of arm; en dan ook van een mensch, zoodat men dan ook vertalen kan zijn dikte. — En, gelijk in het Hollandsch dat er in er van gebruikt wordt om op iets te wijzen (iets aan te duiden), dat men niet noemt, maar dat men voor den geest heeft; bv. als er spraak is van een huis of kamer, en men dan zegt, de deur er van, het dak of de zoldering er van, de muren er van, de meubels er van, enz.; zoo ook in het Javaansch; bv. .ruij ra \\ de deur er van, luirjwtrjKjs het dak er van. — In het Hollandsch zeggen wij gewoonlijk in zulk een geval alleen met het bepalend of aanwijzend lidwoord (zonder dat er aan) de deur, hel dak. En zoo wordt een bepaling van een persoon of zaak, die in het Hollandsch door dit lidwoord beteekend wordt, in het Javaansch (dat geen lidwoord heeft) door dat aanhechtsel i^t/n of tS uitgedrukt, zoo dikwijls als men spreekt van een voorwerp (persoon of zaak) als bepaald door zijn betrekking tot iets anders, dat men voor den geest heeft en met dat aanhechtsel alleen maar aanduidt. Zoo zegt men (unruirfit^s de weg (van (unnjnmj), als men bedoelt de weg naar de een of andere plaats, die men voor den geest heeft; jS)vyrjtys het riet (van riet, suikerriet), als men bedoelt het te velde staande of

gekapte riet; kVj ij o Ij i-j is^\\ de schoenmaker, als men bedoelt den schoenmaker van de laarzen of schoenen (ö °ti of »3 17«^), daar men van spreekt. Zoo vraagt men aan een bediende: tutunonrfxmifji^ is de Heer {vil] zeggen Mijnheer) thuis? en bedoelt dan den Heer van den bediende; zooals omgekeerd met 15^17ti den bediende van den Heer: en zoo ook ^oni

ocr page 188

170 BEZITT. VOORNAAMW. VAN DE DERDE PERamp;OON. § 213.

^gjjgt;.rj i/n ^ de Mevrouw (wij zeggen Mevrouw); vn \\ de babah, de Chi-

nesche pachter van de markt, lui^rjiui^A^nnQiisn/j de hitte (die men op het oogenblik heeft) is erg, het is erg heet, de wind is veel, er

is veel wind. — In het bijzomier moet nog als een eigenaardigheid van het Javaansch spraakgebruik worden opgemerkt, dat, als men zegt, dat iets z ic h ergens bevindt, of daaruit komt, en dat iets (dat voorwerp) zich voorstelt als iets dat daar of daartoe behoort, of daaraan eigen is, — dan de benaming van dat onderwerp met het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon verbindt, en dns benoemt als iets daarvan. Zoo zegt men bv. van een zadel: rjiuni-n imnrrjmicm Qij)\\ er zijn geen stijgbeugels aan, en benoemt zoo de stijgbeugels als iets, die aan het zadel behooren. En zoo vraagt men; KT^vrKuii/nwiamp;ivjirjzijn er tijgers in dat woud? en beschouwt en benoemt zoo de tijgers als bewoners van dat woud. Maar zonder bezittelijk voornaamwoord zegt men bv. Gisteravond was er in mijn hof een tijger. — En zoo zegt men dan ook bv. van de koffieboomen: lh utj ^ \';i ^^7/\' quot; ^ met drie jaar komt er al vrucht uit (of aan).

Als men een bepaald voorwerp niet zoo in betrekking tot een ander voorwerp zich Toorstelt, dan gebruikt men in het Javaansch dat aanhechtsel niet en noemt het voorwerp eenvoudig met zijn naam; bv. lutt ki vn tairj-ri nsn \\ in den wagen; tunjtuiitm rf tma^\\ weggenomen door de roevers; ïjm t ri1 gt;1 iisr^Hnamp;ji njinsrjj\'* het huis van den schoenmaker 1 ofschoon men een bepaalden schoenmaker bedoelt, maar niet juist den schoenmaker van de laarzen of schoenen. — Zoo ook niet, als wij van iets in het algemeen spreken, en de weg of de wegen zeggen, bv. de zorg voor de veiligheid van de weg (of de wegen). Hiervoor zegt men in het Javaansch -xiSjmirvitn/j (of iaiiarvi

onij), zonder dat bepalend aanhechtsel.

En als wij ons bepalend of aanwijzend lidwoord gebruiken om een bepaald soort van dingen of wezens aan te duiden, in ondsrscheiding van andere soorten; dan gebruikt men in het Javaansch het aanwijzend voornaamwoord, en zegt bv. i.ij i?) n voor de djatiboom of de djatihoomen, of het djatihout, in onderscheiding van andere boom- of houtsoorten. Zie aant. c, bij § 198.

213. Voorts is men in het Javaansch gewoon, als men de betrekking van een voorwerp (persoon of zaak) tot een ander voorwerp, dat men noemt, wil uitdrukken, eerst de benaming van dat eerste voorwerp met het aanhechtsel ^r/n of xm (u^ taj uit te spreken, en zoo in het onbepaalde een betrekking tot iets anders aan te duiden, maar dan tot bepaling van dit onbepaalde de benaming van dat andere onbepaalde (b ij zondere) voorwerp er bij te

ocr page 189

HET AANHECHTSEL \\

216.

171

voegen. Dan wordt met het aanhechtsel of behalven de zin

van ons bepalend lidwoord, die betrekking beteekend, die in de Europesche talsn door den Genitief of in het Hollandsch door het voorzetsel van -wordt uitgedrukt; bv. (of, volgens § 212, £ièirfxn\\) de woning

van den Dêmang (het dorpshoofd), un-nrjKjvnKjvn \\ denaam van mijn kind. En zoo dan .rjnm-rjr^Sxu^nndehediendevan Uw Hoog

heids onderdanigen dienaar (zie § 102); en un ■q gt;£quot;»-\' ugt;x het kind van wie? dat is wiens kind? — En in dit geval is het, vooral in de spreektaal, niet zeldzaam, ook in Krami\'i het aanhechtsel rj^m te gebruiken, en V)v. gt; nip^-qim nsiiiwi\\ de menigte van menschen, te zeggen. Vooral gebruikt men het zoo, om een onwelluidende herhaling van iLmnjim/) te vermijden. Niet ligt zalmen bv. zeggen: iv-i L/? r!) IJ ïn - rrp ii L-t gt;y ; ^ \\ de terugkomst van zijn bode Veelal zegt men daarvoor —Een ander middel om

die herhaling te vermijden heeft men in het aanhechtsel hSïn waarover § 215 en 216. —

214. Maar nu wordt niet zelden het naamwoord, dat zoo tot bepaling van het onbepaalde aanhechtsel rjnm of a^nu^onjf hieraan wordt toegevoegd, uitgesproken met het voorvoegsel Sn, waarover in § 153 gesproken is. Zoo zegt men bv. in plaats van irvian j of \\ de zorg

voor de veiligheid van de wegen, ook -r| Q 1.-77 ^ i9n fl to man j ol\'-rj Pi un a.cy o 1 ■ cy , c cy a \\ • (?) 00

cuj (ui ~ ti t.t :rn \\ en in plaats van wh ca 77^ (01 \'■quot; \'^\'-j \' /in 1 - \',7i \'Ita ,n ~\'n \'\'\'11\' quot;N het behagen (of de verkiezing) van den Rijksbestierder, ook twvarjiHj (of ^n\'»1^ iLj|w^) tunKnfënirjxa m ^niirn (vikii\\\\ En zoo zegt men in plaats van het gewone i\'fj tfn iLi s de bëkél van Berd, ook wel I M i-f] ïj yJ (of gt;:\'n I?I I J Y,/?)

/Mi-GTivi Over de rede en de beteekenis van het voorvoegsel wï in zulk een geval zie men § 153, 3°.

215. En door het veelvuldig gebruik is dat voorvoegsel xsn bij het snelle spreken met het Ngoko-aanhechtsel vn \\ of het oudere lt;un\\ zóó inééngesmol-ten, dat in plaats van eïng of iïng in één lettergreep ing wierd uitgesproken; waardoor in de taal een nieuw aanhechtsel (Sn ontstaan is, dat op dezelfde wijze als het aanhechtsel 171/0 met een naamwoord verbonden, maar niet als enkel Ngoko beschouwd, en tenminsten even menigvuldig in Krama gebruikt wordt. Zoo zegt men dus in plaats van vnö

tnirviMji (zie § 214) veelal ■r^ct]nattiarumif\\ en dan ook evenzoo in

Tr o o O a.Cy O Krama amp;utn urmw

216. Omtrent het gebruik van dit aanhechtsel tun is op te merken:

1°. dat het in Krama het meest gewone middel is, om een onwelluidende herhaling van unu^^j te vermijden, en dus bv. te zeggen:

Sianjjlt; de menigte van zijn bedienden (vrg. § 213).

2°. dat het ook de meest gewone uitdrukking is, om een plaatselijke

ocr page 190

172 GEBRUIK VAN twrïr^ivmn/] EN t/nirn\\ ïj 217.

betrekking tot een voorwerp te beteekenen. Zoo zegt men gewoonlijk Mas-iun en «jiuk amp;Sjj tfn ip\\ buiten de burgt, gelijk men ook wel zegt «itd ij u)\\ en J..? ij ï.)iy*!Liw Men zegt evenwel ook, ofschoon min

der gewoon, (yj)ae;icn\\ en zonder d\'dt \\ooT\\oegsel xjn^

3°. dat het, wel niet altijd, maar toch veel gebruikt wordt, Wanneer men met de twee naamwoorden niet twee afzonderlijke voorwerpen, maar met het ééne alleen maar een hoedanigheid, aard, soort ot adjunct van het andere, zich voorstelt: bv. -r^aji^iunof .tl3^^ru\\ het gevoel van mijn hart. En zoo gewoonlijk, als men in het algemeen spreekt; bv. -n j? rj hn i f: \\ smaakvan koffie, koffiesmaak, en V/nini kj

koppen van kikvorschen, kikvorschkoppen; \\ kind van

een Vorst, Vorstenkind, Vorstenzoon of Vorstendochter; rivnmrjtxt^rfüts de echtgenoot van iemand, iemands vrouw. — Maar, als men niet zoo in het algemeen spreekt, en men met beide naamwoorden twee werkelijke en afzonderlijke dingen of wezens zich voorstelt; dan gebruikt men, om de betrekking van het één tot het ander uit te drukken, altijd het aanhechtsel jftjn of ion (L^iyn/]\\ bv. rj vm g rj fix g rj (un of xrti TjMj) asn cmiKt^s de vrouw

(het kind of het paard) van mijn buurman; rut .ö ^ un i ^ \\ de deur van mijn huis.

4°. dat in het spraakgebruik het gevoel op taal nog altijd, om zoo te spreken, niet vergeten heeft, dat het aanhechtsel o!™ een zamentrekking is van f t,n ,Si \\ en daarom de verbinding met dat aanhechtsel alleen dan gebruikt, wanneer op het eerste naamwoord meer nadruk gelegd wordt, dan op het tweede. Zoo beteekent tui^Kirrj^np\\ buiten de burgt, maar «jik buiten de burgt; en, legt men nog meer nadruk op dat buiten, — wil men dit distincter uitspreken; — dan zegt men zonder zamentrekking buiten de burgt (bv. 1001 N., bl. 15, 6 v. o.).

Een erge verbastering, of, waarschijnlijk beter, misbruik van de taal is het, dat aanhechtsel Sn als een Kramii-vorm van rfun, in plaats van ^ !gt;pj\\ te gebruiken, en bv. met den Regent van Koedoes te schrijven: ^3^

(MtmtpSp voor hun achteruitgang in kunde, of de

achteruitgang van hun kunde. Dat ooit een Javaan zoo zou spreken, is niet wel te gelooven. — Dat men voor m -n ^ jn \\ naardien, in Kram a m -n ? Sï zegt, is iets anders: in dit voegwoord beteekent het aanhechtsel 173/1 of «ï niet meer dan die betrekking, die door den Genitief of het Hollandsche van beteekend wordt, en niet van hem, van haar of van hen. —

217. Verder is omtrent het gebruik van de bezittel ij ke voornaamwoorden nog op te merken:

1°. dat zij, als zij verbonden moeten worden met een naamwoord, dat door een ander naamwoord als attribuut bepaald wordt, dan met het eerste naam-

ocr page 191

§ SiS. rjMnirjru^ OF vrt rjrmiinj* KG., (unutruji OF vïl rjmi M/j KR., i73

woord als het hoofdwoord verbonden worden. Zoo zegt men van vn iy rjüVinmtny\\ de zoon van mijn huurman. Doch van rj.ütruMj in den zin van man van een vrouw, zegt men, ofschoon het woordelijk mannelijk persoon beteekent, ^wgt;rui^rjm\\ voor haar man: omdat rjiviiinjitj in dien zin als een zamengesteld woord beschouwd wordt.

2°. dat, wanneer, in een complexen zin twee of meer naamwoorden met of zonder voegwoord met elkander verbonden, en beide, of alle tezamen, door hetzelfde bezittelijk voornaamwoord bepaald worden; dit voornaamwoord dan gwoonlijk alleen met het laatste naamwoord verbonden wordt; bv. Qfijm zijn naam en ouderdom.

3°. Om uit te drukken, wat wij in het Hollandsch beteekenen door de bezittelijke voornaamwoorden als zelfstandige naam woorden te gebruiken en bv. de (of het) mijne, onze, Uwe, zijne, hare of hunne te zeggen, gebruikt men in het Javaansch het zelfstandige naamwoord lujnvt irn/j\\ Ng., Md. rmwif mniHTji Kr., zeldzamer xnrjtnnnrijj Kr.Ng., «oitr^ra\\ Kr.)\'., iemandseigfewrfom of toehehooren ; en zegt dan bv. 1i\'.j tj r ■* k» \\ dat is het mijne

en niet het jouwe, of dat behoort mij, en niet jou, toe, of, zooals men gewoonlijk zegt, dat is van mij, en niet van jou. — Maar ook, als men een voorwerp noemt, maar het uitdrukkelijk als iemands eigendom of toehehooren beteekenen wil, gebruikt men die woorden, en zegt bv.

voor een paard van mij; en dat (genoemde) paard

van mij; als ook Qirn^ de mij toekomende pacht. — Doch het

Kruma-i\'nggil {totcirtxnwji Kr. D.), dat eigentlijk verheerlijkt betee

kent, wordt menigvuldig met het bezittelijk voornaamwoord zoo gebruikt in plaats van het enkele bezittelijk voornaamwoord, alleen maar om Krilmi\'i-inggil te spreken, — namelijk wanneer er van het voorwerp, daar men van spreekt, geen Kriimil-mggil-benaming bestaat. Zoo zegt men in plaats van tairf-ri ,K)i mi ij irjt a.17 , Uw rijtuig, omdat er van geen Knlma-inggil

bestaat, ««vnDn-mrj £) m«n \\ het door U verheerlijkte rijtuig. In het Hollandsch zegt een bediende Mijnheers rijtuig. — Even zoo gebruikt men, als men van een persoon spreekt, die de bediende of ondergeschikte van iemand is, als er geen Kriima-fnggil-benaming van bestaat, het woord

00 /

dienaar, dat het Krama-inggil is van Ng., Kr., bediende. Zoo

zegt men bv. i/n igui rj ™ hmn tntjj\\ Mijnheers schrijver, en un rm,ut trn/l\\ Uw (of Zijn) Hoogheids schrijver. —

Hulpwoord om van een zin een naamwoord te vormen.

218. Van de overige voornaamste redewoorden, die in de Javaansche taal in gebruik zijn, moet vooral opgemerkt worden het hulpwoord rjiLmi

ocr page 192

•174 HULPWOORDEN OM VAN EEN ZIN EEN NAAMW. TE VORMEN. § 219.

■t)n.71 (in de spreektaal veelal verkort ^ru^) en in meer deftigen stijl itn j (gewoonlijk in één lettergreep \'nggon uitgesproken), Ng. Md., .tjnmirLi, en meer gewoon (\'nggen) of imrfnmao/i Kr. — Deze woorden, die

eigentlijk het verkrijgen, of wat iemand bekomt, en plaats beteekenen, worden, zonder aan die eigentlijke beteekenis in het minst te denken, gebruikt als hulpwoord om van een zin een naamwoord te vormen en dit dan als deel van een zin te gebruiken, gelijk dit in het Hollandsch geschiedt door middel von het aanwijzend voornaamwoord dat, — wat wij dan een voegwoord gewoon zijn te noemen; — bv. .u^-r^rvtruirjM^ni rjn.imSnrfunrjhet is nog niet lang dat ik hier ben; ofin een vraag: in i.i r:: j.ï tj i-.i j ( n gt; rj ui {i n 7.i rj i,n tj uj \\ is het allang, dat je hier bmt? — Even zoo, om van een zin, waarmee van een voorwerp (van een óbject) iets gezegd wordt, een objective benaming te vormen en dit dan insgelijks tot een deei wan een ztn te maken, gelijk dit in het Hollandsch even zoo geschiedt door middel van het aan w ijzend voornaamwoord dat of die, — wat wij in dit geval een betrekkelijk voornaamwoord, gewoon zijn te noemen; bv. «jiuiiktj gt;1 j/n / rj ri.i{ i rj Mj.Si\\ het nieuwe zadel, dat ik gister gekocht héb, oi\' \'j t n gt; lym^ ii.t| iti^ Si o-i ru migjj\\ het nieuwe, gister door mij gekochte zadel. Zie Over de deelen der rede, bl. 271 vlgg., en bl. 280 vlgg., van de derde uitgaaf.

2i9. Omtrent het gebruik van dat hulpwoord in het Javaansch is het volgende op te merken:

1°. In het Hollandsch zeggen wij voor, „het is nog niet lang, dat ik hier benquot;, gewoonlijk liever; „Ik hen nog niet lang hierquot;-, en geven dan, door het accent op nog niet lang te leggen, te kennen, dat wij juist niet zeggen willen: Ik hen hier: (trouwens, dat ziet men wel;) maar eigentlijk alleen, wat met het geaccentueerde complement gezegd wordt, dat het nog niet lang is, dat ik hier ben. Niet zoo in het Javaansch, waarin van het accent, het redeaccent, zulk een gebruik niet gemaakt wordt. In het Javaansch zegt men in een gezegde, en vraagt men in een vraag, nooit meer dan men eigentlijk zeggen of vragen wil; en daarom zegt men, om dien zin zin uit te drukken, dan ook niet; i.y im an Sn rj ik ben hier, maar maakt hiervoor door

middel van dat hulpwoord een naamwoord,

dat ik hier ben), en maakt dit dan tot onderwerp van den zin. Van dit onderwerp zegt men dan als gezegde alleen maar; ^ rei .ui \\ nog niet la7ig, \'tis nog niet lang.

2°. Om (zooals in het tweede in § 218 gebruikte voorbeeld) een bepaling door een zoogenaamde betrekkelijks (relative) zinsnee uit te drukken, zooals in „het nieuwe zadel, dat ik gister gekocht héb\'quot;, heeft men in het Javaansch ook wel een zoogenaamd betrekkei ij k voornaamwoord; »rn\\ ofamp;N

ocr page 193

i5 2dO. MIDDEI.EN OM VAN EEN ZtN ÈEN NAAMW. TE VORMEK\'. I?;!

of Snuri\\ (§ 200): maar dit voornaamwoord duidt altijd met nadruk een tegenstelling aan; en, waar zulk een tegenstelling niet bedoeld wordt, daar kan het ook niet gebruikt worden. Indien men zeide: a-uiuiwn Sjiaatma^Siict\\ dan zou dit een tegenstelling beteekenen tegen een ander nieuw zadel, dat men op een andere wijze verkregen had. Zie hier nog een ander voorbeeld: Ben je al naar den schoenmaker geweest, un^rfunium ^nrjun r^tuntrjnn^t.nr^imr^trnt^nri.w^iQtom ie vragen naar de laarzen, dieikhem heb laten maken 1 Hier wordt geen tegenstelling tegen andere laarzen bedoeld, en daarom ook het voornaamwoord nn of Si niet gebruikt.

In het Hollaudsch hebben wij nog een ander middel om hetzelfde doel in een zin als naamwoord iets te noemen, wat anders met eeu v er-bum in een zin gezegd zou moeten worden. Wij kunnen dit ook doen door in plaats van het Terbum (of zegwoord), waarmee iets gezegd wordt, den aetiven Infinitief of het objectief Particiep (passief deelwoord) te gebruiken; bv, zijn ontkennen en tegensprelcen zal hem niets haten (/va. Set zal hem niets haten, dat hij ontkent en tegenspreekt); en (zooals reeds gebleken is uit de vertaling van het tweede voorbeeld in § 218): het gister door mij gekochte zadel (zva. het zadel, dat ik gister gekocht heh). Ook kan men somtijds een van het verbum afgeleid naamwoord gebruiken: bv. Zijn ontkenning en tegenspraak zullen hem niets haten; Zijn h e stelling wijn van Bordeaux (zva. de wijn die hij van Bordeaux hesteld heeft); Zijn a a np lant dennen in de duinen (zva. de dennen, die hij in de duinen aangeplant heeft); Zijn verzinsel van leugens en uitvhigten (zva. de leugens en uitvliigten, die hij verzonnen heeft. — Even zulke middelen heeft men in het Javaansch ook in de tweeërlei afgeleide naamwoorden, het substantief denominatief met het voorvoegsel ajt\\ pa (§ 136 vlgg.), en het passief (objectief) denominatief met het aanhechtsel un afiij an (§ 132 vlgg.). Het eerste, als het van een werk woord wordt afgeleid, komt in beteekenis met onzen aetiven Infinitief overeen (zie § 138, 1°.), het andere met die van ons objectief (passief) deelwoord: of eeu ander naamwoord met passive beteekenis (§ 133). En zulke woorden, die wel een doen heteekeneu, maar niet de vorm van het werkwoord of toestandswoord hebben, zooals ( ^ \' ^ \\ hoopen , en nS xn \\ komen, aankomen, kunnen in dezelfde vorm ook als naamwoorden in eeu zin. gebruikt worden. — Van een toestandswoord kan men als naamwoord het grondwoord gebruiken, bv. njiK^s van njisiiKr^s gaan, en i/nt.n Knjf van tij) mi «sn^ vertrekken. — Ook een passief met inn van een eenvoudig werkwoord kan als naamwoord in een zin gebruikt worden.

Van deze middelen wordt dan ook in het Javaansch een menigvuldig gebruik gemaakt, om aan het hier boven genoemde Javaansche taaleigen te voldoen; bv. oji m rui •?) rrni urij gt; ik schrijf een weinig langzaam;

ocr page 194

176 MIDDELEN OM VAN EEN ZIN EEN NAAMW. TE VORMEN. § 219.

cm vj tut d/i/i !kt^ itli (ia/ï \\ een door mij opgestelde hrief; xmxrnnri mi (Lxjiw^xrns de door U afgewerlcte doelceti;

(ten -jn mi n Tegen wanneer zal de Heer Oeneraal komen? tegen wanneer

is het f dat de Heer Generaal komen zal 1 ctjt iQ ^ tui q ihtq rut ^/mnrj tun rm Jn

Soo a O O o . 7 7

quot;quot;b ^l1] ^ ^ cur^ irmftHiQ njt d/hifCKjj ton (a f (tui lEjirjOJ} 2rjni\\ Alle morgens

om negen uur trek ik op (ga ik van huis) naar het fort^ en keer \'s avonds om half vijf naar huis. aQku(trr^ ijnun tot) trurj unjrju)\\ Ik kom hier alleen om te zien, hoe je\'t heht, ru ra^^etui^nsn ^ Ga je te voet

of te paard? 9lt;ri Q rj xn^rj x/n (kj^wh q De mis

dadiger is al gevat; zijn gevat worden had plaats van morgen. — Wij zeggen hier voor, daar men met de tweede zinsneê niets anders zeggen wil, dan wanneer hij gevat is: en wel (of namelijk) van morgen. — Sommige toestandswoorden worden soms ook wel zonder verandering zóó als naamwoord gebruikt. Zoo zegt men voor \\ mijn naar huis keeren, ook

wel Ja eenige toestandswoorden worden altijd zoo zonder verande

ring gebruikt, omdat het grondwoord gewoonlijk in een andere beteekenis in gebruik is. Zoo bv. Jav% Zam. p, 3, 5: ^-rj mn ik te grijp het nog

met duidelijk, ik héb er nog geen duidelijk begrip van.

Vraagt men nu: wanneer om genoemde rede de uitdrukking in de vorm van een naamwoord plaats heeft, en wanneer het hulpwoord gebruikt wordt; dan kan daarop geantwoord worden, vooreerst, dat de uitdrukking in de vorm van een naamwoord gewoonlijk alleen maar gebruikt wordt bij een korten zin, zooals in de hierboven staande voorbeelden; en ten tweeden, dat het hulpwoord niet alleen bij langere zinnen gebruikt wordt, maar ook bij kortere, als het een ontkennende zin is; bv. (amp;ri^rjajij)riiyn27jrv)qiin^rjiynd^(citipri/iji\\ Hoe zou ik het niet gélooven? Desgelijks wanneer het gezegde als toekomstig met vm unrv^j uf rm ipj» wordt uitgedrukt, bv. ^rt(i/iriijndrf\'rvi^\'t^xniun7^juiiiisrtjf\\ wanneer

zal je vertrékken ? En zoo ook als voor het gezegde de causative vorm van het werkwoord gebruikt moet worden: want van deze afgeleide vorm van het werkwoord wordt geen substantief denominatief gevormd. Ook van een transitief werkwoord wordt wel geen substantief denominatief met het aanhechtsel i gevormd: doch van sommige transitive werkwoorden is het substantief denominatief zonder dat aanhechtsel in dezelfde beteekenis als die van het transitive werkwoord in gebruik (§ 138 , 1°.); en dan gebruikt men dat ook wel om van een korte zin, waarin het transitive werkwoord gebruikt zou worden, een naamwoord te vormen. Zoo kan men bv. zeggen; xm rtj} ojj(S rm (ejirjcm oji \'un asn n m ieji Qc^Si xnrjoji 9 rjni \\ Ik héb het

desaland van Ta/rik gepacht; ik héb het gepacht gist er av ond (wy zouden zeggen: en wél gist er av ond).

ocr page 195

§ 22. UITDRUKK. VAN HET PERFECTUM EN VAN DEN VERL. EN TOEK. TIJD. 177

Het gebruik van het hulpwoord om van een zin een naamwoord te roemen is in het spraakgebruik zoo gewoon geworden, dat het ook zeer menig-Tuldig gebruikt wordt bij zeer korte zinnen, en waar eren goed een naamwoord gebruikt zou kunnen worden. Zoo vraagt men bv. wel aan iemand, van wien men hoort, dat hij van huis gegaan is, ^ vn i rj ru ^ ij ijn f.i h-n rj 1.11ajt tnj Wanneer is hij vertrokken ? terwijl men even goed had kunnen zeggen; lin It/Y)Tj(of ook wel li-iamrf .^n) rjanj) \\

Redewoorden tot uitdrukking van het Perfectum en van de ver ledene en toekomende tij d.

220. Tot uitdrukking van het Perfectum dient het redewoord

of Siojiji, ook wel Ng., Kr., £n ^i^wij Md., dat eigentlijk

afgedaan, uitgemaakt of volkomen, perfect, beteekent, maar waarvan de zin door eenmaal, nu eenmaal, al of reeds, of wel, zooals meestal, door het Perfectum of Plusquamperfectum van eenverbum, uitgedrukt kan worden.—De verledene tijd wordt er evenwel nooit door beteekend. Hiertoe gebruikt men, wanneer men geen bepaalde verledene tijd, zooals gister of eergister, noemt, het bijwoord \\ Ng., Kr. en Md., vroeger,te

voren, verleden, zonder onderscheid van korter of langer verledene tijd. — Voor detoekomende tijd gebruikt men in Ngoko twee woorden, .un suHew,

om iets als toekomstigs, en willen, om iets toekomstigs als een voor

nemen, te beteekenen. Voor het laatste wordt in Madyil de Krilmil-vorm iL/niS gebruikt, maar in Krama voor beide het woord kwi^jiw

Redewoord voor de uitdrukking van een collectief gezegde.

221. Het woord hjixds Ng. en Md., mÜm Kr., gelijk, gelijkelijk, wordt als redewoord vóór een gezegde gebruikt, om uit te drukken, dat men met dat gezegde twee of meer personen of zaken, die men voor den geest heeft, gel ij kei ij k ofgezamentlijk bedoelt. Het geeft dus aan een gezegde een c o 11 e c t i v e n zin, die in een vertaling meestal genoegzaam door de grammatische vorm van het meervoud wordt uitgedrukt: bv. xjn^rjtn^t

rj i*: ? rj .vj ij) gt;./) \'n ^ zijn kinders en vrouw hieven achter; J ï; I.j I.n . 1) yj rj LI 7D «nfligirajN z/jn kinders waren heel blij; ij.wan ^iijimn tQ-9)\\ weest vlijtig! — Vooral wordt dit redewoord zoo gebruikt, als het onderwerp in de zinsnee niet genoemd wordt en wij dan het toonlooze meervoudige voornaamwoord gebruiken; bv. rm i~rn ut in è? tai asii^ij daarop vertrokken ze {of we); (cnzmiuKuniSi tui rj xii w \\ daarop worden {pf wierden) ze door hem ter dood gebracht. — Zoo ook gewoonlijk in een relative zinsnee; bv. majiaji[:nifi\\ die daarnaar toe gaan

12

ocr page 196

i78 REDEWOORDEN TOT UITDRUKKING VAN VERWONDERING, ENZ. § 22\'i.

(of gingen). — Vooral opmerkelijk is het, dat het ook vóór een passief gezegde zóo gebruikt wordt, dat daarmeé een gezatnentlijk doen, niet van het óbject, dat het onderwerp van den zin is, maar van een meervoudig subject (de daders) bedoeld wordt. Zoo zegt men bv. van één persoon of van één beest: ,i.|-/S (uim ruyjlof mi(S.i.Qrnj^ij)3n 17vt dan wordt hij gezamentlijk

gegrepen door velen; dwz. dan maakt men zich met zijn velen van hem meester.

Redewoorden tot uitdrukking van een verwondering, enz.

222. Tot uitdrukking van een verwondering of bevreemding heeft men in het Javaansch verschillende woorden, waarvan men het gebruik wel onderscheiden moet; namelijk 1°. iQttmw of bij verkorting iun\\ dat dan als kdq uitgesproken en volgens deze uitspraak ook wel 771 trnj\\ geschreven wordt, zie! kijk! tot uitdrukking van verwondering over iets dat gebeurt of plaats heeft; — 2°.tot uitdrukking van bevreemding of verbazing over iets, dat men zich niet begrijpen kan; — 3°. of bij verkorting tot uitdrukking van verwondering over een hoedanigheid of hoeveelheid, die wij uitdrukken door wat! bv. in Wat kom je

laat!_4°. vquot;l7quot;x of »-»™^ hoe groot! tot uitroep van verwondering over

een hoogen graad; — 5°. vntm % Ng., rjwtQjHyj \\ Kr., rjmmMd., tot uitdrukking van verwondering over iets dat plaats heeft als een vreemd verschijnsel; en 6°. w xnTjmimjl of iwiwrcttj-riimjis His vreemd, of het bevreemdt mij, tot een meer bedaarde uitdrukking van be vreem di ng.

223. Tot uitdrukking van een verrassing over iets dat men in eens of onverwachts ziet of verneemt, of dat iemand plotseling invalt of in de gedachten komt, of ook om iemand iets te doen opmerken, gebruikt men kijk! zie! of wel! en rufi%iiLvi\\ voor nu ja! nu goed! — In plaats van «ru? zegt men ook wel ru-, en r/njin maar dit laatste gebruikt men vooral, om een min of meer treurigen indruk te kennen te geven, en dus voor wel hè!

De interjectie Mn\\

224. De hier (in § 222 en 223) genoemde woorden zijn uitdrukkingen van het gemoed, van een gevoel, aandoening of gewaarwording — zoogenaamde interjecties (zie Over de deelen der rede, bl. 80 van de derde uitgaaf). En zulke interjecties heeft de Javaanschetaal in menigte, als ook een zeer groote menigte klanknabootsende woorden; zooals paf! en plof! Doch in de grammatica van een taal is het alleen van belang over zulke daarvan te spreken, die gerekend kunnen worden te dienen tot de wijze van uitdrukking van een gedachte

ocr page 197

het redewoordje iisn\\ toe! TOCh!

in een zin: want dit alleen is het onderwerp van de grammatica: (de beteekenis van ieder woord op zich zelf moet het woordenboek verklaren). Doch onder die zoogenaamde interjecties is er nog een, die in de grammatica bijzondere opmerking verdient. Dat is het redewoordje im\\ dat ook eigentlijk meer een aanwijzend (demonstratief) woordje is, dan wel de uitdrukking van een gevoel, gewaarwording of aandoening. Het is een nadrukkelijke of levendige uitdrukking van hetgeen ook uitgedrukt wordt door de vormen van den Voluntatief, en raag dus het naast vergeleken worden met den uitgang (un van den Imperatief en Jussief. Als demonstrative interjectie, om het zoo te noemen, komt het in beteekenis het naast overeen met ons toe ! cn toch! Voor liet bijzonder spraakgebruik is het volgende op te merken:

4°. Menigvuldig wordt het bij een Imperatief gebruikt; bv.

i rj un\' of ^ ^i t? v toe! ga naar huis! rjumi\'i rj im /?.; 8 nisdenk er toch om ! — en bij het v eta ti ve of mmt,) (§ 178), zoodat bv.

ajn.ikxn zooveel beteekent als doe het toch niet! of och neen! —- en bij een toeroep, zooals Ng., o.w\\ Kr., wSiamji Md., kom! komaan! bv. iEfnasn\\ toe kom I

2°. In denzelfden zin wordt het dikwijls alleen gebezigd, zonder dat de vorm van den Imperatief of Jussief gebruikt wordt :bv. asii xn r]cmiêi£n lu isr^ fin) -i vrj men moet toch denken om het welvoeglijke! men moet toch immers de welvoéglijkheid in acht nemen! (Leesboek 145). — En zoo bij rj kh r \\ Ng., ièirjun\\ Kr., Qr) f\'t] \\ Md., een oogenblik! in den zin van wacht even! — en bij Sim,] Ng, tuiwKr., iSiMd , afgedaan! genoeg! bv.

nu goed dan! en achter ru ^ iquot; a_u ■ nu ja! nu goed! lt;n.i ? lt;hw iini gt; nu goed dan zoo! toe doe maar zoo!

De uitdrukking tuntxnsnrjKji-n Kg., en waarTGor men in Kruma

zegt, voor zonder mankeren! zal ook wel zóó te verklaren zijn, dat die oorspronkelijk uit luntKasn en rjiym-n [zva. q gt;-n ? n) is zamengesteld, en dat men adjata-nora zonder aan de woordelijke beteekenis te denken, als adjatannora heeft uitgesproten, en dan later volgens de uitspraak van midden- en oost-Ja va: ddja-tan-ora.

3°. In een willekeurige onderstelling van een conditionelen zin wordt het dikwijls aan het voegwoord jjh/uïo.;, a?s, in het geval dat, toegevoegd; en dan heeft den zin van het Hollandsche imperative of jussive

stel! of gesteld! h\\. rj ilü ^ m un \\ gesteld! ik was er toe in staat. Zoo ook wel rjiLvi gTjunKTjimajis gesteld, ik ben er toe in staat!— En zoo beteekent ih-nilw«sii\\ dat wij veelal door bij voorbeeld vertalen, eigentlijk zooals, stel!

4°. Menigvuldig wordt het ook gebruikt, om dat verlangen te kennen te geven, dat in een vraag ligt opgesloten; namelijk het verlangen naar een

179

ocr page 198

VOORZETSELS.

§ 225.

180

antwoord, wat wij uitdrukken door zeg! of ook wel naar een toestemming, wat wij uitdrukken door hé? of jat (Over de doelen der rede bl. 49 van de derde uitg.); b v. LM: rj I7n ? KI JIquot; ^ UI ? i:i :gt;.i ui * Zeg! wie is dal meisje daar? (Waj. Pnig. bl.42); rLW nsn \\ Zeg! hoe is het? vn muismjiumrjruiqrmrjiui \\

Zeg! hen je geslaagd? un ttii iS m ^ ofun ivi im uw asn \\ Ja? zou hetzóó

wezen? N Zóó is het immers goed, hé? Het woordje

tïihti/j, waarvoor wij gewoonlijk immers gebruiken, is eigentlijk een vraag. En zoo kan ook asn door immers vertaald worden bij de interjectie rjvn ■, ei! Zoo wordt Leesh. bl. 123, 10, gevraagd: ^ ^ ^ Zeg,welke

overweging was dat? en dan daarop geantwoord: QirruQtru Ei, dus, hé? dwz. Ei, deze immers?

Voorzetsels en Voegwoorden.

225. Aan voorzetsels, die, zooals van, naar, in, op, over, om, bij, tegen, jegens, enz., eigentlijk een plaatselijke beteekenis hebben, maar in de taal gebruikt worden om een verschillende betrekking tot of op een voorwerp uit te drukken, (bv. ih van iets of iemand hooren, naar iets of iemand luisteren, in iets zich verheugen, o p iets of iemand vertrouwen, over iets zich verwonderen, om iets vragen, lachen of zich bekommeren, enz.) — aan zulke voorzetsels is de Javaansche taal wezenlijk arm: — ook verschillende naamvallen, waardoor zulke verschilende betrekkingen aangeduid worden, heeft het Javaansch niet. — Een betrekking tot of op een voorwerp (persoon of zaak) wordt wel aangeduid door de vormen (de uitgangen) van het transitief en causatief werkwoord; maar de betrekking, die daardoor aangeduid wordt, is algemeen en onbepaald, zonder onderscheiding. Er wordt, ja, een betrekking meê aangeduid, maar niet welke betrekking dat is.

De algemeene en onbepaalde betrekking, die door den uitgang i van het transitief werkwoord wordt aangeduid, — die algemeene betrekking, en geen andere, wordt ook te kennen gegeven door het voorvoegsel of voorzetsel mï (oorspronkelijk, zooals dikwijls in Kawi en ook nog wel in de volkstaal, ^ en dus hetzelfde als die uitgang). En eigentlijk wordt door dit voorvoegsel zelfs geen betrekking of relatie tot of op een voorwerp, geen verband of verbinding, beteekend: e i g e n 11 ij k is het niets anders dan een demonstratief of\'aanwijzend voorvoegsel, waarmee alleen op het daarop genoemde voorwerp met e enig en nadruk gewezen wordt. Allerduidelijkst blijkt dit daaruit, dat het ook wel vóór het onderwerp van een zin gevoegd wordt, zooals in het § 153 4°. aangehaalde v o orb e el d: ivn m ^ tj m ^ ^ ^ joj ^ ^ ^ -r? ^ \\

ocr page 199

§ 226. OVER HET VOORZETSEL 181

De overheid doet dan ten spoedigste onderzoek naar de zaak. — Doch over het spraakgebruik van dit voorvoegsel is genoeg gezegd in genoemde § 153: alleen mag hier nog opgemerkt worden, dat het ook wel gebruikt wordt bij een transitief werkwoord met het aanhechtsel, zooals wanneer men zegt;

In langen tijd héb ik U niet gezien (om den nadruk op xmS^mtyT^ gelegd, volgens § 153, 3°).

226. Meer geschikt om een werkelijke betrekking tot een persoon of zaak te beteekenen, schijnt het woord \'n de spreektaal ook rm \\ en

deftiger en in officiëlen stijl -n\\ Ng., iwiaSli of meer deftig of sierlijk aSK Kr., (Sl gt; Md., dat een beweging naar een plaats of ergens naar toe betee-kent, en in een gezegde gaan naar, naartoe gaan,—dikwijls met het aanwijzend voorvoegsel van plaats i3n er achter, om te wijzen op het volgende als een plaats waar naar toe. — Omtrent het spraakgebruik van dit woord is het volgende op te merken:

1°. dat het in zijn eigentlijke beteekenis van gaan naar een pl aats niet met de benaming van een persoon verbonden wordt, maar dat het spraakgebruik vordert om, in plaats van naar iemand, te zeggen naar de plaats, het verblijf of het huis, van iemand, bv. y wti t rj i:i rj inij rj koi mrjm2Kjrjrij\\ of i t;^ lti)°iQS}cmjj\\ ik stuur je naar de plaats (het verblijf of de woning) van Djëdig, voor, ik heb een boodschap voor je naar Djëdig. Even zoo zegt men bv. ^ \'quot;■/ r h\'n 111:11:1] kh in ij m 17 y ^ rtij ^ demenschen die aan de plaats van Djëdig kwamen, voor: bij Djëdig kwamen; 7^ m 3^ .it) \\ kommorgen herwaarts, voor : kom morgen hij mij!

2°. dat het bij een als verbum in een zin gebruikt woord, dat geen beweging of rigting naar een plaats beteekent, in een bepaling daaraan toegevoegd wordt, waar wij in het Hollandsch als hoofd w 0 or d van het gezegde het verbum gaan met voorzetsel naar gebruiken, en dat andere woord als bepaling van doel er bijvoegen; bv. Kf w [igt;.j xsr^ trin ui 1 ji kjki Q rjui tli \\

dat is woordelijk: Koop eigaren, gaande naar de Chine-sche kampong een oogenblik! koop (ze) gaande naar de Chinees Tè-kong! of Koop eigaren met te gaan naar enz.; waarvoor wij zeggen: Ga even naar de Chinesche kampong eigaren koopen! ga ze koopen bij den Chinees Tè-kong! En uit dit voorbeeld ziet men metéén, dat in zulk een constructie het woord itjVm of (enz.) ook met de benaming van een persoon verbonden wordt, ofschoon het toch in zijn eigentlijke beteekenis van gaan naar gebruikt wordt.

Even zoo wordt een wertwoord gebruikt, dat een gaan naar beteekent, zooals 7 - 7 N of 7J \' 7 ^ bv. \' n (-lt; i-r^ }a \\ je moet ze niet daar (of hij dien man) gaan koopen.

3°. dat het ook zeer dikwijls figuurlijk, zonder dat er aan de eigentlijke

ocr page 200

OVER HET VOORZETSEL lUioSK ENZ.

182

226.

beteekenis in het minst te denken valt, vóór bepalingen van voorwerp gebruikt wordt, alleen om een verbinding aan te duiden, geheel op dezelfde wijze en in dezelfde gevallen als het voorzetsel (§ 153, 3°.); — alleen met dit onderscheid in het spraakgebruik, dat dit voorzetsel, dat eigentlijk een gaan naar beteekent, alleen gebruikt wordt, wanneer men spreekt van het doen van een persoon of de relatie van een persoon tot een voorwerp — bv. Ken je

die vrouw! (1ÜO1 A, I. bl.229) m ^ ?u kn ^ j y i:t: x n tgt;j til^ f j ri ii-i\'ri /:n} «■Ti \' Wat wil je daar met mijn kameraad te folteren? ten rnrt trut Sn i^irf m ^tirjn^nan ièimnrjMilrjiugt; \\ om je dëm an g te maken, cmrjtuiaj^cm^ die mij rijk maakt. CL/1 rjcrm^^^JiTj

rj üiiüj»rjhij kon die vrouw naar geen andere plaats brengen. (1001 N. II, bl. 559). — En zoo ook bij een passief: bv. ^vitiunnytutrfnêï quot;gt; Q ah/j ün am rj \\ Die man wierd door een buurman van hem gehaat; en «11,1^*5^»^* (of Mdj(Kit5^mnolnStQniru\\ Ikword gezonden door mijn Meester; gelijk geheel in denzelfden zin ook gezegd wordt, 7(7kjjx.tjrsr^ /,jiv7iQs/yi)-t^m■ en, als er geen nadruk op (.n ( y ( ^ kj^ (of Stiu^(tn^asr^tKnjf) gelegd wordt, dan zonder voorzetsel: »(-»jrtaim ur^isr^Qrm-ri iKtiiwi\\ Ik word gezonden door mijn Meester.

Het is duidelijk, dat het roorzetsel Q of (.n hn \\ enz., dat eigentlijk naar beteekent, in zulk een constructie onmogelijk kan dienen om het tegenovergestelde begrip van door, van of van wegen uit te drukken, gelijk het voorzetsel Sn dit door zijn eigentlijke beteekenis ook onmogelijk doen kan. Het dient alleen om een verbinding uit te drukken, en wel alleen logische verbinding , niet een r e e 1 e betrekking, zooals in het Hollandsch door naar, aan of door wordt uitgedrukt. Een sterk sprekend voorbeeld vindt men Jav. briev. p. 289, 9 v. o., van een reispas: ?((( rn ii i n ?-(-n :ii tt ? (.^ (ƒ jy ii trp ui ■ ti \' \' Jf,\' V \'/ VjJ ^ \'/ \'iq\' ^^ \' (\'lt; (\'\' ( c(( ^ om meegenomen te worden door mijn vriend den Heer GericJce op zijn reis naar Fanaraga. niet tegenstaande ! i hier in whiuniutigt;n-ncm\\ {gaande naa/r Pana-raga) in zijn eigentlijke reele beteekenis gebruikt wordt, kan men in (amp;ï-hm?liaan deze eigentlijke beteekenis niet denken; en evenmin kan hier aan iwh de beteekenis van ons door gehecht worden. Grewoonlijk zegt men nmamm vnoji iwi (i^jyw Hier wordt nu in plaats van Sï het meer deftige wh gebruikt, maar geheel in dezelfde , alleen maar logische beteekenis , namelijk tot verbinding van het complement (-.( u i (. n (ƒ (,y w bij al zijn gaan, dat is op zijn reis.

Wat wij bij een passief met het voorzetsel door of van beteekenen, dat wordt in het Javaansch uitgedrukt door tfiwamp;js en oj km \\ van af gaan of Tcomen, van daan, van af, van uit, dat in zijn eigentlijke reële beteekenis het tegenovergestelde van ]of «jiaS is, het wordt dan in een figuurlijken

ocr page 201

§ 228. OVER HET VOORZETSEL iKn^ni\\ mnvvi^ EN itw ir?i nvi ihtji\\

zin gebruikt in de beteskenis van wegens, van wegen of uit (zooals uit medelijden), om een oorzaak te kennen te geven.

227. Geheel op dezelfde wijze als wh\\ (uihSm enz., volgens § 226, 3°., wordt in de taal, maar vooral in de spreektaal, nog een ander voorzetsel gebruikt, dat anders in den zin van ons met in gebruik is; namelijk

in de spreektaal ook N Ng.. gt;-u ru^ \\ of ^lukgt;/ Kr., dat eigentlijk gepaard, verhonden of in verbinding met beteekent: bv. 7?\'J\' quot;

tf-ntrrnoji gt;rM\\ ik wil er eerst kennis van geven aan mijn vader; en:

Q O a O * G) 0

iejitj (ia (ka un cm asticK^tut ik rprt rj ttm um (ten itn rj cun\'-n .^quot;-n xm clw mi rjnigxsr^ tu) ar^fui

het dorpsland Gëtas wierd verpacht door den Prins Poerd-bdjd aan den Heer Louis; zoodat éérst cm en dan in één en denzelfden zin ge

bruikt worden, beide alleen tot logische verbinding zonder reële be-teekenis, terwijl ook even goed het eerst nr.-7n 1 \\ en dan -cm of gebruikt zou kunnen worden. Want ook tot verbinding van een complement bij een passief wordt nnrf-m zóo gebruikt; bv.

.rri,rru^ijn ik wierd door je broer niet geloofd. (Radja Pir. 39).

228. Deze zelfde voorzetsels worden ook in vergelijkingen gebruikt vóór de benaming van een voorwerp, in vergelijking waarmee iets van een ander voorwerp gezegd wordt, zoodat zij dan den zin hebben van vergeleken met, of van onzen Comparatief met als of dan; bv.

oud is mijn kind vergeleken met jou kind; dat is: mijn kind is ouder als (of dan) jou kind. — Den zelfden zin hebben deze voorzetsels evenwel ook in zinnen als deze: SiQ^irmasn\'q^unr^^^Kiiri\'ntrfijii mnTftrn^ Die Djêdig zijn regels (of zeden) zijn zonderling vergeleken met de vele mensehen (dat is met het algemeen); of deze. rf urn

rji/ni aji j rj i_m \\ Mijn woning is ver gecompareerd {in de gedachten verbonden) met zijn woning; d. i. Mijn woning is ver van de zijne. — In vergel ij kingen wordt in Ngoko ook wel iruanjl gebruikt, dat eigentlijk nevens oï benevens beteekent, en meestal als voegwoord gebruikt wordt in den zin van ook of en ook; bv. ^iEt^Kvnm^njii^rE^^Krtvjxntrfiai-uitnjiji ifftiSiluv Si tpiwasn £gt;■?gt; nyumSi\\ i)roge grond nevens (d. i. vergeleken met) vochtigen grond, wélke is de beste om met koffie beplant te worden? d. i. Welke grond is de beste om er koffie op te planten, drooge of vochtige?

229. Om iets uit te drukken als tegelijk met iets anders en onderwijl plaatshebbend, wordt in Ngoko het woord of in Krama

of wSts gebruikt;bv. (of 0-» Zijsprakmet

schreijen; d. i. schreijen de sprak zij. i9n tót nj^ ;En ru É? u ? m .tu ^ n.-n ru % (of ajiSi)xmfJinii^nji\\ Haar kind wierd toen door haar omhelsd, gepaard met weenen; d. i. Al weenende omhelsde zij toen haar kind. »0 tS) t,-» tj kj-3 rtj ^ f! 17kii kn r? i/n rnnu i~ti /f/] i:)i tjr j\\ ó cn/\'ï/j? Op het oogenblik dat zij zóó

183

ocr page 202

woorden tot uitdrukking van den zin van met,

•184

230.

sprak, opende zij onderwijl den zak, en tevens sprak zij wederom.

230. Maar de Javaansche taal heeft nog meer woorden om zulke verbindingen te beteekenen, als wij veelal uitdrukken door ons voorzetsel met of ons bijwoord mede; namelijk:

1°. cOrtnji.uiiKiji Ng., nuitwMijl Kr., met, om een bepaling van middel te beteekenen, zooals: met de linkerhand eten; ook in een figuurlijken zin; en dan

2quot;. (ènrfnmi\\ Ng., Si\\ Kr., beide Javaansche werkwoorden, waarvan kiami eig. iets gébruiken tot eenig doel beteekent, in den zin van er iets meê doen, en in deze beteekenis in menigvuldig gebruik: terwijl (Krllmü-vorrn van it.vi) eigentlijk meebrengen of meevoeren beteekent, even als nJnrm \'o\\ Ng., fL/n Kr., maar in deze eigentlijke beteekenis niet meer gebruikt wordt. — rjuni-nicirjarm\\ Ng., r/xnni£?iSi\\ Kr., beantwoordt aan ons zonder. — Het spraakgebruik van ra^mi of tiui zal men, zonder lange omschrijving, het best leeren kennen uit eenige voorbeelden. Veelal beteekent het zooveel als ons mede, meê, tevens of daarbij. Zoo bv. Dat buisje, «n ai au rq 11 ~ ) ui li* r:i ui t j ?j).i_j fi .■ t_j t j :i i ij i:ii ? fn :yiji^ verlangt Udat het mede (tevens) gevoerd wordt, of niet? (met of zonder voering?). ^^mrjwi «Sï Si tri t\'i xjrj Sj in ijiï m 77 ti m ^ * Heeft U niet mede {tevens) kennis gegeven aan de Overheid? (Heeft U dat gedaan zonder kennis te geven aan de Overheid?). tjKTiitw Jn(LU) icitMT) ~mrjinn iurj-nDit luidt woordelijk. Je

moest toch ook gebruiken (of aanwenden) het toehooren naar mijn bevelen! De zin is; Je moest toch, als ik je iets beveel, dan (of daarbij) ook toehooren (niet nalaten toe te hooren). Jav. wetten bl. 161, 8 v. 0. Hun werk is ... als er koeli\'s wegloopen, of paarden wegraken ; (?) ^ r* ^ rn ?. 1 ti ^-r rj n ^ uj \\ 1,1 n 1 ? hu r-n .111 wï nyapit]rvKHTjjï dan er in te voorzien door andere er voor in de plaats te stellen, met betaald worden (of met betaling) van het Gouvernement. Dit laatste xn7^mi\\ dat wij hier zoo gemakkelijk door met vertalen, is hetzelfde woord ais het zooeven voorafgaande: met beide moet in het Javaansch wel hetzelfde beteekend worden, en dat is, dat zoo wel het betaald worden van het Gouvernement, als het andere er voor in de plaats stellen, in \'t Javaansch wordt uitgedrukt als een middel om daarmee in debehoefte te voorzien. — Voor een zinsnee, die tot bepaling met een hoofdzin verbonden wordt, en dus als voegwoord, worden ra^irntven ej.S zóo gebruikt, dat de zin er van aan de eigentlijke beteekenis van jekSi ontleend schijnt te wezen. Ineen vertaling kan die zin moeijelijk teruggegeven worden: wij gebruiken daarvoor als voegwoord dat (vrg. § 218). Zoo bv, Jav. zam. bl. 144, 7 v. o.:

nymt hyji wSi,uti.iwrixamp;nmrj i irj-hjanDat (eig. Wat meebrengt dat) gij mij verzoekt om hem (een metalen overtrek van een krisscheê) met u te gaan lossen, waarvoor moet dat dienen? Bl, 154, 6: j*\'f\'u 1 n rquot;?Vtm 11 kj\\ m:rii 1

ocr page 203

§ 231. VERBINDENDE VOEGWOORDEN. 1S5

Waar wil mijn broeder naar toe, dat (eig. dat het meebrengt dat) hij een paard te leen vraagt? io QmtiQi n-i im t~n 3)».ii Q^

nJ5^ enz., Dat het zóo genoemd wordt, is omdat de regerende Vorst enz. In zulk een zin heeft ej quot;j blijkbaar dezelfde beteekenis als ?? rui\\ — die beteekenis dus, die het ook heeft in Ng., vnv\'no °i\\ de oorzaak,

eig. \'tgeen het meebrengt. — Elders kan men het door ons voegwoord wijl vertalen; bv. bl. 32, H: ^jirjnniHTjirnrtïi: ajtTjnn MijiLm rui

xrnji r^tiMmci^Wijl er nu een

hooger en een lager g er egt bestaat; hoe gaat het dan, als iemand een regts-zaak heeft?

Verbindende voegiooorden.

231. Tot eenvoudige verbinding van twee of meer leden (woorden of zinsneden), die in een zoogenaamd complexen zin dezelfde functie hebben (van onderwerp, gezegde of bepaling), en waartoe wij het niet geaccentueerde voegwoord en gebruiken; daartoe gebruikt men in deJavaansche taal geen voegwoord. In het Javaansch voegt men ze eenvoudig aan elkander, gelijk ze in de gedachten met elkander verbonden worden. Zoo bv. in het laatste, in de vorige § gebruikte voorbeeld: iui^ngr^t/^ iu) rfn i/n trui asn/js een hooger geregt en een lager geregt; en, wilde men met het laatste „een regtszaak heejtquot; nog een ander gezegde verbinden, en een aanklagt wil instellen; dan zou men dit in \'t Javaansch ook zonder voegwoord doen, en zeggen: mnvjnjidjnnm% Voor vader en moeder zegt men eenvoudig ictihjj

N voor de lengte en dikte (uiiutcfniijbjiTjMjw Zoo ook als men kleinere getallen met grootere hoeveelheden verbindt; bv. iSinj^iu^n^^.Qinj^s dertig (en) drie, dat is drie- en- dertig.

232. Wel heeft het Javaansch een menigte verbindende voegwoorden, maar deze beteekenen alle meer dan het eenvoudige ongeaccentueerde en; ofschoon men in een vertaling er dikwijls een geaccentueerd en voor gebruiken kan. Met mnr^nm of Ng., amiwn of itSiilmmji Kr., dat anders als voorzetsel in den zin van met gebruikt wordt (§ 227), verbindt men met een genoemd voorwerp een tweede, bv.

Tji-mi ryix thiy \\ ik en (eig. gepaard of in vereeniging met) mijn echtgenoot. Voor een volzin komt het in zijn eigentlijke beteekenis overeen met ons ten tweeden of ten anderen: maar dikwijls wordt het ook gebruikt, zonder aan deze eigentlijke beteekenis te denken, voor verder, voorts. Zoo ook «nrj-ntrjia^gp en tnirj-riirj uitj ij Lirj y ^ gt; verder nog. — Met \'«.) «17, waarvoor in Krama ook meestal of lt;unmia°i(iAAiinjf\\ ook wel ajtiuns gebruikt wordt, alsook

met ihmiwiviimfl Ng., iK?iaviiLviiMTji\\ Kr., wordt uitdrukkelijk een bijvoeging

ocr page 204

186 VERBINDENDE VOEGWOORDEN. § 233.

te kennen gegeven. Men zegt bv. zonder voegwoord m rm ru){inrft^\\ hun kleeding en kost, maar ook mngj ruzonder dat men anders behoeft te vertalen, indien men het voegwoord en maar met accent uitspreekt. Voor een volzin vertaalt men dit voegwoord het best door ook of en ook. — Een b ij v oe-ging wordt ook uitdrukkelijk te kennen gegeven door Si\\ als ook, en door of in de spreektaal gewoonlijk verder, voorts, als mede,

en daarenboven. — Alleruitdrukkelijkst wordt een bijvoeging uitgedrukt door mn(mt.i-7^\\ Ng., Kr., dat eig. wat nog? beteekent, maar

het best en verder, en voorts, of daarenboven, te vertalen is. Nog meer gebruikt men hiervoor mn iutr^ivnr^^\\ Ng., of ook wel

Kr., als ook nog Ng., rxn i°i of mn trui q rj dn

Kr. — vji alt;n \\ of Zasn \\ heeft de uitdrukkelijke beteekenis van benevens ot en tevens. — Tot verbindingvan een geheel nieuwen volzin met het voorafgaande gebruikt men Ng., ^u»?£117«3gj|\\ en gewoonlijk verkort rqutt

*7^ Kr., en in plaats van beide enkel Dit voegwoord komt geheel

overeen met het Latijnsche autem. In het Hollandsch gebruiken wij daarvoor dikwijls het voegwoord nu, dat dan achter het eerste, tweede of derde woord geplaatst wordt, bv. als wij zeggen: „Het vreemdste nu van de zaak was ditquot;; of: „Van dat alles nu was geen woord waarquot;: doch wanneer er eenige tegenstelling tegen het voorafgaande bestaat, dan gebruiken wij maar. In een vertaling uit het Javaansch in het Hollandsch kan men dit voegwoord dikwijls onvertaald laten, of er een ongeaccentueerd en voor gebruiken. — In de spreektaal gebruikt men in de plaats van dit voegwoord ook dikwijls njn^lïw dat eigentlijk alleen, en dan, even als het Hoogduitsche allein, in den zin van maar of edoch gebruikt wordt.

233. Bijzondere opmerking verdient het voegwoord iLmasn vt\\ gewoonlijk (L/^dsnoi Ng., isn Si \\ K., waarmeê het volgende met het voorafgaande verbonden wordt als iets anders, en dus vertaald kan worden door en anders, of anders, ook wel, en ook wel, of ook wel, ofwel, en dikwijls eenvoudig door of; ofschoon het den zin, dien dit Hollandsche voegwoord heeft, den zin van twijfel of onzekerheid, niet heeft. Het wordt ook wel gebruikt in dezelfde beteekenis als manji\\ ook als, alhoev/el; namelijk in een wijze van spreken, die aan den Oosthoek van Java eigen schijnt te wezen, zooals Kitab Toehpah bl. 39, 11 vlgg.: rjtwiiQrvijis innStruirfm iHniipq! xïj i-n Si ui lu iji7)n^\\ i\'u ij enz. En is het niet één manspersoon; ook wel als het een aantal kinders, of ook een aantal vrouwenis; dan enz. En desgelijks bl. 63, 4 vlg.: i:n ?.7^ :i Sn i ^ un in \\ tut^iurtSiiun

o Cl a. a a. a . o

nrf cm iji^iKncL/r^^tn ivi^ur^njn (Kiili fw^: xm (Ct rj jiQt oajh rjiTm

Sn vprjiunm^n.1 w En, is het niet deswegens; ook wel als het hij nachttijd

ocr page 205

§ 235. OVER DE WOORDVOEGING. ISquot;

is, dat men met dat gebrek bekend wordt, en wacht totdat het dag is; dan maakt dat niets uit.

234. Bijzondere opmerking verdient eindelijk ook nog het verbindend voegwoord in de spreektaal ook en Het dient

om hetgeen in de zinsnee, waarvóór men het voegt, gezegd wordt, als een ander geval met een genoemd geval te verbinden. Men kan het veelal vertalen door en het geval is (of u\'as), of en nu is (of was) het geval. — Een zeer gewoon gebruik van dit voegwoord is, om in een conditionelen volzin met een ondersteld geval een omstandigheid te verbinden als daarbij te onderstellen, en even zoo soms ook nog wel een tweede omstandigheid; zooals bv. in art. 23 van de Nawdla-praddtd: «i tuin no ry vi i rm ^ nm Knjj if i t-n i?n m-n

. O O

(Uiir^iEjterj(fjgt;txnim/f rfiaiirf ifji!orf nmih-^nmiisn ^nihT^\\ rj

Q 0*00 O ♦ O

7j rziitm tui tut (hu ilui rj (igi \\ (tr^ tli rjijn cm tru) ^ -quot;n (itï uoj ivtj w ij (tw wni (ui ni un (hj\\

O Q„ • » O O

rj (Ejitasn vnm asn rj (lid rj an t nns^rjV) \\ cun (ht^ urn (mi xm arr^ cm asn (Ui lKsr^ (L,i^j} on rui nrrji

Q julwruyj\\ Indien er iemand wordt aangeklaagd, en het geval is, dat die hem onder zijn opzigt heeft, niet bekent dien aangeklaagde onder zijn opzigt te hébben; en het geval is, dat de beweringen even sterk zijn dan moet gij er ten spoedigsten een onderzoek naar instellen: en als het onderzoek is afgeloopen, en het geval is, dat hij het werkelijk niet heeft; dan moet gij den aanklager een boete opleggen van vijfentwintig realen. — Maar, daar dit het gewone spraakgebruik van dit voegwoord is; zoo is het minder goed te keuren, als het ook gebruikt wordt, om in den hoofdzin van een onderstellenden volzin uit te drukken, wat in een genoemd geval dan het gevalis. Zoo vindt men het meermalen gebruikt in de Kitab Toehpah, bv. in art. 91;

CJ„ O O • O O Q» »

(un (K/1 (ur^ (ui fEji 7Ji rui^ w isr^ cm /rv uj rj wjamp;i rj U\' t (urunn u^ -rj on ^Jt nq amp;i t (un rm

in nji (urj ifn cm zj) ^ hu (Kjj /ej ^ 0 /ut ivvi w Bijaldien één van heiden den eed niet durft te doen; dan is dat goed geheel toe te wijzen aan dengeen die den eed doet. Even zóo in den onmiddellijk volgenden volzin.

OVER DE WOORDVOEGING.

235. De Syntax of Woordvoeging van een taal kan in de Grammatica zóo behandeld worden, dat de geheele zamenstelling van de verschillende soorten van zinnen uit de bijzondere deelen, waaruit zij bestaan, en hun onderlinge verbinding, zooals die in een taal gebruikelijk is, in alle bijzonderheden beschreven wordt, maar ook zóo, dat men zich alleen bepaalt bij de idiotismen of eigenaardigheden, waardoor de taal, waarvan men de Grammatica behandelt, zich in de woordvoeging van andere talen

ocr page 206

186 VERBINDENDE VOEGWOORDEN. § 233.

te kennen gegeven. Men zegt bv. zonder voegwoord hun klee

ding en kost, maar ook zonder dat men anders behoeft te

vertalen, indien men het voegwoord en maar met accent uitspreekt. Voor een volzin vertaalt men dit voegwoord het best door ook of en ook. — Een b ij v oe-ging wordt ook uitdrukkelijk te kennen gegeven door als ook, en

door f£i vi%\\ of ^ «I?\\ in de spreektaal gewoonlijk verder, voorts, als mede, en daarenboven. — Alleruitdrukkelijkst wordt een bijvoeging uitgedrukt door urn ilii Ng., iLjj Kr., dat eig. wat nog ? beteekent, maar

het best en verder, en voorts, of daarenboven, te vertalen is. Nog meer gebruikt men hiervoor i/n Ng., of ook wel t-QiHJdJirjzn

Kr., als ook nog !Kniirr)trf(inrjit^\\ Ng., of

Kr. — am \\ of M®n\\ heeft de uitdrukkelijke beteekenis van benevens ot en tevens. — Tot verbinding van een geheel nieuwen volzin met het voorafgaande gebruikt men xjn!tnrjnnrjtt£j\\ Ng., t]vi?firjen gewoonlijk verkort rjiun Kr., en in plaats van beide enkel Dit voegwoord komt geheel

overeen met het Latijnsche autem. In het Hollandsch gebruiken wij daarvoor dikwijls het voegwoord nu, dat dan achter het eerste, tweede of derde woord geplaatst wordt, bv. als wij zeggen: „Het vreemdste nu van de zaak was ditquot;; of: „Van dat alles nu was geen woord waarquot;: doch wanneer er eenige tegenstelling tegen het voorafgaande bestaat, dan gebruiken wij maar. In een vertaling uit het Javaansch in het Hollandsch kan men dit voegwoord dikwijls onvertaald laten, of er een ongeaccentueerd en voor gebruiken. — In de spreektaal gebruikt men in de plaats van dit voegwoord ook dikwijls n/n^iïw dat eigentlijk alleen, en dan, even als het Hoogduitsche allein, in den zin van maar of edoch gebruikt wordt.

233. Bijzondere opmerking verdient het voegwoord vnasnuis gewoonlijk Ng., lut^asnSis K., waarmeê het volgende met het voorafgaande verbonden wordt als iets anders, en dus vertaald kan worden door en anders, of anders, ook wel, en ook wel, of ook wel, ofwel, en dikwijls eenvoudig door of; ofschoon het den zin, dien dit Hollandsche voegwoord heeft, den zin van twijfel of onzekerheid, niet heeft. Het wordt ook wel gebruikt in dezelfde beteekenis als itjuifjujjj V2AN 00\'4 a^s\' alhoewel; namelijk in een wijze van spreken, die aan den Oosthoek van Java eigen schijnt te wezen, zooals Kitab Toehpah bl. 39, 41 vlgg.: lurjnsnSiirwrfr)

h n ui ^ilj j\'ti enz. En is het niet één manspersoon; ook wel als het een aantal kinders, of ook een aantal vrouwenis; dan enz. En desgelijks bl. 63, 4 vlg.: ttn-^MiQi miiÈnmr^asiiSiiun

O O O Q„ O . O

rj om rj thc^ ^ 7^ m ptj tui iu) xjy^ un an nu im inj va (ïu^ z nm (d rj Mig oj) (Li/i \\ njju^hm rj t

£1 tprfaxtt^pjn.1 w En, is het niet deswegens; ook wel als het hij nachttijd

ocr page 207

OVER DE WOORDVOEGING.

187

235.

is, dat men met dat gebrek hekend wordt, en wacht totdat het dag is; dan maakt dat niets uit.

234. Bijzondere opmerking- verdient eindelijk ook nog het verbindend voegwoord in de spreektaal ook lunrj.iuvnen énHnrj^w Het dient

om hetgeen in de zinsnee, waarvóór men het voegt, gezegd wordt, als een ander geval met een genoemd geval te verbinden. Men kan het veelal vertalen door en het geval is (of was), of en nu is (of was) het geval. — Een zeer gewoon gebruik van dit voegwoord is, om in een conditionelen volzin met een ondersteld geval een omstandigheid te verbinden als daarbij te onderstellen, en even zoo soms ook nog wel een tweede omstandigheid; zooals bv. in art. 23 van de Nawdld-praddtd: ? ) \'\'i in kj r/ t\'i t iïi rn unjj ii t *-n i0n tlt;ri

. o O

ctr^ri dj) ri (EJi 2 rj ifjt t cct on ,1 r^xjn2r-n Kn!tlt;ir^(ir^r^(ij)rj(EJi2rjifjiixnr^(^tycnam(K^am(i5n tf

», o o , o O O \' O

vjfamp;ttiKn (UKMiMn iiMrj (igi \\ ruirjun nuiru(wnitnir^cujt nhn^n (wn (hu

O Qw • O o

rrj (ejitchtt vrm asn ij a/ut rj jn tmrj zji \\ mn unoni xm arr^ cm (isii jamp;n tui(osr^chixjicrrji

Q Tbi rj ui rj -n lw ru}jj \\ Indien er iemand wordt aangeklaagd, en het g eva lis, dat die hem onder zijn opzigt heeft, niet bekent dien aangeklaagde onder zijn opzigt te hebben; en het geval is, dat de beweringen even sterk zijn dan moet gij er ten spoedigsten een onderzoek naar instellen : en als hel onderzoek is afgeloopen, en het geval is, dat hij het werkelijk niet heeft; dan moet gij den aanklager een boete opleggen van vijfentwintig realen. — Maar, daar dit het gewone spraakgebruik van dit voegwoord is; zoo is het minder goed te keuren, als het ook gebruikt wordt, om in den hoofdzin van een onderstellenden volzin uit te drukken, wat in een genoemd geval dan het gevalis. Zoo vindt men het meermalen gebruikt in de Kitab Toehpah, bv. in art. 91:

O O • O O Qv »

mn (Kii xjr^ (ui iejI (kji tl?^:t~ji isr^ nm tm Uj rj ^ ^ * wj} rm un an ^m f \\ rj t (un rm

in njj ur^ tfn amaji^ un tuj foi ^ 0 im ilvi w Bijaldien één van heiden den eed niet durft te doen; dan is dat goed geheel toe te wijzen aan dengeen die den eed doet. Even zóo in den onmiddellijk volgenden volzin.

OVER DE WOORDVOEGING,

235. De Syntax of Woordvoeging van een taal kan in de Grammatica zóo behandeld worden, dat de geheele zamenstelling van de verschillende soorten van zinnen uit de bijzondere deelen, waaruit zij bestaan, en hun onderlinge verbinding, zooals die in een taal gebruikelijk is, in alle bijzonderheden beschreven wordt, maar ook zóo, dat men zich alleen bepaalt bij de idiotismen of eigenaardigheden, waardoor de taal, waarvan men de Grammatica behandelt, zich in de woordvoeging van andere talen

ocr page 208

OVER DE BEPALINGEN.

188

§ 236.

voornamelijk onderscheidt. Deze laatste methode, die de kortste, en voor een taal, waarvan de woordvoeging zoo eenvoudig is, als die van het Javaansch, ook voldoende is, zal hier gevolgd worden; en de behandeling zal ook daarom nog zooveel korter kunnen wezen, omdat veel van hetgeen de woordvoeging betreft, reeds in het vorige hoofdstuk over de woordvorming moest worden opgemerkt, en daarom niet herhaald, of alleen maar met een enkel woord aangestipt, behoeft te worden.

OVER DE BEPALINGEN.

236. De bepaling van een benaming van voorwerp (een substantief) door een andere benaming van voorwerp, om die betrekking te beteekenen, die in de Europesche talen door den Genitief beteekend wordt, of door een voorzetsel, zooals in het Hollandsch door van, in het Engelsch door of, in het Fransch door de, — die bepaling geschiedt in het Javaansch gewoonlijk do or middel van het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon (zie § 213). Maar door de bepaling van een benaming van voorwerp door een bezittelijk voornaamwoord wordt ook reeds die zelfde betrekking (de genitive betrekking, dat is de betrekking van subject en object) aangeduid, bv. mde naam van Uw dienaar, en un irp m j Uw Hoogheids dienaar. Zulk een verbinding is een zamenstelling, en te verklaren uit hetgeen boven § 163 gezegd is. — En zulk een eenvoudige verbinding door zamenstelling, zonder tusschenkomst van het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon, is bij ■woorden, waarvan de beteekenis vanzelfs een betrekking tot een ander voorwerp in zich sluit, veel in gebruik. Zoo bv. bij het woord iCirjamt^onj/s wat tot plaats dient oï verstrekt van iets of iemand, bv. een plaats van tijgers, dat is een plaats waar tijgers zich ophouden;

een plaats waar opstandelingen zich genesteld hebben ; ivirjnrmMjan \\ een plaats waar zich water bevindt, een water. Het zijn zamenstellingen, zooalsroovers-nest en waterplas. Even zoo bij het woord un tarn\\ bewijs; h\\. in [lu^rjnmi an^£ifS).ruitJiiuiirjj.w/i\\ bewijs van Uw Hoogheids gunst en goede genegenheid. Het is een zamenstelling zooals \\n gunstbewijs. — Desgelijks bij het woord ■htwiets tot voering, in -n£1 uitmini\\ tot voering vande twee mouwen, de beide mouwsvoeringen. —

237. Een woord, dat gewoonlijk in een gezegde gebruikt en dan door een zegwoord (een verbum) vertaald wordt, kan in het Javaansch even goed in een attribuut bij een zelfstandig naamwoord tot bepaling gevoegd worden, en is dan of door de vorm van het deelwoord, of door een relative zinsnee te vertalen. Zoo bv. in nrjiviixjnrjiiniruict\\ een olie te

ocr page 209

OVER DE BEPALINGEN.

verkoop hehhend mensen, iemand die olie verkoopt, een oliever-hooper. In het Javaansch wordt in zulk een constructie het zoogenaamd betrekkelijk voornaamwoord niet gebruikt, dan alleen waar met nadruk een tegenstelling bedoeld wordt, beteekent iemand die olie te koop

heeft, in tegenstelling van anderen, die iets anders te koop hebben. Zie § 200.

238. Een bepaling van een zelfstandig naamwoord wordt in het Javaansch altijd achter het zelfstandig naamwoord geplaatst; en, wanneer twee of meer bepalingen van verschillenden aard met één en hetzelfde zelfstandig naamwoord verbonden worden, dan geeft men gewoonlijk de eerste plaats aan een bepaling van hoedanigheid, de tweede aan een bepaling van hoeveelheid, en eerst daarna aan een aanwijzend voornaamwoord, ook na een relative zinsnee: maar de allerlaatste plaats geeft men aan de woorden Ng., miwojvis Kr., al, alle. En zoo is de volgorde juist de omgekeerde, als de volgorde van de bepalingen in het Hollandsch, die vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst worden; bv. trjü2^nittrjnn

die twee rijke menschen; m tr/? kVj m li i-n I \'lj ®i i tj \\ die vijf broeders

en zusters van je ; die van dezelfde vader en moeder zijn ; un vn £) ifn ru J»

al die gepakte roovers.

239. Er zijn evenwel ook woorden, die veelal tot bepaling achter een zelfstandig naamwoord gevoegd worden, maar die ook zelfs als ho ofdwo ord zóo gebruikt kunnen worden, dat het zelfstandig naamwoord er tot bepaling aan toegevoegd wordt; en door het zoo als hoofdwoord te gebruiken, geeft men aan het woord meer nadruk. Zoo

1°. de benamingen van een groote en van een geheele hoeveelheid (even als de telwoorden volgens § 187) mntjun^ Ng., «n gt;p?\\ Kr., een menigte, veel, vele, en Ng., \'\'\' n Kr., alles, al, alle. Men zegt ifquot; t:i k / rj gt;:ti ? \\ veel

tegenspo eden, maar ook veel tegenspoed. Zoo ook M,to

ilwlrm y «quot;Ïj\\ al de huizen van de ongeloovigen (Rcldjd Pir. 133).

2°. niiaMi Kr.Ng., rj !ugt; jj a.r \\ Ng., m rj hj ijiji Kr. iets anders, een ander, ander, andere; bv. aj rjcrmv^ «? (of nuiji-u rj^) een andere plaats, maar ili lu ii gt;1 cyt)?een andere plaats.

3°. Ng., ui \\ Kr., in den zin van voorzcide, genoemde; bv. arvutvnuy

voorzeide circulaire, maar ook voo rz eide cir

culaire. De laatste constructie is in het Soerakartasche zeldzaam, maar menigvuldig in de meer oostelijke gewesten.

4°. een passief (objectief) denominatief, wanneer het bepaald wordt door het bezittelijk voornaamwoord : of ook eenig ander woord, dat een passive beteekenis heeft en even zoo gebruikt wordt, zooals iikamp;\\ het afgesprokene of toegezegde, en ui•amp;?// Ng., Kr., nji-\'rn of -Q«ji%\\ Kr.) , toege

zonden geschenk tot vereering. Zoo is men gewoon te zeggen; nuir^nn^uiQnmji\\

189

ocr page 210

190 BEPALING VAN EEN ZELFSTANDIG NAAMWOORD. § 24Ó.

het door je op tehrengene oan pacht, de door je op tebrengene pacht, cfnam virfinj

\'ï\'n m Krp de door hem meêgevoerde koopwaren; hjimti ap^irnjj (of (i t i ) J-7 rj ilu itnQ-ri iisnjj gt; de door U mij toegezondene brief, debrief, daar U mij meê vereerd heeft. Uw geëerde letteren (of missive). Zoo ook, als een objective benaming uitgedrukt wordt door middel van het hulpwoord enz. (§ 218);

bv. rjtm irjaw qhTjiun rjw i foti de door mij bestelde laarzen. En op

Cy

dezelfde wijze worden ook de woorden tiqrjvimiq, gt;n gt;ci^i n hij en

tK»crr^Knwji geconstrueerd (zie § 217, 3°.). — Wèl wordt somtijds ook de omgekeerde constructie gebruikt, en de passive benaming achter het zelfstandig naamwoord gevoegd; maar dan wordt ook op dit zelfstandig naamwoord meer nadruk gelegd, dan op de bijgevoegde bepaling. Zoo zegt men in plaats van iSiui/Qjydoor mij opgestelde geschriften, ook wel iOnira art 9«.) jflTu ^geschriften door mij opgesteld, of door mij opgestelde stukken. (Jav. Zam. 111). En van deze constructie wordt ook wel gebruik gemaakt, omdat aan de passive benaming nog een andere bepaling moet worden toegevoegd, en dan de constructie te ingewikkeld of niet vloeijend genoeg zou worden. Om deze rede zegt men bv. iwwkjm wj/i: rjumr^nji^drr^isr^^Siê^ het nieuwe tuig, dat ik gister gekocht heb.

240. Dit zij genoeg over de bepaling van een zelfstandig naamwoord. Tot de bepalingen van een attribuut of prédicaat, die ook meer bepaald complementen, dat is aanvullende ofnaderebepalingen genoeir.d worden, behoort in de eerste plaats wat men noemt een complement of nadere bepaling van deel of bijzonderheid. Het zijn aanvullende bepalingen van een attribuut of prédicaat, waardoor hetgeen men aan een voorwerp toekent of toeschrijft, tot een deel of tot een bijzonderheid van dat voorwerp beperkt, en dus nader bepaald wordt, in hoe ver of in welk opzigt de toekenning of toeschrijving van dat attribuut of prédicaat aan het voorwerp bedoeld wordt. Zoo bv. in deze Hollandsche uitdrukkingen : iawg «an 6ee« ew, klein van moed,blind aan het r egter o og,b ij de manen gepakt worden, op de vingers getikt worden, enz. In het Javaansch wordt zulk een nadere bepaling niet door middel van een voorzetsel uitgedrukt, maar wordt de benaming van het deel of de bijzonderheid eenvoudig als nader bepalend complement aan het attribuut of prédicaat toegevoegd, en door het bezittelijk voornaamwoord als deel of bijzonderheid van het voorwerp, waarvan gesproken wordt, aangeduid. Zoo zegt men r/wiSgt;wlt;wiisr)r/^£1 Qihtqs een persoon blind zijn regteroog, dat is aan het regteroog; 17 im 1 rj vim«u«tj jji\\ je bent klein je moed, dat is klein van moed; S?i

ik zal je vermorselen je kop, d. i. ik zal je den kop vermorselen; wfrnnyn^iifriSnnnrnrjajizijn kind viel een jonge kokosnoot op het hoofd; tK-n arm het paard pakte {of greep) hij

ocr page 211

§ 24-i. COMPLEMENTEN VAN VOOftWERf\'. dOl

hij het gebit; hij wiérd door mij geprezen, zijn

eerlijkheid; ±\\. ik prees hem wat betreft (of zooals wij zeggen, om) zijn eerlijkheid. — Wanneer vóór zulk een complement van deel of bijzonderheid het voorzetsel iun gebruikt wordt; dan geschiedt dit volgens § 153, 3°.; bv. nm i\'.n //] i\'u f i fij tn i )^ v i ij ui ij rj ui n i i. ij i.7) M k;j \'n rj --ofntreiit dien icccrspanui-gen hekel moet rapport gedaan worden, wat zijn zaak betreft; dat is: van dien weèrspannigen hekel moet rapport gedaan worden (Jav. wetten, 60). Si iu/mv-ti vermaard, wat zijn dapperheid betreft, d. i. ver

maard om dapperheid.

241. In het Javaansch worden allerlei complementen van voorwerp (of óbject), ook van een voorwerp van den wil (van een óbject als doel), eenvoudig zonder voorzetsel met het hoofdwoord verbonden, ook in die gevallen, waarin die verbinding in het Hollandsch door middel van een voorzetsel, zooals aan, voor, tot of om, moet worden uitgedrukt. De volgende voorbeelden zullen voldoende zijn, om dit aan te toonen en op te helderen. Zoo zegt men: rijk aan buffels; un«nmSj% krap aan geld (krap bij kas); k «n ^ m rji.-ntrj .ui lh k-o Ji -n \\ hoeveel vraag je voor dat stuk lijnwaad? aï?inj\'r^ ijix,vifrftsnirjijixjnivtiunrftjgt;i \\ geef je het voor drie g ul d en? ajh^iui hoeveel el is toereikend (of henoodigd) voor een f a, n t a,l on? hu ui nti ui r;^ i.i ij \'ri

njnrjrmiugt; rq jo»|n Ik word door de overheid gevraagd naar een bij mij gepleegde roof; \'-n i_i i\'n ui uii.ii:n t:ti Jn i,n ^ri mn.) ii J^ii \\ vut is het dat de oorzaak uitmaakt van de heiligheid van dat woud?mn

verslag {of rapport) ontvangen van de overwinning van Zijn Hoogheids krijgsvolk; asnthri(ijmai^rjiKni7jiTm\\ helpen (of te hulp komen) bij een hrand (woordelijk hij een in hrand geraakte woning).

242. Ook een complement \'van voorwerp, als middel of oorzaak waardoor, wordt in \'t Javaansch eenvoudig zonder voorzetsel met het hoofdwoord verbonden; bv. itJi(tJijgt;^io£icrrijj\\ moê van het staan;

als je vermoeid bent v an het g aan ; oni n-iiutitj) aj) die het rijstveld bebouwen met reg enwater; wn asn-yinji

tf het is blijkbaar door je blauwe lippen, of het is te zien aan

je blauwe lippen. — Even zoo bij een passief; bv. door

iemand gedood voorden; en \'n uu ugt; \' woordelijk bevallen worden do or een steen, d. i. een steen op zich neêr krijgen; en tegelijk met een complement van deel of bijzonderheid volgens § 2-40: tfn ixSi urn gj iS)nm rjm \\ een steen op zijn hoofd krijgen. Even zoo figuurlijk: hji gt;jlt;jnti m^\\ een hevel op zich neer krijgen, AA. een bevel van hooger hand ontvangen. — Wordt voor

ocr page 212

192 COMPLEMENTEN VAN VOORWERP. § 243.

zulk een complement een voorzetsel, zooals nSï,gebruikt; dan is dat volgens § 153, 3°. —

243. Omtrent de constructie met twee complementen van voorwerp (of object) is op te merken, dat, wanneer beide ac ht er het hoofdwoord geplaatst worden, dan het zoogenaamde direct object (datbij het passief het onderwerp is) het laatst, en het andere, het indirect obj eet, het eerst genoemd wordt (— in de omgekeerde orde als in \'t Hollandsch —). Zoo zegt men bv. van iemand (of voor iemand) iets

maken, met passive constructie: tjniLiiait\\ je moet mijn zoon Karei een paar schoenen maken; maar met active constructie: i/n im TjKntr^uta^iajtiun cmrfiUiKn iua3)(Lfn kan je mijn

zoon (of voor mijn zoon Karei) een paar schoenen maken? en desgelijks run tm ijtfnerjumTn cm nji rjriAg/HiiijaAJis kan je van

deze anderhalf el laken een pantalon maken? Zoo ook van !un%n^\\jnr^im\\ iets zooals de weg, iemand icijzen : i-iii.) in in ^ ujm/gt; wie

kan de weg mij wijzenl — Dikwijls wordt dan vóór het tweede complement volgens § 153, 3°., het voorzetsel 3n \\ of ej-n lt; Güjj^ of ruiivn \\ gebruikt; —

bv. i \'n tji /:ipj id mxm ij h\'n / y i,(j / hj gt;1 uj \\ den bode een brief meêgeven; tun

rj ui urn Silun oj ij im ^ rmq \\ goedheid met kwaad beantwoorden: — maar één geval is er, waarin zulk een voorzetsel nooit gebruikt wordt. Dit is namelijk het geval, wanneer het eerst genoemde (het indirect) complement een naamwoord is met het bezittelijk voornaamwoord van de derde persoon, en het tweede (direct) complement de benaming is van de persoon, die met dat bezittelijk voornaamwoord bedoeld wordt. Dan wordt namelijk dat tweede complement ook het complement (de nadere bepaling) van dat bezittelijk voornaamwoord. Zoo zegt men van .«t iemand hij het haar grijpen; i n r/ri ri j\'/ !\' quot;lü w

den dief hij het hoofdhaar grijpen; wrmrirrp hjim njrrj unnj uirj.uni-Ti lV) aVi ijy rj vu i ij rj ct) (ui waarom ben je je vader niet opgevolgd in zijn betrekking? iw mimi qrutS tmrjw wrsijvn un cmun \\ De Patih liet toen

Adji-Sdkd zijn hoofddoek uitspreiden. ^ r°i m ttn Sn Si k vn inj un Jfr, njgt; rj««i rjMj-ri isr^Kniuuï Toen wierd Djdkd-tingkir door den krokodillevorst uitgenoodigd om met hem meê in zijn paleis te gaan. Hier is namelijk n het com

plement of nadere bepaling van ito in ita txiw/j, en tevens van het aanhechtsel tjiun in afnitJi^asni^^w Zoo ook 1001 N. II, p. 624, V. O.: miêicfrirj

zij droegen beurt om beurt het lijk hij den gang er van (naar het graf). — Hier \\s njt ^iufi zva. \'i.i !i -_ij ifti ij m 3; \\ (§ 215): maar zulk een voorzetsel als i?n of «-h Qrihjj\\ of twi.iSvN kan bij zulk een constructie van de beide complementen ook (hoe vreemd ons dit ook schijnen mag) vóór het eerste complement geplaatst worden. Zoo bv. Jav. briev. p. 42, 3: nrh\'n t.) 3) Uiru Kn li Mgt;?? i.7i i.\'n iK uiuin\\ begeleid

ocr page 213

COMPLEMENT VAN HOEVEELHEID, TIJD EN PLAATS.

§ 246.

193

door Bioeng-Djaja-poerwaka op haar reis; en bl. 289, 12 v. o.: j:n ïn I:t i n 1,1 -gt;) K) n 11. tj .y }ij KI Ï 1;) -n i]j \'t-.j Kj \'i hi) 11 h l ■ n in \\ om meêgevoevó. te worden door mijn vriend op zijn reis naar Pdnd-rdgd. Even zoo p. 2G8, 3. — Wanneer bij zulk een constructie het direct object met het persoonlijk voornaamwoord van de eerste of tweede persoon genoemd, en het indirect, eerst genoemde, object door het bezittelijk voornaamwoord van de eerste of tweede persoon bepaald moet worden, om die zelfde persoon te beteekenen; dan wordt die zelfde persoon maar eenmaal, namelijk met dat bezittelijk voornaamwoord genoemd. Zoo zegt men ^rnrcrtwnru~/n £ vj3qS)\\ die m ij in mijn betrekking zal opvolgen: en even zoo

iwtniiHiiinji Zoo ook De Br\\ Joedd enz. p. 32, 9:

o □„ » cy q o (?) □„ j / j

(Lj KJ (KT? (Lm Ml ,1777 TJ IJ) UtJ .171 (li/7 *gt;1 Wl Ml ZK ^ TVi tjj «/7 (b/i XJt! (KJ^ T7 TLI (LH gt; UeZe (deze

Tjakra) is het die mij hij mijn sneuvelen zal brengen naar den hemel.—

244. Verder wordt ook een benaming van hoeveelheid als complement van hoeveelheid met het hoofdwoord van een gezegde zonder voorzetsel verbonden, om op die wijze wat van een voorwerp gezegd wordt, tot een zekere hoeveelheid te bepalen. Zoo zegt men niet alleen

irwr/vw^ gelijk wij ook in het Hollandsch zeggen, de roovers zijn alle gepakt; maar ook Tj^a^rf^unth^u?irjn^irjnii\\ de roovers zijn gepakt tiuee, A.i.tivee in getal, in de hoeveelheid van twee, waarvoor wij zeggen; «tin de roorers zijn er twee gepakt. —

245. Wel op te merken is, dat met een bepaling van een hoeveelheid van tijd, zooals jS]asnmj drie jaar, in het Javaansch niet, zooals in het Hollandsch, de lengte of duur van die tijd beteekend wordt, maar het tijdsverloop waarmee iets plaats heeft;bv. iSmS

njrj m -j7gt; rj uit^\\ de koffiehoom geeft met driejaar vrucht. —

246. Bepalingen van plaats waar en van tijd wanneer worden veelal door middel van het aanwijzend voorzetsel Sn niet het hoofdwoord verbonden: maar dit voorzetsel is volstrekt niet noodzakelijk; en men zegtbv. ^^(rrni trriJ?)tjlynj logeren aan de woning (of ten huize) van den Heer Resident; en zoowel als voorop ciezew dag of van daag.

247. Bijwoordelijke (adverbiale) bepalingen, die in het Hollandsch gevormd worden door een zelfstandig naamwoord met een voorzetsel, — zooals bij mijn vertrek, bij de aankomst van, naar mijn gevoelen of volgens mijn oordeel, — worden in het Javaansch zonder zulk een voorzetsel uitgedrukt. Het zijn dan of bepalingen van tijd wanneer (§ 24C); — bv. mi .kt? «n n hij mijn vertrek, isr^nr^r^rrn Sni?tcmm\\ bij de aankomst op de hoofdplaats, uiQrjiuua^ bij mijn verkoop of, zooals wij zeggen, bij denverkoop; — ófhet zijn vragende onderstellingen, die veelal ook (maar dan met meer

13

ocr page 214

194 BIJWOORDELIJKE BEPALINGEN. § 248.

nadruk) uitgedrukt kunneu worden met bijvoeging van of /amp;ilt;rn?\\

wat betreft, (en zóo dan ook in het Hollandsch vragenderwijs) ; bv. (ui^ ,.j, trr^ \\ naar mijn gevoelen of meening (eig. mijn gevoelen ? wat mijn gevoelen is? vraagt mm naar mijn gevoelen?); ^nsnrf^rfojiinmrfiiw^s naar het vertellen van de véle menschen, d.i. naar men algemeen vertelt; volgens

Gods beschikking. Zoodan ook in zinnen als deze (Jav. zam. bl. 96, 8 v. o.) :

[h-r^ruirixntiiSi^i^n^xniLmri^i^xjnrfxm^ : Jtn ibi 3 rj iin i rj un % \\ ik

durf niet vèr van huis gaan, is hetgeen ik in commissie te verkoopen bij mij heb, veel goed (d. i. als ik veel goed in commissie te verkoopen bij mij heb); en (aid. r. 5 v. o.): i?\' rl/i ^ Cl i/n /.y ju : r.T) /_jP:) rj ^ hij het verloren gaan

van mijn leven, gaat mijn leven verloren (verlies ik mijn leven); wie kan er een ander voor in de plaats geven? — Zóo worden van naamwoorden met het bezittelijk voornaamwoord van den derden persoon (in een onbepaalden zin volgens § 212) een menigte bij wo o rden gevormd: bv. ^(uitr^rt^^s \'s avonds, met of bij het einde, ten slotte, eindelijk, «S ow bij het gering zyn, op zijn geringst, en zoo veel andere meer.

248. Maar zulk een bijwoordelijke bepaling wordt ook zeer dikwijls gebruikt als attribuut (van hoedanigheid of hoeveelheid) tot bepaling van een zelfstandig naamwoord, vooral als praedicatief attribuut; zooals wanneer wij zeggen, een staatsierok met gouden knoop en, een jong mensch van een aangenaam uiterlijk, een geelbruin paard met witte manen en staart. Zoo bv. een jonge vrouw, haar uiterlijk goed, d. i. een jonge vrouw van. een goed uiterlijk (die er goed uitzag).

ivli^\\ zijn nagelaten schulden,de hoeveelheid er van duizend gulden, d.i. tot eenbedrag, of ten bedrage van, duizend gulden, runin: een brief, het luiden er van aldus, d.i. aldus luidende oi van dezen inhoud. — Zulk een bijwoordelijk attribuut kunnen wij soms het best dooreen relative zinsneê vertalen; bv. Baar was een jong mensch met name Enoeng, x-r^a^mn mrq ui r^nrrr^rf hmi ^\'rirfajiirf^Kcis zijn ver maak, — iedereen voor den gek houden; d.i. wiens pleizier het was iedereen enz. — Zie hier nog drie voorbeelden in éen volzin: : .vn^iui^.i^^aa^rfiin^ri\'niajis w Op de hoofdplaats van Bali waseenman, zijn inborst— uitstekend van kracht, zijn bedrijf — het bebouwen van rijstveld, zijn naam — Jonkman Pirangon; een man van uitstekend krachtige inborst (van bijzonder groote energie), van bedrijf een rijstbouwer, met name Jonkman Pirangon.

249. Vroeger (§ 231) is reeds opgemerkt, hoe bij de eenvoudige constructie van zinnen in het Javaansch twee woorden, die in een complexen zin dezelfde

ocr page 215

HOOFDGEZEGDE EN BIJGEZEGDE.

functie bekleeden, eenvoudig door tegenstelling, nevenstelling, of hoe men het noemen wil, met elkander verbonden worden, zoodat men bv. zegt om iui,i3iajh-j,i voor vader en moerfer, voor lang en breed. Even zoo

worden ook twee (of meer) gezegden van hetzelfde onderwerp eenvoudig met olkander verbonden, en zegt men bv. «?lt;Siajx^irj,Qun\\ Gister kwam je oom hier bij mij, en zei mij; dat enz. — Maar bij zulk een constructie van twee gezegden is, wat vooral op te merken is, het ééne gezegde veelal het hoofdgezegde (hoofdprédicaat), en hetandereeen bijgezegde (complementair prédicaat), dat wij gewoonlijk in de vorm van het deelwoord of door middel van een voorzetsel met het hoofdgezegde verbinden. Zoo bv. t rfiunfria^iE^-r^iu^fs Hij wierd door mij gevraagd naar de beteekenis, en wist die niet; of liever; rfoor mij gevraagd wordende naar de beteekenis, (of toen ik hem naar de heteekenis vroeg), wist hij die niet; of ook Ik vroeg hem naar de beteekenis, maar hij wist die niet- eil 1:11 y y.tp ti.i i:n ijn KI tl ? j ^ ? JU )n-jï n ^ vrOiKJ\'1\'!\' het U willende zeggen, was ik besehroomd; of: ik heb het U vroeger willen zeggen, maar was beschroomd.

250. Even zoo worden twee gezegden tot één volzin eenvoudig met elkander verbonden, wanneer met het tweede gezegde iets gezegd wordt, niet van hetzelfde onderwerp als in het eerste, maar van een ander in het eerste gezegde genoemd voorwerp (persoon of zaak); bv. Jav. briev. p. 362, p. 5,; n.i.êz.ui J1)lyH y [v[3\'11 \'J\' i \'^ 7f oi rj ; hu ! ) \\ tooi gingen zij mijn man ondersteunen, (en) hij wierd naar huis gebrach t; of (en) zij gingen met hem — of brachten hem — naar huis. En zoo wordt dikwijls met Ng., o^uns Kr., «Jinjn Kr.f., iets daar om gevraagd wordt, willen geven, een passief gezegde verbonden, waarvan het voorwerp, daar om gevraagd wordt, het onderwerp is; bv. De Br, joedd enz. p. lQ,3v.O.:rjiminniunTj,iJtfiHi(rnni[un*nnQcrn^ : lut-iKcnjj nfnQiuiirwfs zij willen niet geven het Rijk van Ngastina, gevraagdw ordende voor de helft; d. i. zij willen de helft van het rijk van Ngastina, daar hun om gevraagd wierd, niet geven. En zoo is men gewoon te zeggen van het een of ander voorwerp : l/n aji Tj .minrj ijiiun rj iUif ilq «TJiry ,iS} nS a.w j •. wil je (het) geven, door mij gekocht wordende voor drie gulden; d. i. wil je het mij voor drie gulden geven?

