ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

SIR GEORGE TRE8SADY.

ocr page 6
ocr page 7

,1 ff'ipz.

SIR GEORGE ÏRESSADY.

B. o ivr a. nsr

VAX

MRS. HUMPHRY WARD,

Schrijfster van ..Makcellaquot;, enz.

Uit het Engelsch

DOOR

Mevrouw WILLEÜMIER.

Tweede Deel.

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT»

HAARLEM. DE ERVEN F. BOHN. 1896.

ocr page 8
ocr page 9

DERTIENDE HOOFDSTUK.

Op een warmen zomermorgen, in het eind van Juni, ongeveer vier weken na hun logeeren op het kasteel Luton , begaf George Tressady zich te voet van Brook Street naar Warwick Square, om zijne moeder een stuk te laten teekenen in verband met de Shapetsky-zaak, en van daar naar het Lagerhuis te gaan.

Zij was niet in het salon; en de oogenblikken die hij doorbracht met wachten gebruikte George om de tallooze nieuwe portretten van het gezin Fuller-ton te bekijken, die gewoonlijk op haar tafel te vinden waren. Wat was het een karakteristieke tafel, vol briefjes en rekeningen, vol stalen van alle mogelijke Londensche costuumnaaisters, vol modejournalen en adreskaarten! En welk een karakteristieke kamer, met haar gewilden opschik, haar overdaad van meubels, met de geflatteerde portretten van Lady Tressady aan de wanden, in de meest fantastische en gevarieerde toiletten! George liet er met zijn gewone minachting en ergernis de oogen over gaan, doch niet zonder zichzelven in stilte te bekennen dat zijn eigen salon er veel op geleek.

Hij vreesde wel dat zijn moeder hem met geen vriendelijk gezicht ontvangen zou. Want Lettyhad, door allerlei gezochte verontschuldigingen, gedaan

ocr page 10

2

weten te krijgen dat er niets kwam van het bezoek dat Lady Tressady hun in het Pinkster-reces op Perth zou brengen, en sedert zij in de stad terug waren hadden de beide dames elkaar niet noemenswaard ontmoet. Wel had George zijne moeder twee-of driemaal een bezoek gebracht, maar zelfs hij was nu in ruim acht dagen niet bij haar geweest. Plij bereidde zich voor op een stroom van klachten en jeremiades, trouwens — hij kon niet ontkennen dat zij er nu wel reden voor had.

„Zoo, George !quot; klonk eensklaps eene schelle stem , die hem met schrik een portretje deed neerzetten van het jongste Pullertonnetje. „Ik dacht heusch dat je den weg naar hier niet meer vinden kondt!quot;

„Ja, Mama, 't spijt mij zelf,quot; antwoordde hij, terwijl hij haar een kus gaf, „maar u weet niet hoe druk ik het gehad heb met vergaderingen en zoo al meer tegen den gewichtigen strijd.quot;

„O, verontschuldig je niet, dat is niet noodig! En Letty?... Voor haar doe je niet eens de moeite! Neen, 'k zou het ook maar niet doen als ik jou was.quot;

Lady Tressady nam plaats in een stoel, met haar rug naar het licht, en streek met zenuwachtig trillende vingers de lintjes op haar japon glad. Iets in haar stem trof George als ongewoon; hij zag haar vlak in het gelaat en vroeg:

„Is er iets niet in orde. Mama? U ziet er niet goed uit.quot;

Lady Tressady stond haastig op en begon door de kamer te loopen , hier een brief opnemend, daar een photographie verzettend. George schrikte. Stonden hem nieuwe onthullingen te wachten ? Maar eer hij spreken kon nam zij zelve het woord en zei kribbig:

„Ik voel mij heel wel; ik kan alleen niet tegen die ontzettende hitte. Zet dat portret toch neer,

ocr page 11

3

George; hè, je zit overal aan! Heb je niets nieuws te vertellen? — niets om mij wat afleiding te bezorgen ? O neen, niet die akelige stukken; daar is geen haast meê! A propos, de Morning Post zegt dat die deugniet, Lord Ancoats, eene buitenland-sche reis is gaan maken. Ze hebben dat persoontje dus zeker afgekocht?quot;

Zij ging weer zitten , in een donker gedeelte van de kamer, en maakte een ijverig gebruik van haar waaier.

„Geheimen kan ik u niet vertellen. Mama!quot; zei George glimlachend, „om de eenvoudige reden dat ik er niet in ingewijd ben. Maar 't schijnt dat Mrs. Allison en Maxwell er iets op gevonden hebben.quot;

„Hoe houdt zij zich, de moeder?quot;

„Och, — zij is ook op reis gegaan, naar Bad Wildheim. Ze is tegelijk met Lord Ancoats vertrokken.quot;

„Dat is een plaatsje voor hartkwalen, is 'tniet?quot; vroeg Lady Tressady op eens. „Er moet daar iemand zijn die iedereen geneest.quot;

„Dat kan wel,quot; zei George. „Maar zullen we nu even de zaken afdoen. Mama? Ik kom met een paar stukken, die u moet teekenen, en zal een beetje bij tijds naar het Huis dienen te gaan.quot;

Lady Tressady scheen niet geluisterd te hebben. Zij was onrustig, stond andermaal op, liep naar het raam en vroeg:

„Hoe vind je mijn nieuwe japon, George? Denk nu, als je blieft, niet allerlei malle dingen! Justine heeft ze gemaakt; 'tis een heel goedkoope japon.quot;

George kon een glimlachje niet onderdrukken — vooral omdat hij voelde dat hem een pak van het hart genomen werd. Zij zou hem niet vragen haar toilet te bewonderen, als zij met nieuwe schulden voor den dag komen moest.

ocr page 12

4

„U ziet er wezenlijk heel jong in uitantwoordde hij, terwijl hij een critischen blik liet gaan eerst over het elegante costuum, van eene zachte rose stof, waarin zijn moeder zich gestoken had, toen over het zorgvuldig gepoederde en met rouge bedekte gelaat. „U is merkwaardig flink, Mama. Maar toch dunkt mij dat de warmte u te pakken heeft, want uw oogen zien er vermoeid uit. Verg niet te veel van uzelf.quot;

Hij sprak op zijn gewonen luchtigen, vriendelijken toon en legde onderwijl zijne hand op haar arm.

Lady Tressady maakte zich van hem los, keerde hem den rug toe, keek het raam uit en vroeg, over haar schouder heen:

„Heb je in den laatsten tijd de Maxwells nog ontmoet?quot;

Onwillekeurig maakte George eene beweging van schrik. Op eens trof het hem dat zijne moeder op een vreemde manier de conversatie gaande hield.

Aarzelend, onwillig half, gat hij ten antwoord :

„Eens, of tweemaal... Ze waren laatst natuurlijk bij de Ardaghs.quot;

„Zoo, zijn jullie daar ook geweest?quot; Lady Tres-sady's stem klonk weer schel. „Och ja, natuurlijk. Ze hebben Letty gevraagd omdat ze je vrouw is, en jou als Lid van 't Parlement. Lady Ardagh kent heel goed, — maar ik word nu niet meer geteld. Ze was vroeger happig genoeg om mij te hebben !quot;

„'tWas er vreeselijk vol, en warm,quot; zei George, niet wetend wat te zeggen.

Lady Tressady keek uit het raam; ze fronste de wenkbrauwen.

„Nu ! En Lady Maxwell ? — Vindt ieder ze nog altijd even excentriek ?quot;

„Dat hangt er van af welk standpunt men zelf

ocr page 13

5

inneemt,quot; antwoordde George , g-limlachend. „Ik vond haar even warm voor haar overtuiging opkomend als ooit.quot;

„Wie heeft Mrs. Allison naar dat Bad gezonden? Barham zeker. Hij stuurt er altijd zijn patienten heen. Men zegt dat hij met de hotelhouders onder éen deken schuilt.quot;

George zag haar verbaasd aan. Wat scheelde haar toch? Wat deed haar die kort afgebroken zinnetjes uitstooten en zoo hijgend ademhalen ?

Eensklaps keerde Lady Tressady zich tot hem.

„George! . ..quot;

„Ja, Mama.quot; Hij kwam nader. Zij trok hem aan den mouw van zijn jas naar zich toe.

„George ...quot; — er klonk iets als een snik — „je hadt gelijk. Ik ben ziek. Ziezoo; praat er verder niet over. De dokters zijn ezels, allemaal. En als je er Letty iets van zegt, vergeef ik het je nooit.quot;

George sloeg zijn arm om haar heen, maar was feitelijk niet erg onder den indruk. Lady Tressady's repertoire had, helaas, velerlei rollen. Hij had haar die van zieke met evenveel succes zien spelen als alle andere.

„Ja, de drukte van Londen en de warmte zijn u een beetje te kras geweest; ik zag het dadelijk,quot; zei hij. „U moet er eens uit.quot;

Zij zag hem aan, en vroeg:

„Je gelooft het niet?quot;

Thans was het alsof zij ineen zou zinken. Hij zag een akeligen , gespannen trek op haar gezicht, en had al zijn kracht noodig om haar overeind te houden en op een canapé te leggen.

Hij knielde naast haar neer met den uitroep: „Moeder! Wat scheelt er aan?quot;

Stem en toon waren als van een ander man; Lady

ocr page 14

6

Tressady kromp ineen bij die verandering Zij wees naar een taschje, op een tafeltje dicht bij haar. Hij trok het open en zij haalde er een doosje uit, waaruit zij iets innam. Langzamerhand keerden kleur en adem terug, zij begon weer onrustig te worden en zei, — meer als sprak ze tot zichzelf:

„'t Was niets., niets... en 'tging dadelijk over. George, ik dacht het wel, jij geloofde er niets van !quot;

Haar oogen waren op hem gevestigd met akelig tri-umfantelijken blik. Hij keek naar haar, nog steeds op de knieën liggend, ontsteld, hoe hij er ook tegen streed. Was dit — na een leven lang van comédiespelen, — was dit waarheid? Deze angst, die sprak uit iedere beweging, en die, hoe het kwam wist hij niet, ook hemzelf aangestoken had en hem niet loslaten wou ?

Dringend smeekte hij haar hem alles te zeggen , en met een snik ontlastte ze haar hart. Het was de oude, treurige geschiedenis, in iedere familie bekend. Ernstige verschijnselen, eensklaps zich openbarend; een bezoek, onverwijld, aan den specialist; zijn uitspraak en waarschuwende woorden.

„Natuurlijk begon hij met te zeggen dat ik alles opgeven en naar 't buitenland moest, — naar datzelfde badplaatsje. Bad... hoe heet het ook? Maar ik heb hem eens voor al verteld dat ik niets van dien aard doen kon of doen wou. Ik zit tot over de ooren in de invitaties. En thuis te blijven en naar bed te gaan, dat zou de grootste malligheid zijn! — dan zou ik binnen de veertien dagen sterven. Ik heb hem dus gezegd mij een middeltje te geven om in te nemen; dat was 't eenige wat ik doen kon. En 't einde was dat hij mij mijn zin gaf — dat doen ze altijd, die dokters, als je maar op je stuk blijft staan! — en zei dr.t ik maar doen moest wat ik wilde en voorzichtig zijn. Bovendien, wat weten ze

ocr page 15

er eiorpnlijk van ? Allen bekennen ze immers zelf dat het een rondtasten is in den blinde ? Met de chirurgie, natuurlijk, dat 's iets anders. Battye (Bat-tye was Lady Tressady's huisdokter) gelooft niet dat het zoo erg is als die andere zegt- Dat wist ik wel. En wat betreft mij ziek te verklaren, natuurlijk ziet hij zelf wel in dat dit mijn doodvonnis zijn zou. Ziedaar nu, Georgelief, nu weetje 't; maak er als je blieft niet te veel drukte over. Eigenlijk is het dwaas van me dat ik 'tje verteld heb.quot;

Lady Tressady deed alle moeite om een zittende houding aan te nemen , onderwijl met een bijna vijandigen blik haar zoon aanziende. De rimpel in het bleeke voorhoofd bewees dat zij reeds boos op hem was om zijn aandoening, — om die zelden zich uitende ontroering, die zij nimmer bij hem had kunnen opwekken.

Hij kon niets doen dan haar smeeken zich door haar dokter te laten raden , — rust te nemen, althans iets op te geven van dien tredmolen van het leven in Londen, als zij niet naar het buitenland wilde. Lady Tressady hoorde hem aan met toenemende stijfhoofdigheid en ergernis, tot ze eindelijk driftig uitbarstte;

„Scheid toch uit, George, met dat gemaal!'t Verveelt me. Ik zegje, ik weet zelf het best wat ik doen en niet doen moet. En nu , luister eens.quot; — Zij keerde zich eensklaps geheel naar hem om en sprak met nadruk: „Beloof me, dat je er Letty geen woord van vertellen zult. Niemand mag het weten; zij het allerminst. Ik zal precies doen als altijd. Ja, ik stel mij voor een zomer vol afwisseling te hebben. Van middag drie visites en een diner; — 't lijkt er nog niet veel op alsof de menschen mij vergeten, hè, al vindt Letty mij een mal oud wijf?quot;

ocr page 16

8

Zij glimlachte tegen hem , met een akelig mengelmoes van wantrouwen en zelfingenomenheid. Het ouwelijke van het ingevallen gezicht, in strijd met het rouge op de wangen en met het jeugdige, het weelderige van haar toilet, had iets deerniswaardigs.

„Beloof het me,quot; herhaalde zij „Geen woord, — aan haar.quot;

George beloofde het, werkelijk aangedaan. Terwijl hij sprak, kreeg zij opnieuw een vlaag van pijn, hoewel in mindere mate , en ze moest even gaan liggen.

„Ga ten minste vandaag niet uit,quot; drong hij aan. „Neem een beetje rust. Zal ik even naar huis terugrijden , en Letty vragen bij u te komen theedrinken ?quot;

Lady Tressady zette een lip als een bedorven kind, en zei:

„Ze zal niet willen komen. Ik heb natuurlijk van het eerste oogenblik af wel gemerkt dat Letty mij niet kon uitstaan. Hoewel, als ik er niet geweest was... maar dat doet er niet toe! — Goed, George, ga 't haar vragen, doe dat. Ik zal eens zien of ze komt, en thuis blijven als ze verschijnt, 'k Zou 'twel aardig vinden eens van haar te hooren wat ze al zoo gedaan heeft. Ik zal heel lief tegen haar zijn — daar!quot;

Lady Tressady nam haar waaier en gaf er, op haar eigenaardige coquette manier, een tikje mee op zijn hand.

Hij stond op, daar de pendule aanwees dat hij slechts even tijd zou hebben om heen en weer te rijden naar Letty, wilde hij intijds in het Huis zijn voor een comparitie met een zijner kiezers, welke op één uur bepaald was.

„Ik zal Justine bij u zenden als ik wegga,quot; zei hij, zijn hoed opnemend; „van avond hoor ik dan toch van u door Letty.quot;

Lady Tressady zeide niets. Haar oogen, die schit-

ocr page 17

9

terden van een inwendig'en prikkel, volgden hem terwijl hij naar zijn stok zocht. Eensklaps riep ze: „George, geef mij een kus!quot;

Haar stem beefde. Diep geroerd , ontsteld , naderde haar de jonge man, knielde bij haar neder en sloot haar in zijne armen. Hij voelde haar hijgende, half snikkende ademhaling; toen duwde ze hem zacht van zich, bracht de fijne hand met de rose nagels, waar ze zoo trotsch op was, omhoog, en gaf hem een tikje op de wang met een:

„Ziezoo, stap nu maar op! Die jas van je vind ik niets mooi, hoor! 'k Heb 'tje laatst ook al gezegd. Als je niet zoo'n goed figuur hadt, zou je er stellig onmogelijk in uitzien. Je moest een anderen kleermaker nemen.quot;

Buiten gekomen, wenkte Tressady een hansom en reed naar Brook Street terug. Onder het rijden lette hij niet op al wat er omging in de drukke, volle straten. Tot nog toe was hij weinig in aanraking gekomen met den dood. Zijn vader was plotseling overleden, toen hij in Oxford was, en andere naaste bloedverwanten of vrienden had hij niet verloren. Vreemd ! dit plotselinge, ernstige bewustzijn dat alles veranderd was, dat zijn onverschillig, half minachtend gevoel voor zijne moeder nimmermeer zou kunnen zijn wat het tot nu toe geweest was! — altijd, verondersteld dat haar verhaal waarheid bleek. Want waar het een karakter geldt als dat van Lady Tressady, blijft er onwillekeurig een zeker ongeloof hangen, 't Is als vindt men het onmogelijk, ongepast , dezulken den beau róle te gunnen, waar zij aa,nspraak op maken. Ons gevoel voor het ideale vindt zich haast gekwetst bij de gedachte, dat ook zulke menschen de stol kunnen leveren voor een

ocr page 18

10

tragedie, evenzeer als een held of een heilige.

Letty was thuis, en op het punt, in gezelschap van Harding Watton, die even een bezoek bracht, te gaan lunchen. Toen zij de stem van haar man hoorde, verscheen zij boven aan de trap om te weten wat hij te vertellen had. Maar na een paar minuten reeds stoof George zijn studeerkamer binnen, om gauw een briefje te schrijven aan eene ongetrouwde nicht zijner moeder, met verzoek dien middag tijdig naar Warwick Square te gaan en Letty te excusee-ren, die „allerlei afsprakenquot; had. Want Letty had met een minachtend glimlachje zijn verzoek aangehoord. Gunst, ze had „massa'squot; te doen op het oogenblik!

„Mama is ditmaal wezenlijk ongesteld,quot; pleitte George, met de handen in de zijden op haar neerziende. Hij hijgde naar adem, van haast en van ergernis; hij moest zich geweld aandoen om een overredenden toon aan te slaan.

„Maar lieve, beste jongen !quot; — zij ging op de teenen staan om zijn knevels te bereiken en die voor hem op te krullen —- „we weten nu toch immers wel hoe we die ongesteldheidjes van je Mama moeten opvatten ! Ik denk dat ze mij graag eens de les lezen wil, of uithooren over de Ardaghs; of ze wil mij alles vertellen van de partijtjes waar zij geweest is, of iets van dien aard. Neen, heusch, George, 'tis onmogelijk van middag! Ik weet wel dat ik haar noodig eens opzoeken moet; — 'k zal 'took doen.quot;

Dit laatste werd gezegd met het air van iemand die een groote gunst denkt te bewijzen. Inderdaad was het Letty's eerste formeele toenadering, na de beleediging haar aangedaan kort voor het logeeren op Luton.

George bleef nog even aanhouden en smeeken,

ocr page 19

maar te vergeefs. Letty geraakte wel een beetje onder den indruk, evenwel ... gaf niet toe. En terwijl hij de trap afliep hoorde hij haar in het salon lachen , hoorde hij haar en Harding Watton samen lachen. Zeker maakten zij zich vroolijk over de „disciplinequot; die Letty op haar schoonmoeder had moeten toepassen.

In het Lagerhuis was de middag wederom gewijd aan het uitgestelde debat over de tweede lezing van de Maxwell Bill. Het Huis was vol en scheen goed gedisponeerd. Alles bij elkaar genomen, waren de geanimeerde en flinke redevoeringen eene afspiegeling van het vele geredeneer, voor en tegen, waar de wet reeds in en buiten het Parlement aanleiding toe gegeven had. Zij, die als de verdedigers der industrieën optraden, spraken verontwaardigd over de socialistische bemoeials, met meer vuur, met meer schijn althans alsof hun hart er mee gemoeid was, dan een der hunnen ooit gedaan had sedert de groote dagen der eerste fabrieksdebatten. Diegenen, aan den anderen kant, die het Huis aanspoorden tot een nog ernstiger waakzaamheid in het beschermen van den werkman — zelfs van den volwassen werkman — tegen diens eigen hulpeloosheid en gemis aan steun, die geloofden dat de wet beteekent vrijheid, en dat de ondervinding van een halve eeuw geheel aan hun kant was, — ook deze vrienden van een groote zaak waren er met hoofd en hart bij. Ten gevolge van de breede strooming eener sterke réactie was de strijd de uitdrukking geworden van tweeërlei streven naar vrijheid, — een strijdgeschil dus van denkbeelden.

Maar George, die op den hoek van een bank zat, naast zijn leider, de oogen naar het plafond der zaal

ocr page 20

12

gericht, de handen in de zakken, hoorde het alles aan met een gevoel van tegenzin en ergernis. Hij zelf had den derden dag van het debat zijn speech afgestoken. Deze had hem oneindig veel werk gegeven , en scheen hem ten slotte — door het contrast met de meeste redevoeringen in den loop van het debat gehouden, zelfs door mannen kennelijk zijn minderen in aanleg en opvoeding — een holle, leugenachtige redeneering. Wat dacht en geloofde hij eigenlijk? Wat wenschte hij eigenlijk? Wederom kwam hij voor zichzelven tot de slotsom, evenals op Ferth , dat zijn geest een chaos was, zonder eenige overtuiging, zoomin op verstandelijk als op moreel gebied; dat hij iets begonnen was wat hij niet ten einde kon brengen, en voorbestemd was om fiasco te maken in zijn parlementaire loopbaan; gelijk hij het reeds ondervond als eigenaar van kolenmijnen, en evenals hij fiasco maakte in....

Hij onderdrukte eene bittere opwelling, die diep binnen in hem haar oorsprong vond. Maar dit kon niet beletten dat hij een oogenblik met een gevoel van boosheid en ergernis dacht aan Letty, zooals hij haar had hooren lachen met Harding Watton, — lachen, omdat hij haar een kleinen dienst gevraagd had, dien zij op een heel onvriendelijke manier had geweigerd.

Toch moest zij hem te hulp komen voor zijn arme moeder. Hoeveel zachter dacht hij nu over die lastige en vermoeiende oude dame ! Door toevallige omstandigheden had hij vrij wat kennis van het men-schelijk organisme, want de problemen van het rnen-schelijk lichaam hadden zijn pessimistische natuur altijd aangetrokken; toch had hij er in dit geval niets aan. Het eene oogenblik zeide hij tegen zichzelf : „Achttien maanden — zij zal het nog achttier

ocr page 21

13

maanden uithouden,quot; en dan weer: „Battye zal wel gelijk gehad hebben; Barham is onnoodig bezwarend geweest; wie weet of zij niet even lang leeft als wij en een ander.quot;

Eensklaps schrikte hij door iets wat naast hem geschiedde.

„Het geachte lid heeft mijne bedoeling in het geheel niet begrepen,quot; riep Fontenoy, vol vuur overeind springend en den Speaker aanziend.

Het lid, dat het woord voerde van de zijde der regeering, glimlachte, zette zijn hoed op en ging zitten. Fontenoy stootte gauw een paar scherpe, snijdende volzinnen uit, werd door zijn aanhangers, en door een zekere groep van de liberale banken, warm toegejuicht, en ging met een triumfantelijk gezicht weer zitten. Hij had succes behaald.

George keerde zich om naar zijn vriend en zei met vuur:

„Flink gezegd! Nu weten ze waar 'top staat.quot;

Maar toen de man, de tegenstander, andermaal overeind rees, en zijn best deed om den gegeven indruk te niet te doen, betrapte George zich er op dat hij zichzelven afvroeg of het wezenlijk zoo flink gezegd was en waarom hij zoo gauw klaar geweest was met zijn lof. Zij zou zeer zeker beweerd hebben , dat het een succes was tegen alle gezond verstand , tegen alle humaniteit in. Hij begon zich het minachtende schitteren van haar oogen voor te stellen , het welsprekende gesticuleeren met haar witte hand terwijl zij sprak,

Hoe lang was het geleden .. . slechts éen roezige maand .. . sedert hij met haar langs de rivier slenterde op het kasteel Luton ? .. . Terwijl om hem heen het overvolle Huis weer met aandacht luisterde naar

ocr page 22

H

den speech voor de reg-eering, van een ouder Lon-densch lid, wien de protesteerende Fontenoy zooeven had doen opstaan; terwijl zijn leider naast hem zat te brommen en geen oogenblik rust had; terwijl links het gedrang van leden om en bij de deur aanhoudend afnam en weer toenam, maakte Tres-sady's geest zich los van zijn omgeving, zag hij niets, hoorde hij niets dan de tooneeltjes van een ver verwijderd Londen en eene gestalte die zich daaronder bewoog.

Hoe dikwijls was hij na Luton bij haar geweest? Eens of tweemaal in de week, stellig 'tzij in 6V. James s Square, öf in het East End, ten spijt van het Parlement, en van Fontenoy, en van zijn tallooze verplichtingen als Letty's echtgenoot. Vreemd verschijnsel — dat kleine salon van haar in het verre Oost Einde! Want het was feitelijk een salon, zij het ook voor doeleinden waar een Hótel Rambouillet geen begrip van had. Hij was daar een van de velen , en, als alle salons, had het een aparten kring waar de anderen om heen draaiden. Charles Naseby, Edward Watton, Lady Madeleine Penley, de Levens — eenigen van dezen, of allen, waren gewoonlijk in de nabijheid van Lady Maxwell te vinden, hetzij om hulde te brengen of om te helpen op welke wijze ook. Het was aandoenlijk, te zien hoe dat meisje. Lady Madeleine, naar den dokwerker of de hemdennaaister keek met haar rustelooze groengrijze oogen, als gevoelde zij nu eerst recht welk een afschuwelijke band hij is — de eenige ware gemeenschap ! — die het menschelijk geslacht te zamen drukt.

En . . . wat had hij dan nu eigenlijk gezien ? Niets, dit is zeker, waaromtrent hij niet vóór dezen volle-dig ingelicht was geweest. Onder den invloed van

ocr page 23

15

de gesprekken in den kring der Maxwells, was hij een enkele maal een paar armenwijken in White Chapel doorgeloopen: Mile End, en Hackney, waar de ergste huis-industrieën, waaraan eindelijk, na lang aarzelen van meer dan een ministerie, Maxwell's Bill een einde zou maken, in elk krot, in elk steegje, schering en inslag waren. Hij zag er iets van met een dame, een oude kennis der Maxwells, die de huur ophaalde in eenige blokken huizen waar het broeken en vesten maken op groote schaal gedaan werd; ook nam hij een paar maal met beide handen de gelegenheid waar om met een jong inspecteur, die geen woorden genoeg had om de Bill te loven en te prijzen , op de jacht te gaan naar werkhuizen waar de wetten overtreden werden. Maar als men George , na afloop van dergelijke wandelingen, gevraagd had wat hij nu eigenlijk vond, hij zou geantwoord hebben dat zijn eerbied voor Fontenoy, misschien wel voor zijn partij in haar geheel, nog was toegenomen. Geen enkel punt, waar zijn gidsen de aandacht op vestigden, of het was ruim en breed door Fontenoy en zijne vrienden besproken , — op het papier althans. De jonge inspecteur, zelf een vurig partijman en wetend in wiens gezelschap hij zich bevond, zou den ander gaarne overtuigd hebben dat hij niets wist, dat hij totaal onkundig was ; maar integendeel, Tres-sady was in dat opzicht niet te vangen! Wat de bijzonderheden en de statistiek van het afschuwelijke slopjeswerk in Oost Londen betreft, was hij volkomen op de hoogte van al wat men hem kon laten zien.

Desniettemin — mocht hij voor het uiterlijk al onverschillig en lijdelijk schijnen, hij zag thans met eigen oogen wat hij tot dusverre slechts wist van hooren zeggen en van een prentje. Wanneer, ja, wanneer, had hij of Fontenoy, of iemand anders,

ocr page 24

i6

ooit ontkend dat het leven van den arme een rampzalige , een ellendige strijd is, een schandaal voor goden en menschen ? Maar . .. Hadden zij de wereld gemaakt en haar ijzeren voorwaarden ? En toch ... Deze lange reeks van bedompte, vunzige holen; deze rijen van bleeke, gebogen gestalten, werkend en zwoegend met koortsige haast, het eene uur voor, het andere na, in benauwde achterkamertjes, terwijl buiten de Junizon scheen en deed denken aan Engelsche weilanden, aan het zacht wuivende, Engelsche gras ; deze hijgende , onttakelde vrouwen , voortzwoegend naast haar man en haar broeders, onder het dreunen der machines, het geraas der drukpersen, met zieken, of stervenden misschien te zamen in één bed, en hun uitgehongerde kinderen aan hun voeten, — dergelijke tooneeltjes, overgezet van de afgezaagde courantenberichten in scherpe, afzichtelijke naaktheid, hadden ten minste deze uitwerking: zij deden het persoonlijk gevoed van deernis in den toeschouwer grootelijks toenemen ; zij gaven aanleiding tot tal van pijnlijke vragen, die waarschijnlijk nimmer in Tressady opgekomen zouden zijn, en waar hij liever in het geheel niet aan gedacht zou hebben, zonder eene zekere vrouw en zonder de bekoring welke uitging van die vrouw.

Want de slotsom waartoe deze vrouw kwam , bleef voor hem altijd even twijfelachtig. Hij ging op nieuw naar dat zonderlinge kleine huis, waar zij zoo eigenaardig open hof hield , hij ontmoette haar vragenden blik en voelde zich eensklaps aangegord tot den strijd. Wat hadden zij wel gekibbeld! Hij wist, dat zij minder dan ooit hoop had hem er toe te krijgen al was het maar zijn opinie te wijzigen omtrent de hoofdpunten van verschil tusschen de regeering en zijn eigen partij. Zij kon zich geen oogenblik met de hoop

ocr page 25

1

17

vleien dat een daad van hem staan zou tusschen Maxwell en een nederlaag. Hij had met Fontenoy niet over zijne ondervindingen gesproken —ja, hij wilde wel zoo gaarne dat Fontenoy er onkundig van bleef. Maar hij en zij wisten dat Fontenoy, wat dit betreft, weinig van hen te vreezen had.

En toch had ze zich niet van hem afgekeerd. Voor haar persoonlijk, ja, door haar liefde voor Maxwell, moest hij meer dan ooit de harde, zelfzuchtige burger schijnen, die met een gerust geweten zelf zijn gemak nam terwijl hij zijn broeders zag worstelen met den dood. Hij was skeptisch geweest en sarkastisch; hij had geweigerd haar verklaringen te gelooven; hij was blijven volharden in zijn voorkeur voor de gevoellooze, materialistische beschouwing van de zaak. Toch was zij nooit onvriendelijk geweest bij het scheiden, nooit had zij hem laten gaan zonder een uitdrukking in haar mooie oogen die hem bijbleef, waarvoor hij geen verklaring vinden kon. Wat beteekende die blik? Medelijden? Of een onuitgesproken gedachte, van haar persoonlijk, die ze uit vrouwelijke ingetogenheid niet uiten wilde? Of liever. . . had ze een klein, klein vermoeden van de waarheid .. . dat hij een hekel begon te krijgen aan zijn overtuiging .... begon te gevoelen dat het met Fontenoy eens te zijn niets beteekende, maar het oneens te zijn met haar zaligheid wezen zou?

Onzin! Belachelijk! Meteen krachtig willen riep hij zichzelf tot de orde, deed hij het woest kloppen zijner polsen tot kalmte komen. Hij was als iemand die midden in den nacht in zenuwachtigen angst ontwaakt , en den druk voelt van een ijzeren dilemma, waaruit hij zich niet kan losmaken, — aan de eene zijde alles leeg en hol, aan de andere onheil en ellende ....

Want het vermogen om kalm zijn toestand te be-

ocr page 26

i8

redeneeren, dat hij altijd gehad had, liet hem ook nu niet in den steek. Hij zag alles naakt en koud. Zijn huwelijk was nog geen drie maanden oud, maar iemand die er buiten stond had niet met koeler hoofd de gevolgen er van kunnen beredeneeren dan hij het nu zelf ging doen. Het was, in éen woord, afschuwelijk, hieraan viel niet te twijfelen. Hij voelde dat zijn geheele positie even infaam leelijk was als abnormaal. Wie kon er medelijden meê hebben, of met hem? Hij zelf was, van den beginne aan, de bouwmeester geweest van zijn ongeluk. Had hij niet nog meer ondoordacht zich gestort in zijn huwelijk, — in aanmerking genomen het gewicht van een dergelijken stap voor een mensch — dan een dier, dat niet nadenkt bij 't paren ?

Zelfs Letty's eigenaardigheden: haar manier om een kamer binnen te komen; haar laffe, slinksche streken om in gezelschap de aandacht te trekken; de halstarrige verkwisting ten opzichte van toilet en van haar persoonlijke behoeften; haar omgang met het dienstpersoneel; haar scherpe stem wanneer ze de praatjes ophaalde die haar over A. of B. ter oore gekomen waren, — haar man had reeds lang opgehouden er blind of doof voor te zijn. Ja, zijn beoordeeling van veel wat zij zeide en deed was op dit oogenblik bitterder — misschien veel onbillijker — dan het van een vreemde geweest zou zijn. Heel, heel dikwijls trachtte hij het oude gevoel terug te roepen van de bekoring, van het pikante dat vroeger van haar uitging. Te vergeefs. Het was alles over; hij had alleen een akelig gevoel van verwondering over het verleden. Was het omdat hij nu wist waarin de ware bekoring bestaat ? Welk een goddelijke atmosfeer een vrouw omringen kan?

* *

*

ocr page 27

19

„Zeg, wat zijn je plannen?quot;

Tressady schrikte als het ware wakker toen Fon-tenoy naast hem opstond.

„'n Goeie gelegenheid om gauw wat te etenzei Fontenoy, met een wenk van het hoofd naar den persoon die juist aan den Speaker het woord gevraagd had. „Ga je mee ? Ik heb wat met je te bepraten.quot;

George volgde hem de zaal uit. Toen de tochtdeur achter hen dichtviel, stonden zij eensklaps midden in een verward rumoer van stemmen en voetengeschuifel. Al de gangen naar de vergaderzaal waren volgepropt met menschen. Ieder had öf iets te vertellen, óf luisterde naar wat men hem te vertellen had, want de opwinding over een naderende crisis zat in de lucht. Het was nu Vrijdag, de stemming bij de tweede lezing zou den daarop volgenden Maandag plaats hebben.

„Wat 'n volte, en wat'n temperatuur!quot; pufte Fontenoy. „Laat ons even op het terras gaan.quot;

Langzaam wisten zij door de menigte heen buiten te komen, en terwijl ze het terras op en neer liepen , beredeneerde Fontenoy, met zijn schorre, gejaagde stem, den tegenwoordigen stand van zaken. Het gouvernement zou zijn tweede lezing krijgen , natuurlijk; daaraan had men nimmer met rede kunnen twijfelen, ofschoon Fontenoy overtuigd was dat de normale meerderheid veel kleiner zou zijn. Maar al de hoop van de heterogene coalitie, die zich in het voorjaar van lieverlede gevormd had, was gevestigd op de behandeling in comité, en Fontenoy was nu een en al berekening van de hoeveelheid stemmen over de verschillende amendementen. In zijn oog zou men de Bill in drie sectiën kunnen verdeelen. Het eerste gedeelte, voornamelijk bestaande in kleine verbete-

ocr page 28

20

ringen en uitbreiding van vroegere besluiten, zou scherp aangevallen worden, maar waarschijnlijk zonder noemenswaarde wijziging worden aangenomen. Het tweede gedeelte behelsde de bekende clausule, waarbij het strafbaar werd sommige bedrijven, zooals kleermaken, schoenlappen en hemdennaaien, uit te oefenen in de eigen woning van den werkman of der werkster, dat wil zeggen, in hetzelfde verblijf dat hij of zij gebruikten om te eten en te slapen. Dit artikel, het summa summarum van een lange reeks beperkingen van het recht van een mensch om zelfs zijn eigen leven weg te stikken, van zijn recht om zijn kinderen te noodzaken of zijn buurman om te koopen tot een dergelijk vermorsen van de kracht der natie, bracht op dit oogenblik wijd en zijd het hart van het industrieele Engeland in beroering.

En niet alleen van Engeland. Ierland en Schotland , stad en dorp, hadden er den mond vol van, dachten aan niets anders. Wel zou de nieuwe wet, stel zij werd aangenomen, eerst enkel in Londen worden ingevoerd. Maar elk provinciestadje , elk district op het platteland wist, dat, zoo zij bleek een goede wet te zijn, er geen hoekje was in heel het vereenigde koninkrijk of het zou eenmaal er de zwaarte of de zegeningen van ondervinden. Iedere werklieden-vereeni-ging, iedere bijeenkomst der trade-unions, iedere fabriek had het er over. Georganiseerde arbeid, overal gedrukt — in Londen , ten minste — door de concurrentie van de hongerlijdende en worstelende massa huisarbeiders, smachtte naar de wet. De hongerende en worstelende massa zelf bewaarde er het stilzwijgen over, of wist niet wat er van te denken ; hier ontlokte de welsprekendheid hunner trade-union kameraden hun een juichtoon over de revolutie die hen wachtte, daar kantten zij met kracht

ocr page 29

21

er zich tegen aan. Op dit cardinale punt, dacht Fon-tenoy, zou de regeering schipbreuk lijden, maar, sloegen zij zich er doorheen, hetzij door een gelukkig toeval of door een slimmen zet, dan zou de strijd des te heviger woeden over de twee laatste artikelen.

Het derde gedeelte betrof den duur van den werktijd in de nieuw op te richten werkgelegenheden. Voor de eerste maal werd het strafbaar, voor een man zoowel als voor een vrouw, langer te werken dan den vastgestelden tijd van tien en een half uur, met een enkele uitzondering en vrijstelling voor overwerk. Op deze clausule, als men zoover kwam namelijk, zou de stemming der socialisten, indien deze als één man voor het gouvernement opkwamen, hen zonder twijfel er door helpen. „Maar als 't ons 'n beetje meêloopt, vervloekt! dan komt het zoover niet!quot; zei Fontenoy, met die plotselinge kleur van boosheid, die ieder oogenblik verried in welk een koortsachtig gespannen toestand hij verkeerde.

In de laatste sectie van de wet zocht de regeering — als zij haar zin gekregen had — den geschikten persoon om het besluit ten uitvoer te brengen , en vond dezen in den huisheer. Deze zou de politieagent zijn van de nieuwe regeling. Tot iederen eigenaar van een huis of gebouwtje in Londen zei de wet; Gij zijt verantwoordelijk. Als na een zekeren datum, gij sommige bedrijven binnen uw muren laat plaats hebben, zij het ook door een enkelen man of een enkele vrouw, in hun eigen vertrekken, zullen boete en straf niet uitblijven.

Wanneer Fontenoy over dit artikel in de wet sprak, dan kon hij nooit zijn kalmte bewaren. Het was als zag men door zijn kleeren heen zijn hart kloppen terwijl hij er tegen uitvoer. In den grond vond hij dit de laatste en leelijkste stap in een langen, onedelen

ocr page 30

22

veldtocht tegen den stand waartoe hij behoorde, — tegen den eigendom, tegen den bestaanden maat-schappelijken toestand.

Heden avond bracht hij het onderwerp te berde è. propos van den brief van een socialist in het ochtendblad , en George, die op dit oogenblik niets zoo sterk gevoelde als dat Fontenoy en Fontenoy's argumenten hem gloeiend verveelden, moest d mauvais jeu bonne mine maken. Toch viel hij hem eensklaps in de rede:

„Op één ding, datje zegt, teeken ik bezwaar aan. Je verbeeldt je, geloof ik, dat, als zij het „verbodquot; en de „urenquot; er door halen, wij met des te meer kracht de bepaling omtrent de „huisheerenquot; zullen kunnen aanvallen. Maar dat ben ik niet met je eens.quot;

Fontenoy schrikte, keek hem vlak in het gelaat en vroeg:

„Waarom ben je dat niet met mij eens?quot;

„Omdat er altijd scharrelaars zijn die een fait, accompli zullen aannemen; en je weet zelf, 'tgaat zooals 'tgaat, de oppositie wordt gewoonlijk minder sterk als 't tegen 't eind loopt. Maxwell heeft in 't voornaamste zijn zin gekregen, zullen ze zeggen, dit is een quaestie van hoe de wet ten uitvoer te brengen. Bovendien, velen van die liberalen, die in hoofdzaak met ons meegaan, houden niet van grondeigenaars. Neen, vlei je niet dat, als we in de voornaamste schermutseling de nederlaag lijden, er Pruisen zullen wezen die den boel weer in orde brengen, 't Zal een feit zijn.quot;

„Nu, we denken er Goddank niet aan, in 't voornaamste de nederlaag te lijden,quot; mompelde Fontenoy. „Maar als ik iemand uit onze partij zoo hoorde spreken, zou ik hem wel op zijn plaats zetten,quot;

ocr page 31

23

George gaf geen antwoord.

Zwijgend liepen zij voort; de schemering van den zomeravond daalde zachtkens over de rivier en het hospitaal, over het terras met zijn groepjes, over de menigvuldige huizen , gebouwen, torens daar achter.

Eensklaps zeide Fontenoy — en zijn stem klonk nu heel anders —:

„'k Heb eigenlijk nooit den moed gehad er met je over te praten, Tressady, maar . . . heb je toevallig Ancoats nog ontmoet voor zijn vertrek naar 't buitenland ?quot;

„Ja, een paar maal. Eerst in de club; later is hij hier nog eens bij mij komen eten . . .quot;

„En hoe was hij? Een beetje vertrouwelijk?quot;

„Nog al ...quot;. George glimlachte sarkastisch bij de herinnering.

