HISTORISCHE BLADEN
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
o;
08 8766
[f, f- â¢â¢ 1IST0RIOT BLAIIP
DOOR
D1'. THEOD. JORISSEN
IN LEVEN HOOGLEERAAR TE AMSTERDAM.
DERDE, GOEDKODPE DRUK
IV
Hoe Fran^oise d'Aubisné Madame de Main-tenon werd. â Het oudeulijk huis van Anna van Hannover. â Miuabbau. â Maria Antoinette.
H. D.
BIBLIOTHEEK RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
HAAELEM TJEENK WILLINK. 1892
I
HOE FRANCÃISE D'AUBIGNE MADAME DE MAINTENON WERD.
HOE FEANgOISE D'AUBIGNÃ MADAME DE MAINTENON WERD.
Wanneer ik uwe aandacht vraag voor deze vrouw, dan durf ik mij niet vleien, dat zij u aangenaam of welkom zal zijn. Dat het een oude bekende van u is, zal haar wel niet veel baten. Op de schoolbanken hebben wij haar het eerst leeren kennen, en sinds van tijd tot tijd nog eens van haar gehoord. Tot intiemer kennismaking voelden wij ons niet opgewekt. Zelden hebben wij met ingenomenheid van haar hooren spreken. Vrij algemeen daarentegen was de geringschatting, om een zacht woord te bezigen, waarmede haar naam werd genoemd. Wat er eigenlijk aan scheelde, dat wisten wij niet, maar de meest uiteen-loopende mannen stemden samen in hun afkeuring. Een enkele, die nog wat goeds wist op te merken, moest steeds beginnen met veel, dat onaangenaam stemde, iu een onschuldig licht voor te stellen. Het was zoo kwaad niet gemeend; men dacht en oordeelde in haar dagen anders dan tegenwoordig. Zoo werd er gepleit, maar zelden vrijgepleit.
Het moet intusschen tot haar eer worden gezegd, dat zij moord noch diefstal op haar rekening heeft, aan vergiftiging
HOE FllANgOISE d'aUBIGNÃ
is zij even onschuldig als wij. Stellige, bepaalde misdaden kunnen niet aangewezen worden; maar genoeg kwaads is er gesproken, als men van een intrigante spreekt. Dat geheimzinnige woord roept ons onmiddellijk het beeld voor den geest van eene, die aan onzuivere, eigenbatige bedoelingen gewetenloosheid in de keus der middelen paart. En hoe zou de vrouw, over wie ik ga spreken, vrij van intriges hebben kunnen zijn?
Haar geheele levensloop scheen dan een raadsel. Geboren in een gevangenis, is zij gestorven en begraven te St. Cyr, eene koninklijke stichting. Van oud-adellijke afkomst, hoedde zij in haar jeugd op klompen kalkoenen, en baadde zij op rijper leeftijd zich in vorstelijke weelde. Tweemaal getrouwde vrouw, noemde zij de eerste maal een armzaligen verlamde, een burlesken verzenmaker, haar echtgenoot; de tweede was Lodewijk XIV, de machtigste koning zijner eeuw.
Men heeft gezegd, dat het leven van Madame de Maiutenon een doorloopende roman is. Laat ik u enkele bladen ter lezing voorleggen. Veel schrikwekkends moet ge niet verwachten. Uwe zenuwen hebben geen schok te duchten, uwe kieschheid zal niet worden gekwetst. En, zoo gij ten slotte het beeld van een vrouw voor u ziet, die, zonder juist aantrekkelijk te zijn, toch opmerkelijk genoeg is om uw belangstelling te rechtvaardigen, gelijk zij die van den tijdgenoot op zich vestigde, dan zal ik mijn doel bereikt achten.
Tusschen de historie en de traditie aangaande Madame de Maintenon bestaat, als zoo dikwerf bij historische personen, geen volkomen overeenstemming. Het is volstrekt het doel dezer schets niet, de politieke rol, door haar aan de zijde van Lodewijk XIV gespeeld, na te gaan. Uitsluitend: te verklaren, hoe de vrouw geworden is wat zij
4
MADAME DE MAINTENON WERD.
werd. Met een enkel woord slechts, aan liet slot, wijzen wij op de bron der zoo hoogst ongunstige traditie, zonder ons in het onderzoek van onderdeelen te verdiepen. Het is om de hoofdlijnen, niet om de bijzonderheden te doen.
I
Er zijn van Madame de Maintenon verscheidene portretten. Zij beelden haar af op verschillenden leeftijd. Sainte Benve heeft ergens opgemerkt, dat zij onbevredigd laten. Algeven zij de regelmatige lijnen, den schoon gevormden mond weer, die haar eigen waren, er wordt te veel gemist. De betooverende schittering der groote zwarte oogen, die beurtelings aantrok en deed afdeinzen, zien wij niet; de zilveren stem hooien wij niet; het geestige woord, dat de tijdgenooten verrukte, vangen wij niet op.
Doch â zal men zeggen â dit is zoo wat met alle portretten gewooidijk het geval. Het leven ontbreekt altijd in meer of minder mate. Er is dan ook nog een ernstiger grieve. Als wij Madame de Maintenon hebben leeren kennen, en wij nemen haar portretten in de hand, dan herkennen wij haar slechts ten deele. Als wij oordeelden naar het product der kunst, dan zouden wij aan die vrouw niet een zoo groote koelheid van karakter toekennen, als metterdaad de bron zoowel van haar deugden als van haar gebreken is geweest. Zij maakt, naar haar beeltenis te oordeelen, den indruk, sterker gepassioneerd te zijn geweest, dan zij was.
Zij heette eigenlijk Fvancoise d'Aubigné en was de kleindochter van den beroemden en vurigen vriend van Hendrik IV. De hartstochtelijkheid, die zich bij haar grootvader openbaarde in de warmte van zijn geloofsijver,
5
HOE KRANgOISE D'ATJBIGNÃ
betoonde zich bij haar vader in de hardnekkigheid, waarmede hij bijkans alle goddelijke en menschelijke wetten schond. Constant d'Aubigné had zijn eerste vrouw, die hij op overspel betrapte, met haar verleider vermoord, zijn vermogen herhaaldelijk verkwist, zijn vader en zijn pro-testantsch geloof verraden. Van religie wisselde hij als van kleeren; hij was veroordeeld als valsche munter en ontsnapte alleen door den invloed zijner familie aan het schavot.
Sommige bloedverwanten noemden dit quot;kleine ongeregeldheden.quot; Een liefhebbende zuster achtte hem meer ongelukkig dan slecht. Zoo scheen er ook het 17jarig meisje over te denken, dat zich bewegen liet, om zijn tweede vrouw te worden. Doch de omstandigheden, waaronder dit zonderlinge huwelijk, gesloten in een gevangenis, plaats had, zijn zoo mysterieus, dat het moeilijk valt over de beweegredenen een oordeel te vellen.
Wat de ware oorzaak ook geweest zij, vreeselijk boette het arme kind voor haar lichtzinnigheid. Een leven vol van zorg en lijden werd haar deel. Zij werd mishandeld door de vijanden van den man, aan wien zij zich verbonden had en die haar loonde met de gemeenste lastering. Of er eenige waarheid is geweest in de beschuldigingen, tegen haar ingebracht, weten wij niet. Maar zeker is het in elk geval, dat zij met onbezweken volharding, met stalen energie, volhield, voor de belangen van de haren, den onwaardigen echtgenoot en haar kinderen, te waken en te kampen. Het bange leven droeg niettemin zijn noodlottige vrucht. Het lijden brak haar geestkracht niet, maar het verkilde en versteende haar hart.
Van dit ouderpaar was Eraneoise de eenige dochter. Zij werd geboren in het kasteel van Niort, waar haar vader gevangen zat. De eerste levensjaren bracht zij bij een
()
MADAME DK MAINTENON WEUD.
tante door, die goed voor haar was. Toen zij liaar zevende jaar had bereikt, kwam zij bij haar ouders terug, en vertrok met hen naar Martinique, waar haar vader een betrekking had gekregen. Liefde in de ouderlijke wouing viel haar schaars ten deel. Zij wist in later jaren zich slechts twee keeren te herinneren, waarbij zij door haar moeder gekust was. Beide malen was het na lange afwezigheid en beide malen was het een simpele kus op het voorhoofd, die de moeder aan haar kind gaf.
Met onverbiddelijke hardheid werd het meisje door de moeder opgevoed, die niet van haar schijnt gehouden te hebben. Met de broers moest zij de levens van Plutarchus lezen, en slechts over deze mocht zij met hen praten. 1 //Niet dan bevende naderde ik haar,quot; zei Prancoise later. De geheele opvoeding kwam op één hoofdpunt neer: het opwekken en aankweeken van vastheid van karakter. Het leven was een ramp, de menschen waren schurken. Aan niets had ook een vrouw zoo zeer behoefte als aan fermiteit, om beide te leeren dragen.
Prancoise had in veel opzichten het karakter der moeder. Zoo zij niet even hard en bitter is geworden, zij had het aan gelukkiger levensomstandigheden te danken. Maar nooit is de trek van koudheid in haar uitgewischt; slechts onderdrukt.
Na den dood van d'Aubigné keerde de weduwe met haar kinderen naar Prankrijk terug. Prancoise werd opnieuw opgenomen in de woning van Madame de Villette, die haar eerste jeugd had verzorgd. De vriendelijke vrouw trachtte het koude meisjeshart te verwarmen door liefde. Zij leerde haar liefde bewijzen aan anderen, aan armen, opdat zij ze zelve mocht gevoelen. Weer bloeiden de rozen zoowel op de wangen van het kind als op haar pad; in de koesterende
7
HOK FRANOOISE D'AUBIGNK
omgeviug ontwikkelde zicli liet vrouwelijke in haar liart. Nooit heeft Madame de Maiutenon de liefderijke opvoedster vergeten; op den sterfdag der edele vrouw, die haar liefde had geschonken en liefde geleerd, zonderde zij in later dagen zich in haar bidvertrek af, om voor haar ziel te bidden. Toen zij het geloof, waarin zij door haar was opgevoed , afzwoer, weigerde zij aan te nemen, dat Madame de Villette verdoemd zou zijn.
Want Madame de Villette was protestant en voedde Francoise als zoodanig op. Dit was een diepe ergernis voor haar katholieke verwanten. Zij wisten een bevel van de koningin, Anne van Oostenrijk, te verkrijgen, en Fran-lt;;oise werd aan de goede tante ontnomen en ter opvoeding toevertrouwd aan Madame de jNTeuillant. Ter opvoeding, d. i. ter bekeering. Maar het 13jarig meisje bood tegenstand. Tot aanbeveling van het katholiek geloof strekte de vrouw niet, aan wie zij te gehoorzamen had. Madame de Neuillant was rijk, maar gierig. Zij schonk het arme kind niet meer dan het hoog noodige; schoenen waren een weelde, die op zon- en feestdagen of bij bezoeken haar ten deel viel. De overige dagen der week droeg , Francoise klompen en moest zij meidenwerk verrichten; zij moest op de kalkoenen passen, opdat deze den tuin niet vernielden. De eenige zorg, die Madame de Neuillant had, was voor haar schoonheid. Als het meisje op klompen de kalkoenen hoedde, was het gelaat met een lap bedekt, opdat de zon het niet verbranden mocht.
Onbekeerd, werd zij aan haar moeder teruggezonden. Het verveelde Madame de Neuillant, belast te zijn met een kind, een bloedverwante zonder vermogen, en een ket-tersche. De kleine Hugenoote werd te Parijs in een nonnenklooster geplaatst, om gebroken te worden en bekeerd.
8
MADAME DE MAIN'ÃKXOX WERD.
Harde behandeling en bitse woorden vielen liaar ten deel, zonder de kleindocliter van d'Aubigné het hoofd te doen buigen. Uit die dagen is de bittere lijdenskreet, die in den brief aan Madame de Villette gehoord wordt;
'/Madame et tante,
//Le ressouvenir des graces singulières qu'il vous a plen faire tomber sur de pauvres petits abandonnés me fait tendre les mains devers vous et vous suplier d'employer votre crédit et vos soins a me tirer de céans, la vie m'y étant pire que mort. Ah! madame et tante, vous n'ima-ginez Tenfer que m'est eeste maison soy disant de Dieu, et les rudoiements. durtés et facons cruelles de celles qu'on a fait gardiennes de mon corps, et de mon Time non, pource qu'elles n'y peuvent joindre. Rivette vous dira tout au long mes angoisses et soufrances, estant céans seule et unique a qui me her. Vous suplie de reelief, madame et tante, de prendre en pitié la fille de votre frère et humble servante.quot;
De aandoenlijke klacht bleef onverhoord; de protestautsche Madame de Villette had de macht niet, om ook deze verlatene te helpen. Yan eiken steun beroofd, bukte Pran-coise eindelijk onder den harden dwang en zwoer het ket-tersch geloof van haar vaderen af.
Met haar moeder leefde zij sinds, eerst te Parijs, later te Niort voort. Met haar leed zij armoede. Permiteit in het verdragen van de rampen des levens werd haar met onverbiddelijkheid ingeprent. In 1650 kwam er verandering in haar lot. De dood nam de ongelukkige moeder weg.
Prancoise stond, 15 jaar oud, doodarm, alleen in de wereld. Zoo zij niet van gebrek wilde omkomen, moest
9
HOK FEAXQOISE D'AUBIGNÃ
zij blijde en dankbaar zijn, dat de gierige Madame de Neuil-lant haar onder haar dak wilde opnemen.
Dit waren de herinneringen van haar jeugd en van haar ouderlijk huis, die Madame de Maintenon met zich sleepte. Zij verlieten haar nooit: zij doemden telkenmale in 't leven voor haar op. Verwondert liet u, zoo gij haar koud, niet onbaatzuchtig vindt?
II
Aan de overzijde van Madame d'.Vubigné's woning te Parijs, stond het huis van een zeer zonderling en merkwaardig man. Paul Scarron was in 1650 het erkende en gevierde hoofd van een eigenaardige richting in de litteratuur, de burleske geheeten. Door tal van geschriften, proza zoowel als poëzie, had hij ze in de mode gebracht. Yoor een deel was reactie tegen de kunstmatigheid der précieuses grond van den bij val, dien hij vond: voor een ander deel geeft de onmiskenbare geestigheid zijner geschriften voldoende verklaring. Zijn wonderrijke verbeeldingskracht was de onuitputbare bron, waaruit de dolste tegenstellingen en de vermakelijkste beelden opwelden. Zijn plastisch talent verdient erkenning en boeit ook thans den lezer nog, al zijn tal van aardigheden, ruw en plomp, in waarheid bas comique, voor ons volkomen ongenietbaar.
Zijn huis was het vereenigingspunt van mannen en vrouwen van eiken stand en rang, die op volkomen natuurlijke geestigheid prijs stelden en in hem hun onbetwistbaar hoofd en meester erkenden. Hier kwamen voor- en tegenstanders der regeering â wij zijn in 't midden der Eronde â dagelijks bijeen, om hun twisten te vergeten, te zamen te schertsen, te spotten en bovenal te genieten
10
MADAME DE MAINTEXON WERD. 11
vim die door niets te verstoren opgewektheid, waarmede Paul Scarrou den ernst en de scherts van het leven in de meest vreemdsoortige vormen wist af te beelden.
Die man koesterde in deze jaren het plan om zich naar Martinique te verplaatsen. Ten einde inlichtingen te bekomen, had hij zich met Madame d'Aubigné in betrekking gesteld, die hem met Francoise een en andermaal had bezocht. Bij een dier gelegenheden had het jonge, schoone meisje door een kleinigheid zijn aandacht getrokken. Binnentredende, terwijl juist een uitgelezen kring uit den aanzienlijken stand, als zoo dikwerf, bij hem was gezeten, had zij zich over haar korte en armoedige kleeding geschaamd en was in tranen uitgebarsten. Scarron, ofschoon zelf alles behalve vermogend en voor een aanzienlijk deel van de ondersteuning zijner vrienden en begunstigers leveude, had in zijn goedhartigheid en zijn medelijden met haar ongeluk en schoonheid, een som gelds haar aangeboden, maar het aanbod met fierheid zien afwijzen.
Eenigen tijd daarna, toen Francoise met haar moeder te Niort woonde, had hij toevallig een brief van haar gelezen en daarin tot zijn verbazing zoo veel geest ontdekt, dat hij een briefwisseling met haar aanving.
Toen zij nu, te Parijs, bij Madame de JSTeuillant was teruggekomen, bezocht zij hem. Hij werd spoedig de vertrouwde, aan wien zij haar verdriet, haar ellendig leven bij de gierige vrouw klaagde. Scarron had innig met het schoone meisje te doen, en wilde haar dolgraag helpen. quot;Veel kon hij niet, maar hij deed wat hij kon. Hij bood haar geld aan, oin zich in een klooster in te koopen; of, zoo zij dit niet wilde, dan wilde hij haar trouwen.
Francoise koos, wat gij vermoedt, het laatste: zij huwde hem. 2
HOE PUA^OISE Ã'AUBIGNÃ
Zonderlinger huwelijk is wel zelden gesloten; het was een zuivere manage de raison. Alle illusie omtrent huwelijkspoëzie was uitgesloten. Wat een meisjeshart hooger doet kloppen â trots op den man, wien zij haar hand reikt, vriendelijke verwachtingen van een gelukkig, zonnig leven â liet werd alles hier gemist. Paul Scarron was sedert jaren een armzalig verlamde: toen hij huwde, kon hij alleen zijn oogen, zijn hand en zijn tong bewegen. Uit zijn bed werd hij in een leunigstoel gedragen, waarin hij niet zat, maar lag. De beenen lagen gevouwen onder het lichaam; het groote hoofd, in geen verhouding tot het korte lijf, rustte op de maag. Zijn figuur vormde, gelijk hij zelf reeds tien jaar vroeger had gezegd, 3 de letter Z.
Zoo leefde deze man meer dan 25 jaar, en was al dien tijd een onweerstaanbare magneet voor allen, die geest en geestigheid op prijs stelden. Spotternij over de gebreken van anderen is zeer gewoon: maar zeldzaam, zoo niet eenig, geloof ik, is het voorbeeld van een man, die langer dan een kwart eeuw in die positie leed, zonder ooit zijn levendigheid, zijn hartelijkheid, zijn goedhartigheid, zijn goed humeur, zijn spot met eigen lijden te verliezen. Welk een geestkracht moet die zonderlinge man gehad hebben, die, naar verzekerd wordt, in den dagelijkschen omgang, het gewoon gesprek, nog opgewekter toon wist aan te slaan en te behouden, dan in zijn geschriften wordt aangetroffen!
De jonge vrouw, die, ter nauwernood de kinderschoenen ontwassen, den moed had, haar leven aan het zijne te verbinden, werd zeker door nijpende redenen tot haar stoutmoedig besluit geleid. Maar de kloekheid van de daad verliest er niet aan beteekenis door. Yoor Francoise d'Aubigné, voortaan Madame Scarron, werd het achtjarig huwelijksleven met dezen man een leerschool, zooals weinig vrouwen door-
12
MADAME DE MAINTENON WERD.
loopen. Beter dau eenige predicatie had kunnen doen, ondermijnde het voorbeeld van den steeds opgeruimden lijder de lessen, die zij van haar ongelukkige moeder had ontvangen. Lijden behoefde en behoorde niet te verbitteren en versteenen, dat zag zij dagelijks voor oogen. Steeds opgewekt, steeds goedhartig, bewees hij, de 4lt;0-jarige verlamde, aan zijn jong, schoon vrouwtje van 17 jaar een teederheid, die te aandoenlijker was, als men op het rampzalige lichaam lette.
Met groote trouw paste Erancoise hem op en zorgde zij voor zijn belangen. Zij hielp hem met zijn boeken, schreef voor hem, gaf hem goeden raad, en hield de eer van zijn huis op. In zijn dagelijkschen omgang leerde zij veel van hem: o. a. vreemde talen. Maar bovenal leerde zij hier, wat men converseeren noemt. In de dagelij ksche aanraking met mannen en vrouwen van allerlei stand, wier eenige vereenigingsband hun geestvolle gesprekken, hun smaak en liefde in het causeeren was, ontwikkelde zich in haar dat merkwaardig talent van conversatie, dat een der voornaamste geheimen van haar zeldzaam levenslot is geweest. Toen in 1660 Lodewijk XIV met de Spaansche prinses was gehuwd en zijn intrede in Parijs deed, prees Madame Scarron, die het jonge vorstelijke paar op de Place du Trone zag, de koninklijke bruid gelukkig. Weinig kon zij vermoeden, toen zij naar haar armen verlamde wederkeerde, dat zij bestemd was om de opvolgster van Maria Theresia aan de zijde van dien schoonen man te zijn. Zonder Scarron ware Prancoise d'Aubigne geen Madame de Maintenon geworden.
In de eerste maanden van haar huwelijk had zij veel te strijden met den ruwen, lossen toon, die in de woning van haar echtgenoot heerschte. Thans kwam de moederlijke tierheid en de moederlijke strengheid haar te stade. Met
13
HOE FRANQOISE D'AUBIGNK
vriendelijk beleid onderdrukte zij de dubbelzinnige aardigheden, die men zicli aanvankelijk veroorloofde. Scarron gaf liet voorbeeld van verandering van toon, en zijn gasten volgden. Niemand dacht er aan om zich eenige gemeenzaamheid, zelfs in woorden, met haar te veroorloven. //Wij zouden het eer tegen de koningin, dan tegenover haar hebben gedaan,quot; zeide eeu hunner. Als vroeger over de kalkoenen, heerschte zij thans over de aanzienlijke mannen en vrouwen, die Scarron bezochten, en weerhield hen op verboden terrein te komen. De galanterie dier dagen kende geen hof maken aan een jonge vrouw zonder liefdesverklaringen; maar haar kalme en rustige wijze van schertsende beantwoording liet het opkomen van wezenlijke gemeenzaamheid niet toe. Sorbière, die in 1670 stierf, dus voordat de weduwe van Scarron de gunstelinge van den koning was geworden, en voordat politieke tegenstanders en persoonlijke vijanden haar naam bezoedelden, schrijft omtrent deze jaren: //L'histoire du mariage de M. Scarron ne seroit pas le plus sombre endroit de sa vie. Cette belle personne de l'age de seize ans qu'il se choisit pour se récréer la vie et pour s'entretenir avec elle en fesait le principal ornement. L'indisposition de son mari, mais surtout la beauté, la jeunesse, 1'esprit galant de cette dame n'ont fait aucun tort a sa vertu: et quoique les personnes qui soupiroient pour elle fussent des plus riches du royaume et de la plus haute qualité, elle a mérité Testime de tout le monde par la régularité de sa conduite: et on lui doit cette justice q if elle s'est piquée d'une belle ainitié conjugale saus en pratiquer les principales actions.quot; 4
Zij presideerde, als vrouw des huizes, de tafel waaraan nooit gasten ontbraken. Maar 'op vastendagen at en dronk zij niet mede, doch gebruikte alleen haar
14
MADAME DE JIAIXTEN'ON WE11D.
haring in aller tegenwoordigheid. Niemand waagde een aanmerking.
Prancoise Scarron had haar moeders hoogheid en vastheid van karakter; maar, minder door het lot vervolgd, openbaarde het zich in aangenamer vormen. Zij wist door waardigheid te imponeeren, terwijl zij door vriendelijke, vroolijke causerie aan zich hechtte. ïalloozen maakten haar het hof, maar niemand kou zich beroemen op eenige gunst. Die zelfbeheersehing in eene jonge schoone vrouw, in haar positie zoo dubbel waardeerbaar, viel haar gemakkelijk. Zij deed zonder strijd, wat anderen bijkans onmogelijk scheen. De hardheid van haar jeugd had haar karakter meer mannelijk dan vrouwelijk gemaakt. Zij verachtte overheerschende passiën, gelijk zinnelijkheid, als zwakheden die haar onwaardig waren. In den kring van Scarron leerde zij zoo verschillende karakters kennen en ontleden, dat zij schijn en wezen wist te onderscheiden. Zij minachtte den man, omdat zij zich krachtiger dan de meeste mannen gevoelde. Uit de jaren van haar huwelijk met Lodewijk XIV zijn merkwaardige confessiën over, die echter niet geschikt ter mededeeling zijn. //Een onberispelijk gedrag is de grootste handigheid,quot; sprak zij in later jaren. Wij treffen de uitdrukking zelve nog wel niet aan, maar de gedachte beheerscht haar reeds geheel in deze periode. Een enkele misstap aan de zijde van Scarron kon haar in de ellende van vroeger jaren terugstorten. Zij rilde, als zij aan dat verleden dacht. Haar deugd moest haar een toekomst verzekeren.
Acht jaar leefde zij met den ongelukkigen dichter, die tot het einde zijn opgeruimdheid behield. Het was een eigenaardig leven, dat voor een vrouw, arm aan zinnelijke behoeften, zijn bekoorlijkheid niet kon missen. De dage-
15
HOE FRAN90ISU D'AUBIGNÃ
lijksclie omgang met eea opgewekt en geestig man, hoe ook door lijden misvormd, liet verkeer met een aantal personen van hoogen stand, die elkander hier ontmoetten, moesten ontwikkelend en verzoenend werken op een jonge vronw, wier jeugd zoo rijk aan ellende was geweest. Scarron was niet vermogend, maar leefde toch op goeden, zelfs te rijkelijken voet. Hij had een pensioen van koningin Anna van Oostenrijk, wier vergunning hij gevraagd en bekomen had //d'etre son malade en titre d'office.quot; Nevens dezen waren er andere vermogenden van hoogen stand, zelfs buitenlaudsche vorsten s, wier ondersteuning hij door opdrachten enz. verkreeg. Scarron â zegt zijn biograaf â //n'était mendiant que de la inanière dont le sont la plupart des poëtes, dont la destinée est presque toujours d'etre rassasiés de gloire et affamés d'argent.quot; Toen hij in 1660 stierf, liet hij zijn vrouw ontbloot van alle vermogen na. Het was het eenige verdriet, zei hij in zijn laatste dagen, dat hij had. Voor 't overige behield hij zijn goed humeur en zijn opgeruimdheid tot het einde. //Gij zult nooit zooveel om mij weenen, als ik u heb doen lachentroostte hij de weenende bloedverwanten, die hem omgaven. Uren lang werd liij door bik gemarteld. //Wat zal ik een satire op dien hik schrijven, als ik weer beter word!quot; Maar hij schreef zijn satire niet: want hij werd niet meer beter. In October 1660 sliep hij in.
III
De weduwe van den bnrlesken dichter bleef in behoeftige omstandigheden achter. Weinig kon zij voorzien, dat zij het tijdperk, hetwelk zich thans voor haar opende, eens den rustigsten tijd haars levens zou noemen.
16
MADAME DE MAINÃENON WEUD.
De cliarmante ongelukkige was algemeen iu beklag. De vrienden van Scarron bleven haar getrouw. Door zijn dood was het jaargeld, dat Anna van Oostenrijk had geschonken, vervallen. Men vestigde de opmerkzaamheid der vorstin op de jonge, schoone weduwe, die zonder eenig vermogen achterbleef. Hare Majesteit kon geen grooter weldaad doen, dan door haar het jaargeld, vroeger door Scarron bezeten, te schenken. Men verhaalt, dat op de vraag van de koningin, hoeveel het bedroeg, een der vrienden van Francoise Scarron den moed had te antwoorden: 2000 livres, ofschoon het slechts 500 livres had bedragen. Hoe dit zij â de koningin voldeed aan het verzoek.
Francoise Scarron was innig verheugd. Voor de eerste maal in haar leven was zij zonder zorgen. De woningen der aanzienlijken, die Scarron hadden bezocht, openden zich voor zijne schoone weduwe, die aller achting genoot. Bij den maarschalk d'Albret en den hertog de Richelieu was zij een dagelijksclie gast.
Met uitnemenden tact nam Madame Scarron haar plaats in de hoogere kringen in, die zich voor haar hadden geopend. Al de zorg en toewijding, die zij aan de zijde van den armen verlamde geleerd had, paste zij thans toe om een breede rij van vrienden aan zich te hechten. Zij bezat dat hoog te waardeeren talent van zich eenigermate onmisbaar te maken overal waar zij binnentrad. Niemand, die sneller, zonder onbescheidenheid, thuis was in de eigenaardigheid van ieder gezin; een vriendelijke hulp, die met een blij gezicht diensten bewijst, een zieke vriendin oppast, kinderen bezighoudt zonder moe te wordfen, het huishouden van een ander bestuurt, zonder het dienstpersoneel in oproer te brengen. Door zulke diensten van huishoudelijken aard, deels natuur, deels berekening â zij zelve hechtte
Joris sen. I4 2
17
HOE FRAXCOISF, l)'AUBIGNÃ
aan die dingeu hooge waarde â won zij jongen en ouden voor zich. Zonder haar kon de marechale d'Albret niet meer naar de komedie gaan; de jonge vrouw legde aan de goedhartige, maar niet zeer snuggere dame uit, wat zij zag en zien moest. Ieder was verrast en ingenomen dooide gratieuse attentiëu, die zij voor allen had. Zij boeide en trok aan, eu hield tevens op een afstand. //Je Tai cent foisquot; â zeide de intendant Basville â quot; ramenée dans ma carosse des hotels d'Albret et de Richelieu dans la rue Saint-Jacques oü elle demeuroit. «Tétais pénetré pour elle du même respect que j'aurois eu pour la reine: son regard seul en inspirait et nous étions tous surpris qu'on put allier tant de vertus, de pauvreté et de channes.quot; Zich zelve altijd meester, genoot zij vau al de voordeden, die haar geest, haar talent van opgewekt keuvelen, haar gelijkmatigheid van humeur en de waardigheid van haar houding haar verschaften. Men gevoelde, dat haar verstand meer sprak dan haar hart; maar de keurigheid van haar taal, de ongedwongen vroolijkheid en de volkomen rust van haar wezen wierpen over de schoonheid van de ruim 27jarige zulk een vriendelijken glans, dat men geneigd scheen haar koelheid bijkans als een deugd te beschouwen.
In deze kringen bleef men het voorbeeld, door het Hotel de Rambouillet gegeven, in sommige opzichten getrouw. Als in het schitterend middenpunt der précieuses, waren ook hier gezelschapsspelen, jeux d'esprit, lectuur enz., gewone vermaken. Dank zij de dagelijksche oefening in den omgang met Scarron, schitterde zijn schoone weduwe door haar frisch vernuft en levendigen geest. Bij een dei-spelen , om een enkel voorbeeld te geven, werd door het lot ieder der aanwezigen bij een betrekking, een bloem of
18
MADAME DE MAIXTENOX WEED.
iets anders vergeleken, waarop hij of zij dan dadelijk eenige verzen moest improviseeren. Madame Scarron, overigens zonder diclitergave, trok bij een dier gelegenheden de gevangenbewaarster en teekende nu zich zelve op deze wijze:
't Is waar, gevangenen bewaken Is een verdrietelijke taak;
Men moet door trots en hardheid vaak Zijn medemensch wanhopend maken:
En dat valt juist niet in mijn smaak.
Maar zij, die mijne boeien dragen.
Zij hebben geenszins recht tot klagen.
Zij dragen zelf de schiild: niet ik.
Ik boei, doch zonder 't te verlangen.
Ik spande voor hun hart geen strik j Zij zeiven gaven zich gevangen.
Maar zoo ik, zonder 'tzelf te weten.
Hun boei of band heb aangelegd,
â 't Zij zonder grootspraak hier gezegd â
Niet één verbrak nog ooit zijn keten. 6
Het portret is merkwaardig om het speelsche zelfvertrouwen en den overmoed, die er uit spreekt, maar tevens om de gelijkenis.
Madame de Maintenon, in later dagen op deze terugziende, zeide, dat zij van kindsaf geen hooger streven had gekend, dan om door iedereen bewonderd en bemind te worden. //Ik had geen behoefte om door één enkele, wie het ook ware, in 't bijzonder bemind te worden, ik wilde het van iedereen zijn Ik wilde de goedkeuring van brave menschen hebben. Eer en een goede naam gingen mij boven alles. Daar was niets, wat ik niet in staat was om te doen, zoo ik er den naam van een krachtige vrouw door winnen kon. Toen ik de koningin kwam bedanken
19
HOE FllAN^ÃISE D'AUBIGNÃ
voor het jaargeld, hoorde ik een hofdame zeggen: //als de koningin dit pensioen wilde geven aan de mooiste oogen en de coqnetste vrouw van Erankrijk, dan had zij niet beter kunnen kiezen.quot; â Ik gevoelde mij diep gekwetst en vernederd. Jaren later had die hofdame mijn hulp noodig en ik schonk ze haar gretig. Waarom? Omdat ik toonen wilde, dat ik vergeven kon; niet uit deugd, maar uit hoogmoed, uit smaak in hetgeen zwaar valt, om een mooie daad te doen.quot;
De zelfkarakteristiek is volkomen juist. Tal van feiten bewijzen het. Zij deed zich eens opsluiten bij een zieke, die de pokken had. Zij kende haar niet, maar deed het alleen uit lust om iets te doen, dat niemand deed.
Een andermaal nam zij een nieuw geneesmiddel in, dat de medische faculteit voor vergif hield, en vertelde bet toen op den onverschilligsten toon der wereld, opdat men zeggen zou: //Zie die mooie vrouw eens, zij heeft meer moed dan een man!quot;
Van een karakter, dat met zoo groote koelheid en nuchterheid zich zelf wist te ontleden, was het niet te verwachten, dat het bij voortduring met zijn eigen bestaan bevredigd zou zijn. Toen dit leven van spel en geestigheid eenige jaren geduurd had, begon het haar te vervelen. Het was haar te ledig. Haar koel en scherp verstand deed haar inzien, dat haar vermaken te ijdel waren om haar ernst te vragen, te nietig, om haar steeds bezig te houden. Zij besloot haar leven te veranderen, te verbeteren en devote te worden.
Een der scherpste opmerkers der 17de eeuw, Saint Evre-mond, heeft de devotie aldus beschreven: //wereldsche dames, die zich aan God geven, geven hem gewoonlijk slechts een
20
MADAME DE MAIXTENON' WEIID.
nutteloos gemoed, dat bezigheid zoekt; eigenlijk is imar devotie een uienwe passie; het hart, dat zich inbeeldt berouwhebbend te zijn, doet niets dan een nieuw voorwerp voor hare liefde zoeken.quot; Madame Scarron werd meer door zucht naar veiligheid, dan door zondebewustzijn gedreven.
Naar de gewoonte des tijds nam zij een directeur van haar devotie aan. Het was een oud kapitein van de kavalerie, die priester geworden was. In zijn nieuwe betrekking bleef de abt Gobelin de militaire tucht getrouw. Hij leidde zijn biechtkind met nadruk op den engen weg. Eén proeve. Haar toilet was eenvoudig, maar elegant; hij keurde het zeer af. quot;Het zijn maar eenvoudige stofjes,quot; pruilde de schoone devote. â «Ja, dat weet ik wel (was het antwoord), maar als gij knielt, dan zie ik een breede sleep goed op den . grond vallen, dat veel te gratieus en te modieus is: dat moest minder zijn.quot; Hij eischte zelfs van haar, dat zij zich in gezelschappen vervelend zou voordoen, in plaats van te behagen. Het prikkelde haar trots, dat men zoo groote opofferingen van haar eischte; met minder zou zij niet tevreden zijn geweest; geringer eischen hadden haar beleedigd en daarom hield zij vol.
Gelukkig had er kort daarna een verandering in haar leven plaats, die het haar ten zoeten plicht maakte, uit devotie wereldsche vormen niet geheel te veronachtzamen.
IV
In het hotel van den maarschalk d'Albret had Madame Scarron een van diens bloedverwanten, de Montespan en zijn jonge vrouw leeren kennen. Met de laatste was zij zeer intiem geworden. Madame de Montespan was een jonge, speelsche vrouw, die ieder door hare luimen op-
21
HOE FRAXgOISE D'AÃBIGNÃ
vroolijkte. De kouingiu, wier dame du palais zij was, liet haar gewoonlijk iu de kamer, als zij liet avondbezoek vnu Lodewijk XIV ontving. De koning onderhield zich veel met haar, daar zij veel amusanter was dan zijn vrouw, zonder dat dit een geruimen tijd achterdocht verwekte; trouwens, Lodewijk was in die jaren aan La Vallière gekluisterd. In 1667 echter viel het de jonge vrouw op, dat de koning meer werk van haar maakte. Zij zeide het haar echtgenoot en verzocht, dat hij haar aan het hof zou onttrekken. Maar de onvoorzichtige man, misschien gevleid, misschien voor het provincieleven terugschrikkende, weigerde. Madame de Montespan, aan eigen kracht overgelaten, kon geen weerstand bieden aan den onweerstaan-baren verleider. In 1669 schonk zij het leven aan een zoon.
Voor de verzorging van dit kind werd naar een beschaafde en discrete verpleegster uitgezien. Madame de Montespan herinnerde zich Francoise Scarron en liet haar het voorstel doen. Francoise Scarron antwoordde: quot;Indien de koning zelf liet mij vraagt, zal ik het doen.quot;
Tiodewijk XIV verzocht of liever beval het haar, en Madame Scarron nam dezen eersteling en een tweetal, dat volgde, onder hare hoede.
Het is geheel onnoodig, naar de beweegredenen van haar toestemming lang te zoeken. Zij genoot een jaargeld des konings, en kon dus niet weigeren, zoo zij dit niet missen wilde. De koning beloofde zijn erkentelijkheid haar te zullen bewijzen. De herinnering aan de geleden aimoede en het uitzicht op hnantieele onafhankelijkheid in de toekomst werkten samen, om haar de zonderlinge eer, gelijk zij het noemde, te doen aannemen. Een eer, dat was buiten twijfel, mocht het heeten. Een ministersvrouw7 had de twee kinderen van La Vallière verzorgd, en ieder
22
MADAME DE MAIVi'ENÃN WEllD.
had het eene onderscheiding geacht. Daarbij schonk de taak aan Madame Scarron bezigheid. De leegheid van haar leven werd aangevuld door een plicht, die haar opgelegd werd. Eigenbelang, gestreeld eergevoel en religieus plichtbesef vereenigden zicli in de aangenaamste harmonie.
In de eerste twee jaar (1669â1672) bepaalde zich haar taak tot toezien. De kinderen waren uitbesteed. Madame Scarron reed eiken morgen, soms des nachts, naar de verschillende woningen, om te zien en te zorgen voor liet noodige. Dan keerde zij naar haar eigen huis terug, om haar gewone gezelschappen te bezoeken. Lastig was de geheimhouding, die alles omgaf. Zij moest zich inspannen om niets te laten merken, en slaagde daarin zoo goed, dat Madame de Sévigne haar omgang, juist in deze jaren, délicieux noemde. Toch kon het niet anders, of er werd iets gegist. Toespelingen of indiscrete vragen moest zij beantwoorden. Dan kreeg zij een vreeselijke kleur. Om dit te voorkomen, liet zij zicli aderlaten.
In 1672 kocht Madame de Montespan een ruime woning. Rue Vaugirard, Faubourg St. Germain. Daar vestigde zich toen Prancoise Scarron met de kinderen bij zich.
Dit nieuwe leven was afmattender dan het vorige. Zij had de kinderen â ieder jaar kwam er een bij â den geheelen dag om zicli en was hun eenige verzorgster en verpleegster. Madame de Montespan kwa.m wel eens kijken, maar bekommerde zich niet veel om haar kroost. Met de grootste trouw wijdde Madame Scarron zich aan haar plicht.
De vorm van liefde, die zich in beschermen en oppassen van het zwakke en teere openbaart, kwam juist met haar karakter overeen. Hooge en heerschzuchtige karakters zijn dikwijls uiterst lief en zacht voor kinderen, bij wie van
23
HOE FRANQOISE D'AUBIGJTÃ
geen gelijkstelling sprake kan zijn. Zij geven slechts en behoeven niet dankbaar te zijn voor ontvangen weldaden. Madame Searron betoonde in de trouwe verzorging der koninklijke kinderen al wat er goeds en hartelijks in haar was.
Aan niemand moest dit scherper in 't oog springen, dan aan den koning. Hij bezocht herhaaldelijk de stille, afgelegen woning in de Rue Vaugiraril. In den beginne was hij weinig met haar ingenomen; hij beschouwde haar als een précieuse. Maar naarmate hij haar ontmoette en meer waarnam en haar trouwe zorg opmerkte, begon hij haar hooger te schatten. Men zegt, dat hij haar eens aantrof, met één kind slapende op haar schoot, een tweede spelende op den arm, een derde, dat de koorts had, rustende tegen den schouder. De koele en gereserveerde houding, die zij tegen hem aannam, pikeerde hem; hij, zelf zoo grenzenloos trotsch, was juist de mau om hooghartigheid te waardeeren. quot;Zij weet waarlijk lief te hebben,quot; â zei hij in 1672, als ware het een belangrijke ontdekking voor hem; en hij voegde er een woord bij, dat een keerpunt in zijn gezindheid jegens haar aantoont: â //het moet een genot zijn, door haar bemind te worden.''1
Die waardeering des konings was een tijdlang het eenige, wat haar betrekking haar opleverde. Pas drie jaar later werd haar jaargeld van 2000 livres op 6000 gebracht. Wel werden haar aanbevelingen door de ministers, na 1671, zorgvuldig in het oog gehouden, maar zij baatten maer anderen dan haar zelve. Haar broeder, een kort begrip van 's vaders ondeugden, een bon vivant, eigenlijk voor uiets deugende, dankte er linautieele voordeelen en militaire kommandementen aan. 8 Haar brieven aan dezen
24
MADAMK DE MAI.VTENOX WERD.
broeder bewijzen, welk eeu beslisten invloed de souvenirs van liaar jeugd op liaar hadden. Telkens herinnert zij hein aan die bittere jaren van vroeger, en belooft zij hem, dat haar goed fortuin ook hem voortdurend ten goede zal komen. Zij zal alles doen, wat zij kan, om hem te be-voordeelen; hij zelf moet een goed huwelijk doen. Als een echt praktische vrouw, hecht zij minder aan titels, eer en onderscheiding, maar zorgt voornamelijk voor de vermeerdering van zijn geldelijk vermogen.
Het duurde lang, voordat zij zelve tinantieele voordeelen van eenige beteekenis ontving. Maar, getrouw aan haar stelregel, dat een onberispelijk gedrag de grootste handigheid is, ging zij voort de gunst des konings door haar trojiwe moederzorg te verdienen. Zonder gehechtheid echter aan de kinderen ware de toewijding, waarvan zij eeu voorbeeld gaf, eene onmogelijkheid geweest. Zij leefde in de grootste afzondering, bezocht niemand en ontving niemand. //Madame Scarron komt niet meer te voorschijn; geen sterveling heeft eenigen omgang met haar,quot; schreef eene van haar bekenden in dezen tijd.
Natuurlijk, dat die afgezonderde levenswijze, zoo zeer in strijd met de vroegere, tot veel gissingen en praatjes aanleiding gaf. Vooral toen de koning, die meer van zijn kinderen hield dan Madame de Montespan en ze herhaaldelijk in de Rue Vaugirard opzocht, blijkbaar meer en meer zich door haar aangetrokken gevoelde. //Wij hebben eindelijk Madame Scarron teruggevondenquot; â schrijft Madame de Coulanges aan Madame de Sévigné â //dat wil zeggen, wij weten, waar zij is; want omgang met haar te hebben is niet gemakkelijk. Er is bij een van haar vriendinnen iemand, die haar zoo beminnelijk vindt en haar gezelschap zoo op prijs stelt, dat hij haar afwezigheid moeilijk verdragen kan.quot;
25
HOE FRANQOISE D'AUBIGXÃ
In liet laatst van 1673 hield dat afgezonderde en afmattende leven op. In December erkende Lodewijk bij parlementsakte de drie oudste kinderen van de Montespan voor de zijne. De koningin moest lien ontvangen. Madame de Mainteuon vestigde zicli als gouvernante van de kinderen des konings aan het hof te Versailles.
V
De vestiging van Madame Searron aan het hof had hare lichtzijde, maar ook, gelijk zij zelve opmerkt, een breede schaduwzijde. De openlijke erkenning van haar positie was aangenaam, maar de veranderde verhouding tot Madame de Montespan niet evenzoo.
Zij behoorde, in de oogen van het groot publiek, tot het gevolg van de erkende maitresse des konings. Al beschouwde zij Madame de Montespan voortdurend als haar vriendin, daarom keurde zij haar betrekking tot den koning niet goed. Zij vreesde â met hoeveel recht, heeft het oordeel van liet nageslacht bewezen â dat men haar van laakbare medeplichtigheid zou verdenken. Dit streed tegen haar vrouwelijken trots en haar religieuse overtuiging.
In haar eigen oogeu was haar plaats een andere. Zij was opvoedster van de kinderen des konings, en niet de ondergeschikte van Madame de Montespan. In 1675 schrijft Madame de Sévigné aan haar dochter over de verhouding van de Montespan en de Maintenou: quot;cette belle amitié est uue veritable aversion depuis pres de deux ans; eest une aigreur, c'est une antipathie, c'est du blanc, c'est du noir: vous demandez d'oü vient cela? C'est que l'amie (de Mainteuon) est d'un orgueil qui la rend revoltée contre les ordres de l'autre. Elle n'aime pas a obeir: elle veut
af)
MADAME DK MAI XTF.XOX WERD.
bien être au père, mais nou pas a, la mere: elle lui reud compte et nou pas a elle.quot;
Bij een dergelijke zelfstandigheid of hoogmoed â men noeme het zoo men wil â kou de verhouding niet dan gespannen worden. Te meer, omdat de dagelijksche omgang der oude vriendinueu de vriendschappelijke gevoelens ondermijnde. Madame de Montespan was een geestige vrouw, maar bijtend, spotziek en luimig als een groot kind. Nu eens behandelde zij haar als een dienstbare, dan als een teere hartsvriendin. Het duurde niet lang of dagelijks kwamen er kibbelarijen voor, die, eens aangevangen, niet ophielden, maar toenamen. Aan aanleiding ontbrak het niet; nu eens was het de opvoeding der kinderen, die tot geschillen aanleiding gaf; dan een beleefdheid des koniugs, die jaloezie wakker riep. De maitresse geloofde, dat de gouvernante den koniug zocht te winnen, om haar opvolgster te worden. Toen eens die achterdocht was ontwaakt, was het omaogelijk in de oude verhouding terug te keeren.quot; De scènes vermeerderden, afgewisseld door verzoeningen en nieuwe twisten. De koning, die er herhaaldelijk getuige van was en steeds poogde vrede te stichten, had al zijn beleid noodig, om die twee vrouwen iu vrede te houden. Maar de gouvernante won het langzamerhand van de maitresse. Haar rustig gezond verstand eu de gelijkmatigheid van haar humeur ondermijnden langzaam, maar zeker, den invloed der speelsche wispelturige, die bang was voor de groote, zwarte oogen der statige gouvernante.
Madame Scarron dacht er dikwijls aan, om het hof te verlaten. Maar er waren redenen, die het haar beletten. In den aanvang waren het tinantiëele bezwaren. jSTog altijd bleven voor haar alle tinantiëele voordeden achter. Eindelijk, in het laatst van 1674, schonk Lodewijk XIV haar, twee-
â 27
HOE FRAN^OISE D'AÃBIGNÃ
maal aclitereen, telken male 100.000 francs. Zij kocht er een landgoed voor, Maintenon gelieeten, welks inkomsten haar onafhankelijk maakten. Kort daarna noemde Lodewijk haar eens, lachende, Madame de Mai nteuon. Zij kreeg een kleur, maar droeg van dat oogenblik dien naam, aan liet hof en in de historie. Sinds kon zij er niet meer aan denken, om te vertrekken. Lodewijk zou het haar niet vergund hebben.
Het hofleven had voor haar zeer weinig aantrekkelijks. In later jaren verhaalde zij, dat zij nooit zou gebleven zijn, indien haar biechtvader en anderen, die haar raadden, haar niet hadden voorgehouden dat zij niet vertrekken mocht. De waarheid dezer voorstelling blijkt uit haar briefwisseling met den abt Gobelin. Enkele proeven kunnen het staven. In Maart 1674« schrijft zij hem: quot;Je ne sais point combien je serai ici; je suis résolue, puisque vous l'avez voulu, de me laisser conduire comme un enfant, de tacher d'acquerir une profonde indifference pour tous les lieux et pour les genres de vie auxquels on me destine, de me detacher de tout ce qui trouble mon repos, et de chercher Dieu dans tout ce que je ferai. â⢠â Vous vous souviendrez, s'il vous plait, que vous voulez que je demeure a, la cour, et que je la quitterai des que vous me le conseillerez.quot; En gelijk nu, in Maart 1674, is het in al de volgende jaren dezer periode. Zij smacht naar vrijheid, acht haar zieleheil bedreigd door 't verblijf aan het zondige hof, maar gehoorzaamt aan hetgeen zij haar plicht acht. //Les jours se passent dans un esclavage qui empêche de faire ce qu'on voudroit; je suis toujours assez triste, et les choses pren-nent un air qui ne me convient pas. Je n'ai pas, assez de pon voir sur moi pour uen point souft'rir, mais je veux bien souffrir; et c'est quelques progrès que j'ai faits d'avoir
as
MADAME DE MAINTENON WERD.
29
öte rimpatience et de n'avoir plus que la douleurquot;. 9 Zij wensclit zich niet terug te trekken, om in een klooster te gaan; daarvoor is zij te oud; maar zij verlangt naar een rustig leven, waarin zij, ongestoord door wereldsclie beslommeringen, God dienen kan, en niet ter wille van de wereld allerlei zaken moet doen, die haar of onverschillig zijn of tegenstaan. De kinderen, die zij verzorgt, zijn haar lief, al te lief. Zij noemt het zelf dwaas, zich zoo sterk te hechten aan kinderen van anderen. Doch ook deze gehechtheid maakt haar positie in eigen oog te moeielijker, en de verhouding te valscher. üit de droef-geestigheid, waarin haar dit leven brengt, tracht zij zich op te heffen door liet scheppen van allerlei luchtkasteelen. Zij spiegelt zich een levenswijze voor, zooals zij die wensclit. Pro jet de la conduite que je voudrois tenir si j'ét ais hors de la cour, heet een opstel, dat zij weinige maanden na haar komst aan 't hof schrijft. De geest, dien het ademt, blijkt voldoende uit een enkel voorschrift: quot;ne voir jamais personne la veille des grandes fêtes, ni ia veille, ni Ie jour des communions: ne manquer jamais aux devotions particulières de certains temps: être habillée modestement et ne porter jamais ni or ni argent: donner la dixièine partie de inon revenu aux pauvres.quot; Maar dit heerlijk, rustig leven wordt haar niet vergund, en zij onderwerpt zich, als een oprechte devote voegt. //Tout est mêle ici bas pour nous porter iï: désirer ce qui seul sera bon.quot; Voor dat doel is niets te moeielijk of te zwaar om te dragen. //II est impossible que je soutienne longtemps la vie que je mêne, je prends trop sur moi pour que le corps ou F esprit n'y succombe pas, et peut-être toüs les deux; il en arrivera ce qu'il plaira a Dien et quand il en ordonnera. Je lui offre souvent mes souf-
HOE rilANCOISE D'AUBIGXÃ
frances bien ou mal fondées, et si sa volonté m'étoit connue, je le suivrois dans ce qu'il y a de plus oppose fi mon liumeur.quot; 10
Waartoe al deze opoflering? Waarom moest zij blijven?
Madame de Maintenon bekoorde tot de moreele conspiratie, die Lodewijk XIV uit de banden van de Montespan zocht los te wikkelen en de onzedelijkheid van liet hof te doen eindigen. Wat de biechtvader haar voorhield was geheel in overeenstemming met de denkbeelden van Bossuet en Bourdaloue. Madame de Maintenon moest blijven uit devotie. Zij had een roeping hier te vervullen. Zij was het uitverkoren werktuig, om deu zwakken Lodewijk uit de slavernij der zinnelijkheid te verlossen, en de betrekking van hem tot Madame de Montespan te doen ophouden. Daartoe moest zij haar invloed op beiden aanwenden en versterken.
Madame de Maintenon onderwierp zich aan die stemmen, die als stemmen Gods in haar ooren klonken. Zij verloochende eigen lust en wil, om voor den wille Gods te buigen. Zij bleef en gehoorzaamde.
Allerzonderlingst was diensvolgens de rol, die zij jaren achtereen vervulde. Madame de Montespan, hoe luimig en jaloersch ook, luisterde in haar kalme oogenblikkeu gaarne en veel naar haar Zij was op hare wijze zeer vroom; bij uitstek weldadig en nauwlettend op haar kerkelijke plichten. «Omdat ik één kwaad doe, behoef ik toch niet in alle zonden te vervallen,quot; zei het naïeve kind aan eene, die er zich over verwonderde. Zij vond, dat de gouvernante volkomen gelijk had, maar zij kon van Lodewijk niet scheiden. Dat zou haar dood zijn.
Ook den koning wees de gouvernante, maar voorzichtiger, soms met een enkel woord, op het onzedelijke hunner levenswijze. Hij vond, dat zij volkomen gelijk had, maar
30
MADAME DE MAIVi'ENON WERT).
wat was er aan te doen ? Hij hield te veel van liet speelsche kind. Madame de Maintenon werd de vertrouwde der geliefden, die zij zocht te bewegen, om vrijwillig te scheiden. Als hij over 't boos humeur van haar te klagen had, kwam hij zijn hart bij de gouvernante uitstorten.
Zoo leefde Madame de Maintenon een zevental jaren aan het hof als gouvernante van de koninklijke kinderen. Met ieder jaar nam haar invloed toe, die hare verwanten en vrienden zeer ten goede kwam, zonder dat zij slaagde haar hoofddoel te bereiken. Maar zij volhardde, als de waterdroppel, die den steen doorboort. De hofgeschiedenis dier jaren is rijk aan menig tooneel, dat de breuk tusschen Lodewijk en zijn maitresse scheen te bewijzen. Herhaaldelijk vertrok Madame de Montespan, maar telkenmale om teruggeroepen te worden. Even rumoerig en luid snikkend als zij afscheid genomen hadden, keerden zij tot elkander weder. Niettemin werd door de herhaalde scheidingen de band langzamerhand iets losser, vooral toen andere schoonen van het hof aan den machtigen koning minder veeleischend bleken, dan de schitterende gunstelinge. Voor Madame de Maintenon, die wel haar invloed zag stijgen, maar haar doel steeds verre verwijderd, waren het maanden en jaren van onrustige spanning. Zij wankelde en weifelde tusschen haar wensch om het hof te verlaten en de vrees, om verkeerd te handelen. Dat intusschen de gehechtheid aan wat zij de wereld noemde, grooter was, dan zij misschien zich zelve wilde bekennen, blijkt uit velerlei uitdrukkingen. //Je meurs d'envie d'en sortir: mais je voudrois hy être point brouillée; cela est difficile a accommoder et je passé ma vie dans des troubles qui m'ótent tous les plaisirs du monde, et la paix qu'il faudroit pour servir Dieuquot; (7 September 1677).
31
HOE FRANf;üISE d'aUBIGNÃ
32
In 1680 trad de Dauphin van Frankrijk met een Beijersche prinses in 't huwelijk. Om Madame de Main te-non , wier taak bij de kinderen bijkans was afgeloopen, voortdurend aan liet hof te verbinden, benoemde Lode-wijk XIV haar tot tweede hofdame der jonge Dauphine. De acte van aanstelling is van 8 Januari 1680. Niets teekent de koelheid, de onverschilligheid van Madame de Maintenon voor de hooge onderscheiding, die haar ten deel viel, scherper dan de brief, dien zij op dienzelfden achtsten Januari aan haar biechtvader schreef. Geen enkel woord van blijdschap of zegepraal komt er in voor. Zij geeft rekeiischap van haar leven en ontleedt zich zelve, in religieus opzicht, met een kalmte, die geen twijfel aan de oprechtheid toelaat. //Mes jouruées sont présentement assez reglées et fort solitaires; je prie Dien uu moment en me levant; je vais a deux messes les jours d1 obligation et a. une les jours ouvriers: je dis mon office tous les jours, et je lis uu chapitre de quelque bon livre; je prie Dieu en me couchant, et quand je mVveille la uuit, je dis un Laud ate ou un Gloria Patri. Je pense souvent a Dieu dans la journée, je lui offre mes actions: je le prie de m'öter d'ici, si je n'y fais mon salut, et du reste, je ne connois point mes pêchés. J'ai une morale et de bonnes inclinations qui font que je ne fais guère de mal: j'ai uu désir de plaire et d'etre aimée qui me met sur mes gardes contre mes passions: ainsi ce ne sont presque jamais des faits que je puis me reprocher, mais des motifs très-humains, une grande vanité, beaucoup de legèreté et de dissipation, une grande liberté dans mes pensees et daus mes jugements et une contrainte dans mes paroles qui n'est fondée que sur la prudence humaine. Voila a pea pres mon état: ordonnez le remède que vous y croirez le plus propre. Je
MADAM R DE MAIN TENON WKllD.
ne puis vraisemblableinent cnvisager bientöt une retraite; il faut done travailler ici a mou salut: contribuez-j, je vous supplie, autant que vous le pourrez, et comme e'est le plus essentiel cle tons les services, eomptez aussi sur la plus entière reconnoissanee.quot; 11
VI
Scherper tegenstelling van karakter en ontwikkeling, dan tussclien Lodewijk en Maria Tlieresia was. moeilijk denkbaar.
l)e gezonde, levenslustige, krachtige, overmoedige, vurige koning was gekluisterd aan eene schoonheid, die alles miste, wat boeien kon. Haar teederheid was kwijnend, haar liefde angstvallig. Zij vereerde haar echtgenoot, maar zij beefde altijd in zijn tegenwoordigheid. Omdat zij nauwelijks tegen hem durfde te praten, had zij graag, dat er een derde bij was; dat hij die als facheux troisième zou beschouwen, begreep zij niet. Geheel beheerscht door een dommen biechtvader, over wien ook Madame de Mainteiion de schouders ophaalde, had zij gemoedsbezwaren tegen plechtigheden en feesten, die tot het gewone hofleven behoorden. Maria Theresia had Lodewijk van zich weggejaagd door haar vervelende onbeduidendheid en domme piëteit. Zij wist noch vrouw noch koningin te zijn.
