ocr page 1

NIEUW

HANDBOEK DER WELLEVENDHEID,

(• F

HANDLEIDING, OM IN GEZELSCHAPPEN EN VERSCHUILENDE BETREKKINGEN DES LEVENS

ZICH WEL WILL IN D II BSSCHAA-FD

B E V A T T E N 1) E :

Gelulcwenschinyen eu, Toespraken hij Nieuwjaars- en Geboortefeesten; hij Geboorte, Doop en Peetschap; bij Benoeming, Bevordering, Verloving en Bruiloft: Huwelijksaanzoeken, üitnoodigingen van allerlei aard: Toespraken in Gezelschap, hij den Dans, op Reis, in Handelszaken, enz.

Benepens eene opgave ier regelen.

V A N

BESCHAAFDHEID EN WELGEMANIERDHEID,

iu Houding, Taal, Kleediug, euz. bij Bezoeken, in Gezelschap, bij Godsdienstige Handelingen, in den Omgang met het Schoone Geslacht, op Bals, Concerten en Speelpartijen, aan Tafel, bij Personen uit de Hoogere Standen, enz.

EEN NUTÏKT HAND- EN HULPBOEK

V O O R

Oud. en Jong

VA-ïi BEIDERLEI KUNNE.

Naar de negentiende /dtfjave uit hel UoogdmtsoJi nau

J. J. ALBEBTI.

3Z)erd.e IDr-jLl-:.

TI EL,

H. C. A. CAMPAGNE amp; ZOON.

£»\'■. 1 izut-S-

ocr page 2
ocr page 3

Voorrede Tan den Hoogduitschen Uitgever.

Er is slechts ééne slem omtrent de nuttigheid en bruikbaarheid van dit hoekje voor de verschillende betrekkingen en omstandigheden des levens, want geen ander geschrift over wellevendheid, goede toon en fijne manieren is zoo zeer in het praktische leven toe te liassen. Sedert vele jaren is het daarom dan ook zoo gezocht, dat eene negentiende oplage er van noodzakelijk is geworden. Reeds bij de tiende uitgaaf heeft zich de uitgever genoodzaakt gezien, om hetzelve geheel te laten omwerken. Is ook de volgorde der afdeelingen en de inrichting van het geheel behouden, de toespraken, de schrifte-

ocr page 4

lijke verklaringen en tie daarop terugslaande antwoorden zijn geheel en al gewijzigd en veranderd. De stijl is meer beschaafd, zooals de nieuwere tijd zulks verlangt, en wat gedwongen en gezocht scheen, is omgeschapen in wat meer eenvoudig is en natuurlijker, korter en heval-liger.

De Uitgever vertrouwt daarom, dal velen dit hoek als een welkom geschenk zullen ontvangen en twijfelt niet, of deszeifs nuttigheid zo.l hij het gebruik iedereen in het oog vallen.

ocr page 5

I.

en tosspraken bij ili van, hst Nieuwjaar^

A, Aan personen uit den hoogeren stand.

1. Sta mij toe, WelEdele Heer! (Mevrouwe!) dat ik, bij de vele betuigingen van eerbied, die U bij den aanvang van het nieuwe jaar, als om strijd, worden gebracht, ook de mijne voege. Noch beleefdheid noch gewoonte nopen mij, om mijne hooge achting voor U uit te spreken. Oprechte dankbaarheid en hartelijke erkentelijkheid, voor wat Gij voor mij, en door mij, in hetafge-loopen jaar voor de mijnen gedaan hebt, doen mij den wensch uiten voor Uw duurzaam geluk en welzijn. Het zal mij altoos een even aangename als dure plicht wezen, om naar mijn ge-

1

ocr page 6

2

ring vermogen te toonen, dat ik ten minste de oprechte begeerte koester om U te vergelden dien ■welstand, die thans, door Uwe zorgen, mijn deel is en die mij zoo ruimschoots vergoedt, wat ik vroeger heb moeten missen.

2. Veroorloof mij, dat ik bij liet begin van een nieuw jaar U de hulde brenge van mijne hoogste achting en genegenheid. De hemel beware U en de Uwen nog lang bij het blijde genot van gezondheid en welvaart. Zóó moogt Gij, op Uwen tijd, de vruchten plukken van al Uwe moeite en zorgen; zóó moge voor het groote getal Uwer vereerders nog lang, in U, het voorbeeld eener wijze werkzaamheid gespaard worden.

3. Met de betuiging van mijne innigste hoogachting verbind ik den hartelijksten wensch: dat de Algoede U nog lang tot onze blijdschap, tot onze steun en bescherming spare. Mocht ik in dit nieuwe jaar er beter in slagen orn te beantwoorden aan Uwe verwachtingen, en op deze wijze Uwe, mij dierbare, goedkeuring mij waardiger te maken.

4.. Gij hebt, ook in het afgeloopen jaar, te veel zegen rondom U verspreid, dan dat niet ieder, die het geluk had, om met U, hetzij van meer nabij, hetzij op verderen afstand in aanraking te komen, zich doordrongen zou gevoelen van erkentelijkheid en de Voorzienigheid zou smee-

ocr page 7

3

ken voor het behoud van zulk een dierbaar leven. Tol dat getal behoor ook ik, en daarom zend ik uit een oprecht en geroerd hart de bede ten Hemel, dat alles, wat Uw geluk op aarde kan volmaken, U ruimschoots ge worde.

B. Kinderen aan hunne Ouders en Leermeesters, en omgekeerd.

1. Ieder dag van het afgeloopen jaar braclit mij een nieuw bewijs van Uwe teedere zorg voor mijn geluk; met een gezond gemoed zie ik, aan den aanvang van dit nieuwe jaar, op die bewijzen terug. Ik kan ze U niet vergelden, dat gevoel ik diep; maar ik kan trachten mij dezelve waardig te maken; dat wil ik doen, dat heb ik mij plechtig voorgenomen. Het zal mij een heilige plicht blijven, lieve Ouders, Uwe vermaningen mij diep in het harte te drukken, dezelve stipt op te volgen, en aldus door een zedelijken wandel en het streven naar kennis eens een zoodanig lid der maatschappij te worden, als Gij in uwe kinderen bedoelt. En terwijl Gij deze vreugde aan mij beleeft, moge God u nog lang, zeer lang gezondheid schenken.

2. Gij hebt, lieve Ouders, in het afgeloopen jaar, ja, gedurende den geheelen tijd mijns levens mij niet dan wel gedaan; ik kan daarvoor

ocr page 8

4

u slechts in wenschen danken en vergelden, maar God hoort de beden van een geroerd en dankbaar kinderlijk gemoed. Hij moge ze vervullen en mij in de gelegenheid stellen, om hare welgemeendheid eens in daden te toonen.

a. Een Zoon aan zijn Vader.

Vergun mij, lieve Vader, dat ik ook op dezen nieuwjaarsdag u mijnen kinderlijken dank betuige. Gij hebt mij ook in het afgeloopen jaar zoovele bewijzen uwer liefde gegeven; Gij waart onvermoeid in het bewaken van mijn hart en in het vormen van mijnen geest; met wijsheid hebt gij mijn binnenste voor mij ontsloten, met verschoo-nende goedheid mij mijne zwakke zijde onder het oog gebracht en mij geleerd het kwaad te bestrijden. God spare u nog lang, lieve Vader, u en mij tot blijdschap en geluk. Zoo onvermoeid als altoos uwe liefde was en uwe zorg voor mijn heil, even onvermoeid zal mijn streven zijn, om door ijver en vlijt dat zedelijk en verstandelijk standpunt te bereiken, waarop gij mij gaarne in de maatschappij zaagt geplaatst. Mocht ik de verwachtingen, welke gij van mij koestert, niet te leur stellen. Ik beloof u, dat ik aldus zal trachten uwe levensgenoegens te vermeerderen en te verhelderen.

ocr page 9

5

b. Een Vader aan zijn Zoon.

1. Uw zegenwensch overtuigt mij, dat gij de oogmerken, die uw vader met u heeft, wilt helpen bereiken. Loffelijk is uw voornemen, om door zedelijkheid en arbeidzaamheid u tot een nuttig en bruikbaar lid der maatschappij te vormen Dit boezemt mij de overtuiging in, dat de moeite, welke ik aan uwe opvoeding besteed, niet vruchteloos is. Als gij bij dat voornemen blijft en hetzelve ten uitvoer legt, ja, dan zult gij het uwe bijdragen tot mijne levensvreugd en tot de blijdschap mijner volgende dagen.

2. In het afgeloopen jaar hebt gij mij weinig reden gegeven tot blijdschap over de ontwikkeling van uwen geest, even weinig was uw levenswandel geschikt, om mij vertrouwen in u te doen stellen. Dat bedroeft het vaderharte bitter en moet hetzelve eindelijk wel van u verwijderen. Ik hoop, dat gij in dit nieuwe jaar die oude schuld zult uitwisschen en goedmaken , en dat gij door werkzaamheid en vooral door een zedelijken wandel zult toonen er prijs op te stellen, om mijne liefde waardig te zijn.

3. Gij hebt u, in het afgeloopen jaar, ten •aanzien uwer plichtsbetrachting goed gedragen. Ik ben hartelijk blijde, dat ik die gunstige getuigenis van u mag afleggen. Ga zoo voort, mijn

ocr page 10

6

zoon; dan maakt gij mij eens tot een allergelukkigst vader.

c. Eene Dochter aan hare Moeder.

Wat ik ben en wat ik heb, lieve moeder, dat ben ik aan u verplicht. Gij hebt, ook in het afgeloopen jaar, over mijn geluk en ongeluk gewaakt met de getrouwheid der teerste moederlijke zorge. Met de innigste hartelijkheid, zonder te letten op de rust voor lichaam en geest, ja met opoffering van u zelve hebt gij alles gedaan, wat mogelijk was, om mij genoegen te verschaffen en ongenoegen van mij af te weren. Ik heb de diepte uwer liefde gepeild en dikwijls ontrolde daarbij een traan aan mijn oog. O, mocht gij mij nog lang ter zijde staan, dierbaarste vriendin mijns levens, zoodat mijne zwakheid in u hare kracht, mijne onervarenheid in u hare wijsheid vinde Wat u het volgend leven aangenaam en zoet kan maken, dat te doen zal mij de heiligste plicht wezen: om dien te vervullen wil ik niets ontzien en alles mij getroosten.

d. Eene Moeder aan hare Dochter.

1. Wat ik voor u deed, mijn liet kind, dat deed ik gaarne, en het is mij belooning genoeg

ocr page 11

7

nu ik weet, dat ik het gedaan heb voor eene dankbare dochter. O, het maakt mij zoo recht gelukkig, dat gij mij beschouwt als uwe vertrouwdste vriendin. Sluit u ook in dit nieuwe jaar aan mij te vaster aan, volg getrouw mijn raad, dan zal de vrede der ziel nimmer u begeven en de zalige bewustheid, dat alleen de deugd gelukkig maakt, welk geluk ons doorniets kan ontnomen worden, in uw harte wonen.

2. Het oude jaar is voorbij, mijn kind. Gij hebt, gedurende hetzelve, slechts in geringe mate aan mijne wenschen beantwoord. Ik wil op dezen vreugdedag uw hart niet te zeer bedroeven door verwijtingen, maar ik moet u toch in bedenking geven, of een jong meisje de achting harer mede-menschen wél verdienen kan, indien zij zich niet toelegt op zedelijkheid, werkzaamheid en huiselijkheid , en of zonder die achting voor haar wél een waarachtig levensgenot denkbaar is. God geve, dat deze overtuiging plaats vinde in uw harte en ik daarvan in dit nieuwe jaar de bewijzen zien moge.

e. Een Leerling aan zijn Onderwijzer.

Eiken dag gevoel ik behoefte, om u te danken voor de vaderlijke goedheid, waarmeê gij u be-vlijtigt om mij wijzer te maken, en beter en

ocr page 12

8

gelukkiger; des te meer op dezen (iag, dien de wijsheid onzer vaderen bestemd heeft tot weder-keerige betuiging van liefde en verkleefdheid. En mijn dank is des te hartelijker, naarmate ik te meer inzie, hoe oneindig moeielijk het werk is van den onderwijzer en opvoeder der jeugd. Welk eene kennis, geduld en takt is er noodig, om al onze verkeerde meeningen en vooroordeelen zóó te leiden, dat wij, van onze dwaling overtuigd, haar voor betere opvatting prijs geven. Hoe meer ik zulks bedenk, des te hooger stijgt mijn eerbied voor u, en des te dieper gevoel ik, welke levenslange verplichting ik heb aan een man, die zooveel bijdroeg tot mijne toekomstige verstandelijke en zedelijke zelfstandigheid. Ontvang de oprechte verzekering, dat ik uw voortreffelijk onderricht mij diep heb ingeprent en trouw zal bewaren, opdat ik gelukkig zijn moge. De Voorzienigheid spare u nog lang voor uwe nuttige betrekking en schenke u zoovele blijde dagen, als uw moeielijke arbeid en uwe weldadige invloed op het heil der maatschappij verdienen.

ƒ. Eene Leerlinge aan hare Onderwijzeresse.

Als wij alle dagen nieuwjaar hadden, dan zou ik u zeker niet zoo dikwijls reden geven, om op mij verstoord te zijn; want op dezen dag herinner

ocr page 13

t)

ik mij de liefde en goedheid, waarmee gij mij onderricht geeft, in wat mij nuttig is, en mij waarschuwdet, tegen wat mij nadeelig kon wezen voor heden en morgen ; herinner ik mij uw geduld, dat mijn jeugdigen moedwil verdroeg en uwe liefdevolle welwillendheid, om telkens mijn gebrek aan opmerkzaamheid en leergierigheid door de vingeren te zien en op nieuw aan de beschaving van mijn hoofd en hart te beginnen; en ik schaam mij , tot weenens toe, over mijne ondankbaarheid en over die bevangenheid, welke mij deed miskennen, wat mij wijs en vroom kon maken. Vergeef, met uwe gewone goedheid, mijne gebreken en maak van nu at vast staat op de betuiging, dat ik door vlijt en gehoorzaamheid die gebreken niet alleen zal uitwisschen, maar ook zal trachten, uwe, mij dierbare, goedkeuring in alles te verwerven. Duld, dat ik de vervulling dezer belofte begin met de bede, dat de Algoede uwe jaren zegene.

Aan eene Echtgenoote.

Ik heb u te lief en acht mij te gelukkig in uw bezit, dan dat ik dezen morgen niet zou zijn begonnen met een gebed voor uw geluk, aan den God van uw lief en van uw leed. Gij hebt voor mij, en voor allen, die mij lief en dierbaar zijn,

ocr page 14

10

in het afgeloopen jaar zoo trouw gezorgd en floor uw verstandig overleg ons niet alleen bij onzen stand bewaard, maar ons in welstand vooruit-gebracht. Dank, lieve vrouw! voor uwen goeden en liefdevollen bijstand; o mocht gij nog lang, zeer lang, ons deel zijn. Ik zal altoos met blijdschap alles voor u doen, wat u het leven kan veraangenamen en onze betrekking zoeter maken. Zoo alleen kan ik uwe belangstelling, in wat ons betreft, vergelden.

Aan eenen Echtgenoot.

Dank, beste man, voor de zorgen, die gij in het atgeloopen jaar voor mij en voor onze kinderen gedragen hebt. Onze liefde behoort u. God verhoore mijn gebed en spare ons met den braven echtgenoot en vader. Hij vervulle uw gemoed met vreugde en schenke uw lichaam kracht en gezondheid; Hij zegene uwen arbeid en, treft u verlies of smarte, Hij geve u moed om die te dragen. Doch, hoe zich uw lot ook wentele, ik zal u altoos trouw ter zijde staan en ben bereid om vreugde en droefheid gelijkelijk met u te dragen.

Aan eene Verloofde.

Mijne laatste gedachte bij het oude jaar waart

ocr page 15

11

gij, mijne eerste bij het nieuwe jaar weder gij. Ik dank er het oude jaar voor, dat het u zoo vriendelijk en gerust door de klipvolle zee des levens heeft doorgeloodst en in het nieuwe heeft overgebracht, en van dat nieuwe vraag ik de gunst, dat het u met gelijke trouw overvoere naar weer een nieuw. Geen traan ontrolle uw oog, geene smart bleeke uwe wang. Een heldere hemel, vrij van stormen, breide zich over uw pad uit en, wil het lot het spel der winden, zijn \'t dan zephyrs, die u op bloemenvleugelen de vervulling uwer wenschen aanbrengen.

Aan een Verloofde.

Onze gedachten hebben zich gekruist, want ook ik dacht aan u in die oogenblikken, gelijk ik altoos aan u denk, en dankte het verloopen jaar, dat het u in zijne hoede nam, en smeekte van het nieuwe af, dat het uit de hoorn zijns overvloeds datgene schenken mocht, wat u tot duurzame vreugde zijn kon. Als gij u vol voelt van levensvreugd en levensgenot, mijn waarde, dan heeft God mijne bede verhoord , want mijn geluk is in hel uwe verdubbeld.

Aan geliefde Vrienden en Bloedverwanten.

1. Altoos bracht de Nieuwjaarsdag mij vreugde

ocr page 16

12

aan. De tegenwoordige doet zulks in het bijzonder, omdat hij mij in de gelegenheid stelt om u, uit de volheid mijns harten, een zegenwensch te brengen, zooals ik het op andere dagen moeielijk wagen zou. En zoo wensch ik u dan, hoogvereerde, aangemoedigd door het feest van den dag, dat de vriendelijkste Godheid u in hare bescherming neme. Mogen de genieen der vreugde u den schoonsten krans vlechten. he\': geluk u zijne rozen en liefde en vriendschap u hare harten ten offer brengen.

2. Als ik de vrijheid neem, om op dezen dag u mijne wenschen te ontboezemen voor uw heil, dan vervul ik daardoor niet alleen een heiligen plicht jegens u, maar ook jegens mij zeiven; want het ware mij verder onmogelijk gelukkig te wezen, als gij zulks niet waart. Moge de Hemel in dit nieuwe jaar u al die vreugde schenken, welke gij. naar de uitgebreide goedheid van uw hart, zoo gaarne voor al uwe medemenschen bereid zaagt Ontvangt op dezen dag mijn harte-lijken wensch voor uwe heilvolle toekomst. Het nieuwe jaar brenge u met eiken dag nieuwen zegen en vergelde u de droevige dagen van het ver.loopene met dubbelen woeker.

3. Ieder wenscht heden zijne vrienden geluk op de reize door een nieuw jaar. Ook U, dierbare vriend, zij mijne hartelijke zegenbede op

ocr page 17

13

den tocht meegegeven. Begin en volbreng dien in gezondheid naar liet lichaam en in tevredenheid naar den geest. Geen donkere storm van ongeluk ovetvalle U, geene smart of droefenis putte uwe krachten uit. Integendeel, de genieën des geluks en der vreugde mogen u omzweven en u aan het doel uwer wenschen brengen.

Het afgeloopen jaar heeft u smartelijke wonden geslagen; laat ons vereenigd wensclien, dat het nieuwe ze heele en geneze. Zoo moogt gij met uw droevig lot geheel worden verzoend.

4 Sta mij toe, dat ik mij aansluit aan het getal dergenen, die op dezen dag u het offer komen brengen van hunne achting en de betui ging van hunne verknochtheid. De hemel moge goedgunstig U en de Uwen, bij duurzame gezondheid, geluk schenken en zegen op al uwe ondernemingen. Moogt gij in ieder geval stof vinden, om dit nieuwe jaar een gezegend jaar te noemen.

5. Als ik wat te vroeg kom, lieve Tante, dan moogt gij voor van daag zulks niet kwalijk nemen. Ik wilde u, bij gelegenheid van het nieuwe jaar, hartelijk geluk wenschen en U den besten zeggen toebidden. Verheug u duurzaam in een volkomen welstand en blijf mij Uwe genegenheid schenken.

6 Hebben U, lieve Oom, met klokslag van

ocr page 18

-14

twaalve de ooren niet getoet? Zekerlijk; want de warmte en genegenheid, waarmede wij om dien tijd u een lang leven toewenschten, moest wèl in de verte vernomen worden, en kon niet spoorloos verdwijnen. Ik dacht aan de gelukkige dagen, die ik bij u heb doorleefd, deelde aan mijne weinige, maar oprechte vrienden mede, hoe goed gij altijd jegens mij zijt geweest en welke verplichting ik aan u heb — en nu behoef ik wel niet te zeggen, dat er uit aller mond slechts eene bede voor uw heil ten hemel steeg. Gij zijt zekerlijk aan dien avond ook vroo-lijk geweest in den kring uwer vrienden, en ik kan daarom niets beter wenschen, dan dat zulke dagen u nog dikwijls en dikwijls mogen beschoren zijn, ten einde u zeiven en anderen — want op dezen ziet gij het eerst en het meest — recht gelukkig te maken. Uwe gezondheid biijve ook dit jaar ongestoord; zóó wordt mijne vurigste bede verhoord. Eerlang breng ik u dien wensch mondeling; tot dien tijd beveel ik mij uwer toegenegenheid aan met de verzekering van mijne innige hoogachting voor U.

ocr page 19

Kinderen aan hunne Ouders.

1. Blij en vroolijk komen wij tot U, lieve Moeder, (beste Vader), om U op dezen Uwen geboortedag geluk te wenschen. Gelijk wij U kransjes van bloemen vlechten, zoo mogen er bloemen op Uw levenspad gestrooid zijn. Wandel tusschen deze nog vele jaren, zóó mogen wij U door onze vlijt en onze gehoorzaamheid nog lang tot vreugde wezen.

Antwoord.

•2. Ik dank u, beste kinderen, voor de bewijzen uwer liefde. Gaat voort in ijver en gehoorzaamheid, dan zult gij, zoo mogelijk, nog meer mijne liefde zijn en mijne vreugde over u ver-hoogen.

Een zoon aan zijn Vader.

1. Alles wat ik u, mijn beste vader, op dezen uwen feestdag brengen kan voor zooveel liefde,

ocr page 20

-lü

als gij mij bewijst, is slechts een wensch, maar hartelijk en innig. Kan de verzekering, dat ik in alles wil trachten u het leven genoegelijk te maken, iets bijdragen tot de verliooging uwer feestvreugde, zoo geloof mij, dat ik den dag voor verloren zal beschouwen, waarop ik u mocht mishagen. Neem deze betuiging welwillend aan en schenk mij verder uwe vaderlijke toegenegenheid en liefde.

Antwoord.

\'2. Gij hebt altijd getracht, waarde zoon, om de zorg en moeite, door uwe ouders aan hunne kinderen besteed, rijkelijk te vergelden. Ga zoo voort en geloof, dat ieder vader gelukkig is, wiens kinderen zóó hunne schuld afdoen.

Eene dochter aan hare Moeder.

3. Met een blij gemoed treed ik voor u, lieve moeder, om u te zeggen , hoe oneindig lief ik u heb en hoe het mijn ijverigst streven is, om uwe goedkeuring weg te dragen. Neem dan nu op dezen feestdag de hartelijke zegenwensch van uw kind aan, dat zich beijvert, om aan u gelijk te worden; beoordeel dit klein geschenk, het werk mijner vingeren, met uwe gewone ver-

ocr page 21

17

schooning; het was mij niet mogelijk uw voorbeeld geheel nabij te komen.

Antwoord.

4. Gij hebt, lief kind, mij evenzeer verblijd met uwen zegenwensch als met het door u vervaardigde geschenk. Ik dank u voor beiden recht hartelijk. Ga zoo voort op de baan der deugd en braafheid; dan zal ik ook in het vervolg niets dan vreugde van u beleven.

Aan personen uit den hoogeren stand.

1. Als ik het waag, u op dezen uwen feestdag mijnen even eerbiedigen als oprechten zegenwensch te brengen, dan voldoe ik daarmede aan een heiligen plicht, dien ik zonder zelfveroor-deeling niet zou kunnen verwaarloozen. Zij u het voorrecht geschonken . om dezen dag nog dikwijls te beleven tot heil uwer medemenschen. Neem dezen eenvoudigen wensch met verschoonende goedheid aan.

2. Veroorloof mij, dat ik mij voeg bij hen, die op de/.en dag u de hulde komen brengen van hunne hoogachting. Blijf nog lang gespaard voor uwen werkkring. Zie uwe verdiensten erkend en ontvang den dank van allen, die door u gelukkig zijn.

ocr page 22

is

3. Ik breng u, op uwen verjaardag, de verzekering van mijne innige dankbaarheid en hooge achting. God schenke u de vervulling uwer wen-schen. Uwe weldadigheid jegens mij en de mijnen geven aanspraak op het geluk, dat Hij kan schenken.

Antwoord.

A. Ik dank u voor uwen zegenwensch, en verzeker u, dat het mij altoos tot een genoegen zal zijn u nuttig te wezen.

Aan bekenden en vrienden.

1. Ontvang op uwen verjaardag, van eenen vriend, hoedanig ik mij beroem te zijn, den har-telijksten zegenwensch. Neem bij de toezending van dit kleine geschenk den wil voor de daad, en denk, hoe ver verwijderd, toch soms aan uwen besten vriend.

2. Uw verjaardag behoort tot mijne feestdagen; want hij schonk mij een edel en warm vriend, getrouw in alle omstandigheden en altoos er op uit, om, wat het lot mij droevigs bereidde, te verzoeten. Waarlijk een zeldzame schat! Ik bid met en voor u, dat die dag voor u neg dikwijls wederkome.

3. Ik ben overtuigd, dat wie u heden hunnen heilwensch brachten, het goed meenden; maar

ocr page 23

19

of iemand daarbij zooveel gevoelde als Ik, dat mag ik betwijfelen. Ik zou ongelukkig wezen, als ik niet, zoolang ik leef, dezen dag met blij gemoed met u vieren kon. Daarom moogt gij langer leven dan ik, en dat gij vroolijk leeft, daarvoor laat ik uwen engel zorgen.

Antwoorden.

1. Niets is aangenamer voor een vriend, dan dat verwijderde vrienden zich zijner herinneren en den dag gedenken, die de gewichtigste is van zijn leven. Uwe attentie heeft mij verblijd, en gij moogt u verzekerd houden, dat, hoe aangenaam mij uw geschenk ook is het de behoefte niet heeft onderdrukt, om u weèr persoonlijk te zien en voor het tegenwoordige aan onzen voorleden omgang te denken. Ontvang mijnen dank en wees gij voor mij, wat ik ben voor u.

2. Ik ben overtuigd, dat gij prijs stelt op mijne vriendschap, want ik gevoel, dat ik u waarlijk hoogschat en lief heb, en ik verheug mij daarin, want niemand is die hoogachting en liefde waardiger dan gij. Wat de wederkeerige verzachting van ons lot aangaat, daaromtrent ben ik uw grootste schuldenaar, maar . . . ware vriendschap weekt en wikt zoo nauw niet en tiert en bloeit het best zonder berekening.

ocr page 24

28

de eer en het vertrouwen, dat gij mij wel tot peet hebt willen verkiezen. Weest verzekerd, dat ik al mijne krachten zal inspannen. om op de toekomstige welvaart van uwen kleine te werken. Moge hij (zij) u eens tot groote blijdschap wezen, om daardoor de zorgen en moeiten, aan zijne (hare) opvoeding besteed, te vergelden.

Antwoord.

Ontvang onzen hartelijken dank voor uwen heilwensch. Moge hij vervuld worden, en dat zal hij worden, als onze kleine het voorbeeld wil volgen van zijn (heer) braven peet.

Verzoek der ouders aan den Doopgetuige, om deel te nemen aan het Doopmaal.

Hartelijken dank voor de eer en de vriendschap ons ook daarin bewezen, dat gij het peetschap over onzen lieven kleine wèl hebt willen op u nemen. Sta ons toe, dat wij hiermede het verzoek verbinden, dat gij ons nog eene wijle de eer gunt van uw bijzijn, om deel te nemen aan het kleine feest,, dat de plechtigheid van dezen dag bereid heeft.

ocr page 25

29

Antwoorden.

1. Met het grootste genoegen voldoe ik aan uwe uitnoodiging.

2. Gij weet, dat ik niets liever doe, dan bij u te blijven in uwen vriendelijken en gezelligen kring. Omstandigheden buiten mij noodzaken mij echter u thans te verlaten. Wees vriendelijk genoeg, om mij dus te verontschuldigen en zulks te eerder, omdat niet gij, maar ik daarbij verlies.

Bij eene aanstelling.

1. De dagbladen hebben mij het bericht gebracht van uwe aanstelling tot.....Deze

blijde gebeurtenis heeft mij zóó aangenaam ver-

ocr page 26

no

rast, als ware zij mij zeiven te beurt gevallen. Uw ijver en talent hebben evenzeer aanspraak op zulk eene erkentenis uwer verdiensten, als op de deelneming uwer vrienden in uw geluk. God geve, dat gij in uwe nieuwe betrekking lang, nuttig en vergenoegd moogt werkzaam wezen.

2. Onze vriend N. deelt mij zoo even mede, dat uw pogen met gunstigen uitslag is bekroond

en gij benoemd (of beroepen) zijt tot.....

te.....Sta mij toe, dat ik mijn heilwensch

voege bij dien van uwen en mijnen vriend. Uwe nieuwe betrekking zij u eene bron van wat aangenaam is en genoegelijk.

3. Als anderen zich met en om mij verheugden,. smaakte ik altijd mijn geluk dubbel. Zoo als mij, gaat het waarschijnlijk ook anderen. Daarom haast .ik mij, u bij uwe aanstelling (beroeping) te.....mijne blijdschap daarover te

betuigen. Deze gebeurtenis heeft in den kring uwer vrienden den blijdsten toon doen aanslaan. Beschouw mij, als gij wilt, als de tolk daarvan en ontvang van mij, als uit aller naam, de hartelijkste gelukwensching.

4. Gij hebt de verlangde betrekking gekregen, trots allen tegenstand van uwe vijanden. Neem mijn heilwensch mede als eerste geschenk op uwe baan; meer dan het geldelijk voordeel, dat u te beurt valt door uwe bevordering, verblijdt

ocr page 27

31

mij de omstandigheid, dat u nu meer gelegenheid gegeven is, om, met de daad, de tegenwerking uwer tegenstanders te beschamen.

Antwoorden.

\\. Ontvang mijnen welgemeenden dank voor uwe vriendelijke belangstelling. Mijn nieuwe betrekking zal mij te meer aangenaam wezen, als ik er u te meer in kan van dienst zijn.

2. Uwe warme belangstelling in de verbetering van mijn lot is mij een nieuw bewijs van uwe belangelooze en oprechte vriendschap. Die vriendschap blijve mij bewaard onder al de omwentelingen der omstandigheden.

3 Dat hebt ge naar waarheid gezegd, dat medelijden de smart verzacht, gelijk medevreugd de blijdschap verhoogt. Uwe oprechte deelneming in de gunstige wending van mijn lot heeft mij het laatste weêr doen ondervinden. Ik ben er u dank voor verschuldigd en acht er mij opnieuw door aan u verplicht.

