uuu-UJiUKKELS. 83.
DE KZIL^Eim-E
MAim iPBIL.
TOEGEWIJD
AAN HET
7:/. ^lanscljijn.
Tweede Druk.
â¬pai®gt;
Tl 1? TT A ^
O-'-l/ IST quot;WEES,
Vak 55 iziekdrukkerij.
1 Kleine Maand van den li. Joseph... / 0,1 lt;
3 ;; â van Maria............ - 0,1(
3 ,, ,, van het H. Hait...... - 0,1(1
4 Leve Maria............................... - 0,1(
5 J)e burger Zouaven..................... - 0,05.
6 Geestelijke Leiddraad.................. - 0/ -
7 Herinnering aan het Christ. 11 uis.iezin. - 0J
8 Het Vagevuur en de Hemel op den
Kruisweg overwogen................ - 0,
9 Aan den voet des Altaars............ - 0,10
10 Oefening van Godsvr. tot den H Jozef. - 0,05
11 De H. Jozef en het Kind, dat zich tot de
Eerste H. Communie voorbereidt.. - 0,15
12 De Vriendenstem........................ - 0,05
13 Kruisweg voor en na de H. Communie - 0,10
14 De Godsvr tot den Engelbewaarder. - 0,10
15 Vergeef ons onze schulden............ - 0,10
10 Jesusin het Tabernakel............... - 0,15
17 Bloempjes ter eere van Maria vergaard - 0,05
18 Laten wij tot het Tabernakel gaan, - 0,05
19 Een week in het H. Hart van Jesus... - 0,05
20 Korte bemerkingen op eenige grond
waarheden van het H. Evangelie - 0,05
21 Komt allen tot mij! het H Hartvao Je
sus wil ons onderrichten en troosten - 0,05
22 Maria is uwe Moeder.................. - 0,05
2quot;? Aan de. voeten van Maria............ - 0,05
24 Hebt de waarheid lief.................. -
25 Vlucht de Ledigheid.................... - 0,051
26 Het Kruisteeken ........................ - 0,10 â
27 De Bruid van Jesus..................... - 0,10 \
28 Kleine maand November, Allerzielen. - 0,10 ^9 ff â December ............... - 0,10
r
,:'1
MvV
/ 'U'
- (I.K
- lt;gt;,1(
- ü,U
- 0,1)5,
- O,'
â ... j
o.hV o.ic
0,05.
0,15 0,05 0,10 0,10 0,10 0,15 0,05 0,05 0,05
0,05
0,05 0,06 0,05 O,tfo 0,05 \ 0,10 \ 0,10 \ 0,10 0,10
AANÃ iPRIL,
TOEGEWIJD
AAN HET
2i. ^Lamcfyijn.
Tweede Druk.
...........................................................
|g mm-K;
BREDA.,
EDUARD VAN quot;WEES.
UITGEYEE.
VERKLARING.
In volledige onderdanigheid aan de Constitutie van Paus Urbanus VIII (13 Haart 1625, 5 Juni 1634) verklaar ik, dat ik aan de hier voorkomende verhalen en tconderen slechts eene private en voorwaardelijke geloofwaardigheid toeken,, alles aan het oordeel det li. Kerk eerbiedig onder-werpende.
De Uitgever.
Breda, den Maart 1887.
IMFJRrC/EA-TXJR.
Datum Breda, Kal. Mart. 1887.
P. J. GABRIEL,
Can. Libr. Censor.
B--â--âm
lste DAG.
I. Wanneer de reiziger, de christelijk pelgrim, Kome bezoekt om in de eeuwige stad zelve de openbaring van bet christelijk leven le bestudeeren; of eene tweede maal wil terugzien wat hem zoo diep getroffen heeft, zal hij ongetwijfeld zeer spoedig den diepen eerbied, de teedere godsvrucht opmerken, welke de Romeinen toonen voor datgene wat ze il scm-tissimo Volto (het heilig Aanschijn) noemen. Niet minder wordt de pelgtim getroffen door de diepe hoogachting en de ijverzuchtige zorg, waarmede de heilige RoomscbeKerk die heilige reliquie sedert eeuwen bewaard heeft en blijft bewaren, alsmede de grootste pracht en luister, welke zij ten toon spreidt, wanneer zij, aan de geloovige scharen, die nederkaielen op de vloersteenen van St Pieter, bij feestelijke gelegenheden, de kostbare reliquie vertoont.
Alvorens den loop der gebeurtenissen te volgen, die met de geschiedenis van dit heilig Afbeeldsel in verband staan, willen wij twee pauselijke getuigschriften aanhalen, die de echtheid van het bestaan der reliquie in de eeuwige stad bevestigen.
In 1290 zegde Paus Nicolaas V : '/Het is in de Basiliek van den H. Petrus, dat de Heer gewild heeft, dat men de kostbare Afbeelding zou plaatsen, bekend onder den naam van Veronica, met het lichaam van den H. Petrus,
----Ã
e------; u
en die van een groot aantal andere Heiligen.quot;
Paus Benedictos XIV schreef op zijne beurt: «In de Basiliek van den H. Petros bewaart men met grooten eerbied, behalve de laos, den zweetdoek, die de trekken van den Zaligmaker, met bloed en zweet bedekt, volkomen behouden heeft eo nog behoudt.quot;
II. Dit feit door deze Opperherders aldus bevestigd, wordt sedeit eene aaneei\schakclmg van eenwen bekrachtigd, door bet gevoel van het volk, dat lange en moeielijke reizen onderneemt, gaarne de vermoeienis onaergaat van laoge tochten en zware opofferingen om dit heilig Afbeeldsel te zien; â door schitterende wondereo , bovennatuurlijke genaden , die hunne godsvrucht beloond hebben en vooral door de pracht en den luister, welke de heilige Kerk ten toon spreidt, wanneer deze heilige reliquie aan het volk vertoond wordt. Uit dit alles blijkt de vereering der heilige Kerk en het geloof van bet volk. Bij de zesde statie van den Kruisweg vinden wij de herinnering door het kerkelijke gezag goedgekeard; en de heilige Kerk bevestigt deze godsvrucht door de voortdurende vereering, welke zij te Rome bewijst aan dit heilig Afbeeldsel dat zij rangschikt onder hare rijkste schatten; bet y^er der lans en bet hout des heiligen Kruizes.
Schietgebed. O heilig Aanschijn, werp op ons een oogslag van barmhartigheid en liefde, en wij zullen gered worden. Hlâ,-------81
sr
2de DAG.
Ontstaan dezer Godsvrucht.
1. Iedereen weet, dat de II. Kerk aan de godsvrucht der geloovigen bij de zesde Statie van den H. Kruisweg het voorbeeld aanbiedt eener «noedi^e vrouw, die, de woede der soldaten en de beschimpingen der menigte trot-seerende, mtt haar sluier het bebloede gelaat van den Zaligmaker afdroogde, toen Hij den weg van Calvarië volgde om voor ons te gaan lijden en sterven. Volgens cene waarschijnlijke overlevering werd deze sluier, waarop Christus door eeu uitwerksel zijner almacht zijne goddelijke gelaatstrekken drukte, als om haar voor haren heldhaftigen liefdedienst tebeloonen, duor deze godvruchtige vrouw zelve naar Rome gebracht. Ziehier hoe men zegt dat dit geschiedde.
-m
Pilatus had Tiberius de wonderen medegedeeld, welke de Zaligmaker in Jndea verrichte De Keizer door melaatschheid geslagen, zond zijne afgezanten tot Hem, in de hoop zijne genezing te verwerven; doch bij hunne aankomst te Jeruzalem vondenquot;^zij Jezus gekruist, Zij verzamelden narichten omtrent zijn leven en dood, en vernamen, dat Hij den* aftrek van zijn gelaat aan eene godvruchtige vrouw
n.
had achtergelaten en reeds vele zieken hier door genezen waren.
II. Veronica1 door hen ondervraagd, toonde hen die heilige reliquie en bood zich aan, hen nsarKome te vergezellen, hen verzekerende, dat bij het beschonwcn daarvan de Keizer genezen zou, Tiberius verkreeg werkelijk zijn genezing na het goddelijk gelaat beschouwd te hebben.
De H. Veronica vertronwde den sluier toen aan den H. Clemens, coadjutor van den H. Petrus, die later zijn derde opvolger werd, Rome bezit dezen heiligen sluier sedert dit tijdstip; en in de Basiliek van het Vatikaan wordt met grooten eerbied de zweetdoek bewaard, waarop het goddelijk gelaat des Verlossers met zweet en bloed bedekt is Met de grootste zorg waakten de opperherders voor dezen kostbaren schat en behielden zich zeiven alleen het recht voor, dien te laten vereeren.
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, waarin de Eeuwige Vader zijn welbehagen vindt, ontferm U onzer.
1
jVóto. De Naam Veronica werd aan het heilig Afbeeldsel en later aau deze godvruchtige vrouw gegeven en beteekent: - ware afbeelding.quot;
3ae DAG.
I. Gedureude de ballingschap van Pius IX te Gaëta, werd het geoorloofd; de heilige reliqnie aan de vcreering der geloovigen uit te stellen van Kerstmis tot Driekoningen. Den derden dag der uitstelling toonde het gelaat van Onzen Heer Jezus-Christus zich als levend, te midden van een zacht licht. Op den sluier, waarop de indruk der gelaatstrekken slechts licht geteekend staat, toonde het goddelijk gelaat zich zeer duidelijk, eenigzins bol en met eene lijkkleur bedekt; de oogen lagen diep en droegen een strengen blik. De kanunniken die de wacht hielden bij de heilige Reliquie, deden hunne medebroeders en de geestelijken der Basiliek waarschuwen. Men luidde de groote klokken, het volk snelde toe. De ontroering was algemeen. Men maakte een akte op ten bewijze van het feit. Denzelfden avond deed men eenige wit zijden sluiers waarop het heilig Aanschijn was afgebeeld aan de H. Reliqnie raken en zond die naar Frankrijk. Aldus ontstond i bij de smartelijke beproeving der heilige Kerk» het gebruik om te Home, authentieke copiën
te vragen van bet H. Aanschijn. Vroeger gaf men die zeldzamer; doch, aangezien de tijden van beproeving, zijn de Opperherders der heilige Kerk hierin minder gestreng en kan men zich die gemakkelijk verschaffen.
II. Dusdanig is het ontstaan der godsvrucht tot het aanbiddelijk Aanschijn; tot het Aanschijn van den levenden God, van Hem die hemel en aarde geschapen heeft, van den Meester aller schepselen, van den Heer van Leven en dood, van ziekte en gezondheid, van Hem die de rampen over ons afzendt of die van ons afkeert. Het is het Aanschijn van den menschgeworden God, dat de engelen aanbidden, dat Lazerus van den dood verwekte, de soldaten in den hof van Olijven omverwierp, de heilige Petrus en den goeden moordenaar aan het kruis bekeerde! Zijne macht is altijd dezelfde.
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschija, met diepen eerbied aanbeden door Maria en Jozef» toen zij U voor de eerste maal aanschouwden, ontferm U onzer.
4de DAG.
T. Deze godsvrucht werd bljzooder verspreid door het geloof van twee personen, wier deugden erkend zijn door de geheeie stad To irs in Frankrijk, waar zij leefden, te weten van eene religienze-Carmeliet, zuster Maria van den H Petrus en van eene leek, den Heer Leo Dupont. De eerste, Zuster Maria van den H. Petrus, vereenigde met eene engelachtige godsvrucht een vurigen zielenijver. Het was hare groote naastenliefde, die God gewis aanzette orn haar te willen doen kennen, hoezeer de menschen zijne goddelijke Majesteit beleedigden. De Heer toonde haar de godslastering en de onteering der feestdagen als de voorname misdaden die de rechtmatige wraak des hemels over de volkeren afroepen. Dan zag men de zuster bleek, bevend , met tranen bedekt, als verpletterd onder het gewicht van den toorn van Godj dan bood zij zich zelve voortdurend aan als een zoenoffer, om de geesels van Gods gramschap af te keeren en de zaligheid der zielen te verkrijgen, bijzonder voor haar vaderland. De Heer, openbaarde haar, dat het eerherstel het eenige krachtdadig middel was om zijne barmhartigheid af te trekken. Omstreeks denzelfden tijd stond Paos Gregorius XVI door eene breve van den 8 Aug. 1843 de oprichting toe der Broederschap tot nitroeiing der godslastering; en door deze goedkeuring der K. Kerk toonde God de waarheid der openbaring
m------â.â.â..........m
g---fll
aan zuster Maria van den H. Petrus gedaan.
