VAN
GEZAUaEU
.....
TEN DIENSTE
7 / y\ â J lt;quot;7
i iamp;fxsg#, is Kjy* ^ ^ X-
CimiiBEGiTlEll.
?
WEERT,
SNELPERSDRIIK.KSHIJ VAN BSIM. SMEETS.
1889,
üM
â K
|
N. 42. mijn Jesua Barmhartigheid» | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
|
Jesus, Barm-har-ligbeid, Mijn Jesus, Barrn» haM^heid. | ||||||||||||||||||||
2.
Komt de ziekt' U onderdrukken, Valt de nood op U zoo hard. Doet het kruis ü nederbukken
Roept dan tot het heilig hart: Mijd Jesus Barmhartigheid, (bis.)
Komt de duivel u bekoren,
Trekl de wereld U tot val, Geeft de ziel den moed verloren
Roept tot God in elk geval : Mijn Jeius Barmbartigheid (Ms.)
4
Is uw' arme ziel in 'ionden,
Ligt gij in de slavernij Van den duivel vastgebonden,
Zegt : 0 Jesus, hulp voor mij. Mijn Jesus Barmhartigheid, {bis)
5.
Is uwe laatste stond gekomen ;
Breekt de dag des oordeels aan Voolt gij 't kille doodzweet stroomea
Roepl ook dan tol Jesus naam ;
Mijn Jesus Barmhartigheid, (bis.)
O Jesaa Zoet»
N. 43.
inp
-J
De wreqde l|i.ns,^diejeens^ uv^ Jlarj ^orkiiefde
1-
Toont ons de plaats, waar ieder vrede vindt, Zoet Hart van, Jesus ons hou^^e aoed Wil
ook ons hart ont-vlam-men, door uwen liefde-
gloedj \Yil ook om hart oal-vlaramen, door
u - wen lief-de-
â6â
2.
Nog persl de kroon, gescherpt door onze handen, Hel god'lijk bleed, uil Uw nieedoogend Harl
In 'l liefdevuur dal Uw harl doel onlbrander.,
Slaat nog hel kruis len leeken Uwer smarl.
Zoel Harl van Jesus ons hoogsle goed
Wil ook ons hart onlvlammen, dooi uwen liefdegloed.
Wil ook ons harl onlvlammen, door uwen liefdegloed.
3,
Hart vol van wee, het waren onze zonden,
Die U weleer bedroefden tot den dood.
Die droefheid ach ! blijft steeds Uw harl doorwonden Wordt door den mensch in ondank zelfs vergroot.
Zoet Hart van Jesus ons hoogsle goed
Wil ook ons kart ontvlammen, door uwen liefdegloed.
Wil ook ons harl onlvlammen, door uwen liefdegloed.
4.
Wij willen steeds Uw hart getrouw beminnen, Dal liefd'rijk harl, door velen wreed miskend.
Door Uwe hulp den schoonen hemel winnen, U nuttigen in 't heilig sacrament.
Zoet Harl van Jesus ons hoogsle goed
Wil ook ons. harl ontvlammen, door uwen liffdegloed.
Wil ook ons hart ontvUmmen, door uwen liefdegloed.
N. 44. Wie kan uw Hart aaaschonwen.
rzrjé-jr-j1-quot;r~jquot;
Wie kan uw Harl aanschouwen zoo
uitg^ - ster - te re - gen. Stroomt ons uw liefde tegen, 0 Je - sus, Oj Je - sus
ia u rv iiciuc w, ww
Jesus zegen mij, 0 Je - sus, o Je - sus,
-f
Je - sus ze - gen mij.
-8â
2.
Bij de aanblik van de zonde
In eigen hart ontsleld,
Spoed ik naar de open Wonde,
Waar 't godiijk heilbad welt Daar in uw purperplassen Zal ik mijn vlekken wasschen,
0 Jesus, o Jesus, o Jesus reinig m j ! {bis.)
3.-
Als de afgejaagde hinde
Versmaebt mijn ziel van dorst;
Geef dat ik laafnis vinde
Aan uw doorstoken borst ;
Laat me aan uw boezem zinken En liefde uil liefde drinken.
