^ J-?- ~.Jc Xiquot;
VMf J* r, ,
KLEINE CATECHISMUS
CHRISTELIJKE LEER,
goedgekeurd ea ten gabruike ia het Bisdom Roermond vcorgeschreven
DOOR
ZIJNE DOORLUCHTIGE HOOGWAARDIGHEID
FfêMCISCüS MTO^IÃS ^ÃBERTOS BOERMANS,
^isschop van Roermond.
(Prijs 5 couten.)
^iblir-hgek
GOEDKEURING.
Aangezien op Ons de gewichtige verplichting rust, helt; onderwijs in de Christelijke leer zóó te doen plaats hebben, dat van hare zuiverheid niet worde afgeweken : zoo hebben Wij het noodig geoordeeld den Kleinen Catechismus, door d.e zorg van Onzen Doorluchtigen Voorganger, J. A. Paredis, iïitgegRven, goedgekeurd, en ten algcmeenen gebruike in het Bisdom Roermond voorgeschreven, mede in Onzen naam voor Geestelijken en Gcloovigen verplichtend te stellen.
Opdat Wij zekerheid hebben, dat gcene verandering in de» tskst gebracht worde, verbieden Wij het gebruik van exemplaren san dezen Kiemen Catechismus, die niet met Onze tocialing m goedkeuring mochten gedrukt en uitgegeven worden. Onze liindteekcningen Ons zegel, met welke alle exemplaren moctca voorzien zijn, zullen hel waarnïerlcTaa een ec auder wezea.
Gegeven te Rcermond, den 20 Juli i889.
DAGELIJKSCHE GEBEDEN EN OEFENINGEN.
Het Kroisteeken.
Vgt; In den Naam des Vaders, en des Zoous, en des £ Heiligen Geestes. Amen.
Het Gebed des Hebrew.
Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij Lw naam. Ons toekome Uw rijk. Uw wil geschiede op de aarde als in den hemel. Geel' ons heden ons dagelijksch brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring: maar verlos ons van de?i kwade. Amen.
De Groetesis des Engels.
Wees gegroet, Maria, vol van genade, de ïïeer is met u: gezegend zijt gij Loven alle vrouwen, ea gezegend is de vrucht uws lichaams Jezus. Heilige Siuria, Moeder Gods, bid voor ons zondaars, nu ea ir. liet uur van onzen dood. Amen.
De twaalf Artikelen des Geloofs.
1. Ik geloot m God, den Vader almachtig, Scliepper van hemel en aarde.
2. En in Jezus-Ghristus, zijnen eenigen Zoon, onzen Heer:
o. Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren
uit de Maagd Maria,
4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven:
3. Die nedergedaald is ter helle, ten derden daga verrezen van de doodeu:
i
6. Die opgeklommen is ten hemel, zit aan de rechterhand Gods des Vaders almachtig:
7. Van daar zal hij komen oordeelen de levenden, en de dooden.
8. Ik geloof in den Heiligen Geest:
9. Eene heilige katholieke Kerk, gemeenschap der Heiligen,
10. Vergillenis der zonden,
11. Verrijzenis des vleesches,
12. Het eeuwig leven. Amen.
De tien Geboden Gods.
1. Ik ben de lieer uw God; gij zult geene vreemde goden voor mijne oogen hebben; gij zult u geen gesneden beeld, noch eenige gelijkenis maken; gij zult die niet aanbidden, noch godsdienst aando«3.
Gij zult den Naam van den Heer uwen God met ijdel gebruiken.
o. Woes gedachtig dat gij den Sabbatdag heiligt.
4. Eer uwen vader en uwe moeder, opdat gij lang moogt leven op aarde.
0. Gij zult niet doodslaan.
6. Gij zult geen overspel doen.
7. Gij zult niet stelen.
8. Gij zult tegen uwen naaste geen valschè getuigenis geven.
9. Gij zult uws naasten huisvrouw niet begeeren.
10. Gij zult zijn huis niet begeeren, noch zijn land, noch zijn dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets van aües wat hem toebehoort.
De vijf Geboden der heilige Kerk.
1. De geboden Heiligdagen zult gij vieren,
2. Dan ook Mis hooren met goede manieren.
S« Geen geboden Vastendagen zult gij breken.
5
4. Gij zult, ten minste ééns 's jaars, aan den priester
uwe biecht spreken.
o. En nuttigen omtrent Paschen het lichaam des
Heeren.
De zeven heilige Sacramenten.
I. Het Doopsel. 2. Het. Vormsel, o. Het allerheiligste Sacrament des Altaars. 4. De Biecht. 5. Het heilig Oliesel. 6. Het Priesterschap. 7. Het Huwelijk.
De vier Noodzakelijkheden des middels.
Ten eerste: dat er is één God; ten tweede, dat er drie goddelijke Personen zijn, de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest; ten derde, dat God de Zoon, de tweede Persoon der allerheiligste Drievuldigheid, voor ons is mensch geworden; ten vierde, dat God is looner van het goed, en straffer van het kwaad.
De v'cr Uitersten.
De Dood, het Oordeel, de Hel en de Hemelsche glorie.
Akte van geloof.
Ik geloof in éénen God, één in wezen en drievuldig in Personen, God den Vader, God den Zoon, en God den Heiligen Geest, looner van het goed en straffer van het kwaad; ik geloof dat God de Zoon, de tweede Persoon der allerheiligste Drievuldigheid, voor ons is mensch geworden, gekruist, gestorven en verrezen: deze mysteriën en al hetgeen de heilige Kerk mij voorstelt te gelooven, geloof ik vastelijk, omdat Gij, mijn God, de opperste waarheid en wijsheid zijt, die dit alles zelf geopenbaard hebt.
In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.
6
Akte van Hoop.