II. De lieer toonde haar bovendien, dat daar het bijzonder zijn H. Aanschijn is, dat door de godslasteraars onzer tijden beleedigd wordt, daar zij de kaakslagen en beschimpiugen der joden als vernieuwen , het ook bijzonder aan dat H. Aanschijn is, dat Hij verlangt, dat de eerherstelling zou gedaan worden, omdat de godvruchtige zielen aldus naar het voorbeeld van Veronica den hoon trachten af te wisschen , Zijn H. Aanschijn toegebracht. Het H. Aanschijn van Christus, schaduwbeeld en spiegel derGodhsid, den eeuwigen Vader aangeboden, is alleen in staat de godslasteringen te herstellen, die rechtstreeks de goddelijke Majesteit aanranden.
De Heer stelde zich niet tevreden, met aan Zuster Maria van den H. Petrus zijn goddelijk Aanschijn te geven als middel tot eerherstel, doch gewaardigde zich nog, er deze woorden bij te voegen : » Door mijn heilig Aanschijn zult gij wonderen uitwerken,quot; Deze belofie, door den Goddelijken mond aan Zuster Maria van den H Petrus gedaan, was mede gericht aan de H. Kerk en allen die zich aai het werk der eerherstelling znllen toewijden.
Schietyehed. O aanbiddelijk Aanschip, dat de Engelen, de Herders en de Driekoningen in den stal van Bethlehem van vreugden verrukt hebt, ontferm U onzer.
ar
sr
5lt;le DAG.
I. » Door mijn Aanschijn zult gij wonderen uitwerken.quot;
quot;Door de kracht van mijn heilig Aanschijn , het afbeeldsel mijner heilige roinschheid znlt gij, evenals men in een koninkrijk alles verkrijgt met een geldstuk dat het beeld des vorsten draagt, alles in de U. Kerk verkrijgen wat gij op aarde kunt verlangtn,quot; Om deze belofte te bekrachtigen en de waarheid der openbaringen vanZuster Maria van den H. Petrus te bevestigen, wekte God tot getuige dezer godvruchtige religieuze, eenen leek, den heer Leo Diipont, op, die het afbeeldsel van het heilig Aanschijn in zijne zaal plaatste, dag en nacht daarvoor eene lamp liet branden en door de kracht van het goddelijk Aanschijn talrijke wonderen verkreeg, zoo van genezing des lichaams als van bekeering der ziel. In die zaal waar de geheimzinnige macht van dit Goddelijk Aanschijn zich deed gevoelen, zegen de blinden, werden lammen en kreupelen genezen , de ongeneeselijkste kwalen verdwenen plotseling na enkele gebeden ter eere van het heilig Aanschijn en de zalving met den olie uit de daar immer brandende lamp. Luide spraken de wonderen, de geheele stad was er geinige van. De zieken, die of in de zaal van den beer Dupont of door den gezonden olie genezen
» 1:
waren, verkondigden het luide. Hier viel niet te ontkennen, te loochenen, men kon slechts de woorden van Jezus, tot zijne getrouwe dienstmaagd gesproken , herhalen ; * Degenen die hierin mijn werk niet erkennen, sluiten de oogen.quot;
II. Zouden wij dan hardnekkig de oogen sluiten, nu de Heer ons zijn heilig Aanschijn heeft aangeboden als een krachtig middel ter zaligheid? Zouden wij vergeten, in welke juiste en duidelijke woorden de Heer tot de nederige Karmelites sprak, toen Hij haar zegde: quot;Heden plaats ik op nieuw mijn heilig Aanschijn in owe handen, opdat gij het mijnen Vader aan-biedet tot zaligheid van Frankrijk. Doe uw voordeel met dit goddelijk talent; gij zult door mijn Aanschijn de zaligheid van vele zondaars verkrijgen. O wist gij, hoe aangenaam het gezicht van mijn Aanschijn mijnen Vader is 1 Ja door de kracht van dit goddelijk gelaat van onzen Verlosser zullen de geloovigen de bekeering der zondaars en de zegepraal oer H Kerk bekomen.quot;
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, dat 3en H. Simeon en de profetes Anna in den tempel van liefde ontstoken hebt, ontferm U onzer.
m---------â®
6lle DAG.
I. '⢠Jeziis-Christus drukte zijn goddelijk Aanschijn in den Zweetdoek van Veronica om ons te herinneren, dat wij allen moeten trachten, in ons hart de heiligheid na te bootsen van den God naar wiens beeld en gelijkenis wij gevormd zijn. O hoe gelukkig was die vrouw, die tot belooning van haar geloof en hare liefde den afdruk ontving van de trekken des Zaligmakers op den sluier, die zij Hem toereikte om zijn goddelijk gelaat, met stof, met zweet bedekt, af te wisschen I Tot loon harer heldhaftige godsvrucht zal zij de eer hebben, dien sluier te ontplooien voor de oogen van het heelal, ter aanbidding aan alle menschen dat Aanschijn aan te bieden, dat de engelen en gelukzaligen verrukt, dat Aanschijn waarop de goddelijke Majesteit weerstraalt, ondanks de beschimping en den hoon van zijn lijdenskelk, dat Aanschijn, dat wij allen geroepen zijn op onze beurt af te wisschen door de beschimping der goddeloosheid te herstellen door gebed, lof en aanbidding. O werk verdienstelijk bij uitnemendheid ! O treffende godsvrucht onzer dagen welke, geboren op weinige schreden afstands van het graf van den H. Martinus, onder de zorg van een groot dienaar des Heeren wel geschikt is om in onze harten de trekken te drukken van een lijdenden God, ten einde wij eenmaal de onvergelijkelijk schoonheid van
m----------si
dat heilig Aanschijn schitterend van licht, en glorie zouden mogen aanschonwen.quot;
(Mgr. Freppel.)
II. Zuster Maria van den H. Petrns had eens de heilige Communie opgeofferd tot eerherstel voor de godslastering tegen de goddelijke Majesteit. Hierdoor trof â tij dermate bet Hart van den goddelijken Verlosser, dat het geheim van het lijdend en heilig Aanschijn haar plotseling werd geopenbaard. » l)e goddelijke Zaligmaker deed mij verstaan,quot; zegt zij, dat de goddeloozen thans door de godslastering den smaad hernieuwen, eertijds zijn goddelijk Aanschijn aangedaan. Al die godslasteringen, die zij tegen de Godheid richten, hoewel zij die niet knnnen bereiken, vallen even als de bespnwingen der joden op het heilig Aanschijn van Hem die zich tot zoenoffer voor onze zonden gemaakt heeft. Toen zegde Hij mij, dat ik den ijver der godvruchtige Veronica moest navolgen, die Hij mij tot toonbeeld en beschermster gaf. Door zich toe te wijden aan de eereboete der godslastering, bewijst men Hem denzelfden dienst als die heldhaftige vronw; en Hij ziet degenen, die Hem aldus hunne liefde betuigen, met een blik van dezelfde barmhartigheid aan, als die waarmede Hi; bij zijn Lijden Veronica beschouwde.
Schietgeled. O aanbiddelijk Aanschijr, overgoten van tranen in uwe heilige Kindsheid, ontferm U onzer.
m----â-a
H
B
7de DAG.
I. Id geheel den loop van zijn sterfelijk leven zien wij, hoe aangenaam het eerherstel aan Jezus is. Zie Hem bij zijn intreden in het leven te Bethlehem; men verstoot, men verwerpt Hem. Wat doet het arme Kind Jezus? Hij roept tot zijne kribbe de herders en de wijzen. Hemel en aarde, armoede en rijkdom , onwetendheid en wetenschap, vereenigen zich om den goddelijken Zaligmaker de eerste eerboete aan te bieden.
In Egypte, het land der ballinKschap, heeft de goddelijke vluchteling de armen van Jozef en het Hart zijner Moeder tot toevluchtsoord. Te Nazareth, in die jaren van arbeid, van armoede, van verborgen leven, o hoe verheven was het eerherstel de H. Familie!
In de dagen van zijn openbaar leven is Jezus, de goddelijke leeraar, ten prooi aan tegenspraak, aan laster, aan beleediging; men hoont, men verstoot Hem; Hij heeft, geen steen om zijn hoofd te laten rusten. Toen opende Bethanië deszelfs gastvrije deuren; het Hart van Jezus vindt daar de toewijding van Martha, de tranen, den balsem, de liefde van Magdalena, het vriendenhart van Lazarus.
In de vlakten van Kapharnaüin verlaten Hem zijne toehoorders, » En gij,quot; zegt Hij tot z\jne dierbaarste discipelen : * wilt gij mij ook veIlaten?', Het is als zo-.kt Jezus troost i
-m
Het groote hart van Petrus wordt bewogen; ⢠Heer, tot wien zonden wij gaan?quot; Gij hebt de woorden des eenwigen levens.
Dit is het eerherstel van Petrus.
II. In het Cenakel, bij de instelling van het H. Sacrament: bij de eerste heiligschennis van Judas, trekt Jezus het Hem zoo dierbaar hoofii van Joannes op zijne borat. De Welbeminde leerling mst O]) het H. Hait en troost het.
In Gethseraa vund Jezus geen enkele mcnsch dieHem troostte; een engel daalde tot Hem neder.
Op den weg naar Calvarië... ? De Zaligmaker neemt de hulp aan van Simon van Cyrene. Bedekt met zweet, met stof, met vuil, met bloed, neemt Hij den sluier aan van Veronica en drukt ter belooning daarin dat goddelijk Aanschijn, dat de toorn stilt van God, de engelen verrukt en de zondaars bekeert.
Als een balsem op zijne wonden neemt Hij het medelijden aan der dochters van Jeruzalem; cu in het vreeselijk uur waarop de itodsmoord wordt voltrokken, rust zijn oog op Joannes, zijn teederen, getrouwen vriend, en op zijne heilige Moeder; en terwijl Jezus rust onder den steen des graf, waakt, weent en bidt Maria en zet tot aan gene zijde van bet graf bare eerherstellende zending voort, die zij te Bethlehem omhelsd had.
Hoe aangenaam is dan de eereboete aan Jezus!
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, dat dj wetgeleerde verbaasd hebt, toen Gij, twaalf jaren oud zijnde, in den tempel verscheent, ontf. n onzer.
8ste DAG.
Beloften door den Zaligmaker gedaan aan degenen die zijn goddelijk Aanschijn zullen vereeren.
10. Zij zullen in zich, door de indrukking mijner menschheid, een levendig in glans mijner Godheid ontvangen, en in het diepste der ziel zullen zij er door verlicht worden, zoodat zij% door de gelijkheid zullen schitteren. (H. Gertrudes, openbaringen 4e boek, 7e Hfdl.)