0 Jesus, o Jesus, o Jesus laaf Gij mij! (bis.)
4,
Bedreipl van alle zijden,
Door Satans beir benard.
Zoek ik bij 't felle strijden.
Een ruslplaals voor mijn hart.
Ocb dal ik vlucbten konde In Jesus boezem wonde !
O^,Jesus, o Jesus, o Jesus sta mij b:,j ! {bis.)
â9 â
N. 45. Bedemang aan 't 11. Hart.
m IgiÃpà i
|
Voor Je - sus Har - le zin - ge, Mijn | ||||||||||
|
P
drin - ge De luide loon der vreugd, Ge -
eerd ten allen tij - de. Zij Jesus hei - lig
m
i
j j j F
Hart, Dal aller hart zich wij - de, ain
^ j J I ^ i' ifi
m
i
de, a^n
't Hart van liefde en smart. Dat
E
al - Ier bart zieb wij - de, aan
l Harl van liefde en smart.
^1'' . ~
â10â
2.
0 Hart, voor mij gebroken,
Uit louter liefdepijn, Om mijne schuld doors'oken Mocht Gij mijn redder zijn.
Refr. *
3.
Uit breede HartkwetsureJ Sprong waler, Heilig Bloed,
Hoe rijk stroomt sinds die ure Ons uw genadevloed,
4.
Heer Jesus, eene bede Slechts ééne, gun ze mij ;
Ruim mij een zoete stede In Uw doorboorde zij.
5.
Dan word ik naar de trekken Die 'k in Uw beeld bemin,
Zachtmoedig, rein van vlekken, ] En noderig van zin.
6.
En als mij de oogen breken,
Zich sluiten voor den schijn.
Wil ik nog stervend spreken : Mijn Jesus, eeuwig mijn.
Refr. *
Refr. *
Refr. *
Refr. *
â11â
N. 46. Oat JFeHUB leev' !
|
Dal Jesus leev' ! Dit is de ffreel de harten, Dal Jesus leev', l)e leeraar aller | ||||||
| ||||||
|
deugd, De leeraar al - Ier deugd, |
( J- à â¦''i
Naam dien ik uooii va» mijn lip - p»n laai
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^ f | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dal Je - sus leev' !
s.
Dït Jesus lcev' ! op dezen kreet der sterkte Vlucht ver van ons het helsche leger weg (bis.) Jesus uw naam aan uw dienaars zoo leeder, Ploft in den afgrond de duivelen neder, Dat Jesus leev' ! (bis.)
8.
Dat Jfisus leev'! dat is d» kreet der hope Voor 't schuldig hirt, dal zijne misdaad voell; (bis.) Die hailige n»ara stemt Gods hart tpt verzoening En steunt en heiligt 's hoetelings voldoening. Dal Jesus leev'! (bis.)
4.
Dal Jesus leev' ! triomf ! dat zegepralend Die naam verwin al wal ondeugend heel (bis.) O heiige naam dat U mijn lied vereere ! En leven, sterven wil ik voor uw #ere. Dat Jesus leev' ! (bis.)
â18â
1
±
4q
* J
allen lieeft be - mind, Maar tol zijn wreedste
é
.â¢-niar - le, Geen weder - liefde vind. Dat
i mmm
Harl aan '1 kruis gebroken, Vergooi Zijn laalsle
P , , I ! -h
Bloed, ï.n 'l word opnieuw doorsloken, In
gruwb'ren o - ver - moed.
Dat Hart werd onze spijze,
Dat Bloed werd onze wijn :
Hier op de snoodsle wijze
Moest raen ondankbaar zijn. Dat Harte biedt den vrede,
En ach ! men weigert hem, Het noodt met bede op bede. De menseh versmaadt Zijn slem.
3.
Maar ik wil ü bebooren,
0 Hirte ! voor altijd,
ü heb ik uilverkoren,
ü ganseh mij zelf gewijd. O, wasch mij rein van zonde 1 In 't heilig Hartebloed f
Verberg mij in uw Wonde, | Ontsteek mij door uw gloed. '
4.