Fontenoy maakte een geluid dat half een vloek was, half een zucht.

„'t Is waarachtig haast niet te doen, behalve z'n eigen zorgen ook nog die van dat jonge mensch op je dak te krijgen! En 't is zoo'n bijzonder geval. Maxwell en ik moeten gedurig samenkomen om een of ander te bespreken. Laatst zocht ik hem in 't Hoo-gerhuis in zijn kamer op, en toevallig kwam er juist iemand de deur uit, die mij zoo verbaasd aankeek alsof hij dacht dat de wereld op haar end liep. Gelukkig kende ik hem, en kon ik hem even op de hoogte brengen ; wie weet welke praatjes er anders de ronde gedaan hadden.quot;

„En, wat doen jullie. Maxwell en jij?quot;

„We doen ons best ons van die vrouw te verzekeren. Afkoopen gaat natuurlijk niet. Ancoats is zijn eigen heer en meester, en zou meer kunnen bieden dan wij. Maar Maxwell heeft hier of daar 'n broer opgediept — een heel fatsoenlijk man — procureur

ocr page 32

24

ergens in de provincie. En dan is er een ritualistische dominé; een Vader. .., 'k weet niet hoe die kerel heetquot; — Fontenoy haalde de schouders op — „die bij tijden nog al invloed op het schepsel schijnt te hebben. Als ze in een deugdzame bui is gaat ze bij hem biechten. Nu, hèm heeft Maxwell te pakken gekregen.quot;

„En intusschen is Ancoats in Bad Wildheim?quot;

„Ancoats is in Bad Wildheim, ja, en houdt zich daar best, hoor ik van zijn arme moeder.quot; Fontenoy zuchtte. „Maar de jongen was natuurlijk onder een hoed te vangen toen ze op reis gingen. Nu is zij aan 't beteren, en niemand kan zeggen....quot;

„Neen, niemand kan zeggen,quot; beaamde George.

„Ik wou dat ik wist zvat het eigenlijk is,quot; hernam Fontenoy een oogenblik later, op een toon als dacht hij overluid over iets dat hem geweldig hinderde. „Wat dunkt jou? Is 't de ware liefde? Of poseert hij ?quot;

George dacht even na. Toen zei hij:

„Och, ik houd het eer voor poseeren dan voor liefde. Ancoats geeft mij altijd den indruk van den jeune premier in zijn eigen comediestuk. Hij ziet zijn leven in aktes en tooneelen voor zich, en speelt deze daarom volgens den regel af.quot;

„'t Is onuitstaanbaar!quot; riep Fontenoy, „'t is om radeloos te worden! En ten minste moest hij zich schamen er een jong meisje aan te wagen! Wij waren lang geen heilig boontje in mijn jongen tijd, maar we zouden 't wel gelaten hebben een fatsoenlijk meisje van twintig jaar uit onzen eigen kring tot confidente te kiezen. Je weet toch wat de aanleiding is geweest, dat al de gasten op Luton op een gegeven oogenblik uit mekaar stoven ?quot;

„Door Ancoats weet ik daar niet van. Toevallig

ocr page 33

25

is me door Harding Watton een en ander voorbij de ooren gewaaid antwoordde George, aarzelend , ontstemd. Want dit was wel een van zijn sterkst sprekende karaktertrekken: dat hij een innigen afkeer had van gebabbel over de particuliere aangelegenheden van anderen — een afkeer, in het onderhavige geval dubbel groot door zijn toenemende antipathie tegen Harding.

„Hoe weet die 't?quot; riep Fontenoy, boos. Hij wilde met plezier Watton gebruiken in de politiek, maar in het maatschappelijk leven was er geen sprake van eenige de minste camaraderie tusschen hen.

Doch met Tressady kostte het hem geen moeite over deze particuliere zaken te spreken , en werkelijk deed hij hem het geheele verhaal, datzelfde verhaal waardoor Marcella dien bewusten avond Betty Leven had doen ontstellen, namelijk: hoe Ancoats dien zondagavond het reine, voor indrukken ontvankelijke kind, dat hij den heelen winter het hof had gemaakt, tot een tête a tête had weten te bewegen ; hoe hij als een gek haar zijn liefde bekend had voor een juffertje van het theater, met wie hij nooit zou kunnen trouwen , die hij niet in gezelschap van zijn moeder brengen kon, maar met wie, er mocht gebeuren wat wilde, hij leven en sterven zou. Zij, Madeleine, was zijn vriendin, zijn goede engel. Zou zij naar zijn moeder willen gaan en het haar vertellen ? Begreep zij het, en kon zij 'them vergeven? Men moest hem niets in den weg leggen, of hij joeg zich een kogel door den kop. En-zoo-voort, — tot het arme meisje, zichzelve niet meer van schrik en van droefheid, meer dood dan levend bij Mrs. Allison in de kamer verscheen.

Hier zweeg Fontenoy.

George gaf toe dat het gebeurde haast ongeloofe-

ocr page 34

26

lijk was, doch kon niet laten bij zichzelf te denken — wat ieder, die de openbare school bezocht heeft, zegt of denkt — dat, als ouders hun jongens thuis houden en angstig vrijwaren voor de klappen en trappen die iedere jongen hebben moet, zij op hun vingers kunnen narekenen dat er een misbaksel uit groeien zal. Hij zeide echter:

„Ik voor mij denk, dat Ancoats voornamelijk geacteerd heeft. Hij zal tot zichzelven gezegd hebben, dat zulk een tooneeltje iets geheel nieuws was en indruk maken zou.quot;

„Goeie hemel! Dat maakt de zaak tienduizend-maal erger!quot;

„Zeker,quot; zei George, onverschillig. „Maar maakt tevens de toekomst misschien, een beetje hoopvoller — het doet licht opgaan over het alternatief: liefde of poseeren. Mijn indruk is, dat, als wij voor Ancoats slechts een goede manier weten te vinden om weg te komen, — een laatste bedrijf, dat hij geen te min slot zou vinden — dat hij dan misschien blij zou wezen met eere van de zaak af te zijn.quot;

Een droeve glimlach speelde om Fontenoy's lippen , terwijl het tweetal zwijgend verder wandelde.

Eens of tweemaal sloeg George, terwijl zij het terras op en neer drentelden , een zijdelingschen blik op zijn leider. Een puntje van Fontenoy's dagelijksch epistel aan Mrs Allison zag hij uit een jaszak steken. Eiken avond schreef de groote man op zijn knie een paar dicht ineengekrabbelde vellen, verscholen achter een Blauwboek, en een of twee avonden hadden George's vlugge oogen zonder het te willen het met potlood geschreven adres op het couvert gelezen. Het velletje postpapier was beschreven met de toewijding en uitvoerigheid van een Eersten Minister die verslag uitbrengt aan zijn Souverein.

ocr page 35

27

Nu! het was zeer zeker heel touchant en heel bijzonder. Maar George verplaatste zich een klein beetje in het gevoel van Ancoats. Bezwaard te zijn met een soort van stiefvader, met wien uw private aangelegenheden uitvoerig worden behandeld, en toch door heel de wereld te hooren verkondigen dat die arme moeder zich geheel opoffert aan haar zoon en om zijnentwil niet aan een tweede huwelijk denken wil —- aangenaam is zulk een toestand zeker niet. En Tressady had alle reden om zich overtuigd te houden dat Ancoats dit alles voelde en wist.

„Zeg, Tressady, wil je met mij tot elf uur wegblijven ?quot; riep iemand , die blootshoofds, met den hoed in de hand, over het terras vloog. „Ik moet noodzakelijk een paar uur weg, en vóór elf uur of omstreeks dien tijd is er niets bijzonders.quot;

George wisselde een paar woorden met Fontenoy, stond toen stil en dacht een oogenblikje na. Eensklaps kwam er een uitdrukking van vreugde op zijn gelaat. Waarom niet?

„Goed,quot; klonk het antwoord, „tot elf uur dus.quot; Daarop drentelden Fontenoy en hij het gebouw weer in om te gaan eten. Toen zij de trap afliepen greep een ander Tressady bij den arm en zei: „'t Bevel tot een werkstaking is gegeven, 'k Heb zooeven 'n telegram gehad. Iedereen scheidt van avond uit met werken.quot;

George haalde de schouders op. Hij had elk oogenblik het bericht verwacht; hij was blij dat het eindelooze heen en weer gepraat eindelijk afgeioo-pen was, en zei:

„'k Wensch ze veel plezier! 't Is goed dat 'tzoover is; 't moest er toch toe komen.quot;

„O , voor we een veertien dagen verder zijn , zitten

ocr page 36

28

we midden in de onderhandelingen. Ze zullen't niet lang uithouden.quot;

George schudde het hoofd. Hij voor zich geloofde dat de strijd den geheelen herfst aanhouden zou.

„'t Is waar, ze hebben Burrows,quot; zei de berichtgever, zelf een aanzienlijk bezitter van kolenmijnen in dat district; ..als Burrows nuchter blijft, en ze hem niet omkoopen, zal Burrows stellig z'n tanden laten zien.quot;

„Dat hebben we altijd geweten,quot; lachte George, terwijl hij verder liep. Hij had nog net tijd om zijn trein te halen.

Hij stak de straat over naar 't station van den Underground , en had toen hij het binnenstapte alles omtrent zijn mijnen en den strike vergeten, al was hem in 't Parlementsgebouw , toen hij voorbij 't postkantoor ging, een pak brieven en telegrammen in de hand gestopt. Eer voelde hij zich luchtig en opgewekt als een schooljongen. Hij had geen oogen-blik er aan gedacht dat hij zich voor van avond vrij zou kunnen maken, tot het aanbod van Dudley om samen weg te blijven hem in verzoeking bracht. Thans, over een half uur, zou hij in dat eigenaardige vertrek in Mile End zijn — haar bespiedend, met haar kibbelend.

Doch een beetje later, toen hij rustig in den trein zat, kregen allerlei kwellende gedachten, aan Letty, aan zijn mijnwerkers, aan zijn geldzorgen, hem weer te pakken. Misschien, nu de werkstaking een feit was, zou deze hem een steun worden en zijn vrouw in toom houden. Onzinnig, wat ze al niet op Ferth uithaalde en bedacht! Zijn gezicht werd vuurrood en kreeg een harden trek toen hij zich al het geharrewar tusschen hen herinnerde de laatste veertien

ocr page 37

29

dagen, haar onophoudelijke aanspraken op zijn beurs, zijn zwakheid, het gevoel van ergernis en minachting dat hem liever deed toegeven dan er veel over praten.

Wat had die Harding Watton ieder oogenblik in zijn huis te maken, om Letty door zijn voorname manieren tot allerlei dwaze behoeften te verleiden ? En die ploert, die Cathedine? Was het wel zooals 't hoort, was het niet onuitstaanbaar, dat een jong vrouwtje, nog geen drie maanden getrouwd, zich zoo weinig gelegen liet liggen aan de wenschen en de afkeuring van haar man , als Letty gedaan had in haar steeds drukkeren omgang met dat befaamd manspersoon George meende dat hij geregeld bijna iederen middag aankwam. Letty lachte, had een verontschuldiging klaar, of maakte aanmerkingen op haar bezoeker zoodra deze vertrokken was, maar een verontwaardigd opstuiven, dat George te trotsch was om direct uit te lokken, terwijl toch heel zijn houding er aanleiding toe gaf, hiervan geen sprake.

Hij was de eenige reiziger in de welverlichte eerste klasse coupé; het blondgelokte hoofd tegen de kussens leunend, de lange kin vooruit, zat hij te staren op de advertenties. En intusschen werkte zijn geest met akelige helderheid. Dit koude licht, waarin hij zijne vrouw en al wat zij deed begon te zien — was reeds een tragedie.

Waar spoedde hij zich thans heen, in vliegende vaart, wat zocht hij daar, in het East End? Zijn ge-heele wezen gaf het antwoord. Een weinig sympathie, een weinig hart, een weinig teederheid en fijn gevoel! Anders niet. Er was een tijd geweest toen hij meende dat deze eigenschappen, tot op zekere hoogte althans, bij iedere vrouw te vinden waren ; of was het alleen sedert hij ze aldus in ongeëven-

ocr page 38

3°

aarde volheid aangetroffen had dat hij er zoo groote behoefte aan kreeg? Hij wilde zichzelf die vraag stellen èn ze beantwoorden. „Tegenover zichzelven behoeft men niet te liegen.quot;

Toen hij te Aldgate uit den trein stapte liep hij tegen Eduard Watton aan.

„Heidaar! Ga je ook naar No. 20?quot;

„Neen; van avond is er niets te doen. Lady Maxwell woont een meeting bij. Alles is een beetje vlug in zijn werk gegaan, na een onbeduidende aanleiding ; en twee dagen geleden hebben ze haar weten over te halen zelve te spreken. Ik ga er ook heen, omdat ik bang ben voor een opstootje. De zaken beginnen me niet aan te staan hier in de buurt, en ik geloof niet dat zij daar op voorbereid is, dat ze aan zoo iets denkt. Kom je ook?quot;

„Zeker.quot;

Watton zag hem aan met een ietwat sarkastisch glimlachje.

Het was een nieuw bewijs van de kracht die van haar uitging, dat zij zelfs dezen jeugdigen vijand aan haar strijdwagen had weten te binden. Hij hoopte alleen dat Letty zoo verstandig wezen zou er niets in te zien. Door allerlei omstandigheden was Watton, uit eigen vrijen wil, nog weinig met zijn nichtje in aanraking gekomen; hij kende haar bijna niet, toch had hij zich verwonderd dat Tressady zoo overhaast met haar getrouwd was.

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

De beide heeren zaten weldra boven op een omnibus, die, het oostelijk gedeelte van de stad uit, naar Mile End Road voert Het was een warme,

ocr page 39

3i

dompige avond. Achter hen hulde de ondergaande zon zich reeds in een nevel, en de zware lucht hield laag de vunzige dampen die uit straten en winkels opstegen. Voor zich hadden zij de eindeloos lange, breede straat, — in vroeger jaren de groote weg van de hoofdstad naar Colchester en Oost-Anglia. Een ruime, goed gebouwde straat over 't geheel genomen; alleen heeft ze nu van het begin tot het einde het opgelapte, het sjofele, dat een oude dorpsstraat altijd krijgt, wanneer ze opgeslokt wordt door een immer om zich heen grijpende stad.

Tressady zat droomerig om zich heen te kijken; hij stelde belang in deze wijk, in de straten, omdat zij er veel voor voelde en er een harer tenten opgeslagen had. Zonderling mengelmoes overal — althans in deze hoofdstraat — van oud en nieuw! Hier waren de Triniteits-armenhuizen, met hun geveltjes uit den tijd van Jacobus, en hun vierkanten, met boomen en heesters beplanten lap grond achter het fraaie ijzeren hek, dat ze afsluit van de openbare straat, — een stukje poëzie dat ons nog rest uit de dagen van Wren en van Dryden, thans in dreigend gevaar ver-keerend voor den steeds naderkomenden reus, Londen , die zich nimmer verzadigen kan aan ruimte en aan grond. Hier zag hij een groot vereenigings-locaal; daar een nog grooter gebouw, een bierbrouwerij; rechts het stille straatje, dat naar het ouderwetsch-vredige Stepney Green leidt; links een reusachtig jeneverpaleis, met aan weerskanten winkels, die tot boven aan toe behangen waren met tapijten, of borstelwerk, of parapluies, de muren volgeplakt met advertenties, alles schitterend van gas. En op straat de steeds joelende volksmenigte van East Londen , babbelend, lanterfantend, zich haastig voortspoedend, de een voor zijn plezier daar, de ander om zijn werk ,

ocr page 40

32

en altijd en allen interessant om te zien, hetzij om dat ongekunsteld zich geven aan de eenvoudigste werkelijkheid van het leven: aan gedachten van eten en drinken, van iets te verdienen, van trouwen en kinderen krijgen ; meer nog misschien door het overal aantreffen van die „nietsdoenersquot;, die , hetzij ze boven aan of onder op de ladder staan, tijd hebben en lust in een grapje, in een dwaasheid.

Terwijl Tressady, onder het hotsen en rammelen van het zware voertuig, zijn oogen den kost gaf, kwam het op nieuw in hem op, wat hij reeds menigmaal gedacht had, dat het East End in vele opzichten volstrekt niet zoo min en wat velen er van zeggen groote onzin is. Hij sprak dit uit, terloops, tegen Watton.

Watton haalde de schouders op en wees zwijgend naar twee steegjes, links en rechts van hen. de typische East irW-steegjes: lange rijen lage huisjes — twee verdiepingen altijd, of twee verdiepingen en een sousterrain — alle van denzelfden geligen steen gebouwd, alle even zwart van den rook, alle met een schelknop van denzelfden vorm, alle vensterluiken op dezelfde manier aangebracht, en dezelfde herberg op den hoek der straat van verre vonkend in den dikken nevel.

Watton bracht wat hij bedoelde niet onder woorden, maar Tressady, die hem goed kende, begreep hem en knikte toestemmend, zijn cigarette tusschen de lippen bengelend. Watton bedoelde natuurlijk het oude afgezaagde liedje, van de doffe kleurlooze eentonigheid, die als een nachtmerrie drukt op dit uitgestrekte East Londen met zijn menschelij ken bijenkorf, waar het gonst en zwoegt, waar men rondwaart en leeft, bij nacht en bij dag, in deze ontelbare, on-aesthetische hokken van hout en steen, op dit vlak-

ocr page 41

33

ke, eindelooze brok aarde, dat ten oosten zich uitstrekt naar de moerassen van Essex, en ten zuiden naar de rivier, en dat, in plaats van koren, gelen steen en kerkhoven teelt.

Ja, Tressady wist dat het bewustzijn van die geest-looze eentonigheid en van de duizenden die er het slachtoffer van zijn, Watton voortdurend hinderde en ter neer drukte; hij wist ook, of liever: hij vermoedde het, dat het kwetsend was voor zijn godsdienstig gevoel. Want Watton was zeer religieus, en dat er veel in hem omging bleek uit zijn geheele persoon , uit al wat hij deed. Maar waarom toch hamerde iedereen altijd op dat East Londen? Tressady was heden avond in een stemming om het ongepast te vinden dit aanhoudende gejammer over een wereld die men zelf niet gemaakt heeft en niet verbeteren kan. Moet men dan huilen om de maan?

„Me dunkt we moesten hier uitstappen,quot; zei Watton, den tramconducteur een wenk gevend, „en zien of ze wezenlijk gegaan zijn of niet.quot;

Zij maakten halt, halverwege Mile End Road, voor een eind muur waarin een deurtje zichtbaar was. Een net meisje, van omstreeks'vijftien jaar, in een smetteloos katoenen japon met witten boezelaar, deed op hun schellen open.

De deur gaf toegang tot een geplaveide binnenplaats waar men het ouderwetsche huis zag, dat Mar-cella Maxwell een paar jaar geleden — kort nadat zij de woning van John Armingford verlaten hadden — had gered van te worden afgebroken, om er een Tehuis van te maken in het Oost Einde der wereldstad. Omstreeks 1750 had een winkelier uit de City, die zijn schaapjes op het droge had, het laten bouwen midden op een stuk weiland, en na zijn dood, in een tijd van godsdienstigen Revival, had een vrome

ocr page 42

34

weduwe een lage zijkamer laten inrichten voor meetings en zondagscholen. In deze kamer nu hield Marcella hare bijeenkomsten; beiden, Tressady en Watton, waren er wel bekend.

Het kleine dienstmeisje was zeer vriendelijk en spraakzaam. Zeker, er was een meeting in Manx Road, en Mylady was er heen gegaan met Lord Naseby en Lady Madeleine, Mr. Everard, de Inspecteur , en nog een paar heeren en dames, meende zij. Tegen tien uur verwachtte zij de dames thuis; zij bleven logeeren.

„En ik hoor, meneer,quot; wendde ze zich tot Wat-ton , dien zij herkende, „dat er veel ruw volk zal zijn op de meeting.quot;

„Ja, dat vrees ik ook,quot; zei Watton. „Nu, we gaan er heen, we zullen wel voor Mylady zorgen.quot;

Terwijl zij samen te voet hun weg vervolgden, bespraken zij den algemeenen toestand van het district, en vertelde W'atton wat hem omtrent de bijeenkomst van heden avond ter oore was gekomen. In de eerste plaats herhaalde hij wat hij reeds eenmaal gezegd had: hij geloofde niet dat Lady Maxwell begreep van welken aard de tegenstand was dien de wet opwekte, voornamelijk hier, in het East End. De tegenstand, welken de Bill ontmoette in parlementaire kringen en in den middenstand, daaromtrent was zij van den beginne aan op de hoogte geweest; maar van welken aard de verontwaardiging was die scheen te broeien onder een lagere klasse van arbeiders, door voorstellen welke hen op 't oogenblik hun voornaamste middel van bestaan dreigden te ontnemen, dit, vreesde hij, had zij niet half genoeg begrepen of voorzien , en Watton was bang dat deze meeting het haar op een zeer onaangename wijze zou doen gevoelen.

ocr page 43

35

Want het was de vrucht van stokerijen en ophitsing, voornamelijk, dit wist Tressady, van Fontenoy uitgegaan. De Free Workers' League, die de trade-unionisten (leden der arbeidersverbonden) opgeroepen had om de meeting te beleggen, en op die bijeenkomst te hooren wat er van beide zijden voor en tegen de nieuwe wet te zeggen viel, was feitelijk Fontenoy's werk. De League was er voornamelijk in geslaagd de vrouwelijke huis-arbeiders van yl/z7é en Poplar bijeen te doen komen. Twee of drie spreeksters , door de League er toe aangezet, hadden in heftige taal de BUL aangevallen , en in de verschrikte ooren van Mile End het woord „Vrijheid!quot; uitgegild. Watton vond het verschrikkelijke schepsels; — hij was overtuigd dat het bijzondere van het geval haar het meest opzette en tot spreken drong, en dat er tevens een persoonlijk gevoel van antagonisme tegen Lady Maxwell bijkwam, die, kon men wel zeggen, in en met Mile End deed alsof het haar particulier eigendom was. En, wie de aandacht tot zich wilde trekken, wie besproken wilde worden, had daartoe de meeste kans door, kon men niet haar vriend zijn, haar vijand te wezen.

„Beste, brave vrouwen , ik wil 't graag gelooven,quot; zei Tressady lachend, „en die zeer verstandig redeneeren. Maar zeg, wat beduidt dat allemaal over Naseby, — waarom heeft ieder den mond vol van Naseby?quot;

„Waarom?quot; zei Watton. „Maar weetje dat dan niet, kerel? 't Schijnt dat Naseby de persoon is die voor ons de kastanjes uit het vuur zal halen.quot;

En hij begon met veel animo eenige bijzonderheden te vertellen, waarover Naseby in den laatsten tijd den Maxwell-kring verbaasd had doen staan. Tressady luisterde eerst tamelijk onverschillig, gaandeweg

ocr page 44

36

met iets van ergernis en jalouzie, wat hem van zichzelf hinderde. Hoe goed begreep hij haar ingenomenheid en vreugde bij het ondervinden van dergelijke dingen! Het leven werd veel te gemakkelijk gemaakt voor die „gouden torren!quot; De menschen hechtten veel te veel gewicht aan hun opwellingen en grillen!

Inderdaad was Naseby — maar dit wist George reeds — sedert eenige maanden de partijgenoot en de helpende hand van de Maxwells. Zijn vrienden zagen in hem nog altijd de wellevende saletjonker, die zich den strijd van het leven niet zwaar aantrok. Integendeel wijdde Naseby, sedert eenige jaren, al den vrijen tijd, dien zijn detacheering bij de Life Guards hem liet, aan het bestudeeren der sociale en economische toestanden. Hij had zich aangesloten bij den staf van een bekend socioloog, die zich toen ter tijd bezighield met een nauwkeurig onderzoek van zeker typisch Oost Londensch bedrijf. Dit onderzoek had veel éclat gemaakt, en de feiten, hierdoor aan het licht gekomen, waren reeds op groote schaal te berde gebracht in de debatten over de Maxwell Bill. Tressady, bijvoorbeeld, wist er al heel wat van, ofschoon hij niet wist, voor hij een ijverig bezoeker werd van Lady Maxwell's kring, dat Naseby had geholpen om dit alles op te duiken.

Terzelfdertijd was Naseby, wat George spoedig had opgemerkt, geen blinde volgeling der Maxwells. Neen, onder zijn jongensachtige vroolijkheid en onverschilligheid , verborg hij den aard van den onderzoeker, wien het meer te doen is om het probleem zelf dan om deze of die oplossing er van. Zooals hij aan Lady Betty gezegd had „aan een opinie deed hij nietquot; ; hij zou , wat hem betreft, al die zweetsyste-men liever met rust laten en niet met wetten of

ocr page 45

37

andere forsche middelen aankomen om verbetering aan te brengen. Dit alles wisten de Maxwells zeer goed; toch hielden ze van hem en vertrouwden ze hem er niet minder om.

Thans echter scheen het dat hij in een andere phase verkeerde. Werd de wet aangenomen, dan had Naseby een plan. Hij was nu al rijk, nog voor hij in het bezit was van zijn markiezaat. Zijn grootmoeder had hem een aanzienlijk fortuin nagelaten ; bovendien scheen hij door zijn vrienden en connecties over zooveel contanten te kunnen beschikken als hij wilde. En van dit geld, stel dat de wet er doorging, was hij van plan een geheel nieuw en verrassend gebruik te maken. Hij had het denkbeeld uitgewerkt van een syndicaat, dat beschikken kon over.... laat ons zeggen een kwart millioen, dat gebruikt zou worden voor een zeker district van het East End, om dit op nieuw te. verdeelen, om al de thans bestaande bedrijven, beroepen , allen handel daar op te koopen en met een nieuw systeem van werkplaatsen te beginnen, in overeenkomst met de bevolking, die zou kunnen leeren werken en werk krijgen, zooals scholen zorgen voor opvoeding en onderwijs. Het nieuwe schema sprak ook van aandeel in de winsten; de werklieden zouden vertegenwoordigers hebben in het syndicaat, en men zou alle krachten inspannen om de zaak zoo goed mogelijk op het touw te zetten en te besturen. De bestaande middelklasse zou 5f met grof geld worden uitgekocht, öf in de nieuwe machine worden opgenomen. Het was volstrekt niet zeker dat zij er zich veel tegen zouden verzetten.

Tressady maakte telkens een sarcastische opmerking terwijl Watton hem het nieuwe plan uitlegde. Een liefhebberij-staathuishoudkunde, waardoor

ocr page 46

38

de wet alleen nog wat meer menschen ongelukkig zou maken dan anders het geval zou zijn geweest!

„Enfinzei Watton, „als dit doorgaat, dan zal men natuurlijk van alles beproeven , en Naseby wil ook het zijne probeeren. Ik evenzoo, alleen kan ik niet beschikken over een kwart millioen. Maar in dit straatje moeten we wezen. We zijn laat, natuurlijk; de meeting is al begonnen. Zeg, kijk eens!quot;

Want toen zij Manx Road insloegen werd daar reeds een andere meeting gehouden. De kamer in het gebouwtje aan het eind van de straat moest geheel vol wezen; deze menschenmassa vertegenwoordigde zoo het scheen, de velen welke er niet meer in konden.

Toen de twee vrienden zich een weg er door heen baanden, herkende Tressady met een enkelen oogopslag tal van bekende typen. Welgedane, gfoedbe-taalde „pressersquot; en machinisten ; fabrieksmeisjes van allerlei slag; honderden bleeke, uitgeteerde vrouwen, de huiswerksters van Mile End vertegenwoordigend , van Bow en van Stepney, arme stakkers, gebogen door zwaren arbeid en door het moederschap , wier vereelte, beprikte vingers dag en nacht werken om de koloniën en het leger van kleeren te voorzien; ook haar echtgenooten en broeders, En-gelsche slop-kleermakers, grootendeels van de minste soort, het korte zijsteegje stond er meer dan vol van. Het was een opgewonden , ziedende menigte, dacht Tressady, terwijl hij er zich doorheen werkte. Een kleinigheid zou ze tot uitbarsting kunnen doen komen ; hij zag tal van opgeschoten knapen op het punt er de lont in te gooien.

Ook joden waren er in menigte. Want het zwaartepunt der nieuwe wet had jood en heiden toteen gebracht in een nieuwe verbroedering, die het East

ocr page 47

39

End verbaasd deed staan. Hier waren groepjes, die den spaarzamen, hardwerkenden Londenschen Israëliet van de tweede generatie vertegenwoordigden, allen meest kleine baasjes, bleek van de opsluiting en het „jagenquot; in de werkkamer; mannen, die den christelijken East Ender verdrijven en over het hoofd groeien, omdat hun aangeboren hartstocht voor zaken doen niet geneutraliseerd wordt door een der bekende passies om het geld op te maken — met name de drankzucht. Hier ook waren mannen van een veel lager type en trap, — het afval van den grooten industrieelen molen. Tressady kende er ver-scheidenen van aanzien , — norsche lieden, met loerende oogen, die hun „greenersquot; gaan opdoen in de dokken , en aan het werk houden dag en nacht als het een drukke tijd is; in wier werklocalen nog licht brandt om twee uur in den morgen , en waar 's winters, als de dag aanbreekt, alles reeds in vollen gang is; die door honderden kunstgrepen de wet ontduiken en verkrachten , en die toch — brutaal en slim als de meesten zijn — bij den Protestantschen opzichter in een goed blaadje weten te komen, ook al beboet hij ze en al rijdt hij ze na, zoo zeker zijn zij- en hun „handenquot;, beiden , de slachtoffers van een kolossalen wereldstrijd, die ze in zijn wisselende kansen heen en weer gooit.

Doch deze heeren werden door meer dan een artikel in de Maxwell Bill aanzienlijk gekortwiekt, en zij waren heden avond hier verschenen om protest aan te teekenen, wat zij reeds gedaan hadden op vele meetings, groote en kleine, door East Ejid.

En zij brachten hun slaven met zich : havelooze schepsels, met holle oogen, die pas uit Russisch Polen, uit Oostenrijk of Rumenië waren gekomen, gereed om te krijschen of te huilen in hun Yiddisch, zoo-

ocr page 48

4°

dra zij er het sein toe kregen, — mannen, wier vreemd gezicht en oogen , onder den kleverigen zwarten of rooden haarbos, telkens herinnerden aan de bekende geschiedenis en het tragisch lot van een ras, dat, in andere gedeelten dier volksmassa, uitkwam in een zachter en meer cosmopolitisch uiterlijk.

Toen de beide mannen bij de deur van het schoollokaal kwamen, waar de menigte het dichtst opeengepakt stond, herkende men hen als waarschijnlijk behoorend tot de partij der Maxwells; zij werden uitgejouwd en bespot, en konden niet dan met de grootste moeite vooruit komen. Gelukkig schoot een agent, die hen kende, hen te hulp. Zij werden de voordeur in geloodsd, en stonden eindelijk, na veel duwen en stompen, in de schoolkamer.

Het was er zoo vol, en de atmosfeer zoo benauwd, dat het een paar minuten duurde eer Tressady wist wat er gebeurde. Toen zag hij dat Naseby het woord voerde, — Naseby, die een prachtig figuur maakte met zijn gesoigneerde krullende haren, en zeer op zijn gemak was, terwijl hij een aaneenschakeling van Laodiceesche commentaren op de wet ten beste gaf, plus zijn eigen plannen voor arbeidsgelegenheid, en de vooruitzichten voor den arbeid in het East End in het algemeen. Hij teekende de plannen, maar op zulk een wijze, dat hij ze eer afkeurde dan prees; en wat de wet zelf betreft — die hij was gaan vergelijken met vroegere fabriekswetten, — toen hij weer zitten ging had hij er een zeer twijfelachtigen indruk van gegeven, als was het half werk, waar het East End evengoed door te gronde kon gaan als er nut en profijt uit trekken.

De spreker was juist aan het einde zijner redevoering, toen Tressady eensklaps het fijne profiel zag van een gezichtje, dat, op de verhevenheid ach-

ocr page 49

41

ter Naseby zittend, met een glimlach naar hem opgeheven was. Onwillekeurig glimlachte Tressady ook.

„Wat drommel, laten ze dien Naseby spreken?quot; zei Watton, verontwaardigd. „Ezels! Hij brengt alles in de war waar hij zijn neus in steekt. Laat hij 't geld maar geven, anderen zullen wel voor 't spreken zorgen. Je ziet wel dat die lui geen van allen er iets van begrijpen, — wat hij eigenlijk wil. Zie maar hun gezicht. Tegen wie heeft hij 't toch?quot;

„Tegen Lady Madeleine, denk ik,quot; zei Tressady. „Wat 'n prachtig rood haar heeft dat meisje toch, en welke vreemde , verschrikte oogen ! Net 'n dier! — men zou lust krijgen haar te aaien!quot;

„Nu, Naseby aait haar,quot; zei Watton, lachend. „Zie ze eens; ze heldert heelemaal op nu hij dichterbij komt.quot;

Tressady dacht aan hetgeen Fontenoy hem kort geleden verteld had, en kon zijn oogen nauwelijks gelooven. 't Scheen dat jonge dames uit den hooge-ren stand zich gauw lieten troosten.

Intusschen stonden verschillende trade-unionisten op, — flinke, kranige kerels, netjes en goed gekleed, — om amendementen voor te stellen en te steunen, ook om in scherpe bewoordingen Naseby aan te vallen als er aanleiding toe was. Tressady luisterde niet naar 't geen zij te vertellen hadden. Zijn oogen en gedachten waren bezig met de schoone vrouw links van den spreker. Er was iets betooverends in die bekoorlijkheid, — haar aan te zien gaf eene gewaarwording haast van geluk.

Toen hij ontwaakte uit de bedwelming van een oogenblik was het om zich met eene beweging van ongeduld tot Watton te wenden. Hoe lang moest dit nog duren? De Britsche werkman was verbazend welbespraakt. Zouden ze niet door die menschen heen kunnen dringen tot bij de tribune ?

ocr page 50

42

Watton nam een overzicht van het volgepropte zaaltje en haalde de schouders op.

„Nog niet. Maar wie hebben we daar?... Ei, ei, 't begint meenens te worden, zoo 't schijnt.quot;

Tressady keerde zich om en zag een oud man, een Jood, met een langen grijzen baard, langzaam naar voren op de estrade komen. Zijn zwarte oogen , door witte wenkbrauwen overwelfd, waren diep in hun kassen weggezonken; hij was behoorlijk, maar zeer armelijk gekleed, en hij begon te spreken, met een eenigszins Duitsch accent, met eentonige, droefgeestige, zachte stem, wat al spoedig den lachlust opwekte onder de toehoorders. Van alle kanten hoorde men stemmen dat hij harder spreken moest of weer gaan zitten, en wezenlijk hield hij dadelijk op en keek bedeesd, schuw naar de plaats, waar de presidente zat.

Een oudachtige vrouw, met grijs haar, presideerde de vergadering , natuurlijk om hierdoor te doen uitkomen van hoe groot o-ewicht de wet was voor de

O O

vrouwen van het East End. Zoodra de man omkeek trad zij naar voren en zei bedaard:

„Vrienden, hoort eens hier, laat dien man zeggen wat hij te zeggen heeft, en maakt't hem niet moeie-lijk. Wat hij jullie vertellen wil, is heel treurig, en 't zal niet lang duren. Geef hem een oogenblikje gelegenheid om te spreken. Straks komtjullie beurt quot; De spreekster was de gesalarieerde secreraresse van een der vrouwen-unions, maar was jaren lang costuumnaaister geweest en had een droevig leven achter den rug. Eens, op een meeting, waar quot;een spreker op een onverschillige manier het in Londen veelvuldig voorkomend feit van gebrek lijden vergeleken had met de veelvuldig voorkomende zeeslang, had Tressady haar in verontwaardiging zien

ocr page 51

43

opstaan , en , terwijl de tranen haar langs de wangen stroomden, den dood hooren beschrijven van haar eigen dochter, ten gevolge van kommer en gebrek.

Haar beroep op het rechtvaardigheidsgevoel der vergadering vond een gunstig oor, en de oude man kon voortgaan. Het bleek aldra dat hij door een der kleermakersvereenigingen afgevaardigd was om bekend te maken hoe veel uren achtereen er in sommige werkkamers van Whi tec hapel en Spitalfields gewerkt werd. Zijn feiten waren om de haren te berge te doen rijzen. Maar hij vertelde ze op een vervelende manier, met een eentonig hakkelend stemgeluid , en hij pakte de vergadering niet, tot hij eensklaps naar voren trad, een paar seconden zweeg, terwijl zijn deerniswaardig oud gezicht door aandoening verwrongen werd en hij het hoofd zenuwachtig heen en weer bewoog, en eindeliik begon, meteen geheel andere, scherpe, stem:

„En nu zou ik graag nog even vertellen hoe het met Isaac gegaan is — met mijn broer Isaac Mr. Jacobsquot; — hij keek om zich heen, en wees naar den secretaris van het arbeidersverbond, die voor hem gesproken had — „Mr. Jacobs heeft mij op de gedachte gebracht om hierheen te sjaan en iets van Isaac te ver-tellen. Want kijk, zoo is Isaac aan zijn eind gekomen. Hij en ik zijn in Spitaljields geboren ; hij was geen greener, geen slecht werkman, neen, hij deed zijn werk goed, hij kreeg altijd de moeielijkste dingen van 't kleermaken, net als ik. Maar hij kwam bij een harden meester, en verleden jaar winter was 't een verschrikkelijk drukke tijd. Nu, — Isaac moest zes dagen in de week werken, en veertien uur van de vier-en-twintig, en dan moest hij na den werktijd de patronen rijgen, den eenen keer twee uur lang, een ander maal één uur of daaromtrent;

ocr page 52

44

hoe dat precies wezen mag; 't was alles bij mekaar genomen een halve dag — acht uur en meer in de week. yullie weet wel hoe ze dat berekenen.

Hij zweeg; een zwak glimlachje vertrok de dunne lippen. De trade-unionisten, die rond de verhooging zaten , applaudisseerden of lieten een zucht hooren in antwoord. De bazen , bij de deur, met hun „greeners , bewaarden het stilzwijgen.

„En omstreeks woensdag van de derde week, vervolgde hij, „ging hij naar zijn baas toe en zei: — Isaac was ouder dan ik, en hij begon erg hinder te krijgen van z'n borst — „Ik kan niet meer; ik moet naar huis. Van avond wilt u zeker wel eens 'n ander nemen om het rijgen te doen.' Maar de baas zei tegen Isaac: „Als jij te voornaam bent voor t oprijgen na den werktijd, als je daar te voornaam en te hoog voor bent, goed, er zijn er genoeg die t met plezier doen willen en je hoeft morgen niet terug te komen.quot; Nu, Isaac had Judith, zijn vrouw^ en vier kinderen, thuis; hij bleef dus, en deed zijn overwerk, 't spreekt van zelf. Maar den volgenden avond kon hij niet te best zien, en hij had zich den heelen dag erg ziek gevoeld, en weer zei hij tegen z n chef, dat hij naar huis moest. En de chef zei weer't zelfde tegen hem, en Isaac blijft. Maar vrijdagsmiddags kwam hij thuis, 't Was in den winkel zoo heet geweest als een oven, maar buiten woei er 'n wind die je door alles heen drong. En Judith, z'n vrouw, zei tegen hem: „Je ziet er uit, Isaac, alsof je zoo zult sterven,quot; en ze geeft hem een warm plaatsje bij 't vuur. Nu, — hij zat daar bij 't vuur en hij zei niets. Maar op eens vielen zijn armen zóo, langs z'n lijf, neer....

De oude man liet met een veelzeggend gebaar de armen slap neervallen. Het was nu zoo stil ge-

ocr page 53

45

worden in de volle zaal, men had een speld kunnen hooren vallen. Zelfs de ruwste, hardvochtigste greeners staarden zwijgend den spreker aan, den bruinen hals naar voren gerekt om zich geen woord te laten ontglippen.

„En z'n vrouw loopt naar hem toe, en hij valt tegen haar aan en zegt: „Breng me naar bed , Judith, en laat niemand me wakker maken — de kinderen nietquot; — zegt hij, „voor niets of niemand niet. Want zelfs al klonk het bazuingeschal van den Allerhoogste,quot; zegt hij — en Isaac was een godsdienstig man, hij wist heel wel wat hij zei — „ik moet slapen.quot; — Nu; en ze bracht hem naar bed, en zij en de kinderen zaten stil bij hem te waken, en tegen middernacht draaide Isaac zich om. Hij deed alleen z'n oogen open en zuchtte even. Maar hij sprak geen woord meer, en vóór den morgen was hij dood. En zijn baas gaf Judith vijf shillings voor de kist, en zijn kameraads in den winkel haalden onder mekaar 't andere op.quot;

De oude man zweeg. Hij bleef een oogenblik peinzend voor zich uit kijken, de ruiggebaarde kop als een grijswitte plek afstekend tegen de mannen en vrouwen achter hem, de oogen pijnlijk knippend onder het gfas.