2o. De H. MechtilJis, aan onzen Heer vragende, dat degenen die zijn II. Aanschijn vereeren, nooit zouden beroofd wezen van zijn aangenaam gezelschap, kreeg tot antwoord: quot; Geen enkele hunner moet van mij gescheiden zijnquot; (H. Mechtildis van de goddelijke genade, 1ste boek, 13 Hfdl)
quot; Onze Heert zegt zuster Maria van den H Petrus, heeft mij beloofd, de trekken zijner goddelijke gelijkenis te -prenten in de zielen dergenen die zijn heilig Aanschijn zullen vereeren (21 Jan. 1847.) Dit aanbiddelijk Aanschijn is als de stempel der Godheid, die de kracht heeft om in de zielen die het ver eer en, op nieuw het beeld Gods ie prenten *' (6 Nov. 1845 )
4o. quot;Door mijn heilig Aanschijn zult gij wonderen doenquot; (27 Oct. 1845 )
11. 4o. quot;Gij zult door mijn heilig Aanschijn de zaligheid van vele zondaars bekomen. Door dit offer zal ü niets geweigerd worden. Wistet
m-------m
14
gij hoe asngeüaam mijn Aanschijn aan mijnen Vader is.quot; (22 Nov, 1846.)
60. Evenals men in een koninkrijk verkrijgt wat men verlangt met een geldstuk dat bet afbeeldsel des vorsten draagt, zoo ?.ult gij met dit kostbaar deel mijner H. Mensehheid, mijn heilig Aanschijn, in het rijk der hemelen bekomen, wat gij vraagt quot; (27 Oct 1815)
7o. quot;Al wie mijn heilig Aanschijn in den geest van eerherstel zal vereeren, zal daarin het werk doen, dat de godvrnchlige Veronica gedaan heefi.quot; (27 Oct. 1815.)
80. «Volgens de zorg, die gij zult hebben om de eer van mijn afbeeldsel, door de godslasteraars misvormd , te herstellen, zal ik zorgen voor het owe dat door de zonde misvormd is. Ik zal er myn beeld op nieuw in prenten, en ik zal het zoo schoon maken als het was onmMdelijk na het H. Doopsel.quot; (3 Nov. 1815 )
80. quot;Al degenen die dit werk van eerherstel door woorden, geschriften of gebeden zonden voorstaan , heeft de Heer beloofd te verdedigen bij zijnen Vader; het aanschijn hunner zul bij hnnnen dood zou Hij zuiveren van de vlekken der zonden, en haar hare eerste schoonheid teruggeven.quot; (12 Maart 1816.)
Schietgebed O aanbiddelijk Aanschijn, schooner dan de zon, liefelijker dan de maan, glansrijker dan de sterren, ontferm U onzer
»_
S3.
9de DAG,
Zuster Maria van den H. Petrns geeft ons een voorbeeld van groote dengd. De liefde vooral beheersehte haar hart. De glorie van God, de bekerring der zondaars, ziedaar het voorwerp harer gedachten, de drijfveer harer werken. Hare teedere en oprechte godsvrocht boezemde haar ook een grooten ijver in tot verlossing der zielen in het vagevuur, vooral voor diegenen , die het meest verlaten zijn. Haar hart verblijdde zich in de liefde tot God; zij vereerde zijne heilige Menschheid in alle geheimen, doch bijzonder in zijne geboorte en zijn verborgen leven. Hare godsvrucht tot de H. Kindsheid en de heilige Familie openbaarde zich bij elke gelegenheid. Als portieres opende zij gaarne de poort voor den timmerman, die haar herinnerde aan htt nederig handwerk van den H. Jozef. Zelfs zag men haar eens een ezel liefkozen, die op de plaats stond, in herinnering der diensten door dit nederig dier aan Maria bewezen bij de vlucht naar Egypte. Hare liefde voor het Kindje Jezus openbaarde zich bijzonder gedurende den H. Kersttijd op alle mogelijke wijzen. Jezus in het tabernakel was voor haar eene bron van vreugde. Haar gelaat straalde van geloof en vuur bij het aanbidden van het H. Sacrament; het was als drong haar oog door den sluier, die haren goddelijken Bruidegom aan hare blikken verborg;
en als zij het altaar verliet, liet zij haar hart aao de voeten van haren Verlosser.
IT. In hoogen graad bezat zij Je dengd van nederigheid en beschouwde zich in allen ernst als de geringste, de onwaardigste der geheele gemeente, en zij verweet zich de lichtste onvolmaaktheid als eene groote zonde. Zij gehoorzaamde vaardig, eenvoudig en blind volgens het voorbeeld van Jezus te Nazareth. Zij was als een kind dat geen anderen wil kende dan dien harer oversten, en kon bij haar sterven in volle waarheid van zich zelve getuigen: quot;Mijn troost is, altijd in alles gehoorzaamd te hebben.''
Altoos ingetogen en met God vereenigd, scheen zij vreemd aan al wat God niet betrof, en zij bezat daarenboven die zoete vrijheid van geest die het kenmerk is eener goede religieuze. Bij hare inwendige deugden voegde zij de bekoorlijkheid eener oprecht zusterlijke liefde en eene zoete opgeruimdheid. In de uren van nitspanning sprak zij, wel is waar, weinig; doch zij was altijd vroolijk en minzaam, plaatste hare aanmerking op eene juiste en gepaste manier, en wist alles tot God terug te voeren.
Hare zusters waren gaarne bij haar, omdat zij voordeel trokken uit haren omgang. Is heï wonder dat de hemel zulk eene volmaakte ziel met bijzonder gunsten en meedeelingen vereerde?
Schietgebed. O heilig Aangezicht, wiens Majesteit de soldaten van schrik omverwierp, ontferm U onzer, ü____â
10^ DAG.
I. Het schoone leven van zuster Maria van den H. Pefrus werd door een nog schooneren dood bekroond. Reeds omtrent Paschen van het jaar 1848 begon hare gezondheid merkelijk te verzvakken, en vereenigden de wreedste pijnen laar meer en meer aan haar gekrni-zigden Sruidegom.
Op g3eden Vrijdag tegen drie uren wierp zij zich, on den stervenden Verlosser te vereeren, ter aa'de en herhaalde hare akte van eerboete. Bijna onmiddellijk vertoonde zich eene vreemde ziekt, die haar weldra tot het uiterste bracht. Gebel haar lichaam was weldra slechts éene word, terwijl eene brandende koorts haar veteerde; hare tong en hare rrond werden als aet naalden doorstoken; geheimzinnig lijden waardoor God haar voor de godslasteraars wilde doen boeten. Hare nachten waren slapeloos; elke beweging was eene marteling. Intusschen bleef zij kalm, geduldig en innig met God vereenigd | In de maand Juni had zij een hevige crisis; | zij strekte de armen kruiswijze uit en zegde ! tot degenen die haar wilden verleggen: «Laat mij begaan, het is plicht.quot; Zij wilde sterven als slachtoffer en sprak dit gebed, terwijl zij een beeldje van het Kind Jezus kuste en het toen ten hemel hief: »Eeuwige Vader, ik offer U noch eens dit aanbiddelijk Kind, uwen goddelijken Zoon, tot voldoening van mijne I---Si
|
a | |
|
t | |
|
t | |
|
e | |
|
;t s |
T |
|
n | |
|
le | |
|
st | |
|
f gt; | |
|
an | |
|
.e. | |
|
)r- | |
|
ne | |
|
«g | |
|
kras | |
|
in- | |
|
ur. | |
|
zij der bij- | |
|
ens | |
|
rp» | |
|
_S |
§1 |
zonden en die van alle raenschen, voor de noodwendigheden der H. Kerk, voor Frankrijk, voor de eerhorstelling. Goddelijke Jezns, ik stel dit werk in nwe htindcn Hiervoor lieb ik geleefd, hiervoor sterf ik quot;
II. Toen sprak zij tot du Kerw. Overste: «Mijne loopbaan is geëindigd. God heeft mij dit geopenbaard; want het werk dtT eerherstelling is gevestigd, en het was slechts diarvoor dat God mij op aarde geplaatst heeftquot; Zij leefde nog eenige dagen. Ilaar doodatrijl was lang en smartelijk. Bij het naderen vai dtn dood herinnerde zij zich, dat de Heer hafcr beloofd had van in haar laatste unr het ieeld van God in hare ziel te herstellen. Toen lam haar gelaat eene hemelsche uitdrukking a\n. Men zou gezegd hebben, dat het een engel wvs nit den hemel nedergedaald, gereed om weder hemelwaarts te stijgen. Van dit oogenblik af tot haar laatsten snik bad zij zonder ophondsn : Jezus, Maria, Jozef! Kom Heere Jezns! De naam des Heeren zij gezegend. Als laatste trek van oveieéukomst met haren goddtUjkeo Meester, slaakte zij een kreet en stierf
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, bezoedeld door den heiligschennenden kus van Judas, ontferm U onzer.
11de DAG.
Zuster Maria van den H. Petrus stierf den Saten Juli I84S. Hare z -ndin* was voleindigd. De heer Dupont zette deze voort, vereerde hare nagedachtenis en zocht haar denkbeeld van eerherstelling te doen kennen en voort te zetten. Eene in zich zeer eenvoudige omstandigheid kwam hem ter hnlp om deze godsvrucht in beoefening te brengen
De vaste van het jaar 1851 liep ten einde. De Eerw. Moeder Maria der Menschwording, overste der Karmelitesscn , die de hoogachting en het vertrouwen van den heer Dupont genoot, zond hem eene af beelding van het II. Aanschijn, haar uit Itome gezonden. Deze heilige beeltenis stelde den sluier voor van Veronica, en droeg het b-wijs dat /ij h t echt afbeeldsel was van de ll«-iiquie van het Vaticaan, welke men haar had laten aanraken De heer Dupont deed haar plaatsen in eene zwart houten lijst, en hing haar in zijne zaal, op die plaats waar zij noodzakelijk alh-r blikken moe^t trekken. Eens overwegende wat hij zou kunnen doen om dit kostbaar beeld beter te Vereeren, kwam het denkbeeld bij hem op, daar eene lamp dagen nacht ter eere van het heilig Aanschijn te doen branden. Hij oordeelde met recht, dat eene lamp op klaarlichten dag ontstoken de vragen zijner bezoekers zou uitlokken en hem gelegenheid zou verschaffen te spreken van Onzen
91----jg
Heer J. C., van het goddelijk AaoschijD, vau de noodzakelijkheid der eerherstelling. Hij besloot volgens zijn eigen nederig woord, de dienaar van Zuster Maria van den H. Petrus en dc omdrager harer gedachte te zijn. Verscheidene wonderdadige feiten bevestigden zijn voornemen.
II. Het beeld van het H. Aanschijn nas in zijne bidplaats gehangen. Maandag in de goede week van het jaar 1851. *8 Woensdags daaropvolgende werd de lamp ontstoken. Deze dag was hiertoe gekozen, als zijnde de dag waarop Jezus zoo schandelijk door den Judaskus verraden werd. Deze dag vraagde eete schitterende eerboete. De godvruchtige vereerder van het heilig Aanschijn hield zich met deze gedachten bezig, toen op goeden Vrijdag, een wijnhandelaar zich bij hem aanbood. Mr. Dupont toont hem de lamp en het H. Aanschijn, en spreekt met zooveel kracht, dat de reiziger, die als een man onverschillig, om niets meer te zeggen, omtrent den godsdienst bij hem binnengetreden was, hem na een uur verliet als een geheel veranderd mensch. Denzelfden avond ging hij biechten en leefde sedert als een braaf christen. Den volgenden dag kwam eene dame van Richelieu, die veel aan deoogen leed. De heer Dupont zette haar aan, voor het beeld te gaan bidden; bij bad met haar, en op hetzelfde oogenblik gevoelde zij zich genezen.
Schietgebed. O goddelijk Aanschijn, kostbaarder dan het goud , het zilver en het diamant, ontferm U onzer.
m----v
12de DAG.