Mijn Heer en mijn God, ik hoop en vertrouw vaste-lijk, door liet bitter lijden en de verdiensten van Jezus-Chrisltis, te bekomen hier in dit leven Uwe genade en vergiüenis van mijne zonden; en hierna U eeuwig te aanschouwen, te beminnen en te bezitten in den hemel: dit hoop ik omdat Gij, mijn God, oneindig goed zijt tot ons, almachtig en getrouw in Uwe beloften.
In deze hoop wil ik leven en sterven.
Akte van Liefde.
Mijn Heer en mijn God, ik bemin U boven al en uit geheel mijn hart, omdat Gij oneindig goed zijt, en alle liefde waardig; ik bemin mijnen evennaaste gelijk mij zelven uit liefde tot U: dat U alle menschen beminnen ea dienen, dat U alle schepsels loven in eeuwigheid.
In deze liefde wil ik leven en sterven.
Akte van Berouw.
Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond mijns harten, omdat ik daardoor Uwe rechtvaardige straüen verdiend heb, en vooral omdat ik daardoor Uwe goddelijke Majesteit en goedheid, die ik boven al bemin, vergramd heb: ik haat en verzaak die zouden uit liefde tot U: en ik maak het vaste voornemen voortaan nooit meer te zondigen, alle gelegenheid van zonde te schuwen, eene rechtzinnige biecht te spreken, en liever te sterven dar. U nog te vergrammen.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest. Gelijk het teas in den beginne, en nu, en altijd, en in
alle eeuwigheid. Amen.
âºr»
A
KLEINE CATECHISMUS
of
OSSamp;imSJll LSSR
VOOR EERSTBEGINNENDE^. EERSTE LES.
Van God.
1. Waar komt alles van daan. wat in de wereld bestoet?
Van God.
2. Wal is God?
God is een oneindig volmaakte geest. Schepper, Heer en Regeerder van hemel en aarde, de bron onzer zaligheid, en ons opperste goed. 5. Waarom wordt God genoemd: een Geest?
Omdat God geen lichaam heeft.
4. Waarom wordt God genoemd: Schepper?
Omdat God alles geschapen heeft.
5. Waarom icordt God genoemd: Heer?
Omdat aan God alles toebehoort.
6. Kan er meer dan één ware God zijn?
Neen, dat is niet mogelijk.
7. Uoe oud is God?
Van alle eeuwigheid, dat is, zonder begin.
8. Hoe lang zal Hij God zijn?
Tot in alle eeuwigheid, dat is, zonder einde.
9. Is God dan niet geschapen?
Neen, Hij is van zich zeiven.
10. Waar is God?
God is in den hemel, op de aarde, en op alle
plaatsen.
11. Kunnen wij God ook zien ?
Neen, wij kunnen God niet zien, omdat Hij eoR
Geest is.
12. Kan God ons zien?
Ja, God.ziet en weet alles, ook het binnenste van
ons hart.
8
15 Waarom wordt God nog genoemd: looner van liet goed en slratt'er van het kwaad !
Omdat God alle menschen loont of straft, ieder naar zijne verdiensten.
TWEEDE LES.
Van de allerheiligste Drievuldigheid.
1. Wat is de allerheiligste Drievuldigheid?
De allerheiligste Drievuldigheid is God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest, drie Personen, die maar één God zijn.
2. h God de Vader God?
Ja, de Vader is God.
5. Is God de Zoon God?
Ja, de Zoon is God.
4. Is God de Heilige Geest God?
Ja, de Heilige Geest is God.
5. Zijn er dan drie goden ? ,
Neen, die drie Personen zijn maar éen ^od.
6. Hoe kunnen die drie Personen maar één God zijn?
Omdat zij alle drie maar één en hetzelfde godde lijk wezen of dezelfde goddelijke natuur hebben.
7. Van wien komt God de Vader voort?
God de Vader komt niet voort, maar Hij is vsb
zich zei ven.
8. law wien komt God de Zoon voort?
Van God den Vader.
9. Van wien komt God de Heilige Geest voort.
Van God den Vader en God den Zoon te /amen.
10. Is God de Vader dan ouder of meerder dan God d' Zoon, of God de Heilige Geest? _ ..
Neen; zij zijn alle drie even oud, want zij zijn alle drie van eeuwigheid; zij zijn ook even wijs, even machtig en even goed.
9
DERDE LES,
Van de Schepping der Wereld en der En-gelen.
1. Waarom wordt God almachtig genoemd ?
Omdat God alle macht bezit, en door zijnen wil alleen alle dingen kan maken en ook te niet doen.
2. Waardoor heeft God zijne almacht het meest getoond1!
Door het scheppen van hemel en aarde, en van alles wat daarin is.
3. Wat is scheppen?
Iets van niets maken, of uit niet voortbrengen.
4. Heeft God ook onzichtbare wezens geschapen?
Ja, God heeft ook zuivere en onsterfelijke geesten geschapen, die wij Engelen noemen.
'ti. Zijn alle engelen goed en gelukkig gebleven ?
Neen, de hoovaardige en ongehoorzame Engelen zijn uit den hemel verdreven naar den afgrond der hel.
6. Hoe worden die afgevallen Engelen genoemd?
Booze geesten of duivels.
7. Zijn er eenige Engelen die ons bewaren ?
Ja, ieder mensch heeft eenen Engel, die hem van 't begin zijns levens bewaart.
VIERDE LES.
Van den Mensch en zuke Bestemming.
1. Wat is de mensch?
De mensch is een redelijk schepsel Gods, hebbende eene onsterfelijke ziel en een sterfelijk lichaam.
2. Waarom wordt de mensch een schepsel Gods genoemd?
Omdat hij van God geschapen is.
3. Waarom wordt de mensch een redelijk schepsel genoemd ?
Omdat hij met rede of verstand begaafd is.
4. Uit hoeveel deelen beslaat de mensch?
10
Uit twee, te weten; uit eene onsterfelijke ziel en
een sterfelijk lichaatn.
5, V/elk is hel waardigste deel van deze twee?
Oe ziel.
6, Waarom is de ziel het waardigste deel van den mensch?
