1
V zi H re
blt; Yi d;
te le
sc in ni 111
VI
V w
ni
ROERMOKD.
Het jaar 1885 is het negende jubeljaar van O. L. Vrouw in 't Zand. Dan zal het 450 jaren geleden zijn, dat de vereering van het miraculeus Beeld der H. Maagd in de Kapel begon en zich door wonderen kenmerkte.
In overleg met de hoogere Geestelijkheid is dan ook besloten, dat schoone jubilé zoo luistervol mogelijk, van den 15dcn Augustus tot den 15,lcn September van dat jaar, in Roermond te vieren.
âDe Volks-Missionarisquot; heeft gemeend hierbij niet ten achteren te mogen blijven. Hij zal aan zijne lezers gedurende dit jubeljaar een extra bijlage schenken, waarin hij de Geschiedenis van O. L. Vr. in 't Zand zal verhalen voor hen, aan wie ze nog niet bekend is, terwijl toch ook de anderen er nog menige bijzonderheid in zullen aantreffen, waarop wij vroeger hunne aandacht nog niet hadden gevestigd. Verder zullen wij hierin mededeelen eenige der merkwaardigste documenten, verzen en stukken, uit vroeger eeuwen, die op ons Wonderbeeld betrekking^ hebben.
Zeker, die eeuwenoude uitingen van een liefdevol of bewonderend hart mogen wel niet alle op letterkundige waarde, op verheven gedachten en sierlijken stijl groot gaan; toch houden wij ons verzekerd, dat hun eenvoudige, naïeve taal soms dringend tot het hart zal spreken en innige gevoelens van vertrouwen en liefde voor de zoete Moedermaagd zal opwekken. In allen gevalle zullen zij tot een bewijs strekken van den buitengewonen eerbied , dien onze voorouders voor ons Wonderbeeld koesterden.
Eindelijk zal men in deze bijgevoegde Blad' n ook de kroniek vinden van het grootsche Juüeu'eest, waarop Roermond zich thans reeds voorbereidt, van de processies, die bij die gelegenheid zullen komen, en de verdere plechtigheden, die alsdan zullen plaats hebben.
Moge deze kroniek onzen lezers aangenaam zijn, hen aansporen om mede te jubelen, en zóó de heerlijkheid van Maria, zoo bijzonder vereerd in de Kapel in 't Zand, te vergrooten.
De Redactie.
TE ROERMOND.
alf verscholen onder het donkere groen der linden, staat, op ongeveer twintig minuten afstands van Roermond, een sierlijke Moeder-Gods-Kapel. Een schoone laan van vier rijen lindeboomen, wier breede kruinen des zomers als een 'gothisch gewelf vormen, leidt den wandelaar van de stad herwaarts, terwijl de Roer in bevallige kronkelingen er langs stroomt en hem menig heerlijk gezicht oplevert. In de schaduw dezer Kapel hebben thans verscheidene gezinnen hun woon gevestigd en zich een gehucht gevormd, ^Kapel in 't Zandquot; geheeten. Vroeger echter, voor meer dan 450 jaren, was daar slechts een eenzame heide, en te midden daarvan een zandheuvel, waarop men een waterput gemaakt had, om de schapen, welke er kwamen weiden, te drenken; zij werd overschaduwd door een ouden eik. Wat was dan wel de oorzaak dat daar die Kapel verrees?
In de wegen der goddelijke Voorzienigheid wordt gewoonlijk het nederige uitgekozen, om groote dingen te bewerken. Zoo was het ook hier; een eenvoudig herder moest in de handen van God het werktuig zijn lot het ontstaan dezer Kapel.
De aloude overlevering van ouder tot ouder gedurende vier en een halve eeuw, welke genoegzaam is, om een menschelijk geloof vast te stellen, verhaalt ons, dat in het begin der vijftiende eeuw een Poolsch edelman, Wendelinus genaamd, het ouderlijk slot ontvluchtte om God in stilte te dienen. Na lang omzwerven kwam hij in deze streken, en verhuurde zich als herder bij den pachter wonende op de hoeve van Gerard van Muggenbroeck, dicht bij die heide gelegen. Het spreekt van zelf, dat Wendelinus ook dikwerf zijn kudde naar den put voerde. De eenzame breedgetakte boom maakte hem daarenboven tot een goed rustoord voor herder en vee. Geen wonder, dat de brave man deze plaats vooral tot de zijne uitkoos, er in stilte zich met God en zijne H. Moeder onderhield, en de schapen onbekommerd liet drenken en grazen.
Maar dor als de zandheuvel was , kon hij natuurlijk niet veel voedsel opleveren voor de kudde, en de pachter van
Muggenbroeck was er dan ook geenszins mede tevreden, dat de scheper daar zijne schapen zoo dikwijls liet weiden. Wen-delinus werd vermaand: hij zou ze voortaan meer in de lagere weide voeren. De vrome herder was gehoorzaam, maar,
wonder van den goeden God ! toen zijne schapen daar eenigen tijd geweid hadden, bevond men ze eer magerder dan vetter,
en de herdersknaap mocht dan ook weer spoedig zijne oude devotie hervatten. De schapen bezochten voortaan den zandheuvel gelijk voorbeen.
Op zekeren dag nu, zoo verhaalt ons de getrouwe overlevering al verder, was hij weer met zijne schapen in de lommer van den boom gezeten, en wilde als naar gewoonte zijne ludde drenken. Hij laat den emmer omlaag, haalt hem gevuld op,
doch bemerkt aanstonds, dat iets bijzonders zich daarin bevindt.
Hij staart in de waterbron, en bemerkt dat het een houten beeldje is. Dan put hij ijlings verder en ziet:
't Was een gesncde Beeld van Chrisii lieve Moeder;
Hij zuivert het en kust: vergeet dat hij de hoeder Van veele schapen is; hij laat sijn kudde alleen En loopt van blijdschap ras tot sijnen meester heen,quot; (1)
Daar vertelde Wendelinus de wonderbare vinding van dien evonden schat, men beziet dien keer op keer, overlegt en esluit ten laatste het beeldje in den boom te plaatsen, die den put overlommerde. Spoedig was dan ook een «Heijligen-huijskenquot; getimmerd, aan den schaduwrijken boom vastgemaakt, en het beeldeken der Moeder Gods, als op een troon ... verheven, daaronder geplaatst. Daar neörknielen en er zijne hemelsche Moeder vurig bidden en danken, dat was hel eerste werk van Wendelinus.
»En voor den boom, die 't beeldje droeg.
Daar kwam hij laat, daqr kwam hij vroeg,
En stamelde er een bede;
En wijl dit God gevallig scheen.
Begaven er zich meerdren heen En knielden met hem mede.quot; (2)
De wonderbare vinding echter van dat schoone Mariabeeldje,
meer nog het toenemen der devotie kon voorzeker niet on-
__________
'J
(1) Den verborgen schat door eencn herder gevonden, tot Burémonde. bij Dionysius Mackay 178.'i, bladz. 9.
(2) J. Waterreus. O. L. Vrouw in 't Zand.
_
bekend blijven. De pastoor der parochiekerk besloot dan ook, na de waarheid onderzocht te hebben, het Beeldje naar zijne kerk over te brengen. Hij volbracht het. Doch toen men den dag daarna wederom in de kerk kwam, was het verdwenen. Men zocht en vond hst ten laatste weder bij de waterwel, in den boom op zijn oude plaats. Hoe was dit geschied ? Niemand wist het, de mogelijkheid tot een nachtelijk bedrog bestond niet, daar de kerk goed gesloten was bevonden ; op wonderbare wijze dus had het plaats gehad. Zoo gaf dan de Moeder Gods te kennen, dat zij daar bij die bron wilde verblijven, dat zij daar »in den Zandequot; vviide vereerd worden. Men bouwde haar toen een kleine Kapel, en de vereenng nam binnen zeer korten tijd wonderbaar toe.
Tot zooverre de traditie, welke nog steeds leeft onder alle ouden van dagen, en als een kostbaar pand binnen Roer-monds vesten door de ouders aan hunne kinderen wordt overgegeven.
De eerste vraag, welke zich thans opdoet, is aanstonds: wanneer is het Beeldje gevonden? Menigeen was van oordeel, omdat in 1785 het 350-jarig, en in 1835 het 400-jarig jubïlé van deze Kapel gevierd werd : in het jaar 1435. Maar men vergunne ons aanstonds de opmerking, dat men in de vorige eeuw op goede gronde* dit jaar heeft aangenomen als dat waarop, »ten minstequot; de vereerincj in de Kapel begonnen is, en hel Beeldje door wonderen reeds vermaard was. Omdat men toen geen ouder bescheiden had, liet men dus het jaar der vinding in het midden, en nam men, zooals op meer plaatsen geschied is, waar wonderbeelden vereerd worden, en het jaar van oorsprong onbekend was, dit jaar als jubeljaar aan, als zijnde in '1435 ten minste geheel zeker de devotie in de Kapel begonnen en vermaard door wonderen. Konde men toen echter niet met zekerheid zeggen: de vinding is ouder; thans kunnen wij dat wel.
Ja de vinding van het Beeldje dagteekent van vroeger; want in het jaar 1859 zijn er alhier op het Stadhuis stukken gevonden, welke ons zeggen, dat reeds in 1418 man den zande ter eeren gaits (fiods) ende onss liever Vrouwe sijnre moeder, ende omme haeren dyenst, ende Inff te vermeren georloft ende heliefft is, dat men onss. Vrouwen Capelle, die van nuwes begonst is te tymmeren voirt optymmeren mach op alle kaer behoirden, ende dat men desgelijx dieselve Capelle sal doen wijen etc.quot; Derhalve was de eerste kapel van Onze
â VI â
Lieve Vrouw in 't Zand in het jaar 1418 reeds gebouwd, en werd zij in dat jaar gewijd, en moet bijgevolg de vinding eenige jaren vroeger dus minstens van het begin der IB06 eeuw dagteekenen. Ja wij gelooven reeds veel vroeger, want in de aangehaalde stukken wordt gesproken van een Kapel, die wan nuives begonst is op te tymmeren,quot; d. w. z. die men opnieuw is begonnen op te bouwen, bijgevolg had er reeds een Kapel gestaan. Tevens wordt reeds veroorloofd, dat er op heyligendayen en werckdagen Missen gelezen worden , en door den pastoor afstand gedaan van het recht op de offers , welke door den stedelijken raad zouden beheerd worden ten voordeele van de Kapel, tegen eene vergoeding van vier gouden overlandsche Rijnsgulden, in den Paaschtijd aan den tijdelijken Pastoor uit te keeren. Zulke schikkingen maakt men niet, tenzij de devotie reeds bijzonder groot en jaren lang gevestigd is.
Intusschen nadat eenmaal het jaar 1435 aangenomen is als zeker tijdstip der openbare vereering van het miraculeus Beeldje, en men zoowel in 1785 als 1835 jubelfeesten vierde, zoo moeten ook wij in dat voetspoor treden, en in dit jaar jubelende God en zijne H. Moeder danken voor die devotie, die zeker reeds 450 jaren heeft voortgeduurd, en zich schier onafgebroken door tallooze wonderbare gunsten heeft gekenmerkt.
â «»«1
oorsprong en voortgang
der
mmm m de Kmm 11 'f urn.
RYMD1CHT DER VORIGE EEUW.
De Land-streek hiet het Zand, ter oorzaek van de gronden Die zeer zandachtig zyn, aldaer op zek're stonden Een herderken vermoeyt aen eenen put zich rust En dikwils synen dorst met deszelfs water blust.
Als hy nu naer gewoont' by dezen put gezeten,
De diepte van de bron met syn gezicht ging meten.
Bemerkt hy dat een Beeld diep in het water lag En hoe hy meerder starrd', hoe hy het klaerder zag.
Hier door wierd hy te meer tot nieuws begeerd' ontsteken, Hy putt' verscheyda mael, en eynd'lyk heeft gebleken Dat syn gezicht hem niet in 't stuk bedrogen had :
Want met bet water heft hy den Verborgen Schat.
't Was een gesnede Beeld van Christi Lieve Moeder, Hy zuyvert het en kust; vergeet dat by den hoeder Van veele schapen is; hy laet syn' kudd' alleen En loopt van blydsehap ras tot synen meester heên.
Dezen ontfangt het Beeld, aenziet het als den zegen Die hem den Hemel zend, hy eert het: maer verlegen, Of Godt misschien hier door den middel wilt bereyd' Dat Jesus Moeders eer, zoud' worden uytgebreyd: De wond're vinding die den scheper moest vertellen,
Doet nemen het besluyt, van 't openbaer te stellen. En plaetsen aen den boom naest by den put geplant Dat ieder 't eeren kond die kwam langs dien kant. Nu den gevonden Schat hier 't eerste was verheven En aen Marije Beeld wierd eerbewys gegeven,
Van die dacr menigmael haer schenkten eenen groet; En speurden te gelyk wat Mere voorspraeK doet.
BERICHTEN.
â Den 14Jcn September 1.1. voegde Z. H. de Paus Leo XUI bij de vele geestelijke gunsten, welke Hij reeds aan het Heiligdom van O. L. Vrouw in 't Zand verieendii, wederom eene nieuwe. Hij verleende n.I. aan alle Priesters, die ter bedevaart komen naar de Kapel in 't Zand, en daar aan het altaar, waar het Wonderbeeld bewaard wordt, de H. Mis opdragen, het groote voorrecht om er eiken dag de votiefmis der H. Maagd te lezen, uitgezonderd op de dubbele feesten van de lsle en 2d0 klas, op leesten van verplichting, de Jlariafeesten, en de ge-priviligiêerde ferién, vigiliën en octaven.
â Nadat met Zijne Doorl. Hoogw. den Bisschop, tot het Jubelfeest der Kapel in 't Zand in 1885 besloten was, heeft zich bereids eene commissie gevormd tot regeling der feestelijkheden. Deze bood het eere-lidmaatschap aan Z. I). Hoogw., die in 1827 Rector der Kapel en in 1835, bij de viering van het 400-jarig bestaan, Deken van Roermond was, aan den HoogEerw. Deken en Plebaan, den EdelAchtbaren Heer Burgemeester der stad Roermond en den HoogEerw. President van het Seminarie. Deze commissie is dan aldus zamengesteid :
EERE-COMMISSIE.
Z. D. H. Mgr. J. A. Paredis, Bisschop van Roermond.
Mgr. F. A. H. Boermans, Deken en Plebaan.
H. F. Andriessens, Burgemeester.
Mgr. P. J. Hoefnagels, Kan. en President van het Seminarie.
HOOFDCOMMISSIE.
Mr. P. G. E. H. baron de Riebebstein Rogali.a Zawadzky, President.
3. H. Schreurs, Vice-President.
J. J. F. Brouwer, C. SS. R., 1quot;« Secretaris.
M. W. H. Baiiduin, Pr., 2(ic Secretaris.
L. H. F. Berger, Penningmeester.
A. P. S. burggraaf van Aefferden.
G. Burghoff.
J. B. M. Clocquet.
C. J. Hultermans, C. SS. R., Rector van O. L. Vr. in 't Zand.
Mr. A. F. J. H. Leurs.
G. T. C. van Meijel, Kan, en Secr. van 't Bisdom.
Mr. V. F. H. Mertz.
W. A. Notermans, Rector van O. L. Vr. Munster.
R. Smïeis.
ROERMOND.
Voor wij tlmns verder gaan raet de Geschiedenis van het Miraculeus Beeldje en zijn heiligdom, meenen wij eerst eene beschrijving te moeten geven van den schat door Wen-delinus gevonden, en de redenen te wegen, waarom men het ygt;Wonderbeeldquot; noemt. Die taak is ons gemakkelijk, daar de Eerw. Pater v. Krugten, dat alles uitvoerig behandeld heeft in zijn geschiedkundig werk : »0. L. Vrouw in 't Zand te Roermond.''
Het miraculeus Beeldje dan, niet hooger dan 34 centimeters, is uit eikenhout gesneden, geheel gaaf, en voor den tijd waaruit het afkomstig is, zeer goed gebeeldhouwd. Het heeft ook de natuurlijke houtkleur, schoon deze door den ouderdom zeer bruin geworden is. Zooals nog duidelijk te onderscheiden is, was het vroeger gepolychromeerd; want er zijn hier en daar overblijfsels van gips, van roode en blauwe verf en verguldsel aanwezig. Het voetstuk, wolken voorstellende, werd er in 1866 aangehecht, daar het vorige gedeeltelijk vergaan, en er los bij was. Aan de keerzijde ziet men duidelijk, dat het met pinnen aan een muur, of gelijk wij volgens de traditie aannemen, aan den boom bevestigd is geweest.
In de voorstelling ligt iets bijzonder aantrekkelijks, dat men in andere miraculeuze Beelden niet vindt. Het stelt u Maria voor, gelijk onze dichter in de thans verschenen aflevering zingt:
»'t Was 't beeld dier Koninginne,
In onverlette jeugd.
Nog stralend van de weelde Der eerste moedervreugd.quot;
Het goddelijk Kindje rust of liever ligt op Maria's rechterarm, terwijl zij met haar linker de in een eenvoudig kleedje ewikkelde voetjes vasthoudt. Het draagt een appel in de and en schijnt daarmede te spelen. (1) Terwijl het hoofd niet gekroond is, draagt de Moeder echter een eigenaardigen diadeem. Deze gelijkt op een hreeden tulband of wrongel van oosterschen oorsprong, met schuinliggende banden, waarin parelen of edelgesteenten zijn afgebeeld en uitgehouwen. Zulke kronen waren vroeger in de veertiende en vijftiende eeuw meer in gebruik, vooral voor koninginnen. Daar het niet anders dan een gouden haarband schijnt, misstaat de gouden kroon, waarmede het Beeldje in 1877 op last van Z. H. Pius IX, door Mgr. Paredis gekroond werd, geenszins, maar geeft er een nog koninklijker uiterlijk aan. Toen ook, het spreekt van zelt, werd het Kindje met de gouden koningskroon ge sierd.
De vorm van het opperkleed der H. Maagd is verder zeer eenvoudig maar sierlijk. De mantel bedekt niet het hoold, gelijk men gewoonlijk vindt, maar hangt van de schouders af in ruime en schoone plooien.
Ziedaar eene kleine beschrijving van dat aanminnig Beeldje; waarlijk men zegt niet te veel, als men beweert, dat het uiterlijk een groot vertrouwen inboezemt op Maria's moederlijke macht en goedheid.
En mag men nu dit Beeldje waarlijk een wonderbeeld noemen ? â Voor ik deze vraag uit de geschiedenis bewijs, moeten wij eerst goed begrijpen, wat men wel door een miraculeus of wonderbeeld verstaat. Wil men daarmede zeggen, dat er in zulk een beeld zelf eene bijzondere kracht schuilt, of maakt men daardoor, zooals onlangs nog een zeker Dominé in de cathechezatie te Boermond, aan de zijnen omtrent ons
(I) Eenzelfde voorstelling vindt men terug in het steenen wonder-beeldje van O. L. Vr. van Foy bij Dinant in Frankrijk, dat, ruim twee eeuwen lang verloren zijnde, in 1609 in een eikenboom teruggevonden werd, toen men dezen wilde omhakken. Van het hout daarvan werden verschillende voorwerpen van devotie en vooral ook beelden en beeldjes vervaardigd, gelijkend op het oorspronkelijke. Eén daarvan wordt nog te Maastricht in de kerk der EE. PP. Jezuïeten Bijzonder vereerd. Men leze de geschiedenis in »de Maandrozenquot; Sept. 1881, pag. tO.1â107 en Jan. 1885, pag. 7 en volg.
Beeldje leerde, van Maria een Godin ?(1) â Volstrekt niet, Lezer, men kent er niets van, als men zoo iets durft beweren. Neen, door een wonderbeeld verstaat men een beeld, dat God op wonderbare wijze deed ontstaan, of dat Hij uitkoos, om daarbij wonderbare gebedsverhooringen te doen geschieden. »Gods wil, zegt de H. Kerkleeraar Alphonsus Maria, schept er dikwijls behagen in, om door middel van het eene beeld meer genaden uit te deelen dan door middel van het andere, overeenkomstig zijne goddelijke raadsbesluiten, waarom Hij ook aan de ziel eene grooter godsvrucht schenkt voor het eene beeld dan voor het andere.quot; (2) Men vrage de reden niet, waarom Gods zulks doet. Hij weet het best, wat noodig en nuttig is voor zijne schepselen (3).
Welnu dan, een dergelijk Beeld is ons Beeldje. Immers, het was geen toeval, dat Wendelinus dit in den put vond, neen, Gods welwillende Voorzienigheid beschikte het aldus, en wonderen kwamen bevestigen, dat God door zijne Moeder bij dat Beeld op die plaats bijzondere genaden wilde uitdeelen. Wel zijn zij, helaas, niet allen tot ons gekomen, die gunsten, welke de Moeder Gods hier op wonderbare wijze uitdeelde, want bij de vreeselijke branden, welke Boermond den 16don Juli '155-i en den 3Istcn Mei 1065 teisterden, zijn de oorspronkelijke bewijsstukken vernietigd. (4) Maar getuigenissen te over zijn er, welke ons luide verklaren, dat het wonderbaar gevonden Beeldje waarlijk een wonderbeeld is.
Tallooze malen toch beriep men zich later daarop, en sprak men er over als een onbetwist en algemeen feit. Zoo wordt bijv. in de kroniek der stad Boermond (van 1562 â 1038) op het jaar 1578 genoemd: ygt;die capelle in gen sande, die ter erken van onser lieve Vrouwe daar gebouwt was, hie hevorens wit mikaculen see li beroempt.quot; In het Verzoek-
(1) Kort en eenvoudig gaf een opschrift bij de versiering van 1783 in het klein kapelleken aau den straatweg, de vereering van Maria in dc katholieke Kerk aldus weer:
«Dat niemand zegg' dat wij Maria's Beeld aanbidden Wij eeren Haer als die van Godt gestelt in 't midden Om tusschen Godt en ons le wezen ons versoen.
Tot Haer strekt al de eer die wij haer Beeld aandoen.
(2) Oevr. Dogm. T. VII pag. 327.
(3) Wie meer daarover verlangt, herleze «de Volks-Missionarisquot; 3'll! Jaargang, BI. 383 en volg.
(4) Aldus getuigt ons o. a. Z. 1). H. Mgr. van Hoensbroeck in een schrijven aan Z. H. Paus Pius VI. Zie Act. Ep. Rur.
â XII â
schrift om ecnc bijdrage voor den bouw der tweede kapel, den 31 Juli 1613 aan Albertus van Oostenrijk, wordt gezegd, na eerst de oorzaak der vernieling van de eerste (in 1578) te hebben aangegeven : ce nonohstant plusieurs devotes per-sonnes et bons chrestiens, suyvanl les truces de leurs ancestres, sotit venus visiter devotement la place oü la dite Chapelle soloit estre, dont som ensuivis beaucoup de miracles.quot; In een ander van datzelfde jaar leest men: dat nnldaer daegelix (jroote devotie en verscheidene miraculen fieschieden quot; Daarenboven werden er in datzelfde jaar 1613, ten tijde dat Zijne Doorl. Hoogw. Mgr. Jacobus a Castro (van den Borgh) (1). Bisschop was van Roermond, vendelkens en afteekeningen geprent. Op deze nu vindt men Maria's Beeld in de lucht zweven omgeven van Engelen, daaronder een scheper of herder bij een put en eindelijk de kapel, zooals zij toen ter tijde bestond. Daaronder las men het volgend onderschrift: ïCo?t-terfeytsel van de Capelle van Onse Lieve Vromu in 't Zand bij Ruremonde, alwaar veele mirakelen 't zedert den .iaere 1437 totten hl'udigen daghe toe geschiet sun ; dewelke door krijgstroubelen geruineert sijnde, anno 1013 hertimrnert en vernieuwt is geivorden.quot;
En dat deze woorden waarheid bevatten, en er werkelijk in het jaar 1613 nog wonderen geschiedden bij het Beeldje van O. L. Vrouw blijkt ons duidelijk, behalve uit anders ge-gegevens, welke wij later zullen mededeelen, uit eene Ode, uitgegeven door Pater Otto Zylius S. J., in zijn werkje vRurwmunda illustrata a Rhetoribus Gymmsii Societatis Jesu RurmnnndDaar wordt ons verhaald, hoe in de kapel een pasgeboren knaapje het leven terugontving en gedoopt werd. Het kind was tot groote droefheid zijner ouders uit dit leven weggerukt zonder het H. Doopsel ontvangen te hebben. Terwijl allen weenend het lijkje omringen, neemt de vader het besluit er mede naar de kapel te ijlen en O. L. Vrouw om hulp te smeeken. Zijne naburen vergezellen hern, zij
(1) Jacobus a Castro was Amsterdammer van geboorte. Getrouw aan zijn devies: testo vigilans, tuees waakzaam,'''' leefde hij, als een heilige, een streng en verstorven leven. In zijn 79s10 jaar stierf hij een nog zaliger dood. Bij zijn verscheiden hoorde Joanna van Ran-denraedt, den geheelen nacht dc engelen des Hemels zingen. Hij werd begraven in de H. Geestkerk, voor het hoogaltaar; en toen men zes weken na zijn dood, het gral en de kist opende om daarin een looden plaatje te loggen, bevond men zijn lichaam nog geheel onbedorven en buigzaam, terwijl het volstrekt geen lijkgeur verspreidde.
bidden met al de vurigheid huns harten, en â o wonder â nauwelijks is het gebed naar den hemel opgegaan â of het wichtje ontsluit zijne oogjes en keert tot het leven weer. Aanstonds wordt liet gedoopt, en eenige oogenblikken latei-verlaat nu de ziel voor goed het lichaam, om als een engeltje rondom den troon van Maria te gaan spelon in den hemel. â Daar wordt ons verder iiog verhaald, hoe Maria er meerderen van doodelijken kanker en gapende wonden genas, hoe zij er hare buitengewone gunsten als iels gewoons voortdurend blijft schenken: »Viryo Mater perpetmt solitos favores. (1).
Eindelijk moeten wij nog in het oog houden, dat in alle oude stukken, rekeningen enz. waar van het Beeldje gesproken wordt, dit immer ygt;het Bilt van Mirakelquot; oi' mirakuleus Bil-tienquot; genoemd wordt; dat men later altijd bij welke ramp of onheil ook, Roermond en de omliggende dorpen zijn toevlucht daarheen ziet nemen; dat, toen men te Kevelaar in 1643 de groote kapel moest bouwen, de toenmalige Vicaris Generaal van Roermond Balduinus de Gaule, (de Bisschoppelijke zetel stond ledig) bepaalde, dat deze kapel geheel gebouwd moest worden naar het plan der kapel in 't Zand bij Roermond. (2) Waarlijk wel een bewijs, dat het Beeldje dier Kapel beroemd was, en van alom gezocht werd door bedevaarten als «Wonderbeeld.quot;
Vele andere bewijzen zouden wij hier nog kunnen bijvoegen. Doch wij meenen er genoeg te hebben aangehaald. Daarenboven zullen wij in den loop dezer kroniek daartoe gelegenheid te over vinden. Wel mogen wij het dan een schrijver van den tegenwoordigen tijd na zeggen; sWic mag ze tellen de tallooze zieken, die hier in den loop der eeuwen genezing zochten en inderdaad ook vonden! Wie zal al die armen kreupelen en lammen opnoemen, die zich met veel moeite tot aan de voeten van het Miraculeuze Beeldje hadden voortgesleept, en met nieuwe levenskracht bezield, daar opstonden, en hunnen banden en krukken ter eeuwigdurende gedachtenis aan de wanden der kapel vasthechtten! Wie zal vooral het getal dier ooglijders bepalen, welke vol vertrouwen hunne oogen wieschen met het water uit den put, en volkomen genezen huiswaarts keerden!quot;
(11 Deze belangrijke Ode liepen wij later in haar geheel en vertaald in onze kroniek mede te doelen.
(2) Knippenb. Hist. Eccl. Due. Geldr. L. 6 c. (i.
â xtv â
Eindigen wij ten laatste raet het schoone getuigenis van den geleerden Blitterswijck, en met eene vrije vertaling daarvan, in zijn werk : vRurmmnnda vigens, ardens, renascens etc.quot; uitgegeven in het jaar 1666 te Brussel.
Virginis est fanurn, vulgus compellat Arenara, Non proeul urbe suus vel raodo constat honos;
Rara loco pietas: hic religionis avitie Plurima, qua} circum pendula, signa gerit Ex auro locuples, alfixit cerea pauper:
Quaj dona ex voto laetus uterque tulit.
Siepius hinc raoestus posito moerore recessit, Re gaudens magna, spes ubi nulla prius.
Diverse quivis memorat solatia casu;
111e manum, hic oculos, hic caput, ille pedem; Semper ibi afflictis statio tutissima rebus.
DAT IS:
Niet verre van de stad is een kapel gelegen,
Maria toegewijd. Men noemt haar allerwegen vKapel in 'l Zandzij staat alom in zeer hooge eer En wordt steeds druk bezocht. De rijke keer op keer Schonk hier zijn gouden gift; en de arme vreugdedronken, Bracht hier zijn gave in was voor gunsten hem geschonken. Hoc menig treurend hart, ofschoon geen hoop meer glom. Bad hier bij 't wonderbeeld en ging vol vreugd weerom ; Hoe velen vonden hier 't gebruik weer hunner leden : Van hand, of oog, of hoofd, of voet, waaraan zij leden; Ja bij wat ziekte of pijn, bij welke druk of smart,
Mier was een zekere hulp voor 't fel gefolterd hart.
â XV â
BERICHTEN.
Door heel de katholieke pers werd de tijding van het 9Je Jabilé der Kapel in 't Zaïid, sinds onze kroniek verscheen, alom medegedeeld. Het Hoofdorgaan ))de Tijd'' jam zelfs in hare kolommen onze kroniek in haar geheel over. Waarlijk wel een bewijs van instemming met en hooge waardeering van het Jubelfeest.
De Maus- en Roerbode van. den 3dcn Jan. 11. bevatte een voortreffelijk hoofdartikel over oRoermonds eeuwfeest in 1885.quot; Daarin voorspelt de redactie, dat het 9d,! Jubelfeest van 0. L. Vrouw in 't Zand schitterend zal zijn. Want zoo zegt zij; «Welke gedaanteverwisseling Roermond in verloop van eene eeuw hebbe ondergaan, wat er ook verdwenen of veranderd zij, iels is er toch lever d en onveranderd gebleven, namelijk de devotie barer Kalholieke bevolking tot O. I. Vr. in bet Zand. Die godsvrucht beschouwt het Katholieke Roermond nog steeds als zijn kostbaarsten schat, als een heerlijk kleinood, van zijn voorvaderen overgeërfd.
»0. L. Vr. in 't Zand, gelijk een innig geliefde moeder, trekt nog immer met onweerstaanbare kracht het hart barer Roermondsche zonen en dochters tot zich. Van eeuw tot eeuw, van geslacht tot geslacht, werd hier hare wondermacht geroemd, haar lof verkondigd, hare bescherming ingeroepen, hare voorspraak afgesmeekt, haar heiligdom hoog in eere gehouden, zooals de kronieken onzer stad het duidelijk bewijzen.