Eindelijk begon hij weer:

„En nu , — we hebben van alles geprobeerd, allerlei dingen , werkstakingen , en vereenigingen , maar 't helpt allemaal niets. Er is er altijd een die den ander op de teenen trapt; doe je 't zelf niet dan wil je buurman 't wel doen. De wet, die moettusschen-beiden komen! Neemt dat van mij aan, en denkt er eens over na. Je zult anders niets gedaan krijgen. Och,quot; — zijn heesche stem trilde — „zooals z^mij behandelen in den winkel waar ik werk, o, dat is

ocr page 54

46

wreed! Tien of twaalf jaar, en 'n man is öp.'t Komt van de strijkijzers, en van de hitte, en van 't zitten , — jullie weet wel wat het is. Ik heb 't vijftien jaar uitgehouden, maar ik ben nu schoon op. Als mijn baas mij de deur wijst, omdat ik hier gesproken heb, dan is 't eenige wat me overschiet de Israëlietische Board of Guardians. Maar 't is niets, ik wou toch hier komen en vertellen hoe ze met Isaac gedaan hebben.quot;

Eensklaps zweeg hij en staarde een oogenblik be-weg-ineloos de toehoorders aan, als sprak hij tot hen

• •111

door zijn zwak, oud, deerniswaardig lichaam alleen, dat thans geen woorden meer tot zijn beschikking had. Toen maakte hij iets als een buiging en keerde zich om. Het grootste deel van het publiek klapte vol geestdrift in de handen, terwijl achter in de zaal een paar „bloedzuigersquot; grinnikten, en in hun patois eenige sarkastische opmerkingen wisselden met hun buren. Tressady zag Lady Maxwell opstaan toen de oude man haar voorbij liep, hem bij de hand nemen en naar een stoel geleiden.

„Dit was zeker bedoeld om een beetje emotie teweeg te brengen,quot; zei Tressady, zijn metgezel aanziende.

„Of als argument,quot; zei Watton, „al naar je't beschouwen wilt.quot;

Nog een andere , dergelijke , „emotiequot; — de mensch in al zijn waarheid en wreedheid — heeft Tressady zich later herinnerd.

Een „werksterquot; kreeg het woord om een amendement te steunen , waarin het artikel betreffende werkgelegenheden afgekeurd werd, wat in een boozen speech was geschied door „een van Fontenoy's damesquot;, een fatsoenlijke vrouw, met een schelle stem, secretaresse van de locale afdeeling der Free Wor kers

ocr page 55

47

League. Tressady had zoolang de speech duurde van ongeduld en ergernis zitten gapen; hij vond de ge-heele redeneering ongepast, impertinent, maar toen de presidente zitten ging werd zijn aandacht getrokken door een uitroep van een man die naast hem zat.

„Die vrouw!quot; riep een lange, magere curate, op de teenen staande en zijn hals uitrekkend om te zien. „Neen! ze moesten zich schamen !quot;

Tressady was benieuwd wie zich schamen moest en waarom ; maar al wat hij zag was, dat langs de bank voor hem, een lange, magere vrouw van den een aan den ander werd overgereikt, terwijl vrienden en geburen haar in 't voorbijgaan een bemoedigend tikje op den rug gaven. Op eens zag men haar op de estrade staan, een schepsel zoo mager als een talhout, de gedeukte hoed scheef op het hoofd, een wollen omslagdoek om, al was het Juli, de handen over de borst gekruist, de glinsterende oogen vroolijk nu hier dan daar heen blikkend. Met haar vermagerd lichaam, haar heksachtige blijmoedigheid, deed ze denken aan een figuur van een Dooden-dans. Maar het merkwaardigst van alles was haar groote kalmte.

„Ja,quot; begon ze, op een toon als praatte ze met een buurvrouw, en met een hoofdknik naar de vrouwen die ze juist verlaten had, „lach jullie maar! 'k Heb aan de dame gezeid dat 'k spreken wou, en spreken zal ik Want zie je, d'r komt 'r een bij me, die tegen me zeit: „Vrouw Dickson, je mag niet langer werken bij je eigen in huis; ze zetten je in de gevangenis als je 't langer doet; je moet 't huis uitgaan als je werken wilt, net als de winkelmeisjes , en , wat nog veel mooier is, als ze Mr. Butterford — dat 's m'n huisheer, weet je, jullie kent 'm misschien niet —quot;

ocr page 56

48

Zij keek met een blijmoedig gegrinnik de vergadering rond, met wijd opengesperde oogen en opgetrokken wenkbrauwen, zoodat het publiek bulderde van lachen alleen maar door naar haar te kijken. Maar de deftige secretaresse keek met een spijtig gezicht voor zich. Blijkbaar had zij niet kunnen voorzien dat vrouw Dickson zoo'n flinke was.

„. .. als ze Mr. Butterford te pakken krijgen zullen z'm netjes er voor laten betalen dat-i je in zijn huis broeken laat maken.quot; Dus ik ga naar de dame toe en 'k zeg: „Wat moet er dan van mij en m'n kin-ders worden ?quot; Nu, ze zegt dat ze 't niet weet. „Maar zegt ze, „kom jij dinsdag avond eens in 't lokaal in Manx Road, vrouw Dickson , en spreek daar 'n woordje, als jij niet wilt dat ze zulke wetten maken. Nu, en dat doen 'k nu ook, hè?quot;

Nieuw gelach en applaus in de zaal. Welvoldaan ging zij voort:

„En, weet je, als ik thuis geen broeken kan maken, dan kan 'k ze ook niet buitenshuis maken. Want 'k geloof niet dat 'r werklocalen zijn waar ze graag kin-dergeschreeuw hebben, ten minste, ik heb er nooit van gehoord. En Jimmy is 'n rakker, wat, na mijn ondervinding, de meeste jongens zijn. Verleeën week heeft-i 't kleintje 'n kluut in z'n mond gegeven en 'n paar groote beenen knoopen; als 'k er niet gauw bij geweest was — wil je wel gelooven, 't schaap had ze ingeslikt. Goeie hemel, ze zouën mekaar vermoorden als ik niet thuis was! En wie zou 't betalen, hè, als ik iemand nam om op ze te passen? Ik kan niet overal werk krijgen, weet je; of ze je buitenshuis werk geven, ja of neen. 'kBen ook niet meer dezelfde van die 'k vroeger was.quot;

Zij zweeg, met een veelbeteekenend tikken op

ocr page 57

49

haar borst. Tressady rilde toen de curate hem iets influisterde.

„'k Ben ook al eens 'n tijd in 't gasthuis geweest. Wat ze me daar gesneeën hebben! Mensch, je weet het niet! Neen, zoo hard werken als ze daar in die winkels doen, — dat kan ik niet! Ze zouën me gauw gedaan geven, hoor, 'k zou gauw niets te doen hebben als ik 't ging probeeren. 't Ergste, weetje, is 't ziiien; zitten, zitten, altijd maar zitten! Ik ben 's morgens om zeven uur al aan den gang, en m'n man — kijk daar heb je 'm ! — hij zal 't jullie wel vertellen .quot;

Zij zweeg, en wees op een vierkanten kerel, onder een troep mannen bij de deur. Het heerschap stond , met over elkaar geslagen armen, beurtelings te ginnegappen en zich te ergeren over dit nieuwe licht waarin hij zijn vrouw zag, optredend voor 't publiek. Zeer waarschijnlijk had men met klinkende munt moeten aankomen om zijne toestemming hiertoe te krijgen ; toch scheen het hem niet te bevallen, en, nu zij de aandacht der vergadering op hèm vestigde en alle hoofden zich naar hem omkeerden, dook hij plotseling onder de menigte weg, zoodat, toen het gelach en gegichel bedaarde, de plaats, die Tom Dickson ingenomen had, door een ander bezet was.

Intusschen stond vrouw Dickson te grinniken — met breed uitgerekten mond te grinniken. Het was de wonderlijkste uiting van vroolijkheid, die men zich denken kan, alsof smart en blijmoedigheid met elkaar strijd voerden om het arme geduldige schepsel.

„Nu,quot; vervolgde ze, met een hoofdknik, „/«/had 't jullie kunnen vertellen als-i gewild had, want hij weet 't. Hij is nu al twaalf en 'n half jaar zonder werk; ja, 'k zou d'r wel om willen wedden dat-i in de laatste drie jaar geen hand voor iets omgedraaid

ocr page 58

5°

heeft en — 'k kan er niets van zeggen. Ten eerste: 'r is geen werk, en dan ... je raakt er langzamerhand aan gewoon niet te werken. Kn bovendien, ik ben aan 'm gewend. Toen Jaantje — nee', 't was Suus! — zeven maand oud was, kwam hij eens op 'n avond uit de herberg, gooide den heelen boel kort en klein en dee' niet anders dan roepen tegen mij : „D'r uit! d'r uit!quot; Nou, 'k ging er uit, en Suus en ik hebben den heelen nacht op de stoep gezeten. En toen 't ochtend was, maakt Tom de deur open en zeit; „Wat mot je déar nou, moeder? Waarom heb je geen boterham en geen kofifie voor me ?quot; En 'k ging na' binnen en maakte 't klaar. Maar tegenwoordig, menschlief! — neen, tegenwoordig moet je daar de vrouwen niet meê aankomen!quot;

Wederom een bulderend gelach onder de toehoorders. Wederom grinnikte vrouw Dickson.

„En dus.... zitten moet je, zooals ik strakjes al zei, — zitten, tot je eindelijk niet meer zitten künt. Als ik om zeven uur m'n naaiwerk voor den dag haal, zie ik 't altijd zoo te draaien dat Dickson de theekommetjes en 't brood uit de kast krijgt, dan hoef ik alleen maar even op om den ketel te halen; de kinderen krijgen net als ik 'n boterham en n kopje thee, en 's zondags 'n haring. Dickson eet nooit bij z'n eigen thuis; ik geef 'm zooveel als hij noodig heeft en hij maalt niet om meer; maar die kinderen kunnen afgediefd lastig zijn en je voor de voeten loopen van belang! Maar zie je, als ik maar kan blijven zitten — tot de klok van Stepney twaalf uren slaat — dan verdien ik m'n tien shillings in de week, en ze hebben allemaal hun boterham. Wat hoeft er dan 'n mevrouw of 'n m'nheer zich met ons menschen te bemoeien ? Ziezoo nu weet, jullie er alles van. Op? Ja, 'k zeg 't zelf dat k op

ocr page 59

5i

ben. Heere, Heere, zei ik tegen de zusters in't gasthuis , dat ik hier maar op m'n gemak den heelen dag in bed lig! Als Tom 'r was, hij zou...quot;

Zij maakte een veelbeteekenend gebaar met de hand. Maar de toehoorders lachten niet langer. Zwijgend staarden zij de stakker aan , en, nu zij zwegen, veranderde ook haar stemming.

Eensklaps bracht ze haar schort naar de oogen, veegde ze vluchtig af en vervolgde op uitdagenden, toch in-droeven toon:

„Ik denk zeker dat we in de toekomende wereld in bed zullen liggen; maar 'tis eerst de vraag of we daar komen! En 'n werkplaats heb ik niet, noodig; 'k zou je danken !quot;

Zij rammelde nog een beetje door, maakte toen, op een wenk der secretaresse, al grinnekend een buiging tegen het publiek en stapte van de estrade af.

„Wat ze daaruit halen zouden ?quot; fluisterde Watton Tressady in het oor. „Arme galeislaaf, die den lof bezingt van den dwangarbeid!quot;

„Die slavernij houdt haar in 't leven, zou ik denken.quot;

„Juist, en sleurt den heelen stand naar beneden.quot;

„Je moet me toch toestemmen dat ze tevreden scheen ?quot;

„'t Is juist die tevredenheid die we den kop in drukken willen. Ha, eindelijk!quot; en Watton begon in de handen te klappen, welk voorbeeld door ongeveer de helft der vergadering gevolgd werd, terwijl de rest lijdelijk toekeek. Toen bemerkte Tressady dat de presidente Lady Maxwell verzocht had het volgende punt te bespreken en dat de slanke gestalte was opgestaan.

Langzaam trad zij naar voren, telkens een schuwen blik om zich heen werpend , als wist zij niet waar haar vrienden zaten. Zij was in het zwart gekleed; op het

ocr page 60

52

hoofd droeg ze een klein zwart-kanten kapotje, de brides waren een eind beneden de kin door een klein diamanten speldje vastgestoken. Het fijne , blanke van gelaat en handen, het licht-gefonkel op haar borst bij de geringste harer bewegingen, deed Tressady s zintuigen wonder-aangenaam aan. Hij vergat het waas van vuilheid , het onaesthetische van de menigte om hem heen. Haar schoonheid herstelde het evenwicht. „Lieftalligheid , tooverkracht. gratie — zij bestaan ; zij maken deel uit van de wereld ! Het leelijke , droefheid en leed , hebben niet de overhand zoolang dit wezen ons nog bestraalt en ademt.quot; — Dit, niet minder dan dit, was de kreet die ontwelde aan het hart en de verbeelding van den jongen man, toen hij den hals uitrekte, hunkerend naar het geluid van haar stem.

Toen zette hij zich tot luisteren — maar om gaandeweg zijn gespannen verwachting te voelen overgaan in zenuwachtige onrust, zijn zenuwachtige onrust in ontsteltenis.

Wat zag hij gebeuren ? Eenmaal had zij hem verteld dat zij niet in het publiek spreken kon , en hij had haar niet geloofd. Zij was goed begonnen , meende hij, ofschoon met iets aafzelends, dat hij niet van haar verwacht had. Maar nu . . . had ze den draad van haar redeneering verloren, of... wat was er? Ongeloofelijk! als men haar kende in het gewone leven, in haar gesprekken. En toch . . . die hakkelende zinnen, die duidelijk sprekende verlegenheid!

Tressady betrapte er zich op dat hij geen oogen-blik rust had op zijn stoel, zoozeer voelde hij voor haar. Hij en Watton keken elkaar aan

Een oogenblik later en haar gehoor zou haar in den steek laten. Ze zvas het reeds kwijt. In het eerst had men met aandacht geluisterd, want ze was midden

ocr page 61

53

in de wet gevallen om deze te verklaren en punt voor punt te verdedigen, en de halve zaal kende haar als de vrouw van Lord Maxwell. Maar na verloop van tien minuten was alle aandacht weg. Men zat haar enkel aan te gapen omdat zij een mooie, en een voorname dame was. Overigens scheen men niets te begrijpen van wat zij zeide. Zij werd bleek; zij weifelde. Tressady zag dat zij zich vreeselijk inspande, maar te vergeefs. De afstand tusschen haar en haar toehoorders werd bij iederen volzin grooter, en Fontenoy's vrouwelijke organisator keek achter in het zaaltje met triumfantelijken blik om zich heen. Tressady, die in het eerst de gedachte dat zij opgang zou maken in dezen Inferno niet kon uitstaan, brak het zweet uit van ergenis en boosheid. Ook zijn ijdelheid werd een gevoelige schok toegebracht nu zij zoo treurig fiasco leed.

Wonderbaarlijk! Hoe kon de bekoring, die van haar persoonlijkheid uitging, zoo wijd vermaard op allerlei gebied, haar zoo totaal in den steek laten in een schoollokaal in het East End, onder men-schen wier leven ze kende van haver tot gort, wier lijden ze omdroeg in haar eigen hart?!

Op eens kreeg hij een inval, 'n Prachtige gedachte I Hij was er achter! Hij deed zijn oogen dichten luisterde. Maxwell's volzinnen ; Maxwell's manier van spreken; soms zelfs Maxwell's stem! Hij had met haar den speech gerepeteerd dien hij in het Hooger-huis zou afsteken, en ze trachtte dien hier weer te geven! Tot zijn ergernis zag Tressady de verslaggevers schrijven alsof 't om hun leven te doen was; zeker wisten ze wel waarom. Juist, daar zat 'm de knoop! De vereering der echtgenoote sprak zelfs uit haar niet-slagen; uit die zonderlinge omkeering van al wat mannelijk, solide en flink was in Maxwell, tot

ocr page 62

54

een verwarde massa feiten en getallen, pedant, kleurloos, zonder kracht of heerlijkheid!

Eduard Watton's gezicht stond al treuriger. Hij fluisterde Tressady in het oor;

„Veel te lang en te technisch. Ze kunnen haar niet volgen.quot;

Zijn oog dwaalde af naar een troepje ruwe fabrieksmeisjes, die grapjes begonnen te maken met de jongens in haar buurt; naar de onrustig geworden „greenersquot; ; naar de vrouwen , midden in de zaal, die met verbaasde gezichten de spreekster aanstaarden, als luisterden zij zonder er iets van te begrijpen.

Tressady knikte. Geslingerd door innige sympathie en een afkeuring die steeds verschooning zocht, verlangde hij vurig dat er een einde aan zou komen.

Maar een oogenblik later veranderde de uitdrukking op zijn gezicht. Onwillekeurig drong hij meer naar voren, den rug naar Watton gekeerd, inwendig woedend om het lawaai dat hem belette goed ce hooren.

Ha! die paar laatste zinnetjes, die stem, die trilling van medelijden — dat was zij zelf, dat was Maxwell niet! De woorden waren hoogst eenvoudig en werden bevend geuit: woorden van persoonlijke herinnering en ervaring. Maar voor één onder de toehoorders kreeg alles een ander aanzien. De kamer, de menschenmassa, de spreekster — alles was voor hem veranderd; hij zag ze een oogenblik door den sluier van het gewone, van het alledaagsche heen ; hij zag het schoone, het ideale, dat er zich steeds achter verbergt en als een lichtstraal telkens tot ons sterfelijk oog doordringt. Hij voelde het hart der vrouw, tot barstens toe vol van medelijden, van deernis; hij voelde die teere gewaarwording als een atoom trillen in de eindelooze ruimte, ter neer gedrukt

ocr page 63

55

door den last der wereld; hij stond, als het ware, naast haar, hoorend met hare ooren, ziende het too-neel der aarde gelijk zij het zag, met dat ontzettende zesde zintuig dat ze scheen te bezitten — het allesomvattende leed en de tragedie van al wat mensch heet, het voortwoeden van honger en van lijden; den strijd die tot niets leidt; het leven, dat te leven haat en toch vreest te sterven; de dood, die aan alles een eind maakt, en slechts een akelig vraagstuk te meer is bij den grooten stapel die den mensch een hinderpaal is op zijn weg.

Een dikke traan welde, hoe hij er ook tegen streed, in Tressady's oogen. Zijn het alleen de hongerende modistes en linnennaaisters die lijden ? Is er geen honger van het hart, even groot, neen, grooter dan de fysieke ? Komt het niet evenzeer voor bij den rijke als bij den arme , dat hun het éenige ontbreekt wat hun noodzakelijk is, het eenige wat er op aan komt, wat de ziel doet behouden? Driftig, pro-testeerend, stak hij de hand uit, als om te getuigen dat ook hij zijn deel had van het algemeene lijden.

„Op zij daar! Op zij!quot; riep een politieagent, de menschen wenkend ruimte te maken , „laat die dame door.quot;

Tressady deed zijn best om er door te komen met Lady Maxwell aan zijn arm. Maar voor hem uit hoorde hij een nijdig gemompel van stemmen, zag hij een boos zich verdringen rond de uitgangen.

„We zullen wel spoedig een cab krijgen,quot; zei hij, zich naar haar toe buigend. „U zult erg moe zijn, vrees ik. Houd mij vooral goed vast.quot;

Toch was hij, ondanks zichzelven, den menschen dankbaar. Hierdoor had hij nu dit genot van haar te kunnen helpen en beschermen. Met dat al wenschte

ocr page 64

56

hij , als hij even opkeek, dat zij goed en wel er door waren, en dat er meer politie was.

Want deze vergadering, die enkel op een onschuldige manier onoplettend en wanordelijk was terwijl Marcella sprak, was eensklaps, toen zij zweeg en weer plaats genomen had, veranderd in een rumoerige bende, waarom, begreep Tressady niet. Zoodra zij zitten ging, was er een man op de tribune gevlogen om te spreken, die , zoo het scheen, bij geen der unions in het district een bijster goeden naam had.

Hoe het zij — er was onmiddellijk een opstootje gevolgd en een algemeen protest. De trade-unionis-ten wilden niet naar hem luisteren , scholden hem uit voor „Dief!quot;, „Schavuit!quot;, telkens als hij beproefde hen te overschreeuwen. Daarop stonden als een eenig man de Free Workers op, voor wie deze twijfelachtige persoon in den laatsten tijd gehandeld had, en jouwden de unionisten uit; ten slotte waren eenige don-keroogige, zwart gebaarde „greenersquot; die bij de deur stonden, — aangezet, zonder twijfel, door de bazen, wier slaven zij waren, — over de banken gesprongen , onder het uitschreeuwen van allerlei vreemde woorden, om hun antagonisten bij de tribune te lijf te gaan.

Thans oordeelden Naseby en de politie het tijd om de tribune te ontruimen en voor de partij der Maxwells baan te maken. Ongelukkig was er geen uitgang achter in het zaaltje, geen mogelijkheid om de oproerige menigte te ontsnappen aan den Manx Road kant. Tressady, wien het door zijn lange gestalte en door flink zijn ellebogen te gebruiken eindelijk gelukte zijn vrienden te bereiken, stond eensklaps met Lady Maxwell alleen. Naseby en Madeleine waren een heel eind achter hen geraakt; er bleef hen niets anders over dan met den stroom meê te

ocr page 65

57

gaan, en gebruik te maken van de geringe hulp welke de politie, die zich hier en daar tusschen de banken geposteerd had, zou kunnen geven.

Buiten gekomen spande Tressady zijn oogen in om een cab te vinden.

„Hierheen, meneer,quot; riep een brigadier, terwijl hij met zijn forsche gestalte als een breekijzer een opening voor hen maakte in het gedrang.

Zij volgden hem op den voet, want eenige opgeschotenjongens begonnen reeds met steenen te gooien. De gezichten om hem heen keken hem deels met onverschilligheid, deels vol haat aan. „Kijk, daar heb je die mooie mevrouw!quot; riep een vuile fabrieksmeid, met hangende haren , toen Lady Maxwell voorbij ging. „Laat ze liever thuisblijven en voor haar eigen man zorgen!quot;

„Zoo, juffrouw! Wie heeft dien mooien hoed van je betaald, hè?quot; krijschte een ander haar in het oor; doch een derde trok de spreekster achteruit met een; „Als je weer zoo iets zegt, krab ik je je oogen uit!quot; — Want deze was veertien dagen in het huis in Mile E?id Road opgenomen geweest, om , door versterkend voedsel, op krachten te komen eer ze een operatie kon doorstaan.

Maar gelukkig, hier was de cab! Lady Maxwell had den voet reeds op de trede, toen Tressady iets langs zich heen voelde vliegen.

Er klonk een zachte kreet van pijn. De gestalte voor hem scheen een seconde te weifelen. Toen wipte Tressady er zelf in, trok haar naast zich, en een oogenblik later, na eenig steigeren van het geschrikte paard, reden zij door gevolgd door een

tierende menigte, die langzamerhand afnam.

„Hebben ze u geraakt?quot; vroeg hij.

„Ja,quot; gaf ze met zwakke stem ten antwoord, „maar

ocr page 66

5»

't is niet erg. Wilt u den koetsier zeggen eerst naar Mile End Road te rijden?quot;

„Ik heb 't hem al gezegd. Kan ik iets doen om het bloeden te stelpen?quot;

Hij zag haar aan met een bezorgden blik. De zakdoek en de blanke hand , die zij tegen haar voorhoofd hield, waren vol bloed.

„Hebt u misschien een zijden zakdoekje bij u ?quot; vroeg zij hem, ondanks alle akeligheid even glimlachend om den humor van 't geval.

Het geluk wilde dat hij er een had. Ze zette haar hoed af, en zei hem wat hij doen moest. Zijn vingers beefden wel toen hij trachtte haar aanwijzingen op te volgen; maar hij bezat de praktische handigheid die kleine ongevallen en tegenspoeden op reis een mensch geven, en met hun beidjes slaagden zij er in tel qitel een verbandje te leggen.

Toen liet zij het hoofd tegen de kussens van het rijtuig rusten; hij was bang dat zij haar bewustzijn verloor. Eenige oogenblikken spraken geen van beiden , terwijl hij vol bezorgdheid naar het trillen der lippen keek en naar het doodsbleeke gelaat.

Maar zij had zich voorgenomen sterk te blijven en niet flauw te vallen, en langzamerhand trium-feerde haar vaste wil. Al spoedig zeide zij , de oogen nog dicht en een diepen rimpel in het voorhoofd:

„Ik hoop toch dat de anderen er goed afgekomen zijn. O, wat een ongeluk! — wat een ramp ! Ik vrees dat ik Aldous kwaad gedaan heb!quot;

De toon waarop ze dit laatste zei deed Tressady ontroeren. Het was duidelijk merkbaar dat ze moeite had haar tranen in te houden.

„Die menschen zijn het niet waard dat u voor ze gaat sprekenzei hij terstond. „Bovendien, 't was niets dan een beetje geschreeuw van de minderheid.quot;

ocr page 67

59

Zij sprak niet meer voor zij dicht bij het huis in Mile End Road waren. Toen wendde zij zich tot hem :

„Ik zou van nacht hier blijven , maar me dunkt dat het in dit geval beter is dat ik naar huis ga. Aldous zou eens kunnen hooren dat er een opstootje geweest is. Ik zal hier een boodschap achterlaten en naar huis gaan.quot;

„Ik mag zeker wel met u mee rijden ? Wij zouden u op dit oogenblik niet graag alleen laten. Ik hoef niet voor elf uur in het Huis te zijn.quot;

Zij glimlachte en gaf met een knikje van het hoofd hare goedkeuring te kennen; toen stapte ze uit, zwaar op hem leunend, zoo weinig was ze nog bekomen van den schrik.

Toen zij het huis weer uitkwam , gevolgd door haar twee kleine dienstmeisjes, beiden met verschrikte gezichten over het ongeluk harer meesteres overkomen , had zij een dichten kanten écharpe om het hoofd geslagen, waardoor het verband onzichtbaar werd en het schoone gelaat dubbel het medelijden en de sympathie opwekte.

„Ik wou dat ik Madeleine toch zagzei ze vol bezorgdheid, en keek voor ze in het rijtuig stapte, de straat op. „Ha! ...quot;

Want eenslaps zag ze een cab uit de verte in volle vaart naderkomen. Toen hij dichtbij was, bleek het dat Naseby en Lady Madeleine er in zaten. Deze vloog er terstond uit, verschrikt van Marcella's bleek gelaat en omwonden voorhoofd. Maar met een paar woorden stelde Marcella haar gerust, en gaf haar, zoo het scheen, over aan de goede zorgen van een andere dame in het huis. Toen wuifde ze met de hand een groet naar Naseby, die met zijn gewone onverschilligheid niets zeide en niets vroeg, en reed met Tressady weg.

ocr page 68

6o

„Madeleine blijft er van nacht,quot; vertelde ze 1 res-sady, terwijl het rijtuig den weg insloeg naar Ald-gate. „Dit was al het plan. Mijn secretaris zal voor haar zorgen. Ze is in den laatsten tijd hier dikwijls met mij geweest en heeft van alles te doen. Maar ik had haar van avond niet mee moeten nemen. Lady Kent zou 't mij nooit vergeven hebben , als die steen hdar getroffen had. O , 't is alles verkeerd geweest! . . 't is een groote misgreep! Ik verbeeldde mij , geloof ik, — dat is juist zoo dom! — dat ik iets goeds zou kunnen uitwerken... een indruk geven!quot;

Zij beet zich op de lippen; de diepe rimpel doorploegde weer het bleeke voorhoofd.

Tressady's sympathie voor haar deed hem gevoelen hoezeer haar hart leed , hoe haar zielsleven een schok gekregen had. Alles aan haar trilde. Na lange maanden van arbeid, in een omgeving, die met haar mede voelde en haar genegen was, had deze harde aanraking met de ruwe werkelijkheid haar voor het oogenblik geheel ontzenuwd.

Het was enkel verlangen om haar troost en hoop in te spreken, om het bij haar „goed te makenquot;, dat hem deed zeggen;

„U zoudt zoo niet spreken van dom en van een misgreep . . . als u wist hoeveel het voor sommigen onder ons waard is.. . hoe het ons aandoet, dicht bij u te zijn, naar u te luisteren, u te zien!quot;

Zijn wangen gloeiden, maar hij zag haar flink aan.

Ook haar wangen verfden zich met een blos, en hij meende hare borst te zien hijgen toen zij uitriep:

„O neen — neen! Dat kan onmogelijk als men zichzelf zoo hulpeloos, zoo onhandig, zoo dom voelt! Waarom ben ik toch zoo geweest? Maar misschien is hét goed. Het is alles een voorbereiding,.. . staalt ons tegen ...quot;

ocr page 69

6i

Zij zweeg, richtte zich overeind en keek door het raampje naar het gedwarrel van menschen en rijtuigen op het plein van het Afansion//ouse, de vast opeengeklemde lippen nog trillend in weerwil van zichzelve.

„....tegen de laatste, onvermijdelijke teleurstellingquot; — zeker was dat het wat zij bedoelde.

„Als u eens wist hoe hard het sommigen van ons valt anders te denken dan ubarstte hij uit. „Hoe moeielijk het is een ander gezichtspunt te verdedigen — zijn woord reeds gegeven te hebben1quot;

„O ja! — zeker! — ik weet dat u uw woord gegeven hebt,quot; viel zij hierop in ; haar vrouwelijke kiesch-heid deinsde als het ware terug voor het persoonlijke dat in dien uitroep lag.

Zij zwegen eenige oogenblikken. Tressady keek naar de huizen in Queen Victoria Street ,n2L2ir de\a.n-taarns, hun licht verspreidend in den heerlijken zomeravond ; hij kon het niet uitstaan dat de cab zoo gauw reed, dat zij al dicht bij de rivier waren, bij de Embankment, waar minder karren en rijtuigen hun den weg zouden versperren. — Hij hield de minuten vast.

„O, hoe konden zij die vrouw laten spreken !quot; hernam zij even daarna, nog met de oogen gesloten; de hand die op het portierraampje lag, trilde. „Hoe konden ze zoo iets doen! juist het feit dat er zulke vrouwen zijn — honderden, duizenden van die stakkers — drijft iemand voort. Een dominé, die goed in het East End bekend is, zejuonlangs tegen mij: „Het verschil tusschen nu en twintig jaar geleden is: dat de vrouwen veel meer en de mannen veel minder werken.quot; Ik kan de gedachte aan die vrouwen geen oogenblik van mij zetten ! Ik zie haar leven aanhoudend voor mij, als afval, lompen en vodden , die eiken dag in den molen gegooid en tot niets vermaald worden, zonder een gedachte, zonder

ocr page 70

62

een woord van medelijden, zonder een uur van geluk. Kanker . . . drie van de negen kinderen in leven ... en pas veertig jaar, al ziet ze er uit als zestig. Ik hoorde dat ze hoogstens nog achttien maanden leven kan. Dan, als ze van de armen naar het graf gedragen is, hoeft de man maar een vinger uit te steken om iemand te vinden, die hij precies op dezelfde manier gebruiken en verslijten kan. En zij is één uit duizenden.quot;

„Ik kan hier alleen op antwoorden door de bekende , afgezaagde vraag— zei Tressady knorrig — „Hebben wij den molen gemaakt? Kunnen wij het malen tot stilstand brengen ? En zoo niet: is het billijk, zelfs tegenover het volk dat winsten trekt uit levensmoed, uit een blijmoedige stemming — is het verstandig al onze eigen kleine vreugden ons te ontnemen en te doen ondergaan in dit ontzettende lijden, uit medegevoel, zooals u doet ? . .. Maar och! al deze dingen zijn al meer gezegd!quot;

Hij boog zich naar haar toe, met een glimlach; maar zij keek niet op. En hij zag een traan, dien ze te zwak was — hetzij uit zenuwachtigheid of overspanning — in te houden, uit de lange wimpers neervallen op haar wang. Toen liet hij er op volgen , nog steeds zich naar haar over buigend:

„Alleen, wat ik nog nooit gezegd heb , geloof ik, is hetgeen van avond gebeurd is. U hebt eindelijk eén persoon — als dit eenige waarde voor u heeft — doen gevoelen wat er in u omgaat. Ik vrees dat ik er u niet heel dankbaar voor ben. Ook kunnen wij, feitelijk, even ver van elkaar staan als voor dezen. Maar ik wist van niets toen ik mij begaf in dit politieke spel, en nu . . ..quot;

Zijn hart klopte. Wat zou hij qiet gaarne gezegd hebben — jeugdige dwaas die hij was! — binnen

ocr page 71

63

de grenzen door haar persoonlijkheid en zijn eigen ontzag hem opgelegd — om haar hem te doen aanzien, om aan deze onzinnige droefheid een eind te maken i

Maar het behoefde niet meer. Zij sloeg de oogen op met een lieftalligheid en dankbaarheid die hem van zijn stuk brachten, en wederom dien eersten indruk van haar in hem wakker riepen , van het romantische, zuidelijk element in haar.

„'t Is heel vriendelijk van u , en wezenlijk vertroostend,quot; zeide zij ; „maar kijk, van het eerste oogenblik af, ik weet zelf niet waarom, voelden wij dat we in u een vriend hadden . . . Door alle verschil van inzicht heen was dit merkbaar.quot;

De woorden, met horten en stooten geuit, getuigden van sterke aandoening — van een ontroering geweld uit allerlei bronnen, gevoed door herinneringen en gedachten waar Tressady feitelijk geheel buiten stond. De jonge man was teleurgesteld. Tot nog toe had alleen haar gevoel gesproken. En nu ... . vreemd! juist die weekheid, die dankbaarheid had een scheidsmuur tusschen hen opgeworpen. Iets, een ik-en-weet-niet-wat, zeide hem kort en krachtig, dat dit het uiterste was dat zij ooit tot hem zeggen, dat zij nooit verder gaan zoude.

Zij reden onder het spoorwegviaduct door van Charing Cross. Toen zij er uitkwamen wierp de maan haar licht over de donkere rivier met haar zilveren golfjes, voor hen uit verrezen de torens van Westminster, grijs purper tegen den gouden gloed van den westelijken hemel.

„Hoe was 't van middag in het Huis?quot; vroeg zij met een blik naar de torens van het groote gebouw. „O, nu zou ik 't heelemaal vergeten ! Ik zie op de klok dat het bij elven is. Toe, u moest hier uitstappen. Ik kan mij nu wezenlijk verder alleen redden.quot;

ocr page 72

64

Hij wilde hier niet van hooren, en zij liet toe dat hij verder meereed, met een vriendelijke onverschilligheid die hem teleurstelde. Toen beantwoordde hij haar vraag en zij praatten even over de stemming van den vorigen maandag, en over de aanstaande critieke stemmingen in de afdeelingen, die haar, —meende hij in zijn opgewondenheid — telkens een slag zouden toebrengen, een slag, waaraan hij zelf zou meewerken. Toch was er voor beiden tooverkracht in het onderwerp. Geen van tweeën kon het loslaten.

Eensklaps stond het rijtuig stil. Pall Mall was volgepropt met karren en andere voertuigen; aan den hoek van de straat, bij de bocht die naar St James's Square leidt, moesten zij een oogenblik wachten. Terwijl zij daar stonden ontmoette Tressady den blik van een heer die op het trottoir stond. Deze scheen zeer verbaasd , glimlachte en nam den hoed at. Lady-Maxwell maakte een koele hoofdbuiging en keek onmiddellijk den anderen kant uit. Tressady herkende Harding Watton, maar noch hij noch zij noemden zijn naam.

Een paar minuten later zag Tressady haar in haar eigen domicilie verdwijnen. Haar hand rustte even in de zijne, terwijl zij met een zachten handdruk zeide;

„Ik dank u zeer! Ook uit naam van Maxwell. Spoedig, hoop ik, zien we elkaar weer, dan zullen we om onze tegenspoeden lachen.quot;

Meteen was ze weg; een oogenblik stond hij als versuft, niet wetend wat te doen.

Elf uur. Wat nu?

Op eens schoot de afspraak met zijn collega hem te binnen, ook dat hij Letty beloofd had haar ergens af te halen, en naar een laat bal te chaperonneeren. Eigenlijk begon de avond pas in plaats van te eindigen. Hij had kunnen lachen toen hij weer in zijn cab stapte.

ocr page 73

65

Intusschen was Marcella door het portiek de vestibule ingeloopen, waar de eenige brandende gaspit een somber licht wierp tusschen de zware pilaren. Aan het eind der breede ruimte werd een deur geopend.

„Aldous!quot;

„Ben jij het!quot;

Hij trad de deur uit en zij vloog hem tegemoet. Hij voelde terstond dat zij beefde. Met een paar woor-den.vertelde zij hem wat er gebeurd was. Eensklaps zag hij het verband om haar hoofd. Zijn gezicht betrok. Zij wist dat hij bleek werd en was er blij om. Hoe weinig had de macht hem aldus aan te doen !

Hij wilde haar meetroonen naar zijn kamer, waar hij zat te werken; maar zij vond beter van niet en zeide:

„Laat mij liever naar boven gaan. Annette zal mij helpen. Het wondje — neen, 't beteekent niets, geloof me! — moet goed uitgewasschen worden. We hebben het in een oogenblik gedaan. Kom dan bij mij ; ik zal Annette sturen als ik klaar ben. Ik verlang je te vertellen hoe 't gegaan is.quot;

Maar in den grond van haar hart zag ze er een klein beetje tegen op het hem alles te vertellen. O, als er eens een overdreven verhaal van het g-ebeurde in de couranten kwam — als het hem kwaad deed! — nu! juist op het critieke moment! Die angst liet haar geen oogenblik met rust, — een vrees, voortkomend uit fouten en overijldheden van een lang verleden tijd.

Hij vond het goed, maar wilde haar eerst zelf naar boven brengen, en zij liet hem begaan, met vreugde zich overgevend aan zrijn sterken, trouwen arm.

Een half uur later zond zij bericht dat zij hem

ocr page 74

66

kon ontvangen. De kamenier vond hem in de vestibule op en neer loopend, wachtend op het sein.

Toen hij haar kamer binnentrad, vond hij haar op een sofa liggen, in een wit cachemiren peignoir. De zwarte kant was weer om het hoofd gewonden; er kwam een zeer bleek gezichtje uit te voorschijn en een paar verlangende, bedeesde oogen — bedeesd voor niemand in de wereld dan voor hem alleen. Zoodra hij haar zag kreeg hij weer dien eigenaardi-gen indruk van gratie, van liefde, van zelfovergave , die , met hun oneindige afwisseling, haar schoonheid voor hem maakte als een heerlijk gedicht. Maar, ofschoon zij dit wist, keek zij hem aan met een ietwat schuwen blik toen hij nader kwam. Het was haar een weelde geweest, in de korte oogen-blikken die ze op hem gewacht had, een klein beetje bang voor hem te zijn — voor zijn misnoegen.

„Ziezoo,quot; zei hij terwijl hij, met haar hand in de zijne, met een bezorgd gezicht naast haar plaats nam, na zich eerst overtuigd te hebben dat de wond niet erg was en geen litteeken zou maken ; „vertel me nu eens precies wat er gebeurd is.quot;

Zij gaf hem een uitvoerig verslag en bemerkte met schrik dat hij boos keek. Zij legde de hand op zijn schouder en ging voort:

„Het is voor het eerst dat ik in het openbaar ben opgetreden zonder je te raadplegen. Ik had het je gisteren willen vragen, maar we hadden 't allebei zoo druk. Die meeting is heel in der haast belegd, en toen alles bepaald was hebben ze mij geprest om ook te spreken.quot;

„Ja,quot; hernam hij, op geen vroolijken toon, „we hebben het beiden veel te druk. We zien elkaar nauwelijks ; we zeggen elkaar even goeden dag, we gaan uit____quot;

ocr page 75

6;

Hij eindigde zijn volzin niet; maar zij wist precies wat hij bedoelde. Zij zag hem bezorgd aan en vroeg: „Vindt je dat ik het niet had moeten doen; juist in dezen tijd? Zou het kwaad kunnen?quot;

Zijn gezicht helderde op. Hij dacht even na en antwoordde, met een lachje:

„Ik denk wel dat de couranten er heel wat van zullen maken !.. .quot; •

De waarheid was dat hij , door persoonlijke neiging, door heel de richting van zijn leven, onaangenaam aangedaan was door haar verhaal. Zijn vrouw —de echtgenoote van een minister — pleitend voor de wet van haar man, of, zooals de vijand het noemen zou, voor zijn politiek bestaan, in een meeting in het East End, en , gaandeweg, bij het heele publiek zich blootstellend, in een tijd van agitatie, aan de ruwheden , het steenen gooien , die bij zulke gelegenheden behooren ! Dat denkbeeld alleen deed den fijn-gevoeligen aard van den ouderwetschen edelman in al zijn gekrenkten trots opstuiven, maar geen oogen-blik kwam het in hem op de zaak van dien kant met haar te bezien. Zijn fijn, ridderlijk gevoel weerhield hem. Toen hij haar trouwde, had hij geen enkele voorwaarde gemaakt — hij zou liever zelf de ergste kwellingen doorstaan dan haar in 't minst aan banden gelegd hebben. Bij gevolg had men hem dikwijls een zwak echtgenoot genoemd; doch Maxwell wist dat hij enkel zichzelven gelijk bleef. Geen verstandig man legt zijn hart aan de voeten van een Marcella zonder vooraf de kosten te berekenen.

