ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

HISTORISCHE BLADEN

ocr page 6

^ Hi

8758

RIJKSUNIVERSITEIT

0308

ocr page 7

ïlSTOiSCHE

Jyj lt; ^

BL1DII

'

DOOll

DK. THEOD. JORISSEN

IN LEVEN HOOGLEERAAR TE AMSTERDAM.

DERDE, G0EDK00PE DRUK

in

De overgang van Henduik rv. Cromwell. De Prinses van Ahlden.

.

BIBLIOTHEEK RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

HAARLEM H. D. TJEENK WILLINK. 1892

ocr page 8
ocr page 9

I

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

ocr page 10
ocr page 11

DE OVERGANG VAN HENDEIK IV.

//Zou liet een doodzonde voor een geestelijke zijn, een tiran te vermoorden?quot; vroeg in Juli 1589 een jonge Doininikaner monnik aan zijne superieuren. //Neenquot;, was het antwoord, //geen doodzonde. Slechts een onregelmatigheid.quot;

Jacques Clement was gerustgesteld. Na zich door vasten en het genot der sacramenten te hebben gesterkt, verliet hij het belegerde Parijs, om den tiran, Hendrik ITT, koning van Frankrijk, te treffen. Den l3ten Augustus werd hij te St. Cloud tot hem toegelaten en trof hij hem doode-lijk met zijn mes. Vier-en-twintig uur later had Hendrik III, de laatste der Valois, opgehouden te leven.

Zelden miste een politieke moord zoo volkomen het beoogde doel, als deze. In de plaats van den katholieken Hendrik III besteeg de protestantsche koning van Bearn, Hendrik IV, den troon. Eu het was juist om dezen te weren, dat de geloovige bevolking van Parijs blindelings de raadgevingen van hare geestelijke en politieke leiders had opgevolgd.

Sedert de eerste dagen der Hervorming hadden de meeningen der Protestanten in Frankrijk bijval gevonden. Door

ocr page 12

DE O VE11G AN Gr VAN HENDRIK IV.

4

verscliillende omstandigheden begunstigd, hadden de voorstanders der nieuwe leer hun getal en invloed zien toenemen , totdat het fanatisme van vreemde, van Lotharingsche prinsen, het sein tot burgeroorlogen gaf, die gedurende veertig jaar aan de natie op 't verlies van haar beste krachten, haar uitnemendste zonen en de algemeene welvaart zouden te staan komen. Bevreesd voor den overmoed der machtige Guise's, had Catharina de Medicis, de Itali-aansche leerlinge van Machiavelli, hare zonen, die achtereenvolgens den troon bestegen, de redding van hun kroon leeren zoeken in het heerschen door te verdeelen. Als iedere politiek, die niet in beginselen, maar in het zich schikken naar de omstandigheden haar kracht zoekt, had ook deze staatkunde gefaald. Niet de Guise's, maar het koninklijk huis was door den bloedstroom van den Bartholomeusnacht geschandvlekt. Niet de Guise's, maar de Valeis hadden ieder jaar hun macht zien verminderen, hun aanzien zien dalen, hoe gewillig of onwillig zij zich ook hadden geleend, om de werktuigen van een fanatisme te zijn, dat zij niet deelden. Het Protestantisme was staande gebleven, te zwak om te overwinnen, maar te krachtig om vernietigd te worden. Aan de politiek van Catharina werd door de verbondenen der Ligue die uitkomst geweten, en de beklagenswaardige vrouw zag haar laatste levensjaren verbitterd door het vooruitzicht, dat de jongste en meest geliefde harer zonen met kaalgeschoren kruin in een klooster wierd gestoken, om plaats te maken voor het hoofd van het vreemde vorstenhuis, dat op de puinhoopen van Frankrijks vrede zich een troon had gebouwd. Het ondankbare Parijs verjoeg, in de beruchte Journée des Barricades, Hendrik III, aan wien het voor zijn bloei en ontwikkeling de grootste verplichting had. Slechts door een tweetal

ocr page 13

DE OVERGANG VANquot; HENDRIK IV.

moorden voorkwam de ongelukkige eu zwakke vorst het hem dreigend lot; de beide Guise's, de hertog en de kardinaal, vielen onder de zwaarden zijner dienaren. //jSTous ne sommes plus deux! je suis roi maintenant!quot; had hij uitgeroepen, toen hij het bebloede lijk van zijn gevaarlijksten tegenstander voor zijne voeten zag uitgestrekt. Doch hij had zich vergist. De paus had hem tot verantwoording gedaagd, en de Ligue door geheel Frankrijk zich tegen hem verheven. Slechts dat deel van den katholieken adel, dat het land niet aan de Ligue noch aau Spanje wilde prijs geven, had zich om hem geschaard. Doch zij waren niet talrijk of krachtig genoeg, om hem de onderwerping der rebellen, die in het oproerige Parijs hun hoofdzetel hadden, te verzekeren. Hij had de ondersteuning van anderen, van oude tegenstanders moeten aannemen. De koning van Frankrijk, die als hertog van Anjou het bloedbad van 34 Augustus 1572 had georganiseerd, had zich met de zonen van zijne slachtoffers in dien vreeselijken nacht moeten verbinden, om door hunne hulp zijn wankelende kroon te redden. Doch, schoon de Protestanten vergaven, de Nemesis der historie niet. Den ketter van Navarre mocht Hendrik III voeren tot voor de poorten van Parijs, maar zelf zou hij die stad, die hij lief had als den appel zijner oogen, niet meer binnentreden. Den 303ten Juli kwam hij met zijn bondgenoot voor Parijs aan; den 2den Augustus was hij niet meer. Hij had zijn opvolger naar zijn hoofdstad geleid. //Ik bid uquot; — sprak hij stervende tot de edelen, die zijn bed omringden — /'ik bid u als mijne vrienden, en gelast u als koning, om mijn broeder, die daar staat, na mijn dood te erkennen; doet hem den eed in mijn tegenwoordigheid.quot;

De eed was afgelegd. Zou hij gehouden worden?

5

ocr page 14

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

I

Het oogeublik, waarop Hendrik van Navarre den ïran-sclien troon besteeg, was ernstig.

Het leger, waarover hij, bij den dood des konings, bevel voerde, bestond uit twee deelen, zijn eigen protestantsclie benden, met liem te Meudon gecampeerd, en de Katholieken, wier hoofdkwartier te St. Cloud 1 was gevestigd. De eersten erkenden hem gewillig, de laatsten aarzelden.

Aan de roepstem van Hendrik III hadden zij gehoor gegeven, uit afkeer van de Ligue. Laat ons zien wat zij tegen haar hadden.

Het beruchte verbond, door de Guise's tot verbinding van hun aanhang iu 't leven geroepen, had oorspronkel'jk een streug godsdienstig karakter gedragen. Vernietiging der ketterij in Frankrijk was de leus der vereenigiug geweest en heette nog altijd het doel. Maar sedert lang, zoo ooit, was dit noch het eenige noch het hoofddoel meer. De macht, die de Ligue hem ter beschikking stelde, had in haar hoofd, den hertog de Guise, het eerzuchtige plan doen ontwaken, om den geminachten Hendrik III op zijde te schuiven, en in zijne plaats als koning van Frankrijk de ketterij te vernielen. Betaald door Philips II, hoopte hij met Spaansehe hulp zijn doel te bereiken, en aarzelde dan ook niet tegen zijn land en kouing met den vijand van beiden saam te zweren.

Gelijk de Guise naar den troon van Frankrijk, strekten de gouverneurs der provinciën, de bevelhebbers in steden en vestingen naar een geheele onafhankelijkheid van het monarchaal gezag de hand uit. De zelfstandigheid, die in menig oogeublik der burgeroorlogen de verwikkeling der

6

ocr page 15

DE OVERGANG VAN HEN DUIK IV.

omstandiglieden hun had geschonken, zochten zij niet alleen te bestendigen, maar ook erfelijk te maken. De eenheid des rijks werd door de herleving der oude feodale eischen ernstig bedreigd. De rooi'vogels vergaderden zich, om de monarchale autoriteit, die zij voor goed gevallen achtten, te verdeden.

Krachtige bondgenooten en werktuigen waren de ge-loovige tiers état en het onkundig gemeen, beide door fanatieke priesters, in dienst der Ligue, voortdurend geprikkeld en opgehitst.

Toen in het begin van 1587 Duitsche troepen den Fran-schen bodem betraden, had de Ligue in Parijs een besluit genomen, dat, elders nagevolgd, een geweldige kraclit tot hare beschikking stelde. Om de katholieke prinsen te ondersteunen tegen den ketter, werd er in de steden van haar aanhang een raad benoemd, om de katholieke belangen te verdedigen en te handhaven. Een algemeene raad, uit vertegenwoordigers dezer willekeurige besturen bestaande, kwam te Parijs bijeen, om het krachtige en gewillige werktuig van de bedoelingen harer hoofden te zijn 2. Voor dit democratisch schrikbewind der Ligue beschermde geen stand en geen verdienste. Als ieder terrorisme waren de Liguisten niveleerende, in naam van den godsdienst, gelijk de niveleurs van 1793 in naam van het volksbelang.

Het was dit democratisch element in de Ligue en de plannen der Guise's, die de katholieke edelen Hendrik III naar St. Cloud hadden doen volgen. Voor den wettigen koning tegen den Spaauschen invloed streden zij. De erfelijkheid der gouvernementen en der militaire posten lachte hun evenzeer als de Liguisten aan. Maar zij wilden het volk een dergelijken onwettigen invloed op de regeering niet toekennen, volkomen overtuigd, dat het slechts te

7

ocr page 16

DE OVEIUtANG VAN HEXDUIK IV.

hunneu koste kou geschieden. Hun monarchaal gevoel duldde het niet, den wettigen koning af te vallen en de kroon van Frankrijk aan de Guise, den huurling van Philips II, over te reiken. Met Hendrik III hadden zij gehoopt de Ligue, die het land aan Spanje verried, te onderdrukken en in zijnen naam, na rijke belooningen, te heerschen. Niet vervolgziek, ofschoon niet verdraagzaam uit overtuiging, hadden zij den Bearner en zijn leger slechts als een bondgenoot beschouwd, die, na gediend te hebben, uaar huis werd gezonden en met een paar kleine concessiën tevreden gesteld. Doch zie, — het mes met het zwarte heft van Jacques Clement, dat den levensdraad huns konings zoo plotseling had afgesneden, had tevens aan die rustige verwachtingen een einde gemaakt. Niet over het verdeden van den behaalden buit gold het thans te spreken. Niet met den wettigen koning Hendrik III, maar met den pretendent Hendrik IV hadden zij thans te doen.

De pretendent.... wien zij trouw hadden gezworen, op last en bij het bed van den stervenden voorganger! Slechts weinige minuten, nadat deze den adem had uitgeblazen, was reeds de eed vergeten, en als ware hij nooit afgelegd, stelden zij zich de vraag: zouden zij Navarre erkennen?

In de conferentiën, op den sterfdag des konings en den volgenden morgen gehouden, werd warm gedebateerd. Velen zeiden neen, omdat de Bearner een ketter; meerderen zeiden ja, omdat hij de naaste prins van den bloede en een ridderlijk koning was; de raeesten beslisten bevestigend, mits men waarborgen van hem ontving voor den godsdienst van het meerendeel der natie.

De uitkomst kon moeilijk anders zijn. Wat bleef dezen grooten over, zoo zij Navarre verstieten? De gunst, neen — de genade van Ma mme, den dikken Mayenne, die zijn

8

ocr page 17

X)E OVERGANG VAN' HENDRIK IV

broeder, Hendrik de Guise, aan quot;t hoofd der Ligue was opgevolgd. De geuade van een Mayenne, wien ieder hunner, Epernon, Conti, Montpensier enz. zijn gelijke, zoo al niet zijn mindere achtte. Wie hunner wilde voor hem zich vernederen?

En zoo al voor hem, geen dezer fiere edelen kon er anders dan met afschuw aan denken, om zich voor een hoop gemeen, als de Conseil des Seize of de Conseil des Quarante, te buigen. Parijs en de Ligue waren oproerig verklaard tegen Hendrik LU: zouden zij de hand van den rebel kussen, nu hij daarbij de moordenaar van hun vorst was geworden?

Wie, bovendien, waarborgde aan de Ligue de overwinning? De koning van Navarre mocht een ketter zijn, hij had in menigen veldtocht getoond, dat hij in krijgsbeleid en veldheersgaven voor geen zijner tegenstanders onderdeed. Zon hij, die, souverein van een kleinen staat, de zooveel grooter macht van het katholieke Erankrijk had in evenwicht gehouden, thans, nu hij den titel van koning van Frankrijk kon doen gelden, voor de verdeelde krachten zijner tegenstanders bezwijken? Het was niet te verwachten en zelfs niet te hopen. Willens of onwillens waren de vijanden der Ligue verplicht te erkennen, dat het koningschap van Hendrik IV het eenige redmiddel van Frank-rijks onafhankelijkheid was. De ketter representeerde het principe van nationale zelfstandigheid en eenheid tegenover den vreemdeling.

Het ware waardig geweest, zoo de katholieke grooten van Hendrik III, gelijk eenigen hunner wilden, aanstonds zonder beding den Bearner hadden erkend. Vrees voor hun godsdienst kon niet in ernst bestaan. Hendrik van Navarre, die zelf, schoon gedwongen, eenige jaren katholiek was

9

ocr page 18

10 DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

geweest, had nooit na zijn terugkeer tot liet Protestantisme de volgelingen van Rome vervolgd. In Guienne liad hij ze zelfs, nevens Protestanten, in den raad der provincie gesteld. Op de jongste politieke vergadering der Hervormden te la Roclielle was hem uitdrukkelijk door zijn geloofs-genooten verweten, dat hij zijn katholieke edellieden begunstigde ten nadeele der Hugenoten, die hun bloed voor de goede zaak vergoten. Gedurende de zeventien jaar , dat hij in Navarre en in zijne andere erflanden had geregeerd, hadden zijn katholieke onderdanen vrijheid van godsdienst genoten.

Desniettemin wilde de meerderheid van geen onvoorwaardelijke erkenning weten. Een hunner, Prancois d'O, een geminachte mignon van den gestorven vorst, bracht in haar naam aan Hendrik van Navarre den voorslag over, dat hij, met het koninkrijk, den godsdienst van de meerderheid des volks zou aannemen. Met waardigheid verwierp de Bearner den eisch. Hij had nauw de eerste trappen van den troon bestegen; hoe kon men van een man, wiens overtuiging men vreesde, zulk een plotselinge verandering van geloof verwachten?

Zij was niet verwacht. Geen der grooten, die den on-middellijken overgang vorderden, hadden aan Hendriks bereidwilligheid geloofd. De religie was een voorwendsel, een dekmantel voor eigenbatige bedoelingen. Wat Biron in deze dagen van overweging aan een van Hendrik's vrienden bekende, was niet maar zijn persoonlijke meening, doch aller denkbeeld. //Si avant d'avoir assure nos affaires avec le Roi de Navarre, nous établissons entièrement les siennes, il ne nous connaitra plus, il ne se souciera plus de nous: le jour est venu pour faire nos affaires; si nous en perdrons Toccasion, nous ne la recouvrerons jamais, et

ocr page 19

DE OVE11GANG VAX HEND1UK IV.

le repentir nous en demeurera toute notre vie.quot; Voor dit berouw is geen aanleiding geweest: want zij behartigden hunne belangen op uitstekende wijs. De gunstelingen van Hendrik III verzekerden zich liet rustig bezit van hunne voordeelige posten en ambten. Alle betrekkingen in de steden, die op de Ligue veroverd zouden worden, moesten in de eerste zes maanden aan de Katholieken worden geschonken 3. Aan de Protestanten gaf de Declaratie van St. Cloud slechts de bevestiging van de artikelen, iu April 11. tusscheu de beide Hendriken vastgesteld. De koning beloofde, gelijk hij vroeger bij herhaling had gezegd, dat hij zich onderwerpen zou aan de uitspraken van een vrij algemeen of nationaal concilie. Binnen zes maanden, werd er ditmaal bijgevoegd, zou hij het samenroepen. Tegen dergelijke toezeggingen — de belofte, dat hij den katholieken godsdienst zou handhaven verdient ter nauwernood vermelding, omdat zij vanzelf spreekt — erkenden de //princes du sang et autres dues, pairs et officiers de la couronne, seigneurs, gentilshommes et autres soussignésquot; hem, quot;Henri quatrième, pour notre roi et prince naturel selon les lois fondamentales de ce rojaumequot;; en beloofden hem //toute l'assistance qu'il nous sera possible pour faire justice de 1'énorme mechanceté commise en la personne du feu roi, et pour chasser et exterminer les rebelles et enne-mis que veulent usurper eet état.11

Wat Hendrik IV heeft bewogen, om tot dit verdrag toe te treden, is niet moeielijk te gissen. Er was hem alles aan gelegen, dat hij onmiddellijk na den dood zijns voorgangers door diens aanhangers werd erkend. Zijne aanspraken als naaste prins van den bloede, zijne rechten op den troon van Frankrijk waren door Hendrik III herhaaldelijk uitgesproken. Welk een indruk zou het maken.

11

ocr page 20

DE OVEEGANG VAN HENDEIK IV.

als dieus dienaren weigerden hein te erkennen en hem voor de poorten van Parijs met zijn protestantsche volgelingen, als een pretendent naar de kroon, wiens rechten twijfelachtig waren, verlieten? Dit te voorkomen, was eenige opoffering waard. En de prijs, dien hij betaalde, was niet hoog. Het contract, dat hij teekende, schonk hem de volstrekte erkenning van zijn koninklijke waardigheid, terwijl de ongunstige bepalingen aangaande den godsdienst, die hem en zijne medeprotestanten troifen, slechts van tijdelijke gelding waren. De hoofdzaak, als koning van Frankrijk door de hoofden der antiliguistische partij erkend te zijn, was gewonnen. Aanstonds echter bleek het, dat deze winst, hoe groot ook, de eenige was, die de Declaratie van St. Cloud hem vooreerst zou leveren. Wel verre van, hun woord getrouw, met alle kracht den nieuwen Koning te steunen tegen de rebellen, verlieten velen hem, om in hun gouvernementen en steden zich te versterken. De naderende worsteling tusschen de Ligue en Hendrik IV zou hun bijstand van nog hooger waarde maken.

Binnen weinige dagen was het leger van Hendrik tot op de helft samengesmolten. Van de veertig duizend, die op 1 Augustus onder de beide vorsten waren vereenigd, was een week later slechts de helft over. Nevens de katholieke edelen, als Epernou, die in troebel water hoopte te visschen, waren het overloopers tot de Ligue en Protestanten, afgemat door hetgeen zij geleden hadden en ontevreden over de bepalingen door Hendrik goedgekeurd, die hem verlieten. Het beleg van Parijs moest opgeheven worden. Door de vermindering der troepen, het gebrek aan geld en aan krijgsvoorraad kon aan geen voortzetting worden gedacht.

12

ocr page 21

DE OVE11ÖANG VAN HENDRIK IV.

Als in het kamp der Joden na den moord van Holofernes, verhief zich in het belegerde Parijs een gejuich, toen de dood van Hendrik III werd vernomen en de bevolking den ketterschen Bearner zijn kamp zag opbreken. De verslagenheid, die vóór weinige dagen algemeen in de oproerige hoofdstad had geheerscht, maakte voor de grootste opgewondenheid plaats. De ontwijfelbare tusschenkomst des hemels ten gunste van het door de Ligue verdedigd geloof ontstak de gemoederen van vreesachtigen en lauwen met nieuwe geestdrift. De monniken en priesters, die van hunne kansels tot vorstenmoord hadden aangemaand, wezen op de uitkomst als op de vervulling hunner profetieën en wekten door nieuwe voorspellingen aangaande den ondergang van den Bearner, die aanstaande was, de bevolking tot deelneming aan den strijd op. Zij, die nog gisteren en eergisteren, toen de twee koningen te St. Cloud en te Meudon waren gelegerd, geen moed hadden gevoeld de wapenen op te nemen, lieten zich thans gewillig voor den opvolger van Hendrik III aanwerven.

Want ook de Ligue had een opvolger voor den laatsten Valois in gereedheid. Het was de oude kardinaal de Bourbon 4, een gevangene van Hendrik IV, die door haar onder den naam van Karei X werd uitgeroepen. De hertog de Mayenne, die liefst zelf den opengevallen troon had bestegen, maar wegens den tegenstand der Spaansche partij moest toegeven, stelde zich voorloopig met de macht tevreden, die de titel: luitenant-generaal van Frankrijk en de krijg zelf hem schenken zoudeu. Zoo het geluk hem slechts volgde en hij den ketterschen koning versloeg, de kroon van Frankrijk zou hem na den dood van den ouden Karei X niet ontgaan. Van den uitslag der worsteling hing alles af. De kroon van Frankrijk was de prijs van den strijd.

13

ocr page 22

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

Maar zou liet geluk Ma jeune volgen? Hij twijfelde niet. Gevoelende, dat het thans een beslissing gold, spande de Ligue al hare krachten iu. Uit alle deeleu des lands voerde zij hare volgelingen aan en na weinige weken stond Ma jeune aan het hoofd van een 20 a 25000 man. In Parijs heerschte onbepaald vertrouwen op den uitslag. In de straten, die naar de Bastille leidden, werden reeds nu — September 1589 — kamers verhuurd, om het vervoer van den eerlang te vangen en te boeien Bearner te aanschouwen. Majeune zelf gaf zijn verwachting te kennen, dat hij Hendrik IV, die naar JNormandië was getrokken, in Dieppe zou opsluiten en dwingen naar Engeland of naar la Eochelle te vluchten.

Hoe veel grootspraak er in die woorden ook was, wie de krachten der strijders vergeleek, voorspelde weinig goeds aan den //Koning der Hugenotenquot;'. Het leger, waarmede hij bij Dieppe en Arques den veldheer der Ligue opwachtte, bedroeg nauwelijks een derde deel van dat des vijands. Wel had Hendrik zijn doel bereikt en de zeesteden in Bretagne en Normandië voor zich gewonnen, zoodat de naderende hulptroepen van Elisabeth van Engeland konden landen, maar de naderenden waren er niet toen de strijd aan-viug, en kwamen niet aan, dan nadat de kamp bij Arques genoegzaam beslist was. Toch wankelde noch weifelde zijn moed. Bij een verkenning van den vijand werd een liguïst, de sieur le Belin, gevangen5. Voor Hendrik geleid, zeide hij tot hem: //binneu twee uur zullen u 40000 man voetknechten en paardenvolk aanvallen; ik zie hier geen getal troepen, voldoende om tegenstand te biedenquot;. — //Vous ne les vojez pas toutes, M. de Belinquot;, — was het koele en waardige antwoord, — //car vous n'j contes pas Dieu uj le bon droit qui m'assistent.quot;

14-

ocr page 23

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

//Dieu et mon droit.quot; Deze bondgenooteu waren sterker dan de duizenden van Mayenne. De moreele kracht was aan de zijde van den ketterschen koning, die de eer, de eenheid, de onafhankelijkheid van Frankrijk verdedigde tegen de huurlingen van Philips II. Het zwakkere leger van Hendrik bood hardnekkig tegenstand aan de overmacht der Ligue: na tien dagen van gedurigen aanval tegen Dieppe en het kasteel d'Arques moest Mayenne het beleg opbreken. Reeds dadelijk, toen een eerste aanval niet slaagde, was ontmoediging op de overprikkelde geestdrift gevolgd. Thans, nu het slagveld werd verlaten, was het onmogelijk de verslagenen bijeen te houden. Als voor een paar maanden het leger van Hendrik IV, liep nu dat der Ligue uiteen. Het kerkgeloof bleek een zwakke band, waar het succes ontbrak.

Overweldigend was de indruk van dezen korten maar veelbeteekenenden veldtocht Het koningschap van den Navarrees bleek kracht te hebben, en dit schonk aanhangers. Het buitenland gaf het voorbeeld. Een katholieke staat, Venetië, erkende openlijk Hendrik van Navarre als koning van Frankrijk. Niet met Karei X of met Majenne, maar met Hendrik hernieuwde de Zwitsersclie confederatie het oude verbond, dat er tusschen haar en de Fransche koningen bestond. Bij de natie zelve begon het aanzien en het ontzag voor de Ligue te wankelen. Toen de koning in den nacht van 21/32 November, bij het flikkeren der flambouwen. Tours binnenreed, stonden twee kardinalen der heilige Eoomsche kerk den ketter op te wachten. Van de honderd Fransche bisschoppen waren er geen tien meer, die de Ligue openlijk durfden verdedigen. In alle provinciën verhieven ziek de aanhangers van het monarchaal gezag, en verzekeringen van onderwerping, betuigingen van aan-

15

ocr page 24

Dl' OVERGANG VAN HENDRIK IV.

sluiting volgden elkander op. Slechts een viertal provinciën volhardden ook nu nog in de onzijdige houding, die zij in het begin van Augustus hadden aangenomen. Alle overige kozen voor of tegen den koning partij.

Uit Norinandië had Hendrik IV den strijd naar het midden des lands, naar Maine en Anjou overgebracht, tn den boezem van zijn tegenpartij had de nederlaag bij Arques de grootste verdeeldheid gewekt. Met moeite hield Mayeime zich staande tegen de liguïstische aanhangers van Philips II, die hun meester het protectoraat over Frankrijk wilden opdragen. Uit haar midden zelf gingen stemmen op, die de erkenning van Hendrik, zoo hij maar de ketterij afzwoer, als mogelijk stelden e. Slechts door een coup d'état, waarbij hij de afgevaardigden der steden van allen invloed beroofde, wist Mayenne het bestuur der Unie in handen te houden. Doch om het voortdurend te behouden, was meer noodig. Hij moest zijn onmisbaarheid en zijn goed recht, om aan haar hoofd te blijven, door zijn diensten en zijn overwinningen bewijzen.

Doch het gelukte hem niet. De Bearner breidde zijn gezag uit, veroverde steden en, wat het ergste was, won de harten. De Ligue dreigde te bezwijken. Door den Spaanschen koning, die hem wel zwak maar niet verslagen weuschte, met eenige troepen ondersteund, waagde Mayenne het, in Maart 1590, een slag aan Hendrik aan te bieden.

//Mes compagnons. Dien est pour nous! Voici ses ennemis et les nötres! Voici votre roi! A eux! Si vous perdez vos cornettes, ralliez-vóus a mou panache blanc: vous le trouverez au chemin de la victoire et de l'honneur.quot; Met die bezielende woorden wees Hendrik zijne edelen den weg op het slagveld van Ivry. Voor hem was het een godsoordeel, dat hier geveld zou worden. De gloed zijner

16

ocr page 25

DE ÜVEUGAXG VAN HEND11IK IV.

overtuiging deelde zich aau ziju leger mede en schonk liem, toen de nederlaag zeker sclieen, de overwinning. Eoerend en schoon zijn de woorden, waarmede hij, nog op het slagveld, aan den hertog de Longneville ziju zege berichtte7: quot;Mon cousin, nous avons a loner Dieu: il uous a donné mie belle victoire. La bataille s'est donnée, les choses out esté en branie; Dieu a determine selon son équité: toute I'armee ennemie en route; — — je puis dire que j'ay esté bien servy, mais surtout evidemment assistó de Dieu, qui a monstré a, mes enuemys qu'il luy est esgal de vainere en petit ou grand nombre.quot;

De hertog Mayenne durfde zich na zijn nederlaag niet te Parijs vertoonen. Zijn koningschap was tot een poisson d'Avril geworden, waaraan niemand dan hijzelf nog gelooide.

Bevend en tot geen verzet in staat, wachtte de verslagen hoofdstad den overwinnaar af. Maar de katholieke grooten, die Hendrik III hadden gevolgd en den Bearner slechts met den mond gehuldigd, gunden hem zulk een snellen en beslissenden triomf niet en belemmerden hem, in plaats van hem te steunen. Eenige weken gingen voorbij, waarin de Spaansche ambassadeur te Parijs den tijd had, de beangste Liguïsten met liet uitzicht op openlijke hulp zijns meesters tot volharden te bemoedigen. De Pransche Ligue bleek machteloos: haar schijnkoning Karei X stierf in de gevangenis 8. De Spaansche partij trad voor 't vervolg openlijk aan 't hoofd van den opstand. Landverraad was het eenige middel, om aan Hendrik van Navarre te ontsnappen.

II

quot;Het is den Katholieken verboden een ketter of begunstiger der ketterij, een afvallige en geëxcommuniceerde door

Jorissen. 1' 2

17

ocr page 26

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

den Heiligen Stoel als Koning aan te nemen. Wie een zoodanige, zelfs als hij absolutie zijner misdaden mocht ontvangen, ondersteunt en begunstigt, vergrijpt zich aan de wetten der kerk, is van ketterij te verdenken en diensvolgens strafbaar. Daar Hendrik van Bourbon ketter en begunstiger is der ketterij, afvallige en geëxcommuniceerde door onzen Heiligen Vader; er blijkbaar gevaar is van veinzerij en gevaar voor den katholiekeu godsdienst, zoo hij absolutie wist te verkrijgen, zijn de Franschen in geweten verplicht hem het bestijgen van den troon te beletten, en geen vrede met hem te sluiten, ondanks de verworven absolutie. Zij, die hem begunstigen of helpen, zijn verraders van den godsdienst; die hem tegenstaan met alle mogelijke middelen, maken zicli verdienstelijk jegens God en menschen. Voor de eersten, die volharden om het rijk van Satan te vestigen, is de eeuwige straf bewaard. De laatsten, zoo zij volharden tot den dood, als verdedigers van het geloof, zullen beloond worden met de hemel-sche rust en de martelaarskroon ontvangen.quot;

Den Z11quot;11 Mei 1590 kondigde de Sorbonne, de theologische faculteit van Parijs, deze decisie af 9. In den avond van denzelfden dag sloeg de koning van Frankrijk zijn kamp voor de hoofdstad op, en verkondigde de brand der omliggende molens aan de misleide bevolking, dat de martelaarskroon binnen haar bereik was gekomen. Velen ontvingen haar, die haar niet hadden begeerd.

Van het uitstel, hun na den slag bij Ivry verleend, hadden de leiders van den opstand geen gebruik gemaakt om Parijs op een beleg voor te bereiden. De vestingwerken der stad waren niet voorzien, en om den afkeer der Parijzenaars van een geregelde bezetting, ook geen

18

ocr page 27

DE OVEllGAVG VAN HENDRIK IV.

garnizoen ingenomen. Nu, ter elfder ure, werden vijf duizend man binnen de stad toegelaten. Maar op de bevolking zelve kwam hoofdzakelijk de verdediging neer. Ulings werden de vestingwerken zoo goed mogelijk hersteld, de muren met kaxionnen voorzien, de grachten in orde gebracht, huizen bij de poorten gesloopt en kettingen over de Seine getrokken, om tegen verrassingen met schepen gedekt te zijn. De lagere standen en wie van de burgers er zich toe leenen wilden, werden aan 't werk gesteld. De hertog de Nemours, jongere broeder van Mayenne, de Spaansche ambassadeur Mendoza 1U, de aartsbisschop van Lyon, die met de Seize liet bestuur der stad voerden, spaarden geen middelen om èn door persoonlijke toespraak èn door de krachtige hulp der geestelijkheid de gemoederen der lagere standen tot de grootste geestdrift te ontvlammen. Karakteristiek is de teekening van l'Estoile, waar hij ons de burgers en armen wijst, met de handen werkende, bezig het zware werk aan de stadsmuren en in de grachten te verrichten, terwijl de adellijke, maar liguïstische leègloopers van tijd tot tijd eens kwamen toekijken en de priesters verschenen om hen met woorden zonder voorbeeld aan te moedigen. De geregelde troepen werden in den Temple, het Arsenaal en dergelijke versterkte huizen geplaatst, de bevolking op de muren. Zoo groot was de geestdrift, die men in haar had weten te ontvonken, dat de burgerij zelve 30,000 man goed gewapend, volgens anderen zelfs 50,000, tot de verdediging leverde. 11 De leden van de broederschap van Jezus zwoeren bij het lichaam des Heeren, met Hendrik van Bourbon nimmer eenigen vrede of verdrag aan te gaan en elke maand elkander dien eed te zullen hernieuwen.

Het eerste bezwaar, dat zich deed gevoelen, was geld-

19

ocr page 28

DE OVEEGANG VAN HEND1UK IV.

gebrek. De kosten der buitengewone inspanning waren hoog, te liooger naarmate de prijs der levensmiddelen dadelijk na de insluiting der stad steeg. De hoofden van den opstand bestreden ze deels uit de openbare fondsen, die spoedig ontoereikend waren, deels uit eigen middelen.

Tegen den eersten nood hadden zij zich gewapend. Het bleek later, dat de Ligue zelfs niet teruggedeinsd was, om aan het eigendom van anderen de hand te slaan. Eenige weken daarna verkocht zij de juweelen der kroon en liet het goud smelten, om er geld van te slaan. Trouwens, hoe geloovig ook, zij bekommerde er zich niet om, van waar het geld kwam. Toen Hendrik IV in Juli St. Denis had ingenomen, liet hij zich de schatten toonen, die van Isabeau de Bavière bewaard waren en zag dat de kroon van de beste edelgesteenten en diamanten beroofd was. May enne, zeiden de monniken, had ze doen wegnemen. quot;II en a done la pierre et moy la terre,quot; was het antwoord des kouings.

Doch zelfs zulke hulpmiddelen zijn voor uitputting vatbaar. Maar Mendoza's schatten waren het niet. Hij maakte er gebruik van, om zich tot de ziel en het wezenlijk hoofd van Parijs te maken. Zonder ophouden stroomden de sommen, die hem ter beschikking stonden. Nu eens, reeds in de eerste weken, schonk hij het geld, voor het gieten van dertien kanonnen benoodigd: dan eens nam hij het onderhoud van 300 man paardevolk, die kort na den 7'11'quot; Mei nog binnen Parijs geraakten, op zich. Na Juni deed hij dagelijks geld-uitleeningen, behalve de gewone aalmoezen, die geregeld werden voortgezet. Tot het einde van liet beleg had hij nooit geld te kort, om het volk voor zich te winnen, het te bemoedigen en gunstig voor de belangen en aanspraken van zijn somberen meester te stemmen. //Vive le roi d'Espagne!quot; juichte de menigte in de eerste weken.

20

ocr page 29

DE OVE11GANG VAN HENDUIK IV.

21

Met het goud van Spanje waren de predikers der Ligue in broederlijk verbond. Zoo al een enkele hunner de ont-eerende onderwerping van Frankrijk aan Spanje, door Mendoza beoogd, niet wenschte, hij aarzelde daarom niet hem te volgen op de wegen, die hij betrad. De godsdiensthaat der menigte werd voortdurend levendig gehouden en aangehitst. Dagelijks hield de geestelijkheid het aan hare geloovigen voor, dat met den ketter van Navarre geen vrede was te sluiten. quot;Al zijne verzekeringen waren bedriegelijk; wraak over den Bartholomeusnacht had hij aan zijne volgelingen beloofd; tot de ellebogen wilde hij zijne armen, had hij gezegd, in het bloed der bevolking doopen.quot; Waar de vrees voor wraak te gering bleek, werd de afkeer van ketterij tot bondgenoot genomen. Op allerlei wijze werd de kerkelijke passie geprikkeld, en de door ontbering en lijden reeds gevoelige bevolking tot fanatisme opgevoerd. In de predikatiën werd zorgvuldig de hoop op verlossing, door de hulp van Spanje, levendig gehouden. Brieven van Mayenne, waarin de nadering van den bondgenoot werd toegezegd, maakten een deel dei-kanselredenen uit: als zij bij ongeluk ontbraken, werden zij maar verdicht. quot;Prêcher par billets,1' noemden de politieken dit priesterbedrog. Processiën waren aan de orde van den dag. Een der meest beroemde, vooral door de spotternij van de vijanden der Ligue, is die van den 1 zijden Mei. //De strijdende kerk,quot; gelijk de Liguïsten spraken, vertoonde zich hier in al haar kracht aan de saamgestroomde menigte. //Eose, evêque de Senlisquot; — zoo verhaalt een ooggetuige 12 — //étoit a la tête comme commandant et premier capitaine, suivi des ecclésiastiques mar-chant de quatre en quatre. Après étoit le prieur des chartreux, avee ses religieux; puis le prieur des feuillans,

ocr page 30

22 DU OVERGANG VAN HEXD1UK. IV.

avec ses religieux; les quatre ordres mendians, les eapucins, les minimes, entre lesquels il y avoit des rangs des écoliers. Les cliefs de ces di (lerens religieux portoient chacun d'uue main un cruciüx, et de F autre une lialebarde, et les autres des arquebuzes, des pertuisanes, des dagues, et autres diverses espèces d'armes que leurs voisins leur avoient prê-tées. lis avoient tous leurs robes retroussées, et leurs capuclions abattus sur les épaules; plusieurs portoient des casques, des corselets, des petrinals. Hamilton, écossois de nation et curé de Saint-Gosme, faisoit roffice de sergeut et les rangeoit, tantot les arrêtant pour chanter des liytunes, et tantot les faisant marcher; quelquefois il les faisoit tirer de leur mousquets. Le légat y accourut aussi et approuva par sa presence une montre si extra-ordinaire et en même temps si risible; mais il arriva qu'un de ses nouveaux soldats, qui ne sgavoit pas sans doute que son arquebuse étoit chargée a balie, voulut saluer le légat qui étoit dans son carosse avec Panigarol, le jésuite Bellarmin et autres Ttalièns, tira dessus, et tua un de ses ecclesiastiques, qui étoit son aumosnier. Ce qui fit que le légat s'en retourua au plus vite, pendant que le peuple crioit tout haut que eet aumosnier avoit été fortuné d'etre tué dans une si sainte action.quot; Die uitroep bewijst, boe goed zulke voorstellingen voor liet volk berekend waren, en tevens, hoe ook hier als altijd de leiders speelden met de arme bedrogenen. Zij merkten het niet op, wat de politieken met bitterheid uitspraken, hoe deze aangekleede geestelijken op het slagveld, nu evenmin als vroeger, te zien waren, en hoe deze geheele vertooning slechts ten doel had, om het volk op te winden, dat zijn bloed stortte voor de heerschappij van deze strijdende kerk in maskeradepak.

ocr page 31

t)R OVEHGANG VAN HENDRIK IV.

Doch die kunstgrepen waren niet overbodig. Want een nog gevaarlijker vijand dan Hendrik IV, dreigde haar invloed te vernietigen. Toen Parijs den 7'1™ Mei door het leger van den Bearner was omsingeld, bleek het, hoe de Ligue alle voorzorgen had verzuimd. In de laatste halve eeuw was de bevolking van Parijs, dank zij den burger-krijgen, van 300000 op 200000 verminderd l3. Hoe moesten al deze monden gevoed worden? Den 13('en Mei werd een onderzoek gelast naar den aanwezigen voorraad. Toen bleek het, dat men koren had voor een maand en 1500 mudden haver. De regeering droeg aan een paar broodbakkers in ieder kwartier het bakken en den verkoop van het brood tegen vastgestelde prijzen op. Tevens werden de particulieren uitgenoodigd, de armen bij te staan. De haver werd voorloopig bewaard; zij kon later te pas komen. En het duurde niet langen tijd, of ook deze spaarpenning moest aangesproken worden. Reeds in het begin van Juni begon de honger zich te doen gevoelen, en bleek veler afkeer van ketterij niet bestand tegen het snijdend zwaard der ontbering. 13e Ligue ontdekte, dat verschillende voorname burgers in verstandhouding met deu koning stonden. Maaide hertog de ISTemours en zijne medeleden achtten het gevaarlijk, bij den klimmenden nood, het sein tot een beweging te geven. Zij stelden zich tevreden, aan de schuldigen een zware boete op te leggen en hen de stad uit te zetten ,4. Met iederen dag steeg het gebrek. De vermogenden aten paarden en ezels, het arme volk moest zich tevreden stellen met haversoep en met de predikatiën van Boucher en andere predikers der Ligue, die, onuitputtelijk in kunstmiddelen, niets ontzagen om het door honger ondermijnde fanatisme te schragen.

Na vijf weken begon aan de leiders zeiven de moed te

23

ocr page 32

DE OVEllGAXG VAN HEXDRIK IV.

outzinkeu; en iu liet midden der Juni-maand vroeg d'Es-piuac, de aartsbisschop van Lyon, vrijgeleide van Hendrik IV, om over vredesvoorwaarden, die de Ligne kon voorstellen, met May enne te gaan beraadslagen. Het antwoord des konings kon men vooruit berekenen. Een vreedzaam einde van den strijd, langs den weg der onder-handeling, kwam zoowel met zijn persoonlijke goedaardiglieid als met zijn politiek belang overeen. Hendrik TV had er nooit aan gedacht. Parijs door een bestorming te nemen. Van den aanvang af was het zijn streven geweest, de hoofdstad door gebrek tot overgave te dwingen. De verloren dochter moest door den draf der zwijnen tot bekeering worden geleid. Niet met geweld, maar door behoefte moest zij zich aan hem onderwerpen. Frankrijk, de koning wist het, zou het hem nooit vergeven, zoo deze parel van zijn kroon door ruwe soldatenhanden werd geschonden. De koning van Frankrijk kon de hoofdstad van zijn rijk niet aan al de jammeren en ellende van een verovering blootstellen. Zij moest hem heilig zijn, voor zoover een oproerige eerbied kan vragen. Ernstige aanvallen op de stad hadden de troepen des konings ook niet gedaan; het waren schermutselingen , nu eens om dezen, dan eens om genen post te bezetten, waardoor de blokkade meer volkomen werd. Dat de afsluiting verre van volledig was, wist Hendrik ook wel. Sinds zijn leger voor de stad was gekomen, was het zijn streven geweest ook van den kant der boven-Seine en der Yonne de afsluiting te voltooien en den toevoer te beletten. Nu, in het midden der Juni-maand, hield hij, nevens Parijs, het kasteel van Vincennes en Saint Denis geblokkeerd. Als zij gevallen waren, kon de hoofdstad niet staande blijven.

Doch zelfs zoo lang zou het niet duren, meende hij.

24

ocr page 33

DE OVERGANG VAN HENDllIK IV.

Hendrik's brieven uit deze eerste vijf weken vau liet beleg-bewijzen, dat hij aan geen langdurig verzet geloofde. Reeds den 14dequot; Mei liad hij geschreven: quot;Je suis dcvant Paris, ou Dieu m'assistera. La prenant, je pourraj com-mencer a sentir les effects de la couronne. Leur necessité est grande, et fault que dans douze jours ils soient secourus, ou ils se rendront 'V .Die termijn was lang voorbij, maar de middelen tot verzet schenen nu ook uitgeput. Volkomen bereid om de afgematte halfweg te gemoet te treden, stond Hendrik IV liet gevraagde vrijgeleide toe.

Doch toen de aartsbisschop de stad wilde verlaten, werd hij door de koninklijke troepen teruggewezen. Hendrik had het vrijgeleide ingetrokken. Een onderschepte brief van een der hoofden van de Ligue had hem doen zien, dat hij bedrogen werd. j^iet de bevordering vau den vrede door overgave der stad was het doel. Morrende en dreigende keerden TEspinac en zijne ambtgenooten terug.

In een uitvoerig manifest aan de bewoners van Parijs gaf de koning rekenschap van zijne handelwijze, en verzekerde hun zijn medelijden met den nood, waarin valsche leidslieden hen gebracht hadden. //Ceulx de vous qui ont plus de jugement ont den prevenir de long temps l'estat ou vous estes. Mais votre necessité presente et fournit assez maintenant aux plus simples pour congnoistre que la chose est prejudiciable. II n'y peut avoir que les plus coulpables et desesperez qui aiiuent rnieulx consentir a, la mine publique que de souffrir que rien survive a 1quot;effort de leur ambition, que vous peuvent tromper en cela. La dernière description que vous avez faicte de vos vivres doibt faire la solution a toutes autres vaines propositions.11

25

ocr page 34

DK OVERGANG VAN HENDRIK IV.

Na de weigering van liet vrijgeleide aan l'Espinac had, naar men denken zou, de Ligue niets liaastigers te doen, dan door het aanknoopen van rechtstreeksche onderhandelingen Hendrik IV te bewijzen, hoe onjuist zijne beschuldigingen waren, dat persoonlijke eerzucht bij hen boven het heil der stad ging. Maar geen der hoofden dacht er een oogenblik aan. Zij haastten zich integendeel om alle maatregelen te nemen, die hun gezag konden versterken. Dagelijks werden de stemmen luider, die onderhandelingen met den belegeraar eischten. Deze te onderdrukken werd thans de hoofdzorg. Een samengeschoolde menigte riep den 13aen Juni om brood of vrede: eenige der luidste schreeuwers werden gevat en in de gevangenis geworpen. Op bedreiging van doodstraf verbood, twee dagen later, het Parlement, om van vrede of verdrag met den koning te spreken. Regnart, procureur au chatelet, had zich aan dit misdrijf schuldig gemaakt; hij werd, anderen ten voorbeeld , op de Place de Grève opgehangen. Vier dagen was de ongelukkige in hechtenis geweest, zonder voedsel te ontvangen.

