JOH. H. BEEN.
Een Zeemanszoon
uit de Zeventiende Eeuw
P. GEN.
,253/
Amsterdam. â Uitgeveus-Maatschappv âElsevierquot;
1897.
⢠1. - â -â â¢â â \'\'\' t\' \'l- ⢠â â ⢠â , â â â \'
â \' â ....... â â â â â â¢â ..... . .
â â . â â â â â â â .â â â â \'â ⢠â¢. - â . .\' .-â â â â .,â â ....... ....
â \' ......... . .... , .
...... , . ... ... ... , â¢
. . . â . ⢠..... g
â¢â â â â â â â ..â â .â ! . â . â . . ....â â . . .......
....... . , :â . . , .....
â â â â : , â ⢠.
...... . ..
«P .. . .
.
quot;
â â quot; \' â â â â â â â \' - â ; . . . .â \' :.....
â .
⢠â - .....
. . . - .â ⢠gt; . \'â¢lt; â . . . . . . .... . . .
â i\' . â ⢠.. f;;.;- ... gt; â¢â â¢â¢vii
.... . . ...... . ........... , ... .1 .
i . .... . . ........ ......... ... ....... .......
â â ⢠..........; ............................. .
..... .â ... ,..,f \'..., U,i,U: .
\' . ..... â . ........
\' ,|M j. \'
... . ,â ... â ......... v-,.-.-.-. â \' . ., â ... .. .,
â¢.â .....\'â : ;â¢. \' ;â â¢
m \'
hen zkumanszoon
T DU ZP.VKNTIUNDH U1U W,
ïhffi \'1^1 V\'
.
.......â¢:-â¢â
/, /\' 2517 d L
Een Zeemanszoon uit de Zeventiende Eeüw
DOOR
JOH. H. BEEN.
â¢:k : â
\' *quot;
vv
â 1\'li-.k , i
-â gt;
Amsii;kd.\\m. üitgkveks-Maatschai\'PV âEi.skvierquot;
llt;s97-
1
I
Maerten Marperlszoon Tromp als vlootvoogd.
i.
Wanneer !\\arl von Rolleek in zijn tamelijk subjeelieve Al^e-nicenc Cieschicdenis van Karei den tjroolen spreekl, kan hij niet nalaten hem bij een eenzaam stralende sier te vergelijken, wel vermoedende, dal zijn lezers, die hij immers onder âde
li
8 EEN ZEEMANSZOON
denkenden\' zoekt, i) meer op de eenzaamheid dan wel op den glans dier stern: zullen letten. En, als vreesde hij, dat er onder zijn publiek nog wel een minder fijne kop verdwaald mocht zijn, kan hij ook niet nalaten, dat stralende hemellicht naar een andere plaats van het firmament te brengen, waar het in glans verliest, wat het in gezelligheid wint. Och ja, Protagoras en zijn vrienden hebben het ons al geleerd, dat elke zaak twee handvatsels heeft, en dat alles met twee maten gemeten kan worden. Maar het oordeel eener natie â waarvoor noc quot;een
i ... o
thermometers zijn uitgevonden ! â weet op een gegeven oogen-blik slechts van één maat, en het meerendeel der menschen, die Rotteck nooit gelezen hebben en derhalve gevaar loopen niet onder ,,de denkenden\'\' gerangschikt te worden, beschouwen een ster, zooals zij die zien, niet in betrekking tot de andere wereklzonnen. Zoo juicht ons volk een Zoutman toe na den slag bij 1 )oggersbank, maar het zwijgt als een Piet Hein zijn groote zege in de Allerheiligenbaai heeft bevochten, en maakt alleen dien Delfshavenschen held populair, wanneer hij rinkelt met de geroofde geldstukken der Spaansche Zilvervloot. Hn als het ongewapende oog naar de zonnen onzer zeventiende eeuw staart, onderscheidt het in dien melkweg onzer glorie vooral een helder, wijdstralend licht: Michiel Adriaanszoon I )e Ruijter.
En voorwaar, het is geen zinsbegoocheling, wanneer aller oogen, en aller harten ook, als met magische kracht getrokken worden tot dat ééne licht 1 Niet in eenzame grootheid prijkt het, maar overstraalt zelfs de wereldzonnen, die het omringen aan alle kanten. Jongens op school, jongelingen in het heldentijdperk ties levens, mannen in den op- of ondergang van hun bestaan, voelen iets voor dien eenvoudigen, vromen man, die, door koningen der aarde geacht, zich deemoedig boog voor den Koning der koningen en voor Diens zichtbaar uitgedrukt gezag, hetzij dat Oranje of I leeren Staten heette.
l\'.n . . . . daar bevind ik mij reeds op een hellenden weg! Ik spreek van een zeeheld, een man des oorlogs, en ik noem hem âden eenvoudigen vromen manquot;! Kn onder dit schrijven denk ik aan zijn kinderlijke liefde en eerbied voor zijn moeder, en ik denk .... aan den toren van Vlissingen, aan het wiel op de
I\'IT DK ZEVKNTIKNDE KKUW.
Lijnbaan, aan den kwajongen, den schrik van de gansche stad. En al denkende aan al die zaken, voel ik behoefte ze even aan tc duiden, en ik weet, dat die aanduidingen voorstellingen zullen opwekken, die u een glimlach op het gelaat brengen. Maar als een Engelschman mij vraagt naar den admiraal en aldoor naar den admiraal, dan mompel ik van zeeslagen, die gewonnen zijn, en als hij daartegenover andere zeeslagen stelt, begin ik te wijzen op het oordeel van autoriteiten â liefst Kngcksche! â en ik beroep mij op deze en gene, in één woord: ik ontdek, dat ik op dit gebied er een autoriteitsgeloof van belang op nahoud.
En dat kan wel niet anders. Voor honderdduizenden mijner landgenooten moet het nu eenmaal een axioma zijn, dat De Ruijter de grootste vlootvoogd zijner eeuw was. En evenals de boeren van Mastland blijven we zitten, zoolang dc dominee uit die beroemd geworden Pastorie; zijn tekst ontwikkelt. Maar als de toepassing komt, als wij van al dat voor ons zoo hoog geleerde afdalen naar het clagelijksche leven, waaraan we met duizend draden verbonden zijn, dan â al verwondere het den jeugdigen prediker â dan staan we op lt; n knikken elkander toe!
1)(; Ruijter was een groot admiraal .... Ja, zeker â maar weet ge dit of dat wel van hem? Willem de Derde was een staatsman en een veldheer van den eersten rang, lees er de Gidsstudie van professor Fruin, lees er Macaulay op na.... Maar wat voelt ge een medelijden met dat arme, teringachtige knaapje daar in dien grooten leuningstoel half verborgen bij den ontzaglijken haard; wat doet het u goed, als die knaap anders wordt, als hij met hooggekleurde wangen op de ijsbaan rondzwiert: wat is het u een behoefte, wanneer ge gaat twijfelen aan de energie van ons volk, de geschiedenis van het Rampjaar op te slaan, toen om dien jeugdigen prins zich een arm volk heenschaarde, dat radeloos van angst, aan dien jongen, onervaren man hel geloof in zichzelven terugvroeg. Wat was I\'rederik de Groote niet een held I I let kost u uren van inspanning eer ge zijn veldslagen van buiten geleerd hebt; en, na eenige maanden, dansen ze wel een weinig vreemd in uw arm hoofd rond .... Maar â kent ge dien kleinen man wel, met zijn kruk je en zijn verstandige blauwe oogen r En een glimlach speelt u om de lippen, nu u de bons mots te binnen schieten.
9
KKN /KRMANSZlt; gt;(.i\\
IO
l\'it l)k zkvkx\'l\'lkndi\'. kkuw.
nogquot; altijd van kracht is : ,,U\\v geloof heeft n behouden
Het xal dan ook afhangen van de meerdere of mindere mate, waarmede ons volk in kennis zal gesteld worden met den incnsch, of het over eenigen tijd het driehonderd-jarige geboortefeest van den zeeheld Maaktkn-I Iari\'Kriszuo.n Tromp, wiens roem door dien van De Ruijter niet verduisterd mag worden, vieren zal of niet. Wat zal het baten, of men al van de daken predikt, dat bij een man was, ,,die volgens de getuigenissen van hedcndaagscbr Kngelsche schrijvers, moet gehouden worden voor een dei-grootste zeelieden, welke tot op zijn tijd in de wereld ver schenen waren, van wien zij getuigen, dat hij zeer ervaren in de kunst van oorlogen ter zee was, aan wien zij de eere toekennen, van in menig opzicht de leermeester en het voorbeeld der Hritsche bevelhebbers te zijn geweest en wiens bekwaamheden en heldendaden nog heden ten dage zoo hoog in Groot-Hrittanje geschat worden, dat men gemeend heeft, te midden der lofspraak op de vroegere en latere Kngelsche zeelieden, aan zijn verdiensten een opzettelijke hulde te mogen bewijzen, en men hem waardig heeft geacht zijn beeltenis nevens die der Britsche zeelieden in de galerij te Greenwich op te hangen.quot; 2) Al roept men er de branschen bij, om mede getuigenis af te leggen, 3) wat kan het meer doen dan ons verlangen om met den mensch Tromp nader in kennis te komen, nog te verlevendigen:. .. .
Ik heb daar in het voorgaande een taak gesteld, die voor mij te zwaar is. Maar wie geen bouwmeester is, behoeft daarom niet ledig te blijven ; wierpen de soldaten van Alexander den Grooten geen steenhoopen op aan den oever van den Hyphasis, en zullen wellicht deze ruwgevormde monumenten in hun stomme welsprekendheid niet gesproken hebbc;n tot den geest der bouwmeesters en beeldhouwers, die den godenzoon zouden verheerlijken ?
Maar nog iets anders stond mij bij het schrijven van dit opstel voor den geest, iels, dat meer nuchter is, en geheel past in zijn omlijsting. Hn wat kan meer nuchter zijn dan .... de waarheid. Autoriteitsgeloof, waar het niet anders kan. Maar, waar de mensch voor ons komt; waarheid, zoovee! dit den schrijver, die zelf een feilbaar mensch is, mogelijk kan
KKN\' ZEKMA.NSZOON
zijn. Want de regenboog der sage strengelt zich zoo gaarne rond het hoofd van een held. Ik heb b. v. over de jeugd van Tromp verhalen gelezen zoo avontuurlijk, alsof Gustave Aimard ze hadde geschreven. Zooveel mij mogelijk was, heb ik het leven van Tromp nagegaan. En wat ik gevonden heb, deel ik u eerlijk mede, met verwijzing naar de voor iedereen toegankelijke bronnen. Mocht het den eenen of anderen auteur ile stoffe verschaffen om voor Bestevaer te doen, wat zoovelen voor De Ruijter gedaan hebben.
II.
Hoe eenvoudig men ook het leven van Maarten Harpertszoon Tromp wil opvatten, men zal altijd moeten beginnen met een herinnering aan den tijd, waarin hij geboren werd, dien gelukkigen tijd, toen ons landje meer grootsteedsch, eigenlijk één groote koopstad was, welker bewoners het te druk hadden om zich bijzonder veel met elkanders levensomstandigheden te bemoeien. Toen gaf men God wat Godes was, en de rest van dit voorschrift vertaalde men op zijn Hollandsch door: âwat de Heeren wijzen, moeten de gekken prijzen.quot; Maar men vatte het eerste van dit voorschrift zóó op, dat er kapiteins waren, die door de hel zouden zeilen, al moesten ze er hun zeilen aan zengen, indien er maar winst bij te behalen was. 4) En het laatste met dien verstande, dat dezelfde Heeren eens zouden glimlachen om zulk een wonderlijke vertaling. Want het volk, dat op zulk een vroolijke wijze zijn verhouding tot zijn regenten vertelde, kon dan al heel wonderlijk met zijn Heeren omspringen ; daar wist b. v. de koning van Spanje een paar aardige sprookjes van te vertellen!
En wie zou in die dagen niet opgewekt en opgeruimd zijn geweest! 1 )e zaken en we waren toen een volk van business â gingen goed ; wat men ondernam, gelukte, en daarom ondernam men al meer en meer. Overal verrezen van die huizen, zooals men er. vooral in onze ,,doode stedenquot; nu nog zooveel vindt, âeigenquot; huisjes, waarvoor men, werkende met vrouw en kinderen, jaren lang gespaard had, en waarin men op zijn ouden dag eindelijk eens ging uitrusten van al dat harde wer-
12
UIT DE ZEVENTIENDE EEUW.
ken. Dan was de tijd gekomen om met zijn buren te praten, \'s avonds op de stoep. Of men da)i aan het uitpluizen van andermans zaken ging doen? Waarschijnlijk wel. Maar meer nog zal men gesproken hebben over de jongens, die nu verre waren van het kleine Vaderland, die, rappe gasten als zij waren, er op uit waren gegaan, naar de Oostzee om koren te halen, of naar de Levant om wijnen of vijgen, of die heel en al gezworven waren naar dü; wonderlijke landen, waar de peper groeide, en de kruidnagelen en de notemuskaat. Vraag niet naar de jeugd van een kind in dien tijd geboren, van een zoon, wiens vader een dier kloeke schippers was. âAls dat maar een stevige, pootige bengel wordt!quot; zal de schipper gemompeld hebben, nadat zijn eerste, op luidruchtige wijze geuite vreugde, dat hem een zoon geboren was, voorbij was gegaan.
hn toen het knaapje grooter werd, wat zal het anders gedaan hebben, dan naar de haven te loopen, op de schepen te klimmen, en als vader door een gunstigen wind naar het Vaderland werd gedreven, op vaders schip. En \'s avonds, als die groote, zwaargebouwde man bij den haard zat â wat een vreemd, wonderlijk ge
Het Kolfslop Ie liriellc. Naast het huisje bevindt zicht; of ei\' ZOO Op eeilS een
Zich een heining, waarvan een gedeelte rust op hed ^ de werd(1
een steenen muurtje, eemg overblijfsel van nel J
huis, waarin Tromp geboren werd. lil moeders V!\'(\'(\'cl/aa 111 huisje
was neergetuimeld! â dan hoorde de kleine met wijdgeopende oogen naar al die wonderlijke; verhalen van de groote zee. Kn vader had moeten zien, hoe hij al scheepjes kon teekenen, en vader zei, dat hier een zeil niet goed zat, en dat de wimpel van den voorsten mast een heel andere richting aanwees dan het vlaggetje op den boegspriet, en zoo iets was toch wat al te erg voor een zeemans-zoon. Zeemanszoon â dat was het, wat vader zoo met trots kon uitspreken, wat moeder zoo aarzelend kon nazeggen, als het hoofd van haar jongen zoo vervuld was met booten en zeilen ; dat was
\'3
KKN /. KKM ANSZOON
het, wat de jeugd van Maarten Marpertszoon Tromp kenmerkte.
Van dien vader, den kloeken Harpert Maartenszoon 1 romp, wenlcn vreemde dingen verteld. Men zeide, dat hij van zijn ouders weggeloopen was. Hem had de zee getrokken, en waar vader en moeder het hem wilden beletten, was hij er kort en goed van doorgegaan. Als scheepsjongen of als koksmaat had hij dienst genomen, en, om den naam zijns vaders te verbergen, dien van Tromp aangenomen, hetzij willekeurig, hetzij meer geleidelijk van een bijnaam, dien hij gekregen had, omdat hij in zijn leegen tijd âzich amuseerde met op een Irompje te spelen.quot; 5) Wat daarvan aan zij, de liefde tot de zee zat I larpert in het bloed. Kn daarom behoeft men er met een tijdgenoot 6) niet eens iets heel bijzonders, een schitterend bewijs ten gunste van de voorbeschikking in te zien, dat het knaapje in de Geuzenstad geboren werd. ,,ln den jare CID1DXCV111 heeft Den Briel,quot; aldus heft hij aan, âde uiterste Stad van Holland (alwaar de Maas door den Rijn vergroot zijnde, met een wijden mond in de Noordzee vloeit) Marten I larpersz. Tromp, voedsterkind van den Zee Mars voortgebracht: onze Bevekhebber heeft zijn geboorteplaats zoo nabij de zee moeten hebben, omdat hij door zijn gebied dat woeste Llement ter bekwamer tijd zoude temmen In dit; plaats heeft de Beschermer van de vrijheid der zee moeten geboren worden, waar de eerste fundamenten van onze vrijheid gelegd zijn.
Maar, met allen eerbied voor het vertrouwen dat prof. 1 hysius in de teleologie had â het verlangen om de zee rond te zwalken, de lust om het zeegat uit te gaan en het land te beschouwen als een plaats, waar men zoo van tijd tot tijd heenwaait, en, waar men in de verre, verre toekomst, in dien vreemden tijd als men oud en zwak geworden zal zijn, tot âde beste stuurluiquot; zal gaan behooren : de passie van tien trekvogel, was den knaap aangeboren. 1 )en Briel was toen een plaats, waar elke kloeke, jonge maat lust kreeg in de zeevaart. 1 let leit, dat de boerenzoon: Witte Corneliszoon de With het geloof zijner vaderen verzaakte, en het leven zijner ouders verbitterde, totdat hij eindelijk zijn wensch vervuld zag en het Brielsche zeegat uitvoer, bewijst dit voldoende. 7) Maar ook een schrijver uit de vorige eeuw S) zinspeelt hierop, als hij van Maarten\'s vader sprekende.
14
UIT DE ZFAKNTIKNDK KliUW.
I ^
,,.... den 1 otlen Augusti van het jaar onzes Zaligmakers 1653 ter ouderdom van 56 jaren, opgehouden te leven en U- verwinnen.quot; I romp nu verjaarde vóór Augustus (den 23stcn April) derhalve; 1653 â 56 \'597- Ook de schrijver der shut/, en Mcdcdcc-Intgcn in de Rotterd. l listoriebladen geeft het jaartal 1597 op. 12)
KKN ZEKMAN\'SZOON
loch is het geboortejaar van Froinp ti i c t 1597 maar 1598. Men zou. om dit te bewijzen, naast de getuigenis van prof. 1 hysius die van een ander tijdgenoot 13) kunnen plaatsen. Beter echter is het zich te; wenden tot het Brielschc archief. ..Zooals terecht is vermoed,quot; zegt de man, die het beste
CS j \'
J^\'2
\\ \'JÃ5
! \\yay C^yfh^P\'\'
Kvy*- ^ V vyy±p vrVi^/ ^ Wu
to \',â¢lt;!amp; «wrf^
l ac-simile uit de doop- en irouwboeken der Sinte-Catharinakerk ie Briclle.
gcdcclic zijns levens aan de bestucleering van dit Archief wijdde, ..werd het huwelijk der ouders van Maarten 1 larpertsz. 1 romp te Hrielle gesloten. Ken der Hrielsche Trouwregisters vermeldt, dat op den 13 julij 1597 te Hrielle in de echt traden : 1 larpert Maertenszoon, jonckgesclle \\ an I )elff, ende jamu-tgen 1 l.in-ns, wed1\'. \\an ( ornclis iMiwoutszoon, heyde nu woonendc inden Hrielle. ,,l let eerste kind, waarmedlt;; het huwelijk van 1 larpert Maertensz. en jannetje Barentsdr. gezegend werd, was df hekende zeeheld Miierten 1 larpertz. I romp. Volgens opgave\' van den Schrijver der Aanteekcning(.-n (hl. O2 en S7) werd hij
16
ITT I)l\', ZEVKN\'TIKXDE KKUW.
t(\' Urielle gebeuren den 23 April 1597. VVurc deze opgave juist, dan zou Maerten vóór de sluiting van het huwelijk zijner ouders het levenslicht hebljen gezien. Gelukkig is erin \'s mans geboortestad een doopregister aanwezig, waarin te lozen staat,
^ dat op
Oen
36,1 Mei 1598 in de (jroote of St. Catha rinakerk te ün\'cllc ge doopt wenl âMaertenquot; zoon\\an,,I Ier I)erl Maertens zequot; en ^jannetje Uarontsquot; bij welken doop als getuigen iiing(!ertlen l.ambrecht Maertens/oon, ()chum Cor-neliszoon en
Maclitelt .Maertens. In
Bil
stelling van I romp\'s geboortejaar zoo lang stilgestaan, omdat de meening, dat hij een jaar vroeger geboren is, vrij verbreid schijnt te zijn. Konden we hopen, dat bij deze dorre opsommin^quot; nog de aandacht van den lezer ons getrouw zou blijven, we zouden vreezen haar geheel te verliezen, waar wij de plaats gingen vast-
KI\'N\' ZICFCMANSZOON
st(;lk;n, waar hel geboortehuis van Trom[) gestaan heeft. 15) W e haasten ons terug te keeren tot den kleinen man, dien wij te Brielle achterlieten, waar hij, volgens prof. Thysius, geboren zijn.
W ie er zich nu op s[)ilst, bijzonderheden uit Tromp\'s jeugd te vernemen, welke in de verte herinneren aan den kwajongen van Vlissingen, ilien mo(!ten wij teleurstellen. Wie echter van een jeugd vol avonturen wil hooren, die zijn phantasie kunnen prikkelen, zal hier xoldoening vinden. W ant dit vooral is het
groote onderscheid tusschen de jeugd van De Ruijter en die \\an Tromp, dat de eerste bijna geheel aan wal werd doorgebracht en vervuld was van het machtige verlangen van den knaap om het zeegat uit te varen, een verlangen, dat door de botsing waarin het den vroolijken, levenslustigen jongen met zijn levenslot bracht, werkelijk tragische momenten schiep, en daardoor juist een onvervalschte cornedie, terwijl de jeugd van Tromp voor een klein gedeelte aan wal, voor verreweg het grootste deel op zee, ja, op alle zeeen der toenmalige wereld werd doorgebracht.
I it dit eerste gedeelte van Maarten s jeugd, dat tot zijn
i8
UIT DE ZEVENTIENDE EEUW.
:icliLste jaar liep, en dat ons doet denken aan de jeugd van den zeevogel, een dier wonderbare zwervelingen op den wijden Oceaan â vanwaar komen zij, werwaarts gaan zij? â een kort
verblijf (gt;[) het land, waar men wel vertoeven moet zoolang de vleugels nog niet krach-tig genoeg zijn geworden i uit dit eerste gedeelte van Maarten\'s jeugd is ons niets bijzonders bekend. 1 let eenige, wat wij als vaststaand kunnen me-dedeelen, is. dat Maarten in 1Ã06, dus op achtjarigen leeftijd, naar Rotterdam verhuisde, waar zijn vader den 15°quot; Februari een huis had gekocht, welk huis gelegen was nabij de Gapers- thans Beurs-brug. ió) I )at hij zeker in April van dat jaar aldaar woonde, blijkt uit een akte van borgtocht in het Brielsche Archief d.d. 3 April 1606. 17) Sedert blijft aan Rotterdam het roemrijke leven van Maarten Marpertsz. Tromp verbonden.