251. En, even als twee gezegden, worden ook twee zinnen eenvoudig en zonder voegwoord zóo tot een volzin met elkander verbonden, dat de ééne de hoofdzin is, en de andere als bijzin, om zoo te spreken, — even als een bijwoordbij een hoofdwoord, — tot complement er bijgevoegd wordt; bv. Jav. zam. p. 2, 8 v. o.; Als iemand in dat bosch jaagt, rjrcmiSlQniitJiMi

en het niet blijkt, (of en blijkt het niet), dathij komt {dat het met voorkennis is) van den eigenaar van het bosch : dan enz. p. 181,1;

195

ocr page 216

•196 IIOOfDZIN EN BIJZIN. § 251.

it/i^ Si (tJi ru \'r-i \\ ajn / \'n tQij il,i Jn rj (ml rj Heeds is de prijs er van

(van de schoenen) duur, (en) nog is de dragt er van niet gemakkelijk; of Terwijl ze reeds duur in prijs zijn, zitten ze nog niet gemakkelijk; p. 375,1: QmjSiQi

D O O «• O Qv «O

(ktï tèii (Nijj [W,*!(Lljl • m iEjl ^ 7j1 ^ ^ ^ 7X7 / \'L/n lUri h^7] xm ^(P 171 /Hnqajicrn

,«i i?) vn ^ 3«) m \\ Dan is V/iet hest, dat wij te paard gaan, (èn) hei vertrek vervroegd wordt, (en) beoogd wordt, dat wij om tien uur kunnen aankomen; d.i. Dan is \'t het best, dat wij te paard gaan, en wat vroeg vertrekken, om er om tien uur te kunnen wezen, Jav. brieven, p. 310, 5; n,jimrjui7^«1 (ti ^1 j Si ili ïi ii-n ,7 /ui iQ iLi rj ten Q S «1 -Sii amp;) ari * Ik wil zélf gaan {ot\'Wilik zelf gaan,—), grroof is het bezwaar van den weg; d. i. Ik zou zelf wel gaan, (maar) de weg heeft veel bezwaar. — Dat twee zulke zinnen, die zoo eenvoudig bij elkander gevoegd worden, zonder dat het verband op eenige wijze wordt uitgedrukt, toch werkelijk bij elkander behooren en deelen zijn van één volzin; dat wordt bij het spreken aangeduid door het verschil van toon, waarop de beide zinnen worden uitgesproken. In schrift is daarom de zamenhang van twee zinnen als zinsneden van één volzin dikwijls voor den lezer minder duidelijk, waar die voor den hoorder zeer duidelijk zou wezen. — Door dat verschil van toon wordt bij het spreken ook een tusschenzin aangeduid als een bijzin, die alleen tot nadere bepaling of tot complementering midden in een volzin wordt ingevoegd. Een voorbeeld van zulk een tusschenzin in het Javaansch (waarin men niet gewoon is een tusschenzin in het schrift als zoodanig aan te duiden door hem tusschen twee haakjes te schrijven) vindt men R. Pir. p. 2, 6: Toen hij gekomen was op dm rijkszetel van Mesir, j-m ;{jni gt;1.) i.n-tt/.ijj ff\'

^rmTiTci-Si\\ mn gt;tj fjt i/ri ud ai iinjj^ ontmoette hij iemand van het dorp Kar as,— en dat dorp Karas behoorde onder dm Rijkszetel van Bali,— met name Kjaï Hainan. In het Hollandsch zouden wij wat hier tot nadere bepaling in een tusschenzin van het dorp Karas gezegd wordt, niet in een tusschenzin, maar bij wijze van appositie, en dus in een prédicative bepaling, van het dorp Karas prédiceren, en op deze wijs ons uidrukken: owlt;moelt;te/1$ iemand van het dorp Karas, een dorp onderhoorig aan den rijkszetel van Bali, met name Kjaï Hama.n.

OVER DE ZAMENSTEU.INGEN VAN EEN ZIN.

252. Om de zamenstelling van een zin in het Javaansch goed en juist te begrijpen, moet men vóór alles wel in het oog houden, wat boven §91 en 92 is opgemerkt, dat men namelijk in het Javaansch voor het hóófdwoord van een gezegde geen bijzondere door grammatische vorm onderscheidene soort van woorden heeft, zooals in de Europesche talen het verbum, dat wij

ocr page 217

§ 253. lun ajiiuiji IN EEN PASSIEF GEZEGDE. 197

daarom in het Hollandsch zeer gepast het zegwoord zouden kunnen noemen (in onderscheiding van het naamwoord, waarmee iets genoemd of benoemd wordt). In het Javaansch is het hoofdwoord van een gezegde het voornaamste woord, het woord dat in het gezegde het meeste gewigt heeft, en daarom ook met het meeste accent wordt uitgesproken. En zoo kan zelfs een woord, dat anders gewoonlijk als b ij w o o r d gebruikt wordt, het hoofdwoord van een gezegde uitmaken: en dan wordt er niet alleen de voornaamste plaats aan gegeven, maar dan wordt er ook, als het een jussief gezegde is, de uitgang voor den Jussief aan gegeven. Zoo zegt men wel: 7^ mi t r) .ui im rS )(un \\ Je moet voori thuiskomen; wanneer men aan het woord thuiskomen, den rneesten nadruk wil geven: maar,

geeft men dien aan het woordi^num^voort; dan zegt men: rfMmrj.vttmrm\'n

Je moet voort thuiskomen. Zoo ook R. Pir. p. 73, 4: (fntjiiijniuiSiiKi^Arjvjiiia\\ Zouden zij (mijn vader en moeder) nog altijd in leven zijn? of zouden zij al overleden zijn? Jav. zam. p. 163, 5 v. o.: ilv)Qm (Lojj\\ opdat we» gelijkelijk zoude weten; AA. opdat ieder wete. Jav, Zam. 215, 11: Als

ik zoo schraapte: want ook hier is mntry het hoofdwoord van het gezegde, en het volgende een prédicatief complement van omstandigheid. Woordelijk luidt de zinsneê aldus: Als ik het was, op zulk een wijze schrapende.

253. Het is een eigenaardigheid van de Javaansche taal, dat men een gezegde, waarmee men zegt, dat men voorheeft of willens is iemand of iets het een of ander aan te doen, of met iemand of iets het een of ander te dom (zooals bv. iemand of een beest willen slaan), — dat men zulk een gezegde ook in hot passief van het óbject gebruikt door aan het hoofd-wsord de passive vorm te geven, terwijl men het woord dat het willen of voorhebben beteekent onverbogen laat. Zoo 1001 N. J. p. 82, 8: bv. iu rj cm rj Kj im un njirf^i ui rj aai ^\\ wat in de eerste opslag schijnt te moeten beteekenen: waarom toch wil ik door je gedood worden? maar dat in \'t Javaansch beteekent: waarom toch is het voorhebben, dat ik door je gedood zou worden? of, volgens ons spraakgebruik in \'t actief, waarom toch zou je mij willen dooden? Zoo ook p. 482, 8: rjwirjiuiwwmti^ wat niet beteekent: jij bent voornemens door mij tot schoonzoon genomen te worden; maar: jou ben ik voornemens tot schoonzoon te nemen. — Zoo zegt men ook bv. in een prédicatief attribuut: .i/n rj oh ^ m^ rj vi m w nangkahout willens tot stoelen gemaakt te worden, d.i. nangkahout om stoelen van te maken. — Ook wordt mniuMfl in den zin van verlangen, en dan in Kramu imS \\ gebruikt bij het woord ojtnasn/j in den zin van \'t is een vereischte; zoodat men bv. zegt: -ri om jn iui aji -jn tynlDiKn Jarj nj irj-nt\\ Het is een vereischte dat er ttvee ge-

ocr page 218

■198 EIGENAARDIG GEBRUIK VAN tmiMx OF § 254,

tuigen zijn. De eigentlijke zin sohijnt te wezen : Een vereischtc is, men verlangt dat er twee getuigen aanwezig zijn.

254. Een opmerkelijk taaleigen is ook het gebruik van het woord wi tui \\ Ng., ajicfniuyi of wcfnxn/i Kr., kunnen, vermogen, in staat zijn, in een gezegde van een voorwerp in dien zin, dat men daarmee niet een kunnen van dat voorwerp bedoelt, maar het kunnen van een niet genoemd sübj eet, om uit te drukken, dat men (het niet genoemde subject) dit of dat van dat voorwerp niet gedaan kan krijgen. Zoo zegt men bv.

die zaak is nog niet afgedaan kuunen ivorden; en zoo zegt men tot iemand van iets, dat hij te maken heeft, ^ mitm mmmiet tui iui Jhkti \\ het moet afkunnen met de volgende maand! voor: je moet maken {ofje best doen) dat je het met de volgende maand af krijgt! — In het Hollandsch gebruiken wij dikwijls in zulke zinnen niet het woord kunneu, maar wèl willen, in een positief, en niet willen, in een negatief gezegde, om daarmee uit te drukken, eigentlijk, dat een voorwerp wel of niet wil, dat iemand wil, dat het doen zal, en figuurlijk, dat men van een voorwerp wel of niet gedaan kan krijgen wat men wil of wenscht. In \'tJavaansch gebruikt men het woord willen (cfnv^iEyj) in zulk een zin nooit, maar kunnen, en zegt bv. QnjiriniunaQjjM tjnmirjKjtéhn^i 8 rui\\ zulk nieuw leêr kan rekken; waarvoor wij zeggen: zulk nieuw leêr wil wel rekken (Jav. zam. p. 180 r. 5 en 4 v.o.). En zoo leest menLeesb. p. 66, 5 v.o: rjnmtjaprjvrtrjiyn»nt,?)mmn het vlot kon niet gaan (marcheren); waarvoor wij zeggen: het vlot wilde niet vooruit.benzoo zegt menm het Javaansch van een geweer of pistool ^(umnr, rat iKnlt;^^\\ni et kunnen luiden (geluid geven, paffen, d. i. afgaan), wat wij uitdrukken met weigeren, d, i. niet willen afgaan.

Dit spraakgebruik van m of ajitfnunjf moet men kennen en verstaan, om zinnen te verstaan, zooals Jav. Sriev. p. 417 ; 8 v.o.: uinnQrjnij j ij . y ^ t i~i (Q ii kï j rn 1°/ xrj t/j / w i n kj ni \\ dat hij den heer

ScMdtz dringend aanmaande, om in minnelijke onderhandeling en schikking met mij te willen komen; en r. 5 v.o.:

Sn (o ri j ,7j ^ j ^ rn 3) ■)£ foj Tij r p 7/j r?i m vv ) n j \\ d.i. hij aldien ik van den heer Schultz niet gedaan Tc an kr ij g en om het in der minne met mij te vinden. Eu zoo ook p. 418, V) aa Siirj wn I riji -dirj vn ajn enfenwi

rfn ixi Jj ijj m ^ i.i Ty i j rj/f ? j i j] 17) i. u n i \\ daar het Heek dat genoemde heer Schultz zich loerkelijk niet wilde laten vinden, om met mij in minnelijke schikking te komen.

Alleen in een subjectief (actief) gezegde gebruikt men zoo het woord (cti dj) of dj) frïi lajj, waarmeÊ alleen het kunnen van een s u b j e c t (d. i. van een persoon of als persoon beschouwd voorwerp) gebezigd wordt; en het o n -d o r w e r p wordt dan beschouwd als een sübj eet, dat de o o r z a a k of b c-

ocr page 219

VOLGORDE VAN DE DEELEN VAN EEN ZIN.

199

256,

werker is van hetgeen er in het gezegde aan wordt toegeschreven. Zegt men: ^ hm tï iun t y i-\'j ij i v. j \'n ? j \\ dan wil men daarmee zeggen dat die zaak doorzijn aard gemaakt heeft, dat men die niet afgedaan heeft kunnen krijgen. — Zoo zeggen wij ook in het Hollandach bv. die stoel zit niet gemakkelijk. Zoo wordt het gemaklcélijk zitten toegeschreven aan den stoel als een b u b j eet, dat door zijn fatsoen of structuur maakt ofbewerkt, dat men niet gemakkelijk zit. — Wanneer men met een objectief (passief) gezegde van een onderwerp als een óbject spreekt, dan kan dat subjective aïïiiKit of itjicfnaxiji ook niet gebruikt worden: dan gebruikt men voor kunnen het objective aamp;nMj* Kg., rj vn Sï \\ Kr. Dan zegt men bv. n -rj\'ifn

Tij ui ■ n d P:i \\ die zaak is nog niet af gedaan kunnen worden; of liever in\'t Hol-landach in het actief: die zaak heeft hij (of men) nog niet kunnen afdoen. Zie bv. Leesl. p. 32, 6 en 4 v, o.

255. In het Javaansch heeft men, zooals ook in § 251 reeds opgemerkt is, geen bijzondere woordvorm voor hetgeen in de Indogermaansche talen, in onderscheiding van het nomen of naamwoord, het verbum genoemd wordt. — Hiervan is vooreerst het gevolg, dat men in het Javaansch geen hulpwoord noodig heeft, zooals het Holiandsche zijn, om in een gezegde een hoedanigheid of hoeveelheid aan een onderwerp toe te schrijven: men zegtbv. eenvoudig (uniHjrfvnnjinr,\\ zijn kind (is) ziek; trnnj^n zijn kinders (zijn) drie (in getal), voor hij heeft drie kinders; en vn ö »(ui m0« \\ zijn oudste kind (is) mijn schoonzoon (of schoondochter). — Maar een ander zeer belangrijk gevolg daarvan is dit, dat men in het Javaansch bv. niet zegt: je too/tf te snei,

omdat men daarmeê niet zeggen wil j\'etoopt maar alleen je loopt te snel. In het Hollandsch gebruiken wij in zulk een zin het verbum loepen tot hoofdwoord van het gezegde, omdat wij tot hoofdwoord van een gezegde altijd een verbum moeten gebruiken: maar zoo niet in het Javaansch. In het Javaansch zegt men: (of

rji/nirjrvi^if^nj^iFnta^) 7.Q ™ }:)gt; j jje gang (of jc loepen, (is) te snel; zoodat men alleen het woord «snoaji^ te snel, — alleen dat wat men zeggen

wil, tot gezegde, en het loopen tot onderwerp maakt. — Doch hierover is het noodige reeds gezegd in § 218 en in de aanteekening daarbij.

256. De volgorde van de bestanddeelen van een zin rigt zich in het Javaansch geheel naar het gewigt, dat ieder bestanddeel in den zin heeft, zoodat aan het voornaamste woord ook de voorste of eerste plaats gegeven wordt. Zoo wordt het gezegde dikwijls vóór het onderwerp geplaatst; bv. rjvnf-nrjnjtQiiLmi.-y- ik begrijp het niet. — En altijd wordt zóo met nadruk het gezegde vóór het onderwerp geplaatst, wanneer men daarmee aan een persoon of zaak iets wil toeschrijven als daaraan in vergelijking met andere bij uitnemendheid of in een hoogeren trap of graad

ocr page 220

VOLGORDE VAN DE DEELEN VAN EEN ZIN.

200

§ 258.

toekomend; en dus om uit te drukken, wat in het Hollandsch door den Comparatief of Superlatief beteekend wordt; bv. Jav. zam. p. 216, 9 v. o.: zoet (d. i. zoeter oi het zoetst) zijn die (de djëroek\'s)

van Patjitan komen.

257. Ook is het in het Javaansch niet noodig aan de vragende voornaamwoorden de eerste plaats in een zin te geven, zooals dit in het Hollandsch geschiedt. De plaats van die voornaamwoorden in een zin is geheel dezelfde als die van de naamwoorden, waarvoor zij in de plaats komen. Gelijk men bv. zegt Zijn hinders zijn vie)\'(voor hij heeft vier hinders); zoo vraagt men ook unnprj x Hoeveel zijn zijn hinders? (voor Hoeveel hinders heeft hij)? Zoo vraagt men ook: rf nnirf wiun^rf oj\\ yan wien ben je een kind (zoon of dochter) ? gelijk het antwoord daarop zou kunnen zijn: iimiwnim(Qrftni£ï£nirvi3nii5nrm\\ ik ben een kind (een zoon of dochter) van den Bëhël van Tandjoeng.

258. Gelijk nu voor den nadruk het gezegde vóór het onderwerp geplaatst kan worden (§ 255); zoo kan ook om dezelfde rede ieder complement van het gezegde aan het hoofdwoord van het gezegde, en ook tegelijk aan het daarvóór geplaatste onderwerp, voorafgaan; bv. Jav. zam. p. 89,\'1: w Sir/nvrj tQ iui m -rn rj murcj N Gister ben ih je neef tegengekomen; en p. 94, 4 V. O.: wil .vt rjijirilnrrixjïl (Uiw (ut

Aan mij wil hij teg enivoor dig in H geheel niets meer vertellen.

259. Maar, wanneer nu het object als het voornaamste het eerst voor den geest komt en daarom het eerst in een zin genoemd wordt, dan maakt men in het Javaansch ook gewoonlijk dat object tot het onderwerp van het gezegde en gebruikt dan voor dit gezegde het subjectief of het objectief Passief. Doch noodzakelijk is dit niet. Alhoewel het object het eerst genoemd wordt, kan men toch den zin in het actief uitdrukken, omdat niet dat object, maar het subject, het onderwerp is waarover men spreekt of spreken wil. In dit geval gebruikt men de subjective wijze van uitdrukking, d. i. het Actief. Zoo bv. 1001 N. 7, p. 369, 6 X.O,: m.ik ^crrQrm^njj tjn iri aji-hw Den dood van Sinbad heb ik zelf gezien (Van den dood van Sinbad ben ik zelf ooggetuige geweest). (Desgelijks p. 246, 2 v. o.). Jav. zam. p. 14, 9: fn vAM vj m om iQi cm -j^amp;j myï (trr^ru rKi !isn ii/Ui danittm ^71 ifn Dat p I an V an ü vind ih heel best, Jav. briev. p. 118,12: Uw vader leverde ooh weêrpradjoerits van den Vorst, insgëlijhs 200 man, met den Raden Majoor Wirja- Winata tol aanvoerder, n i^z i n ïni/n iu hanonnen meevoerende twee (d. i. met twee hanonnen), een groot en een klein. Hier wordt tQ alleen om nadruk vóór het werkwoord (uit to spreken als \'mhckta) geplaatst.

ocr page 221

VOLGORDE VAN DE DEELEN VAN EEN ZIN.

201

§ 261.

ofschoon men op de vorige bladzij, r. 40 v. o., in denzelfden zamenhang in de gewone volgorde i/n Qjunjat«ö£!«nn,i? geschreven vindt.

260. Wordt, zooals somtijds plaats heeft, eerst het subject, en daarop het object, genoemd; dan wordt met het oog op dit laatste, het volgend gezegde in de objective wijs (in de passive vorm) uitgesproken; bv. R. Pir. p. 58, 4 V. O.; Dèwi Soepoewah bracht toen den staf weêr op zijn plaats terug. Zoo zouden wij in het Hollandsch zeggen; maar in \'tJavaansch is Dèwi Soepoewah wel het logisch onderwerp, het ondrwerp van den zin (het onderwerp waarover gesproken wordt), maar de staf het grammatisch onderwerp (het onderwerp van het gezegde) en is dus Dèwi Soepoewah grammatisch te beschouwen als het volgens § 259 voorop geplaatste complement van het passief gezegde.

261. Maar even zoo wordt ook somtijds, ofschoon men het subject genoemd heeft, daarop het gezegde in het Passief uitgesproken, zonder dat het óbject er vóór genoemd wordt, — alleen met het oog op een object, dat den spreker of schrijver voor den geest is en waarvan hij als onderwerp spreekt. Zoo bv. Jav. hriev. p. 183, 1 v. o.:

0 Qv O O »

ut iHi ^rn rj m y ^isr^ v) tn^ru ~jn rm^ un rui rut inifj rj oaji ^ ^ ^

ibli tLwlunvnojtrjnr)Door den Heer Assistent nu, als ook door den Heer Kolonel, is het (mij) gepermitteerd, dat ik die menschen die weggegaan zijn, terug zou roepen, li. Pir. p. 76, 11 v.o.: j-t ij m ngt; i:-? ui i^ rjim imqs Door Nabi Moesd wier den ze (de

sandalen, waarvan daar gesproken wordt) daarop uitgetrokken, zijn beide sandalen. — Zoo ook, waar het subject beteekend wordt door het zoogenaamde betrekkelijk voornaamwoord, dat altijd het eerste woord

van een zinsnee is; bv. Jav. zam. p. 109, 2 v. o.; van een zieke: idnun Si ui

O O .

^x Daar hij door ziek gemaakt wordt, wat is dat? d. i.

Wat is het dat de oorzaak is van zijn ziekzijn 9 of Waaraan laboreert hij? Een

opmerkelijk voorbeeld vindt men Kitab Toehpah, p. 189 , 8 V. O.: injifrniruq\\

rj im 2 onrn trn rjiio thtirjiji itm -jti inn cm -?i) ur^ tun «jï iui -jï) an iamp;i aiji rj rjxa ui om ~fn

ihniiHTjl\\ En verder {is Heen vereischte) dat het goed, dat verpand wordt, het

eigendom is van dengeen door wien het verpand wordt. Hier wordt

met tfn eerst het óbject bedoeld, maar dan in denzelfden zin het siibjeet.

P. 26, 9 v. o .: (twaSiets daar hij door verschrikt wordt. (Even zoo

p. 27, 8 v. o.). Leesb. p. 94, 6: Van de menschen, die die gramih-visschen

houden, tm Itnttji ten m cm rj Ui ccr^ m mi ast i vj rj xm \\ itjitlnrj ao Hn

iui nrn rj uitwajij m nivnjj\'. zijn er sommigen, die het maar doen voor hun vermaak,

anderen, die het doen om er profijt van te trekken.

262. Gelijk men in het Hollandsch bv. zegt, Die man zijn naa.m ken ik niet,

ocr page 222

VOLGORDE VAN DE DEELEN VAN EEN ZIN.

202

§ 263.

in plaats van l)en naam van dien man ken ik niet, wanneer die man, en niet zijn naam het eigentlijke onderwerp van den zin is, het onderwerp waarover men spreekt (Over de deelen-der rede p. 287, derde uitgaaf); evenzoo in het Javaansch: En zoo

spreekt men in het Javaansch niet alleen, wanneer het onderwerp, daar men over spreekt, een persoon of levend wezen is; maar ook (wat in het Hollandsch niet gewoon is), als het onderwerp een levenloos voorwerp is; bv. Leesb. p. quot;125, 11; Is de rijst van je

velden goed zwaar! (woordelijk: Is je saivahs hun padi meer of minder vet?) En dan kan (wat ook in het Hollandsch niet kan) tusschen de beide door het bezittelijk voornaamwoord verbondene woorden, ook wel éen of meer woorden, of zelfs een geheele zinsneê, ingevoegd worden; bv. Leesb. bl. 1, 2 v. o.: ojiiVtqamp;h : ij ui hi - ï ijïy i rji n i u i^rj I r;i )ƒ n.)n tij,(?)■ n\\ Hoeveel is je rijstvelden, als het oogst is, hun opbrengst? d. i. Hoeveel is de opbrengst van je rijstveld in de oogst. Jav. zam. p. 110, 2 v. o.: «sn m,) run tin ij i aQ m ^8 rui

CP) CP) o O O O Qoxo.

Miiamp;c(LntLQ isjtTT^asijjiTj (LM w

rjunKj (mij \\ Bic menschen, die de bedoeling van Uw opstellen niet begrijpen , ik zou wel denken (of ik vrees) dat het komt van hun onkunde. — Dezelfde constructie nu heeft altijd plaats met het zoogenaamd betrekkelijk voornaamwoord, daar dit altijd het eerste woord van de zinsnee is; bv. Jav. zam. p. 192: 6.: 1 n (j iri hrj vrj t/nx] i t ttj t ^ to?) Is dat de schoen

maker, die zijn vrouw (of wiens vrouw) een jonge kokosnoot op het hoofd gekregen had ? Leesb. p. 46, 6: Ten zuiden van den ringmuur van het Mangkoe-nagarasche mnmoirt^Knt^xrmr^iuntiBi^iun \\ is er iemand geweest, wiens huis in brand is geraakt.

263. Om de constructie en wijze van uitdrukking van vele zinnen in het Javaansch, in onderscheiding van het Hollandsch en andere talen, wel te verstaan, moet men ook dit vooral in acht nemen, dat men in het Javaansch, even als in het Fransch, niet dat accent heeft, dat tot onderscheiding van het woordaccent, het redeaccent genoemd wordt. Met dit rédeaccent kunnen wij op bijna ieder woord van een zin een bijzonder gewigt leggen, om het met nadruk boven de andere woorden te doen uitkomen. Zoo niet in \'t Javaansch, evenmin als in \'t Fransch. In \'t Javaansch worden alleen de twee laatste lettergrepen van een zinsneê met accent aangehouden (Ij 80), en daardoor wordt dan natuurlijk aan het woord, waarop dat accent valt, een bijzondere nadruk gegeven: het komt voor \'t gehoor meer uit, dan de voorafgaande woorden van de zinsneê. — Ook kan wel midden in een zinsneê een woord met nadruk worden uitgesproken, door de twee laatste lettergrepen (indien het woord meer dan twee lettergrepen heeft) met accent aan te houden : maar dan wordt ook de eenheid van den ademstroom, waarmeê anders

ocr page 223

VOLGORDE VAN DE DEELEN VAN EEN ZIN.

203

§ 263.

een zinsnee wordt uitgesproken, afgebroken, zoodat met zulk een woord dan wel niet de geheele zinsnee, maar toch het eerste lid van de zinsnee geëindigd is, en het tweede lid er nog als complement (tot aanvulling) aan toegevoegd moet worden (zie §80). —Behalven dat geldt voor de Javaan-sche constructie van een zin of zinsnee deze regel, dat aan het voornaams te woord ook de voornaamste, dat is voorste of eerste plaats gegeven wordt (zie § 255). — Dubbelden nadruk verkrijgt dus een woord of bestanddeel van een zin, wanneer er niet alleen om het gewigt, dat het heeft, de voornaamste plaats aan gegeven wordt, maar de zin ook zoo wordt uitgedrukt, dat het aan het einde van een lid van de zinsnee te staan komt. En hiertoe heeft men in het Javaansch vooral twee middelen,

1°. door dat woord of bestanddeel van een zin, daar men een bijzonderen nadruk aan geven wil, met het voegwoordin Kriima ook wel iQg^Sn tot een conditionele zinsneê te maken, zoodat het aan het eind van de zinsnee met accent wordt uitgesproken. Zoo bv. Jav. zam. p, 170, 15:

^iSt(mrjvi£nrjZoo het de menschen hier zijn, worden er (van de genitri-vrucht) door hen alleen rozenkransen van gemaakt; d. i. Door dd menschen hier worden er alleen ro:ekranscn van gemaakt. Leesb. p. 18, 5 V. O.: rjiiAJi ^.njt Itn wjjvnmmrjvji iun Zoo

het de schurft is, zijn koppen van groene kikvorschen het geneesmiddel er voor; d. i. Voor de schurft, daarvoor zijn koppen van groene kikvorschen het geneesmiddel. P. 13, 10: m\'n t.n^ ijn»? y t ii,?ïij/ ; im /ji go fïi-njj\\ Klerk! hoe is het met je? als je komt, wat is \'i dan laat! waarvoor wij zeggen: wat kom je laat!

2°. door dat woord of bestanddeel van een zin, daar men een bijzonderen nadruk aan geven wil, door middel van Ng., Kr., tot een

vragender wijs uitgedrukte onderstelling te maken, even zooals dit in het Fransch geschiedt door middel van quant d, en in Hollandsche schrijftaal ook wel door wat betreft. In onze Hollandsche spreektaal gebruiken wij ook in dit geval voor den nadruk alleen maar een sterk redeaccent. Zoo bv. Jav. zam. p. 170,13: : iumnQn^^^(ut\\Wat betreft

die djenitri-vrucht, wat wordt daarvan gemaakt? d. i. Die djënitri-vrucht, wat wordt daarvan gemaakt? (vrg. r. 15). Dergelijke voorbeelden vindt men overal.

Ook gebruikt men wel rjiwito/ien beide tegelijk, en zegt bv.{p.8,3 v.o.:)

: rf.imt\'niijtMinjijjy Als \'t mij betreft, geloof (ik) \'t niet; d. i. Ik voor mij geloof het niet.

Beide gebruikt men ook met den Jussief; bv. p. 313,11:

om mijimii tjilo / tj) \'isn rj nm an jjitj iamp;j ~ji ivti im i-nprj ui fint chtjj\\ Betrof het U hoe zou U het in het Javaansch overbrengen? waarvoor wij eenvoudig

ocr page 224

204 VOLGORDE VAN DE DEELEN VAN EEN ZIN. § 264.

met sterken klemtoon pp het voornaamwoord U zouden zeggen: Hoe zou V het in het Javaansch overbrengen?

Ook krijgt een onderwerp, wanneer vóór het gezegde tot nadruk het zoogenaamde betrekkelijk Toornaamwoord gebruikt wordt, daardoor vanzelfs meer nadruk, omdat zoo achter het onderwerp een kleine zinsnijding komt. Zoo bv. p, 313, 10; w fQxmxminjjvn i w iSi\\ all e e n m a ar h et

geraamte is het, dat g elij Tc is; d. i. alleen maar het geraamte is g e-lijk; en p. 173, 6 v. o..- Ik ben het, wien het verge

ten w a s; A. i. ik was \'t vergeten.

264. Ook achter het voegwoord vnNg., -/70177gigp Kr. N., wordt zeer dikwijls een woord of bestanddeel van den zin 10 s vooropgeplaatst, om alleen maar het onderwerp van den zin te noemen; bv. Jav.zam.

p. lil, 6 V. O.: Tjvitrj^iKpnytrvAitJirjiamp;t^jiaA/iaorjajtayncnycn^n^itKnjtteY^vtijQSiiiJiiamp;n

inr^inji\\ iruru)jSriimutimj)\\ Bat U nv verlangt mij tot leermeester inhet Javaansch en Kawi te gaan nemen, xk hen valkomen tot Uw dienstbereid; Jav. wett. p. 37, 3 v. O.: rjij) t rj chpmj 177? ikVï tun ia 1L1 im ~jii ^ n ilq wcun (trn rj ten t

QCi Q aCi Q a O 0 O a« o

CHi fcfj aïti (ui un ckj} (ur^ ïn in^j hj^mi iuï) rj list) t irrn \\ un cm fna rj nn 2(kj)

nrrn rut-,iSjnajj\\ Hetgeen nu dient tot afdoening; wie van heiden zich niet houdt aan den inhoud van het bewijsschrift, die moet de onderliggende partij worden; p. 158, 5 V. O.: \'rjiinrjnjti\'irjnrmMjrftHj \\ ojiror^umai^i/nn/ntniKiiSAffn^irnmnji rf^nytjifnrjiuis Hun verblijf nu (d. i. Wat nu hun verblijf betreft) , zij moeten wonen aan den kant (of langs) de groote wegen en straten.

ocr page 225

LEESBOEK.

ocr page 226
ocr page 227

GESPREKJES.

o o O O • o

—«^wvAAA/X/WWw^--

O (?) O o/ / a

floji tLnfozcïQ\'amp;jj* ij^rvi (K^xj^(hnji\\ jj ur^ \\\\

O O O » O

^ nji (UjjCU^ (HTjj\\ ojiimnji^xjr^c^iEn (EJi IKH \\\\ jj a) vj^tEJt nji ni M M ^ 11*°])

O 0 » a- O o

(TV! (K^(U^(H)JJ\\ CkJl (UICTT} jj Yj W t (amp;1 % ICI \'rL\', ^ ^ N

O Q. ♦ O O • O

(OTJ (hVIJK-y 7V} Xjn (HTI VT^ 0 N\\ jjrjlJ)! J5^ /Ul^ll/n (Ut UT) M f tU) IJl UT^ H OJTJl ^

□«O O 0 0 C) * O

lynam^ \\ aSn tHrtiE/t crnaji\\\\ ff rjun zrjtuidm mtui rj(Ka 2 fcix/n w

Ow O O O O

ƒƒ kt^ 7T,7 hj^ (Hijimn cm ^ oj) amp;)-j^mi ^mvj) nsn ur^ cm \\\\ ^ ?rj zjinjiMrj

nq nj) un kj imjj w ^cKr^rin cH^(tj^(Hiji\\ rj an rj^hw o w o w

x gt; gt;

jj ilA cm tjmi dfn cEJj^ tun cui w ^ru wji\\ iDi(in /Qlt;n^(^rLJcDim*~h imjj\\\\ ^tjiuiq

Q • . O • O o O

otï quot;n io7 7^(HU tTj un 2rut f w ƒ/ tui or^ (HUj \\ ihi ^(Knw qwrijn an 9lt;n irvijj\\\\

O qv o o

Ij un tui ri(un t rjUi t^ri fut tut (vgt;ii cm nj^ iutji w jjur^ ru) uj^ chn/i\\ tun cmqcmin ^zihti rviq

£1 rj nm anji w n »jj cut rf clw im ri anji rjuntri cnji^cunfqanji^xjn rj (Kjiujniw

2 ii^rm ^^Si^Mai^aSi^llJi (TUOJi^n£i a^)ji\\\\ iinPt cm r^tuniin tjtisn ~/n 2

o O Q~ O o o qv . O

rL9^(uiquot;ti Vv l\\\'iarli\'rv,(KJj(lJlj(^l/ls ^(im iaamp;irj (Kncm (ZJi u} (EjI(Utun rm ten nsn fcj.

IMJIW 0 \\\\ O \\\\ O wow

X N

liricuxj wrilt;unri(K/itilfé^(Q9(QiawiJi^ tx?iitt) rim (H^(EJ)-ui Tsn^cui ruiji\\\\ n Qi(inut cui

* CY X o o » O o~

cui*un vackd rj cei ~Jt ciiv chiji ckïicn/icun isr^nithji cukui onjjw cm cvu camp;trjihti ricka t ~/n

a o o O o o

errtqrmTifiJi ^lunjui irvgt;JI^ rLnri ^ cui rj^ruickji cm-^cm cEjirjum t(i^n (m^uj m^r^ji^j) uri^ w .

q« o G) o CY O

cm xnckji itji(Uj^(Ei~^iwn^cui(tu^un cm w nut^enjtxnm*yi^ctJtctfn va.ck/i ceh-Jiclvicmjjw namp;tcKj,

a * CY o (?) o Q« Q oO(?)

cui cui cut itm vaoj) rj cei (lm cm j oji ui ^ un azi un mi ciji rj isn t imjj w jj ik cei ^.i rn^m ~jn rj

fiycmim^TfcEji^ciMwriciJtiSncmw ^ajt rutj^w II ^ ^ ^ ? gt;

ui cui (kji Si (ên ern vz ei Q.£ri (m^cmcKj) ruiji ^ n un cm qw o w

207

ocr page 228

GESPREKJES.

. lO O G) C)„ Q O (p) O

Ij mi v?: tij rj (17) n\') ito ui rvj isz w wi/n cm f /Ui Elt; \\\\ ƒƒ (KJ) ,Tj1 ^(hi /tji ur^ otli

tj vm 9 (i$?i (Hl ~jn tuj. xn rj^tvn ctJt rj tEJt (ii/i (yoj^ w ƒƒ ^ quot;^/i rj tw rtJ) qui .l,)i run ki iamp;t ,ij) cKnjj

j n u^^iuilun vnim r)iwii^Qarvi/ai^

ihhi rj tn t ;j-i mi -?/T .£! ®? \'Si w jj vrt rLi -m 7ji f aj^ vn Si dj 3 »fi! Si Kvjj w rj t)

Ö a. o o o

O a O o cgt; o

^ ti UI gt; »o KI -//lt; \'iri £) UI k? rj :£I —\'7 -U.) !L.1 im ? «I Wl -jI fi\'n ïg liquot; \\\\ lirjwt

^\' n Cl (?) a. Q o

0 Éuimji^ ij%j)ïtjtam^,^ luixjnrjnm fyn^arj iaj}sfiu^qajimnrMamp;iajtajtjjw jj i-i

o w 0 \\\\

IIxjniUirjt^irfrvi^^-r^iyiirurj^Qi^jjunrjimiiJiii^Stiffijtn/l^ ijt^ru rj

rf i^iiiSiiHyiw ^(utSitcnaJixm^^xjnrfiifnxjn^xndwriiQW tuN ^

£1 Itn crn iktj -ru ju ra i-u S (LJ |j -r n ■V??j\'nJ ^ ^ \'L| ^ 7quot;quot;

M JJn rj LU zn amp;t-JfjCSi Kti «71 (Si mi ,7° jn\\ jj iui .amp;i^XJnmSh Q n uyrLi K^ijj.

lynji*. rj vt?;in «7 J}),ari hht w | iigt;/ijMQrj(wrj gt;.jaJ}TjT-jii-Lt w fitajrui£» Mmwnj)r]imi$iM^(fn(wiHii\\ nmStasn^tk»nm jdia?nnsn jj-tn-tnS^aj^nnjj- £] rj

^ s n rgt; a d C) O o- o

^tq tm mae:a^Li 7j^ii i KJ uiïjirfmn Mjjjtut xjt~ji(hn tn ^/ntunrjM~i luonjj \\ «,)^ lj «T7(7jilt;iS\\ Siom Mttn/l-* jjun uitj^mrjiviSiS tgjjajhrjmaJt

wStvgijm,)* IIKIJ ru rq nnj mi gt;f.i ^ 7/7^ w /j Sturjiui tmSh ijMfirj t^w

Hnrt rui tq Uj uTJj gt; nSfhirLjttrtrj V) znj^tviajt rujj w ^ 3 s?i m ru rj-w^ n^tnw //\'^

q»OOOO O o* O (?) O ^ _

iruMiujonji^ miw{^wn (amp;ivtrjrurj^wrj«jj tari/j ^ ar) x/ni/»ia%n n.*uk im xnrj

s an. Q\' (?) O O O O-

^ .7U I^^crnajn ojï .wgt; wï irnmi^ (Lnrf ruw rui fiy crn un

(rm\\ j ^ty77!l,irj unItf Clrfnquot;7g ^quot;quot; quot;^

lamp;ligjjdhrjmrjtzji tvirr^tJ^^uhm^xj-r^Ml^ rj Kn Tm ^tywiJh

rjrniw^r]M^iwi wrjiw ■iiHrtasriji^ [jSn lu dto? rj xsn ^ i.h^n\\ jjta^rhtirr^ r^ï a » o. o O O\' 0\' O O

(Ut(Kijj\\ ^iMiL})ikJirj(E/i^(LiJi^iKnasn .jn(inMrjMrinrftyni^m\\ ihn^irui rjx-nnt(igt;ii (hn^A.nn

s~\\ *• o ^) O\' o

fio J/n firn rj -n (trnjj \\ oji im rL7 ittj rj (ilt;j) jn cm ^ni^fK^jn n ikw irvi^rm

^a O o- O o o

rrjiJt^^t™nrn(LJt%tynfö^lt;nji/Hii(Uiriiriji ~JH ty tj 2 ^ ^ i-quot; rMf wrj amp;t wi

an _b» (to lUjjj rj -n fi/n ixn 3~n rj ant ui Sn ui wamp;o Sn rj ^(ynj anj aui ivm Qi cm za Sn rj crrn^rj

vjrniHJijjw ijfKJi CU)iZïiur^asn £1 agjjrjiumriivi \\\\ ncKrjnjich^oj^nnj xQafrtan

Iiya^lj^-rtn jjSimr^asnrjiciw jjta^irviiK^v^tnijs rjaji^ 11^ SicLVtrpirwjia^.

StiU(Ugt;Snr]arrgt;^iVjrifyMM(intw^njiQinr^iisn\\\\ jjQ^a^ur^uri^lirvi^h-Qn

r^rj^^r^^rjiunz-r) asnxj^^iilrisv jjur^n.!wiSirjimg

m êitun-riitji ^nti3i^jjx^\\\\ jjrmnr^^tdjt.mnrj-rt^im

r^) * Q* o o. O O 0l

ny ani vn iKn nwitji mwwi (in itswintimcm ^/n tui i^vn rj fo^anji y mi l;/ rj o-cn ? tj ui un ik (ui it/i

r» O (?) \' cy 0 O O \'

rri njw lltajl\'njirifjj*Jlj\'}2Jls OJJ rj Iamp;t (LVi on (I5ti (fc \\ (un cmni (ujrjMtnstè (Uj Mjnj) (LQ kj rui \\ ^ru.iynTjnwrj^\'Hj^ifriMJnajirfM-\'iivviitOj]* c \\i

208

ocr page 229

GESPREKJES.

oOo \'0*Q- o

II tun tui vj Mn t vf djmj} oj) ^AdJ) oa/i icr: am injjtun thu vgjjiyii rj iia ttj) u xxi \'hm (hnjj w // ^ 7L\'1 ^

(UjanjldJi fEji^onj\\ w (ui ^ruM (M^ 9 \\ art S;rv?yjazn 2£?t ^kjiqrhi tm

O 00 Qv

(L^i^,nj}(KjjriiEJi^ji(Lvi(Ki-iA.crma ^/ni^/j^j(i^n\\\\ \\\\(i/naytigt; tm x;i rj (un t ^ xjn (ui ckj t

O o o O

amiüKinrfiHjw //^^\'rij,7^\'^®37N luji^ wrjirntibn wrjxatM^iHjiLns (Ln w föurui cm

iji z\\ (kyi tj ia t ttJ) tui kï^ tli [ui ^ ƒƒ i/?i «jï iQ T^tj (Tm 3n Qni iSuujjj urj xm asn tj xn w

o (P) o /

(KA nn firn (LJ (^rhi (Uj Kjuri.vni Tj tJixnn njr^ w ijvnaji ^

rjitnitriwiwiwQri wihni^riiuiivniHnMcrr^fiyn riKj^ (j y^via iiamp;i ctQ/js -i.

»0^ uu}Ifnrj/£At(hnn ixn anj! tj lii wrjiniy irn t amp;i fyiamp;n iiji°i 1amp;1 wcmqiyn v^ ijj ar^p (uivm

o~ G) o O o /

xw -jjjiHi -Jn rj mn foi rj uii an ^/n 1^011 hj ikjnji un Mjq.vm rj ij) xmi .unw jj rj (thi

-Ci Q a a / Ooo

(ui ^a. (U) oj) on ~/n thai rjajirj o ^ vn ftiarm xyr^\\ (un (ui rj iun ? 7^ ^j) rrn q un (E/irjjQ^w

llttn^rvt^tuio^rjxm tiamp;i (Hyi\\ N iimrjwixy rucrr^ cmaayj \\ (kj rm rj itti

Q ^ o 00.0 / a /

vj asn rui asn (uu vm ruï itn lt;jjï gt; «tw /ugt; m,» ar» ^ ^ ^ ^ 17m ajij ïkj u tin anjj \\\\/

O O *, ^~) % »

Hvi (Kn ^ini in,i(m riaji ^tiri vn 2 rj rLi qrjun in iisn 1amp;1 (hnjj yj un? l» w ƒ/ tn^ruKH^u^ anji \\

m w^cwm nsn (ur^Miji^ ƒƒ itw dj?,8/ m oji anjj lt;\\ ff nn irhi a^ xj^ anjj rj ia ly-n w

0 * o x

ll(uniKi^(iM(iM^n^tEfl(m (Hyj\\ un rj ll? i njiicn fzi aji an/]\\ rjdijjui ^ ui Mjf un zin oji 1 j) gt;oï

O* QwO a. o » O o o O Ci

O cM^ ^ ^ ^ Nx // ïn^(KJ^ 7 w tnmw ij kji ci ip infjamp;i rj an ruq

famp;i (Bi (un anji \\ rjAM tm an (un an vu anjj rj im 1 rj ui cfn au aj) 1^ aji (ëji 0^ pi ^ \\ m itji\'Kiwrjpiq

O o q„ o n ^ ^

ƒƒ \'KT^ ru (H^ aj^ anjj \\ itiiHj (Ut rj ajn azm:an^ au rj vm z ,ui an _b» an (U^dJi acn apqw n un ajirj anii

jj ui rj ajn fn (Ejim ^nrj^^w // 7n^ ru ^ anjj rj im 2 £?i an j \\\\ jj *yn rj (im i (umnamp;i om

rj asn ~jn cm rujj \\ gt; an a^cKr^u crm \\\\ jj mi^ ru ac^ .jjf anjj .Q .rn cni (hcrj aui e? rj ani rj xm 2 Q o o (p)

aSnanojt^s rji xm am -jn m K^ xj^an ^rrt cm w NX

jjun ajiojnunrjanckjiojnzj ananianjj^ jjixn^rurc^xjj,an^/juncmqw jjijojn9(FJi^rji $iièHVja7i(fclon\\i jj acr^ ru rcf ^ anjj v axt lèa c» xj^rj^d wjÏqwi ru % \\ un acn lt;0 xsr^ cm ru ~jn ojui xk (Liau^xm ^.crm \\ un un Dj ist^ cm au u^an^na^ u 3i -n Si xn^ eï \\ r^ w un xni w rj

aj (EjI aui ryprjxzi2 xcn^ri xfn rnjjW jj ten rjni 2 ui rj) m ^rnana nr, aQ ui \\ an ui un acn

oO\'Oo O* o

un oji ojjocj^qw un ajirj mi 2 rj U) ui kx u^ un w ? ui ui ij rut rj -ri ? un xni ,\\ ^ un ru

□w » O \' o \' o

^ M lt;amp;* \'Jlj0PJI^ unanrajusr^cm (ngan (El ult; w u^wn crm xjj rijhrt ajirzr gn^ ru \\^f

jj un rj oaj g oji w M a^rj m 2 amp;i qrj un oji (amp;iamp; kv/i \\ ajn aji rj un 9 qrj un un rjasi 9 qaj)

V (Hn (un rj am rj ik^w ll:^enj,*{jj\'lJfjtIPJI iun am cw i^oji xw zr^ai^xj^

ri^rfiWM^iwiiJi^M^iXMWxnin^iijj lnKn^ jjaxiS\\ S^xrmw ^ u-n njt ik^oji

O» o Q„ O O O - Qv O

am cm f \\ an ut fj (ru rj ajt ajj^rj (Hi^i un Ojgi a^n \'lt;*sn/J rjxm ui an aj^ ^ Mnjj^

00 O a O* \' O o

II un (Uixm aui xm [Kraton (QiUi ajn ^un [U^XJI^\\ jj mi rui ^ ^ anjj \\ rjum ihn anjj un rui

1 un

o~ cy cr a 0 0

asn ^Aanioji j^z tui asn om apqrjdJi ru (Hjaj^an ~/n cm un cm w

2Ó9

N\\

ö o » «. » O .

ll^cYr^^v^cfjicfjjjiuinicu^ jjxn^ru iH^uj^ anjj ajiandui an on amp;^\\\\ jj ru rj an ^a.

xtjan

44

Öo~ Oo~ O

cm ^naaa^Gji^iuri aziqasiiuyan -jinirjniaAJirujj^ ƒ ƒ ur^ aui xc^ xj^ anjj n ru rj an 9 cui ^a.

o -

ocr page 230

GESPREKKEN OVER DE KOFFIECULTUUR.

O O O O

TL? (ui tj un i K7J /j cun xn (Ui (IJl rj Mi m a^tu^na m -n cm nsnj w

Q ^ QQ

(Ki run (Kti \'ïj (Kji i tj t) g (Lm (ui asntut ^tyn onj^ w ^ vui cmj!\\ ckj) am ikt^ ru (Uj^

a o Cquot;) o Q„ o

(Hi(hm rj(Kji asri^on/j\\ jjrjLMTJCHI -iAZ-qn^M-jn^N ojiasncur^i^ajiitn^fui cutni^

O o O Qv O Qv

II uyirttt T^idj^cmp (K^^ii(urt(^ i^(m^Avm(v^(L/i hni(nji^\\\\ jji/n (iet w -s*ie^rj vnrjx/n 2rj

oT »0 Qv » O

^(rij)^\\mtn^(t\\ji^(Lm (m ^(U)\'-nijn(Liv,rij\\\\ tun (in a^iamp;t ^lie^xn (lqmj

. . o O O O o

(KivnMvuinjidhirviM^ amp;insnjj^ nrjunirj TL?(TDM1amp;1 am ~/n(un\\ rjojvic^

\'KUo quot; O O O O Cl

/tjp (i/n njiTjdjijKhp vuw llu7ji\'n\'1Ji1jlJl)\'^yiyi (Km aui^at(nji(ki ^jinsn^m(Hn \\ foi

00 o »

(Hi U) U) lt;ruWji w jjrj(tvi (hn ^nqtHi^ T^ iyn 1 ^tli^nji-ncvn fciasnjw n^aut(Hl

O *^0 .0 O o

njjj (Hyi tJ (H^ivt cmaJj.^ tm (ki rti isijj ru Osjï (isn^ asnwrf u) 2lt;n^ /l?^^\\\\ ^

(rhiJriKntLmMimtHiMamp;cmiti^rjUj^ HHr^aui(Hf.zjj^(HTJJ ^(Lm^anjjw ijtounm

00 X o O o

,£,1 iJri .km rj nn t nsn (Hl gt;1 iyn (igt;ï w ^ k h tl; km rLj .istï ^ «j ifr nrr^:tun »J); lt;r^ tjj :

O 00

aJ rj fji iiHti: ht) rj nsn (n.1:151^ V) (Hpt cm w 0 wow

n o^/oo oo

rrV) (LmiiJJWWfiaasntHinirjHiiztu) w hht^tu ^ (nyj \\ tui wem uycrhiri

a ^ » o * Ci o o S a o

rqH~n (tn w ^\'f\'\'? ^N *^ ^ \'^7\' (fynr)rlHn ? ^N ^^w ƒƒ-kt^

Qm . OO Q„ » / \' O O

(rui Kj/Uj tun hu(tJi rj un \\ ajinsu^vnr^ix/na^rKKnr^cvmndM^^^ u)ftorun

D o o /quot;o o 00O0 O

(ut xlm(ij) !Hti luti in\'rirj HÏI i nji \\\\ fjkt^ itli(KT^ (tJtnsn^KUtrfrcnKhn an^Arfdmy rjoji/i

O X~(O ^ O 00 0 O OO Qv

^ fl_,J H1(H1 ni ri .HT) 2 (U! W H HÏ1 TV) (H^dJ^On/l \\ fel (^ Ut (HT) (iST) M 7J (HIJ (L/t S (tJ) Tj l/n OJ) OSJt (l/.l

C- na ^ o o O o o /

rj (amp; 2 rj (amp;i ~Ji t rufj w nrj lvi ^nrjHii irjtH^grjHn 9 (U xm ht^ im (kji hv^ nsri tni x/n crr^ ch^ \\ oji

a~ o Qv o

(crt xm ^rj(unrj ^27^(^1 ^.12(rviji\\\\ ijH^nj}(H^xj^anjj\\ x/n cm f wrjxjnmmrjxjn(un a/ixa \\

D a o » o OQ-QQ »00 Q C)

fei KJ ut nm nsn w xjn nn rut (tut hj (amp;i -ju k ) xsn (Ui xj mw n^cn^^xjt (^^hii 2 (Ui\\ x;n

rji nn S11 (Hi \\ (kj)(Ut (U^ xm i(Kn rj ^r) 9cuiiui xm rjmi9xxj^xjn w ƒƒ (H~^xj^(hi y (Kt rjun (3n

^ Q CY CY O O - o 00 00

(tot xttxjj^tn ^cbrt\\ M!imivm^(Efi^^tgt;riig^cm(tJi(m(i^(HTji\\\\ ijxjt hj fTjmt 9 (ut xm Htj xnt

xQt (St (Hnj d^xj^ri m Ot St -n w nHijxvttHjj xjf onji \\ (8t xj q rj nn 9 x/t ijj Hj nn x/n xnt (kji rj un \\

r» * D d o / o o » o

xjn(Hn(tJt Oi cm^xnx nns ^ rt^ ^qTy xjn rj xjt 2 chi xnrj Hrt 9 xji rj iu 9Hnri xrt xjt -^i nn h n w

Qv » o * - 0 O 0

ƒ 1 xnj (fut (hj xjj wjl^ xjn nn xjt (ex ^t^t^^ri (rt.19 Hn xjt (uj^wtnii w jj un ut rj un 2 ni hu quot;n

Oo- ^oOo O OO0O0

h) xn rj (tut2nn xzt (KtföUhtt \\\\ n ny rut h^ VjjWjl\' xjtixj^rjxjrt 9fc^xutxxt xjt cm/jut Hjxjtxn£nlt;Hit \\

^ ex * o » aS o .000X0.0

xjn xjj (Ht xji (H^ (tJt tTtfKrt w uLtcrr^^x^t xrtxr^nir^xatg cuts rj xji 9(KJtMr: xen xut njtni urtxjt nsnjj w

O Q Q 0 O/Q\'O» Q

hii (TL/i kt (HT^ n fet(^ tJtutrj itsnj njtxjt (Ert ^(Hi-ia.xnx\\ (htt (lxji (tjt xbir^cm ru -tAtsr^oj) ^r^ffJt

o o oooo/\' «ooQ/^O o » o

itgn xji xji w iirjx.hiri^ijajixuicm xjKVKi^aai ihi\\ rj xji 9(ki x*z x?r) xut xjïi arm (Ut xjt^ti x/r^ cut

oo q d q q q o o\'

fönjjw II kx^ xut Hjj (Ujj anji \\ ki hj xji ri tm 2 uix^t xji cm ut xsr^ .uj, (^/J asn OMctJt xsr^cmri

O o O 0

vjxut-ty»(hit xsn xjiasn ^jkex ^xn^(fJt nrn^ w urt Hr^xjt xTrt rm ui \\ xrj ia rj(H^xm rj xcxiq rj

O 0.0000 *0/0 os QO

rj (lvi xn (kfl rj (iJt (tan mi fat ojtqxjt xut hxi /j 7^ xji 2 h n (rut un cnrn ut rf (nn g 101 un h ^ w ^ hi^ xut h^

O Q Q O Q lt;?) .,0 O

(Uianjj^ xji rj (^19 tut (Uj H^xnn iti (H^xji oji (Eji-^an ^rtcm\\ ^rj ut ^ uj rj xn^9 un (Ht ~j) rj xsn 2 rj

O q/\'o o O 0 O o o o

ij (^0 9 ^txn/j (W rj xn 2 Mijt ni iH^xjj xq (Ki ^1 rutjj gt; (Kt ^ut o^iihix ili asnji n^(Kt ^(kqu^

cQxp^s dJt\'ut\'xn(H^ xijxn -Ji Hnrjxjn 9xjijjijrjHittrj uiim (uirjj Kjn^tui^toiïxntqrjiun

/ o O 000

7^ iji2xn Htrj Ht) 2 ut w Ij Hit xut ry (Uj an^/j n (k^ki cut (utjjw n ijHn9 xji urn hx^ xinrjirjuj

O • O ♦ Qv O O O O

210

iv7i rj ut 9 q xji m (isrt utj xnjj w ^ k ^ rw gt; «sw lt;m as?; on -ju m q xjt ut ~jj, chj ut n^ii cut

//^

ocr page 231

GESPREK MET EEN

riryl^xmiljltnjiw iir)iwgt;£nrjinyiirjiHjt\\ lt;1) aj) l (Hl ^ rf ikt) l Si im ihïi iQ ^ itstl irn ^tji iet

O» O Qv O o O O O

rrp^w n^ruit^aj^imjjfvtt nm^\\ (un ui iamp;i ih^rui w ü) nr^arm ? kj) ui (kji (ynj rj ia 77 -quot;n

O O Qv O

ijl^i ij 77 (Lvi amp;{] nrm cm nn tr^ un 2rj rui ^rjxm un yj un % w Ulgt;n}

O O Q„ O »0

(Ei hj uioj) amp;)-jjjtnarm f un ui wiuti un (yn/jtun np^unoj) ru ui anjj\\\\ fjrjiun 9

O Q O O » ^ ^

u}un ui^rj un t rjrvuriiwun rjui 1 {{kji ün ml^ri hsi) urj ihn/J\\\\ ^ wièrl

O o O o (Z) f)

(hn ^iimuy vo tui rj j£j titsn tui -si ui jj) (uijjw jj rj w wrjiuii trjmi tnuytHi rj

rfivmqw a uTj am uij (uyjun nm q w o \\\\ c \\\\

Q - »• O Qv o 00

II {ft (un _b* gt; (un nmunri awi ni ui ^ ui un ia tuj un un \\ (U^ un ni rj totuji ut \\\\ ƒƒ un rm ui

q« » »0 00 frgt;--------------r)

un un urn rj (iji urj^ (ruin-) ui ^u}\\ (U^ un ui tui u^ ui ui ni uii^ \\\\ ficm.tamp;i\'ri

Mviun ui^^tun -ii ly ujun ui \\\\ li*7}\'™^ S ^^ ui ^nui^uitj ui ?

o a„ » O o o □„ O o CO ^

t^^n^futanji un un un u^iKj[crii ihii rj ui t ^ w n rj un 2 ui^uizui ^in ui (ui \\\\ jj un

o Qw \' o a„ r-j /z)

rui (K^nj^(Hiji\\ (^^(Linrj M2M ^iiy}unM^iuTjj\\\\ w r] cci i tf X7n 9 oj) m té kj tf cat * ^

H ur^rui u^uj^Mip un Q uu-ti rj ia w w ^ n uji unun ui ^ (la ri pj iSi un m ui

a o O o Cy a o D

(Ui cmji w U:tlt;rjj0riJi w ujj !kj (u^ jgt;m (£/? (kt^ un ui cm ui u)i cM ij urni^

Q \\O»Q«OO O.Qv

II m utmcu v^clü uy ^ ui i un ui cui w ^ ^ tl/ ^ n /b// /llj i7/7 ^ ^ ^ ^ csn 1

Mnji SS ƒƒ un un riuui^un ui ui cïn ui -n cui ,to unmujun?^ cihi

^ui rj uil

CLVtf^uj^cm-j^cKiQiEjiTi cuii^w I llunQ^Q MCIK w urjziur^^jrirri cuim asncur^

cmjjw amp; rn t^f^-ïiu^ uyi ^ ui un un uji ruuy wq w ^un cui ui

Q^unu^rij uj unji uj un Q mjui qQ ui ni ui ik im uy \\ // imruiiqijitap Qi^rjcum

o Q* Q OO o O o .

cKjj^uui^n!^ iut^ cru - un cmfctJi £J ^ui^un (yuaj, cm «g» ^ ^ ^7 w // tfH lw ^ crr^ ?

c^i .^1 cu^iifn cnj^ (ij^ c^rj u^\\\\ //^7 ^N cÈn cm Sn.un cui cui asn i^i ui cuyt

O o »0cgt;0\'0 o\'o» \'o ó

nj) an ^a. es/) ni cui ^ cui Lhi iamp;icun j^lui ^jiui ^n m u n ui ui cui cm ? un cui nu ctin ui i li un f i un rrn II s co (j (y • \'«t, có WC.

TjMi-riw Ijun ,ui.uniKiiSt^iinrj \' j/ t.-Tj ,rvi ny aajf \\ Sn cm qrjvng^ mj w

ii xm (Ui kV; to Si a°i fiHlSjlQi rü^L^ . ^V )^ ^ ^ i. ij 7U l.^ M y x Èl crrt { Si f k, h,

o QvO Q^.OOO »0 ri

aj^^n.itiji^\\ IUTI (ui i^ nmi.u rj m? m ^71 wn m ;l| 0 lquot;quot; m rrn ^ rj vi t in mt yn i».ti

TiiutKW tm Süiwinm^iyji^j trn (tjiv7ifunigt;n3tw^\\ ifTt^ium^jnJtiLu^inTt^w

//éf^1W!ia°ilui .i^wjc^ri gjunui\\ Qun^tw //cm uy ur^ ei iïj

(ün (Ui tui nbn ckci .un oji cru (El uj Ui jfyi cka w n cui un un ieji cui Q ri ui iri ui? uh un ^Ói

ru^ un uji tur^uci (ru ui (Uj Uj cfy U/i \\\\ ft m uycui^iuicui ~z*7i ce/1 irj vngcLOi un ÏL/i ui

a- O O O a D »

Tf (En wj^i *™l/quot; un (Utuxun^AW ^ uij ruiu^u^ ik?^ \\ ui cui rm ^ tl? cui un (ÏJimun -jn

cïri.un crn seen ififljui un cru^cru ur^ w /ƒ un frri an tj ^jï un un^ïrj-ui? cru uy uh uy ^

un m un cui w \'Vi (^(lu x^n^cm^n^cHi cnjiiffwlt;un.un

rj un 2 aïn cui ~jn oji aui Qrjni aaj w o w o w o w

rjcundrjcLJi^jn (uiQi^/jui^\\\\ ^^N iKy rumnirjtjiricKm

.ui^n(^i(unrj^2\\^ iirjcujixmiTmcunri^ixmcJjlarri rjiJtcE^ijn cm^

241

ocr page 232

GESPREK MET EEN ZOUT-HANDELAAtt.

urn rj(ijidTtr^nsn ikijjw ^(htï i^ zj)lyn «jï ^(8 ^ w ^iur^nji (K^njj^

q -O ^ O o o

wij] KTn^Jï^^/wffJï^^oryamp;nN ^ camp;iia nrn amp;i (ygjj ui ik^\\\\ fjtnJi ^(*J^mtjjn (crr^amp;i

«j) (iS jb7» oQi \\j a Q o^arpw anA^rj (tfn 2 (ia cmam oji \\\\ ll\'krf\'rvia{flt;*jli0£JI^

~oV \' —O Q~ O Q- o

(kj)(iJi\'Fi7viqinsrirjijrii»Ji/i\\\\ ^rvi ur^\'Ej isr^un(inquot;n nsn^ i/n dji ihi isr^ununw

O Q- \' 0

trut (Mi ui (Hi/j \\ mj) foi rv) tji m (Tlj -h rj td rj (iji najj w jj rj un t rj zj) iun cm ui iui

o O o O

•n \\\\ n Kif tui (K^ iu^ iNijj n .vmim itsii ti ti lt;un hui ^\\\\ li crn om (EJi^jun (ui un rj (tm q \\\\ //^

Qo q« o Oo q« o O

y y dsn tiUirjun 2hji^/iw ii ^arrf^unrLvi^un.ui^\\ ijh rw^iK.?mi -^trjun t

o O 000

(lui rj kj (ui cm (ui tl \\\\ ii ktf iui (kjj (uj^ (hl \\ ikji tj kil t (ll1 k) uf (hl ~j1 cyti (kji uïf (kiïjtui f (ici

ck1 tl ui (lhl

nuiniw 11 Hij rui (H^ Uf (Hiy \\ ikji ij hu t uhi uj u^hi ^/1 cm ckji urf ^jrui q (ia

• (L/ï ifi Hnji \\gt; 11 isrf isr^ rj cm un mi cm m un ihii rj ui Q rjxa 2

O 00 Qv C) O \'

rj h 112 uhi rjthiui (iHjjj ui 11 w n ht^ rui 1^ uj tnijj \\ xr^ ^cm^Ujan -ju (Hicmni irir~n nn dsn

Q Cl O O Cl (p) Q * OO

{r^ nn i ui (h) rj rj (ia hij rui k-i rj ihii 2 HjU (h^u^(hi ~ji ie: (kji i5ï^(iji ^.1 xsrfici oji \'r-^ui (tui % iui rp nnjj w

(P) qv O O O o

Ij ff (Lhl !H1 T] H11 f Ij hj 2 \\ Uil ilCI U^amp;l^yirj Htl i (LUI Ml tp Ij (KJ1 (H11 (tyl UI (LUI % W jj HY^ (TUI H^ (U£

Q„0 Q»C) O O OO » \'O

an/j un cm mi \'ji un rj (ui hu i$n ui (tui q ui uy ui (ui uf mj ^ mh m \'£j rui (iJijj w

Ijuiunun uirjdcirjM^(virjrrmrjMjg Jvji^Mn^nrn n\\ h ht^ rui^^rajj\\ ojiun(igirj

o- O 00« / O • o

rjruitunun^i^un Mijj uijnsiuuiun oji (t^w I ƒƒ ikji K^re: ^rj untrj rui q rui (EJi rti (tJijj un

Q« O f o o » O \'

asn ui rj ti g ijf (nj^f : un (in iuj,(e.i rj mi 2 (uin mij n q uli rj tflij rj o ui fh^^n (uuun cm ui un n

o- o o- o un cm ?: (Hn ikji cm ? un

crui^rjMn zuin mt^/j un (lui un rjam^un :ip h ht^ rui Mf (U* (Hijj \\ un cm qz un o-ji cm %

OoOO 0\' l i

mi ui % rji rj (Ei_i (Lui (Hijj\\ iamp;i MJ ui 1K1 cm un ~Jn foiHnui rj ratmcm ia (ui rj rm tuui MijjcmaJi r^i

□ o » ^ o . O \'O o Ou

rui(ki^iui un cm ui (KjI(ia rjumm^ip cm t-jirl^ruiq\\\\ jj rj(lvi i^ijirj 1amp;12rj(Hj,2un np nxi

Cl O.Ooooq„» » O

ui(EJi^ArjMnt(LiJi Mi/j na (in iki ip up /ktj op M^rj tuitw cm ur^ (lui^uh HTj w /ƒ ht^ rm (H^ Uf

dv o . O O a a 0 o- _ Qv Oo

mi/j\\ un cm f(ki rj un mïmi t-j (kh (Hn iji rrn^ i^i uj uf anjj \\ un k^uKUirj-ri ^(hkui (ei ^ «7 iamp;i r^i

a O O n » 0« C~) 0« o o

uj tui \\ mi (in fHnia qnjf ui ui-^1% ^cm^ ui w ƒ ƒ inj q un cm rui m 15^ un mi rui un (hif \\

gt; Ow • * O**

i/n ui rj i/n iTi / ƒ ƒ nrf rui rr^ rj^ Mijj \\ un ren ui ui q: m un rj cm 1 (un

□«o O

(Ui rj nsn 9 (Ui[j w un rm rui un ui un mi rj xm cm rui m jj w n icrf rui rr^ uj^ rnjj \\ rj(Ui 2^

Q» o O O o

mjj ^ rjmicK^un cmqrj.rJid^MijjW ijrjunirjrui^rjrm urnrji^cm y^u^rjMJirjn^ mrrjM^s

Q» Q« » Qv O I

rj(Uirjwrj(uit(Lni(Hiunvrn(ygjji\\\\ jj ht^ iui rr^oajj\\ un miunrjui^cm rui ^jn cm %\\un rc^

- o (S) o I ) -

ui ~~ji muf./n un \\\\ jj rj (lui m rj mi t rj mj, t n un (lij mti (lxji rui m^rj Hj.rj un 1 un rj (Ej^nrn rui

mi .1^1 rui urj un^mfj w jj Kif rui mj^ (u^ rnjj \\ ij un i £n mi ^nrj mm^rui qurn uh un mi ui rui Sii

S O C) (Pgt; \'00

Mn rui (lui un oji cm jfëiWj\'l ^ ijijdAJi mrjMn 2rj^2\\ mifdrfmiuiklumnw jjMrfruiMj

O o o Q. o o ,

(uy cmjj \\ iïyi kj ui (Ki ui -jj. mi Uf cm un u^^un rj cm 2 mi ui rj un toji/j ui ui fónnj un 2 kji rj un 2

oji/iw o wo \\\\ 0 w o w

o Q n 00» q

IjdJi 11 mi /j rj mi tij ui un mf rj rui Munn i un ui tan rnjj \\\\ jj Kif rui rcf u^ cm j \\ (ui rui ui

ij cyjig jyj erri m (hti n rm \'lui tm un ui i£n rui rj un t utl mOirj ren rji \\n jj un ik m ^ui^ Mi^Jrrj mi 1

O O o o

rj Hits ij uhi mi sn ui un iHKnrj (ui ^(Hnjj un un mn ^1 ui utrun rj un \\\\ jj mti rm mi

o O0 O o O

.rji(Hi/j\\ un rj un unj u^ mi ~ui ui unjj ux urn k^ui m -^Arj (ïji ^ji ilui m u^ui rj un 2 un mi -ui r/iw

X OO Oooo o

II rj uli m)(ki rj un t rj ui rui m (hn uiM^Mijj un tui un Mtf ui rm uj rjun z rjui m ui nsnjjw

f(ui (uf

un uiti ui rui

O o

m rj un tui -^ttj un t (kijj \\ (kiilkkimi

ocr page 233

MET EEN SCHRIJVER.

213

GESPREK

irui rr^ trmn nrir/mni^ (vitKo ^i\'tmrmrirLfns m lui nr) nui

rj uïi trjiij) 7j (tv) r (O ^ un z?) (yn^^ w ^ tl? Ui tynji \\ .i~n on ^ vm /t~n nui glj tj) rj

rrj OJJ t fV) (HTJI Wl (101 ffij) cai\\ CLftJ^ (isn S) (U^ Kï^ UUi _b9 (C7 \\\\ jf ^ TIA Tj Mjrj K71 9 rj (Ut tISn

(h-n ^(f~\\(kh xm rjrm »rjruiq^ (^?i kti irj ^ ^ iti \\ ffojaywa^

vn nm % liJi amp;t (kti \\ run %) k1/; ui fui rj asn ï%j) jyirj asn t

O » o Q /-gt;

ƒƒ /isr? (T^ (UJ.rj m isr^ rui (ka (t/j : rj un ? rj rui % iVi nn \\\\ ^ kt^ iuq ik^ ij) wyj \\ rtj) (fj) an 9Ji ru^

^ ^quot;7 ^ ^ Ij ^ ij ma 115)1 v rj,ia rjK^zj^rj) nsti (in rrj \\ m nm (Uitisn vft! rj vm rj

vf nsn ^mrj ^ ky^ rui (K^ oj^ roji \\ hji (^jj m ng^nji ni cm quot;n ciini (hrnjj \\ (ky^ rui rj vm 2

O OO o 0000 s. Q o C~)

(ibii on -ï# cm (LOjj ni ,7^ uv nsr^ j w n ^jmi crpj ini arm oni^ rj r^ uui \\ rj ui i ^ /li w za rn uni

vf^rjnn rj rm f 7^ rui q .iQ rriy /fri n rm w jj ky^ tui 7.^ w rnjj \\ Qi k^iji hi^ tui o 707 asit Jm rnjj

(ui ^jjquot;n 17/77 xtï ?(un rrti ^^ ,1577 ^nr^asn ü) um rj rj) 1 onjj w ƒƒ mi ruaj) ^A.iamp;^lt;uh

(Wjj ^ 1777 (7^ «577 (1577 w ƒ/ kt^ 71^/ /7^ ^ rnjj \\ oj) tDi rj nmnsn Q rj tui f /tJm ijj^ïnrf^a) (Ki cfn oa^urt \\\\

Ij rf uw i rj (rviq(EQ cm rjdjiaji crpj ki on Jtt rrr^ itft) rj -ng cut onjj cm rj tut on ^ m (iïn cuni rj mn \\\\

qv o o O O (C) (^) (p) c~)

IIrrr^ ruo rj^onjj (un cm ^oji c^ocn \\ (EjI(tui um rj cm ^ tui(in (E/i (tui -^urtj un on rm 175/7 onj (un

o q„ O » o quot; (Z) o »0

(UI (7577 ^AOm (UI (E^ (TUI ^ ^ ^ lK^ jj \'rj (LVl ff/7 7^ 707 91jtH^2\\ Ol^ 7777 (KT^ gt;1^ ^ 1777 (UI

O

(K^our aj)jj\\, jj Krjj ruo rr^ aj^ on^/j \\ ^aji^rji ^(Kirj iei ^ji (lvi onjj \\ (ka im hr^ rui rj in rj (ia

0 » o q O o . ry a

i7J7 quot;n rrnjjw jjrjdjigrr^rvioj) ^/tim^rji/mmsjjrj (amp;i%umaj) hii^ tun cm rj quot;-n (en (kji asn (un

x/n(tm ^at)oj(H^\\\\ jjihi^(rui(H^tjionjjs (^n cmoji^ (u^(u^(i§ii (u^^onioni rj (wttiji

jj(iSri (fnrjoJi asti asn: rfn rjdjirj) rui i?n^ mm mi ti \\ rj u/n t nr om rui o!m rj nm t rjwjw

Q O * •■ (~) Q„ O

Ij rrrj} ruo rr^ (U^ onjj \\ ojn ui WjWi um *07 rj) cm un iisn un rcti _y? ^ n x/n ^7^7 nm rui rn^w jjrjdnji

o q o o q„ q qv o

rprji (hj (urr^s rui dji (ko dJi oji ^/n uio um rji \\\\ jj ur^ rui u) on j ojncm^ ren (Kji cm q (uti rn uji %

(ui ij (eji ~ji (um onjj w jj isr^ rui (ui mi un rj ti rg on/j \\ dsi^ rui 7^7 ^ ^rj um on^ rm

• Q (?) O o »

•Tl lt;7577 rj 1577 (7T7Ï \\\\ jj Hl^ (tUl rTj, U)gt; Chnjj \\ (eji ctll ^(Uini /1577 (7/7 -Jj, (HJ Utl \\ (Uil IKtl (ui Yj (UT! z (HU Tj UO 2

00 Q oOoQvOXor)

(ui ^(^(Vi (i^^z^anji^ jj tsr^ruxui ^Aon ^(nm^umrj} mi^(ti isr^ ^s mdo rjogfairj nsti

oij)rijim^rrjni(cricrr^(K^\\\\ jj tnr^ rui rr^ Uj onjj \\ (bi rn eni r,r^ ruirJ -ri (uuijun tct rm \\ lèl

OvCY a a o . O * O - o

cm qrun u» nrm \\ mi tm^ uj on^ un onxio oji rsr^ cm rui isy^ cm ruijj \\\\ jj rj um t ti tj un kj rj mi 2

____ O • o o O 00 000 D

cui um nr um rm nm kj ra cm rr^ urr^ w jj ki^ rui (ui fji oji ai (ui uj cur^ \\ urm ti

Q o 00 . o c /

nm ^^om run rj(cn(n-n ^i(üli (F^omji^ ijumcKo^umijunrjiijtcm^xjr^ajnam

o O O O O 3v O

\'rj m rj rujua asn rut tj 1577 (H^ua (ic\\ urn (ui \\\\ jj Ki^rui (K^(V^m/j un ern q \\ a^cuicui^rji^cuirj li ^,1

o » » y Q o o O Q- o

(Wionjis /1577 uuo um cm ^7rcj rm rrt^ tui aa un ri^ vi cm f w jj tui onpjtjun: oji -77 m)jj ast)

Q »0 o O 0.0 Oo O. o

(t^^^srjjOUi cui ^(E^tum m^mrjjTi cun errvjs ruo 17 rui ti mi /j \\ mwrriomfj un (vy u^ui rj tui

(P) O O o*. o Q

ui cm % (U^ hj mi \\ um ui 1577 ja. u n om tj quot;ti 7^ on ~jÏi mi rui uijj w

o o O o O o o

Ij amp;jru rj (^ij (vi ? (Kj rui tui on^un (ij) (K77 urij uit ui % um rm tj ti u^HT/j osr^ rui (ui rj m (ia

a amp; O q* o O a o

(in (cm aji (im ok cmji \\\\ HKr^ruirr^ w o-n/j \\ un cm q oji on om \\ m^ out ij un 2 um o^ u^ m cv» tui oji

o o o o □„ O o o

ij ui (tui m rm w jj rui m tui ui on ^/n rrt^ um uz aij on^un on^/j \\ un un uvi rj

QO Q„ » O Q». OO Q„ » O Q». O O

(KJtomjjW jj mjj ouo rc^ ut anjj \\ un mi m ut [u^ nr^ ,7^ ui m -j^uj mi ren rj un 2 ui ~J^

m^\\ m^ ctuirjuarj^hrj^ Q UKu/jW II rj am 2 rj un ur^-rjdj^u^Tj njijj w jj m^ rui rrj u^ onjj rjoxi

• o O o » o 000

«yrïW jj um mi m nm un un ui -^1 ui /1577 ui ctti rj m \\ rq, rui mi un^ quot;n ui ui 1577 ui ckd n ui rmjj n

o o Q.nne) ooo oo-Q^

«-m m^ (Oj crr^ rtn^ ui onüj rjunw jj ruo rcj, /ljj on^j \\ ui no ui rui ui nn^ rui (ui ui lt; m uicuimi (in

O (p) O O • O O

(Ui qui rj ui (i/i/7 m-j^uj nm tn cm ^[iu^oi^ Wjui m un^ \\\\ jj tj, tui tj Uj tj m 5 7/7^ m ui ^ni icr^

ocr page 234

GESPREK MET EEN STALJONGEN.

fun £j) tui (Ui -jn nSrt /157? rj ur) dlkl rj znt (trn nci M) lt;u^ hj^ %irr) m w jj hi^ (TLjI ck^ iU^ ihtjj

O. O QvO ^ - O o * cy O

un cm f \\ inn (Kji cm q i/n w v) ^(k^rj isi (üli cki /j w jj rj v) tiz: tji tm lurt tkn \\ x/n cm u)

Orto X Q O O a * o *

cut (hj) op ip tnijj urn xrm^ rm an ^nyj \\ mj ip ^ wn 2 thnjj \\ iU ckatj iKjunw (hir^ ru^ rjajid tun

Qv o ó a » o o

^ rL7 rj KJ un ik ti iki -ïAisn (un tm rm (ki rj wjrjzj) ? n/n rj rm q ktj iktj w n^trvt

o- o G) O

ij\\ un cm ^(Knrj xm w ei inn iiSn im/J w 0 N\\

amp; gt;

O a o a Q OO o

jj cm (Ei (TUjjik nigfyiun (ht^ rtj) un ,rcn zun (Kn zcht^ nsn £? ap/jw nky^ trut ih^hj^ ttajjun cmq\\an

Q~ O O o 0 O

(171 (KT^ TV) TJ un 2 (hn (Hl ^ £7 UI (UI -ïA 1771 7777 (l^ /K7^ W jj tUmUÏ fel rj Un t Tj (tQt (UUKIj. (TUI \\ U» (KT^

(U^ (K/) (Si cm vj zj) (Ej \\ un m jyirj(tw t rj tj)(K^\'E^ (U) ^irn rjjj ur^ rv)uj u^ (Hi^ (txiHjKJi

ó . o O O o

iLT) itj} nsn ^(hn curj cm (^(Kj,^ {htji\\\\ jj rn rjij) 2 rrn ij rm m (kttjj it) 1^^1577 27^ W) ?^w

O o o Qv o \' 00

ijrrr^ru (hf^fiji^cHTjis (ej) ^ u)) un aj) nsn ^a.(Hn om ^ ok (ei ~ji (kjdjj^ arjj \\\\ ƒƒ 7^ lm tuuii ik (E/jri (hj\\

o O Qv o O

unrrr^ rv^ u^ un^s (ir^u^ru^ui nsn^w jj wun un iny e^aj) ik ,ej1 ^.1 rmnj) ijun tun ftQunq\\\\

jj UI Un 7777 ^/77 lt;177 Tj Un 2 Tj U) Ij UH 2 \'H 1777 ITW TU^ ^77 ^7 Un (KV \\\\ jj un (TU) (hC^ 11 (HTJj \\ (Lm VJ (IJ) VTTi O O 0 * O ^ Qv o

untgi^nu) un^^w jj un dK lJ) (ia\\ un un mi -n z un imi ruj orn^\\\\ jj un auilt;u^ ihnjj \\un cm f

OO O Qv Oo O O » O

ifj? ^7 om w jj un rj 7^ i/n ia u^ ei u) ojj ij kh 2 un ij) ^ un ui^ aj) om ouijj w jj unru (H^ v^

Qv O^OO o 000 o

7/7^ n un (u) a^(e0 ^(in ^00 ^ccn ru^om ru^xj) tuxsnjjVi jj rj ojio (uj h on (in u)i iJ7 ^ i/r»

- o Do O 0 OO\' o O (?) ^ Qv o

rrjn^t (Lnom^ru) ^A(U) (^(tj)lj) xn un tijoj\'-ruLnoj) ^Acutw jj un oui or^ U) oajj tuncmq

O Ö Q » \' Qv O ^ w

^ ^7 O) cmjj\\ (tj!^ u)(nj) ilt;r^cKJt olt;noni ou)^clj) iEj^asnjj inoj{in 2(Kirj ui rj oojeirju» 2osyj w 1*

OJ) Ei _7 on

jj Q wcmom^oci^^ cm un cfr^rj -n 2 rj om\\\\ ll^\'njl ê* cm % cm (Sn c£urj-■

O 0 \' O O o Qv O

j^2 isn oruri \\\\ ijrjom2rjU))rj\'L\\j) cynr^\'yitocnj^oj) cm^u) cu)m^ //^ ^N

-O u/ ^ rj-u) 2 un^ u) om oui q \\\\ ij V)(iMq(Lm (uoyxjnirjrviq^ltnoynidomji^ 11*1^ oui (K^!VJ (H-)JI\\ nrjCLViTjCK) ^vamp;)\\ (V) x^(Di mtw EAjis 3 0cj S)rj0J) lownjj un (Ut rjQ u^

ofy oru ^ om uj) an/j \\\\ jjoj un 2 rj rui ^(ej ui rj quot;n2rj un rj oa j=fi 2 rj-n 0% om om rjuitrj-n (onjj w

Qv o o O O O

Ijory (Tu oy \'Ui conjjgt; un cm q \\ U) »7m ui ocr^ 7lv 507 u» cui {U^rj un t^ou) (in ut cmjj w jjoj

jj rj /ui 2 Q rj n 20m ^ on J!i orn^ \\ rj(hv) rjon ^atrjm \\ oTifJpiriQSK jjoryruo^

\'Oy Ml/I \\ O/lQïtn^lSWOT) ^7^1777 2/1577 S(Sgt;lt;L17 8 (K7^\\\\ jj Q (Sl 171 ^ (Si (TVjlSl (Tl^»^ ^

o o O S O /

cvnan,j\\ ctJicun un ^oo^crij) ^j) nj) (i^i(Kj)rj(^^öj^ci,\\j) om (amp;) crn \\ rj (hui on ^rn oen un ui ^7 cm \\ un

SQ O Qv O Q O Qv O Qv O

rj (wt^rjcun 2 rj rv)^ gt;Eji fo rj ? omji^ jjurj ru) ih^iU^ (onjj\\ ojn cmq: om 0^1 cm qun on^

ui ^ojirj ei -ui ojio on^jj \\ njt^ on^ rvi ^ om ui onjj uji ? £r] uj uijj \\ ckji un rj un on omi kfjori on ^a rj rj (En —i (Li/) ^ïnvji (t/n m lèi \\ U) Qrj ^ t orn^ iuo un 0 ui w jj rj un t ij ou) q (Ei un err^ oao £7

O O a o C.

crfTt om ~jn tuiw jj ocr^ om (Hjj iut onjj m un w ^ rj un 2 (tJ) 0^ jjoxciK rv) ^uniwcKncuihri

♦ O o O

rj (m ^(k^o^oaj ui CHyj\\\\ nomnj)^rj^nnjj\\ ui un^uncQ cuu\\ n U) (tui qiKEjrjw ojj

Qv O O Q O Qv O

^yi jjoortruM^fi^o^ (Lmcmq(K0iyp(H7)\\\\ ijrj(LiJ)aQn^itrri(Lfn(iJ)rjo^\\ ui OjVi % ok ea ^7

iisr^unujQ Pnrf quot;ri t ofn^onjj\\\\ (1 uiQ rj\'~m im^uo on om rj on t (ko ^a

O o O Qv o O Q

om onjj w n un 117 un .lm ij) un onjj w jj mi ru oc^ cv^tHi/fs ojn cm % u) (on rm w jj rut on

Qv 00 / Ooq S o -* a

(^rj ut i ojj xjn om rj om 2 rj (EjU (ui onjj\\K jj onj (rui 0^ iu^ onjj \\ iea(^(Vtcin (L^rjton2rjiE02\\ cea is

o o O o OiCy o o O Qv

n^om ^cmq^i^oj) asrijj\\\\ jjuncujiun^s njj^am ^^on^ui nsnjj \\ on wwijTi ?rj on ojn ut

o o

rj-trnjon^fs (tjj (u) OjV) rrn uo ojn icj (e^ \\ rj ojio opt fftjj cea ; rj om ojj om (ea ^a w jj onj rv) ocj onjj \\

2i4

ocr page 235

GESPREK MET EEN KOETSIER.

Q- o Q„ O

tun om am^im w aj) rj vj) ^ji (thi tm/j \\ rj vm irm rj (lu tui _b» £7 ^ ^ \\ ikti rj xct toji ^

o (TV o o o O

bpiHH va.(kj) rj (Et ^ji (tui jj rj xm (K^rj uti Kj w fFji \\ (Ui itfn imciJ) qtun OQrj i/n \\

q s OOO

i/n uk (in y wi d rj Mg \\\\ jj urt vui fxj dj^ (K?^ \\ (ui (kï)

0 O o q„ O

rjdci 1 (KJ) ^ n\\ ijaj^un ^rLrn m -Jnwjj ui rj wi ? rj rut q rj i/n mi o-j» (Kn un xsn iidi wnji

Öo o O o Oo o O o O

^(hjt Mï^ri ikh/ui \\\\ jf rhi ru* lynjj\\

11Q (Hl [3^ rj (lvi 2 cm N\\ ijrjiun gni (UI ^ IJ) \'KTÏ (WT^ W ƒƒ »n^ 7X7 ^ U» (hnjj \\ TjlTUt i£i (Hl

o Q O o O o O

vjim (^cu^^irjajciiaji ^(^\\k ijrjzMM^tHi (uicwiiyzjtiniHiyi tm tut rj aj) ^Atn tin w ihii

O o^O o-

(TVTT^W H\'Krft!rl/l(Kfl(tJll0£/lS MiUirm^i^HT) HTj til M (Vijl \\\\ jj tV) W (HJTJ W \\ 7f IM

rj (Hi^r .1777 dTn) rj 1^12^ \\ curi aj) fftj wj im rj i/n \\\\ jj rui hj, .uj \\ t/y nj) iei (ui

* o . oO O oO oOo»o

K77 (7X» (u^ {hi -jn rj cm ^ xsn (in ih^tj vm 9 gt;fji ihi^^ (ia aj)7j 11^ 2 avT? g7 u/ tvt quot;t) \\ un rj xm

a a q„ o O o o

ik (Ej^rj ihj\\ iijn(ikaji rviCHi ^ari/t (hyi\\\\ jj ut^ irvi hj \\j^ a-n^ tun rrn qaj) mi hu \\ (hnrvt^rjcm

o O * . O 00

7^ (KJ CHTfj^ (TIJ) (HU ffjl (Lj \\ M 7L7 (HTI ni fcl (HJ \'S/7 -^1 !Hj Uj (Hl ~Jj.(H^ UI \\\\ jj Tf (Llfl tf (Hl TLI

» Q Q Qv O O

iHii 11 (ci (Hiji \\jnrnrrj(k/)^yirjhu trjij) tun ~jh rj ifc2 ik w ijny^tnji(H^(ij^(Hiji\\ ajiiiq

o O o O O o o

rj hu t rj (in 2 hu .jniezamp;^cuj (hi -Uj}j (ui hu uti ^njj w jj tm cirri rj r^j tf (iJt i hti ~jn rjciK 2 rm

o o O (?) O O o

^ dCKU^rj ik t mi -jïi rjrm rcri t^aj^ un ,v,t) ij \\\\ jjru 7.^ 7^ 7^^ \\ iamp;i cm %cni ren cm i

- o O o • o (?) . O O

iff (Ui (Hnju^ (Hiji (iJ^(H^ajirj vm 2 ibti hi ui \\\\ jj 77 ir7 7j| hj nn ui i/n rj cm r i/n cm trn cm ui rj rni^

oa-O\' «OOo 00

(hy^ rui70|\\\\ jjhr^rLirr^cu^chifi tui cm xm jrr» 7/^ 7/7 ^ 7^/L7 7.7 7^7 /fj7 ^hj (l^ chi

O O O O O Qv o

i7-$ ^7/ ^\'1gt;^// ^ // ^ 7.7 ut rj (Kji (ia /hu ij m 1 tcnjj w ^ tvt^ tv; ^ ovt^ n ii/w rm ^

lt;0 ^ (7v77 NN Q WO WO \\\\

\\ cm U) ?! \\

cS o - Q„ O \' o ooOo

jjHi^ (ui * 7^ irrr^tun Hitiunrj xg 2Hn oji rarKun cm (ei n um hti zmn (ut /eji ^ (hjuhti^w jj hij

o O q« \' o o o/quot;

(tui (H^aj^MIJjS rj J 7V-77 75/7 77^) (El ^/tl Htl 7^ 7£7 W ƒ ƒ 7^ ,^7^ (157Ï 77/7 Tj XK 9 rCÏI (UI HU XSYj^ UI ^ W

O O O O O »

jj Hij^rui (H^ ru^ (Hifi \\ (tSri hu ^a^%jirj run \\\\ jj rj htj^ xsii xjn rj iK2aJiiK rjt^z rm tut hu xsr^ ui rj

o o a O o oOQv\'

ij 7777 rrn^cHnjj run (ui(un oji^(andJi tHTtjjw jjhi^ rui7^mjonjj\\ rj jht^nsn xjn xk ei ^ii hu(ki

Qv o c o o o»

7777 757^ UI Ij ^7 9 7777 fTT^T^ 7^7 \'£/7 77? ^ 707 ^ !KJ1 Hn Tj (Hl 2 hj1 -üi H^ Uj^ (Kljj \\\\ jj (iji Ij (ui IHn ~71

qs o O a« O o.

(L/irjlHJiHTirJIW jj Hl^ (fUI CHJ^ (Uj. \'Hljj \\ 77ï^ EjI Uj. (Hl ZA \'HU q \\\\ IjHjl (L/tCHJI ^l\'n CU^CHJ^HriJI 77/7

Q. Qv • Qv * O

(UiitmrjtirntrjcHiitiamp;njiw ijrHi^ rui(H^xj^nyj u/nrji7ntrjMn2\'un ^riHn (L/KUifW ji\'rjrn2

o o O o o» » f^) o

ijirji^iun (uiil/nrjiqxjnthjtthrijijw jj h ti (tui hj^ xj^hi fj tun hti xzi xk h (k/i (Hrijj w ijnr^ ui nni^

o * O o o o a o

Tj Tl 9 (UI (HJI (H1JI run (UI (EJjtKO (UI (H/l f\\\\ II Hll tui H^ Xjj CHlfj \\ Tl (UI hstirui % (UI .UI (HTJI \\\\ ^ 70/

Q o o* * o (p) o

Tj^ rui (HtJ (UI Tj (KJ: 77/7 7-7 7V/7 7.1^, rj (HJ W ƒƒ 7,\'M TUI Hj IJ^ Hljj \\ 17// TOÏ *gt;7 KX^riK UZI (Uj^ (Hl fj W //^

O» Q» » O SO Q/

(Lfi^rjr^ruiT^ruiHn ^ti (uirjh^w jj Hij rui (H^u^rHi/js run xni ti rui ih^ti ru^ rnyj \\\\ f}^1}

o/ o o. » Qv q- O O rj\'-n.un (uirjr/n 911\'rj^ruihiijiw jj hij n.1 rrj u^ tynjj \\ n ajt T) cutrhi utt rm ui hu xji Hji rui j \\\\

X ooOo Soa.

II \'V V17 ? ^ ^ 77n tui run ruif xzn (ui nrnjj w ƒƒ r/gt;/ 7.^ 777^ \\ tjxp 9 ij (rjrn 2 m cut cm -.11

OO Q O Qv O O Ó

cm ^ti (ui chtiji (U^hji nui^ un m ^/n rj rEi 9% \\\\ Hti nli q tj (ia hj e.i rui q ui irm rn x^j ruj^ mri w

(?) a^quot; Qv o

20 // ^ ^ 2\'ijHJ2\\ thnrjum^u^ui^irJiTj^ukhtiji (hï^ojiw jj hi^ rui hj u^ rnijj run cm % \\

O Q O 0 O O Q

rui tin (Lirrui rE/t ^(hin^i lt;hiijj\\\\ jj cm rui^iEA rui iHjutj rm ij run 2 ij tut % xn^ xsij h^ rui cm

0 75/7 (1730 (K7^ \\\\ ^ 7^ (TUI KJ rHTJj \\ UI (Hl CYYI Ht^ (TUI 7777 TT// 7J/ 77/^ /^ /707 (1577 TJ? (£7 _7 tKI rK.1 (HU/j

o . O o Qv o o a o Ci o

ui ruj tj rni -. it cm 7X7./. // to 7l; ^ w ^ ^ttt/ 75// //tj ^7^/ 7*c rj Kjun mi £/ 7,7 ^ 17// ,707 tvh^ w ƒƒ

215

ocr page 236

GESPREK MET EEN KLEERMAKER.

IjruiN ^ ^7?Qrji^rj rma?i njiJa^oj) rj t/n \\\\ n \\% ïbi w

oqOO » O O O O quot;

,^7^ tyr» (ka % vm fhJ) KTIJ \\ ihm ru crn : (tJt (un ihii iij) TJi-ji oj) ^Tn ^ li uri nru) chi tj? oajj \\

SO -O - O O C) O O Qv/O

f ^__^ rj^Mtsr^crnii^tLnw ^i^twtMi^rmiKï^iriawfejiny^w^rtlriJijjijiVi ^r^xm

oo» o ooOo

typcun rjip: 2 un (U) cuii xsr^ U) rj^irj -Jn (hrrj : un cut tun 0J)qxfnalt;Ji ckïiji w ƒƒ nv? njt cHTjj \\

o o O O o o (?)

w crr^m tn (E/t^ (LM rjwwiunix wMii ^Afaj) rj(un\\\\ jj OJIonrijm \\ tamp;i7j(hm ?rj(KJIi

rjun (iji ^ on g rj,xn tili onjj\\\\ ƒ/kti (tli ^ o ctojj^ (un cm w vu w U7]™

rj ^ i^ nitun trn rj cm t: ^ ^ri r^ fhn^grj ui ? \\\\ ƒƒ aui chi hji (hijj\\ iKn ajirjnx^gri

- O O 0 o o / o oOo

tj (ui I iE/1 (ujcm nrj mi ~ji (H^cxn rui u» (ui w ijifz^niMi ari /F7 7^ 1777 iyn ,^7 un irj) o^nj] r^cuua^

C) Q Q O Qv » o

quot;n ty ij (ut t fei%Q(£9 ^ ^ \'t\') 1 ^ \\s llKrlj\'nj1 (^h^lj ^yiN ^ ^ (Ka ^ (hju^ (Hi ~m om u^ on \\ o* - quot;Q . O * /

un un un rj rui un (un cm ^7 7^ mj 7^ 7^7 ? ^ ^ (Ui u^^uiun ^ quot;un 1 rj rut ^jrr^tsr^ ur^

O (?) ry o ó »

^ fW) g7 ^ \\N ƒƒ KT^ rL7 7^ 347^ \\ rLJ 77W (UKKl TJ (EjI ^,1 ILhl CU1 (YT) £^(U1 (TU -^L UTJ

O 0 OOOO

cm rutji u^ (uj (ut un un aui q \\\\ ƒƒ uz quot;^i ui ^rt ik im 7^ un un (hw iur^ ut ajijj w jj run rm lt;ki tu^

o O o

ui j \\ (un cm ffrj] tut uit w 0 w c \\\\

N (777 (3 N

fy O Q O O O _ -

jjcmas: \\ rfuntrj.iji.un(uiun0ji(uni^iji^uniur^^ujtnirfrvit(ri^\\\\ II10} ^^aÏÏ7N

O O o o o o . o

agt;Ji gt;-m (ixtjiw a rj un 1 rj ut rj aiut o-n ri (in t un ^7 s (tr? ^7 utni (ia ui rut utrjun -ï# \\\\ H ™!