Een vreeselijk bewind vestigde zich. Met geweld werd de stem des volks onderdrukt. De Seize hadden overal hun spionnen. Wie het waagde van vrede of onderhandeling te spreken, was verdacht. Als altijd had het fanatisme, politiek en religieus, zijn trouwste werktuigen in zijn onbewuste slachtoffers. Het gemeen op de straat voerde zijne wraakoefeningen uit. Een zekere Moret en eenige andere burgers werden op de straat aangegrepen en dadelijk verdronken, omdat zij een vrede met den koning van Navarre goed hadden genoemd. Niemand gold voor waar katholiek, die niet Hendrik IV '/sorcier, diable, hérétique damnéquot; schold. Wee den ongelukkige, die het openlijk

26

ocr page 35

de oveugam; van hex duik iv.

waagde uit te spreken, dat men uu genoeg geleden had voor de belangen van een vreemden vorst en zijne dienaren. quot;Het goud van Spanjequot; — zoo als de Mémoires de la Ligue, liet kraclitig uitdrukken — «was het cement der ellende.quot;

Aan dit cement ontbrak liet den hoofden niet. De Spaansche gezant strooide liet voortdurend met ruime handen uit; demi-sous, het wapeu van Castilië dragende, waren de munt, die het volk aan de vreemde heerschappij moest gewennen. De hertog de Nemours en andere hoofden der Ligue lieten hun zilveren en gouden sieraden smelten, om er geld van te slaan. Zelfs de geestelijkheid ontlastte zich tot hetzelfde doel van het overbodige goud en zilver, in de kerken verborgen. Aanzienlijk was de voorraad, mild de uit deeling en groot de behoefte. Alle verdiensten hadden opgehouden. Van handel was geen sprake meer; met iederen dag werd liet getal der winkels, die gesloten bleven, grooter. Bij eeu berekening, eenige dagen later opgemaakt, bleek het, dat in de hoofdstad 12300 arme familiën waren, waarvan 7300 wel eenig geld bezaten, maar even min als de anderen, brood. De dage-lijksche benoodigdheden, brood, vleesch enz. ontbraken. Den 17den voerde een gelukkig avonturier, le sieur de St. Pol, een convooi levensmiddelen binnen de stad, maar voor het meerendeel kwam het slechts den grooten en hoofden ten goede. quot;Brood hebben wij noodig, aan geld hebben wij niets,quot; riep een uitgehongerde schaar den 24islen Juni den Spaanschen ambassadeur toe, als hij hen weer met demi-sous wilde tevreden stellen 1lt;i.

Was er geen brood mfeer in Parijs? Was er wezenlijk geen voorraad meer?

Zij, die liet best den toestand der stad kenden, be-

37

ocr page 36

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

twijfelden, of werkelijk liet gebrek wel zoo groot, zoo algemeen was. Bij liet onderzoek naar den aanwezigen voorraad, in de vorige maand geliouden, waren de kloosters versclioond. Den 25slen Juni werd liet besluit genomen, om alle woningen van geestelijken, geordenden zoowel als wereldlijken, te bezoeken. Dit besluit veroorzaakte groote ontsteltenis. De Rector van liet college der Jezuieten, Tvrius, werd met pater Bellarminus afgevaardigd om door den pauselijken legaat hun klooster te doen uitzonderen. Maar de prevöt des marchands, die bij liet bezoek tegenwoordig was, had nauw het verzoek gehoord, of hij barstte uit; n Monsieur le recteur, votre prière n'est civile ni chrétienne. N'a-t-il pas fallu que tons ceux qui avoient du bied l'ayent exposé en vente, pour subvenir a la neces-sité publique? Pourquoi serez vous exempt de cette visite? Votre vie est-elle de plus grand prix que la nostre?quot;

Het onderzoek had plaats en bracht de redenen van het verzoek aan 't licht. Tn het klooster der Jezuieten vond men quot;quantité de bied et du biscuit pour les nourrir plus d'un an; quantité de chair salée, des legumes, foin et autres vivres, en plus grande quantité qu'aux quatre meilleures maisons de Parisquot;. Ook bij de Kapucijners vond men voorraad; kortom, in ieder klooster vond men meer provisie, dan zij voor een halfjaar behoefden. De misdadigers werden niet gestraft; zij waren aan de hoofden te onontbeerlijk, dan dat dezen hen tot vijanden konden maken. Le Conseil des Seize stelde zich tevreden, aan de geestelijklieid te gelasten, dagelijks eenmaal aan de armen, die hun zouden worden aangewezen, voedsel te verstrekken. Na veertien dagen was ook deze voorraad uitgeput.

Het is een treurig bewijs van de zedelijke verstomptheid en de laagte der intellectueele ontwikkeling van liet volk

28

ocr page 37

DE OVERGANG VAN HENDUIK IV.

van Parijs, dat zelfs door zulke ervaringen de oogen niet opengingen. Bij voortduring stroomde de menigte naar de kerken, waar de priesters en monniken en de vreemde geestelijken voortgingen liet zaad van godsdiensthaat uit te strooien, en ter wille van kerkelijke en vreemde belangen de plichten jegens het vaderland schonden. Een enkele geestelijke zelfs, die het gewaagd had van vrede te spreken, werd door bedreigingen gedwongen om tot het voortzetten van het noodlottig verzet aan te sporen Processiën, zoogenaamde achtdaagsche gebeden 17, allerlei kerkelijke plechtigheden werden beurtelings aangewend, om de door honger en lijden ondermijnde gestellen in den toestand van zenuwachtige opwinding te houden, die alleen bij machte is, om de noodlottige kracht tot volharden te geven. Alles, wat welsprekendheid in dienst van kerkdijken haat en van politieke eerzucht vermocht, werd aangewend, om ontmoediging en verslapping der kunstmatige overprikkeling te voorkomen. Tot de hoogere standen sprak Panigarole, een pater uit het gevolg van den legaat, in het Italiaansch. Geen der predikers voor het volk is meer bekend dan Boucher. Van honger te sterven, zoo leerden zij , was in de oogen Gods een welbehagelijk werk. Beter was het, zijn eigen kindereu uit gebrek te dooden, dan een ketter te erkennen.

In tegenwoordigheid van een opeengehoopte massa legde Boucher in de Notre Dame op den lst,,n Juli de gelofte af, dat, zoodra de stad verlost zou zijn, JSTotre Dame de Lorette een zilveren lamp en schip, driehonderd mark zilvers wegende, zou cadeau krijgen. Arme heilige! Toen de stad was verlost, werd de belofte vergeten en moest zij zich met een paar schamele aalmoezen van eenige goedaardige burgers vergenoegen 18.

'29

ocr page 38

DE OVERGANG VAX HENquot; DU IK IV.

•30

Sedert den 2()slen Juui was er geen koren meer in de stad, ten minste voor de armere standen niet. Toen de verplichte uitdeelingen der kloosters ophielden, wat na een tweetal weken geschiedde, was er geen voedsel meer. Het bestuur gelastte, dat de armen alle katten eu honden zouden te zaraen brengen. Zij werden gedood, gekookt en broksgewijze met een stuk brood van zemelen uitgereikt. Groote kookketels stonden sedert Juli op de hoeken dei-straten, waarin alles, wat nog van ezels, paarden, muilezels in de stad was, werd gekookt, en als pap of soep aan de schamele menigte. die er zich om verdrong, bij portiën werd gegeven. Het gebrek, de hongersnood steeg niet den dag. De strookjes gras, die zich op de straten — Parijs was niet geplaveid — vertoonden, werden uitgerukt en dooide ongelukkigen verslonden. Kaarsvet, reuzel, diende tot voedsel. Niets was er, dat niet gebezigd werd, om den honger te stillen. Eens hadden eenige burgers voor veel geld drie duizend honden- en kattenvellen gekocht. Maar toen zij ze over de straten wilden vervoeren, viel de uitge-hongerde menigte er op aan, betwistte ze elkander en verslond ze voor hun oogen. Wee, zoo een enkel dier, kat, hond of rat, aan de vernieling ontsnapt, zich vertoonde. Ook de doode beesten werden gretig verslonden. Krengen en ingewanden werden opgevischt, om de levenden te voeden. Een drukkende hitte, afgewisseld door regen, verhoogde het lijden. De vreeselijkste ziekten openbaarden zich. 'lederen morgen, als het daglicht opging, bescheen het een tooneel van lijden. Honderd vijftig, soms tweehonderd dooden, van honger bezweken, telde men bij den aanvang van iederen dag in de nauwe straten, die dag en nacht weergalmden van de jammerkreten vau de rampzalige slachtoffers der kerk. De vreeselijkste tooneelen hadden plaats.

ocr page 39

DE OVE11GANG VAN HEND11IK IV.

Eeu hond en een man, beiden van honger woedend, grepen elkander aan, maar de mensch was de zwakste, en werd overwonnen. Op de hoeken der straten, op de trappen der bedehuizen, waar zij zich stervende hadden heengesleept, bliezen de ongelukkigen den adem uit.

En geen redding scheen aanstaande. Met iederen dag werd de insluiting nauwer en de nood grooter. De macht des vijands steeg, en zijn leger vermeerderde voortdurend. Zelfs edelen, als INquot;evers en Epernon, die tot dusver zich onzijdig hadden gehouden, maakten zich gereed om zich bij den koning te voegen. Het gezag van Hendrik van Navarre breidde zich uit, werd met iederen dag meer algemeen erkend. Ues hemels zegen scheen op den ketter te rusten en de tusschenkomst der heiligen vruchteloos. Den 9llt!n Juni bezweek Saint Denis, gelijk het kasteel van Vincennes was bezweken. Yan de muren der stad zag de lijdende bevolking de bloeiende velden en het golven van den korenaar, schitterende in de stralen der Julizon. Velen, die geen weerstand konden bieden aan het verlokkend tooneel, poogden door de rijen van den vijand heen te sluipen, om al ware het slechts één enkel maal te winnen. Maar de belegeraars joegen de armen terug.

/'Zoo uw trouwquot; — schreef den 16lt;lequot; J uli Hendrik IV aan het stadsbestuur van Parijs — //aan de oude wetten des lands u niet heeft bewogen om Onze wettige rechten te erkennen, dan behoorde de nood, waartoe gij vervallen zijt, uwe oogen te openen''' 19. Doch te vergeefs was zijn opeisching. Het stadsbestuur kon, al wilde het ook, zich niet overgeven. De hertog van Nemours en de vreemde gezanten wilden van geen overgave hooren. Wat ging het lijden des volks hun aan?

31

ocr page 40

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

Toen wederom deze poging, en zelfs een eigeuliandig schrijven aan Nemours, zonder gevolg bleef, besloot Hendrik IV door te tasten. In den nacht van den 24s,en Juli zagen de uitgeputte verdedigers het vijandelijk leger in tien dichte drommen naderen. De faubourgs werden aangetast en na een hardnekkig gevecht, dat twee uren duurde, dooide troepen van Hendrik IV veroverd. Van de abdij van Montmartre zag de koning, omringd van een aantal zieke en gekwetste aanhangers, waaronder de latere hertog van Sully, 20 den strijd aan. Als in een vuurgloed zag hij de hoofdstad van zijn rijk, een uitgeteerde schim uit de onderwereld gelijk, met de daemonische kracht van het fanatisme weerstand bieden. Maar toen de morgen opging, had hij gezegevierd: het leger van den koning van Frankrijk stond voor de poorten van Parijs.

Diep was de indruk. Alle faubourgs in handen van den vijand en de hongerende bevolking samengeperst binnen den engen cirkel van de eigenlijke stad, waarin de Place Royale de eenige ruime plaats was, die frissche lucht verschafte! Was verder verzet niet nutteloos, niet onzinnig? Had men niet alles gedaan, wat van inenschelijke opoffering kon worden gevorderd ? Zoo vingen de morrende gemoederen aan te spreken. Velen begonnen te twijfelen aan den goeden raad en de bedoelingen hunner raadslieden. quot;Zoo gij sterft in dienst van den waren, katholieken, Eoomsehen godsdienst gaan uwe zielen dadelijk naar het Paradijs,quot; luidden nog eergisteren de paters Hamilton, Boucher, enz. verkondigd. Velen geloofden het niet meer zoo stellig. Zou het wel waarheid zijn, dat men een Gode welbehagelijk werk deed, door zich tegen den koning te verzetten ? De ketter was toch zulk een slecht mensch niet.... Had hij niet in den nacht voor den aanval, op de smeekingen van

32

ocr page 41

DE OVEllG-ANGr VAN HEND11IK IV.

eenige armen, die, door de gracliten gekropen, zicli voor zijne voeten liadden neergestort, aan drie duizend onge-lukkigen liet verlaten der stad vergund?

Zoo ving onder de burgerij de twijfel aan zich te doen gelden. Zoo vermeerderde liet dagelijkscli lijden liet getal der politieken, die hun vaderland boven de lieerscliappij der kerk stelden. Den 27sl™ vereenigden zicli een groot aantal gezeten burgers uit alle kwartieren der stad. In geregelde orde begaven zij zicli naar den liertog van N emours, en stelden liem onder liet geween der schare voor oogen, hoe er reeds 30000 gestorven waren; hoe de Spaansche hulp, steeds op nieuw toegezegd, voortdurend uitbleef; //bezorg ons levensmiddelen of laten wij ons overgeven.quot; Met de belofte, dat hij er over spreken zou en hun zijn besluit doen weten, zond hij de klagenden weg.

Maar niet alle verzoekers waren zoo bescheiden, zoo ordelijk, zoo volgzaam tot vertrekken als deze. De honger is een slechte dienaar van het gezag. Gewapend verschenen van tijd tot tijd volksgroepen voor het paleis, om brood of vrede schreeuwende; en niet zelden moest geweld worden gebezigd, om hen te verdrijven. En jammerende, met den dood onder de leden, dropen de ongelukkigen af, om wellicht in gindsche straat stervende neer te storten. Den 28slequot;, vertelt TEstoile, zag ik bij het Franciskaner-klooster een armen man, ongel eten, waarvan men kaarsen maakt. Ik vroeg hem, of hij niets anders had; hij zeide, neen, en dat liij en zijn vrouw en drie kleine kinderen sedert acht dagen geen ander voedsel hadden. Ik onderzocht het en het bleek me waar te zijn, en tevens, dat meer dan de helft der armen niets anders had. Tot nog vreeselijker spijze kwamen anderen. Een vermogende dame, die meer dan 30,000 kronen 21 bezat, had niets meer te eten.

Jurissen. 1* 3

33

ocr page 42

DE O VERG A XG VAN HEXDRIK IV.

Hare twee kleine kinderen stierven van lionger; zij liet de lijkjes niet begraven, maar door hare dienstbode in de pekel leggen: en de beide vrouwen voedden zich met het

vleesch. De moeder zelve stierf er aan......

Den 30sten Juli stond de hertog van Nemours gereed zijn woning te verlaten, om naar de muren te gaan, toen hem een man met verschrikt gelaat tegenkwam en tegenhield; /'Waar gaat ge heen, mijnheer de Gouverneur! Ga niet die straat in; ik kom er juist uit, en ik heb er een half doode vrouw gezien, om wier hals zich een slang heeft geslingerd, terwijl er allerlei vergiftige beesten om heen dwalen.quot; Nemours keerde naar zijn paleis terug, en zond zijn bedienden uit, om onderzoek te doen. Zij berichtten, dat liet zoo was, en dat zij ook in andere straten dergelijke beesten hadden zien ronddolen. Hij liet daarop pater Panigorale en een Jezuiet ontbieden, en vroeg hun, wat deze verschijnselen beteekenden ? Een paar kamermeisjes, die het verhaal hadden aangehoord, begonnen te jammeren; «God straft ons, mijnheer; ik ben bang, dat die beesten ons komen opeten in huis.quot; Gelijk de toovenaars, die Pharao bedrogen, verklaarde Panigorale, //dat die slangen het werk van den duivel waren, om de katholieken te ontmoedigen, en dat het beter was door die dieren te worden verslonden, dan de vervloekte ketters in de stad te laten.quot; Het geld van Spanje — voegt l'Estoile er bij — deed hem zoo spreken.

Tn het begin van Augustus kwam de tijding aan, dat het leger van den koning van Spanje zich eindelijk in beweging had gesteld, doch dat er nog veertien dagen zouden verloopen, voordat de hertog van Parma Parijs kon ontzetten. Een kreet van ontzetting ging er op; twee weken

34

ocr page 43

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

kou de stad het niet meer houden. Bevreesd vour opstand, gaven, zoo 't scheen, de hoofdeu der Ligue, met uitzondering van den onverbiddelijken Nemours, toe. De aarts-bisschop van Lyou en de bisschop van Parijs werden afgevaardigd, om met den belegeraar te onderhandelen. Edel en groot gedroeg zich de koning. Ofschoon de Ligue ook zelfs nu hem den titel van quot;koning van Prankrijkquot; weigerde en slechts dien van quot;koniug van Navarrequot; schonk, liet hij de afgevaardigden tot zich toe. Hard en streng verweet hij den onwaardigen priesters hun verraad aan 't vaderland en hun schandelijke misleiding des volks: maar, vol mede-doogen met de ongelukkige stad, bood hij gunstige voorwaarden aan, zoo Parijs binnen acht dagen zich overgaf, als het niet binnen dien termijn door Ma jeune werd ontzet. Maar de lastbrief, dien de raad der Ligue aan de afgevaardigden had gegeven, luidde anders. Zij vroegen slechts vergunning, om naar May enne te gaan, ten einde dezen te bewegen om conditiën van een algemeeneu vrede den koning aan te bieden; voor Parijs alleen waren zij niet gelast. Binnen vier dagen zouden zij wederkeeren, en dan, hetzij zij slaagden in hun zending of niet, quot;ils prendroient conseil pour Paris.quot; Zulk een aanbod kon Hendrik niet aannemen. //«Tayrne ma ville de Parisquot;, antwoordde bij, quot;c'est ma fille aisnée, j'en suis-jaloux. Je luy venx faire plus de bien, plus de grace et de misericorde qu'elle ne m'en demande; mais je veux qu'elle m'en scache gré et a ma clemence, et non au due de Mayenne ny au roy d'Es-pagne. S'ils luy avoient moyenne la paix et la grace que je luy veux faire, elle leur devroit ce bien, elle leur en scanroit gré, elle les tiendroit pour liberateurs et non point moy, ce que je veux pas.quot;

De koning van Frankrijk kon niet anders spreken. In

35

ocr page 44

DE OVE11GANG VAX HEND1UK IV.

geen staat wordt liet recht der oproerlingen, om zich met buiteulandsche vorsten te verbinden, erkend. Geen souve-rein, anders dan gedwongen, laat de tusschenkomst van vreemde vorsten tusschen zich en onderdanen toe. De Ligue wist het ook en had dezen afloop gewenscht en verwacht. Zij had alleen om het volk af te leiden, het van opstand te weerhouden en inmiddels voor het leger des Spaanschen konings tijd tot naderen te winnen, de onderhandeling aangeknoopt. 22

Vertwijfeling greep allen aan, toen de uitslag der zending bekend werd. Oudanks de geruchten, door de geestelijkheid van den kansel verspreid, dat de ketter Hendrik van Navarre aan zijne predikanten den ondergang van den katholieken godsdienst en de vernieling van Parijs had toegezegd, vonden zij geen onbepaald geloof meer. De partij der politieken, tot dusver vooral onder den middenstand zijn leden tellende, begon ook onder de lagere standen veld te winnen. Er werd, met medeweten van leden van het Parlement van Parijs, eene groote beweging georganiseerd , om aan de Ligue de overgave der stad af te dwingen. Den 8'ten Augustus stroomde naar het Palais de Justice, de gewone vergaderplaats, een groote menigte gewapendcn, onder het geroep: brood of vrede! Maar het bestuur was gewaarschuwd en had zijn maatregelen genomen. De Con-seil des Seize had zijne werktuigen bij de hand en het dreigend oproer werd in de geboorte verstikt. Verschillende ongel ukkigen werden gevat en in de volgende dagen in het openbaar ter dood gebracht. Ter nauwernood ontsnapten de parlementsleden, wier medeplichtigheid werd vermoed, aan de wraak der Ligue. Nemours, die de gevolgen van een vervolging dezer mannen juist berekende, redde hen. Doch zij moesten zware boeten betalen. Wie

36

ocr page 45

DE OVERGANG VAN HEND11IK IV.

kon, zocht Parijs te verlaten. Hendrik IV toch, door medelijden bewogen, liet in deze maand Augustus het verlaten der stad bijna dagelijks toe.

Zoo handhaafde het schrikbewind der Ligne zijn gezag, en onderdrukte met geweld elke poging tot verzet. De vrees van zijn tegenstanders en liet fanatisme van zijn aanhangers waren de steunpilaren van zijn macht. Niemand waagde het meer weerstand te bieden. Hoogstens in geschriften, op de hoeken der straten, in schimpdichten, die aangeplakt of in manuscript aan vertrouwden werden medegedeeld, openbaarden de politieken hun afkeer en onwil. Maar de groote menigte liet zich gewillig leiden. Het lijden verstompt. Een juist inzicht in de bedoelingen der leiders had de hongersnood in den aanvang niet geschonken: ook het stijgen van den jammer bevestigde meer den invloed der kerk, dan dat het dien ondermijnde. Kon het anders? De troost van den godsdienst was het eenige, wat over was gebleven. Wie durfde hem zich onwaardig maken, die straks hem zou behoeven? De dood stond allen voor oogen: morgen, neen heden kon hij hen overvallen. Op de hoeken der straten hield hij de wacht. De kinderen stierven aan de borst der moeder, in de armen van den vader die zich over de straat voortsleepte om le pain de Madame de Montpensier te halen. Want de edele zuster van de vermoorde de Guise's had haar naam aan een nieuw voedsel geschonken. Niet, omdat zij 't ook gebruikte, maar omdat zij er hare hooge goedkeuring wel aan had willen schenken. De eer der uitvinding kwam haar niet toe. De Spaansche gezant mocht ze voor zicli vragen. Mendoza, waardig dienaar van een meester als Philips II, had reeds in Juni dit nieuwe voedsel aan de hand gedaan. Waar het uit bestond? De samenstelling was eenvoudig en vereischte weinig onkosten.

37

ocr page 46

DE OVERGAXG VAX HENDRIK IV.

Men had slechts naar de kerkhoven te gaan, de dooden op te graven en de beenderen mede te nemen. Deze leverden, iijngemalen, met water gemengd en gebakken, een uitmuntend brood; zoo liad Meudoza gezegd en Madame de Montpensier was wel zoo goed er liare genadige goedkeuring aan te verkenen. Nog altijd was de menigte, kinderaclitig als zij soms in haar dwaze voordeelen is, er voor teruggedeinsd: maar nu was het water tot de lippen, en le pain de Madame de Montpensier werd door de armen gebruikt, schonk hun voedsel en verspreidde den dood ....

Slechts ziekelijke teergevoeligheid kon er geen vrede meê hebben. Er was erger denkbaar.

Eens werd in tegenwoordigheid der Eeine Mère — de moeder van Nemours — het volk beklaagd en gezegd, dat door gebrek de moeders gedwongen zouden worden, hun eigen kinderen te dooden. quot;Ik zelve ■— barstte de spreekster weenende uit — /'ik weet niet, waartoe ik zelve nog kom!quot; La Eeine Mère, de waardige leerlinge van Boucher en van Mendoza, antwoordde: //et quaud vous en series la reduite, que pour vostre religion il vous faudrait tuer vos enfans, penses-vous que ce soit si grand cas que cela? De quoj sont faits vos enfaus, non plus que ceux de tous les au tres, de boue et de crachat? Ma foi, voila une belle maticre pour tant en plaindre la faeon!quot;

Op liet altaar van den godsdiensthaat offerde het fanatisme de heiligste aandoeningen der menschelijke natuur. De geestelijkheid juichte en zag op haar werk met een glimlach van innige tevredenheid neer. //Usque ad cadaverquot;, fluisterde de geest van Loyola.

Maar zelfs dit voedsel werd aan de ongelukkige niet gegund noch zonder strijd overgelaten. Toen de honger in de rijen van het garnizoen zich gelden deed, verspreidien

38

ocr page 47

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

de woeste soldaten zich door de straten en vingen aan op kleine kinderen jacht te maken en ze te verslinden......

//Tant Tire de Dien étoit embrasée sur nos tètes.11

III

Toen Philips II in 1584 aan de Transche Ligue de hand had gereikt, was voor beide partijen de religie het voorwendsel geweest. De dood van den hertog van Anjon had de troonsbestijging van den koning van Navarre mogelijk, ja waarschijnlijk gemaakt. Om dit gevaar voor het Katholicisme te voorkomen, hadden de Guise's zich met den vreemden vorst verbonden. De Spaansche koning, die met zijn goud den burgertwist in Frankrijk voedde, won daardoor de vrije hand, om in de Nederlanden zijn gezag te herstellen, zonder voor belemmering van de zijde van Hendrik IV te moeten vreezen.

Sinds was veel veranderd. De moord van Hendrik III had Hendrik van Navarre nader tot den troon gebracht. Wat hij jarenlang had gepoogd te beletten, kon Philips II in 1590 niet stilzwijgend laten geschieden. Zoo hij den ketter den troon van Frankrijk liet innemen, zou hij eerlang diens troepen in de Nederlanden te bestrijden hebben. De eisch zijner godsdienstige overtuiging was even gebiedend als vroeger: alleen het gevaar, dat zij niet zegevieren zou, was toegenomen. Dit moest hem een prikkel te meer zijn, om den strijd, door politiek en religieus belang gelijktijdig gevorderd, krachtig voort te zetten.

Te meer, omdat de voortzetting en uitbreiding van den strijd hem nog rijker loon en grooter winsten beloofde, dan de ondersteuning, aan de Ligue verleend, hem reeds had opgebracht. Zoo de troon van Frankrijk niet door

39

ocr page 48

DE OVERGANG VAN HEND11IK IV.

Hendrik IV werd ingenomen, wie zou hem dan bezetten? Aan pretendenten was geen gebrek, maar geen enkele was er, die zijn rechten tegen hem kon staande houden; de Spaansche vorst had in zijne legers krachtiger argumenten voor de juistheid der aanspraken, die hij voor zich of voor zijne dochter deed gelden, dan eenig ander. Bij Mayenne en den liguïstischen adel, die met dezen verbonden was, mocht er sympathie voor zijn erkenning bestaan, de steun der geestelijkheid en der Jezuieten was hier, als elders, aan Philips verzekerd. quot;De onderwerping van Frankrijk, in welken vorm ookquot; ■— zóó spraken in het Escuriaal de raadslieden, die het oor des ouden konings bezaten — «aan de staatkunde van Spanje, herstelt liet overwicht van het Spaansch katholicisme en koningschap in Europa. In Frankrijk ligt de beslissing. Zegeviert de Bearner, dan is de triumf der ketterij ook in de Nederlanden verzekerd; de protestantsche volken zullen zich krachtig aaneensluiten en de heerschappij over Europa is aan Spanje ontnomen.quot; Was het wonder, dat de oude koning het denkbeeld, dat hij zijn geheele leven met onbezweken volharding had nagejaagd, zij het ook bijkans stervende, met nieuwe geestkracht opnam, om er de laatste krachten aan te wijden? Het uitzicht, dat de geestdrift van jongeren hem opende, was te verlokkend, dan dat de waarschuwingen van ernstiger mannen bij hem ingang konden vinden.

En toch was het aan een dezer laatsten, dat hij de taak toevertrouwde om Frankrijk te hulp te komen. De hertog van Parma, die sedert 1378 de koninklijke legers in de Zuidelijke Nederlanden aanvoerde, had te vergeefs zijn meester op het gevaar gewezen, dat de rechtstreeksche inmenging in Frankrijks strijd zou na zich sleepen. De vrucht van jaren arbeids, de kans op de verovering van liet

40

ocr page 49

DE OVKKGANG VAN HENDllIK IV.

kettersche Noorden dreigde verloren te gaan, zoo de kracliten werden verdeeld en niet vereenigd bleven tot het hoofddoel. Maar Philips, die geheel Europa in zijn berekeningen omvatte, had zijne bezwaren licht geteld en de bevelen tot uitvoering gegeven. Parma moest zich onderwerpeTi en zijn leger naar Frankrijk voeren.

Den SO31™ Augustus 1590, bij het krieken van den dag, zagen de wachten op de muren der hoofdstad den omtrek verlaten. Hendrik IV had het beleg opgebroken, om den vijand, die te Meaux was gelegerd, op te zoeken en slag te leveren. Doch de Spaansche opperbevelhebber begeerde geen kamp. //Je iTay charge du Roy moil maistre que de secourir Parisquot;, antwoordde hij op de aansporingen zijner omgeving. Hij had uit de verhalen van Mayenne opgemaakt, dat hij slechts een klein, onaanzienlijk legertje zou te bestrijden hebben. Doch toen hij den eersten September het leger des konings in oogenschouw nam, zag hij in, dat hij misleid was, en duwde hij Mayenne de woorden toe: //Ge n'est pas la ceste armee de dix mil hommes, que vous me disiez, car j'en voy la, comparoistre plus de vingt cinq mille, et en bonne ordonnancequot;. 23

Met onwilligeu voet had Alexander Parnèse het Fransche grondgebied betreden; den misslag zijns meesters verzwaren, door zijn leger aan een nederlaag bloot te stellen, dat wilde hij niet. Aan elke uitdagende beweging van Hendrik IV bood hij wederstand, verzekerd, dat dralen hem rijker en gemakkelijker vruchten zou leveren. Met machteloozen toorn sloeg Hendrik de zelfbeheersching zijns tegenstanders en de ontkiemende verdeeldheid in zijn eigen leger gade. Zoo lang er mogelijkheid van strijden was, hield de adel stand; doch toen elke kans op een veldslag week, drongen de edelen bij den koning op ontbinding zijns legers aan. Zoo

41

ocr page 50

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

hij niet wilde verlaten worden, moest hij heu wel ontslaan. Sedert maanden had hij zijn leger niet kunnen betalen: slechts het uitzicht op de verovering van Parijs had liet bijeengehouden. Nu en verovering en strijd onmogelijk scheen, moest hij, schoon toornende, toegeven. //Daar er geen hoop was op een bataillequot;, — schreef Hendrik aan Montpensier, — //daar de inneming van Parijs voor langen tijd is uitgesteld, terwijl mijn leger is samengesteld uit edelen, die vrijwillig komen, en de vijandelijke armee uit betaalde huurlingen, heb ik mijne edelen naar de provinciën teruggezonden, die van bezetting beroofd waren, om de plaatsen, die aangevallen mochten worden, te voorzien. Ik zelf zal met een goede macht van kavalerie en voetknechten, die mij overig is, beveiligen, wat de vijand zou willen aantastenquot;. 24

Een juichtoon ging er onder de Ligue en hare aanhangers op, toen de ontbinding van liet koninklijke leger en het voortdringen van Parma's troepen bekend werd. Schimpende op de lafheid der edelen, die in volhardiug zoo zeer onderdeden voor de Parijsche bevolking, voorspelden de tegenstanders van den Bearner zijn geheelen ondergang. Doch zij juichten te vroeg en voorspelden te veel. Wel trok Parma's leger voort, ontzette Parijs, veroverde Lagni en Corbeil, doch daarbij bleef het. Na acht weken gaf Paruèse het sein tot den terugtocht: de berichten uit de Nederlanden waren ongunstig; de bijval en steun, dien de Pransche Ligue hem gaf en geven kon, was te zeer onvoldoende, dan dat hij liet wagen wilde, voor zeer onzekere voordeel en het gevaar van een geheelen ondergang te loopen. Reeds den 4'1en November kon Hendrik aan Montmorencj spottende melden: //uos Hespagnols sont bien plus honnestes gens que les vostres; car ils ne veulent pas fouller leur

42

ocr page 51

DE ÜVEKGANG VAN HEXDIUK IV.

lioste davantage, et parient de se retirer. lis uous out faict si peu de mal, que je peuse estre oblige a leur faire rhonneur de les reconduire1'. -5 En aan dit hartelijk voornemen gaf hij uitvoering: hij verontrustte Panna zoo veel hij kon. De Spaansche landvoogd keerde in de Nederlanden terug, slechts versterkt in zijn oordeel over de dwaasheid der onderneming. Nog voor hij de greuzen overschreed, waren de veroverde plaatsen door het koninklijk leger hernomen en werd Parijs opnieuw verontrust door de troepen des koniugs.

De Pransche Ligue — Parma had liet aanstonds gezien — was zonder eeuige ware. kracht. Slechts door kerke-lijken haat op te wekken, kon zij de gemoederen dei-menigte tegen den Bearner stemmen; maar hem verslaan kon zij niet. Wat Philips begeerde, zou hij met de wapenen in de hand moeten veroveren.

Het wekt geen verwondering dat een man, die de reëele zwakheid der Ligue zoo juist inzag, met onverholen min-achting hare hoofden behandelde. De persoonlijke kennismaking met Majenne had tot geen vriendschap geleid. De trotsche, dikke edelman, wiens macht en invloed in geen de minste verhouding waren met de aanspraken, die hij deed gelden, had niet dan zeer onwillig voor Parnèse gebukt. De Spanjaard had zich over zijne gevoeligheid weinig bekommerd. Aan de grenzen gekomen, liet Panna eenige troepen, Italianen en Spanjaarden, tot bescherming der Ligue achter. Opmerkelijk was het afscheid, dat hij van de aanvoerders dezer benden, in tegenwoordigheid van Majenne en andere hoofden der Ligue, nam. Over hen sprak hij geen woord: maar zijne manschappen drukte hij, als waren zij in geheel vijandelijk land, ernstig op het hart, om Prank rijk onder de gehoorzaamheid van den

•J.3

ocr page 52

DE OVERGANG VAN HENDRIK TV.

Heiligen Stoel terug te brengen. Zoo zij in 't volgende voorjaar nog niet gereed waren, beloofde hij linu ondersteuning; mocht het noodig zijn, dan zou hij zelf wederkomen. 20 Diep vernederend voor May enne en zijne genooten was het, zulk een taal van een vreemd bevelhebber te moeten aanliooren, die over Frankrijk, als ware het een hun vreemd gewest, eigenmaelitig beschikte. De vrueliten van landverraad zijn bitter.

Doch nog bitterder ervaringen wachtten hen. De adellijke hoofden der Ligue hadden vreemde troepen in het land geroepen, om de overmacht van den Bearner te weerstaan. Het ontzet van Parijs was het eenige, wat de komst van Parma had opgeleverd. Een blijvend resultaat schonk de vernedering, die zij zich hadden getroost, niet. De koning van Frankrijk was niet verslagen, en de kans op zijn erkenning slechts uitgesteld. Spanje's optreden bovendien deed de verdrukte tweedracht in de eigen partij met nieuwe lievigheid en kracht uitbarsten. Hier, als altijd, zou het waarheid blijken, dat de verrader van zijn land slechts zijn eigen graf delft.

Voor de poorten van Parijs had Hendrik IV de gebreken van zijn leger duidelijker dan te voren ingezien. Hij had begrepen, dat de hulp van vrijwilligers, die slechts door de oud-feodale traditiën van ridderlijke trouw tot blijven werden genoopt en bij den eersten tegenspoed hem verlieten, onvoldoende was om den strijd, dien hij voerde, te beslechten. Gelijk zijne vijanden, moest hij huurtroepen hebben, door eed, soldij en krijgstucht tot gehoorzamen verplicht. De liguïstische edelen hadden de Spanjaarden in 't land geroepen en openden voor de Spaansche legers de grensplaatsen en provinciën des lands. In Languedoc

44.

ocr page 53

DE OVEKGANG VAN HENDRIK IV.

had Joyeuse een tal van plaatsen hun overgegeven, en slechts met hun steun bestreed hij Montmorency, die de koninklijke troepen aanvoerde. In Bretagne was liet de hertog van Mercoeur, een bloedverwant van Mayenne, die met Spaansche hulp zich tegen Hendrik'1 s leger staande hield. De hertog van Savoye, Karei Emanuel, voerde in Provence en Dauphiné den krijg tegen den Franschen koning, deels om eigen voordeel te behalen, deels om de belangen van zijn schoonvader, Philips II, die hem steunde, te dienen. Mayenne zelf, de //luitenant generaal van Frankrijk'1, effende in het Noorden den weg tot het midden van Frankrijk voor de Spaansche troepen uit de Nederlanden. De hertog van Lotharingen voerde den strijd in Champagne. De vroegere gouverneur van Parijs, Nemours, had, ontevreden dat Mayenne zijne hooge eischen niet wilde inwilligen, de hoofdstad verlaten, en poogde door veroveringen in Bourgogne, Auvergne enz. zich een onaf-hankelijken staat te verzekeren. De eenheid des rijks werd door de oproerige lague, in verbond met liet buitenland, gewelddadig verscheurd. In zijn Escuriaal gezeten, stookte Philips [I het twistvuur aan, en besprong met zij ne legers in het noorden, zuiden en westen het Fransche grondgebied, om op de puinhoopen van Frankrijks eenheid zijn eigen gezag en de heerschappij van zijn Katholicisme te grondvesten.

Tegen zulk een overmacht en aandrang van vijanden gevoelde Hendrik IY zich machteloos, zoo hij op de zwakke krachten, die hem ten dienste stonden, voortaan alleen had te steunen. Maar juist de grootheid van 't gevaar gaf hem het recht om bijstand van anderen in te roepen. Want niet zijn koningschap alleen, niet alleen Frankrijk, maar de vrijheid van het Protestantisme en van Europa werd

4.5

ocr page 54

46 DK OVERGANG VAN HENDRIK IV.

bedreigd. In Parijs lagen de sleutels tot de heerschappij over liet werelddeel. Zijn strijd was door de misdadige handelingen der Ligue eea Europeesche worsteling geworden ; de beslissing over zijn troon besliste over de vraag, of de middeleeuwselie macht van Habsburg ook de 17dli eeuw zou beheersclien. Voor Engeland, voor de jonge. Republiek iu de Nederlanden, voor Uuitschland, was de uitslag van zijn worsteling een levensvraag. Hun aller belang was liet zijne, omdat zijn ondergang hun vrijheid en onafhankelijkheid bedreigde. Nog voor de ontbinding van zijn leger zond hij Turenne naar Londen, den Haag en de Duitsche hoven, om tegen den gemeenscliappelijken vijand bijstand van troepen te vragen.

Uoch maanden zonden er verloopen, voordat die hulpbenden, ook toen zij toegezegd waren, konden aankomen. Niet voor liet najaar van 1591 mocht hij ze verwachten. Inmiddels zette hij met zijn eigen leger, nu eens sterker dan eens zwakker, den strijd voort, en zocht hij den moed en de krachten te sterken van zijne veldheeren in de provinciën. Zich zeiven behield hij de onderwerping der hoofdstad voor. De koning van Frankrijk alleen mocht de eer hebben, haar voor zich te doen bukken. Hoe betrekkelijk gering en afwisselend de macht ook was, waarover hij in de eerste helft van 1591 had te beschikken — een 6 a 8000 man —, hij bezigde ze om Parijs voortdurend te verontrusten, haar den toevoer van krijgsvoorraad en levensmiddelen af te snijden, om door gebrek haar tot overgave te dwingen. Nauwelijks was Parma met zijne legers naar de Nederlanden vertrokken, of hij hernieuwde zijne aanslagen om de stad te verrassen. Een dezer aanvallen, in de Januari-maand, werd slechts met moeite door de Parijze-naars afgeslagen. Voor de Seize, wier macht en aanzien

ocr page 55

DE OVEUfiANG VAX HENDRIK IV.

door den gunstigen afloop vau 't laatste ernstig beleg was hersteld, bood die aanslag een welkome gelegenheid, om bezetting van Spaansche troepen te vragen. Mayenne, hoe onwillig ook, kon het niet weigeren, en den 12den Februari 1591 rukten 4000 Spanjaarden en Italianen de hoofdstad binnen, om haar tegen hernieuwde aanvallen van den Bearner bij te staan.

Met onwil had Mayenne die troepen afgestaan. Niet bloot omdat het zijn kracht tegenover den koning verzwakte, maar vooral, omdat zij een tegenstander versterkten, voor zijne plannen even vijandig, zoo niet gevaarlijker dan Hendrik IV.

Van haar oorsprong af had de Ligue uit twee deelen bestaan, die vereenigd aan Hendrik III hadden weerstand geboden. De adel had met de geestelijkheid het volk in beweging gebracht, om het koningschap, dat aan de ketterij concessiën deed, tot krachtiger optreden te dwingen. Maar bij de twee verbondenen hadden zich in den loop van het vereenigd verzet nieuwe drijfveeren ontwikkeld en doen gelden. De adel zocht de koninklijke macht te beperken en te verdeelen, om de in vroegere eeuwen hem ontnomen macht, die de groote leenmannen tot de pairs der koningen maakte, terug te bekomen. Het volk, de door godsdienstige dweperij bewogen burgerij en lagere standen, wilde van de hulp, die zij den adel verleenden, gebruik maken, om het knellend juk van den adel zeiven af te schudden. De eerste stond het monarchaal principe voor, en wilde een katholieken koning, maar afhankelijk, als de eerste Capet's, van zijn edelen; een machteloozen koning, tot niets geschikt dan om tot werktuig te dienen en om de uitvoerder van hun lusten tegen de ketterij te zijn. Het volk begeerde een koning, die hen beschermde zoowel tegen den adel als

47

ocr page 56

DE OVERGANG VAN HENDUIK: IV.

tegen de ketters; die in de uitoefening van zijn macht beperkt was en gecontroleerd door zijne vertegenwoordigers en van dezen genoegzaam afhankelijk.

Zoolang de Ligne in den strijd tegen Hendrik III en IV met meer of minder gevolg werkzaam was geweest, had de adel de democratische richting in het verbond kunnen bedwingen. Mayenne had zelfs den algemeenen raad (Conseil des Quarante), uit vertegenwoordigers der plaatselijke liguïs-tische raden bestaande27, opgeheven, om de eenheid eu samenwerking der gevaarlijke partij te breken. Maar de nederlaag van Ivry had zijn invloed en overwicht geknakt; het hoofd der adellijke Ligue was niet bij machte geweest tegen Hendrik IV liet veld te houden. Zelfs om Parijs, door de volkspartij hardnekkig verdedigd, te verlossen, had hij de hulp van den Spaanschen koning moeten inroepen. Was 't wonder, zoo de leiders der Parijsche democratie thans, na het ontzet, minder dan ooit genegen waren, ouder het juk van den adel terug te keeren, en boven Mayenne Philips II verkozen?