«Neen, Roermond is in zijn liefde voor, in zijn vereering van 0. L. Vr. in 't Zand nooit verbasterd of verflauwd. Zulks zal nu weer blijken bü haar negende Jubelfeest in de maanden Augustus en September van 1885, wanneer het 430 jaren zal geleden zijn, dat de vereering der Koningin des Hemels in de Kapel »op 't Sandtquot; is begonnen en met ontelbare wondervolle gunsten en weldaden beloond werd.quot;
Daarop gaat het blad verder en verhaalt ons uit de kronieken, hoe luisterrijk de Jubilé's geweest zijn, welke in 1783 en 1833 gevierd zijn. Het eindigt vervolgens met de volgende krachtige aanmoediging;
«Wij vertrouwen echter, rekenende op den eerbied en de liefde der Katholieke Roermondsche burgerij en der Limburgsche bevolking voor O. L. Vr. in 't Zand, dat het eeuwfeest vau 1883 niet voor het Jubilé van 1833 zal behoeven onder te doen.
»Z. Doorl. Hoogw. Mgr. Paredis, Bisschop van Roermond, heeft reeds het zegel zijner volle goedkeuring op die feestviering gedrukt; verschillende heeren, zoowel burgers als geestelijken, hebben zich bereid verklaard om deel te maken van de feestcommissie, welke zich met de taak van de regeling der openbare plechtigheden belast heeft; plannen en teekeningen voor de versieringen in de Kapellerlaan en de straten der stad zullen, naar wij hopen, door verschillende deskundigen, daartoe uit te noodigen, spoedig klaar gemaakt worden; alle wijken en putten, alle buurten en straten, alle mannen en vrouwen zullen edelmoedig het hunne tot de feestviering willen bijdragen; de zeer eerwaarde heeren geestelijken van het Bisdom Roermond zullen hun onderhoorige parochianen aanwakkeren, om O. L. Vr. in 't Zand
â XVI
gedurende hare aanstaande, eeuwig gedenkwaardige Jubeldagen te vereeren en huldigen. Evenals bij de eeuwfeesten van St. Servatius te Maastricht en van het H. Kruis te Wijk, zullen de Katholieken bij duizendtallen Maria's geliefkoosd Heiligdom te Roermond komen bezoeken.
«Ja, wij twijfelen niet, of het eeuwfeest van 1885 zal even als zijn voorgangers, der Koningin des Hemels, die sinds 150 jaren door alle lioermondschc en Ltmburgsche geslachten, op uitstekende wijze, binnen de Kapel in 't Zand, vereerd werd, waardig zijn, zoodat onze nazaten, na vijftig, na honderd Jaren, na eeuwen van onze heden-daagsche Katholieke stad- en landgenooten ook zeggen zullen : zoo wisten de Roermondenaars, de Limburgers, ten jare 1885, de eer van den Katholieken naam op te houden, den ouden roem hunner stad en provincie te handhaven en, als onverbasterde afstammelingen van vrome voorouders, met vroegere geslachten te wedijveren in de devotie tot Maria, in de vereering van O. L. Vr. in 't Zand, die Roermond en omstreken sinds eeuwen, door hare machtige voorbede bij God, beschermd en met ontelbare weldaden en gunsten overladen heeft.quot;
â Doch niet slechts in ons land, maar ook daar buiten vond die vreugdetijding reeds weerklank. VUnivers van den 8S,Cquot; Januari 11. deelde ze in hare kolommen mede, gaf de geschiedenis der wonderbare vinding in haar geheel weder en eindigt, na vermelding der feestcommissie, met deze woorden ; «Uien, on peut en ctre persuadt';, ne manquera done a ces fetes en l'honneur de celle qui porte a juste titre, le nom de consolatrice des affliges, et qui, au Sablon de Rure-mondc, a consolé tant de malheureux, ayant eu recours a sa puissante intercession.quot;
â Met vreugde hebben wij vernomen, dat de St. Rochus-vereeniging te Leiden het plan heeft opgevat, bij het Jubilé in Augustus een bedevaart te organiseeren naar O. L. Vr. in 't Zand. Wij juichen dat schoone plan toe, en vertrouwen dat tal van steden en dorpen sposdig dat voorbeeld zullen volgen.
ROERMOND.
Wij hebben het wondervolle ontstaan der vereering van 0. L. Vrouw in 't Zand gezien; de eerste devotie zagen wij spoedig toenemen, zoadat reeds in het jaar 1418 de^ kapel, waar die vereering vooral begonnen was, hernieuwd werd. Daarna beschouwden wij den schat, door Wendelinus gevonden, en wij wogen de redenen, waarom die beeltenis waarlijk miraculeus mag genoemd worden. Thans gaan wij verder met onze kronieken. Hoe jammer echter, dat wij al aanstonds moeten getuigen, dat er tot nog toe steeds een leemte blijft in die geschiedenis, eene leemte van meer dan een eeuw. Doch voegen wij er bij, het lag in de wegen der goddelijke Voorzienigheid, dat dit aldus zou geschieden, opdat daardoor des te schitterender in latere tijden de glorie van het Miraculeus Beeldje zou stralen.
Vanwaar echter, vraagt gij, dat gebrek aan bescheiden over meer dan een eeuw? â Lezer, begeef u met mij in den geest naar Roermond, den 16 Juli 1554. Des morgens was daar alles nog schoon, levendig en blij. De stukken, welke kerken en kloosters betroffen, welke er vooral de Kapel en haar wonderbeeldje aangingen, en aan de innige vereering der vele pelgrims, die Maria daar kwamen bezoeken, krachtig voedsel gaven, werden nauwkeurig bewaard in de archieven van de Magistraat der stad, welke het patronaat over de Kapel uitoefende, en bij den-pastoor der parochiekerk, tevens pastoor der Kapel. Alles, zeg ik, was op dien morgen in de beste orde. Daar breekt op dien dag door een onbekende oorzaak een vreeselijke brand uit. Het vuur grijpt het eene huis na het andere aan ; heel Roermond wordt er door geteisterd en bijna in de asch gelegd. Met moeite konden de inwoners zich redden, honderden zijn van have en goed
â XVIII â
beroofd. Helaas, waar des morgens nog leven, vreugde en geluk was, daar heerschte 's avonds de dood, de droefheid en het ongeluk. Ja wel treurig was die ramp voor Roermond en zijne Kapel. Hoewel deze laatste geheel en al gespaard bleef, gingen echter met dezen brand de schoone getuigenissen, waarin men de wonderbare vinding van het Beeld, de geschiedenis der Kapel, de beschrijving dier tal van mirakelen kon lezen, en die voor de nakomelingen de onweder-legbare bewijzen van de wondermacht der Moeder Gods zouden zijn, voor altijd te niet. â En als was deze ééne brand nog niet genoeg, later in het jaar 1666 zou een tweede en nog feller Roermond komen verwoesten, en daarin zou ook datgene, wat tot nu nog gespaard was, of wat nieuwe getuigenis der wondermacht van Maria aflegde, verloren gaan. Doch over dezen laatsten brand spreken wij u later.
Was deze de eenige ramp, welke het Miraculeus Beeldje trof? Neen, lezer, er zouden nog veel feller opdagen. Roermond zou vervolgd, vreeselijk vervolgd worden in zijn katholiek geloof, de beelden der Heiligen, vooral die van Maria, zullen omvergehaald of verbrand, de tempels onteerd, de priesters in ballingschap gejaagd, de kerken en kloosters geplunderd, het martelaarsbloed vergoten, ja het heiligdom van O. L. Vrouw in 't Zand zal ten gronde toe afgebroken en verwoest worden; en toch zal »de Gevonden Schatquot; aan dat alles ontkomen, en de glorie van O. L. Vrouw in 't Zand blijven stralen, ja stralen met nog grooter heerlijkheid dan vroeger.
Zeg het mij, is dit het werk der goddelijke Voorzienigheid, of niet, ja moet het niet het grootste wonder genoemd worden der Kapel in 't Zand 1
Roermond had tot schadeloosstelling van den vreeselijken brand en van andere onheilen den 12 Mei 1559 van Paus Paulus IV de glorie verkregen, om de bisschopszetel te worden van het nieuwe bisdom Roermond, en de zoowel om deugd als wetenschap wijd vermaarde Wilhelmus Da-mianus van der Lindt, (1) werd als eerste bisschop aan-
(1) Mgr. W. D. Lindanus (van der Lindt, van der Linden) werd te Dordrecht in het jaar 1525 uit deftige katholieke ouders geboren. Na zijne Philosophische studiën te Leuven en zijne Theologische te Parijs te hebben volbracht, en drie jaren het leeraarsambt in de Godgeleerdheid te Dillingen te hebben uitgeoefend, werd hij door koning Philips II eerst tot Vicaris-Generaal en Aartsdiaken van het bisdom Leeuwarden, daarna tot Deken van 's Gravenhage en koninklijk Raadsheer, en eindelijk tot Bisschop benoemd van Roermond.
XIX â
gewezen. Gij denkt, hij zal met vreugde bezit nemen van zijn zetel. Helaas, de tijden lieten het niet toe, eerst tien jaren later, den 11 Mei 1569, kon hij, geholpen door de ijzeren hand van een Alva, in zijne kathedraal van St. Petrus en Paulus (de H. Geestkerk) plechtig worden ingehuldigd. Nu begon voor dezen bisschop een leven vol kruisen en lijden, vol herderlijken ijver en zorg, vol ondank en vervolging van velen der zijnen, een leven, waarbij hij voortdurend zijn wapenspreuk voor oogen moest hebben: »Q«ce sursum stmt qucerite; zoekt wat daarboven is.quot; Het jaar van jammer en ellende vooral voor het bisdom Roermond, het jaar 1572 breekt aan. Daar nemen de soldaten van Willem van Oranje den 23 Juli de bisschopsstad in. Geheim verraad van eenige barer inwoners, en vooral de te zwakke Spaansche bezetting was er de oorzaak van. Nauwelijks zijn zij er binnengedrongen, of zij toonen zich ware vervolgers van de katholieke Kerk. Zij dringen de kerken binnen, de heiligenbeelden vallen van hunne voetstukken, worden kort en klein gehouwen en door hunne heiligschenncnde voeten vertreden; ook de kloosters moeten het misgelden. Overal plunderen zij, overal bespotting en verachting van den godsdienst, ja uit spot met de gewaden der Kerk behangen, koelen die booswichten hun duivelschen haat aan arme kloosterlingen en geestelijken der stad. Zij vermoorden ze wreedaardig in hunne cellen of in de kerken, waar zij ze vonden, of sleuren ze aan hunne haren, of met koorden gebonden, langs de straten van Roermond, om ze na vele folteringen te doorboren of aan een pomp op te hangen. Maar werpen wij den sluier over die treurige geschiedenis; Roermond telde op dien éénen dag den 23 Juli 1572, 23 martelaren in den hemel, 23 gaven er door hun bloed getuigenis, dat het geloof in Roermond leefde, en dat men er liever voor stierf dan er van te afvallen.
Toch nog een oogenblik terug naar dat tooneel van verwoesting. De bij die vervolgers zoo gehate Maria-vereering deed hun vooral de handen slaan aan de beelden der H. Moedermaagd. Reeds in 15C6 hadden de heivormers in September dit te Roermond getoond bij het plunderen van St.
In 1588 werd hij van daar naar den bisschoppelijken stoel van Gent overgeplaatst, waar hij echter drie maanden later den 2 Nov. van dat jaar in geur van heiligheid overleed. Pausen en Bisschoppen, kardinalen en vorsten hebben als om strijd Lindanus geroemd zoowel om zijn hooge geleerdheid, als om zijne groote heiligheid.
â XX â
Christoffel en der overige kerken. Ook nu moesten de beelden van de Moeder Gods het vooral misgelden. quot;Waar men maar kon, rukte men ze neer, vertrapte ze onder de voeten, ja verbrandde ze bij de grootste bespotting en verguizing. Dit ook heeft ons de geschiedenis bewaard. (1) Maar zoo moeten wij dan ook nu rondweg bekennen: het is waarlijk een wonder te noemen , dat het Wonderbeeld gespaard bleef, ja dat bij die zoo vreeselijke vervolging geen steen van haar heiligdom gekrenkt werd.
De bisschop, die gaarne ook de Martelaarspalm ontvangen had, was echter om zijne kudde, kort voor de inneming der stad, over Ooi en Heel naar Meerssen en van daar over Maastricht naar Douai gevlucht. Toen evenwel 's Pausen soldaten in October Roermond moesten verlaten, was hij de eerste om terug te keeren, zijn ontheiligde kathedraal te herwijden en te herstellen, en zijn volk gedurende den advent tot boete en gebed op te wekken. Maar wat treft ons dan vooral in dien grooten man? Zijne devotie voor O. L. Vrouw. De geschiedenis toch heeft ons bewaard, dat hij toen manden vol Rozenkransen medebracht en deze overal door heel zijn diocees uitdeelde, om door Maria, de Hulp der Christenen, het katholiek geloof te behouden in deze streken. Lezer, zou het gewaagd zijn te veronderstellen , dat Lindanus toen ook kwam neerknielen voor het Beeld der Moedermaagd hier in hare kapel, die zoo geheel ongeschonden bleef, en daar hulp en uitkomst zocht? Schoon wij tot nog toe geen zekere bewijzen daarvan vonden, durven wij, steunende op de groote devotie van Roermonds eersten bisschop voor Onze Lieve Vrouw, beweren, dat men dit gerust gelooven mag.
Intusschen, was Maria's heiligdom gespaard gebleven voor den moedwil der soldaten, en bleef hel nog eenige jaren ongedeerd te midden van verschillende belegeringen der stad : in het jaar 4578 moest het noodlottig oogenblik komen, dat het aloude en door zoo vele wonderen beroemde heiligdom onder den mokerslag van den verwoester zou vallen. Maar zeggen wij het aanstonds, niet door de hervormers, maar door den Spaanschen vreemdeling den luitenant van Vegersheim, zou dat besluit genomen worden. Voorzeker, onbekend was hij met hetgeen daar in die kapel geschied was, maar toch wij doen de geschiedenis niet te kort, als wij hem een echten dwingeland, die het soldatengeweld met het burgerlijk gezag
(1) Zie v. Krugtcn O. L. Vr. in 't Zand, p. cn dö.
â XXI â
naar eigen willekeur misbruikte , noemen, als wij het betreuren, dat hij zich door die daad zoo gehaat en veracht gemaakt heeft.
In 15,78 dan had Roermond met moed en volharding de belegeoftig van den prins van Hohenlohe, in dienst van Willem van Oranje doorstaan. Den 4 Januari moest hij verschrikt door de Spanjaarden wegtrekken. Door de Spanjaarden werd vervolgens een nieuwe krijgsoverste in de stad aangesteld in den Luitenant Biasius van Vegersheim. En ziet, nu moest die verwoesting het deel der kapel worden.
Op tweeden Pinksterdag doet hij de gezamenlijke metselaars der stad bijeenkomen en legt hun op »die capelle ingen Bande, ter erhen van onser liever Vrouwe daar gebouwt hiebevoerens mit miraculen seer beroempt,quot; (1) als zijnde misschien nadeelig bij een nieuwe belegering, tot den grond toe af te breken. Zij toonden daar weinig lust toe, maar de luitenant dreigde met geweld, en men moest gehoorzamen.
Daar werd dan Maria's Heiligdom, na een bestaan van meer dan 160 jaren, tot den laatsten steen toe vernield. Dat genadeoord, zoo wijd en zijd beroemd, gespaard door woeste en hervormende belegeraars, wonderbaar als het ware ontkomen aan den haat en de vernielzucht der beeldstormers en gelool'svervolgers, viel onder den mokerslag van den Spaan-schen verdediger der stad Met tranen in de oogen zagen Maria's getrouwe kinderen de muren der liefelijke kapel onder het geweld der zware hamerslagen vallen. Er iets tegen doen, zij vermochten het niet. De schrik had de harten der burgers en omwoners bevangen, het stadsbestuur was naar elders gevloden, de Geestelijkheid stond machteloos tegen zulke overlieersching. Men kon niet anders doen dan in stilte op de plaats, waar de eene steen niet bleef op den anderen, gaan neerknielen , en daar bij den put, die Goddank bleef beslaan, de wreede heiligschennis beweenen.
Ja, dat gebeurde; op de plaats, waar de kapel gestaan had, en de put nog zijn water gaf tot genezing der kranken, daar bleef Roermond Maria vereeren, daar kwamen 32 jaren lang de pelgrims hunne jaarlijksche bedevaarten houden en stortten zij hunne vurige gebeden. Maar toen ook moest voor het Miraculeus Beeldje, dat in die jaren vereerd werd in Roermonds Christoffelkerk, een nieuw heiligdom verrijzen op de plaats van het oude, een heiligdom, welks heerlijkheid grooter zou zijn dan die van het eerste.
(1) Kroniek van Kocrmond, bl. 178.
â XXII â
LOFZANG VAN MAKE A
uit de oude Kegister der Mariaansche Broederschap aan de Kapel in 't Zand, anno 1751.
fâi^aria, weest gebenedijd,
Mits (1) dat Gij Jesus Moeder zijt; Maekt door uw hulpe mij bekwaem, Maekt dat mij uwen zoeten naem Mag wezen altijd aengenaera.
ch ! wilt op mij uw oogen slaen Als het met mij niet wei zal gaan Als ik, uw kind, zal zijn in pijn. Ach! Ach! wilt dan dog bij mij zijn; Also, Gij zijl mijn medicijn.
oemwaerde Maegd weest mij gezind. Regeert mij als uw eijgen kind;
Raek ik in smert of zwaer verdriet, Roep ik tot U, o Moeder ziet,
Reijkt uit uw hand, verlaet mij niet.
HHk roep U dan als Moeder aen,
Ik hoop, dat Gij mij bij zult staen; Ik hoop, dat Gij mij blijft getrouw, Is 't dat ik ben in pijn en rouw, In U, ik altijd vast betrouw.
ch, allerliefste Moeder mijn. Ach, wilt mij toch genaedig zijn; Als ik eens ben in laetsten nood. Als tot mij komt de felle dood, Aenvaert mij dan in uwen schoot.
(1) Mits â ovcrmils, omdat.
â xxm â
BERICHTEN.
â De feestcommissie heeft het besluit genomen, den weg, die van de kapel tot de kathedraal van Roermond leidt, een weg van een goed half uur gaans, bij gelegenheid van het Jubilé prachtig te versieren. Een twintigtal triomfbogen zullen o. a. daar worden opgericht, waarin men de geschiedenis van aden verborgen Schatquot; zal vinden. Doch daar deze nauw samenhangt met de geschiedenis der stad, en in betrekking staat tot de Bisschoppen vaa Roermond, zoo zullen daarvan de voornaamste geschiedkundige feiten worden voorgesteld. Aan alle kunstenaars van Roermond zal worden opgedragen de teekening van een of twee bogen te leveren, nadat hun het te representeeren feit zal zijn opgegeven. Zij kunnen dus wedijveren in talent en smaak. Zóó zal men waarlijk iels kunstrijks mogen verwachten.
â Op den dag vóór het feest van O. L. Vrouw Lichtmis is men ook begonnen, de gelden voor deze versieringen noodzakelijk, bij de inwoners dezer slad in te zamelen. De eer van dit werk viel te beurt aan de Congreganisten der stad, de kinderen van Maria. Eiken Zondag gaan in elke wijk en straat, twee Congreganisten van die wijk rond, en vragen aan alle huizen vDe Zondar/spenning voor de Moeder Godsquot;.
Voorwaar een schoon en niet genoeg te prijzen werk. «Wat enkele gefortuneerden onzer stadquot;, zoo schreef de Christoffelsklok op den 31 Januari, »alléén hadden kunnen doen, en ook zeker ter eere van Maria gedaan zouden hebben, wordt door dien Zondagspenning aan allen, zoowel rijk als arm, mogelijk gemaakt. U dit goede werk aanprijzen, achten wij geheel onnoodlg. Ter eere van O. L. Vrouw in 't Zand is ieder welgeaard Roermondenaar tot grootere offers bereid dan tot de weinige centen, die hem in het vervolg eiken Zondag gevraagd wordenquot;.
â Uit H. ontvingen wij weder een schoon bewijs, dat men O. L. Vrouw in 't Zand niet te vergeefs aanroept. Volgaarne voldoen wij aan het verlangen van den Z.Eerw. schrijver, om dit in onze kroniek op te nemen.
Genezing eener typlms-lijderes, verkregen door eene Novene ter eere yan Onze Lieve Yrouw in 't Zand.
In den winter van 1880 werd in het Gasthuis te H. de Eerw. Zuster A., bij het verplegen van zieken, zelve door den typhus aangetast. In weinige dagen nam de koorts zoo hevig toe, dat de dokter het raadzaam oordeelde, haar de laatste H. Sakramenten te laten toedienen. Dit geschiedde den 12 December. Met den grootsten angst en bezorgdheid van deze jonge Novice te verliezen, die nog zoovele jaren voor
â XXIV â
de verpleging van anderen groote diensten kon bewijzen, waakten de oudere Zusters dag en nacht aan haar ziekbed, eu verdubbolden zij de gebeden om beterschap te verkrijgen. Het scheen alles te vergeefsch ; de zwakte nam dagelijks toe; de geneesheer verklaarde de zaak hopeloos, en gaf haar eindelijk geen 24 uren meer te leven. Volgens zijne laatste bezoeken zou zij den avond niet meer zien. Het was in de dagen van de octaaf van Kerstmis. Door Gods beschikking werd ik verzocht dien morgen het H. Misoffer in de Kapel van het Gasthuis op te dragen, en wijl de zieke daarna, tusschen bijna aanhoudend ijlen in brandende koortsen, eenige oogenblikken goed bij kennis was, bracht ik haar de H. Communie. Na de dankzegging ging ik haar met de Eerw. Moeder Overste bezoeken, en vernam toen, hoe ongaarne de Zusters haar missen zouden, en ieder oogenblik vreesden, dat het laatste uur gekomen was. Daar ik een prentje van O. L. Vrouw in 't Zand bij mij had, liet ik dit bij de zieke plaatsen, en raadde de Zusters aan, onmiddellijk tcne Novene te beginnen, ten einde de genezing te verkrijgen, terwijl de zieke dagelijks van het water uit den put van 't Zand gebruiken zou. Zonder vertoeven werd die raad met vertrouwen op den vermogenden bijstand van 0. L. Vrouw uitgevoerd, en van stonde aan had er een zichtbare omkeer plaats tot verbazing van allen, die de zieke in den loop der laatste dagen gezien hadden. Men twijfelde er niet meer aan, of het gebed was verhoord, en nog vóór dat de Novene ten einde was, verdween alle gevaar, namen de krachten voortdurend toe, en weldra was de zuster zoo volmaakt hersteld, dat zij de gewone bengheden hervatten kon. Eenigen lijd daarna werd de Zuster naar het moederhuis te T., in Duitscbland, verplaatst, om het overig gedeelte van het noviciaat daar door te brengen, en de geloften af te leggen. Voor ettelijke maanden is zij te H. teruggekeerd, doch in een ander gesticht van dezelfde Congregatie, om met de verpleging van zieken steeds werkzaam te zijn. Zij geniet tot op dit oogenblik eene volmaakte gezondheid, en erkent met dankbaarheid, dat Onze Lieve Vrouw in 't Zand haar van den rand des grafs gered heeft. Alvorens dit verslag op te maken, heb ik mij tot meer zekerheid eerst nog persoonlijk over de omstandigheden der ziekte en der genezing vergewist. Moge dit dienen, om ook anderen tot vertrouwen in de vereering van 0. L. Vrouw in 't Zand aan te moedigen, vooral kloosterlingen, die zich op werken van barmhartigheid toeleggen.
H. v. K., C. SS. R.
H....., 20 Januari 188b.
TE
ROERMOND.
Een heugelijke tijding mogen wij thans aan onze Lezers, en door hen aan het Katholieke Nederland verkondigen. Al nader komen de dagen, waarop de eerste door wonderen gekenmerkte devotie van Onze Lieve Vrouw in 't Zand door het negende jubelfeest herdacht zal worden. Van alle zijden maakt men zich gereed dien gedenkwaardigen tijd mede te vieren, en duizenden hebben reeds besloten in die dagen, waarop Maria voorzeker meer nog dan anders hare
â XXVI â
gunsten zal uitdeelen, voor het Wonderbeeld te komen nederknlelen.
Welnu, om den ijver van die allen te beloonen, om zooveel pelgrims als mogelijk is naar de Genadekapel te doen snellen, heeft Zijne Heiligheid onze roemrijk regeerende Paus Leo XIII zich gewaardigd, een buitengewone gunst aan de vereerders van Onze Lieve Vrouw in 't Zand toe te staan. Op een tot Hem gericht smeekschrift heeft de Heilige Vader goedgunstig verleend ken vollen aflaat bij wijze van jübilé, onder de gewone voorwaarden te verdienen door allen, die de Kapel in 't Zand bezoeken, van het feest des Allerheiligsten Verlossers, het titelfeest onzer Congregatie, tot en met den laatsten dag der Octaaf van Onze Lieve Vrouw Geboorte. Daarenboven machtigt Zijne Heiligheid nog Z. D. H. Mgr. Paredis gedurende dien tijd de uitgebreidste volmachten aan de biechtvaders te verleenen.
Bit Jubilé zal dus aanvangen op Zondag 19 Juli dezes jaars, en duren tot en met Dinsdag 15 September.
Wij laten hier de vertaling van het Smeekschrift en het daarop bekomen antwoord volgen:
Allerheiligste Vader!
Cornelius Hultermans, priester van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers en Rector der Kapel van 0. L. V. in 't Zand, niet verre van de stad Roermond, aan de voeten van Uwe Heiligheid ootmoedig neergeknield verklaart: dat er in genoemde Kapel een aloud en door wonderen vermaard beeld van de heilige Maagd Maria onder den titel vaa »Hulp der Christenenquot; bewaard wordt, hetwelk jaarlijks de geloo-vigen, zelfs van verwijderde streken, godvruchtig bezoeken. Aangezien er dit jaar, hetwelk het 4508'e is van de vinding
â XXVII â
van dat beeld, een plechtig jubelfeest gevierd zal worden, wendt hij zich eerbiedig tot Uwe Heiligheid, haar verzoekende, dat zij goedgunstig aan alle geloovigen verleenen wil een vollen aflaat bij wijze van Jubilé van liet hoogfeest des Allerheiligsten Verlossers (op den derden Zondag van Juli) tot en met den 15den September van het jaar 1885, gelijk Pius VI in het jaar 1785 en GregoriusXVI in het jaar 1835 insgelijks toestonden. Voor welke gunst, enz.
Uit de audiëntie van Zijne Heiligheid, 1 Februari 1885.
Zijne Heiligheid Leo, door de goddelijke Voorzienigheid de dertiende van dien naam, heeft zich verwaardigd, op voordracht van mij, ondergeteekende. Aartsbisschop van Tyrus en Secretaris der H. Congregatie tot voortplanting des Geloofs, den gevraagden vollen aflaat in den vorm van een Jubilé toe te slaan, welke door alle Christen geloovigen van beider kunne en door ieder hunner éénmaal verdiend kan worden, wanneer zij ter beevaart opgaan naar gezegde Kapel, van het feest van den Allerh. Verlosser, op den derden Zondag van Juli tot en met den 15dC!n September van het loopende jaar 1885 mits zij geldig gebiecht en gecommuniceerd hebbende, bovengenoemde Kapel godvruchtig bezoeken, en er gedurende eenigen tijd bidden voor de voortplanting des Geloofs en volgens de meening van den Paus van Rome.
Opdat echter de Christengeloovigen des te gemakkelijker aan die hemelsche schatten deelachtig kunnen worden, verleent Zijne Heiligheid aan den Hoogwaardigen Bisschop van Roermond de macht eenige werelds- of ordesgeestelijken af te vaardigen, om de biecht der geloovigen te hooren, met de volmacht, etc. (Hier worden de uitgestrekt volmachten opgenoemd, die het ontslaan der zonden, het opheffen der Kerkelijke straffen, en het veranderen van eenvoudige geloften,
â XXVIII â
welke anders aan de Kerkelijke overheid zijn voorbehouden, betreffen, en welke, gelijk in een algemeen Jubilé, ook hier werden toegestaan.)
Gegeven te Rome, in het Paleis van de Congregatie De Propaganda Fide, op jaar en datum voornoemd.
S. â¢!- j D. Archiëp. Tyren.
PLACET UT PUBLICENTUR.
f J. A. PAREDIS, Eps. Rur.-eml'ind.
O. L. Yrouw in 't Zand te Roermond.
Acht jaren lang na den dood van Roermond's eersten en beroemden Bisschop, had de Bisschoppelijke stoel ledig gestaan, toen eindelijk Ilenricus Cuyckius (1) tot Disschop' gekozen en 30 Juli 1590 door den aartsbisschop Mathias Hovius te Mechelen gewijd werd. Den 9llen Augustus daaraanvolgende deed hij zijn plecliligen intocht in de stad Roermond, waar hij door Geestelijkheid en Magistraat en door het Boermondsch volk blijde ontvangen werd. vEsto jidelisquot;: Wees getrouw! dat was de wapenspreuk, waarmede hij zijn bisschoppelijke loopbaan begon, deze had hij op zijn bisschoppelijken ring doen griffen, om ze altijd voor oogen te hebben, en daaraan ook getrouw, wist hij de toenmaals zoo groote moeielijkheden van het Episcopaat te dragen. Door woord en daad, door boekwerken en verweerschriften, door brieven en overtuigende redevoeringen wist hij het katholiek geloof te verdedigen, de zeden te verbeteren. Eén bisdom alleen was te klein voor
(1) Henricus Cuyckius (van Cuyk) was te Kuilenburg uit gods-eiienstige ouders geboren. Na zijn lagere studiën te Utrecht te hebben afgemaakt deed hij zijne Philosophie te Leuven, waar hij in â 1066 de eerste plaats behaalde. Na aldaar ook de Theologie bestudeerd te hebben, en tot de verschillende graden to zijn opgeklommen, werd hij als Doctor, met vele waardigheden bekleed en ten laatste als Deken der H. Petrus-kerk, Vicarius Generaal en cffieiaal van Leuvens bisdom, als Rector der Universiteit, tot bisschop van Roermond benoemd. Na een ijvervol en werkzaam leven stierf hij aldaar in het begin vpn October 1609.