Zij liet zijn laatste opmerking onbeantwoord. Maar het ontging hem niet dat ze stil en niet op haar gemak was, tot ze eensklaps haar vingers op zijn hand leggend vroeg;

ocr page 76

68

„Vertel mij eens of ik je te veel alleen laat — of ik mij te veel aan andere menschen geef.quot;

Hij zuchtte — een bijna onmerkbare zucht, toch werd zij bleek.

„Ik had voor het eten een uurtje aan mijzelf,quot; zei hij , „jij waart uit, en het huis scheen mij erg leeg. Ik had grooten lust je te gaan halen, maar er lagen een paar stukken, die ik noodzakelijk lezen moest voor morgen.quot; — Er zou , dit wist zij , vergadering zijn van de ministers. — „Toen heb ik Sanders een artikeltje laten schrijven voor de courant, om dien aanval van Watton te beantwoorden, en ik had er dolgraag met je over gepraat voor we het verzonden. Maar vooral — als ik van die meeting geweten had — zou ik je dringend gevraagd hebben er niet heen te gaan. Ik had je gisteren moeten waarschuwen , want ik wist dat daar, in die buurt, iets broeide. Toch is't geen oogenblik in mij opgekomen dat jij je aan dat gepeupel wagen zoudt. Wil je er voortaan aan denken, lieveling,quot; — hij drukte haar hand bijna ruw aan zijn lippen — „dat, als die steen een beetje grooter geweest was, en beter gemikt had....quot;

Hij zweeg. Er kwam een nevel voor haar oogen, een blos van geluk kleurde haar wangen. Wathdar betreft, zij was die steen dankbaar die zulk een hart zoo deed kloppen.

Misschien zeide zijn instinct hem haar niet te veel aldus te bederven, want hij stond op, liep een paar malen de kamer op en neer en zei:

„Nu! We zullen er niet meer aan denken , of ik zou wezenlijk een tiran worden, en met „zalquot; en „mag nietquot; aankomen! Je weet het trouwens, datje twee levens en al wat ons beiden dierbaar is, in de hand hebt. Zei je niet dat Tressady je heeft thuis gebracht?quot;

Hij keerde zich om en zag haar aan.

ocr page 77

69

„Ja. Hij kwam met Eduard Watton op de vergadering.quot;

„Maar hij is daar al meer bij je geweest, en hier ook ?quot;

„O, ja; bijna iedere week sedert we van Luton terug zijn.quot;

„'t Is vreemd . . , mompelde Maxwell, haast als dacht hij overluid, „want hij zal stellig en zeker bij de stemming met Fontenoy meegaan. Zijn speeches bij zijn verkiezing hebben hem er voor goed toe verplicht.quot;

„O, natuurlijk zal hij met hem stemmen zei Mar-cella, onrustig wordend; „maar men kan niet laten te probeeren hem tot een ander inzicht te brengen. En zijn toon is al veranderd.quot;

Maxwell stond aan het voeteneind der sofa in gepeins verzonken, een verwarde massa gedachten, niet alle van aangenamen aard , vlogen hem door het hoofd. Ondanks zijn idealistisch opgaan in zijn werk, zijn politieke loopbaan, en de eenige liefde van zijn leven, had hij de opvoeding gekregen van een man van de wereld en kon hij, als dit noodig scheen, de slimheid van een man van de wereld te pas brengen. Hij had op het kasteel Luton, van dezen jongen Tressady terstond een gunstigen indruk gekregen en met een glimlach hem zien bezwijken voor de bekoorlijkheden van Marcella. Maar die vele bezoeken aan hun kamp in het East End, op een zoo gewichtig en beslissend oogenblik, was, om het op zijn zachtst uit te drukken vreemd. Het was een bewijs , zou men zeggen, van een plotselingen en zeer krachtigen persoonlijken invloed.

Had zij éenig beprip van de macht, die zij uitoefende ? Eens of tweemaal, sedert zij getrouwd waren, had Maxwell de betoovering die van zijn vrouw uit-

ocr page 78

7°

ging, op anderen zien werken, en het had hem onaangenaam aangedaan. „Als het mij gebeurd was , dat zij zoo met mij praatte en wandelde,quot; had hij eens bij zichzelf gezegd, „was ik stellig verliefd op haar geworden, al was ze twintigmaal de vrouw van een ander!quot; — Toch was er niets gebeurd; hij had alleen zichzelf verweten dat hij een lomperd was, en er geen woord tegen haar van durven reppen.

Ook thans had hij er den moed niet toe. Bovendien, 't was al te dwaas! Lord Tressady was pas getrouwd, en in Maxwell's slecht-ziende , niet-nieuws-gierige oogen was het jonge vrouwtje een aardig , levendig persoontje. Kom, 't was zeker de zenuwachtige spanning van het politieke leven die dergelijke fantasieën mogelijk maakte. Waarom haar daarmeê lastig te vallen ?

Langzamerhand ook, toen hij zoo bij haar stond, dreef het zien van haar, van haar zwakheid, onderworpenheid , lieftalligheid, zooals ze daar lag, de oogen naar hem opgeslagen, alle andere gedachten dan die van geluk verre van hem, en trok hem aan als een magneet.

Een glimlachje speelde om haar mond. Hij knielde naast haar neer, en de armen om zijn hals slaande, fluisterde ze:

„O, lieve man, ik heb zóó slecht gesproken! Je zoudt je voor mij geschaamd hebben als je 't gehoord hadt! Ik kreeg geen vat op de meeting, 'k Heb geen schepsel overtuigd. Lord Fontenoy's dames kregen allen op haar hand. In 't eerst kon ik mezelve niet uitstaan dat ik het er zóo slecht afbracht; — mijn ijdelheid voelde zich gekwetst en ik vond het naar omdat ik niets voor jou deed. Maar nu , ten slotte, ben ik er blij om.quot;

ocr page 79

„Ei, ei,quot; zei Maxwell droogjes. „Wat mij aangaat, ik ben verrukt! Ziedaar — die straf zal je althans hebben.quot;

Zij drukte haar hand tegen zijn lippen.

„Sst, je moogt mijn mooie speech niet zoo afbreken ! Ik ben er alleen blij om, omdat. . . omdat het leven in de maatschappij, en succes in de maatschappij , de menschen zoo ver van elkaar doet staan — zoo alleen. Ik ben ver genoeg gegaan om te weten hoe het zou kunnen worden. Een nieuwe hartstocht zou zich van ons meester maken en werken als vergif. Ik zou voor jou stemmen winnen en ons beider hart zou verdrogen. Ziedaar! neem mij in je armen... beknor mij . . . veracht mij. Ik ben een dom en onbeholpen schepsel . . . maar .. . van jou!quot;

Met een dergelijke nederigheid zou Diana haren herdersknaap hebben kunnen winnen, het goden-hoofd voor hem nederbuigend op de heuvelen van Laturia....

VIJFTIENDE HOOFDSTUK.

George reed naar het Parlementsgebouw terug, en luisterde er een half uurtje naar een mooie speech van een der leden van een vorig liberaal ministerie. De speech was een nieuw bewijs van de verdeeldheid die in alle partijen ontstond tengevolge van den druk van het nieuwe collectivisme.

„We hebben altijd geweten ,quot; zeide de spreker, doelende op een ministerie, waartoe hij zeven jaar geleden behoord had, „dat wij , eer we veel jaren verder waren, het socialisme krachtig zouden zien optreden ; wij wisten tevens dat wij het zouden bestrijden als de uiting eener conservatieve regeering. De handen

ocr page 80

72

zijn de handen van den Engelschen Tory; de stem is de stem van Karl Marx.quot;

De socialisten lieten een spottend gejuich hoo-ren, de regeeringsbanken zwegen stil. De meerderheid der conservatieve partij was reeds tegen de bill. De tweede lezing moest doorgaan. Maar indien er slechts verandering mogelijk was zonder het land te werpen in de armen der revolutiemannen ; als men maar denken kon dat Fontenoy, of zelfs de oude liberale partij een regeering zou kunnen vormen en het land op hun zijde krijgen, zou de behandeling in de Afdee-lingen het Huis niet lang ophouden.

Intusschen heerschte er in de rookkamers en bijzalen een aanhoudend gegons van stemmen, ieder had het druk over den onzekeren afloop der op handen zijnde stemming. Tressady waarde overal rond als een geest, onverschillig, van gansch andere gedachten vervuld, bovenal er op uit te trachten niet met Fontenoy in aanraking te komen. Zoolang hij in de vergaderzaal was, stond hij aan de deur of zat hij in de zijbanken, om op een aistand te blijven van zijn leider.

Tegen twaalf uur reed hij naar huis, kleedde zich zoo vlug mogelijk en begaf zich naar een hotel in Berkeley Square, waar hij Letty zou afhalen. Hij vond haar reeds op hem wachtend, verlangend naar haar bal en geneigd om een beetje boos te zijn. Onder het rijden naar Queen s Gate vertelde ze hem van de partij, van de menschen die ze gesproken. de toiletten die ze gezien had.

„En jij , zoo'n dwaze jongen !quot; lachte ze, met haar waaier een tikje gevend op zijn hand, „je keek van morgen zoo boos toen ik geen tijd had om naar Lady Tressady te gaan, en... wil ik je nu eens wat vertellen ? Ze is van avond op een partij geweest —

ocr page 81

7.3

op een partij, zeg ik je! — en in groot toilet! Mrs. Willy Smith vertelde me dat ze haar bijdeWebers ontmoet had.quot;

„'t Is goedzei George kortaf, „maar met dat al: van morgen was Mama lang niet wel.quot;

Letty haalde de schouders op, maar ze had geen verlangen naar een scène en praatte dus niet over het onderwerp door. Ze was erg ingenomen met haar japon — met het laatste kijkje dat ze van zichzelf had kunnen nemen in den grooten psyché in de toiletkamer in Berkeley Square, en , tevens, met dezen knappen, goed gekleeden echtgenoot naast zich. Telkens sloeg ze, onder het aantrekken van een paar nieuwe handschoenen, een vluchtigen blik op hem. Hij was in den laatsten tijd erg vervuld van dat vervelende Parlement, en ze vond zichzelf een bijzonder goede, gemakkelijke vrouw, dat ze zich zoo weinig er over beklaagde. Zelfs had ze geen aanmerking gemaakt toen hij Lady Maxwell ging opzoeken in het East End. Het scheen geen verandering te brengen in zijn politieke opinie.

Het denken aan Lady Maxwell deed haar op eens hardop lachen en uitbarsten:

„O, die Harding Watton was van daag toch zoo amusant over de Maxwells!quot; — Zij wendde zich tot Tressady op haar vroolijkste, vertrouwelijkste manier. — „Hij zegt dat ze de menschen zoo begint te vervelen met haar bemoeizucht, haar gepreek en al die dingen meer — en dat iedereen hem zoo uitlacht dat hij er geen eind aan maakt. Harding zegt dat 't haar toch niets helpt, — dat geen Engelsch-man zich aan een vrouwenregeering onderwerpen wil. Maar dit is alles goed en wel — ze zullen het toch moeten doen in een ander opzicht!quot;

En den slanken hals uitrekkend naar haar man,

ocr page 82

74

gaf ze hem een vluchtigen kus op de wang.

Werktuigelijk nam George uit erkentelijkheid haar hand in de zijne, maar de lieve woordjes die ze verwacht had, bleven uit. Juist toen zij begon te spreken had hij haar willen vertellen hoe hij den avond had doorgebracht, van de meeting, en van zijn terugrid naar huis, in gezelschap van Lady Maxwell. Hij was tot nu toe te trotsch geweest, en te vol zelfvertrouwen om iets van zijn doen en laten voor Letty geheim te houden. En gelukkig had zij 't hem nooit lastig gemaakt. Feitelijk had ze zelf te veel afleiding gehad, te veel dat haar ijdelheid streelde, om tijd te hebben voor jalouzie of iets van dien aard. Misschien zou de jeugdige echtgenoot au fond meer gevleid zijn zoo ze een beetje veeleischend geweest was.

Maar toen zij Harding's naam noemde was 't alsof hij niet spreken kon. Later, na afloop van 't bal, zou hij 't haar zeggen, als ze alleen waren, dan zou hij trachten haar te doen begrijpen welk soort van vrouw Marcella Maxwell was. Gejaagd en zenuwachtig, als hij zich voelde, maakte hij half en half plan om Lady Maxwell te zien over te halen Letty een beetje tegemoet te komen. Slechts een klein wei-nigje van het innig vrouwelijke, van de bekoring , de poëzie die van haar uitging — meer vroeg hij niet.

Hij keek naar zijn vrouw. Zij zag er lief uit en nog heel jong zooals ze daar naast hem zat, verdiept in stille bespiegelingen over den opgang dien ze gemaakt had. Maar George begreep niet, ja, het hinderde hem, waarom ze zulk een dikke laag blanketsel noodig vond, zij met haar frisch, jeugdig teint; en haar japon scheen hem vreeselijk zwierig, niet heel zedig zelfs. Hij kon soms een eigenaardig, wonderlijk gevoel hebben over hun verhouding, alsof hij een dub-

ocr page 83

75

belganger had, zichzelven en haar van een afstand volgende , nieuwsgierig waarop het alles zou uitloopen. Het getuigde misschien eenigszins van zijn ongevormdheid op geestelijk gebied dat zijn gevoel van echtelijke verantwoordelijkheid tegenover Letty niet bijster groot was. Hij dacht altijd aan haar zooals hij over zichzelf dacht — als iemand volkomen vrij om te doen of te laten wat zij wilde, zoowel wat hèm als hun samenleven betrof.

De partij waar zij nu heenreden werd gegeven door schatrijke menschen, en Letty was een en al verlangen naar de verrassingen van den cotillon.

„Ik hoorde van iemand, dat op het vorige bal de figuren van den cotillon acht honderd pond gekost hebben,quot; vertelde ze „Alles wat ze doen is altijd schitterend.quot;

Zonder twijfel had het vooruitzicht van den cotillon een zoo groot aantal gasten bijeengebracht. Het was een drukkend warme nacht; op de trappen en in de ververschingszalen verdrong zich aanhoudend een zwierige, druk babbelende mêlee van heeren en dames; George had alles gegeven als hij rustig naar huis had kunnen gaan, hij begreep niet welk genot er in zulke partijen zijn kon.

Hij zag Letty slechts een paar malen, even, nadat zij met moeite de balzaal bereikt hadden. De eerste maal, door op de teenen te staan en zijn hals uit te rekken, kon hij haar, over de hoofden heen, zien zitten in een staatsiestoel, met een spiegeltje in de eene hand en een kanten zakdoekje in de andere. Allerlei jonge heertjes werden achter om haar heen naar haar stoel gebracht om over haar schouder in het spiegeltje te kijken, en telkens veegde zij lachend het weerkaatste beeld weg. Eindelijk verscheen een lange, donkere man, met gitzwarte knevels en roode

ocr page 84

76

wangen. Letty hield een oogenblik haar zakdoek boven het gezicht in het spiegelglas. George kon de hoeken van haar mond zien trillen van plezier. Toen reikte ze bedaard het spiegeltje over aan den leider van den cotillon, stond op, nam een enkelen plooi van haar witte japon tusschen de vingers, en, terwijl de muziek losbarstte in een vroolijken wals, dwarrelden zij en Lord Cathedine de balzaal door, door de andere dansende paren gevolgd.

Intusschen vond George weinig kennissen om mee te praten. Hij deed een paar dansen meê, meest met jonge meisjes, in haar eerste witte baltoiletjes, - een genre van danseuses waar hij zich , in den regel, niet de geroepen persoon voor vond. Maar meestal stond hij, in een hoekje tegen den muur geleund, te peinzen over alles en nog wat: hij vergeleek het schoollokaal in Manx. Road, de benauwde atmosfeer die er heerschte, met de welriekende geuren hier; de bleeke, slecht gekleede menschenmassa, enkel vervuld van de zorg voor het dagelijksch brood, met deze schitterende zalen, zoo weelderig ingericht dat men naar de zeldzaamste bloemen zelfs niet meer keek, met die kostbare aardigheden voor den cotillon — broches, armbanden, ringen — die de ronde deden en bewonderd werden door dames die reeds meer van al die prullen hadden dan ze dragen konden ; hij vergeleek deze pronkende dames, in zijde en diamanten, met de uitgeteerde, ineengekrompen gestalte van de vrouw van den werkelooze, die, met een onnoozelen lach om den ingevallen mond , het lot tartte, en de bemoeizieke „mevrouwsquot; vertelde dat, als ze niet zestien uur aan éen stuk „zittenquot; kon , ze geen kans zag haar man en kinderen in t leven te houden. Afgezaagde waarheid die heel de wereld kent: de vuilheid van de pauperum taberna (Hut-

ocr page 85

77

ten der Armen), den glans benemend van de reg-um turres (Paleizen der Rijken). Toch is in ieder nieuw geslacht het aantal gering der mannen en vrouwen, die met al hun voelen en denken doordringen in deze donkere duisternis. Anderen praten er over; leven het meê, zij strijden en lijden er voor. Meer dan een element in Tressady scheen hem voorbestemd te hebben om zich bij dezen aan te sluiten. Maar tot nu toe had hij niet gewild, en genoten van het goede dat het leven hem gaf.

Toen de tijd voor het souper daar was, stond hij toevallig in de buurt van Lady Cathedine, een bleek, mager, zwijgend schepseltje, wier oogen hij eensklaps ontmoette en die hem tot zich trokken. Hij vroeg haar voor het souper en verveelde zich boven alk beschrijving. Zij zag er uit alsof ze behoefte had aan iemand tegen wien ze zich kon uiten, in wien ze vertrouwen kon, maar in de praktijk, nu 't er op aankwam, scheen ze geen woord te kunnen zeggen. Het eenige wat George uit haar kon krijgen was „jaquot; en „neenquot;, of een onbeduidende opmerking, met zachte stem geuit, terwijl ze al wat er in de zaal gebeurde, al wie er inkwam of er uitging, met de oogen volgde en telkens met angstige, verschrikte blikken naar de deur keek.

Hij was wezenlijk dankbaar toen die sessie voorbij was. Toen hij zijn dame naar een der salons terugbracht, moesten zij een breed portaal over, dat, op een balcon uitkomend, in een soort van prieel herschapen was. In de verte zag hij Letty zitten, naast Harding Watton. Letty keek recht voor zich ; zij had een erge kleur en keek boos. Harding zat druk te redeneeren; te oordeelen naar zijn lachend gezicht en levendige gebaren amuseerde hij zichzelf, zoo al niet haar.

ocr page 86

78

George bezorgde Lady Cathedine behoorlijk een plaatsje, en keerde denzelfden weg terug om Letty te vragen of zij het geen tijd vond naar huis te gaan. Hij bemerkte echter dat een ander haar voor een dans was komen halen, en schikte zich geduldig in het vooruitzicht van nog twintig minuten zich te moeten vervelen. Hij stond tegen den muur te geeuwen; hij had een gevoel dat er geen eind aan den avond kwam.

Op eens traden er een paar oude kennissen, uit Harrow en Oxford, op hem toe, en zij praatten een poosje achter een bloemen-estrade die hen van de deuren der balzaal scheidde. Na afloop van den dans zag George Lady Cathedine met haar eigenaardigen, schichtigen stap naar de deur vliegen. Zij liep den anderen kant der bloementrofee om, en George hoorde haar tot iemand die juist binnenkwam zeggen: „Robert, het rijtuig is er.quot;

Een oogenblik stilte, toen antwoordde een zachte stem met een dikke tong:

„Loop naar den bl . .. m met je rijtuig!quot;

„Maar Robert, je weet dat we beloofd hebben, op weg naar huis even bij Lady Tuam aan te rijden.quot; De dronkemansstem sprak nog zachter:

„Lady Tuam kan voor mijn part naar den bl . .. m loopen! Ik ga heen als ik dit zelf verkies.quot;

Lady Cathedine drong niet verder aan; George zag haar het portaal oversteken en in een stoel gaan zitten naast een ouden generaal, die in een rustig hoekje zat te dutten tot zijn dochters goed zouden vinden met hem naar huis te gaan. De oude heer sloeg geen acht op haar, en zoo zat ze daar met haar waaier te spelen, de ietwat grijze oogen dof puilend uit het bleeke gezicht.

Toevallig hadden George en zijn vriend, beiden,

ocr page 87

79

het gesprek gehoord. De laatste trok vol ergernis en minachting de wenkbrauwen op en prevelde:

„Wat 'n ellendige kerel! Vier maanden getrouwd. Hoewel ... ze was gewaarschuwd.quot;

„Wie is ze van zichzelf?quot;

„Eene Miss Wickens. De dochter van den ouwen Wickens, de bankier. Hij heeft haar genomen om haar geld en geeft dat behoorlijk te kennen. Ik denk dat hij haar nu vrij wel al de phasen van lijden heeft doen doormaken, waartoe de man in het huwelijk de macht heeft.quot;

„In zoo'n korten tijd?quot; zei George afgetrokken.

„'t Is waar,quot; hernam de vriend lachend, „veel tijd is daar niet toe noodig.quot;

„Ik wou graag naar huis gaan,quot; klonk een stem aan Tressady's elleboog.

Iets in den toon trof hem.

Hij keerde zich haastig om en antwoordde, met een blik van bevreemding naar zijn vrouw, die aan Lord Cathedine's arm naar hem toegekomen was: „Heel goed. Ik zal dadelijk zien of het rijtuig er is.quot;

„Wat zou er aan schelen?quot; vroeg hij zichzelf, terwijl hij zich naar beneden spoedde. Wat beduidde die toon en die vreemde manier van Letty?

Maar nog eer hij iemand om het rijtuig had kunnen zenden, vond hij reeds een antwoord. Zeker had Harding Watton Letty verteld van dien hansom in Pall Mall, en zeker... Vol ergernis haalde hij de schouders op. Het denkbeeld dat hij een uit-leg zou moeten geven en zich verontschuldigen was hem bijzonder onaangenaam. Dwaas die hij was, om , toen ze naar Queens £7«^ reden, Letty niet even zijn avontuur in East End te vertellen!

Hij stond tusschen een troepje heeren en dames onder aan de trap, toen Letty hem voorbijzweefde

ocr page 88

8o

om haar capuchon te halen. Hij lachte tegen haar, maar zij bleef stijf voor zich kijken als zag ze hem niet.

Dus had hij een scène in 't vooruitzicht. George voelde dat hij inwendig begon te koken. Toch .... misschien was 't goed. Er was heel wat dat hij graag eens zeggen zou.

Tevens vervulde die Cathedine-episode hem opnieuw van afschuw en tegenzin voor de ruwheid, voor het verdwijnen van alle decorum, waartoe juist de nauwe band van het huwelijk, het onafgebroken samenleven leiden kan Als er een scène wezen moest, nam hij zich voor zooveel mogelijk te zeggen wat hij op het hart had, en tevens haar en zichzelven te houden binnen de perken die de ware beschaving nimmer uit het oog verliezen mag.

„Je kunt toch niet ontkennen dat je 't voor mij geheim gehouden hebt,quot; riep Letty boos. „Ik vroeg je hoe het 's middags in 't Huis geweest was, en je hebt er geen woord van gekikt dat je's avonds ergens anders geweest waart.quot;

„Zeker,quot; antwoordde George bedaard , „maar 't is geen oogenblik in mij opgekomen er een geheim van te maken. Iets wat je van Lady Maxwell zei is de reden geweest dat ik het uitstelde. Ik wou liever wachten tot we thuis waren — toen.quot;

Ze bevonden zich in George's kamer, de gewone achterkamer op de benedenverdieping, die George nog geen tijd gehad had om een beetje gezellig in te richten, terwijl Letty er in 't geheel niet aan dacht. Tressady stond tegen den schoorsteenmantel geleund. Hij had een electrische pit opgedraaid ; Letty zat in dat koude schijnsel tegenover hem, rechtop en met een boos gezicht. Het helle licht deed het wazige van het gezichtje verdwijnen en de lijnen dub-

ocr page 89

8i

bel scherp uitkomen; het mooi was van haar zwierige japon af, de bloemen hingen verflenst neer. Ze had al haar schoonheid verloren.

„Iets wat ik over Lady Maxwell zei?quot; herhaalde ze met minachting. „Waarom zou ik niet van Lady Maxwell zeggen wat ik wil? Wat geven jij en ik om Lady Maxwell, dat ik niet om haar lachen zou als ik er lust in heb? Iedereen lacht haar uit!quot;

„Dat geloof ik niet,quot; zei Tressady bedaard. „Ik heb haar van avond gezien in een geheel nieuwe, touchante omgeving; — bij een meeting van de armste menschen. Zij probeerde — dit tusschen twee haakjes — iets te zeggen, maar zij sprak heel slecht. Ze wist haar hoorders niet te boeien, en tegen 't eind van de vergadering was er een opstootje. Toen we buiten kwamen kreeg ze een steen tegen 't hoofd; ik wist haar gelukkig een hansom te bezorgen en reed met haar meê naar huis, naar St. James s Square. We draaiden net den hoek van het om , toen

Harding Watton ons zag. Toevallig was ik bij haar onder 't volk toen die steen haar raakte. Wat had ik anders kunnen doen dan haar thuisbrengen , hè?quot;

„Waarom ben je er heengegaan? En waarom 't mij niet dadelijk verteld ?quot;

„Waarom ik er heen ging?quot; .. . Tressady aarzelde; toen zag hij zijn vrouw flink aan en zei: „Ik geloof dat ik er heen ging omdat het heel interessant is Lady Maxwell gade te slaan in wat ze doet; omdat ze diep voelt en een edel hart heeft, en men, door met haar te praten, zichzelf meer rekenschap leert geven van wat men denkt en voelt.quot;

„Dat 's niet waar!quot; barstte Letty uit. „Je benter heengegaan omdat ze mooi is, — omdat ze zoo'n gewikste coquette is! Ze is er altijd op uit de vrouwen ongerust te maken over haar mannen, onder het

II. 6

ocr page 90

82

voorwendsel van de politiek, 'n Massa dames hebben een hekel aan haar en zijn bang voor haar.quot;

Zij zag bleek van drift, en had moeite haar tranen te bedwingen. Toch lag de oorzaak hiervan niet zoozeer in Harding Watton's verhaal, als wel in die vreemde houding van haar man. Zij had in het rijtuig, onder 't naar huis rijden, een trotsche, zwijgende houding aangenomen , steeds in afwachting dat hij haar vragen zou wat er aan scheelde, dat hij haar een verklaring geven , haar smeeken , zich verontschuldigen zou , zooals hij doorgaans gedaan had wanneer zij lust had in een kibbelpartij. Maar ook hij sprak geen woord, en ze wist niets te bedenken om zelf te beginnen. Doch zoodra zij in zijn kamer waren en de deur zich achter hen gesloten had, was het bij haar tot een uitbarsting gekomen , en hij was nog niet begonnen haar te troosten en te liefkoozen. Haar verwondering was gepaard gegaan met een gewaarwording van angst, van schrik. Wat was er toch? Waarom was zij het niet wier wil triumfeerde, als naar gewoonte ?

Toen zij die aanmerking maakte op Marcella vertoonde zich even een glimlachje om Tressady's gezicht, en, spelend met een cigarette die hij uit een koker genomen had, vroeg hij ;

■ „Wie bedoel je? Men hoort gedurig op die manier over haar spreken, maar altijd is 't enkel schermen met groote woorden. Niemand komt met feiten aan. Ik geloof er dan ook niets van. Harding wel, natuurlijk; hij wil graag alle lasterpraatjes voor waar aannemen.quot;

Letty aarzelde; maar op eens schoot haar een en ander van Harding's leelijke verhalen te binnen, en met veel overdrijving en niet weinig borduursel noemde ze eenige namen. De nadruk waarmede ze sprak bracht het kleurtje terug op de bleeke wangen, maakte het gezichtje rood en ordinair.

ocr page 91

83

Tressady haalde de schouders op toen zij eindelijk zweeg, en hernam:

„Nu, ik geloof van dat alles niets en ik wil wel wedden, Harding evenmin. Lady Maxwell is niet, zooals je vroeger eens gezegd hebt en ik gaarne wil toestemmen, iemand voor de dames. Ze schiet veel beter op met mannen dan met haar eigen sekse. De namen , die je noemt, zijn alle van persoonlijke vrienden , of van partijgenooten. Zij steunen Maxwell en zijn zeer met haar ingenomen. Maar indien sommige dames al jaloersch zijn, dan kunnen ze zich in elk geval troosten met 't bewustzijn dat het aantal bewonderaars een veiligheidsklep is.quot;

„Zeker, dat is alles goed en wel, maar zij wil nu eenmaal heerschen, en geeft geen zier om de middelen waardoor ze het gedaan krijgt. Ze is eene gevaarlijke intriguante; ze speculeert met haar schoonheid.quot;

Tressady, die, met het gezicht van haar afgekeerd, op den schoorsteenmantel leunde, keerde zich eensklaps om , met schitterende oogen, terwijl hij stil voor zich heen prevelde:

„Dwaas kind ! Dwaas kind !quot;

Haar lippen trilden. Zij stak een bevend handje uit naar haar sortie , die op den grond gevallen was , en zei snibbig:

„Nu, 't is mij wel. Maar ik bedank er voor om hier te zitten als je op zoo'n toon tegen mij spreekt. Goeien nacht!quot;

Hij lette niet op wat ze zei. Hij trad op haar toe, legde beide handen zwaar op haar schouders, en sprak op vreemden, gebiedenden toon ;

„Weet je niet, Letty, wè,t het is dat iedere vrouw — of iedere man, als je wilt — beschermt voor Mar-cella Maxwell's schoonheid? Weet je niet dat ze haar man afgodisch liefheeft ?quot;

ocr page 92

84

„O, dat 's allemaal aanstellerij, natuurlijk, net als alles wat ze doet!quot; riep Letty, met een beweging als wou ze weggaan. „Je hebt het vroeger zelf ook gezegd.quot;

„Vóór ik haar kende, ja. Nu weet ik dat het geen aanstellerij is; 't is het geheim van haar leven.quot;

Hij liep terug naar den schoorsteenmantel; hij voelde plotseling dat hij iets zeggen ging dat hem later spijten zou.

„Enfin, dan ga ik maar naar bed,quot; zei Letty, wederom half opstaand. „Je hadt ten minste wel zoo beleefd en zoo vriendelijk kunnen zijn om te zeggen dat 't je spijt, datje mij de vernedering niet bespaard hebt om van Harding Watton te hooren waar mijn man zijn avonden doorbrengt.quot;

Tressady was beleedigd en vroeg driftig:

„Wanneer heb ik iets wat ik deed ooit voor je verborgen gehouden?quot;

Letty, die recht als een staak voor hem stond, wierp met een minachtend gebaar het hoofdje in den nek, doch zeide niets.

„Dit beteekent dus ,quot; hernam George na een oogen-blik van stilte, „dat je mij niet gelooven wilt, — dat je mij verdenkt van je reeds bedrogen te hebben?quot;

Letty bleef zwijgen. Zijn oogen schoten vonken. Op eens hoorde hij de stem van zijn geweten. Hij nam zijn cigarette weer op, lachte even, en zei, terwijl hij quasi naar lucifers zocht:

„We stellen ons aan als een paar groote kinderen. Je weet heel goed dat het je geen ernst is als je zegt dat ik onwaar ben tegenover jou. En laat mij je meteen dit zeggen, mijn lieve kind: het lot heeft Lady Maxwell niet voorbestemd om er amourettes op na te houden, en dat zal ze nooit. Maar nu ik dit gezegd heb, is er meer dat je weten moet.quot;

ocr page 93

85

Wederom ging hij naar haar toe, legde de hand op haar arm en vervolgde:

„Tusschen jou en mij zou er nooit sprake kunnen zijn van dergelijke scènes als we nu hebben, wanneer alles tusschen ons was zooals het hoorde, is 't niet, Letty ?quot;

Haar borst ging hijgend op en neer.

„O, ik dacht dat je je wreken gingt; — dat jij ook klachten hadt.quot;

„Zeker,quot; sprak hij bedaard, „ik hèb klachten. Hoe komt het... Waaraan ligt het... dat ik het plezierig begon te vinden Lady Maxwell te ontmoeten? Hoe komt het dat ik graag met haar praatte op Luton? Natuurlijk is het heel aangenaam in gezelschap te zijn van eene mooie vrouw, — dat zal ik niet ontkennen. Maar ze had zoo schoon kunnen wezen als een engel, en ik zou geen zier om haar gegeven hebben. Zij heeft iets, dat men veel zeldzamer aantreft dan schoonheid, 't Is ook iets zeer gewoons; ik geloof dat het enkel sympathie is — ddt alleen. Iedereen voelt hetzelfde. Als men tegen haar spreekt, is het alsof ze met plezier luistert; ze zich dan , ze leeft op dat oogenblik met je meê. En daarin is iets heel aantrekkelijks, — geen twijfel aan.quot;

Toen hij dezen kleinen speech begon nam hij zich voor geheel open tegenover haar te zijn — een beroep te doen op haar betere natuur en de zijne. Maar er was iets dat hem eensklaps weerhield, misschien het bewustzijn dat het ten slotte niet de zuivere waarheid was, of dat hij de zaak nog erger maakte.

„'t Is jammer datje dit alles niet eer bedacht hebt,quot; beet ze hem toe, met een schrillen lach, „in plaats van met minachting te spreken over de vrouw die haar neus in de politiek steekt, zooals je vroeger gedaan hebt.quot;

ocr page 94

86

Hij zat op den kant van haar stoel, de handen in de zakken, zacht op en neer te wiegelen.

„Heb ik met minachting gesproken over de vrouw die zich met de politiek bemoeit? Enfin, dfe Hemel weet dat ik nu althans niet op haar verliefd ben.'t Is niet de politiek, kindlief, die de menschen tot elkaar trekt, 't is 't karakter, 't is de persoon. Maar och , laat ons daar niet langer over praten! Laat ons teruggaan tot het punt van sympathie. Dat is van meer gewicht dan ik vroeger dacht Stel, bij voorbeeld, dat jij woudt probeeren wat meer belang te stellen in mijn politieke werkzaamheden dan je gewoon bent. Als je probeeren woudt onze finantiëele moeielijk-heden in het oog te houden, zooals ik doe , in plaats vanquot; ... — hij zweeg even en ging toen rustig voort, het lange, fijne gelaat naar haar opheffend, terwijl ze bevend naast hem stond — „in plaats van uitgaven te doen, die ons vroeger of later zullen ruïneeren , die ons de achting voor onszelf moeten doen verliezen. Als je eens wat meer rekening hieldt met mijn opinie over de menschen die bij ons aan huis komen. Eigenlijk ben ik niet gesteld op Harding, al is hij je neef, en ik zie niet in wat hij te maken heeft met de meubels van onze salons en waarom hij ons op kosten jagen moet, zooals hij gedaan heeft. En dan... Lord Cathedine. Heusch, ik ben niet bijzonder kieskeurig, maar als ik hoor dat die kerel in mijn huis is, dan krijg ik een aanvechting om in den eersten hansom te stappen dien ik krijgen kan, en zoo ver mogelijk weg te rijden. Ik heb hem van avond tegen zijn vrouw hooren spreken op een manier, waarvoor hij verdient met de zweep door Oxford Street gejaagd te worden ; bovendien vind ik dat het iemand vernedert veel te worden gezien met dien Cathedine.quot;

ocr page 95

87

Zijn bedaardheid, het ietwat vragende in den toon der stem, brachten Letty steeds meer tot wanhoop. Zij ging nu ook zitten, een vlammend rood verfde de wangen toen zij het woord nam.

„Wel bedankt! Je hadt wezenlijk niet oprechter kunnen zeggen watje op je hart hadt!'t Spijt me dat niets wat ik doe de eer heeft je te behagen. Je zult er wel berouw van hebben datje met mij getrouwd bent; maar gedwongen heb ik je niet. Waarom zou ik mijn vrienden laten loopen ? Je weet heel goed dat jij Lady Maxwell niet loslaten zult.quot;

Zij zag hem scherp aan ; het kleine voetje trappelde voortdurend tegen den grond.

George schrikte en riep:

„Loslaten?... Wat is er los te laten? Kom en zie haar zelf, ga eens met mij mee en tracht met haar bevriend te worden. Je zult heel welkom zijn.quot;

Maar reeds terwijl hij dit zeide voelde hij er de ongerijmdheid van, en dat Letty reden had voor haar lach.

„'k Zou je danken! Lady Maxwell heeft me op 't kasteel heel duidelijk te kennen gegeven dat zij niet begeerde nader kennis te maken. Ze hoeft dan ook niet bang te wezen dat ik mij zal opdringen. Maar als jij haar wilt opgeven... ja, misschien dat ik dan eens zien zal wat ik voor jou plezier zou willen doen, hoewel ik al watje van Harding en Lord Cathedine zegt belachelijk vind, niets dan vooroordeel.quot;

George zweeg. Hij werd geslingerd door de stem van zijn geweten, die hem zeide dat Letty wel een beetje gelijk en, wat hem zeiven betreft, veelmeer reden had om zich over hem te beklagen dan zij wel wist, dat hij een innige, intellectueele minachting had voor hem of haar, die ook maar in de verte Marcella

ocr page 96

88

Maxwell durfde op éen lijn stellen met andere vrouwen , en beweren dat zij kon gewonnen worden door dezelfde kunstgrepen als dezen. Eindelijk raakte zijn geduld op en hij riep;

„Ik kan onmogelijk onbeleefd zijn tegen iemand van wie ik niet anders dan vriendelijkheid ondervonden heb, zooals ze vriendelijk is tegen een massa anderen — tegen oude vrienden als Eduard Watton, of nieuwe als ..

„O, ze wil je stem hebben, natuurlijk!quot; viel Letty hierop in, met een luiden lach. „Of ze is een coquette , -— of ze wil je stem hebben. Waarom zou ze anders zooveel notitie van je nemen? Ze hoort niet tot je partij ; ze wil je overhalen, en maakt jou belachelijk. Iedereen lacht jullie uit, jou en haar.quot;

Ze keerde zich tot hem, met vlammende oogen. Nog éen woord, en ze had zich laten meesleepen — door een bijna onweerstaanbaren drang in haar — hem de giftige, kwetsende beschuldiging naar het aangezicht te werpen. Maar George bleef kalm.

Met een krachtig willen om een luchtigen toon aan te slaan, zei hij leukweg:

„Nu, laat de menschen lachen als ze daar plezier in hebben. Maar men springt zoo luchtig niet om met de politiek, zooals jij en zij merken zullen. Stemmen winnen gaat zoo gemakkelijk niet!quot;

Al sprekend stond hij op en liep een eind de kamer in. Als gewoonlijk keerde de stemming van berusting, van onverschilligheid weer terug. Zij moesten beiden zich zien te schikken in het status quo. Geen radicale verbetering was mogelijk. Het karakter maakt de omstandigheden, en het karakter luistert niet naar redeneeringen.

„Nu ja, ik heb natuurlijk geen oogenblik gedacht dat jij zoo dwaas zoudt zijn je heele toekomst te

ocr page 97

89

bederven!quot; snauwde Letty, met koortsig schitterende oogen haar man aanziend en volgend de fijne vingeren die zich wederom met de cigarette bezighielden. „Maar kom, me dunkt we hebben er nu lang genoeg over gepraat, 'k Geloof niet dat het veel uitgewerkt heeft! Jij?quot;

„Neen,quot; gaf George koel ten antwoord, „maar ik hoop dat we mettertijd het meer eens zullen worden. Mijn bedoeling is niet den tyran te spelen, in't minst niet — ik wil alleen dat je weten zult hoe ik over de dingen denk. Zal ik je sortie dragen?quot;

Vormelijk, beleefd kwam hij haar helpen. Letty nam zwijgend haar zaakjes over den arm en wees met een minachtend gebaar zijn aanbod van de hand. Toen hij de deur voor haar opendeed, keerde ze zich tot hem en zei vinnig:

„Je vindt dat ik veel geld uitgeef, goed; maar je schijnt nooit er aan te denken dat je wel eens iets extra's voor mij doen mocht nu ik het voorrecht geniet zoo'n schoonmoeder te hebben. Je verwacht van mij dat ik heel kalmpjes mij zal onderwerpen aan die onaangename, belachelijke positie, en bovendien het rustig aanzien hoe zij ons geld uitgeeft. Maar ik zeg 't je ronduit, ik waarschuw je, ik doe het niet. Ik zal het zélf gebruiken, zooveel als ik wil, dat zij het ten minste niet krijgen kan.quot;

Letty wist zeer goed dat zij zich aanstelde als een ondeugend, plaagziek kind, maar het kon haar niet schelen. Het moest er uit. Dat vreemde, nieuwe gevoel , dat zij hem niet kon buigen en niet kon breken , was haar te machtig.