4. Uwe vriendelijke heilbede bij mijne benoeming (beroeping) tot... . toonde mij opnieuw , met wat hartelijke belangstelling gij deelneemt in alles, wat mij te beurt valt. Ontvang daarvoor mijn oprechten dank en wees verzekerd, dat niets mij aangenamer zijn zal, dan de gelegen-

ocr page 28

32

heifl te mogen vinden, om u mijne bijzondere hoogachting en toegenegenheid te kunnen bewijzen.

Bij eene verplaatsing naar een ver en afgelegen oord.

Hoe ongaarne ik u, den geachten vriend. ook uit mijne nabijheid mis; hoe zwaar mij ook het gemis van uwen persoonlijken omgang treffen moet; ik draag echter dat verlies met blijdschap, omdat het u tot gewin is. Uwe nieuwe woonplaats biede u niet alleen gelijksoortige genoegens aan, als welke gij hier hebt gesmaakt, maar vergoede u ook dat gemis rijkelijk dooi\' het toevoegen van nieuwe betrekkingen. Het zal mij aangenaam zijn, als wij ons mondeling verkeer schriftelijk voortzetten en elkander op deze wijze onze levensomstandigheden inededeelen.

Antwoord.

Ook mij valt de scheiding, vooral van u, zwaar en moeielijk. Door den voorslag, om onzen omgang schriftelijk voorttezetten, hebt gij een mijner wenschen voorgekomen. Niets zal mij aangenamer wezen, dan dat ik van tijd tot tijd iets vernemen mag van de levensomstandigheden van een

ocr page 29

3:3

vriend, om wien te beminnen en hoog te schatten, ik zooveel reden had. Wees van eene stipte beantwoording van uw schrijven verzekerd en ontvang mijnen hartelijken dank voor uwe wanne belangstelling.

Bij bevordering.

Uwe waarachtige verdiensten omtrent de maatschappij hebben ieder, die u kende, reeds lang den wensch doen uiten, dat deze erkend en beloond mochten worden. Hoe inniger en oprechter die wensch was, des te algemeener en hartelijker is de blijdschap van allen over uwe bevordering. Ontvang mijne gelukwensching, en behoud voor mij in uwen nieuwen werkkring dezelfde toegenegenheid als vroeger.

Antwoord.

Hoe dierbaar mij ook liet bewijs is van het welgevallen mijns Konings in mijne werkzaamheden, meer nog verblijdt mij de deelneming van mijne oude vrienden in mijn geluk. Ontvang mijnen hartelijken dank voor uwe gelukwensching en maak er vast staat op, dat ook in mijne nieuwe betrekking mijne oude vriendschap voor u dezelfde blijft.

3

ocr page 30

34

Dankbetuiging voor bewezene hulp bij eene aanstelling.

Eindelijk heb ik de gewenschte aanstelling ontvangen. Het is mijn eerste plicht u daarvan kennis te geven, u, door wiens aangewende pogingen ik mijn doel heb bereikt. Nooit zal ik uwe moeite en uwe belangstelling in mijn lot vergeten, en ik zal geene gelegenheid laten voorbijgaan, om u te toonen, dat ware dankbaarheid in mijn harte woont.

Antwoord.

Jk dank u voor het bericht uwer aanstelling. Het heeft mij hoogeiijk verblijd. Ontvang mijne gelukwensching en geloof, dat de goede uitslag mij, voor mijne kleine moeite, in deze zaak genomen, rijkelijk beloont. Gij hebt uwe benoeming meer aan uwe wezenlijke verdiensten, dan aan mijne tusschenkomst dank te weten.

ocr page 31

35

V.

Bij ?gifl0?ligsa ga biiiklkn,

Huwelijks-aanzoek.

Aan eenc geliefde.

1. Mag ik, mijn aangebeden meisje, dat kleine woordje mijn in zijne volle beteekenis opnemen? Wilt gij zijn, wat het uitdrukt? Geef mij op deze vragen een toestemmend antwoord en gij maakt mij onuitsprekelijk gelukkig. Het ligt niet in mijn aard, om vele woorden te gebruiken: ik meen het evenwel recht hartelijk en zal slechts daarin mijn geluk zoeken, dat u deze stap niet berouwe. Schenk mij uwe hand, welke zoo gewoon is zegen te verbreiden, waar zij zich uitsteekt; en laat ons de zoo mogelijk lange baan des levens vereenigd bewandelen.

2. Ik heb een langen strijd doorgestaan tus-schen liefde en blooheid; eindelijk heeft de eerste de overwinning behaald. Ja, Mejuffrouw, ik moet mijn geprangden boezem lucht geven en u bekend maken, wat lang, zwijgend en stil, in den-zelven verborgen was. Ik bemin u met al de hartstocht, die in een menschelijk gemoed kan

ocr page 32

36

wonen en beschouw uw bezit als de voorwaarde van mijn geluk op aarde. Kunt gij dit gevoel met mij deelen, maak mij dan gelukkig door uwe hand; kunt gij het niet, dan hoop ik van uw antwoord verschoond te blijven; want eene afwijzing door u, al ware zij ook nog zoo vleiend ingekleed, zou ik niet vermogen te lezen.

3. Sedert ik de eer had mij te mogen zien ingeleid in den kring uwer bekenden, was ik een stil vereerder van uwe voortreffelijkheden naar lichaam en geest. Hoe meer ik deze vervolgens leerde kennen, zoo veel te meer steeg die vereering en loste zich eindelijk in eene liefde op, voor wier hartelijkheid mijne pen geene woorden heeft. Ik belijd u dit gevoel in de volle oprechtheid mijns gemoeds en hoop van u eene gelijke openhartigheid te mogen ondervinden. Mijne omstandigheden zijn van dien aard, dat ik u met eene gunstige positie in de maatschappij vleien kan.

Antwoorden.

1. Gij hebt mij door uw vereerend aanzoek aangenaam verrast Als gij mij waardig keurt of als gij gelooven kunt, dat het in mijn vermogen staat, om u gelukkig te maken, neem dan, bij deze, van harte mijn Jawoord aan en

ocr page 33

37

kom, zoo spoedig als gij kunt, zelf, oin het mondeling van mij te ontvangen. Ik stel mijn lot in uwe handen en onderwerp mij aan uwe leiding.

Of

Ik heb met de meeste belangstelling en erkentelijkheid uw vereerend aanzoek ontvangen. Geloof mij, als ik u verzeker, dat ik het vertrouwen, hetwelk gij mij aldus bewijst, op hoogen prijs weet te schatten, en dat ik geene gelegenheid zal laten voorbijgaan, om ook daarom u mijne hoogachting te bewijzen Ik ben trotsch op uwe vriendschap; laat mij die behouden, en. mogen ook onze wenschen zich niet naar hetzelfde doel uitstrekken, laat ons die eensgezindheid en eenstemmigheid bewaren, die vroeger ons het leven veraangenaamden.

2. Schrift van mij ziende, weet gij reeds, wat het u brengt. Ik deel uw gevoel. Gij zijt mij dierbaar. Mijne levensaanschouwingen en mijne gewaarwordingen waren sedert lang met de uwen vereenzelvigd. Daarom heb ik de vaste overtuiging , dat het lot ons voor elkander bestemde, en dat er wel geene reden zal wezen, waarom wij van onze vereeniging berouw zouden hebben.

ocr page 34

38

Aan eene Weduwe.

Zeer geëerde Mevrouw!

Lang reeds was ik een stil opmerker van uwe wijze van zijn in huiselijken en in gezelligen kring. Die opmerkingen deden uwe waarde mij steeds duidelijker in het oog springen, en versterkten den wenscli, om eene nauwere ver-l)indtenia met u voor mijn volgend leven te beproeven. Gij kent mijnen toestand en betrekkingen. Ik ben, sedert jaren, weduwnaar en heb drie kinderen; maar wier moederlijk erfdeel ik aan hunne voogden heb uitgekeerd, zoodat ik, over hetgeen ik bezit, de volle beschikking heb. Mijn vermogen is van dien aard, dat het u eene fatsoenlijke positie in de wereld verzekert. Moogt gij nu, daargelaten dezen geldelijken welstand, mijn gevoel en mijne genegenheid deelen, en meenen, dat wij door een huwelijk elkander gelukkig kunnen maken, schenk mij dan hart en hand, om welke beiden ik eerbiedig vraag.

Antwoorden.

i. Uw open woord heeft aanspraak op weder-keerige oprechtheid. Daarom betuig ik u vrijmoedig, (Jat ook ik u heb gadegeslagen, waarvan ^ -V ,

ocr page 35

39

de uitkomst is, hoedanig gij die verlangt, dat ik uw vereerend aanzoek aanvaard, en met mijne hand u mijn hart geef. Uwe lieve kinderen zijn mij geene hindernis of reden van besluiteloosheid. Zelfs heeft de gedachte, dat ik hun het gemis eener dierbare moeder zal vergoeden, voor mij veel aantrekkelijks, hetgeen mijn pogen, om u en hen gelukkig te maken, verdubbelen zal.

Of

\'2. Uw aanzoek heeft een tegenstrijdig gevoel in mij gewekt, genoegen van wege de mij toegedachte verbindtenis en smart over de noodzakelijkheid om haar af te wijzen. De keuze eens echtgenoots hangt niet van mij alleen af. Ik ben verplicht daaromtrent met mijne familie te rade te gaan. Deze nu heeft hare reden, waarom zij een echt, waarin kinderen zijn uit een vroeger huwelijk, voor mij niet verkieslijk acht. Moet ik onder zulke omstandigheden uwe hand afslaan, ontzeg mij daarom uwe vriendschap niet. Ik stel er te veel prijs op, terwijl ik U verzeker van mijne innigste hoogachting.

3. Ik betreur het, dat ik het geluk, door U met uwe hand mij aangeboden, niet kan aannemen. Gij weet zelf, dat mijn oude vader mij niet kan missen, wiens huishouding tegelijk met

ocr page 36

40

de opvoeding mijner jongere zusters al mijne zorgen vordert. Ik kan dien braven grijsaard niet verlaten. Door bij hem te blijven, bewijs ik hem ten minste, dat ik dankbaar ben voor al de moeite en opofferingen, die hij zich voor mij getroost. Van hem te scheiden — het is mij onmogelijk. Dit is de eenige reden, waarom ik Uw aanzoek afsla en de verbindtenis van de hand wijs met een man, wien ik de verzekering geef van mijne innigste hoogachting en op wiens vriendschap, ook in het vervolg, ik den hoogsten prijs stel.

Aan de Ouders eener Beminde.

i. Vergeeft het mij, als ik het waag ü een verzoek voor te dragen, waarvan het geluk mijns levens afhangt. Sedert lang heb ik het genoegen met Mejuffrouw Uwe dochter bekend te wezen. Zij munt zoowel in huiselijke deugden uit en in zielenadel als in schoonheid. Ik heb haar zoo hartelijk lief, als iemand zulk een meisje liefhebben kan. Mijne liefde is echter niet de vrucht eener overspannen verbeelding; zij is de innerlijke overtuiging van hare hooge waarde. Haar bezit alleen kan mij gelukkig maken en daarom bid ik U mij Uwe ouderlijke toestemming wel te willen geven.

ocr page 37

41

2. Sedert ik het geluk heb met Uwe geëerde familie in kennis te wezen, heb ik de huiselijke deugden van Mejuffrouw Uwe dochter bewonderd. Zij vereenigt in zich, wat een man kan gelukkig maken en daarom voel ik mij gedrongen U om hare hand te vragen. Mijne betrekkingen zoowel als mijn handel en wandel zijn U te zeer bekend, dan dat ik zou moeten vreezen, dat mijn verzoek vruchteloos gedaan wordt, en als Uwe lieve dochter, gelijk ik mij vleie, even gunstig over mij denkt, hoop ik, dat eerlang mijn teederste wensch vervuld zal worden. Mocht ik spoedig zoo gelukkig wezen , dat ik mij Uwen dankbaren zoon mocht noemen.

3. Mijne huiselijke omstandigheden vorderen dringend het opzicht van eene trouwe en zorgvuldige echtgenoot. Ik zou ze aan geene handen liever zien toevertrouwd , dan aan die van Mejuf-frouw Uwe dochter, welke door huiselijkheid, braafheid en haren stillen gemoedsaard alle aanspraak heeft op mijne achting en liefde. Alleen in haar bezit geloof ik ook in de toekomst gelukkig te kunnen wezen. Deze overtuiging heeft zich bij mij zoo diep geworteld, dat ik de bede om hare hand niet langer onderdrukken kan. Tk richt dezelve tot U, verhoor haar, en geef mij uwen zegen. Het zal altoos mijn eenigst streven zijn, om het aldus in mij gestelde vertrouwen niet te beschamen.

ocr page 38

42

Antwoorden.

4. Hoe eervol ons uw aanzoek ook was en hoe aangenaam het ons in ieder opzicht wezen zou, om met U en Uwe geachte familie in nauwere betrekking te treden, gevoelen wij ons echter verplicht, om voor alsnog zulks te moeten afslaan. Onze dochter is nog veel te jong en heeft nog te veel behoefte aan vorming en ouderlijke leiding, dan dat zij nu reeds de plichten van echtgenoot en huisvrouw zou kunnen vervullen. En dit is toch noodzakelijk, zal de eenmaal gedane stap niet later berouwen. Wij hopen, dat deze afwijzing Ij niet beleedige; wij gelooven zelfs, dat gij haar zult rechtvaardigen, als Gij de gronden weegt, die er ons toe leiden, en wenschen hartelijk, dat Gij ons daarom Uwe genegenheid niet zult onthouden.

2. Uw aanzoek heeft mij verrast. Gij begrijpt echter, dat wij ons omtrent hetzelve niet terstond verklaren kunnen. Wij moeten natuurlijk met onze dochter spreken en raad nemen met de gevoelens van haar hart. Ongaarne gelooven wij, dat zij Uw aanbod en het, met Uwe hand haar toegedachte, geluk gering zou achten. Wij verzoeken evenwel om eenigen tijd van beraad, ten einde eene zaak van zulk een gewicht behoorlijk te kunnen overleggen en daaromtrent een bepaald besluit te nemen.

ocr page 39

3. Ofschoon ons Uwe attenties voor onze docli-ter niet ontgaan zijn, zoo hadden wij echter zulk eene verklaring van uwe zijde nog zoo spoedig niet verwacht. Wij betuigen gaarne, dat zij ons, bij de achting, welke wij U toedragen, niet onwelkom is, en dat, wat ons aangaat, niets de vervulling Uwer wenschen in den weg staat. Wij moeten U echter verzoeken, om daaromtrent in overleg te treden met onze dochter, aan welke wij, in de keuze van een echtgenoot, volkomen vrijheid laten. En als zij, gelijk wij hopen, er niets op tegen heeft, om zich aan U te verbinden, dan zullen wij, van onze zijde, U on/.e toestemming niet onthouden.

Antwoorden van een Voogd.

1. Zeer aangenaam was mij Uw aanzoek om de hand mijner lieve pupil, waardoor haar het uitzicht op eene goede behandeling en een onaf-hankelijken stand geopend wordt. Ik dien echter vooraf daaromtrent met haar te raadplegen, want, in dezen, heeft alleen hare stem een beslissend gezag. Ik geloof echter U reeds voorloopig te mogen zeggen, dat Gij van haar geen afwijzend antwoord te vreezen hebt, ten aanzien van zulk eene eervolle verbindtenis. Ik hoop, dat gij de toestemming van uwe ouders reeds zult verkregen

ocr page 40

u

hebben. Deze toch stel ik als voorwaarde van verdere onderhandeling en van eindbeslissing.

2. Vermits Gij reeds het jawoord mijner lieve pupil ontvangen hebt. en dus de bevestiging van Uw geluk alleen van mijne toestemming afhangt, zoo wil ik, aangezien men eene goede zaak niet moet tegenhouden, daarmede ook niet vertragen, maar U veeleer geluk wenschen met deze ver-bindtenis. Ik geloof, dat ik zulks doe onder de schoonste vooruitzichten; want Gij krijgt een meisje, wier voortreffelijke eigenschappen U den gelukkigsten echt waarborgen. God zegene Uw verbond.

Aan de Ouders of Voogden na afloop van den bedenkingstijd.

Eindelijk is de mij gestelde tijd afgeloopen. Hij is mij lang en bang gevallen. Laat mij niet knger wachten en beslis omtrent mijn geluk of\' ongeluk.

Antwoorden.

1. Overtuigd dat uwe oogmerken rein zijn, verwijzen wij U naar onze dochter, om van haar zelve het gewenschte antwoord te ontvangen. quot;Wij

ocr page 41

staan U onzen grootsten schat af, en vertrouwen van U, dat Gij denzelven op zijn rechten prijs zult schatten. Maak ons kind zóó gelukkig als zij het verdient, ook van wege de vele en groote vreugde, welke zij ons altijd heeft aangedaan.

2. Wij betuigen U onzen dank voor de eer, welke Gij ons huis hebt toegedacht; wij zijn echter verplicht U te verzoeken, om ons daarvan wèl te willen verschoonen . aangezien onze dochter ons verklaart: wel oprechte hoogachting, maar geene liefde voor U te koesteren. Ouders, die hunne kinderen minnen . mogen hen tot zulke stappen niet dwingen, Duid het ons dus niet ten kwade, als wij onze dochter in dit punt geheel naar eigen inzicht laten handelen. Blijf ons Uwe vriendschap schenken en onthoud onzer dochter die hoogachting niet, welke zij U altoos wil blijven bewijzen.

3. Met genoegen melden wij U thans, dat wij ons ten aanzien der gevoelens van onze dochter niet hebben bedrogen; ook zij schat Uw hoogst-vereerend aanzoek op hoogen prijs en is gaarne bereid, om aan Uwe hand en onder Uwe leiding-de overige baan des levens af te wandelen. Ontvang dus hierbij onze toestemming en tevens de verzekering, dat wij nu rustig aan ons scheiden van de aarde denken, nu wij onze dochter aan zulke brave handen mogen toevertrouwen.

ocr page 42

46

Weder-antwoord van den Minnaar.

Gij hebt door Uwe geëerde letteren mij hoogst gelukkig gemaakt. Het zal mijn hartelijk streven -zijn, om het vertrouwen, dat Gij in mij toont te stellen, daar Gij wat U het liefst is, aan mij •afstaat, mij waardig te maken. Ik zal nooit nalaten U een dankbare zoon en Uwer lieve dochter ■een beminnende echtgenoot te wezen.

De Minnaar aan zijne Geliefde.

Ik ijl tot U, mijne dierbare, om uit Uwen mond de verzekering en bevestiging van de toestemming Uwer geliefde Ouders te vernemen. Geef mij den eersten kus der liefde. Onze liefde blijve oprecht en heilig: en nu — naar onze lieve Ouders, om hunnen zegen te ontvangen.

Uitnoodiging, om aan het verlovingsfeest deel te nemen.

1. Op den ..... zal mijne dochter aan den

Heer...... verloofd worden. Ik heb besloten, dat

dit geschieden zal ten overstaan van eenige vrienden. Ik verzoek derhalve U, mijn beproefde vriend ! ons op dien dag de eer en het genoegen Uwer tegenwoordigheid te gunnen.

ocr page 43

47

2. Overmorgen zal ik zoo gelukkig zijn van met mejuffrouw N. ondertrouwd te worden. Wilt Gij mij dien blijden dag nog schooner maken , vereer dan die plechtigheid met Uw bijzijn. Uw bezoek zal niet alleen mij en de mijnen , maar ook mijne Bruid en hare familie hoogst aangenaam en verplichtend wezen.

Antwoord.

De beleefde mededeeling van Uwe aanstaande ondertrouw heeft mij aangenaam verrast. Ik zal daarom niet in gebreke blijven , om ter bestemder tijd tegenwoordig te wezen.

Uitnoodiging tot de Bruiloft.

Op den .... dezer , \'s namiddags om . . . ure , zal het huwelijk worden gevierd van mijne dochter met den Heer... Ik neem de vrijheid, U hartelijk tot die gelegenheid uit te noodigen. Gij zult door Uwe komst niet alleen mij , maar ook de jonggehuwden zeer verplichten.

Antwoord.

Ik ben U wel zeer veel dank schuldig voor Uwe uitnoodiging tot het huwelijkfeest Uwer

ocr page 44

48

dochter : ik zai niet nalaten daarvan gebruik te maken en de lieve Bruid persoonlijk mijnen heil-wensch te brengen.

\'s Avonds vóór de Bruiloft.

Aan de Bruid bij het binnentreden der kamer.

1. Laat mij , lieve vriendin ! vóór dat gij de ■wijding des huwelijks ontvangt, U nog eens begroeten. Morgen treedt Gij in den stand der eerzame en deugdzame huisvrouwen. Neem van een vriendin uit Uwen vroegeren stand dit aandenken mede in Uwe nieuwe betrekking.

2. Mag ik mij niet tellen onder het getal Uwer bloedverwanten , lieve Bruid ! vergun mij daarom toch in het voorrecht van bloedverwanten te deelen en U , bij mijnen vriendelijken groet, tevens dit klein geschenk aan te bieden , als onderpand van hartelijke toegenegenheid en hoogachting.

Antwoord.

Hartelijk dank voor Uw geschenk en voor Uwen heilgroet. Uwe vriendelijke belangstelling in mijn geluk verhoogt mij niet slechts het genot van dit feest, maar zal mij mijn geheel ech-

ocr page 45

49

telijk leven doen zijn eene aangename herinnering aan Uwe toegenegenheid en hoogachting.

Aan den Bruidegom.

Ofschoon de stand der ongehuwden zijne hooge waarde heeft, ben ik echter jaloerscli over Uw geluk. De prijs, waarvoor Gij Uwe vrijheid verkocht hebt, is te schoon en te edel, dan dat Gij U over Uwe winst niet levenslang verblijden zoudt. Vergun mij, dat ik Uwe lieve Bruid een olïer brenge van mijne hartelijke vereering.

Antwoord.

Dat zegt Gij naar waarheid, vriend! dat ik groote winst ontvang. Ik zie dat ook zoo helder in, dat ik, voor alles in de wereld, mijn stand van vrijgezel niet zou terug begeeren. Zorg Gij nu maar, dat ik U weldra even gelukkig zie als ik nu ben.

4

ocr page 46

50 VI.

UllnoodigiEgen,

Tot een rijtoertje.

1. Tot nog toe heeft liet ongunstige weder mi] verhinderd een toertje te doen, dat reeds sedert lang tot mijn lievelings-ideën behoorde. Het is nu opgeklaard en vroolijker, en ik wil mijn plan dan ook niet langer uitstellen. Gij kent het lieve

dorpje...... Hoe heerlijk, niet waar? Nu, daar

wilde ik heen, maar..... in Uw lief gezelschap.

Ik noodig er U daarom ten vriendelijkste toe uit en zal, als Gij deze uitnoodiging aanneemt, U morgen om vijf ure aan Uwe woning afhalen.

Antwoord.

Ik neem Uwe vleiende uitnoodiging aan en zal, ter bestemder ure , reisvaardig zijn en U wachten.

\'i. Heden namiddag ga ik naar de stad, om mijne zuster af te halen. Als gij er lust in hebt, om in een geschikt rijtuig mede te gaan en Uwe vrienden aldaar te bezoeken, dan ben ik ter U wei-beschikking. Als gij van de partij wilt zijn, ben ik om één uur vóór.

ocr page 47

Antwoord.

Hoe aangenaam het mij ook wezen zou , om in Uw gezelschap naar de stad te rijden en daar mijne vrienden te bezoeken , moet ik toch van dat dubbele genot afzien. Gewichtige bezigheden, die ik niet kan uitstellen , binden mij aan huis.

3. Ik heb zaken te .... ; wetende, dat Gij aldaar evenzeer beschikkingen te maken hebt, bied ik U eene plaats in mijn rijtuig aan. Uw gezelschap zal mij dezen noodtocht tot een plei-ziertocht maken , en zoo zal het aangename met het nuttige verbonden zijn. Neemt gij mijn aanbod aan, bepaal dan zelf hoe laat ik TI zal komen afhalen en wij van hier rijden.

Antwoord.

Gij komt, door Uw vriendelijk aanbod , mijne wenschen voor. Ik neem de plaats in Uw rijtuig dankbaar aan , en zal het mijne bijdragen , om Uw vleiend vooroordeel niet te logenstraffen. Het uur der afreis hangt natuurlijk geheel van Uwe bepaling af. Neem daarbij geene notitie van mijne werkzaamheden. Ik kan ze afdoen hetzij wij een uur of wat vroeger , hetzij wij later ter bestemder plaatse zijn.

ocr page 48

m

Tot eene wandelin\'ï,

1. Het sclioone lenteweêr noodigt mij , met onweerstaanbare tooverkraeht, tot een uitstapje in de vrije natuur. Gevoelt Gij , mijne dierbare , U even zoo gestemd , dan haal ik U binnen een uur af, om eene wandeling te maken naar .... tuin.

Antwoord.

Gij voorkomt mijne wenscben. Op den bepaalden tijd ben ik gereed.

Of

Ofschoon ik het als een plicht beschouw , om aan zulke uitnoodiging te voldoen, gebiedt mij echter een veel strenger plicht , om aan mijne bezigheden te blijven. Ik kan dus, heden namiddag , het genoegen niet hebben, om van Uw gezelschap te profiteeren.

2. ik heb gemerkt , dat Gij het plan hebt gemaakt, om eene wandeling te noen Reeds lang wenschte ik U het buiten van mijn Oom te laten zien. Als Gij er niet tegen hebt,- haal ik U heden namiddag om vijf uur af.

amp;•

ocr page 49

53

Antwoord.

Als Gij er niet tegen hebt , moesten wij onze wandeling tot morgen uitstellen. Mijne bezigheden zullen mij heden tot laat in den avond bezig houden. Morgen , op het bepaalde uur , houden geene plichten mij terug , en ik zal dan Uw bijzijn en het genot der wandeling aldus dribbel genieten.

3. Toen ik gisteren het genoegen had ten Uwent eene visite te maken ; gaf mijnheer Uw broeder zijn verlangen te kennen , om mijne nieuwe verzameling van bloemen te zien. Aangezien ik nu morgen eenige uren vrij heb , verzoek ik U tegen den namiddag om de eer van een bezoek. Van twee uur af zal ik op U wachten en ik verblijd mij reeds bij voorraad in het genoegen , dat ik U eenige zeldzame exemplaren zal kunnen laten zien.

igt mij , met . een uitstapje lijne dierbare , U binnen een ken naar ....

lp den bepaal-

)eschouw , om i, gebiedt mij om aan mijne heden nam id-, om van Uw

het plan hebt )en Reeds lang n Oom te laten laai ik U heden

Antwoord.

Ingevolge Uwe beleefde uitnoodigiug zal ik met mijn broeder de eer hebben , U na twee uur te komen bezoeken. Hij is zeer verlangend Uwe pracht-exemplaren te zien en dankt U reeds vooraf voor het genot, dat die beschouwing hem .schenken zal.

ocr page 50

Tot eene sledevaart.

1. De baan is heerlijk , het weer is frisch en vroolijk ; wij hebben dus eene sledevaart bepaald naar L. , waar eene goede ontvangst ons wacht. Nu hebben wij nergens gebrek aan dan aan Uw gezelschap. Mogen wij op hetzelve rekenen ? Ja . niet waar? Gij aarzelt nimmer aan eenig genoegen deel te nemen , als zulks het genot Uwer vrienden kan verhoogen. Om 2 uur houdt de trein voor Uwe woning stil, om U en de Uwen at te halen.

\'2. In de vooronderstelling , dat het U aangenaam zal zijn dezen schoonen winterdag in de vrije natuur te genieten , noodig ik uit tot een kleine sledevaart. Waarheen en hoe laat ? Dat moogt Gij zelf bepalen. De keus var plaats en tijd is aan U zeer goed opgedragen.

Antwoorden.

1. Als de natuur en de vriendschap dezelfde uitnoodiging doen , mag ik mij hiet onttrekken ; integendeel , ik wil beiden gaarne vóórkomen. Derhalve, waardste vriend , Gij zult niet lang op mij behoeven te wachten.

•2. Uwe vooronderstelling is in overeenstemming met mijne wenschen. Jk neem Uwe vriendelijke

ocr page 51

uitnoodiging gulhartig aan. Maar plaats- en tijdsbepaling ? Neen, die is en blijft aan U aanbevolen.

3. Hoeveel spijt, ik er ook van heb, dat ik aan Uwe vleiende uitnoodiging geen gehoor kan geven, moet ik toch aan het dringend voorschrift van mijnen geneesheer gehoorzamen en mijne kamer houden. Mijne ongesteldheid is mij nu dubbel lastig , omdat zij, bij lichamelijke smart, mij nog het gemis berokkent van een, door t mij bereid, genot. Uw kleine tocht schenke U groot genoegen.

-i. Overstelpt met werkzaamheden is het mij onmogelijk , om aan het, mij zoo vriendelijk aangeboden , genot der partij deel te nemen Drongen mijne zaken zoo niet, gelooi mij, niets zou mij het genoegen kunnen ontrooven, om van het mij altoos dierbaar gezelschap te jouisseeren.

Tot eene Danspartij.

l. Vol van den wensch , om. bij het sluiten van den baltijd, recht genoegelijk bij elkander te wezen . heb ik tegen den . . . een klein gezelschap van vrienden en bekenden tot eene danspartij overgehaald, waaraan ik U vriendelijk verzoek deel te nemen Gij zijt te zeer geneigd om anderen vreugde te verschaffen, en zonder

ocr page 52

56

Uwe tegenwoordigheid zou die avond te zeer doel missen , dan dat ik een afwijzend antwoord zou mogen vreezen. Ontvang reeds bij voorraad , in naam des gezelschaps , den hartelijken dank voor de toezegging Uwer komst.

2. Gij weet, wij hebben den . . . ons jaar-lij ksch schutterfeest; Gij weet ook , dat hetzelve altoos met een bal besloten wordt; eindelijk weet Gij, dat, zullen ik en de mijnen op hetzelve genoegen hebben, Gij er niet ontbreken moogt. Wees daarom vriendelijk, maar tevens dringend uitgenoodigd, om te gelooven , dat, moogt gij somy redenen hebben om te bedanken, deze niet zullen worden aangenomen, al waren ze ook nog zoo geldig.

Antwoorden.

1. Ik ben U voor uwe vleiende uitnoodiging zeer verplicht en dankbaar; met genoegen zal ik van dezelve gebruik maken.

2. Hoeveel aangenaams ik ook het recht heb, «m van Uw lief gezelschap te gemoet te zien en te verwachten , een dringende plicht noodzaakt mij , om voor Uwe uitnoodiging te bedanken. Ik verzoek U beleefd, mij dit niet ten kwade te duiden. Wees verzekerd, dat ik eene volgende keer met genoegen aan elke noodiging van U sehoor ireef.

ocr page 53

57

Tot het bezoek van eenige publieke plaatsen.