O, kon ik door de grootheid
Van mijner liefde kracht Vergoeden al de snoodheid
Waarmede ü de aard veracht! Prijsl, Engelen, de goedheid Van 'i diepbedroefde Hart,
Door Uwer liefde zoetheid.
Troost Moedermaagd ! Zijn sm .
â 15 â
N. 48. Aan het H* Hart van gt;VesnB.
w
3g=
Ziet het Hart van God den
^3E=^;
Zoon, Bloeit met eene doorne kroon, Geene
K
laan pmtrenl
pip
i weeldg. noch van
sus rijk be -fri à f
tulpen, geefie rozen. Staan pmtrenl dat Hart en
i
To - ; ien, Hij die Je - sus rijk be
tracht, houdt van weelde, noch van
öE;!
pracht, Hij die Je - sus rijk be
trachl, houdt van weelde noch T'an
prac!
-16 â
2.
Harl van Jesus onzen Heer U komt eeuwig lof en eer 1 Laai mij Jesus, vriend der vrienden In uw Hart een plaalsken vinden Laat geen drifl lot wereldscb goed ) ⢠Overheersclien mijn gemoed. )
3.
Hart van Jesus wonder zoet Breng mijn zondig liart lol boet Wilt gij Jesus Hart niet wonden Wacht u, rnerisel), van alle zonden Cooslieid baart bem zwaren druk ) ⢠â . En u zeiven ongeluk. ) ^ ''
-17
|
N. 49, Herstlie»!. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van den He - mei - trans. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hoort gij ginds der eng'len stem, Die ons roept naar Betblehem, Uit een Maagd door God verkoren Werd dit heilig Kind geboren Gloria, Gloria,
Ja de Schepper van 't heelal,
Liyt daar in een armen stal. Herders spoedt u, spoedt u voort. Naar 't van God gezegend oord.
3.
Wal geschenken voert ge mee, Kiest gij van uw schoonste vee ? Ach van 't geen gij op kuut dragen. Zal uw hart Hem 't meest behagen. Gloria, Gloria,
Neen, geen otrer is te grool Voor het 'ünd dat God ons hoodt Maar geen schijnt Hem ook te kleen Brengt uw liefde naar Hem heen.
4.
belkom kindje wees gegroet. Zie ons offers aan Uw voet Welkom dierbaar Wicht in 't leven, Mogen w' U ons offers geven.
Gloria ! Gloria Glorie zij aan God omhoog,
Vreugde straalt uit 't kinderoog Want Gij Kindje God en Heer,
Daalde 't vredebrengend neer.
â19â
5.
Lieve Moeder van dil wicht.
Dal in d'arme kribbe ügt.
Boven allen uilgelezen Moesl gij Jesus Moeder wezen.
Zuivere Maagd ! Moeder Maagd ! Als Gij in liefde boog verrukt, 't Heilig Kind aan 'l barte drukt. Neemt naast Hem die ons bemint Elk van ons ook aan als kind.
-20â
N. 20 Maria Onbevlekt Ontvangea.
i
f
Lieve moe - derlt; van den Heer,
ÃÃ ^ j
Laai ons onn uw ze - tel dringen,
F=Tff
*=rT
i
i
Laat uw kin - dren ü ter eer
't Ziel verheffend feest lied zingen,
Ãl
'I Moei weerklinken luid en blij, Moeder
gpp g
Ã
i
on - bevlekt zijl Gij. 'i Moet weer
W
klin - ken luid en blij. Moeder on - be-
2.
't Heeft reeds wijd de wereld rond
En herscheppend overklonken, 't Woord door Pius mond verkond;
En uw kindren, vreugde dronken, Jub'len op uw feesigetij ) j Moeder, onbevlekt zljt Gij ) quot;
8.
Neen, dat loflied zwijgt niet meer. Tot aan 's we relds verste palen Zuilen niet hel hemelsch heer
Al uw kindren luid herbalen 't Woord van 't zalig jubellij : l Moeder, onbevlekt zijt Gij. )
4.
En wij voegen dank en beè
Bij de blijde feeslgezangen ; Wie, wie dankt n;et met ons meè
Voor het heil, door U ontvangen In het zalig Jubellij? ) /^,-s \ Moeder, onbevlekt zijl Gij ) *
5.