Reeds dadelijk na de verlossing der stad had de Conseil des Seize Boucher en eenige anderen afgevaardigd, om aan Mayenne zijne eischen over te brengen. Zij vorderden, dat hij aanstonds hulp zou vragen quot;du Pape et du Roi d'Espagne, qui estoit le plus proche et prompt secoursquot;; dat hij uit zijn raad allen zou ontslaan, die van schikking met den koning hadden gesproken: quot;ceux, qui luy deman-doient incessainment des recompenses, ceux qui luy conseil-loient de n'entendre les plaintes du peuple catholique comme chose importune et sans raison, ceux qui ne tendoient a autre chose qu'a restablir l1 Est at aux despens de la religion, ceux qui s'estoient approchez de luy en intention de sauver leurs biens, et qui u'estoient parus auprès de luy28 que

4gt;8

ocr page 57

DE 0VE11GANG VAN HENDRIK IV.

depuis la mort de messieurs ses frères 2!), servans auparavant de conseil au feu Roy.quot;

Onder deze verscliillende rubrieken was reeds een groot getal der edelen, die Mayenne volgden, begrepen, maar een nog grooter getal werd bedreigd door den eiscli, die er werd bijvoegd: '/qu'il list establir une chambre de per-sonnes esleues et choisies pour cognoistre indifferemment et juger souverainement de tous ceux qui contreviendroient si F un ion des catlioliques et de toutes les causes des catlioli-ques.quot; Met zulk een souvereine reclitbank was liet gezag van Mayenne onvereenigbaar. Docli de Parijsclie democratie ging nog verder en sprak in haar laatste vordering onverholen uit, dat zij een ander gezag dan het zijne verlangde; //qu'il plust audit sieur due mander au Conseil-general de l1 union de reprendre leurs seances et y continuer; comme chose necessaire pour la continuation de 1'union des catholi-ques, estant le seul et unique corps souverain de tout leur party, et sous l1 au thorité du quel il avoit esté fondé, en attendant l'assemblée des trois estats du royaume; la discontinuation duquel corps leur avoit grandement prejudicie, pource que tout leur party s'estoit demembré faute de la substance de ce corps, auquel seul toutes les provinces et villes de Fuuion des catholiques avoient promis obeyssance; si bien que, si ce corps venoit a defaillir, la desuniou s'ensuivroit si grande, que tout leur party seroit entierement ruiné.quot; 30

Bijkans elk woord van deze memorie was beleedigend voor Mayenne en zijn partij. Uit elke der vorderingen sprak wantrouwen in de bedoeling en de krachten van den adel en een hoog bewustzijn van eigen macht. Geen edele, die de strekking niet begreep, die zich door de aanmatigingen van liet Parijsclie volk en de geestelijkheid niet JoTissen. 1:1 4

49

ocr page 58

DE OVEUGANG VAX HENDllIK IV.

gekwetst gevoelde; «L'intention des Seize fut incontinent descouverte, et cognut-on qu'ils ne tendoient qu'a la ruine de la monarchie francoise, qu'ils n'estoient que gens turbulents, lesquels vouloieut reduire l1 Est at de France en une republique en laquelle ils se promettoient de faire les souve-rains, et ruyner par ce moyen la noblesse.quot;

Het is niet waarschijnlijk, dat de hoofden der Parijsche democratie een oogenblik een goeden uitslag dezer verzoeken, hoe dikwerf ook herhaald, hebben verwacht. Aan Boucher en zijne medeleiders der beweging moest de afwijzing zeker meer welkom zijn, dan de aanneming. Want zij versterkte hun invloed bij het volk, en gaf aan hun raad, om zich rechtstreeks met den Spaanschen koning in betrekking te stellen, meer nadruk. Dat de onderwerping van Frankrijk aan Philips II verraad jegens het vaderland was, was voor hen natuurlijk geen bezwaar. De heerschappij der kerk was de hoofdzaak en het kerkelijk cosmopolitisme kent geen vaderland.

Reeds in December 1590 had de Sorbonne een monnik naar Madrid gezonden, om Philips te verzoeken dat hij //Parijs, de moeder der geleerdheid, onder zijn bescherming mocht nemen en tegen de wreede vijanden van den katholieken godsdienst verdedigen.quot; Het geheele volgende jaar werd er onderhandeld. De meest verschillende denkbeelden werden voorgestaan. Sommige geestelijken schrikten er uiet voor terug, om, zoo het belang der kerk het eischte, Frankrijk in eenige groote vorstendommen te splitsen. Doch de meerderheid was er tegen en achtte de keus van een koning over het geheele rijk beter. Het liefst zou zij Philips II zelven op den troon hebben geplaatst, maar om zijn leeftijd zouden zij zich met zijn dochter Isabella vergenoegen. Den 2den September, toen Parijs door de troepen

50

ocr page 59

DK 0VE11GANG VAN HENDIUK IV.

51

van Hendrik IV genoegzaam aan alle kanten geblokkeerd was, zond de Gonseil des Seize een pater Mattliien naar Madrid, met een brief waarin zij frankrijk aan de voeten van den Spaansclien koning nederlegden. '/Nons ponvons certaine-ment assenrer Vostre Majesté Catlioliqne que les voens et sonliaits de tons les catlioliques sont de voir V. M, G. tenir le sceptre de ceste e.onronne et regner sur nous, comine nous nous jettons trés volontiers entre ses bras, ainsi que nostre père, ou bien qu'elle y establisse quelqu'un de sa postérité. Que si elle nous en veut donner un autre qu'elle mesme, elle Iny soit agreable qu'elle se clioisisse un gendre; lequel, avec toutes les meilleures affections et toute la devotion et obeyssance cpie peut apporter un bon et fidelle peuple, nous recrevrons pour roy; car nous esperons tant de la benediction de Diea sur ceste alliance, que ce que jadis nous avons receu de ceste tres-grande et très-clirestienne princesse Blanelie de Gastille, mère de nostre très-cliretien et très-religieus roy sainct Loys, nous le recevrons, voire au double, de ceste grande et vertueuse princesse fille de Y. M. G., laquelle par ses rares vertus arreste tons les veux a son object, pour en alliance per-petuelle fraterniser ces deux grandes monarchies sous leur regne a Tadvancement de la gloire de nostre Seigneur Jesus Clirist, splendeur de son Eglise, et union de tous les habitans de la terra sous les enseignes du cliristianisme.quot; 31 Hoe weinig de leiders der Parijsclie democratie den man kenden, aan wien zij Frankrijk wilden prijs geven, blijkt uit verscliillende besclieiden, waarin zij liunne voorwaarden hebben neergelegd. Aan een absoluut koningschap werd niet door hen gedacht. De Algemeene Staten zonden regelmatig vergaderen, alle wetgevend gezag hebben en over de iinantiën beschikken. Zonder hun toestemming zou de

ocr page 60

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

koning geen troepen mogen heften; en iu hunne vergadering slechts dan verschijnen, als de besluiten waren genomen, die hij niet alleen moest bekrachtigen, maar ook punt voor punt bezweren. De belangen der Kerk over-lieerschten alles; den koning was het, op verbeurte van zijn kroon, uitdrukkelijk verboden, met de niet-katholieke machten en de Turken, direct of indirect, in eenige betrekking te treden. Zoo de Staten het bevalen, moest hij tegen den een of ander een kruistocht ondernemen, waarbij de edelen verplicht waren op eigen kosten hem te dienen; slechts onder deze voorwaarde mocht de adelstand zijn rechten behouden. De inquisitie, door de boozen zoo gevreesd, moest in Frankrijk ingevoerd worden. Slechts ware Katholieken mochten als leden van den staat worden erkend. Alle vier jaar zouden de rijksaangelegenheden opnieuw worden geregeld, eu onderzocht of de koning zijn beloften gehouden had, dan wel gebroken. Zoo hij, in het laatste geval, de grieven weigerde weg te nemen, was de natie van haar eed ontslagen en mocht zij een nieuwen koning kiezen. Geen vreemdelingen mochten tot geestelijke of wereldlijke betrekkingen worden benoemd; alle belastingen, sedert Lode wijk XII ingevoerd, moesten afgeschaft ; de domeinen, in de laatste halve eeuw vervreemd, voor de bezittingen der ketters worden teruggekocht. De Spaansche koning moest voor de beschikking over Frank-rijks kroon eenige opoffering doen. De vrije scheepvaart naar de beide Indiën zou aan de Franschen vergund zijn. Alle landen, die ooit tot Gallië hadden behoord, zou hij weer met Frankrijk hereenigen.

Een afgezant van de Sorbonne sprak de vijandschap tegen den adel, die zich in dit ontwerp openbaarde, nog scherper uit. Hij gaf aan Philips den raad, om met een groot

52

ocr page 61

DE OVEllGANG VAN HENDMK IV.

leger Frankrijk binnen te dringen, alle reclitbanken en parlementen te hervormen, alle kasteelen te sloopen, zoodat de steden liet platte land zouden beheersclien; aan alle provinciën door afschaffing van belastingen van het vervoer het voordeel van de vereeniging met Spanje te doen gevoelen , en dan de Etats Géneraux bijeen te roepen, die zijn werk zouden bekronen door hem -te erkennen. 32

Zoo verre was het, dank zij den invloed der Kerk, in Frankrijk gekomen. Zulke denkbeelden en plannen konden ongestraft uitgesproken en voorgestaan worden, ja wekten geestdrift. De Parijsche democratie, speeltuig van de geestelijkheid, wierp met de kroon de eer der natie in het slijk.

En de adel? En Mavenne?

De mannen, die bij den aanvang der Ligue de hulp van Philips hadden gevraagd, waren de gouverneurs der groote provinciën geweest. Het waren de groote edelen van Frankrijk, die het eerst den vreemdeling hadden in het land geroepen. Zij, die thans in Bretagne, Languedoc, Picardië met hulp van Spanje de koningstroepen bestreden, waren hoofden en representanten der groote adellijke geslachten des lands. Hun antecedenten maakten hun het verzet tegen de plannen en aanspraken van Philips wel niet onmogelijk, maar toeh zeer moeilijk. Sedert den dood van Hendrik III had Mendoza voortdurend met Mayenne en zijne raadslieden onderhandeld. Yelen, zoo niet allen, waren volkomen geneigd, om Philips als Protector van Frankrijk te erkennen. Maar het hoofdbezwaar lag in de voorwaarden. Terwijl de Spaansche gezant deelneming van den vertegenwoordiger zijns meesters aan het staatsbestuur verlangde, vorderden Mayenne en de zijnen de meest mogelijke erkenning en waarborg hunner rechten. Volkomen te goeder trouw gingen noch Mayenne noch velen zijner genooten

53

ocr page 62

DE OVEllGAXG VAN HENDRIK IV.

te werk. Edelen, als Mercoeur, waren te winnen met de belofte van een gonvernenrscliap in een of meer proviu-ciën. Maar Joyeuse 33, en met liem anderen, schrikten heimelijk terug voor de heerscliappij van een buitenlandscli vorst, wiens vertegenwoordiger hen bevelen en tot de rol van dienaren eens vreemden ministers verlagen zou. Ook Mayenne, die gelijktijdig met den Spaanschen gezant en Hendrik IV onderhandelde, aarzelde en weifelde; hij had bovendien de hoop nooit opgegeven, om zelf den troon te bestijgen. De voortduring van den strijd zou, naar hij hoopte, de natie, afgemat en uitgeput, eindelijk tot erkenning van hem, een katholieken en Franschen koning, dwingen. Dat was de eenige redding, die haar, zoo zij den vreemdeling en den ■ ketter wilde ontsnappen, overbleef.

Doch deze uitkomst was alleen bereikbaar, zoo de macht des Bearners niet in die mate toenam, dat Mayenne, om Parijs te redden, elke voorwaarde, door Spanje gesteld, moest aannemen. Den bijstand van Philips te gebruiken tot eigen bate, zonder er door verlamd of gebonden te worden, was de politiek van dezen visscher naar de kroon.

Het jaar 1591 stelde zijn berekeningen te leur. De onderdrukking der democratische partij in de hoofdstad was het eenige voordeel, dat het hem schonk. Maar het baatte anderen meer dan hem.

Den 27sl''n Augustus 1590 was Sixtus V gestorven, vergiftigd, naar de tijdgenooten zeiden, door Philips II. In zijn laatsten levenstijd had de scherpziende paus zich aan de Spaansche partij onttrokken en geweigerd de tegenstanders van den Bearner verder ten dienste te staan. De pastoors te Parijs juichten over zijn dood: hij was quot;Uil

54.

ocr page 63

DE OVERGANG VAN H ION DUIK IV.

mesoliant pape et politiquequot;, schimpten zij, zonder eerbied voor 's mans onfeilbaarheid.

Gregorins XIV, die na vier maanden in zijn plaats trad, was een onbeduidend en bekrompen geestelijke, een blind werktuig in de handen van den Spaanschen gezant. In het begin van Pebruari des volgenden jaars zond hij aan den bisschop van Plaisance een brief toe, waarin hij de Parijzenaars uitbundig prees, en beloofde dat hij een leger hun tot hulp zenden en onderhouden zou. Een nuntius, beladen met breve's eu bullen voor de Ligue en de standen des rijks, was reeds op reis naar Frankrijk.

Een goedkeuring uit zoo heiligen mond was voor de Seize, die Parijs belieersehten, een heerlijke belooning voor 't verleden, maar tevens een krachtige prikkel voor 't vervolg. De hertog de Mayenne en de adellijke hoofden der Ligue ondervonden onmiddellijk, hoe zeer de moed en stoutmoedigheid der democratische leiders was gestegen. Niet alleen hernieuwden zij den eisch, dat de Conseil des Quarante hersteld mocht worden, maar zij voegden er nieuwe vorderingen bij, voor velen, die Mayenne omringden bij uitstek gevaarlijk. 34 De paus, in zijn onberaden ijver de democratische aanhangers van Spanje in de hoofdstad steunende, had de eendracht onder de tegenstanders van Hendrik IV geheel vernietigd. En aan eendracht en eenheid hadden zij meer behoefte dan aan prikkelende woorden. Want de koning van Frankrijk liet de maanden, die er verloopen moesten voor de komst der vreemde hulptroepen, niet ongebruikt voorbijgaan. De kleinere plaatsen in den omtrek van Parijs bezette en veroverde hij, om allen toevoer af te snijden. Niet als in Augustus des vorigen jaars, belegerde hij de hoofdstad; ditmaal stelde hij zich met een meer of min geregelde blokkade tevreden. Hij stopte voor

55

ocr page 64

DE OVEUGAÏfG VAN HEX DUIK IV.

56

lien de bioimen van toevoer, belette de toezending van levensmiddelen, en riep daardoor in de stad een knagende ontbering in 't leven, die vooral na den geleden hongersnood dubbel zwaar moest vallen. Trouwens, Parijs bad al zeer kort van liet ontzet door Parma genot geliad. Het gebrek was reeds in Januari weder drukkend, en werd liet met iedere maand meer. Vooral, toen liet aan Hendrik IV gelukte den 19d™ April Chartres, de voorraadschuur van Parijs, te veroveren. Gedurende de tien weken, dat de bezetting weerstand had geboden, was zij wakker gesteund door de dringende gebeden en predikatiën der Parijsche geestelijkheid. Zondag 7 Maart was te Parijs, volgens kerkorde, de geschiedenis der Kananeesche vrouw behandeld. Alle predikers legden den tekst allegorisch uit; de Kananeesche was Parijs, hare dochter de stad Chartres, de duivel de Bearner. Door processiën enz. poogde men de godheid te verbidden, opdat Chartres niet mocht bezwijken. Xog den 18den April zag men een kinderprocessie, zoo jongens als meisjes, die volgens een ooggetuige uit niet minder dan 5000 kinderen bestond. Notre Dame de Chartres kreeg allerlei mooie beloften, maar zij liet zich niet bewegen; zij was tot de politieken overgeloopea. 35 Tot het laatste oogenblik volhardden de priesters, om het volk te verzekeren dat Chartres niet in handen van den ketter zou vallen. God had bovendien — wist de Italiaan te vertellen, die den 19den April in de Sainte Chapelle preekte — nog een particuliere reden, om een hekel aan Hendrik IV te hebben. '/11 (de pater) engageaquot; — vertelt een toehoorder — «sou ame au diable, en presence de tous les assistans en son sermon, au cas que le Béarnois entrast jamais dans Chartres: et repeta par deux fois qu'il Fosoit bien prendre sur la damnation de son ame, et les asseurer qu'il ne la pren-

ocr page 65

DE OVERGANG VAX HENDRIK IV.

droit point; et apelant le Eoy cliien, lieretique, atliée et tiran: dit qu'il avoit couché avec nostre mère TEglise, et fait Dieu eocu, ayant engrossé les abesses de Montmartra et de Poissi.quot; 30

Niettemin konden de Parijzenaars de inneming van Cliartres niet beletten; doch de vestiging van Hendrik's koningschap zouden zij tegenhouden. Dat had de Parijsche geestelijkheid zich zelve beloofd. //Geloof me, mijne vriendenquot; — zei eens van den kansel de pastoor van St. André — //als ooit die ellendige afvallige hier binnenkomt, dan zal hij ons onzen godsdienst ontnemen, onze heilige mis, onze schoone ceremoniën, onze reliquiën; van onze kerken zal hij paardenstallen maken, uwe priesters zal hij dooden, en uw kerkornementen zal hij tot opschik van, zijn lakeien bezigen.quot; Met zulke praatjes hield men het volk onder bedwang, en leidde het, waarheen men wilde. De aanhangers van Hendrik IV, ook de katholieke edelen, werden als heidenen en ketters afgeschilderd. Toen eens eenige Italiaansche militairen, die te Parijs in garnizoen lagen, met de royalistische bezetting van St. Denis in aanraking-waren geweest, spraken zij hun verbazing uit, dat daar de mis werd bediend! De Parijsche geestelijken hadden hun de Eoyalisten als Lutheranen voorgesteld.

Gesteund door den pauselijken legaat, den Spaanschen ambassadeur en de bezetting van Parijs, hadden de democratische leiders het terrein volkomen vrij, om de bevolking te bewerken. Iedere voorspoed van den Bearner was een wapen in hun handen tegen Mayenne en een grond tot aanbeveling van Philips II of diens dochter. Aan de mogelijkheid, dat Hendrik IV zijn kettersch geloof zou afzweren, werd door hen slechts met afschuw gedacht. Toen de verblinde Gregorius XIV in April een heftige

57

ocr page 66

DE OVERGANG VAN HEND1UK IV.

excommunicatiebul tegen den koning en zijne volgelingen slingerde, deed hij niets anders dan de oogmerken van Pliilips II en diens aanhangers in de hoofdstad dienen. De Spaanschgezinde liguïsten hadden openlijk met hun vaderland gebroken. Mayenne had de troepen des buitenlanders in het land geroepen, maar de Conseil des Seize deed meer: hij gaf de natie aan Philips prijs.

Ook in de hoofdstad intusschen ontbraken de afwijkende meeningen niet. De partij der politieken, die voor verzoening met Hendrik gezind was, durfde bet hoofd niet opsteken, evenmin als de aanhangers van Mayenne. Maar beider bestaan was bekend, en zoowel de eersten als de laatsten waren aan den Conseil des Seize een gruwel en ergernis. Inzonderheid was het Parlement van Parijs, hoe verminderd ook in getal door de vlucht van de aanhangers des konings, hun een doom in 'toog. Zoolang dit liooge college, dat in de burgertwisten zich een groot politiek aanzien en gezag bad verworven, tegenstand bood, en hunne plannen weigerde te ondersteunen, konden de democratische hoofden niet hopen te slagen. Herhaaldelijk poogden zij Mayenne te bewegen, om hen van de onwillige parlementsleden te verlossen. Het hoofd der adellijke Ligue, die met verbittering den aanwas der democratisch-kerkelijke partij in Parijs aanzag en haar klimmende vorderingen ontving, beperkte zich tot het verbannen van eenige leden. Tot het goedkeuren van gewelddadigheden liet hij zich niet verleiden. Trouwens zijn eigenbelang verbood het hem. Hoe kon hij de Seize steunen, die steeds meer en onver-holen zich van hem afwendden en aan Spanje overgaven? Hun zegepraal in de hoofdstad zou de ondergang van zijn eigen kansen en aanspraken op het koningschap zijn. Indien hij hen hielp, om zijn aanhangers uit den weg te

58

ocr page 67

DE 0VE11GANG VAX HEX DUIK IV.

ruimen, zou zijn gezag in Parijs spoedig tot niets z'ijn herleid.

Maar de Conseil des Seize wist zich te helpen. Tegen Majenne in durfden zij den Conseil des Quarante niet herstellen, doch na Februari, toen er Spaansche hulptroepen in Parijs waren, bereidden zij alles op een gewelddadige revolutie voor, die hun de macht in handen zou geven. De bemoedigende goedkeuring des pausen, zijne bullen, en de belofte van met een leger hen te ondersteunen, prikkelde hun opgewondenheid tot de grootste geestdrift. Geen middel was te laag, zoo het aan Spanje, den kampvechter voor het katholiek geloof, de macht en de kroon des lands kon bezorgen.

Reeds tijdens het beleg van Chartres was de taal dei-predikers heftiger dan te voren geworden. Openlijk eischten zij bloed. Boucher, de beruchte volksredenaar, was een der eersten, die herhaaldelijk den eisch deed hooren. Inzonderheid was liet in de vasten voor Paschen, dat hij op moord aandrong. 37 quot;Hij had het hun al zoo dikwijls gezegd, dat zij den Bearner met zijn aanhang moesten dooden en uitroeien. Zij sloegen er geen acht op, doch zij zouden er berouw van hebben. Het was nu meer dan tijd om naar het mes te grijpen, en nooit was het zoo noodig geweest als nu.quot; Ofschoon hij gewoonlijk in dien geest preekte, maakte deze predikatie meer dan anders indruk, omdat hij ook van de leden van liet Parlement sprak, die niets waard waren, zei hij. Zijn gebaren waren even wreed als zijn woorden; //inet eigen hand zou hij dien hond van een Bearner willen vermoorden, omdat het de grootste dienst was, dien men God kon doen.quot;

Omstreeks zeven maanden lang werd deze tekst van Boucher door de pastoors en monniken te Parijs, op weinige

59

ocr page 68

DE OVERGANG VAN HEN DUIK IV.

uitzonderingen na, uitgewerkt en ontwikkeld. Geen uitdrukking was te walgelijk, geen leugen te gemeen, om den haat tegen Hendrik en de tegenstanders der Seize te betoenen. Tegen vele parlementsleden te Parijs werd openlijk moord gepredikt, docli de tusschenkomst van Mayenne, die hen uit de stad verbande om lien te redden, voorkwam een tijd lang de uitbarsting. Toch bleven er genoeg over, om tot voldoening der wraak te strekken. Naarmate het gevaar steeg en de- macht van Hendrik IV, door de aankomst, in het najaar, der Engelsche en Duitsche hulptroepen toenam , steeg ook de bitterheid, de bloeddorst. Toen in Augustus de jonge hertog de Guise uit zijn gevangenis te Tours was ontsnapt, veroorzaakte zijn aankomst te Parijs een groote blijdschap. In dezen jongen man, die zich gewillig leende om als werktuig der Seize en mededinger van zijn oom, den hertog de Mayenne, op te treden, zagen zij den toekomstigen koning van Prankrijk. De dochter van Philips zou hem de hand reiken, verhaalde men te Parijs. In dit vertrouwen schreven de geestelijke politici der hoofdstad den a4611 September den brief aan den Spaanschen koning, waarin zij hem of zijn dochter de kroon van Prankrijk aanboden. 38

Doch deze gewichtige stap was op zich zelf niet voldoende. Het beoogde doel kon niet bereikt worden, zoolang het Parlement en de groote aanhang der politiekeu machtig genoeg bleef, om in het beslissend oogenblik weerstand te bieden. De Conseil des Seize met zijn gevolg besloot door te tasten, en door schrik zijn heerschappij en die des Spaanschen konings te grondvesten. Zeven maanden achtereen had de geestelijkheid op de noodzakelijkheid van een nieuwen Bartholomeusnacht gewezen, ditmaal gericht tegen Spanje's vijanden. De bodem was dus, mocht men

60

ocr page 69

DB OVEUGANG VAN HENDRIK IV.

hopen, genoegzaam toebereid. Om de uitvoering te regelen, werd in 't begin van November een Comité des l)ix benoemd en werden er lijsten opgemaakt der meest gehate personen, die vallen moesten of verjaagd worden. De letters P. D. G., achter de namen geplaatst, wezen het lot aan, dat ieder hunner was toegedacht: pendu, dagué, oliassé. 39

Gelijk steeds, was het ook ditmaal een kleiue bende van misdadigers, aan wie de uitvoering werd overgelaten. Maar de geheele Gonseil des Seize en hun aanhang was met de plannen bekend, en keurde ze goed. Gelijk in de Septemberdagen van 1793, gebruikten de eigenlijke leiders de handen van minder voorzichtigen dan zij , en wachtten de uitkomst af, om zich voor of tegen te verklaren. Verschillende priesters, zoo als o. a. Boucher, die het eerst den moord hadden gepredikt, verlieten Parijs, om na afloop weder te keeren. Zoo zochten de misdadige hoofden zich en hun kerk tegen het verwijt van medeplichtigheid te vrijwaren. //Ecclesia non sitit sauguinem,, — maar zij laat het door werktuigen storten.

De mannen, met wie een aanvang zou gemaakt worden, waren de hoofden van het Parlement. Deze rechtbank had een aangeklaagde van verraderlijke verstandhouding met den koning vrijgesproken. Zulk een vonnis was misdaad! Een schuldige onschuldig te verklaren! Als de Spaansche inquisitie, wier invoering van Philips was gevraagd, zou gevestigd zijn, behoefde men voor zulke rechtspraken niet meer te vreezen. Had men nog andere bewijzen noodig, hoe juist een der liguïsten, Gromé, het inzag, toen hij verklaarde, //qu'une Saint-Barthelemi eust estu bien a propos pour le temps qui couroit; et qu'uue saingnée des veines cephaliques estoit necessaire pour la santé et restau-ration de eest estatquot; ?

61

ocr page 70

DE OVERGANG VAN HENDRIK. IV.

62

De president Brisson was de meest bedreigde. Hij had vroeger tot de heftige liguïsten behoord, maar was langzamerhand, verschrikt door de ontwikkeling der Spaansoh-gezinde partij, in het geheim tot de politieken overgeloopen. Vol eerzucht, had hij van de gelegenheid om Parijs te verlaten, geen gebruik gemaakt, uit vrees dat hij door zijn vroegere tegenstanders weinig geteld zou worden. Dubbelhartig uit vrees, boog hij voor de. Seize zoo diep hij kou, terwijl hij gelijktijdig met de royalisten onderhandelde. Zulke politici slagen dikwerf in dagen van beroeringen een tijdlang, en eindigen gewoonlijk, met liet wantrouwen en den afkeer van alle partijen op te wekken. Brisson zag de wolken boven zijn hoofd te zamen trekken, maar werd, gelijk het met dergelijke karakters gaat, door het naderend gevaar niet tot tegenstand geprikkeld, doch geheel verlamd. Van alle kanten kreeg hij in October en nog in November waarschuwingen, maar hij kon niet besluiten om een poging tot vluchten te wagen. quot;Men zou hem niet aandurven; men zou zich nog wel tweemaal bedenken, voordat men den President van het parlement aantastte; er is zooveel eendracht niet tussehen hen; groote woorden zijn goed en wel, maar als 't op handelen aankomt, durven zij nietquot;; met deze en dergelijke praatjes over zich zelf en de Seize sloeg hij de raadgevingen van goede vrienden in den wind. Andere oogenblikken was hij minder bemoedigd, en erkende hij de hopeloosheid van zijn toestand 40. quot;Je ressemble a ces cliiens qui sent entrés bien avant dans l'eau, et sentans qu'ils se naient, s'en voudroient bien tirer ou gangner quelque bord s'ils pouvoient, mais ils ne pen vent, car le fort de l'eau les emporte: si bien qu'en nageant tousjours a la fin il se naient. Aussi moi, pour vous en dire frauschement, je fais ce que je puis en ceste tem-

ocr page 71

DE O V RUG ANGr VAN HENDRIK IV. fi3

peste, et ai fait tousjours ce que j'ai peu, pour me tirer a bord, et j mettre les autres: mais nous j sommes eutrés trop avant pour en sortir; au moins moi, qui sens bien que je me naie et ne irTen puis sauver, si non par une speciale grace et miracle de Dieu.quot;

Vrijdag, den 15lt;len November, begaf Brisson zicli des morgens naar het Palais de Justice. Toen hij op de Pont Saint Michel kwam, werd hij staande gehouden door eeuigen der Seize, die hem dwongen terug te gaan en hem naar le petit Ghatelet voerden. Daar werd hem een soort van verhoor afgenomen: of hij niet aan den koning van Navarre had geschreven? waarom hij den aangeklaagde had vrijgesproken? enz. Na afloop werd hem aangekondigd, dat hij zich op sterven had voor te bereiden: //le Seigneur t'a aujourd'huy touché de luy rendre Fame et as une grande faveur que tu ne mourras point en public comme traistre a la ville.quot; 41

Gelijktijdig waren nog een tweetal leden van 't Parlement in hechtenis genomen, en, even als Brisson, naar le petit Ghatelet gevoerd. In tegenwoordigheid van vele leden der Seize werd het drietal door den beul aan een venster opgehangen.

Zoo ving de heerschappij van koning Philips in Frankrijk aan. In den geest huns meesters was sluipmoord het geliefde wapen van den Gonseil des Seize. Want sluipmoord verdient het ophangen binnen 's kamers van drie menschen door een overmacht te heeten.

Doch wat aan den vorm ontbrak, zou eerlang worden vergoed. De Parijsche bevolking zou zijn goedkeuring hechten aan het vonnis, en het uitbreiden. Zoo hoopten de moordenaars van Brisson. Daarom had de geestelijkheid maanden achtereen de ketters en de politieken met schimp-

ocr page 72

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

redenen en scheldwoorden overstroomd, en op Imn vermoording aangedrongen. Het volk zou nu het voorbeeld der Seize volgen en de terechtstellingen van de drie raads-heeren bevestigen en bekronen door den algemeenen moord van Spanje's tegenstanders in Parijs.

Den volgenden morgen zag men op de Place de Grève de lijken der drie vermoorde raadsheeren hangen. In den nacht waren zij door de Seize hierheen gevoerd. Het volk stroomde te zamen en staarde het akelig schouwspel aan. Dit moment hadden de leiders uitgelezen, als het meest geschikte om het volk in beroering te brengen. Bussi, de gouverneur van de Bastille, een der heftigste liguïsten, begon de menigte op te hitsen tegen de verraders, de schurken, de politieken, die de stad aan den ketter hadden verraden. '/Zoo men hem volgen wilde, zou Parijs nog voor den avond gezuiverd zijn van de schurken; hij kende ze allemaal, hij had ze op een lijst; en hij wist de huizen, die zij met de winsten van hunne verraderijen hadden volgepropt.quot; Maar hoe welsprekend Bussi ook tot moord en plundering opwekte, en hoe veel moeite zijne dienaren en aanhangers, die zich in de dichte drommen des volks voortbewogen , ook aanwendden, niets mocht baten. Het volk bleef koel de woorden hooren en de lijken aanstaren. /'Ads gij ze niet voorkomt, zullen zij u den hals afsnijdenquot; — riep eindelijk Bussi uit; — quot;hun chefs, die ge daar ziet hangen, hebben alles bekend; als wij hen vandaag niet voorkomen, zijn wij allen morgen dood.quot;

Merkwaardig! het Parijsche gemeen bleef onbewogen. Voor de eerste maal sedert jaren bood het weerstand aan de verlokking der misdaad onder kerkelijke vlag. De tijdgenoot zag er een wonderwerk Gods in. 42 Toch laat zich het verschijnsel gemakkelijk verklaren. Bussi was

64.

ocr page 73

BK OVERGANG VAN HENDRIK IV.

de man niet, om op het volk invloed te oefenen; liij was te zeer bekend en berucht wegens zijn roofzucht, dan dat de menigte hem geloof schonk, waar hij in naam van kerkelijk belang tot haar sprak. Zij, die tot hen sedert maanden in gelijken geest hadden gesproken, de geestelijken, hielden zich schuil; Boucher had zelfs quot;Parijs verlaten. Zoo zijn opwindende taal hier op de Place de Grove ware gehoord, in plaats der kunstmatige hartstochtelijkheid van Bussi, de uitkomst ware waarschijnlijk een andere geweest. Maar thans was de berekening op haar domheid en volgzaamheid al te naakt, te openbaar. Zij, voor wier belang de menigte werd verzocht te strijden, konden het verzoek ten minste zeiven tot haar richten.

Maar er was meer. Terwijl de Conseil des Seize haar steun en beslissing inriep, had hij reeds op beide vooruit-geloopen. De lijken der drie raadsheeren hingen voor haar. Had men het volk tegen de levenden opgestookt, misschien ware het in beweging gekomen. Maar tegen een doode toornt men niet in koelen bloede. Deze lijken van geachte burgers, door sluipmoord gevallen, schrikten de menigte af, koelden haar haat. Wie kon gelooven, dat deze dooden zoo gevaarlijk, zoo slecht waren geweest? Was een Bussi beter dan een der drie? Niemand zou het beweren; en daarom wilde ook de menigte de verantwoordelijkheid dezer moorden niet op eigen schouders nemen en tot navolgen van het voorbeeld zich laten bewegen. In volle zwaarte moest die verantwoordelijkheid blijven drukken op hen, die den beul van Brisson zijn droevig werk hadden gelast.

Met de weigering der volksmenigte, om Parijs met bloed te overstroomen en de tegenstanders van den Spaansch-gezinden Conseil des Seize uit den weg te ruimen, was de nederlaag der laatsten beslist. Na de eerste dagen van

Joriasen. 13 5

65

ocr page 74

ÖÖ DE OVERGANG VAX HENDRIK IV.

angst eu spanning, waarin de vrees voor een bloedbad aller harten met schrik sloeg, ving de reactie aan. De moord van Brisson had een geduchte uitwerking, maar geheel anders dan de geestelijke bewerkers hadden bedoeld. Velen, die tot dusver tot de Spaansche partij hadden behoord, verlieten ze en traden tot de politieken over. tiet denkbeeld om een buitenlander, om een Philips II of zijn dochter op den troon van Frankrijk te stellen, ving aan impopulair te worden in kringen, waarin men tot dusver de deugdelijkheid van het plan niet had betwijfeld. Oude tegenstanders van Mayenne zagen verlangend naar hem uit, als naar den eenigen man, die Parijs van de heerschappij van een bende schurken, stilzwijgend gesteund door de Spaansche bezetting, kon verlossen. Dagelijks gingen verzoeken eu smeekbeden uit allerlei rangen en standen tot hem uit, dat hij te Parijs mocht komen en de orde herstellen.

Den SSquot;1611 November reed hij, van 2000 krijgslieden gevolgd, door de faubourg St. Antoine de stad binnen. Ofschoon aarzelend en bevreesd, liet hij zich door de aansporingen zijner omgeving tot doortasten bewegen, zelfs toen het Parlement terugdeinsde om tegen de moordenaars van 15 November rechtsvervolging in testellen. Een viertal der Seize werd gevat en zonder veel omslag gewurgd; de overigen werden opgezocht, doch ontsnapten. Bussi, de gouverneur van de Bastille, gaf de vesting tegen behoud van leven en bezittingen over. Hij, als de meesten zijner medeplichtingen 43, vluchtten naar België, op de dankbaarheid en trouw van een Philips II rekenende. Is het noodig te zeggen, dat het meerendeel hunner in armoede en ellende stierf?

Doch met de straf van enkelen en de vlucht van eeuige

ocr page 75

DE OVERGANG VAX HENDRIK IV.

andere lioofdschuldigen, was de Spaansclie partij zelve niet in liet hart getroffen. Sedert 1589 had deze Conseil des Seize, eerst met, toen zonder den Conseil des Qnarante, Mayenne en zijne plannen in den weg gestaan. Honende taal en schimpende eischen had de lignïstische adel van deze democratische hoofden moeten aanhooren. Thans was het oogeublik gekomen, om deze adder onder den voet te vertreden, en het zoo geschokte overwicht van den adel te herstellen. Zonder aarzeling tastte Mayenne door. De Conseil des Seize werd ontbonden, en uitdrukkelijk verboden 44 //amp;, toutes personnes, de qnelqne qualité on condition qii/ellcs soient, et sous qnelqne pretexte ou occasion que ce soit, mesmes a ceux qui se sont cy-devant voulu uommer le Conseil des Seize, de faire plus aucunes assemblees pour deliberer ou traicter d'affaire quelconque, a peine de la vie et de rasement de maisons èsquelles se trouveront lesdites assemblees avoir esté faictes.quot;

Zoo eindigde de worsteling der democratie met den adel in de Ligue. De strijd met Hendrik IV werd er door vereenvoudigd. Mayenne had een gevaarlijken tegenstander des konings aan banden gelegd. Doch zijn eigen kracht steeg er niet door. Boucher en consorten bleven woelen in Parijs, en hun vijandschap tegen den ketter was niet grooter dan hun wrok tegen hen. Meer nog dan te voren was Mayenne verplicht steun te zoeken bij deu Spaanschen koning, wiens woeste bewonderaars in de hoofdstad hij slechts door de reactie, op hun eigen wreedhedeu gevolgd, had kunnen beheerschen. Van Parma, wiens leger aan de grenzen stond, niet van Mayenne, scheen de beslissing over de kroon van Frankrijk afhankelijk.

Voor de tweede maal rukte Alexander Farnese in het

67

ocr page 76

DE OVERGANG VAN HENDllIK IV.

begin van 1592 op last zijns meesters Frankrijk binnen. Ofsckoon hij de inmenging in den strijd tegen Hendrik IV afkeurde, was ditmaal 's konings bevel hem minder onwelkom geweest dan vroeger, omdat het hem een uitmuntend voorwendsel schonk om een strijdtooneel, waarop hij niet gelukkig was, te verlaten. 45 Door Hendrik TV, die eindelijk de Duitsche en Engelsche hulptroepen met zijn eigen leger bad vereenigd, werd sedert November (1591) Rouaan belegerd. Hoe hardnekkig de verdediging ook was, de wapenen van den Fransehen koning dreigden de stad te. vermeesteren. Daarheen, naar Rouaan, richtte zich het leger van den Spaanschen veldheer, nadat hij Mayenne en de zijnen door het groot gevaar, waarin de Ligue verkeerde, tot nieuwe concessiën had gedwongen. Zwaarder dan te voren drukte de hand van den vreemdeling op de adellijke hoofden van Hendrik's tegenstanders. Machteloos, om zeiven den koning van Navarre de kroon te ontnemen, waren zij gedwongen de aanspraken van de Spaansche Infante te steunen en haar erkenning te verzekeren. Tusschen Isabella en Hendrik IV hadden zij te kiezen. Een eigen kandidatuur tegen deze beiden gelijktijdig staande te houden , scheen een ondenkbare zaak.

Indien het welslagen van Parma's onderneming onmisbaar was, om de kandidatuur van Isabella Clara Eugenia, dochter van Philips II, te doen slagen, de uitkomst bewees , dat het niettemin onvoldoende moest heeten. Alexander Earnese ontzette Rouaan, zonder Hendrik IV de gelegenheid tot een veldslag, waarnaar deze smachtte, te schenken. Schoon verontrust door de troepen van den koning, wist Parma te ontsnappen aan elke poging van den vijand, om hem in een openlijken strijd te lokken. In de militaire geschiedenis is Parma's terugtocht van Caudebec beroemd

68

ocr page 77

DK OVKllQANG VAX HKN'DlllK IV.

wegens liet uitnemend talent, door hem hier ten toon gespreid, door uit een bijkans reddelooze positie zich en zijn leger in vrijheid te brengen. Ofschoon omsingeld door Hendrik's troepen, wist Parma aan het gevaar te ontkomen en zijne troepen, die zeer geleden hadden, naar de grenzen terug te voeren. Xa een verblijf van drie maanden in Frankrijk kwam Parma in de Nederlanden terug.

Hij had ten deele zijn doel bereikt: Rouaan was ontzet, de bezetting van Parijs versterkt, de weg naar het He de France voor het vervolg verzekerd. In den volgenden winter zou hij wederkomen, beloofde hij bij het scheiden. Maar hij kwam niet weder. Voor Caudebec had hij een wonde ontvangen, die hem, ondanks de wateren van Spa, in het laatst des jaars in het graf sleepte.

Slechts ten deele had hij zijn doel bereikt; want hoe schitterend zijn krijgsmanstalent ook in 't ontzet van Rouaan en te Caudebec had uitgeblonken, de resultaten, die hij verkreeg, waren niet alleen aan zijn beleid te danken. Toen hij met versnelde marschen wegtrok, wilde Hendrik hem achtervolgen, om hem tot een strijd te dwingen, en zijn leger, dat zeer veel geleden had, uiteen te slaan. De lust, om in Frankrijk weer te keercn, zon hij den Spanjaard verleereu, zeide de koning.

Doch zij, die hem omgaven, wilden het niet. De Fransche edelen drongen op ontbinding des legers aan, om naar huis en haardstede weder te keeren. De vreemde troepen, Engel-schen en Duitschers, vroegen betaling en ontslag. Op het oogenblik, dat de koning van Frankrijk gereed stond, om den vreemden indringer uit het land te slaan, den Spaanschen bondgenoot van de Fransche Ligue gelijk deze zelve te overwinnen, ontviel hem zijn leger.

Was het wonder, dat Hendrik IV, moedeloos en afgemat

69

ocr page 78

70 DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

door de jarenlange inspanning, die nooit selieen bekroond te zullen worden met de zegepraal van 't recht, het oor voor de verleiding opende, die hem, voor den prijs van zijn geloof, de kroon van Frankrijk beloofde?

IV

Bijna drie jaar waren er verloopen, sedert Hendrik IV door de declaratie van St. Cloud de ondersteuning der katholieke edelen, die zijn voorganger bij zijn sterven omgaven, voor zich had gewonnen. In Augustus 1589 had hij de verklaring afgelegd; quot;nous sommes tout prest d'etre instruict par un bon legitime et libre concile general on national, qu' a ces fins nous ferons convoquer et assembier dans six mois, ou plus tost s'il est possible, pour en suivre et observer ee qui sera conclu et arresté.quot; Nu, bij het eindigen van Rouaan's beleg, was het Mei 1592, en van de belofte, voor drie jaar afgelegd, was niets gekomen.

In billijkheid had niemand recht er zich over te verwonderen of te beklagen. De verontschuldigingen des konings, dat de toestand des lands, de houding der tegenpartij en dergelijke redenen meer de oorzaken waren, waarom het toegezegd concilie niet tot stand was gekomen, mochten geheel overbodig heeten voor ieder, die het waar karakter der strijdende partijen kende. Zoo men de geestelijklieid en de groote massa, die wel steeds in getal de sterkste, maar bij de beslissing van politieke vraagstukken gewoonlijk in invloed de zwakste is, uitzonderde, kon men niet in goeden ernst van een worsteling van religieuse beginselen spreken. Politiek eigenbelang dreef verreweg liet meeren-deel der leiders: de godsdienst was de vlag, waaronder de bevrediging van persoonlijke belangen nagejaagd en de

ocr page 79

DK OVERGANG VAN HEN'DUIK IV.

bereidvaardigheid der onbescliaafde menigte, om den pliy-sieken steun van haar lichaamskracht te verleenen, werd ingeroepen. Zij, die uit waarachtig religieuse overtuiging handelden en partij trokken, waren van deu aanvang in de minderheid en verloren met eiken dag, dien de worsteling langer duurde, aan invloed en gewicht.

Ernstige verwondering kan dit verschijnsel niet wekken. Het is te natuurlijk, te regelmatig wederkeerend in tijden van groote geestesbeweging, dan dat het aan een enkel tijdperk of een enkel menschengeslacht tot verwijt kan worden gerekend. Geestdrift is een aandoening der mensche-lijke natuur, die het minst van alle tegen den af koelenden invloed der dagelijksche ervaring bestand is. De eischen des materieelen levens mogen een tijdlang ter wille van een hooger beginsel, van een bezielend idee onderdrukt of ter zijde geschoven worden, zij knagen ondermijnend aan de overheersching van zedelijke behoeften. Met dezelfde noodzakelijkheid, waarmede op tijdperken van materialisme openbaringen van een hooger, van een geestelijk leven volgen, bezwijken de laatste voor de onderdrukte, maar nooit verstikte behoeften van het materieele welzijn. In deze eb en vloed beweegt zich de stroom des levens, bij natiën zoowel als bij individuen. De- natuur eischt harmonie : de tijdelijke afwijking ter rechter of ter linker zijde wordt steeds opgevolgd door een terugkeer tot het schijnbaar verlaten standpunt. Geheel intusschen wordt het nooit hernomen; het oude herleeft niet meer. Gelijk de Nijl bij 't verlaten der overstroomde landen zijn bevruchtend slib achterlaat, laat ook de stroom der historie, na iedere verstoring van den regelmatigen loop, zijn winst achter, die de kiemen van nieuwe toestanden en verschijnselen in de toekomst bevat.

71

ocr page 80

7:1 DE O VERG A.VG VAN' HEX DUIK IV.

De politieke 1 loofden der protestantsclie partij hadden de declaratie van St. Cloud en de daarin gedane toezegging uit geen ander dan een staatkundig oogpunt beschouwd. Noch Chastillon noch de la None had Hendrik IV om die belofte verlaten. Eeeds de woorden: «suivant la declaration patente par nous faicte avant noste avénement a notre couronnebewezen, dat Hendrik's belofte niets meer dan eenige vorige verklaring bedoelde. De nieuwe koning beloofde niet zijn protestantsch geloof te zullen afzweren, slechts onderwerping aan een concilie zegde hij toe. Voor en ua Luther hadden allen, die tegen de katholieke kerk protesteerden, gelijk hij, zich op een vrij, onafhankelijk concilie beroepen, om er als gelijken te verschijnen, hun zaak te bepleiten en bij de beslissing mede te stemmen. Op de synoden der Calvinisten riep aanvankelijk het bericht dezer toezegging een soort van agitatie in 't leven; men begon zich op het verwachte twistgeding, dat over de toekomst van staat en kerk zou beslissen, voor te bereiden. Zoo ernstig vatte de geestelijkheid van Hendrik's kerk zijne toezeggingen op: en zoo weinig dacht zij bij het eerste hooren er aan, in deze woorden de eerste stappen tot den overgang te vinden.