1. Heden om 10 uur doet Z. M. . . . zijne intrede. Wij kunnen van uit ons huis die plechtigheid bijzonder goed zien. Ik noodig U daartoe, benevens tot het ontbijt, allervriendelijkst uit. Gij zult overigens wèl doen, als gij ten minste lt;5én uur vóór de plechtigheid hier zijt. Het zou U anders van wege den drang der menigte moeielijk kunnen vallen onze woning te bereiken.

\'2. Van meer dan ééne zijde uitgenoodigd, otn een landelijk ontbijt bij te wonen . zou ik morgen .... bezoeken. Wilt Gij , mijn vriend, mij dien morgen tot een bijzonder genoegelijken maken, vergezel mij dan derwaarts. Uwe luim zal de saus wezen van het maal, gelijk altoos.

Antwoord.

Hoe gaarne ik ook blijde ben met de blijden, vooral als ik iets tot hunne blijdschap kan toebrengen , beken ik U echter , dat het mij hartelijk spijt, dat ik Uwe vriendelijke uitnoodiging niet kan aannemen. Onvoorziene omstandigheden noodzaken mij tot eene dadelijke afreize naai\' . . . ., van waar ik niet dan over een paar dagen terug kan komen.

ocr page 54

58

Om mede te gaan naar Komedie of Concert.

1. De beroemde zangeres.....vervult heden

in de opera eene gastrol. Ik ken U als een vriend en bevorderaar der kunsten. Daarom verzoek ik U deze voorstelling met mij bij te wonen, waardoor mij de avond nog rijker in genot zal wezen. De toegangsbilletten zijn reeds in orde. Ik zal de eer hebben , U een half uur vóór het begin der

opera af te halen.

1 Het stuk , dat van avond gespeeld wordt, is klassiek. De vrienden van het tooneel beloven zich een avond, rijk in genot, want de geniale

.....zal optreden. Mag ik U eene plaats in mijne

loge aanbieden? — Door dit aan te nemen, zult

o-ij mij verplichten.

3. Al onze vrienden spitsen zich op het concert van dezen avond. Het zal mij dan eerst recht genoegelijk en aangenaam wezen , als Gij mij wilt vergezellen.

-4. Mag ik U wel om Uwen arm verzoeken? Het gedrang voor en in den ingang van do komedie is zoo groot, dat ik moeielijk mij er alleen aan wagen durf.

Antwoorden.

1. Met het grootste genoegen voldeed ik aan

ocr page 55

59

Uwe vriendelijke uitnoodiging, bond niet eene ernstige ongesteldheid mij aan mijne kamer. Naar ik hoor , zal de kunstenares zes gastrollen vervullen , en ik zal , naar ik hoop , haar later in Uw lief gezelschap kunnen hooren. Ontvang intusschen mijnen hartelijken dank voor uwe vleiende attentie

2. (lij verplicht mij zeer , intusschen is het mij een aangenaam gevoel aan U verplichting te hebben. Ik neem de mij aangebodene plaats aan , en zal de eer hebben U te komen afhalen.

3. Gij vindt de volmaking van Uw genoegen in mijn gezelschap. Het zou van mijne zijde weinig dankbaarheid verraden, als ik U zulks wilde onthouden. Daarom zal ik U met genoegen at-wachten.

Tot het Paardenspel.

Ik zou gaarne den circus bezoeken. Er is geen twijfel aan , of er zal een uitgelezen gezelschap zijn. Het beste zal mij echter het Uwe wezen. Ik verzoek u dus beleefdelijk , om mij te verblijden met het aannemen van nevensgaand toegang-billet. Bepaal zelf, hoe laat ik U zal komen afhalen.

Antwoord.

Gij weet bij ondervinding, hoe aangenaam liet

ocr page 56

60

mij altoos is in Uw gezelschap te wezen. Daarom moet Gij wel innig overtuigd wezen, dat, als niet gewichtige zaken mij verhinderen, ik gaarne aan Uwe uitnoodiging voldoe. Van daag heb ik echter grand obstacle, ik moet bij mijnen ge-eerden Oom eene beleefdheidsvisite maken en daarna eene familie-soirée bijwonen. Het mij toegezonden toegangbillet ontvangt UEd. dus terug tot eene andere bestemmino-,

O

Tot de Jacht.

De jacht is reeds geopend. Ik heb met eenige van mijne vrienden eene partij beraamd tegen overmorgen om vijf uur. Wij beloven er ons veel genoegen van. Vermits ik U nu gaarne daarzie, waar genoegen is te smaken , en ik weet, dat Gij een liefhebber zijt, zoo meen ik geen vruchteloos verzoek te doen, als ik U uit-noodig, om aan ons vermaak deel te nemen.

Antwoord.

Uwe vriendelijke uitnoodiging tot een vermaak , dat mij boven alle pleizierpartijes gaat , is mij een nieuw bewijs van de welwillendheid , waarmede Gij altoos gaarne mijne wenschen

ocr page 57

61

voorkomt. Ik zal van de partij zijn en mij ter bepaalder ure laten vinden.

Tot het bezichtigen van eene of\' andere merkwaardigheid.

Op mijn doortocht door deze stad wenschte ik hare merkwaardigheden te bezichtigen. Zou ik hiertoe uw geleide mogen verzoeken ? Ik zou op deze wijze tevens uit uw onderricht kennis opdoen.

Antwoord.

Met de meeste bereidwilligheid ben ik tot uwe dienst. Ik ben alleen maar bezorgd, dat-mijne verklaring van de merkwaardigheden uwen weetlust noode zal voldoen. Ik zal u niet van alles de noodige inlichtingen geven kunnen. Tegen twee uur zal ik de eer hebben u af te halen.

Tot een Vuurwerk.

Mag ik u noodigen tot bezichtiging van het vuurwerk, dat heden in den . . . tuin gegeven wordt? Wij mogen ons bij dit gunstige weder met recht een aangenamen avond beloven; en

ocr page 58

62

door uw gezelschap zal hij mij dubbel genotrijk zijn.

Antwoord.

11c zou aan uwe vriendelijke uitnoodiging van harte gaarne hebben voldaan, ware niet mijn broeder voor een uur uit M. hier gekomen en bij mij gelogeerd. Hem behoort dus mijn avond, intusschen dank ik u en ben bij eene volgende gelegenheid geheel tot uwe dienst.

Om mede ter Kerke te gaan.

ik ben zeer begeerig, om den predikant......

wiens talenten als kanselredenaar van alle zijden goroemd worden, heden te hooren. Mag ik de eer hebben, om u heden middag af te halen, om te zamen naar de , kerk te gaan ? Zoo zou ik niet slechts het genoegen hebben eene degelijke predikatie , maar ook degelijke opmerkingen omtrent de predikatie te hooren.

Tot een Gastmaal.

1. Om eens weder recht veel genoegen te hebben , heb ik tot een feestmaal op mijn buitengoed besloten en daarop een klein getal oude

ocr page 59

63

vrienden genoodigd. Als ik spreek van oude vrienden kunt Gij niet nalaten u zeiven als den oudsten en dierbaarsten te beschouwen. Daarom maak ik dan ook met vertrouwen staat op uw gezelschap bij onze zamenkomst, welke plaats heeft op morgen avond.

2. De Heer......wordt bij deze vriendelijk

nitgenoodigd , om bij ons de tiiee te gebruiken en verder den avond te passeeren.

3. De Heer...... zal , bij zijn bezoek van

onze stad , morgen middag bij mij het middagmaal gebruiken. Ik weet, dat Gij gesteld zijt op •zijne kennismaking. Daarom neem ik de vrijheid u te verzoeken , dat Gij ons bij die gelegenheid met uw gezelschap vereert.

Antwoorden.

1 Ofschoon ik morgen dringende aangelegenheden te behandelen heb , wil ik zulks echter uitstellen , om in den kring van u en uwe vrienden te wezen. Derhalve zal ik het genoegen hebben , om op den bepaalden tijd ten uwent te wezen.

2. Gij weet, dat ik gaarne bij u ben. Gij weet echter ook , dat mijne betrekkingen mij dikwijls noodzaken de grootste genoegens te verzaken. Zoo gaat het mij nu ook ditmaal. Tk moet. mij het

ocr page 60

64

genot van een bezoek bij u , tot op eene volgende gelegenheid , ontzeggen.

3. Hartelijk dank voor Uwe lieve attentie. Met het grootste genoegen voldoe ik aan Uwe uit-noodiging.

VII.

Aanspraken in G-ezelsehap

Bij het binnentreden in de kamer van een Vriend.

I. ik heb reeds dikwijls gewenscht U te bezoeken , maar telkens kwam er iets in den weg. Nu heb ik mij van alles losgescheurd. Ik ben tot Uw dienst.

\'2. Een onzer vrienden verhaalde mij , dat Gij ongesteld waart. Daarom spoed ik mij tot U, om, als God wil, mij van het tegendeel te overtuigen.

3. Vergeef mij , als ik U ongelegen kom. Ik wilde U een oogenblik over eene kleine zaak spre-

ocr page 61

m

ken. Schriftelijk, dacht mij, kon zij niet zoo voegzaam behandeld worden.

Antwoorden.

1. Wees mij welkom, en vergeef mij, dat ik TJ heb laten verzoeken, om hier te komen. Mijne ongesteldheid verhinderde mij U een bezoek te brengen.

2. Hartelijk dank voor Uwe belangstelling. Zij geeft mij een vernieuwd bewijs van Uwe vriendschap; het verblijdt mij, dat ik U omtrent mijnen toestand kan geruststellen.

3. Ik ben tot uwe dienst. Uw bezoek is mij hoogst aangenaam. Gij kunt over mij beschikken.

Aanspraak van een Genoodigde.

1. In gevolge uwe vriendelijke uitnoodiging heb ik de eer —

2. Gij hebt bevolen , hier ben ik.

Antwoorden.

1. Wees ons welkom.

2. Hartelijk dank voor uwe goedheid.

ocr page 62

66

Ann een lid van het Gezelschap.

Ik ben onzen Gastheer wèl grooten dank schuldig , dat hij mij heden de eer heeft toegedacht, om uw gezelschap te genieten.

Antwoord.

Ik deel deze schuld met u. Ook ik heb lang gewenscht om in de gelegenheid te wezen, van met u in gezelschap te zijn.

Aan een Vreemdeling.

1. Het is mij hoogst aangenaam kennis met U te maken. Gij zult het meest aan mijne wenschen gehoor geven, wanneer Gij mij spoedig in mijne woning bezoekt.

\'i. Het genot van dezen dag wordt mij verhoogd door het geluk Uwer kennismaking. Het spijt mij zeer, dat, uithoofde van Uw kort verblijf in onze stad . ik de eer niet zal hebben U ten mijnent te zien. Mogelijk , en ik hoop het, valt mij later nog wel dat genoegen te beurt.

Antwoorden.

1. Wees overtuigd , dat ook ik hoogen prijs

ocr page 63

07

stel op Uwe kennismaking. Met veel genoegen zal ik van de uitnoodiging, om U ten Uwent te komen zien , gebruik maken. Wederkeerig verlang ik voor mijn huis naar de eer van Uw bezoek

2. Zoo aangenaam het mij is , kennis met U te maken, zoo zeer spijt het mij, dat ik, van wege mijn spoedig vertrek , die kennismaking niet persoonlijk kan voortzetten. Voeren mijne betrekkingen mij eens in de omstreken terug, dan zal mij niets aangenamer zijn , dan dat ik haar vernieuwen kan.

Aan ééne of meer Dames van het Gezelschap.

1. Veroorloof mij, Dames! dat ik u mijne hoogachting betuig.

2. Ik ben dezen bij zonderen dank schuldig, als die mij het geluk schenkt u te mogen begroeten. Veroorloof mij, dat ik mij rangschik onder het getal uwer vereerders.

Antwoorden.

1. Wij betuigen u wederkeerig de onze.

2. Gij zijt ons zeer welkom. Vrouwelijke ijdel-heid heeft nooit vereerders genoeg. Uw onderhoud , waarom wij verzoeken , zal gewis meer

ocr page 64

08

dan vereering, zal onze bewondering uitlokken. Aan eene Dame, als men aan tafel gaat.

4. Mag ik de eer hebben (een arm aanbiedende) , om aan tafel uw gelukkige nabuur te wezen ?

lt;2. Het genoegen van dezen disch zal mij onvergetelijk wezen , als ik de eer mocht hebben , naast u plaats te nemen.

Antwoorden.

1. Als het u belieft.

\'2. Zeer verplicht. Als maar mijn gezelschap uwe verwachting niet te leur stelt.

Aan een lid van het Gezelschap, naast hetwelk men gaarne plaats had.

Sta mij toe, dat ik , ook gedurende den maaltijd , de eer van uw onderhoud geniet; of hebt Gij mogelijk reeds een ander dischgenoot de eer voorbehouden?

Antwoord.

Gij vóórkomt mijne wenschen. Uw gezelschap zal mij het tafelgenot verhoogen.

ocr page 65

(59

Toasten.

1. Laat ons op de gezondheid van onzen ge-eerden Gastheer en van onze geëerde Gastvrouw, die ons dezen feestdisch bereid hebben, de glazen leegen als een schuldig offer van onze dankbaarheid. Leven zij lang.

2. Welzijn , die dit feest bereidde. welzijn, die er deel aan neemt, welzijn overal, maar vooi-al welzijn de lieve Gastvrouw. Zij leve lang.

3. Ik geef aan dezen edelen wijn de edelste bestemming. Ik drink dien op het weizijn van onzen Gastheer en zijne vereerde echtgenoot. Alle vreugde, die zij ons heden bereid hebben , moge met dubbelen woeker tot hen wederkeeren. Zij leven lang.

Antwoorden.

1. Hartelijk dank , lieve vrienden, voor de bereidwilligheid , waarmede Gij beantwoord hebt aan mijne poging, om U een uur of wat genoegen te verschaffen. Met gelijke hartelijkheid uit ik den wensch : Leeft allen lang !

2. Uwe toegenegenheid beloont mij boven verdienste. Ik gevoel , dat ik uw aller schuldenaar ben. Staat toe , dat ik met dit glas betale. Leeft lang !

ocr page 66

70

Aan den Heer of de Vrouw des huizes na het eindigen van den maaltijd.

Ontvang mijnen hartelijken dank voor Uw heerlijk onthaal. Gij hebt bijna u zeiven ten offer gebracht, want terwijl wij zooveel genot hadden van Uwen disch, hebt Gij U slechts moeite gegeven , om het ons te verhoogen.

Antwoord.

De grootste belooning voor onze moeite, als Gij de vreugde , die wij ons bereid hebben , zoo noemen wilt, ligt in Uwe gunstige becordeeling.

Aan wie naast U plaats had.

Ik ben U den hoogsten dank schuldig voor Uw onderhoud. Gij hebt tot het heerlijke maal de heerlijkste saus geleverd.

Antwoord.

Gij maakt Uwe verdienste tot de mijne.

Aandrang, om nog wat langer te blijven.

Gij zult ons toch nu nog niet verlaten? Wij

ocr page 67

/ijn allen zoo vroolijk. Onze vroolijkheid zou, door het gemis van uw gezelschap , aanmerkelijk gestoord zijn. Niet waar, Gij blijft nog wat?

Antwoord.

1. Met liet grootste genoegen, als ik alléén over mij zeiven te beschikken had. Gij weet echter, (at er omstandigheden zijn, die mijne tegen-woordgheid te huis dringend vorderen.

2. iielooft niet. dat ik mij zou verwijderen ; ware hgt;t niet noodzakelijk. Ik versta mij te wel op mijn genoegen, dan dat zulks mij zou kun-ner in villen. Maar het voorschrift van mijn ge-neesheer dringt mij rust te nemen. Gelooft, dat miji hart over mijn vertrek er meer onder lijdt, dan het uwe zich kan verblijden over een langer toevn.

Afscleid van den Heer en de Vrouw des huizes.

1.Wij weten, dat gij geen dank van ons verlangt Het genoegen echter, dat ons bij en door u te eurt viel, is zoo uitnemend geweest, dat wij c blijde ure van dezen dag nimmer zullen vergeta.

2. lartelijk dank voor de genoegelijke uren en hatelijke bede tevens, om door een weder-

ocr page 68

72

keerig bezoek ons in de gelegenheid te stellen u onzen dank te bewijzen , ofschoon niemand zich zou durven vleien u nabij te komen in het bereiden van vreugde en genot.

Antwoorden.

1. Uwe beleefdheid maakt mij verlegen Het beste bewijs, dat gij er van geven kunt, tat het u bij ons is bevallen, bestaat hierin, dat gij spoedig terugkeert.

2. Niet gij , ik heb te danken , mijne moeite staat met de eer en het genoegen, mi j aangedaan, in geene verhouding. Wilt Gij mij, uwen schuldenaar , verplichten , herhaal dan uw bezoek.

Afscheid van de leden des Gezelschaps.

Het was mij eene vleiende eer met u in gezelschap te wezen. Ik beveel mij aan uw aandenken aan en wensch niets hartelijker, dan dat de toekomst mij in de gelegenheid stelle , om u nog dikwijls te ontmoeten.

Antwoord.

Gij zijt wel goed , als Gij mij een aandeel toeschrijft in de vreugde , heden genoten. Veel meer

ocr page 69

73

was het Uw geestig onderhoud , dat het gezelschap heeft veraangenaamd. Mij vooral heeft hetzelve het genot dezer uren verhoogd.

Uitnoodiging tot den Dans.

1. Mag ik voor dezen dans de eer hebben ? (Eene buiging).

2. Zou ik voor den volgenden dans op Uwe goedheid mogen rekenen?

3. Zal ik zoo gelukkig wezen met IJ te mogen opkomen?

4. Ik hoop, dat Gij nog niet over U zelve hebt beschikt , geef mij de eer voor den volgenden dans.

Antwoorden.

1. Met genoegen.

ocr page 70

74

2. Vergeef mij , ik ben reeds geëngageerd.

3. Zeer gaarne , maar ik ben nog vermoeid.

Het spijt mij, dat ik de eer niet hebben kan.

5. Ik ben op dit oogenblik te vermoeid , maalais ik bij den volgenden dans de eer hebben mag?

Aan een Heer, die met eene Danseres in gesprek is.

Vergeef mij , mijnheer , dat ik U stoor in Uw aangenaam onderhoud ; ik wenschte Mejuffrouw tot den volgenden dans uit te noodigen.

Aan eene Danseres na het eindigen van den Dans.

1. Veel dank voor de eer en het genoegen.

2. Ik ben U zeer verplicht voor de wehviüend-heid, waarmede Gij de gebreken van mijn dansen over het hoofd hebt gezien.

Antwoorden.

1. Insgelijks, zeer verplicht.

2. Vergeef, Gij miskent Uwe vaardigheid in de kunst.

Aan eene Danseres , welke de danszaal wil verlaten.

Hoe , Gij, het sieraad van de zaal , wilt 11

ocr page 71

75

vei-wij deren ? Ontvang dan mijnen dank voor liet genoegen van Uw .gezelschap , en den wensch , dat U deze avond wel bekome.

Antwoord.

Ik zou gaarne nog wat blijven; maar mijne ouders verlangen naar huis. Ik moet mij derhalve verder genoegen ontzeggen.

Aanbod om eene Dame naar huis te brengen.

1. Mag ik U mijn arm aanbieden om U naar huis te geleiden ?

2. Wilt Gij, dat ik mijn rijtuig late vóórkomen?

Antwoorden,

1. Gij zijt wel goed, maar door de moeite berooft gij U te lang van het genoegen van het gezelschap.

2. Het zou mij zeer aangenaam wezen; ik moet U bedanken. Het rijtuig van mijn Oom

staat reeds vóór.

Afscheid.

Zoowel voor de eer van Uwen dans als daar-

ocr page 72

76

voor dat ik U heb mogen begeleiden , betuig ik U mijnen welgemeenden dank.

Antwoord.

Ik moet danken. Ik ben Uwe schuldenaresse.

IX,

lij gslegenheid eener lils.

Verzoek om aanbeveling.

1. Hoogst aangenaam zou mij eene kennismaking wezen met den Heer .... Gij staat met hem in vriendschapsbetrekking. Eene aanbeveling van uwe zijde zou mij dus toegang bij hem kunnen verschaffen. Ik bid u : geef mij die mede of doe ze aan ZijnEd. mondeling.

2. Op mijne reis naar.... zou het kunnen gebeuren, dat ik om geld verlegen wierd. Gij staat met meer dan één handelshuis te dier plaatse in betrekking. Daarom bid ik u mij bij een

ocr page 73

77

derzelven een crediet te openen van een paar honderd gulden. Terstond na mijne wederkomst stel ik u de opgenomene som met de kosten in handen. Op uwen tijd ben ik tot wederdienst bereid.

3. Ik verlang zeer naar de kennismaking van mijnheer.... Bij hem geheel onbekend, vrees ik echter bij hem niet te zullen worden toegelaten. Gij staat met hem in nauwe betrekking. Daarom verzoek ik u mij bij hem aan te bevelen en mij aldus toegang tot hem te bezorgen. Door deze groote beleefdheid zult Gij mij zeer verplichten. Het zal mij een genoegen wezen , als ik u eene wederdienst bewijzen mag.

4. Wetende dat Gij vriendschap hebt met den Heer.... ben ik zoo vrij om u beleefdelijk te verzoeken mij een aanbevelingsbrief aan ZijnEd. mede te geven, waardoor ik toegang zou krijgen tot zijn huis en mondeling met hem spreken, waardoor ik dan in de gelegenheid zou wezen om hem mijne belangen op het hart te leggen en zijne veelvermogende voorspraak te verzoeken. Gij zult, met het inwilligen van deze bede, mij een grooten dienst bewijzen, en mij verplichten» om naar eene gelegenheid uit te zien , bij welke ik u mijne dankbaarheid bewijzen kan.

5. Het was mogelijk, dat ik op mijne reis naar .... om geld verlegen geraakte en daardoor

ocr page 74

7lt;S

in groote ongelegenheid kwam. Om beiden te ontgaan verzoek ik u om mij bij het handelshuis .... waarmede gij zaken doet, een crediet te openen van .... Kom ik in de noodzakelijkheid om er gebruik van te maken , ik restitueer u, dadelijk bij mijne tehuiskomst, hoofdsom en rente en betuig u reeds bij voorbaat mijnen dank.

Antwoorden.

1. Het is mij een bijzonder genoegen u bij den heer.... te kunnen aanbevelen , te meer omdat gij beiden haar waardig zijt en verdient.

2. Hiernevens den verlangden credietbrief. Heb. zoowel met betrekking tot uwe zaken als tot uw genoegen , een voorspoedige reis.

3. Met genoegen voldoe ik aan uw verzoek om u bij den heer. . . aan te bevelen. Ik vrees echter , dat zulks u niet van zeer groot nut zal zijn , aangezien ik , ja , wèl mij in zijne toegenegenheid verblijden mag, maar toch , naar ik meen, op hem niet genoeg invloed heb , om aldus op uw belang in te werken. Ik wil echter gaarne doen, wat ik kan, om u nuttig ie zijn, waartoe ik anders weinig in de gelegenheid ben.

4. Ik kan moeielijk gelooven, dat gij een\' brief van aanbeveling aan den heer noodig hebt, die u zekerlijk den toegang tot zijn huis zal

ocr page 75

79

geven, zoodra gij u bekend maakt. Inlusschen heb ik er een voor u geschreven, dien ik u toezend , en waarvan ik het aan u overlaat om er gebruik te maken of niet. Ik wensch u goede reis. Kom gezond terug en vereer mij bij uwe terugkomst met een bezoek, om mij te berichten of Gij uwe oogmerken hebt bereikt, wat ik hartelijk wensch.

5. Ik grijp gaarne iedere gelegenheid aan om u van dienst te zijn en zend u met genoegen een open credietbrief op het huis.... Neem op reis mijn hartelijken wenscli mede, dat Gij overal zulke goede vrienden moogt aantreffen, als ik van u ben en dat Gij gezond en behouden tot ons moogt terug komen.

Mondelinge aanbevelingen.

1. Mijn vriend N. is zeer begeerig naar uwe kennismaking. Daarom neem ik de vrijheid uwer hem aan te bevelen. Ik zal mij, door uwe vriendelijke opname van hem in uwen kring, zeer aan u verplicht achten.

2. De heer K. wenschte over eenige belangrijke zaken mondeling met u te spreken. Aangezien hij echter tot nog toe de eer niet heeft van u persoonlijk te kennen , heeft hij mij verzocht hem bij u wèl te willen inleiden en aanbevelen. Ik

ocr page 76

80

neem de vrijheid hem u bij deze voor te stellen, en verzeker u, dat ik uwe hem te bewijzene welwillendheid zal aanmerken als eene dienst, mi) zeiven toegedacht.

3. Ik kom om van u eene goedheid te vragen, welke ik hoop, dat gij mij niet zult weigeren, als Gij ten minste kunt. De heer.. . wenscht zeer persoonlijk aan u te worden voorgesteld en over belangrijke zaken, hem betreflende, met u te spreken. Gij zult u niet alleen hem, maar ook mij zeer verplichten, als Gij hem uwen veelver-mogenden invloed bij deze zaak niet onthieldt, maar zoover zulks met uwe plicht strookt, behulpzaam waart. Van uwe, mij altoos bewezene welwillendheid, hoop ik met vertrouwen, dat Gij mij de vervulling van dit verzoek niet zult afslaan.

4. Ik heb van mijn vriend N. bericht ontvangen, dat hij eerlang hier komt en zeer begeerig is naar uwe kennismaking. Bij voorraad vraag ik derhalve daartoe uw verlof. Ik vlei mij te meer, dat gij hem den toegang tot u verleenen zult, daar ik hem u kan aanbevelen als een man van groote wellevendheid en veelzijdige kennis. Ik geloof, dat zijn omgang u menig genoegelijk uur verschaffen zal.

5. De heer N. zoekt eene betrekking bij (de posterijen, het ministerie enz.) en heeft mij ver-

ocr page 77

81

zocht bij u zijne voorspraak te zijn, en uwen veel vermogenden invloed voor hém in te roepen. Ik kan u dezen man te dringender aanbevelen, naarmate ik hem meer van nabij ken en van zijne rechtschapenheid, ijver en vlijt en veelzijdige kennis de beste getuigenis kan geven.

Bovendien verdient hij te meer ondersteuning, omdat hij niet alleen onbemiddeld is, maar ook zijne ouders heeft te verzorgen, wat hij tot nu toe, al viel het hem ook nog zoo zwaar, met kinderlijke liefde gedaan heeft. Bewijs mij de vriendschap om u zijner aan te trekken. Daardoor zult Gij niet alleen aan een braaf en edel mensch eene weldaad bewijzen, maar ook mij te nauwer aan U verbinden.

Antwoorden.

1. Het zal mij eene groote eer wezen den heer N. bij mij te zien. U dank ik voor het genoegen zijner kennismaking en voor de gelegenheid om hem mijne achting en vriendschap te kunnen bewijzen.

2. Het zal mij een. groot genoegen wezen als de heer . . . mij met een bezoek gelieft te vereeren. Ik zal mijn best doen om hem in zijne aangelegenheden de behulpzame hand te bieden

6

ocr page 78

82

en hem den tijil van zijn verblijf alhier zoo aangenaam mogelijk maken.

3. Reeds om Uwentwille, die mij zoo weinig gelegenheid geeft om U eene dienst te bewijzen, zal ik mij Uwen beschermeling aantrekken; maar dit te meer, omdat ik daardoor eene goede daad verrichten kan en een edel doel bereiken. Verzeker hem dus van mijnen bijstand, zoover namelijk mijne krachten reiken , en geloof gij zelf, dat ik mij gaarne met deze zaak inlaat om U te toonen , dat ik U hoogschat en vereer.

Afwijzing.

1. Met hoeveel genoegen ik IJ ook anders van dienst wensch te wezen, zoo smart het mij zeer U te moeten betuigen, dat ik, in de bedoelde zaak, aan Uw verlangen niet kan voldoen. Mijne bemoeiing ten behoeve van Uwen beschermeling zou hem niet alleen niet baten, maar in dit geval zelfs schaden Verplicht mij door mij van wat gij verzoekt, te ontslaan. In andere opzichten ben ik volkomen tot Uw dienst.

2. Het spijt mij innig , dat ik Uwe wenschen niet bevredigen en aan het verzoek van den heer N. niet voldoen kan Ik zeg , dat het mij spijt, omdat ik daardoor den schijn op mij lade als of Uwe aanbeveling bij mij geringen invloed had.

ocr page 79

83

Maar ik kan in deze zaak zoo weinig doen , — zelfs als ik op wat onvoegzame wijze daartoe eene poging waagde , vrees ik , dat zij Uwen beschermeling zou schaden. Doet zich eene andere gelegenheid voor om te toonen. dat Uwe aanbeveling bij mij groote waarde heeft, ik zal met het grootste genoegen Dwe wenschen vervullen.

Dankbetuiging van den aanbevolene.

Uwe welwillende pogingen zijn voor mij van het beste gevolg geweest. Door U ben ik persoonlijk met den heer ... in kennis gekomen en heb ik door Zijne tusschenkomst . het hoofddoel van mijne reis bereikt. Ontvang mijnen harte-lijken dank en stel mij spoedig in de gelegenheid om mij van mijne schuld aan U te kwijten, zoo niet geheel, wat niet kan , dan toch ten deele. Ik ben tot alle wederdienst bereid.

Schriftelijke aanbeveling.

Brenger dezes, de heer N., zal gedurende «enigen tijd in Uwe woonplaats vertoeven om daar, naar behooren . eenige gewichtige aangelegenheden te bezorgen en te gelijk het bezienswaardige in oogenschouw te nemen. Om nu in beide oogmerken gelukkig te kunnen slagen, heelt hij mij verzocht, dat ik hem bij mijne vrienden

ocr page 80

84

te ... . zou aanbevelen. Bij wien zou ik zulks nu eer en beter doen , dan bij U , die zooveel rela-tien hebt ie ... . en daarbij zoo voorkomend zijt jegens eiken vreemdeling, die zich aan U toevertrouwt ? Daarom verzoek ik U beleefdelijk om mijnen vriend , zoowel met uwen raad en doorzicht als met Uwe plaatselijke kennis, ter zijde te willen staan Ik zal het als een bewijs van Uwe goede gezindheid jegens mij rekenen, als gij wederkeerig spoedig een van Uwe bekenden aan mij aanbeveelt.

Bij de overgave van den aanbevelingsbrief.

Ontvang de verzekering mijner hoogachting en veroorloof\' mij , dat ik U hiermede een brief van mijnheer. . . . overhandige.

Gelukwensch op reis.