Dinsdags na Fasclien kwam een jongeling den heer Dupont over eene zaak spreken. Hij leed aan het been, ging kreupel en kon slechts met moeite voortgaan. De heer Dupont kreeg het denkbeeld, een weinig olie uit de lamp, die voor het H. Aanschijn brandde, op het zieke been te doen; en zie, oogenblikkelijk was de jongeling genezen en ging met de grootste vlugheid den tuin rond. Deze genezing werd weldra ruchtbaar; andere/ieken stroomden toe en de meesten werden of genezen of ten minste verlicht in hunne smarten. Aldus begon de bedevaart van het 11. Aanschijn, welke zoo spoedig in alle werelddeelen beroemd werd. De toeloop der bezoekers en bedevaartgangers werd zoo groot, dat de man Gods zich geen dag, geen uur kon verwijderen. Zijne zaal was eene bidplaats geworden, het H. Aanschijn toegewijd, en het middelpunt van dagelijksche bijna onafgebroken gebeden. Men kwam daarheen uit alle streken, en wat er gebeurde, werd heinde en ver verkondigd. Het aantal der verkregen genaden en genezingen gaat alle berekening te boven.
II. De genezing van dokter Noyer, beroemd Parijsch geneesheer, verdient op de eerste plaats vermeld te worden. De zieke kwam bij den heer Dupont met een aanbevelingsbrief van een zijner vrienden. De dienaar Gods opent dien
a
in zijne tegenwoordigheid en begint dien hard op te lezen. Plotseling hoadt hij stil. Men schreef hem, dat degene die hem dezen brief zon overhandigen, geen drie weken meer te leven had, en hei was een geneesheer die het schreef. «Ga gerust voort. Mijnheer/* zegde hem de zieke, «ik weot dat hij ü zegt, dat ik opgegeven bt-n.quot; Dit is waar, antwoordt de heer Dupont; quot;doch hebt gij geloof?quot;. â Ja zeker â vWelnu, bidden wij samen.quot; â Dokter Noyer had eene zeer vergevorderde longtering, en de dood naderde met rassche schreden. Men begon te bidden. De heer Dupont zalfde hem met den olie op de borst. Hij wilde enkele druppels olie drinken en. .. gevoelde zich volkomen genezen Naar Pan teruggekeerd. onderhield hij de vriendachappe-lijkste betrekkingen met den heer Dnpont, beval hern zijne zieken, en deed jaarlijks uit dankbaarheid eene bedevaart naar Tonrs.
Schietgebed. O goddelijk Aanschijn, meesterstuk van den H. Geest, waarin de eeuwige Vader zijn welbehagen vindt, ontferm U onzer.
^----
13de DAG.
I. Ken controleur van den spoorweg zog eens eene dame uitstijgen, die een zevenjarig kind op den arm droeg, dat ziek was en niet loopen kon. Het dienstpersoneel van het spoor was zoo gewoon aan dergelijke tooneelen en toonde zooveel welwillendheid ten opzichte der pelgrims, dat op hare vraag naar de woning van den heer Dnpont, hij zich aanbood, haar te vergezellen en het kind te dragen. Men bereikt de woning, gaat bidden voor het H. Aanschijn; Mr. Dnpont beschouwt het kind en vraagt, waarom het getne schoentjes aan heeft Het was maar al te duidelijk , de voetjes waren opgezwollen en misvormd. «-Omdat hij ze niet dragen kanantwoordt de moeder-â Ga hem schoenen koopen bij dien schoen- â maker,.... straat,.... nnmmer. Pe moeder gehoor- 1 zaamt en gaat. Intnsschen zalfde de dienaar Gods de voetjes van het knaapje, en toen de moeder met de schoentjes kwam, kon hij ze roet gemak aandoen. Hij was genezen. Aldua luidt het verhaal van den controleur, die er getuige van was.
II. Een tweede zevenjarig knaapje uit Tonrs ii---©
B---------------------------8
leed gedurende drie maanden de hevigste smarten. Hij at uiet, hij kon niet staan, Zijn vader, een man van een levendig geloof, droeg hem naar den heer Dupont, daar hij zag, boe alle middelen, tot dusverre tot zijne genezing aangewend, schipbreuk leden. Na het eerste gebed en de eerste zalving kou hij staan; bij het tweede begon hij te gaan; bij het derde gevoelde hij kracht cn eetlust wederkeeren, die hij sedert drie maanden gemist had. Hij liep en sprong door den tuin en, door eetlust en kinderlijke begeerte aangezet, plukte hij dtie kersen van een tamelijk hoogen boom, waarnaar hij daags te voren geene hand zon hebben uitgestoken. In huis teruggekeerd, verslond hij, om zoo te zeggen, een groot stuk brood, dat de heer Dnpont hem liet geven en gevoelde nooit meer de minsle aanval der ziekte. De knaap, later priester geworden, verhaalt zelf dit feit om hulde te brengen aan he; H. Aanschijn en de gedachtenis van den heer Dupont.
Schietgebed. O heilig Aanschijn, onuitsprekelijke spiegel van Gods volmaaktheid, ontferm U onzer.
14de DAG.
I. Een reiziger geheel onbekend in ïours, doorloopt de straat St. Etienne en ziet eene menigte personen zich verdringen aan den ingang van een huis. Hij vraagt, wie daar woont. '/Een heer die mirakelen doet,quot; luidt het antwoord De nieuwsgierigheid noopt hem, binnen te gaan. De heer Dupont groet hem minzaam en vraagt naar de reden van zijn bezoek. De reiziger bekent oprecht, wat hem gezegd is. quot;Ja; mijnheer, zegt de heer Dupont,quot; hier geschieden dagelijks wonderen door de goedheid Gods. En de verwondering van den reiziger ziende, zegt hij hem: «Voor een christen is het niet moeilijker een wonder te verkrijgen dan bij de groentevrouw een schotel erwten te bekomen. Men behoeft slechts te vragen, en zoo gij wilt, zult gij het zien. Ziehier eene bijna blinde vrouw. Wij gaan voor haar bidden, en ik vertrouw, dat zij het gezicht terug zal bekomen.
II. De reiziger knielde neder met al de aanwezigen; en hij., die sedert tien jaren niet de minste oefening van godsdienst volbracht
â¢--â---m
had, begon te bidden. Men zalfde de oogen der arme blinde. Eerst verklaarde zij, dat zij geen enkel woord lezen kon in een boek dat men baar voorhield; doch na herhaalde zalviogen begon zij de personen en de voorwerpen, die haar omringden, te onderscheiden; langzamerhand kreeg zij het gezicht weder, en begon in het haar aangeboden boek te lezen. Getroffen door al wat hij gezitn had en vooral door de woorden van den heer Dnpont, gevoelde de vreemdeling, dat hij zoo niet langer mocht voortleven, en besloot, zich met God te verzoenen. Hij ging een priester opzoeken, sprak eene rouwmoedige biecht, en zijn bezoek bij den heer Dupont vormde als het keerpunt van zijn k-ven. Hij bekeerde zich oprecht en bleef getrouw den weg der deugd bewandelen.
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, wiens zachtmoedigheid en zedigheid de grootste zondaars aantrekt, ontferm U onzer.
Kleine Maand H. Aanschijn.
15lt;ie DAG.
I. Ei ne Eogelsche dame verhaalt hel volgend feit. De heer Petrus Ewing, student aan het college van Downside io Engeland, had eene oogziekte, die hem verplichtte, alle studie vaarwel te zeggen. Hij reisde door Tours met zijne familie, en besloot, den heer Dupont te bezoeken. Niets toonde uitwendig de kwaal, waaraan hij leed. Zoodra de heer Dupont hem zag, kwam hij naar hem loe, legde hem de hand op de oogen en zegde: «Mijnheer, gij zult hier het gezicht wedervinden.quot; De jongeling werd doodsbleek; zoodanig verschrikte hij bij liet openbaren van datgene wat hij niemand had toevertrouwd. Hij werd werkelijk genezen « n kon onmiddellijk zijne studiën gaan voortzetten. Eene menigte dergelijke feiten zuudeo wij kunnen nederschrijven; doch even luide spreken eene menigte krukken en stokken , daar gelaten door de gebrekkigen en zieken voor het H. Aanschijn gene/en. Men zag ze in bundels saamgebonden in een klein kamertje bij de zaal, later ^de kamer der mirakelenquot; genoirnd. Voor dtn pelgrim en den vreemdeling waren dit even zooveel stomme, doch welsprekende getuigen, die de wonderdadige kracht dier heilige plaats verkondigden. Men ziet daarop de namen van degenen die ze vroeger gebruikten en ze nog gemakkelijk kunnen herkennen.
II. Behalve de menigte die den beer Dupont
g----â â i
in persoon kwam bezoeken, ontving hg eene menigte brieven van personen die zich schriftelijk tot hem wendden en aan wie hij op hun verzoek een weinig olie zond uit de lamp, die voor het H. Aanschijn brandde. Hij zelf lakte en verzond de fleschjes en voegde er gewoonlijk een brief bij. Men schat het getal der verzonden fleschjes op ongeveer twee millioen, ^ hetgeen een denkbeeld geven kan van de verbazend groote briefwisseling, welke hij zoo in Frankrijk als in het buitenland voerde. De toeloop der pelgrims en zieken was somtijds zoo groot dat de kleine plaats voor zijn huis, de poort, en de omgeving van zijn huis bezet waren met rijtuigen, reiszakken en reizigers. Zeker werden alle zieken er niet genezen, verscheidene hervielen na hanne genezing in vroegere ziekten; doch allen plukten de kostbaarste vruchten voor hunne ziel uit hun onderhoud met den man Gods. Allen waren gesticht en in hun geloof versterkt «Waarom,quot; zegde hij » dikwijls tot zijne bezoekers, «komt ^ij tot mij, in plaats van tot God? Ik ben gean geneesheer. Geloof en bid.quot; Doet gij uw morgen- en avondgebed? Gaat gij ter kerk? Gaat gij dikwijls te biechten.quot; Zoo wist hij de harten te winnen, de zondaars te bekeeren. O hoeveel dwalenden heefthij op hetrechtepad teruggevoerd!
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, ontroerd en weenend bij het graf van Lazarus, ontferm U onzer.
m_ -___si
^---g
Kleine Maand H. Aanschijn.
lö-le DAG.
I. De scharen pelgrims en de toeloop van het volk duurden twintig jaren. Gedurende den oorlog verminderde dit, er kwamen slechts enkele personen. De heer Dupont toonde hierover noch verwondering noch verdriet. quot;God Iaat dit toequot; zegde hij, «omdat als het zoo druk bleef gaan, ik de kracht niet zou hebben om de pelgrims te ontvangen.quot; Het doel was intusschen bereikt eu boven alle verwachting geslaagd. Door den invloed van zuster Maria van den H. Petrus en door het ijverig streven van den heer Dupont is de vereering van het H. Aanschijn eene godsvrucht geworden, die niet nieuw was, doch die, naar de behoeften van het volk gewijzigd, zich met de grootste snelheid verspreidde. Hoevele christenen, priesters, religieuzen, geloovige huisgezinnen beoefenen de eeredienst van het Aanschijn, waarvan zij vroeger geen denkbeeld haddeu! Hoeveel vurige gebeden, hoeveel godvruchtige eerherstellingen, hoeveel heilige oefeningen zijn hiervan het gevolg geweest! En wie kan de godvruchtige verzuchtingen en oefeningen tellen, welke in de toekomst de vrucht dier heilrijke devotie zullen zijn?
II. De heer Dupont onderhield de vertrou-welijkste en vriendschappelijkste betrekking met al de nitverkoren zielen en beroemde god-
vruchtige personen van zijnen tijd. Zijn bezoek aan den eerbiedwaardigen pastoor van Ars is merkwaardig en herinnert aan de eerste ontmoeting van den H. Franciscus en den H. Do-minicus. He heer Dupont had de reis naar Ars gemaakt om den heiligen pastoo:* te zien en te spreken; doch hoe zon hij tot hem komen door die dubbele rij vreemdelingen op zijnen doortocht geschaard? Plotseling valt de blik van den pastoor op den pelgrim van Tours, dien hij niet kende, dien hij nooit gezien had. Hij staat stil, beschouwt hem eenige oogen-blikken met zijn zoeten, doordringenden blik. glimlacht, heft het oog ten hemel, vouwt de handen en zegt: «O mijn waarde vriend, hoe zoet zal het voor ons zijn, ons in den hemel te bevinden en daar den lof van God te zingen!quot; â «Meer had ik niet noodigquot;, zegde de heer Dupont, bij het verhalen van dit feit. '/Met dit goede woord van den heiligen pastoor ging ik tevreden heen.quot;
Schietgebed O goddelijk Aanschiju, glanzend als de zon, schitterr.nd van glorie op den berg Thabor. ontferm U onzer.
s-
Kleine Maand H. Aanschijn.