ïer wille van die vrouw Lodewijk tot het verlaten zijner schitterende en geestige maitresse te bewegen en hem tot haar terug te voeren, kon, vooral nadat zoo vele jaren van vruchteloos pogen waren voorbijgegaan, een bijkans hopeloos streven worden geacht. Zoo het niettemin bereikt werd, was het aan een samenwerking van verschillende oorzaken te danken. Wat Bossuet en Bourdaloue en allen, Jurissen. I4 3
33
HOE FEAN9OISE D'AUBIGSÃ
die een einde aan Lodewijk's onzedelijk leven eiscliten, zochten te verkrijgen, werd gemakkelijker dan te voren gemaakt door den leeftijd des konings, die hem als van zelve tot meer ernst gestemd deed zijn, en den invloed, dien Madame de Maintenon op zijn gemoed bij toeneming uitoefende.
De veranderde positie aan het hof kwam haar daarbij zeer te stade. Zij stond thans, zelfs in schijn, niet meer ouder Madame de Montespau, maar nam, als behoorende tot het gevolg van de aanstaande koningin, een zelfstandige plaats iu. Juist door haar betrekking kwam zij met Lode wijk, die de jonge Dauphine veel bezocht, in voortdurende aanraking. En door die dagelijksche gesprekken geraakte hij meer en meer onder haar invloed. Hij leerde door haar iets kennen, wat, gelijk Madame de Sevigne zeide, hij nooit te voren iiad aangetroffen: het genot van een gezellige en vriendschappelijke conversatie. Dat was iets fonkelnieuws voor hem, en juist wat hij behoefde. Lodewijk was 44 jaar; de prikkel der zinnelijkheid sprak niet meer zoo sterk, dat hij ongevoelig voor andere aandoeningen was. Maar zijn levendige geest had behoefte aan bezigheid. Madame de Maintenon hield hem bezig met gezellig causeeren. Hij zat met haar te praten, te keuvelen over ernstige en niet ernstige zaken, over de dingen van den dag, over volken en vorsten, over Frankrijk en Europa. Met de Montespau kon hij ook praten: l1 esprit de Montémart, dien zij in hooge mate bezat, was spotachtig en bijtend geestig; zij hield bezig, maar zij verkwikte niet. Madame de Maintenon was vroolijk, kon ook lachen, maar het was goedhartige!-: haar lach wondde niet, deed niet pijnlijk aan, wekte geen mededoogen met de getroffenen op. Haar helder gezond verstand, haar gelijk-
34
MADAME DE MAINTENON WERD.
35
matigheid van humeur, haar discretie in hooren en zwijgen, haar ingetogenheid en waardigheid van woord en houding boezemde hem ontzag in, terwijl zij hein gelijktijdig aantrok. Bij deze vrouw geen luimen, geen klachten, geen eindelooze jacht op gunsten, maar rustige, blijmoedige bereidwilligheid om, met volkomen onderdrukking van eigen lust en neiging, zich tot praten met hem neer te zetten. Lodewijk muntte van nature door een keurigheid en waardigheid van uitdrukking uit, die, niet minder dan het vorstelijke van zijn houding, hem het groot persoonlijk overwicht verschafte, waarvan alle tijdgenooten gewagen. Hier vond hij een vrouw, die in netheid, eenvoud en keurigheid van uitdrukking met hem wedijverde, maar daaraan een vriendelijke bevalligheid paarde, die ieder woord dubbel aangenaam maakte. Bij haar voelde zich Lodewijk op zijn gemak en bevredigd, zooals nergens elders. Deze gezellige omgang met een beschaafde en ontwikkelde vrouw, die onder den invloed van haar levensomstandigheden een gezondheid van oordeel had verworven, als de speelsche bloemen aan het hof niet bezaten, strekte meer dan iets anders om Lodewijk langzamerhand van de oude banden afkeerig te doen worden. «De gunst van den koning jegens Madame de Maintenon vermeerdert bij den dag,quot; berichtte Madame de Sévigne aan haar dochter. //Hij zit uren met haar te praten. Hij komt dagelijks om 6 uur bij haar en blijft tot 10 uur. Zij zitten dan ieder in een leuningstoel. Soms komt de Dauphine en maakt een korte visite. Als zij weg is, hervatten zij het gesprek, waar het afgebroken is. Zij leert hem een nieuwe wereld kennen: den omgang van vrienden met elkander en het genot van eene conversatie, die volkomen vrij en natuurlijk en zonder chicanes is. Hij is geheel door haar ingenomen.quot;
HOE FllANQOISE D'AUBIGNÃ
Tevergeefs deden de vrienden van Madame de Montespan moeite, om liein aan dezen nieuwen invloed te onttrekken. Na weinige maanden was de heerschappij der maitressen geëindigd; zij bleven aan 't hof, maar hij bezocht ze weinig meer. Madame de Maintenon was, zooals de hovelingen spotten, Madame de Maintenant; iederen avond werd zij om 8 uur door een der koninklijke kamerdienaren, volstrekt niet in quot;t geheim, maar in tegenwoordigheid als 't ware van ieder, die het zien wilde, naar zijn vertrekken geleid. Van 8â10 uur zaten zij te praten. Alles boog voor haar, de ministers en de hovelingen. quot;Zij is de ziel van 't hofschreef Madame de Sevigné.
Met uitnemende zelfbeheersching waakte Madame de Maintenon zorgvuldig teg%n alles, wat van hare zijde storend op de koninklijke gunst kon werken. Zij viel hem niet lastig met haar verzoeken. Aan haar broeder, die nooit tevreden was, schreef zij; quot;Bedenk eens, hoe arm wij het vroeger hadden en hoe wij het nu hebben. Gij hebt nu een ruim inkomen, uw schulden zijn afbetaald: gij kunt het leven genieten, zonder nieuwe te maken, wat wilt ge meer?quot;
Tn haar eigen oogen was liet vooral plichtbesef, dat haar deed handelen; zij moest Lodewijk bekeeren. Dit hielden haar hare geestelijke vaders en zij zich zelve voor, en zij geloofde ook, dat het haar hoogste en eenige drijfveer was. Men oordeele hierover, zooals men wil; maar erkend moet worden, dat zij een nuchterheid en gezondheid van oordeel, onbedwelmd door het succes van liet «ogenblik, ten toon spreidde, die zelden bij bekeerings-lustige vrouwen wordt aangetroffen. Zij viel hem niet lastig met hare predikatiën, zij schreef hem geen betere gevoelens voor, maar wekte ze in hem op. Zoo gelukte
36
MADAJIK DE MAIXTKNON' VVEllD.
het kaar, Lodewijk tot de koningin terug te voeren. Hij braclit avonden bij zijn vrouw door, poogde haar te ainuseeren, en had attentiën voor haar, waaraan zij nooit gewend was geweest. Maria Tlieresia gevoelde zich dankbaar jegens de nieuwe gunstelinge. quot;De koning heeft mij nooit met zooveel teederheid behandeld, dan sinds hij naar haar luistert,quot; zeide zij.
Gedurende drie jaar duurde dit leven, zonder gewichtige veranderingen, voort. Voortdurend zocht Lodewijk vooralle beslommeringen, voor elke verveling in haar gezelschap vergoeding. Bij al zijne reizen behoorde zij tot zijn gevolg. ïe Versailles, dat ua 1683 de ware residentie was, bracht hij al zijn vrije uren niet haar door. Aan eiken anderen omgang moest Madame de Maintenon zich onttrekken. Op het toppunt van de hoogste gunst leefde zij teruggetrokken, eu zag slechts weinigen buiten den hofkring. Korte bezoeken te Maintenon en reizen in 't gevolg des konings waren de eenige stoornissen. //Alles gaat hier als gewoonlijkquot; â schreef zij in het voorjaar van 1682 haar broeder â quot;ik ben zeer gelukkig.quot;
Het was voor het eerst van haar leven, dat zij dit uitsprak.
In den zomer van 1683 onderging dat rustige leven een ernstigen schok. Maria Theresia werd ziek en stierf (30 Juli) na eene ongesteldheid van drie dagen. //Dat is het eerste verdriet, dat zij mij heeft aangedaan,quot; riep Lodewijk uit.
Madame de Maintenon had bij het sterfbed gestaan. Toen alles voorbij was, wilde zij naar haar eigen appartementen gaan. De hertog de la Rochefoucauld nam haar bij den arm en richtte haar stap naar den koning: /'het is nu de tijd niet om hem te verlaten, hij heeft meer dan ooit behoefte aan u.quot;
37
HOE FRANCOIS F] D'AUBIGNE
Als de dienaar, oordeelde de meester.
Eenige maanden later â begin 1684 â zegende de aartsbisschop van Parijs, in een particulier bidvertrek te Versailles, liet huwelijk van Lodewijk XIV en van de â weduwe Scarron in.
//Ne m'oubliez pas devaut Dieuquot; â had zij weinige weken vroeger aan haar biechtvader geschreven â «car j'ai grand besoin de forces pour faire uu bon usage de mou bonheur.'quot;
VTI
Is die bede verhoord?
Het zou wel zeer te verwonderen zijn, indien de traditie waarheid behelsde. Want volgens de gewone overlevering heeft Prancoise d'Aubigne het doel van haar streven bereikt op een weg van oneerlijkheid en oneerbaarheid, die wel het allerminst kansen zelfs op wereldschen zegen geeft.
Laat ik, om die traditie en haar ontstaan toe te lichten, een enkel woord hier bijvoegen. Een korte bladzijde uit het zoo rijke hoofdstuk der literarische bedriegerijen is voldoende.
Tot de literateurs van het midden der vorige eeuw, die nu bijna volkomen vergeten zijn en ook niets meer verdienen, behoort een zekere Angliviel de la Beaumelle. Hij is een der vele personen, die met Voltaire twist hebben gehad; hij dankt daaraan, dat sommigen hem nog kennen 12. Om carrière te maken, was hij de wereld ingegaan. Op zijn omdolingen kwam hij in Denemarken, waar hij den koning wist te bewegen, om hem tot professor in de Eransche taal en letterkunde aan de universiteit van Kopenhagen aan te stellen. In deze betrekking vatte hij het plan op, om in het noorden een uitgave van de Eransche klassieken te
38
MADAME DE MAI^NTENON WEUD.
geven, die hem èn roem èu geld zou bezorgen. Hij deed daartoe een reis naar Parijs, en bracht bij die gelegenheid o. a. een bezoek bij Louis Racine. Deze, de eenige zoon van den beroemden dichter, was een groot verzamelaar van zeldzame boeken en handschriften, en toonde ze gaarne aan zijn bezoekers. Al pratende liet hij nu een boekdeel zien, waarin hij, Racine, een aantal eigenhandige brieven van Madame de Maintenon had afgeschreven. Onze Deensche professor zag onmiddellijk in, welk een partij hij er van trekken kon. Hij bestormde Racine met allerlei voorslagen, stelde hem een gemeenschappelijke uitgave voor, enz. Hij bad en smeekte zoo lang, dat Racine eindelijk hem het boek ter uitgave afstond, onder voorwaarde, dat hij allerlei zeldzame werken en curiosa uit het noorden hem zou toezenden. La Beaumelle vertrok en Louis Racine zag hem noch zijn handschrift ooit weer.
In 1752 werden te Frankfort, ofschoon de titel Nancy aanwees, drie kleine deeltjes gedrukt. Het eerste bevatte den aanvang van een leven van Madame de Maintenon; de twee andere bevatten hare brieven. Dit was als 't ware het eerste ontwerp, de eerste schets van den uitgebreider arbeid, dien La Beaumelle in 1755 te Amsterdam het licht deed zien. De biografie was toen uitgedijd tot breedvoerige Mémoires pour servir a Fhistoire de Madame de Maintenon. De kleine verzameling brieven, slechts twee deeltjes bevattende in 1752, waren tot acht deelen geworden, en bevatten meer dan 2500 brieven. Het zijn deze boeken, die den grondslag vormen van de traditio-neele voorstelling aangaande Madame de Maintenon. //Cent ans se sont écoulés1' â schreef Walkenaer in zijn Mémoires sur Madame de Sévigné â //depuis que Voltaire et La Beaumelle ont écrit sur le siècle de
39
HOE F HAN 9ÃI SE DAUBTGN K
Louis XIV: et Ton trouvc dnus les ouvrages des deux auteurs relatifs a madame de Maintenon des faits qui se heurteut, des jugements inconciliables qui les mettent eu contradiction Tun avec F autre. Jjes écrivains qui depuis ont tracé des histoires ou des notices sur la vie de l1ran-coise d'Aubigné ont raremeut manqué l'occasion de se plaindre de la légèreté de Voltaire: mais ils temoignent un mépris complet pour l'ouvrage de La Beaumelle et s'abstiennent de le citer, ou ue le citent que fort raremeut. Je suis néanmoins en mesure d'affirmer qu'on ue trouve ehez aucun d'eux un seul fait, un seul détail de faits, une seule appréciation favorable ou défavorable, une seule vérité, une seule erreur, qui ue soit dans La Beaumelle.quot;
Het is te begrijpen. Ook al ware de historisclie kritiek ouder van jaren dan zij is, zij staat niet ieder ten dienste. Dat liet groote publiek dupe van La Beaumelle's uitgaven werd, wekt geen verwondering, als men bedenkt dat mannen, door sclierpzinnigheid en kennis in staat liet bedrog te ontdekken en te ontmaskeren, liet nalieten.
Toen de eerste uitgave versclieen, had Voltaire eenigen tijd te voren zijn Siècle de Louis XIV uitgegeven. De brieven vau Madame de Maintenon boezemden liem groot belang in, omdat liij vreesde, dat zij zijn voorstelling logenstraffen zouden. Toen dit niet liet geval bleek, was hij tevreden: al deed zijn wrok tegen La Beaumelle, met wien hij in heftigen twist was, hem gretig geloof slaan aan al de ongunstige geruchten, die over de wijze, waarop deze aan de brieven was gekomen, de ronde deden. De persoon van Madame de Maintenon interesseerde Voltaire weinig; hij vermoedde wel, dat La Beaumelle eenige brieven !iad vervalscht en eenige andere verdicht: maar het kon hem niet schelen. De Mémoires, die er aanspraak op maakten
40
MADAME DE MAINTENON WEUD.
zijn eigen werk te verduisteren, noemde liij //un tas d'im-pudences et de mensonges,quot; maar de brieven lieten hem koud. Hij was tevreden, dat zijne teekening van liaar karakter niet door de stukken gelogenstraft werd.
Eenigszins anders was liet met Louis Racine gelegen. Deze had zelfs geen exemplaar ontvangen en verkreeg het door een zijner bekenden in Holland, Nieuwsgierig zette hij zieli aan het lezen en stond verbaasd. De bundel, die hij aan La Beaumelle had overgegeven, was wonderbaarlijk uitgedijd. De uitgave (van 1752) bevatte oneindig meer brieven dan hij, Racine, had gehad. Zorgvuldig vergeleek hij die uitgave met de copieën, die hij zelf bezat, en met de manuscripten, die aan de Dames de St. Cyr toebehoorden. En wat bleek nu? Yan de 290 brieven, die La Beaumelle mededeelde, waren er maar 163 echt, en deze waren nog verminkt, toegetakeld, veranderd, zoodat vele geheel onherkenbaar waren. Van de 135 die overbleven, waren er zestig die hem geheel onbekend en zeer verdacht voorkwamen. Twintig van dezen behoorden tot de jeugd van Madame de Maintenon, en schenen verzonnen; vijf en zeventig waren stellig geheel verdicht, en daaronder behoorden er 65, alle gericht aan twee personages de fantaisie, die met de geheimzinnige letters S. G. en d. F. werden aangeduid. Louis Racine, verloren in vrome overpeinzingen, was de man niet om aan een literarischen strijd te denken. Hij stelde zich tevreden zijn eigen exemplaar met allerlei kantteekeningen te verrijken. //In-connue, fausse, vraie,quot; teekende hij ter zijde aan. Het exemplaar, met deze belangrijke aanteekeningen, is bewaard gebleven en berust â bernstte ten minste in 1865 â in de boekerij van den hertog de Noailles. Toen in 1755 de tweede, veel vermeerderde druk der Lettres te Am-
41
HOE FRANgOISE D'AÃBIGNÃ
sterdam verscheen, had Louis Racine nog minder dan vroeger lust, om openlijk La Beaumelle aan de kaak te stellen. Zijn eenige zoon was kort te voren gestorven. De bedroefde vader trok zich geheel uit de wereld terug, verkocht zijn bibliotheek en al zijn curiosa, en leefde voortaaTi niet meer dan om den dood af te wachten, die hem in 1763 verloste.
Door dezen samenloop van omstandigheden bleven de uitgaven van La Beaumelle leven zonder dat de vervalsching van den uitgever werd aangewezen. Wel ontdekten Walcke-naer en Momnerqué, twee geschiedschrijvers, die zich met de literarische historie der 17de eeuw bezig hielden, genoeg, om de volkomen onvertrouwbaarheid van het werk van den falsaris uit te spreken, maar zij slaagden er niet in, de schrifturen zelve van Madame de Maintenon te vinden.
Ruim dertig jaar geleden was eindelijk een professeur de geographie aan de militaire school te St. Gyr gelukkiger. Theophile Sebastien Lavallée, die vele aardrijkskundige geschriften had uitgegeven, werd door zijn betrekking tot St. Cjr er toe geleid, den oorsprong der stichting na te gaan. Hij ontdekte, waar de papieren van Madame de Maintenon waren gebleven. Als eerste proeve van zijne ontdekkingen gaf hij in 1853 eene Histoire de la maison royale de Saint Cjr in het licht, die de aandacht op zijne onderzoekingen vestigde en liet aanvangspunt van geheel nieuwe beschouwingen werd. Door Guizot werd hij in betrekking gebracht met den hertog de Noailles, die niet alleen een aantal onuitgegeven brieven bezat, maar ook in het bezit was van vele der uitgegevene, en daarvan gebruik maakte bij de bewerking van een uitgebreid leven der beroemde vrouw 13. Het was een boek, dat, op zeer breede schaal aangelegd, van groote bekend-
42
MADAME DE MAINTENON WEED.
heid met liet tijdperk van Lodewijk XIV getuigenis aflegde, maar minder van het kritisch talent des schrijvers, die ondanks de papieren in zijn bezit, de uitgaven van La Beaumelle gebruikte, als waren zij in eenig opzicht vertrouwbaar. Een kritisch onderzoek en zorgvuldige schifting was noodig. Die taak heeft Theophile Lavallée op zich genomen. De resultaten van zijn onderzoek legde hij in verschillende uitgaven van de werken van Madame de Maintenon neder. De kroon op deze alle moest de (Jorres-pondance générale zetten, waarvan het eerste deel in 1865 verscheen. Lavallee's arbeid is niet vrij van gebreken. Door de splitsing in rubrieken, die afzonderlijk het licht zagen, is hij gedwongen telken male uit de reeds verschenen bundels brieven in de volgende deelen opnieuw op te nemen. Overmaat van nauwgezetheid doet hem ook aan de valsche brieven van La Beaumelle een plaats ver-leenen, wat de eenheid breekt en de lectuur lastig en vermoeiend maakt. Doch dit neemt de verdieuste van zijn arbeid niet weg. Hem komt de eer toe, het eerst de literarische bedriegerijen van La Beaumelle haarfijn aangetoond , en daardoor den weg gebaand te hebben tot een juister kennis van de vrouw, op wier nagedachtenis door de handelwijze van den literarischen kwakzalver zooveel onverdiend slijk was geworpen 14.
Van de Correspondance générale verschenen in een paar jaar drie deelen, die, welke bezwaren men ook had tegen de wel wat al te breede methode van Lavallée, erkend werden van veel scherpzinnigheid in het ontdekken dei-gepleegde vervalschingen en strenge nauwgezetheid in het opsporen der waarheid getuigenis af te leggen. Des te sterker was in literarische kringen de indruk, toen het verschijnen van het vierde deel een kritiek uitlokte, die
43
HOE FIIAN90ISK D'AÃBIGNÃ
veruietigeud scheen voor cleu zoo gewaardeerden arbeid. Paul Grimblot, wiens maatschappelijke betrekking mij onbekend is, zond een beoordeeling van dit laatste deel iu 't licht, waarin hij Lavallée, die inmiddels was overleden, beschuldigde zicli te hebben laten misleiden door valsche autographen eu deze, zij het ook te goeder trouw, hier als echt uit te geven. De zaak was deze, In 1854, in de voorrede voor de Lettres sur 1'education des filles had Lavallée zijn leedwezen uitgesproken, dat hij de oorspronkelijke correspondentie van Madame de Maintenon en den kardinaal de Noailles nog niet had kunnen vinden. Thans, in 1866, maakte hij in het vierde deel een aanvang met de uitgaaf der briefwisseling, gevonden en hem medegedeeld door den hertog de Cambacérès. '/Gij hebt ii laten misleidenriep Grimblot hem toe. //De stukken, die gij mededeelt, kunnen geen autographen zijn. Uwe klacht in 1854 heeft den een of anderen falsaris verlokt, om wat gij zocht voor u te vervaardigen. Gij zijt van zijn bedrog dupe geworden.quot;
Wanneer men denkt aan den literarischeu strijd, in die jaren tusschen Duitsche en Fransche geleerden over de echtheid van vele brieven van Maria Antoinette gevoerd 13, is het te begrijpen, dat de aanval van Grimblot sensatie maakte. Te meer omdat hij een reeks van bewijzen, voor een klein deel ontleend aan den inhoud, doch meerendeels aan de dagteekening, aanvoerde, om zijn stelling te bewijzen 1G.
Lavallée was dood. De taak, om den aanval te weerleggen of de juistheid te erkennen, moest door een ander worden opgenomen. Een bekend criticus op historisch terrein, A. Geoffroy, ging de bezwaren van Grimblot na. Om de zaak uit te maken, onderzocht hij de handschriften, die Lavallée zeide gebruikt te hebben. En nu bleek het, dat
44
MA DAMT, DE MAINÃENON WERD,
er aan de echtheid der aangevallen correspondentie, in het bezit van den hertog de Camhacérès, niet te twijfelen viel. Lavallée had alleen â en dit was zijn hoofdfout â waarschijnlijk door overhaasting het laatste deel minder nauwkeurig bewerkt dan de vorige en zich laten verleiden, om op de brieven, raeerendeels zonder dagteekening, data te stellen. Hij had daardoor de kritiek de wapenen tegen zich zelf in handen gegeven. Doch deze misslag, vermoedelijk het gevolg van den minder gunstigen staat van zijn gezondheid, verminderde de waarde van den vroegeren arbeid niet. Het laatste deel mocht in dit en andere opzichten te wenschen overlaten, het vroeger geleverde stelt ons in staat, eindelijk de eerste levensperiode van Madame de Maintenon naar Avaarheid te leeren kennen 17.
Uit al deze kritische onderzoekingen is thans ten duidelijkste gebleken, hoe gewetenloos de Deensclie professor is te werk gegaan. Hij heeft de brieven, die hij van Eacine had ontvangen, veranderd en gewijzigd naar zijn willekeur. Sommige heeft hij in tweeën, andere in drieën geknipt, er een kop en staart bijgevoegd, en zoo de verzameling vermeerderd. Waar zij hem niet geestig genoeg voorkwamen, heeft hij er geest ingeblazen. Een aantal pikante gezegden, tot dusver op naam van Madame de Maintenon geplaatst, behooren aan den eigenlijken vader. La Beaumelle, te worden uitgekeerd. Doch dergelijke kunstmiddelen â het veranderen van brieven enz. â behoeft hij eigenlijk niet; zij zijn voor hem wel wat klein en nietig. Want als hij geen brieven had, die hij uitrekken, inkrimpen of verdubbelen kon, maakte hij ze zelf. quot;Verhalen, in mémoires voorkomende, anecdotes, opgeraapt uit eiken hoek, mits ze maar pikant waren, heeft hij tot den tekst gemaakt van een aantal brieven, uitgegeven op den naam van Madame
45
HOE FBAN90ISE D'AÃBIGNÃ
de Maintenon. Hij kent genoeg namen van hovelingen en liofdames, aan wie iiij de brieven adresseeren kan. Als het hem verveelt altijd met dezelfde personen om te gaan, laat hij haar brieven schrijven aan personen, die hij (in den eersten drnk) slechts met letters aanduidt. Later vult hij de namen in; zonder er zich om te bekommeren, dat het personen zijn, die aan het hof zelve verkeeren, en dus de verhalen, die hij aan Madame de Maintenon in den mond legt, even zoo goed weten als zij. In één woord: La Beaumelle is een der brutaalste literarische artisten, die hun tijd en vlijt voor dergelijke schelmerijen hebben overgehad.
Het oordeel, op deze uitgave rustende, kon niet anders dan ongunstig zijn. Voltaire teekende Madame de Maintenon, na de lectuur der brieven, aldus; //Alle hofdevoten zijn als zij. Onwetendheid, zwakheid, valschheid, ambitie, listige streken, missen, preeken, minnarijen, intriges en cabalen â dit alles is aan een Esther eigen. Maar Esther-Maintenon schrijft goed, en ik vind het prettig haar zich te zien vervelen als koningin. Ik geef zonder twijfel aan Ninon de l'Enclos de voorkeur; maar Madame de Maintenon is ook wat waard.'1 Dit bitse oordeel was niet te hard. Want de Madame de Maintenon der valsche brieven is eene intri-geerende devote, die walging wekt. Eene enkele proeve om te doen zien, hoe lasterlijk de gewetenloosheid van den vervalscher is geweest.
Op het jaar 1680, toen zij hofdame bij de Dauphine was, dicht hij haar een tiental brieven toe, waarin zij als een gemeene courtisane haar netten spant. Die correspondentie, van het begin tot het einde valsch, gaat op dezen toon; //il n'y a que Dien qui sache la vérité . ... II me donne les plus belles espérances, mais je suis trop vieille
46
MADAME DE MAINTENON WEUD.
pour y compter. Si Madame de Montespan était .... li y a longtemps que, dit-elle, elle ue s'est pas laissé aller a cette foiblesse, ce u'est pourtant pas ici qu'on peut se faire une ame forte.... Je le renvoie toujours afflige et jamais désespéré.1'
Voor dergelijke eerlooze verdichtseleu kan een beroep op den literarischen smaak des tijds, die in het schrijven van valsche mémoires en brieven geen kwaad zag, niet tot verontschuldiging dienen. De man, die er zich aan schuldig maakte, is erger dan een kwakzalver, hij is slecht geweest18.
Op deze correspondentie rust grooteudeels de ongunstige reputatie van Madame de Maintenon. Zij heeft geloof doen slaan aan de beschuldigingen van anderen, inzonderheid van Saint-Simon en van de hertogin van Orleans. Geen van beiden verdient blindelings geloofd te worden. Beiden hadden hun persoonlijke antipathie. Saint-Simon, geboren in 1675, verscheen pas aan het hof in 1694. Wat hij van vroeger jaren vertelt, heeft hij van anderen. Madame de Maintenon had te veel politieke vijanden, dan dat de jonge Saint-Simon niet veel kwaads zou vernemen. Bovendien , zij was de opvoedster en beschermster van haar pleegkind , den hertog de Maine: al gold zelfs geen andere reden, deze daad was zwaar genoeg voor den hoogmoedigen due et pair, om hem elk kwaad verzinsel te doen ge-looven 10. En wat Madame betreft â zij huwde den hertog van Orleans pas in 1671 en wist dus van het vroeger leven aan het hof niet meer, dan hetgeen anderen haar zeiden. De heftige vrouw, welke tegen Madame de Maintenon de zwaarste grief had, die de ééne vrouw tegen een andere kan gevoelen, heeft te veel kwaad van te velen gesproken, dan dat zij aanspraak mag maken om boven anderen geloofd te worden. -De getuigenissen van Madame
47
HOE ÃIIAN^OISE D'AUBIGNÃ
de Sevigné Avordeu niet door de schimpende taal weerlegd van Madame, die in liaar woorden, als dikwerf in haar daden, aan de blindste drift botvierde. De Paltzische prinses, voor wie zelfbebeersching een volkomen vreemde deugd was, was zeker de meest onbevoegde beoordeelaarster van eene, die slecbts door zelfbebeersching en devote toewijding aan hetgeen baar jaren lang als plicht was voorgehouden, de hooge plaats had verworven, die zij na 1683 innam.
Er is intusseben eene zeer natuurlijke oorzaak, waarom de beschuldigingen zoo gemakkelijk geloof hebben gevonden. De vrouw van Scarron heeft moeten boeten voor betgeen Madame de Maintenon aan de zijde van Lodewijk XIV is geweest. De valscbe positie, waarin zij jarenlang als opvoedster van 's konings onechte kinderen beeft verkeerd, deed al wat kwaadwilligheid goed vond te haren laste uit te strooien, lichtelijk aannemen. Historische zin, die in staat stelt om zich te verplaatsen in toestanden, aan onze zeden vreemd, vereischt veel historische kennis. En deze is geen gemeengoed der groote menigte.
De regeering van Lodewijk X fV beeft èn in Europa èn in Erankrijk een te ongunstige herinnering nagelaten, dan dat niet alles, wat er mede in betrekking stond, in de impopulariteit zou deelen. De koning, die door de intrekking van het Edict van Xantes zijn land van een scbat van intelligentie, hooge zedelijke kracht en materiëele levenselementen beroofde; die door zijn persoonlijke eerzucht, om Europa te willen beheerschen, Erankrijk in den grond boorde en aan den rand van den ondergang bracht; de absolute koning, die de waardigheid van zijn kroon onderwierp aan de dienstbaarheid van een kerk, en in zijn katholieke bekrompenheid geen staatseenbeid zonder geloofs-
48
MADAME DE ilAIXTENON WKRD.
eenheid zicli deuken kon, heeft Fraukrijk te ongelukkig gemaakt, dan dat de veroordeeling der nakomelingscliap niet tevens allen treft, die bij dat noodlottige werk zijn werktuigen en geestverwanten waren.
En in dit opzicht is er geen grond tot twijfel. Madame de Maintenon is aan de zijde van Lode wijk XIV volkomen dezelfde geweest, die zij vroeger was. De vrouw, die van de eerste iinantieele voordeelen, welke haar ten deele vielen, onmiddellijk gebruik maakte om een vaste mis voor de ziel van Searron in te stellen, heeft haar invloed op den aller-christelijksten koning voortdurend aangewend, om hem in de richting te leiden, die zij de ware dacht. Aan den oprechten ernst van haar overtuiging, hoe men deze ook beoordeele, is geen enkele billijke grond van twijfel. Haar vroegere toewijding aan den koning was hoofdzakelijk de vrucht van devotie: het middel, om hem te bekeeren. In zeker opzicht was haar huwelijk slechts een voortzetting daarvan. Geheel verkeerd zou men daaruit afleiden, dat het slechts een daad van religieuse berekening was; dat zij Lodewijk niet lief kan gehad hebben. Dat een vrouw, die bij de vijftig is, niet de teederheid van een twintigjarige heeft, spreekt vrij wel van zelf en is volkomen natuurlijk, ook al had die vijftigjarige niet de koelheid van Madame de Maintenon. Maar al haar brieven bewijzen , dat zij, voor zoo ver haar natuur het haar vergunde, hem lief had. En toch is het volkomen duidelijk, dat ook in haar eigen oogen haar echt een daad van religieuse opoffering was, een plicht, dien zij volbracht ter wille van zijn zieleheil. Haar groote begeerte naar een leven in volkomen rust en kalmte spreekt zij niet alleen telkens uit, maar verraadt zij ook door haar voortdurende bezoeken aan St. Cjr, waar zij van den hofdwang, de
Joris sen. I4 4,
1.9
HOE FllAXgOISE d'aUBIGNÃ
vermoeidheid van het afmattende holleven, zich voor uren of dagen kwam verpoozen. Niettemin is het geoorloofd aan te nemen, dat andere opofferingen haar meer strijd en pijn hebben gekost.
De Jupiter van Versailles, die door schoonheid, persoonlijke beminnelijkheid en oorlogsroem op de middaghoogte des levens niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen het ideaal van Koninklijke Majesteit verwezenlijkte, stond, ondanks en met zijne afdwalingen, te hoog boven haar, dan dat de aanraking met zijn scepter haar niet van trots en dankbaarheid deed trillen. Het beeld van Esther had haar te lang voor de oogen gestaan, dan dat Ahasveros niet een deel van haar genegenheid had verworven. Bovendien â zorg voor het zielehcil is, naar de dagelijksche ervaring leert, een voortreffelijke geleider van den vonk der liefde naar het ontvlambare vrouwenhart.
Het zou gemakkelijk vallen uit haar brieven een reeks van plaatsen aan te voeren, die deze teekening rechtvaardigen. De breede bespreking zou ons te ver voeren. Doch een enkel bewijsstuk wil ik leveren. Het is haar gebed, zooals het ⢠in de handschriften van de Dames de St. Gyr is bewaard 20. Daarin spreekt zich haar opvatting van de liooge plaats, die ze innam, op duidelijke wijze uit;
quot;Seigneur, mon Dieu, vous m'avez mis dans la place oü je suis, je veux adorer toute ma vie l'ordre de votre providence sur moi, et je m'y soumets sans aucune reserve. Donnez-moi, mon Dieu, la grace de l'état oü vous m'avez appelée, que j eu supporte chrétiennement les tristesses, que j en sanctifie les plaisirs, que j'y cherche en tout votre gloire, que je la porte devant les princes au milieu desquels vous m'avez placée, que je serve au salut du roi. Ne permettez pas que je me laisse aller aux agitations ex
50
MADAME DE MAINTENON WEllD.
mouvements d'un esprit inquiet, et qui s'emmie ou qui se relache dans les devoirs de son état, qui envie le bonlieur qu'il se figure dans F('tat des autres. Que votre volouté soit faite, ó mon Dieu, et non pas la mienne! L1 unique bieu de cette vie et de la future est d'y être soumis sans reserve: remplissez-moi de la sagesse et de tons les dons de votre esprit qui me sout nécessaires dans le poste avancé ou vous m'avez attacliée: faites fructifier les talents qn'il vous a plu de me donner. Vous qui tenez entre vos mains le coeur des rois, ouvrez celui du roi, afin que j'j puisse faire entrer le bien que vous désirez; donnez-moi de le rejouir, de le consoler, de Tenconrager, et de I'attrister aussi quand il le faut pour votre gloire; que je ne lui dissimule rien des choses qu'il doit savoir par moi, et ([u'aucun autre u'auroit le courage de lui dire. Faites que je me sauve avec lui, que je Taiine en vous et pour vous, et qu'il m'aime de même. Accordez nous de marclier ensemble dans toutes vos justifications sans aucun reproclie jusqu'au jour de votre avénement.quot;
Zou men meenen, dat de vrouw, die zoo bad, zicli zelve en God zocht te bedriegen?
Dan zou er in haar briefwisseling, vooral in de meest vertrouwde met haar biechtvaders, een andere toon worden waargenomen. Doch dit is niet het geval.
De abt Gobelin bleef ook in de eerste jaren ua haar verheffing haar geestelijke raadsman. Later, toen hij oud werd en zwak, werd hij vervangen door een ander geestelijke, die aan haar aanbeveling zijn benoeming tot bisschop van Chartres te danken had, ofschoon Lode wijk XIV hem nooit had gezien. Te gemakkelijker scheidde Madame de Maintenou van den abt Gobelin, wien zij zooveel jaren gevolgd had, omdat hij door haar grootheid verblind werd
51
HOE FllANpOISE d'aUBIGNÃ
en kaar niet meer met de oude gestrengheid leidde, maar te zwak, te lioffelijlc, te toegevend werd. Bij herhaling berispt zij hem daarover: quot;il fant vons faire des reproches de la manière pleine de respect et de cérémonie dont votre lettre étoit écrite. Je ne sais si les honneurs dont je suis environnée vous inspirent quelque chose de nouveau: mais pour moi, je ne suis pas change pour vous, et je regois les marques de votre amitié comme j'ai fait depuis seize ans qu'il y a que je suis en commerce avec vous.quot; En elders: quot;ma faveur m'est embarrassante jnsque dans le confessional, et j'espérois vous trouver pour moi tel que vous étiez aux Filles Bleues: songez sérieusement a ce que je vous propose: vous connoissez ma sincérité et que je ne fais point des compliments.quot; 21
Zijn opvolger maakte er zich niet aan schuldig. quot;CTest Jésus Christ que vous regardez, quand vous vous assujettiez a ce que j'ai règlé avec vous de sa part, et que vous ra'en rendez compte,quot; schreef hij haar. Zulk een priesterlijk gezag, dat men slechts blindelings te volgen had, was haar welkom. Karakteristiek voor haar geheele godsdienstige beschouwing is de wijze, waarop zij dit aannemen en blind volgen van een biechtvader aan een van haar vrienden aanbeveelt: quot;üemander a Dieu un guide, le choisir avec les mêmes vues que vous auriez en choississant un médecin et vous abandonnant a lui comme un enfant, c'est la le chemin le plus court, le plus facile et le plus sur. Ne regardez pas cette conduite comme n'étant d'usage que pour les femmes: les hommes font tont de même par Ir disposition du coeur: et pour la docilité, ils ne sont pas conduits de même, paree que les guides conduisent selon Fétat de ceux q u'ils out a conduire, et que, trouvaut dans les hommes des esprits plus forts et plus solides, ils
52
madame dh maixtenont welld.
ne les tiennent point aux détails et aux petites pratiques nécessaires pour occuper et contenter les femmes.quot;
Dat een vrouw, die koo daclit, invloed heeft tracliten uit te oefenen in kerkelijke ricliting, kan niet verwonderen. Zij zet na 1684 haar bekeeringswerk van Lodewijk XIV voort: quot;II faut s'occuper de soi et de sou salut.quot; Zij had de voldoening te slagen. Lodewijk XIV werd vroom. Ln 1693 verwachtte zij op dien grond 's hemels zegen over zijne wapenen. «Lc roi fera uue grande guerre, et ses ennemis verront combien on les abuse, quand on leur dit que nous ne pourrons la soutenir longtemps. üieu sera pour lui contre tous: il est pieux et les a ut res sacrifient la religion a, leurs passionsquot;. 22 .Dank zij dit verheven voorbeeld, werd ook het hof vroom. Reeds in 1690 was zij gelukkig te kunnen schrijven: quot;la santé et la sainteté du roi se fortilient tous les jours, la piété devient fort a la mode.quot;
Wat zoü deze onderworpen dochter der kerk teruggeschrikt zijn, indien zij de vruchten had kunnen voorzien, die Frankrijk van die modevroomheid, het zaad der hypocrisie, dat ook haar hand hielp uitstrooien, in de volgende eeuw heeft geoogst! Doch de schuld en verantwoordelijkheid drukt niet op de onkundige vrouw, die voor den priester als haar afgod knielt en zijn werktuig is. Zij meende oprechtelijk goed te doen. Zij, die haar leidden, zijn ook voor haar schuld' verantwoordelijk.
Niettemin mag men het thans wel buiten allen twijfel stellen, dat zij in sommige opzichten boven mate is bezwaard. In haar brieven doet zij het steeds voorkomen, dat zij geen politieken invloed uitoefende, doch het getuigenis der tijdgenooten is in dit opzicht eenstemmig. Minder gemakkelijk is het aan te wijzen, welke maat-
53
HOE ÃUANgOISE D'AUBIGXÃ
regelen uitsluitend aan haar invloed zijn te wijten. Dat dit met de herroeping van het Edict van INTantes niet het geval is, mag als zeker worden aangenomen. Die politieke misdaad was niets dan een verdere stap op den weg, dien Lodewijk XIV van het eerste oogenblik van zijn regeering bewandelde: de bekroning van een reeks van besluiten, sedert jaren genomen. Staatseenheid zonder geloofseenheid begreep hij niet Madame de Maintenon heeft de herroeping goedgekeurd: het protestantisme was in haar oogen slechts een politieke factie, die geen recht van bestaan had. Wiens schuld was het, dat zij het niet als religie kende en erkende?
Zonder een schijn van eenige gewetenswroeging, zonder eenig begrip van eerbied voor de rechten van ouders, maakte zij van haar macht gebruik om protestantsche nichtjes aan haar ouders te onttrekken en katholiek op te voeden. Die ouders zelve vermaande zij om te gelijk hun eeuwig en wereldsch heil te behartigen. quot; Beide, in haar publiek en in haar privaat leven is zij het blinde werktuig geweest van het kerkgezag, waaraan zij zich had overgegeven.
Volkomen naar waarheid is omtrent Madame de Maintenon geschreven, dat zij als 't ware een dubbel leven leidde, een publiek en een privaat. Het eerste is het hofleven, het leven van de gade van Lodewijk XIV, de vertrouwde van zijn kinderen. Het laatste is het leven van de stichtster van St. Cyr: het leven van de devote vrouw, die boven alles haar zieleheil tracht te verzekeren, en ook te midden van al den uitwendigeu glans van haar bestaan geen enkel oogenblik dat hoofddoel uit het oog verliest, maar alles aan de bereiking ondergeschikt maakt. Ondanks al haar genegenheid voor Lodewijk XIV is het volkomen
54
MADAME DE MAINTENON WRllD. 53
duidelijk dat zij de taak, die zij aan zijn zijde vervulde, als een der goede werken beschouwde, die haar de zekerheid van 's hemels heil moesten verschaffen. Wat Voltaire na de lezing van La Beanmelle's uitgave verklaarde: dat hij het aardig vond haar zicli te zien vervelen, drukt niet onjuist den hoofdindruk uit, dien zij in al haar brieven en geschriften maakt. Madame de Maintenon heeft zich verveeld.
Wanneer men haar brieven met die van Madame de Sévigne vergelijkt, dan is de slotsom niet te haren gunste. Hier is geen sprank waar te nemen van de frissche, opgewekte geestigheid, van die aandoenlijkheid voor indrukken, die in de brieven van Madame de Sévigne tintelt. Er is een eentonige matheid in die van de Maintenon , die vervelen zou, als de brieven ons geen belangstelling inboezemden om de schrijfster. De zelfbebeersching is toegenomen, naarmate zij in de maatschappij hooger plaats innam. Toch getuigen de aanteekeningen, die de Dames de St. Cyr omtrent haar maakten, dat zij in haar midden de oude frischheid en levendigheid openbaarde, die haar vroeger had gekenmerkt. Zeer waarschijnlijk is die teruggetrokkenheid in haar brieven meer het gevolg van de terughouding, die zij na haar huwelijk met Lodewijk XIV tegenover anderen moest in acht nemen, dan van een wezenlijke verandering in haar dagelijkschen omgang. Trouwens, zij zou er zeker niet in geslaagd zijn den koning voortdurend aan zich te hechten, indien haar devotie haar verleid had om vervelend te worden.
Doch dit neemt niet weg, dat zij zelve zich verveeld heeft. Eens, dat zij te St. Cyr zat te praten, waar zij dikwijls vrij openhartig sprak, kwam zij er rond voor uit. quot;Men benijdt mij de gunst des konings,quot; zeide zij, 24 «en
hok fllanqoisk d'aubigné
men houdt mij voor de gelukkigste persoon der wereld, omdat ik een groot deel van den dag met Z. M. doorbreng : wat zijn goedheid betreft, is dat ook juist, maar voor het overige is er niemand, die meer gebonden, minder vrij is. Als hij in mijn kamer is, houd ik mij op een afstand, omdat hij schrijft: men sjrreekt niet of slechts zeer zacht, uit eerbied en uit vrees om hem te hinderen. Voordat ik aan het hof kwam, â ik was toen 33 jaar â kan ik eerlijk zeggen, dat ik niet wist, wat verveling was: maar ik heb ze later goed leeren kennen: et, malgré toute ma raison, je crois que je n'y pourrais resister si je ne pensois que eest la on Dieu me vent.quot;
Hoe zonderling de verklaring klinke, zij is volkomen te begrijpen. Bij haar geestesrichting had het hofleven weinig aantrekkelijks. En de taak, die zij te vervullen had, was niet van de gemakkelijkste. Zij moest Lodewijk bezig houden, amuseeren, en zij heeft het dertig jaarlang gedaan. Te Versailles liet de koning haar dikwijls des morgens vrij, opdat zij naar St. Gjr zou kunnen gaan, als zij wilde. Zij deed liet, zooveel zij kon: de meisjes aan te kleeden, het haar te kammen, haar te leeren en op te vroolijken, kortom, alles te doen wat een gouvernante doet, dat was haar hoogste uitspanning. De koning kwam, na den ministerraad, om vijf of zes uur bij haar en bleef dan den geheelen avond. Te Marly of te Fontainebleau, waar hij geen ministerraad had, kwam hij dadelijk na de morgenmis en bleef tot zijn diner, waarna hij dikwijls terugkwam. Ook de leden der koninklijke familie bezochten haar dagelijks. Men vindt hier, in haar correspondentie, brieven niet alleen van den hertog de Maine, dien zij opgevoed had, maar ook van den Dauphin en andere leden der vorstelijke familie, waaruit
MADAME DE MAIVTRXON WEIID.
57
blijkt, dat zij in de meest vertrouwde zaken door ken geraadpleegd werd. Onder liet aankleeden 's morgens liet zij zich wat voorlezen; op den dag vond zij er zelden tijd voor. Op reizen, als zij niet in 's konings rijtuig plaats had genomen, zorgde zij altijd zoo spoedig mogelijk alles in haar appartementen in orde te hebben, opdat liij het niet ongezellig zon vinden, als hij kwam. Lodevrijk XIV was een van die menschenkinderen, wier hersenpan door den wierook is aangeslagen. Mij verwachtte steeds een opgewekt en vroolijk discours. '/Ik heb haar dikwijlsquot; â getuigt een van haar danigs â '-terwijl zij moe, ziek was, hem drie a vier uur zien bezighouden met de vroo-lijkste gesprekken. Als hij dan eindelijk, om tien uur, wegging, ging zij naar bed: quot;Xu kan ik niet meer: ik ben doodaf.quot;quot; Lodewijk was in den regel vol attentie voor haar: maar er waren dikwerf dingen, waarvan hij, die een ijzersterk lichaam had, niets begreep. quot;Cest une saintezei hij soms, «elle a toutes les perfections et beaucoup d1 esprit, et moi je n'en ai point.quot; Maar dit belette volstrekt niet, dat als die heilige met koorts te bed lag en Lodewijk in haar kamer kwam, hij zich zeer verwonderde dat alles gesloten was en, zonder verder denken, daar hij het om te stikken vond, alle ramen liet openen. Madame de Maintenon kon veel van hem verkrijgen, maar lang niet alles, wat zij wenschte. Zij verdroeg elke teleurstelling en elke onaangenaamheid, zonder humeur te toouen. quot;Mijn eenig doel isquot; â zei ze aan Mademoiselle d'Aumale â quot;om hem smaak te doen krijgen in vroomheid. Daarom moet ik altijd vroolijk zijn. Want indien ik hem liet bemerken, hoeveel moeite ik mij aandoe, zou hij er de devotie de schuld van geven.quot; Haar appartement te Fontainebleaii was een groote, ruime kamer,
HOE FllANpOISE ü'aURIGNÃ
maar zonder eenige besclmtting tegen koude of warmte; van binnen- of buitenluiken kon geen sprake zijn: Lodewijk hield er niet van. «Bij den koning,, â schreef Madame de Maintenon aan de prinses des Ursins â //is alles grootsch, prachtig, symmetrisch. Ik durf aan geen luiken denken: eu evenmin om een tochtscherm voor liet groote raam te plaatsen. Het zou strijden met de symmetrie. Men kan zijn kamer maar niet inrichten, zooals men zelf wil, wanneer de koning er eiken dag komt. Men moet dus symmetrisch dood gaan. De gezondheid en buitengewone sterkte van den koning troost over de manier, waarop hij behandelt wie hij het meest liefheeft: de gelijkstelling is te vereerend, dan dat men zich beklagen kan.quot; Een slechte troost voor iemand, die op den tocht zit en er niet tegen kan! Wij verwonderen ons dan ook niet, dat het haar soms wel eens te machtig werd, en dat wij haar hooien zeggen: «Mannen zijn niet vatbaar voor vriendschap, zooals vrouwen: zij zijn tyranuiek. Daar is geen beter man dan de koning, maar men lijdt van allen.quot;
Yoor al die groote en kleine smarten heeft zij geen vergoeding gezocht of gevonden in finantieele voordeden. Dat zij een behoorlijk inkomen had, sprak vanzelf. Behalve een jaargeld als gouvernante, dat zij behouden had, kreeg zij ieder trimester 13000 livres. Het ging grootendeels aan aalmoezen weg. Zoo weinig heeft zij als gehuwde vrouw onbescheiden van de gelegenheid partij getrokken, dat zij in geen der koninklijke paleizen zelfs eigen meubelen had. Na den dood van Lodewijk was het een beleefdheid van den regent dat hij haar vergunde, de meubelen, die zij gebruikt had, mede te nemen.
Toen de groote koning stervende was en zij de overtuiging had dat zijn einde naderde, verliet zij hem, om
58
MADAME OE MAIXTEXON WERD.
na dertig jaar eindelijk rust te genieten. Geen eukelen dag haars levens had zij, in al dien tijd, voor zioli gehad. Zij had hem met de inspanning van haar geest gediend, ook toen hij meer en meer was ingezonken. «Le monde est Tennemi de Dien, on ne peut trop le haïr.quot; Daaruit had zij hem gered en voor den hemel behouden. Dat was haar levenstaak geweest: het goede werk, dat zij den Eeuwige in haar stervensure in rekening mocht brengen. De stervende Lodewijk kon zich met het denkbeeld, ook voortaan haar niet meer om zich te zien, niet verzoenen. Hij hoopte â zei hij bij het afscheid nemen â dat zij spoedig weer vereenigd zouden zijn. Madame de Mainteuon antwoordde niet. Zij vond waarschijnlijk dat het uu genoeg was, en verlangde van een volgend leven iets anders , dan het voortdurende gezelschap van Lodewijk.
Zij ging uitrusten. Uitrusten te St. Cyr, de stichting van haar hart , die voor haar het toevluchtsoord was geweest , lange jaren achtereen, uit al de verveling en vermoeidheid en teleurstelling van haar schitterend bestaan; St. Cyr, dat in den gang zijner ontwikkeling volkomen dien der stichtster wedergeeft.
Oorspronkelijk was het eeu opvoedingsgesticht voor jonge meisjes uit den armen adellijken stand. Op zeer kleinen voet was het door Madame de Maintenon aangevangen, maar het verkreeg, na haar huwelijk met Lodewijk, een groote uitbreiding, door de ruime ondersteuning, die de koning eraan gaf. 250 adellijke jonge meisjes werden hier opgevoed. Gelijk het Hotel des Invalides dienen moest, om de verminkten in de vele oorlogen een wijkplaats te scheuken, moest St. Cyr strekken, om den kleinen verarmden adel te gemoet te komen, door zijn dochters een opvoeding te geven. Voor Madame de Mainteuon had liet
59
HOE FEAN^OISE D'AÃBIGSÃ
bovendien een nog lioogere beteekenis: de liier gevormden zouden een keurbende zijn, die, in geheel Frankrijk ver-sju-eid, de maatschappij zouden hervormen in den geest van waren godsdienst. Daarom moesten die meisjes worden opgeleid tot verstand en vroomheid. Verstand ââ gij deukt zeker aan kennis en ontwikkeling des geestes. Gij vergist u. Kennis â Madame de Maintenon had er niet veel mede op. « Les femmesquot; â zoo luidt de opmerkelijke uitspraak , waarin, jammer genoeg, maar al te veel waarheid is â //les l'emmes ne savent jamais qu'a demi, et le peu cju'elles savent les rend communément iières, dédaigneuses, causeuses, et dégoutées des ehoses solides.quot; Wat Madame de Maintenon onder verstand verstaat, laat zich uit den doorloopenden toon harer voorschriften gemakkelijk opmaken. Het is: juist inzicht in haar maatschappelijke, positie, als arme meisjes, wier toekomst zeer onzeker is, doch stellig een leven van ondergeschiktheid, zoo niet van dienstbaarheid. Daarom moeten de kinderen zonder eenige weelde, noch in levenswijze noch in gedachte, worden opgevoed. Geen sprookjes, geen verhaaltjes mogen haar verteld worden. Want het leven baart haar anders maar teleurstelling. Omgekeerd, behoort gesproken te worden over zaken, waarvan sommige opvoedsters verkeerdelijk schromen zelfs den naam te noemen, o. a. het huwelijk. //II faut les accoutumer a. eu parler sérieusement, chrétienuement et même tristement, car c'est Fetat ou Ton éprouve le plus de tribulations, même dans les meilleurs, et leur apprendre que plus des trois quarts sont malheureux.1' Gij ziet: koude, naakte waarheid en nuchterheid.
Wie het verleden der stichtster kent, verwondert zich niet.
De opvoeding te St. Gvr werd aanvankelijk toevertrouwd aan wereldsche dames. Op verzoek van Madame de Maintenon
60
MADAME DE MAINTEJTON WEH,D.
schreef Eacine eenige stukken, //Estlierquot;, quot;Atlialiequot;', om ze door de kinderen te laten voordragen. Zij werden in tegenwoordigheid van liet hof en een aanzienlijken stoet opgevoerd. Luide toejuieliingen vielen er aan ten deel: aan het werk van Eacine, en aan de lieve, veelbelovende actrices, die er zoo aardig in haar pakjes uitzagen. De meisjes waren niet minder verrukt: de oogen fonkelden van levenslust, de wangen kleurden onder den blos van genot, van het eerste welbehagen in mannelijke goedkeuring.
Madame de Maintenon schrikte. quot;Tk heb op een zandgrond gebouwd,quot; zuchtte zij. Het was duidelijk, dat de nabijheid van het hof een ernstig gevaar bood; het adellijk bloed der jonge meisjes stroomde sneller in de koninklijke stichting, dan het bewustzijn van haar armoede, naar zij meende, gepast deed zijn. Houd de kinderen af van de wereld, gelastte zij. De opvoering van Eacine's stukken had niet meer plaats, dan voor haar en den koning; niet meer voor het hof, en zonder costumes.
Maar lag de schuld alleen aan de kinderen? De fout â Madame de Maintenon zag het in â lag in de inrichting. Greestelijke personen alleen konden de opvoeding geven, die de stichtster wenschte. Kloosterzusters traden aan het hoofd van St. Cyr.
Nog één stap bleef te doen over. Waarvoor werden de meisjes opgeleid? Voor de wereld of voor God?
Wat in den aanvang bescheiden op den achtergrond had gestaan, zelfs niet de bedoeling of wensch van Madame de Maintenon was geweest, trad meer en meer op den voorgrond. Het aannemen van den sluier werd als een verdienstelijk werk voorgesteld, als een veiligheidsmaatregel, die aan de slavernij van het huwelijk deed ontsnappen. 25 St. Cyr werd een voorportaal van het klooster.
61
62 HOE FTIAN^OISE D'ATJBIGNÃ MADAME DE MA1NTENON â WERD.
Dit was de ontwikkelingsgang van St. Cyr: ook die van Madame de Maintenon. Van de wereld was zij uitgegaan. Zij eindigde in den biechtstoel van den priester. In gezag van buiten had zij, te midden van het vergankelijke der aardsche dingen, vervulling van haar behoefte aan iets blijvends gezocht. De maatschappij der 17ae eeuw kende voor man noch vrouw een bevredigend geloof buiten de muren der kerk.
Madame de Maintenon is nooit als koningin opgetreden. Maar eens is zij als zoodanig erkend.
Toen de revolutie de doodsklok over het ancien régime luidde, verstoorde zij de graven der oude koningen.
Ook het graf van Madame de Maintenon werd geschonden en liaar asch verstrooid. Zij was in het leven één van geest geweest met de monarchen der oude wereldorde: zij deelde na den dood in hun lot.
II
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEE.
nas
HET OUDEELIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEE.
Zelden heeft een volk krachtiger zijn gehechtheid aan een beginsel bewezen, dan het Engelsche in de 18de eeuw. Persoonlijk hadden de leden van het Hannoversche huis niets, dat hen boven de Stuart's onderscheidde: geen buitengewone talenten kenmerkten hen, geen bijzonder groote gehechtheid aan de voorschriften der moraliteit vestigde de aandacht op hen meer dan op anderen. De twee eerste koningen die van Hannover naar Engeland kwamen, waren en bleven vreemdelingen in het land, waarover zij den schepter voerden. Eu toch heeft het Engelsche volk hen gesteund, hun gehoorzaamd, en elke poging afgeslagen, die tot omverwerping van hun gezag werd aangewend. Zoo vast en onwankelbaar was de overtuiging, dat het huis van Hannover de zaak der vrijheid vertegenwoordigde, terwijl het huis der Stuart's het despotisme voorstond en diende. Dat de geringe vertrouwdheid van George I met Engelsche toestanden en staatkunde, en zijn weinig zich thuis gevoelen op Engelschen bodem medegewerkt heeft om het politieke leven des volks meer en meer aan de recht-Joris sen. 14 5
66 HET OLJDEllLIJK HUIS VANT ANNA VAN HANNOVER.
streeksche inmenging der kroon te onttrekken, was een gevolg, dat in 1701, toen het Parlement bij de quot;Act of Settlementquot; de rechten van Sopliia, de kleindochter van Karet I, boven die der kinderen van Jacobus II stelde, niet te berekenen was geweest. Van zijn overwicht op het terrein, waar de landsbelangen werden behandeld, kwam de publieke geest juist onder de George's, pas in de achttiende eeuw, tot volle bewustheid. De aanhang, dien niettemin de Stuart's bij voortduring behielden,, bewijst, dat er steeds bij een volk, zij het slechts een minderheid bestaat, voor wie het te zwaar is haar liefde tot personen en tot persoonlijke belangen aan het politiek belang, dat een geheele natie omvat, op te offeren. Maar de krijg, die met zijn voor- en naweeën Engeland zoo lang en diep had geschokt, had de overtuiging van de onbruikbaarheid der Stuart's zoo diep in de harten gevestigd, dat er zelfs tegenover vreemdelingen als de Hannoversche vorsten geen kans tot terugkeer voor hen duurzaam kon bestaan. Ook al ware het Karei Eduard gelukt bij verrassing den troon te vermeesteren, de zekerheid, dat hij de traditie van zijn geslacht zou hebben voortgezet, waarborgt de herhaling van de revolutiën van 1648 en 1688. De mislukte proef, die het krachtige Engelsche volk met Karei II en Jacobus II nog eens had genomen, of het rustig en vrij leven kou met een Stuart aan het hoofd van den Staat, had dit geslacht voorgoed als onmogelijk gebrandmerkt. Zoo het anders ware geweest, de keurvorst van Hannover zou de Engelsche kroon wel nooit hebben gedragen, en Groot-Brittannië hem en zijn geslacht niet geduld.