Gij gaat ons dus verlaten ; welnu , bereik gelukkig het doel uwer reize, mogen alle Uwe wenschen aldaar worden vervuld en gij gezond en wèl in den schoot Uwer betrekkingen weder-keeren. Ieder bericht van U zal ik met de meeste deelneming ontvangen, en gedurende uw afwezigheid wil ik met stiptheid ten uitvoer leggen, wat Gij mij gelieft aan te bevelen, hetzij voor Uwe

ocr page 81

85

zaken hier, hetzij voor het nut en het genoegen van Uwe reis.

Antwoord.

Hartelijk dank voor Uwe vriendschap. Ik hoop weldra in gezondheid U weer de hand te mogen drukken. Ik zal het U aan berichten van mijne zijde niet laten ontbreken, de Uwen zie ik reeds bij voorraad te gemoet

Afscheid van iemand , dien men op de reis heeft bezocht of leeren kennen.

1. Vóór dat ik mijne terugreis aanneem , kan ik niet nalaten om U hartelijk te danken voor de goedheid en vriendschap, mij, gedurende mijn verblijf alhier, zoo veelzijdig bewezen. Ik mag daarbij den wenscli niet onderdrukken, dat ik hoop , U ook eenmaal in mijne geboorteplaats te mogen begroeten. Gun mij eene duurzame plaats in Uwe herinnering, gelijk ik van mijne zijde U of Uwe omgeving nooit vergeten zal.

2. Het grootste gewin mijner reize schat ik Uwe kennismaking. Ik beveel mij in Uwe herinnering aan.

Antwoorden.

1. Uw verblijf ten onzent heeft mij groot ge-

ocr page 82

86

noegen aangebracht, en gij kunt moeielijk ge looven, wat mijn hart lijdt onder Uw onverhoopt vertrek. Boezem mij de hoop in, dat Gij eerlang: Uw bezoek hervatten zult, en beveel mij bij Uwt\' geëerde betrekkingen aan.

\'2. Ook voor mij had Uwe kennismaking de hoogste waarde. Ik zal haar niet vergeten. Neem mijne hartelijkste zegemvenschen op Uwe reis mede.

Bezoek na de terugkomst van de reis.

1. Zoo even aangekomen, ijl ik terstond tot U om mij van Uwen welstand te overtuigen en U den uitslag van mijne reis mondeling mede te deelen.

2. Ik heb de eer U van mijne tehuiskomst te verwittigen en mij tot Uw dienst te stellen.

3. Terstond na mijne terugkomst van de reis, haast ik mij U mijne hoogachting te betuigen en mij onder Uwe bevelen te stellen.

4. Nauwelijks teruggekeerd, wilde ik mij terstond overtuigen of Gij, gedurende mijne afwezigheid, welvarend waart en mij niet vergeten hebt. Als ik mij daarvan overtuigd heb , wil ik U later een uitgebreid verslag geven van de mij opgedragen commissie en van alles, wat tot mijne reis in betrekking stond en daarop is voorgevallen.

ocr page 83

87

Antwoorden.

1. Wees hartelijk welkom. Ik ben zter verheugd, dat Gij in zoo volmaakten welstand terug zijt gekomen. Ik ben zeer begeerig de eene en andere mededeeling van U te ontvangen. Evenwel — vóór dat ik ü daarom verzoek , mag ik TJ het een of ander presenteeren?

2. Het is mij aangenaam, dat Gij zoo gelukkig zijt terug gekomen. Voor het oogenblik wil ik U nergens om lastig vallen ; maar later verzoek ik om een verslag van Uwe reis.

3. Ik ben blijde over Uwe behouden terugkomst. Gij moogt nu wel een weinig uitrusten.

■4. Wees mij hartelijk welkom. Ik ben blijde u zoo opgeruimd en gezond te zien weergekeerd. Doch vóór wij het een en ander bespreken, laat mij U iets mogen aanbieden.

Gehikwensch bij de terugkomst.

Het heeft mij ongemeen verblijd , dat Gij behouden zijt wedergekeerd. Ik haast mij U daarmede geluk te wenschen. Ontvang de betuiging mijner innige hoogachting.

Antwoord.

Het is mij bijzonder aangenaam u weder te-

ocr page 84

88

-zien en te ondervinden , dat Gij mij , bij mijne lange afwezigheid, niet hebt vergeten. Ook ik heb dikwijls aan U gedacht en bij al de genoegens en verstrooiingen, welke zulk eene reis natuurlijk aanbiedt, de aangename uren gemist, welke Uw gezelschap mij verschaft.

Bij het overreiken van een geschenk , medegebracht van de reis.

i. Om U een bewijs te geven, dat ik ook in den vreemde aan U heb gedacht, heb ik U eene kleinigheid medegebracht, waarvan gij de waarde moogt meten naar mijne vriendschap, niet naar zijn innerlijk gehalte.

\'2. Ik heb U eene kleinigheid medegebracht. Het is te klein, dan dat het waarde hebben zou. Ik wilde er U een aandenken in gequot;en aan deze reis en tevens een bewijs , dat ik , hoe ver ook van IJ verwijderd, echter altoos aan U dacht.

Antwoorden.

1. Alles wat van U komt is mij aangenaam, maar vooral dit geschenk, omdat het, meer dan iets anders, mij eene proeve is, dat gr mij niet hebt vergeten.

2. Uw lief geschenk is mij hartelijk welkom ,

ocr page 85

89

niet slechts om zijne eigene waarde, maar vooral omdat het van U komt, en mij de verzekering geeft, dat gij, onder al de verstrooiingen en genoegens der x-eize, het aandenken aan mij in Uw hart hebt levendig gehouden. Ik zal niet nalaten om U daarvoor , bij iedere gelegenheid , mijnen dank te bewijzen.

Aanbieding van dienst.

1. Toen ik gisteren de eer had mij aan U aan te bevelen, kwam het mij voor als of gij iets wildet opdragen in de verschillende oorden , door welke ik gereed sta eene reis te doen. Heb ik mij hierin niet vergist, dan verzoek ik U eerbiedig en dringend mij te laten weten , wat Gij verlangt en ik bid U, dat Gij U verzekerd houdt, dat ik Uwe commissiën met evenveel trouw als stiptheid zal uitvoeren.

ocr page 86

00

2. Ik heb U altoos , als Gij op reis gingt, het een of ander opgegeven. Nu is het mijne beurt om een deel van de schuld der vriendschap te kwijten. Morgen ga ik op reis naar.... en ik weet, dat Gij daar vele zaken te doen hebt. Ik verzoek U daarom dringend ronduit op te geven óf en wat ik daar vnor U doen kan. Ik zal trachten Uwe commissie ijverig en gelukkig te volbrengen , als zulks altoos van Uwe zijde het geval was.

3. Ik heb gisteren van mijnheer uwen broeder gehoord , dat Gij , deels voor pleizier , deels om zaken, met de Uwen een uitstap maken wilt

naar.....Ik heb daar vele vrienden, die er

zich een feest van zullen maken , om een mijner bekenden bij zich te ontvangen en in hunnen schoonen omtrek rond te voeren. Daarom, beste, verzoek ik U vriendelijk om mij ronduit te zeg gen , of Gij soms , tot dat einde , een geleibrief van mij verlangt.

4. Reeds sedert lang hoopte ik op eene nadere kennisma king met U. Thans biedt zich de gelegenheid aan om dien wensch vervuld te zien. Ik heb namelijk vernomen , dat Gij voor uwe goederen te ... . een zaakwaarnemer verlangt. Bekend met de voorwaarden waarop, en de cautie, waaronder deze zijne werkzaamheden zou kunnen waarnemen, neem ik de vrijheid U de diensten van

ocr page 87

91

mijnen oudsten zoon beleefdelijk aan te bieden. Ik verzoek U de goedheid te willen hebben, om, als Gij geneigd zijt mijn voorstel aan te nemen, den tijd te bepalen , op welken ik de eer zal hebben, om, over deze zaak , nader met U mondeling te mogen spreken.

5. Sedert lang voor eenige , U wél bekende , huizen tegen provisie reizende , neem ik de vrijheid U te verzoeken , om mij , op mijne aanstaande reis door liet zuiden van Frankrijk, van de zijde van Uw geëerd huis eenige commissiën te willen toevertrouwen op zulke voorwaarden , als U billijk zullen voorkomen. Mocht ik op dit verzoek een toestemmend antwoord vinden , dan zal ik de eer hebben , TJ morgen vóór den middag mijne opwachting te komen maken , om U alsdan tevens uiteen te zetten, op welke wijze ik gewoon ben , de belangen mijner patroons te behartigen.

Antwoorden.

1. Gij hebt U inderdaad niet vergist; ik wenschte U voor sommige plaatsen, die Gij bezoeken zult, eenige commissiën op te dragen , door de uitvoering van welke Gij mijne verplichting jegens U zult vergrooten. In nevensgaande stukken vindt Gij ze nader omschreven, en . . . nu heb ik slechts

ocr page 88

92

een verzoek: dat Gij, zoo spoedig mogelijk, in Uw belang . van mijne dienst gebruik maakt.

2. Hoe gaarne vertrouwde ik aan zulke goede handen de waarneming mijner zaken toe. Gelukkig zijn echter de geschillen , die Gij op het oog hadt, tot genoegen van beide partijen geschikt. Ik kan U dus nu slechts mijnen hartelijken dank betuigen voor het gedane aanbod, en verzeker U, dat ik uwe attentie niet zal vergeten.

3. Gij hadt mij geen grooter bewijs van uwe vriendschap kunnen geven dan dat aanbod van gisteren. Met blijdschap neem ik uwen brief van aanbeveling aan ; en hij zal mij te aangenamer zijn, naarmate ik er niet alleen de oorden, waardoor ik reis, beter zal leeren kennen, maar er tevens in aanraking door zal komen met vrienden , die Gij mij altoos van zulk eene lieve zijde beschreven hebt. Ontvang van mij en de mijnen den hartelijksten dank voor het verhoogde genot, dat ons, door Uw toedoen, op onze reize wacht, en geloof, dat het mij een onuitsprekelijk genoegen zal wezen, als ik later door U in de gelegenheid wordt gesteld , om U met eenen gelijk-soortigen talisman van dienst te wezen.

4. De betrekking is nog onvervuld. Zulks is mij nu te aangenamer , vermits ik er door in de gelegenheid ben, omhaar aan mijnheer Uwen zoon op te dragen. Het zal mij hoogst aangenaam we-

ocr page 89

93

zen , als Gij met den jongen man mij met een beznek vereert. Ik verwacht U op zulk een\' tfjlt;i, als U het meest gelegen zal komen.

5. Het spijt mij , flat ik reeds eene overeenkomst gesloten heb voor de belangen van ons huis , waar te nemen in die oorden , waar uwe reis U heenleidt. Ik mag , gij gevoelt dit, hier niet verbreken. Bij voorkomende gelegenheid echter beloof\' ik , dat ik mij Uwer zal herinneren.

Verzoek, om iets ter leen te mogen hebben.

i. Ofschoon het mijn grondbeginsel is, dat men zijne vrienden niet moet lastig vallen met aanzoeken, om iets ter leen te hebben , noodzaken mij echter onvoorziene omstandigheden, om u te verzoeken om een voorschot van ƒ250,00 voor twee maanden. Op stipte terugbetaling, op den vervaldag, kunt Gij staat maken, alsmede hierop, dat het mij een groot genoegen zal wezen , u , bij voorkomende gelegenheden , wederkeerig van dienst te zijn.

1. Alleen de welwillendheid , met welke gij altoos bereid waart mijne wenschen voor te komen , geeft mij den moed, om u , zoo als bij dezen geschiedt, te verzoeken , om mij f 500,00 te leenen tegen 5 pCt., welk bedrag ik behoef tot uitbreiding van mijne zaken. Ik ben bereid

ocr page 90

94

\'zekerheid te geven voor kapitaal en interest of onderpand voor beiden. Schenk mij vertrouwen; liet zal u blijken , dat gij zulks aan geenen onwaardige doet.

3. Veroorloof mij, dat ik u de, mij goedwillig geleende, f 250,00 met den daarop verloopen interest terug betaal. Ik breng u mijnen hartelijken dank toe en verzeker u op nieuw, dat gij, toen gij mij deze som leendet, daardoor niet alleen mij een bewijs hebt gegeven van uwe vriendschap, maar er mij tevens een grooten dienst door hebt bewezen. Wilt gij mij nu nogmaals verplichten, stel mij dan in de gelegenheid , om u wederkeerig een dienst te bewijzen.

4. Toen ik u , bij schuldbekentenis, beloofde , om binnen eene maand de mij welwillend geleende /■ 150,00 terug te geven, deed ik zulks, omdat ik staat maakte op eene niet onbelangrijke som, welke mij alsdan moest geworden. Die som is echter tegen verwachting niet overgemaakt, en ik ben dus genoodzaakt, om u vriendelijk te verzoeken om een uitstel van vier weken. Op dien tijd kan ik buiten allen twijfel en zal ik met grooten dank aan mijne verplichting voldoen.

5. Alleen de overtuiging, dat gij mij kent als een man, die stipt is in zijne betalingen en die naauwgezet de verplichtingen vervult, welke hij op zich neemt; alleen die overtuiging kan mij

ocr page 91

verzoenen met de omstandigheid, dat ik u het mij geschoten kapitaal nog niet vermag terug te geven. Nog eenige dagen geduld en met den hartelijksten dank kwijt ik mij van mijne verplichting.

Antwoorden.

1. Het is mij een bijzonder genoegen , dat ik aan uw verlangen kan voldoen. Hiernevens het verlangde bedrag. Het zal mij aangenaam zijn , als het u zoodanige dienst doet, als gij er u van voorstelt.

2. Zoo welkom mij uw verzoek op een\' anderen tijd zou wezen, zoo onwelkom is het mij lieden, omdat ik er onmogelijk aan voldoen kan. Ik heb geene gelden in kas en zou ook geen\' mijner vrienden weten, die er beter mede staat en naar wien ik u zou kunnen verwijzen. Gij zult u dus voor dezen keer met mijn\' goeden wil moeten tevreden stellen; wees intusschen verzekerd , dat ik later tot uw dienst ben.

3. Het verheugt mij , dat ik , door bijzondere omstandigheden, in staat ben , om aan uw verzoek te voldoen en u uitstel toe te staan, ü dit berichtende, beveel ik mij aan uw aandenken.

4. Geneigd , als ik ben , om te gelooven , dat omstandigheden u verhinderen in de terugbetaling

ocr page 92

96

van het voorgescliotene, spijt het mij u te moeten melden, dat ik u geen uitstel geven kan. Ik heb op de terugbetaling zoo zeker gerekend , dat ik er de voldoening van een en ander op heb verschoven. Gij zijt te billijk, dan dat ik van u zou kunnen verwachten, dat gij niet alle moeite zoudt aanwenden, om dat bedrag, ten einde mij te helpen, elders op te nemen. Ik zie daarom de afdoening dezer zaak nog heden avond te gemoet.

Herinnering aan onvervulde beloften.

1. Ingevolge uw vriendelijk schrijven moesten de, bij u bestelde, goederen reeds gisteren alhier zijn aangekomen. Zulks is echter het geval niet, waardoor ik in ongewone verlegenheid ben. Gij zijt te zeer een man van uw woord, dan dat ik u hieromtrent meer behoef te zeggen, en gij kent te goed de bestemming dier goederen , dan dat gij u niet alle moeite zoudt geven , om ze dadelijk af te zenden.

2. Er zijn reeds drie maanden verloopen en nog heeft de beloofde voldoening geen plaats gehad. Geloof, dat het mij moeielijk valt, u dit te doen herinneren. Maar omstandigheden maken liet mij lastig en zoo moet ik zelf wel aan een ander lastig worden.

3. Naar luid van ons contract moeten de

ocr page 93

97

interesten uiterlijk acht dagen na den vervaltijd betaald zijn. Gij hebt verzuimd dezen termijn op het oog te houden. Daarom ben ik gelast op dadelijke voldoening aan te dringen, en u daarbij te kennen te geven , dat alleen eene stipte uitbetaling van intrest de voorwaarde is van de duurzame vestiging des kapitaals op uwe goederen. Ik weet, dat bij uwe stiptheid zulk eene mededeeling niet noodig is en dat slechts gewichtige omstandigheden u hebben verhinderd , om aan de overeenkomst te voldoen. Doch — deze manier is nu eenmaal vorm en gij moogt derhalve dit schrijven u zei ven en niet mij ten kwade duiden, als soms mijne herinnering uw ongenoegen wekt.

4. Toen ik, vóór eene maand, de eer had een bezoek van u te ontvangen en gij bij die gelegenheid ƒ120,00 van mij leendet, beloofdet gij mij die binnen acht dagen terug te geven. Dat tijdsverloop heb ik stilzwijgend zich driemaal laten verlengen. Vermits nu alle goede dingen in drieën bestaan , veroorlooft gij mij zeker, dat ik het stilzwijgen breek. Ik ben ten volle overtuigd, dat bij de vele en veelsoortige bezigheden, die u afleiden , wel niet de som, hoe gering dan ook, maar de tijdsbetaling , de teruggave is door het hootd gegaan , en dat gij dus , zoodra gij dezen gelezen hebt, deze kleinigheid zult uit den weg

.7

ocr page 94

98

maken. In het vervolg ben ik weder bereid u te dienen.

Antwoorden.

1. Tot antwoord zend ik de bestelde goederen. Draalde ik daarmede boven den bepaalden tijd, de schuld daarvan lag niet aan nalatigheid, maar in groote nauwkeurigheid, zooals ik die bij het vervaardigen heb aangewend en die rnij meer tijd wegnam, dan ik bij den eersten oogopslag had gemeend. Het verlies van tijd zal u door de deugdzaamheid der waar dubbel vergoed woiden, en u nopen , om, zooals ik hoop, mij meerdere bestellingen toe te vertrouwen.

2. Wijt het niet aan mij, dat ik ben te kort gekomen in mijne verplichting ten aanzien dei-teruggave van de, goedgunstig mij geleende, som. Eene gewichtige omstandigheid, welke ik, bij het bepalen van den betalingstermijn, niet kon voorzien, heeft mij daarin verhinderd. Eene plotselinge zware ziekte van mijnen dierbaren vader riep mij voor drie weken naar R . . . . en eerst nu, nadat de geneesheer mij verzekerd heeft, dat er geen doodelijk gevaar meer bij was, ben ik van daar terug gekeerd. Bij mijne aankomst vond ik uwe geëerde letteren en ik haast mij ,

ocr page 95

99

bij ingeslotene, aan mijne verplichting met hartelijke dankzegging te voldoen.

3. Ik moet wèl om verschooning vragen, dat ik u in de noodzakelij kheid heb gebracht, om aldus aan uwen last te voldoen. Moge die vorm iets kwetsends hebben , zij is een maatregel van orde, en ik ben te verstandig, om wederkeerisre

O - O

verplichtingen over liet hoofd te zien. Vóór alles zal ik er in het vervolg voor zorgen, dat ik niet met uwen last in botsing kom. Neem de verzekering mijner hoogachting aan en ontvang hiernevens het bewuste bedrag.

4-. Ik heb u de, mij zoo vriendelijk geleende /120 nog niet terug gegeven. Dat is dubbel on-dankbaar; eerst omdat ik nalatig was, daarna omdat ik nogmaals om uitstel moet vragen, ofschoon ik met uw geld vrij wat gewonnen heb. Gij ziet, dat ik oprecht ben en zult zulks te meer gelooven, als ik u verzeker, dat ik op dit oogen-blik niet één, laat staan 120 gulden in kas heb. Met dezelfde waarheidsliefde beloof ik u de terugbetaling over eene maand. Dan zal noch vergeetachtigheid, noch ongelegenheid, verontschuldigingen, zoo als gij zelf mij die aan de hand doet, mij weerhouden , mijn woord gestand te doen.

Opzegging van kapitaal.

1. De echtverbindtenis mijner dochter nood-

ocr page 96

100

zaakt mij, om, ten einde haar uitzet te bekostigen, over al de mij ten diens te staande middelen te beschikken. Veroorloof mij, dat ik, hierbij, het bij u gevestigde kapitaal opzegge. De schuldbekentenis bepaalt den tijd der opzegging op drie maanden. Na verloop van dien tijd zie ik dus de aflossing van het kapitaal met de rente te gemoet.

2. Onvoorziene omstandigheden noodzaken mij, om u het kapitaal, dat ik u tot uitbreiding van uwe zaken heb voorgeschoten, terug te vorderen. Wij hebben geen termijn van opzegging en aflossing bepaald ; daarom stel ik u voor, om die aflossing te doen plaats hebben binnen zes maanden en wèl, als gij zulks verkiest, in termijnen. Op deze wijze zult gij uwe schuld afdoen, zonder dat uwe zaken er door lijden. Draagt dit plan uwe goedkeuring weg, dan verwacht ik per ommegaande uw antwoord.

Antwoorden.

1. Onder andere omstandigheden zou mij de aflossing van het, door u mij geschoten, kapitaal minder lastig zijn gevallen; thans ben ik door uwe opzegging, welke mij , oprecht gezegd, zeer onverwacht komt , in groote ongelegenheid. De termijn van drie maanden vooral is niet geschikt, om mij gunstiger te maken, aangezien ik binnen

ocr page 97

101

dien tijd geen kans zie , om zooveel geld in te vorderen , zonder daardoor mijne schuldenaren overlast aan te doen. Ik verzoek u daarom zoo goed te wezen , om den atlossingstermijn op zes maanden te stellen, dan kan ik, zonder anderen lastig te wezen , mij zeiven redden.

2 Ik heb uwen geëerden brief d. d... .. ontvangen en daaruit op nieuw gezien, wat hartelijk belang gij stelt in mijne welvaart. Dit bleek mij vooral uit uwen voorslag aangaande den termijn der aflossing. Ik ben daar volm aakt mede tevreden. De aflossing geschiede in zes gelijke tijdperken , geregeld op den eersten van elke maand. Ik zal trachten door stiptheid mij uwer vriendelijkheid waardig te maken. Ontvang bij mijnen hartelijken dank de verzekering mijner hoogachting.

Wensch, dat eene voorgenomene onderneming gelukkig uitvalle.

1. Ondanks de tegenwerking uwer vijanden hebt gij uwe pogingen , van wier welgelukken voor u zooveel afhing , met den besten uitslag bekroond gezien. Ik geef u bij deze de verzekering van mijne hartelijke deelneming in deze gunstige uitkomst. Vind zoo wel in uwe overwinning op uwe tegenstanders , als in de meer-

ocr page 98

derft nuttigheid , welke u nu te beurt valt, de belooning van eene veeljarige moeite.

2. Mijn vriend schrijft mij , dat de bewuste gronden u zijn gegund geworden. Ik ben daar te blijder orri , naarmate ik zekerder weet, dat gij u daardoor gelukkig gevoelt. God beware u de gezondheid, om er lang genot van te kunnen hebben ; en mogen de plannen wel gelukken, welke gij u met den aankoop hebt voorgesteld.

3. Met de post van gisteren ontving ik het bericht, dat het gevaar , hetwelk u bedreigde , goedgunstig is afgekeerd. Uwe vrienden nemen een hartelijk deel in deze gunstige wending van zaken. Mijne blijdschap er over is grooter, naarmate mijne spijt te inniger , mijne vrees te dieper was.

4. Als ik aan iemand de gunsten der fortuin gunne, dan is het aan u; eerst omdat gij altoos tracht het lot uwer vrienden te verbeteren, daarna, omdat dat zeilde lot u reeds zoo dikwijls dwarsboomde. Geprezen daarom fortuin, die u zulk een lot uit hare loterij deed te beurt vallen.

Antwoord.

Ontvang mijn hartelijken dank voor uwe vriendelijke belangstelling. De mij te beurt gevallene

ocr page 99

103

gunstige omstandigheid is mij te aangenamer, omdat zij ieder genot des levens verhoogt, vooral dat der vriendschap. Wees verzekerd , dat ik er met dubbele krachten naar zal streven, om mijnen vrienden te toonen, dat ik zulk een gunstig lot niet geheel onwaardig ben. Ook over uwe omstandigheden verheffe zich eene glinsterende star.

XI.

istelgiipi van, awSwMiglwid eam,®i®faiw.

a) Bij liet verlies van eene betrekking.

1. Met den innigsten spijt heb ik vernomen, dat gij, door het afsterven van uwen beschermheer, uwe betrekking hebt verloren. Ik kan mij uwe droefenis over uwe omstandigheden levendig voorstellen, als ik denk aan uwe plichten en zorgen als hoofd van een huisgezin. Ik betuig u

ocr page 100

104

mijn hartelijk medelijden en tevens mijnen wensch, dat het u gelukken moge, spoedig eene andere betrekking te vinden , die u dit verlies vergoedt. Kan ik u daarbij van dienst wezen, zoo kunt gij op mij rekenen en over mij beschikken.

2. Het spijt mij hartelijk, dat met de opheffing van het... gij den daarbij bekleeden post verliest, die u zulk een ruim inkomen gaf. Ik bid u , laat daarom den moed niet zakken. Gij zijt nog niet zoo oud, uwe talenten zijn bekend, uw ijver wordt geroemd. Mij dunkt, een ambt kan u daarbij in het vervolg niet ontgaan. Ik zal mij hartelijk verblijden, als ik hoor, dat het u te beurt is gevallen.

Antwoorden.

Dat moogt gij wèl zeggen, dat mijn toestand medelijden verdient. Maar hij wordt minder droevig, hoe meer ik ondervind , dat mijne vrienden met en om mij lijden. Daarom dank ik u voor uwe liefdevolle deelneming. Ik zal mij nu, zoo mogelijk, nog krachtiger bevlijtigen, om, tot dat het een of ander ambt mij te beurt valt, door werkzaamheden in huis, in het onderhoud der mijnen te voorzien.

ocr page 101

105

b. Bij het verlies van het grootste deel des vermogens.

Het is ons ook hier ter ooren gekomen , welk een ongunstigen uitslag de onderneming van uwen vriend gehad heeft en welk een aanmerkelijk deel van uw vermogen daarbij is verloren gegaan. Zoo groot onze spijt daarover is, zoo hartelijk bidden wij u, dat gij u dit niet te veel aantrekt, maar zelfs daar nog troost in vindt, dat ten minste een deel uwer bezittingen is gespaard gebleven, waarmede Gij, bij behoorlijk gebruik, wellicht langzamerhand uw verlies zoo niet geheel, dan toch ten deele kimt herstellen. Maak daarbij staat op de welwillende hulp van uwe vrienden, die al de omstandigheden van uw ongeluk kennen en zoo gaarne, tot vergoeding van hetzelve, het hunne willen bijdragen

Antwoord,

Ik ontving uw troostvol schrijven op den oogen-blik, dat mijn ongeluk mij in al zijn\' omvang voor oogen stond. Ik was der verwijfeling nabij. Maar de stem der vriendschap, zooals zij mij tegenklonk uit de verte, beurde mij op. Thans ben ik kalmer, en deze stemming zal wel duurzaam zijn. Ik zal uwen raad volgen en met de

ocr page 102

i06

grootste voorzichtigheid ia het vervolg mijne geldelijke aangelegenheden behandelen. Wie weet, of mij niet later nog betere dagen toelachen, en dan... o, het moet zoo zoet zijn, rnet blijdschap op een bitter verleden te kunnen terugzien.

Aan iemand, die bij een\' brand groote schade heeft geleden.

Ik heb geen woorden, om u den schrik te beschrijven, die mij overviel, toen ik uw ongeluk vernam. In één nacht hebt gij de vruchten van al uw z weet zien verloren gaan, en staat nu met de uwen op het puin van uwe tot den grond toe afgebrande woning. De wegen der Voorzienigheid zijn wonderbaar. Heeft zij u op eens alles ontnomen, het staat in Hare macht, u alles terug te geven door zegen op uwe vlijt en het wei-gelukken uwer ondernemingen. Laat den moed niet zakken. Wees verzekerd, dat mannen, als gij, vrienden genoeg bezitten, die gaarne een deel van het hunne zullen aanwenden, om uwen toestand, naar hun vermogen, te verbeteren. Als ik u aldus verzeker, dat ik hartelijk deelneem in uw ongeluk en u verzoek, om vooreerst met de uwen eene toevlucht te zoeken in mijn huis, dan voldoe ik daarmede slechts aan een duren plicht, hoedanigen gij, in gelijksoortige omstan-

ocr page 103

107

digheden, aan ieder van uwe medeburgers zoudt vervuld hebben.

Antwoord.

Als ik nog geschikt was, om troost in mij op te nemen, uw brief zon mij vertroost hebben. Ontvang mijnen hartelijken dank voor uwe deelneming en voor het mij gedane aanbod. Ik zou hetzelve onvoorwaardelijk aannemen, indien het mij niet gelukt ware, om, bij een\' van mijne naaste buren, mijn\' intrek te kunnen nemen. Dit laatste koos ik, omdat ik van daar staren kan op de asch van mijne verbrande woning. Treurig genoegen ! God beware u tegen dergelijk onheil, maar schenke u clan ook vrienden, zoo als ik ze heb.

Aan iemand, die zijne verloofde heeft verloren.

Uwe verloofde 1 leeft zonder reden hare keus op een ander gevestigd en dien haar hart gegeven. Gij zijt daar diep bedroefd orn. Niets natuurlijker, want niets wondt dieper dan bedrogene liefde. Er ligt echter in die droefenis eenige troost; deze: dat het bedrog niet nog later werd gepleegd, als reeds de band van de echt u beiden

ocr page 104

408

had omsnoerd, in welk geval het verlies van eer en liefde liet allersmartelijkst vallen moet. Gij hebt de algemeene achting vóór u. Het kan u dus, als gij later eene verbindtenis wilt aangaan, niet moeielijk vallen , om eene partij te vinden , welke uwe waarde beter weet te schatten, welke minder wankelmoedig is en welke meer uwe liefde verdient.

Aan eene verloofde , welke haren minnaar heeft verloren.

Toen ik uwe verloving met den jongen P. vernam, was ik, ik beken het oprecht, een weinig omtrent u bekommerd. De uitkomst heeft geleerd, dat mijne bekommering gegrond was, en thans, nu gij wellicht tranen stort over uw verlies , wensch ik u met dat verlies geluk, omdat ik het winst voor u reken. Iemand, die in den bloeitijd der liefde zoo een hart kan breken en zijne eeden met voeten treden, neen , die man is niet geschikt , om in het vervolg dat meisje gelukkig te maken. Uwe echt zou een keten, uwe verbindtenis, een dwang zijn geweest, dien gij daarna met uw schoon jong leven zoudt hebben geboet. Richt u daarom op , lieve , en , in plaats van te weenen, dank veelmeer Hem , die u voor nog grooter stof tot weenen heeft bewaard.

ocr page 105

109

Aan een zieke.

1. De tijding uwer ongesteldheid drijft mij herwaarts. Ik betuig u mijn leedwezen en hoop voor u op eene spoedige herstelling.