Dat hij in elk geval later meermalen zijn geboorteplaats bezocht, wordt bewezen door het geval, dat hij in Den Brie! met zijn eerste vrouw is ondertrouwd en getrouwd, en daar ook met zijn tweede vrouw gehuwd is. iK)
1 loc kort echter duurde dit eerste gedeelte; zijner jeugd 1
\'9
Hier LerT Begravbjv
A AELTÃBJV JACOBS VAN
ARCKENBOUDT DIS TWEEDE
HUISVROUW VAM DSN ED HEER AVflL RT EJV HA R.PERSZ -TROMP OVER
HOLLANDT ENDB WEÃT _ VKIE5 LANDT IS GESTORVE
H TER L BIT B E G R AVE IV Df Namp;IVOM CORATEUS D\' 11 UISVROUW VAW CAPITEIIV Hacrtek Harpers^ vam dek quot;Romp star-P oen 2 O ^ N ov E M amp;ER AN0 J 633 ouuT ö/f IA RENquot;
U, TVj03
(Irafsteen nquot;. 103 in de Si. Laurenskerk te Roller dam
EEN ZEEMAKSZOON
Kort vóór zijn negenclcn verjaardagquot;, lt;.Uis reecis ()[gt; zijn achtste jaar, ging het kind naar zee. En niet op een tochtje om zoo eens met de zeelucht en het groene water bekend te worden. Maar op een tocht, dit\' een der grootste ondernemingen van dien tijd zou zijn; dén tocht naar Gibraltar. Daar zou het niet zijn om vijgen of wijn te koopen, maar daar zouden de kogels fluiten, daar zouden de jongens van jan Beukelszoon bewijzen, dat ze Jaitmaal gingen worden.
Het schijnt ons, werkelijke kinderen der ig\'16 eeuw, haast barbaarsch toe om een jongetje van dien leettijd op zulk een tocht mede te nemen. Oordeclen we daarover, zooals we willen. Maar het teekent de figuur van den koopvaardijkapitein, die ten oorlog zou varen; het teekent ook de figuur van den kleinen man. die zijn droomen al zoo spoedig \\et\\uld zag.
111.
ken Brielsch volksdeuntje zingt:
Roemt 1 lolland voor de wereld Zijn admiralen luid.
1 lier voeren dnc als jongen I let Brielsche zeegat uit.
lüj al het trotsche zeltgevoel in deze regels besloten, schijnt het rijmpje zich ten minste omtrent Maarten te vergissen. W ant, zooals ieder weet, vertrok de vloot onder jacob Van 1 lei ms-kerk van Texel naar Ciibraltar. Als ik mij wel herinner, laat dan ook de ongenoemde schrijver van een der jongensverhalen van Tromp, zijn held naar Noord 1 lolland vertrekken om daar op de vloot te komen. Kn toch, het stond geschreven, dat Maarten op zijn eerste reis zijn geboorteplaats zou voorbij varen, dat het laatste, wat hij boven de vale duinen â die voor zijn oog tot een flauwe, kronkelende lijn zouden ineen gekrompen /ijn - zag uitsteken, de hooge Geuzentoren zou zijn. Want H\'cl vertrok de vloot uit Texel, maar niet verder dan het eiland Wight, om daar te wachten op de schepen, die uit Kotterdam dus in dien tijd langs den kortsten weg, voorbij i5rielle moesten komen. 19)
20
UIT DE ZEVENTIENDE EEUW.
Geen jongen voor hc;L eerst naar zee gaat, wiens blikken niet even afdwalen naar het deinzende strand van het Vaderland. Wat er dan gedacht wordt, wie zal het zeggen, wie zal lezen in die oogen, welke nog altijd ,,in de Toekomst kijken,quot; 20) maar waarover in zulke ooyenblikken een vochtige idans kan komen. Doch zelfs die grijze Geuzen toren, die zooveel gezien heeft op de verraderlijke groene golven der Noordzee, heeft bij
-)
dat afscheid den kajuitsjongen wel niet kunnen voorspellen, dat een dertigtal jaren later zijn groote klok 21) zou trillen in welkonisgroet voor den grooten admiraal. 22)
1 Iet tweede gedeelte van de jeugd on/.cs helds schijnt veel aantrekkelijks te bezitten. Onder tic schrijvers toch, die er zich toe aangetrokken gevoelden, behoort niemand minder dan Potgieter. 23) Daar wij echter verschillende lezingen over dit gedeelte onder de oogen kregen, hebben we getracht hierin
21
EKN ZKEMANSZOON
tot klaarheid te komen, en dragen hier vooral onze bouwsteenon lt;£aarne aan.
Van den slag bij Gibraltar zwijgen we. We willen van een tijdgenoot gaarne aannemen, dat âde gantsche Spaensche kust zidderde,quot; en hoe de spreekwoordelijk zoo saaie Hollanders hier met zulk een doodsverachting vochten, ,,dat als de Krijgslieden van den Spaanschen Admiraal hier en daar in zee sprongen, sommigen van de kloeke Nederlanders ze (hebben) nagevolgd om zich in quot;t water zelfs in groot peryckel van hun leven aan hun Vijanden te wreken.quot; 24) We denken hier aan onzen tijd, en aan Bertha von Suttner\'s : Die Wcijfcn nicder! â en doen er het zwijgen toe. Maar -â als kind van mijn volk hart gevoelende voor den grooten kamp om de vrijheid, die onze Vaderen, uit nood gedwongen, hebben moeten volstrijden, en welken zij, prozamenschen, niet eer aangevangen hebben, voor âhun Mammon met kracht aangeroerd werdquot; 25) mag ik niet voorbij zien, welk een indruk deze zeeslag op den jeugdigen Maarten heeft moeten maken. Hij leerde hier den vijand kennen, wien hij eenmaal de heerschappij (lei-zee zou ontrukken. Maar bovenal, hier leerde hij, die zich steeds ongedekt zou blootgeven aan het vijandelijk vuur, den oorlog kennen, ,,ja, de doodt zelfs verachten.quot; 26)
I )och het boezemt ons ook belang in, te vernemen, dat Harpert voor zijn zoon een flink zeevader was. Lees er De jonge\'s Gesch. v. h. Nederl. Zeewezen op na, welk een strenge krijgstucht er nog onder Philips van Almonde, dat is dus in het begin der i8cle eeuw, aan boord van onze schepen heerschte, 27) en ge zult inzien, dat de knaap aan boord van het schip zijns vaders volstrekt niet de red vervulde van een verkleeden prins. Niet alleen werd hem bij Gibraltar de âScheepsoorloghquot; geleerd, maar hij heeft, volgens Thysius, âde raddigheid van zijn Lichaam en Leden geoefendquot;, en, ânaardat zijn kindsheid konde begrijpen, bij de Scheepstouwen tot in de opperste mars te klimmen en vandaar als van een toren over de onmeetbare zee uit te zien , de vlaggen met een uitnemende gauwigheid af te halen, was hem zijn eerste kinderwerk: dan heeft hij eerst de deelen en het gebruik van allerlei Schepen, en Scheepsgereedschap van buiten geleerd, en met een
22
â
m
1
if
â
m
it
EEN ZKKM.WSZOON
driftigen gang (op zijn Schippers) ieders dienst waargenomen ; Hij heeft zich dan z,oo aan de zee gewend, dat het hem verdrietig was aan Land te zijn, zoo dat hij gelijk als Neptuni zoon scheen te wezen; llij heeft gruwelijke stormen of Schipbreuken niet gevreesd, maar het zoute water, daar hij dikwijls van nat is geweest, heeft hem versterkt.quot;
Maar dit alles leert men niet in één dag, zelfs niet in den tijd, dien Potgieter ervoor stelt. 23) Want reeds veertig dagen na den slag hij Gibraltar, laat deze schrijver het noodlottige tijdstip aanbreken, waarop de kloeke 1 larpert stervend naast zijn kind nederzonk. naast zijn jongen, die de slaaf van vaders moordenaar zou worden.
Op zichzelf reeds is dat korte tijdsverloop, tusschen den slag bij Gibraltar en 1 larpert\'s dood, verdacht. Het lijdt wel geen twijfel, of de dappere kapitein volgde het lijk des gesneuvelden admiraals naar het Vaderland, Daar zou hij zich dadelijk hebben moeten losmaken van den staatsdienst, en onmiddellijk er weer als koopvaarder op uit zijn gegaan, om na een week of wat reeds in de Aethiopische zee, ter hoogte van de kust van Guinea, te kruisen.
Inderdaad verhaalt ons de Memorie, dat vader en zoon, ,,nadat ze dien gerenomeerden Slach geluckelyck hadden helpen doenquot;, naar deze landen zijn teruggekeerd, om het lijk van Jacob Van Heemskerck te ,.helpen t\'huys brengenquot;. Deze Memorie leert ons echter ook, dat kapitein Harpert Tromp in s lands dienst is gebleven, of wel: er zich op nieuw aan heeft verbonden; ,.gecontinueerdquot; â zegt de Memorie. Mocht men in het midden willen brengen, dat alle dienst nog geen landsdienst is. de Memorie laat ons niet in twijfel, al spreekt zij alleen van âdienstquot;. Want /.ij verhaalt verder, dat deze toestand zoo bleef tot den negenden }uni Anno 1610, toen, door het Bestand, de kapitein 2S) met zijn scheepsvolk, evenals de andere kapiteins, uit den dienst werd ontslagen. 29)
De tweede, door ons geraadpleegde; tijdgenoot, bevestigt dit ten volle, 30) zoodat we mogen vaststellen, dat ruim twee jaar na den slag bij Gibraltar het verschrikkelijk ongeluk plaats had, waarvan wij nu melding moeten maken.
De ontslagen kapitein kon niet aan wal blijven. Gewis zal
24
I\'IT DK /KVKNTIUNDK KKUW.
hij hevig uitgevartMi hebben tegen het sluiten van dat Bestand, waarvan krijgslieden te dien tijde zoo weinig heil verwachtten. En bovendien: \'s lands dienst scheen maar al te goed te weten, dat de arbeider zijn loon waard was. Want met een ,,eigen geladenquot; koopvaardijschip zien wij Harpert hetzeegat uitgaan 31) om âde fortuin van de zee te verzoekenquot;. En de nu 1 1 a 12-jarige Maarten, die op schip zich al beter thuis gevoelde dan in de woning zijner moeder, stond natuurlijk ingeschreven op de rol der equipage.
Het doel der reis schijnt de gevaarlijke, doodelijke kust van Guinea te zijn geweest. 32) Omtrent Cabo Verde echter had er een ontmoeting plaats met een zeeroover. Potgieter noemt hem Sir Erancis Verney, en spreekt van één schip. Doch deze schrijver geeft niet aan, hoe hij aan dezen naam komt, terwijl een aanteekening van Joh. C. Zimmerman van ,,den invloed van het romantismequot; en van het offeren aan âhet dramatischequot; spreekt. De Memorie echter spreekt van een ,,zekeren welgemand en gemonteerd Kngelschcn Roover, genaamd kapitein Hessen,quot; en nog van diens bijhebbende Schepen.quot; Prof. Thysius, veel stelliger, van âeen Engelsch Roover, die met zeven schepen de Zee onvrij maakte.quot; Zoo zal het dus wel geweest zijn.
Eevend heeft de dappere koopvaardijkapitein zijn schip en zijn goederen aan den Zeeschuimer niet gelaten. Onversaagd heeft hij den aanval afgewacht, en gestreden, tot hij stervend ineenzonk op de bebloede planken van zijn arm âeygen geladen Schip.quot; Ach, de elfjarige knaap wilde nu ook sterven ; wat was het anders dan dit gevoel, dat hem aandreef zijn bootsgezellen nog aan te; vuren om den dood van den kloeken Schipper te wreken: lot den laatsten man zouden ze sterven, zoo maande hij ze aan. 33) 1 ranen hebben den armen jongen wel de stem verstikt, toen hij dit bevel gaf, hij, die de minste der equipage, maar toch .... tic zoon des Schippers was. En dat men hem niet alleen liet, dat de brave bootsgezellen de roepstem van hun scheepsjongen, dien noodkreet van den zoon huns meesters, gevolgd hebben, dat verhaalt ons in zijn droogheid en dorheid de Alewone aldus: ânadat ze nog na den dood van den Vader eenigen tijd hadden gevochten, werden (zij) vermeesterd en genomen.quot;
-\'5
KEN\' ZKKMANSZOON
Of ze afgemaakt zijn, die bootsgezellen? We weten het niet. Als wij denken aan het gebrek aan volk, waarmede uit den aard der zaak een zeeroover steeds te worstelen moet hebben, zouden wij gelooven, dat zij gespaard zijn gebleven, hoewel zij met het zwaard in de hand gegrepen waren, gespaard â als zij tenminste niet liever hebben willen sterven dan hun Vaderland, hun geheel verleden te verloochenen. Maar, of hun lijken al dan niet neerzonken in het groote graf, waarin zoo menig braaf Hollander is neergedaald, â het welp van den leeuw werd gespaard.
Die knaap, dienen kon hij den roover! En als hij op de lange zwerftochten van den zeeschuimer, na jaren en nog eens jaren, de taal zijner Vaderen vergeten zou zijn, ja, als hem dat Vaderland zelf als iets heel onduidelijks voor den geest zou staan, als hij niet meer denken mocht aan den braven vader, omdat hij in en door zijn omgeving het gevoel voor wat recht is verloren zou hebben â dan kon immers uit hem een van die mannen groeien, wien de zee het eenige vaderland is, om-dal zij verstootelingen zijn van elke geordende maatschappij?....
1 loe het leven van Maarten was aan boord van den zeeroover, bij wien hij omtrent derdehalf jaar, ,,tegen zijn wil en dankquot; bleef?
Als vreesde de Memorie, dat dit: ,,tegen zijn wil en dankquot; nog niet sterk genoeg zou spreken, voegt zij eraan toe, dat hij den knaap âhard getracteerdquot; heeft en Thysius spreekt van: ,,nauwe en geweldige gevangenissequot;. Maar bovenal, denk uzelven eenige oogenblikken in den toestand van den armen jongen; stel u voor, hoe smartelijk het den fieren knaap, die voor zijn vader niet had kunnen sterven, moest vallen de voetveeg te zijn van den moordenaar zijns vaders. En aan wien kon hij zijn nood klagen .... dan aan God alleen, tot Wien een vrome moeder hem had leeren gaan in vreugde en in noodquot;\' 1 lier is het karakter van den toekomstigen held gevormd. Hij overlevering had hij gehoord van de Spaansche tyrannic, van een klein volk, dat geen slavendiensten wilde, en daarom niet kon verrichten. Zijn Wilhelmus zong hem ervan. Hier leerde hij, die voor zijn volk zou strijden, de slavernij kennen. I lij, die eenmaal de afgod zijner matrozen zou zijn,
26
UIT OK ZEVENTIENDE EEUW.
leerde hier de waarde kennen van een vriendelijk woord. Gewone karakters gaan onder in zulke omstandigheden, welke ze sleepen naar het lage, het woeste, hel dierlijke. Ongemeene persoonlijkheden, als Bestevaer Tromp, worden er door als het goede zwaard, dat in het vuur gestaald is, als de rots, waartegen de golven te vergeefs breken. Die golven, jubelt Thysius, mogen het de grootste zijn, worden immers door het âschuimende geweld te zamen geslagen en verbrokenquot; !
Arm, teer menschenhart! Moe heeft het in zijn gevoel van weekheid gezocht naar zulk een tegenstelling als het beeld van
die rots moet zijn, de rots, waarop eeuwen en eeuwen lan^ de golven kunnen beuken 1 Maar toch, die beeldspraak bezigende, richt zich ons oog als onwillekeurig naar de reuzen uit ons heldentijdperk, tot wie nog slechts de schuimvlokken der levenszee, die rond hun voeten bruist, schijnen op te kunnen spatten. Kn onze blik blijft rusten op een ernstig gelaat, doorploegd van vele rimpels, voren der smart, op den gebruinden, mannelijken kop van den wijdbefaamden admiraal Maarten I larpertszoon Tromp. I )(jch wie zal, sprekende; van de ijzerharde rots, denken aan den vaderloozen scheepsjongen, den slaaf van den zeeroover:
Arm kind, dat zoo alleen stond in dat harde en ruwe leven aan boord van den zeeschuimer 1 Want was zijn taak die van
27
et;n kiijuitsjongcn, zijn plajits was in het volkslogies onder de ruwe bemanning, wier taal hem vreemd, maar wier geduld van uitleggen en verklaren niet groot was. Voor een knaap in zulke omstandigheden geplaatst, is er slechts één middel om zich zijn toestand niet alleen dragelijk maar zelfs vrij gunstig te maken, en dat middel is de bewondering der manschappen op te wekken voor zijn moed, zijn verachten van al wat op vrees gelijkt, zijn dun\'oi. Aan boord van den zeeroover, die overal heenzwiert, die nu ,.under de linie de groote hitte, dan de afgi ijselijke en felle koude om de noord geleden heelt, die ,,nu aan t Oosten, dan aan t W esten, den opgang of den ondergang der zon volgde, is Maarten, die âgelijk als een vreenul gezel van de geheele Wereld, ja, een inboorling (is) geweestquot;, een duchtig zeeman geworden, âdie uit een klein wolkje vreeselijke stormen (wist) te voorzeggen,quot; 24) hoe jong hij nog was. Want is de voortdurende kwaal, waartegen dergelijke zeeschuimers, evenals nu nog tie walvischvaarders, hebben te worstelen, gebrek aan volk, en werd door het opnemen van de van God en menschen veriatenen, maar vooral door pressen, de manschap nu en dan aangevuld; â op zulk een schip geldt een jongen voor een man. En de jongen, die hiet Maarten heette, mocht de dorpelwachter des rooverkapiteins zijn, boven en behalve dat, was zijn werk dat der andere mannen, die noch medelijden noch verschooning kenden, en om wier bewondering, in krachtige woorden geuit. Maarten het uiterste, het meest gewaagde zal ondernomen hebben.
IV.
Hoe is Maarten nu dien Roover ontkomen?
De reeds vaak aangehaalde Memorie zegt, dat âhij dien Roover nog eindelijk ontsprongen, of ontdonkerdquot; is. Waar nu reeds een tijdgenoot een vraagteeken achter dit gedeelte van 1 romp\'s leven zet, mag men het b. v. den schrijver van het ..Lieven en BedrijJ van den verniaardeti zeeheld Cornells Trompquot; niet kwalijk nemen, dat hij er zich met een jantje van Leiden afmaakt.
..Waarna, zegt hij 34) ,,de jonge (Maarten Harpertsz.) Tromp,
UIT DE ZKVKNTIKNDK EEUW.
lt;.li(;n Roover wel derdehalf jaar voor Kajuitvvachler moest dienen; doch vond eindelijk middelen om te ontkomen.quot;
Toch nog altijd middelen om tc ontkomen! Wat een tantali-scering voor de phantasie, cjin dit donkere gedeelte in het leven des helds met alle kleuren van den regenboog te omweven 1
Helaas, dat dit een Tantalus-smart moet blijven. Want Tromp is noch ontsprongen^ noch ontdonkerd, noch heeft hij middelen gevonden om (c ontkomen !
Ziehier de tamelijk nuchtere \\vijz(-, waarop hij vrij gekomen is: ,,â totdat de zatheid van de Zee en des roofs, de Hoovers zelf beving, en nadat zij conditiën met den I lertog van Savoye gemaakt hadden, hun een vrije plaats om te her-
hersjen toegestaan is. Nadat de kns/elscdie rcjovende Vloot tot
M . . . .
niet was, neeft hij zich vrijgesteld zijnde, in zijn gemoed
toen aireede groote zaken overleggende, wederom naar zijn Vaderland begeven.quot; 24)
Maarten heeft niet lang rust genomen 35) al schijnt hij, waarschijnlijk om het brood voor zijn moeder te verdienen, ,,te Rotterdam, met een schootsvel voorquot; geloopen te hebben, en was (hij) een timmermansjongen.quot; 36) Maar op het land gevoelde hij zich niet meer thuis; de zee was zijn element geworden. Hn het was niet goed ook voor jonge zeelieden om lang aan wal te blijven. Waarlijk, we behoeven er prof. Thysius niet op na tlt;; slaan, om dit te weten te komen ! Anders, bij hangt ons van het âjonge Scheepvarende Volkquot; aan wal geen al te uitlokkend talereel op. Wel schetst bij ons Maarten als een uitzondering, maar.,, , vergeten we niet, dat Thysius een lijkrede uitsprak.
b.n natuudijk ging Maarten maar dadelijk ter koopvaardij varen. Want door liet bestand was er geen volk op de oorlogsschepen nood i^. Bovendien kon hij daar als [ongen slechts / 1.10 per maand verdienen; want om als Bootsgezel een maandgeld van y 3,15 te verdienen, was hij wellicht nog te jong. Vóór 1617 vinden we dan ook alleen van hem gemeld, dat hij met Schipper Cornells Cornelisz. de Maes 37) een reis op * Rowanenquot; heeft gedaan. Maar den 23s,equot; [uni 1.617 ging bij in \'s lands dienst over onder den Commandeur Moy Lambert, en wel als Kwartiermeester, waardoor hij dus J 8 per maand 38) verdiende;, en
29
KKN /,r.I\',MAXS/OON\' ITT DE ZEVENTIENDE EEl\'W.
werd reeds den i8\'len Augustus 161S tot Stuurman benoemd op een maandgeld van / 20.
Doch het beviel tien oiulernemenden zeeman in vredestijd niet aan boord van een oorlogsschip. Wie thans geld wilde verdienen met handen vol, wie vooruit wilde in de wereld, moest t(;r koopvaardij zijn fortuin beproeven. Reeds in Mei van het volgende jaar werd hij door zijn kapitein (den Commandeur Moy Lambert) gelicentieerd, naar het mij wil voorkomen met diens volkomen instemming, en als stuurman geplaatst aan boord van een âKoopvaardij-man Straatvaarder, namenlijk 1 lenderik Fhysz.. Schipper van Schiedam.quot;
\\\\ ant Maarten, hoe jong ook. kon thans geplaatst worden, waar het hem het voordeeligst dacht, omdat er van hem een roep uitging van ervarenheid. Waar zich wel zoo\'n ervaren zeeman uit dien tijd op verstond: Leer het van prof. Thvsius.
Zoo\'n ervaren zeeman verstond (zich) op de Bochten der oevers, de Kapen, de boezemen, de droogten, de diepten der wateren, de gelegenheid van de bewegingen der Zee en Landen in alle wijken en streken; het gebruik en trek van tie zeil-naald, tic kennisse van de linie, door dewelke een Schip uit de eene plaats in de andere gebracht kan worden, de lengte en breedte van plaatsen, en eindelijk was hij in tie kunst van sturen boven anderen wel zeer geoefend.quot;quot;
in t kort: 1 romp ,,is in de zeevaart zoo ervaren geworden, dat hij niemand in wetenschap behoefde te wijken \'.
I oen echter het Bestand ten eindt; liep. liet de jonge man zich ook van dezen schipper licentieeren, en begaf zich op tie terugreis naar het Vaderland. Op dezen terugtocht dreigde een L^roote ramp zijn veelbelovende toekomst te vernietigen. I lij viel namelijk in tie handen tier 1 urken, onder wie hij ruim een jaar heeft moeten verkeeren. Ln de schrik voor de Turken zat er toenmaals in ..Wij schrikken al te; /aam zoo wanneer wij tien naam van lurk hoeren noemenquot;\', roept Tbysius huiverend uit. Ln hij overlaadt ze â op een afstand â niet de scheldwoorden van wreed en gierig.