De familie, die George I medebracht, toen hij den 4i'len October 1714 zijn intrede te Londen deed, was niet bijzonder groot. De vrouw, die de moeder zijner kinderen
HET OUDEllLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER. 67
was, vergezelde hem niet, want zij leefde van hem gescheiden. Dé ongelukkige Sophia Dorothea von Geile boette in het slot van Ahlden de lichtzinnigheid, waarmede zij in de armen van den schoonen verleider Koenigsmark troost en vergoeding had gezocht Voor de ontrouw van haar echtgenoot. Twee kinderen had zij aan George geschonken: Sophia Dorothea, die in 1706 met Frederik Wilhelm I van Pruisen was gehuwd, en George, die nu prins van Wales was. Slechts de laatste vergezelde hem. Zijne echtgenoot, Caroliue van Brandenburg-Anspach en hunne jonge kinderen kwamen een maand later.
De nieuwe koning van Engeland miste hen niet. Hij stelde op hun gezelschap minder prijs, dan op dat van andere personen, met wie hij sedert jaren gewoon was te leven. George I had als keurvorst van Hannover drie maitressen; de baronesse von Kielmansegge, dochter van de oude gravin Platen, die maitresse van zijn vader Ernst August was geweest, de jonge gravin Platen en de gravin von Schulenburg. Van deze drie vrouwelijke gunstelingen kwamen er twee mede naar Engeland. Het eerst de baronesse Kielmansegge, wie hare schuldeischers niet hadden vergund gelijktijdig met den koning Hannover te verlaten. Zij ontvluchtte verkleed, en voegde zich in Den Haag bij hem. Toen de tweede gunstelinge, de gravin von Schulenburg, dit vernam, ijlde zij haar achterna en spoedde zich naar Engeland met hare twee zoogenaamde nichtjes, waarvan eene, een meisje van elf jaar, haar en des konings kind was, en later den titel van gravin van Walsingham ontving. In 1733 huwde zij den beroemden lord Chesterfield. Men zegt, dat George 1 haar in zijn testament nevens zijn erkende dochter, de koningin van Pruisen, had genoemd en een legaat gemaakt. George II,
68 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA. VAN HANNOVER,.
die liet testament niet eerbiedigde, betaalde ook liet legaat aan Chesterfield niet uit. Deze zou toen zijn koninklijken zwager met een proces hebben bedreigd, maar zich met 20,000 p. st. hebben laten tevreden stelleu.
Dit vreemdsoortig gevolg gaf, gelijk te verwachten was, algemeene ergernis; en eeu stortvloed van pamfletten, karikaturen en satiren sprak de minachting des volks uit. De olifant â Kielmansegge werd om haar dikheid zoo bijgenaamd â en de kokaujemast â deze eernaam viel aan de lange en magere Schulenburg ten deel â waren de voortdurende voorwerpen van den nationalen spot. Maar George bekommerde zich er niet om; hij maakte de eeue tot gravin van Darlington, de andere tot hertogin van Kendal.
George bekommerde zich over het algemeen over Engeland en de Engelschen zeer weinig. Hij vond het een vreemd en eeu naar land en volk, en zag steeds met smachtend verlangen naar den tijd uit, waarop hij voegzaam weer naar Herrenhausen kon afreizen. Hij had de Engelsche kroon aangenomen als een erfenis, die men niet afwijzen kon, maar zonder er eenige liefde voor te gevoelen. Toen men hem na den dood van koningin Anna had gevraagd, hoe hij het zou aanleggen om het lastige Engelsche volk te regeeren, had hij kalmpjes geantwoord: quot;Ik zal er geen moeite voor doen: ik zal mijne ministers geheel vrij laten â zij moeten voor mij instaan: dat is hun zaak. Ik heb de koningsmoordenaars op mijn hand.quot; En zoo deed hij ook. Hij schonk aan de Whigs zijn vertrouwen en liet hen regeeren. Ofschoon in Hannover een despoot, die volkomen willekeurig regeerde, was hij in Engeland een gematigd heerscher. Hij liet de zaken aan zijn ministers over, en bemoeide er zich zoo weinig
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEll. 69
mogelijk mede. Hij begreep, dat hij in Engeland weinig beters kon doen, dan zijn Duitsche gunstelingen bevoor-deelen. Hun hebzucht ging dan ook alle grenzen te buiten, maar het hinderde hem niet. Toen eens een Duitsche hofmeester ziju ontslag vroeg en uaar zijn vaderland wilde wederkeeren, vroeg George hem naar de reden vau zijn vertrek. quot;Sire, men steelt hier zoo: in Hannover waren wij zuinig en huishoudelijk.'1 //.Bah, ball,'1 antwoordde George, quot;het is Eugelsch geld, nu zijn wij rijk. Steel als de anderen: geneer je niet, maar doe het goed.quot; Hij kende, ten minste in de eerste jaren, weinig of geen Engelsch, zoodat hij met Eobert Walpole, den eersten minister, die geen woord Duitsch of Fransch verstond, niet spreken kon, dan in het Latijn. //Ik warmde mijn Latijn weer wat op, vertelde later Walpole, en wij regeerden te zamen Engeland in keukenlatijn.^ De ministers ergerden zich dikwijls over de schaamtelooze schraapzucht der Duitsche gunstelingen. Als een dezer door Walpole op eene brutale bedriegerij werd betrapt, weerhield hij zich niet om den schuldige, terwijl de koning er bij stond, toe te voegen: //mentiris impudentissime.quot; George lachte hartelijk, gelijk hij altijd deed, als Walpole met dergelijke klachten kwam //Ik hoop, dat gij u voor uwe recomman-datiën ook goed betalen laat,quot; voegde hij hem toe. Van den eersten dag zijner aankomst in Engeland had hij die minachting, die hij op zoo lompe wijze voor de Engelsche natie betoonde, gevoeld, en onbekommerd, volkomen begrijpende welk een kracht het protestantsch geloof aan zijn geslacht in Engeland schonk, openbaarde hij ze. In zijn naaste omgeving, onder de dienaren van zijn persoon, was geen enkel Engelschman. Hij beschouwde het land als een tijdelijke bezitting, waarvan men voordeel trekken
70 HET ÃUDEULIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
moest zoo lang het kon. //Toen ik den eersten morgen na mijn aankomst in het paleis van St. Jamesquot; â vertelde hij eens â quot;uit mijn venster keek, zag ik een park met lanen, een kanaal enz., waarvan men mij vertelde, dat het mij toebehoorde. Den volgenden dag zond mij lord Ghetwynd, de houtvester van mijn park, een paar karpers uit m ij n kanaal, en men beduidde mij, dat ik aan zijn bedienden vijf guinjes moest geven, omdat hij m ij n karpers uit m ij n kanaal in m ij n park had gebracht.quot; Te midden van zijn Duitschers zocht hij dan ook troost voor al de verveling, die zijn verblijf in Engeland hem baarde. â '-De koningquot; â schreef Horace Walpole â //bedrinkt zich aan bier met zijn achtingswaardige cocagne-mast, terwijl Sir Robert 's morgens om drie uur door zijn redevoeringen in 't Parlement de Stuart's buiten Engeland houdt.quot; Het cynisme van den koning dacht er niet aan, wat anderen voor hem of voor Engeland deden. Zijn hart hing alleen aan Hannover, dat hij met al den invloed, die den koning van Engeland ten dienste stond, zocht te bevoordeelen en te vergrooten. Zoo dikwerf hij kon, keerde hij derwaarts terug. Hij was nog geen twee jaar koning, toen hij reeds zijn geliefd Herrenhausen weer opzocht en er niet korter dan ruim anderhalf jaar vertoefde. Daar voelde hij zich thuis: daar kon hij vrijelijk zijn lusten en luimen bot vieren, zonder zich om iemand te bekommeren. Den lslen Juni 1727 verliet hij voor de laatste maal Engeland: hij zou het niet terugzien. Als gewoonlijk deed hij de reis over Holland. Nadat hij den 20s,en in het Overijselsche dorpje Delden had overnacht , reed hij naar Bentheim. Daar werd hij ernstig ongesteld, maar hij wilde er niets van weten, dat men geneeskundig? hulp zou doen komen. Hij jaagde vooruit en smachtte
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER. 71
om Osnabriick te bereiken. Voordat hij het naaste station, het Pruisische stadje Ippenburen in Westphalen, bereikte, werd hij door een beroerte getroffen. Een van zijn armen verlamde en alle pogingen, om hem weer bij te brengen, waren vruchteloos. Zijn oogen waren verglaasd, de tong hing hem uit den mond, maar zoo lang hij zich uiten kon, stamelde hij: '/Osnabrück! Osnabrück P Toen de stoet eindelijk in den nacht van 31 op 32 Juni de stad bereikte, was hij dood.
Men vertelde in die dagen, dat de prinses van Ahlden op haar doodbed den koning voor den rechterstoel van God had gedaagd. Den brief, die dit bsricht bavatte, had men hem niet in Engeland durven overgeven, maar hij was hem pas op den laatsten dag van zijn reis overhandigd. Hij opende het schrijven in zijn wagen en zoodra hij het gelezen had, kreeg hij de zenuwtrekkingen, die in een beroerte eindigden. Dit verhaal bewijst, hoe groot de minachting was, die men voor George gevoelde: het publiek kon niet gelooven dat hij niet meer schuld jegens de ongelukkige Sophia Dorothea had, dan zij aan hem. In het volksgeloof, dat de duivel hem den hals had omgedraaid, sprak zich de diepe verachting voor George T nog scherper uit
Aan de hertogin van Keudal was hij waarlijk gehecht en zij aan hem.
'/Look at that mawkin, and think of her being my son's passionquot;, had eens George's moeder, wijzende op de â gravin Schuleuburg, tot een barer hofdames gezegd Die slons intusschen wist haar heerschappij, die de oude Sophia zoo bevreemdde, tot het einde toe te behouden. Er waren er zelfs, die meenden dat zij in 't geheim met George gehuwd was. Hoe dit zij â⢠de quot;kokanjemastquot;
72 HET OlIDEllUJK HUIS VAX ANNA VAN HANNOVER.
voelde zich uiet alleen door haar belang aan hem verbonden. In een oogenblik van teederheid had hij haar beloofd, om, zoo hij het eerst stierf en het hem mogelijk was, terug te komen en haar een bezoek te brengen. Toen na zijn dood eens een groote raaf of een andere zwarte vogel in haar villa te Isleworth binnenvloog, was zij zoo vast overtuigd, dat de ziel van haar koninklijken minnaar haar in dezen vorm bezoekt, dat zij het beestje met alle mogelijke hartelijkheid ontving, bij zich hield en verzorgde. Hoe zonderling de vorm ook zij, waarin zij zich uitte, het is niet te ontkennen, dat er gehechtheid uit die behandeling spreekt.
Het was in het huis en onder de leiding van zulk een grootvader, dat de jonge Anna van Hannover, de toekomstige gade van Willem IV, een groot deel van haar jeugd sleet.
Met haar moeder, Caroline van Brandenburg-Anspach, en haar zusje Amelia was zij in October 1714 uit Hannover in Engeland aangekomen. Maar zij bleef niet lang in het ouderlijk gezin.
ïusschen den prins van Wales en zijn vader bestond geen de minste intimiteit, integendeel vijandschap.
Allerlei oorzaken werkten te zamen om vader en zoon te verwijderen. De vader geloofde niet, zegt men, aan de echtheid van dit kind, de zoon niet aan de liefde van den vader. Sophia, de moeder van George I, had in haar laatste levensjaren meer intimiteit betoond aan haar kleinzoon , dan aan haar zoon. Toen hare rechten op den Engelschen troon erkend waren, had zij, buiten den vader om, de belangen van den kleinzoon voorgestaan. Hierbij voegde zich, dat de prins van Wales steeds en voortdurend
HE't' OUDEllLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER. 73
partij trok voor zijne moeder, de gevangene Sophia Dorothea. Bij liet eerste vertrek van zijn vader naar Hannover was hij tot regent gedurende 's konings afwezigheid benoemd, maar het was de eerste en de laatste maal. Na de terugkomst des konings barstte de vijandschap tusschen vader en zoon in lichte laaie uit. Prinses Carolina schonk in November 1717 het leven aan een kind, dat slechts weinige maanden leefde. Die zoon zou den 28sten door den aartsbisschop van Canterbury gedoopt worden. De prins van Wales wilde dat, behalve Zijne Majesteit, zijn oom, de hertog van York, bisschop van Osnabrück, peter zou zijn. Maar tot zijn groote ergernis benoemde de koning tot tweeden peter niet den hertog van Y ork, maar den hertog van Newcastle, op wien de prins van Wales zeer gebeten was 28.
De doop had, als gewoonlijk, in de slaapkamer der prinses plaats. Aan de eene zijde van het bed â verhaalt een ooggetuige â stonden de peters en meter, aan de andere de prins en de hofdames der prinses. Nauwelijks was de plechtigheid ten einde, of de prins, het voeteinde van het ledikant vol woede voorbijstappende, kwam op den hertog van Newcastle aan en voegde hem, terwijl hij de hand en wijsvinger dreigende ophief, toornig de woorden toe; «Ge zijt een schurk, maar ik zal u wel weten te vinden.'1
De koning was zoo gekwetst door de beleedigende handelwijs van den prins in zijn tegenwoordigheid, dat hij besloot zijn zoon openlijk te vernederen. De bedreiging aan den hertog van Newcastle werd uitgelegd, alsof zij een uitdaging bevatte: alsof de prins van Wales er aan denken kon, om met een onderdaan te gaan vechten. De koning liet hem arrest aanzeggen, dat echter spoedig opgeheven werd. Doch in den volgenden nacht ontvingen de prins en de
74 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
prinses last, om onmiddellijk liet paleis te verlaten. In het huis van kun kamerheer, den graaf van Grantham, in Albemarle Street, vonden zij een tijdelijk verblijf. Latei-vestigden zij zich in een huis in quot;Leicester Eields,quot; dat indertijd ook bewoond was geweest door Elizabeth van T5oheme, de Winterkoningin, die na de restauratie van 1660 naar Engeland teruggekeerd en hier gestorven was.
De verwijdering uit het paleis van St. James was voor den prins van Wales en vooral voor Caroline van minder beteekenis, dan de wreedheid, die er mede gepaard ging. Koning George beroofde hen van hunne kinderen: Anna, Amalia en Caroline, negen, zeven en vijf jaar oud. Hij verbood zelfs de kinderen, hun vader eu moeder te zien. //Het vertrek van St. James was deplorablequot;, schreef de hertogin van Orleans, /'de arme prinses kreeg Ãauwte op flauwte, toen hare drie kleine meisjes afscheid moesten nemen. â De koning van Engeland behandelt de prinses van Wales veel te hard : zij heeft toch niets gedaan, dat men haar kinderen verbieden moet, haar te zien, die liatr zoo hartelijk lief heeft. Van wie kunnen zij beter opvoeding ontvangen dan van een zoo brave en verstandige moeder?1'' De booze wereld zocht natuurlijk naar andere oorzaken, dan in de bittere verwijdering tusschen vader en zoon was gelegen. //Men zegt hierquot; â meldt de hertogin van Orleans aan haar zuster 29 â quot;in Parijs, waar men veel van romannetjes houdt, dat de koning zoo vertoornd is op zijn zoon en de prinses, omdat hij zelf op de laatste verliefd is en zij hem geen gehoor heeft willen geven, maar dat kan ik niet gelooven,quot; In den eersten tijd schijnt het verbod aan de kinderen, om haar ouders te zien, streng gehandhaafd te zijn. Wij vinden ten minste, dat de hertogin van Orleans vertelt: quot;Het
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEll. 75
is reeds zes maanden, dat de prins zijne kinderen niet gezien heeft, dat vind ik volstrekt niet raisonnable. Laatst zonden de arme kinderen liem een mandje met kersen, en lieten er bij zeggen, dat ofschoon hij niet bij hen was, hun hart, ziel en gedachten steeds bij hun lieven papa waren; de prins moet bitter daarover geweend hebben.quot; Later schijnt het verbod opgeheven of minder hard te zijn uitgevoerd. De prinses van Wales toch gaf haar spijt te kennen, dat de kinderen er volstrekt niet op verbeterden , maar zeer verwend en wild werden. De koning had veranderingen gemaakt in het personeel, dat zijn kleinkinderen verzorgde. De personen, die zich door George 1, tegen den zin der ouders, voor de opvoeding dezer kinderen lieten gebruiken, hebben later er nog al last van gehad. Overigens bekommerde George I zich weinig om hen: er gingen soms maanden voorbij, dat hij hen niet zag. Toeh ontzegde hij aan den prins en aan de prinses van Wales alle recht, zich met kun opvoeding te bemoeien. Herhaaldelijk gaf dit tot nieuwe botsing aanleiding.
Zoo ver ging de haat van vader tegen zoon, dat toen George I stierf, zijne schoondochter in zijn kabinet een propositie van een der ministers vond, om den prins van Wales te doen vatten en naar Amerika over te voeren, waar men nooit meer van hem hooren zou. George 1 had geweigerd ze goed te keuren. Het feit intusschen zelf bewijst , hoe diep zij, die het naast tot den koning stonden, zijn haat ingekankerd achtten.
Een paar jaar later had er door bewerking van Robert Walpole een soort van verzoening plaats. Doch in het verblijf der kinderen bracht dit geen verandering; zij bleven bij hun grootvader.
Den 13den November 1726 stierf de prinses van Ahlden
76 HET OUDERLIJK HUIS VAX AN'N'A VAN HANNOVER.
op den leeftijd van zestig jaar, waarvan zij meer dan de helft in liaar gevangenis had doorgebracht. Haar dood sloeg aan alle plannen, die aan deu prins van Wales werden toegeschreven, den bodem in: men zeide toch, dat hij bij den dood zijns vaders haar koningin-weduwe van Engeland zou hebben verklaard en dus openlijk erkend. Te Londen werd haar dood met groote kalmte vernomen: George I nam er geen notitie van. Van in den rouw gaan was geen sprake. Zelfs gevoelde George zich zeer gekwetst, toen zijn schoonzoon te Brandenburg door het uiterlijk rouwbetoon de moeder zijner echtgenoote erkende.
Na haar dood bewees de koning aan Engeland de eer, om aan zijn Duitsehe maitressen eene Engelsche toe te voegen. Miss Brett was een halve zuster van den dichter Richard Savage. Slechts weinige maanden kon zij in het koninklijk paleis als zijn maitres vertoeven, daar George reeds spoedig stierf. 30 De drie kleindochtertjes groeiden onder den indruk der afwisselende tooneelen op, die dit hofleven verschafte. Van Anna wordt een bijzonderheid vermeld, die doet zien, dat zij door het despotische van haar grootvaders karakter en diens botsing met haar ouders volstrekt niet genoeg geïntimideerd was, om alles, zij het ook in zijn eigen huis, te dulden. Toen de koning in Hannover was, liet Miss Brett een gesloten deur, waardoor men in de koninklijke tuinen kwam, open maken. Anna, beleedigd door die vrijpostigheid en niet begeerig naar deze wandelgenoote, beval dat de deur weer gesloten zou worden. Miss Brett achtte zich gekwetst door die gevoeligheid van een kind en gelastte het tegenovergestelde. In het midden van den twist kwam het bericht van 's konings onverwachxen dood. Het rijk van Miss Brett was uit. Anna, die zich zoo had laten gelden, was nog geen achttien jaren.
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER. 77
Thans keerden de kinderen onder linnne natuurlijke verzorgers, liun eigen ouders, terug. Gelijktijdig met den Engelsclien troon kreeg de prins van Wales zijne meisjes weer. Geen der kindereu kon de waarde der verandering zeker beter waardeeren dan Anna, die de smaadvolle omgeving, waarin zij in het huis des grootvaders had moeten leven, met zoo veel onwil en ergernis had verdragen. De zeventienjarige had reeds genoeg gezien, om de zorgen en liefde van een eigen moeder op prijs te stellen, en omgekeerd van hare zijde door liefde en hartelijkheid hare moeder het juist niet altijd aangename en gemakkelijke leven te verzoeten.
Caroline van Brandenburg Anspaeh, die nu koningin van Engeland werd, had een vrij onrustige jeugd gehad. Zij had haar vader vroeg verloren en daarna met haar moeder eenige jaren in Dresden geleefd. Tn 1693 was deze hertrouwd met den keurvorst van Saksen, doch reeds twee jaar later overleden. Caroline, dertien jaar oud, was teruggevoerd naar Anspaeh, waar een stiefbroeder van haar het bewind voerde. ïrederik van Brandenburg, de eerste koning van Pruisen, was haar voogd. Aan zijn hof, te Berlijn, bracht zij, twintig jaar geworden, eenigen tijd door. Voor haar geheele ontwikkeling was deze periode van het grootste gewicht. Zij genoot hier den omgang en de voorlichting van de philosophische koningin Charlotte, de warme vriendin en correspondente van Leibnitz. Toch schijnt zij niet veel van haar gehouden te hebben: zij noemde in later jaren haar een ijdele vrouw, die voor niets deugde. 31
Een zoo onrustige jeugd, als aan Caroline ten deele viel, is zeer geschikt om den aanleg tot zelfstandigheid, zoo hij bestaat, te ontwikkelen. Toen zij aan het hof te
78 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEE.
Berlijn kwam, was zij spoedig in de gelegenheid te tooueu, hoe het in dit opzicht met haar gesteld was. De aartshertog Karei van Oostenrijk, 32 die haar ontmoet had, vroeg haar ten huwelijk: doch voor de vorsten nit het huis van Habsburg, dat zijn opkomst en zijn grootheid dankt aan het katholicisme, gelijk het ook zijn ondergang eraan te wijten zal hebben, was haar bekeering tot bet katholiek geloof eene conditio sine qua non. Koning Frederik van Pruisen had er geen bezwaar tegen. De Jezuitenpater Urban, een zeer handig en gevat man, naar Leibnitz getuigt , werd naar Berlijn gezonden, om het jonge meisje van haar ketterij te overtuigen, of ten minste tot het omhelzen van het katholiek geloof te bewegen. Maar onze brave pater slaagde noch in 't een noch in 't ander; en vol ergernis keerde hij terug, beschaamd dat hij een meisje van twintig jaar niet had kunnen weerleggen. Caroline van Brandenburg Anspach verkoos haar geloof niet prijs te geven voor den titel en den rang van Aartshertogin.
De Pruisische koningin Charlotte was de zuster van George I, toen nog keurvorst van Hannover. 33 Zij was het waarschijnlijk, die de aandacht op de jonge Caroline vestigde, toen er sprake was van een huwelijk voor George's zoon, den keurprins van Hannover. In 1705 trad deze met haar in 't huwlijk. Caroline was, toen zij huwde, een jonge schoone vrouw. Een korten tijd daarna kreeg zij de kinderziekte, doch zij werd er niet erg door geschonden en behield al de lieftalligheid van haar voorkomen. Aan een innemende stem paarde zij sterke, doordringende oogen vol leven en uitdrukking, en kleine, dikke en bevallige handjes. Even krachtig als haar verstand was, even vast en sterk was haar wil. In Hannover sloot zij zich eng aan de oude keurvorstin Sophie aan, die bij uitstek ge-
HET OUDERLIJK HUIS VAX ANNA VAN HANNOVER. 79
scliikt was om deze jonge keurprinses met verstandigeu raad bij te staan. Zij , de hoog ontwikkelde bescliermster en vriendin van Leibnitz, had jaren lang aan de zijde van Ernst August geleefd, en voor diens schaamtelooze ontrouw, als liet ware in haar aanwezigheid, vergoeding gezocht in studie en wetenschap. Dezelfde behoefte en dorst naar kennis had zij hare dochter Charlotte, de Pruisische koningin, ingeboezemd. Op hare schoondochter, Sophia Dorothea, had zij geen invloed gehad; de vrienden dei-prinses van Ahlden noemen de schoonmoeder onder hare vervolgsters. Des te leergrager kweekelinge vond quot; unsere grosze Frau Kurfürstiu,quot; zoo als Leibnitz haar noemde, in de jonge vrouw van haar kleinzoon. De twee en twintigjarige Caroline van Brandenburg sloot zich innig aan de oude vrouw, die 75 zomers telde, aan. In de heldere, verstandige keurvorstin, die zooveel had gezien, maar nog veel meer nagedacht, vond zij een levenswijze raadgeefster, die haar de klippen leerde onderscheiden, waarop zoo menige onervaren voet aan de hoven struikelde, en haar het geheim deed kennen, om betrekkelijk gelukkig te zijn in een verhouding, die voor talloos vele vrouwen volkomen ondraaglijk zou geweest zijn.
Want George II was niet de geschikte man, om aan een beschaafde, levenslustige en ontwikkelde vrouw voortdurend te behagen. Hij was een wilde en ruwe natuur, die vermaak schepte in allerlei zaken, die haar onverschillig waren of moesten ergeren. Wat haar ter harte ging, liet hem koud. Haar eerbied voor kennis en wetenschap sprak zij eens kenmerkend met het woord uit, dat zij die kroon de grootste en schoonste achtte, die Newton eu Leibnitz tot onderdanen had. George II begreep daar niets van en had er geen eerbied voor. Hij was een ijdel en een koppig
80 HET OITDEEXIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEK.
man. Zonder veel kennis van de Engelsclie constitutie, beroemde hij er zicli op, zelf te regeeren. quot;Karei I â zei hij eens â werd door zijn vrouw geregeerd; Karei TI door zijn maitressen; Jacob II door de priesters; Willem III door mannelijke; koningin Anna door hare vrouwelijke gunstelingen; mijn vader door ieder, die hem wist te naderen. En wie â voegde het kleine opgeblazen kereltje 34 er dan triomfantelijk bij â wie regeert nu?quot;
Ja â wie regeerde nu? In schijn koning George: ill waarheid koningin Caroline. Caroline had zich vroegtijdig er op toegelegd hem te beheerschen en te leiden, zonder dat hij het merkte. Zij begreep, dat zij met een zoo ij del karakter als George allen schijn van intellectueele meerderheid moest vermijden. Voor het uiterlijke was zij in geen den minsten tel en de koning volstrekt niet onder haar invloed. Zelfs doorslepen staatslieden als Bolingbroke werden er dupe van, en meenden haar niet te behoeven cm 's konings gunst te verwerven of invloed te oefenen. In de jaren dat zij als prinses van Wales van het hof verwijderd leefde, toen de lompe George I haar /'de duivelinquot; noemde, had zij haar echtgenoot vast aan zich geketend. Het bleek bij de troonsverandering. Sir Eobert Walpole, die scherper oogen had dan zijne tegenstanders, had uitsluitend de koningin, en niet de vriendin des konings, Mistress Howard, het hof gemaakt, gelijk de Tories deden. Hij had gezien, dat de Prins van Wales eigenlijk niemand liefhad dan haar en geheel onder haar invloed stond. Aan de juistheid van dit inzicht had hij te danken, dat hij, tot groote verbazing zijner vijanden, minister bleef en even onbepaald het vertrouwen genoot van George II, als hij dat van George I had bezeten. Caroline bracht dagelijks een reeks van uren met den koning door, verdroeg zijne luimen.
HET OUDEllLIJK HÃTS VAN ANNA VAN HANNOVER. 81
en liield hem gezelschap, om elk overwicht van anderen invloed te voorkomen. Zij wist niets van politiek, was haar gewone bewering tegen den koning, als hij met haar over de zaken sprak. 33 Maar in die lange en vele uren van hun samenzijn was er ruimschoots gelegenheid, om losweg, terzijde, als liet ware zonder bedoeling het een en ander te zeggen, op te merken, mede te deelen of aan te merken, dat invloed op de opinie van Z. M. had. Met Robert Walpole behandelde zij in het geheim de zaken, en de minister regeerde deu koning door haar. Als de minister in de kamer des konings trad, stond zij op en boog en ging weg of nam deu schijn aan, vau te willen weggaan. Gewoonlijk, slechts een enkelen keer niet, vroeg George haar om te blijven: en zij bleef, stilzwijgend luisterende en haar meening slechts uitsprekende, als zij gevraagd werd. De koning raadpleegde haar steeds; en dikwerf hoorde Walpole dat argumenten, die hij haar, met wie hij geregeld vooraf sprak, had aan de hand gedaan, doch die haar niet overtuigd hadden, den koning tot zijn gevoelen hadden overgehaald, als zij ze aan hem had voorgesteld.
Dezen grooten en overwegenden invloed behield zij tot haar dood. Toen, den dag te voren, George en Walpole bij haar bed stonden, beval zij met nadruk en warmte niet den minister aan den souverein, maar den meester aan den dienaar aan. De laatste was zeer beducht, dat die aanbeveling hem bij George, zoo sterk op zijn zelfstandigheid gesteld, zou schaden, maar hij vergiste zich. Eenigen tijd later waren zij eens te zamen bezig, om eenige vijandelijke brieven, die uit Duitschland waren gekomen, maar onderschept, te lezen. Daarin stond, dat Walpole, nu de koningin dood was, zonder protectie was. '/Integendeelquot;
Jurissea. ]â » 6
82 HET 0UÃE11LIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEll.
â zei George â quot;gij weet, dat zij mij aan u lieeft aanbevolen,11 Dit was de eeuige maal, dat hij over liet gebeurde sprak. Het was een merkwaardig bewijs van de diepe vereering, die hij haar toedroeg.
Intnsschen â die vereering had Caroline duur betaald. Zij had er veel voor geleden. Ook lichaamslijden. Om den koning zoo weinig mogelijk alleen te laten, hem onder haar oog te hebben, ten einde schadelijke invloeden te voorkomen, had zij zich jaren lang opgeofferd. Inzonderheid in de laatste jaren kostte haar het lange staande blijven en het rijden met hem moeite. Zij had een lichaamsgebrek : een breuk. Vrouwelijke kieschheid had haar weerhouden bijtijds medische hulp in te roepen. Niet voordat het te laat was erkende zij het. En toen was het nog alleen des konings wil, waaraan zij toegaf; het kostte haar de eenigste tranen, die zij op haar laatste ziekbed stortte.
Waren die opoffering en zelfbeheersching inet innige toewijding en liefde van de zijde van haar echtgenoot beloond geworden, de prijs, hoe duur ook, kon door een liefhebbende vrouw niet te hoog worden geacht. De oude keurvorstin Sophia had de gewoonte van te zeggen 36; quot;chacun ici-bas est le démon chargé d1en tourmenter un autrequot;, en George I leverde er het bewijs van. George II, hoe hoog hij zijn vrouw ook stelde, was nog rijker aan ijdelheid dan aan liefde. Grootvader en vader had hij niet zonder maitressen gekend, en hij had zijn geheele leven gehoord, dat dergelijke toevoegselen voor de waardigheid der kroon onmisbaar waren. Het voorbeeld van Frankrijk, het land der beschaving, was onweerstaanbaar. Voor George bovendien had de navolging, in dit opzicht, van Lodewijk XIV een bijzondere aantrekkelijkheid, omdat zij, naar hij meende, zijn zelfstandigheid duidelijk bewees. Als hij een
HET OUDERLIJK HUIS VAK ANNA VAN HANNOVEK. 83
maitres had, zou wel niemand in het hoofd krijgen te meenen, dat hij onder de plak van zijn vrouw zat. Aan zulke armzalige schijngronden offerde de koning van Engeland de achting voor zijn eigen karakter en die voor Caroline op.
Reeds in de laatste jaren voor zijn troonsbestijging was de relatie aangevangen. Onder de hofdames der koningin was Miss Bellenden, een volmaakte schoonheid, omtrent wie allen, die haar gekend hebben, eenstemmig zijn; zij ver-eenigde alle soort van voortreffelijkheden. Schoon, geestig, beminnelijk, was zij het gevierde middenpunt en hoofd van een kring van schoone, geestige, beminnelijke vrouwen en meisjes, die het hof van den Prins van Wales of, juister gezegd, van de Prinses van Wales opsierden. De Prins van Wales maakte haar het hof, en deed het op zijn gewone lompe en onbeschofte manier. Evenals Zeus aan Danaë in een gouden regen verscheen, meende ook hij het best te zullen slagen, door zijn goud te doen klinken. Telkenmale als hij bij haar was gezeten, onthaalde hij haar op het gezicht van zijn beurs, dien hij uit den zak haalde, om zijn geld te tellen. Eens, dat hij weer dat vermakelijk spel begon, kon Miss Belleuden het niet langer verdragen en barstte uit: quot;Sir, dat is niet uit te houden; als gij nog eens uw geld telt, loop ik de kamer uit.quot;' Zij liet dezen vorstelijken minnaar tellen en smachten naar hartelust, en huwde buiten zijn weten den man, dien zij liefhad.
Minder fier was eene van haar vriendinnen en vertrouwden. Mistress Howard was zeer ongelukkig gehuwd met een dronken verkwister en, ofschoon van aanzienlijk geslacht, weinig bemiddeld. Dit, verklaren de tijdge-nooten, was de reden, dat zij aan de aanzoeken van den
84 HET OUDEBLIJK HUIS VAN ANTNA VAX HANNOVER.
Prins gehoor gaf. Haar man, na veel publiek schandaal veroorzaakt te hebben, liet zich met een jaargeld van 1200 p. st. tevreden stellen.
Mistress Howard, de quot;gunstelingequot; van George II, neemt een eigenaardige plaats in onder de vrouwen, die door het spelen van eeu dergelijke rol haar naam aan de vergetelheid hebben onttrokken. Zij en hare vrienden beweerden steeds, dat hare verhouding tot den koning een zuiver Platonische was, waarbij geen enkele eisch van eerbaarheid werd geschonden. Met schouderophalen werd dit beweren door anderen beantwoord, die zich van een George II geen Platonische liefde konden voorstellen. Hoe dit zij â indien Mistress Howard zich gouden bergen van de vriendschap des konings heeft voorgesteld, dan heeft zij zich deerlijk bedrogen gezien. Onbeduidend waren de geschenken , die de koning haar gaf. Ook de eerzuchtige droomen, die men haar toeschrijft, zijn niet verwezenlijkt. Als men een paar eeretitels en onderscheidingen voor haar broeder, lord Howard, en enkele kleine voordeden van dergelijken aard, voor goede vrienden of betrekkingen verworven, uitzondert, heeft de gunst van dezen Jupiter deze Danaë niet als een gouden regen bedekt. Toen zij in 1735 zich aan liet hof onttrok, was zij door haar betrekking tot den koning slechts weinig rijker of machtiger geworden. Bij haar dood liet zij behalve haar landgoed , Marblehill bij Twickenham, een der weinige giften van George, nauwelijks 20,000 p. st. na: een som, die eeu du Barrj of een Pompadour dikwijls in eene week verkwistten 37. Nooit heeft de erkende geliefde van een monarch de schijnbare schittering van haar positie minder genoten dan Mistress Howard. Met Argusoogen bewaakt door de koningin, door de ministers niet erkend, quot;dankte
HET OUDERLIJK: HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER,. 85
zij deu eerbied, dien men haar bewees, voornamelijk aan de waardige bonding, die zij wist te bewaren, en aan de tegenstanders van de koningin en den minister.quot; Hoe zonderling liet klinke, in dit verband van waardigheid van houding te spreken, gelijk Horace Walpole doet, het is zeker, dat Mistress Howard die èn aan het hof èn later wist aan te nemen en te bewaren. Zelfs lord Hervey, de vertrouwde vriend van koningin Caroline, spreekt niet dan met achting van haar 38. Bijzonder schoon was zij niet: zij was gracieus en lieftallig, en had meer een regelmatig en prettig, dan een mooi gezicht. Zij was zoo doof, dat zij aan een gemengd discours geen deel kon nemen, omdat zij het niet volgen kon. Men moest rechtstreeks het woord tot haar richten en met verheffing van stem: anders verstond zij niets. Een goed verstand, beschaafde vormen en een goed hart werden haar zelfs door hare vijanden niet ontzegd. Zij was jegens iedereen beleefd, vriendelijk jegens velen, en onbillijk jegeus niemand: in één woord â⢠zegt lord Hervey â zij had een goed hoofd en een goed hart, maar zij had te doen met een man, die volstrekt ongeschikt was om het eerste te gevoelen of het laatste te waardeeren. A.ls Prins van Wales bracht George 's avonds soms uren in haar kamer door: later, als koning, was het korter, maar nog altijd lang genoeg om vele hovelingen in den waan te brengen dat zij, die zulk een groot deel van zijn tijd vervulde, zeker ook een groote plaats in zijn hart innam. Zij begrepen niet, dat ijdelheid en gewoonte hem jarenlang hechten konden aan een vrouw, die uit den aard van haar verhouding tot hem haar wezenlijke meerderheid nog minder kon doen gelden, dan Caroline, omdat zij geen andere aanspraak op hem had dan de willekeur van zijn gunst en steeds botste op het
86 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN II ANN10 VER.
diep ontzag, dat deze ruwe, ij dele man gevoelde voor de koningin, wie hij wel ontrouw kon worden, maar zonder dat liij ophield trotsch op haar te zijn, en zonder ooit de gedachte in zich te voelen ontwaken, een andere vrouw met haar op gelijke lijn te stellen.
Moeilijk en pijnlijk was de verhouding van Mistress Howard tot de koningin, van wie zij wwoman of the bedchamberquot; was. Caroline van Brunswijk kende haar echtgenoot te goed en had zijn ijdelheid te zeer gepeild om niet te weten, dat hij een maitres, zij het ook slechts in naam, zou willen hebben, om zijn zelfstandigheid, zijn onafhankelijkheid van haar, gelijk hij meende, te bewijzen. Mistress Howard was zeker de meest onschuldige persoon, die zich daarvoor denken liet. Uit vrees, dat een andere, zoo zij vertrok, haar vervangen zou en wellicht meer invloed op den koning uitoefenen, duldde de koningin daarom de //woman of the bedchamberquot; voortdurend in haar omgeving. Maar zij spaarde haar geen enkele vernedering en behandelde haar met hooghartigen, minachtenden trots. //Good Howardquot; was de gewone genadige benaming, die zij haar schonk. Met Walpole werkte zij haar invloed op George standvastig tegen, en de koninklijke gunstelinge was zich zoo duidelijk van haar onvermogen op haar heer en meester bewust, dat zij dikwijls, als zij iets van hem wilde gedaan krijgen, de aanbeveling van den eersten minister verzocht, er uitdrukkelijk bijvoegende, dat hij het niet als haar wensch aan den koning zon voorstellen. Totdat zij Lady Suflblk werd, wat in 1731 het geval was, moest zij in haar betrekking tot de koningin allerlei diensten verrichten, die weinig in overeenstemming waren met haar verhouding tot den koning. Caroline had er een soort van genoegen in, haar stipt er
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEE. 87
aau te houden, ten einde kaar te vernederen. Dit gaf soms aanleiding tot tooneelen, waarin de arme Mistress Howard op ruwe en bittere wijze liet dubbelzinnige en lage van haar positie aan bet hof ondervond. Het gebeurde meer dan eens, dat de koning, in de kamer komende, waar zij, gelijk haar plicht was, de koningin bij het toilet hielp, haar den halsdoek uit de hand rukte en haar toesnauwde: //omdat gij zelve een leelijken nek hebt, wilt gij die van de koningin verbergen.quot; Zulke uitbarstingen van George's eergevoel, hoe lomp en onvoegzaam ook, waren voor de koningin een kleine triumf. Uoch zij liet er zich niet door in slaap wiegen, of bewegen om haar waakzaamheid te verminderen. Zij had in een van haar vertrekken een geheim raampje, dat uitzag op een donkere gang, slecht verlicht, die naar de aparte-menten van Mistress Howard leidde. Daar bespiedde zij soms in het late avonduur de bezoekers, die hare mededingster ontving. Lord Chesterfield had eens op een avond aan het hof een groote som ge Ids gewonnen en durfde die niet over straat naar huis medenemen. Hij ging naar de gunstelinge, met wie hij op vriendschappelijken voet verkeerde, om bij haar het geld tot den volgenden dag te deponeeren. De koningin, die zijn laat bezoek had ontdekt, vermoedde allerlei andere zaken, samenspanningen tegen haar, politieke kuiperijen enz. Lord Chesterfield had nu voor goed bij haar afgedaan. Niet dan jaren later vernam hij de ware oorzaak.
Mistress Howard was veertig jaar oud, toen George koning werd. Een vrouw van dien leeftijd, die daarbij doof was 3i), was voor Caroline vrij wat minder gevaarlijk, dan een wegsleepende sehoone van jonger jaren. Walpole verzekert, dat de koningin daarom Mistress Howard, die
88 HET OUDERLIJK HUIS VAX ANNA VAN HANNOVER.
dikwerf grooteu lust gevoelde om zicli aau de ellendige positie, waarin zij leefde, te onttrekken, verzocht te blijven. Deze vrouw was de minst gevaarlijke voor liaar invloed. De groote kalmte en rustige houding van Mistress Howard maakten liet mooglijk, dat zij dagelijks met de koningin in aanraking kwam, zonder dat het altijd tot moeielijk-heden aanleiding gaf. Caroline kon zich het genoegen niet ontzeggen, haar te kwellen en te grieven, en de vrouw, die door de geringheid van haar vermogen en zucht naar macht zich ter kwader ure had laten verleiden om aan de voorslagen van een zoo lompen verleider als George was, op eenige wijze gehoor te geven, al het vernederende en valsche van haar positie op drukkende wijze te doen gevoelen. Met onbegrijpelijke bedaardheid verdroeg de gunstelinge dit alles. Een enkele maal stribbelde zij tegen, en poogde met hooghartigheid zich te verzetten: maar de koele fierheid der koningin deed haar buigen. Caroline had niet alleen het overwicht van haar maatschappelijke positie, maar ook hare inoreele meerderheid boven Mistress Howard vooruit.
Tusschen dit vreemdsoortig echtpaar, die hoog ontwikkelde, verstandige en beleidvolle vrouw en dien ruwen, onbeschaafden, slechts goedaardigen man, bestond ten aanzien van een treurige zaak volkomen overeenstemming. Gelijk zij met hun vader in twist hadden geleefd, leefden ook zij met hun â ' oudsten zoon, den prins van Wales in tweedracht. Frederik, gebaren in 1707, bleef in Hannover achter tot het jaar 1728. Reeds spoedig na zijn komst in Engeland lag hij met zijn ouders overhoop. Hij had in Hannover als een klein Duitsch prinsje geleefd en zich met burgers en boeren geamuseerd, en tallooze schulden
HET OUDEELIJK HUIS VANquot; ANNA VAN HANNOVEE. 89
gemaakt. Toen George II weigerde, die te betalen en hem daarover het leven lastig maakte, gaf dit aanleiding tot de eerste breuk. Zijn karakter was van zijn jeugd af gemeen geweest. Toen hij een jongen was, had zijn gouverneur eens ernstig over hem geklaagd, üe koningin had gepoogd hem te verontschuldigen en gezegd: «Je mquot;imagine que ce sont des tours de page.quot; Maar de gouverneur antwoordde : /'Plüt a Dieu, madame, que ce fussent des tours de page! ce sont des tours de laquais et de coquins.quot; Alle tijdgenooten geven een hoogst ongunstig getuigenis van hem, ofschoon zij erkennen dat alle schuld niet bij hem lag en niet alle goede qualiteiten hem ontbraken. Hij was een koppig, ijdel kind, zeer geschikt om het werktuig van vleiers te worden. Zijne moeder, die met zoo veel beleid een zoo lastig karakter als George IT had, wist te leiden en te beheerschen, ontsloeg zich, gelijk trouwens natuurlijk was, van den dwang der zelfbeheer-sching, waar het haar kind gold. Maar Frcderik wilde niet bevolen worden, en gewoon aan het vrije, wilde leven in Hannover, wierp hij ongeduldig het juk van de ouderlijke autoriteit af. Op den afstand, die St. James van Herrenhausen scheidde, had het vaderlijk gezag wel eenige verzwakking ondergaan. Eindelijk naar Londen geroepen en beknord wegens zijn vele schulden, liet Prederik zich gemakkelijk medesleepen door de sluwheid van Bolingbroke, die den toekomstigen erfgenaam van de kroon voor de oppositie wist te winnen. Wie bij den koning in ongenade was, kon zeker op de gunst van den Prins van Wales rekenen. Vandaar, dat de verwijdering, die het eerst uit kleine oorzaken, de gierigheid van den vader en het drukkende van het moederlijk gezag, was ontstaan, spoedig breeder proportiën aannam en Prederik weinige jaren na
90 HET ÃÃDEULIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEK.
zijn komst in volle vijandschap met zijne ouders leefde. Walpole, die hem ten minste nog een enkelen karaktertrek toeschrijft, welke gunstig is, weet overigens niet veel goeds van hem te zeggen. De vrouwen en het spel trokken hem voornamelijk aan: aan beide gaf hij zich met hartstochtelijkheid over. Maar in geen dezer neigingen betoonde hij iets edels: hij verleidde zonder lief te hebben, en schoonheid was hem onverschillig. Bij het spel had hij praktijken, die heel leelijk waren, en hij beroemde er zich op. Eens, toen hij te Kensington vijf duizend pond van Dod-dingham had gewonnen, zei hij schimpende tot zijn secretaris : quot;Die man wordt voor een van de verstandigste mannen van Engeland gehouden, maar met al ziju talenten heb ik hem vijf duizend pond uit zijn zak gekloptquot; 40. Hij was onoprecht en valsch in de hoogste mate: een leugen kostte hem niets, omdat hij volkomen onverschillig was voor waarheid. Met zijne zusters lag hij, evenzeer als met zijne ouders, overhoop.
Inzonderheid met Amalia, die hij beschuldigde, dat zij bij hem de rol vau spion speelde, zich in zijn vertrouwen indrong, otn zijn geheimen te vernemen en die dan aan hun ouders te verraden. Een beschuldiging, die wel gegrond zal geweest zijn, als wij bij Hervey het ongunstig getuigenis lezen, dat zij iedereen kwaad wilde, en dat ook de koningin nooit over zaken van belang in haar tegenwoordigheid sprak, omdat zij haar eigen kind niet vertrouwde.
Wat de koninklijke prinses, gelijk de oudste dochter Anna werd geheeten, aangaat, haar verhouding tot haar broeder en het hof werd niet uitsluitend door hare liefde tot haar moeder bepaald. Zij had dezelfde behoefte om te
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER. 91
heerschen als de koningin, maar miste liet helder verstand en de krachtige zelfbeheersching, die deze de realiteit van het gezag boven den uiterlijken glans deed stellen. Zij was even heftig, even trotsch en ijdel als haar vader, die zich, misschien om de overeenstemming van karakter, verbeeldde, dat deze dochter bijzonder aan hem gehecht was. In waarheid stootte de gelijkheid van karaktertrekken vader en dochter, gelijk later bleek, af. Maar zoolang zij nog in huis was, zag George het uiterlijk betoon van eerbied voor liefde aan. Anna intusschen stak het volstrekt niet onder stoelen of banken, hoe zij over haar vader dacht. Men schrijft aan haar een kritiek van het karakter des konings toe, die meer voor de scherpheid van haar oog, dan voor de warmte van haar kinderlijk gevoel getuigt. Zij spreekt daarin uit, niet alleen dat hij bij uitstek lastig in den omgang was, maar licht dit toe op een wijze, die pijnlijk aandoet, als men deukt, dat het een eigen kind is, die het schrijft. quot;Hij gaf zich airs van galanterie en wendde groote dapperheid voor; hij behandelde de koningin op een onredelijke, onnoozele, onaangename en dikwijls zeer kwetsende wijze; het was moeielijk om met hern to praten, hij wou altijd wat nieuws hooren, en sprak zelf altijd over dezelfde dingen.quot; Als, weinige maanden na haar huwelijk, Mistress Howard, toeu Lady Suffolk, het hof verliet, verheugde zij er zich zeer in. Lord Hervey maakte haar op het gevaar opmerkzaam, dat de koning aan de gevallen gunstelinge eene opvolgster zou geven die, jonger en dus gevaarlijker, het de koningin lastiger zou maken. Anna antwoordde, zonder er om te denken hoe weinig respect voor haar vader en hoe weinig bezorgdheid voor de ware belangen van haar moeder zij daarmede betoonde : quot; Ik wensch van harte, dat hij iemand anders
92 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
nemen zal, opdat mama verschoond blijve van de verveling hem altijd in haar kamer te zien.quot;
Het was voor Anna een bitter gevoel, dat zij, de oudste dochter, door een broeder, en dan nog een zooveel jongere in leeftijd als Prederik, de prins van Wales, van hare kansen op den troon was beroofd. Eigenlijk ging zij nog verder. Zij zeide eens aan de koningin, dat zij hartelijk wenschte geen broeders te hebben, opdat zij zelve haar zou kunnen opvolgen. 41 Caroline berispte haar daarover, maar zij antwoordde; quot;Ik wil morgen sterven, als ik vandaag koningin mag zijn.quot; 42 Zulk een eerzucht vond natuurlijk al zeer weinig bevrediging in liet Engelsche hofleven, waarin zij een zeer ondergeschikte rol innam. Van der jeugd af, eerst in het grootvaderlijk gezin, nu in het ouderlijk huis, aan de tegenwoordigheid van mai-tressen gewend, kon de ergernis wel niet anders dan in hooghartige minachting overgaan. Maar de ergernis, dat zij niets te zeggen had en nooit in Engeland iets te zeggen zou hebben, dat zij niets kon doen tegen de voorwerpen van haar haat en minachting, was nog sterker. Begeerig zag zij uit naar een verandering in haar leven, die haar de kans schonk om haar wil aan anderen op te leggen.
Zulk een kans opende zich, toen van de zijde der Fran-sche regeering haar hand voor den jongen Lodewijk XV werd gevraagd. Doch, zoo Anna zich gelukkig heeft gevoeld niet het uitzicht koningin van Frankrijk te worden, dan is hare blijdschap van korten duur geweest. De raadslieden van den jongen vorst moesten een eisch stellen, dien zij konden verwachten, dat te Londen niet mocht aangenomen worden. Een Protestantsche, zij het ook Angli-kaansche, kon niet op den troon van Frankrijk plaats nemen: Anna moest katholiek worden. Het was niet te
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VA.\ HANNOVEB. 93
verwachten, dat de prinses van Wales, die zelve als prinses van Brandenburg-Anspach de geloofsverandering geweigerd had, haar aan hare dochter zou aanraden of vergunnen, anders dan om dringende politieke redenen. En ditmaal kwam het politiek belang overeen met de eischen der overtuiging. Het huis van Hannover kon er niet aan denken, aan een zijner leden den overgang tot het Katholicisme toe te staan. De ondeugden der beide George's, schoon nog altijd onbeduidend bij de onzedelijkheid, die liet hof der Stuart's had gekenmerkt, werden door de Engelsche natie over 't hoofd gezien ter wille van hun protestantsch geloof, den waarborg van de politieke vrijheid der natie. George I kon er niet aan denken, Anna's hand op zulk een voorwaarde aan Lodewijk XV toe te staan. Het aanzoek werd afgewezen. 43
Eenige jaren gingen voorbij en Anna werd een dagje ouder. De huwelijkskansen verminderden. Pretendenten naar haar hand kwamen niet opdagen. Er waren niet veel prinsen in Europa geschikt voor een Engelsche koningsdochter. Een regeerend vorst of aanstaand troonopvolger werd begeerd, maar hij was niet te vinden of hij bood zich niet aan. Eindelijk, in 1729, begon er eenig licht aan den gezichteinder te komen. De stadhouder van Friesland, Willem van Oranje, was wel geen aanzienlijk vorst, maar hij behoorde tot een der oudste vorstelijke geslachten, en zijn naam klonk in Engeland goed. Lord Chesterfield leerde hem in dat jaar in Den Haag kennen en legde een gunstig getuigenis van hem af. //Hij heeft blijkbaar een zeer goede opvoeding genotenschreef hij, //en een groote vrijheid en gemakkelijkheid in den omgang, die men niet krijgt, dan door veel in de wereld te ver-keeren. Hij heeft een goed, knap gezicht; maar zijn ge-
94' HET OTJDEllLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
stalte is niet zoo gunstig, als men zou wensclien, ofschoon niet zoo leelijk als ik gehoord had. Hij heeft niet de minste stijve statigheid, maar is vriendelijk en innemend, juist zooals 't voor iemand past, die zich in een gouvernement als hier is wil verheflen.quot; Het duurde intusschen nog vrij lang, voordat het huwelijk beklonken was. Lord Hervey, de vertrouwde van koningin Caroline, teekent den prinselijken minnaar van Anna vrij wat ongunstiger dan (Jhesteriield. Hij noemt hem een dwerg, zoo mismaakt als een menschelijk wezen maar zijn kan. quot;Zijn uiterlijk voorkomen,'1 zegt hij, «was niet leelijk, integendeel verstandig, maar hij stonk zoo vreeselijk uit den adem!quot; Anna intusschen kon niet kieskeurig zijn. Gewoonlijk is het bij vorstelijke huwelijken de vraag, waaraan men de voorkeur geeft: aan een schoon en beminnelijk, doch. arm man, of aan een leelijk, doch aanzienlijk en rijk man. Hier intusschen waren alle inconvenienten van deze beide gevallen vereenigd, zonder dat een der voordeelen werd aangetroffen. De prins was leelijk, misvormd, en bovendien niet rijk en niet machtig. Doch voor prinses An:ia bestond er eigenlijk geen keus, dan tusschen dit alternatief: huwen of niet huwen. Wilde zij een oude jongejuffer worden, na den dood haars vaders afhankelijk van haar broeder, den Prins van Wales, in ondergeschikte verhouding tegenover een zoo trotsche schoonzuster als diens vrouw, dan moest zij den Prins van Oranje afwijzen. Zag zij daartegen op, wilde zij niet afhankelijk worden van haar broeder, dan kon zij niet anders, dan den Prins van Oranje aannemen. 44
Zulke gevoelens en beschouwingen uit den mond van een der meest vertrouwde vrienden van de koningin, doen een blik werpen op de stemming van George en Caroline.
HFT OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEll. 95
Trouwens, liet was voor geen der hovelingen duister, met welk oog de toekomstige sclioonzoon in het paleis van St. James werd beschouwd. Tegenover het volk sloeg men een anderen toon aan. Het huwelijk van de Engelsche koningsdochter met een prins, die zoo weinig haar gelijke was, was een opoffering van vader en dochter ter wille van de natie. Het kon haar een waarborg zijn voor de toekomst: indien door onvoorziene gebeurtenissen de kroon aan Anna of aan haar kinderen mocht ten deel vallen, zou de protestantsche troonopvolging gewaarborgd zijn. Het huis van Oranje was èn om zijn gehechtheid aan het Protestantisme èn om de diensten, aan Engeland bewezen, steeds der natie lief en dierbaar. Trouw werden door de gehoorzame hovelingen zulke voorstellingen van het huwelijk verspreid: zij moesten dienen om Anna populair te maken. In Mei 1733 gaf de koning aan bet Parlement bericht van het voorgenomen huwelijk en noodigde het Huis uit om '/hem in staat te stellen aan de- prinses zijne oudste dochter eene zoodanige dote te geven, als met de tegenwoordige omstandigheden overeenkomt, en die in staat zal zijn om de eer en waardigheid van een verbond, 't geen zoo krachtig strekt tot meerder versterking van de protestantsche successie, te ondersteunen.quot;
Het Parlement voldeed zonder aarzeling en zonder karigheid aan het koninklijk verzoek. Het schonk Anna een huwelijksgift van 80,000 p. st. , wat, gelijk haar moeders inkomen en ook bijna de civiele lijst des konings, genoegzaam het dubbele was van hetgeen in gelijke omstandigheden tot dusver was toegestaan. 45
In November maakte zich de Prins van Oranje, die den eersten September zijn twee en twintigsten verjaardag had gevierd, op om naar Engeland te gaan. Den 16'lfin November
96 HET OUDEllLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEK.
stapte liij te Hellevoetsluis iu het koninklijke jacht de Fuhbs, dat gezonden was om hem over te voeren; twee dagen later landde hij te Greenwich. Nu werd het toch ernst, hoe diep George en Caroline ook op dit armzalige huwelijk neerzagen. Beiden lieten Anna geheel vrij ; de koning zelfs ried het haar af. Maar zij liet er zich niet van afbrengen, zij zou hem trouwen, al was 'teen baviaan, zei zij.