Omdat de ziel een onsterfelijke geest is, van God geschapen naar zijn beeld en gelijkenis.
7, Tot welk einde is de mensch van God geschapen ?
De mensch is geschapen om God in dit leven te dienen, en Hem na dit leven eeuwig te aanschouwen in den hemel.
g. Wat moet de mensch doen om tot dat einde te komen ?
De mensch moet God kennen, God beminnen, en Gods geboden tot het einde zijns levens getrouwelijk onderhouden.
VIJFDE LES.
Van den val van Adam.
1. Wie zijn de eerste menschen geweest?
Adam en Eva.
2. In welken slaat waren Adam en Eva, eer zij gezondigd hadden ?
Zij waren in den staat der heiligmakende genade, en daarenboven nog verrijkt met bijzondere voorrechten naar ziel en lichaam.
55. Zijn Adam en Eva in den staat der heiligmakende genade gebleven ?
Neen, zij zijn gevallen in de slavernij des duivels.
4. Waardoor zijn zij in de slavernij des duivels gevallen?
Door eeue zware zonde van ongehoorzaamheid, doordien zij gegeten hebben van de vrucht, waarvan God hun verboden had te eten.
5. li Adam alleen door die zonde in de slavernij des duivels gevallen?
Neen, alle menschen hebben in Adam gezondigd, en zijn met hem in de slavernij des duivels gevallen.
H
6. Hoe wordt die zonde genoemd, waardoor alle men-schcn in Adam gezondigd hebben.
Erfzonde.
7. Is het menschdom nog in de slavernij des duivelt, waarin Adam het gebracht heeft?
Neen, .ieziis-Gliristiis heelt het menschdom daaruit verlost.
ZESDE LES.
VAN I)E MENSCHWORDIKG VAK Goi) DEN ZOON.
«. W 'ie is voor ons mensch geworden?
God de Zoon, de tweede Persoon der allerheiligste Drievuldigheid, die, mensch geworden zijnde, jezus-Chrislns genoemd wordt.
2. !! at wil dat zeggen: God do Zoon is mensch geworden?
Dat God de Zoon aangenomen heeft, de men-schelijke natuur; dat is: eene ziel en een lichaam, gelijk de measchen hebben.
o. Ah God de Zoon is mensch geworden, is Hij dan ook God gebleven?
Ja, zoodat Hij is waarlijk God en waarlijk mensch te zamen in eenen Persoon.
4. Hoe heeft de Zoon Gods de menschelijke natuur aangenomen ?
De Zoon Gods heeft, door eene bijzondere werking van den Heiligen Geest, de menschelijke natuur aangenomen iu het maagdelijk lichaam van Maria.
5. Wie is Maria?
De moeder van onzen Heer Jezus-Christus.
ti. Waar is Christus geboren?
In eenen stal te Bethlehem.
IVanneer vieren wij de gedachtenis van Christus' Geboorte ?
Op Kerstdag.
12
8. Waarom is God de Zoon voor ons mensch geworden?
Om ons door zijn lijden en dood van de slavernij des duivels en den eeuwigen dood te verlossen.
ZEVENDE LES.
Van Chkistus' Lijdf.n, Dood en Verruzenis.
4, Wat heeft Christus geleden bij den rechter Pilatus ?
Christus is op bevel van Pilatus wreedelijk ge-geeseld, van moedwillige soldaten met doornen gekroond, en door l'ilalus overgeleverd om gekruisigd te worden.
2. Hoe is Christus gekruisigd?
Nadat Christus zijn eigen Kruis gedragen had, is Hij met handen en voeten daaraan genageld en er drie uren levend aan blijven hangen.
3. Wanneer is Christus gestorven?
Op Goeden Vrijdag.
4. Waarom heeft Christus voor ons willen lijden en aterven?
Om in onze plaats aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen voor onze zonden.
5. Wat heeft Christus gedaan na zijnen dood?
Zijne ziel, vereenigd met de Godheid, is nedergedaald ter helle.
6. Hoe is Christus verrezen ?
Nadat zijne ziel zich weder vereenigd had met zijn lichaam, is Hij levend en verheerlijkt uit zijn graf opgestaan.
7. Wanneer is Christus verrezen?
Op den derden dag na zijnen dood, dat is des Zondags 's morgens.
8. Wanneer vieren wij de gedachtenis van Christus' verrijzenis ?
Op Paaamp;chdag.
13
9. Wanneer is Christus ten hemel geklommen?
Veertig dngen na zijns verrijzenis.
10. Waar is Christus nu?
Christus zit aan de rtecliterhand dos Vaders.
11. Zal Christus nog op deze wereld terug keer en ?
Ja, op het. einde der wereld, om te koruea
oordeelen de levenden en de dooden.
ACHTSTE LES.
Van de heilige Kerk.
4. Wat is de heilig» Kerk?
De heilige Kerk is de vereeniging van alle geloovige Christenen, die onder de gehoorzaamheid van den 1'aus van Rome de ware leer van Christus belijden.
2. Wat is de Paus van Rome?
De Pans van Rome is de plaatsvervanger van Christus hier op aarde, en de wettige opvolger van den heiligen Petrus, op wien Christus zijne Kerk gebouwd heeft.
5. Heeft Christus meer dan ééne ware Kerk gesticht?
Neen, Christus heeft maar ééne ware Kerk gesticht.
4. Welke is de eenig ware Kerk van Christus?
De Roomsch-Katholioke Kerk.
5. Moeten alle mensehen tot de ware Kerk van CkristUi behoor en, om te kunnen zalig worden?
Ja; want voor al degenen, die door hunne schuld builen de ware Kerk van Christus stervec, is de zaligheid onmogelijk.
6. Is hit genoeg het ware geloof in de Kerk U belijden om zalig te worden?
Neen, men moet ook Gods geboden onderhouden en de deugden beoefenen.
lt;4
NEGENDE LES.
Van het geloof.
4. Noem de drie goddelijke deugden?
Hei Gelooi, de Hoop, en de Liefde.