O \' o O o O o

nj\'(K^aJii*nji\\ (K^un^ui -^istycm r^7 jj/ wuyj \\\\ jj rj un 2 rj iji tun (ut run ojj (un q tun

((Kjijt r^n^ rj rut t crrn ^ ^ cnlJ) ^ ut ^^cuurm^ur^ ituv un

o O 0000 o

cm qojt cm (LCtjiw n rj un 1 rj ut rj (lui ui ~jn rj u^grj ui t t^t urt^ ^ 7^/? 7^ \\ rj un 1 tui q mn rj (in (ui

O o *0 O • 00

*^7 w nur^rLi !u^(u^uiji\\ fct u^utni ajj uqui -^t un rut nstt ^ r-Jt 757^ rm 1777) (M un^rn^rLt %ni(Ui

o O o o o o

q w ƒƒ un rut un rj (ut ik w icz tut m rj un 1 ut q un rjujw ^ ur^ lut rr^ u^ utjf \\ 7/77 ^ \'^7

O* Oo » O 00 o 0.0

.lifT (151^ 777 rut ^JUTjUt LVt q\\\\ ^ ^ (77^ ^ K77 ®ï .7^7 l^C N (Ulj Ut fj !Kiï (UUTt (LCt U^W jj Uïj^

rut(K^(Ut(UTjf\\ ni(t^ur^^ri ut iK ui iii^rm rr^ rut ^iUt ^U1/I\\\\ //^ o rut JaS; cur^Strjmt

luurKut ujw ijurj^ rhtu^ u^ cutjj\\ ru ^^(ui ui ^cm rvijj (Ki (ea3n cm^un

o op OOO /

rui^fin ui^utji\\\\ ij un ur^ cm rj ut (tg un U£utus\\ lajjut ij run rj 112 \\\\ ijur^rut u^uju^ij\\

(un un (W (Uj^irpïïi ri^i un rut tisr^/j u^ uj ut 1D1 tp un^ utjj w jj i^wrj rw n^un uit

llKrliriJquot;hrfjn/i(h2JI^ ^(^(^(ut Qi^cmrutji Q uj ut aj) tfn rut nsnj ö

000 O » o

r^ z^^ru rf un ui ^(un ^rvt ^ -rj ui (LVt ^\\\\ fj ij un 2 rj vt tun irm ri^rj(t^t --n tuom qs

o O Q„ O 0«

un (im nsn rjujjq.un \\ ut ui cm quot;ri u) ui rj un t ut % ur^ rj un rj uj un rj utt w jj ur^rut Uj

Ujj utji \\ uj uj ut (ut un va ujt rj ut ^t (hu ui [j ur^ aut un cm q un rj crpi rj ni unjj \\ ojj a£n rj ui ~ni

o- /o o Qw O o»

(cmui^ rui ij ut 2 ut [ut un w jj ui ut rjuvurj ut2 rj ut ij ^ ^ tèn 707 t^cuirj (un (u/junjjs

un uk un ut ujuijj w ^ 7.t^/rw ^ ^ (wt^\\ ,7^ uij, rut ui ur^ uit ut uj ur^ rutQumoJirjun v^ur^

rui rj uit 2 (Ut (utji w jj rj ilvi ui tct^ ru ^4 u^ ax/j q: un ut rkj uTjj \\ f^n un (un ik ut Jr asr^ w

ruiu^iU^ (tnjj\\ Qt uj ut (i^^iui^^zunriJirjumt^ ui^A(fn nnjjw jjajitunxni ~jn ajitj

O O O (~) o r\\„

ij un tij ut ij un 1 *gt;7 mn tui (v,n un (Lj ut^ rui ~ji .isr^ \\\\ jj urj^ rui u^ lt;u^ utjj \\ (tiKu^ruiij un itw^ï un

up q IU) Q It^rui w licmirjajiamp;jiiLm MtrjiwirjM ^ma^Miyiw jjm^ruiiH^itj^iinjix tynr^

00.0 . o

ij an t .ui (un clv) rj un ojix^unijt ^ruiijnnijun cniruijj\\\\ jjrjun2rjui rnrjanujun

(ül: rj iiAJi ijui unjj \\\\ jjifr^nui ur^(V^(mjj\\ f] cffh rgnun rj (gij uvt \\ rauj^u/Pt rui ^rn rcj

216

ocr page 237

GESPREK MET EEN ZADELMAKER.

iKnji^ ijx/n cuirj!Kn t\'qnj,-qx/n 2(ij)xiiiiihi^ru.ry zjia^ rjvni?^cmji\\

o o ó ry

II CLVi (Ut ajjj! (u^ itrr^ ^ .uj «n^ ;gt; vm rj xm tèti kt? un \\\\ ^ ru ^ uj onjj \\ lïrn va wrj iea hm

a~ o„ o

rj um ili^ (Ui xm rj rrt i\\.i » uj rynjj \\\\ H1]irn ^ ^11 ~ n 7irr\'? NX //7l/\'

cu^(^x i cutrjxrnicun (uj^^un^ rjim^ nv initïuintiirj

rj(t^M rjxjn t ci7i nji (Ui JïtMn \\ aj) izn ijti ^(hi^(i/ri tui nn (in \\lt;i Hrvt (Hl (Ui iTm^,

cy o (?) o o * o - ^ o ^

azi (Hl ^amp;ri (amp;l (LUI OQTJ fcJt (KT) U/KUH ^7 .^7 lib// (L^ M N\\ ^ 1.77 (IJl il7lt; (ygjj 777 ?7 Tl \\ (t.i) iUTJ^

w rffl t i \'

Qv O O O ,

(kaiw tun ci-R.\'£.irr) xm ^(un rj wi trj U) rj(Hjci/i/i n ki^ rui un nmq jji (hi un \\\\

^ om Sj \\

llisr^iwaji(e/i(h7iji lyiuntrjnjifamp;qnmrjviiln wi^iyfjfönsiiiwthi^njitvifegJh}(hi/i^ II ,nl

o o o (fy o o o

.^^(tn^ (K/1 (Ui c^rui crn\'ri x/iji\\ (ejiitui xnrj mij rn tamp;i\\ njn/EncrnKr^irutojiJji ani Jdinn nsrij^\\gt;.

O /*0*0

(Wji »7^ tjj (n.1 ^ n (urt (Ui rf xm 2ni (Hlxm ér^ un xnnui tn (tri x:i w n hij rui xr^

Qv O O O Q O

njinfifls xmcriiqrixjitjg^HTji w xn crn ni (ui ^ uj w ^i rj xji ? (nyj \\\\ uti xm a^^iruinm

_0 0 «QvO OQ (?)

^ (ui ^ji xaji\\ xm (ui x/n rxi (ex-jj^xjïi (ui cut xn (ui mi ^rtixcn \\ oji xm x^xni (tuixai x^ am t (e/i xji rj

rj (tp(cri^injiji^ 7X7^ N ijtqw tu^i^ vixy w (nim rjxuww (ujihjiui^ n^i

o o o . Qv o o z\'

xj^rjx/nrjxm^xsn ^atji xn xsi (ui ^/hihti\\ xsn cm (tui (ui isij ji,i ki^ w u uiyru x^ oi^ xn/j ^

o C) On* \' oo/O

xjj^^ xn (EJixji xji^(uu^xn^/jw ii xji ipixnrjcm t\\ ojixm *ni xyixji % unihh rj ik[arn fyx

/ » o /

rjdjiw nxn^xut x^xjtxrijis xi(iez{rnpxxji^i^(ui(mi(u^cm%xjnxlt;jx^xnii\\\\ jj icrrr^x^

ÖQ O O (?) Q O O (?) \'

i ^ ^ ^ ixncrn xnr^ruis (Ui (Hj \'Ui xli xniez \\ ikii crijxzi xrirj li ^x xvi xn ij xn t

un xj) j-j un 1

tui

x rj (trui xsn rj xm t tiSn an cm xn (amp;i~^\\\\ ƒƒ 177 xx ui rj xni 2 rj xy i: isiy 1

_ OooOoo-o

\'n Gji-jjpi ui-j^xn \\\\ 11 xnjj xui iu^ xji anjj ■* (Bi (U^ uku^xj) xi^i x/j an/j iui xncni ur^xuxm crriqxji

O Qv •

IJ) .141 7/7 „//J K77 77 ,1777 2

O » Q« O ^ O O • O

cm xn tui li a-ji rj urn i ri xm (kji ui -jj,t xm xn rj u^w n xïn xsn fji xn xjj,

O O (T) o . o- o o

xgt;n xn .iA cmxci (EJi~jj.xn^. jj xsr^ xn^ ;ui tun xsn uiojixji (k/ixn xm rj i/n \\ xm xji xy urn n uj xn

O o ♦ o« • o

\'qnjitxmrftmtxxjji^ n urj ruixlt;^ u^xn/j^ xtn xsn 11 un un x^kei-j^tK^ij xn t xji ^ un cm % ij xji t

Oo* Q-O O ^ o o q

x^anxjix (Kirjxa \\ xn in rj xm 2x,ii on -rnrj xm \\\\ ƒƒ xji xfj xnjj ij xn ~jii t xm xJt un /j xm m un

O Qv o o o o o Qv

xni (Eji^rjxmojj un ~m xn^\'tixnaji xui cuj\\ xxi cm rj Ui un ^ti tj un (Kgt;i xm 77^ iji j w jj tn^ iui uj

O o cy cquot;) o . 3v o

■iDixnjj^ fcnuj ui xm ua. m ij ui xui xn^ xm -ui llt; jk ujijxn^ tui rj ui 1 xn j un rj xn f ui -ju crn f ui

o . c?) o o * cy o

crii xn (fji -Jj xm xy rui an iz: xj^cuj xm w n xn xn xui un xui i n xui \\ xm cm ij -n im xji ni ui

QvO 00 cy amp; o o *

xm xji xji xn xx xji -ju hn \\\\ jj xnr^ xux x^xj^xn fj\\ un vjixji ij ui ^1 xix uj cm f u n xsn tui ui i/ij t

Q« » O o O o

(ur^ tuj xn xnjj (Lxx^xjnjasntxji^ion/jw n ij ojüi xn ^11 xn xm xm xji unjj ui xji r.n rj xm \\ xm

ga a 0.0

li 11^ 1 e quot; v II O \' ui ij xsn 2 mi xn ^ixjj un \\ ij xm cin xx^ mn w

O □« o Q o o * cy O O O O O ~ O O

Ij,7^7 iujtigji (u^tu^xn xnjj xm xu cm xuicu^xm \\ x/n nm un xji cyi on vm trnjj xji^u^xji un x/ix^i xni Ci Q O- Q« O Qv O

ojtrj^xm Mon^9gxnrjiHj\\i jj ux^ xtji xq^ tu/ xnjj xmcm%\\ nm tui cm^xjn 0/7 ui qxjirj pji ^,1 ixx

o * cy o o OOQ.O

xn,j\\ xji u^ xm xji xji ~/ii cm u n xji xx (uj tui -^ji xji iktj n urn cm qtm crtj xji/jw jj rui xn ~mxm cm

~ p a o ~ o o o ^ O o O O * o

xj xji xn^aji nsn xji xx/ijj \\\\ n xnj x ui tui tui xnjj \\ xji ^ixn un lunjj \\\\ n xji xm o 11 xm xsnjj

Qo O o O Qv ♦o O o O Qv ♦

^lt;kw/isTi^ w nxm (u^ u^ unjj \\ xji tun iïJi aui ~jn im ui tui ^ jn^rjxmIJ^xi cni

xciqw jj xm xji tkx£n xsn xni xj cm 2\\ cmtui^rj(^nrjtu^\\ iisn tun ik rj rui w ƒ/ uiixux xn

Q- Q- O o /0 o

tuy injj \\ rj un imi xj tut) mn ij am tui rj ui 2 ftfi rui xm un fuj il^ rj xn 2 xiiixn xni \\\\ y xji ; 1 -jj,

217

ocr page 238

GESPREK VAN EEN HEER MET TWEE PANAKAWAN\'S.

Ov O O \'

w rj ung rj u) tm (uizr^rj ui w jf hijm xj^iktjin cm urn^jt ei

rj (tn ?i7-j)jitvn cm frj vn^ o w o v* o w

IIM mi tsn .u) tm/j rj un i ij u) (Ei xjt^ dj)hj) (m Q lÈ^jj Ö ^ w IIij tm tu wr^nitnajiK^\\\\ n un ^S^rj(tin \\ (KnJcn(fo ^n ^ ^n^irjfKrit r^fiJiajiA^vi^xnriitnt tvi

Mi/js rj hii mi Mi (in rj ttti % \\ Ütiï ut asn ij un tuiu) (uw n ru ^ onj (i/n rj cm ^ tli 7jxn2 reiqjiaQ(iji iijtji i/w S bij Q r^» L/^ iK7^\\\\ jjrj un njidj) (Hl -jïi(hm

(vm rjun \\ 0 (ui mty mi lQ an -^iirn ui ~7t kii isr^\'-n\\ -q uniri ui rv^ nn rjia 9 riji ryaji w //

O Q- o O O 0 0

jo^m tli rj m t tën hj ij isti ri m t n,i mi/j \\ xjn cm %oji ui cm ^a. cu ïjuhi

wn \\\\ iirj ai ,tcn ttQiui cfn ^ari nn iri Hjg \\ ^ iyn 2^ ^ ktj t ^ «m ?^ l kw^ w

H^ rM(H^VjiHi/is MnruSiSt^u^jn^AiEi ^iM^A\'EiMr^tnjirfnmdrfaJitMn^M^iJi^ n

II ui xm Mti Bi aj) -^i cfn \\m Qi j^ri uii g-qrmt rjij) i irurf -Hj^ // ^ 7Lï ^ ^ ^7 %

Q«oOo Oo O Ocgt;»o« c*.

un nmqmt mi un w ƒƒ ,t// rt? k; ktj i-tj ,i/| -m w tut ni iui ti \\ rj un ty mi n/i mv^

Ov O O O O

II mij rut m p un rui .ui ur^ un cm^tji (Ei ^ ruo^ /l? Kn^w ƒƒ ^ otgt; rj un m %

ui rn^iiun dri^gw II ynJi ,lJ} /j rtii ^\'U^Mutp^\\\\ nrj ilxji mi um

~n mj,tlit-jjj\\ ö irm rL/ kj uiimj jQ \\ in ui ^\'Z^5 rjuni\'^i ei^ // ^ 7x7 Qv O O O O O 0

foil tu i:) ur^t/n nrn qij) ei ^iMT^ii) x/n Mji7n/j\\ un v.i M^^n m ei tui qw n rja/Vi

O o O C*) /quot;oo lt;3

^ miikji Mn nsn cm rj e.ig rfmj2\\ ojj r.n mi kïï t^uw^ rj w i rfn rt,! lt;isn un mi^ wti jfii mi \\ zn m

tj un i-n iQ m^\\\\ ƒƒ M~n ru[m^oj^mi^ ckiitji wmt^mi iw cm f hnj thiui ■~n^ un .Qn.i

lisn quot;Ti mi ~jy^ isn ut tun quot;yi rtn mi q n\\ h ui un n mi Jti mt^ un mi un rfn ^ rj z/n t ni tf mm

C) o o a »\' ry o o o

i.n ui tni w jj un tK ui Muun rjuKui^ un cm an mt^ rut ^un rj urn cut ^ // ^

O o o o o o o o o

rutMjaj^Mimii rhiui /biwtliun un MfUb iirjxm t unqun njimjn^ruiMn -jnur^ isr^

kt^hmik rj uw mi ^ irr^m^irui tjiji (la ê? (Q^Qio \\ un cn^ct^Q rj tji t m^tui zjiji^ llKrfi

(thi m^u^miji\\ (uivm(^iJ^mi ®nnmqiJi\'amp;imi^ tuiwQ mj.* riirnd^rj^g^Mi 3nMn^icfn

cmw jj 1511 y un t un Sn uirj ut g Miq rj xjn i rj rui ^ L/n un i rti f ij un g rui f un ui ut ui _ i (^) O ^

in Eiiisnw li ur^/rui utM^/j\\ tui ei ~jjj(ui ^a ei Eiton ua (in uvi * ui e^ uii (^uuunuj.u^ mi ~jn G)

un tj ut rj r~n ei ibii \\\\ jj t ri rj un g uju? un rj ej jk \\ xm un^ inriiMMxntMTJi^ n ur^ ru(M^

So S • 9A

(U^Mi/js (iciunnir^ u^Mi ^A\'Ei ^M^dsn (utiw n ijTt tsY^ \'ui ui ïfj^ ut ut ~fncrrrj \\ rjclw mi-ji w \\ «o

dsn un ^nur^^i Si (^-n tf (un ^ asnup in^un\\ (is?) im ».1^ i/n i?^ ^ w // n.?

df^ctjimi ^/nnm^rimnaji^ijk^i ct^(e/i3i(ijt/i (ui ei -jj^ui Q ilji tfn ut ~jj.uj.un^. ^(unt

O O □-

rj ru^ un ei un rj isïj mi ,p ijia rj ujii iet un un ut ^n ur^ un un lt;e^ tn mi urn rj (^m i^ \\\\

o» Q„oO\'0 ^ a

II 1U ^ ^lj ^7N un rj cm mj uji mi un lt;$*rvi un in mimi ru ui ui urn^ u^ ur^ quot;fevam w n rui

o o O O \' / . o

(lvi un un cm ut uj ut ut^fj mi rjcrrQts rjui rj ujqui ei -n rj ut g q rmg lt;ei unj w // Kr^ruiiu^u^

miqs Q uj 8i,ui u^ mi Ti un uj \\ ui-nnsiuSi u^w ji ru uui un i£ Qi (Ujjj /euh\\ un ^ ru g

O - o (F)„

71^1 g iei ujjj un rj tut i rmji w /ƒ iu ujj uj^ utj n un i*r ltj ujr^ui -iA fci ^ ut unw ƒƒ

o (?) O (?) ooO00

llun(Lii\\ iet rj run kuji rj (ut rht z/n un (ui/j\\ rj un g ^ ru f ur^ u^ ru (u/i^ n u/i (ip up Mnjj w i\'/h^

O O o (?) z\' o n

/tl» ^ uj^Mi/I \\ (ei ti asn ^jj,(uj_!ui ur^ ru im miuui uj uj. un ut nut un rj -rm i w ƒ/tyn un cm o uj,

a o a a o ..q/* _____

K? iyw ii n \\ ?/gt;j ib^rL7 ru q un \\ un w: rj ui ui rj .^7 ui ie* ui ^ i ij .to i ru mi/i w ƒƒ ^

218

ocr page 239

GESPREK MET EEN BEDIENDE.

o» o O O Q Q O O □«

un cmfaj) jj ui mi vu o mjj trn /j .t.7t Kr^xjn iiri fjijn

rr» ^ O ^ iKTï w ijrfMrjymdun Jtiw rjiinrji^McfnjujJiJ W/j ltj .l? rj i^mni m (ni irn w

Ij kt^ ru ^ (Ki^ \\ ƒƒ tit? lui rfKn -uh (tui rm Q Q 7

^r^jw llKrft\',1Ji!Klj\'lJljc*l/ls amp;amp; m if tm i ($i rj 2 rf x/n t MtLQ utji * n rj ijTi 2 rf ru %

rj^c^n rui\\jr^(txjtim hn^unvmri^ ^ iJtz urjtLV}^ ƒ/ rui \\ nj^ hjun

!Ki tui ?) u^iyn/j w iirj kh tj ^lw r^isn ïom nms Stfon Otli »/n \'f» w //K^

(TLt tC^tJjjlKlJIS X/n Xp.1 OJi Ij IE1 OAJi Ml ^(tHp (m* Ij IST^ isr^ in \\ 7^ TTT) »ƒ LIJ H^/J

Q rLi/jrjun Snrj t^g rj un i a} lli ihijj\\\\ ^ xr^ jd kj Uf^quot;* vn rm föamp;uvw

Öo O O O O 3« Oo O O O O 3« O

v

87 // O rr) ia ktï i)] ,o .X/; i_77 «oï lti ^ tï \\\\ ƒƒ 1^77 l tl lEl M f m zrp L H t n ^7 gt;7 ».7^ 71,7

O flk7^ W ƒƒ l5» X7 -O IK) ^77 KT^ TJISTI I^T) , tfn £n ïji tmrjnmr^miirj Ui jj^Ji tm im ~7J

un (ui \\jn ii m m w jj m xSi Krirjuni 77 tjj ^ Q ir^ Q o \\ .t^ S) do» 7^ ^7

OO - O \'

7^7^ 1777 ^ \\\\ nrjun 9 TJ 7 L7 f KT^ Ut (Ui YJ (ISil -71 f 7^ .£7 ^7 I 7^ 7J) iKTÏ ^77 K7^ Ulj HM 71^ L| -71^ ^

219

ru Q

cm

O O O

nsnxn^onji^ jjun ui ^ ym 2tj ui w vn un ui ^7 7^ 7j) 157^ w ƒƒ ujisr^ur^ tJi(tJi ^/n rj un

un (K^ Tj Utiun 7^n TO? ^ OT| n^ N\\ L/77 ^ KT^T.\'V» £7 ^7 rtJl iL7 ^7J .171 L77 1 *77 ,t/^ 7^ 7,7 lt;1/71 7^

» O o \' C?) o

toï^W ifim (^t^nn ui mui wm» ^ ijim ^isn^vii ui rrr^nyiyn Kr^ri t/n drj ni frjvii

nvi SnfjdJi (Kii •jn ui w ƒƒ tl? l/h 7^ ^ irr) 7^7 ,iQ K77 7^ 7^ ittj ^rn ^7^ \\\\ ^ rj mi t Ui (Kjiun

un ur^(hj (E| Si tji ^11 (hi ui\'ri 1st) ur^ tnjj \\v. n tr^rm kt^ éi w ^/non rftJi rfn n^hru^ w ƒƒ 7^7J)

K77 ^1 K/i 7^ »07 2 7^ 7JJ UI H \\\\ // 71 ^ ~7 ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

/ O O » SO O

0/7^V\\ ^/ 7^ 7J) TjTTlT^ W T] ni TJ ZCI (tfl EJ KT^ 1^ Kïi 2 YJ Ui Ul^ UI UW jj Yj W) TT» -i»

O O O O O O O

(Ei (Hiun uriuj^\'K^\'i un rj ooi2(rnjj w ƒƒ 7^ ktï 11^ ü) un ur^(K/7 in un i/n uiuna-ji^ um rj•n isr?^ w

ƒƒ 7x7 (L^ t/t» un (Hljj UI quot;gt;7 .a ri\'-n(isn^\\ (iji vm xrn^^^i rj im 2^ (tnQi ^(^9 cm rfn iisr^/jw

jl^n (in\'-n un hrti k,7 uiQi S^un ui w ƒƒ ^7 ui uiQ ^ ui 2 Üt) irh w h,^ rEi 7^7^ n.; ^

ryiyQ2iw (amp;t(iJirriW n xrn (uy~ri(£.^ hti (iji (Ui onjj i/n mj (rr^ rr^ un xrn \\ i*: ri\'^i u^rj ui ^*1x1 \\\\

O » 00 O »00 (?)

Ü8 Him uim un un kï 7,77,707 o ftt? ^ lti tm ttï ti (kt^ hu iji xn iui/j w H rjilu ui rj un 9 ij u^i^

O * a a o o O »00

7^ it) ? rvi f 171 (U^ TLi xrn ui un ui .un un inuii : un tvi u^ u,i 1^1 iibti^pi-n un iji m

O (y) G) «

7/7^ N\\ ƒƒ I/Tl (tl» £7 7^ 7/77 9 Tj (Hl 2 \\ UI 1777 1777 -.77 7^ (7T7 ? TH f / 7^ 717 £ï ^ UIT Tj l/n (Lti Tj ld Un -7)

O O O O » \'O O Q-/ 0 \' O O O

un hi ui % ui rui unj \\\\ ifunrjt/n tti itt» m ^ tn to^ rj iji up teiui ~n i rui wrn ^7fc7 uj

Kl/j irfj H ^ f \' (K7 (rSn ui/j\\\\ jj \'rt7 rj u^un rfn (tj/j ui un ifn S (if^ ui rj ui (/rrp 7X7 ö j^ï ^77

•■ (TV O o

ri un ^ un ur^ ui vmi un ^ erri urt un trn tui ni ur^w n i/n ut^ un ur^ 7^) itj rm -jn ui \\\\

o O -

ƒƒ un un w vn 70 rr^uiuinn rjuj\\ ur^ un ui vu vm^ ai ui rj ui —7(SJinnrviur^rhi un u^ hn ujq

(Pi .-• Qv/ o » * O

7^ 7jj un rj vm q\\\\ a ij vu ui ri hu 9 Ti u^2^ ^m ktj 7^ ^ e7 jv7 ^7i[ n/jgt; X7^ un rj un ïlli vrn ui ^

ij (Ui iLa 1577 rj un 9 UJ,u^q w fluh vvi fèi ij uii 2 ly u^9\\ \'E^ rhirji^riici u^ivi un

^ » «O 0Q„0»0 0 O O Ov O » O _

7 77 /KT^ 707 7^ 7777 tt7 1777 7£7 quot;77 7^ TT) (L7 ^7 777 7K JV77 E7 7J7 0^7 7^ UT/J \\\\ ld UI H KH IK VC VU

vm ~7i ui un\'amp;un $iif^ ui rj w(iirrn rLit^tJi/jw H ij tt? ui ur^ ui fji vm m quot;^n ur^ \\ ui 1S77

O quot; o» O O o ••• Ck.f o

uuLhifriunun rjvmfs ui ^ rv^ ij, nsn -n ui cm quot;n \\ un iei ipi nrr^ i^*! ^ w -7i 7^7 quot;ti w

C) * o o C) amp; C}

llvmuini zj unuii/nunrmrj iJiriHjt/nuiw niy un 2\'-n uj(ui m fci rj iif \\ un (lui rj un ui

q„ . o O 0 a» _ O „

,iwrj un vil ui isn tin t^iamp;ijiw (j h n va ui ujun ui\\ rj (tu ui ui vn ,1x1 (^fijj u.nuyvi

«1 177) K77 tn (777

• \'1\'

ocr page 240

GESPREK MET EEN GOUDSMID.

(fLj tunbrn w ijwxn (uQi^(fn^ ^?

ty nj) oj) iHiitun rj 7vi g un rj t/n \\ (U) thru /tn amp;p w jj tji am tin (ur^ isr^ kj (Kjjj bm nrj rrm i w Htvncur^ ^? \'0,^fro-2L/nlt;W1\'l/n ^ ^ /ƒ iiï ^ij rj ij) 2 iQ 7^ 7^7? ?irm w ijum rfdütitSnrf

vj t ui z vrnrrun gt;*~n ,Q lt;rrgt;i ÏO» (Li \\\\ ƒƒ K7 IQ (Hl itni OJ) \\\\ jj mi nïïi M M Q rj i u 2 r^P_N (ui (Ui (K/i (ie: ut \\\\ ^ (l/ï Ti// iy m lt;0 7iy;; rrw \\\\ ^ irn to *gt;7 njh i-rn x/n (ui (K/^

CJ O

cmqw jj 7J Uil I quot;KI (UI (is// OJj (YD f \\ ,7v^ ,77/7 1777 ^ 7^ 7^ 17/7 7^ 7.7/ ^ N\\ jj (UQ fJ^Tf IKJ IUI\'Tl \\\\

II uj K^ Kn rj ini q hn ^ 0^7 /l/ .\' / w ^ /C» (En 0% (ht^ (un d/i757^ 077 777 d^j un w

O O ^-) , . OO » . o

iej) tun rnirijn (cr^rji^nhi i}ij^\\\\ n 70/ is/^ lt;777 7L7 _i?ï ft/Ti ar)^ 77/ *77 w ijMti bsr^cm rvi ^A vn (cr^ nsn (Lu (nj^\\ wiTjrvitTini t.ijn (tTtjrjMjriiJiri.iDirja.ji rfKJi^ ƒƒ -0 /^ 7J/ 7^ \'Ti 7^ rS/ •gt;/ w ƒƒ

lirj (lui mi Qrjnjiri^nri ^irr?to ikt^ zvn rj hii q\\\\ n i/n (ui ui (iji u) -n (vvi tj mn % w ^

o o O » O (O

If tni rj tm q un (ivt (U in no quot;n illq /^/ ,7^ i:// tt/ -gt;7 »0/ \\\\ n ij xx/ (Hi rj hm 2 rj ikj t \\ mi pi -11 \'t j

un frii tfn ik !L7ti iq rj o xw iQ /ƒ ru ? 77/77 ^ quot;h g im isr^ tji jji fj) vv ƒƒ /Jn ma n 0 to tj/ Q 70 tj/

o o » CJ*» -• o o o o ^

un (crj,ni un (hn ui isr^ rtu^ 77/ö-lt ^\\ uz 1 uini tm uil ui ii.u 7x7 m/7^7J/ ,7lt;^ 77./ x// ^7 x/i ^ \\ \\\\

//rr7^ ^ \\ /^ K// ? /^ /j/ dj» (kii un 11 tui i ui ui \\ (KJ (mi un 8 tyn \\\\ ^ oji om un tj ,iv) g tM \\

00 o ^~0 O o

w ^ ^ ü/ tt/ ,7/17771 \\n a un an a n ij ut rj uj un ui w ^ ui (hn 071 u n 7777 toj / l/ ~jri cm

lt;uii(un -Jtt rj uit £ f777 Tj Dl (LVt (hnjl \\\\ If UI UI IJl X^ ^ 7^ Uil 707 7^ 7X7 \\\\ ƒƒ Xf^ .17) ^ ^ 70/

O o

(U^qiL/n \\ (un a^i quot;rj un (KtnJtrj iLLtg^ ^ ^ t/ti grj iuq tjiXTn jlt;ii itiarurjunoj^ uii ^/n njiw jj

0 o o o o n

//oJj \'W \'KJ m iwrjnjigrj quot;ti \\\\ ni/n ut y to/ ?7^ x?/ tj» ^7 77/ miw op toj to/ _// 7^./, // rrV/ 077

7^ ,x7j xu 7/7 --gt;7 mj ut on Jni toj \\\\ ^ St cut 3ï C) --gt;7 iX) gt;7 \\ 7^ xt/ tni a2 ui (ki (hi Jnt 70) 777) 7^ i/ti w q~ O a. . O o \' (?)

ƒƒ un UI 7v./ /ƒ 7s.7 ? /^ » 077 quot;77 XT^ \\\\ H UI (hfl s 157) TO/ 7JJ (70/ 757/ ramp;) W ft (UI cm quot;n frj^ljn OSI

rj m t m q ity ij wij ui \\ un ui un !Hi rri^g (d: \\\\ ƒƒ u/ mi ni 7^ iiy// 7010/ to 7^ 7^ ^y/ ^ U) n\\ 30

// ^ ^ gt;0/ ? ^ 7^ ? 7o 77)7 typu^rj un t rf ut ieji (hnjj rjrri^t me \\\\ ƒƒ x/r) (tui \\ oji un md xd ^ dj *0/

7L7 77) 7^ 1,7/ 7^ TO) ^7/ TO) 7^ .£) ÏOJj Tf IJl f X^ \\ (tyij 7LI % Uil UI X t) f (0 75» XT) ^ X0) (£1 rj (UI t rj quot;tl \\\\

C) o o □v o » o

Ifrffainii^trf uiun (upjitvn oq/j uit [U^7^ oaji w n li ui iui iui m ui * rjutiin unasn ui(unpr\\

CY .0 □„ o O (?) \' o O o o

«S)ï 77)/ 70/ 7-47 XT TT 777 Xf^ 7^ Lfj Ut \\\\ ƒƒ 7^ XX) TO 7^ .X// gljlUjt^ Ofj-UKKl -Jtt CYIT^ Un (Ulj^ 177/ TO) /77) TX^) f

o cy Qv o o o o

7/ ft/N ^ ƒƒ fr77 ovi % rj un hji rj nif \\ 7,7 xr/ 7^ tx) g (eji w ^ if xx) ui\' n ut rjun g tui (kj^uihk cL/t

c,-0-^0 OOOQv O Q„ O O o

(Kt ut quot;rur^ ut oaji % \\\\ ii^uttix ut on unur^tin ivt\'ii uirjuti g ut {(ui (Lnitz^qn^tut (uvt i\\\\ n ^

Q O Otgt;0 OOcO

70) 2 )ƒ U) XT) X» 7^ 7 Jï ? HO) ^1 OYt\'ll U^CUl -.\'11 (UI (Ui/J\\\\ /ƒ XT T^ X.7) XT^ 7S7) \'ü) lt;K7) 75)) f£T X/f)

o» oO quot; o O o (?)

itn^un ru (m rfniitun^(tnji\\\\ ƒƒ t^txa 7^^o f 7^7J) to (XT^tjï ~T)^) to^ unur^nntrjiungunvj

s . (T) y . Q~ Q* C) O o

Y * «0) tk/) : (I/77 XT w ƒƒ un tun iun , // tj mi g (ijt m \\ un ut ut cru dJt nsti (uit 1^ ajtjj w ^ iun oo) O o o • o» o O o \'

(ÏO) ^7) 7/7 JO) X7 un (Ut Ut x^f 71^ 7 LT 0.JT) ). W ^ XT ^ (KJt 7) (Kj.un (Lgt;tt (hij 177) (70) TO) ^T) XT XT) (7T7

Qv O O O . Q- O o O O .

7j)\\\\ tfun (latdunuit (Vjcrr^qui ciiiuj.un (amp;t!tjjfi rjtrn: rj int g(Lit ^yt (isnun vutcm utquot;n rj

Q* O O

rj ni XXT 7LTy^ \\\\ ƒƒ 7^ XIT On ^Jt CTll !KJ Uil (El (IJl ,//) ,7.7^ : 7^ Un i quot;H (Ut IJ) \\ (KT 1777 1777 ^77 TO .£7 7^15)^

X3)N lyn TO ramp;t 2^1X7/ \'TjMJ.f (t^lj \\\\ /ƒ 0 7X7 TO) 7^ 177) I 7^ 177) ? 157) Q l^ quot;H (IM (TU CTtl TJ iUJ Ut quot;11 \\\\

O O O O O

ƒ/ru(uit un to^ id xit rjun gil utact \\ ojiun un ~7) to t0) tx) to) xg 15)) ^\\ un to 1/)) 177) w

O o O o o o .

^) TXT TO) X^ X»)) ^ )ƒ 1777 I 7^ 177) ? 157) ^rt Tj quot;H (LUI TXT —) 11 (Ut CTll Tj (UJ \\\\ ƒƒ TO .X77 TO) TXT \'TT UI 077

a^O . a a o o o OO - • O

T^ T^) TX) TO) uil (Uj (1511 f \\ li 1.1711177) XT XL) ^7.7 JrC Ut OOOJI OO) T/7 ^ 7 L/ TJf T^NN ƒƒ O)^ f !t (IJl ^flt

22C

ocr page 241

GESPREK OVER DE RE6TSPLEGING.

^ tlt;rf)17/7 ^ ^ ^ ^7\' v nn ifjfrtiklw ij rj itm 2 rj ru^tjxm (ui dsn

O o o SCY o O O o O

(yen -jn tj myi (hïi ^(L/i tj (Lht w (io (C^ccr^iM nsn (ia iuri rj w iw ff uri m xm rjm ?nsn ^rti

31 ivi rj im 2rri rj iun 21) i™ t rj ,isij w jfrjajvian Sn amp;i wtQ rj lt;kjj g asnjj run piryjixa r^xm d O » o o quot; O o O

rj xm 2 rj jj rj Xihi art ^inut .unx/n im \\ (ia ton % xm rj un x/n njt (iïri ih^\\\\ jj xm im un mi w

o O cgt; o O -o

IfTj uniij tliqij xm ^tonqujnrf nninn^rjxu w jj rj lvi vi^nsn{xmrjtun k/i ru imx/n vn \\

o O o » o . o o

lunritni^nj^Ubn tinrfxt^w ^vjj, ut ojix/n (xr^xm .wamrjXJix/n oji \\\\ jj xn w cm rj uixrti

O » o So SC)

xu ihtê \'Ei %j)ji n\\ nut) (urj xm i-n xn rj cm 2 wrj uu rj o 2 rn w jj tj ij) 9 xj nj) 2\'Tl rj tn teii iamp;i

O O / Oo o s\' o o o

lt;rn \\ .1 yw üj tj ? /K7-öaw7ï w ƒƒ XJt cirj iei2 ni/hn ^xx rf xvi w ƒƒ to vn i.nun ugt; ik w

O O o ^ ^ ^

ƒƒ /b/J o rairjxw mi tuj, tsr^ \\ xm xx rj xm fnv^xn rj xm 2 tj irn • tisn w ^ ^ xu

o s o o quot; o cy o\'

wisiwiKjjxn7i*7nirjxrntrjiisn\\\\ jj fKj lci rj in jo^ xai (li mi

a O o o a

[nj^orj xn aoji xm xjtxatix} tun xjj^ w jj rj un j xni f.j ^to 11/77 ^ n it^ ui rj wj x/n h-y

vh IA)Q\'l lt;rn \'rj 8 m rjajtini^w jj rjwföj tj umrjiyi* rj ijji/h i.r^ tQ^

a o o c) cgt; o

ui rjfm2rf ff rjtLit w {^rj xn rj m tni xyyi cfn hj rj T^vQtvn rj hi i.n xvt

o o o O n »

0ii rjam2r^ tvt k »^\\\\ ƒ/ n l.71 hji ij un 2 rj xji ^xmrj un ti ohijj un xq rj r» \\\\

O O Q.

// ^ .b/» \\ fis/i ij Kti rj k»j uj w ƒƒ a.; tc^ rj ui xm nj) rjtuni -n .tjt^ v, ^ k /7

00. (?) O 00

^ ^ 17/7 ^Jj w ^ ^ ^ ^ lt;LLï HiTj hrn 2rjHj2\\ (Hn EI amp;J) on ^jtt wn (Ui x u nn

a o a qS(P) . O »00

nm ihni firfiLU pi iui ih n t i rj um rj Hjt\\ rj rtt ltd^7 ttsn rj V) uJi i:n quot;n l/j ^ ;y .• ^7 ijj lt;7,3

00 quot; / O • Do

7li h n x/n fan rj njw jjrjxmi rj x^i^rjxm rf unrj kd foi ihnjj^xa rj xj) .ki ijr^ un ^ tj xli \\ 7.7 t~ii

Q- O o o / o O .

rjipi hjxm (ijiw a rjm m ^ii f ïry ^7^^.lyw ,70 t.u rj hn 2 ui \\ xm i:ni u) xn fj, xm»J rj ej? n

o /00/0 o X o

£22 m lt;in iamp;i xj^asnji^ ijij nn rfKnTj-niun hr^ia .mxji ^iiLa ufxi nn/jw n vn (LVKin ki xii ven

o o » Ov O

OTT^ \\ (M1777 1777 ^/77 hl^XCI Xi) 707 :L/^ ,^7 -177 £y 7.7/ \'£gt;7 W -ïAhl JW 0 \\\\

II li?; lil.«r L^trnrjwjt »r)ia? ay) i.n S ^ tOi °i ^\\\\ ^ ^ m u, rynj

»;«tfr! tu xj^ wjj \\ • n ^ lt;ji ujj t5n «ii ci -ri tfn m iSi t«r»m _•lt; ^ ,fcc kd ^ lti ;vi § in j!n

(?) a. . o O 1 o o O \'■

«KKiaijngi^N IjivnHrj ui

(?)Q»0»(?) O O O O (Tgt;iO

rj^n jfQJun (7ri\\ xm crnq un n-) rjio on xti iv« c 70 7.77 ^ l^ io^ xu ^i on crn xji

xctww 11 rjxa rj oyxj rj ni ^ im ov) tvm/j ,7| jj (ffn (tw m 1amp;1 (Ui rj ni iw

o o c?)0 O o OXo o o ^

1^77 XL/iosrtji (Lhtog^on ^/nonlt;01 .uionzxj)mnxurf o ton 707 gt;gt; ^ 70^7 n 70 7,77 7^ toj

Q« _O o O O (?) D

(tl K7J (K/7 7:^ .1577 ^ T) ^7.7 L77 /lt; //157Ï ^ \\\\ ƒƒ 7^ ,7X7 7^ 7^ r£7.7J7 7^ 7J7 2 jfnjhfl Z*jl Tj *77 7/^ 7/77 (Tn C(tJ

V xsij1™ 7\'0/ MnrjxatM^xnnu t i ^ J71 lu ^LU 077 7J) i^u un xS .KJ,J W

OO » £~) ^~) Qw Q ^

IITJI X^tU (amp;1 Ihll XXI xm (U) f hn .Vn^dJITjOStl Ml fK^ Et \\ rj XXO W XOf nLX K77 7.7 7.-7^ 7 /; ,777 ^

G) * o Cgt; q„ * a * O o O

^ O? \'^\' \'77 (7/7) nrrfriiun xai ayt rjiKpgooi oji rj -n ftnsgt;xjn x^ on ^/n tl; /i^; ^ w \\\\ ,vn k»

^ (£ ? ^ S ^lj mj lt;i5 .7J7 _5 lt;*Jj^M{ffn(m^rjxa ^fèxcr^^SinoQcrnni (SOAJI w

ornjf \\\\ jj rj (vu itn y^Jtoni St w xjr^ rj tni xn xa xj on-3-yj on^ obn -nrj mxQ ?! rgt;^ (2; lt;i«yi \'/n^ t^/; cm^tSi foj. on\'Ei^ëiw ^ rj xa rj kj rj xvi rj rn2 tn if onjui Si rr? Ja to .c7 «S -n

Ok f1 N ^ ^ ^ ♦o^1/ 10 \' ^ \' ^ /ƒ ^ tw ^ t^ï f it)) Tn c; 1^7 X/TonJjTj ono on

(?) - Qv o £) o O 2) (?) o\'

(hll ni rj Ul gg (fci7 r/^ \\ (7^// f777 f TU lcZ (Ul flO 7^ .10 -tA(K77 TO Ts// 7vS 7^ ^77 ^7^ L77 an \\\\ ƒƒ 77/7

O O O Qv O CÓ - (^) * O

33 ^ w 7 1 * quot;W-ixan onjj \\\\ ƒ/ x/n crnfT) rftw on -bi \\n ^ -77 77 go gr» rfc/i rrj ^

221

ocr page 242

m

ZAMENSPUAAK OVER EEN OVEltSTROOMING.

O o O/

y IK |W7gt; Uil (LQ IHJ (L.1 Tj Ui (LCi ÖWT^W aai CU! (Hj (Kil Ti *1 (LCi crt^ i n Ij ,amp;l W II (IjiTltlxi Tj (CiTl (KI -JY^ (l

Q Q » O « O (p) oO O

LM ckji im phj ijji Mijl Tj (Lit j^crr^cin (Ki i^^ikii ui (bii tiji (ïQtKiji^ ij (ui £n pi Ti

oO O » » O * (P) o ar»

iKTi ^ OM^aji aJi xn arfn cuiji (L^iK^(K7i(Kniyncm(rvt^:(Knci^tt

(Ktiji w n .u^ ikj iLi 9JJ (irii (hg^ ihi arr^ wi crr^ vn (kj mii _ü» w ijui ,iQ - - ^

o O O \' o \' G) o o

an ffoj -tAikji Tsrj^ cm rutji w n hu ik rj m chi iwiy*

U \' \' P. O.

Mn njicuif) Kii 7Vi ^.7^1 iki Mijl \\\\ ƒƒ (til on (TT) 7L/ ^^nj^tKn Ui o^jy^ inn (tuiquji^r) ui (Ui an :XJÏj

ihn

o » o oO

^rn Kj (Ujj tm cm injiqrKj)

o on c

(1511 (U/i£s:iKW»iA.f

q« » o Ij vn (hu (ia

(Kïi ij (Lhi cm ~.w cm nu qi/n ut (Knj

Q O 0

(un (rui n ut i

MJI

or) fun -ju ani aui ?

iu ajj xm ^ nrr^ k h arr^ lvh Ifn

O

.igt;i irr^ xjn nmqiHri nrr^ a

gt; (u^ ihjtHin riCLu cm cm 7li

Qd

lt;

aru ^AW

Ui .oiiiaaniQ 8

O

ƒƒ Ui

O

I (Ui Ti (IJ r) (Ci Tl (KI -JY^ (Uil Ui (Ui Ti (UI

niR«in^ ii11

O _ _

r rvj^Mti-J rj xnTi opun rj ih^

o

,ici ~Jn

lt;?gt;

cfn !*ji Sa (Ui

O O

1 \'Uil CYYl (I

1^

II [

anjw iiya.

(EAJjW Ij Yj (LVI (KI -^1 Ti (Uti CUm^ Ti UI Ul^ (KH Tij (Ui (KI {^(KTl UI (KAJj IKK ^ (Ui (U^ ^ Tl UJI -Jll UI

(?) o o O Qv • . o

rjTi (gijun cYn\\ lUj (I^kti kii rj(ia tm ^(ki\\\\ 11 (uiti^yi (^ti^jyi hii kti ctr^ivn(Ki(^!Kiiui(K/i

O o a (P) » o

(Ui^iy iTYi lihii wtKJi wwijiöii {U^tia asii (Kifl an t-j uiikyi rj 71^oejirjui 1 (Ki/jw

O Qv O

asii (Kt ~J) kj Mn (un njj^ op \\\\

O O Q- o o O

II (Ui rj (Hi 2 ui ij^(kj(ici an te: (Kn 0.1 rj ru • n rj aw t ti ay ^ an

7*) a- • quot;o q. o o o a o

ctyi un K7i llt; ui \\ un cmf Uj Kf kyi ^ (ia i n (K^iEjiiKjojj anjj w ƒƒ itj xn isn fhj kïi un

(ui _»i uj an Ti (ui iQ ~

II xrixn /un un cmqrjuii (uixn (U^anarnay [Oj^agivgt;n \\ x/n (P) * - o

ll^nrl\'in^ *gt; ^ wij QIK (U^Kj Kil XJj^ -Q xa an Q ant \\\\

(Ui rjiKii ui xa ui an inj *ij *ij \'isn w

00 o □- »

(Ti# 2 CJ] t±2 Kn \'Fjl Hü *JJ tui an -n KH uj (u tJijj \\\\

\'iTS*

(Ui au in^ v-i ik n oji cfii (inji rj m y kj ilo rj ,ta g ikj

O o o . .0

ik a un an n un ui rj im iij iji 2 ieji oji xn aj xa t w

II iui an crn ky^ tui un cm % 3^

Q ia an ö om w

\\\\ uj O \\\\

{oj^rj (L/vi ij (un t rj xui % a

cyyii \\ om

1 UI ^ OJI 4LX

II Ti ri ia an rj xm un xarni^ajiII

CP) ^ o (Ui rf kii 2 aui cm x/idJii/n aji w

II rtn^i^ •enorms y ffi an Ti \\ a^i rj ui iuli an ~jii m x^ x/n rj cm ^ au xji a.i xrh an

O

rj Ti rrn a^i rj^i om jgiuhi xjjaj^an ^Axa (tvi \\ oji rj oen oji xv cm rj m xj^ an ^ £1 asii !kj iha/i

X Ooo- a. 0^ - -

oJi (un ri 1 th 2 un wani Tixnrfant oaji \\ an xn a^i ui

alt;Yi .un (ViaJi^A anji un ui ujunji un iejk^ceji ~ji

rjxm t rj (uitanjj (un cmxui tui: Uj_ : xj^aui an ^ti \\ asii ui^riop (UjiKjani \\ rjauirj xjian Jn

qS___„9 Q _________Qr__^_____ a______ Q/\'

ani vin xm crfri \\ ckiosyi

xyajjon^A ur^ t^ lu^rj au rj ui aniamp;i aw aTn um ti an ^Axa

o O Q/quot;

lian cYiy oji(ifeas jj rui f ui a^i ui f xcn afj ^ rj ijj rj ui ani (Ui y xu \\ xm ui un x\\i un xm i:m ti anj w

o Qv o a/\' O o o o

II {an^amp;i (XC^nrii \\ H xn ui x:n Uj an^ ru un mi qam am xim ti anj (un K^ ^a xaan ui rj un au \\

O Q« O a- O /0 o

ani (M ton cm ^n^a^ ani rjxna 20x0/1 ^ mn un -ju un 1 xui \\ ttioua^ri.uii^an ^a^c^ui

a o (gt;) □„ „ _ 0 .„ Q Ow » o o q.,-

a.i hi n ju aui ui ^ \\ ui ui ui iui un im rj xn t ^u^an^ \\ ui Hj un xm arn (un cm xm xji auq xmam

0000 * Q Qv» o oO. o G)a„

am un au q ix ut tui xy an^cui cm q\\ un am am am vu % un am Jdt ^ cyyi oji \\ x/n ui (ufuruaji un ui ^

o Q~ G) o a o a.

ny (un t xui oji ui Vj cEii rj a£j am ~jii am am «k xn anjj \\ : aru^ x^ ikj *m un rui oji njian -jn xn u^

O qS a q„ q „ .

ui jji rj fa ^1 xli anjj om 7^ 101 gt;^7 an^a^axm r:m ti anji \\ am iu ^rixa atjui auif\\ un ru ru kt^

□v O O O Qv »

ru un rj ru mk oji .1^ \\ xn ay xnaurim np f.tm YjUji an -jii im oji xm f n\\

o O aS o o O

a ui xm xhi \\ iui^o^x7Yii:r^Tirianani^fJi^iYjQrian^uanJ\'j xaaxiaunn^

X O- Q- O O

(un (U oji mi rj ti 1 xm rj (un t camp;i oji rj kj rj unt ei^ky^ vm vi cun rji xn ruj^ \\

-.......—

ocr page 243

ZAMENSPRAAK OVER EEN OVERSTROOM ING.

.oO» o Q CY

rj tui rjKj un (rui (hu uil trr^rjum-^i xm an mii U) r.m w ^ \\ n m vi wctf (ini ^ féirj ni \\ w ^7 » Qv «» o

c^(^[hrr^\\/nr^(Kn^HncLn(Lü)ihnia^nji^iix7nt^jj)\\ nu] zn omqirn rj un rrhi w swtyyiqcm r% % CkSquot; O O O Q,-1^

lt;iyïï rj(un i(Ei^ky^xcj,Tjiasn aoi im t:m ni wmam!Lfn (in na ojxm tni mn mirjcum so cm

Q f?) . o f?) . o o

^ #7^^?\\ rjwrjQrhwriiMgiEjqrjiLmw^urjtKnrmiTmryiMiji tun

4:0 (KijtL/nnqua)(Ui w iw qtSiï (EA thrnji\\ mim mi _»» tQrjiKjrjCLiJi n man lt;crj,£ji ajj

cm q i?n ivi $ njt (^i/lN MciJiimQiJtqSn camp;t ^jjichv/j cej cm q Q frgjj ct^ci^cvn anjj V\\

^ ^ncEJi ^axi cnm \\ l}v\\\'lnrl(^ if m n ij w -Jn ^ iwi _i« Q /is»? crn cl\'i rj ani t lyvi cij\\ il,ii

o CY Qv -

^ lonTï^ojï^^^ ƒƒ i/n (lAJi \\ rj ia 7.t^ rL? trj i^ mi cm im isn un ieji ky^ mm m tci -.m (ni

itrri r^^mtr^izntr^xmt amp;i qrjimw

o o s o O

II kyi HjI cu^ami \\ (uj ^cwtmrjintM jjjt^wauniiujiutji tjcinly kjtonitcn mijtcj%

Q

cun TiMifi/n w

(^) S * O ö

^ m cm^aj} a tjt rj *ni rj\'Hj m it ui rj\'ti \\ nn ir^ rj vi rj hm i ei q it/j 7L? i jj ^ ^ ^

^1\'trmv iktï ^ im (ktj n ^^^ ^^^ ^wi^*gt;7#iyiugt;»ïl?^\\ xTn rj.v:n t

^ O Cquot;) O Q- / o Q o

c9^n lt;l/n L/n\'7^ 7^^,,\'E/,?iyw\'7^N un (utqiTmnuiiLCKLU

Q„ • a. o Q/\'

jvi J/i tjn*: irj tj) f asi^iE^iEi^ixjn(Lm7i^iHTji\\ rim ciailti rj wti^ hi^ li iei ^rviji nrnarn

rj -nSt (b?i(c^a^iji (hii rj cm \\ d rn fnr»»(i?/i ^ 0; 2 cuj -yi x» rfKn tsr^

a - O • / a.

tj /ri \\ fl/i i/^ m »oï ^rj kt» /^i agjj cut arm cut xm eji kïj cnm cm ni wj) m xm agï is^ tui crrn

/ o a. Qv Q Q« . o

cuicu^ii^s n^xmtw^ricLmcuichii cmtnjivixjn\\ CKIKU cintjin^xTn a^i/nriMMi.i/i^ri Hndxjjaj^

O OS O a o

crm crui .EjIcut clvi wrn^iTiii rw wcamp;i ^jj tH^ry xm iry xa ui rjK^rjKmrjxrn ? w

^ oO o aS C)

II w^cEJt lOQcrrrt \\ iiij^i^cKrtcijt tjct cisti ^frtvi^^xjrt (L^cm^\\ c^n xnn^n ttnj^ aJtutfiHii

ccnvfMt on/l \\i

o / a o

II ui ctrr^ oji li un clii \\ : cm cat xni m Ut1 1Xj1 vj. ty nrti rj ko % uti rj quot;n i cut ^ ^ /. r^ \\

O Q » O O O Qv

^ ^ ^ ^ v^1? ^ \',512 7UCK\'t /l mii cunnu -ju clm rj tvi i rj ti g s rjcuit ccr^ ieji rj lt;iri iy/i

. o . O Q« O \' • o o o

rixnitrix^t uiixjiixuiitJiiu^iitj^s camp;t xuqioi cui fois cm ^ncut\'tu ify riiJi .un ieati xti iiji\\ iji di

qv O a- O » . o o

as?j _»»(»m /L/ii £1 ~«i * .tj/i itcii cm -jn in n rj 2 yo iL/t \\ ihii j. /; *gt;^ ojï ,ic» hj un kj^

sty mi qrj cun rj ui i (n^w

/ o a- o O O

ƒƒ j/rj iEji ^cuycrm \\ ƒƒ xji ui rj cuti 2 m ^tcL^on -jii ctnq •lh ckii ihn aci/j \\\\

J ~ oo. o O » oo

II xn crm ciJi tfJi \\ jj h i % un jat ^ji ten enn rj im x/n ,ygt; ^7) u) lt;t)/lt; j.»; w : ani rj vm xjn \\ cut am cm

O O o O o. (?) o

(ui fk/i nut (lichirjuii wjj v lunwrjunt w cm ~n ui ctli xn^ cru iki otj ^ .kw tl; gt; is^ kj cun

o O

ctJifMiuixsnjj^

o/\' - .o o O/OO a». O

ll^i mi iL/Lj.cut \\ IIamp;1 n itsncui-xi^ lu^xg miTjxjitimi-ïiiMimfonit/icmjj cun wn rj xm t asn rj

O o o QvO O S oS

n cm i chn n cm t xm cut in ext ckh xm -it rt un \\ Xjii crti xm un tui rt unt ihn rt cm t cm it xat utn un can Ico *iA £- C~ \' C \' \'O ^ \' CP lt;?gt;

Q„ Q« - o O o/ O

cm iui\\^cui cföi ctuicunuri .^c^clw cuy^ri x^rj xji cmjj iiji njtmi xmxiipni cmji\\ z oji ni 71 cuu i

oo» a. o o O CY G) QvO

ajt^xjjcmxxji wt xp%\\ cuncujxn^ cujxjj cm -J)cut xuicu^^ vi tföïjmiijicun crniisti cut \\ cut tun xm camp;i

o o Qv o o X Ov

cr^cu\\cun rj empj ui Jii/tï •uuim^iu^ w rj cmj rj ikxj -r^cm^cm -juxji cbncKJi imi xm istj cu^qx/n cm -ju

(p) / . ^ o (^O Qv OOvOO

xm xm xei xn arnxp cui nj^ xji rj \'xi x/n rj eni \\ xuxs xk x:iqxji ^xlt;n ojit^xin i^nfai cibtis

O (?) O O Q„ CY O OQvQvO^X

rt/i .i^ (Wgt; b/# »0; ar) xnjm/i \\ vut camp;i ^iq un xji tjt cm xjij xxt xj^cm -m^ti un xm i:m ckjI xsn xui x^ \\ xm

o o o ov « o Ov CY (?) \' /^ / Q

xji xsn -öi xsn x/n un xn nrt arj cun xji xnuui ai xji cun cru 9 tui ? x/n rj tl 1 un xm xu tj cgiz

qv . O o. cr\'

xix n xm un .0 m xui un tun xji ihjcut x» w

ocr page 244

\'^24 SAMENSPRAAK OVER EEN OVERSTROOMING, ENZ.

Iliuncmiitji^ lllt;3^ns iamp;.wamp;^iihcfnny,uiirj{^,*QQwjis MiwrfajrtiQtnSiSi

Ow O

T^ftL/n (ur^ TLi (ui (hcr^ \\\\

ƒƒ 7^ nsti (ULj,(ia \\ (lmiw (amp;i unw Jw osï)

x/nuhtut (Ljim amp; i^iun rij^^n m mQ» * rh^ oji ^ ru^ w q iun (K^ ^gt;7 nsn ^ nsn om ^

Knanj^s w 3)^^1^*1.1 (KA ^MQ)\\IJIW2(UtKnM^niriiTniaSiim Jiï 4:8

Ox, Q O 1

«57» Tjdataj) -JU wnTj luw aj^ HjtH-n w

Hiincmyiut^ \\\\7)i,Liamp;r)wia;?i^^iKn-£Kn\'rj g,\\ «i^rutSirrn^iCTwirt^x irfxmi

O - 00. O \'

ri^(rr^f{X^Mn :itm rjnmiLm \\\\

ljafnsn(L\'h^ui\\ ijvnam^w : rj (uim Mrjw t rj w gQ m °n

»0 Q„ Cl/\'

(Hn nu nsn in)(Kji71 (ui hi un rm w

li:wrnryiK,ii*Q\\ //i/noTi^K^ oit^,o^^njiMjrrm,KTi

tic .imy tj S,: kti ïji m J?,\', en tnjj^ \\ rj i/n t rj hn f tm rj ini rquot; lt; rfn i?/i tn ,ru .amp; i/n ,rc) y ui g ^ gt;

xinKinvu^ajiuiasnji en un w g„ ^ ,« ? S Si ,.n w m ,-m Wi

-Oa- a a o -O o o. n r~\\ \'

«nrm1t7»,CT«i^»»c\\ tyru Ntiim mik»i r/ ijnS)f^rjujnr/jgrj

iru \'Kn 7/ xm q s\\

H^iiisnnji^xn \\ 11 Kn t^iQagiapftnttJi °i-n u» wui®)£3a^p

liwcn^^ Iiamp;nrn^ ±qom ktiru Ï,^u; jjnSi!.« 7Ü£1 wnvrnQun inKrj hi

0 O \' o o »

nsr) isr^M ajiiMqw : (ia iai nrriTj un ivn \\ (lchhti rj xn t rj wtj dj) nxi \\\\

H^dsri nAJjjdCi\\ USncm^ lt;ru im rfzji SjfiMHfVfyrurjtLm un y

(Ïjkk^ w % rj mrj ujrj un ?ih?i wnj) q cm iu^ on/jw a.

Ijiuirtryoj)^ nrjumi] JU ? un ij aa ; itnt rj xm un ^ »L) m 7) « ,q rj vm Ky aj, \\\\

HWMJiLyicis II rm oj) ru ui}% y amp; ü un ij] in mQtummj, vilt;nS,Sgt;r,.

(?) Ov Qv O a/\' Q„ (T) o

^ tTD t.majn (U^rh,! w /cn icj nniun un iti ix uj tujmi \\\\

a iLi^rj irrxeiai Sn r.i ^fpun rm rj ui rj -rii v, ■, .S, u„ vr. „ ui ut ui Si r, v\'n t ma

00 Ooo (?)o

(Lm ip ihrn/j m hr^ihJt rut) un cm ui h n ~jn ij un obn njn hi hn hji \\\\

II^un v^ ms IlSi vnfëxn q w,un rrn? ,9 tal .üanjj^ m u, „n ^,.7, ^^

tui Sn lt;rri nnjt ith \\ ^ rjm,e.,«i^j,9, cm S,^ wóunwafn nuw nam

OO a- O o CT cn 1 1 cn

ten miui hirirruiviunui t;; un ui UTJ .isn wrj wiin rj IUI trjiM „1 ? jji n^^jio^w

nmuy {Miyiuy*

ll ^miLvy ui» rfn «1 ^,) rm 1« J?,; m ? ,.y ru ut^ ui^.ixw.rjgt; ,-l,,rjici ?,m tfn n

\'amp;\' una* ui na P, uj^vygn-71 ^n\\

Ij t.i nn 1.1i n 7 n ;y ;,j H j j, M j j ^ j tin rj .un Ojii \\\\

H ii}t(isnnAJj.M\\ ij un am \\ rjun^ui i^ mm^/j unununrjrji k^tlj jS aom ,-t^ n

(ÏO)

Humnu,^ n\'SnrjiifuiSi °i vn tj tn rj^irj m irj™ ynui asnj/s 1.^ n,i un \'Sun tp

q/\'

(kjï li .ip (Hiiji un (rui inn xm i:in n onyw

aS

II if) .isn iLhi (ia ^

Ij Uquot; ui Tjj) TUI ui arm ui uj uj un un n n ^ ^ ui rj un \\ SritöiunrjrciSi uitn UI (Hl/lW

^ WttKil ^yiiU^(HJ(Lllt;Hj.

ocr page 245

ZAMENSPUAAK OVER VERSCHILLENDE ONDERWERPEN.

jliisi(ni^cKj](V^\\ cut ^2rjzsnqal)rjni 2rjaji gqrrw wamp;J)%\\ rrjojvi

im aojj rjnznifon^ tmcmTJUI nji orr^^(un iHTjj un vi nirni

So o Cy o o o Cy o cy G) o

i iHiirjtTniisn:(L/itiot ie/klo (E/tiU) (hn iKiMi~amp;iri(iJKnji\\ cKntnji

(P) o\'\' o X q„ o

ajncun (hjie/ifigs (isr^rjnirjiK^rjun ? rjtmqiKjj na rjasn ?^(ht/Jnn

qS

lia^asn aA^(La\\ fjajjrjtamp;itcm^ owe w

\\ (Cj, cm \\

o O \' o o

jjAK rjiimcm\\ u^q inn t rj ui run ttrr^ïa ^.rj dni^n itti trut cm nsn (Ln asr^n^w

O O o \' Q«

Ijza ^nsr^on (lvi \\ n un (liji \\ it;? cn f) d/n ^ m 2 ^ i/n i (Eixm q(cm thj) ^

ay^/rS^\'KTg.tQfl^^/n^w

ll^rfdjigcms IIamp; ciniynirii^trjfij} cm^ri^drj^g^rLvi camp; j^Tj iamp;tfCHi nsnaj)ji\\

o - » O o

rj .n^rj(nn trj wrjitin (picur^ wrj an t rj(mj :rn lt;hiji gt; x^ nr^ vn vj^cmaj) ^rj rjrv)gojjji^

Ó~ O o * Q„ Cgt; Q~

IjiA* ^nsr^an (UU \\ ^(hixm n^xen clxj) xm cut \\j^viji^cij)xr^nr^xjix:nriJ^cYr)JI\\ (yn (ui lynnr^riiun fn

o o oooa«Q O

ccm (U) x/n rj rjrv) tmji ii/n (ut asn ^ tu ^ wnerrn trui-/n ihti rjxm oji ihtji \\ Hji wn (ui ^a.rj pi

O o Qv C) . o o

tundn^Kn trwHns rjOAJi ttn nji ^(ru cni ui vm (isn cm tj nrfn t rj tx? \\ (in tin tun ,kt^ ^7

O O Qv o O O

rm ^ un ten ihj rj urn zji chtjj \\ EJ^iriJiri^azi ^ixnri(v^cr^ri^\\\\

II ik rj nh 2 cm.\\ n (un tui trui rj un trj k^\\\\

o O

Hzji lasi^on aA/i\\ ^(un (LXJicün

Q Q Q * * Q O

Ij jKrj ia 2(m.\\ jf tru cm isij rj rz/i tw -jn kji un kj^ n rjajitrj imrj (htj(hj thvi oti^rj (eji^ckji X:t

on dsn ckaji ^ iyï7?\'rgt; ,Q^lt;ru\'^iWTïf r^^\\\\ •

gnd insr^thiaaji * jj wrj quot;n frj lui un rcr^ rj (un » £}] 0 ^ ojlh \\ (in (Si rj un u^ rvj rj on tvj igig

o

mtjI^ lt;amp;iri umri (amp;i 9 rj un t rj (amp;i 2 m ar^rj un .un rj n tdji rj (tin tftJi (Lhitqrjiun itcn cki on/fw II i^rjda 2cm\\ nun on cmrjdJi rjiHjun (Ui rj cm (ko^ui (Cw tm chajj w ^tsr^cm hvi \\ a mi (isn ^n un ch^ tj (ktumi un rj urn n\\

^ (ibf gt;TW.N iirjiiniirizjiwin^iy xjntiKcui isr^rj rxjiasTjj ri und^i^n^^xnuuiri^Tizj)

o O cjv O » O o o

iZJ) \\ rj un t n un (ui un vj gj xn un cm _/ xbn n xm x/n an rj xm 2 ru) % xj) ;ix) ? ik? xm aj)

o O O - -

om -jn y om (io thn ttsn og^rj om \\ an ttm ogurj om tj (zi 9 tj 0^,2 tirn tirn oji quot;Ti tj xjt) tw ^rij) (üj \\ rj x^vi

o^dei 9onjj (ün^^^ruri tm \\\\

OO-OQ- 00 .0

II (us {Xsr^on (uui \\ n tj tui 2 (ui oji oji (inxn un rj vui 9 xji (in cm rj azi tui xp op om q xn rj cm t axi lt;rj azn tin

ccn oj» ^ w

O » (?)

IIcu: rj (ia 9 cm.\\ n rvi f rj xii 9 (Ui ^ un 7y uj kji am xy cm t (tui 7^ xm 2^ xn2\\ rj (lm rj ojx i

O Q O OO00

t) xa un hf^ xsnji xm xji 7^ xjn 2^ xa crr^ crr^ xAj^ un xjn rj u) 9 \\ om XjVi xsn xm un xa^ f^xsn xji q\\ rj x^n

o »00» □„ » •

xnxi uj x/n xji \\ ^ xji 9 ui xji xji xji ik ^i asnjj \\ un xji xsn xji q xn xjn rj cm t un 7^ xji 2 xui xn \\ unurf

OO0 OO o » Qv»

rj i^un un (injj\\ (L) riom 9 ^^.2 urj^cm un un cm n 7^ xjIji xjn xy cm i un rj xji 2 xj) xy xn 9 anjj xm nn

o » » * 00 CïCY

rj xfj^ xsn xji xj foi9 xm xj ui 9 tui x^ rj om 2 un xji om -jn 7^ xm xui cm i.n xji % xjn onjj ccnoyuncm

vg*

o cicy a- 00

Hius («SM on clxji \\ 11 un (wi un oij xy xm 2 rj xji \\ on ui xjn ocr^ un oen rj xjn 2^ fe^rj nji 2 xm -jn rj om Q OS QvO\'OOOO O OO

(eo ocn x^x^n xn yun (in n^Xbn^ux~jixf:LK,nf^ \\ oj 0,10 oqiuiojj \\ m xji xsr^njiosr^rj ^x^nrjun \\ un

cy o* y

cm0^1 (in om ~jn ik om ur^ -xi onji oj^ ^ -r^ x^xji x^w

225

(V) (ai

-15

ocr page 246

ZAMENSPRAAK OVER VERSCHILLENDE ON PER WERPEN.

IjdKrjtim cm \\ ijirvifiuh (uvi\\ rj HjU w? r^dJKtJ) t) ^rq ^ntctJ) tui cut (ui(VJ)(ZJ^\\ cKncuiAasn

r. q S * a a Q

(HD (èi^njri rrn \\ v^tuni\'yi xn (tnuns (vm (njirj ur^nq^12rju) (^isr^/EJini ^(LV) (LW \\ tKn\\aj\\gt;r^ciM\\

o Qv O 0

njn mi rjiun t\'ri isr^ aui nm un err) rj cij) rj K^iia nm ^

IIu fOsr^nn mvi \\ „tirj w rf tuttin nrn^quot;-n w

IjHd nsriMi tLxn \\ 11 £1 ^rcD rjx/nQ w ^ n%^ \\ w vn(i2i rji^ni vjiuu

» O civ CO a- o-

an ^m^rj\'qdJi 2 rj (in (kj}\\ xjn r^cm r^yn 7^ rm 2 ^ jj f n (ur^nm ^xjr^orr^^xjn xm oji

C) Q Q Q

c^^(cr^ccr^^(LfnIQ-KT^S n/r) i^Ji^dn ^^T?gj w

II(uzvjah 2cm\\ clvi(éw w(ijicisn (Lm rj (U) cDi am rriri\'H^ \\

(tiiuiQ MMn cmcmoMiKitrjiuns IHIS:quot;I^(LU M ^MK^n^ihm tai ur^iuiasn IUI rf

Cl a S a o ooOOo

^ o Jfei rJrjMi »11 ^ tm 1 ^ «7; (ji «1 ik -k miw

jjiji ^st^(to(iAJt\\ nun cuamp;irjurm*1^111511 \\\\

II m; (ff üi 1 rm\\

lltj ^t^M(Wi\\ iiriiLviwri,urtiri(Hjt\\ mn ui^aj^-r^tmanw

lliiRriiiniam.\\ ^^tj «n8^v ri w 71^1^10) rjiunin^.v, w njff

o nS S oa-

Kiri(mi uiifn (Ziriiuirj vr: (ui aai *Jt rjiaiKj t^i w

O o o

l^u :LU\\ ^ l/n t T) N ,177) J. n t.TJ tl gl f.J (iT| «li Uj HUI \'f.^ \\\\

quot; O Q„ » OO O

lltuzrjiLh2cm\\ nirtifajn(uutw :7^^/?7^ ^(cnamrv^ ktj ts^ \\ on^^^MnjncHnx/n wvn

Si n pi \\ un m rj gt;012 rj £1 * *

^ Q Q Ci / Q

IIM^asniHiaMs rj iw t rj op 2 \\ (ut^nri^ wrjm ^ ^ *wj}*

r~) o o 0 O

Huz ri cu) 9 cm\\ li™™lt;$jj^W(Hir^tri^(L^(amp;hViiQt\\ vjOMM ^inizamMrji^vjiuniniiic, asn

^7 tï 7^ to? n w xjnhh xn *! cmn \\ rj ihui ^ ^ 7^ f5» (ïQ foi rj thm N\\ :rf\'L\'vl$(^^\'^\'rl(uri2

irjiipt^ x/n\'hirii/n (Ui (la ~Ji quot;V) \'fj mtv 2 rjaj) \\ ^(KTJ^T^riyw^rtiM (isr J V OD

/ O O

«1 irui mi (Ut ÓJI \\ iru IVI *1 *JI ^AiKit IIJ^ n^ oi HTI w

^ o Q o

;y ia iiuncm raj \\ H un (lui vm tj) ik^ w

/ o O Q O

ri(Lntcm\\ iiM^rjvirfigwwasynionj #7^tjj dyn7.7^ HbiumKHn wtun tui ^.1 wrj

amp;!(un n w Mzc^\'YtnJi (uivforn ^mtrjinjiqrEjitsr^rrj^

ll»^{iunitn(Lvi\\ rjiiaji itn ^itxilti rf ikti grj vi rj(iz^riihj\\

Q

IIij am \\ nunoAJis ojtitm (Ui£^\\\\

\'226

ocr page 247

66 jjim(ctm^ictiu^!i5ino^(ct2 fi^ojitu^nmaruiïj^tctto^

Q ^

] (tn 2 lï] ml 2 (1st!] o lfkl (bi

mn

(kjd

\\ om \\

q q q q q^o q o q

ijinikïifmxiastnïj^tkïiitjiajinaiioïaii^ |j own «in san (ia ihi (kin _m« iim (kiaaniju 10lrai(aatjam2(kina[^(ai(i^anji^q(ia|(ïjm

0 (cti (ê: \\ (krin^xi2(isn!k^im nfj!a2 ^irj(ci2(t|^c^(in^(ki

c^v i d q q o o

w (o (iai| ^ (u^am2^irj^oi(iju(i^iot^(lnn(k^m «jnm m

I (Xl „ Q lt;Zgt; Q OQ

(kii (lmicmteii-ji (ü (ki|n (kininj|(lq(bi(mn^(k^(rj(lm2tn(ktni^(uifll(tn^

(i^ct(uuta^(lju«|(l^t(kw(lk01^0n(laj)(lj(ctl^(eji;l(^ \\ (kjojui (ki-jïi (ki \'o cx o q o o o qi

(nn(ijui(i5in(raajin(kiinrintn(is^(is^nrin~nn(kin(iaa(ici(eji (km| aci rai to^(un

a q. o cx ü o

01 hui (lj (ism iun^(a(kin^(ïj(^fki(cin(uinki(lnn(kin(iajt(ui eji»™ (m

jsm iuiij| (ki _a(u1(kji (kij| \\ (^ anji (tj^^a(|(kïi2 ((j()^2 \\ (kioioi^aaji tjn^a^

Kin m ^ ml-jl-1™ ^ (t^tajin (ijia[|(ui_aoi(tiith t^(ï^^(ejl (iai| (inji(k^«j^amp;(^(i^(kin(m(uin(t^rinn(ï|atn(ij(i^(ktii|\\ (kinnan

|(im^ (ctm(k^(uintn w^(i^(k^(ïj(aiïj(a n \'^am(i^iïj(km(ï|(lnn2

q i cjgt; q, q q

xi|(irinm(inj(ei(m\\ ej(i:tn(lnn(ki(uinii[j(kin2(i[|(^2oi(itjaiin\\ •„nioctdfj

cx, CX Q/ Q / CX. q c

anotnmaan-jinonajui^ (i^(kin(^(kinti^ttruinji^|(lrin(kin(iant(isint^(kin

coqqqq q q

(ïj in 2 arm (un(i3(liijt(kïi(wi(njt(t^(m(^(ik^iinji^ (^oaiionajuiljjsïi^ (eji(i6;t(isi(uui(kin(ian^n ^(isi)jm(i3(liu(a«^t(lm(ijiji(kin™ (^aana^

ocr page 248

228 legende over de rivier van dëmak.

a a/ q cl) \'

(Kïi(yi(Kin(ui(iS(CTjg/ar^(ijinj(KiiiM(i[j(isin3 «j^TTias^ 01 (uui\\ TD ra ami ®«

Q / ^ Qi Q/

lAJl OJll (K^ (ai (BlTTl (1^ (Kin (1^(Kin \\ (K^flan(MBl^(jK^lïj0 3 (KT|^ JK

cu, a/1 / q o t

aai(yi(Kin,amp;j(ei(u^\\ ïjOAJi®jc^2(ijooMonji^tJi(^jj(Lnn(K^\\ (^(K^nnji^

EJi(^j|(uii(K^(Mtwi(OTi\\ (ifui(i[j^3((jojiJinii[|igjj2(inri(uinjaJtS~(W(iJiJi(M ^ 1^1 \\ (Kmjaan mj

lïjJ^IEJl(mjj(LC1(EJl(KIl|\\| TH (l^ (IJU im;u nfjTl^^fölTn OIOOJI ïj^toi

na:

uui o ct o^w^^tojin in ((j(Kinj(ie:(Kin êiïa(ituin a^^nm onn «jnp ^ (Si ïjCT (i^(Kin ^ (mla^ m (Lm mt (Kin

Q o cgt; q Qc

iinji(Lnniui(Bi(ïj(Kin~rin3Tn(Kin^(ici(uing!^^(iJin(ai(Liui^ o ^

\\ o \\

9

l^inji^a^aii-nnênRaMin^^rasoN (is «s nm m (ki(St (oti\'

\' t^v 1-^as 1 q/* i Q

nmj^, (LmiW(Eflaru)^(Kin(nJi(™\'(Ki^jiioi(^(Ki-Jilt;(i^(iro\\()nj)(iK(Lnno(}oi

O CJv . Q \' ó:—- \' \' Q

w wasin aninoji (cio (t{i jin oovJi O(KI_A(HI (ici \\ dtiMina mo (Km TTI uu ^CJ I £gt; J \\ CQ J ( |

CX o Q Q

mn (Kiajin ïjtKin «j^(ai «jojin \\ (is^tïtj^(Kui(ifj(a2(ian(Lnn(Kin\\ (uihk^ (uin (ijioquot;(K]|] ^(imTnaSiBT anha \\ at] w nf] (K| m ot] (iri 3 CT(w\\(iffl \\ (m (ukm

nnna \\ (r|(ia(in(Ki(Lnan(in3(i5in(

a ^ cj I Id- I ^

(ui »jin (M (c^(nj rat| «j(iAJiïj(Ki^3Ti(uin(K^(i(|Xvn(ïjoiM(Sr(t^(tnj (Kii| um (uin «j o ^ «j du «j ^(Si «j (ici 3 to am (K^ (Si ssin mji o iamiSquot;

O CJv CLO Q o c

iin(Kin(M?(uin(iKaRa(Kin(ioi(CTi(Lrin(KitifTiTn(Bi nnnnx (ui(Ki-A(Eii(ici(Kin (mw

4- C^Q oaafla^ ^ ^

as^amaji(ïjü3asy\\m(ui(CT(PMra^(M^aSKTarinTiBranfinn (urn

0. Q \\lt;;tv Q ^ \' Q O i Cgt;^o-

(i^ cmwin flJi asin «j (Kin^j(CTi «sin (uu) (K)| tajiniuimniKinjnnaK^acKirin th ojin til tmjiö^a^(^^^ajui (^9^(Kij| ^jcm wT

Q CU O t Q ^ Q Q Q O

afin to «jin (ai nmn ^ t asm uui oj (ki -Jin oj asm ïj (Kin (ki (rui ^ n (in (Km ki

\\ 1, Q t Q Q ^

(K^|(ï|0 3(Lnn(i^ io(^(iru^aj| (Ki ~rin a^ cm (Kin \\ (uinK^«|02

ocr page 249

f

LEGENDE VAN ADJI-SAKA. 229

f. jJWquot;

g*a I i CLO ^ Q » Q

»» CT(KTn(M(^\\ajin(Lnu(i^aattTn(i^(uin(EJi nmn^ t «sm iiui ooi

Cgt; Q Q CXO ., OQ Q

(KHKi(ia(i9\\ «]oaji (KiKinajin (tn(utoiianttiotuin (Bi nnnn najinbi iian f^inu ) \\ ^ y Qj Q)

Q 0,0 Q c c o ,

ojin\\(Moiarti(ï^tuin eji nroa^^K^Mnirj^iuijatjoz^ lïjoatJi nnm

CL / / Q O 1 -

mi (i^i ^(kji ct oi (cm (ai \\ (Marrnoi^^miKin axt (ia (ai anji 1010112 (Ki-ifl.

OQO aQQQ Q /

on itii (Ki (Ki ^Kig; (M «e; ^ (uina5ino(in(uuiit)(m~m2 MI (Ki(Ki3(wi?(uin(Kin\\

^ J II ^ |co \\ S

OQ Q O Q O

ajin(EJi^(ia^(Kj(i3a»nn~m(Kïi(Kii|\\ t(Lm(i^im(Kin(uin(HJi(Kin_A\\ w

Q i Q Q 1 Q

(LO(LiiJij(ijin(K^(ionm«jo^(tjoi3(kt| m(uiJi(isinmii(i[j(Kin2^^ ; min

Q OQ Q /QQQ

(iKaiw(Kïi(nji(i^(0(ru)^(ian(itjTn(Lmaaii(CT| (UB(ann)^^ tinm^(L|^(inji

Q O O a Q CX

(in yoi aan an (uin(i^cm(Kïi(inji(iK(uin(i^(^tm(^£jj(L| (Ki-s» «sin^cuin

O- c / O Q CXO I quot;Q Q

(Bi nnnnNSKisinajiasirKLsasin^tuiiKEn nma\\ (Kinn(Lnn(i3,(isin?\\ (KinnnjKMïlHt

CJ J ^ , CJ dJI ^ J H

QV O / Q 1

(lAJi m (biaryi on «sin (Ki m(to 3(m (uin xi o (Ki nnm (Wi^ / tajKkJiaan ^ S I CJ J 1

QQQ Q . cgt;

Kin^\\ (K^ nn^ (^ ^(uui Kin (u ^n tuin (K^ \\ ((jdcmtj^asinwin (uinar^aajiKinCTi \\ (in(iAJi(i[](Ki3 mo (cti (kïi moia aai-nn ïiMin aSïcm

^a / I K I el I

anna (t^i t (ui (ici (ioi (um m in \\ cuin (Bi (Sibi (cti ^ t(ui(k/i(inji(K|(ui(Ki-jïi

Q Q . \' ^ erv J^d-J

(i^cmKïiN (i?in^,(Kn(Bi^jra((j(La3 3^(ik(K^(irLn\\ ajinmaintjajijiomgaan

O Ov c Q

(Bij^(um((joi2(CTi(Ki~Ji(is^\\ (uin^tuininajiatjajinaji^nr^ooji

Q / Q Q O Q Q Q CT^

ouunna^Mi-jïKKin^aaji-ix t(Kin(i3,(i5n^(uin(gjjann^(uin\\ (ian(i^ajin

Q o o o t o a

(is (m(Kin (kïi an (ai asm (Kin (Ki asm aaa. mna o \\ (ui(ifi(ui2(kiioi(i5iii(Ki(ui(Ki

■ /0,00^ oquot;- H /0 1 8. ^quot;quot;9

(uin «Jin (ixi »g,iKin ^ w (Kin as^ tti Kipk nnrin 1,31 \\cm nnnn i^n ajin

(K^(a(cin(p^(uin^(n(m^CT(CT^(i^Ki^(Lnrirai(a(CTi^\\ aan(ijTnun

/ Q Q Q Q ü O-

(oini^M nnrn(^o ^naaii(n^oi(ian(iri?\\ (nji (Lm (Ki (Kin (Kin ^ win (m

00 00a ^~ / a

^(oi ^ (Kin (Ki ^^(ct ^ aai Ti aij asin 2 (Ki| gt; m (ij(Kin2^Ti«^(KiJii.

Q o a. c Q

nnm(p\\(ianatjtd(M(bi_jm^ooio(kji_ifi.(Kin(KuindJiatjam^^a^ati ~fin (io^(M(altmaan(Bi (urn (Ki| ö(M^(i^(Ki^nnnn(yi(ioi (Lm «Jin (ê

ocr page 250

230 LEGENDE VAN ADJI-SA.KA.

(Tv CX. I Q t. AO

cmtmnoaj^(KTniJin(iKfüiKin!Ki~m(iri(wt.ïqo (ktj|\\ am.mm ^urn am^

a crfa cr^ a o a

(uin(Kij| (uin(isamKin(iojim mmraii| anjidKaxiLjiKi-raiatjiEJi^2(ct

a c Q /

th ^(un (uj (KT| \\ (Ma^W(Bi^ ^^CT(CTi| uin (is aimtKin EJi aan (ui itj (Lei 3

^(uuiSTa^^EJiffiS)^ (uïi (Ki ^ (M am aaji ^ (^ imm ™

i^^^(Ki^(Kïi(aam(iafi| (i^(Kïi(M(i^amaaji^(^

(Ki(kïi (a amn (ui n (nj)^(Kin(MO(Kin(ism(vmo(Ki J«.nmnI^5l^aIm,nma

cj 4 - J n

Q Ci^-O Q ^ / Q O

M^O(^(is^(^a-jM^(is (Ui(is^ _ (Lm(isam(Kin(M(iK(ui(i5in(^(uiJiHj,

(m(i3gt;(CTi^\\ (imo niTO^aaiii^Tnajin^Mjnan^ (Lmio^(isin3«j[wi9fl

(inm m (M (Bi ^ mi STos ^(im (B am (S (^, (Ki (i^ (Ki| ö

Q ^ Q O O Q

a9vn^(M(Kincu(K^afY|(E| MI-maan (EJi~Ji^(Eii(Kin (isin (Ki^ji^tKinx ((|(uiiif|^

arLJinnxi(Lnnan]i(i5Tn^w^as^(i^iam.nam:(l!i\\ ojin^otLnnoi iïj(i5in2(M

Q - \' o/ O Q QcO- ^

am (EJi m ^mn o iw|\\ eji ((|(uin 3m^iï|m(Kin asin (kiamti (inn (til nmij\\(M

O Q,. ^ 0lt;jgt; Q ^ □ t.

01 dj CT 3 ^(^(Ul/i (Kin (1^(01 ^TTI (l^(E]l(iai1^fï|(EJ12(KJl(Lnn(Kl(tJl(Uin(OTl(lAJ1

(Kin(ifj(io2M^iK^(M(^~jfKi^(is^O(i^^ t omn(êam.(Knaan^(uin ^

n . q Q Q / Q O Q Q Q

am^(iS(^(i^(Bi(wio(aJi(ïj^(im(Kin(™^!Ki|\\ jnn ia (isin^finn «s (uin (tj

/ Q Q Q Q Q / Q

((|(Kii(Ki-Jii«jg!^(i(j(cin(iJin(KinCTia-j(Ki-jTn(isaHa.(Kin \\ (KindACT^JKisino

mm^(kiim?\\(wi.fiiquot;intuinmiwl^ ((j(Kin2amfïjo(is^Ti|,oiofj

O Q Q Q O

KKiKia \'

(i^a

«1 (uint(i^(i^aanjj\\ ^(c^(a|CT^(uin2 (u^twi ntjaxi (Mi iï|Tn2 «|(lci (M \\

Q Q Ci^ / O- / O

asmiïj®™ KjKj^ttJin^ ^(^(isamtKincuiastuii^^^oiM^m (i^ (Ki|^ (kii(yt(Kin«joi(ifjoi\\ (KinfMMCT^amxitwiia omn\\ M^m(i-jfifj(Kiiï|

rgt;x Qt O / Q

(ï|Tn (i5in(iaji(KJi|\\ a gj w^2 (KJI -^^Jj Q-WKin -JÏI M (U| a^»^(Kij| M ^AHI (L^ ^(mn^^iïjw ii!|m(Kin (ïjoi ofjorn WMOJUI^\'I (i[|(uun^i(jon(i[|(oiTn(K)i(ia ojuNtKinMtM^Ki-mn^M^o^ iiffl^a^^wtKiniruiK^ija^TiB^

(^(iri(m(i^(KinM(ï|CT^(i^(Ki|N (um (ê aimaai nnjt ^um eji mji mm

o

ocr page 251

LÉGENDE VAN ADJI-SAKii 231

fev Q O Qgt; Q Q Q ■• Q Q O Qc

(is(uinoiwi(Ki(Ki(isin(mn(D,(isïi?\\ aji(MarLn?(iSï^(Bi\\ dciiUKKinnnTncuiii

-UCJ Q ^ ^ ^ ^ / Q Q a

ST nmn(Lm{™0(U(S(W«|0(Kin(Kinatj(ai^ ;(Lm [^xiaj8fl(i3gt; ICTI^

c§P c Q ^ lt;3gt; oc?»- oo a

naji(B;as|m(Efl2 ann^ cLnntiscmiKTnfiaita^ti^EJi^Tnft^iïjoaafl^nrinTn

ex o . o q J

(uinEJl nrim\\(kii(KïiaaJi(K^(Ut(iKnm(Bi^inn(i^iKij|S5y

Q ^ C?- O O

ojïi a^nwminan (iK ntjiLfin ü(i5Ti| ij oju M (Lai «xi (£Ji arui ~nn (Kin „atti

Q Q Q o Q r

aKON(ui «jttaaaa-Atisïi iisTng!^(a^a-|(Ki~nn(Kin_ATn ö_£.Tn(CTi|\\ (M «JI

Q O Q Q / O

ajin(aiJi^(un2(M Jii[jari2CT(^(Kii| lïjiuinnïj^w^w^iirijtiifjoa^

Q^QOCTVQ Q t O

mi ^ (ui m (Kin cvim\\w o in EJi (im (ui (hh (Kin aai (Ki o Ki o (M cmtJi (ici ^

s CJ J r^a aJ^ ^

Q lt;3^ Q Q Q

(uin (ik cm.(Kinaan «k (um ^^jan ui (ui (Kin o (M^(u| ntj ki 2 tti \\(Kin

O Q O Q Qv c

(iJio?(uin(Ki_nn(Ki(Kin(iai~rin(Kin(Ki-Jin(B|TIriafin(ui(inci2(isin~nn(Kin(Kin

\\ ^ jJm I

Q Ggt; lt;3gt; O OQ

(Kio(Hicinn(ui(ismo(Ki-asjiaxi \\ (uin(iK(isinq(K)2Tn(uin(£Ji(Uk(Kin ann o x^asL. J CCi Ijquot; GJ

a, / a a □ e^a

aji)i(wiiinji(K»j(E|^ i(Lnn(^Tna^(Ki^(i!jW2Tnt(uinafïi^(KJi wMin^

Cjv ^ O Q Q. / Q

aan «k bi (Kin (ctiij| \\ afj 012 asm okhwi in aij uui 2 (wi^eii -j^(uin(Bi(innN(kJi(EJi~j|

C5gt; Q. Q CTV c Q Q O Q

(Ki(i5in(Lnn(ui(ia(Kin (iiimt(Kin(uiafTi?(Kinanji?(ui(Ki jigt;(eji(ici\\ 3Ji (tJi aim an nnn

CJ s CJ i ^ _ 60 r quot;l\'

Q Cgt; O Q O

^(^iincim(Kin^(Kin(i^\\^(Ki^^MoaJiKi^afli t(wi(cin(cin~nn(uia[|

c q o

an (ixi an (Ki aan 01 ^ i(üi(j^a^^(^(Ki^a[jafi2Tn(üi(i5inTn(Kïj(inj

Q Q cr^ QOQO QQO

(^aanaan^ taan(iKa^(ifj(Ki2xio(K!i^Kiaan^\\(i5in(Kin(K^(Lnn(Kin(iJin

Q v Q t

(Ki (Kin (Km ~nn (ïj (Kin (um (ej nroasin ^atj 02(15^ (Kin ar^ ia (if|^a^(}^(K^ (Kin

t Q O

(ïjraiaas^nn^^ io^lt;m^(»^(Ki_j(Ki_A^(io\\(iJin(K^(ï|(Lr]n2Tn(uin

Q

(i|(iJi^a!|(Kin 2 (ik a[ij(iai|\\ (Mon(i^(Kin a[j(M^anj|i^iK^\\ (m (ui (M (ui (uin q. cgt; Q

(KH«jin(K^|(uiii(i^®j(i^2xi(Kin(ian(ian(Ki~nn(Cj(ia^(i2ia[j(Kin\\ afjiiui

a a o a a

iKiMan^^a^a^Miïjo^ i^iïjm^aTnoaoim^Mjaan^ajinïK^irHi

Q o cx Q OQ

(iju(ioo(Kin(KJi~nn(inj(^(KijN (Lnn(iK(isïiii(j^2Tn(uin(EJiM^(Kin ann o ajiïj

ocr page 252

232 LEESBOEK

Q lt; O

Q t i Qi Cl CL

ascmmi(M(Kin(M(Ki)iajii(ui(oari(Ki(ui(Kiii \\ T.i(EJi(in(uin3(M~nn(Kin(n(ui

Q I O

i^ari2CT«jiKin3{^nnj(uin(K^^ j iajinoiKtitM^Mi^oaruitaj^rai yi

o a cv

(Ki| ui eh (ïj(Kin2(K]i(ui^(i^(m(Kin(kJi(iri(isïi-Jin(iz)(ïjKi^2

cïgt; a . a

(M Jlfl dj K^2^J^(l5in ïjïTl (Ul^ (IS^ (J-Jl Jk^(LJ (K1IJ| \\ (M (UI (M £J1 (KI-fïl O

Q O ! Q

(i[jaj2 «sin (ism \\ (Lfii (i^ cmsai iï| 012 aan (Ki _^.iïj (Kin sortn ^^inn (W|

Q Q Cgt; Q., \\ QV Q

mn (^^(nji^ (^[joon (cin(Kin mi ^ oi naa ooji eji-ji ^inn ïj ju 2

o a. / a Q 1 Q o

«sin (ïjw^2ooi (ui ~nn(EJia[n\\ (M(Bi^ ^(Ejann(U(ïjnfin (^^(1^ (ki^j| (ki_a

Q a • a a . a o

g^(iq\\ (ui(Ki(Kmo^(i^ wn(Kin(iaji^(M(amp;n~j(Ki_A(Bi(ui^(im^(ui(iK^(i_nn

~ a.

