.. ;t
)
f
1 V
I â gt;
i
313
imSFM AKTE M LIEFDEI
'ü y 5
TOT
Lafenis van de Geloovige^ Zielen des Vagevuurs.
7*^-
T 1 L B U K G ,
' iStoomdrutkerij van hot E. K, Jontteiis-Weesliuis, 1 S S 9.
, P
Vak 51
/in
/
HELDHIIFTICE AKÃÃ VAN LIEFDE
TOT
Lafenis ran de GelooTige Zielen des Vagevnnrs.
Zalig zijn de barmharligcn , want 2(j zullen barmliartigheid verwerven.
Mattb. V. 7.
---
Deze Heldhaftige Akte van Liefde, zoo aangenaam aan God, zoo voordeelig aan de zielen des Vagevnurs, zoo nuttig voor ons zeiven, bestaat in eene vrijwillige opdracht, door welke wij ten behoeve dezer heilige zielen afstand doen van al onze voldoeningen tijdens dit leven en van al de aflaten , die na onzen dood op ons zullen worden toegepast. Deze opdracht wordt somtijds belofte genoemd; doch men houde wel in het oog , dat hierbij geen sprake is van eenige verplichting op zonde. fZie Hecueil de Pritres et d' (Euvres pies, pay. 418.^
Deze vrijwillige opdracht kan men, naargelang
ieders godsvrucht zulks ingeeft, ueerleggeu in dc handen van de Allerh. Maagd, opdat deze er de uitdeelster van zij ten gunste vau die heilige zielen, welke zij uit dc pijnen des Vagevuurs wil verlossen.
Met deze opdracht staat men nochtans aan de zielen niets meer af dan de bijzondere en persoonlijke vrucht van ieder dier werken, zoodat b. v. de priesters niet verhinderd zijn de II. Mis op te dragen tot intentie van hen , die daarvoor een aalmoes gaven.
Deze Heldhaftige Akte werd met vele aflaten verrijkt, bij Decreet van 23 Augustus 1728, door Paus Benedictus XIII, welke aflaten door Paus Pius VI den 12 December 1788 werden bevestigd en daarna door Z. H. Paus Pius IX bij Decreet van de H. Congregatie deï Aflaten, 30 September 1852, op de volgende wijüe samengevat;
I. De priesters , die genoemde Opdracht hebben gedaan, kunnen deelen in het Indult van het persoonlijk geprivilegieerde Altaar op al de dagen van het jaar.
II. Alle gcloovigen, die deselfde Opdraeht hebben gedaan , kunnen verdienen:
Een vollen Aflaat, uitsluitend toepasselijk op de geloovige zielen, op iederen dag, waarop zij tot de H. Communie naderen, mits zij eene kerk, of openbare bedeplaats bezoeken en daar een tijd lang bidden volgens de meening van Z. H.
III. Evenceus kuunen zij verdienen :
Een vollen Ajiaat op allo Maandagen van het jaar, wanneer zij de II. Mis hooren tot lafenis der zielen in het Vagevuur, en de andere opgenoemde voorwaarden vervullen.
A.lle reeds verleende Aflaten, of die in het vervolg nog verleend zullen worden aan de ge-loovigen, die deze Opdracht hebben gedaan, kunnen toegepast worden op de zielen in het Vagevuur.
Eindelijk heeft Z. H. Paus Pius IX, met het oog op de kinderen, die nog nietcoinmunieeeren, alsmede op de arme zieken , chronische lijders , grijsaards, buitenlieden, gevangenen en andere personen, die of niet kunnen communicceren, 6t op Maandag de H. Mis niet kunnen hooren , door een ander Decreet van de H. Congregatie der Aflaten , 30 November 1854, verklaard, dat voor die geloovigen , welke de H. Mis op Maandag niet hunnen hooren, die welke zij hooren op Zondag geldig is; en wat de geloovigen betreft, die of nog niet tot de H. Communie zijn toegelaten of verhinderd zijn om te communiceeren , heeft Z. H. het aan het goedvinden der respectieve Bisschoppen overgelaten, de biechtvaders te machtigen tot het veranderen dezer werken.
Deze Godsvrucht dankt haar ontstaan aan den ijver van een Theatijner Priester, Gaspar Oliden geheeten. Den titel van eersten insteller dezer
4
Godsvrucht verwierf hij zich door den braudcudeu ijver vaarmede hij deze Heldhaftige Liefdedaad door woord en geschrift (1) overal trachtte tc verspreiden ; ook verkreeg hij van den Heiligen Stoel vele gunsten en Aflaten voor hen die ze beoefenden.