Ln voorwaar, het ging hier. naar allen schijn, voor Maarten op leven ot tlood. Want lt;-en zaak stond bij hem vast: nooit ofte nimmer zou hij de Onsgeloovi^en dienen\'
3°
EKN ZKKM A\\S/,(,)( i\\
Of hij licn dienen kon ?
Niet als de arme, hulpelooze knaap kwam liij thans weer onder de zeeroovers, die echter meer hadden dan zeven schepen, die . . . landen bezaten, waarop g^eketende slaven in het zweet huns aanschijns moesten arbeiden. Doch hij kwam als de ervaren zeeman, wiens diensten boog op prijs zouden gesteld worden.
Die befaamde ervarenheid van Maarten Harpertsz. Tromp schijnt al spoedig ontdekt te zijn geworden door de zoo ervaren zeeroovers. lui zij werd wel in die mate erkend, dat het den âHassa van lunis ter oore kwam, die den gevangen man voor zich liet brengen. Zeer vriendelijk was deze ontvangst; trouwens de; Massa kon zulke lieden gebruiken 1 bn hij wist het pad, dat hij 1 romp wilde doen inslaan, wèl met rozen te bestrooien! 1 lad de jonge zeeman nu een jaar geleden de thuisreis ondernomen, volgens de gevoelens van den Ooster-schen vorst voornamelijk om eer en roem te verwerven, die vorst maakte het hem duidelijk, dat hij niet eens zoo ver behoelde te reizen, heel en al naar het ikâ¢velige Noorden. I lier in het zonnige Zuiden lagen al dadelijk ,,eere ende groote vereeringhen als voor het grijpen. Lang heeft hij bij den jongen zeeman aangehouden, vertelt ons prol. 1 hysius, en, wat meer zegt, dezelfde getuige voegt erbij: âmet zeer grooten ernst . Wat de Hassa hein aanbood, komt in de Vertaling niet duidelijk uit; hel âStimnnanschap van zijn Schepenquot;. Ik durl, zelfs in vergelijking met den oorspronkelijken tekst, niet staande houden, dat het aanbod het Admiraalschap inhield. Maai wat daarvan aan zij, 1 romp antwoordde, dat hij het niet aanvaaiden hou. âWant , zeide de eenvoudige 1 lollander, ,,ik kan het niet met mijn geweten overeenbrengen u trouw te beloven . J\'xnvuial had hij trouw beloofd, en dat was aan zijn Vaderland, bn evenals bij slechts een Vaderland had, had hij slechts een trouw.
Dat waren âdeftighequot; woorden, zegt Thysius. Maar het âdijtighcquot; van onze voorouders was wel iets anders dan het \'hjtioc van ons. Want om zulke woorden uit te spreken voor een Bassa van Tunis, voor een Oostersch despoot, die zulk een schitterend aanbod had gedaan aan een kind van het volk,
32
uri DK ZFA K.NI\'IKXDK KKl\'W
dat eeuwig met hem in vijandschap zou blijven leven, moest men die woorden met een âonbevreesd wezenquot; uitspreken. Kn wie kan of durft dit anders doen dan hij, die âbereids te voren den dood veracht haddequot;, en âder l urken harde wreedheid of dienstbaarheidquot; niet achtte, waar het eer en plicht gold r
De Oosterlingen hebben ons. Christenen, vaak beschaamd door hun ridderlijke erkenning van de deugd, ook in een vijand. Ook hier was dit het geval. Met Vaderland, dat zulke zonen had, gelukkig prijzende, en getroffen vooral door de rondheid en openhartigheid van den jongen zeeman, schonk de Maho medaansche vorst den ongeloovigen Frank de heerlijke vrijheid. Maar hierbij bleef het niet. Op Oostersche wijze overlaadde hij hem met geschenken, en liet hem gaan naar het Vaderland, het kleine, nevelige Vaderland, waar nog een toekomst gemaakt moest worden, die hier aan de schoone stranden der Middel landsche zee versmaad was.
âVoorwaarquot;, roept Thysius uit, die zijn verbazing niet opkon, ,,dit was een zaak, die prijselijk is voor een Turklquot;
Maarten zocht nu naar het Vaderland weer te keeren. ()f hij spoedig een I lollandsch schip aangetroffen heeft, weten we niet. âHij is geraakt naar Londenquot;, zegt de Memorie. Maar van Londen naar Rotterdam is hij gekomen, zoo worth uitdrukkelijk vermeld, aan boord van Kapitein Adriaen Lmmelins.
Dat werkelijk het verblijf onder âde \'Lurkenquot; tamelijk lang geduurd heeft, kan men uit het volgende opmaken. W ij hebben medegedeeld dat Tromp zich tegen het expireeren van het bestand naar I lolland had begeven, en we vinden, dat hij eerst den 2 ïsicn Ju]j 1622 zich in \'s lands dienst begaf als Luitenant onder Kapitein Cornell\'s de Bageyn. Dat hij na zijn aankomst te Rotterdam lang aan wal rondgelocpen zal hehben, is niet waarschijnlijk. Ten eerste kwam hij naar I lolland om dienst te nemen, en ten tweede: moet hem dit spoedig gelukt zi]n. \\\\ ant, zegt 1 hysius, onze held was nauwelijks in zijn Vaderland gekomen of zijn deugd was iedereen bekend. Ln bij die deugd zal ook wel het een en ander over die befaamde ervarenheid verteld zijn\'. 1 en slotte deelt de Memorie als in éenen adem mede, dal hij te Rotterdam kwam en daar luitenant werd.
33
KKN ZKKMANSZO( )X
V.
We zijn nu door het meest duistere gedeelte van Tromp s leven heen. 1 )aar()m zullen we hem niet meer zoo angstvallig jaar voor jaar volgen, en maar dadelijk spreken over zijn verhouding tot Piet 1 lein. I let zou ook, vreezen wij, den lezer
l\'iel Pietcrsz. Hein.
bijster weinig belang inboezemen, ol we Maarten I larpertz. Tromp den istequot; (:) lanuari 1624 als i.uilenant zien overgaan bij Kapitein l^artholomeus Reyiliersz. jonge Boer, 39) die de V laamsche kust moest bewaken, dat hij in juni van dat jaar weer ,,begeerdquot; werd door zijn ouden Kapitein Moy Lambert, iets wat wel voor Trom]) getuigt. Wij zullen tevreden zijn hem den iö\',en juni door prins Manrits tot Kapitein aangesteld
34
UIT DE ZEVENTIENDE EEUW.
te zien over een oorlogsschip van 40 man. Wij laten hem uitblinken door dappere daden in den strijd tegen de I )uin-kerker kapers; we vinden het natuurlijk, dat hij allengs het commando verkreeg over grootere bodems. 35) Maar dan eerst wordt onze belangstelling weer levendiger, wanneer we hem
⢠\' r~gt;
ontmoeten als Kapitein van het admiraalsschip, het schip derhalve van Piet Hein. Want deze vlootvoogd heeft onzen Tromp ,,daartoe uit al de andere Kapiteinen specialijk verkoren.quot; Piet Hein toch ,,had verklaard, dat hij vek; kloekmoedige Kapiteins gekend, doch in denzelven altijd eenigen misslag had gevonden, doch nimmer in Tromp, in wien hij al de deugden, die in een zeeoverste vereischt worden, erkende.quot; 40)
Of echter dat specialijk verkiezen nu zulk een.... buitenkansje voor Trom]) was\'r
Men doet beter met te gelooven, dat Tromp de waardigheid alleen aannam om den wille der eere van naast Piet I lein te strijden, 41) ten minste als men nagaat wat prof. I hysius mededeelt:
âAls nu zijn faam zeer hoog was opgerezen, en dat zijn vromigheid en heerlijke deugd in ieders oogen gesticht was.... heeft hij (d. i. Piet 1 lein) aan onzen I leid .... met groote moeite verzocht, als dat hij op zijn Schip onder zijn opperste voogdij, het Kapiteinschap wilde aannemen; maar alhoewel hij hetzelve eerlijk konde weigeren, doordien hij Kapitein van een eigen Schip was, zoo heeft hij het nochtans heerlijk te zijn geacht, zijn vromigheid met de vromigheid van zoo een Held te vereenigen: want de eer is het voedsel van een kloek verstandquot;.
Lang zou, helaas, deze innige verhouding, die berustte op wederzijdsche hoogachting, niet duren. Piet 1 lein, die leed onder den roem van de held der Zilvervloot te zijn, omdat hij de held van de Allerheiiigenbaai was, de admiraal, die over \'t algemeen te ernstig en te deftig schijnt geweest te zijn om zich te kunnen verheugen in een dubbelzinnige populariteit, zou weldra zijn leven geven voor het Vaderland.
ja â wèl voor het Vaderland. Niet in een dier wereldberoemde zeeslagen, waarvan zelfs hij, de held, niet droomen kon, zou hij sneven; maar bij een expeditie, die we aarzelen
35
KKN /KEMANSZOOX I\'IT DE ZEVENTIEN 1 )K EKUW
bijna het neer te schrijven â wij meer huiselijk zouden willen noemen. Want het was tegen de grondvesten zelve van het gebouw der Zeven Vereenigde Gewesten, dat de Duinkerker kapers hun aanvallen richtten. Al de roem en de glorie der volgende jaren, heel het maritieme I lolland, rustte op de geestkracht der alles durvende, alles ondernemende vrachtvaarders, die gegroeid waren uit de haringvisschers. Kn die geestkracht, vond zij niet voor een groot deel haar oorsprong in de nimmer eindigende worsteling op leven en dood met de I )uinkerker kapers?
Die 1 )uinkerker kapers ! Ze waren meer gevreesd en gehaat 42) dan de Spanjaarden. Welke schrikkelijke verhalen gingen daar rond van zinkende I lollandsche schepen, waarop de arme schepelingen met handen en voeten of soms ook wel met de ooren waren vastgespijkerd. Tegen dat roofnest was indertijd een Maurits afgezonden; maar de slag bij Xieuwpoort had hem tot den terugkeer gedwongen. Nu zou de admiraal Piet kietersz. 1 lein er heenvaren. Wel, al zijn manschappen waren met die kapers bekend, en hoeveel roofschepen waren door den kapitein van het admiraalschip niet genomen of op het strand gejaagd 1 43)
Helaas, te midden van het gevecht werd Piet i lein dooreen kanonskogel doodelijk getroffen. Indien deze ramp aan het bootsvolk bekend werd, kon het de nederlaag ten gevolge hebben; dit begreep de kapitein. Zijn hoogvereerde beschermer en vriend lag tiaar zielloos en bloedend neer. Maar. zijn smart bedwingende, voer hij voort te bevelen en te handelen, als volgde hij slechts de commando s van den vlootvoogd, kn toen, door Tromp\'s beleid, de zege bevochten was, eerst toen daalde de vlag van het admiraalsschip halfstok, om de ontzettende tijding aan de dappere zeerobben mede te deden, wier wangen nog gloeiden van den zwaren strijd.
Na den dood van Piet 1 lein heeft I romp een poos aan wal geleefd. I )e oorzaak daarvan lag ten deele hierin, dat ,,de Groene Draakquot; het Admiraalsschip, ,,uit gunst aan een ander gegeven (werd): \'t welk I romp zoodanig verdroot, dal hij tie zee verliet en daarna zeker ambt omtrent zeezaken aan land bediendequot; 44).
Omtrent zijn leven aan wal verneemt men van den tijdgenoot
37
KKN ZKEM ANS/.OC gt;N
de beste getuigenissen 45) want âzijn manieren waren vreeselijk of rouw, gelijk de Inboorlingen van Neptuyn uit de onstuimigheid van de Zee gemeenlijk verkrijgen, maar tot alle beleefdheid genegen.quot; 24)
Wat dat âzekere ambt omtrent zeezakenquot; was: leert ons Thysius; âMaar hij is, terwijl hij uit de Zee was, niet alleen een bloot aanschouwer van \'t land geweest, maar heeft ook de Zee altijd voor oogen gehad, en de Directie van des Scheeps-timmeragie, omtrent de Maze, met groote eer en naarstigheid bijgewoond.quot;
Veel later, nadat hij reeds een wereldberoemden naam verworven had (door den slag bi j Duins) heeft de Lnitoiant-Admiraal Tromp een poging aangewend om Kommandeur van Den Hriel te worden. Dit geschiedde in het najaar van 1647. Wat Tromp daartoe bewogen heeft, weet ik niet. Ik vermoed, dat hij met het oog op den aanstaanden vrede, waarvan de onderhandelingen reeds zoo lang traineerden, een andere betrekking heeft willen zoeken, l it zijn kinderjaren toch herinnerde hij zich het sluiten van het Bestand, en hoe toen zijn vader en vele andere kapiteins gelicentieerd waren geworden. Kn kon hij voorzien, dat juist na dien vrede de groote oorlogen ter zee een aanvang zouden nemen !
Doch ,,de poging, door Tromp aangewend om de betrekking van Kommandeur van Den Briel te erlangen, was vergeefsch. Bij besluit van 9 December 1647 werd door Zijne Hoogheid (prins Trederik Hendrik) aangesteld I\'Vederik van Lyer.quot; 46)
Zulk een tijdelijk heimwee naar het rustige burgerlijke leven schijnt bij meer dan een zee-overste voorgekomen te zijn.
()ok M. .\\. De Ruijter heeft eens bijna het burgerlijke leven boven het leven ter zee verkozen 47) en een dergelijk verschijnsel komt ook voor in het leven van Witte Cornelisz. de With. 48)
VI.
Nu komt als vanzelf een andere vraag bij ons op. We hebben in het avontuurlijke leven van onzen held telkens en telkens weer hooren getuigen, hoe gezien en geacht hij was
38
riT l)K ZKVKN\'I\'IKNDK KliUW.
hij zijn meerderen. 1 )och hoe claciilen zijn minderen over hem 1 Iet is toch een eigenaardigheid, dat bij tijdgenooten vooral het oordeel van meerderen, bij het nageslacht óók het oordeel van minderen gewicht in tie schaal legt. En niet vaak voorkomend is het geval, dat beider oordeel eenstemmig gunstig luidt. Tromp nu behoort bij die uitzonderingen. Zullen we straks zijn politieken tegenstander Jan de Witt, die toch eigenlijk zijn meester was, hooren klagen over den dood van Bestevaêr
â en jan de Witt was er geen man naar om zelfs in een lijkrede iets anders te zeggen dan hij dacht â we zien een wolk van getuigen opgaan, waar wij de matrozen der i7e eeuw
â zijn ondergeschikten - oproepen om te spreken over hun geliefden Admiraal. We spreken van Jan de Witt, omdat we als tegenstelling, en daarom alleen, in herinnering brengen een getuigenis van een der lijkenschenders ----- hoe anders zullen we de lieden noemen, die hun wraak koelden aan de ziellooze lichamen der ongelukkige, miskende i )e Witten: de getuigenis van een oud-matroos van Maarten 1 larpertszoon Tromp. Wie, om ook ons volk in zijn beestachtigheid te leeren kennen, de walging heeft aangedurfd om de beschrijving van de mis handeling der lijken te lezen, die Wagenaar haast te uitvoerig geeft, weet, dat een matroos uitschreeuwde: «dit zijn de schelmen, die geen Vloot tegen Kromwel in zee wilden brengen: maar tien ouden Admiraal Tromp zoo deerlijk vermoorden lieten.quot; 49)
Het schijnt meer dan overbodig te herhalen, dat wij het bovenstaande slechts om den wille der tegenstelling aanhaalden. Maar het zou ons werkelijk spijten, indien daardoor tot den lezer alleen de ruwheid van het zeevolk dier tijden sprak. We zouden liever een weinig sympathie, haast zeiden we: een klein weinig gevoel voor het lot van janmaat willen opwekken. Ferme kerels waren het, die i iollandsche zeelieden, kloeke lieden, dit;, slechter uitgerust dan de Kngelschen, wonderen van dapperheid hebben verricht. Maar welk een leven moesten zij leiden! Onder welk een strenge krijgstucht stonden zij 1 50) Als het op den vijand losging, dan was het dagen en dagen achtereen in de kleeren blijven. Slapen konden de maats, en een zeeman slaapt onder alles! Maar zelts tie schoenen mochten niet van de voeten. 51)
39
MA Zl-KMA\\S/uo\\
Vergeet daarbij niet, dat al onze oorlogsschepen natuurlijk ook zeilschepen waren. Janmaat was oorlogsmatroos: ja, maar het werk van een koopvaardijmatroos de bezigheden of bezig-/icdens, zooals dat eeuwig in de weer zijn in zeemanstaal heet â was ook niet vreenul aan hem.
Wie zulke mannen, onder ijzeren en nog eens ijzeren krijgstucht levende 52), een goed woord geeft â niet zulk een, dat iets in zich heeft als een valschen klank . . . omdat het een afdalen is, dat eer verkoelt dan verwarmt; maar een mannenwoord van iemand, die mee weet te leven, omdat hij zelf in die kringen heelt geleefd: een woord dat boven hen is en toch door hen verstaan wordt, omdat het, als het volkslied, ui! het volk en toch hoogcr dan het volk is - die zal hun vriend, hun vader zijn.
.Niet de eerste de beste echter vermag dat. I )aarvoor moet men eigenschappen van gemoed en verstand bezitten, die niet alleda agsch zijn. \\\\ ant het hart moet mede kunnen lijden, en dat kan het dan alleen waarachtig opbouwend, wanneer het zc/J veel geleden heelt. Maar, en hierin vooral is het zwaartepunt gelegen, het verstand moet weten, waar de grens is.
1 let scheepsvolk had 1 romp lief; het noemde hem Bestevaêr, hij noemde hen zijn kinderen. Maar als prof Thysius dit mededeelt, haast hij zich er aan toe te voegen, dat ,.hij zijn ontzag geheel wist te behouden.quot;
Waardoor Waarin bestond dit geheim van Maarten 1 lar-pertszoon IVompr
Och. we kennen het allen. Het is zells een wachtwoord onzer eeuw. Alleen... we iiaudelcu er liefst niet naar!
Maar daarom heeft het voor ons, arme kinderen der stervende negentiende eeuw, die met al ons altruisme â ik bedoel de leer ervan! â meer gewoon raken aan het ontploffen van dynamietbommen dan een zeventiende-eeuwer aan de doffe slagen van de- ijzeren stang op de ledematen van den op het rad uitgestrekten misdadiger â- daarom juist heeft het voor ons meer waarde, als we dat geheim hooren verklappen door een zeer rechtzinnig hoogleeraar uit dien allesbehalven zachten en milden tijd, waarin ons heldentijdperk ligt. 1 )aarom pakt het ons, wanneer we uit zulk een mond hooren, dat door
4°
n i\' igt;i; zk\\ i \\ rii-.mh i:ku\\v
/.achthcid en vriendelijkhcitK door âminnelijkheidquot; het wonder werd volwrocht.
Want â zoo leert prof. Thysius ons - en zijn woorden zijn als voor alle eeuwen ⢠âhet zeevarende volk is door
hardv, strengheid niet wel te bewegen, maar integendeel /al bij haar door lielele, ontzag gemaakt worden.quot;
I )il is een deel van hel geheim.
Maar het geheele nog niet\'.
Stel 11 Tromp niet voor niet een witte das en zwarten rok en een medelijdend lachje op het ge laat.
Men ziekentrooster valt niet bijster in den smaak van Janmaat!
Neen ! Tromp was door en door een zeeman, die niet alleen bevelen kon, maar als het nooclig was de handen uit de mouw
kon steken. I lij was âden ouwequot;, naar uien alles heenkeek als het er bruinde. Hij was het, die altijd ongedekt in liet midden van den strijd op de gevaarlijkste plaats 53) van liet geheele schip stond, maar... die toch geen waaghals was; 54) die, als later DeRuijter, volgens een plan, een taklick handelde, waaraan men zich zells door ongunstigeii uitslag niet in tw gebracht, met hart en ziel vol vertrouwen oven\'al. Mij was
41
I.t, Atlmiraal Maarten Ilarperlsz. Tromp.
KKN /.KKMANS/.OON
42
de Imi^cIscIu- gt\'schiedschrijvt.\'iquot; getuigt het â de nuin die een theorie, een school wist te fondeeren. Maar hij was ook en vooral do man der practijk.
Hn als /ooquot;n man tot Janmaat kwam met een woord uit diens eigen woordenboek, dan ging het eerlijke, ronde zeemanshart als vanzelf open.
1 )at arme bootsvolk der eeuw, het was zoo vaak slachtvee. Maar . . . daarom wilde het nog niet als vee behandeld worden! I\'al toonde het eens. toen het voor een norschen .uliniraal niet veehten wide. I )eze norsche admiraal was Witte Conudisz. de With, een door en door stoutmoedig man ; zeker. Maar ..zijn groot*⢠gestrengheid en onbesuisd*; gramschap tegen
I\'l l PK ZKVKNTIKNDK KEUW.
lid scheepsvolk . . . deden hem niet slechts die toegenegenheid missen, welke Tromj) in zoo ruime mate bezat, maar boezemden aan velen een onverwinbaren afkeer tegen zijn persoon inquot;. 55) \'Poen Tromp in ongenade was gevallen (waarover later) werd Witte met het opperbevelhebberschap beiast. Maar kort voor een gevecht met de Kngelschen had hij al ondervonden, hoe gehaat hij was, ,,toen de schepelingen van het voormalige (d. i. Tromp\'s) Admiraalsschip, niet alleen weigerden hem aan boord te nemen, maar zelfs dreigden hem in den grond te schietenquot;. Ja, dezelfde getuige verzekert, dat gedurende het gevecht verschillende schepen, evenals het Admiraalsschip, weigerden hein als bevelhebber op te nemen.
We geven dadelijk toe, dat uit dit geval met Witte Cornelisz. de With verschillende gevolgtrekkingen kunnen worden gemaakt. Men kan het aanhalen als een bewijs voor de rivaliteit tusscben Hollanders en Zeeuwen, omdat, volgens het gevoelen der laatsten, Jan Evertsen de opvolger of plaatsvervanger van Tromp had moeten zijn 56;. Men kan het ook aanhalen als een bewijs, dat, mocht de krijgstucht streng zijn voor janmaat, zij dit in wat mindere mate geheeten kon worden voor de kapiteins. Maar wanneer wij bedenken, dat Tromp een vijftiental jaren óbk de Zeeuwen aangevoerd heeft zonder Admiraal van Zeeland te heeten, dat hij onder de kapiteins ook heftige vijanden telde, die er zich echter toe moesten bepalen, den man, dien zij benijdden, omdat hij, zoo niet van hun mindere dan tocb van hun gelijke, hun meerdere was geworden, in schotschriften te belagen â dan mogen wij met de wetenschap, dat nooit ofte nimmer iets dergelijks met Tromp is voorgevallen, uit het geval met Witte Cornelisz. de With ook de gevolgtrekking maken, dat het niet alleen vleierij was. wanneer schrijvers dier da^en van Hestevaêrs vriendelijkheid gewaagden.
Vleierij ?