(KTj| N T!|(EJ1 (l[j(Uin2(M~m(Kin^(l

CTI(KI| (Kin(iaji(uin^(i^M(ianaj|(ifj^2Tn\\ «j(ia«j^(KJi(ai(Kin(ui(wi«ai

a a a a (Ki^(Kin(ian^raianjt^(Lm(i^(Ki|\\ (ia^(ifl(^(Kri^(^(KJi| ijiAJi (KI

/Qc/ QQIQ

01 \\ (CTiiiuiajinKinaai (ixiiq^c^Kin (tj^((|(Ln(i 2 (ïjaan ^

(k^imarm ijo(un(Kin_dnnaso(tmatiaaaifltmgt; (ici(isin(Moanji\\(ui

cgt;o

ui as ajui om \\ (Eu nm 01 ip azi ^ (i5inann(i[j(KJi_4gt;tajin(Ki(i(j(Kin2(ïj(Kin2^

Q» Q o

(Ki|\\ajin(ij(Kin2®j^2aJi(U]iaji(i^\\ (uiuio^ïj^x oKinoJi-AKj^aji

a

M (10 (UI 01 0 ^ 0^0^

v (unn \\

Q / Q OQc.Q OQ

jj(i^^(KinajinL®^,\'tj\'iJW2(KJi_^.(KinK^aJuaji(K^ tinnaafi-nn^EJiari^^iai

O Q c / Q O V Q

(irïij|\\ 1 «iaj2Ki^^aAJias^«j(umjW\\ ïjiaïj^raas^ojw^^ojj^

OQ o Q / a

wi^doi amjj o asm (ui (Ja ~j(Ki~Ji^^aji(is^(ui(KJ)(ism(uij(KiJiTn(ian Q. a QV Q O Q O / Q

(kiiin maji2m(Kt(Kiam(Kmi)(um,(KJii(ui(isin(L!i(wi ^0 nna ~nn ei (Kin o (ki

J I l^d I 13 J J ^

/ . c O

(K^asm (i^(i^(ian(i^rat«joi2 asinflH^(^i ^

Q q a o

|^^(Kmari(i!|^(um(i[j^affl(M(ïjxia^a^^(Ki| «|013asmasm

ocr page 253

VERHAAL VAN GOES DJËDIG. 233

Q . Q

(ifj(Ui2(u^(i[jTniiriii|^iisTn(iJU)(Kin(i^i^

OO » Q O O QQ./Qgt; O

(ei Kin (isin ail li \\ (tit iki o (Ki (wi iKi iKi mi aan iuui (Ki (uu lis (in «in (kj) (tJi ~ji mi cJl (J J O CJ

O . Q C?V Q „ Q

loa (Ln?\\(isin(EJi(a(uiiK)(ui(Kinii\\ (Kiajutwasincinnudnuin.w-v (inoi2(Kin-.nn y\\ eg Jcx] J[ I CJ I © I

0s Q O Q Q

\\ (i[j(iq(ï|^(£fl^0 0(isin(i5in(iJiJi(ïj(Ki0| (i^o»n(i[jTfiaJii(iaji(i5rii|

Cgt; . Q Q

asin (^ü (i^ wi| n (Kj(iJiJiiïj(Ki~m|M\\(Kinajiii(iJij^ ajj^tLn ïjcici (tj^

. . a o o ü „ q

(ai th (Kin ooi ^ w^iki^i iïj (irm 2 (isin mi o oi M ^ (Kjacintjj^EiKM^JJj Mi^

o o o 0,0/

Tj Ml^SOl Kmj_(Kl| (tj (Ol 2 (CT1 (K1 _j|,(Kj (^(1^(11(0(1-00(1^^(13(101(11^13301(111

Q O ■ O

(it]oi2(ïi((A]i2(Lnnï(Kin(ui amn(Kinajin(Bi(^HIIN (inji(is(i5in!a(in(Ki(EJi(in(Ki[)(isin

II JU ^9 4 \\df IS

a q o ^ a a a

(K)i^ilj| (i^| (ei o (mn \\ arui (ik as^ (^ iK^(ian| \\ a^oin i^(iJ| Kn:i^ \\

O / Q

(uin (ïj ^iirui «in -Jin (Kin (Ki ~iin nmn ui -nn (ïjM 2 m aj| tKij| ^

Q Q

quot; (Kin(Kïj(in_n nnfj Ej (Ki| \\ (tjici (rj^Kin i^ (inji (i^(^ (u^tKinii^i ^

O *, t Q O Q

(i^(im (isinoJU (Kin w (Hl ®|(Kin 101 M^i.tE|(L[ij«^(isiri(JJiii «jam dfja^ as 101 fim| \\

Q \' Q . c Q Cïgt; CV

(KJl (EJ1_II (K1 (ï) (UI 2 (kil (LM (EJ1 (KI ^ (ï) (IC1 df] (KI (CTi (LiLT (Kin (k/l (HJ1 (UI (CTl O (Uï) (UI

I ^ lid\' J

q cv o oa. qc^/ q ev . , a

(ïinn ui nmn \\ an 0 2 «1 mi oju (ism iki \\ 301 iti (inn ^(kji a-n \\ asm (mn (ui o ojui

CX Q O Q ^ O O Q

(Ki alt;i ^in nnn ^atj o 2^ a!| «xi afj a^osin hui tM (Bi k^o^oji^uin ijj M) (uij t

^ Q * QOQ QOQQ

(Kin(M(BiM(isinM(i(j(im^^a^^(ioicimij| (rj(ui2 3oui.(£ii(i-iiaJi(uin(ici ^^kJl

00 a lt;3gt; q q c

ami (ui (Kin (U| atj Oiin iKi -Ji (Kin as an (Ki|\\(M(irjTji^(tj(Ki(isin(uui(Kin(^i

^~q a o/ao/a\'- o.cgt; aao q

(iji^NUMinasan^ajjg mm o aimN a!jo2^a^Mi(ioi(uïi(Lci(Kin(}jaf¥i^

O c cgt; o Q Q Q

(uin(Kiii(ino2(Ki(Hi(Ki(ui(uiiaTn(KJi-A(Kiii\\ an(uui (Ki~ji mi as: «sin (uui (kii cj[ I aa, 4 1 JJ J

Q Q OO. a Q

(ïjam i^iuj a^(ui^(Kinoi}oi-A(KTj|(Maria w (Bi g (l^ (Kin o 301

Q . Q. Q O

njj (Ki| \\. (ïjuui w^uui a.j 012 (isii a^afj asm ann m ^ im ^ (kïii| (um am ^ (ki 101

Q Q O Q Q C

(uin (ici t (is^ (Ej «mi j».afifi (ici mn tui ^uin x o asm ojui «joi 2 atj

\' o o . Q

afj asm 2 (wiam(ia(Bi^(uin(ifjam^(i^ «|^2ii[j(isin2^(m(Ki|\\ (ljo^ojio

q a . . a a. a a o q a

aan ^ asm (uui (ka (Kin asm -Aon in w aai (CTijj (urn nn ^ antj mn (hi (ui (Uïi (ia i (kil

15*

ocr page 254

234 t.EESEOEK.

O Q. Q..QCgt;QQ O

onnoxi(wim(Mj|\\ uniisdiuui(KmimitJiikiiui(um«xio(uij\\ ntj013«sin

q a a

(KI O (K¥l (KJ) (Kill (KI (KI -ATI (CTldJldniBU (KltlI[l(U12(iril(lSinO(K|(£Jl(l5inil\\(EJl

O Ja 6. 1 ig I j Jl

O O O Q

(inn (eji (Kin asm (Ki| tK^ iinji (i^ (ei (Li (ui ^ m g^(KTij| \\ (m inji (M si ok^

cgt;Q o Q Q

(uin (isin (Ki (ik 01 mm th (uin nm mjiti (Ki (Kin (Kin ~/in (Kin w mm asin bi ^1 (Ki (ui

^ O cJj

Qt, ». O Q

(Ki ~nri (Kin o (uiJi ^am tti ïj (Kin 2 ^ njj ^(Kin (K^druiaanaKo^^^/i^

Q 1 OQ Qv cgt; , OO

(L^cinn(ui(ïjmn^T^^m^MMnmijN om^asin(^K^aanï(fcJi(Kin(isin(Ki|t OQ O Qi Q Qgt;OQ

aim (wi 101 am ii (isïi (Kin Kin (uiii m (Kin fin w (ici (uin (isin w (u (Kin (um am \\ (Lm mi _Jlt;Si cj\\ JJ I JJür\\ (J

o Qv a Q

(Kin^nn-nrinfjMinajiniifjo^o Tj ^oiiiii!|(Kin2 (tjo\\ (ïjuui (Kt jii oji (um (Kin

qv lt;3gt; a OQ o

ajid (Kin cut (uui ^arui in o as^ (Km| \\ (Lnin \'K^ ajin mi (Kin (Kin ~/in (tj (Kin ajin rai nj

O Q Q Q OQ

Q Q O c Q

(uin(iAJi(Kin(i^ (imuKinajin^K^j (KjÏJI2(KJI(tjon2atjui2(um^(LjgKin

O Q. / . Q

■K^noaxi iïj(uin2(3^| (ïj(Kin2 M(uin (Bii^^K^nnjixajin ^ (tjojin 2^9j|iinji^(^

O- Q Qt t

(ljmi^m nm (ui^ \\ (H(im^(Kin(ia(ifj(i(n2(K^(iK(ao(^(in^(Ki|\\ (tj (m ij (k^sji

. Q OQ. Q . . QOQQ Q. Q. Q

ol^^^ul(}OlM^^(lSlrl(lAJl(Kln(^J|(EJl(KlM(L^n^IXl^ (Lni)Tm^ooj(iru^^(U| (g,

c O O 1 O Q. i Q O

(ö|(ai(Kin «sin (Ktj|\\ (K|(ui (tjkjw(ici(C|(k^irui «jo2-fin(o(m\\ mi iin

Q Q ^ CU. ^ Q OO \' Q Q O /

(iaa(CTl(ULIl(Uia(Kin(KJl(EJl([All(CTl(Kl(t01(Lrai(Ul\\ (Kin(I(Xll(ü(l1(K12W[lEJlliri(Kin

3 K u

Q Q. QQu Q O O Q

nm (Kin a^i ^imi nsin «sin (uui n «s^o waarin on (CT^(i^(Ki^(M(i^(M(iru^

O O O Q c . Qc IC\\I

nj Kin (Kin ^ (Kin ^iisin (i^ (imj| (ian(K^((j(ui (K^win (ijn^ t o mm o

Q .O Q O/ Q O

nnnn^ (i^(^(U(Kin(ui(i[j(ui2^(i5in^(ïj(uin(i5in(iAJinfin(^ar^(iJuiN 1*102^(1^

O c OO Q O Q •

(uiuui^ an (ui 2 (Ki (Ki (um (Bi (Kin imn tl ui 2 (ui n aruKwiyinnn mm (kji n oi 01 ( nsuiHi^ ai^U J l J( \\ CJ cJl J J

OO Q / Q . Q O

(K^^MO^i^JsinoiJuil^^ ^((^(uarjwofj^asinwo^nflfkii

QO / Q QOQOQ Q-O Q

o (ui (isin o (uin t

/ Q Qlt;^alt;^Q Q. O Q

t^g(Ln^^(Ki-j^K^(uiM^(K)i^(i5inon^(Kii(Kin (uii «jfi/n (^

C O

^^M(uin(^(M(ai^M^(EJi^ji^(i[j(ui2 (i[|(ui2(tai|\\ w (J^ (ion (Kin| aan

OO OQ Q. Q Q i Q c OQ

(ie; onn eh? \\ nm (kji (ui am ~nn nm ? (Ki eji a ^ iioji (UKKinaaiKkJi (Ui m oji a\\\\ jg* \\ ai \\ ^ J J

ocr page 255

VERHAAL VAN GOES DJEDIG. 235

Q Q O- (TV CTv Q

asm (uui (Kin (KJi (En om 95111 ^ ™i| (Lm o1 (tj (cti 2 (Wj (^^ ^ oo/t

O . Q/ O i O- O

o 11x11 Nirjanjiwifflfnjicuituin afifin\\ fl^itiianji-K^ixao^^iKintisiniKiii»

q c ^ o cïgt; a Q

107 (tjinnx (iq(ui (tj(^irj0 2(Kin (uiM(isin(Kin(uii (tj nnn 2 ntj ^ as «Ji nnn -nn (K)i|.

o i o ^

ojixoKCinn tn c^cKin iE|(i^iisin(KïiK^ a!j(iai iïj(i^(EJi (uijajiniK^ anajin 2 in 011

ictwï|M(Siafïi(ia(Si(uin(CTi(rj(i^jjuin(un^taan^

(ijui\\(tj02(uin(CT(u^7jM(E|^aj^(un(uiKinCT(ï|^q,^(i[j(in(K|^(ïj(iJi(ïjiCi

o Q o 00/

(ïj (Kin^(K^ (u| (ici in on (ism (ï| 1^ t (tjanji^M^dtjcLnn 211011^^ arm ^(ïjin (ïj

o- o C- ™-,

(ïj tn 2 (ui ajn (Ki ïj (ui (i«i (Hi arui (Kin itj a^ajn o ra |j (kh «| td ^ (ki ojit (ij ann

O Q ~ CTquot;-

(Kiarui(in(iJi2(Ki,(Ki(Kin(ri(in(Ki2(wi(q\\ a,ti(in(ui2(kJi-Atii~ji(kijibi(Ui,(Uj

m üsito 1 |KU I J J ^^3

~ — -—- — ^ (Tv ^

\\(UYj \\ (lOJi (

. ^ ^ ^ u

a5in(Ki(Ki(Kin(isinnai(M(uiann(Kin(isiii(Kin taT|(kJii)(iJi(inTii?(in(Kiajinwn(Ui(M

^CJ^CJ ü Jl J 4 I \\ I J $

Q . Q OQ o o Q

ofj o \\ajiii (K^ tEJj aan ^ to^(i^^^WM(im(Kinasin(Ki|t(uiiiaAn(Kin a o

nnrin t(Kin(uiii(EJi(Kiii(in(EJi2[kii(ti(ai2(in(iJi2ajinN^

CJ q}cJl I I I

O Q O

arui as anj aan (tn (kn axi arj ir| (i^!K^anji o af ui (tn ~n ^ arj o 2

Cgt;0/ Q O Q Q Q O Q Q / Q O

aftaiianriN (in(Kin(ciasiii(Ki(isin(uui(Kinw(tn(Ki(ioiajin(ici \\ (inlasin(m~noji(Ki

asu(j I asuasu ^ J-W

q a / Q o 0000 o O

iï| finn (tj a^M (tn tun an (tj as t ojit ^ajin (wi ^(um an (tn ^(tn ^(Kin ^jquot;5111

O Q O ^

mij w^n tig ajii| \\(uin arm (ij asm 2 (^(t| as (K^aan ^ atjia (ïja^tviij (E| as oceaan

o (trn (tn aai asm (Ki| t (ïjajin t(tn(tj(Kin2^a^2aso(^(Kj,(Manji()-jTj(irjaji-Ji

a a . a o o o- . a o a o

uinasinaq(tj02(uin(K^ \\ (Kmaju)a5in(uianajTii(i!jaju(tn a^jj oji as o firm ji.

a a. o •. 1 Q-

(ïj (tn 2 (ïj wp ajin !K^ i (ïj aui w^axi oq nnn 2 ajin ü^afjom 2 (K^arm tti (ïj^aj^ajin

o Q c ^ c ^ Q

(KiannTix (knajinarmajian g,(ïj tn (ïj o 2 ajn atj Kin ^ (tnaimofj ^,(ïj ajui m

®j(^^^(im (uij^nmasin(Ki^ma^tCT^aai \\ oji(uiM^En^aii\\

a ó/ \' o o-

(KÂ¥

CT (Kin ^«) tuin (CT) (CTi (uut kïi (m itn kT M u-S lt;S o iuii] n rui iè; mh] (ioji oji eji Ci^ OQ o o

(in ajm 2 tti oji asm (tn af] arui 2 (Kin ~m (ï) ann ^ an am (Ki aq aai 2 an an 2 i asm anasm

(i[j(inji2(Kin~m(ïjaQn^ atjam mi afjaaia (ïj(^2t asm (ïjfl iïj ig_\\alt;in an oji j an o 2 a^ aw aai ajin (ïjann ^ (uin «joi 2 (cti| arj am ao

ocr page 256

LEESBOEK.

(Kin 2 j^aji ntj m fia| o (uin ïj nm^ t «j (uu (m ~Jin Min 2 (t^iKin

ajiiïjaj-jiiïjaoiafjo^

a cr^ a / a . qv o o

i] sji (Ki (kïi fKïi tinji inji (i^ dii firn ftn ftókwi (ui iki uk 01 nnnn td \\ (Ki wi (ki (ain 108

11 Ja J J aJ^ ^ J^o 4gt;

00 O

(Kïii| wj aan \'t/i mi icti W| t inj ncj :i^| \\ (M (eji wj (um ia ici ri\'a

Cgt;Q O Q a quot; QV

(uin ïsin (KJt -iin d-fi (i-nn (Kin Jiiia-nn (ilt;i rnrn (ism (^ ^ (m aj] (Ki (uu ? (W kti \'£Ji kit nm

J J ^ O Qlt;^ d Jö \\ • d-CJ J

O Q Cïgt; ^ Q c Q O

WHLT1 niT)| \\KYj (K| (Kljj (£JI nm ^(Ul (Klj| (tfl £Jj iKïl QJj (mi; (Kin (UIH

^ Q ^

(ïJl 3 (KJ1 (tj Ol 2 (ïj (tJI 2 (UIH ^ ï IXJ^ (^iKTII (K)l (UI (K^ ilTUl (KJI (EJ1 ~Jj (KI

O Q ^ / Qc G\'

(i^(K^(i[j(oi2im w^^oMn^(Kiii(iK (i!jaai2fKi \\ (k^ rut ajin ïyi ^arui

lt;3^ Q / Q OC7V /

(IK (til tut ^ (UUl \\ 01 (UI (K]J^|n ^K^ (ITU) \\ cm(.(W! N

\' Q . Q

«j (ici (tj (i^(Kin(KJi «um (uui ^ïjtuin «j ^(tjarui ^uejj ïjaji (cm ^ t (k^nrut .izi

Q Q », CTV O O O Q

ann^(KJ)CTanji O (1^(lq nk^as (isininii (tj ann (ïjM^nK M .irrii ajin (Kimn

Q c?v o o

1 (tjMinE^ nmi (i^ (ei ^ (rj (i^Min o (uu yirn quot;in ^(wi «j (Kin 2 ^ ^ ^

O Q o Ci^ Q O

(ui(mn(^(Kij|i(uin(iJi(ui-ji®Jiii!j(Kin2(rjii^2 \\ (uii(K^(ïj(EJiiinj\\oj}^(ui(K(|((j

Q O . OQ

(ïj ui ü a^ojin oji a^Tij^oin «jori 2 o ^®j(uin «k Mnmjj^ trajwui (ejic

QO f Q QVCJV o Q

(imi(Wi(Ki(ïi(Ki(ai(ui(Kiniitö-At (ïi(irin2affl?(ïi(ici2(M(Ki(uiniïi(irin(ïi(Ki(tK(iji aru, (tsu Jl I mn\\ 1 ast \\ \\^j

Q.CJv Q Q O QQ QOaCgt;

(ïj(m((j(t^(isin(UU)(Kin(M(£Jl(o(K^(Ki((A]i(Uïi(ici\\

t(oi (ui (KinSTmii 16_A^(ïjajiii (ij^(uiii(K^(tjaaji (ïj^Ki 2 (ïj^2 tuin kj m irj o n

/ _ gt; a a 1 q

^(UKKiKini^ i(K^(iani£jiiw|(inji\\

O Ggt;

i 01 (ui (Kin (Ki (Ki 11 i (in (un t (tJi on (Kin (ïi (ki sn (uin

^4 ( ( I er I

a a c a /

(i^ (un (Kin \\ (ïj(K^(i^^uin(rj^^(K^oTn(Kin^\\ (kJiiïjarmafj^dKdj\'ït\'ij

Q OQ Q

(ïj T^OJI (iKM(inn~fi:i(K^(i5in(isin(ïj a^inn «j (^?^(Kin (ïjTi2(ïj(iJi2(Lniiafj(Kin^

o ia aaoo cQcgt;

iKii]iinji(wi^(i^|t(ioi(MTi (U(Ki^(im^(EJi(Kin(i5in(Ki| \\ (EJi(M(K|(uiiKi(Joi

J

o ev o

(in(Ki(KIii (inoi2(isin(Ki(M^ ionaJiKinaridaii;

^4 I cci . / «suOl J J}

q .al O 0/

(uidfjuui^ ^iïui(o^(i^\\(i^(ïjTin(ïj^(ïj(an2a5in(ïj(Ki(iri ^

dJ(gt;

Q Q O

236

(EJlKin (tic

q)4 I

^(kJi N m

(lt;l I

iKimin (ïiMins

(ïj (uut ajin (ki (is aainn «j (^(Kin o (

oa a

(KinacKïjundj^cuïKKiaJi^

(ö) an] ^ (ici (ai (k.\'i (Kin

■( i.

1

01 (Ui

ocr page 257

VERHAAL VAN GOES DJËDIG. 237

O r O/ ^ Q-

(Kin (Ki (Kin i B-JK? t (ï)ain (Kin ii mm 2 xi m ioi (a tti \\(in o 2 asm o «10 (Ki (urn

^4 \' \\ ( 4 1 I I J ^ CJ

O Q Q o/ Q

(i(|(imiKin^(Kin(i-n(inriTn(ï|(ian2 a^nn^ (icioi(m^iK|(uiicin ntj sai 2 «in

o a q o

100 (i^ 101 ottj| (in(K^(tjajiri2Ti(ï|(ui(at ntjann2«jin2^ (Lnii(K^(Kiniitj(EJi2(Kiri

00 \' o a a \'

(in^mtn (Kii| \\ (UïiK^^(i5int(i[j(Ki(Kinafïiiirj(Ui(iajt!K^\\ (Lm(K^(U!n(K^iïj(Lm2

O/ Q„ Q / quot; Q

th (Ej o .in ^ m (ïj ra (Kj «r^aT| Tj (uin (k^ \\ (tj n (ij ï^frj en iru tum

(K^(uin(KianJi(K^«j(^«jIJliï|o«jM«jOn (LfijKKiarjüaan^anji(ï|^(tjia

q o a o a

nnji t iitj an (in (Ki| (ui^ asn o (iri eji (iJij| \\ wj (ism o eji (tj (i^^ m (ut (n (Ki -th

(UU CLW (KI (Kïl (W (M ^ (Kïll| \\ (EJ (m (ïj (E|(UB (Uin (KI (ïjÖ2

Q Q O/

(ïj (uin 2 td (un (ui m ei nrj (ion 2 ^ t (Lnj asin o oi^irj ann 2 \\ ajin eji inn (M

O . Q OQ

(KYio(Kin«j(w^f^^(t|(i^ \\ (LJi(ifirio(M(Kin(ïj(a(ian((j(g,^ (ËJM(I^(UI

Q Q Q □/ Q Q/ Qv Q. Q

nm^ri(Kin(inji(K^(rj(^(Ki(Kin(Kin~flïKin(ui(i«i\\ (tjKinzpxKkn^dJindsin

O Q O Cl

(ifj(iq(ïj^(in(^(im2(uïi(ij;n2(0)^(iJii(Kin(i^M(W(ifln(W(i5ï^ (CTI (ibin((Kin(EJi

Qt OOO,

«^(tjoji 2 (um ïj «n ^ i[K^aan (uin (^mn (M _dj.;Kin (Ki|t(uiii ïjoiTfi (rj(K|(i(j(a2 a 1 .00

o^ajin (rj^(ij^(ij(KT| \\\\ t(oi(ui{KTn~Tnnm(^^(LmTffl(Kij|t (ïjaJinttJi «jmi

Q C5gt; . 0/ .

(itj^(i!j(Lnn2(Kj(inji^(i[|(Lnniifj(un2o^(Lnn(EJiajinquot;^. (mn «jui jsiju ojih ann (Ej0 2 dtj

a a a o 0/ a

(ïj (un 2 in (in 01 (kii (!^\\ irj ojli (Ki ot [wi Kp [in(K^(ïj(uin2Tnïj(U)(iziN (i_nn(K^

f Q Q Q OQV c O»

oji w dfjiCTi^t ö_dkin (ïjïffli 2 o^(uin \\(iq(ia(uii(Kïj(iK (i^(rj!a atjo 2 (Ki nnn (irui^

/ . Q.O \'O c O /

asm (mn (tn \\ ihi (Kin (ïj j^ajin (ki aum w nnn ti \\ (kj)(EJiwii[j iwi (ifc| ia m

/ Q Q Q O i Qt Q

(Kj TH 3 (UI TT] (^LH (UUI (UU1 \\ OJin (K^ TH (Kin J),-Ï|(U1 (^^^ IC] I.C1 Ij1,^

a r o o . a o a

o\\ (3_d».t iïjdci (ifj(i^((j(Kin 2 (ïj Min ~(in 2 (i[j(Kin ^(£Ji (tj «3 2 fïj(Kin (ui OJ|(KJI 101

c a o / a a- .

(TiTi|^ t(K^(iru(LnJt (öi(k|a^(}Ji^(Ki|: Ö^OJI^EJ) jiuukk^M^N (isinuui

aa \'\' aciaoQo ^gt;/ Q a.

(lfl(Kin(KI(Ul(ï](Kin(a(lC1(Kin(Kl(Kl(K1(K1||\\ m(LIU(Kt^(£il~fl(Kl (CTl(EJl?aJin

( (isu(K^(isu4 I \\

( . C^Q Q Q . t^a O

[kion.T\'KinaKfina.TKijdKdfln^ 101 njt «m 01 gt;Ki \\ (ijltcti

^ J™quot;) JJ CJ a

ocr page 258

LEESBOEK,

cv q o/ q a o/ .

oj^Kri^tii N (Kiia(KTn(v(^iiriiïj(^(i[j(Lm2Tniuijasin(£iiw iK^drui

OO O / .O

(Lm^nnn(M^(Hnnii^tiu^(CTi(ei!rj(^(t!j(^^(ij(Ki|w t oi (ut (Kin-jii aan

O Ctgt; (Tv

i^^(uïiKin(^tïj(uiii(£Ji«j(mna!j^(uii|ii5in(ei(if|i^etcuiii\\\\ (Kin uuiisin tuin 110

L O Q C?- C?1-

(ï| aTO(ï|(i^xi(tj(wmaTj (L^(M~n aTmaririTn{K^(ïjot«-m(Kï|(KTn sji uin (ia

Cl / O — Q Q \' Q, ^ Q Q OCÏgt; .

(ui^ajuiiiu^ warinfïjajinN (uin(ïj(EJi2(KTn(ifj(Kin2(M(ui(uiTl5iïjimij\\(iafi^

Q V^e^/ Q O O Q Q

(Lm(K^ (lK^ftj(n(KTIl(^S^(EJl(UlJ(lSlIl(Ell\\ (CTI tlflfl (ltj(WI -At.OI (M CTID O (CTl^

(3gt; c O; Q Q CD-

(tj (UI 2 (Kïl ^ ^ (Kin (EJ1 \\\\ (kil lïjCT (tj ^ (irj(iaJ1^(I-f^ ta TH (^ (EJ1 (l!j(Kin2

a / a a c

(ij(^2 \\ (Lm(K^oi[E^|iï|T[i(i(|(Lm2(rj(Kin^ \\ (uo(iaM(i^M nmn(ui(ci

/ CD- O-

(tj^Mm tui «j (ici (ïj j^oji ^iKin iirjTit(Kin(ui(iJi(Kin^xinsii(Ki

Q Q a CJgt; Cl Q Q

(LnniiuiojKiJKixidjoiïjo^aJïix «ni (tj ann 2 iij m 2 i (ui (i^ tj (ky^w oi (ion

a oei ... \' cgt;

aai Jt.(is (ui otTjI (tj o dj O ^ om iij(ui2(fjo2((jM(ïj(uin2Tn\\ (ui(E|*ij

CD Q Q Q. Cl OOQ (tj (ct (ij iin 2 TH w t!K^(inji(anm^(LnnN(uinnm^(i5in(ai(^(ij(ïj(Ki,2

O Q . . C1.QVO

(CTI (KTjj (lS(Ul(Kl(^(ïj(EJ12(J-Jl(Kj Ol 2 (ïj Ui 2 (Uin (BI (ïj O 2 (Kl| (Uin (Kin (Kïl (TLI

a/ a q

(uin n (iq (i«i (wi (iq (ui -Ji (uui (Ki -fin (ai an asm 2 (m it 101 aji (Kin ikji (ion

(ij (ui-Ji (uui (Ki-fin (ai (ij asm 2 (Mjj x\\ t(ai(ui(iffli)j(m

O\' O Q / Q. CV Q

(M^^itLnn (^(in^^CT \\(ioi «jM Knot asm (tjfl^paJi ui w

Q QQQ. QO o oa

(uiT^ajj^iKinaaiiiEJiaruitui^w^m^^MMi^Kiijrai^aj^M nm|

QcC?v Q o \' \' ooQ

(uin^ütLnn^im ^^^a^i^^oiJ^iKingaJiiïJi-AntjKj^ MI^(KI-JI wi

o a a cx o o o _

(ifl(Kia€i|i\\tLnno(isin(ui(KiJin(n(i^(ui(Ki(ui(Kin(CTi(Biii5in(uiniïiam(ï](Kioi

^3J\\ jen q, ) \\ \\d

t O O O O Q

oi?\'Kiniin(Kin2r\\\\ (kJi(U(ui(Kinasin(Knii(in(ai2(isin(Ki(i5inarinm(kJi(ioi(im

\\ J \\ \\ ^ Jll È J ^ (J

(Tv Q Cigt; Q

(Ul^ (101 CT \\\\ (Lj (^(Kin [kil (LJ1 CT (Tj [in aTj ^(101 Og (UIJ \\{lj(UI (KUl —Hfl (Ifj OJTTl

/ Q / Q / Q O

(iji^(uii!i^(EJioi(Kin(ij(ici2(KJi~nnnij(ui(^(^9^ -Aaj^ (Kin «jw2

Q«, t, Q / Qi Q lt;-

(M^MKin^^MBi^K^anjtl^^aJiiiaJn-iinasiniJiJiKina^^

00 00 . oa o

(i^a^nrifiQaiYi^^^ra^aa^Tn^iriri^^^am^nn^w^tiJitiiTijiN asm

. q 00 Cl c / ci .

(ui an (ui to ^ Ji «in (Kin asm a-n n t a«i n (um (k(| in tn 2 aTn i \'Kin anji (inn asui in ari

238

jcx} o 4 3 J ( J J a

J

ocr page 259

VERHAAT, VAN BOES DJEDIG. 230

O. O Cl O Q OQ lt;sv .

(iiri?in[tlia»ffl(a(ino2(Kinaaanji(Kin(Ki(inji(uui(Ki(nji^ tdKMmnaeafi \\ Vj I \'KLML, iktij art^ ^

Q cgt; o cgt; o

am ^(uin (un «j (Km (Ki iïiji ïj o a (Ki| (M (Ej iï| (g_(KTn «j (in 2 itj ^2 iisin iki (at

a a a, Q o Q

aJiaJiaj^tkii^^, (^^(uikïi-Jin (iriri^(i5iii(M^^j«jE^2 IÏ|

o lt;sgt; Q OQ ^ o

o Q Q 00 Q

(Ki(Ki_li(uinfïi(ïxi2(Kio(Ki{] (OIOJKKHKIKO aim(ein(KinfKi-Ji(Lnn(r]gt;in2(Ki

na, I rjj Jl ^ (j («si,

O O Q

(Kiniïj(ici(ïj(Kin(Kïi(iSü

Q OQ lt;3gt;Q o 00

n (lji (i-n (Kin «K (U (ifin (ie: o noi (Ki (Ki asin (ai (ui (Kin ikïi (OTi (Ki [i ï (Kin (ei na li on (Kin

W Jd ^ ^ ü 4 4 I 2

Q O

m o (uin 01 (M MJin (Kin m inn 2 td 01 (M i 01 oji (Kin (KjI aan m (kt mi n t

J I CJ,n- ^4

(X Q O O Q lt;3^ Cl

(uïi nfirt nip 1 (inn t «j 012 (isiii ^01 oji (hi (i^rai \\ o (Bi)i ct (uui «j (tfl (U (Kin ^

Q. q a Q . o

(Ki ut ^ xi(Kin^nriri^(}Ji(Bi^jW(ui(M _A(ij (Kii| (isin aw (ï| (ki eji jïi E^tkd

QQ^O QcO O Qgt;Qc

(^KinauKki(ijy\\ (ism(uui(Kj|[U|^fifj(oi2(Bin nfl (kji m osin asm ojui Kj(i-n

^(ui(m(}0)^(Ki|t(i[j(uirt i(i(|(Lari2Tn(ö(ïj(Kin2 iïj(t^2 i (Kiii (Bi (M| \\ oji nj

Q Q

djoj201 (khik^dfj(ük(ïj(uui(tjKi~nn2quot;in(ici(ici(i^ 01 (kji\\ (i(j(Lnn2inoi

O Q. Q O O Q

(M(inn(wi^ t(OT(u(CT^(i^|t(uinam^(M(Mnm(io^nmw(^(Kii|N

0 *. O- O Q O

(isin(iJU(ïjCT2(isin(Ki^(Ki(i!j(ia2(wi^(Kin^g(ui(CT^(Kiij| «sm (uui (L| ^(Km

O Q O

(inuui(Ki(kji\\ cLnnian(Uiii[i(uiJi(inra2(isin(Ki(Kii\\ (ui(Ki(Kin(un(Kidi(m2(Kji^

1 ai )J\\ \\a\\ a\\ J$ ^ (

O OQCTVOQOO/ O

(Kin (Kut-n i(iK(ioiain(i^^(Ki(Kiiit(Lm(uutoi(Ki\\di(uin2Tn(ufi(Ki

J aa, asujl ,^1 ^

Qi Q Q/ Q Q

dj (ici «in -JU (K| (Kin .ïu| (lj \'CTijj x ajin K|_ari oji (Kin (ut (K^J| ^ ^ ,,sl!i quot;fj

a / o

dj (Kin 2 ïjo djOdai -fin ((|iK^(uin w ciijo am 01 (K|i^(Lnn \'ïj®^2 (ct Mm (ut

ex Q o o

d|(Kin2d|Odj(Kin(imi(iri Kijj ^ 101 o (t«i dj \'irui^tJJi ki^ (Wjj i dj on 2 kit dj sh^

o o o / .

m ^ dj (uïi ci dj (ctmci (ism ji.(ui (K^ nnji ajij (E| ain fM 11{1^(U,^ (KiJ| ^ (uj

Q O

Mi (Kin (widj(isin_Ji:i(a(i5in|(}Jidj 0^2 «sm (Ki| \\ (i^(Kin(KJidj(EJi_Ji(uui(i{i

OQ O Q Q

dnnJi-AfKiiidnji^ i (ie: (ui mn ki (ki aan ? \\ aaa ? dl M (tl (Kin 2 an o (uin an ?

I J ^ \\ I I ( M

a a a a

oi(uu\\ (Kinoasinannoji\'WKCTx (uin(uidii(kii(Kin(EJioi(L(i(Kin^. tonaji cj Cfl Q

ocr page 260

240 LEESBOEK. t Q O __Qt, t Q

(Kïi(kJiinjitK)i(Kiii{iiit iin.inn2asin(Ki[i (u^iKiawMtKinaariTriarritiJinnnriN

Q J aa_, ei, J[ | J1 % ^ J,

Q Q Q / Q ^

(IQ [Uj M) Tj{KTn^(CT1 !KI1 \\ (W1 (^(CT ïj ^(M 2 [M(^ ^(ïjlUlil asm (IIU1

q o o t. Q er**

(mno^i^ (eKiantMiKfiaiiridn-Antiwaanioi(m\\ (mn(wt«in-\'i112

a Q.. Q o-

(iaji(oi(kfi^\\ (Lnnanri^(Kïiaxi^on(kii\'^ tjiiaatj^witjo J(LIU(KI^(K^J|

Q Q c / Q

ajin i «j ra2115111 ^ quot;^11 ,K^j w «ju K^aan itn ^

QOQ O a,OQ Q.O

n o lm (kïi «s (tJt an w iKi aan (fi o 2 (i{i ii jki ü (kn o ifn o mi an (ici 2 3Ji iuui (Ki

\\\\jd K^ol 4 )diJK^\\ ^

O O . OQ Q O

itioi2(isin(KiO(Lciaanii\\ (k)i(uiafl(ci(iq(izi\\ (iKfuifinn-JTnowHKm

( «KI, J( ^ J J

Q CHgt; Q Q Cgt;Q O O

anjiwui (Ki (iiajin (wi \\ o wi w (Ki o w (Kin tism m i] i an ici a-cnn \\ (kji M quot;H ui

(HL | ^ cJll ^ J \\

(ij (majin^ (Wias^ to (ilt;ij| Tn(KJi(^i^(Lmo(CTM^(Mj|^ t (ij a^(U ann ak

( OQ Q quot;OQ 0QCgt;0 Q. Q O Q

oui »1 asm o twi (Ki (Ki o ail (loi irin (Kin asm a-nü an ajin \\ arm an o (iq CClfia, aeu^j-^tcS. CJ 4 gt; Clil I O

q o / a a

(uj (Ki_di,(tJi ~jj K] oin (ïj a^ian (^ tim| m (wi xi hjj (Kt (kïi| \\ raj nan nm ^

i o a oqgt;o^ a a

(Minmtuin2M(ij(iawximasin(uiani; (uiafjuuii fnj(kii|

OQ . q o

jiffKKimoajainKui^

aa^ 1

(LILT,

;wi(niin(Kimo2(Kir|an(ur\\N t(iK(uiafinjinan(k)iaanwi (Kiqaq (tiiciafiTn

~^y lal J \' Jkk ^ l ^

a oo

OftJïp ariniK^to(M^ario(tj(uiT\\ cum ok (ism «j (Kin 2 mi | afj ojïi 2 th (K; om (ïjo (tj ag,-^

a quot; ^ o a a oo o o

li o (Ki (Kin (M ui finn (kh (Ui im Jt-öl ^ji ait ia afl aii aai (tl (un 2 m (Km asui (ki

I jcj s JÖ I CJ

QV C5gt; Q Q,

(tj(Kin2(^()K^(Kin(M^(iaaai^aiina[jajin OM\\ (uin (a ^ MÏI (KJI ^ if| (uin o (ui^

O Q Cï^ / Cl / O

«sin (Ki j u (O (^K^aan ^Kin nnn M (iiiji (injioKaai am (ui^^an^

OO O O /Q OQ Q

asinraMCTo^^CT^Einimnilajioaiio ei(kJiiiaTi(KJi([A]i aai aai o

^CJ JV* CJ Jl Ö J

o O Q OO

lUTj(un(tjaan2(tj(KT^afjaai2(KTJXUUI(KIO^X (Kiii^oojfii^astiriricKi^JiaaiTn

Q Q Q O O

(Ki (ui asn aai aan ? (ui (Kin ^ ticm (UKKinaJiaanN aq ann 2 asm ïi (kuïi 2 (Ki \\ ^an J an^ ( ( .isu

O O/ quot; Q v

(Kuaann ((ja^x (u^n(ïj(uin2(ïj(kn-\'ft.(ai^iK^\'ianN (Kioa{i(Ê|(K^(inji

O Q O

(uinteiMmasinajil®!®)9^^

ai d 2Jiai hu

c O O O Q O Q

(KJi (ui (til aai asm (Ki| a^(oi2(i5in(Kt^^o^(C|(Lnn(rjaj\'iri^(u|(Ki-_nTn(ïj

ocr page 261

VERlIAAL VAN GOES DJËDIG. 241

Q lt;3gt; IQ OQ Q

113 ^!uiii2(ki^(Ki~Ji!Ki(Ln(KinaaJi(uutfKiiTrin(iJl? omjjijix nm (kd ui om o on (Ki

( Ja\\ «I, «I, \\^Jgt; ^ \\/_

Q C3V Q Q. C3gt;Q Q\'OO

mi in (ki o mi (isin (ei anji ? \\ im (U m icti ia o (ki (uin (EJi (ui tuin (tn (tsin «] to (ori

^ sdiJCJ \\ JO J ca ( ^

/ a o o a o

(i^n!j0 2^(m^(ia(MMïiii^^(Lm(U|(KT| x MTniKm

QQcQ OCgt; O o/

(til aaji arm ? nn aim (U(Kin(isin(Kiiivui!Kitui(KTn (inJi (nrin Kin iei o u (eji im ?

\\ GJCJ 4 d J CJ 3

a / a a a cgt;q qgt; o

(uintuiMin (ui\'i(Biam(Kiüaan(L\'i!Ki(iJiafïi~/ïii(ianrifr|!Ki(uin(Bl\'i«i(i!lTn annn J cJl ( \\rj cci\'Tsu ( ^

oa O- D Qgt; Q, Q

(Kn ^ (kJi (ui (ia iir| (ia tc| t (is M iimi (kt^cuïi fj in ir| t^irui iti ^(uj

Q o Q o «. Q

(L[l(K^|(iaJ1 (IK 0301 K^^(IJ| Ml (Kin (IS11) (Ifl I i fKTll (EJ1 (M| lïj(Uïl2(£Jl^(E|(in (Kl^

a / a oo crv\'

;(iri!i(U(Km^j(inj^\\ (tn ntj win ism \\ (Ki ui au (M usin (ti (tj g % Mm (kji (til

Q I O*. Q *, I Q

^(M(i^(^(m(^^(iJii«j_(i5in(uij)Min(i^i^\\ (m (ul^fuuifKJi v

o a a .a o c o a

M((jiCTiï|(^(wio(ïj^^(uin(isin (uw mi Min (itj(Lm3

Q CL cgt;0 / Q,

(Bl^MlMÏ|(lJl(KI|(l51!l(Ell(rj!^N 0^ (tj TH ^ ^ (UIH Cl ((j Min Tl (OTjj \\ ((j (10 (tj

O \' Q. Q Q Q

lï|(Uin2(ïjirui^(ïj(Uin(l[|(Uin2(Ell^\'I[j(Ulll2M^Ml~JlIl(Uj(^|MlMlIl(lCiaJl(ïj(EJl(Kïl

OQ O Q

m Min (in ui 2 at] nrinn 2MinMi(ii02Mi[|^ (iKMOiinMiMin t(Lrin(Liuit(i[l(uiii2

I I I cj kuCJ I cJl 4 I

OO Q O O O

(Bi^waïintiiiïj^oafjcuin^ ion (Li jffl(^(i^w^Mij|t (ïjaxi mi aai (isiii

/ Q OO

(H|,|(am(um M^arui asm (Hi (Ej«jo 2 Mi|(}ji(wi (isiri^nmn (ïjon (ïj(innMm| \\

Q., Q Q Q O Q

dj (ui ïj ig(^(^^(ï|(Lnn(wi Miii ^ Min Min (K^| ooidmi mi^tJi ^ (ïj mi dj

a 1 ^ I OQ o a .

(ij(ia(ui\'t(ikin(uiii onnn^ t(iK(iJiafincn(iciaaji?\\(Kin(EJi(Miiiït(Kin2(in(U)

N I VÓ ^ 411

Q /O.O c Q O

(uifi (u on(M wi (isin Tfi MVïJiaJi tti EJiami ojiquot;^, t arn (u Mm (ki) (inji 001 mi mi [i i J 151,0) J ü J ^ lt;4

OQOQ Qi Q O Q. O Q \' OQ.

Min m (mn (ioi Min -Jïi arm ywi ann (ui| uin ^(ai (cti mïi -a^mïi (^i ^aon Min in ü

Q o QO o 00 (O.

(tonji^ t o mi Min (uui (iKWSJifJJiuiMiMiMnnEn (irui (ik \\ (uinMiEJiiKi

M3 Ja 3 1

O O Q . Q.

iifjoi2(isinMi^(iKMiïj(irm(M^(M^Ti(™n(ïj(a(kii(ici(iJiJiN (Uj Bo^aji Min-Jifi

a o

ann ? «ui (ik (Bi mi Min n ^

\\ lKï) Jl

Q . . Q Q OO

I(ij|g^Min(M(ui(ia(ia|M)onÏKIEJI_A(in\\ (K^iiruitJigoidrjdsiiiJI,2

O Q c O Q

o mi (isii mïi n (isin (uui mi it \\ Min: Min (tri ui (wi mi jK (M (ei ~ji (io -Ji mi

cj cJl ö ^ ^ J a

16

ocr page 262

24-2 t.EEsnoEK.

o cgt;Q

Tri(tai|gt; itvsj(irui(irui(isfinxji(Uj(u(ixix (wi(icic|(i[j(^iK^(inji(a(ioi^ 114

Q-v Q C?v Q

(Kïit®iJi(iK(K^aait(yiTiiïj(uin2fkji -dkwiaft iaji (Kj^2 (1;:™(K^ nan (kui (M eh «n

O O Q

M (IJ1| N lïj (IC1 ffj Q^CKin !K^ (IfUl (ld (EJ1 (ITIJI -JlTfl dtj (Ufl 2 (KJI Jkfl-Q j| (KUl ITLfl (KI (ITUl

Q O.Q\'OQ OOQO . O

(CT(Ki(iJi(m(U(Kfl(unrn?M(Ki(ioi(iiOT]2(Ki(Ki-Jt(wi(Ki(m(Kif|^ (knnJiEn

djcn )J)c^ ( ö an-, Jl s

O . C?VQ o (Jv cjv O

(KÏI (CTi (Ki li (Kin(iS(^(U(uiii(ifiann(Kiaaji(LnTn(ifi(uin2(kJt_d».[Kiii nan um (KI

cJl 11 | ^ ^ I dl ^

O O Q. / Q Cïv

o (EJi (Kin dsn (KTjij t (uin (U(M (ifj(Kin2 (u (ui(M (CT| (uiri(K^^. tM^aananji «k (amp;n

/ / a. Q a a

(i5^\\ (^(iaii[j^(uin(i^(K^(ian(uiii(iTn^(uii|(irin (Kin (tj(in2 w^ian ^(Uj

Q OQ . / o

(Kin~m®^(KIIam|\\ (M(yi(K^(inji(MO^^(i^(Kin(Kin(i!j(ui2(Wj

o . \' . a. \' a . o csgt;

(Kin(isiii(Ki| ïuik^(ïjinf^(jj(Kin(a(ïjK^2(]^(E|\\ (urntnoji(tn(Kinw~nn

q Q ^

^ nm (Ki (lan (tj (Kin 2 (is ^ (M(ui(M(Bi^^(™j^(iK(ö(iiiJi^\\ (Kin «k iïj (Kin 2

/ CJV /Q Q O Qgt; a Q

(Ki(ui(isin(ixi(n£Jiii\\ (u)(uui(Ki(Ki(kJi(£Ji(K|(kii20(t-nM(Ln|i(iait(iK(}Jif£iicin ^ ^ dl ^ ^ 1 ci cJl

/ a, a cjv

on m (KT| NKïj nan (Lnn (inn ^ aan (ik (EJ) ^

Q \'O QQ-QO Q QCgt;QQ

iio(Ki(Kin(m(ïJinnji(tn(Ki(ici(Kn(Kiii (uin(Kio(Kii-AOCI(KJI«XI MI(KI SI (KI (LJI

\\ )o quot;^cJl rj J

O O Q

(Kin (Kin(0(U(wi-di.(Kiiiannn(ui2nii(Ki(kji(uinr|(EJin aci ui (Ki o (Kin (^ (tn (Kin

Jl rp ^3 I ^ a 4 J^J

0 /

«sin (Kii| \\ \\ on (ut ra (urn (Ki(rj(a2(EJi^ t!K^iinji(Enas^\\^(^(Ki|

O Qc OQ O Q / Q

(tj o 2 ^^1 (um (^(Bi (M (Uj (^(Kin (Ki ^.0 om (u noi nsin ~ni| ^ o a 00 o

(Ki (Ki ^Kin (Ki o mi (Kin ta (Ki aTin (u (Kin «J) 11 (izi(in(Ki2n(](kn2(isin(ifl-Aann

rl J JdJ^ ^ cjcjJ 4 l1^ N

Cgt; c OQ O Q

(uinoneji~nt(Kin(i^(uino(Ki(Kin\\ ot amnaii(un(Bïi(Kiii\\ (unajKui

a ^ ^ ^ J

. o oa o o

(ïj(Kirn(ï|(Kin2^(uin(rjciriri2(i(j(i^a^(iJ)amjiOKantjnfjuui«iïj(Kin2 Q Q Q i Cl O

m (Ki 2 no (M \\ nsin bi nan (Ki (M nn Tii 2 arin ((4 (tol (Ut nan M ft) (Uin t (Kin nn m 2 oji

\\cj ^ I a a I I

cv oaa a. QOQ o

(L\\(wi ^ tiK^nanom;Ki(Kin(^\\ (K^n^n^ajiinam^wmMin^ aana^mj

cf~ a, a Q o c ci o

nan nnj (EJl bi .Ji ^(un (ft^E^nrw ajui wmi^nan^o «jij \\ nsin g^nn ^ (Ki -Jin ïj

q Q o o . a

iïi(inn (Kinajt (Ki (tnnan (£Ji(Kin nsin (Kir:; n[](iqnn(Ki2iTnaJiM(Uinan(Mn (Kinnan

1 «3 ai^ J( I l111 0. ^[ J

.00 o a a

(Kin «Jin nsiJi (M as nrti aim quot;xi \\(kji nn eji (uu (ki (ki a-tm ki n Min nan iiui (ki (M ~is

J 1 4 O

(UI

ocr page 263

VERHAAL VAN GOES UJEDIG. 243

,.«0/ . .Q Q. QOO O

(kji ^ (ïi (ici in ki 2 arin (uin ici (m arm \\ luii ain ? tui (Ki fmn ^ m 012 nsm

tïiiciq(Ki2amiuinlatkiiaan\\ (un ain?twimi(mn w imn

I (TH ) ^ \\ ^ (

/ Q Q Q

fKT(Cj(ooaji w i^anji ^(ui mij tkJi (Bi«j(Ki_d.3 o {Ki| aij ann ii^ !M (ia g,

t. CTV Ci/^/ Q O Q «.

(ei|\\ (uia^^tuin

(iK(£]i(KTn(i5in(Ki|i tioiMoafLa(KHJ|iKin(t|Tn2irj(Kin2(tj(uit(i3,(Kjit a5\'n(itj(Kin2

Qvcrv o Q CV

—----------------------------------------------------------------------------------------. . M| JU!______

q o a\' . a o a

(itj(Kin2(^|(ifj{CT2o^a[j(UinfMaKMOTT|\\ (ui((^^(moiii(kJi(iK((Ji .iTii| (tiaju1

a a a a a. Q-

/ Q O Q \' O Q O

(tj aT^2\\ (M^M^(inn^i2xi(Kin(injiaajiafl(ifiJi(t^(t|(a2(ïjiKin2\\ ïjajui^n

/ / Q Q

in _a{^(f| in 2 tui in (uli (uu n ntjici (ïj^ijiiui (tjK^ïj O (rjOT^fjojin 2 in

ev o a a a. . cjv o

m ooi a n ajin (Ki (Kin (Kin-Jifi in iKïi O quot;in ikïi ^ iojfifKiEJiaaiaKOi amnin

I ^ I J) ^ d . ^

c3gt; a o a o cx /

(um mn w (Kin t (p a-nn (ici Jin m ^ quot;«1 «in \'fj tui ^1

Cgt;0 0 \' Q^~ O.O OQ

EÏKEJia^dJjJ^EJKKÏKUKEJl (Kin (JEJl Kj O 2 (IflJ (k| lïj (1X1 2 (M~J W^(U1 (inT|

q o

m(lJlJ1(K1(W1(Kl(Kl(K1f|(KJl(inn(U101(kJ|X\\

I ö ^

a / a o o

|j(K^arui (um (öio^iirui^iM (ïja11^ 2(1^| ^ (Ki irjaTniKu -.nn(Kin (m ®jia afl (ioi

a a o/ . . cjv

iirui (JJi nan (uui m _ji (nn ^5, (kji o (uin x\\ m ui w (ai -ji w m o ? uin (i-n (ik \\ nrui J J ^ j\\ :K^

cjgt;0 \' OC?^ QOQ Q o

(iKtnanjiitmi^ a^BjamdJiniKjaiinK^iujmiLj]aiïi|uia (tjam^(ij| (KIJIH

o \'o OQ a a/QQ

nnnn o ? im (Kin (Ki aai icti ki n i nan w (iji w n (iri 10 am win iinji (uin Uri ikiii t

CJJï Ü 4 J(^ cJl J I J ^

cOO Oa,OQQOQ O

«in(uifi(isin(m(i^on (inrinin(uin(nnMnniKiJiT.n(£ii(iJui(Ki-Jin(Ki(Kin(Kin~nri(Kiii

J ^

a. a. 00 a a. a

(KiTnari(i!j(Kiii(uiri(Kin(umcriN (L|(i^(ui(i(j(Uiiïji^(£Ji(iriJi^\\(uin(wilUj^Kint

o a o . cx /

nn^w^doi.iiTi|(ui^(ixi(isimn(M(Km(Kin(fj^2 ;(Miïj(EJi-Ji(iiui \'\'j^2

cgt;o a a o o o q

(ism (ki lt;inji iifui (ki (wi (Ki ki ifi 2 nn (Kin 2 \\ itjajui nn (wi w ki ki iian kui ki in (ki, na, (ü I I (3- !i5U JKU

1 q /a a

ro(KT|\\ (tj(uui2(inn(wi(ïj(EJi-Ji(ijui ifl(kji\\ itjaxi (rj(^(ïj(uui iïjKi2

O O OQ O Q Q O

(ism (Ki ^irm kxkkii \\ (uin^(Kin(Kin^(Kiii n. ^(^(Kinaji^

QO Q.O O QQ O

M m im mi (TLn m o 2 w 11 fifl o (wi (lq (tri m (Ki an .Kin m iinji (Uin (uin ü Ti (Kin ~rii

Ia -1 4

Q. Q O/O Q O

(Kj firn (tj (K^ann (inn (ki _,s sji «xi (Kin n (U|^(LniKj(iaiK|^(EJio om

ocr page 264

244 LEESBOEK.

- Q Q OQ , O O OQ Q Q i .lt;•

flTUl ^™quot;1 ^11 ^ n J inn rk » (i.n nnn n ncin nn n n n * J.»

t^o(wi^^(^af|W (|Ki2rinn(tn(KinfCTi(Ki| t nn^M(U!iaiTii|as^anji ici

(kïi (Èio^d^Ein \\ (3^tTi!Kïi^(w^(isinaijtiKi(K^\\ (ïj iiu w (uij «s^ 0^1 «j

o . . oa c?v oa

on 012 asm d-n -jvi o-Ji (irui (kji (irm ui n t (i^ oji nm 0111 mi (ki (ioi (cti (ui (ki-3gt; ( OJ^J[ «0. «su^ )

o/oaoo/- a a

(KJ)\\(K)l^gajW(KT1fl5in(Kl^tQJ».i®j(Kin3(IIj0(K1^0N (lCl(Ul(U^K^(kJI_A

/ Q Q O Cgt; c Q O

if| (uui (uui om dj tui \\ (Kin t (ici «in _^.Tn iKïi(iAn^(U)2itj(uiii2Tn(LnnMO^

O Q CX/Q Q Cgt;

icti \\ (ik (EJi tj (LQ iNj qji (uui oaji nnn «j (ui ntj (eji 2 «j (g^a t th

Q. Q C^O Q Q O c

(KTn(ui(isinii5in(wi^^(ïj!a\\ «juinaTrKKinajuintj

Q q a, / Q Q o

iïjiKin2(ij(U)(K^o\\ (iciaxiiui^as^fKJiiin(uut;imtjaoitMintuu ^02

r a cgt;/QvOQOQCjgt;

iim TH (Kin (KljJ \\\\ iB_Ai OmiKTIO flfl^(kl|(E)l

00 a a Qgt;o \' 00.

((jJX13(k;j(Kintt51I1!lil| (M(Kin(l^(l^^(UliT(Lj(Kl| (irUOKlKlOJN (EJ1 ^(Ull

Q. a OQ \' Q OQ cgt;/

rr^(Lci(a(Lj^([oifim|\\ (Ki_j| (KI „S, (KJI EJI

O \' ƒ Q. QO \'Cgt; □ Q Q

(Kin (isin (ifl|; (3 (i^na^(mam^(EJi(KïiiCTiMiiïj(U)i2^,K^(iciiKin(kii((|iKii)2 O O ». O- Qi- O O

«in-jïi irj «in tii Kin asin (Ki| \\ (KiniajinaTnsja-n-naaKuui m o a-n nnn

f Q . Q O

quot;VT^ t Ö (UI (KI (KFI dfl (U1 (t) (Kl 2 (IflTI (UI (UI (U) (ITUl (Kil 1) (kil (EU (UI (Tl (LH (K1 Oin Jd | |Tn ^ JJ) ^ jnnn(KL, ^

o o OQ a o o c

nfj (Kj^Ki (K| M asm (ij|^(iji (^(Kin \\ (Kino^(isin2^ww(i[j(iq2!(M(iJi(a (kt|

_qgt; a\' Q Q o cgt;

aan (ik (KinKM oar^oaJi k^(^mi(kiii 011^ t bi (kJi| (ïj 012 am

(Ki| ^(Kin a^(iafliïj(ui2 (Ki|\\ (iriMin^a^ (uit(a ^1312 (Kin aa (U|^

o/ . Q o / Q

i(^(lfl^(kn(UlI1(ei(K|(I^001^(Kl|t (3_A^(M Htj (EJl ~J1 (Uin (^lK^ t (Kj (IQ (Kl| x

a . O ^ CL Q O

(isin(uu (Ki(K^Tn(Kin_A^(iJi (i!j(M (mn((j(iQ2(wi(K^(injiaannm^(EJi «jacm

O QQ Q QOQO

(isinw(tj(üi2(Kijj(ia(kj|((j(Kin2(Kin-Jin((j(Kin(Ki(K^^ (kJKi^doiamJKKei^jw

o a q c o a o-zo o

M ^(K^ O (Wt (Kl (U ^ t(^(lJla0(U(}J|^(^^(Kl^W(B|(Kin(OTl(K1| (IfU

cgt; . , a o/

(iKania^OTKMMn^KjtuinajMi^w^ a^(g(uiiifj(ui (ij ^TD ^«jag^acji

a o \' 000

(iKiia (u^(Kin!nfl| \\ (ifj(iq(ï|,ga!|(ia tti am

q cjv / c a 00 . o/

amann (i^ «sin (öt ct ^an nn an on an inn (EJl f) an 2 aqn o (Ki an a n an (ki^

J ) M (k «i ( OJ 1 J

ocr page 265

VERHAAL VAN GOES DJEÜIG.

m m m O CI

\'\'\' (Kjdn(r|ii^irj(ixi tjw2 tomxoi 1 (liii|(mn(61 «snnnriü(kt|iui«jam2

O t Q O O O/

fisïi Ki iic^ itn (uit ï| tinn (Kj (VJtKjTn^afjMi

(ij| inn m\'kiii ojj rjïi arui ij tJi ïj urn 2 w^nfj o (Kin nfj o 2 fiojj aSTutj ia 2

o* o cr^ o cS qv

(Kflfiiari2(^0(15^(10^^ iinji(i^(ij(iq (tjw2aiïiinii(^«ij,ari\\ (Lin(^jj(Ui

^ \' 0/ o o ^ ex /

isn (triiïji^(ij|(Ki~j)(}sj|\\ «in iï| w i(| WMin ran «sin (oiwaan ~/ïi(in_n (CT) \\ jjj

O Q Cigt; Cl O O I O CV Q

(m^ui am nnji (ij ajin,(W (tn «m ^uïn ^ (M tut (Eii ikiii (isri (Ki| m o nnnn Kj

Cl O-CI OQ O Q

an(Ki(wioi(i5in(Ui(Ki(öannii(M(Eii(Lniïi(Lnm(U)W(i^nrin(Ki(]()nji(tK(M(EJi

| £f quot;SLJCSr, cJ\\J ^ |(imc5~i «ïl arm

t O / O/ ^

(uin(Kjjinj(in\\ (i!|(cj2((j(iM2(Kin~j(Ki-Ji(}Ji^ (fj(inii[|(i^(i[|(ui(i(|(Ki2aiTi(uin

o cïgt;a O / o

atj niTi ((j (i^(uin (Kjjj (ui (in asm kd ïj (i^(lj (iq ji m o in^ (k^ o ïin ^ «Jin (Ki| mn

O Q C?^ \' \' QV

. .

cgt; o O Q. / Q

rri^ nmn: (Kin ^01 iTsn i-cn (Ki Mil am (iiui x as^ (Qj a ^uin

Cl- Q O 1 c O

(Kin(Ki-Jin(in(iK2amKl[i\\(i5in(a(Ki(Ln(jfi(ui ™n(Uït(K/iaajt-Jimari2(Kin«ui?

I 4 dfj^ GJ r «v \\

Q Cl Qc Q Q

uKkJi (Kijj (ici (irui ^(j%j(K^ iKj (K^(Kin(irui ^(um ann ^(Kin Bin (^(ir^wr^iinji ^ (u dtj (1^12

. O a\'aaac^

(Kinn \\ mici m (Ki 2 iTjTnï(KJi(EJi tui m (u (Ki (am an (Ki 1x1 o (ifi (ui nai (cti o (ki J[ I |Tn J ^ (111 kl. c.t. I -ƒ y. euJcS,

a c?^ a 00 cgt; o- a

(iJiarin|iimi(ie:oao)K^(iii(Kin(isin(i-n|i (Kin (u Kj ijui t onjojijj Kin (uiodf^ïj

Q o\' ^ o

(Kj o \\ ïjim 2 (tjonji ^(Ej (eji aan Ti mn (Kin oin t uin \'\'j^2 -fin ae: arm ari

o a o 00 a

(CT^an (CTi| \\(Ki(ie; (U|ctt(uin(uuiajin \'quot;j\'^2(n(U|in(kji(£1 (i£l(Kiii|\\

ca

i Q a.cr^o- Q 00

aa ;i iLi iKi (ui (Km min (Ki q mi (ik oi aw Tfi \\ (Ki (uin irti (ui kiii on Ki ; (ie: (ioi

I Kl, (Kl, ^ J

Q O /■ / Q

;ima^w(iJi^(Ki|tö-Atojin(U(uii|(ie;(Eij(Ki^a[jo\\ (K|(in(i-tui,ii(uin(Ki(un

q o 00

(io|\\ oatjmcmijow~m(i-nn(KTB|^ ^o^ftJi^KifwiK^KiKin

cgt; \' \' a q a. a

asm a{i| anj|[iK(iJi^(ici\\ ajja^ajidrjdinafj (t^M inn (igr^(U| atj aq jm (irm aai ^

a a q cgt; a

(Ui (Ui (ixi ij (lm iKi suj (ixi xwin aaJi(uiJiiKi(UiaQO(K|Tn(Kiii j»,(ici uui x

O cgt; Cl Cjv 00

nia an (Kl 2 iinfi (ui inn i (wt tn u (ui asm ü armia an (Kl 2 iinfi (ui inn i (wt tn u (ui asm ü arm ki (Kin an (ici 2 w Kin asm (Ki n an |-ÏI J J Misi, aa^Ki, ( (J Jl I

an012 uil |] [kil (in (Mi(iriJi (m(in ^fi aan (Biorji ag:\\ tn rm(Kin asin

I ^ 4 ™ Jl i^cj

245

afj ui 2 arj ki 2 (KJi tii (g_(Kin \\ (inji as o amij| \\ (M ((j mn ki -Ji a-Ji aa/i jk (Kin

ocr page 266

240 LEESBOEK.

O Q O O/ Q .-a

(Kin (15, (Kin (LIU (KTJj (Ulfl 1OT! 0^ tUTj (UWfl ^ iKTJ) J11J (^(ITI N fj (UUl

a q a a q oa . c?^o a .

(Kioin(Kio(mo(Hn^(M(Kiii(isino(ilt;i(utnririii \\ ; Min 01 airmn (amp;n aji

lK^ lt;3*0j^j 4 ^ -gt;

O / Q t O

niKin (m^ (is^ ^i(Uj ïj m lïjrKi 2 orin o ii^\\ irj imn (m hoji ïj o 2 laianfl^

0 a cgt;o a. . a ^7 a

rkn w iMiii \\ aaji M m ^uiquot;i (Kin ajin !oi x (tj mn 3 oin nj in ^

CT- o Q1 OO \' . ^ ^ a,

cn (i^ \\ (um\'m (Kin «in -fin (Kin an n (M m in (in (Ki 2 am o «Jin on o 3 (ki a-n Jin ^ an j to I (th J I iist_

O Q c CÏV / cjv

(ïj in (ï| ann 2 cru (is, asm ojlh (ki| \\(Kin (irui ok (tj mn 2 m (ui ct ia ^

a / a Gv o

M (u (M (tn (i-n am ajin w (un aiin (mo o(Ki(Kiii(inji(i^(i!i(a2(Ki(Ki.~ji

\' jo (k cjajd\' i ^ j

1 a t a (^Ei^Min (uiïjaaj) 2 (i^fL|M^(i^ \\ uin o^in (ij(un n-nw-Ji (oti ok «j

Q . O/ a Q CL „ Q

(ïj (UU) (K^ ^(£J1 \\(LIin (HI (UI (W1 (ïj (UU1 2 (kJ| J),flf^(lJ fKl -Jin (KID (UlTl Ol \\ (Tj (tJU

a a o/Q a a a c^a

(ki (cm (Kin is, (ism (lui (Ki (i-n ~ji (kJi (ia nj) mui w mn asm o ki (ui onn (ilt;i j j o^jcsr, 051^—(1

f a a a a Q

^ (Kin o (Mj| \\ (Ljgmn in (Kjdxi Kj(M~Jt eg o (urj (in_n ae; (E| ti aj

o/ a a a. . a o-oaquot;

(Ki -Ji (Kil \\ (lwi (Ki f£ii aan (uin (Kin (uin on (M (ifl (lili \\ in «ui gt; (kh (ia (ui (ei anji (Li -JCCI ^ ^ \\

a . O a. ctv a cjv a

(ki —(i w (Ki |] \\ (}Ji(u(}ji(EJi~nd-n-ji(U(Kin~nn(Kinajinon\\ aan os (ism (Ki win

a ^ j ^ ^ a

. cgt;a o o/

asm (U (ijonn (^(tja^ajm o af¥i| nj si as (oi ij m an arm asm-jj an j (kji o

(UlJXx

a a a cx a o a

(M (UIM (Bi^atUKEJi xniwi as; (U)(g,(0Ji (ui^afjdJi (tJl^(um a^aj ^(ui

a o a\' a a aooa,

arm O tw (£Ji (ei mnn fian ~rm (ei aji (ilt;i a asm (Oi afl jkbi (umannnnaqafiaiKBiarui 4 CJ j aii^ aa^

O . Q Q Q

aj ki (ifj ;um 2 (M Ji.arm asm ^oji a^ am anji (gaj aii| \\ ti nfj (ici Kj (M ~n iog

cr-cgt; C^Q.Q^ \'QO O Cgt; cjgt;

arui as doi wi o ^ oji asm a_nn aim ajin arm (kd an aui \\ eji aai asm (in| ï (eji (tj ann i

li a a a oo q o

asm i ajm as (i^ (^ aoi w (Kinj| \\ (uin(c^(^(i-nj|a_m nfjann2 (fjm nn as

a a \' o a

(un\'UTi ~nn an am aai ~rm w (Km(ï|Tn2(ifj(ici(rj(^(EJi(tji^^\\ (tj aM an ~nn on

a a o \' / \' o o a.

(ki arm ofja^anji a^x ajm a^ as O (ia^(Ki| as^ as^ in an i(rjaim2 (ij^ (Ki-Aiai

Q/ O / \' Q / Q O

(Kin \\(i-Jl (ïj (^^(Kir^asm (^aq (tj^^ajui an (iij!Tn2 as^ asii| in \\ ari^ (U| (eji aim

oa. a/ o ex a

(ïj urn 2 ti (ki t(i (Km \\ (aa^o(Kmaji^iam~finasinow| (um(Kij(ï|(Lm2Tn

ocr page 267

VERHAAL VAN GOES DJEDIG. 247

a Cigt; Q \'tgt; Q QTv

iKn min (Kj(Kij|w arui (Kin ~nn (ij am

da ^

oq . a a

(im| (kil (Km ~nn (ct a^ aj asi ^ici ajui ^ «jdu ntj g(ia (ui eji gt;iru (kji ei an ^

q o , O/ o C?v lt;

1 MjKjiuyaji do ajui t w (U (Hl onjj(Km (^tti asm jKi a^ a:i (ija^ (

ü Q Q Q

M «1 n \\ (Ui (Ki (Uiom ^on tth (um (ui (Ki «ji (ui icieu oaji iiquot;n an an ? \\ ojm 4 J(5, I ) J J ^ ^ )

I a OCTVOOQ Q. Qgt;Q

onji (i^ irjasmnji ^ei iïui as t (um nmn orui a4m| \\ irjdciKj i^ajmasmdci nj

0 Q Q CvO o cx o Q Q /

ail ami ooi \\ (Km (in (iq 2 ,wi o (til asm asm an n \\ i n (ei an on asm aj] an ajui \\ (Km

cj ^ I *3 4 d ^jö

Q Q. c O

(inmasmotio^ aai (k1(ki~jiti(moi (inasm-nn/OJi (um asm mdn mTi cum

I J ^ I (§ ( I

o a q a a a

nnm arui ann n \\ aji an asm aiui a^ in oq axi an (M -Ji om wasm-.nfi(cin(K|(uianJK

cj 4 Jd i o ^dJ

Q. Q Q C^QO/Q

(ia(Liui(wiann(oian?(Lfiii(ui(Ki(i^(M(Bi(um(aianTn(ian an mnn aiui an asm (w \\ cg^ I CJ CJ

Cl Cïgt; Qt Q /

01 m asm -jm w o (um (wi an (uui \\aan ae:(um(Km(Kii(ui(Km(oiamn(Kiajmt(M

I Ö J CJ

QOC^.QOQ QOQ cOQ O.

(£j| (Bi anji a^ t (Ki \'Oiiri arui anji iKm an aj] an m twi ajin cm (Ui os m om jkui (ki

J CJ ^dJ^ o J s J

OQ QOOQ OQ. Qgt;C^

om aan aq (ui ail _A(Bi ~ji an -dio (urn onm aan atm -Aan arm asm aan o \\aan af^

^dJ J CJ d

(tj K^au; (ui amj| ij ^ tui ntj (in nfj arm (in Kin uui (i^ g_t (Km (wi (Bl «j o

Q„ , Q Q Cgt;Qt Q/ . O O O Q

(Ki-m^MT^Nixi (ijatj^di)-AEii (Kin^ (wi (ui (uin (OTMïi (Kianji(ig(u^(wi

o cs^ quot; C^VQ c Cïgt; O Q

(B^(Ki(Ki?(Lm(infim(ïi(Ki(i^(U)ann(i aan o (M aan om (Kin (urn (kith (m (ui

Jmdi\\ 1 \\d cJl j o ^ dj

O O O Q OQ

(K1 aiin icti a-a li iM EJl —ii (Ki n (uin (Kitti \\ ajin (W (W (a tJi (Uin asm w n (uin aq aai

a 4 J4 ^ cKJiJM ^

OO O O Q

aai -nu ann ra (wi -Ji dtj ajin 2 m ^aoi (Ki -jïi nijam (ïj ^a^ (ui iit)| \\(k^ a^ (kiij| %

OQ/QtQ(2vQ Q, a

nnoniKifKimaa^ aajinnn?(EJia^an(uiiiaji[i \\ ®i02(iii(Ki(KiM(ai(i5in(uia{i

I kuoti \\ J Jl I \\^CJ

/ Q Cgt; CL Q/ Q., , Q Q Q

^(M EJi ^{inji (M ^ cjïi (wi tl (Kin (kn atin vjö asm \\ (kn aj ^acm (kh o ^j| (tj

cgt;\' o „ o „ Q Q

an KI 2 osin «1 (Ki 2 Ki (Ki _^asm nm aaji om aan n kit iu ati ^oi asm ui on afi ~nn jcci lo ^ ) asie} ^ raj -isuj (

QOQCSgt;OQ O O Q CV

jM\\ (u g,(Kin(Km asm(M ^ann aji ^ tarm^inajm wa^x aa^^aaxAOJi

O Q Q Q. Q Q .

(Km (ui(ïj(uuit(umCT!E^(i^(K^|i(ia|(Kj(m|\\ (umaiin^tasmflJi^aswm

Q Q . ^ Q Q Q

asm \\£jianji^w(ai(iq (^(ma^(Mon (ïjosm^jM ^(urnjMoji^aiin^ taj

Q O t (T/*- Cjv Q

(Ki (Kin anil (i^ in no (iq (Ki ooi _/] om o (uin fa (kn ann cuin «q w (in (ki m a \\ ü J CJ I ld

a a Cv o ~

oi^ajafi-^dciajui x «jdci ntj^dCKUi (Efii ^ . . ^

OQ QO.O/OCrv\'\'^.

(U (Hm lt;in_i om (Ki aq «Jin (m (ici (uui t w (U (Hl aai| (Km an ^ asm ra a^ a;i m m ag;

ocr page 268

248 LEESBOEK.

CVQ Q Q. O . „ _

(^(ki cw(a(Ki|^ o iao

Q / Q O Q O

-------............

jj \'u iKjiKii (mi U^ïi «j iiui a (KJ) j».(Kin nj ii^jj 2 gjj ^ooi ot^Ki Jkasi^ om aa)ii| (um

Q . O-/ Q O

(m tel (innn i^e, i™| \\ (uin (kji tJl ïj M 2 nmn mjh nm ami «j o 2 ^

CXO Q / Q O Q / Q\' ^

(Ki ^ (Kimn incminiKin (^^«inniTiM^fisiniisiiiinnTn (ki-aikih (Kin

/ ü Q O Cgt; Qv

ae; iirii i^in nsin 0(^^01 (KJi-^(i(|(K) 2 w^iKi-masin (^^(l\\ ok n (Kinaji^

Q / \' ^ Q Q Q \' O-

inn (o (Kii| tannooiiKTn(uu-s\\ «jdaïj igaJi asin ^ ^ (un aj ki

cgt; oev o o quot; a a o

(£11 (Hl !K| (Uin t W O 2 IKl (KI iKTIl (Uin (ICl (IfUt (Kin (KI Jïl IK) (UI 2 (KJI O IK1 (KJl ? (UI (ïmfl

■isuPl j 1 \'ISU^U ^ j | ^3 \\ CJ

ocïgt; a a a O a. a iKmafUKKin (ino2(Ki(Ki(KTii(uinTn!knorKi(U()nji?(Lm(Kin(Ki[i\\ (uinnnn?(KJi

0 cJl I lK^ gt; cJl \\

\' ^ O Q O i O- i Q.-

ii!iian2(Eïi(M?(Hi(ici(nJi~niïi(uin2w((isiri(U (miaainnjtmIBI2(wi(um xnn wn

1 \\ I «^ CJ I ^

O Q Q a O Q

afii (ui 01 (inn _a(uli (eij| (ts^ o (Ki ~m irm (Km m iji on mn dOj (ix^| \\ (lj Kj_

Q . lt;0 Q ^7 O Q

(Kin om i^e. igt;u^| afin m ^rai o (K| ^(uii kit ix 01 aim iKt| uin ik], sji aj (KiS^ (ik (loj) \\ ajii (ot (uii (y (uii (Kin (STas iKin -Ji ogyirn (ki-j^iji

(^(iaii|(iQ2(K)i3i(Kin(fe(CT(glt;(ij(i^|^(S;(i^l^ W(yi(KJitii~j(KiJ^8v|iij

q o ^ o

njtn (M (öi ui (ïj^jm (tj M 2 (Ki| om ^(iK (K^| fM (ij m ^(ïj w ïj (Kin o (Ki -mi

lt;rlt; Q quot; O Q Cïgt; Q

Kin on lij (ui (w aj (ïj w w (un iirw ij (ij (tj !Hj(Kin (kji td on .ntj wi oji «j ^ (ifl| ij ^(Kin(ian^^(Kffl(i(j«in^(i[|(m(™(a^9^(Liin^| w (ij(Ki^(^ uui (UldJlJ^

annn ^(ê (kï)| \\ (ui (ïj in anm (iri aj (i^eii cm eji^n |j «j (Km 2 ij O «sn «|

o ^ Q O/

i^(^2(ïj(Kin2(Ki^iïja(irLn\\oiii(aiïj(Lm2(Efl^iïj(uin(kJicm(K^(,g;(L»JiN as^

(mint (ïjajui^ra^Ki«j((Ej(ij(i^\\ (Lnn(Kinm(i[jO(i[j(^(^(inj\\oi(LJi(ia

Q Q

(kil (in-H \'KTJ (öj o [Kil t (ei anji o ^ ^ am xN

jjcmo^ (uicm((i5^(ik(uui% |i^(inji(W(ïj(Kïi(i[j(Kin(ïj(i^|2(oin^\\ (ixt

ocr page 269

VERHAAL VAN NJAH DJI KJANG. 240

o / a o o ev

iai (Kiniia ^(Kin^iKifKin \\ ïi(iJïi2(Ki!Ki(ai(in(ian(U ;iaji\\ (M (ui in oji dan (eji-ji ?

( Ci I I ^ ^ \\

cïgt;o a

(K^arui^ tarut (is (ei(iaii

a c c?^ o/

jjoin^a^i \\asinafïa.^asi^(is(ULn \\ jjnjnnniïj^njui ntjMin 2 «jotiKïitaan o m «j (Ki ~nn 2 in «jiiQ 2aaji (^(.m ïj^Niuvi (UiTLn in «jKin 2 ntjo^

O/ Q „ O Q

(m(^(isajui\\ asm om \\ j| amaril 2 asinirj«1-^2 aai icti^soi

Q Q ^ O O Q , Ov/

(CTI| \\ !kn «j (Bi-Ji ILIW ^9-^ \\ asïiiuuMcuiai j^iuisJi^mj^ö^TniKTn

O CX / » Q c/

nqnan2(mn^(in(Kin(ici tiianjiffl (Maji(in(M2 0irim(M2 0in (isin (ion

( I an^ (^asu^ ^ ( 6. I ö.

Q OO Ck /

fKin-A^aai-Aiïjfui (itjTn(K^(K^\\ atjitfi ^(Kn^2^[Ki^(njt ((|oi(un^(i^(iJLii(uihn^Tii^(K^ \\(kJi rm (ia _dgt;,(iai ^(mn^ftjKn^

|jam^iê(ra]jp |iïj(W(ifj(isoisin(KTniis^\\ (^(81 «j(uu «sin luin 11™ am rai

a a. a / o

(Lm o «sin Jknsri om (ïjaru^a^l (uni quot;fj «jla^ irj»0 01 ari «sin fK| w ^ (uin jki

0/ . a Qc a a o

(K^\\(£Jinnnntj(ui2(i[j[U)(i!j(ict2(i^«sinariri(inj^(tr^sji (tjao (M !Kii i](Bi2 (tj ig_2 (tj

a. Q a/ o

H(j(KlI1^(l(j(Lm\\ (ïj (Uïl 2 Tfl (Ulfl (HD Hj quot;¥1 (UI (K^ (UI (ISlfl (Kï) (Kill_H (KIT) TT) (Klj| \\ (KH

Q Q Q

aaniiu ^(^(iJin(K^(m (uiarin^ ia (ifj(Kin 2 (EJjanA(i!j(^«j(iai2 dfjoasin

O O Q Q/

(KiiiJiijWN (ei^omw^wJtiii ji[i(i!|(Kin(ij)(ri (ïj^aji (Kin (E|\\ (umi

O . „ Q Q. Q

(uiii(i^.iij(^(i[^oinii[j(Kin2(i[j(0)^ (i^ bi (Tj w (M (K^ inii (uii (ij o (K^ tuiri

O O / Q Q Qt — „„„ ............M

!K^(KmCT(uiJi ^^^^lt;ian(ij|\\ «jajuKi jTi(ïj!^((ji!rj(}a-Jin2(i(j(Kiii^

Q Q

(uidoias^dJ)^. (MiïjTi^(i!j(Ki(Lm(K^(uin(Kiiiii!|(Kiii(i^^tuin (Ki| (ïjim2 in (un

CL Q O , .

(KI (U (Kin nfjïfn 2 (Kl| (Uin (K^ (ïj (HU 2 (ïj O (Uin M ;¥lfl fj (fffl 2

Q O Q,.

dfl ~nn ojM^ari (ui ^oji (i!j(u^(M o^k^iuïi (uin (ïjo (Ki|\\ (ïjiq (rjfm^oi

Q o ^ 00 Q

(M«)(KTn(Hn(U(Bi^aji[i(intirin2(Ki(Lm(Ki(U(ui~)i(ii(Kin\\ tum (Kiii (un (uu o m

J J 1 O s I J )\'\\

a a

(ïj O ^(Uïl (UI o «j (M

O/ cgt;/ o o a

jj as (uui \\ 1 (Kin (UkfKJi (ïj Eju (uui (Ki ^ntj eh 2 ^ (fii 1™ t om (Kiij aan

o Q o o

(ïj do ïj m ain 101 ^(Km twi am ^(uiii (Ki| \\ (eji aan (tJi (Kin «sin (ki 134 ir^aa/i (ïj axi (ïj

16\'

ocr page 270

250 LEESBOEK.

O - Q C?v

«jTiasiiKEJiN nj (uui (Ki -Jin (M (irui —n (£Ji (CTvinj| tti iKj(unoiï|(Ui ïj^nfjiiui 122

^ Q Qc Q O Q

anji (un (Kil nan ~Ji bi (isïi| (uinniri^(Kin(^am(K^(inji(kJi(ïj(EJl~fl(iAJt(Ki.

o o

[kil Jïl (KI (UI (UI —1 (KID (KI I] ^

^s 4

Q ^ Q Q Ct^ Q

oni(i^(Kiii[]\\ i|cuinaiJi(U)(MN(in(iJiJi(KimiKn2(i[|(Ki2(Kin(yi(yi\\(uiii(iJui(u

Q (Hl (CT1

^ OT]| \\ ||(maJU(Ul(M\\ (ïjïJlJl K1(Ï|IKÏ12 (ïj^2

ct^(8i(Sira|% (ifj(M[^(i^ (t|(Lrei (ifj(Kn2 (i!|0(oianji(uu «j

a a

lïjajut «j 9^2 (tj o o (ïjM -Jin 2 lïjiian ^ (u (ui (cti|

on Min (ïj o ïj (uin \\(cti oji en (Kin 01 ^ (ki ~ji oji (K)|

O, OO Q Q A^\'

ij cm(«s^ (ie; (uui \\jj (t| (uui mi (Kin (isin (kt| iirui oji (tj (tn _ji (uui wnJi

a , a a 00

oin^(K^|N |jï|(uint(ui(rj(t«i2(i5in(tJi(KJi(K¥ij|\\ (ifj(Kin2(K^(En om^a

Q

(K^a^Ejiinji^o «j(uin \\ (tj (Ki «in-Jin (ki (ïjjai (i(|fl^,\\(Kin(ULn asm (öi ïj^wi-nn (m^lj^ c^(i[j^2(i!j(^2^(^TO(Kj(KTn (tjaait^ (C| (ïjg^ïjo (iu\\ EJI (a

Q a c Q Q Q Q

(Ki(tn(Kn mmo(ui(wi(Kin|\\(uiri(iK(aiKjam2(uinw(Ki-Jïi(}Ji(kij|^

O/ O Q Q Q C3gt;

||cm(a5^(ie;(liu)\\ jj^(irin2(isin(Ki^in(M(Ki^i(M(Ki|^ taajioKEi^ (Kmn

a, n O-/ cjgt; o q c a --------- .1-----------------quot;quot; onn i (iK (Kin 11 (til (ifui t ^

3

jj (ïjam(OTha (U|(Ki^(g «jin (cti aSi «j ann «j ^onn^

O *. O- Q «.

ongt;(iK»™|®ut(iK(ioi(ui^Masin(Kin(irin(uiJt(Ki| io|wr\\ eji(Kin(cti^t«jm«j

O, Q cgt;

(t|xi(Kin(iaa!KW(inm(EJixji_^(g(ie:(ULn(Kiii(i[j(iJiJt^ n!|(un(ï|(^(MKin(Kin(ïj(g,

a ^ ^ CÏgt; c?-o a a

(uïkkïkkin (i^^^(Ki(uin(i|(inn2 «j^KinnJi (Kin in (ui asm-ji (kji (KTii|\\

ajin(ui(ï|(W(irj(^(uin(iK(rj(CT2fMCTKï|Tn(a(rjKi2

-?i^oo(ïj^\\ (i^asinoo^nf^^wwfioatjCTN «jo(ixia_n0 a^iïj

rnjn^x t(m(^(iK(iAJit(CTCT(UJi (KijiinjEJlEil-Jl^ arui^arj nm 01 ij

^ / a a O . . 0/ Q

(lJMl«jO(Kl| (UinO^ttKOm^(^(LlUg^Ml^üM^^Cm P (BI (M^

cgt;/ a O o O/

n itïi (yi eh x^ii Miin (a(ïj(im(Kin-Jin(Kin(Ki Jt.(^(iS(uui\\jj(KJi(ïjiui-Ji(LiiJi(Ki^

(^ (UI (K/I (UI (K| (ïlT(EJI (ïj(Ul 2 (Kl| (EJ|(kl|J|\'^

ocr page 271

VERHAAL VAN NJAH D.II KJANG. 251

191 lt;7^ Q Q O O

j| cma^its^ (i^ (uui \\|| mn tinn ^(ici aai ui m w onji (eji (i5in| x

C^/ Q Q , CXO

| (Kin (p o it))! \\ jj o onimi (ui; (tn (kji| tuin (mn nsm Jkdtj si .^oji ki Jkoai iii

a

annin^

cv o e-

|j aaa^™ (liui \\ jj mn a ~J| (Ki ici uin o fiii| in a.Ji tui -Ji (tj iktii azm o ami| \\

Q Q o o

Bj nnji ij Ki (Kin cui r] (uin 2 ^ i n mji (Ki ^ lïj [M ^oi iü Mijl ^

O/ Q Q, / O /

jj (Kin (yi (til (yi \\ jj(M (tj (^(M ^ win (Ki^iian (uin (is^ in Kin (ifljo^o w^on

CIT^ CT^ Q Q

cm (Kin XvH (KTn| \\ (uij (ia iri(M (tj

O c / Q Q ex

(ïj (ei (uin (i^jj ^ dojj oi a^n (^j ooi o hm ia ki iaji iijj (Ki (mn \\ (eji nm ^cuin e- cgt; q. • cc\\ J

aai (ia an (ui 3 (M mri:i aan (ui (Bi aan n ^

I ^ CJ ^ «1 cj[

Cgt;/ Q Q

(IK OJUl \\jj (UI^OT^OJJ (KI (ISÏl (KI Of^

cv a o o q. c?» a

acmMSJKpN j|(if|(uin;(EJi(Kinasiii(kj|(irin-Jinri(iK(uiTn(i(|(Lm3(M

Ofl -AOJIJ (UI TT) (kJ| lïj (EJI ~l| (IIU1 (KI | (KJI (CT| 301 (UI ^ i (3| t 0^1 (Lm «j Cül

u Q O Q O/ OO

jWaai(kh(uiojlt\\ (ij(^(Kin(ai (rj(ua«i(Kin (uiaai^Tnaai Kjaxiaan ~ji afjajin 2 / O O c Q . ^ Q o

(kJi( (i?in \\ aoKumiciarui aai (Ki (CTinnnanaji \\ ui ïiaxi 2 (ui -Aas an (ui kt axi

uuiVJ «U 63, I J Jü

O O Q. Q CU Q Q c

anjia5inan?aJin(Ki(KJi(ianaan(wt(innasiniiTn^Â¥iasiii(KiLinn(ui(Kiio\\ nnnaTnsji isu \\ mquot; 0 n cJ| asuj- ) )

Q n i Q. O O

asint g, (3| ta^oajija^iaxi ^(öi-ai. asm an^asin aji^Ki ojh aan _ji ifjijin2

Oi Q CU t t.

(k(i|t ar]| aan 3j iinmnasinjp (ui(i(j(ui2(M-Jin(ui^(Eji^(i5in (u^^aaj

„ q» a • a o o (U(itj(uin2(kii_A(Ui(Liuit «n oj 0 i m om (ot| \\ aj|[^(Kin(£Ji a^ o af|(Kin2

O o c Q » O c O

(cot aa^ aaa arm aan afj 001^2 asin ail ^ a^ij mn a^ asin aan (ui (kji n aa| aai (Kin a^

Q i Q - - ^ ^

aiin (om ann \\ (ui m u in ui an (m oji (O amn (in asin nnn (ai aai eju anaji 2 (Kin

JÖ \\ ld J O \\ ^ . Ö I ^

cu a a cu / o

aq aan (Lnn oti ^ajm (^| ann ^ajin \\ ajin (^ o k^ aan axi (t| (ai aji (kj| a^ kh| am

[Ui ^(uin ^ann ^axi (ei ^

cifm^as^ ag; ojui \\ jj(ifjajin\\(wnm^(jai^ k^ aan a^Ji^m^M (fj(Eil2 ^(^

Cli O Q Q/ Q CJv o a

(uin^anu(Baai(Kjquot;ma|xi^(ui(Kin\\ ((jaan^annCTi-iiai^fiajaai

ocr page 272

252 LEESBOEK.

O-Q OQ .oaac^

(Kin cinrj ^ (iet eji iki iw \\ (ïjorinaCTiKiiïjcuiiia^^cLmitiiKin^^tMa^ii^iMi^

q Q o q o o l

(iq(i[j(Lm(i^^(uin^(Bi(^oii[j(Kin2(cm(ia(Kinoi(Kin(irj(ia^2(isinKig/o axi eji

Cgt; Q. Q Q

(indfjtmnN (Moi^onjtoMOitjtKii JkfiKOtKi-mojinaijo (Kin n[j(oi2

o ^ o . Q Q o

(isin(wn[jnm2(iq(Hi\\\\anji^(Ki(K^(Kinfuifi[j(ui-Jl(injTn^(iq(KTn Nann Kin anji ~nn

Q e^oaa cgt; o o

(KioIÏI(Kin2om(ia(Kinarin(Km(m(M(Kiniiamiuri(in(£Ji2(isin(in(K)(Kin(uin onTn?

I ^ cj 4 a l«i ld M

Q.O .

(uin ia eh ^

O/ Q Q O O O o

j|iKin tyi (EJi m \\ |j(tj(iq(i!j!^(eioo^(M^(Lnn W9^(oi(Kinii^(Kinarui|N «jdJi

O OCgt; O \' O/ O O

(kJi(i[i(ui2(Ki(Knn? t(Kin(Kinannnü(ki(iaw(Ejkkkkkuïi^ anaqmmnnuLn

I «su™» \\ 61- J I la I

OO O O O . O

(in(ifl^2fKi(m(Kin(inji(in(EJi2((i(iriri2(Kinii i(](CTi2(isTniKi~nT.n(Ki(in(tii(in(Kiii

| «51,01 KU | | Jl I J

ex q a a

(K1| Tl (Kïl -Jin mn ^OTl (EJ1 -Jl (m| (lKO(Lj((j(Kl~J13irj(W12 (CT1| \\(K^ O dj (ism 3

o . t ^ aacx/oQ

(ïj01^2(i[|(inji2irj0 2(i(jci(Kin(T^(a(tji^(wi(isiii(uin|^2(Kin\\ (K^aan

Q Cï^ Q Q O

o cirim(^(^(Kin(n(i!j(M(i^(U(i^arin~jiirij^ii[jaji)unnriotiriniï|(uifïj(^^

C^/ CÏgt; Q oo/ a O Cgt;Q Q.

cml^nKiiuix |j(uinarin^(on^(Kïi(iji o(Kin(wiii[j(£Ji2m^(^(K^\\ (UÏI^ÖI

a oo o \'o

(Kina^iïju^injTn^MiaiiïjoizasiniKiKinasin(KIIJ|\\ (K^(i^(Lmar|nnn2(i[j

Q OQ Q O

(^(njim^oi(wi(Kin~m (uiï|(KTn^\\ ui xoi (Lm (^ ct (k^ (tj (un (EJi~^(i(joK^2

Q OO- Q. O Q

(MiinoiiJKiMiaaiinJliJUiaJinaJiOTniwKi^ | KWKi/^ o) \\rj

O/ Q O O / O / Q

(KinI^KEJI.1,31 \\ jjOfim^iwTnmiTn^as^iiijTn^^oniiiaoiEJiaxi

Q OQ QoO ,

«in val (^(Kin ((j (inn kji »g,tLii

O/ / Q a. a

cw.(a5^ (iK (uui \\ j|(uin (i(jam(Kin (is^ (ïjTn iia|Tn^(ici(Kint (ïj (ai 8^ aai jïi (in

OQ Q OO / Q Q

(^(U(ïjoi2(isinaJi(Kin(£Ji|M(K^|(irj(Lnn2 ïjnan^irjdJin (uin o asvj (tj (KBIN

Q O Q O O

(CTT|(U(KTl(iriJ1(K3)(lSiniin(lSin2(K1(in(in(KI|((l(K|(Kiniïl(Uin2(Kl(K1 (Kl?(inö(lX1 (KI

cqJ ö I al la I «wdï I ^

»f|01^

O/ Q O O/ Q O Q O Q O/

(Kinn^i(EJt 1,31 \\ ||(E]|(im^(Kin(bfl.(^(LjirjK)iij9^(isin(inii^(isin(oi^\\ (KinaAojin

O Q Q O (i^l an n xi ^ (Hi (in (n n j (uu ^(KTn| ^

ocr page 273

135

VERHAAL VAN NJAH DJI KJANG.

(IKojui\\ [j^\'iJ1(ïjM~/i\\(uin(ie:(uiiitimioiwïj(ici(wiaj^ Minotjoi^

O/ Q a csv Q ._____P„ ,S,. —.r,

jai

(yi (EJl \\ | (uin (Kfi (EJi o ifj (ici ïj (^(Kin dij (Q iï| (^(M (isin nnn nna 01 w

o o a

(KI ^(ia (UU N (U (KI (UI Kin (ICl lï) (UI 2 (M (Bin ? «Jin O IKl (1 ^

^o «in (in afj (ui 2 ^asin ^(tm ij, (m|quot;

O/ / Cl Q Q Q

cm(^5^ (IS (IAJ1 \\ || fï| (Uin 2 \\ X (KI (UI (UI Km Kïl TTl

a

(in(injiTn?(ui(Kinquot;^

Q Q c Q

om ^oin (t^Ji Ki (K^ x\\ (ui(Kina^(E|-ïj(Ln_Ji\\ nn^E|(i[|(Ki Jin2(Kj(mn^iï|

iif|(LmxjTj(i5in«|(tn(ia|Tn^

oi 2 asm Ki jïi ki^o (kJia^Kinw^MCTïjciKinoiaJiJi ki| aan a^. oji

CTVQ^/ Q O Q

(ismKin mbi (yin «iKinnn nnm2(ianTn?\\ (a(K|Kin(oi(rui(Ki-dt.(i!i(£Ji~Ji(iAJi

,1 I GO \' 3 ^ I

Q Q / a Q

K1~5»9CT1 (UI xar,rl M ^(Uin (ï| il^M Ol KI -dKEJl ^

MCTfatraici KI|N ijMO^uixiatj^cuiiiiJi^Ei g,

T

a q o

||(i5v(mn(ui (Ki| \\|| (tjonn 2 asm ki^ji iï|(i5in2(M (EJi\\(t|iKin an (ai (ï|0 2

O/ cs^o/ a . / a o a a

nm^asi^asaJiJi \\M asiniKin (öi (yi \\ ||(^niTij^asin(g_^l^jKinKi(KinNiïj0 2

cjv oo oo q \' a o

(Kin(uiM(uinKi(i^(U)^afl(i^^K^toi(K|0 2a^((|(i^(EJiTn(tJiK^(Ki| ^

O/ a a a a o O „ Cgt;„„

(Kino(Bio\\ |iot(LniiO/(MKinKiKint(EJiwiiN(ui(ui(mi!inKi2(isin(Ki

IZ 0 4 ^ ^

a a a. c / a a cgt;

lïjtui3MKj^nji dfj(Bi_j)(uui Ki|(wiasin(uinasm (ui^ajin (Ki|\\ w a.n(Km eii

Q Q c OO O Q O . O O Q Q

Ki(Km \\ (ism(ijUiajmKi(LJi(Ln_A(uiKimncumtManiirLnafioizasmKiasmaxiaan

^4 KI a

o . o a q c o

oa5m|\\ iif|(Bi2anri(ki)(ï|(£Jl~/i(uui(Ki-jm(irinaajt^\\ aai af| (ui 2 n^asm (uui (uin

o oqo c .oo

aii (i^(ui^(ui^a^~m(wi t|aaji^(Km(ifi^Kma^i^(ï|ajm (^cm arm anji^\\ (um«|

/ o a v o. o o

(ïj(U3(Kmafflarm(K|02K|,CKi ag,^ ui ki m nnn (M MJm aai (Kin -^

Q OOQ (U (KI (KI KI Km ^

^Uo

c Q Q t

(ui(i[jn(U|am(Lrm(ïjti(inïja^ojnn(i|(um2(M_^(Ki| ((jannn2 (^jj^as aó)J|

o o c c cv q q o o o

mi asm \\ (ui an Kii (ui (Ki o til o t(kii(Km(i^iin(Kiajiam(Km(inn(oiajiJi ki ann»

mu, JJlt;KU {kd-jca kl, ^ \\

253

ocr page 274

LEESBOEK.

o a

KI (KI Jï| (

a i o/ \' , a oo

quot;■quot;quot;quot;quot;Ixasincml^K^d^ajui \\ jj^ (KjuuKïjnan^Ej ti

(ïj (Kin ^(Lfin (UI (UIGM (Eil_J|(Kin ItjOl ^\\(I(J(U1I1 2 TT) (KlSli(Kin®Sl Ol^(Kl|

jj(m(as^ (is (lAJi\\ |^(^(i(j(im3(!Miian (tjon2 (^(i(j(Ki2 ^(Kii|\\ (kji o

Q CIT^

(Ki ^ji [kn (Kin ^ftvda (uui ^

OO/ Q O o Q O Q

li asm (Kin (tJi p \\ || (Kiin m (K| (Ki (u ï] (un 2 (ki (liiJKon (ki kih anji o osui

I! II | KL, (KI, (ISL,

. a a (K)j| (ïj da ïj to (ia ifj

O/ Q O O Q O /

jj(Kin(p(ai(p\\jj(i(jCT2(i5in(i(j^2^(t^(M(Bi^(m(LJi(KJi_A(ia (UUN M (ó O CrSCi^

| jen ( kuki, raj J(

OQc QcQO OQ

(ui asm oin ^(i^i \\ j|(uii amgt;(M(Liu (ïj ^2MiKj/(Kiiit(injjTi^\\ (ïj(EJi2 ann

(CTi \\ (éi (in (Kin (in (urn (ki _A(in (bi -ji (uui (ki (ki (Kin mi (CTTnnri (irui fi (m dl (ui -Ji (uui

i I ^cj 4 1

/ oa o q

(tjKH-jïkj^ (wi(iJi(inai|(ian -dmi (Kj (iri asm \'wi(EJi--Jj(Ki(ifj(ui2M (ifj

(ij Bi (Kt jkui (uui ^ (un a^o (Kin a-ij (a ki _A(rj bi -ji (uui ki jk (cti oi «ra

a o oa ooq o

(kn bi «ai asm ï^ei (tj^w 2 (tjo 2 m (Ki| (eji ^(Kin (Kin (isïkm^o ct (ïjia (ïj

,OQ ^ Qc O / 1 Q ^ Q

(ï|xi(ï]02(Ki(iii(iJU(ï](a(iJin(Kin(injiM(wi(™arin(nn(inn.\'injiN\\ I 1 I J ■ J xn

Q v Q«. t

j|anm^ (ik(K^jj\\ j|(Kin(iKoi(ui(iKg_(tj^Km3(ïj0 3(iQ(ïjKj3(ïj^2\\ Q Q/ Q O Q

(isin(Kin^(Kin(ui(M(Kin|\\ (Mtjra(ïj^(Kin(i^ (i«j(ai^(i!j(KTn k) (M ~ji (ui

cj ^ \\(ai (Km aruuKin w ü (ïj (Kin (ai k^ aan (ïj (ui:i w O O/ ^ Q Q O

Ij asm cm(^s^ as; uui \\ || (ïjcuina^ ^a^ nm~nn(K^(uïi(Kin(tJi(uiri (ïjaaji

Q OO

(uin(ui(uim(Kin2«in[ian2(iio\\ (EiiariT?(uiTri-------------

((U(ïj(Kin2(imjja(j(Kin2(ïjo\\ (^nn^^MTflïjaan^ajinaciaJiM-Jinfj

Q a o o ^

(ïj Kin (Lnn (K^ \\(ct (Bi ^ (ïj (KTn^nfj (uin 2 ejaan^aji tti uin eji (ctij|\'^

O/ o o „ Q

cm^as^ as (uui \\ |j(ï|(uui(ïj^2(isin(Ki(U(isin-Ji(ïj(üasiri(K^anji\\ ajinoaaru

o c c o ^ a o

am (io (kh (um (EJU5iii [) anii(K^(KJi(ij(ui\'^ (ïjain(ïj^(ui m(^a^ wafja5iri2(kj|jj

254

QtQ Q CJVQO /

(M (CTi (um ici (Ui (Ki ~nn arui üsui _A(lci uui iarui(ig;(KJi (£Jl m (ui ui jïi m aaoni

(Ui (Ki ~J¥i arui (tsui „Adci (uui iafui(i^(M (£Jl n (ui oji jïi iï) nnnriir)

^ J IcjI

(ïj O 2 m^(Ki JU dj 2 (inn (Kii|

a i o/ , Q oo

^(j^jjxasiniml^d^aAJi \\ j| (Kj (uui (ïj aan ^ cuin m oji «Jt ~n ^

ocr page 275

VeRhaal van njah dji kjano. 255

^ O O «, t, O CT4quot; L

ia? (uin (M (I^,,nji M quot;J11 (t;Jl (,nJl ^ (M ton (ïj o 2 (Ki _a(oi (irut

O ^ O o

(KJi (ici (uw (ui (ïj dei 2 (M -iin (KJi (ij mui .JKHii i (isiii ~/iri (tn c^ij| (inj) (Kïj (ï] o 2 joj) aan

o

(KiKinpmannanui^

\\ I I

Q t Q O Q Q Qc

(imn 7(ie:«Tnfi\\|](UTn(M(ïj(EJi2iir| (KI 2 (Lnii(Kin(uiii(uo(KJi~n(MafYiTn^

1 ^(Iff(U Tn(M (ïj(EJl 2 (Ej (^2 (Uil (K^j

O/ o o Q.