In Somerset House uam de Prins zijn intrek, en daarheen stroomden de leden van den hoogen adel en de aanzienlijken des lands, om hem te begroeten. Al de souvenirs van vroeger dagen werden wakker; de verdiensten van zijne vaderen voor de zaak der politieke vrijheid in Europa pleitten voor dezen jongen man bij het krachtige Engelsche volk, dat zijn minder schoon voorkomen voorbijzag en vergaf om den naam, dien hij droeg en het beginsel, dat het huis van Oranje vertegenwoordigde. Onder alle standen heerschte een soort van opgewondenheid. Toen hij den dag na zijn aankomst naar St. James reed, kon zijn rijtuig met moeite zich een weg banen door de opeengehoopte menigte, die hem met toejuichingen overlaadde. De aanstaande Willem IV betoonde ook hier zijn merkwaardig talent, om ieder, wien hij ontmoette, door zijn minzaamheid, zijn beschaafde en gemakkelijke manieren voor zich in te nemen. Men vergat, als men met hem sprak en zijne vriendelijke blauwe oogen op zich gevestigd voelde, dat hij zoo'n hoogen rug had en zijn lichaamsbouw, dank zij dien ongelukkigen val in 1717, zoo gewrongen en leelijk was. Het hof volgde het publiek iu zijn geestdrift niet na, maar onderscheidde zich door de groote koelheid, waarmede het hem bejegende. George II verkoos de houding aan te nemen, dat zijn toekomstige
HET OUDERLIJK HUIS VAN A.VNA VAN HANNOVER. 97
schoonzoon niets was vóór het huwelijk: dat het huwelijk met zijn dochter hem pas tot iets maakte. quot;Geen regeerend vorst â bah, slechts een stadhouder van Friesland!quot;
Hij bewees hem dan ook volstrekt geen bijzondere beleefdheden. Integendeel ââ het kostte moeite, hem duidelijk te maken, hoe voegzaam het was, dat hij den prins, toen deze in Somerset House was aangekomen,-liet complimenteeren. Lord Plervey, Vice-Chamberlaiu des konings, werd eindelijk er heen gezonden. Als hij terugkwam, verzocht de koningin, moest hij dadelijk bij haar komen om haar eerlijk te zeggen, op het gezicht van welk leelijk dier zij zich moest voorbereiden. Lord Hervey kwam terug en rapporteerde vrij gunstig. De prins was niet half zoo leelijk, als hij zich verbeeld had. Men moest niet denken dat men een Adonis zou zien, want zijn lichaam was wezenlijk leelijk, maar zijn gelaat was ver van onaangenaam, zijn manier van spreken, zijn houding, zijn optreden in één woord was verstandig en innemend; hij scheen zelfs zijn eigen gestalte geheel te vergeten en liet talent te bezitten om het ook anderen te doen vergeten. Dit klonk nog al niet kwaad en scheen ten minste zeer geschikt, om een aanstaande bruid, die misschien opzag tegen een huwelijk met een echtgenoot, die haar als een baviaan was afgeteekend, een beetje moed te geven. Doch Anna bleek het niet te behoeven, want zij scheen er zicli volstrekt niet over te bekommeren. Toen Lord Hervey zijn vermoeden uitsprak, dat de prinses in angst zou zitten te wachten op bericht, vertelde hem de koningin, dat hij het geheel mis had; «zij zat in haar kamer muziek te maken, en zij was den geheelen namiddag zoo vroolijk geweest, als zij haar ooit gezien had. Wat mij betreft,quot; voegde Caroline er bij, //ik heb nooit het minste gezegd,
Joris sen. I4 7
98 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
om dit huwelijk haar af- of aan te raden, ook de koiiiug laat haar geheel vrij; maar toeu zij begreep, dat de koning liet een geschikt huwelijk vond en liet hem niet ongevallig was, zeide zij dadelijk, dat zij besloten was: al was het een aap, zij zou hem trouwen.quot; Lord Hervey kende het hof en de acteurs te goed om niet te weten, dat dit waar was. Ia de volgende dagen verscheen de prins van Oranje herhaaldelijk aan het hof, en had Anna de gelegenheid den man, wien zij weinige dagen later haar hand zou schenken, meer van nabij te zien en te leeren kennen.
Maandag, de 23stf: November, was de dag voor het huwelijk bepaald. Maar er kwam een kink iu den kabel.
Zondag reed de prins naar de kerk der Hollandsche gemeente, om, gelijk hij beloofd had, er de godsdienstoefening bij te wonen. Maar hij was nog geen half uur in de kerk, of hij kreeg een toeval. Hij werd in zijn rijtuig gedragen en naar Somerset House teruggevoerd, wat vrij lang duurde, daar de paarden, om den zieke, slechts stapvoets mochten gaan en de afstand groot was. Onmiddellijk werd alom bekend gemaakt, dat de voltrekking van het huwelijk was uitgesteld.
üe prins bleef lang ziek. Het gevaar, dat aanvankelijk bestond, week wel, maar de krachten kwamen niet terug. Hij bleef kwijnende. De koninklijke familie nam ter nauwernood notitie van hem. De koning achtte het beneden zijne waardigheid om zijn toekomstigen schoonzoon te bezoeken, 't geen natuurlijk ook de andere leden van het vorstelijk gezin belette het te doen. De prins deed alsof hij niets van deze lompe bejegening merkte of gevoelde, maar zijn gevolg stelde zich voor de terughouding van hun meester schadeloos, door zich luidruchtig genoeg, overal en altijd, er over te beklagen. Iu 't laatst van
HET OUDERLIJK HÃIS VAN ANSA VAN HANNOVEll. 99
December verliet hij Londen, om zich naar Batli te begeven, ten einde er tot herstel van gezondheid de baden te gebruiken. Het huwelijk werd uitgesteld tot na zijn terugkeer.
Januari en Februari van 1734 bracht hij aan de badplaats door. Eindelijk, in Maart, was hij hersteld en keerde liij over Oxford, waar hij honoris causa tot doctor in de rechten werd gepromoveerd, naar Londen terug. Thans stond aan het huwelijk geen verder beletsel in den weg, en werd het werkelijk voltrokken. In den avond van den 24,ten Maart werd het in de kleine ïransehe kapel, die tot het paleis van St. James behoorde, gesloten. Aan weelde en pracht ontbrak het niet. Evenmin aan toejuichingen van het volk en aan oranjelinten en strikken, die de paarden der rijtuigen bedekten, waarin de bruigom en zijn gevolg van Somerset House naar St. James waren gebracht. Voor de koningin, die door den jeugdigen Willem van haar afkeer van Oranje niet was bekeerd 46, was het een moeilijke dag. De koning hield zich gedurende de plechtigheid goed, maar zij en de zuster der bruid toonden zoo onverholen haar ware gevoelens, dat de optocht naar de kapel en liet tooneel aldaar meer geleek op de sombere processie, die een Iphigenia naar het altaar geleidde , waar zij moest geofferd worden, dan op den vroolijken stoet, die een bruid naar de huwelijkstafel vergezelt. De prins was prachtig uitgedost: een lange pruik verborg zijn hoogen rug voor de oogen der nieuwsgierigen. Hij was in het fluweel, rijkelijk met goud geborduurd; de diamanten knoopen werden per stuk op 300 p. sterling berekend! Hij gaf een rijk geschenk in juweelen aan zijne bruid, die pronkte in een japon van zilverlaken, met een sleep van zes el lang, die gedragen werd door de dochters van tien hertogen en graven.
100 HET OUDEULLTK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEll.
Te middernacht soupeerde de vorstelijke familie in liet publiek. Tegen twee uur in den morgen werd liet aan liet afgematte jonge paar vergund, zich in hun vertrekken terug te trekken. Eu toen had die, volgens onze zeden ergerlijke, maar in de ISquot;1quot; eeuw zeer gewone vertooning plaats, dat bruid eu bruidegom zich in behoorlijk nachttoilet op hun bed plaatsten en de hovelingen in statigeu stoet de revue lieten passeereu, om aan hunne Hoogheden de reverentie te maken. Men kan begrijpen hoe dit illustre gezelschap, dat juist de prikkels van een goed souper niet behoefde om dubbelzinnige aardigheden zich te veroorloven, ten koste van dit echtpaar zich heeft geamuseerd. Want ook de bruid was geen ideaal van vrouwelijke schoonheid. Zij had levendige oogen en een frissche kleur, maar zij had de pokken gehad, waarvan de sporen nog ruimschoots zichtbaar waren. Haar lichaamsbouw was verre van mooi, en zij had aanleg om dik te worden. Een bruid van vier en twintig jaar, die door deze eigenaardigheden zich onderscheidt, kan zeer wrel beminnelijk en lief zijn, maar schoon is zij niet te noemen.
Doch natuurlijk lette de moeder meer op de leelijkheid van haar schoonzoon, dan op het figuur van haar eigen kind. Caroline was getroffen, neen geschrikt door het voorkomen van Willem, toen hij in nachttoilet de kamer van zijn vrouw was binnengetreden. Zij was den volgenden dag nog niet van haar schrik bekomen. Met groote openhartigheid deelde zij haar gevoel aan haar vertrouwde, lord Hervey 47 mede: quot;Ah, mon Dieu! quand je voiois entrer ce monstre pour coucher avec ma fille, j'ai pensé m'eva-nouir; je chancelois auparavant, mais ce coup-la m'a assom-mee. Dites moi, my lord Hervey, aves vons bien remarqué et considéré ce monstre dans ce moment? Et n'aviez vous
HET OUDERLIJK HUIS VANquot; ANNA VAN HANDOVER. 101
pas bien pitie de la pauvre Aune? Bon Dieu! eest trop sotte en moi, mais j'eu pleure encore.quot; 48
Of //la pauvre Anuequot; nu zoo beklagenswaard was, moclit twijfelachtig heeten. Het Engelsclie volk ten minste meende het tegendeel. Het scheen, dat de geestdrift voor den Oranjevorst in Engeland steeds stijgende was, in plaats van dalende. De geringe achting, die het huis van Hannover, met uitzondering der koningin, genoot, verleidde in deze dagen tot vergelijkingen, die ondanks de leelijkheid van den //Dutch baboonquot; niet tot zijn nadeel waren. De citj van Londen, de hoogeschool van Oxford en andere ontevreden plaatsen en corporatiëu boden den koning, bij gelegenheid van dit huwelijk, adressen van gelnkwensching aan, en maakten van die gelegenheid gebruik om hem allerlei onbetamelijkheden te zeggen. De gewone inhoud kwam hierop neer; zij betuigden hun tevredenheid over het huwelijk, omdat zij zich herinnerden hoe veel het land aan een prins was verschuldigd, die den naam van Oranje droeg; verklaarden, dat zij niet dan met groote erkentelijkheid hem herdachten, en gaven, zooveel zij durfden, te verstaan, hoe zeer zij wenschten, dat deze man het voorbeeld van zijn beroemden voorganger zou volgen en op den eenen of anderen tijd zijn schoonvader â wegjagen, gelijk Willem III het den zijne had gedaan. Het adres vau de City van Londen werd op kreupelrijm aldus samengetrokken:
«Most gracious Sire, behold before you Your prostrate subjects that adore you â
The Mayor and Citizens of London,
By loss of trade and tax.es undone.
Who come with gratulation hearty,
Altho' they're of the Country Party,
To wish your Majesty much cheer
102 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANDOVER.
On Anna's marriage with Myn'heer.
Our hearts presage from this alliance The fairest hopes, the brightest triumphs.
For if one Revolution glorious Had made us wealthy and victorious,
Another, by just consequence.
Must double both our power and pence;
All therefore hope that young Nnssan,
Whom you have chosen your son-in-law.
Will show himself of Williams stock.
And prove a chip of the same block.quot;
Waar of wanneer de prins van Oranje zich vertoonde, barstten de toejuicliingen los. Terwijl de prins van Wales of de koning met koelheid in het pnbliek werden bejegend en geen juichende volksmenigte hunne koetsen vergezelde, schenen de Engelsche harten slechts van warmte en liefde te kloppen voor den «opvolger van Willem IIIquot;.
Hoe weinig ernstig gevaar er in dergelijke luidruchtige bijvalskreten ook was, het was niet te verwonderen, dat. George II zeer naar het vertrek van zijn schoonzoon verlangde. Den 22sten April scheepten de jonggehuwden zich te Greenwich in. Nooit was er melankolieker afscheid dan tusschen Anna en haar familie gezien. Haar vader gaf haar duizend kussen en een stortvloed van tranen. De prins van Wales nam geen afscheid, hij was bang haar te veel aan te doen. Niemand, die van dit voorwendsel dupe werd. De prins van Wales was boos op Anna en wilde niets van haar weten.
Toen windstilte Willem en Anna te Gravesend ophield, zond de koningin lord Hervey, om hen nog eens vaarwel te zeggen. Eeeds dadelijk na het huwelijk had Hervey opgemerkt, dat Anna haar echtgenoot zeer sterk het hof maakte, altijd het woord tot hem richtte en alles toe-
HET OUDEKLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVEU. 103
juichte, wat hij aan andereu zeide. Nu ontdekte hij, dat de vertrouwelijkheid der jonggehuwden niets te wenschen overliet. Anna had den prins volkomen op de hoogte van het hof en de relatiën der verschillende personen gebracht. Hij ondervond het op duidelijke maar minder aangename wijze, toen de prins spottende hem onderhield over zijn betrekking tot zekere hofdame, met wie hij nog nl zeer intiem was.
Misschien dat zijn gevoeligheid over die spotternij eenigen invloed heeft gehad op de teekening van het afscheid, en dat de snelheid, waarmede Anna vergeten werd, een weinig in zijn verhaal is verhaast door de ergernis, dat hij het voorwerp van hun snaaksche opmerkingen was geweest. Koningin Caroline kreet, zegt hij, drie dagen lang, maar na drie weken (behalve op postdagen) scheen Hare Koninklijke Hoogheid zoo goed vergeten, alsof zij drie jaar begraven was.
Doch Anna van Hannover verliet Engeland niet met het plan om zich te doen vergeten of om er niet terug te keeren. Integendeel, nog voordat zij van haar vaderland scheidde, bereidde zij haar wederkomst voor. Bij het laatste bezoek, dat lord Hervey haar bracht, verzocht zij hem, dat hij zijn invloed mocht aanwenden, opdat er geen vrede werd gesloten. Breidde de krijg, waartoe de Poolsche Successie aanleiding had gegeven, zich uit, dan werd de Republiek der Vereenigde Nederlanden er zeker ook in betrokken. De noodzakelijkheid van een militair opperhoofd zou zich dan doen gevoelen en tot de herstelling der stadhouderlijke waardigheid leiden. Maar in elk geval zou de prins, indien er thans geen vrede kwam, een toer naar de keizerlijke armee maken, en Anna kon dan een bezoek aan Engeland brengen.
104 HET OL'Di;RL1JK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
Over haar ontvangst in de Nederlanden was door de koninklijke regeering met het aristocratisch gonvernement der Republiek onderhandeld. Horace Walpole had niet veel gedaan gekregen: als hoogste beleefdheid verkozen de Staten Anna als Koninklijke Prinses of Hoogheid te behandelen en te begroeten, terwijl zij haar echtgenoot als hun mindere bejegenden. l)och niettemin ondervond ook Anna nadrukkelijk het groot verschil tusschen hare vroegere en tegenwoordige positie. In Leeuwarden was nog een soort van hofleven, dat eenige vergoeding schonk, maar het was er vervelend. In Den Haag, waar zij het liefst vertoefde, gingen de meeste eerbewijzen van de lagere standen uit: hier was men in het hart der aristocratische tegenpartij. De aanhangers van het Oranjehuis vormden wel een hofkring, maar de meerderheid en de macht was aan de zijde der tegenstanders. Met zorg moesten de stadhouderlijken waken, dat zij hunne vijanden niet de voorwendsels aan de hand gaven om maatregelen door te drijven, die hen verder dan te voren van liet doel hunner wenschen zouden verwijderen. Ook de Koninklijke Prinses, al zou zij zich de minachtende bejegening, die haar echtgenoot ondervond, niet aangetrokken hebben, kou zelve de gevolgen der ongelukkige, scheve positie van den stadhouder van Friesland in Den Haag niet ontgaan. Voor een zoo trotsche vrouw als zij was, moest menige pretensie dezer burgerlijke aristocratie 49, die de macht in handen had, ondraaglijk zijn. Hoeveel afwisseling de schilderkunst en de muziek â zij was een dwepende leerlinge van Handel â haar ook schonken, vergoeding konden zij haar niet geven.
Het was in waarheid een verlossing, toen Willem IV in Juli een reis naar het keizerlijke leger ondernam en haar daardoor de gelegenheid schonk, een tochtje naar Engeland
HET OUDEllLIJK HUIS VAN AXXA VAN HANNOVER. 105
te doen. Zoodra zij te Londen was aangekomen, verklaarde zij zwanger te zijn; zij had het in Holland niet gezegd, uit vrees, dat men haar dan niet had laten gaan.
Scheiden leert wijden. Het ouderlijk huis, dat Anna niet bijzonder had gewaardeerd, toen zij er in vertoefde, had zij in den vreemde, onder de teleurstellingen en krenkingen van haar hoogmoed, liever gekregen dan ooit te voren. Zoo lief, dat zij schrikte om het weer te verlaten. Zij bleef te Londen, de eene maand voor. de andere na. Die langdurige afwezigheid maakte de aanhangers van het Oranjehuis in Holland ontevreden. Horace Walpole, de Engelsehe ambassadeur in den Haag, wist het wel, maar zag er tegen op, haar de waarheid te zeggen. Hij kende haar; zij was te hoogmoedig en te heftig, om ze gemakkelijk te verdragen. '/Wat het meest in haar belang is, komt het minst met haar lusten overeen; en ik ben niet boosaardig genoeg, om iemand, als men mij om advies vraagt, te raden, tegen zijn belang te handelen50 schreef hij aan zijn broeder, tot verklaring van zijn stilzwijgen tegenover de prinses. Doch Anna drong bij hem aan, en het hooge woord moest er eindelijk uit. Hij schreef haar toen duidelijk, dat al degenen, die het goed met haar en haar echtgenoot meenden, zeer ontevreden waren over haar verblijf in Engeland, uit vrees dat zij daar bevallen zou. Hij gaf, als zijn bescheiden meening, daarbij te kennen, dat ook de Prins van Oranje het beter zou vinden, indien zij overkwam en zijn terugkeer afwachtte binnenslands, dan dat zij in Engeland toefde totdat hij haar ontbood. Aan het slot van zijn schrijven verzocht hij H. K. H., den brief niet aan de koningin te laten zien. Maar Anna dacht er geheel anders over. Het denkbeeld, om naar Holland terug te keeren, verschrikte haar zoo zeer, dat
106 HET OUDKKLIJK HUIS VAN ANNA VAN HAN.VOVEll.
zij den gelieelen morgen, nadat zij den brief gekregen had, bleef huilen en eindelijk met roode oogen en natte wangen naar haar moeder liep. Eoode oogen en betraande wangen staan een zwangere jonge vrouw niet wel, en kunnen het kind kwaad doen. Caroline had dan ook diep medelijden met de arme Anna, die zoo onbillijk behandeld werd, en liet er zich door tot een heftigheid verleiden, die zij anders wist te beheerschen. Zij schreef aan Horace Walpole een brief, waarin zij hem op half ernstigen, half schertsenden toon verzocht, zich te bepalen tot zijn politiek, zich niet te bemoeien met dingen, die hij niet begreep, en de regeling van haar dochters gedrag over te laten aan haar eigen wijsheid, daar zij veel beter, dan hij het haar kon zeggen, wist wat behoorlijk was. Zij vroeg hem, of hij dacht, dat haar dochter niets te doen had dan over zee voor haar pleizier heen en weer te trekken? De eenige reden, waarom hij dat mooie advies had gegeven, was zeker dat hij zich verveelde: hij had de prinses noodig om whist met haar te kunnen spelen! 51
Zulke dankbetuigingen waren niet uitlokkend voor nieuwe pogingen.
Anna bleef, en wel tot November. In de laatste weken van haar verblijf verliet Lady Suffolk het hof. Sedert ge-ruimen tijd was de vriendschappelijke betrekking tusschen haar en den koning veranderd. George bezocht haar niet meer. De doove vrouw verveelde hem, en zij, naar het schijnt, poogde politieken invloed uit te oefenen, dien hij, zoo naijverig op zijn autoriteit, aan haar wel het allerminst wilde toestaan. Langen tijd was er gekibbeld, totdat George, het kibbelen moede, aanving openlijk haar te verwaarloozen. Hij bezocht haar weinig meer en dan nog zeer kort. In de hoop, de oude genegenheid te doen
HET OUDEllLIJK HUIS VAN AXXA VAN HANNOVEll. 107
opvlammen door een tijdelijk gemis, begaf zij zich in den nazomer naar Bath, dock keerde in het laatst van October terug. De koning nam geen notitie van haar en bezocht haar niet in haar kamer, en als hij haar in de kleedkamer der koningin ontmoette, sprak hij met haar op geheel onverschillige wijze, als met iemand, tot wie hij in geen bijzondere betrekking stond. Lady Suffolk begreep, dat alles voorbij was, nam haar ontslag en verliet het hof.
De koningin was verheugd over haar zegepraal, maar bezorgd over een opvolgster. Het was bij deze gelegenheid, dat Anna de woorden sprak, die haar minachting van haarvader zoo duidelijk openbaarden. Zij was reeds op weg naar huis geweest, maar teruggekeerd.
In October toch had de prins van Oranje geschreven, dat hij op de terugreis was. Hij verlangde, dat ook zijn vrouw wederkwam, en zond zijn opperstalmeester Grovestins, om haar te geleiden. Nu was er geen voorwendsel voor langer verblijf. Ouder veel tranen nam de prinses afscheid, om over Harwich te vertrekken. Maar toen zij te Colchester brieven kreeg van den prins van Oranje, waaruit bleek dat hij niet zoo spoedig als hij gedacht had thuis zou zijn, ging zij den volgenden dag terug naar Kensington, waarheen inmiddels het hof was vertrokken. Het eerste bericht, dat George en Caroline van dit onverwacht besluit ontvingen, bracht zij zelve. Zij was bang geweest, dat zij niet al te best zou ontvangen worden, maar het viel haar mede. De koningin ontving haar met duizend kussen en tranen, de koning met open armen en een vroolijken glimlach. Doch hoe aardig die verrassing ook was, er moest aan de zaak een einde komen. In Holland maakte haar lange afwezigheid bij toeneming een zeer ongunstigen indruk, en de prins van Oranje had, meenende dat zij op reis was,
108 HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
zich gehaast, en zat haar te Hellevoetsluis te wachten. Hoe ongaarne ook, Anna moest de schittering en glans van het Engelsche hof vaarwel zeggen, om zich in haar minder schitterend leven, rijk aan kleine kwellingen, in de Republiek te voegen. Met loome schreden begaf zij zich in de eerste dagen van November opnieuw op reis. Te Harwich scheepte zij zich in. Maar nauwelijks in zee, werd zij zoo ziek, dat het niet uit te houden was. De kapitein van het jacht, dat haar zou overvoeren, was zoo goed niet of hij moest het schip in de haven van Harwich terugvoeren. Met getuigenissen van haar medicus, den verloskundige enz. beladen, vertrok ijlings een koerier naar Londen. De prinses, zoo verklaarden deze getuigen, naar men zeide door haar geïnspireerd, kou de zeereis niet uithouden: zij liep gevaar van een miskraam en stelde, als zij de reis voortzette, haar eigen leven en dat van haar kind in de waagschaal. Te Londen maakte dit misbaar niet den indruk, dien zij gehoopt had. Teder was overtuigd, dat het haar alleen te doen was om te blijven, en in Engeland zelf moeder te worden. Fluisterend werd gesproken van politieke berekeningen, met het oog cp latere gebeurtenissen.
George en Caroline begrepen, dat hun onnadenkend kind hoog spel speelde. Zij wachtten zich wel te beslissen, maar lieten de beslissing aan den prins van Oranje over. Deze, die maar al te goed inzag, welk een nadeel het aan zijne belangen zou toebrengen, indien zijn zoon of dochter in Engeland werd geboren, liet zich door al de verklaringen van het dienstbare personeel niet van den weg brengen. Hij schreef de prinses, dat zij over Galais moest gaan, indien de zeereis van Harwich te vermoeiend voor haar was. Aan de koningin verzocht hij, dat zij haar
HET OUDERLIJK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER. 109
docliter niet zou steunen in haar tegenstand, maar integendeel alles aanwenden om de prinses tot gehoorzaamheid te dwingen. Dit werkte. De koning, die zich altijd over hindernissen, hoe onvermijdelijk dikwijls ook, ergerde, en die bang was dat dit bezoek, dat hem reeds 20,000 p. st. had gekost, nog meer zou gerekt worden, begon zijn geduld te verliezen. Hij liet de koningin aan Anna schrijven: zij moest en zij zou in Holland, en niet in Engeland bevallen. Daar de prins van Oranje het wilde, moest zij nu maar over Galais gaan. Maar om alle onvoorziene beletselen en verrassingen te voorkomen en alle nieuwe aandoeningen van afscheid nemen te vermijden, verkoos hij niet, dat zij nogmaals te Londen zou komen. Zij moest den naasten weg binnendoor van Harwich naar Dover gaan, zonder Londen aan te doen. Waren deze bevelen Anna al zeer weinig naar deu smaak, een toeval maakte, dat haar vertrek uit Engeland een nog sterker trek van ongenade droeg. De landwegen van Harwich naar Dover waren in dezen tijd van 't jaar niet met eene koets te passeeren. George vergunde toen, dat zij Londen aandeed, maar alleen om over de London-Bridge naar Dover te rijden. Zij mocht niet stilhouden, niet te St. James komen, en geen lid van de familie mocht haar komen zien bij het doorrijden dei-stad. En zoo geschiedde liet. De trotsche koningsdochter van Engeland reed door de hoofdstad van haars vaders rijk, zonder dat hare bloedverwanten eenige notitie van haar namen, anders dan dat een hofdame kwam zien, of het bevel des konings stipt werd uitgevoerd. Over Galais keerde zij, gelijk bepaald was, naar haar echtgenoot en het land, dat haar nieuwe vaderland moest zijn, terug. 32 Wat zal er in dit hartstochtelijk trotsche hart zijn omgegaan !
110 HET OUDT.llLUK HUIS VAN ANNA VAN HANNOVER.
Sinds leefde Anna van liare bloedverwanten gescheiden. Het ouderlijke huis was liet hare niet meer. Koning George bracht in 1736 een half jaar in Hannover door, waar een nieuwe maitres, Madame Wallwoden, hem boeide. Toen hij in het begin van December naar Londen terugkeerde, was Anna weinige dagen te voren van een dood kind bevallen 53. De vaderlijke teederheid was niet groot genoeg, dat zij hem bewoog een uitstapje naar Den Haag te maken, om zijn zieke dochter te zien. Trouwens, hij had haar in het vorige jaar een paar uur te Apeldoorn gesproken: dat was voldoende.
Hare moeder Caroline zag zij nooit meer. De koningin van Engeland stierf in November 1737 aan de geheime kwaal, die zij jaren lang verborgen had gehouden. Zij had het verdriet gehad te zien, dat Lady Suffolk eene opvolgster vond in de Hannoversche dame. Madame Wallwoden. George II was in 1735 met haar intiem geraakt, en had de naïeveteit zoo ver gedreven, dat hij zijn vrouw, in brieven van twintig pagina's, van den voortgang dezer nieuwe verovering op de hoogte hield. //Gij zult van haar houden,quot; â ontzag zich de ijdele man niet aan zijn vrouw te schrijven â //want zij houdt van mij.quot;
Na lang gesukkeld te hebben, bezweek Caroline, tot het laatste oogenblik getrouw aan den onwaardigen George. Hare vier dochters en jongste zoon 54 omringden haar sterfbed; de oudste zoon, de prins van Wales, wachtte in zijn paleis de tijding van den laatsten snik af.
Anna was in Den Haag. Zij ontving berichten van haar moeders ongesteldheid en het klimmen der ziekte, maar geen enkele brief bevatte ook maar de geringste uitnoodiging om over te komen. Koning George was sedert haar vertrek uit het ouderlijk huis van haar ver-
HET OU DERLIJK HOIS VAN AXXA VAN HANNOVEll. 111
vreemd, eu liet zich over haar uit op een wijze, die meer autoriteit dan vaderlijke geuegeuheid verried. Over ieder, die hem moeielijkheden bezorgde of geld kostte, dacht hij niet gunstig. Anna had zoowei het eene als het andere gedaan. Uit zijn oog, was zij ook uit zijn hart geraakt. Toch vreesde men in Londen, dat Anna het wagen zou, de ziekte van haar moeder tot voorwendsel te bezigen om naar Engeland te komen. Horace Walpole, de Engelsche ambassadeur in Den Haag, kreeg last haar, zoo overreding niet baatte, met geweld te weerhouden: hoe dit laatste in zijn werk moest gaan, was zeker moeielijk te zeggen. Hij deelde den prins van Oranje de ontvangen bevelen mede. Deze bracht ze aan zijne gade over, die daarop den gezant, die de onschuldige tusschenpersoon was in deze zaak, haar drift en gebelgdheid op nadrukkelijke wijze deed kennen.
Met den dood der koningin deed zich de vraag op, wie nu voortaan den koning zou regeeren? Dat deze ijdele man niet op zijn eigen beenen kon staan, maar iemand naast zich hebben moest, wiens inzichten en denkbeelden hij zonder het te weten overnam en voor de zijne uitgaf, niemand, die het betwijfelde. Sommigen dachten aan prinses Amelia, maar Lord Walpole kende den koning beter. Hij zou zich niet door een dochter van 25 jaar laten leiden: daarvoor was hij te trotsch. In haar laatste dagen had de koningin Caroline hem den raad gegeven om te hertrouwen. Hij had met dankbaarheid en gevoeligheid dien raad ontvangen , en was er zoo door geroerd geweest, dat hij niet dan snikkende had kunnen antwoorden: quot;nou, j'aurai des maitressesquot;. En zulk een man wilde men door een dochter van 35 jaar laten regeeren! Walpole gaf hem den raad, Madame Wallwoden onmiddellijk uit Hannover te ontbieden. En zoo geschiedde het.
J12 HET OUDKULI.TK HÃIS VAN ANNA VAN HANN'OVER.
Maar de prinses van Oranje gaf den kamp zoo spoedig niet op. Zij begreep, evenzeer als Walpole en de gelieele koninklijke omgeving, dat George behoefte had aan eene raadsvrouw, gelijk de koningin was geweest. Waarom moest het eene vreemde, waarom kon zij het niet zijn? Onder voorwendsel van ongesteldheid, die het gebruik dei-baden te Bath noodig maakte, kwam zij naar Engeland over. In haar ongeduld was zij onhandig en onbescheiden genoeg, om de ware reden van hare reis uit te spreken. Het werd den koning overgebracht, die natuurlijk nu minder dan ooit van haar weten wilde. Hij dreef haar voort naar Bath, om de baden te gebruiken, en toen zij van daar wederkeerde, ijlings weer naar huis 55. Ik geloof niet, zegt Walpole, dat zij twee nachten in Londen heeft doorgebracht. Vader en dochter waren voorgoed gescheiden. Slechts enkele malen hebben zij elkander nog weer gezien. George heeft het Anna nooit vergeven.
Den 24islen Maart 1734, toen Anna van Hannover in de kleine kapel van St. James haar hand reikte aan den prins van Oranje, sloot zich de ouderlijke woning halverwege. Den Isten November 1737, toen koningin Caroline het moede hoofd nederlegde, vielen de deuren geheel dicht. Zij is er nooit meer als kind in geweest, liet was haar quot;thuisquot; niet meer.
Ill
MIRABEATL
J oris sen. I4
MIEABEAU.
Deze mau kau eene reeks van aanspraken op onze belangstelling doen gelden. Zijn persoonlijkheid behoort niet tot de alledaagsche; hij is een diergenen, die beurtelings afstooten en aantrekken, omdat zij de uitersten van zinnelijk en geestelijk leven vereenigd te aanschouwen geven. Zijn geschiedenis verplaatst ons te midden van den grooten strijd der beginselen, die aangevangen is in het laatst der achttiende eeuw en nog voortdurend de ontwikkeling der Europeesche maatschappij beheerscht.
Met de wereldgebeurtenis, die de Pransche revolutie heet, is de naam van Mirabeau onafscheidbaar verbonden. Zoolang over haar zal worden gesproken, zal hij worden genoemd.
De vraag, waarom, is gemakkelijk beantwoord. De eerste, de schoonste periode der omwenteling, is tevens de zijne. Wat zij in die jaren goeds tot stand heeft gebracht, is voor een groot deel zijn werk. Het was Mirabeau, die de absolute macht van het koningschap ten val bracht en het gezag van de wet boven haar plaatste. Zijn machtige stem verlamde het despotisme der oude staatsorde en hield tevens de ontwaakte driften der wraakzuchtige menigte in bedwang.
MIRABEAU.
Zoolang zijn leiding werd gevolgd, bleef de revolutie binnen eenige perken; toen hij stierf, sleepte liij de monarchie, gelijk hij zelf zeide, met zich in het graf. Het doodskleed van den volkstribuun was de lijkwade van het koningschap.
Zulk een plaats wordt slechts door enkelen in eene wereldgebeurtenis ingenomen. In den gewonen, rustigen loop van zaken, als de ontwikkeling van staat en maatschappij geleidelijk voortschrijdt, is het geen zeldzaamheid, personen, die boven de groote menigte slechts uitsteken door de plaats, die zij bekleeden, een groote rol te zien spelen. Maar andere krachten dan gewone worden ver-eischt in hem, die staande blijft als de stormwind eeuwenoude eiken ontwortelt, het jong geboomte ontbladert en niets spaart dan wat buigt. De revolutie heeft niets verschoond , wat bij haar uitbarsting het hoofd omhoog hield geheven. Zij heeft vrienden zoowel als vijanden vernietigd. Mirabeau alleen was haar meester, zelfs in zijne doodsure.
Hoe is hij het geworden? Vanwaar zijne kracht?
Dit is de eerste vraag, die beantwoord moet worden. Daarna wordt aangetoond, hoe hij zijn kracht heeft gebruikt, wat hij voor Frankrijk en de revolutie geweest is.
1
Er is volkomen overeenstemming tusscheu het revolutionair tooneel, waarop Mirabeau heeft geschitterd en het proces zijner wording. Voor omwentelingen geldt geen regel; er is geen vast schema van, ondanks de rijke practijk. Politiek persoon te worden langs den weg, dien Mirabeau heeft betreden, gelukt geen ander.
De revolutie was slechts mogelijk door een volkomen losrijten van alle banden, die elke bestaande orde in staat,
116
MI11ABEAÃ.
maatscliappij of gezin aaneenheeliten. Bij geen liarer aanhangers was de breuk vollediger dan bij Mirabeau.
Elke omkeering van zaken is de vrucht van goede eu kwade hartstochten. Geen bracht grooter kapitaal van beide mede, dan hij.
Mirabeau's ouderlijk huis was een jammerlijk huis. Liefde tusschen zijne ouders heeft hij niet of ter nauwer-nood gezien; toen hij dertien jaar was, verliet zijne moeder de echtelijke woning, sedert lang het tooneel van haar twisten met zijn vader. Een oude grootmoeder, later een oudere zuster, bestuurde sinds het gezin. Maar het war a vrouwelijke hoofd, dat den vader leidde en het gezin bestuurde, was een vreemde, die geen enkele aanspraak, dan een onwettige, kon doen gelden. In de armen van de schoone Madame de Pailli, die zijne huisgenoote werd, zocht en vond zijn vader jaren achtereen vergoeding voorde vijandschap van zijne vrouw, die hem met rechterlijke vervolgingen overlaadde, haar groot fortuin hem onttrok en hem ruïneerde.
Naar het getuigenis zijns zoons was die oude markies de Mirabeau een genie. Aanhanger van de economisten en Dr. Qnesnaj, was hij beroemd als I'ami des hommes, omdat hij onder dien titel een werk had uitgegeven, vol van economische theorieën, die het heil der menschheid zouden verzekeren. Doch zijn gezin deelde niet in dat geluk, want de excentrieke, grenzenloos trotsche edelman was een voorbeeldeloos despoot. Zijn geloof telde twee dogmen: eigen onfeilbaarheid en de onbeperktheid van zijn vaderlijk gezag. Met al zijn kinderen, op één na, heeft hij zijn geheele leven getwist; om hen tot erkenning van zijn gezag, tot onderwerping aan zijn wil te dwingen, sloot hij hen op in kloosters of in staatsgevangenissen.
117
MIRABI'AU.
Meer dan vijftig lettres de cachet heeft liij tegen vrouw en kinderen verkregen en gebruikt.
Doch geen hunner is meer liet voorwerp, meer het slachtoffer zijner tyrannie geweest, dan onze Gabriel Honoré, omdat geen hunner door de natuur met grooter weerstandsvermogen was bedeeld dan hij.
//Schrik niet,1' was het eerste woord, dat zijn vader bij de geboorte van dezen, zijn eersten zoon, hoorde. De toekomstige volkstribuun kwam in de wereld met een reusachtig groot hoofd, twee kiezen in den mond, een krom been en een tong, die losgesneden moest worden, zoo het kind ooit spreken zou. Als bij de geboorte, wekte Mira-beau's physieke organisatie zijn geheele leven door verbazing. Toen hij de dertig lang voorbij was, groeide hij nog. In zijn laatste ziekte was steeds de eerste vraag van den dokter, hoe het van daag met zijn haar was gesteld, of het zich rechtstandig oprichtte, dan wel plat neerlag.
Het grillig lot schonk nog een toevoegsel, dat geheel overtollig was. Toen de knaap drie jaar oud was, kreeg hij de kinderziekte. Zijne moeder bedekte zijn gelaat, schoon en vriendelijk als dat van al de Mirabeau's, met pappen en doeken, 't Gevolg was, dat zijn gezicht voortaan een monsterachtige vermenging van sproeten en putten vertoonde; hij was leelijk, schuw leelijk, zoo leelijk, zei zijn vader, als de zoon van den duivel. Wie hem voor 't eerst zag, schrikte in letterlijken zin onthutst terug.
Heeft deze leelijkheid van zijn voorkomen bijgedragen tot de harde behandeling zijns vaders? Heeft werkelijk de vader dit kind gehaat? Het is gezegd, maar het is niet zeer waarschijnlijk. Er waren andere redenen. De invloed van Madame de Pailli en het onmatig bewustzijn van zijn vaderlijke autoriteit geven voldoende verklaring.
118
MIRABEAU.
Deze leelijke Gabriel Honoré had een hoofdfout; hij was een raisonneur, naar de markies zeide. Hij had geen ontzag voor zijn vader, hij sprak hem tegen en was familiaar met hem. De knaap, die met ieder gemeenzaam was, wist niet hoe hij het hart van den man kwetste, die nooit zijn eigen vader zelfs aangeraakt had en op vijftigjarigen leeftijd de bevelen van zijne moeder blindelings gehoorzaamde. Gelijken eerbied als hij bewezen had, vergde hij van zijn zoon. Zijn vaderlijke autoriteit moest wet voor hem wezen.
Maar de natuur had dezen krachtigen en woelzieken knaap niet toegerust om was in de handen van een ander, zelfs van een vader, te zijn. Hij bood weerstand, voerde jongensstreken uit, redetwistte waar hij gehoorzamen moest. Zelfs voor de theorieën van den markies bad hij geen eerbied; hij gaf aalmoezen aan armen, wat zijn vader bevordering der armoede noemde. Verbaasd, diep geërgerd en gegriefd zag hij dit kind aan, dat geen begrip van vaderlijke autoriteit scheen te hebben. Heftig greep hij naar alle middelen, om dit onbuigzaam karakter te breken. Maar alles was vergeefse li en hij putte zich uit in ontelbare scheldwoorden en matelooze gestrengheid, zonder te slagen. Harde meesters koos hij uit, die hem wakker ter zijde stonden; maar deze, de een voor de ander na, eindigden met overwonnen te worden door den grooten aanleg en de gladde tong van den jongen. Een type van laagheid, ongehoorde platheid, noemde de markies zijn zoon, maar tevens was ook hij gedwongen, zijne zeldzame vlugheid en groote gaven te erkennen. De levenslustige, schoonpratende Gabriel Honoré wist met vriendelijke woorden en door zijn groote goedhartigheid ieder voor zich in te nemen, behalve den vader, die hem loopend zand noemde, waarin geen enkele indruk blijft.
119
M IRABUAU.
Woedend over zijn maclitelooslieid, besloot hij eeu anderen weg in te slaan, [n 1764, toen hij veertien jaar oud was, werd Gabriel te Parijs in eeu militaire school van den abbé Choquard opgesloten. Met de uiterste gestrengheid zou hij in dit verbeterhuis behandeld worden. Zijn eigen naam mocht hij niet meer dragen en geen correspondentie voeren. Geen enkele groote misstap â het moet worden gezegd â is tot dusver van den jongen Mirabeau bekend, die zulk een onteerenden maatregel, het verlies van zijn naam, rechtvaardigt.
Gedurende drie jaar bleef hij aan de zorgen van Choquard toevertrouwd. Het ging hier, als in de ouderlijke woning. Alle gestrengheid was zonder vrucht; de abt-directeur, verstandiger dan de vader, liet ze varen en beproefde wat zachtheid vermocht. Thans bleek, welke Delila dezen Simsou kon temmen. De jonge Mirabeau was een gewillig en ijverig leerling; in elk deel van het onderwijs muntte hij uit. Met nieuwe, zoowel als oude talen werd hij vertrouwd; in mathematische wetenschappen, gelijk in lichaamsoefening, was hij de eerste. Van de rijke en veelzijdige kennis, die in later jaren zooveel verwondering zou wekken, legde hij hier de grondslagen.
Toch was de vader niet tevreden, want de zoon bukte nog altijd niet voor zijn autoriteit; hij deed het ergste, wat hij in 's vaders oog doen kon: hij correspondeerde met zijn moeder. En deze deed, wat duizenden moeders doen en voor en na haar gedaan hebben en zullen doen, zij zond den ondeugenden jongen geld, dat de vader ham zorgvuldig onthield. Een nieuw redmiddel werd bedacht. Pierre Bussière â dit was de naam, dien Gabriel droeg â werd als volontair in een regiment gestoken, welks chef om zijne hardheid bekend was. Als oppasser werd hem
120
MIRABEAU.
een vertrouwde knecht toegevoegd, die als spion des vaders al zijne gangen moest bespieden en rapporteeren.
Wat te verwachten was, geschiedde. Mirabeau, phjsiek en intellectueel ontwikkeld boven zijn leeftijd, had niet geleerd zich zelf te beheerschen, doch in de harde school zijner jeugd wel, anderen met schoone woorden voor zich in te nemen.
Zijne hartstochten sleepten hem mede, in de schijnbaar vrijer positie waarin hij verkeerde. Liefdeshistories, duels, zware verliezen bij het spel, verzet tegen de harde krijgstucht en dergelijke zaken, in het leven van een achttien-iarig edelman in 1768 geen ongewone zaken, brachten den verbitterden vader tot de uiterste woede. Hij, die in zijn eigen huis met Madame de Pailli leefde, kon geen woorden genoeg vinden om de liederlijkheid van dit rnauoais sujet te teekenen. «Hij is een waardige telg van zijn moeder; wel twintig erfenissen en twaalf koninkrijken zou hij verkwisten, zoo hij ze had! De geest van mijn vader verwijt mij, dat ik ooit nog iets van dien ellendige gehoopt heb.quot; Ernstig denkt hij er aan, hem naar de Hollandsche kolonie Suriname te zenden. quot;Men is dan ten minste verzekerd, dat de rampzalige, geboren om het verdriet van zijne ouders en de schande van zijn geslacht te zijn, nooit meer boven water zal komen.quot;
Docli een andere uitweg opende zich voor de vaderlijke teederheid. Een ministeriëele lettre de cachet werd verkregen en de jonge Mirabeau op het Ue de Rhé in een staatsgevangenis opgesloten.
Een half jaar bleef hij er. Toen werd hij ingelijfd bij een expeditiecorps naar Corsica. De markies hoopte van hem af te zijn. //Als hij eens op eigen beencu staat, zullen er geen drie maanden verloopen, of hij wordt voor
121
Mill ABE AU.
zijn gelieele leven opgesloten.quot; Met dit blij vooruitzicht zag liij hem gaan.
Hoe weinig begreep die vader zijn kind! De onmatige levenskracht van Gabriel behoefde de gelegenheid om zich te openbaren, zich uit te storten. Hij vond ze in den ruwen krijg op Corsica. Acht uur per dag werkte de officier Mirabeau buiten zijn krijgsdienst; zijn rustelooze ijver, zijn rechtvaardigheid, zijn onvermoeidheid wonnen hem de liefde der soldaten en de gunst van zijne superieuren. Verbaasd luistert de vader naar al de schitterende rapporten; in 't geheim voelt zijn trots zich gestreeld. quot;Het is een kop, die wat beteekent,quot; â schrijft hij aan zijn broeder â //hij is misschien eenig in zijn soort. God weet, welk een wonder wij nog in hem zien.quot; Tot belooning laat hij hem overkomen en vergunt hem, het voorvaderlijk slot Mirabeau, in Provence, te bezoeken. Daar woont zijn broeder, de //bailliquot;, de vertrouwde zijns levens. Deze moet het quot;inauvais sujetquot; maar het eerst ontvangen en zien wat er van hem geworden is. De terugkeer tot de vaderlijke armen mag hem niet te gemakkelijk worden gemaakt.
Mirabeau komt en zijn oom is betooverd. De twintigjarige is onweerstaanbaar. De oude man, die een zeer werkzaam en zeer woelig leven achter zich heeft, wordt geheel door hem ingenomen. quot;Die jongen maakt mijn hart warm, er zit het beste timmerhout uit Europa in, om een admiraal, generaal, minister, kanselier, paus, alles wat ge wilt, van te maken,quot; schrijft hij vol opgewondenheid aan den vader.
Eindelijk geeft ook deze toe. De verzoening heeft plaats, en Pierre Bussière zal voortaan graaf de Mirabeau heeten. Zoo 't schijnt, heeft de vader gezegevierd en de zoon het
132
MIUABEAU.
harde hoofd gebogen. Hij zit de boeken van zijn vader te lezen en te bestudeeren, als ware het zijn liefste lectuur. quot;Die lectuur is te droog,1quot; waarschuwt angstvallig de oom. Maar de vader wil er niet van hooren. Zijn zoon moet zijne ideeën overnemen, zijn economische theorieën deelen, zijn physiokratische formules leeren.
Nietwaar, kinderen zijn immers aan de ouders toevertrouwd, opdat zij hen naar hun beeld vormen? Is dat niet het ware ideaal van alle opvoeding .... in de 18dc en misschien ook in de 19cle eeuw? Val den ouden edelman dan uiet hard, die het stuk leem in zijn hand zocht te kneden naar zijne gelijkenis.
Toch moest hij zich zelf bekennen, dat deze zoon van andere stof was dan hij. Hij liet hem naar Parijs gaan en het hof bezoeken. Nieuwe reden van verbazing! De twintigjarige, die de ergerlijke gave der gemeenzaamheid had, bewoog zich in de hoogste kringen met onbegrijpelijke gemakkelijkheid en stapte, als in zijn geheele leven, over alle vormen met onverstoorbare kalmte heen. Wie zich ergerde, werd ontwapend door zijn geestigheid, zijn vernuft en zijn veelzijdige kennis.
//Hij moet het hof kennen, maar er niet leven,quot; had de markies gezegd. Zijn zoon moest een maatschappelijk man worden. Te vergeefs smeekte Gabriel Honoré om in zeedienst te mogen overgaan: het gevaarvolle leven van den zeeman lokte zijn krachtige natuur aan. Maar de vader wilde er niet van hooren, hij moest landedelman worden als hij, econoom als hij, trouwen als hij, bovenal vader worden, als hij. Tot zekere hoogte gaf hij zich rekenschap van de behoeften des zoons, dien hij //een wild dier11 noemde. //Hij moet zeer sterke lichaamsbewegingen hebben, want wat is er anders met die onmatige overdaad van intellectu-
123
MI IIA BEAU.
eele en physieke kracht te doen? Eigenlijk zou alleen de keizerin van Rusland, Katharina II, een geschikte vrouw voor hem zijn.quot; Doch deze, jammer genoeg! bood zich niet aan, en daarom huwde de jonge Mirabeau in 1772 de achttienjarige dochter van den markies de Gastillane.
Het jonge paar vestigde zich op het slot Mirabeau, eenzaam en somber boven op een rots gelegen, ver van Aix in Provence, waar de jonge vrouw haar jeugd had doorgebracht. Daar moesten zij leven van een betrekkelijk klein jaargeld, door de wederzijdsche ouders hun toegelegd. Zuinigheid was beiden vreemd, en Mirabeau deed allerlei uitgaven om zijn jonge vrouw het gemis van de vermaken van vroeger te doen vergeten. Het gewone gevolg bleef niet achter: binnen korten tijd stak hij in schulden.
Onbeschrijfelijk was de woede des vaders. Hij had alles voor dit kind gedaan, maar het wilde zich niet verbeteren! Een tweede lettre de cachet werd gevraagd en verkregen. Het jonge gezin werd verbannen naar Manosque, een stadje van 5000 zielen, aan de grenzen gelegen. De verkwister werd bovendien onder curateele gesteld!
Vijf en twintig jaar oud, gehuwd, vader, werd Mirabeau als eeu onmondige binnen het rayon van een plaatsje van 5000 zielen gebonden en tot werkeloosheid gedoemd. Was 't wonder dat hij de zeeleu verscheurde?
Op zekeren dag deed hij een rijtoer ver buiten de gestelde grenzen. Daar ontmoette hij een edelman, die zijr. zijn zuster belasterd had. De karwats trilde in zijn hand, en kletterend deed hij ze bij herhaling neerdalen op het gelaat en het lichaam van den schaamtelooze, die het ongeluk had hem hier te ontmoeten.
Een rechterlijk onderzoek volgde. Mirabeau, die het
124
MIllABF.AÃ.
gewaagd had de greuzen te overschrijden, werd door een nieuwe lettre de cachet getroffen en als gevangene naar het kasteel If, op een rots bij Marseille, gevoerd.
Vrouw en kind bleven achter, hij heeft beiden nooit weergezien.
II
Wij zijn op een keerpunt in Mirabeaa's leven; staan wij even stil.
Gesproten uit een geslacht, dat er trotsch op is, sedert 500 jaar niets dan ongewone menschen te hebben voortgebracht, is Gabriel Honoré de Mirabeau intellectueel en physiek door de natuur met krachten toegerust, die verre de gewone maat te boven gaan. Hem is geen opvoeding ten deele gevallen, men heeft het karakter niet geleid, maar willen breken. Een ijzeren wil poogde hem te vernietigen, zonder in zijn hart of in zijn verstand een bondgenoot te zoeken. Geen enkele goede, zachte invloed heeft in de vormingsperiode van het karakter zijn hart vermurwd; zijn ouderlijk huis, met het ergerlijk tooneel der verjaagde moeder en der opgenomen maitresse, stempelde den vaderlijken wil tot ruwe willekeur. Niet zijn belang, maar feodale autoriteit schreef de bevelen hem voor. Als jongeling en als man werd hij gestraft en geketend wegens misstappen, die hij rondom zich ongestraft zag begaan. Welk een haat, welk een wrok moest er ontkiemen in het hart van den man, die zich zijn kracht met eiken dag meer bewust werd! Zoo het goede in hem, zijn teederheid, zijn innemendheid, zijn goedhartigheid, zijn onbaatzuchtigheid, zijn werkkracht niet verloren ging, het was omdat de natuur sterker is dan de menschenhand. Elke levenskring,
125
MIRABEAU.
alle werkzaamheid, die een uitweg voor zijn onmatige kraolit moest zijn, werd hein afgesloten. Hij werd verwijderd uit de maatschappij, waarin voor hem alleen geen plaats, geen taak scheen te ziju. -Tn zijn volgend leven zouden de goede eigenschappen telkens, ook te midden dei-diepste afdwalingen, zich openbaren, maar, ongeleid en ongeoefend, te zwak blijken om de geweldige drift zijner passiën te stremmen, te betoomen. Wat wonder, zoo de stroom, welken men het vloeien verbood, de hindernissen doorbrak en in morsige sloten verliep!
Na eenige maanden op [f te hebben vertoefd, werd Mirabeau overgebracht naar liet kasteel Joux, bij Pontarlier, in de Jura. Gebruik makende van de halve vrijheid, die hem gelaten werd, liet hij zich voorstellen in het eenige notabele huis der plaats. i)e oude markies de Monnier ontving hem met welwillendheid, zijne gade met nieuwsgierige belangstelling. Voor haar, de twintigjarige, geketend aan een oud man van zeventig jaar, was de komst van een vreemde een blijde gebeurtenis, een heerlijke afwisseling van het eeuwige whistspel met den grijzen echtgenoot. Madame de Monnier was een schoone, levendige brunette, met zachte, ietwat kwijnende oogen, die door vroolijke, naïeve uitvallen haar indruk verhoogde. Op Mirabeau oefende zij een ongemeene aantrekkelijkheid. De vurige hartstocht, waarmede hij jaren lang aan haar gehecht bleef en de idealiseerende wijze, waarop hij van haar spreekt, getuigen het. //Ik zou haar eene Juno geacht hebben, indien ik geen \enus iu haar gevonden hadquot;, verklaarde hij. Omgekeerd was de indruk niet minder beslissend. De geestige Mirabeau, met zijn groote, doordringende oogen vol vuur en teederheid, begreep zoo goed
126
MIRABEAÃ.
haar positie en wist ze zoo zeldzaam juist iu woorden te brengen, beter dan zij zelve het vermocht. De jonge man, die zijn eigen gevoelens met zoo innige hartstochtelijkhcid wist uit te drukken â wat weinig vrouwen euvel duiden â was in haar eentonig en vervelend leven, terwijl zij smachtte naar vertrouwelijkheid, een gevaarvolle verschijning. Het duurde kort, of zij had aan zijn vriendschap confidentiën gedaan, die zelden door een jonge vrouw aan een man van gelijken leeftijd zonder gevolgen worden vertrouwd. Mirabeau heeft steeds tegen de beschuldiging geprotesteerd, dat hij haar heeft verleid, en er nadrukkelijk op gewezen, dat hij haar liefde niet beeft aangenomen, dan nadat zijne vrouw had geweigerd tot hem te komen. Toen en later heeft hij steeds verklaard; '/zij beeft zich vrijwillig in mijne armen geworpen.quot; Niettemin heeft hij ze vrij ver opengezet toen hij de vrouw, die tot een zusterlijke betrekking zich bepalen wilde, overreedde, dat de rechten der liefde verder reiken.
Geheimhouding van dergelijke zaken is steeds moeilijk; hier, waar het een gevangene gold, was ze onmogelijk. De gevolgen bleven niet uit; Sophie Monnier werd naar haar familie, Mirabeau naar een andere gevangenis gezonden. Maar de vrienden, die hij overal maakte waar hij kwam â- ook mannen boden zelden weerstand aan zijn beminnelijkheid â en de algemeene afkeuring, die de vervolging zijns vaders trof, kwamen hem te hulp. Hij ontsnapte, met ieders medeweten, en Sophie Monnier voegde zich in Zwitserland bij hem. Te zamen kwamen zij in October 1776 te Amsterdam, waar zij zich in de Kalverstraat vestigden.
In het vrije Holland kwam hij vrijheid zoeken, rekenende hier veilig te zijn. Negen maanden bracht hij er door.
137
MIllABEAU.
worstelende met de fortuin, om te leveu. Den gelieelen dag vertaalde hij voor Hollandseke uitgevers; armoedig, docli gelukkig, naar hij later zeide, leefde hij met de vrouw, die hij liefhad. Voor de eerste maal in zijn leven was hij vrij; hier konden zijn vijanden hem niet treffen.
Zoo meende hij, doch verkeerdelijk. De handelsaristocratie der Republiek had geen belang bij hem en was ten volle bereid hem uit te leveren. In Mei 1777 werden de ontvluchten in hechtenis genomen en naar Frankrijk teruggevoerd; Sophie Monnier in een klooster, Mirabeau te Vincennes opgesloten.
Aan geen feit uit zijn leven heeft Mirabeau meer te danken dan aan deze ontvoering van de schoone markiezin de Monnier. Niet alleen, omdat zij de publieke dorst naar schandalen bevredigde, maar vooral omdat zij zijn naam algemeen bekend maakte en de oogen des volks op hem richtte. Geen eukele zijner handelingen tot dusver had zulke gevolgen als deze vuistslag, dien zijn overmoed zich vermeten had der publieke moraliteit toe te brengen.
Drie jaar bleef Mirabeau in de gevangenis en werd toen door den vader ontslagen, omdat de oude markies vreesde, zonder nakomelingschap te zullen sterven. Daarom wenschte hij de verzoening van zijn zoon met diens vrouw en stelde hem in vrijheid. Zulke consideratiën teekenen een individu, maar lichten ook de verhouding tussehen vader en zoon scherp toe.
Gabriel Honoré was ruim 31 jaar, toen hij Vincennes verliet. Hij was er gegroeid, lichamelijk en geestelijk Nooit heeft een gevangene gewerkt als hij. Drie uur sliep hij, één uur mocht hij wandelen, de rest van den dag was gewijd aan lezen en schrijven. Een uitgebreide correspondentie met Sophie Monnier, in 1792 gevonden en uit-
128
JIIllABKAU.
gegeven, bewijst wat er omging iu zijn gemoed. Het zijn vurige kreten van liefde, vol wilde drift en zinnelijke behoefte : er zijn bladzijden in, waarin de taal, als 't ware overwonnen door zijn passie, zich leent tot het afbeelden van tooneelen, waarvan Rousseau tot dusver alleen het geheim bezat. Maar de eischen van liefde en zinnelijkheid houden hem niet uitsluitend bezig. Lezen, vertalen , denken â tot alles had hij deu tijd. En hier in de gevangenis van Vineennes werd het hem duidelijker dan ooit, wat de reden was van zijn ongeluk. Hij beschuldigde zijn vader heftiger dan te voren. Wilt gij een enkele proeve uit een der vele pleidooien, die hij schreef? quot;Mijn vader is mijn beul; hij heeft mij eerst willen onderwerpen; toen hij hierin niet slaagde, gaf hij er de voorkeur aan mij te breken, liever dan mij naast zich te laten opgroeien, uit vrees dat ik omhoog zou stijgen, terwijl hij daalde. Tevergeefs heb ik hem gezegd: mijn roem is immers de uwe? Hij heeft mij te meer gehaat, toen hij zag dat ik hem doorgrondde. Hij is de eenige van alle vaders, die zich vernederd gevoelt door de talenten van zijn kind.quot; Wanneer eenmaal een zoon zulke gevoelens zich bewust is en ze uitspreekt, is er van geen band der natuur meer sprake.
Men heeft Mirabeau een komediant genoemd, en menigmaal is hij het geweest. Maar het goochelen met onderwerping en toegevendheid was het eenige wapen, dat hem overbleef tegenover een hardvochtigheid, die voor niets boog. quot;Mijne krachten bezwijken, ziekten verteren mij, mijn gezicht vermindert, zenuwpijnen verscheuren mij. Zedelijk en lichaamlijk bezwijk ik in deze gevangenis. Verstomping, wanhoop en zinneloosheid naderen mij. Ik kan zulk een leven niet uithouden. Vader, ik kan niet. Laat toe, dat ik de zon wederzie, dat ik ruimer adem haal, dat ik
Jorissen. I4 9
139
MI 11 ABU AU.
meiisclien spreek.....quot; Wat antwoordde de oude markies
op die aandoenlijke smeekbede? Hij lachte om die kunsten en liet zijn zoon niet los, dan toen zijn kleinkind was gestorven en hij hem behoefde om zijn geslacht voort te planten. Eu deze man verbeeldde zich, dat die zoon toen oprechtelijk de knieën voor hem boog en eindelijk zijn autoriteit erkende!
De droom duurde kort. De jaren gevangenschap droegen vrucht. Het grootste, wat den mensch bejegenen kan, is, dat hij in zijn eigen zaak de algemeene verdedigt. Dan krijgt zijn individueel leven historisch gewicht.