Manier om deze Heldhaltige Akte te doen.
Tot uwe meerdere glorie, o mijn God, opperste Majesteit, aanbiddelijke Drievuldigheid, e'én God iu drie Personen , om des te beter mijuen aller-/.oetsten Zaligmaker Jezus Christus na te volgen, en om mijne oprechte godsvrucht aan de Moeder van barmhartigheid, de allerheiligste Maagd Maria, die ook de Moeder der arme zielen des
Vagevuur» is, te bewijzen, maak ik.....hut
voornemen van mede te werken aan de verlossing van deze gevangene zielen, die nog de schulden, welke zij door hare zouden gemaakt hebben , aan de goddelijke rechtvaardigheil moeten betalen ; en op de mauier welke mij toegelaten is, zonder mij op zonde te verbinden , beloof ik U vau goeder harte en offer U op mijne vrije belofte van te willen verlossen uit het Vagevuur al de zieleu, welke de allerheiligste Maagd Maria er uit zou willen verlost zien; eu tc dien einde stel
(1) Dialogos sobre cl Vorgatono, Alcala, 1733.
O
ik in do handen van deze allerbanuhartigstc Moeder al mijne werken van voldoening, alsook diegene welke anderen mij zullen toevoegen , hetzij in mijn leven, hetzij na mijnen dood. Ik bidU, o mijn God, deze ollerande te willen aanvaarden cu bevestigen zooals ik dezelve gedaan heb, eu ze nog op heden vernieuw tot uwe meerdere eer eu J glorie en tot zaligheid mijner ziel.
Bn bijaldien mijne werken van voldoening niet , toereikend waren om al de schulden te betalen van deze zielen, welke de allerheiligste Maagd wenseht te verlossen , alsook de schulden welke ik zelf door mijne zonden gemaakt heb, zonden welke lt;7 'k haat en uit geheel mijn hart verfoei, offer ik ⢠mij op, o Heer, en ik bied mij aan om door dc pijnen de Vagevuurs te betalen hetgeeu er nog te kort blijft, indien znlks met uw heilig welbehagen overeenkomt, mij voor het overige werpende in do armen uwer barmhartigheid, eu in die van mijne zoete Moeder, de allerheiligste Maagd Maria. Ik wil dat al de gelukzaligen des Hemels â on al de leden der strijdende en der lijdende Kerk getuigen zijn van deze offerande en van deze belofte. Amen.
Gedaan tc den
1
-
G
Ol'MEBKiNGKH ; 1° Om deze opdracht te doen chiist is het niet noodig bovenstaande formule te lezen, 1 voor
maar de oprechte wil om gezegde opdracht tc der i
docu is voldoende ; ook is het uiet noodig deze behoc
meermaals te herhalen , alhoewel deze oefening Aller]
zeer voordcelig is om de vurigheid dev liefde te gen
onderhouden. werk(
2° Door eon Decreet van de H. Congregatie met 1
der Aflaten cu lleliijuiecu van don 19 Ueccmher delen
1885 , is bepaald : daare
a. Dat zij, die deze Heldhaftige Akte ten voor- gezeg deele der geloovigc zielen gedaan hebben, geen om lt; enkelen der Aflaten, die zij verdienen, voor zich aan ( zeiven mogen behouden ; zij moeten ze alle toe- c* zien. passen op de overledenen. ' 4°
b. Dat het hun nochtans niet verboden is, zclven schaJ den overledene (of de overledenen) te kiezen aan daaro welke zij ze willen toegevoegd hebben. ('t we
c. Dat zij bijgevolg niet verplicht zijn do aflaten, ondei die zij verdienen en de voldoeningen hunner goede zou ( werken neer te leggen in de handen der H. Maagd, uiug opdat zij deze naar haar goedvinden toepasse op En i do zielen welke zij zou willen verlossen ; d. dat tijdm echter deze oefening godvruchtig is en verdient laatsl den geloovigen aanbevolen te worden. ('Alc Nouvelle Doch Revue Théoloyiquc torn. XVIII. jmg, 175 , waar ⦠ruste, men ook den letterlijken tekst van het Decreet Chrh zal vinden.) » zijl
3° Door deze opdracht wordt de orde fl'e â hai
7
christelijko liet'do, welke ons veq)licht te bidden voor onze overleden bloedverwanten, voor de leden der vereenigiug ot' religieuze orde , waartoe wij behooren, enz. geenszins omvergestooten. De Allerheiligste Maagd kent beter onze verplichtingen dan wij ; zij weet wat wij van onze goede werken kannen afstaan eu wat niet; zij zal dus niet hetgeen wij in hare handen stellen ook handelen overeenkomstig onze verplichtingen. Maar daarenboven, zooals in 't boven aangehaald decreet gezegd wordt, wij behouden de vrije beschikking, om onze allaten en voldoeningen toe te voegen aan degenen , op welke wij ze willen toegepast zien.