(m((is^ (is; (uut \\ |j iKij (K| (ktj| \\ (kji eh _j| (Kij| \\ (M o nm «j o 2 ^(ki ~nn (Kin

. OOQ O

(aooii(Ki(o(u(Kin(U(Kinfl(i[i(oi2(i5in(Kiir)(ui3(kji_j)(Ki(u^

I ^^lj| (KI ^(KJl (Km M (Kinjj (l[|(012(l5ïl^(l!j(U13(kJI-Jj(^a

a ^ ^ a u ^ u

11 on ? aai n \\ 11 majui mi mjai 2(in(Ki2\\(in(kJi(Kii\'in(Kir|2(wi(ian(KinTnariri(Ki

(I \\ dJl (M ü I la \\ j\\ö ^

/ O . Q Q

(ifj(inn^\\ 01 (i[j(Kin2(^mcimyijin(ij(Kin(oin(inj^N (un(isiij(EJI(Kn OJI

(M iKI[l^

cJl

Qgt;CV Q Q O

|j(ui«sin(Kiniyitn(yin ij(tj(M(ïj(i^(Kin«sin(CT^ïjKin2(Kin-.mirj«in\\ (WKuiKin

Q \' OO

(U(i[j(UJi(uiTn(KiiMj_Tj K^Min l0TJ^E|OT1 ^ CT^(ai(i(joi~nn2«j(iaji^(ifj

O Q Q.

(KjajinuKtAiKCTiKinnnjuin ^^Jjj 2 aTi o (i^ (ïj nm (c^ (tn (K^ OJIII mn (ïjo dj cm

a Q Q o c o Q

m mi xinn (LnnsinoM-Jiotinnfinjinrniqam (innn ci\'in (Hi ^

Irj MM O

O/ Q OQ

|j«inM(BiM\\|(o(^(Kin^K^(iaji(K|(i^(Ki|^!Kin(KJi(rj(£Ji^Ji(ijui(iii| ^

Q . QV Q / Q

Ij om ^(is (tffijj \\j| dtj (um öi ïj (Kin (tj KjKin 0 t^Kin «j um \\ «j ojui o w ~ji

o . OQ 00 o o

ui (ui tniinn(ui(innomnnn tui \\ (isin (ui m(kiajiniKinajin (uicui -Jin om icui joi

^ C9 0 13 J ^ 6. j (im

o

01 (laji j m iiiTi (ti in 2 (u (tl (wi 2 (Km (Ki an (uin n 01 iKm iian ~nn (ui m «m in ann «uq ^ (isuam

«j o om (ui -Ji !CT^(isiiquot;i (ini quot;y^\'ïj ^(u^nsmafj o (OT)j| (um iïj ^

O/ Q O OO/ Q Q

Ij (Km (yitJi \\ jj (tj (uui m «in «sin ^(unw ii(j(öi^(iJiJi(i^(i^(ui(io(ujMii(C|

Q Q C3gt; Q I Q cgt;0. cS

Tj (EJ1 (UU1 ^11Sln Uin (Ui (M (ïj (HJ1 —(1 (UUl (K1 (-Jj (tj (KBl 2 ,:1:™ (lOII Ol (Kin OOfl -A

(IQ (UUl \'w

Q Q O O/ Q O Q

om^(iK(Km|\\ iianjt^tLaiiAJiiismtw^^a^ii (Km^^oAJiMmwamajiii

/

Tl ^

O/ Q OOO OOO

(KmitHimMNMasmonMindnji j».(ixi uui \\|| m «m 2 om Min aan 01 (Kin arui

ocr page 276

256 LEESBOEK.

O OCJV O Q O O O O

(W(UL1\\ lï|012(6iniïjlKl~Jin2 ^(jfl HTJl (UI ^ ^.(Kïl Kj O 2 Kl^tKl -d 188

O CJV Q

mi fcj (iji^oi nrTOTDonjTn (uin K^(Cjoioi~nn ïj nnn (ïjKjsJi 01 «jdoi

Q Q o Q o

(uïi (Kio (irin (uifi[j(Lm2(kiij|\\ (i^(^(Kïi (ui^(uwo^(m^(ai (u^arri^i^

Q quot;. OQ O Q QOQ O

annonnonn ((|(ia(^(i^(£Ji(ii^(ui(kJi(Bi~j(Ki Jt.(EJi ikïi nnn «jïi (i^ij nnri

a . a quot; o q a o 0/

(Oomnnn oji (ïjinn 2(M| (Ui^rniMo^iJin^^nfïïiTn^Tri^N ajin ïfin

^ o 1 o

(iao (iTnasm (oiaan ïtaJiii 2 iin(Kii_AKinacut ? aj nnM2 (Kin (Kiii ^

J ggt;™ I I \\ I ^Jl

/aocr^ aa OQ

inn (is^ m 01 (Kin iinji jj.(ici(uui \\ ojii ann^tnnjTn^iïjmi dj nm^ 2 aaii | (Kin anj)

/ Qc Cïgt; Q Q Cjv

aan m (m oj n iK^aan(Kin(iq(C|(uiii o lïjTn (öimn^amfnji (tjmn cuinnfj

a.a a aaa/QQ

anfiTKKKttxnoKinajKWKUi ran (iiin(ui(in(uin2(Kmgt;.(ui(Ki_dt,(isin(uiniCT(Kin\\

I «3 I I J ^

□„(^Q / Q O OOO

(urn (Kin (uj, i^Min inn asij ti (uj (ki oji «j eii ^ aui aan -A (W (uui \\

Q QOQ O Q

mil arm (Ui ~Jj (ki -^(ui win (i^ mi (uii ann tij ^ (ij| ^ aji «j na «j at^ bi

Q O O/O

(inji?\\ 01 nnnn in nan ifi ? inn (Kin (ukiui mm nsm 01 nan ^/11) uin 2

\\ ^ J \\ J Qlt;m II

a a a. a o q a

(nji^(uiïj(wi2(Kin^(Kij|\\ (^(^(KinnjiitoiTn^iM w Kin (inn (^jj nm^ajin^ (uin

CL O Qc a a Q

(miai(uinm^oi(i^nji(tj(uin2(M~j (^(KinN (M (ui (Kin sj ^(H m (ïj (Kin^

Q Q. O QOQ o

(KinKi(Lci2(M(ui(Kin(a(iK\\ (Kin(W(Lmnaiitn(uifKi(kn?(Kin(Lnii{Moi amnTTI

I na, (Hi, 0yj:,su 1 ^ ^

O- C. O . t L

^ «j inn (K^mjnjin iim \\(ïj(Lm nsin (ui (ui (i^ w nan iKtj\\\\ O/ Q 0/0 /CLOOO Q.

(Kinitiioijinaiia^nri^ Tniiinaa-Jinas^Tnoiwin(M «sin om^«K n^jquot;^

Q t Q » /QcOOO O O

Ofj oin 2 (^| ^(i^\\(ui(yi(uin (1^^(01 (Kin (iru (Kin «j(ia2(W](Kin(isfig(iJi^\\

00 O Q O O O O

nan (i^ mi (U (uin(^^^M(isinCTiKiniia^(uij(KJi(ia(uui\\ (um^N m

0/ o

(i[j(uin2Ti(ïjM(n!isin(Ui^(CTiïjnri2Tio(ui(ui|\\ (tj(Kin2 iKjonji m mn

OO . O c

(Uijajin (tn nrj (uin 2 in t atj om 2 (inn (ui(i^(imffii| (i^ (CTiif^(ijj(icij^iï|(Ki(Kin~Ji

o . c o c \'a /

([jiiKj(uin2Tncinn^(tj(^jj2(innn^nsfi(ir^aj,aaj^\\ njin nui (uin (ui wi (um nri

/ Q t O-

nJinn(ra(uion[j(uin x (uin(i™ii[j(uin2quot;in(ui(Kin^n.(ïj(ui2 ij (un 2 nn ann o

o . / a o . . o .

(tn I \\ (U1 ^(Ui (ïj o 2 ui (lïin JiniKi (M ann ^((j f^2mn(i^nsinna|(U|nnjj^

ocr page 277

VERHAAL VAN NJAH DJI KJANÖ. SS?

O O ^ Q / O Q O O

129 ijCTtCTCUojanJHUintiïiij \\(£ji^iKï)(ija^3(isin(tflj|(LrinmnnTriTajTri^\\«j(Liut

O/ O O ^ O O Q

inn (yuwi nn bi-Ji nut (Ki «in (isïi kih (3_AiinKin(MKin(Kin (Ki.Jin(ixi(JJi (ïkeji^j)

^ I cj 4 o I

OO O . c Q . Q .

(uui w(wi(fcJiii[j(iaiKin(Marn(ULn(i^(isinann(ia(}Ji\\!ïj(LiiJi quot;fj

0 OO Q Q Q Qv Qgt; Q (■

(isirt Ki-Atinn(^j|(Kin tui~/i(M (isin irji^(uïi(Kin(kjiejikui tinn td iLnjj tin

q o o o o a.

(Kin (innn Kin -m ki m (ia 2 (m ^ft.(Kin (ki ji(kii j \\ KinoajiiisinKiaanojiuiar)

a cj ^ 1 J \\ 0

Q O Q Q O . O c , O

am(lanjj\\ (tj(ici®j(^(winnnaxi (uin (^|jann^(uin tn axi (rui (m(ion iK^ eji

Q OO Q /

j^Kint(Knonasm-aeji^(ki_a(ejiin(uui^ (ïjiiui

quot; Qc Qgt; / . O Q Q O

t/i Kj_(i5in am Mm| eji nm Kin ~iiri (Kin ki -^asin (wiiiui ïj «11^2 (Kjiij| ^

O/ O O /Q. OO QQ

cm^as^ m (uui \\(uiin tn djj Kin^Kin Kum jsij tii 01 Kin iian| \\ jj ojia ^(m Kin ki

/ q a o o . /

(K^\\ (ïj(^^^(un (Kin (ut (i[j(ui2 j^(kjikï) as^ o as^ ü tj ann ginj

q a \' o q /

(iaKinafïia(jO(ïj(Lm3iifjCT(i^!Ki|\\ ki k^ (ïj arm 2 asin iku (isuj «sin (Lm as^

cl / o o . a cgt;

xi irjKinajin (iji^ij (K,ioi(OT(tjKin2(isiii(ilt;i|ii(|0 2K^0iï^0 (ui um

aaa. lt;Ïgt;Q OQQ.

(£j)^wiJ5inKiiK^i(W(Kin(i^(if^ t(ir^(a^(uïicirin^(i!|oi2 asm ki| (ia Kin asin

a \' o a c?v

anniiruij|(ijfKii^(umam^(in(ai2(isinKi|\\ anniKjOdfj^fKinjiticiMininnnj

/ / a crvQ

!tj an 2 irj i(un 3 irjCTit^^irj^ Ktysx (^ (uli ^(m (tit (tj (v^Kin (ici Kin ariri

Q O OQ Q Q

in toa5^®j(g_(t|(an2a5in K^(ut~^i(La(KininfiiïjO(tj om 2

cr^-O-., a QQQQQ

ann (ut (i^ w (isin K^(U|iTa|^\\ (Ki ui (ia rai (ut (ut o^axt (ism (isirt (ut th Kin -A

/ Q Q Q o \' / a

(^uut (uui (H^w ajMij^iïjajiJt Kt^JJt (ut (ui oj^nkih T^iJin ntjigiitjnaa^

/ a a c?^ / o k^ ami (an Kin im (^ xt (ui^iirt (CTi (ij Kt^^ (ki linn Tfi ^

CTv Q c ■ cx Q o o

1 (ui CT om ^(ik rajjp jj (uin ann ^(ut (i^ ki tut «j arin 2 asin (Kiji oim^N o

O O OCgt; Q Q a/

Kin()sinafi(in(Ui2Ki(iq(ui2(kJtKin(Kinoin!oi2(isinKi(ci(iri?(Lnn(U(Kin^\\

CJ l ^ I 4 1 Ü M

Q . Q Q Q O

|j om a^i \\ ij aan ^ajin (uui \\ ^ot(wt^(EJ1lïj(Klnl^ja^2 0(r|aJn^ (umK^ann

0/0 a

Kl(Kin(U1(Ul(Ma[)(EJ12(inK12(Uin(KlI1^

d- scj I Id J

lt;3gt;0/ Q CTV Q O O Q

|M(i5inKin(tl!t(EJii^t\\||(inajutKi(ïjiKin2(i[j^2\\ arri Kin aait ~iïik^ Kin

17

ocr page 278

258 i.EEsrifVF.K,

/ QO Ctgt;Q Q / Q O/ Q

(ïj (ai ^ 01 (t^ (isin (^iiu (CT o w oxi ^ in (wi cm iiK (uu tuin

Q Q OO Q Q Q,

[KTjtnojinN ajinMiisirituin(LM(LnMO^ti5in(fcii^(Ki|(unOJITTIKin-AOJÏI «JI

O / O Q

(i[|TnKi^^(KitifinTn^ itjiAJia^wEJiw^M-Jiiuio^x iim

QQ Q Q Qo.o\'ooo Q

(LmtKTn^fMaMTiiaji-d-flojiiififuiiifliiiin-nnfinji diin Kij) oi (mn oa/i (mn mui ~nn lol I CJ dl ca

Cgt; / Q

(kï| (Kin «j orin ^ «jarmiKjKjraj w w «na (tjrai 2^(^001-dKcuin oji

O CiV

irjin^^tKi onn tti \\a_nn ok (uin a^a^^oiiiajiT (Ui»^^(KJi «jCT «j^Eii iïj(Kin2

o CU. 1 Q .000

itj (g_2 \\ irj nnn (jj ^ ~j Mi fu Kin j ïj 2 ti aj| T| on jnn (inji

o a a . , a a

(l!j(EJ12 (tj(1^2fl^ H[|0(KTn IKjOl ^(Uin ItH OslWXl (iq OiTH (^| (a (ïj (IJUl OJUl (KI

annTn^

O/ Q CX Q OQ

jj (Kin (ei (p \\ |(i^(Ki|(uinarin^(M ^(Kin^

(uil ui (ïjn^^wianntii \\ (ki oji atjdci (ïj^ajin ^

lt;3gt; o o a a o

jj ui (Bin 01 (Kin (ifui _aki (uui \\ j| aij arui 2 ^ afj a-cm 2 (ki (Kin (ïj (urn 2 ^

Q. Q Q OQ O O Q

(Uïl (UI (ïjTl m^EJl (IfUl (KH (£J1 OJlfl W (Km (Kïl Jïl (Kïl ajj nfl (Klj| (til ^ (UI (M (1(|

o cgt;c^ Q t Q t. Q t /aaa

m (uiin (M tui (ei (ti on 2 (isin ki (in imi om am (is «sm din ia w \\ ajm eji ann oji «sm

I I «O J

cx cïgt; o 1 q o 00 a

ij ^inn (Kiii (Km (im (ui (mjj w o luij t(i[j(ai2 asm (ki _Atnn Mjj «m oji ~ji\\

Q O/ O / Q Q

(inji mi (K^ (Km (UkKjK^oi awTi (ia|Tn 01 (^ o (um o xi (u^ o

Qv O Cl O ^ / Q

^ ^ ^ w

1 -- VJ !CTJ

Q O O ^ Q / Q

(im,(Ki(Mim(wi MJm iriii (ïitKinMm ~nin ^(KmiKm oji (ui (ui(ui(um Kin (icirai a(g 2Jl I ^ I J

Cl / Qgt; Q O Q Q/ O- O

anji^am(K^(i(j(^^(Lj^(Km(ui(La ojkeji (Km (if|Tn (ïj(Km2aan 01 (Kin

nan ki 01 ?

^ ( , ï

/ Q. O O O Q. Q

jj urn (ó| if! on (Km (inji Ji,(ici uui \\ (um ann in ^nfj (Kin dtj annn 2 (iajij| % (ïj (uin

cgt; 00/ cgt; o 000

ki«m(ism(ki(yuana-n01 annnTnanjinyx (kJi(im(Ki(kii(in(ei-Ji(uui(Ki(Kmlt;inji

ü ^ ld ^ J \\ ^ I cq

Q Q Q Q

(UI (UU1 i (UI \'LJJ KI -J\'-(£I\' ^ TH ^ (UI «JU (Kl| ^

O/ Q Cl . OQ O

jj (Km (t^ (Bi (p M01 «sin om ^ (i^| \\ jj eji n^dai (wi o ^ (KUj ajm ojinii th «n^

a 000 \' Q a Qgt;

td^n (Lrm(iti(wi(ïj(EJi-Ji(iJuiiw(k^iirui mo^(um «Jin (Kin (M

ocr page 279

verhaal van njah dji kjang.

, „. / q q

131 (EJ1 ^ (KTÏj (1X1 2 dfj (EJ) _J| (UU1 (K1J| \\ (Uïl quot;Tl aj| (til -AEJ1 OT^ (U^ (KI

Q Q

(1^ Tl ^\\[KTn (BI (Hl (IIUI (Kl|^

Q . \' Cjv cv, O Q c O O Q Q/

jom(t^ij\\ (ijiasiii(ikaui\\ jjigt;ai^(k|(ijui(kin(ixi(ici(iji(ai(kin(e|

o q, / q„ o cgt; qvcjv

(Kin (tj (ui (i^ «in (ui «Jin th 0i Min (t| \'Kin 3 irj (^a nrj o ^

o/ o q . o q. o/ cgt; c q q.

cm^as^ (ik (lm \\ || (ei (H^(ui (Bi (ui ü (Kin (Ki ~nii (Kin (UkN (ai nnn ^(ui si nnn ^uin

qt o _ q q o

(EJ1 (^^[K^dlUl MUin aia ^(IK O (in (Uj (Kl^-Kj Tl ^(Ulil (Kin (Kljj \\\\

q . cj^o/ q ____, „ q q„

jj annn tó^jj \\ m «sn «n ft^ eji (^ \\ ||W(t|Ti^!r|W(i^^am-^(Kin(uinii[|

cgt; oq /

(ï| am (^ anm af^ am ^(Kin (tin (tffl (ist| \\ ojii ^(isij w (r|(Kin (ï|(uiii2 (tjiian^

^ cj qv o.

(K^(^(K|0(KinM(ui|cinMTi(iriJt jiiMi(ï|(ui(K!n~nn((|(Kin(ic)(EJi annn nrjraia (ï|

q q oa (tj o \\ajin (K^(}Ji(ui(Kin(ui(ï|(Liui(Kin(ui

o/ q o q o qc q o

j| (Kin (p bi «iJi x ||(£n^o(Kin(iK;K^(injio(u^N (uinaiin^tMom^ïadAJi (ici o

(uu «in aan (EJi-J^inn quot;^Jl ^

jj (i^nn ^(ê: \\|| aan ^inn iiu asm t (uij o (wii| \\ (ï|oi iija™ (^(kbi (ui a-n (-ji (if| (i!|(iju2am^ (i^(kfi(ia(m(kin(uiu\\ (aionsta^w a[|tia^^ (w^stó en (Kiano^

o/ q oqocjv

(Kin p o (tjt \\|| (EU kj_o (13, arno^ nr^itn (ki ^fl,(amp;ii ^Mi(ui(iri(Kin(Ki~nn(uiam

q q oo q q

aafl^oaji^N (K^anji(^ (ui (if|(in2 af|(uiTT!j (Biaju) (Kii|nj (U (ï|(iti2

o o . oq. q q

(wi ji.(im (ia(iri(m(ki(ki(ia(£ji[najn()nji(kjin_n(aaimaan(ui(kiii\\\\ .

13 KUJ j[

q q c!gt; crgt; q

i oïi aa)| \\ 1 (lfin (lui \\(kin (t|tii2(r|(iaï|(g_oi(kinaaii _a(m w ti^c| a(| (^

(ei(i!|(K^^\\ im(ui(Lm(LiiJi(im(wi^(^(i^(K^N a(|Min2ii[|o(isin(raaf|(iq«in~nn

o. q. ^ o o; f

(f|(kin(in(bi(uiii(ki(liiii((|(mn(ï|a^^ ||(ui(i5inahft.(as^(ik(uui\\ ||ö-di.i

o q o q o c a 00 o

in (Kin (KH ain an «in 2 m (ki 2 asm \\(ici (ici «sm ti ^ o (wi \\ (ici aq (Ki «i «in aait

ai o i la jo0^ 1k1-

q o q /

atj (oi ^ \\ (ui (ï| (uu1 (Kin 0x1 (ic) (liïi (el^ (t| tfl ^

o-/ q- q \' oo o o

II ami (isin as; aiui \\|] ajin am 11 o asm am (Km aan _A(ici iloji \\|| an (Km 3

259

ocr page 280

LEESBOEK.

(cwo^(CT(mK^^(io(ijiJi\\(Ma(i^fmMin(Kin^ij(Kina^(iq(q(i^nririn 138

Q Q cgt;

Tn(ici(Kiri(i(j(ann2(^jj^\\ (^ nf^^!inj ^^(S(Kin(u^(Kjo mt\'tiiJ) tn W mj(kn(ici(ia(ianrrt (ïjwinSi\'taiiïjiuinz^tKi_^i(g(oti\\ (uin\'STr(Èji(a(rj(Kin2

Q O10- Q O-O- O ^~q O-

rai(maai(oi(Kin^01 ^\\ (KimafldJiKjcuma(Kinaan-Jt-uniki«jo

a a 00 (KiajnasïKKiiKBKwtnanii^

d . ^4

/ O O- O Cgt; O Qt O rrv

(uin ssïj tti on (Kin (irut (uui \\ iï| on 2 asm (tj (ig 2 -fin (Kin (uin nnn (ui ^

Q ^ o ^ O/ Q o

(un (Bi ^^(amp;i (M am w (iaiii| \\ bj (ïj (ei 2 afin (kil «in (lAKi o g^aTinTn -inj in ^

Q Q \' Q O O

(K^aan o mvj asm ojui (um(irui mi m ^ajin ^(ij| (ki ~rn {m| a[j jji itj nri «j(Kin cji

iïj o 2 (Ki| \\ wwaCTitKna^n^iraiN ojih

o/ o \' Q o. o c-v n

cinfi«jarin2(i5in(Ki^(i[j(a(Ln^(iJin(Lm(Kin(M(Bi_jm«j(ui2(3Ji-Aa3i a[j(™ asm

qjui (um aan (ism| ^

as (um gt;([Ji nmy (§:fidi]| \\ jjoJKtn—Ji\'m^Mina^Tnoïi (wi afjo

uui aan Soxi uui (K^iian aa o \\ In nnn ^(um cm in (m o aflj (uri citi ^na

a » o o o/

(tn (kj (ïj (En 2 «1 \\ (um a^(i!j(ij)a[jTn(Kin-A(Kin(yi.(Kjia(j(£ji_n(ijijinfl|^

Q ^ / O- Q /

j|Om^(tfl]|\\ j|«jW2(K^(ïjaAJlM1II(j(Kin2a[j^2\\ (U M (LI (™ ^ C(CT1

Q „„„ „ O Q Q

quot; um 2 n mn aii (Kin ra---------------

o v a a/\'

afj(ia(Km~(ma[j(Km(KjEn aan «jariu (Kiii

oo/ Q O \' O o-

(ui asm (um iji (tl \\ jj (um tK^ (um ^m^ran Bj 01 (Km aij 00^2 itj m 2

™ ^ a a Q

asm o asm anj \\aan a[ja{)2(ijra3Jiaan(Kin|(ijm(Ki(um(Kmaan(EJi\\ (L(ma(j anna irj

(tjin»g,(M^(aK^^a^cLmojjamnjiafji^tici i^afjHUI

O/ a Qgt; Qv/ Gv O- Q Q

imn iji (Bi iyi \\ |j(BilTnri^(Kin(hfl.(kna!j(Bi^n(uinam(i5marj(L31(ixiMi(glt;(Km\\ (uïi

w arin iï| (ui aai (i^ (im (B (iin (mi ^ (m a?i

a . a / /

rati (ktt) 1 \\ jj (Lm «j (in w iicn ^annn nmjj \\ (tj 10 (ij a^iw w (Ki^ 34 «in arj

(Tj (Kin 2irj 1^2i m Kin Jimn ? ran igm rain am tj axi (M mim ifj o 2^(ui (14 iri|^

260

Km (Km irj (ran «jum 2 num nmKmra^anji (uiji a^Mm (ici(rj(um2Tn(uinmiïj

ocr page 281

VERHAAL VAN NJAH DJI KJANG.

133 jj (UI OJUl N jjCCT^^m^ni^^CLnhlCTIfl^lïjW^IKÏlJI

/ €. Q /

lïj(Uin 3 TTI (KJ (IK (IC11^04 (a ^

jj(m(K^(IK (uui\\ jj^((tg(ïj(Lm2|Manji(if|(irin2CT(K^N o (iaa^((u) ïjuuu

Q Q. O Q O O Qc

aiïiafjannii^ iïj(uin(OTi^ \\ ruui (M^(ui(Kïi(i^(ïj^(UïiM(K|ii!jKi~5»(ui

T

a, Q Q c Cv lt;3^ .

jj(M(^((|(Lm(i^(a(^(i^ifi[jOTi2(^^(iK(™| tcm^s^dKiuLn taandKO

(uin ui

O O Q. Q Q c Q

(KTn(isïii)(KïimM«)Tn(Kin(Kin(Ki(Kin(inji(Kiii(uin(ïiJJifKifinnN asiiKULnKnaJtiKi

cJl ( I ^ CCI | 15L, J-m

Q i Q O /Q O-

aan mi (M \\ ajin(^(Ejï(ïj(an2(i5in «ija5j q(uui2(kJi~nn(ïjnfintja^(aioaa

a / a a, / a

(Hi_(i(M(uio\'Oin(uin()JI(Lm cm(i^a^annajin(Ki| (Meji

a q. cgt;o / cgt; a quot; a.

(Lma^^^W(LiLn^(irin(Kin(m^fïj»Q2(OTiri(kJi nn^cKiii\'^ (i[|(üi2 «jw (^ o Qc cQa oo

(kh o (ism (Kj an om ^ (ik ik^|(kji m (l^nm(l^(^(l^^lL^j^ol (Kin(ia/t_j(tj k^2

/ o a o a a q a

Imia(M nm^oaisjjeji(ui(Ln|aaa(iKoici^oi(n^tnnjnfi!jaji~aT(n(M(mn

O a / Q Q a a

(M ^oi (CT^(mn OJIJI % (L0(m^(M(uiT^\'i!j(Ki^2 (irj(iK2^aj|(ifl _ra| tinnoJi (EJi

Q Q v Q / Cgt; Q

as^ ej asm ~m !^(wi (mr^^ (M oji im (tn (i-n -Ji w (Kii| (uj (tj w 2 j^mi oji nnnp^

/ a ^ a . . o (KTii(a(^Tn(ioi(isinQTn^(iK(^|Mïj(£Ji2anni(Lnn a^mTnanjTn^N (K^aaatLm

asij (^(imuui^

cw(ct(ik(uin\\ amp;(^(Ki(K)itnji(K¥i|\\ j|(uin^\\on[j(t™(K^«jo\\ (i™((y

Q Q

(ï|(ULn(t|!Ki^ uj «in 2 Mm-Aulh (M aui \\ (^o3 (bi(ui(kJi(iJut^(}Ji(iJu^(EJi rjaai

a c a a. a q cx a

(ïj ^(iq (ifj (Kin 2 at^anij ^(Ej(Lm3(Bi^\\(i[j(uin2(£ii^(ici(ian(inn ^ajin \\ mi (ui an^ ann ^

o

(tj (um 2 (Ki^^a^ ü (Ki|

/ cgt; Q Q OO

jj(ïj(wi2{.(mn(M tin^(KTn\\ jj(wi((|(Bi j(uu^(K^t(ai(k^\\(LJi(EJiMj(ïj(Ki-A3 / Q . Cgt;

mijKinri (KinnjtojLnwi (Ki ^

I cfl ^ «Ol

O/ O / O O oo

j| aPift^ffiT^ (ik (uu \\ ||(i!j(Lmt«j(an3(CTi(i[jt(^[j(Kii)!™(iai(isin(Kii|\\ (isintJinfj^

Q O- c Q Q O- O

(Kin lei (ixi (i nn in rn Kin (tsn (tn (W rai n-n (mn; eji (Kin asin (ki n ^ CX) J 4

261

ocr page 282

262 LEESBOEK.

n/ O Cl CtV „ O . , „ ./ O Cl CtV „ O . , „ .

oji 3 mm (m mm (Kin nii o om ? nri tui mnji -AdJin (M m.inji mi eji ra «1 (Kin \\ 1«*

^6 ö 11 Sds I K C9 (

«1 ^ (KTi| (EJl (Ml

O/ OO . /00

cml^ae; (UJi \\|j lïjajin tiai K|(iai(isin (KT|t dtjEn 2 timxa^anjiajinas^TriB^

aa,

0 CX I Q

01 asn ~nn uui \\^am (ïj ^

/ O Q Q Ctgt; Q

|j(ïj(K)i2jmfiii(}j) ti^fKinNjjCMiïjEii-JiajLn^K^^tiioJiiiN (uiomaan^iïjdjmt

q ^ o a \' 00 . o e-

(KintiiqmcLmoantwow-JifiJuitaiKiniiNiinozmfKiEJifimfKijooifiTiNajin

I co a I 2j\\ ^

CT^/ Q t CI!gt; CI!gt; t O

am «sin tuui aji (öi (ui fuuix\\ nrj axi 2 om (is iï| nn (isn ik^ onji (Hi (Km asm (isi| (mn t

a o \' 00 o

(k)i dj (au (uui Kjiïjajm 2 (^\\ M^aan o(^(t^(Ki (i^ am m

(KT| !£J1 (KJ1 -JTj ^

1^

Q Q O O O

Ki(KTn(isin(EJi-Ji!i^(i^fr|Tn2 (Ej|(fj(Kin2 (ism

a a o r o /

(Kill (ui junan (KUKin (ui (ui]|nm mj «jdin 2 (iiii| \\ (3_At inaai Jin (ei_j|

QQQO\'. O /a CJgt;QCgt;

iïj(uin iïj0 2 (u^ xi o mn t «sin (i^gt;Ji ^(i^ (ia| (Ki (K^ i (uin am ^ am anr| rc]

dtj (UUt 2 (Kl|

a . o / o a a 0/

■ 1 om^ag;ra|\\ (mn(Kj^ij\'ïja\'1^^110,1

a a a - a

(ijui\\ |(uin^fi[j(i3 2ra!M(K^(Miinji^(kii!iKN (mnt(Hi(i^01(isin(Hi(uin

a a o ^ - cgt;

(kii\\ (i^o(Bi(ïj(Kin2ïj(iii(Km(ixi(üi(icio^ (wiinfl8j(Tj(rjaji~J)(rjO2(J0i

Q \' Q a/ CK

(ion ((j(i^i2 micio^anjKuui^ «jajLi^Kin-Jimri^WN (ui-(KinTn(rj(oi2(K)i^\\

Q CX O/ ^ o

(ui(kii-Ji([Ji(iK((jam2 (i5in|\\ tana,^™ ag; (ixMfui ok ïjMin rui | w

/ o a a , q

I «jaoi 2 y^nnsji nr^tKTn\\(uii(i5iiioin^(iK(i^|N j| on M nan-Aiïj ei ~Ji (uui (m

a o a a o a. / a a

(mn (KiamTi oct^(£Ji^(ui \\ n[j(Ln (tjn^xi (^^(w (ïj(£ii~/i (uui mi Jin^iKin t

o a a .

(mn t asm (kh ^(m ojui

a . a . o

omgt;(i^(Kmn\\ |](um(uui\\ (M(inarin(in(Ki(iJii(Kiniism\'i(i(um2Tn(kii(Kin(Kiam

l^ttrtjjp ||(um(uui\\ (wi (KjCTnfj^a

a a

tti\\ asm(Kn_jin(Kinct(M(mn(urnnrjaxKMo«jo(KT|\\ (Ejaanirj^ajm (i!|(i^^

o a (urn o flK^(Kin iK^ajm nrj (Kin nfjj^ ^

ocr page 283

135

VEp.haai, van njah dji kjanö. Si63

/ O Q Q O O

(M 2 (wnn (KJi onii] «in \\ «jtil-Ji ijuintj

Q.

(K1-J1I1 !(j|(M (g lïjO (KT|^

Q . . O . OQ / /

jjtcwi^(ig;ad)|\\ |j (ïjojin 2 Ti(lOJt o(wij|(ëj tisinoi ia\\(m ran «jltg

a

aai (ïjuui^.

/ O Q Q O OQ

^aoi3[OTifitKJi na^(Kïi\\|jto^(i^(Ki jiisini^iui-AKinM(Kin(ïj(in2

O / Q 0.0 Cl O O O O

(Ki (Kin oi tti O mi jïi (Ki orin m t (üi nnn ? (um (un nnn -no (ui -inn (Ki om

)£- J \\ onn lt;s.

Ó Q Q O -------- quot; ...... .... quot;-™ - - — ~ ~ -----------^

Q. Q O Q Q

tuin N\\

/ Q Qc Q O

[Kn 2 C nnnn (KJi ar^rai N jjajin ann (ï|(LfU|^{KTna5in(^CT

. Q . O oo

(Km aan m ajii aan (Kin (kïi o Ki (Ki (Ki anji (Hi ^ y (uil (Ki ii ^ J | ^(KVJKl, \\ J\\

Q i O

1 OU) ^ ilOjjl \\ jj (ïj (Uil t(W1 (ïj (£J1 2 (Tj 5^2 ilOj 1| UI (Utj \'IJ (KlU Tj ^(Ul\'l (Kll| (ïj (LUI

oo / a o

waK^oi(K^(Hin (t|(uui \\ (kdonoidfjdiina (i,|i^3\\ (ijajin a (ïjnoji^

/ o . o q o

(^(MMinaj^a^oioiTn(Hm(^(W«sin(tje^2joi-nn«j(Kin^

O O O / /\' O Q OO

oi(Kiniirni (Ejo (KTjj (ui^sj^a^asm (tj(m 2^nmn(m ai^Kin\\|^(ui(M~ji a

\'a Q o o a o

(Ki(Kini^(i^^nmriTj\'i«njTnytJi (g_(Kin\\ (tjici (tj m (fjiKin (a (Kin »5111

o 00 / lt;bgt; a 00 a

Kin -Jin (mil (ifi ii m (uui (iii (tJi (ifi 01 (üi (Ki (Kin \\ (wi 0101 (Kin (isin (Ki n Kin (ion (uui

4 I iH^ 3 a a

OQ . /

(Ki-Ji (til (uiM^anji KTn(irini(KTnt(M (ïj(^(iNJii|^

. O Q O Q . Q Q-

(wi 2 C naan oji (kti \\|j (ui (til (ui atj o (ki ~nn M ïj 01 (i^(Ki oji \\\\

O O Q. O Qi Q 1

jj 01 (Kin (m (ïj o (Kijj \\ jj (uiii (kïi oji (til ~j| w (ïj (ui 2 «sm (uui (unn «j

Qc 1 Q Q. O Q Q O

(ïjojin2(kJi^^^^K^iioitajiii^ig(Kin \\ (ïjoifl^MinEJiwj djannx »1 aan 01

O Q OO / Q O O Q

(Kin aan -AKin vUi asm a «j k^isiti ^^(ktjooji (Kin(iJi(ici(uui tEJiüi^amiKj

Q Q Q Q- O Q Q. Q. Q O

m (ilt;i 2 (m (ai ojTi oji (isiii o (kji (Ki Jin on (isin n (ui (Ki Min (in roi om ojii (ui hi

K^J JJ J{ d \\ «51,

Q OO OO Q Q Q Q (KI -Jl (ï) 01 2 (ï] (UI 2 (KI _i(lv(öl (iruj (EJ1 01 (ISÏ^aSfl (KI (inn Tl \\ (IC1 (U| (KI EJj^ (injl (CUJ

(

(ïi(ui2(Ki_A(fcJi(m(EJioi(isin(isin(Ki(innTi\\ (icioKisJiaajinan

( J Q] J^O] ^ J

tkJi ~ji Ki (Kin oi tti O mi jïi (Ki am tti t (üi nnn ? (um dti nnn -fin (ui nn mi om

}/ ) \\ onn lt;s.

Ó Q Q O

a^(n (Ki^ (p^aj|K^(Kin (i(joia:^(ij|(^(uit(Lm niTOinaajm^

Q . O / c /

jjOïl^(lK(K^|\\ j|(Ull «jam\'K^OJlK^ TiT (ïjl^lïjiUI 2(U11 (ïjiKHl^N (l£^ (ïjlfl

ocr page 284

264 t.ËESBOEK.

Q O / Q Q O Cgt;

th (UIT! (UI (KI Ol ICTI1] (Uin (Hl ilfin (KJ1 (EJl H] (KJ1 2 O 1K1 -Jlfl (IC1 (ITin -Jïl (1X1 flfTt (KI_(1 136

) cJ\\ ( inn

Q Qc Q OO Q O Q

o?(Lrai(in(Ki(Ki(Bi(KJ)(i[]nriri(tJiiKi(Kinx \\ ku(KI, 3 I a

/ o q c o / q

|(ifjjo)2t(innn(M niY^joi\\ |(M(M(ULnoi(a((j(isin~n[iii[j(inji2ntj(ct(Kin01 (ia

Q Q a OO O Q, Q OO Q

(Kin(KiiKiiit(ui\\ (ui(Kim(uin2(Ki(Kiarin(iriri(Ki~nri(iaiKi(ifl(EJi(MiiN (KJHEÏIO J Jé- I «suku a J

O c / Cgt; /Q Q

(K^nait «j(EJi witjTiv^ n^\\ (ik 01 (tj uui ((j (ki 2 (ki (uui uui

/ q a

(Kn(uii|^(M(Kin(Kin^nj^^(ijin!i(j(^\\ a^asino (ïj(iJU^(ïj(iJi ^

Q Qc Q 00 Q (M| Mian ^ (Ki toj (uii (in Ki^aHn^(EJ) (M| ^

Q C?^ \' O Q QQ

jj arnn ^ (KT) 1 \\ M asïi afj iJi 2 ^ n.Tïii :kJi kiï} aan \\ |j (H (ïj mi 2 (ui (M (Kiji| ajin

O Q / Q lt;3^

(iJii^j|(iafiï^ii|(Lm2(i(|(inji^(amp;|(iJiMaoi(B^ th^on (tj 34 (tj ik (Kin arm (Km

/ O Qv

an j^ot kij in ïj kth (i(j\'kin2 (ïjO(k|£j t^(ul~(l \\ féj arrj ? jsii oai kïj ojii itj

a 00 o- q

«jMin nji^Kin irjuu) \\ (isin (Bi ^(^(uïi (Ki^ajii (u~/in i™i^(inj (ot (ij| o

. o ~ t

(CTjj ïjKin 2 afjo \\ (tjKin (uïi (uiii iiii (uin (Kin (isin xü^ (u «j(wi 2 wi ^ quot;(j

Q q o t a .

(ïj(Lnji2Ti(irin(Ma[jT^(C|ïj(üi^(iJii(isi)i 11 j aji (tjdjn uin uui (irjTn2 aji

C?v

(I[|(kJl 2Jffl K) (Kj(UÏ1 ttuill (IK (Kill 1[j^2Tn^ SJ1 OT Ol (Tj (Kïl 2 (tj Kj_2 \\ CUin (Kï| Q Q O O Q O, Q \'Q

(ifl(i5in(im^iui^(isin(K^EnnTn[Mj|N (Kii(EJi(Liu(K^o(wi~j|(U)Tn(uiTnN

Q Q Q. O O Q Q

on (Kil (ci (Ti o ? (uin ^ m (Kin (uin (t) Ki an Kin (M til (iJiJi (Kin t (ici (in xji o an (Kin 2

J I \\ K I (KI, J J I JU

O «, *, Cï^-(rj(irui^k^(un(EJi(^|(i[j(Kin2(i[jo(KT^(ïjot (KinosmKin^

o /

(um (ïj (Km (ui (^jj (uijK^^

/ o Q o Q / o

jjiifja^aLtirmoJi an^(Kin\\ |(K^aaji(^(iJ^(kti|\\ (Kin nan (ion (t^ eji os^ t 01

O 1 OQ

inoajiTn^x ------- -------------

fKi(ui(isin(iaJi\\(inoi2(isin(tii -Aann (ia asin ■

g 13 ( ^ J

_ c O Q

^(iKd^iN |j (um inji (ïj finn (tj (^(ïjuin 2 m 01 (M fc| ij o^ (

«jum2man^quot;^Jjïj(uui (Ki~nnasin (E| (Kj

o . a a 00 o t /

(tj)(injimnnjaicuiniiuioifKinanji mo^a-nnaoiaoiktnoan (kiajui aJi (ïi(isin2

J B { 1 ^ I

nnnaTTKinjin^x (Htom^(U(^ a™(i5in-!A«|(EJi~n(UJi (ifl(Ein(EJi^(Kin\\ (a

/ o o o / a

^ tti (Kin iKi ui (ism (iiui \\ on 012 (isin (til -Aann (ia 15111 tti ^

g (13 I lt;0 J

a c a a a

om ? (ik (kï) [) \\ u (um (ifui (ï) finn (t) kj^ (ïj uin 2 in 01 (M dzj ij o ^ (uin x (M 01

o . a

oi-jinut^ (uii(ui(isin«iiuin2xi(a(Ki(i(lii|i(uin(kin^ 11 (uui(ki-jinasm

ocr page 285

VERHAAL VAN NJAH DJI KJANG. 205

/ Q Q O

13» OiTlfl Iin (ï) flflfl 2 101 (UI (1 (KJl ffiTJl (EJl (KI (kil St IT (LT J O (UI (ISIH Ol (ITUl W m TT) 2

CJ I cJl JcJJJJ J ^^1

(isin n ^(cti mj (Kijj ^

/ o q o a, a ooo

1 ijijoi 21 (ïinn (kii mn^mm \\ |j ij arm 2 «sin m iï| (ia ^ik| 012 «sin w w ooji

O CX ^ Qc O / O ^

(Kïl (151)1 (Kijj 3J1 (Kill (tj (IC1 9^ ï| Ol 2 (15111 Ml O ^OAJ) (^(M (UU1 at|(CT 2(}JI| \\ (Ifj (IA.1

/ O Q O /

in uïj aan mn m ^(um (uui \\ ïj aan 2 iisn ^(eji o (M in ct 1^ iï| iisin 2 aiTi

OQ a. a / Q

(Ui i^(kiii xtflj ion Ti aai jii as^ n

a . Q. o a

j|annn ^ae;»«)|\\ j| uil (ui ï|aci (tj kjanaxi3.j1 ojh aia in dj ui 2 ?(un kïj \\ 1 m aj

q o a

0 (Kil ui (Kin -A(Ki!i ojii an Kin m \'Ki

I la

/ o a OQ o a a./a a a

jj (tjooi 2 LtirwM cii\'rt} Mn \\ jj«j(um2t(i5m(}a^a5iiioi^\\ (kji (Kin ^ «in

(iih(i^aaji(Kïi|^

O/ Cïgt; / O Ü Q . Q

1 cml^as^ as (uui \\ (Ui (15111 a^aji 2n.mtui aiT) aai \\| (cti nnn (aj arut ra

a q Q O

anj na (ui in (tj »«12 an _ji ki^iki (£ji| w

/ O Q O

I (ïjdJi 2 (. cinnn (W aln^aai \\ || a^ arui (if| axi arj in nj \'ui oji (ij (Ui ~iin asm arut (Ui -Ji ^

0.0^ q. oa a a

(uiii (ui) as (fcji| \\ af| axi (r| a^asifi nnn (irij nji am ga-ai ij im ki ojj ki _j| ij in \\

Q Q. ó

arui (til___n ? am a4.i (kji (tl (ion -Jin 2 an on 2 asm a-n iim tLan o (wi (Ki -j). ami an o 2 ? ^

\\ «1 I \\ lt;~* JJ I \\

o t / o a t. o

I arm (k^j| \\(Ui asm (ijm 2 (. aw (kh aiT) om \\ || (öj nr^^axianji a;| a^annn nw.

. o Q Q Q

nn a(|o 2 ^M^a(| o \\ (um (ui iin ei j aun a^axiiiaji (r|(Kiii2 a^aj ui2 (ui KXj aaj^

annn ^

Q

/ o Q o ooaa.a 1 a(| (Ui 2 i ann,! (ui annjKin \\ |j aj on 2 asm to -Aam (Ui,| m a^o asm ifu !£Jl ;a«j

CV Q O Qc O O

ari^aTinN (Uioa/iEJiJ^Eiifiiin ^^(uiasinajintt^ojaii jj.(inji«|02^\\ (kJian

a

asm ~/in (tj tui ^1 ^

a i o „ a.

I annn ^(is (CTj| ^ (r|(iiui «i(r| 0012 (ij 1^2 \\ afjajin 2 a[|anji^ (K^ ann aiin at^jj ajin

O Q O

cm am (ï| ui 2 ^(Kin (i(| uw t ojh oji (tn aaniiii) (ui in asr) a^ (uin

/ O Q 0/ O

«]30i2Canmnoi anxiaan\\ |j04a(|(Ui~iliajikk|(uiaaifcJk\'tJiaaneju^(Uim

17-

ocr page 286

266 i.EEsnoEK.

2 fw -AW mi w ojmi imi\'in tj tui 3 ^ rij iiri ii^in ^ Kïm ^ 13s 010)™ ^3 m quot;\'I;U13 101 ^ \'Kin w «j (eji ~ji (uui aj iionj \\ (un O ojin

i O- Q Q O Q *

o in ï^ü (injHtJi nnri irj

Iormn\\ tun MI«K (ULT N jjiian^i^iu mm miBi 3 mm3 \\ ici

Q Q Q/ c Q O Q\'

(1X1 (Ifj (Kin 2 (ici (UI (Kïl Kïj \\Éj cnj ^ (ïj (Kin 3 Kj o t (Kïl (^y (Ej (ULI (UI (Kin £JJ ^

jj ana^iCTi dg; (tn \\ jj (tj) g ui ■kti -oji iilii ^ iij iiiii ajil eji ^ ;kii| drui \\ (uii (Wi ^ (eji

^ tj (un ïj iq (W u mam m o 3 yui xjj ki ti dj o 3 nq asïn iTtquot;

a 1 ( CJ

am in ^ o ^ o ^

\\ 3j \\

| (Kjra (Ulll Lom «j(Ubl 3 (M —ifkKll] (KI -Jïl (UI Kin O ïj KJ 3 (Ui Tfl Ol

Q- O . OO O \' Q \'V ^ o

!kji Ki,i(un(Kin«in isïi(tn(ami ki Knasn ki.■] tannaan(u(kio-j(kjitti\\ uifigt;ki c-)l ^9 O cJ ^ J J H-

Qc Cgt; cgt; Q. o c / Q

iel ïj uui (mani i^^un .un (ki jïi eïi gi \\ .im rn t ^ (u t oo ti w (in xci ïj io

„ Q Q J OQv . qc cjv J o cgt; / n

(Kïl UI 1-n t^i IJ lïj K) 3 (Kin (Kin ïj (UI 3 (M Kin Kill IK) LTj \\ (Uil (El mi

Clt. G Q t O Q rrv

\'til otth itsn JKd-tïi i^arui (tn ^ji yuin a^djj isin afin \\ a/in t uii\'i iKin ki eji -oi (inja^i ann inj \\ o i (uin^(EJi(oinm(3^|aw4.aj\\0,1 t (ki ei (eji (wi ti

Cl Qc / a Q Q Q

cmm x ui .ui 3 in ki iq i n mn ti ooi in majuudoi jïi n annn «ui _ji ki nun x

n \\ \\^d (k I CJ Jdf

/ Cl c\\0 Q cgt; ,

jj \'Kïi \'ïj (iJui 3 (kii ^rii ki inn 11121 0j\'¥ii| o ti ij o 2 ^ki ii^i ij 111 ^ wj {fj

«j^(g(Ki^a^anniir^(uin^iEJioinr^8^|,ra itnx (uin^^dCKijwaa^

^«lil tj in 3 am x uj Kjiun dj mj w u1i (ïj in o^t ui ti (kn iMruii uli \\ (M

(KDl (M (EJI _J| (KI -J| (Uin 0 (Uj Mlj(CTl^ UI Tl (kH r6ïl| (KjUUl m O on^ («I (ULII N (KJ) O \' c Q O O

(ui «jiirui tj tii o Kn (eji (Ijui3 (Kij|(M un «xi tj m «m -Jin (tj uis (Ki^fj

Q. Q

(tj (Uïl K|UI Tl (ki :15ïl| \\ (El 00(1 Ol (l\'\\J (Mj| M mil Ui (UTj (Cl (tj KV2 KUj (KJI (Utl

(waji(Liu^ïj(iq(rjTJi(LjT| (Ki jin in (EJI_JI^(u?i ïjojin ai^ (tjinii IEJI^N OJÏI (EJI

ocr page 287

VERHAAL VAN Gl.OEGA, SLOESOER, EN SARf. 267

-aonO t Q Cl Q Ot

iJW am ui no (ti in (K) iï] (ik 2 iq uji an in inajin .m o n rui m im ajii «di m ui (un \\

(tj (un itj in (K| (ï| ok 2 ^aan «j n Tj ajn w o xi rui (ïj twi (uii kih w aj a

^ o\' 1 O^, Q

i iif|^2 oji jii m (tj (ixi 2 (wi -Aim (ki (-jj ^ann (tj «sn 2 afjn

Q Q . Q Q Q. O O CX

---------- -------------------------------------(Kin- —

(isu

(Uj^innajj (Ki|^ (i^!^(iai(Kfi(i^(iJi(K|(i^MiaaajtaTi^(mTiiq(iq2 _(Ki (Ki~nfi O Q O OQ Q

M ain ui \\ un

l vi\'i (bi \\ uin (Ki eh 2 ïiMïi 2 rm i (un ki 1 ki (ki un (m (Kin o (Ki n ; w nri 2 (n

cj l«i nn CJ d\'Kd\' d !KM Jl r I

a a /

(fjian \\(un ktj un (Kin ojii (li m ïj 0001 (exj om (tj (inn 2 (ir| o ^ (Qj (üj (U M (tj xoi

Q Q Q Q OQgt;a a . Q

ivj o (KtrHfljj \\ ajïi KI ^(in (ki (icun u (iK ü 01 (tfin un ijj, «ffl| N

Cgt;, Q . CT^ Q Q Q/ Cl Cl

(urn ij uui asn ei] cnj ^(iai -tti (un aji «11 ei| \\ njn aji un uui o ^3 fj o \'it)

Q Q\' C5gt;\' Q 00 aj un 2 n (til aai Kin w (ici (Kin o onn (wi -A(tj (vn ^ dj (ilt;n dj i^ïj Kin 2 (tj .u «xi nnn

Q Cl Cl O- . O . O

ti xi on \\ un o on nfl oji (ei (ki n ji tj (tj Kj ij (Kin 2 (tj o isn «n !U| Tj ann

Q Q CV .

^(eji -nn in^dj(Kin 2 ijpx (ui ok aun (ct| ij (nu -m 2 ijcin ^ ejj (tj nm 2 nn orj

Q / Cl I

(tj mi 2 (tj (irui 2 ^ in ki ti (Kin Kn^i^ïj in 2 qji «(j rvj in ifj/ej m amn-jj \\

a a \' O/\' ^ a

un in| um (ui(M on ^ w in (tj «j_\\(Kn t «jun 2 quot;in «j (ui (n un (kï| «n afjiiiJi ^

00 a a

1101 ann (kn n rui nm \\ n (in 012 «sn (tl (i-n -rin 3 (ki in -aoi on o (Kt q in 2 oji

II j a ^3 III I 1 -a

OO O t O

(Uj (inj| (uii (tj (^2 (Knjj ^ n-Ji (ici (kii (tj (ici 2 (ki -jj ki \\ ïj «n «j n ïj o 2 ixici ï) in

Q C5gt;

--------------1 in

in un (M (Kin mn mji (M iki 1

I J O

O O Q C?gt; . O

urn dj gi^2 cj (t™ 2 anan \\ jj nrui ^ (Kin (ui (tj uui \\ ik ïj nm 3 ïj tti 2 ce| o (kJi

. / . a o

(Kn m o nrtj \\(ivj ij (ij ïj (iji (tj on 2 (tj ik 2 ^ ojïi (k^tti inn -nn ki ïj (in inn -nn

. cgt;

ïj(Kinïj(ui2!wi(ui-Jiïjij^ïj0 2im(tjannuincim am o om un cui

cr^ quot; a

ïj (lAJi ra (tj (Kn 2 ïj in 2 «n oji un \\ (ia ia (tj un 3 nn in ran _Aïj o 2 o \\ (Uj

o cr^\'

amn ran (in «sn ^n-Ji n ïjuuian-mïjOCTïjranïj^N i. i kii ijKpiin

Q Q \' Q Cgt;0 / Q O . Q

un ran ran ij uui (ui (isin in un ïj am \\ iaj ojj ïj un^ (ui «sn am nn t un

Q OQ.

uui (ui isn am m ^

a cgt; cu o

ajnran

jj on (iTj (M| uj|nm \\ ||,|fl ^!1Jin fum m ~jj rain ^ran 1^1

a. o o o (ki ïkui -Ji iftji ra 11 ann 2 (ui n \\ unonn nninn 2 isn ï) ra2 un ran (ki (in (uut uui I TI I cJl 1 (CCl Ji

ocr page 288

268 LEESBOEK.

QQ-O WdfUl^ (ISniiLTOin^W JklTjlEJl-JlllLI (ïj!Kl JÏIJ (ïjlJI (£11 ^ (KH (BI l*0

a Q. Q . Q / Q . O

tmn (Kin tti Kiii (ui (isïi (an (ia (Ki n \\ (isin(iJut(kii(ai~Ji(Kil(EJ)?m(Lnn (15111 (uui ann

cj a e 4 I

. / Q , Q G Q. Q O Cl O

(M i Kin nq (Kin (liui i (uin .inn ^

o q a oo/ / o a

D inn (in (til 2 m {Knn 2 aTnn Nnajin (lwi tow (ki m (im (Ei|(KJi (n(EJi 2 nriMi 2 cuin (Kin \\

(I (ai I Tfi cj (I cnj J ) \\ \\3 J

Q. O Qi C^O

(uin (i^ari (Lm (K^oianji (mn (f^(i-n (uii (kil (isiii (tn (rjii^M 01 dfjCT^iïjiiïi 3 afjiin^^

.O Q Q Q Q

(E|(i^^iTm(^(Eii|^(ej(Kin3g^Tnoi(Liin(K^^ (Liin(iJi(i5in(rj(Kin2(i!j(uioa;Ji

/ Q

(tl ui m aoi 3 an om 2(a\'(l(Ktin;ui^ (ti(uui(Kiaaio(KJi(tio maois (inaniiii3 an

II I ^ ICJ I I CJ ^6 I I I

a a. o o

flfi|iLiin(K^iLin(LiLn(i^ !a^\\ mi ü (ui a^i aaj (^01 naii «in (uin ^ um (is (n

a

(ïjTin2 ^(Lm^^XlK^^OllOJlllK^^.

O O . .

jj ann anrjajiji ^inn \\ jj ui (^ ^tuin t(i[joi3(i5inK!|M^(i(j(}oi3 om (tjiioi 3 fjom 3

Q 1 Q O Cgt;0

n«lt;i|\\(EJi(ifW(i^fian(rj(Wiif|Ti(ijT^(ifljin(EJi^(Lrin(£Ji^\\ (ismMdj^iK^arui

a a a

m (!xi m to (ism om ? ajii iian (in Til nn (uiii, (J4 o Ti (M (tl «I (Km (Kii (ti turn

113^ I I K I

. C?v

11 (Lm(tlo3mKm3 tnnn\\ i|(in(iju(Ki(kii(in1tfl3(ïi(Ki2(ui((i(Lnn\\ (Eii(um(ïinnn3 I lea I TH CJ (| I »3 I l^j- I } (

QOQQ. a „trv / Q

m aan (Km oiaoi (tai o quot;in (kii (isinii am (ejij t(Liin iïioti^ o (Mi ajm (ï)(uui2 «1

I (KL, (KI, J[ ( (151, I (

0 c?v cgt;

(Ij (I5m 3 (ïj K1^3 lI^(KI\\(LIÏl(K^(l^(I(jO(Ul(Ul(Klltn((j ^2 (Wl (Ej O (ïj (IC1 3 ^

O OQ Q O Q C^Q

(Ell^OOlMmTnfKlllïjlCTl^^ (tj (Lft ((j (t^(I!j (CT1 3 (301 ^(I5m (ITLJ (UITI IK^ \\ (KIH (kH

a a \'ex.

(i^(i!jiLm3(ai^(Lrmfum(Lm([^M(K^|(fj(ifiJi3(tjTn3(ifj^(ifj(Lim3(EJi^(Lim

o cu ,

(^(K^(i5m(ifij,(ïj^j_ï|[uiii3(£ji^cuiiaiin (i!|(un3 (ïj(^r^2 (inji^n-nj|\\ (tj (ici dj (^ (ïj

Q Qi i

irj\'irm3(K)i^(Km\'tj(Lim3(EJi^(in(i^M(tfl~/mK^ t ^(uitj^tK^^^oMm-im

a I . o a a o

(ism\\ Imo (ui asin^oi (tj o \\ajm (ui (tj(ia (tjfgMm (i^(in (um tti (i^(i5m

/ Q Cjv Q

(ui (tj^Kj o 3 (lii ami dfl cij in (Kin o (ui^ n (kn quot;tji1™ ^ tj «01 «m jiti

o a, q a o » a

(i|(ie; ^(uiji\'i (ui| (in (ia (ult (uui ann (tj M 3 ajiii Km (ici is, ®j ^ (i0| \\ (tjicidfj

/ a o a cgt; / a

(tj(^(u,,(Km(Liui(i^(tjoi2f}oi ^(um Km^(i5miJio(ioi(Km~ijaj|(L[m(Ki(Lim

cx a

(tj urn 3 tn (tj (urn ^ (tj(ici ïj i^ kti (tj dim 2 tn ^um tu^ tij «m^ ki -jki Ktj i nq

ocr page 289

VERHAAL VAN GLOEGA, SLOESOER, EN SARI. 269

ïijj Ti irj kjm (ixi \'itti \\ Mfwuquot;ui Kin quot;in 3 t min ij on 2 mi mn «nn

tiro :(i[|[ui2iiri(is^O(is^O(i[j nfjoa «j (U, on 2 soi yw M O

^i^tKin lïjTn 2 ntjcKin 2 iïjo ï m on tan am|\\ itjdn iïj(^;Tnn «j

Q Q O O /

ïj o m iï| 012 ooi ^mn !K^(mng/0|(ifj(£Ji20n mii| tun (kd arm m (k,i njin ntj

/ a ^

(i[j(ia2(nji(i!|{ui\\ tuintutki^imamatjfKinasifiiïi^titio^ ijan «jMj/Kin ïj

Qc O / a Q- / Q Q / Q

(t|(Lnn2(EJi^(UïiiariiK|(un2(i[j (irm 3(^(K1 -Jm ^ ^ ^(mn (a^ uut (uui (UIJI \\

on ui irj(t^dxi (Sojin tol «xi iiu aSi a™ tn (kh jkki -Si (ïffl «jtismz

/ Q Q O

(Kll|\\ (ï|(iq (^^(UIIKÏIMJI (ïj \'KJllrjOn2(Kï|^(Uin!K^ (IS^ (CT^XI (Uï! .(I!|^2

(uin(tjOaaj(unn\\\\ aan^(wttim(ïjnriritiKj0 2(is^0(is^0(fj(glt;ntjoi2

O Q C?gt;- O Q O Q

(M yisïi (ia|(uin (K^ (til inn nfj (uui w -A(Kin th clpji (Ki (ui ^

Q Q Q O O Q Q

(irui (ism tj (Kin 2 ^ iitji ^[Lma^ajianjiyuii (lil ~nii miKin ijMin 2(kji (i^o^ (un

a a ^ cgt;

(tj (uui 2 (b^ (tij (inji ui (ui (ici (l^ (ïjjnji 2 (Kin -Jin dfj «in om o m 0 (M djwi

Q Q„ / Q O .

(ion\\ (W(uij(ian^(rj(uin(U(Kinajiii(rj(mn2irj(K^2101031 o *in(kji-Jin

qv a a /

(l| OH 2 (Wl ^ (Kj (Uil (Kil (ïj ami 2 (ïj XI 2 \'KTJ (ïj O (UI (M (K1 -.(ïl (KI (Uïl (UI (kJl

Q O Q O Q. c

jj rurmn \\ jj 01 m ? w o o (ism t (uin «j 0^2 Min | \\ \'mi (K^tn tjifui w -AOJj (g,

(Kin tiK^anji (i(j(un ((j^(}J waxii \\ (knon^(K^(KJi iïj(amp;Ji~n ojui (i-n-AirjiJintj

/ O OC^ Q C3gt;

on tri (Hnn (Ki (irui o (Ki -Atm.dJi o (ti Tin !wi 9 o (ui inn (ui (eh iirut o (kji ki n \\ (Kin ( ■ (KIKTJ y 1 fw, \\ tim asi/J J c-Jl

Q Q Q Q- / Q CT^

(irui o (ïjo (^(uj ^ifui asïj (t| ui (^(uin (vtiï^ (uui ij\'g,\' «j (ia ï| tti xji asm n kii|

O OCÏgt; c?v , a / qv a. e^\'

ami asm ^ (uu % as^ ïj th ïj ^0 asm «j o «jarm (oti uk (e^

, Q O Q O O O

an^^OiK^^x o i^aoi (Biaai asin w (t|0 2 (i^(uin (^^2 (K^ aji o^Tn^ami

a cl Q- Q o o. a cgt;

(urn w (i[| (EJi-Ji (uui !Ki| :(i(|(irin(™i(Lm(ia^(Ki Ji.(is^(EJi((j(Ui2(Ki Jt.(EJi(a(inji

a a Q

(EJi-Ji^(isman(i^w(g,(K^quot;^ (ïjw iir|(i^(K^(m^(Bi-Ji^^(ei (ULH a^ w 01

Cl Q Q / O „ Q

(axiM^TO(uin(iJi(K^anjiaj|(Ki^cH^\\ (i(j(ia(£|(t^(K^irui(uino

CU , O Q\' Q

iuïi ^ ioj (Ui ffj \'EJi j (uui a-q (til _ji in ^

ocr page 290

142

270 LEESBOEK.

jj (kJi oji (ici (Ki SiCTj \\ on (iTj o^wi am éi iTi ^(uri n^i (Sn nj an ai rq

/ ^ o a, o a \'

on fi n qji _Aaqa.m o 2 (Kn iki ^nn m cnna tui ^

J ^ CJ

CT- Cï^-O Q

|j 01 fOj (kJij| (^(inn N|j(inj(i^aaiiiBij^m(Lm(KTfi(KJiaanTi^

/ 0 Q

j|onfiTr|ikJi-An^.\\ |OJI«jOjWiM«jEJi JIUUgtnj(i^t(mn ieji(Kii| iij(ui(i!|

(Tj (K| (1^1 (1T1 (IfUl ^

ei o-o c?»-

jjonarj(ki| iKyn\\|jnjinnji^orui(tJi (ismiel 10ijcirnmi_aajtil-Jiarui ïj lïj^qnji^ajim \\\\

\'f] O 2 iki Kij 011 iijj \'xj t9i \\ éi iri aai ajn nj| »n m iri ti Kin oj an -.m adn an ajin

o cSo J. ; I

oanaxKUKUiEiianx

ö quot;3

mL|a-n \\ jj Kin aj axi 2 qji _j| w soi ti a^oiquot; f.a aj fm mnj aQj| (Si w

/ cu q cgt;

|( \'u^jxj| quot;j1/112 ^1111 ^n ^ (Hin fEJi Wjj \\ irj ia.a aj igt;U7i agn im irjan nj anj

cgt; cr^ Q,. o Q o

am an ^fiTj (a| as xn ojii aai anj na anrj aj a\' a:n o rjij \\a_Tin nan asinim

Cl / Q \' 00 \' Q O Q O

101 ^ ^ Kl Tl ir|fl \'til WJ| ^ (HJiaaJt aa| rifl .uiTJi ij^ita

aai asnn nn (-j itj aan 2 a^ftJi (t| K^an| (Kin eji _j| ^ ain iuj an^ a^n ann (eji —^ an

^ o Q o \' o Q a

(ui fU| ti (Kj ajiiK^ajj an -JV.ann (u -Ji wan -Ji am amjj anj anj aanajj an|

Q 7 Q

an^on an anj \\ 0^(10112 (i(jarin2(tfflij|\\ ajj an aun qji

c » o / t,

(Ui (ai itj m (ai inn amth ann| asm tn a^as a^jomiwi a^aru a^ (eji ji am

(ui (inji^o am xj \\ ojj a?i aj ajm 2 aï?Ki Jm afj iti aj iq a~m ijl O urn o (k!i|

Q o o Q

an ajj an _jj cuj amjj (in aij in 2 w -d-o osiri ïj o «j an am^ ajj an| \\ a«j anj kp

o o /

wgt;irLnanji^((|0 2^itjn^aj(M|in rjin 2 1^ nj 1«) ajtj am adj

Qi O Q 1 0/0gt;/

ann as^ im Jin iKjaanajWjj \\ (ïj(um 2;eii m ann ;(Knn (EJiM|(ia a^iu 2gm mi ti

Qi Q , Q \' O

i^im (ijui anii ii^i ^ o a?j am w a^ (tn ~ji ijui an -^\'tn aj (iji -ji \\ am oji a?j an^

O Q Ó-Q.O o o Cl Q Q

M an am ~ni ana on am t an in an an a ann am am a \\ (Hi an am (öi ö in (ui an (^ Jl ^3 cJ[ el

ocr page 291

VERHAAL VAN Gr.OEGA, SLOESOER EN SARI. 27-1

^ ^1 ^ Oi CX O Q Q Q. _ _ .

.. „ Ti fisïi (uui (Kin mju \\ iw (hïi u in ivti arn (Kin iiaji isi ~ji j cum kïi «ji «iji gt;ki Kin 143 J \\ Tfl CJ \\ (Ja

t lt;3gt; Q I Qt O

(Kinon \'ij kïi \'Kïi iq kj^r| uïi ^\'inji iui ojj ki -a(mïj iKin j».(M^mn Kin

q. o „ Q o Q

a i in ikJi lion ii \\ (um in hi 3 «Kin (Kin onnn (m m in_n isin irai iq üq n (ici m ia 3 ieji om

cjj 4 I cj JI ^ ^j-Jl I

Qc O Qgt; / Q Qi O a

(Ki Kin ai in (kJi iinn ui\') tun nin 01 m -^.iirui on (tn (Ki oti (ui iirui n n o t \'U ki (Kin

a cjJOJ 4 ^ d

O/ / c?^,

1 lïj w (£Ji (Kin (li oru\'isin ^ in ^ (cy (tj ki 3 (ï| (kji _AKin (M ((ki^ kïi

cv , - , ^

(kt (tji_i] ï) ki (eji _ji (Kin (u iiryi (isin ^ in ^ ojH (L] ï) (ki 31] (kji -AKin \'M (wig (K,m

O _ O Q Ó Q quot;

Kin Kin Kin tm iki ji (tn «m _Aasi,i (Kin -a? tii niinn kïi 1 nan k «xi (ui ®) ki 3 (ti

^ cj 4 ^ CJ 4 J \\cn \\

Q Q. Oc O cjv O

(r| mri 2 iio^ ivin i^ in aai ;| \\ cm (Kin ;m ü \'tj (ct^cuh dj inn itj i^iuin (tj gi 3 (ij ain 2

a a o c^o quot; o

hui i (Kin (ui iinii a\'ïtn iinji ii ojih (ei i-q m m (tci 2 nsn (i tm on gt; (uii on ? \'öi on

CJ 4 «1^ 14 ) ) i

Q CK. O

(ij ïui 2 ij Ti 3 iixi inn orrj rij i^ Kin (u iifLJij| n (tj iici üj 1^ isin (eji \'jj, 1^1

O- O \' Q \' f .

w na (tJi -Ji ki (kji if ui Kin mi isin on ki (uui ion o f \\ o 11 inn w o o ? vKin usu Jrj ^JJ «suiia, M I ^ \\ ^ o quot;Qc cv a o a

Kin 01j| \\ (Ulil Klil K^ClJl CVTj (£JJ Kj^ b\'l l(j Kin t KÏI (tl (ki I (KI (tj IQ dfj Tfl ïj (IC1

O OQ . O O ^

dj 11 Kj O (H| Kin iwijj (KI oij (Ol 3 lisill (tj KI Jin 3 KHKUJU (KI) Uj Ojj ^ KÏI

Q Q\' (EJI KÏI ^

O a Q Q c

cLui ann \\ 11 ki (ici w on iiq 2 (Ki ^11 ki ; w \\ on inn (Ki u ji ki ii o 2 o on kïi

^ i I J^\\ Ö ^

a o a . o / 00

(Dl n (f) (uui an ki 3 on ki ain a.i dj) kïi m o ai o tti ui 1 m \'irm 3 01 ki -ji ki o

I |a) ^jKuJ Jc r 41 _

Q Q Qv Q Q O Q O

eji o on kïi ui \\ \'Hi tui cuii ,0 Kin (m ^kïi ici ij u 310 ^1 tj m 2 (tj uli 2 Kin

^ ^ d I II lK^

a. a, o a

KTjj (KJl Kin dj XXI (tj CT 3 (tj (U| 3 Kin tj (KI (UVtj .TfUl Ijj (lj| Oj ^

Q O QcOa Q,

o cgt;e

--------(tl on 2 (M _st, :Bï| (Hl 11 KI w

jj a^!}J \\|j Uj Kj^Kïl (tj 01 3 01 KI JkKm \'Hl KJ KÏI \'KI Ol Ol^tj (U 2 dj (LIU1 3 KI] Q

on MnuLi ki ui ki (ïifl

J I I

O O

ïin nn \\ li nji ? t (kh Kin u) ki ui \\ Kiuian oji (tj \'Hi ji sjui ki _a),o uiji kïi

A} II ^ Jd J \\ \'

Kl[|

/ O Cl . , Q

TROjKJ \\ |j dj on t (Hl iK|Kïl (Wl (Ij Tin ^ KÏI (Hl (Kljj (KJl O) dj (UI 3 (kil| \\ (Hl (KI KJ

O O O - _

ij oir UI om ui (ui -ji kïi io| (ki tj (Hl ji (uui lu^atj dj on dj i\'in ki ji. ij ihi ji

o a QcO

(ULI KI(m.umOTJmodj^djiu^K^

ocr page 292

272 Leesboek.

oq o q . o a

jj cinn \\| (ïj (uin 2 \\(eji gaai ajoi^(^(isin(uui(tjoi2(isin(Ki~jTj(Ki(itj(u2 144

q a a. c?^ quot; o oo \'

lïj (UUl 2 (KTTK IJl (M lïj Jlil (Kil .IfUl 00] x USIT) (£J1 ïj (Ulfl #j firïl

/ Q Q O Q Qv cgt; Q Q Q »

tm aan «in hi mui icuin (iK(k|(Kïi(kii (ui tui -j (ki-jïi (ioi \\ .Kiij iimi mi aai (tJi rj

Q . QV q o c?*-

(Kj(KintM(iAJi(ai(i!jM(ïj(Kïi(u^asinü(ij|(ixi (Ki| (Kin iciji uut (ki -jïi (rj •ui

q o

(iri (ki (Kin (ui (ki ~nfi an (ai 2 (Kin 1 ^

J Icci 4 /

/ CJV cv Q. O/ Q CTv cgt;

jj N|| (tJi ciari ^ui iojj ^kïi (us.; ïj (ia (i^(Kin mn ^(Kin cuin ^

q. q o cgt; C?v

II rq ann \\|| (un m ? nm arm J ki ~nn di o 2 tKin ooi ? (U (iji (Ki (in (Ki an n m uil

(( II \\ J |W \'inn \\ aii^ I I

Q O Cl O Q Q

j(kJi\\ (ei ^(Kin K^aan(Kin(in^(ia(ij \'rja^aj^2(fj Ki2a^(Eit (ïj0 2 (Kii|\\ aai •-

aai (ifui (ui (El (Bi ~ji ajui aii an aai t (n ajui (Ki (ü (Ki n Kin (ion as aai n \\ (W ui oji

J* I Ü I l CJ lt;-1 J1 J ^

O . Q O OQ Q

oanajuafuiaiiiiNanaxianiKiaJia-n-finanEjnaaiiinaaio oin am o fimin aai

s al \\diJ a I o J O

a/ a

an (tiu in (K^ aan ^

/ cx a 00 o

jl % jjajïl finn ij ajLi ki Kin osn (i^| m an (Ki Ji-an (Einj| \\ aj an (tj

o a

£Ji (ui oji ai OaH an an arm aai aan iirui (um an ui x\\

•^ail |^ hH J I

Cïgt; Q Q Q . . O Q

mi am \\|i (mi tiwi (un M Kin o \\ aq T] aq i; 1 an aai arm afin x (um nm gt; i at) iki ^ II J J J J J J UJ \\ I

o- a a o / a

(Kin^w iïj(ia (uui a-n Jkio an an (ïj as 2 afj m 2 \\ a^ a-ci (ïj aai^2 asm anjj ^ aj|

anjp

/ Q c Q Q

n Tia.ij| % 11 asm 4JU11 (kil (EJl a-n ojui ? um m-ji on \'tn m (uui wi aan ajm an eji m kïi

IJ ^3J i J jJ\\ I »3 I

mj (| Jdquot;J) \\ ^3 \\

o oaa oa QO

(Km (Ki| \\ ij lum 2 Ki Ki _(m aai (ïj Kptm asm an aan eji (Km afj aai w ^ ajm

Q, O Q. Q O a O/ Q O

an| Mnn (i^(£Ji ïj (um 2 Ki^aq -Jin (t^ nnn aai ar^j ae; ajin (kn o aai aan ^ (um nnn (um

o ex o . 00/ \'\' a . 00/

ann \\a_m kïi an c™ inn arui «j_iJi dj (tn -Ji (uui (Ki| a^n aai oji as^ arn inji a^

O, ; Q O (X Cv O

aan ^um (KioaJiafjO-JiaAJian-m^ ^aai ar^ as ajm oji o o oji^ \\ajm (ïj rmn

00 a a c o

an-A(ïi(EJi~Ji(uina-naanasaniïiam2\'}Ji_di.(uiasm ann oji oji (irm an(tn (Kin a

la K ^3 11 I

Q c CV O »

(CTi^(Ki|(kn (ïj (ui -Ji ojli (ïj a^aai x^kJ, O aan as (U nj aan| \\(K^

OQ Q/

aan aan as an aan ^

aa.

ocr page 293

vekhaal van gloega, sloësoer en sari. 273

O . Q O O

i4ift IIWSJI-JIIKIJÏKKKKTIO om 01 o afn,1 um ïiai 2 «iMina nmn (ui kiji^

(1 J fa ö O J lt;-1 |ai I -n CJ

O Qgt; Q

1 tuil) m (Bi 2 iï) (Kin 2 mnn \\(ui asui 01 nan (wi n anji an \\ n (ui (M -Ji «n o nn Kin 2 ti

I («1 I m CJ J Jl ^ II J I I I

«j (ükeji (um ^

(ion %ii w Ht ~n tui anji o gt;iJin o inn

_11 (Ki (OJi o lUin o mns

J J

o

(urn3 (1^ljlx ijuui«j(im«j(^uuiïj(Kin2(ïjotiKin;(ifj(uin2-in[wi

Q Q lt;3gt; O O O .

(lafi (Ki| \\ (isin o (kh -jin kïj (EJi (uiii ion ui uirj ui kh ui cn (ï| nm 2 raj ui

/

ofjunn (Ki|\'^

Cgt; O lt;3gt; Q O

jj(a(Kin^(Ki(ui\\ (u^Kinasin w (^02 ki (Kin ^nri om^iuin

o ev

ll(Lna(ïi(Efl2(in(Kin2 mm \\ iim(uin2Tn(EJi(in(Kin2(iti(K|2(Kin(ui(inui-ji(ino2

i N I th cJ (I I I Idquot; ^ I I

Q Q . Q Q/

(i^O(Uïi(Kin\\(isin(aiïj(in[i2(£ji(Kinaji(is^(isin uin ui (tjaxi (Kj^

lt;3gt; Q Q /

ui (tj (Kin 2 (Uin m (ej (M cmsj um ui nrjEJianj-^

Qv a /

aajt ann \\ii (um ann ? vnji «m (Kin (irut ïk win o ^

4 II \\ J Jl

Cgt;

(uin(t|g!^2iKj(mn2 jj«j(iJiJiMiiifj(Kin2irj^2\\ ajini(j(LiiJi2 (ui(ui(Eii(Kin

(isïij| (^ u| iij (uin (Uj (U|

Q ^ Cl Q Q. O

asm uui (ism nnn ei (tu (M (ei ^ ro om tuin inn m (Ki| njs^ Ej ^«^ui

Q CTgt; ; Q O Q.O Q

cinn gt; (uin w ann (ui 1 (nnri (iiui (in o 2 mi (K1 ~.rifi ui nnnn ui w \\ «u \\V_3 ( ^ (J

Cigt; I Cl CJv q

jj (Kin ann (Ul ^(ani^uui mji asm on quot;\'j^2 N j| w «j fc1 ^ quot;J1quot;w

Ctgt;- Q ^

(iaj(is «in til «jo2 (W|quot;^

o a Q Q cjv

(um «1 (EJi 2 an win 2 nnnn \\|| um mn ? o irui «g; ^

(CC1 (-in CJ II ^ J

o a c2v / a . a

ouin cj mojih (ton ajjikj

Q Q Q 1 a

«j mi -Jin xdxi iLj ïj -Jin ^quot;fj (un2(KJi-ifl-Jsin(B| \\ aj(uiii[j(ifi2(M~nntKTn

a o- OQ a ex cïgt;

(i(| (Ki 2 quot;fj^3 ^(Ui (Lnj 0^ (Bi (ui ui -Jl (M (M ui (CTi^^iiaji (ïj n \\ (ki (ui tuin (Kin

Q OO O Q

(ïj (KI 2 (ïj K^2 Kj^dJl (BI (KI -dKBl UI tLnjj (U| UI KJ (UI (ïj K^(KJ1 (L31 (15111 O (M-JK

18

ocr page 294

274 i.EEsnoEk.

o ^ (i-n oiïi (Sn «j im (Kjtui rni _^(bi (unn ntj mn 2 w -A. (Kij| fion ui ieji ict^ 146

(KI (KI (KIT! 1] ^

CJ^ 4

eC lt;3^ cjv o

(Lnj)iïjg^3!(j(mij2 QïinxMfisiniKTnfvinM^l^iimaJiJiN j|(wi(i[jTri^«j(Ki(kii(Eii-jj

Q C?v ^ ^ Q Q

^nnnajifi (ïjann(wcijt iïj(in2 ïjg^iïjo (un\\

(CTjI^

(CTonn(IJlnutn jjojfinrn^x (Uiiiêi(kii(a^,w(ii|(ui2 iiffli| iifjaaji2 ion

a / a a (Kin t ui (Ki in LMin rai w

^ dt ü _

O O

li um nn (til 2 an (mn 2 mnn \\|] m am 3 asm ki ii

\'I l«i cj IN 4 _ ^ ^ ^

/ q, o q. cv Cl o

ji[kd(ui(uiiLnij(Kintjifim(Kinumnjj(in (Kijj lïjO2kt^mi~nn bi nnnt (um ,ï|g!)2

O Q Q Q. O O

di (Kin 2 mnn (um a-ci iti ? (um (um (ki (Kin o mi n m o 2 (ki a-n ~an ui (Kin w 11 ^

I ^ cj ^ \\ ^ d \'hO Jl I q4

II öuïT tin (ïiii 2 nn (Kin 2 tiann CTira inn \\ n jan mmji 2 m on 2.W1? majin m om «in

II |ca I ui CJ ^ II , I I 1 I ^ amp;

/ . CL /

(ra nnfïj«inoïi ai(Kiii2 tjaj)^ (ioi(ui(kflo«j(ia:(O(u(^w(isin(Ki|n (tjdxinfj

CTV CL üc a Q

(in(m(inoi2(wi^(i[j!uii(Kin(imii(jO(ifj^(uiTnN (inn^aai iïj(uin xoi anji ann^dsm

/ Qgt; • Q ^ ^ ^

(£Ji~J|^aJin (Kj (£Ji2 min (tj ;nn 2 «jg«jo 2 (tj (ij ajui nru (i{i|\\ (um (U o w— (^Jj ,

gr

jj;i^(inn\\||(M(e-J|(Ki|^

o Q Q

I (um (i[jquot;£Jn (tj (k«i 2 nnnn N||ajin (i[|(ijiji2 (is^(ian (Ui(ioiE|(iaJi^

ncmojx MCTra.-inn\\ ||(Kii(ei(i^(K^(ian(M «j(Eii~ii(iJiJi^(nji ^ei ^

Q Q O- O

(raji (Bi -Ji (uin Kin \\ (ij 012 asm mi -Jin dj (iinn Kj ui ra na -a ij ei ~i

Q O v OO

(uui (Ki ii \\ (wi ki cm (f.) (ki (isin ü (injt jrui (til nnninmiawo ji moji (isinii % sjkki

a l^la quot;3 O I JQgt; 4 a

Q

oaso^

Q. Q

II nnj) ann \\ii (um (inn ? ^

IN 11 ^ Q Q a Q

|j(Sr(iLje2(ïj(CT2 nmn ; (Kin aan 9^(01 anij (Kii| ra ifiri

a Cl CL O \' O Qi O Q

(iJU^(i^(Ki|(iaa(iS(M(uiaaJiann^(ui(i(ïj(K) 2Ki(Kt-Jiii(ui amnM-^

ocr page 295

VERHAAL VAN GLOEGA, SLÜESOER, EN SARI. 275

O c?v cgt;/ a cjv /

14? I|(mi «1(^3 iKiaai 2 mnn \\ iiaai^tL\'] ^(uuitajiiiariann t th

an (ai 3 m (Kin 2 mnn \\ ui (tsn ,rui in \\ iimtivlt miiutijiiianann t tti (KjI m

|ca I in (J «3 II ^ I I

Q O Cgt;

(i!j(^(Lnii95ïi(Ejt(^a^^fj(i^3aoi^iïjoiïj(ui3{va^(iaj(EJi{Lnn\\ iM iïj(Kin3 KA

Q Ci^- Q (Ki (nt(Kii(Lnn

Cgt;quot; O OCÏ^ Q

inj^amx j| (KJ) (1X1 (UUI (Ej012EÏI^(Kl~™i3K^flK^[K^anJl(K)ll^(n\\(M lïjfOTflfj

q„ a er- a o o/

^^fj(CTn2[K]i^(uin(Lriiio|ici!i^,[K^ tuinonn^ojiniet^ iw OJI (wi-A^iuin o

Q Q» Q - O

aTmnqiKiN (uii(Kiü0^n(M(inii^(0am(i5riiKiiinasïi(Kii) oaqtwin \\ mao

intji^p (uin^iCTO^niM^^a^ww^ïjasïi(K^g_a^(Kii|\\ ifj nj (gaaii (tj tti fKïi m (kJi o ïj ici mi (Kïj t o th (kil fj (3

C?quot;- Q Q (i^|\\(i[jici(rji}^iiajiiifjTn(Kin(LnTi(Ki(K^toTn[iJi(r|lïjo^\\ «j

^ 3 lïj (Eil 2 OM] (ia ^

O „ Qi Q» O Q Q „

miii ti (eh 2 mm ajin (öi td 0 Tfi\\||(mn(KTn(U(in(uu(Kin(yiaji(uii(Kii]\\ lea I in cj ) ) \\\\ \\ I , s O J

00 a

Kin (Ki -dt-om

O/ Q Q/

(KiitafjajiT3Tiii!|M(iri(uinK^^(uin(ui(ij(Kin2(rjO(£ii(Kin(ïjam3(ïj(iajt \'\'j^2

(ïj ae; 3 \\ (uii (u (isin (amp;li ikïi tui tti (wi (isin| \\ iïj(iJU(i^^tli(Kiiïj(trïi2(ifj(i^2 \\ (ïj

cr- Q Q q o. Cl

(ïj 01 2 301 ^(KmO(l(j(W2 lïj (15Ï1 3 (fj ^^2 (1^(K^ JJK (UI (Wl (K^ (ISIH O (KA —Tin (UIJ

(um (kj am yuin om (ïj o n (Lm(ïja,in3(ïjim(CT iuin(Lii(Eii(ïj (Kj,^ (aj fimi| (Ki^

Q Q O Cgt; Q

!Kii|in(M iji^\'uin(ism(kï| ï(ïj(iju w(ïj(Kin(ï|(^(Kiniïj(uui^ (k/idcui ikt^(ïjoji (in

o c a o

ra^oi (a (CTi_m«j(EJi3 lïjBi 3 (i^ (i^ ta^(ïj(ici (^(EJI^N (ïj(uin2 TI(KIII

inn (Ki n ^

am j{

Qc O Q ^

jj(kfi (i^(iniinn^(kJi| -i^arinmT (i^nri (i^ininn iïj£j!^2 (irui (ïj (Kin

w^(k|Sr^| sTifui (Ki \\ (um i^amp;i (til (til Stitm (ïjam (ïjJ^oi mj oji JkasjA

a . a O a

iian (i^ (wi (tn (ui (u arifi ? lm (ïi w 2 «i (Ki (ui ^

^ \'Ö ^CJ ^ ^

o Qc ^ a ^gt;o/ o a

|| i:tji om \\|| (vmarui (tn «tji m iisin (Uj (ki -.rin m xtkii ui (Kin (Kijanji eji (^0 «j o 3

^^(}j((wi^(uiT(irjaqt!ïjon3;,i5in^(ïjTii (tj(ui2 ict^(^(U| Mijj uin quot;^j^2 ^

o o \' Q Cl Cl ^ Qc o

(ki (Kin (ij| (Ki -Jih ïj gi^2 (iai| ramp;j am (uj (ki -Jin tui (uin ieji «siij irtj in ki (un aji ui

c\\ \'

«sin o (kji| w

ocr page 296

LEESBOEK.

/ cx q tcq oqv

||nj^am^N(M(Kin^(M^(Maru(i^(Ki|\\ lïjdaiïjjqoaJKEJiCTi 148

o- . qc qv q

(Kin w aai (CTi Dlt;ij| (Kin at (w^| (U](i^(U(Uïi(KTn(ici(i[j(ia2(wi^i(inri(ifiJi^

a a o o o /

.roannn ii(Kin(ionm(Kin(Kin(uin(EJi~Jiiii(Ki3(i5in(Ki_Aam(i[i(in3iï](ci2Ti(Ki

(Ki 3 «sin (Kt _Aam (in (in 3 m c_

_ ai lö I ^

Q O , O O Q

(ITUl ^(IJ| (KI Jin ^ (M (Ij 01 (KJ (KI (kil (UI (K)l (EJ1 (KI ^(EJl m JO) \\

O OO OOO Q • O

(wt (uidai^ui^nj^x (tj(Lm o^(ai^(ïj(ia 2(m (L^ (k)| \\ (Bi (i(|(Kin 3

[ t, Q

«sin w^(Kinii5in(i^(^o^M(is^\\(uin(inj(i^(K^(m(U(KinTn(Ki\\ (i(joi3

(i^ ^(uii Ti (Kin (tj (^ (ot (uui (ïj (Ki (En| a / CTgt; O\'Q. Q/ CJ5- Q

cm(K|\\j| (EJi nnn ^(um (t| nnn (ki jk(tj ejui (uui ^(tj xoi (wi tn (Kin i (ism ir^nnn\\ ||(^aiïi^M(^T^(im^^((|ann(t^Tr|(CT^(M(Kin^ü(EJi^^ (Kïiarui^

/ CX C?- cx Q

| Njj fl-fin (Kin oi (ïj M (M ïj (Bi _ji (uin ^^1 uin (uj mi ^

I OO Q

^ w \\ | (kJi ^ (fj(uin2(tj(M^(Kin(kii(i](iryi(kJi(Kin(Kiii(iru(Ki(Kin(Kin(Kiiiiinji

5Ta

/

| im(k| njj (eji ^^(ai (uui «j k^o^ki (ui w

Qc

IjTOamN ij^CTa^sa^fifinitjj^Et^^K^ffliJi^

/ O OO/ OO Q Q Q

jj\\ ||(rj(uu)Ki(ij(Kin2(i5in(bfl-ïji^Kin(wi(njnn(Ki(K^\\ (ui(ui«joi2

o-o dS i o- 000/ c?^

(isiiig(iaji^(i(j(ui2(is^ON (i(j(irin3(i5in(i[jW(ai(Kifirin\\ tjct^oji(Kin (Kin

f / a 00 00

,lfjtn2(.g^(i[|(Lnn2Lai^N (KiK^KjmKjïfflaasin fl^^n^ (wt ^(ifi| «in o (Kin

(M -ifl-dfj (^(Ul (lf| (W 2 (Kll| ^

q o a 00 o

afinx jj (aio (ui «j eh ~ji (uu) ^(tj 012 asm (ki «ui ^ (ïj ui 2 osiij o \\

o o Q Q ^O/

(i[j(an2(isin(i[jjWiBi wam (Kin (K|(1X12 34-jw\\ (u(g (^(m 2imaan mi

(tj on 2 (tj (Kin 3 (ot (ki| ^

„ / O Q Q / Q Q OOO Q

|j(W(Kj\\||arui(EJi^MinaanlEj^odsin^raiKinN ^013(6^^(^1(1011^

t. CT^ O / Cv

^JjgyKy ^^2 (KMOfin 0 1!j (Uin 2 (kl|| (Kin (Kj(iq 3 w t (Kj 0 3 (ki KJ^

276

ocr page 297

VERHAAL VAN GLOEGA, SLOESOER EN SARI. 277

„ . .o q/q .0.00

149 aan (uiri firmn o ? (lm tin iiaji o an o 2 (ki ii min o m (ki (ki iian ü m (tji (isin 11 \\

cj \\ 14 4

oc ooo. cgt; o . occgt;q oq

a5in(uln(m(kiji(i5iiiio(bi\\ (kinofwikiikiowinrintlnaioiokinii (tuikimn ^dt Jl rj

o 00 o/ cgt;/ q ----- ---------...........................

o, c?v~q \' o. o

cuïi o (isin ^ niin nm (uiiir) nqojii 2M (Ln^^ (Kin lïjW 2(Mt(mn (Ki (K^

ojllo (ïlojlll 2 (

1 , i(i!j(M^(^(i^(W|(Lm{inn^N utitn^tui (isïii|\\ (aioan»^

o-o o ooo-ö

mn o(M(gïjoi 2 «sin ^(iJi^oarui(w^(isiri(ULn(M (ij|^n (ui «j ct (ïj ajin «j

o o o o. ■.

(in(Eji2(Kiii(in!i{i(mn(KJi(EJi~Ji(Ki-^ogt;tmti2 mm\\ (uin(ïi(Hi2(Kin(Kniïi(EJU \\CX\\ (5. ^ J )\\ \\ CJ I I

o / o o o cgt; o

(iju^(iani(ifj(kiii(kii^(eji(inji a-n\\ (amp;ii(^(ktntn(kin~/in w(ifj(ui2(kji_a(kin(ki^.

000quot; o o

iwi?(iti(lm(l[in«i(eji2(ktn(irifki(kin^ o(m(ljim(in(in(ki(uiii(i[)ariri(iiiiinjt(eji(kii

\\ I lea amp; ^ )a\\\\o\\^ ^

o o o / 00

9i (ïl (iaj1 kii (ïl (iaj1 ki Jl.(in (si_(| (ijul (ïl (ki 2 (isin (ïl (lil (til (kquot;/ (lf¥l \\ (ki) o 1 o (in (oti (Kin (m

( ( (ca |ü in ^ (ia,

00 00000 O. o

(irutin (ki(k^ im(othm^(i5ink|,(inn«sndjin (itj(eji2(kin(kin(ui^(i[j(ktn(jj|^(ioi

o 0.0 ooo . /

(isiii(kjixrj!g_(m_a!kitinatn\'^ (tni^kinw^jm j(laji(i!jw((jxi(a2(ïj(lnn2m

o o. o o o . o

Kin(i^|(K^(m(Lm(Kin(M(EJi~jjjfl«|(La(i3(kJi-A(Kin(Ki|\\ ii(|ajïi2 ioioAJi (til

o o. o o o /

(^(km «j (uui (Km (ki ann m dfj ti^pajin (ig;afjann2«j(ioi2(m

O. O 0000 O i^ann \\ jj (uvi arn ^(M o oti (öi (Kin asm (^(Ki (Kin \\(isin uui tw eji ^ mi (ïj (ici 2

o 00.