â XXIX â
zijn geloofsijver. Ook daarbuiten werkte hij op wonderbare wijze. Hij aarzelde niet, om Prins Maurits zijne afdwalingen onder de oogen te brengen, om aan Florentius de Pallant, graaf van Kuilenburg de bewijsstukken der katholieke leer te zenden, ten einde zijn geboorteplaats voor ketterij te vrijwaren, om aan verschillende afvalligen brieven te richten en hen tot terugkeer naar het ware geloof aan te sporen. Was het wonder, dat aan dien ijverigen Prins der Kerk bij het Provinciaal Concilie te Mechelen in 1608 gehouden, opgedragen werd te zorgen voor een Catechismus, die voor geheel de kerkprovincie eensluidend zou zijn ; dat wij aan hem den nog altijd zoo beroemden Mechelschen Catechismus danken? (1)
Maar in welke betrekking komt dit alles, zoo spreekt gij wellicht, lezer, met de vereering van 0. L. Vrouw in 't Zand? Ik beken het: oppervlakkig gezien in geene, en toch als men dieper ingaat in de geschiedenis, dan, zal men bekennen, ligt juist in zulk een leven van zulk een bisschop de grondslag van de glorie, welke aan 0. L. Vrouw in 't Zand na zijn dood zou gegeven worden. Want was zijn geloofsijver levendig, zijne liefde voor Maria des te grooter. Dit gaat samen. Daarom voerde hij in geheel zijn bisdom de gulden Mis in op den Quatertemper-Woensdag van den Advent, en zorgde hij, dat zij er ten allen tijden zou gezongen kunnen worden; (2) daarom spoorde hij zoo dikwijls aan tot bedevaarten naar Maria-heiligdommen en deed hij zelf in het jaar 1605 een zilveren Christofïelbeeld vervaardigen door M1' Michiel Swerin, een waar meeslerstuk van kunst, en dit door Roerraond's Burgermeester te Scberpenheuvel offeren. (3) Zijne bijzondere devotie tot 0. L. Vrouw kent men nog uit een boekje, vermeld door Pater Wichmans en gedrukt in 1592, ten gebruike eener Broederschap te Leuven in België, en vooral uit zijn monument, dat nog immer bl'jft spreken, den Mechelschen Catechismus. Naast de leer der Kerk toch over Maria vindt gij daar de godvruchtige gevoelens van de ijverigste Kerkleeraars en dienaars van Maria, in korte en duidelijke woorden terug.
Maar waarom mocht hij dan niet liet nieuwe heiligdom herbouwen voor het wonderbeeld van ü. L. Vrouw in 'tZand? De tijdsomstandigheden, zoo meenen wij te moeten antwoor-
1
Zie Knippenbergh. Historia Eed. Due. Geldrise efc. (2) Ibidem p. 20-i. (3) Kroniek van Roermond op 1605.
â XXX â
den, van den SOjarigen oorlog, meer nog de bedroefde toestand van zoovele plaatsen in zijn bisdom, lieten het hem niet toe, maar gewaagd is het niet te veronderstellen, dat de grijsaard er zijn Deken Peter Pollius over gesproken heeft; want nauwelijks is de bisschop in 1609 ten grave gedaald en het 42jarig bestand geteekend, of »anno 1610 den 7 Septembris is den iersten stein aen ons lieve Vrouwe in 't Sandt van den nieuwe capelle doir den heer deken Pollio ende burgermeister Butgens gelaght worden.quot; (1)
Petrus Pollius (van den Poll) een man vol godsvrucht, een ijveraar voor de vereering van 0. L. Vrouw, die, gelijk zijn testament getuigt, »de gebenedyde Moeder Maria voor zijne sonderlinge patronesse genalden had,quot; in wien, reeds als kind, de zalige Petrus Canisius een bijzonderen aanleg voor deugd en geleerdheid ontdekt had, was dan de uitverkoren persoon, die als Vicaris generaal van het bisdom, de gloriezon van 0. L. Vrouw weer deed opgaan. Wel moet ook hier het stedelijk bestuur van Roermond met eere genoemd worden, want, had het bij de eerste kapel het patronaatschap bezeten, ook hier deed het zijn rechten en verplichtingen gelden. Met eenMattheus Butgens als Burgermeester aan het hoofd, zorgde het grooten-deels voor de benoodigde gelden, en legde ook den eersten steen. Maar zoolang de Kapel van 0. L. Vrouw in 't Zand bestaan zal, zal vooral Pollius' naam aldaar in eere blijven, want hem komt de eer toe dat werk te zijn begonnen, en na een tijdsverloop van drie jaren te hebben voltooid.
In 1610 dan legde hij den eersten steen, bouwde een kleine kapel, het tegenwoordige priesterkoor, en plaatste het wonderbeeld daarin. Voorzeker, wij mogen het met allen grond aannemen, de ijverige vereerder van 0. L. Vrouw had het eerst met groote plechtigheid, in processie, overgebracht uit de St. Christoffelkerk naar de Kapel.
En nu begon een nieuw tijdperk van bloei voor de devotie tot O. L. Vrouw in 't Zand. Van alle kanten kwamen pelgrims Maria vereeren in haar wonderbeeld, en zij van barer, kant toonde, dat haar die vereering hoog aangenaam was, ja bewees dit door wonderen. Immers in de stukken, die de Raad der stad in 1612 uitvaardigde, om een beroep te doen op de openbare liefdadigheid, in de smeekbede aan den aartshertog Albert van Oostenrijk en zijne gemalin Isabella Clara
(I) Kroniek vsn Roermond, bl. 205.
â XXXI â
Eugenia, dochter Philips 11, en in die aan deö Heer van Dalenbroek, tot ondersteuning bij de vergrooting der Kapel, wordt ons duidelijk gezegd, dat daar Ddaeyelix was groote devotie ende er weder verscheydc mirakelen geschieden.quot; Niet onduidelijk ook geeft ons dit Pater Otto Zylius S. J., in zijn werkje yiRurcemunda illustrataquot; etc. dat hij in 1613 uitgaf, te kennen, als hij zegt van de nieuwgebouwde kleine Kapel: iMiracidis claret aedicl'L.v B. V. sacra; door wonderen is heroemd de kleine Kapel aan de H. Maagd gewijden als hij verder het wonder verhaalt, dat wij reeds mededeelden, van het kind, dat zonder doopsel gestorven, in deze Kapel, onder aanroeping van Maria, weer in het leven kwam om na gedoopt te zijn met het water der bron, ten hemel op te vliegen. Nog een ander bewijs is, dunkt ons, daartoe voorhanden. In 1610 wordt de kleine Kapel gebouwd, en nauwelijks is zij voltooid, of twee jaar later reeds moet zij vergroot worden, en wel zóó dat zij meer dan driemaal grooter werd dan de pas gebouwde. Vanwaar zulk een ijver, tenzij de toevloed der pelgrims ontzaggelijk groot was geworden door de mirakelen, welke Maria er verrichtte?
In 1612 dan begon de deken Pollius, thans aangemoedigd door den grooten bisschop van Roermond, Jacobus a Castro, die in 1611 die bisschoppelijke waardigheid ontving, deze vergrooting. De geloovigen steunden hem met hunne giften, ook die van den aartshertog eu zijne echtgenoote bleven niet uit, terwijl wij ook met grond vermoeden, dat de Heer van Daelenbroeck (1) het niet onder zich liet om het hout voor die verbouwing van noode, ten geschenke te geven. En met zooveel ijver werkte men aan den bouw voort, dat hij den 15 Augustus 1613 geheel gereed was.
Op dien dag dan, feestdag van Maria's Hemelvaart, was er groot feest. De deken Pollius droeg er tusschen 6 en 7 uur plechtig de H. Mis op, »und dair is mit yver musijck gesongen und den gantschen daich sonder ophouden mit getail
(1) Eenvoudig en schoon is de smeekbrief, die daaromtrent door den Raad der stad aan dezen gezonden werd. Zij zegt daarin o. a. vals hebbe U. Ed L. bij dezen wel versuecken willen, dieselve willen sich gefallen laeten om Goddes wille van synen gewasse eenich timmer holt daertoe te geien ende te verehren, wel verseeckert sijnde der Goediger Godt sal sulx niet ongeloent maer het ander beter wassen laeten.quot;
â XXXII â
van yolck pelchrimatie und devotie gehalden.quot; De Paters Franciscanen trokken er in processie tegen 11 uur heen, en hielden er na hun Salve Regina hunne devotie, de Kruisbroeders zag men er tusschen 12 en 1 uur, en 's namiddags omstreeks 3 uur was er lof, en preekte er de Eerw. Heer M. Luncenius, pastoor der parochiekerk. Den stond de Raad een stuk geschut af tot het gieten van een klok voor de Kapel, die dan ook den 20'⢠gegoten en reeds den 21stcn door Mgr. a Castro plechtig gewijd werd in de Kapel. (1)
Vraagt men nu, hoe de Kapel er toenmaals uitzag, dan antwoorden ons de kronieken, dat zij zich uitstrekte tot daar, waar zich nu aan de muren aan weerszijden een pilaar vertoont n.1. naast den preekstoel en de St. Anna-kapel. Daar stond de groote voorgevel, waarin in het midden een groote dubbele deur was, en daarnaast aan weerszijden twee openingen met traliën, opdat men het Miraculeus Beeldje ook zou kunnen vereeren, als de Kapel gesloten was. De vermaarde put, waaruit het Beeld was opgehaald, lag er dus juist ter linkerzijde voor.
Ging men er binnen, dan aanschouwde men er drie altaren. Immers deze werden er insgelijks door Deken Pollius in 1613 geplaatst, en in 1614 door Mgr. a Castro met veel plechtigheid geconsacreerd. Op het hoofdaltaar was het wonderbeeld verheven, en de groote versiering daar rondom heen bestond in windels, krukken, ketenen en banden, welke er als de bewijzen der menigvuldige gunsten en wonderen door de pelgrims waren opgehangen. De rijke bracht er verder zijn exvoto in goud of zilver, de arme in was. Allen eerden en prezen Onze Lieve Vrouw in haar Wonderbeeld. Waarlijk er was nu een nog grooter tijdperk van bloei voor hare devotie aangebroken. Wel mogen wij dan instemmen met het volgend jaarschrift:
HeVr eerste Woon VerDWeen, een grooter rees Vit 't s;of, Zoo baart VerWoestlng JVIst Maria's hoogsten Lof.
(I) Aldus eene schriflelijke aanteekening berustende op het stad'iuis.
lapd im 0. L Tfoiw li \ Emi
TE
ROERMOND.
Een tijdperk van grooter bloei was er voor de devotie tot 0. L. Vrouw met de stichting der tweede Kapel aangebroken, zoo schreven wij in ons vorig nummer der Kroniek. Wij hopen het ditmaal te bewijzen, door de personen te beschouwen, die zich vooral in deze eeuw beroemd maakten ten opzichte van het miraculeus Beeld.
Op de eerste plaats treedt na den grooten Pollius, den derden bisschop van Roermond, Mgr. Jacobus van derBorgh, (a Castro) op den voorgrond. Deze, Amsterdammer van geboorte, gesproten uit de door en door brave ouders Gerardus Peterseri van den Borgh en Anna Janssen de Boys, had van zijne tee-derste jeugd af de verhevenste deugden voor oogen gehad, en eene buitengewone liefde tot God en tot de armen als erfdeel van zijne godvruchtige moeder (1) ontvangen. Daarenboven met een groot verstand begaafd, beloofde hij, goed geleid, een dier mannen te worden, waarop de Kerk met trotschheid kan nederzien. Dit gebeurde. Na schitterende studiën te Leuven behaalde hij alle graden, werd priester en spoedig tot professor in de godgeleerdheid benoemd in het groot collegie aldaar.
Maar dat licht moest nog meer schitteren op hooger kandelaar. Hij was reeds 51 jaar oud, toen Albertus van Oostenrijk hem tot Bisschop van Roermond wilde. De Paus benoemde hem, en na den 11 quot;cn April te Mechelen tot bisschop gewijd te zijn, deed hij den 19den Mei zijnen bisschoppelijken intocht
(I) De geschiedenis heeft ons geboekt, dat haar lichaam na haren dood een welriekenden geur verspreidde, zoodat alle vrienden en ge-buren verbaasd stonden.
â XXXIV â
binnen Roermond, waarbij geestelijken en leeken alle pracht hadden bijgezet. Aanstonds daarop met Pinksterdag doet hij zijne eerste Pontificale Mis in zijne kathedraal, maar treedt ook tevens al predikend op. En als een andere Paulus, zegt de geschiedenis, straalde zijn ijver en herderlijke liefde. Dat bleef' hij doen heel zijn bisschoppelijke loopbaan door. Den geheelen advent preekte hij uitsluitend in zijne kathedraal, op andere tijden in de overige kerken van zijn bisdom, ook in kloosters. Zelfs andersgezinden kwamen in menigte naar zijn woord luisteren, en daar het nu eens zacht en vriendelijk, dan vermanend en berispend, dan weder verpletterend was, kwamen er velen tot den waren schaapstal van Christus terug, en wist hij zijne eigene kudde voorbeeldig te besturen.
Meen echter niet, dat die groote man zijn eigen heiliging vergat. O neen, men weet werkelijk niet, wat men meer moet bewonderen, zijne buitengewone nederigheid, welke hem dikwijls, bij verzuim der dienstboden, de deur deed openen voor den zich aanmeldende, en hem de armste inwoners deed opzoeken, om ze bij ziekten en onheil te hulp te komen, of zijne heldhaftige versterving, welke hem des winters zonder vuur, den advent in onthouding van vleesch, de vasten ook van melkspijzen deed doorbrengen; welke hem zijn lichaam deed pijnigen door ijzeren punten en boetekleed, heel zijn leven lang; welke hem staande zijn brevier en immer tusschen vijf en zes uur des morgens zijne H. Mis deed lezen.
Maar wat eene devotie tot 0. L. Vrouw en vooral tot O. L. Vrouw in 't Zand straalt ook in dat leven uit! Nauwelijks is hij te Roermond als bisschop, of hij steunt Pollius in het bouwen van haar heiligdom. Heeft hij er ook al den eersten steen niet van gelegd, de klok ervan en de altaren zal hij zelf wijden. Hoe menigmalen trad hij daarna niet de stad uit, om Maria in haar kapel te vereeren, hoe vurig bad hij dikwijls daar uren lang aan den voet van haar wonderbeeld om licht en kracht te midden van zijn moeielijk bestuur , ja, voorzeker bij alle processies der stad naar 0. L. Vrouw in 't Zand, bij alle plechtigheden in hare kapel, was de groote dienaar van Maria, die eiken avond met zijne dienstboden neerknielde, en dan na de groote Litanie die van Onze Lieve Vrouw voorbad, zoo veel hij kon, tegenwoordig; herhaalde malen werden op die door zijne handen geconsacreerde altaren de H. Geheimen gevierd.
â XXXV â
Naast die schoone figuur van dezen heiligen bisschop â wij zeggen, gelooven wij, niet te veel, want zes weken na zijn dood, hij stierf den 24stcn Febr. 1639, vond men zijn lichaam nog geheel ongedeerd en beweeglijk, terwijl het een aange-namen geur verspreidde, (1) â scharen zich twee andere uitgelezen'en heilige vereerders. Het zijn de geestelijke dochters Agnes van Heilsbach en Joanna Baptista van Randenraedt.
Agnes, geboren te Wassenberg in het jaar 1597, had in hare kinderjaren eerst wel ietwat te veel toegegeven aan de wereld, nochtans altijd zoo, dat zij later kon getuigen aan haren biechtvader: igt;Wat de suyverheijt aengaet, mij docht, dat ick liever hadde terstont te sterven, als iet snlckx loe te staen; soo groot was mijn schroom van die sondequot;. Dooreen preek over de vier uitersten echter tot inkeer gekomen, maakte zij een bedevaart naar Roermond, en besloot boetvaardigheid te doen en zich bijzonder op de vereering en navolging van Maria toe te leggen. Sinds kwam zij eiken Zaterdag uit Wassenberg naar Roermond en bezocht dan en vereerde Onze Lieve Vrouw in 't Zand. Eerst genegen voor den kloosterstaat, ontving zij echter op wonderbare wijze de verzekering, dat zij daartoe niet geroepen was. Op 27jarigen leeftijd vestigde zij zich voor goed te Roermond, en nu kon zij zoo veel zij wilde aan hare devotie voor het miraculeus Beeldje toegeven. Onder leiding der paters Jezuïeten geplaatst, nam zij het zwarte kleed der geestelijke dochters aan, die toenmaals te Roermond een zekere Congregatie uitmaakten, zonder echter juist tot een kloosterregel verplicht te zijn. Om haar heiligen en strengen levenswandel werd zij spoedig door velen als meesteres in het geestelijk leven gekozen. Haar geheel leven ademt een buitengewone heiligheid. Zij was waarlijk een dier zielen, die door God geroepen zijn om het sterke der wereld te beschamen.
Bij haar beschouwend leven koos zij zich als werkend deel: het geestelijk onderwijs der kinderen. Met nog twee andere,
(I) Dat zijn naam in zegening cn hoog in eere bleef, getuigt wel, dat ons onlangs nog uit 's (iravenhage een stukje zijde van zijn kazuifel werd toegezonden met de vertrouwbare verzekering, dat ook nog in het laatst der vorige eeuw zijn lichaam niet vergaan was. Om de omstandigheden der Ftansche Revolutie schijnt deze zaak geheim gehouden te zijn. Later hopen wij in staat te zijn daaromtrent meer ophelderingen te geven.
â XXXVI â
waaronder de jonkvrouwe Joanna van Randenraedt, welke wij straks zullen bespreken, verdeelde zij de stad in drie deelen, ging tot alle huizen der arme menschen, vergaderde de kinderen een uur voor den Catechismus in hunne huizen en leerde aan deze den Catechismus. En, zegt haar levensbeschrijver, »als de Catechismus gheeindigth was, en was haer liefde noch niet voldaen: Maer gonck alsdan, met inwendighe vreught overgoten naer Onse Lieve Vrouwe op 't Sandt, alle dese kinders in haer herte besluytende, ende als mede drae-hende.quot; Daar droeg zij ze aan Maria op en mocht ook van aar vernemen, dat dit onderwijs haar zeer aangenaam was. Was het wonder, dat zulk een ijver op buitengewone wijze beloond moest worden ? Hoor, wat ons haar levensbeschrijver daarvan opteekent. Toen zij eenige jaren in Roermond ge -woond had, nam zij haar intrek bij juffrouw Botters, insgelijks
eene geestelijke dochter..... Daar overviel haar eene »groote
hertpyne, krachteloosheydt ende afgeteertheijdt des lichaams.quot; Zij was zoo zwak, dat zij de kracht niei meer had om te spreken, veel minder om op te staan of te gaan. »Maer den Biechtvader heeft haar gelast naer onse lieve Vrouw op 'l Sant te gaen, en de aldaer de verlossinghe van dese quaelen te versoeken. Soo dit van den Biechtvader gheseijt wiert, sagh sy uijt synen mont een licht tot haer herte komen, dat den selven ooghenblick alle de voorseyde krankheden wegh nam.quot; En Agnes ging aanstonds God lovende naar de Kapel om de H. Maagd voor deze onverwachte genezing te bedanken. (1) Zoo loonde God hare groote devotie voor Onze Lieve Vrouw.
Nog een ander feit, niet onaardig om mede te deelen, vonden wij onlangs in een deel barer eigen geschriften, toevalliger wijze teruggevonden. Daar lazen wij, dat zij op last van haar biechtvader naar Wassenberg gegaan zijnde, des avonds terugkwam, toen de poorten der stad reeds gesloten waren. Het was midden in den winter, acht dagen voor Kerstmis. Wat te doen? Na Onze Lieve Vrouw in 't Zand vóór haar kapel gebeden te hebben, ging zij naar het huis van den koster en »ick badt den kosterquot;, zoo schrijft zij, »dat hij mij
(I) Leven van Agnes van Heilsbach D. I. c. 19. § 4. Dit leven werd, gelijk dat van Joanna van Randenraedt, geschreven door den Jezuïet Daniël Huysmans, een buitengewoon vroom missionaris, die als biechtvader ook Joanna van Randenraedt bij haar sterfbed ter zijde stond.
â XXXVII â
die nacht in die kapel wau laetten sitten, hij was daer meede
te vreeden........ dien nacht en sliep ick niet veel, als mijn
oogen eens toe viellen om te slaepen, soe wast al oft ick oracingelt waer geweest van een menichte van Engelen; â dien nacht en waers mij niet te lanck.quot; Waarlijk uit deze daad en deze eenvoudige woorden spreekt hare groote devotie. Wilt gij nog meer haar als dienares van Maria leeren kennen ; lees dan haar leven. Gij zult daar zien, dat zij dagelijks door Maria alle hare gebeden aan God opdroeg, dat zij eiken dag het rozenhoedje en de getijden der Onbevlekte Ontvangenis bad, dat zij iederen middag mediteerde over het Wees gegroet. Gij zult haar daar leeren kennen, als ieder oogenblik de eer van Maria zoekende te vermeerderen in anderen, want Maria was nooit uit haar hart, nooit uit haar gedachte, o daarover sprak zij het liefst en bijna altijd. »Bij daghen was Agnes voor de Beelden van de H. Maeghet Ie vinden; ende bij nachten hadde zij het Beeldt van dese liefde Moeder tusschen haere armen.quot; (!) Als er slechts iets tot vermeerdering van Maria's eer te doen was, dan liet Agnes nooit haar dienst ontbreken. Zoo leefde zij en zoo ook stierf zij den 7den Jan. 1640, Joanna Baptista de Randenraedt als de erfgename barer devotie tot 0. L. Vrouw in 't Zand achterlatend.
Deze jonkvrouwe hebben velen van onze lezers reeds in vroegere jaren, en in 't bijzonder het vorig jaar, toen wij den 200sten verjaardag vierden van haar zegenrijken dood, leeren kennen. Den 18aen Oct. 1610 te Brussel geboren uit een oud adellijk geslacht, ontving zij van bare godsdienstige ouders eene heilige opvoeding. Het kind was daarenboven door God bijzonder begenadigd, want reeds als teeder wicht koos zij Jezus tot haar Bruidegom en Maria tol hare Moeder. Spoedig vestigde zij zich met hare ouders te Roermond, en begon daar hare buitengewone liefde en devotie te toonen voor Maria, vereerd in haar wonderbeeld in 't Zand.
Geestelijke dochter als Agnes geworden, kwam zij op een Vrijdag in de Vasten van het jaar 1632 in de Kapel de H. Mis bijwonen, die alsdan, gelijk ook nu nog, daar om 7 uur gezongen werd. Toen verwierf Gods moeder haar eene bijzondere gunst. Onder de H. Mis dacht zij meer dan ooit aan Jezus' kruisdood, en zie, nu aanschouwt zij opeens ha-
(l) D. II. c. 5.
â xxxvm â
ren minnelijken Bruidegom, zoo strak mogelijk gespannen op het kruis en »ick bevontquot;, zoo schrijft zij, ndat alle sijne leedekens deur die stijve spanninge soe van malkanderen als gescheiden scheenen, dat deen van dander geenen troest ont-finckquot;. Dat trof haar en zij bood zich aan om alles voor Jezus te verduren tot het uiterste toe, niets meer begeerende aan te hangen dan Hem alleen. Zij verlangde het kruis met hem te dragen en daaraan te sterven voor de zaligheid der men-schen. sEnquot;, zoo gaat zij verder, »naer die misse nog sit-tende int gebet, wirt mij een cruis op mijn schauderen geleidt,.... soe groot ende lanck, soe dat ick gelyck achterwaerts omsiende geen eeind en kost sien Ende het gebeurden alsoo.quot;
))Ende het gebeurden alsoo.quot; »Ja, sinds dat oogenblik was Joanna's leven een leven van lijden, een leven van kruisen. Sinds leed zij door de tegenspraak van vele harer familieleden, ja zelfs door die van hare vrienden, sinds droeg zij het kruis van ziekten en ellenden, sinds leed zij een voortdurend zielelijden, heel haar 74jarig leven lang. En was het kruis haar niet zwaar genoeg, dan zocht zij een nog zwaarder in buitengewone verstervingen en boetedoeningen, zoodat zij onophoudelijk door hare geestelijke bestuurders moest gematigd worden.
Hoe gaarne zouden wij, met hare geschriften en brieven voor ons, uitweiden over dat zoo bewonderenswaardig leyen, doch hiervoor is het thans de tijd niet, wij mogen haar aheen doen kennen als de groote vereerster van 0. L. Vrouw in 't Zand, wij mogen alleen er op wijzen hoe door baar die devotie, gedurende geheel haar langdurig leven grooter en grooter werd en zij vooral bekroond werd op bet einde door een zeer groot en merkwaardig feit. Toen dan ook kon zij in een harer laatste brieven (1) schrijven: ygt;ik heb mij soo ver blij t met alle die soette devolien van ome lieve Vrouw in 't Sa7)t, alle dat roepen en bidden van klein en groot, jonck en oudt,quot; en ter eeuwige ruste ingaan.
Over dit alles echter. Lezer, hoop ik u een volgende maal te onderhouden.
(1) «Aen die Eerweerdigge Religieuse Meere Anna Yictoer, Ursse-ine Ruremunde. 21 Maart 168i.
â XXXIX â
BERICHTEN.
â In onze vorige kroniek deelden wij aan onze lezers de groote gunst mede dat Z. H. Paus Leo XIII de groote Jubilé-aflaat schonk aan allen, die van den 19 Juli tot den 15 September, onder de gewone voorwaarden de Kapel komen bezoeken en daar bidden voor de voortplanting des geloofs en volgens de meening des H. vaders. Het Jubilé, zoo schreven wij, zal dus aanvangen op Zondag 19 Juli dezes jaars en duren tot en met 13 September. Dat is zoo. Schoon de eigenlijke uitwendige viering, waarin de geheele stad mede doet, slechts duurt van 13 Aug. â13 Sept., moest om de vele processies en bedevaarten, welke nu reeds de toezegging deden om in den Jubilétijd hierheen te komen, de aüaat over langer tijdruimte uitgestrekt zijn. Wij hopen dan ook, dat vele geloovigen in dien tijd het genadeoord zullen bezoeken, maar vooral dat veie parochies met hun herder aan het hoold, in plechtige optochten, biddend en zingend en met tal van vanen (dat alles is geoorloofd) ter beevaart zullen snellen, om naast de groote gunst des Pausen, tal van genaden in dit grootsehe jubeljaar af te smeeken. De Eli. Heeren Geestelijken zullen, zoo hopen wij, daartoe krachtig mede werken. (I)
â Om daartoe nog meer hij te dragen heeft Z. H. de Paus nog een nieuwe en buitengewone gunst ten eeuwigen dage geschonken aan deze Kapel. Zooals wij reeds mededeelden in een onzer vorige kronieken, kunnen alle priesters, die ter beévaart komen, daar op alle tijden des jaars, uitgezonderd eenige weinige dagen, de votief-Mis van O. Ij. Vrouw lezen aan het altaar van het miraculeus Beeldje. Thans heeft Z. H. ook toegestaan : 1°. dat diezelfde Mis plechtig kan gezongen worden aan het Hoogaltaar, telkens als een processie het Genadebeeld bezoekt; 2°. dat aan het altaar van het miraculeus Beeldje, die H. Mis ook kan gelezen worden, als het daar niet aanwezig mocht zijn en op haren troon midden in de Kapel geplaatst is ; en eindelijk 3°. dat ook de Paters, die aldaar wonen en het bestuur der Kapel hebben, dit insgelijks aan bovenvermeld altaar het geheele jaar door, behalve op de uitgezonderde dagen, kunnen doen.
Nu zal dan heel het jaar door het * Salve sancte parens : wees gegroet, heilige Moederquot;, dat er van de lippen van zoovele geloovigen reeds vloeide, ook weerklinken uit den mond des priesters bij het vieren der H. Geheimen, en telkens als dat Misoffer gevraagd wordt voor een zieke, voor de bekeering van een zondaar of zondares, of voor welken nood ook, zal dit meer uitdrukkelijk ter eere van Maria worden opgedragen en zóó de Moeder van Jezus nog sterker gedrongen ja gedwongen worden onze voorspreekster te zijn bij haar almach-tigen Zoon.
(d) Tot het bespreken van dag em. wende men zich, liefst zoo spoedig het kan, tot den Rector der Kapel: den Zeer Eerw. Pater C. J. Huhermans.
â Eindelijk mogen wij hier wederom eene buitengewone gunst vermelden, verkregen door tusschenkomst van Maria.
Genezing van een teringlijder.
Z.Eerw. Pater.
Door deze verzoek ik UEerw. het volgendein «De Volks-Missionarisquot; te willen plaatsen.
In den tegenwoordigen tijd wil men van geene wonderen weten, ja zelfs hoort men menigmaal van Katholieken verkondigen «er gebeuren geen wonderen meerquot;, doch voor een geloovig harte is schier geheel het menschelijk leven eene aaneenschakeling van wonderen, zoowel in de natuurlijke als bovennatuurlijke orde. Menigmaal heb ik bijstand der H. Moedermaagd ondervonden, doch de onlangs ondervondene is te treffend, om onvermeld te laten.
Vader zijnde van een achttal jeugdige kinderen werd ik op het ziekbed geworpen, mijn toestand verergerde bovenmate, de longontsteking had reeds hare verontrustende werking voortgezet, en wel zoo, dat ik ten volle bediend moest worden. â De eerw. geestelijke vroeg naar mijn toestand en ik antwoordde: och Pater, als Maria geen wonder wrocht, gevoel ik dat het sterven niet verre meer is. En werkelijk, de geneesheer en geestelijke hadden spoedig alle hoop opgegeven, doch Maria van Altijddurenden Bijstand, op wie ik vertrouwde, stond mij bij; er werd veel gebeden, vele goede werken gedaan, een novene gehouden, ik gebruikte het water van Lourdes en van O. L. Vr. in 't Zand, en ziet, nog voor de novene ten einde was, gevoelde ik mij oneindig beter, de ziekte was verdwenen, alleen zwakte restte mij, doch Maria, die de volmaaktheid zelve is, nam ook dit spoedig van mij. De pater gaf Maria de eer, de geneesheer had in zijne drukke en veeljarige praktijk nog niet ondervonden, dat die ziekte in zulk een hevigen graad, zoo spoedig genezen was.
Bij een andere gelegenheid hoop ik UEerw. een niet minder belangrijke genezing te vermelden van een ondankbaren doch liefhebbenden dienaar van Maria.
Hoogachtend heb ik de eer te zijn UEd. Dienstv. dienaar, A. H. H. R.
ROERMOND.
Roermond is en blijft ten allen tijde bij uitnemendheid een Mariastad, Als gij de stad ingaat en hare wijken doorloopt, dan ziet gij overal het beeld der H. Maagd in een of andere nis der straten geplaatst. Bloemen en licht versieren die beelden vooral op de Zaterdagen en de vooravonden van Maria's feesten. Ja op die feestdagen en in de Meimaand kan men eenigerraate van Roermond zeggen, wat men van Rome schrijft, zoo dikwijls men daar een jubelfeest van Maria viert: van alle pleinen en straten lacht u het minzaam gelaat der Onbevlekte toe.
Van waar die groote devotie tot de H. Maagd? Van waar anders dan van de innige liefde, welke die Mariastad immer voor O. L. Vrouw in 't Zand aan den dag legde. Doch wil eene devotie levend blijven, dan moet zij ook nu en dan worden opgewekt. Welnu, veel heeft Roermond daarin te danken, na hare bisschoppen en priesters, aan Joanna Baptista van Randenraedt.
Begeef u met mij, lezer, in den geest, naar deze stad, omstreeks de jaren 1632â1637. Waarlijk dat was een droevige tijd. De Staten hadden den 5don Juni 1632 de stad veroverd, en schoon bij de overgave door de protestanten belofte was gedaan van godsdienstvrijheid, was deze, helaas, spoedig vergeten geworden. Gelijk ook nu nog, was vooral de Moeder Gods vereering een doorn in hun oog, en konden zij die openbare kapelletjes op de straten niet dulden. Zij verwoestten er twee en verbrijzelden de beelden onder hunne voeten. De burgers hadden dit rnet leede oogen aanschouwd. O, hadden zij de eer van hunne Moeder mogen wreken !