Maar de illusie duurde kort. Hendrik IV mocht te St. Cloud elk denkbeeld, om zich van zijne geloofsgenooten af te scheiden, met verontwaardiging hebben verworpen, zijne erkenning door de katholieke edelen droeg vrucht. Van het oogenblik af, dat zij hem als wettigen koning erkenden, hield hij op het hoofd der Calvinisten te zijn. Het partijhoofd was in den koning van Frankrijk ondergegaan. De verhouding tusschen de strijders was een andere. Eischen, die Hendrik met zijn geloofsgenooten had gesteld, beoordeelde hij thans met geheel anderen blik. Tot den dooi

ocr page 81

DE OVERGANG VAN HKND11IK IV

zijns voorgangers leider van een religieus-politieke partij, moest hij thans, aan het hoofd van den staat getreden, liet eerst en bovenal naar het algemeen nationaal belang vragen, voordat hij aan de bevrediging van partijeischen, hoe rechtmatig ook, denken kon. Natuurlijk, dat zijn veranderde verhouding tot ziju geloofsgenooten wantrouwen wekte. Hij moest en wilde den schijn vermijden, alsof hij het Protestantisme eenzijdig begunstigde, alsof hij een partijkoniug zijn zou. Hendrik IV is niet de eerste en zal wel niet de laatste zijn, die, in een dergelijkemoeielijke stelling gejdaatst, aan de sterkste partij de meeste concessiën doet, en de zwakkere tegen zich verbittert, zonder het vertrouwen der eerste te winnen. Volgens de laatste verdragen met Hendrik III werden protestautsche leeraars uit de staatskas betaald. Stiptelijk was deze bepaling gedurende het leven van Hendrik III nagekomen: nauwelijks was Hendrik IV hem opgevolgd , of de betaling vond moeite en werd eindelijk geheel gestaakt. Op verschillende plaatsen, waar sedert jaren en ook door de jongste verdragen alleen de eeredienst der Hugenoteu was uitgeoefend, werd nu de mis weer ingevoerd. De koning scheen zelfs angstvallig, om zich met zijne protestautsche vrienden te onderhouden: de toegang tot hem werd hun bemoeielijkt. Voor zulk een uitkomst hadden waarlijk Hendrik's vrienden en aanhangers hem niet jarenlang gevolgd en gesteund!

Nog waren er slechts weinige maanden na de troonsbestijging verloopeu, toen reeds de klachten over Hendrik's ondankbaarheid algemeen waren. Geestelijken, die bij den dood van zijn voorganger gejuicht hadden over den naderenden val van den Antichrist, vingen aan wantrouwen te koesteren en te zaaien in de bedoelingen des konings. In een vergadering, te St. Jean d'Angély gehouden, werd het voorstel

73

ocr page 82

DE 0VE11GANG VAN HEND1UK IV.

ernstig in overweging genomen, of men niet Hendrik, als Proteetor der protestantsche kerken, de gehoorzaamheid opzeggen en een ander in zijn plaats kiezen zou. Nadrukkelijk beklaagde de koning zich over dit wantrouwen en drong hij bij invloedrijke hoofden zijner geloofsgenooten er op aan, om toch geen geloof te slaan aan de valsohe geruchten, die er werden uitgestrooid. quot;N'adjoustes foy aux faux bruiets que F on pourroit faire courre de inoy, lesquels je vous prie de prevenir, et asseurer pour mov un chascun de mo. constance en la religion, non obstant toutes diffi-cultez et tentations.quot; 40 — üoeli deze verklaringen, hoe dikwerf ook herhaald, konden liet geschokte vertrouwen niet herstellen. De Protestanten, die alles van Hendrik's troonsbestijging hadden verwacht, zagen zich teleurgesteld, ter zijde geschoven, uit betrekkingen geweerd, zoo al niet met goedkeuring, dan toch met berusting van den man zeiven, dien zij sedert jaren voor hun hoofd en leider erkenden, die alles, wat hij was, aan hun opoifering te danken had.

De jaren 1589—1593, waarin Hendrik om de kroon kampte, zijn tevens de jaren, waarin Hendrik's sterk zinnelijke natuur meer dan tot dusver hem beheerschte en ook door de positie, die hij thans innam, openbaar werd. Mannen van allerlei richting meenen den ongelukkigen loop van den krijg en de ongunstige uitkomsten voor een deel te moeten verklaren uit het overheerschend sensualisme van Hendrik, dat hem telken male gunstige gelegenheden om de belangrijke voordeden te behalen, in de armen der schoonen, wier gunsten hij genoot, deed verzuimen. Na Ivry had hij, zeggen sommigen, Parijs kunnen veroveren, voordat het zich ter verdediging had toegerust, indien hij er toen niet de voorkeur aan gegeven had, bij «la belle

74

ocr page 83

DE OVEUGANG VAN HENDUIK IV.

Chatelaine la Eoolie Guyouquot; vau zijne vermoeienissen uit te rusten. Veertien dagen gingen verloren, die door de lignïsten werden gebruikt, om Parijs in staat van tegenweer te brengen. De waarheid, die in dergelijke beschouwingen voor 't overige meer een bewijs van religieusen ijver dan van helder inzicht in de kracht der tegenpartij, gelegen is, kan niet worden ontkend. Hendrik IV was niet meer dezelfde man van vroeger; liet denkbeeld van toewijding aan zijn geloof was het bezielend beginsel niet, dat hem leidde. Het betrekkelijk slagen zijner aanspraken op de kroon, en de ruimer gelegenheid om een hartstocht, die steeds sterk en overweldigend hem beheerscht had, bot te vieren, oefenden invloed uit. In de armen van courtisanes leert men niet, voor beginselen te strijden.

Het kon niet anders, of de ergernis der protestantsche leeraars over zijn levenswijs, die hem menige ongewenschte vermaning bezorgde, en het wantrouwen van zijn geloofs-genooten in zijn trouw aan hun religie moest ondermijnend op zijn gezindheid jegens hen werken. Voor deze onmisbare, maar lastige volgelingen aanhoudend te strijden tegen den onwil en de kwade luimen zijner katholieke omgeving, was hem al te vermoeiend. Francois (TO, een der verachtelijke gunstelingen van Hendrik ITT, dien hij als sur-intendant des finances had behouden, wilde niets van de Protestanten weten en hield alle uitbetaling van gelden tegen, zoo dikwerf en zoo lang hij vermocht. He koning zelf was van diens hulpvaardigheid afhankelijk, en vloekte menigmaal de schaamtelooze karigheid van den ellendigen mignon, die hem armoe deed lijden, terwijl hij zelf in weelde zich baadde. Toch durfde noch kon hij den man ontslaan, wiens steun zijne belangen meer belemmerde dan bevorderde. En als met dezen, was het met velen. De

75

ocr page 84

7 fi DK. OVERGANG VAN Ui; ND RIK IV.

maarschalk Birou, die liet opperbevel over zijn leger voerde, had blijkbaar niets op het oog, dau den krijg te rekken. Bijna onweersproken is de beschuldiging, dat Biron herhaalde malen de zaak des konings heeft benadeeld, door opzettelijk verkeerden raad te geven eu zijne voorslagen door te drijven. Bij den eersten inval van Parma was het zijn verkeerde raad, die aan den Spaanschen veldheer den weg naar Parijs opende. Voor Rouaan had hij opzettelijk de belegering op die wijze geleid, dat de stad niet genomen kon worden. Uitnemende troepen en sterke positiën werden herhaaldelijk door hem opgeofferd, om den krijg te doen voortduren. De aanklacht van verraad was algemeen: zelfs zijn eigeu zoon sprak ze uit. Toen in liet voorjaar van 1593 Farnese zijn leger, dat zeer veel geleden had, naar de ISTederlanden terugvoerde, vroeg de jonge Biron van zijn vader een vijfhonderd ruiters. Dat kleine getal was voldoende, zei hij, om de vijandelijke troepen uiteen te slaan. Üe maarschalk weigerde: quot;Maraud; nous veux-tu done renvover planter des choux a Biron?quot; Vol verontwaardiging riep de zoon uit: quot;Indien ik koning was, zou ik den maarschalk het hoofd voor de voeten leggen.quot; Maar Hendrik dacht er niet aan, zich te onttrekken aan den onteerenden dwang, die hem werd aangedaan. Hij gevoelde zicli te afhankelijk van deze mannen: hij kon ze niet missen. Hij had de hand aan de kroon geslagen en het denkbeeld kwam niet bij hem op, om haar terug te trekken. Al zijn persoonlijk vermogen om menschen voor zicli in te nemen, wendde hij aan, om de wankelende trouw dezer bondgenooten te versterken. Biron's jaloezij en wantrouwen jegens ieder, die zijne plannen en voorslagen afkeurde, zocht hij af te leiden door verzekeringen van zijn onbepaald vertrouwen, die maar al te dik-

ocr page 85

DE OVK.IMiAN'G VAN HEN'DillK IV.

77

werf gegeven werden zonder dat hij ze meende. Door vriendelijke toespraken, onuitputtelijk geduld, verklaringen en beloften, soms van zeer tegenstrijdigen aard, zocht hij de zoozeer uiteenloopende deelen zijner partij vereenigd te houden. Zijn persoonlijke goedaardigheid en beiuinnelijk-heid gaven hem dikwerf, zonder dat het hem berekening kostte, de natuurlijke middelen aan de hand, om wankelende of ontevreden gemoederen met zich te verzoenen en voor zich te winnen. Voor den slag van Ivrj had een Duitscli officier hem om betaling gevraagd. Hendrik, die altijd met geldgebrek had te worstelen, liad ze geweigerd en hem toegeduwd, dat geen man van eer geld vraagt den dag voor een veldslag. Den volgenden morgen berouwde hem dit harde woord; hij zocht Schomberg — zoo heette de vreemde krijgsman — op en verzocht hem vergeving. //Je vous ai offence: cette journée peut être la derniere de ma vie: je ne veux point emporter Fhonneur d'un gentil-homme: je sais votre valeur et votre mérite: pardonnez-moi et embrassez-moi.quot; Slechts weinigen, die met hem in aanraking kwamen, vermochten op den duur aan zijn persoonlijken invloed, onweerstaanbaar als hij zijn kon, zoo hij wilde, weerstand te bieden. jNu eens won hij do onwilligen door hartelijke gemeenzaamheid: dan eens deed hij ze buigen voor zijn vorstelijke hoogheid. Maar geen persoonlijke beminnelijkheid noch vorstelijke rang was in staat de valsche verhouding te wijzigen, waarin hij tot zijne aanhangers stond. Koning van Frankrijk, zag hij een aanzienlijk deel van zijn volk tegen zich in de wapenen: zelf zonder inkomsten, was hij afhankelijk van de ondersteuning, die eigenbatige volgelingen hem wel wilden ver-leenen, voor zoover het met hun bedoelingen overeen kwam. Het moreel overwicht, dat hij behoefde, om zijn wil hun

ocr page 86

7S DE OVEUGANG VAX HENDRIK IV.

op te leggen, bezat liij niet. Dit was, wat niemaud op dat oogenblik zelf berekend had, door de declaratie van St. Cloud gebroken. Hij liad de erkenning der katliolieke hoofden verworven, gekocht als 't ware door een verklaring, waaraan niemand toen waarde had gehecht, maar die feitelijk zijn erkenning als koning op een anderen grondslag, dan die in de wettigheid zijner rechten en aanspraken gelegen was, deed berusten, üeze koning van Frankrijk, zoo konden d'O, Biron en anderen spreken, was hun schepping.

Wie in een dergelijke moeielijke verhouding den invloed on het overwicht wil behouden of verkrijgen, dat tot de hooge plaats geacht wordt te beliooren, moet door de meerderheid van zijn moreel en intellectueel karakter vergoeden, wat aan de reëele kracht zijner positie ontbreekt. Door zijn ootmoedige toewijding aan zijn overtuiging moet hij meesleepen, door zijn juister inzicht in de behoeften van 't oogenblik en de keus der middelen voorlichten, door de strenge moraliteit van zijn karakter, dat elk denkbeeld van baatzuchtige berekening als lasterlijke aantijging onmiddellijk doet verwerpen, tot volgen dwingen. Zulk een karakter was Willem de Zwijger geweest. Maar Hendrik IV was een luchtige, vroolijke Gascogner. Hij bezat een hooggestemd gevoel van zijn vorstelijke waardigheid, dat hem menig fier en schoon woord op de lippen legde. Maar hij was geen domineerend man, wiens tegenwoordigheid ieder aanwezige tot het bewustzijn van zijn minderheid bracht. Hij was een beminnelijk man, wien men veel vergeven, d\en men liefhebben kon; die het talent bezat om met een hartelijk woord de neiging tot zelfopoffering wakker te roepen; die den krijg voerde als een soldaat, zich wagende als ieder zijner minste krijgslieden, om hun zucht tot na-

ocr page 87

Di: OVKKPrANG VAX HENDRIK IV

79

volgiug op te wekken, en door liet bewustzijn, dat de koning alle gevaren, lief en leed, met hen deelde, hun trouw aan zijn persoon te versterken. Docli de meerderheid, die een onwankelbare overtuiging, d. i. een geloof, geeft, was zijn deel niet. Hij was Protestant; nu ja, omdat zijn ouders, en voornamelijk zijn onvergetelijke moeder Protestantsch waren geweest. Voor deze religie hadden zijne ouders, geleden: hem zelf bad zij bijna het leven gekost. Met de traditie van zijn vrije jeugd op de bergen van Bearn was zij innig verbonden, en hij kon zich niet voorstellen, dat hij haar in waarheid zou laten varen om een kerkgeloof aan te nemen, zoo rijk aan dwaasheden als het katholieke. Maar die negatieve gehechtheid schonk geen positieve kracht. Op zijn leven oefende zijn geloof geringen invloed uit: de Protestant was niet deugdzamer dan de Katholiek uit zijn omgeving. Hendrik IV, tijdgenoot en, naar men zegt, geestverwant van Eabelais, kon door de kracht en bezieling, die van zijn religieuse overtuiging uitging, anderen niet belieerschen. Hij zelf was er aan gehecht als aan een der heiligste herinneriugen uit het ouderlijk buis, die de man in 't leven inedeneemt. Het denkbeeld, om bet te verlaten, kwetste ziju gehechtheid aan de souvenirs van zijn jeugd, en niet minder, zoo niet meer, zijn vorstelijken trots. De gedachte ergerde liem, dat hij voor dien prijs de kroon zou koopen. Doch die ergernis zou geen hinderpaal zijn, die onoverkomelijk was. Dat wisten zijne hovelingen, dat wist ieder, die Hendrik kende. Die levenslustige, gevoelige man, die door eiken indruk werd medegesleept, en het lastig vond telkens bestraffingen van zijn overtredingen te moeten aan-hooren, mocht een tijdlang door zijn trots worden weerhouden, om toe te geven aan de eischen der meerderheid.

ocr page 88

80 DK OVERGANG VAN HENDRIK IV.

volhouden, volharden kon hij niet. Op bijkans 40-jarigen leeftijd, na lang oorlog te hebben gevoerd, eindelijk in de gelegenheid, om door een enkel woord rust, genot en de hoogste waardigheid te koopen, was Hendrik IV, die met iederen dag meer verslaafd raakte aan genietingen, met de strenge godsdienstige leer, die hij voorstond, in onverzoen-lijken strijd, niet in staat om weerstand te bieden. Zonder ergernis hoorde hij de spotternijen en zinspelingen van zijn hovelingen aan. Toen de hertog van Parma in 1592 Rouaan kwam ontzetten, zei Ohicot, de hofnar47, in tegenwoordigheid van het geheele hof: quot;Monsieur mon ami, je vois bien que tout ee que tu fais ne te servira de rien ii la fin, si tu ne te fais catholique. Tl faut que tu voises u Rome; et qu'estant la tu bougeronnes le Pape, et que tout le monde le voie: car autrement ils ne croiront jamais que tu sois catholique. Puis tu prendras un beau clistère d'eau beniste, pour ach ever de la ver tout le reste de tes peschés.quot;

Krachtiger dan de aanmoediging van personen werkte de loop van den krijg, vooral de afloop van Rouaan1 s beleg. Het leger, dat door het verraad van Biron deels was gedecimeerd, deels na Parma's vertrek moest ontbonden worden, was in Hendrik1 s oog de reddingsplank geweest, om aan de dreigende noodzakelijkheid der afzwering te ontsnappen. Hij had alles ingespannen om dit leger tot stand te brengen: aanzienlijke domeingoederen verkocht, groote leeniugen gesloten , om de millioenen, voor de betaling der troepen benoodigd, te vinden. Met verzekering op verzekering had hij de achterdocht van koningin Elizabeth, die niet sterk aan zijn religieusen ijver geloofde, bezworen, en ook de Duitsche vorsten van zijn vurige gehechtheid aan het Protestantisme overreed. Zoo had hij dit leger bijeen ge-

ocr page 89

DE O VERG AN G VAN HEXDIUK IV

kregen, en al die inspanning, al die kosten waren voor niets geweest.

De inneming van Rouaan liad slechts een ondergescliikte plaats in zijne berekeningen ingenomen. Rouaan zou kern de poorten van Parijs hebben geopend en de val der hoofdstad bad hem onafhankelijk van de katholieke edelen moeten maken. De onderwerping van Parijs zou hem kracht ook tegen Biron enz. hebben gegeven: zijn vorste-lijken wil had hij dan aan de nu zoo trage katholieke edelen kunnen opleggen. De verhouding zou geheel veranderd zijn, en menige intrige, die hem tlians bezwaarde en verontrustte, omdat hij ze uit voorzichtigheid zwijgende moest aanzien, zou hij dan met kracht eu nadruk hebben onderdrukt.

Doch even goed als Hendrik TV hadden de hoofden der katholieke edelen, die hem in naam erkenden, de beteekenis van Rouaan's verovering en haar vermoedelijk gevolg, de overgave van Parijs, ingezien. Zij begrepen, dat dan hun rijk ten einde was, dat dan de druk, dien zij op den koning oefenden, vanzelf zou ophouden. Wie hunner zich de Journee des Barricades herinnerde, wist, wat de volksmassa van Parijs vermocht, zoo zij behendig werd geleid. En zou deze massa, in 't geheim bij voortduring door de politieken bewerkt, weerstand kunnen bieden aan een persoonlijkheid, zoo tot populariteit geschapen als Hendrik IV ? Dezen man, die als 't ware al de nationale fouten in den beminnelijksten spiegel vertoonde, zou het licht vallen om, zoo hij wilde, met den steun der Parijsche burgerij zich van hun juk te ontslaan.

En er was meer. Een groot deel der katholieke edelen, die in 1589, wegschuilende achter de Declaratie, zich aan Hendrik IV hadden aangesloten, waren in het laatst van

Joris sen. 13 fj

81

ocr page 90

8^ DE OVEECtAXG VAN HEXDIIIK IV.

1592 van inzicht veranderd en begeerden zijn welslagen op geenerlei wijze meer.

Tn liet voorjaar van 1591, toen Cliartres belegerd werd, was aan een der jongere leden van liet geslacht Bourbon het denkbeeld ingeblazen, om zich als pretendent naar de kroon aan Hendrik IV ter zijde te stellen. De kardinaal de Bourbon — vroeger de Veudome 48 — meende als katholiek goede kanseu bij de katholieke edelen, die Hendrik volgden, te hebben. Zijn vertrouwde raadslieden, waaronder du Perron, wisten de eerzucht van den weinig be-teekenenden man wakker te schudden. Zij gebruikten hem, om een derde partij te vormen, die, tusschen de Ligue en de royalisten zich plaatsende, hopen durfde, gelijk de houd in de fabel, met de winst te gaan strijken. De kardinaal had zich tot den paus gewend en diens bijstand ingeroepen. Deze intriges van woelzieke en weinig vertrouwbare volgelingen waren den koning spoedig bekend geworden, maar door hem slechts met woorden en met streng toezicht, niet met daden vau geweld, bestraft.

De onbeduidendheid van het lioofd zou deze tiers parti, ondanks de woelzucht van du Perron, spoedig hebben ontbonden, zoo de houding, door Gregorius XIV jegens Frankrijk aangenomen, haar niet ten goede was gekomen. De nieuwe paus49, die zich blindelings door de raadslagen van Spanje liet leiden, zond in April 1591 een bul naar Frankrijk, waarin hij Hendrik IV op nieuw excommuniceerde, en voegde er twee vermaanbrieven aan de geestelijken en de leeken, die een ketter volgden, bij, waarin hij liun uitdrukkelijk gelastte, den koning van ]^a var re onmiddellijk te verlaten.

Onhandiger partij trekken voor Spanje kon moeielijk bedacht worden. Het geringste nadenken kon leeren, dat de

ocr page 91

DK OVERGANG VAN HENDRIK IV.

83

Katholiekeu, die sedert 1589 aau des konings zijde tegen Mayenne en de Spaansche Ligue streden, thans den eerste uiet konden verlaten, om voor de laatsten liet hoofd te buigen. In deze verlegenheid boden de tiers parti en de kardinaal de Bourbon, wiens onbeduidendheid nu een aanbeveling te meer scheen, hun een uitweg aan. Zich aan hem aansluitende, zijne kandidatuur steunende, openden de edelen zich den weg, om door de verheffing op den troon van een Katholiek uit hun midden, over Mayenne en Spanje te zegevieren, zonder den Roomschen stoel de gelegenheid te geven, hen, ter wille van de ketterij van hun pretendent, te veroordeelen. Van dezen kardinaal de Bourbon, die aan hen de kroou zou danken, en wiens staatkundig inzicht verre beneden het lier gevoel van den koninklijken Hendrik bleef, zou het gemakkelijk vallen, voorwaarden af te dwingen, die hun de macht en hem slechts den titel schonk. Zoo vereenigden zicli in broederlijke eendracht hun persoonlijke belangen met de kerkelijke consideratiën, die zij ter wille van hun aanzien bij de natie niet prijs konden geven. Zei ven zonder religieuse warmte, maar door opvoeding, gewoonte, berekening aan de kerk, waarin zij groot gebracht waren, gehecht, sloten zich d'O, d'Epernon, Nevers, de Longueville en andere aanzienlijke katholieke edelen in het laatst van 1591 en den aanvang des volgenden jaars aan de tiers parti aan. Gebrek aan voorwendselen was er niet. Van den ongunstigen indruk, door de pauselijke brieven gemaakt, had Hendrik zich bediend, om ten minste eenigermate aan den toenemenden aandrang der Protestanten te voldoen. In Juli 1591 had hij bij koninklijke declaratie de edicten, in 1585 en 1588 door Hendrik III tegen de Protestanten uitgevaardigd, afgeschaft en de gunstiger bepalingen van de edikten van 1577 en

ocr page 92

84i DE OVERGANG VAN HEND1UK IV.

1580 opnieuw van kracht verklaard. Slechts onwillig en morrende had de kardinaal de Bourbon en zijn aanhang toegegeven; zelfs de maarschalk de Biron had tegenstand geboden, zonder op de vraag van Duplessis Mornaj, waarom hij, die zelf met een protestantsche vrouw en gelukkig gehuwd was, zoozeer op haar geloofsgenooten was gebeten, een behoorlijk antwoord te kunnen geven. De vrees, dat de naderende hulpbenden uit Duitsclilaud, JSTederland en Engeland, gezonden door protestantsche staten, en grooten-deels uit ketters bestaande, hun nog gunstiger bepalingen zouden afdwingen, zoo zij in deze weigerden toe te stemmen, had eindelijk het verzet tot zwijgen gebracht. Maar in 't geheim had het voortgewoeld, en de ongelukkige afloop van den veldtocht in den winter van 1591/92 en van het beleg van Rouaan, bewees dat deze tiers parti machtig genoeg was om te verlammen en de erkenning van Hendrik's koningschap te beletten.

De tweedracht in zijn naaste omgeving, de intriges der tiers parti, de wankele steun der Protestanten, die even weinig als hun katholieke tegenstanders nalieten, den koning in de meest kritieke oogenblikken te verlaten, hebben liet meest samengewerkt om Hendrik IV met het denkbeeld van afzwering te verzoenen. '/Je me suis trouvéquot;, zei hij later tot Mornaj, //sur les bords d'un precipice: le complot des miens ine poussait, et les réformés ne m'appuvaient pas. Je n'ai pas trouvé dquot;autre échappatoire.quot; Door zijn overgang ontnam hij der sterkste partij het voorwendsel, om zich tegen hem te verzetten, het volk tegen hem op te ruien of zelfs ook maar gebrekkig hem te ondersteunen. Zijne afzwering van de protestantsche ketterij deed de harten van geen der katholieke edelen warmer voor hem kloppen: maar zij won de menigte van goedgeloovige volgelingen der

ocr page 93

DE OVKKGAN'a VAN HEX DIUK IV.

geestelijkheid, liet door de kerk verhitte en medegesleepte deel der natie, voor zijne erkenning. In naam van den godsdienst had de Ligue de wapenen tegen hem gevoerd. Zoodra de ketter in de moederkerk was weergekeerd, veranderde de tegenstand van karakter. De katholieke Hendrik IV werd voor de natie de vertegenwoordiger der nationale onafhankelijkheid, tegenover de aanslagen van het buitenland.

Het heeft, vooral ia later tijden, nooit aan stemmen ontbroken, die te goeder trouw meenden, dat de koning gemakkelijk een anderen weg had kunnen betreden. Indien hij geweigerd had tot de Roomsche kerk over te gaan, maar de katholieke kerk van Frankrijk van den Heiligen Stoel afgescheurd, had hij evenzeer als door zijn overgang zijne erkenning van de natie verworven. Het zijn inzonderheid protestantsehe auteurs, die deze meening voorstaan. Natuurlijk laten zij niet na, op klachten van katholieke predikers over het zedebederf, op de duidelijk uitgesproken behoefte aan hervorming der kerk, als op zoo vele bewijzen voor de juistheid hunner meening, te wijzen. Doch geen onpartijdig onderzoeker dezer dagen kan die meening deelen. Afscheidingen van liet kerkverband, dat de deelen der katholieke kerk aaneenhecht, zijn slechts tot stand gekomen, als de staat of om politieke of om religieuse redenen op den steun des volks kon rekenen. De moeielijkheden, waarmede Hendrik VIII had te worstelen, die met meer vastheid van karakter zijn doel najaagde, dan waarover Hendrik IV kon beschikken, leeren, lioe zwaar het een natie valt in regeeringsinzichten te berusten, wier doel-tretfendheid zij niet inziet. Waar een krachtig levende publieke meening ontbreekt, slagen dergelijke hervormingen niet. De vervolgingen onder Maria hebben meer voor

85

ocr page 94

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

EngelancTs afscheiding van Rome gewerkt, dan de politiek van Hendrik VTII. De dochter rechtvaardigde in de oogen des volks het werk des vaders en bereidde den weg voor dat van Elizabeth. Doch in die gunstige positie bevond zich Frankrijk noch Hendrik in 1592. Aan het einde van een dertigjarigen burgeroorlog Frankrijk tot een breuk met Eome te willen dwingen, ware niets anders geweest, dan de kroon aan de tegenstanders over te geven.

Elizabeth's gezag was gevestigd; staatslieden van kennis omringden haar; de publieke opinie wees haar den weg. Maar waar zou Hendrik die bondgenooten, die medestanders hebben gevonden? Ook al neemt men aan, dat de Protestanten in zijn halve ontrouw, ter wille van het nationaal belang, zouden hebben berust, er is geen grond om te meenen, dat de katholieke edelen, die tot dusver hem volgden, hem hadden blijven steunen. De invloed der Ligue had te diep op de gezindheid inzonderheid der lagere klassen ingegrepen, dan dat de volksmenigte berusten zou in een afscheiding van Rome, volgens alles wat haar sedert jaren was geleerd, de haard der hoogste waarheid. Leiders en hoofden van volksbewegingen mogen ter wille van hun belang van overtuiging, als van kleed, wisselen, de groote menigte volgt niet snel. Moreele en religieuss convictiën zijn de eenige schat der armen en onkundigen. Zij klemmen er zich aan vast, als het hoogste en dierste, wat zij bezitten. Zij laten het niet los en geven liet niet prijs, en offeren voor het behoud gewilliger dan rijker en hooger standen het leven op, dat toch zoo weinig aantrekks-lijks bezit.

Zoo al de katholieke edelen, die Hendrik omringden, het denkbeeld van afscheiding hadden goedgekeurd, de groote menigte, de massa des volks zou zich op de zijde

86

ocr page 95

DU OVERGANG VAX HENDRIK IV.

van den Paus, van de Spaansclie Ligue Lebben geworpen. Geen krachtige publieke opinie zou Heudrik als Elizabeth hebben gesteund. Een heftiger strijd dan tot dusver ware ontbrand, waarin de kracht van een religieuse passie aau Hendrik1 s tegenstanders het overwicht zou hebben verschaft. Wat de Protestant Hendrik van Navarre, zwak gesteund en heimelijk tegenwerkt door het wantrouwen zijner verdeelde aanhangers, in 1589—1593 niet had vermocht, dat zou de Gallikaan Hendrik IV, slechts bijgestaan door onwillige en morrende Protestanten en door weifelende en wankelende Katholieken, nog veel minder hebben kunnen bewerken. Slechts als Protestant, niet als Gallikaan, had Hendrik IV Frankrijk knnneu leeren, dat de staat boven de kerk geldt.

Of zou wellicht de steun der Er arische geestelijkheid, de traditie van de Gallikaansche kerk, bij machte zijn geweest hem de overwinning te verschaffen? Er is geen grond, om het aan te nemen. Tn overeenstemming met de pausen, onder herhaald beroep op de goedkeuring van het hoofd der kerk, hadden de geestelijkheid en de monniken door geheel Frankrijk het volk in beweging gebracht. Kerk en religie waren in de oogen des volks woorden van

O •-1

gelijke beteekenis; godsdienst zonder kerk een ondenkbare zaak. Waar was in Frankrijk de geloovige te vinden, die, na jarenlang de ophitsingen tegen Hendrik den ketter te hebben aangehoord en als waarheid aangenomen, nu op eenmaal aau zijn goed recht tegenover den Paus zou hebben geloofd? Indien de Pauselijke Stoel, gelijk te verwachten was, Frankrijk met ban en interdict trof, zouden de katholieke volgelingen des konings zich dan door de verzekeringen van Fransche bisschoppen laten gerust stellen? De Fransche kerk had, tegenover de Protes-

87

ocr page 96

DK UVKIIGAXG VAN I(r.X15IIIK IVr.

tauten, liet pauselijk aanzien bij de groote menigte zoo zeer iu bescherming genomen en doen rijzen, dat zij zelve het thans niet kon vernietigen. Den afgod, dien zij had opgericht, kon zij niet met eigen hand nedenverpen. Zij, Avicu zij de knieën had doen buigen, zouden zich tegen haar verheffen en haar als heiligschenster gehoorzaamheid weigeren. De logen straft den logenaar het zwaarst.

Doch ook de lust tot den vermetelen aanslag ontbrak. Het is zoo: men kan wijzen op onzamenhangende uitlatingen van dezen en genen priester, op de praatjes van den dag, door tijdgeuooten ons bewaard, die reeds kandidaten voor het aanstaande patriarchaat van Frankrijk aanwezen; op woorden van goedkeuring, door Hendrik IV aan stoutmoedige berispers van Rome gericht. Doch het zijn niets dau geïsoleerde feiten en woorden, openbaringen van persoonlijke eerzucht, die in troebel water zoekt te visschen; berekeningen van hovelingen, uitingen van geestelijken hoogmoed en gewetenlooze speculatiezucht. Onder de waarlijk ernstige leden der geestelijkheid waren er ongetwijfeld, die zicli in gemoede ergerden aan de aanmatiging des Pausen, om over Frankrijk, als ware het een wingewest van den Roomschen Stoel, te beschikken. De waardige verklaring waarmede de prelaten te Chartres, in September 1591, 's Pausen bullen beantwoordden 50: '/nous déclarons ces excommunications nulles dans la forme et dans le fond, injustes, foudroyées a la suggestion des ennemis de la France, et incapables de lier ni les eveques, ni les autres catholiques francais fidèles au Roy1', vond bijval bij een groot deel der Fransche geestelijken; maar zoo de woorden //sans préjudicier au respect et a l'honneur dus au Papequot; vervangen waren door de opzegging van de gemeenschap met Rome, zouden zij slechts het sein tot een

88

ocr page 97

DE OVEllGAVG VAN' HEN DUIK IV.

nieuwen godsdienststrijd, heftiger dan den vorigen, hebben gegeven. Geen kerkelijk staatsman stond Hendrik ter zijde, onbesproken, onaantastbaar en eminent genoeg, om de lagere rangen der kerkelijke hierarcliie met zich mede te sleepen en door deze de massa te beheersehen. Een der geestelijke mannen, die in deze dagen het meest op den voorgrond trad, was du Perron. Hij had eens aan Hendrik III in een geleerd betoog het bestaan van God bewezen. De koning had aandachtig toegeluisterd en de kunde eu bekwaamheid van den prelaat bewonderd. Doch hoe stond hij verbaasd en hoe groot was niet zijn ergernis, toen du Perron, aan het einde gekomen, hem aanbood, thans ook het tegenovergestelde, het niet-bestaan van God, te bewijzen. Met zulke sophisten roept men geen hervormingen in liet leven.

In de groote beweging, die liet Fransche staatslichaam sedert een halve eeuw schokte, had zich een element geopenbaard , dat een groote toekomst voor zich had. De democratie in de Ligue had met het democratisch element in het Calvinisme gemeen, dat het de erkenning van den tiers état op het staatsgebied eischte. Tn de Nederlanden had de Prins van Oranje vooral door de steun der burgerij het verzet tegen Spanje met goeden uitslag gevoerd. De adel en de kerk waren in den Spaanschen opstand ondergegaan. Zij, vroeger de lieersehende machten daar gelijk overal waar het leenstelsel had gezegevierd, waren door den volkskrijg van allen overheerschenden invloed beroofd. In Frankrijk was de adel niet gedecimeerd, als in de Nederlanden; eu evenmin de kerk van macht beroofd. Voor een staatsman, die in de schijnbaar onbewuste schokken en bewegingen des tijds de geboorteweeën van nieuwe krachten weet op te merken, ware het wellicht een verlokking ge-

89

ocr page 98

DB OVERGANG VAN HENDRIK IV.

weest, den tiers état onder een gemeenschappelijk vaandel tegen de oude lieerschers der middeleeuwen te vereenigen. Maar wat een Willem de Zwijger, onder gunstiger om-standigliedeu dan waarin Frankrijk zich bevond, had tot stand gebracht, was een te zwaar werk voor een Hendrik IY. Trouwens, er is geen spoor, dat hij eenig denkbeeld van zulk een politiek heeft gehad. De man, die tegenover Villeroj zijn rechten in deze woorden kleedde: //Je suis roi legitime: je dois imposer la loi a mes sujets et non la recevoir d'euxquot;, stond, hoe hoog ook, te laag om in de voetstappen van den Zwijger te treden. Hendrik IV staat aan den grenspaal der middeleeuwen, maar hij mist de kracht om ze voor zijn land te sluiten.

ïlet is onmogelijk, het juiste tijdstip aan te geven., waarop Hendrik tot den overgang besloot, 't Zou ook geen waarde hebben, al konden wij het. Een karakter als het zijne, dat door de wederwaardigheden van den krijg niet gestaald, maar verzwakt werd, was niet tegen den ontzenuwenden invloed van den passieven tegenstand zijner volgelingen bestand. Iedere golfslag van den tegenspoed voerde hem ongemerkt verder van zijn oorspronkelijk standpunt af. Groote, krachtige karakters worden door een enkelen beslissenden schok tot omkeer gebracht. Die inspanning van 't leven was voor Hendrik geheel overbodig en werd daarom bespaard. De natuur verspilt haar krachten niet. De rustige, kalme, eenvoudige loop van zaken, zooals hij uit de verhouding en krachten der partijen vanzelf voortvloeide, bracht hier de uitkomst te weeg.

Toch kan men zeggen, dat in het leger van Eouaan de overtuiging, dat een dergelijke stap niet lang meer te vermijden zou ziju, Hendrik en zijn omgeving meer dan

90

ocr page 99

DE OVERGANG VAN HEXD1UK IV.

vroeger begon bezig te houden. De verwachting van de wonderen, die hij met dit groote protestantsche leger zou uitwerken, was te overspaunen geweest, dan dat de teleurstelling hem niet diep ontmoedigde. Hij gaf zijn toestemming tot onderhandeling met de partij van Mayenue. Ook vroeger waren er pogingen toe gedaan, doeh steeds, zonder een gunstigen uitslag. Ditmaal was er grond tot goede hoop. De krachten der Ligue waren meer dan te voren uitgeput; minder dan ooit voelde Mayenne zich in staat, den strijd vol te houden, zonder Spaansche hulp duur te koopen. Van zijne zijde had Hendrik IV een stap gedaan, die de toenadering tot de Ligue gemakkelijker scheen te maken. Tn 1589 had hij verklaard, zich aan de beslissingen van een algemeen concilie te zullen onderwerpen, lu Juli 1591, toen hij er prijs op stelde, dat de bisschoppen openlijk voor hem tegen den Paus partij trokken, had hij zich met een kleiner kring tevreden gesteld; hij beloofde zich te onderwerpen aan een concilie, '/ou a, quelque assemblee notable et suffisante.quot; Bescheidener kon het moeilijk. Wie waarachtig, uit eerlijk gemoedsbezwaar, den koning had bestreden, hij kon nu tevreden zijn.

Maar Mayenne en de zijnen waren er uiet mede tevreden. Voor hen was de godsdienst de vlag, het eigenbelang de ladinsr, die zij in veiligheid trachtten te brengen51. Hun ideaal, een roi faineant, omringd en afhankelijk, als de eerste Gapetingers, van oppermachtige leenmannen, die den landvorst slechts den titel gunden en zich zeiven de macht voorbehielden, lieten zij zoo snel niet los. Het kost moeite, van een droombeeld, jaren lang nagejaagd, afscheid te nemen; vooral, waar die afstand met opoffering van eigen-batige uitzichten gepaard gaat. De vorderingen van Mayenne stellen de onreinheid der beweegredenen, die het ongelukkige

91

ocr page 100

DE OVKllGtANG VAN' HENDRIK IV

hmd aau al de jamineren vau dcji burgerkrijg voortdurend overgaven, iu het scherpste licht. Niet minder dan dertieu gouvernementen eischten de adellijke hoofden der Ligue voor zicli iu erfelijk bezit. De koninklijke macht en inkomsten zouden in die provinciën, waarin zelfs de- benoeming der plaatselijke kommandanten en de verdeeling der garnizoenen door keu zou geschieden, van geen de minste beteekenis meer zijn. Groote jaargelden en, karakteristiek genoeg, de betaling van alle schulden van een twintigtal hunner, vorderden zij bovendien 52. Indien de koning in gelijke verhouding de groote edelen, die hem volgden, beloonde, zou er van de :23 gouvernementen, die Frankrijk telde, geen enkel voor hem zelf overblijven: quot;II nV avait desormais rien en France de moins roi que le roi.quot;

Zulke voorwaarden waren onaannemelijk; op deze eischen brak de onderhandeling af. quot;lis nous veullent faire acheter Testatquot;, zei Duplessis. De koning van Frankrijk kon de erkenning van oproerige edelen niet door de vernietiging van het werk zijner voorgangers koopen. De partij van Mayenne nam den schijn aan, alsof zij zich verbaasde, dat tegen zulke conditiën bezwaar werd gemaakt: quot;zij begeerden den vrede niet, de oorlog was meer in hun belang.quot;

Hoe weinig die grootspraak waarheid behelsde, kon een vluchtige blik op de kaart van Frankrijk in den zomer van dit jaar (1592) leeren. Nergens was het aan de partij der Ligue gelukt, den koninklijken aanhang ten onder te brengen; overal werd de strijd al sedert drie jaar voortgezet. Met afwisselend geluk werd in de provinciën gestreden ; in sommige hadden de royalisten de bovenhand, en waar de Ligue zich de sterkere mocht noemen, had zij

92

ocr page 101

DE OVEllRANG VAX HENDRIK IV

het alleen aan den steun van het buitenland te danken. Indien Savede, indien Spanje zijne troepen terugtrok, wat zou er van de Ligue in Bretagne, wat in Provence en Languedoc worden? Poitou en Limousin, waar Hendrik's aanhangers verreweg de sterksten waren; Lotharingen, door Tureune, tot hertog van Bouillon verheven, ernstig verontrust , gaven het antwoord. Zoo het buitenland den krijg niet voedde, kon de Ligue ten minste niet beletten, dat de doornenkroon van Hendrik IV eerlang, naar de uitdrukking van Duplessis-Mornaj, in waarheid een leliekroon wierd. Toen de dood den koning van den dubbelhartigen maarschalk de Biron had verlost, zag men in het kleine leger van Hendrik zijn wil meer geëerbiedigd. De blokkade van Parijs werd op nieuw aangevangen, en ditmaal ernstiger dan vroeger volgehouden. De gouverneurs dei-omliggende steden vingen aan, minder zachtmoedig voor de bedreigde hoofstad te worden. De toevoer van levensmiddelen werd nadrukkelijker geweerd, de afsluiting der stroomen strenger gehandhaafd. Op een eiland in de Marne bouwde Hendrik IV een fort, eerlang Ville-Badauds geheeten. De werkzaamheden aan dit fort, in September opgericht, werden door May enne met onrust gadegeslagen ; doch tevergeefs poogde hij ze te verstoren. Het was duidelijk ; de kring, waarin de Ligue zich bewoog, begon enger te worden. Het wettige koningschap, hoe zwak ook aan krachten, dreigde in zijne omarming de nog zwakkere rebellie te verstikken.

Spanje en de Paus waren tot dusver hare getrouwe bondgenooten geweest; zoo deze haar ontvielen, was haar ondergang nabij. In plaats van den heftigen Gregorius XIV was in liet begin des jaars Clemens XIV opgetreden, 's Konings katholieke aanhang hoopte en verwachtte, dat

93

ocr page 102

94 DE OVKIIGAXG VAN HENDRIK IV.

liet nieuwe hoofd der kerk, die zijn voorganger in kennis eu beschaving verre overtrof, een kalmer, verstandiger staatkunde zou volgen, al had hij ook aanvankelijk de bul van Gregorius hernieuwd. Zij stelden aan Hendrik voor, uit hun naam een gezantschap naar Rome te zenden, dat Clemens zou pogen te winnen. De parlementsleden, die te Tours waren vergaderd, verzetten zich nadrukkelijk tegen het plan, maar Hendrik keurde het goed. Hij deed een nieuwen stap iu de richting, sedert Juli 1591 ingeslagen, en verbond zich om onderricht te ontvangen, quot;avec désir et intention de s'unir et joindre a TEglise catholique.quot; In de geheime instructie, die hij aan Gondi, den Parijschen bisschop, medegaf, maakte hij zijne toezegging, om te doen, //wat het staatsbelang van hem eischtequot;, afhankelijk van de zekerheid, dat de gehoorzaamheid, waarop hij recht had, hem niet langer door zijne onderdanen zou worden geweigerd. «Anders zou hij gevaar loopen uitgelachen te worden door de eene, eu verlaten door de andere partij.quot;

Al was er voorloopig geen vrucht te wachten van deze zending, die Mayenne, uit wrok over Spanje1 s eischen, eerst had beloofd te ondersteunen, maar later tegenwerkte, zij bewees toch, dat de royalistische partij het wit scherper in quot;t oog begon te vatteu en voor geen stappen terugdeinsde, die om het te bereiken noodig schenen. Uit alles bleek, dat de halfslachtigheid, de weifeling, de onvastheid dei-bewegingen aanving te eindigen. De koning — het was duidelijk — bereidde zich op een beslissenden stap voor Wat zou er van Mayenne, wat van de Ligue worden, zoo Hendrik openlijk zich bereid verklaarde de ketterij af te zweren, en de hoofdstad zich aan hem onderwierp?

In Parijs was de stemming der gemoedereu zeer veranderd. De moord van Brisson had de oogen der gezeten

ocr page 103

DE OVEUCrAN3 VAN HEX DUIK IV.

burgerij voor het gevaar van Spauje's vriendschap geopend. Hoe warm zij May enne had toegejuicht, toen hij aan de bloeddorstige raadslagen van den Gouseil des Seize een eind had gemaakt, de middenstand had het niet vergeten, dat de adel liet eerst het gemeen in beweging had gebracht. Scherper dan te voren zagen de nadenkenden het gevaar van dit bondgenootschap in. Al de ellende, die Parijs had geleden, dankte zij aan de Ligue. De rampzalige toestand, waarin de hoofdstad voortdurend verkeerde, daar de afsluiting der rivieren den handel dagelijks meer knakte, was de vrucht van Mayenue's politiek en van liet woelen der geestelijkheid. De Seize, wier raad hij in December had ontbonden, waren zijne werktuigen en partijgenooten geweest. Hun schoon vaderland werd overstroomd door vreemde krijgsbenden, die het kwamen plunderen en be-rooven, om het te onderwerpen aan een vreemd vorst. Was het zoover met Frankrijk gekomen, dat het zich gelukkig moest achten, tot voetwisch van den vreemdeling te dienen?