2. Wal moeien wij gelooven?
Alles wat God geopenbaard heeft en door de heilige Kerk voorstelt te gelooven, hetzij het geschreven is of niet.
5. üoe moeien wij gelooven wal God geopenbaard heeft?
Vasteüjk.
4. Wat is vastelijk gelooven?
Zoo gelooven dat men geenszins twijfelt.
3. Waarom moeien wij vastelijk gelooven alles wat God geopenbaard heeft?
Omdat God de opperste waarheid is, die niet kan liegen, noch bedriegen, noch bedrogen worden.
6. Waardoor toeten wij met zekerheid wat God geopenbaard heeft?
Door de leer van de heilige Kerk, die onfeilbaar is.
7. Wat moet men weten en gelooven uit noodzakelijkheid des middels ?
Deze vier punten : ten eerste, dat er is één God; ten tweede, dat er drie goddelijke Personen zijn, de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest; ten derde, dat God de Zoon, de tweede Persoon der allerheiligste Drievuldigheid, voor ons is mensch geworden; ten vierde, dat God is looner van het goed, en straffer van het. kwaad.
Wat moet men weien uit noodzakelijkheid des gebod: ?
Het Onze-Vader, het Wees-gegroet, de twaalf artikelen des geloofs, de tien geboden Gods, cie vijf geboden der heilige Kerk, de zeven heilige Sacramenten, bijzonderlijk die, welke men wil ontvangen, alsmede de plichten van zijnen slaat.
43
TIENDE LES.
Van de Hoop.
^. Wat moeten wij van God hopen ?
Het eeuwig leven, en allés wat ons daartoe hel pen kun.
2. Waarin bestaat het eeuwig leven ?
In God eeuwig te aanschouwen, te beminnen, elt;a te bezitten in den hemel.
S. Wat hopen ivij van God als wij zeggen: en alles wat ons daartoe helpen kan?
Voornamelijk Gods genade, en de vergiffenis dsr zonden.
4. Hoe moeten wij hopen?
Met een vast vertrouwen.
5. Waarom moeten wij hopen met een vast vertrmmzu'?
Omdat God oneindig goed is tol ons, almachtig en getrouw in zijne beloften.
6. Door wiens verdiensten moeten wij hopen?
Door de verdiensten van Jezus-Christus.
7. Waardoor kunnen wij verkrijgen hetgeen wij hopm ?
Door een godvruchtig leven, door goede werken, en bijzonder door het gebed.
8. Wanneer behoort men vooral te bidden ?
's Morgens, als men opstaat; 's avonds, als raea slapen gaat; voor en na het eten; en ais men eei».lt;s bijzondere genade van God wil verkrijgen.
ELFDE LES.
Van de Liefde.
4. Welke is de voornaamste en tcaardigsCe onder aik deugd»n ?
De Liefde.
2. Waarom is de Liefde de voornaamste onder aX'« deugden ?
Omdat, zonder de Liefde, noch het Geloof, noch de Hoop ons helpen kunnen ter zaligheid.
16
3. Wie moeten wij beminnen?
Wij moeten God beminnen boven alles, en onze» naaste gelijk ons zeiven.
4. Wat is God beminnen boven alles?
God zóó beminnen dat wij liever alles, zelfs het leven, zouden willen verliezen, dan Hem door eene doodzonde te vergrammen.
o. Waarom moeten wij God beminnen ?
Ten eerste, omdat God oneindig goed en beminnenswaardig is; ten tweede, omdat God ons ontelbare quot;weldaden bewezen heeft.
0. Wat is, onzen naaste beminnen gelijk ons zelve»?
Hem zóó beminnen, dat wij hem geen kwaad aandoen, en hem het goed trachten te bewijzen, dat wij ons zei ven wenschen.
7. Hoe kunnen wij gemakkelijk de goddelijke deugden beoefenen ?
Door dikwijls akten van Geloof, Hoop en Liefde te verwekken,
TWAALFDE LES.
Van de Tien geboden Gods.
1. Zeg de tien geboden Gods.
Ik ben de Heer, zie voren, bl. 4.
2. Wat wordt er geboden in het eerste gebod?
Dat wij éénen God alleen moeten erkennen, aanbidden en dienen.
5. Noem eenige zonden die geschieden tegen het eerste gebod?
Afgoderij, bijgeloovigheid, tooverij, ketterij en alle andere ongeloovigheid, heiligschennis, wanhoop en haat tegen God.
4. Wat verbiedt God in het tweede gebod?
Alle oneer, die den goddelijken Naam wordt aangedaan, voornamelijk door godslastering, door ongeoorloofd zweren en breken van belofte.
17
5. Wat zijn wij verplicht te doen, om den iondag te heiligen?
Ten minste de heilige Mis te hooren.
6. Welke werken zijn voornamelijk verboden op de» Zondag ?
Alle slaafsche werken en ambachten, koophandel en processen, tenzij eene wettige reden het ander» vereischte.
7. Wie verstaat gij in het vierde gehad door vader en moeder?
Onze ouders, en alle oversten, zoo geestelijke
als wereldlijke.
8. Wat zijn wij aan onze ouders verschuldigd?
Liefde en eerbied, gehoorzaamheid en behulpzaamheid.
9. Wat verbiedt het vijfde gebod?
Zich zeiven, of andere menschen, zonder wettige macht en reden, te dooden, te kwetsen, lichamelijk te schaden, of daartoe raad of hulp te verleenen.
4Ã. Misdoen wij tegen het vijfde gebod alleen dan, ah wij metterdaad iemand hinderen?
Neen; maar ook ais wij iemand vervloeken, kwaad toewenschen, en gramschap, haat of nijd in het hart dragen.
a. n 'anneer geeft men ergernis?
Als men door woorden, werken, of verzuime-nissen, die min goed zijn, oorzaak is dat anderen zondigen, of daartoe aanleiding geeft.
f2. Wat verbiedt het zesde gebod?