â XLII â
Vooral groot was de droefhamp;id van Joanna Baptista van Randenraedt, die met Agnes van Heilsbacli en Lucia de Werimont immer zoo zorgvol voor de versiering dier beelden ijverde. Maar zij begreep, dat God moest verbeden en ge-
srn6Gkt worden.
Zij, die in de kapel van O. L. Vrouw in 't Zand in April van hetzelfde jaar, dat Roermond genomen werd door de Staatschen, dat zware lijdenskruis had gekregen, dat heel haar leven duurde, voegde nu bij dat lijden vele gebeden, hjls-kastijdingen en verstervingen om het protestantisme uit Roermond te weren, en bad' en bezwoer Maria, nu eens m quot;6 kapel voor haar Wonderbeeld, dan te huis voor haar beeldje, dat zij immer voor zich had, dan weder in de Maria-Mun-sterkerk of in de kerk der EE. Paters Jezuïeten, dat toch Roermond weder terug mocht keeren tot zijn wettigen Heer. En ziet, toen zij, na vijfjaren onophoudelijk gebeden en gesmeekt te hebben, op den dag voor het feest van den H. Bernardus, den 19 Augustus, wederom in de Munsterkerk met vernieuwden ijver bad voor het altaar van het H. Sacra-ment, en niet meer wist, wat zij moest doen om God te pramen tot erbarming, toen viel haar op eens in, eene gelofte te doen. Zij beloofde de zoo schandelijk onteerde kapelletjes te herstellen, een nieuw omtrent de Venloosche poort op te richten, en daarenboven een Mariabeeld te plaatsen in den voorgevel van het Gasthuis bekend onder den naam van het Pollartshuis, staande op het Schuitenberg. Nauwelijks heeft zij dit beloofd, of op dien eigen dag nog, 19 Aug. 163quot; (1) komt een bericht, dat het koninklijk leger, onder aanvoering van den Prins-Kardinaal in aantocht is om Roermond te bevrijden, Weldra was deze tijding waarheid, den 28sten Augustus lag het leger voor de stad en belegerde haar van vier zijden. Ofschoon de vijand zich ook bij de kapel in t Zand plaatste en van daar zijne granaten op de stad wierp, bleef deze, hoezeer deerlijk gehavend door de bommen, welke uit de stad geworpen werden, God zij dank, gespaard voor vernieling.
Toen men nu gedurende 5 dagen de stad onophoudelijk beschoten had, kon de 1100 man sterke bezetting, waarover
(1) Zie: Narratio de obsidione etc. Ruram., medegedeeld door J. B. Sivré, pag 5.
â xun â
majoor Carpentier het opperbevel voerde, haar niet langer verdedigen. Op den 3den Sept. onderhandelde hij met den vijand, en verkreeg nog dienzelfden dag eene capitulatie voor het garnizoen. De Magistraat der stad machtigde van zijn kant den bisschop, het kapittel, den prior der Kartuizers en den rector der Sociëteit van Jezus, om zich insgelijks daartoe naar het veldleger te begeven. De gewenschte uitslag werd gevonden, de Raad onmiddellijk door een nieuwe vervangen, en den daaraanvolgenden dag de Prins-Kardinaal plechtig in de stad ingehaald en aan hem de sleutels der stad aangeboden.
Zoo was dan het gebed van Joanna tot Matia verhoord. Nu vroeg ook hare belofte vervulling. Wat doet zij ? Zonder schroom gaat zij naar den grooten bisschop Mgr. a Castro ; verhaalt hem wat zij beloofd heeft, en weet alsdan te bewerken, dat de herstelling der Mariabeelden in plechtige processie zal geschieden. Weinige dagen daarna zag men dan ook zulk een triomftocht ter eere der Moeder Gods door Roermonds straten zich bewegen. Verschillende geestelijke en wereldlijke overheden, ja het kapittel en de bisschop zelf bevinden zich aan het hoofd er van. Met de Mariabeelden trekken zij eerst zegevierend door de stad, en plaatsen ze daarna door de hand van hunnen eerbiedwaardigen kerkvoogd in hunne vorige nissen en daar, waar Joanna dit bepaald had. Waarlijk zoo ooit de devotie tot O. L. Vrouw vergroot werd binnen Roermond, dan was het op dien dag.
Moet het nog gezegd worden, dat na die merkbare bescherming der H. Maagd, Roermonds ingezetenen nog ijveriger waren in hunne devotie tot 0. L. Vrouw in t Zand, dat zij milde offers brachten om de beschadiging, welke de kapel geleden had, ruimschoots te herstellen, ja de kapel daarenboven te verfraaien en op te luisteren? â En dat hun ijver ook groot was om het wonderbeeld in hare kapel te bezoeken, blijkt wel daaruit, dat op verschillende feestdagen van 1638 plechtige Hoogmissen werden gezongen, dat er behalve de gewone processiën, die er in Mei en in September heen trokken, nog bijzondere plaats hadden gedurende de Paaschdagen 'der volgende jaren. Wie daar altijd bij tegenwoordig was, en wie dan vooral »met goei devotiequot;, zooals zij zelf schrijft, voor sonse live vrau opt Santquot; kon bidden, behoef ik niet te herinneren. Dat was de groote minnares des Gekruisten, Joanna Baptista van Randenraedt! In de vol-
â XL1V â
gende dagen zien wij dan ook hare vereering immer aangroeien. Zoo vindt men in hare geschriften van het jaar 1640 tot vijf malen toe melding gemaakt van bijzondere bedetochten welke zij met hare vriendinnen of met de processies der stad naar 0. L. Vrouw in 't Zand ondernam. Nu eens was het om er te bidden voor den vader van Anneken Mestrom ; bij het vertrouwen op zijne genezing vkreegh ikquot; zegt zij valdaer eenen nieuwen moed, een heel nieuw leven te beginnen ; dan weder was het om daar te communiceeren en de H. Mis te hooren; dan weder op bevel van haren biechtvader, om geestelijke gunsten voor haar en anderen af te smeeken. Waarlijk het is treffend, hoe zij dat alles met eene diepe eenvoudigheid verhaalt. Hoe te bejammeren is het echter, dat de geschriften van latere jaren tot nog toe niet in hun geheel zijn teruggevonden! Hoe menige bijzonderheid zou ons gegeven zijn omtrent het Wonderbeeldje en zijn heiligdom, die nu helaas nog immer in het duister ligt !
Waren deze toch tot ons gekomen, dan zou het duidelijker worden, welk gevaar de kapel bedreigde, in het jaar 1642, toen men de altaren naar de Maria-wee (een wijk der stad) moest overbrengen, opdat ze daar in veiligheid zouden zijn; dan zou men meer bijzonderheden gevonden hebben omtrent de vele processies, die de kapel in die jaren en vooral na den Munsterschen vrede bezochten ; dan zou de groote roem van O. L. Vrouw in 't Zand door daadzaken blijken, roem, dien men nu slechts kan opmaken uit de buitengewone inkomsten van dien tijd, zoodat herhaalde malen de stad Roermond daar gelden opnam om in haren nood te voorzien 1); uit het aanzienlijk aantal rijke voorwerpen, zooals kerk- en altaargewaad, kelken, kruisen en exvoto's in goud en zilver enz. in dien tijd ten geschenke gegeven 2); roem, die vooral straalt uit deze bijzonderheid, zooals Knippenberg ons verhaalt, dat, toen men besloot den 31 Juli 1643 te Kevelaar
1) In 1644- leende de kapel o. a. aan de stad 280 Gld.; in Oct. van hetzelfde jaar lbO gld.; in 1647 584 gl. 7i. In de volgende eeuwig Jan. 1755 leende de kapel nog aan de stad voor het bouwen van de stecnen brug over de Roer 800 patlaeons of 2560 gld. tegen 2'/»quot;/. Men kan nawijzen, dat de interessen tot 1787 betaald zijn, maar of en wanneer de schuld is afgelost ? â De Fransche Kevolutie ïal daarop het antwoord moeten geven.
2) Men zie v. Krugten bladz. 90 â 95.
â xlv â
een nieuwe kapel te bouwen, de Vicaris-Generaal Bauduinus de Gaule niet beter wist dan deze te doen oprichten naar het nauwkeurig plan wan die in 't Zand te Roermondquot;.
Ja, hadden wij vooral eenige geschriften van Joanna over het jaar 1657, dan zouden wij weten, wat aanleiding gaf tot die groote Novene, welke alsdan ter eere van het miraculeus Beeldje in de stad gehouden werd. Toen immers werd den 22 Juni een altaar in orde gebracht in de kathedraal; »Juf-frouwe Randenraedtquot; zoo weten wij van elders, zorgde er voor het te bekleeden en op te sieren. Op den 24 Juni, feestdag van den H. Joannes, trok men naar de kapel en werd ygt;'t miraculeus bildt van onse lieve Vrouwe in 't Santquot; in plechtige processie vin de hooghkerke gebracht en daer een sermon e» loff gedaen.quot; Des anderen daags werd het weder in pi'ocessie rondgedragen, en trok men er mede naar de oude kathedraal, de H. Geestkerk, en van daar weder naar de St. Christoffel. Daar was iederen morgen tot den 2den Juli toe plechtige ygt;Hooghmisse met musick,quot; 's avonds insgelijks ygt;loff met musicant en choraelenquot;. En gepreekt werd ter eere van 0. L Vrouw in 't Zand niet slechts op den lstcn dag der novene maar ook op »Peter en Paulm dach, op Sondach den 1 Julijquot; en op den 2llen ygt;fest van 0. L. Vr. Visitatie.quot; Ja zij moet wel bijzondere redenen gehad hebben, die plechtige novene, Roermond moet toen veel gebeden hebben tot 0. L. Vrouw in 't Zand, en toen de paters Recollecten 't miraculeus Beeldje den 3dcn Juli met processie wederom »naer die cappeilequot; brachten, toen moet die uitverkoren Maria-Stad weder rijker en rijker zijn geweest aan buitengewone genaden. Nog ocns, wij bejammeren het, dat wij daarover niet meer bijzonderheden vonden, en vooral dat de reden tot nog toe niet achterhaald is, waarom die novene gehouden werd.
In 1059 kreeg Roermond wederom een nieuwen bisschop. Den 18 Juni deed Mgr. Eugenius Albertus d'Allamont als vijfde bisschop zijne intrede in de stad. Was ook hij een groot vereerder van 0. L. Vrouw in 'tZand? Ja, lezer, één enkel feit hebben wij maar te noemen en gij zult het met ons instemmen. De groote Wilhelmus Blitterswyck, Raadsheer des koning, die een heerlijk werk achterliet over Roermond, hij zal het u mededeeien ; het betreft den grooten en rampzaligen brand van het jaar 1665. Ja, zoo ooit mocht men dezen met het volgend jaarschrift kenmerken: horrIbILe
â xlvi â
fVIt InCenDIVM. Dat was een vreeselijke brand. En het volgende rijmdicht in de eigenaardige taal der oude kronieken, verklaart het:
Den laesten Mey op kermis dagh,
Als in de Stadt men vieren sagh.
De Borgery, met vrolyckheyt.
De heylighste DRYVÃLDIGHEYT:
Syn tot elf hondert huysen toe
In brandt geraeckt, men weet niet hoe,
Met negen Kercken, en daer by
Vyf Kloosters, t' Noenhoff, een Abdy,
ï'Jaer duyst ses hondert sestigh vyf
1st ongeluck, waervan ick schryf,
Te Ruremond ghesien gheweest,
Op haere alderblydtste feest.
Soo haest volgt droefheyt naer de vreugt,
Soo haest verdwynt dat hier verheugt.
Welnu toen Roermond zoo vreeseiijk geteisterd was, en de bisschop niet meer had kunnen redden dan de bulla der oprichting van het bisdom, toen het volk daar radeloos over de puinhoopen liep van de voor 9/10 verbrande stad, toen wist die herder met zijne kudde nergens anders troost te vinden dan in de kapel in 't Zand. Hoor, hoe ons de latijnsche verzen van Blitterswyck worden weergegeven. (1) De bisschop wilde eerst alleen in stille er heen gaan. Maar velen staarden hem met angstig oog, verlegen op zijne schreden na. Men vroeg hem allerwegen :
»Hoe, Vader, onze hoop, spoedt gij ter vesting uit,
En laat Gij uwe stad den vlammen dus ten buit!
Neen, neen, Ge ontvlucht ons niet; waar ook Ge U zult begeven, Wij volgen, moesten we ook aan uwe zijde sneven.
Eén lot wacht ü en ons: wij strijden éénen strijd.
De dood zal zoeter zijn, als Gij slechts bij ons zijt.quot; Hij sprak: »Ik vlucht noch brand, noch u, mijn teerbeminden, Maar 't heilig altaar, waar ik licht en troost zal vinden, Maria's Beeld in 't Zand, dit roept ons om zich heen.
O deze lieve Vrouw, zooals zij placht voorheen.
Zal hulp verschaffen. Ziet, zij houdt haar schoot ontsloten, Hier Is Door aLLen tIJD De VelLge rYst genoten.quot;
(1) Men vindt de elegie in zijn geheel ook in v, Krugten, bladz. 102 en 103.
â XLVII â
En vol vertrouwen op Maria's bijstand volgden allen hun beminden herder, en baden in de kapel voor het Wonderbeeld. Daar werden zij inwendig opgebeurd door de Troos-teresse der bedrukten; Maria ook zorgde voor onderstand, want in alle omliggende dorpen werden de van have en goed beroofde burgers liefderijk opgenomen en de bisschop sWerd gastvrij door den Heer van Daelenbroek onthaald. Zoo zag de Herder voor zijn zorgen zich betaald.
Voorwaar geen beter wacht kon dit kasteel bewaken.
Noch kon de godsvrucht onder veilger dak geraken.quot;
Het volgend jaar 1666 werd die groote Bisschop tot het Bisdom van Gent geroepen, en bleef de bisschoppelijke zetel van Roermond 10 jaren ledig. Intusschen bekleedde de deken van de Kathedraal, Jacobus van Oeveren, de waardigheid van Vicaris-Generaal. Ook deze moet geroemd worden als een der groote vereerders van 0. L. Vrouw in 't Zand. Reeds in datzelfde jaar zien wij hem yteene solemneele processie met de ganse clergiequot; ordonneeren naar de Kapel in 't Zand, op St. Rochusdag. Maar niet slechts uit zich zeiven doet hij dit; neen, de edelachtbare Magistraat, wel wetende, dat hij bij een groot vereerder van Maria aanklopte, â want door hem ook was die groote novene in 1657 gevierd, â had hem dit dringend verzocht. En waarom dit? »0m Godt Almachtig te versoetien soo voor deze stadt aengaende de smettelycke sieckte, als oock voor het Vaderlandt aengaende den oirloch end» andere plagen.quot; Dat zijn de redenen, welke ons in de Acta Episc. Rurcem. bewaard zijn gebleven. Ja een schromelijke pest was er toen in deze stad uitgebroken, en door de voorspraak van 0. L. Vrouw in 't Zand hoopte men de bevrijding te verkrijgen. En schoon men op den 16 Aug. den in Roermond zoo hooggeëerden Patroon, tegen de pest vierde, meende men toch zekerder hulp te erlangen, als men met dien Heilige, ook ygt;de Hulp der Christenen' in het Zand ging verbidden. Geen wonder, dat de pest ophield; zulk een vertrouwen van geestelijk en tijdelijk gezag, van priester en leek. kon niet onbeloond blijven.
â XLVIII â
BERICHTEN.
â Op den eersten Zondag van Mei kwam Roermond, gelijk gewoonlijk, ter bedevaart naar de Kapel in 't Zand. Meer dan 1000 personen namen er aan deel, daaronder de Seminaristen en de H. Familie en corps. Wat echter ditmaal vooral den luister van deze processie vergrootte was, dat zij geleid werd door den twee dagen te voren benoemden Bisschop-Coadjutor van Roermond, Mgr. F. Boermans. Bij het aanvaarden van dien hoogen doch drukkenden last meende Mgr.. riet beter te kunnen doen dan, gelijk een zijner Doorluchtige voorgangers, Mgr. H. J, Kerens, O. L. Vrouw in 't Zand in vereeniging met zijne parochie te kooien bidden en zich aan haar aan te bevelen, ja in haar Kapel de plechtige Hoogmis te komen zingen. Bij de predicatie daar onder gehouden, sprak een der Eerw. Paters, Z. D. Hoogw. !een hartelijk woord van gelukwensching toe, en verzekerde hem van de vurige gebeden tot O. L. Vrouw, welke geestelijkheid en parochianen in de genadekapel bij het voortzetten der H. Misofferande voor hem gingen storten.
â Ka den middag bezocht ook eene processie uit Budel en omliggende dorpen, van ongeveer 500 man, de Kapel. Verder zul.'en in deze maand den 14dl!n een bedevaart uit Nijmegen en den n^11 eene uit Luik het genadebeeld komen vereeren. Deze laatste vooral belooft zeer talrijk te wezen.
â Het aantal bedevaarten uit verschillende plaatsen zoowel uit ons land als uit de grensdorpen in Pruisen, welke tijdens het groot Jubiie de Kapel zullen bezoeken, is reeds aanzienlijk. Zoo zijn reeds processies vastgesteld o. a. uit Amsterdam, 's Bosch, Maastricht, Eindhoven, Rozendaal, Venloo, Weert, Herkenbosch, Melik, Maasniel, St. Odiliénberg, Swalmen, Vlodrop, Posterholt, Wittem, Horn, Stevensweert, Maasbracht, Herten, Halen, Nunhem, Neer, Buggenum, Blerik, Linne, Spiel, Kempen, Gladbach, Venn enz. Daar dus het aantal reeds aanzienlijk wordt, zoo herinneren wij alle Heeren Geestelijken, die hunne parochie insgelijks gelegenheid willen geven tot het gewinnen der groote J ubilé-atlaat, daarvan spoedig opgave te doen, ten einde dag en datum te regelen in overleg met den ZeerEerw. Rector der kapel.
ROERMOND.
Nauwelijks was de smart van den grooten brand geleden, en begon men wederom een weinig moed te scheppen, of zie, een nieuwe ramp kwam Roermond en de omliggende dorpen treffen. In 1006 brak eene besmettelijke ziekte, toenmaals pest geheeten, uit, verergerde in korte dagen al meer en meer, en bereikte haar toppunt van hevigheid in 1667. Tal van personen werden daardoor ten grave gesleept. Wat kon men anders doen dan God door zijne H. Moeder verbidden? De edele Magistraat der stad, die immer met zooveel waardigheid het patronaat over de kapel gedragen had, wendde zich dan tot den Vicaris-Generaal Oeveren, â want Roermond was toen zonder bisschop. Mgr. d'Allamont was in Juli 1666 tot Risschop van Gent benoemd, â en verzocht ))eene Solemneele processie met de ganse clergie naer Onse L. Vrouwe in 't Sant.quot; De Vicaris-Generaal mocht zulk een verzoek niet onverhoord laten, en schreef ze aanstonds uit voor den 16 Augustus, feestdag van St. Rochus.
Des morgens te 8 uur werd dan eerst in de kathedraal gepredikt, vervolgens trok men te 9 uur in processie naar (le Kapel, terwijl het Reeld van St. Rochus daarin door jongelieden gedragen werd. Allen namen er deel aan, zoowel de geestelijken der stad, als de geheele Magistraat, zoowel de vele broederschappen als de gilden, ja zoo talrijk was de deelneming, dat men een altaar moest opslaan buiten de Kapel, ten einde allen in de gelegenheid te stellen de H. Mis te hooren. O, hadden wij toen een blik kunnen slaan in den hemel, wij hadden daar den heiligen Patroon tegen besmettelijke ziekten bij de Moeder Gods, en deze bij haar Zoon
om het ophouden der pest zien smeeken. Voorzeker de verderfengel moest toen op bevel van God het zwaard in de scheede steken: Roermond werd van deze nieuwe ramp gered door 0. L. Vrouw in 't Zand.
In 1672 ontving de Bisschopsstad een nieuwen herder in Mgr. Lancelottus de Gottignies. Doch reeds het volgend jaar overleed hij te Brussel, zonder te Roermond geresideerd te hebben. Zijnen opvolger, Reginaldus Cools, eerst in 1677 benoemd, was een langer bestuur voorbeschikt. Deze zou bij het vele goeds, dat hij tot stand bracht in zijn bisdom, vooral ook de glorie van O. L. Vrouw in 't Zand en haar Heiligdom buitengewoon vergrooten. Maria echter van haar kant moest ook op wonderbare wijze daartoe medewerken.
In 1683 waren de Turken onder aanvoering van Kara Mustapha tot voor Oostenrijks hoofdstad Weenen doorgedrongen. Het barbaarsch leger was meer dan 200,000 man groot. Als een bruischende stortvloed, door dam noch dijk te stuiten, en alles in zijn vaart verwoestend, zoo vielen zij op het groote bolwerk der Christenheid. De toekomst was voor haar wanhopig. Toen nam men vooral op aansporing van Paus Innocentius XI, overal zijn toevlucht tot Maria. Mocht de Mariastad achterblijven? Neen, daar vooral werd gebeden en gesmeekt om redding en uitkomst; en wie er op buitengewone wijze het voorbeeld gaf, dat was de kranke drie-en-zeventig-jarige Joanna Baptista van Randenraedt. Neen, niet te vergeefs schreef haar een H. Kloosterzuster: (1) »Lifste Nicht veryst toch mede ut dese siekte en helpt ons toch bidden; versoekt dese victorie voor juwele van uwen
ryken Bruydegom ..... een siel is genoech om het vergrampt
hert te versoenen, houdt nu aen met alle craght want daerotn heeft syne Majesteit UE. misschien noch in 't leven laten blyve om hem te versoenen door uwe soo menighe ghebeede.quot; Joanna bad dag en nacht en praamde de H. Maagd tot ontzet van Weenen.
Men staat verbaasd, als men de gewetensrekening leest, welke Joanna daaromtrent deed aan haren geestelijken bestierder Daniel Huysmans S. J. (2) Hoor een oogenblik,
(1) Anna Theodora de !a Croix, Carmelitesso te Aelst.
(2) Door een toeval is haar eigenhandig handschrift daarover onlangs teruggevonden.
â LI â
lezer, hoe zij, die drie -en-zeventig-jarige zwakke vrouw, bidt: »Och of ick rayn hert in bioet mocht doun veranderen ende dat dat selve gedurich deur myn oogen uitliep, dan
mochtten se noch meedelyden met my krygen...... Och,
genaede, och Heere suit Ghy U stellen tegen een stoppelken stroey dat niet en vermacht, in sonden gebooren en voortge-brocht;.... Och soelte Moeder Gods, wilt Ghy toch weesen onsse Hester by dien grootten Coninck, staet onsse Heyliege Kerck toch voor; och Weenen, Weenen dat set niet en meugen becoemen, dat dien boessen Mahometh daer niet en mach worden vereert als eenen afgodt, daer het H. Sacrament des Autaers altyt van 't huys van Oestenryck soo ist vereert geweest. Neen, neen, in der Eewigheyt en moet het niet geschieden! Amen, Amen, Amen.quot; Dat is een enkel staaltje slechts. Gaarne zouden wij meer meedeelen, maar het bestek onzer kroniek laat het niet toe, stellen wij ons tevreden met de uitkomst mede te deelen, welke aan dusdanige gebeden geschonken mocht worden. 0. L. Vrouw in 't Zand moest er vooral de Hulp der Christenen door genoemd worden.
De geheele maand Augustus was reeds in gebed doorgebracht, toen aan Joanna als van God werd ingegeven, dat de Turk niet zou overwonnen zijn, voordat het Wonderbeeld van O. L. Vrouw in 't Zand in de stad gehaald en daar in al de kerken zou uitgesteld worden. Zeker van haar zaak gaat zij dit voorstellen aan Mgr. Cools. Hij wist reeds lang, wie Joanna was, en stemde onmiddellijk toe. Dan strompelt zij naar den Burgemeester, en wist ook dezen te bewegen tot een openbare processie met het Wonderbeeld naar de kathedraal; en eer een nieuwe dag aanlichtte, was het reeds door de stad bekend: ))0p den 8sten September zal Z!jne Doorl. Hoogvv. Reginaldus Cools het Wonderbeeld uit de kapel in processie binnen de stad overbrengen, dagelijks zal het daarna in alle kerken worden uitgesteld slot bewaernisse van Weenende Bisschop heeft biddagen voorgeschreven.quot; En ja dit geschiedde; de ijver der burgers om te komen bidden was dan ook vurig en groot, Joanna vooral was heel den dag te vinden in die kerk, waar 0. L. Vrouw in 't Zand vereerd werd.
Zoo naderde de 12 September. Die dag. Zondag, was vooral een bededag te Roermond ; den ganschen dag verdrong men zich om het Beeldje. De avondklok had te 6 uur juist
â Lil â
haar gebrom doen hooren en opnieuw smeekingen ten hemel doen gaan, toen Joanna, nog liggend voor het Wonderbeeldje, op eens de verzekering ontvangt, dat de Turken verslagen zijn. ))Ja, ja, Vader, de Turken zijn verslagen,quot; zoo verzekert zij aan haar biechtvader, aan wien zij vóór en aleer iemand iets te zeggen, die tijding overbrengt. »Wij kunnen ophouden met bidden, 0. L. Vrouw heeft het mij gezegd.quot; â En geen uur later was het aan heel Roermond bekend:' »de Turken zijn verslagen, Joanna vernam het bij het Wonderbeeld van 0. L. Vrouw in 't Zand !quot;
En werkelijk eenige dagen later kwam de tijding uit Weenen, dat het ontzaglijk leger der Turken totaal overwonnen was op den 12 September tusschen 6 en 7 uur des avonds.
Nu was ook de taak van Joanna volbracht. Groeide de devotie tot 0. L. Vrouw in 't Zand al meer en meer aan tijdens haar leven, zij nam nu ontzaglijk toe. Geen jaar na dit feit, dat wij zoo even hebben medegedeeld, of de kapel werd vergroot en wel zóó, dat zij tweemaal meer pelgrims kon bevatten dan voorheen. Joanna kon dan ook het hoofd ter eeuwige ruste neder leggen. Zij ging in dat jaar op St. Annadag God en zijne Heilige Moeder door alle eeuwigheid loven in den hemel; als laatste verzuchting mocht zij ons nalaten : ygt;ick heb mij soo verhlijt met alle die soctte devotion van onse lieve Vrouw in 't Sant, alle dat roepen en bidden van klein en groot, jonck en oudt.quot; (1)
Het Wonderbeeld werd nu ongestoord in zijn heiligdom vereerd. Dat daardoor de inkomsten der kapel bloeiden, en er dikwijls rijke geschenken, als zoovele bewijzen van liefde geschonken werden, behoeft niet gezegd. Om daarenboven immer het heiligdom een goeden bewaker te geven, stelde Mgr. Cools er in 1096 den 26 Juni een Eremyt of Kluizenaar aan, die o. a. de H. Missen moest dienen en er den Rozenkrans moest voorbidden. Ten einde verder de godsvrucht aan te wakkeren, verkreeg Mgr. ook in 1697 van Z. H. Innocentius XII eenen aflaat voor de bedevaartgangers. Zoo was de toestand tot het jaar 1702. Helaas, nu kwam de
(1) Wie meer omtrent deze geestelijke dochter wenscht te welen, herleze den 4din jaargang bladz. 085â40-i en den bdcn jaargang btadz. 200â228, of schafte zich de brochure aan : «öe laalsle levensdagen en de Grafstede van Joanna Baptista, jonkvrouwe de Randet,raedtquot; bij onze uitgevers verkrijgbaar ii 2o cents.
â LIII â
oorlog het land wederom teisteren. In de lente van dat jaar kregen Oostenrijk en Frankrijk twist over de Spaansche troonsopvolging; Engeland en de Staten van Holland trokken partij voor Oostenrijk en van dit alles was het gevolg, dat Spaansch Gelderland het tooneel des oorlogs werd. Roermond en de Kapel in 't Zand moesten het vooral misgelden.
God zij dank, het Wonderbeeldje was bij tijds naar de stad overgebracht, en na eerst een paar maanden in het Sacramentsaltaar geplaatst te zijn geweest, in de voormalige kloosterkerk der Ursulinen in de Steeg ter vereering uitgesteld.
Was dit niet geschied, voorzeker het ware de prooi geworden van een roovende menigte huurlingen. Want toen de kerkmeester Beltgens, den 8 Oct., den dag na de overgave der stad, vergezeld van een wacht van vier musketiers en één korporaal, in de kapel aankwam, vond hij daar vele Engelsche soldaten en huurlingen aan het breken en rooven. Veel was er reeds vernield, maar zijn flink optreden met die manschappen deed de roovenden wijken, en bevrijdde Maria's heiligdom van verdere verwoesting. Intusschen had het veel geleden en hadden de kogels veel schade berokkend aan muren en dakwerk. Doch de milddadigheid der Roermondenaars droeg wederom genoegzaam bij om alles te herstellen, en tot aandenken aan dit alles metselde men eenige kogels in den muur, welke daar tot nog toe te zien zijn.
Men oordeelde het echter, om de voortdurende onveiligheid beter, dat het miraculeus Beeldje, niet in de Kapel verbleef. Tot het einde van 1703 bleef het dan in de kerk der Ursulinen , ofschoon het tijdens de octaaf van 0. L. Vrouw Geboorte in de Kapel was. Na 1703 kreeg het als het ware een blijvende woon in de kathedrale Kerk op het Sacramentsaltaar tot het jaar 1713, doch jaarlijks zag men het nu eens in Augustus, dan weder in Juli plechtig naaide kapel overgebracht, waar het dan tot 15 September verbleef. Het overbrengen geschiedde steeds met plechtigheid, de voornaamste familiën der stad, zooals die der van Aefferden de Bors, Wittenhorst, van Macken, stelden er een eer in daartoe hunne equipages te mogen leenen. Soms ook geschiedde het in de bisschoppelijke caros van Z. Doorl. Hoogw. Mgr. Angelus graaf d'Ognyes et Estrées, getrokken door zes paarden. Zoo althans geschiedde op den 27 April 1613.
En alsdan, zoo meenen wij met den Eerw. P. v. Krugten, bleef het beeldje voor goed aan de kapel, en werd het trouw bewaakt door de twee Eremyten, daartoe door den bisschop aangesteld. Ook gaf Z. Doorl. Hoogw. den 1 Februari 1720 den Eerw. Pater Dominicaan Compas, Regent van het Seminarie te Roermond, last om op Zon- en feestdagen twee Seminaristen naar de kapel te zenden, ten einde van 2 tot 3 uur na den middag aan de kinderen van den omtrek den Mechelschen Katechismus uit te leggen. De kluizenaars moesten dezen met de klok bijeenroepen. Vóór en na den Katechismus waren verschillende gebeden voorgeschreven, en men moest immer eindigen met een lied ter eere van Maria. De devotie van dezen bisschop voor 0. L. Vrouw in 't Zand leerden wij verder nog uit andere gegevens kennen. Was echter zijne liefde groot, niet minder die van zijnen opvolger, Mgr. Franciscus Ludovicus Sanguessa.