Onder den bevrnchtenden adem van lijden en ontbering herleefde het door kerkelijkeu haat onderdrukte nationale eergevoel. De Parijsche middenstand schaamde zich, dat hij zich had laten misleiden. Wat was er geworden van al de groote beloften ? De Ligue was machteloos: zonder Philips kon zij niet staande blijven; en de man, die tegenover het buitenland de vertegenwoordiger der nationale eenheid , tegenover het binnenland, van het monarchaal gezag mocht heeten, stond, hoe zwak ook aan krachten, onoverwonnen na een kamp van drie jaren daar. Een ketter werd hij geheeten .... was het geen ketterij, Frankrijk aan den Paus en aan Spanje te onderwerpen?

Reeds in den aanvang van 1592 trad de krachtig aan-

95

ocr page 104

DE OVERGAN'G VAX HENDRIK IV.

gewassen partij der politieleen in de hoofdstad handelend op. In Januari werd een vergadering gehouden van burgers, uit allerlei kring en stand, waarbij ook enkele pastoors versclienen, die aan den omkeer der publieke meeuing den moed outlecnden, om voor hun ware gevoelens uit te komen. De aanwezigen besloten zicli eng aaneen te sluiten en tegen de herleving van de partij der Seize te waken, door geen dezer in eenige stadsbetrekking toe te laten 3:!. Sinds breidde zich de beweging met iederen dag uit. Zenuwachtig, gelijk • uitgeputte lichamen zijn, kon Parijs liet uitzicht op nieuw lijden, dat de nauwere insluiting der stad opende, niet verdragen. Tal van geruchten, waarvan, zooals een tijdgenoot opmerkt, het al zeer wel was, zoo er een enkel waarheid behelsde, onderhielden de spanning. Het lijden der laatste jaren was nog te versch in ieders herinnering; de wouden waren nog te zeer bloedende;, dan dat de gedachte aan herhaling en hernieuwing niet den polsslag harder deed kloppen, den bloedstroom sneller door de aderen joeg.

Doch de actie werkte, gelijk steeds, reactie. De bedwelming was te groot en te algemeen geweest, dan dat zij op eenmaal geheel kon wijken. De invloed der monniken en priesters liet zich niet met één slag vernietigen. De partij der Seize herleefde en de oude bloeddorstige predikatiën werden opnieuw van de, kansels gehoord. Weer beproefde de kerk, wat zij met de booze hartstochten der onkundigen en der slechten vermocht te bewerken. De politieken wonnen iutusschen steeds aan getal. Onderhandelingen over verzoening en samenwerking liepen zonder uitslag af; slechts bittere verwijten en dreigende woorden brachten zij voort. Maar geen bedreigingen schrikten de politieken af. Toen in September liet nieuwe fort op de

96

ocr page 105

DE OVERGANG VAX HENDIUK IV.

Marne voor de oogen der verschrikte Parijzenaars verrees, werd in een hunner bijeenkomsten het voorstel gedaan, om zich vrijwillig aan den koning te onderwerpen, quot;qui estoit prince remplj de clemence, qui sans doute les rece-vroit humainement, et vivroit-ou sous luy en paix en Texercice de la religion catholique-romaine.quot;

Hoe zou een ernstig staatsman zich van een beweging als deze hebben bediend! Hoe zou hij de behoefte, die zich in dezen afstand van elk denkbeeld van geloofsverandering uitsprak, hebben geleid, om liet middeleeuwsch beginsel, dat voor het dragen der kroon het lidmaatschap der katholieke kerkgemeenschap onmisbaar was, voor altijd te vernietigen!

Doch Hendrik IV was beter soldaat dan staatsman; en de politieken te Parijs wisten hun denkbeeld niet te doen zegevieren. Toch was het een overwinning op de Ligue, toen in October de meerderheid der Parijsche kwartieren — les semonneux — besloten den koning van Navarre te bidden, van godsdienst te veranderen en inmiddels met hem over vrijheid van handel in overleg te treden. Parijs, de haard, de hoofdstad der Ligue, trad met den ketter in onderhandeling, bood hem de hand.

Als een donderslag trof het bericht den hertog van Mayenne. Het ongeloofelijke scheen mogelijk: Parijs dreigde hem te ontsnappen.

Vergezeld van eenige troepen snelde hij naar de hoofdstad, om den opstekenden storm te bezweren. Tusschen twee partijen had hij te kiezen: de politieken, die de traditie der Ligue verwierpen, en de Seize, die hun wrok tegen hem volstrekt uiet verheelden. Jammerlijk was zijn houding; beurtelings hoog en kruipend, zocht de trotsche edelman, die steeds de diepste minachting had gevoeld voor lagere

Joris sen. I3 7

97

ocr page 106

DK 0VE11GANG VAN' HEND1UK IV

maatschappelijke standen, dan waarin hij was geplaatst, en ze slechts duldde als zijn werktuigen en speelballen, de strijdende partijen door weerzijdsehe vrees te beheerschen. Ten deele gelukte het hem; doch meester van den toestand werd hij niet meer. Parijs richtte het verzoek aan quot;den koning van Navarrequot;, om voor de hoofdstad en de andere steden des rijks 54 vrijheid van handel te vragen.

De eerste stap was gedaan; zou de volgende, die van onderwerping, achterwege blijven?

Majenne meende het te kunnen beletten. Zoo hij gehoor gaf aan den aandrang van het Parijsche parlement, om eindelijk de Etats Générnnx bijeen te roepen, vleide hij zich met den steun van eene nationale vertegenwoordiging de partij der politieken te onderdrukken.

Reeds tallooze malen was de samenkomst der Etats Géné-raux, waarop ook Panna in naam zijns meesters had aangedrongen , door Mayenne toegezegd. Zelfs waren zij herhaaldelijk door hem samengeroepen, maar nooit was liet hem en de zijnen ernst geweest. Thans, nu de politieke partij het hoofd krachtig opstak. waren zij de eenige uitkomst, die hem overbleef. Parma, die zicli gereed maakte om voor de derde maal Frank rijk binnen te trekken, wilde Reims of Soissons als vereenigingsplaats aangewezen zien. Die beide steden zou hij gemakkelijk met zijne troepen kunnen beheerschen, en de Etats Géne ra ux dwingen tot de keus, die zijn meester wenschte. Doch Mayenne wilde er niets van hooren en berekende, dat de hoofdstad meer met zijn belangen overeenkwam. De politieken te Parijs zouden de keus van Philips 1.1 beletten en deze, door vrees voor de erkenning van den koning van Navarre, gedwongen worden zijn eigen kandidatuur te laten varen, om die van Mayenne te bevorderen. Zoo meende het

98

ocr page 107

DE OVKRGANG VAN HEND1UK IV.

hoofd der Ligue nog altijd in troebel water te kunnen vissollen.

Doch één medespeler op het groot tooneel der historie had hij buiten rekening gelaten. De dood kwam tusschen-beide en verwarde de quot;kansrekeningen der intriganten. De hertog van Parma stierf den 2llen December. Oogenschijnlijk was zijn dood een uitredding voor May enne, die op eenmaal van het lastige en hinderlijke toezicht en den meesterachtigen drang van den uitnemenden staatsman ontslagen werd. In waarheid was die dood het doodvonnis over de partij der Ligue. Het prestige, dat de groote veldheer tegenover vriend en vijand had bezeten, hield op, Hendrik's tegenstanders te steunen. Parma's leger liep uiteen; mannen, aan Frankrijk onbekend, traden in zijn plaats als leiders der Spaansche diplomatie op; de grootschheid en breedheid van opvatting, die Parma zoowel in het beramen als in het uitvoeren hadden gekenmerkt, werd voortaan geheel gemist. Philips' kleinheid en bekrompenheid zouden niet alleen de vervulling zijner eigene wenscheu beletten, maar ook de belangen zijner bondgenooten schaden en belemmeren. Zonder Spanje vermocht de Ligue niets: dat hadden de jongste jaren geleerd. Wat zou Mayenne, nu van alle kanten afval dreigde, kunnen tot stand brengen, zonder de hulp van Farnese, die de door belang en inzicht zoo uiteen-loopende deelen der Ligue door vrees en overmacht bijeen had gehouden?

Doch de trotsche edelman gaf zich van den waren staat van zaken geen rekenschap. Hij meende, dat de afkeer van Spanje ook de politieken zou dwingen zich in zijne armen te werpen. Dat de onhandige politiek van den Iloom-schen Stoel aan Fransche Katholieken den moed zou geven, om, tegen den wil van het hoofd der kerk, die Hendrik's afge-

99

ocr page 108

DE OVERGANG VAN HENDRIK IV.

vaardigden niet ontvangen wilde, quot;den koning van JMavairequot; te erkennen, achtte hij onmogelijk. Aan zijn eigen impopulariteit, aan den wrok, die in Parijs tegen hem heerschte, aan den ongunstigen indruk, dien zijne nederlagen hadden gemaakt, dacht hij niet. Toen hij ih December de opening der Staten tegen den 17tlen Januari 1593 vaststelde, vleide hij zich nog altijd de onmisbare persoon van de Pransche Katholieken te zijn. Zoo weinig gevoelde hij het gevaar, dat zijne wenschen bedreigde, dat hij nog den 5(len Januari eene uitnoodiging richtte tot de katholieke edelen, die Hendrik volgden, om met de Etats Géneraux, die de Ligue naar Parijs had te zamen geroepen, over de belangen van Staat en Kerk in onderhandeling te treden. Alsof de geestelijkheid, die de pauselijke bullen had veroordeeld, en de edelen, die vier jaar hem hadden bestreden, zich ter elfder ure aan hun machteloozen tegenstander zouden onderwerpen! Alsof de aanneming van zijn voorstel door zijne tegenstanders tot iets anders kon leiden, dan om zijn macht en invloed te beperken en de plannen zijner geheime vijanden, de politieken, te bevorderen !

De geschiedenis der Staten van 159-3 is dikwerf breedvoerig door schrijvers van vroegeren en lateren tijd verhaald. Zeer verschillend is de meening omtrent het gewicht hunner overleggingen en de rol, door hen gespeeld. Terwijl sommigen hun het getuigenis geven, dat zij zich jegens het vaderland verdienstelijk hebben gemaakt, worden hunne handelingen door anderen ten strengste afgekeurd. Zij verdienen, mijns inziens, quot;ni cette indignité ni eet exces d'honneurquot;. 55 De Staten van 1593 zijn het beeld der stervende Ligue.

De Staten van 1593 hebben niets tot stand gebracht. Te zamen geroepen om een koning te kiezen, hebben zij

100

ocr page 109

DE OVERG'rAXG VAX HENDUIK IV.

geeu koniug gekozen; liet belangrijkste besluit, dat zij namen, was om de verkiezing onbepaald uit te stellen. Na zes maanden bijeen geweest te zijn, gingen zij, met dit brevet van onvermogen, eigenhandig geschreven, naar huis.

Aan bereid willigen, om de kroon uit hun handen aan te nemen, ontbrak het niet. Er waren er zelfs te veel. Ieder sollicitant — want sollicitanten waren zij, die door hunne agenten de stemmen der Statenleden liepen te bedelen —- ieder sollicitant werkte zijn concurrent tegen. Doch ernstige kandidaturen waren er slechts weinige.

Eigenlijk was er maar één: Philips II solliciteerde voor zijne dochter, Clara Eugenia Isabella. Toen de Staten bijeenkwamen, was het meerendeel der leden voor haar gestemd, en scheen hare verkiezing hoogst waarschijnlijk. Maar de Spaansche koning en zijn diplomatieke agenten te Parijs deden al, wat zij konden, om haar niet slagen te verzekeren. Op het oogenblik, dat het spel bijkans gewonnen was, verminderde Philips den inzet. In plaats van met een krachtig leger Parijs te ontzetten en Hendrik IV met groote overmacht te verpletteren, liet hij de hoofdstad en de Ligue aan eigen machteloosheid over, en schonk daardoor aan Hendrik IV de gelegenheid om belangrijke veroveringen te maken, die de hoofstad meer en meer benauwden. Zoo zou zijn onmisbaarheid blijken, rekende de man in het Escuriaal, terwijl zijn aanhangers twijfelden of zelfs Spanje wel bij machte zou zijn, om hen uit de handen van den ketter te redden.

De erkenning van Clara Eugenia Isabella, afstammelinge van Anna van Bretagne, vorderde hij van de Staten. De pauselijke legaat en de hertog van Eeria, de gezant van Philips, drongen er op aan. Maar zij kon niet gekozen worden, dan met terzij stelling van de Salische wet, die

101

ocr page 110

DE OVERGANG VAN HENDKIK IV.

de vrouwen van de troonsopvolging heette buiten te sluiten5C. Geen krachtiger middel om de Staten hiertoe te bewegen scheen de Spaansche diplomatie te weten, dan om de natie en haar geheel verleden in liet aangezicht te slaan. , In de zitting van 29 Mei betoogde de Spaansche rechtsgeleerde Mendoza, dat een reeks van vorsten, waarop Frankrijk trotsch was, door onwettige uitsluiting van vrouwen hadden geregeerd. Het gemor der aanwezigen bewees, dat zelfs de Kerk het nationaal eergevoel niet vermag te dooden, al weet zij het te verstikken, y Desniettemin zou de Spaansche Ligue hebben getriomfeerd, indien Spanje de rij zijner tegenstanders niet zelf had vermeerderd. Toen de Staten aan Feria vroegen, met wien Clara Eugenia Isabella, als zij gekozen werd, in het huwelijk zou treden, wilde hij eerst niet antwoorden; doch eindelijk noemde hij als den uitverkorene aartshertog Ernst van Oostenrijk! Zulk een kandidatuur deed Spanje1 a eischen meer kwaad, dan Mayenne vermocht.

Te laat zag Eer ia den misslag in. Hij poogde hem te herstellen, door den jongen hertog de Guise te noemen. Zoo hij met grof geld en een krachtig leger diens kandidatuur luid kunnen steunen, misschien ware hij ook nu nog geslaagd. Maar Philips was een te groot financier, om goed geld naar kwaad geld te werpen; hij beloofde slechts belooning met wissels, betaalbaar een jaar na dato En liet krachtige Spaansche leger, dat de Ligue tegen Hendrik behoefde, was evenmin zichtbaar. Zoo boorde nog ter elfder ure Philips met eigen hand de eenige kansen zijner dochter in den grond. En de familie van den jongen de Guise hielp krachtig mede. Een korte wijle kwam wel te Parijs de oude liefde voor het geslacht van den Balafré boven, en //de jonge koningquot; mocht zich een

102

ocr page 111

DK OVEllG-ANGr VAX HENDRIK IV.

oogenblik vermeien in de toejuichingen van het Parijsche gemeen. Maar de liefde onder de familie der Guise's was minder warm. Mayenne dacht er niet aan, zijn neef den troon te laten bestijgen. Niet voor een ander, niet voorde natie, slechts voor zichzelf had hij gewerkt. Hij duldde niet, dat een lid zijner familie den prijs zou winnen, waarvoor hij alles had gewaagd en opgeofferd. Maar van zijn kandidatuur was in de Staten zelfs niet openlijk gehandeld , en er is geen grond, om aan te nemen dat de meerderheid, in strijd met het Parijsche parlement, ooit aan de wenschen van een kleiue partij, die zijne verheffing verlangde, zou hebben toegegeven. Met Spanje1 s steun hoopte hij te slagen, doch wat Spanje schonk of weigerde, het was betrekkelijk een onverschillige zaak. Philips, die voor zijn dochter de erkenning niet kon verkrijgen, kon ze evenmin aan Mayenne bezorgen. De tirma was bankroet. De arme schuldeischers vonden slechts een deficit. Zoo was het einde der Ligue in 1593.

Eu toch verhaastte deze vergadering de uitvoering van Hendrik's geheime plan, om tot de Katholieke kerk over te gaan. Het is blijkbaar dat de koning van de Parijsche vergadering eene nieuwe krachtsontwikkeling der Ligue heeft te gemoet gezien. Ons, die, op zoo verren afstand geplaatst, de juiste verhouding der afmetingen beter kunnen beoordeelen, moge de onbeduidende afloop der États Góné-raux onvermijdbaar voorkomen, tijdgenooten beoordeelen gewoonlijk de gebeurtenissen, die voor hunne oogen plaats hebben, meer naar het gedruisch en de opspraak, die zij wekken. Het is een moeilijke en zeldzaam beoefende kunst, wat men ziet geschieden op zijn juiste waarde te schatten. Hendrik heeft blijkbaar van deze Statenvergadering ge-

103

ocr page 112

lot DE OVERGANG VANT HENDRIK TV.

vreesd, wat de hoofden der tegenpartij er van hoopten. Voor- noch tegenstanders zagen in, dat deze bijeenkomst slechts het stuiptrekken der stervende Ligne was. Allen meenden, dat zij aan het verzet nieuwe kracht en meerdere eenheid zoude geven. De tegenstand zou er door aangewakkerd worden, en de erkenning van Hendrik's koningschap voor jaren verschoven, zoo niet voor altijd uitgesteld zijn.

Scherp en duidelijk spreekt zich deze opvatting des konings in de woorden uit, die de bewerkers der Oeco-n o m i e s 11 o y a 1 e s aan hun held in den mond leggen 37. Sulli, in het begin van Februari 1593 door den koning geraadpleegd, teekende den staat van zaken op deze wijze: //Vous ne parviendrez jamais a Tentiere possession et paisible jouissance dïceluy, que par deux seuls expediens et moyens; par le premier desquels, que est la force et les armes, il vous faudra user de fortes resolutions, severitez. rigueurs et violences, qui sont toutes procedures entiere-ment contraires a vostre humeur et inclination, et vous faudra passer par une miliasse de difficultez, fatigues, peiues, ennuis, perils et travaux, avoir continuellement le cul sur la selle, le halecret 58 sur le dos, le casque en la teste, le pistolet au poing et Tespee en la main; mais, qui plus est, dire adieu repos, plaisirs, passetemps, amours, maistresses, jeux, chiens, oyseaux et bastimens; car vous ne sortirez de telles affaires que par multiplicité de prises de villes, quantité de combats, signalées victoires, et grande effusion de sang. Au lieu que par l'autre voye qui est de vous accommoder, touchant la religion, a la volonte du plus grand nombre de vos sujets, vous ne rencontrerez pas tant d'ennuis, peines et difficultez en ce monde; mais, pour Tautre, je ne vous en responds pas.quot;

ocr page 113

DE ÜVEllGANG VAK HEX DUIK IV.

Sulli, die iu deze woorden bewees hoe goed hij Hendrik kende, sprak eenvoudig uit, wat in het hart des konings omging. Hendrik was den langen strijd moede, eu maakte zich zelf wijs, dat liij zich voor zijn land moest opofferen. De herhaalde verklaringen, dat hij slechts aan Frankrijks belang dacht, de verzekeringen hoe veel moeite het hem kostte het kerkgeloof zijner moeder te verloochenen, bevatten waarheid, maar niet de geheele waarheid. Wie zal durven zeggen, dat hij zich ooit van andere, minder nationale, meer zelfzuchtige beweegredenen is bewust geworden ?

Voor de vorsten der 16de eeuw was er, zoowel in goeden als kwaden zin, geen onderscheid tusschen het persoonlijk en het nationaal belang. En Hendrik IV was zoowel een kind van zijn tijd, als van zijn volk.

De hoofden der katholieke edelen hadden onder 's konings goedkeuring zich bereid verklaard met de États Generaux in onderhandeling te treden. Mayenne. die zich bij het woord zag gehouden, kon zijn toestemming niet weigeren. Ondanks den tegenstand van den pauselijken legaat en van den ambassadeur van Spanje, benoemden de Staten, te Parijs vergaderd, commissarissen, die met de afgevaardigden van de koninklijke Katholieken te Suresne zouden samenkomen.

Het was in hun vergadering, dat in het midden dei-Meimaand de aartsbisschop van Bourges de mededeeling 30 deed, //que leur roy avoit faict assembler plusieurs car-dinaux, evesques et autres gens de sa suite, leur ayant promis de vivre catholiquement, demandant d'estre instruict.11

Den 229lequot; Juli kwamen de opgeroepen geestelijken, prelaten en doctoren te St. Denis te zamen. Het hoofd der tiers parti, de kardinaal de Bourbon, die met ergernis

105

ocr page 114

DK OVKltCxANG- VAN HKNDlt-lK IV.

zijn kansen in rook zag opgaan, wreekte ziek door de bevoegdheid der Fransclie prelaten te betwisten, om zonder vergunning des pausen Hendrik in den schoot der kerk te ontvangen. Doch noch de hooge geestelijkheid van 's konings aanhang noch Hendrik zelf lieten zich afschrikken. Zij wisten, dat het pausdom, als steeds, zich, willig of onwillig, in het fait accompli zou moeten schikken. De beslissing over staatszaken behoort niet aan de kerk.

Den volgenden morgen, den ving het zoogenaamde

onderricht aan. Het mocht niets anders dan een formaliteit zijn. Niemand kou er in ernst aan deuken, om Hendrik wezenlijk te willen bekeeren. En elke illusie, zoo zij soms bij een der vijf bisschoppen bestond, week, als men de luchtige minachting zag, waarmede de koning de zaak behandelde. Achtereenvolgens werden de verschillende stukken der kerkleer doorloopen. Toen er sprake was van de gebeden voor dooden, zei Hendrik: quot;laissons la le Requiem; je ne suis pas encore mort et je n'ai pas envie de mourir.quot; Bij het vagevuur verklaarde hij, het te willen aannemen, om hen plezier te doen, daar hij wist «que c'estoit le pain des prebstres.quot; Doch toen het op belangrijker zaken aankwam, bijv. de leer der mis, werd hij warm; hij verdedigde zich bij zulke punten met vuur, en wist zijne bckeerders zoo veel bijbelplaatsen, die de onwaarheid der katholieke leer bewezen, voor de voeten te werpen, dat een hunner den volgenden dag getuigde, nooit een ketter gezien te hebben, die zoo op de hoogte was en zulke goede gronden wist aan te voeren. Maar wat kon het hern baten? Het staatsbelang vergunde hein niet, overwinnaar te zijn in den theologischen kamp. Als de oude Friesche koning, volgens de legende, zich nog ter elfder ure terugtrekken, dat kon hij niet. Hij was te ver gegaan. Hij gevoelde

lOfi

ocr page 115

DE OVEllGANG VAN HENDIUK IV.

het en gaf' toe. Met tranen in de oogen bracht hij het offer zijner overtuiging: quot;Vous ne me contentes point bien sur ce point et ne ine satisfaites pas coinme je desi-rois, et me Festois proinis par vostre instruccion. Voiei: je mets aujourdhui mon ame entre vos mains. Je vous prie, prenes-j garde: car Ia on vous me f'aites entrer, je n'en sortirai que par la mort; et de cela je le vous jure et pro teste.quot;

Vijf uur had de samenkomst geduurd en met een gevoel van verlichting liet Hendrik de geestelijken van zich gaan. Nog twee dagen, en alles zou voorbij zijn. Als om zich zeiven te bemoedigen door de beteekenis van den stap zich te ontveinzen, spotte hij er mede; quot;Ce cera dimanchequot; — schreef hij aan Gabrielle d'Estrées 60 quot;que je fairay le sault perilleux.quot;

Zondag kwam. Des morgens ten acht ure begaf' zich de koning, door een aanzienlijken stoet van edelen en hovelingen vergezeld, te midden van een van alle kanten samengestroomde menigte, naar de hoofdkerk van St. Denis. Het was snikkend heet: loodzwaar drukte de warmte alles neer.

De hoofddeur was gesloten: Hendrik klopte aan 6I. De , poort werd geopend en de aartsbisschop van Bo urges, omringd van tal van hooge geestelijken, vertoonde zicii. Hij vroeg den wachtende, wie hij was.

quot;Je suis le roy.quot; —

quot;quot;Que demandez vous?quot;

— quot;Je demande estre receu au giron de FEglise catho-lique, apostolique et romaine.quot; --

quot; quot;Le voulez-vous ?quot;

-— quot;Ouy, je le veux et le desire.quot;

En de knieën buigende, legde Hendrik IV deze geloofsbelijdenis af: quot;Je proteste et jure, devant la face de Dieu

107

ocr page 116

DE OVEllGAN'G VAX HENDRIK IV.

tout puissant, de vivre et mourir eu la religion eatliolique, apostolique et romaine, de la proteger et deffendre en vers tous au peril de mon sang et de ma vie, renongant a toutes heresies contraires a ieelle Eglise eatliolique, apostolique et romaine.quot;

Men zegt62, dat een der bisschoppen, die steeds des konings zijde had gehouden, na den overgang van Hendrik IV verklaarde:

//Je suis eatliolique de vie et de profession, et très-fidèle subjet et serviteur du Roy: vivrai et mourrai tel. Mais j'eusse trouvé bien aussi bon et meilleur que le Roy fust demeuré en sa religion, que la changer comme il a fait: car en matière de conscience il y a un Dieu la haut qui nous juge: le respect duquel seul doit forcer les consciences des rois, nou le respect des roiaumes et couronnes, et les forces des hommes.quot;

108

ocr page 117

11

CROMWELL

ocr page 118
ocr page 119

CROMWELL.

De mail, over wieu de volgende bladzijden handelen, mag zich beroemen, steeds belangstelling te hebben opgewekt. Zijn naam is ieder bekend, gelijk die van Augustus en Napoleon en van dat klein getal historische personen, die aan de gewone onverscliilligheid voor verleden tijden en personen ontsnappen. De ongewoonheid van hun levenslot, de grootheid, waartoe zij zich verhieven, verklaart de uitzondering, die men voor hen gemaakt heeft. Zij steken te hoog boven de groote menigte, ook der dooden uit, om niet de aandacht ook der levenden te trekken.

Maar dit is noch de eenige noch de voornaamste reden. Hun namen zijn verbonden aan instellingen en toestanden, die nog niet tot de geschiedenis behooren. De monarchale staatsvorm is in Europa nog niet ondergegaan, het militarisme doet zijn invloed steeds gelden, het godsdienstig fanatisme vlamt om de twee of drie geslachten telken male op en woedt met een kracht, die aan een eeuwige jeugd doet denken. Zij, die met behulp of in strijd met deze machten hun grootheid hebben gegrondvest, zullen de

ocr page 120

CROMWELL.

oogen tot zieli trekken, zoolang hare werking in het lot der mensehheid zichtbaar is.

Aan de voordeelen der hooge plaats zijn altijd ernstige nadeel en verbonden. Van eenzame grootheid is gebrekkige bekendheid onafscheidelijk. Wie geen pairs heeft, wordt door zijue minderen geoordeeld. In het gewone leven is de bekendheid der personen meestal voldoende, om niet enkel op de daden het oordeel te doen rusten. Bij groote historische persoonlijkheden is dit zelden het geval: het tooneel, waarop zij handelen, maakt bijkans hun leven uit. Zij worden daarbuiten niet gekend, omdat zij zoo zelden daarbuiten zich vertoonen. Sympathie of antipathie voor het werk, dat door hen tot stand gebracht is, regelt daarom gewoonlijk het oordeel over de hand die het wrocht.

Sympathie en antipathie zijn slechte gidsen tot rechtvaardigheid. Zij leiden tot liefde of tot haat, zelden tot een billijk vonnis. Het ongeluk, dat alle menschen goed van iemand spreken, heeft Cromwell niet getroffen. Met het hoofd der Katholieke kerk, tegen welke zijn geheele leven was gekant, heeft hij de schimpende eer genoten, voor den Antichrist te zijn aangezien, van wien in het boek der Openbaring wordt gewaagd.

Even onmatig als de afkeuring, is de bewondering geweest. Een gave Gods aan Engeland tot redding van de godsdienstige en staatkundige vrijheid des volks, een tweede Mozes, geroepen om de geloovigen uit het diensthuis en de slavernij te verlossen, hebben zijne vereerders hem geroemd.

Tusschen deze uitersten is plaats voor minder absolute oordeelvelling.

Het is een dwaling, te meenen, dat de strijd tusschen Katholicisme en Protestantisme, dien hij in Engeland heeft

112

ocr page 121

CROMWELL.

beslecht, deze uiteeuloopende uitspraken voldoende toeliclit. Want het historisch verschijnsel, dat Cromwell heet, is te zeer gecompliceerd, te weinig eenvoudig, dan dat men, om het te begrijpen, volstaan kan, zich op het standpunt van eenig kerkgenootschap te stellen. Bij iedere nieuwe beschouwing vertoont het uieuwe zijden, andere kleuren.

De man, die de monarchie heeft omvergeworpen, is dezelfde die al zijn kracht heeft aangewend om haar te herstellen. De stichter der Republiek heeft niets vuriger begeerd dan baar te vernietigen; feitelijk, schoon niet in naam, is hij er in geslaagd. De strijder voor vrijheid van geweten heeft de vrijheid van geweten aan banden gelegd. Hij heeft Engeland te wapen geroepen tegen de oneerlijkheid, de onzedelijkheid, de hypocrisie — en geen plant is op den akker, door hem beploegd, rijker en weelderiger opgeschoten, dan oneerlijkheid, onzedelijkheid, hypocrisie.

Geeft deze vrucht van zijn werk een juisten maatstaf aan de hand? Men heeft het gemeend.

Het meerendeel der tijdgenooten hebben hem voor een bedrieger gehouden, die zich van het godsdienstig fanatisme heeft bediend om zich te verheften, en door geen hooger beginsel dan 't vuigste eigenbelang werd geleid. Een groot man, waar politieke sluwheid het oordeel bepaalt; een laag karakter, indien zedelijke eischen beslissen.

Het is niet tegen te spreken, dat er uren en dagen in zijn leven zijn, waarin berekening al zijn handelingen en woorden leidt, waarin het onmogelijk is, aan eenige reli-gieuse inspiratie te gelooven. Die uren en dagen vermeerderen in getal, naarmate hij in aanzien en invloed stijgt, naarmate zijne woorden en daden meer beslissend zijn voor het volk van Engeland.

Maar uit deze erkenning volgt niet de erkenning zijner

Juris sen. 13 §

11.3

ocr page 122

OUOMVVELL.

oneerlijkheid. Deze feiteu bewijzen slechts, dat met de uitbreiding vau ziju werkkring andere overwegingen zich hebben doen gelden, wereldsche overpeinzingen zich opdrongen aan een gemoed, oorspronkelijk met niets vervuld dan met de zorg voor eigen zieleheil en dat' van anderen. Ook wie den bijbel tot een politiek receptenboek verlaagt, zoekt er tevergeefs in, hoe vragen van praktisch staatsbeleid zijn op te lossen. Deze eischen de inspanning van andere vermogens der ziel, dan die zich wijden aan uitsluitend religieuse vraagstukken.

Cromwell's levensgeschiedenis ware volkomen onverklaarbaar, zijn levenslot zou een geheel ander zijn geweest, indien hij niet een heilige, waarachtige overtuiging had bezeten. Tartuft'e kon wel vrouwen verleiden en mannen bedriegen, maar heeft nog nooit een staat gesticht.

Herhaaldelijk heeft Cromwell het uitgesproken, dat hij door God geleid is, waarheen hij niet wilde. Wij gelooven hem onbepaald. Want zoo hij gewild had wat hij bereikt heeft — hij zou het eerste en het laatste menschenkind zijn, dat de droomen van zijn hart en van zijn hoofd inderdaad heeft zien verwezenlijken. En niet minder zeker ïs het, dat de wegen, die hij heeft ingeslagen, toen hij aan hun aanvang stond, hem geen de minste kans op deze uitkomst gaven. Cromwell is groot geworden als militair en als staatsman. Hij heeft noch voor de taak van den eerste uoch voor die van den laatste eenige opleiding genoten of er zich toe voorbereid.

Zijn genie alleen heeft hem tot den meerdere van allen gemaakt in dagen, toen elke waarachtige kracht de hand naar het hoogste kon uitstrekken. Zijn grondige menschen-kennis, die hem steeds met juistheid de personen deed be-oordeelen en erkennen wat van hen te hopen of te vreezen

114

ocr page 123

CROMWELL.

was; zijn helder practiscli verstand, onbeneveld door godsdienstige sympatliieën of antipathieën, dat hem in eiken toestand scherp deed onderkennen wat noodig en alleen doeltreffend was; de kloekheid van zijn zelfvertrouwen, de onwankelbaarheid van zijn energie en de grootheid van zijn eerzucht, die de eer der uitvoering zoomin als de verdienste der vinding aan anderen overliet, maar voor zich eischte — zij zijn het, die hem hebben gevoerd, waar de dood hem vond: op de trappen van den troon, dien niet het belang van Engeland, maar alleen zijn bondgenoot, het religieus fanatisme, hem verhinderd had te bestijgen.

I

Cromwell is een kind van het land. Toen zijn vader, een landedelman, stierf, was de zeventienjarige jongeling hem opgevolgd in het bestuur der landerijen, waarvan zijn moeder, zijne zusters en hij moesten leven. Te Huntingdon, bij Cambridge, woonde hij; daar bebouwde hij zijne velden, verkocht hij zijne producten, vermeerderde hij zijn inkomsten en zijn bezittingen. Het droogmaken van moerasgronden in den omtrek hield jaren lang hem bezig en schonk hem de eerste bekendheid. Nog als Protector interesseerde hij er zich voor. Op twintigjarigen leeftijd huwde hij, hij kreeg kinderen: zonen en dochteren.

De gewone opleiding, die de gentry genoot, was hem ten deel gevallen, maar niets meer dan deze. Het is onwaarschijnlijk dat hij een hoogeschool heeft ■ bezocht, of te Londen, gelijk men gezegd heeft, op een advocatenkantoor is werkzaam geweest om zich tot jurist te bekwamen. In elk geval kan het niet meer dan enkele maanden zijn geweest. Niets onderscheidde Cromwell onder de genooten

113

ocr page 124

CROMWELL.

van zijn stand, dan de warmte van zijn geloofsijver. Hij behoorde tot de secte der puriteinen, die hij openlijk voorstond en met zijn geld en zijn woord bevorderde. Gelijk Lutlier, had hij een tijdperk in zijn leven, waarin hij zich //den grootste der zondarenquot; noemde en, uit zielsangst voor zijn eeuwig heil, in vlagen van diepe melancholie verviel.

In 1629 werd hij in het parlement gekozen. Een enkele maal slechts voerde hij het woord, maar hij trok dadelijk de aandacht. De reden waarom, doet het portret, dat een royalist van hem gaf, begrijpen. //Een boersch voorkomen; zijn kleeding scheen door een kleermaker op het platteland gemaakt. Zijn linnen was niet helder, zijn halskraag ouderwetsch, zijn hoed zonder boordsel; zijn degen als vastgeplakt aan de dij, zijn gelaat rood en dik, de stem scherp en wanluidend — maar wat hij sprak was vol gloed en leven. De gestalte was middelmatig van lengte, maar forscli en goed geëvenredigd; hij had een mannelijk voorkomen, een levendig oog en een strengen blik.'

Dit parlement van 1629 was slechts kort bijeen; het werd door den koning naar huis gezonden.

Koning Karei, de tweede der Stuart's, regeerde sedert vier jaar. Het parlement wilde hem de handen binden en hij achtte zich bevoegd, krachtens het goddelijk recht van zijn koningschap, absoluut te heerschen. Voortaan zou hij zonder parlement, zonder de vertegenwoordiging des volks regeeren.

Elf jaar boog Engeland voor de bevelen van dezen man, een bekrompen geest met kleine passiëu en kleine deugden. Het despotisme van een groot man biedt steeds eenige vergoeding voor de nadeelen, die het brengt; Napoleon gaf aan Frankrijk de heerschappij over Europa. Doch het despotisme der Stuart's schonk aan hun land niets, maar ontnam het alles wat het liefhad.

116

ocr page 125

CROMWELL.

De wetten des lands waren voor Karei I niet geldende. Hij wilde niet afhankelijk zijn van een parlement, dat de inkomsten zou vaststellen. Eigenmachtig hief hij belastingen in strijd met parlementsbesluiten en dacht nieuwe uit, die niet waren verboden, maar evenmin toegestaan. Hij dwong de Londensche kooplieden, hem een deel hunner winsten af te staan, zonder anderen grond dan zijn koninklijk welbehagen.

Tegen deze willekeur schonken de rechtbanken geen bescherming. Zij veroordeelden met eerloozen oogendienst wie zich op recht en wet durfden beroepen. Hooge geldboeten, gevangenisstraf, lichamelijke mishandeling, zooals het afsnijden der ooren en het splijten der neuzen, bedreigden allen die het waagden.

In de Anglikaansche kerk, de staatskerk, was koning-Karei opgevoed: hij was dus Protestant. Maar sterker dan zijn geloof was de invloed van zijne katholieke vrouw, Hen-riette Maria van Frankrijk. Hij liet zich door haar verleiden , om de kerk, waartoe liet meerendeel zijner onderdanen behoorde, te ondermijnen.

De Hervorming, in Engeland door politiek in quot;t leven geroepen, niet door de godsdienstige behoeften des volks, had de bisschoppelijke hierarchic behouden. Onder leiding van Land werden thans liet katholiek altaar, het crucifix, de waskaarsen, de schilderijen en de rijke priestergewaden van den katholieken eeredienst ingevoerd in de kerk, van wier leerstellingen zij geen symbolen konden zijn.

Terzelfdertijd zag de natie de veiligheid van personen, de zekerheid van den eigendom en de heerschende religie bedreigd.

Op dezelfde wijze als in het binnenland, regeerde deze koning waar het de buitenlandsche aangelegenheden gold. Onder Elisabeth was de Engelsche staat in Europa ontzien

117

ocr page 126

CUOMWELL

en geducht geweest; het eilandenrijk had in de kabinetten van het vasteland gegolden. De Stuart's verspeelden dien invloed geheel. Karei liet zijn eigen zuster, Elisabeth van Boheme, bedelen in het Binnenhof in den Haag, aan de poort der Staten-Generaal; zij leed armoede. Yoor haar noch voor haar echtgenoot, den protestantschen keurvorst van de Paltz, die door liet huis van Oostenrijk uit zijn staten verjaagd was, sprong hij in de bres. De eertijds zoo geëerbiedigde staat was nu een bespotting en voetwisch voor groote en kleine vorsten.

De belangen van het Protestantisme en de eer van zijn land gaf Karei willig prijs, om het genot te smaken dat zijn koninklijke willekeur noch zijn inkomsten beperkt en afhankelijk zouden zijn van de bewilliging van een parlement.

Elf jaar duurde dit régime van willekeur en euvelmoed; elf jaar volhardde deze man in liet vertreden van de wetten des lands. Toen dwong hem de opstand der Schotten, die geen bisschoppen in hun kerk wilden toelaten, en de uitputting van zijn staatskas, om de vertegenwoordigers des volks op te roepen. In November 1610 kwam het lange parlement bijeen. Het zou dezen koning en het koningschap zelf overleven.

Met kloeke vastberadenheid trad het lange parlement tegen het koninklijk despotisme op. Het weigerde alle geldelijke hulp, zoo het niet de vernietiging van liet misdrevene en nieuwe waarborgen voor de eerbiediging der wetten verkreeg.

Allerlei eoncessiën werd Karei genoodzaakt te bewilligen. De geregelde samenkomst der vertegenwoordiging, haar recht tot vaststelling der belastingen moest hij erkennen. De willekeurige rechtbanken werden afgeschaft, de schuldige werktuigen en medeplichtigen des konings vervolgd en gestraft: Strafford moest het schavot bestijgen.

118

ocr page 127

CROMWELL.

Ook de geestelijk]leid der staatskerk oogstte wat zij gezaaid liad. De vormen van den katholieken eeredienst werden afgeschaft, Laud in de gevangenis geworpen. De tneerderlieid van het parlement wilde verder gaan: zij was presbyteriaansch gezind. Zij eischte de afschaffing van het bisschoppelijk bestunr en de instelling van kerkeraden, ouderlingen en predikanten om de gemeenten te besturen, gelijk in de Nederlanden.

Voor eiken eisch bukte Karei, behalve voor den laatsten. Hij was aan de bisschoppen gehecht, om den steun, dien hij van hen had genoten, en omdat hun instelling een trait d'union vormde met de kerk van Rome, waartoe zijne vrouw en velen zijner geheime raadslieden behoorden.

Henriette Maria, de koningin, vertrok met de kroon-juweelen in den zak naar de Nederlanden. Amsterdamsche woekeraars schoten er geld op en Karei bracht een leger op de been, om zijn verzwakt gezag te herstellen en de bisschoppelijke hierarchic te handhaven.

De burgeroorlog brak uit, de burgerkrijg tusschen den koning en het parlement, tusschen de staatskerk en het presbyterianisme.

Cromwell, gelijk andere leden van liet parlement, verliet Londen en snelde naar de graafschappen, om zich aan 't hoofd der landmilitie tegen den koning te stellen.

Zoo werd Cromwell soldaat, militair Niets was hem vreemder dan dit werk; achter den ploeg leert men geen legerorganisatie noch krijgstactiek. Zijn eerste onderricht ontving hij van een Hollander; zijn tweede van de dage-lijksche ervaring. Aan dien eersten onderwijzer, die hein de geheimen der exercitiën en der commando's deed verstaan, had hij veel te danken; maar meer nog aan den tweeden. Zijn waarneming en nadenken deed hem inzien,

J 19

ocr page 128

CllOMWELL.

dat bezieling en vastberadenheid liooger waarde hebben dan oefening en routine. Om te kunnen wat men wil, moet men willen wat men kan.

De generaals, die het parlement over het leger had gesteld, waren bekwame mannen. Toch duurde de strijd drie jaar zonder vrucht; overwinningen werden behaald, nederlagen geleden, de beslissing bleef uit. Tevergeefs werden de velden platgetreden, kasteelen en dorpen verwoest, steden geplunderd, vriend en vijand met naieve onpartijdigheid door vriend en vijand uitgeschud en mishandeld; de beslissing bleef uit. Aan wien lag de schuld? Wat was de oorzaak ?

Cromwell zocht en vond het antwoord: de bezieling ontbrak.

quot;Uwe soldaten zijn koffiehuisknechts, oude, versleten bedienden en zulk slag van volk. De soldaten van den koning zijn edellieden, vol van ridderlijk eergevoel. Hoe wilt gij ze dan overwinnen? Wij moeten mannen hebben, krachtig als zij, met hooger eergevoel dan zij, strijdende in de vreeze Gods. Ik zal ze zoeken en vinden; ik verzeker u, zij zullen niet geslagen worden.quot;

Zoo sprak Cromwell tot de edele lords, die het leger aanvoerden. En hij hield woord: hij zocht en vond.

Hij doorkruiste de oostelijke graafschappen, wierf pachters en zonen van pachters aan, zijne geestverwanten uit den boerenstand. Een uitgelezen schare, gelijk Gideon in Israël opriep, die niet streden om loon, dat zij schaars en ongeregeld ontvingen; geestdrijvers, fier en onbuigzaam, strijdende voor de eere Gods, om Godswil, om der consciëntie wil, met vast vertrouwen in den leider, die hen had opgeroepen, omdat hij met hen bad, met hen worstelde in den gebede, licht van boven smeekte.

120

ocr page 129

CROMWELL

Het waren deze ijzeren armen-, gelijk zij genoemd werden, wier verschijnen op het slagveld de krijgskans deed keeren. Onder kolonel Cromwell verpletterden zij bij Marston Moor, den bloedigsten slag van den burgerkrijg, het royalistische leger. De boerenann, door het geloof gesterkt, kneusde de schedels van den overmoedigen Engelschen adel tegen den grond.

En desniettemin droeg opnieuw geen enkele overwinning vrucht en duurde de krijg steeds voorr,, en met hem de lange reeks van jammeren en ellenden.

//Gij schrikt terug om te overwinnen,quot; riep Grom well thans de legerhoofden toe. Het was de waarheid. De parlementshoofdeu durfden, wildon den koning niet overwinnen, niet tot het uiterste drijven. Zij wilden hem dwingen, zich aan hen te onderwerpen, bij hen aan te sluiten; zij en hij hadden een gemeenschappelijk belang, omdat zij een gemeensehappelijken vijand hadden.

Die vijand was Cromwell met zijn leger; die vijand was het puritanisme.