Dit was met Mirabeau het geval. Hij had leeren inzien, dat zijn persoonlijk lot een algemeen karakter droeg. Hij was slechts een der duizenden slachtoffers van de maatschappelijke orde, die aan bevoorrechte standen het recht en de macht schonk, om aan anderen hun wil op te leggen. Zijn vader was slechts één der representanten van het despotisme van den staat. Het privilegie was de kanker der maatschappij, omdat liet willekeur en verdrukking baart. Wat de mannen der verlichting aangaande meuschenreehten en individueele vrijheid sedert jaren hadden gepredikt, liet werd zijn eisch, als het resultaat zijner levenservaring. Zijn voorbeeld kou de rechtmatigheid toelichten, zijn stem zou voortaan hunne erkenning vorderen.
/ Dit oogpunt geeft de ware beteekenis aan der procedures, die hij onmiddellijk na zijn invrijheidstelling aanving, en doet den verbazenden indruk begrijpen, dien zij maakten. Dat Mirabeau herziening van het tegen hem als verleider geslagen vonnis eischte en hij zijn vrouw van haar familie terugvorderde, was een geheel persoonlijke zaak. Maar niet dat hij het recht der ouders om willekeurig over kindereu te beschikken aantastte, dat hij de maatschappelijke ordening
130
MIUABEAU.
brandmerkte, die geeu enkel recht van individuen eerbiedigde of waarborgde en de staatsmaclit tot bondgenoot en werktuig verlaagde van individueele willekeur en wraakneming. Dit stempelde den strijd voor de reclitbank in Provence tot een feit, voor de gelieele natie van gewicht. Daar trilde door Frankrijk een stem, die allen toeriep: «uw aller belang staat op liet spel, het is uwe twistzaak die hier gestreden wordt.quot;
Toch zou het belang van den strijd niet de koelheid des publieks hebben overwonnen, zoo niet tevens een andere kracht zich had doen gelden. Mirabeau ontwikkelde een welsprekendheid, die, door geen kunst gevormd, doch als de zuivere uiting der natuur èn hoorder en lezer zijner pleidooien overweldigde, quot;Een stormwindquot; had zijn vader hem eens genoemd: als een stormwind donderde zijn woord. Vreemdelingen en ingezetenen stroomden naar de pleitzaal om hem te hooren. Laat een getuide, die niet van partijdigheid verdacht kan worden, liet u verhalen. Zijn vader schrijft op schimpenden toon: quot;Stel u de zegepraal van den kunstenmaker eens voor. Op den dag van zijn kermis-voorstelling werden, niettegenstaande dat de wacht verdriedubbeld was, deuren, slagboomen, vensters en alles door de stomme menigte overweldigd. Er zaten tot op de daken om hem te zien, zoo zij hem al niet hooren konden. En het is zonde en jammer, dat niet allen hem hebben gehoord, want zoo verschrikkelijk heeft hij gesproken, zoo gehuild en gebruld, dat de manen van den leeuw wit waren van de vlokken schuim en dropen van het zweet.quot;
De schimpende teekening overdreef niet. De leeuw had zijn gebrul door Frankrijk doen hooren, en sinds bleven de oogen op hem gevestigd. De jonge edelman, die de
131
MIKABEAU.
gebreken van zijn stand in ruime mate bezat, stond als aanklager tegen de oude maatschappij op, die onder de forsclie slagen zijner onstuimige welsprekendheid trilde. In geleerde boeken en populaire geschriften hadden talloos velen den bestaanden toestand aangevallen, maar met die kracht, dien overmoed had nog geen slachtoffer de worsteling, lijf tegen lijf, aangevangen als hij. Van dit oogen-blik af behoorde Mirabeau tot de krachten, waarop werd gerekend, als de groote procedure tegen het privilegie en de staatsalmacht zou aanvangen.
JII
Was de verwachting te stout, te overdreven of was Mirabeau werkelijk een kracht?
Persoonlijke moed en de macht van het woord stonden hem ter beschikking als weinigen. Doch hoe onmisbaar ook, zij zijn onvoldoende; keunis der gebreken, inzicht in de hulpmiddelen, warmte van overtuiging, die doet volharden, worden in hem, die zich aan de publieke zaak wijdt, boven alles vereischt. Bezat hij die?
Het zou niet te verwonderen zijn geweest, indien Mirabeau in het leven, dat tot dusver het zijne was, moreel en intellectueel ware te gronde gegaan. Duizenden zijn in geringer strijd bezweken; slechts de minderheid blijft staande onder zulke ongunstige omstandigheden. Tot die minderheid behoort Mirabeau. De reden is deze: zijn behoefte aan in-tellectueele genietingen was steeds even groot als die aan zinnelijk genot.
Een zijner grootste grieven tegen de gevangenissen was de moeielijkheid om boeken, papier en inkt te bekomen. Toch verkreeg hij ze. Omtrent zijn lectuur te Vincennes
132
MIUABEAU.
zijn wij vrij goed door hem ingelicht: Ronssean, Montesquieu en tal van historische schrijvers van dien eu vroe-geren tijd worden in zijne brieven aangehaald. Ook vele oude en nieuwe klassieken : Homerus, Catullus, Ovidius, Tacitus, Tasso, Boccacio, Janus Secundus, enz. Hij las deze auteurs en excerpeerde ze. Doch wat hij niet aan-teekende bleef ook bewaard in zijn stalen geheugen. Strekte deze veelzijdige lectuur eensdeels om zijn geest bezigheid te verschaffen, voor een ander deel moest zij tot andere doeleinden dienen. Mirabeau verwerkte de stof, die hem geboden werd, en gebruikte de denkbeelden van anderen, om zijn gevoelen te steunen. Voor de groote menigte heeft de autoriteit van personen meer gewicht dan de waarheid der gedachte zelve. In de gevangenis te Vin-cennes schreef hij een werk over Lettres de cachet. De rijkdom van citaten is zoo groot, dat men zou vermoeden, dat hij een aanzienlijke bibliotheek tot zijne beschikking had gehad. Een der tijdgenooten ontzegde hem juist op dien grond het vaderschap. De waarheid is, dat zijn rijk geheugen en zijne vele adversaria hem die groote massa feiten en aanhalingen verschaften, die zoo zeer verbazen.
Doch de lectuur had nog een ander doel: Mirabeau vertaalde. Al de vreemde auteurs, die ik opnoemde, Tacitus, Ovidins enz. hebben hun contingent geleverd. Voor zoover die vertalingen in 't licht verschenen, behooren zij tot die uitgaven, die hem het verwijt op den hals haalden, dat hij broodschrijver was. In de gevangenis ontving hij van zijn zorgvnldigen vader 600 francs, om in zijne behoeften te voorzien. Mirabeau zocht met zijne pen het ontbrekende te verdienen. De vertalingen der klassieken zijn wel de meest onschuldige van de geesteskinderen, die daaraan het aanzijn danken. Eenige andere, van slecht allooi, waren
133
MIKABEAU.
bestelwerk, boekverkoopers-speculatiën op zijn geldgebrek en op den smaak van liet publiek voor dubbelzinnige literatuur. Alles liing af van de liandelaars, met wie hij in betrekking stond. Toen liij met mevrouw Monnier in «liet duurste land van Europaquot;, gelijk liij de Republiek noemde, moest leven, bewerkte hij voor Rey en Changuyon de vertaling van ernstige werken. Watson's geschiedenis van Philips II, de geschiedenis van Engeland van mevrouw Macaulay, en dergelijke, werden gedeeltelijk door hem uit het Engelsch in het Fransch overgebracht. In welke richting zijn eigen sympathieën gingen, blijkt uit de geschriften , na zijn verblijf te Vincennes uitgegeven.
Na de pleidooien in de Provence liet zijn vader hem los, overtuigd dat zijn teedere zorg den zoon niet redden kon. Voor de eerste maal in waarheid stond hij op eigen beenen, maar tevens was hij geheel tot eigen krachten verwezen. Middelen bezat hij niet, hij moest schrijven en uitgeven. Geen wonder, dat niet alleen pennevruchten, zijner onwaardig, maar ook ernstige arbeid hem tot verwijt werd gerekend en weerlegd, naar men meende, door op de veilheid van zijn pen te wijzen. In 1786 vatte hij het plan op, een groot literarisch tijdschrift uit te geven. Bij die gelegenheid beriep hij zich op het voorbeeld van Engeland, om het groot gewicht der periodieke literatuur aan te wijzen. //Er is in Engeland geen man, die wat betee-kent, geen enkel publiek man, die niet een tijdlang aan die periodieke literatuur heeft medegewerkt, aan die vliegende bladen, die onze onkunde gering schat, maar die in alle landen de grootste verandering bewerken, bestaande toestanden wijzigen, de heersehende denkbeelden omkeeren, de menschen vernieuwen. Ik vind er niets vernederends voor mij in, te doen wat de keur van Engeland altijd deed
134.
MI 11A BEAU.
en nog doet. Ik lieb sleclits achting voor verdienste, deugd, talenten, en niet voor de kunstmatige splitsingen der maatschappij. Sedert jaren gespeend van de illusiën, die de toevallige plaats mijner geboorte mij schenken kon, ben ik gewend niets dan mij zelf te zijn en zal ik trachten slechts door mij zelf elke plaats te verdienen.quot;
Er spreekt zelfgevoel uit die woorden. Zij zijn trouwens geschreven, toen hij als staatkundig publicist reeds op de hoogte van zijn roem stond.
De geschiedenis kent weinig publieke personen, die zoo eerlijk en openhartig als Mirabeau bij herhaling, zijne misstappen, zijne overtredingen der moraliteit hebben beleden. Doch steeds heeft hij het recht ontkend, om uit zijn privaat leven tot de onwaarheid zijner staatkundige beginselen en eischen te besluiten. Weinig auteurs zijn nevens hem aan te wijzen, die de zware verantwoordelijkheid van sommige geschriften, door broodsgebrek in liet leven geroepen, door geestesarbeid van hooger en ingrijpender beteekenis hebben vergoed. Uit behoefte was Mirabeau publicist geworden en bleef hij het, maar telkenmale, als het lot het hem vergunt, wijdt hij zijn pen aan de behartiging van groote publieke belangen, als ware het, om aan het algemeen te vergoeden, wat bij wellicht dezen of genen bijzonderen persoon euvel had gedaan. De opbrengst van zijn pen stelde hem in staat een leven te leiden, rijk aan uitspatting en zinnelijke drift. Maar telkenmale, als een bliksemstraal in den duisteren nacht, richt de veerkracht van zijn geestelijk leven hem weer op en doet hem woorden spreken in den vorm van geschriften, die de hoogste belangen van volk en maatschappij. raken. Geen driften der zinnelijkheid verstompen zijn fijnheid van gevoel, om de richting der ideeën, die strijd voeren, de beteekenis van
135
MIllABEAÃ.
scliijiibnar onversclüllige feiten, die voorvallen, te onderkennen. De geheimzinnige macht der veldwinnende gedachte, haar stille werking, hoe zij het bestaande ondermijnt en afbrokkelt, voordat zij liet neerwerpt â weinigen hebben haar fijner en zekerder gevoeld dan hij. En hoe ook in zinnelijk genot verzonken, men zou zeggen verloren, voor de waarneming van deze onzienlijke dingen sluimert zijn oog nooit, en geen Venus, hoe schoon ook of gewillig, maakt hem voor den strijd der ideeën onverschillig of koel. Mirabeau is een dier wonderbare naturen, waarin de engel en het dier â het compositum heet mensch, naar de oude kerkvader zegt â beide tot ontwikkeling zijn gekomen. Hij kan uren, dagen, weken, maanden in zinnelijk genot verloren zijn, maar onmiddellijk na den diepsten val heft hij zich in de volheid van zijn reuzenkracht op, om de hoogste belangen van individu en maatschappij uit te spreken en te doen gelden in bewoordingen, die, als de diamant in het glas, onuitwischbare letters in het volksbewustzijn schrijven.
Eene opsomming van de politieke geschriften van Mirabeau zou weinig aantrekkelijk, maar bovendien weinig doeltreffend zijn. Bij een auteur, die over de meest uiteenloopende onderwerpen heeft geschreven, die heden een verhandeling over de muziek en de douanen, morgen een leerrede over de onsterfelijkheid der ziel en een betoog over zoutmijnen leverde, is het niet wel mogelijk, een scherpe grenslijn tusschen politieken en niet politieken-arbeid te trekken. Bijkans elke arbeid toch staat in min of meer rechtstreeksch verband met den ideeënstrijd zijns tijds Aan namen, voorvallen, schijnbaar kleine omstandigheden somtijds, knoopt hij vast, om zijne denkbeelden onder de menigte te verbreiden , het publiek tot zijn geesteskind te maken. Zoo
136
MIRABEAU.
wordt een lofrede op den beroemden philosoof Mozes Mendelssohn een warm pleidooi voor godsdienstige verdraagzaamheid en de politieke vrijheid der Joden. Als het halssnoerproces der koningin den naam van Cagliostro op aller lippen brengt, ontmaskert hij, ja tal van kwakzalverijen , waardoor de wonderdoener het vertrouwen heeft gewonnen, maar tevens is zijn woord een vurige aanbeveling van de Engelsche jury, die beter waarborg voor ecu goede rechtspraak biedt dan de Fransche rechtsvormen. Mirabeau stelt Lavater's lichtgeloovigheid aan de kaak, maar het is om bestrijders aan te winnen van een Christendom, dat tot fanatisme en intolerantie opvoedt.
Rousseau en tallooze anderen waren jaren vóór Mirabeau als predikers vau politieke theorieën opgetreden en hadden de noodzakelijkheid betoogd van hervormingen der bestaande toestanden, die streden met hunne leerstellingen. Mirabeau kent die theorieën, maar de weg, dien hij gaat, is juist omgekeerd. Zijn polemiek legt de heerschende gebreken bloot, wijst de jammerlijke gevolgen voor staat en individu van hun voortbestaan aan en rechtvaardigt daardoor zijne eischeu. Met volle recht is toen en later hem tegengeworpen, dat zijne denkbeelden hem niet uitsluitend toe-behooren, dat zij sedert jaren door anderen gepredikt waren. Mirabeau is geen man van bespiegeling, hij leidt de theorie uit de practijk af. Hij legt den vinger op misbruiken, die ouder het bereik van ieder vallen en waarvan ieder het slachtoffer kan zijn. Dit verleent aan zijne woorden een kracht, die de bloote bespiegeling mist en onderwerpt ook de overtuiging van hen, die niet willen hooren van menschenrechten en dergelijke, maar even weiuig slachtoffers willen zijn van willekeur en wanbestuur.
Een zijner meest bekende geschriften bespreekt les lettres
137
MIRABUAU.
de cachet d les prisons cTétat. Hij schreef liet nog te Vinceunes, maar het verscheen later in liet licht. Het bevat een naakt en onverbloemd verhaal, hoe het in de staatsgevangenissen toegaat; in de teekening is geen enkele bijzonderheid, hoe klein ook, vergeten. Doch dit alles is slechts ondergeschikt, het hoofddoel is een ander. Tot dit rampzalig leven, erger dan de dood, wordt men, zegt hij, in Frankrijk door blinde willekeur gedoemd; de lettre de cachet ontsluit de gevangenis, en niet de wet. Dit is het, wat de schrijver zijne lezers telkens herinnert, ten einde hen te overtuigen van de noodzakelijkheid, om de absolute macht, die de plaats van een wet inneemt, te beperken. Die absolute macht is de koninklijke. De macht van den monarch behoort aan banden te worden gelegd, opdat het individu binnen de grenzen der wet vrij zij. Zonderling klinkt het ons iu de ooren, wanneer zelfs de Amsterdamsche dienders als getuigen wordeu opgeroepen voor de vrijheid, die in Holland heerscht. Maar geen Franse liman, van welken stand ook, die na de scherpe teekening der heer-schende willekeur, niet aan Mirabeau toegaf, dat het absolutisme moest gebreideld worden en belet zooveel kwaad te doen.
quot;Het absolutisme heeft overal tot revolutie gevoerd;quot; met die opmerking poogt Mirabeau de monarchale partij te winnen. Doch hij maakt zich geen de minste illusie; geen autoriteit doet vrijwillig en gewillig afstand van haar gezag. Waarschuwend en dreigend klinkt haar daarom het profetische woord in de ooren: ee/t, nationaal bederf wordt niet genezen dan door nationale rampen.
De jaren 1781â1787, waarin Mirabeau's werkzaamheid als staatkundig publicist valt, waren boven andere geschikt.
138
MlllABEAU.
om den indruk zijner woorden te versterken. De regeering van Lode wijk XVI, nog in liet bezit der oude, absolute macht, had den weg dev hervorming betreden, maar wankelde onzeker en weifelend heen en weer. Zij schonk beloften, voor wier vervulling zij terugdeinsde en deed concessiën, die zij, verschrikt voor de gevolgen, onmiddellijk terugnam. INTiets bracht zij tot stand, dan de overtuiging algemeen te doen worden, dat de monarchie machteloos was om zich zelve en de natie te redden. Niemand heeft meer dan Mirabeau tot het vestigen dier overtuiging bijgedragen. Hij was het, die het beroemde Compte rendu van JSTecker aanviel en den gevierden minister als de hoofdoorzaak der finantieele verwarring aanwees. Tn de eerste oogenblikken werd hij niet geloofd, maar na weinige jaren vond zijn woord ook bij de regeering ingang, die, ondanks haar onwil tegen den heftigen edelman, niet aarzelde, zoo noodig. zijne hulp in te roepen.
Tn 1787 was Parijs het tooneel van groote finantieele zwendelarijen. Er waren banken en handelscompagnieën ongericht, waarin alle standen der maatschappij en ook de regeering betrokken waren. De speculatiegeest deed er zich gelden en joeg de aandeelen, door onmatige dividenden, tot het twee- en driedubbele der waarde op. Het was een finantieele toestand die aan de dagen van Law herinnerde en Frankrijk met een gelijken schok bedreigde. De regeering zag het aan en wist geen middel om het gevaar te bezweren. Slechts één man was er, die in staat scheen, den zwendelgeest te binden. Tot Mirabeau wendde zich de minister Galonne.
Mirabeau nam de opdracht aan en volbracht ze. Een reeks van brochures over de Spaansche bank, de watercom-pagnie en dergelijke vlogen uit zijn vlugge pen. De uit-
139
MIKABUAÃ.
slag bewees, hoe groot het publiek vertrouwen en de kracht van ziju woord waren. TVa weinige weken waren de aandeden van 90(1 livres tot 400 teruggebracht.
Een stroom van beschuldigingen, die de plaats van weerlegging moesten innemen, werd door de geslagen speculanten a la hausse teffen Mirabeau ingebracht. Maar de
O O
onjuistheid zijner cijfers, berekeningen en betoogen werd niet bewezen. En geen zijner tegenstanders kon het bewijs leveren, dat een enkel oneerlijk motief hem tot den strijd had bewogen. Hij had alle geldaanbiedingen afgeslagen, aan geen enkele speculatie deelgenomen en alleen zich laten leiden door zijn liefde voor de publieke zaak. Zijne onbaatzuchtigheid dekte hem tegen de aanslagen zijner vijanden en verhoogde het vertrouwen op zijn inzicht en raad.
Een politiek program heeft Mirabeau niet geschreven. Maar de hervormingen, die hij wilde, waren geen geheim. Toen Frederik de Groote was gestorven, richtte hij tot diens opvolger een open brief, waarin hij hem wijst op de groote taak, die hem wacht: hervorming van het staatswezen door vrijverklaring des volks. Niet alles is ook toepasselijk op Frankrijk, maar verreweg het meeste. Afschaffing der prerogatieven van den adel, onafzetbaarheid der rechterlijke macht, onbeperkte vrijheid der drukpers, opvoeding des volks door staatsonderwijs, vrijheid van godsdienst, afschaffing der indirecte belastingen, vrijheid van handel en industrie door afschaffing van douanen en gilden, provinciaal zelfbeheer enz. â deze en dergelijke eischen golden voor Frankrijk evenzeer als elders. Hij had ze in zijn verschillende geschriften voorgestaan en gepopulariseerd als onmisbare vereischten voor de ontwikkeling des volks. En wat hij van den Pruisischeu koning vroeg, vroeg hij ook van den Franschen, want Mirabeau was een
140
MIRABEAU.
monarchaal man en geen republikein, üe edelman liad wel gebroken met de pretensiën van zijn stand, maar niet met zijn royalisme. De staatshervorming moest uitgaan van de monarchie. De wet, voor allen gelijk, moest de beschermster harer rechten en tegelijk de handhaafster van de vrijheden des volks zijn.
Toen Mirabeau dit laatste geschrift in het licht zond, was hij niet te Parijs, maar te Berlijn. Na 1781 vertoefde hij niet geregeld in zijn vaderland. Wij treffen hem nu eens in Engeland, dan in Pruisen aan. Te Londen werd hij door een vroegeren schoolmakker met een rij van staatslieden bekend, wier gesprekken en voorlichting voor zijne politieke ontwikkeling van groot gewicht waren. Zijne kennismaking met het constitutioneel systeem leerde hem over werking en vruchten beter oordeelen, dan de meesten zijner laudgenooten vermochten. Hij zag, dat de koninklijke autoriteit volkomen vereenigbaar was met de erkenning van burgerrechten en de eerbiediging van persoonlijke zelfstandigheid, die Frankrijk miste.
Merkwaardig was de politieke drijfveer, die hem naar Berlijn voerde. Daar leefde en heerschte nog altijd de grijze Erederik de Groote. Mirabeau wilde zien, hoe één man dat reuzengebouw van den Pruisischen staat had opgericht, ingericht en in stand hield. Door Erederik welwillend ontvangen, bleef zijn persoonlijk ontzag voor den krachtigen geest van den schepper onverzwakt, maar zijn oog werd er niet door beneveld, waar hij de staatsmachine en het volk gadesloeg. Beter dan een de-r tijdgeuooten zag Mirabeau het in en sprak hij het uit, dat Pruisen's kracht slechts besloten lag in één hand: als het groote hart van den grijzen held zou ophouden te kloppen, zou zijn werk
141
MI11AB15AÃ.
ineen zinken. Het zon den meester niet overleven. quot;Eu toch, welk een vermogen had een enkel menschenkind! Zoo frankrijk een man op den troon had, het ware behouden.
Door tusschenkomst van Talleyrand kwam hij, tijdeus zijn verblijf te Berlijn, met de Fransohe regeering in betrekking. Hij trad als geheim diplomatiek agent in haar dienst, om haar voor te lichten nopens de bestaande toestanden in den Pruisischen staat en de beteekenis, die de naderende troonsverandering te Berlijn voor Frankrijk iiebben kon. Uit verschillende geschriften van Mirabeau's hand over de Scheldekwestie, het stadhouderschap in de Nederlanden enz., en uit een geheime memorie over Geuève wist het gouvernement van Lodewijk XVI, dat Mirabeau gloeide voor de handhaving en uitbreiding van Frankrijk's macht in den vreemde. De koning zelf gaf een merkwaardig getuigenis, hoe zeer de politieke ernst van den in alle andere zaken zoo wuften publicist werd erkend en gewaardeerd, toen hij de verklaring aflegde: quot;de graaf de Mirabeau kau het gouvernement alleen dienen met behoud der volle onafhankelijkheid, die hij steeds betoond heeft.quot;
üie overtuiging van voor- en tegenstanders was zijn loon voor jaren van ouvermoeide werkzaamheid en volharding. Maar het was niet zijn verdienste alleen. Want in dit tijdperk zijns levens stond hem een vrouw ter zijde, aan wier zegenrijken invloed hij een groot deel zijner volharding dankte.
Henriette de Nehra was eeue dochter van Willem van Haren, den Nederlandsehen gezant te Brussel. Zij leefde van een klein pensioen in een klooster te Parijs. Daar leerde zij, in 1784, negentien jaar oud, Mirabeau kennen. Wij weten uit haar eigen mond, hoe zeer zij bij de eerste ontmoeting voor hem schrikte. Maar als ieder vergat zij
143
AIIKABEAU.
zijne leelijklieid, zoodra hij sprak. quot;De uitdrukking van zijn gelaat was vol geest en leven; zijn mond charmant, zijn glimlach vol bevalligheid. Hij sprak uit, wat ik gevoelde, wat ik dacht, wat ik zou gezegd hebben, als ik zoo had kunnen spreken; hij ried, wat ik niet wist uit te spreken. Ik had medelijden met hem. Plij was van allen, ouders en vrienden, verlaten. Ik verbeeldde mij, dat ik geschikt was om de heftigheid van zijnen hartstocht te temmen door hem gelukkig te maken. Hij bad en smeekte mij, dat ik hem voor zich zelf zou redden. Ik offerde een kalm en rustig bestaan op, om de gevaren van zijn stormachtig leven te deelen. [k zwoer, dat ik voortaan slechts leven zou voor hem, hem overal volgen, hem ter zijde staan in voor- en tegenspoed. Ik laat aan de vrienden van Mirabeau over te beoordeelen, of ik mijn eed gehouden heb.quot;
Uit medelijden, om hem te redden, verbond Madame de Nehra zich aan hem. Zij is niet de eerste vrouw, die voor zulk een drijfveer bezweek, zij zal niet de laatste zijn. Wie waagt het, het edel beginsel te vonnissen, ook waar het op een dwaalspoor leidt?
Hier is voor geen strengen rechter plaats, want Madame de jSTehra heeft allen ontwapend, die haar leerden kennen. Dumont, een van Mirabeau's secretarissen, getuigt: '/Zij had zicli aan hem verbonden uit een grootheid van liefde, die over alle consideratiën der maatschappij heenstapt. Jong, schoon, vol bevalligheid en kieschheid, vereenigde zij alles wat noodig is om de deugd te sieren en den misstap der liefde te verschoonen. Nooit heeft iemand, die haar kende, het Mirabeau vergeven, dat hij deze edele en beminnelijke vrouw heeft opgeofferd aan een verachtelijke Mega era,quot;
Vier jaar lang stond de vriendelijke verschijning hem
143
MIRABEAU.
ter zijde. Zij scliiep een wereld vau reinheid, van orde om hem heen, wier bestaan Mirabeau noch als knaap noch als man had genoten. Met Hollandsche tronw vervulde zij al de plichten der gade, regelde zijn huishonden, bestuurde zijn linantiën, hield de eer van zijn huis en zijn naam op, deelde in zijn streven, werkte met en voor hem en poogde, door den wellust van een vreedzaam huiselijk leven, hem van uitspattingen te weerhouden. //Ik kan verzekerenquot; â schreef de merkwaardige vrouw later â quot;dat zijn hart goed was; dat hij meer dan iemand de deugd op prijs stelde en wat groot en schoon was met geestdrift liefhad.quot; Mirabeau was vol dankbare gehechtheid en erkende haar zedelijke meerderheid. //Ik heb eene lotgenoote, eene beminnelijke, zachte, goede gezellin. Gij zult haar engelengelaat, haar verteederende goedheid, den toovercirkel, dien zij om zich schept, zien. Ik zweer u in alle oprechtheid, dat ik haar niet waard ben, dat haar ziel door kieschheid en goedheid van liooger orde is dan de mijne,quot; zoo schreef hij.
Henriette de Nehra was met hem naar Londen gegaan, was zijne trouwe gezellin in Pruisen en keerde met hem naar Frankrijk weder. In al zijn zorgen stond zij hem onvermoeid bij en offerde met vrouwelijke zelfverloochening zich op, om zijn levenspad te effenen en hem zijn roeping te helpen vervullen. Meer dan eenig ander sterveling, meer dan vader en moeder had zij gedaan, om hem voor zich zelf en voor Frankrijk te bewaren. En toch verscheurde de staatkundig zoo krachtige, maar door zijne zinnelijkheid zoo zwakke man, met lichtzinnige hand den baud, die hem aan haar hechtte. Toen hij in 1787 te Parijs was teruggekomen, kou hij geen weerstand bieden aan de verleiding zijner omgeving. Eene vrouw, in elk
144
JEIUABEAU.
opzicht zijn mindere, wist liein te betooveren cn wantrouwen tegen haar te wekken. Henriette de Nelira eisckte, dat liij om harentwil de onwaardige betrekking zou verbreken. Mirabeau weende en zwoer duizend eeden, die hij alle verbrak. In Augustus 1788 verliet zij zijne woning en den volgenden dag Frankrijk voor altoos.
//Ik heb er langen tijd spijt over gehadquot; -â schreef zij na Mirabeau's dood â //thans gevoel ik gewetenswroeging. Ik zal mij steeds verwijten tier te zijn geweest, waar ik zacht moest zijn. Ik had altijd een groot vermogen op zijn hart, ik had zijn achting en zijn volle vertrouwen. Ik had geduld moeten hebben; ik zou alles door geduld en toegevendheid verkregen hebben. Indien ik bij hein gebleven ware, zou hij naar mijne voorstellingen geluisterd hebben; hij zou zorg gedragen hebben voor zijne gezondheid, hij zon zich niet zoo overgegeven hebben aan zijne uitspattingen, die, met zijn overmatig werken, zijne gezondheid vernield hebben. Misschien zon hij nog leven, nog de roem zijns volks en de steun der vrijheid zijn. En ik, de deelgenoote van zijn ougelukken en gevaren, zou niet den zwaren last van liet bitterst zelfverwijt tot mijn sterveusure moeten dragen!11
De man, die zulk een liefde wist te winnen, moge groot zijn geweest â de vrouw, die ze schonk, was nog grooter dan hij.
IV
In een der eerste Meidagen van 1789 was Versailles, waar de fransche koningen sedert een eeuw resideerden, het tooneel van een indrukwekkend schouwspel. Een stoet van 1200 mannen richtte, te midden der van alle kanten toegestroomde menigte, zich naar de kerk St. Louis. Daar Jcrissen. I4 10
145
MIRABEAU.
zou met liet inroepen van 's hemels zegen de zitting der Ãtats Généraux worden geopend.
Naar liet uiterlijke vertegenwoordigden deze mannen meer het verleden dan het heden. Zij waren gekleed als de laatste Staten-Generaal, die in 1614 bijeen waren geweest. In den stand der geestelijken, die de eerste was, wezen kardinalen en bisschoppen met hunne violette en roode mantels den weg aan een groot getal pastoors, in hunne koorhemden uitgedost. Schitterend was de kleedij van den adel: weelderig met goud geborduurde mantels, prachtige kanten kragen, hoeden met den wuivenden vederbos a la Henri IV, rijk versierde degens herinnerden aan de dagen, toen de adel van Frankrijk de eer des lands op de slagvelden handhaafde. Wat staken de arme representanten van den derden stand bij hen af! De eentonigheid dei-eenvoudige zwarte gewaden werd ternauwernood afgebroken door den wit baptisten kraag, die hun hals dekte.
Zorgvuldig iiad de omgeving des konings uit de archieven des rijks deze verschillende kleeding opgezocht en zorgvuldig aan de Ãtats Généraux van 1789 de kostumen van 1614 voorgeschreven. Met zulke voorzorgen meende zij het kwaad te bezweren, dat de samenkomst van 's lauds vertegenwoordigers haar wellicht baren kon.
In 173 jaar waren zij niet opgeroepen, en ook nu niet dan onwillig. De monarchie had al die jaren geregeerd met adel en geestelijkheid. Ln deze bevoorrechte standen had zij gewillige dienaren en werktuigen, ook slachtoffers van hare absolute luimen gevonden. Met haar steun had zij eerst Frankrijk1 s overwicht over Europa verworven , toen de eer en de welvaart des lands door wanbestuur en verkwisting verspeeld.
De dag des kwaads was eindelijk gekomen; Frankrijk
MI11ABEAU.
waggelde aau den rand vau een staatsbankroet. Tevergeefs had de monarchie redding gezocht bij de deelgenooten aan den voorspoed; noch adel noch geestelijkheid hadden hun schatten en voorrechten willen offeren. Onmachtig om den staat te redden, kon zij ten slotte geen weerstand bieden aan den nationalen eiscli. Zij riep de vertegenwoordigers des volks op, om van hen hulp te vragen.
Wat die oproeping beteekeude, zagen slechts weinigen in. In het wezen der zaak was het een abdicatie der absolute macht, een bekentenis van onmacht, door de monarchie afgelegd. Zij die twee eeuwen, alleen, onbestreden de teugels der regeering had gevoerd, riep de hulp der natie in, om de noodlottige gevolgen van haar wanbestuur weg te nemen. Hoe liet geschieden zou ? Daarom koesterde zij wel vreeze, maar wist geen raad te geven. quot;Wij hebben de medewerking noodig van onze getrouwe onderdanen, om de finantieele inoeielijkheden te overwinnen en een blijvende orde vast te stellen in alle deelen des bestuurs.quot; Zoo had de koning in zijn brieven van oproeping gesproken.
De natie had geantwoord en in hare lastbrieven hare denkbeelden, hare eischen uitgesproken. Gelijkheid van allen voor de wet, afschaffing van alle privilegiën in elk opzicht was de inhoud. Adel en geestelijkheid wisten dat zij bedreigd werden door den lastbrief van den derden stand. Doch zou deze bij machte zijn, de hervorming tot stand te brengen?
Eén man was in zijn midden, die zich èn van de bezwaren en van het einddoel volkomen rekenschap had gegeven. //Mijn tijd is gekomen,quot; had Mirabeau gezegd.
Schoon graaf, behoorde hij tot de representanten van den derden stand: de adel van Provence had hem uitge-
It 7
MIUABEAU.
stooten. Hij had lieu opgewekt om vrijwillig van de oude privilegiën afstand te doen; als een verrader liadden zij hein uit hun midden geworpen. De vervolging had zijn kracht slechts versterkt, zijn inzicht in de heftigheid der botsing, die naderde, verscherpt. quot;In alle lauden, in alle eeuwenquot; â riep hij hun openlijk toe â //hebben de aristocraten de vrienden des volks steeds vervolgd, en zoo er in hun midden één opstond, doodden zij hem', om schrik in te boezemen door de grootheid van hun slacht-ofl'er. Zoo viel de laatste der Gracchen door de hand der aristocraten; maar stervende nam hij het stof van de aarde en wierp het ten hemel, om de wraakgodinnen ter hulpe op te roepen. Uit dit stof is Marius geboren. Marius, minder groot omdat hij de Cimbreu heeft verslagen, dan omdat hij in Eome de aristocratie van den adel heeft neergeworpen. Wat mij betreft, ik zal altijd de man dei-publieke vrijheid eu der constitutie zijn. Wee de bevooi-rechte standen, zoo ik daartoe de man des volks eu de tegenstander van hen moet wezen; want de privilegiën zijn eindig maar het volk is eeuwig.quot;
Met dezen afscheidsbrief aan het privilegie in de hand trad Mirabeau ouder de leden van den tiers état de vergadering der Sta ten-Generaal binnen en nam hij zijne plaats tegenover adel en geestelijkheid in.
V
//Nooit heeft een vergadering meer kennis, meer talenquot;; en meer vaderlandsliefde vereenigdquot; â was het oordeel van een tijdgenoot. En toch hebben deze Etats Géuéraux den weg gebaand voor de heerschappij der demagogie, die Frankrijk zooveel bloed en tranen heeft gekost.
148
JU KAB KALI.
Aan wie de sclmld? Het antwoord mag geen ander zijn dan dit: aan hen, die de raadslieden der kroon waren, hare wettige en onwettige gidsen. Zij hebben alles verzuimd , oin de overleggingen der vertegenwoordiging te leiden en te richten, zij hebben niets nagelaten, wat haar wantrouwen en haat kon wekken.
Uit twaalfhonderd leden bestond de vergadering; adel en geestelijkheid telden ieder 300, de derde stand alleen fiOO personen.
Deze dubbele vertegenwoordiging van den tiers état was eene erkenning van den grooten invloed, dien de werklieden met het hoofd en de hand in de maatschappij oefenden , van de getalsmeerderheid, die de tiers état, boven adel en geestelijkheid, bezat. Was liet niet billijk, dat dit groote overwicht, ook waar het de beslissing van landsbelangen gold, zich gelden deed?
Oudtijds was dit niet het geval geweest. In vroeger tijden brachten adel, geestelijkheid en tiers état elk ééne stem uit, zoodat de bevoorrechte standen eiken eisch van den derden konden afwijzen. Wat beteekende nu de dubbele vertegenwoordiging, indien die oude wijze van stemming behouden bleef? Het lag voor de hand, het sprak als vanzelf, dat de stemming bij stand moest vervangen worden door die der personen.
Maar de regeering dacht er anders over. Zij schrikte terug om de oude bondgenooten, adel en geestelijkheid, geheel prijs te geven en geloofde niet aan de kracht van den tiers état. Toen de Etats Généraux bijeeu kwamen, was de kwestie onbeslist.
Nooit heeft een politiek verzuim ernstiger gevolgeu gehad dan dit. De mannen van den derden stand waren meeren-deels elkander vreemd, onbekend met liet hof en de hoofd-
149
MIllABKAU.
stad en de krachten, die iu beide werkten. Vol goede gezindheid jegens de monarchie â zelfs Robespierre was nog geen republikein â â waren zij bijeengekomen. Zoo het hof en de ministers zich met lien in betrekking hadden gesteld, bijkans iedere concessie hadden zij verkregen. Slechts deze eene niet: overstemd te worden door de bevoorrechte standen.
Toch weifelden zij, onzeker van den weg, dien zij moesten gaan. Het was deze weifeling, die Mirabeau zijn eersten, grooten invloed schonk en hem dezen blijvend voor de toekomst verzekerde. Zijn woord, zijn kloek beraad wees hun den weg.
Bij zijn eerste optreden op de tribune werd hij met luid gemor ontvangen, zijne slechte reputatie wekte onwil. Maar hij onderdrukte het verzet door de kracht zijner longen, zijne krachtige eu donderende stem verschafte hem gehoor. Wie luisterde was gewonnen, eerst door den vorm, straks door de gedachte.
Adel en geestelijkheid zonderden zich af in hunne eigene kamers, vingen aan zich te constitueeren en de geloofsbrieven hunner leden te onderzoeken. Xiet alzoo de derde stand; hij bleef werkeloos, op Mirabeau1 s raad. Gemeenschappelijk, zeide deze, moest het onderzoek, gemeenschappelijk de beraadslaging geschieden. De drie standen vertegenwoordigden de natie, niet hare deeleu.
Adel en geestelijkheid weigerden de vereeniging, de derde stand ontkende de rechtmatigheid der afzonderlijke handeling. Dag aan dag ging voorbij, zonder uitkomst te baren. De regeering kwam tusschenbeide, bevreesd voor beide worstelaars. Maar elke dag verhoogde de kracht van den tiers état. De hoofdstad, geheel Frankrijk trok partij. Het blij vertrouwen dat de Etats Généraux had begroet.
150
MIRABEAU.
week voor wantrouwen in de oude machten. Speelden zij met de natie? Was liet misleiding geweest, toen de mo-narcliie de hulp des volks, niet der standen inriep?
Twaalf dagen had de worsteling geduurd, toen Mirabeau het voorstel deed, een plechtige deputatie tot de geestelijkheid te zenden, om haar, in naam van den God des vredes, te bezweren, dat zij zich scharen zou aan de zijde van recht en waarheid. Een rilling ging door de priesterschap, toen de eisch, in naam van den God des vredes, tot haar werd gebracht.
Toch mislukte ook deze poging. De spanning te Parijs, waar volksmenners de broodelooze menigte in gisting brachten, nam toe. 40,000 Pnrijzenaars dreigden naar Versailles te komen, om den strijd te beslissen. Het ruw geweld dreigde uit te maken, wat de zwakheid der regeering onbeslist had gelaten.
Den 17cn Juli tastte de tiers état door. Hij verklaarde zich te constitueeren als Nationale Vergadering en geen andere vertegenwoordigers der natie te erkennen, dan hen, die, wettig gekozen, zich met haar vereenigden.
Als een donderslag klonk de stoute daad de regeering en de bevoorrechte standen in het oor. Zouden zij toegeven ?
De noodlottige invloed, die den zwakken Lodewijk XVI als een riet heen en weder deed wankelen, zegevierde.
Den 23e,1 Juni werd een koninklijke zitting gehouden. Omgeven van de onwillige edelen en geestelijken trad de, koning de vergaderzaal van den derden stand binnen en verklaarde uit de volheid zijner macht het beslotene nietig. Iedere stand zou afzonderlijk vergaderen, en slechts somwijlen met de anderen te zamen komen. //Ik gelast u' â zoo eindigde hij â //onmiddellijk uiteen te gaan en
151
MIRABEAU.
morgen u te begeven, ieder in uwe kamer, om uwe zittingen te liervatten.quot;
In doodsche stilte was liij aangehoord, in doodsclie stilte liet men liem vertrekken. De meerderheid van adel en geestelijkheid volgde, de tiers état met de landpastoors en de enkele edelen, die hare inzichten deelden, bleven onbeweeglijk zitten.
Zoo was het dan waarheid, dat er niets was gewonnen! Weer, als voor 115 jaar, zouden de eisehen van 35 millioen door de vertegenwoordigers van 200,000 worden afgewezen.
Wat zou de tiers état doen ? Zoo hij gehoorzaamde, was alles verloren. Zoo hij weigerde, revolutie. liet lot van frankrijk lag in zijn hand.
Was het wonder, dat hij aarzelde en schrikte voor den strijd met de monarchie? Doch gisteren hadden alleu den eed gedaan in de kaatsbaan, dat zij niet zouden scheiden voordat zij aan Frankrijk een constitutie hadden gegeven.
Te midden van het algemeen stilzwijgen, het angstig pleidooi van vrees en plichtbesef, verhief zich Mirabeau. '/Het is van onsquot; â riep hij zijne medeleden toe â //dat 25 millioen burgers hun geluk verwachten. Laat ons den eed getrouw blijven en niet uiteengaan, voordat wij eene constitutie hebben gemaakt.quot; Een goedkeurend gemompel verving zijn woord. Mirabeau wilde voortgaan, maar een andere stem werd vernomen. De. opperceremoniemeester des konings was achtergebleven, om op het vertrek der aanwezigen toe te zien. Ongeduldig over de vertraging, riep hij hen toe: //Gii hebt, mijne heeren, de bevelen van Z. M. gehoord . . .quot;
Mirabeau vergunde hem niet, meer te zeggen. //Ja,quot; â viel hij hem in de rede â //wij hebben gehoord wat men
152
MI11ABEAU
'L. M. heeft ingeblazen, maar gij, die zijn orgaan niet kunt zijn bij de Staten-Generaal, gij, die hier geen plaats hebt, noch recht tot spreken, gij zijt onbevoegd om liet ons te herinneren. Ga, en zeg uw meester, dat wij dooide macht des volks hier zijn, en dat men ons niet verdrijven zal dan door de macht der bajonnetten.quot;
De verstomde ceremoniemeester verliet, eerbiedig achterwaarts wijkende, de zaal.
Toen hij Lodewijk bericht had gedaan, zweeg de zwakke monarch eenige oogenblikken en zeide daarna kalm: «Welnu, als de heeren niet willen heengaan, dan moeten zij maar blijven.quot;
~De koninklijke zitting van 23 Juui schonk aan den derden stand de zege over adel eu geestelijkheid en tevens over het koningschap. Op Lodewijk's last vereenigden zich de bevoorrechte standen met den tiers état. Een juichkreet verving de strijdleus; de nationale eenheid had gezegevierd. quot;De revolutie is geëindigdquot;, juichten vol geestdrift de overwinnaars.
Zij wisten niet, dat zij slechts aan den aanvang stonden.
Slechts onwillig had de adel aan het koninklijk bevel gehoorzaamd. In schijn buigende, zette hij in waarheid den strijd voort. In de vergadering belemmerde hij de werkzaamheden; aan het hof poogde hij Lodewijk tot het bezigen van geweld te verleiden.
Sedert twee maanden heerschte in Parijs toenemende verwarring. Het stadsbestuur genoot liet vertrouwen der bevolking niet en wist de stijgende agitatie niet te bedwingen. Gebrek aan levensmiddelen bedreigde de bevolking met hongersnood; de maatregelen, door Decker verordend, werkten weinig ter verbetering uit. Het was Maria Antoinette,
153
.MI 11 ABE AU
liet was de hofpartij, die Parijs door den houger wilde straften. Sedert maanden stroomden uit alle deelen des rijks een aantal leege handen en hoofden naar de hoofdstad, gereed om vau de verwarring gebruik te maken en zich ten koste der vermogenden te verrijken. Politieke volksleiders hielden de leegloopende menigte â want alle verdienste had opgehouden â dagelijks iu het Palais Royal en elders voor, hoe de schuld van den jammerlijken toestand bij het hof en zijne aanhangers lag. Deze dreigende houding der hoofdstad had de eisehen van den tiers état gesteund, maar hield niet op, toen daaraan was toegegeven. Integendeel, de gisting duurde voort en vond dagelijks nieuw voedsel in het heerschende wantrouwen en gebrek.
Met een enkelen slag, zoo werd den koning voorgehouden , kon hij dezen jammerlijken staat van zaken doen eindigen. Militair machtsbetoon was voldoende, om de hoofdstad te onderwerpen en de Etats Généraux uiteen te jagen. Vau verzet zou geen sprake zijn.
Ue verblinde koning geloofde, wat zijne â hovelingen, wat Maria Antoinette hem zeiden. Troepen werden saamgetrokken en alle toegangen tot Parijs en Versailles bezet.
Dagen lang zag de vertegenwoordiging zwijgend de militaire toebereidselen aan. Doch toen de uitbarsting nabij scheen, verhief zij zich. Het was Mirabeau, die den 8en Juli voorstelde, een adres aan den koning te richten tot wegzending der troepen. IMiet de militaire macht, maar eerlijke samenwerking met de vergadering zou de rust in Parijs herstellen. De geringste botsing met het volk kou de ernstigste gevolgen hebben. quot;Hebben zij'quot; â vroeg de redenaar profetisch â- quot;die deze maatregelen bewerkten, de mogelijke gevolgen voor den troon berekend?
JURA BEAU.
Hebben zij in de geschiedenis nagegaan., lioe revolutiën ontstaan, lioe zij eindigen? Hebben zij bedacht, door welke noodlottige combinatie van oorzaken en gevolgen de kalmste geesten worden verleid, om alle grenzen van gematigdheid te overschrijden? Hoe een volk tot uitersten wordt gebracht, waarvan de eerste gedachte hen sidderen deed?quot;
Doch de waarschuwing baatte niet. Lode wijk volgde de leidslieden, die hem ten ondergang voerden. Het ministerie werd ontslagen en Parijs nauwer en ernstiger bedreigd. Gelijktijdig met de hoofdstad zou de vertegenwoordiging vallen.
Parijs redde zich zelve en de vergadering te Versailles. Den PIAquot; Juli werd de Bastille bestormd, ingenomen en met den grond gelijk gemaakt.
In den vroegen morgen van den volgenden dag lag de koning te slapen. De hertog de Liancourt wekte hem en deelde hem mede, hoe de hoofdstad, in tegenwoordigheid als 't ware van zijn leger, de Bastille, het monument van de absolute vorstelijke macht, had vernield. quot;Maar is het dan een opstand?quot; stamelde de verbaasde vorst. â quot;Xeen, Sire, het is een revolutie.quot;
Het was de waarheid. Het volk nam de macht in handen, die het koningschap slechts voor zich en de begunstigde standen, niet voor de natie had gebruikt. Een oogenblik, een vluchtig oogenblik peilde de ongelukkige monarch den afgrond, aan welks rand de monarchie waggelde. Tegen haar begon de haat zich te keeren, die sedert eeuwen tegen adel en geestelijkheid was opgegaard.
Toen de Assemblee Nationale onder den indruk der gebeurtenis bijeen kwam, ontving zij het bericht, dat de koning in haar midden zou komen. Met geestdrift werd
lóó
MIIIABEAU.
het aangehoord. Maar Mirabeau onderdrukte ze: //In diepe stilte,quot; â zoo luidde zijn woord â //worde de monarch ontvangen. In oogenblikken van droefheid is het stilzwijgen des volks het onderricht der vorsten.quot;
Lodcwijk XVI verscheen; geen toejuiching werd vernomen.
Hij zeide veiligheid aan de vergadering en verwijdering der troepen toe. Hij vroeg de medewerking der Staten, om de orde in de hoofdstad te herstellen.
Opnieuw had het koningschap gebukt, maar ditmaal voor de bevolking van Parijs. Tegen de vertegenwoordiging had het samengespannen; van haar moest het redding vragen uit de gevaren, die dreigden. De profetie van Mirabeau ging aanvankelijk in vervulling. De slooping der Bastille was de eerste hand, aan de koninklijke macht geslagen. Zij, wier eigenbaat de monarchie in gevaar bracht, waren machteloos om te helpen. Zij lieten den bedrogen vorst aan zich zei ven, aan zijn noodlot over.
Over de puinhoopen der Bastille ving de emigratie aan het land te ontvlieden. De ratten verlieten het zinkende schip â het schip van staat.
VI
Eenisfe maanden vóór de samenkomst der Etats Généraux
O
had Mirabeau de gedragslijn, die hij volgen zou, in deze woorden omschreven: /'Oorlog aan de privilegiën en de geprivilegiëerden, ziedaar mijn leus. Privilegiën kunnen nuttig zijn tegen de koningen, maar zij zijn verderfelijk tegen de volken. Nooit zal bij ons een waarachtig publiek leven ontwaken, zoolang zij bestaan. Ik zal in de Vergadering zeer monarchaal zijn, omdat ik levendig besef, hoe noodig het is, het despotisme der ministeriëele macht
156
MIUABEAU.
en der aristocratie te brekeu en de autoriteit des konings te versterken.quot; Lu Augustus 1789 kon niemand ontkeimen, dat hij aan het eerste deel van zijn programma trouw was geweest. In die eerste, beslissende maanden was niemand krachtiger dan hij voor het goed recht der natie opgetreden; hij had zich een meester in de kunst betoond, mannen vau de meest uiteenloopende richting en ontwikkeling te electri-seeren en mede te sleepen. De verworven invloed bleef, ook toen het werk der constitutie aanving. Als zijn donderende stem door de vergaderzaal rolde, liet hij niemand koel of onverschillig. Hij sprak gelijktijdig tot het verstand en den hartstocht: koel betoog, zeldzame zeggingskracht , bijtende ironie, goedhartige spot, met een vuurgloed van overtuiging die woord en stem deed trillen en vonken om zich heen wierp, vereenigden zich in hem als in geen ander dier 1200 mannen, aan wie Fraukrijk's toekomst was toevertrouwd. Wanneer meu Mirabeau's oratorische werken, in 1819 in twee deeleu verschenen, leest en bekend is met de omstandigheden, waaronder iedere rede is gehouden, de samenstelling en hoofdpersonen der Nationale Vergadering, wanneer men in één woord de localiteit van ieder betoog kent, dan voelt men de volle superioriteit van dezen redenaar, die u nog meesleept, nog doet ontgloeien.
Men is zoo gewoon geworden, in Mirabeau uitsluitend den volkstribuun, den heftigen strijder voor volksrechten te zien, dat het kalme, het ernstige betoog zijner redevoeringen een verrassendeu indruk maakt. Telken male, als groote beginselen van constitutioneel staatsrecht bespro-keu worden, zien wij hem het vraagstuk ontleden en vau alle kanten toelichten, met een helderheid en kalme zekerheid , die meer dan iets anders zijn meesterschap over de
157
MIllABEAlJ.
158
onderwerpen bewijst. Onwillekeurig dwaalden, als belangrijke kwesties aan de orde kwamen, de oogen naar zijn plaats en richtten ziek op liem, als om zijn advies te vragen. Daar stond hij op en besteeg het spreekgestoelte. In den aanvang was zijn woord log, onbeholpen, zou men zeggen: hij kon het juiste woord niet vinden. Maar langzamerhand kwam er leven en bezieling, de gestalte verhief zich, het groote Simsonshoofd werd achterover geworpen, de gebiedende geste steunde het vorstelijk woord en een stroom van korte, gespierde zinnen boeide de aandacht. Meegesleept door zijn onderwerp, den aanval, dien hij leidde. of het beginsel, dat hij te verdedigen had, bleef Mirabeau steeds onbewogen door het gejoel om hem heen, onverschillig of het goed- of afkeuring uitsprak; de hartstocht, die hem zelf bezielde, openbaarde zich slechts in de spierkracht der uitdrukking en het logische van zijn betoog. Bij hem deed zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat naarmate het vuur zijner rede zich verhief, de betoogtrant strenger logisch werd. Wee hem, die hem in de rede viel, die het waagde den leeuw te tergen! Verpletterend kort, snijdend was zijn repliek, die zelden lust tot antwoorden overliet. Improvisator geboren, sprak hij geheel voor de vuist, slechts met behulp van aanteekeningen, die zijne secretarissen voor hem maakten, de feiten en cijfers, die hij behoefde, op de tribune zich herinnerende. quot;Gij, die hem gehoord hebt,'quot; â sprak Cerutti, die niet tot zijne vrienden behoorde, bij zijn graf â //weet, dat er geen enkele belangrijke discussie is geweest, waarin hij geen deel, en wel het leeuwendeel, heeft genomen. Hoe menigmaal sleepte hij allen mede door de wijsheid zijner adviezen ! Alle onderwerpen schenen dit rijk genie gemeenzaam ! Finantiën, justitie, marine, militaire zaken, niets
MIllABEAU
was hem onbekend: over alles verspreidde liij zijn licht, bij alles wees liij ons den weg.quot;
Doch niet alleen zijn welsprekendheid en zijn uitgebreide kennis, bovenal zijn diep staatkundig inzicht verschafte hem zijn overwicht. quot;Mirabeau wist alles, Mirabeau voorzag alles,quot; zei later Madame de Stael. Hij beoordeelde het stekje, omdat hij den boom voorzag, die er uit groeien zou. Hij bestreed of bepleitte staatkundige beginselen om de maatschappelijke toestanden, die zij in quot;t leven zouden roepen. Het principm obsta! was het geheim van zijne parlementaire houding; de beginselen moeten onderdrukt worden, zoo men hunne heerschappij wilde beletten. Mirabeau was niet oppervlakkig of onkundig genoeg, om te meeneu, dat de ideeën der oude maatschappelijke orde waren ondergegaan , als de oude vormen waren afgeschaft. Het gevaar was te grooter, als zij voortleefden iu een nieuw kleed. Het privilegie is eeuwig, gelijk het menschelijk egoïsme; de strijd ertegen behoort het ook te zijn.
Over adel eu geestelijkheid, de twee bevoorrechte standen van het ancien régime, was zijn oordeel niet eensluidend.
Toen de Nationale Vergadering besliste, dat de goederen der kerk nationale goederen waren, behoorde hij tot de warmste voorstanders. quot;Er bestaat geen wet, die een onveranderlijke corporatie in den staat erkent; geen wet, die de natie verbiedt te onderzoeken, of het voegzaam is, dat de dienareu der kerk een zelfstandige politieke vereeuiging vormen, met recht van eigendom. De godsdienst is onveranderlijk en eeuwig; moet het gezelschap van zijne dienaren het ook zijn?quot;
Een politieke vereeuiging zag hij iu de kerk, en daarom bestreed hij haar. Toen sommigen voorstelden, den katholieken godsdienst tot staatsgodsdienst te verklaren, verzette
159
MIKABEAÃ.
liij er zicli warm tegeu: //Er is groot verscliil tusschen de uitspraak; wij zijn en blijven katholiekenzeide hij, //en de verklaring: de katholieke godsdienst is de heer-schende in den staat. Het eerste is een geloofsbelijdenis, het laatste een staatsrechtelijke beslissing. Een staatsgodsdienst is een heerschappij aan de eene, een slavernij aan de andere zijde. Kunnen er burgers zijn, vrij in het civiele, slaven in het godsdienstige? Gaat de historie na. Van deze tribune zie ik liet koninklijk paleis, waarin onruststokers, die met de heilige belangen van den godsdienst wereldsche verbonden, een koning van Frankrijk de noodlottige buks in de hand duwden, die het sein gaf tot den Bartliolomeusnacht.quot;
Gunstiger, in zekeren zin, oordeelde hij over den adel, of juister, over de maatschappelijke onderscheiding, die aan het bestaan van den adel ten grondslag ligt. Hij was trotsch op zijne afkomst en zijn ouden naam. Het decreet van 19 Juui 1790, dat alle titels, ook van goederen, afschafte, kwetste hem persoonlijk. Toen hij in de zittingsverslagen voor quot;t eerst als Monsieur de Kiquetti, niet meer als graaf de Mirabean was vermeld,quot; riep hij vol zelfbewustzijn van de tribune uit: //Gij hebt Europa zes weken in de war gebracht: het kent Mijnheer de Riquetti niet, het kent Mirabeau.quot;
He adellijke titels hingen, zijns inziens, met de volksherinnering aan vroegere toestanden ten nauwste samen. Zonder onderscheiding kon de maatschappij niet bestaan. Het was tevergeefs, ze te willen uitroeien. Maar rechten weigerde hij aan den stand der adellijken toe te staan. Niemand bestreed feller de tienden, de jachtrechten en andere adellijke voorrechten dan hij. //Volkomen gelijkheid en vrijheid voor allen, alleen beperkt door het geweten en
160
MI11ABEAU.
de Avetquot;, was het ideaal der individueele vrijheid, die in de nieuwe maatschappij beerschen moest Medewerking tot haar vestiging kon hij van den tegenwoordigen adel niet verwachten. En daarom bestreed Mirabeau het stelsel van een dubbele kamer. Een Huis der Lords, als in Engeland, was voorloopig in Frankrijk onmogelijk en zou door zijn verzet tegen de revolutie de anarchie slechts bestendigen. En juist de anarchie was de vijand, die dreigde Frankrijk te verslinden.
Want de volkstribuun, die zoo krachtig voor de rechten der natie was opgetreden en voortdurend waakte, dacht er niet aan, den nieuwen staatsbouw op volksdriften te doen rusten. Hij was en bleef steeds monarchaal. Niet eenmaal, maar herhaaldelijk, ja voortdurend, niet bij de ontwikkeling der revolutie, maar bij haar aanvang hooren wij Mirabeau de verklaring aüeggen; '/Het koningschap is het eenige anker van ons behoud, ik zal de monarchie niet doen wankelen, ik wil een vrije, maar monarchale constitutie.quot;
Niettemin heeft de constitutie, die de Nationale Vergadering tot stand bracht, weinig aan dezen eisch beantwoord; zij legde de koninklijke macht zoo zeer aan banden, dat zij haar belette iets goeds te doen en slechts de verantwoordelijkheid van het verkeerde op haar scheen te werpen. De koning had noch liet recht tot ontbinding, noch dat van initiatief bij de vertegenwoordiging en slechts een suspensief veto ten aanzien der wetten.