Zonne zuivre Moedermaagd :
Om de glorie U gegeven,
Hoor ook wat ons harl U vraagt.
Dal wij na een schuldloos leven, Eeuwig jub'len aan uw zij ! ) â Moeder, onbevlekt zijl Gij. ) ^
N. St. Voor liet beeld van Maria.
Ma -ri - a's beeld te mid - d*n, van
vroolijk schitlrend licht Noodt ons te komen
m
wijlen, Maria, Maria Moeder zegen ons.
â23â
2.
Wij vallen aan IHv voelen,
Neem ons genadig aan,
Ontvang onz' laatste groeien
Voor dat wij huiswaarts gaan; Dan gaan wij blij Ie moede Vertrouwend op Lw lioede Msria (bis) enz.
3.
Wij wijden li onz' harten,
Voor 't goede dat Go ons doet; In blijdschap en in smarten
In voor- en tegenspoed,
Steeds willen we li vereeren En Uwen roem vermeêren Maria (bis) e-.n.
4.
O stort iiiet moederhanden Lisv zegen op ons neer. Verbreek des Zondaars banden. En breng tol God Hem weer Dan ziel Gij ons weldra weder O Moeder goed en teeder.
Maria (bis) enz.
-24 â
N. 52. Maria I-Hev*.
m
i
% ^ J- 7 J^l p p ^
J-r^y z^:
le vlekken vrij, Ma - ri - a leev' De
iille vlekken vrij, Ma -
yj^Tj-irpj
ko - ningin der Eng'len,quot; De moe - der
J. JM J Ji jÃ
maagd, mita't hoofd der maagden-rij.
Maiia 1c - vp, Met God haar kind,
i p mm
Le - ve Ma - ri - a. Die ons als moeder
mint.
-25
2.
Maria leev ! koml laat ons voor haar knielen,
Ze is de docliter Gods, Gods moeder, Godes bruid, Maria leev ! ze is 'l heilverband der z olen
Door hare hand storl God zijn gunsten uil.
Maria leve enz. ^zooals hoven.)
3.
Maria leev ! zou 'k immer haar verlaten ?
'k Was liever dood en lag in 'l duister graf; Want zonder liaar, wat zou mij '1 leven halen?
Neen God, breek eer den draad mijns levens af. Maria leve enz. (als boven.)
4.
Maria leev ! laat me in baar liefde leven,
Met haar vereend vrees ik noch dood nocb pijn. De laalsle zuehl, die op mijn lip zal zweven
Zal liefdezucht voor U, Maria, zijn Maria leve enz. (als boven.)
â26â
Sal Te Kegina»
«. 53.
We^ ge ^ groe^ van^gansche^
ge - groet o Konin-
Wees
harte,
stneeken wij en zuchten, Tot ont-
i n i n. , K s i
§ ^ fk
fer - ming steeds be - reid, Wees zoo
-27-
_k_k
smeeken wij en zuchlen, Tot ont-
-Jbi
ferming steeds bereid.
Wees gij onze steun in zwakheid,
Onze hoop o reine Maagd ;
Wees Gij onze troost in droefheid
Die aan 't kwijnend harte knaagt ; Zie met hartlijk mededoogen,
Ons met zondenschuld helaan, Ons, verloren Adams kind'ren Minzaam, als Uw kind'ren aan.
8,
0 Maria, onze toevlucht.
Onze voorspraak Lij den Heer; Sla op ons in 't dal der tranen
Liefderijk Uwe oogen neèr, Voer ons aan des levens einde Lieve Moeder, tot Uw zoon Tot ons door zijn milde handen. Zij geschonken 't Hemeltoon.
Wees gegroet, o Maagd, Maria,
Hulp in nood en troost in smart. Wees 'gegroet o bron der liefde. Zalving voor ons lijdend hart. Wees gegroel, van gansclier harle
Wees gegroet, o koningin. Met een kinderlijk vertrouwen Roepen wij Uw vooorspraak in.
|
N. 54 Waria vergreten wij nooit. | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
|
Van onz liefd' en dankbaarheid, | |||||||||||||||
â 29-
móeder, en Jesus ons broe - der f * i £ i i %
-30 â
2.