Wij zullen weldra hooren, hoe Tromp beschimpt en gesmaad is. Welk man van karakter heeft geen vijanden Maar thans willen wij nog even het oor leenen aan tie verzekeringen van getuigen, die tijdgenooten van hem waren of niet zoo heel lang na hem leefden. En het doet ons genoegen er een te hooren mededeelen. dat de Admiraal volstrekt niet met drukke beweeg-
43
KKN /KKMANS/.OON
lijkheid een soort van populariteit onder zijn inferieuren zociit t.c verkrijgen, lienvoudig toch en eigenaardig heet het : âWat zijn zachtmoedigheid en stillen omgang niet zijn volk, alsmede zijn andere deugden aangaat, daarvan weten zijn bekenden meer te spreken dan wij schrijven.quot; 57) Kn dat, zooals wij mededeelden. Tromp door en door een zeeman was, ,,een peckbrouck.quot; zooals het straks te behandelen schotschrilt dat smalend uitdrukt, dat leeren wij van yoris uit een in het jaar 1653 verschenen Samenspraak, 58) van Joris, die gehoord had, dat âde nieuwe baasquot; 59) alle dagen wel een schoon hemd en alle weken wel twee schoone lakens ,,van doenquot; had, en, verbeeld u, vier knechts en twee koks mede naar zee zou nemen, zoodat |oris nu terecht vermoedde, dat janmaat heel raar zou opkijken, als hem uit de kombuis de vreemde reuk van gebraad in den neus kwam. Te drommel! Hestevaêr Tromp was niet gewend om in zee met lakens te slapen, âdie kroop slechts met zijn onderkleeren in tie kooi, gelijk de Bootsgezellen gewoon zijn: 1 lij had maar één knecht die op hem paste, en dien hij dan nog tot andere dingen gebruikte. 1 lij had ook maar één kok, die voor hem zelden anders dan Scheeps kost schafte. 60)
Kn waar wij thans voorloopig afscheid nemen van dien-toprecht I lollands Zeeman,quot; hem dankende voor zijn voor lichting, die we straks maar al te zeer zullen noodig hebben, daar zeggen wij ten slotte met volle instemming een ander schrijver na, als de les, die er uit Tromp\'s handel en wandel getrokken kan worden, en wij wenschten wel, dat die woorden krachtig bleven spreken tot het nageslacht dier roemrijke I lollanders:
,,\'t Is de ware geaardheid der vrije Nederlanderen, dat zij uit dwang niets, maar met vriendelijkheid alles willen doen, ja, meer doen, dan zij beloven.quot; ói)
VII.
1 let roemrijkste wapenfeit van den admiraal Maarten I larpertsz 1 romp vóór den vrede van Munster is wel de slag bij Duins. We hebben ons eenmaal voorgenomen om van gevechten zoo weinig als mogelijk is te spreken en we zeggen volgaarne met
44
UIT DK ZKVKNTIliNDK KKUVV.
don schrijver der reeds aangehaalde (iids studie; âGeen dier wordt er gevonden, dat zich iaat africhten, om in massa, op bevel van een ander, zich aan zijn eigen natuur- en .svw/ge-nooten te vergrijpen. Zoo dol en dom â is alleen de mensch 62) Toch heeft, we moeten het erkennen, die slag bij Duins vco! aantrekkelijks voor het groote publiek, waartoe wij ons, ten opzichte der juiste waardeering van zee- en landgevechten, gaarne rekenen. Zoo\'n Tromp, die met een 12 a 13 tal scheepjes 63) de kolossale vloot van Spanje alvast aangrijpt, zoo\'n onversaagde De With, die evenals de niet minder koene Hanckcrt, op de seinschoten des admiraals komt aangezeild en zonder iets ter wereld om de meerdere sterkte des vijands te geven er maar op los gaat â ze trekken ons onwillekeurig aan. Kn dan die beweging in den lande; die masten, welke als vanzelf groeien; dat scheepsvolk, dat als het wan; in de schepen uit de lucht komt neerduikelen; die Noordzee vol blanke zeilen, wapperende wimpels, vol vroolijk gerucht van jonge, opgeruimde maats â wel, we zouden geen schepsels vol menschelijke zwakheid moeten zijn als wij bij het gewagen van zulk een energie niet een beetje fierder het hoofd ophieven. Mijn hemel, onze latere geschiedenis is zoo vervuld van een oude-mannengeest, geeft op zooveel bladen vragen als âzouden we wel?quot; ,,zouden we wei heuschrquot; te lezen, dat we met pleizier onzen oolijken Janmaat naar Duins volgen. Maar pas op! Want ge loopt gevaar even als zoo\'n alles behalve fijne kwant ondeugend met het oog te knippen, wanneer de Spanjaard, die niet vechten durft, die de kans met de van dertien tot een honderdtal aangegroeide 1 lollandsche schepen liever niet wil wagen, voorgeeft zijn stengen te Dover gelaten te hebben.
,,Hijlo, maat! dan zullen wij ze voor je halen!quot;
Mn als de Spaansche Don nog uitvluchten zoekt en zoo iets mompelt als van gebrek aan buskruit, dan klinkt het spottend, terwijl een lachje van leedvermaak zich om de lippen krult;
,.Wel, m\'n beste maat, maak geen complimenten; we zullen deelen, op z\'n zeemans!quot; ....
Doch dit alles is meer dan bekend. Ook, dat john Muil zijn tanden toonde. Want âPennington was nu met zeventien Koningsschepen uitgekomen, en verkondigde, dat men zich.
45
EKN ZKKMANSZOON\'
tlt;;r wcclerzijd(Mi van vijandelijkheden had te onthouden .... 1 )at hij, die zicli er het eerst aan schuldig maakte, de vijand van CirootUrittanje zou zijn, en als zoodanig behandeld worden.quot; 64)
Xu schijnen de Spanjaarden bepaald geloofd te hebben, dat de luigelscheii hen zouden helpen. Zij gingen zelfs zoover â en misschien is dit niet zoo algemeen bekend â dat zij op een sloep schoten, waarin Tromp zelf zich bevond. Een Hol-landsch matroos werd gedood, en nu werd diens lijk als corpus delicti door de Hollanders aan den Kngelschen admiraal gebracht. 65)
1 riomfantelijk werd de zegevierende admiraal in het Vaderland ontvangen. Door âtreffelijke; geschenken,quot; zooals Wagenaar zich uitdrukt, werd zijn dapperheid beloond; in Januari 1640 werd hij Kidder der Orde van St. Michiel en ,,door den Koning van hrankrijk, Lodewijk XIII met een nieuw wapen begiftigd.quot; 66) Maar - wat zijn besnijders wel het meest in de oogen stak â hij trouwde âeen rijke juffrouw met veel goed quot;
1 )eze ârijke juffrouwquot; heette Cornelia Berckhout, en het huwelijk werd ten jare 1640 te \'s Gravenhage voltrokken. Zij was âeen Raets-heere dochter, haer vaertje was van Munnickedam, en placht inden I laegh ojj de Vijverberghe te woonen, en haer moertje was van Delft vande beste van \'t Stee.quot;
Ongeveer d(;zen tijd moet de venijnige brochure verschenen zijn, waarop wij reeds gezinspeeld hebben, en waaraan wij bovenstaande bijzonderheden omtrent die ârijke; fuffrouwquot; ontleenden. 36) \\\\ at oe)k zen) n Maarten 1 larpertsz. Tromp zich verbeelden zou\' Dat was me\' aelmiraal; ja. God betere \'t, ele)e)r zijn ineMji-praten e;n zijn Fiikfloejien, eloor zijn âLammertongetjequot;, en vooral omelat hij ele dominees e)p zijn hand had Want die heeren predikers zouelen het wel voor hem ârondschietenquot;. De; veinsaard, die: wist van handjes-geven en van broeder en âvrien-elekens zeggen! liet ging me;t he;in als nu-t Ke-intje ele- Ve)s toe;n eleze zich in e;en monnikskap gestoken had. ,,\'Te)e;ii was de\' \\()s e-e\'n dege-lijk gev.el e\'ii niemand elurfele: iets\' van hem zeggen, want \'t was een broeelesr van ele\' Kap, en ele anelere; diere\'n ontvingen elagelijks zijn zegen, gelukkig was hij, die zijn afte\'e\'kening in zijn heil hadele, anders was men e;en kette-r e\'ii ge\'en ge)et Patriot.quot;
UIT DK ZKVENTIENDK l\'.KUW.
Men had hein eens moeten gezien hebban ,,inclc Coets-wag\'henquot; toen hij trouwde! Hij leek wel een âNoortse-Beer!quot;
âNu,quot; zei Griet Smeers, ,.\'t zag er met Maarten vóór 20 jaar al heel anders uit!quot;
,,()f het!quot; antwoordde Trijn Jans, ,,ik hc;l) Martens allang gekend, en zijn vaar ook wel, die was Trompetter in Den Hriel, en daarna werd hij Kapitein op een buisconvoyer, en zijn moer waschte de maats d\'r hemden, en steef de kragen om geld, en toen Maarten nog jong was, liep hij tot Rotterdam, met een schootsvel voor, en was een timmermansjongen: en deze vent wil met geweld adel wezen, tiaar hij altijd mede placht te spotten!quot;
O, Griet Smeers wist nog meer. Maarten\'s moer had nog vóór twee jaar voor de menschen gesteven en zijn zusters deden het nog. Kn zijn jongens plachten zoo schaloos rond te loopen, of zij bedelaarskinderen waren. Wat een niensch al niet beleven moest! Dat rijdt me in wagens, dat is gekleed in zijde en satijn .... en dat wil niet eens de drieduizend gulden betalen, âdie zijn moer van zijn zaligen vaar nog wel schuldigquot; is !
Ja, Maarten was van ,,zulken volkje,quot; in zulk ,,een mooi geslachtquot; kwam nu die Jiaagsche juffer.quot; I lm. . . . begrijp-je niet waarom dat zieltje;, dat zich dag en nacht de oogen rood weende, in zulk een rare familie kwam: Niet, heusch niet: Och ja, je bent misschien als Marinus Grijns/, uit onze l\' Sanun-Spraeck nog wat ,,te jongh om alle dinck te weten,quot; maar als je werkelijk een âfrisch jonkmanquot; bent, en bijgeval ter zee vaart, heeft IVijn Jans 11 nog we! een goeden raad te geven, je moet maar mooitjes ter kerk gaan, en niet één preek verzuimen, en dan zult gij in de kennis van de 1 leeren komen, die zullen je we! recommandeeren om Kapitein te worden. Kn dan kun je een dochter van een dier ! leeren trouwen, of de meid wel, als ....
Maar we zouden vergeten, dat wc tweehonderdvijftig jaren later leven, en dat men thans geen kapiteins maakt, âdal maar snijders, wevers en zulk volk zijn!quot;
Hoe menigeen van de ige eeuw za! verbaasd zijn, als hij van dit laag neerzien hoort gewagen in een eeuw, die hem daarvoor te groot leek. ja, ziet u, iemand moet de gal wel overloopen. \\\\ ant het is juist om een Maarten 1 larpertsz.
47
Ki :\\ /,KKMANSZ.O( »N
4s
UIT UK ZEVKNTIKNUÃ l\'.ICUW. 49
o\'aan bewijzen, dat het al ^cluk maar ^quot;(â cn de minslc verdienste bij Troiiip was.
Kn als hij dit alles daghelder heeft aangetoond, zal hij u het laatste grc.\'intje achting, dat ge nog in uw borst voor Maarten koestert, ontnemen. Want, ziet ge, 1 romp was een geldduivel. 1 lij sliep niet de Directeuren, die de leverantie van de eetwaren hadden, onder een deken. Zeil was hij Directeur geweest, en toen had hij brood ,,van verdronken tarwe voor de Oorlogs schepen laten bakken. Want, moet-je weten, zi)n zwager is bakker in 1 )en Jiriel : 69) dien liet hij van dat goedje bakken en bracht het zeil âvoor een daalder op quot;t honderd, meer in rekening, dan het de bakkers tot Rotterdam presenteerden te leveren: en van het ordonnantie koopen, dat zou Kapitein juyn bol, tot Rotterdam, kunnen zeggen.quot;
11a! daar he bijen we eindelijk een naam, die ons op ht.-t spoor zal brengen van de personen, die zulke verschrikkelijke beschuldigingen naar het hoofd van Bestevaér 1 romp slingerden, en die, voor bet minst, aan het slot van dit schotschrift hun naam hadden mogen plaatsen.
Ze mochten anders die namen wel doen hooren, want ze zijn met roem bekend in onze Vaderlandsche Geschiedenis. Kn daarom is het eigenlijk maar goed, dat ze niet onder een schot-schrilt staan, al zijn ze aan dergelijke schotschriften niet vreemd. Neem het dan niet te hoog op, als gij hen een onzer nobelste figuren ziet zwart maken. Hestevaer Tromp nam het ook zoo hoog niet op; âdie lachte daar dan eens om, en zeide, IJ\'ti/ mogen deze mcnsc/icu al woelen, en was alzoo veel daarover ontsteld als berg of 1 oren, daar een kind een steentje tegenaan gooit. 5lt;S) (iij kent immers tie groote kinderen, die I roje gingen belegeren, en die door 1 lomeros onstertelijker gemaakt zijn dan de ,,eeuwige\' goden: Duld dan ook in de helden uit ons heldentijdvak, in die kloeke, alles wagende zeerobben met hun jongenshart, veel licht en veel schaduw.
Maar â ik vraag u dit voor de benijders van Bestevaer: voor heinzelven behoef ik dit niet te doen ....
ben Uvaaltal jaren na het verschijnen van het schotschrift, toen al die dingen .,al oud waren ; en ,.die nijdige menschen
meest tlood, mijn hemel, in dien tijd gebeurde er 111 tien
4
EKN ZEKMANSZO()N
jaren tc xccl dan dat nu\'ii zou 1)lijv(\'ii zaniken over een paar elleiuli^e praatjes! versch(x;n er weer een dialoog over de zaken van den dag: âHen Praatje over den Ouden en Nieuwen Admiraalquot; waarin quot;Joris en Govert aan het woord waren, joris haalt ,,die oude dingenquot; nog eens op. Het is u wel hekend, zegt hij, dat voor drie- of vier-en-twintig jaar âPier I leynquot; doodgeschoten werd, en dat Admiraal )onkheer Philips Van Dorp in zijn plaats benoemd werd, en die maakte het zoo slecht met zijn ..Landgangersquot; 70) dat hij veel koopvaarders liet nemen. Tromp echter, die op Piet I lein\'s schip kapitein geweest was, en nu zelf een schip had, meende, dat hij als een goed patriot niet alleen quot;s lands gage moest trekken, maar ook daarvoor wat doen moest. I lij maakte zooveel prijzen, dat Van Dorp en de \\ ice-Admiraal Liefhebber en kap. Juynbol en anderen daarvan jaloersch werden. Mens geschiedde het zelis, dat Tromp, die twee I hiinkerker kapers achterna zette, door Liefhebber geseind werd terug te keeren. Tromp moest gehoorzamen, maar deed het met onwil. Daarover bracht Lief hebber bij de autoriteiten zijn beklag in, en toen \'Tromp door (â enige 1 leeren over dit geval kwalijk bejegend werd, legde hij uit spijt. ,.van dat hij niet en mocht doen, als een eerlijk man toe staat,quot; zijn degen neder en verliet \'s Lands dienst.
Lenigen tijd daarna werd hij een der Directeurs âover vijl schepen van de Maze, daer van den .1 dn lira el Por/is Schip er een was.quot; Toen leefde de oude wrok weder op, want Van I )orp kon niet lijden, dat Tromp hem zoo in de kaart zag, âalzoo hij en zijn volk, zijn betalingen door handen van Tromp kreeg. Dit zoo nu een wijl tijds geduurd hebbende, en de Admiraal Dorp ter Zee niets uitrichtende, werd afgezet, en het Luitenant-Admiraalschap ter Zee, werd geoffreerd en gepresenteerd aan onzen Tromp, ten tijde als hij nergens minder na dacht, als na dat ( )llicie. 1 )it baarde zulk een spijt en nijd in velen, voornamelijk in Dorp, Liefhebber en anderen, dat /ij daarover, alsof zij met den Duivel compact hadden gemaakt, alle vileynieen en vuiligheid die zij konden verzinnen, tegen hem uitspogen, om hem in den haat van (jfoot en klein te brengen; Al zijn daden wierden op het nauwste bespied, was er iets, zelfs in groote Zeeslagen geschied.
So
UIT l)K ZEVKNTIENDE EEUW. 51
dat niet naar hun zin was, dat werd niet alle bitterheid en scherpheid gehekeld, overgehaald en kwalijk geduid, zij schreven en lieten drukken, verscheiden vileyne boekjes en paskwillen, die zij met zoo schendige leugens vulden, dat ieder, die ze gelezen heeft, lichtelijk konde oordeelen. door wat geest deze guiten gedreven werden.quot;
l\'-n nu noemt Joris verschillende zeeslagen op, waarvan ..al de wereld bekendquot; is, hoe kromp er zich in gedragen heeft, en hij haalt het oordeel aan, eenmaal door den strengen. ,,Piet I leynquot; over Tromp geveld, hij deelt mede, hoe er ook onder sommige edelen en krijgshoofden te land een groote ..belgzucht tegen hemquot; ontstond, omdat zij meenden, dat men hen gepas seerd had voor een ambt zoo hoog als dat van het Admiraal schap, en .... dat wel voor een man, van wien men kwalijk wist, waar hij van daan kwam, een man van zulk een geringe af komst als Tromp. Hn omdat wij het met |oris volkomen eens zijn, dat de rechte adel, ,,te weten: Manhaftigheid, kloekmoedigheid lt;\'n Couragiequot; niet aan \'Tromp\'s geslacht ontbrak, herhalen wij zijn woorden niet verder, maar vernemen alleen nog met belangstelling, dat Tromp, in plaats van door het belaamde huwelijk met die âhaagsche Juffrouw,quot; en door zijn ridderschap en zijn wapen, een van die parvenu\'s te worden, die, naar âde /\'liegende iUiitterquot; ons verzekert, nog heden ten dage niet nalaten iets van het eeuwig komische in het eeuwig tragische te brengen altijd de zeeman is gebleven, hoe vaak hij in 1 laagsche kringen moest verkeeren.
,.Kwam hij dan in I )en 1 laag,quot; zoo vertelt ons Joris, ,,daar hij iemand van de 1 leeren moest spreken, zeilde hij redu door Zee. hij wist van geen I Ionische Complimenten, noch van 1 laagsche draaierij, wat hij zeide, dal meende hij, zonder iemand naar den mond te praten.quot;
Wel .... Griet Smeers uit het Schotschrift had toch zoo geheel en al geen ongelijk, toen zij Maarten 1 larpertszoon Tromp, den vader van dien Cornelis, die zelfs aan het iiofvan I .odewijk XIV de I lollandsche zeeman bleef, een ..Xoorlsc Heerquot; schold!
KK.N /I i M V Ngt;/â K iN
VIU.
We hebben ons bij deze pamfletten zoolang opgehouden, omdat zij op zulk een eigenaardige wijze getuigenis alleggen van den geest des tijds. liet schotschrift te weerspreken zou ons thans te ver van den weg afvoeren. Want. sprekende over den geest diens tijds, mogen wij dien tijd zeiven niet vergeten.
Dien tijd noch de schrijver of de schrijvers van het eerste, noch die van het tweede pamflet vermochten hem te doorzien. Want zij waren kinderen van dien tijd. Dat er een wereldzon ter kimme neigde . . . . o, ieder 1 lollander wist, dat het met Spanje\'s macht gedaan was. Maar in het opgaan van een nieuwe vergiste men zich deerlijk.
Wie had het geloofd van de twee kampioenen om de heer-schappij der zee, wie van de zeehelden van lingeland of Holland hadden het toegestemd, dat zij in dien tweestrijd twee krachten vernietigden, die vereend zich hadden moeten keeren tegen Frankrijk!
Zelfs Frankrijk, verdeeld en verscheurd door binnenlandsche troebelen, zoo klein en kinderachtig, dat zij niet eens den naam van burgeroorlog verdienden, zelfs Frankrijk zou het niet gelooid hebben.
Wie zich met Tromp\'s leven bezig houdt, moet deze kentering-in de Wereldgeschiedenis daarom buiten zijn portee houden. Als ilc kinderen dier tijden moet hij alleen hart en ziel hebben voor datgene, wat na den slag bij I )uins langzamerhand aller ,,Dencken und Strebenquot; in beslag begon te nemen.
Want nog een andere beteekenis voor ons Vaderland had die slag hij Duins. ja, Tromp had daar aan Spanje den heerschersstaf ter zee ontrukt. Maar een andere strijd, die voor ons een levensstrijd /ou worden, werd op die reede niet uitgevochten. Dat w.is de strijd over de al of niet vrije zee.
liet bestek en de strekking van dit opstel laten niet toe. hier anders dan er zeer vluchtig over heen te glijden. Alleen; in een leven van Tromp \'Hdg het niet buiten beschouwing blijven.
Kon een natie een deel van de zee als deel van ,,het Rijk\' beschouwen r
..Ja!quot; zeiden de Denen, en sloten tie Sont voor alle natiën,
52
uit ok zi;vkntii;m)K kkuw.
die, door weigering van dc betaling eencr schatting voor elk schip, dat door de Sont voer, dit recht der I )enen ontkeiKlcn.
âNeen !quot; zeiden de Zweden en de looien en de vrije Steden aan de Oostzee, overschot der oude Hanseaten. Kn het was hun een lust te vuur en te zwaard tegen dat verschrikkelijke recht te velde te trekken, hetwelk zij vrij zeker zelve als hd recht der rechten in toepassing hadden gebracht, indien de Sont hunner ware geweest.
Kn de Nederlanders?
Wel, die zeiden âja1quot; tegen de Zweden en tegen alle vijanden van Denemarken, en trokken zelfs het zwaard om deze verheven leer te verdedigen.
kn ze zeiden ook ,.ja!quot; waar het hun dierbare Oost gold. Het gebied van den Gouverneur-generaal strekte zich óók uit over de zeeën der eilanden-wereld, kn den vreemdeling, die het wagen durfde dit Nederlandsch luien te naderen, werd een krachtig âRetro, Satanasquot; toegeroepen. Zelfs Le Maire, een VlaminLT, een Nederlander, heeft het ervaren, hoe door en door overtuigd de O.-l. Compagnie van de waarachtigheid dezer leere was.
Maar .... de Advocaat dier Compagnie, die; ,,met macht van redenen in kngeland gaat betoogen dat de 1 lollanders bevoegd zijn in de Molukken juist datgene te verrichten wat zij schennis der Vrije Zee noemen, wanneer de kngelschen in kurupa het nadoen,quot; â 71) Hugo De Groot n.1. doet in zijn Mare libcrum een krachtig âneen!quot; hooren, en de 1 lollandsche en z\'eeuwsehe haringvisschers, die op de kusten van Schotland en kngeland gingen visschen, zeiden het hem volmondig na.
kn de kngelschen?