Overspel en alle onkuischheid; alle oneerhar® blikken en aanrakingen; oneerbare woorden of gezangen; alsook het gebruik van onzuivere boeken en afbeeldingen.
13 T'/ie zondigen tegen het negende gebod?
Die den wil hebben van onkuischheid te doen; en die wetens en willens behagen scheppen in or.kuische gedachten.
14. Wat verbiedt het zevende gebod?
Alle onrechtvaardigheid en ongelijk, waardoor wij onzen naaste benadeelen in zijne tijdelijke goederen.
«o. Noem eenige zonden, die tegen de rechtvaardig-heid strijden ?
Iemands goed stelen of helpen stelen; gestolen goed koopen ol' bewaren.
iö. Wat verbiedt het achtste gebod?
Alle ongelijk, onzen naaste door woorden aangedaan, hetzij vóór of buiten het gerecht.
17. is leugentaal zonde?
Ja; en ook doodzonde, als de lengen geschiedt tot groote schade van onzen naaste.
48. Wat moet hij doen, die iemand onrechtvaardig-lijk in zijne eer of tijdelijke goederen benadeeld heeft ?
Hij moet, zoodia en zoo goed hij kan, dit nadeel herstellen of restitutie doen.
DERTIENDE LES.
Van öe geboden der heilige Kerr.
i , Zeg de vijf geboden der heilige Kerk?
De geboden enz. Zie voren bi. 4
'2. Hoe moeten wij de geboden Feestdagen vieren?
Wij moeten de geboden Feestdagen vieren gelijk den Zondag.
S. Wie zijn verplicht Mis te hoor en op de Zondagen en geboden F'eestdagen ?
Alle geloovigen, die tot de jaren van verstand gekomen, en daarvan door ziekte of andere goede redenen niet ontslagen zijn.
4. Hoe behoort men de heilige Mis bij te wonen?
19
Met eerbiedigheid, aandacht en godsvrucht.
5. Is het genoeg op Zon- en Feestdagen een gedeelte der heilige Mis te hooren?
Neen, wij zijn verplicht eene geheele Mis te hooren, en mogen vooral geen merkelijk deel achterlaten .
6. Wat is vasten ?
Vasten is zich onthouden van verboden spijzen, en slechts eenmaal daags een vollen maaltijd nemea.
7. Wie is verplicht te vasten?
Ieder Christen, die zijn een en twintigste jaar voleind heeft, en daarvan door ziekte, zwaren arbeid of andere wetlige redenen niet verschoond is.
8. Wie is verplicht lot de onthouding van vleesch en anders verboden spijzen?
Ieder Christen, die tot de jaren van verstand gekomen, en daarvan door wettige redenen niet ontslagen is.
9. Wanneer begint de verplichting van ééns in het jaar te biechten'''.
Als men tol de jaren van verstand gekomen is.
10. 'Wanneer moet men, volgens het vijfde gebod der heilige Kerk, het Lichaam des / leer en nuttigen'.
Ten minste ééns ia het jaar, gedurende dea Paaschtijd.
VEERTIENDE LES.
Van de heilige Sacrajienten.
1. Wat is een Sacrament?
Een Sacrament is een uitwendig feeken, door Christus ingesteld, waardoor eene bijzondere genade ons aangeduid en gegeven wordt.
2. Hoeveel Sacramenten zijn er?
Zeven.
o. Noem ze?
Het Doopsel, het Vormsel, bet heilig Sacrament
20
des AHaars, de Biecht, liet heilig Oliesel, het Priesterschap, en het Huwelijk.
4. Hoe worden de Sacramenten verdeeld?
In Sacramenten der dooden en Sacramenten der levenden.
ö. Welke zijn de Sacramenten der dooden?
Het Doopsel en de Biecht.
6. Waarom worden deze twee genoemd Sacramenten der dooden?
Omdat zij in staat van doodzonde mogen ontvangen worden.
7. Welke zijn de Sacramenten der levenden?
Het Vormsel, het heilig Sacrament des Altaars, het heiligOiiesel, hel Priesterschap, en het Huwelijk.
8. Waarom worden deze vijf genoemd Sacramenten der levenden?
Omdat zij in staat van genade mosten ontvangen worden.
9. Wanneer is men in staat van genade?
Als men zuiver is van doodzonde.
10. Welke Sacramenten kan en mag men maar eens in zijn leven ontvangen?
Het Doopsel, het Vormsel, en het Priesterschap.
VIJFTIENDE LES.
Van het Doopsel.
1. Welk is het eerste en het noodzakelijkste Sacrament ?
Het Doopsel.
2. Waarom wordt het Doopsel genoemd het eerste Sacrament ?
Omdat men vóór het Doopsel geen ander Sacrament geldig kan ontvangen.
3. Waarom u het doopsel /iet Noodzakelijkste Sacrament ?
Omdat niemand zonder Doopsel kan zalig worden.
21
4. Waarom kan men zonder Doopsel niet zalig worden?
Omdat de raensch besmet is met de erl'/.onde, die door het Doopsel moet vergeven worden.
5. Wal is hel Doopsel?
Een Sacrament, waarin door de uitwendige afwassciiing, en de aanroeping der allerheiligste Drievuldigheid, de mensch gezuiverd wordt van alle zonden en schulden.
6. Wie moet (Joopen ?
De priester, doch in tijd van nood mag eL moet een ieder doopen.
1. Waarmede moet men doopen?
Met waarachtig en natuurlijk water, als putwater, regenwater, bronwater, zeewater.
8. Welke woorden moet wen spreken bij het doopen?
Men moet zeggen : Ik doop u in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.
ZESTIENDE LES.
Van het heilig Sacrament des Altaars.
1. Welk is het waardigste der zeven heilige Sacramenten?
Het heilig Sacrament des Altaars.
2. Wat is het heilig Sacrament des Altaars?
Een Sacrament, door Christus ingesteld, in hetwelk, onder de ge.daanten van brood en wijn, Christus zelf tegenwoordig is.