Gelukkig lüj die alle dagen
De Koiiiugia der Knglen dienl,
Die mc-l de Moeder ie behagen
Den Zoon ook lieefl tol bosten vriend.
Refrein : 0 Maria, enz.
3
Haar naam zij dan in ieders harte Geprent mei letteren van vuur, En nooil verrair.dren tijd noch smarte Een liefdegloed ons hart xoo duur.
Refrein : O Maria, enz.
4.
O, Koningin der hemelscharen,
Heersch over ons nu en altijd. Wil toch ons hart en ziel bewaren: Wij zijn U allen toegewijd.
Refrein : O Maria en .
â31 â
jpip i ÃiiÃiï§lÃii| i à hof. Laat ons met vreugde loo - nen. Ook
Pipi
' lof. i
â32â
2.
De nieuwe lente dagen
Zijn vol bekoorlijkheid, Nog meer zal ons behagen Maria's heerlijkheid Lual ons, enz.
3.
glaLS der leliebloemen,
Wier blankheid zoo behaagt Doet ons de reinheid roemen Van deze Moedermaagd.
Laat ons, enz.
4.
Wij zien bier deugden pralen
In elk ontloke bloem.
Doe ze in ons hart ook dalen, O Moeder vol van roem.
Laat ons, enz.
5.
Wil o«k ons jeugd bevrijden Van 's werelds zoet venijn. En doe ons de ondeugd mijden In deze lampwoestijn.
Laat ons, enz.
6.
Leid ons naar 's hemels kringen
Aan uwe moederhand,
Opdat we uw goedheid zingen la 'l eeuwig vaderland.
Laata ns, enz.
-32-
zangen ^ Haar schoonheid heeft eeuwig de
---
schepper behaagd, Zij werd zonder zonden ont-,
-N-
van - gen 0 reinste der Maagdei, . ^ prijze^m^n lie(J, Versmaad, ach venmaad mijne
zisLrj--ir'i
zangen toch niet.
â 84â
2.
Van 't hoogsle des hemels zag God op U neer,
Zijn oog sloeg ü liefderijk gade ;
Reeds voor Uw geboorte werd Gij door den Heer
Vervuld, mei de grootste genade ;
Gij bleefl steeds van iedere zonde bevrijd,
En eeuwig Uw Heer en Uw Schepper gewijd.
3.
Nu leeft Gij daarboven in eindlooze vreugd Waar de engelen U juichend omringen ;
De hemel wordt thans door Uw schoonbeid verheugd,
Die cherubs en serafs bezingen.
0 luister des hemels ! Gij glinstert van 't licht God zelf heeft Uw troon naast den Zijnen gesticht.
4.
O Maagdlijke Moeder, O vlekklooze Maagd,
Tot boven de sterren verbeven,
6«kom ons die deugd, welk het meest U behaagt
En leidt ons tot 't eeuwige leven Daar zingen wij eeuwig rondom Uwen troon 0 reinste der maagden wat zijt Gij toch schoon.
â35 â
âÃ=ÃÃÃÃ=p1''
schenkt uw Jesus mij tot broeder, scb.
N. S7.
_i_K__L_k__K i_______' _'
T
Moeder - lief, sla mij locb bij;
âi v y F fâ
Mets mag een kind van Moe - der
~w-â'
r
scheiden, Reik maar L'w band en ik ben
-36-
Bssmm
â gt;1-
schei - den, Reik mij Ãw hand en ik 1 en
vrij.
2.
Ik ïie door U den mensch herleven. Door U beginl het rijk der deugd :
Nel uwen Zo in heht ge ons pegeven Den vrede Gods de ware deugd. Refrein . De wereld wil enz.
3.
Wie heefi er nie' door U gevonden, Verlichlinp, vrede, troost, geluk ?
D? deund door U blijft ongeschonden. Gij irekl de zondaars uit ('en druk. Refrein : De wereld wil enz.
4.
Bliif nof; als Moeder mij bclt;ch5rmen, In slervensnood sta nevens mij.
Mag ik ontslapen in uw armen.