Reeds in het eerste jaar van zijn episcopaat begon hij met eene bijzondere processie voor te schrijven om God wegens droogte den regen af te smeeken. Het volgend jaar den 28 Mei 1724 had hetzelfde plaats, toen droeg Z. D. Hoogw. zelf het H. Sacrament en predikte hij in de Kapel, en toen in 1727 de H. Vaten (1) in de kathedrale kerk gestolen, maar door voorspraak van den H. Antonius, wien men had aangeroepen, in eene gracht of poel onder Vlodrop, niet ver van het kasteel van Dalenbroeck had teruggevonden, bracht Z. Hoogw. ze eerst zelf over naar de Kapel van 0. L. Vrouw in 't Zand, vanwaar ze met heel de eestelijkheid en een ontelbare menigte volks in plechtige oete-processie naar de kathedraal werden overgebracht. De bisschop droeg daarbij het Allerheiligste en de priesters de gevonden kostbaarheden. Zeven dagen lang werden er vervolgens in de kerken van Roermond plechtige Hoogmissen opgedragen om God te bedanken voor deze wondervolle terugvinding. Mgr. Sanguessa koos ook de Kapel uit als de plaats, waar hij zijnen Seminaristen de H. Wijdingen toediende; in 1739 stelde hij verder in plaats der kluizenaars een blijvenden Rector aan, en bouwde voor hem op eigen kosten een Rectorswoning,
(1) Daar de voornaamste vaten der Kapel ook aldaar bewaard werden, zoo was daaronder ook de prachtige groote Ciborie, thans nog aan de Kapel aanwezig.
â LV â
en heerschte er dure tijd of ziekte, dan was Mgr. aanstonds daar, om openbare gebeden voor te schrijven met eene processie yynaer de Cappelle van 0. L. V. in het Sant.quot; Om de vereering van het miraculeus Beeldje te bevorderen, schreef hij daarenboven den H Aug. 1740 op verschillende dagen door het jaar in de Kapel het bidden van den Rozenkrans en de litanie van O. L. Vrouw voor.
Juist een jaar later, den H Augustus 1741, stierf deze vurige dienaar van 0. L. Vrouw in 't Zand, en ging het loon ontvangen der devotie tot Maria weggelegd. Zijn naam zal er immer naast die van een Pollius en een a Castro en zoo vele anderen in dankbare herinnering blijven voortleven.
- I-UI -
BERICHTEN.
De tijd van het groote Jubüé nadert. Den 19dequot; Juli, derden Zondag dier maand, zal het met allen luister geopend worden. Voor-loopig kunnen wij reeds mededeelen, dat op dii-n dag in de Kapel eene Pontificale Mis zal plaats hebben, en des namiddags de preek zal gehouden worden door den Eerw. Pater Franciscaan Celestinus van Maastricht.
â Het Jubilé deed ook een Gedenkschrift van 0. L. Vrouw in 't Zand verschijnen. Wij achten ons verplicht dit werk op bijzondere wijze aan te bevelen.
De zoo schoone en treffende geschiedenis van het Wonderbeeldje, in verband met die van geheel het Roermondsch Episcopaat, vindt men in keurigen en hoeienden stijl teruggegeven, zóó dat men het moeielijk onuitgelezen kan ter zijde leggen. De Priester, die onder den Pseudoniem van Devotus zijn waren naam verbergt, toont er ten volle zijne bekendheid met de geschiedenis van het Wonderbeeld, van Roer-monds Bisdom en de zich daaromheen scharende feiien van Roermonds historie zelve. De typografische uitvoering in nieuwe en heldere letter, met schoone en juist passende vignetten, laat niets te wenschen over. Bij het groote Jubilé wenschen wij het eene ruime verspreiding toe.
â Eene merkwaardige gebedsverhooring werd ons dezer dagen door den Zeereerw. Heer P. A. S., Pastoor te M. medegedeeld. Zijn Eerwaarde gaf ons verlof haar in onze kroniek op te nemen, en blijft borg voor de waarheid.
«Da Wed. M., zoo verhaalt hij, die met hare twee zoons in mijne parochie woont, had sedert jaren een inwendige kwaal, waardoor zij niet dan met de grootste moeite zich bulgen of aan den grond reiken kon. In Augustus 11. kreeg zij eene verlamming in den arm, die haar veel pijn veroorzaakte; zij verloor allen eetlust, werd ziek, moest het bed houden, en had de hulp van anderen noodig om op te staan. Den 14dequot; September nu gingen de leden der H. Familie ter bedevaart naar ,0. L. Vr. in 't Zand te Roermond. De zoon der weduwe, ook lid der H. Familie, zeide tot de zieke : »«Moeder, ik ga deze bedevaart doen voor uwe genezing.quot; quot; Zoo gezegd, zoo gedaan. Tegen drie ure in den namiddag lagen wij allen in vurig gebed aan de voeten van het Genadebeeld neergeknield, en op hetzelfde oogenblik had in de woning der weduwe het volgende plaats. De zieke werd uit een zachten slaap als wakker geschud, en wist niet wat haar overkwam. En zij, die zich sedert weken niet meer alleen bewegen ion, staat nu op zonder te weten hoe of waarom, voelt zich geheel genezen, begint dadelijk met smaak te eten, en alle ongemak der inwendige kwaal, alle pijn in den arm zijn verdwenen. Des anderendaags ging zij reeds om 5 ure naar de kerk, en tot nu toe is hare gezondheid zoo goed, dat zij sedert den liJcn September al hare vorige bezigheden verricht zonder nog eenig spoor der ziekte gewaar te worden.
«Dit relaas heb ik in tegenwoordigheid van haar zelve gehoord, en blijf borg voor de waarheid.quot;
P. A. S., Pastoor.
M. 10 Mei 1883.
Ziedaar, Lezer, wat het vertrouwvol gebed bij het Wonderbeeld van O. L. Vr. in 't Zand vermag. Juist op het oogenblik, dat de zoon hier de genezing zijner moeder door Maria's tusschenkomst van God afsmeekte, werd die genezing geschonken. Welk eene aansporing voor u, om eveneens met het volste vertrouwen bij dit Genadebeeld te komen bidden!
1435-1885.
45 O- J AR IG JUBILÃ
van
. 0. L. V. IN T ZAND TE ROERMOND
van 19 Juli â 15 September 1885.
Z. H. Paus Leo XIII heeft aan allen, die biechten, communiceer en, de Kapel van O. L. V. in 't Zand bezoeken en daar- bidden voor de voorplanting des rjeloofs en tot intentie van Z. ÆÆ ., een buitengewonen Jubilé-aflaal verleend, eens te verdienen van 19 Juli tot 15 September e. k.
ORDE DER PLECHTIGHEDEN.
Zaterdag 18 Juli: PLECHTIGE OPENING.
Des avonds te G uur, klokkengelui. » » te 7 uur, Veni Creator, Lof en Preek.
Zondag 19 Juli: Te 9 uur; Pontificale Mis door Z. D. Hw. Mgr. J. A. Paredis, Disschop van Roermond, 'sNamiddags te 5i/a uur Lof en Preek door den Weleervv. Pater Celestinus, Minderbroeder.
Maandag 20, Dinsdagjêl en Woensdag 22 Juli:
T IR, I ID XJ XJ 3VE.
's Morgens te 8i/-2 uur; Hoogmis met Preek, en 'savonds te 7 uur; Lof met Preek door den Weleerw. Pater Knukkel, Redemptorist.
Zondag 26 Juli: 's Avonds te Si/a uur: Lof met Preek door den Weleerw. Pater Van Gestel, Jezuïet.
â lviii â
Zondag 2 Augustus :
FEEST VAN DEN H, ALPHONSUS MARIA DE LIGUORI.
Stichter van de Congr. des Alierh. Verlossers. 's Avonds te 5i/-2 uur: Lof met Preek door den Weleerw. Pater Wijntjens, Dominicaan.
Zondag 9 Augustus: 's Avonds te Si/auur: Lof metPreek door den Zeer Eerw. Pater Gardiaan Laurant, Conventueel.
Zaterdag 15 Augustus:
ONZE LIEVE VROUW HEMELVAART.
Te 9 uur ; Pontificale Mis door Z. D. Uw. Mgr. J. A. Paredis, Bisschop van Pioermond. 's Namiddags te 4 uur; Lof met Preek door den Weleerw. Ueer Notermans, Hector van 0. L. V. Munster te Roermond; daarna
FEESTELIJKE OPTOCHT
met het miraculeus beeldje naar de kathedraal. Preek door den Weleerw. Zeer Gel. Heer Haffmans, Directeur van het Bisschoppelijk Collegie te Roermond, daarna Zegen met het Allerheiligste.
Zondag 16 Augustus: Te 10 uur: Pontificale Mis in de Kathedraal, door Z. D. Hw. Mgr. J. A. Paredis, Bisschop van Roermond, waaronder Feestrede door den Weleerw. Heer Menten, Pastoor te Echt. 's Namiddags te 4 uur: Lof en Preek door den Weleerw. Zeer Gel. Ueer Timmermans, Professor aan het Seminarie te Roldue; daarna
FEESTELIJKE TERUGTOCHT
met het miraculeus beeldje naar de kapel.
Preek door den Weleerw. [leer Veltmans, Pastoor te Hom, en Zegen met het Allerheiligste.
GEDURENDE DE OCTAAF dagelijks 's namiddags te 6 uur Lof met Preek door den Weleerw. Pater K. Wulfingh, Redemptorist.
Zondag 23 Augustus: 's namiddags te 81/2 uur; ^fecfDHcp aftiitincj dez 001001 met ds (jewone ^Eïcceaaie.
â lix â
Zondag 30 Augustus: 's Namiddags te 51/2 uur : Lol' met Preek door een Weleerw. Pater Capucijn.
Zondag 6 September; 's namiddags te 51/2 uur: Lof met Preek door den Zeer Eerw. Heer Hollman, Prior der Jyruh-heeren te St. Agatha.
Dinsdag 8 September :
©Ml LIEYE YROUW GEBOORTE,
Te 10 uur: Pontificale Mis door Z. D. Hw. Mgr. F. Boermans, Bisschop van Tliermopylis, waaronder Preek door een Weleerwaarden Heer Augustijn, 's Namiddags te Si 'a uur : Lof met Preek door den Weleerw. Pater Verzett, Carmeliet.
GEDURENDE DE OCTAAF dagelijks 's namiddags te 5 uur: Lof met Preek door den Weleerw. Pater W. Wulfingh, Redemptorist.
Zondag IS September: 'sNamiddags te 51/2 uur: Lof met Preek door den WelEerw. Heer van den Berg, Norbertijn.
Dinsdag 15 September ;
Plechtige sluiting van de Octaaf en liet JnMlé.
Te iO uur: Pontificale Mis door Z. D. Hw. Mgr. J. A. Paredis, Pisschop van Pioermond. 's Namiddags te 3i/2 uur Pontificaal Lof, de gewone processie, pauselijke Zegen en Te Deum.
OP ALLE ZON- EN FEESTDAGEN
zullen de H. H. Missen aanvangen des morgens te 4 uur; OP BE WERKDAGEN te 5 uur.
lederen Zaterdag avond te 7 uur zal er een Duitsche preek gehouden worden, uitgezonderd op Zaterdag, 8 Augustus.
Gelegenheid tot biechten zal er bestaan iederen dag van 's morgens 5i/-2â111/2 uur, en 's namiddags van 3â9i/2 uur. Z. H. de Paus heeft voor dit Jubilé bijzondere volmachten aan de biechtvaders toegestaan.
â LX â
ORDE DER BEDEVAARTEM,
Voor zoover ons tot nog toe bekend is, zullen de volgende bedevaarten 0. L. Vrouw in 't Zand in den Jubilétijd komen bezoeken ;
19 Juli. Roermond, 's Morgens ten 7 uur Generale Communie der Vineentius vereeniging in de Kapel. Daarna komen ter bedevaart: de vereeniging van het H. Sacrament, van de H. Elisabeth, de Congregatie en de Zondagsschool; 's namiddags, de H. Familie en de Jongelingsvereeniging.
22 Juli. Silfard. De Leerlingen van het Gymnasium der EE. PP. Jezuïeten.
23 Juli. Roermond. De Pensionairen der Zusters Ursulinen.
24 Juli. Roermond. De Weeskinderen der stad, en eene afdeeling der katholieke Meisjesscholen der Zusters van liefde.
25 Juli. Roermond. De Leerlingen van het Bisschoppelijk Collegie.
26 Juli. Zondag de parochie Herkenbosch.
2G Juli. Bedevaart uil Breda Deze vertrekt wederom den 27 Juli.
28 Juli. Roermond. De Leerlingen der parochiale school.
29 Juli. Roermond. De Meisjes van de Burgerschool der Zusters van liefde.
30 Juli. Roermond. Het Pensionaat St. Louis.
31 Juli. Roermond. De Pensionairen en Weeskinderen der Zusters van het Kind Jezus.
2 Augustus, 's Morgens, de parochies Melik en Vlodrop. â 's Namiddags, Venloo.
4 Augustus. Roermond. De Leerlingen eener bijzondere school.
5 Augustus. Roermond. De Pensionairen der Duitsc'ne Ursulinen.
8â10 Augustus. De processie van Amsterdam.
9 Augustus. Zondag. De parochies Tegelen en Baarlo.
10 Augustus. De parochies Halen, Buggenum, Neer en Nunhem.
â¢16 Augustus. Zondag. Gladbach.
17 Augustus. De parochie Peij.
â LXI â
18 Augustus. De parochie Posterholt.
-19 Augustus. De parochie Sillard.
21 Augustus. Spiel.
22 Augustus. Kempen en vele andere Duitsche bedevaarten.
23 Augustus. Zondag. Do groote bedevaart uit Willem. 30 en 31 Augustus. De processie uit 's Bosch.
30 Augustus. Zondag. De parochie Maashracht (de mannen).
1 September. De parochie Herten.
2 September. Eindhoven.
6 September. Zondag, 's morgens, de H. Familie van Echt; 's namiddags, de parochie Weert.
8 September. De groote processie van Roermond.
9 September, De parochies Linne en Neer weert. * 9 September. Bedevaart uit Haarlem.
10 September. De parochie Hom.
11 September. De Congregatie van Stevensweert.
13 September. De parochie Maasniel.
14 September. De parochie Swalmen.
14 September. Bedevaart der vereenigde parochies van Maastricht.
15 September. De parochie Odiliënherg.
Nog verscheiden andere bedevaarten hebben ons wel reeds hunne komst, maar nog niet den bepaalden dag medegedeeld.
VOOR ELKE BEDEVAART
ZULLEN AFZONDERLIJKE OEFENINGEN
GEHOUDEN WOEDEN.
I
Mil
DEE
ran 0. L. fmw in't Zand
TE
ROERMOND.
Als heden onze Kroniek verschijnt, zijn wij nog slechts eenige dagen van het groote en luistervolle Jubilé verwijderd. Den 19 Juli zal het plechtig geopend worden om te duren tot den 15 September e. k. Wat stroomen van genade zullen er vloeien door de handen van haar, die overvloeiend vol is van genade. Wij willen echter heden in de orde onzer Kroniek blijven, en, zoo beknopt wij kunnen, de overrijke geschiedenis van O. L. Vr. in 't Zand voortzetten. Een volgende maal komen wij dan, terwijl wij nu reeds het programma, mede-deelen, op het tegenwoordig Jubilé terug.
Wij eindigden onze laatste Kroniek met de groote belangstelling, die Mgr. Sanguessa in het Wonderbeeld stelde. Niet minder was deze bij een zijner opvolgers. Mgr. deRobiano. Onder zijn bestuur kwam in 1751 die grootsche vereeniging tot stand, welke meer dan 100 jaren aan de Kapel gebloeid heeft: de Mariaansche Broederschap, en .waaraan geestelijken en wereldlijken, van welken stand ook, met de grootste bereidvaardigheid deelnamen.
Deze broederschap had tot doel de godsdienstoefeningen in de Kapel zooveel mogelijk te bevorderen, de priesters door het houden der plechtigheden, de leeken door daarbij een goed koor te vormen, of bij de godsdienstoefeningen tegenwoordig te zijn. Het kon niet anders, of deze Broederschap moest bloeien. Later zien wij dan ook, dat Z. D. Hoogw. Mgr. Philippus Damianus Markies van Hoensbroeck, verschillende kanunniken van het Kathedraal Kapittel, alsook de Magistraat der stad zich er in lieten opnemen. Aan haar was het ook te danken, dat de Jubilé's van 1785 en 1835 zoo schitterend en luistervol gevierd werden.
â LXIII â
In het jaar 1784 had men nl. in de Kapel het feit herdacht, dat 100 jaren geleden de grootste verlenging der Kapel had plaats gehad. Paus Pius VI schonk een vollen aflaat, te verdienen op den 8 Sept., feestdag van Maria Geboorte, of op een dag onder de Octaaf. Gedurende dien tijd ook werd er een nieuw altaar (1) geplaatst in de Kapel, waartoe o. a. Z. D. H. Mgr. Kerens, vroeger bisschop van Roermond, toenmaals bisschop van Neustadt in Oostenrijk 224 gulden overzond, terwijl de Hoog Eerw. Kanunnik Syben en de kerkmeester H. de Weegh ieder 320 gulden bijdroegen.
Na de viering echter van dit feest, â de toeloop der pelgrims was voorzeker zeer groot geweest, â kwam men op de gedachte , de geschiedenis van het miraculeus Beeldje en der Kapel meer nauwkeurig na te gaan, ten einde het juiste jaar van den oorsprong der devotie te weten te komen. Jammer genoeg waren door den algemeenen brand dezer stad, den 31 Mei 1665, alle authentieke stukken verloren gegaan, en kon men zich alleen bedienen van aloude beeldekens, vendelkens en afteeke-ningen, geholpen door de getrouwe en aloude overlevering. Welnu, deze zeiden eenparig, dat er reeds in het jaar 1437 aan den Zande eene kapel bestond van Onze Lieve Vrouw, en aldaar sinds dat jaar vele mirakelen geschied waren. De vendelkens en afbeeldingen, waaronder er waren van 1613, gedrukt ten tijde van Z. D. H. Jacobus a Gastro, bisschop van Roermond, gaven daarenboven alle de standvastige overlevering weder van den scheper, die het mirakuleus Beeldje in den put vond. Men besloot, zooals wij vroeger reeds te kennen gaven, »Om het tijdsverloop van het jaar 1437, toen de Kapel reeds bestond, niet al te uitstrekkelijk te schreeden, als jaar der begonnen en door wonderen gekenmerkte devotie vast te stellen: het jaer 1435.quot; Het gevolg was, dat men dus in 1785 den 350sten verjaardag daarvan zeker vieren mocht.
In overleg dan met Zijne Doorl. Hoogw. Mgr. Philippus Damianus Markies van Hoensbroeck, besloten de Heeren Confraters der Mariaansche Broederschap (2), van den 15 Au-
(1) Dit altaar werd vervaardigd door Mr Pieter Op de Graef en volgens schriftelijk accoord geleverd voor 500 Pattacons of 1600 gld. Zie het Register van O. L. Vr. in 't Sandt begonst in den jare 1747.
(2) De Broederschap telde toen 45 leden, waaronder 15 Priesters. De Rector ervan was J. A. Theunissen, tevens Rector der Kapel, als assessoren stonden hem bij ; Joan. Severijns, Jean Bapt. Haex, H. H.
â LXIV â
gustus tot den 15 September 1785 met »veele plegtigheid eenen Jubilé van dry hondert en vijftig jaeren te vieren.quot;
Nu toog men aan het werk. Daar de inwoners van Roermond zulk een Jubilé als hun roem beschouwden, spanden alle rangen samen, om der feestelijkheid allen luister bij te zetten. Men besloot geheel het genadeoord en de kapeller-laan, ja ook de stad in alle straten en wijken te versieren; want zoo schreef men in de eigenaardige taal van dien tijd ; »'t Is de stadt Ruremonde, die met het Vrouwken van 't Evangelie, dat den penning gevonden had, haer mag verblijden en uytroepen: wenscht my geluk, want ik hebbe gevonden en bezitte dien eerst Verborgen Schat, die nu zoo verheerlykt is; 't is deze stad, die haere stemme mag laeten hooren langs alle kanten, en alle dienaars van Maria nooden, om met haer Godvruchtelyk hun in den Heere te verheugen en te komen vereeren dit Wonder-Deeld, op eenen tijd op den welken men 't geheugen van desselfs vindinge en door dry eeuwen en een half voortsduerende vereeringe, ververscht.quot; (1)
Z. H. Paus Pius VI schonk daarenboven een vollen aflaat bij wijze van Jiibiié, te verdienen van de ls,c Vespers van Maria Hemelvaart tot de 2'ie Vespers van Maria Geboorte voor allen, die onder de gewone voorwaarden de Kapel bezochten.
Het zou ons te veel tijd vorderen, zoo wij alle versieringen en plechtigheden van dit feest moesten beschrijven. «Den Verborgen Schatquot; bij die gelegenheid in twee formaten gedrukt, leert ons, dat onze voorouders waarlijk jubelfeesten wisten te vieren, Maria waardig. Wij kunnen ons slechts bepalen tot eenige bijzonderheden.
In de kroniek der Mariaansche Broederschap lezen wij; »De Heeren Confraters der vrijwillige Mariaansche Congregatie in de Kapelle van O. L. Vr. in 't Zand hebben ruim twee maanden voor den aanstaanden hiernaar volgenden Jubilé alle Wintergroen, Taxis, palm en andere groentens die te vinden waaren, by een versamelt en gebracht op den Scheu-tenberg (2) in 't Manhuys, alwaer deselve alle daegen beesig
Beltjens, J. M. Breuer en J. J. Cremer: secretaris was J. R. Beckers, die tevens kerkmeester was der Kathedraal. Pastoor der Parochiekerk was toenmaals de ZEerw. Heer van den Steenweg.
(1) Den Verborgen Schat, bladz. 4.
(2) Een wijk der stad.
â LXV â
waaren, en zy hebben aldaer vervaerdigt dryhondert festons ider vier en twintig voeten lang, de welke zijn gehangen boom aan boom der twee binnenste reyen van de Swartbroeker-poorte tot aan de kapelle.quot;
Verder: »Tegen iedere boom der laan had men een neder-duytsche of latynsche Rymdicht strekkende tot vereeringe vaa Maria en tot vermeerderinge der devotie.quot;
De Kapel zelve was van buiten en van binnen allerprachtigst versierd. De beschrijving ervan alleen in »den Verborgen Schatquot; bedraagt ongeveer 10 bladz. druks.
Op den 15 Aug.' te 9 uur des morgens had er een plechtige processie met het Allerheiligste van de Kathedraal naar de Kapel plaats. De Rector Theunissen met de kerkmeesters J. Eckmiller en R. Reekers dienden van te voren een verzoekschrift in, dat »de edele Magistraet, concurrerende tot meerderen luyster van geseyden Jubilé in processie het Aller-heyligste met flambouwen gelieven te vergeselschappen.quot; En in het Donderdags protocol op het stadhuis, waar dit verzoekschrift werd ingeschreven, vindt men ook verder »tot eene eeuwighe gedaghtenisse de ordonnantie geregistreert,quot; dat de Magistraat niet slechts besloot daaraan gevolg te geven, doch dat zij ook gelastte »dat alle de ampten binnen de stadt insgelyckx hetselve Alderheyligste met flambouwen gestichtelyck zouden accompagneren. De thienmans gafl'elknecht zou het worden aangeseyt, om hetselve aen de respectieve ampten kenbaar te maecken.quot;
En deze processie werd niet slechts gehouden op den 15 Augustus, doch ook op den 8 September 's avonds na het Lof; doch nu van de Kapel naar de Kathedraal, daar het Allerheiligste gedurende dien tijd in de Kapel verbleven was.
Hoe verder de indruk en de uitslag waren van dit grootsche Jubilé, blijkt uit de woorden der Kroniek van Van Reringen. Hij zegt:
1785. Den 15 Augustus vierde men het driehonderd-vijftigjarig Jubilé van Onze L. Vrouw in 't Zand, en hetselve heeft geduurd tot den feestdag van de Geboorte, ingesloten de Octave. De geheele stad en de Capelderweg waren beplant met lofdichten, areken en boomtjes, en ieder godvreesende ziel heeft zich verblijdt op dit feest; de toeloop van menschen is zoo groot geweest, dat deselve niet hebben geherbergt kunnen worden.quot;
â LXVI â
Na groote vreugde komt niet zelden een tijd van droefheid. Zoo ging het ook met de Kapel en haar quot;Wonderbeeld. Was het Jubilé van 1785 met grootschen luister gevierd, eenige jaren later zou men met alle geweld beproeven, de devotie tot Maria uit de harten der Roermondenaars en der omliggende dorpen te verdrijven. Had de kerkelijke bemoeizucht van een Keizer-koster Jozef II zich te Roermond op gevoelige wijze doen kennen, de fransche Republikeinen zouden het nog erger maken. Tien jaren na het groote Jubilé, den 10 Maart 1795, werd de zoogenaamde vrijheidsboom vóór het Stadhuis geplant, en Roermond, den 1 October, bij de Republiek ingelijfd. In 1796 begonnen deze heeren duchtig van de Revolutie-vrijheid gebruik te maken, en in 1797 tot eene formeele vervolging van den godsdienst over te slaan. De nog overig zijnde kloosters werden gesupprimeerd, de kloosterlingen en religieuzen uitgedreven. Alle dienaars van den godsdienst moesten den ongeoorloofden eed zweren aan de wetten der Republiek. Goddank, het grootste gedeelte der geestelijkheid bleef getrouw, en aan de spits van die velen zien wij den waardigen Joan Raptist van Velde de Melroij, die als een andere Joannes Chrysostomus liever ballingschap en kerker wilde verduren dan God ontrouw worden, zien wij den leidsman van Joannes Augustinus Paredis, op diens eerste herderlijke loopbaan, Roermonds roemrijken Deken Mathei.
Wilt gij dezen kennen, lezer, treed dan met mij de pastorie van dezen Herder binnen. Hij heeft zijne kudde niet willen ontloopen, en woont er dus nog in het geheim, terwijl hij 's nachts zijne zieken bedient, of de trouwe geloovigen in de eenzame zaal verzamelt. Kom, gaan wij er ook in stilte henen, zeker zal ons de toegang niet geweigerd worden. En wat treft nu ons oog? O heerlijk tooneel, dat ons herinnert aan de tijden der Reformatie, of liever aan de eerste tijden der Kerk in de Catacomben. Zie daar in de zaal is een altaar opgericht. Het Allerheiligste is daar, de deken vier; er in de nachtelijke stilte de heilige geheimen. Maar wat staat daar nog meer bij dien kleinen tabernakel? Rezie het vol eerbied van naderbij, want het is eenigszins verborgen. Erkent gij het? â Het is het Miraculeus Beeldje van O. L. Vrouw in 't Zand. Ja, dat rust daar inderdaad, dat troost en bemoedigt daar den edelaardigen Pastoor en de hem getrouwe
â LXVII â
Katholieken, dat vindt er een veilige schuilplaats na de sluiting der Kapel, die den 24 Augustus '1797 geschied was.
En ja het was noodig, dat het geborgen werd. In hunne dolle woede hadden de godvergeten Franschen het ten vure gedoemd. Zie, den 21 Februari 1798 trekken zij naar de Kapel om dat vonnis te voltrekken. Het Beeldje was echter geborgen, doch daar zien zij een ander, in het klein kapelleken aan den straatweg. ))Dat is het!quot; roepen zij juichend, en trekken er eerst mede naar den koster Wolthagen om het daar te verbranden. Maar met heldenmoed verzette zich de trouwe koster daartegen, en dreef de onverlaten zijn woning uit. Dan organiseeren zij een spotprocessie, trekken met dat beeld naar het Zwartbroek en werpen het bij den burger Joannes Keuken op het vuur. »Maar niet verbrand zijnde, zeggen ons de kronieken, sheel't den gemelden Johannes Keuken het wederom in stilte bij den coster Wolft hagen aan de kapel terug bezorgt.quot;
En op deze heiligschennis volgde weldra een andere. (Jp Palmzondag van datzelfde jaar hield men in de Kapel ver-kooping van altaar, predikstoel, orgel, priestergewaden, enz.; de voornaamste zaken waren echter reeds gestolen. Maar eere aan de omwoners der Kapel. Zij sloegen de handen in elkaar, en kochten alles op, om het later aan de Kapel in eigendom terug te geven.
Zoo bleef die revolulionnaire woede voortduren tot het jaar 1802, toen het concordaat geteekend werd. Pastoor Mathei had in dien tusschentijd, van 9 Juli 1798, toen men hem m hechtenis had willen nemen, tot Oct. 1800, moeten vluchten naar Duitschland, en het miraculeus Beeldje in het huis zijner familie, slaande «onder aan de Marktquot; (1) in veiligheid gebracht. Daar bleef het tot den 8 Sept. 1802, toen de waardige beschermer het overbracht naar de Kapel en er een plechtige H. Mis tot dankzegging opdroeg.
Neen, de republiek vermocht niets tegen haar, zoo mogen wij instemmen met het jaarschrift, 25 jaren later op een eereboog aan de Kapel geplaatst. Waarom die eereboog'?
(1) NeC respVbLICa praeVaLVlt aDVersVs eaM.
â LXVIII â
Lezer, vraagt gij het nog? Moet een zilverjubilé der. heropening niet gevierd worden ? Voorzeker. En wie is het, die dat Jubilc viert, wie geeft er den stoot aan, wie doet dat zoo schitterend gelukken. Zeker de zegen van God, maar met dezen zien wij een ijverigen priester medewerken, in dat jaar Rector geworden aan de Kapel, het is de gewezen kapelaan, der St. Christoffel, de leerling van Deken Mathei, thans Mgr. Joannes Augustinus Paredis.
En nu brak een tijdvak van bloei voor de Kapel in 't Zand aan. Want werd ook der Kapel haar Rector den !24 November 1828 ontnomen, otn pastoor te zijn te Herkenbosch, bij den dood van pastoor Mathei in 1830 zien wij Mgr. Paredis als zijn opvolger benoemd. Toen kon hij meer dan ooit voor de glorie van 0. L. Vrouw in 't Zand werkzaam zijn.
Toen dan ook het jubeljaar 1835 aanbrak voor het 4-00jarig Jubilé, was hij de eerste om het besluit te nemen, dat Jubilé nog luistervoller te vieren dan het 350jarig van 1785.