17de D A Gr.
Met welke gunsten het H. Aanschijn diegenen overlaadt, die deszelfs vereering bevordereo, blijkt vooral uit den heiligen dood aan deszelfs grooten vereerder, Mr. Dupont. Hij was bijna tachtig jaar, en door eene verlamming aan zijn stoel gekluisterd, nam hij geen werkzaam dee! meer aan de goede werken, waarvan hij tot dusverre de ziel geweest was. Behalve de H. Communie, die men hem wekelijks bracht, was hij beroofd van alles wat tot dusverre de troost zijns levens geweest was, de H Mis en het bezoek aan het Allerheiligste Sacrament. Hij beklaagde zich niet. Iemand raadde hem, te vragen dat men de H, Mis in zijne kamer zou opdragen; doch hij weigerde dit volstrekt, daar hij niets bijzonders voor zich zeiven verlangde. Hij wilde zelfs niet, dat men hem al te dikwijls de heilige Communie aan huis bracht, daar hij uit kieschheid, volgens zijne woorden, //Onze Lieve Heer noch zijne bedienaars wilde verplichten, hem zoo dikwijls in zijn huis te bezoeken.quot;
Weldra kon hij niet meer lezen noch schrijven, en zat hij eenzaam in zijnen stoel, dikwijls daarbij ten prooi aan de hevigste pijnen en slapeloosheid. Hij bad onophoudelijk, liet niet de minste klacht hooren en verleende zich tot alles met de grootste minzaamheid en zachtmoedigheid.
II. Opdat er niets aan de volmaaktheid van
8_____________5Ã
8--m
zijnen dienaar mocht ontbreken, liet God toe, dat de daivel hem nog in zijne laatste oogen-hlikken met hevige bekoring kwelde. De helsche geest scheen zich in die beslissende oogen-blikken te willen wreken over de nederlaag, die de man Gods hem zoo menigmaal berokkend had. Zij die hem in zijne laatste uren bijstonden, bemerkten dat hij, die altijd zoo kalm was, hevig ontroerd was. De heer Dupont bekende, dat de duivel hem kwelde, en verzocht de omstaanders, hem met gewijd water te besproeien. Hierna herkreeg hij zijne gewone kalmte, die hij tot aan zijnen dood behield. Geheel verlamd, kon hij de linkerhand nauwelijks een weinig uitsteken, en zegde; quot;Ik beu vastgenageld.quot; Vervolgens sloeg hij de oogeu ten hemel en bad: «Moge ik sterven verteerd door den vurigen dorst om het aanbiddelijk Aanschijn van Onzen Heer Jezus-Christus te zien.quot; Gedurende zijn langen doodstrijd gaf hij dikwijls door teekenen te kennen, dat hij zich vereenigde met d« gebeden, die meu bij hem verrichtte, en stierf aldus den ISden Maart 1876 in den ouderdom van negen en zeventig jaren. Wel past hier het woord; «Zalig degenen die in den Heer sterven/'
Schietgebed. O goddelijk Aanschijn, bedroefd bij bet aanschouwen van Jernzaletr. en tranen stortende over die ondankbare stad, ontf. ü onzer.
m-
S Kleine Maand H. Aanschijn. s5'
18de DAG.
I. De heer Dupont was niet meer. Zijo lijk stond in zijne bidplaats bij zijn afbeeldsel van het H. Aanschijn, en werd bezoeht door duizenden menschen, die nog eens de trekken vau den «heiligen man,quot; zooals zij hem noemden, wilden beschouwen. Men stelde het allergrootst belang in deze woning die hij vijf en veertig jaren bewoond had, en waarin, behalve de vereering van het H. Aanschijn, zoovele goede werken tot stand gebracht waren. Dit kostbaar pand mocht niet in onheilige handen vallen. Van deze gedachte uitgaande, stond Mgr. Colet (die reeds in een officieel stuk verklaard had, dat de heer Dupont «in genr van heiligheidquot; gestorven was) toe, dat men het huis kocht en er een altaar oprichtte. Aldus werd de zaal van den dienaar van het heilig Aanschijn in eene openbare kapel herschapen. De aartsbisschop zelf zegende ze in. Men heeft getracht bij de inrichting der kapel de herinnering aan het verledene te bewaren. Het altaar, versierd met een schoon beeld (Ecce homo), boven het tabernakel geplaatst, bedekt den schoorsteen en den steen , waarop de heer Dupont gewoonlijk nedergeknield lag. Het beeld van het H. Aanschijn, in schoone lijst, omgeven als door een krans van Ex-Voto's, hangt ter rechterzijde op dezelfde plaats van vroeger, benevens de kristallen lamp van den heer Dupont, welke hij
aldaar twee eu dertig jaren heeft onderhonden.
H. Op de muren zijn opschriften geplaatst, welke de deugden en bijzondere feiten uit hel leven van den dienaar Gods in herinnering houden; doch meer dan dat alles, spreekt de verzameling van stokken en krukken Thans nog is deze bedeplaats meer dan ooit het toevluchtsoord voor alle zieken, gebrekki^en, lijders van alle soort, en tal van gunsten en genaden worden daar verkregen. Van alle uurdt-n komen er verzoekschriften om gebeden, aanbevelingen van allerlei geestelijke en tijdelijke behoeften ; en nieuwe Ex-Voto's komen voortdurend het getal der vorige vermeerderen eu luide de dankbaarheid verkondigen van degenen die hier hulp en troost gevonden hebben. Verscheidene marmeren steenen, waarop de verkregen gunsten gegrift staan, bekleeden reeds de wanden der kapel. Er heerscht daar eene zoo zoete zalving, zulke eene onweerstaanbare aantrekkelijkheid, dat de pelgrim ze noode verlaat, dch met moeite verwgdeit. Priesters eu religieuzen van alle oorden komen daar in menigte ea zeggen luide, dat dit kleine heiligdom voor hen eene bekoorlijkheid heeft, die zij nergens weiiervinden. Het is als of een zalige invloed van rust en vrede daarover zweeft.
bchietgebed. O goddelijk Aanschijn, in den hof van Olijven ter aardenedergedrukt, on'f. ü onzer.
â a KLEINE Maand H. Aanschijn.
19de DAG.
I. Door het oprichten dezer bedeplaats ontstonden twee belanjfrijke zaken, te weten de oprichting der Broederschap van het H. Aanschijn, benevens de instelling van eenige priesters in gemeenschappelijke vergadering, wonende in het huis van den heer Dupont, aan wie de vereering van het H. Aanschijn bijzonder toevertrouwd werd. Zij staan ten dienste der menigvuldige pelgrims en dragen den uaam van Priesters van het H. Aanschijn. Zij houden het register, waarop de verzoekschriften om gebeden en de aanbevelingen hun toevertrouwd worden ingeschreven. Deze worden tweemaal daags voorgelezen, te weten bij de H. Mis der gemeente en 's avonds bij de oefening ten vijf ure. Op deze uren wordt aldaar de Litanie van het H. Aanschijn gebeden ter intentie der aanbevolen personen.
Deze priesters verzenden ook, bij aanvraag, de fleschjes olie en de overige voorwerpen van godsvrucht, gelijk de heer Dupont dit deed, en teekenen de bijzondere genezingen en gunsten op, die men hun mededeelt om de godsvrucht tot het H. Aanschijn te verspreiden. In hunne kapel geschiedt ook onder hunne leiding de nachtelijke aanbidding, door den heer Dupont te Tours ingesteld.
II. De Broederschap van het H. Aanschijn werd weldra in de bidplaats van den heer Dupont opgericht en kerkelijk vereenigd met de
Aartsbroederschap van Eerherstel van St. Dizier; zij werd later door Paus Leo XIII (3 Dec. 1884 en 30 Maart 1885) met bijzondere Aflaten verrijkt en (1 Oct. 1885) tot den rang van Aarts-broederschap verheven. Haar doei' is eerherstel te doen voo.r de godslastering, de heiligschennis, de goddeloosheid der geheime genootschappen, voor alle misdaden in onze dagen tegen God en de H. Kerk bedreven; doch zij heeft tot onderscheidingsteeken even als het goddelijk schild, waarvan zij zich bedient om haar doel te bereiken, het goddelijk Aanschijn van Onzen Heer Jezus-Christus, in Zijn lijden misvormd en gehoond, waaraan zij zich voorstelt hare bijzondere hulde van liefde, dank en aanbidding te brengen. Alle katholieken van welken rang of leeftijd ook, kunnen deel daarvan maken, en wijden zich bij hunne aanneming toe aan de glorie van het goddelijk Aanschijn in leven en dood. Zij ijveren om den goddelijken Naam te eerbiedigen en dien zooveel mogelijk door anderen te doen eeren, zoowel als den dag des Heeren, den Zondag, niet te ontheiligen. Wat zij niet kunnen beletten, trachten zij te herstellen door inwendige oefeningen en gebeden, bijzonder door de verzuchting : O God, onze beschermer, beschouw ons en werp uwe oogen op het Aanschijn van Christus,quot; Schieigehed. O aanbiddelijk Aanschijn, met zweet en bloed bedekt in den hof van Olijven, ontferm U onzer.
a___i
Kleine Maand II. Aanschijn.
20de DAG.
I. Onze Heer heeft willen leven en sterven tot zaligheid van alle menschen; doch het is als of Hij bijzonder de misdaden heeft willen boeten van eenige klassen der maatschappij. Hij gebruikt dertig jaren van zijo leven tot een nederig handwerk, en door ziju zweet en zijn arbeid boet hij de zonden der werkplaatsen en fabrieken. In zijn lijden wordt Hij onrechtvaardig veroordeeld, en boet hierdoor de zonden dergenen die het zwaard der gerechtigheid misbruiken. Doch vooral heeft de goddelijke meester de zouden willen boeten der krijgs-legers Hieronder bevindt zich de kern der natiën, de braafste, de dapperste, de sterkste mannen, die grooten invloed uitoefenen op hnnne ondergeschikten, hunne tijdgenooten. En telt men nu de zonden door de soldaten bedreven in het kamp, het slagveld, de kazerne, bij dagen van rust en dagen van zegepraal, en telt men het aantal godslasteringen door die talrijke scharen dagelijks uitgebraakt, komt men dan niet tot de overtuiging, dat Jezus-Christiis bijzonder voor hen geleden heeft om hen te helpen hunne zonden te boeten ?
II. Dit geheim van lijden en smart vinden wij vooral in de kroning met doornen. quot;Nadat de soldaten Jezus zijne kleederen hadden uitgetrokken, hingen zij Hem een purperen mantel om; en nadat zij eene kroon van doornen ge-
1
p---0
vlocliten hadden, zetten zij Hem die op het hoofd, gaven Hem een hetstok in de hand, knielden voor Hem neder, zeggende: «Gegroet, Koning der Joden, en zij spuwden Hem in het aangezicht.quot; Wat zegt ons dit vernaai? Deze beulen zijn soldaten. Zeker wilde Jezus in zijne tranen en zijn Bloed de zonden der legerscharen, die zijn goddelijke blik reeds voorzag, afwasschen. En welke vruchten zal zijn lijden voor hen dragen? Een eersten bekeerling op Calvarië is de honderste man; daarop volgt de lancier Longinus, die het heilig Hart opent en een heilige wordt. De eerste heiden door Petrus in de H. Kerk opgenomen is de hoofdman Cornelius, en io de drie eerste eenwen der christenheid zullen tal-looze krijgslieden als martelaren hun bloed voor Jezus-Christus storten; de H. Mauritius en zijn legioen, de H. Zeno en zijne tien duizend krijgbmakkers en zoovele anderen. De kroning met doornen is het geheim van het H. Aan-scliijn bij uitnemendheid. Jezus heilig Aarschijn wordt met doornen omgeven, met den netstok geslagen, met vuistslag en bespuwing gehoond. Brengen wij dan onze hulde als eerboete voor de zonden der krijgslieden, en bidden wij, opdat zij eenmaal de eerewacht van het d. Aanschijn mogen vormen.