Dan vrees ik niet, maar slerf ik blij, pefrein : De »ere|d wil epü,
i P r J'r
mij Uw hand en i
$
-37-
N, 58. De Cngrel Bewaarder»
â 38 â
2.
O, hoevelen zijn er heden Die den weg van 't kwaad betreden En zij lokken mij ook aan Om hun wegen in te gaan,
Wil mij bij de hand geleiden,
Over mij uw vleuglen spreiden. En bswaken vroeg en laat Dan ontkom ik alle kwaad.
3.
Wil den duivel steeds verjageu Als hij mij tol kwaad komt plagen, Wil in ziel en lichaamspijn Steeds mijn troost en leidsman zijn Met uw hulp moei ik niet schromen Als de schicht des doods zal komen. Want als gij mij gade slaat, Dan ontkom ik alle kwaad.
-39â
3
Maria - Eiled»
N. 59.
f
O Ma â¢â¢ ri - a vol van genade, Schuonsle
bloem uit 's He - melsch laud, Sla uw
;ÃE%=^gj
r:r=^Hâ-fâFâF
=0=
i ^ ^ I r â
blikken op ons neder Reik ons uwe Moeder
J ) ffl
li 'J. K F .
te^iE5Ãp=p
y ^ 1
hand. Lof en dank met harl en mond Zij II
-£-f . _|_ k---------- ---------------- ----- '⢠*
m
quot;k F ! ^ r
â oâ
2.
li le minnen, U te dienen, Naur uw voorbeeld altijd rein
Duor bel leven voorl Ie wandelen Zal voonaan ons leven zijn; S'a ons bij in eiken nood In bel leven, in d^n dood, In het leven, in bet leven In het leven in den dood
3.
Zie, wij leggen aan Uw voelen Zonder voorbehoud' ons hart;
Regel alle zijne driften,
En in vreugde en in smart,
Maak door heil'ge liefde Wiri» Onze barten, koud en arm, Onze harten, onze harten,
Onze banen, koud en arm.
â 41 â
60. O Güj die troont.
â l;i , , / j * r
0 Gij die trponf, waar Jesus woont.
é mi \ Aà J j J I J H
f f amp;â» amp;-â¢-âzâgt; Zrâ
zie gunstig op ons neder, ons zondig
1. % % C ' K f m Iquot;quot;' f *i 1 ^ r r
verkwijnt van smart. Toon ü onz moeder
l'Pfl - 1
(eeder, loon U onz' Moeder tee - der.
2.
veihoor on-t' beên.
Stil hel geween Van die uw zegen vragen ; Ten allen tijd Zal '1 hart verblijd ü dankend hulde dragen.
Weer van ons af'
Der zonden straf,
Van 't onboelvaardig sterven; Neen, neen, het kind.
Door U bemind,
Zal nooit genade derven.
Schenk ons nu deugd, Hierna de vreugd Van mei de Hemellingen Vereend van geest Op 't eeuwig feest Maria's naam te zingen.
â43â
f
JJ. 6t. Maria's Kaam.
L â '/; li l
f A p
O naam 100 zoel in d'ooren, van
J-, M I k K , » |
trâ* J1 fri
wie Mari - a mini 0 naam zoo innig
. âk-,--i , ^
f p T sr^:ff
dierbaar, aan 't harle van haar kind , Geef dal uw Naam, Maria, Sleeds in mijn ziele
=^Jâ^â_h ^^5 hl
' ft r. -»-⢠9 i f-r*r --
leev' En sierend, op mijn lip - pen
r'i p ï $:W* j
' \L/
Uw Naam o Moeder zweev'.
â 44 -
O Naarn ! die de Onbevlekte, In al haar groolheid prijst; O Naarn ! die op de Moeder Der zeven smarten wijsi. Geef dat, enz.
3.
Naam ! die ons de liefde Der Lieve Vrouwe noemt O Naam, die 't alvernaogen Der Koninginne roemt Geef dat, et z.
4.
O Nnam ! een milde balsem Voor ied're ziels kwe'suur En telkens nieuwe voediriij Voor 't bcmelscb liefdevuur Geef dat, enz.
5.