Hij werd gesteund door den Rector der Kapel Jansen van Zon en door de kerkmeesters en regenten der Mariaan-sche Broederschap: Jhr. A. van Aefferden, J. A de Maas, J. M. Breuer, assesor, en H. P. Bel'jens, secretaris, die beiden als zoodanig reeds in 1831 jubileerden, en verder door de heeren F. Lousberg, J. B. Cloquet, G. Bongaerts, J. Cornelis, J. H. Schiefer, Jhr. G. en Jhr. J. J. Simon de Vlodrop, kerkmeesters van O. L. V. Munster, en J. A. Weyckmans, promotor der Broederschap. En alom vond hun aansporend woord een machtigen weerklank. De dichter greep naar zijn lier, de schilder naar zijn penseel, om het beeld der wondervolle Moeder onder de schoonste kleuren voor oog en verbeelding te rnalen. Jong en oud toog aan het werk om alle wegen en straten met denneboomen en eerebogen, met kroaen en schilderijen, met honderden jaardichten, opschriften, gedichten en spreuken , in het Latijn , Fransch, Nederduitsch en Hoogduitsch op te sieren. Doch wie vooral hier moet genoemd worden, dat is een eerbiedwaardige blinde, die reeds sedert vijf en twintig jaren geen lichtstraal meer mocht aanschouwen, de WelEdl. Heer J. Mertz. Schoon oog en handen hier geen dienst kunnen bewijzen, zal toch zijn heldere geest niet werkeloos zijn; meer dan tweeduizend vijfhonderd jaarschriften en spreuken heeft hij bij die gelegenheid vervaardigd, die in groote en veelkleurige letters te midden van groen en bloemen.
â LXIX â
van eerebogen en kransen in straten, pleinen, kerken en kapellen den lof van O. L. Vrouw verkondigden. Grootendeels alle vindt men terug in het boekje: »De verborgen Schat, door een Herder gevondenquot; bij die gelegenheid door de firma J. J. Romen uitgegeven.
Vraagt men verder, wat de kroniekschrijvers er van opge-teekend hebben, dan zegt u de kroniek van Van Beringen het volgende :
»Het Jubilé is begonnen op den vooravond van onse L; Vrouwe Hemelvaart en geëindigd op den feestdag van O. L. Vrouw Geboorte. Tot lof der inwooners van Roermond moet ik bekennen, dat de geheele stad is beplant geweest met
denneboomen, eereboogen, croonen, schilderijen enz.....De
geheele weg van de Capel, beginnende van de eerste boomen aan de stad tot de laatsten aan de capel, was versierd met eereboogen, festons en lofdichten, alles op het prachtigste. De onkosten soo van de Capellerweg, als rond de stad, sijn betaeld door de inwooners van Roermond. Gedurende de eerste acht dagen sijn de missen aen de Capel begonnen 'sniorgens om vijf uuren en hebben geduurt tot middag; des namiddags om vier uuren was preek buiten de Capel onder de linden. Op den achtsten dag heeft sijne Doorluchtige Hoogw. Heer Cornells van Bommel, bisschop van Luik [na des morgens ten 10 ure eerst binnen de oude Kathedrale Kerk gepontificeerd te hebben] des namiddags ten 5 uur aan de kapel hel sermoon gedaan met het Lof [en de processie om de kapel]. De toeloop van menschen gedurende dit Jubilé is soo groot geweest, dat wel 200,000 menschen zijn hier geweest. Het schijnt dat de elementen selven dit feest hebben willen bevoorregten, want het heeft maar twee malen geregend. Op Hemelvaartsdag is de groote processie der parochie naar de Capel getrokken, vergeselschapt van het groot muziek, eene menigte flambouwen en vele jonge bruidjes gekleed in het wit.quot;
Zoo wist Roermond in 1835 ook zijn roem te handhaven, en met de voorvaders in de vereering van het miraculeus Beeld te wedijveren.
Geen wonder, dat na dit zoo zegenrijke jubilé de devotie tot 0. L. Vrouw meer en meer bezit nam van aller harten. Zij bloeide immer in rijker en schooner vruchten, vooral sinds de vroegere Rector der Kapel tot de hooge waardigheid
â LXX â
van het Episcopaat geroepen werd. Den 30slen Juni 1841 in zijn kathedraal gezalfd, trad hij als bisschop van Hirene en Apostolisch Vicaris van Limburg op. Mocht kij ook al den titel van zijne doorluchtige voorgangers nog niet voeren, de devotie voor Maria's wonderbeefd was hem even als hun overdierbaar. Naar het heiligdom van Maria richtte hij raenig-malen zijne schreden, om aan haren voet de lasten en moeie-lijkheden van zijn bisschoppelijk ambl gemakkelijker te dragen. Die devotie groeide niet minder aan sinds Z. D. Hoogw. den 4 Maart 1853 tot 15llen Bisschop van Roermond benoemd werd.
Tien jaren daarna had een voorname gebeurtenis plaats, en werd een der hartewenschen van Z. Doorl. Hoogw. voldaan. Om de devotie tot O. L. Vrouw in 't Zand meer te doen bloeien, zag hij gaarne het dierbaar heiligdom aan de PP. Redemptoristen toevertrouwd. Dit gebeurde den 14llen Juni 1863. Spoedig ging men nu aan het werk, om het heiligdom te restaureeren en het in den vorm te brengen waarin het nu is. De devotie voor het wonderbeeld werd steeds grooter en algemeener, de bedevaarten namen toe, en niet minder de gunsten, welke 0. L. Vrouw hier uitdeelde.
De devotie nam echter, om ons zoo uit te drukken, een nog veel hooger vlucht sinds het jaar 1877. Toen, den 19den Augustus van dat jaar, werd het wonderbeeldje op last van Z. H. Pius IX door den vroegeren Rector der Kapel, thans onzen beminden Bisschop Mgr. Paredis, plechtig gekroond. Wat was dat een heerlijk, een prachtig feest! Heel Roermond was in feestdos, straten en huizen, ja, de daken zelfs waren opgevuld met jubelende geloovigen. De eerbiedwaardige Bisschop, ter zijde gestaan door den Internuntius, beklimt de estrade in de kathedraal, waar het beeldje rustte. De gouden krone hebben zij in hunne handen, en terwijl aller hart van vreugde klopt, terwijl ieder fier opblikt naar het wonderbeeld, de glorie van Roermond, ja van geheel Limburg, terwijl tranen van ontroering het oog ontvlieden, wordt Maria bier gekroond als Koninginne vol macht en vol goedertierenheid.
Dat was een machtige stoot, aan de devotie tot Maria in haar wonderbeeld gegeven.
En nu is wederom een nieuw Jubeltij aangebroken. Dat moet een grootsch en machtig Jubilé zijn. Maria's glorie straalt nog immer bij dat wonderbeeldje, ja men zou haast
â LXXI â
zeggen, als met vernieuwdea luister. Wel moest zij in de laatste jaren een nieuwen strijd voeren tegen het helsch serpent, maar gekroond met gouden krone door den plaatsbe-kleeder van Jezus Christus op aarde, vierde zij haar triomf, en vlecht nu bij die vele den negenden harer jubelglorie. Stemt dan in gij allen, die 0. L. Vrouw in 't Zand eert en liefhebt, met deze blijden lofzang, dien zoo wij hopen, uit duizend monden door heel Nederland zal schallen, stemt in met den
LOFZANG BIJ HET NEGENDE JUBILÃ
TAM 0, L, TROUW IE 2AMD,
Een lied van ü, een lied voor U,
O Lieve Vrouw in 't Zand,
Weerklink, in vollen jubeltoon
Door heel ons Nederland!
Een lied van U, een lied voor U,
Vol dankbre liefde en gloed,
Dat uwe moederliefde prijst.
En lofzingt: Gij zijt goed !
Ja goed zijt Gij! Goed waart Gij ons
Vier honderd vijftig jaar 1 Geen moeder v/as er beter ooit
Voor hare kindrenschaar.
Wat in der eeuwen loop verdween.
Wat ook te niet mocht gaan;
Uw harte bleef een moederhart.
Uw liefde troon bleef staan.
â LXXII â
Ja goed zijt Gij! Voor allen goed!
Zoo klinkt het -wijd in 't rond;
Geen, die hier ooit uw voorspraak vroeg,
En niet uw macht verkondt. Uw moederbee verdrijft de smart,
Weert ziekte en rampspoed af.
Wekt zondaars tot bekeering op.
Wekt dooden uit hun graf.
Ja goed zijt Gij, en maatloos goed!
Zing dat, Mariastad,
Reeds negen jubelkringen door
Bewaarster van dien schat.
Zingt dat, gij pelgrims, toegestroomd
Uit alle stad en land,
Tuigt allen van de wondermacht Der Lieve Vrouw in 't Zand.
Dus danken we U, en zingen blij
Een lied vol liefde en gloed, Nu 't negenvoudig jubilé
Uw eerkroon stralen doet;
Wij zingen van het liefdevuur.
Dat in uw boezem brandt.
Een lied van U, een lied voor U, O Lieve Vrouw in 't Zand!
ROERMOND.
Het groote Jubilé, zoolang reeds verbeid, is dan gekomen, en doet zijne zegeningen reeds in overvloed neerdalen. Geven wij thans de beschrijving der feestelijkheden, welke reeds hebben plaats gehad.
Zalerdacj 18 Juli.
Dit was de vooravond van den grooten openingsdag. Dagen en weken te voren had men met allen ijver gewerkt, om het genadenoord zoo van binnen als van buiten een rijk en smaakvol aanzien te geven. Vooral dien dag echter was alles in de weer, om de laatste hand er aan te leggen, en zag men bedrijvigheid van alle kanten. Daar kondigt het geschut aan, het was 5 minuten voor zessen des avonds, dat de tijd der opening gekomen is, en nauwelijks heeft de klok geslagen, of het statig klokgebrom van alle torens dei-stad huwt zich aan de zilveren tonen van het Mariaklokje der Kapel. Zij allen roepen u toe; Annuntio gaudium magnum: ik kondig u een groote vreugde aan, voor u en voor geheel het volk; zij noodigen inwoners en vreemdelingen uit, om de opening van het Jubilé te komen bijwonen.
Kom , laat ons de versieringen der Kapel in oogenschouvv nemen. Daar op het plein vóór het genade-oord staat een vijftien meter hooge triomfboog ; vijf torens verheffen zich rank de hoogte in en dragen in hun spits wapperende vlaggen. Twee meer dan levensgroote engelen, basrelief als beeldwerk geschilderd, staan omlaag en groeten Maria met de engelenwoorden: Ave, Maria, gratia plena; Wees gegroet, Maria, vol van genade. De boog zelf noodigt allen uit door de volgende chronogrammen :
â lxxiv â
SneLt, ChrIst'nen, hIer ter heILge steDe, VerVVLD zIJ thans VW aLLer beDE,
en aan keerzijde :
AspICIVnt natïones, EXsVLtantesqVe hIC beataM Te DICVnt. (1)
Aan de Kapel gekomen, staat daar het voorportaal geheel veranderd als het gulden huis. Een kort en eenvoudig jaarschrift zegt u, wanneer het begin gemaakt werd met deze Kapel ; het verklaart u tevens, dat waarlijk Maria dat gulden huis is, waarin alle schatten verborgen zijn.
Ik lees er: haeC DoMVs aVrea: Zij is het gulden Huis. Maar hoe den luister te beschrijven van het inwendige van Maria's heiligdom? Daar staat de vóór 450 jaar gevonden schat, het wonderbeeld van Maria in 't Zand. Daar staat het in het midden van het heiligdom op een schitterenden troon. Het is gekroond met de kroon van het jaar 1877, maar, naast de parelen schitteren u meer dan 225 diamanten tegen, waaronder verschillende brillanten. Amsterdam vooral moet hier genoemd worden naast Roermond als een der steden, die haar keurig gesteente daarvoor afzonderden. 9 zilveren lampen verspreiden hun helder licht daaromheen. â Treed verder de kapel in, uw oog valt op een meesterstuk van schilderkunst. Heel de triomfboog der kapel is er mede gevuld. Het is een cadeau van den schilder zeiven, den heer A. Windhausen, wiens broeder om zijn voortbrengselen op de Amsterdamsche Tentoonstelling en thans ook op de Ant-werpsche zoo algemeen geprezen wordt. Waarlijk, wij zeggen niet te veel ; het is een meesterstuk. 0. L. Vrouw in't Zand zweeft als boven de bron, waarin haar beeld wonderbaar gevonden werd, en rondom haar heen heeft de schilder al hare groote vereerders, van den herder-edelman Wendelinus tot den bisschop, die haar kroonde en nu haar jubilé zoo heerlijk viert. Mgr. J. A. Paredis gegroepeerd. (2)
Zie verder om u heen ! Rijk versierde guirlandes, opschriften van allerlei aard, festoenen en draperieën zijn als zoovele eereteekenen der jubelende Moedermaagd. Het hoogaltaar is te midden van zijn opnieuw rijk gepolychromeerd
(1) De volkeren zien tot U op, en jubelende prijzen zij ü zalig.
(2) De Katholieke Illustratie zal eerstdaags eene reproductie, en zoo wij hopen, ook eene waardige beschrijving van dit kunststuk geven.
â LXXV â
priesterkoor in hoogen feestdos. Alles roept u toe : Waarlijk, wij vieren hier een grootsch jubelfeest.
Daar begint eindelijk de kerkelijke opening. De Reotor der kapel, geassisteerd door zijn Paters, verschijnt in geheel nieuw ornaat, een prachtig gouden stel, aan het altaar; hel Veni Creator wordt aangeheven en door het volle koor voortgezet. Dan begint een kort Lof en beklimt een der Paters den predikstoel. Hij kondigt het groote jubilé aan en ontvouwt ons, dat het plicht was, dit eenig en op buitengewone wijze te vieren, want Marias liefde geeft er haar recht op, en onze dankbaarheid, een dankbaarheid voor weldaden van 450 jaren, gevoelde er behoefte aan.
Na die hartelijke en treffende toespraak werd de Zegen met het Allerheiligste gegeven, en het jubellied ; ))Een lied van U, een lied voor Uquot;, vervaardigd en op muziek gezet uitsluitend voor dit jubelfeest, door tal van stemmen gezongen.
Zóó eindigde de vooravond.
Zondag J9 Juli.
Doch was de vooravond van het feest indrukwekkend geweest, heerlijker was nog het feest zelf. Reeds te vier uur in den vroegen ochtend liet zich het geschut hooren, en spoedig daarop stroomden de tallooze scharen van geloovigen ter kapelle om de eerste Heilige Mis bij te wonen. Tot negen uur wisselden de H. Missen elkaar onophoudelijk af, en groot was het aantal geloovigen, die reeds den eersten dag met dankbaar harte de groote gunst wilden verdienen door Z. H. Leo XHI welwillend toegestaan. Onder deze laatste trokken vooral de leden der Vincemius-Vereeniging, die te zeven uren eene generale Communie hielden, algemeen de aandacht.
Te half negen uren lieten zich de welluidende tonen eener harmonie hooren. De vrouwelijke vereenigingen der stad, waaronder de Congregatie der Onbevlekte Ontvangenis, met haar ijvervollen directeur, den WelEerw. Heer Bauduin aan 't hoofd, wilden der vlekkelooze Moedermaagd als oprechte dochters onder de eersten hare kinderlijke hulde komen aanbieden. De grijze Bisschop van Roermond, de Bisschop van van Maria bij uitnemendheid, volgde met zijn Coadjutor Mgr. Boermans onmiddellijk daarop. Onder den stoet, welke de de bisschoppen te gemoet trok, waren het vooral de bruidjes
â LXXVI â
en herdertjes, maar meer nog de schilderachtige schildknapen in hun middeleeuwsch costuura met Spaanscnen kraag, die de aandacht der menigte tot zich trokken. Nauwelijks had Mgr. Paredis dien tooverachtigen stoet bemerkt, of hij verliet zijn rijtuig, en legde bijna geheel de Kapellerlaan te voet af. Zegenend trok Z. D. H. midden door die knielende scharen van geloovigen, en toen Hij aan de Kapel gekomen was, liet het geschut andermaal zijne donderende stem hooren, om te verkondigen, dat de pontificale Mis ging beginnen. Al spoedig daarop daverde het majestueuze Ecce Sacerdos magnus in machtige akkoorden langs de gewijde gewelven der Kapel, waarna Mgr. geassisteerd door drie zijner kanunniken en verder door paters van de Kapel, de trappen beklom van het feestelijk versierde hoogaltaar, en den driewerf Heilige het onbloedige offer van 't Nieuwe Verbond ging opdragen.
Na het Evangelie beklom Mgr. Boerraans, Coadjutor van Z. D. H., den kansel en sprak in de hoofdzaak de geloovigen in dezer voege toe: «Geliefden, als ik het waag, den heiligen dienst, door Monseigneur Paredis, den Bisschop van Roermond, verricht, een oogenblik te onderbreken, dan is het, om u allen een hoogst belangrijke tijding mede te deelen; eene tijding, die allen, wien het hart op de rechte plaats klopt, uiterst welkom zal wezen: de lijding nl. dat Zijne Heil. Paus Leo XIII een buitengewoon Jubilé verleend neeft aan dit genadeoord. Heugelijk, vreugdevol is die tijding, niet alleen wijl daardoor allen de gelegenheid wordt geschonken, onder zoo gemakkelijk te vervullen voorwaarden, een vollen allaat te verleenen; niet alleen wijl den biechtvaders buitengewone volmachten geschonken zijn, maar heugelijk, vreugdevol vooral, wijl een Jubilé zulk een zaligen invloed op aller zielen uitoefent. Om u slechts op iets te wijzen: bedenkt eens, D. G., wat het woord »Jubiléquot; uitwerkt.
»Die zondaar was maanden, jaren wellicht, doof gebleven voor elke vermaning, doof voor iedere bedreiging, ongevoelig leefde hij voort: daar hoort hij spreken van een Jubilé, en zonder menschelijken invloed gevopjt hij geheel de stemming zijns harten veranderd: tranen van berouw ontwellen aan zijn oog : ja, hij zal zich rouwmoedig neerwerpen aan de voeten van den priester, ja, hij zal zich bekeeren, hij zal weer een braaf, een echt christelijk leven gaan leiden. â O mijne Broeders,quot; zoo ging de eerbiedwaardige grijsaard voort, en
â LXXVII â
zijn woord trof ons allen, »o mijne Broeders, het heugt mij nog als de dag van gisteren, hoe hier voor vijftig jaar een dergelijk Jubilé gevierd werd ; ook toen zagen wij de geestdrift der geloovigen, ook toen zagen wij de laan naar dit genadeoord met groen en bloemen, met opschriften en zinnebeeldige voorstellingen versierd, ook toen zagen wij, hoe de biechtstoelen dezer Kapel, om mij zoo uit te drukken, belegerd werden door tal van boetelingen; en ons hart verheugde zich, wijl het een feest was voor Jezus, een feest voor u, o goede Moeder Maria. En thans, o Goddank, gij hebt het getoond, dat gij onverbasterde, echte afstammelingen zijt van echt geloovige, diep godsdienstige voorvaderen. Blijft dat toonen, gij mijne dierbare Parochianen. Weest dus welkom, gij eerstelingen onder de pelgrims, weest welkom in dit genadeoord. Uit naam van Maria, dank aan allen, die van deur tot deur gegaan zijt, om met de milde giften der rijken ook het penninkske der armen voor Maria's eer te kunnen besteden; dank aan allen, die hoe dan ook hebt bijgedragen, om dit Jubelfeest, reeds van den eersten dag, zoo glorievol te kunnen vieren. Blijft uwe liefde voor Maria toonen; doet der wereld zien, dat wij Katholieken ons allen gezamenlijk beschouwen als één groote familie, wier Vader daar woont in de Hemelen, wier teedere Moeder gij zijt, o lieve Moeder Maria. Vereenigt u dus met allen, die in deze dagen van heil, tempus accep-tabile, dies salutis, tot Maria's Wonderbeeld zullen snellen, vereenigt u met allen, om zoo eens voor alle eeuwigheid met hen te worden vereenigd in het Bijk der Hemelen.quot;
Het H. Offer werd voortgezet, en zeggen wij hier in 't voorbijgaan, de gezangen, zoowel in het Gregoriaansch als de vierstemmige Mis Assumpta est van Halier, werden door het uitgelezen mannenkoor prachtig uitgevoerd.
In den namiddag te 2 uur trokken de H. Familie en de Jongelings-Vereeniging der stad in optocht ter kapelle, zij werden geleid door haar directeurs, den eerw. pater Schriider en den weleerw. heer Neujean. De menigte volks, reeds zoo groot des morgens, was nog aangegroeid, zoodat heel het plein rondom de kapel, en het spreekt van zelf, de ge-heele kapel, letterlijk opgevuld waren. Bij hun aankomst werd door een der paters een hartelijk woord gesproken. Z. Eerw. zeide, dat zij als leden der Vereenigingen geroepen waren te strijden tegen den geest van ongeloof, zedenbederf
â LXXVIII â
onzer dagen, en dat ze niet aan hun verheven roeping konden beantwoorden, tenzij door de machtige voorspraak van Maria; zij moesten vooral uitmunten in devotie tot 0. L. Vrouw in 't Zand, daar Maria besloten had haar gunsten bij dit Wonderbeeld zoo overvloedig over Roermond uit te deelen.
Na die preek begon de heerlijke processie door den prachtig versierden kloostertuin. Z. D. Hoogw. Mgr. Boermans droeg het Allerheiligste, en den hoog bejaarden bisschop, den yroe-geren Rector der kapel. Mgr. Paredis, zag men vol liefde het Allerheiligste volgen. Een groote stoet van bruidjes, schildknapen, herders en zouaven vormde de groep om het wonderbeeld, dat voor het Allerheiligste uit, door de commissie der U. Familie gedragen werd.
Treffend was het vooral, toen men al die mannen daar opeens neergeknield zag, om na een korte toespraak den zegen met het Allerheiligste te ontvangen. Het was doodstil; plotseling kondigt het geschut opnieuw aan heel den omtrek, dat Jezus zegenend zijn handen over die geloovigen had uitgestrekt.
ünder het zingen van tallooze jubelliederen trokken zij daarna in feestelijken optocht naar de stad terug.
Des avonds te 51/2 uur verdrong zich wederom een groote ⢠menigte in de kapel. Ook toen was zij eivol. De eerw. Pater Celestinus, Minderbroeder, uit Maastricht, zou den kansel beklimmen.
Kaar aanleiding van zijne tekst: Et sicut ijui ihesaurizat ita et qui honorificat matrem suam: Hij, die zijne Moeder eert, is als iemand, die zich schatten verzamelt, (Eccli 111 5) wees hij op het groote voorrecht, hetwelk Roermonds ingezetenen genieten door het Wonderbeeld van 0. L. Vrouw in 't Zand.
Dit Jubilé toch getuigde deze twee waarheden; Roermond vereert zijne Moeder; het vereerde haar reeds sinds 450 jaren in het Mirakuleuze beeld ; het had zich daardoor schatten 'vergadert in ruime mate: ziedaar de hoofdgedachte en tevens de verdeeling dier van liefde tot Maria tintelende toespraak. »Hoc mijne stem maken lot tolk van den jubel uwer harten? zoo had de redenaar gevraagd. Dit Jubilé is het feest der liefde van de kinderen tot hunne Moeder; het is het feest der zegeningen, waarmede de Moeder die liefde harer kinderen beloonde. Alles hierop aarde bezwijkt voor den tijd; koninkrijken verdwijnen zelfs. Ja, zijn verslindenden land heelt hij zelfs meermalen gezet in de muren van een heiligdom, Maria
â LXXIX â
toegewijd, ora vandaar niet te vertrekken, voor en aleer die gewijde plaats niets meer was dan een begroeide puinhoop. Met 0. L. V. in 't Zand moest het anders wezen: wel had de vijand van Maria op alle manieren zijn aanvallen gedaan ; maar ón de lö'10 eeuw met haar allesvernielende hervorming, èn de 18l10 met haar ongeloof èn de lO00 met haar ijskoude onverschilligheid waren getuigen geweest van een altijd wassenden bloei dier devotie. Welnu, zulk een overwinning op den alverslindenden tijd, het herdenken van zulk een standvastige liefde tot Maria, verdient met jubel herdacht te worden: een kreet van dankbare liefde is dit Jubilé: dankbaar vooral, wijl die liefde der kinderen zoo voortdurend beloond werd der de zegeningen der Moeder. â Nog altijd blijft Maria kinderen schenken aan den hemelschen Vader; kinderen dei-genade; daarom doorwandelt zij al weldoende de wereld, zoekend, wien zij hare moederliefde kan doen gevoelen; maar er zijn plaatsen, waar zij rusten wil, waar zij bijgevolg met meer mildheid nog al hare schatten kan uitdeelen. Niet als kon God niet vrij beschikken over zijne genade: maar de ondervinding leert, dat God het zoo wil. Wat schonk Maria aan Roermond? Trouwe, ijverige herders, die bij 0. L. V. in 't Zand, als bij een andere Uebecca geloof, genade kwamen putten voor zich en hunne kudde. Wat schonk zij ? De standvastigheid in het Katholiek geloof ook bij de hevigste, vervolgingen. Wat schonk zij? Een bisschop waarop wij nu groot gaan. Wat schonk zij ? Dat haar Kapel bediend zou worden door kloosterlingen, vol ijver voor het heil der zielen, vol liefde voor Maria.
Welaan, zoo besloot de gewijde redenaar, jubelt dus, gij Roermondenaren ! Blijft standvastig in uwe getrouwheid aan Jezus, in uwe verknochtheid aan 6. L. V. in 't Zand. Reeds 450 jaar kwam men hier om raad bidden en om hulp; gaat ook gij voort, die voetstappen uwer voorouders te drukken. Amen. Zoo zij het.quot;
Na deze boeiende en wegslepende taal die in aller harten een diepen indruk achterliet, werd de zegen met het Allerheiligste gegeven en het Jubellied uit volle borst ter eere van Maria gezongen.
â LXXX â
ORDE DER BEDEVAARTEN van den 8slen Augustus tot deu 15de° September.
8â10 Augustus. De bedevaart van Amsterdam.
9 Augustus. Zondag. De parochies Tegelen en Baarlo. De parochie Kerkrade.
10 Augustus. De parochies Halen, Buggenum, Neer en Nunhem. 11â12 Augustus. De bedevaart van Rozendaal.
12 Augustus. De parochie Overasselt.
13 Augustus. Duitsche bedevaarten.
16 Augustus. Zondag. Gladhavh.
17 Augustus. De parochie Peij.
18 Augustus. De parochie Poslerholl.
19 Augustus, 's Namiddags de parochie Venn.
20 Augustus. Duitsche bedevaarten.
21 Augustus. Spiel.
22 Augustus. Kempen en vele andere Duitsche bedevaarten.
23 Augustus. Zondag. De St. Anna-Congregatie uit Wijck. De groote bedevaart uit Wittem.
24 Augustus. Verschillende afdeelingen der Vincentius-Vereeniging. (Pontificale Mis).
29 Augustus. Duitsche pelgrims.
30â31 Augustus. De bedevaart uit 's Bosch.
30 Augustus. Zondag. De parochie Maasbracht.
1 September. De parochie Herten. De parochie Heithuyzen.
2 September. Eindhoven.
3 September. De bedevaart uit Rolterdam, Rosalia-Kerk. Beesel, Kessel, Reuver, Belfeld.
i September. De Congregatie uit Tilburg. Tweede bedevaart uit Amsterdam.
6 September. Zondag, 's Morgens, de H. Familie van Echt. 's Namiddags, de parochie Weert.
8 September. De groote processie van Roermond.
9 September. De parochies Linne en Neerweert.
10 September. De parochies Heurn en Geldrop.
11 September. De bedevaart uit Haarlem. De Congregatie van Stevensweert.
12 September. Duitsche pelgrims.
13 September. Zondag. De parochie Maasniel.
li September. De parochies Beegden en Heel. De parochie Swalmen.
September. Bedevaart uit Maastricht.
lö September. De parochie Odiliënberg.
Nog verschillende bedevaarten hebben ons wel hunne koxst, maar nog niet den juisten dag vermeld.
DER
Kapel ?ai 0. L Teöiw la 't laai
TE
ROERMOND.
»Op! Neerlands breede scharen Ter lieve Vrouw in 't Zand, Waar 't goud der jubeljaren In vollen feestgloed brandt.
Op ! op ! ter Heilkapelle Der zoete lieve Vrouw, Dat ieder derwaarts snelle Die mooglijk toeven zou.
Op! op ! â uit alle krachten â
Op ! ten genadentroon.
Mijn Neerland, want daar wachten De Moeder en haar Zoon.
Daar stroomt een vloed van zegen,
Genade, kracht en vreé,
En baant zich 't hart de wegen Naar 't eeuwig Jubilé.quot;
Zoo had de oproepingskreet geklonken op den 18 Juli in de Maas- en Roerbode, uit den mond des dichters H. J. Dolmans van Tilburg. Niet te vergeefsch was hij. Talrijk zijn zij geweest, tot nog toe allertalrijkst, die dezen kreet beantwoordden. Wij beschreven de vorige maal den dag der opening, thans gaan wij het vervolg der jubeldagen beschouwen.
â LXXXII â
20, 21 en 22 Juli.
Deze drie dagen na de opening, waren voor velen dagen van heil en zaligheid. Een Triduum werd met veel vrucht gepredikt door den Eervv. Pater Knukkel, Redemptorist. Eiken avond kwamen tal van geloovigen het Woord Gods vernemen. , De 2Ot0, feestdag van den grooten vriend der kinderen, I den H. llieronyraus Aerailianus, was tevens een jubeldag voor de 200 kinderen der omwoners van de Kapel; zij immers moesten de eerstelingen zijn van het Jubilé. Dien dag dan trokken zij in schoonen optocht naar de Kapel om hel feest der Kindsheid voor de eerste maal te vieren. Onder de Hoogmis voerden die kleinen schoone latijnsche gezangen uit, deden daarna de opdracht aan het Kindje Jezus en verlieten, blijde zingend, het Jubeloord. Een bewijs te meer was geleverd, hoe degelijk en goed de opvoeding is, als deze door zusters voltrokken wordt, en het moet voorzeker troostend zijn voor onze lezers, die door hun abonnement op ons maandschrift deze school steunen, te vernemen, dat zij nu reeds zulke schoone vruchten voortbrengt.
Den 22slcquot; zag men hier een schoone bedevaart, gehouden door de leerlingen van het Gymnasium der Eerw. Paters Jezuïeten van Sittard. Met eene uitgelezen harmonie trokken zij de Kapel binnen en voerden daar, onder leiding van hunnen bekwamen directeur Pater van den Heuvel S. J., eene heerlijk schoone rauziekmis uit.
De drie volgende dagen kwamen achtereenvolgens de Pen-sionairen der zusters Ursulinnen, de weeskinderen der stad en kinderen der zusterscholen, de leerlingen van het Bisschop-pelijk Collegie en der parochiale school het Wonderbeeld vereeren. Zij hadden er ieder eene plechtige Hoogmis, waaronder de koren dier scholen hunne schoonste en lang voorbereide gezangen ter eere van Maria deden weerklinken. Vooral moeten wij melding maken van de heerlijk uitgevoerde Mis van F. Witt, inhonorem S. Franc. Xav. door de studenten van het Bisschoppelijk Collegie, onder leiding van Professor Jansen.
Zondag 26 Juli.
Heden kwam de parochie Herkenbosch baar jaarlijksch bezoek brengen bij 0. L. Vrouw in 't Zand. De processie was circa 500 man sterk. Na hunne plechtige Hoogmis
â LXXXIII â
moesten zij aanstonds de kapel ontruimen voor de bedevaartprocessie van Breda. De Broederschap van den H. Bernardus en van 0. L. Vrouw van Meerle aldaar, had deze bedevaart georganiseerd en vergezeld van den Hoog Eenv. lieer van Spaandonk, pastoor der St. Antoniuskerk en zijn kapelaan den Zeereerw. Heer de Kerf, kwamen de 300 pelgrims voor het eerst het Miraculeus Beeldje bezoeken, 's Namiddags hielden zij processie met het Allerheiligste en het Wonderbeeldje door den versierden kloostertuin en den volgenden morgen een schoone generale Communie. Na het Lof des middags namen zij de terugreis aan, de belofte achterlatende een volgend jaar terug te keeren.