,,Ja!quot; zeiden de benijders onzer welvaart, die ons hinderden en treiterden, waar ze konden, zooals alleen concurrenten dat elkaar kunnen doen, en ze eischten o. a. in het jaar 1637 van onze visschers door middel van hun oorlogsschepen dertig duizend gulden voor het recht om op de kngelsche kust te visschen en lazen met instemming het boek Marc claiisum van hun landgenoot |oannes Seldenus, er de schouders over ophalende. of al onze Staten den advocaat I \'irk ( iraswinkel, die er een wederlegging op schreef, een jaargeld van / 500 toelegden. 72)
53
M A /P KMAN\'S/i )(i\\
Wie er in zijn schik was en zich \\an Mijdscha]) (Ie haiulcn wrccl, was wel de Koning van i\'.n^eland, die zooveel geld noodig had en het van jaar tot jaar al moeilijker wist te verkrijgen. ,\\u was er een heerlijk voorwendsel voor een belasting gevonden. W at kor. billijker en nationaler schijnen dan een belasting, het l.ngclsche volk opgelegd, om, zooals tie Koning zeide. het recht van kngeland over de zeeen met kracht van wapenen te handhaven :
l\'j) . . . . w at was me daar nu bij I )iiins geschied I l )aar hadden die dani d Pnhhu/cu niet alleen een vloot aangetast m de watt ren, maar zelfs op de kust van Kngeland! Karei l rekende zich dan ook zeer gehoond, iets wat den Hollanders wel aan het hart zal gegaan zijn! Want gelukkig stelde het hngelsche volk bijster weinig vertrouwen in zijn Koning. I lij had nu al zooveel jaren zonder Parlement geregeerd en met Strafford, ot juister gezegd ; door Strafford, zoo precies andersom de wetten van Old-/ui^/ivid opgevat als zijn morrende onderdanen, dat de laatsten zeer geneigd waren 7iu/ te noemen, wat Zijne Majesteit zwart heette te zijn. ..De gemeente in kngeland.quot; zegt Wagenaar zeer eigenaardig, âschijnt er niet rouwig om geweest te zijn.quot; Ja, hij gaat nog verder. ,,Ook meende men, zegt hij, ,.dat de Koning om geen meerder misnoegen te verwekken onder \'t volk, de Spaansche vloot door zijn schepen niet had willen doen beschermen.quot; 73)
Doch dit alles mocht waar zijn. de slag bij Duins reikte als ik mij zoo eens mag uitdrukken over den vrede van Munster heen. de hand aan onze groote en verschrikkelijke zeeoorlogen met Kngeland.
hn. oi het werk zoo spreken moest, de persoon, die in 1639 hij Duins de scheede wegwierp toen het zwaard getrokken was. kreeg in 1652 de schuld van de vredebreuk met Kngeland. Maarten I larpertsz. kromp, die in 1639 meteeren loftuitingen OV( â rladen werd. omdat hij had doorgetast, werd om dezelfde reden in het jaar 1652 door velen in den lande met niet al te vriendelijke blikken begroet. Want hij werd gehouden voor de man, die een doos van Pandora geopend had. op wier bodem ternauwernood de hoop was achtergebleven.
liet i\'eval is bekend. Onze vla;/ moest de Kntrelsche viae
54
rrr dk /,i:vkn i ik\\I)K kki w.
salucercn, en zoo telkens en telkens erkend worden, dal Kn^e-land de heer der zee was. ()nze regenten berustten erin ; zij hadden te veel koopmansbloed in de aderen om al te; zeer te hechten aan uiterlijkheden, die meer den vorm dan het wezen schenen te betreffen.
Maar voor den zeerob was het een hard creval die vlag tc doen dalen voor den lirit. Wel heette zij sedert korten tijd de .S\'/rt/tva\'lag, en.... nu ja, die kon wel een stootje velen 1 Maar.... maar de l\'rinseii\\\\lt;v^ werd zij toch weer, als zij gehoond werd, die driekleur, dat symbool van het kleine Vaderland. Hn toen dat geschiedde, ja, toen heeft tic; admiraal, die haar heel zijn leven trouw was gebleven, die haar verkoren had boven al de eer en heerlijkheid van het Oosten, die haar had zien neerhalen op het arme âeigen geladen koopvaardijschi])quot; van den vermoorden vader, en zien sleuren door diens bloed -â toen heeft Maarten 1 larpertszoon Tromp het niet kunmu dulden, en hij heeft geschoten, hij, de kalme, bezadigde man, bijna tc kalm en tc bezadigd voor de Achiliesse-n van zijn tijd, toen heeft hij geschoten dwars door de hngelsche vlag heen!. .. .
Volgens zijn instructie, om tusschen Duinkerken en Ostende zee te houden en vooral de Kngelsche kust niet te naderen, had Tromp trouw gehandeld. Maar meer dan op hun Instructie dienden de Staten te vertrouwen op den Admiraal zeiven. ,.Ken Reeder,quot; zegt de ons reeds bekende Joris, ,.zal zijn Schipper niet belasten, dat hij zijn Schip zoude stranden, maar de nood doet het dikmaals wel doen.quot;
Zoo was ook hier de nood gekomen. hen storm was opgestoken, en niet meer de instructie der 1 leeren, maar âde Zeemanschapquot; van Tromp moest thans raad schaffen. I lij kon de vloot niet doen stranden op de \\ laamsche kust, zoo gevaarlijk met haar duinen en zandbanken. Omzijn schepen voor vergaan te behoeden, zette hij koers naar de Kngelsche kust. hn al woonde daar een bevolking, die den Xederlandschen zeeman niet welgezind was toen Promp den hngelschen Commandeur, die voor 1 )over lag, liet aanzeggen, ,,dat hij daar niet kwam, dan door den storm en nood gedreven zijnde,\' kon hij gerust zijn. Want zelfs met den Koning van Spanje was vóór vier jaar afgesproken, dat, welke beperkende bepalingen men ook
KI\'.N /KKMA NS/Of )\\
mocht lilijvcn liandhavt\'M voor oorlogsschepen in woclerzijdsche havens, men een uil/ondering zou maken voor die, welke ^gedreven (wierden) door tempeest, ofte gedrongen (wierden) hetselve te doen door nood, om te schouwen de perykcn van de Zee.quot; 58)
All(;s had goed kunnen adoopen, indien Tromp niet gewaarschuwd was. dat er /even straatvaarders in gevaar verkeerden door de kngelschen als goeden prys opgekracht t(t worden. 1 )en vorigen dag waren zij door vijf kngelsche schepen aangevallen, maar deze waren algeslagen. 1 )e Kngelschen lieten echter hun prooi niet glippen, maar zonden om hulp naar Hlake, die op de I heems lag. Tromp kon wel niet anders handelen dan de zeven straatvaarders ter hulp te snellen om hen veilig van de kngelsche kust weg te leiden, om daarna zijn plaats tusschen I hiinkerken en Ostende weer in te nemen. Hlake is intusschen ,,de Revier van Londenquot; uitgezeild op spoor van de straatvaarders, en zoo kon het wel niet anders of beide; vlootvoogden moesten elkaar ter hoogte van I )over passeeren, Hlake inwendig woedend nu de rijke kuit hem ging ontglippen. Tromp inwendig blij, dat hij zijn kngelschen collega het vette brokje als voor den neus had weggekaapt.
w ie nu van de daaropvolgende kanonnade de schuld had, of 1 romp wel spoedig genoeg salueerde dan of Hlake te driftig was, laat ons na zooveel jaren vrij koud. Wie lust heeft hiervan de finesses te weten, kan daarover lectuur genoeg vinden. 74) V\\ ij voor ons willen I romp van de vredebreuk noch beschuldigen noch schoonpraten. ja. als men met y\'ons ons toevoegt, dat de Staten zelve J romp niet verloochend hebben, willen wij met Govert 58) antwoorden, dat ,,de 1 leeren Staten dit zoo wel een glimp zouden kunnen geven, omdat zij bij andere Koningen en IVinsen niet beschuldigd zouden worden, van dat zij oorzaak van dezen lt; )orlog zijn, ol om eenige andere redenen, ons onbekend.quot;
Maar wij houden ons bij die haarkloverijen niet op, vooral omdat we weten, dat nu eenmaal de oorloir door de Kntrelschen
«â gt; o
gewild, door ons gevreesd werd,
We willen liever in heel die historie van het al of niet strijken der vlag aanleiding vinden om een ondeugendheid van Tromp
nr DE /KVKNTIRM)!-; I- KL W
te vertellen, die hem, indien het mogelijk ware, nog meer het hart deed stelen zijner Oranjegezinde zeerobben. Want in zijn verklaring over de ontmoeting met Hlake, spreekt hij, alsof het hart hem op de tong kwam van : Prince- in plaats van Slate)i\\V\\lt;g.
De Staten van Holland konden hun oogen niet gelooven, toen /ij zulk een ketterij ontdekten. Ze ,,noemden het een abuis en drongen er op aan, dat zulks veranderd zou worden; doch, zoo het schijnt, ontbrak hiertoe de gelegenheid, daar de meeste scheepsbevelhebbers in zee waren, en bleef dit dus zonder gevolg.quot; 75)
Juist om die bekende Oranjegezindheid van Trom]), heeft het oordeel van Jan de Witt over onzen zeeheld zulk een hooge waarde. Vijf dagen na den slag bij Terheiden (waarin Tromp sneuvelde) schreef de Raadpensionaris aan den afgezant Horeel: âIndien het God Almachtig niet beliefd hadde, dezen Staat door een ongelukkig schot te berooven van een zeeheld, wiens gelijke de aarde niet wel heeft gedragen en mogelijk niet lichtelijk in de toekomst zal zijn te vinden.quot; 76)
l\'.n Jan de Witt, die onder een ternauwernood verborgen lachje der ervaren zeerobben in 1665 zelf het dieplood in handen zou nemen en de vloot in zee bracht tot verbazing dierzelfde ervaren zeerobben, daardoor bewijzende, dat uitloopen niet op tien streken van het kompas mogelijk was, zooals heel het zeevarende volkje bezwoer, maar wel op acht en twintig, zooals hij. die toch maar een landrot was, beweerde, 77) Jan de Witt had er wel een weinig verstand van, wat een man als Maarten I larpertsz. Tromp waard was!
IX.
I )e eerste Kngelsche zee-oorlog is wel aan ieder, niet geheel onontwikkeld Nederlander in vogelvlucht bekend. 1 iet leven van onzen held, dat nog gedurende een jaar met de gebeurtenissen van dezen oorlog samengeweven was, mag dan ook als genoegzaam hekend verondersteld worden. Xog een enkel woord over zijn ongenade, de daaropvolgende ongewone geest-drilt bij het uitrusten van een nieuwe vloot, en over zijn einde. Als er ooit iemand door het ongeluk vervolgd is geworden,
57
I-K N /KKM.\\NSZ( ii gt;N
dan is het wa l Maarten i larpertszoon 1 romp geweest in het he^in \\ an dezen oorlog. (iroote toerustingen had men van onzen kant gemaakt en. wat meer zegt, daarop groote \\crwach tingen gebouwd, maar door stormweer en allerlei noodlottige omstandigheden heelt Tromp aan deze verwachtingen niet kunnen voldoen.
Ken voorbeeld: Hlake loopt met zestig schepen uit en zeilt om de Noord. Ascue ligt te 1 )uins met dertig schepen. Het plan van Tromp is Ascue aan te vallen met geheel zijn macht, diens vloot te vernielen, en daarop Hlake op te zoeken. 1 let is waar. Hlake kon intusschen onze haringlniizen prijsmaken. maar iquot;. Tromp w ist niet beter of deze huizen hadden een wenk gekregen om naar Noorwegen te vluchten. 2°. kon hij Hlake toch niet meer inhalen. 3°. zou zijn tocht naar het Noorden Ascue de vrije hand geven tegen onze koopvaardij-vaarders, die in- of uitliepen, m. a. w. de handel zou stilstaan. 4 . kreeg Tromp het bericht, dat er Oostinjevaarders op den weg naar het \\ aderland waren.
Zoo gezegd, zoo gedaan. Tromp zette koers naar Huins. Maar het ging al dadeli|k niet vlot. want wind en weer waren niet dienende; ja. eindelijk belette een windstilte hem alle handelen. In plaats van onmiddellijk de, vloot of het smaldeel van Ascue te kunnen aantasten, moest Tromp dus het ellendigste doen. wat er in deze omstandigheden wel ter wereld voor hem was: wachten en nog eens wachten.
Maar terwijl Tromp wachtte, begonnen de reeders van de haringbuizen en de betrekkingen en familieleden der visschers datgene te doen. waarin de kinderen Israels onder den goeden Mozes zulk een handigheid verkregen: te murmureeren. liet was hun ter oore gekomen, dat Hlake jacht ging maken op de haringbuizen, en nu waren zij begrijpelijkerwijze zeer in angst. Mijn hemel, waarvoor had men een admiraal als 1 romp, indien de Kngelschman nu maar de vrije hand had tegenover de buizen ! 1 kulden de visschers toch al niet genoeg te lijden van de plagerijen der roodrokken of hoe men de Hritten anders geliefde te schelden\' Kr kwamen Oostinjevaarders naar het land, het verlies van deze zou zeer groote schade zijn, . . . och. lieer ja. voor de groote mijnheeren! Zie-je. daarvoor moest
in HI /I \\ I \\ III M t K KhlW
Troini) in het Kanaal hlijxcii. Natiiiirlijk! ()r (U; annc visschcrs mannetjes al hun gansclu.\' bestaan verloren, dat ^al minder. Als de groottïlui maar luiiten schot bleven! I)i(: u\'roott; rakkers deden tcgeinvoordio- maar alles wat hun in het hoofd kwam. Daar hadden /e /ells na tien dood van den Prins als dat maar een natuurlijke dood geweest was\' â j^een stadhouder meer aangesteld. Als in de droev( dagen van Israel was men zonder Richter. Kn toch was er een. ICen kind, ja! Maar; al is ons Prinsje nog zoo klein, alevel zal hij stadhouder zijn!...
Daar kwam men op de been in de visschersplaatsen, en de I leeren, die nog niet vast op hun kussen zaten, vreesden nu niets zoo zeer als dat, wat een later geslacht den Oranjewaanzin zou noemen. Kn zoo geschiedde het, dat Tromp, zelf een Oranjeman, het stellige bevel ontving om Blake achterna te zetten en van de haringbuizen zooveel te redden als er nog te redden viel.
bij dit alles verloor men natuurlijk uit het oog, dat èn de 1 leeren èn het grauw,quot; de beste stuurlui waren, omdat zij aan wal stonden, en dat zij op zulk een afstand noch het fijne van 1 romp\'s tactiek konden begrijpen, noch hem den juisten raad geven, waar op zee alles van weer en wind afhankelijk was.
Wij twijfelen er niet aan, of Tromp zou, indien er een lijn briesje was komen opzetten, dat hem voor Duins gedreven had, gedaan hebben, wat later Willem de Derde bij St. Denis deed, n.1. een poosje de beste stuurlui aan wal laten praten. Maar het is slechts een vermoeden, dat wij hier uitspreken. Want het fijne briesje liet zich wachten en met een bloedend hart stevende Tromp Noordwaarts.
,,A1I right!quot; zei Ascue, kwam uit zijn schuilhoek te voorschijn, en dat kwamen nu alle Kugelsche koopvaarders, die a\'s de drommel van deze vrije zee prolüeerden om den Atlantischen Oceaan op te zoeken en naar streken te varen, waar ^een Statenvloot w as ; terwijl onze koopvaarders stilletjes thuis konden blijven. Kn voor Ascue kwam nu het gunstige briesje, waarvan hij gebruik maakle om onze arme ()ostinjevaarders oj) te wachten en ze vriendelijk te verzoeken een reisje mede te maken naar l\'.ngeland.
Intusschen zeilde I romp om de Noord. In welk een stemming
59
KI A ZKIM.\\\\SZlt; ION
kan men zich voorstellen Wat moest hij eigenlijk u\'aan doem: Wat iMi^elschen doodschieten en wat anne 1 lollandsche jongens laten doodschieten\' (), was men slechts wat vlugger geweest, dan had hij bij het begin van deze expeditie Hlake kunnen verhinderen uit de Kngetsche havens te komen. Maar men liad getalmd en getalmd, en nu was dit mislukt, en het schoone plan om eerst Ascue en daarna Blake aan te vallen was ook mislukt, en . . . nu schoot er niets over dan den doodelijken haat tusschen 1 lollander en Hngelschman te koelen in beider bloed.
[â¢ji ook tlit zou mislukken.
I )e hngelsche vloot was men op spoor gekomen, alles werd voor den bloedigen kamp in gereedheid gebracht.... daar slaat het weer om, een geweldige storm steekt op en beroert de wateren der Noordzee. In plaats van te strijden was alle zeemanschap der ervaren zeelieden noodig om zelt behouden te blijven.
Ken gewoon zeeman, die na zulk een storm en zulk een noodweer doorstaan te hebben nog kans had gezien om zonder te groote verliezen tie veilige haven te bereiken, zou men geroemd hebben om zijn knapheid en kordaatheid. Maar Maarten 1 larpertsz. Tromp, die dal kunstje van hoogere zeemanschap vertoonde â was een admiraal, die uitgegaan was om zegepralen te behalen, en die er niet één behaald had, die uitgegaan was om haringbuizen en Oostinjevaarders tc redden, en er niet een gered had. W eg met zulk een man !
ja, het schotschrift van 1640 had gesproken van de Heeren, bij wie Tromp geen kwaad kon. Maar het was thans 1653, en er werd zoo vreemd gemompeld van een Loevensteinschc partij, van een gansch nieuwe regeeringswijze zonder Stadhouder. Kn alle krijgsoversten en soldaten en matrozen waren zoo gewoon ..door den Prinsquot; te worden aangesteld, \'t Was vreemd, maar tDiulal er een Staatsgezinde partij was ontstaan, ontstond er een Oranjepartij, de partij van dat ziekelijke, vader looze kindje. I )e tijd. waarop een jan de \\\\ itt een over het algemeen eerlijke en logische handelwijze zou volgen tegen over de \\ loot. was nog niet aangebroken. Want Jan de \\\\ itt werd eerst dit jaar Raadpensionaris. Daarom werden de per
6o
1\'IT 1)K /i- \\ KN I IKMli\'. KI-.UW.
soncn, clic te nauw bij den gehaten Willem II aangcslolcn waren geweest, met een vaak ongemotiveerden argwaan gade geslagen. I\'ji â liep niet het gerucht, dat \'iromp dien Prins vóór den aanslag op Amsterdam, volledig had ingelicht ,,hoc veel Ammonitie van Oorlog binnen Amsterdam was.quot; 5lt;S)
Hij de dominee\'s had hij een wit voc;tje, zc;ide]het schotschrilt.
Nu, daarmede kon men zeker l/tans niet in de gunst der 1 lec-ren komen. Want door geen trouwer en waakzamer waclucrs is wel het vuur en de gloed van de liefde tot het 1 luis van lt; )ranje bij ons volk bewaard dan door de Calvinistische predikanten. 78]
%u \' % \' « \' 1
z7 - .....y.
Graftombe van Piet Hein in tie Oude Kerk te Delft.
Hoe het volk in de visschersplaatsen onzen held gezind was. hoe de reeders van koo|)vaarders en ()()stinjc\\ aarders over hem moesten denken, is ons duidelijk. In het kort; er was een algemeene ontexredenheid over Iromp. ..Natuurlijk!quot; zegt een Hngelschman, wanneei\' hij de ongenade \\an onzen held bespreekt. Kn hij heelt gelijk. Want wee den gezagvoerder, die het geluk tegen zich heeft! 79)
Kr werd zelfs voorgesteld om den admiraal, die zich genoodzaakt zag het opperbevelhebberschap neer te leggen, voor een krijgsraad te roepen. Maar zoover is het gelukkig niet geloo-pen, hoewel hij zich verplicht zag zich te verdedigen ..zoo in
KKN /KKMANSZOON
persoon als schrillclijk \\ oor ^cinachii^dcn \\ an I lunnc 1 loo^ Mogenclen So) Later werd hij, volgens onzen Hngelschen berichtgever op ,,inslignationquot; \\an den koning van Denemarken, door de Staten w eer tot opperbevelhebber der vloot benoemd.
Alleen één was hem trouw gebleven in zijn ongenade - en die een was janmaat, die niet kon dulden, dat de nieuwe opperbevelhebber, Witte Cornelisz. de With op het admiraalsschip van Hestevaer zou komen. Strijd was er geweest tusschen de kapiteins en Tromp, het meergemelde schotschrift heeft het ons herinnerd; het was de strijd geweest tusschen avontuurlijke helden en tien eenen beleid vollen aanvoerder, tusschen con-dottieri en tien strateeg, tusschen de houwdegens der 17° eeuw en tien Admiraal, die van die chaotische bestantldeelen een schoon geheel moest scheppen. In dien strijd hadden tie kapiteins tic minderen op hun hand zien te krijgen door van het ellendige voedsel. Si) dat het arme scheepsvolk vooral door toedoen van die kapiteins verkreeg, de schuld op Tromp te werpen. Janmaat heeft partij gekozen. Dergelijke brochures te schrijven, vermocht hij niet; de schrijfkunst was hem meestal een mysterie. Maar zijn trouw hart schonk hij weg aan den man, die als een hunner onder zijn heldhaftige kinderen tier zee leeltle; aan den man met zijn fortuin.... en toch met zijn ernstig, diep gerimpeld gelaat, aan den man, die niettegen-staande alle verdachtmaking niet tien lust verloor om te ge-looven in het goede in den mensch; aan Maarten Marpertszoon Tromp, tiie van den minderen man tien naam gekregen heeft van Hestevaer.
T,n .... toen die man weer in eere hersteld werd en aan het hoold geplaatst eener nieuwe expeditie, toen is er van janmaat een geestdrilt uitgegaan, die eindelijk ook heel de natie heelt i H\'zield.
X
Wanneer ik in het vorige hoofdstuk gesproken heb van ,,groote toerustingenquot;, dan is het wel bij wijze van spreken geweest. In eiken oorlog worden door tie verschillende partijen toerustiriiren gemaakt, en wie ze nilt;-t ..u-rootquot; noemt, heet
rgt;j
UIT DK ZKVENTIKNDK KIX\'W. 63
ol geen goed pati\'iot, of ccmi retx-l, dat is gewoonlijk nog al eens iemand, die de zaken anders inziet dan zijn wettige regeering. i Iet hangt echter van het standpunt af, vanwaar men die uitrustingen gadeslaat, of ze al dan niet groot blijven. Kn waar de natie; gevoelde, dat we, niettegenstaande; alle pas geleden nederlagen en tegenspoeden, ter zee loch meer waard waren clan de Kngelschen, dat over het algemeen de Hritsche zeelieden niet in de schaduw van tie onze konden staan 82) -daar ging zij maar weer het oud-testamentische middel van murmureeren toepassen, een uitkomst voor een volk. dat direct of indirect geen regeering kan omverwerpen.
I )()ch, welk een gevaarlijk middel; dat murmureeren! liet heelt bij ons goed, door (,\'11 door kalm volk tot het algemeen vuistrecht geleid, welks bloedige sporen zells al het water der Noordzee, getuige onzer grootste daden, niet van het plein vóór dc; (ievangenpoort kan uitwisschen. Zulke schrikkelijke gevolgen had wed niemand in 1Ã53 voorspeld, noch de schou derophalende regenten nog het mopperende; grauw. Maar he\'t nageslacht, elat ook de- historie van het Rampjaar kent. acht het wed de;r moeite waard naar elie praatjes van ..het grauwquot; te,\' luisteren.
Kn welke praatjes gingen er rond!