5. Wanneer heeft Christus dit heilig Sacrament ingesteld ?
In het laatste avondmaal, op den vooravond van zijn lijden.
4. Waardoor wordt Christus tegenwoordig gesteld in het heilig Sacrament?
Door de woorden van de Consecratie, die de priester spreekt, wordt het brood en de wijn veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus.
2-2
5. Hoe is Christus in dit heilig Sacrament tegenwoordig?
Met zijne Godheid en Menschheid, mei ziel en lichaam, mei vleescli en bloed, gelijk Hij riu onsterfelijk en verheerlijkt in den hemel is.
6. Is er in dit heilig Sacrament ook brood of wijn aanwezig ?
Neen, maar slechts de gedaanten van brood en wijn.
7. Wat verstaat men door gedaanten van brood, en wijn?
Alles wat men van brood en wijn uitwendig ziet, ruikt, smaakt of voelt.
8. Wat ontvangt men als men tot de heilige Communie gaat ?
Het waarachtig lichaam en bloed van Christus zei ven.
9. Wat wordt er vereiseht om waardig te communiceeren?
Ten eerste, dat men vast geloove dat Christus zelf in het heilig Sacrament tegenwoordig is; ten tweede, dat men zuiver zij van doodzonde; ten derde, dat men nuchter zij van 's nachts twaalf ure.
10. Ontvangt hij ook Christus, die in staat van doodzonde tot de Communie gaat?
Ja, maar tot zijne eigene verdoemenis, dewijl hij eene groote zonde van heiligschennis begaat.
ZEVENTIENDE LES.
Van het heilig Sacrificie der Mis.
1. Wet is het heilig Sacrificie der Mis?
liet Sacrificie der Nieuwe Wet, in helwelk het lichaam en bloed van Christus aan God den Vader wordt opgeofferd.
2. Welke zijn de voornaamste de el en der heilige Mis.'
Deze drie: de Offerande van brood en wijn, dc Consecratie, en de Nuttiging of Communie.
25
0. Wanneer geschiedt de Offerande van brood en wijn ?
Na het Evangelie, als de priester den kelk ontdekt heeft.
4. Wanneer heeft de Consecratie plaats?
In het midden der heilige Mis, even voor dat de heilige Hostie en de Kelk door den priester ter aanbidding worden opgeheven.
3. Wat geschiedt door de Consecratie?
Door de woorden der Consecratie wordt het lichaam en bloed van Clnistns op het altaar tegenwoordig gesteld.
6. Wanneer geschiedt de Nuttiging of Communie?
Op het einde der Mis, als de priester het heilig lichaam en bloed van Christus nuttigt.
ACHTTIENDE LES.
Van de Biecht.
1. Wat is de biecht ?
De biecht is een Sacrament, in hetwelk de zonden, die na het Doopsel begaan zijn, door de priesterlijke macht vergeven worden.
2. Waardoor worden de zonden vergeven in het Sacrament der biecht?
Door de absolutie, die de priester ons geeft in Christus' naam.
5, Wal moet men doen als men te biechten gaat?
Ten eerste, den Heiligen Geest bidden om zijne genade; ten tweede, naarstig zijn geweten onderzoeken; ten derde, een goed berouw verwekken en een vast voornemen maken; ten vierde, zijne zonden biechten; ten vijfde, zijne penilenlie volbrengen.
4. Welke genade moeten wij van den 11. Geest vragen?
De genade van al onze zonden wel te kennen, oprecht te biechten, en er een goed berouw over te hebben.
u
5. Hoe kan men gemakkelijk zijn geweten onderzoeken?
Met te overdenken de tien geboden Gods, de vijf geboden der heilige Kerk, de hoofdzonden, de vreemde zonden, en de plichten van zijnen staat: en dan te zien op welke plaatsen men geweest is, met welke personen men verkeerd heeft, en op wat wijze men in dit alles gezondigd heeft door gedachten, woorden, werken, of verzuimenissen.
6. Wat is het berouw ?
Het berouw is een leedwezen des harten, waardoor men zijne zonden verfoeit, met het vaste voornemen van zijn leven te beteren.
7. h het berouw noodzakelijk?
Ja zoo noodzakelijk, dat wij zonder berouw geene vergilferiis van onze zonden kunnen verkrijgen.
8. 'Vaaneer is het berouw oprecht?
Als men zijne zonden niet alleen met den mond, maar ook met het hart verfoeit.
9. Hoe velerlei is het bovennatuurlijk berouw?
Tweeërlei: het volmaakt berouw en het onvolmaakt berouw.
10. Welk berouw is vereischt voor eene goede biecht?
Een onvolmaakt berouw is voldoende.
i 1. Hoe zal men zich met Gods genade hel best tot berouw opwekken?
Door te overdenken en te overwegen : ten eerste, dat men door de zonde het recht op den hemel en Gods vriendschap verloren heeft; ten ticeede, dat men daardoor de eeuwige straffen der hel verdiend heeft; ten derde, dat men Gods vaderlijke goedheid door de zonde op zoo ondankbare wijze beleedigd heeft.
12. Is het voornemen van niet meer te zondigen ook tot een goed berouw noodzakelijk?
25
Ja; want zonder het vaste voornemen van niet meer te zondigen, is Piel berouw onmogelijk.
13. Wal ivordl er vereischl tot een vast voornemen?
Tol een vast voornemen wordt vereischt, dat
men besloten zij ten minste, alle doodzonden te vermijden, en ook de middelen aan te wenden, die daartoe noodzakelijk zijn.
14. Welke zonden moet men biechten?
Alle doodzonden, na het doopsel bedreven, difi men nog niot goed gebiecht heeft.
15. Kan men ook nog buiten de biecht vergiffenis krijgen van de doodzonden?
Ja, door een volmaakt berouw, met den wil van te biechten.