Zondag den 26slon des avonds hield dc Zeer Eerw. Pater van Gestel S. J. de feestpreek. De gewijde redenaar, zoo bekend uit zijne geschriften, boeide zijne hoorders, en spoorde hen aan om als Wendelinus hier rust te zoeken bij het Wonderbeeld, als Joanna Baptista van Bandenraedt te bidden voor de Kerk en de gansche Christenheid, om vooral Maria, die de uitdeelster is van alle genaden, alles te vragen door een hartelijk en volhardend gebed.
Nu volgden wederom dagen, waarin Boermonds scholen, pensionaten en collegien lucht gaven aan hunne devotie tot O. L. Vrouw in 't Zand. Achtereenvolgens zag men er eene tweede afdeeling van de scholen der Zusters van liefde, het Pensionaat St. Louis, dat met harmonie het Heiligdom binnentrok en er eene prachtige Muziekmis begeleid door strijkinstrumenten, uitvoerde, de Pensionairen en weeskinderen der Zusters van het Kind Jezus. Allen hadden hunne beste krachten ingespannen om Maria hunne schoonste hulde te brengen door sierlijke optochten, schoone gezangen en opdrachten aan O. L. Vrouw.
Zondag 2 Augustus.
Op dezen dag, het feest van den Stichter van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers, kwamen niet minder dan 3 bedevaarten Ã. L. Vrouw in 't Zand bezoeken. Het waren die van de dorpen Melik en Vlodrop en des namiddags die van Venloo. Deze laatste vooral muntte uit door getalsterkte, niet minder dan 1350 personen namen er deel aan, zoodat de Kapel veel te klein was om allen te bevatten. Men besloot
â LXXXIV â
dan ook in den tuin van het klooster, bij de processie welke alsdan gehouden werd, de oefeningen te doen.
Dien dag ook verscheen de Maas- en Roerbode in een feestnummer, met de «Feestcantate op het 450jarig Juhiléquot; van Rolduc's professor, Roermond's zoon, den Zeer Eerw. Heer Alph. H. M. Ruyten. Waarlijk, deze is een meesterstuk den dichter waardig. Hij bezingt er in gloeiende, hartroerende poëzie de geschiedenis der lieve Vrouw in 't Zand. Verbood ons plaatsgebrek niet, deze Cantate weer te geven, wij namen ze in haar geheel over in onze Kroniek (1). Thans moeten wij ons tot een enkel gedeelte bepalen, de kroning n.1. van Onze Lieve Vrouw in 't Zand. Hoort, hoe eerst dat feit in korte woorden wordt verhaalt en vervolgens in een heerlijk Kroningslied verheerlijkt wordt.
»De Trouw hield wacht om haren troon, De liefde smeedde een gloriekroon
Van goud en diamant...
Toen galmde 't jubellied alom,
En schooner straalde 't heiligdom Der Lieve Vrouw in 't Zand.
KRONINGSLIED.
Alleluja! Alleluja!
Choren zingt! en schalt cymbalen !
Leent uw stemmen nachtegalen !
Zon des Hemels, zend uw stralen !
Heuvlen, lofzingt met de dalen.
Want daar komt de Koningin.
Alleluja!
Volkren, tracht haar hemelzoeten Blik in uwen blik te ontmoeten.
Legt uw hulde en uw groeten Dankend neder aan haar voeten,
Scharen, haalt haar juublend in!
Alleluja !
(1) Zij is ook afzonderlijk verkrijgbaar bij de uitgevers J. J. Romen en Zonen, prijs 0,12.
â LXXXV â
Ziet! hoe straalt de gouden krone
Op het hoofd der overschoone !
Zeegnend stijgt zij op ten trone!
Dat zij in ons raidden wone Heerschend over stad en land!
Alleluja!
Komt, Maria's teerbeminden !
Weest haar Eerwacht, trouwe vrinden !
Komt ook gij, helaas, verblinden!
Hier is licht en kracht te vinden,
Op, ter Lieve Vrouw in 't Zand.
Alleluja! Alleluja'
Was deze feestcantate overheerlijk, schoon ook was de feestrede welke dien dag des avonds door den Z.Eerw. Pater Dominicaan Dom. Wijntjes in het Lof uitgesproken werd. Z.Eerw. deed ons den H. Alphonsus kennen als den grooten Maria-vereerder, die in alles Maria zocht en door Maria ook groot geworden was. De Congregatie door Hem gesticht, kon dan niet anders, of zij moest haren Vader navolgen, aan niemand beter kon dan de Mariaschat worden toevertrouwd dan aan de Congr. des Allerh. Verlossers, welke alles veil heeft ora de Moeder Gods te doen vereeren. Dat was in korte woorden de hoofdtrekken zijner prachtig treilende predicatie.
De week, welke op dezen schoonen feestdag volgde, was een week toegewijd vooral aan het aanbrengen van de buitenversieringen in de Kapellerlaan en de straten der stad. Van alle kanten zag men werken, en waarlijk, men moet het bekennen er is in het betrekkelijk kleine Roermond veel, ontzaglijk veel tot stand gekomen. Koerniond heeft smaak en kunst, in den volsten zin des woords, aan den dag gelegd, meer nog, liefde en eerbied voor Maria. Het is ons echter niet doenlijk die vele prachtige versieringen weer te geven. Wil men een gedachtenis aan het Jubilé, welke tevens dit alles leert kennen, en dus waarlijk een der schoonste herinneringen is, welke men zich kan aanschaffen, men koope vDe Feestwijzerquot; of De verborgen schut door een herder gevonden,quot; ook door tusschenkonist onzer administratie verkrijgbaar (men zie de achterzijde der omslag).
's Morgens zag men ook telken male gedurende deze week
â LXXXVI â
bedevaarten 0. L. Vrouw in 't Zand bezoeken, zooals die der Pensionairen van Koningsbosch, van de Zusters van St. Salvator uit de stad, van het Pensionaat te Heijthuizen enz. 's Namiddags waren het de kinderen uit de stad, die de offerkaarsen der verschillende putten blijde, zingend en jubelend, aan Maria kwamen brengen. Zóó naderde Zondag de 9 Aug. Wederom een ware jubeldag voor 0. L. Vr. in 't Zand. Amsterdam toch zou alsdan naast Tegelen, Baarlo en Steyl zijne hulde komen brengen aan Onze Lieve Vrouw in 't Zand.
Zaterdag 8 Augustus, 's namiddags te half vier, kwam de groote processie van Amsterdam te Roermond aan. Niet minder dan 800 pelgrims namen er deel aan.
))Door de Harmonie, tal van bruidjes en schildknapen in middeleeuwsch kostuum afgehaald,quot; aldus De Tijd van 12 Aug., «begaf de processie zich in de beste orde door de versierde straten dei1 stad naar het heiligdom van Maria. Behahe de rijke vanen, behalve de verschillende schilderachtige groepen van kinderen, in het wit of blauw gekleed, welke de beeltenis van 0. L. Vrouw van altijddurenden Bijstand of andere voorwerpen droegen, bemerkte men een schoone groep, welke den kostbaren zilveren draagtroon met zich voerde, welken Amsterdam in zijn bekende edelmoedigheid 0. L. Vr. in 't Zand bij haar Jubelfeest heeft geschonken. De Baldakijn zelf in gothischen stijl, is meer dan een nieter hoog en rust op een eikenhouten draagbaar, gemonteerd met zilveren ornamenten. Eere en lol' aan de edelmoedige Amsterdamsche processie, die zulk een geschenk, een Jubilé van 450 jaren waardig, medebracht. Eere den kunstenaar den heer F. X. Hellner uit Kempen, die dit prachtstuk heeft vervaardigd.quot;
Zondag 9 Augustus.
De processie gaf gelijk gewoonlijk, wederom bijzondere bewijzen van devotie tot 0. L. Vrouw in 't Zand. Den 8slen 's avonds was er een plechtig Lof en preek, hetwelk door alle pelgrims te zamen gezongen werd. Den volgenden morgen waren velen van hen reeds te 4- uren in de Genadekapel om te communiceeren en de H. Missen bij te wonen, welke daar achtereenvolgens geschiedden. De menigte groeide aan, zoodat den ganschen morgen de Kapel veel te klein was. Tegen half negen moest dan ook het verzoek worden gedaan om
â LXXXVII â
haar te ontruimen voor de groote processie van Tegclen, Baarlo en Steyl, welke uit 837 pelgrims bestond. Eerst nadat deze hunne plechtige Hoogmis gezongen en er voor hen gepredikt was, kon te iOi-a uur de plechtige Hoogmis voor de Amsterdamsche processie plaats hebben. Het koor van het Pensionaat S. Louis voerde daarbij voortreffelijk eene Mis van Singenberger uit, op meesterlijke wijze gesteund door een strijkquartet van eenige Heeren dilettanten der stad.
's Namiddags had de groote processie door den kloostertuin plaats. Beide bedevaarten en een groot aantal particuliere pelgrims, namen er deel aan, zoodat de paden van den grooten tuin geheel gevuld waren. En hier is het de plaats eene gunst te verhalen het vorig jaar bij deze gelegenheid als op wonderbare wijze geschied. Een man was toen ook, zoo verhaalde hij ons, met de Amsterdamsche processie medegekomen. Zes jaren lang had hij aan een vreeselijke breuk geleden. Toen hij daar nu onder de preek de macht van 0. L. Vrouw in 't Zand hoorde verkondigen, voelde hij zich op eens als genezen. Hij ontdeed zich des avonds van zijn banden, droeg ze het gansche jaar niet meer, ofschoon hij steeds zwaren arbeid moest verrichten en bracht ze nu aan 0. L. Vrouw in 't Zand, daar hij niet het minste spoor meer der kwaal ondervond. Met tranen van dankbaarheid in de oogen verhaalde hij ons die buitengewone gunst tot grooter glorie van 0. L. Vrouw in 't Zand.
In het Lof dat te 5i 2 uur na de processie plaats had, trad de Eerw. Pater Angelus, Conventueel, als redenaar op. Hij verkondigde op schoone wijze de macht en glorie van 0. L. Vrouw.
's Avonds begaf de Amsterdamsche processie zich naar het kerkhof en na aldaar hartelijk en vurig voor de afgestorvenen gebeden te hebben, werd de schoone slingerprocessie met Chineesche lantaarnen door de Kapellerlaan gehouden. Een groote menigte Roermondenaars was daarbij op de been.
Den volgenden dag werd de terugreis aangenomen ; doch eerst ging men nog den 90-jarigen Bisschop zijnen zegen verzoeken. Diep treffend was het toen Mous. zich gewaardigde naar buiten te komen en daar aan heel die menigte, welke op de straten geknield lag, zijn bisschoppelijken zegen schonk. Menige traan welde er op in de oogen der pelgrims.
â LXXXVIII â
Nauwelijks waren de Amsterdammers den trein ingestapt, of een andere processie trok door de stad en de Kapellerlaan. Zij was niet minder dan 1500 man groot en was gevormd door de vier dorpen Halen, Buggenum, Neer en Nunhem. Die vele afdeelingen der schutterij met hun schoon kostuum, die menigte bruidjes en herdertjes met dien opgesierden triumfwagen van den Baron van Halen, afgewisseld door die biddende en zingende menigte, door die harmonie en vanen, maakten waarlijk een treffenden indruk op menigen toeschouwer. Daar lag iets ongekunstelds, maar des te meer het godsdienstig hart aangrijpends in die schoone en groote optocht voor de Moeder Gods. â liet behoeft niet gezegd, dat de Kapel te klein was. Er werd dan ook behalve in de Kapel ook in den processiegang voor hen gepreekt. Na aan hunne devotie voldaan te nebben, verlieten zij na den middag welgemoed de Kapel, om wederom te voet, gelijk zij gekomen waren, hunne pelgrimstocht te voleinden.
Den 11 den Augustus kwam de processie van Rozendaal met zijne 518 pelgrims. In goede orde was zij de laan reeds een eind weegs ingegaan, toen een ongeluk plaats greep. Een rijtuig reed door de processie, en het ongeluk wilde, dat een jongeling van 12 jaren onder de paarden terecht kwam. Hij werd vreeselijk gewond, in het huis van den Heer F. Romen met liefde opgenomen en door spoedige hiip eens dokters verzorgd. De wonde was aanvankelijk gevaarlijk, doch dank zij 0. L. Vrouw, is alles spoedig geheeld en is hy thans, na een liefderijke verpleging in het Louisahuis, geheel genezen.
De bedevaart werd echter in goede orde voortgezet en hield aan de Kapel hunne gewone oefeningen, 's Namiddags te 4 uur verliet zij het genadeoord, na eerst dien middag de schoone processie met het Wonderbeeldje en het Allerheiligste door den kloostertuin gehouden te hebben.
Den 12den Augustus zag men alhier eene processie van 450 personen en 9 geestelijken uit Overasselt (Gelderland). Hunne plechtige Hoogmis was allerschoonst. Alle geestelijken waren aan het altaar, deels als hoogere, deels als lagere assistenten. Ook zij hield des namiddags processie door den kloostertuin, waarna de Eerw. Pater Augustinus, Capucijn , predikte en hen aanmoedigde tot devotie tot O. L. Vrouw in 't Zand.
Zoo naderden dan de 15de en 16de Augustus, die dagen welke vooral het glanspunt van het Jubilé moesten uitmaken.
- LXXXIX -
Lang was er reeds voor gewerkt, gesierd, en voorbereid, die dagen zouden voor Roermond onvergetelijke gloriedagen zijn.
Zaterdag 15 Augustus.
Maria Hemelvaart 1885 is eindelijk aangebroken. Het geschut verkondigde het te 4 uur des morgens aan Roermond en de omliggende dorpen. De H H. Missen begiunen en volgen elkander onophoudelijk op, de H. Communie moet voortdurend worden uitgereikt. Hoe hooger de zon in volle majesteit aan den hemel straalt, hoe drukker het wordt door Roermond's straten van de menigte vreemdelingen. Het weer is uitermate prachtig, het is of de hemel zelf al het mogelijke wil doen om Maria's gloriefeest luister bij te zetten. Ãe klok slaat negen en de stoet van geestelijken, vergezeld van schildknapen en bruidjes, voert den negentigjarigen Bisschop het Heiligdom van Maria binnen. Daar ruisclit het heerlijk »Ecce Sacerdosquot; vierstemmig door de gewelven. In hoogepriesterlijk gewaad, de mijter op het hoofd, den staf in de hand, begeeft zich onze Bisschop naar het altaar om het hoogheilig offer. God en Maria ter eere, te brengen. Ja, zoo juichen die scharen met de zangers, in hunne harten : »Laten wij ons allen verheugen in den lieer, want wij vieren het luisterrijk gloriefeest der ten hemelopneming van Mariaquot;, juichen en jubelen wij, want de glorie der Koningin straalt op aarde weder. En o, wat gevoelde niet de ziel, toen daar die beroemde Mis van den grooten meester Palestrina, de zesstemmige, Pwpce Marcelli, door een uitgelezen koor van meer dan 50 zangers, weerklonk. Hoe verder zij ging, hoe hooger ook de gedachten ten hemel stegen, en men jubelde om den troon van het Lam. Ja, dat was een korte voorsmaak van het eeuwig Alleluja des hemels.
Die jubel steeg echter nog hooger des namiddags, toen de feeststoet moest uittrekken, die het Wonderbeeldje naar de kathedraal zou overbrengen. Een ontzaggelijke stroom van men-schen vloeit door de laan naar de Kapel henen ; hunne stemmen ruischen rondom het Heiligdom als het bruisen der zee, de vereenigingen scharen zich in orde, alles is in gereedheid, doch eerst moet van den kansel de beteekenis worden weergegeven van dezen glorievollen optocht. Het was den Zeer Eerw. Heer Notermans, Rector der O. L. Vr. Munsterkerk,
voorbehouden dit te doen. «Zalig prezen haar gedurende vier en een halve eeuw alle geslachten in het verleden, zalig zullen haar alle geslachten prijzen in de toekomst; zalig prijst haar inzonderheid het thans levend Roennondsch geslacht. Gelijk zij heden haar plechtigen intocht viert in het hemelsch Paradijs, zoo gaat zij ook heden hare plechtige intrede doen binnen hare Mariastad.quot; Ziedaar in korte woorden den inhoud dezer treffende rede, welke hij op meesterlijke wijze ontvouwde. Was zij echter indrukwekkend, werden de gemoederen geroerd, de zegetocht der Koninginne zou dit nog veel meer bewerken.
Ziet, daar beweegt de stoet zich stadwaarts. De eere wacht te paard, zoo meesterlijk bestuurd door den Heer J. Imkamp, opent ze, die der kunstateliers te voet volgt haar. Alle kunstenaars hebben manschappen geleverd, zelïs de Heer Thissen stelde er een eer in zeil' aan het hoofd van heel zijn volk er bij tegenwoordig te zijn. Dan komen de harmonie van Swalmen en de verschillende congregatiën, vereenigingen enz. van Roermond's jongedochters en vrouwen. Allen hebben de heerlijkste vaandels ontplooid , allen zingen juichende het Jubellied. De Eerw. Broeders der Onbevlekte Ontvangenis, gevolgd door de Seminaristen gaan dan den meer naderen stoet der Lieve Vrouwe vooruit. Deze wordt geopend door het orkest der Koninklijke Harmonie. Een 250 tal herdertjes, bruidjes en schildknapen, aan weerszijden omgeven door de Heeren geestelijken en de Paters Redemptoristen, schrijden langzaam vooruit of stappen daar, in hun schilderachtig Spaansch kostuum, manhaftig heen. Waar trekken zij ook al eenige aandacht, zij wordt allerspoedigst afgeleid door den praalwagen van het Miraculeus Beeldje, die een betooverenden indruk op heel het volk maakte. Neen, wij zeggen niet te veel, betoo-verend schoon was hij. Kom, staan wij er een oogenblik bij stil. Doch verkondigen wij eerst luide dat hij ontworpen werd door de Eerw. Heeren G. H. M. Hustinx, professor aan het Bisschoppelijk Collegie, en A. W. H. Bauduin, kapelaar. ter dezer stede, en dat hij ook geheel en al onder hunne leiding werd vervaardigd. Eere, wien eer toekomt.
Maria verheerlijkt door hemel en aarde, dat was het gronddenkbeeld van den ontwerper. Boven op dien triomfwagen, vijf meter hoog, staan vier engelen in satijn gekleed met prachtige vleugelen. Zij dragen den kostbaren zilveren draag-troon van Maria, het geschenk van Neerlands hoofdstad. Die
â XCI â
uitverkoren draagsters van het Wonderbeeldje waren de kinderen M.-Eug. Bongaerts, M. Elis. Bongaerts, E. Bonhomme en L. Dahmen. Rondom den voet, waar de aarde vertegenwoordigd wordt, zijn 25 bruidjes gezeten, die kroon en scepter en verschillende emblemata der H. Maagd dragen. Voor op den voet van den praalwagen staat de beschermengel der stad, aan 0. L. Vrouw vaandel en wapenbord aanbiedende. De kleine Maria Dahmen, weet op meesterlijke wijze, onafgebroken het oog op het Beeldje gewend, deze lastige maar beeldschoone post te vervuilen. Op de vier hoeken lagen reusachtige leeuwen, door den heer Oor gemodelleerd, waarop insgelijks vier engelen zaten, die de wapens en vlaggen van Nederland, van den Paus, van Limburg en der beide Bisschoppen beschermden. Ook de namen dezer engelen dienen bewaard te blijven. Zij zijn : Jonkvrouwe Uenriette de Bieber-steyn, Antoinetta Arntz, Louise Berger en Mathilda Bevers. De wagen was heerlijk gedecoreerd met draperieën van blauw doek met zilveren franjes, doorweven van zilveren leliën, terwijl de zes paarden, die hem trokken, alsmede de geleiders, in kostuum van het laatst der 14'lc eeuw, in dezelfde kleuren gedost waren. Was het geheel onvergelijkelijk schoon, de engelen trokken aller bewondering tot zich. Uet waren levende beelden, die door de indrukwekkende houding den toeschouwer tranen uit de oogen persten ; men hoorde half gesmoorde kreten van bewondering in verschillende talen; het eigenaardig Limburgsch dialect natuurlijk niet te vergeten. Nooit hebben wij heerlijker praalwagen gezien, en men moet het bewonderen dat, bij zulk eene stoute constructie, eene treffende poëtische gedachte zoo getrouw vertolkt is kunnen worden.
Dit pronkstuk wordt onmgeven door de leden der Feestcommissie, ener achterkomen hunne DO. HH. Mgr. Paredis en Boermans, gezeten in een rijtuig en begeleid door verschillende kanunniken. Dan volgt te voet de gemeenteraad van Roermond met zijn wakkeren burgemeester, Fr. Andriessens, aan het hoofd. De Magistraat heeft niet willen onderdoen voor zijne waardige voorgangers van 1418, 1610, 1613, 1785 en 1835. Stelden zij er een eer in, het patronaat over de Kapel en het Beeldje op voortreffelijke wijze uit te oefenen, ook thans deden deze leden van den gemeenteraad, door hunne tegenwoordigheid en corps luide uitkomen, dat 0. L. Vrouw in 't Zand de glorie is
der stad Roermond, aan hun bestuur toevertrouwd. Verder zien wij de leden der St. Vincentius-Vereeniging, die der subcommissies der versieringen, wederom een eerewacht te voet, gevormd door de vereeniging »Kracht en Vriendschapquot;, de Roermondsche Zang- en Muziekvereeniging, het Juvenaat der EE. PP. Redemptoristen, het Bisschoppelijk Collegie, de Broederschappen van Barmhartigheid, St. Rochus en der H. Familie en de Jongelingenvereeniging; de Harmonie van Melick en eene Eerewacht te paard sloot den stoet.
Zoo schreed men, zingende en biddende, verder door de heerlijke laan tusschen duizenden toeschouwers. Aan het Zvvart-broek, den ingang der stad, stond een monumentale eerepoort, de voormalige poort voorstellende; acht prachtig geschilderde engelen dragen, staande op de kanteelen, de wapens der Bisschoppen van Roermond. Zij zijn een geschenk van den WelEdelen Heer Stoltzenbcrg, die in zijn edelmoedigheid, ook nog dit geschenkwilde doen. Toen de stoet genaderd .was, stond men een oogenblik stil; daar klonk op eens trompetgeschal op den trans van een der hoektorens; de torenwachter kondigde de komst aan der koningin, die een bezoek bracht aan hare stad. De eerewacht betrad hst stads-ebied, de muziek weerklonk door de straten, en zoo trok e onafzienbare stoet Roermond binnen.
Nu ging het voorwaarts door de heerlijk versierde straten van Roermond.- Men trok door die heerlijke triomfbogen opgericht door den St. Antonius-, den St. Barbara-, St. Anna-, bt. Michiels-, St. Rochus- en St. Christoforusput. De een was al schooner dan den ander.
Langs dien geheelen weg stonden de toeschouwers als opgehoopt ; alle vensters waren bezet, en men had zelfs op verschillende plaatsen tot de daken zijne toevlucht moeien nemen om getuige te zijn van het ongewone schouwspel. Toch heerschte nergens eenige wanorde of luidruchtigheid ; al die duizenden en duizenden waren geheel onder den indruk van het plechtige oogenblik, zij staarden vol godsvrucht naar het Moedergodsbeeldje of bogen eerbiedig het hoofd toen de zegewagen voorbijreed.
Op de Markt gekomen, stond de stoet een oogenblik stil, een photograplüe van dien heerlijken praalwagen werd genomen en alsdan ging men naar de Kathedraal. Ook deze was prachtig versierd. Overal zag men vaandels, tropeeën.
wapenschilden en jaarschriften. Een schoone troonhemel breidde van uit het kerkgewelf zijne golvende draperieën langs vier zijden, gelijk een koninklijke tent, over een deel van het transept voor het hooge koor uit. Daar stond het altaar met den troon, waarop het Wonderheeldje zou gaan rusten. Van boven riep een jaarschrift het jubelend toe: saLVe DVLCe ChrIstIanIs aVXILIVM: Wees gegroet, zoete Hulp der Christenen. Dan werd het Wonderbeeldje door de engelen van den triomfwagen dat heiligdom binnengedragen, en op het schitterend verlicht altaar geplaatst. Gedurende het Lof werden door het zangkoor, dat des morgens zoo voortreffelijk de Mis Papoe Marcelli had uitgevoerd, met dezelfde nauwgezetheid verschillende muziekstukken voorgedragen, waaronder vooral het vijfstemmig Magnificat, voor deze gelegenheid vervaardigd door Pater Haagh, bijzonder uitmuntte. Daarna hield de Weleerw. Zeergel. Heer Haffmans, directeur van het Bisschoppelijk Collegie, eene bezielende feestrede, waarin hij de glorie van 0. L. Vrouw in 't Zand op meesterlijke wijze deed uitkomen.
Toen het Lof geëindigd was, stond het studentenkoor van genoemd College in de nabijheid van het altaar gereed om zich te doen hooren, doch daar gaf het orgel eensklaps den toon aan voor het nieuwe Volkslied ter eere van O. L. Vrouw in 't Zand, dat elk Roermondenaar thans van buiten kent, en daar klonk het, onder de gewelven van den eeuwenouden tempel, schier uit aller mond :
»Een lied van U, een lied voor U, enz.
Toen dat lied geëindigd was, heerschte weder eene plechtige stilte, en daar ruischte het in betooverend schoone ac-coorden : ygt;Wir grüssen dich, Maria.quot; Daarop werd ook een «Madrigalquot; van het jaar 1495, door den directeur, professor Janssen, voor deze gelegenheid bewerkt, ten beste gegeven, en hiermede waren de plechtigheden van den eersten feestdag geëindigd.
Zondag 16 Augustus,
Had men zich op het feest van Maria Hemelvaart verheugd over het gunstige weder, op den tweeden feestdag was de hemel geheel onbewolkt en de Augustus-zon tintelde op de versieringen en de tallooze vlaggen. Elke spoortrein bracht
XCIV
weder een aantal vreemdelingen aan, en uit de omstreken trokken verschillende processiën de stad binnen.
Reeds te 4 uur des morgens werd de Kapel en niet het minst de biechtstoelen, waar de EE. Paters den vorigen avond tot middernacht hadden moeten arbeiden, als bestormd. De H. H, Missen wisselden zich onophoudelijk af en voortdurend moest de H. Communie wederom worden uitgereikt.
Was het echter druk in de Kapel, niet minder in de Kathedrale kerk, waar het Wonderbeeldje rustte.
Te 10 uren werd aldaar de pontificale Mis opgedragen door den Bisschop-Coadjutor, Mgr. Boermans. Het zangkoor voerde opnieuw, op zeer loffelijke wijze, genoemde Mis van Palestrina uit, en de predikatie werd gehouden door den weisprekenden pastoor van Echt, denzeereerw. heer E. Menten.
Des namiddags onder het Lol' deed prof. Timmermans van Rolduc op treffende wijze uitkomen, hoe de Roermondenaar Maria altijd geëerd had en nog eerde; en toen nu het wonderbeeldje in dezelfde schilderachtige rangschikking en volmaakte orde als den vorigen dag naar de Kapel teruggevoerd werd, waren de straten en was de Kapellerlaan opnieuw als rnet menschen bezaaid. Toch werd de orde geen enkel oogen-blik gestoord. Er heerschte overal geestdrift, die zich echter vooral lucht gaf door het schoone jubellied, toen in de nabijheid der Kapel de geheele stoet aan weerszijden der laan was blijven stilstaan en de trioinlwagen midden door hen heenreed.
Onder het Lof in de Kapel hield de weleerw. heet L. H. Veltmans, oud-rector der Kapel en pastoor te Horn, nog eene diepgevoelde en treffende toespraak en daarmede was de feestviering afgeloopen.
De volgende dagen waren opnieuw dagen vol troost voor O. L. Vrouw in 't Zand. Waren de H. H. Missen, die in de Kapel gelezen waren, telken male talrijk, den 17den werden er des morgens niet minder dan 40 opgedragen. Dien dag ook kwam een schoone processie uit de parochie Peij, 550 pelgrims groot, harq hulde aan 0. L. Vrouw brengsn, gelijk gewoonlijk was zij door vele bruidjes opgeluisterd. Zoo zag men ook den 18den eene processie uit Posterholt, den IQiien een tweede uit Sittard, n.1. die der Weeskinderen, 's namiddags op dien dag kwam pastoor Masker uit Stompwijk, Zuid-Holland, met een 40-tal zijner parochianen 0. L. Vrouw be-
xcv
zoeken, en bleef er tot den volgenden dag om biddend en zingend Maria hulde te brengen. Den 21stcn kwam de aloude Duitsche bedevaart uit Spie!, en Zaterdag den 22sten, behalve de vele particuliere pelgrims, niet minder dan zes Duitsche bedevaarten, waaronder vooral die van Kempem door getalsterkte en luister uitblonk.
Voor wij echter omtrent de bevaarten onze kroniek voortzetten, moeten wij eerst melding maken van de schoone pre-dicatiën, welke in de octaaf van 0. L Vrouw Hemelvaart des avonds gehouden werden. Het was Pater K. Wulfingh voorbehouden deze te doen, en tot onderhoud koos hij een zevental leerreden over de vereering van O. L. Vrouw. Met zijne gewone helderheid en klaarheid zette hij de leer der Kerk uiteen over de vereering der Moeder Gods, der Beelden en in het bijzonder der Wonderbeelden, over het kronen van Beelden enz. enz. De geschiedenis van 0. L. Vrouw in 't Zand had hij er op meesterlijke wijze doorheen gevlochten, zoodat de stof alle aantrekkelijkheid en leven in zich bevatte. Geen wonder, dat zijn gehoor altoos allertalrijkst was, en deze Octaaf merkbaar goed deed aan de vereerders van Maria.
Zondarj S3 Augustus.
Dezen dag zou dan de sluiting der 'lsl0 Octaaf plaats hebben. Gelijk voor honderden jaren wordt toch immer alhier, als 0. L. Vrouw Hemelvaart op Zaterdag valt, de octaaf een dag verlengt.
Moest men tot nog toe gedurende het Jubilé des Zondags de H. H. Missen te 4 uur beginnen, nu, de groote menigte maakte het tot eene verplichting, moest men te 3 uur reeds aanvangen. Te 4, 5, 6 en 8 uur werden plechtige Hoogmissen voor bedevaarten gezongen, terwijl op de verschillende half uren daar tusschen stille H. H. Missen voor andere bedevaarten op de kleine altaren moesten geschieden. De Hoogmis te 8 uur werd gezongen door Mgr. Rijkers, Pastoor-Deken van Wijck-Maastricht, die met zijne Congregatie hier heen was gekomen. Voortreffelijk schoon waren de gezangen, welke de Congreganisten, ook des namiddags in het Lof te Si/ss nur, uitvoerden. Tegen lOi/a uur kwam een andere bedevaart aan, het was die van Wittem, uit niet minder dan 800 mannen bestaande. Met eene schoone harmonie en tal van vanen trokken zij door de versierde straten der stad en door de
XCVI
Kapellerlaan het heiligdom binnen, waar zij de H. Mis bijwoonden en hunne liederen deden hooren.