//Waar twee of drie in mijn naam te zanien zijn, zal ik met hen wezenhad Christus gezegd. Met beroep op dat woord had zich sedert een halve eeuw een aantal ge-loovigen van de staatskerk afgescheiden. Zij predikten het individualisme, en wilden van geen kerkvorm, presby-teriaansch evenmin als bisschoppelijk, weten, ieder ge-loovige is priester; geen priesterstand tusschen God en den mensch, verkondigden zij. Democratisch in de kerk, weigerden zij ook op staatkundig gebied de erkenning der bestaande machten. Zij wilden de monarchie en het huis der Lords afschaffen en één enkele vergadering, als vertegenwoordiging der volkssouvereiniteit, in de plaats van het parlement doen treden.

131

ocr page 130

(TROM WELL.

Deze. puriteinen, independenten, of' hoe zij verder zijn gelieeten, vormden bij den aanvang' van den krijg eene minderheid in de natie, maar een krachtige, een roerige, een aaneengeslotene. Tot hen behoorde Cromwell, ten minste religieus. [lij was puritein van der jeugd af: aan hun conventikelen had hij steeds deel genomen, voor hun bloei steeds tijd en geld over gehad. Zij waren het, die hij opgeroepen had,, die hem blindelings volgden en gehoorzaamden , zich zeiven en hem met roem overlaadden, hem een steeds stijgenden invloed in het parlement verzekerden. Onder zijn leiding scheen alles bereikbaar, omdat hij, evenals zij, voor niets terugdeinsden. De parlementshoofden waren ten strijde getogen onder het voorgeven, dat zij niet tegen den koning streden, maar voor hem, om hem te verlossen van zijne slechte raadslieden. Cromwell wilde niets van dergelijke voorwendselen weten. quot;Ik wil u niet bedriegenquot; — had hij zijn ijzeren mannen bij liet aanwerven voorgehouden — quot;gij strijdt niet voor den koning, maar tegen hem; zoo hij tegenover mij stond, zou ik mijn pistool op hem lossen; indien uw geweten u dat verbiedt, gaat elders heen.quot; Zij waren niet heengegaan, maar hadden hem gevolgd en bleven hem volgen.

Het was deze partij, wier invloed met eiken dag, dien de krijg langer duurde, steeg, en die zich eindelijk van de leiding meester maakte. Zij verwijderde alle leden van het parlement uit het bestuur des legers, allen met uitzondering van Cromwell. Aan hem en de zijnen werd de leiding van den krijg overgegeven.

Van dat oogenblik af was de adoop te voorzien. Alle verschooning van den tegenstander hield op, de royalistische partij werd tot in haar uiterste schuilhoeken nagejaagd en er uit verdreven. Karei moest naar de Schotten vluchten,

vz-z

ocr page 131

CKOMWELL.

die liem voor meer dan dertig zilverlingen verkochten en in handen van het leger stelden. Onder leiding van Cromwell overwon de pnriteinsche partij den koning, de monarchie en gelijktijdig het parlement.

Over (JromwclTs talenten als veldheer is veel gesproken: men heeft hem zelfs met Napoleon vergeleken. Ten onrechte, want waarschijnlijk zou hij zelfs tegen een Oondé of Turenne niet bestand zijn geweest. Niet in de grootsch-heid zijner plannen of in de stoutheid der militaire combinatiën ligt zijn verdienste. Cromwell1 s kracht als militair heeft gelegen in zijn organiseerend talent en in de geestdrift, die hij wist te wekken, te regelen en te beheersclien. Hij was het denkende hoofd van religieuse geestdrijvers, die hij tot de overwinning voerde. Godsdienstige overeenstemming was de grondslag van zijn overmacht en van hun volgzaamheid.

Er zijn weinig menschen geweest, die meer aan persoonlijken invloed hebben te danken gehad dan hij. Cromwell had weinig uit boeken, veel van menschen geleerd. Tegenover zijn soldaten was hij beurtelings gemeenzaam en hooghartig. Hij bad met hen, deelde in hun nooden, van ziel zoowel als vnn lichaam. Hij kon beter, langer, warmer bidden dan zij; maar tevens verstond hij de kunst, zijn wil hun op te leggen. Bij de legers der royalisten heerschte noch orde noch krijgstucht. In Cromwell's leger was gehoorzaamheid de eerste wet; een ijzeren krijgstucht heerschte: zijne regimenten gehoorzaamden aan één wil, den zijnen; ook op het slagveld gold alleen zijn woord, zijn last. Zijn organiseerend genie dwong de godsdienstige geestdrift, tuchteloos van natuur, tot zelfbeheersching en intooming, opdat zij haar kracht in de zwaarte der slagen, niet in de luid-

ocr page 132

CUOMWELL.

ruclitigheid der bewegingen zou openbaren. Een leger van heiligen, in wier handen God zijn wan gelegd had oin zijn dorschvloer te doorzuiveren! En zij volbrachten hun werk. Gromwell voerde hen met vaste hand van het oosten naar het westen, van het zuiden naar het noorden. Nooit had Engeland een leger gezien, dat zich met zulk een orde, snelheid en zekerheid bewoog. Niets hield hen terug. quot;Zend mij schoenen quot; schreef Cromwell, toen hij tegen Schotland optrok, //mijne soldaten zijn blootsvoets.quot; Onder psalmgezang trokken zij Engeland door, en zij overvielen den verbaasden vijand, als hun nadering nauwelijks geloofd werd.

Bij Cromwell den veldheer was geen aarzeling, geen weifeling, hij ging steeds recht op zijn doel af en offerde er alles aan op. Tn den strijd kalm en opgewekt, voerde hij zijne troepen met rustige vastheid aan. Terwijl de cavaliers bij 't geringste voordeel aan het plunderen sloegen, hield hij zijn mannen bijeen, richtte ze telkenmale op de bedreigde punten, tot de vijand niet aan eene, maar aan alle zijden vluchtende was. Hij schiep een leger, uitmuntende door krijgstucht en dapperheid, dat nooit een nederlaag leed en telkenmale den tegenstander zoo verpletterde, dat hij geheel nieuwe troepen moest lichten, zoo hij den strijd wilde voortzetten. Met al de groote generaals der historie had Cromwell gemeen, dat hij niet schroomde bloed te vergieten. Toen hij in 1 (ilgt;9 Ierland onderwierp, werd de eerste plaats, die hij veroverde, op zijn last het tooneel van een vreeselijk bloedbad. Twee dagen lang werd de rampzalige stad aan de verbittering en geloofs-woede der protestantsche soldaten, die den moord van duizenden geloofsgenooten op de katholieke bevolking wreekten, overgegeven. Een kreet van afgrijzen ging er tegen

12-1.

ocr page 133

CROMWELL.

den wreeden Cromwell op, en tocli was hij niet wreed. Hij bezat de hardvochtigheid van den staatsman, die de stem van het gemoed onderdrukt. quot;Ik ben overtuigd,'quot; schreef hij, quot;dat het een rechtvaardige kastijding Gods is over de lersche barbaren, die zooveel onschuldig bloed hebben vergoten. Het zal, hoop ik, al dat bloedstorten voor het vervolg voorkomen. Zulke gronden verdedigen voldoende handelingen, die anders slechts smart en zelfverwijt zouden opwekken.quot;

De uitkomst bewees dat hij recht had, het sidderende Ierland onderwierp zich.

Groote resultaten woiden niet door kleine middelen bereikt.

Het parlement had het tegendeel gemeend bij den aanvang vau den strijd, de parlementspartij en do presbyterianen meenden het nog, toen de puriteinen onder Cromwell den burgerkrijg hadden beslist en de koning kun gevangene was.

Wat zouden zij met Karei doen !J

Het parlement wilde verzoening met den monarch, zijn herstelling op den troon, tot behoud der monarchie en der monarchale instellingen. Nieuwe waarborgen zouden de eerbiediging der wetten verzekeren.

Het leger eischte straf voor deu meiueedigen vorst, die zelfs door de fortuin was verlaten; het wilde afschaffing der monarchie en van liet huis der Lords.

Wat zou Cromwell doeu? Aan welke zijde zich scharenP

Een tijdlang aarzelde hij. Het scheen, dat de monarchie met haar groote beloften hem verleidde: graaf van Essex en ridder van den Kouseband zou hij worden. Eeeds dreigde een opstand, eeu luid gemor verhief zich tegen den afvallige, den verrader.

125

ocr page 134

OBOMWKLL.

Maar Cromwell werd geen afvallige, geen verrader. Een brief van Karei viel hem in handen, waarin de valsche koning zijn geheimste gedachten uitsprak. Geen enkele zijner beloften zou hij houden, door geen eeden achtte hij zich gebonden. De lichtgeloovigen, die hem zouden herstellen, zouden zijn eerste slachtoffers zijn; niet het lint van den Kouseband, maar een touw van hennep en vlas wachtte hen op het schavot.

Van 's konings valschheid en spelen met eeden overtuigd, bracht Cromwell met zijne soldaten twee dagen in den ge-bede door. Vluchten deed Karei niet, zooals Cromwell had gewenscht; hij trotseerde het leger, in welks macht hij was. Welken weg moest de veldheer inslaan? Weerstand bieden aan de eischen der getrouwen? En voor wien? Voor een man, die met eeden speelde en allen bedroog?

In de worsteling der gebeden gaf de Heer licht. Het boek der Spreuken wees hun den weg. Daar leest gij in het eerste hoofdstuk, vers 23: quot;Keert u tot mijn bestraffing; ziet, ik zal mijn geest overvloedig over u uitstorten: ik zal mijne woorden u bekend makenquot;.

Het was duidelijk dat deze woorden voor hen geschreven waren. De veldheer boog het hoofd voor de Godsstem, die uit den eisch der heiligen sprak. Hij wierp zijn zwaard in de weegschaal.

Het parlement werd gezuiverd, de onwillige tegenstanders werden met geweld verwijderd. Karei I besteeg het schavoc; de monarchie, het huis der Lords en het parlement vielen gelijktijdig.

Op hun puinhoopen stond Cromwell met zijne heiligen, de hand aan het zwaard.

126

ocr page 135

rilOMWKLL.

II

De naam der ])uriteiiien staat bij het nageslacht met een zwarte kool geteekend. Hypocrisie in belachelijke vormen, ziedaar de voorstelling die hij opwekt.

Dit is niet de schuld van Walter Scott of van andere romanschrijvers, gelijk men gezegd heeft. Het beeld is ons overgeleverd door het geslacht, dat de puriteinen is opgevolgd.

Oorspronkelijk waren zij slechts een kleine partij, maar door de groote macht, die zij verwierven , werd hun zielental aanzienlijk. Als een partij, hetzij godsdienstige of politieke, macht verwerft, zoodat haar gunst den weg tot aanzien en rijkdom opent, dan dringen zich eerzuchtige eu baatzuchtige mannen bij haar in, spreken haar taal, bootseu haar eigenaardigheden na en gaart in uiterlijk betoon van ijver veel verder dan de oude, oprechte leden.

Doch de voorspoed draagt nog een andere vrucht: hij ontwikkelt ook de leer. Denkbeelden, die sluimerden zoo lang de partij strijdende was, ontwaken als zij zegevierende is geworden. Het welslagen wordt een prikkel tot grooter machtsbetoon. Het wordt opgevat als een bewijs van de goedkeuring Gods, en tevens als een aansporing om nog grootscher werk tot stand te brengen.

Toen de monarchie was afgeschaft, stelde men aan het hoofd van den staat een raad van state. Lang werd beraadslaagd , uit hoeveel leden hij bestaan moest. Eindelijk bepaalde men zicli tot een dertiental, omdat Christus en zijne apostelen ook dertien in getal waren geweest.

Een tweede feit teekent de stemming der gemoederen niet minder. In de Evangeliën vindt gij de genealogie

137

ocr page 136

CROMWELL.

van Jezus. Welnu, een der regimenten van Cromwell kende geen andere nameu van soldaten eu officieren, dan daar voorkomen; de kwartiermeester liad geen andere lijst dan het eerste hoofdstuk van Mattheus.

Was het te verwonderen, dat zulke mannen hun taak niet afgedaan rekenden, toen zij de Republiek hadden gevestigd , en dat de drom van secten, waarin liet puritanisme verliep, met elkander wedijverden in fanatieke droomen en plannen? God had hun de overwinning niet geschonken om uit te rusten van hun werk. Zijne heiligen waren geroepen, na de hervorming van den staat die der maatschappij tot stand te brengen.

Het is Engeland's behoud, zijn redding geweest van de jammeren, waartoe anderhalve eeuw later de Fransche revolutie verviel, dat deze dweepzieke hervormers der maatschappij niet zijn geslaagd. Zij hebben hun doel gemist, omdat een leidend hoofd hun ontbroken heeft en de eenige man, die in staat was hen te doen zegevieren, zich tegen hen keerde. Cromwell de generaal was groot geworden door de puriteinen; Cromwell de staatsman heeft zijn vaderland voor de sociale revolutie van godsdienstige dwepers bewaard.

Tn September 1651 was hij uit Schotland, na een opstand der katholieken en presbyterianen te hebben onderdrukt, in Londen weergekeerd. Sinds zetelde hij in een der koninklijke paleizen als opperbevelhebber van al de legers der Republiek. Hij was de eerste man in den staat, de pijler, op welken de Republiek rustte, de wakkere degen, in wiens handen haar lot was. Zijn zwaard had haar gegrondvest. Wat vermocht zij zonder hem?

Een warm puritein was Cromwell, wat zijn godsdienstige overtuiging betrof; daarom had hij den monarch bestreden.

128

ocr page 137

CROMWELL.

die zijn geloof ondermijnde. Maar de staatkundige theorieën van zijne partij lieeft liij waarschijnlijk nooit gedeeld. Zoo Karei een eerlijk man ware geweest, die genoeg achting voor zich zelf en zijn volk had gehad om zijn eeden te houden, Cromwell zou wel nooit tot zijne terechtstelling hebben medegewerkt. Hij was, als elke heerschersnatuur, te zeer man van orde, tucht en autoriteit, om de onmisbaarheid van orde, tucht en autoriteit in den staat te miskennen. Elf jaar in het leven van een man op de middaghoogte des levens is een belangrijk tijdperk, vooral van een, die zich rekenschap geeft van wat zijn oogen zien, en de menschen peilt, die hem ontmoeten. Zijn omgang en bekendheid met menschen van allerlei rang en stand, jaren achtereen, bad de warmte, misschien niet van zijne reli-gieuse overtuiging, maar zeker van zijn achting voor menschen verminderd.

Hij had beweegredenen, ook bij zijne partijgenooten, waargenomen, die kalmeerend op zijn vurige liefde hadden gewerkt. In sommige oogenblikken vangen wij uitdrukkingen uit zijn mond op, die van geringe ingenomenheid zelfs met de heiligen van zijn aanhang getuigden Bij zijn intrede in Londen merkte iemand in zijne omgeving vleiende op: quot;Wat een stroom van menschen om Uwe Lordschap te begroeten!quot; — //Ja'quot;, was het cynische antwoord van Cromwell, //ja, en hoeveel grooter zou die stroom nog zijn, indien zij mij zagen hangen.'quot;

Het groot succes, dat hunne wapenen had gekroond, had de puriteinen bedwelmd: zij achtten alles voor zich mogelijk en zich tot alles geroepen. Cromwell's oordeel was niet beneveld, integendeel scherper geworden. De veertig voorbij, toen de krijg aanving, was hij thans 52 jaar: een leeftijd, waarop weinig illusiën blijven. Hij was

Joris sen. I3 9

129

ocr page 138

CROMWELL.

zicli volkomen bewust, dat de natie, al had zij tegen Karei liet zwaard verheven, aan de monarchie als staatsvorm gehecht was, en dat de anarchistische utopieën der dwepers tot niets leidden, dan tot vermeerdering dier gehechtheid. Hun dweepzucht kon èn voor de personen èn voor de natie de geheele vrucht der revolutie verspelen. Onverholen en herhaaldelijk sprak hij het uit, dat alleen een staatsinrichting, die eenigszins monarchaal was, de natie zou bevredigen en de revolutie stuiten. quot;Die man zal zich tot koning maken,1'' sprak een zijner kapelaans reeds in 1651. Onverschillig is het, hoeveel er ook over getwist zij, wanneer liet eerste denkbeeld bij hem is ontwaakt. Want niet het belang van een secte, maar dat van den geheelen staat heeft zijn gedragslijn in deze richting na 1651 bepaald. En het zijn meer nog de fouten van anderen, dan zijn eigen handelingen, die de ontwikkeling der gebeurtenissen hebben geleid, samenloopende met de droomen zijner eerzucht.

Toen de Republiek was ontstaan , zetelde nog in West-minster de romp, die, na de laatste zuivering, van het lange parlement was overgebleven. Deze mannen werkten ijverig en onvermoeid, maar gaven zich geen rekenschap van den waren toestand. Naijverig op eigen gezag, jaloersch op de macht, die zich nevens het parlement had verheven en het overschaduwd, waagden zij het, het leger aan te tasten! Als ware de jonge Republiek niet van vijanden omringd, royalisten, presbyterianen, anglikanen, wilden zij de heiligen van Cromwell naar huis zenden en zelve blijven.

Het leger eischte hun ontbinding; Cromwell erkende het gevaar, deelde de grieven der soldaten en joeg persoonlijk het lange parlement uiteen (20 April 1653).

De botsing tusschen dit lange parlement en het leger

130

ocr page 139

011011 WELL.

had nog een ander gevaar aan den dag gebracht. Om elke nieuwe wrijving tusschen de civiele en militaire macht te voorkomen, besloot men een parlement te doen bijeenkomen, van welks leden men zeker kon zijn, naar men meende. Ken wetgevende vergadering, die de nieuwe staatsorde zou grondvesten, de vereiscbte verbeteringen invoeren, in overeenstemming met het leger. Zorgvuldig lazen Cromwell en de militaire hoofden uit alle deelen des lauds te zamen, '/vrome mannen, van wier trouw, werkzaamheid en ijver voor de zaak van Godquot; men bewijzen had. In Juli 1633 traden deze 144 uitverkorenen het parlementshuis binnen.

Uitverkorenen waren zij, niet alleen door Cromwell, maar in hun eigen oog ook door God. Wat niemand verwacht had, geschiedde. Dit //parlement van heiligen11, gelijk het genoemd werd, achtte zich geroepen, niet om de revolutie te eindigen, maar om haar voort te zetten en de maatschappij te hervormen.

In die dagen was Hieronymus van Beverningk, de burgemeester van Gouda, in Londen. Hij ging, uit nieuwsgierigheid, een conventikel van geestdrijvers bijwonen en schreef daarover aan Johan de Witt; //Ik heb in deze vergadering van heiligeu twee preeken eu één gebed aangehoord, maar goede hemel, welk een afschuwelijk geschetter van moord en vernieling; zij willen alle regeeringen afschaffen. Toen ik hen hoorde, dacht ik aan Jezus1 woorden tot Jacobus en Johannes: gij weet niet, van welken geest

gij zijtquot;

Van dit fanatisme was het kleine parlement, door Cromwell samengeroepen, de uitdrukking. //De aardequot;, zoo preekten zijne geestverwanten daar buiten, //is door den Schepper tot onderhoud van allen bestemd; eigendomsrecht is daarmede in strijd. God heeft den mensch wel tot heerscher

131

ocr page 140

CROMWELL.

over de aarde en over de dieren des velds gesteld, maar niet den een tot lieer, den ander tot slaaf. Dit is de twist tussclien Abel en Kain; Abel mag niet steeds verslagen worden.quot;

Het parlement betrad den weg der sociale revolutie, in die woorden geëisclit. Zonder zich om historisch geworden toestanden te bekommeren, zocht het, uit de volheid van eigen macht, eene nieuwe maatschappij te scheppen. Allerlei rechten, sedert eeuwen bezeten en met de maatschappelijke verhoudingen samengegroeid, zooals het patronaatrecht, het tiendrecht, werden kortweg afgeschaft.

Doch niet tot ondergeschikte deelen bepaalde het zicli. De //heiligen der vijfde monarchiequot;, gelijk een der heftigste secten, met zinspeling op het boek Daniël, zich noemde, eischten veel algemeener en radicaler hervorming. '/Alle bestaande instellingen in staat en kerk zijn vruchten dei-vierde monarchie; in de vijfde, die thans aanbreekt, moeten zij vernietigd worden. Beschaving en ontwikkeling, kunst en wetenschap, kennis en ervaring zijn bolwerken van dat Babel, dat vallen moet. Alle zaken, ook die men wereldsche noemt, zijn religiezaken; slechts de door den geest verlichte mag regeeren, ieder gezag moet afhankelijk zijn van de maat van goddelijke genade, die men deelachtig is. Er moet een senaat opgericht worden, waarin met den bijbel in de hand de aangelegenheden des lands worden geregeld.quot;

In overeenstemming met deze leerstellingen tastte het parlement alles aan: het universitair onderwijs en het rechtswezen werden met veranderingen bedreigd, die zoowel met de belangen als met de gewoonten des volks in strijd waren. Zelfs het leger bleef niet verschoond; het zag zich in de eenvoudigste zaken, zooals de uitbetaling der achterstallige soldij, zijne billijkste eischen ontzegd. Zoo ver ging de

132

ocr page 141

CROMWELL.

vervoering dezer geestdrijvers, dat zij allen, die solliciteerden, onbevoegd verklaarden oin openbare betrekkingen te be-kleeden. De geest moest ze aanwijzen, zeiden zij.

Slechts weinige maarden was dit parlement bijeen, toen Uet er reeds in geslaagd was, alle standen der maatschappij tegen zich in het harnas te roepen. De gentry, de geestelijkheid, het leger, de rechtsgeleerden, allen, die iets bezaten en te verliezen hadden, voelden zich bedreigd en wenschten zijn val. De minderheid der vergadering tastte eindelijk door, en dwong met geweld de meerderheid uiteen tc gaan en het gezag, dat zij van Cromwell had ontvangen, weder in zijne handen neder te leggen.

Vier dagen later trok door de straten van Londen een statige optocht. De commissarissen van liet groot zegel, de raad van state, de lord maire en de aldermen van Londen wezen den weg aan de groote staatsiekoets, waarin Cromwell, in een zwart Üuweelen gewaad, met hooge stevels aan en een grooten gouden band om den hoed, was gezeten. Zijn wacht en een aanzienlijke stoet van edellieden volgden blootshoofds het rijtuig, dat door de hoofdofficieren des legers was omringd. Zwijgend zag de menigte den optocht aan. Toen zij in Westminsterhall waren aangekomen, nam Cromwell in de zaal der kanselarij plaats. Een der hoofdofficieren trad vooruit en verzocht hem, in naam des legers, der natie en van den nood des lands het protectoraat over Engeland, Schotland en Ierland te aanvaarden. Cromwell verklaarde zich, bereid, en legde den eed af op een soort van grondwet, vooraf opgesteld.

Des avonds werd met kanonschoten en proclamatiën op de openbare pleinen van Londen der natie kond gedaan, dat Engeland een meester had ontvangen.

Deze verheffing van den generaal der puriteinen tot de

133

ocr page 142

CllOMWELL.

hoogste maclit iu den staat was de eenige oplossing, die mogelijk was; de eenige, die de gevaren, welke dreigden ^ kon afwenden. Zoo de Republiek niet in anarchie zou ondergaan,, moest de eenige hand, die bij machte was de worstelende partijen te bedwingen, het roer van staat in handen nemen. Met meer recht dan ooit een der Napoleon's mocht deze Lord Protector der Republiek zich den redder der maatschappij noemen.

Protector — niet koning heette hij. Maar inderdaad oefende hij koninklijk gezag. Zijn wil beheerschte Engeland en schonk het onder de staten van Europa een macht en aanzien, zooals het nooit te voren had bezeten.

Yijf jaar lang heeft hij geregeerd, en in dit korte tijdperk zich met roem overladen. Weinig mannen zijn zoo geducht geweest voor hunne vijanden, weinigen hebben de geestdrift hunner aanhangers tot die hoogte opgevoerd. /'Wij hebben onzen Protector op aarde verlorenquot;, predikte een zijner kapelaans bij zijn dood, quot;hij zal toonen, een nog machtiger Protector te zijn, nu hij met Christus aan de rechterhand Gods is gezeten.quot;

Talloos waren de vijanden van zijn bestuur: aanhangers van het verdreven vorstenhuis, getrouwe leden en geestelijken der Anglikaansche kerk, onverzoenlijke presbyterianen, religieuze fauatieken onder allerlei naam, anabaptisten, heiligen van de vijfde monarchie enz. Met elk wapen, dat treffen kon, hebben zij hem bestreden, eerst door openbare opstanden, toen door geheime samenzweringen en aanslagen op zijn leven. Hen allen heeft hij belet hunne plannen te volvoeren. Met namelooze gestrengheid, met een despotisme zonder wederga heeft hij hen ondergehouden, om aan Engeland veiligheid van personen eu zekerheid van den eigendom te waarborgen. quot;Ik ben de groot-konstabel van het rijk,

134

ocr page 143

CROMWELL.

ik moet den vrede in liet land handhaven en de partijen beletten, dat zij elkander verscheuren en verslinden. In deze karakteristieke woorden drukte hij de opvatting van zijne taak uit.

De geschiedenis is daar, om te bewijzen dat hij die taak heeft vervuld. Welk oordeel men ook velde over zijn persoon ; over de middelen, die hij bezigde; over het doel, dat hij najaagde — vrienden en vijanden erkenden de grootheid van zijn bestuur. Geen der vijandelijke aanslagen is gelukt, en Cromwell is een der weinige overweldigers, die, gelijk met fierheid in zijn grafschrift wordt vermeld, in liet volle bezit van zijn macht in zijn bed is gestorven. Toen de Stuart's terugkeerden op den troon, was het fanatisme machteloos geworden. Geen der godsdienstige partijen heeft ooit meer in Engeland de hand tegen den staat opgeheven. Dit is de blijvende beteekenis van zijn werk, de onsterfelijke aanspraak van Grom well, den militairen despoot, op den dank van zijn volk.

Maar Engeland heeft hem meer te danken. Hij heeft zijn aanzien in Europa hersteld en uitgebreid, zijn grootheid als handelsmogendheid gegrondvest. Engeland is door hem de protector van het Protestantisme in Europa geworden.

Spanje en Italië beefden voor hem, Mazarin bedelde om zijn gunst. De Turksche sultan ontsloeg christelijke gevangenen op een briefje van zijne hand, de hertog van Savoye staakte de vervolging der Waldenzen op zijn eisch. De Nederlandsche Republiek teekende een smadelijken vrede in liet paleis van Westminster; als haar mededinger op de wereldmarkt verhief zich de Engelsche handel, onder de bescherming der navigatie-acte.

En ondanks dit alles heeft de tijdgenoot hem niet ver-

135

ocr page 144

ckomvvkll.

geven. Oromweirs eerzucht was liet, zijn werk te bestendigen en de dynastie der Stuart's voor altijd onmogelijk te maken. Herhaaldelijk heeft hij de hand naar de kroon uitgestoken, maar steeds heeft het leger, zijn onmisbare steun, het opnemen der kroon hem belet.

Wat den levende is geweigerd, is den doode ruimschoots geschonken.

Zonderlinge ironie van het lot!

Cromwell, de puriteinsche protector van het Protestantisme in Europa, is naar zijn laatste rustplaats geleid met de koninklijke eerbewijzen, het vorstelijk begrafeniscerernoniëel van koning Ei lips 1] van Spanje, den bittersten vijand dien het Protestantisme heeft gekend.

lil

Tot den aanvang dezer eeuw, toen Napoleon's geluksster alle andere in de schaduw stelde, was Cromwell zonder pair in de geschiedenis van Europa. Met de vrees, die elke geheimzinnige grootheid inboezemt, zag de tijdgenoot op tot den man, die, zonder hooge geboorte, zonder groot vermogen, zonder aanzienlijke betrekkingen zich tot be-heerscher van drie rijken had verheven en er in geslaagd was, den druk van zijne heerschappij op te leggen aan dezelfde mannen, die jarenlang met hem gestreden hadden tot afwerping van een juk, veel minder zwaar en knellend dan het zijne.

Het bijgeloof van den tijd had de verklaring bij de hand; hij had een contract met den duivel gesloten. Niets ontbreekt aan de zekerheid, alleen het perkament zelf is verloren. Maar overigens is alles in orde; dag en uur is bepaald, ooggetuigen zijn aanwezig.

ocr page 145

CllOMWELL.

Op den morgen, dat liij de laatste, beslissende overwinning op de aanhangers der Stuart's behaalde, is liet contract door partijen geteekend. Satan beloofde liem de macht gedurende zeven jaar; tevergeefs wilde Cromwell een langeren termijn bedingen, de duivel stond op zijn stuk en de eerzuchtige gaf toe De overeenkomst eindigde 3 September 1658; geen dag, geen uur van respijt gaf de vorst der hel. Ouder het donderen van den orkaan, die op dezen 3 September Engeland's kusten en Engeland's hoofdstad teisterde, gaf de overweldiger zijn ziel over; de prijs waarvoor hij zijn macht had gekocht.

Hoe eenvoudig de verklaring ook zij, de kinderen der 19de eeuw zijn er niet mee tevreden. Zij wenschen een meer begrijpelijke. Toch zal er nimmer een gegeven worden, die volkomen voldoet. Want er is geen sleutel, die het geheim van het buitengewone ontsluit.

Het ligt voor de hand, bij Cromwell, evenals bij alle historische personen, op den ongewonen samenloop van begunstigende omstandigheden te wijzen. In een gewone orde van zaken, in een rustigen en kalmen toestand der maatschappij zou deze man zijn leven te Huntingdon hebben geëindigd, waar het was aangevangen. Slechts de geduchte schok, dien het Engelsche staatsleven onderging, heeft hem de gelegenheid tot zijn verheffing geschonken. Ontneem aan jCromwell de gunst der omstandigheden, en hij blijft en sterft in zijn vroegere onbekendheid. Groote talenten toch heeft hij niet bezeten. Hij is geen meteoor, die door de schittering van zijn glans en de snelheid van zijn loop verbaast. Cromwell is een geduldig man; koel, berekenend, verheft hij zich stap voor stap, met de omstandigheden die hem omhoog dragen.

Zoo heeft men gesproken en geschreven, doch zonder

137

ocr page 146

CROMWELL.

licht aan te brengen. Want dergelijke algemeenheden verklaren niets. Voor een deel gelden zij van iedere carrière, die niet met een volslagen bankroet eindigt, voor een ander deel vermeerderen zij de duisternis slechts. Want er is één hoofdpunt, één hoofdvraag, die geheel onopgelost blijft.

Middelmatige gaven, als een Cromwell worden toegekend, zijn niet zeldzaam. In revolutionaire tijden, evenals in kalme dagen, vormen zij de geestelijke uitrusting van het meeren-deel der menschenkinderen. Waarom is nu de man, die Cromwell heette, door die middelmatige gaven zoo hoog verheven? Waarom hij? Waarom niet een ander?

Het is duidelijk, dat deze man iets moet bezeten hebben, dat anderen misten, iets of veel, dat hem zijn overwicht gaf, en de reeks van eerzuchtigen en benijders, die hem omgaven, dwong, zich aan hem te onderwerpen.

De grondslag van zijn verheffing is zijn militair genie geweest. Dat orde, krijgstucht, snelheid van beweging, verkwisting van bloed om groote resultaten snel te verkrijgen, in een oorlog belangrijke factoren zijn, weet ieder in onze dagen. Maar in de 17de eeuw was het eene ontdekking. Wanneer men denkt aan de hervormingen, die Maurits in het Nederlandsche leger moest invoeren; aan den eindeloozen krijg, die de worsteling in Duitschland tot een dertigjarigen deed uitdijen; aan de verbazing, waarmede Europa aanschouwde, hoe Lodewijk XIV in 1672 een vesting als Maastricht durfde ter zijde laten, om in de Republiek te vallen, dan voelt men eenigszins, welk een genialen blik deze landedelman moet gehad hebben, die zonder onderwijs van Manrits en twintig jaar voor Lodewijk XIV, de stoutheid had, een krijg te voeren als zij; die de krijgstucht van den Hollandschen stadhouder wist te vereenigen met de snelheid en stoutheid van beweging,

138

ocr page 147

CllOM WELL.

die de Fransche legers onder Condé en ïurenne kenmerkte. Meer en scherper zien dan anderen, moge niet liet wezen zijn van liet genie, zeker is het een deel ervan. En Cromwell de generaal bewees, dat hij juister en scherper zag dan een der andere aanvoerders van het Engelsche leger, en daarom werd hij hun meerdere.

Maar die vastberadenheid, die beslistheid van zijn optreden , dat recht op zijn doel afgaan, het opofferen van alles om het te bereiken, heeft hem als staatsman ontbroken, zegt men. De Protector is weifelend, onzeker van den weg en de middelen, slaat zijpaden in en mist daardoor zijn doel. Slechts tegenover Europa is hij dezelfde.

Geen enkel dezer verwijten is m. i. gegrond; de beschuldiging rust op een geheele miskenning zijner positie. Niet alleen tegenover het buitenland, maar ook tegenover het binnenland en de partijen vertoont Cromwell's beeld na 1653 dezelfde trekken als vroeger.

Wie in Cromwell een man van theorie meent te vinden, vergist zich; hij is een bij uitstek practisch man. Hij geeft zich met zeldzame nuchterheid rekenschap van de behoeften van het oogenblik, en kiest de middelen om er in te voorzien. Bij de uitvoering deinst hij voor niets terug.

Toen hij het Protectoraat had aanvaard, was hij aan alle kanten door vijanden omringd. Hij onderwierp hen, door een zelfde strenge organisatie als in het leger, over geheel Engeland uit te breiden. Het was een militair regime, waaraan hij het volk onderwierp, een militarisme, dat strenger en drukkender werd, naarmate de vijandschap zich onverzoenlijker toonde. In groote militaire afdeelingen was geheel Engeland verdeeld, generaals heerschten hard en streng, maar tevens heerschte orde en tucht. Persoonlijke veiligheid en die van den eigendom waren verzekerd.

i;39

ocr page 148

CROMWELL.

Niemand schrikte om inkwartiering te ontvangen, want de soldaten van Cromwell eerbiedigden de personen en hunne bezittingen.

Tegen de tegenstanders der bestaande orde van zaken was zijn hnnd gekant: katholieken, onverzoenlijke republikeinen, geestdrijvers. Uit de rijen des legers verwijderde hij stelselmatig allen, die genegen waren, tot omverwerping der maatschappelijke toestanden de hand te leenen. Onverbiddelijk vervolgde en strafte hij allen, die weigerden te berusten in zijn bestuur. Een uitgebreid net van spionnage lag over geheel Engeland uitgebreid. Van alle mannen van beteekenis in de drie rijken wist hij, wat zij dachten, wenschten, deden.

Thurloe, zijn secretaris, stond aan het hoofd dezer geheime politie; maar hoe menigmaal stond deze verbaasd, als hij bemerkte dat de Protector veel meer wist dan hij. Met elk wapen, dat het gezag hem verschafte, trachtte hij zijne tegenstanders te onderwerpen. Zij moesten gevoelen dat elk verzet nutteloos was en het daarom opgeven. De meerderheid der natie, dankbaar voor de inaatschappelijke orde en veiligheid, die hij hun schonk, zou, naar hij hoopte, hem willig ondersteunen en volgen, waarheen hij haar leiden wilde.

Want het protectoraat kon, naar zijne overtuiging, slechts een tijdelijke maatregel zijn: het moest den overgang vormen. Behoud van het door de revolutie gewonnene, de heerschappij van het Protestantisme in Engeland, en de redding der maatschappij van de anarchistisclie lusten der fanatieken en van de reactie der Stuart's, dit alles scheen hem slechts mogelijk door aan de staatsorde elk tijdelijk karakter te ontnemen. Het Engelsche volk was aan de monarchie gehecht. Zoo lang zij niet hersteld was, zou de revolutie

ocr page 149

CROMWELL.

uiet geëindigd zijn. Een nieuwe dynastie moest daarom de oude vervangen. Zijn politiek inzicht en zijn persoonlijke ambitie ontmoetten elkander in dit punt. Wie zal beslissen, wat het zwaarst heeft gewogen?

In het parlementshuis van Engeland zal geen standbeeld voor Cromwell worden opgericht, heeft men gezegd. Inderdaad, het zou een bespotting zijn; hij heeft ze allen naar huis gezonden. Hij kon met geen hunner regeeren, omdat er een onoverkomelijke kloof was tusschen de vertegenwoordiging en het leger, welks hoofd eu representant hij was. iViemaud zag het duidelijker in dan hij zelf, en niemand wenschte vuriger dan hij terugkeer tot een regelmatigen regeeringsvorm, die aan dezen onhoudbaren toestand een einde zou maken.

Doch dit einde kon alleen worden bereikt door samenwerking , of berusting ten minste, van de meest tegenstrijdige meeningen en gevoelens. Hun representanten tot dat inzicht te brengen, is jaren achtereen zijn streven geweest.

Cromwell heeft Eugeland geregeerd met het zwaard in de eene, met den olijftak in de andere hand. Ann ieder, die zich gewillig aan het eerste onderwierp, bood hij den tweeden aan. Zoo hij de zekerheid had, dat zijne tegenstanders niet langer zich verzetten, maar om welke reden ook, uit vrees of uit zwakheid, zich onderwierpen, dan liet hij hen met rust. Cromwell zocht de punten van overeenstemming op, ook met hen, die andere politieke inzichten hadden, zoo zij zich slechts stil hielden. Met George Fox, het hoofd der kwakers, zag men hem in langdurige godsdienstige gesprekken. Most allerlei staatkundige tegenstanders, die gehoorzaamden, bad hij en onderzocht hij de Schrift. Weinig menschen hebben het

141

ocr page 150

CROMWELL.

geheim van persoonlijken invloed zoo begrepen en zoo gebruikt. Zijn groote mensclienkennis gaf hem tal van middelen aan de hand om allerlei personen, zoo al niet rechtstreeks te winnen, dan toch van verzet afkeerig te maken. Terwijl hij de fanatieken, heiligen van de vijfde monarchie, vervolgde en desnoods aan het lijf strafte, stond hij voortdurend met hun hoofden in betrekking, sprak met hen en legde breedvoerig hun zijn gedragslijn, de beweegredenen zijner handelingen uit. Zoo hij hen niet overtuigen kon, was hij tevreden hen te overreden.

Met minder geloovige broeders handelde hij op minder ireloovige wijze. Politieke mannen zocht hij door gemeenzaamheid te winnen; hij vroeg ze bij zich, schertste en lachte met hen. Karakteristiek voor den tijd en de personen is het, dat de pijp tabak bij die samenkomsten een groote rol speelde. Hij rookte dan in letterlijken zin met hen een pijp, in de hoop dat hun samenspreking niet in rook zou opgaan.

Doch dergelijke middelen zijn te klein om te baten, zal men zeggen. Geen regeering wordt door zoodanige kunstmiddelen in stand gehouden. Ten hoogste worden er eenige personen door gewonnen.

Op deze tegenwerping geldt één antwoord. Het winnen van invloedrijke personen is in elke staatsorde, ook der 19de eeuw, voor een gouvernement van gewicht. Maar een bestuur als dat van Cromwell ware zonder dien steun noch ontstaan noch staande gebleven; zonder den steun van personen kon hij zijn doel niet bereiken.

Cromwell was overweldiger: van een beroep op een erfelijk recht, op een droit clivin of iets dergelijks kon geen sprake zijn. Hij was partijhoofd, en zijn gouvernement dat van een partij. Hij was van haar afhankelijk. Met haar leefde

142

ocr page 151

CROMWELL.

en viel hij. Slechts aan het persoonlijk vertrouwen, dat in hem werd gesteld, had hij te danken wat hij was; slechts daarvan mocht hij hopen, wat hij wenschte, zichzelf en Engeland van haar druk te ontslaan.

Doch zijn aanhang volgde hem in alles, vertrouwde hem in alles, behalve in dat eene: het einddoel van zijn streven. Gelijk de toovenaar in het oude sprookje, kon hij den geest niet binden, dien hij wakker had geroepen. Zijne soldaten geloofden in hem als hun religieus hoofd, en zij hebben als zoodanig in hem geloofd tot zijn sterfuur toe. Hij was in hun oogen Gods werktuig, maar tot bereiking van Gods plannen. Zijne bevelen tegen royalisten en katholieken en tot uitbreiding van Engeland's invloed in Europa werden onvoorwaardelijk gehoorzaamd, maar verder volgden zij den staatsman niet. Waar hij op de monarchie wees, als het eenig middel tot behoud der revolutie, weigerden zij. Jaloezie en geloofsijver zagen slechts vleeschelijke ambitie naar de koningskroon, waar hij in naam van het staatsbelang sprak. Het partijwezen vraagt niet naar het belang van allen.

Wij weten te weinig van den mensch Olivier Cromwell, om de grenslijn tusscheu beide, zijn staatkundig inzicht en zijn persoonlijke eerzucht, met zekerheid te trekken. Doch ook al wisten wij meer, het zou ondoenlijk en nutteloos zijn. Er is een hoogte van ontwikkeling, waarop het individueele zich in het algemeene verliest. Die hoogte is bereikt, als de vrucht van een enkel meuschenleven de beslissing van het lot van duizenden inhoudt. En de Protector van Engeland, tot wien Europa opzag, mocht begeeren, zonder aan lage zelfzucht schuldig te zijn, dat het werk van zijn leven voor ineenstorting werd bewaard.

Het is deze zorg, die over zijn laatste levensjaren haar

143

ocr page 152

CROMWELL.

schaduw heeft gespreid. Zijne geestverwanten bleven verblind voor het gevaar, waarin zij verkeerden; slechts de tegenstanders zagen het voordeel van elk jaar in, dat deze onzekere toestand duurde.

//Wie is er,quot; zeggen CromwelUs vijanden, republikeinen, anglikanen, presbyterianen, //wie is er, dien Cromwell niet heeft bedrogen?quot; Tot bewijs voeren zij die tallooze gesprekken aan, die hij met de hoofden hunner richtingen heeft gehouden, om ze voor zich en zijn staatkundige inzichten te winnen.

Er zal wel veel waars zijn in die verwijten, meer dan wij kunnen nagaan; godsdienstig fanatisme en politieke eerzucht zijn geen natuurlijke geleiders van waarheid en goede trouw.

Cromwell belegerde zijn volk als het ware, om het tot overgave aan zijn meening te dwingen. En schoon telkens teleurgesteld, heeft hij volhard, als tot den laatsten ademtocht, in zijn pogingen om, door middel der hoofden, de partijen tot herstel der monarchie te bewegen.

De vrees van niet te zullen slagen, die hem vervulde, bezielde ook zijn gezin. Zijne oude moeder, die bij hem stierf, toen hij op het toppunt zijner grootheid stond, heeft nooit aan het blijvende zijner schepping geloofd. Geen geweerschot kon zij hooren, of de arme vrouw vloog vol onrust op, jammerende, dat haar zoon werd vermoord. Omtrent zijn eigen vrouw zijn de getuigenissen volkomen tegenstrijdig; volgens den een was zij een burgervrouw, die zich niet thuis gevoelde in haar grootheid; volgens den ander nam zij de plichten ervan waar met de gemakkelijkheid en waardigheid van een geboren koningin. Zijne dochters huwde hij uit onder de eerste standen des rijks. quot;Van zijne twee zoons was de oudste, die hem een korten tijd

114

ocr page 153

CROMWELL.

opvolgde, een landedelman, goedhartig, eerlijk, maar onbeduidend. De tweede, Lórd-Luitenant van Ierland, was een zeer bekwaam man. Zij deelden allen in 's vaders vrees: het werk zou den meester niet overleven.

In het midden van dit zijn gezin, met en tegenover zijn kinderen, heeft Cromwell zich nooit anders dan in het openbaar gedragen. Wij hebben brieven van hem aan die kinderen in de wittebroodsweken van hun huwelijk. Zij bewijzen, dat zorg voor hun zieleheil zijn grootste zorg was. Ook als huisvader was hij de dienaar van zijn geloof. Geen enkel woord, schriftelijk of mondeling , is van hem bekend, dat angst voor de maatschappelijke positie zijner kinderen als zijn drijfveer tot de vestiging der monarchie verraadt. In liet beroemde gebed, dat hij stervende opzond, beveelt hij Engeland aan de zorg van den Almachtige, maar is voor de zijnen en hun belangen geen plaats. Er is een gravure algemeen verspreid, waarop Cromwell bij het ziekbed zijner dochter is gezeten, die hem ernstig vermaant zijne eeuwige belangen boven de tijdelijke te stellen. Het was lady Claypoole, de meest geliefde zijner kinderen: een ideale verschijning, die de liefde van vrienden en vijanden genoot. Het was in haar ziekte, dat een royalistisch edelman, die hem naar het leven had gestaan, het schavot besteeg. Zij had, doch tevergeefs, den Protector om genade, gesmeekt. Haar zenuwlijden, reeds zoo zwaar, werd er bitter door verergerd. Cromwell week dag noch nacht van haar bed en hoorde, met al het zelfbedwang van den staatsman, haar godsdienstig-politieke phantasieën, haar kreten van angst voor de goddelijke wraak over het gestorte bloed aan, tot zij in zijn armen bezweek. Wat hij in die dagen en weken heeft geleden, heeft hij zwijgend gedragen.