16. Moet men de doodzonden, die door een volmaakt berouw vergeven zijn, ook nog biechten ?
Ja, men moet die later biechten,als men zulks kan.
17. Hoe moet men zijne zonden biechten?
Men moet de doodzonden biechten met getal en omstandigheid.
18. Wat is biechten met getal?
Zeggen, hoe dikwijls men eene zonde bedreven heeft.
19. Hoe moet mm biechten, als men zich het juiste getal niet herinnert ?
Men zegt dan het naaste getal, en voegt daarbij min of meer.
20 Welke omstandigheden moet men biechten ?
De omstandigheden, die de boosheid en ota soort der zonden merkelijk veranderen.
21. Is het groot kwaad vrijwillig, bij voorbeeld u-4 schaamte, eene doodzonde in de biecht te verzwijgen f
Ja, liet is eene doodzonde van heiligschennis.
22. Wat moet hij doen, die tene doodzonde vrijwillig verzwegen heeft ?
Hij moet ten eerste, die verzwegen doodzonda
26
biéchten, en al de andere doodzonden, bedreven sedert de laatste goede biecht; ten tweede, zeggen hoe dikwijls hij intusschen onwaardig gebiecht, gecommuniceerd, of nog andere Sacramenten ontvangen heelt.
SS. h de biecht goed als men onvrijwillig eene dood-tonde vergelen heeft?
Ja, en de vergeten zonde wordt met de anderen vergeven.
24. Wanneer is dit vergeten onvrijwillig?
Als men, na genoegzaam onderzoek des gewetens, de zonden niet indachtig is geworden, of ook onschuldig vergeet ze te zeggen in de biecht.
25. Moet men die vergeten doodzonde nog biechten?
Ja; want Christus wil, dat alle doodzonden, die
na het doopsel gedaan zijn, eens gebiecht worden.
26. Wanneer behoort men de vergeten doodzonde te biechten ?
Vóór de Communie, indien zulks gevoegelijk kan geschieden, anders moet men ze zeggen in dé naaste biecht.
37. Moet men de dagelijksche zonden ook biechten ?
Het is niet noodzakelijk de dagelijksche zoade» te biechten, doch het is zeer voordeelig.
58. A Is men maar dagelijksche zonden te biechten heeft, moet men daarover ook een berouw hebben?
Ja, ten minste over eene, en over alle van dezelfde soort.
i'9. Hoe begint men de biecht ?
Men maakt het teeken van 't heilig Kruis en zegt de voorbiecht.
50. Zeg de voorbiecht.
Ik belijd voor God almachtig, voor de Heilige Maagd Maria, voor alle Heiligen, en voor U, Vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden
27
en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Mijne laatste biecht is geleden (eene week, eene maand, enz).
51, Hoe sluit men de biecht?
Men zegt de nabiecht.
52. /.eg de nabiecht.
Deze en aüe mijne zonden, bekend of onbekend, zijn mij van harte leed, omdat ik God, dien ik boven al bemin, daardoor vergramd heb; ik beschuldig mij er van, en vraag de heilige absoiutie en eene zalige penitentie.
33. h men verplicht de voor- of nabiecht te zeggen?
Men is niet verplicht de voor- of nabiecht te
zeggen, doch het is zeer raadzaam.
34. Wat moet men doen, als men de absolutie ontvangen heeft?
Men moet de penitentie volbrengen, die de biechtvader heeft opgelegd.
35. Is het ook zonde de penitentie achter ie laten?
Ja, het is zonde, ais men zijne penitentie vrijwillig achterlaat.
NEGENTIENDE LES.
Van het heilig Oliesel,
1. Wat is het heilig Oliesel?
Een Sacrament, in hetwelk, door de heilige zalving en het gebed des priesters, aan de zieken genade wordt verleend tot heil van ziel en lichaam.
2. Aan welke zieken moet het heilig Oliesel worden toegediend ?
Aan diegenen, die tot de jaren van verstand zijn gekomen, en gevaarlijk ziek zijn.
S. In welken staat moet men het heilig Oliesel ontuangeu?
In staat van genade.
28
TWINTIGSTE LES.
Van de Zonde.
1. Wal is de zonde ?
De zonde is eene vrijwillige overtreding van Gods wet.
2. Op hoevelerlei wijze kan men zondigen?
Jieu kan zondigen door gedachten, begeerten, woorden, werken en verzuimenissen.
3. Wal is eene doodzonde?
Eene zonde, die grootelijks strijdt tegen Gods heiligen wil.
4. Waarom wordt die zonde genoemd doodzonde?
Omdat de doodzonde ons berooft van de lieilig-makende genade, die het leven onzer ziel is.
3. Wal verliezen wij door de doodzonde?
Ten eerste, de heiligmakende genade; ten tweede, de verdiensten onzer goede werken; ten derde, de hemelsche glorie.
6. Hoeveel doodzonden moet men gedaan hebben o:n de. hel te verdienen?
Eene doodzonde is genoeg.
7. Wal is eene dagelijksche zonde?
Eene zonde, die niet grootelijks strijdt tegen Gods heiligen wil.
8. Wanneer begaat men eene dagelijhsche zonde?
Als men Gods wet in geringe punten overtreedt; of ook als men zondigt zonder genoegzame kennis, of zonder geheel vrijen wil.
9. Berooft ons de dagelijhsche zonde ook van de heiligmakende genade?
Neen, de dagelijksche zonde berooft onze ziel niet van de heiligmakende genade.
10. Wat zijn vreemde zonden?
Zonden, die door anderen geschieden en ons mede aangerekend worden, omdat ook wij daartoe hebben bijgedragen.
29
It. Hce geschieden de vreemde zonden?
Door raden, beschermen, gebieden, prijzen, mededeelen, toestemmen, niet straffen, niet beletten, niet overdragen.
12. Wat zijn hoofdzonden?
Zonden, die oorsprong en beginsel zijn van vele andere zonden.
15. Hoeveel hoofdzonden zijn er?
Zeven: hoovaardigheid, gierigheid, onkuischheid, nijd, gulzigheid, gramschap, en traagheid.