Na den middag vergaderden zij te 81/2 uur bij de Kapel, om deel te nemen aan de groote en schitterende slotprocossie van de eerste octaaf. Wie zal ons echter den luister weergeven van dezen waarlijk plechtigen en luistervollen rondgang des Heeren Jezus, vooruitgegaan door de schat zijner Moeder, het wondervolle Beeldje. Ja grootsch en verrukkelijk was dat schouwspel. Niet door den kloostertuin schreed zij henen, deze was te klein voor die 4000 personen, die er deel aan namen. Een grooter en veel prachtiger tuin was er toe afgestaan, die van den WelEdelen Heer Corsten, Raadslid der stad. Daar schreden zij voorwaarts die 4000 katholieken, met luide stemmen bidden of zingend. Prachtig was de aanblik op die schare, overal zag men tal van rijke vaandels en heerlijke versieringen. Na den stoet der Lieve Vrouwe volgde die der geestelijken en eindelijk al zegenend de aanbiddelijke God onzer tabernakelen, onder broodsgedaanle schuilende. Onze negentigjarige bisschop, die eerst in de Kapel het pontificale Lof gedaan had, volgde diep bewogen en biddende het Allerheiligste, en verder zag men daar dien grooten mannen-stoet der IL Familie van Hoermond en Wittem en van die velen die het zich een eer rekenden den Koning der koningen te vergezellen op zijn zegentocht.
Al voortschrijdende is men eindelijk aan het heerlijke rust-altaar gekomen; het H. Sacrament wordt er opgeplaatst, allen knielen, het zij in de nabijheid of in de bezette voetpaden. Tantum ergo Sacramenium klinkt het uit de mond van het uitgelezen koor. Daar gaat de priester den zegen geven: ontzaglijk ooogenblik !.... De zegen van den goeden Jezns daalt neer over dat talrijk volk, dat zwijgend en met tranen in de oogen dien ontvangt. Ja, toen moet het uit het hart van allen zijn geweld; Mijn Jezus, ik dank U, dat ik katholiek ben, ik wil het zijn én nu én in eeuwigheid!''
En de processie gaat wederom verder door de breede slingerpaden van dien grcotcn tuin; luider en luider klinken de liederen, vuriger wordt het gebed. En als zij dan in de Kapel teruggekeerd is, wordt blijde het Te Deum gezongen en de zegen met het Allerheiligste gegeven. Het jubellied weerklinkt nogmaals door de gewelven van het hei'.igdom, en de eerste Octaaf van 0. L. Vrouw is gesloten.
TE
ROERMOND.
Was de geestdrift tot nog toe groot geweest onder het volk, na de eerste Octaaf verminderde zij niet. Maandag den 24 Augustus werd des morgens vroeg reeds eene Hoogmis gezongen voor de bedevaart uit Gladbach. Tegen 10 uur kwamen de verschillende confercntiën der St. Vincentius-vereeniging stil biddend in de Kapel, waar alsdan eene Pontificale Mis werd opgedragen door den Bisschop-Coadjutor Mgr. Boermans. Daaronder hield de ZeerEerw. Heer Menten, Pastoor te Echt, met de hem eigene welsprekendheid eene lofrede op de St. Vincentius-vereeniging.
Gedurende deze week kwamen daarenboven vele particuliere pelgrims de Kapel bezoeken, zoodat men genoodzaakt was des avonds een Lof en predicatie daarvoor te houden. Onder deze moeten genoemd worden 21 pelgrims uit Schiedam, die van Zaterdag 22 tot Dinsdag 25 Augustus bij het Wonderbeeld vertoefden. Voortdurend waren zij biddend of zingend voor het Wonderbeeldje te vinden, en hadden op den 25slen das morgens te Si/a uur eene plechtige H. Mis. Voor de voortplanting des geloofs en om te hielden voor den Paus, hadden zij bijna uitsluitend deze bedevaart ondernomen. Bij hun scheiden brachten zij nog eene som gelds ten offer voor den St. Pieterspenning, en verzochten ons dit ter aansporing van anderen, in onze Kroniek mede te deelen. Moge deze kleine bedevaart als het mosterdzaadje opgroeien, en het volgend jaar in eene schoone Schiedamsche bedevaart veranderen.
Donderdag 27 Augustus bood de Kapel een schouwspel aan, dat wel onder de treffendste moet gerekend worden.
â xcvm â
Het grootste gedeelte der Geestelijkheid van het Roermondsch Diocees zag men daar vereenigd, om zich aan 0. L. Vrouw bij haar Wonderbeeld toe te wijden. Zij n.1. ongeveer lOO in getal, was in geestelijke afzondering in het Seminarie vereenigd, en besloot op den dag der Mariapreek eene bedevaart naar de Genadekapel te doen. 's Namiddags te 5 uur trokken zij, met hun negentigjarigen Bisschop in hun midden, twee aan twee, luid den Rozenkrans biddend, het Seminarie uit, door Roermonds wijken en straten, en door de Kapeller-laan naar de Kapel. Daar gekomen deed Z. D. Hoogw. Mgr. Paredis het lof, geassisteerd door Maastrichts deken Mgr. Rutten. De Eerw. Pater Dos beklom na de eerste oratie den kansel, en verkondigde op waardige wijze Maria's grootheid en lol', om hen daardoor tot grooter vereering en doen ver-eeren op te wekken. Na die predicatie hield hij de opdracht voor het Wonderbeeld, dat te midden van licht en bloemen op den zilveren troon op een der zijaltaren geplaatst was. Ln nauwelijks was deze geschied, of het machtig schoone ^Magnificat,quot; door allen aangeheven, weerklonk door het heiligdom, en werd om het andere vers vierstemmig en Gre-goriaansch, voortgezet. Waarlijk dat roerde ieders ziel. Dan volgde het Diste Confessorquot; ter eere van den H. Augustinus, den patroon van Mgr. Paredis, die tevens den volgenden dag zijn 90stun verjaardag zou vieren. Na den zegen met het Allerheiligste ontvangen en een lied ter eere van 0. L. Vrouw gezongen te hebben, trok men, gelijk men gekomen was, luid biddend naar het Seminarie terug, aan heel het volk een trellenden indruk achterlatend van devotie voor 0. L. Vrouw.
Zondag 30 Augustus.
Wederom begon deze Zondag met buitengewone drukte. Waren de biechtstoelen den vorigen dag reeds druk bezet geweest, niet minder dezen morgen. Tal van Communies moesten dan ook bij de vele II. Missen worden uitgereikt. Te 81/2 uur kwam de schoone bedevaart uit Maasbracht, uit circa 600 personen bestaande, 0. L. Vrouw in 't Zand vereeren, en zong er eene plechtige Hoogmis. Te II1/-2 uur arriveerde de bedevaart uit 's Bosch; zij trok met hare vele vanen en versierselen, met harmonie en bruidjes door de straten der stad naar de Kapel henen. Nauwelijks ^varen zij
â XCIX â
verwelkomd en hadden de Kapel verlaten om een weinig uit te rusten, of een processie van meer dan 700 pelgrims naderde met harmonie en vanen het heiligdom van Maria. Het was die der H. Familiën van Horst en Blerik. Te 4 uur hield deze bedevaart te zamen met die van 's Bosch de schoone processie met het Allerheiligste en het Wonderheeldje door den kloostertuin, en trok vervolgens weder huiswaarts. Die van 's Bosch echter had des avonds plechtig lof, en des anderen daags verschillende andere oefeningen van godsvrucht in de Kapel. Deze bedevaart-processie bestond uit 510 pelgrims, waaronder ongeveer 60 uit Bokstel, geleid door de EE. Heeren Sarg, Kapelaan en Klerkx, Theologant. Zij had als aandenken aan het Jubilé een prachtig Kazuifel ten geschenke medegebracht.
Zondag avond trad nog te 5i/-2 uur als feestredenaar op de Eerw. Pater Joannes, Capucijn uit Velp. Hij schilderde ons Maria als de Toevlucht der zondaren, wier machtige hulp nooit te vergeefs wordt ingeroepen.
Wij zouden veel te uitvoerig worden, zoo wij alle bedevaarten, welke in deze week de Kapel bezochten, naar waarde moesten beschrijven. Waarlijk, het was een voortdurend wedijveren, de een al meer dan de andere, om Maria op kinderlijke wijze te vereeren. Allen muntten uit door getalsterkte en sierlijkheid van bruidjes, harmonieën en schutterijen, meer nog door het luidop bidden en zingen der blijde Maria-liederen. Zoo zag men daar op 1 September den Hoog Eerw. Heer Pastoor van Herten met zijne parochie, bestaande uit meer dan 900 personen en 60 bruidjes, de Heeren Geestelijken van Heijthuizen, Baexem, Boggel en Leveroy met hunne parochianen een bedevaart van meer dan 1700 pelgrims vormen. Waarlijk, dat was een onafzienbare stoet in de schoon versierde laan. De Kapel was er te klein voor, en derhalve werd er ook in den processiegang gepreekt. Zoo bracht de 2 September hierheen een allerschoonste bedevaart uit Eindhoven en omstreken. Schoon zij voor de eerste maal trok, was haar aantal meer dan 720 pelgrims. Des morgens had zij hier eene plechtige Mis, des namiddags processie met het Allerheiligste door den kloostertuin. Den S*1011 Sept. zag men er weder andere pelgrims. Het waren de 500 pelgrims uit Botterdam, die op hunne bedevaart naar Kevelaar ook dit jaar O. L. Vrouw in 't Zand kwamen bezoeken. Opmer-
kelijk was het, dat zij een 200-tal pelgrims meer telde dan andere jaren. De HoogEerw. Pater Provinciaal der Franciscanen en verschillende andere geestelijken luisterden haar op door hunne tegenwoordigheid. â Een half uur na de Mis dezer processie kwamen de parochies Beesel, Pieuver en Belfeld. Hun bedevaart bestond uit 750 personen en een aantal in het wit gekleede bruidjes. Een plechtige H. Mis werd door den Pastoor van Beesel voor deze processie gezongen.
Den 4',equot; Sept. kwamen de leden der Congregatie uit Tilburg hunne vereering aan O. L. Vr. in 't Zand brengen. De processie bestond uitsluitend uit mannen en jongelingen. Te 7i'2 ure kwamen zij aan. Gedurende de stille H. Mis, welke voor deze processie werd opgedragen, had de generale Communie plaats. Te 9 ure kwam eene tweede processie, die tevens de tweede Amsterdamsche was. Velen der bedevaartgangers naderden nog tot de II. Tafel. Deze bedevaart vertrok weder te li/a uur. Om 3 uur kon de voorgenomen processie door den tuin der kloosterkerk voor de Tilburgers niet plaats hebben wegens het slechte weder. Er was nu plechtig lof in de Genadekapel. Overheerlijk was de zang, welken de Congreganisten toen uitvoerden.
Onder de liederen, expres voor deze bedevaart vervaardigd, kunnen wij ons niet onthouden dit koupiet over te drukken, waaruit wij vooral het hoofddoel leeren kennen dezer waardige processie, waarvan de tijd bepaald werd op den dag, dat Tilburg volop kermis vierde :
»Haar offren wij der kermis vreugden,
Waaraan de wereld zich besteedt.
Waar zij, helaas, zoo teedre deugden
Meedoogenloos met voeten treedt.
Gij zult dat offer ons vergelden,
O Moeder, daar wij U ter eer,
Ter Beevaart naar uw Beelt'nis snelden,^
Die hoog geroemd is heinde en veer.quot;
Den 5dcn September waren uit Duitschland ve'e dienaren van Maria in de Kapel in 't Zand aanwezig, voor wie gedurende het lof eene preek in het Duitsch gehouden, werd.
Zondag 6 September.
Weer nieuwe en vele pelgrims kwamen deze week Maria vereeren, en den Jubilé-aflaat verdienen. Na de stille H. Missen zag men in de laan eene schoone processie uit Echt Kapelwaarts trekken onder zang en gebed, vergezeld van keurig gekleede bruidjes, die het beeld van 0. L. Vrouw en van den H. Jozef omgaven, en met begeleiding van muziek. Men telde meer dan 800 pelgrims. Zij woonden in de Kapel de plechtige Hoogmis bij, waaronder gepreekt werd.
Denzelfden morgen kwamen nog de Jongenscongregaüe uit Houthem.
Zoo talrijk waren uit beide processies de geloovigen, die tot de H. tafel naderden, dat men tijdens de Hoogmis genoodzaakt was de H. Communie in den processiegang uit tc reiken
De processie uit Echt verliet het genadeoord om 12 uur. De processie uit Houthem vertrok ten 1 ure uit de Kapel, welke geen uur later weder volstroomde met pelgrims uit Weert, die met volle muziek aan de Kapel aankwamen, onder de leiding van hunnen HoogEerw. Heer Deken, den Weleerw. Heer Kapelaan en drie EE. Ordesgeestelijken van den H. Franciscus. Het aantal pelgrims bedroeg ongeveer duizend. Toen de Kapel omstreeks 5 uur door de alreizende processie ontruimd werd, was spoedig weder een groot aantal geloovigen de ledige plaatsen komen aanvullen, om de degelijke predikatie van den Zeereerw. Pater Ilollman (Kruisheer) bij te wonen.
Den Tien September 's morgens kwamen de kweekelingen der Broeders v. d. Onbevlekte Ontvangenis van hunne godsvrucht tot 0. L. Vrouw in 't Zand getuigenis afleggen. Eene plechtige Hoogmis werd daarom in de Kapel gezongen. Des avonds had de plechtige opening plaats van de tweede Octaat van 0. L. Vrouw.
0. L. Vrouw Geboorte.
Het was als met vernieuwd leven, dat deze Octaaf aanving. Duizenden pelgrims schenen dezen dag te hebben uitgekozen om hun Jubilé te komen verdienen. Talrijk waren dan ook de H. Communies, welke dezen morgen moesten worden uitgereikt.
Ten 9 ure kwamen ongeveer 500 pelgrims uit Wessem naar het genadeoord getogen met hun Zeereerw. Heer Pastoor aan het hoofd.
Na hunne stille H. Mis kwam de aloude processie uit de stad Roermond zelve. Eene Pontifikale Mis werd door Mgr. Boermans opgedragen, en onder deze H. Mis werd eene schoone feestrede gehouden door den Weleervv. Pater V. Vergeest, Augustijn.
Denzelfden dag was men ten i 1/2 ure genoodzaakt een lof en predikatie te houden om wille der menigte afzonderlijke vereerders van Maria, die om het Wonderbeeld geknield lagen.
Ten 3 ure was de Kapel wederom eivol, toen een honderdtal Congreganisten uit Maasbracht zich nog bij de talrijke bidden-den kwamen voegen.
Het plechtige lof, dat daarop ten Si/a ure volgde, werd niet weinig opgeluisterd door de even boeiende als opwekkende feestrede van den Weleerw. Pater Verzet, Karmeliet. De redenaar had tot tekst gekozen de woorden uit de Mis van den dag: »l]\ve geboorte, Maagd en Moeder Gods Maria, verkondigt vreugde aan de geheele wereld.quot;
Den 9dl!n September zag 0. L. Vrouw in 't Zand aan hare voeten een schoone bedevaart van meer dan 700 pelgrims uit Neerweerd en Ospel met hunne harmonie herwaarts gekomen, alsmede de processie uit Linne.
Des avonds om 5 uur en de daarop volgende dagen van het octaaf trad do Weleerw. Pater W. Wulfingh op om Maria's grootheid te verkondigen. Hij deed op meesterlijke wijze uitkomen, hoe Maria ons een voorbeeld was in de deugden der acht zaligheden.
Den 10dtquot; September kwam eene schoone processie uit Horn, omstreeks GOO pelgrims sterk, vergezeld van vele bruidjes, aan het jubelfeest deelnemen. De Zeereerw. Heer Pastoor stond aan het hoofd der processie. Z.Eerw. droeg, geassisteerd door twee Heeren Geestelijken, eene plechtige H. Mis op. Deze processie was ten 8 ure in de Kapel, om anderhalf uur later gevolgd te worden door die uit Grathem, die 500 dienaren van Maria aan de voeten van het Wonderbeeld bracht. Eene schoone processie, wier verschijning reeds een uur later vervangen werd door den prachtigen optocht der Mariavereerders uit Geldrop en Zes Gehuchten, die in de beste orde door de stad trokken, terwijl zij de
prachtigste vanen ontrold hadden. In de Kapel aangekomen, werd eene plechtige H. Mis opgedragen. Ten 2i/2 ure ving een plechtig lof aan. Daarna ging hel in plechtigen optocht door den kloostertuin, waarna de zegen werd gegeven, en de zichtbaar, geroerde pelgrims van Maria afscheid namen. Nu trok men echter door de stad naar het paleis des Bis-schops, en wie was niet diep getroffen, als allen nedervielen, en deze negentigjarige Prins der li. Kerk zegenend zijne handen over de schare uitstrekte? Omtrent 500 pelgrims maakten deel uit van deze processie.
Den Hdcn September ten 8i/-2 ure kwam de Congregatie van meisjes uit Stevensweert het jubelfeest van 0. L. Vrouw in 't Zand vieren, en aangenaam moet het geweest zijn aan het hart dier goede Moeder, toen onder de plechtige Hoogmis, door den Zeereerw. Heer Pastoor opgedragen, de meesten dezer ongeveer tachtig pelgrims tot de H Communie naderden.
Ten 10 ure moesten velen in de Kapel plaats maken voor de processie van Haarlem, die op hare terugreis uit Kevelaar O. L. Vr. in 't Zand kwam verwelkomen. Ondanks het zeer slechte weder zagen wij toch hare schoone vanen ten toon gespreid. Nadat deze schoone stoet de Kapel was binnen getrokken, begon eene plechtige Hoogmis. Ongeveer 500 pelgrims was deze processie sterk. In den namiddag vertrokken beide processies, na den zegen met het Allerheiligste ontvangen te hebben.
Den 12don September was het de processie uit het missiehuis Steijl, welke deel kwam nemen aan de jubeldagen, en waarvoor ook in de Kapel der Lieve Vrouw in 't Zand eene plechtige H. Mis werd opgedragen. Ook zag men dien dag vele Duitsche pelgrims.
Zondag /5 September.
De laatste Zondag van het Jubilé was niet minder vertroostend. Behalve de vele particuliere pelgrims, zag men dien dag drie processies het Genadebeeld bezoeken. Het waren allereerst de 300 leden der vereeniging van den H. Franciscus Xaverius uit Sittard. Aan hun hoofd was de Weleerw. P. Francken. Eene schoone harmonie luisterde deze bedevaart op.
Weldra kondigde nieuwe feesttenen nieuwe bezoekers aan. Ongeveer duizend pelgrims uit Maasniel kwamen de genade-
â CIV â
kapel bezoeken. De Zeereervv. Heer Pastoor droeg eene plechtige Hoogmis op. Eindelijk kwam des namiddags nog uit Monzen eene derde processie hare godsvrucht voor Maria bij die der beide anderen mengen.
In den namiddag trad voor de vele bedevaartgangers de Weleerw. Pater Van den Berg, Norbertijn, als feestredenaar op.
Den 14den September bezocht eene processie uit Heel en Beegden de Wonderkapel. Eene stille H. Mis werd gelezen; waarna onder gebed en gezang en begeleiding der harmonie meer dan 1000 pelgrims uit Swalmen ter Kapelle stroomden. De processie werd door eene eerewacht opgeluisterd. Na aankomst in de Kapel werd de Hoogmis opgedragen. Dien dag ook kwamen voor het Wonderbeeldje der Lieve Vrouw in 't Zand de Studenten van ons klooster te Wittem aan hunne liefde voor Maria voldoening geven. Nog zag men, dien dag, de bedevaart naar Kevelaar uit Sittard rondom den troon van O L. Vrouw in 't Zand geschaard.
Ziehier slechts aangestipt hetgeen wij zoo gaarne in den breede hadden beschreven, indien de overvloed van stof dit niet onmogelijk had gemaakt. Voorzeker dier goede Moeder, wie ter eere deze duizenden pelgrims hunne soms met vele moeite vergezelde bedevaart ondernamen, haar voorzeker zal geene bijzonderheid ontgaan zijn ; haar is iedere pelgrim bekend, en deze edelmoedige Koningin des Hemels zal ook zooveel godsvrucht en zooveel ijver heerlijk welen te beloonen.
En nu wij genaderd zijn tot den 15rfen September, den dag der plechtige sluiting van het Jubilé, meenen wij geene betere beschrijving van dien onvergetelijken dag te kunnen geven dan het verslag, door een ijverigen pelgrim in »de Tijdquot; geplaatst en door verschillende dagbladen overgenomen, hier zoo goed als letterlijk terug te geven.
De sluiting van het 450-jarig Jubilé van 0. L. Yrouw in 't Zand.
Het einde is de kroon van het werk. Zoo ooit dan voorzeker werd den 15 Sept. bij de plechtige sluiting van het 450-jarig Jubilé van O. L. Vrouw in 't Zand te Roermond dit spreekwoord bewaarheid. Was er hier gejubeld door duizenden en duizenden gedurende zooveel weken, die dui-
â cv â
zenden schenen van alle zijden nog eens tot de verrukkelijke plek van Maria's genadelroon te zijn samengestroomd, om met een indrukwekkende manifestatie, gelijk ons Nederland er op dit gebied wellicht nog nooit een aanschouwd heeft, de kroon op het werk te zetten: het grootsche Jubilé te sluiten.
De hemel scheen met de aarde te willen juichen. Dagen lang was het slecht en regenachtig weer. Daar breekt de de vijftiende September aan, en de hemel is zonder wolken, en de zon schiet hare verblijdende stralen over Maria's heiligdom neer. Reeds zeer vroeg in den morgen was Kapel en omgeving door eene dichte menigte geloovigen bezet, waarvan nog zeer velen den aflaat van het Jubilé wilden verdienen. Biechtstoel en communiebank waren dan ook, gelijk schier gedurende geheel het Jubiló, den ganschen morgen bezet. Aan de verschillende altaren der Kapel volgde voortdurend de eene heilige Mis op de andere. Te acht uur kwam nog de 600 man sterke processie van Sint Odiliënberg de onafzienbare menigte vergrooten. De Kapel werd als naar gewoonte voor haar ontruimd, en de plechtige Hoogmis voor de bedevaart opgedragen. Circa tien uur kondigde het geschut de aankomst aan van Zijne Excellentie Mgr. Spolverini, internuntius van Z. H. den Paus, die de plechtige pontificale Mis kwam opdragen. Voorafgegaan door den altijd even schilder-achtigen stoet der edelknapen, gezeten in het rijtuig van den Hoogedelgeboren Heer P. S. burggraaf Van Aefferden, omgeven door de kanunniken der stad en der verschillende geestelijken, gevolgd door verschillende heeren der feestcommissie en den burgemeester, alsmede door de mannen van het Rectoraat, trad Zijne Excellentie door de dichte menigte heen de overvolle Kapel binnen. Onmiddellijk nam de plechtigheid een aanvang. Een krachtig mannenkoor voerde met bezielde en bezielende stemmen op meesterlijke wijze Haller's ygt;Assumpta estquot; uit. Onmiddellijk na de H. Mis, terwijl Zijne Excellentie met den mijter op het- hoofd, omgeven door den stoet der geestelijken, in rijk ornaat, zich weder naar den bisschopstroon begaf, daverde het jubelend »Een lied van U, een lied voor Uquot; als uit één mond uit de menigte, en deed menigeen tranen van aandoening storten.
De morgen was schoon geweest, de middag zou nog schooner zijn. Te 3i/-2 uur begon de groote plechtigheid der
â CVI â
sluiting. Nauwelijks was onder het Lof de preek in de Kapel begonnen, of buiten werd de processie reeds georganiseerd. Een beschrijving geven of slechts een opsomming van de rijke vanen, van de verschillende beelden, die werden medegedragen, van de onafzienbare rij in hagelwit gekleede bruidjes met lelie- en rozentakken, of sieraden van 0. L. Vr. in 't Zand, van de in middeleeuwsche kostumen gedoste edelknapen met hunne schilden of herderstaven, van de gevleugelde maagden in rijk costuum met langen sleep, gelijk zij den 15dcn en 1Glicn Augustus op de triomfwagen hadden plaats genomen, van de maagd van Roermond, die het stadswapen droeg en door twee middeleeuwsche sleepdragers werd gevolgd, dat alles is mij niet mogelijk. Evenmin ook maar een kleine schets te geven van den rijkversierden tuin van den WelEd. Heer Corsten, die het zich tot een gunst en een eer rekende tot dit doel zijn onafzienbaar terrein af te staan. Voor hen, die de plechtigheid bijwoonden, zou ik niet beantwoorden aan de ontvangene indrukken, aan hen, die niet gezien hebben, zou ik geen volledige gedachte er van kunnen geven. Daar bewegen zich dan die duizenden en duizenden; want men schat op circa 6000 degenen, die aan de processie in den tuin deelnamen, terwijl zeker een even'groot getal daarbuiten het indrukwekkend schouwspel genoot. Hier stijgt het jubellied omhoog, daar uit duizenden monden het Wees gegroet, Maria, hier en ginds ruischen de tonen der muziek van de verschillende harmonieen van Ssvalmen en Melick, elders weerkiinht het sOnze Lieve Vrouw in 't Zand.quot;
Wat schittert daar omhoog ver boven aller hoofden uit, glinsterend in het volle licht? Het is de zilveren troon van O. L. Vr. waarop het wonderbeeldje prijkt. O wat trekt het aller oog, zoover het reiken kan, wat schiet het door de ontelbare diamanten, waarmede het is versierd, van alle kanten stralen uit! Waarlijk ! het is de triomftocht der Koningin des Hemels en der aarde. Daar hoort men bij den ingang van den tuin het indrukwekkende O salutaris Hostia, dat uit volle borst door het sterke mannenkoor wordt gezongen en ons zegt dat het Allerheiligste nadert. Een lange stoet van geestelijken in roket treden de schoone triomfboog door, (laarachter volgt het Allerheiligste, gedragen door Zijne Excellentie den Internuntius onder baldakijn, bijgestaan door verschillende hooggeplaatste geestelijken, van zilveren draag-
lantaarns eii een grooten stoet dienaren öirigevën. Achter het Allerheiligste ziet men biddend Z. D. H. Mgr. Boermans en den negentigjarigen Mgr. Paredis met de innigste vreugde op het gelaat voortschrijden. Dan volgen de feestcommissie en de burgemeester met zijn gemeenteraad, en daarna stroomen nog een paar duizend mannen in de beste orde biddend den tuin binnen. De stoet is gesloten, hel Allerheiligste op het Altaar geplaatst, dat op een hooge verhevenheid voor een ieder goed zichtbaar door zijn schilderachtigen stijl en de menigvuldige wimpels en vlaggen en niet minder door den stoel van engelen en knapen, die op de trappen post hadden gevat, aller oogen tot zich trok. Een blik over die onafzienbare menigte, biddend en zingend in de beste orde neergeknield, grijpt de ziel machtig aan en onwillekeurig roept gij uit met de tranen in de oogen ; O! dat kan de godsdienst alleen! O dat is 0. L. Vr. in 't Zand waardig? Negenmalen davert het geschut, de zilveren bellen weerklinken, en aller hoofd buigt zich om den zegen van den God des vredes te ontvangen. En zie ! nauwelijks zijn de hoofden weder opgericht, en, alsof een clectrische schok door de menigte was gevaren, weerklinkt het als uit één mond :
Een lied van U, een lied voor U,
O Lieve Vrouw in 't Zand!
En hel is een enthusiasme, een onbeschrijflijke geestdrift, die de tonen dier duizenden telkens zwellen doel. IJet is een zee van vreugde, lof en dank, die hare golven al hooger en hooger stuwt.
Zoo keeren wij in dezelfde volmaakte orde in de Kapel terug, waar het plechtig Te Deum onmiddellijk werd aangeheven en met niet minder geestdrift gezongen. Na het Te Deum en den zegen met hel Allerheiligste had nog een laatste indrukwekkende plechtigheid plaats. Zijne Excellentie Mgr. Spolverini met kap en mijter, omgeven van eene schaar van geestelijken, trad builen de Kapel en beklom daar op het plein een estrade om den pauselijken zegen te geven. Zoover het oog van die hoogte kon reiken, zag men niets dan hoofden. Hel ConfUeor met volgende gebeden werd plechtig gezongen, en daarna de zegen van onzen beminden en gevangenen Vader Leo XIII, als een laatste gunst van hel Jubilé, plechtig over het volk gezongen. De geestdrift was waarlijk ten top
â cviii â
gestegen, en loen een weinig later Zijne Excellentie en de beide Bissclioppen wegreden, gaf zij zich opnieuw lucht. Als bij tooverslag had zich eensklaps een gansche optocht georganiseerd, muziek aan het hoofd, gevolgd door tal van mannen met Chineesche lantaars in de hand; Men volgde de rijtuigen, haalde nog dat van Zijne Excellentie den Internuntius in en omgaf het zingend en juichend. Mgr. Spolverini deed zijn rijtuig stilstaan, en de onafzienbare menigte ziende, die hem vol eerbied omgaf en hem wilde eeren, »Neen,quot; zeide hij, »dat is veel, al moest ik daar ook tot morgen blijven, hoe kan ik aan zulk een volk weerstand bieden?quot; En gedragen door de vleugelen der geestdrift ging het nu voorwaarts naar de stad, en terwijl onophoudelijk het Bengaalsch vuur aan de rijkversierde Kapellerlaan en de verlichte straten der stad een tooverachtig aanzien gaf, bereikte men het paleis van Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Mgr. Paredis. Hier weerklonk het tot driemaal toe door de lucht; Leve de Paus, leve Leo XIII! En dezelfde dichte menigte volgde eenige oogenblikken later het rijtuig van Zijne Excellentie naar het station. Hier was het alweder nieuwe en hooger en hooger stijgende geestdrift. Het was een volk, al volk, terwijl de harmonieën van weerszijden van het station hadden post gevat en beurtelings hare schoone tonen deden hooren. En onder het spelen van het Wien Neerlands Moed en het gedaver van de jubelkreten des volks verliet de diepontroerde vertegenwoordiger van Z. 11. den Paus de Mariastad.
Het Jubilé van 1885 is een der schoonste bladzijden van de geschiedenis van O. L. Vr. in 't Zand, van de stad Roermond en het katholieke Nederland.
Roermond en Nederland hebben op waardige wijze het groote Jubilé gevierd. Maria heeft in die jubeldagen ontelbare geestelijke en tijdelijke gunsten uitgedeeld. Blijven dan Nederland en vooral het uitverkoren Roermond getrouw in hunne devotie tot de Moeder des Heeren. En zij, de Moeder van God steeds de groote beschermster van Roermond en geheel ons Nederland !
EINDE.
de Als or-an-de tius eed die ;ide en, ge-or-sch iten leis lier
IUS,
lige het
evat ider van en-
van oer-
het jare Ne-in ;der en