Wel, de; Me(;ren wilden den oorlog met Kngelanel niet. Kr moest vrede; komen, een vrede, die; hen vaster op het kussen zem plaatsen, ee-n vrede; gekocht voor onze; e;er! W ant. zoo hee;tte he;t, als de 1 leeren maar wilden, als zij maar beter de vloot uitrusten t;n open en rond de;n oorlog verklaren wilden aan de Kngelsche koningsiuoordcneiars om den aanhang ele;r Stuarts in Kngeland op onze hand te brengen. 83) Maar dat durfelem die; 1 leeren niet! 1 )an zou de oom \\ an het vaele;rlooze ()ranje;kinelje; op den Kngelsche\'U troon komen .... en dat kon gevaarlijk worelen voor ele Mollandsche Kege\'iiten !
b.n niet alleen in herbergen ol dergelijke plaatsen, waar de lieden samenkwamen, ontt;vreelen als zij waren, omelat alle-s stilstond: ele; handel, de vischvangst en al ele daarnu-ele- samen hangtMitle; bedrijven, werden dergelijke redenen-ringen gehoord. /00 verklaarele niemand minder elan Michiel Adriaanszoon I )e Ruijter ..dat hij niet van meening was weer in zee te gaan.
KI N /KKMANS/OON
tenzij dat de vloot met tneerclere en hetere schepen dan tot dusverre gebruikt waren, versterkt werd.quot; S4) Kn veel luider en in veel sterkere hewoordinoen werd dit door Witte Cornelisz. de With ^{;uit. l\'quot;,n een man als Van Beuningen herinnert de Regenten aan het woord van |ezus: dat wie zijn ziel behouden wil, haar zal verliezen. ,,Zoo kan, schrijlt hij, âook in deze gelegenheid de menschelijke wijsheid ons lichtelijk doen begrij-pen, dat wij ons goedje, onze middeltjes en onze zindelijkheidjcs willende blijven bezitten, wanneer dezelve tot het (lemeenebest moeten worden besteed, met alles te willen behouden alles kwijt zullen geraken.quot; S5)
[\'oen dan ook eindelijk de Staten want ze waren toch I lollanders die ,.Heerenquot; en tie geest van jan de Witt begon vaardig over hen te worden! â zich krachtig inspanden en toonden, dat zij al het mogelijke in het werk wilden stellen om den oorlog tot een goed einde te brengen, viel heel de natie hen bij. Kn toen de naam van den man, die, zooals iedereen nu ten duidelijkste inzag, gansch en al onverdiend in ongenade gevallen was, S6) toen de naam van Maarten I larperts/.. 1 romp het wachtwoord werd voor âde nieuwe aera.quot; ontstond er een algemeene geestdrift. Mannen van geboorte en rang boden zich als vrijwilligers aan en ârustten bovendien ettelijke matrozen tot datzelfde doel uit.quot;
Zoo kwam de Amsterdamsche Secretaris Gerardt 1 luist als vrijwilliger op het schip van den V ice Admiraal Witte Conudisz. de With, terwijl hij, daarenboven nog 24 zeelieden uitrustte en met soldij en kostgeld voorzag. Zoo deden ook jan Oomes met S. jan van l ffelen met 6 en jakobus van den Kerckhoven insgelijks met 4 matrozen. Ook de predikant Robert junius ging mede, âteneinde de officieren, matrozen en soldaten tot hun plicht jegens God. en tot hun beroep te vermanen, en hen in voorvallende omstandigheden te vertroosten.
Maar als men dit met welgevallen en niet zonder een weinig natonalen hoogmoed leest worden plotseling uw oogen groot van verbazing. Want, alsof gij in de geschiedenis van Frankrijk laast. zoo verneemt ge, zonder erop verdacht te zijn, dat er ook vrouwen waren, die met tie vloot medegingen, natuurlijk niet als zoodanig kenbaar, maar verkleed als jonge, rappe matrozen.
04
UIT UK ZEVKNTIK.NDi; l-KUW.
Nu moet men niet zoo dadelijk de schouders ophalen. I )ie drie jonge meisjes â de jongste was ló jaar â waren geen i\'Vansche dames, die Russische zeerobben kusten. .Neen ; aan boord was het werken, hard en zwaar! Hebt ge «Mon frèro Yvesquot; van Loti gelezen, hebt ge een weinig .... eerbied gekregen voor hem en zijn mannen van de mars: Denk clan ook een weinig beter over Anna jans van Texel, die als marsklimmer diende.
Natuurlijk werden dt; meisjes dadelijk ontslagen, toen haar geheim aan het licht kwam. ])e gansche oorlog met Kngeland zou erbij op het spel gestaan hebben! Maar en een tegenstander der vrije-vrouwenbeweging moet dit maar voor zichzelve houden! - van Adriana La Noy moest de kapitein getuigen: -dat zij op togten en wachten zich had gedragen vroom en eerlijk, zulks als een matroos schuldig was te doen.quot; S7)
Ook lieten de Staten een lijst bekerul maken, âaangaande het onderhoud \'t welk de geenen, die in \'s Landts dienst ten oorlog-te water verminkt kwamen te worden, bij uitkoop zouden genieten.quot; Zoo kreeg men voor het verlies van âbeide de oogenquot; 1066 gld. 13 stuivers en 4 penningen, en evenveel voor hel verlies der beide armen. Voor het verlies van één oog kreeg men evenveel als voor dat van âde linkerhandquot; n.1. de ronde som van 240 gld. De rechterarm was evenveel waard als de twee voeten samen, nl. 333 gld. 6 st. en S penn. En zoo voort. âOok wierd beloofd, dat andersints verminkten een rijksdaalder \'s weeks tot hun onderhoud toegelegd zou worden. 1 )och hierdoor verstond men zulke; verminkten, welke men onbekwaam zou vinden om zich te kunnen geneeren, of iets tot hun eigen onderhoud te doen.quot; lt;SSi
Dat is nu wel eenigszins een becijferde geestdrift, zal men wellicht opmerken. Ja, een branschman zal in onze geschiedenis meer cijfers vinden dan hem Hef is. Doch wat zal men eraan doen? Geld is nu eenmaal een waardemeter ook voor de geestdrift in ons goed Vaderland. Daar is veel /roe//, maar w ellicht het een en ander vooi\' te zeggen, en met onzen branschman konden wij een aardig woordje wisselen over het jaar 1795\' toen wij onze geestdrift voor tie Fransche Republiek in klinkende munt moesten omzetten.
Maar hoe dit zij . wat een factor van onzen volksaard uitmaakt.
i:i;x ZEEM ANSZUt gt;X
66
ina^\' nic.\'t onvermeld blijven. 1 let is in elk oeval ,,niet onbelangrijk te weten, op welke wijze men in die dagen, toen er nog geene ridderlinten bestonden, de wonden onzer dapperen zocht te heelen.quot; 89)
l-len echter was er, die bij de algemcene geestdrift een gevoel van zwaarmoedigheid, van twijfel aan den goeden uitslag niet
geheel kon verbergcüi. i\'.n die een was juist de man om wiens persoonlijkheid zich al die uitingen van geestdrift, hoe verschillend ook in haar karakter, als een cyclus bewogen. Die (â ei) was Maarten I larpertszoon Tromp. âMet is zonderling en verdient opmerkingquot;, zegt De jonge, als hij van de allerlaatste toerusting des Admiraals spreekt. ,,hoe somber de, taal van Tromp was.quot; 1 lij ziet daarin een zeker voorgevoel, dat de \\dmiraal van zijn naderend einde had. Maar als hij mededeelt, dat Tromp er herhaaldelijk op aandringt hem toch niet geheel de verantwoordelijkheid van zijn ,.zwaarwichtig ambt te laten
UIT DE ZEVENTIENDE EEUW.
dragen, hem eenige staatslieden toe te voegen om die; verantwoordelijkheid met h(;m te deden, wil het mij voorkomen hier de taal te hooren van den man. die- aan zijn goed fortuin gaat twijfelen.
Doch, niettegenstaande deze uitingen van moedeloosheid, flikkerde aan het eind van een zijner brieven liet heldenvuur van den ouden Tromp, van het kind der zee, dat haar be-heerscher geworden was, weer in lichte laaie op In zijn plicht neen, daarin zou Hestevaèr nooit te kort schieten 1 ()ok niet in den plicht ,,om als een eerlijk man voor (zijn) lieve; Vaeler-lanel te leven en te; sterven; elaarop gelieft te verlatenquot;. ., .
Meiaas, al die geestdrift heeft niet kunnen ve;rhineleren, elat het e;iiule\' van elezen rampzaligen oorlog een feitelijke erkenning was van lingelanels ove;rmacht, of, juister gezegd: van ele inonumteele minelerlieid onze;r Republiek, lui ele Admiraal, elie; eloor zijn helelendaden een beteren vreele had hopen af te; elwingen, heeft hel sluiten van dien vreele; niet mogen beleven. Vexjr hem was het einde gekome;n, en, evenals Maximiliaan van ljuren en ele ijze;ren graaf van Mansfelel, is hij, ze)oals in een Overste\' belie)ort, 90) staande; ge;storve\'n. Ronel hem bulde;rele: en kraakte; en donelerele he;t, vol me)eel en dooelsve;rachting streden zijn jongens, wier blauwe; kijkers schitterden van blijde verwachting. Want men was door den vijanel heengeslagen, en nu ging het nog eens terug. In het Vaderlanel ginds luidelen ele klokken eji) en elaar spraken ele Calvinistische geestelijken van Aiiron e;n I lur, elie; met M()Z(;s op ele hoogte eles heuvels geklommen ware-n en zijn hanelen eMielersteunelem, wanneer ze moe waren geworelen 0111 ze voor zijn strijelend volk op te heffen; ,,alzoo waren zijne hanelen gewis, totdat de zon oneler ging, alzoo elat Je)zua Amalek e^n zijn volk krenkte eloor ele scherpte des zwaarelsquot; .... ej2)
lt;), elaar is genoeg geglimlacht over elat kinderlijk gelooi. Maar in elie groote eeuw ten minste is op menig ge laat ele glimlach over die strenge, elonken\'e; mannen, die stugge Calvinistische leeraars, verstorven. Want ze konelen bidden, ja, maar ze konden ook strijden en sterven ve)or elat kalme, kouele, koe;le volk, waaruit en waarmede ze opgegroeid waren, en waaraan ze verbonelen bleven nu\'t gansch hun zie;k \\ an nooel en ellende\'.
67
r.KN 7.KKMANS/DON
smart en teleurstelling, toorn cn N crtloemenis klaagde het dikke boek op den kanse\'1 .... en daarvan klaagden ook de donkere baren der Noordzee. Maar door beide was dat groot mysterie geweven, dat het hoofd kalm en waardig doet oprichten voor koningen en keizers, dat van de onbekende visschers onzer lao\'e landen helden der Wereldhistorie heeft gemaakt â- het groot mysterie van den eeuwigen God. Kn omdat hij dien Bijbel en die zee liefhad, vreesde de groote zoon van dat energieke volk, vreesde Maarten 1 larpertszoon 1 romp den dood niet. Staar in zijn gelaat, dat met breede rimpels doorploegde gelaat. De heldere oogen onder dat bewolkte; voorhoofd hebben de schaduwzijde van dit leven gezien. Kn als ge weten wilt, waarom ze u toch niet zulk een kalmte kunnen aanstaren, waarom zijn blik zoo helder en zijn mannenhart zoo week is gebleven .... dan zal toch weer het als in rotsen uitgehouwen Oude-1 estament en, ja, vooral die erbarminglooze zee u het antwoord daarop kunnen geven. Hereid ten doode was hij, die bijna gansch zijn bestaan den dood onder de oogen gezien had. Kn toen hij, in het hart getroffen, ternederzonk. waren zijn w oorden niet die van den pessimist, die het leven nauw der moeite van het leven waard acht, maar een bezieling om, zoolang het korte leven duurt, zijn plicht te doen.
,,lk heb gedaan!quot; zoo klonk het. Kn welkeen leven lag er in dat drietal klanken besloten ! Maar het was geen klacht, die week maakt en verzwakt. Want onmiddellijk daarna jubileerde het;
,,1 loudt goeden moed 1quot; 93)
Kn . . . als wij waardig werden geacht 0111, niet op de hoogte des hemels, maar op den hoogen achtersteven van het ouder wetsche schip U\' klimmen om als Uur en Aiiron bij zulk een bede tie armen van den stervenden Admiraal te ondersteunen, waar hij ze ophief naar den hemel, zou het zijn, opdat er macht uitga van die bede, macht voor het jonge I lolland, dat geloo-ven en vertrouwen moet, niet hei minst in zichzelf\'.
XI.
1,11 nu was er rouw in het \\ aderland. Kn wel een dubbele rouw. W ant door den dood van I romp was .,de kloekmoedigheid van des Admiraals Schip verflauwd. en al mocht het
68
UIT l)K ZEVENTIENDE EEUW.
waar geweest zijn, wat Thysius er bijvoegt, dat er nochtans door verscheidene anderen âstrengdijk en dapperquot; gevochten was, de uitslag van den zeeslag bij Terheiden was, ook door de lafheid en het verraad van eenige kapiteins, niet ten voordeele van onzen Staal uitgevallen.
âMen moest die weggeloopen schelmen ophangen!quot; zegt de ons reeds bekende Govert. Maar Joris antwoordt zeer eigenaardig, dat men zulke lieden niet zoo licht hangt: ,,zij hebben al te veel van wiegen gekost!quot; De kwaal zat dieper - en de geneesmeester was er reeds: jan de Witt. Maar dat kon |oris niet weten.
Kn wij, die aan het eind van onze taak gekomen zijn, mogen niets anders hooren dan het gelui der doodklok ....
Hr was rouw in den lande, oprecht en gemeend. Zelfs een man als Witte Cornelisz de With, die nu juist niet met Tromp gedweept had. 94) bekende ânu ook met groot leedwezen (te hebben) verstaan, dat de Heer Lt. Admirael F romp dezer wereld was overleden.quot; 95) Anderen, zooals 1 )e Ruijter, moeten in meer of minder hartstochtelijke taal hun droefheid over den dood van Hestevaèr hebben geuit. De ,,Heerenquot; van Holland brachten hun âcompliment van condoleantiequot; den 12en Aug. aan âde naeste Vrunden ofte Geallieerden van Tromp,quot; en den i4en Aug. aan zijn weduwe. Den i3en Aug. was er besloten, dat aan Tromp âvoor ordre ende tot kosten van desen Staetquot; âeen honorable Begrafenissequot; zou worden âaengedaen.quot; en tlal er, hem ter eere een IOmbe zou worden opgericht ,,soodanig als de voors. 1 )aden en 1\'Lxploieten zijn meriteerende.quot; ja, niet alleen zou de Compagnie Caiarden van 1 lun lulel Groot Mogenden te voet aan de begrafenis deelnenu.-n, maar de ,,1 leerenquot; zouden ook âde laetst( uytvaert assisteerenquot; c)6) van den man, die, /.ooals het Schotschrift tienmaal zeide, maar van âsulcken volckjenquot; was.
1 )e bewoners van Rotterdam, aan welke stad zoo goed als het geheelc rijke leven van den zeeheld verbonden was, vierden echter op een zeer eigenaardige wijze zijn uitvaart. W as er ergens in de Republiek droel heid en ontsteltenis over den dood van Hestevaèr, dan was het wel in deze stad. Staan de bewoners dezer nijvere handelsstad er in deze eeuw voor bekend, het liefst maar rond en open hun gevoelens te zeggen, te spreken zooals er oedacht wordt en in hun meeningt;\'quot; en overtuiL\'uil\'\'nilt;T\'jaarne
69
KKN ZKEMANS/OON I\'l l DK ZEVKNTIKXDK KEL\'W.
te worden tegengegaan op een wijze, die hun het bloed, waarin iets .... als buskruit zit, naar het hoofd doet vliegen â de Rotterdammers der 17de eeuw schijnen van dergelijke eigen schappen niet verstoken te zijn geweest. Want toen, slechts eenige dagen na den dood van den in Rotterdam zoo geliefden Tromp, een Kngelsche vrouw daar ter stede ..kwalijkquot; van hem sprak, ontstond er een oploop en werd haar huis geplunderd. 971
Doch hoe zouden wij ons na zooveel jaren kunnen verplaatsen in den rouw eener natie: Zelfs niet eens immers in dien der weduwe, die nog een kind onder het harte droeg, 24) of in dien tier kinderen van den .Admiraal Xeen. ik wil slechts uw aan dacht nog even vestigen op een oud vrouwtje, dat daar stille-kens en als vergeten neerzit, met de verschrompelde handen gevouwen in den schoot, die arme, oude handen, w aarmede* ze-gewerkt heeft voor haar kinderen, jaren en nog eens jaren geleden, in de bange dagen, toen haar kloeke l larpert het zeegat was uitgevaren met haar oudsten zoon aan boord, om nooit, nooit weer terug te keeren. O. wat had zc toen in de stille van den nacht van den God haars bijbels afgesmeekt, dat zij nog eenmaal ten minste haar kind. haar jongen, die al van zijn achtste jaar af haar van het hart was gescheurd door dat booze verlangen naar de blauwgroene wateren der zee. dat /ij nog eenmaal haar oud sten zoon. den vroolijken, blozenden Maarten mocht terug zien.
Die bange, bange, dagen .... God had ze weg doen stuiven als nevelen voor het zonnelicht. De 1 leere had haar den kloeken echtgenoot ontnomen .... maar het was toch zoo moeilijk niet met den beproefden Job te zeggen ; ..1 )e 1 leere heeft gegeven en de 1 leere heelt genomen: de name des 1 leeren zij geloofd! Want haar kind lag weer in haar armen! Wat een flinke jongen was hij geworden! Wat sprak hij ervan, dat hij voortaan voor moeder zou zorgen\' (H zij thans aan haar toekomst dacht, nu zij in zijn oogen zag, of ze in zijn ziel wilde lezen om te weten wat haar kind wel geleden had !
Kn later! ....
God had haar wel begenadigd. Maar jongen, eenmaal de voetveeg eens zeeschuimers, was de roem geworden van zijn \\ aderland. Wat een trots, wat een trots voor dat oude moe dertje! Iedereen moest het weten, wat haar jongen als kind
! I \\ ZKl\'.MANS/Ot iN
gezegd t-n otxlaan had. lui wel xal den Admiraal vaak een glimlach over het gelaat gevlogen zijn, als hij, die zoo nederig over zichzelf kon denken, moest aanhooren. wat zijn oude moeder dacht van hom. Kn waar hij, de 1 lollandsche zeeman, wel eens met andere oogèn al dat klatergoud aanzag, waarmede men zijn burgerlijken naam dacht te* vereeren, daar mocht hij toch wel eens voor zijn oud moedertje er de stralen van Gods lieve zon in laten weerspiegelen ....
Nu zat zij tiaar stil in haar hoekje, de oude, afgeleefde vrouw. Kn haar lippen stamelden wel weer de woorden van joh na. Maar ze dacht aan den ouden Simeon, die sterven mocht nu zijne oogen de heerlijkheid des 1 leeren hadden aanschouwd. Ze had dat altijd wel hard gevonden, arm vrouwtje met haar zondig hart. Want het was zonde iets af-of toe te voegen aan de beschikkingen van den I leer. Maar nu prees zij den grijzen Simeon gelukkig, die de heerlijkheid aanschouwd had in dat zalige kindeke, )iici in den armen, jongen 1 leiland, die doodbloedde aan een kruis.
Kn ze dacht aan dat kruis, waaraan zoovele eeuwen het gebroken menschenhart gedacht heeft. Maar toen moest ze wel denken aan Maria .... neen, zij arm, nederig vrouwtje mocht toch niet meer zijn dan de moeder \\ an den Heiland, die geleden had naar de ziel meer dan een menschenkind machtig is te vernielden, lui ze heeft zich laten voorlezen uit dat groote, dikke boek, waarnaar men meer grijpt in de dagen der smarte dan wanneer de 1 leer ons zegent.
Maar haar jongen vergeten, die door de Kngelschen vennoord was, neen. dat kon ze niet. al wilde ze pogen te berusten in den ondoorgrondelijken wil des I leeren.
Arm. oud moedertje van Maarten I larpertszoon \'1 romp! 98)
Maar. rijk het kleine Volkje aan de Noordzee, dat zulke mannen heeft voortgebracht. Ook wel een rijkdom, waaraan de weemoed niet vreemd kan zijn.... maar is in Holland
die wondervolle, eeuwig aantrekkende en toch altijd huivering, een huivering van ontzag en eerbied, verwekkende geest verre, die het licht aan de duisternis huwt en het eeuwige aan het vergankelijkequot;\' Zweeft hij niet over de wateren der zee en door de nevelen des landsquot; Staat hij niet bij elk wiegje om zijn geheimzinnige wonderspreuk te spreken \' Kn het kindje
UIT DE /KVKNTIKNDK KKI W.
wordt groot
door dien ofeest, dilt;! de zit herinnering ruischen, vreenul verte de branding,
of als het gesuizel in het loof op een zomerdag, wanneer zachtkens-aan de slaap de oogleden
toedrukt. Beide geen lied â en toch een lied. Van grootheidenmacht,
of van duisternis en verdoemenis, van helleven.diegrootc tragoedie, of van iets. dat in alle eeuwigheden was,
en zal zijn, wanneer hemel en aarde zijn voorbijgegaan? C).
eenmaal de volle melodie, den waren zang te hooren. die altijd slechts sluimert in de verre herinnering! ....
Maar niet in laffe leegheid hebben tie Hollanders der lóe en 17e eeuw dommelend geluisterd naar dat lied uit de verte. Zij hebben aan tie strenge zuster van den weemoed gevraagd, of zij die weemoed was. lui de ernst heeft daarop niet geantwoord, maar gesproken van het huis op den rotststeen, dat veilig stond als de slagregens kwamen en de woedende winden als booze geesten huilden. 1,11 ze heeft gesproken van een woord, dat niel ledig wederkeert, en van een doorn, die als dennebooin. van een distel, die als mirteboom zou opgaan. Kn ... wat het arme, verdrukte volk van 1 lolland geworden is - vraag dat aan alle einden der aarde! ....
Kn dof luiden de klokken van Dellt, waar tie doode \\ loot-voogd zal rusten in tie Oude Kerk. dicht bij het gral van hem.
73
maar de melodie hem eenmaal voorgezongen â 1 van zijn V(jlk is, blijft in zijn
de
EKX /,KKMANSZO( »N
74
\'
UIT 1)10 ZKVKNTIKNDK KEUW.
Zwerver langs alle wateren, had zijn I {ollandsch hart hem altijd weer getrokken naar het lieve Vaderland, waar hij ruste heeft mogen vinden voor den eeuwigen slaap.
Of hij /lit het marmer van zijn tombe weer in het volle zonnelicht verrijzen zal, met metalen arm den heerschersstaf zwaaiende, en weder domineerende over de schepen, die komen en gaan van en naar alle deelen der aarde ?