Doch Mirabeau was er onschuldig aan. De Nationale Vergadering luisterde wel steeds naar zijn woord, maar deed niet altijd naar zijn raad. Hartstocht, meer dan overleg of staatkundig inzicht, besliste langzamerhand over vele stemmingen. Het wantrouwen in de regeering en de
Jorisscv. I4 li
161
MIRABEAU.
stijgende invloed der Jacobijnen werden te groot, dan dat Mirabeau ze steeds overwinnen kon. Waar liij waarschuwde tegen de bevoorreclite standen en de herleving van het privilegie, werd hij willig geloofd en gevolgd; waar hij aandrong op versterking van het koninklijk gezag, niet altijd, v. Zoo ontstond een ernstig en langdurig debat over de vraag, of de koning bevoegd was, besluiten of wetten, door de vertegenwoordiging aangenomen, te vernietigen? Had de koning liet recht van afkeuring of slechts dat van schorsing. De ^Nationale Vergadering, de clubs, de revolutionaire bevolking van Parijs geraakten door dit vraagstuk in de hevigste spanning. quot;Het geldt onze vrijheidquot; â schreeuwden de volksmenners â '/wij keeren uit de vrijheid tot de oude slavernij terug.quot;
Mirabeau liet zicli door geen straatgejoel, geen onlusten noch bedreiging van den weg brengen. Nadrukkelijk verklaarde hij zich voor het absoluut recht des konings om de besluiten te vernietigen. Schorsing der uitvoering baat niet, zij is onvoldoende, zeide hij; zij voorkomt het kwaad niet en maakt het koninklijk gezag slechts gehaat. quot;Ik acht,quot; riep hij de vergadering toe, quot;het veto des konings zoo noodzakelijk, dat ik liever zou leven in Constantinopel dan in Frankrijk, zoo hij het niet bezit. Ik schroom niet het uit te spreken: ik ken niets verschrikkelijkers dan de souvereiniteit van 600 personen, die morgen zich onafzet-baar kunnen verklaren en overmorgen hunne posten erfelijk, om te eindigen, gelijk de aristocraten van alle eeuwen, met alle macht zich toe te eigenen en niemands rechten te eerbiedigen.quot;
Het was in September 1789. Mirabeau's populariteit was zoo groot, dat de teleurgestelde volksleiders te Parijs er niet voor durfden uitkomen, dat de geliefde volkstribuun
MIKABEAU.
zicli tegen hen verklaard had. Zij strooiden het gerucht uit, dat hij hun denkbeeld, doch slechts in andere bewoordingen had voorgestaan.
Zes maanden later, in Mei 1790, kwam het recht van oorlog en vrede ter tafel: zou de koning of de vertegenwoordiging het bezitten?
Geen vraagstuk maakte de volksdriften zoo zeer gaande als dit; de constitutie stond op het spel, geloofde de, misleide schare. Op den dag der stemming waren de vergaderzaal en de naburige straten met een dicht opeengedrongen menigte vervuld: 50,000 menschen, zegt men, wachtten in de hoogste spanning de beslissing. Briefjes, die den loop der discussie en der stemming aanwezen, gingen van hand tot hand. Met beleidvolle verschooning van de opgezweepte driften besprak Mirabeau het vraagstuk. quot;De oorlog wordt verklaard bij decreet der Vergadering, doch slechts op uitdrukkelijk voorstel des konings , die er zijne sanctie aan hechten moet.quot; Dit denkbeeld werd door hem breedvoerig toegelicht en verdedigd.
Met de uiterste heftigheid werd hij door de democratische linkerzijde bestreden. In de straten van Parijs, waarin gewoonlijk zijne redevoeringen ouder luide toejuichingeu werden gevent, weerklonk thans de titel van een vuil pamÃet: Het groot verraad van den graaf de Mirabeau, dat zijne tegenstanders in 6000 exemplaren gratis verspreidden. Reeds wees men den boom aan, waaraan de verrader Riquetti zou worden opgehangen. Barnave, de meest begaafde zijner tegenstanders, trad in de vergadering tegen hem op en behaalde een schitterend succes. Barnave was de held van den dag; een triomftocht door de straten van Parijs wachtte hem. De volkstribuun scheen vernietigd.
Maar Mirabeau pinkte de lauwerkroon van zijn jeugdigen
163
MIUABEAU.
tegeustautler deu volgenden dag zonder eenige verschooning uiteen. //Het is een treurige verblinding,quot; zeide hij. //welke menschen, die eenheid van doel behoorde te ver-eenigen, tegen elkander verbittert. Treurig, als de gevoeligheid der eigenliefde het belang des lands doet achterstellen, en den tegenstander aan de volksluimen dreigt op te offeren.. Ook mij heeft men, nog voor weinige dagen, in triomf door de straten van Parijs willen dragen; nu schreeuwt men daar uit: het grout verraad van den graaf de Mirabeau. Ik had deze les niet noodig, om te weten, dat de ïarpejische rots grenst aan het Kapitool; maar de man, die zijn vaderland lief heeft, geeft er zich niet door gewonnen. Wil men mij, die twintig jaar lang alle verdrukking heb bestreden, belasteren en verdacht maken bij het volk; mij, die tot de Franschen van vrijheid en constitutie sprak, toen deze lage lasteraars nog leefden van de vruchten der heerschende vooroordeelen; wil men mij overleveren aan de woede van een bedrogen menigte â wat doet het er toe? Deze slinksche aanslagen zullen mij niet doen vertragen in mijn loop. Ik zal hun tot het einde blijven toeroepen: antwoordt mij eerst, weerlegt mij, zoo gij kunt â en lastert mij dan, zooveel gij wilt.quot;
En nu ontwikkelde hij, krachtiger nog dan te voren , zijne meening over de onmisbaarheid van een krachtig koninklijk gezag in den staat, en eindigde met in vlijmende woorden de geheime bedoeling zijner tegenstanders dus te ontmaskeren: //Wilt gij, omdat het koninklijk gezag gevaar meebrengt, ons van de voordeelen, die het schenkt, berooven? Hebt den moed, het eerlijk uit te spreken. Dan kunnen wij beslissen, of wij, omdat het vuur brand geeft, zijn warmte en licht willen missen. Spreekt het eerlijk uit, dat wij geen koning behoeven, maar misleidt
164.
MIRABKAU.
ous niet, door te beweren, dat wij een macliteloozen en nutteloozen moeten hebben.quot;
Vernietigend was de indruk van zijn woord. Barnave noch een zijner geestverwanten waagde een enkel woord van repliek, en onder daverende toejuichingen werd Mira-beau's voorstel aangenomen, üe volkstribuun was populairder dan ooit.
En toch â zulke overwinningen, hoe dikwerf ook behaald, waren meer zegepralen van zijn welsprekendheid, dan van zijn politiek inzicht. Gehaat bij de uiterste partijen, de ultramonarchale en de republikeinsche, beschikte Mirabeau slechts over een onzekere en afwisselende meerderheid. Door de betoovering van zijn woord werd zij tot volgen vervoerd, maar sloot zich niet aan hem, als haar leider, aan. Mirabeau maakte zich geene illusiën; hij miste den zedelijken grond, waarop alleen persoonlijk vertrouwen hecht kan wortelen. In meuiü' oosrenblik van
O O
vertwijfeling aan Frankrijk1 s toekomst, riep hij, in het volle gevoel van zijn kracht, klagende uit: quot;Wat komt de immoraliteit van mijne jeugd mijn arm vaderland bitter duur te staan!quot;
Was liet de waarheid?
VL1
Ja, het was de waarheid, maar slechts ten deele. Mira-beau's onvermogen, om de ontwikkeling der revolutie, die meer en meer tot de republiek overhelde, te keeren, was slechts voor een deel zijne schuld. Op politiek terrein heeft een immoreel privaat leven niet altijd machteloosheid uitgewerkt. Mirabeau stond alleen en miste den steun van hen, voor wie hij streed. Het koningschap, de regeering verlamde hem en vermoordde in hem zich zelve.
1G5
IIIUABEAU.
Toen de Nationale Vergadering bijeen kwam, liad Mira-beau zich voorgesteld, dat de officiëele raadgevers der kroon zich onmiddellijk met haar in betrekking zouden stellen. Eekend met het constitutioneele staatsleven in Engeland, verwachtte hij de vorming van een ministerieele partij, die, in samenwerking met liet gouvernement, de staatshervorming met de minst mogelijke schokken zou tot stand brengen. Niets van dat alles geschiedde. De ministers hielden zich onzijdig, zelfs waar het de belangrijkste vragen gold. Necker verdiepte zich uitsluitend in finantieële berekeningen en zag voorbij, dat de beslissing der staatkundige kwestiën tevens die der finantieele inhield. De reactionaire elementen aan het hof konden woelen en wroeten, zonder door de ministers verontrust te worden.
Voor een deel was het onkunde, voor een ander deel onwil, welke Necker cn zijne ambtgenooten die gevaarlijke houding deed aannemen. Zij meenden steeds meester van den toestand te blijven en zagen voorbij, dat slechts enge aansluiting aan de vertegenwoordiging allen redden kon. Niet voordat het te laat was, openden zij de oogen.
Reeds in de eerste da quot;'en der revolutie had Mirabeau
O
gepoogd, hen tot eene andere gedragslijn te bewegen. Hij zocht en verkreeg eene samenkomst met Necker. De eerlijke, maar ijdele minister ontving den weisprekenden libertijn met beleedigende hooghartigheid en vroeg, welke voorslagen hij te doen had? Mirabeau, als raadvrager ontvangen, waar hij als raad^yer was binnengetreden, trok zich na een kort en koel onderhoud terug.
Sinds ondersteunde hij wel ten deele Necker's iinan-tieele plannen, maar bestreed den minister, om hem te doen vallen, //liet schip van staatquot;, zeide hij, //is door een heftig on weder overvallen, en er staat niemand aan
16(5
MIUABKAU.
liet roer. Het systeem, dat ineu volgt is onzinnig. Men laat de vergadering aan zich zelve over. Men hoopt, of door geweld ze te onderwerpen, zooals de aristocratische partij wil, of door de leege phrases van Xecker ze terug te houden. Een krachtige regeeringspartij alleen zou de vergadering en de revolutie kunnen beheerschen.quot;
Doch een regeeringspartij kon niet ontstaan, zoolang deze mannen 's konings raadslieden bleven. Menige onstuimige aanval van Mirabeau was er het gevolg van. Hij bestreed hen, wekte den onwil en het wantrouwen zoowel der vergadering als des volks tegen hen op, om hen te verdrijven. Als hoofd der oppositie zocht hij hen te doen vallen, om zelf als minister de monarchie te redden.
In rustige dagen is een dergelijke tactiek tallooze malen gelukt. Te midden der dagelijksche onlusten en beroerten in de hoofdstad wekten zijne heftige woorden slechts te meer den haat der koninklijken op. Toen in September de graaf de Lamarck Maria Antoinette op Mirabeau wees. als den eenigen man, die redden kon, wees de koningin vol verbittering elk denkbeeld van zijne hulp af. //Wij zullen, hoop ik, nooit zoo ongelukkig zijn, om tot dat uiterste te moeten komenriep de verblinde vrouw uit.
Zij sprak slechts uit, wat het hof en de regeering dachten. Hun politiek inzicht was te gering, dan dat de monarchale richting, die zich in het geheele optreden van Mirabeau openbaarde, hun in het oog viel. De heftigheid van deu strijder voor de rechten des volks tegen de bevoorrechte standen deed hen den verdediger van de constitutioneele rechten der kroon voorbijzien. Men wilde in hem slechts den woesten demagoog, deu laffen vleier der volksdriften, den held van het straatgemeen, den vijand der monarchie zien en haten.
168 MIRABEAU.
Tocli was liet van de eerste dagen der revolutie af voor den onpartijdigen beschouwer duidelijk, dat hij iets meer en iets anders was. Toen de Nationale Vergadering overwoog, of zij een declaratie van rechten aan de constitutie zou toevoegen, verzette hij er zich tegen. quot;Deze toch wekte slechts verwachtingen op, die teleurgesteld zouden worden en de anarchie vermeerderen.quot; Niettemin werd het voorstel aangenomen en Mirabeau in de commissie benoemd. Van zijne hand was de verklaring, wat burgerlijke gelijkheid beteekent: /'Zij bestaat niet in gelijkheid van bezittingen en van maatschappelijke onderscheiding; zij bestaat hierin, dat allen onderworpen zijn aan de wet en de bescherming der wet genieten.quot; Tegen de onlusten in Parijs en de voortdurende anarchie beval hij de instelling van een krachtig gemeentebestuur en de oprichting der nationale garde aan. //De onderdrukking der anarchie door het koninklijk leger vermeerdert slechts den afkeer van de â regeering,quot; zeide hij. Toen in October het Parijsche gemeen Lodewijk en Maria Antoinette had gedwongen, Versailles te verlaten en zich in de hoofdstad te vestigen, deed hij de Nationale Vergadering besluiten zich iusgelijks naar Parijs te verplaatsen. //De vertegenwoordiging behoort bij den koniug,quot; meende hij.
Niets van dit alles werd aan het hof begrepen, omdat er noch eerlijke gezindheid tot hervorming, noch inzicht in de eischen der nieuwe staatsorde bestond. Slechts de heftige taal van den volkstribuun werd begrepen, niet vergeven en niet vergeten. Mirabeau, teruggestooteu door het gouvernement, moest zich handhaven aan het hoofd der volkspartij, die zijn steun uitmaakte. //Wat moet ik doen?quot; â antwoordde hij eens aan Lamarck, die hem zijn heftige uitvallen verweet; â //zoo ik mijn populariteit niet
MIllABEAU.
verliezen wil, waarin mijn kracht is gelegen, moet ik in de oppositie blijven. 'Het hof speelt een gevaarlijk spel. De legers staan tegenover elkander; men moet onderhandelen of een openlijken strijd aanvangen. Zij doen noch het een noch het ander. Waaraan denken die men-schen toch? Zien zij den afgrond dan niet, dien zij, door niets te doen, zelve graven? Ik zeg n en zeg het hun: alles is verloren. De koning en de koningin zullen het leven verliezen: het gemeen zal hun lijken door de straat sleuren.quot;
Doch geen waarschuwing, waar ook gegeven, aan het hoofd der oppositie in de vergadering, of ouder de hand door vertrouwde personen, mocht baten. De hofpartij wachtte slechts redding van het stijgen der verwarring en meende dat de outwikkeling der revolutie haar vanzelf de oude macht zou terugschenken.
In October 1789 had er bij eene van Mirabeau's verwanten een samenkomst van een aantal vertearenwoordiu'ers
O O
plaats, om over een nieuw ministerie te spreken. Algemeen was men over Xecker ontevreden, die de anarchie niet wist te beheerschen noch de reactionaire neigingen van het hof te onderdrukken. Mirabeau hoopte zijn doel nabij te zijn: hij wilde minister worden om den staat en de monarchie te redden. Hij voelde de kracht in zich om Frankrijk te beheerschen. Maar de uiterste partijen, de ultra-monarchale en de republikeinsche, vreesden zijn zware hand. De aanhangers van Necker, door jaloezie gedreven, verbonden zich tegen hem. Den 7,len November 1789 nam de Nationale Vergadering het besluit, dat geen afgevaardigde minister mocht zijn en zelfs geen raadgevende stem of zitting in haar midden hebben. Tevergeefs had Mirabeau er tegen gesproken, tevergeefs met bijtende ironie zijne tegenstanders
MIllABEAU.
toegeroepen: '/Waartoe dit besluit? Bepaalt alleen, dat de graaf de Mirabeau, afgevaardigde van Provence, geen minister mag zijn.quot; De Jacobijnen en de hofpartij juichten om quot;t zeerst. Zij hadden den man, die hun meester zou wezen, de handen gebonden en machteloos gemaakt. Dat zij gelijktijdig elke regeering onmogelijk maakten, zag hun blinde hartstocht niet in.
Wat Mirabeau als minister had willen doen, heeft hij in een memorie van October 1789 uitvoerig uiteengezet. Het overwicht van Parijs was de vloek der revolutie, het oproerig gemeen domineerde de Nationale Vergadering en beheerschte den staat. De koning moest daarom Parijs verlaten, zich naar Normandië terugtrekken, een proclamatie tot de natie richten, waarin hij trouw aan de beginselen der constitutie beloofde, maar verandering vroeg van de artikelen, die elke regeering beletten. Zoo de Nationale Vergadering door liet gemeen in de hoofdstad werd verhinderd zich bij hem te voegen, moest hij nieuwe verkiezingen uitschrijven. Mirabeau was overtuigd, dat de provinciën zich tegen de hoofdstad en voor het constitutio-ueele koningschap zouden verklaren, als zij van Lodewijk's eerlijke bedoeling de zekerheid hadden.
Het is hem niet vergund geweest, te ervaren of hij juist had gezien. Want het koningschap vertrouwde zich niet aan hem toe. Eu toen het vier maanden later in schijn zijne hulp inriep, was het alleen om hem machteloos te maken, niet om zijn raad te volgen.
Het was iu Maart 1790, dat de betrekking van Mirabeau tot het hof aanving. Door tusschenkomst van den graaf de Lamarck werd zijne hulp gevraagd. De volkstribuun beloofde het koningschap te steunen en trouw ter zijde te staan. Gedurende een vol jaar heeft hij zijn
17»
MIUABEAU.
â woord gehouden en onverpoosd den weg aangegeven, dien liet liof te volgen had. Het geheim, dat die onderhandelingen vroeger bedekte, is thans geheel opgeheven. Wij kennen al de schrifturen, die hij voor Maria Antoinette en Lodcwijk heeft opgesteld.
Wij kennen ook de voorwaarden, tie geldelijke voordeden , die hij er van genoten heeft. Het koningschap betaalde zijne schulden, schonk hem een maandgeld en de belofte van eene aanzienlijke som bij liet einde der jMatio-nale Vergadering.
quot;Het groot verraad van den graaf de Mirabeau,quot; zoo noemden de tijdgenooten, die iets gisten, deze verstandhouding met het Hof.
Was de karakteristiek juist? Wij gelooven het niet.
Mirabeau heeft de zaak des volks in geen enkel opzicht verraden. Nadrukkelijk heeft hij in al zijne raadgevingen op den voorgrond gesteld, dat de feodale monarchie voorgoed was gevallen, dat eerlijke aansluiting aan de revolutie de eenige redding van het koningschap was. De middelen, die hij daarvoor aanwees, waren in strijd met de eischen van adel en geestelijkheid en tevens tegen de anarchie in Parijs gekant. Hij is als geheim raadsman der kroon zich zeiven volkomen gelijk gebleven en heeft geen enkel beginsel der revolutie prijs gegeven.
Maar hij heeft geld ontvangen!
Zonder twijfel. Laat de man, die de bemiddelaar tus-schen hem en het hof is geweest, op die grief antwoorden. De graaf de Lamarck schrijft; quot;Ik kan stellig verzekeren, dat hij nooit zijne beginselen aan zijn geldelijk belang heeft opgeofferd. Hij had heftige hartstochten; hij hechtte zeer aan zijn geboorte; hij leed er onder, dat hij niet leven kon volgens zijn stand. Zijne vrouw had een groot
171
MIRABEAÃ.
fortuiu, maar hij was van haar gescheiden. Van zijn vader had hij genoegzaam niets ontvangen, eu diens dood hielp hem niet, omdat er allerlei inoeielijkheden, zelfs processen, uit ontstonden. Toen hij stierf, was de vaderlijke nalatenschap nog niet in zijn bezit. Altijd in geldgebrek, had hij steeds jammerlijk geleefd, schulden makende. Zoo was hij veertig jaar oud geworden, verbitterd over een maatschappelijke positie, die hem een ondergeschikten rang aanwees onder menschen, wier gelijke in stand en wier meerdere hij was door zijne talenten en zijn genie.quot; Tot heerscber geboren, door den aanleg zijner vermogens tot regeeren bestemd en arm, greep hij met beide handen de gelegenheid aan, om zijn staatkundig ideaal, de constitutio-neele monarchie, te verwezenlijken en tevens voor altijd met de armoede en liet gebrek van zijne jeugd en zijne mannelijke jaren te breken.
Toch ware het voor zijn roem te wenschen geweest, dat liet grillig, onverzoenlijk lot hem de vernedering, geld te moeten aannemen, had bespaard. Want Frankrijk heeft er geen vrucht van genoten.
In den zomer van 1790 werd Mirabeau, op zijn verzoek , door Maria Antoinette ontvangen. //Zij is de eenige man, dien de koning heeft,quot; riep de voor vrouwenschoon zoo gevoelige staatsman uit. Hij schreef haar alle deugden toe, welke vereischt werden voor de rol, die hij van haar vroeg.
Hij bedroog zich. Het hof vroeg zijn raad, ontving zijne memoriën eu deed als te voren. De krachtelooze Lodewijk was tot geen energiek optreden te bewegen eu bleef voortdurend de speelbal van zijne omgeving. En Maria Antoinette vertrouwde den volkstribuun nooit. 'Geen enkele raadgeving werd gevolgd, geen enkel middel, door
172
MIllABEAU.
hem aangewezen, ter hand genomen. Mirabeau was beurtelings verbitterd en wanhopend. quot;Ik moet bekennen, dut ik weinig nut doe; den plicht, om dienst te doen, legt men mij wel op, maar de macht er toe geeft men mij niet. Men hoort mij aan met welwillendheid, maar zonder vertrouwen, men stelt wel belang in mijn raad, maar men volgt hem niet. Men geeft zicli er geen rekenschap van, dat de passieve rol, die men aanneemt, juist niet precies behoeft te bestaan in volstrekt niets doen en in het vrijelijk en ongestraft laten handelen van hen, die slechts kwaad doen. Wat zal het einde van dit alles zijn? Goede, maar zwakke koning! Ongelukkige vorstin, uw blind vertrouwen en uw overdreven wantrouwen brengen u ten val. Het schip van staat is door den bliksem getroffen en wordt voortgejaagd door den stormwind, te midden dei-kokende golven. Ik weet niet, waarheen liet gevoerd wordt; ik weet niet, of ook ik aan de schipbreuk zal ontsnappen. Maar zoo ik ontkom, zal ik het recht hebben om te getuigen: ik had mij zelf ten doode gewijd, om hen te redden, maar zij wilden niet behouden worden!quot;
Het was Wintermaand van 1790, toen hij deze woorden schreef. Het zou voor hem geen zomer meer worden.
VIII
Mirabeau was geboven met een zeer krachtig gestel. De vervolgingen, die hij geleden had, de lange jaren gevangenschap hadden het eerst zijn zenuwgestel geschokt en aangevangen zijn gezondheid te ondermijnen. In 1788, toen hij nog met Mevrouw de Xelira leefde, was hij door een ernstige ongesteldheid aangetast, die hij de 'cholera noemde. Binnen het verloop van twee dagen waren hem
173
MIllABEAU.
23 laat bekkens bloed afgetapt; toch lierstelde hij, maar zijn gezondheid was geknakt. quot;Het was,quot; zeide hij zelf, quot;de overgang van den zomer tot den herfst geweest.quot; Kort voor de bijeenkomst der Nationale Vergadering was hij door een nieuwe kwaal, geelzueht, neergeworpen. Ofschoon iu schijn genezen, was hij de gevolgen nooit te boven gekomen. De graaf de Lamarck, die gedurende den ge-heelen loop der zitting bijkans dagelijks met hem omging, verklaart; //Ik heb hem nooit gezond gezien.quot; Menig politiek vraagstuk werd door hem op de tribune behandeld, terwijl een brandende koorts hem martelde. Wie zal zeggen, hoeveel heftige woorden, die. de klove tusschen hem en het hof schiepen, aan het vuur, dat het bloed door zijn aderen joeg, zijn te wijten?
De verplaatsing der vertegenwoordiging naar Parijs verergerde zijn kwalen. De zaal der manége, waarin zij bijeenkwam, was vochtig en benauwd. De krachtigste gestellen ondervonden de gevolgen. Inflammatie der oogen martelde Mirabeau voortdurend, zijn linkeroog werd zoo aangetast, dat men vreesde voor het behoud. Herhaaldelijk zag men hem zijn plaats innemen met een band voor de oogen. Aan sterke lichaamsbewegingen van allerlei aard gewoon, kon hij het zittende leven in de Vergadering niet verdragen. Te Parijs nam hij minder beweging nog dan te Versailles, ofschoon hij zich volkomen de vermindering van zijne gezondheid bewust was. Allerlei pijnen en kwalen volgden elkander op, en even duidelijk als het lot van zijn vaderland, voorzag hij zijn naderend einde. //Hij sprak er dikwijls met mij over,quot; â schrijft Lamarck â //maar nooit zonder de fouten van zijn jeugd te beklagen en te jammeren over liet nadeel, dat zij hem en het land toebrachten; want hij had het volle bewustzijn van zijn
174.
MUIABKAÃ.
kracht en zijn groote politieke beteekenis.quot; Hij wist, wat hij had kunnen zijn, even goed als hij zijn machteloosheid kende.
Van zorg voor zijn gezondheid, van zelfversohooning was geen sprake. Na de morgens en middagen aan staatszaken te hebben gewijd, werden de avonden en de nachten aan liet genot geschonken. Toen hij het jaargeld des koniugs ontving, veranderde hij van woning en van levenswijze. Voor de eerste maal v*au zijn leven genoot hij overdaad en weelde en baadde er zicli met wellust in. Zijn phjsieke natuur kende geen maat, gelijk zijn geestelijke gezichtseinder geen grenzen. Zijne vrienden â slechts zijne politieke vijanden waren het niet â waarschuwden tevergeefs. Telkens en telkens opnieuw stortte hij zich in den stroom der vermaken, die eindigden inet zijn ijzeren lichaam te sloopen.
In Februari 1791 huurde hij een buitenverblijf bij Argenteuil. Daar ging hij des Zaterdags heen, om des Zondags uit te rusten. Daar genoot hij van de frissche lucht en den schoonen tuin. Aan het einde richtte hij een tempel op, aan de vrijheid gewijd. Haar beeld, zoo luidde ziju plan, zou rusten op een kolom, met het opschrift: gelijkheid der menschen. Haar rechterhand zou een zwaard voeren, gewikkeld in het boek der wet.
Voordat het beeld was voltooid, was de ontwerper bezweken.
Hier, op dit buitenverblijf, werd hij den :ï73ten Maart ziek. Een koliek, gelijk hij in de laatste maanden bij herhaling had, wierp hem neer. Den volgenden dag zou in de Nationale Vergadering een kwestie over mijnen besproken worden, waarover hij reeds het woord had gevoerd. Hij liet zich niet weerhouden en snelde naar Parijs. Vijf-
175
JIIIIABEAU.
maal besteeg hij de tribune, zijn inziclit zegevierde. Het was zijn zwanenzang.
In zijne woning te Parijs legde, hij zich neer om te sterven. Slechts enkele dagen was er hoop hem te behouden; reeds den SO8'»quot; was de doodelijke afloop zeker. Mirabeau bleef zich zei ven gelijk: met helderheid zag hij het einde te geinoet. quot;Verleg mijn hoofd een weinigquot;, vroeg hij aan een zijner vrienden en voegde er onmiddellijk bij; quot;ik wou , dat ik het u vermaken kon.'quot; De graaf de Lamarck bleef hem tot het einde getrouw en verlichtte hem den doodstrijd, door al zijne beschikkingen op zich te nemen.
quot;Gij zijt een groot medicusâ zei Mirabeau tot Cabanis, die hem behandelde â quot;maar daar is er één, die grooter is dan gij. Het is de Schepper van deu wrind, die alles verstrooit; van het water, dat alles doordringt; van het vuur, dat alles verteert.quot;
Van den eersten dag zijner ziekte af werd zijn huis door mannen van eiken stand en elke partij belegerd. De straat waarin zijn woning was gelegen en alle publieke plaatsen waren vol van groepen, die samenschoolden om het dreigend verlies te bespreken. Ditmaal dacht het hof eenstemmig met de natie; twee en meer malen per dag liet het naar den zieke vernemen. quot;Laten wij Lodewijk dankbaar zijn,quot; schreef een der woeste demagogen, quot;dat li ij niet zelf zich aan de deur van Mirabeau heeft vertoond; die stap zou den koning tot den afgod des volks gemaakt en liet patriotisme ten val gebracht hebben.quot;
In den morgen van den tweeden April sliep hij in.
Drie dagen vroeger was te Parijs een volksoploop geweest. De constitutioneele leden der Nationale Vergadering
176
MIli-ABEAU.
hadden, als liunue tegenstanders, een club opgericht, waar zij de middelen beraamden om hunne denkbeelden te doen zegevieren. Het gepeupel der hoofdstad school te zamen en joeg hen uiteen. Sinds lieerschte de Jacobijnenclub over Parijs eu Frankrijk.
Had de stervende volkstribuun dan niet recht, toen hij uitriep: '/Ik sleep de monarchie van Frankrijk met mij mede P ?
177
Geen staatsman der oude of der nieuwe wereld heeft onder grootscher lijkkleed gerust.
12
Jorisseu. I4
IV
MARIA ANTOINETTE.
MAEIA ANTOINETTE. 1770â1780.
Goethe heeft eens een Frausoh vers geschreven.
Ziellier bij welke gelegenheid.
In Mei 1770 werd te Straatsburg Maria Antoinette, de jonge Oostenrijksche aartshertogin ontvangen, die den Dauphin van Frankrijk zou huwen. Op een eilandje in den Rijn was een paviljoen opgeslagen, waarin zij van haar Oostenrijksch gevolg zou scheiden en overgenomen worden door de I'musche edelen, die haar tegemoet waren gezonden. Dagelijks stroomden de bewoners van Straatsburg naar buiten, om het rijk versierde gebouwtje te bezichtigen. Onder hen was de jonge Goethe. Veel bewonderde hij, maar eéne zaak ergerde hem. Tn de groote zaal waren de wanden mot gewerkte tapijten bedekt. Dj onderwerpen waren aan de Grieksche mythologie ontleend; de geschiedenis van Jason, Medea en Kreüza was hier afgebeeld. Links van den troon zag men de bruid, worstelende met den gruwelijksten dood; rechts stond de ongelukkige vader verstomd de lijken zijner vermoorde kinderen aan te zien.
MARIA ANTOINETTE, 1770--1780.
//Ts liet geoorloofd,quot; â riep vol ergernis Goethe uit â «aan eeu jonge koningin, bij haar eerste schrede in het land, dit voorbeeld van den rampzaligsten echt, die ooit gesloten werd, voor oogeu te stellen? Wat is het anders dan haar, bij de intrede in haar nieuw vaderland, de somberste profetie te geven van de toekomst, die haar wacht? Begrijpt men dan niet, dat beelden iets voorstellen, dat zij op het gevoel werken, dat zij indrukken geven, dat zij voorgevoelens wakker roepen ?quot;
De magistraat van Straatsburg had aan dit alles niet gedacht: de fijngevoeligheid van Goethe was hun vreemd. Integendeel hadden zij, om het gemoed der jonge vorstin voor alle onvriendelijke indrukken te bewaren, maatregelen genomen die hun goede bedoelingen bewijzen. Een streng dekreet had allen mismaakten, lammen en kreupelen verboden , zich op den weg der aartshertogin te vertoonen.
Het publiek lachte over die voorzorg, en Goethe schreef eeu Fransch versje, het eenige, dat hij vele jaren later zich heriunerde ooit gemaakt te hebben. Hij vergeleek den intocht van Maria Antoinette, die geen lammen en kranken mocht opmerken, met de intrede van Christus, die inzonderheid om hunnentwil deze aarde had betreden.
Voor hen, die aan voorteekenen waarde hechtten â hun getal was in 1770 zeker niet kleiner dan thans â ontbrak het bij de komst van Maria Antoinette in Frankrijk niet aan allerlei omstandigheden, die hun gemoed met angst en schrik vervulden. In rustige, kalme tijden, als de stroom eifen voortglijdt, als alle dagen gelijk zijn, doet het geloof aan de voorspellende beteekenis van sommige feiten zich weinig gelden. Maar als de maatschappij door een gevoel van malaise wordt gedrukt; als ontevredenheid
182
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
over liet bestaande zich verspreidt en een onbestemde vrees veld wint voor gevaren, die men geen naam kan geven, maar wier dreiging wordt gevoeld; dan vangt het groote publiek aan, in groote of kleine voorvallen, die afwijken van den gewonen loop van zaken, dooli in ordinaire tijden slechts een voorbijgaand en indruk zouden maken, een be-teekenis te leggen, die inderdaad niets dan de uitdrukking van eigen onrust en spanning is. Toen het huwelijk van Maria Antoinette met Lodewijk in de kathedraal van Versailles werd gesloten, barstte er een heftig ouweder los, dat het oude kerkgebouw op zijn grondvesten deed schudden. De feestelijkheden te Parijs eindigden met een vuurwerk, dat op de Place Louis XV werd ontstoken. Het verwekte algemeeneu schrik, toen deze feestvreugde door honderden, die in de algemeene verwarring onder den voet waren getreden, met den dood werd betaald.
Er zijn duizenden huwelijken gesloten, terwijl onweersvlagen woedden; ongelukken bij bruiloften belmoren niet tot de zeldzaamheden. Waarom werden deze en dergelijke voorvallen thans opgemerkt en onthouden? Waarom verband gezocht tusschen hen en de jouge Dauphine?
Omdat de natie in een stemming vol verwachting en spanning verkeerde; omdat de overtuiging heerschende was, dat de tegenwoordige staat van zakeu niet blijven kon. In de onzekerheid der komende dingen ziet een volk naar de persónen op, die door hun plaats in de staatsorde aangewezen schijnen om invloed op de gebeurtenissen te oefenen.
In de laatste twintig jaar was de scherpe kloof, die er tusschen de politieke instellingen en de ontwikkeling des volks bestond, zichtbaar en duidelijk geworden. De monarchie steunde op bevoorrechte standen. Buiten deze, adel en geestelijkheid, bestond er geen maatschappelijke stand.
183
MAUI A ANTOINETTE, 1770-â1780.
die politieken invloed wettiglijk uitoefende. Op deu tiers ótat drukten slechts plicliten.
Met dezen wcttelijken toestand was de moreele en intel-lectueele in lijnrechten strijd. In geen ander opzicht dan politiek stond adel eu geestelijklieid aan 't hoofd der natie. De 24 inillioen van den derdeu stand waren aan de leidiug van de 200,000 personen, die adel eu geestelijkheid telden, ontsnapt. Op de slagvelden, waar Frankrijk zijn krijgsroem had gekocht, had de geminachte dorper zijn bloed gestort nevens den edelman, die op tal van kwartieren zich verhief. lu handel eu industrie had hij de schatten gewonnen, die hem materieel tot den gelijke zijner vroegere meesters maakten. Op het gebied der gedachte had hij overwinningen behaald, grooter eu roemrijker dan de edelman kon opsommen, die zijn voorvaderen in de rijen der kruisvaarders aanwees. Het wareu zonen van het volk, van den geminachten derden stand, wier denkbeelden de openbare meening beheerschten. Xiet de meeningen van Bossuet, maar de stellingen van Voltaire en Rousseau werden geloofd en beleden.
En uiettemin ging jaar aan jaar voorbij, zonder verandering te brengen. De maatschappij was vooruit gegaan, de staatsorde bleef dezelfde.
Verandering van dezen onhoudbareu toestand werd van een nieuwe regeering gewacht. Lang kon zij niet uitblijven : Lodewijk XV was oud; hij had den beker der willekeur en van den wellust tot den bodem toe geledigd; het einde naderde. Men droeg, men verdroeg hem, in afwachting van zijn dood. Te sterven was de laatste en grootste dienst, dien het volk van Louis Bien-Aimé, om wien het eenmaal â jaren geleden â de kerken met zijn gebeden had vervuld, verwachtte.
184.
MAUIA ANTOINETTE , 1770-1780.
Dan zou er verandering komen. Hoe, dat wist niemand. Men hoopte, dat de kleinzoon, die geroepen was hem op te volgen, het initiatief zou nemen. Veel wist men niet van hem; doch enkele uitlatingen schenen recht tot goede verwachtingen te geven. Onder zijn voorgang en leiding, hoopte men, zou de absolute monarchie de grondslagen, waarop haar eerbiediging door de natie rustte, vernieuwen, om en zich zelve en den staat te redden.
Doch de daden van een vorst, van een absoluut koning vooral, zijn niet uitsluitend afhankelijk van zijn wil of bedoeling. Zij worden â⢠Frankrijk had het maar al te zeer ondervonden â bewerkt of gewijzigd door invloeden, onwettige zoowel als wettige.
Vandaar de belangstelling, waarmede de jonge vrouw, die den aanstaanden Lodewijk XVI zou ter zijde staan, werd gadegeslagen, en alles, wat haar komst vergezelde, waargenomen. Wat zou haar invloed aan Frankrijk brengen?
De voorteekenen duidden ongunstig. Toch kende men de meest ongunstige niet. Zij waren niet van physieken aard, maar in het karakter der personen gelegen. Wie het geheim van de omgeving, die Maria Antoinette wachtte, en van haar eigen karakter had bezeten, hij had in Mei 1770 somberder en stelliger profetieën kunnen uitspreken. De jonge vrouw kwam tot haar eigen ongeluk en dat des lands over de grenzen.
Over weinig vrouwen is zooveel geschreven: partijdrift heeft haar belasterd, partijdrift haar ten hemel verheven. De tegenstanders hebben ons haar afgebeeld als de zuivere representaute van de liederlijkheid en gemeenheid in hoofsche vormen, die het ancien régime kenmerkten. De voorstanders vereeren haar als een onschuldig en beklagenswaardig slacht-
185
MARIA AN'TOINETTE, 1770--1780.
offer vau liaat en laster: een edele martelaresse voor waarheid en deugd.
Te midden der meest tegenstrijdige getuigenissen van personen, die geacht moesten worden de waarheid te kunnen weten, scheen eindelijk een vertrouwbare leiddraad ons gegeven, toen in 1864 twee verzamelingen van brieven van Maria Antoinette het licht zagen. De eerste dankte men aan den Graaf van Hunolstein 56, de tweede aan deu bekenden verzamelaar van autografen, Feuillet de Conches. 57 Onder scherpe en hooghartige kritiek van vroegere uitgaven vau dezen aard, die geen enkelen waarborg van echtheid bezaten en van de lichtgeloovigheid, waarmede het publiek en zelfs bekwame mannen de valsche munt voor echte hadden aangenomen, bood de laatste zijne uitgave aan. Twintig jaar lang had hij bijeengegaard uit openbare en privaatarchieven en van autografenverkoopingen, om eindelijk aan' Frankrijk de beeltenis in haar eigen schrifturen vau de zoo zwaar belasterde en zoo ongelukkige vorstin te scheuken. De reactie, die zich in den aanvang van liet tweede keizerrijk in de waardeering van de groote revolutie openbaarde, kwam aanvankelijk beide uitgaven ten goede. Met belangstelling ontvangen, werden zij met gretigheid verslonden. De pikante, naïeve vorm, de levendigheid, waarmede personen geteekend en hofgeschiedenissen verhaald werden, de geestigheid waarmede de jeugdige schrijfster haar sympathieën en antipathieën lucht geeft, deden den opgang volkomen begrijpen. Doch de illusie duurde kort. De kritiek ving haar werk van onderzoek aan. Aanvankelijk zich bepalende tot twijfel, op grond dat Feuillet de Conches den oorsprong der stukken nergens had aangewezen, ging zij eerlang tot stellige ontkenning der echtheid over. Zonder rechtstreeks aan den strijd deel te nemen, leverde Arneth, toenmaals
186
MARIA ANTOINETTE, 177U â1780.
187
ouderdirecteur der keizerlijke archieven te Weenen, de scherpste wapenen. In 1865 gaf hij de briefwisseling tusschen de Fransche koningin en Maria Theresia in 't licht, 58 en verschafte daardoor aan de twijfelaars de meest afdoende gronden, om de onechtheid der verzamelingen van Feuillet de Gonclies en van Hunolstein te bewijzen. Een strijd, een wetenschappelijke strijd volgde, die, door Heinrich vou Sybel in Duitschland aangevangen, eerlang op Fransehen bodem werd overgeplant, toen Geoffroy zich voor de resultaten der kritiek en tegen de verzekeringen en beweringen van Feuillet de Conches verklaarde. 59 Het bleek, dat de brieven onderteekend waren met een naam, dien de koningin zelden of nooit gebruikte; voor een goed deel gericht aan een persoon, met wie zij geen briefwisseling voerde, en geschreven met een hand, die de hare niet was in de aangewezen jaren. Voorts bleek het dat zij in uitdrukking en inhoud maar al te dikwerf overeenstemden met de Mémoires van Madame Gampan of den Mercure de France; van haar verhouding tot sommige personen een voorstelling gaven, die in lijnrechten strijd was met die der ontwijfelbaar echte brieven, in de keizerlijke archieven te Weenen bewaard, enz. De afkomst der stukken , door de Fransche geleerden uitgegeven, bleef in het duister; voor de opgemerkte fouten werden verklaringen gezocht, die het wantrouwen wel vermeerderden maar niet wegnamen. Feuillet de Couches inzonderheid weerde zich dapper-lijk en streed met moed voor de echtheid zijner geliefde autografen. Maar de uitslag was zoo ongunstig mogelijk. Welke waarde kon men hechten aan de argumenten van iemand die nu eens, om zich te redden, moest verklaren parlé voor reparlé te hebben gelezen en straks bekennen, dat hij mon cher Malesherhes in monsieur Malesherbes had veranderd?
188 11A IMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Doch ook al waren zijne argumenten krachtiger, zijne concessiëu minder groot geweest, tegen den drom van bewijzen , die Arneth in de volgende jaren, door de uitgave van een reeks van correspoudentiën aanvoerde, was de Fransche autografenverzamelaar toch niet bestand. Zijne geheele uitgave van Lettres et Documents médits rakende Lodewijk XVI, Maria Antoinette en Madame Elizabeth, zou dan ook een plaats verdienen naast de vroeger door hem zoo scherp veroordeelde, indien hij niet, vooral in en van het derde deel, beter waarborgen voor de echtheid der uitgegeven stukken had geleverd en werkelijk belangrijke bescheiden, aan de archieven van Weenen, Florence enz. ontleend, aan den dag gebracht. Voor Maria Antoinette intusschen blijft de hoofdbron voortaan in de uitgaven van Arneth gelegen. Aan deze danken wij een juister, een menschelijker begrip der merkwaardige vrouw, wie de diepte van haar ongeluk een blijvende plaats in de herinnering en in de belangstelling van het nageslacht heeft verzekerd.
Van al de briefwisselingen, door Arneth uitgegeven, is voor ons doel de belangrijkste, de correspondentie van de Duitsche keizerin met den graaf de Mercy Argenteau. De bekende Oostenrijksche diplomaat, ambassadeur te Parijs, was jaren achtereen de geheime correspondent van Maria Theresia. Zonder dat de tijdgenooten het gisten, stond hij met haar in een vertrouwelijke briefwisseling, waarvan de handelingen van Maria Antoinette den hoofdinhoud uitmaken. Van dag tot dag licht hij de moeder omtrent de daden en woorden van haar kind voor; geeft hij rekenschap van den invloed, dien hij op haar en te haren nutte op anderen oefent; teekent haar omgeving, de personen, die
MARIA AVrOIXETTE, 1770--1780.
ze uitmaken, de intriges, die ze doorwoelen. Geen enkel persoon van meer of minder gewielit â naast Lode wijk XV de eerzame kamermeid! â¢â die niet zijn plaats inneemt in deze breede teekening van kct liof tijdens Maria Antoinette, door de Mercy's bekwame pen tien jaar achtereen ontworpen. Door de keizerin volkomen vertrouwd, is hij voor beiden, moeder en docliter, een raadsman, geeft liij wenken aan beiden, voor haar blijvende goede verstandhouding van onberekenbare waarde. Welk oordeel over den staatsmandiplomaat ook overigens geveld worde, niemand die deze tienjarige correspondentie heeft doorgelezen, zal weigeren, de trouw en nauwgezetheid, de groote tact en bescheidenheid te erkennen, waarmede hij zicli van zijn altijd moeie-lijke, maar dikwerf uiterst kiesche taak heeft gekweten.
Als Oostenrijksch ambassadeur aan het rransche hof had hij toe te zien, dat Erankrijk aan de alliantie van 175fi getrouw bleef. Oneindig zwaarder was de taak, die hij tegenover Maria Theresia en haar dochter te vervullen had. Hij moest den band tusschen deze beide vrouwen onderhouden en maken, dat de laatste, ook als dauphine van Frankrijk, de kinderlijke betrekking tot de Duitsche keizerin niet ontrouw werd. fs 't wonder, dat zijne pogingen nu eens op de ontwaakte zelfstandigheid der vrouw, dan eens op de onafhankelijkheid der vorstin schipbreuk leden?
In de eerste jaren had hij bezwaren te overwinnen, die, hoe groot ook, betrekkelijk gering waren te noemen. Maria Antoinette was een kind, toen zij in Frankrijk kwam, een kind van leeftijd en ontwikkeling. Zij was veertien en een half jaar, toen haar huwelijk werd ingezegend met den dauphin, die den achtbaren leeftijd van zestien had bereikt. Haar opvoeding was volkomen verwaarloosd: zij had weinig geleerd en dat weinige nog slecht. Behoorlijk
189
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
sclirijven kon zij niet: haar autografen uit dezen tijd verraden een groote voorliefde voor inktvlakken. Slordig, als haar schrift, was zij in alles, op kleeding en toilet: zelfs het reinigen der tanden moest haar door Maria Theresia worden herinnerd. Zij had wat Fransch en wat Italiaansch geleerd, maar haar eigen moedertaal, het Duitsch, kende zij zoo slecht, dat zij het na een paar jaar volkomen vergeten was en een Duitsche brief van Jozef II voor haar vertaald moest worden. Van muziek, teekenen, dansen wist zij genoegzaam niets: zij moest dat alles nog leeren. Van vrouwelijke handwerken was zij al even weinig op de hoogte: zij gaf er ook niet om. //Je fais une veste pour le roi,quot; -â schreef zij in Juli 1770 aan haar moeder â «qui n'avance guère, mais j'espère qu' avec la grace de Dieu elle sera finie dans quelques annéesquot;. Als dikwerf kinderen van dien leeftijd, was zij lui en onverschillig omtrent tal van zaken, die juist voor de vrouw onmisbaar zijn. Ware haar opvoeding, onder behoorlijke leiding en met grooter nauwgezetheid, dan tot dusver, voortgezet, de niet zeldzame gebreken hadden overwonnen kuimen worden. Want dit kind had een goed, warm, liefderijk hart en een helder verstand, dat tot alles goeds en groots had kunnen leiden. In de plaats daarvan trad zij in 't huwelijk en moest zij als gehuwde vrouw een maatschappelijke positie innemen, die zelfs voor eene oudere van jaren, voor eene meer ontwikkelde van verstand misschien een te zware proef zou zijn geweest.
Het hof van Lodewijk XV vertoonde, toen Maria Antoinette er verscheen, een jammerlijk tooneel van verwarring en verdeeldheid. Zijne Majesteit was sedert jaren weduwnaar, en leefde openlijk met een maitresse, die hij uit het slijk der straat had opgeraapt en tot gravin du Barri verheven.
190
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
Eeu machtige partij steuude haar eu haar invloed, hopende zelve tot aanzieu te geraken.
Tegenover deze stonden, in 't openbaar vijandig, schoon in 't geheim dikwerf voor den gevierden invloed der mai-tresse buigende, de vier dochters des konings, door zijne liefde met de bijnamen Zwijntje, Vod, Slet en Slons versierd. De oudste. Madame Adelaide, regeerde hare zusters en zou het ook dolgraag haar vader hebben willen doen. Zij was tot dusver de eerste vrouwelijke persoon aan het hof geweest, en had de hofreceptiën gehouden. Door de komst van een dauphine zag zij zich in deze waardigheid bedreigd. Aan Maria Antoinette, de toekomstige koningin , kwam het houden der cour, de eerste plaats na den koning en na haar gemaal toe. Tante Adelaide was vast besloten, de jonge prinses, die zij daarbij als Oosten-rijksche haatte, het terrein en de heerschappij te betwisten, en zoo noodig haar positie te ondermijnen.
In deze worsteling der partijen, de partij van du Barri en van haar tegenstanders, bracht de komst van een Oostenrijksche dauphine een nieuw element. De alliantie met Oostenrijk, in strijd met de politiek, die Frankrijk sedert eeuwen gevolgd had, was impopulair. Van de leden der vorstelijke familie, behalve van den koning eu den dauphin, had Maria Antoinette geen steun te verwachten. De broeders van den laatste waren nog te jong om te gelden, en zouden in vervolg van tijd, om hoe uiteen-loopende redenen ook, even weinig geschikt en geneigd blijken, hunne schoonzuster tot hulp te zijn.
Het is eeu oude en zeer geliefkoosde meeniug, dat onwetendheid de beste beschutting der onschuld is. Indien het de waarheid was, Maria Antoinette ware onverwinbaar geweest. Thans dankte zij er slechts de naïeve gemakke-
191
192 MAllIA ANTOINETTE, 1770-1780.
lijklieid aan, waarmede zij den vreemden kring binnentrad. Zij kwam Frankrijk in, met de blijde nieuwsgierigheid van een meisje, dat zoo even aan deu schooldwang is ontsnapt en smacht naar vrijheid eu vermaken.
Maria Theresia was een liefderijke moeder, maar ook als moeder vorstin. Hare kinderen waren zeer aan haar gehecht, maar niet minder door eerbied dan door liefde. Maria Antoinette was innig dankbaar aan haar moeder. Zij, de jongste der tien kinderen, had den hoogsten rang verworven: nu was zij dauphine, om eerlang koningin van het schoonste rijk van Europa te worden. Zij danste en dartelde Frankrijk binnen als een speelsch kind, dat niets dan bloemen en zonnestralen kent. Met argelooze vertrouwelijkheid sprong zij ieder te gemoet, die vriendelijk voor haar was. Haar gulle lach weerklonk door de statige zalen van Versailles, tot grooten schrik der hove-velingen, die angstig omzagen of de schim van Lode wijk XIV niet verscheen, om over deze schending der vorstelijke waardigheid wraak te oefenen. Maar het levenslustige, gracieuse kind lachte en spotte en schertste maar voort, zonder te vragen of het mocht, of het iemand beviel of iemand mishaagde. Lode wij k XV was aanvankelijk be-tooverd; de hofkring verbaasd; Madame du Barri ongerust; de tautes, vooral Madame Adelaide, geërgerd; de dauphin, de jonge echtgenoot, verlegen.
In de argeloosheid van haar hart schonk zij haar eerste en volle vertrouwen aan die oude, vriendelijke dames, die haar zoo lief ontvingen. Vooral tante Adelaide was aller-hupst. Zij begreep het zoo goed, dat het jonge vrouwtje tegen het houden der hofreceptiën opzag; zij zou haar wel helpen. En zij hielp haar zoo goed, dat de cour dikv/erf in haar vertrekken, niet bij de dauphine, die aanwezig
MAUI A ANTOINETTE, 1770-1780.
of afwezig was, plaats had. Het vluchtige kind, schoon bestemd om den troon in te nemen, nam de plaats der koningsdochter zelfs niet in.
Ook van haar vriendelijke lippen ontving Maria Antoinette de noodige voorlichting omtrent de verhoudingen aan het hof. De tantes waren devoot, en gewaagden met voegzamen afschuw van Madame du Barri en haar aanhang. Zij maakten de jonge vreemde wegwijs, en bliezen haar hare beschouwingen en opvattingen in, opdat zij haar werktuig zou worden. Zij wekten in het schoone meisje tegenzin, om tot den koning te spreken. Zij, vrome dochters haars vaders, die met afgewend gelaat de naaktheid haars vaders niet bedekten maar ontblootten, hadden zich sedert jaren gewend of aangewend, door zwijgend toezien, door zich onthouden van alle besprekingen met Lodewijk, als 't ware in stille waardigheid hare afkeuring van 't geen haar afkeuringswaardig toescheen, te betoonen. Be atmosfeer van verveling, die deze wijze vrouwen over het hof hadden uitgespreid, droeg, naar de Mercy ergens aanduidt, in geen geringe mate de schuld van het ergerlijk hoftooneel. Welnu, diezelfde vervelende houding moest Maria Antoinette aannemen, opdat er geen vertrouwelijkheid tusschen Lodewijk en het schoone kind zou ontstaan.
Even zorgvuldig werd de verhouding van Maria Antoinette tot haar man bewaakt. Wat zullen de oogen der oude vrijsters geschitterd hebben bij al de contidentiën, die zij aan de argeloosheid van de danphine ontlokten! Trouwer vriendinnen had zij wel niet; wat deelden Slet en Slons en Vod en Zwijntje hartelijk in 't geen het jonge vrouwtje, aanging. Had haar man al in haar kamer geslapen? Fi done, de kuische jonkvrouwen bloosden. Eu het schoone meisje, al kleurende, bekende: neen, maar hij
Jorissen. I4 13
193
191 MAUIA ANTOINETTK, 1770-1780.
liad beloofd morgen in haar kamer te komen slapen, en de hartelijke tantes verheugden zich innig over deze kleine overwinning, die zij over de schuwheid van den dauphin behaald had. Zij verheugden zich zoo innig, dat zij ook anderen deelgenooten harer blijdschap maakten, 't Werd een relletje aan 't hof: de dauphin zou in de kamer van Maria Antoinette slapen! Men wenschte zijn Hoogheid geluk; tante Adelaide, uit pure hartelijkheid, nam hem nog eens goed onder handen, om hem moed in te spreken. Het doel werd bereikt: de verlegen en schuwe jonge man waagde het niet zijn woord te houden. Hij ten minste zou geen verhindering zijn, dat tante Adelaide zijn vrouw en zijn huis beheerschte.
Het is inderdaad voor Maria Antoinette in sommige; opzichten een geluk geweest, dat zij dezen Lodewijk gehuwd heeft, toen zij nog zoo jong was. Voor de 14-jarige is de wereld nog in zooveel nevelen gehuld, dat ook de idealen geen scherpe omtrekken vertoonen. Het is zeer te betwijfelen, of dit Oosteurijksch prinsesje, op het oogen-blik dat zij huwde, wel had kunnen zeggen, wat haar ideaal van een man was. Dit kwam Lodewijk ten goede, want het weerhield haar vau vergelijking. Hij viel niet tegen, omdat zij zich geen voorstelling van een ding, dat een eigen man heet, had gevormd: hij viel niet mede, omdat zij nog te weinig ervaring had, om te onderscheiden en ts wegen. Vreemd was hij, dit zou niemand ontkennen: schuw en verlegen, tegenover ieder, niet het minst tegenover haar. Maar Maria Antoinette was meisje genoeg, om den schroom, dien zij inboezemde, niet onaardig te vinden. Hij was heel weinig spraakzaam en maar al te dikwijls lomp en brusk, maar dit laatste niet tegenover haar en het eerste trok zij zich niet aan: zij babbelde
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
te meer en fladderde om hem heeu, met haar mooi gezichtje eu haar rappe tong keuvelende over alles, waar haar hart vol van was. Alles was nog zoo nieuw, zoo vreemd, zoo schoon voor liaar: zij had nog zoo veel te zien en op te merken: hij zou langzamerhand wel aan 't praten komen.
Uit argelooze, speelsche kind tot een vrouw te vormen, die met eere hare hooge plaats innam, ware voor elke opvoedster een zware taak geweest. Maar hoe kon die uitkomst worden verwacht, waar zelfs de opvoedster ontbrak ? In de meest beslissende jaren der vrouwelijke ontwikkeling stond Maria Antoinette alleen, zonder eenige liefderijke vrouweuzorg te genieten. De tantes zagen in haar slechts de dauphine, die zij zochten te beheersehen en tot het werktuig van hare intriges te maken. Madame de No-ailles, haar dame d'honneur, meende door vleierijen het hart der jonge prinses te winnen, en merkte in haar bekrompenheid zelfs niet op, dat het gezond verstand der dauphine walgde van haar gevlei. Vaderlijke autoriteit en toewijding konden het gemis aan moederzorg niet vergoeden, want zij werden haar niet geschonken. Lodewijk XV miste alle moreel overwicht op zijn kinderen, en wist het even goed als zij. Van jongsaf had hij hun nooit eenig rechtstreeksch bevel gegeven; als hij wat te zeggen had, schreef hij briefjes; bij mondelinge bespreking werd hij verlegen, en keurde alles goed, wat hij schriftelijk had afgekeurd. Van deu dauphin, haar echtgenoot, was nog minder te verwachteu. Niet alleen omdat hij zelf te jong was om eene andere op te voeden, maar ook en vooral, omdat hij zelf opgevoed was, om steeds afhankelijk te zijn. Zijn gouverneur, de hertog de la Vauguyon, behandelde hem zelfs na zijn huwelijk nog als zijn kweeke-keling. /'II lui est arrivé une singuliere histoire Tautre
195
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
jour,quot; schreef in Juli 1770 Maria Antoinette aan liaar moeder. '/J'etais seule avec mon mari, lorsque M. de la Vauguyon approclie d'un pas précipité h la porte pour écouter. Un valet de cliambre qui est sot ou très-lionnête liomme ouvre la porte, et M. Ie due s'y trouve planté comme un piquet sans pouvoir reculer.quot; Zij gevoelde al de vernedering van deze afhankelijkheid, maar Lodewijk niet. Zoo zeer stond hij onder den invloed van dien inau, dat hij, nog anderhalf jaar later, zich door hem bewegen liet tot een stap, die bij uitstek kwetsend was voor Maria Antoinette. Toen een plaats als dame d'atour bij haar openviel, wilde de la Vauguyon zijn schoondochter haar opdringen. De dauphine weigerde, en wist van Lodewijk XY te verkrijgen, dat hij er haar niet toe dwingen zou. Niettemiu schreef de dauphin, op verzoek van de la Vauguyon, aan den minister d'Aiguillon, om, rechtstreeks tegen den wil en den wensch van zijn vrouw, de beschermelinge van zijn leermeester aan te bevelen. quot;Ik kon anders niet van hem afkomen,1' bracht hij tot zijn verontschuldiging bij haar in.