4° Men vreezc , niet zelf door deze opdracht schade te lijden; want, gesteld ook, dat men daarom langer in het vagevuur zou moeten blijven ('t welk lang niet zeker is, zooals men uit do onderstaande Overdenkingen zien zal), dan nog zou die verlenging maar tijdelijk zijn â¢, de beloo-uing echter voor deze liefdedaad zal eeuwig wezeu. En één graad van eeuwige glorie is door een tijdelijk lijden, al zou liet ook duren tot den laatsten dag des oordeels, nooit te duur gekocht. Doch men mag van de goddelijke goedheid ge-rustelijk iets anders verwachten, daar O. II. Jezus Christus uitdrukkelijk verzekerd heeft; â Zalig j, zijn de barmhartigen, want zij zullen barm-â hartigheid verwcrveü.5, Math. V, 7.
OVERDENKING-EN
door wellce elk liefdadig liart moet opgewekt worden om deze lield-liaftige belofte te doen.
Dc geloovigc Zielen des Vagevuurs zijn de beminde bruiden van Je/.us Christus. Ju het midden harer pijnen verlangen zij vuriglijk naar de zoete omhelzing van haren hemelsehen Bruidegom , met wien zij, zooals het Geloof ons leert, welhaast zullen vereeuigd ziin, en in wiens schoot zij , voor de geheele eeuwigheid, het opperste geluk zullen genieten. Het is de liefde zelve, welke God haar toedraagt, die Hem verplicht haar in deze vlammen te straffen , om ze door hare voldoeningen aan de goddelijke rechtvaardigheid te zuiveren. Nochtans degene, die door zijne voorbidding haar eenige verlichting tracht te verschall'en, of den lijd van hare schrikkelijke pijnen tracht te verkorten, doet een werk, dat aan God zeiven zeer aangenaam is. .,Wanneer wij door onze gebeden , zegt de heilige Brigitta, eene ziel uit het Vagevuur verlossen , doen wij een werk, dat zoo aangenaam en zoo lief is aan Jezus Christus, haren goddelijken Bruidegom, alsof wij Hem zeiven uit die vlammen zouden verlost hebben , en , op bekwamen tijd , zal Hij ons die weldaad vergelden , zoodanig dat wij er ons eigen voordeel in vinden.quot; Zijne Heiligheid
Bcnedictus XIII, gestorven iu geur van lieilighoid, liet zich door de kracht van deze woorden bewegen, en, gelijk hij zelf verklaard heeft, gevoelde hij zich inwendig gepraamd om al zijne verdiensten en goede werken , in het openbaar van den predikstoel, aan de Zielen des Vagevuurs op te offeren. Wij vinden dit in een der zestig sermonen, welke hij over dit onderwerp gepredikt heeft. Henedictus XIII deed dezo sermonen drukken te Beneventom en te Florence, het jaar nadat hij de bovengemelde voorrechten verleend had aan Pater Oliden , die de voornoemde akte van opdracht gemaakt heeft.
Deze edele liefdadigheid , die bestaat in geheel het afboeteude deel van ouze goede werken aan de verlossing der Geloovige Zielen toe te wijden, is door een zeer groot getal personen gedaan, onder welke er velen zijn, dio door hunne waardigheid, hunne wetenschap , en heiligheid uitmunten. Geheele kloostergemeenten hebben dezelve beoefend, de theologanten hebben ze verdedigd en verscheidene Pausen hebben zo mot geestelijke voordeelen begunstigd.