Schietgebed. O goddelijk Aanschijn, door kaakslagen mishandeld, door bespuwing gehoond, ontferm U onzer, i___amp;
Kleine Maand H. Aanschijn.
21ste DAG.
T. Beschouwen wij het goddelijk Aanschijn ter gelegenheid der glorierijke Verrijzenis. De apostelen weten reeds dat hun Meesier verrezen is. Als zij Hem nu plotseling in hun midden zien, beschouwen zij Hem met verrukking, doch met eene zekere vrees, helaas! zij hadden Hem verlaten in het uur des lijdens; doch eén blik op zijn goddelijk Aanschijn troost en bemoedigt hen. Ja het is weder dezelfde glimlach, dezelfde vaderlijke goedheid, die zelfde geliefde gelaatstrekken. Maar welke nieuwe schoonheid, welke vrede schittert op zijn goddelijk Aanschijn! welke zoete klank in die stem die hun zegt; quot;Vrede zij met U.... vreest nietquot;! Het H. Evangelie verklaart ons dit alles door de woorden; quot;De discipelen waren verblijd, toen zij den 'Heer zagen.quot; Verheug u met hen, o mijne ziel! Bewonder met hen dat glorierijk gelaat van uwen Zaligmaker, lees daar de zepraal die Hij behaald heeft op de hel, lees daar hert onderpand uwer eeuwige verrijzenis.
II. Op Paaschdag, na de Pontificale Mis in de Vatikaanschc Basiliek heeft eene der plechtigste uitstellingen plaats van den sluier der H. Veronica. Het H. Aanschijn wordt openbaar uitgesteld ter aanbidding der geloo-vigen. Gisteren vereerde de H. Kerk dit als
a---1!
! het zinnebeeld der vernedering en smarten van haren God; heden ontrolt zij het als het vaandel van zegepraal en overwinning. Door de uitstraling van het goddelijk Aanschijn worden duizenden en raillioenen zielen bij het groote feest van Paschen met God verzoend, en zij gevoelen zich met nieuwen moed bezield om den weg des levens, die voor allen slechts de weg des lijdens is, voort te zetten tot eer van God, tot welzijn van den evenmenach. Van daar die blijdschap die het gemoed doorstroomt en allen het blijde Alleluia doet uitgalmen. Vereeni? u, o mijne ziel met deze gevoelens. Gij hebt in u de kroon van een nieuw leven ontvangen, houd het oog gevestigd op het Aanschijn van uwen God, waardoor zoo veel heil u toestroomt, en bid dikwijls met den profeet: v Heer, keer uw Aanschijn niet van mij af.quot;
Schietgebed, O goddelijk Aanschijn, wiens blik het hart van den H. Petrus met berouw en liefde vervulde, ontferm U onzer.
»
83 Kleine Maand H. Aanschijn.
22ste DAG.
I. Eenejooge huismoeder van 26 jaren, werd door eene hevige ziekte aangetast; zij begreep niets van haar gevaarvollen toestand en weigerde de H H. Sacramenten te ontvangen. Eenegod-vrnchtige vriendin verzoekt een priester, haar te gaan bezoeken. Uit onverwacht bezoek veroorzaakt een zenuwtoeval, dat in het oog der moederlijke teederheid haar toestand verergerde ; men spreekt dus over niets, doch Paschen nadert; men herinnert haar aan bare plichten. De jonge vrouw weigert nogmaals. «Als zij beter is, zal zij gaan biechten,quot; intusschen nadert de dood. Twee maanden verloopen en bij toeval verneemt men in haar vroeger pensionaat haar treurigen toestand. Alle besluiten gezamenlijk den hemel geweld aan te doen. Twee harer vroegere meesteressen besluiten haar te gaan bezoeken. Zij worden niet ontvangen; de zieke slaapt, hare naaste bloedverwanten worden zelfs niet ontvangen.... Misschien later... â Welnu wij zullen terugkomen.quot; â Intusschen bidden wij en wachten. Eenige dagen daarna hernieuwen wij ons bezoek en worden binnengelaten. De zieke verheugt zich ons te zien. Wij zetten haar aan zich tot het heilig Aanschijn te wenden, en beloven haar, naar Tours te schrijven om eene novene aan te vragen. Zij toont zich bereid, zichdaarmedetevereenigen.
II. Doch toeu ik haar zegde, dat men om
m---------â^
m---m
de genade van God op zich te (rekken, ook God in het hart behoort te ontvangen, wilde zij van niets meer hooren. Ik sprak haar op de troostendste wijze van de Biecht, de H. Communie, daar ik hare vroegere godsvrucht kende... Ik won niets. â «Als ik betir ben, zal ik gaan biechten â spreek er mij niet irieervan!quot; Zij ontstelt zich , zoekt in de zwakheid harer moeder een steun tegen onzen welmeenenden raad. Haar blik smeekt ons, hetn te gaan. Wij vertrokken, het hart van droef,heid overstelpt, doch gaven haar eene medailh van het H. Aanschijn, die zij aannam ais herinnering en beloofde van tijd tot tijd te kussen en haar lijden aan Hetzelve op te offertn.
De genade alleen kon hier werken. Wij bidden het H. Aanschijn, het geheele pensionaat bidt mede. Vrijdag verloopt. Zaterdagsmorgen komt men ons mededielen, dat zij overleden is; doch zij heeft zich met God volkomen verzoend, en alle genademiddelen der H. Kerk ontvangen, op eigen veizotk, twee uren voor haren dood. Ma een vol jaar ziekte, na twee dagen te voren zoo hardnekkig geweigerd te hebben, heeft zij God tot zich geroepen, alvorens voor haren rechter te verschijnen. Dank en lof aan het goddeliik Aanschijn en God» onuitsprekelijke barmhartigheid
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, voor ons vernederd in de gerechtshoven van Jerusalem, ontferm U onzer.
0 ^
Kleine Maand H. Aanschijn.
23ste DAG.
I. Ziehier een brief van de Eerw, Overste der Zusters van het hospitaal te Vincennes. '/Aanstekende ziekten van allerlei aard kwamen ons geloof en oozen moed beproeven, vooral bij het terogkeeren der troepen uit Italië en Mexico j maar onder den blik van het goddelijk Aanschijn werd geeue onzer moedeloos. Zoodra eene épidemie uitbrak, werden kleine prentjes van bet heilig Aanschijn aan de gordijnen der ziekezaal gehecht, opdat de zusters mochten gespaard blijven; en dankbaar getuig ik, dat sedert vijf en twintig jaren Onze Heer J. C. de zusters genadig beschermd heeft en alle gevaar naar ziel en lichaam van haar heeft afgewend.
Bij gelegenheid van het uitbreken der cholera in 1865, plaatste de Algemeene overste af beeldingen van het H. Aangezicht in al de zalen van het klooster; gebeden werden aan al de zusters uitgereikt en de vreeselijke geesel werd bezworen. Niemand der zusters werd aangetast en vele genaden werden door deze heilrijke devotie bewerkt. Sedert dien tijd brandt dag en nacht eene lamp in eene der zalen v^a het gesticht voor het beeld van het H. Aanschijn.
lï. Uit het hospitaal van Toulon 1865. «Gij vraagt mij, geliefde zuster, of de cholera afneemt. Ja, God zij dank. Nadat wij uwe prentjes van het heilig Aanschijn ontvangen r 4 F
liadden, heeft de Eerw. Zuster er ons ieder een gegeven. Sedert lang droeg ik er een op mijne borst en trachtte deze heilrijke devotie te verspreiden, mijne zusters bemoeduemle met de hoop dat het goddelijk Aanschijn den geesel zon afwenden; en dan ... Goeden moed, zusters, lot dezen avond., de hemel is onze Icon!quot; en 's avonds quot;tot morgenquot;) aldus tracht e ik ze te bemoedigen, want onze vermoeienis was groot en wij leidden een vreeselijk leven. Wtluu, Zondag heb ik in elk bed een prentje vau het H. Aanschijn gehangen en van dit oogenhlik af werden de zieken kalm, zoudat de ziii'er, die met mij waakte, zegde: »lut is een mirakel,quot; het H. Aanschijn doet ons deze grootc genade. Wij hadden geene sterfgevallen dien nacht, terwijl wij de vorige nachten er steeds twee of drie hadden. Van dit oogenblik af is de ziekte afgenomen...
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn in het slijk nedervallend onder het gewicht van het kruis, ontferm ⬠onzer.
.m
amp;
Kleine Maand H. Aanschijn.
24ste DAG.
I. De Pastoor van Kayssac tot Mgr. den Bisschop van Rodez.
Monseigneur, ik zou mij schuldig maken aan ondankbaarheid jegens God en mijne parochianen , indien ik U, bij deze plechtige gelegenheid de krachtvolle uitwerkselen niet mededeelde, door de oprichting der Broederschap van het H, Aanschijn verkregen. Bij mijne aankomst in mijne parochie werd ik pijnlijk, ja zeer pijnlijk getroffen door de woorden van vervloeking en godslastering, die ik voortdurend in mijne ooren hoorde weergalmen. Jk hoorde ze uit den mond van mannen en grijsaards, uit den mond van jongelingen, somtijds van vrouwen en dikwijls, zeer dikwijls , . hoorde ik die van de lippen van kleine kinderen. Na vele vergeefsche pogingen om mijn volk van die verderfelijke gewoonte te verbeteren en de diep ingekankerde, zedelijke wond te genezen, bracht de Voorzienigheid mij in kennis met het leven van Mr. Dupont en dat van Zuster Maria van den H. Petrus. Het middel was gevonden.
---a
hadden, heeft de Eerw. Zuster er ons ieder een gegeven. Sedert lang droeg ik er een op mijne borst en trachtte deze heilrijke devotie te verspreiden, mijne zusters bemoedigende met de hoop dat het goddelijk Aanschijn den geesel zon afwenden; en dan ... Goeden raoed, zusters, tot dezen avond . . de hemel is onze loon!quot; en 's avonds «tot morgenquot;) aldus trachtte ik ze te bemoedigen, want onze vermoeienis was groot en wij leidden een vreeselijk leven. Welnu, Zondag heb ik in elk bed een prentje vau het H. Aanschijn gehangen en van dit oogenblik af werden de zieken kalm, zoodat de zuster, die met mij waakte, zegde: «lut is een mirakel,quot; het H. Aanschijn doet ons deze groote genade. Wij hadden geene sterfgevallen dien nacht, terwijl wij de vorige nachten er steeds twee of drie hadden. Van dit oogenblik af is de ziekte afgenomen...
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn in het slijk nedervallend onder het gewicht van het kruis, ontferm D onzer.
-SS
Kleine Maand H. Aanschijn.
24ste dag.