George zag haar aan; hij kreeg even een aanvechting om haar flink door mekaar te schudden, toen om vrede te sluiten. Hij geloofde dat hij wel de baas zou kunnen blijven als hij 't probeerde, maar daar

ocr page 98

9°

had hij geen lust in. Hij zei alleen, zonder een zweem van boosheid: „Dan moet ik zien een middel te vinden om zoowel jou als mijzelven te beschermen.quot;

Zij stormde de deur uit, en vloog bijna heel de lange gang door naar de trap, telkens met een snik van boosheid. Eensklaps schoot George iets te binnen terwijl hij haar nakeek. Hij liep haar na, greep haar bij den arm juist toen ze de trap wilde opvliegen en fluisterde, terwijl hij haar stevig vasthield:

„Letty, ik mocht het je niet zeggen, maar ik vind beter mijn belofte te breken. Wees niet al te ongevoelig, kind, niet al te boos! Mama heeft iets dat ongeneeslijk is!quot;

Zij zag hem aan; zij zag de roode kleur, de teekenen van machtige, doch met geweld onderdrukte ontroering. Bliksemsnel doortrilde haar een oogen-blik het bewustzijn dat haar man een echt mensche-lijk, voor indrukken vatbaar gemoed had; dat, als zij zichzelve had kunnen overwinnen en zich aan zijn hals werpen, deze rampzalige nacht voor hen beiden het begin zou kunnen zijn van een nieuwen weg in hun leven. Maar haar leelijke drift was sterker dan zij. Zij stootte hem van zich met een:

„Zoo, heeft ze je dat van morgen verteld? Dan is 't misschien beter dat ik dadelijk naar Ferth ga, want natuurlijk is dat alleen 'n voorbode dat er een nieuwe lijst van schulden in aantocht is.quot;

Hij liet haar gaan; zij hoorde hem naar zijn kamer terugloopen en de deur achter zich sluiten. Een paar seconden zag zij hem met een uitdrukking van triumf na, en ijlde toen de trap op.

In haar kleedkamer vond ze haar kamenier, die haar reeds wachtte. Grier's zuur gezicht en slaperige oogen zeiden duidelijk dat zij boos was dat ze zoo lang had moeten opblijven. Maar ze beklaagde zich

ocr page 99

91

niet; en hoewel Letty in den regel maar al te geneigd was haar private aangelegenheden met de dienstmaagd te bespreken , bewaarde ze ditmaal het stilzwijgen. Doch dat zij boos en opgewonden was bleek duidelijk genoeg, en terwijl ze hare meesteres ontkleedde , keek Grier haar menigmaal met een onderzoekenden blik aan. Ze meende dat ze „henquot; bij de trap had hooren kibbelen. Wat ze het nu jammer vond dat ze te moe en te boos was geweest om te luisteren!

Natuurlijk kon een ruzietje niet uitblijven. Grier trok geen partij, noch voor de een, noch voor den ander. Ze voelde niets voor haar mevrouw, en ze had een hekel aan Sir George, wel wetend dat hij haar niet vertrouwde. Maar ze had een sfoede be-trekking, en geen plan vooreerst weg te gaan, waarom ze haar best deed op Letty invloed te krijgen. Thans, terwijl ze bezig was Letty's bruin haar te borstelen , steeds met zichzelve overleggend wat er gebeurd zou zijn, kwam ze op een inval, die haar plezier scheen te doen.

Toen Grier goeden nacht gezegd had en zij alleen was, kon Letty niet besluiten naar bed te gaan. En nog liep ze in haar peignoir door de slaapkamer, toen iemand aan de deur klopte — Grier's tikje. „Binnen!quot;

Het was Grier; ze bracht iets.

„Ik geloof dat ik van morgen iets gevonden heb, mylady, dat uit uw photografiedoos gevallen is. 't Lag in Sir George's kleedkamer op den grond.quot;

Letty nam het van haar aan, en hoe ze haar best ook deed om zich te beheerschen, de wangen, die zeer bleek waren toen Grier binnenkwam, werden vuurrood.

„Waar heb je 't gevonden, zeg je?quot;

ocr page 100

92

„'t Was in Sir George's kleedkamer van de tafel gevallen, denk ik.quot; — Grier stond daar als een beeld der onschuld. — ,,Zeker heeft iemand het uit uw photo-grafiedoos genomen.quot;

„'t Is goed, Grier,quot; zei Letty, kortaf. „Goeien nacht.quot; De kamenier vertrok. Letty was alleen, het portret in de hand.

Twee dagen geleden, toen Tressady Eduard Wat-ton bezocht op zijn kamers \n St. James s Street hij dit amateurs portretje van Marcella Maxwell en haar zoontje op de tafel zien staan. De poëzie daarvan had hem zoo machtig getroffen dat hij het kalmpjes in zijn zak gestoken, en, toen de eigenaar daar tegen opkwam, geantwoord had , dat deze, als intiem vriend, gemakkelijk een ander exemplaar krijgen kon en niet zoo zelfzuchtig mocht zijn. Watton had hem lachend zijn zin gegeven, en Tressady had het portretje meegenomen, met het plan het aan Letty te geven voor een verzameling „gerenommeerde schoonhedenquot; die ze was gaan aanleggen.

Later op den dag, toen hij zich voor het middagmaal verkleedde, had hij 't uit zijn zak genomen. Een plotseling instinct, hij had zelf misschien niet kunnen zeggen wat het was, deed hem besluiten het nog niet aan Letty te geven. Hij wierp het in de bovenste lade van zijn boorden en overhemden kast.

Twee dagen later kwam de huisknecht voor het ontbijt ietwat laat de kleeren van zijn meester gereed leggen, en liet, zonder het te weten, het portret uit de plooien van het overhemd vallen waar het tusschen gegleden was. Het kwam terecht tus-schen de kast en den muur, en werd later op den dag door de werkmeid gevonden, die het gaf aan Lady Tressady's kamenier.

Letty legde het portret op haar toilet en stond,

ocr page 101

93

het gezichtje in de handen, het te bekijken. Mar-cella zat onder een cederboom op Maxwell Court, haar jongen stond tegen haar aangeleund. Een mooi brok van het oude kasteel vormde den achtergrond, en de photograaf had zijn onderwerp zoo genomen dat er niets was of het was mooi, terwijl het toch zijn climax vond in de twee gezichten: de Madon-na-achtig schoone moeder; het flinke, van gezondheid bloeiende kind. Nooit zag de wereld Marcella in die rustig peinzende houding, nooit zóo aantrekkelijk. Het was de uitdrukking van een vrouw die vrede heeft met en voor zichzelve, wier gulden oogen-blik in het leven is aangebroken, maar die zich bewust is — wat ieder in gelukkige dagen bedenkt — dat ook boven hdar hoofd het Noodlot zweeft en zij geen uitzondering zal maken op den algemeenen regel: dat ieder mensch zijn tijd heeft van geluk en van leed. Intusschen getuigde het hoog-gewelfde voorhoofd, met een enkelen rimpel boven de oogen, van wilskracht, van karakter, evenzoo het breed-golvende, zwarte haar, door den wind naar achteren gehouden. Een nobele, krachtige figuur, toch door en door eenvoudig, echt menschelijk. Dien indruk moest een ieder krijgen, die van de oogen keek naar den vast den knaap omstrengelenden arm.

Letty bestudeerde het portret, alsof ze het met haar blikken willde doorboren. Maar eensklaps greep ze het met een driftigen ruk van de tafel, en scheurde het aan wel twintig stukken. De snippers liet ze op den grond verspreid liggen ; het kon niet anders of wie de kamer binnenkwam moest ze zien. Een paar minuten later lag ze in bed , klaar wakker, maar zich doodstil houdend, het gezicht van de deur afgekeerd.

Ongeveer een uurtje daarna werd er zacht aan haar deur getikt. Zij gaf geen antwoord en Tressady

I

ocr page 102

94

kwam binnen. Hij liep heel voorzichtig, denkende dat zij sliep, tot ze hem op eens, met een onderdrukten uitroep, hoorde stilstaan. Zij verroerde zich niet, maar maakte op uit de beweging dat hij de snippers opraapte. Toen hoorde zij hem de stukjes in de papiermand onder haar schrijftafel gooien, en wachtte met ingehouden adem af wat er verder gebeuren zou.

Tressady liep naar een raam, schoof zacht een gordijn op zijde, en keek eenige oogenblikken uit naar de verlaten straat, waarboven zich de nachtelijke sterrenhemel welfde. Eenmaal waagde ze het, daar de stilte zoo lang duurde, over het dek heen te gluren naar den kant waar hij zat. Maar ze kon niets zien. Eindelijk stond hij op, en nam hij zijn gewone plaats naast haar in. Twintig minuten later, hoogstens, wist ze, tot haar groot verdriet, dat hij sliep.

Zij zelf kon den slaap niet vatten. Zij werd wakker gehouden door dat telkens terugkeerend bewustzijn van het onherroepelijke, dat ons in verbazing tot onszelven doet zeggen ; „Hoe is het zoo gekomen ? Twee uur geleden — zoo kort slechts — bestond er niets van dien aard!quot; En de geest houdt zich angstig vast aan dat uur dat voorbij is, zoo nabij nog en toch zoo oneindig ver weg, — grijpt naar zijn schaduw , te vergeefs ...

Toch merkte zij nu wel dat ze jaloersch geweest was, van het eerste oogenblik af dat zij en George met Marcella Maxwell in kennis waren gekomen. In de traag voortkruipende uren van dezen nacht deed jaloezie haar lichaam branden met heete pijn — jaloezie, waarin zich allerlei herinneringen mengden. Altijd had ze eenigszins het gevoel gehad alsof't van haar een daad van vriendelijkheid was geweest met

ocr page 103

95

George Tressady te trouwen. Bijna was't een liance. Had ze haar eischen niet oneindig hooger kunnen stellen ? Wat hiervan zij, ze had het beschouwd als iets dat van zelf sprak, dat hij haar altijd zou bewonderen en met dankbaarheid tot haar opzien; dat ze, in ruil voor haar bekoorlijk persoontje, ten minste over hem en over wat hem toebehoorde, naar goedvinden zou kunnen beschikken.

En nu, — wat haar onuitsprekelijk ergerde, was, te bemerken hoe hij, althans na hun wittebroodsweken , haar moest hebben gecritiseerd, moest hebben vergeleken met een andere vrouw. 'tWas alsof haar in eens een licht opging omtrent alles wat er in hem moest zijn omgegaan ; een onuitstaanbare gedachte voor haar ijdelheid.

Hoeveel meer dan ijdelheid? Terwijl zij rusteloos lag te woelen, nu naar dezen, dan naar dien kant zich omleggend, allerlei plannen makend om George te straffen, om Lady Maxwell te vernederen en zich te wreken, zeide ze bij zichzelve dat het haar niets schelen kon, dat het niet de moeite waard was er zich zoo zenuwachtig over te maken , dat ze öf George wel klein krijgen, 5f zich wel troosten en amuseeren zou zonder hem.

Maar in werkelijkheid werd zij voor de eerste maal vastgehouden, en steeds worstelende gepijnigd , door dien plotselingen , meesterlijken greep, waarmede de pottenbakker zijn klei opneemt, wanneer hij het neder-legt op het eeuwig rondwentelende rad.

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Den volgenden morgen — dat is te zeggen , zater dag 5 Juli — gaven de couranten een uitvoerig ver-

ocr page 104

96

slag van de meeting in het East End, waar Lady Maxwell, zooals. sommigen het uitdrukten , „de waarheid gezegd wasquot; door het East Endsche gepeupel. Het werpen met steenen, het raken, de vrouw en de zaak werden dienzelfden dag druk besproken in de clubs en salons van May fair en Belgravia, niet minder dan in de clubs en herbergen van het East End, en wie op het land, na de drukten van den zaterdag, bij vrienden en geburen op bezoek ging, verspreidde verder het gewichtige nieuws. De Maxwells togen rustig naar Brookshire, de nieuwsgierige bezoekers, die in St. James's Sqtiare aanschelden „uit belangstellingquot;, kwamen thuis zonder nader bericht.

„Niets dan een gewild kabaaltje,quot; zei Mrs. Watton met minachting tegen haar zoon Harding, toen zij hem zondagsmorgens in de eetkamer van hun huis in Tilney Street „De Opmerkerquot; gaf, na hem eerst zelve gelezen te hebben. „Natuurlijk komt het in haar kraam te pas een beetje de martelares te spelen. Hoe 't mogelijk is dat die man zich door haar zóo belachelijk laat maken ! ...quot;

„Belachelijk?quot; . . . viel Harding hier met een glimlach op in. „Alles behalve! Bederf uw eerste juiste opmerking niet, moeder. Want, natuurlijk,'t is niets dan praktische politiek. De mooiste vrouw in Engeland biedt niet voor niets haar voorhoofd aan voor een wond. Let maar eens op hoe haar vrienden daarvan profiteeren zullen, en van de ruwheid van het Londensche gepeupel.quot;

„Bah! 't Is onuitstaanbaar!quot; prevelde Mrs. Watton, spelend met het deksel van het mosterdpotje dat naast haar bordje stond.

Zij en Harding waren laat opgestaan en zaten d deux te ontbijten. De oude squire was reeds lang klaar, en met een lijvigen bundel preeken naar de

ocr page 105

97

bibliotheek gevlucht, tot het tijd werd om naar de kerk te gaan. Mrs. Watten en Harding hadden echter alle plan hem te vergezellen , want Harding was een ijverig steunpilaar der Engelsche Staatskerk.

De zoon haalde de schouders op over den uitroep zijner moeder, en zei:

„Ik ben benieuwd of Lady Maxwell plan heeft George Tressady voor goed aan te klampen, ja dan neen. Hij heeft haar vrijdag van die meeting thuis gebracht.quot;

„Haar van de vergadering thuis gebracht?..., Wat zeg je? ... George Tressady? .. .quot;

Mrs. Watton richtte het massieve hoofd overeind en fronste de wenkbrauwen tegen haar zoon, als ware hij persoonlijk verantwoordelijk voor dit onbehoorlijk feit.

„Hij loopt haar al weken lang nzi'mhamp;t East End. Daar ben ik door Eduard achter gekomen. Maar, och, ieder heeft dat kunnen voorspellen, die hen op 't kasteel Luton samen zag. Ja ja, ze weet ook wel met welk aas ze haar vischjes vangen moet!quot;

„Nu,quot; hernam Mrs. Watton, op plechtigen toon, „tk weet wel: zulk een vrouw moest in fatsoenlijk gezelschap geweerd worden. Daar hoort ze niet.quot;

Harding stond op en ging voor het raam zijn knevels staan opdraaien. Hij was reeds lang tot de ontdekking gekomen dat zijn moeder, hoezeer over't algemeen eene verstandige vrouw, tot eene geestige opmerking niet in staat was en ze het gewoonlijk niet verder bracht dan een grofheid.

„Maar me dunkt,quot; hernam zij, na een oogenblik gezwegen te hebben, „dat de een of ander er Letty een wenk van moest geven.quot;

„O, laat Letty maar loopen, die zal wel voor zichzelf zorgen!quot; zeide Watton lachend. Hij had

ocr page 106

98

er bij kunnen voegen , als hij het der moeite waard gevonden had, dat dit reeds gebeurd was. Tressady zag hem niet graag, scheen het. Enfin, met men-schen die niet op ons gesteld zijn hoefde men 't zoo nauw niet te nemen. Dus had hij, ondanks Tressady's boos gezicht, 't zich met en bij Letty aangenaam weten te maken, en haar geholpen met het aankoopen van nieuwe meubels. Harding, die zich verbeeldde een zeer goeden smaak te hebben, had graag dat men hem in zulke dingen raadpleegde; alles in éen woord wat hem een air van gewicht gaf, zij het slechts tegenover den chef van een antiquiteitenwinkel, was een koltje naar zijn hand; en, gedekt door Letty's aanzienlijke inkoopen, had hij heel wat weten machtig te worden voor zijn kamers in de Temple — buit, lang niet min — tot werkelijk miniemen prijs.

„Wie zou ooit gedacht hebben dat George Tres-sady zoo weinig vast op zijn beenen stond, zuchtte Mrs. Watton, terwijl ze van de ontbijttafel oprees, „als men nagaat hoe Fontenoy op hem rekende!quot;

„En nög op hem rekent, min of meer,quot; lie: Harding hierop volgen. „Maar Fontenoy, vind ik, moet gewaarschuwd worden.quot;

Hij keek op de pendule om te zien of hij vóór de kerk nog eene cigarette kon opsteken, en ziende dat 't nog wel de moeite waard was, gunde hij zich dat genot, met peinzenden blik in het park turend.

„Je bedoelt toch niet dat er quaestie van is dat hij overloopt ?quot;

Harding trok de wenkbrauwen op.

„Neen,... zóo erg is 'tniet! Maar och, 't is of de fut er bij hem uit is. Hij werkt niet voor ons. De partij heeft niets meer aan hem.quot;

Harding sprak alsof hij „de partijquot; in zijn zak droeg.

ocr page 107

99

Zijn moeder zag hem met nauw verholen bewondering aan. Zij stelde een onbepaald vertrouwen in Harding. Maar ze was niet gewoon haar zonen op te hemelen.

„Weet je wat voor mij de grootste ergernis is ?quot; hernam ze, terwijl ze naar de deur zeilde, in haar zwaar ritselend, zondagsch brocaat: „de manier waarop haar bewonderaars over haar spreken. Dat is om dol te worden! Als men bedenkt dat al dit gemaal over de armen en de „slopjesquot; niets anders beteekent dan de hoop om haar man zijn plaats in 't ministerie te doen behouden, en zichzelf met een stoet van aanbidders te omringen; — bah , 'k word er akelig van!quot;

„Maar, lieve mama, ieder moet toch'n beetje plezier in z'n leven hebben !quot; zei Harding vergoelijkend. „Bovendien — vergeet niet dat Lady Maxwell mij heel wat kopij verschaft.quot;

Nadat zijn moeder hem verlaten had bleef hij nog een poosje rooken, in behagelijk gepeins over zijn artikeltje „De Vrouw van de Slopjesquot;, wemelend van toespelingen op Lady Maxwell, dat zou verschijnen in het eerstvolgend nummer van het Weekblad, door hem en Fontenoy sedert kort geredigeerd Harding was niet de uitgever. Hij hield er niet van zich af te sloven , niet van bureauwerk. Om te zorgen dat hij kon leven, daar was zijn vader goed voor. Maar hij had een overwegend adviseerende stem in de richting die het jonge blad zich koos, en de scherpste artikelen, misschien, waren uit Harding's pen gevloeid.

Feitelijk waren geen van allen, die tot de redactie behoorden, katjes om zonder handschoenen aan te pakken, en ze haalden de wonderlijkste dingen bij mekaar. „Vrijheidquot; was hun leus, maar de patroons bleven de macht in handen houden. Zich om den godsdienst te bekommeren, daaraan zijn tijd te verspillen, was belachelijk; maar wee hem, die den vin-

ocr page 108

IOO

ger durfde uitsteken naar de gevestigde Staatskerk! Slechts drieërlei misdaad was niet voor vergeving vatbaar, en moest bij alle mogelijke gelegenheden aan de kaak worden gesteld. De eerste was die van „nuttig zijnquot;, want wie zich verbeeldde dat hij voor zijn buurman nuttig moest zijn, was een ezel of een gek. De tweede was iets dergelijks, en bestond in de zotternij van „beschaving voor het volk,quot; Met een man , die zijn tien of twaalf uur in den molen of de mijn gewerkt had, 's avonds Homerus of Dante te lezen, — ziedaar een onvergefelijke zonde, die schade deed aan de wortels van den Staatsboom. Harding en de zijnen hadden in hun tijd heel wat hulp noodig gehad om deze schrijvers te begrijpen; doch dit kwam hun toe, dit behoorde zoo. Hetzelfde heelal, dat dit aldus beschikte, had den mijnwerker den grond ingezonden om kolen te graven voor zijn meerderen , terwijl Harding Watton dé universiteit bezocht.

Doch de laatste en ergste fout in de oogen van Harding en zijn kliek was die oude, eerste grief, welke reeds Kaïn niet kon verzetten. De geeselende ironie, waarmee het blad Maxwell telkens aanviel — behalve de innige overtuiging van mannen als Fon-tenoy, die er ook sterk uit sprak — was grootendeels hiervan een gevolg. Ondanks alles wat hij tegen had , zag het er naar uit dat Maxwell's haan koning zou kraaien, dat zijn wet aangenomen, dat hij een voorname plaats in het politieke leven van Engeland bekleeden zou. Ook zijn vrouw regeerde en kreeg haar zin, zonder de hulp van knappe jongelui wien een welversneden pen ten dienste staat. Ziedaar de groote grief. Harding kon 't niet uitstaan.

Middelerwijl — ondanks courantartikelen rechts,

ocr page 109

IOI

en courantartikelen links, ratelde de politieke koets hobbelend voort.

Den volgenden dag, Maandag, was 't in het Lagerhuis een dag van vroeg komen, van goed bezette banken, van veel drukte en levendigheid; want de stemming over de tweede lezing zou plaats hebben onmiddellijk na het antwoord van den Home Secretary op het debat. Dowson zou dus, verwachtte men , om tien uur zijn rede houden, en tegen elf uur kon de stemming afgeloopen zijn.

Dezen middag en avond was Fontenoy alomtegenwoordig. Zoo althans scheen het Tressady. Stak men zijn hoofd in het rooksalon of in de lobby, liep men een oogenblikje het terras op om wat frissche lucht te happen, Fontenoy's zware wenkbrauwen en behaard gezicht waren het eerste waar het oog op viel, en telkens was hij in ander gezelschap.

De heterogene aard der oppositie waarmede de regeering te kampen had, de tegenstrijdige partijen en belangen die haar verdeelde, kwamen den man met zijn talent voor intrigueeren en combineeren uitstekend te pas. En hij maakte van dit talent een ruim gebruik. De kleine oogjes waren minder zichtbaar, de randen er om heen dieper dan ooit.

Intusschen had George Tressady nooit zoo sterk als op dezen critieken middag gevoeld dat zijn partij niet meer op hem rekende. Beraadslagingen, waar hij bij geroepen zou zijn als iets dat van zelf sprak, werden thans gehouden buiten hem om. Zelfs had Fontenoy dezen gewichtigen dag nauwelijks een enkele maal het woord tot hem gericht; hij stond heel den dag alleen.

Enfin , waarom er zich het harnas over aan te jagen ? — En toch . .. door de valsche redeneeringen waar ieder mensch licht toe komt... hij was ontstemd. Hij

ocr page 110

I02

had hen teleurgesteld als debater; en in andere opzichten _ wat had hij sedert Pinksteren voor hen gedaan ? Zonder twijfel had het noemen van zijn naam in de berichten omtrent de Mile End meeting gewicht in de schaal gelegd. Hij geloofde wel dat Fontenoy persoonlijk nog op hem gesteld was. Overigens begon hij te gevoelen dat ze hem stilzwijgend alleen lieten.

Was het wonder! Tijdens het uur voor het middagmaal zat hij in een hoek van de bibliotheek te suffen over een biographic van Lord Melbourne, Die arme Melbourne! In de laatste tragische jaren van wachten, van hopen en verlangen, iederen dag het aanbod tot een ambt verwachtend dat nimmer kwam , en de openlijke erkenning van zijn verdiensten, wat hij niet beleven zou! Maar Melbourne was oud en

had zijn tijd gehad.

„Ik zou je graag even sprekenklonk een schorre

stem over zijn schouder.

„Ga je gang, en neem plaats,quot; zei George glimlachend, terwijl hij een stoel bijschoof. „Me dunkt, je zult wel 'n week lang kunnen slapen na 'n dagje als va,ndaag.quot;

„Heb je van de week tijd ?quot; vroeg Fontenoy plaats

nemend.

George aarzelde.

„Tijd?... neen. Ik moet eigenlijk dadelijk naar buiten, en me in mijn eigen zaken en den strike verdiepen vóór de afdeelingsvergaderingen beginnen. We hebben woensdag vergadering van mijneigenaars.quot;

„Wat ik van je hebben wou zal je niet lang ophouden,quot; drong Fontenoy aan, na even gezwegen te hebben. „Ik hoor dat je in de laatste weken de werkplaatsen bezocht hebt.quot;

De scherpe, doordringende oogen vestigden zich op den vriend.

ocr page 111

los

„Ik heb 'n paar maal met Eduard de ronde gedaan,quot; antwoordde George. „Wat we zagen gaf'n duidelijke afspiegeling van den toestand.quot;

De gedachte die door Fontenoy's brein flitste was : „Wat drommel, waarom heb je mij dat nooit verteld ?quot; Luid zei hij, ietwat knorrig:

„Een afspiegeling van wat Eduard je wou laten zien , ja. Evenwel, wat ik je te vragen heb, is dit. Je hebt de extracten gelezen van de verslagen, die in den laatsten tijd in De Kroniek verschenen zijn?quot;

George knikte toestemmend.

„We moeten iets doen om den gegeven indruk weg te nemen. Jij en ik weten weergaasch goed, dat in de groote meerderheid van werkhuizen de werktijd geregeld is naar de fabrieken, en ongeveer neerkomt op vier en een halven dag in de week. Je hebt het nu onlangs met eigen oogen gezien, en je kunt schrijven. Wil je drie of vier onderteekende artikeltjes klaar maken voor de „Haymarket Reporterquot;, hetzij deze of de volgende week? Natuurlijk kun je zooveel hulp krijgen als je wilt.quot;

George dacht even na en zei toen:

„Neen, ik neem dat liever niet op me. Ik geloof niet dat ik er de persoon voor ben, dat ik het er goed afbrengen zou. Misschien ben ik te veel ingewijd geworden in de uitzonderingen — in de ergste gevallen. Om je de waarheid te zeggen , Eontenoy, — de geheele quaestie is voor mij meer een probleem geworden dan ooit.quot;

Eontenoy bromde iets en schoof onrustig op zijn stoel heen en weer.

Eindelijk vroeg hij op zijn onvriendelijksten toon:

„Wil je daarmeê zeggen, datje er bezwaar in ziet om . .. om te .. .quot;

„Om te stemmen ? Neen; ik zal zonder bezwaar mijn

ocr page 112

I04

stem uitbrengen. Ik ben zeer voor uitstel. Deze wet voldoet me nu evenmin als vroeger. Maar ik wensch voor het oogenblik mij nog niet openlijk op een beslist standpunt te plaatsen.quot;

De beide mannen zagen elkaar zwijgend aan. Eindelijk prevelde Fontenoy:

„Ik dacht dat er iets broeide!quot;

„Nu ja, ik moet zeggen, 't doet me plezier dat we even met elkaar gepraat hebbenwas George's antwoord. „Ik verlangde je te zeggen dat, al zal ik mijn stem uitbrengen, ik waarschijnlijk niet veel meer spreken zal. Ik geloof niet dat ik de rechte ben voor Afgevaardigde in 't Parlement. Ik zal er me ten slotte een verwijt van maken dat ik je omtrent mij-zelven misleid heb.quot; Hij deed zich geweld aan voor een glimlachje.

„Ik heb me niet vergist,quot; bromde Fontenoy, terwijl hij opstond en wegliep. In de gang maakte hij zijn zin af: „behalve dat ik niet ingezien heb dat jij behoorde tot de mannen die zich door een vrouw laten inpakken.quot;

Ten eerste: een overhaast huwelijk met een mal schaap, die hem niet kon steunen en de zaak niet; en nu, volgens Harding Watton (die dien morgen Fontenoy in zijn eigen woning had opgezocht om een en ander met hem te bespreken) de Lady Maxwell-koorts in een hevige mate. Zeer waarschijnlijk, 't Was de beste verklaring.

De leider was, wat hemzelven betrof, verbazend ontstemd en teleurgesteld. Er was geen man tot wien hij zich persoonlijk zoo aangetrokken had gevoeld, sedert de strijd begon, als tot Tressady.

Ongeveer tegen middernacht had de stemming over de tweede lezing plaats, onder al de bijkomende

ocr page 113

io5

omstandigheden van drukte, gespannen verwachting en rumoerigheid, die op het critieke oogenblik van een veel bestreden voorstel nimmer uitblijven. De meerderheid voor de regeering was vier en twintig —• vier en twintig stemmen minder dan het normale getal.

Toen het gejuich en het gesis bedaarde , werd George haast zonder dat hij het zelf wist door het gedrang meegesleept naar den corridor. Dicht bij de deur, naar de vestibule leidend, keerde eene dame, die voor hem ging, zich om. George had een vluchtige gewaarwording van iets schoons, van een opwelling van vreugde, en herkende Marcella Maxwell.

Zij stak hem de hand toe.

„Ziezoo; het eerste bedrijf is afgespeeld.quot;

„Ja, en goed ook,quot; zei hij glimlachend. „Maar er zijn heel wat stukken verloren.quot;

„O, dat weet ik, dat weet ik! De volgende weken zullen onuitstaanbaar zijn; men zal zich van niemand zeker voelen.quot; Toen veranderde haar toon —kreeg ze iets verlegens terwijl ze zei: „Wij wachten de volgende week vrij wat menschen bij ons in Mile End, om allerlei luidjes uit den arbeidenden stand te ontmoeten. Komt u ook eens, en brengt u Lady Tressady meê? Ik denk dat het wel de moeite waard zal zijn.quot;

„Gaarne,quot; zei George, — ietwat vormelijk. „Zeer vriendelijk.quot; Toen, met zijn gewone stem: „En heeft het u heusch geen kwaad gedaan?quot;

Zijn oogen zochten de beleedigde plaats aan het hoofd, en zij bracht onwillekeurig de hand naar het zwarte golvende haar, dat naar voren getrokken was om het litteeken te bedekken.

„O, neen. Die jongen was gelukkig geen bolleboos in 't gooien! Wat hebben de couranten er veel van gemaakt!quot;

ocr page 114

io6

George schudde het hoofd en zei lachend:

„Och, wat kon men anders verwachten!quot;

„Dat is waar.quot; Een donkere blos verfde de bleeke wangen. „Maar waarom wordt er toch zooveel meer van gemaakt als een vrouw met een steen gegooid wordt dan als 't een man is? We begeeren dat extra medelijden en gebabbel niet.quot;

„De menschelijke natuur, vrees ik,quot; zei George, de schouders ophalend. Geloofde zij wezenlijk, dat vrouwen zich op dezelfde voorwaarden konden mengen in den politieken strijd als mannen? Dat men daar even weinig nota van ze nam als van de mannen ? Onzin!

Thans trad Maxwell, die achter zijne vrouw stond, naar voren, wisselde met Tressady een vriendschap-pelijken groet, en praatte een paar minuten met hem over de debatten van dien avond. De scherpe blik van den oudste nam ondertusschen nauwkeurig het gezicht en de houding van den jongere op.

Wat George betreft, zijn gesprek met den minister, wat meer dan één voorbijganger met belangstelling en een spottenden glimlach opmerkte, was voor hem juist geen genoegen. Maxwell's eigenaardigheden waren niet om Tressady voor hem in te nemen, en evenmin was hij de persoon die voor een man als Maxwell veel aantrekkelijks had. Niettemin — Tressady had wel gewild dat deze tien minuten eindeloos duurden, alleen omdat het hem in de gelegenheid stelde bij haar te zijn, haar bewegingen te volgen, hare stem te hooren terwijl hij praatte met haar man. Hij had het met Maxwell over de speeches, over het stemmen en enkele onbeduidende gebeurtenissen van dien dag. Al dien tijd wist hij wie haar omringden ; voelde hij hoe de menschenmassa om haar heen steeds afwisselend kwam en ging; met wien zij praatte ;

ocr page 115

icy

bovenal: hoe die fijne, levendige bekoorlijkheid, die ze in al haar volheid had getoond aan hèm — misschien behalve haar man, aan hèm alleen, van heel deze menigte — sprak uit haar oogopslag, haar stem , haar gelukwenschen , haar verzuchtingen. Want had hij haar niet gezien in droefheid en verwarring, — had hij haar niet gezien in tranen, worstelend met zichzelf? Zijn hart bewaarde die herinnering als iets heiligs, al dien tijd dat hij haar in zijn nabijheid voelde, het middelpunt van deze zich verdringende politici; — aangebeden, verfoeid , wijd vermaard, type eener echte vrouw, in allerlei omstandigheden en levenstoestanden.

Toen, snel als een bliksemstraal, zoo scheen het hem, was de menigte geslonken, de Maxwells waren weg, en hij liep de trappen af van den ingang voor de Afgevaardigden, den regen tegemoet. Het was hem als droeg hij den geur van een roos met zich mee — van de roos, welke zij op haar borst gedragen had, en hij kwelde zich aanhoudend met de vraag dien hij zichzelven wel honderdmaal gesteld had: Hoe moet dit eindigen ?

Hij liep door de natte straten, vervuld van bange gedachten, toch in een opgewonden stemming. Zijn gevoel was dat van iemand die worstelt met den opkomenden vloed en er onbarmhartig door wordt rondgedraaid en meegesleurd. Toch liet het geweten zijn stem luttel hooren, en, sprak het al, dan werd zijn moeite met een minachtend zwijgen beantwoord. Wat hadden malle wetten, sociale of moreele, er mee te maken ? Wanneer zou Marcella Maxwell, door woord, door blik, door een gedachte, den man verraden dien zij liefhad ? Neen !

Eer zal de zon haar glans verliezen,

De zee haar eb en vloed,...

ocr page 116

io8

Hoe hij thuis kwam, — hij wist het niet, want hij doorleefde een crisis. Heel dat drukke, dramatische tafereel, van het Parlement, met zijn lichten, zijn menschentronies, zijn combinatie van denken en van doen, was weggevaagd uit zijn geest. Wat bleef, was een drietal menschen, die hij zag met eene gewaarwording van angst, — angst voor wat zou kunnen gebeuren. Eindelijk in Si. James's Street gekomen, herinnerden het late, nachtelijke uur, de zoele, winderige avond, hem eensklaps aan dien anderen winderigen Februari-avond, toen hij, na afscheid genomen te hebben van Letty, naar huis teruggewandeld was, zoo innig tevreden over zichzelven en de toekomst, en hij Marcella Maxwell voor de eerste maal gesproken had in die volte in de Mali. Toen was er nog niets onherroepelijk. Toen had hij zijn lot en leven in de hand.

Wat die passie betreft, die langzamerhand al zijn zenuwen trillen deed, werkend in zijn aderen als vergif, verlammend zijn levenskracht, nog was hij zichzelven genoeg meester om ze te bekampen met de ironie die ze verdiende. Want het was haast even belachelijk als deerniswaardig. Geen man van de wereld, geen Harding Watton, behoefde hem dit te vertellen.

Hetgeen hem verstomd deed staan was zijn eigen persoon, zooals die zich hierdoor aan hemzelven openbaarde. Hij was er altijd een beetje trotsch op geweest, dat hij iemand was die gemakkelijk door 't leven ging, onvatbaar voor groote aandoeningen. Andere mannen waren trotsch op een „Sturm und Drangquot;-periode, op een tijd van feestvieren, van wijn drinken; — ze pronkten er mee. Tressadywas juist het tegenovergestelde geweest. Zijn goede smaak had hem genoopt het leven luchtig op te nemen,

ocr page 117

tog

zonder groote passies, en zijn huwelijk met Letty scheen hem daarin te zullen stijven.

Thans, voor de eerste maal, werd een zekere sluier op zijde getrokken , wist hij wat dit hunkeren naar liefde, naar wederliefde, van een man kan maken , — van hem zoude kunnen maken, zoo hij er aan toegeven mocht.

Ware Marcella Maxwell eene andere vrouw geweest, minder onschuldig, minder rein!...

Zooals het nu was, had Tressady zich nauwelijks éen zinnelijke gedachte durven veroorloven aan hare schoonheid, of zijn liefde deed hem de hevigste verwijten, gebood hem op zijn hoede te wezen, wilde hij waardig blijven met haar te babbelen en te redetwisten, hetzij in werkelijkheid of in den geest. Want in dit hopeloos, totaal ontbreken van ai de gewone belooningen en aanmoedigingen der liefde, was hij begonnen zijn geluk te vinden in een geestelijke gemeenschap, waarin zij oppermachtig heerschte. Wanneer hij alleen was wandelde hij met haar, raadpleegde hij haar, zag hij in haar lieve oogen, waar de ziel door henen straalde. En zoo lang hij dezen droom kon laten voortduren, werd hij als gedragen door een blij bewustzijn van eigenwaarde , voelde hij zich verzoend met zichzelf; — want het lieven en lijden van de ziel brengt immer dit gevoel van eigenwaarde met zich , wat Dante, van alle stervelingen , het eerst en het best gevoeld heeft.

Maar hij kon niet lang zoo voortdroomen. Banale, alledaagsche gedachten en bedenkingen maakten er plotseling een eind aan: verlangen naar wat hij nimmer bezitten kon , ergernis en wanhoop in zake zijn huwelijk, wroeging, zelfverwijt tegenover Letty, minachting van zichzelven.

Thans, nu hij Upper Brook Street inliep en zijn

ocr page 118

io8

Hoe hij thuis kwam, — hij wist het niet, want hij doorleefde een crisis. Heel dat drukke, dramatische tafereel, van het Parlement, met zijn lichten, zijn menschentronies, zijn combinatie van denken en van doen, was weggevaagd uit zijn geest. Wat bleef, was een drietal menschen, die hij zag met eene gewaarwording van angst, — angst voor wat zou kunnen gebeuren. Eindelijk in St. James's Street gekomen, herinnerden het late, nachtelijke uur, de zoele , winderige avond, hem eensklaps aan dien anderen winderigen Februari-avond, toen hij, na afscheid genomen te hebben van Letty, naar huis teruggewandeld was, zoo innig tevreden over zichzelven en de toekomst, en hij Marcella Maxwell voor de eerste maal gesproken had in die volte in de Mali. Toen was er nog niets onherroepelijk. Toen had hij zijn lot en leven in de hand.

Wat die passie betreft, die langzamerhand al zijn zenuwen trillen deed, werkend in zijn aderen als vergif, verlammend zijn levenskracht, nog was hij zichzelven genoeg meester om ze te bekampen met de ironie die ze verdiende. Want het was haast even belachelijk als deerniswaardig. Geen man van de wereld, geen Harding Watton, behoefde hem dit te vertellen.

Hetgeen hem verstomd deed staan was zijn eigen persoon, zooals die zich hierdoor aan hemzelven openbaarde. Hij was er altijd een beetje trotsch op geweest, dat hij iemand was die gemakkelijk door 't leven ging, onvatbaar voor groote aandoeningen. Andere mannen waren trotsch op een „Sturm und Drangquot;-periode, op een tijd van feestvieren, van wijn drinken; — ze pronkten er mee. Tressadywas juist het tegenovergestelde geweest. Zijn goede smaak had hem genoopt het leven luchtig op te nemen,

ocr page 119

tog

zonder groote passies, en zijn huwelijk met Letty scheen hem daarin te zullen stijven.

Thans, voor de eerste maal, werd een zekere sluier op zijde getrokken , wist hij wat dit hunkeren naar liefde, naar wederliefde, van een man kan maken,— van hem zoude kunnen maken, zoo hij er aan toegeven mocht.

Ware Marcella Maxwell eene andere vrouw geweest, minder onschuldig, minder rein!...

Zooals het nu was, had Tressady zich nauwelijks éen zinnelijke gedachte durven veroorloven aan hare schoonheid, of zijn liefde deed hem de hevigste verwijten, gebood hem op zijn hoede te wezen, wilde hij waardig blijven met haar te babbelen en te redetwisten, hetzij in werkelijkheid of in den geest. Want in dit hopeloos, totaal ontbreken van al de gewone belooningen en aanmoedigingen der liefde, was hij begonnen zijn geluk te vinden in een geestelijke gemeenschap, waarin zij oppermachtig heerschte. Wanneer hij alleen was wandelde hij met haar, raadpleegde hij haar, zag hij in haar lieve oogen, waar de ziel door henen straalde. En zoo lang hij dezen droom kon laten voortduren, werd hij als gedragen door een blij bewustzijn van eigenwaarde , voelde hij zich verzoend met zichzelf; — want het lieven en lijden van de ziel brengt immer dit gevoel van eigenwaarde met zich , wat Dante , van alle stervelingen , het eerst en het best gevoeld heeft.

Maar hij kon niet lang zoo voortdroomen. Banale, alledaagsche gedachten en bedenkingen maakten er plotseling een eind aan: verlangen naar wat hij nimmer bezitten kon , ergernis en wanhoop in zake zijn huwelijk, wroeging, zelfverwijt tegenover Letty, minachting van zichzelven.

Thans, nu hij Upper Brook Street inliep en zijn

ocr page 120

110

eigen stoep opging, kon hij alleen denken aan het probleem dat die huisdeur voor hem verborgen hield. Hoe er mede te doen? Welke verhouding zou hij zien in het leven te roepen tusschen zijn jonge vrouw en hem, voor al die jaren die zich zoo eindeloos lang voor hem uitstrekten ?

In de drie dagen welke sedert hun kibbelpartij ver-loopen waren, was hun leven zulk een aaneenschakeling geweest van harrewarrerijen en bisbilles, dat George, met zijn behoefte om zich het leven zoo aangenaam mogelijk te maken, zijn geduld bijna verloor; toch, voor zoover hij zich herinneren kon, was hij nog al lankmoedig geweest. Na het eerste oogenblik van boosheid en ergernis had hij tot zichzelf gezegd dat Letty het portret verscheurd had in een vlaag van jaloezie., en dat ze er het recht toe had. Hij had er althans niets van gezegd, en zijn best gedaan den volgenden dag weer gewoon tegen haar te zijn. Zij was — dit liet ze duidelijk uitkomen — nog eens zoo boos en humeurig, en ofschoon ze na dien tijd geen formeele onaangenaamheden meer gehad hadden, toch had het hem moeite gekost zich haar scherpen toon, haar minachtende houding te laten aanleunen. Ook kon het George niet ontgaan hoe ze vast besloten had geheel haar zin te doen, zoowel wat de keus harer vrienden als hare uitgaven betrof.