Die man had zelf opvoeding eu bescherming noodig, en kon ze niet verleenen.
Toen Maria Theresia hare dochter naar Frankrijk liet gaan, had zij zich blijkbaar van de moeielijkheid dei-positie, die deze wachtte, eenigszins rekenschap gegeven. Zij gaf haar een instructie mede, vol van goede raadgevingen, en ving onmiddellijk eene correspondentie met haar aan, die bestemd was in het gemis van een dagelijksche raadgeving zoo goed mogelijk te voorzien. Er waren echter omstandigheden, die de keizerin-moeder in hare berekening niet naar waarde schatte, schoon zij eindigden met haar
196
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
invloed te vernietigen. Vermaningen en berispingen, die te Weenen of Soliönbrunn, op 'toogenblik der overtreding zelve, met eerbied zouden zijn aangehoord, verloren veel van haar kracht, wanneer zij, na eenige weken reizens, te Versailles werden ontvangen, als de aanleiding lang geleden en bijna vergeten was. Ook al was dit laatste niet het geval, de gedurige herhaling verzwakte den indruk. Maria Theresia geeft in iederen brief de bewijzen van haar moederlijke zorg, maar het is volkomen te begrijpen, dat de dauphine ongeduldig en op den duur ongevoelig werd. Maria Theresia is van alles op de hoogte: nu eens wil haar dochter geen corset dragen en wordt zij dus scheef, dan eens is zij onbeleefd jegens Madame du Barri of tegen Duitschers geweest. 13e dauphine is te levendig, te luidruchtig: zij rijdt paard, ofschoon zij haar moeder beloofd had het niet te doen, enz. De keizerin wil geregeld opgave hebben van haar lectuur en van haar studiën. Danst ge beter dan liierP Foei, kind, wat schrijft ge slecht: het wordt erger in plaats van beter. quot;J'étais un peu humiliée en voyant courir par plusieurs mains celles des dames, que vous leur avez écrites .... Tachez de tapisser un peu votre tête de bonnes lectures, elles vous sont plus nécessaires qu'a une autre. Ne négligez pas cette ressource, qui vous est plus nécessaire qu'a une autre, n'ay ant aucun autre acquis, ui la musique, ni le dessin, ui la danse, peinture et autres sciences agréables.quot;
Waren dergelijke vermaningen vergezeld gegaan van moederlijke liefkoozingen, ook dit kind, wezenlijk aan haar gehecht, zou er niet door vervreemd zijn. Maar het papier is een slechte geleider van gevoelens, die geen woorden behoeven om uitgedrukt te worden en in woorden slechts gebrekkig worden weergegeven. De herhaalde verzekerin-
197
19S MARIA ANTOINETTE, 1770â1780.
gen: quot;het is voor uw levensgeluk, dat ik -dit schrijf,quot; vergoeden niet het gemis van een kus, van een warme omhelzing. Een enkele maal, doch misschien reeds te laat, deed de Mercy het de keizerin gevoelen: '/Uwe brieven zijn voor de aartshertogin steeds de oorzaken van groote blijdschap, maar ook van vrees.quot; Het was waar: Maria Antoinette verlangde naar brieven van haar moeder, maar was er tevens bang voor. //Nu krijg ik eens geen knorrenjuichte zij de enkele maal, dat er aanleiding toe was.
Doch er kwam meer bij. Maria Theresia had hare kinderen zeer lief, maar beschouwde ze ook als schakels in haar politiek systeem. Hare huwelijken moesten dienen om haar invloed in Europa te verzekeren. T)e dauphine van Frankrijk had in dit opzicht de zwaarste taak: zij had de eeuwenoude antipathie des volks te overwinnen. Slechts als moeder van den toekomstigen koning kon zij slagen, en daarom moest zij moeder worden. In allerlei vormen wordt het haar voortdurend herinnerd: //c'est pour cela que vous êtes appelée.quot; Alle raadgevingen draaien om dit middelpunt; aan dit belang wordt alles gemeten.
Weinige brieven van Maria Theresia, waarin niet, rechtstreeks of zijdelings, de zaak wordt aangeroerd. Haar dochter wordt er ongeduldig onder, en verdedigt zich soms met potsierlijk ongeduld: quot;ik kan het toch waarlijk niet helpenquot; ... Zij speelde vrij wat liever met hare honden, die wel niet zindelijk, maar toch. vroolijk waren: ik wil een Mops van Weenen laten komen, zei zij aan de Mercy.
Wat Maria Theresia op zoo verren afstand onmogelijk zijn kon, dat moest deze zijn: de Mercy Argenteau moest de dagelijksche raadsman der dauphine wezen. Dat had de keizerin aan haar dochter gezegd en geschreven: wat
MARIA. ANTOINETTE, 1770-1780. 199
liij zeide, zeide zij. Hem moest zij vertrouwen als haar. Van zijn toewijding en beleid was zij zeker; over alles kon en moest zij Iiem raadplegen. De graaf de Mercy richtte er zich geheel op in, om aan dit moederlijk vertrouwen te kunnen beantwoorden. Hij wist van uur tot uur wat de dauphine deed, wat zij zeide, en niet deed en niet zeide. Hij had â sit venia verbo â zijne spionnen overal waar zij ging eu stond; elk woord, dat haar ontsnapte, werd onmiddellijk door hem vernomen. quot;Ik heb mij verzekerd,11 â berichtte hij naar Weenen â quot;van drie personen, die in ondergeschikte betrekking bij de aartshertogin zijn: eene van haar kamervrouwen en twee van haar kamerdienaars geven mij een nauwkeurig verslag van wat er in het interieur omgaat. Dag voor dag krijg ik bericht van de gesprekken, die zij met den abt de Vermont (haar lecteur) houdt. De marquise de Durfort vertelt mij tot de minste kleinigheid wat er bij Mesdames (de dochters des konings) gesproken wordt. Om te weten wat er bij den kouing gebeurt, als de dauphine zich er bevindt, daarvoor heb ik nog veel meer kanalen en personen. Kortom, er is geen uur van den dag, waarvan ik niet rekenschap zou kunnen geven en mededeelen, wat de aartshertogin kan gezegd hebben of gedaan of gehoord.11 Wie zich de moeite geeft zoozeer mede te leven, beantwoordt aan eenige eischen; toewijding, kieschheid, kennis van personen en toestanden worden bij de Mercy, als zelden, aangetroffen. Hij besprak dan ook alles en van alles met haar â hij wist, wanneer zij zich baadde! enz. â en wat hij zelf niet omstandig genoeg kon of wilde behandelen, dat liet hij aan den abt de Vermout over, die haar Fransch had geleerd, haar voorlas en toezicht oefende op haar lectuur. Deze twee mannen, met de beste bedoelingen
200 MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
der wereld, hielden in moeders naam haar voor oogen, wat de trouwe moeder van haar geliefd kind vroeg, voor haar geliefd kind om haars zelfs wil wenschte. Met groote kiesehheid behandelden zij soms allerlei zaken, met teedere punten in betrekking staande, en gaven goeden raad, in overeenstemming met den moederlijken wensch of het moederlijk bevel. De aartshertogin â tot de troonsbestijging wordt zij door de Mercy meer met den Oostenrijkschen dan met den Pranschen titel aangeduid â de aartshertogin luistert gewillig en veel naar hen, en volgt dikwerf hun raad. Aan Maria Theresia geeft zij wel eens haar hoop te kennen, dat de Mercy tevreden over haar zal zijn. Doch dit is in den beginne en langzamerhand houdt liet op.
Kon het anders? Er is nog een andere opvoeding, dan inenschen geven: de omstandigheden voeden mede op. Hoeveel eerbied en ontzag de jonge dauphine voor haar afwezige moeder en hen, die in haar naam tot haar spraken, ook gevoelde, hun advies en raadgevingen streden te dikwerf met haar lust en neigingen, om niet tot verzet te prikkelen. Naarmate liet ongewone van de hooge positie week, ving zij aan, van haar liooge plaats personen en toestanden te beoordeelen; een dauphine van frankrijk stond niet onder de controle van ieder. Merkwaardig en volkomen natuurlijk niettemin is het, dat Mercy's raadgevingen juist in die punten bij haar weerklank vonden, die haar eigen autoriteit betroffen. Herhaaldelijk had hij en op zijn aanwijzing ook de moeder tegen den te grooten invloed der tantes gewaarschuwd. Welnu! na een paar jaar was die invloed wegstervende: de dauphine nam de plaats in, die haar toekwam, en de tantes werden gedwongen , natuurlijk niet zonder eenige twisten, zich tevreden te stellen met de tweede plaatsen aan het hof.
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780. 201
Ue oude dames zoudeu liet niet vergeven noch vergeten. Ook ten aanzien van Lode wijk, haar man, volgde zij de wenken, die haar gegeven werden. Zij deed, wat zij kon, om hem tot zich te trekken. Kennis bezat Maria Antoinette niet, maar een uitnemend oordeel. De natuur had haar begiftigd met een aanleg des verstands, die tot groote verwachtingen rechtigde. Zij begreep, dat haar plaats geheel afhankelijk was van haar verhouding tot haar echtgenoot. Haar echtgenoot ? Ja, dat was hij, volgens de kerk, die hen getrouwd had. Maar overigens was hun echt zeven jaar lang een platonische. Door zijn gouverneur opgestookt tegen de Oostetirijksche prinses, die de politiek hem huwen deed, zag hij het gracieuse, levenslustige meisje, dat ieder jaar schooner werd, met verlegenheid en schaamte aan. Hij was links, ruw, lomp in zijn loop, zijn woord, zijn daad. Lodewijk XV kou bij wijlen nog de vorstelijke, impoueerende houding aannemen , die den meesten der Bourbons eigen was. De natuur had er zijn kleinzoon geheel van ontbloot. Hij was een burgerman in voorkomen, houding, spreekmanier, liefhebberijen. Men weet, dat hij ook als koning zich met smidswerk, sloten maken, bezig hield. Als dauphin openbaarde hij zijne handwerksliefde op nog breeder schaal. Wanneer in zijn appartementen timmerlieden en metselaars aan het werk waren, dan werkte hij uren lang mede, om de materialen, de steenen en balken in orde te brengen, en zag er dan, tot groote ergernis van zijn vrouwtje, afgemat en ontoonbaar uit. Dergelijke tooneelen ergerden haar uitermate en zij wendde al haar invloed op hem aan, om hem te fatsoeneeren. Hij gevoelde, dat zij gelijk had, en onderging in al dergelijke uiterlijke zaken haar invloed bereidwillig. Zij deed, wat zij kon.
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
om liem tot zich te trekken en hem aan liaar invloed te onderwerpen.
Zonder twijfel ware zij beter en sneller geslaagd, ondanks de tegenwerkende kraoliten, zoo zij door haar voorbeeld in zaken, liaar zelve betreffende, bewezen had het recht tot voorgaan te bezitten. Maar dit was geenszins het geval. Waar het rechten gold, leerde zij langzamerhand vast te honden en op prijs te stellen wat haar toekwam; doch waar het plichten en verplichtingen gold, die onafscheidelijk waren van haar hoogen rang, daar slaagde zij er niet in, zich zelve te beheerschen en hare neigingen te onderdrukken. Haar jengd eu speelschheid verleidden haar tot handelingen, die voor iedere andere van gelijken leeftijd volkomen natuurlijk en onschuldig, in de positie van haar als danphine van Frankrijk misslagen waren, die ook op het vertrouwen van Lodewijk in haar doodelijk moesten werken.
Aan het hof van Maria Theresia was de strenge etiquette onbekend, die het hof van Versailles regeerde. Zij zelve was de type van een patriarchale moeder des lands. Onvergetelijk voor haar kinderen was de avond, toen zij het bericht had ontvangen dat zij voor het eerst grootmoeder was geworden. Zij was dadelijk naar het theater gegaan, en had daar uit haar loge haar trouwe onderdanen toegeroepen ; //der Leopold hat eiu Buben!quot; Met daverend gejuich had de bevolking der hoofdstad in de vreugde der landsmoeder gedeeld. Van hun vader Franz van Lotharingen hadden haar kinderen daarbij een zonderling soort van ongegeneerdheid geërfd, die zelden bij vorstelijke personen wordt aangetroffen. Om menschenkennis op te doen, zoo het heette, liet b.v. de hertogin van Panna, ook een dochter van Maria Theresia, op haar hofbals haar
202
MA IMA ANTOINETTE, 1770--1780.
eigeu bedienden toe en danste te midden van hen, mis-scliien wel met lien.
Toen Maria Antoinette in Frank rijk kwam, zag zij zich aan handen en voeten door de hofetiquette gebonden. Geen uur van den dag was zij vrij: geen beweging, die niet geregeld was. Bij het opstaan wachtten de hovelingen, die het recht hadden haar de kousen te zien aantrekken. Als zij de handen waschte, traden anderen binnen, wien de eer van dit aanschouwen was vergund. Als zij naar bed ging, had de hoogste in rang der aanwezige dames het recht haar het nachthemd aan te bieden. Eens geschiedde het â het was in den winter â dat zij tot dit gewichtige oogenblik was genaderd. De aanwezige femme de chambre nain het interessante kleedingstuk in handen, oin het haar over te geven. Maria Antoinette stond half ontkleed en strekte de hand uit. Er werd geklopt: een dame dlionneur trad binnen. Onmiddellijk trad de femme de chambre terug, om voor deze hoogere in rang plaats te maken. Doch de overgave kou niet geschieden, voordat de handschoenen waren uitgetrokken. Eindelijk was het oogenblik daar: doch zie, er werd weer geklopt. De hertogin van Orleans trad binnen. Dezelfde scène herhaalde zich: de hertogin nam den kostbaren last over, en maakte zich gereed om zich van haar gewichtige taak te kwijten. Maria Antoinette had liet koud en verlangde naar het einde. Daar zou het komen, doch neen â er werd weer geklopt. De gravin van Provence verscheen. Gelukkig was dit de laatste. '/Maar 't is verschrikkelijk! welk een last!1' riep Maria Antoinette uit.
Op sommige dagen van de week moesten de dauphin en de. dauphine in quot;t publiek eten. Dan zag men, vooral in de eerste jaren, de groote trap van Versailles opgepropt
203
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
met meusclien van allerlei rang en stand; heeren en dames uit Parijs, boeren en boerinnetjes uit de provincie. Dat publiek stond dan, in de zaal opeengedrongen, aan te zien, hoe twee menschen samen aten. Een dauphin van Frankrijk, links en lomp in al zijn bewegingen, maar, wat erger was, van een onverzadelijken eetlust, en een jong vrouwtje met een heel mooi meisjesgezicht, dat weinig at, en blijkbaar zich niets vrij gevoelde onder het kruisvuur van oogen, die haar bespiedden en onverholen verbazing uitdrukten over den eetlust van haar heer en gemaal.
Het was de zegenrijke nalatenschap van Lodewijk XTV, die, het koningschap, door hem naar Versailles geplaatst, in dit warnet van vormen en etiquette verstrikte. Voor Maria Antoinette was het onduldbaar en eiken dag werd de lijst van haar overtredingen grooter. Zij trad de vaderlijke costumes met voeten en bespotte wie ze handhaven wilde. Aan Madame de Noailles, die als dame d'honneur voor deze zaken zorgen moest, schonk zij deu spotnaam van Madame TEtiquette. Eens viel zij vau den ezel. //Gauw,1' riep ze, quot;gauw; vraag aan Madame F Etiquette, of een dauphine van Frankrijk wel van den ezel vallen mag.quot;
Met geduld en beleid de overdrijving te wijzigen, lag noch in haar aard noch in haar leeftijd. Beide dreven haar om ze te brusqueeren: 't was een bewijs van wat zij durfde en kon. Zij trad in haar jeugdigen overmoed de vormen met voeten, zelfs daar waar zij zeer voegzaam waren. Als zij de jachtpartijen van Lodewijk XV volgde, nam zij in haar rijtuig een volledig collation mede. Op de halten verdrongen zich dan de hovelingen, om van het buffet der schoone dauphine te genieten. Tot menig tooneel van weinig deftigen aard gaf dit aanleiding. De koning moest het haar eindelijk verbieden.
2üi
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780. 205
Maar geen verbod kon haar zelfbedwang leeren. Wat moederlijke voorlichting en vermaning, steeds met liefderijken ernst herhaald, had kunnen tot stand brengen, bleef thans achterwege, omdat Maria Antoinette op zich zelve stond in levensjaren, waarin zij bovenal hulp en leiding behoefde. Bij de hofreceptiën lachte zij als een groot kind de oude en deftige dames uit, en spotte met haar voorkomen en toilet. Diep geërgerd zagen de bejaarde vrouwen, die het hof bezochten, hoe dit speelsche meisje met drie, vier kornuitjes wegschool, om zich over haar te amuseeren en haar uit te lachen. En ditzelfde kind behandelde haar, weinige oogenblikken later, met hooghartigen trots en stapte haar voorbij, zonder haar zelfs de eer van een enkel woord, soms van een groet te schenken. '/On dit que vous négligez ii parler et distinguer les grands, qu'a la table, au jeu vous ne vous entretenez qu'avec vos jeunes dames, en leur parlant a Toreille, en riant avec elles. Je ne suis pas si injuste de vouloir vous interdire la conversation tres naturelle des jeunes gens, que vous connaissez, a ceux que vous ne voyez qu'en grand public, mais c'est un point essentiel la distinction des gens, que vous ne devez pas négliger . . . .quot;
Een maatschappij, groot geworden en ademende in vormen, zag zich door een jonge vreemde, die met meisjesachtige luchthartigheid alles overhoop wierp, wat haar bijkans heilig was, bespot en uitgelachen. Zij wreekte zich over het onnadenkende kind, als steeds elke maatschappij zich wreekt over hen, die haar vormen niet eerbiedigen. Reeds nu, in dezen hofkring, werd het zaad uitgestrooid, liet zaad van haat en laster, dat den naam der dauphine zou ondermijnen en alles deed gelooven, wat jaloezie, politieke vijandschap en boosaardige berekening goed vond te haren laste te verspreiden.
206 MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Maar Maria Antoinette wist er niets van en geloofde er niet aan. Gedurende die vier jaar, dat zij dauphine was, ontwikkelde zij phjsiek en moreel. Physiek, als een sclioon gevormde vrouw, die aller oogen tot zich trok, blakende van levenslust en gezondheid. lu 1773 verkreeg zij van Lodewijk XV dat zij haar intrede in Parijs zou doen. 't Was in nadruk een feestdag voor haar, geheel Parijs lag voor haar schitterende schoonheid geknield. De duizenden, die haar toejuichten, waren niet blijde onderdanen, maar, gelijk de oude hertog de Brissac zeide, verliefde minnaars. Om dieu indruk van haar uiterlijke verschijning te begrijpen, is het genoeg de woorden van Horace Walpole mede te deelen. Hij zag haar in 1775, toen zij twintig jaar was, dus in den vollen bloei der jeugd, en schreef toen naar Londen: quot;Men kan geen oogen hebben dan voor de koningin. De Hébé's en de Flora's, de Heiena's en de Gratiën zijn ordinaire schoonheden, bij haar vergeleken. Staande of zittende, steeds is zij het beeld der schoonheid: als zij in beweging is, is zij de bevalligheid in persoon. Men zegt, dat zij niet in de maat danst; welnu, dan heeft de maat de schuld. Ik heb nog nooit een schoonheid gezien, die zij niet verre achter zich laat.quot; Wie zich van de geestdrift van zulk een kenner, als Horace Walpole, rekenschap wil geven, is er toe in staat. Madame Cainpan heeft ernstig getuigd, dat alleen de portretten, door Lebrun en Wertmüller van haar gemaakt, goed gelijkend zijn. Naar die beide stukken vindt men in de uitgave van Feuillet de Conches gravures, die volkomen de bewondering der tijdgenooten verklaren. Maria Antoinette is verwonderlijk schoon geweest.
Toch was het niet alleen haar uiterlijk, dat haar populair maakte. Het volk oordeelde naar andere gegevens dan
MARIA ANTOINETTE, 1770--1780. 207
de liofkring en dweepte met de jonge, vriendelijke, sclioone prinses. Tallooze proeven van haar goed hart liepen van mond tot mond. Bij een hertenjacht vloog het gejaagde dier in zijn doodangst een boer, bezig zijn land te bebouwen, aan en kwetste hem doodeiijk. De vrouw van den ongelukkige riep een troep jagers, die naderde, om hul]) en zonk bewusteloos neer. De koning, die er bij was, gelastte zorg voor haar te dragen en verwijderde zich. De dauphine echter stapte uit haar calèche, begaf zich naar de in onmacht neergezonkene en deed zelve alle moeite, met reukwatertjes en dergelijke, om haar bij te brengen. Toen zij hierin geslaagd was en de arme vrouw met vriendelijke toespraak had getroost, gelastte zij hare meiden, de boeriu met die haar vergezelden, in haar rijtuig te plaatsen en naar haar but terug te brengen. Het ongedwongen, natuurlijk medelijden en het goede hart, dat zij bij deze geheele scène betoond had, won haar de bewondering der omstanders. Ook de dauphin had al het zijne gedaan om de slachtoffers van het vorstelijk vermaak te troosten: geld en goede woorden had hij in ruime mate geschonken. Maar het hon mot van de hertogin de Beauvau drukte scherp de verhouding uit: /'Madame la Dauphine suivait la nature, et Monsieur le Dauphin suivait Madame la Dauphine 1quot;
Men zou Lodewijk groot onrecht doen, indien men meende, dat hij voor de schoonheid en lieftalligheid van zijn jong vrouwtje ongevoelig was. Hij verbaasde integendeel de hovelingen, door met een geestdrift, die hem, den stuggen zwijger, geheel vreemd was, haar quot;een charmant wezen, dat alles kon wat zij wildequot; te noemen. Ongelukkig genoeg, was hij zijn linksheid, zijn onhandigheid zich zoo volkomen bewust, dat juist haar bevalligheid
MAMA ANTOINETTE, 1770â 1780.
hem te meer verlegeu maakte. Hij zag tegen haar op, terwijl hij haar bewonderde en de gemakkelijkheid waarnam , waarmede zij na weinige jaren zich in haar hoogen rang thuis gevoelde. De man, die zwijgend zich te midden van den hofkring bewoog en met heimelijkeu schrik het oogenblik zag naderen, waarop hij zijne plaats aan het hoofd des volks moest innemen, wist zich geen rekenschap te geven van zijn verhouding tot haar.
Den 10(lequot; Mei 1774 brak eindelijk het uur aan, dat voor beider leven zoo beslissend zou zijn. Geheel Versailles was in drukte en spanning. Tn de hotels der hovelingen stonden de paarden voor de rijtuigen gespannen. Alles wachtte op een teeken, om uit dit besmette oord te ontvlieden. Lodewijk XV had de kinderpokken en was stervende. Voor het raam der ziekenkamer stond een licht, dat uitgeblazen zou worden, als alles was afgeloopen.
Na uren wachtens werd het uitgedoofd: Lodewijk en Maria Antoinette waren koning en koningin.
De theatrale voorstelling, dat beiden in het gewichtig oogenblik op de knieën zijn gezonken, met den uitroep; //mijn God, wij zijn te jong om te regeeren!quot; wordt dooide nieuwe bescheiden niet bevestigd. Zoo het geschied is, is het in de binnenkamer voorgevallen en niet in tegenwoordigheid van anderen.
Ongepast zou het niet geweest zijn, want inderdaad waren zij te jong. Eigenlijk zouden zij er nooit oud genoeg voor zijn.
Opleiding voor de zware taak, die hem wachtte, had Lodewijk niet genoten; en zich zelf er toe voorbereid, had hij evenmin. Hij was een braaf en gemoedelijk man, die oprechtelijk het beste voor zijn volk wilde; maar wat
208
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
dit beste was, kon hij niet zeggen. Hij had iets opgevangen van de economische stellingen van den tijd, en begreep dat veranderingen noodig waren. Maar verandering van personen achtte hij het voornaamste. Irntnoreele en impopulaire personen van het hof en uit het staatsbestuur te verwijderen, scheen hem een hoofdbelang toe. Dat lier-vormingen in het staatswezen moesten plaats hebben, gevoelde hij; maar hij kon niet zeggen, welke. Hij begreep wat anderen hem voorhielden en duidelijk maakten, maar hij had te weinig kennis, om met zelfstandigheid te oor-deelen. Door zijn ongelukkige opvoeding miste hij alle zelfvertrouwen. Opgevoed om steeds afhankelijk te zijn, gevoelde hij voorlichting van anderen te behoeven: hij was er te zeer aan gewend, om er buiten te kunnen, of zelfstandig te durven handelen, zelfs waar hij zeer goed inzag, wat geschieden moest. Meer degelijk dan beminnelijk van karakter, verborg hij achter een air van groote ruwheid, de vracht van een krachtig physiek, een groote zwakheid, zoodat hij gemakkelijk te beheerschen was. Slechts moest men zorgvuldig waken, zijn wantrouwen niet op te wekken , en zijn zelfstandigheid ten minste in schijn te eerbiedigen.
Het lag voor de hand, dat de jeugdige koningin den meesten invloed op hem zou oefenen. Het was haar moeders doel, dat zij hem beheerschen zou en daardoor Frankrijk steeds op de zijde van Oostenrijk houden. In de brieven van de Mercy worden dan ook zorgvuldig van tijd tot tijd de kansen berekend, dat eenmaal de dauphine haar echtgenoot zal dominer, suhjuguer, enz. De ongelukkige verhouding echter, waarin Lodewijk jarenlang tegenover Maria Antoinette stond, weerhield langen tijd alle ware intimiteit. Daarbij kwam een andere reden. Lode-
Joris sen. I4 14
209
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
211)
wijk, èn als dauphin, èn als koning, was bang voor kaar invloed op politiek gebied. Jaren later, in 1784, legde zij zelve de redenen van haar politiek onvermogen aan haar broeder Jozef II in de volgende woorden bloot: «Men moet den koning goed kennen, om juist te kunnen be-oordeelen de geringe mate van hulpmiddelen, die zijn karakter en zijne vooroordeelen mij verschaffen om invloed op hem te oefenen. Hij is van nature zeer weinig spraakzaam , en het gebeurt hem dikwijls, dat hij geen woord spreekt van groote zaken, ook zonder de bedoeling om ze te verzwijgen. Hij antwoordt mij, wanneer ik er hem over spreek , maar hij verwittigt mij er niet van; en wanneer ik het vierde van een zaak heb gehoord, dan behoef ik al mijn beleid om de rest van de ministers te vernemen , door hen te doen gelooven, dat ik alles weet. Als ik er den koning een verwijt van maak, dat hij mij over sommige zaken niet gesproken heeft, wordt hij niet boos; hij is dan wat verlegen, soms ook antwoordt hij op een natuurlijken toon, dat hij er niet aan gedacht heeft. 1 k moet u eerlijk bekennen, dat ik op politieke zaken het minst van allen invloed heb. Het van nature wantrouwend karakter des konings is, reeds voor mijn huwelijk , geprikkeld door zijn gouverneur. De la Vauguion heeft hem bang gemaakt voor de heerschappij, die zijn vrouw over hem zou willen voeren, en zijn zwarte ziel heeft er behagen in gehad, het gemoed van zijn leerling te verschrikken door allerlei schrikbeelden, uitgedacht tegen het huis van Oostenrijk. De Maurepas, met minder karakter en minder slechtheid, vond het voor zijn krediet goed, diezelfde denkbeelden bij den koning te onderhouden. De Vergennes volgt hetzelfde plan, en misschien bedient hij zich van zijn buitenlandsche correspon-
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780. 211
deutie om letigen en laster te bezigen. Ik heb er meer dan eens open met den koning over gepraat. Hij wordt soms knorrig, maar daar hij onvatbaar is voor discussie, heb ik hem niet kuunen overtuigen, dat zijn minister hem bedroog. Tk bedrieg mij zelve volstrekt niet, wat mijn invloed betreft: ik weet, dat ik, vooral in politieke dingen, weinig op den koning vermag.quot; Er was zeer veel waarheid in de voorstelling, maar niet alles was juist. Niettemin is de geheele teekening zeer kenmerkend, zoowel voor haar als voor hein.
Waarheid was het, dat Lodewijk door zijn gouverneur tegen de Oostenrijksche prinses was opgestookt en bang gemaakt voor den invloed zijner schoonmoeder. Eveuzoo dat zijn ministers, de Maurepas, de Vergennes, niet zeer genegen waren haar invloed te steunen. Maar even waar ook, dat zij den invloed, dien zij in 178-1 verklaarde niet te bezitten, in 1771 niet had nagejaagd en van de groote kansen, die de omstandigheden haar schonken, om overwegenden invloed te verkrijgen, slechts een zeer gebrekkig en een zeer verkeerd gebruik had gemaakt.
In waarheid euvel duiden gaat niet aan: zij wist volstrekt niet wat politiek was. Niemand had er haar iets van geleerd. Van haar moeder en de Mercy had zij in de laatste jaren in hoofdzaak dit gehoord: Frankrijk en Oostenrijk moesten verbonden blijven. Verder had zij met de Vermont eenige boeken gelezen, o. a. het Journal de l'Etoile en de geschiedenis van Engeland. Of het meisje van 15 jaar er veel uit geleerd heeft, weten wij niet. Wat zij van politiek wist, had zij aan het hof geleerd. Zij had gezien, dat politiek een kwestie van personen en van intriges was. Vrienden bracht men in het bestuur, vrienden bevoordeelde men, vijanden benadeelde men en
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
liet meu vallen. Dit wist zij eu zij was bereid en bewees het van liet eerste oogenblik af, dit spelletje te willen medespelen.
Toen Lode wijk aan de regeering kwam, was d'Aignillon minister: Maria Antoinette had een bitteren wrok tegen hem. De Mercy, wien haar moeder opnieuw bij de troonsbestijging haar als een vertrouwd raadsman had aanbevolen, gaf den raad om niet te haastig veranderingen in het ministerie te maken, bovenal d'Aiguillon vooreerst te houden, om geen overhaaste keus voor buitenlandsche zaken te doen. Hij had lang en breed met haar gepraat, en meende uit haar spreken op te merken, dat hij haar overtuigd had. Niettemin werd d'Aiguillon ontslagen en wel op den dringenden eiseh der koningin, die Lodewijk tegen zijn zin er toe overgehaald had. '/Het wraakzuchtige en het weinig eerlijke, dat er in haar handelwijze is, treft mij,quot; schreef Maria ïheresia.
Voor persoonlijke kwestiën was zij vurig en onvermoeid. Om verschillende redenen was Lodewijk gebeten op den oud-minister de Choiseul, die van het hof gebannen was. Maria Antoinette, nauwelijks koningin, verzocht zijn terugroeping. Lodewijk aarzelde, wilde uitstellen, maar zij liet hem den tijd niet, en eischte dat het dadelijk zou geschieden: het was vernederend voor haar, de terugroeping van den staatsman niet te kunnen verkrijgen, die haar huwelijk had tot stand gebracht. quot;Als gij die reden aanvoert, kan ik natuurlijk niet weigeren,quot; was het antwoord van den zwakken man.
Reeds in Augustus 1773 had de Mercy geschreven; '/De aartshertogin begrijpt de zaken zeer gemakkelijk, maar zij is er bang voor. Zij weert de gedachte van zich, dat zij eens macht en gezag zal hebben. Vandaar, dat
212
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
213
haar karakter iets traags en passiefs krijgt. De dauphin zal nooit de kracht of den wil hebben om uit zich zelf te regeeren; zoo de aartshertogin hem niet beheerscht, zal hij door anderen beheerscht worden.'quot; Thans, nu zij koningin was, gebruikte zij wel haar macht, maar alleen voor of tegen persouen. Den val van d'Aiguillon bewerkte zij, maar zij vroeg er niet naar, wie hem opvolgde. Er was geen politieke gedachte, veelmin een politieke richting, die zij voorstond. Het waren toevallige, tijdelijke belangen , waarvoor haar belangstelling werd opgewekt: zij zette ze door met ijver, met hartstocht. Maar als de koning haar over staatszaken sprak, dan toonde zij haar verveling of onattentie duidelijk. '/Langzamerhand zal de koning natuurlijk elders raad vragen en liet krediet der koningin geheel ophouden, als zij zich bepaalt met eenvoudig deze en gene zaken te eischen, zonder zich aan Z. M. nuttig en onmisbaar door haar goeden raad te maken; haar afkeer van allen ernst, van alles wat inspanning kost zal het schitterende vooruitzicht van haar grooten invloed geheel doen verdwijnen.quot; Als de Mercy haar dit voorhield, gaf zij onmiddellijk toe, erkende de waarheid, beloofde beterschap en deed wat de meeste kinderen doen: zij vergat het onmiddellijk en dacht alleen aan haar amusement. Afleiding en verstrooiing hielden haar bezig: al het overige kon haar slechts voor enkele oogenblikken interesseeren. Zonder kennis en zonder inzicht in staatsbelangen en staatszaken , wendde zij haar autoriteit slechts aan, wanneer haar sympathie of antipathie was opgewekt, maar zonder in staat te zijn een blijvenden en regelmatigen invloed op den gang van zaken uit te oefenen. Zij werd daardoor maar al te dikwerf de speelbal van anderen, wier belangen of inzichten zij bij Lodewijk voorstond met een ongeduld,
M Alt IA ANTOINETTE, 1770--1780.
eeu heftigheid, eeu passie, die den zwakken man wel in menig ernstig oogeublik voor haar buigen deed, maar zonder haar moreel overwicht te sterken. Een kind van luim en hartstocht, wierp zij het gewicht van haar hooge positie telkenmale in de schaal, waarin de landsbelangen werden gewogen, zonder naar iets anders te vragen dan naar het oogenblikkelijk succes, en zonder de gevolgen te berekenen of te kunnen voorzien. De goedhartige Lodewijk, zwak van nature, maar dubbel zwak tegenover de vrouw, bij wie hij zijne mannelijke autoriteit niet kon doen gelden, zocht bij de staatslieden, aan wie hij zijn vertrouwen schonk, steun tegen haar, maar vond zelden, waar hij tusschen hen en zijn vrouw moest beslissen, genoeg kracht in zich zelven om haar eischen af te wijzen. Zonder te weten waarom, drong zij hem bij de troonsbestijging, op raad van Mesdames, de Maurepas als minister op. De oude hoveling, slimmer dan zij, werkte haar tegen en wist zich staande te houden. Maar Turgot werd door haar ten val gebracht, ondanks Lodewijk's vertrouwen in den staatsman , dien hij aan haar aandrang en heftigheid opofferde. Nooit echter, voordat de revolutiestorm zijn troon deed wankelen, heeft hij zijn oud wantrouwen tegen haar raadgevingen, als inblazingen van het Weener hof, geheel overwonnen. Vandaar, dat hij haar zucht tot vermaken, die hij als een afleiding voor staatkundige bemoeiingen beschouwde , niet tegenging, maar haar volle vrijheid liet, en later, toen zij van die vrijheid gebruik maakte op een wijze, die voor haar goeden naam allerverderfelijkst was, niet optreden durfde of kon, om haar te beteugelen.
Een der eerste geschenken, die hij als koning gaf, was het kleine Trianon, aau het einde van het park van Versailles gelegen. Het was een landhuis van kleinen
214'
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
omvang, dat Lodewijk XV iu 1766 had lateu bouwen, om zich, na stormachtige nachten, met botaniseeren het hoofd te verfrisschen. Maria Antoinette deed het geheel naar haar smaak hernieuwen en richtte ook den tuin naaide mode dier dagen in. Hier vond men een schat van schoone en weelderige bloemen en boomen, afgewisseld met beelden en berceaux; een Engelsch plantsoen, een Chineesch tuintje, rotsen en watervallen, verborgen grotten, een belvedère , een Hollandsche molen en boerderij â kortom , een boute verzameling, in kort bestek, van groot en klein maar kostbaar speelgoed. Hier bracht zij de gelukkigste en onbezorgdste oogenblikken van haar leven door; hier trok zij zich, tot de revolutie het verbood, terug, om vrij te zijn. Zij had dadelijk verklaard, dat zij in Trianon van geen etiquette wilde weten en weerde alle pogingen der surintendante af, om ook hier haar schepter van vormen te zwaaien. Als zij daar dagen doorbracht, kon Lodewijk gemakkelijk bij haar komen dineeren. 'Dan aten zij met bun beiden, en kon de speelsche, jonge vrouw aan elke barer luimen botvieren, haar heer gemaal met broodproppen gooien of hem op een draf meêsleepen door de lanen, zonder dat de etiquette hinderend tusschen beide trad. Hier ontving zij de gasten uit Parijs 's middags om twee uur, om te eten, en stoeide zij met haar vriendinnen of met Lodewijk, die langzamerhand los werd eu bij al die kleine coquette plagerijen van zijn mooi vrouwtje zijn timiditeit begon af te leggen.
Doch Trianon schonk haar niet alleen vrijheid van de hofetiquette, liet schonk haar ook een eigen kring. Hier vormde zich langzamerhand een klein gezelschap van vertrouwden, waarin zij zich thuis gevoelde, omdat zij haar stijfden in haar afkeer van gêne. Niet allen verdienden
215
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
216
of bezateu haar vertrouwen, maar allen waren haar welkom , omdat zij medewerkten om aan haar zucht tot vermaak te voldoen. Wat zou een jonge koningin, die noch huishouden noch kinderen had te verzorgen, anders doen dan zich amuseeren? Van lectuur hield zij evenmin als een der kinderen van Maria Theresia: lezen was een inspanning en van inspanning had zij een afkeer. In den eersten tijd als dauphine, had zij zich met een paar hondjes vermaakt of met een paar kinderen van een harer kamervrouwen, die tot haar groot genot alles in haar appartementen overhoop wierpen. Nu, als koningin, was er meer afwisseling en had zij ook zelve de gelegenheid, rijker verscheidenheid aan te brengen. Rijtoertjes, wandelingen, muziek maken â uren achtereen bracht zij met de harp door â vulden een groot deel van den dag. Tweemaal in de week was er souper aan 't hof. Maria Antoinette had op raad van de Mercy den koning tot deze nieuwigheid bewogen, om hem aan de uitsluitend-heerensoupers, die gewoonlijk na de jacht voorkwamen, te onttrekken. Daarbij voegden zich, iu den eersten winter van haar koningschap, les bals de la reine. Vooral de quadrilles de masques hielden haar en 't hof zeer bezig. Het was een ernstige zaak, telken male de maskerades der quadrilles af te wisselen: de tijdsruimte van acht dagen, die de hofbals van elkander scheidde, was ter nauwernood voldoende om alles gereed te krijgen. De gravin de Brionne bedacht een nieuwe variatie: een bal de nuit. Maria Antoinette volgde het onmiddellijk na. Den 2331⢠Jan. 1775 opende de koning te middernacht het bal, in de kleine komediezaal van Versailles. Lodewijk had de beleefdheid tot half drie er te blijven: Maria Antoinette danste tot zeven uur, hoorde toen de mis, stapte naar bed en kwam niet dan in den achtermiddag te voorschijn.
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Al deze afmattende vermaken vielen zeer weinig in den smaak van Lode wijk; maar hij keurde ze goed, lokte ze soms zelf uit, nam er aan deel met alle mogelijke iu-schikkelijkheid, omdat zij haar genoegen deden. Zij ging er geheel in op: «de koningin is geabsorbeerd door de vermaken, zij kan aan niets anders denken voordat de vasten begint,11 schreef de Mercy aan Maria Theresia.
In dezen zelfden winter ving de overdreven zorg voor haar toilet aan, die zoozeer heeft bijgedragen om de oogen van het groot publiek met weinig welwillenden blik op haar te vestigen. De mode had de coiH'ures der dames onmatig hoog opgevoerd, maar Maria Antoinette overtrof alle buitensporigheid in dit opzicht. Met dezelfde heftigheid , waarmede zij aan elke harer luimen toegaf, dreef zij thans haar hoofdtooisel in de hoogte. Haar voorbeeld was natuurlijk een bevel voor alle dames, die liet hof bezochten , en ook voor dat gedeelte van het vrouwelijk publiek, dat niet gewoon is éigen smaak, maar den wansmaak van anderen te volgen. De modistes en dameskappers van Parijs doorleefden onrustige nachten, in het pijnigen van hun brein, om nieuwe coiffures uit te vinden. In den zomer van 1777 werd het gilde van lieeren pruikenmakers te Parijs met 600 coiffeurs de dames vermeerderd. Het getal was niet te groot, als men op deu arbeid let, dien het iioofd der elegante dames vereischte. Men zag er van alles op pronken; een wereldbol, een landschap, een zeegevecht; de vrouw van een Engelsch admiraal vertoonde op haar hoofd de Engelsche vloot, te midden van een onstuimige zee. i)e pouf a la puce concurreerde in schoonheid met de bonnet a la candeur: en de haigueuse a la frivolité week voor de berceau (Tamour niet terug. Maria Antoinette had vooral sympathie voor la curne (Tabondance
317
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Zij beschouwde ze als een symbool van liet geluk, dat de legeering van Lodewijk aan Frankrijk zou aanbrengen. Zij wist niet, toen zij met dit hoofdtooisel zich te Parijs bij een der sledevaarten vertoonde, dat deze hoorn des overvloeds in de oogen van het volk voor een beschimping gold van de armoede, die zij leden. De schoone koningin, met haar overdaad van linten, veeren en pluimen, die boven van het hoofd wapperden, scheen hun een beeld van de schaamtelooze verkwisting, die de geprivilegieerde standen voortgingen, als hun monopolie ten toon te spreiden , hoe hoog de nood des lands ook steeg.
Ouder Lodewijk X1Y had het koningschap zich naar Versailles, in geheimzinnige afzondering, teruggetrokken. Hij noch Lodewijk XV kwamen anders dan hoogst zelden naar Parijs. Wat de natie toen van de weelde, de verkwisting der hofhouding wist, dat wist zij bij geruchte; zij zag het niet. Daarbij had zij een soort van religieusen eerbied voor de koningen van Gods geuade en kende hun het recht toe, om meer te doeu en te zondigen dan gewone stervelingen. Dit alles was iu de laatste twintig jaar veranderd. Kritiek en nadenken hadden het goed geloof' doen vallen: de maatschappelijke orde was en werd in hare grondslagen door de leerstellingen van Voltaire, Rousseau, de encyclopaedisteu eu de economisten ondermijnd. Men kende niet langer aan bevoorrechte standen het recht toe, om de gelden der natie in ijdele verspilling te verkwisten. Men eisehte van hen de vervulling van plichten en niet alleen het genot van rechten. Onder Lodewijk XVI trad het koningschap uit zijn geheimzinnige afzondering in het volle licht van den dag te voorschijn, ifaria Antoinette had de treurige eer, in haar eigen persoon al de uiterlijke schittering van de monarchie te vertooneu, maar tevens al
218
MAMA ANTOINETTE , 1770-1780. 219
de inwendige holheid, de leegheid, het volslagen gebrek aan plichtbesef den volke te openbaren.
Eeeds als dauphine was zij veel te Parijs geweest. In 1773 ging zij er geregeld alle weken keen, bezocht winkels en sommige theaters in klein kostuum en slechts door enkelen gevolgd. Die ongewone verschijning had aanvankelijk zeer gestrekt om haar populair te maken; men had te Parijs zelfs het gerucht verspreid, dat het hof Versailles zou verlaten, om in de Louvre zich te vestigen. Doch op den duur werkte die meerdere bekendheid van haar persoon iu de hoofdstad ongunstig. Het volk is spoedig gewend aan een mooi gezichtje, een gracieus figuurtje, een vriendelijk knikje. De natuurlijke jaloezie van den arme tegen den rijke wordt geprikkeld door het opmerken van eigenschappen, die niet bloot dienen om alledaagschheid te omlijsten; maar zelfs schijnen te strekken om gebreken op te sieren. Het volk had een tijdlang groote verwachtingen van haar invloed ten goede gekoesterd en voelde zich diep teleurgesteld, toen het zag, dat zij slechts aan haar vermaken dacht en de taak verwaarloosde, die men haar had toegedacht. Reeds in het voorjaar van 1775 was de ontvangst koel, als zij in Parijs kwam. De luidruchtige verkwisting van het karnaval wekte te meer ergernis, omdat de nood van het volk groot was. In Mei 1775 barstten er te Parijs, te Versailles en in een aantal naburige plaatsen ernstige onlusten uit; de bakkerswinkels werden door het hongerige volk leeggeplunderd. Nadrukkelijk onderhield de Mercy de koningin over de houding, die zij aan te nemen had; hij stelde haar de noodzakelijkheid voor oogen, om de vermaken te matigen, opdat zij geen ergernis geven mocht. quot;Als het volk lijdt, meet het de deelneming der vorsten naar de hou-
220 MAlilA ANTOINETTE, 1770-1780.
ding af, die zij aannemen, en hiervan is zijn gehechtheid afhankelijk.quot;
Maar deze waarschuwing, als zoo vele andere, ging het eeue oor in, het andere uit. De brieven van Maria The-resia en de vermaningen van de Mercy vonden ingang op liet oogenblik zelf, maar tegen den dagelijkschen invloed van haar omgeving en van haar gunstelingen sterkten zij haar niet. Toen beide, de gravin van Provence en die van Artois, moedervreugde smaakten, ontwaakte sterker dan te voren in Maria Antoinette het gevoel van spijt, van bitterheid over haar gemis. Haar houding en bejegening van Lode wij k verrieden al te dikwerf haar stemming en was menigmaal meer geschikt om hem te verwijderen, dan aan te trekken. Teleurgesteld in haar huwelijkswenschen, zocht zij bij toeneming in verstrooiing en vermaken afleiding, zonder de gevolgen te berekenen. Afkeerig van de plichten van het hofleven, en niet gewoon in lectuur of vrouwelijke werkzaamheid bezigheid te vinden, moest vriendschap haar vergoeden, wat liefde haar deed missen. De eerste vriendin, aan wie zij zich hechtte-, was Madame de Lamballe, een kwijnende schoonheid, die onophoudelijk en dikwijls op de ongeschiktste oogenblikken flauw viel. Voor haar herstelde de koningin eeue hof betrekking die sedert jaren was afgeschaft, tot groote ergernis van eenige hoog adellijke dames, die het hof verlieten. Als surintendante deed Madame de Lamballe aanspraken gelden, die langzamerhaud de koningin van haar vervreemdden. Toch was zij werkelijk , gelijk zij later bewezen heeft, aan haar gehecht en, wat nog meer beteekende, op haar goeden uaam was niets te zeggen.
Dieu roem mocht de vrouw, die haar in de koninklijke gunst opvolgde, zich niet toekennen. De gravin Jules de
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780. 221
Polignac was van nature een goedaardig, indolent wezentje, dat uitmuntte niet door haar verstand, maar door de bêti-ses, die zij zei, en door haar schitterende verleidelijke schoonheid. Zelve geheel onbeteekenend , werd deze wonder-schoone gravin in de handen van een sluwe tante en van een gebochelde, maar geestvolle schoonzuster, eene van de gevaarlijkste intriganten in de omgeving der koningin.
Haar reputatie was ver van zuiver, haar lectuur niet keurig. De vrees was dus niet ongegrond, dat zij een verderfelijken invloed op Maria Antoinette uitoefende. Ware de dochter van Maria Theresia minder trotsch geweest, de verzoeking zou haar misschien te zwaar zijn geworden. Haar vorstelijke hoogheid hield haar staande in omstandigheden , waarin menig andere vrouw is bezweken. Onnadenkend was zij in de hoogste mate, maar niet slecht. Haar meisjeseenvoud was natuurlijk in den hofdampkring spoedig geweken, maar de bekendheid met het kwaad had haar hart niet bedorven. Spijt, ergernis, dat haar, de koningin, werd onthouden, wat hare schoonzusters ten deel viel, ongeduld, dat zij geen troonopvolger aan l'rank-rijk mocht schenken, deed haar steeds meer in verstrooiing, van welken aard ook, afleiding van hare gedachten zoeken. Dat de slechte naam van Madame de Guemenée, van de Besenval, de Yaudreuil, en van vele anderen, die tot het beruchte gezelschap der Polignacs behoorden, ongunstig werkte op de genegenheid des volks jegens haar, geloofde zij wel een oogenblik, als het gezegd werd, maar vergat zij tevens onmiddellijk, omdat deze menschen ten minste haar, naar zij meende, oprecht genegen waren en zij in hun kring zonder zelfbedwang zich mocht vertoonen gelijk zij was.
Slechts één lid der vorstelijke familie was er, die met haar neigingen scheen in te stemmen. De twee broeders
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
des kouings, Provence en Artois, verscliilden zeer vau Lodewijk. Provence was, hoe jong ook, een koele, sluwe ambitieux, die voor geen valsclilieid terugsckrikte, om zijn doel te bereiken. Hij en zijn vrouw, een Savooische prinses, waren een tijdlang bijzonder intiem met liun , broer en zuster geweest: maar de ontdekking van, sommige handelingen van Provence liad de genegenheid bekoeld. Bij den dood van Lodewijk XV waren er brieven van het jeugdig echtpaar gevonden, waarin zij geheel andere meeningen tegenover hun grootvader uitspraken, dan in den kring van Lodewijk en Maria Antoinette. Provence was een gevaarlijk man, die zijne meerderheid boven Lodewijk gevoelde, niet dulden kon, dat deze broeder hem was voorgegaan op den troon en nu het liefst onder zijn naam zou regeeren. Als Lodewijk s echt kinderloos bleef, was hij de troonopvolger. Al zijn streven was, om vau eiken misslag van anderen te profiteeren, om zich bij 't volk geliefd en ge-eerbiedigd te maken. Tegenover de wilde vermaken van 't hof hield hij zich bescheiden ter zijde, opdat de tegenstelling scherp in het oog zou springen. Die man ondermijnde Lodewijk en Maria Antoinette door raad, woord en houding zijn geheele leven lang. Zijn broeder en zuster kenden hem. Bij een komedievoorstelling in gesloten kring, waarin de prinsen en prinsessen zei ven een rol hadden vervuld, was de Tartuffe opgevoerd: Provence had de hoofdrol vervuld. Toen het uit was, roemde de koning de voorstelling zeer: «uitstekend, uitstekend, ieder was in zijn natuurlijke rol!quot;
Gevaarlijk, doch in geheel ander opzicht, was voor de koningin ook de tweede broeder des konings. Artois was een bon vivaut, die zijn leven genoot als een vorstenzoon, vast overtuigd dat elke bloem voor hem was. Gekluisterd aan een leelijke en hoogst onbeduidende vrouw,
322
b
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780. 32 3
die alleen de opmerkzaamheid verdiende wegens de zeldzame minachting, waarmede zij uit pure domheid alles en allen behandelde, amuseerde hij zich op alle mogelijke wijzen. Nu eens waren het wedrennen, dan sledevaarten, die hij bedacht. Lode wijk ging niet naar die dingen, die hem verveelden. Hij ging op de jacht en jaagde een dag achtereen, en schreef dan trouw 's avonds op, hoeveel hazen en bokken hij geschoten had. Artois vroeg zijn vroolijke, speelsche schoonzuster om mede te gaan en Lode-wijk had er niets tegen. De jonge koningin verscheen overal in het publiek, aan de zijde van Artois. Het publiek ergerde zich, liet volk morde. Artois' naam was in de hoofdstad aan allerlei nachtelijke feestjes verbonden. Maria Antoinette wist het, maar schoof de gedachte ter zij, dat zijn reputatie de hare bezoedelde. Het ging bij die jachtpartijen soms zonderling toe: Artois hield even weinig van gêne als Maria Antoinette. Met hooge rijlaarzen aan, de karwats in de hand, stonden de jonge hovelingen met de koningin te praten, tot groote ergernis van allen, die in het vertreden van alle decorum een groot gevaar erkenden. Gelukkig redde bij deze gelegenheden de waarlijk vorstelijke houding, die Maria Antoinette bij al het gracieuse van haar figuur van nature had, haar te midden van deze omgeving. Ook hier bleef zij koningin, al behoorde zij hier niet.
De graaf van Artois was, naar het uiterlijke te oor-deelen, de door moeder natuur meest begunstigde der drie broeders. Hij had een aangenaam, vorstelijk voorkomen en vorstelijke manieren, zoo zelfs dat, gelijk de Mercy zelf vertelt, een vreemdeling, die de drie broeders bijeen zag zonder hem te kennen, hem zeker voor den koning zou houden. Maar zijn uitspattingen vernielden het moge-
MARIA ANTOINETTE , 1770-1780.
lijke gevaar, dat iu deu omgang met liem kon gelegen zijn. Maria Antoinette, al gebruikte ze liem als kaar cavalier voor het bijwonen van vermaken, die Lodewijk geen belang inboezemden, liad te veel gezond verstand en een te goed oordeel, schoon niet altijd in dienst gesteld, om zich in hem te bedriegen. Even goed als zij de valsch-heid, de dubbelhartigheid van Provence peilde, gaf zij zich rekenschap van Artois' levenslustige onbeduidendheid. quot;Om de waarheid te zeggen,quot; schreef zij aan haar moeder, quot;indien ik een van de drie tot man moest kiezen, dan zou ik nog hem kiezen, wien de hemel mij gegeven heeft: zijn karakter is waar, en, ofschoon hij liuksch is, hij heeft alle attentiën en inschikkelijkheid voor mij.quot;
Toen zij deze regelen schreef, was zij blijkbaar in een goede luim of wilde het ten minste schijnen tegenover hare moeder. De lofspraak op Lodewijk was waar, maar vormde niet altijd den hoofdinhoud van haar beschouwing. Haar heer en gemaal verscheen dikwerf voor 't oog harer ziel in een geheel ander licht, minder gunstig, minder schitterend. Er is zeker meer spijtige ironie en minachting dan wel hoogschatting in de woorden, waarmede zij het verschil van smaak tusschen haar en Lodewijk toelichtte: quot;ines gouts ne sont pas les mêmes que ceux du roi, qui na que ceux de la chasse et des ouvrages mécaniques. Vous conviendrez que j'aurais assez mauvaise grace auprès d'une forge: je n'y serais pas Vulcain, et le role de Venus pourrait lui déplaire beaucoup plus que mes gonts, qu'il ne désapprouve pas.quot; Ook de wijze waarop zij in het dagelijksch leven hem dikwerf behandelde, haar zin doordreef door haar wil hem op te leggen, getuigde meer var. vrouwelijke luimigheid en hartstocht, dan van kalm nadenken en ontzag. De graaf de Guines, ambassadeur te
224
ilAllIA ANTOINETTE, 177Ã-1780.
Londen, liad een proces gehad, dat hij wou, behalve in de publieke opinie. Omdat hij haar protégé was, zette zij door, dat hij tot hertog werd verheven. Doch daarmede was zij niet tevreden. Lodewijlc zelf moest de eervolle onderscheiding den nieuwen hertog berichten. De koning stelde een brief op, maar zij vond dien niet mooi genoeg. Zij dwong hem als een schooljongen, om tot driemaal toe zijn opstel over te maken en telkens vleiender bewoordingen te kiezen.
Men ziet â de lieftallige, vleiende vorm, waarin jonge vrouwtjes dikwerf haar heerschzucht kleeden, werd niet altijd door haar gebezigd. Nog erger was het, dat zij zelfs, als zij haar wil had doorgezet, zijn eer tegenover de buitenwereld niet ophield. Door de partij van de Ghoiseul liet zij zich overhalen, om den oud-minister, van wien Lodewijlc een grooten afkeer had, bij gelegenheid der kroning te Reims te ontvangen. Natuurlijk kon zij het zonder medeweten en vergunning des konings niet doen. Zij vertelde hem, dat zij lust had wat te praten met de Ghoiseul, maar dat zij niet wist welk uur te bepalen, daar te Reims bijkans elk oogenblik bezet was. De goedhartige Lodewijk werd volkome dupe, en overlegde met haar, wat het meest geschikte moment zou zijn. In plaats van tevreden te zijn met haar zege en er verder over te zwijgen, beroemde zij zich op haar slimheid. Aan den graaf van Rosenberg, een Oostenrijksch hoveling en diplomaat, dien zij van der jeugd af kende, verhaalde zij het gebeurde in deze termen: '/Vous aurez peut-être appris Taudieuce que j'ai donnée au due de Ghoiseul a Reims. Vous croirez aisément que je ne l'ai point vu sans en parler au roi, mais vous ne devinerez pas Fadresse que j'ai mise pour ne pas avoir l'air de demander permission. Je lui ai dit que
Jorissen, 115 15
320 MAMA ANTOINETTE , 1770-1780.
j'avais envie cle voir M. de Clioiseul, et que je n'étais embarrassée que du jour. J'ai si bien fait que le pauvre liomme m'a arrange lui-même l'lieure la plus commode oil je pouvais le voir. Je crois que j'ai assez use du droit de femme dans ce moment.quot; Rosenberg was geen discreet man; de brief werd door Maria Tlieresia, Jozef en misschien wel door anderen gelezen. De Duitsclie keizerin, gekwetst zoowel in haar hoog monarchale gevoelens als in hare opvatting van huwelijkstrouw, was diep verontwaardigd; haar kind waagde liet haar man, een koning, //le pauvre hommequot; te heeten, en dat openlijk in een brief aan een van haar onderdanen. Te vergeefs poogde de Mercy haar te kal-meeren; die uitdrukking //bonhommequot; was zoo spottend niet bedoeld. Maria ïlieresia wilde er niets van weten: //ce n'est pas répithète de //bonquot;, mais de //pauvre homme, dont elle a regale son époux.quot;
Jozef II was nog dieper gegriefd, zoo mogelijk. Hij als man gevoelde de aanmatiging nog sterker dan zijn moeder. Hij schreef haar een missive, zoo als zelden een broeder aan zijn zuster schrijft; //Gij bemoeit u met een aantal zaken, die u niet aangaan, waarvan gij geen kennis hebt; gij laat u gebruiken door de intriganten uwer omgeving , die u opstoken en uw ijdellieid prikkelen tot allerlei zaken, die u slechts verdriet en ellende zullen baren. Waar bemoeit ge u mede, lieve zuster! ministers verplaatsen, een ander verbannen, processen doen winnen, nieuwe kostbare ambten aan het hof scheppen, mede te spreken over staatszaken ..... welke studiën hebt gij verworven, om u ze
durven inbeelden, dat uw raad of meening voor iets deugt? Gij, beminnelijk jong schepseltje, dat alleen aan verstrooiing denkt, aan uw toilet, aan uw amusementen gedurende den heelcu dag; die noch leest noch een ver-
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
standig woord lioort slechts een enkel kwartier in de maand; die nooit nadenkt, ik ben er zeker van, en u nooit rekenschap geeft van de gevolgen van wat gij doet en zegt. De indruk van het oogenblik doet u liandelen: gij gaat alleen af op de woorden en argumenten van hen
die gij protegeert..... Geloof me, hoor de stem van
een vriend, van een man, die u liefheeft; houd op met al deze verkeerde zaken; hecht u aan uw man; win het vertrouwen en de vriendschap des konings; schik u naar zijn neigingen; val hem niet lastig en verdien zijn vertrouwen door uw bescheidenheid.....quot;
Jozef liet dezen epistel aan zijn moeder zien, die hem vriendelijk verzocht, hem wat te verzachten. Jozef deed het, maar zijn schrijven, hoe verzacht ook, ergerde Maria Antoinette zeer: zij antwoordde er zeer kort op en meer dan koel.