2. Gij zijt ziek, daarover heb ik grooten spijt, hoewel het mij een weinig opbeurt, dat gij niet zoo ziek zijt als ik dacht. God geve, dat uwe vroegere gezondheid spoedig terugkeere.

3. Het smart mij diep , dat ik u nog altoos op het ziekbed vinde. Echter verneem ik met blijdschap, dat de crisis voorbij is en gij wat betert. Wij hopen nu, dat uwe krachtige natuur en de kunde van uwen geneesheer u binnen kort geheel hersteld aan ons zullen wedergeven.

Antwoord.

Welkom, uw bezoek doet mij goed. Ja, ik zal spoedig weer beter wezen. Dan kom ik met een warm hart u danken vrior uwe waarde belangstelling.

Aan de bloedverwanten van een kranke.

1. Veroorloof mij, dat ik mij informeer naar den toestand van Mijnheer (Mevrouw). Is mijn ■wensch vervuld en zijn (haar) toestand verbe-

ocr page 106

408

had omsnoerd, in welk geval het verlies van eer en liefde het allersmartelijkst vallen moet. Gij hebt de algemeene achting vóór u. Het kan u dus, als gij later eene verbindtenis wilt aangaan, niet moeielijk vallen , om eene partij te vinden , welke uwe waarde beter weet te schatten, welke minder wankelmoedig is en welke meer uwe liefde verdient.

Aan eene verloofde , welke haren minnaar heeft verloren.

Toen ik uwe verloving met den jongen P. vernam, was ik, ik beken het oprecht, een weinig omtrent u bekommerd. De uitkomst heeft geleerd, dat mijne bekommering gegrond was, en thans, nu gij wellicht tranen stort over uw verlies , wensch ik u met dat verlies geluk, omdat ik het winst voor u reken. Iemand, die in den bloeitijd der liefde zoo een hart kan breken en zijne eeden met voeten treden , neen , die man is niet geschikt , om in het vervolg dat meisje gelukkig te maken. Uwe echt zou een keten, uwe verbindtenis, een dwang zijn geweest, dien gij daarna met uw schoon jong leven zoudt hebben geboet. Richt u daarom op , lieve , en , in plaats van te weenen , dank veelmeer Hem , die u voor nog grooter stof tot weenen heeft bewaard.

ocr page 107

109

Aan een zieke.

1. De tijding uwer ongesteldheid drijft mij herwaarts. Ik betuig u mijn leedwezen en hoop voor u op eene spoedige herstelling.

2. Gij zijt ziek, daarover heb ik grooten spijt, hoewel het mij een weinig opbeurt, dat gij niet zoo ziek zijt als ik dacht. God geve, dat uwe vroegere gezondheid spoedig terugkeere.

3. Het smart mij diep , dat ik u nog altoos op het ziekbed vinde. Echter verneem ik met blijdschap, dat de crisis voorbij is en gij wat betert. quot;Wij hopen nu, dat uwe krachtige natuur en de kunde van uwen geneesheer u binnen kort geheel hersteld aan ons zullen wedergeven.

Antwoord.

Welkom, uw bezoek doet mij goed. Ja, ik zal spoedig weer beter wezen. Dan kom ik met een warm hart u danken voor uwe waarde belangstelling.

Aan de bloedverwanten van een kranke.

1. Veroorloof mij, dat ik mij informeer naar den toestand van Mijnheer (Mevrouw). Is mijn quot;wensch vervuld en zijn (haar) toestand verbe-

ocr page 108

110

terd? Ik wil de rast van de(n) li9ve(n) zieke door mij n bezoek niet storen. Groet hem (haar) van mij, als het u belieft, wensch hem (liaar) uit mijn naam eene spoedige herstelling en sta mij toe, dat ik van tijd tot tijd naar den loop der ziekte kome vernemen.

2. Ik heb heden onzen zieke een weinig beter gevonden ; het komt mij echter voor, dat hij nog niet geheel buiten gevaar is. Ik ben blijde , dat hij aan uwe zorgvuldige verpleging is toevertrouwd. Hoe zal ik mij verheugen , als hij , hersteld, met mij weer de vrije natuur genieten mag. Als soms , hetgeen God verhoede , hij verergert , wees dan zoo goed, om mij daarvan dadelijk kennis te geven , opdat ik in uren van nood u zou mogen bijstaan en hem van dienst wezen.

Antwoord.

Ontvang onzen hartelijken dank voor uwe deelneming. Wij willen van haar tot den kranke spreken , zoodra hij het verdragen kan. Hij zal er zich over verheugen en liet zal gunstig op zijn toestand inwerken.

Aan een Echtgenoot na den dood zijner Vrouw.

1. Gij hebt eene trouwe echtgenoot, uwe kin-

ocr page 109

Ill

deren hebben eene zorgvuldige moeder verloren. Ik heb de voortreffelijke eigenschappen der ontslapene gekend, daarom kan ik mij uwe droefheid in al haren omvang voorstellen. Maar —• des ongeacht bid ik u toch : geef er niet te veel aan toe; beur u op door het geloof aan een wederzien over de graven. Zóó zijn onze dooden voor ons niet dood, maar slechts eene wijle van ons gescheiden.

2. Ik heb, mijn ongelukkige vriend, uw verlies vernomen. Ik deel uwe onuitsprekelijke smart. De lieve levensgezellin , die met u zooveel zoets heeft genoten en zooveel bitters geleden, deze te moeten missen, het valt hard. Als innig medelijden met u u kan vertroosten of balsem in uwe wonden druppelen, houd u dan van het mijne verzekerd. Stort het volle gevoel van uwe rechtmatige smart uit aan den borst van uwen vriend. Ik wil met u lijden en dragen; o het zal mij gelukkig maken, als ik u het ongeluk kan verzachten.

Antwoorden.

1. Men gevoelt eerst recht de waarde van de deelneming der vriendschap, als men gebukt gaat onder slagen, hoedanige mij er een getroffen heeft. Ik dank u hartelijk voor uw bezoek (uwen brief).

ocr page 110

112

Het doel, waarmede gij het mij bracht (mij dien zond), heeft mij geroerd. En o! uwe vertroosting heeft mijn gebogen gemoed opgebeurd.

2. Ik gevoel mij minder beklemd, meer rustig: en kalm, wanneer een vriend mij bezoekt Schenk mij deze blijdschap meermalen. Blijf niet in gebreke, dikwijls te komen.

Aan eene Weduwe na den dood van haren Echtgenoot.

1. Ik weet — dat, wat op aarde u het zwaarste treffen kan, u werkelijk getroffen heeft. Gij hebt den trouwsten echtgenoot, uwen en u wei-kinderen verzorger verloren. Het gevoel van zulk eene verlatenheid is schrikkelijk; maar de godsdienst zij uwe opbeurende troosteresse. Zij spiegelt ons hereeniging voor met de geliefden, welke op aarde de dood ons ontnam. Hef dus hoofp en hart omhoog, en vertrouw op God. Hij verlaat of begeeft niet. Wie zich met vertrouwen tot Hem wendt, dien schenkt Hij troost en hulpe.

2. Niets kon mij dieper treffen dan het bericht van den dood van uwen echtgenoot, mijnen on-vergetelijken vriend. Voor weinige dagen hadden wij nog zulk eene blijde hoop op eene spoedige genezing en nu... zulk een slag. Ik vermeng mijne tranen met de uwe, want de ontslapene

ocr page 111

113

was onze tranen waardig en deze gat ons de natuur tot verlichting van ons leed. Maak staat op de diensten van de vrienden des ontslapenen. Gelijk zij hem lief hadden, zoo willen zij u bijstaan.

Antwoorden.

1. Hartelijk dank voor uwe vriendelijke deelneming en voor uwen goeden raad. Ik wil dien volgen en mijne zaak der hoogste goedheid aanbevelen. Alleen het geloof vermag het hart des ongelukkigen te troosten en den kommer, dien het draagt, te verlichten.

\'2. Gij waart altoos de trouwe vriend van mijnen lieven echtgenoot. Ik zie met een getroffen hart, dat uwe vriendschap zich over het graf uitstrekt. Deze overtuiging heeft voor mij zooveel opbeurends, dat ik het onder geen woorden brengen kan en het nimmer zal vergeten. Neem, als tolk van mijne dankbaarheid, deze verzekering aan.

Aan Ouders bij het verlies van een Kind.

Aan den Vader.

, 1. Hoe meer aanleiding ik dikwijls had, om u een gelukkig vader te noemen, des te meer

8

ocr page 112

414

reden heb ik nu u te beklagen over het verlies van eenen zoon, die u zooveel hoop gaf voor uw volgend leven. De Voorzienigheid, welke in haren ondoorgrondelijken raad u deze wonde sloeg, moge het neergebogen vaderhart weer opbeuren. Wie zal het ons zeggen, of door dit leed u geen groo-ter leed is bespaard geworden? De omstandigheden des levens vallen dikwijls geheel anders uit, dan wij ons die hadden voorgesteld. O, onzen lieven doode is het thans wel.

\'2. Ik beklaag met u het verlies van uw geliefd kind en deel uwe smart. Was ook deze uwe lieveling, met recht, uwe blijdschap en uwe kroon, in het plan eener hoogere wereldregeering was toch voor hem eene hoogere bestemming weggelegd. Waurom zou hij anders zoo vroeg van hier zijn opgeroepen geworden? Vertrooste u dit denkbeeld. Het doe u althans, onder al uwe smarte, in den wil van God met stilzwijgen berusten.

3. Met hartelijke droefenis betuig ik u mijne deelneming in het verlies van zulk een geliefd en hoopvol kind, en wensch, dat gij kalmte en rust moogt vinden in de gedachte, dat eene wijze en goede Voorzienigheid u deze wonde sloeg. Bedenk daarbij tevens, dat \'Zij middelen genoeg in hare hand heeft, om die wonde te hee-len en u het verlies minder drukkend temaken.

ocr page 113

115

Antwoorden.

1. Met zijn leven verging mijne vreugde, de schoonste bloem mijner hope. Maar ik mor niet. Ik gaf het kind aan Hem terug, die het mij schonk. Heb dank voor uwe deelneming, zij deed mij goed; zij verruimde mij de geprangde borst.

2. Uwe hartelijke deelneming en uwe vertroosting hebben veel toegebracht tot onze berusting in Gods wil. Ik dank u daarvoor, maar verzoek u tevens, om ons in onze smart niet te vergeten, en ons dikwijls door uwe bezoeken op te beuren.

Aan de Moeder.

Moederliefde is wél het schoonste en heiligste, •waarvoor de menschelijke natuur vatbaar is. Daarom kan ik de smart, welke gij ondervindt bij het verlies van eene lieve dochter, naar waarde schatten. Stort die uit in den boe zem van eene vriendin, die met u lijdt, opdat gij verlichting moogt ontvangen. Troost u met de gedachte , dat de ontslapene boven de stormen dezes nardschen levens is verheven, waarom wij haar liever gelukkig mochten noemen dan om haar weenen.

ocr page 114

116

Aan kinderen bij het verlies van hunnen Vader.

1. Ik beklaag van harte uw groot en onherstelbaar verlies. Gij hebt eenen liefdevollen vader en edel vriend verloren. Daarom is mijne deelneming in uwe smart te inniger. Doch hoe groot onze droefheid ook zij. gij moogt u door haar niet laten wegslepen en nog minder aan de toekomst vertwijfelen of wanhopen. Nog hebt gij een Hemelschen Vader, (nog hebt gij eene lieve moeder) die u in uwe groote droefenis niet zal verlaten. Zij de gedachte aan uwen ontslapenen vader, aan zijn voorbeeld en aan zijne lessen u heilig. Streeft er naar, om wijs en braaf en vroom te wezen als hij. Dan zal Gods zegen u nabij zijn.

2. Ik betuig u mijne hartelijke deelneming en mijn innigst medelijden over het verlies van zulk een goeden vader, die liefdevol voor u zorgde en slechts in uw geluk zijn zaligheid vond. Wijdt hem vrij uwe weemoedige tranen; hij was ze waardig. Maar vereer zijne nagedachtenis ook daardoor, dat gij, als hij, met standvastigheid het leed dezer aarde verdraagt en ook bij het grootste ongeluk het oog slaat naar den Hemel , waar troost en hulpe te vinden is. Als gij kinderlijk hoopt op uwen God , zal Hij u niet begeven of verlaten.

ocr page 115

117

Antwoord.

Wij danken u voor uwe vriendelijke deelneminu; in onze droevige omstandiglieden , door het verlies van onzen besten vader. Wij bidden u ernstig, dat gij de vriendschap en de welwillendheid, -altijd onzen vader bewezen, nu op zijne weezen overdraagt. Zoo zal het hun aan goeden raad en •ondersteuning niet ontbreken.

Aan kinderen bij den dood hunner Moeder.

Met innige droefenis neem ik deel in uw lot, waarbij u uwe goede moeder is ontnomen. In-tusschen — gij hebt nog een vader, die het zoo recht goed met u meent en wiens droefheid gij door al te groote treurigheid slechts zoudt ver-grooten Stelt in hem uw vertrouwen, zoekt hem door uw kinderlijke liefde op te beuren en hem aldus over zijn verlies te troosten.

Antwoord.

De deelneming, welke gij en andere vrienden ons bewijst, bij ons onherstelbaar verlies, strekt ons tot niet geringen troost in onze droefenis over den dood van zulk eene brave, lieve moe-•der. Wij wilden gaarne onze tranen bedwingen,

ocr page 116

118

•als onze vilder maar kalmer was en zich voor ons spaarde. O, breng gij troost in dit huis van sraarte en verdrijf de wolken van het hoofd eens lieven vaders. Wij zullen er u kinderlijk dankbaar voor wezen, en trachten het goede voorbeeld onzer moeder te volgen en ons met vertrouwen aan uwen raad overgeven.

Aan de Bloedverwanten of vrienden van een gestorvene.

Ik betuig u mijne hartelijke deelneming in het verlies, dat gij lijdt door het afsterven van mijnheer .... Gij waart zoo zeer aan zijn gezelschap gewoon, dat het u nu eenzaam en verlaten moet wezen. Ik wensch van harte, dat gelijksoortig ongeluk u nimmer weder trefte.

Antwoord.

Ik ben u zeer verplicht voor uwe welwillende deelneming in mijn verlies. Moogt gij nimmer bij ervaring weten, wat het zegt, een veeljarig vriend (of huisgenoot) en daarbij een lieven bloedverwant te verliezen, die ons als het ware onontbeerlijk is geworden. Zijne nagedachtenis blijft ons en al zijne vrienden dierbaar.

ocr page 117

119

Aan eene Verloofde, wier Minnaar is gestorven.

Ik kom tot u, om u mijne hartelijke deelneming te betuigen in uw verlies , maar tevens , om u te bidden, dat gij niet te zeer aan uwe droefenis toegeeft of der wanhoop ten prooi wordt. Troosten kan ik u niet , dat kan slechts Hij , die u deze wonde sloeg. Laat vrij uwe tranen om den geliefde vloeien, hij is die tranen waardig; maar denk toch ook aan uwe betrekkingen en vrienden, spaar u voor hen en laat uwe droefheid uwe gezondheid niet knakken. Ook na den donkersten nacht daagt weer een morgen en de zon verdrijft dan de nevelen en dampen. Dale er spoedig een straal van hoop in uw bedroefd gemoed.

Antwoord.

Ik dank u zeer voor uwe belangstellende deelneming , maar hoop, neen, zij is mij n harte vreemd. Slechts bij het graf van den geliefde is het mij wel. Daar bid ik dan tot mijnen God , dat Hij mij spoedig van deze droevige aarde weg-neme en mij met mijnen geliefde vereenige voor altoos.

Aan een Minnaar bij den dood zijner Verloofde.

Diep heeft mij liet bericht getroffen , dat uwe

ocr page 118

420

lieve bruid eene prooi des doods is geworden. Ik treur met u en betuig u mijne hartelijke deelneming. Ik hoop echter van uwen mannelijken moed en van uwen krachtigen geest, dat gij ook- dezen slag met gelatenheid dragen en den u opgelegden last zonder bezwijken zult torschen. De hand der Voorzienigheid leidt ons soms langs donkere wegen, maar op haren tijd schept, zij ook voor ons het licht. Zoo vertrouw ik , dat er eens een tijd zal komen, waarop het blijken r.al, dat droefheid u moest voeren tot het hoogere en betere. Daartoe ware de schim der lieve afgestorvene vertroostend en zegenend rondom u.

Antwoord.

Hartelijk dank voor uwe deelneming en uw troost. Op aarde is niets bestendig. In bonte schakeering wisselen geluk en ongeluk elkander gedurig af. Verlies als ik eene geliefde, en gij zult ondervinden, dat het der moeite niet waard is , om naar aardsche vreugd te jagen en het ■vergankelijke stof met liefde te omarmen.

ocr page 119

121

Etgelei vjar ssns goeie houdirig en beschaafde manierea.

Vriendschap, achting en liefde zijn voor den redelijken en beschaafden mensch de grondslagen van zijn geluk op aarde. Daarom mag hij dan ook niet nalaten , om zoodanige middelen aan te wenden, als geschikt zijn, om hem vriendschap, achting en liefde te doen verwerven.

De ondervinding leert, dat men een helder hoofd, eene uitgebreide kennis, en voortreffelijke en onmiskenbare verdiensten kan bezitten, en toch bij dit alles weinig bevallen aan hen, met wie men in aanraking komt; ja, dat deze een zeker ongevallen in ons niet kunnen verbergen. De oorzaak van dit niet-bevallen of ongevallig zijn ligt daarin, dat men die eigenschappen mist, op welke algemeen gelet wordt bij het oordeel over menschen. Het is zeker, dat hij, die de in den omgang gebruikelijke vormen niet in acht neemt, of de gave niet bezit, of de kunst niet geleerd heeft, om in geheel zijn doen en laten iets aangenaams, iets bevalligs, iets harmonisch, iets innemends, iets, dat aan zijn karakter en het karakter dergenen, met wie hij omgaat, past en voegt, aan den dag te leggen, dat, zeg ik,

ocr page 120

122

zulk een op geen bijval van anderen, noch op hunne toegenegenheid rekenen kan, zij hij dan ook al deugdzaam, geleerd, geschikt en rijk in verdiensten. Men zal mogelijk aan zijne voortreffelijke hoedanigheden recht laten wedervaren, maar zijn gezelschap zoeken, neen, dat nooit, wellicht hem veeleer mijden.

Bovenal is ons gedrag en gezelschap aan bepaalde vormen gehouden, welke de beschaafde mensch niet mag verwaarloozen, wijl de indruk onzer verschijning afhangt van de juistheid en fijnheid, waarmede wij die vormen in acht nemen. Wie te kennen geeft, dat hij zich daarmede niet kan of wil vereenigen, wie ze stijfheid noemt of bespot, die mag niet tot de beschaafde wereld gerekend worden te behooren, al bezat hij ook nog zooveel verstand en kennis en wetenschap.

Het is waar, de meeste dezer vormen hebben wij te danken aan de Franschen, maar de waarlijk beschaafde mensch neemt gaarne op, wat goed is en schoon, waar hij het ook vindt, en men kan niet ontkennen, dat de wijze van omgang bij de Franschen gemakkelijk is, en ongedwongen. en kiesch, en gegrond op achting voor zichzelven en voor anderen, waarom zij dan ook overal ingang heeft gevonden, waar men beschaafdheid huldigt.

ocr page 121

123

Die fijne, innemende vormen moeten met ons geheele wezen zijn vereenzelvigd. Hoe meer ons inwendig zijn met onze uitwendige verschijning overeenkomt, zooveel te dieper zal de indruk wezen, dien wij maken. Kennis zonder fijne vormen is een ruwe diamant, fijne vormen zonder kennis zijn in alle geval nog een prisma.

Er mogen menschen wezen, die onverschillig zijn omtrent het oordeel der wereld, die in de eenzaamheid hun geluk vinden, een geluk, voor hen grooter, dan de wereld ooit kan geven, in de meeste gevallen is de onverschilligheid een voorwendsel, waarachter zich hun gebrek aan behagelijkheid verbergt. Zij zijn den vos gelijk, voor wien de druiven te zuur waren. Zelfs de grootste innerlijke waarde gaat verloren, als zij niet zichtbaar in het leven te voorschijn treedt.

Wij kunnen als zeker stellen, dat over het algemeen de wereld ons van hetzelfde standpunt beschouwt, als wij haar. Dat is zekerlijk eene reden te meer, om ons zóó aan haar voor te doen, dat zij een welgevallen aan ons heeft, dat zij geneigd wordt, onze wenschen te vervullen, ons pogen te ondersteunen. Een waarlijk verstandig man zal vóór alle dingen zich afvragen: welke is, wat het uiterlijke aangaat, de voorwaarde, waarop de wereld ons hare hoogachting, waarop de menschen ons hunne vriendschap en

ocr page 122

124

liefde schenken ? En op welke wijze maak ik zulk een uiterlijk mij eigen , hoe wordt dit het mijne ?

Op deze vragen kan men in het algemeen nntwoorden : dat uiterlijk is een geheel , zamen-gesteld uit verschillende eigenaardigheden van lichaam en geest; al die eigenaardigheden moeten met zorg verpleegd en geschaafd worden , zoodat zij een volkomen geheel daars ellen Over het geheel winnen wij den bijval en de goedkeuring der wereld door zulk een uiterlijk, waardoor wij toonen , dat wij achting hebben voor ons zeiven en voor onze medemenschen, en waardoor wij ons voegen naar de wetten van het gezond verstand en van den smaak , en van waarachtige welvoegelij kheid en schoonheid , zoodat het in den omgang en in gezelschap behaagt en daarna eene aangename herinnering achterlaat.

Lichamelijke schoonheid.

Lichamelijke schoonheid is een hoofdvereischte van het uiterlijk, dat den mensch welgevallig maakt. Men moet zich hier echter een juist begrip vormen van schoonheid. Er zijn mannen en vrouwen, wier lichaamsdeelen niet overeenkomen met de schoonheidslijnen, en die toch door eene zekere schoonheid boeien; terwijl anderen, die

ocr page 123

J 25

•als door den beitel van Phidias geschapen schijnen , U koud laten of zelfs terug stooten. Dit komt alleen daar van daan, dat de geest zijnen aantrekkenden of afstootenden glans over den vorm heen werpt. Zoo b. v. deelt de bewustheid van gelukkig te wezen soms eene beduidende schoonheid mede, aan wie anders niet schoon is, en zien wij eene danseres, eene bruid , eene moeder van schoonheid schitteren. Nog meer dan van deze bewustheid straalt van een waarlijk verfijnden geest en een edel hart eene aanmerkelijke schoonheid uit, eene schoonheid , welke vooral zetelt in het oog, maar die ook duurzaam is en soms tot in den hoogsten ouderdom wordt genoten. Daarom zijn sommige oude mannen, sommige bejaarde vrouwen — evenwel slechts in beschaafde kringen — boeiend en schoon tot aan Itunnen dood toe.

Helaas! dat zoo menigeen, reeds in zijn vroegste jeugd of kindschheid, de uitdrukking van zijn gelaat bederft. Moedwil verzeert soms voor altoos de oogen, dwaze gewoonte rimpelt het voorhoofd, of trekt met de eene of andere zenuw of spier, en het gevolg is, dat zenuw of spier verlamt en dat rimpels reeds in jeugdige jaren het voorhoofd ontsieren. Maar ook ruwheid misvormt de trekken , en domheid drukt er haren stempel op; spotzucht graaft hoeken aan beide zijden van den

ocr page 124

126

mond en het mooie brillenrlragen geeft aan den blik eene matheid en dofheid, den edelen, vrijen jongeling onwaardig.

Doch wij kunnen niet alles opnoemen , waardoor de schoonheid van het gelaat en deszelfs uitdrukking wordt ontsierd. Het is genoeg , dat wij er opmerkzaam op hebben gemaakt, dat een gelukkig gezicht, zoo als men het noemt, waardoor men reeds van te voren de menschen voor zich inneemt, in vele gevallen afhangt van het acht geven op zich zeiven , maar vooral van de beschaving van den geest en de veredeling van het hart. Zoo lang dat hart geene tochten kweekt en ondeugden voedt, maar iedere kiem daarvan dadelijk uitroeit, zoolang zal er zich ook geen spoor van op het gelaat vertoonen en hetzelve ontsieren. Integendeel, zoolang zullen edelaardigheid en openheid en natuurlijke opgeruimdheid er op zetelen , hoedanigheden , welke de hoogste aanbeveling zijn op iederen leeftijd en welke , zelfs bij zilveren haren, van eene oude matrone den roep doen uitgaan: ))Zij is eene lieve vrouw.quot;

Doch ook enkele lichamelijke schoonheid is een geschikt middel, om ons aan menamp;chen welgevallig te doen zijn, waarom wij verplicht zijn , om met alle krachten er naar te streven, dat wij haar behouden mogen.

Het eerste middel, om lichamelijke schoonheid

ocr page 125

127

te behouden , bestaat in de zorg voor zijne gezondheid. Niemand verwachte hier gezondheids-regelen ; wij merken slechts aan , dat eene eenvoudige , geregelde levenswijze, onthouding van sterke en warme dranken , beweging , genot dei-vrije natuur, reinheid , eene, met het weder en het klimaat overeenkomstige , kleeding , alsmede de vermijding van hartstocht en drift in het algemeen als zulk een middel moet worden beschouwd.

Vermits echter dan alleen het geheel slechts schoon kan wezen, als de enkele deelen zulks zijn, moeten wij natuurlijk hiervan nog een enkel woord zeggen.

Onder die deelen bekteeden de oogen de eerste plaats , zij zijn de spiegel der ziel, het conter-feitsel der hersenen, de sleutels van het hart. Daarom houde men zijne oogen gezond en krachtig, door ze rein te houden, niet te overspannen, niet te veel er van te vergen, en alles er van te verwijderen, wat hun kan schaden. Een ander gewichtig deel is het hoofd. Dat moet er zuiver, frisch en glad en effen uitzien, en het eenige zuiverings- en reinigings-middel van hetzelve is zuiver water. Te groote warmte zoowel als te groote koude of eene plotselinge afwisseling van beide schaden hetzelve. Ook zorge men voor zijne tanden. Gezonde tanden staan niet alleen fraai,

ocr page 126

128

maar moeten ook gedeeltelijk het werk der maag verrichten en werken dus op den welstand van het geheel terug. Het is alweder reinheid, die aan de tanden witheid , kracht en duurzaamheid verzekert. — Wat betreft de handen, niet iedere stand kan ze fraai houden, maar dan moet men ze , in het openbaar verschijnende, met handschoenen dekken. Zuiverheid van de nagels, vooral er niet op bijten zijn volstrekte vereisch-ten. Het dragen van ringen is in onze dagen geen mode meer. ■—- Het haar moet eenvoudig behandeld worden. De verpleging van hetzelve bestaat in het rein houden met kam en borstel. Vorderen zij eenig vet, men gebruike dan eene olie, die niet riekt en zeer zacht is. Reukwateren verraden den zot en zijn aan vele menschen onaangenaam. En niemand heeft het recht, om de reukzenuwen van zijne medemenschen geweld aan te doen.

De Blik.

Wij hebben reeds gezegd, dat enkel lichamelijke schoonheid dikwijls iemand koud laat, als zij hare wijding niet ontvangt van den geest; en dat daarentegen de uitdrukking des geestes een anders niet schoon mensch zulk eene wijding bijzet, dat wij er door worden geroerd, geboeid, betooverd.

ocr page 127

129

De uitdrukking des geestes spreekt, vooral uit den blik, uit den opslag van het oog. Een oog , dóór hetwelk men ziet tot in de diepte van een rein , edel hart, boeit. Zulk een oog is niet mat of dof\', het doet in zijn vuur een scherp verstand en een hoog beschaafden geest vermoeden. Zulk een blik is zeer verschillend van dien der domheid , of der botheid , of der onbescheidenheid . nederigheid , openheid , geen aanmatiging , hoogmoed , ontevredenheid of verstoordheid.

Er zijn blikken, waarmede men de inenschen bepaald van zich afstoot. De ruwe, onbeschaamde, onbeschofte blik wekt wantrouwen ; de domme , onbepaalde verraadt gebrek aan geestesleven ; de ongestadige , onrustige geeft vermoeden van een kwaad geweten; de aanmatigende spelt hoogmoed , de met zich zeiven ingenomene onverstand; de brutale heerschzucht, de onbeschaamde onkuischheid , de schuchter neergeslagene men-schenvrees , slaafschen geest, schuldgevoel of bewustheid van gebrek aan eigenwaarde ; de blik , die telkens zich naar boven wendt, teekent den huichelaar, eene soort van menschen, van welke ieder braaf en rechtschapen man een schrome-lijken afkeer heeft. Al deze soorten van blik of oogopslag moet men zorgvuldig vermijden, wil nun in de wereld zijn geluk beproeven. Men gewenne zich integendeel , om zijne oogen zulk

9

ocr page 128

130

een opslag te doen aannemen , als reeds op het eerste gezicht den gunstigsten indruk maakt; van dien aard zijn :

1. De open blik, die, onbevangen, ernstig, glimlachend , mild , vertrouwelijk , getuigenis gevende van deelneming en gevoel van eigenwaarde, zelfgevoel te kennen geeft en daardoor vertrouwen wekt en genegenheid.

2. De vaste blik , die rustig en vrij iedereen in de oogen ziet, vastheid en beslistheid van karakter , mannelijken moed , vastberadenheid , zelfvertrouwen en standvastigheid teekent.

3. De bescheiden blik, die heenwijst op eigen zwakheid bij de erkentenis der verdiensten van anderen , daardoor harten wint en zich de alge-meene gunst verzekert.

4. De vriendelijke blik, waarmede wij te kennen geven, dat wij anderen gaarne zien, en ons in hunne nabijheid recht goed gevoelen, waardoor wij aangenaam en geliefd worden.

5. De ongeveinsde blik , waai aan alle donkerheid, murmureering en verdrietelijkheid vreemd is , die een tevreden en welvoldaan gemoed aanduidt , en soms ons meer goed doet dan de grootste welbespraaktheid.

Om zich nu een blik eigen te maken , die de harten wint, bestudeere men zich zeiven , zoeke hen te volgen , die bepaald allen voor zich in-

ocr page 129

13-1

nemen , en legge zich boven alles en vóór alles toe op de veredeling van zijnen geest en van zijn hart.

De Oefening.

Hoe ijveriger en vlijtiger wij aan de vorming van onzen innerlijken mensch arbeiden , des te schooner zal onze blik wezen , des te edeler zullen onze trekken zijn, waardoor wij de menschen voor ons innemen. Wie zich aan verstandig nadenken en oordeelen, aan wetenschappelijk onderzoek en fijn opmerken, gewent, zal nooit een nietsbeteekenenden blik krijgen. Wie billijk, redelijk, trouw en open denkt en handelt, zal iedereen vrip en open in de oogen zien. Wiens grondbeginselen , grondaanschouwingen en meeningen zedelijk zijn en rein , die werpt een vasten blik rondom zich. Wie bescheiden , nederig , welwillend en menschlievend is , dien zult gij deze deugden uit de oogen lezen.