Toen hij den sleutel uit het nachtslot nam en het electrisch licht opdraaide, zag hij twee prachtige, antieke stoelen in de vestibule staan. Ontsteld, verbaasd, ging hij ze nader bekijken. Hm, zeker op zicht gezonden. De stoelen, die Letty oorspronkelijk voor de eetkamer gekocht had, bevielen haar niet. Hij herinnerde zich dat hij haar iets had hooren zeggen over een prachtig ameublement

ocr page 121

Ill

bij een zekeren Asher, dat Harding gezien had.

Hij bekeek ze een oogenblik, zijn lippen klemden zich onheilspellend opeen. Toen, in plaats van direct naar boven te gaan , stapte hij zijn studeerkamer binnen en schreef een brief.

Ja, hij deed veel beter als hij met den eersten trein naar Staffordshire ging, en deze brief, dien hij op Letty's schrijftafel in 't salon zou leggen, zou haar op de hoogte brengen.

Het was een lange brief, waarin hij haar ronduit zeide waar 't op stond, toch niet onvriendelijk.

„Ik heb aan Asher een briefje geschreven,quot; zoo luidde hij, „met verzoek morgen ochtend de stoelen te laten halen die ik in de gang gevonden heb. Zulke meubeltjes zijn voor ons veel te duur, en ik heb hem gezegd dat ik ze niet houden wil. Ik behoef je niet te zeggen dat ik geen woord geuit heb dat voor jou eenigszins onaangenaam wezen kan. Als je mij maar een beetje wildet vertrouwen en over dergelijke dingen raadplegen, al zijn het nog zulke kleinigheden, het zou ons leven vrij wat aangenamer maken.quot;

Daarna gaf hij haar een duidelijk inzicht in hun finantieelen toestand , en deelde haar zijn vast besluit mee zich nooit in schulden te zullen steken. Hij drukte zich kort en krachtig uit, maar niet erger dan het gebeurde van de laatste zes weken strikt noodzakelijk maakte. En juist dat hij zoo koel en zaakrijk was, deed hem aan het eind dubbel lief zijn. Zeker was ze teleurgesteld zoowel in hem als in zijn omstandigheden ; en zeker had zich het verschil in hun karakter ontwikkeld, waaraan zij nooit gedacht hadden toen zij geëngageerd waren. Maar om met een vroolijk gezicht samen het leven door te gaan, was niet gemakkelijk. Hij vroeg haar, niet alle hoop op te geven; hem niet te zeer te veroordeelen. Hij zou

ocr page 122

112

zijn best doen, en zoo zij hem slechts weer een beetje vertrouwen en liefhebben kon, zou alles misschien goed komen. Hij zou niet gedoogen dat iemand zich tusschen hen in drong , als zij wilde beloven hetzelfde te doen.

Hij verzegelde den brief, en liep toen een poosje onrustig de kamer op en neer. Hij had een gevoel alsof hij in een net gevangen was — dat noch geluk, noch een gewoon, rustig huiselijk leven, noch zelfs de triumfen der eerzucht ooit zijn

deel zouden zijn.

Den volgenden morgen was hij, vóór Letty de oogen opendeed, afgereisd naar Euston. Zij vond zijn brief toen zij beneden kwam op haar liggen wachten, en zag den geheelen dag bleek van boosheid en ergernis. Toch was ze tegen den avond het vrij wel met zichzelve eens. Ze zou moeten toegeven wat de geld-quaestie betrof. George's cijfers en haar aangeboren scherpzinnigheid deden haar begrijpen dat, zoo ze hem hierin bleef dwarsboomen, dit ten slotte nog onaangenamer kon worden voor haar dan voor hem. Maar wat haar vrijheid betrof om zelve haar vrienden te kiezen, de menschen met wie ze wilde omgaan , of haar jaloezie jegens Lady Maxwell, ddarin zou ze nooit toegeven. Als George geen lust meer had zijn vrouw het hof te maken , dan kon hij er niets van zeggen wanneer zij de afleiding en de bewondering, waar ze reent op had, bij anderen zocht. Daar stak niets in. Iedereen deed het, en ze was niet van plan jong en mooi te wezen voor niets.

Ze schreef dus een briefje aan Lord Cathedine, dat zij en Tully morgen avond naar de opera gingen , en vroeg hem , niet te vergeten haar kaarten te bezorgen voor „Clarence Housequot;. Bovendien maakte ze plan hem te gebruiken om een kaart te krijgen

ocr page 123

ii3

voor een schitterend bal, het laatste van 't seizoen dat over veertien dagen gegeven werd. In de opera zou ze dat wel klaar spelen.

Een paar dagen later keerde George uit het Noorden terug, zoo mogelijk er nog slechter uitziende en nog verdrietiger dan toen hij ging. De strike was hem lang niet meegevallen. Burrows had het hoogste woord en wist ze allen naar zijn hand te zetten, en terwijl Tressady aan zijn eigen kant te vergeefs uitzag naar een „man uit een stukquot;, waren de heeren vast besloten te zegevieren. George's strijdlust deed hem wat dat betreft geheel met hen meegaan. Maar hij begon zichzelven een aantal vragen te stellen omtrent deze arbeidersquaesties, vragen, waar zijn mede-patroons zich het hoofd niet mee braken. Was het dat hier, evenals in hetgeen de Bill voor het Parlement betrof, haar invloed , gesteund door de macht van een zich ontplooienden geest, in hem ontwikkeld had dat rampzalig gevoel van sympathie, het vermogen om de zaken van twee kanten te beschouwen, wat een man al de vreugde van den strijd beneemt?

Letty had daar geen last van. Toen hij terugkwam bemerkte hij dat zij op een goeden voet met hem wou zijn. Bovendien had ze de kostbare verbeteringen en veranderingen opgegeven, waar ze tegen zijn zin op Ferth mee begonnen was; ook merkte hij niets meer van de vele nieuwe inkoopen voor het huis in Londen, waarmeê ze hem bedreigd had. Aan den anderen kant raadpleegde ze hem niet langer over haar uitgangen, en gaf ze te kennen — al zei ze dit niet met ronde woorden — dat zij met zijne moeder voor goed gebroken had, dat ze er niet meer heengaan en haar niet meer ontvangen wou. Daar

ocr page 124

114

Lett/s houding wat dit punt betreft, toonde, of althans moest beduiden, dat zij weigerde te geloo-ven hetgeen haar man haar met ernst en zeer aangedaan meegedeeld had, hoorde hij dit met een trotsch stilzwijgen aan. Zonder twijfel wreekte ze zich aldus over hun beperkt inkomen — èn over Lady Maxwell.

De uitwerking van hare houding in dezen was dat George dubbel zooveel medelijden had met zijne moeder. Hij vertelde haar, zonder er doekjes om te winden, dat Letty zich niet kon heenzetten over de aanspraken die op hun beurs gedaan werden ten gevolge van de Shapetsky-schuld, juist in een tijd dat zij nog al wat noodig hadden en toch reeds heel zuinig moesten zijn wegens den slechten toestand van de kolenmijnen. Het was beter dat zij en Letty elkaar eenigen tijd niet zagen. Hij zou zijn best doen dat alles weer in orde kwam.

Lady Tressady hoorde dit zeer kalm aan en zei onverschillig:

„Och, Letty heeft altijd een hekel aan mij gehad ; waarom, begrijp ik niet! — ik geloof dat ze een beetje jaloersch was op mijn toilet. Neen, George, houd je nu even stil, laat me eerst uitspreken. Zie je, ze kleedt zich niet goed , heusch niet. Ofschoon. .. lieve hemel, die rekeningen! Wacht maar tot je die krijgt eer je mij verkwistend noemt! Weet je wat je doen moest. George, — zie van haar gedaan te krijgen dat ze gaat bij ... bij . . — hoe heet het mensch ook ? — die nieuwe coupeuse ?. . Dat 's een snoes van 'n naaister; en 'n snit heeft ze! Enfin, maak je nu niet akelig over Letty; trek het je niet aan. Ik moet zeggen , 't is niet lief van haar tegenover jou. Maar als jij me niet meer komt opzoeken, dan neem ik 'n pilletje in, hoor, en ze vinden een briefje op mijn toilet.

ocr page 125

II5

't Zou je erg kwaad kunnen doen in je carrière, denk er om!

Maar neen, George had geen drang noodig; hij kwam eiken dag. Hij zag haar in haar uitbarstingen van luidruchtigheid en van gemaaktheid, als de gewoonten van een leven lang even sterk uitkwamen als ooit; hij zag haar in de oogenblikken van inzinking en van pijn, als ze de waarschuwingen van onherstelbaar fysiek lijden evenmin voor zichzelve kon verbergen als voor hem. Op raad van den dokter drong hij er niet langer bij haar op aan zich in acht te nemen, naar bed te gaan en zich te onderwerpen aan haar lot. Het beste was, haar te laten scharrelen, haar haar zin te geven, en George was verbaasd en aangedaan door den moed en de wilskracht die ze toonde. Nooit had ze hem in vroeger jaren meer gehinderd en geërgerd dan bij de vele gelegenheden als ze zich hield alsof ze ziek was, alleen om haar zin te krijgen. Thans, nu de Dood werkelijk aanklopte , deed de half lachende, half angstige moed waarmede ze zich door het paleis van het leven bewoog, het eene oogenblik luisterend naar het geluid aan de poort, het volgende met hartstochtelijk vuur zich overgevend aan de feestvreugde daar binnen, den zoon haar zien in een ander, een geheel nieuw licht, in een licht, dat hem onuitsprekelijk welkom was.

Zelfs haar poesjesachtige vrienden, de Fullertons, hinderden hem niet langer. Parasieten waren het, anders niet, maar zij was vol zorg voor hen, en ze gaven haar daarvoor een schijn van liefde terug. Zij had afstand gedaan van mooiere dingen, maar deze verhouding van patroniseerende groote dame en vleienden dienaar vulde eenigszins de leegten aan , en George trachtte niet langer er een einde aan te maken.

ocr page 126

116

Inderdaad, het was merkwaardig hoe gemakkelijk hij, naarmate de weken kwamen en gingen, allerlei kuren van haar wist te verdragen welke hem vroeger onuitsprekelijk gehinderd hadden , tot haar dwaze uitingen van liefde voor hem toe, en haar uitbundige loftuitingen in het publiek. Zelfs kwam er een tijd dat hij haar liet begaan als zij in het bijzijn van de Fullertons hem om den hals vloog en kuste. Merkwaardig hoe anders men de gewoonste dingen van het leven beziet, alleen door het vooruitzicht van het naderend einde!

Intusschen bemerkte hij dat zij werkelijk haar best deed zuinig te zijn in onbeduidende kleinigheden; het was als wilde ze hem hiermee haar dankbaarheid bewijzen dat hij haar zooveel meer van zijn tijd gaf. Hij toonde dat hij dit voelde, door haar eenige kleine genoegens van een zieke te verschaffen , die , had ze met veel drukte en omhaal van woorden verzekerd , te duur waren. Tot zijn verbazing werd ze er boos om, begon ze zelfs te schreien. Maar hij kon niet van haar te weten komen waarom ze zoo was.

In het Parlement vlogen de weken voorbij. De eerste en betrekkelijk het minst tot bestrijding uitlokkende artikelen werden aangenomen, na heel wat uitstellen en redeneeren. George vroeg een paar malen het woord, zonder zich er op voorbereid te hebben , voornamelijk om Fontenoy plezier te doen waar hij dit eenigszins kon. Zij gingen nu betrekkelijk weinig met elkaar om. Toch had George geen gevoel alsof zijn leider zijn vijand was geworden, en erkende hij dankbaar een grootmoedigheid, waarop hij niet had durven rekenen. Ook had hij, alles wel beschouwd, zich niet schuldig gemaakt aan de ergste fout tegenover zijn partij. Fontenoy kon nog altijd op zijn stem

ocr page 127

ii7

rekenen. Wat de rest van zijn partij aangaat... hij bemerkte wel dat men hem feitelijk beschouwde als deserteur en aan zijn lot overliet.

Alles bij elkaar genomen, was hij hier niet rouwig om. Deze positie maakte hem vrijer om zich te uiten. Hij en Marcella Maxwell zagen elkaar in dien tijd zelden. De eene week na de andere ging voorbij, en steeds bleef Tressady weg van die bijeenkomsten in het huis in Mile End, waarvan Eduard Watton hem uitvoerig op de hoogte hield. Eenmaal vroeg hij Letty officieel of ze met hem naar een van Lady Maxwell's East Endsche „avondjesquot; wilde gaan, wat zij even officieel weigerde. Maar hij vond in haar weigering geen aanleiding om alleen te gaan. Was het uit vrees voor zijn zwakheid, was het uit wroeging tegenover Letty, of enkel uit angst dat hij zich zou laten verlokken tot een onherstelbare dwaasheid?

Het was merkwaardig hoe hij juist in dezen tijd telkens aanleiding had om door St. James's Square te gaan. Eens of tweemaal zag hij haar uitrijden of thuiskomen; somtijds bevond hij zich genoeg in haar nabijheid om den blik en den plotselingen glimlach op te vangen, die voor hem bestemd wezen moest, dien ze stellig niet schonk aan den eersten den besten. Een paar maal ook sprak hij haar even in de lobby, of op het terras in het Huis, maar altijd in een volte. Zij herhaalde haar uitnoodiging nimmer. Hij vermoedde dat zij, misschien, boos op zichzelf was omdat ze den avond van de tweede lezing eenigszins op zijn komst aangedrongen had.

De maand Juli liep naar het einde. Het bekende „werkplaats-artikelquot; was reeds bijna tien dagen besproken ; heel het land scheen er in mee te leven.

Op zekeren avond, in de laatste week van de maand,

ocr page 128

ii8

2aten Naseby en Lady Madeleine in een hoek van de groote receptiezaal van Carlton House Terrace. Zoo heette Mrs. Allison's huis in Londen. Veertien dagen ongeveer geleden was zij uit Bad Wildheim teruggekomen, en ze deed zich nu geweld aan, ter wille van haar zoon, om menschen bij zich te ontvangen. Zooals zij daar door de kamer ging, in haar zwarte zijde en kant, was zij zeer aantrekkelijk, ofschoon in zekeren zin ongenaakbaarder dan ooit. Zij sprak met iedereen, doch haar oogen volgden het bruin-gelokte hoofd van haar zoon, met zijn vreemde, overeind staande kuif boven het gele, sproetige gezicht, of richtten zich naar de deur, zelfs terwijl zij druk zat te praten. Zij zag er slecht uit en was vermagerd ; haar vele vrienden , die haar zoo liefhadden , zouden haar gaarne opgevroolijkt en vertroeteld hebben. Maar het was niet gemakkelijk Mrs. Allison te vertroetelen.

„Merkt u wel op hoe onze gastvrouw uitziet naar Fontenoy ?quot; zei Naseby fluisterend tot Lady Madeleine.

Madeleine keerde hem haar verschrikt gezichtje toe. De natuur had haar die uitdrukking gegeven als van een opgejaagd hert, — de ietwat open mond , de groote oogen van iemand die telkens slechte tijding hoort, of verwacht te hooren. Naseby kon dat niet goed hebben, en had al menigmaal, door vroo-lijken scherts, haar dat schrikachtige zien af te leeren. Maar nauwelijks had hij haar uitgelachen of hij betrapte er zich op dat hij — om de uitdrukking van Watton te gebruiken — bezig was haar te „aaienquot;, en te trachten weer bij haar in een goed blaadje te komen, zoo iets zachts en aanhankelijks had ze , zoo lokkend was dat goudblonde, haar, zoo blank het gezichtje.

„Zou 't niet wezen om het bericht van de stemming, dat zij zoo in spanning is?quot;

ocr page 129

lig

„Wel mogelijk, maar zet daarom nietzoo'n treurig gezicht! Zij zal zich wel troosten al wordt de wet aangenomen; en ook dat zal wel gebeuren. Fontenoy heeft alle hoop opgegeven. De regeering haalt dit artikel er door; maar 't zal bij't walletje langs zijn.quot;

„Wat een drukte maakt iedereen toch over die wet!quot;

„Natuurlijk; 't gaat zoo gemakkelijk niet gan-sche industrieën omver te halen ! Maar dit is zeker: Maxwell doet het heele land op zijn achterste beenen staan.quot;

„Zij gaat er mee heen als 't zoo blijft,quot; zei Lady Madeleine, treurig.

Naseby lachte.

„Volstrekt niet! Lady Maxwell is geboren om te strijden; dan eerst voelt ze zich in haar element. Houdt u er ook niet van ?quot;

„Ik weet het niet,quot; zuchtte het meisje. „Ik weet niet waarvoor ik geboren ben.quot;

En over haar veeren waaier heen dwaalden de groote oogen af naar de logge gestalte harer moeder in de verte, die, in vol ornaat, met haar zwarte pruik en diamanten, naast den Russischen gezant gezeten was. Ook Naseby's oogen dwaalden dien kant uit — onwillekeurig. Het was een feit, en het deed hem geen plezier, dat Lady Kent in den laatsten tijd erg vriendelijk tegen hem begon te worden.

Lady Madeleine's gezegde deed hem een oogenblik zwijgen. Toen zag hij haar met een eigenaardigen blik aan en zei doodbedaard:

„Ik zal u iets zeggen waar u boos om zult wezen. U is geboren om in wit satijn en paarlen gekleed te gaan, en er uit te zien zooals u er dezen avond uitziet.quot;

Het meisje kreeg een kleur en antwoordde ge-

ocr page 130

120

dwongen, terwijl ze hem verwijtend aanstaarde: „Ik wist wel dat u met minachting op de vrouwen neerziet.quot; — In haar maanden van droefheid en ver nedering had ze haar toevlucht genomen tot „hulpbetoonquot;, tot het steunen van allerlei pogingen tot zedelijke verbetering — voor zoover althans ze er haar moeder's toestemming toe had kunnen krijgen. Ze had bijvoorbeeld zich begeven in den arbeid van Marcella Maxwell — had getracht haar te helpen.

Maar Naseby gaf het niet op en vroeg:

„Is dat de vrouwen minachten, als ik vind dat zij poëzie en gratie schenken aan de wereld? En, bedenk dit wel, ik trek nergens een streep. Ze mogen graafschapsraad, voogdes, inspecteur, koningin zijn zooveel ze willen. Ik ben zeer gehoorzaam. Ik geef ze mijn stem; ik doe wat ze mij zeggen.quot;

„Alleen gelooft u niet dat ik nuttig kan zijn?quot; „Ik geloof niet dat u de persoon is om voor 't publiek op te treden, als dit is wat u bedoelt,quot; zei hij lachend; „dat is zelfs Lady Maxwell niet. En al was ze 't, dan zou zij niet meerekenen. De vrouwen , waar het op 't oogenblik het meest op aankomt (en de dames beginnen verbazend veel invloed te krijgen, meer dan ze in de eerste helft van deze eeuw ooit gehad hebben!), zijn de vrouwen die thuis zitten, in haar salon, met smaak, met zorg gekleed, en voor de mannen, die het land regeeren, een aantrekkings-punt zijn om tot haar te komen.quot;

„Lady Maxwell zit niet thuis in een mooie japon.quot; „Zeker doet ze dat!quot; riep Naseby, vol vuur. „Ik kan u verzekeren van ja. Ik ben zelf op die manier gevangen; — niet dat ik behoor tot de lui die t land regeeren! En nu heeft zij me voor goed aan haar zegekar. Ha, Ancoats! Hoe vaar je?quot;

Terwijl hij sprak stond hij op om den heer des

ocr page 131

121

I

i

huizes te begroeten. Maar terwijl hij zich verwijderde, prevelde hij in zichzelf, ietwat verheugd:

„Gelukkig, — ze vertrekt geen spier van haar gezicht.quot;

Inderdaad ontving Lady Madeleine haar vroegeren aanbidder met een vormelijke beleefdheid, die men niet gezocht zou hebben bij iemand zoo innig bekoorlijk. Ancoats bleef om haar heen draaien, morrelend aan de zorgvuldig omgekrulde knevels, die bij den spitsen Richelieu-kin behoorden , en haar van tijd tot tijd met een vluchtigen blik onderzoekend aanziende.

„U is dus weer uit Parijs terug ?quot; begroette ze hem onverschillig.

„Ja, ik ben 'n paar dagen langer gebleven dan mama. Wie heeft er animo om in dat muffe Londen terug te komen!quot;

„Hebt u 't nieuwe stuk in 't Theatre Franf ais gz-zien ?quot;

Hij trok een gezicht.

„'k Zou u danken! Neen, zulk vieux jeu als ze je daar te genieten geven, daar pas ik voor! 'k Heb in 'n café chantant 'n machtig mooie actrice gezien; maar.... u is misschien nooit in 'n café chantant geweest?quot;

„Neen,quot; antwoordde Lady Madeleine, hem over haar waaier heen aanziende met een kalmte die haar zelve verbaasde, „neen, ik kom niet in café chantants.quot;

Ancoats zat eenige seconden recht voor zich uit te staren, en vervolgde met vuur:

„Ja, die vrouw is goddelijk! — Epaiant! En dan , in de Chat Notr.... Maar, 't is waar, misschien gaat u ook nooit naar de Chat Noirfquot;

„Neen, ik ga niet naar de Chat Noir.quot;

Hij zat een oogenblik zenuwachtig aan zijn snor te

ocr page 132

122

plukken. Madeleine bewaarde het stilzwijgen. Eensklaps zei hij:

„We hebben 'n paar nieuwe schilderijen van de Fransche school in die kamer daar. Hebt u lust ze eens te gaan zien ?quot;

„Dank u. Ik blijf liever hier wat zitten,quot; was het koele antwoord.

Hij talmde nog een oogenblik, en ging toen verder. Het meisje haalde diep adem, en strekte half werktuigelijk den blanken hals uit om te zien of Naseby werkelijk weggeloopen was. Vreemd! toevallig keek ook hij uit de verte juist naar haar. Een minuut of twee later kon men hem langzaam terug zien drentelen naar de plaats waar zij zat.

„Ha, daar is Tressady! Wat zullen we hooren !quot;

De uitroep kwam van Naseby. Hij en Lady Madeleine waren afgedwaald naar diezelfde Fransche schilderijen, die het meisje een oogenblik te voren niet in Ancoats' gezelschap verlangd had te zien.

Thans echter liepen zij haastig terug naar de groote zaal, waar de Tressadys reeds het middelpunt vormden van een troepje nieuwsgierige gasten.

„Een meerderheid van achttien stemmen ,quot; vertelde Tressady. „De socialisten hebben op't laatste oogenblik redding gebracht, na een brommen en dreigen dat niemand wist wat er gebeuren zou. Veertig, die op de hand van het ministerie waren, liepen de zaal uit; nog wel twintig waren weg zonder gezorgd te hebben dat ze hun partij niet verzwakten, en de oude liberalen stemden als een eenig man tegen 't Gouvernement.quot;

„Och! ze zullen 't wel halen! — Ze zullen 't wel halen bij 't volgende artikel, wacht maar!quot; zei een oude pair, wiens rood gezicht glom van plezier. „Maar

ocr page 133

123

't is hun verdiende loon! Maxwell's doel is alleen, de revolutie gemakkelijk te maken. De gevaarlijkste man dien we in jaren gehad hebben ! En zet met dat al 'n gezicht alsof hij de bezadigdheid is in persoon. Zeg eens, hoe heeft Slade ten slotte gestemd?quot;

Tressady werd van alle kanten getrokken, nu door deze dan dien; ieder preste hem om bijzonderheden van den avond : hoe Lord A. gestemd had ; hoe Graaf B.; hoe de ministers zich gehouden hadden; of, na deze Pyrrhische zegepraal, er kans was dat het wetsontwerp werd ingetrokken, of althans de volgende artikelen zouden worden gewijzigd. Bijna iedereen in de van gasten wemelende vertrekken behoorde, direct of indirect, tot de regeerende staatkundige partij. Misschien hadden geen drie van het gezelschap een juist begrip kunnen geven van de Bill zelf, maar de toekomst van vader, broeders, neven, hing af van het feit of de wet werd aangenomen of niet. En in dit land is er geen spel dat een zoo groot aantal van verstandige menschen bezighoudt als het spel der politiek.

„Ik begrijp verd . . d niet wat dat bedrukte gezicht er mee te maken he^.ft,quot; wendde Lord Cathedine zich tot Naseby, met een minachtende beweging van het hoofd naar een troepje, waar Tressady's lange gestalte en bleek gezicht boven uitstak, „'t Schijnt dat hij ditmaal mee gestemd heeft; maar je hoeft niet te denken dat je op hem rekenen kunt. Niemand weet wat die kerel nog in z'n hooid krijgt. Ha, mylady! hoe vaart u ?quot;

Hij boog als een knipmes. Toen Naseby zich omkeerde zag hij de jonge Lady Tressady naderkomen.

„Hebt u 't ook al over de politiek ?''vroeg Letty, met gemaakte ergernis, terwijl ze Cathedine de hand toestak en Naseby met een glimlachje vereerde.

ocr page 134

124

„We zullen van nu aan over niets anders praten dan over uw roode japon fluisterde Cathedine haar in het oor. „Prachtig! Subliem!quot;

„Vin' je 't mooi?quot; zei ze, met een nonchalant air van zelfbewustzijn, „'k Zie er vreeselijk Mephisto-achtig in uit, — 'k weet 't wel!quot; En ze wierp een blik vol welbehagen in een spiegel in haar nabijheid, die haar een paar blanke schoudertjes te zien gaf, in een waas van gloeiend-roode tulle en tarlatan.

„Nu, ik geloof toch dat u er wel voor passen zoudt er als een Madonna uit te zien,quot; zei Cathedine, zijn knevel opdraaiend; „laat dat maar aan de brave bur-gerluidjes over!quot;

„Wat een ondeugende man toch !quot; lachte ze. „Kom, ga eens meê; laat ons daar een oogenblikje babbelen. U hebt mijn invitatiekaarten toch?quot;

Cathedine volgde haar, een akelige grijns om de volle lippen , en zij namen plaats in een hoek van de zaal, eenigszins afgezonderd van de anderen. Ook merkten zij er niets van toen, een minuut of vijf later, onder een algemeen gejuich Fontenoy binnenkwam.

Mrs. Allison liet terstond haar gewone statigheid varen, en haastte zich den leider tegemoet, die met zijn gewone uitdrukking van vermoeidheid en overspanning op haar toetrad.

„'t Is prachtig!quot; fluisterde ze met bevende stem. „Nu zult u winnen!quot;

Hij schudde het hoofd, en wilde ternauwernood de gelukwenschen aannemen van de bewonderaars, mannen en vrouwen, die zich verdrongen om hem de hand te drukken. Aan de meesten zeide hij dat men de berenhuid niet verkoopen moest vóór de beer geschoten was; dat hij voor zich op meer gerekend had, en dat de regeeringspartij zich

ocr page 135

125

bij het volgende artikel wel krachtiger aaneen zou sluiten.

Nadat hij aldus over het enthousiasme in de kamer een emmertje koud water gegooid had, nam hij zijne gastvrouw apart en vroeg:

„En hoe gaat het? Voelt gij u gelukkiger?quot; Zijn stem klonk zeer zacht; heel de uitdrukking van zijn gezicht was veranderd.

„O, lieve vriend, denk toch niet aan mij!quot; sprak ze, dankbaar voor zijn belangstelling, terwijl ze hem een vermagerde hand toestak. „Ja, de goeie jongen houdt zich best; hij blijft veel bij mij. Maar och, hoe kan men weten!... Hoe kan men met mogelijkheid zekerheid krijgen ! . .

Haar bleek, smal gelaat werd verwrongen door een uitdrukking van diepe smart. Fontenoy fronste de wenkbrauwen toen hij door de kamer heen een blik sloeg op Lord Ancoats, die, in een geaffecteerde houding tegen den muur leunend, voor George Tressady brokstukken van een nieuw drama reciteerde.

Een oogenblik later hernam hij:

„Als ik u was zou ik Tressady zooveel mogelijk zien. Ancoats houdt van hem. Wie weet of u niet langzamerhand door Tressady invloed op hem zoudt kunnen krijgen.quot;

De moeder scheen dit een goed denkbeeld te vinden , doch besloot met te zeggen:

„Ik hoor tot mijn spijt dat u in 't Parlement niet veel aan hem hebt.quot;

Fontenoy haalde de schouders op.

„Lady Maxwell biologeert hem een beetje. En dat is uw schuld!quot;

„Och ja, dat arme Luton ! Zeg mij maar hoe 't kasteel en ik 't weer goed kunnen maken ! Maafu wilt toch

ocr page 136

120

niet zeggen dat er quaestie is dat hij overloopt ?quot;

„Neen, zijn stem houden we, — geloof ik. Hij zou zich al te belachelijk maken als hij mij geheel in den steek liet. Maar och, hij heeft geen hart meer voor de zaak! En ik hoor van Harding Watton dat het allemaal haar werk is. Ze heeft hem een kijkje gegeven van het East End, — heeft hem door haar kennissen daar laten rondleiden.quot;

„En nu is u in een stemming om de vrouwen er onder te houden?. .. om ze haar plaats te wijzen?quot;

Zij zag hem aan met zachten humor; — een fijn-beschaafde vrouwenfiguur in haar karakteriseerend wit en zwart. Fontenoy werd als het ware een ander man wanneer hij bemerkte dat zij op hun eigen verhouding doelde. De uitdrukking van vroegtijdigen ouderdom , van afmattende vermoeienissen, werd voor een oogenblik vervangen door een jeugdig vuur, toen hij zich tot haar over boog en prevelde:

„Neen; ik neem de krachtige met de zachte! Laat Lady Maxwell haar gang gaan. Wij hebben het tegengif.quot;

Een blosje kleurde de ingevallen wang. Zij was veertien jaar ouder dan hij, en had wel tienmaal „neenquot; gezegd als hij haar vroeg zijn vrouw te worden; maar zij zou moeielijk hebben kunnen leven zonder zijne toewijding en vriendschap, en had hem thans reeds zoo ver gekregen dat zij dit voor hem durfde uitspreken.

Een half uur later gingen George en Letty in een andere paleisachtige woning de trap op, en bracht Letty, boven gekomen, nieuwe glimlachjes te voorschijn om een nieuwe gastvrouw te begroeten. George, vermoeid van het drama dat dien dag afgespeeld was, had moeite zijn geeuwen te onderdrukken; maar Letty had zijn voorstel om naar huis te gaan na éen partij,

ocr page 137

127

terwijl zij, als ze wilden, er vier meêmaken konden, met verbazing en verontwaardiging van de hand gewezen.

Hier waren zij dus in het huis van een der grootste bankiers. George stapte de kamers door achter den sleep van zijn vrouw aan, betrekkelijk weinig zich mengend in het gegons der gesprekken over de politiek die hij aan alle kanten hoorde , en meer vervuld van een vluchtig gesprek dat hij , een paar minuten vóór ze Mrs. Allisons salons verlieten, met deze gehad had. Arme vrouw! En toch, wat kon hij voor haar doen ? De jongen was even verzot op het tooneel als ooit; kon over andere dingen haast niet praten.

Maar indien Tressady, ten gevolge van een innerlijken strijd, de politiek moede was, de wereld kon aan niets anders denken of over niets anders spreken. De kamers waren gevuld met staatslieden en hun echtgenooten, — leden van het Parlement, die kersversch uit het Huis kwamen; ministers, die elkaar met een bitterzoeten glimlach aanzagen, als jongens die ternauwernood aan een pak slaag ontkomen zijn. Er werd luid, levendig gepraat in alle kamers — gepraat over allerlei mogelijkheden en gevolgen, over het lot dat de regeering te wachten stond, over de onrust het geheele land door, over hetgeen dezen en dien boven het hoofd hing. Door dat alles heen bewoog zich de gastheer, een klein, blond mannetje, met den vermoeiden oogopslag en het kantoorkleurtje van den financier, van het eene groepje naar het andere, nu eens een woordje meesprekend over hetgeen bij de stemming had plaats gehad, dan een nieuwen gast begroetend en voorstellend aan zijn schoone, elegante vrouw.

In de drukte en het geschuifel liep George eensklaps tegen Lady Leven aan, die, hoewel vroolijk

ocr page 138

128

babbelend met den jongen Bayle, toch niet afkeerig bleek om zich om te keeren en ook met hem een woordje te wisselen.

„Natuurlijk is iedereen in afwachting van de Maxwells,quot; zeide zij. „Zouden ze komen. Wat denkt u?quot;

„Wel, waarom niet ?quot;

„Vertoont men zich in 't publiek als men weet dat er iets akeligs gebeuren zal ? Ik geloof dat ik in haar plaats zou thuisblijven !quot;

„Och, — ze moeten hun vrienden een hart onder den riem steken.quot;

„'t Is toch erg!quot; riep Betty, de lipjes pruilend naar voren stekend, „en ze hebben er zoo voor gewerkt !quot;

„En zullen misschien nog winnen ,quot; hernam George, met een ondeugende tinteling in zijn oogen, terwijl hij over het kleine vrouwtje heen naar de deur keek. „Er is niets zeker op dit ondermaansche!quot;

„U geeft er niet om, geloof ik,quot; zei Betty, stout, haar gouden krullen schuddend.

„Zoo? Waarom denkt u dat, als ik vragen mag?quot;

„Och, ik zie aan uw gezicht dat u 't u niets aantrekt,quot; was het laconische antwoord. „Ik wed dat u net is als Frank; Frank vindt dat ze zich „zoo kranigquot; houden, veel mooier dan uw partij ! „Als Dowson nog eens zoo'n speech afsteekt,quot; vertelde hij mij gisteren, „dan loop ik over.quot; Is dat nu een manier om over zulke dingen te praten! O, ik zal hem uit het politieke leven moeten weghalen!quot;

En kletterend spreidde ze haar waaier uit. Doch eensklaps werd de treurige uitdrukking op haar gezichtje door een lachje vervangen; ze richtte zich op de teenen overeind en juichte:

„Bravo, bravo! Daar zijn ze!quot;

George keerde zich met de anderen meê om, en

ocr page 139

129

zag hen binnenkomen, Marcella eerst, schitterend van diamanten, toen het kalme gelaat en de vierkante schouders van haar echtgenoot.

Niets, dacht Tressady, had beter kunnen zijn dan de wijze waarop zij zich door de menigte voortbewogen , de begroetingen beantwoordend van vriend en vijand, gevolgd door honderden onwelwillende, onderzoekende blikken. Er was niets blufferig-onver-schilligs in, geenerlei poging- om de verslagenheid te verbergen, die natuurlijk niet uitblijven kon na eene stemming zoo twijfelachtig en in vele opzichten zoo kwetsend. Maxwell zag bleek van vermoeienis en korte nachten, terwijl haar donkere oogen peinzend afdwaalden van den eenen vriend naar den anderen, als zagen ze nimmer zoo verlangend uit naar een deelnemenden blik. Hun zaak verkeerde in gevaar; toch kreeg Tressady den indruk van twee menschen die zich bewust waren in de klauwen te zijn van een macht sterker dan zijzelven — van een macht, die niet wijken zou van hun pad, wat er ook gebeuren mocht met haar nietige, vergankelijke werktuigen.

«Steeds vaster wordt mijn tred, wanneer ik zie Dat, hoe ik glijd, gij nooit zult vallen.»

Zoo schreit de denker tot zijne geliefde: de Waarheid. En in den toon van dien kreet ligt de sleutel tot krachtig, moedig leven. Eén toeschouwer althans, — en wel een tegenstander — herinnerde zich die regels, toen hij Marcella en haar echtgenoot langzaam zich voortbewegen zag door de Londensche menigte, te midden der aarzelende blikken hunner vrienden en den nauw verholen triomf hunner vijanden.

Hij dacht dat er geen kans wezen zou om haar te spreken. Doch eensklaps, van den anderen kant der zaal, zag hij dat ze hem herkend had en hem toe-

II. 9

ocr page 140

13°

knikte; dus, of hij wilde of niet, hij moest bij haar zien te komen.

Zij begroette hem zeer hartelijk, en zonder een enkel woord van verwijt dat hij haar in zooveel weken niet was komen opzoeken. Zij begonnen dadelijk over de redevoeringen van dien avond. George meende te bemerken dat zij — of liever Maxwell, sprekend door haar — niet tevreden was over de manier waarop Dowson in 't Parlement de wet aangepakt had, en dat ze zich ergerde aan de constitutioneele gewoonte waardoor hij zooveel gewicht in de schaal kon leggen. Maar zij uitte geen enkel onvriendelijk woord; ook was er geen zweem van bitterheid tegenover de vele valsche vrienden die hen dien avond bij de stemming verlaten hadden. Zij sprak vol hoop over een aantal speeches die Maxwell in het Noorden zou gaan houden, en wendde zich toen tot hem met de woorden :

„U hebt na de tweede lezing nog niet gesproken, — ten minste niet over een der hoofdpunten. Ik was zoo benieuwd hoe u over sommige dingen denken zoudt.quot;

George liet het hoofd achterover leunen tegen den wand, en antwoordde niet terstond. Eindelijk zeide hij , de oogen tot haar neerslaand;

„Misschien heb ik zelf dikwijls niet geweten wat ik denken moest..

Zij schrikte, kreeg een beetje kleur. „Beteekent dat...quot; — zij aarzelde, als wist ze de rechte woorden niet te vinden — „dat u in de hoofdzaak tot andere gedachten gekomen zijt?quot;

„Neen,quot; was het bedaarde antwoord, „neen, ik denk nog precies als altijd — dat u de wet inroept voor iets waartoe de wet niet bij machte is. Maar misschien begrijp ik nu beter dan vroeger wè.t u dit wenschen doet. Ik vind het nu moeielijk. Ik kan nu

ocr page 141

niet goed de zaak, die uw partij voorstaat, bestrijden met een enkel non possumus. Men zou de machine zoo graag een oogenblik tot stilstand brengen en er over nadenken. Althans zoo denk ik er over.quot;

Zij beantwoordde zijn glimlach met een vreemden, schichtigen blik. Als bij instinct begreep hij dat dit ietwat nader komen tot hare — tot Maxwell's — zaak haar deed ontroeren.

„Och, als u eens wist,quot; zeide zij, „hoe onnoodig al dat Parlementaire geschetter en gedoe mij schijnt. Iedereen praat tegen mij over de stemming en stemmen. Ik denk al dien tijd aan menschen die ik ken; ik zie kindergezichtjes voor mij, ziekbedden, akelige, bedompte kamertjes...quot;

Zij had het gelaat afgewend van de volle kamer en tuurde door het open raam waar zij dicht bij stonden. Al sprekend geraakten zij ongemerkt van de anderen af, en hij lokte haar uit tot praten, deed, gedrongen door zijn vriendelijk hart, met jeugdig vuur zijn best haar rust te geven, haar alle vermoeidheid en teleurstelling te doen vergeten. En terwijl zij sprak hield hij de minuten vast, legde hij telkens meer sympathie aan hare voeten, om haar aan het praten te houden, om haar daar naast zich te ketenen, in haar blanke lieftalligheid, haar gratie. En onder dit alles had hij het heerlijk vermoeden dat zij gaarne zoo met hem babbelen bleef, dat, onder al die luidruchtige gesprekken en redeneeringen, zij in hem een eigenaardig soort van vriend zag, een vriend, wiens trouw in tegenspoed toenam. Wat die beestachtige wereld betrof, die haar aanviel en dwarsboomde, hij dacht er aan met een opwelling van blinde woede en ergernis, — een verlangen om voor haar te strijden en te overwinnen, ff

om . ..

ocr page 142

i32

„ Tressady, ik kom met een boodschap van je vrouw. Zij wou omraag naar huis.

Harding Watton's stem. Dit beleefde jongmensch trad buigend nader en stak Lady Maxwell de hand toe.

Toen Marcella zich wederom tusschen de snel afnemende mêlée van gasten bevond , stond George van aangezicht tot aangezicht tegenover Letty. Zij zag zeer bleek, en staarde hem aan met groote oogen, vlammend van boosheid.

En hoe hij er ook zijn best toe deed, hij kon onder het naar huis rijden den vrede niet bewaren. Letty wierp hem allerlei leelijke beschuldigingen en beleedigingen naar het hoofd, waaronder hij moeite had kalm te blijven.

Eindelijk werd het hem te kras en barstte hij uit;

„Maar wat wil je dan toch? Ik heb bijna geen zes woorden met Lady Maxwell gesproken sedert die meeting, — ik geloof om jou plezier te doen. Maar noch jij, noch iemand anders, zal mij ooit bewegen onbeleefd tegen haar te zijn. Wees toch niet zoo dwaas, Letty! Zie haar wat beter te leeren kennen, en je zult je schamen dat je ooit zulke dingen gezegd, ja, gedacht hebt.quot;

Waarop Letty in zenuwachtig schreien uitbarstte, en het duurde niet lang of hij kwam voor den dag met de berouwvolle, inconsequente betoogen, waartoe een man in zulke omstandigheden zijn toevlucht neemt. Zij liet zich door hem kalmeeren en er volgde iets als een verzoening. Doch toen alles weer in orde was, bleef George de treurige overtuiging behouden, dat hij zijne vrouw weinig kende. Zij was niet van dien aard om , als ze zich verwaarloosd achtte, dit ongestraft voorbij te laten gaan. Welke plannen smeedde ze? Wat zou ze nu weer bedenken?

ocr page 143

133

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK

„Ha ha! Ben je daar weer!quot;

De spreker was George Tressady. Hij liep de stoep af van zijn club in Pall Mall, toen hij eensklaps aangeklampt werd door Naseby, die juist zijn hansom weggezonden had.