Drie weken later was hij zelf stervende. Zijn ijzersterk

Jorissen. I3 10

145

ocr page 154

CROMWELL.

gestel was door de spanuing der laatste jaren geknakt; gedurende de ziekte van zijn kind had hij zich slechts door opium staande gehouden. Toen hij haar naar het graf had gedragen, zonk hij zelf in.

In den aanvang kon hij zich niet voorstellen, dat het einde van zijn werk daar was. De onrust zijner medici bestreed hij met de stellige verklaring, dat hij aan deze ziekte niet sterven zou; hij was er zeker vau. quot;Gij denkt, dat ik gek ben, maar ik zeg de waarheid, zij rust op stelliger gronden dan Hippocrates en Galeuus u kunnen verschaifen. God heeft het verklaard, niet bloot op mijn gebeden, maar op die van menschen, die veel meer met Hem omgaan dan ik.quot;

Tn den nacht, die voorafging, hadden de kapelaans van den Protector en al de heiligen in het paleis, in verschillende kamers zich vereenigd, om van God zijn herstel af te smeeken. Allen hadden op hetzelfde oogenblik één stem gehoord: quot;de Protector zal genezen.quot;

Toch bleek het spoedig, dat het ditmaal geen Godsstem was geweest. Den 2Jen September was Cromwell, uit een ijleude koorts ontwaakt, zich volkomen bewust van den afloop, die naderde. Hij wenkte zijn kapelaan Goodwin tot zich en vroeg hem; quot;Is het mogelijk uit den staat der genade te vervallen?quot; — quot;Neen,quot; verzekerde de geestelijke. — quot;Dan sterf ik gerust,quot; antwoordde Cromwell; quot;ik weet zeker, dat ik eens in den staat der genade heb verkeerd.quot;

De volgende dag, de derde September, was steeds, gelijk hij gewoon was te zeggen, zijn geluksdag geweest. Die.i dag sliep hij in.

Alles was dezen man gelukt, behalve het ééue, het hoogste wat hij had begeerd: herstelling der monarchie.

146

ocr page 155

OUOMVVELL.

Hij achtte die herstelling noodig voor de bestendiging van zijn werk. Hij bedroog zich: de ideeën, die de toekomst beheerschen, zijn aan geen staatsvorm gebonden. Zijn schepping was een kunstmatige, die geen wortels in het volksleven had en in strijd was met de nationale ontwikkeling. Als dam tegen den aanwas van het godsdienstig en politiek despotisme had zij dienst gedaan. Een voortleven ook in den vorm der monarchie was voor de zegepraal der beginselen niet noodig. De militaire staat der puriteinen ging daarom onder, en er ging niets mede verloren. Engeland was en bleef behouden voor de zaak dei-godsdienstige en politieke vrijheid in Europa.

De Protector had juist gezien, dat de monarchie de eiscli van het volksbewustzijn, de voorwaarde voor de ontwikkeling der vrijheid was. Ook, dat verwerping der Stuart's en de optreding van een nieuwe dynastie aan liet hoofd van den staat voor beide, volk en vrijheid, de levensvoorwaarde was. CroraweH's pogingen hebben de natie met liet denkbeeld vertrouwd en de uitvoering van 1688 mogelijk gemaakt.

Reiner handen dan de zijne verbonden de monarchie eu de vrijheid te zamen, toen de kroon van Engeland op het hoofd van Willem III rustte. Van dezen de voorlooper, de wegbereider te zijn geweest, is geen geringe roem, zelfs voor een Cromwell,

147

ocr page 156

■■i

^.■: quot;^i tV-quot;. . ■-.'■r '.- .-

ai quot;gt;„Y

f^m

ocr page 157

Ill

DE PRINSES VAN AHLDEN.

ocr page 158
ocr page 159

DE PETNSES VAN AHLÜEN.

Elke wetenschap lieeft haar stokpaardjes, die tegelijkertijd haar nachtmerries zijn. Zij houden een tijdlang de hoofden, bezig, prikkelen de strijdlustigen, als hing het heil der menschheid er aan, en eindigen met te vervelen en ter zijde geschoven te worden. Doch het is slechts voor een poos. Met de regelmatigheid van koortsaanvallen komen zij terug, om opnieuw de aandacht te vragen. Doih telkenmale eindigt het op gelijke wijze, de strijd blijft onbeslist.

Op literarisch terrein is aan dergelijke vraagstukken geen gebrek. Een dezer doet niets minder, dan het rechtmatig bestaan van een geheel letterkundig genre in twijfel trekken. Moet de historische roman in de letterkunde als kind van den huize worden opgenomen of als indringer huiten-gesloten ?

Men kan zich liet antwoord zeer gemakkelijk maken d)oi' op de reeks van historische romans te wijzen, die niet ieder schrijft, maar wel ieder leest. '/Zij, die gij d)od hebt verklaard, verkeeren in blakenden welstand,quot; kan men zeggen. Het antwoord is gemakkelijk, maar

ocr page 160

DE PllINSES VAN AHLDEN.

weinig afdoende. Er zijn veel dingen in de wereld, die verkeerd zijn, het bestaan alleen rechtvaardigt ze niet. quot;l)e historische roman mag niet worden toegelaten zeggen de literarische tegenstanders, womdat zij eigenlijk meer wetenschap dan belletrie is. De phantasie van den novellist wordt gebroken door het kader der historie en de gegeven karakters.quot; Ook van de zijde der geschiedenis wordt bezwaar gemaakt. '/De historische waarheid komt niet tot haar recht, en wordt maar al te dikwerf verminkt ter wille van een letterkundige conceptie. Men leert niet of slecht historie uit een roman.1'

Er is in deze wederzijdsche klachten en grieven waarheid. Maar er staat een waarheid daarnevens, die er niet door gedeerd wordt.

Niemand duidt het den novellist euvel, wanneer hij aan het leven zijns tijds de beelden ontleent, die hij voor het oog zijner lezers plaatst. Wat de hoofden vervult 511 da harten doet kloppen, dat stelt hij in levende personen voor oogen. Hun lijden en strijden, hun lieven en kampen, het geluk, dat zij verwierven, of het noodlot, dat hen neerwierp, in één woord, het leven in al jij 11 schakeeringeu en wentelingen is de akker, die zijn onbestreden deel is. Naarmate zijn levenservaring rijker, liet oog scherper geoefend en de hand, die teekent, vaster is, zijn zijne kansen op wel slagen grooter of geringer.

Welnu, waarom zouden de levenden alleen tot prototypen mogen dienen, en niet de dooden? De strijd is voor le laatsten lang geëindigd, terwijl hij voor de eersten nog voortduurt. Dit kan geen grond voor hun uitsluiting zijn. De geslachten, die voorbijgingen, hebben den strijd van het leven gestreden, niet minder dan wij. Zij zijn door den stroom verzwolgen of staande gebleven, met eoi

152

ocr page 161

DK P1UNSUS VAN AHLDF.N.

vloek of met een dankbede ingeslapen. Dezelfde macht der passiën, die ons beweegt, heeft hen gelukkig of rampzalig gemaakt; dezelfde vragen, in anderen vorm hoogste vragen voor menschheid en individu, hebben hen bezig gehouden. Waarom zou hun levensstrijd niet de stof voor den literarischen beeldhouwer mogen zijn?

Het is inderdaad niet in te zien. De schuld van den tegenstand ligt vooral in de onbedrevenheid der handen, die zich tot den arbeid zetten. Want een arbeid is het voor de meesten hunner. Zij zijn niet tevreden, karakters, menschen te vinden, zij willen historische beelden scheppen. Zij willen wetenschap en kunst gelijktijdig dienen. Hun arbeid wordt een historisch pleidooi, dat niemand bevredigt, en aan de eischen der literarische kunst niet beantwoordt. Ook op letterkundig gebied is de gelijktijdige vereering van twee goden een onmogelijkheid, die met onvermogen wordt gestraft.

Voor een groot deel is gebrekkige kennis van het verleden de oorzaak. Men zoekt daar, waar men niet zoeken moet, en vindt, wat niet bruikbaar is, dan bij uitzondering voor talenten, die verre boven het middelmatige verheven zijn. Slechts een talent als dat van Bosboom-Toussaint kon diplomatieke onderhandelingen tot stof van een novelle maken.

De historie is rijk aan lotwisselingen, die om het algemeen menschelijke der karakters die ze treffen, der driften die ze in 't leven roepen en der omstandigheden, waaronder zij plaats hebben, ook eeuwen na hun afloop belangstelling wekken. Zelfs zonder het rijke kleed der romantische verdichting spreken zij tot de later levenden. De geschiedenis, die volgt, is er het bewijs van.

153

ocr page 162

DE PRINSES VAN AHLDEN.

1

In 1685 liief Lodewijk XIV het Edict van Nantes op, waardoor zijn beroemde grootvader de periode der godsdienstoorlogen in Frankrijk had afgesloten en vrijheid van godsdienst aan zijne geloofsgenooten verzekerd. Die daad van koninklijke willekeur en katholieken godsdiensthaat beroofde Frankrijk van duizenden en nogmaals duizenden bekwame en vreedzame burgers, die met hun kennis van landbouw, handel en industrie de naburige volken verrijkten, en de grondslagen mede legden van de ontwikkeling, die Duitsch-land, de Nederlanden en Engeland tot de mededingers van het vaderland, dat hen verstiet, zouden maken. Mannen van allerlei rang en stand, geestelijken en leeken, edelen en burgers, zochten in den vreemde een wijkplaats, die zij met het goud van hun godsdienstovertuiging en van hun intellectueele beschaving, zoo niet van hun vermogen, betaalden.

De herroeping was jarenlang voorzien. Van het eerste oogenblik af, dat Lodewijk XIV zelf de teugels van het bewind had aanvaard, waren edicten op edicten tegen de Protestanten verschenen. Zij, die de teekenen der tijden wisten te lezen en door geen geldelijke of andere bezwaren werden weerhouden, hadden niet op de opheffing gewacht, om hun land te verlaten. Dadelijk na 1660 vangt de stroom der refugiés aan zich over den vreemde uit te storten.

Tot die eerste vluchtelingen ter wille van het geloof behoorde een edelman uit Poitou, markies d'Olbreuse ge-heeten. Hij overschreed de grenzen met zijn eenige dochter, en vestigde zich aanvankelijk te Brussel. Daar hij, als alle eerste refugiés, zijn fortuin had kunnen redden, kon

154

ocr page 163

DE PRINSES VAN AHLDEN.

hij voortgaan zich te bewegen in de kringen, waartoe hij door zijn geboorte behoorde. Het kwam zijne twintigjarige dochter, Eleonore d'Olbreuse, ten goede. Zij werd opgenomen in het gevolg van de hertogin van Tarente, die met den hertog de la Tremonille was gehuwd. Bloedverwanten van de Oranje's, bezochten de Tremouille's dikwerf de Nederlandsche Republiek en inzonderheid Breda, de heerlijkheid, die aan de Oranje's toekwam. Op het kasteel te Breda, het Versailles van het protestantisme, gelijk het genoemd werd, bracht Maria, de weduwe van Willem II, een groot deel des jaars door. Daar was zij de gulle en verkwistende gastvrouw van Elizabeth van Boheme. die als in een winterdroom een kort oogenblik een koningskroon had gedragen, en van de Stuart's, haar broeders, die door den stormwind der revolutie uit Engeland waren verjaagd. Daar leefden en dartelden zij te zamen, onbeschroomd op dit vrije terrein hun afkeer en verbittering uitende en betoonende tegen de gehate Cromwellianeu te Londen, en hun geestverwanten, de niet minder gehate republikeinen in Holland. Daar zochten zij in weelderige feesten en in speelsche vermaken, waarbij de maskerade een hoofdrol vervulde, hun treurige omstandigheden en het noodlot, banneling te zijn, te vergeten en te doen vergeten.

Het was in die lustige kringen, dat Eleonore d'Olbreuse na 1660 eenige jaren doorbracht en schitterde. De geestrijke en schoone Francaise, spotziek en plaagziek, was een schitterende verschijning, die de oogen tot zich trok door de bevalligheid van haar gestalte en de levendigheid van haar geest. Naarmate zij de jaloezie van vrouwen, ouderen zoowel als jongeren, prikkelde, hechtte zij de mannen meer aan zich. Een breede kring van bewonderaars omgaf de gevierde schoone.

155

ocr page 164

DK PllINSES VAN AHLUEX.

Onder dezen was er één, die sterker en beslister indruk van haar ontving, dan ooit eenige vrouw op hem had gemaakt. Het was een hertog van Brunswijk Geil. Hij werd in vollen ernst op haar verliefd. Ongelukkig genoeg , want hij mocht eigenlijk niet verliefd worden, daar hij niet trouwen kon.

George Willem, hertog van Brunswijk Geil, mocht niet trouwen. Waarom niet ?

Het vorstendom Brunswijk is van liooge oudheid. Sedert het in de 10118 eeuw ontstond, hebben zijne vorsten voortdurend door aankoop, huwelijken als anderszins de grenzen weten uit te breiden en hun bezittingen vermeerderd. Zij slaagden er echter niet in, één grooten staat in Duitsch-land te vormen, omdat de talrijkheid van hun manlijk kroost telken male de bezittingen deed verdeelen. In het begin der 17',c eeuw, toen er opnieuw van verdeeling sprake was, was daarom met gemeenschappelijk goedvinden eens de bepaling gemaakt, dat slechts de oudste der broeders een wettig huwelijk zou aangaan, opdat alle bezittingen mettertijd tot één zoudeu komen. Vandaar, dat in geen geslacht de huwelijken met de linkerhand, de zoogenaamde morganatische, zoo talrijk voorkomen, als bij de Brunswijk's. Een volgend geslacht had zich aan deze bepalingen wel niet gehouden, maar de traditie leefde toch voort.

Doch dit was uiet de reden, waarom Georg Willem niet huwen mocht. Hij was de oudste van drie broeders, van wie de één, die in ons verhaal niet voorkomt, op dit oogenblik hertog van Hannover was en de jongste Luthersch bisschop van Osnabrück. Georg Willem had een vrij stormachtige jeugd achter zich. Na in Utrecht gestudeerd te hebben, had hij jarenlang door Europa gereisd; Erank-

156

ocr page 165

DE PUINSES VAN AHLDEN.

rijk, Engeland, Spanje, Italië, had hij herhaaldelijk bezocht. Venetië, de Venusberg Venetië, had voor hem en ook voor zijne twee broeders, vooral in den tijd van het karnaval, een aantrekkelijkheid, die onwederstaanbaar was. In 1657, toen hij 33 jaar was, scheen hij tot kalmei-leven geneigd: hij verloofde zich met prinses Sophia, de dochter van koningin Elisabeth van Boheme. Zij was een zeer opmerkelijke vrouw, over wie straks nader. Doch het duurde niet lang, of Georg Willem zag tegen zijn huwelijk op, en zocht er aan te ontsnappen. Hij slaagde er in, maar ten koste van zijn toekomst. Zijn jongste broeder, Ernst August van Osnabrück, verklaarde zich bereid de bruid van Georg Willem over te nemen en te huwen, doch op bepaalde voorwaarden. De oudste broeder moest beloven, ongehuwd te blijven en geen aanspraak te zullen maken op Hannover, als het open mocht vallen. Om aan het huwelijk met Sophia te ontsnappen, deed Georg Willem afstand van zijn eerstgeboorterecht.

Veel had de hertog van Geile dus de schoone Francaise niet aan te bieden, toen hij Eleonore d'Olbreuse weinige jaren later het hof maakte. Gedachtig aan het middel, dat zijn voorvaderen zoo rijkelijk hadden gebruikt, wanhoopte hij echter niet. De dochter van den Franschen markies zou met een morganatisch huwelijk tevreden zijn. Maar hij vergiste zich. Eleonore wilde er niet van hooren.

Ofschoon de levensperiode ten einde, waarin de hartstochten het sterkst spreken, was de hertog vau Geile niet geneigd, van de schoone 27-jarige af te zien. Hij trad in onderhandeling met Ernst August van Osnabrück, om ontslagen te worden van zijn belofte. Maar de bisschop was niet genegen, van zijn behaald voordeel af te zien, wel om zoo mogelijk het uit te breiden. Zijn geestelijke

157

ocr page 166

DE PRINSES VAX AH LI)ENquot;.

waardigheid drukte hein niet; hij bemoeide er zich zoo weinig mogelijk mede. Zijn hof was een der weelderigste en galantste van geheel Dnitscliland; het kostte hem schatten. Ofschoon ook Georg Willem geen aanspraak kon maken op den roem van zuinigheid, was hij beter financier. Vandaar, dat er een terrein gevonden werd, waarop de broeders elkander ontmoetten. De raadslieden der beide partijen zetten zich aan 't werk. Zes maanden werden doorgebracht met liet opstellen, verbeteren en volmaken van allerlei acten, waarbij eindelijk de hertog van Geile de vrijheid verkreeg, die hij begeerde. Natuurlijk moest hij ze koopen, niet bloot met geld, maar met nieuwe verbintenissen. Hij moest beloven, dat zijn hertogdom Geile, na zijn dood, aan Ernst August of diens kinderen zou komen. Zijn eigen kinderen, indien hij ze kreeg, zouden alleen het privaat vermogen van hun ouders erven.

Zoo zag in Sept. 1665 Georg Willem zijn wensch vervuld en huwde hij de schoone Eleonora d'Olbreuse, die echter jaren lang, ofschoon door de broeders erkend, den titel van hertogin niet voeren mocht, en niet voordat de Duitsche keizer haar in den rijksadel had opgenomen, met dien naam werd genoemd. In de oogen van de kleine Duitsche vorstenhoven was dit huwelijk eene hoogst ergerlijke zaak. Zij achtten het een grove beleediging, dat een kleine Eransehe gravin uit Poitou tot de hoogte van een Duitschen hertog werd opgeheven. Aan het hof te Osnabrück zag hertogin Sophia met de diepste minacliting op de Madame neer.

De hertog van Geile bekreunde er zich volstrekt niet om. Ook als gehuwde vrouw boeide de schoone Eleonore haar zestien jaar ouderen echtgenoot bij voortduring aan

158

ocr page 167

DE PRINSES VAN AHLDEN. 109

zicli, en liet kleine liof te Geile, dat evenals die te Hannover en te Osnabrück, de weelde van Yersailles, zij het ook van verre, navolgde, was een der meest gezochte plaatsen voor alle ïranschen, die in Duitschland reisden en hier, als bij uitzondering, Fransehe geestigheid, Franse) ven smaak en Fransehe galanterie gehuldigd en heerschende zagen. Georg Willem, een vurig bewonderaar van Willem III en trouw dienaar des keizers, nam aan de oorlogen van Duitschland tegen Lodewijk XIV met geestdrift deel en verwierf zich militairen roem, verre buiten de grenzen van zijn landje. Hij richtte een staand legertje op, waarmede hij den keizer bijstond, eens zelfs met 10,000 man, wat én zijn aanzien in het rijk verhoogde én finantieel goede vruchten voor hem droeg. Op hoe hoogen voet zijn hof ook was ingericht, Georg Willem wist zijne inkomsten steeds te vermeerderen, en ook zijne privaatbezittingen. Nog in 1689 kocht hij, voor meer dan een millioen thaler, Lauenburg van Keur-Saksen.

Het was voornamelijk met het oog op zijne kinderen dat hij, in vergelijking van vroeger jaren, zuinig werd. Eleonore d'Olbreuse schonk hem een drietal, één dochter en twee zoons. He laatsten schijnen vroeg gestorven te zijn. De eerste bleef in leven, en het was op haar kinderlijk hoofd, dat al de trots en de liefde van de ouders zich vereenigden. Weinig konden zij voorzien, hoe bitter het lot was, dat haar wachtte. Want al is zij de stammoeder van het Engelsche en Pruisische vorstenhuis geworden, zij heeft de hooge eere duur betaald met het verlies van haar levensgeluk.

Sophia Dorothea, gelijk haar naam luidt, werd in 1666 geboren. Zij bracht haar jeugd in Geile door, een klein stadje aan de vereenigiug van twee riviertjes, de Aller en

ocr page 168

DE PRINSES VAX AHLDEN.

de Tiese, gelegen. Het plaatsje was tot onze dagen als //de lioofdresidentie der Duitsche nachtegalenquot; bekend. Heeft de jonge Sopliia, als zij naar de wondersclioone tonen luisterde, gemeend liet lied van een sclioone toekomst te liooren ? Dan heeft de arme zich bitter bedrogen!

Het oude slot, dat zij met hare ouders bewoonde, bevat niets meer dan een kapel, die als bezienswaardig aan touristen wordt aangeprezen. Daar bracht zij haar jeugd door, opgevoed door de levendige Fransche moeder, die haar landaard op Duitschen bodem niet verloochende. Een reeks van feesten en vermaken, mythologische balletten, Pransche komediën, sledevaarten, vuurwerken, onderhielden de levendigheid in het stille stadje en lokten de bezoekers aan. Georg Willem was een groot jager, als hij thuis was. Een gestreng heer, die te midden van al zijn weelde stipte orde hield, was hij een onverzoenlijk vijand van wilddieven. Trotsch op zijn stoeterij, zag men hem nu eens op de valkenjacht gaan, dan voor vorstelijke personen, zooals Christina van Zweden, zijn geheele landje als jacht openstellen. Een man van goede sier, groote gestrengheid en stipte orde, bezat hij eigenaardigheden, die den heerscher kenmerken. Bij een zijner bezoeken te Venetië had hij daar een bedeljongen opgemerkt, die hem beviel. Hij had hem medegenomen, aangekleed en aan zijn hof geplaatst, waar hij den eenen eerepost voor, den anderen na verkreeg, en eindelijk zelfs in den adelstand werd verheven. Orn hem nederig te houden, liet Georg Willem zijn gunsteling eenmaal in het jaar het zorgvuldig bewaarde bedelaarspak voor oogen houden.

Aan dit hof, waar Duitsche willekeur en ruwheid, maar tevens orde en overleg met Eranschen geest en bevalligheid heerschten, groeide Sophia Dorothea op. De rijke erfdochter,

160

ocr page 169

DE PllINSKS VAX AHLDENquot;,

die reeds als kiud het evenbeeld harer bevallige moeder werd gelieeteu, was een begeerlijke partij, op wie veler oogen staarden. Toen zij tien jaar was, werd zij verloofd. Het was met den jongen Augustus, kroonprins van Brunswijk-Wolfenbuttel. Doch hst kinderspel werd geen menschen-werk. In den eersten veldtocht, dien de nauw 18-jarige bruigom bijwoonde, werd hij doodgeschoten; voor Eilips-burg trof hem een kogel. Toen de jonge Sophia de mede-deeling ontving, dat haar toekomstige heer en gemaal was gevallen en haar hart weder vrij was, was het kind te jong om lang bedroefd te zijn, en te onbezorgd om zich te verheugen.

Een tweede pretendent volgde eenige jaren later. Het was de broeder van den vroeg gestorven Augustus, een vorstelijk mauvais sujet, die het leven te vroeg en te rijkelijk genoten had. Men zegt, dat de jonge Sophia niettemin zich door hem liet innemen, maar dat de vaderlijke wil tusschenbeide kwam en hen scheidde. ÜViet aan de zijde van dezen man zou zij ongelukkig worden.

Georg Willem wordt gezegd, tegen het huwlijk met den jongen prins van Brunswijk-Wolfenbuttel gestemd te zijn geweest uit bijgeloovige vrees. Hij achtte het een soort van heiligschennis jegens de nagedachtenis van den overleden prins, de hand van diens bruid aan 'den broeder toe te staan.

De ware reden was een audere.

\ olgens de gesloten overeenkomsten met zijn broeder zouden noch hij noch zijn kinderen aanspraak mogen maken oj) vorstendommen, die door den dood van verwanten open vielen. In 1679 deed zich het geval voor. Hun broeder, de hertog van Hannover, stierf. Ernst August van Osna-brück verplaatste zich naar Hauuover en vereenigde dit land met zijne vroegere bezittingen.

Jorisseu. I3 11

161

ocr page 170

1(12 DE PRINSES VAN AHLDEN.

De Bruuswijken waren eerzuchtige vorsteu. Van den eersten aanvang der dynastie tot liet laatst der IS4quot; eeuw onderscheidden zij zich door hun hardnekkige pogingen om de grootheid en het aanzien van hun geslacht uit te breiden. Bezwaren, die voor anderen gelden, golden voor hen niet. Een enkel voorbeeld. De vader van de twee prinsen van Brunswijk-Wolfenbuttel, die wij als pretendenten zagen optreden, was Anton Ulrich. Hij huwde een zijner dochters uit aan den koning van Spanje; zij moest dus katholiek worden. Een tweede moest haar hand reiken aan den zoon van Czaar Peter en dus den Griekschen godsdienst omhelzen. Hij zelf werd, nog op 77-jarigen leeftijd, katholiek, en liet zich zelfs de tonsuur geven, in de hoop van aartsbisschop en keurvorst te worden. Dit belette hem intusschen volstrekt niet, om, toen hij op zijn sterfbed lag, als een oprecht lutheraan uit het leven te scheiden.

Tot zulke uitersten kwam Georg Willem niet; trouwens de gelegenheid werd hem niet aangeboden. Maar zijn gedrag tegenover zijne dochter Sophia Dorothea bewees , dat dochters, ook naar zijne meening, slechts instrumenten waren, om de grootheid van het geslacht te bevorderen.

Voor zich zelf kon hij niets meer verwachten. Hij had zich de handen gebonden door de verbintenissen, die hij bad aangegaan. Maar hij kon het weinig waardige van die contracten doen vergeten en tevens medewerken om het aanzien van het Brunswijksche huis te verhoogen. Indien zijn dochter Sophia huwde met den zoon zijns broedeis te Hannover, was zijn eer gered. De schoonzoon, echtgenoot van zijn eenig kind, was de natuurlijke opvolger in Geile. De contracten zouden vergeten worden en ook zijn naam verbonden aan het opbloeiende Brunswijksche huis.

ocr page 171

DE PUINSES VAN AHLDEX.

Eleonore d'Olbreuse, ziju gemalin, liad steeds grootea invloed op hem gehad. Men zegt, dat liet eerste denkbeeld van liaar is uitgegaan. Als liet waar is, heeft zij deu tijd gehad, bitter haar misslag en haar hoogmoedig streven te betreuren. Een Eransche gravin, wensclite zij haar dochter verbonden te zien aan een vorst uit eeu aanzienlijk regeerend huis. De hertog van Hannover, gehuwd met Sophia, kleindochter van koning Jacob I, van Engeland, cousine van den tegenwoordigen koning Jacob II, beteekende in de schatting van Europa iets meer dan de kleine hertog van Geile.

Het is zeker, dat de eerste voorstellen van de ouders van Sophia Dorothea zijn uitgegaan. Toen zij te Hannover werden ontvangen, vonden zij weinig sympathie. De hertogin Sophia verwierp ze met hoogheid en bitterheid. Zij voelde zich persoonlijk gekwetst door het denkbeeld, dat haar zoon, kleinzoon van koningen, de hand zou aannemen van de dochter eener Eransche gravin.

Doch Sophia was niet de persoon, die te beslissen had. Ernst August beschouwde het voorstel met andere oogen dan zij, schoon hij niets minder trotsch en eerzuchtig was. Hij was ziekelijk en vreesde te sterven voordat zijne kinderen verzorgd waren. Als de pil maar behoorlijk verguld werd, verklaarde hij, zou hij ze innemen. Eu de pil werd behoorlijk verguld. Drie jaar lang werd onderhandeld. Het hof van Hannover eischte geld, veel geld, voordat het den koop sloot. Een rente van 100,000 kronen en nieuwe waarborgen voor het bezit van Celle in de toekomst, stelden eindelijk Ernst August tevreden. De jonge man, over wien men beschikte evenals over de vrouw, werd niet geraadpleegd: de rijke goederen van ziju bruid moesten hem doen berusten. Den 31sl™ November 1682 huwde

163

ocr page 172

DE PRINSES VAN AHLUF.N'.

Sopliia Dorotliea van Geile liaar neef, George, erfprins van Hannover. De bruigom was 33 jaar, zij 16 zomers oud.

Haar onbezorgde jeugd was geëindigd, haar ouders waren gelukkig. Wat zouden zij gesidderd hebben, indien zij een enkel oogenblik de toekomst, vol van donkere wolken, die zicli voor hun kind opende, hadden kunnen lezen!

TI

//De prinses van Hannoverquot; — met deze woorden teekent oen tijdgenoot Sophia Dorothea, in December 1684 — //is van middelmatige grootte, maar goed gebouwd. Zij heeft blonde, naar 't kastanjebruin neigende haren. De trekken van het ovale gelaat zijn zeer regelmatig en de buste is zeer schoon. Zij danst voortreffelijk, speelt klavier en zingt ook. Zij heeft ongemeen veel geest en levendigheid, heeft een rijke verbeelding, goed gevoed door velerlei lectuur. Zij is van nature vol fijnen smaak, die door de zorgvuldige opvoeding van haar moeder zeer ontwikkeld is. Een man van gelijken aard en even rijke beschaving kon zeer gelukkig met haar zijn. Zij spreekt met veel oordeel over alles, en antwoordt met fijnen takt. Met zoo veel schoone eigenschappen is het moeilijk vrij van eigenliefde te zijn, maar dat is een leelijke fout, die zich gewoonlijk bitter wreekt.quot;

Deze schets, waarvan de merkwaardige slotwoorden bijna profetisch klinken, stelt ons het beeld van een jonge vrouw voor oogen, die aan de opgewektheid van haar leeftijd en de natuurlijke levendigheid der Francaise ontwikkeling paart. Een aanleg, die, goed geleid door een liefhebbend man. kansen op levensgeluk bevat.

Maar prins George van Hannover, die haar naar het

164

ocr page 173

df, puixses van ahldex. 165

altaar liad geleid, was er de man niet naar, om liaar te waardeeren en op te voeden. Wij kennen hem beter, dan menig ander vorst; want deze George is de latere koning 1 George I van Engeland. Wie Thackeray's geestvolle teeke-uing van de vier George's heeft gelezen, kan zich voorstellen, wat de echtgenoot van Sophia Dorothea op 21-jarigeii leeftijd was. Een verlegen en vervelend wezen, die tegenover haar stond als in de volgende eeuw Lodewijk XV] tegenover Maria Antoinette. Maar de laatste slaagde er in, Lodewijk geheel aan zich te hechten, de prinses van Hannover niet. Lodewijk XVT was goedhartig en toegevend, George niet. flij was verlegen, omdat hij ruw en lomp, ouwetend en eigenwijs was. In de eerste jaren was de verhouding draaglijk. Toen zijn jonge vrouw hem in 1683 een erfgenaam had geschonken, den lateren koning George II, ontvielen den jeugdigen vader eenige hartelijke woorden jegens de moeder. Maar na de geboorte van een tweede kind, dat later koningin van Pruisen en de moeder van Erederik den Groote werd, hield de intimiteit geheel op.

George behoorde tot die zoogenaamde stillen in den laude, die steeds zwijgen, deels uit verlegenheid deels uit hoogmoed. Hij verwachtte altijd het eerst aangesproken te worden en had niets te zeggen. De hertogin van Orleans schrijft nog in 1702 van hem: //hij is onbeschrijfelijk droog en vervelend en praat bijna niet.quot; Met Sophia Dorothea moest hij zich moeite aandoen en zich inspannen. En dat had hij niet voor haar over. Hij had van der jeugd af geleerd, op haar en de haren met de diepste minachting neer te zien. Hij had een tijdlang gehoopt, Anna, de dochter van Jacobus II, te huwen en was, om haar het hof te maken, in Engeland, toen zijn ouders hem plotseling terugriepen om zijn nichtje te trouwen.

■■

ocr page 174

DU PllINSES VAN AHLÜEN.

Welnu — hij had haar, om haar geld, gehuwd, ofschoon zij zijn mindere was. Zulk een vrouw moest geen eischen aan hem stellen en geen inspanning van hem vorderen.

Zijn moeder, hertogin Sophia, de eenige, die eeuigen invloed op hem had, zou hem niet tegenspreken. Zij had haar geheele leven op de familie te Celle geschimpt. Het huwelijk was zeer tegen haar zin gesloten. En de voortdurende tegenwoordigheid van deze levendige en smaakvolle Fransche schoondochter was haar een ergernis en een kwelling, die allerlei onaangename herinneringen wakker riep.

Het was niet alleen de wrok tegen Eleonore d'Olbreuse, die de oude hertogin tegen Sophia Dorothea koud, onverschillig, ja heimelijk vijandig maakte. Zij kon haar niet aanzien, zonder aan den vader te denken, die zich eerst met haar verloofd had en haar toen had verkocht. En ware het hierbij maar gebleven. Zij had Ernst August gehuwd, zonder groote tegenkanting. Hij was een zeer schoon man en had veel, wat vrouwen aantrekt. Hij was een zeer galant en hoffelijk man en had een air van joviale bonhomie over zich, die velen bedroog. Hij wilde het voor Duitsche trouwhartigheid doen doorgaan; in waarheid was het een masker, waarachter hij zijn cynisme en zijn berekening verborg. Toen hij met de bruid van zijn broeder huwde, had hij natuurlijk geen bijzondere verwachting gekoesterd van haar genegenheid voor hem. Maar kort daarna was er iets voorgevallen, wat de verhouding der echtgenooten, die op zoo zonderlinge wijze tot elkander waren gebracht, koud en onverschillig maakte. Georg Willem, die Sophia aan hem had verkocht, was in vollen ernst op haar verliefd geworden, toen zij met Ernst August was getrouwd. Hij had zijn vroegere geliefde op in het oog loopende wijze het hof, en haar daardoor het leven

166

ocr page 175

DE PRINSES VAN AH LD EX.

zeer lastig gemaakt. Ofschoon Sophia alles had gedaan, om die ongepaste hartelijkheid van haar vroegeren minnaar af te weren, had de verstandhouding tot haar echtgenoot er zeer onder geleden. Ernst August had zich getroost, door de vrouw van zijn eersten minister, graaf Platen, tot zijn minnares te nemen. Was het wonder, dat de oude hertogin eigenlijk niet met goede oogen haar opgedrongen schoondochter kon aanzien, die het kind was van een man, aan wien zij al de vernederingen van haar leven weet?

Aan het hof van Hannover was als bibliothekaris een man verbonden, wiens naam dien zijner meesters verre heeft overschaduwd. Het was Leibnitz. Jn zijn omgang had hertogin Sophia vergoeding gezocht en gevonden voor het vele, wat zij miste. Waar de behoeften van haar hart niet voldaan werden, moesten verstandelijke genietingen in de plaats treden. Ook Ernst August stelde Leibnitz op prijs; hij noemde hem zijn loopend woordenboek, dat hij opsloeg, als hij wat weten wilde. Sophia studeerde en verdiepte zich met Ijeibnitz in de zwaarste theologische en philosophische vraagstukken. Zij wilde niet alleen van alles het ivat weten, maar ook het ivaarom, schreef de wijsgeer later. l.u dien wijsgeerigen dampkring ademende en tevreden, zag Sophia met philosophische minachting op de menschenwereld rondom haar neer.

De zeden der Duitsche hoven, in het laatst der 17'le en het begin der 18de eeuw, vertoonen, op weinige uitzonderingen na, dezelfde trekken. Men voert oorlog tegen Lodewijk XIV, maar volgt zijn levenswijze en hofgebruiken na. Een miniatuur-Versailles richtten zij bijna allen op: Fransche komedies en opera's kon men aan elk Duitsch hofje hooren, maitressen hier, als te Parijs, ontmoeten.

167

ocr page 176

Dl- PRINSES VAN' AHLDUX.

Deze zakeu, kenmerken der Fransche beschaving, werden ook op Dnitschen bodem overge])lant, als groote, sonvereine belangen, waarvoor bet land verarmd en bet volk uitgezogen mocbt worden. Niemand, die op de hoogte van zijn tijd was, had er bezwaren tegen. Ook Sophia niet. Zij was bet volkomen eens met haar vriendin, de bekende hertogin van Orleans, de moeder van den regent, als deze schreef: quot;vorsten hebben bet recht, om minnaressen te nemen, maar vorstinnen niet, om minnaars te hebben; hoe zouden de mannen anders van de echtheid hunner kinderen verzekerd kunnen zijn?quot; Met dit philosophisch cynisme schikte Sophia zich in alles en zag de losse zeden in haar omgeving inet onverschilligheid aan. De bejaarde hertogin zag o]) de levendige, vroolijke prinses, die geen behoefte had aan pliilosophische praatjes, maar aan een opgewektsn, vriendelijk en, smaakvollen omgang, met minachting neer. Dat het huwelijk van die jonge vrouw ongelukkig was, liet haar volkomen koud, zoo liet baar heimelijken afkeer al niet bevredigde. Waarom kon dat speelsche kind van twintig jaar niet gelukkig en tevreden zijn in gelijke omstandigheden als zij verdroeg? Was het dan geen eere genoeg, dat zij met haar zoon was gehuwd? Hannover werd in 1 '192 tot een keurvorstendom verheven. Had de dochter der Fransche gravin dan geen reden om wat verdrietigs te verdragen, bij het vooruitzicht dat zij eenmaal keurvorstin zou heeten? Indien Sophia Dorothea aan deze schoonmoeder ooit haar nood heeft geklaagd, zal zij wel weinig anders tot troost hebben bekomen, dan de cynische spreuk, die Sophia gewoonlijk in den mond voerde: quot;ieder mensch hier beneden is een demon, om het leven van een ander te verbitteren.quot;

Het was alleen Ernst August, die, ten minste in de

1(58

ocr page 177

DU PIUXSES VAX AHLDEX.

eerste tijden, eeuige belangstelling voor haar gevoelde. Sophia Dorothea amuseerde haar schoonvader. Maar hij was een te groot egoïst, om voor haar tegen zijn eigen vleesch en bloed partij te trekken. En aan zijn zijde stond een vrouw, die vast besloten had dat geen andere vrouw invloed op hem zou verkrijgen.

De gravin Platen, de minnares van Ernst August, was een schoone vrouw van bij de veertig jaar. Zij leefde in Hannover op vorstelijken voet en onderhield in haar woning, die onmiddellijk aan het slot grensde, een kleinen hofstoet. Zij hield eiken dag open tafel; wanneer bij den hertog geen cour gehouden werd, was het bij haar. De vorstelijke familie en de geheele hofhouding verschenen op hare bals en feesten, waar weinig etiquette werd in acht genomen en het verkeer ongedwongen en vrij was. Bij al zijn reizen behoorde zij tot zijn gevolg, zooals in 1680, toen hij opnieuw aan het karnaval te Venetië deel nam; de hertogin Sophia vergezelde hem toen ook, maar de ervaringen bij die gelegenheid waren van dien aard, dat zij een volgende maal weigerde en hen alleen liet gaan. Het was deze vrouw, die op het lot van Sophia Dorothea den meest noodlottigen invloed oefende.

Overtuigd, dat er gevaar voor haar dreigde, zoo de jonge prinses eene krachtige positie verkreeg, legde zij liet er op toe, de gespannen verhouding tusscheu de eclitge-nooten te verergeren. Zij wist George, tijdens de tweede bevalling van Sophia, in aanraking te brengen met eene van haar dames, die minder eischen aan hem stelde dan zijn vrouw. De gravin Melusine van Schulenberg, in de Engelsche geschiedenis bekend als hertogin van Vendal, waartoe George haar later verhief, werd zijn geliefde. De scherpe zuster van Frederik den Groote, de hertogin van

169

ocr page 178

I.)r. PIMXSF.S VAN AHLDEN.

Baireuth, teekent in haar Mémoires kaar op deze wijze: «De kertogin van Vendal bekoort tot die menscken, die zoo goed zijn, dat zij tot niets deugeu. Zij keeft nock deugden nock gebreken, en kaar koogste streven is, om de gnust, die zij verworven heeft, te bekouden.quot; Zij was zeer lang en mager, maar kad iets statigs in kaar voorkomen , wat George, die zelf keel klein was, imponeerde eu aantrok. Tn Engeland noemde liet volk kaar, om haar lengte en broodmagerkeid, de, kokanjemast. Het was een volstrekt onbeduidend wezen, wier aantrekkelijkkeid voor George niemand begreep. Sophia, die de ontrouw van haar ecktgenoot met pkilosopkiseke koelkeid verdroeg, trok liet zich natuurlijk niet aan, dat de zoon ket vaderlijk voorbeeld volgde eu stelde zich tevreden met schimpen. //Kijk me die lange slons eens aanquot; — zei zij tot een karer kofdames — quot;kunt ge nu begrijpen, dat George daarop verliefd is?quot;

Sophia Dorothea, die geen pkilosoof was, schimpte niet, maar barstte met de volle keftigkeid van kaar Franschen aard los. Er hadden bittere tooneelen tusscken kaar en George plaats, waarbij liet aan verwijten van hare zijde niet ontbrak en al ket ruwe in George's karakter ziek openbaarde. Zelfs van mishandeling zijner jonge vrouw onthield hij ziek niet.

Van dit oogenblik af was de vrede voor goed verstoord en de kuiselijke rust den haard ontweken. De verwijdering werd steeds grooter. Sopkia Dorotkea, die bij niemand te Hannover steun of troost vond, zocht eenige malen naar toevlucht te (Jelle, en poogde van haar vader verguuning te bekomen, er te blijven. Maar Georg Willem wilde er niet van kooren en zond de arme telkenmale met strenge woorden naar Hannover terug. Zij was er alleen, zonder

170

ocr page 179

DE KirVSES VAN AHLDEN.

eenige hulp, verlaten door allen, aan de zijde van een man, aan wien niets haar verbond, te midden van een kring en een hof, waar niemand voor haar partij trok, niemand haar steunde, noch tegenover anderen, noch tegenover de gevaren van haar eigen hart.

Zoo verliepen een paar jaren, waarin haar positie steeds moeielijker en onhoudbaarder werd, toen onverwachts, omtrent 1672, op het tooneel van dit Hannoversche hof een persoon verscheen, die door het lot bestemd was, tot de ontknooping te leiden.

Onder de herinneringen der jeugd van Sophia Dorothea nam een jonge man een plaats in, die, eenige jaren ouder dan zij, te Geile tot hare speelmakkers had behoord. Hij heette Philip Kcenigsmark.

De Kcenigsmarken waren in de 17de eeuw door geheel Europa bekend. Zij waren oorspronkelijk een Branden-burgsch gravengeslacht. Een tak had zich naar Zweden verplaatst en was daar tot aanzien en rijkdom gekomen. De stamvader van dezen tak was graaf Philip, die als partijganger onder Gustaaf Adolf had dienst genomen, generaal was geworden en in den dertigjarigen krijg de schrik van vriend en vijand was, zoowel door zijn onstuimige dapperheid en krijgsmansgeluk als door de zelfs toen weergalooze woestheid en wreedheid, waarmede hij den oorlog voerde. Toen hij stierf, liet hij een groot vermogen na, dat voor een aanzienlijk deel uit de plunderingen en brandschattingen, waaraan hij zich schuldig maakte, werd afgeleid.

Zijne zonen en kleinzonen zetten op hunne wijze de vaderlijke traditie voort. Ook zij waren militairen. In bijna alle legers van Europa kwamen zij voor, onver-

171

ocr page 180

DE PRINSES VAM AHLDEX.

schil lig welken vorst of staat zij dienden, mits zij slechts hoogen rang en hooge bezoldiging verwierven. Allen uitmuntende door persoonlijken moed, was vechten hun lust en leven. Men vond hen vechtende te Malta tegen de Turken, te Madrid tegen de stieren, te Parijs in het caroussel. Militaire avonturiers, waren zij tevens allen door hun galanterieën berucht. Waar een Kcenigsmark verscheen, wist men, dat hij na korter of langer tijd een bijdrage zou leveren tot de clironique scandaleuse. Zweden van geboorte, namen zij een eerste plaats in onder dien avontuurlijken en galanten adel der 17de eeuw, die in frankrijk de Fronde in het leven riep en in Engeland aan het hof van Karei II zijn beruchtheid schonk, als het meest verdorvene des tijds.

Onze Philip Kcenigsmark, die als jong mensch te Geile had vertoefd, had later eenige jaren te Londen doorgebracht. Tijdens zijn verblijf aldaar had een oudere broeder. Karei Johan, de hoofdstad van het Britsche rijk met de beruchtheid van zijn vermetelen overmoed vervuld. Verliefd op de dochter van den hertog van Northumberland , die, voor de tweede maal gehuwd, gescheiden van haaiman leefde, had hij dien echtgenoot, die hem in den weg stond, door drie zijner bedienden op de openbare straat te Londen laten vermoorden. Hij moest Engeland verlaten en ging naar Griekenland, waar hij in een strijd tegen de Turken sneuvelde.