(M om (tn (ei (kh Min (irui ^

^ ^ 3\\J

/ O 0 0

■ \\ jl dg; (UI (UUt (CT1 \\ (Tjajui (K)_dgt;.l£Jl_Jj(Kl-dl,(l(j(EJl-Jl(ULn (ïjK^Kin(LCl (tn

o \'

«in (cti (Kin

o . .0 o

li 01 (inn (KJi n mi om jsin o (Ki (ki Kin (ism li \\ (iji (lm (Kin (isin o iki n aan (ie; (m \'tin

(itj (kjijj ^ann js^ \'sj «vm kiii (eiiii| \\ (ut im «in ;|]n iu| (ki|

o \' / o o o

til nhr^aan ^ on nnij sji -aohija (kji «xi (ir| (tj (^(wi iirui 0 Ki _a(ej) (c^ (Lm (Kin

/ o\' o o o\'o. o o

a^MJin (Bi ann I\'M (tJi (Kin tti ïj ojïi 2 (wi ~ji (^i (igrmin (isin u (Ki| ^

o. o o

jj ïj o 2 «j w g_(iJi lïj (Km (M^tum (uj ^Kranij (mi| on^ mn o (ui^ t «j 012 asm ki^

/0 . o o / o o

«j (uui 2 (kij| (Ki éj urut (ui (tj ig \\ iLj (^(Km am uj (uui 2 (M ^«.(ui ann -Jm (kji

o ot o. o. / o o

(ifOi (Bi (Lim (Ki ii \\ (Lm o (Kin 01 nnn (kji „Acma im \'Bi ? (um (bi 9 (urn (ui iifui w in

, J \\ \\

o . / o o

min ^(wi ui on nnn oji „Anflanji (eji -ji ki anaci 3 oji (tn (in (Ki ki ~nn n^n mtji ann

s J WJ J^\\ ^ K ^

ocr page 298

LEESBOEK.

c?v q o Q .«a

oanji (mn aicriiMii iinjaTi umi \\ (uinoinas/nnniiu) «urn sjin (i[](Bi3 (Kin i»o

j cJl Ji Jl «3 la (ca

278

o o/ ev

«jin quot;quot;j 2 f™! i (isin oi nrvj (M| m w ^ jj iisin (i«) asin ra) (isin (Kin ~nn

Q Q O/ Cgt;

(ïj (KÏ1 !IS «j Tl (ïj (Kïl 2 (ïj O (U) (WJ (Bin \\ (EJ1 nilfl (KjdfUl ^(E| £J1 ^(IT^ (kH TTI (101 (IJ| \\

/ O- cc

(ai r.miKU] (um (Kin agn atj «m ann -jitti annn isin tui ^

oo

rijynn \\|j itj om 2 asm ki g^oi asm „atti (tj (ui 2 m m ^

q o o

(KJi (ui oi nnn (M ^ m onn t tuin (Ki o (kJt _a(eh _ji(i{i_A(ui(Kin(KiJi.(tA)i (isman s J cJl ^ J I

q. . c?^ c CÏgt; a. a

(ïj (in (m (Kin (tj (Kin (wi ^uin K] tuvj \\ (O^aKm^ifjiianoaoiEintLmTitin^w

c crv cgt; a a o

— - - -ui cn jg; ta Kin (Ki (uiij| o ^,301 -Jin arui kji ia (ifuij|

a a . c a / a o teKKdinmin an------------- ------ ------------------

(Kin;01 mitmna{i|\\ cum(|Qnium(Ki(Kii(Kii(ïj(ui(Majm(i^(Kin-jria^i

o oa

an(ULi (Ki(umas(M(irui aim an \\ asmranasmafirai om (ti(um2 bi? afi(um\\N to

I ^ Ö I I n J

Q CTgt; 00-/00/00/

(K^ran an 0,1 a4 Vui^1 ^ \'quot;t| ^ ^11111 !™^a^ a^i in (i^i an

o a / o / q / a

afj o 2 ki^(ki jm n (um bi ann (um a(j (um 2 w »^ti (mTi \\ ojieji-j

Q c O O Q. Qt O O

(iman(Ui2(kiiaju(KmM(EJiasmn(J4(Km(in(W(Ki(}Ji(tnasmaf](Ul an asm ^ (Kil ui iw. ( «su ca dl la «U I O I «si, s

O Q Q Q Q/ Q

(una^(ui(C|\\ (um a^ij(CT|asm(Uj«zmnru^uin(Bi(g_(tj(wi-d-asm ti «k (amp;!ii|\\

Cigt; Q / o o . o c o

aan«k(EJliKKKmil x(Uiom toojuiïtum an annn2 an(Km2\\ann(uiann«Jt«K(EJl~Ji

^ J1 7J ^ I CJ I ^ s

Q O O a Qc O

(ifui m «xi (inj| (tj ann 2 «sm \\ (kji ut «fj (um a^ atj «n; um «fj tu

Q Q O OO Q

(W(ki(ui(oi^axijjt «5m(Km^an2(Km(i[jan2(Km-im(rjraiN (wioan

O c O . / Q. /

arj(Km2 (ïjotKm t om (ui om (ui tajm afjmn^ (um oji Ki(k,a («^(wmn intum (ui (Kin ^

CJ

nnn ^(wi (ui an (ie; (a (Kin (Ki 0 -Jin ami kji ia aan

a a . c a / a o

mm an «j ami raj (uiJi (K^gt;gt; (inn nnj (M| n^ann (til (ui tui^

Q O lt;3V Q O

(tfi ~ji ^ (ïj (um ftn (wi^ti am in o(u^\\ OvJianasin-Jinatjann ^(Uj (ki -/in nnn (ia (m

O o\'ov O Qc Q O O

(uin (Kim asm (ui imom (Ki0 \\ (tniui raraio«xianntuin o (wi a-n (Kia (öi kïi

J1 cj CJ™ 4 1^ ^ 4

O O Q Qt Q Q c?^ a

asm (Ki| i (ïj (012 Toi ^an (ki (uui t m anji o «sin -m (K^ (£ji (uii n o m (kji afj

O Cl O O QQQQ

ocr page 299

VERHAAT, VAN GI.OESA, SLOESOER, EN SARI. 270

O- O Q

151 lia£y).af1fi^ |i(iqoi2«sinnq(Ki^2Kim(KTnTiiï|i!Uin3(M_A(Kin (isir^daafl.rut\\

| (is^iku ( cq ^

cr^ o- a Q/ Q/

(Ki (éj eh }^yKï| cui (Kin (Kin in ®j(uin 2 (w^(i[|(ict 2 (M (U| (ki

q /

(KJi ui (M (eji ~j) (ki om (un (wi (uin nnnn o [i ct (nn (kji ii (oji nm ojiti iï) ikïi 2 m

Jö ö* cj 4 J JN 1 ^ I

q.O o a.o

(KjOJUl 2 (Ifj(UU12(lJl(lSin(Uin(Ul(KTll (Klj| \\ (Ulfl ^(Bl (Wl (1X1 lïj (Kfl 2 (Tj

a O O Q.

(ïjaui 2 ia ^ (u^;on (Kin (Kin nrj(uiii ü «j (cti^ü fisin (isï^eji^^x (tjoi 2

O O Q Q i Q Q

(isüi (tl (Ki 2 (Ki (ki iian ? i (Lfïi om o (B) (Bi (Kn in cmin (ti otukm (ui (tn win nraa.

(ö fisuo \\ «s. J ^ ^

Q . . O O Q ^

(ui(ui(tJU?(inajiii(EJi(wincmmo(Lm \\ (M!a(isinaTn(cin(iri?(ui;i(EJi(K)?(uiii

^ \\ I «a, J e \\ 3

^ 1 ^ (KB| t OI lïj M (1S111 01 ^ \'aoj\'1™1 ;KJ0

Q O C quot;

1 ciwin o (uvj \\ (knaCTOiiian

q ^ o

o MI 11 \\{M (ui(Bi(MXicmTn(k)i(EJi~ii(Ki~riii(M(in:in_n(i5iniisii)(Eii(kJi(|cuiiie:(EJi

J lt;J1 11 ^ I ^ ^ ^ cJl

cx. o

(Bi (Ki (mn li \\ (in o 2 in (Ki (i^i 01 onn (kn o anj] ann (m in (Lnn (M (in asin asn (Kin (ki

cJl I l^a J JH ( .is^ j KU

a 00

(Uj i\'j iTj rn (Hi m\'iH arm,\')n (i(j(ui(i!j^(kii(iciar|iïj^!a(K^ osjtkih kj cjij taa

o ^ cu o \'\' Q o

(Kn iirui nfj iMiii ajn ^ï| 01 in mn (isin Kj_-iiiri ^ (ifjda (tj (fcu t 1 mt, i; 1 ik| (fJi aji

o a o Q Q

ui ki i n ki o (ki ai\'i m u lui ann n «1 (ai 2 (tïin (ku (kji (Ki -Ji m (ki .Jin nnn m j

^3quot; üJ^ ) Jl quot;3 I »

q o \' . , o- cx o

(Uïl (EJI (til (101 (Ul|j| d-CI £j| (U1I1 (CJ (Ej(UID 2 (W1 (^(Ol (ïj (ISIH 2 (KJ) (KUl

0 o lt;3gt; a o

(isiJi (Kij| t (Kin t (ï| uil 2 in (um ki ann (uinK^\\ajiri(ui(Kin(ia(ixi(Kii (ï| ^ixji

O Q -

wj^jainaniK^(CT(ïj(iJU\\itj(iQ^^^(uin2Tn(a(ï|(inn2(M(Kinw^^dij«jin^ ajin

Q Q/ . OO/ . \' / n .

aji ran (oi (Kin (irui (ïj o tui (Kin (mn «j mn 2 m 01 K^om (uin o ^y/

O O CX c

(tn (ij(Kin2 (tja^2(jvji^| (Ej a5in(Kin ^^(i^ (Ej w \\ (ej|iwi(ej

a / cx q c3gt; 00/ o a

onn iiin -^,™11:1 lKin 1,111 ^ o w ~nn (ism «m (01 (^01 ^wi mi| ^

Cgt; Q Q Q CiVO O Qc

jj^ (£j ^WMXiaTaxi^(Ejiinnii(j(ui(B^(irtT(^(i^(Ki| anji (is; o on asiij

o a \' o a

an (Kin 2 (Ki (EiKUTn^ïiwmKionnnnojiii (injiann(KJi(fcJi(ui(Ln(kmn tw,Tn (wi

1 r1^ I la J clll J ^ O\'1^

CX O Q CvV cv Q

(Bi_n (Ki (ui (Kin ? (um (ei (Kin 3 ki (in (ki 2 tti ^ (tanasiKinariiirKKin (EiicuaJiiuiJi

je?, \\ 1 asu K o I ^

00 o a. o qgt; / a

•Kin (Kil 1 anjt 01 (i5in_AiKin(ui(irj (Ej^un (ui inn (ki (ui(3nJ1| mn (ui lïin (u

O Q Q lt;3VQ Q

(E|(Kin ui (ici ~nn ie| ann (^ojj ij 101 (K| tj agn (Kin an (L| (iiT| \\ (ukwi in annKi

ocr page 300

280 I.EESfeOEK.

Q t O- 0„ Q CJv

ei (uinnij (ai vCT oti (ui o ^ojin (ljnrij(M| ru|ann .ui in^\\ (ion «e; anj nm ui 15S

O Qt CT^ / \' Q O Q

Mrij(iffl(ia|(KTn~nfi(Kin(i6;ó^\\ «11 IUI iiJijj ini n-tm \'tjiin 112 ifj (uni 2 w ifui ui

a. o Q 0/ q . o o

!Uiy(Lfin(i[]iKin3(Kiiin(Hi2Tn\\af](ui[i(EJl~JinnTn(Kiniin(ici2(KJi(iJui(KinW(ul(i5inii\\ \\ I «su 1«^ I I ( na, ai dl

q c . a o o

o o ct : «j ajin om aan ^.ïj (til ~ji oaji (in möi (M (KTrnmn mn | w

/ q o Q

1 (un iki om «in ~nn (Ki \\ itj(w \\ (Lm(i[j(uu2

CÏgt; CTgt;

(L^^^MKLfïi iïjann3 ntj^x (Kin nj in 3 atj rai 2 dj o (uui aim «Jiouin iKjooi 2 «jaan 2 a

(kïi-Ji (M Ki n ^

Q. CX Q . Q OOCÏV O O

^(eji (um «in ui 0^0 unsj (kh (eji (ki -ji i^nm ^(in ooi 901 \\ (Kin mi ^(Kin

Cgt; Qc C£^ O Q c 1 / O ^ UQ

asin(Wi«j(ui2 !ifl~nfi(Kiii(isin(ki^ (M(i^(CTn)^ (M^a^(Lm (i^jj inji (Kin^\\

Cgt; Q Q Ck C?^

(ij(Hi(i^n!j(uafl^^(Kinw(itjO(rjTin«m^(i^(Ki~nn «in üa tn 01 aT| (kJi|

Cïgt; / i O Q Q

ïui nnn Mian ^ (um t o Km 01 \\ (Lm im an (m „aui (ism ~ai ü o ? ^ eji (ui in

S y cv d «i j)

QO UcQv/Qv QQ OCgt;CtV

cmiri bj (Bi (ui ui ~nn (Kin «e; K^tum (ï| onn ij ^uin (wi ji,(kiii oji «k \\ rui

vT^ t

n^cnjmj 1,5111 ^™1 n^j ^

/ CiVCiV Q Q

iï;,()x,it(uiasin(Kinmajin (Mnii(Lm«1 uui2 «1 (Kin«1 ki(u«jina«sm (nniiann

:nO I 13 (I I I 13 al

(t|(^i2 ntjiuia (ïjoan 2 ïj Tfi2 \\(ia amooin it|(Lnii 2 (Ui^

Q Qt, Q Q

(til iwi tti tmTTi \\iium nnn gt; \\(kji o ui^

^ (1 ^ .

o a -o a/ a a o

(Ki (Ki am (M an 01 asin I (inn (Liui \\ (Kin asm an (B (Kin (Ki as; an ïi «m 2 m asu^ ^ CJÜ ^ 11

t Q O t CT^

(ijarm 2 nn (W| \\ afjici a(j(i^(ei|^TiniïtTn(M (^:kï| an (i[j(iJi2 itj (Kin 2 ^ ojki

a. c?v a / a a a a

(tj am (ïj kj^uïi !^aan(MTi(um(Km(M(Kmfisii)(iJi^\\ (ifln(£Ji(inri(ict(U|K^an aaji^

Qc / Q Q

urn (Kin (ie; ^(kih a^i ^aai asm ^^^(U| (Ki| \\

CX . / Q,

02 a(jM^oiaij (k(iij| iwinn ^(kii (U (i^ atj ajm !B| agn ofj o alt;jKi^(t(|o (ïj

(KI (KI (IAJ1 (KI [1 (Lftl (kJ) (UI aj| (Ï1 (UI iKl (M TTI cmill (U] \'KI (Kin (UI (KI (ICl 2 (KJl OJUl an asm ^ |aM(jai^ ( m I asu

Q Q. Q Q O O Q

(kil .ïj (ui ij to (CT (kii| (uiii «m (IJl (Ui~rjMi (ljm^w^(wi an asm| (lj (t^Mm

c O Q

nail (i^ (ki) (kii (uui (M ü tisTi ~j] (ïj (Kin o (ï| dei 01 oiy (k[i| (iaj|cinn (uin nfjann ^(Li|

ocr page 301

VERHAAL VAN GLOEGA, SLOESOER, EN SARI. 281

O O Q O Cu. Q

i s-i (Ki (ui ? M (is (ut (£Ji nn (ism (til in cm tti o^^iinajiJtifiMTnoiaiirLna-njio om ) ^ CJ ^ J \\ ^ ^

o o o o oa OQ

M ^(1^1 (U mi «1 (W ^ ï) TO O W dj W| (CT M Ifj (UU! (ïj (EJ1 2 (rj(^3\\

c?^ ooa a a o a a.

(rioi2ao)?0(in(ui2(Kiii(CTi(Kin(fcji(i-niuiii(Kint(iK(oi aruiiiadnoo (in(i^2 MI

I , ^ I ^ cj d J ^ I I d

O / Q OO c Qi

(ui (i^ (irtj^ nfjhui (Ki (Kin -Axci (iffl ïj(um 2 «jianyfnj ;toi (f,1 ujj (ifjoi 3 dja^ 2 ^

0 \'/Q^~ a Q CK OQ

^ (^irij K^jiHiii ïjajui otïxi (ia ^(Fj (Ui2(}j| (ui-j (tflj| \\ um (U M-cun

.a . 1 . 00

o (jm kei (M Ti (um iKjo 2 oum «j Kin ^\\(ïj uli ki (Kjaan ^ktj m eji (Ki| \\

a Cv 00 o \' Cïgt;

«1021(im Kin :Lniwi vquot;® [K!| (isin ftJi ki 01 ü «sinn \\ (um K-nfldJUi (ki (ïi(Kii3 m

I J iK^ JCJ *3 4 gt; I , CJ ( l

/ Q Q Q/

(i[j^3 \\(uin (c| til (isïkuui NTjinn 2 in (rj(Kin 2 (rj(Kin ^(um kui aun ^

o Q o Q

(cm nnn (KJi u ra ann mji ok (isin (ia \\ (kh cn axi (ai (t) (ui ï] «sin 2 (uui (ki n \\ on fiiq

ïj (Ui (tj (ism 2 (uui (Kiij| \\ on nr^

/ Q o o .

(ui jj.nncf.ajin ui asm kh ici | t on tj xoi (i^(kii (Kin ~(in (Kin li c kh o (kji|

q a c

m (M1 rui aiin eü (kJi iirui \\oi an 101 m asin 2 (uui (i-fiii (uin (IJl ^ taan (i

J cJl J ^ I ( Jl

_) Q. O Q O a, Q C?^

nxj nnn (um (ui (Kin o (Kt| ^ afj o 2 ^ KVj arm tin^ (Mj| m

Q c o o a a

Tfidffla^ \\ (Kinajj(W tui _ji (Kin (Ki^jnn^EJi nuj (ifi -ji ult x ^

a. a. cS a 00

«in (Ljja (ga^aïin asij; aj on 2 «sin ki o(Mg^(CT)j|iiaii as o as ^

o / / o .

j|as^ rSj iu^a-nari^tw -j^a^.ajin (a^ (Tj(um 2M| w (^ (tj arin2 osin ^ sjaaj (vj

d OO Q (Tv 00 a

aruij| (um (Kin(M o (ia a^ asm 2 tuui K) ojij n aan as (K|n^aru asm (uaai o am|ajm

o Q Q. , q cgt;

t^asm ij 0J12 ïj aan 2 (Km| \\3-ji oji ej ■nnn (uin ^ (i™ \\ qj (til (ui atj (ui Kri\'i aai

o Q cS Q o

arm nnj (M| ra nnn(M (til(KU as r-^ ojj a^(Km (wi in asm -Jin arjana a^(ij| w

o o a o

(is^ a-ei -im (Cj !Cj a^| suj i^aji atj (ui arj a^ajm o o a^ (a (Ki arm arm (U as ^

Q \'CX. \'O t- Q . Q O

cum ij. ki jïi (Km in aai arm finrj (kojj raw (wi aji (U ^ ki ji g nin ^ (um

a 00 a o o cx o

(ïj nnn o nj| ki ~im o an gan aii ~nn o asm -Jl os ^ (um ajj a^ ~nn «m in aai n

/ Qgt; Q OO O

on din w jwnq.aan as (um tui301 ki ki aai asm (Kin taan (£ii(win aan tinn N (kji an

J kijJ .isuq 4 4 naj (

O/ CX C5gt;0 o 00

an ejlj (uuia^i nri o (nn (lAun aan (kil bi ai.i aai an axi an ki an on 2 asm am anji

I (HL J kl, !»su Jl I I d 1 «1

aui wi asli ojm Kin aan an aA.1 iKi (Wi an .si _ji ult aïi aaji aai aan -,rm (Km am n (Kin

I asu ( Ol 4 Ji

18*

é

ocr page 302

282 LEESBOEK.

Qi Cl Q Q. O Q

aai jïi li\'ïi^(trui(irui^(kJi(EJt^(Ki-Jin(Kin(tj(ai2(ïj(i^2ii[|(CTn2asTn^54

a a

(Kin [10 {kti (irui [Kil ui (EJi —i (uui (Ki —11 nnnn asm aainn ikui -jni ann ?

J ( J Q ^ ï

Q Q.Q OQ Q

(injiaan^ (tjuui m^xi uiisin lïjdci2(kiijj(tii9^(Kin iKjiinji2 om isin njj

Q / O . Q \' Q,

t (Uj (Kjra 01 orvj (kJi _Acn^(ian (ik (hi axin in i-uj nrrj [kj|| m ann (uin

c?v OQ q quot; o o \' o o o

(Kin asm (kJi ? ffui ann (Ki n afi ai 2 nsm mi -Am in 2 iki arm ok «m (ki on ikji (Kin

\\ al I ^ asu ^ J ^

(Ki ~ji ui in ^aj| (Ki -Si ijui | \'tj 012 (isin m (C| nan amp; quot;u ^

/Q Qc Ctgt; O Q Q

II (Kin m (ï) (uui 2 (kii Jin (Kin (Kin w an (if) 2 (i-n n-tiuui t o (wnn cmTn n (wim(Kin

II ^ I , ^3 ld ^ I

Qc O / OO

(KJi^ïjd-iin (uiiKKin (ie: i^pojin n^f}jami^fi^(wij| m^nnn o (ui^% nfj (012 asm (ki-A

Q o Qt. Q

(tj (mn aoi (öi ^^(uin (Uj fl^ij| nan m asvj (mujiii (mn m oi (ui (Kin o (Ki| \\

1 Q a. Q Qv O 1 Q. Qgt; /

(kji(ui(i^(E|iTiTmm(u(imoiifi| ^j(tJi(iJi(iJi~Ji(iK^(i[jtLnn(uin(Kin ^lïjjai

OcO O O Q O O QO

o (ici (Ui til (ifj-H (UJ \\ ariJiaK(awTfin»i.Trio(iJi^(}j(£Jl^| ajii (tjg^aam^aji

a Ctgt; / t. Q 00 O

(ik ^(tj(uii (uin (Km uk rp (Oj irui nrm k) (uii|(Kin ui axn (CTij|

o Q. c a 00

(ïj (ui (w (Kin (Ki ~nn mij T| o ajj (kij| iimi «k (ui (ik ^ 0 ^

OQ. ..aaa o qq

o 2 frn wuli (i^ in finn (Kij| ü irfj a ^ mi yun rjj ki tnm ji iui(M|

/ O; Q o a

ui (iK(Ki \\ (uin ciiin(^moaji «jo2.mmi_ni|(Kju~ji ifljj (isin oju

Qc Q/ Q Ü ^ o v

o miri Ti ia| \\ ajj (m (Kin om (ui ^ajin ^nfj (Km -Jin ^ (mn (tij in föj (m isij oiiii

00\'quot; o o a a

aaii| Min (Ki itn (Kin Kin iki jui (ïj gy (kïi^ti ej kj (Kii| \\ o asm o (kn -aojij

/ O O.O Q

(ej i(ei aTi ^(ifui dijn tui tt^tMOTO(Mim(ian(M (uii| fKij|\\ njj^Min (ia (ïjdn

o . Q O Qc Qi Q Q

Qk^^dfiJi (ïj iu^(ir| K^Ein (uui(M(uiijoia(rj(iK2^ia5in fg^uin (Kin \\ (eh oji ^

Q Q. a Q. Q O

o atj k^2 Gkii^n^ o in (£j ann ajin (ki nnn ti ^ w (Kin (uin (iJij hjj tj 2 asm

o a o a - Q Q O; a a -

lï] (KI 2 (KI (KI (UU1 (Kin dfl (£J1 O N (£J1 (IfUl O (ïl l-fl 2 (kH UÜj (ï) (UU1 2 (kil O ? (Elll (UUl (Uïl

1^3 (isijisu ca jisu ( (KL, \\

O Q Q O O O Q.

(liïiajintinjiasin-AtJilïjjajdna^w^asinajin(Kj(o^2(ranÖJ(^wJjx «-iin^a

ocr page 303

VERHAAL VAN EEN KOOPMANS DOCHTER EN DRIE VRIJERS. 283

1 etet Qt. Cl Q O O O C!gt;

\' (um kih (m (til oïj (Kin (ici (i-c| (K) iui^ t inn «j nnn (^«jj iki ~nn g^axi imii (Ej in arm

O \'O \' CJVQ Q CV Q O/ Q

afj ^Kin nan OJt ^(um ru| atj am ü (UJ (Kijj ajj ^ (Kin o aann o mm x

/ Q Q. O . O Qt C?^ Q O

bi am ^ (u (u - j aj, (if i -jïi. (U(a(Kin^o(uir|\\(ifj(ui2ro^(Ki~;in([ai(ixi(Lj«i

a a o OQ a\' o

«j am K|/KJ1 (UUl (EJl -Adfj Kt TJI (KJlj| \\ (IS^ (LJ) (KI -ifl (EJ1 (1^1 (Kill -JÏI (ï| ^Tt 2 (IJ O 2

ac^a OQ a oaa,

(ui (ism om (^ \'v xq ami ^(M (uil irj (^ ^(ij iki j (KJi (Kij| \\ (ÏJ02 K^wjian^tuin

00 Q Q OO Q O CX O Q

(Kin(EJIo(i^\\ (isinTn(mnaï)riJiii!Ki(Ki(ui(ifi02fKi(Ki-Jin(U(JJi(riTn(iJui(Ki0

) da I ^ I «i

a cgt; o cu o a a a a.

(Ki Jin iKin (Kin as; (izi (Ki -Jin (Kin (M (en isïi| \\ aj|(K|(Ln (ïj a^i (tj K^itu rui ^ «jki Km

O/ o OQ o \' o a

(a Kin tui~n(Kin(i-n(ut«1 (til2,(Kixn t^i taria(kim (Ufi iiim(Ki bi~Ji(inw? ojïi

^ lt;5. I (§9 Jd Gó ^ ^

a q . a. 000

KTJI (^0»{^(M^(*j(U«|(nJl(^(LI^X ajin(lf^(EJI(MXl (ISin-^EJl^K] (Ln^ (M

o ao q t q a

(ia(i(ui(in(ifi(ifiTn(ino2(Ki(Kuin(Kin(Ein(EJi(EJiM(isinam(injiaminn\\(EJi(nji(M

I ( ( .isu J ) 05 aa,

Qc Q Q . Q. O O v OO

(Kin (i^ ^(uin asin «sin oaji (uin (Kin (ifj(Kin (to (^ w (ui ^ (ui (a (Kin ^ IJl «sin tuin e| g!^2

O o 00 Q

(Kinm(EJi(iii(Ki(uinw(iQ(L(iJit(a(ïi(Ki3(kii(inM(ïiKn2(iJiam(Kin(KiamTi\\(k)i

^ ) Q,C J K cci I I ain ^

Q. Q. O t / Q OQ O Q.

(Kin (Kin (1^1 ^(ï|(Lm(Liin(Kin(M((Ki (Ki j^mwasintw\'riji^ajiflfliun (iajii| (kji nan

O OQ c Q OO Q. Q O O

M (i^ (u ~Ji (EJi (ui (izi iL)| \\ (Kin o o ^(uii (i-n~m(ui(ui(Kinflfi|(un-Ji(^(i^(Ej

Q Q. Q Q 1 O Q / Ck

~ij iai| \\ lt;uj (^iKin (uiii am ^ (Ln^ am (M na (uui (eh o ^inn ici (ij (ui 2 m (eji

Q Q i Q Qi O O Q Qi

^^(uin^Ei^aJuiiuinaan (isin ~iin (uio^oj^kii (kii im aru !i^ (M (eji cLnn ^(ui^

Q Q O quot; OO Q. O Q

(ui(Kjjj iJi^tdfj(uui(Ki_j|(^(Km(ixiiifui(t^^l|^Jquot;^i ^ in^Kxn^ajin (Ki-am thn

Q Q.Q .CLO. QQ OO

(ejiaan(kii Kin njri ^ajin (ism anji tuin (Kin (uin am M^ojin oji (Kj| om (eh kt^ki jji^x

QO / Qi Q . OO a. OQ

(kii(En(Kin(i(j(i^(i(|(i^Tn(Ki|M(Eincin(irij(ir^t(ï|\'irin2(i5in k^k^j^ki jïi «in ici

i Q Q O Q Q \' Q

[U| ki jijaji \\ (um o (ism Jin (Tjam KjiJj i^uj (ui (uin (in (tjiinji (Kin -nn «jaan mi

o q

(Kin ;iriri ^

QcO O OO IQ Qc O

|jMW(EJi^^(Bi(Kin(isin(K^(inji(iKam«j((K^2aj^^(i(j(uui3 (wi-^cuin (Kin oji

O Q O Q , Q. O Q Q

o am (Ki (E(i m (uin 2 (kji |i (Kin n (ltit as quot;in am (Ki (inji ? inn Kin (in (urn /(M t (kji (eji an

w^j-Tn I 43 J ^ \\ I Is d

a q o q. / a a. a.

aaji am ^ojïi (ïj g 2 ki^(ki jit (ann (liui o Kin x

ocr page 304

284 LEESBOEK.

Q., O QcO- Q O Q ^ \'

(KJ) Ol 2M ^!ï|\'Kin TTjOJlIl 3[y)a|in !I{1 ;Tlf1 Tl (KI Kin (KI (UI ^

jj(i^|(uin ^ th tinn (KTj| \\ |j (uin ^ ann (i«i (m dj iri (tj o 2 (laTaji xji tiij] (81 ^ mj

Q Q /

(Ui yuiri (KTi| \\ as (t| tti irj (^(oi (Kinnnji ~ai mi as (tn g(C| xtKquot; quot;tjCT «j w

O Qc Q Q

(UI (ïj (Kin 2 (ïj(g_2 \\(l-il a;Tfl TH (E| (Uïl (tj (Kin lïj !I^(Kin (tj (UU1 O (W1 (UI ^

Q Q O

jj oin (mi in oti (ifl| \\ jj (uin ki 1™ Kin (tj(ici 2 (ki ktliriquot; ^ in t

Q \' 00 a o ^

«jin \\ (ixi (ïj(in 2 (tjm KiKin isin (i-n^(uïi;ui^(i^(rj(Lfti2 k^ki-ji (uinji^ ito (wi

Kin(iflannquot;Tita^^2maan^(kwfjasm3(ifl| ki™(S(Kinom(iaJi^(MOTi

O 0.0 Q O O

(Kii (Hi aii -aojj ^ajin (ki nnmn (ui Kin (ism alt;i| ^

Q a / crv

jj (uïi (i^ to am (Ki| \\ |j (mi iuli (Ui 0ji (ui (i^ai 2 (ïi m 2 \\ (kii m on an jq m o 2

Q O Qc OQ \' OQ

owo001 (M«j(Kin^(uin (unnui cmnasint(u^asinoTjnn^ Tj Kin o w

w^anji K^j (ïj

Q 0. _ ^ __o

1 ^

|j onn (Lm n^Tififin Kii| \\|j ro ik^ojkm (uui (ai an (E|| ajui o ti iriKp

a ^ a q qv

(Lm a^Tt nnn Ki| \\ jj (ia (iq (EJi (Lm (tjiia 21 afj a-ti ag (ïj Kin 3 (tj (^31 afjaai 2

101 (kii| o a^nn (Kin ^Kin (Bi (tj (Kin 2 (ïj (^2 eh ajin ^ q o a / a

jj om ajin asj Ti a\'in (Ki| \\ jj ojïi ann M ieji (um arj oxi 2 \\ (wi ïj arm an aq k^ aan

Q q/ ...... o o Q Q, o J

(U (Km t af| (um 3 asm an (Ki jm 3 am ki (ui a-a aai Km am i (ism (Lm an am J I ku

(KT) I (Lm Tin in am| \\ jj (tjOAJi Ki(ï|amn3 (i!jf^3\\ (u aim (Ej (K^ (811 (rj o 31 ajm aan (Ui (Si atj

jj amm um quot;in tit a^| \\ j j iLm lan a^ (^ a^ (aj ^ (u| am| ^

(Lm in fifïi am| \\ jj (Lm aan afj ^ïj (ia (tj (ïj Km 3 «j o «j (Lrin 2 ti nnr|c™^

Q t Qc Q Q Q

anm (uma^TiTn am| \\ jj ann ti mm iïj a^m an (ia toj cvrj am ktj t am (ut jü asm (Bi (im| (Ki o Si afjnnn 3 (KjTi 3 ^

ocr page 305

VERHAAL VAN EEN KOOPMANSDOCHTER EN DRIE VRIJERS. 285

Q Q.

167 | (k^| (uin (isj in nm (t^ij \\j| «j am t «j aan a t mui moi «sin (tn (ilt;T|

Q Q Q Qc O

j| om (ui\'i in aiin ki| \\ ijanjttojaiTniHiK^oiuijtaï^Eiiw

cgt; o Cl o

En (hh _A(Kin (Ki ui ^ no o ™^(iaJ1 (to (Kin (M (ui (ui -Ji ïjMin (kïi f^jj asïi inn

-ix

Q

jj mij (urn (u^ tti w quot;^Jj^ (ifj(uint(ï|(Kin2iï|0(Lnn(ui aji^sj nsmajin

(tj nfj (Kin (if| (^^ (Kii iiu (isin i ï| o (Kin ~nn (iaji ïj si w iriri tti (til (is ts, (uii

awiij|(kJi (m^iïj(^as^ BTOOI aSiaJi (i[j(y arj(Lm ain (^(i-Q((K^«j(isin 2

CTV / Q Q ~ / Q

(Ki || (Kin (u| ïj o njvj (ejj firL| o ^(wi aai (wi (k^ w (uii| (m| \\ (um ojiii eji fim o (M^i^^iitjw^mjw^è^aan^ Ej iirui (ijj^aai gjtjou (Kin~m (ïj1™

(wi(tj(ife2(Kin\\ (KjiKin2(ioi(ui_dgt;(ifj((ig2(DUKIKKUI^KUUI^ (imM^tiïj

o o

Kj (uui «j m 2 ïj o (um oji ui -ij «m iisin um ifj

Q O O Q ■ O CT*-

jj om (um (is| m nm (Ki| \\ jj eji «m (isn iKtj (mn (ism (um «sm (i-n -Ji oj

Q „ O Q OO O t

10 \\ aq (uui (i-n (in onn lAJi aci oi (ia \\ m 012 asm m (Kin asm (w ^ (u in itji (ia eji

1 Ü I J I 0 I ^

cgt;

aru^a^i asm (um afli| ^

Q Q C^V Q C^V Q

(um as m nn (Ki _Aali (ei (in (W alt;i m (ui (Ki an 01 ^ «m at] (un 2 w «m

j ^ 1 1 o

OQ Q Q O Q

asm afijj(wi Km ui rai a^^ajm ajj am nnn (um ornjj ^irri^i mjit ï| an i-{j(uj in -ji

asm afjaai (tj (m2 rtjoji 2 a^^aajj ami|tiCT(y (tjojti !B| anrj^a;\\n axj tjo (OTj Q O !

(ui \\ (ïj ajm 2 «jarui ^afjajm (inn atj o amn (v^jj asm (um (Ki| \\ um in tooi as^ am \\a9n

amn afjon 2 (ïjaa^^

a 00 o a

iinnn (um in ann (imjj \\ jj (ïj(um t eji a[jamn asm (tm| n (Km (ïjom 2 iw^t am ann m

CJv\'O / Q CV Q O m„„ Squot;

Mm(ïj(oi2(ismw(un^(ui^é]wasï|x (tnaranjj(£0amn-Aïj\'g,am

ri n _ \' t CX O O O

(ïj(Ki2(kfi\\ a^xioumamn(uia[j(KTno(im|(ïj(an2(ismKi(uj

/ a o Q,. Q t cit

aju) amn ae; (a asm (uin um «in um

Q O Q c Qgt; QV o Q Q

am 1~J) (iiui asm am \\ amn as an asm uui ajm amn um EJLamn -JKM^amaJuiaJuiMa

cSJ a a c a q.

(Ki jï| as \\(ui am am arui^a^amn Tin asm asm \\ am !K^|(kJt on owïj amn 2 asm am

ocr page 306

286 LEESBOEK.

Cgt; . / Q. Q O O cgt; Q Q. . .

aTn (in j oin iim o th (ifl orri thMin t aai iot w (kï) icti T,n (Kin _A(Kin (Kin 108 (Sr. J } tlSl_

a o a

g(KJI Tl (UU ^ (UUl\\(K1 (K11J (ï| (ia 2 TTl

Q Q / a Q Q

(™|(uinquot;in(inn(Ki|\\ jjcuiitK^aoi(is^(K[i(Kin(ai(Kji(E|(E^((|aa(Kin\\ (iria^i

a \' 1

(Kin ~nn (ct «in (wi ^

x CCI

Q lt;3^ Q Q O O

om (um in ann (kii| \\ j|(Lm^;iiJinmn^t(ij|Kinv (irui uu Kin (Kin eji sai asm

a Q . / / Q

(ui (K| o]^ (tj (^(ici (Kin (Ki nj (kii on in (Kin l^o ^(kh «in (uin o m (Kin

a egt; c \' a \' o

i-Ji \\ (ïj (oi 2 Ein Kt (ij ann 2 axi (Kin oin asin (Kin ~nn (ï| (Kin \\ (101^^!™

a Q Cigt;0 Q Q

isn (Kin hij rnj (£Ji ntj ui 2 (Ki j| \\ (EJi (irui «j g(Kin (WinnJiinMiK^x (tjawnfj

*. o o / o

m (i-cum21K1 (i-cnn (uin (u (Ki(kn«in ii-n d-n Jin an(Ki?\\ nxi oó) «)uui 2 m Jt-m I ÏISKCCI ^ J (KI, (ISL, VJ I I

a . 00 a o a /

(ïj(Km (Einiiu iiïjiiu (ïjiKi ^ 2^k^ü (Kin_A(iK (0| (unni^aj uui an (Ki| as^

Q O O O/ \'

ow(Bi(CTUj i£j(kJiasm(Ki| arinC(Ki«j02\\ ïja^iafja^i (Kin (Kii| arm (^(kn -Ji

QO / c . „ Q CXC^O

asmiuiïj(ui2 (Kijjl^ag a[j(Km2\\ (m li (i^aman^nrj^cumiKmaaiw (ir^ a^o

00 Q \'

ïjarm 2(kitaan a5m| \\ (Kin(M(iam.n (tjaxi Kjm om asm«m ~nn «j«m t ijuui

OQv cgt; crv

(tl (Ki jm 2 am a-n o (Km -di.(k(i (uui(ti(Km2(kiif| anji(i^(i5m(Hiasm(EJiiti(ism2 nnnn

I asuKi,^ I «su dl J J «d) J I ^ CJ

OO OCT^ Cl O Q.

(i5in(tii(tia{i(t](Ki~nn2(Ki(Ki(CT(Kmeiiarmnn(kioumieji_nam^ (knanaqaji

[(tju I nsijKi,^ l/j- Jas^ Irfjv)

c^a 00 / Q o

(Kimkii !^(KNm| um am (t| inn (Km ~nn (tj alt;m arm 01 ~Jj \'ïj Kj^fwi (Bj

O O lt;3^/ Q cjv Q Cgt;

(^^(Kmtafmn^i^EJiam-JiTnojmKiTnaail^aJi^xojma^am^ awasm-A

Q/ i Cl O Q ^. CJv O CX.

arui \\ si (Km (tj (^(wi (Bj nn^(^(K^ ceji (kJi (tj aan (um am ntj (ui 2 (kïïi^ (irm^nfj

a a o . c 00

(tjo2arui«mnn01 \\ a-ti(jjarjk^ici*ïj(Kiajj\\cm«K(oasij\\ atjonzasmim

Q / . Q O

^(^j|^^^Klik^(tj(aj^(uj(Ki|x\'Kmtaii|ari(tj!i^!ism(kii^(tjoi2(ism

o

(KicJiamniiNïiajutiKiaanTinwaai-JmifiaimNEi! nnnn (Kin .JikJi ? mn asm amn aan

^ 4 I »3 \\ j a j \\ j

Q Q am (Kin ^

Q O/ . O

|j»^(Lnn(i^Ti(irina^\\|afj(LiiJiam~n((|g!k!i(KB|(tj(iJi(tjo\\ (^mj^tunnmn

^ / Q O c Q Q O

(ki in win (ui (ui (um t ari (m a-n (tn am n um (Ki (Km (um (Kin \\ an cum 2 in ui asm mn (Ki

^ ^ 3 S diO J \\ ^

ocr page 307

VERHAAL VAN EEN KOOPMANS DOCHTER EN DRIE VRIJERS.

159 (uin(i^^(CT2^oi2aoi^i(j(Ki2iKj(g2(0(flifl9vJiiKin

O O Q \'O O

(KI (UTl Tf 1 (1S111 (1CIJ (K^ (Ej (UI CUÏ) (K^ Ol (ü (15111 -JID (KI (ïj (IC1 (KTH _JÏ1 dj (Kill (KJ1 (KJ1)

Q/ CL Q o «simn (Lm «Jin (Kin ^

Q Cigt; O

om(uin(iG;iiiann(Ki[iN nMinnndci2kim2osin(ïimi(ki-jkionnM?u-nn ki (Kin

1 (ïi (ui 2 in (Kit 2 asin df) (Ki (Ki -Jïi finn ui ? a |ai (IM \\

O Q c Q Q Q.

^^(KjOl 2 (ISD1 \'ïj «Sin (KTjj \\ (CTI (IJU11(kH (tl (1S^ Tj (LIJ (KI -Jlll (Uïl

\'Q Q a a\' \' Q Q

aan asm (tJt an O 2 (Ki n \\(£jiann?(isincn(ian(iant(Kint(M(£Ji(uin(inji(EjiJin(inji(EJiii ^ «U ( cJl \\ «3 cJl

Q Cgt;, Q Q

(ïj(Kir!^2 ooi ^(isin (inj ai (uii| vwi (i^ (Kin (i^ (^(Bi (wuin nnij ^3

I Q. / Q Q

(ki^f^oi(ïj(ie;2w^ (ïjitui2(ïjiri2(ïj^(Kin(ig;(^(tiKT^dniifui\\ (uiTK^dJi (ct (Cj aan (tJi (ST aaj (ïj (tn (M ST^ (8) (t5in| inn (kt^ ij ia| in ^

Q t Qv Q Q Q / Q

(uui nnn ^(tn kti (ïj^atjoi 2001 ^(isinanjimiK^oiw^^^a^aru^ari (ui \'U(Kiii|i(E](iEJ)2(ï)(iK2aan(tri (mn ui (U (i \\ o aan «) (Ki ST (in om 01 om an (tn \\

4 M I a. ^ 4 ) j,^ ^gt;0 IO

O O/

(ïj(iJLna[j(Ki^2Ti(Km(i^(is^am w (ui iïj(iJi-JiMai(Kin(ian~m

jjd^jajin n^nri cinn ((j(Lnn2t (Kin i^lh (tjuui (KjiKin2 tjo (K^ o ((j(Ki^\\

Q / cx

(Kin t (ti(Lnn2 quot;n(CTi(KJiL\'™i aji(CTi(ui(Ui-Ji((i02^ (in(Liui(ir|iKi2(in(ui(iq(Lm2

I KI, I I K 1 I

O . Cgt; (?v Qv

xi(M(E|^(i^|(^ ni^^(ïj(an2(wi^(isinarij(Kïi(Kiii(LJi(U-di.oi uin (tj (Kïi atj (^

Q Q Cgt;Cgt; , Q O

(Kin (tj (uui \\ (mi i«j Kin (amp;11 (ïj isffj am ami^aji (iJij| \\ im (uli (ui m (ixj ïj ei o an

q o in ^om ajin Kj_imn (KJi laj mny\'injj a

Q QOQ Q. ^cgt;

jj onn mn (i^ ti onn (ki 1 \\ |j (Hi nna ^anji Kj in (ism nin bi (^kiii \\ un (Kin oji ajj

I I C) Q O *, Kin \\(IX1 lï] (LCl 2 (kil 1 —d (ULO T-Cl (KI !K1 (UI (Uïl (til (Kin (LI (1C1 ilTUI (KA (£J1_11 (K1 (UI ilfUl

—j ^ \'1530 a t;i ia.; iu) Jnsi,

a . o a CÏgt;O i

(fji \\(Kini(ïj(in «jTiom (g^ajïiMin (uklj^^^

q \' C?v

(uïi (i^ in aan (Kii| \\ jjujiuu «jam (ïj(ui(tsin(ïj(Kin2((m(i^iïj(ui(Liin[g/((j

O Q Q gt;3gt;OCTV Q Q

(i9n2(ioij(isin(inJi(ai(Lnq N(kii(i^(Kin(i^(i?) (tJi(kji jin(ïiri(}j)cm(tfi.\\ (umi

Qi ____ \'___ ___~ C^c^vc^ Q Q

(ïj(Kin(Ui(inniïjO(uinaan^ afjdciafj!K^(Bjmj^«ji(agwi^aïjtn\\ tilnj)wifLaA(un

Q ocgt; q o cr^o. a

am aai aan ~nn (tl (o 1 (k^^ojïi o^oji iruuJin ijj a-n ~ji asm (bi (K|jj (um (tffl \\(ici

o a

(uin xi ^ (ui (uw (uin ik^ «in ^(uin (ui aji^ o ki Jin (ki arin tti ^ ijdtiafj^

287

ocr page 308

y

IK1

t-nnn

lt;gt;0 O (inann

(un 2 (ai ?

Tö

miKit(mni(iK(ifiTfi(i-m(ui(Ln(£Ji-JiiKTn(tJi(uinmü2(in(irin2(in 0 I ^ ü \'quot;HUCfl 1 I I

Q Q

onn (mi (i^ in «1 mjj \\

Q Q Q OO TTI (UI _A(Uin (ISin Kil ÏJl (KT]) \\

Q O ~quot; d-n (Ki U ■

quot;sujl

J /\' / a

a cr-o a

OO

O t, Q Q.

nnrin om ajin (kïi \\(kji (u aïm ® mi o (m «) (isin 2 oti ^

cj J \\ö i

Q OO

U om (um (i^ Ti ojti (Ki(| \\jj (tjiAJi Ki (Kin mi (K^|(kji (tjajin o (tjoi 2(kji-Agassi 2

^ a / a o a

hui(Kiaojp (Kinw^flfjwntj^^l^ij^M^ nn^^(K^\\ (ïj(i,n2

a o, a a

(k/l ~J| (KI (UI (ïj (IJU1 2 (li\'in (kJl (ïj (EJl - Jl (UU1 (Kl| ^

Q Q Q

(t^| (uïi (t^ Ti om (Kijj \\| (un hui \\(ik on(un(iaji(ïj(Kin(Kinjiii(ïj(Kin^

a 000

omajin (is; tiam (Kij] n ]][KJi(ui(kii (tiKKin (isin aan nqiri (ï](k^ii[](ici (ï]ti(L|

q ~ - - . -

Tf] (KI ^in O (HJl -J1 ^ (Uin «j (Uil O ^ (ïj (uil (EJl ^

M

(Ki jïi ana (ï] nnrin 2 aai [] \\ affl| (um as; in om ifi jui in ^ asii] (ta asm () \\ un o-qtai

■ a . o a _ _ a

I CJ

■3

J

^JV

Q

(urn a

j ^ ( m

Q Q Q Q O O

(i^|ajiii (if^inain (Kijj\\|ajin uui i(ïjaoi 2 01 axi 01 Ti 01 (ïjtnmn

O O i Cl Q

cj^(Eiij| \\ (ïj (ia dj (^(tJi aai -dKïj (un 2 in mii ^,\'^1 quot;fj o 2 as^ o (um «in (ïj ajin 2

o o

Tfi aai tuin \'Kj aii| ^ t (eji ajin ojïi ^aai (uin (ïj ain «in ~nn u w

Q Q OO

II on xrti ac Tt arn (Ki u \\ || o mn asvi an aan arm nnn ok i] «1 (tJi an (Wi (Ui II ) cJl II J I^VI «5U J

OO Q Q O O Q. a

M|i\\(ai(iRJi?aajiae;(£Ji(m(Kin(JJi(iJi?(in(uiin2atian~(iniTnn(ïi ainn 2 aai onn ^

Jl ^ ^ aiU \\ I (^ I CJ 19

c o Qoaao o o

on (un (is Ti nn alt;i ag; o quot;it ith um an inn 1^) 0 aci m 9 an an ai\'in (in (ki 2 (ki *) oo, jjin I 2j\\jO ölS ^

Q. Q CX Q Q,.

nj\'^r

O / Q Q

aan os; (tn ooi a-ti (Ki 01 an aan o an o ï ojii an m \\ (un iKin um hïi ojh oji (bi asn

df Jl I J ^OJ

/ Q Q O, Q O

(tn w ü iirui (uïi Kïj 01 jan iTn ~nn an ( iisg m ^ ^ ikïi o (u \\iuirj asin o a-ti kj t ieo

ocgt; o a quot; Q^O Q Q

[hi ifcJi ^ ^ ^quot;jin r^fin (kil irj (tn 3 (ïj 0^2 (uvi otj ïj (lai 2 in m hsïi cuin iki

Q/ O t Q Q O

(ïj (LC1 (KIT) Jll)(ïj KIT) (U) (ISllI S-J (EJ1 ilfUl (UITI (ISIT) fKl^ \\On (IRJl (Kïl -J1 ü OU (Hl OU

O

(Kj O 2 (KTJj (KjOl 2 (lïïl (K1j| ^

Q ___

jj(i^(Lm(if^ttianfi(Ki|\\jjajin^((j0^12-vin (ïj(ui2(ism^a^MiiN (kJi(rj(Kin2

j

at] (amp;H(Wi (öi (ui (i5ïi| (uit (h^ on ü 05X1 ^ (^ ^(ïj (m^ijin (isïi tmii \\ (kiaqann

/ a

leesboek.

O,

•v

288

J

Cïgt; O Q

(KI :k1] (101 d] (Kin 2 (TOfl t (M KI (KI |] \\ (KFl 1 (UITI Clfin (ITlfl

O _

!lt;ij| \\ (tj (tii \'Kin (ui (£| nn (üi (ïjda (^ Kin oji ion tti (ei (ïj

i

ocr page 309

161

VERHAAL VAN EEN KOOPMANS DOCHTER EN DRIE VRIJERS. 289

O Q O - I

onn iï)(CT tui (Ki th m ki tuiii m (Si am om mrai 2m o \\oi ioi I-j] Kin ti ojin o

w 1 dquot; la N O 1 I ^

Q Q Q O Q

(Kin (uin (K^ nw ici lei (ïj linn 2 (tj (inji (Kï^afj (Kin(rj(iK2D[j(tJi3(i5inE|da/i\\(Jj(ui(uui

Q Cl CTV Q O

(LmütifLiiMiKinMwiiïjonnïMa^oin^^^aJinofiffl^ (Kin mn .k^ oji

Q c O O

(oinftuj(innejnnn(utas^(ign^. (Lmi^raMaJiiiwiitiMCT-nriKiKin

[JJ l)Jl ^ lïj OJin «j (UI 2 (™ O (E| ^

o \' cgt;a

!U1!1 Ifj 0^2 (Kïnn \'Xj rtil (Kl| \\ |01(U1(KTl||(l[|(Ulj1(Kl-^(Bl^(Kin\\(K^(iail(ïj

Q

lïjdniïjTnajjT^MiJin rn^EJi _j)^(unnfj(Lm!EJi^iï|(un(tJi^\\ (wi (tj «xi «j

0 Q Q Q ^ /

iïj in (m nnn 10 -Jin mi 2 (kji -aooi in k| (u| w^dJui (ik

Q O C!^ c

u om (uin (is in nnn iki ^ imi (tiiasinMi «1 inKiraiaKON umajiiinTnMintii

J) ^lcqjsu .isL |,^ (| I \\

ex . . e^/a

onnno^(iaaii[j(in(tj|i^!i(j(ui2anji!^(KT|(i[|(Ui\\ (uin inn (ici js^ tj tisin-^.oi

t QV Q \' Q Q Q

tti (mn lui (ui (Kin (i^ (i[j(u^ \\(Km(i^ (^(^(inj^^^^T.joi.\'kii \\ onw ï| ^

a q a q

cLnnwanCTM^iKiniKisJiiianiniKmaiKi^

1 J HcV I o

a c?v Q Q Q

(KmiifLnnnsTnanniKiasiiKKinindJiii.n-iiN iio(Kiii(Ki(Kionn(uini om (uin \\ él J CJ I 13 U Jl I

O O t O

ruin (is iKj (tl mij nfj bi inj Km -jïi ar)«|(Km(uii(ism^«joi2

q c?^ a a a a

ooi?^ o [ui n (til ï) (Kin (in !ki o no (Lnn (uin (Km ui (til nnn \\ (m nn td ? nn iki o (M

\\ J[ I ld I ^Cg^) \\ \\ { «su

o o o~ a.

«sin (Ui (Km -A 0^ \'ij nnn r^itjEn -nu 2 (Eii^iïjtuin 2 (tn^cum iki^ irjON (urn

00 o

(ïj (ui 3 (Km ïj 012 (KTi ^Kin (inj(Kii (Km (ki ainmn ;k^ irj oji (ui (Kin iK^ (i^ im (^

Q Q . Q Q

inn o (ui (ui-J) nj (Km n (isoiiiq(ismTi(ifj(Kin2 wain o ïjiJin m (M (Km|[j^

O Q O Q

(ui (lAJi (ui o (ma tij 011^(t| h ojin :inji (uin as iïj (Kin 2 (kii ki (ai ^(uin ^

a C5gt; a q o

(ij(ui (tjnna^ iYniJin iïjnnn (Ki_A(ui oji in \'tj(un2(kji-A!m|kïioji tj eü

Q CX^- Cgt; / O O*. Q Q»,

[kii cm nsTi \\ (Ki 012 01 fKi 01 o til ckii in (ifui (uiji inn ? a^i isn \\ (un lt;k] (in

Ö GJ I \'Eé-J O ï

Q t.

itj (Ui ïj in o (ïj (k^2 (kn _di.(Eii arm arm (ïjonn (uui (Ki| .Kin os^ (Kin (Kji^asm (ïj(ci kji

o, a cgt; o

(kii ^ (ag o asmji \\ tj (ui arj a^uiii \'tj^3 T1 ^ (Ki | (ki (tj in ^ ïj (Ki (kil

o Qc Q cjv Q Q

io^(Ki^(U(Ul(Ui-iiiiiKin(Uiii!|(Ui2(kii Jiaoiasa^ ^aj aq afjTn asm nnn O

19

ocr page 310

290

LEESBOEK.

o o Qv o Q

(isin (Ki-dwj(kïisoi Miru)(ik (ïjMin(ui(Müdciam

Q. ^gt;0/ Q. C3gt;

lïjOl 2 1fj02(t|(Kl^lWl(Ul(Klll(ïjTn(Ulil(Kinfïj(Kin(}Jl?\\

Q Q Q

eh ann yin_n (i[| th asm ann o i

Q ooo (UU1 KIT (EJ1 (M (kfl OTl (KI li ^

(in J1

Q Q Q

(i^j(Lm(i^^(imw(iS(iJïi!i^^af||(ui(i5irtfinji(rjTn(isiiinrin\\ (Lm^CTaJij)

Qc a a \' o a

(KJi(i[|Tn^(Kiajiiï^^iKH(£Ji(ïjo2^(^(Uj(Ki|ik^arui oi

O Q Q/QV Q

gHm|\\ (u^o(uinw^ii[j(ixi2(KJi-d),(Kin(ilt;i~nn(iJtarinfinji^ (Mk]th((Kiuin

a o- o a c a cjv c cjv

(Ki(Kin(Kiinfin(£it(K|(iai(kJi(EJi(isiiiarinnan(is\\ (umiCT(mn?M(™(uin(Ki(KTn(irui

a j ^ \\ cj^i

Q OQ / cgt; a

IjOJin (M\\ 0^(Kin(K^lïlJ1(lQ(^01(lj1(^^1^(LJ(^(lJl(KJt(fJl(U|TJ (KlJïl

Q / Q O a Q Cl Q

O^EIU ^(uin (om (Bi \\

, Q . . Q O Q

(Kl| (aj (UU1 (KI (KI _d),(E^ OTl (If^im (ïjHTU^Min (HUI ^Ol (ITUl ^ ïj (Uïl HJj (U) (LU) ^ ^

CX I Q O OQ CX O „

an o 2 (ijtKi^njul^tKmin^^xTjniinjiiijaJin^En i^tKinajiiiKinnmaj) iian -Jin

Q Q.O/ Q \' Q.O O . Q

(u ij (in 2 (wi _di.(w) o ^(ij (Ki Jin (tn iiiin ^ uin (g,(ti (KJ) ed ^ (U)i|

O QQ. Ó QQ O

(K^(nJ1(lJl(15in(l^^imJ)(KJI-A(U1(lJU)N 8Jj K) (LI)I) (Kï) (KD 0^1 ^Ol (1^1 (KI —J)

Q CX O O O / Q Q

(ulo j^^il ^ mn (Kin (isin «sin ^«j no 2 (£Ji

a q» o o o t a Qv

(iaj|(tj(uin^^^(ioii!j!g,(LniT(Kin(ifj!oi2(i5in(Ki -Aonn ^ mj a^i ^ojii (ai

a a q. o a

(K^^ ^(^^(u (^(la^^iaiian^arrna^tjiiu w^raiiitKJiaTJiwtKJ) (tJi »j)

a Q Q. c

(U)^ iaaa^^CT(ifïi(Lm(^|ann^(Lm(U|(^(U(uii)(Kin(Kj)(EJ)_^^(tj(ic)2

„ a a , a / cx ctgt;

^(IK O (Ln^\\ (KJ)(Um(KJ)(£J)^(Kl_!fl.(£J)(Uin^ill(j(EJt~J)^(LllJ)l^S^(Uin (Kin (U1

a a a cx -

](IQ2(KJ) J(lJin(OT(^^(Kl J(lJU^(Kin J|g!^(OT|\\ KjO 2 (KjM !^(KJ) (Ulll

(Kin asDOfKimTn osn anfio asu^r

a

(KjTiajiiiiKin (tjaoioJi^

Q

ituin\\ onji!iKoji(tJi(uintamaanuiaJiiifKiii m(ia2(kii

J J 4 1 ^

(UI !I[j012 (

1

da a

ntj ui (uin (K| ^ (wiijTn^

(Kin (ui

q o / a

(i£i o gt;(Ji| \\ sjjafindal^K^Bi^x (Kj)(öi^ |wii[j^2(iM(ij)^(£i)^^(uin(a(ir|(U)2

Q Q Q- Cgt; ~

(Ki^, (intm^fqiannKitaiianjnnfCTii om m iiu iki kï (Kin n (kji ain (ui n

a Jo I I o I I I 0%, J ^

1

CX

(I!|(IQ2(KJ) J(l^(OT(g^(Kl ^(IJU^tKm^^millN ïjS

O n Q Q (X

I Uïj \\(KJ) (U^EJOTlfltlKO^lKiriaTTjlXMin nmri

ar^ (kj) (Si (u nn ^ (uin 2 (kji ^(Kij|

a

in (tfflji (KJi on to ? of)

CTV

Q

. , l it. . d GJ

(Kil (ïj (U) (Kj

i«|Tn^(i

(tii (KJ) cmiwio (isin (Kin (K)j| \\

ocr page 311

VERHAAL VAN EEN KOOPMANS DOCHTER EN DRIE VRIJERS. 291

9

Min Mïjoi a^ïjojui cniMfM n^^am^^OT^iuuix (tn^aai «j

Q Q

(in(ici2(kii~ii{Ki(KJi(EJiaJtiEJtnnn EJI -Ji ojui MI 11 ^

I s «1 | 4

/ Q O Q Q Q C?v

OfMKnuaiiN jj(£Ji(^o(M(Bia^^cin^(uij\\ (Binai^aji(KTn«s ia ^(OJIN

q o quot; o o Q

oa irvi (in (wi (EJi asm (£Ji «] 2 w^iki -«i nsin (K^^wfEii o (Mjj \\ «j axi itj ^

\'Q\'C^Q Q lt;3^ oa/a

iij01 arrnfi(tJi(wio(Ki Jt-iEJiMitisin(ïj02^(Ki~nn(^!K^\\ (eji^joi

Cïgt; O Q i aanaKaJiannJxiajKfJKhnaflidsiii-AaJi^

/ quot;S

o a c^gt;- / a cxq OQ / a a

(EJi(M~3gt;(0O(isin(isin(£Ji^iin(iaa\\ |j(umnn^N (UJ^cmn^nfjiJiJUcinrisJi

Cgt; v ^ Cgt; Q O O a O Q

(indsmfix m(Eü2tim(i£TnN(EJi(Ki(U)(}Ji(EJi-J)Mi cnnn aan ui (ti ann l) (M O O 84 a 1 rf Jmu aa. ^ai 4

Q „ Q Ci^ OCT^O/ Cli Q Q

(eji(EJiaai asm-Jin(kio 1ia|aK\\(ut(ui(KmTn(Ki-jm(^j(Kin(EJi«j0 2 (kii|^

a ^ . a o q. q

aan atj m asm aan o (uij(M (ljioji Eil—Jj Ki-ACJioji wia^(Ki~nri (Kin (ai afj oji ici

cx o c ~ c?^ t a

o (Ki as ann o m(cinon anajui (Ki_A(kii (uan (Ki (KKKinii aan (i^ (tn aai asm-Ji

JG)) 4 I ö. 1 -gt; 4

Q aQcCï^ QC^Q Q

(W)^aji(ui^ojin(imj|(^^w(Lm(Kïi(ia(i!|(ici2(kii~Ji(Kin ag; an

cx/ a a cïgt; a

^(Km-J)ijg!^(Km|\\ ii[|(Lmafiaai^(^ ii(|(uui 20^ (Eii^cmaAaJin (ïjcifin a^ (U|

a q ex o

^a[|(U(Kinaan(Kinamaria^(KJi(öi^M^aTna5m!^yuiia(i^(m(Km|\\ turn

Qt O Qc Q O ^ \' Q. ^ Q Q

^(fcJiii[j0 2K^(Ki-.rin(a2(K^(ï|(Km0M(Ki_m(Km(unn (rj(ui (ia (Lja^aan (Km|

Q O Q OCgt; 1 ^ Q

Wa!jaX12(U^(W^afl^K^(rjaail2(I!|(LIU12(aMl«j(U12(Kl|\\ (KlKUltUl

c Q Qc Q O Q ^ O a c Q

(M(rfianfianjianiKia-nn hi(W)ana,(hfl.(Kin(ui(nikbi(Kinafl(uui(Km (mn (kii (eh

J 00,(151,

ifl| (ei^m^(Km(ui^iKm(KinK^(

Q / Q Q Q Q ^

(Ki (Km \\(M o ia o afl an (Kin (Ki \\(uin (Ki (Kin ain (ki (I iKinanjiuiasm (tiMmKi asm

CJ rj cjcnjaj ( CJ

Q. c

(L|(Ki ~nn (m(Km|\\ (oam^(uin(Km(Km(u^(ua[j(iQ2(M^(Ki|(Ki(iJi\\ atjdCKïj OQO O QV 0.0

aij a^dJi (01 (Ki k^(ki| aai t (i[|(ai2iisina[j(Ki-Ji2(ism~rin(it|M2 (™j(,51!110111 t,J, o

(Kffl

Q O Q O OCïV

(EJliwicmaA\\ jjajintinn^mn (^^^ arjam3 atjaanCT tinn ü a^a^ aan (kii

a . .

an ^(Km t «j a^ afj Ti ajin (kn anjij| ^

ü OO Q. ^ Q i Q O Q

i®® un (is; n tinn (Ki o anji mjnofflwanjjanfKizajinsiniCTiiiLii «sin am ieji ^

J ó K ö K CJ ^

oT Cgt; c 0.9*1 Q____?gt;Q

ocr page 312

292 LEESBOEK.

a a o o o/

clJl Y ^ (I I O 4 I ^

O/ Q Q

nnn ia (i-ci (irui o aTnn arui tmi nsin n

% Jl

q o q oo / a

i)(Lmnm?(uiri(ie:\\ir)(uu)(Kiaan(tJi(tJi mi-Aasimnos fKin~nn aJi

Ö GJ (I ^ I «3 JJ s

Q O Q Q

cinn Mm (ï) (mi 2 (in(M-d».(ui i-n (Ki eii-Ji asm (Kin ^

I I ^

Q Q Q Q O c Q

(uia ajn (K^\\ 1 Tj (EJi (uui (Ki -ao «j(ui(tjxi(K^(iaji(Ki(uu(igij

\'cgt; Q t Q. Q a Q

^(L0\\(M(Bi^(i[jm2^^(iAJi(uin(Kiiiiao(jM(iaji^iïj(uin(i^Tij(iJi (uui^\\ OJII

q. . OQ a o

^(EJKK^anjt «jixn ^inajiiai^iitjaci irj(i^(wi BI ^(Kiniwi iK|Tn^(ifl iai asin^K^

o o a qgt; o 1 o

aaj\\(M(iri(i5^«j0 2^^^(m^^«^(iJi(K^iK^(mB^(irw(Kiri

O ^ Q Q QOQQ

II(ei(ki)aHa(yk\\|iwiM? iin(Lmarut(EJi_ji(isiii(Kiii(uiiKi~nii(is^

(I Ö CJ (I \\\\ ^ ^

Q a . cgt; . q a

™| ajin (i^i (^(^(KJKis^amafuiJindK^

Q c?vo

(Bi ^ to jj (ui «j (Kj^win (uu (Ki (ui \\iK^ (ion (Lm «e: o ^

a Q Qc CJV , c Qc Q. Q. Q Q

9^1 (Lnn (^ (^\\|| (loii Kin (kïj (inji gt;wi «j (kï^2 (Lm omiii iK^aaii (KiKin (ki (ui^

Q a o a o

(EJl(kiiTO(iA\\ |i(in(LQ(iq(m(KiiKin(Lm(is(in(W(Lm(Hi~J)(ï)(Ki2(KiTn(Ki(Uiiïi

Ö CJ {{ \\ \\df J J) 1^- ^ h «SU nsi, ( o o a a

ïj(Kin2asin(i^(Kint(i^am^^(Kin(^i^(öi(Kt| \\ (ki mij (ki (ui (Kin (ui dei (kii 01

«j (an \\Min t nnj (öj ^iiaii

a aquot; q . .

(K^|(Lm(^l(K^\\ jj Mïl lïj (10 3 (KJ) ^lïj (EJl (UUl Ml (E| (m^\\ (ISÏ) (UU) t dfj (W (ïj 10

O Q. Q

^ (Ui (U ~nn Min (ui «j (io 2 Gi^o (M (U]; M) | ^

Q Q

(Efl (Wl TO (IA\\n Min O (KJ1 nri Ml (O) (M Ml (UI ^

ö GJ (IJ l-r

Q Q O O Q OQ

(i^|(uin(i^iM^\\ jjdfjuïitoMindsm^os-Diïji^x (fcoann^urLniui—ntCTi^

O Q Q a Qc CÏV „ \' Cgt;

MDMJi^Odciaj wam^(Lm\\ (uiiMin^mn^o^anriui^Mii^ (ïjMindJi^

OQ. QQ O Q OO

(LmMi(isin(Lm(U)Mi(uiMi\\iin(oi2(i5inMi~j\'inM)(U)(M(Q(K))arin(ici(tsin^

cj i ^ cj

o a a o

j|(ma^TOnA\\ ||anj)^(Ki(K^(irin(kJi(rj^(inj(atiifj(ici2 irjim (UFjuciMïiTnno)

q o

(U)M)(K)n^

^d[

Q Q O/ Q. OO Q

| »m| uin (^i ()^\\ jj (ki) iKin wiKj (^ojid Min an ^ uin tui itj o 2 (K)| \\ (uin nj

ocr page 313

VERHAAL VAN EEN KOOPMANS DOCHTER EN DRIE VRIJERS. 293

Q O Q O /

iö5 (i[|g!^2(CT^iisin(kji(ig:o^(i^annwi^(KTn\\ (M Min tui (tj ^ til (i[j0 2 alt;ij|

a a o lt;3»-

ajin nm ? (M om (ixi (ism ^

^ ^

a /ooo ^

II (EJKKJIcmiykN li rn (LIU (KI (M (Ö1 (Kin (15Ï1 (KI _A(UJ1 (Ï1 (Kin 2 (KJl O [KJl (t) 1K1 x cum

(I ö ö (I I cj K ^ ^

Q O cjv Q Ci O

ann^cuin(Bi^^t(K^aaatuïi(i^E^Oi((|(M-iii.(i^Tj(ui (uui^ (un^KJtM OQ OQ t O

(tjeh2m^(^(k^tisinoa^(uïinnn^ (Mon-jin(is(Kï|anji om asin«m

Q Q / Q O

(ïj (Kïl O (k(l (K^ ^(IJ ^\\(U11 (ïj O ^ «n (U (Ij 01 2 (CTI (Kl| ^

Q a Qc Q ^

||(^|(Lnna^HKmN |(Lnntinn^«j(EJl2(inn\\ (K^iiaji(wi(ifj(um2(kn^(Kïï(Kii|^

0 / Q / Q Q» lt;2^ O )innri(in(Ki2(kiiM(n(uiJi2(wi-A(EJi(}ji(iriaajt\\cLm(Kiii(kJiiUinriri~iin(iJim(ici2(kJi

(I K ^ ( a J \\ £-

O a., Q. Q O Q O

afïi(üafj^2 m^M^^^(Lfin(0O)(iaitaiTa\\ aj| ^«m oa o nnn ~ji (i^ tum ïj

O a a a c 00 o

m(Ki2arLn^(ïi(Ki2(inji(Ki-.itarin(Kin(inji(ijui(Ki(uuiO(in(icitwi(Bi(n^ |(isu ((isL, aa^ s (i5i_ I x

(EI1M (inafSl ^ |(ïj(y ^(LJ(K1|(Wl(LC1(Um lïjO^(Kl (Ut (tj(inn2(CTr (tfl| (Kil (Cl

quot; Q

cuin (i^(wi (uioJU^KTjanji n^as^ ^(un (ïj(Kiii\\\\

a . 00 a cjgt; q 00

|(i5miuuiO(ïj(uifwi(ai(ijiN |j(Kin(i(j(in2(k]|janri(iciJi^M(ï|(HiJ(uiJi^(Kj,(Km

OQ t / Q . O O Q

(ism(KJi^cinnann(EJiij| (Hi(M| ajinomnntjcuiïj^^aia^n^^i asm urn «^(lj

00q a a . \' 00

(Kioa-Jinqmaoi^nriMifiruimKm^ (inEJi2ann(i5m s\\(Kin om (ism (Km (ism eji

*3 \\Ó ) I d

a a o o cx q t o a. o

(ktj| \\ (kJi (EJi^(i-o~nii(Kin (kieji (u (i^^ajm (ism (uiit\\(Km(M 01 (ism-Jmoo)

OQ OQ 00. 00 a.

(ai(i7i!Km(nji(£Ji(Ki(mni(in(irin2(i5mw(k)i(a\\ (umdnEJUKinasmaji ? (urn (M Y J 3 \\ «i ICfl CJ \\

. O/O Q . Q

] Kin o (Kii| (urn ann (ui (ig; ^(um aj|Mi(uij(i!|(ici (ïjinKmarjaJi ^ (ik o 00. Q.

o of) (Ki \\(M majintkiKkiianndCKMEiKian?^

1 1 L \\

/ Q O Q Q - / ■•

(Ejiaji(in(inji\\ ii(in(a2wi(Ki(Ki(Kin(iJinnn(in(Ki(ia(Kino(in(CT2(Kïi(ï]((Kin2\\

J \\d

^^(Ki (Kin nnn (tj (^(ia «in o (tj (i^ 2 (ct (ïjl^Mm o Q

m 012 (ism (Ki Kin o cnnn (m m Kin ^

I J Qd I

Q . OO Q Q . O Q OQ

jj (ism (uu o «j (ia ckh (ei (^1 \\ 1 asm (uu t (ui «ri o w _^((j eji ~ji (uui wm nnn

o . 0:0

mn nnn ion «j o 2 (Ki| \\ «j(EJi2nnn(tsinN (^(^(öijtuutm^nnnniiTi-jin^M^

Q

aij nnn mi Jt.(ï| (til Ji (uui KI o (3nJ1| ^

ocr page 314

leesboek.

/ q o q qv /

(en(mraaaii\\|)(uii arin?t(uineji~ii(kin an iulh ki (kji tuin ui o ? \\ (ai (ik ki\'ion 1®®

a i ï 1 cj \\ \\ *3

Q o o o

(uv1 (lji lï| (ui (u (lm ^ ikj(öln^^2(l5in(m^«jo^(wl(i[|(ai2m^(klj|

(kin arui an oi 2 (k) (m o nnnn (kin aa)i ? ^

j i sd- j cj a ^

q c oo q . o

a5in(uui(ui(rj(ici(wiefl(^i\\|(itj(ai2(inn \\(k^ (itui (kh «j (uin 2 (kji _a(kin (kij| x

o qc q c?»- / / q

(m(i^(m(u^^(uiiïj(ui2(kji-ji.m(uianri^inji(is(kinoi(laji\\ eji (kit ci dofi 0„ \' cl cx / q

ds^ (ejj ^(ïj^m (ui ^(m win (lm dsn ^

o / cl q o/ q csgt; q

jj as^ ej jw (ïj (uui 2 (wi jkeji anjt^x (eji(kii-a(^0(isin~nii(rjamq,a^

(kl^(u(ïj(l0 2m(iril(tn(i[jw2^k^^^(wicm(ejl(ul(kil jueji _j| (ki -jïl (ki)

o/ q o/ . o , cigt;- q

(lanjj o aim (kinaoiar^^mk^djik^ann iiaii| \\ ((j(ui(rj(^(lnn(inn(ci(ij|^

cgt; a. a a \' a a \'

(éj (m (i™(kn aai | \\ (uinnnn^in^nfin(lnn(ijajin2(kji ^.(uj «j (ki o ojli ^

cl o q o q o

(lm(ki^(kin(joio(lm(ino2(ki(ki(iji(kji(ki(ui(i{i|i (in(liui(ki(ia(eji(injiom(kin

3 j i cjj jl i mi, ^ cs. 4

o\' .q. c^vq qoq q^ci^

14 oi ti (lai (kin (tj (oi 2 (isin ^kin n (lofl^ (^ok^(ai^(i[j(lm(uinikin «sin w

„ „ q.clqvqo o o a

o (isinikn _dk(i-cij| (isin (uui ajin (kin a mi, (uijdji aan (ia oji (u| \\ ejinji;

. q cl a o o/ q o o a

(m a ji (ki (is 34 (ism am aaji (ici (ki (ki [i (ei (ia -.sgt; (a (ui «sin -Jin (eji cnnndsin (14 ki o ^ J ) J aa, (isuJI ^ (jKi, fiy,

o o q o o o q

(kui (in (kin oei (ei «ui (tm^iki jin ^ x ^ q-

oa a oqc^-\'ci

(kinzin (isiniir)(inji_i»,(kin(cti-aüasini) (ui(ki (kiariniïiim (kikin ajuquot;^, (wioji

jl jsuoi \\ 3 J ^

q cgt; o a q o

(ei(i4^(0o(ct^(eji(ui(ui~an(ïjt^2 (kji «in (ki -i».(in (ct]|| (n_n

qgt; a i q i qo o o o

(ik am «jlm 2 am (ij2 (kin(ion (uui(ij (iri 2 (km (ïjü 2 (k¥i| 04 34 ~™i

o q. o c3gt; q

(i[j^2(cttn(e| an^(ki|\\ (lm(i^(m(ki(kin(m^m(i5in«jfa(bi^cmm.(k¥i

q / q

aaa (uui (ki (kji ü anji ^

ÜO

q cjv ctv/ q q q

(ai^amn^m (isin (tii(}4~sgt; a o (isinii \\ iimwafukkininamïaidnamct

o cj ^ 411 d i »\'3

a a o

aan\\(uit^(a(m(i(j(}4 2(inji^(m^(y^(lm!wiïj(ia2(k)i(kin(isinm^(ui^\\ (ïj(ui

a . o

(kj a-nn t kin (ij (iq 2 jw^uui (kin (k|oji -jl (m| ^

0/ a -a a 00q a a ctv

(bi(m^oa5irii|\\ jjajiiam^n (i5in(ui^(i^(k^ii(jti(ïj(lm^(l(in(kin(j4

294

ocr page 315

VEtlHAAL VAN EEN KOOPMANS DOCHTER EN DRIE VRIJERS. 295

OQ - Cgt;Q QO a, a Q O Q

161? £Ji(ui(Lj(Ki~nniKinytJig(Kin

Q Q O Q O . Q

(Kin (ism o (Ki CT n (ui (Hi mi om «] luui »fi ktii aji Ji ^ m (ui nn nn m uu; (ki

xkj c_H «svoi \\ s J I la I

Q Q O Q O

(Ij (EI1 —J1 (UUl (KI JKEJ1 (Hl inn 01 (KTJj (ïj(EJ12anni(Mflfj(EJl-Jl(ULD quot;^j

Q, / Q Cl Q-

(KiiwMK^injtl^mn^ajinfgMQtjiiiJi (Ki _A«j (ai ~Ji(iiut m «j mid 01 «j «ah

qo aoo a a Qoo

(C1 (t^(lfll| (Ij (BI Ml Min (CT1 (KT| t (KI (UUl (KI -Jïl (1Z1 (Cg^Kl -01 (ïj

lïjgi^a(kt^tdej \\ (KintoaJisj^iJiiïjiKin (ifj«sin2 (Kin-ni| (KKj

OQ \' Q

ntjda^ ill[j(EJ12(¥iri(CTlt(et^(Kin(K¥|(K!l^(l^(Klj|(KJl lïj (EJl-J1 11U1 \'•j

(cm^

a a / q a o a ocio

Ïsji ui (til (W) cmasji ui (til (W) cma^rai urui ojui (Ki (wi kh aaji «jin ü om (Ki jiii (Kin (wi (ui n azinn

^ O GJ ód ^ ^

o a o o

(ijii|\\ (uu((ji^2^(isïi(afm^(ïj^2 KiiTnE| aii^(iflj| ei aaa ^(M (E|

a cgt; a a a

(Ki-nna^aaniiN MiKisssJionmofKiiiannnaaKioaaiioN ooSiKindfui

mij \\ (UI (V^ (^(Wl (Ü1 OTl (U| CT^\'TTUl (ïj O 2 (llt;lj| \\ (UJ O Q Qgt;0 O OQ Q

a

((jxi(isïiarino(i^ii[iJi(i^(M(£ii(LniiciriniïjTn2(inriiijTn2 (ui (m-Aojj

o/ q o / q o o

| EJlOvJi (g o 115111101 N jj ^ ^ \'014111 quot;^l ifj itJi 2 inn: as^ (^

O -Q Q t Q Qc a

(Ki(Kiw(Kin(eiii!](Ui2(Kin% (MOKJiMinasn-ao ïki (Kin (uin ann atin ann rui (ISU^)(ÖJ(KI, ( cJl JcJ 00,00,

T

/ q o q oo

jj (Bi aan \\ |(M iïj(a^(uui w(^(Kini(Kïii(Kin(M(KJiia(i^(CT w(Kïi|(Kin

Q OQ Q

ui (Ui 2 (wi (til ~ji 9 (uin iKi ^.iKin (tiiOTiN onji?t(Bi(Ki(mn(W(U|on(Ri arwi n (ki (HJt

I ^ \\ ^ \\ d J h\'1 ^

O O OO Q- Q Q Q Q t / Q Q OQ CX

n (Mann(W(Kjciooi(M^(uj(Kij|\\ (m(ui(ü(Kin ttd(mn^oi«111

/Q Q . ^ Q QO OO

(o mi «sin (uu onji (ai J ? (uin mi ann (ixi (til mi [i n (wi ia (kn (Kin (kji 04 im (eji n-n ^ \\ «SL, (isu Jl (15^

Q Qi / Q OQ. Q Q Q

(Kïij| eji ij (Kin nxj nnn (uui sji (ïj w^2(m mi ooi (kji (^ ajj i

QQ QQ Q./Q O QO

(i^MM^a^ ^KiniKJifKiiil^KinfMann wann(fciionji(ui-ji^(kJi(Kin(uii| xsyj

Q OOQ. Q Q Q Q OO O

(ism (UKMonnwi hjkui (K1Iquot;ïj(ui2 ^rui (um (ïj

O O Q O O O

(ïi(inji(un(ïi(EJi2(KinTn(Bi mi mi (uin\\ (uioan (ui(Kin (isinjfiii(M01 «in sji niui l ^ |cq 00, j Qg J a »3

O O c O Q (iQjinannwitnKinMiorbi?^

U ^

ocr page 316

296 LEESBOEK.

a 0Qa0Cigt;/a cgt;

(atkjinmfiaajiitikiiiïijiikitoaoiwii-ciictiejitkiiiaaaan n iki (u «jui nn (mn 2 ieg

ö cj d O i

OO Q O / Cgt; ^ ^ ^

c/quot; O CX O O Q O

ïj(Kin(uinïj(Kii^Tnsej fm) fKT|!K^aan(uiii(KinfKJi nnn^Kin mn (uin nmn

rrv Ov Q, / Q Q ^ Q O Q Q

(mnia(Kin!Ki~nn(af^(LHJi\\ (CTIIJU («1 ann (tii ^(mn (wi ^mn (KÏI EJI «j02

/ Q CX Q O (Bi quot;an \\|| (uin min ^(M ijui ïj (Km^ (kii| •«gt;,

óv q ^ cgt; / a a Q 1 Q

||iiru(iK(BgaRa,[U4a^aaiiiajianJi(Eii^(^(i^(Kl| asm uui ct ann o (ui^ sa

Q Q Q O Ci Q Q

(EJl (UFI ^(Uin ^ tkJl IKTÜ iK^ O (KJI ^ ITUHEJl -Jl (l^ XSÏSj (ITUl (IK (£J1 g.fM (CTl

(CT(ui®jarin^it|!^^ K^\\ (M(CTO !(|^(^(^iEjnm ^ (uu (g,(L|

Q

(Ki 1 (um (is m am (Ki

IK5j[ J dl ^

(Kill (UU 2 3J1 (ai^(UUt \\ M(M KI ^(Ul (Kin (Uïl (Kin (CTl^Win (Kj^

c~v CTV / Q C^-

ïj (ui (Kin 01 ct (un (isin ^ (i^ ^ (Kij| (t^|(uin «^Tnann wanj^un (Kin \'ïjajin

(M(M(amp;(Ki(a(i4ffu(a(Ki|N (ui ïj axi 2 |Wn MI (iffl w (tn Ü (uui (ïj«} 2 ^

0Q/Q/a a a.ao/

(Ki-nn(a^(UJi(3!K^\\ (ïj(u2(ian^(i^ (ij ^(tjw2 (m on^(ici (lj (Ki jit ■ti^ (tn^ü

n Q Q Q-V O Q. OO Q Q

(lanasinei (KiMiii (innn ^Kin (wi (Ki n (irui (iK (Kin (inn 01 ann jin (ia m (n (tq (Ui ki

J J^d-I CJ CJ 4 a 0 oJTl

til ^(Kin fut (isïn nnru (wTsa tü ®0i ^ (Li| \'inJi ^ikïi ^ (ui 2 (kji -Jiri inj 1^ (Lnj

Cv ^ O CD- Q

(la^i^tMorin^^ia^iKj^jfflTnEj ann^K^(Lnjtaaji ok (ion ïjin eïi

n a o c?v \' Q o

(imooKtJKirKKiniïj^ïjdg;? t(Kin(m(uu(^|aji(CTi(a^(i^(Ki^ «jWCT

msj a^(Kii|\\ Kjo2 «|(Ki^(Bi^cm^(iSi(^quot;(W(Lj^£n(at Kin

in Q Q CD-Cr^ ! O

«in o N(a (M^ o ct (a (Ki Ji^Min (OT n m \\ (ifj(un (tj (Ki o na a afUi (uin

o a. 00/ Q Q \\ m n iïi (EJi -Jt 2 m Am 2 «1 iKi ~rin (im niii Mm ui (M ? «sin hui

I I ^ 1 Ö ^ \'

0^0 o

k^2(Kit-Ji (inn (ik nnn ikij| (ïjon2(isin(Ki^^(Ki j^o(ian|% a

(t|mi2(wihjvjmi-jifi(ui(ïjTn^N (}Ji(uin(Kin(w^(iJin(Kih(ici(it|(ui2i^

ocr page 317

VERHAAL VAN EEN KOOPMANSDOCHTER EN DRIE VRIJERS. 297

/ Q CX Qv Q C?^ Q /

anjnn(Uj(Ki~nn(in(iK^ (iru^xiCTtam^asiMiBiajinl^irjasinanjiiKTn-nn

o \' / a a a q?- i o o*

(Kin mi (injt in (Uj (ktj| ikth atjdci 3 irjw ^(uiiikïi w iifjajui 2 (kjijiii (in

Qgt; . cgt; / a a

o ajij^ tM (ui (ui (tj tti (EJi mi -^(eji (u (u^n a^x! Mi^fjTn i?in

O Cïgt; Q O/ 00

amonji^^ (tjMïi(Ui(ixi w^(tjiiTi(^o^^iïjM(cil^Jig(u~ji «111 mi _ji(tri

Q Q ^ / Q Q O

(m ^ (tn iirui (tn irj 1^2 (M (kh ij ia «j th (urn (14 aru o 121 (Kii| (3gt; / Q Q Q

(Mam^(^(Knn M^irjTn (isin aan o (Lnj^ 0 ^

J

a

101 on o ^

r Q Q ON

^(}01Tn(tj(UlJT2M_A(LJ(KI^.Tn(Ul(lSï1 )

Q Q Q. . O

(uin(ei(M(\'nJiMTiTiri(ULi2(kJi~fin(Kin(wi(EJi_ji(t-n(ian(EJi~n;(Lm\'ift(inji(irin(uii?

J il, I J ^ \\ ^ \\

a a / a a a a cgt;Qt

(Uin (UI (KI inn TT) (£J1 (Kin (KJl -dl.T.1 (EJl (UU (KI li \\ (Uïl Ol (1SÏ1 O ï) (UI 2 IKI (KI (UU1 (Wl

Jo J lt;j[ I

(is^ aan non ~nn g_(ai (Kin (ui asm (ifl -ü (im nna tui yian kj ti «jonn 2

/ c q o / a .

atj arm 2 «j (uui 2 (in ^^(wi ^ ann (ian _ao om (E| oji «1 (ilt;i| (Lnn (kh

/QQ Q CÏ^Q C?-Q

lïjuin o (Ki ^ojj^ (Ki| \\ (L|^(Kin(inji (is (ui ^ (t| (ui (M asin ikïi iji osin (i-n-Ji (tj

/ \' Qt . Q c O Q al

m KI m on o (uin \\(uifi Kin ostii til (lol (LiiJi o iiixii (i-n ojit (Ki ®ji «in ui (Eiii m \\ (Kin |cq ( J Jcciisu ^3 o

Q / Q Cïv o

O s, y*3a\\*K I Jd 1 ^

Q / Q Q . Qc Q Q OCX Q.

^(ij| (ifljl (um (til arm nfj -ann k^(lj| mi aan \\ (unarui EJimji eji ^ w^Kiann^(uin(Kin

Q / O

^ann ^(un (^(ij| w itjia 2 m «j (uiji 2 \\(K|M^a^(o (kii „Ain (Mj| aan ok (lci itj (ici 2

o / / . 1 o a a a

(kJi (tjaan (kn (ism (M (M (loji (KJi o w quot;^Jj N ^ \'U1 ^

Q Q /t3gt; Q\' OQ-OQ /

(uin o (Ki (ui «sin (Ki (uiii an ann (Kt o (i-ti -Jin ann (uin (Kin 011 om (Ki o Ki JkKin (Kin

o I aJ lt;^3J

a / a a a a. . o

rd^^(in^(U|K^(uijN (iJin(eiann(Kii(Kin(inji^xi(i^ i^(Kin(uia(Kin(irin(Kfi^(Kin

o / c a o

arm ot (ki _A(isin (mn ^o (Kiij| \\ eh unji aan (tjin o ajii|aaji ok (Kin ^si «m

O . / O Q

(mn (Ki _jj (ici jii| 14.1 (kil asm Mm (uin Mm (ifl -Jin (Lnnfl^nr^(Miifja-n3iati^

m

19*

ocr page 318

298 LEESBOEK.

a o / / a a /

(urn (uj [KiI \\ (ïjna iri\'gftxi «jaanEJj ajii ann^ w M m tj 01 t.n (^(ï| rajj 2

. c / Q Q ^ O Q Q

(i^l (uïi (Uj o (Ki g,(u \'KTj (Kin w (tj M (fj quot;ïi (hih K^irui (lu oh^

Q Q Q„ O Q Q Q.

(UTOKIN (jJi(Eii^w^(EJi(mo(U(uiii(KiT(ian^(Kïiaa/)^(uinij(Ki|\\ (uiiiaan

^ a a . o Q /

(til (ifui eeji (Kin (uin w iuiri a-i (ui \'ei ^ rmaan (uui «j (gjj 3 igjj ^ \\ m asin (ïj om 3

a \' ^ a cx

[^jj ^(Kin ^ui (tj o nfj o ^(uïi o KT^asin ikui (uii w omn ui

q o /

(Kin M (tl (Ki 2 (isin (Ki oji «sin ii (ui m (ia 2 mosji n 2 (i-n 11 ? o (uin (oti (iet (uin ari an

kuj |ai e 4 1 IcpI cFn j \\ Ja

Q Q O II CX OO Q

TTI (ïl (IC1 2 (KI i) (Kj (Ui M 11 dTUI f£Jl \\ (ü (f) On 2 (CTl (Ifl (LCI (£J1 (ITIJI (kil (infl \\ (Ulfl (1-fl

I SdJ^! J I ,KL- a^J \\ CJ

a . . O cjv/ o

isïi (Kin (un Ki \\ (uiii \'ój (Kin (ijo (tj o ^(ijin «in^lj[,5iri ^ ^^^ (W| ^

cx q a q. o a a . a a /

un arm ^(wt (ui (cr| (Ui Kjn^Ki| eji -ji bui uui am nan t ar^ non (kiij| cji (Kin cm \\

a a o Q. Q

Kin (i^i ^(um (u (Tj (tg 2 (iri tui \\(i-j| (tJi (un Ki (tj ici 2 (wi _AKin (Ki -Jin (Kin afin ^

Q / Q CX Q Q t. /

iuïi(iiij|(unm(inn(M(Kin(ui(tj(ui(if|o^(uii ij (kt^(u^(kji (ism (ui (t|

Q Q. Q Q c c Q

(KI _A(£JI (EJ1 (WX|ïj0(lC1\\(ISin(lJlJl(ïj0 2(l^(m(kJ10«J^(KJ|(ölT|(EI|(f|

Q . oo / /

m (uii 2 (kii m ui 2 ral ü m (isin (Kin iuin (Kt ^(mn anjt w eji jhi ki (tinjiÉn (kJi(£n~i

I quot;M CJ J\'aJ ^ I ) J

O Q Q Q O Q Q

(Ifl ^ ^Jj 01 \'injl ^;lJlri Itj WJj 2 (I^Jj ^ (UI (Ui (UI iKj_ Kkrui tAJl KH

/ Q . Q a

(Lnrj KI\\ (kj|(i5initj(in2(i^|(i^aj| ^!i^yim(UïiM(injij\\ \\(IJI (Kj a^ W

QQOQ O Q O .

am (m (m (ti ki (Ki (ui (ilt;i ~ji (u o (Ki (Ki aaji (uui iti (iq n 2 (ici n 9 «in o a-n ü

\' 11 , 1^1 cfh d

oo a o / / a a !KT|CLI1I1 Ifl (ïj dCI 2 (KJI-d.(Kin \'KJ^UI KI ItjOOll (élj NdJin !l^(a (ITU (ïjW 2(injl ^

O / Q Q . er- Q oerv

(Kin on 2 «sin (ici (ifj (uui 2 aiin \\ (Kin lui^ ^ ^ i aai in (tj (Kin

O \'o Q . Q

asm an aci 2 (M -Jt-asin O ? (U (i£ ? \\ aan (urn a-n m (kji (UI asm an afi (icui,? an a oei o josL, \\ \\ Ji^ CQKUJKU ] |

o / / Oi o ex o q /

(Kin ~nn (ai ~j (i-n || n (ici itj aan (Éj um onn ^(kji o (em ~nn o aan (ki ji.(U| a-n „act

er- O . Q Q Q c O

aan (i^ (urn o o (Ki afi n \\ (kji (ui (kii (tn ~)i aci (Ki o (wi (Ui aai (un alt;i (ui p hi

Jisu cj[ ^ J «SU aa, s

a a o q c^o / / a

aq w iian ^(Kin aan (iiu (tj i^jj 2 (mjj (K| (Lm 1^0 ^(CT1 (ui itj ami E)| \\ (Kin

q o o\' a a

(urn ki (tiajii ann aan aji an (Ui t aai o 01 asm aun a-a -fïi aai anm m a-n 11 (ui (ui

I O- ^ J ^ J J

c Q O Q / O

an nnanjiaai (KUKWiaai asm kt ari ? (ki asm atm on itiaan 2 (Kinii n an axi ai an (in

»3 ^ ) I 4 I I a t

ocr page 319

BABAD TANA1I DJAWI.

Q. Q Cjv O O

itj (om 2 fmjj !uijj tun om yian (inn w ojj a ^^2 iwi asin ari ^cui (ik ^

Q c Q O Qc o a

(Kin(Uii|f^«janri^ajjiifj^2 iK^(Ki~nn u cj^ïjunjia KI^KI ^ f^Kin (K/I iKn

. oc^ . a a o o i Q

(K^(ai(tJirui[M|\\ (lt finno-jw^oi rcj naji2 ra^nui (wi o (txi Mi| \\

a q a c a o a

(kJi (u(M EJi ~ji (Ki ^nn n-n o!M (ti) (Kin (im iqo cwi iki iki icti rai (am ki oji

^ J KU ru gt;153 (Et-CJ

a o o , a

(M lejlikin01 (in(inji2 (kino \\ (ïi(Kin 2 om (Ui (til on(irui 2 (Kin iki aqoi? t(kin 10 m i Jl I (J.- CC1 ( (H\\MU I \\

Q O Q/ CiV O Q

(üj !UU1 (KTH (UI M (IC1 (IC1 (UI (fiJI (Kïl (Efj \\ (ïj lUUl üfl -Jlfl dfj (UI (1WI lïj (Kin (ï| i;il (HJ1 14.