„Gisteren avond ben ik teruggekomen. Ga je naar huis? Dan loop ik een eindje mee.quot;

De heeren wandelden te zamen op naar St. James's Sqiiare en Naseby vertelde:

„Ja, we hebben 'n zeer geanimeerde campagne achter den rug. Nooit heb ik Maxwell zoo goed hooren spreken.quot;

„Zijn speeches lieten zich ook heel goed lezen. En waren de meetings nog al bezet?quot;

„O, uitstekend bezet! Het land sluit zich aaneen, kan ik je wel zeggen. Het Noorden is nu als een eenig man op de hand van Maxwell en de Bill; althans — zoo laat het zich aanzien.quot;

„Juist nu wij in het Huis de wet er uit zullen schop pen! 't Is curieus! Niemand had een maand geleden kunnen voorspellen hoe de groote steden zich houden zouden, en 't leek er wel wat op alsof zelfs Londen hen in den steek liet.quot;

„Hm, niets dan een zeepbel. Ik wil ten minste wel met je wedden dat ze bij deze Stepney-verkiezing winnen. Krijgen we morgen de stemming over het werkuren-artikel ?quot;

„Dat denkt men.quot;

„Als je mijn raad volgt, m'n waarde, dan sluit jij je bijtijds bij ons aan,quot; zei Naseby, glimlachend tot hem opziend. „Je krijgt het heele land tegen je.quot;

„Neen, neen, Fontenoy zal wel een oogje houden op het land! Hij heeft de socialisten eerst wat

ocr page 144

I34

onzin laten uitkramen, om de bezadigde oudeheeren van de andere partij bang te maken. Maar gisteren al heb ik gemerkt dat er verandering op til was.quot;

„A propos, vind je niet dat Fontenoy in den laat-sten tijd wel wat aan 't doorslaan is?quot;

Naseby zag zijn buurman met een ondeugend lachje aan. George haalde zwijgend de schouders op. In de laatste dagen had het niemand kunnen ontgaan, dat Fontenoy eindelijk begon blijk te geven dat de strijd hem niet in de kleeren zat, dat zijn speeches getuigden van een overspannen zenuwgestel en hij tegenover zijn partij optrad als een tyran. Men hoorde zijn trouwste vrienden in stilte mopperen over de houding door hem een paar malen in het Huis aangenomen. Hij was bij een of twee gelegenheden in botsing gekomen met den Speaker, wat zijn zaak niet anders dan kwaad kon doen, en had nu en dan eene tactische fout begaan, waaruit bleek dat hij zich niet meer zoo wist te beheerschen als vroeger. MaarTressady was genoeg ingewijd om zich te verbazen hoe 's mans zenuwen en bedaardheid het zoo lang hadden kunnen uithouden.

„En is Maxwell naar het Noorden getrokken met een heel troepje ?quot; vroeg George, die geen lust scheen te hebben over het onderwerp Fontenoy door te praten.

„Lady Maxwell natuurlijk, mijn persoon, Bennett en Madeleine Penley. 't Was 'n plezier Lady Maxwell te observeeren. Zij was den laatsten tijd in de stad vreeselijk gedrukt. Maar die meetings van de trade-unionisten in Lancashire en Yorkshire waren uitstekend om er weer wat leven in te brengen.quot;

George schudde het hoofd.

„Ze zullen toch te laat komen om de Bill te redden!quot; „'k Vrees 't ook. Voor haar moet ieder het heel

ocr page 145

135

jammer vinden. Ik vond bepaald dat zij er slecht uitzag. Och, de vrouwen moesten zich ook niet bemoeien met de politiek! Maxwell zal 't oneindig kalmer opnemen; tenzij er achter die leukheid van hem iets schuilt wat niemand er achter zoekt. Maar ik ben bang dat zij er ziek van wordt.quot;

George gaf geen antwoord. Naseby vertelde nog een en ander van Maxwell en hun reis, steeds meer critisch wordend en zijn gevoel op zijde stellend. Aan den hoek van King Street stond hij stil.

„Nu moet ik terug naar de club. Maar zeg, heb je in den laatsten tijd van Ancoats gehoord?quot;

George trok een gezicht.

„Gisteren avond laat zag ik hem in een hansom door Regent Circus rijden met een jonge vrouw — de vrouw, meen ik wel.quot;

Uit het korte gesprek dat hierop volgde bleek Tressady, dat Naseby, evenals Fontenoy, hem beschouwde als de nieuwe vriend die misschien iets voor een verloren schaap zou kunnen doen, nu de moeder en oude vrienden zonder omwegen op zij gezet werden, als bestonden zij niet. Maar, gelijk hij ietwat ongeduldig ten antwoord gaf, (en waar hij blij om was) dit was de grootste onzin. Hij had , ter wille van de moeder, zijn best gedaan, en 't hielp toch niet. Hij voor zich was overtuigd, dat het niets was dan een beetje blagueeren.

„Wat niet verhinderen zal dat hij er meê naar den duivel gaat,quot; zei Naseby onverschillig. „En zijn moeder, — dit is stellig en zeker, — gaat er meê heen. 't Spijt me voor Mrs. Allison. Die jongen schijnt almachtig met jou ingenomen, 'k Hoopte dat jij er die fratsen wel uit geklopt zou hebben.quot;

George schudde andermaal het hoofd, en zij scheidden.

ocr page 146

136

Inderdaad — Tressady voelde zich niet vereerd door Ancoats' ingenomenheid met hem. Het jonge mensch liet hem totaal onverschillig. Toch had hij, toen Ancoats een paar maal zich meer uitte — meest hoogdravende uitvallen tegen maatschappelijke gebruiken en vormen — ter wille van de moeder getracht het jonge mensch een lesje te geven, hem met een hartig woordje op zijn plaats te zetten. Maar Ancoats had hem enkel een oogenblik met zijn groengrijze oogen aangestaard, had zijn vreemde kuif naar achteren geschud, evenals een dier de hand afwerpt die hem hindert, had het gesprek onmiddellijk op iets anders gebracht en was kort daarna zijns weegs gegaan. Sedert had Tressady niet veel van hem gemerkt.

En dit had hem weinig kunnen schelen. George Tressady had geen tijd èn geen hoofd om aan Ancoats te denken. Ook nu zette hij , terwijl hij naar huis wandelde om te eten, dat onderwerp met ongeduld van zich. Zijn eigen zedelijk-moeielijke positie hield hem geheel bezig — deze vreemde, stille manier, waarop heel het staatstooneel onder zijne oogen veranderde , zich groepeerde om ééne gestalte, één gelaat.

Had hij nog eene opinie over de Wet? Hij wist het nauwelijks zelf. Feitelijk was niet het gezond verstand zijn leidsman. Het was thans weinig anders dan een hartstochtelijk, jongensachtig begeeren zich los te rukken van die afschuwelijke verplichting om Mar-cella Maxwell te kwetsen , te verslaan. De langdurige politieke redeneeringen verzwakten iederen dag meer de overtuiging van een jeugdig chauvinisme, dat hem in het eerst zich aan Fontenoy's zijde had doen scharen. Intellectueel had hij nog geen vastheid. Tevens bekende hij zichzelven dat hij volgaarne Fontenoy zou hebben kunnen en willen steunen, ware er niet

ocr page 147

137

die andere invloed, had hij niet eene andere stem gehoord.

Toch kwam de vroegere trouw aan Fontenoy in sterke botsing met zijn wil. Bovendien . . . zijn eer was er mee gemoeid, de belofte gedaan aan zijn kiezers, aan zijn partij.

Was er geen uitweg denkbaar ? Een uitweg waarmee zijn verstand en zijn geweten vrede konden hebben ? Hij ging onder het loopen den politieken toestand nog eens nauwkeurig na, en zoo kalm mogelijk.

Als de stemming over het werkuren-artikel plaats gehad had, zou men den voornaamsten strijd over de Wet, gelijk hij altijd gezegd had, achter den rug hebben. Indien de Regeering haar zin kreeg — en nog altijd zag het er wel naar uit dat zij met een meerderheid van enkele stemmen de zege zou behalen — dan zouden de twee gewichtige nieuwe bepalingen door het Huis bekrachtigd moeten worden. Huisarbeid in de op de lijst staande industrieën, zou door de wet gedreven worden naar onder-toezicht-staande werkplaatsen, en de mannelijke arbeiders in deze industrieën zouden, wat den werktijd betrof, onder dezelfde bepalingen vallen als van de Fabriekswetten.

Vergeleken bij deze twee gewichtige hervormingen, of omwentelingen, raakte het laatste artikel — dat van de huisheeren — gelijk hij reeds tot Fontenoy gezegd had, een zaak van ondergeschikt belang, de regeling alleen. Kon een man — kon niet hij , George Tressady — van dit punt uitgaande, zijn geheele positie herzien en zich op een ander standpunt stellen ?

Hij had Fontenoy gezegd dat men op zijn stem rekenen kon , maar moest die belofte zich nog verder uitstrekken dan tot het voornaamste? dan tot den hoofdinhoud van de wet ? het artikel over de uren ? Ja. Maar dan?

ocr page 148

13«

Zonder twijfel zou Fontenoy den strijd tot het einde toe volhouden, en rekende hij op de overwinning, al was zij duur gekocht. Het sanguinisch vertrouwen, dat hem tijdens de tweede lezing staande hield, was weg. Tressady wist dat hij er niet langer vast op rekende het gouvernement bij deze tweede stemming de baas te zullen blijven. De nietige meerderheid, waarmede ze het werkplaats-artikel er door gekregen hadden , zou weer vervloeien, zou langzamerhand zich oplossen. Die totale oplossing zou blijken — zoo zij werkelijk plaats had — bij den allerlaatsten strijd, waartoe Fontenoy de zijnen reeds moed insprak en aanzette.

Natuurlijk kon men Fontenoy's houding in de zaak op de vingers narekenen. Ze was die van leider, die voor geven en nemen geen ooren had.

Maar voor een op zichzelf staand lid, die gedurende de debatten zijn opinie langzamerhand had moeten wijzigen , die tot hiertoe trouw met zijn partij had meegestemd, kon voor hem de stemming over het werkuren-artikel niet beschouwd worden als een nieuwe mijlpaal in de Bill — een mijlpaal waar hij zijn vrijheid terugkreeg?

Het Huis zou omtrent de hoofdpunten van de Bill zich uitgesproken hebben; het land schaarde zich onverwacht en op verrassende wijze aan de zijde der Regeering; zou men niet met rede kunnen aanvoeren dat de strijd nu hoog genoeg geloopen was?

Inderdaad merkte hij hier en daar reeds teekenen op van dat verminderen van oppositie, wat hij Fontenoy voorspeld had. De sleutel tot de geheele zaak was te vinden, meende hij , bij de Oud-liberalen, dat restje van een eenmaal krachtig leger, hetwelk nu het conservatieve gouvernement beschuldigde van nieuwe en jammerlijke concessies aan de socialistische tyrannie. Dezen hielden een waakzaam oog op

ocr page 149

139

het land gevestigd; zij hadden immer beweerd dat het land geen kleur bekend had. George was reeds iets als verzwakking bij hen beginnen op te merken. En nu deze campagne van Maxwell, dit nieuwe enthousiasme in het industrieële noorden — er kon eeen twijfel wezen of de gevolgen zouden zich doen gevoelen.

Hij liep haastig voort, ernstig over alles nadenkende, en ten prooi aan de tegenstrijdigste gevoelens. De straten waren leeg en stil, heel de stad was als het tooneel van een schouwburg wanneer alle spelers „afquot; zijn. 't Was bijna half Augustus, iedereen was naar buiten.

Toch zouden hij en Letty, wat hij niet zonder zelfverwijt met vreugde bedacht, aan tafel niet alleen zijn. Eenige politieke vrienden kwamen eten, evenals zij in het West End opgesloten, waar nu bijna overal de luiken dicht en de meubels met hoezen bedekt waren.

Wat een regen van schitterende invitaties was er in de laatste weken van 't seizoen op hen neergekomen, en vervolgde hen zelfs nu nog dagelijks van de landgoederen voor de mooie herfstdagen ! George had er zich in den laatsten tijd dikwijls over verbaasd dat hun kring zich zoo uitbreidde. Zeker maakte Letty veel opgang, zei hij bij zichzelf, ofschoon hem dit toch bevreemdde en hij 't haast niet gelooven kon; met dat al waren die beleefdheden van de hooge chic, die bij hun huwelijk geen notitie van hen genomen hadden, Tressady niet aangenaam. Trouwens, Letty had er meer van gemerkt dan hij, want hij had al zijn tijd noodig gehad voor het Parlement en voor den strike, en zij was veel alleen uitgegaan; —

't had er wel wat van alsof ze dit zelfs prettiger vond.

* *

*

ocr page 150

140

„Zullen wij samen wat op het terras gaan ?quot; vroeg Marcella aan Betty Leven; „ik zou liever niet hier wachten. Aldous, breng je ons even?quot;

Zij en Betty stonden in een der wachtzalen van het Lagerhuis. Zooeven was de stemming aangekondigd en alles liep leeg. Nog zag men aanhoudend leden in de vergaderzaal verdwijnen, uit de bibliotheek, van het terras, uit de rookkamers, en al de toegangen tot de groote zaal waren gevuld met een drom heeren , dezen vol hoop op een zegepraal, die bevreesd voor een nederlaag.

Maxwell bracht de dames naar het terras en haastte zich toen terug naar de vergaderzaal. Marcella nam een stoel bij de balustrade, liet er de armen op leunen en staarde afgetrokken voor zich uit. Het was een bewolkte Augustus-avond , met een onstuimige lucht; een zwoele wind blies haar over de rivier in het gezicht. Eenige groepjes en een enkele alleen loopende gestalte waren hier en daar in de verte op het terras zichtbaar, — wachtend evenals zij.

„Zou je 't je erg aantrekken als het misloopt?quot; lispte Betty, terwijl ze de hand der vriendin in de hare nam.

„Ja,quot; was het eenig antwoord. Een oogenblik later voegde ze er bij: „'t Zal me nog meer tegenvallen na dezen tijd in het Noorden. Alles zal te laat gekomen zijn.quot;

Er volgde een oogenblik van stilte ; toen zei Betty, een beetje aarzelend:

„Met Frank is 't in orde.quot;

Marcella glimlachte. Zij wist dat de kleine Betty in den laatsten tijd veel met Frank's humeur te stellen had, en dat ze zich ernstig ongerust had gemaakt dat hij Maxwell en zijn wet ontrouw zou worden. Marcella was daarin nimmer met haar meegegaan. Frank

ocr page 151

I4I

Leven had geen pit genoeg om éclat te maken en zijn eens gekozen leider in den steek te laten. Maar Betty's eerzucht had den jongen man gedwongen tot een levenswijze, die niet met zijn aard en neiging overeenkwam. Zij had hem weggehaald van bosch en water, van al de plichten en genoegens van den landedelman, waarin hij zich eigenlijk op zijn plaats voelde. In de muffe stad, met haar politiek, haar strijd van verstand en van eerzucht, daar hoorde hij niet, — ja, hij verknoeide er zijn tijd en zijn krachten. Betty zou moeten toegeven, of het come-diespel van een kibbelend verliefd paartje zou minder goed gaan harmonieeren met de gratie en jeugdige bevalligheid van een zoo aardig paar kinderen.

Dit alles was Marcella van plan haar vriendin den een of anderen das: onder het oosf te breneen.

O »_gt; O

Thans kon zij niets doen dan wachten, zwijgend wachten, luisterend naar elk geluid, terwijl Betty's zachte vingertjes zich door de hare strengelden en de wind haar over het heete voorhoofd blies.

„Daar zijn zij !quot; klonk Betty's uitroep.

Zij wendden zich naar de geopende deur van het Hoogerhuis. Men hoorde een geluid van naderende voetstappen, en de wachtenden op het terras ijlden allen dien kant op.

„Net 'r door! Maar 't was bij 't walletje langs!quot; hoorde men in de verte een mannenstem, en op hetzelfde oogenblik legde Maxwell de hand op den schouder zijner vrouw.

„Een meerderheid van tien! Niemand wist hoe 't loopen zou , tot het allerlaatste moment.quot;

Zij hief het gelaat naar hem op , boog zich tot hem over en fluisterde:

„Dus denk je dat we er komen zullen?quot;

Hij bukte zich naar haar toe en antwoordde:

ocr page 152

142

„Ik denk het wel. Kom, lieveling, trek het je toch niet te veel aan !quot;

In de duisternis voelde hij de aanraking harer lippen op zijn hand. Toen keerde zij het hoofd om, en ontving met bleeke wangen en een glimlach om den mond de twijfelachtige gelukwenschen en begroetingen van vrienden en kennissen die zich om hen heen verdrongen.

Weldra was het terras één golvende menschenzee, druk redeneerend en elkander bijzonderheden vertellend van de stemming. De gasvlammen, waar de wind strijd meê voerde, wierpen een onzeker licht op gezichten en gestalten, die zich aanhoudend op en neer bewogen tusschen de gebouwen aan den eenen kant en de duisternis der rivier aan den anderen. Voor Marcella, die nu dezen dan dien te woord moest staan — moest praten, zij wist zelf nauwelijks wat — was het geheele tooneel een chaotische verwarring, waar een enkele maal een gezicht uit opdoemde of iets gebeurde dat beteekenis voor haar had.

Thans was het Dowson, de Home Secretary, die op haar toetrad, met zijn oud, gladgeschoren gezicht, de ietwat zware oogleden, en de koele, weifelende uitdrukking van iemand die zich niet zeker voelt van de ontvangst die hem te wachten staat. Hij was lang een vurig bondgenoot geweest van Maxwell. Marcella had in hem een trouw vriend meenen te zien. Maar in den laatsten tijd had zijne houding tegenover de Bill den man verraden , die er een achterdeurtje op nahoudt, om , mocht in den onzekeren strijd zijn eigen positie gevaar loopen, den aftocht te blazen. Zij betrapte er zich dus op dat zij met hem sprak op een anderen, ietwat officieelen toon, als menschen die goede vrienden geweest zijn, doch den tijd zien komen dat zij antagonisten zullen worden.

ocr page 153

143

Of het was Fontenoy — Fontenoy's groot hoofd en borstelige wenkbrauwen, die eensklaps in het wiebelende licht te voorschijn kwamen. Hij liep met een jongen graaf, wiens krullende haren, nieuw-modisch pak en vierkante schouders voor een gewoon mensch onbereikbaar waren. Dit jonge mensch veroorloofde zich een spottend glimlachje toen hij de Maxwells voorbijliep. Fontenoy nam beleefd zijn hoed af. Mar-cella kreeg even een indruk van den hartstocht en de kracht die uitgingen van deze figuur, voor hij zich oploste in de menigte. Hij had de oogen neergeslagen, toen ze de hare ontmoetten. Uit hoffelijkheid tegenover de vrouw had hij zijn best gedaan er zijn triumf niet in te doen lezen.

En nu was het een heel ander gezicht — fijn van trekken, vermagerd , een scherp vooruitstekende kin, een uitgestoken hand.

Zij was zelve verbaasd over de gewaarwording van blijdschap die ze gevoelde.

„Zeg mij eens gauw,quot; begon ze dadelijk, zich vol vuur naar hem toe buigend — „hadt u het zoo ongeveer verwacht?quot;

Zij wendden zich naar de rivier. George Tressady hing naast haar over de balustrade.

„Ja. Ik dacht wel dat het zo'owat tusschen acht en twintig wezen zou.quot;

„Lord Fontenoy denkt nu zeker dat het einde zoo goed als zeker is?quot;

„Misschien. Maar het eind is volstrekt niet zoo goed als zeker.quot;

„Wat zou er dan tusschen kunnen komen ?'t Wanhopige voor ons is dat, als het land eerder wakker geschud was, alles anders had kunnen loopen. Maar nu is het Huis . .

„Het kwijt, wilt u zeggen? 't Kan zijn; toch zie

ocr page 154

144

ik wel dat op velen Lord Maxwell's speeches in het Noorden, en hoe ze hem daar ontvangen hebben, indruk gemaakt heeft. De uitslag van vandaag was te verwachten, maar als ik mij niet vergis zullen we nu heel wat nieuwe toestanden zien.quot;

Het gelaat, dat immer zoozeer weergaf wat er in de persoon omging, werd in een oogenblik een en al „zakenquot;. Zij speelde de politicus en deed hem allerlei strikvragen. Hij aarzelde. Wat hij deed was reeds verraad. Doch hij aarzelde alleen om straks toe te geven. Samen bleven zij hangen op dat plaatsje bij het water, allerlei mogelijkheden en personen beredeneerend, en toen Maxwell eindelijk zijn gesprekken staakte om zijn vrouw voor te stellen naar huis te gaan, trad zij hem tegemoet met een gezicht, zoo vroolijk en opgewekt, dat hij niet wist wat hij zag. Hij gaf Tressady vriendschappelijk de hand; toen, alsof hem plotseling iets inviel, wenkte hij den jongere op zijde.

„Hm. Ancoats natuurlijk,quot; zei George bij zichzelf. En ja, het was Ancoats.

Zonder inleiding en als beschouwde hij 't een aangenomen zaak dat Tressady geheel op de hoogte was — natuurlijk door Fontenoy — sprak Maxwell met een paar woorden van nieuwe moeielijkheden. Dacht hij niet dat het lieve leven weer van voren af aan begonnen was? Ja, George had wel reden het ook te vreezen. „Als u iets voor ons doen kunt. .

„Natuurlijk gaarne! Maar wat kan ik doen? Wij weten allen dat Ancoats niet op een stoel zal gaan zitten om zich te laten beknorren.quot;

Hun gesprek duurde slechts een paar minuten; toch behield George daarna, en toen de Maxwells vertrokken waren, een sterken indruk van de kracht welke

ocr page 155

145

van den grooten man uitging door zijn bedaardheid, zijn braaf, edel karakter. Niemand, die hem met zooveel belangstelling en doordenken over deze private aangelegenheden had hooren spreken, zou vermoed hebben dat hij midden in een politieken strijd gewikkeld was, waarvan zijn toekomst afhing. Tres-sady had zich vroeger dikwijls vroolijk gemaakt over het „zwaar-op-de-handquot; zijn van Maxwell. Dezen avond zei hij bij zichzelf, ietwat gemelijk, boos bijna dat hij het bekennen moest, dat het geen wonder was dat zij haar man innig liefhad!

Zij ! Als hij zich herinnerde hoe zij als een blad op een boom veranderd was toen hij haar vertelde wat hij zich voorstelde dat zou kunnen gebeuren; als hij zich herinnerde hoe vertrouwelijk ze hem tegemoet trad ; den vriendschappelijken toon dien zij jegens hem had aangeslagen; het kiesch ontwijken van alles wat zou kunnen doelen op zijn eigen omstandigheden, terwijl er toch iets was in haar houding waaruit hem bleek dat zij er aan dacht, — de impulsie van een edelmoedig hart, dat behoefte had zich dankbaar te toonen voor wat het beschouwde als het bijtrekken van een tegenstander — dit alles vervulde hem onder het naar huis loopen van een hooge vreugde. Het was alsof de vroegere horizon van den geest oplichtte en zich uitbreidde in honderd verschillende richtingen — op politiek, sociaal, geestelijk gebied. Het cynische, onverschillige temperament van dezen jongen man onderging een wijziging; de geheele persoon begreep meer, voelde sterker, teederder. En toch — welk een weemoed, welk een rusteloos smachten van de ziel zoodra het kortstondige oogenbUk van vreugde gekomen was en weer vervlogen!

II. IC

ocr page 156

146

Eenige middagen van de acht dagen, die verloo-pen moesten voor het laatste artikel van de Bill in stemming kwam, waren gewijd aan andere dringende zaken. Met dat al bleven in die acht dagen de nieuwe veranderingen en combinaties, welke Tressady voorzien had, niet uit. De Regeering zegevierde bij de Stepney-verkiezing, en in andere gedeelten van het land bleek de uitwerking der speeches in het Noorden gehouden. Men hoorde geruchten van het syndicaat dat zich reeds gevormd had om een groot aantal werkinrichtingen over te nemen, zoowel in de Joden- als in de Christenwijken van het East End, en van de uren en loonen die men kans had in de nieuwe fabrieken te krijgen, hetgeen een aantal werklieden-vereenigingen, tot heden onzijdig gebleven , zich aan den kant der Regeering deed scharen, en aan veel wat alleen vooroordeel was een einde maakte.

Desniettegenstaande hield de toestand in het Huis geen gelijken tred met den omkeer die door heel het land plaats had. De socialistische leden zochten in het voorstel om den huisheer verantwoordelijk te maken voor het in praktijk brengen van de nieuwe Act, weldra aanleiding om een hevigen aanval te doen op de Londensche huisheeren. Hun schotschriften hielden den angst levendig waardoor het Gouvernement reeds zoo menigeen verloren had. Het was niet mogelijk, 'twas niet zooals 't hoort, dat allen, gelijk Maxwell deed, die kerels toegaven.

Maar de Oude Liberalen, of de Nieuwe Whigs, zaten, gelijk George verwacht had, niet stil. Zij voelden voor het land, en niet voor de huisheeren. Zoo er een man opstond die de leiding op zich nam, wie weet hoe spoedig zij zich van de Fontenoyianen zouden losmaken. Dit begreep Fontenoy zeer wel,

ocr page 157

i47

en als een Satan waarde hij onder hen rond, hen dringend, nu zij A. gezegd hadden, ook B. te zeggen , en den coup de grêce te geven.

Woensdags, vóór den vrijdag waarop hij dacht dat de eindstemming zou plaats hebben, stak George des namiddags om zes uur den sleutel in het slot van zijn huisdeur, blij dat hij een rustigen avond voor zich had. Hij had den geheelen dag in en om het Lagerhuis gedoold, nu eens met dezen dan met dien pratend, nog altijd geen licht ziende — nog onzeker welken weg hij inslaan moest. En , wat nu een gewoonte geworden was, hij en Fontenoy waren er voortdurend op uit geweest elkaar zooveel mogelijk uit den weg te loopen.

De trap opgaande, zag hij op een der treden een enveloppe liggen. Hij nam ze op en zag een geo-penden brief, dien hij las, onwillekeurig eerst:

„Geachte My lady !

„Met Chatsworth is 't me niet gelukt! Ik heb het zoo „handig mogelijk aangelegd, maar...mis, hoor! 'tSchijnt „dat ik bij die luidjes niet genoeg in de gratie ben.

„Maar 'k heb 'n massa andere plannetjes. U zult „'n lolligen herfst hebben als ik er wat aan doen „kan. Stellig kan ik u uit Schotland 'n paar invitaties „bezorgen , — 't zal uw onderdanigen dienaar zeer aangenaam zijn u in die kringen den weg te wijzen. A pro-„pos, uw man zal toch geen gek figuur slaan op de „jacht? Want daar zijn ze verschrikkelijk op! En u „moet mij vooral raadplegen over uw toiletjes — in „dat soort van dingen ben ik 'n verduivelde kraan!

„Morgen kom ik eens kijken, zoodra mijn familie „opgemarcheerd is naar buiten. Waarom er toch fa-„milies moeten zijn, mag de Hemel weten!

„Steeds gaarne de uwe

Cathedine.quot;

ocr page 158

148

„Ben jij dat, George?quot; riep Letty hem boven van de trap toe, op boozen, ietwat aarzelenden toon, „en... en... die brief is van mij! Toe, geef dadelijk hier.quot;

Hij las hem voor haar oogen uit, stak hem in het couvert en gaf hem haar. Zij liepen de kamer binnen; George deed de deur op slot. Hij zag zeer bleek, Letty werd een beetje bang.

„Dus heeft Cathedine ons overal geïntroduceerd, en is hij je raadsman geweest in het kiezen van je toilet. Was dat. . . vond je dat noodig?quot;

„Wat hij gedaan heeft, is heel gewoon,quot; klonk snibbig haar antwoord. „Jij geeft je nooit de moeite om me het leven te veraangenamen: dus moet ik wel zien 't op een andere manier gedaan te krijgen als ik uitgaan wil — ziedaar.quot;

„En is het nooit in je opgekomen, Letty, dat je daardoor verplichtingen op je neemt tegenover een man, die mij mishaagt, tegen wien ik je gewaarschuwd heb, die overal een slechten naam heeft ? Je vindt dat ik er genoegen mee nemen moet — neen , dat het voor mij een plezierige positie is — geïnviteerd te worden, omdat het niet anders kan, als man van mijne vrouw — mits ik „geen gek figuur sla op de jacht?quot;quot;

Zijn minachtende toon, zijn slanke gestalte en gebiedende houding hadden iets tartends, en deden haar haastig antwoorden:

„Kom, dat is maar gekheid, natuurlijk! Hij zou niet onbeleefd tegen jou zijn, als jij niet altijd zoo erg onbeleefd waart tegenover hem.quot;

„Onbeleefd tegen dien kerel!quot; — Hij glimlachte. — „Maar nu moet ik alles weten. Heeft Cathedine ons die kaarten bezorgd voor Clarence House? — En die invitatie van de Goodwoods?quot;

ocr page 159

149

Letty gaf geen antwoord. Zij zag hem uitdagend aan, zenuwachtig plukkend aan de blauwe strikjes van haar japon.

George werd rood van drift. Zijn trots, zijn gevoel van eigenwaarde tegenover de wereld , waren zeer sterk in hem ontwikkeld.

„In allen gevalle verzoek ik je, ten eerste: Lord Cathedine een briefje te schrijven, dat we voortaan zijn diensten niet meer noodig hebben. En ten tweede; ik ga in het najaar naar geen van die landgoederen , voor ik zekerheid heb dat de invitatie buiten hem is omgegaan.quot;

„Ik heb ze aangenomen ,quot; bracht Letty hijgend uit.

„Daar kan ik niets aan doen. Je hadt er mij over behooren te raadplegen. Ik ben niet van plan iets te doen waardoor ik de achting voor mijzelven zou verliezen.quot;

Neen — jij maakt liever Lady Maxwell het hof!quot;

Hij zag een oogenblik strak in het bleeke gelaat en de van toorn fonkelende oogen. Toen sprak hij, — zijn stem klonk nu heel anders —:

„Letty, komt het nooit eens in je op dat we nog geen vijf maanden getrouwd zijn? Moet deze manier van omgaan tusschen ons altijd zoo blijven ? Mij dunkt, het mocht wel wat beter worden.quot;

„Dat vind jij! Maar wat die invitaties betreft: ik heb ze aangenomen en ik ga.quot;

„Dat geloof ik niet. Je zult inzien: het staat niet. Hoe het zij , aan Cathedine moet geschreven worden.quot;

„Dat doe ik niet!quot; riep zij.

„Dan zal ik het doen.quot;

Zij stond op , over al haar leden bevend van drift, zich vasthoudend aan de leuning van haar stoel.

„Als je 't doet, George, zal ik wel iets weten te vinden om je te straffen. — O , was ik toch nooit zoo

ocr page 160

15°

in mijn ongeluk geloopen door met jou te trouwen!'

Hun oogen ontmoetten elkaar.

Na een paar seconden zei hij:

„Ik geloof dat het beter is als ik in de club ga eten. We zijn op het oogenblik niet geschikt om samen aan tafel te gaan.quot;

„O, als je blieft, doe dat!quot; liet zij er op volgen, met een gebaar van diepe minachting.

Toen de deur zich achter hem gesloten had, bleef hij een oogenblik er voor staan, de handen krampachtig ineengeklemd, het hoofd gebogen. Eensklaps kreeg zijn gelaat een uitdrukking van woeste vreugde, terwijl hij stil voor zich heen prevelde:

„Het is haar avond. Letty stuurt mij het huis uit. Ik ga.quot;

Letty bleef intusschen als genageld staan op de plek waar hij haar verlaten had, tot zij de voordeur hoorde dichtvallen. Het typische, veelbetee-kenende geluid klonk als een doodsklok voor haar hart. Zij begon driftig de kamer op en neer te loopen, schreiend van boosheid.

De uren verliepen. De Augustusavond brak aan, en in dit verlaten Londen kwam niemand haar bezoeken. Zij gebruikte het middagmaal, alleen, en liep den verderen tijd, waaraan geen eind scheen te zullen komen, haar salon op en neer, overdenkend wat haar te doen stond. Tot het eindelijk begon tot rust te komen, dat booze, jaloersche gevoel, dat weken lang hare polsen sneller had doen kloppen , haar denken had vergiftigd, haar had gedreven tot wat ze gedaan had. En er is dan niets zoo pijnigend als zulk een rustpunt, voor een karakter als dat van Letty. Want men is tot zelfkennis gekomen; men heeft zich als het ware losgemaakt van zijn eigen ikheid, en beziet dit, als een op zichzelf staand geheel. En voor de Lettys

ocr page 161

i5i

van deze wereld is er geen oogenblik zoo verschrikkelijk — geen waaraan zij zoo gaarne zouden ontsnappen.

Het was onbegrijpelijk, ondragelijk, dat zij zich zoo ongelukkig voelde. Wat was het eigenlijk dat haar zoo martelde — haat tegen Marcella Maxwell, of droefheid dat ze haar man verloren had ? Maar nooit had ze zich verbeeld, toen ze met hem trouwde, dat ze op hem verliefd was. Nimmer had zij een tiende part zooveel aan hem gedacht als nu deze laatste zes weken. Al den tijd, dien ze met Cathedine ge-coquetteerd en roekeloos zich in diens macht gegeven had door de diensten die ze van hem vroeg, had ze, dit voelde ze thans zelve, eenigszins met verbazing, voortdurend aan George gedacht, had ze hem een indruk willen geven van den opgang dien ze maakte in de wereld, hem willen dwingen haar te bewonderen en tegen haar op te zien.

Cathedine? Had hij iets aantrekkelijks voor haar? Wel, ze was eer bang voor hem; ze wist dat hij een ruw, harteloos mensch was, zelfs terwijl ze met hem speelde en hem boodschappen voor haar doen liet. Wanneer zij hem vergeleek met George — zelfs met George, zooals hij daareven was, onder die afschuwelijke scène — dan kwamen haar de tranen in de oogen van ergernis en wanhoop.

Maar hem zijn congé te moeten geven op George's bevel; zich te onderwerpen wat betreft die invitaties; zich te laten vertrappen, terwijl George zijn hulde bewees aan, zijn beste beentje voorzette bij Lady Maxwell — ooo!.. . als bliksem vlamde er iets door haar aderen toen zij daaraan dacht. Dat nooit! nooit! nooit! Ze zou wel een manier weten te vinden — ze had er reeds over gedacht —, een verschrikkelijke manier — om zich te wreken!

ocr page 162

152

George kwam dien avond laat thuis. Zij had haar deur op slot gedaan ; hij begaf zich dus naar zijn kleedkamer. Toen alles in huis weer stil was, stopte ze het gezichtje in de kussens, schreiend zoo bang en zoo lang, dat ze verbaasd was over haar eigen verdriet en eindigde met boos te zijn op zichzelve.

Toen Tressady in het bekende huis in Mile End Road kwam, vond hij het eenvoudige vertrek, waar Marcella haar gasten ontving, reeds vol. Het East End v/as niet „naar buiten.quot;

De eerste, die hem in 't oog viel, was de oude man, dien hij den vorigen keer op de meeting had hooren spreken; hij zat op het puntje van een groo-ten leunstoel, waar hij zich zoo het scheen niet bijster in thuis voelde, met angstige oogjes, die alles zagen , om zich heen te kijken. Vlak in zijn buurt stond een groepje Poolsche Joden in het Yiddisch te oreeren tegen een tolk, die hetgeen zij zeiden aan Lady Maxwell overbracht; iets verder zaten eenige fabrieksmeisjes, — Eduard Watton en de vrouw, die de meeting gepresideerd had, hielden zich met haar bezig. Een kind — een der patiëntjes voor wie de bovenverdieping was ingericht — lag op een canapé bij het raam, Madeleine Penley zat bij haar met speelgoed en prentenboekjes; ook viel Tressady's oog op een vrij aardig aantal Parlementsleden, en eenige mannen en vrouwen, vertegenwoordigend de verschillende vereenigingen uit de buurt.

Maar nergens, in geen enkel opzicht, iets dat aan „weldadigheidquot; of „hulpbetoonquot; deed denken. De kamer zag er uit als een gewone zitkamer, met bloemen , schilderijen, boeken enz.; de beide meisjes uit het werkhuis, met een helderwit mutsje en dito schort, presenteerden koffie en koekjes; door het

ocr page 163

153

openstaande raam zag men in een tuintje, waar achter de hooge muren van een Openbare School en eenige pakhuizen; toch was het tuintje allerliefst, met een fontein in het midden en overvloed van bloemen, die steeds werden aangevuld en verwisseld door de tuinlieden van Maxwell Court.

George kreeg^ dadelijk een jongen schoolmeester voor zijn rekening, maar nooit was het praten, met iemand dien hij totaal niet kende, hem zoo moeilijk afgegaan. Hij was te vervuld van zijn rampzalige huiselijke omstandigheden. Wanneer zou het zijn beurt worden om een woordje met hdar te wisselen ? Hij dorstte naar het geluid van hare stem, den vriendelijken blik harer oogen.

Zij had hem bijzonder hartelijk ontvangen, met een gezicht, waaruit bleek dat zij hem minstens evenveel te zeggen had als hij haar. En eindelijk kwam zijn beurt. Zij liep met eenigen den tuin in. George sloot zich bij het troepje aan, en al spoedig ging hij naast haar.

„En . . ?quot; vroeg ze hem glimlachend, „hoe denkt u er nu over? Is u nog altijd geneigd voorspellingen te doen ?quot; — Maar zij zag zeer bleek; zij kon den strijd haast niet langer volhouden.

„Zeker ben ik daartoe geneigd; als ik maar kans zag op den man dien u hebben moet. Maar hij schijnt niet voor den dag te komen, en..

„En morgen is het de laatste dag, meent u?quot;

„De Regeering heeft zich vast voorgenomen geen nederlaag te lijden — naar geen wijzigingen te zullen luisteren?quot;

Zij schudde het hoofd.

Zij stonden achter in den tuin, te kijken naar de verlichte ramen van de school, waar avondschool gehouden werd. Zij zuchtte diep.

ocr page 164

154

„Wat ons persoonlijk betreft: we kunnen niet anders dan dankbaar wezen dat er een eind komt aan de onzekerheid. We hadden het geen van beiden langer kunnen uithouden. Als de crisis voorbij is, denk ik dat we voor langen tijd op reis gaan.quot;

Met „de crisisquot; bedoelde ze, natuurlijk, het aftreden der ministers en verandering van regeering. Over een paar dagen dus zou ze niet meer binnen zijn bereik wezen. Als Maxwell eenmaal zijn portefeuille had neergelegd , zou hij , zonder twijfel, vooreerst liever zijn tijd in Brookshire doorbrengen en zich niet meer bemoeien met de politiek. Op eens voelde Tressady wat het voor hem wezen zou te leven in een wereld, waarin hij niet langer het vooruitzicht had als hij 's morgens zijn huis verliet haar tegen te komen

Eindelijk verbrak zij de stilte.

„Hoe weinig heb ik mij au fond toch voorgesteld dat Lord Fontenoy het winnen zou! Hij heeft zijn troeven al zeer goed uitgespeeld!quot;

George lette niet op hetgeen zij zeide. Allerlei gedachten vlogen hem door het hoofd.

Eensklaps vroeg hij;

„Wat zoudt u er wel van zeggen als ik de zaak te berde bracht?quot;

Hij sprak op schertsenden toon, al gaatjes borend met den punt van zijn wandelstok in den zwarten Londenschen grond.

„Wat bedoelt u?quot;

„Och, me dunkt, ik ook zou het geval kunnen bespreken. Men wil toch de zaak verstandig beredeneeren. Ik beschouw dit artikel anders dan de vorige. Ik weet dat dit met velen zoo is.quot;

Bedaard wendde hij zich tot haar en zag haar aan.

Ze ontstelde en stamelde:

ocr page 165

i55

„Ik begrijp u niet..

„Wel, waarom zou ik de quaestie niet bespreken ? Wij hebben altijd stilzwijgend aangenomen dat het heele land er tegen zou zijn. Maar het schijnt dat het land bijtrekt. Sommigen van ons vinden nu dat er met de Bill een proef genomen moest worden,— we willen de ministers de verantwoordelijkheid op zich laten nemen. Maar lieve hemel! — welk een dwaasheid te denken dat het Huis zou luisteren naar mij!quot;

Hij raapte een steentje op en wierp het tegen den muur. Een oogenblik gaf zij geen antwoord. Eindelijk zeide zij:

„'t Zou voor u geen kleinigheid zijn.quot;

Hij keerde zich tot haar, en hunne oogen ontmoetten elkander, de hare vol weemoed, de zijne aarzelend, vol nadenken. Toen lachte hij, zijn trots voelde zich gekwetst door de uitdrukking op haar gezicht.