Philip Kcenigsmark, de oude speelgenoot van Sophia Dorothea, was de waardige leerling van al deze verhevene voorbeelden. Een van de schoonste mannen van den tijd, was hij tevens een der meest losbandigen. Hij was even bekend door zijne dapperheid, als door zijne galanterieën. Hij wordt geteekend als een der gevaarlijkste lions, die

172

ocr page 181

DE PRINSES VAX AHLBEX.

aan niemand vertrouwen inboezemde, maar niettemin ieder voor zich innam. Geestig prater, smaakvol verteller, lichtzinnig en vermetel, wordt hij een man genoemd, van wien liet even onvoorzichtig is de vriend, als gevaarlijk de vrouw te zijn.

Wanneer hij voor de eerste maal, nadat Sophia Dorothea prinses van Hannover geworden was, daar verscheen, is onzeker; maar omstreeks 1692 schijnt hij als kolonel in dienst van den hertog te zijn getreden. In de hofkringen was het natuurlijk gemakkelijk Sophia Dorothea te naderen. Hij had haar als kind verlaten, en vond haar nu als een bloeiend sclioone vrouw van 22 jaren terug, gehuwd, doch ongelukkig. De herinneringen van hun jeugd waren als van zelve aangewezen, om de banden der etiquette, in Hannover trouwens niet bijzonder kuelleud, los te knoopen. Gemeenschappelijke souvenirs zijn op zekeren leeftijd een terrein, dat snel tot gevaarlijke vertrouwelijkheid leidt. Vergelijking van het verleden met het tegenwoordige ligt voor de hand en is een gladde baan, die tot gemeenzaamheid voert. Hoe kou zij hier uitblijven? Haar ongelukkig huwelijk met George, diens leven met Melusine van Schulenberg, zijn ruwheid en onbeschaafdheid — liet was voor niemand een geheim. Ook indien graaf Koeuigsmark vreemdeling in dit Jeruzalem was geweest toen hij kwam, hij bleef het niet lang. En ook indien Sophia Dorothea heeft willen zwijgen wat ieder wist, tegen de hartelijke deelneming van den bedwelmenden lion was de 22-jarige uiet bestand. Philip Kcenigsmark werd eerlang haar vertrouwde, jegens wien zij zich vrijelijk uitte, aan wien zij al haar lijden klaagde en van wiens hulp en raad zij redding hoopte. Want hij was de eenige, die een open oor en hart voor haar klachten had. Herhaaldelijk zocht

173

ocr page 182

DE PRINSES VAN AHLDEN.

zij liaar vader te bewegen om tusschenbeide te komeii en haar bij zich te Geile te nemen. Georg Willem geloofde alles, wat hem van Hannover werd bericht: zijn dochter was koppig en ongehoorzaam, zonder eerbied voor den hertog en haar echtgenoot. Hij zond de arme met strenge bestraffingen troosteloos terug. Wat bleef haar over, dan de eenige hulp aan te nemen, die haar werd aangeboden?

Natuurlijk bleef de vertrouwelijkheid tusschen graaf Koenigsmark en de prinses geen geheim. Ook al hadden de muren geen ooren gehad, Philip was er de man niet naar om ze te verbloemen. Hij bracht de verlaten prinses openlijk zijn hulde en tartte, met de vermetelheid van zijn geslacht, haar vijanden. Toen de gravin Platen, die zich, als al de wulpsche bloemen van het hof, door den schitterenden Zweed voelde aangetrokken, hem tot zich wilde lokken, scheen hij aanvankelijk wel genegen, ook haar zijne hulde te brengen, maar niettemin stiet hij haar eerlang van zich af. Wat beteekende die oude minnares, vergeleken met de onschuldige schoonheid der levendige Pransche prinses?

Dit spel van onvoorzichtig vertrouwen aan de eene, van dartele lichtzinnigheid aan de andere zijde, duurde twee, drie jaren. Koenigsmark verliet van tijd tot tijd Hannover, om elders avonturen na te jagen. Zijn afwezigheid deed geen ander nut, dan het wantrouwen, dat bij de hertogelijke familie door gravin Platen werd aangeblazen, tijdelijk te verminderen. Als hij terugkwam, herleefde het sterker dan te voren door zijn vermetelheid en de onnadenkendlieid der prinses.

In het voorjaar van 1694 werd een zijner vrienden en deelgenooten in zijn vermaken, August de Sterke, dien hij in het leger aan den Eijn had leeren kennen, koning van

174

ocr page 183

DE PRINSES VAX AHLDEN.

Saksen. Koenigsmark begaf zich onmiddellijk naar Dresden, waar liij door den weelderigen vorst, even berucht door zijn lichaamssterkte als door zijn liefdesavonturen, met open armen ontvangen werd Hier vond hij een terrein zijner waardig en een levenswijze, waarbij die van het hof te Hannover als miniatuur-losbandigheid in het niet verzonk. Hij verliet Dresden dan ook niet, zonder vau August de aanstelling tot generaal in Saksischen dienst te hebben ontvangen. Hij zou naar Hannover alleen terug keeren, om ontslag uit den dienst aldaar te verkrijgen, en zich voortaan aan zijn vriend August wijden.

Doch de oogen, die hem in Hannover bespiedden, hadden hem ook te Dresden niet losgelaten. De onvoorzichtige Philip had zich aan een vroolijken diseh veroorloofd, zich over Hannover uit te laten, allerlei anecdotes tot vermaak zijner medegasten ten beste te geven en inzonderheid de gravin Platen tot het voorwerp van zijn spot te maken. Zij wist het, en vergaf noch vergat het. Toen graaf Koenigsmark naar Hannover wederkeerde, zwoer zij, dat hij het niet levend zou verlaten. De vermetele, die haar had afgewezen en bespot, zou zijn straf niet ontgaan en in zijn val de gehate prinses medesleepen.

Tevergeefs had tot dusver, in al de laatste jaren, gravin Platen moeite gedaan, om eenig bewijs te vinden, dat de betrekking der prinses tot Koenigsmark een ongeoorloofde was. Onvoorzichtig en onnadenkend was zij in de hoogste mate, maar onvoorzichtigheid eu onnadenkendheid vormen geen misdaad. Om te straffen moest er schuld zijn. Doch de minnares van den hertog voelde er zich niet verlegen door. Zij had in het hart van Ernst August zoo veel kwaad zaad gestrooid, dat zij op een rijken oogst durfde rekenen, als het geschikte oogenblik was gekomen.

175

ocr page 184

DE PRINSES VAN AHLDE.NT.

Toen Koeuigsinark was teruggekeerd en zijn oude leven lier vatte, zijne bezoeken aan de prinses bracht, vertrouwelijke gesprekken met liaar hield, achtte zij den tijd gekomen. De graaf vroeg zijn ontslag, verkreeg het en zou eerlang vertrekken. Hij mocht aan haar wraak niet ontsnappen. Een der laatste dagen voor zijn verblijf bestemd — het was een Zondag in Juli 169 i — kreeg hij een briefje, waarin hij verzocht werd, 's avonds bij Sophia Dorothea te komen. Niets vermoedende, ging hij. Toen hij aan het slot kwam, bleek dat liet briefje valscli was; toch werd hij binnengelaten. Hij werd, als steeds, ontvangen door Sophia Dorothea in tegenwoordigheid van hare hofdame, die tevens haar vertrouwde vriendin was: een Fraulein von Knesebeck. Deze was geagiteerd, maakte zich ongerust over het valsche briefje en drong er op aan, dat hij spoedig zou weggaan. Maar de overmoedige Kceuigsmark lachte om haar vrees, en bleef rustig tot na elven zitten praten, schertsen en afspraken maken voor liet te zarnen beraamde plan.

Terwijl hij speelde, handelde de gravin Platen. Zij had het briefje gezonden en werd dadelijk onderricht, toen Kceuigsmark in de val was gelokt. Zij begaf zich tot Ernst August, deelde hem het geheime bezoek mede, en vroeg zijn toestemming om, ter wille van de eer der dynastie, den verleider van zijn schoondochter in hechtenis te nemen. Ernst August was reeds lang tegen haar opgezet en geloofde alles. De prins van Hannover was niet in de stad: hij bracht een bezoek aan zijne zuster te Berlijn, wat later als een bewijs van medeplichtigheid werd uitgelegd. De keurvorstin Sophia hield, als gewoonlijk, zich met hare philosophische bespiegelingen bezig en bemoeide zich met niets. Zonder een oogenblik, naar het

176

ocr page 185

DE PllINSKS VAN AHLDEN.

schijnt, er aan te denken, dat liij de eenige was die in dezen handelen kon en dat een persoonlijk onderzoek van hem geëischt werd, gaf Ernst Augnst zijn toestemming. Zijn minnares werd belast, de eer der dynastie te handhaven.

Onmiddellijk koos de gravin vier man van de wacht en stelde ze, na hen dronken gemaakt te hebben, gelijk men zegt, onder een hoogen schoorsteen in de ridderzaal in hinderlaag, met last de wapenen te gebruiken, zoo er tegenstand geboden werd.

Omstreeks 11 uur verliet Koenigsmark de prinses, om door een poortje, dat steeds open bleef, het slot te verlaten. Tot zijn verwondering vond hij het gesloten. Hij moest elders een uitweg zoeken. Hij kwam de ridderzaal door, waar hij onmiddellijk aangegrepen werd.

Hij trok zijn sabel, om, zoo goed het in het duister ging, zich te verdedigen. Na dapperen weerstand bezweek hij onder de menigte der slagen, doch niet, voordat hij zijn moordenares, gravin Platen, die op een kleinen afstand het gevecht had bijgewoond, had erkend. Hij begreep onmiddellijk de beteekenis van haar aanwezigheid en had nog even de kracht om met stervenden mond haar toe te roepen: de prinses is onschuldig!

Toen de gravin Platen aan Ernst August den afloop berichtte, vloog hij verschrikt en vertoornd op. Maar de gravin wierp alle schuld op de onstuimigheid van Koenigsmark, die zich niet kad willen overgeven. Het lijk werd weggestopt en met kalk overstort. Men zegt, dat honderd jaar later het skelet ouder een vloer verscholen werd teruggevonden.

Zoo stierf, door moord, de laatste mannelijke spruit van de Zweedsche Koenigsmarken. De Brandenburgsche tak bloeit tot op dezen dag.

Joris sen. I3 12

177

ocr page 186

DE PRINSES VAN AHLDEN'.

Toen Sophia Dorothea het vreeselijk bericht ontving, barstte zij in een vlaag van woede en hartstocht uit, die bewees hoe zeer zij het gevaar inzag, dat haar dreigde. Zij wilde niet langer onder deze barbaren en moordenaars leven!

Doch deze barbaren en moordenaars hadden macht over haar en maakten er gebruik van.

Onmiddellijk werden al hare papieren in beslag genomen, hare vrouwen verhoord en zij zelve in bewaring gesteld. Het bewijs, hetwelk boven alles gezocht werd, dat zij tot Koenigsmark in misdadige betrekking had gestaan, werd niet gevonden. Zij had van tijd tot tijd brieven met hem gewisseld, waarin zij zich vrijelijk, al te vrijelijk, over persouen en toestanden, ook over haar vader had uitgelaten. De verklaringen van freule van Knesebeck, dat zij elkander nooit onder vier oogen hadden gezien, maar zij steeds tegenwoordig was geweest, rechtvaardigden haar op dit punt volkomen. Ook zij zelve loochende alle schuld op stelligen toon, maar gaf tevens op niet minder stelligen toon haar diepen afkeer van haar echtgenoot te kennen. Zij wenschte niets anders dan de vrijheid om zich naar elders te verplaatsen. //Indien ik schuldig ben, ben ik zijner niet waardig; indien ik onschuldig ben, is hij mijner niet waardig.quot;

Doch er bleek uit hare brieven en papieren iets anders, wat zij volmondig erkende. Koenigsmark had haar voorgesteld, om met hem naar Parijs te vluchten. Dit had zij geweigerd, maar iets anders aangenomen. Hij zou haar gevoerd hebben naar Wolfenbuttel, naar den daar wonenden Anton Ulrich, hoofd van den oudsten tak der Brunswijken, vader der twee pretendenten naar haar hand in vroeger jaren. Sophia Dorothea was schuldig aan het plan, de echtelijke woning te hebben willen ontvlieden.

178

ocr page 187

DE PRINSES VAN AHLDEN.

Op dien grond werd een proces van echtscheiding ingesteld, en eene gedienstige rechtbank, waarin de vrienden en verwanten der moordenares zaten, wees den eisch toe. Het huwelijk werd ontbonden verklaard, wegens het plan van moedwillige verlating. De waardige echtgenoot, die in het bezit bleef van al haar bezittingen, verkreeg vergunning tot een nieuw huwelijk. Sophia Dorothea werd tot levenslange gevangenschap veroordeeld.

Zoo had de boosheid gezegepraald en boette deze jonge vrouw de schuld van hare ouders. Haar vader kwam niet tusschenbeide. Verbitterd over uitdrukkingen, die zij zich in ■ haar brieven over hem had veroorloofd, stelde hij zich aan de zijde van haar vervolgers. Hij kwam zelfs over naar Hannover, om bij het vertrek van zijn kiud tegenwoordig te zijn. Kon die vrouw onschuldig zijn, tegen wie haar eigen vader zich verklaarde?

In de laatste dagen van October 1694 werd Sophia Dorothea, 28 jaar oud, overgebracht naar het slot te Ahlden, een klein vlek aan den Aller, vier mijlen van Geile, de residentie van haar ouders. Die plek was bestemd, iiaar levend graf te zijn, totdat de dood haar verloste.

III

De prinses van Ahlden — onder dien naam is Sophia Dorothea in de geschiedenis bekend — heeft met tal van historische personen, over wier lot een sluier ligt, gemeen, dat phantasie en kwakzalverij zich van haar tragisch ongeval hebben meester gemaakt. De raadselen van haar leven heeft men trachten op te lossen, beide door verdichting en door bedrog.

Het hof van Hannover kon noch wilde de waarheid

179

ocr page 188

DE PUINSES VAN AH LD ENquot;.

zeggen. Het verklaarde in oflicieele taal, dat het plan vau moedwillige verlating de reden der eclitsckeiding was. Maar lioe liet verblijf te Hannover de jonge vrouw onmogelijk en onhoudbaar was gemaakt, de vijandschap der keurvorstin Sophia, het gedrag van den echtgenoot, de haat van gravin Platen, het verband van den moord van Koenigsmark en de ontknooping — dat alles bleef natuurlijk onvermeld. Over den vermoorde werd geen woord gesproken en geen inlichting gegeven.

Koenigsmark had veel bekenden, maar weinig familie. Zijn plotseling verdwijnen wekte groot opzien, werd in de iiooge en lage kringen, waarin hij verkeerd had, druk besproken, maar eindigde, zooals steeds, met de plaats te ruimen voor een andere nieuwstijding, die de belangstelling prikkelde en een tijdlang de aandacht gaande hield. Zijn zuster, de bekende Aurora Kcenigsmark, wist den keurvorst van Saksen tot het vragen van inlichtingen te bewegen. Maar het hof van Hannover maakte zich met algemeenheden van de zaak af. Graaf Koenigsmark, heette het, was meer gewoon, dagen, ja weken lang afwezig te zijn ; hij zou ook nu wel weer terecht komen. Toen dit echter niet plaats had en de Saksische gezant met meer nadruk aandrong, verklaarde de keurvorstelijke regeering met de woorden van Kaïn, dat zij geen hoeder was van een Saksischen generaal.

Er waren weinig personen bij het bloedige voorval tegenwoordig geweest. Niettemin waren er velen in betrokken. Hun allen, medeplichtigen en medewetenden, werd onder strenge bedreigingen eeuwig stilzwijgen opgelegd. Er waren echter enkelen, wier belang medebracht te spreken. Onder dezen de prinses en haar hofdame. Maar de gevangene van Ah kien kon de stem niet verheffen.

ISO

ocr page 189

DE PRINSES VAN AHLDEN.

Haar hofdame, freule Knesebeck, was gelijktijdig met haar in hechtenis genomen. Ook zij werd wegens mede-plichtigheid tot gevangenisstraf veroordeeld. Naar Schwarzfels in den Harz werd zij vervoerd. Daar bleef zij drie jaren, toen zij door een van haar vrienden, die zich als leidekker had vermomd, werd bevrijd. Zij vluchtte eerst naar Bruns-wijk, naar den ouden Anton Ulrich van Brunswijk-Wolfen-buttel. Later begaf zij zich naar Berlijn, naar de dochter van de prinses van Ahlden, die met den kroonprins van Pruisen was gehuwd. Deze nam haar bereidwillig op. Vroeger hofdame van de moeder, werd zij het nu van de dochter. De kommandant van Schwarzfels wist geen beter middel, om de ontevredenheid te Haunover over de out-snapping te kalmeeren, dan dit bericht; //De duivel had in de gestalte van een leidekker l'raulein Knesebeck verlost. Hij had haar door de lucht weggevoerd; als men wilde komen zien, zou men het gat in het dak vinden.quot;

Men begreep waarschijnlijk te Hannover, dat de duivel maar al te veel in het gebeurde de hand had gehad, om dit jongste bewijs zijner macht te durven betwijfelen. Men liet ten minste de zaak loopen.

Het was Anton Ulrich, dezelfde, wiens geloofsknutselarijen vroeger vermeld werden, die het eerst voor Sophia Dorothea, tweemaal zijn aanstaande schoondochter, in de bres sprong. De zonderlinge vorst had van 1669—1673, onder den titel: die Römische Octavia, een werk in vijf deelen uitgegeven, waarin hij de geschiedenis der Romeinsche keizers van Claudius tot Vespasianus behandelde, maar tevens een reeks van episoden invlocht, die allerlei geheimzinnige gebeurtenissen van zijn eigen tijd bevatten. Toen hij van de gevluchte hofdame haar verslag vernomen had, zette hij zich aan 't werk en gaf in 1705 een laatste deel, een slot,

181

ocr page 190

DE PRINSES VAN AHLDEN.

waarin hij de gesclnedenis van prinses Solane breedvoerig behandelde. Solane was Sophia Dorothea.

Dit werk is tot onzen tijd de hoofdbron en de grondslag van alle latere voorstellingen. Natuurlijk is het niet vrij van partijdigheid. In hoofdzaak intusschen is het doorlatere onderzoekingen bevestigd. Er komt echter veel in voor, dat ook nu nog niet is verklaard. Zoo schijnen o. a. politieke invloeden, vooral van de zijde van Lodewijk XIV, in 't spel geweest te zijn.

Het onderzoek is in onze dagen zeer verzwaard door twee omstandigheden. De eerste is de kwakzalverij van memoirenfabrikanten. Het is alsof alle partijen hebben afgesproken, eeue voorstelling van het gebeurde te geven, die hen rechtvaardigt en de schuld op anderen werpt. Merkwaardig is het, dat in alle verhalen Sophia Dorothea als de lijdende en onschuldige persoon voorkomt, totdat in 1848 een Zweed, Palmblad geheeten, het waagde, een aantal brieven te verdichten, waaruit de misdadige verstandhouding van Kocnigsmark tot de prinses zonneklaar zou blijken. De vervalsching bleek echter onmiddellijk, toen men de moeite nam, het handschrift van de hoofdpersonen, zooals hij het mededeelde, met echte autographa te Hannover te vergelijken.

Het vermoeden lag voor de hand, dat in de koninklijke staatsarchieven te Hannover het ware licht zou te vinden zijn. Doch het is gebleken, dat het belangrijkste materiaal verduisterd is. Op wiens last, is niet onzeker. Toen Ranke de briefwisseling van keurvorstin Sophia uitgaf, stuitte hij op dezelfde leemten in hetzelfde tijdperk. Voegt men hier de bittere vijandschap bij , die uit Sophia's mémoires, onlangs uitgegeven, tegen haar schoondochter, reeds in een vroegere periode, spreekt, dan heeft men

183

ocr page 191

DE PRINSES VAN AHL DEN'.

recht tot het besluit, dat de hertogelijke familie zelf de hand in de zaak gehad heeft. Men heeft blijkbaar alles in het werk gesteld, om de waarheid te verduisteren. En tot op onze dagen schijnt dit streven te Hannover over-heerschend. Een Hannoversche majoor, Möller, die bibliothecaris van den hertog van Cambridge was, 'gaf in 1840 eene autobiographic van de prinses van Ahlden uit, die geheel verdicht was. Hij had blijkbaar vele onuitgegeven stukken tot zijn beschikking gehad, maar het, om welke redenen ook, beter geoordeeld een verdichting te geven, dan historische waarheid.

Het is op zich zelf reeds niet waarschijnlijk, dat Sophia Dorothea tot een dergelijken arbeid de gelegenheid heeft gehad. Zij leefde op Ahlden als een gevangene, die zich wel vrijelijk in haar kamers bewoog, maar nooit zonder toezicht was. Materieel was goed voor haar gezorgd, een som van 8000 Thaler voor haar onderhoud vastgesteld. Zij had een tiental vrouwelijke bedienden, en verder ondergeschikt keukenpersoneel, waaronder drie koks. Doch deze allen stonden, gelijk zij zelve, onder toezicht van een militairen gouverneur, met een sterke bezetting, zoowel infanterie als kavalerie. Voor het uiterlijke werden de vormen van een hofhouding eenigszins in ackt genomen. Aan de locale autoriteiten en den adel in de omstreken werd soms de toegang tot haar vergund. In den eersten tijd werd haar meer vrijheid van beweging geschonken dan later; zij mocht vrijelijk in den tuin wandelen. Maar na de ontsnapping van Fraulein Knesebeck hield dit op; men vreesde voor een navolging van dit voorbeeld.

Dadelijk na de gevangenneming was zij van haar kindereu gescheiden. Zij heeft ze nooit teruggezien, ondanks haalbede om hun bezoek te ontvangen. Den kinderen zocht

IS-3

ocr page 192

DE PlllNSES VAN AHLDEN.

men in te prenten, dat zij geen moeder hadden. Het was tevergeefs. De dochter, moeders naamgenoot, die iu 1705 met den kroonprins van Pruisen, later Frederik Willem T, huwde, onderhield-, eerst met oogluiking van haar man, later zeer in het geheim, briefwisseling met haar. Zij leed zelve te veel door het despotisme van haar heer en meester, om ongevoelig te zijn voor het lijden harer moeder en lichtgeloovig op het punt harer schuld. Hoe zij over het gebeurde dacht, blijkt uit het feit, dat zij Fraulein Knese-beck in haar eigen gevolg opnam. Na den dood van de prinses van Ah 1 den wekte het Pruisische hof den bef-tigen toorn van George 1 op, door er notitie van te nemen.

Ook haar zoon, de latere George II, koos niet tegen haar partij. Men verhaalt, dat hij bij een zijner jachtpartijen zich opzettelijk van zijn gevolg verwijderde, om spoorslags naar Ahlden te rijden. Hij kwam er aan en eischte toegang tot zijne moeder, maar de gouverneur weigerde en zond hem terug.

Wat er in de buitenwereld omging, vernam de prinses van Ahlden slechts, zoo haar omgeving goedvond, het haar te verhalen. Alle banden van de natuur, op één na, schenen losgemaakt tégenover deze verlatene. Haar vader volhardde tien jaar in zijn boosheid en wilde niets van haar weten. Niet voor 1705 gevoelde hij behoefte, zijn kind weder te zien. Doch hij stierf, voordat hij zijn bezoek had gebracht.

Alleen met de moeder bleef de goede verstandhouding ongeschokt. De arme Eleonore d'Olbreuse leed en boette met haar ongelukkige dochter. Zij bezocht haar van tijd tot tijd, schoon men het te Hannover ongaarne zag. Ook hielden zij briefwisseling, maar alle brieven, over en weer, moesten open zijn en gelezen worden.

184

ocr page 193

DE PRINSES VAN AHLDKNquot;.

Zoo leefde do prinses van Ahlden meer dan 30 jaar, bijkans zonder eenige aanraking met de buitenwereld. De weinige burgerlijke en kerkelijke autoriteiten, die haar een enkele maal bezochten, waren de tusschenpersonen van haar weldadigheid. Zij verwierf zicli een stille populariteit in bescheiden kring, door de geldelijke ondersteuning, die zij aan andere ongelukkigen deed toekomen.

De jaren, die zij op Ahlden doorbracht, waren voor het keurvorstelijk huis vnn groot gewicht. De eerzucht der Brunswijken werd op de schitterendste wijze bevredigd.

In 1688 was Jacob II van den troon van Engeland verjaagd en door Willem III vervangen. ISTa den dood van koningin Maria zocht Willem de protestantsche troonopvolging te verzekeren. In 1700 werd een bill bij het parlement ingediend en door dit staatslichaam aangenomen, waarbij de opvolging op den troon van Engeland, wanneer prinses Anna van Denemarken zonder kinderen kwam te overlijden, aan de keurvorstin van Hannover Sophia en haar nageslacht, werd verzekerd. Een schitterende deputatie bracht de gewichtige acte naar Hannover, om ze aan de toekomstige koningin te overhandigen. Het hart der 73-jarige zwol van trots, bij de gedachte, gelijk zij zelve zeide, dat wellicht op haar graf de woorden zonden prijken: //Hier ligt Sophia, koningin van Engeland.quot;

Met ongeveinsde nieuwsgierigheid werd door de Engelsche afgevaardigden het Hannoversche hof waargenomen. Inzonderheid de kroonprins George, die meer kans had dan zijn bejaarde moeder om de vrucht der acte te plukken, was het voorwerp van hun opmerkzaamheid. Maar van zijn vrouw is ook in hun brieven geen sprake. Zij was dood voor de haren.

Met Ernst August, die in 1698 stierf, had zij den

185

ocr page 194

18fi DE P1UXSES VAN AHLDEX.

eeuige verloren, wieus stemming tegen kaar was veranderd. In den laatsten tijd zijns levens was gravin Platen bij hem in ongenade gevallen en had liij eenige verzachting in het lot zijner schoondochter gebracht. De hoop, dat hij haar in vrijheid zou stellen, ging met zijn dood geheel verloren.

In 1705 stierf haar eigen vader, Georg Willem. Nevens het leven dankte zij hem haar ongeluk. Volgens de overeenkomsten ging het hertogdom Celle aan haar man George over.

De schoonmoeder, keurvorstin Sophia, verkreeg het geluk niet, dat zij met zoo smachtend verlangen begeerde. Zij stierf zonder koningin te zijn, weinige weken voor koningin Anna, 10 Juni 171-L.

Thans werd haar zoon George, de beminnelijke echtgenoot van de prinses van Ahlden, koning van Engeland. Hij haastte zich niet, om van zijn nieuw rijk bezit te nemen. Toen hij eindelijk, in het najaar, in Engeland verscheen, was hij vergezeld van zijne oude minnares, Melusina van Schulenberg, en een jongere mededingster. Zoo deed de stamvader van een nieuw geslacht van Engelsche koningen zijn intrede in de hoofdstad.

Nooit heeft eeu volk zijn gehechtheid aan beginselen krachtiger bewezen, dan het Engelsche tegenover dit Han-noversche vorstenhuis. Persoonlijk hadden de George's niets, dat hen boven de Stuart's onderscheidde. Geen buitengewone talenten kenmerkten hen, geen bijzonder groote gehechtheid aan de voorschriften der moraliteit vestigde ie aandacht op hen. De eerste twee koningen, die van Hannover naar Engeland kwamen, George I, de echtgenoot, George II, de zoon van Sophia Dorothea, waren en bleven vreemdelingen in liet land , waarover zij den schepter voerden.

ocr page 195

DE PRINSES VAN AHLDEN.

Eu toch heeft het Engelsche volk hen gesteund, hun gehoorzaamd en elke poging afgeslagen, die tot omverwerping van hun gezag werd aangewend. Zoo vast en onwankelbaar was de overtuiging, dat het huis van Hannover de zaak der vrijheid vertegenwoordigde, terwijl het huis der Stuart's het politiek en godsdienstig despotisme voorstond en diende. Ondanks de minachting, welke de personen inboezemden, heeft het politiek belang, dat zij vertegenwoordigden, hen staande gehouden en hun geslacht in Engeland doen wortel schieten. Een bewijs, hoe weinig individuen beteekenen bij een volk, dat trouw is aan overtuiging en beginselen.

Toen George de kroon aanvaardde, was zijn zoon de eenige van zijn gezin, die hem vergezelde. Trouwens, George 1 miste evenmin zijn kinderen als zijn vrouw. De verachting, die hij aan de laatste had bewezen, droeg hij op de eersten over. Tusschen vader en zoon bestond geen de minste intimiteit. Velerlei waren de redenen, maar een van deze was, dat de prins van Wales voortdurend partij trok voor zijne moeder. George I heeft in de koelheid zijner beide kinderen geoogst, wat hij tegen hun moeder had misdaan, maar tevens in de voorbeeldelooze ruwheid waarmede hij den tegenstand van dien zoon trachtte te breken en zelfs zijn talentvolle en begaafde schoondochter mishandelde, het beste pleidooi geleverd ten gunste van de gevangene van A.hlden.

Van al de lotswisselingen, Üie haar verwanten, zoo van verre als van nabij, troffen, was er geen enkele, die invloed op haar lot had. Zij deelde noch in hun vreugde noch in hun smart. Zij was van alles buitengesloten en beroofd, zelfs van de hoop op verlossing.

Toch, zegt men, dat zij die nog een geruiinen tijd heeft gekoesterd. Veel vroeg zij niet meer van het leven: liet

187

ocr page 196

DE PRINSES VAX AHLDEN.

eenige wat zij begeerde, was haar vrijheid. Er liep in 1714 een verhaal, dat haar van de zijde van George voorslagen van verzoening waren gedaan, die zij had afgewezen. Een avontuurlijk aanbod Wordt in Engelsche mémoires vermeld. Een paar Engelsche pairs, tegenstanders van het Hannoversche huis, wisten als kooplieden verkleed tot haar door te dringen. Zij boden aan, haar te verlossen, mits zij naar Engeland zou. komen. Hare aanhangers zouden van het parlement hare erkenning als gemalin des konings eischen. Zij weigerde als politiek werktuig te dienen, en herhaalde steeds de oude betuiging: quot;Zoo ik schuldig ben, ben ik hem, zoo ik onschuldig ben, is hij mij niet waardig.quot;

Geen rang en geen lioogen stand vroeg zij meer, alleen hare vrijheid. Oude dienaren van haar huis, die altijd middel hadden gevonden om met haar in betrekking te blijven, vormden plannen, om haar te bevrijden. Gelden, in de Amsterdamsche Bank neergelegd, zoudeu daartoe worden aangewend. De bijzonderheden van den aanslag zijn onbekend. Het schijnt, dat zij tot inzicht is gekomen, dat alles slechts een voorwendsel was, om in het bezit van haar geld te komen.

In Januari 1721 had er voor de eerste maal, sinds zij de poort van Ahlden was binnengetreden, iets plaats, dat aan de oude betrekking tot het Hannoversche huis herinnerde. Beide, het hof van Londen, en zij, prinses van Ahlden, gingen in den rouw om dezelfde persoon. Bij geen der vroegere sterfgevallen had men haar in den rouw der familie laten deelen. Maar ditmaal betrof het haar eigen moeder. Eleonore d'Olbreuse was ingeslapen.

Sinds stond zij geheel alleen op de wereld, te midden van ouverschillige bewakers, dienaren van hare vijanden. Haar gezondheid, die sedert lang door het verdriet was

188

ocr page 197

DE PRINSES VAN AHLDEN. 189

aangetast, verminderde. Toch kwijnde zij nog vijf jaar voort. Tot haar laatste oogeublikkeu betuigde zij haar onschuld. Den 2dl!11 November 1726 sloeg eindelijk de ure van haar verlossing. Ue dood opende haar kerker.

Te Londen werd het bericht met groote onverschilligheid ontvangen. In de Londensche Gazette werd alleen bericht, dat een zekere prinses van Ahldeu overleden was. Geen woord duidde de betrekking aan, waarin de doode tot den regeerenden vorst en den troonsopvolger in Groot-Brittanje stond. Het hof nam er geen de minste notitie van. George I was diep verontwaardigd, toen hij uit Berlijn het bericht ontving, dat de koningin om den dood harer moeder in den rouw was gegaan.

Toch was er een aan het Engelsche hof, die eenigszins met die dochter gevoelde. Het was de prins van Wales. Hij heeft steeds de onschuld zijner moeder in den kring der zijnen, o a. aan zijn vrouw, betuigd. Zijne biografeu zeggen, dat hij het stellige plan had, zoodra hij koning-zou geworden zijn, zijne moeder van Ahldeu naar Louden te doen overkomen en haar als koningin-weduwe vau Engeland te erkennen. George II is niet rijk genoeg geweest aan deugden, dat wij hem deze ééne gerechtigheid jegens de vrouw, die hem het leven had geschonken, willen betwisten.

Maar het heeft niet mogen geschieden. De echtgenoot van Sophia Dorothea overleefde haar acht maanden. Jaarlijks, zoo hij kon, anders om de twee jaar, bezocht George I zijn geliefd Hanuover Den lsten Juni 1727 verliet hij Engeland met hetzelfde doel. Hij deed, als gewoonlijk, de reis over Holland. Nadat hij den 20slen in het Overijselsche dorpje Delden had overnacht, reed hij naar Bentheim. Daar werd hij erustig ongesteld, maar hij wilde van geen

ocr page 198

DE PRINSES VAN AHLDEN.

geneeskundige hulp weten. Hij jaagde voort, om Osnabrück te bereiken. Voordat liij aan het laatste station was aangekomen, werd hij door eeu beroerte getroffen. Een van zijne armen verlamde , en alle pogingen, om hem weer bij te brengen, waren vruchteloos. Toen de stoet Osnabrück binnentrad, was hij dood.

Men vertelde in die dagen, dat de prinses van Ahlden op haar sterfbed den koning binnen een jaar voor den rechterstoel van God had gedaagd. Den brief, die dit bericht bevatte, had men hem niet in Engeland durven geven; hij was hem pas op den laatsten dag van zijn reis overhandigd. De koning opende het schrijven in zijn wagen, en zoodra hij liet gelezen had kreeg hij de zenuwtrekkingen, die in een beroerte eindigden. Dit verhaal bewijst, hoe groot de minachting was, die men voor George koesterde, en hoe niemand, die hem kende, gelooven kon, dat hij niet oneindig meer schuld jegens haar had, dan zij jegens hem.

Het volk in Engeland echter had eene andere verklaring. Het geloofde vast, dat de duivel hem den hals had omgedraaid.

190

ocr page 199

AANTEEKENINGEN VAN DEN SCHRIJVER.

(Zgt;lt;? met * aangeduide zijn bijgevoegd door den Verzamelaar).

1. Saint Cloud dankt zijn ontstaan, volgens de legende, aan Clodoald, een zoon van Clovis, die, zijn leven bedreigd ziende, liet alleen redde door zich hier als kluizenaar te vestigen. Hij werd de stichter der kerk en stierf in reuke van heiligheid. Saint-Clodoald schonk zijn naam aan Saint-Cloud.

Hendrik II bezat hier een villa. Hendrik III bewoonde, toen hij vermoord werd, een huis, aan de Gondi's toebehoorende. Lodewijk XIV kocht dit huis aim, wierp het neer, en stichtte het latere paleis, dat hij aan zijn broeder, den hertog van Orleans, schonk.

Het kasteel van Meudon, waar Hendrik IV zijn hoofdkwartier had, behoorde aan de Guise's.

Zonderling genoeg, bewoonden beide vorsten woningen, aan twee hoofden der oproerige stad toebehoorende.

2. Zie de circulaires van den Conseil des Seize bij Palma Cayet, Chronologie Novénaire. Introduction, p. 34 sqq.

3. Onder dit voorbehoud niettemin: „sauf et réservé celles qui, par lesdits articles, furent réservées par ledict feu roy a ceux de la réligion réformée en chacung balliage et senechaulsé, aulx conditions y contenues.quot;

4. Charles de Bourbon was een jongere broeder van Anton van Navarre, den vader van Hendrik IV.

5. Oeconomies Roy ales I. 429.

6. L'Ad vis d' É t a t, van Villeroy, uitgegeven in 1589, en opgenomen achter de Mémoires de Villeroy (ed. Buchon) p. 664.

7. Lettres Missives de Henri IV. III. 169.

8. Den 8 Mei 1590 te Fontenay, in Poitou. Indien de voorstelling.

ocr page 200

AANTEEKENINGEN.

die wij bij Palma Ca vet vinden, juist is, dan heeft deze kardinaal de Bourbon een zeldzaam voorbeeld van opoffering voor zijne familie gegeven. Hij zou zich alleen met de Ligue verbonden hebben, om de Guise te beletten, de kroon van Frankrijk aan de Bourbon's te ontnemen. Zoolang hij leefde, kon de Ligue geen tegenkoning kiezen, en inmiddels had Hendrik van Navarre den tijd zijne tegenstanders te overwinnen. Palma Cayetj p. 232. Eenige munten, met het opschrift Carolus 10 Franciae Rex, bewaren de herinnering van dit ephemere koningschajï. Zie het Journal de Jehan de la Fosse, curé de la paroisse Saint Barthelémy, tijdens het beleg, in 1868 uitgegeven door Ed. de Barthe-lemy. De la Fosse was een vurig liguist.

9. Wie deze beruchte Decisie, hier verkort, in zijn geheel wenscht te lezen, kan ze vinden in het Journal de l'Estoille (ed. Champollion II. 17), en in de Chronologie Novénaire de Palma Cayet, p. 233.

10. Hij had na den moord der Guise's Blois en Hendrik III verlaten eu zich te Parijs bij de Ligue gevoegd, om de oogmerken zijns meesters te bevorderen.

11. Palma Cayet, p. 231 — 1'Estoile, p. 18.

12. L'Estoile, p. 19. Verg. Palma Cayet, p. 234.

13. In 1528 was het getal bewoners op drie a vierhonderdduizend geschat.

14. Palma Cayet, p. 238.

15. Lettres missives de Henri IV, III. 194.

16. L'Estoile p. 21.

17. „Des prières de huict joursquot;, Palma Cayet, p. 239.

18. Palma Cayet, p. 239. — l'Estoile, p. 22, 23.

19. Lettres missives de Henri IV, p. 217.

20. Oeconomies Royales II 3.

21. Een kapitaal van een f 40,000—.

22. Zie het breedvoerig relaas dezer onderhandelingen bij Palma Cayet p. 241, sqq. — Gondy, kardinaal-bisschop van Parijs, wordt een gematigd man genoemd, tot deze commissie afgevaardigd, omdat hij den koning niet onaangenaam was. Men moet erkennen, dat hij het dan al heel slecht heeft getroffen. Poirson gaat zoo ver, van hem reeds in deze dagen tot de partij van Hendrik te rekenen Dat Nemours hem niet vertrouwde en bedroog, verklaart zijn vertrek na afloop dezer ambassade, maar bewijst niets tegen mijne voorstelling. Hij had gedurende het geheele beleg de Ligue te Parijs gesteund. Dit feit is onweerlegbaar en afdoende. De toespraak van Hendrik IV bewijst, dat ook deze hem op e'e'ne lijn stelde met zijn collega l'Espinac.

192

ocr page 201

AANTEEKEXIXGEN.

23. Palm a Cay et, p. 245.

24. Lettres missives de Henri IV. t. III. 247.

25. „ „ „ „ „ t. III. 289.

26. Palma Cayet, p. 252.

27. Zie bladz. 9 boven.

28. Dit sloeg op Villeroy, die na den moord der Guise's, om de houding van Hendrik III, tot de Ligne overgeloopen was.

29. De Guise's.

30. Zie het geheele stuk bij Palma Cayet, p. 248 sqq.

31. Palma Cayet, p 323.

32. Ranke heeft in zijne Französische Geschichte I. 37S sqq. het eerst uit de papieren van Simancas deze ontwerpen en voorslagen doen kennen. Jammer alleen, dat nergens de dagteekening voorkomt.

33. Verg. zijn Ad vis d'Est at, boven aangehaald.

34. Palma Cayet, p. 263.

35. De tijdgenooten begrepen niet, waarom? quot;Waarschijnlijk vreesde zij, als hare zuster van Lorette, beetgenomen te worden.

36. L'Estoile, p. 4S en p. 55.

37. L'Estoile, II. 45.

38. Zie boven bladz. 51.

39. L'Estoile, p. 69. — Palma Cayet, 325 sqq.

40. L'Estoile, p 65.

41. Palma Cayet, p. 328

42. „En quoi il faut que le chrestien remarque une oeuvre de Üieu extraordinaire et singulierequot; L'Estoile, p. 63.

43. Boucher bleef. In later jaren zien wij hem als pamflettist Richelieu bestrijden. Memoires de Richelieu.

44. Palma Cayet, p. 332.

45. Verg. Fruin. Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog, bladz. 115.

46. Lettres missives de Henri IV. Ill 69. Verg. den daarop-volgenden brief van 7 Nov., waarin Hendrik zelf de grieven, die tegen hem ingebracht werden, bespreekt.

47. L'Estoile, p. 85.

48. Na den dood van zijn oom, die als Karei X door de Ligue werd erkend en in de gevangenschap stierf, had hij diens titel van kardinaal de Bourbon aangenomen. Verg. Letteroefeningen, Jan., bladz. 37.

49. Verg. Letteroefeningen, Maart, bladz. 238.

50. Oeconomies Royales. I. 149.

193

ocr page 202

A ANTE EKE NINGEX.

51. Duplessis-Mornay, die namens den koning aan de onderhandelingen deel nam, oordeelde niet anders. „On arrestera avec M. de Villeroy deux sortes d'articles: les nngs pour avoir lieu avenant la conversion; les autres avant icelle. En quoi il fault avoir ceste dexterité de rendre ceulcx ci si bons, qu'ils fassent negliger ceulx la, et par consequent moins insister sur la pretendue conversion; car, ayant levé les interets et contenté les desirs particuliers, le pretexte qui demeurera tout nud n'aura pas grand force en leur endroict; et peult estre saus attendre nouvelles du pape, ils passeront par dessus, on a une paix ou a une longue trefve, quis les separera de VEspagnoLquot; Duplessis au roi, 4 April 1592. — Memoires de D up les sis-Morn ay V. 270.

52. Oeconomies Royales II. 109 sqq. — Mémoires d'Etat de Villeroy, p 189 sqq.

53. Het eerste der hier vastgestelde punten is te karakteristiek, als acte van beschuldiging, om het hier niet mede te deelen.

„Qu'il falloit d'oresnavant que les bonnes families et les geus d'honneur se recogneussent et se joignissent ensemblement pour estre les plus forts, et resister a certaines personnes qui se disoient (!) catholiques zelez et se faisoient appeler les Seize, que Ton cognoissoit assez estre geus de neant, personnes abjectes de basse condition, qui vouloient tout entreprendre et manier les affaires de la ville, lesquels avoient commence une revolte qui saigneroit a jamais, s'estoient attaquez a la cour de parlement, et de leur propre authorité avoient fait mourir de mort violente M. le president Brisson; qu'ils continuoient encor leurs revoltes et entreprises avec les Espagnols, vouloient ren verser tout ordre, ne faisoient que brouiller les affaires, et estoient la cause de toutes les misères que souffroit la France des guerres civiles.quot; Pal ma Cayet, p. 394.

54. I/Estoile, p. 103.

55. In de Collection de Documents inédits sur l'histoire gat Aug. Bernard de Proces verbanx des États Généraux de 1 5 39 uit, in 1842.

56. Verg. bij Bernard o. a. het Discours van Mendoza p. 704 en het arrest van 't parlement, p. 736 sqq.

57. II. 95.

58. „Corselet de fer qui couvroit la poitrine et les épaules, et qui étoit plus leger que la cuirasse.quot;

59. Bernard 1. c. p. 657. Renaud de Beaune, aartsbisschop van Bourges, was de geestelijke, van men de Ligue wist te vertellen, dat hij geheel ongeloovig was en de kerk van Frankrijk van den Heiligen Stoel wilde

194

ocr page 203

AA NT EE KE N1NGKN.

iifschuuren, om zult patriarch te worden. Op hem, den pastoor Benoist, en den koning was het volgende epigram in omloop:

Do trois B B. B. garder se doit-on.

De Bourges, Benoist et Bourbon;

Bourges crcit Dien piteusement,

Benoist le presche finement;

Mais Dien nous gard' de la finesse Et de Bourbon et de sa messe.

Lettres missives de Henri IV. Ill 814.

00. Lettres missives de Henri IV. t. Ill 821.

61. Palma Cayet, p. 495.

02. L'Estoile, p. 1G4.

195

ocr page 204
ocr page 205
ocr page 206
ocr page 207
ocr page 208