Wie anders kan en zal in naam van het dankbare nageslacht dat tooverwoord der opstanding spreken dan de groote. rijke, bloeiende Maasstad, waaraan bijna gansch zijn leven verbonden is geweest, wie anders dan de tweede stad van ons Vaderland, die immers beter en waardiger dan het stille stedeke zijner geboorte het tooneel vermag te stoffeeren. waarop een heros uit ons heldentijdperk verrijzen zal\'
Rotterdam heeft, de grenzen tusschen zich en 1 )elfshaven uitwisschentle. het standbeeld van Piet Hein geannexeerd. 1 lij wacht zijn vriend, die hem de oogen heeft toegedrukt, den vriend, wien door de piëteit onzer Vaderen, zoo het niet door een vriendelijk toeval is geschied, een rustplaats werd bereid naast zijn rustplaats; hij ziet uit naar Maarten blarpertszoon Tromp, die van het zelfgevoel der Rotterdammers, eenmaal toch zijn medeburgers, het woord verwacht, dat hem in het Koninginnejaar zal doen opstaan uit zijn graf. om voor heel de wereld zijn koninklijk stervenswoord;
,,lk heb gedaan!quot;
als een scheppend levenswoord uit te spreken, en om, in dagen van moedeloosheid en tegenspoed, het jonge 1 lolland toe te fluisteren:
âHoudt goeden moed!quot; ....
75
A A X r E K K !â : X 1 N G \\i N.
1 Volgens het titelblad: âfür denkende (jeschichtsfreunde bearbeitet . liet aangehaalde oordeel komt voor in Band V, scite 32 (25ste Autlage).
2 jbr. Mr, J. C. De Jonge: Gesch. v. h. Nederl. Zeewezen, p. 502 en 503. In nootquot; 2 op p. 503 staat: âKen mijner bloedverwanten zag onlangs de beeltenis van Tromp aldaar.quot;
5 Mr. Alexander Ver Huell had de vriendelijkheid mij aangaande Tromp mede te deden: In âVies des plus (élèbres Marins, Paris i/Sc/ waarvan ik een fraai gebonden exemplaar be/.it, alkoinstig \\an mijn oud-oom, den Admiraal Ver Huell, leest men: âl.e mausoléo, lt;|ue les Klats généraux hrent élever sur son tombeau, Tépitaphe quon y mit, font mieux Téloge de Martin \'Tromp i|ue tout ce f|tTon peut dire.quot;
4 T\'r u i n : 7\'/i\'fi jaren en/, p. 268 uitgave van 1861).
5) De geslachtsnaam van Tromp zou dan eigenlijk Win iter II r/ moeten zijn. /.ie over het een en ander: Aaiikekeningcn cn Mcdedeelingen betnffemlv het (.tesUuht l ir/i der Iromp of Tromf\' in: Mott. Historiebladen, je Afd. Genealogische Aunt, en l.erensbesehr. Eerste deel p. 50.
6) Anthon. Thy sins. Oratio funebris. â Hier werd gebruik gemaakt van de vertaling dn de Rijks l\'niversiteitsbibl. te Leiden) get.: Lyck-Oratie, ofte \'t [even ende Sterren l\'an den uytsteeckende Heldt M. H. Tromp enz.... i ytgesproeken in
de vennaerde Leydtsehe Academie op den 2[sien Sept. 1653.....Lnde nertaelt enz.
door \'l\'h. S. Ch. t Amsterdam, l\'oor Jan Pietersz, Boeck verkoopcr i65.?\'
7) Als Kt.-Kol. N. Scheltema in Kotterd. Historiebladen de herkomst van het geslacht Van Nes (Boer faep) bespreekt, zegt hij: âHet eenige wat zou kunnen pleiten voor de veronderstelling, dat Brielle de plaats van herkomst zou wezen, is, dat deze stad de bakermat is geweest van vele onzer beroemde zeehelden, en dat \\\\ . (De With vandaar afkomstig, ook uil den boerenstand is voortgesproten, t. a. p. I p. 422.
.S Bedoeld wordt hier jan Kluit, van wien in het Brielsche Archief een Handschrift van 21 deden in 4quot; aanwezig is, âHet gehede werk legt een welsprekend getuigenis af voor den ijver en de kunde van den Schrijver en is cene uitmuntende bron voor ieder, die over Brielsche zaken of gebeurtenissen wil handelen. Hij was een Patriot Navorscher 1892 p, 342); zie ook: Op het Marktplein te Brielle in Sept. 1787. Idgen Haard 188^ p, Kjoen 101. Ontleend aan: Xed. Tamiliebode, jaarg. 0 p. 10 kol. 2, door H. De jager.
()) De verbeterende kantteekening in s mans handschrift is van tie hand des beuren H. De jager.
io) Niet alleen in handboeken, maar ook in werken van meer algetneene strekking, b, v.: U\'ink/er /\'rins: Kncyclopaedie (1X871, l^rockiiaiis\'(\'onv. Lexicon
13c druk . Zelfs 11\'. l\'tokker (lest h. en Aard.beschrijving van het eiland Voorne en Putten, geeft 1597 op. . Ilkeinadi geeft geen geboortejaar aan.
n Volgens de vertaling in: âl.eeren en Bedrijf van den vermaarden zeeheld Cornelis \'Tromp \', p, 134,
12) In die opgave staal een drukfout, die later aangewezen wordt.
13 : Bedoeld wordt hier de schrijver van de (ongepagineerde Menione A\'acckende he! begin, VtfVOlch, ende eynde, ran de diensten ran Wijlen de Jieere, AI. //. \'Tromp enz. tn s (jraTen Ifage, In/ Wilhelm Jireeekevell, noeck drucker, tvoonende m de /\'noten, naest de Jijbel, met Privilegie 1653.
14 I/ De Jager l/et (les/acht Tromp. p. 1 en p. 3. (in: Nederlands /â amihen
Ir chief, Rotterdam 1883).
A A NT KICK K N INC E N. 77
r5) Omstreeks het midden der vorige eeuw is dit huis (in het Kolfslop bij het Asylplein door een lioos omvergeworpen, âen toen is de grond gelijk gemaakt en aan een tuin ter regterzijde getrokken,quot; thans toebehoorende aan het Hotel de Nymph. âTusschen nel geboortehuis van Tromp en een andere woning ter linkerzijde, nu geteekend Wijk 6 no. n, is echter altijd een tuin geweest, die bij de 6 el breed was.quot; .Vavorschrr, deel \\ 11 jaarg. 1857) p. 21; kol. 2 onderaan. De afbeelding van deze plaats, zoowel als bijna al de platen, die op Den Uriel betrekking hebben, zijn genomen naar photo\'s van den heer I\'. RoelolTste lirielle, terwijl de heer j. de jong Cz., leeraar aan de H. li. aldaar, met de meeste welwillendheid de zorg voor het lac simile, op p. 16 voorkomende, op zich nam. Aan beiden hier openlijk mijn dank.
16 Rottcrd. Historiebladen t, a. p. p. 61 (zie vooral de noot op p. 61 .
17 //. de Jager: Het Geslacht l\'romp. p. 3, Hier vinde het tevens zijn plaats, dat in het Hrielsche Archief noch van la// der Tromp, l\'ro///[gt;e/\'o{ Troiiipe/\'l sprake is, als Harpert Afaerte/isi. genoemd wordt, maar steeds van: Trom[gt;. Zie Ge.sl. 1 romp p. 1.
18) Die eerste vrouw was D/na of Dig/w/n dlt; 1/aes, dochter van Cornell\'s de Haes en N. van den Heuvel, /ij stierf den 2osttquot; Nov. 1635, in den ouderdom van 34 jaren te Rotterdam en werd aldaar in de Groole Kerk begraven grafsteen no. 105) zie Rottcrd. Histo/ieldad, waarin een afbeelding van die grafzerk, waaronder ook de tweede vrouw van M. H. Tromp begraven ligt, voorkomt. Van dien trouw en ondertrouw leest men d.d. 2-\\ April 1624: Marte/i Hcrpcrtsc, jo/tges; Ijtyienanf ï\'an Capn. Mees Da/ Hoer, ende Dig/iu/// Cornclis, jonge dr. wo/zende^ int Noordteyndc. In margine staat; âde se syn bn\'cstight op de// \'j\'quot;quot; mcyquot;. Gcsl. \'I\'r. p. 4. Tromp\'s tweede âhuisvrouwquot; was: Aeltgen Jacobs van Arcken-boudt. âOndertrouwd te Rotterdam 27 Augustus 1634: Maerten Herperts Tromn, wedr. Capiteyn, wonende op de Leuvehaven, niet Alyth Jacobsdr. Arckenbouclt, J. 1). wonende in den Uriel. Attestatie gegeven op den liriel, 10September 1634 \' Rott. Historisch t. a. p. p. 6; noot. 1 . Het huwelijk werd den i2iJe|1 Sept. 1654 te lirielle voltrokken. Geslacht Tromp. p. 6}. Ook deze vrouw van Tromp stierf jong. Zij rust onder denzelfden steen als Dignum, zijn eerste vrouw. Het opschrift meldt, dat zij den April 1639 in den ouderdom van 36 jaren,
sliert. Op dien grafsteen, waarop bovenaan /w/- grafschrift staat, heet zij de huisvrouw ran den lid. Heer Maerten Harpersz. Tromp. Admiraal over Ilolla/ult ende IVest- Vriesland, terwijl van Dignum onderaan gemeld wordt, dat zij was âde Huisvrouw van Capitein Maerten Haspersz. van der Tromp.quot; Oorspronkelijk was deze grafsteen bestemd om het graf èn van Dignum én van Maarten zelf te dekken, âdit blijkt niet alleen uit zijn daarop voorkomend wapen, maar tevens uit de opengebleven plaats bovenaan, later ingevuld met het grafschrift zijner tweede vrouwquot; 1 Rott. Historieb.). In 1640 huwde hij ten derde male te \'s Gravenhage. niet Cornelia lierekhout (waarover later meer . l it zijn eerste huwelijk had Tromp: Cor//cl/s, geb. 1629 den later zoo beroemden driftkop Comelis tromp) Harper Maertenss en Johan Maertensz. lit zijn tweede huwelijk : .\\lida. A/arga-retha en Araerten op anderhalfjarigen leeftijd gestorven). Rn uit zijn derde huwelijk: \'yohan//a Afana, Adr/ae// en Afae/ten Jle/pertsz., âna zijns vaders dood geborenquot; Rott. Historiebladen, a. \\ . p. 66. Zie ook aldaar p. 64, 65, 66.
19^,, ... . met de Amsterdamsche en \\oort-hollantsche Oorlogschepen de Admirael Jacob van Heemskerk vroom ged. In Martio 1607. Zeylde uyl Texel eerst tot onder Wicht, ende van daer met noch de Rotterdammers te weten Commandeur Moy Lambert, midstgaders Capiteyncn Sybert Meyndertsz. Savel Jacobs/. Ruymvelt, Tieter (\'laossen Rochusz. ende voornoemde Ilcrpc/t Man-te//s/\'ro///p. Alsmede de Zeeuwsrhe ()or-logb Schepen, gesamentlijck voort gesevlt nae Oibraltar. Afc/norie p. 1.
20) Potgieter in: Jan, Jannetje en hun jongste kind.
21 Zij werd gegoten in 1482. Vroeger werd zij geluid door gildebroeders, thans alleen bij zeer plechtige gelegenheden, door vrijwillige klokkenluiders. Ik heb haar slechts driemaal in mijn leven hooren luiden.
22 ,,Zell zettende hy d. i. Tromp na den slag bij Duins in 1630 met het overige deel der Vloote, koers naar den Hriel en Ooeree. Hij wierdt overal met
7 8 A A NTKE K K.N IN\'GEN,
groote tekenen van vreugde, en toejuichingen ontvangen, en van veelen, ook onbekenden, begroet en verwellekomd .... Daarhy wierden de klokken ten teken van vreugde, door hel gansrhe land geluid. Men brandde, overal vreugde-\\ uuren en piktonnen, i )e Toorens wierden met l.antaarnen \\ erligt, en, hier en daar, kostbaare vuurwerken atgestooken.\' .\\ i rrlands /leldciidaaain ter zee. iiiji (/( rmeeste dagen af tot op den tegemcoordigen tijd, Amsterdam by 1\'etrus ( onrads en Haningen by V. van der Plaats 178,^ 1 p. 344.
23 1\'otgieter s N orspreide en Nagelaten Werken, uitgeg. onder toe/.igt van |oh. ( /inimerinan. Sehetsen en / erhalen, Kerste deel p. 77 (l itgave 1875 bij Kruseman en \'l\'jeenk Willink, Haarlem.
24 Prof. Thysius in de Lyek-Oratie.
25) (lezinspeeld wordt hier op het bekende liedje, waarin Alva sprekende wordt
ingevoerd;
\'t Bederven huns lands hadden /ij geen acht,
/onlang ik hen bij den vleeschpot liet blijven;
Maar nu ik hun Mammon aanroer met kracht.
Willen /ij mij uit dees landen verdrijven.
Zie Wtu Moten : Volksopstand tegen Spanje I. p. 207 .
26) âHij was altijdt onghewapent in \'t gevecht, nochtans is hy onder sooveel exempelen van stertlijkheyt noyt ghewondet geweest. Lvek Oratie p. 20 en p. 1.
27 Te weten: voornamelijk voor het volk, de maats vóór den mast. Minder, soms zelfs in /eer geringe mate, voor de kapiteins, l ater wordt hierop uitvoe riger teruggekomen.
28 De bev elvoerder van een koopvaardijschip heette Op een oorlogsbodem was, sedert den eersten Kngelschen zeeoorlog, de Sïhipper de eerste dekoffider âdie dadelijk op t/en kapitein en den luitenant volgde . De Jonge a. v, p. 673. l it de Memorie blijkt ook dat verschil in benaming tusschen bevel voerder van een oorlogs- of \\an een koopvaardijschip. (^ok, dat men van âordinaris ofte continueel (\'apitevn,\' âCapiteyn (Commandeur kon worden.
21)) .... heeft hy Maerten Tromp onder synen N\'ader in den dienst ghecon-tinueert tot den negenden Juny \\nno 1610, Als wanneer syn \\ ader met syn ScheepsA\'olck, neffens d andere Capiteynen meest doen te vooren gelicentieert, vermits de Tres es uyt den dienst wierde ontslagen \'. Memorie,
30) ,,Als de schrick ende het woeden van den Spaenschen Oorlogh door een twaeif jarigh Uc-standi ophieldt, ende datter gelyck als eenighe Alcyonia waren, soo is hy syn Vader met een eygen geladen Coopvaerdy Schip gevolchtquot;, Lyek-Oratie p, z.
^1 Als men een later te melden Schotschrift op \'Tromp gelooven mag, had Karper! het eerst niet te breed. Dat âeygen geladen Coopvaerdy-Schipquot; pleit dus wel voor de stelling, dat s lands dienst geen windeieren legde.
.521 Wanneer hy eenige tijd daernae oock weder onder sijn \\ ader ghevaren ter Coopvaerdye, nae de (\'aep de Verde, ofte (Ãnea. Memorie.
33 âso is hem na dat svn \\ ader overleden was, een uvtmuntende kloeckheyt bespeurt in \'t aenmanen van syne Bootsgezellen om tot de leste man te houden f.yek Oratie ]). 3,
34 \'I\'; [gt;⢠gt;31-
35 Zie de Memorie.
Volgens een schotschrift omstreeks 1640 verschenen, l)it pamflet is ge titeld : \'/ Samcn Spraeek, over de I.offel\\cke daden, getcgentheden ende afkompste ram/en Reeht roei t ilden Manhaften /.ee Heldt Marlen //. Tromp, thnssehen. .. en nu volgt de opgave eeniger personen, waarvan wij slechts noemen: Mar mus CrytUS. een ypngh Vat\'tnt gtitl van /.eetant: Jan Stomp, een ondt varent Man; diens vrouw . /rijn fans. zi/mh een l \'ytdraeghster: (Iriet Smeers. een Hesteedster en/. laartal ontbreekt. Onderaan staat: Gedruekt m Holland, tot voorslant ran t Vader landt. Aan heleinde: Uier nafr Hen heter. S. V. /\'. Koninkl, Bibliotheek ,
37 Men herinner zich hier, dat Maerten in 1624 huwde met Digftttnt, een dochter van Cornells de l/oe . Ken broeder van Ihgnnm zlH voluit Cornrhs ( or nehs . tie tïaes geheeten hebben. Hierin ligt wellicht de vingerwijzing, h(je
AANTKKKK.\\IN(;K\\.
79
Zie over het geslacht de Hacs niet //. de yager: Hrt Geslacht J\'romp:
Tromp aan zijn eerste vrouw gekomen is,
te verwarren met het geslacht dc Haas p. 3, 4 en 29.
3.S In 1555 waren de maandgelden aldus vastgesteld:
Kapitein / ,gt;0 Schrijver
Schipper 24 Kwartiermeesters
Stuurman 20 Botteliers
Loodsman S, 10 Kok
Hosschieters 6 Hoogbootsman
Marssel 5 Zijn maat
Zeilmakers 6 Schiemaat
/5 » 8
7
8 8 6
/« 8
8
5,io 5 1°
3.15
I,IO
/â 2. 14
11
10
5
20 4
In het jaar 1656 werden zij geheel en al herzien, en aldus vastgesteld:
/ 100 36
25 24
16 24
22 3°
36
1 igt;
Kapitein Stuurman I .uitenant Schipper sc ! Schrijver i iarbier
1 loogbootsman Timmerman 1 .oodsman (Zie De Jonge a. v
Konstabel /\' 22
Zeilmaker 14
Konstabelsmaat 15
1 loogbootsinansmaat 15
x Kwartiermeest., elk 14
Korporaal 14
Provoost 12
bottelier 22
Zijn maat 15 74 en p. 321 .
Kok Zijn maat 20 Matrozen, elk 40 dito
Zes halfwassen braas
sems, elk \'Trompetter Ken Jongen
Timmerman
Chirurgijn
Provoost
Tamboer
l\'ijper
Hootsge/.ellen Jongens
39 Wc brengen hier in herinnering, dat Maarten den 24«quot; April [624 onder
Het Brielsche trouwboek spreekt van : Capiteyn
jo) NederL lleldendaaden ter /ee I p, 437. Vergelijk ook: Leeren enz. cum Cornelis \'/\'romp |). 137; l\'.en Praatje van den Ouden en .\\Jieuwe)i Admiraal ]). 22, en de meeste levensbeschrijvingen van \'Tromp.
41) In de twee Testamenten van M. H. \'Tromp, in het brielsche Archief ontdekt en door mij in âde Navorscher T\'ebr. 1895) openbaar gemaakt, vond ik een bevestiging van mijn vermoeden, dat \'Tromp met wanne hoogachting voor Piet Hein bezield was. In zijn geslacht moest bewaard blijven een medaille aan een gouden ketting, beide hem vereerd âover sijne 1 h ensten den lande gedaen als Capiteyn, ten Tijde den Admirael l\'yet Heijn op sijn Schip geschoten is geworden quot;. Op die medaille stond aan den eenen kant ,,\'t vidimus \\an Sijne Kslt;* Tredrick Hendrik ende aen dander sijde seeker gedicht, luijdende aldus: Geen /\'ronek ran Goud. maer cloHckheijt stout, op Dolle laren, lieerfl de Jier, ,-,/// llollandts Heer, Door 7 Oorloe/isvaien. I it beide Testamenten spreekt echter vooral de liefde, die de zeeheld zijn oude moeder toedroeg. Voor verdere bijzonderheden, als het bestaan eener den/c zuster van \'T., de verwantschap niet het Geslacht Van Almonde enz. verwijs ik naar mijn artikel in âde Navorscher .
42) Onder de steden, die veel schade leden door de 1 Uiinkcrker kapers, kan wel zeker 1 gt;en Priel genoemd worden. Dit blijkt o. a. uit een getuigenis, den if^-n Maart 1637 daar ter stede afgelegd door Maerten DinwA\'. elarr en Gilles Jordensz., beide ingezetenen en burgers van Urielle. voor 1 leeren burceineesteren en Vroedschappen, dat vóór een dertigtal jaren uit deze stad 40 a 50 schepen uitvoeren om labberdaan en kabeljauw, die binnen Den üriel gevent, verkocht en vandaar naar vreemde landen verzonden werd, behalve een goed getal kleinere schepen, die schelvisch enz. vingen, en if) a 17 haringbuizen, door burgers der stad uitgerust. Omdat die haring in Den Uriel werd afgeslagen en naar Trankrijk âende (â¢osten\' v erzonden werd, w aren er verscheidene koopvaarders en schippers gevestigd, zoodat langen tijd Den Uriel âeen goede seestadt es geweest\'. \\ii echter vyas de stad zeer achteruit gegaan, ja, ging nog dagelijks achteruit. Kr waren niet meer dan 18 of 19 schepen die ter visschenj voeren, en maar 3 haringbuizen, terwijl koopvaarders enz., die de gevangen visch naar vreemde landen zouden vervoeren, hier niet meer kwamen wonen, waarvan alweer het gevolg was, dat deze en andere visch weinig meer in Den Uriel verpacht of bereid werd. \\ an al deze rampen en v an dezen achteruitgang w aren de Duinkerker kapers de oorzaak. âSijnde de voorseide decadentie ende declinatie
trouwde met Dignum Cornells Mees Den Heer.
AANTEKKENINGEN.
meest veruorsaect door het nemen emle stelen van de Duijnkerkers, die geduij-rende den oorloge veele van de visschers derselver Stede geruineert ende bedorven hebben, midtsgaders de schepen in do gront gehackt nebben, soo dat de voorseide Stede \'t sedert weijnich jaeren wel de tweederde parten gedecadeert ende verarmt esquot;,
1 )it alles werd reeds door den Heer H. de Jager openbaar gemaakt in het Weekblad van Voorne en I\'utten enz.
43 O. a. den 29 Maart 1626. (Zie daarover de Memorie Tromp bracht zooveel prijzen op, dat, als men in de Maas buiten hoorde schieten, men zeide: daar is Maarten Harpertsz. I\'rijsquot;. [\'raatje ran den Ouden en Nieuwen Admiraal p. 20.
44) I.ecven van Cornelis \'/\'ramp p. 137. Vergelijk echter vooral p. 50 in onzen tekst, in zake van zijn genomen ontslag èn van net door hem bekleede ambt.
45) âSodanigh was sijn leven: yder een buyghsaem om te lyden ende ver draghen, daer hy by was, daar stelde hy syn selven mie, ende voegde sicb na yders humeurquot;.
46) II. de Jager: Jhi Geslacht \'J\'romp p. 9.
47) Dit geschiedde in het jaar 16^2 toen de Staten besloten een tweede vloot in zee te zenden en hem daarover het bevel aanboden. âEn de Heeren Staaten van Zeeland wierpen het oog op eenen Michiel A. de Kuyter, een man bekend wegens menigvuldige tochten, doch die, der zee wars geworden, voorgenomen had zyn dagen in vrede en stilte te land te slyten. Deze dan \\an eenige Heeren hierover aangesprooken, met verzoek, dat hy het Vaderland in deze gelegentheid ten dienste wilde staan, toonde zich gansch ongenegen, en gaf hen zijn voornemen van voortaan niet meer in zee te gaan, en gerustelijk aan land te leeven, te kennen. I gt;e I leeren hielden echter aan.... Hy liet zich dan eindelijk, na eenig beraaden overleg, door het hard aanhouden der Heeren bewegen.quot; Leeven van Cornelis Tromp p. 50.