I. De Pastoor van Rayssac tot Mgr. den Bisschop van Rodez.
Monseigneur, ik zou mij schuldig maken aan ondankbaarheid jegens God en mijne parochianen , indien ik ü, bij deze plechtige gelegenheid de krachtvolle uitwerkselen niet mededeelde, door de oprichting der Broederschap van het H, Aanschijn verkregen. Bij mijne aankomst ia mijne parochie werd ik pijnlijk, ja zeer pijnlijk getroffen door de woorden van vervloeking en godslastering, die ik voortdurend in mijne ooren hoorde weergalmen. Jk hoorde ze uit den mond van mannen en grijsaards, uit den mond van jongeliugen, somtijds van vrouwen en dikwijls, zeer dikwijls, hoorde ik die van de lippen van kleine kinderen. Na vele vergeefsche pogingen om mijn volk van die verderfelijke gewoonte te verbeteren en de diep ingekankerde, zedelijke, wond te genezen, bracht de Voorzienigheid mij in kennis met het leven van Mr. üupont en dat van Zuster Maria van den H. Petrus. Het middel was gevonden.
aâ--a
SS--SE
IT. De Broederschap van het goddelijk Aanschijn werd opgericht. De Heer heeft gezegd; //Door mijn aanschijn znlt gij wonderen uitwerken en wij hebben volkomen vertrouwen gesteld in de woorden van den goddelijkeu Meester. Het wonder is geschied. De ingewortelde gewoonte, waaraan de beaten onder de besten zelfs, onderhevig waren, is als door tooverslag verdwenen, dank aan de bescherming van het aanbiddelijk Aanschijn, doch ook dank aan den goeden wil mijner parochianen, aan wie ik heden gaarne hulde breng. Neen, die woorden van verwensching, van godslastering worden thans noch op het veld, noch op openbare plaatsen, noch aan den huiselijken haard gehoord noch geduld. Neen, zij zullen den zegen des Heeren niet meer afkeeren, en het goddelijk Aanschijn zal tusschen den hemel en ons klein hoekje gronds staan als een schild van vrede en barmhartigheid.
Schietgebed. Aanbiddeljjk Aanschijn, dat al onzen eerbied, onze holde en aanbidding verdient, ontferm U onzer.
__s
Kleine Ma and H. Aanschijn. è
25ste DAG.
I. '«-Heer, toon ons uw Aanschijn en ontferm U onzer.quot;
Er zijn uren in dit leven, o Heer, waarop het U behaagt, U te verbergen voor het hart dat U zoekt; er zijn uren waarop het U behaagt , U te vertoonen; en zoolang Gij onze oogen niet geopend hebt, is het te vergeefs dat wij trachten, U te beschouwen. Eene wolk omgeeft ons. Zoo luisterden de broeders van Jozef naar zijne stem, doch zij herkenden hem niet. Zoo onderhield Magdalena zich met U en, meenendedat het de tuinman was, vraagde zij U schreiend, waar men het lichaam gelegd had. Eén blik, één woord van U, //Mariaquot;, en de sluier werd opgeheven en zij lag aan uwe voeten. Zoo geloofden de twee discipelen van Emmaus, zich met een vreemdeling te onderhouden, en vertrouwden U hunne droefheid. Gij moest voor hen het brood breken, alvorens uw Aanschijn zich in zijn zoeten glans voor hen toonde. En dit is billijk. Het is eene groote weldaad U te mogen zien. Deze weldaad komt van U en niemand kan dit door eigen streven.
H----S
II. Uwe goddelijke macht geeft die weldaad aan wie het U buhaagt, dan eens als belooning van beproefd geloof en liefde, dan weder om onze zwakheid te ondersteunen. Uw gelaat is met een sluier bedekt, dien Gij naar welge-vallon opheft of laat vallen. Somtijds maakt Gij dien slechts eenigszins doorschijnend en de ziel raadt dat Gij het zijt, en dit reeds is genoeg om U te doen beminnen. Toon ons dan uw Aanschijn en geef ons den vrede,quot; zoo smeeken wij. De vrede, dien Gij aan de U getrouwe zielen geeft, is noch de vrede des hemels noch die der aarde. De vrede uwer kinderen is de zoete en moedige vrede, een weefsel van heldhaftige zelfopoffering en onderwerping; het is de vrede van den soldaat bij het voorzien der overwinning, de vrede van den treurende, die tranen stort, doch weet dat Hij die ze drop voor drop verzamelt, hem daarvoor hiernamaals zal loonen en ze misschien, hierbeneden met teedere hand zal afdrogen.
Schielgehed. O aanbiddelijk Aanschijn, verheven op het werktuig der schandelijkste straf, ontferm U onzer.
«_ 88
I--p
Kleine Maand H. Aanschijn.
26ste DAG.
I. Iq het jaar 1865 maakte Mevrouw H., kennis met het boekje »Leven van Zuster Maria, van den H. Petrus,quot; en hoorde zij spreken van de talrijke wonderen , vielke te Tours plaats vonden. Zij hield zich gaarne bezig met het lot der armen te verzachten en werd ijverig door hen opgezocht. Zoo kwam eene arme vrouw, die meende van den duivel bezeten te zijn, en niemand harer bloedverwanten durfde raadplegen, dikwijls tot haar; doch niet wetende, hoe de arme vrouw gerust te stellen , vraagde zij een flesclije olie te Tours en gaf eenige druppelen aan de arme vrouw, die zich weldra beter bevond.
II. Deze eerste proef bevestigde het geloof en betronwen van Mevrouw H., die weldra schitterend beloond werden, volgens de belofte des Zaligmakers: «Door mijn Aanschijn zult gij wonderen verrichten.quot; Eenigen tijd na dit geval werden hare kinderen ernstig ziek. De oudste, een prachtige knaap van acht jaren, lag weldra op het uiterste. Het arme kind leed onophoudelijk. Zijne iroeder herinnert
a__s
! amp;
IT. De Broederschap van het goddelijk Aanschijn werd opgericht. De Heer heeft gezegd: «Door mijn aanschijn zult gij wonderen uitwerken,quot; en wij hebben volkomen vertrouwen gesteld in de woorden van den goddelijken Meester. Het wonder is geschied. De ingewortelde gewoonte, waaraan de hesten onder de besten zelfs, onderhevig waren, is als door tooverslag verdwenen, dank aan de bescherming van het aanbiddelijk Aanschijn, doch ook dank aan den goeden wil mijner parochianen, aan wie ik heden gaarne hulde breng. Neen, die woorden van verwensching, van godslastering worden thans noch op het veld, noch op openbare plaatsen, noch aan den huiselijken haard gehoord noch geduld. Neen, zij zullen den zegen des Heeren niet meer afkeeren, en het goddelijk Aanschijn zal tnsschen den hemel en ons klein hoekje gronds staan als een schild van vrede en barmhartigheid.
Schietgebed. Aanbiddelyk Aanschijn, dat al onzen eerbied, onze holde en aanbidding verdient, ontferm U onzer.
Kleine Maand H. Aanschijn. ^
25ste DAG.
I. «Heer, toon ons uw Aanschijn en ontferm U onzer.quot;
Er zijn uren in dit leven, o Heer, waarop het U behaagt, U te verlergen voor het hart dat ü zoekt; er zijn uren waarop het U behaagt, U te vertoonen; en zoolang Gij onze oogen niet geopend hebt, is het te vergeefs dat wij trachten, U te beschouwen. Eene wolk omgeeft ons. Zoo luisterden de broeders van Jozef naar zijne stem, doch zij herkenden hem niet. Zoo onderhield Magdalena zich met U en, meenende dat het de tuinman was, vraagde zij U schreiend, waar men het lichaam gelegd had. Eén blik, ée'n woord van U, «Mariaquot;, en de sluier werd opgeheven en zij lag aan uwe voeten. Zoo geloofden de twee discipelen van Emmaus, zich met een vreemdeling te onderhouden, en vertrouwden U hunne droefheid. Gij moest voor hen het brood breken, alvorens uw Aanschijn zich in zijn zoeten glans voor hen toonde. En dit is billijk. Het is eene groote weldaad U te mogen zien. Deze weldaad komt van U en niemand kan dit door eigen streven. ®-------SI
II. Uwe goddelijke macht geeft die weldaad aan wie het U behaagt, dan eens als belooning van beproefd geloof en liefde, dan weder ora onze zwakheid te ondersteunen. Uw gelaat is met een sluier bedekt, dien Gij naar welge-vallon opheft of laat vallen. Somtijds maakt Gij dien slechts eenigszins doorschijnend en de ziel raadt dat Gij het zijt, en dit reeds is genoeg om U te doen beminoen. Toon ons dan uw Aanschijn en geef ons den vrede,quot; zoo smeeken wij. De vrede, dien Gij aan de U getrouwe zielen geeft, is noch de vrede des hemels noch die der aarde. De vrede uwer kinderen is de zoete en moedige vrede, een weefsel van heldhaftige zelfopoffering en onderwerping; het is de vrede van den soldaat bij het voorzien der overwinning, de vrede van den treurende, die tranen stort, doch weet dat Hij die ze drop voor drop verzamelt, hem daarvoor hiernamaals zal loonen en zy misschien, hierbeneden met teedere hand zal afdrogen.
Schietgebed, O aanbiddelijk Aanschijn , verheven op het werktuig der schandelijkste straf, ontferm U onzer.
-S3
1--^
Kleine Maand H. Aanschijn.
26ste DAG.
I. In het jaar 1865 maakte Mevrouw H., kennis met het boekje «Leven van Zuster Maria, van den H. Petrus,quot; en hoorde zij spreken van de talrijke wonderen , welke te Tours plaats vonden. Zij hield zich gaarne bezig met het lot der armen te verzachten en werd ijverig door hen opgezocht. Zoo kwam eene arme vrouw, die meende van den duivel bezeten te zijn, en niemand harer bloedverwanten durfde raadplegen , dikwijls tot haar; doch niet wetende, hoe de arme vrouw gerust te stellen, vraagde zij een flesclije olie te Tours en gaf eenige druppelen aan de arme vrouw, die zich weldra beter bevond.
II. Deze eerste proef bevestigde het geloof en betrouwen van Mevrouw H., die weldra schitterend beloond werden, volgens de belofte des Zaligmakers: «Door mijn Aanschijn zult gij wonderen verrichten.quot; Eenigen tijd na dit geval werden hare kinderen ernstig ziek. De oudste, een prachtige knaap van acht jaren, lag weldra op het uiterste. Het arme kind leed onophoudelijk. Zijne iroeder herinnert
a__ss
i--m
zich plotseling, dat zij nog eenige druppelen olie van het H. Aanschijn heeft. Zij begint eene novene en doet de belofte van, zoo haar kind geneest, het beeld van het goddelijk Aanschijn in de kerk te doen ophangen. Het kind wordt bijna ter zelfder tijd beter, hij ver-eenigt zich met de gebeden der novene, en vraagt dagelijks: *Matna, geef mij nog wat van dien olie, die mij zoogoed doet.quot; Weldra verklaarden de geneesheeren alle gevaar geweken. De godvruchtige moeder herinnerde zich toen de plaat, van het H. Aanschijn, eens te Sa-lette gekocht, die zij sedert den dood barer moeder niet meer gezien had; doch als hadde God die bewaard voor het uur van dankbaarheid , vindt zij die oogenblikkelijk terug, laat ze in eene schoone lijst zetten, en gaat met haar echtgenoot die plaatsen in de parochiekerk met twee schoone lampen, na alvorens de toestemming der geestelijke overheden hiertoe verkregen te hebben.
Schietgebed. O goddelijk Aanschijn, wiens voorhoofd met doornen gekroond werd, ontferm ü onzer.
Kleine Maand H. Aanschijn.
27ste dag.
I. De barmhartigheid des Heereo deed nog meer en bediende zich van het eenvondig geloof van het kind om het tot een apostel van het H. Aanschijn te maken. Korteo tijd daarna zegt het tot zijn vader: '/Papa, O. L. Heer heeft mij genezen; gij moet Hem gaan bedanken en gaan biechten en aw Paschen houden. â De vader, in het diepste zijner ziel getroffen, haast zich f aan de begeerte van zijn godvruchtig kind te beantwoorden. Wel was dit geene schitterende bekeeriog, want de vader was een man van zeer goede gevoelens; doch door eene nalatigheid, die men hedendaags, helaas, maar al te dikwijls ondervindt, had hij sedert eenige jaren zijn plichtcn verzuimd. Men oordeele over de blijdschap van dit zoo zichtbaar bevoorrecht gezin.