Q Q. O Q . O

01 (hui \'ïui -Ji M eh asm uin Mi (Lm oji o andnji 2 ikïi (kiü ^ (tsin mi (ui tn m irui 2

(XI j IHV J[ (XI I

Q / . Q Q/ / Q

Kin(Ki jueji(ï^sji(ui^n aj^^idrjajin2 (üjdan(uiaoi(tn(Kin (Kin i^u (ïjiuuin

. Q Q Ctgt; Q

(t|020(irj(wi-iin2\')non(kii(rj(ui2arui^(£Ji(t|(Kin(fj^\\ in(mri^\'ian o asm~ni

cjgt; a c Q o O aao

an (Kin Ti (in (uui (ki (M (uin (uit (wi aan n n (Kin m nn (ki miinjia (Kin iki jïi (Kin o

in-, I Ol jjj[ C-Ci I KL,

Q O Q. Q. Q I (X

(MN 01 (ü(tsm~finm(ïjki^2(kii(Fj\\ (kin(ui(ui(tj a™2(tmikimafj(ag2 (t^

O a. O- CU, Q Q OQ Q . Q

(imiin[tJi2\\(Kin(ui(isin(iafi(Lm(iK(irin(W!isinii(Kn!Kin(EJi~ii!Ki^ (KinajinfKio

J a J a J\'h3

O . a c c a a q.

ooi wi^(K)|\\ Éj^aTj ytJi i^oajin w (ui «^(itu^^ïji ttiqji oas^ïj

Q Q . c Q O Q Q

(ïjo2 \\ 01 (M (uin (Cj (K| firui^iïj o 3 (Kin (w 01 (ifj iian 2 (Kin -jin (Kin (Kin lïj on ^«in

/ Q Q . O .O / . QQ

(o^aiJi^EiniJUW^^M^arinaaJi ^.(£Jl lt;mj \\ mtj ku ntj (mn 2 «j o um (Kin

a 00 a a o /

(k^ (eh (Kin (tsm (til (KTjj \\ lan (K^ uïi (K111 (tj o 2 o m o \\ sji Kin (ïjoain 2 in (Bi

a a . Q Ck

(ia wjia dfj wi^2(}jt oji as^ojKknajin (Kiiuin (if|(Kin «j(^\\ unn (fj w ïji^ (rjun 3

a o a o.

tti 01 (kit (k| (iruij| \\ 01 ici (ïjasin -Jin 2 (ïjirui yk^ Kn(g_(£Ji (k|jj itjiKin 2 nrjo^

a . Q o A

(Kin(un(kio(Wi(ki(Kiii \\ (3 Ji,? (uin ktii in (uin 2 Ti oji (eji ainri (ki m m 2 an (Kin 2 m jhi) (isucjl 1 J \\ \'«qjiriniKi, ( I I

Q . O Q c Q. O

(ïj (ui Mtj o 3 (uin afj iKin \'^iiin (ktj «ui (ici «gr^Ti ^ Em (uw (uiii ui t^ïjaan 2 iKin^w

a / a . ■ c o o

(EU (m tti dan \\ (urn uui (urn ia t (si ki hji uin (ki (ino2(kin(innw(a90ianjim ann 2

J J 1- I J J^\\

\'q o a a oa a

(ki ia (inn (in i\'m 3 Kin ~an (Kin \\ (ei (uuui «in (isxn ~m (kji oji ari ti iki ? m im \\ w (KJ j (J ( (isi,\\ I

o a. a q aao

ki ae; ki (eji «in (urn (ui (ism (ULian atnn on ooi 3 ^ \\ (uin orui (bi asm (urn (ki (um oji £.1

d *3 , I Ö

/ q / c a . cQ.ooq q an arui 3aai aflji ajin (ó (tji (kill (ult (Ui ^ (Kinum uim aji (eji aji onji a^i alt;i an (Ki I ^cJl J 0 J^3 ^ s

299

ocr page 320

300 LEESBOEK.

o cjv / Q Q a o

(uui (Kin njp (UïJi^(ifjaaii3

OQQcQ. O QQ C?^

(Kin (Ki (k/i mcti (uui ouin (u (tn aniinji 2 (Kin (K)_A(£Ji(K)i (ü(Kin-^.iia (um \\(irji «^(kji ca I KL,

QQ QQ.Q Q Q.O

(üi(ici(ui!Ki jin(joi(irui(kn(Kin(uiinki2(kji-ao(Ki(|\\(Kin(Ki(Ki(uui(kJi(ui?(Kii

j K Ja j\\

c Q Qc i Q OQ / Q

rnniiru^(uiii(Kintuin(mjj(i^j|(amp;n j^(uïio(u^\\ iïj(ai2asm w aj tm om

CSgt;Q tQ. .Q a. QO Q

M (ism (Kin tuïj «sin «ju (kn as^ ann (i^ ivvj mn nm (ü(i(jCT(i^(L|ji^i(iJi(ui

O Q. O Q Cïgt; Q \'J , .

im (i^(ui tL^8Jar^l| ^^^!\':^3!CTiW(Lj(Ki~Ji(itj(uin(inj([A]i(isin (Kinim

Q c Q. . Q Cïgt; Q O-

CT(uu(uin (inn(M (eji^ M (^(ifl^(ij(m (IKOM Wi^(Ki| \\ (Ln^^taji «jin^ Q- Q Q Q Q^ Qt O

inn itj o 2 (Kin ïj (an ^ajiii «in o M-Ji (ui (uijTj anji-dKKiii (urn o gi^itjüan 2 (kw

/- Q. Q»CÏgt; / Q „ Q

!Ki~moam(um(ïj(Km2ino\\ cuin(£Jiii|(Kin2(Kin^u(rj(uiJi(Kin(ici(uiaji(ïjTn

O Q \' Q 1 t Q

Ki ? (o \\ (uin(fJi(t(i.(uiM(KiT.ri(isïiii^ (Kin(uin«iajin(£Ji(Kiiarui\\ (uii ikiii arm

J GJ J J Jl J

v l

(Km anji _^(tJi as ari sj n atjaju o (tjarui2 (ki\\ (M (^(Km-AJ^(Km(Kmiij

Q a Q 1 a a o

(incinjajmKmiJLfiajioamaaiaaioaaiii\'^ a5m(iJLT(Km(iT|9(Kii(tiio(wi(Ki I \\ lt;amp; ü J cJl ^ \\ ku

Q . Q Q

(m|^ (tj ajui w (ï| afin 2 (tj 2 amn (ici (ici acm (ui ojj \\ «j o 2 om (ïj (Kin ^um (Km (U

O Qi Q

m (tj o ^(Lm (Ki nnn am (EJi ofi^an jij (u ajui i^OvJi afin \\ (M^Tn^amow onfj (ïjM 2 (tjM^aji xji afj um 2 tti EJi an (Km (k| (ui (uui (ui m iï| th 2 oji an c

Q . Q O / Q Q

(Km|^ aai(ui^aoo(ÏOI-Atismnji^E|(uij\\ ojLnow^fKui^aannajui

Q- Q .

inn (Kiajm «jdCTidfj a^(cm (ïj(um \\ ajm ^ axi (Km azi (ïj o «j (ui aai «jij (ki arui

OO Q Q. Q Q Q

(ik ajm m (ui in ^(ui (K^ (mi in (Kij| a™ a^ajj om ^oji (i5m| \\ (Km

«- O ». n.

j^ïj a_nn (a asm 1 dfj (uui mi asm _ji aa^ aut, aai^tKij ajm (tn mj

OQQ. .QQ./Q . Q Q O

(aija^ajinamnaKaririajm^af^^as^ amaaJiJi(go^Eii_dk(EJi~fj(Ki Q Q. Q O/ CS Q Q

ae; ? \\ am om an it aai 2 tt 1 (kJi ei _ji a-n ajm asm a_mi (Km (Ki arui ? \\ «in a^n wi

^ J oa\\ ^ a j*3

lt;3^ O Q / Q

arm ok «jMm W^(£Jl(iK a^ (Ul «jw 2M_A((y (M a^aai^a^ ajj (Ki| \\ ij 02

O Q. / Q O / QQc Q Q

a-n (Kum (EJi a.\'in aai (ui an aai _j] (wi alt;i aai (Ki an !Ki (uui aai anji ? \\ aai ;um ki

eu 3^ i J®3

Qc / a a a Cgt; lt;zgt; a. 1 o

Ti an anii rui .jkosiji (in oji an a;i (kh an w an arm aai (ei an aai asm (um om ,£f J Josl Jn^Ku ^ «}GJ ^

ocr page 321

BABAD TANAH DJAWI. 301

Q / Q Q. Q Q Q

(uui (K^aLf|(Ki|\\ Jt.(ilt;niiLntuinariri^firLn^(Kii(EJi(ia(LJ| w

. a lt;3gt; a c \'o a, a a. q

wüoasn^^^x^oa^Ki^l^K^ajinniTi^tMiEJiJja^CTifKJifici

q c q c a oo \'o /

(uui; Kin n^i ^(uin ajj (ï| 19 2 nn^ do (wi \\ «tn cu^ w o ^ ^ (iji (kji (irui -A

q Q c a. c ex - / o

asm ui (ut (tn (g fm o (mn 001 a^i (Lm «in ikji (Kin ajin (^(i]! tim in bi

Q quot;O . / Q Q. Q

«] (ïj (uin a ^|(i^ as^ o (Ku (li ^ oji ti(^!u ann ^lan

C?va OQcc o Q Q ^ /

(iK(M(EJi(Lm(i^(KTn(^(Lin(KTn(w^(i0 2(M j^M^(Ljw^(Lri^^\\ (m asm

Q Q Q 1 Q i

(kii(Bi(Mafvi?on(inM(Lnri(iri(ai?(uin(isino(isï)(En(Kinn\\ MiFiajinocKfJKUKKin ^ I ^ j\\ J J w J 4 JK3 a / a ... o

(M nnn ^jjin (^(unn (aj(wi gra^^ojj ki _A(K|uni|(Kjj(Kin \\ (kii ik^(irut j».(Lfi

.aa / o Q o oa

(m am non (Ki in w _a(cti (inn quot;itti hi (ki w (ki _A(£Ji Kin 01 Kin «in -jïi (Kin ki

J ^cJJ O™- ^

( Q c?v Q t Q «.

(unn (aj (M «jiu ui k^ \'.oti in ki| \\ asm iiui (M o (ici (Kin^

o a c?^ q o o ev

«jo2 k^ki -jin uikii|r^iri w ojmaait ikM (til w ajj,irj ^;g,(ui \\ (ioji (i^ r

O O Q. / Q Cl

(EJi in on (isin juhi (Ki(U]i(ui(isn(i«i(i_nM(utii(}ji(isiii(Kii(fcJim(LnnTn(EJt(isinKin

J J S cJl I CJ

Q.O O a Q . Q. OCJv

(UITIKIX (kl) (M (EJ1 ~J) (KI (KI (101 (KI KI (KI JKEJl (kJl (KI QTI K1 (Ifin (tfl (KI ~(1fl (KJl (J-Jl (K1

Jo J m

O Q Q C?^ Q O

(n(uiKi-Ji(UJt(£j|(Kin-Ji(iJui(etKinii (iaii(i^(KJi(Eii(Kin(i5iii(i5in(iqo2(Ki(Ki-Ji J O] CQ J[ I JSU

/ a / a

(ion (ism m (gM (K^ .oti in (Kij| (}Ji(i5in(KJi(£Ji(uiniuirj(i5in2(kii~nn(ij!i5in2 (kiiij| ^

O OQQtl cQo/a QCv^.

oi2(i5in(Kiar|iK^(EJUi (^(um KinoiirjoajinnrinffiiJiTnaKnrinMKinN

a f a c o

mn d^i ^(uin iij ki ^(a «j Kin 2 \\ Kin am w oon ki -AKin (cm (g, (U|

o a o cx .

(Ki~nngTfi(iK \\ K^(Bij(i^o(ui^(KJi(£ii^i-ri-ji(iK^(umKin(tjo2naj\\(uin

Q / CX Q Q

iamp;jKinKiaii_A(is^mn(iu|(ei(i^(bi(i^(Lnfi(Lniaam(a(uj;(Ki|\\ (UKaaman

Q c QVQ c / Q

(i^ ^(uiJi(K^(EJi_ng(ifj(Lnn \'iTfiafLn-Ji\'tjTfiK^^ifi^a^^asin^E^ o M-A

/ Q . Cgt;Q \' O

(Kjcu2 »j(ai(~g(CTi|\\ osin(uuK^(01 j (ai^ki (^(£11-jKinjj \\

O ctgt; c a

ki (um Km asm Kin ki asin (ui Kin on Tn!KiJn(èMonnnn(ici \\ (wuioiasino ki, KU CJ J lt;Si j s3

Q. C?quot;^ O / Q t Q

aj ki Jin (u kii| (oti^ti ao^a^ ojin o nfjl^ti (ian| \\(Kin iwj w uin ^xji ^ajin \\ in

a . a 00 a (ï| (amp;11 ajii| \'WjI ^ Kin dm w an oaflonjw^a^afljin (Kjj| a^

ocr page 322

300 LEESBOEK.

I o (Ki jin(M(irui(kJi(Kin (unn (ïiki 234-^0 (kiu nmïi (ki (kii J JJKK J dl «ajisu

„QQ. c Q OQ IQ

(i^rimiif^tLriiiMin^mj|f^jj(tii-J^(uiitOOJI^N (i(|(ai2(CTiW(ij(^OTn

CÏgt;Q . Q t Q Q.QO Q

m asm ikih (ism (uui (kit as^ inn ixi) (u^ (uiii am ^(kii ^ {p (lJ1

Cgt; Q. OQ O Q \'J .

(uxi^(ioi(Lm(^iif^(Ki(aiKj(irin2 (isin wiajtKi-Jt if|[i^(nj (iJi(isin(Kin(Lm «1^

Q . Q. . Q O Q O \'

(isin(iJU(uii(Kin(Kii(EJi^m^(tfl^aj(inj^(i^(uiio)K^(Ki|\\ «jin^

Q. , Q Q Q Q. Q. O1

(KI lïj (LH 2 (Kin (Kj (Ol ^(Lflll (Kin (Ol (1gt;JI —(1 M (UVJ Ci-J (ITUI -A (Kill (Ulll (UI (ïj (KUl 2 (Kin^

/- Q. Q.Qgt; / Q . Q

(Ki ~nn (til ann (un it| (Kin 2 (ïj o \\ (Lai (ij kit 2 (Kin (rj «jui (Kin (ici (tci (ui «j th

OQ \'Q . . Q

wn^(a| \\ tuin eh ^a-n ^ ^ «n tLm ct

\' •

(Kinaafi^j.Ma^üEij.wi\'ri (i[j((j|2 o (tjiinji2 (M ii^(Kin-A(i^kw(Kinij

Q Q Q c Q Q O

manJimïfiniJinnJiMiciaaiflfflOKinn^ (isiT(iJLi(Kin(iri?(k(i(EJiO(}Oi(Ki

I \\ lt;5. a J dl * \\ (isu

O i Q t Q Q

(Ki|\\ (ïj (uui ki (ïj(Kin 2 (ij (1^2 (Kin (ici mi (Kin (ui \'fj o 2 (un dij (Kin ^(um (Kin (ui

Ó Q. Q

Miïjo^cLm (Ki^amoKi^Mi-iin (ui(uiji:Tg/(KJia(iri\\ (knnfjin^Mio^oij (ïj(M2(ïj(^(ui(iJi(ïjajin2Tn(EJi(a (Ki|\\ (KÏI oj oji OJUI (ui MI (ïjTn2 (M (ci a

Q - Q O / Q Q

(KTII|^ Kin(u^(uuiow-JKuiiijKinrKuui

Q. Q

(um (ki (urn (ïj (Kin (ïj 01 (ïj (uin \\ (uiiiiK^dCKi^idn dfjod^o^ (Kin (Lm w aan

O OO Q Qc Q Q Q

(ie: inn (m axi quot;fj^^ tti (^(ui (K^ (oti in (Ki| gt;(k^ [^ajj ki (cti| n (Kin

lt; o t .

mij ^(ïj (um (ci (tsin 1 (ïj (uui m asn -ji (ei ji, un o

OQQ. -QQ./Q . Q Q O

(BlJ^(Lm(Kin(iKai¥i(Lm(ü(K^(KJi(is^ am(injij}^(i?ii^(EJi^1{tj)_rj(Ki JI

Q Q. Q O/ O Q a

(iK^\\ (K^a^(^(^(Kin2Ti(M(Bi^!jm(uii(^(LnJiKinKiaaii^ (Kin(Ln^(Ki

O- Q / Q

(ITLII (l^ (ÏJ (Kin (K/l^kJ(tJ|(lK(C|(U|(ïj(lC123gt;Jl _dlgt; ^(lj (JJI (^ (Kin^ (l^ (IJ| (KTjj \\ (ïj(U12

OQ. / QO / QQ. Q Q

(1^ (Ki ^ (Ui a\'in (Kin (u in iCT Uji (wi (Ki (Kin mi o im (uui (Kin aan ? \\ (Kin (Lm ki

^ 3 O^C! 1 J ™}

Q. / Q QQ OO OQ. / Q

\'vi (Ki Kin \'ion -dkosiri «xi o iq ei (kh mi ki (ki ai (Kin (ui (ki (Kin (isin (urn om ■3 J Josk Jas^\'K^ ^ ^GJ V—5

o Qv / Cl Q Q- O

[UU1 (Kïl (1^1 J».(KTn(lJ1(eLII[)(ian2

JJ JJÓJ

C^QQ.Q. O- QQ C?v

itai (KiMxasiii (uui(uin u (tminiinji 2 Kin [ki-jhejkwi (adai-Adciiiui n(iciji «^(kji Ol I KU

QQ QQ. Q Q Q.lt;^

(£J1 (ld (LJj (KI Jï](W)dfUl(kil (KIT! (UI ^ (ï]Ifl 2(M-A(Ut (Kil] MflH (KI (KI (ULH (KJ1 (O ?0J1

Jï

ocr page 323

BABAD TAN AH DJAWI. 304

n f Q Q lt;3^ Q Q

(Ki è (un (oi (OTi a_m Kt \\ iïj o 2 --r|j\'i ^ ^ ^

fquot;l Q Q C^v C v ^___~v l

(uui; Min d^i ^inn (lj| afj mj 3 urij iict (M n kid ajin tM M m hui -±n-(isin aji (U (a ^!K|(uïi tuil «in (uii (Kti m ct uin mj.m w inn (ea

m nf|(uiri3^|(i^(G^ o (KiSTtun^ u TI twi ^ (u^ im nnn ^(laii

^(M(aajB(i^(Kin^a^(CT.w«|(iQ2(K]i~Ji^(i«!im,aj|^(u^!^\\ w asm

n Q Q c Q v

(KJi(£Jl(wiam^on(t|(ui(uin ü (i^j ^ (um as^ ct (Bj (CT| \\ (Kin oj^ (fJl tui (Kin

(kil nnn ? tuin ki ui *gt;n (y (M o (ki (kth \\ ckji ®iji jkui

n n / O Q O O Q.

(Ki nnn (ion (Ki (o (Ki -Aasin nm ann bi (ki w (Ki -AO (Kin (cm -JintHm (vn

J quot;n-vjV O™- ^

(U in (fl_n (M K^!CTi aSi (Ui icg^Tn !ifl| n (isvn (UWM O (itl

(ï| o 2 mi~a-n -Si (ui nn 1151 tuijaaji ^(wi ei (S ^ \\ aiui nk ik^

(EJl 11 OT (CT1 kT(UI (UI (ISTfi (KTP (IJl 301 (U1J| CM (Kill (kl) ffcJI (ïj (UITI TH fSUI MID

n C^- O Q Q ^ Q«- OC?^

(U1J KI \\ (UI (KJ1 (EJt_■J (UI (V^ W^üil _A(EJ1 (KJ1 (K| Cl -W (Wl ^

O (UJ (K1 -Jl (LHJ1 ^ ^ lE^ ^ ^ ^ ^ 2 ^ ^

(IfUl (CTITTI W (UI (Km ic™ TTl (K1J(W1 (EÏKWl (Hl (Uin Cl dtj EIH 3 (KH ~nn (ïj (CT1 2(kfll|

c? oo a. . c Q a/ a a ^

jj dfj (OT 2 (CTl (K1 (C| KVj (81 ~I1 ^Uin \'K1H Ol (ïj ([«11 dilll tTO (OJI TTl (IK (1(10 M (CTl N Km(i^i(Lj(Ki-ACi(ï|»ai2(y(irui|\\ (Kininn ijh arui (Ki _a(kiii (cto ^(uj

MI-Jin^iri (ik \\ (Kii(o5rwo(uiiitM(Bi_jilt;iSi^;iK^(Lm(KÏiii(|0 2(iaji\\(Lnii

ei C*gt; / ^ Q \'3^ Q

(^ (Km nnn (ik (bi (mi (ui ci onn ci (uj (Kij| n oji ü mn ü

^(uui (Ktj eh ST (^ dj (uiii (inn urui ~ji (i| iri agfi^^tisïig^^o\'Ki-A

(i[j(ian2 (ïjsji^ (cti|\\ mi(ULn (a^^(wi (^ki ^tai-Ji Minjj \\

(Kituil(Kiii(isinoctT(kiot(uiiKinomTl^K1-^(Èn(KIlOlclnn(U1^ (wiMdsinci fKl, «su CJ J lt;5. J p

Q». Gj^ /\' _____ „,0, „ «r. r.%* « nr. n/-* n Tl n Ql

fKi ^nn (U (K^ a:w

oj](KI^nno^iqgTi^^aJin^i^^iir^NtCTtiJi^^tLnn^M^innx in

Q . Q Cgt;c^„ Q

dj (£J1 (U1I| N 0(Klü^tK1(g,(l^(K1~fin (KJj| (Uj

ocr page 324

302 LEESBOEK.

a a Qc o a o a a

ikih\\ (i{i(uifmT.n(isinann~nn[KJionasinniouasiniiqa^Knx f^inajmiajin mi, jKuj j lt;sgt; I J a

a o a. a

(Kin (kil cn^OTi lt;ui o til w -A(eji (ui (ik ^(wi ia (uin n Ki an am

O t 0s o oo o o

(iJl(Ki(iJU(Kin(EJi-Ji(m(in(ai2(isiJi(Ki cinnn«sin a™KinasirianaJKKi.iN (ixinriaxi

JKK J ?j{ ^ CJ ^ CJ CJ J cJl J

. a a * a Q O

(ei(inquot;inomiaM(Ki(uiii(Ki(k]i(iJi(Ui(Kinfuin(M(ai-Ji (t-n(tn (U(is?(M(txi

j I Ci J J \\

Q t, Q C?v Q Qgt; Q

(UUI \\ (Kïl (KI (KI (Lm KI (UI (IIU1 (EIt (ion (£J1 (IK \\ (ia (UI (KI on (IS M (ISin (15111 (LILT Kin

jiAj cci^ jcg jj )

O Q / a O Q. Cjv

(ai^^W(isin(Kin(M(OTi^(i5in(^(Ki|\\ (KiO(ïjoi2(i5ïn(ifjM^(iri^ (uiaruKie:

Q Q t Q,, » «, ». O

o nfl (ui^ m o «sin luin (Ej ai (tj asm o -iriit a dfui \\ aan ok ajrn a-^| aan eji ^ji

Q OQ Q QCr^Q

asmiiN asmaJuiKm(EiiJiiKiCM(ei~na{iajm(Wi(ian(iOTn\\ aqri^an^EJisJi 4 J cl Jkl, fa.arL, Jas^

Q Qc O CT^ Q. Q

^aaijjN (i(j(ia(ij(^(Kma^^o(u^ajm(Kiioiraanj(tJi(ismajm (KiannTiajm

^ Q Q Q / Q Q.

(EJimn^ajm (uwm w(^aj;(Ki|\\ (uixi^w (m a^(KI ajj ati-m

Q C?v q a. . . / a

tim ^an n as; (KJi (£Ji as^ Ej um (tj arm (tj asm o aan o aan \\ (wi asm (M (Bi tum

o oii o a a o

iEJi(Kini:M(imamiEJi(Ki (U)\\ (kj)(£naK(k(i(EJiajmanoi?(um aann (U(ie:?(ui cadsu J J\\ \\

lt;3^0. a

asmaai (uij^x (Km a^^ajm (L^ (tjM) 2 arujaxiw^

Cgt;Q „ cl o e^olt;x^ Q

(Kmaai(MEH(Ki(Ki(uin(Kiajm(KJi(an(Ki(iaii;iaj)(£Ji(ai(ism(ismiKinfïiTn\\ ari

^J) CJ , Ö

OQ Q. Q. QO O / O

aim asm o (Ki jm o (om ok (öi w anji o a-n (m m (Ht _A2 (ki afi n \\ oji asm ajm tn HSU J ^ to ast} ( asu Jl CXI

Qc O- QtO Q

(Kmajiasm(EJi!i(Km(ïi(ui(ïiacm(Kiii~nii(wi(iri(niasm(kJio?(Wigt;.ïoi nnnn aai (Kin \\

^3411 er ^ ^ co ^ Jl

o o t. o- Q c Q *, cjv o

(M (irn^(ui a^ aai^ajiji at^ til j (g^afin (wi (eji (Kjaan aijaan m aan os «m nnn «j

Q.O Q i Q Q Q. Q OO

m(U(i2a{m-Jm(WiM?(kJi(wi nnnnannaiiajinMajiasmfaia^najinnnnFaanaK (ut

lal ^ cj Jgt;öj ï

.Q. QQQ/Q. arc Q Q

(iK^\\ (M(uiajm(ian(eiaan(EJi(£Ji9j(i^ajm(ism(uuiW(oi(ismo\\ (ïjaju«i^ajij

a o / a c o- q

^a^ajaan Jt-aai (Ui g^atjaan 2 (Kir^(Ki|(kJi asm aaiaj;i ^(ism oju (Ktj ed ~Ji a^ani

Q QO OQ QQQQ

(M bi (ïjaxi 2aan an JiEn (uiae;^\\ (K^ (eji -Ji atjiwi on asm o (M (£Ji asm ^ (EJij|

o o o v o Q Q

aan(iK(in(Dn2(isiii(in(Ki2anKt(uiT.(i(Ki~nin(ïiiian(ïiaanM\\ aqan (ki_^(eji(ui I asuMi,^ J I ( Jjasi,

Q Q Q t OQ O O

o am ~mn iï) aci 2 m _d),\\ asm aui aai o ~ji (ki (ui (01 :inri (ia ajm o nfinn ra o 2

J K- , J o 3 CJ \\ö

O O Q OO Q. / Q / Q Q O

am a-n j».aai o asm o (ki (eji mn \\ oji asm (ui ajj an am (ti aai aai (ui aai am (tJi ji ^ O J 1^- I lKU (quot;3

ocr page 325

Tgt;ABAD TANAII DJAWl. 303

a . a Q O , Q . QV

iKi (JJi asiii nnn aan n ^ (kJi!Uio!annmfkJi2(Ki!Ki(tj)(kJianjtiuin!KiMiKiii\\ (Kin

?j J cj\\ ^ I l,sUlt;^OT\' ^ J

OQcQ c?vqo a. o a

(Bi -Ji isij OiTfi nj fui^aan (i^ (un (Lj fm (tj 2(Kinj\'in(kJiM^(K)itK]i ^in

a o OQ

(Kiri^ki o ui (tji -ifUEJi (vn -Ji (is; (kij (EJi _ji (^(M on firn axi ij (um nnn

a a a. a ooQ- / o a

aan ^aieji kh nnn -nn (kn r^osin (kn (Kin w aai o icti (en iv^ (ai am x (Kin

O Q Q O Q Q. . O

(imii^(kifhi(kto(kinan_n(ijiji(ki^i(i5in(amp;nn\\ (cti(iaji«tn(eji^nki(uiii(ktn(u

) (KL, ?3 cJ[ ) O

Q O Q c O lt;3gt; a t OQ

ae; ^(Km afui aan W| \\ ma ikt mj M^«^(£n (i^ \\ asm ojui k^ Emi g(!jin O •, Q Q O Q. . c

(et as \\ an in om (cim iKi(uiii(Hi(Kin anoz a^(Ki jïi moinniisinarifiano

C9 I (k )^J^3 I ^ II

a . a . . o

anji(uin(amp;n(uiigTn^(kn (oti asm ïj (un nnn aan (Kin (i5ïi| (K| ei as as^ as^

t / t Cl Q c Q «, «,

(irij\\ anjiasl^tKinaanaJUi fKi^iuuiKtj(ai-JiMjWcti^k^inatjsin afjti(cw

Q Q c O \' OQ Q

(aa^K^a_m^(Lnag:^(M(ifi(kn\\ ^ (Bi-ji ^(wi (c^ ann axi (wi tn-j (kt-A (ei

*. Q Q lt;. Q

(uas?N (uinofKna^iKinsmannaruifEJiasajïidvJionn(Uiasm (ui ari ann O \\ ) Mpsu J

/ 1 (X. I / ( / / /

(Ki^.asin(Kin(isir|(Lnnnr^(Ki(i^i!jag:(.nrm\'ian|^ nr^a-n^arj«sLnmn ftjonjj

o Q ^Q a

J

trTifnji^mTnii-n?(uino(£n~n?(Lnii(KTna-ri(£JiJi(Ki(Mannriri(iciN asirtasin

I ^ \\ 53 d Jgt;

Q Q I •. Q OQ Q.

tijTin?(Lnn (in an iq o(uin ■.earm_A(KinKil axi inn ojui \\ (Mm asin o o (ki

cj\\ ) a 0 iïO ^

t », *. «- Q Q Q

(ij arm ftj (Gin ari aan (ci iian aan as (aj Ti afj (EJi \\ (k^eh j^a^iwi MOKifKin

/ .o a. Q Q 1 o Q a

(KJi jwmajn^(Kin (uias^ (i^oon^^aj| Ki^ajiJi kvj (eji~ji g^asm (Kin

O a Q o Q o /

inn (ki a^ia (im| (Kin «j w 2 ^(M 2 (uui (eji aan \\ aanasdJiEJiajïianafjl^iig iru

Q. Q OO t Q Q t Q 1

(Kin ooi o asn an aiT| \\ ofj in (ran o aj| \'\'m ij o 2 irL| ia (wi qji tj

O Q \' O Q O /

(Ki.Jias?mi ojiaan?\\ (Kin a-n (kio w(Kiln aoa^KKi^EiiaaiifeKiSN (KJiasin \\ \\ ^ JKK )

Q. OQ Q. Q Q O Q

Kin(m(lj(ism~mficianj\\ eji~jia^ajinnnn^04(ai(bia-cirai^kin(Kina^i

quot;a Q Q. Q Q r

(KT| (JJ1 TTl (ïl (UUl 2 (Wl (Uin (KI O (Uïj (Ulfl (UI aoii (UI (BI (UI (UI (BI onn (Kl-J) an(UU|2

1 KU Jxty J J ^ Cfinm ^ I

QQ. OQO Q cQ Q

nnn ajjaan eji -ji «j o 2 ^k^(tn m «jj ^cuin (U| (ki onn aan ~nn k^eji (Kin

O Q O Q . Q.

(uin oj (Kij| \\ (U| (^(Kin tuin .a as (tjMYuwi^ui iisin (Kin (u^ a^fu «in (tj 01 «j asm

. Q O Q t /

oaanoaanx (KinajinasMasinooioji«joi2^^5111

ocr page 326

304 LEESBOEK

Q Q . Q. Q Of O Q. Q

(M «nn oil arioiKiiJuiraoiKitMtu^amyajfBiinnlignstKinajifiajiajiEfl ( \\ ^ ^ ^Ol

Q Q O Q. Q . Q. / Q

wa^M^ajin(c^(K)j|N (uiiaxi iajinjia^ttJiEJiitiiiiaifisin j).(KTn(0iK^\\ (ion

q a o er- Q.

eh_Jt^tunm(ujirjomj(isin(iKOiCTiiuinaoi(iJi(i!|(oi2\'WJI^ atj(Uiri

Q. Q Q OQQQ^a

arwm tuj w^nui inj 0 -Ji ^[kji (tjiijiiisiniijinitjariniiijisiniafiaaiiriannikii^

OQOQ OO-Q.

mo3(Ki[kio(Kittiann-dt-dci(uui\\ (inn(ri(ioi(uiiiiKi(EJi_n(kji~fin(Kin(i-m^i

I \\ J J™)

Q c Q Q. . Q CSgt; Q O

(KintinjiajuiMi-AafjTnoTiiariajjfifiix iki «n (Kin tui nrïi ^ o \\ (M «in o asin

OO. / QQ OQ.Q Qc O

(ü (Ki^ (CTaq (Ki jTr|(iri|(ïjn^2 Kin (Ki-Ji ann^N asm (uui fKij EH ~JI

Q ». t Q O O Q

(H^(KTi|.wj 0 (Efl ^^(um dj (KT| \\ anji (i^ uin ^eh j ^ajin mïi ^

Q c O Q Cl t

(Km(Kinuianj^^nfn(iai\'KJi(uin(^(ui(i!j(Lci2(M.jywinan tui^iuin aj

Q Q CL Q / Q t OQ

(irmtil-~ji?turn(U](ilt;i(in(t-fi2(wiOcnnuiiisoi(uinarmn\\ (isin(uui(Kiii(£Ji~ii(Ki(Ki \\ J(ü |KU ^ J 6^ ^ rfj

O / Q c

w^oii jui(M(irui~jio(tj«sin2(KJiKj ïj(ULiHiajïj^(ïjïaiM^Eii (ïjün asm (Ki|\\

oa Ci^ CJgt; Q c Q / Q Q

(K^ (En ~ji K^aan (ie; oji djnüsïi uuooi fuin ogn 001 ïj (Ki ji. (eji ui

O Qi - O O Q . c „ O O

a^(KinTi(M(icuïiW(EJi(Mm(uan[Ki2(Ki(Ki(iJiJi(iaji(Kii (noi2 (isin (KiJin (eji

«1 4 ÖJ \\C) J I ^

mi^innnn o (m|Min m o^(uin (ki-iin m \\ «m tun ó| aci (ui asm am osïi

Q Q. Q . O Q Q . CD-

o \\ Q^(M(En^ (^(U(^^^^Kin(iJU!K^(Efl~Jii^(isinn[ifi(iciMotLrin(inji(iK

CD Q

(ui(M(ifui\'KTKin(isïi(ai(isino\'^

J Ü^CJ

Q a c Q. Q Q Q.

jj (ïj O 2 (ï| (t-n (Kj ï^anji (EJi ^ji ^cum xjM^aji^ ^ajiii ann ^(wi (eji ~sj m ej ann (uin ooi

cr^ Q / Q «.

tui «j arm 2 (Kij| \\ a(xii(iK(KTn(ui(^(i^(ian(iJU(Ki^^M(^(Lj(Ki~nfi(Kin (isin

Qc Q Q

(i^(Ki^Mo^oi2(i^|(Lnn(i^(EJiTn(i[j(Lq(Ki^..\'ri(ui(isin\\ tui01 «j

OO C5gt; t, Q Q 1 / Q

m(tJi(uin(EJi(ai(ui(inn(isino(Ki\\ «iTn om a 04 iki (uui (m asii oji ^asin (m eji

I Cd ^ CJ I Jku J

O Q Q Q

ajin (eji (nnn im (im (ED (Ki n n Tim^m^TiajiCTMinnnimasin-JinMiotirui

ainsu 4 Ij I a

CÏ^Qc ^ O/QQ Q

(Ui (CTiKinaj^^x (ijiLnn amlt;ir^(iJin nmn fim ^fl.(i5in(ici ajtKi ~ji (isin (ïj(Kin

a q q c o o q ocr^

(un (uil i ïj (Kin 2 (ïj ui (uin Kin (ïj .ui 2 asm »nn (in (Ki (ion ki _^.(ui (is (Ej n (un oji

O.OQ a ^ ..Q Q Q^Qc

oji (Kiii o (kt^, (Kinon (Ki(uin(EJi(KJi(inJi\\ kti ami o (Ki «in (tsin (uui (kil (Kil 01

quot; ^ J Ja

ocr page 327

13ABAD TANAII DJAWI. 305

Q Qc O Q ^ Q

(CTioi(CT|M(m^(K^(EJi iki (a(kti|oon ^(Ki-Ji^\\ (aiaaiam «j

Qi Q a Q Cïgt; Q . O

«j(Kin(M(Kin01 oioN (KJi(irina^(i^(Ki^(KinTn(iJi(isin«5ïi(uiJi(K^(£n~Ji

Q O . Q CÏV „ Cïgt; (XiQ Q a

k^ (irui eh (is; (c| (M ui (isin (Km (ik oi^.(ifu^(Ki ~nn (Kin \\ (Kin aan ^ kïi

q o

(ie; («i.anji n-n aAO (Kir|(U(isinEin(uiJi(Bi(}oi!Kin(isino(nji(KJiJin(k.i?^ Tnnn J^KK J jQj ) ^ \\ I |

Q Q . Q O Q c lt;3^ Q Q/

(ïl (IC1 (KI -ATTl (UI (I5in (Hl (UI O fJOl (KI (1(1 (KI (Kïl (Uil (1-C1 \\ (ITUt (IK (Ulil (EJ1 (KUI (kil (C|

17 s ld- d

Cgt;QtQ t. Q Q /Qc.C?^ Q

anii!CTifinnaaji9\\ (ino3(uinKin(in(uu(Ki(CT|Tn(uin(Kin(ie: ma aan (kith Kin on (ISl^ \\ \\ \\ ^1151^ J

/ Q Q Q O OQ / a CL

om(ui(ia?(uin(inn(n(isiniiN (MCTa3(ui(in[K|on(Joi(Kin--A(i5iii(inji(£ji~i(Lci

\\ a 3 \\3

(i^ ct (EJl (nji (lai ^.quot;in N (i[j(èi2(Kina^ti^^^tj(i^(K^ ^n^aru^

. Qgt; a a

(Kijj dfjuui (Ki ~nn (Ki ïj o 2 (ai (i[|(Kin 2 (ïj (i^2 um kïj \\ (ia (Kin quot;iri (uin (K^ (oi (Kin

Q OQ O Q

aa^(ï|(irLn2(i!|Tn2(ui|^ Tn(f|(W(Ki^Ti(ui(isini»^^g[K!i^(Ki|\\ (uinuit

OO O Q ^ . /

ïj (uui 2 (ïj o asm (ei (Ki ^(eji (iKiijo(isin\\aiJi(uin(K^(Kin(a(E^Tin(i[|(Kin\\

Q. i / Q . Qc Q

(Ki nrt (ui (nj ^(um tinn ann til kuki „^oi (Kin «j oi ^ Kin (ui^ m^(Lnn cnn ^

o / o „ c,

aan (is(um (£Ji|aj^(uin (Km (mnnneji ïj^«|ui(Ki-d. 10 bju\\ (uin cè|

Q Q „ Q o

(um o (KTn^(U| (Ki —(i (uui ö^Min^ïsin (Kin (eji o (i^ \\ in «jdn ki (ui

Q Q O Q Q

asm o (ui ki^mi aan mui (ïj nnn ïj d^um (uit(itj(Kin2(i(jO(ïj(ui ïjo afj(uin2 in

(UI((K^(^(KJI|\\ (rj(iqafji^CT(is^(£|0(M^ (y^(Kin (tjarin^ (UIJ^(eji

I I O I ll Q Q Q

tE^ (m o (ui (ui n (Tjamtajin^iK^inji (ui(iJu^(ign(Kin-A^(uifi(Kin(ianaan

a o\' a . o o .

(Ki (ïj (inn (U| (iJ| n nnii (ïjo 2^(^(uin ajigiirinaan-dt-iifjEJi-JiaiJi afl (isin (Kin

o q o / o

(iK nnaanji (Ki n to an jki jitti (Uiasinajin (Kiiiw (Kin-AasmtJl niina o \\

j^a I j cFK cjdf

r OQ O

ö^^atjaju w afj(Kin 2 (i(j(i^21 arjtuin 2 tti oi(Joi(Kin-Aok (E)j\\ (um (U (ïj (Kin 2 (ïj

Q c Q Q / Q Q

(inoüd-nicKKin^JKKinj».(ki\\ iin(iJi2(kii(iK(ïianfi2L(Ki(unn^ (Kininnw ( sa, aa. ( I ^

. . O Q- Q / Q O

(KJi(Kï^(ia| (Kin(ïj(inn (cti| üiqfim^Tn^nnriaan^aJiasinoaoi

6^^(uinK^([^(Mafj(uin2Ti(Lm«jO^(^j^(ij(Kin2(iK(inj(Kin|\\ (KinoKoi

Q o q 00 Q

nfj ojui g (M Jt-iEJi -Ji iK^ (Km o asm ü (iflij| um (K^ (um (K^ (uin (ïj o ^ tti

20

ocr page 328

306 r.EEShOEK.

Q Cïgt; Q

«j (ia (Ki (ui(i5iniïjflLnnnnniaJi--flfijTn (ui osïi arm onn aj| iki _nn (K|

/ Qt.cc. /

v{irin(mn(i5in(KTi(Lm^\\ (uiifKifnajinaiTnflruiiinjio^CT^ftsincuinnnraiiKi

J CJ gt;3 J*3 \\ ü J I 3

Q. Q/ lt;3gt; c a Cïgt; Q OO

(tl (Kin (ui asin lïj m ^ tui ^ tum ü ejj (Kï)j| \\ asm (in (^ njj, nn

O CTv Q oc^ Q a a

iHjjj «ji (u (Eïj (OjI (Kn ra o om ui ij (üj. \\ an (Uj n-n !K)n kj o ^

!i Cl Q O Q»

(ti(un-3(M Juki nsïi anin on an o ki jpn (Ln(i5in(ri(oi2(i5iii(ina{i(ü\\ anajui

I a \\ o J J I KI

Q a O i Q Q

(K)~Ji(K|a^(i[j(KiDant(rjoiaasin(K)-Ji(KJi^\\ (tjtd(oman (U| (Kt jj.td m csin

(kïi(uiae;(Uimn ajinMihwanaxi^OvJicEJiinjiaiii^N THdjaxim^Tn

QQ. Q

(U (isi\'i (uiii ïïi i (ISÏI o (ot o as; (kJt EJl a^ o O (iq aan asin (mi (i^ aiq, aan an u \\

\\ J J «3 j j cj 7 ^ Jl

a . i Q Q. Q Q. Q. Q.

|j ïj oei itj i^\'Kn tuu afl ian an Jt-rj ti on an (ki _jin ann ^ (CT| i i) (Kin (urn aji

Q a o CD-

aan ok (ct (Uji an (ij axi (in .-jpn aji (cti \\ m (tjaxi (Ki ui asm o (^(kji (ui asm

a a. I 1 cd o /

an (ujj am -jïi an (Ukitj a^pKm a^.aru as^ \\ «j (uui am^dtj on nn t\'j aaii^ 2

o cl / a a. . o q a. a

ati am ~nn (fcn oti \\ (urn atm ajm o ain aan (uut (M (Km on asm o (um an tn (um «a, |ca «SU d J

a. „ a. a

Q Q CD . Q Q O

an (tnn tti (im (ism(um oi m-Anmli n (tiTn om an aj] w ain -^aK

a-gt;i, \'

Q CL quot; CD / Q t CD- Q

O an an an (in nnn 2 aan ft \\ M (ui asm an an (uiki oji am am.aan am um ki aan a^ rt I I Jl rjJ\'^

O Q . CD O

— ann \\ann as aqa.anj) am (in aan 2 am -Jm am an \\aflri am i asm (Kin (O ( nsi, J -isu | ^ i J iSï} J

a / ., a a „ /

am \\(in tti om o o (kuu (Ki (M Nairn (tn «iMm turn arm (um nn «n 2 aq (ui 3 aan ct

^ I dt- JK^ ^ I t I \' CJ

Q Q Q .

(m .iaji Kjm 2 o w Tfi (Kin \\ajm aai aji ^aai dji ^o o ^^^ ^111 ^

a a cx o

aqa.anji m om ~rm min dan _Tin asin (KjI _Aan ~(m an tn ann uin am \\ ajm niin ? w (til ~n

7 üsu | JJ \\ J

CD . Q Q O

i am asm (um oi m -A(im li \\ (ti in om o aj] w 1

CJ J J cJ\\ \\ Ck J CJ

an on ann \\ann as cmanji am -jïi maan 2 am ~nn am an Nam am; asm (Kin (o (urn om (isi, J asu I ^ i J iSï} J

Q. / t Q Q i /

(um(KiomTjn(K^(ïj(imn(tj(K^oias^(Ej (t|0 2(ui^x atm arm ki (ui is^ \\ am

G «, t Q c

(ÏJItfiiTion(KTn(iru(uino(mno!Ki(kJi^ aaaaaj](KI^M (ei aJI (Lm

^ \\ (kj J j ^ ^ s

/ Q Q . CD CD Q Q

asm in M (Ki (Lm am \\ aan as axi am M asm td an am am -Ain oji asm n an an am

J J 17 ^

a a cd

anna^ajj amip a^Tin(uia5mi(rjaaji«i(tj(Km2it|ig3\\ (i[|amn2 «jo «|(ui (ïjo

c Q

arm ia| o ^ajm aan \\ w ann itj on -th 2 ti ^ am (um am irj a^ ïj aaji (tj jm 3 oji

. a o . a . a

asmiuiaajnoa^EflmdfjWMas^ (kii| \\ amn nfj in 2 (it| am «j ^(kn ojii) am, turn

ocr page 329

ÜABAD TANAH HJAWI. 307

O O O \' Q Q

02(CTi(Kin(Kinn!j(un2^(uïiiki öi um2ttiiUi^atjtULn ii^[j imn tti

Q

(Lm(ann(rj0 2(ir^(amp;i]\\ (uuiiïjTnnïj^afjKTH2«jo 11^ntjo«)M2(ion^(mnUU

QV /

(ai atj(Kin 2111^2 \\ «jiia iï|(^(i[j(Kin2a[jO(W^iKin^(Kin w mi (tj

a. a o ifj ajiii 2 tti (k^ -n in Ki -Jii ilt oji \'in ktj \\ o (Kin m -.^i j m 2 .ïj o tuin ann i?|

00/ c a a o

(ij O (iK in w ann in KTj \\ lïj im 012 (Wi ^tuii 001 oji «j 012 (Ki| axi cum

a qq\'qooo a

on Kinm (ui asm (um «m301 aaiaaviiin \\\\ in ïjia kiui isinM o

OtSgt; / Q O Q O Q

,ki ooi tui (kJi iisin 01 (Ki (kh \\ iirui fif; (Lfin\'Ki win (Kin -Jin (Kin m 1 aq (Kin m o 2 ki (Kl^ ^(ISU ^ (151,

a a, a o .

(Kt -Jin um !inj| ki jih !inj| (Kij| \\ inn arm (amp;n m (is ^ (Kin ok oFi^.aru^

ci /

(Ki Jin a m(Kin (tJi asin (ij^;)^ (uij!wt(i[j(Kin2(rjO(Lnn (iKa^w^as^ eji

a a

Tfl (UIT Klj \\ OJll\'l KTj o (Wt Tj (UUIC1 (10 (Km (UI (tj (10 «j (l^iïj (inn 2

O t Q Q O , Q a

(öiOK(^(Mo(LmKI^(uuioM^(iriEIII_JII^KI(aiisTj \\ (in(ü(Lnn(Kï| (tjojin2

o / . quot; . \' a

Ti(Kin(OJi(K|(iJiJi«in((|(inn2ï^(Ki(EJiTi((j;(Kin2Kjo\\ (kji arm nnri in kij ajin

Q Q ^ a Q . Q \'

nn aJi(ïj(an2 (i-ci Jinrai (an(inazinanji (tj(KTn^\\ ojki ki^ajin(ê|«^«|0(uias^(i^^

/ . a

armatjaJinN (i!j(Km2(tjoarina^ti(eji(tjnasin(Ki|a^n(C|(KJiajuiejith in ^

Q

(eh asm in (amp;fiij| gt; um Kij aan (uui (ïj (Km KTi| o o ntj (uui in ik^ oji ji (tn tti «j «m 2

o .

(ïjo\\ (M(iim(™cirinTn(ijii^l-iriniïjM\\ turneji(tjin^(tj0 2(kfi asm (^^a^

(uiann (ïjoi^\\ (Km(itjTri2(ïj(un(ïj!i^(ïj(Km2(ïjO(in(Km^.T|j (ui-Ji (tj(Kin\\ (ïj

a a o a / a. r (ïjuui an (wi_(i iKj^ uuKin afjaai 2 (ïj

\' a / cx . /

(Km-/10(10 0X1(^11^(^^0 2 0 ijaan2 w asm ajm (k^tam (ïjo^

Q «,

.....(ISTj (T---------------- ----------------

d o

oasm\\ o (kh 1 (ïj aai 2 (ïj o o aai («^\\ (uin^ona^ an o (f|Ki2 an

. . o / a

arm an urn ^ (uin an (kji (Kin (kïi o ki o (ki [i annn o ? w asm amn (wi -jm

laij um ^ (uvj ^ (KJi (Km(K^ o (Kj (Ki| om

a . \'.a a

(Kja^^a^ w(iKa^iiru^(in| \\ ïjTianimna^an-AEJis^annOvJiMnJUN (ïj

\'q \' a q q q

dj (in (ïj (^ o (Kin i;ri ^nn ao flSj (uj an asij ramp;j aai anjj \\ in arj an ao ^ o

owajuiasinooinafjann2(ïjo\\ afj(Km2atjoajm(is^amnntjiaan^iri

ocr page 330

308 LEESBOEK.

Q Q O Q Q.CÏgt; . Q O O Q

(Bin030)(Ki(Kiaan?\\ (ujnEiim(Kin3(Kiii(iaain(Kinaji(ui\\ (KinajinoiKiJm (isuCJ \\ \\ J

Q OC^ Q O /Q O . -

(Kin(iO(CT^(a(^(Kin(Kin(uin(CT|^(inji(^(ijui\\ (uiiia(i[|in^(Kt(fj0 2(ui(CTi

a a a . . a

a_j «ij ^cum (Kin \\ (m (ai (cin jii (k^ Min o ntj (ioi «j o ^ (irjTn(cw(a (iJ|

^(ULH (Kin O (KI (M !KJI (Bi (l^ (E^ Tj (k)l (1X1 (UJl \\ OOH ^(U (B (Ól (Kin CT «j ü (CTI

Q Q. . CiV c O

(Ki|\\ (M(yi^(^nrin(uin(EJiafi^(ui(inj)(i^(ifj(EJi(ïjtifin2(iai(iri(i^ iTan| \\ (um

a. o o a \'

((j(i^^3am^(isin»^^n!|(isin2(iJiJi(EJi(}4|\\ (ïj(Kin(K)a!j(i^2(TO(Ki~nn a^o^jKi

Q _ Q-, Q O Q, Q Q Q /

ag;oiTn\\ (uiii^(K^(i!|0 2^(Ki^(isinnnnKintKinami^MEiiw (uj (irtj (uin

O \'a C^Q Q , Q C?quot; o

(K) (EJl (kUTTI (LCl (KI (KB! (KTJI ?(KJI TT) (IC1 (KI \\ (CTI (IJU (Kïl (Kin OTUt ? O (Ultl ITUI (IK (LC1 (3 (15U \\ «SU \\ J

c^. o a (x a /

(i^w W(Kin(m(iKM(i5iiiTin(tj(iQ(Ki^.quot;inajiCTx um am^iLm (Oj ^

O Q OQ o o cgt; a .

(M TT) (10 (KI (Kin (ion ? (M TH (UI (K1 \\ (KI (K1 (KI JIU (K) (IfUl (KIT! (Kïl (KI (UU) O (KJ) (KI

(tsu \\ «SU o J

Q OO Q. / Q . Q CÏV c

(Kin o «sin (ei mi _jin (0 (K^ \\ (Kii (yi (kn (tii „jj (ki^(^i ^ann iirui (^(lj wi^ae; (uin arm

o cx a a a.

oi to afin in (un iïj asm 2 uui (bi (wi| \\ (ici oji «sin ojiji (tj icti 2 «jui (amp;i (w (ïj ^2 w

. Q c O/ Qv Q a Q

Tn(in9j|(Ki| (i[j(Kin(M(M9ai(Kin«p^(Lj[Ki| (uin (cm 01 n(M-A(Ki_A(ïj(\'ji

Q. Q / O Q o O

(isin ^(Kin (ïj (CTi 2 (uui (öi (Kii| \\ n^-^ojitti (ia Mi^(Kin nnji^(Kji ifi (in^

Q QQ-QC^OQQ

(is^o(Kjïjdci(Kifui«sin«jïinnn^aan(iK(i^(ao^iirin(Kin«jiN (tjdcinfjK^

a t a ^ a a ^ \' a a

(LnnMin a (^(t^2(Kin OJI (isin^ajïi (ei «jxi^^asinajuioji 01 (aiTnrKJt-A(Kij| rai

/ o o a a a a

(01 (i-n (in^ (ia (uui (Kinanji(}Ji(Ej|(Ki(i{i(in(iq(Ki_ATi(LH(CTi(Lmon(inn(M

J(^ ^ «SUTI 1

C5gt; a /a a

(Km(CTi(Kin(c^W(injt(^g(uui \\ (i^aji(i^(Ki|(ïj(Kï)2 (ijo «jMin th (uuix (cti

a Q» / o

(cti oji ~ji (cti (01 tti (wi ji.(ki ~fin ki ajin «i «ai an mi \\ sa aïin (uin «s «ai cmnnnq

I

mmx (kjiaïinajind^aai cmnnon la\' CJ 1

o cgt;

(K](Bïi3(Ki(Liin(K|iiaJi(Kinaaji(Kin(in(Kin\\ (q(W(iQ(Ki(uinKin{uiiT(ui(ui(ci(EiiTn

Hö rJJdfJ^l \\ \\d J

/ cgt; Q a. . /

(Kin«sin\\ ^(ai(is0^o (cti(uin(kji^bi(K^th(CT|\\ aim as^ e|

/ . . Qu O

asm (ï| (Kin 2 (ifli| inn kï| um tui (inj (in o «sin (u til in nn^ (i^ \\ a-n ari o

(Kin (ï^!eji in ïj (Kin 2 ïjo \\ (Ej 01 (k| ïj (Kin ki -Jin (i-n (irj (kïi 2 ij (Kin 2 (kï| (irui

/ q a a o a o

(i-n ~nn ann o (iu ((j «sin 2 nmnajin(innajinanii(KT|(Lni »n:i \\ nn «siij (£ij «^ «0.1 ooi

ocr page 331

ÜABAD TANAH HJAWI. 309

- O /

(Kino

v Q / O /

la^Mijajin asm (Ki on (oi (Ki fKtintuin Kinwaan(ig tuui iHH as^

Q Q Qt Ci^ c O

(M aii (Kin \\ ^^r1 (ï| (in ati (uiasvi(i^(ixiaa|aan(i^(EJi(KTnasin~mtj(i^ (m|\\ anjio J^a^(i^(Ki^(EJ)^M(E|nm(iSi(Kïiasin9^Tn\\ (inn a^n^

fïin^Tia[j(iua^[UCT((Kja«jaj(EJi\\ in(ï|(iciCf^,(Kj (til ajin (i[j(ifui2 w

Q d o ». Q OQV

(Ki(n\\ (i_nnMtanaon2moajin(Kinano2asi\'ia«ian (Ki\\ arui a-n_Aaji ok (ki

^ \' \' a / \' ^ a . o oP

(Ej-sx tti (t| ia (Ki ^.tti dJi asm EJi as^x (iJi a5in(K^(ian (ejitti Kin mn a^a-i nnn(kii n

O Q. Q / Q Qv c /

bi (ik ana^dfUKuinsJi (ï|(£n~J)aAJi (Ki_iii|a5inoaams^ in ajj(Ki~nn 01quot;»^ ^ajiiaiTi^(K|iif|(èi2annaSi(Ma!j(EiU(uuquot;^ijp ®iaan^a^a^aan«|(Kin(M^ (kJi (Km a^n asm (Si \\ (umoCT(ij ^(uijiaju(ioi(CT)(CTi(ijui(K^(EJiSr(g,N(Maji^

O Q„ Q O C?1 Q . Q Q

ui (tn (uïi af| arm o|mii|(inji (ia ajj w^dji m asm asm ajui eji -Ji (g_N urn ann ^

O Q OCT^ Q

(kn (EJi ~ji (Ki-Aan itn ~ji ajui (Ki a«i ? ajm n aai (un o ? (tm (Ki om o (ui ajin til (Kin

J I «L, \\ \\ CJ

(M^iK^aaj) \\ an ü (u a^ a^ m anji CT (CTi (uui (ik o afjaai (ei iï|o 2 (Ki-A o Q Q

(Ki(Ej (i^(E| as^(M (Biajm ij 0^2 (t|:^2 fK^Kjann (til iïj0 2 afl| \\ (K^arui (Uiajui

Qv . O Q a. O Q. Q Q ^ ^

(£ji(Km~(m(KmariniiQ(ioiajmaqa(e(ici(Ki(uin(KJiafiri mnn an (ui (ki (uu aai (Bi -Ji

ai I erica rj i qCJ J ^

(^■^ Tn(«|(ia(t^^Mij(^o(W(i^(EJiaj(ijmas^Tn(Lji (ki (,Ji asm(M an

O CL Q Q / O Q Q/QQ

(™aaii(Kii ~fmannanji^(üi\'iajj(K)j|(}vJiasm (ukkji(U-/inM^anaruwui (Ki(Ki|

q c^- a a a

(irin(in!j^(Km^(umiïj(i^(eiji|\\ iona^ajm^(m2ii| w(^(ijy(Ki w OOIN (um

O c ÏQ ^ ^ /

ojui taJin (i^o^Eiiaan cum asm(E|\\ ajm (K^aai (a as^ tti «jaai ajn (kji ^^

Q Q O/ O / Q

in (ïj (ui (Ki -^pn (uiasm(M(ai~J|(Ki^n^{Ki^ajm(KmanJi.asm(}Jia^(oia^

QO \' QOQOQ

(ai\\ ajman(Km(KUt.a[j(iaia[|Tna[ja^(EJi|\\ (uiiim(ctafl^Mi(LJw^(Kin~nrt

. Q /

asm cifin aan tum

J CJ

Q . O c Q

jj!*|0 2iit|^afj^(c^(Ln(i5m«j(i5m2(uui(Bi^(Lnjt(KJiaJiiKmQ[j0 2 (ki^ji th an

a / o a. a / a a

(i^wianajuKi^^MTnafl^mx (ijmnrn^iana^(umarias^Tn(uij(^an(ui

quot;t3gt; a / . / a. . / o-

(CT ajm (Km asin (M quot;in \\ (ka (ui (Kin asiii (um (ka In ^ gt;(ki an (ki-ji (tiin an ? (um an

J s J I ^ ^3

ocr page 332

310 LEESBOEK.

O ^ t Q CJv/

TijnnriN (uin(miKinMo^(uiiwiïj(tcitti(K^(kj(eji\\ tuïinnn^aana^^Ln

O Q /

(IC1 ï] (KI 2 (Wl JkKl i) \\ (LTin K] IKl (KI nn (10 IK1 JITI (UI (Elll (Lfïl (inn (UI 9 (UD (Kin \\(M

iirjM2(k(ui.(Kij|\\ (Lm ^(m irj (ici iKi ^.Tn (ui mi (Lnn nm (ui ^

lt;:-^v Qgt;/ t O OOC?- t

ana^uin (K^rj (U](^Km (ei (lii-jiii (tjag; (Kij|\\ (uin (^ ^ ^ nn^ (is «k ^(M mj nmiï|(ia^(Eii(i!j0 2(i-fi|\\ TiiïjKi^Th Kij^ bi mcim^ajin bi (ui fa\\ (irui

OO Q. I (X . 1 Q

(is (in^(ui (cin «sin~nn(Kin (Wi ®|(CTi2 (ifl| (bi (is^inn (M ^\\ nnij jwi^; kïj (ion

/ Q O Qv Q c ^ Q

fuiii n !ibT| xi ojijj I^in \\ laj «nji am (ui asm ei (wi oj arin orui [i (ui (ui «rui

lt;:iv Q Q Q

os m (Ki-AMin cti «sin o t (uil wjeji ajj (ki -Ain ui asm \\ im (Kin (K| (Bi os

Q Q» Cgt;C?^ t Q t Q Q

(uin an oil (Lnn (a cm (^an ro ^(^1 (un (C| (m arm (M \\ (M (oi ct ajj (^ ojlt

(UUI ((a)! (ISÏI (CTI (üui (K^ (m5iquot;(^\\ (Lm as^ ^ (ij^q ^TI (ui Mi o (Ln^ \\ (M ,P„«, »~9s ,0,,» „ „\' ^ o ci a a a.

(ui O «joi (OTi dei ajj (ki _^.a^ afl asm kij tui _ji (ft^\\ (Lm ann ^(Kin (litti afi «j m (Kin (ui (tl o 2 (ki n \\ w ü (S o ^ o (a (ui (uui (EJi (Kin (ctT (uui (Kin (ui

\\Q I 4 Q cacj j

«j(un(tj(t^ajin(oi(ia^KjajLit(iso(Kji(ia(LiLn(kii(ui~^(ïjjr)2^KI^i

Q Q Q O

«s^(M(ui(Lriio^arianj^iKt(i!j(Kin;aiirjui2(Ki|\\ (ijiKi^.Tn(U(i5ïn(Ln

Cl^i Q / t Q Q O O

«^^«^^(^^^^^(^(^^^(^^(^^(^(^(ai-Ji (i^\\ (KJi (K|

^ (KI(UI !CT| «j (Ol 2 (ctT (KI Jin ((ê ^ \\ (Uïi

«. t, Q t n

(ui (tj«in(kn aJi (ui (UKTjdiui K^arui on ifj(ui !lf|n| \\ ^ d-n _^.Tn (ui (isin ann

CV (TV / Qv Q \' QV/

(ui^(Kin(Kil cinnmi_nii (^| uirwiasm(uin (ui as^(uin(toi asm (acm (Ui^atjo2

CX .. O / Q

^«1^2 arui (ui(U| \\ (Lm(Kin (uj(^(Kin (Lm (i^ (Kii|aanorujojijaai (kji nnn ^ajin

Q a / q \'q q

(^i^ (Ki^a^^Ti (ui asm(Ui (uijl^ irjiin 2 om axi ^-ïj (ran\\ dj hui (ki j),

cgt; a a \' o o a c?5- a ^ /

(uui quot;tj igt;«^2 (wi -Ji aui Bi(mr,aj| (ki jj.;inn (uun (Ui os ^im M asm asm arui (k^ .ui

(ki|\\ aJiïniYi ^(Km (isin iïj(ui j^a^i (u o (^ojj, (Ki|\\ (öia^o(ïj(ai2 ctT

a-n j».ann «xi | \\ ajin(im^(inji(is(Kma^ a^ari(ïjam(ui(ifjo2(i^-^ cmrmn ^ (um «jorin 2 m^(Km \\ (^ (K^aj til t(Lm (ui tói (to (Si (Km (yi (ui -3i tti ajil (Wj w i-c| ij Kin (tj (Lm \\ (wi ann arm -.m ri^ (K) M (-j boi a w rui ti tSi in ^ iri a.i (in

ocr page 333

fiABAD TANA1I T.TADI. 3H

(i^Th!CT(^j(0(MtCT!^^(KTn (ei(i^^(i^^iw| \\ aan (§; (tn^(Kin

^ Q Q Cl O Q

...UK ............quot;quot;quot; quot; quot; quot;quot;quot;

(KI,

quot; Q Q. Q

(tni|\\ (ïjuui (Ki_a(£ji~j| öK^druiarm (ilt;i~nn iKin (w®jW2M^ (^(i^^(Lj(Kij|\\

q q cgt; q a. a ^ c Qv

(Kinmtdoji(isifi(wi(inctü^iuin(tii^^ojïiayafij|\\ arui(^(eji(Kin «sin-Akii\'

/ Q Q Q a CJgt; Q Q.

(Kin (isin(}jxi(Kin(injiajui(i-ii(iJi(Bin(Lmfirj(Kin2(ijiii(£Ji(Kii|\\ (kjimct an (vn

t i ex o a

ïj (ism 2 iin (ti (Wjjj (um tl cm (^nnn ajin (Ki ~m iirui as to (}«i| \\ in iïj axn

q o o

afl^.Tn (ui asiiajin (K|Ki^a-n~nn an (ai~Ji ^(uiiiKin (Ki -Jijj as^ (wi an kj in (Kin

Q CC O C3gt; Q \' Q Q

aai aaii ^ \\ aim (tnifi an km (ki \'rj(UM(isin(Hui(c^jwmjil^:giJui\\ ann

, Q ^ Q gt; / Q Q.

a^ (in(irut(ig iijui(KJi (Ui iLm til ~Ji ajj (ï| (ui \\ cuai(ar^ ium asm ajin (ei

q t o o o O Q.

(ki ? aju (ui an o \\ aiui as ajin (hji (kji (cti «1 n om (CKuianannaaian-^aaiann

\\ J Jl EL ( ^ CCl asu

Q Q Q / O^l

asm o n (ixi (uj (tj iin^an -Attn ajin M «m (inn ai n (M oji (kd (Bi _j an

a o o a a a

ieji atinarui itn gan ~m an on an -Ji.(ij \\ aai (ïj mn asm Jm ^an arui^Km !Oj| wi^

Q Cïgt; /

aan ^lci ojui (ui asm \\ (t] ajn cnn aan -Jin (in (irj \\ ann oji oi an o ium an oji o asm

(fjajncnnaan-JVKKiK^N (aiaji(0|an|i

a / a / o

ojmuutBio^oatjl^afjM^ a«i (i^ maan(ag(uui (i^ (Hi aji^\\ (Kjann 2 asm «j

O / V

(if|m2 Ki^an-Jio(ï|asm2(KJt|\\ (K^aan (ki (é| (tjo-ju o «jan (eji «j02 finjj^ a / a o a tQ

am artj an -AO (urn an atj (ui (tj in cro an aj| anjj \\ orji tiK m (eji ojit (K|

Q, / O Q O Q Q Q lt;gt;

urm .Kin -Jin (tLj quot;i-j m quot;in axi Kviin iian ywi in (in in^\\ (ui o ~r| an -A ieji on ilt;|

a ev q q / o o a

(kji \\ on aan an o an as (wi (ei on arm m (in (liui \\ m n an an w n axi (Ki 34 asi, Jail, EU ;EI,

Q o QV ^ / Q Q / Cigt;

(tn an^a^am (ui asm o (kii ajin ^ajj an (tj (in an -Ain (ui asm (kji asm tn

■C?-QüO Cl Cl Cl

arij (Ej asm 2 aaji eji fkJi ij \\ aan (is w til axi (uj ki (tj a^i 2 (KT^aaj g (uj an^aan^fui

\' Q Qc Q a

(M an| \\ irjaxi (ï| m (u on in nnn ui ^ajin ij^ajj an -jm ann (ei -j| m (^ m ^

q Q a Q \'

um an _A(ixi (uin ^ in (if| an an -^.iri ajia5miKiniianaJuim(ui(ismafja?m2ajui (ei

O Q . Cjv CL / c / . O

^^an-A(ei(L)iajaaj^(ism(iJi;i»ai(isma-|Tn\\ anw,^ ^ (ei naj n asm _a o ■

\' Q O O. Q Q. Q Q

cirn _a(ïj a^o (Km dtj o 2 ^mi ~nn (M asm fian aan| \\ (inajiasmiï|asm2ajtji(ei

(Ki (ui om ? (mn iinji nu (Hi jnn ui kïi % tun mm o ? (uin «in mi ïji onji K) on \\ J CJ ^ ^CQ\'ïL,^^

ocr page 334

SIS I.EËsnOEK,

/ Q Q Ctgt; / O

M^iisinTn(if|(ici(Ki^.TnM(i5in(uin(inri^an_n(iK«j(wi2(uiiKi~nn «n as^ TriKin

Q Qc / Q Q

mi_ati^(umtil cm(mnaan^ o «j2 otjtai2 «j(uui 2 ia (Ki|% cmnnnn

CX.QQ Q CL I Q

(p(M(^^^(Kïi(Ln)iafn(nji^cLrï) ILJ (Kii|\\ ikn XI^CUÏI (Bi a^aai arui^

a o q c^/ o a / a

tun (ui Kin Kin ~nn (Kin (ki _m).(eii (O om mo2(Ki(KiJiii(EJinnn(unnaji(i5in(Ki[i\\ y CSr) ( ÜSU quot;il-, cj[

Q i Q Q 1 Cïgt; Q /

in an (W (Ki -Am (Ui «sm (KJi iïi to om ü o mi oju (Kin o (ki (kil ion as aai ki (om

IJ ( ^ 3

11 / . o q a

ajin asmiwi asin(c^ (kji (Ki \\ (M asintu (öi^jminn nm (U ^ an ct ^ (uj (Ki| n

Q. / O Q. O ,

(Ki(a(Kin(u((y^(uii(Kinw~mTn nfjiaj^Tna^ajEJi (ïjMin cBiafj(ui2(i{T|\\

o / a cx

am. nnmi (t^ (m ^a(j 01^2 ki inn an (un (Kj «sin 2 aflij| \\ m ïj ia (Ki ui asm uin

q ^ o cx O . / cgt; cx

cim?(k)i(EJi^(Ki(irin(Km«alt;i(Km~iïiTn(ï)(iQaqTniKiri!kJi(Bi(Kii osïkwi anasm \\ J(kl, .isu mj 1 cj JJ ~nn

Q Q tun (m ^irai aj (Ki|^

Q CX Ü Q O Q Q

|jiai(«iTn(ïj(uiJi2(M~nn!KianriTn(ai(oi(üi\\ (uiTfKK^o-nKJM(EJI m

/ Q c v cx. * I

ui ui ui ®j asm 2 (Mjj atj ajut jKi^ajin (tn ij «m (M ftn^j «1 a^cui (mi araa,^

/ o a b a / a

^ (Km asm (M m N a-Ji ü «1 a_j a;! _^,^rjïi sji 01 qji (tn jj aii jwinn iridj

Q I / I Q CiV Q

ïj in ia (ui asm \\ arij (Ki (uj (ïj (ik |w iiru^arui (uuia-njnnTna^a^nJKBi

Q CL

o o (Eiï am (Kin (ta 2[kii^a_n o anni] \\ (irin fKi tKi [Ki -Jin (Ki fKi firi asri ui

^ aiam Jl ( s ai 4 d^CJ

on q o a . / c Q

TTI (Ktj (ai-Ji-KI \\ (wi^w-mMmo^w^eiw^^üMmaari OJUI (KI^-TH

• Q Q. O Q O O Q. ^

ui (ism \\ (Ki(in(uiTn(K^(Hi-ji^®|(cm2(cm(r|g2«^(Ki jm(Kmarin(ui^(Km(M

Q ü o c a

ciin ^ on (KTj n (um o asm jkeji ^ (ki -abi (^ (ui (ui ki an aj (ki tjt oji

/ / / / t t crv

asmïjaxii (kiI^jn ai^afl^ïins^^-AasmwTjnTiia^ifma^ afjajm (til

Q Q Q Q O

(um amanJi ^(um (ui (Kij| \\ aan «k mn nmn o ^ (um Km (Ki ~ji afj in (M ^

QO. OC?quot; Q Q^/Q

(Ki am ^(urn a^| ui oj an o asm \\ arm (ï| (ui (um afin aim arm in ^kj oj

/ *. Qt t, O O CT^ Q

(Ki-Aasm(Km(i^a^ (um(Km^arin^tLnng,aj(Kii|\\ (im (^^irj^2 afl (ui

Q \' t Q Q v i Q

asiTi (K) (ifui (Ki (kji ism am arui ~nn alt;i (fcfl (Km aj asm x ^ ^m^ (ia am uui t

Q i t Qt t Q t

(uii ia asm ki j asm amn \\ (^(un (ïj^ajiiicKmamo^tum^ra^ajui (um ann

ocr page 335

fiabad tanah djawi. 313

t o qc / q q q

(uin «in tuin ^ojin (tn (htkm tn iaji (iii| \\ imn ui isvi om ^

o civ q o q q oc

tuin (hi nijim^(ui(ctin(lnn(miki(ki(i5intn(kiii~m(m(ki(uiihnn\\ kintwi i¥inn

s j , , cj

q. / / / / q q

ünm^ilma^o^(ki(t^(i[j(isw(ii:uii|fm(i5iiifinji(g_tn^(ijin (khjn oji ti to

a q/ a. a a / a o o

na o (ilt;l-jiin min ui_acuin nm ïoji mojïi (ci eji ktiiarit iïii{i 3(m«n (ki3 w 11 iir: nm J \\ (isu (fa, oti lasi, jlaa^

q q q oo q /

td^uinn (ïj0 2 (^(kl (ï|(^(kin (m ct^(kt1] (u^(ia (10 to w oitl^oj (tjlktil 3

/ /a . o

(kii \\ (kii(cti(uii(yiciir)rirn(ejikï|(^i(bi(w|(uinannaiii!j(ui3(kin(iajin

q . / q q o q

(ï) (uul (ki -aki 00(k1k1(ulkim(lx12mk10tn(lsn kinanjkkjlïjkklkiojl

i d aJK^ i é-a .

1 / a o

(ct1 ki klu _a(ej1_f) ki (ui o ? (uit) ki ( -j1 (lamwam^kljinjllotloikikin

hsu 1 jl dquot; «su

oq a 1 a o

^(m (ai j^(m(i^[m|ktnanji(uu w(ik(^ki(i^oki_atn (ct^irjiji aai

a5^(uiii(kii(i^^\\ (kji(ui(wi(eji~jki jt-öi (tai^n aan[ig;(eji(kït(i5in~nri(i^(bj

a ^ a q q. o /

km(lnn(isin\\ (ru (tn-jl ^(uin (u| ki _d,(eii anri (uin (i^ (ui tti \\ k^ (öi ki

a qv q o\'\' q o

ajin (ik (uticuïhtfin ^(ïjtiiin anrifinji-fin (öi (^ktn| \\ kinwasin^kin ji.(kt^ 0

qq qo cï^q. q q

(m(m(i^(hn^(ai^|^w(ig^m(kinajin(tj(ian3(ie:\\ kid ui asm ki^kin jïi

o cgt; q q

ki (i-n jin (tri (eju ? (um kin kt _nn asïi (m -aki jii ok iui ja -aosii ann «ki n (wi

asu OTL, \\ J y ^ J J{

i q / q o a, / / 1

iïj in (uui kt iiin (ia)i| (w asm eji o (m m «sin _akin nn^ ki (ij (is ^ki arui^

/ qc c / / q q a. /

as^(uin(m(0 •¥jkin(isin(i^xi\\(inji(0-ji^ajin(ijj(tfl^(b^ki(e|(irin(ijiri(kin

, a a

ikina^inx ai¥iatm(il!lk|(i^(£jia!j(ijln3(kii ^(ïj^o kïin (uiij (kjik]

a (x^ a q / i \' / o

aan (innoi oin (k am-nnxi (ïjtici m (ui «sin k^ (bi \\ (um (a as^ in (kin

/o qqq /cx

ki-ain(isinii(ian(ikkin(lnn(isintnkin(ki(in(iq(ki(ui(isn(mki(u (ikkinasintum

jl j ^ \\ ^ j

v / q IQ

(kji(bi^^^(tj(eii^ki^(i5ino^(rj(uin3(m|\\ cm aim asn

quot;a, ~o oq aaa c?v q

(kji(kji(eji-jiki(eji(itiajin3w jtin «sin ki ki ki kin cm 01 (m kid (ism tti ïi (ici ki

jcl i cj i ^

qq q / q qqccgt;q

(ut asm(kn ki ui (ik \\ (kji ki (iji (ik ito ?(uin ki ti \\ (uin kin (rui (uui asvi aai (kji

O

ol t q q / q

aai kin ®j (ik w quot;^jj ^ (i^mjaai in (m m ti u asm \\ km^aj (tjuui aai (ici q q /q o / q q-

(ici (u (£ji nm tti ^ ajin ajukwi aa oji (ik kigi^^eji astj \\ cm an^ (uii| ait| (um (ui

^ \' 20*

1

ocr page 336

LEESHOEK.

O Q- O . . Q

(ai j^^iK^orui itjuui 2 aai kih m ifi as^ ®j w^(Ki| \\ (M 01 (an ~j ^ Kin

c^a c^a Q oao

(0| iCTj m v^ajj \'\\ytj\\ -Ji k^\\ (ei «j fan 3 asm Ki^aji in (a Kin (ifljj \\ ajin

OQ Q.\'OQ Q Q Q CX

(EU (bJUtCTt flJlJl KYj (BI -J1 (KJ^QJl KTH (CTj KJ^OJin ^ ^ N Kin aai) ^ lïj (UI Kj^ «j OJU)

^ OQgt; O \' Q O

KI -Ji ™ (Kj^iin n-ci ;^(ei -jm ia Kin ^ojii (ki ojj (i-n f-n «sin \\ Kin (ui itn

Q , Q O Q Q

ki ui \\ bi nriTn «ai ~m ü (ai ia kt nfifi tti ki o (u li ^ ana. mnn m «Jin (tri

ö CJ ^ ^ o 4

Q Q c Q Q

a-u Kin \\ (^(uuKiitjaiinzKji^ïtMfl^a^aKN (ïjKin2 ii[jKin2^Ki-jinK^(kit

^ a Q ^ c Cgt;q . a

th otj(Kin 2 ^inn «j(ia 2 (tal cn (i{ij| ^^ki (Kin oiooi Kin|| \\ (uin as «jKin 2 (m

Q . Q

iia|k^ttim()lt;i|\\ Kin(ïjtti2(ïj(ui(ijtuin cmja^^ajinKiiBiinajinxji

Q Q o/ Q Q Q / CV O Q 1

:bi(Kj1 (ui (isiiioann^Kindijn2(wi(ut ui (isïi|Kinasiiifinj, (kji ok

a c3gt; 00 a a a

ti ki \\ m (uut (i-n -fin (Bi an Kin 2 arm o (ui m un (kji m cji aan (bitti kih ooi m I 1 aa, (

O c Q c c O

itj (isin 2 ki| (tj mn 2 ij (^.nj im (^ kïi oji (bi asin -jïi ok ki «j o 2 Kin o

la / Q . /

ajin (uui (Kit d-n (ui (is; (Bi asii ;u ki Kin v cm axn m kti 2 a^i (un nn m m «i:!

ism (kJi ki Kin \\ am. airin o(inKin2(Ki(uinO(iAil(in(

J A \\ h I

Kll]^.

lt;^1

, a a ■ a a c^/ a / Q.

jj (ui (ui (uin o on (ici mj ia «j an m m (ui osin (uj orn; Kin (ion ^aoi (^Kin (^ in

Q qqq a QC?vQ

(isinn (isïiann(iKTnKit(KJiKinoa{i(U(i5in(Kii(Kiaji(iKt(Lnnann? la/t (i^ (m (Bian

Jl \' I

cir^c^ o Qr. /

mtu 2 o ki (isin rai (1.1 (in 2 (i^i ^nn (tj] m o (isii 11 \\ (wi m (mi in (in ajii an

1 CJ 1^ q Jl I

H-A\'K]\'Uj KI JtUu \'tj !Kj Kl^Kl _aK (Bi OTin ^ M (KÏ! (1ST|| \\ am. ft\'lTl (1^51 [Ull (tj

cT O Q Q \' Q.

(irui 2 ki -an in ki Kin \\ (Ej iian(tj(i^(MTi (uimsj w (ïj in ^ ki

a. c o / / /■ a

ajin (KJ nj k^2 (Bi -Ji mn (uin asm Kin nój Kn nij (ïj (is j^nii| inn (oti aaj (Kin ^t.(kj

Q c Q Q Q Q

in (ui asm \\ (Kin (ia (ïj Kin 2 (ïj KTn 2 an (ui asin wkiii |!kJi(Bl«jann2ajin(wi^(uintio

a. a / o » a Q

ajin as (unn \\ (uin (W Kin anaju (mn (ui (ici (iti (ici (iji ^ w quot;\'n ^ 13, afj an in

/ CX / \' ^ / o ; a a.

an(^CT ki in asin-AosiJi as quot;in a-n (Bi asiij \\ atj 111112 ann kbi tui tti ki

n ki an arm (wi an n % (Biinn(BiKin asm (inii qajui ki _a ajin (u (bi ann (Kin

\'-isucn quot;suJl cJl I J

o a

(Kin ^ojin ki \\ (ïjarm 2 asiii k} «j w oji a^(g,an an ^(Bi jih (bi (bi (wi ^(um «mui

314

ocr page 337

ÏÏATÏA D TAN All DJAWI.

OQ t . Q c / O Q Cl

(lAJi (ai (Kil nmiT (ui aJi ieji (ui 01 ïs^ \'in tuj ^uji «sin (Kin ikii «ui ^ \\

(M(CT!K^^!CTcimffi^^(iSii^(Kij(iaa^!i| .Tni^(iJj (ifjifl ^iian|\\ XA Ttjan

o/ ei q cx c o a a o

in mi am (uin (t^ü quot;rw uti Min in «in tj ooi o m ki -ju tinn oji ^ as^j iej ^

/ . / Q 0~

mi (is^ \\ «in (Kin -¥^(kjlt; (uij tui (Hi (Dv rai i^an w go -Jin o (ir^ mt ij| (K| tti(ui(OTi\\ (uj(^Kin(bïiimT^(eji(uiniri(g,!ULTm\\ (kn0101 (ki ^in

Q o Qc OC?v ^

(Ui (ism o hm #|011 (ism mi (tJi ^(ij (ici 3 cm uin is, tgi ^in m g(EJij| \\ nfj (iiui (ïj

o . o q o a quot;a a

iï| 1^3 asm K^aji^ .ir^ mi \\ turn (tn (Ukiuj bi -ji (^(kji Km (10 ^^(uin (iJ| ikTjI n (lj

n ctv \' O Q. Q

(m(KTn(£nT.Tfi^(ui(Eji^^Kiijaan(£Ji Kin isn (ij^n\'eji ï|o 1 ki| \\ tuin am^ïai

a a a Q ^

(mi iifui w o mi Jkifi (ut Kin o (urn \\ (Ki (in ia 0 kt (u in m uui (Ui (Kin, nsm J ) J J J )(h «1 CaJ

a ^ o a a o t q o

(i?in (uui Kin (EJi ~n (Ki \\ (uxn arin (ixi ü til (uui (ik o m eji (ti ig 3 ki ki (Kin

) d ^ CJ^ y 10 ^

a. o a

(CTj (E| quot;^1 01 ^ ,,5Ï1 2 ^ lülinjlï (KJ^Kl (U| (Kl-JTTl (UI

(cti\\ (1S1 (irui ti^n (uïi ciiTi^ lêi ijdriJi 3 k^kimi(uuikvj (EiiSr(^gt; (Ki of «j(uui

K^dJUl (IK O (J-Jt (EJl (IS^ (EJj (ISH N M (™ ET) l^lJj IC! ^.(tn -Jj Kl 1f| ^3 (ïj

O- Q Q /

(ïl (1-J| 3 (KI KI ï) (UI (ïl Kin !Kin KI (EJl (kil H \\ (KJ) (ISD (UI Oïl KI 1121 KI (Cl (EJ1 -AEH ~J1 10 (ISUML, I .| iKL,Q J[ ^3q^-0 J

Kj (otiquot;(g_,im ut ^inn (CTi (U| (Ki o asm \\ arj w Kj (^ ajiri kïi am M ^ itj m

^ q Q c t o

(CBi (n (^ki^|ti o (ism o (uij th (ïjia ^Ti kï|(jj(eji \\ (uin (e| 01 (Kin «sin

/ v c Q t / Q a. ^ Q

Ki jm (iot Kïj «ui cm annn (i^ (M (ui o (ui Lrai (is^ tti (U], ki ~/m (kïi in (uui n

, CL QQ / Q Cïgt; CX Q

(kl (Km Km (M (W flTH IflJt! iUl\'\'! M \'K11! ^ ^ ^ ^ (LI,I, N

^ ) ) \\ ) £-

Q O\'O/ Q Q O ^ ^

(um (ui ei (kiij| (uli 01 ki (kinn \\ na n^^(V, ^ ^ w tti ann «j o ajw (irui (uin o (}j(i^wiiMKin(U(CTiK^Km|\\ (ïjdci (ij^dn^^ifj^iKm iiu ajig^(ï|nnri. ojm (8) itn iwj (ui^ \\ (M asm cm tti cuih nrn o gi-ti (ui^(Hjaan3(rjTn3T.j:ËiKm (uinoilfkJiinn^ici ki|\\ (ui ü «| ^ (um ki o^ï (ia (tci aan mi ~nn «k «j «m 3

Q c Cl ^ Qi

(ui laj ac^ in an (iaj| \\ anji ki _Aafj n 3 Trm (um w tim (ui afj n w ^

asin o ïj ann 3 .tci ^(tj aa (Kii ajij Tj asm aa ann kh arj aan ^ arj am oj«n jvö (ki ïj

315

ocr page 338

316 LEESBOEK.

Q Q O Q.

(ïj ^(kfi (Kin (u ctKin ajin iKjKin 2 itj (i^3 \\ (uio^^nnij^iivitinji (ki-ji

o . oa a a a / a

(unri (tJi (Kin ^».(uin (KinoioJKKinn^ (uiii(ici(U!(isiii(W(Kt(m(iK (Bi.asiii (m mi Kin

fa\'\' } £-

CT^O O Q Q Q

aan \\(M(EJi^(K^(uinfin^(KTnaa[i iiui (ki Jin as ^(t-n j^asin (uiikh

/ Q- . o a a

ïjxim it^MosinMin (utTfi (aga^an^w^Tn (cti|\\ (Kin arut ojui (Kt-ji (ki

Qc / Q Q a, ^

Ti (a (ki j (M atj ari 3 mi (Kg \\ (i^(i^(U(aanji^^(uii(Kin arti atjaji inn «j

O Q. Q Qgt; O Qgt; . CL

nnnn (ï|Tn(Kin(Kin(Kuinnm?(M(Bi~j|(Kiasin\\(uin(iS(infKi(ig;(£Jt(Kin(isin ^Kin CJ I ^ ^ JCJ ^

(Kinasin^jin^

Q Q Q / Q

(r|0 3 (ifjwa(j(^nat,n]Tm(t^o (iJijiisin(Kin-di,^(iJi fKi^aaii uu (Ki (^j

a Q c Q

(ULimiKiasmtinn\\ tmcmnoanjtasajïifiriaflMinMOTiAanariTriw^A

^ I J

O/ q a / a q

cinfi \\ (uin(ui(ai(i^(MTi^(Ki^(^y^(uin(uiann(ifjO(LiiJi(K)|\\ (Majinaji

a a a Qt q

asvi(Min(isirnn(uui \\ w(^Tn^(Kiafjoiïjo«jrai^iici(isaa|»gTn ofju3 o(tj

O I * / Q Q

a(jaui3w\\ (uin (uio^ajinü^o(Ki Jin^Lg\\ (tjajui^Maji (kh m (^

a c a

(iaji(0(tjTi^^(uin(Ki(eTniirjoi3(Kii^o|aji(i5ïi(Kiniï|(on^ (uiJJitum atjo^

c Q ■ Q i Q OQgt; Q

(Lnn(ima[in(aimTiw(^Tn(iJi(i5iii(uin(iJi(Kin(L(n(ici(Kin(}ji^(a(ifj(K^\\

o v cu,

(KiTn!K^(kj(EJiM(i^^(uin(Ki\\ (ïjajui (ïj mi^ (ïj o (tj (KTn^onn (Kin (irui ~jin ki atj

o a a a. a

quot; \'j

a _ __ _ o

(uinano(KH~Ji(EJiin(i[)03(uiiiniinn2

Q c O/ Q

(uui(ïj(unmnaan„attiastj cm(n \\ 9j(U(uui«_n.T(isajin(mj|a^J|(Kinin(Kinnn

Q. a a a a a

TD \'Ki (M (Ki IJ \\ o(K)ii](L(in(ioi(EJi(kiii(k)iTn(Biaaji?(uin\\(Lmnoi(ui(«5in ojixji

^(jj (Ki| % o fMjj (um (ioi EJi Wj| (M to (E| iinji ^(um \\ (unn a^ (

(CTi gi^arij^afl (ei ^(i^1 i!jajin 3 (bi^(um xi(Kin (ïjorti ^(kJi asinMajTnajiOT^o,

^gt;/ / Q o t / cu / a. . /

a[j(axi(Ki^am(öi(is^(MKj(Kin\\ (K| ^(ifj^(^(i^M(Kin(aaA^aaa.(0^

/ Q Q Qc Q Q» ^

(}Ji(isin(aj(Ln(i5in(Kin(Kin(inji^\\ (Mxi^^cLmcuiiian 0^ 0 (u| (kijih (ui IÏL|

QQQ^QQQ Q QV^ /

(UXi(ui(U(isin(m[iSM(£Jia5in(KifH(imiaa(uiaii(in(ixi!KnriMiil(KJir£Ji(KJiaïiii

^ ( rj J J q a c?v qv Qt cgt;/

(ijTKuiasinx (kji(tj|-jj(ifl _A(£Ji m asm cm axi ajui (ïj o 3 quot;-n ~nn (Kin (L| nnn tti

(ï)(uiO(iiji\\ (UïiKinBiaanaaii (Ki_A(k)i Ti (ui asin \\ (uifi (kji aJin u (at (Kii (M I quot;J J 1

a o / t c c

Tiaji(isin(EJi(uij(ifj(L(in3TnoQ/(uin ci^o (Kt(cJ(EJiTn(i(j(iJi2(uiii[j(in(i2 KIN

ocr page 339

BABAD TANAH DJAWI.

Q Cïgt; Q

(Kin \\ (mis, murm (Ki ~nn ananji 2 iki (Ki (mn (uiasintM in cui nsin n (kii ti oji

(Ki|\\ ni¥iii31(ïjfa^n(Ki^^(inji2 Mi Mnsintij

CT t(E|anji 2 tjo(ia«juin (Kin mi

(Lm(m(Kin(KlT-J)n^(Kï1Kl-^(£JtThfl[|(KTn2ll[|0\\ (kil (t|(Kli;2

^0(W(iS!nj(WTh(ïj(ui2 0ii[j(™2 Kj \\ (ï|(Kin2iifjO(Liin(iJiog,(i-nn^(ai (Ki~nn((y\\ i£ii(g/OKj(Kin2 itjo o mïi «ih ^ (CT ïxji-Jin (tJi Tioïmnnmx ïjuui (ïjw^2 «jo (ï|(Lnn2 th o tw (Kin (Kin ~nn *j (Kin (f^ nmo^CTa^Mïiasin^Jj Tn^ inj tn (wi (uin nraj

/ Q Cigt; O „ Q Q *

(kJit(ioi(kii(kD(öi~Ji(Kiq(Lci2(KJi-Ji(KTn(iK(ci (Ki(m(uin(u^(CT(i(^(uutJfi(uui KL, ix I 13 «SU

0 n Q O Q O / O

!ta|(EJi-Ji(KIIwiicij(K^(iaaii(joi2(i5in!Ki-jinla5^\\ (KH

ÉinfjimnK^iian^KJi^w-mwiinjt^mMi^TnE^EJiiinii^ïiiJuiiKi-iin /Q \' QQ QQQ^ __

(«g^(Lnn\\ (Kïi(m^(BiiiJui winjiiïjaxitifjTnajinn^aafl JïiM^Tiias^ iifjoi2

c~v / Q 0/ O Q c:ïgt;

asm Mi-Jin ^ Ov^iaTiMi-jcinn (^^(Ki-nn ü a^Min mosïi tti «j (ia ^Tn(K^aj(£Ji\\ u(öi^i1(K^(^(EJit(i^^(iriJ^ï|ng,(Kin (mi (1^ «j

^mi2(i[jO(W(Hnri(Kin~nnirjiKinaJin (BiTHMCT\'injiiKiJj.oinnji

O / Q ^ ^

(^(Kïidfjoi^x as^ (tj anji (uin (Kin ™ inn (Hl (g,iy ^ in «j (ici 11^ nn

/ q\' 0/ a a

(Kï|o-j^(EHEH(B^(KIIKI(Km^ (L^iïjüTiw^anriajinüKiKinEJiiiRJi^M

CT tui Tl (C^ (UI (CTl \\ (UI Tfl DOlj (UI (CT1 (Kïl (Ij (Ol (CT1 drUl^ dfj (Kïl (Kïl

(j^^\\ n[j(Km2^o(ui(iJififl(Kin(Km^iifj(Km(uiniï|o^amamBi|KT| oiinaji

. a 00 a a

(KiniiciWMitJl^itli^uiaJiK^^afiJiiiinafjO^aJiii^aJiTri az^ u (isn (tjiuin

Q Q „ Ctgt; Q a. Q

arm aan ^.(tii (un 0^ (Kin (i^M(i5in(K|Ti(ui(i5inN(Kin(U (Kj^ ^ (K^ (U| (KI -^jgt;\'Tl (UI (ISÏ1 (IJ| QJ^ (Kïl (KH (§1 (IJl (UJ ^ (UI (KJUJj \\ lï| (UUl (KJ (U| (L3i T) (K1J Tl (UI

Q O 0^- \' □ CX O

(CT1 lïj OU 2 [CTl (KI ~ill1 (IK (KI dfj (EU ~J1 I^J,^ (KJl(KI|(EJl^(^(£fl(Kin «Sin ^^(Kl-ifl,

(O on (i^ (O (Ki (Kin 3i tiui (ui (Kin-3i (uui (tn (Kin [i ^ xi mfun^TiKin (kii eji inji (ia5 ^4 l a J J

Q„ / „ / „ / QV Q,

(isiJiiasinasmasïiasinamamMm^LgoJiJsina-niiannann(ot^m«sintuin 01 (inn

317

ocr page 340

LEESBOEK.