Ouder de schrijvers, die den lof van dit edelmoedig werk hebben verkondigd eu die hetzelve aan de godsvrucht der geloovigen hebben voorgesteld, noemt men twee vermaarde Paters vau het Gezelschap van Jezus, P. Moucada, en P. Kibadi-neira , alsook P, Jacobus Baron , van de Orde
van den H. Doininicus. Deze vermaarde schrijver j bewijst in het breede, in het tweede deel van een werk betiteld: Bicendie universel, hoe wij door dit werk van liefde niets verliezen, maar integendeel eene merkwaardige winst doen, en hij haalt do voorbeelden aan van de H. Gertr idis, van de H. Lidwina, van de H. Catharina van Senen, van de 11. Teresia en van den eerwaardigen Joannes Ximenes, van het Gezelschap van Jezus, die, op raad van de heilige Maagd zelve,
deze offerande gedaan heeft. De H. Brigitta getuigt in hare openbaringen, en die getuigenis wordt aangehaald door Benedictus XITI, (Serm. â¢1'. n0 12) dat zij uit het diepste van den brandenden kerker des Vagevuurs deze stem hoorde: â Dat hij beloond en vergolden worde die ons in deze pijnen verlicht!quot; Een andermaal hoorde zij eene welluidende stem uitroepen : âO Heer, maak gebruik van uwe onbegrijpelijke macht om bon- lt; derdmaal hen te beloonen , die ons door hunne gebeden te hulp komen , en ons tot den glans van uwe Godheid verhefl'en!quot; Dezelfde Heilige verhaalt, eenen Engel gehoord te hebben die zegde: â Gezegend zij op aarde al wie dezs arme boel-vaardige zielen door gebeden, goede werken en | lichamelijke verstervingen te hulp komt!quot; (P. Moncada in deel. Cath. 3 , n0 G6.)
De H. Ambrosias zegt, dat al wa1: wij uit liefde j aan de geloovige zielen geven , in genaden voor
_ -----
11
cms veranderd wordt, en dat wij, na onzen dood, er houderdvoudig voor zullen beloond worden. P. Baron verhaalt (liv. 3, ch. 29) dat de duivel zich vertoonde aan de H. Gertrndis, op het oogenblik van haren dood, en dat hij, met haar spottende, omdat zij deze oiïerandc van al hare goede werken ten voordeele van de geloo-vige zielen gedaan had , haar in dezer voege aansprak; â Hoe hoovaardig en hoe wreed zijt gij toch geweest ten opzichte van u zelve! Kan er eene grootere hoovaardigheid zijn dan de schulden van een ander te betalen , zonder zijue eigene schulden te voldoen I Maar wij zullen het nu eens zien in het uur uws doods. Gij zult het betalen i» de vlammen des Vagevnurs, en ik zal mij verheugen over uwe dwaasheid, ter-wijl gij uwe hoovaardigheid zult betreuren.quot; Alsdan vertoonde zich Jezus Christus, haar goddelijke Bruidegom, aau Gertrudis, en troostte haar met deze woorden : â Opdat gij moget verstaan , hoe aangenaam Mij de liefde is, welke gij betooud hebt aan de geloovige zielen, scheld Ik u al de pijnen kwijt welke gij zoudt moeten lijden in het Vagevuur; eu omdat Ik beloofd heb ii honderdvoudig te vergelden , zal ik daarenboven mildelijk uwe glorie vermeerderen, tot belooning der liefde, waal-mede gij de algemeene offerande gedaan hebt van al uwe afboetende werken tot lafenis van mijne welbe-
âk
12
minde bruiden des Vagevuurs.quot; Zoo beloont Jezus Christus de heldhaftige liefde der geloovigen tot de lijdende zielen , aan welke zij al hunne voldoeningen afstaan.
Daarvan komt het, dat de duivel, de gezworen vijand der zielen, al zijne pogingen inspant om de geloovigen van dit heldhaftig werk van liefde af te trekken.
De geloovigen dan, die hetzelve zullen beoefenen , mogen met een vast betrouwen verhopen, dat zij nooit in het Vagevuur zullen komen, of ten minste , dat zij er maar eenen korten tijd zullen moeten blijven. Dat hun betrouwen steune op de goedertierenheid Gods, op de beloften van Jezus Christus , op de bescherming van Maria, en op de voorspraak der zielen, welke zij uit het Vagevuur zullen verlost hebben en die, tot de hemelsche glorie gekomen zijnde, tot ondankbaarheid onbekwaam zijn.
IMPRIMATUR.
M. F. DE BEER, Sup. Gen, et Dec.
ad hoc delegatus.
Datum Tilburgi, 19 Januarii 1889. Stoomdrukkerij van het R. K. Jongens-Weeshuis.