Tot de wekelijksche plichten, die de koning en koningin hadden te vervullen, behoorden de hofreceptiëu. Daarheen stroomden de leden van den hoogen adel, de hoofdambtenaren van den staat met hunne echtgenooten: allen die door rang of stand het recht hadden het hof te bezoeken. Maria Antoinette hield die recepties zeer ongaarne en deed, willens of onwillens, alles om af te schrikken. De dames, die met groote moeite, gebogen onder deu last der hooge coiffures, naar Versailles waren gereden, zagen met verbittering , hoe de luimige koningin al haar moeite met minachting beloonde, en zelfs het dikwijls te veel vond om een woord tot haar te richten. Op de hofbals viel al de gunst der koninklijke genade aan den kleinen kring van vertrouwden ten deel, die ook gewoonlijk uitsluitend de eer genoten tot de soupers van den koning te worden toegelaten. De plicht, die als dauphine haar zoo zeer
227
MAMA ANTOINETTE , 1770-1780.
had verveeld, om als het vrouwelijke hoofd der koninklijke hofhouding op te treden, werd door haar, als koningin, op de onbetainelijkste wijze verwaarloosd. De eerste standen des rijks vatten een haat tegen haar op, die zich reeds spoedig na de troonsbestijging in allerlei karikaturen en pamfletten tegen de gehate /'Oostenrijksehequot; openbaarde. Tartuffe-Provenee zag den misslag met onverholen genoegen en hoopte in troebel water té visschen. Zoo de koningin voortdurend kinderloos bleef, scheen liet moeilijk hem recht-streekschen invloed op de staatszaken te weigeren. In 1777 deed hij een reis door de provinciën, die groote opspraak en ergernis wekte om de wijze vau zijn optreden. Jozef II oordeelde, //que le voyage de ce prince n'a été qu'un étalage de faste et de mojens de se coucilier F affection publique, aux dépens et détriment du roi.11 l)e eerzucht van dezen man, rond als een ton, deinsde voor niets terug. In zijn log lichaam schuilde de meest gewetenlooze ambitie weg, onverschillig in de keus der middelen, onverschillig om de slachtoffers die hij maakte.
Lodewijk en Maria Antoinette kenden hem, maar lieten hem intrigeereii. Hij was te beschroomd, om krachtig tegen zijn broeder op te treden en duldde elke onbeschaamdheid van hem. Zij was te vlinderachtig, om erlang bij stil te staan: vooral daar het haar tot groote omzichtigheid maande. //Ik ben maar eens jongquot; â zeide zij tegen de Mercy â //later zal ik wel verstandig worden:, nu moet ik mij amuseeren.quot;
En zij amuseerde zich. Haar omgeving zorgde er voor, dat het nooit aan verstrooiing ontbrak. Boven officieele hofbals gaf zij de voorkeur aan kleine bals, bij hare hofdames, bij Madame de Lamballe, de Guemenée en anderen. Elk dezer dames had haar eigen kring van bezoekers. Daar-
228
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
lieen begaf zich Maria Antoinette des avonds om elf uur, om nog een uur of twee te praten, te dansen, te schertsen of te spelen. Lode wijk ging maar een enkelen keer mede. Hij hield niet van lang opblijven en zij niet van vroeg naar bed gaan. In die kieine gezelschappen heerschte een ongedwongen toon, een groote familiariteit en ongegeneerdheid, die zij heel prettig vond. Daar werd haar het hoofd met allerlei intriges op hol gebracht; daar werden haar gunsten gevraagd, die zij toestond, om niet te weigeren, om er van af te zijn, tot belooning voor al 't genot, dat men haar verschafte.
Versailles had een theater. Een tijdlang werd het door haar en ook door Lodewijk bezocht. Maar het was klein en begon haar spoedig te vervelen. Haar omgeving zorgde voor verandering. Reeds als dauphine had zij de opera te Parijs bezocht en soms ook de operabals bijgewoond. Lodewijk had er niets tegen, dat zij er heenging: ook niet, dat zij met anderen ging. En zij had er niets tegen, dat hij thuis bleef en naar bed ging. Met Provence en Artois, soms met een hunner en een kamerheer of hofdame, ging zij. Zij vond het allerverrukkelijkst. Gemaskerd wandelde zij rond en intrigeerde naar hartelust. Vooral met Engelschen wandelde zij gaarne. quot;Elle n'a pu résister a venir aux deux bals du Palais Royal et a cinq ou six bals masques de F opéra,quot; schreef de Mercy aan Maria Theresia, 10 Februari 1777. //Elle y parle a tout le monde, s'y promène suivie de jeunes gens, d'un nombre d'étrangers, particulièrement des Anglais, qu'elle distingue, et tont cela s'est passé avec une tournure de familiarité a laquelle le public ne s'accoutumera jamais.quot; Natuurlijk gaf dit wel eens tot moeielijkheden aanleiding. In Februari 1776 was zij op het bal van de opera, waar het stikvol was. Zij wandelde tusschen Provence en de hertogin de
229
MARIA ANTOINETTE , 1770-1780.
Luines. Een zwarte domino stootte of botste tegen Provence aan, die hem met een fiksclien vuistslag terugwierp. Het masker dat Provence niet kende, beklaagde zich bij een sergent aux gardes, die, in het zelfde geval verkeerende, den broeder des konings wilde arresteeren en daardoor hem dwong zich te doen kennen aan een ondergeschikt politieagent.
Maar dergelijke avonturen schrikten haar niet af. Aan haar dorst naar vermaak offerde zij alles op, haar eigen goeden naam en den naam des konings. Lodewijk ging het liefst geregeld om 11 uur naar bed: zij ging dan naar Madame de Lamballe, Madame de Guemenée of naar Parijs. Eens op een avond zette zij de klok vooruit, opdat zij, door zijn vroeger vertrek, des te eerder vrij mocht zijn. Ieder lachte over den speelschen trek, ook de arme koning. Maar hij noch zij gaven zicli rekenschap, dat zij met het prestige van hun personen ook den eerbied voor de kroon verspeelden.
De noodlottige verhouding, waarin Lodewijk jaren lang tot haar stond, verklaart voor een groot deel de onmannelijke zwakheid, waarmede hij haar vergunde dit leven te leiden. Het is dringend noodig, schreef de Mercy aan Maria Theresia in November 1776, dat de koningin ver-andere, maar //il devient tons les jours plus difficile de l'y amener. Le roi même y met obstacle par sa complaisance , qui ressemble a la soumission; son maintien est celui du courtisan le plus attentif, au point cju'il est le premier a traiter avec une distinction marquee ceux des entours de la reine quelle favorise, tandis que Ton sait de notoriété que le roi ne les aime point.quot; Geen sterker bewijs, dan zijn zwakheid ten aanzien van het spel. In 1776 kreeg de koningin lust, om haar geluk met het
230
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
pharaospel te beproeven. De koning maakte bezwaar, omdat alle hazardspelen uitdrukkelijk, ook bij de prinsen van den bloede, verboden waren, maar quot;il ajouta avec sa douceur ordinaire que cela ne tirerait pas u consequence pourvu que Ton ne jouat qu'une seule soiree. Les banquiers arri-vèrent le 30 Octobre et taillèrent toute la nuit et la matinee du 31 cliez la princesse de Lamballe, oü la reine resta jusqu'a cinq henres du matin, après quoi S. M. lit encore tailler le soir et bien avant dans la matinee du ler Novembre, jour de la Toussaint. La reine joua elle-mêrae jusqu'a pres de trois lieures dir matin. Le grand mal de cela était qu'une pareille veillée tombait dans la matinee d'une fête soleunelle, et il en résulta des propos dans le public. La reine se tira de la. par une plaisan-terie, en disant au roi qu'il avait permis une séance de jeu sans en determiner la durée, qu'ainsi on avait eté en droit de la prolonger pendant trente-six lieures. Le roi se mit a, rire et répondit gaiement; quot;Allez, vous ne valez rien tous tant que vous êtes.quot; Monsieur et Madame avaient eté a ces deux séances, mais ils y avaient veillé moins tard. M. le comte d'Artois y était resté jusqu'a sept et huit lieures du matin.quot; Een paar dagen later liet de koning, om zijn vrouw pleizier te doen, uit eigen beweging de bankhouders uit Parijs komen!
liet voorbeeld van het hof stak de hoofdstad aan. De hazardspelen kwamen in de mode, en gaven aanleiding tot zooveel oplichterijen, tot zoo zware verliezen en tot zulke schandelijke voorvallen, dat het gouvernement ze, zelfs met strenger strafbepalingen, op nieuw verbieden moest. Maria Antoinette toonde er liaar humeur over aan den koning, die er niet goed voor uit durfde komen , dat hij ze verboden had. quot;De koningin bekommert zich dan ook volstrekt niet
231
232 MAMA ANTOINKTTK , 1770-178(1.
om al die verbodsbepalingen: eiken avond wordt de pliarao-baiik in haar vertrekken gehouden.quot; Het geheele jaar 1777 werd bijna dagelijks het spel voortgezet, ondanks de afkeuring van Lodewijk, die liet niet durfde toonen en zelfs van tijd tot tijd niededeed. Aanzienlijke verliezen leed Maria Antoinette, die haar financiën geheel in de war brachten. De oude schulden werden niet betaald en voor weldadigheid waren geen fondsen meer. De koning moest herhaaldelijk haar te hulp komen, zoodat zijn eigen kas ook in de war raakte, lluim twee jaar duurde deze speelwoede die tot de ergerlijkste tooneelen aanleiding gaf. Spelers van beroep vonden gemakkelijk toegang tot de hofkringen, waar zij hun geld wilden verliezen. Herhaaldelijk komen beschuldigingen van valsch spelen tegen aanzienlijke hovelingen voor. //Vreemdelingen vergelijken het spel aan uw hof met dat van de bank te Spa,quot; schreef Jozef II aan zijn zuster. Zoo hoog steeg de speelwoede der lichtzinnige vrouw, dat Maria Theresia haar bedreigde, van den koning van Frankrijk de sluiting der bank te zullen eischen.
De Mercy deed al wat hij kou, om haar tot verandering van levenswijze te dringen. Gemakkelijk was zijn taak niet, want eigenlijk kende zij alleen aan haar moeder het recht toe, om haar te vermanen. Den ambassadeur hoorde zij aan, maar zij volgde, zijn raadgevingen niet. Zij had altijd een voorwendsel, een aardigheid bij de hand, om er zich van af te maken. //Het is niet mogelijk, een kwartier ernstig met haar te praten,quot; schreef hij aan haar moedei.
Maria Theresia wist het ook wel: zij kende haar kind volkomen. Haar moederoog ziet zoo scherp, dat wij onwillekeurig vragen: heeft moederliefde nooit uw blik beneveld? Wispelturig, lichtzinnig, koppig, zonder eenigen ernst, indolent en diensvolgens toegefelijk, lusteloos, behalve voor
MARIA ANTOINETTE , 1770-1780. 233
vemaken, traag van geest, afkeerig van alle inspanning, heei'sclizuclitig, heftig, voor geen autoriteit, hoe wettig ook, buigende â ziedaar enkele der vele trekken, waarmede Maria Theresia in deze correspondentie haar kind teekent. Daarnevens staat de erkenning van die betoo-verende lieftalligheid, van die gracieuse vriendelijkheid, die telkenmale hen, die haar lief hadden, alle fouten deed vergeten; van dat uitnemend verstand, dat heldere oordeel, dat te meer haar traagheid van geest deed betreuren. Maar de toon der meeste brieven bewijst, dat het moederhart meer met onrust over de noodlottige gevolgen dier groote gebreken vervuld was, dan met vertrouwen op de uitwerking harer deugden. Wat Jozef II eens aan zijn zuster schreef: '/het loopt uit op een revolutie,quot; was ook de vaste overtuiging der uitnemende vrouw. Zij is geen enkel oogenblik dupe van al de doorzichtige mantels der liefde, die de Mercy over de feiten, door hem medegedeeld, werpt: de vorstin en de vrouw peilt en meet de portee van een levenswijze, als die van Maria Antoinette. Onvermoeid is zij in waarschuwing voor de vreeselijke gevolgen van dit lichtzinnig gedrag. Het is somwijlen, als ziet zij reeds het mes der guillotine schitteren, en als wendt zij de oude oogen af van het tooneel, dat haar voorgevoel haar voor den geest toovert. Onuitputtelijk in exceptiën, wees Maria Antoinette de moederlijke vermaningen met korte, koele woorden af. Moedeloos zonk de arme moeder de straffe pen uit de hand, om ten minste niet in de koningin van Frankrijk haar kind te verliezen.
In 1777 bracht Jozef II een sedert lang beraamd en aangekondigd bezoek aan Frankrijk. Hij kwam ook, zoo niet voornamelijk, om eens met eigen oogen de veel besproken positie zijner jonge zuster waar te nemen. In
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
sommige opzichten was hij een vogel van gelijke veeren als zij: maar hij was ernstiger, ouder, een man, die de plichten van zijn rang gevoelde en wist, dat liet zijn métier was royalist te zijn. Broeder en zuster hielden dol veel van elkander: toch had Maria Antoinette menig ongelukkig oogenblik tijdens zijn bezoek. De toon van meerderheid en niet zelden van minachting, waarmede zij Lodewijk behandelde en van hem sprak, ergerde Jozef uitermate; haar geheele levenswijze keurde hij ten strengste af. Toen hij vertrok, liet hij haar een breedvoerig geschrift achter: Reflexions données a Ia reine. Op hartelijken toon, dikwerf in den vorm van vragen, waarschuwde hij haar voor verschillende zaken, die hij in haar gedrag had opgemerkt en afkeurde. In den beginne van zijn verblijf te Parijs had hij een strengen, hoogen toon aangeslagen en dikwijls met scherpe woorden haar aan haar plicht herinnerd. Doch hij liet spoedig dien toon varen, toen hij zag, dat hij niets bereikte, dan haar van zich te verwijderen. Zij gevoelde zich beleedigd en gekwetst; zelfs door den zooveel ouderen broeder, wien zij liefhad en vereerde, verkoos de koningin van Frankrijk niet bestraft te worden. Haar hoogmoed duldde het niet. Toen hij zag, dat de weg verkeerd was, dien hij had ingeslagen, was hij veranderd van tactiek en had hij gepoogd, haar door liefde te winnen en door liefde haar van haar verkeerdheden te overtuigen. Met liefde sprak hij haar ook in deze Réflexions aan: met blijkbare verschooning van haar hoogmoedige prikkelbaarheid. Des te helderder komt de figuur van Maria Antoinette in 't licht zijner verschoonende en omzichtige liefde uit.
Het merkwaardig schrijven, door Arneth het eerst gepubliceerd, bespreekt de plichten, die op haar rusten als getrouwde vrouw en als koningin. Als getrouwde vrouw
234.
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
moet zij zich rekenschap geven, dat zij alles, wat zij is, dankt aan den koning, aan zijn liefde en aan zijn achting. Beantwoordt zij die door haar volgzaamheid en gehoorzaamheid? //A quoy tenez-vous dans le coeur du roi et sur-tout a son estime? Examinez-vous, employez-vous tons les soins a lui plaire? Etudiez-vous ses désirs, son carac-tère pour vous j conformer, tachez-vous de lui faire gouter, préférablement a tout autre objet on amusement, votre compagnie et les plaisirs que vous lui procurez et auxquels sans vous il devrait trouver du vide ? Vous rendez-vous nécessaire a lui, le persuadez-vous que personne ne l'aime plus sincèrement et n'a sa gloire et bonheur plus a coeur que vous? Yoit-il votre attachement uniquement occupé de lui, de le faire briller raême, sans le moindre égard a vous même? Moderez-vous votre gloriole de briller a ses dépens, d'etre affable quand il ne Test pas, de paraitre s'occuper d'objets qu'il négligé, enfin de ne vouloir avoir de reputation a ses depens, mais le persuadez-vous de cette modestie, lui faites-vous ces sacrifices, êtes-vous d'une discretion impéuétrable sur ses défauts et faiblesses, les excu-sez-vous, faites-vous taire tons ceux qui en osent lacher quelque chose, êtes-vous de même secrête sur tous les conseils que vous lui donnez, et qui ne doivent jamais paraitre, que les affaires réussissent ou non?quot;
Zulke vragen teek en en. Geen wonder, dat, waar Maria Antoinette deze vermaningen behoefde, haar persoonlijke verhouding tot Lodewijk niet altijd even hartelijk was. //Zijt gij lief voor hem?quot; vraagt Jozef. //N'êtes vous pas froide, distraite, quand il vous caresse, vous parle? Ne paraissez-vous pas ennuyée, dégoutée même ? Comment, si cela était, voudriez-vous qu'un homme froid s'approche et enfin vous aime?quot;
235
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Ook haar zucht om invloed op hem te hebben, haar ongeduldige en humeurige ontevredenheid, haar heersch-zuchtig volhouden en dwingen worden, vragenderwijze, besproken en gegispt. quot;Ne commettez-vous jamais mal a propos votre crédit? Ne le mettez-vous jamais dans le cas de vouloir et de lutter contre votre opinion?quot;
Breedvoeriger en nadrukkelijker nog wijst Jozef zijne zuster op hare plichten als koningin. Decentie behoort het hof te kenmerken. Maria Antoinette weet, dat dit in het hof hunner moeder, te Weenen, het geval is. Dit kost zelfbeheersching en zelfverloochening, ook bij de keus der personen, in wier midden de koningin het liefst verkeert. Doch in dit opzicht behoort het karakter van Lodewijk tot richtsnoer te zijn. quot;Plus le roi est sérieux, plus votre cour doit avoir Fair de se calquer après lui.quot; Dat dit het geval was, kon Maria Antoinette niet beweren. //Avez-vous pesé les suites des visites chez les dames, surtout chez celles oü toute sorte de compagnie se rassemble et dont le caractère n'est pas estimé?quot; Er werd daar gespeeld en grof geld verloren door jongen en ouden. In geheel Europa stelde men haar aansprakelijk voor de hazardspelen, quot;des ruines des jeunes geus, des vilanies qui s'y commet-tent et des abominations qui en sont les suites.quot; En dat terwijl de koning zelf niet speelt.
Maar nog krachtiger legde Jozef de hand op de meest wonde plek van den goeden naam der koningin: haar bezoeken aan Parijs. quot;De même daignez penser un moment aux inconvénients, que vous avez déja rencontrés aux bals de l1 opéra, et aux aventures, que vous m'en avez racou-tées vous-même la-dessus. Je ne puis vous caolier que c'est de tons les plaisirs indubitablement le plus inconvenable de toute facon, surtout de la facon que vous y allez, car
236
MA11IA ANTOINETTE, 1770-1780.
Monsieur qui vous accompagne n'est rieu. Qu'y voulez-vous être inooimue et jouer un personnage différent du votre? Croyez-vous c(ue l'oii ne vous counait pas malgré cela, et qu'on vous laobe des propos aucunement faits pour être entendus, inais qu'on dit expres pour vous amuser et vous faire croire que Ton les a tenus bien inno-cernment, mais qui peuvent faire effet? Ou si Ton ne vous connait pas effectivement, croyez-vous que le lende-main Ton ne le sait pas, et vous inème avez grand soin de raconter les aventures du bal? Le lieu par lui-même est en trcs-mauvaise reputation : qu'y obercliez-vous ? Cne conversation lionnête? Vous ne pouvez Fa voir avec vos amies: le masque rempêcbe. Danser non plus: pourquoi done des aventures, des polissonneries, vous mêler parmi le tas de libertins, de tilles, d'etrangers, entendre ces propos, en tenir peut-être qui leur ressemblent, quelle indécence! Je dois vous avouer que eest le point, sur lequel j'ai vu le plus se scandaliser tous ceux qui vous airaent et qui pensent lionnêtement. Le roi, abandonné toute une nuit a, Versailles, et vous, mêlee en société et confondue avec toute la canaille de Paris.quot;
Zulke woorden uit zulk een mond zijn meer afdoende, dan duizenden getuigenissen van memoiren-fabrikauten!
In de eerste dagen na Jozefs vertrek was Maria Antoinette geheel onder den indruk van dit geschrift: zij zou het eiken dag lezen en herlezen, zei zij aan de Mercy. Na weinige weken was de indruk voorbij, en keerde zij geheel onder de heerschappij van haar omgeving en van haar eigen luimen terug. De instructie van Jozef werd verscheurd en in 't vuur geworpen. In zijn papieren is zij bewaard.
237
MAMA ANTOINETTE , 1770-1780.
Weinige maanden na Jozefs vertrek bestond er grond om te hopen, dat de koningin moeder zou worden. Maria Tlieresia vleide zich, dat dit vooruitzicht en de vervulling der hoop een omkeer zou te weeg brengen. De eerste vrucht was een andere. Artois, de onuitputtelijke Artois, bedacht in den zomer een nieuw vermaak. Des avonds om elf uur werd er muziek op het terras van Versailles gegeven. Het hof wandelde, onder het genot der tonen, buiten, om dén heerlijken zomeravond en nacht te genieten. Ook Lodewijk vond liet overheerlijk en gaf een enkele maal zijn vroege nachtrust prijs. Zijn afwezigheid was intusschen geen belemmering voor anderen. Met haar zwagers of met hofdames, soms met een enkele vriendin, wandelde Maria Antoinette rond. Dit nieuw vermaak lokte tallooze aan-schouwers en deelnemers. Het park van Versailles was vel van bezoekers, deels uit de plaats zelf, deels uit Parijs toegestroomd . Een zeer gemengd publiek, dag- en nachtvlinders, vulde de lanen en paden. De koningin bewoog zich vol levenslust onder deze bonte menigte. Tot allerlei avonturen gaven die wandelingen in 't halfduister of onder het genot van maanlicht aanleiding. Nu eens werd zij aangesproken door heeren, die haar niet schenen te kennen; dan door dames, die een oude bekende in haar meenden te ontmoeten. Zij zette zich soms op de banken in 't park neder, om te beter van den schoonen avond en de schoone muziek, door de stilte van den nacht tot haar voortgedragen, te genieten. Behoef ik er bij te voegen, tot welke geruchten, indien ook al de avonturen ontbraken, die wandelingen, welke dikwerf tot twee uur in den morgenstond werden voortgezet, de stof leverden?
Het was een groote teleurstelling voor Provence, toen de zwangerschap van Maria Antoinette bekend werd. Aan
238
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Gustaaf III van Zweden schreef hij: quot;Je me suis rendu maitre de moi a 1'extérieur fort vite; Tintérieur a été plus difficile a vaincre. Ik merkte heel goed, dat men mij poogde te polsen, maar ik heb mij zorgvuldig ingehouden. Het eenig antwoord, dat men uit mij heeft gekregen, is dit geweest; Deus dedit, Deus abstulit, fiat voluntas Domini.quot; Maar hij voegt er iets bij, dat beter dan breedvoerige beschouwingen de diepte zijner teleurstelling doet peilen; quot;a la vérité, il y a un an, j'aurais bien dit, comme dit Charles XII: Deus dedit, diabolus uou abstollet a me.quot;
20 December 1778 werd Maria Antoinette moeder. Zij was innig gelukkig en Lodewijk hartelijker dan ooit. Acht dagen lang verliet hij het paleis niet en ontzegde hij zich de gewone dagelijksche wandeling, waaraan zijn robust gestel boven alles behoefte had. Hij bracht uren in de kraamkamer door, heen en weer wandelende van het bed zijner vrouw naar de wieg van zijn eersteling.
Gelukkige, maar al te korte bedwelming van huwelijksgeluk !
//De bevalling der koningin heeft in alle standen een levendigen indruk gemaakt en gunstig gestemd. Toen men haar in gevaar meende, openbaarde zich ware gehechtheid. De kleine aanmerkingen van het publiek hebben opgehouden, en oprechtelijk uitte men welgemeende wenschen
voor haar herstel. Het is nu een kostbaar oogenblik om
\
partij van te trekken. Hare Majesteit kan nu de achting en het vertrouwen van het publiek voorgoed winnen en in hooger mate dan te voren. Niets is daartoe noodig dan eenige kleine hervormingen, wat het spel betreft, de be-
239
MAIM A ANTOINETTE, 1770-1780.
voorrecliting van gunstelingen, meer openlijke daden van liefdadigheid en grooter belangstelling voor ernstige zaken. Al deze punten zijn met de koningin besproken, en het scheen dat zij meer dan vroeger er gewicht aan hechtte.quot;
In deze woorden, vol omzichtige verschooning, ja met meer verschooning dan hij gewoon was te gebruiken, drukte de Mercy in zijn schrijven van Januari 1779 aan Maria Theresia uit, wat allen, die het goed met de jonge koningin meenden, gevoelden. Zij bevond zich thans in een dier kritieke momenten van liet leven, waarin voor langen tijd, bewust of onbewust, gekozen wordt. Een dier zeldzame gelegenheden , die aan menschenkinderen soms wordt aangeboden, om vorige afdwalingen te doen vergeten en vergeven. Het nieuwe leven der moeder kon de dwaasheden en onvoorzichtigheden der kinderlooze vorstin uit het geheugen bannen. Hoe veel ook verloren was gegaan, wat nooit had moeten prijs gegeven worden, nog was de herstelling van den goeden naam en de herwinning der publieke achting mogelijk. Maar alleen, wanneer volledig gebroken Averd met de levenswijze, die tot heden was gevolgd en de personen, wier verkeerde raad tot zooveel euvels had geleid, door anderen werden vervangen.
Was het denkbaar? Was het te verwachten? De moederzegen verminderde de behoeften van Maria Antoinette aan vermaken en afleiding niet: zelfs â was het de schuld der zeven verloopen jaren? â herstelde het den echtgenoot in haar oogen niet. De man nam bij deze vrouw de plaats niet in, die hij moest. Zijn autoriteit, gewoon voor de hare te buigen, herstelde zich niet van de verslapping, die zij door jarenlange toegeeflijkheid had ondergaan.
In den eersten tijd scheen het, dat werkelijk een keerpunt voor haar was aangebroken. Maar de wijzigingen,
240
MA UI A ANTOINETTE , 1770-1780. 3-llt;l
die in haar levenswijze werden opgemerkt, waren of van voorbijgaandeu aard of ontsproten uit redenen, die op geene verbetering deden hopen. De bezoeken aan Parijs werden verminderd: ook de bals werden minder bijgewoond. Doch liet was niet om ergernis te vermijden, maar uit gevoeligheid. De koelheid, waarmede het volk haar in den laatsten tijd en ook kort na de bevalling te Parijs ontving, kwetste haar. Zij gevoelde zich beleedigd en kende aan de groote menigte het recht niet toe, haar te beoordeelen, veelmin te veroordeelen. Zij wist niet, die arme, trotsche koningin, welk een ander vonnis, luider en strenger dan dit koele stilzwijgen, haar in de toekomst wachtte.
Slechts enkele malen in het eerste jaar woonde zij het bal van de opera bij. Ongelukkig overkwam haar bij een der enkele gelegenheden een avontuur, dat haar goeden naam zeer veel kwaad deed. Den laatsten Zondag voor de vasten. Maart 1779, hadden Lodewijk en zij het bal bijgewoond tot 's morgens zes uur, zonder herkend te worden. Het amuseerde hen zoo, dat zij besloten Vastenavond opnieuw te komen. De koning echter veranderde van plan. Maria Antoinette niet. Er werd besloten, dat zij met een enkele hofdame zou gaan. Zij reed naar Parijs, naar 't hotel Du Premier Ecuyer. Daar stapte zij, om onbekend te blijven, in een particulier rijtuig. Ongelukkig genoeg, brak het onderweg. Maria Antoinette moest uitstappen en in een winkel wachten, tot een gewone fiacre was gehaald. Daarin kwam de koningin van Frankrijk naar het bal masqué. Aan het hof lachten allen, ook Lodewijk, er hartelijk om; maar in de hoofdstad wist ieder den volgenden dag te vertellen, dat Maria Antoinette een rendezvous in een winkel had gehad.
Hoe veel uit den aard der zaak haar ook onbekend
Jorissen. 14 X 0
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
242
bleef, de koningin hoorde en merkte genoeg, om te weten, dat haar populariteit zeer verminderd en haar goede naam ondermijnd was. Meer en meer trok zij zich in het hofleven en den kring, die zich om haar gevormd had, terug. Het was het eeuige, wat haar overbleef. De wijze, waarop zij de vrouwen van hoogen stand, die vroeger het hof bezochten, had bejegend, droeg vrucht. quot;Les siècles, les collets montés et les paquetsquot;, zoo had Maria Antoinette in een luim van speelsche dartelheid de andere dames, die het hof bezochten, geclassificeerd. Welnu, die geclas-sificeerden verschenen er niet meer; zij stelden zich niet meer bloot aan den overmoed, den euvelmoed der koningin en van haar gunstelingen. En zoo zij er een enkele maal verschenen, het was om er stof te garen voor al de lasteringen, waarmede zij de schimpende onheuschheid, haar aangedaan, met woekerrente betaalden. quot;Xiemand komt meer aan het hof1 â schrijft de gravin de la Marck aan koning Gustaaf III van Zweden â '/de koning en de koningin leven in een kleinen, gesloten kringquot;. En zij overdreef niet. Reeds in Januari 1778 had de Mercy aan zijn meesteres geschreven: //De bals aan het hof zijn slecht bezocht. De koningin schijnt er soms verwonderd en gekwetst over; maar het was haar reeds lang voorspeld, dat het geschieden zou, wanneer zich te Versailles een besloten kring vormde, die zich van al de hofvermaken meester maakte en daardoor feitelijk den overigen hoogen adel uitsloot. ]STooit is Versailles zoo verlaten geweest; zelfs op Nieuwjaar werd de cour niet half zoo druk bijgewoond als in vroeger jaren.quot; Zoo was het reeds vóór haar bevalling , en het werd sinds niet beter, wat de koningin, op raad van de Mercy, ook aanwendde om tot bezoek uit te lokken. De eenzaamheid, die het koningschap begon
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
te omgeveu, was de eerste, reclitstreeksche waarschuwing van den naderenden storm. Maria Antoinette gevoelde zich gewaarschuwd, maar nog meer beleedigd. En meer nog dan te voren trok zij zich terug binnen den engen kring van vertrouwden, die haar vooroordeelen, haar trots deelden, haar vleiden en sterkten in haar hoogmoedige lichtzinnigheid , en steeds door hun raadgevingen en invloed voortgingen de kloof te verbreeden, die de monarchie van de natie scheidde.
In April 1779 â een maand na het boven besproken bezoek aan het opera-bal te Parijs â kreeg zij de mazelen, gelijktijdig, tot haar diep leedwezen, met haar vriendin, de schoone gravin de Polignac. Zij wilde volstrekt niet hebben, dat de koning bij haar kwam. Madame de Lam-balle en Artois pasten haar op; ook, gedurende eenige uren van den dag, Madame, de vrouw van Provence. Voor het overige werd niemand, geen dame d'atours, geen dame d'honneur, geen dame du palais toegelaten. Doch Maria Antoinette zou zich vervelen! Er werd wat anders op bedacht. Vier heeren, tot haar gewonen kring behoo-rende, zouden zich opofferen, om haar gezelschap te houden. De koningin vroeg aan Z. M. vergunning, dat de hertogen de Goigny en de Guines, de graaf d'Esterhazy en de baron de Besenval als haar ziekenoppassers haar gezelschap mochten houden. En Lode wijk, //accoutumé a ne se refuser a rien de ce qui peut plaire a son auguste épousequot;, gaf zijn toestemming! Nauwelijks waren zij geïnstalleerd, of deze verdienstelijke edellieden dreven hun zorg en opoffering nog verder: zij wilden ook des nachts bij haar waken. De Mercy d'Argent eau deed alles, wat hij kon, om dit te beletten, en roerde zich, naar hij zelf zegt, zoo zeer, dat er eene schikking tot stand kwam.
243
244 MAllIA ANTOINETTE, 1770-1780.
De heeren namen er genoegen in, pas 's morgens om zeven uur te komen en reeds s'avonds om elf uur te vertrekken !
Tot welke spotternijen, tot welke praatjes, aan het hof en daarbuiten, onder het groot publiek, deze vaderlandsliefde der edelen aanleiding gaf, kan men begrijpen. Doch de hoofdzaak werd bereikt. De zieke koningin werd bezig gehouden, en verveelde zich nu niet: bezig gehouden met allerlei intriges en allerlei opstokerijen, zoodat zij zelfs na acht dagen ernstig boos was op Lodewijk, die aan haar bevelen had gehoorzaamd eu weggebleven was!
Naarmate haar isolement grooter werd, nam haar afhankelijkheid toe. Zij kon niet buiten de eenigen, die haar trouw waren gebleven en bij voortduring voor haar amusement zorgden. De verveling, de ledigheid voor een leven, dat geen geestelijke genietingen kende en de plichten der hooge positie verafschuwde, moest aangevuld worden. Zij moest bezig gehouden worden. De wandelingen na het souper, die zoo veel ergernis hadden gewekt, werden in den zomer hervat. Het nachtbraken ving weer aan en werd ook in den winter voortgezet door de herleving van het spel. De koningin hield aanteekening van haar winst en verlies. Bij liet einde van 1778 werd de rekening opgemaakt. Het bleek dat zij verloren had 14,000 louis en herwonnen 6,494: bleef een verlies van 7,556. De louis gold in die dagen 24 francs. Naarmate de prinses de Lam-balle meer in gunst daalde, verminderde in de eerstvolgende jaren het spel, maar nooit geheel, nooit voldoende, om het hof niet tot een schrik voor velen te maken. Zelfs Lodewijk, die veel meer dan een eerzaam lotto, en zelfs â karakteristiek genoeg â van een blindemannetje hield, liet zich van tijd tot tijd verleiden om er aan deel te nemen.
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
zeer tot schade van zijn beurs, maar nog meer tot nadeel van het ontzag, dat men hem toedroeg.
Na de bevalling, en vooral na 1779, verdreef de gravin de Polignac hare mededingster en voorgangster de Lamballe bijna geheel uit de gunst der koningin. Met onbegrijpelijke verblindheid gaf Maria Antoinette zich over aan die vrouw, die op de meest schaamtelooze wijze haar overwicht voor zich en de haren exploiteerde. De reizen van het hof werden van haar afhankelijk gemaakt. Als de Polignac bevallen moest, werd het gewone jaarlijksche bezoek aan Marly uitgesteld. Lodewijk bukte voor zijn vrouw, gelijk deze voor haar vriendin. Na zijn troonsbestijging had hij geen enkel particulier te Parijs bezocht; toen de Polignac in liet kraambed lag, bracht hij haar een bezoek. Muziek-partijtjes en bals, door den kleinen kring van gunstelingen gegeven, dienden om de koningin steeds vaster te ketenen. Diane de Polignac, de schoonzuster, gaf in Maart 1780 een bal, dat des nachts om half twaalf aanving en tot den volgenden dag elf uur werd voortgezet. Op de meest schaamtelooze wijze werd door dit gunstelingen-regiment het isolement der koningin, dat door hen tot stand was gebracht, haar persoonlijke genegenheid, haar indolentie en haar dorst naar vermaak misbruikt. Ter eere en tot belooning van haar bevalling eischte en verkreeg de graviu de Polignac, dat zij tot hertogin werd verheven en beschonken met een kroondomein, dat een rente van honderd duizend livres gaf. quot;Tn vier jaar tijdsquot; â schreef de Mercy in Januari 1779 aan Maria Theresia â //hebben de Polig-nac's zich aan gunstbewijzen van verschillenden aard een jaarlijksch inkomen van bij de 500,000 livres verzekerd; en dat, zonder iets voor den staat of het volk verricht te hebben.quot;
245
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
Het is na deze teekening, ontleend niet aan lasterende mémoires, maar aan de correspondentie der moeder, geheel onnoodig, breedvoerig de vraag te beantwoorden, wat Maria Antoinette op politiek gebied is geweest. Het beroemde woord van Mirabeau is volkomen op haar van toepassing: //wat vraagt gij vruchten van boomen, die slechts bloemen dragen?quot;
De levenswijze, die zij in 't publiek tot 1780 had gevoerd, en later in den kring der gunstelingen met meer of minder variatie ongestoord eenige jaren voortzette, tot de stormklok der revolutie den kring uiteenjoeg, was niet geschikt haar eenige kennis van staatkunde of landsbelang te geven. De hertog de Maurepas werkte zooveel hij kon haar invloed tegen, maar werd, vooral in de latere jaren van zijn bestuur, dikwerf, langs directeu of ook indirecten weg, gedwongen haar zin te doen. Na de geboorte van haar eerste kind en vooral nadat zij het leven aan een troonopvolger had geschonken, vermeerderde de intimiteit en daarmede haar invloed op Lodewijk. Ofschoon hij nooit zijn oude achterdocht jegens haar Oostenrijksche inzichten geheel overwon, kon dit op den duur de kracht harer raadgevingen niet verzwakken, omdat de binnenlandsche moeielijkheden langzamerhand de buitenlandsche politiek geheel op den achtergrond dreven. Van de reeks van verwijten, die ten aanzien der laatste tegen haar zijn ingebracht, zijn er dan ook al zeer weinige, die gegrond zijn. Toen Oostenrijk Beieren wilde voegen bij zijn rijk, leefde de Maurepas nog; zijn woord woog tegen het hare op. De keizerlijke regeering verkreeg den steun van Frankrijk niet, waarop zij gehoopt en misschien gerekend had. Van Engelschgezindheid is zij, naar ik meen, nooit beschuldigd; trouwens, geen verwijt zou belachelijker geweest zijn. Dat
246
MARIA ANTOINETTE , 1770-1780.
de koningin de millioenen van Frankrijk naar Weenen zond. is een der duizenden lasterlijke aantijgingen, door liare vijanden uitgedaclit. Na 1781 was er geen enkele groote bnitenlandsohe kwestie, waarin Frankrijk de kracht had om tnssclienbeide te komen. De binnenlandsche staatkunde absorbeerde aller krachten en aller aandacht.
In deze heeft zij zich tot schade van Frankrijk en tot haar eigen ongeluk gemengd, op deze invloed geoefend.
De staatsorde, die iu 1789 viel, was op den grondslag van het privilegie, de bevoorrechting van weinigen boven velen, gebouwd. Het koninklijke huis, de adel, de geestelijkheid, een kleine minderheid stond tegenover de groote meerderheid van den derden stand, die alles buiten adel en geestelijkheid omvatte. Deze minderheid was niet slechts alleen gerechtigd op politiek gebied, maar ook op financieel. De meerderheid droeg de lasten, de minderheid genoot slechts de lusten. Onder allerlei voorwendselen ontsnapte zij aan de belastingen, die door den tiers état werden betaald. De adel en geestelijkheid betaalden niet, maar werden betaald. En zoo zij een enkele maal iets schenen bij te dragen, herkregen zij het opgebrachte onder allerlei vormeu, koninklijke gunsten enz. De opbrengst der belastingen diende tot onderhoud van de leden van het koninklijke huis, van den adel, de hooge geestelijkheid, leger en marine. Slechts onder zeer enkele ministers werd iets voor algemeene welvaart, middelen van verkeer enz. gedaan. De oudste zonen des adels traden in 't leger, voor de jongeren wareu de kerkelijke betrekkingen. De oude federale adel was onder Lode wijk XIV hofadel geworden. Aan het hof van Versailles had hij zijn vermogen verspild. Illustratie van de kroon, werd hij door de kroon, d. i. door de schatkist des lands, onderhouden.
247
MAMA ANTOINETTE, 1770-1780.
De wijd kliukende titels der hof betrekkingen waren de aanspraken, om tractementen van het land te ontvangen. Tn geen vroeger en geen later tijd heeft de vermeerdering van betrekkingen die hoogte bereikt, als onder Lode-wijk XVI. Necker schafte eens, op één dag, 460 volslagen nuttelooze ambten aan het bof af. Het leger telde tweemaal zoo veel officieren als onder Lodewijk XIV en XV, onder de regeering van een vorst, die slechts één zeekrijg heeft gevoerd. De staatskas was de onuitputtelijke bron, waaruit dit heirleger van getitelde leegloopers werd gevoed. Zoo de bodem van de schatkist zichtbaar werd en de krachten ontzonken, bestond liet finantieel beleid in het verhoogen van belastingen en het uitdenken van nieuwe of in het sluiten van leeningen. Een beroep op de staatskas was het eenige, wat den edelman overbleef: advokaat, bankier, industrieel, koopman, niets mocht hij worden, zoo hij zijn adel niet bezoedelen wilde. Hofambtenaar, officier of geestelijke kon hij zijn; niets anders was hein vergund.
Die maatschappelijke orde was het overblijfsel van het oude leenstelsel. In de eerste helft der middeleeuwen hadden adel en geestelijkheid hun overwicht verworven en betaald met de bescherming, die zij den dorper verleenden. Sedert vier eeuwen was de toestand een andere geworden: noch intellectueel, noch materieel stonden de bevoorrechte standen meer aan 't hoofd der natie, of representeerden zij haar belangen en behoeften. De eisch, dat het privilegie zou ophouden, dat adel en geestelijkheid aan gelijke plichten wierden onderworpen, dat de derde stand gelijke rechten als de twee eerste zou ontvangen, was de eisch, de slotsom der nationale ontwikkeling.
Het was Frankrijk's ongeluk, dat de erfgenaam der abso-
248
MARIA ANTOINETTE, 177(1-1780.
lute monarchie, van wiens initiatief en energie de hervorming van den staat moest uitgaan, een man zonder initiatief en energie was. Hij kon noch den weg wijzen, noch volharden op het eenmaal ingeslagen pad. Zoowel uit apathie van karakter als uit sympathie voor den bestaanden toestand, waarin zijn eigen gezag was geworteld, was hij onmachtig, zoowel tot krachtig voorgaan als tot beslist volgen. Hij was een riet, door den wind heen en weder bewogen, dat op den stroom voortdreef, zonder een poging om te leiden, zonder wederstand te bieden. Een zwakke speelbal van omstandigheden en menschen.
Aan Maria Antoinette was die lijdelijke berusting, die passieve overgave onmogelijk. Kracht tot verzet kou zij niet dan somwijlen Lodewijk inblazen, maar wat zij kon, deed zij. Zij steunde de bevoorrechte standen door haar voorbeeld. Hoe hoog de financieele nood des lands ook steeg, haar recht tot verkwisten gaf zij niet prijs, haar aanspraken en vorderingen aan de staatskas liet zij niet varen. Nog aan den vooravond der revolutie vorderde en verkreeg zij den aankoop van St. Gloud, dat door den staat met millioenen werd betaald. Onder haar bescherming en voorspraak zette het gunstelingen-corps met goed gevolg zijne aanspraken, zijne pogingen voort om pensioenen en giften te erlangen. Zonder naar het staatsbelang te vragen, gebruikte de koningin haar invloed op den zwakken man, om haar gunstelingen te verheffen en hen, die ze tegenstonden , te doen vallen. Zij is schuldig aan de ongenade van Turgot, schuldig aan de verheffing van Brienne.
Al had deze lichtzinnige vrouw in haar privaat leven geen stof tot booze vermoedens geleverd, al ware het geloof aan haar vrouwelijke deugd ongeschokt geweest, ook dan zou de natie den rampzaligen invloed, dien zij oefende.
249
MARIA ANTOINETTE, 1770-1780.
niet vergeven hebben. Als vrouw trad zij elke voorzorg van kieschlieid, welvoegelij klieicl en waardigheid met voeten ; hoe kon zij meenen, dat haar goede naam ongerept zou blijven? Maar de schoone fee, die in haar schitterend, wit kanten gewaad fladderde onder de bloemen van Versailles , was in de oogen der groote menigte nog iets ergers dan een diepgevallene: zij was de incarnatie van al de misbruiken van liet ancien régime, zij was de kanker, die den staat ondermijnde, die moest uitgeroeid worden. Toen de Etats Generaux in 1789 bijeenkwamen, werd de zwakke Lode wijk met goedaardige toejuiching, zij met dreigend gemor ontvangen.
Was de natie onrechtvaardig?
Beklagenswaardig is liet lot van eene koningin, die van een troon in een gevangenis wordt geworpen en op een schavot het leven laat. Maar beklagenswaardiger nog is de mensch, die nooit heeft geleerd, door opvoeding of door eigen nadenken, dat rechten op plichten rusten, en in het graf zinkt zonder te weten, dat zelfontwikkeling en zelfveredeling de eisch des levens is.
250
AANTEEKENINGEN VAN DEN SCHRIJVER.
{De met * aangeduide zijn bijgevoegd door den Verzamelaar.)
1. Lettres et entretiens sur l'education des filles, II, 47.
2. In Mei 1652.
3» Portrait de Scarron, fait par lui-même, au lecteur qui ne m'a jamais vu (1604) o. a.
âJ'ai trente ans passés, comme tu vois au dos de ma chaise. Si je vais jusqu'a quarante, j'aj outer ai bien des maux a ceux que j'ai déja soufferts depuis liuit ou neuf ans. J'ai eu la taille bien faite, quoique petite. Ma maladie Ta raecourcie d'un bon pied. Ma tête est un peu grosse pour ma taille. J'ai le visage assez plein, pour avoir le corps très-décharné: des cbeveux assez, pour ne porter point perruque: j'en ai beaucoup de blancs, en dépit du proverbe. J'ai la vue assez bonne, quoique les yeux gros; je les ai bleus: j'en ai un plus enfonce' que l'autre, du cóte que je pencbe la tête. J'ai le nez d'assez bonne prise. Mes dents, autrefois perles carrées, sont de couleur de bois, et seront bientót de couleur d'ardoise. J'en ai perdu une et demie du cóte gauche, et deux et demie du cóte droit, et deux un peu égrignees. Mes jambes et mes cuisses ont fait premièrement un angle obtus, et puis un angle égal, et enfin un aigu. Mes cuisses et mon corps en font un autre, et ma tête se penchant sur mon estomac, je ne ressemble pas mal a un Z.quot; Oeuvres de Scarron, I, p. 130. Cf. 95.
4. Correspondance générale de Madame de Maintenon, 1,64.
5. Onder dezen treft men ook den stadhouder der Nederlandsche Republiek, Willem II, aan, van wien ik mij niet herinner ooit andere bewijzen, dat hij letterkundigen of geleerden steunde, gevonden te hebben. In het zevende deel van (de Oeuvres de Scarron vindt men, blz. 215, een ode, Remerciment a S. A. le Prince d'Orange, en, blz. 220 , Stances Héroiques sur la mort de Guillaume de Nassau.
A.ANTEEKENINGEN.
In de Roman Comiqne wordt herhaaldelijk van de comoedianten in dienst van Willem II gewaagd.
Scarron beweerde, dat hij een âveritable porte-malheurquot; was. Telkenmale, als hij een aanzienlijk man bezong, stierf deze korten tijd daarna. âLe Prince d'Orange n'ent pas plutót envie de me régaler, qn'il eut la petite vérole, dont il monrftt.quot; I 98.
6. Aan mijn vriend Mr. H. ter Haar Bz. dank ik deze vertolking, Hoe zeer het oorspronkelijke bij de overbrenging gewonnen heeft, kan uit de vergelijking blijken. Madame Scarron heeft reden tot dankbaarheid aan haar vertaler.
La géolière.
II le faut avouer, le métier de géolière Est un fort pénible métier:
II faut être barbare et fiére.
Faire enrager souvent un pauvre prisonnier.
Et ce n'est pas ma manière.
Si ceux qui sont dans ma prison Se plaignent, ils n'ont nulle raison.
Je les prends, saus vouloir les prendre.
Je ne cherche pas les moyens De les mettre dans mes liens;
Ce sont eux qui viennent s'y rendre.
Mais comme, saus faire la vaine.
Je les prends saus combattre et saus rien hasarder,
Saus me donner beaucoup de peine;
Je sais comme il faut les gar der.
7. De vrouw van Colbert.
8. Tijdens den oorlog van 1672 was die broeder kommandant eerst in Amersfoort, later in Elburg. Hij maakte zich daar schuldig aan afpersingen, die hem zeer euvel werden geduid. In de Corespondance de Madame de Maintenon, I, 171, komt een schrijven van Louvoi'i aan hem voor, om hem zijn ontevredenheid over zijn gedrag te betuigen. Blijkbaar heeft de invloed van Madame de Maintenon hem staande gehouden. Louvois verzweeg het voor Lodewijk XIV.
9. Correspondance générale, I, 201.
10. 20 Dec. 1676.
11. Correspondance générale, II, 96.
12. Verg. Desnoiresterres, Voltaire et la société au XVIII6 siècle. â Voltaire et Frédéric, p. 215 sqq.
252
AANTEEKENINGEN.
13. Histoire de Madame de Maintenon, par le due de Noailles, 4 vol., 1848â1858.
14. Kort na de uitgave der eerste brieven van Madame de Maintenon door Lavallee werd ook van andere zijde de on vertrouwbaarheid van La Beaumelle aan de kaak gesteld. In 1856 verscheen te Parijs: Vie de Maupertuis, par La Beaumelle, oeuvre posthume. De uitgever van dit nagelaten werk bad er weinig genoegen van. Achter deze levensschets verschenen hier 176 brieven van Frederik den Groote aan Maupertuis, en van den laatste aan den eerste, door La Beaumelle, naar hij zeide, overgeschreven. Ongelukkig voor hem waren de oorspronkelijke bewaard en in het bezit van Feuillet de Conches. Sainte Beuve nam de moeite eens na te gaan. hoe La Beaumelle met de stukken had omgesprongen en deelde in een vernietigend artikel de slotsom van zijn onderzoek mede: âDe même qu'on dit un Varillas, pour exprimer d'un mot Thistorien decrie a qui Ton ne peut se fier, de même on continuera plus que jamais de dire un La Beaumelle pour exprimer réditeur infidèle par excellence.quot; De kritiek werd later opgenomen in de Causeries du Lundi. XIV, p. 86.
15. Zie daarover mijn artikel in de Gids, September 1882* en beneden bl. 185â190.
16. Paul Grimblot, Les faux autographes de Madame de Maintenon. Paris 1867.
17. Zie de kritiek van Geoffroy in de Revue des Deux Mondes, Februari 1869.
18. Het is eenvoudig ergerlijk, de belachelijke opvijzeling van La Beaumelle te lezen, waaraan Michel Nicolas, in zijn Notice sur la vie et les écrits de L. A. de La Beaumelle (Paris 1852) zich schuldig maakt.
19. Verg. Cheruel, Saint-Simon considéré comme historiën de Louis XIV, p. 503 sqq.
20. Correspondance générale, III, 319.
21. Correspondance générale, III, 2, 15, passim.
22. III, 396, 348 passim.
23. Het hoofdstuk, dat de hertog de Noailles aan dit punt heeft gewijd, is zeker een der beste van zijn geheele werk.
24. Lettres sur l'education d^s filles, II, 114.
25. âEntre la tyrannic d'un mari et celle d'une supérieure il y a une différence infinie. On sait a pen prés, en entrant en religion, ce qu*on peut exiger de vous. II n'en est pas de même pour le mariage: il n'y a point de noviciat qui y dispose et il seroit difficile de prévoir jusqu'oü un
253
AANTEEKENINGEN.
mari peut porter le comraandement. II s'en trouve tres peu de bons. II faut supporter d'eux bieii des bizarreries et se soumettre a des choscs presque impossibles.quot;
*26. Vergelijk bierbij het opstel over Prinses van Ablden, Historische Bladen, 3de druk III, 149 v.
27. Horace Walpole, R eminisc enses of the court of George the first and second, (ed. Conningham) I, CIV.
28. Dit was Thomas Pelham, hertog van Newcastle, die later onder George II â dezen prins van Wales â first lord of the treasury was.
29. Nouvelles Lettres de la Princesse d'Or leans par G. Brunet, p. 125, 130, 132. Verg. 127, 133, 135.
30. Walpole, Reminiscenses. p. cv. âAbishag was lodged in the palace under the eyes of Bathseba, who seemed to maintain her power, as other favourite sultanes have done, by suffering partners in the sovereigns affections.quot;
31. Lord Hervey's Memoirs, II, p. 543.
32. De latere keizer Karei VI.
33. Ten einde mijne lezers het overzicht over de familiebetrekkingen gemakkelijk te maken, voeg ik hier het volgende genealogische tabelletje bij:
Jacobus I, van Engeland.
i
Elizabeth (gehuwd met Frederik V, van de Palts).
Sophia (gehuwd met Ernst August, keurvorst
f 8 Juni 1714, van Hannover.
George I, (gehuwd met Sophia Doro- Sophie Charlotte, (gehuwd met Fre-f 1727. thea van Brunswijk-Celle, derik, keurvorst van Brandenburg, de prinses van Ahlden). den eersten koning van Pruisen).
l
George II, (gehuwd met Caroline van Sophia Dorothea, (gehuwd in 1706 met f 1760. Brandenhurg-Anspach). Frederik Wilhelm I, van Pruisen).
254
| ||||||||||||||||||||||||||||
|
34. Klein, ook in letterlijken zin; in een van de paskwillen op hem |
A ANTEE KENINGEN.
wordt verteld, hoe blij hij was, toen hij Mr. Edgcumbe ontving, die nog kleiner was:
Rejoiced to find within his court One shorter than himself!
35. âHe has said to Sir Robert, on the curtseys of the Queen: there, you see how much I am governed by my wife, as they say I am! How! how! it is a fine thing indeed to be governed by one's wife!quot; âOh Sir,quot; replied the Queen, âI must be vain indeed to pretend to govern your Majesty!quot; Walpole, Memoirs of the reign of George II. t. I., p. 179.
36. Brunet. Nou velles lettres etc., p. 13.
37. Hare brieven zijn in 1824 in twee deelen uitgegeven door Grocer.
38. Lord Hervey's Memoirs I, 55 sqq.
39. Pope ontleende aan dit gebrek een compliment:
Has she no faults, then (Envy says), sir?
Yes, she has one, I must aver:
When all the world conspire to praise her.
The woman's deaf, and will not hear.
40. Walpole, Memoires of the reign of George II. I, 72.
41. Walpole, Memoires of the reign of George II, t. I, pag. 208, 422.
*42. Vgl. Historische Bladen, 3de druk II, 61.
43. Vgl. Coxe, Memoires of Horace Walpole, p. 89.
44. Memoirs of lord Hervey, I, 233.
45. Over de belegging van deze huwelijksgift zijn later vrij wat moeielijk-heden ontstaan, waarbij Willem IV, waarschijnlijk op aanstoken van zijn vrouw, zich nog al heftig toonde. Coxe, 1. c. 186.
46. âJe ne savais pas que la princesse de Galles ne pouvait souffrir l'odeur de la fleur d'orange: l'électeur de Bavière tombe en défaillance, lorsqu'il voit des oranges et des citrons,quot; schrijft de hertogin van Orleans. Brunet I, c. p. 215.
47. Zimmermann, die haar in later jaren persoonlijk zeer goed kende, geeft de volgende ongunstige beschrijving van haar, die van die van lord Hervey nog al afwijkt: âIhre Gesichtsfarbe war ohngefar wie helles dani-sches Handschuhleder, die Augen starr und grosz, die Augenlieder herab-hangend und so grosz, dasz sie hiitten können einem kleinen Munde zu Lippen dienen; der Mund sehr grosz, die Unterlippe fiirchterlich herab-hangend, das ganze Gesicht flach und breit, und der Kopt tief zwischeu den Schultern, der Körper sehr dick, kurz und breit, endlich die Sprache
255
AANTEEKENINGEN.
der Princeasin auszerst schnell, auszerst undeutlicli und unangenehm.quot; Dr. Vehse, Geschichte des Ha uses Braunschweig, II. 53.
48. Memoirs of lord Hervey, I. 311. *Vgl. ook Historische Bladen, Sde drult II, 62 v.
49. De volgende regels van Koningin Caroline aan Horace Walpole (Coxe, p. 194) mogen voor een enkele toelichting strekken: âIt appears to me that the gentlemen of Holland might pay their respects to Anne, although (!) she is in the house of the prince of Orange not as his wife, hut as the king's daughter. It strikes me that this would take away all subject of dispute from the ladies. You know that things are changed in Holland since the time of the princess Mary. She saluted only married women, and single ladies now demand it. The best way to avoid all disputes would he to salute none. The english ladies might wait upon her in private. The freuch ambassador was, I believe, mistaken, when he spoke of a visit to his wife. I do not believe that Mrs. Walpolc ever received one from Ihe french princesses.quot;
50. Coxe, Memoires of sir Robert Walpole HI, 184.
*51. Vgl. Historische Bladen, 3ile druk II, 68.
52. De zwangerschap schijnt een verzinsel geweest te zijn; ik vind ten minste nergens, dat zij voor Dec. 1736 is bevallen.
53. âThe princess Royal four days before, after a terrible labour and being in great danger of her life, had been brought to bed at the Hague of a daughter, which Dr. Sands, a very eminent man-midwife sent from hence by the Queen, had been obliged to squeeze to death in the birth, to save the mother.quot; Hervey 1. c. II, p. 205.
54. Zie Historische Bladen, 3ile druk III, 165.
*55. Zie Historische Bladen, 3lt;le druk II, 68.
56. Zie Correspondance inedite de M. A., publiee par le Comte Paul Vogt d'Hunolstein.
57. Zie Louis XVI, Marie Antoinette et Madame Elisabeth, lettres et documents inédits, publics par F. Feuillet de Conches, VH vol.
58. Vgl. Arneth, Maria Theresia und Maria Antoinette; Maria Antoinette, Joseph II und Leopold H; Maria Antoinette, Correspondance secrète entre Marie The'rèse et le Comte de Mercy Argenteau, 3 vol.
59. Zie Geoffroy, Gustave III et la Cour de France, 2 vol.
256
1
li