'' EEN EN TWINTIGSTE LES.
Van de vier Uitersten des Menschen.
t. Hoeveel Uitersten des menschen zijn er?
Vier: de Dood, het Oordeel, de Hel, en de Hemel-sche glorie.
£. Wat moeten wij van den dood gelooven?
Dat alle menschen moeten sterven, en dat de dood ons kan overkomen, ais wij er het minst aan denken.
o. Hoevelerlei is het oordeel?
Tweeërlei: hot bijzonder en het algemeen oordeel. - k- 4 Wanneer geschiedt het algemeen oordeel?
Op het einde der wereld.
5. Wat zal het algemeen oordeel voorafgaan?
De verrijzenis des vleesches.
6. Wat is le zeggen: Verrijzenis des vleesches ?
Dat de lichamen van al de afgestorvenen wederom met hunne zielen zullen vereenigd worden, en levend uit het graf opstaan.
7. Wanneer geschiedt het bijzonder oordeel?
Zoohaast de mensch sterft.
' B. Waarheen gaat de ziel van den mensch, als hij sterft ?
Naar een van deze drie plaatsen: naar den hemel, naar de hel, of naar het vagevuur.
9. Welke zielen gaan naar den hemel?
50
De zielen dergenen, die in de liefde Gods sterven, en niets meer te boeten of te zuiveren hebben.
10. Welke zielen gaan naar het vagevuur ?
De zielen dergenen, die wel in de liefde God.» sterven, maar nog uiet geheel voldaan hebben voor hunne zonden.
11. Hoelang blijven de zielen in het vagevuur?
Totdat zij door haar lijden aan de goddelijke
rechtvaardigheid voldaan hebben, of door de hullt;» van anderen daaruit verlost worden.
12. Welke zielen gaan naar de hel ?
De zielen dergenen, die in staat van doodzonde sterven.
13. Kunnen de verdoemden ook uit de hel verlost worden ?
Neen, in de hei is geene verlossing.
14. Wat zullen wij dan doen, om de hel te ontvluchten, en eens in den hemel te komen ?
Wij zullen onzen Lieven Heer van ganscher harte beminnen, en Hem alleen geheel ons leven dienen.
Laten wij Gods Majesteit aanbidden en danken.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof dat Gij hier waarachtig tegenwoordig zijt. Gij ziet en hoort mij; Gij kent al de gedachten van mijnen geest, al de verlangens van mijn hart. ik erken ü als mijnen Schepper en mijnen Weldoener. Ik aanbid U uit den grond mijns harten, en dank U voor al de weldaden, die Gij mij verleend hebt, én bijzonderlijk dat Gij mij dezen nacht bewaard hebt.
Laten wij onze werken aan God opdragen.
Mijn Heer en mijn God, ik offer U op mijne ziel, mijn lichaam, en alles quot;wat ik bezit. Ik draag U cp al do
SJ
â¢werken, die ik dezen dag verric hten zal, en wil die does
tot Uwe meerdere glorie en tot zaligheid mijner zie!.
Ik maak liet vaste voornemen dezen dag cliristelijk door te brengen: liever wil ik duizendmaal sterven, dan U vergrammen. Geef mij hiertoe Uwe genade, want zonder haar, o barmhartige Vader, vermag ik ja niets ter zaligheid.
Latei* wij ons aak Gods lieve Heiligen aanbevelen. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons.
Heilige Engelbewaarder, bid voor ons.
Heilige Jozel,en al onze heilige Patronen, bidt voor ons. Onse Vader. - Wees gegroet. - Akte, van Geloof, van Hoop en van Liefde.
O Jezus, door Uw bloed'ge wondem Bewaak ons steeds van alle zonden ! Amen.
Te bidden als 's morgeks, 's middags en 's avonds het Angelus klept.
i/. De engel des Heeren heelt Maria geboodschapt. Ifr. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.
Wees gegroet, enz.
Sf. Zie de dienstmaagd des Heeren.
ft. Mij geschiede naar uw woord. TFeca gegroet, enz. y. En hel Woord is Vleesch geworden.
ft. En Het heeft onder ons gewoond. Weesgegroet, enz. i'. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.
ft. Opdat wij de beloften van Christus waardig werden.
laat ons hidden.
Wij bidden IJ, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, leerden kennen, door zijn lijden en kruis tot de glorie der Verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
52
âAJ^OISriDG-EB^TX
Laten wij God voor al zijne weldaden danken.
Mijn Heer en mijn God! Gij hebt mij geschapen. Gij hebt mij mei het kostbaar bloed van Uwen dierbaren Zoon verlost, en nu hebt Gij mij gedurende dezen dag op nieuw bewaard naar ziel en lichaam. Voor al die weldaden dank ik ü uit den grond mijns harten, en draag ü uit dankbaarheid de nachtrust op, die ik nu te Uwer eere ga nemen.
Onze Vader. - Wees gegroet. ~ Ik geloof in God, den Vader. - De tien geboden Gods. - De vijl geboden d«r heilige Kerk. - De vier noodzakelijkheden des middels.
Kom, o Heilige Geest, verlicht mijn verstand om mijne zonden te kennen, en geef mij de genade, er een oprecht berouw over le verwekken.
Overdenk hier welke zonden gij dezen dag bedreven hebt, en verwek dan daarover een Akte van Berouw.
Laten tcij ons aan Gods lieve Heiligen aanbevelen.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht. Heilige Bloeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster: verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel oas aan uwen Zoon.
Bid voor ons. Heilige Moeder Gods,
Opdat, wij de beloften van Christus waardig werden. Heilige Engelbewaarder, bid voor ons.
Heilige Jozei,en al onze heilige Patronen, bidt voor ons.
Dat de Heer ons gelieve te zegenen, en voor alle kwaad te beschermen, en tot het eeuwig leven te geleiden, en dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartig'ieifl in vrede rusten. Amen.