II. Ziehier nog een woord van den kleinen lieveliog van het goddelijk Aanschijn, door God tot het werktuig zijner barmhartigheid gekozen. «Gij ziet wel zegde hij tot de liefdezuster die hem oppaste, dat mijne ziekte niet nutteloos geweest is.quot; â Waarom? vraagde deze, ten
m_____________Si
einde het kind te beproeven; //mij dunkt; dat het geen nnt heeft ziek te zijn.,, â «O, o,' zegde het kind, «O. L. Heer heeft gezegd; Ik moet R.... ter dege ziek laten worden, opdat zijn vader bidde, zich bekeere en Mij ont-vange in de H. Communie.quot;
De brave moeder gaat haar wsrk voltooien. Zij heeft van den heer Pastoor verkregen, dat de Broederschap van het goddel jk Aanschijn eerstdaags in hare parochie zal worden opgericht. Vele personen komen reeds bidden bij de schilderij van het H. Aanschijn, dat zich, hier gelijk elders, meer en meer doet kennen en beminnen door talrijke genaden.
Schietgebed. O goddelijk Aanschijn, wiens oogen met tranen en bloed gevuld waren, ontferm U onzer.
M
amp;
Kleine Maand H. Aanschijn.
28ste DAG.
I. Een pastoor te Namen deelt het volgend verhaal mede eener tijdelijke gunst door het goddelijk Aanschijn verkregen. Een knecht, die met het rijtuig naar de stad moest, werd door zijn meester belast, bij een handelaar onzer stad een brief te bezorgen, waarin een bankbillet van 1000 frs. gesloten was. He knecht sloot den brief in het kistje van het rijtuig en te Namen gekomen, vond hij niets meer. Te huis gekomen, zegde hij, dat hij den brief had afgegeven aan de dienstbode van den handelaar. Eenige dagen daarna sprak men dezen over het gezonden geld en zegde hem, dat het aan de dienstbode ter handwas gesteld. Deze, eene dienstmaagd van beproefde trouw, die jaren lang hare meesters gediend had, verzekerde, niets ontvangen te hebben. Doch bij het volharden van den knecht wist zij zelve niet meer, wat zij moest denken, en zegde eindelijk: quot;Als gij mij den brief hebt afgegeven, dan heb ik dien op den lessenaar van Mijnheer gelegd, en moet hij daar verloren geraakt zijn.quot;
iii__m
II. Men doorzocht het kantoor in alle hoeken, men vond niets : eindelijk dacht men, dat een der kinderen op het kantoor daarmede gespeeld had. Aldus verliepen drie maanden. De dienstbode, die zeer veel godsvrucht tot het H. Aanschijo had, deed de éene novene na de andere om toch den brief weder te vinden. Haar vertrouwen werd niet beschaamd. Het rijtuig, te voren in goeden staat, bleek herstel noodig te hebben. De rijtuigmaker oordeelde, dat het uit elkaar moest genomen worden; en bij het uitvoeren van dit werk vond men den bewusten brief tusschen de planken. De rijtuigmaker brengt dien, hoewel bij het adres van den handelaar droeg, naar den eigenaar van het rijtuig. De heer opent zijn brief en vindt er zijn bankbilletin goeden staat aanwezig. Dit geval werd ruchtbaar en bevorderde buitengemeen de godsvrucht tot het H. Aanschijn.
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, wiens mond met gal en edik gelaafd werd, ontferm U onzer.
u.
Kleine Maand H. Aanschijn.
29ste DAG.
I. Uit Tilburg, alwaar reeds sedert jaren de devotie tot het heilig AaDschijo beoefend wordt, verhaalt men het volgend feit. Eene jonge moeder werd aangetast door eene hevige herseosziekte, welke weldra tot woedende krankzinnigheid oversloeg. Zij verscheurde en brak alles wat binnen haar bereik viel; en dit duurde zoo lang, dat de geneesheer, bevreesd voorde gevolgen, er op aandrong, haar naar een gesticht voor krankzinnigen te doen vervoeren, als een hoogst noodzakelijke maatregel. De vader der ongelukkige, zoo schrijft onze correspondent, kwam bij mijne echtgenoot met het verzoek, hem te helpen om zijne dochter te doeu opnemen in het gesticht. Zij beloofde hem dit, doch voegde er bij: Neem deze plaat van het goddelijk Aanschijn mede, hang die in de kamer der zieke. Ik leen ze u voor eenigen tijd.
II. »Maar,quot; zegde de vader, «mijne dochter zal ze verscheuren.quot; Dat komt er niet op aan, antwoordde mijne vrouw, *dan knnt gij mij de stukken terugbrengen.quot; â Dit gebeurde des
1S--SI
ü---m
avonds ten acht ure. Den volgenden morgen ontmoetten wij den vader, die zijne dochter reeds bezocht had. Hij schreide Tiet meer, doch zag er opgebeurd uit, en riep uit; «O wat eene gelukkige verandering! Nauwelijks was ik gisteren met de plaat binnengetreden en had mijne dochter er een blik op geworpen, of zij werd bedaard en zegde: â Deze heeft meer geleden dan ik. Dit is het eerste verstandig woord, dat zij sedert hare ziekte uitspreekt; en eenige oogenblikken nadat zij dit gezegd had, is zij die rusteloos nacht en dag tobde, in eene zachte sluimering gevallen.quot; â Deze slaap duurde verscheidene uren ; daarna vroeg zij eeuig voedsel en sliep weder in. â Vijf dagen zijn nu verloopen en er is geen sprake meer van het krankzinnigengesticht. â Dat de afbeelding van het H. Aanschijn in de woning zal blijven, laat zich begrijpen.
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, wiens onvergelijkelijke schoonheid verduisterd werd door de afgrijselijke wolk van de zonden der wereld, ontferm U onzer.
m
n.
Kleine Maand h. Aanschijn.
30ste DAG.
Roaenkrans Ier eerc van bel verheerlijkt AaDschijn.
1ste Geheim. Verrijzenis. Glorie zij ü, o Heer, die met uw verheerlijkt Aanschijn verschenen zijt aan uwe H. Moeder, en de heilige vrouwen en apostelen. Het is niet meer nw lijdend gelaat, ü welk eene schoonheid, welke glans, welke vreugde! Door deze glorie van uw heilig Aanschijn geef, zoo bidden wij Ut aan onze ziel de schoonheid weder, die de zonde haar ontnomen heeft.
2de Geheim Hemelvaart. Glorie aan IJ, o Keere Jezus, in uwe hemelvaart, terwijl Gij uw goddelijk Aanschijn keert naar het hemelsch vaderland. Eens zult Gij wederkeeren met het strenge gelaat des Rechters, en voor uwe majesteit zullen aller hoofden zich buigen.
O zoet Aanschijn van Jezus, onze Zaligmaker , die ons eene plaats gaat bereiden, o werp uwe blikken op ons. Wij willen behooren tot het geslacht dergenen, die het Aanschijn zoeken van den God van Jacob.
3de Geheim. De nederdaling van den H. Geest. Glorie aan U, He«re Jezus, gezeten ter rechterhand uw» Vaders. Gij bepleit onze zaak bij uwen Vader. Wees duizendmaal gedankt voor uwe bemiddeling.
Heer, Gij hebt de volheid van den H. Geest verkregen voor uwe apostelen ; bid uwen Vader
m--ii
voor ons, opdat Hij ook ods met zijne gaven vervulle,
4^6 Geheim. De hemelvaart van Maria. Glorie aan ü, o Jezns, die uwe Moeder te gemoet treedt. O boe schoon, hoe schitterend zijt Gij, terwijl Gij die verheven Koningin onder vreogdezangen hinnenlijdt in het hemelsrh Jernsalem!
O minzaam Aanschijn van Jezus, verschijn ons in ons sterfnnr, opdat het vreeselijk gelaat des duivels verre van ons vliede.
Bde Geheim. De kroning van Maria in den Hemel. Glorie aan U, o Jezus, die uwe heilige Moeder kroont en baar plaatst aan uwe zijde, terwijl de gelukzaligen, die uw H, Aanschijn en dat uwer H. Moeder beschouwen, beide schitterend als de zon en vreugde verspreidend in het Paradijs.
O Jezus, o Maria, geef ons de genade, die wij zoo vurig van U afsmeeken, van U eenmaal van aanschijn tot aanschijn in den hemel te mogen aanschouwen.
Schietgebed. O aanbiddelijk Aanschijn, gansch glinsterend van schoonheid en glorie bij uwe verrijzenis, ontferm U onzer.
â0
30 Kleine maand Januari......................................Æ 0,10
31 Vijftig vaderlijke liefdegiften van den
H. A-ntonins van Padna........................- 0.10
32 Kleine maand Februari.,..............................- 0.10
33 Kruisvvegter'eere van het H. Aanschijn - 0.05
34 Met Jesus in zijn lijden..............................- OIO
35 Testament van den H. VaderFranciscus. - 0.10
36 Aan het Hart mijns Zaligmakers............- 0,10
37 Een Pareltje aan Maria's Kroon............- 0,15
38 Kleine maand April..........................................- 0.10
39 Het leven in vereeniging met Maria - 0.10
40 Kleine maand Juli..........................................- 0.10
41 â â Augustus............... - 0.10
42 â w September..........................- 0.10
43 ^ t, October................................- 0,10
44 Noveen H. Franciscns van A ssisië............- 0.10
45 Lessen van het Goddelijk Hart..............- 0, 05
46 De aanbidding van het H. Hart............- 0. 05
4? Overwegingen'voor de 12 eerste Vrijdag. - 0.15
48 De zes Zondagen van den H. Aloysius... - 015
Inteekening op de geheele Serie
g-o xj id ik: o ;fl ;r, ;b il. s.
Voor l Ex. eene reductie van............ 25 pCt.
10 ti ;/ ;/ /; ............ 30 â
w 25 â ft t, â ............ 40 g
Bij minstens 10 Ex. van eenzelfde werkje 20 â U II ;; ;; â 30 â â â 100 â gesorteerd.............. 40 â
Zeer velen zijn hoogst nuttig om in grooten getale in de kath. huisgezinnen, in Congregatiën» Zondagscholen en andere godsdienstige Instellingen voor de jeugd te worden verspreid.
De Galerij der Heiligen.
verschijnt in Seriën van 10 Deelen.
Elk deel is op quot;zich zelve compleet en bevat een geheel leven.
Elke serie kost bij inteekering /2,50. Afzonderlijke levens kosten 4W Cents ld Ex. van een zelfde leven Æ Dc Kersje Serie bevat de volgende levens: De IJ, Vincentius u Paulo. De II. Franciscus Xav. Ue H Benedictus. De H. Philomena De H. Cathanua van Zweden De H. Antonius pan Pad. De H. Petrus, Ap. De H. Cecilia, De H. Jozef. De H Alphonsns.
In de Tweede Serie is verschenen: Dc H. Elisabeth van Hongarije De II Aloysins. De H. Stanislaus De II. Germana. De H Bri-gitta. De H. Genoveva De II. Drie-Koningen. De Gez. Margart-tha Maria. De H, Ben. Josl^abre. De H. Lodewijk.
In de Derde Serie.
De H. Ursula. Zuster Maria Bernard. De H. Angela Merici. De H Augu:itinus. De H, Johanna de Chantal. De H Phil-ppus iXerius De H. Clara. De H. Maagd Maria Margaretha van het H. Sacrament (K II Jesus Christus
7« de Pierde Serie.
De Vaders der Woestijnen uit het Oosten 10 dln. In de Vijfde Serie.
De H. Barbara. De H. Joseph a Leonissa. De H. Joan, van Nepomuk. De H. Frauciscus van Ass. Zuster Rosalie. H. Catharina. II. Laurentius van Brindisi. H. Godeliva. Pater Herman. H. Joan. Berchmans.