Het beste en krachtigste middel, om eenen weldadigen indruk te weeg te brengen door den blooten blik, als ook , om dien indruk duurzaam en gestadig wassende te maken , is eene duurzame oefening en veredeling van den geest. Deze drukt op het gelaat den stempel van een onmis-kenbaren adel en verfijnt in ons het gevoel voor

ocr page 130

132

het schoone en goede , waardoor wij van zeiven opmerkzaam worden op lichaamshouding, gang en kleeding.

De grondslagen voor eene beschaving van den geest moeten reeds in de jeugd gelegd worden

Daarop volge dan verdere veredeling , de omgang met menschen van erkende beschaafdheid en eene met zorg gekozene lektuur.

Doch met de beschaving van den geest moet de veredeling van het hart gelijken tred houden. Van ieder waarlijk beschaafd mensch is iedere onbescheidenheid, iedere eigenwaan verre, want hoe meer men weet, des te meer ziet men dat men niets weet. De fijnste manierlijkheid, de beste toon kunnen alleen de vrucht zijn van de hoogste beschaving van verstand en hart, want zij bestaan immers slechts in eene vereeniging van gezellige deugden, welke alleen door de hoogste beschaving verkrijgbaar zijn ? Bescheidenheid, vriendelijkheid , welwillendheid , billijkheid , dienstvaardigheid , grootmoedigheid, waarheidsliefde, zij vormen eene straalkrans van heerlijke deugden, die uitgaat uit het hoofd en het hart des beschaafden en hem de achting en liefde zijner mede-in enschen verzekert.

Tegelijk met deze deugden erlangt men dan eene bepaalde denkiuijze, eene zekere deftigheid, welke iederen leeftijd en ieder geslacht tot aan-

ocr page 131

133

beveling strekt en die aan alles de kroon opzet.

Men make zich van deze deftigheid geen verkeerd denkbeeld. Velen meenen, dat zij iets stijfs is, iets berekends in gang en houding en beweging, een donkere, sombere ernst in het oog, eene belachelijke gemaaktheid en pedanterie in al het doen en laten , eene zekere koudheid en terug-houding in de uiting van zijn gevoelen, een afkeer van de genoegens der wereld, een gestaag uitkramen van wijsheid en voorzichtigheid , in één woord, alles, wat liet tegenovergestelde is van opgeruimdheid en vroolijkheid, van een blijden opgewekten levenslust. Dat is toch wel het meest verkeerde begrip , dat men zich van haar kan vormen, want de deftigheid doet ons wel waken tegen lichtzinnigheid , onbezonnenheid en uitspatting, maar vertoont tevens een mild karakter en rein-menschelijken zin. Zij spreekt hare afkeuring uit over al, wat onzedelijk is en onbetamelijk, maar met matiging, met verschooning. Zij neemt vriendelijk en welwillend deel aan alles, wat vreugde en blijdschap kan kweeken, maar zonder de palen der welvoegelijkheid te overschrijden. Zij let zorgvuldig op de standen der Maatschappij en de betrekkingen des levens, maar zonder kleingeestigheid, zonder trots. Zij onderscheidt zich door een juisten zedelijken blik en een fijn oordeel; in één woord: door een algemeenen zin

ocr page 132

134

in doen en laten aan den dag te leggen , die ons ieders genegenheid, achting en liefde doet winnen, wat goed en edel is doet betrachten, en wat laag en gemeen is , verre van ons houdt.

Wie zulk eene deftigheid bezit, die heeft achting voor zich zeiven en wordt dus ook door anderen geacht. Hij verlaat nooit in spreken nocii in handelen het juiste midden , vervalt nooit in uitersten en maakt zich nimmer schuldig aan overdrijving of overspanning. Hij toont, over zich zeiven te heerschen. Zijn geheele karakter is waarheid , zin , gedachte , daad , het vloeit alles uit zijn innerlijk voort, en niets is dus schijn De zucht tot plooien is hem even vreemd als de zucht, om ontijdig te moraliseeren. Laffe, kinderachtige, lasterlijke gesprekken hebben voor hem geen belang. Hij gaapt niets zottelijk aan en bewondert niet spoedig , maar zijne trekken too-nen, dat hij een fijn opmerker is. Hij bestraft zelden ; zelfs , als hij iets verkeerds , iets onverstandigs verneemt, is hij licht tot verontschuldigen en bedekken gereed. Hij is wèl geen allemansvriend , hij toetst de menschen , vóórdat hij hun zijn vertrouwen schenkt, maar heeft hij eenmaal iemand tot zijn vriend gekozen, in nood en dood kunt gij op hem rekenen, al doet hij daar ook geen eeden op. Hij is niet praatachtig en spreekt even min te veel als te weinig, maar altoos met

ocr page 133

135

overleg, en, op hetgeen hij zegt , kunt gij staat maken. Hij wil nooit ergens mede schitteren , maar hij plaatst ook nooit anderen in de schaduw , hij erkent de talenten van anderen en maakt er zijne vrienden opmerkzaam op. Hij maakt nooit opzettelijk iemand verlegen , dringt zich niet op en bemoeit zich niet met dingen , die hem niet aangaan. Voor onwelvoegelijke dubbelzinnigheden heeft hij geen ooren , hij vat ze niet. Voegt het hem om bijzondere redenen minder , om met woorden of met een blik te bestraffen , gij zult zien, dat hij het oog ter aarde slaat en alle deelneming aan het gesprek, dat gevoerd werd , ontzegt.

Wie aan dit beeld beantwoordt, die is een deftig man. Wie echter, gedurende zijn leven, in de gelegenheid geweest is, om menschen te leeren kennen , die zal toestemmen , dat zulk eene deftigheid alleen de vrucht is van de beschaving van verstand en hart en, aan den anderen kant, dat zulk eene deftigheid haar eigen onwaardeerbaar loon met zich brengt. Het kan wel eens gebeuren, dat de huichelaar, de vleier, de vechter, de pocher, de windbuil, de oppervlakkige, de gek, ile potsenmaker, de komediant hier en daar bij val vindt, in dezen en genen gezelligen kring gezocht en toegejuicht wordt, dit kan echter alleen het geval zijn onder zwakken als hij , en ook onder

ocr page 134

-136

dezen toch nooit duurzaam. Het oppervlakkige kan verblinden, wat geene waarde heeft, kan bekoren , maar geen van beiden kan op den duur boeien. Beiden dragen den kiem der spoedige ontbinding in zicli zeiven , terwijl het degelijke, het waardige, liet wezenlijke, liet ware den weg tot duurzame en steeds voortgaande hoogschatting zekerder bewandelt. al is het ook wat langzamer.

De beleefdheid.

Tot de vele edele hoedanigheden, die alleen uit waarachtige beschaving van hoofd en hart voortvloeien, behoort vooral ook de beleefdheid, dat is: het zichtbare of merkbare bewijs van de achting en den eerbied, welke wij anderen toedragen.

Het is eene hoofdvoorwaarde van de beleefdheid, dat zij ongedwongen zij, van den vrijen wil uitgaande en passende voor de betrekkingen, aan welke zij wordt bewezen. Echte beleefdheid is kiesch met betrekking tot liet meerdere of mindere. Tegenover hooggeplaatsen ontaardt zij niet in kruipen , tegenover geringeren niet in veronachtzaming. Zij gaat tusschen die beiden door, doch zij alléén weet ook hoe.

Beleefdheid mag niet, kan niet veranderlijk zijn. Wie heden jegens iemand beleefd en voorkomend is, dien hij morgen onbescheiden zal be-

ocr page 135

137

handelen, die laadt de schijn van karakterloosheid en wispelturigheid op zich. Zelfs de omstan-digheden des levens mogen op haar geen invloed hebben; want de man van karakter moet zich zeiven weten te beheerschen.

De beleefde behandelt een ieder naar zijn\' rang, stand en betrekking, zonder echter daarom alles op eene goudschaal te wegen, wat zijne beleefdheid in stijfheid zou doen ontaarden. Hij keurt namelijk ieder de , hem toekomende, groete waardig , geeft gaarne aan ieder op zijne vragen bescheid , valt niemand in de rede, maakt niemand verlegen, is niet ondankbaar, doet niemand met onbescheiden verzoeken overlast , verontschuldigt zich, als hij soms onwetend overlast gedaan of iemand gestoord heeft , dringt zich niet op en «verdrijft ook zijne beleefdheid niet.

Een beleefd en hoffelijk gedrag verhoogt de schoonheid van lichaam en geest, terwijl onbeleefdheid daar eene schaduw op werpt. De beleefde man praalt niet met zijne gaven, erkent gaarne de verdiensten van anderen en verwerft juist daardoor de hoogschatting zijner eigene voortreffelijkheid. Dit vergeet de liefde nooit: vleierij , kruiperij en verloochening van eigene inzichten zijn den man van eer onwaardig. Hij misbruikt daarom ook nooit de beleefdheid tot het bereiken van onzedelijke oogmerken.

ocr page 136

138

Echte beleefdheid vertoont zich ook in hartelijke deelneming in het geluk of ongeluk van anderen. Daarom heeft hij een warm hart voor zijne medemenschen , maakt niemand verlegen en laat voorbij gaan, wat hij merkt, dat anderen liefst voorbijgegaan zien. Zulk een schoon gedrag verplicht soms anderen tot dankbaarheid , terwijl liet tegenovergestelde hunnen weerzin wekt.

Het is eene zonde tegen de beleefdheid , als men onophoudelijk vraagt, snapt, tegenspreekt of raad geeft. Bij onbelangrijke verhalen hoore men ten minste schijnbaar toe en make den zwakke niet tot een voorwerp van scherts of spot. Het is edeler den krachtige aan te vallen, den zwakke te helpen en hem tegen de pijlen van den spot te beschermen.

Be beleefde voert in gezelschap nooit het hoogste woord, wendt het gesprek op onderwerpen , waarmede ook anderen bekend zijn , en bewijst ieder achting. Hij moet oog en trekken in bedwang hebben, onder het gesprek niet de klee-ding, het haar, enz. van zijne medemenschen monsteren, veel minder zijne oogen laten vallen op hunne lichaamsgebreken Hij heeft zoo veel macht over zich zeiven , dat hij den schijn kan aannemen, als merkte hij niets van wat een ander wil, dat niet bemerkt zal worden, b. v. wanorde in huis of kamer, achteloosheid in kleeding,

ocr page 137

139

gebrek aan spijzen of dranken, driftige uitlatingen , huiselijk ongenoegen, zonde tegen de eti-kette , enz.

De fijnste manier, op welke men zijne beleefdheid aan den dag legt, wordt bij ons met den naani van aardigheid bestempeld. Men verstaat daaronder eene zekere snedigheid en geestigheid, eene gemakkelijkheid van redeneeren, bewegen en doen , door welke het mogelijk wordt, om over en bij eene onbeduidende kleinigheid iets aangenaams en verplichtends te zeggen , anderen , die achteraf waren gezet, op den voorgrond te brengen, hunne goede hoedanigheden te doen opmerken ; zonder evenwel daarom alles te prijzen , dwaasheden te verontschuldigen en door overmaat van aardigheden hem nog verlegener te maken.

Ook in dit opzicht heeft men oefening noodig, om het juiste midden te treffen. Alleen de beschaafde man kan waarlijk aardig wezen, terwijl de onbeschaafde juist dan liet eerst en het meest belachelijk wordt, als hij aardig zijn wil.

De komplimenten.

Aardigheid en komplimenten staan tot elkander in een naauw verband. Een kompliment is; eene betuiging, eene betooning van beleefdheid door zekere willekeurig aangenomene buigingen of standen van het lichaam.

ocr page 138

140

Een kompliment mag niet hoekig wezen; daarom moet men snelle bewegingen vermijflen. Het buigen en weer oprichten van het lichaam moet met bevalligheid geschieden.

Zelfs het hoofdknikken, waarmede men men-schen van geringeren stand begroet, mag niet te driftig, te snel wezen. Alleen groote vertrouwelijkheid gedoogt een snellen knik. Bij een\' groet met de hand, waartoe ook het afnemen van den hoed behoort, make de arm slechts eene matige, welberekende beweging. Groeten wij iemand, die ons aan de linkerzijde voorbijgaat, men neme den hoed met de rechterhand af, gaat hij ons aati de rechterzijde voorbij, men doet het met de linker. Dit geschiedt, opdat men elkander vrij en ongehinderd in de oogen zou kunnen zien.

Daar in het algemeen, door een kompliment, een bewijs van achting wordt gegeven, zoo gel- v den daaromtrent de volgende regelen:

1. Voor een man van aanzien wordt de buiging gemaakt diep en op behoorlijken afstand, doch in den regel niet, vóór dat hij zijn blik op ons heeft gevestigd. De buiging beginne met het hoofd, waarop dan die van het lichaam volgt; omgekeerd worde het lichaam vroeger opgeheven dan het hoofd. Hem, dien men begroeten wil, nadere men ook met langzame schreden, althans zoodra men zich kort in zijne nabijheid bevindt.

ocr page 139

Ui

De buiging en het afnemen van den hoed beginne eerst op weinige schreden afstands van de ontmoeting. Men wake vooral tegen alle stoornis, b.v. tegen het laten vallen van den hoed, tegen het struikelen, enz. Als men vorstelijke personen ontmoet, blijve men staan en make hun het kom-pliment, terwijl zij voorbijgaan, waarbij men echter elke militaire houding moet vermijden.

2. Het kompliment, dat men staande maakt, geschiedt op dezelfde wijze als dat, wat men gaande brengt. Het wordt gemaakt, als men in gezelschap komt, als iemand, die ons voorbijgaat, ons iets verplichtends zegt, ons iets verzoekt, ons aan een derden voorstelt. Bij het komen in het gezelschap moet men in verschillende richtingen komplimenten maken, het eerst aan den gastheer of de gastvrouw, daarna aan de aanzienlijkste gasten, vervolgens aan de anderen.

3. Het kompliment, als men zit, wordt gemaakt, als iemand ons iets overreikt of iets verplichtends zegt, als menschen van minderen stand ons bezoeken, enz., hiertoe wordt slechts eene buiging van het hoofd en den nek, niet van den rug gevorderd.

4. Het kompliment van uit een raam, als iemand, die voorbij ons huis gaat, ons groet, bestaat in het openen van het raam en eene lichte buiging. Na die buiging doet men liet raam niet

ocr page 140

U2

spoedig en met geweld toe; dat ware onbeleefd. Bij een kompliment, dat men. langs de straat gaande, vóór een raam maakt, sla men, terstond na de buiging, het hoofd daar niet heen, omdat men dan gevaar loopt van te struikelen, wat tot lachen aanleiding geett. Overigens zij men met dit kompliment niet al te vrijgevig, opdat men het niet te vergeefs make. want alleen kleine-stad-bewoners zijn gewoon telkens rechts en links door het raam te kijken.

Het kompliment, dat men maakt, te paard zittende, wordt geleerd in de rijschool. Dat in een rijtuig is hetzelfde als onder No. 3. Als men zelf ment, groet men met de zweep. Rijden of gaan wij met iemand, dan moeten wij allen groeten , die hij groet.

Wat wij nog van de komplimenten te zeggen hebben, besparen wij, om niet in herhalingen te vallen, tot dat wij gekomen zijn ter plaatse, waar wij spreken moeten over gedrag en houding bij bezoeken en in gezelschap.

Wat betreft het kompliment met woorden , hierbij moet men het te veel en liet te weinig vermijden en vooral handelen naar de omstandigheden. Wat de formules betreft, daaromtrent zij aangemerkt:

Bij de grooten der aarde, voer welke vooral zij zich buigen moeten , die van hen hun geluk

ocr page 141

143

voor deze wereld verwachten, vraagt, dankt, bidt men onderdanigst; demoe\'digst, eerbiedigst, enz.

In den omgang met zijns gelijken beveelt men zich aan, verzoekt hartelijk, dankt vurig, neemt hartelijk deel, beveelt zich aan het vriendelijk aandenken aan, enz.

Zelfs voor menschen van geringen stand heeft de beschaafde man zijn kompliment, want hij weet, dat men liet verst komt door beleefdheid. Hij verzoekt hun vriendelijk , wat hij verlangt, dankt voor wat zij geven of doen, verzekert hen van zijne belangstelling, wenscht hun geluk , beklaagt hen, enz., naar dat de omstandigheden zulks medebrengen.

Houding en gang.

Ook de houding staat met het kompliment in een natuurlijk verband. Want het kompliment is niets anders dan eene bepaalde , snel voorbijgaande , houding.

Ook aan de houding des lichaams kan men spoedig den welopgevoeden , geestigen , fijn ge-manierden man van den plompen , dommen en onbeschaafden onderkennen.

Bij den fijn beschaafden mensch staat alles, het zedelijke en stoffelijke, het stoffelijke en

ocr page 142

144

lichamelijke , in de schoonste harmonie. Deze harmonie verraadt zich ook op het eerste gezicht in zijne houding. Het is waar, er zijn uitzonderingen, doch zij zijn zeldzaam. Er zijn soms menschen , van wie een hooge lof uitgaat , die zich er op toeleggen , om recht ongegeneerd te schijnen of om , wat hun leelijk staat, openlijk te vertoonen. Zij meenen, dat de roem , die hen omzweeft, genoeg is, om hen aan alle menschen welgevallig te maken , of zij streelen er hunne eigenliefde door, dat zij zich over het oordeel der wereld heenzetten. Zulke uitzonderingen , herhaal ik, zijn zeldzaam. Want wel zijn er mannen van geleerdheid en van hcoge betrekking, wier houding veel berispelijks heeft; maar waar dit plaats heeft, vloeit zulks meestal voort óf uit gebrek aan opleiding in de jeugd, óf daaruit, dat zij, door de omstandigheden, boven hunnen stand zijn bevorderd geworden.

Hoe veel edeler is liet, om de heerlijke gave der natuur, waarin men zich verheugen mag, ook in zijn uiterlijk ten toon te spreiden, en den glans des geestes te doen doorschemeren door het hulsel des lichaams , zoodat men , ook van buiten reeds, den beschaafden mensch in u onderkennen kan.

Wat in het algemeen onze houding aangaat, zij moet opgedwongen, vrij en recht wezen. Wij

ocr page 143

145

ontmoeten wel eens mensclien met een ingezonken , gebogen of naar de eene zijde overhellend lichaam. Van deze zijn de minste in dien toestand geraakt door geboorte, krankheid, toeval, enz. De meesten hebben hun gebrek te wijten aan eigen achteloosheid , gebrek aan achting voor zich zei ven, stompheid en hebbelijke gewoonte , enz.

Reeds in de vroege jeugd moeien ouders en opvoeders op eene goede houding van het kind letten en daarvoor zorgen. Duldt men het in den knaap niet dat hij , zittende of liggende, staande of gaande, eene onvoegzame houding aanneme ; gewent men hem bij tijds, om het hoofd rechtop te dragen, zij n e voeten zoo te zetten als het betaamt, met bescheiden vrijmoedigheid ieder in de oogen te zien, handen en armen voegzaam te gebruiken , dan zal hij als jongeling zeker eene houding hebben, welke hem, bij zijn eerste optreden in de wereld , de achting en liefde der menschen verzekert. Jonge mannen , die aldus zijn opgevoed , zullen niet daar staan of zitten met voorover gebogen hoofd , kromme knieën, hooge schouders , ingezonken borst, neergeslagen oogen, van wege eene onverwinbare lusteloosheid overal tegen leunende , of den eenen voet over den anderen geslagen; zij zullen niet, in het gevoel, dat zij zich links gedragen, zich uit ver-

10

ocr page 144

-1/(6

legenheid een\' knoop van den rok afdraaien, of een afhangend lintje in duizend plooien kronkelen ; evenmin zullen zij , zittende, de beenen wijd vooruit steken of er mede schoffelen, of heel lief en gemakkelijk zich tegen den rug van een\' stoel vlijen , of uit armoede des geestes de duimen over elkander ronddraaien, of alle vijf minuten de vingerleden laten kraken, wat iemand, die er niet aan gewoon is , in flauwte zou doen vallen, Menschen , die niet van de jeugd af gewoon zijn geweest fatsoenlijk gezelschap te bezoeken , komen dikwijls in verlegenheid met hunne handen en armen en verraden hunnen angst, door aan den hoed te trommelen , in den zak te voelen, enz. Loodrecht nederlmngende armen maken , dat iemand stijf en botrsch er uitziet; armen , bij den elleboog gebogen en dus al gekloofd , geven een gedwongen uiterlijk ; zijn zij op de borst gekruist , dat toont ongepolijstheid en overmoed ; zet men ze in de zijde, zulks herinnert aan kijvende vischwijven; kruist men ze op den rug, dat staat onnoozel, of toont iemand aan , die trotsch is op zijn geld en die groote heeren wil nadoen. Het staat het fraaist, om , als men met iemand staat te spreken , de handen van voren over kruis te leggen , zoo als de dames gewoon zijn. Evenwel ook deze houding mag niet al te lang duren.

ocr page 145

147

Het hoofd moet rechtop , maar niet stijf gehouden worden. Deszelfs bewegingen mogen niet gelijk zijn aan die van een hert of een geit, dat is : niet onrustig, telkens afwisselend, gelijk men alles, wat gemaakt is, vermijden moet.

De schouders houde men beneden- en achterwaarts, opdat de borst vooruit kome. Vooral zorge men, den eenen schouder niet hooger te houden dan den anderen.

De houding der beenen zij recht en natuurlijk. Slappe knieën verraden den zwakkeling of den achtelooze, sterk gebogene maken U srijf. Ook de voet hebbe een natuurlijken stand. Binnenwaarts gezet, teekenen zij plomp- en boerschheid; staan ze te veel buitenwaarts, dan herinneren zij aan den tijd der paruiken.

Wordt eene goede houding door lichaamsgebreken benadeeld, dan trachte men die te verhelpen door kunstmiddelen. Alleen de dwaasheid kan zulks wraken. Een valsche arm, al is hij dan ook onbruikbaar, staat toch beter dan geen arm , en een kunstmatig been beter dan een houten staak ; een oog van email bespaart den akeligen aanblik van eene ledige oogholte. Dikwijls kan een schoen- of kleermaker ook het gebrek onzichtbaar maken, en de man van beschaving zal in allen gevalle liever tot deze kleine begoochelingen zijne toevlucht nemen, dan dat

ocr page 146

-148

hij zijnen vrienden of der wereld onbehagelijk voorkomt.

Met de houding staat de gang in verband. Een bedaarde gang geeft eene zekere deftigheid en waardigheid, en men besluit uit denzelven tot een\' gematigden zin, tot we Ibezonnenheid , beradenheid , vastheid. Een trippelende gang staat niet mooi, en wijst op een\' zwakken , kleinen geest. Een driftige gang, waardoor men tegen de menschen aanloopt en overal intreedt, staat leelijk, zoo ook een slepende, die traagheid, een ongelijke , die wispelturigheid , een slenterende , die plompheid verraadt. -— Een voegzame\' gang is gelijkmatig , niet te langzaam , maar ook niet te driftig. De wijdte der stappen moet in evenredigheid staan met de lengte van het lichaam , en daarbij moet dit laatste eene ongedwongene houding aannemen. Daarbij sla men, zonder echter het hoofd veel te bewegen, de oogen naar alle zijden, zoodat men ieder gevaar opmerkt, dat dreigen kan, en niet tegen het een of ander stoote of struikele. Men bepale vooral , welken weg men gaan, welke commissiën men verrichten wil, opdat men niet genoodzaakt zij, om op straat stil te staan en te overleggen, of wèl, om terug te keeren.

Men bewege bij het gaan den onderarm meer dan den bovenarm. Het slingeren der handen

ocr page 147

•149

moet echter vermeden worden. Draagt men een\' stok . men drage dien gemakkelijk en vrij , niet onder den arm, opdat wie ons voorbijgaat, daardoor niet geraakt worde.

Een beschaafd mensch zal , wat den gang belachelijk maakt, vermijden. Hoe gek staat het niet, als twee menschen, elkander tegenkomende, bij gelijke tempo\'s willen uitwijken , maar toch telkens caramboleeren , tot dat eindelijk de een wijs genoeg is, om stil te staan en den anderen voorbij te laten. De deftige man wijkt éénmaal uit en blijft dan vast in zijne richting. Als van twee , die elkander tegenkomen , slechts de een deftig is, dan w ordt alle heen en weer trippelen onmogelijk. Het geduld van een\' man van zaken wordt op een\' sterken proef gesteld , als zijn ongelukkig gesternte hem , in de nauwe straat van eene volkrijke stad , achter een\' droomer brengt, die langzaam voortsukkelt en, door zijn\' onregelmatigen , nu eens rechts , dan weer links afwijkenden, gang, ieder, die achter hem komt, verhindert, om hem vooruit te komen en hen aldus ophoudt. Wat grofheden haalt men zich * op den hals , als men , met zijne oogen en gedachten telkens van zijne richting afdwalende , ook telkens tegen een\' anderen voetganger aanloopt. Hoe beleedigend ook , als men met een ander wandelt, dat men dan eens vóór, dan weer

ocr page 148

150

achter en dan weer gelijk is. Hoe licht wordt men een spot van de straatjongens, als men, niet vóór zich ziende , struikelt, strompelt en valt. En hoe belachelijk wordt men niet, als men , over straat gaande , gelijk een aap overal het lichaam heen draait , in plaats van alleen de oogen te laten werken en aldus op te merken, zonder zelf iemands opmerkzaamheid uit te lokken.

De kleeding.

Het kleed maakt den man. Ziedaar een oud spreekwoord , van welks waarheid een ieder zich kan overtuigen. Het is buiten allen twijfel, dat onder alle uitwendige dingen , van welke wij reeds gesproken hebben, de kleeding de hoofdrol speelt en maar al te dikwijls de maatstaf is. naar welken men een mensch beoordeelt.

Uwe kleeding zij rein, overeenkomstig uwen stand , en smaakvol.

Wat de reinheid en zindelijkheid betreft, deze staat schoon, op eiken leeftijd en in eiken stand, en behaagt ook aan een ieder. Onzindelijkheid en slordigheid verraadt een\' stompen geest; daarom komt zij dan ook meest bij oude lieden voor, wier geest reeds begint te verstompen. Men lette dus ook vooral op de netheid van het linnengoed. Tot netheid behoort ook orde en

ocr page 149

-151

stiptheid. Gij moet met geen getornde naad, met geen\' loshangenden knoop over straat gaan.

Het is ook van belang , om zich met smaak te kleeden, dat is , noch te ouderwetsch , noch naar het jongste modeplaatje. De verstandige man laat het aan anderen over, om de oogen der menigte te gewennen aan eene nieuwe mode. Tot eene smaakvolle kleeding behoort ook de keus van de kleur. De jeugd mag, daar zij toch natuurlijk bevallig is in zich zelve , met opgeschikt worden. Het eenvoudigste is voldoende, om de natuurlijke schoonheid der vormen bij haar te doen uitkomen. Daarom moeten jonge juffrouwen allen opschik en alle bonte kleuren vermijden , hoewel over het algemeen het effene en donkere ook niet voor haar geschikt is, tenzij zij geheel in het zwart gaan. Wit, rozenrood , hemelsblauw , bladgroen , lila , licht-geel, naar het zalmkleurige , zijn haar het meest aan te bevelen. Heeren bedienen zich , naar den tegen-woordigen smaak , liefst van donkere kleuren.

Men legt een\' goeden smaak in zijne kleeding aan den dag , als men deze in overeenstemming brengt met zijne lichamelijke hoedanigheden en met liet jaargetijde; als men zorgt, dat de verschillende kleedingstukkengoed bij elkander komen, de kleuren niet te veel afsteken, enz. De meeste smaak ligt in het eenvoudige. Bonte kleuren,

ocr page 150

15\'i

overdaad van versierselen , strikken en kwikken, opschik van allerlei aard voegt aan heidens en koorddanseressen, niet aan menschen van zekeren stand. Zelfs de volksdrachten raken aan kant, waar de beschaving en met haar de smaak veld wint.

Er zij harmonie in de verschillende deelen der kleeding. Wie zich zeiven acht, zal nooit voor den dag kom en met een\' gedeukten hoed , vette kraag, goor linnen, afgezakte kousen of seheefge-loopen laarzen. Schoen of laars mag ook niet te wijd of te nauw zijn , want in beide gevallen wordt de gang gehinderd. Een juist passend, goed gemaakt en mooi, zwart-glimmend schoeisel geeft zelfs aan den plompsten voet nog een goed aanzien.

Het onderhoud en gesprek.

Met ons uiterlijk moet datgene , waardoor de innerlijke mensch zich naar buiten vertoont, dat is ons onderhoud en gesprek, in harmonie wezen.

Het is moeielijk , om bij de conversatie te schitteren en het zóó ver te brengen , dat men gaarne en met genoegen ons hoort en naar ons luistert. Dat oogmerk bereikt men zoo min door te veel , als door te weinig te spreken. Al is men ook nog zoo rijk in kennis, dan houde men

ocr page 151

153

toch altoos dezen regel op het oog: dat men ook anderen moet laten spreken. Aan den eenen kant verbeelde men zich niet, dat men , door te veel spreken , den toon kan aangeven en het gesprek kan leiden; en aan de andere zijde wachte men zich, om altoos op hetzelfde onderwerp terug te komen , waardoor men den schijn op zich laadt van bekrompenheid en domheid.

De kunst, om geschikt te converseeren, bestaat daarin, dat men een onderwerp aanroert, hetwelk belangrijk genoeg is, om van meer dan eenen kant besproken te worden en van hetwelk men genoeg kent, om het volkomen toe te lichten. Men zorge daarbij evenwel, dat men niet spreekt als een boek; want niets stuit meer dan een meesterachtige toon, waardoor men zich het aanzien geeft, als had men de wijsheid in pacht. Ook spreke men niet te langzaam en bij tus-schenpoozen , hetzij men zulks doe, om vooraf zijne volzinnen te houden, hetzij om het verhaal in fraaie woorden te kleeden. Bij ernstige, wetenschappelijke onderwerpen moet er zich vooral op toeleggen , om passende , juiste uitdrukkingen te bezigen. Daarom legge men er zich vooral op toe, om meester te wezen over zijne taal , en het onderwerp, waarover men spreekt, door en door te kennen.

Wat de taal zelve betreft, wij mogen daar-

ocr page 152

154

over, als over een zeer gewichtig punt, wel iets uitvoeriger spreken. Men lette daarbij op grammatische juistheid ; wie tegen de gramatica zondigt, toont weinig beschaving en men vergeeft U deze zonde minder dan die tegen de uitspraak. Wij kunnen niet verlangen , dat in een gesprek elke periode afgerond en zonder fouten zij; maar wij mogen toch vorderen , dat men geene grove taalfouten make, dat de woorden niet onverstaanbaar door elkander worden geroepen of dat der verbuiging en vervoeging geweld wordt aangedaan.