O Q CÏgt; „ Q Q / O

^^^o^(isïi(i[jxi(™^firiaj|fKi^Tn (uiiKiniJinoiKi laj (kji (m (kïi twi (tj dtjuiniwi «jtuin -sjv

Cigt; / O \' Q

anji ajin ü Ti Kin (Ki j Ti (i^tkfi (Kin cm(i^ ^ \\ (wiBi-jfK^^otjEJi-Ji

Q / Cl \'\' O

«sin«inmCTw^fKin-aosiho(um3(kjt|\\ iMtM(EJi-j(g((Hiiï|(iin3aj Q t ^ Qgt; Q

in(uiasm-akïï!K^(Vj(Kin\\ (lanaKiinnwidfui-^(Kin(ik(uin(kji(k^

O-Q a Q Q, Qt Q

(EJ1 -J1 (Kl|\\ (inJllHJ1_Jlgt;(UlJ1(U| (W (BJ (1/111 (Ulfl (M (EJ1 (UI (Wlj| \\ (Uïl ^

a . CU. OQcQO Q

(ut^(ifin(ici(ia|\\ (KiniijTi2nfin(Lm(kii(EJio(KJi~nntinn^(wici(itjKïi^(i-j

fKi mrj (i{i| \\ (Kin (ui Kin ^(Kin ^ ^^(iJi arui (j \\ «ai (ij in 2 nm i^ï Q O . Q Qt OO/

nm^(uin«j (iiTO«jTn(^(Kin(Ki|\\ w (uia^ (E| nmajin «m (uin^(uiu

Cl O Qc I Q O c O / Q Q O

(ian^(l[j(U)3((K^(K1 J1I1^ICT(K^\\ (Kin (l(jTt2 om W^fKl-Jin (EJIOJUI (^(Kïl m

(is^ (kh_^(ki _A(Bin til (ui wquot;Tm (isinjj (uin (a (t^ ^ (uï| ^rp mi cm((t^

(i[j(uui^(ui CT^Min^tJi j w (^ airi (uïi cm (ran (p (wt (ui (M (ti

Q CT^ Q CJgt; Q a a

n^djiïji-Ji(i^min(i5in|\\ (inji(iK(Lnjnari(Ki(Kin(ui(CTi(ici(U!iSTn(M(Kn(ui(ig;\\

Q Q o, a. ^ a ^ /

(M (KI (yi (is toji TiM(m[)(a(uinon(Ki(i(un(Ki(ijin(EJi(uiam(M(i5in(Kinii(kJi(isin

^s ^1 S J(

(uin om ïjoiJU (ui(M(^(uin (KiJin mi (uiii «jiKin 2 (itj(^3 \\ uij asm o 01 (Kin (m^ariij ^(i|(m(Liuajin(i^(K^iK^Tn(a (Kij|^ (KÏ) gSi MI (ut (i^ o hm (irm ^

Q Q Q Q Qc c / \' cjv\' Q. . / Q

(ia o i{i w (Kin (um cm (ia T:(acirifi?(i-nii(Kin(irin(in(W(W\'in(ixi2w (us.!Ki(ui!Ki ja\\ (Ki, vj]) \\ j I (ku ^^Icq

yQ O ^ Q . Q ClQ O ^ Q . Q Cl

\\ (Kin(M(Ki(U(iK(Kji(ui(KJi(auii{i(ai-jio(wi(isiii(ui(Ki_dt. (i.inn o\\ ^ nsuj

cr^a q. Qvoo

mji(i^arm(Uaruijj\\ (wimasmü(Uj,(Kï-Jinarmfmj|(un(Ki(uinana^K^(Ki~nn

(ia^(nj| (ici|\\ (kJi m o j w a(| w 2 \\ (m ^(um ^

o / a

(um (Kin IKl JIJ (K^ (M-AW Jt.(CTI (EJl (UI (kil Tl (Bï) (CTI (Kin lïj Tl 2 Tfinojm (kn (£11 (LH

, cgt; o a 00/ a. q cjv .

w (KJi o «j om 2 w^ki -in aai m (uij cuiii con ^ aan ae; tn Min

. Q Q Q / \' /OO

asmn(kh(Hi_ji(Kiajimn?(Kmiian(ijlh(Kianm2ammasm(uman01 ti aai a-n ji,

Jl JKK \\ \'KI-, ( J

318

ocr page 341

tUBAD TANAU lijA\\Vl. 319

th (i5in| \\ (iswj (mn fit «sin ~m«».(3 M

(ui ntj(uui2 as^ o (Kij| mui3 ïjo (ui (isin

nr^a^icm^ii 01 a^| axi (W^ Kin iu asin wkth ^ to (Kin ct

oq a (a J g,Q,(U| tKTj|^

I (Kin arui o-ji ceji _a annn p irui nk tui ®| tti ^ :uï\' ^

(oi(uui\\ (Lnn(m!KTn(Kn~m(CT(flW2^CT2(ao(i[jfM2o^^\'in^M «sin

a O c?v

(uin (ïjnan 2 (Kin Kj iiui i-n -j-1^ ^ ^ (EJi ^ ®| ii^um iKin (iji (if| (ism 2 (Kiij| \\

«aiiisinnrih(kjiquot;narmuuiiSiam?jïi(ïjü2iif|012ia(nn^(uui tuif|

n / a o o a

m(M2om(inaajiJKOT(ijTi(U(i5in(Kinajina[j(nn2(ra «in w (e|(mijx ct

\' lK1, n / O / Cgt; \'CÏ^Q

Mt (uü mi am Vn (Kin «sin sj to (wi (U nfj ii in ï| om n (KmaruiM (ejik^w «^ (anaj

tup (tj «ju (Ki ^,-in «Jt (CTi aj (in «k ojïi (3 (M M^ann in ojmi (kïi «sïi oj td (um

«in nTOm«j(W^Tn(KT|(M(£Ji^ (u«^«Stoa(inj^owJkaamM(uin^

c-x/ Q O c / Q Q

(aiaaltoKiraTnw^wtasinammmiKTnajitJiaJi «sin (unn ici (ui «sm oji

Ol^ I J JJ O/ Q

(ixi «Jin \\ om. annn (t^i (um «n m (Kin o «sin Ov (ïj «rnn w mn \\ uin m o (M|

(ïj on aji KjiCTj (ki ^(Kin (81 «sin wia) ajin ki ajïi «rm «^J| (ia «ü \\ (w (K|

TnuiCTOfUKKi J».MiTh^(^(^«^(EjarSinr^M^^Min iun (ïj(L(in2 tJi^

(ï|(uin\\ (aM(ij(Ki«|(iAJi^(ï|«nn(iaJi(aiim^iK^N ïj 1x1 tj^10101 «ai

nail—Jji.Kj«^2 ^ar^aj|^a3i(wi(«™ «^nn (CT^«iUi.«fe in (Ki w «sm ïj (Ol 2

iioi ? on itii 2 oTii «ii am in aJi on «rui (ïj mi (Kin (ï| 01 \\ (ui m (un ^«^jj lU| r\\ ^ n / O Q gt;• Q»

TrKKJitwiTn (u «sin (kji «sin uin (til m «rui «{i «in in «n (tn \\ «n o «Jin «^ «Jin «^i «ö) j) CCl (

(a«jam2(Eli(tJi(Mjp ïjia (E|i^tj(uui (Ki^(isin(i^|M «ai «Jin «ti im «jïi «nj mi -Jin «nj \'^1 x (m (m nn «j «sin am «(j ij o (tJnn (w ooi

/O Q / OQ Q/ C1*

! (Kin iKi Ti isi\'1 (Ki Jkife Ti (lil (wi «sin «Jin til (uil «rui !Ki \\ (kji ooi I «an ki ti «sin «a

v_3£j- «a!, ca «a,

ocr page 342

320 t.EEShOEK.

oiaajiiïj^^cuinnman^EJiajijOKin iiJU^(matj^iKj(ui2(mnaan^(ajamp;(i[j

/ to c cx / cx Q

(|[j(Kin2ll[j!1^2\\ Ol (M OJU) (£11 Tl (Uïl ü (KT| \\ (MOJTD (UI

Q O ^ Q. / I * Q

---------------------------- -----------------------lTn3(M

a . a. / / c

(isïicuiiianj^fBiTntLraituiniinj W-nn (ia| iKT|\\oi(i^*ri|^y(Kin(ïj\'

Q. Qc Q ^

asin (Kin ^ tm «Jin tuin (inj iKi -Jin .Tri| (Kiij| \\ nv| ui ojui (uin (wj wkji tnn a_nn (ki ^

/ . a Q . oq \' o/^/~

(^iKjiatKJift^TfiajiiisinnriJiiïjgïiK^EJi-JiÏA«jfia TTI iKi~jtinn(kj)iisin

Q / Q Q \'a

(Kï1(Mt1(KïlMO^(Lm(lfl^ffi^Tri(lJ|(Kl _^.(K^(K1J1 \\ (lOJI (l^ (W1 (BI (Hl W (Kïl

«sin isin Kin (isn ^

a Q Q Qc

ij (K¥i (i^ (i^ (u _^aan o ^ (i^ (u «sin ^rai| \\ (kh w^sej nm tum

oq a a a a a \'

(aiici(Ki(kn(kïj(£Ji_n(Ki|\\ (KTn(ici(iJi(CTi(KJimaJi(i^(itjiJinnm

o / a a a a o

(in_n~nn(tJi(ij|(Kin Jt-asm«sinasmirj01 (uui(i^|\\ (Kin(ui(U(i5in(KJiw(yt(ig;(M!a

q / a o a a

(ïj (1^(^(1^ (KI ^(EJ1(OTI|\\ (KinO!lSinr^(Kin^[K^(B) J (K1_A(KÏ^

/ Q

a a a a

!hii| (jj (Kin \\ aai (ui (u (ism (M Ki «Ji (tg; tiaji (i^ (ui)| (isïj (M _d».(Ki jïi ü (is^ in iftj

a ex . i q o o a.

(Kl(a(Ul^(M ^u)T^^;^ (ir|(Liu(Ki(ui(i5Tri(Ki(Kin_A(EJi~ii(Ki(i5in(ï|02(fn(Ki~nn

i ^ ^ ycji^

. o a o o

(cm (ici (Ki \\ cm nnnn (pMa^aj^a^nj^aJiCTKi^ asm nfj o 2 wi

. a q qgt;q a / cx a

(m(Ki\\ «jtLmam(iru^(Biw(^M(i5in(io(u (isin (W) m tti (CT^anji

Cïgt; c . ü O Q Q /

(uui[Ki(tiini^(iKin(Ki\\(uinwm(Kin~m(Kinin(u(isin\\ «mnoi^k^

Q, ^ ^~Q c Q Q t 1 Qgt;

^Tl(ISin^(l^(MM~jK^(£Jl^Jl(Ul(kJ|(CT^(LJ(Kl_A(l^^\\ (ITUl (IK (Uïl

O / Q O

(inji(Kin(Kinnneh(Ki-act(uin(isin(kji-aw jii bji (Kin ojiti (Kïuuiji (isin (kïi atL, nm J J J J

O Q Q» c Q / / Q»

(EJi m (uin kïi (i^ ann (um Min ism nj in \\ (fj(iJU(Ki^(tj(iriTi^(^^(i^TnCT

t O / , O Q Q O c Q i

(ïjMinnnm oiaml^ (ui «sinajTn (ui (isiii as^ o ^TTiiK^ajEJi \\ asm (uui k^

OQQ a o o / Qc/

(ED-Ji W(ici(UjïjrtflJnTn(ïjn^2 Ki^afl-Jianriaaj)tti ki Jin (OTi^dfjann^ann,^

C3gt;Qc O Q c Q Q\' /

(uüarin(n(K^(£Ji^(^(Kii(ui(isin(EJi-Ji(u^(is^(M-akij^Kinooi(k^

Q. Q c O O a Q

kitti(CTtj\\ ajinanri^(ïj(Lm(infilt;ia(i~nniiri(Kin«gnKin^

QQ Q QOOQ. o/

(^(k^|(kii(fcJi(KinoiTn(k[i-3.Kin (i[j^2 Km-Jin oji onn oon

ocr page 343

BABAD TANAH DIAWI. 321

-)n(KT|N (ïj(ia(ïj(^(CT(wi(^^TiCTafuim^«fe^Kio(i^(i^(iTi^(Kii (Bt ~J| MI -m ^(ui (im^dfin mnnn (ÖI (Ki| ^ (wi M ct ta (i^ (ifl -TH ^3 ^ üTijtisiijOTi-Si(wiraitCTi^ (WICT(M(Hl(}^^^^^ffl|^ iwa

(JJ) agl Eïl KjUj ïj My. (m W U IfcJI SI M| N Oil OTlf| \'Uil ^ KTTj a j r£Jl W O lïj

ïj mi ™ ia dj. (Ki tui (CTi tuil am yia o o g,(wi ~nn (gj| rai ^ (uin [Kj^ (Kl-^.Tn (UI (CTIOJI (Ein (#2 !K^ (EJ1 lïj (Kïl (Wl (Kil (Kill (Uiri (1X1 Cj, !H (LJJ (llt;lj| N

(ruiK(wu^n o|^mCT(CTi30i(CTj|n (uinttiï|ejkkji(EJiinn m anji ^(8taan|\\ d^in cui (ctiaan (K(uih^ti «fe(aithm-AR-J013 oin (Kinm^ w (^(wg^M !g,(uaj| 8j| (^ (M sji (Kin ofKjoiTia^ay v Ol quot;Tl Hl(JJI 2 OTl (KI OTl Tl (UI (101 OOJl JKEJl Tij O fe \\ (K| KI ^

| cm 3 {^(ia Tl lïj (UUl 2 (|k|l^ (UI (CTt WKin^O 2 ^ (KI jlfi (Ol (ig| (IXI (KI \\ (Kïl (01 (ISÏl (KI M)(W1 KT (KI CTI (CT(Sl (KI (UI (IK sv Tl (ïl (UI W (UI CT 1 (UI Wl (Kin

\'^Ö ^CJ Q } lt;7 ! Q-

anji (§ (Kil (ij (Ki (Kïi (S ;ij (Ki ^ (M ^ O ^ Ki aj ïj^ (m o (^

-in Ti ia -am (uui n ™ ^ e (tui mi -jïi (a as^ Tirai (Ki ~ji (uin o (KI Ol (Oj i (Ifj Tl (Ui (KJ ai?i inji^ (UJ Ml ~rn o :ki u ki im isij uiri aiii.

(x^^\\ «in u (KiniicS ^ !1\'t1-^\'quot;5ri (U1 (1S111 ^ uil am ^on (ïj m

Kijarui(MOSi(uuigVKïr|n (ï|(kji2(Km-J^nm(kiköi_J|^(Kin(ruinan^

e| o 2 (Ki ^ (m(5 ^ n (M on ra ^ ^ (mn (Lan w (tj (W 2 (M ^ ij ^ Kin (isin

(UÖKK^ÖlSTg,^ (^(a(Ul(CT(MW(U(^(Uïl(Ö(lj^ ^Od^jtMïj (ïj O J (UU KI (UI ^ i (U| Ml^ 115111 ^ 114 ^ ^ ^tlji(ï|

(ÏIKI 3 CT (KI (Ol a^icm^ ^ N (KJ) O (CT1 (UI CTl Tl (ïj (ICI (KI (UI (ISÏ1 (kJ KUl (KJJ (CQ . \' ^QO

(Hl (ïj Km (En (ïj o 2 ki 1 \\ (uiaan^dj Mutan cm fiinn «sin o ~n w ti ct 01

(^(Kl^(ï|(a J(UUim(£Jl(LS(Kl|\\ (Kill «A^^IKl-A^^^Tl (UlOTOl

ocr page 344

322 LEESBOEK.

OCTgt; / O O CX Qi

m (tj) (Kin m (u t (Kin (wi ? tuin (kïi ik) crn iwi w «siJi (ltiii (kii m (EJi _ii (uui (Ki it \\ (Ki (n

| O] ^CJ | J1

/ . O O O Q

Tf1 (ïj (IQ (K| (Ell (M (ü (ïj Ml (t^djj (KI -flT (ü (KÏ1 ^(Ull \\ (IQ (ïj «Xl 2 M J). (£J1

C / Q

-------\\ ui (i-n fiTn

«jKinn «j (in sj ai co rjijoi m (CTicmi^ ^ \\ o ki

q . o a a a

aan (u Ti (isin (uu (uin aiiri (uiii afin iuiii ai Kin O ie^ o ra -Aitj ieji ~ji mui irj w tj

a O c / . Q

(i!jTiwiai(k|(ai(ui(Ljij|\\ ir|(uui(Ki-di.(i^^(kii(ai«j(Kineji (Bi w^(uin k^ooji

^ Q O O Q QO

(uui (i-cu (ui lïin^ajin (U| nfl| \\ iejiifui^kidnnn om (U| (i{i(ui asmaj(tJi ok

a / a

(in iBj «in :CTt (Kin M ïj asiii 2 (i-njj \\ m (ai nu Ji\'i «j iin 2 iïj on 2 an mui mi

a / a \' a / Q Q»

lïjdJi 2 o^(i^(rui| \\iEJj avnn(U| (ki~j| ii-q^tii ui asm o a(um o anno-ji(Kin

Ov (ïj an in ~ji miVnii ikïi as^ asiij a^ m itin (Kin o «j asin 2 an ij ^

Q i Q j\' / Q Q Q Q,

11 aun (ui (lïin an ann jkoji teji an (um \'isin in .0 ki an an (ui ae: \\ aan ag; (un uüi (ki (| (in, ^ ^ J ^ ^ aiKL,

a a O/ \' O/ \' o /

asm aji (ij (uu 2 iKj_a^ on ,| turn an un iiin a^| a-j aun 2 asn ui nn „n. asn

cv 0/ a a a q. . a a a

an an a -Ji an an 2 eh ii mm an ann ui an asm oji an ii Mum ann um iki an ann nn (ta

I Jl ^ O lt;^4 d ^

/ O C?V Q egt; Q Q

ajin ^N ann ok o an N in atj an an (ui asm i (M itj (eji -Ji aui an ~nn an

at q o q. cl ^ a o a

an an 3 (kn -an an an an an arm ai (um om \\ o an -Ai\'i an asm (urn tn a-fl. am an an

lm, nsu [ca (Sr, I (5, J y GJ I

o a. o a a . a.

an (i^ ? an an iki \'Kin aan an on 2 asm an 0 ann (u asm an (Kin an (ka n ki an r:nn

)l d J I d ^

a / a a

asm (um ïh irui ~nn (ai inn an an axi 2 nn ~ji an (U on ? qji asm (um an o ann Kin aai GO CCiaaMKU I ^ s \\ (J ^ J J

a O a a

,(jji (uli aun arm an on an ~an an an \\ aan an asm an (Km ~n asm an aai ann \\ m anan

0 10 ^ ^ I 4

a a a a.

an an asm t (U| i^ann (u th a^(in a^asm ajj a^nn \\ aij an afj (k^ irj on 2 asm itj an^

O / \' C?V Q

an ti iinji an aan n on asm amn mn w ~nn (in an ^ tti an an an Ji-an an as: (um cji (M

^ !iK^ ei j ) ^ \\ . J

a a. a a a / / .

aan^Mis^ o anjj (urn nnn ^ajj a^afin (uj an -^;in (Li asm nn asm in (ij an

\'o o „ / a o c.

(eji inn oji Tfi aan aan ojli an _n.(^ ^ \\ nj an o ^ ^ an aan asm -Jin kij hot icij

a. . / a cgt; / \'\' a q ^ o

(um aim ia tc \\ (eji an o nn aan iKm (in tin 2 in an [i ^ ann an asm an aan an aa

d ^ I 4 ö ^

Qt Q t Q O t Qi t.

iKij| \\ ajin arm ^(Kj aij eji 2 ainn an (Ul ann (tn aan -Jm as^ asi^ an^ (um on (iiTin (yi \\(Ki

q. cr^o. o a

an aaj iian arm (tj M aan as an Til (ïj (Kin fel (tj o 2 (Kij| (ïj 012 asm Kj o (Hjon 2 o

ocr page 345

BABAD TANAH DJAWI.

Q. . / Q Q a OCi^

(i-n ~nn nm,^ ^ \\ (crn (ion ^tk| th oji «sin w eji ök^m oji ®j mi (tn (ifj o 2 kii

a a a o a

rajaan (ïjfkii 2 o ikijI^ (Kin(M w o «1^1\'Kij IÏOJI

, q a / O c \' /

min (^^otjojui itj ai\'Â¥i ra ^ 1111^ ^ vU

a ci a

(1^(UUl 2 l\'ïl(Wl (f| ftfl -Jt (ULl Hj IK1 _A3 O (KI EU (UUI !Kli| \\ (kJl (IK (KI lï| (£11 ~J1

O . . a a q

(uui(ki-jnn(a\\ irjiAJ)(ki_a(eji^(ki_jin(kjianji~na aq (uj ki-.4.^

a cx a a a c?v a\'\' a

(Kin ui (bin ki (Kin ~m um ? (uin (Ki in iïui asn (Kïi :kji kt aji ok \\ nan ok (kji ö 01

^ \'■ J J CJ h s

O Q Q O O Q . Cl

(ui aan -akïj (£ji _ii (^(^(U| !i^,| un en 01 w ^inj \'ltj \\ aan (til -Ji ^ (tai

Q O quot; Q CK /

(Kiff^aaiiii«ij|M(FJira®|ann(un anj (Ki_jviaajra(CTi qjti \\ (01 ami

OQ Q\'O /Q. QQ . Q

(Kin(Ej)ji(K|(Kin(onn(k)i -jwaï ra Jkan aamn o in ra ran.! \\ ran u asm ra

J O I M3 J

Q a Q CX Qi Q Qo Q Q

ran aan (uu ra (kji ra aJi ok an (kji 2 o ra iti 9 inn m asm am aan n \\ w (tol asm (a (KI, Kl_ I O \\ cJl

Q./ aa / QQ/QQ

o mi -Jm ra (ia(ui ra bi (M ra (ui (ik (eji asm ^ enn qji t o ra ran o ra (ra (Ui ra

) rrKU fn. ^ ) jn, ) pj j ) KL.

Q O Q. / . 1

(ui(ism^(K^!K^(njiarm(CT(rj(wi2o ra~nnia (iaoxi

c?v / q o a 1

(iKojmraafjowoEjaf^cum^ ^ouj, (raj \\ ran (ui asm ra^ ar| ran -in artn

q la

aan n ann aai ^m asm asm an on (uui a-n n \\ ran (U asm ra ran asm \\ cm aim (uin

cfl CJ I J1 ^ O J , J J

/ O Q O I /

(i^[K^anji(Lrmra(i5^xi(Km^«|armra(i^ra^ra^ran(ifj(iKlraaan Jkasm ra

Q. Q \' / \' O QQ

imnra jkui ojui \\ (Km ra aim aan ? ran aan ajm ari asm th ran ra -Ji aai ari ra

as^ n ran ra -Ji aai ^ra a^

q / r / q / q /

(uj aci_jj ra^aai (tj (ik t nnnn aan| in ok (arm a-n (um o ra o a-n \\ aai um as^ m

Q. \' Cgt; Cjv Qc Q

ajin (ui ign aj^ra am g,(^|x ran (ui asïi rim ktj aan ran a/iij asij (W| :j ajj fm ar^

CT^ Q Q \' O quot;cjv QV Q .

(ik ra a^aji ra jpn u asm \\ (kji on atj aan 2 (M ra ~nn ann o asm asm (uui

o a q c a. a a. a

rai| (hi -Ji kj\\ (ej| am turn ra arj ra 2 m oji (ui an am anji ^ ra (£n| \\ (um am ^

q \' . . q q a

aaj aan ra (lui gi^aai^aai irj ra om (ui \\ a.nn (éj (öj tin ran (um ra ag, (Ki (tj «m (eji

a o Qt.

(i|;ui2 amj|^ am. aim (yi(um (rjaan2 am-Jm ra ki ran \\ .ran ra asm (Ki| cum m (rj

qq q q / ^quot;oq qq.

a(j ran ^ ïj ajm (ui ran in aij ra cm ran ran (tj ok (ki aan aan ra aann ra aai ration

/ q q q q.

{k|(ki|\\ afjraïji^^aantiimn^tiraasmwtiajmaknjm^n ajm ra ki

323

ocr page 346

324 LEESBOEK.

ttjm gniJUt \'ïj^2 t^EJI THMTilN (KI ü(M8JTH M (151!)(M (ÈJI (ïj(Kin2 O quot;tj^2 ItjlttlJl 2 (KJl O) (UUI (KI (KH lïjTn 2 (UI (UI üSït (KJ (fKI (K^ 3J (EJ1 (Uin (^

yui in oSi n-j !Kiij| n (uianji^a^M^M (ui isiT (ïj(trut2 (ï|Tn2 (rui

(Kl_^.01(inJ1(l|(K^N OJlinj (Ej ^2 (KI ^(^(KJIMB ^IKÏI (UI CT^tUÏI (KTJ (Lnn (]J(I(|IK^2 (Kl~m^| MT ITH quot;IT (flt (k| TH (UI (CTt (Kin (ïj Tl 2 (KH (K^ (M (Hl N (KJl ^ lï| (Kin 2 (8l (KJl J (UI ^ TTI TTI (ïj (UI \\ (M XI OJÏI (KI (Lm (Ulll O (IA ^ (JJ ^ïj (in(Lnii\\ (KJl arn ^^(inüaj(ifl| \\ (Ui oji awi ®j(inji2 «j

/ o t a q o o o

(in-in2(EJi(uin(Kin(ri(Kji2Tii(Ki-jnin(ri(a\\ (KJi(K.(nn(uiasin(EJi (hik(i-m KH (KJI (Km

ijl ij gj j

SjK{CT(KJim^(LJi«j(ism2(Ki|\\ (Kin(3j^aajmr^as^(irij(KJi(ui(Kin(iKOi(i[|^, uin (é^ (Si tti \\ EJj (ifui (ïj (^(kji Tri on xi (M ji. (ijit tuin (iruj (Ki ^jih (irL| ïj uiji (KJi(^(is (Ki^Ti^Tn (aiAJiajin (KicLmaSïn (ia^oj (Ki|^ Kin fn asm

(Kir, jkaji o (ui ui (iri (Ki (Km (^ (uj (Ki vfj nïkji (k|i^(kï| o^|(Kin (Bi aj|

/ / c

(Ki Ji-asn ajm (ïjnan 2 Ki as^ \\ cm nmjj imj (Ki| ix agn fi^an m o^tJi -Asi -j

q o , Q /

ki o (KjiSTn 2 (kjij| \\ (tj (ijui Ky.in asm (Km ji.^ann (kji \\ (U| ki ui asm (oj (kji

o o q. o o o „

-ji(Kinfinam(amp;JiJm(CTi(in(Ki(inji\\ (uin(EJi(Ufi(inn(if)(ioi(ui(ie:?(in

jk^ ^3 CJ I ^ I

(u m [Ki^(t|0(isin^(Kin(ioi«|asm2(Ki|\\ twi (kw o^Tn asin-aoji

^ a o c O o . a

(Ki (EJi -Ji (kji in asmjj \\ (tj (Lm ariJi aaa ^tji a^ aTfi ~ji quot;Ti (ei (Uj (Ki| \\ m tjh oji

q, q o a a. a q. o

(tl (Ui (KI (Km aan ^ (Km alii asm (ki (Kin mi (Ki bi tti (Ki _dt-(Kin (uiji (kji asm niiri arui ~nn I ?j J ^ ) J

q q q q q o

m asm arm m (Kji-Aojj (Ki| \\ (Kin (iq (ui asm (kji ki (i ji ok «j (LJin nm arui. jtjj (k^

/ Q Q / Qt. Q «. t

(Ki^kCTOOfMTKism (Mi rai ckji (aai (vn in ra arui ojui ^ (tJi ann (i^ in (Ki \\

CJ ^ J

O Q^O Q Q

ajmariiirLii(KJiTnasmii(um(KJi(Km(uiJi(K|ari\\ q(ULn(Ki(ui(*smalt;i!Kin^s.(EJi~Ji(Ki

) ^ a j Ja I ^ ^ jcj

ct (tj O 2 ^ki ^ (uin anj ail ^ anj (Ki| \\ (i^as^(KJi^^(LJii|(uifiTin^(Kii(Ea

. Cl O IQ* * O c O cx

aiiJLaajin^MinanjiaAJiKtaiinKiTnasmfKJionjiri-jnn (f102 «iw-m MO

^ \\ I ^ J

Cl* IQ**

nj (Ki a^ -Aaq O asm (Ki (Kin (IJl aq asm 2 ki (] \\ twi ((Kin (k^th asn (kji (EJi (KI s

quot;SU ^

q q lt;lt;gt; q* / q

osïi (Kin (uj to asin (ü tuin (um an^ a-*! Jm anj (Kt -dl. asm (ici ajj alt;i ^a^i^ asm

ocr page 347

BABAD TANAH DJAWI.

(m\\ (müct2ct(hho(til(ai(win\\ xoum2^anjttuil(kji(èi

df \\ ö 4, ~Ji

Q O\' Q O Q

(M asm (inn (iru ~nn m (£ii a!j(Kiii2(Ki(u(}Ji(LniioaJ) min (Kin cTin (Ki aj| .kii \\

a a o J ^ oo

mKin2omt(um(Ki]i(Li^ajinunnn(irin(ï)(uiJi2(Ki(i\\ (uino(Kin(kjhitu»eji

| /gt; J J \\ 4 «3 ^

/ o Q Q O

ii^(Miisin(Kmuw(KJi (u atj uui 2 ui (ui (ixi (ie: as; at^i «j ann 2 (Bi (tn

q/ Q Q Q .___

(kj]i|^ (ifj(Km2^(iji(M0(uij(nji(iK(Lm(^(i^(isin(Bi0(EJi(a(k^(Lm(M«|

c Q Q i Q O Cl

(ïj aryi \'irwi (a(i-jfKi^Tn(ui(CTi(KJi(™(inji(irui-Ji(iK^ (KjinaJidsmiMdJiiKj

O ^ O- F Q ^ c Q/ O O

(EJl (Lfl (U|(wi nri ((jia (ïj^asinajinaji (ai~Ji(uin^(uin tti (mn o

A itjüci^ |^(^ ol^ fKijj \\ o-j in ui (CTi (Ui (uii|(inji fe; (uin (in (E| (ot^kti oi

Q I O* Q * Q Q Q

aanjm (U| (Ki (K| TTI (isTni| (ismaJuasinnmnoitJi-jtKiJt-tJiw (ij| (Ki-^(uj

Q Q. ^ O O Gv Q Cjv Q

(Kinwia(ï)(inn2(isin(Ki-Ji(iK9\\ mfl(iK(ici(ui(Ki~JisEJi(CTi(isiii(Kin (cinn mi o (HL | \\ J ^ CCiCJ q CfrOJ

(Ki|(Kin(um asij tdSin (ki ~nfi cifift.(Si (ui (cti(S (Li asm tM («m (g,Tn (isin-A (ijl (uin (Ki (iri non tl to om (a(ui(Kinfiri(KJi(Ui(i5masm \\ (KJiS^asm ^.(Kin mii nm

rj- «M ^ ) J

Q Q Cgt; / Q / c O

aan ^(um dj, (Kij| \\ (t|(ia(ï|a^(ïj0 2^(Ki(^(i5m nOT^^a^ww^ oaiJiJi

Q , Qt O CJv Q /

(ïj(iau (kJijj \\ (mn wi (mïj iK^m ajii| (Kj ac^a^tii (kji (cm aan (gij, mi -Aasin

o c Q \'Q . Q Q QI Q O

umEJtfKin(ï)nom(aajiiKiannaaiMSJiasmasynN (kii-TKuiasmajmmnmKi CClfisul /gt; jasu J J \\J(i5U

lt;3^ / Cgt; Q CÏ^Q a / cx

(Ki-fin ^as (kji asm 01 alt;ijj (cmi^asm g\\ojiaan ok ari a^soi(Mm ^xi ag(ui^

Q Q. Q gt;. Q

(M(U^^(^am(Lm(umaa|(Ki-jmiinj(Ki|\\ «j xi armman (i^ j^(wi (Eii asm (

^ / O. Q OQQQ \'QQ

(Km (cti Mm ann Kin w an (ulki (inmn w (ui ji (ki \\(Km (icia_nasin(KJi(Ki(yi(iKaaii

^ J) Q a ^3 a a ^

(ik(Ma^(uiCT(Km Masïi wi^Mm|\\ a^ o a^ (^aai asm (uui(M (Bl-Jl (M

cgt; c a

(Bi^K^(i(j(üi2(Ki~JiTri(a(i-j(Ki|\\ (kJi(r|(Bi^(Liui(Ki~mcn(ï|asm2(}J!~nn((|

Q t Q O Q «. t «-

an asm 2 (kji (Kin (ui asm (Ki (Km-di. (ui inn (Ki an aan asm (uui (kji (Bi-Ji\\ (KJiaai j asu ^ aa^ ^

a. a a /

(K^(ir| (Km\\ (Lmo^Ki^asm(U(ifj(iJui2^(Lj(Ki_A(ism(uia[|TJi^^(Lm(g,(c^^asm

/ Q Q Q - Q / ^ ^iKmaji^ajui(U|a^-Ji as^aan(M||\\ asm^a^^ajia^Tn^i^^^1^5

cS a q qgt; oo a

(i^|\\(ij(OT2asm w^o^^n(uiasm(KJi(anaaii(^(Lj^(ism\\ nnj (Bi ann asm ~nn

325

ocr page 348

326 LEESBOEK.

/ Q

(uin firij (Ki -Jin inn jgt;.(isin uin ijT \'i«i .^pn !Kin|MJnn(i^fui(i5inirj!uinam

q o o Ja a / q\' Qc

aan (n (Kin (Kin (i^sji tti in tui m th tui asin (wi o (uin (a it (M) om

y KK J J J

a / a a

(kf!aiTji asm\\ Ti (Liasmqji asm01 nu k| ajj !kvi?;fixii rei itnejami| \\ (liti

Q Q a C?^ c Q CX CX Q. Q

ar^ (Li is li aji inn aan (Uj a^xai iinji | m iüi njj (ei uri icj m «jin o aai an aj

* , Cl\' * Q Cl Cl

(Ki -tj \\ Kin (ui asm «m ~an mn arui -in an (ai uij.1 ~.i ^ nij

.\'\' O C5gt; 1 Q Q O

(Ki| 34 (ui (urn an a(| 115111 n m asm \\ m 11 Kjojj M^atj axi 2 m nan (Ui| \\

1 » Cgt;CTgt; O Qt Q

ajn ui (^tn an (Ku asm (wi a.n ïj .asm a^ mj !iJij| \\ in ui asm aan (Ki (oi

a qv Q quot; 1*0

aan kj nuj a^a^ (kil eji an sj (Kin ik| (kj (kjij \\ urn m «j (Bi an (Lj

Q q / / c ^ cgt;

(Kijj \\ (ai anji ;ij| (Ki oji asm (wi asm arm aan ktj jij (ui aji ^ aai (ui

o Q Qv o c o \\

aK;\\ arin aan (Bi ~ji fmojiii am^m o^i ^aai ui a^ arm «jaaiaja~j(Ki Jm

q o /0 a a c ci cgt; /

asm ainn ? \\ aai (u to ïm (Ut ojit an gt;1x1 Kin ann an \\ xsji in oj asm (Ki ann ki ag Cj\\ a\\ x J

Qgt; Q. . O OO

wi asm (um (un (tj om 2 an (Ki|m e/i «k ami (ïj o o?! an 2 ^ ^2

Q Q / Q a Q O

(wi Kj_ ajj^ a-n turn man ajm(k|Tn(uiasm(ui(Kin(Km~nn(Km

(Ki ^(oj \\ (K| tti ui ooi (Ui asi^ (ui a?i aai afiji ak (èi sji ^(o \\ (Km asm (ui^fum Si

a a 1 o ei a o

aai (ui asmmpaan (KKinna-c^o(armaai a{Tj| \\ ajin (uiasm(iciij,(Ki-Jiui(umo

Q Q ^ Cl* Cgt;

aan o aan (t-n an (r| onn 2 asm (Ki ~n ()Ji aan ok si i^w a^| (Km| \\ aai

Q Qu Q O a Q C?v

(uiasmaJn~nn(wi?aq(ai2asma-n-Ji(KJi^(KjiTjTuasmaxi(U|(Ki aim aai asm (Kin

, U \\ J JCk CJCJ

a / a \' a o a

oji asm (Ki -dt.asm aai aoi (ïj Km 2 asi^anj uj (Ki| \\ ojj in oji asm 001 an Km \'ian afj

Qc a / o o

an (ui (m (ui 1 an gt; KI alt;i a-ci (ei a^ m aai (Ui an n an ajm an an asm (Ki ~m an nnna asm

I O O Jl ( I11quot; Q

Q / c Q / O Q

asm(Bi[|aan(iKaaiismTn(KmJi.asm(ui(kJ)aaJi[) \\ (KmuiasmLwaaia-ciajia-n-Ji

3 4 J 4 W ü£ J

a o a a o

(is^c^aruj(Kjojja-n_A(öi~j|(Ki-~nae:^\\ \\aai(uiasm^™1 -Aa..i(urnag,anoaji

1 aci o . c / cr^ ci e-

(ü^aai(Ki-jiaK^\\ w (Km^a^ (ui (i^j|\\ aan a^um anon a^(K^ (tmi

Q Q CJv Q \' Q

a^ (^ u afljj (um an Tj -isïj in -jm w ran asm (ui asm ïkj in an asm asïj o a-n ~rm

o. a a o\' q. / . ci

(tn (Ui (P (Kt an arj arm 2 asm tj a^an \\ Ti (ï| (iq C ^1^ ^ ^ M on (ion an (vn

ocr page 349

BABAD TANAH I IJ AWT, 327

o c a q i q q o a

a. . O a a a a ^ a

a^i ^mn (Kin (ui tmn aji asin quot;T|(ot aj ^ otj ajin 2 oji _digt; oj o

a Qc a o . a q

(Ki jKrK| (Lm «in ^Kj 012 (ism (t-n -Ji m ^ \\ an aj iki ui (ism

a a c . o

(kJi Kin o am -AO a^(is^(M(ixi(uui \\ (Kmajidsm asm nnj aj

Q Q O / Qv . O

Ti u (ism m cm rui mi o (iq ki (Ki (Ki m (ism u iïi ann 2 ia (Ki li (ki) lt;amp;ii (iK liii ft)

dJö^o^ I 4 J I

Q O Q Q. Q Q Q.

(ïjsji 2\\ (ism(uuiiKïj(EJU(^a_mann ^asm »cm -A^m as^ am ~nn (wi om asm

CX Q Qt, t /

(KJi aai aai asm (cm ^(um ^

Q ^ Q Q o \'^gt;/ c Q

^qc am nnnn o ? (urn (Ul asm (kji n tui asm ^um a-n am (Km -n.1 (Km (Ki as (u eji arui ? \\ J CJ Ï J 0 , \\

a . q / a q / cx

(kj| m (ui asm (um (Bi (^O atj aoi 3 (cro (uii| as^w -J\'-\'WjI w (Kin (ai (CT|(uin

Q Q Q

cm nnrïi (p \\ (K^(iaji(umitjfM2^ (ei (uin ^oan ojui an(ïj(ioi(ïjia2(i[jB!^\\ aji

o a q o

arm arm -Aan (i(j(Km^(ija-5iJi.(EJi(Km(M agi^(Ki| \\ (t| axi nfj ^ Kijj aan tj arm 2 asm

OQ Q o / o Q

afj ki^2 asm aj kmamp;ii a^ asm (uui M \'tn ~f| w aaii oji (ik (um «j o 2 am asm ymn

a o a ctv . / ex. i 1

ami (ult «1 (ei -Ji an ^ (UYi asin (M ji.(ki ok o (M aaji asm ajm cm o, gr \\ oji omn

^3 a , J J ^ J ü J

«. O c / Q* / O

(^(kii (U(£Ji (ui (uii (ib^in

lt;3gt; cv a a . o c *0quot;

(Kin (ui asm (ui «| an quot;in aii - j am \\ ajm tui tn ajrj (wi n as^ asi^ ir^ an unn \\ m

Q O Q

(^Tn(UCT(oi(a(i(j(CTj2(Kjfl^(kjiajiJi^\\ (Eii(^o(Kmasm(ui(kJi~AKij|^, !f3gt;

0/ / a CTv Q. Q Q. Q CiV

(Kj amn (Hi ^ am (EJl as^ (kJi ki aan irui ok \'aj tj an ^a-tnn (M asm am aan asm

Q ^ . Q Q Q Q cH

dj (Km 2 in (Km (amp;11 aw an afij| ajm (Bi am ^cum (um a.^ (^ aj ami arm aji ^ajm a^ afj

0/ / Q Q (tjaa 3 an^aanwji \\ (a (fjamn (Ki^jamM asmum on ^33 anjaon^fl

OO Q t Q Q

ajijj aan as (KJi eji (ui aan an (kh (ki ajm (eji a:^j^ quot;^1 ^wan ajji an _^.Tfi oji asm n(kji

a. a c?v a , / Q

(kji (ei-jj a^ (Kii (eji (ia (ifjK^2Mj|\\ aan as (KJi (ai (ai aai asm (tj jiui an (tj lion ati ~nri

(if| cm 2 am Jin (£Jl M (im| \\ (K| ^a(j w (tj am 2 iKj o asiii ^(iq aj .nn 2 ti am

Q Q Q Q / t

(eifk^in sj am cum cum anj am jm lajj arnjj \\ oj in (ui asm amn aon uui ^nh am oj

a Q \' e^/ t

(eji(urno(KJi~Jin^anaru^x iïj(uuiam-J!iïjanTna-n~jamajm(K^asïjir^\\ «j

ocr page 350

328 t.EËSBOEK.

Ctv , O/ C?v

(i[jiuinarn(iaJi(iS(ai^Mï||N aJiii[jKnTn(Ki~^aiino(Ln^(M(Eil~^(Ki JinaKiuin

c?v a q / a a

(iKiaKiarutiuuiiKinjmsinfKi (Kin _A(isin (um eji annao (in(un 2(}ji.i(Lnn (ui nnmji (HL, (KI, (isu CJ I ^Jl I

Q Qgt;Q a Q Q Q O

anTiiqiiN (Kin(ui(i5in(Ki(Kin(i^(ui(ui(i(mri?(uin\\ (unmn(Ki(ui(Ki(CTi(kjm

1 cJ[ (isu na, \\ rj isujü

a a ^ Q q

(kji ~mo(m(Kin (i5in^(a~j(Ki^Ji (i^^(£joi3 (isinw ~nn cjaruiaji (CT|\\

OQ Q lt;3gt;Q tjv Q /

(ei ~ji (Ki (k)i (Kin (Ki (^ (lj ia aj| mi ~nn (bj (kïï (Ein»^Ti(ui(isin(M(tsin(uin

a a o/ a o a. .

01 (KI O (KI -J1 ïj (Cl in (KI Tflf] \\(M (EJ1 ~Jj (KI -AtJl (LI (l^ ^(KJl (LCI (ULH NOJlfl (Kill

^ - / a cjgt;qq a

(isin(Kin^^in(kJi(uin(^ (M^inji(t|(U)N (K|^j(KJi(BiMi|(amp;ii(i^ \\ (Kin axi oji asm

a t a . q o o \' o Q

(M(Ki(iJi(isiii(uiiTarifiiiaji~iïi(£Jia5ïiïuiitn(uin(iri(EJi-j)(Kin(Kin (kieji—ii fffi (Kin

s I J J ^ ^ lt;*3 df

q Q O . Q O c?v Q

(KJi (til (Kin eih (t| asm 2 (kji \\ (ui eji mn 01 (ism (tj (irui 2 dg; ^

c / o Q o ^ o Q

jjcml^^(M(i^(uiii^ci(inj^(iJi xi (a ^ (Ki ^ Tii (u (ct (M\'vm (K^ (ij|(KTn\\

/ ^ cïgt; a. * a / Q

(kii (ism (uin o asm (uinMinTiajiJiMssinMasinajTnoEiixaanaKirajisi^

ivji -A (Ki ~nn ^ (üïi (kïi td (lSi t (Kin mvi ^ ojj in (ut (cti t (tnn nnn (^ki (k^ (i-j •

ia qq ac^Q./a c ;

o \\ (0 (uut w w(isinnfin(M(e^(ifl~^(öi(i^(Ein(uït(a(i^(Ki(iji(Ki^^

!isi|,asu qv 1 q q 1 o e-

cim. (iniTn^Ji it| (Bi (M til-AO (a (Ki (Km \\ (ai(i(j(im^iufKin(uo(BiK^(k|i

quot;T / Q QQ / o CUQalt;3gt;

(oojuot ^(isin(irn(aas^(M(Lm(Mg!^^ (tm innlaj(ig;\\ (kjioi

Q, Cjv Q Q CX /

(irin-AMin (u (ifj(aM (ia (^(Hii^ (ian(iK (wiooji^ti\'ici j^M(uiriTii)[|g2

Q - Q

in 02? (uin (Ki o (Ki -Jin om (Kin -nn oin «m «i o \\ cm aiinn p (urn (n (ki (Kin (tn \\ J ^ «U Jl ^

QC?v Q QQOQQ.

wijl ^(Uïi (isin in (tjdei (Ki ui (ism \\ oj th (ui «siik o th (tn (^sj mi

q Q / Qt.

-JiijiTi \\ oji in (uiii ^ (lil am Ti (um o (ïj Tj ^ cjii (i^i| (un fïj ann 3 ^

Q / Qgt; c Q

(KI \\ (lOJl (KI -A TD (M SJ1 TTI (ïj (IQ (til QSfj iDl Tfl (KI am TH \\ (UIH !K1

Q O Q Q / Cv

ojii (ï) «in 2«] (K\\2 ajn ui ann (ïj (CTj 2 o^tti ui oa(K« tti SJI (ism (uin (g_

Q OOQ^ _____ _____ Q

(lajraaninoJiavJiCToasTnowafjKinz (i(j^,2\\ ij (ui itj ^ (w («] (K| EJI

n c Q. Q Q

(uui (hi (oj^o (Qi tti mn (ui^jt^i ^(uin (Kij|(uin ss ui w ^arui ki -atti n ojikki

a^(i(n(iQ(nn(Ki^(K|(a2(i[j(CT2(n(Ki(ui(ï|(ixi (kii(Ki|\\ (kïi arm (Kin iinn^atj

ocr page 351

BA.BAD TANAII DJAWI. 329

. Q

Otj ^2 (m ^ Tj (öl TH (M TH «j ICT1 2 801 ^ ïj (EJ1 3 [l^(K1 (lm TH (Kin lïj 01 ^

oiii.nnnnpiiriJiaKtLmfaKiMTnMiisiniJiTrKc^ajiiisinx (rjomaoi^ojaJiasTn

C?v Q CÏV Q Q --------1(K1(|---------------------------------

Q Q Q —

(Kin ItjOl ^(M TTI (UI (UI (KI (ïj(Kin_AOKJ (K1(l[j(UU1(KlJl.(k)m (Ul(lS(Wl(fcIl(ïj(KlI»2

Q _ O Q CW - Cl

m w «j o ui «sin ^(irin tinn «j «^(m oji mj (K| eh norji (ki jit «ji (ei w .a «j (ir,

/ Q Cgt;C^ /

TTl (KI_fl IK|(inJl S-J (Uin TH (tj 1 (Uin (1^ ^ (Cl (13, (ïj (Cl TH (K1 -Jïl HUI (£11 (CTI

Qi O v Q /\' Q

TnöjN aj(Ki jxi(a!inj!i^an^^(ii^(tii(rj(kJi(^(Kin(UiJi^ (ut\'no|ojiasui

Q, Q ^ . Q alt;3gt;QQ

«jin nnn ^ \'uw ^ arifVt (t^i uin ei w (Kin (ai aan ^(ui asm (Kin oji wi

O Q Q Q . O / Ck

(ui(is;\\ (KJi (Ki (uia^ ttkJi TrimiTn (EJiaaii (uui O T/itKin (tJi (kiojïi as (unn \\ ann

s 0 J (h

O Q O OQ

(ïjo^ojm o ^^(ïjojbi (Ki^iTsin^tii-JiM^Ki JI.!K^(EJI -JI ii^nfj^Min (tj ann^

CX i . Q. c Q / Q

(tm (Ki(uin (ui^ajari (Ki|^ (um (Kin sji eji (Kin ui o ^(um w as^ (kji a-u (Kin \\ cm

/ cïgt; \\ Q

aTmïtHitjMin2miojitianM«jasm2(Ki|\\ Ti(^(W(Ki(EJinr^(uiTn(KiaririTjn(Kin

a /- c a. qc^vq q /

afuiiJUfmiïjMLa^K^iijEJiiJincim ^arui (^(oioaon^ontiaa^ajj, (kiji.

Q Cïgt; Q O Q Qc

a5in(W(i^^(i^(iK(iA)i(ismoi(inJi(if|(Eii3(rai^(KinriiiT)n\\ (m M asm an (U| (Ki Jin

a o . cjv a /

(ui (kn n ? (Lfin aii ofiJi (ïieji 2 annn (Kinmxi(Ki(Ki(Ki(kii(iruiasinajiiiaaiasin(kiiTn\\

JJ\\ w I ^ J^ÖJCJ J

csgt; . Q O Q. / Q a.

\\t^(iq x^o^th irjw t^(BI nr^caiTn a-namTTi o (uii|«jo 3 kh-q-Jin (k^ojit

q . / o

nnn^aaji(ig;(uin(i[|annirjann(rja5in[wiasin(uinas;(isnnn \\ (Uin(t^arij(Kin-Jin!Kj_anj

o a OOQ./Q ^ \'Q

(KT^aiin ^ (ij ki (Kin O asin an ^ iK^ \\ w bi ^ ail ^ niii ann arui tt i w

Q

quot; 1 (Kill ^

a Q Q i Q

|(Kn Ti afjiiui 2(kii_A(Uj (Ki_5gt;(™i a^w o (ïj

ao / q.oqq o a

(Mnnnnm|aaiiWi as^ nnnn itü(um(Kt/(ui Tmn ïk (is uui nnnn ann m \\ (um (£Ji

oc^/ Q Cl c Q l Q

(U)anagasin\\ (ii|aju(Ki^(i^K^(iao(tji^(ui(t^(Kii(EJi~j(Ki^iiaji,y(K^(£Ji

Q Q / Q / O. / Cl .

(UKKin^inja^dJKLnn^^ w osin (uïi (k^ (Kin o asm ü Kin irj

ocr page 352

330 Leesboek.

QOQQ Q O. Q OOQ / ^ .

ïjojiiijW(Ki(Eimnnaanm^aoi\\ (uiiiK^ mnn(pihT/tunniHias^dJidsiniKin

Q Q Q / Q. \'

tti (Kin kïi «ui n^.ao) \\ (Kin(i(j(CT2(K^|(uii «^(mniuijanjiajin (M (ïjtJi—fl (uui

Q. Q. c / \' a * a

(KTJI (ïjTTl ^(Kl (Lm EJl«j(Kin (LJ(Ein (M «j (Ö1 ~J1 (UU (Kl^ d^iK^ iq O «j (LH

/ . / o a a cgt;/

(ui (eh (Ki -Jin nnn o \\ (Lm(Mim~j(Ki-Jin (itj(^ nf^\\ (Kin aci ijj m (Kin (yi

Q c, / Qt, C?** Qc CIT^

^(^^(KLn^^iniiasraanji «jin «j arm ^ (E| nrw nsin ~)t oji (wi nn (Ki ^

/ ^ Cgt; O / Q O Q

(^ci^ (ui iïj (EJi —n (uui (Ki —j| mi ~nr) (tj 01 aHfKKin djH ïk \\ (i^ajEJiaai-A^^^

a q o cl

(ui (m t «m asm o (tj012 asm (m| \\ «jojui mi~^aJ^ ^tuir\'lK111 x ^

a a a o

am ^ (Kin (i^(nji inn ^^20^1 \\ mjajui (Ki-^(U(£Jio (ïjWN (ej| nnn «j o 2 ^

Q

^^(Lnn(i^(Ki|()j(U(ïjin2 ïjiwi-iinao) (i[j^(£ji^^(Kin an^aan\\ tujaai

Q Q O Q

0(M^^(Kin(ïjO12afjT12(l^l^(Ut{KJl (ïjEJl-Jl (LM (Kl|^ ^(U (in W

^QQ alt;3gt;Q Q/ OQQ

(Kindj^(Kinanjiai^.(W)\\ (uinnnn^(Lnn(ioi(i^^(KL(iAmn\\ (K^arLnojinEJiafj

t / CT^ Cïgt; Q / C2v

^(KinMiniLmtoanasinaantKinJïiiKinwEinTnMinaKtKiiKiniiSs^a^afuiaaii^

1^1 CJ ^

Q Q Q O Q Qgt; Q,. CiV C^v Qt

m iioii cm.(wi [Ki tui fKi (uianji (Mi (ijin ra naji \\ aiii (on (i^ ann (isn ojïi (mn (kji

J cJ ^JCJ

/ Q O Q c Q O

(ct ajm (Ki 1 ui iti cj,öj nj agn «^(uioatja^ajii^Nafjdci (Lnj m (tj

a a „ / q a

gn(K^(uio(ifjag,a

O -.V ,

mUn cinm \\ an (ai 2 asm «] (Ki-dL2 o «] (Ki _d).2 (üi (Ki asm (Kin m (Bi \\ aait an (Ki

(ïj(cj cimi^\\ (tj(ai 2 asm «j (Ki-dL2 o «j(Ki_d).2 (üi aflasin (Kintti(Bi \\ aaitanati

Q t / CL Q *-

M^^ima^aoJiiAna^arifio^ ajm(kjiin^ajinajj oki^mvjo\\ TnifjMm

□ o .aaoa Q QQ\'Ü

a^adnaJi^umsJinrm^ajin^ o ü (Ki mi ^ cm aan a^, aot \\ (K^an^uii

Q, O Q CL Q Qc o cv a

ajm(MmKijo(EJiTn(wiTi\\ (r|(iairj^iJinojo^Tri^ o asm\\ (ïjojut (ki jl

Q / L Q . Q /

TnooJi-nnnnrioiïjajmzatjanii^uin^iïjMmwaimaCTKDvasm^KTidci runno a^(M(Lnnafj(^ (m (Liu aaj o «j «ju 2 nm t (Lj (as^ (ij xi (Lnn

a^ (i^ fm o (Ui (ui aj| (a^ \\ (i[jaan2(ïjTn2(uij asm o (ui (ui asm ~nj asm (Biatj

a . a / CL a

(OT^a^iQ ui «ja^aJi (M (Ui as^ \\ (Lrmam^injON atm

/ Qt

aan Efl a^ (M (ïj tuin n^ajm 04 (ïj (Efl ~Ji (uui (i^ atj iju afl (Lnj aan (M (tn ^(tj^a

loei (Ki~3gt; a^wi(Kt](too (ï](K^aJi ïtü(kji (ui inn om O (ui (Kin ^atjrai ui ojin atj

ocr page 353

PANDJI.

CT^(LiiJi^(unvJi(Hniji(M(Ki^iïj(MO^(iJin(Oiiari^t(inn(iJiJi ^ (LJ (ki ~m wi

/ Q Q Q Q c t. O

(UU (mSlKÏ)(t^(êt(U|(^tU^(KV(SlTl \\

(Ki~j\\in(Kiij ïj(uui(Ki jïiannouin^to-win (p(ê:N (uin^üM^aE^nnfiofui-nn

i a / o o / \' a a a

a™(iq(ïj(ia2(M-A(irno(Kin(uij(nJi\\ (ïiMM^Mi-ift-raiitJii^aiincim^

/ Q Q Q Q Q Q Q

(«m «i(End^ajiriaan(uli ofjquot;^(Kinaanan ro (Kin n uiri(k^ mn (i^\'o (ïj(Kin a (fj(^2 \\ o(M(^^(uu2(inn(ïj^(i^(E^(\'fj^,Tn^tLm w t0!®!

(ïj aan 2 (ï| in 3 cti wi (iai| -^o, (OTi^tn os^ \\ M ^(ï|a^2 asin (Ki Ki^

/ a

(Ki|iaq(uui(KiJincinrioa_nn(EJiaan?^

\'V

Q Q Q (Tv q (TN. Q O

n aai arut aqn.aoi anji (i^ui (EJiasin(Ki(KTnasinM1,s1Ii,,n(,-|i(Kl(Ul(K1~n,1(i:i1(K1!K1\'1(L,l [| ^ CJ yj (_^P l Qv Q

(M(a(Kiii(Kiü(im(M(in(uin(M(Kio(Ki(ikmfM2o«i asmaannojui nnnn

. 4 Ql J QCJ / q Q

(i^i a^ aan aan n (LnjcmaJi^—jW-Ji^anri^^JiiEJi^OTi^as (if;quot;^ (Kinaan t^(S aan ^ (En a^ m (Bin »ai in (1S1 \\ (Lm(8i:(y oaanaai (ui^aan (tj(Ja2o

(Ki^(uin(8i(0^tM(i^(Kmo(^(Kinaa}t^(L^(Kino(kn|\\(Kiiwr»-n

Q O ^ t. o Q O / C

arui (til \'ïj am 3 (isn tKi _ii ann ^ \\ (Mi aji (kti arui ^^02 ^ (is^ \'in in a-j [Kj

(w (Kin (uin o (i^ ^ 01 w(ui Ti \\ (^(irin2CTafl^(g_(Ln toJiiïjTn^m

(iSi(in^(u(as^(}vJi (ijEJi—n ann (ki^s, (othk^w o a[j(K|,(Ln (§1 Si a^aoi (ui ooi

o / a/ QvC^aa^o ^o/

(Kin lanuui (Ki^^^mmajin (uili^^tüin (KvtuiTiio (Ki~m«j(oia(ici.(Kin i^i

(§:N (t|(ö2(Kin(iS(a^(Kin(K^(injM^™oii|^(ui(§i(KJi(EJi^(Ki~nti(inn-

/ Q Q o O/

oiJinwaan-jKi-miKji^ tmp (L^ M^Min aai (ïj w 2 na M (Km (tAnfj

Q / cr^ Q„ ^ O Q / O Q

ajin (ui (oj ^ajin (ïjann m (ui ti ij arin (M a^aan am (Ki ~nn ui ^ (um (Kvdoi

q ^ Q Q Q». O Q Q f. c C?v CX

ttin (Kïi(BioTi(iJU(ua[j(£n~najLn(Ki-Jin(KV(iJiTnanji(K^(i(j(uin(£Ji(i-mcirn

ami^ (ïjtia^afjwïj^niöam^o^^iïjo^aju

(Kj W^2 CTl (fjO^^^ (ITO (BUI Jklïjtn-n aiUl (KI J ^ a(jCT(M ^(Kljj^ ^

331

ocr page 354

332 LEESBOEK.

O Q Civ Cgt;

nmnp(iKmJi(inji\\ iïj a^n 2 ct w^iïj ici 2 (m Jkt (Kin iitj tcin 2

Q 000

(™j|\\ (uïiama^^atjOTiN iïj012 asm(r| 2 mi j (in

a a a o a

(KiiKinnfj^Tnï^oaajioiirui \\ (^(uui (KI^(BI^J|(KI ^ (Ki

I II Q I Q Q Q O

^^(tj(mTn(t^(Uin(rji™(ïj(iSfinnO(M(EJiij(ffi^^ ^\'Kin anji a^.ooi EJI

/ Qi Q Q I O/ \' Q-

as^N (uincim^(i^(i^(Lm(uii^^iKiii (t^M«jto^ (uu (Ki!|(uin ï^ari o

a * a o /

(i^Min (u^(nji(M (U^(Ki_ji(i^inn ^Kinrui ojui mi ~j I^eïj (m aij (tn -ji (uui

q o 0/ o Q o a o

(KI -3* Oin \\ (Kin(UlIl(inJl(l5ina5ini(kll(EJl~Jl|in(lft2(lSlIl\'Kl(Kl(Kl~JI(KJl(KUfKll(Kl[l

cs. J J (on ui

/ Q c / Q O !

iit|aAJi(Ki~marin(UiaJiii(EJl(inji^\\ m (a| (irt (Ki-Jïi tj (0 ar^ w as^ ann mi

/ a o a qgt; \'

^((jn2(M^tirno^(ij,(K||\\ (M(Hi^iï|^2!Bïi(i!j|^(a (Kin (M «in (Kin Jin

O Q O Q 00

(Kin Kjarui ^ ^(uümMinarj^afirn^^nruiaaiiN «j (uui (Km asm

/ ^ 1 a o o

^t(Kin«jol2(Ky a^^asm w(ïj(£ji uui (Ki IKI^agn (Km ia ^tum w (Eli

Q/Q cQ a, OQQ

^ojj ^a^Km (u^xuim asm im (1011^ «m xann \\ «j uui mi -A (lj

a v / o O

(Ki(Km(umt(Km(i!ioi2(Kmii(M(in(£ji^iajuim(Ki2(KiM (ismo (ki wm (ui(wi uzi

d a ( 4 I J

(kij| (um (öi ïj (Km (uj (wi nfj (tn ~ji (uut (ki -.s» a^i wm ojvj (irui turn (uj (W)j| ^

Q Q Q Cïgt; Q !3gt;0. CX / Q

(Kmaantmtwian_naK(L,i(EJiasm(Ki(Kmasm(Km(ui(}Ji(CT(ilt;iii \\ (uinaJiaJiKmTn

7 a ^cj j 4 J J

a a a cr^ . o o

o ki aan cmooi \\ nnnn ijm^amiaanajïiasmiwi-AwasmKma-JKKKKiiajKWi

M J JJCJ KK KK

, a a a . / a Q

cïgt;,a Q 0*1 a cCi^

(Bi nrij cum (icnn (is t um ^g^firu^aan (L^ (^as^ (U (ran (K^(ui(U)Kja^(Li(yi(tJi

/ Q Q a . Q

(^(UU(K1|\\ a^aTl(M(Bl^!Kl^ (^tim^(CT (LIU (KiafJW (KI ~3gt;

Q / Qgt; c Q . /

(rai\\ (umas^atjtt)(EJi(ir^cum(uimasn (inni^nm^Mm(ui^aan (Kin in^

C?V O C?-

CMtBtMOfja^ajiJia^i^aKaLTiiaanx a[|(uiJi (Ki-Ji (ran a^ia (Ki j).(ï|(EJi~n(ULn

a. . a ^ Q

(Ki-jm(EJi(in(Km(Km(i5m(eiaan(Ki(EJi9Jian(EJU(uui(Ki[i\'^ ^aji (a an «m

I Ol^Ti 1 J1 ^

a a a a /

atjigin lïjiq !kuii™i \\ ajm am ^(kn (Kiwm n (iR an (Km t (ui^o twjaantum (ij^

o\' a a . cgt;

xi (ifj(M2 o an (öiijLn (i^(a iïj(Km(Km a^aan am atj^m2(M M (Km|

Cïgt; . Q ^ ^ Qv Q. Qc a

(aar^(Lnn(iciTn(if;((j(Laiiamanj)tts|aan|\\ um O (Km in afj aci an J agn O afj 1^

ocr page 355

PANDJI.

Q O O / Q / Q / O » /

(ui ei ^01 (isin iïj(^isi^ Mi -jinnnÉjöEiaJiasindtinnm oijia

Q / 0^~ O Q Q O CX Q

omin (ii^\\ a_ita(KiKinii[|(^([3v(CTn\\ (KI

c CTV Qc CX. Q„ ^ c Q

TTI (Bi \\ (un jn an imiiij(irin2(isin^f(jam2((^(k|^aTniruiTn(MTn^

/ . / . Q. Q O O Q

-^(uin [i^iïj^(Hrinamo\\(Kinfu^!iaai(KiniEJi (M| uin nnn ^(wi eh ^ki mn \\

o ^ o o , a al

(kii(Kïi(injiK^(Mici(i5in^jgt;(tJiiinjiia(£Ji «jiiLn (KUKotjEJi _ji a.ui ^anjt

a. Q Q Q cu, o lt;3^

TON (uiri^füiKiii(in(Ljw(Biaan^\\ KjTn^tKKaE^^arKnnJt-iïjEJi-JidAJi

o a a ^ ex o

0 \\ cqifUTn ( 4 \\ | l-A

a / a a / c cïgt; .

o (Ki| ^ ^(uin ikti| th ïj (ui (Ki -Ji ™i (ifui(i^(uin[fü(K^TOi(isinKin

/ / Q Q Q O

cinnoN (KJi (cti (u (tn icti| % (uin(L)ut(Ki(a(^|(Lm^iïj(Ki Ji-arinoJiiKjOitmi

Q. . Q, / Q Q . O

(ufi (Kin in si ^(im (^(k^ti (ïj(ia (Ki ^ rainnji (til (Kin (isïii|(amp;n

Q. Cgt; / Q Q Qc Q Q c

(ifl(nji^(Kin(in^^(Kji(^(uiJi(Ki|\\ (}vJi(i^(^ arin(uin(ïj(Kin3Tn(ie:(UiN o

CJV o / O O Q / CÏV

^^(isin(Kin(i^iirj^^(K^T!j(Eii(ïj(uïi2iïjM^3(CTiK^fïin(ici~iï) ^ (ion XJ1 asm

/ c Q. a Q Q . Q.

(U| om (ïj ~~

ran(U|(tj(K^!Kii|(M^aan(K^(uin(ïj(isin~fin(^aanijict(Kiiam o t (M mi

o q.o a o a a

^ (Bi(Kin(i^(iJi(UM^(Lnn(Ki|\\ ct (öi atj u cim «j (in o (ïj t arin (IJl (m

CX O / Q Qv gt;, CX . CX Q

(Kin (ia (uu (i^ (uin (Kin o Kin «in ^ T.jj ïj (ici (g, ii| (ia o (uj, (Ki || ^

Q O Cïgt;

j| (Lni| Tl (ïj dCl (KIJ) quot;gn (Kï| (UI (Ü1 dfj (UI IjJl ïjSJI 3 O |!^(CT1 ^

Q. Q / c lt;Sgt; . O Q

EH\\ (um(wiin(U|^(UIP.(LJ(Kt(Ufkdj(gdaiTi(EJi\\ (iaji(i^(uin(i^(Kin0(U(ui(ïj

Q

(tj (^(Kin Ti (Bi \\ (MEi^ntj^cjann^ (Kin ti (bi (a (ki (Kin \\ ti «j(ui (Ki j

Q Q. a Q Q. lt;3gt; Q aT ü.

(irui ïj ^(kJi Ti tuin gyrurx (uin(ei(ïj(Kin3(MTi(iJin(^tKi^(is^(wjTio

O / Q Cl Q ü CX

(KKKin(ljooin (KI|(Lfinm as^ ti(ki (uijo^ti(Kin (irui ci^boi n (Lnn(Kj(Ki~Jïi

/Q exerv o QCX\'Q ---inTio?(Lnn(iS(inJianji\\(in(ui3(£jii(umo(KinTi(in(ui(KiTi\\(Lnfi(iK(MTi

J\\ I JU (KL, ( (KL,

Q/ Q. O / Q Q. Q /

(in(ïjai\'¥i3(EJi(E]i-ji(Lnn(Kin(wi (èïj (uui ki ^ti (Kj (ui (ku rai tn mj

Q Cïgt; Q CJgt; O Q. CS^O/ Q

(kji (ki (Kin \\ (M(uintnjia^(oi(ioiaan(isino(Ki(Kin(ui(wi(iri(Kt|iN (umMdaiTi

333

(Ktiaiino^ (Kiniïj^3g(}j^M(i5in(irn(iqam(iq(Kin2Tii(üi ^anji -Jïi

ocr page 356

LEESBOEK.

iran i(Lnn^!Kï| !i[j(Ln)i iinn «k afui non turn a^E^aru^tKin clj

I Q t, / Q Q». / «,

(m (eji (£Ji ar^ (i^ annn (c^ n (u^am^o^^CToiüft^iïj^rai ^ ^(Km (Uït (uui (is nnnn itü \\ (Ejnrui quot;j^.

qq. aaaa „ a a qq^ ajin(Kri(KiinrijfaKjQ,Tn»^Tfiarin\\ (Minici fïjfifui

O ^ „ o a q

(t^o«jxi3(Kin (KÏI 01 wi (iaij|\\ (tjMa(ei:(ïj(ici((|(Ki-^n2nfjaaii^\\ twi m

(uria^cm^iJi (isin aan (E| fifj(Ki ~m3Tnn[|(U¥i3iïj(iriJi^(uin^,

/ a lt;sgt; Q a CL

«g; annn m (Bi (is^ (wi iKi Min \\ (KJi(Lm(inji jkojih i^tJi J o inja^Tn nnntwiKin

o a, . o/

(Kimnsjix (M(uin(M(8i~j(Ki ~^.(£Ji Tnaji-nnMindxiiitjdnaav^ aAdtj (Kj (mn th

_ Q

i tti cinn (ui

/ o a / o

eh^ (^(is annnp^^mijj ^Ki^OCTijiM «sin (uin

i Q

OJT^ gt; (EJ1 (HU ^(Ul (CT1 (in g (M (UUl C^jj^

/ Q. „ O Q, O / O , Q

j| (Kin cwi (É^ (um «in «j o 2 ki^mi jih (ici aj^ ^ 111:1

Q / Q Q CL Q O Q

(uuumijl^ mTp (M^a^oifïjaxi J^(iJing!^(Ki~[in(^j|^ (uiü^Kinnfj^,

Q / Q Q O Q. O

(tjdo oojin iï|(o cimN (Lm(uut(Lrln^(l^(Lm(^ra(^J^J(^Jl(ïj^rl(Wl(ïj(tJl^lrlJl^

O O- ^ / / Q O / Q

ism (Kin (K| (ui ^(uin (a®jann2(ir^(kii(i-n(MO(Lnn(^jjN (uin(K^(Kin(tg(K|(uui

/ .. - o CL

o^tuin^drj.g,\'^ (Lm (^xiMin (i^(^cLn)t ^(KT|\\ td (^ (öi (3Jij| (ui (Km «j

(it|(an2(i[jTh2(Kin(u^(m(^^(i^(M^(EJi JOJI (Ki^(i^(Kin(KJt(ïj(uinN oi(ï|

q. o ^ ^

«j M (Kin (ui xi (a ^(kji (ifl quot;in (ie: oji (iri ïj nnn (Kin (ïj (uin ^ ^«|(uin w ^(Kin (ioji (uui

ro «in w (^ (Bi j (uui (Ki. Ti xi on (ïj (ia (Ki ~ji (OTi ^ o (uijKjaxi o ajm ntj^

Q C5gt; / O O

ra^ajin«jann j^aoiooiasi^m uui (Ki~ji in i.uingi^Kjm(Kjm as^ nm|

O Q / Qc o / Q

(Kin wtj th (i^^(uin (lj^hi (ie: nrnn(OT(Lm(iQ^E^(KJil^(iJiJi (Ki|\\

Q / Q I Q Q / CL Q

(inn(U^(i[j(WO(uin(ï|(0 minajinEJiarin^aJïiN (kh um (Bi \\ (um cinn «j (U / Q.O / a / o

TH TnJ^^(Kll«|(Bl~n(UU1(KlJin(KintKJl (UU1 ^ OS^ TH !Kj

E^(ii¥t\\ om(Li(Kina^(m (un.(Kin~n;i((j(Kin^ as; cinm asm o Si (Kin ^

ü a o- a. a a a

^ (oj) (if| (tnn mi t (uin (kij «^(Kin (uin (i(| «in (Kj (^\\ (in (Kj (Kin 3 üfj .Kin 2 ^(Kin Q,

334

ocr page 357

fANDJI. 93b

Q O . Q Q Q . Cïgt;

Tnt(uin(iJt(£Ji(wi-Jioinvi3)(i!jg_(ui(yi\\ (Eiiiu^ajintuni^rairaiiu^as^n^a^

ao a a a q o

Tl (EJl (BITTI (U ^ ^(Lm ^(Bl !KT1J (Uïl (EJl(l!j(Kin2(KJnn(m(Ul(K1Il(M

a a q o/ q. o

atj Kin iian Kin (ej \\ (uiiiïj w iïjiKin2 (Hi jm m asm in dj (Kin (tinn mi arut (c^ ^uin

Q / Q / a c?v

fl^(aiaan|^ ^«jtuiotuiniïj^ nr^EJias^nJi iki Minx w ajin nan tie:

O a O / /QvO Q t. o v

^oi(isin^(un^^(i^ïj(^(ilt;i|tuin^(i2raitKJi-A(oi in th (ui ü «j

a q c ^ , q a. o a. a gt;

«j am 2«| oji as «j tui ^(Kin ik^ oj nsin !K^ ^ oin \\ (ui tui Tri (wi «in (Kin

Q a / a c / a a.

to (Kin (U (ran \\ (MOffj^OM (Kj i^ ^ (nri^ (uin asin (uin

Q O/ Q t / CU Ggt;

annaan^ ®j(uu(Ki^(Bi^w((j(ia2M(iAKi(ij(Ki^i.^^(uin(i6:(inji(ifiJi^

Q Q. O quot;Q / GVQV

(kJi(o^iifj^oiTn(M(£Ji(Kin*iri(Kin (kji|(Ejdti o (um(tj(cj m\\ aan (ie: eji (ici

a . Qv oo Q. ! Q

anji-jiu(Mom(ui(iri(Kino(Kin(M(ui(Kinaiiam^ ^as (iiim(isnmkiaai\\ an

lt;Sgt; x ZJ1 ^ ^

a a o o , o

(uiajintdJïi M tdJiin asm (Kin (ui an (i(jann2aai (uui (tn«jaai2 iïja^2^ ^

/ Q / Q CU Cl O O

^(um (ïjTn lïjdci (ui(um (ïji^ (um nnn ^ af) cui in alt;ij| (eji afin asm

quot; a. a a a q

o aan ajm arm ^(ui (Bi ~j| (kt| anoaa-ja^ui (Ejiooji^ -^ojm ajui i (um

Q Cgt; 1 O Q

(uituaf)iiLH2(um(ie:(Km!ianaAJiasm(Ki|i(ian(Ki_mn(um(Eii(KiJm(Kiii(um(is

I J1 CCi

(Ki (Kin iri \'Bi iinji ^

lts

ii(jiEJiafijv

Q Q / Q Qt

ae; anm (ism(Km(iaa^a!j(ui(ij](uin(rj(a amn non (iS(Eii(ixiaajiJi,(Km(i(j(Km2

QO/Q CU/Q OOv o O

in (Kin (KJi (uu afl| \\ um (an (tj (ui 2 w^am jkisï| ann aan -.an ^ ^

O Q. \' Q C£gt;- o

anfKn 2 an anm 21 an (ai 2 asm at] (Ki (a (Km (Kmi n (um «1 o 2 an oiiim asm M asm arm

I I CJ I ^ 4 |ca ( CJ ^

Cl f o . Q / Q o

w in ïj (^(tj aii o (um atj (ag a,^^ (M(ui«j(ixiO(Lfm(i(j(an ai^(tD (ia anji ji.

ao ot o Qoa

Hmai|ann2Tnaim(iajiaAJi(Ki_A(is^(inri(ian~nng!)a^fuii| \\ iïj(Km2Tn a^

- o cw 0/ 0000

^(Kmiïjoia^QaK aimasmt(Masm(Km(uia«|\\ (i[j(ai2(ism wam^(uiaaji

Q Q Q O Qgt; t, /

g^(Ki -jm (^1 aan nu g^ajj afl| \\ ij (ici ^ m sji ar^ anm asm jntMait w

QQ a / Q . QV O Q

an m itj wo ajm afjaag af^Jji asm (uiaruiar^^ajm o^fEn anji|(mn asm asm^(um

o cx a o Q. o

(Km(Ki-Jma[|(ig;2aan^ M(i^(^am(umo(Ki(uiaan(i^^(um^i(ai(iafij|(ui(ui^

ocr page 358

336 leesboek.

/ O CX t.

(^iiK nnnnasiniïjKm waamirKkHü fmniifjtiJi-JiiKinasajinatjfkiizaatxajiici

(Si win in 1^1,^ nnnn (ism ^ (im M (uin (i[j(g fi^ifïjaaniïjTin^oïafjfKin atj^ c^a Q / QO a Q /

(ui (til (KiJI^ (ïjdci oum iï|(^cj tir^asin (UKmn-AKin «jdg; Joan \\ (M nsin^anji

Q o a Q cxo a

nEinigi(if|»^Tn\\ (l^^o^2(lS1^(Kl^^naallaJ|^^(U1(lJ^(lJ1^ «JinoMinasin

(a(i^(Ki(ïj(Kin(EJi((j0 2(KT|\\ afj(ici(8i(uin(i[|(g (iig,(EJia^N «j (unn (ik annn asm \\ aSi o-j (m (ui (fj aoa ^(ij aSi (kh (tj o ~ji uu ki^eii gm (ï| ici (ki ~ji

q O- O OO Q /

(ciim \\ m (ia (Hi m (Ki 2 asïi (ïi (Ki 2 (Ki w ein a anji d ^ fififin asm (ki

lt;s. ( üsu (ca ((j (isuki, J[ / q c

(Lm-Ti\\ (im(UJit(Uin(8ita^^(ïj(Km2(MTi(uiri(Jj(m os^thn (uni m(tj(uin

, O t. Q t. CL O

(KJi in (Ki (mn (ei cm (u om o ^ o (fai ijit asii jji ti (ei tai in o (KifKm

O ^ la J _

, / q a a a a. a. . lt;^gt;

o ooi (iri (Ktji (Ci qot ifi (Lnfj o (Kin iirui nffi.doi nfj(w^(Lmo^^(i^ as^ 8^(is

o a a. a / a / a

^ (Bi im MI (ion (kii _d,(ei in (KII TTI ^ ^(uina^ ^Tn^Moimïji^ CIJ^N

a / o

(o(^(u:(tjMTi(i^|(ïj(m2(M(Kin(uiijiian\\ (Lci(ïj(un2w(^(bJi(Kin _(in nm w

C~v Q / / Q Q

tn(t^^(uin^ (is cmri(iïin(Ki(uii|Tn\\ UKKUIN (i!|(ui[i2Tn(Lm(Ki(ï|

O/ O Q Q Q Q

(itj (ixi 2 (ui (Q| \\ (til (inn Kj (i^s-Ji quot;iTiKin (ïj(i^(Ki -iïi(i^iinji(Kmi.\\ (ïjajui (iiui.Tn eji (Si^(Lnjquot;?)(U|(Lm (8i EJi!kji-Jiagi ïj(un 2m (lnJ,(at (Kin «jm2

(Sl W.(Kiri (CTl (IK \\ CTI (Kïl (UI ^(Ul (UI 0019-J1 CUl O (ïj (kH _dl.\\ (IC1 (UI

M(^^(n(m(Kin(i!|mTn(EJi afifinasin^ ^(uin(CT|-aiij(ïjWO(uin(ifj(0

a a 0/ q cu. q

nmnx (ïjajum^ï^^KinCTW^n^mEJiaa^EJl-JiaJLnfliiiPJinaiïi^Kin

, \' Lcgt; o cS .

oaan(M (£Jiarri(Kin ~nii(Kin (KI-J1 (ik ^nrriaa (Kin (i^aaji \\ (jj|(ïj(tji2nnn(i0i(rj(amp;ij

o . c o- a

OJU wjw^(Ki(Ki«j(Kin\\ (i!j(irin2CT^(K^i(KJi^(ui(iri(aiOTi(Kin(ij(inji(r|(Kin

/ t Q

(EJ1 (ïj O 2 (KI _dl,(l!| (EJ1_d (UUl (KI -/ïl (IS^ Tfl (ïj (KT1 (UI (ISÏl (Kill (EJ1 (Wj ïj (UI (KI —T (OTI

o (ïj (ki (i3\\ (CTi \\ ooi (i5in(^^^(ïj^2^^^(ui om ((^ aan mi (mn (En Q Q üi Q Q O Qt.

sol ji cinn t niiiï asm o ojïi soi ®j (eji -Ji (uui (Ki| (^ ot (M (ai (i(u ojih (n ^ ofl

O Q / Q Q C?^

(Kina^anji^ ^^^«jwoiLmatjl^ ci[^(am(Kin(ui(isin(uing!^otjW2

ocr page 359

PANDJI. 337

finntmntuj o oti eji cm dtjici (Ki—ütraiN §1^00 a-nn (ki ^ iiaj o

Qt Q Qt O- Q 1 G Q Q CL

^(^^xt(MTni(iJij(EinOEI)Tnajiiig^iKi-jïi i^jj«in EJI (wi^mi TI PJIH (Kin / Q Qt O O

(kjil^ojui (^(uïi^^mjKin^iiafLjTniïj^^ ^ajin ^iti KI 2 itj onnn 2

Q «, /

(nji{i^(Lnn(^^i(is^(Kfl^nfjCTj\\ (um atj nnn \\ (L|^(ui «jici 2(k)i(M ntjEJi ~ji ajui(KT|\\ (M(m(Bi^^(Hnn(u^aanaanafjiici2(k)i mj\'fai2^1 Kt-jim iki

O ü O CX C3gt; Q Q Qc cv

(mewtKTiwcBiMiyajiKina-marinajinoiN (Kin im ia (uu ly ii-n n Kin (in

^ (BUq aa, ^ ^ ^ d 4 JJ

(EJi fj (isin ^(tjo 2 (isin (ku ïj (ici 2 (M ^ (ïjoxicuiajinxfj (iig nr^ (Bi n^ioi

CTi(^(^nii|(^(iK nnm^N s^Kj (éi 2 ann im (Ui tti (ktj oji an sji ^ji (uui mi

O 0/ Q C£v I

^(^c^finnn

Q Q Q Q

Q ^ - / a a, a a o

(M^n^ ajin ti^»aiajiJi(^((j(uu(wi(i^Tn(ïj(ui2(iaJi^iïj(Lnii(ian(Kini^(Lrifi(ui

EU (M (ran ^ ^(^ici (Oituin nrw (tn \\ aSia^Ki^-xjMiïj^^

^ionnKinon (^ (ui Ki (iaji(u ^(ioi mi (Kin (i^iiaii^ (i^ mnn asm (um

O O- Q Q Q Q n

a^dci ^(un aai (Ki| \\ (uin(Kini(Lm M^(uiatj(^(^Ti ann w g^Kin (Kifiïj arj^Ki JïiafifiïjOKTaaiina i^| (K|(L(i oajin afj(cj nr^iwi

(i^ajin^a™^^OTig,ar8i(inriK^aj^\\ aan^(Sio ,ki as\\ (Wdj^Q;!

O O CK, Q Q/ CÏgt; . /

(Kin^\\ asin (^ as (i^ asin Tj(M ~m firin mn ^ (tn ar^ ok cima asm (Kin afj nnn (isin^tuin (tnn irai (i^ ^ in (inn(M mn (1^ as a[ja^a!j(ici (ui (uin (ij^jg ok

(wiajinquot;in^n^Eii^Tn(isin_A(Kin(ik(IK (ifj(^(Lfin (iK timn (isinanji (k^oiti om a^ (i^j nri S (Kin (KJi ^01 Mi ariri aai (urift^atj (ïj (ki ~nn 2 in om (Ki m oji (Ki| (ïj(uum(Si(ULn(Kin(iJui(^a[jMin2af) 0^2 \\ cwi aj

wafui^afjajLn^a^SrTj^T^aJiafja^ranafjajinN atj(m2TI wi ^(iJi|atjajui

(ki^oji Si(i^j»ffl\\ iSi uui (8i^(Wka!|^iïj(i.q o^, ^«jia o (um «j

22

(KI aai

ocr page 360

iïj(cj nig,annSquot;(Lnnin(UÜiSquot;(iK^ aatj cimn2(EJi ns^

(Ki| «in «^nmi oiatjxoi ojïi «j ihmioji ^Ti(iSM«|(EJi-ji(uiJi(Ki^(Bi(}a~m ï|(ag nro^ nnmasmtuinia^ia^CTN (M(U(i^(ij(KTn(isiniBj

((j(L^^Sïi^lll[^w2(l!|tlml^2^ mi^tKinnj^CTCT^fèin IIK as iKj^tuin o ïj (Ki 2 iïj am 3 ^^ ^ in 2 (wi ^^tLm ^\'WjI^

^((§(^^§■^ (5 (is cmnasmoTi^Tn^^o KÏI (KÏI OJJ a^tun

a3^ (m(eTO^012CT tlTO(^|(Km«|^(K1^n[j(^2^CT2(IJ1 (l^(K1~nh

{l|M2(KTn(K)lM»™^(L^(K^Ml\'W S\'linJl -im (^|(W1 01iïUl(ï|(UU12^(LIJ(ï| irj{mo(uïi^(3 (u^am(M(a^«fl(wi(KJioi

(K1|N ^Enori|(2(is mm asm aan (ik oi (ai ajiii aai (i^i ae: M aan n (fj ™

0 ./. a.a^^,

ra^i«in-n(BiN ^(uuiw^e^maanej^^tiAgojn^TnM^

MmMo^aanfei^^timajfKi^MWJ Ao®|g,M(CTiN ^ M j(Ki

K^am^OTI nu a^^o«SiSm«-J0J1 an wtfuif^ui \\ OJI an w aai dj aim

anjin^MiN ajin(Hnajm(UtTn(it|(iaa^(MTiCTaaiaSianaA^(^(K)|^ ^ ^(Lm^Tmn«|(W(KiJAN (HniittjafiJi(Km^a^(M(iM(KJiiï|(a-Ji(Uui (Kt^-intEil cmnasinaSi^anJiaanN (Lm(ö(Kjaffli[M^(a~fl iaji m (U| (Ki ~nn a^^TiaStKnyei ^(uuaniij^^aajinanx ïj0 2g(K-,-Sü ct roi aij «|(ioi(CTa^ewra(Kijp ^(OTiamia^MianmaaiN im(uutTn((|aJn (^(MTnM^TnQtLmMN (ïjaju m^i(Sig(wiaaiaSi ajit|(Ki ~m2 xi (i^(M«|(MCTe^Tn(EJigTn^ (^(HnMTiTnK^(uin(KiwTri^«|(uinN

!in:,|(iaj,x ajin (OTi (Ki (U

Qt Q

338 leesboek.

t O Q, / Q O ---/-

- - ------ ~n(ig(Kin (um

/ Q quot; Q.

nn a Mann sJi quot;^1 ^ 10 ^

in ïj in oei ~n a^in aan (K| (U| a^i -ji sji ii5ïi|(ïjiKin2 m^(ui isn ak ooji iinjt aai

ocr page 361

PANDJI. 339

O . Q / -JV . / /

(CT(iiJiafj(Ki^tim«^(KJio!ai -^oan_n(KiaaiiM(isin(Kin(irino\\ (MosinKj

/ Q a. o o cjv CÏgt;

an (Kin 2 w Ti o iKi jgt;.(Kin o(KiKTri(uiao)(iriiiqiKi2(isinw(iK(iqw2oiKi(isin

I fa ) , ) (W aru | (j

/ a / c?- a /a a ao / a Kin tti EJi \\ 01 om arm (oi (ui cti (ici ^,\'0 (LJWI^okukuikkïkm ^os^oju

Qc Q Cïgt; Q Q Q

(Kljj \\ (Lnn (B TH afj(W (KI ^ (^(^(l^M OSin (EJ1(KJI (K^IV^(LJ (Kl| (KI (EJ1 Tl lïj(Ul

i / CJ1- t Qt quot;O- Q i

a(|fKi2arin\\ (EJi as^ M asm (Kin Ti til \\ a^^(U(MiKin(Kn(aa[|xq2(M^(i^ aifl

a a q \'a . a a/

(Uïj O (Kin «ji aTjjjui (til in ^ o .uiij ^ la^n irii| !Ui o t| oji ij \\ ajmwin

a cu o- / a ac^ a . q q

a^^ajina^tm^w^^^l^waiijjajiii^^jïjmia^tKin TI (uuiofjici o

lt;3V\' Q Q Q O Q

«jin mm ü (Ki n \\ti an (ui Ki ~ji oin (uin (iri (Ki «in \\ (uin (uiiuin (Ki (in (Ki (Kin «)

J ö ei \\ ^ fa . fa I

Q Q / Q / Q

iij arm 3 Kir^^n t aii tn (kji ~nn atj tmj^ -^ajin as^ iï| ti atj ia o (inj nr^nn

/ Q O O O

ast.

(Ki| \\ (Kmii(j!irm2(KinJinafj^a nrm (i!j(irm2asin(ifj^2Ki^ (Kij| (Kin cm (mn «m

- / CU t ex

(Kin^d^ cmnpcLvnasm [uiaan0101 toij|\\ (Ki(i2io(i^(mn^oi2(Kiii

o a o/ a.

ei a(j(Kin(Kji (Hi (Ki ~ji (i^ ^(uin o (cti^ aa (tj k| ti (eji cinm ijJi^ quot;^(uin

/ a Q c Q/ / .Q O. O

a™tiofj(ia(Ki^)iagn(M(ui(öi(Ukum(É^afjTi(KinTi(uui\\ aaji»e;(uinmfi

Q Cl Q Q. C?- Q Cï^

(CTamoM^nxasinKiariM-AmwKiaJin mman(Ki|i\\(uina-n(ui(kii(iri(uin acU(Ki, Pj \\fa -J J 8 4 ^ fa^

a. o o o a a/ a

(i!jmn(f^(irm2a5m(ïj(Ki~m(iri(cti|a^ki^(ki jïi®l^armasm -aiaxi

O . Q. v /

(£Ji~Ji(KJia(iTi(iJiji(Ki[i(Kin(KinajiJi(Ki-Jin(Kiari(tJi\\ (KKfJiasuKEJiasincimoanda

I a ^ fad cnrj-cq^ j

Q/Q Q.a.Q Q. Q O

o tuin an o arm \\ (ui eji (Kin o (M (u (Ki mn ? i arm (Ki arui arui t (ici o ki jïi (eji

M a J «o, ^ \\ isumi} J cn

Q Q Q . / (O Q O

(Ki|(ici(i^(mo(^(ici(U|^(i[j(EJi(^(Kintimo(uiniij(ü 13,(cp EH ici

cx o 1 . cx 00 / a

arm -AKin (ia(iri(aiasin(ui(isin(EJi(K|(Kin(Lrinl(iri(Bi(EJi _dgt;.mn an w oji (Kin ti ki

öu 34 ^3 j

O Q a Q/Q

(Ui asm (EJi alt;i (Ki o (Kin ui nnnri ui cinm an axi o ajin on I an mnn \\ (kji (tn ~)i m (Ki 2

a 4 cj cj I Md\' J\\cq

cgt; a q / q a o cl o

asinafjflKi^iinaxia^fKi-Jinas^TiKjaxifl^ajiTi (kji «j wi «j ti !iaii|(kii (Kin (M (in Kj

. /

I (Ki asm (Kin am o ^

an asm (Km (asm w (Ki a

1^ ^dCJ

Q. / Q Q / OO

(um (ö (K^ (Km «ja,ia,2 mm anji ajm eji oji (Kin -Anrèj a(jan «m in (Kin atj (ici

Q Q O 1 Q 1 t

iiui (Ki oji a-ei Ji (irmn \\ (Kin (ia asm an n 2 arui to (iimnt (u om o aai] t o nm ann

ÖJ ^ I J Ö. J

ocr page 362

340 LEESBOEK.

Q Q c^o Q

nmtMiuoomiiaJiiHiTriiïjtLmïQfjW-AfL^iïitMa (M afj(i^| ^(ïjinn

- - - a

1 ia (Ki 13, (oin (Km

O Q quot; O cx

(uiam(W^^t(itj(Lnn2Tn(i[j(uin^(CTj(kJiiïj(glt;\\

» a . \' q OQ

(Kinuuiii^,^ ^MTn(Kin(ia(Kiniï|(un(Lnjt(Ki_A(£Ji(KJi(U]i(uiJi^

jj(^^[miI[|(lCl(KI^(lglKn(K1(KlI1 (UI KÏ)(l^lIfj(KJ12 aT^\\ (Kïl (KÜl lïj(W1 2

Q.O ^ Q. Q

cin^\\ ajiafj(iJiJi2(axi(U(irui(i^^(uiT^(eia[^(Lm(Kjgt;j(iaiiTn(Ki(£Ji(M~nn

(ïj^g ni^N ^ (injiajmajK^Mafut^ o (u^ !^(Lm (i^ (Kin-JÏI ^(uin

c3gt; 0.0 a. \' a o

(ei o(imjsj^ki in (ui(nnar^^(um sh^o (ian| ii[|(um 2 td min ojj15111

a Q O

(til ^a| (ü ïj O (Ï| O \\ M^(UU2(U(Ui(iQ(k|(ïs|(inji|\'^ ^«(raianjKiK

O Q Qgt;0 QQ. c

(Bi(inanji(in(uu2M(isin(Lnii[iJiai?(L(in(Ki(EJianji|i(Kin(uinTn(Kin uindaiaxi

cj I CJ J\\ 4

Q Q O

(Kini^(W(uu (i^(Bio(ui^|(uin(inji (CTi-Ji.(i5^njJ^(^i^(ï|(Lm(M ann nnn EU (ïj ng, a a Qgt; cgt; a»

(UljdClN (BI O^lïjM O (L^ nr^ü «j^a (I5in(ï||^(a (Kill ^(Kl|(Uin ll[jg^2 «1

Q O Q

iïi (imn «sin (ui «sin (Kimn (Km o» om ^

1 CJ ^ amp;

Q . Q Q. O

(ui mij in ij (m (Ki -~3gt; (M(U(i^tinri(Lmo(Kiajiim(i^^(iJifiK^(EJi (ia)iij| (un

a Q o . o / Q Q

^(aaru^asn (^ ((j(k)i aCTMnJiaflnTn (U|(Ki ~ji(m (Ki|

q a .. 1 » o

quot;n iïj (ici (Ki_li (ran 121 (Ki (Kin \\ (uin(ut(Km(Km(ïA\'ïj(K)i2ni\'in^t(ifjiriri2(i!|(ui2(Kin

. . O Q Q O

^(uin (ifj(kn2 (Kin (tsin (is^ (Bi^ (Kin (t-n-Jin (kï|\\ moji aaijai (i^(Kin (^(kii^

/ *, Qc 1Q CT^ G O

^^(ïj (M 2 (uin ann (ifui -Jin x mn [g »01 «sin (ü (m itj uu 2

Q / Q O11 O O

(i^ (ïj^oajin «jl^ iii^(Kinfian(uu^a^^(Lm^(Kiij|\\ m itjda MI agn

o O / i C?v „ /

(M (ui (uin (ci «fui asm \\ nm o ? (uin ia (Kin nan icti (inji m (uui 2 m iKi (Kin (wi o \\

, ^ j ^ ^ ^ Jcj I 13

/ O O O O Q Oi

(KJiasmü(un(Kin\\ un(uuit(Ki(ti(kii|(LaT(U(Lm(Mxt(Lci(ici(kj|(i!|Tn(uiii\'Ki(Lnn

^ O QiO / O

ajinnan KjQk^iïj^x (oiuMi^wntjTiiiu w-^iKmtMl^cuiJi w(inn\\ (uin

00 o o a i

(UKKiiKunioafinanji^iïjdnn^ u(Ki(Bi(MTI(amp;i|iis^ia\\ (KJIOCT

/ OO Q. o/

nf^tfp^ari(Ki|aaJi(iAJixi(i^iiK(i^(^(Ki|OTi (Ul ia (Ki|Kin x^nnjiN nnij

c / Q Q Q

(uiTn(Kin(ici(Kmirj(ici(Liui (i^iuinMïi^ajLn (i^Najin tmnTn ((jn

ocr page 363

PANDJI. 341

Q Q / CL

Q Q / U.

(u^\\ ajin ïj iki ~nn2in tuin Tr|

Q O/\' Q c / Q Q O c

(ctt^ -sxajiv^i «jcuin 2 Kj (kJi -atti ïj 10 mi -A agi (mn w o (eji (kji ^nm (wi\\

Q Q Qi O Qo/ Q

(LCl ^(lOd^fkJl «jTn (ïjMin 1EJ1 (ïj O 2 (Kljj (kil (KID (M (ü (CT^(^S^^|,^ Tfl (ïjdfl KT ^5»

om an (Ki (Kin \\ (Kin(Km!(i-5!(i(i(KJi2 anrvi\\ Tiraio mTn «sin (u (Lnn\\ aS;

lt;^/ ^ 0 I q Ö } Q ^ J

(Ki^(iA^(nj w^(ifjTn2(L(in(ui(£n(kji~fin(itj(T2 (ir^^ ^«iftjihamaaii^

o Q o a / a

a(j(M 2 tin^ojin ^ ([4 (uu (Kin ~m «in an (uin (asm da ^ :£)ih| (ïj mn 3 in «Jt -.in

/ o Q Q. o a /

L(Ki(i^(iai)t(M«j(Kin2(KiiaKaan(iqTn^ M(ra (ui«jnn^^(uin(KiorjOJI2

/ Q Q

an^oui asm (unn(Kin (ui (Km (i!|(ixi oaji (Wit^Lg aji^(ïjaaji2 (ïjTIT3(um [k^ (M m

a . c a a

— asm ^----------------------- ---------------

asu

O - O Q \' \' I Q

lt;o- c a c / a

as am ^ ki^ot 301 (t«i| ^ ^(uxi(Km(ici(ianaK[um (an ann ag (uij arm

a / Q lt;3gt; Q Q Qt Q /

■jm (as^ \\ o (uij in irj ia an _ji (ran anji as am asm ^ajm (on (um (asin

/ O c / o- / O

/ c / lt;-gt; / O

(M (^ü^an(ïj(uin2 (ïja^amntirnon «jam ^(kt (^(rj(M2 annp (um an o «.

^(ïjaju 3 (rj^(um (^(i(j^2 (ïj (ima2 \\ (ui ti aai (ïj (ici ojui am o «j a^,

Q a a / a / a. a

um aaa asm-d.®i (i^ (eju mi (um (ïj acui 2 m (ui ~fm L finnn as aan ^ ajm^

a a a / Q ^ a

mjMmaji ^(^|(umaajiasm-AEiia^EmiMiajm(asm inn aan asm| a^| aji (wt

a/ ao a o / qgt;q

(wi in (Kij| (wi (tn um (fijjj ann ^04 (ej (Km o w (ui (uin quot;in iisin nj (wt (ïj (k^ m «j

a • a o a a

(ïjam (Ki^n agn o (tji^aji (p^ (u o an arm (ïj a^ quot;in atj am am-Ji (ran \\ (U(ïj

«jd/ui2tajm (Si(EJiM~rm(ïj((g (Siui (uiaaiyum «in ojiioji(Km w m

C^/ Q / / a Q CX Q Q/

aai (lAa^ajm as^ (um as^ (ïj m um arm K^majm ojkmm in

o o a / Q Q Q Cjv

„ Iin (ï)ia an~nanraiannas

Q I Q Q

jj(kii (ei^(ifj^{^(KTn CT^cLm dfj

i¥iji (uin o a^an ^an «jaan «jan asm (Ki| arm aim (as^ aai (um (^ um as^ o

o a CV o o / Q \' GV

(ij (imwjTiaajTnEna^ü^ (ïjon2a5m Kioajin(aaajaan(iS ann asm

q. Q oocrv Q

(EJi~|^(um mar^ asm| oji m asm \\ (um an an .Jin axi (ïjM 2 om atj o 2 xi \\arm

(um(ct (kïi turn arui asm -imaan asm(wi (81 om (ïj(um 2m aiin (M an uui

ocr page 364

342 LEESBOEK.

o a. . Qoo/ao.oaa/ -nge, — .....—...........

(Kin kti.ibi ü asm aAii «j ia (k^ th gm _A(tJi tui (ik ytn ann imn asm (Hin ui Jt-ian

O . Q

\'\'H quot;cUj ^ J^(KÏ1,lc11Kln ,,[|(U1tulJ, -J1narl^laa,1■J1^^(CTl^kJ,

o a o / o cv t q q

(Kinanj) asm o?(um (tiiaoianji ijui NKida hi (Ki a^ann ttD, nam turn eji asm an asm

Q \\ O) an^ | (iswKi. J Q J J

Q / Q Q Q

ajuiN oiiJijarmajm^as^asmasm^ajmïj^Tnatjaxiw^i (raioji (Kin (ixiatjiaatj

o \'o cx a a o

(ï|(an2asmflK^^iEJi|(uma^an(M(öi^woiuu)(ui~«i(wi (iaiij|atj(oi2asmafl^

o Q o a a

^(^(Ki^Tj™(U|(Kij|(um ir| ciTOiï|TiiKm^ajm(m((|^(LmTj(M|^

^jy

ocr page 365
ocr page 366
ocr page 367
ocr page 368
ocr page 369
ocr page 370