O krijgsleus in hel strijden, O hulpkreet in den i ooc ! O onderpand der zege In leven en ia dood Geef (kt, enz.
â45-
N. 62 Voor de Heilig-e Com manie.
âh ki ^--
Ã
Waakl cljristnen op wil biddend neder
lï J) J) tl
» t
â â Heer,
=n^
p pi i
s * f: i-
quot;knielen Waakl op fin buigt ! Hij komt Hij komt de De glonevorsi, de Bruigom onzer
i--N---VK-!v-4l
r-'ââ¢â»-----» #- -J-tJf
blaken, En gaat uw Vorst uw Koning te ge -
-V^hi r. ri ï, h )v-
=«=±:
t y
moet ! Hij komt Hij komt uw lielen zalig
iikq
m
maken U voeden met Zijn dierbaar vleescli en
â46 â
A-K-A
Jv,
n
ȉ
bloed Hij komt Hij kotnl uw zielen zalig
m ^ ^ i) ^ gp i gt; « Eâi-i 4= $ - * »' gt; gt
maken U voeden met Zijn dierbaar vleesch en
j ^ .
J bloed.
2.
Gelijk een bert zich dorstig zoekt Ie drenken. Zoo dorst mijn ziel voor U, o Levensbron,
Naar U, die mij het ware heil kwaamt schenken,
En door Uw bloed mijn minnend hart won. Kom dan, o kom ontdaan van gloriestralen ;
Terwijl de schijn van brood L'w glans omhult! Kom Jesus kom wil in mij nederdahn ) , En mij, voor ü van wedermin vervuld. ) '
-47 â
N. 63, Kn de Heilige Communie*
_K_^S N h.
â48â
2.
Geloofd zijl Gij, mijn Redder en mijn foeder,
0 rijke bion vsn zaligheid en heil!
Geloofd zijl Gij. mijn leidsman en mijn Hoeder, Gij hadl Uw bloed. Uw leven voor mij veil. Gij hebl mij in quot;l rijk van 't boveniia.-dsche leven Beloo'd een schal, een stroom van hemelvreugd; Gij tubl me Uw vlre.-ch lol onderpand gegeven ) /. â » 0 zoete hoop die 't droevig hail verheugt. ) ^ ls '
3.
En wal, o Hper, zal ik U wedergeven ?
Hoe toonen U verplichte dankbaarheid ?
Door vurig U te minnen in dit leven.
Voor zooveel gunsten mij door U bereid,
O lieve Jesus, doe mij sleeds gedenken
Die. liefde, die 'k à (iankbaar geven moei ;
Maar wil Gij zelf. mijn zwakheid hulpe schenken:) .. . Ontsteek in mij een dankbren liefdegloed ) 1 !S '
-49 â
Ã
-!âh
-F-
|
r eer - re - mur eer - tmi ju - bi - la - lio |
Et an-li quum Sa -lus lio-nor |
m'
- O
ESi
â 51â
N. 65.
âr
re - tnur eer - nui Et an-li-quutr. ju - bi - la - lio Sa -lus ho-nor
rif rn^f^T#
I
⢠'52 â
BE
INHOUD,
Mijn Jesus Barmhartigheid. .
O Jes ns Zoel......
Wie kan uw Harl aanschouwen , Bedezang aan 't H. Han .
Dal Jesus leev'!......
Jesus versmade Liefde . . . , Aan hel H. Hart van Jesus .
Kerstlied.......
Maria Onbevlekt Ontvangen. . , Voor hel beeld van Maria . . ,
Maria Leev'......
Salve Regina.......
Maria vergelen wij nooil .
Meilied........
Wij prijzen vol vreugde. . . .
Betrouwen op Maria.....
De Engel Bewaarder. .
Maria - Lied..... '
O Gij die troont . '
Maria's Naam.....]
Voor de Heilige Communie. . Na de Heilige Communie .
TantumâErgo.....
TantumâErgo......
Bladz. 3 5 7 9 11 13 15 17 20 22 24 26
42.
43.
44. 43.
46.
47.
48.
49.
50.
51.
52.
53.
54
55
56.
57.
58.
59.
60. 61. 62.
63.
64. 63,
31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 81