Het is een hoofdregel voor het gesprek, dat men te lange en gekunstelde perioden vermijde, omdat men er gemakkelijk bij tegen de constructie zondigt en zóó voor hem, met wien men spreekt, onduidelijk wordt. Lange perioden zijn ook een bewijs, dat U het onderwerp zeiven niet recht duidelijk is: want wat men zich helder heeft gedacht en voorgesteld , dat kan men ook helder en kort weergeven.

Men kieze verder de schoonste woorden, zonder daarom gezocht te worden , en vermijde verouderde , grove, gemeene, ruwe woorden, alsmede zulke provincialismen, als die toch niet verrijken, maar haar integendeel een karakter van gemeenheid geven. Evenzoo vermijde men , zooveel men kan , het gebruik van vreemde woorden , zonder

ocr page 153

155

evenwel daarom tot de dwaasheid der Puristen te vervallen. Een zuiver purismus is eene hersenschim. En zijn in alle talen zooveel vreemde woorden ingeslopen , dat men er niet meer buiten kan, om zich goed te doen verstaan. Bezigt gij echter zulke vreemde woorden, maar die van uwe eigene taal de zaak even goed uitdrukken , dan loopt gij gevaar van beschuldigd te worden van pedanterie, belachelijkheid en onverstand.

Er zijn menschen , die door het gebruik van geleerde woorden en vreemde kunsttermen mee-nen hunne wijsheid te moeten laten luchten. Zij zondigen echter aldus tegen de regelen der wel-voegelijkheid, want zij verraden aldus een opzet, om óf te toonen, hoeveel zij weten, óf om den-gene , met wien zij spreken. in de schaduw te stellen. Ook daardoor maakt men zich bij den verstandige belachelijk en ongevallig, dat men telkens verzen aanhaalt, gezegden citeert of boekentaal opzegt. Ten minste, men brengt er zijn\' geest door in verdenking, dat hij overspannen is.

De taal is geschikt en ons gegeven, opdat wij door haar onze gedachten aan anderen zouden mededeelen, gevolgelijk is onze taal te beter, hoe meer zij aan dat oogmerk beantwoordt , dat wil zeggen , hoe duidelijker zij is. Duidelijkheid nu verkrijgt men niet alleen, als men zijne woorden zoo kiest en stelt, dat ieder den zin daarvan

|

i

ocr page 154

\'15\'2

overdaad van versierselen , strikken en kwikken, opschik van allerlei aard voegt aan heidens en koorddanseressen, niet aan menschen van zekeren stand. Zelfs de volksdrachten raken aan kant, waar de beschaving en met haar de smaak veld wint.

Er zij harmonie in de verschillende deelen der kleeding. Wie zich zeiven acht, zal nooit voor den dag kom en met een\' gedeukten hoed , vette kraag, goor linnen, afgezakte kousen of scheefge-loopen laarzen. Schoen of laars mag ook niet te wijd of te nauw zijn , want in beide gevallen wordt de gang gehinderd. Een juist passend, goed gemaakt en mooi, zwart-glimtnend schoeisel geeft zelfs aan den plompsten voet nog een goed aanzien.

Het onderhoud en gesprek.

Met ons uiterlijk moet datgene , waardoor de innerlijke mensch zich naar buiten vertoont, dat is ons onderhoud en gesprek, in harmonie wezen.

Het is moeielijk, om bij de conversatie te schitteren en het zóó ver te brengen , dat men gaarne en met genoegen ons hoort en naar ons luistert. Dat oogmerk bereikt men zoo min door te veel, als door te weinig te spreken. Al is men ook nog zoo rijk in kennis, dan houde men

ocr page 155

153

toch altoos dezen regel op het oog : dat me n ook anderen moet laten «preken. Aan den eenen kant verbeelde men zich niet, dat men , door te veel spreken , den toon kan aangeven en het gesprek kan leiden; en aan de andere zijde wachte men zich, om altoos op hetzelfde onderwerp terug te komen , waardoor men den schijn op zich laadt van bekrompenheid en domheid.

De kunst, om geschikt te converseeren, bestaat daarin, dat men een onderwerp aanroert, hetwelk belangrijk genoeg is , om van meer dan eenen kant besproken te worden en van hetwelk men genoeg kent, om het volkomen toe te lichten. Men zorge daarbij evenwel, dat men niet spreekt als een boek; want niets stuit meer dan een meesterachtige toon, waardoor men zich het aanzien geeft, als had men de wijsheid in pacht. Ook spreke men niet te langzaam en bij tus-schenpoozen, hetzij men zulks doe, om vooraf zijne volzinnen te houden, hetzij om het verhaal in fraaie woorden te kleeden. Bij ernstige, wetenschappelijke onderwerpen moet er zich vooral op toeleggen , om passende , juiste uitdrukkingen te bezigen. Daarom legge men er zich vooral op toe, om meester te wezen over zijne taal , en het onderwerp, waarover men spreekt, door en door te kennen.

Wat de taal zelve betreft, wij mogen daar-

ocr page 156

154

■

over , als over een zeer gewichtig punt, wel iets uitvoeriger spreken. Men lette daarbij op grammatische juistheid ; wie tegen de gramatica zondigt, toont weinig beschaving en men vergeeft TJ deze zonde minder dan die tegen de uitspraak. Wij kunnen niet verlangen, dat in een gesprek elke periode afgerond en zonder fouten zij ; maar wij mogen toch vorderen , dat men geene grove taalfouten make, dat de woorden niet onverstaanbaar door elkander worden geroepen of dat der verbuiging en vervoeging geweld wordt aangedaan.

Het is een hoofdregel voor het gesprek, dat men te lange en gekunstelde perioden vermijde, omdat men er gemakkelijk bij tegen de constructie zondigt en zóó voor hem, met wien men spreekt, onduidelijk wordt. Lange perioden zijn ook een bewijs, dat U het onderwerp zeiven niet recht duidelijk is: want wat men zich helder heeft gedacht en voorgesteld , dat kan men ook helder en kort weergeven.

Men kieze verder de schoonste woorden, zonder daarom gezocht te worden , en vermijde verouderde, grove, gemeene, ruwe woorden, alsmede zulke provincialismen, als die toch niet verrijken, maar haar integendeel een karakter van gemeenheid geven. Evenzoo vermijde men , zooveel men kan , het gebruik van vreemde woorden , zonder

ocr page 157

155

evenwel daarom tot de dwaasheid der Puristen te vervallen. Een zuiver purismus is eene hersenschim. En zijn in alle talen zooveel vreemde woorden ingeslopen , dat men er niet meer buiten kan, om zich goed te doen verstaan. Bezigt gij echter zulke vreemde woorden, maar die van uwe eigene taal de zaak even goed uitdrukken , dan loopt gij gevaar van beschuldigd te worden van pedanterie, belachelijkheid en onverstand.

Er zijn menschen, die door het gebruik van geleerde woorden en vreemde kunsttermen mee-nen hunne wijsheid te moeten laten luchten. Zij zondigen echter aldus tegen de regelen der welvoegelij kheid, want zij verraden aldus een opzet, om óf te toonen, hoeveel zij weten, óf om den-gene , met wien zij spreken. in de schaduw te stellen. Ook daardoor maakt men zich bij den verstandige belachelijk en ongevallig, dat men telkens verzen aanhaalt, gezegden citeert of boekentaal opzegt. Ten minste, men brengt er zijn\' geest door in verdenking, dat hij overspannen is.

De taal is geschikt en ons gegeven, opdat wij door haar onze gedachten aan anderen zouden mededeelen, gevolgelijk is onze taal te beter, hoe meer zij aan dat oogmerk beantwoordt, dat wil zeggen , hoe duidelijker zij is. Duidelijkheid nu verkrijgt men niet alleen, als men zijne woorden zoo kiest en stelt, dat ieder den zin daarvan

ocr page 158

156

gemakkelijk begrijpt; maar ook , door die woorden zoo uit te spreken, dat ieder ze gemakkelijk verstaat. Ons spreken mag geen sissen, geen stamelen . geen lispelen zijn, men mag niet dooiden neus praten , niet zingen , niet spreken , als of men huilde, niet hol ot dof, evenmin als men zijne woorden te lang slepen, te kort afbijten of half inslikken mag. Men legge ook den klemtoon op het woord , waarop hij hoort. Dit alles moet men door oefening vermijden of doen , en met een\' goeden wil kan men ook hier , gelijk in vele andere opzichten , een of ander gebrek der natuur verhelpen.

Doch ook daarom is eene schoon klinkende uitspraak aan te bevelen , omdat men uit haar mag besluiten tot een rein zedelijk leven. Het •gebruik van sterken drank , een licht verstoord gemoed , liederlijkheid en uitspatting maken de stem schor, zwak, beefachtig, ongelijk, nauw en onaangenaam. Wil men zijn1 toon zuiver . melodieus volhouden , men drinke dan geen\' sterken drank, rooke geen tabak , wachte zich voor verhitting en verkoeling en ete geene vette spijzen. Wenscht men zijn\' toon e jne zekere volheid te geven, dan moet men zich vlijtig in het spreken en zingen oefenen. Een te diepe bas is even onaangenaam, als een te hooge discant is om te lachen.

ocr page 159

157

De stem van den man moet zich karakteriseeren door vastheid en zekerheid. Men moet aan de stem, die vrij en onbelemmerd uit de borst komt. hooren kunnen , dat, wat de spreker zegt, wèl overdacht is en voortvloeit uit zijne overtuiging.

Men krijgt het gemakkelijkst een\' goeden toon, als men zich gewent, om roerende gedichten te lezen en beroemde redenaars te hooren; men wachtte zich echter voor een\' zekeren preektoon en voor het patois van het tooneel. Straattaal mag volstrekt in het gesprek niet voorkomen, ook vermijde men gemeenplaatsen, stopwoorden , aanwendsels, laffe spreekwoorden, bombast, enz.

Vooral valle men, bij het gesprek, niemand in de rede. Dat is eene zonde tegen de beleefdheid, men wachtte zijn\' tijd af, om een antwoord te geven , eene opmerking te maken , eene zaak nader toe te lichten. Verhaalt een ander, dan houde men zich stil, fluistere niet met zijn\' buur, maar toone aandachtig te wezen. Men spreke ook niet twee tegelijk ; dat is pijnlijk voor de hoorders.

Wordt er van dingen gesproken, waar gij niets van weet, zwijg dan. Zwijgen is beter, dan zich bloot te geven. Wees in uwe oordeelen zacht en verdraagzaam : gij verlangt dat immers van anderen in hun oordeel van U ? Gij zult daardoor tevens toonen, dat gij een braaf en beschaafd mensch zijt, want niemand is strenger

ocr page 160

158

in zijn oordeel , dan die zelf een groot zondaar is. Het ligt in den aard van een slecht mensch , dat hij zich zoekt op te heffen , door een ander, die beter is dan hij , in het slijk te trappen. Even gemeen is het, om van afwezenden kwaad te spreken. De fatsoenlijke man vermijdt de gezelschappen , waar dit toon is. Men moet van afwezenden , evenmin als van hen , die zoo even het gezelschap verlieten , kwaad spreken of hen bespotten. Die zulks doet, doet slecht en vervreemdt zich zeiven van anderen, want men zal hem niet meer vertrouwen , gissende, dat hij van ons zal doen , wat hij van anderen deed.

Het is eene slechte gewoonte , om , wie met ons in gezelschap zijn, telkens met vragen lastig te vallen. Is men genoodzaakt iets te vragen , men verontschuldige zich daarover. Nieuwsgierigheid is eene zwakheid, aan welke men niet moet toegeven Men informeere zich ook niet naar den naam, den stand, de betrekking, enz. van hem, met wien men zoo even is in kennis gekomen ; en doet men het, het geschiede op eene wijze , dat hij , naar wien wij ons informeeren, er niets van merke.

In gezelschap roere men geen punt aan, waarvan men weet, dat het een\' der aanwezigen aanstoot geeft. Het is wel niet mogelijk, om, in een groot gezelschap , aller betrekkingen te kennen

ocr page 161

159

en dus te weten , waardoor men dezen of genen ergernis geeft; maar daarom zij men te voorzichtiger in zijn spreken. Een der eerste regelen voor den omgang is : om onder vreemden en jegens vreemden terughoudend te wezen , en tocli zondigen er tegen. Men zij vooral voorzichtig , als het gesprek loopt over staatkunde of godsdienst ; over onderwerpen van dien aard zijn de gevoelens der menschen verschillend tot in het oneindige. De verstandige man weet, dat tot nog toe niemand, in het staatkundige of godsdienstige, de geheele waarheid uitsluitend aan zijne zijde heeft. Hij kent de zwakheid en het gebrekkige der menschelijke kennis op dat veld volkomen. Hij laat er zich daarom altoos met omzichtigheid over uit. Wie beslissend spreekt, matigt zich een oordeei aan, dat hem niet toekomt, beleedigt licht den een of ander en brengt zichzelven in verdenking van gebrek aan inzicht op die punten.

Wij behoeven niet te zeggen, dat de waarlijk fatsoenlijke man iedere, opzettelijk beleedigende , uitdrukking vermijdt, zooals : »wie dat niet begrijpt , heeft geen verstand; hoe kan een verstandig man daaraan twijfelen? dat kan een kind hegrijpen,quot; enz. Met zulke uitdrukkingen beleedigt men gemakkelijk den eeu of ander en stelt zich zeiven in een ongunstig daglicht.

Men trachtte ook niet een ander, die iets ver-

ocr page 162

156

gemakkelijk begrijpt; maar ook , door die woorden zoo uit te spreken, dat ieder ze gemakkelijk verstaat. Ons spreken mag geen sissen, geen stamelen . geen lispelen zijn, men mag niet dooiden neus praten , niet zingen , niet spreken , als of men huilde, niet hol ot dof, evenmin als men zijne woorden te lang slepen, te kort afbijten of half inslikken mag. Men legge ook den klemtoon op het woord , waarop hij hoort. Dit alles moet men door oefening vermijden of doen , en met een\' goeden wil kan men ook hier , gelijk in vele andere opzichten , een of ander gebrek der natuur verhelpen.

Doch ook daarom is eene schoon klinkende uitspraak aan te bevelen , omdat men uit haar mag besluiten tot een rein zedelijk leven. Het gebruik van sterken drank , een licht verstoord gemoed , liederlijkheid en uitspatting maken de stem schor, zwak, beefachtig, ongelijk, nauw en onaangenaam. Wil men zijn\' toon zuiver , melodieus volhouden , men drinke dan geen\' sterken drank, rooke geen tabak , wachte zich voor verhitting en verkoeling en ete geene vette spijzen. Wenscht men zijn\' toon eene zekere volheid te geven, dan moet men zich vlijtig in het spreken en zingen oefenen. Een te diepe bas is even onaangenaam, als een te hooge discant is om te lachen.

ocr page 163

157

Ue stem van den man moet zicli karakteriseeren door vastheid en zekerheid. Men moet aan de stem, die vrij en onbelemmerd uit de borst komt. hooren kunnen , dat , wat de spreker zegt, wèl overdacht is en voortvloeit uit zijne overtuiging.

Men krijgt het gemakkelijkst een\' goeden toon, als men zich gewent, om roerende gedichten te lezen en beroemde redenaars te hooren; men wachtte zich echter voor een\' zekeren preektoon en voor het patois van het tooneel. Straattaal mag volstrekt in het gesprek niet voorkomen, ook vermijde men gemeenplaatsen, stopwoorden , aamvendsel?, laffe spreekwoorden, bombast, enz.

Vooral valle men, bij het gesprek, niemand in de rede. Dat is eene zonde tegen de beleefdheid, men wachtte zijn\' tijd af, om een antwoord te geven , eene opmerking te maken , eene zaak nader toe te lichten. Verhaalt een ander, dan lioude men zich stil, fluistere niet met zijn\' buur, maar toone aandachtig te wezen. Men spreke ook niet twee tegelijk ; dat is pijnlijk voor de hoorders.

Wordt er van dingen gesproken, waar gij niets van weet, zwijg dan. Zwijgen is beter, dan zich bloot te geven. Wees in uwe oordeelen zacht en verdraagzaam : gij verlangt dat immers van anderen in hun oordeel van U ? Gij zult daardoor tevens toonen, dat gij een braaf en beschaafd mensch zijt, want niemand is strenger

ocr page 164

158

in zijn oordeel , dan die zelf een groot zondaar is. Het ligt in den aard van een slecht mensch, dat hij zich zoekt op te heffen, door een ander, die beter is dan hij , in het slijk te trappen. Even gemeen is het, om van afwezenden kwaad te spreken. De fatsoenlijke man vermijdt de gezelschappen , waar dit toon is. Men moet van afwezenden , evenmin als van hen , die zoo even het gezelschap verlieten , kwaad spreken of hen bespotten. Die zulks doet, doet slecht en vervreemdt zich zeiven van anderen , want men zal hem niet meer vertrouwen , gissende, dat hij van ons zal doen , wat hij van anderen deed.

Het is eene slechte gewoonte , om , wie met ons in gezelschap zijn, telkens met vragen lastig te vallen. Is men genoodzaakt iets te vragen, men verontschuldige zich daarover. Nieuwsgierigheid is eene zwakheid, aan welke men niet moet toegeven Men informeere zich ook niet naar den naam, den stand, de betrekking, enz. van hem, met wien men zoo even is in kennis gekomen ; en doet men het, het geschiede op eene wijze , dat hij , naar wien wij ons informeeren, er niets van merke.

In gezelschap roere men geen punt aan, waarvan men weet, dat het een\' der aanwezigen aanstoot geeft. Het is wel niet mogelijk, om, in een groot gezelschap , aller betrekkingen te kennen

ocr page 165

159

en dus te weten , waardoor men dezen of genen ergernis geeft; ma.ir daarom zij men te voorzichtiger in zijn spreken. Een der eerste regelen voor den omgang is : om onder vreemden en jegens vreemden terughoudend te wezen . en toch zondigen er tegen. Men zij vooral voorzichtig , als het gesprek loopt over staatkunde of godsdienst ; over onderwerpen van dien aard zijn de gevoelens der menschen verschillend tot in het oneindige. De verstandige man weet, dat tot nog toe nie mand, in het staatkundige of godsdienstige, de geheele waarheid uitsluitend aan zijne zijde heeft. Hij kent de zwakheid en het gebrekkige der menschelijke kennis op dat veld volkomen. Plij laat er zich daarom altoos met omzichtigheid over uit. Wie beslissend spreekt, matigt zich een oordeel aan, dat hem niet toekomt , beleedigt licht den een of ander en brengt zichzelven in verdenking van gebrek aan inzicht op die punten.

Wij behoeven niet te zeggen, dat de waarlijk fatsoenlijke man iedere, opzettelijk beleedigende , uitdrukking vermijdt, zooals : »wie dat niet begrijpt , heeft geen verstand; hoe kan een verstandig man daaraan twijfelen? dat kan een kind begrijpen,quot; enz. Met zulke uitdrukkingen beleedigt men gemakkelijk den een of ander en stelt zich zeiven in een ongunstig daglicht.

Men trachtte ook niet een ander, die iets ver-

ocr page 166

160

haalt, den loef af te steken door uitdrukkingen als deze : »dan kan ik U iets treffenders verhalen : of, dat heb ik beter en schooner gezien,\'\' en men verhale eenvoudig, zonder inleiding als terugslag op hetgeen anderen verhaalden. Hoort gij van denzelfden man alweder hetzeltde verhaal, hoor het aan , als ware het U nieuw.

In gezelschap spreekt men met niemand in het heimelijke , het allerminst met de dames, gij zoudt haar daardoor zeer compromitteeren. Men spreke echter ook niet te hardop, opdat men den schijn niet op zich lade van aanmatiging en als had men meer recht dan anderen. Men lache ook niet hardop , het minst over wat men zelf gezegd heeft. Laat li et aan anderen over, om te oordeelen over den indruk uwer woorden. Verhaal ook, wat belachelijk ea zot is, zoo koud mogelijk , dan zal Uw verhaal werking doen.

Ten slotte vermanen wij U nog tot aandacht op het gesprek, opdat gij, gevraagd zijnde, geen verkeerd antwoord moogt geven, wat U zou doen uitlachen. Als men tot het geheele gezelschap spreekt, vestigt men den blik beurtelings op den een\' en op den anderen. Valt er gedurende het gesprek iets voor, dat velen doet lachen, men ga voort en doe, alsof men het niet merkte.

ocr page 167

161

Het bezoek.

Wie gelezen heeft, wat wij tot hiertoe zeiden, die weet reeds het meeste van hetgeen, wat men, hij het bezoeken en in het algemeen bij den omvang met menschen , heeft in het oog te houden. Toch kan het noodig zijn , nog eenige regelen omtrent het bezoek op te geven.

Het doel van een bezoek ia, om aan een ander een bewijs te geven van achting, eerbied en aanhankelijkheid, of om zich bij hem aan te bevelen , zich met hem bekend te maken , eene betrekking met hem aan te knoopen , — of het wordt afgelegd uit wederkeerige beleefdheid , uit dankbaarheid of uit deelneming; of aan hetzelve kunnen ook betrekkingen van bloedverwantschap als anderszins ten grondslag liggen.

De menschenkenner houdt bij zulke bezoeken de middelmaat. Hij maakt zich door te weinig niet schuldig aan lompheid, door te veel niet aan overlast. In het algemeen heeft men in onze dagen het getal van gelegenheidsbezoeken zeer ingekort en daarvoor het afgeven van zijne naam-kaart in de plaats gesteld; doch desniettemin moet men nog veie bezoeken afleggen. Eigenlijk vervangen de kaartjes alleen maar de bloote beleefdheidsbezoeken.

Ieder bezoek worde afgelegd in voegzame klee-

11

ocr page 168

-162

ding, en op zulke uren van den dag, als in dat huis gebruikelijk is, of als anders de plaatselijke gewoonte zulks- wil. In groote steden vindt men het uur van receptie meestal in de adresboeken opgegeven. Als men dames bezoekt of mannen van rang, dan mag men niet binnen gaan, zonder zioh vooraf te hebben laten aandienen , en niet in een\' overjas of pels , niet met parapluie of rotting , niet in overschoenen of dergelijken; dat alles late men buiten de kamer. Over het doel van het bezoek spreke men, bij groote heeren , in korte woorden; want lieden van hoo-gen rang hebben weinig tijd ten beste, of nemen althans den schijn aan , als of hunne oogenblik-ken kostbaar waren, zoodat men slechts kort bij hen moet vertoeven. Ook hen, die met ons gelijk zijn in rang , mag men niet lang ophouden en hen alleen bepalen , bij wat tot de zaak betrekking heeft. Het strijdt tegen alle wellevendheid, om bij een bezoek boeken of schrifturen van tafel te nemen en daarin te bladeren. Over het algemeen is alle rondzien in de kamer onwelvoegelijk; en het meer van nabij beschouwen van schilderijen en prenten slechts dan geoorloofd, wanneer men ziet, dat men den bezitter daarmede een genoegen doet, dat men hem in zijn stokpaardje vleit.

Rouwbezoeken legt men af, in het zwart ge-

ocr page 169

163

kleed. Contra-bezoeken mag men niet lang uitstellen. Bezoeken uit vriendschap beantwoordt men, zoo als het het best gelegen komt. Heeft een vreemdeling eene kaart bij u afgegeven, dan beantwoordt gij dat met eene tegenkaart of met eene uitnoodiging. In het laatste geval brengt gij hem die uitnoodiging in persoon ; voorondersteld, dat het iemand is, die hooge achting verdient. In geen geval laat gij hem noodigen door zijne eigene bedienden. Ook personen van rang, die met u in dezelfde plaats wonen , noodigt gij in persoon uit.

De genoodigde mag niet lang op zich laten wachten en moet dus , als hij in eene vreemde plaats logeert , nauwkeurig vernemen , op welk uur men daar koffie drinkt of thee of eenen boterham eet. Op dien gewonen tijd late hij zich dan vinden ; want komt hij te vroeg , dan komt hij ongelegen , komt hij te laat, dan matigt hij zich de rechten aan van een\' meerdere; aan dezen is het gewoon en geoorloofd , dat zij ge-ringeren lang op zich laten wachten.

Van het eerste inkomen hangt de indruk af, dien men op een gezelschap maakt, daarom houde men wèl op het oog , wat wij over kleeding , houding, gang, enz. boven gezegd hebben. Vóór dat men de kamer intreedt, ontdekke men zich, schikke de haren, arranireere kleed en

ocr page 170

164

schoeisel en trede dan bedaard , kalm, los en vrij het vertrek binnen , men doe de deur toe , zonder den weg naar het gezelschap te kiezen. Heeft een bediende de deur geopend , men late dien dan ook de zorg over , om haar te sluiten. Bij het groeten komt het aan op de verhouding, waarin men tot het gezelschap staat. Eerst groet men den heer en de vrouw des huizes en daarna de voornaamsten van het gezelschap. Is een alge-meene groet niet voldoende , omdat er zich personen bevinden , met welke men meer van nabij bekend is, of welken rnen bij uitnemendheid zijne achting wil bewijzen, men wachte dan eene voegzame gelegenheid af, om dezen te groeten.

De bescheidenheid vordert, dat wij alles vermijden , wat de algemeene aandacht op ons zou kunnen vestigen. Daarom late men alles na, wat in het oog zou kunnen vallen; men onthoude zich zoowel van vreesachtigheid als van indringen ; zoowel van zich zeiven op te dringen als van anderen af te stooten, enz. Men zij vriendelijk, opgeruimd, voorkomend en trachte de dames te helpen of te verzorgen ; men zij echter niet voorbarig, zette geen lid van het gezelschap op den achtergrond en late alles na , wat op eeni-gerlei manier eenen onaangenamen indruk kan teweeg brengen. Men neme ook niet de houding aan van een opmerker , trachte meer door aar-

ocr page 171

165

digheid dan door kennis en wetenschap te behagen en zich volgaarne naar de neiging van anderen te schikken, als men hunne genegenheid winnen wil. Bij het gesprek geve men een ieder den titel, die hem toekomt en houde bij zijne beleefdheidsbetuigingen het onderscheid der betrekkingen op het oog.

A.ls men heengaat, neme men bij het afscheid nemen het een en ander in acht. Uit een openbaar gezelschap zich verwijderende, is het afscheid nemen niet noodig; bij het verlaten van een besloten kring recommandeere men zich aan diegenen , die men er niet door stoort. Moet men een gezelschap, waar meer genoodigden zijn, vroeger verlaten dan de anderen, dan verzoekt men een vriend of ook wel een bediende, om den Heer en de Vrouw des huizes voor hem te groeten, in plaats van door een algemeen afscheid stoornis teweeg te brengen. Van ieder hoofd voor hoofd afscheid te nemen, zulks is slechts in kleine kringen mogelijk. Meestal neemt men van den Heer en de Vrouw des huizes afscheid met eenige meer hartelijke woorden, van het overige gezelschap met eene buiging , waarna men zich dadelijk verwijdert. Veel woorden bij het afscheid teekenen den pedant; na hetzelve nog te blijven staan en zich weer in het gesprek te mengen , verraadt den veelprater, men toont overigens

ocr page 172

d66

zijne deftigheiii en ordelijkheid daardoor, dat men , bij het heengaan , niets vergeet, met de deuren niet smijt, de trappen niet afholt, enz. Ook de gastheer zij los , vrij , het stijve en al te ceremonieuse vermijdende. Hij dringe zich niet aan zijne gasten op , om hen uit te laten, als deze hem daarvan wenschen te verschoonen ; hij doe niet nogmaals de deur open, waardoor de gast, die vertrekt, genoodzaakt wordt hem aan te zien en nogmaals te buigen; waardoor iemand, die met de localiteit niet volkomen bekend is , gevaar loopt, om van de trappen te vallen.

Komt men bij een bezoek in het geval , dat men iemand moet voorstellen , men doe het met korte woorden en eenvoudig, zonder iets te zeggen tot lof van den voorgestelde, wien men daardoor verlegen zou maken. De voorgestelde betuigt daarentegen in beleefde termen zijne gevoeligheid voor de eei en het genoegen, enz. Men ga toch niet te kwistig met hoogdravende woorden te ■werk. Bij alle bescheidenheid in houding en gebaar , blijke het toch , dat men gevoel heeft van eigenwaarde. Daardoor geeft gij hem, aan wien gij wordt voorgesteld, den maatstaf in handen , naar welken gij wenscht gemeten en behandeld te worden.

Bijzondere soorten van bezoek.

Slaan wij het oog op de bezoeken van conve-

ocr page 173

107

nientie, welke wij afleggen bij personen van hoogen rang, dan moeten wij bedenken, dat zulk een bezoek voornamelijk ten doel heeft de betuiging van onze hooge aehting , waarom men daarbij dan ook niet mag vergeten, waardoor men deze zijne achting aan den dag leggen kan. Men verschijne dus in eene elegante kleeding, d. i. in een fijnen modernen, zwarten rok, zwarten pantalon , wit zijden vest, witten zakdoek , fijn overlinnen, witte glacéhandschoenen, ronden hoed , fijne verlakte laarzen. Men kiest voor zulk een bezoek den geschiktsten tijd, waaromtrent men zich vooraf informeert, en niet zulke dagen, op welke hij , dien gij bezoeken wilt, gezelschap heeft genoodigd. Men late zich door den knecht aandienen, terwijl men zijn naam en zijnen stand duidelijk opgeeft. Wordt het bezoek niet aangenomen, dan geeft men zijn kaartje af; wordt het wél aangenomen, dan legt men paletot of overjas in de voorkamer af, onderzoekt, of het haar en de kleeding in orde is , houdt den hoed in de hand en trekt de handschoenen niet uit. Is de persoon , dien men bezoeken wil, nog niet in de kamer, waarin men is binnen gelaten, dan blijft men rustig, op eenigen afstand van de deur, staan, raakt niets aan en wachte zich , om zijn ongeduld te kennen te geven , als men eenigen tijd vertoeven moet. Treedt de heer binnen, dan

ocr page 174

■168

nadert men hem langzaam, buigt beleefd, en draagt in korte , duidelijke woorden zijne belangen voor, zonder klein-burgerlijk het geduld van den voornamen heer daardoor te vermoeien , dat men hem met vele woorden om versehoonins vraagt, dewijl men hem lastig valt of dergelijke. Wordt men uitgenoodigd, om te gaan zitten, men doe dat eenvoudig, zonder complimenten ; want het is onbeleefd , een stoel, die ons aangeboden wordt, niet te nemen. Evenwel men schikke het zóó, dat men een oogenblik later plaats neemt, dan de heer zelf. De houding bij het zitten is zoodanig, als stond men ieder oogenblik gereed om op te staan. Men zij er op bedacht, dat men , gedurende het gesprek , niets vraagt. Maakt de heer eene beweging , b. v. met zijn stoel, staakt hij een oogenblik het gesprek, dan is dat een wenk om te vertrekken, dien men zich ten nutte maakt en tengevolge van welken men afscheid neemt met korte woorden. Men laat zijn stoel onaangeroerd staan; het is de zaak der bedienden , om dien weg te nemen. Bij het heengaan keert men den heer den rug niet toe , maar zorgt toch ook te gelijk, dat men niet links achterwaarts ga. Wees vooral voorzichtig , dat gij niet struikelt of uitglijdt, niet in kringen naar de deur gaat, nergens tegen aan loopt

ocr page 175

169

en niet naar den kruk van de deur behoeft te zoeken.