48) p,ln een noot op bl. 147 zegt Mr. De Jonge, dat de With in 1635 en 1636, terwijl hij den zeedienst verlaten had, het Sch\'epensambt in Den Uriel bekleedde.. . De opgave is echter onjuist. De With was te l!r. schepen van 1 Oct. 1636 tot uit\' Sept. 1637. Zie H. de Jager, .\\avurscher iSSo p. 31)5.
49) Hagenaar XIV p, 174,
50) Wie rumoer maakte op het schip, werd op water en brood gezet, zoolang het den bevelhebber-kwartiermeester beliefde; wie iemand doodde, werd met den doode overboord gezet; wie iemand sloeg, verloor zijn hand; wie een mes trok, zonder er kwaad mede te doen, werd een broodmes door de hand gestoken voor den mast, en daar moest hij blijven staan, totdat hij het zelf uittrok. Zie Bijlage 2 op deel I van: De Jonge enz.; ook aldaar op p. 79 in noot I. In die noot wordt nog medegedeeld, dat in 1667 iemand, die een ander met een mes in den schouder gewond had, gelaarsd en gekielhaald werd; en dat nog onder Vlmonde in 170; een matroos veroordeeld werd om twee sneden in het aan gezicht toegebracht te worden, omdat hij dit een ander toegebracht had. In 1717 werd een matroos, die een vrouw gedood en onderscheidene schepelingen zwaar verwond had, op zulk een barbaarsche wijze Ier dood gebracht, dat wij het hier liever niet teruggeven.
Si âMemand van \'t geineene volk vermag zich des nachts te ontkleeden, zelfs niet de schoenen ml te trekken. Deze bepaling, zegt Wernmens Hnning, die ze in de ,,/V (lids van 1S88 I p. 16 mededeelt iioe doelmatig ook, om op ieder uur van den nacht het volk ineens gekleed boven te hebben, was toch, dunkt me, wel wat hard en zal in rustige tijden of wanneer men in de ruimte was, wel niet met groote gestrengheid zijn toegepast.quot;
52) Het spreekt wel vanzelf, dat, welke strenge bepalingen men ook maakt, het handhaven der krijgstucht meer nog van tijden dan personen afhangt.
53) Zie over âde Kampagnc : /V Jonge a. v. p. 274.
54 Vergelijk: l\'an Wijn, Naleezing op Hagenaar) II p. 117.
55) /V Jonge a. r. p. 431.
56) Vroeger waren er evengoed Zeeuwsi he als Hollands! he admiralen. I.ater
8o
AA NTEEK E.VI N( iEN.
werd de admiraal steeds genoemd: l,t. Adm.-van Hollanden VVest-i\'\'nesland. Om den Zeeuwen deze pil wat te vergulden, hebben èn l\'rederik Hendrik én Jan de Witt een Zeeuw als oppersten Vlootvoogd benoemd. Maar de eerste was in hel benoemen van Jonkheer Van Dorp die toch alreê door de Staten van Zeeland uit /.ijn ambt als l.t. Adm. van Zeeland was ontzet) minder, dt-laatste met de keuze van M. A. de Ruijter buitengewoon gelukkig. âEen bewijs, dat er èn van Zeeland èn van I lolland een Admiraal was, vindt men o. a in bet algemeen bekende feit, dat 10 jaar vóór de geboorte van Tromp, in 1588, de Kngelsche vloot, die tegen de Armada optrok, versterkt werd door schepen van Holland onder johan van Wassenaar, heer van Warmond als Admiraal en Van der Does als Vice-Admiraal en door die van Zeeland onder Justinus van Nassau als Admiraal en Joost de Moor als Vice-Admiraal.
57) Leevcn en Daadcn der Dporluchtigstc /.cc-hcldcn, door / . T). /gt;\'.\'t Avislcrdaiii bij jan ten Hoorn en Jan Bouwen, 168^, p. 547 Kol, 2,
58) Een praatje Tan den Ouden en Nirmoen Admiraal, door een opreeht Iloltands /.eeman, tot Amsterdam. By Jacob Volkers Hoofdbreker, Iioekhandelaar op de Kolk, 1653.
5lt;) Bedoeld wordt hier Wassenaar, heer van Obdam, die in 1653 na Tromp\'s dood tot diens opvolger werd benoemd.
60 Een praatje van den Ouden en Nieuwen Adm. Hiermede komt overeen, wat prof. Thysius zegt, waar hij mededeelt, dat Tromp ,,dickwyls nachten sonder slapen doorbracht, hy ruste nimmermeer gansch uytgekleed zijnde, hy stondt somtyds in de ontydighe nacht op, en hy die de opperste wachter van allen was sloegh met syn ooghen het waecken van andere gade.quot; Lyck-Oratie p. iy.
6n Neertands Hddendaaden ter /,ee I ]gt;. 330,
62) (lids 1888 1 p. 30.
63) Overal vond ik 13 schepen opgenoemd, behalve in Neerlands Heldendamkn ter zeer. âonze Admiraal hadt toen maar twaalf schepen by zigquot; I p. 34.4.
64) Neerlands Heldendaaden ter /ee I j). 338.
65) âA day of two after; they fired some shot at Van Tromp\'s barge, he being himself in it. What damage the barge suffered does not appear, but on board one of the Dutch ships a man was killed by a cannonball, and the dead bodv was immediately sent to Sir John Pennington as a proof that the Spaniards had been the first violaters of the neutrality of the King\'s harbour quot; /iiographieat, Memoir of Marten Happertsz. Van Tromp, the celebrated Dut(h Admiral, voorkomendein The .\\aTal chronicle lor 1817 Vol. XXX VI from lanuarv lime. p. 02. Het woord Happert is geen drukfout, want het staat boveii elke bladzijde van dit opstel. Het is misschien een kenschetsend voorbeeld van den invloed dei-eigenaardige uitspraak van de Kngelsche a vóór de r
66) Rotterd. !fistoriebl. a. v. p. 63. In aam, I aldaar stuat: âKnde nu onlancx den gheluckigen I leidt Martin II, Tromp van den Koninrk van X\'ranckrijck, een schild dargent au cheuron de gueulles, accompagnee dun (lalioen de sable en pointe, au chef d\'aztir, chargé d\'une fleur de 1-ys d or, ter gedachtenisse van den victorieusen Zeestrijd, bij hem op zijne Majesteyts ende dezer Landen vijanden, verkregen,\'
67) Dat is een matroos, een zeeman ,,die op het dek blijft zitten, zoodat het pek aan zijne broek kleeft, alzoo een juiaardquot; zegt Vrn Date in zijn W\'oordenhoeh. Mogelijk is dat zoo, als men de alleiding van het woord raadpleegt. Maarinde werkelijkheid en de historie bevestigt dit is pekbroek eeneerenaam, de naam van een kind der zee, van een, die door en door een zeeman is, t Is er mede gegaan als met den scheldnaam: Heus. In den 4e n druk van Van Dales Woordenboek zal dan ook, naar mij lgt;r, Opprel, een der bewerkers van dezen nieuwen druk, verzekert, die onmogelijke verklaring van pekbroek niet meer \\ oorkomen.
68) Tromp was lot den i8den Augustus 1618 kwartiermeester bij Moy Lambert. Hij kon dus bij bovenstaand voorval indien het waarheid is! negentien jaar zijn geweest.
8 I
82 AANTEEKE.MNGEN.
Cnj) Den Xsten Juli i6;i trouwde Maritjes Harpers., I romp s zuster met Hastiaen Bastiaens/. Molewater die hakker van beroep was. Zij woonde toen in de Nohelslraal te lirielle en daar woonden geen menschen, die waschtcn voor de lui! In 1647 werd Hastiaen Molewater in de St. Catharinakerk te Hrielle begraven. De fraaie grafsteen, waaronder ook I romp s zuster ligt, is almee geen bewijs voor den geringen staat van Tromp\'s lamilie. janmaat werd buth\'H de kerk begraven! Den steen vindt men dicht bij het praalgrat van Van Almonde.
70 Kapiteins, die er liever hun pleizier van gingen nemen te land, dan op zee hun plicht te doen. Men zou ze kunnen vergelijken met den, in den negenjarigen oorlog zoo beruchten Kngelschen \\dmiraal l orrington, wiens naam het Kngelsche zeevolk verdraaide in Lord lany in town l,ord Blijf m t/e shuD \\\'ergelijk Mnciiuhn s (irsc/i. r. h\'.n^elaini (verf v. dr. I an Deventer) 2e druk, lil p. 218.
71) liusken Iluet: Land van Rembrand II je stuk p. 171.
72) W agenaar \\I p. 2311.
73 Wagenaar \\ 1 p. 284.
74 ll.v. : in /.eeren en daaden vrij uitvoerig; in De yonge a. v. enz. enz.
\\an Lngelsche zijde heet het: On their approach without paying the honour
ol the llag the Knglish Admiral Blake ordered several cannon, without shot, to be fired; but Van Tromp paid no regard to these warnings, and Admiral Blake no sooner fired a ball at his main-top-mast head, than he returned another, that went through the Knglish admiral s llag and taking in his own and hoisting the red llag for battle, he immediately gave the first broad side, Hiographieal Memoir etc. p. ()5.
Us een aardig staaltje van de wijze, waarop de Kngelsche jeugd over het eer gevoel der Hollanders leert oordeelen, geef ik hier het volgende uit Captain .\\/arr\\at\'s: the /\'hantoni Ship (editie Londen. Heor^e Routhdge and Sons, p. 5\'.));
In 1654, peace was signed: the Dutchman promising âto take his hat of! whenever he should meet an Knglishman on the high seas a mere act of politeness, which Mynheer did not object to, as it eost nothing.
75) De Jonge a. v. p. 417 noot 1.
70 De Jonge a. v. p. 516 noot 3.
77 11 ijnne: Gese/i. r. //. Vaderland, 4e druk, p. 225.
78 Men vergelijke hier vooral om zich voor overdrijving in dit oordeel te behoeden: KnoUenbelt: (ieseh. der StaatA ran Johan de //\'///\'p. .59 noot) âDe Dominee s blaffen maar de Heeren bijten,\' zei het volk zeer eigenaardig.
70 âThis miscarriage of the Dutch grand tleet, spread a general discontent too commonly bv the case when a valiant commander is in the least unsuccessful ). 1 le therefore first justified his conduct to his government, and as popular clamour ran so high against him, he was induced to throw up his commission to satish the people Jiiographieal Memoir p. 45.
80) De Jonge a. \\. p. 423.
.Si Dat verschaffen van voedsel door den Staat aan de Kapiteins uitbesteed, is een der zwarte punten in onze geschiedenis. De manschap leed soms letterlijk honger. Zie dit uitvoerig toegelicht in: âPraatje ran den Om/en en Nieuwen admiraal p. 35 onderaan.
82 âDe waarheidlievende lltinu erkent, dat zijne landslieden voornamelijk aan de overmagt van het Britsche zeewezen hunne overwinningen hadden te danken. Zijne woorden zijn opmerkelijk : All the successes of the Knglish were chietb owing to the superior size of their vessels; an adventage which all the skill and bravery of the Dutch Admirals could not compensate. De Jonge a. v. p. 500 noot 2.
8y Dan had frankrijk wel een verbond met ons gesloten, endoor I rankrüks invloed ook wel Zweden, meent Knottenbelt in zijn (lese/t. der Staat/-, r. Joh. dr 11 p. 51. Zie echter de toelichting op deze onderstellingen in: dr. /gt;. C. Xijho//: Shial/. (resell, ran Xederland, 11. p. ;,() en 40.
8( De Jong-, a. v. p. (71. Zie ook p. 4(10 v.
A ANTEEKEN 1NG K\\. 8 3
85 A no/hu belt; Cicsc/i. der Staat/;, t. yo/i. i/c IV/tt. p. 47 noot 1, waarin men ook aangetoond vindt, dat âdeze klagten echter geen ragt ;geven) om de Witt de schuld te geven van deze traagheid.\'
86 Waar adm. Tromp in de beroemde zeeslagen na zijn herstel Co. a, in den dne-claagschen zeeslag een vlootvoogd van den eersten rang toonde te zijn, Iner geprezen en in Engeland bewonderd werd, daar moesten de oogen wel opengaan voor de ware oorzaak der tegenspoeden.
87) Als bron noemt De Jonge op: de Not. der Admiraliteit van de .Maze en Amsterdam 1652 en 1653. Zie De \'Jonge a. v. p. 507, waaraan de vorige aanhalingen alle ontleend zijn.
88) Lceven en Hairijf van Corne/is Tromp p. 121 en p. 122.
89 Dr. Theoei. Jorissen: De Zeeslag bij Kijkduin (f/ist. B/aden. 3e roed/toope dn//;}, p. 141.
90 âsoo dat het in hem plaets hadde, dat een Overste staende behoort te sterven t/iys/ns: /.yek-Oratie \\i. 18.
lt;)i l)e io(1,= Augustus 1653 viel op een Zondag. Reeds den (/-â \'\' Aug. werd cb. I.otius door de Staten van Holland aangezegd om in de Kloosterkerk âeen yverigh (lebedt tot (lodt den 1 leerequot; te doen.
92) Kxodus 17 : 10 13.
9,1) ,.l \'e goede l.t. Admirael I romp, heet het roerend eenvoudig in J.eeTen en Daaden der Doorlnc/itigste /ee/ieldcn, pag. 546. âwierd onder hel afgaen van de Hut geschooten ; h\\ nedervallende, wierdt weder opgenomen, en op kussens in de Hut nedergelegd, stervende met dese woorden iii de mond : lek heb gedaen, houd goeden moed. O Heer weest mij en dit arme volck genadigh.
âKenigen meenden, zegt Wagenaar Xll p. 241, âdat hij zig, onvoorzigtiglvk te veel bloot gegeven hadt; zo dat Monk hem, bescheidolvk, hadt konhen kennen, en hierop zvnc Muskettiers gelast, gelykeiyk, op hem los te branden.
,,Hv is dan, zegt 1 hysius p. 18, âmet een kleyne kogel onder svn tepel aen de shncker zyde tol in 1 binnenste van z\\n hert doorschooten, seer haestehek ter nederghevallen. âIn \'1 Lee ven van den \\ ice-Adiniraal De With,\' zegt \\ an ll i/n, Naieczingen 11. p. 142, âleeze ik eenvoudig: Tromp, in het eersU\' aantrelfen, met oenen kogel, in s\\ n lincker borst, s morgens omtrend huif seven getrolten, is, terstond, overleden.\'
94 Zie over de verhouding van beide /.eehelden: \\ \'an // gt;»/, Xaleeziir- 11 p. 105 118.
95) I- it het verslag van W itte Cornelisz. de With in /..eevenen Daaden p. 545. kol. 1.
96) Zie Reso/ntien Staten Tan /fo/land 1653 |gt;. 430, 438. 448 en 468.
97 lii\'ief van den Kaadp. De Wilt aan den Vice Adm.AVilte. Zie De longe I p. 517 noot).
c)8) Met dankbaarheid maak ik biergebruik van de bijzonderheid, welke 1\'rol. rnnn mij het recht geeft te openbaren, (ie noem de hoogleeraar schreef mij:
,,(iaarne geel ik mij het genoegen om n nog op eén bericht opmerk/aam te maken, dat ook onzen gcmeenschappelijken vriend De lager ontgaan is, als ik mij niet bedrieg, en dat den mensch van een gunstige en innemende zijde doet kennen.
In de ongedrukte) kesolutien Staten (leneraal van 1648 vond ik op 2 Dec., dat liomp, die met zijn schip in het (loereesche gat lag, \\erzocht een keer le mogen maken naar Rotterdam, omdat zijn moeder âdoor indispositie soo verreis geiaeckt ende \\ers\\vackt, dat sy naar t oordeel der doctoren wel een cort e\\ nde mocht maken, endo alsoo s\\ seer verlangende is haer soon noch eens te spreecken. Dat geelt een goede gedachte van do \\erhoiiding tusschen den tol noogen rang opgeklommen zoon en zijn nederige moeder, (ie herinnert 11 ook, dat de moeder bij het sluiten van het derde, voorname huwelijk geassisteerd had. De Staten besluiten, dat hun president, C\'lant, hierover met /. Hoogh. zal s|)reken Den volgenden dag heelt de President dat gedaan en nu wordt conform diens advies besloten het verzoek toe te staan 1 !
OO âWaarom ligt I romp te Dellt begraven: vraagde mij een door mij zeer
84 AANTEEKEMNGKX.
geacht letterkundige. De Resohiticn \\an de Staten v. Holland geven daaroj) geen antwoord, en AWA7, die in zijn Bcsc/irijrinx rlt;i/i Helft lang genoeg Inj de l\'oinhe van den Admiraal blijft stilstaan (Hoofdst. V p. joi 210 /.nijgt er insgelijks van. Misschien echter geelt de volgende aanhaling daarin eenige opheldering: âSoo eenighe gedachtenisse den overleden raeckt, soo en heeft hem ghelyck ick gheloof niet aengenamer kunnen gebeuren, als nevens dat graf te rusten, daer de heenderen van den manhaften l\'ieter l\'ietersz. Heyn liggen, opdat sy, die eertijds 1 samen hadden gevochten, oock omtrent de selve i)laets souden liggen.\' Lyck-OniHe j). jo. Ook vergete men niet, dat de weduwe van Troin)) van Delft afkomstig was. ()nlangs ontdekte ik in het Hrielsche Archief eenige bijzonderheden aangaande een proces in de vorige eeuw over âde graven van den ouden Admiraal Trompquot; gevoerd. Ik beh een en ander gepubliceerd in âde Navorscher\' , zie genoemd tijdschrift, 1896, hl. 125 en bl. ^0,5. In de Res. Staten van Holland feest men, dat genoemde Staten den 25cl1 Maart 1654 bewilligden in de begrooting van tien dui\'.cud (\'arolusgulden voorde (Iraftombe.
100 âOnder aan den \\oet \\an tie Tombe (prijken de volgende Vaarzen:
Hier rust de Zeeheld Tromp, de dappere beschermer I )er zeevaart en der zee, ten dienst van \'t vrye land,
Dat quot;s mans gedachtenis bewaart in t konstig marmer,
/00 levendig gelyk hy stierf voor Hollandts strand;
lieluid met mqordgescbrey, cn dond\'ren van kartouwen.
Daar Groot-liritanje in brand, al t water viel te kleen ;
Hv beeft zicb/elv in t hert der burg\'ren uitgehouwen :
I )at beeld verduurt de pracht van graf en marmersteen,quot;
/ie Leven van Cornells Tromp. p. i.jsX In Navorscher 1857 p. 286 vindt men een lijst van 26 nummers Lofdichkn op Tromp. Zie ook Alkemade.
101 Hij schold ze lustig uit voor Roodrokken. âOp meer dan éene plaats, zegt I)( Jonse a. v. p. 361 (noot; straalt in het Journaal van \'Tromp de haat door, welken de Nederl. zeelieden reeds te dezen tijde aan de Britsche toedroegen. Zoo spreekt hij ergens van: Capitein Fieliling cn nog een andere Koórok!\'
102 Zie Biographical Memoir enz. n. lt;/gt;. Zijn manoeuvre in zekeren slag wordt bij die van .Velson in den slag hij Ahoukir â iuft) vergeleken. De Jonge, die dit overneemt op p. 441 noot) is dit niet met den schrijver eens, maar voegt er bij: âHoe dit zij, de vergelijking van Tromp met Nelson door een Kngelschman, strekt altijd tot cere van den Nederl. zeeheld.
â , â /â â â â rv: - - ,
I RaH \'â
| â
I â¢
\'
â â â â \'â ...........
⢠- - â¢
â â â â - ⢠â - . . . . .. â i;- ...
â
â
â â ijtó}
⢠â â â â â .
â - \' , , ,
\'
\' â â : . .
v:\'quot;quot; â â .. , . , ... .
â
...... ^ quot; ....... â â ............ -...... ....... .....â¢...... â â â â¢â¢â¢â¢ -⢠............- .
«Htf! â
â â
J-::W iJtó;.. .. ,..
Uiie............
â \'â â â i :â â \' â â â \';â â .
\'â \' \' \'IjP
â¢,⢠!f-Y ïra
v, .
\'
éfnir, â .â :â â gt;â ⢠... .,.
\'1 . :i-,â â¢(.\'â¢. â¢â¢ : i â â â \' ⢠â ....... â .-. â¢
. â .. .-...â ,.
quot;â¢â â â â â â .....
\' â \' ^â - \' : â
\' â ⢠â . â â¢
\'â â â â â ⢠......, .
â â â â .- ⢠â .â ... ,
â â ,⢠â ,
â â â . .. â â¢..
â â â â â 1 quot;â â : â . ⢠. â . ,. \' â â \' â . â . \'.1
V \' â . â â â â quot;â ⢠\' i.y.-A i-,...iv\'vi- â
. ...â ,â .â¢....
- â â â .
- ⢠..,â â â - .. . ..
â¢; \'.â .â¢â â â ⢠. â ⢠â ...... . ....
â . â
, -- .....
........ . â
â V .
. .
. \' \' , \' \' \' ..... â
...... â - , ⢠â \'
\' quot;r f \' â â
â â quot; â \'1quot;\' â quot; â quot; â â â - â â¢quot;â ⢠\' â â ⢠â â , . .. ...........
., ..
. . - â quot; â ...... ⢠........:..... â â - -.â â .â . ; â â â â .. â ....
............ . â . . .. ., , , . . . ...
â¢â¢ â¢â¢ .. .
â â â â quot; â - â
s
â
; â â - ⢠\'â â :. â â - - - ⢠â . ^ , . ...v^. .......,.... .. M......;.....:
â ^ â â¢â¢ â ....... . ij
\' \' â ⢠. â - : ...
. . . ..... , , . . .
..... â \' \'
â â â â ⢠â â¢, â â .....
iwitff â â . .................
â â â : ⢠â¢â¢ â - â - â â â ⢠â ^4 â -. r .â gt; .â â . ... , ,,, , .
â â â
v;\' -â -â ....... , , n
â â . , â¢
SPSS ftwTj ,
;v â â â â â \' .......
... -
â ft
...
â
si
â
0«.
â¢- â â â ......
â - \' â â â \' ⢠â â â ........ , ,; .
\' â --- \'â â quot;â¢ifquot; â¢â â â ⢠⢠â â â â
â \' â â â â ;-\'i \'.â â â ⢠. . .^4. â¢â ;
â â â
HnHHHB
â
....
â ⢠â â â â â . . . , ... .......
â â
â â â \'
. â¢â¢â â â â¢â â â â â â
quot;f;;ö â \'\'. â \' ⢠â â . , â¢W\' â ^«pl \' WmÂ¥l fcSV \'-/-tr
â
......
,,,,,,
â .
ywVf- -â â â
. â . : â .:. . .... .....^......../. , . ... , \' ,
, \'(\'yi
^01
â v; . ... ... ,.
.....J-
â .â â â â ⢠â ⢠â .â¢â¢â¢â¢â¢ â â â â â :â â¢â¢ ⢠- â . .. ... . , , : \' .........
⢠â â â â
..... ..... ....,, 1 . \'\' .quot;â .\'
........
. .
.... .... ...... , vl
â quot; â â ; â â â â . , ... .....
. .⢠j.-f â â quot; -â â â â¢:-â â