Hetzelfde heeft men in acht te nemen op au-dientie\'s van vorsten, regenten of ministers. Zich daarbij te bedienen van kruipende uitdrukkingen en telkens buigingen te maken , is eene slechte aanbeveling en maakt den heeren de audientie lastig. Bij het onderhoud zal men gelegenheid hebben , om zijne beschaafdheid , verstand en kennis aan den dag te leggen, waarbij men zich wachtte, om hoogdravende uitdrukkingen te gebruiken, en gemeenplaatsen te bezigen ; veelmeer zij men voorzichtig in zijne uitdrukkingen en late men zich niet bepaald uit. Men houde zich op een betamelijken afstand van den persoon, men zie hem in het oog en verwijdere zich eerst dan , als men door een wenk van de hand, een knik van het hoofd of eene rugwaartsche beweging daartoe een teeken krijgt. Dan maakt men eene diepe buiging , waarbij , zal de diepste eerbied worden betuigd , me i de linkerhand op de borst legt en de rechter, die den hoed houdt, laat afhangen; vervolgens treedt men eenige schreden terug, buigt nogmaals, gaat tot aan de deur, buigt voor de derde maal en vertrekt. Dat teruggaan vordert groote omzichtigheid; men moet er zich vooraf te huis in oefenen.

Wat betreft de beleefdheidsbezoeken, deze zijn

ocr page 176

170

van verschillenden aard. Daartoe behooren vooral de felicitatie, de dankbetuiging, de condoleantie. Wat de felicitatie aangaat, die op het nieuwjaar heeft men , om hare lastigherd , bijna overal afgeschaft. Zelfs die op verjaardagen zijn niet meer gebruikelijk , dan in bepaalde familiekringen.

Dankbetuigingen van allerlei soort maken een goeden indruk, mits zij hartelijk zijn. Men over-drijve daarbij echter niet. Overdrijving maakt belachelijk en wekt weerzin. Men danke met korte woorden , op eene wijze, welke overeenkomt met den bewezen dienst.

Rouwbeklag, condoleantie, is alleen gebruikelijk onder bloedverwanten en naaste vrienden. Dat daarbij de kleeding voegzaam moet wezen , hebben wij reeds aangewezen.

Bij eenvoudige visites van afscheid en terugkomst pleegt men in groote steden slechts zijn kaartje af te geven. Tot bewijs, dat men ze persoonlijk heett afgegeven, buigt men ze aan de ééae punt een weinig om.

In alle huizen, tot welke men den toegang heeft gekregen, moet men van tijd tot tijd korte beleefdheids-bezoeken afleggen, om naar den welstand der familie te vernemen. Zulke bezoeken legt men af vóór den middag of op de vastgestelde receptie-uren; op dezelve behoeft men niet te verschijnen met zwarten rok en witte

ocr page 177

Hi

handschoenen. Wordt een nieuwe bezoeker aangediend, dan verwijdert men zich , in het algemeen maakt men zulk eene visite niet lang , als men niet tot de uitgelezenste vrienden behoort.

Bij al die bezoeken geldt, wat wij vroeger van de houding gezegd hebben. Men zij niet stijf en stroef, als men vroolijk , niet onverschillig en koud, waar men belangstellend en getroffen moet wezen. Staan wij met de personen , die wij bezoeken , op een familiaren voet, dan vallen alle ceremonieen weg; men vertoont zich, zóó als men is ; evenwel zonder de wellevendheid te kwetsen of aanstoot te geven. Dit laatste heeft men ook onder de meest vertrouwde vrienden op het oog te houden, zal niet de vriendschap zich eindelijk oplossen. Geene vriendschap kan duurzaam zijn zonder wederzijdsche achting.

De fijnste oplettendheid zij iemand aanbevolen, als hij dames bezoekt Streng gesproken , mogen alleen getrouwde dames een bezoek van heeren ontvangen , en dan voegt het nog , dat men het haar slechts brengt, wanneer men hare echtge-nooten bezoekt. Daartoe laat men zich bij den heer des huizes aandienen , en, is men door hem ontvangen , dan vraagt men , of men ook mevrouw zijne opwachting mag maken. Dat, bij het bezoeken van dames , de grootste netheid in kleeding moet worden op het oog gehouden en

ocr page 178

172

de fijnste delicatesse, spreekt van zelf, en toch —-hoe dikwijls wordt daartegen gezondigd !

Omgang met dames.

Het is , over het algemeen, der heeren ijverig streven , om zich bij dames bemind te maken; vergelijkt men echter met dit streven de daartoe aangewende middelen, dan kan men zich dikwijls niet te veel verwonderen.

Er wordt groote oplettendheid toe vereischt, om zich tegenover vrouwen wellevend en voegzaam te gedragen. Beschaafde dames—-van zulke alleen spreken wij — vorderen in den man deftigheid, bescheidenheid en eerbaarheid, zich openbarende in gelaat, houding en handelingen. Het onderhoud moet open , maar uitlokkend , hartelijk , maar teeder, ernstig, maar behagelijk, natuurlijk, maar niet achteloos, fijn , maar niet gezocht wezen.

Tooneelachtige gebaren, vleierijen, laffe zoetigheden brengen , behagen alleen aan naaimeisjes. Gehuichelde levenslust bevalt alleen aan oude koketten — de ware vrouw wil dat een man man zij.

Men spreke dan alleen met dames over politiek of theologie, als zij zelve er van beginnen, maar dan ook zegge men met bescheidenheid zijne

ocr page 179

473

meening. Eene beschaafde vrouw acht en eert den man , van wien zij kan leeren. Men spreke met omzichtigheid van dingen, die tot het departement der vrouwen behooren , opdat men niet als «keukenpietenquot; worde opgenomen en uitgelachen. Men vermijde het, om over vrouwelijke schoonheid of leelijkheid te spreken, vermits men daardoor licht aanstoot geven kan, zonder het te willen ot te weten.

Zijn er meer dames in het gezelschap, zoo trekke men niet de eene aan de andere voor, of geve niet aan eene uitsluitend hoogen lof. Onhandigheid en achteloosheid, waardoor het een of ander wordt gebroken of beschadigd of besmet, vermijde men zorgvuldig. Iets van dien aard vergeven de dames niet gemakkelijk. Is eene vroegere teedere betrekking afgebroken , men zij daaromtrent uiterst kiesch , om niet de geheele vrouwenwereld tegen zich in het harnas te jagen. Even zoo weinig verheffe men zich op genotene gunstbewijzen of spreke van de zwakke zijde der eene of der andere. Alleen door kieschheid en grootmoedigheid maakt men zich vriendinnen.

Ten slotte merken wij nog aan, dat men geene gelegenheid moet laten voorbijgaan, om, door kleine diensten en beleefdheden, de dames te toonen, dat men haar hooge achting toedraagt. Door zulk een gedrag verkrijgt men toegang tot

ocr page 180

174

hare gezelschappen , en hierdoor fijnheid en tact van omgaan , en, laat het ons tot beschaming der mannen zeggen , ook fijner gevoel voor wat goed is , edel en zedelijk.

Omgang met personen uit den hoogen stand.

Gelijke oplettendheid, als de omgang met dames, vordert die met menschen uit de hoogere standen der maatschappij. Als men met dezulke in gezelschap komt, lette men vooral op geheel zijn gedrag, op geheel zijne houding ; want zij zeiven doen dat uit achting voor hunnen stand.

Door gebaar , woord en daad geve men zijne achting en eerbied te kennen, late hen het woord voeren, geve met bescheidenheid antwoord , wachtte zich , om tegen te spreken en onthoude hunne scherts en hunne opmerkingen, die zij den schijn geven van belangrijk te wezen, zijnen bijval niet. Door hunne vriendelijkheid en neder-buiging late men zich niet tot vertrouwelijkheid verleiden, en zijn zij uit hun humeur, men doe , als of men het niet merkte; maar zorge dan tevens , om zelf niet al te vrcolijk te zijn. Uitgelaten vroolijkheid komt nimmer te pas. Nooit ook zegge men hooge personaadjes iets in hei, oor ; tenzij zij U daartoe uitnood;gen.

Spreekt men op straat met een voornaam heer.

ocr page 181

475

dan ontbloot men het hoofd. Zegt hij U, dat gij den hoed zoudt opzetten, zoo voldoet gij hieraan. Gaat men met een voornaam man, men laat hem gaan aan de rechterhand, kiest hij de andere zijde, men geve hem die zonder komplimenten , hij zal er zijne reden voor hebben. Bezoekt ons een voornaam heer en weigert hij een stoel aan te nemen , men dringe daarop niet verder aan. Ook aan tafel mag men voorname lieden niet bij herhaling uitnoodigen , om nog iets te nemen ; dat strijdt tegen den eerbied. Men presenteere slechts en beschouwe de weigering als oprecht gemeend.

Gedrag aan tafel.

Over het algemeen heeft men nergens meer gelegenheid, om zijne welgemanierdheid aan den dag te leggen, dan aan tafel. Daar wordt onhandigheid en misgreep het eerst opgemerkt. Eene uitnoodiging tot diné\'s en soupé\'s geschiedt gewoonlijk- schriftelijk, met verzoek om bericht, ot men haar al of niet aanneemt. Eene schriftelijke uitnoodiging vereischt een schriftelijk antwoord, doch het is daartoe voldoende, dat men een kaartje zende, waarop staat uitgedrukt, of men komt of niet.

De genoodigde verschijnt op het uur , waarop

ocr page 182

176

men in dat huis aan tafel gaat, en late het gezelschap niet op zich wachten. De dames worden door de heeren naar tafel geleid, en daarbij hebben natuurlijk de voornaamsten den voorrang. Mocht men door schoon heid, rijkdom, geboorte, talenten of iets dergelijks zich iets laten voorstaan, dan keere men zich tot eene dame, welke hiervan niets heeft, noodige haar uit en biede haar den arm; zulks zal u den dank van het gezelschap doen verwerven. Aan voorname of bejaarde dames biede men dan slechts den arm, als men daartoe een wenk heeft ontvangen.

De aangewezen plaats aan tafel neemt men in zonder aanmerking of plichtpleging. Staat het plaats nemen aan ieders keus , dan laat men de aanzienlijksten voorafgaan en legge geene vóórverkiezing aan den dag, om naast dezen of genen te zitten. Bij het ronddienen der spijzen make men geene komplimenten, neme niet at met eigen lepel of vork, houde den, op het schaaltje liggenden, lepel of vork niet op zijn bord, danke dengene , die ronddient, alleen door een knikje en zoeke niet lang naar een stukje ; maar neme, wat voor de hand ligt. Het is zeer onbeleefd , met zijn eigen vork of lepel iets aan te nemen, of stukje voor stukje voorat te bekijken. Men zij ook niet de eerste, die begint; maar wachte, tot ook de overige gasten gediend zijn. Men neme

ocr page 183

177

niets van de andere zijde des tafels af of verzoeke zijn buurman niet, om het hem aan te geven ; als men iets hebben wil , zegge men het den-gene, die bedient. Men blaze niet op de spijzen, die heet zijn; van het vleeseh snijde men af , wat men er van eten wil, maar neme nooit de vingers te hulp, om iets van de beenderen af te knijpen. Men legge zijn servet op de knieën , zorge, dat het niet onder de tafel valt en morse niet op het tafelgoed met wijn. Is zulks echter gebeurd , put u dan niet uit in verontschuldigingen. Eet niet gulzig; verslik u niet; maak geen geraas met vork of lepel.

Wees matig; neem niet meer dan eens van hetzelfde gerecht ; laat, wat gij genomen hebt , niet op uw bord liggen; dat geeft den schijn, als smaakte het U niet. Maak ook uw bord niet schoon , noch uw mes met brood.

Wordt iets voorgediend , waarvan gij nog niet hebt gegeten en waarvan gij ziet, dat het op eene eigendommelijke wijze moet worden behandeld , wacht dan af, wat uwe buren doen , en doe als zij. In het algemeen is het letten op menschen, die fijne manieren hebben, aan te prijzen, ten einde zich den bon ton eigen te maken.

Brood , gebak , fruit, dat rondgediend wordt, neemt men meestal, het eerste altoos, met de

12

ocr page 184

•178

hand af, waarbij men zicli echter wachte, om iets aan te raken , wat men zelf niet neemt.

De eigenlijke tafelkunst bestaat daarin, dat men zijne buren op eene aangename wijze weet bezig te houden met dingen , die geen diep nadenken vorderen. Men spreke echter niet hard over de tafel heen, bepale zich bij zijne naaste buren , maar store ook deze niet in het eten. Met het uitbrengen van toasten zij men voorzichtig. Men zorge, dat men daarmede de hooger geplaatsten en de voornaamsten niet vóórkome. Het glas wat hoog op te heffen en de gezondheid te drinken van iemand , die ver afzit, is eene beleefdheid , welke men alleen aan goede vrienden bewijst, waarbij men echter niet mag spreken. Gedurende den maaltijd op te staan, is slechts aan den heer of de vrouw des huizes geoorloofd. Met de bedienden te schertsen, of hun aardigheden te zeggen, of met hen over de spijzen te spreken , is onbetamelijk.

Het komt alleen den aanzienlijksten toe , om het teeken tot opstaan te geven , of de heer en vrouw des huizes noodigen daartoe uit met eene beleefde buiging. De oude gewoonte, om vóór en na den maaltijd te bidden en te danken, is in onbruik geraakt. Op plaatsen , waar men onbekend is , schikke men zich in dit opzicht naar anderen en grijpe dus niet vroeg naar lepel of

ocr page 185

179

vork. Ook de gewoonte, om na den maaltijd »wel bekome het Uquot; te zeggen , is meest overal door eene buiging vervangen , zoo als over het •algemeen het lastig ceremonieel van vroegere dagen voor meerdere natuurlijkheid heeft plaats gemaakt.

Om den maaltijd levendig te maken, vormt men zoogenaamde bonte rijen , waarbij , om en om , een heer naast eene dame zit, maar niet de dame naast haren echtgenoot, de zuster naast haren broeder, enz. De betrekkingen zijn te veel aan elkander gewoon, dan dat men er een geestig onderhoud, zoowel voor den een als voor den anderen , van zou mogen verwachten ; en een geestig onderhoud is toch de ware saus van den maaltijd.

Intusschen is het onmogelijk , om alles , wat tot dit onderwerp in betrekking staat, te behandelen. Fijne takt, gevoel voor het welvoegelijke en nauwkeurige opmerking, moeten het gebrek aan algemeene regelen vergoeden.

Gedrag van den gastheer en de gastvrouw.

Wie gasten noodigt, moet er zich op toeleggen , om hun den tijd zoo aangenaam mogelijk te maken , en om hen, door attenties en vriendelijkheid , schadeloos te stellen voor de opofle-

ocr page 186

\'180

ring van hunne huiselijke aangelegenheden en van hunnen tijd. Gezelschaps- en eetzaal moeten kostbaar gemeubeld zijn , aangename lucht doen inademen , \'s winters eene aangename , niet bedompte warmte hebben en \'s zomers eene luchtige koelte. Alle spijzen en dranken moeten met zorgvuldigheid toebereid , uitgezocht en fijner zijn , dan men dagelijks gewoon is. De bediening moet voegzaam , eer overvloedig dan gebrekkig wezen.

Men lette vooral op de waardigheid van zijne gasten; de voornaamsten ontvangt men in de vestibule , minder voornamen in de zijkamer, al de overigen aan de deur van de gezelschaps-zaal. Op gelijke wijze schikt men de plaatsen aan tafel, als deze een min of meer langwerpig vierkant uitmaakt. Ronde tafels voorkomen velerlei schikking, maar laten, zonder dat zulks wanstaltig staat, geen groot gezelschap toe. Aan tafel is de middelste plaats aan de breede zijde, tegenover de deur , de voornaam ste , slechts zelden bestemt men daarvoor de smalle zijde. In gezelschapszalen wordt daar de plaats, waar de sopha staat, als de voornaamste zijde aangewezen , en de éérste plaats dus is in het midden der sopha aan de rechter zijde. Daar zet men den aanzienlijksten gast. Is de gastvrouw met hem van gelijken of van hoogeren rang, dan neemt zij naast hem plaats, is zij zulks niet, dan naast de

ocr page 187

-181

sopha. De gastheer, tenzij hij van zeer hoogen rang is , neemt nimmer op de sopha plaats.

Het is de plicht van den gastheer, om zijne gasten zoo aangenaam mogelijk te onderhouden , zonder echter daarom het hoogste woord te voeren ; hij moet in alles voorzien, zorgen, dat men voegzaam zit, alle stijfheid weten te verbannen en vrijheid en losheid te geven aan het gesprek. Gedurende den maaltijd zorgt hij , dat aan zijne gasten van de spijzen het beste worde aangeboden en dat, door afwisseling , de eetlust en de dorst worden geprikkeld en opgewekt. Zijne zorg mag zich echter niet zoo ver uitstrekken , dat hij , door te dikwijls te noodigen tot het gebruik , dringend en lastig wordt. Een gebrek in de bediening wordt door de vingeren gezien, althans niet openlijk bestraft, wat ook tegen alle voegzaamheid en wellevendheid strijden zou.

Op een Bal.

Een jong mensch kan nergens gemakkelijker en spoediger zijne fortuin maken, dan op een bal. Daarom moet men het dansen in den grond verstaan en niet eer optreden, voor dat men zijne kunst meester is. Personen van middelbare lengte dansen meestal het best.

ocr page 188

182

Op een bal moet de fijnste toon heerschen. Zelfs als het noodig is , om de grofste beleedi-gingen te straffen , moet dit geschieden , zonder dat het gezelschap gestoord worde. Met zijne danseres onderhoude men zich vriendelijk, maar niet vertrouwelijk, en make niet vele dansen met dezelfde dame. Den eersten dans make men niet met de dame, welke men naar het bal heeft geleid. Heeft men zich tot meerdere dansen verbonden , men zorge , dat men zich niet vergisse. Een dans. welken men niet kent, late men liever voorbijgaan , en het is den voordanser aan te raden , dat hij slechts die dansen kieze, waaraan ieder gêmakkelijk kan deelnemen, want een bal moet ten doel hebben , om zich te vermaken , niet om zijne kunstvaardigheid te doen bewonderen.

Met betrekking tot de kleeding op het bal heeft eene vroegere stijve etiquette veel voorgeschreven, in onze dagen verschijnt men er eenvoudiger met rok en dansschoenen. Het is hoogst onvoegzaam te dansen met sporen; wat echter kavallerie-officieren zich wèl eeas veroorloven. Het strijdt ook tegen de welvoegelijkheid , aan eene dame de bloote hand te geven, zij moet van een handschoen voorzien zijn. quot;Wie zweete-rige handen heeft, zorge , dat hij meer dan één paar handschoenen bij zich hebbe, om de bedor-

ocr page 189

i8:j

vene terstond door anderen te kunnen vervangen.

Thee en verfrisschingen, welke men van de bedienden aanneemt, gebruiken de heeren staande en zij houden het leege kopje zoolang in de liand, tot er weer een bediende voorbijgaat, die het hun kan afnemen. Slechts in bijzondere gevallen mag men hetzelve wegzetten, maar dan op eene plaats , waar het niet in het oog valt en geen gevaar loopt; vooral niet in een hoek, waar het gemakkelijk kan gebroken worden.

Slot.

Een jong mensch , dat hoogere gezelschappen frequenteert, moet noodzakelijk ervaren zijn in kaartspel en andere gezelschapsspelen. Bij diergelijke spelen moet de jongeling zijne goedhartigheid , zijne onbaatzuchtigheid, zijne welwillendheid aan den dag leggen. Een fijn opmerker zal spoedig in hem ontdekken , of hij deze deugden bezit, dan of eigenbelang, twistzucht , moedeloosheid in liet ongeluk en lichtzinnigheid tot zijne karaktertrekken behooren.

Men bedenke wèl dat, wie speelt, verplicht is , om zijn medespeler den tijd , zoo ■aangenaam mogelijk is, te doen doorbrengen. Wie bij het spel scherts , vroolijkheid en fijne beschaafdheid

ocr page 190

•184

aan Jen dag legt, daarbij de onervarenen helpt, kleine verschillen besk-cht en de kunst verstaat, om afwisseling in het spel te brengen, die is een welkome gast in gezelschap. Kleine opofferingen en toegeeflijkheden hebben soms de gelukkigste gevolgen.

Wie in liet spel, dat voorgesteld en besloten is, niet bijzonder te huis is, die geve zulks, van den beginne af, te kennen. Maar daarover toone men toch geene verlegenheid en late gaarne de medespeelsters winnen. Zijn dat vrouwen van invloed , dan wint men , door zijn verlies , soms meer, dan men , bij zijn winst, zou gewonnen hebben. Ook als men met groote lieden speelt, is dezelfde voorzichtigheid aan te raden, want groote lui willen in alles als dames behandeld worden. Daarom moet een jong mensch dan ook nooit te hoog spelen.

Ook op openbare plaatsen houde men de strengste regelen der welvoegelijkheid op het oog en on-derschetde zich daardoor van den gemeenen hoop, die meent, dat hem daar alles geoorloofd is, waar hij voor geld kan binnenkomen. Intusschen vermij de men zooveel mogelijk zulke plaatsen, waar ruwe en onzedelijke menschen zamen-komen.

Alleen in de vrije lucht mag men de hoeden ophouden. — In liet kiezen van eene plaats zij

ocr page 191

185

men bescheiden. Met bedienden geene vertrouwelijkheid. Men raonstere de aanwezenden niet met de oogen, noch make aanmerkingen op hen. Menschen, die zich opdringen, houde men op een afstand door beleefde koelheid. In het algemeen steekt, in zulke gevallen vooral, beschaving gunstig af bij ruwheid.

Bij openbare plechtigheden en vermakelijkheden wapene men zich met al de deftigheid, welke men bezit, dan vooral geene opmerkingen, al ware ook aan uwen smaak geweld aangedaan.

In schouwburgen en concerten zijn alle luidruchtige betuigingen van goed- of afkeuring on-welvoegelijk. Zelfs is de gewoonte , om de maat met den voet te trappen, onfatsoenlijk. Over het algemeen zij men nimmer toonaangever; want niets is belachelijker , dan dat in de volle zaal twee handen tegen elkander klappen en — het overige publiek stil toekijkt. Wij spreken hier alleen van publieke concerten. Laat eene vriendin van muziek zich in een besloten kring hooren , dan vordert de beleefdheid, dat men haar zijnen dank betuige voor hare moeite , en die bijvalsbetuiging is hier eene zuivere uitoefening van den plicht der wellevendheid. Maar men klappe dan zacht in de handen. Nog moeten wij jonge menschen, die gaarne tabak rooken , daarop opmerkzaam maken, dat zij zich , bij hen , die

ocr page 192

486

niet rooken, en vooral bij de dames, slecht aanbevelen , als zij bij haar verschijnen met kleederen , die naar tabak rieken. Er zijn , ja , gezelschappen , waarin , ook in tegenwoordigheid van dames, gerookt wordt , doch dat zijn in den regel slechts vertrouwde kringen; en ook in deze doet men zich niet van de gunstigste zijde voor, als men, van het gegeven verlof, boven maat en perk gebruik maakt.

Overigens lette men op zich zeiven. Men neme geene zonderlinge gewoonten ot hebbelijkheden aan. Afgetrokkenheid staat waarlijk niet fraai. Hoesten , neussnuiten , spuwen — men vermijde het, of — keere er zich bij om. Ook is de gewoonte , om , zonder aanleiding , te zuchten, te steunen of diep adem te halen , al .?eer belachelijk , vooral in jonge menschen.

ocr page 193

INHOUDSOPGAVE.

I. tJelukweusclieu en Toesprakeu, oij gelegenheid van het Nleuwejaar.

Iil;idz.

A. Aan personen uit den hoogeren stand . 1

B. Kinderen aan hunne ouders en leermeesters en omgekeerd........3

a. Een zoon aan zijn vader .... -4

b. Een vader aan zijn zoon.....5

c. Eene dochter aan hare moeder... 6

d. Eene moeder aan hare dochter. . 6

e. Een leerling aan zijn onderwijzer . . 7 Eene leerlinge aan hare onder wij zeresse 8

Aan eene echtgenoot.......9

Aan eenen echtgenoot......10

Aan eene verloofde . ......\'10

Aan een verloofde........li

Aan geliefde vrienden en bloedverwanten 11

II. Oelukweusolien op Verjaar- eu Naamdagen.

Kinderen aan hunne ouders......15

Een zoon aan zijn vader.......15

Eene dochter aan hare moeder. . .16

Aan personen uit den hoogeren stand . 17

Aan bekenden en vrienden......18

Aan eene vriendin.........20

Een verloofde aan zijne aanstaande ... 21

ocr page 194

INHOUDSOPGAVE.

Bladz.

Een verloofde aan haren minnaar .... 21

Aan een echtgenoot . Aan eene echtgenoote.

III. Bg (Jeboorten, Doopfeesten en 3iet Peetschap.

Bekendmaking van geboorten.....24

Uitnoodiging tot het peetschap en het doopmaal 26 Toespraak van een doopgetuige of peet aan

de ouders van den doopeling .... 27 Verzoek der ouders aan den doopgetuige om

deel te nemen aan het doopmaal ... 28

IV. Bij gelegenheid van eene Aanstelling of Bevordering.

Bij eene aanstelling........29

Bij eene verplaatsing naar een ver en afgelegen oord..........32

Bij bevordering..........33

Dankbetuiging voor bewezene hulp bij eene aanstelling..........34

V. Bfl Verloringen en Bruiloften.

Huwelijksaanzoek.

Aan eene geliefde.........35

Aan eene weduwe.........38

Aan de ouders eener beminde.....-40

Aan de ouders of voogden na afloop van den

bedenkingstij d.........44

Wederantwoord van den minnaar .... 46

I)e minnaar aan zijne geliefde . . . • . 46 Uitnoodiging om aan het verlovingsfeest deel

te nemen...........46

n

22 23

ocr page 195

INHOUDSOPGAVE.

Bladz.

Uitnoodiging tut de bruiloft......47

\'s Avonds vóór de bruiloft.

Aan de bruid bij het binnentreden der kamer 48 Aan den bruidegom........49

VI. Uitnoodigingreii.

Tot een rijtoertje.........50

Tot eene wandeling .......52

Tot eene sledevaart........54

Tot eene danspartij........55

Tot het bezoek van eenige publieke plaatsen 57

Om mede te gaan naar komedie of concert 58

» naar het paardenspel. . 59

» ter jacht......60

» tot het bezichtigen van eene of andere merkwaardigheid .... lt;54 » naar een vuurwerk . . 61 » naar de kerk .... 62 » naar een gastmaal . . 62

VII. Aanspraken in gezelschap.

Bij het binnentreden in de kamer van een

vriend............64

Aanspraak van een genoodigde.....65

Aan een lid van het gezelschap .... 66

Aan een vreemdeling........66

Aan eene of meer dames uit het gezelschap 67 Aan eene dame als men ter tafel gaat . . 68 Aan een lid van het gezelschap naast hetwelk men gaarne plaats had .... 68

Itl

ocr page 196

INHOUDSOPGAVE.

Bladz.

Toasten.

Aan den heer of de vrouw des huizes na

het eindigen van den maaltijd . . . . 7U

Aan wie naast u plaats had.....70

Aandrang om wat langer te blijven . . . 70

Afscheid van den heer of de vrouw des huizes 74

Afscheid van de leden des gezelschaps . . 72

TIÏI. Op dauspartyen.

Uitnoodiging tot den dans......73

Aan een heer, die met eene danseres in

gesprek ir...........74

Aan eene danseres na het eindigen van den

dans......................74

Aan eene danseres welke de danszaal wil

verlaten...........74

Aanbod om eene dame naar huis te brengen 75

Afscheid............75

IX. Bij gelegenheid eener reis.

Verzoek om aanbeveling.......76

Mondelinge aanbevelingen......79

Dankbetuiging van den aanbevolene ... 83

Schriftelijke aanbeveling.......83

Bij de overgave van den aanbevelingsbrief . 84

Gelukwensch op reis........84

Afscheid van iemand, dien men op reis heeft

bezocht of leeren kennen......85

Bezoek na de terugkomst.......80

Gelukwensch bij de terugkomst .... 87 Bij het overreiken van een geschenk, medegebracht van de reis ....... 88

IV

ocr page 197

I N H O U n S O P G A V K.

Bladz.

X. Hij bijzondere omstandigheden en gelukkige voorvallen.

Aanbieding van dienst.......89

Verzoek om iets ter leen te mogen hebben 93

Herinnering aan onvervulde beloften. . . 96

Opzegging van kapitaal ....... 99

Wensch dat een voorgenomen onderneming gelukkig uitvalle........101

XI. Betuigingen van meêwarigheid en mederonw.

Bij liet verlies van eene betrekking . . . 103 Bij het verlies van het grootste deel des

vermogens..........105

Aan iemand die bij een brand groote schade

heeft geleden.........106

Aan iemand die zijne verloofde heeft verloren 107

Aan iemand die haren minnaar verloren heeft 108

Aan een zieke. . ........109

Aan de bloedverwanten van een zieke . . 109

Aan een echtgenoot na den dood zijner vrouw 110 Aan eene weduwe na den dood van haren

echtgenoot..........112

Aan ouders bij het verlies van een kind . 113

Aan den vader.........113

Aan de moeder.........115

Aan kinderen bij het verlies huns vaders . 116

Aan kinderen bij den dood van hunne moeder 117 Aan de bloedverwanten of vrienden van een

gestorvene..........118

Aan eene verloofde wier minnaar is gestorven ...........119

V

ocr page 198

VI INHOUDSOPGAVE.

Black.

Aan een minnaar bij den dood zijner verloofde............119

Kegelen voor eene goede houding en beschaafde manieren.

Inleiding...........121

Lichamelijke schoonheid. ...... 124

De blik............128

De oefening..........131

De beleefdheid..........136

De komplimenten.........139

Houding en gang.........143

De kleeding .... .....150

Het gesprek..........152

Het bezoek...........161

Bijzondere soorten van bezoek.....166

Omgang met dames........172

Omgang met personen uit den hoogeren stand 174

Gedrag aan tafel.........175

Gedrag van den gastheer en gastvrouw. . 179

Op een bal...........181

Slot.............183

ocr page 199
ocr page 200
ocr page 201
ocr page 202