„U denkt dat ik mijzelf meer kwaad doen, dan een ander goeddoen zou ?quot;

„O neen! — Maar het zou geen kleinigheid zijn ,quot; herhaalde ze een oogenblik later.

Hij liet het onderwerp terstond varen wat zijn eigen optreden betrof, en begon weer over andere personen te babbelen en over den stand van zaken in 't algemeen.

Al pratend evenwel werd Marcella bestormd door een heirleger van gedachten, als wolken die zich sa menpakken en weer oplossen. Zij herinnerde zich met welk een prestige — in aanmerking genomen zijn jeugd en onervarenheid — hij in het Parlement gekomen was; den indruk door zijn korte, schitterende kiezerscampagne gemaakt. Thans, sedert de ware strijd van de zitting begonnen was, scheen alle

ocr page 166

156

kracht in hem verlamd, merkte men niets van hem. De menschen, had zij opgemerkt, praatten niet langer over hem. Maar stel dat ten slotte er een crisis bij hem had plaats gehad — dat er een keerpunt gekomen was in zijn denken en gevoelen? . .. Stel dat nu, op het laatste oogenblik, nu men snakte naar een leider, dat er nu eensklaps iets gebeurde wat hem zijn aanleg, zijn gaven deed gebruiken om...

Zij was boos op zichzelve dat zij zich zoo opwond, waar tegelijkertijd een vreemd gevoel van aarzeling , van tegenzin, mede in strijd scheen. In een oogenblik had ze, tot Tressady's verbazing, het gesprek teruggebracht op het punt waar zij het hadden losgelaten.

„En gelooft u ... gelooft u wezenlijkquot; — er lag iets angstig-smeekends in den toon harer stem — „dat zelfs nu, ter elfder ure... Neen, ik begrijp het niet!... Ik kan 't niet begrijpen!... Waarom, ofhoe acht u het mogelijk de feiten genoeg te kunnen veranderen ?quot;

Hij was verrukt; de vluchtige opwelling van gekwetsten trots was vergeten. Hij had althans haar aandacht weten te boeien, haar nieuwsgierigheid opgewekt!

„Och, ik ben overtuigd dat er nog van alles gebeuren kan,quot; hield hij vol,

„Enfin, als het dan maar gebeurt!quot; riep ze, haar best doende om een luchtigen toon aan te slaan, „of er komt niets van sommige menschen terecht!quot;

Zij hief de hand op en streek het haar naar achteren , met een meisjesachtig gebaar van vermoeidheid, dat, in zijn onbewust doen, iets touchants had.

Inderdaad overweldigde haar op dat oogenblik de gedachte aan een krachtig man, uitgeput van

ocr page 167

157

het werken, geduldig, gelaten er zich op voorbereidend een taak, die het hem niet vergund zou zijn te volbrengen, neder te leggen, zijn liefste hoop op te geven. Hare oogen schoten vol tranen. Tressady keek haar aan; hij zag de vochtige oogen, de heete wangen, de moeite die het haar kostte zich te be-heerschen.

Hij kon het niet uitstaan. „Waarom trekt u het u toch zoo aan? 't Is onnatuurlijk; 't is ook niet goed !quot;

„Het oude gekibbel, niet waar ?quot; antwoordde ze, glimlachend.

Weer staarde hij naar den grond, er in peuterend met zijn wandelstok.

Een oogenblik later zei hij, zacht maar vol bitterheid:

„Er zijn zooveel dingen die men moet voelen. De politiek mocht men waarlijk wel kalm opnemen!quot;

Zij keek hem aan. Zij begreep wel waar hij op doelde, maar wist niet hoe hem tegemoet te komen, wat te zeggen. Zijn woorden, heel zijn houding waren een bekentenis van persoonlijk leed, — het was bijna als deed hij een beroep op haar — voor de eerste maal zoolang zij hem kende. En toch.. . Hoe kon zij het punt van zijn huwelijk aanroeren ? Angstig deinsde zij daarvoor terug. Welke akelige, verschrikkelijke dingen had zij onlangs van de jonge Lady Tressady gehoord, van menschen die zij kon vertrouwen ! Waarom, o waarom, had hij zijn jong leven zoo weggegooid !

En bij dat uitgaan van haar hart tot alles wat leed , een aangeboren eigenschap, kwam nog zooveel meer: een begrijpelijk zacht en dankbaar gevoel jegens hem voor de eerbiedige houding die hij tegenover haar aannam, wat haar had geroerd, hare sympathie voor hem had opgewekt en een vurig verlangen om hem de hand toe te steken en hem te helpen ; alles werkte

ocr page 168

158

mede om in haar dit nieuwe verlangen te doen geboren worden hem op te wekken tot krachtig, moedig handelen, tot eene daad die hem ten minste de vreugde zou schenken welke de mensch smaakt als hij met energie zich aangrijpt, als hij handelt en niet machteloos nederzit. En door dit alles heen die verrukkelijke verblindheid omtrent den waren toestand! Toch deed ze haar best niet aan Maxwell te denken, — ze wilde enkel denken aan en voor haar vriend.

Nadat hij die laatste woorden gesproken had, stonden zij een poos zwijgend naast elkander. Maar de uitdrukking harer oogen, hare houding, waren een en al medegevoel. Hij kon niet anders dan het voelen dat zij met hem begaan was, dat zij alles begreep, dat zijn leven, zijn smart, zijn geschiedenis haar niet onverschillig lieten. Eindelijk sprak ze, het gelaat van hem afkeerend en van de enkelen die nog niet den tuin uitgegaan waren om te luisteren naar de muziek binnen:

„Somtijds — vindt u dat ook niet? — is de beste manier om eigen leed te vergeten .. . zich eenigen tijd in iets geheel anders te verdiepen; in uw geval zou het misschien zijn . . de publieke zaak. Zou dat niet mogelijk wezen? Mij dunkt. . wanneer u over alles wat u mij gezegd hebt eens ernstig nadacht . . . Als gij er u gehéél inwerktet en dan een besluit naamt. — Later misschien. .

Zij zweeg, overmand van twijfel, van bangheid zelfs; zij zag zeer bleek toen zij hem haar gelaat weer toekeerde Maar zoo schoon! De ontsteltenis die uit de zacht trillende lippen sprak, maakte haar in zijne oogen des te lieftalliger. Het was als werd hierdoor de scheidsmuur tusschen hen een weinig lager; als kwam ze hem zwakker voor, minder ongenaakbaar.

ocr page 169

159

Maar een oogenblik daarna zei hij, met een schamper lachje:

„Later... als men eerst een anders zaken in orde gebracht heeft, zou men misschien een beter inzicht krijgen in zijn eigene! Is dat wat u bedoelt?quot;

„Ik bedoelde,quot; antwoordde zij, — het spreken kostte haar moeite — „wat ik zelf dikwijls ondervonden heb... wat ik bij eigen ervaring weet. . . dat het soms helpt als men zich geheel, met hart en ziel, geeft aan iets dat buiten het eigen leven omgaat. Later komt men terug tot zijn eigen moeilijkheden .. . met nieuwe kracht.. . en hoop.quot;

„Hoop!quot; riep hij mismoedig, even de schouders ophalend. Toen, op geheel anderen toon:

„Dus dat is wat u mij raadt.. . deze zaak ernstig ter hand te nemen... mijzelven ernstig onder handen te nemen ... er goed over na te denken ?quot;

„Ja, ja!quot; antwoordde zij met vuur, „doe niet alsof het van geen belang is wat u zoudt kunnen denken en doen; —tot het te laat is om iets te denken en te doen.quot;

Eensklaps voelden beiden hoever zij gegaan waren sedert hun eerste ontmoeting in het voorjaar. Haar geest werd vervuld van angst, van een akelig gevoel van verantwoordelijkheid — dan weer trilde alles aan haar bij het bewustzijn van hare macht. Het was haar als voelde zij een vogeltje fladderen in hare handen. En aldoor klonk haar eene stem in de ooren, in een door de maan verlicht park — „U weet... — u neemt mij niet kwalijk dat ik het zeg ? — niemand laat zich ooit op politiek gebied bekeeren — in den tegenwoordigen tijd.quot;

Neen, maar er kan eerlijke vooruitgang, er kan verandering komen — waarom niet? En, stel zij had invloed op hem gehad — was het niet Maxwell's

ocr page 170

i6o

werk, Maxwell's denkwijze, die door haar gesproken hadden ?

„Enfin, wat er ook gebeure,quot; klonk Tressady's stem naast haar, „wat er ook gebeure ... u zult wel overtuigd zijn. ..quot;

„Dat u niet zult meewerken om ons den coup de grace te geven, tenzij u niet anders kunt?quot; viel zij hem half lachende in de rede, toch met merkbare ontroering. „Zeker; dat zou ik in ieder geval geloofd hebben.quot;

„En is u dat wezenlijk aangenaam?quot; vroeg hij wederom, haar verbaasd aanziende.

Eensklaps borg ze het gelaat in de handen. Zij waren nu geheel alleen in den door de maan verlichten tuin; zij leunde over het lage muurtje dat hen van de speelplaats der school scheidde. Maar voor hij iets zeggen kon — voor hij zelfs dichter bij haar kon komen — had ze het hoofd weer opgericht, en haastig met de hand over de oogen strijkend, stamelde ze, met tranen in hare stem;

„Men raakt toch zoo overspannen en kinderachtig na al die weken ! . . . neem het mij niet kwalijk. U begrijpt wel: als men alles is gaan zien door de oogen van een ander . .. als men zichzelve geheel wil oplossen in het leven van een ander...quot;

Hij voelde iets als een dolksteek, toen een opwelling van vreugde — van pijnigende vreugde — dat zij hem aldus een blik liet slaan in het heiligdom van haar hart. Hetzelfde oogenblik dat hem de diepe kloof deed zien die voor eeuwig tusschen hen lag, gaf hem een zalig bewustzijn van be voor recht te wezen — van intimiteit.

„U hebt een heerlijke, hooge opvatting van het huwelijk!quot; prevelde hij, terwijl hij naast haar terug-drentelde naar het huis.

ocr page 171

i6i

Zij antwoordde niet. Een oogenblik later praatte zij met hem over onverschillige dirtgen, en even daarna had hij haar in de volle vertrekken verloren.

Toen het gezelschap uiteengegaan was en hij in zijn eentje in den nacht huiswaarts liep, herinnerde hij zich allerlei dingen die zij tot hem gezegd had, steeds gekweld door een woest verlangen naar den blik harer oogen, het geluid harer stem.

Zijn besluit was genomen. En terwijl hij eenzaam en slapeloos den nacht doormaakte, dacht hij nauwelijks meer aan de ellende van zijn huwelijk. Over acht en veertig uren zou hij daar tijd voor hebben. Voor het oogenblik had hij niet anders te doen dan er over na te denken hoe twijfel en spanning te doen leiden tot de overwinning en de kroon er van neder te leggen aan de voeten van Marcella Maxwell.

Intusschen legde Marcella, van 6V. James s Square teruggekomen, de handen op Maxwell's schouders, en zeide, op geheel anderen toon dan waarop ze anders tegen hem sprak:

„Sir George Tressady was er van avond ook. Ik geloof dat er kans is dat hij Lord Fontenoy in den steek laat. Schrik niet als je hem morgen iets van dien aard hoort verklaren.quot;

Maxwell scheen door deze mededeeling alles behalve gesticht en zei;

„Ik hoop waarlijk niet dat hij dit doen zal! 't-Zou hem enorm veel kwaad doen. Hij is altijd met hart en ziel op de hand van de tegenpartij geweest. Men zal het beschouwen als een gril, als ontrouw aan zijn partij.quot;

Marcella zeide hier niets op. Zij liep de kamer door, de handen op den rug, de lange sleep zacht ritselend over het tapijt — eene peinzende Muze

ocr page 172

102

gelijk — een peinzen, waarin zij deze enkele maal haar man niet liet deelen ....

„Tressady, zoo waar als ik leef!quot; zei een lid van Fontenoy's partij tot zijn buurman. „Wat heeft die te zeggen?quot;

De aangesprokene boog zich naar voren. De handen op de knieën steunend om den spreker beter te

zien , prevelde hij:

„'k Dacht wel dat er iets broeide! 1 elkens als ik vandaag Tressady tegen 't lijf liep had hij 't druk met een van die daar. Hij wees met een ruk van het hoofd naar de banken der liberalen. „In de bibliotheek zag ik hem Green apart wenken; later, op 't terras, had hij het druk met Speedwell. En kijk me hun banken eens! 't Lijkt wel 'n bijenzwerm ! Ja, waarachtig, er is iets aan 't handje!quot;

Het gezicht van den jongen sportsman was rood van opgewondenheid; hij deed al zijn best om langs de hoofden heen een kijkje te krijgen van Fontenoy. Doch er was niets te zien van den leider dan een hoed , diep over de oogen getrokken, een vierkante kin, een paar over elkaar geslagen armen.

Het Huis had inderdaad heel den dag iets over zich gehad dat den geoefenden opmerker — den zacht-zinnigen Home Secretary, bijvoorbeeld, die angstig deze laatste, beslissende debatten volgde — deed zien dat men zich op alles moest voorbereiden, het meest op wat men het minst verwachten zou. Er liepen allerlei geruchten. Men zag mannen bij elkaar, die anders nimmer samen spraken; en wie gewoonlijk het hart op de tong lag waren nu voorzichtig. Het was algemeen bekend dat Fontenoy, die langen tijd zeer gerust was geweest, eensklaps bang was geworden, en men had opgemerkt dat hij en

ocr page 173

163

de jonge graaf, die als „Whipquot; van de partij fungeerde, allen op wien zij rekenden scherp in het oog hielden.

Fontenoy zelf had gesproken voor men een pauze nam om te middagmalen, vol minachting het artikel behandelend, het noemend een onzinnig slot van een onmogelijke Bill. Dus moesten de huisheeren de uitvoerders, de politie worden van deze zotte Wet? Ieder die in een der arbeiderswijken een huisje verhuurde, kon opgeroepen en gestraft worden zoodra een kleermaker op zijn terrein, in zijn eigendom, werkte, zoodra een weduwe thuis hemden naaide om haar kinderen in het leven te houden. Over de rechtvaardigheid of billijkheid eener dergelijke wet zou hij niet spreken. Maar wie anders dan een dwaas kon zich voorstellen dat ze uitvoerbaar was? Stel, de huiseigenaars weigerden of verzuimden te doen wat hun opgedragen werd ? Quis custodiet? En zou het Parlement zich nu belachelijk maken door een wet uit te vaardigen, die, al ware zij duizendmaal wenschelijk, totaal onuitvoerbaar blijken zou?

Wat Fontenoy zeide, was lang niet malsch. Zijn speech wemelde van epigrammen en personaliteiten; een maand vroeger zou de uitwerking énorm zijn geweest. Iedere Engelschman heeft een instinctmati-gen afkeer van hervormingen op het papier.

In de pauze voor het middagmaal kwam Tressady Fontenoy in de lobby tegen, en bleef stilstaan om hem iets te zeggen. Hij was vuurrood, en prevelde, zeer stijf: „Als je mij spreken wilt, ben ik te vinden in de bibliotheek. Ik zou niet graag willen dat je op eens dingen hoorde die je niet verwacht. Wat ik weet, zul jij ook weten.quot;

„Merci,quot; zei de ander schamper, „maar we hebben je aanwijzingen niet noodig. Ik geloof dat jij

ocr page 174

164

en ik elkaar van ochtend begrepen hebben.quot;

De beide mannen gingen elk huns weegs. Tres-sady vervolgde zijn weg, opnieuw al het onaangename voelend van het afschuwelijke half uur dat hij dien morgen in Fontcnoy's kamer had doorgebracht. Want, eenmaal een besluit genomen hebbend, had hij zijn best gedaan zoo open en zoo min mogelijk kwetsend op te treden.

Fontenoy zocht thans onmiddellijk den jongen graaf op met de krullende haren en vierkante schouders, en het tweetal bleef in de binnen-lobby bijeen, terwijl Fontenoy met sombere blikken iedereen volgde die de deur in of uitging.

Het was omstreeks tien uur toen Tressady den Speaker een wenk gaf. Hij rees overeind in een zeer bezet Huis, waar de afgevaardigden niet alleen opgekomen waren omdat weldra de stemming zou beslissen over het lot van een regeeringstafel, maar omdat zij bovendien als bij instinct gevoelden dat iets anders daaruit voortvloeien zou, een dier persoonlijke gebeurtenissen die elk oogenblik de een-tonieste sleur dramatisch kunnen maken.

Het Huis had omtrent Tressady als redenaar nog geen opinie. Hij had nu eens goed, dan minder goed gesproken. Bovendien had hij in zoo lang niet deelgenomen aan een debat, dat men vollen tijd gehad had om zijn mogelijk talent in dat opzicht te vergeten.

Zijn houding, zijn stem, maakten al dadelijk een gunstigen indruk. Voor een jongen man, met een goed uiterlijk en aangename vormen , heeft het En-gelsche Lagerhuis altijd eene bijzondere voorliefde getoond. Langzamerhand zag men afgevaardigden het hoofd naar voren steken, den hals uitrekken, de handen aan de ooren brengen. De Treasitry Bench luisterde als een eenig man.

ocr page 175

Ï65

Nog voor de rede ten einde was zagen velen er reeds een politieke gebeurtenis in van het grootste gewicht. De spreker had met de meeste openhartigheid zijn eigen verhouding tot de Bill geschetst — van een opinie die enkel vooroordeel was, tot een instemming die nög slechts gedeeltelijk van harte kon genoemd worden. Hij vestigde de aandacht op de sterke en steeds aangroeiende beweging ten gunste van de Maxwell-politiek, welke men thans heel het land door kon waarnemen na een periode van onverschilligheid en van een afv/achtende houding; hij wees er op hoe het zich zooals thans de zaken stonden liet aanzien, dat de „verdrukte arbeidersstandquot; zich bij de nieuwe wet zou neerleggen; hij bewees hoe het Huis, in minstens drie kritieke, gewichtige stemmingen, en onder zeer moeielijke omstandigheden , de Bill toch had gesteund; dat het land zich onmiskenbaar aan de zijde der Regeering was gaan scharen, en dat het eenige wat onbeslist was gebleven het machinale gedeelte betrof. Dit zoo zijnde, had hij — en hij geloofde eenige anderen met hem — de positie, die hij innam, aan een streng onderzoek onderworpen. Hun belofte bij hun verkiezing gedaan, was, meenden zij, niet langer bindend, ofschoon zij ieder oogenblik bereid zouden worden gevonden er de gevolgen van te dragen.

Toen het artikel zelf besprekend, viel hij den speech van zijn leider aan met een kracht, een kennis van zaken en een overvloed van argumenten, die het Huis verbaasd deden staan. Er bleef geen stukje heel aan Fontenoy's aanval. Hij vertelde hoe praktische mannen over het artikel dachten, en met welk een gemotiveerd vertrouwen op hun oordeel en hun ervaring het ontworpen was; en ten slotte — zichtbaar aangedaan — sprak hij, op eene wijze die heel

ocr page 176

166

het Huis deed ontroeren — over „die duizenden , werkend in het zweet huns aanschijnsquot;, „wier lot, wanneer men het eenmaal heeft leeren kennen , dagelijks en jaarlijks de gedachten en idealen wijzigt van mannen zooals ikquot;, — deelde met ronde woorden zijn voornemen mede om te stemmen met de Regeering, en nam weder plaats, onder de gewone stormachtige beweging van een rumoerige en opgewonden zitting.

Het uur dat nu volgde was een en al drukte en tumult. De een na den ander op de banken der liberalen vroeg het woord: welgedane fabrikanten en mannen van zaken, die tot nu toe tot de tegenpartij behoord hadden — om zich gewonnen te geven, om te verklaren dat de strijd lang genoeg geduurd had, dat het land tegen hen was, en dat de Wet er door moest. Waartoe ook zou het dienen een Regeering haar congé te geven, die öf teruggezonden zou worden met verdubbelde kracht, of vervangen door anderen, wien de gematigden nog veel minder zouden begeeren? Treurig was de toon der speeches van dit restje der liberalen ; ook kon het Huis van tijd tot tijd een honend gelach niet inhouden. Maar wat zij bedoelden was duidelijk, en de Whip van de regeering, die bij de deur stond, schrapte, met een vroolijk gezicht, den eenen naam voor, den anderen na van de lijst der oppositie.

Thans volgde de gewone strijd tusschen hen die stemming verlangden, en de sprekers die men niet langer wilde aanhooren. Maar eindelijk werd de klok geluid, liep de vergaderzaal leeg. Toen Tressady tegen den stroom van zijn partij in liep, trad Fon-tenoy met een sarcastisch glimlachje op zijde, om hem te laten voorbijgaan.

„We zullen nu spoedig weten hoeveel je ons ge-

ocr page 177

167

kost hebt,quot; fluisterde hij Tressady met schorre stem in het oor; deed toen een paar passen naar het midden , en keek veelbeteekenend naar boven, naar de dames-tribune.

Tressady gaf geen antwoord. Hij hield het blonde hoofd fierder omhoog dan anders toen hij een onge-wonen kant opging, naar de lobby waar men vóór stemde. Menig oog spande zich in om te zien hoeveel nieuwe strijdkrachten zich bij hem aansloten toen hij bij de voorste oppositie-bank kwam ; menig parlementair nestor volgde de bewegingen van den jongen man met een belangstelling, die in oude herinneringen, in vroegeren strijd, haar oorsprong had.

„Herinner je je Chandos nog,quot; zei een oud heer tegen een anderen grijsaard, „de jonge Chandos, die in '46 zijn partij verliet en met Peel meeging? 'tWas mijn eerste jaar in 't Parlement, 'k Zie hem nog voor me. Hij had wel iets van dezen jongen kerel.quot;

„Maar zijn overloopen bracht geen totalen ommekeer te weeg,quot; sprak de ander met een schamper lachje; en -beiden gingen met den stroom mee der tegen-stemmers.

Twintig minuten later verschenen de stem-opnemers voor de groene tafel, en was het oogenblik gekomen waarop een aanzienlijk ministerie zou worden bevestigd of vernietigd.

„Voor, 306; Tegen, 280. De Wet is aangenomen.quot;

„Verduiveld, hij heeft het gedaan! — de Judas!quot; riep een jongmensch , die, rood van opgewondenheid, naast Fontenoy stond.

„Ja...quot; zuchtte Fontenoy, berustend, ofschoon de hand, die den hoed vasthield, trilde. „Het gordijn kan nu vallen.quot;

„Waar is hij?quot; schreeuwden eenige heethoofden

ocr page 178

168

om hem heen, terwijl zij met onderzoekende blikken rondkeken naar den man, die aldus, in éen namiddag, al hun hoop den bodem ingeslagen had.

Maar Tressady was nergens te zien. Hij was het Huis uitgeloopen juist toen de gewichtige tijding, golvend door lobby en corridor, een groepje wachtenden bereikte in des ministers particuliere vertrekken — en Marcella Maxwell wist dat alles gewonnen was.

ACHTTIENDE HOOFDSTUK.

„Ik ga dadelijk naar Brook Street; ik moet die arme Letty een woordje toespreken ,quot;zei Mrs. Watton, doch op een toon en met een houding, die haar meer deden behooren bij de Zonen van den Donder, dan bij de Dochteren der Vertroosting.

Zij stond op de trappen der dames-tribune van het Lagerhuis; Harding, die een rijtuig gevraagd had, stond naast haar.

„Kon u van de tribune zien of George weg was ?quot;

„Hij was er nog toen ik opstond,quot; zei Mrs. Wat-ton knorrig, als wilde ze liever zelfs niet spreken over zulk een monster. „Ik zag hem bij de deur staan toen ze hem uitjouwden. Maar in ieder geval — ik moet naar Letty; ik ben de eenige nè. familie die ze heeft in de stad.quot;

Evenwel — Mrs. Watton had niet goed uit haar oogen gekeken. De boosheid die het massieve hoofd en de veeren op haar hoed deed trillen, was oorzaak van deze vergissing.

„Dan ga ik meê,quot; zei Harding, die het niet dadelijk met zichzelven eens was geweest wat hij doen zou. „Tressady zal hier wel blijven om z'n bedankje!

ocr page 179

169

Maar ik vrees dat we Letty nog niet thuis vinden. Ze ging van avond naar de Lucys.quot;

„Het arme schaap!quot; zuchtte Mrs. Watton.

Harding lachte.

„O, Letty zal 't niet als een lam opnemen — dat zult u zien!quot;

„Natuurlijk, — wat kan een vrouw doen ?quot; hernam zijn moeder, boos. „Ik bedoel, een fatsoenlijke vrouw , met wie men blijft omgaan. Het eenige wat ze doen kan, is haar verdriet lucht geven en zich aan armenzorg wijden.quot;

Toen zij voor het huis in jamp;rooé stilhielden,

zei de huisknecht dat mylady juist thuis gekomen was. Natuurlijk maakte hij geen bezwaar om Lady Tressady's tante terstond binnen te laten, en Mrs. Watton zeilde de trap op, naar de ontvangkamer, gevolgd door Harding, als gewoonlijk met het hoofd naar voren, een klak onder den arm, en een glaasje op zijn vest bengelend.

Toen zij het salon binnentraden stond Letty, in een prachtig avondtoilet, met den rug naar hen toe. Een zooeven verschenen avondblad hield ze open voor zich, zoodat het kleine hoofdje en de dito schoudertjes er in verdwenen. En zoozeer was ze in haar lectuur verdiept, dat ze hen niet had hooren binnenkomen.

„Letty!...quot; zei Mrs. Watton.

Haar nichtje draaide zich met schrik om.

„Lettylief!quot; — De tante kwam nader, bevend van statig medegevoel, beide handen naar haar uitgestoken.

Letty keek haar een oogenblik aan, fronsend de fijne wenkbrauwen; toen trad ze kribbig achteruit, zonder te letten op de haar toegestoken handen en zei:

„Ik zie dat George tegen zijn partij het woord ge-

ocr page 180

I/O

voerd heeft. Er is een opschudding geweest. Wat is er gebeurd? Wat is er 't eind van?quot;

„Alleen dat de Regeering het artikel er door gekregen heeft,quot; kwam Harding met zijn geaffecteerde falset tusschenbeide, — „en met een flinke meerderheid ook. Neen , de Lords weten wel wat ze doen !quot;

„Zoo . .. Heeft de regeering 't gewonnen ? . . hebben de Maxwells gewonnen . .. dat wil dus zeggen: zij .. . zij .. . heeft getriumfeerd ?quot; zei Letty scherp, steeds met gefronste wenkbrauwen.

„Als je 't zoo uitdrukken wilt. ...quot; antwoordde Harding, de schouders ophalend, „dan... ja. — 'k Denk wel dat die lui van avond fuifen zullen!quot;

„Je wilt toch niet zeggen dat George je er met geen enkel woord op geprepareerd heeft, arm kind?'' riep Mrs. Watton, zoo gewichtig mogelijk. Zij had de courant opgenomen en keek vol ergernis naar de vet gedrukte regels, waardoor de in der haast verschenen bladen trachtten de enkele woorden uit te dijen, die de speech van dien avond aankondigden.

„Opschudding in het Lagerhuis. — Plotselinge Omkeer van de Tegenstanders der Wet. — Sir George Tressady's Rede. — Hevige Opschudding.quot;

Letty haalde diep adem.

»Hij zei een dag of wat geleden iets van verandering; maar natuurlijk kon ik dat niet gelooven . .. Hij heeft zich onteerd!quot;

Zij begon driftig de kamer op en neer te loopen, den witten sleep achter zich aan slierend, de kleine handjes plukkend aan de handschoenen. Harding Wat-ton stond in peinzende houding, met een vinger tegen zijn onderlip, het tooneeltje aan te zien.

„En nu, mijn beste Letty,quot; hernam Mrs. Watton plechtig, terwijl ze de courant neerlegde, „'t eenige wat we doen kunnen is: te zorgen dat hij de stad

ocr page 181

i7i

uitgaat. De menschen moeten het vergeten — als dat kan. En als het je een troost is, kind, wil ik je wel zeggen dat hij niet de eerste is, lang niet, wieneen vrouw het hoofd op hol heeft gebracht; — evenmin zal hij de laatste zijn!quot;

Letty's bleeke wangen werden vuurrood. Zij stond eensklaps stil, keerde zich tot hare troosteres, de oogen gloeiend van toorn en verontwaardiging, en barstte uit:

„Zoo ! Durft iemand te zeggen dat hij dit voor hdar gedaan heeft ? Welk recht heeft men daartoe ?quot;

Mrs. Watton was sprakeloos van verbazing. Harding schudde het hoofd, en zei meewarig:

„Je begrijpt wel, Letty,.. de wereld durft heel wat onplezierige dingen te zeggen. Daar moet men doorheen. Lady Maxwell heeft een eigenaardige manier van de dingfen te doen. 't Is als met'n schilder; men herkent dadelijk de hand.quot;

„Evenals men alles herkent wat in Harding's brein is opgekomen ,quot; klonk achter hem een bevende stem.

In de geopende deur stond Tressady, bleek, uitgeput van vermoeidheid, met holle oogen, toch ondanks dit alles, de beleedigde heer des huizes, die vastbesloten was zich te doen gelden tegenover een paar onbeschaamde indringers.

Letty zag hem zwijgend aan, het eene voetje tikte zenuwachtig tegen den grond. Harding schrikte en keerde zich om, om zijn klak te zoeken die hij op de canapé had neergelegd. Mrs. Watton bleef kalm, zij stak hem de hand toe, en zei, in het geheel niet uit het veld geslagen:

„Zoo, George. We hadden je zoo gauw nog niet verwacht. Misschien neem je 't kwalijk dat we hier zijn. Enfin! Ik kon 't niet laten naar Letty toe te komen; we zijn de naaste familie die ze hier in

ocr page 182

172

Londen heeft; mijn hart had behoefte haar een woordje van troost toe te spreken na 't gebeurde van dezen avond.quot;

„Ik begrijp u niet recht,quot; antwoordde Tressady, op ijskouden toon. „Spreekt u over de stemming?quot;

Mrs. Watton sloeg de oogen ten hemel en de handen ineen. Toen nam zij haar sleep op, liep de kamer door naar Letty en zei:

„Nu, goeden nacht, kind. Ik had gaarne rustig wat met je zitten praten, maar nu je man thuis is ga ik liever heen. Neen! ik zal niet licht mij bemoeien met iets tusschen man en vrouw! Zie dat hij je eens vertelt waarom hij de vrienden, en allen die meegewerkt hebben om hem in 't Parlement te brengen, teleurgesteld heeft; waarom hij al zijn beloften verbroken en iedereen het recht gegeven heeft om zijn arm jong vrouwtje te beklagen! Neen, wees niet bang, Sir George ! Ik zeg het zooals ik 't meen, maar ik ga weg. Ik weet dat je mij liever niet hier hebt. Bonsoir. Letty zal er wel van overtuigd wezen dat ze in mijn huis altijd een deelnemend hart zal vinden,quot; En de verbolgen oude dame trad op de deur toe, de oogen onafgebroken op den armen zondaar gericht. Ook Harding stapte naar Letty, die nu bij den schoorsteenmantel stond. Hij nam de slap neerhangende hand en hield ze met veel ostentatie een oogenblik tusschen de zijne, terwijl hij, geaffecteer-der dan ooit, fluisterde:

„Slaap wel, nichtjelief; — als je ons ooit noodig hebt... je weet. .

„U vertrekt, niet waar?quot; klonk Tressady's stem. Er was een vreemde rimpel in zijn voorhoofd.

Harding maakte een formeele buiging en liep achteruit naar de deur. Tressady deed hen beleefd tot de trap uitgeleide, en gelastte den knecht, die

ocr page 183

173

op het portaal liep, Mrs. Watton een rijtuig te bezorgen. Toen keerde hij naar het salon terug en sloot de deur.

„Letty!quot;

Zijn stem deed haar schrikken. Zij keerde zich om.

„Letty! Je verdedigde mij toen ik binnenkwam.quot;

Hij was akelig bleek. Ieder spoor van de hauteur, waarmee hij de Wattons tegemoet getreden was, was verdwenen.

Letty was onmiddellijk zichzelf. Zoodra hij week werd, werd zij de tyran.

„Kom niet dicht bij me ! Raak me niet aan !quot; barstte ze hartstochtelijk uit, hem met de hand afwerend toen hij nader kwam. „Als ik je verdedigd heb, was 't alleen om onze eer te redden. Je hebt ons beiden tot schande gemaakt. Tante Watton heeft volkomen gelijk. Ik geloof niet dat we dit ooit weer kunnen goed maken. O, probeer maar niet 'n toon tegen mij aan te nemen!quot; — want Tressady had zich met een ongeduldig schouderophalen van haar afgewend. „'t Helpt je niets! Ik weet wel dat je mij heel onbeduidend vindt. Ik behoor niet tot die voorname politieke dames, die zich verbeelden dat ze van alles op de hoogte zijn, om op die manier een troep aanbidders achter zich aan te hebben. Ik poseer niet, en ik huichel niet, zooals... zooals andere dames. Maar hoe dit zij, ik weet dat je je zaak bedorven hebt, en dat iedereen er schande van spreken zal. Natuurlijk! En je kunt het niet ontkennen, — dat weet je heel goed. Waarom heb je er mij nooit iets van verteld? Wie heeft gemaakt dat je over liep? O,je kunt me niet eens antwoorden, — öf je wilt niet!quot;

Tressady liep met over elkaar geslagen armen de kamer op en neer. Bij haar vragen stond hij stil en sprak:

ocr page 184

174

„Waarom ik er je niets van verteld heb? Herinner je je niet dat ik gisteren morgen met je praten wilde? — dat ik je voorstelde te komen luisteren naar mijn speech ? — en dat je er niets van hooren wilde? Je stelde geen belang in de politiek, zei je, en woudt niet den schijn aannemen alsof je dit wèl deedt. — Wat mij deed overloopen ? Och . .. ik ben veranderd . . . tot op zekere hoogte . .zei hij langzaam.

„Tot op zekere hoogte?quot; Zij lachte schamper en bootste zijn stem na. „Tot op zekere hoogte! Wou je mij soms wijs maken dat er geen andere reden voor wasr

„Neen. Onder het naar huis loopen van avond heb ik mij vast voorgenomen niets van de waarheid voor je te verbergen. Verschillende dingen zijn van invloed geweest. Ik heb gestemd, ja — alles bij elkaar genomen kan ik, dunkt mij , wel zeggen dat ik als eerlijk man dit doen kon. Maar nooit zou ik dezen kant uitgegaan zijn, ware het niet...quot; — hij aarzelde even , doch ging toen bedaard voort, — „ware het niet dat ik meer en meer... de begeerte in mij voelde opkomen ... om Lady Maxwell's hartewensch te vervullen. Zij is mij eene vriendin geweest. Ik heb haar dit vergolden zooveel ik kon.quot;

Letty was buiten zichzelf van drift, en wierp hem een regen van hysterische, nauwelijks verstaanbare beschuldigingen naar het hoofd. Tressady bleef er kalm onder, en zei minachtend:

„Dit is zeker, als je op die manier tegen anderen spreekt, doe je ons beiden zeer groot kwaad. Ik geloof niet dat ik er iets aan doen kan. Tegenover ieder ander — tegenover Mrs Watton en haar zoon, bij voorbeeld, — kan ik mij uitstekend verdedigen en zal ik het zeer zeker doen. Ik heb in het minst geen

ocr page 185

175

plan in't publiek den berouwvollen zondaar te spelen.quot;

En welke, vroeg ze hem, met een krachtige po-eine om zich te beheerschen , waardoor alleen ze hem

O O

zou kunnen wonden , ze de baas zou kunnen blijven — welke rol moest zij spelen in dit comedietje? Verbeeldde hij zich misschien dat zich die aangename positie zou laten welgevallen ? — dat zij wilde aannemen wat er van Marcella Maxwell overschoot ?

Terstond viel hij hier op in:

„Neen! Je hebt het recht niet op dergelijke manier over haar of mij te spreken. Maar ik voel zelf dat de toestand onhoudbaar is. Ik denk er over als Lid van het Parlement mijn ontslag in te dienen en niet in Londen te blijven wonen.quot;

Een paar seconden staarde ze hem aan, zichzelve niet, sprakeloos van drift; toen greep ze eensklaps waaier en handschoenen op en stoof hem voorbij.

Hij hield haar tegen bij een slip van haar satijnen japon, en riep berouwvol:

„Arm kind! O, heb geduld met mij, val mij niet te hard, Letty, en . . . vergeef 't me!quot;

„Ik vergeef het je nooit!quot; gilde ze, „en ik haat je!quot;

Zij rukte zich van hem los; hij hoorde haar lichten tred de kamer door, de trap op.

Tressady viel in een stoel; hij kon niet meer Alleen reeds die dag in het Lagerhuis zou voor een gewoon mensch bijna te veel geweest zijn; doch dit laatste tooneel had hem machtig aangegrepen, hij had geen woord, geen geluid meer kunnen verdragen.

Hij moest in slaap zijn gevallen van louter vermoeienis , althans hij werd eensklaps met een huivering wakker, toen de Augustus-dageraad door de dichte ramen en gordijnen naar binnen drong.

Hij sprong op, trok de gordijnen voorzichtig op zijde om geen leven te maken, opende het raam

ocr page 186

fj6

en liep het balcon op, in den zonnigen morgennevel.

De morgenlucht, die hem tegenblies, ademde hij in met grage teugen. O, hoe heerlijk was de zon, was die stilte op straat, was de zacht bewolkte lucht in het oosten, achter het Square!

Na de lange, spannende uren in de volle, warme zalen en gangen van het Lagerhuis, — welk een vreugde, welk een verruimd gevoel nu! Met welbehagen gaf hij zich over aan die gewaarwording van lichamelijk genot, zijn zorgen van zich zettend, nu, door de frischheid van den morgen, tallooze herinneringen in hem ontwaakten — de herinneringen van een reiziger, die veel gezien heeft, en liever verkeerde met de Natuur dan met de menschen. Blauwige meren, koele plekjes in het gebergte, klaterende beekjes, honderden combinaties van gras en boomen en zonneschijn bestormden zijn geest, opgewekt door de tinten en kleuren van dezen bleeken Londen-schen zonsopgang en de enkele stoffige boompjes waar hij, rechts van zich, achter de hekken van het park, het gezicht op had. En evenals herauten voor de nadering van hun heer, zoo gingen deze verschillende beelden aan hem voorbij , alle op eén punt zich concentreerend , tot eindelijk, bevende, de herinnering hem tooverde het beste wat zij had: een Engelsche rivier, stroomend door Juni-weilanden, onder een vlammenden avondhemel; eene vrouw met een kind; de geuren van gras en hagedoorn; het kabbelen van water.

Droomend hing hij over de balustrade van het balcon.

Maar het duurde niet lang of hij riep zichzelf tot de orde en keerde in huis terug. De opgeschikte salons hadden iets slordigs en onaantrekkelijks in het

ocr page 187

177

teere, reine morgenlicht. De bloemen, door Letty den vorigen avond op haar japon gedragen , lagen verwelkt op den grond, en de courant hing, precies zooals zij ze had neergeworpen, op een stoel.

Hij stond midden in de kamer, met opgeheven hoofd te luisteren. Geen geluid. Zeker sliep ze. Hoe heftig en onvrouwelijk ze later ook geweest was, toch hoorde hij haar nog zooals ze tegen Mrs. Wat-ton gesproken had. Met verbazing gevoelde hij toen hij daar stond, in de stilte van den morgen zich inspannend om te hooren of zijn vrouw zich boven zijn hoofd bewoog, hoe, pari passu, tegelijk met de dolle vaart die zijn huldeblijk aan de eene vrouw genomen had, hem een licht was opgegaan ten opzichte van de andere.

Hij had tot nu toe zich nooit rekenschap gegeven van zijn opinies op godsdienstig of zedelijk gebied ; dat de zinnelijke mensch niet altijd luistert naar de stem van het geweten vond hij, over 't geheel genomen, normaal menschelijk. Maar allerlei nieuwe principes en idealen hadden hem niet losgelaten sedert het begin van zijn vriendschap met Marcella Maxwell, en honderde vragen, waar hij zich tot nu toe nimmer het hoofd meê gebroken had, bestormden hem thans, wat betreft zijne verhouding tot zijn vrouw, en zijn onverbiddelijke verplichtingen tegenover haar.

Bovendien, — nauwelijks had hij het Lagerhuis met zijn gejoel en gegons achter zich, — alles aan hem klopte nog door de opwinding der stemming — of hij hoorde een fluisterend: „Dit is het einde! Gij hebt uw „momentquot; gehad, — ga thans weg van het tooneel, voor dat een uwer-onwaardige anticlimax alles komt bederven. Ga. Breek uw leven door midden. Wacht niet tot men u wegstuurt, u van zich schudt; neem haar dankbaarheid met u mede, en ora1''

ocr page 188

178

Ach! maar nu nog niet — nog niet! Hij zette zich voor het schrijftafeltje zijner vrouw en begroef het gelaat in de handen; zijn hart brandde van verlangen. Een dag ... dan zou hij zich neerleggen bij zijn lot, en zijn best doen voor zich zoowel als Letty een nieuw leven te beginnen.

Zou het hartelijk zijn op eens uit haar oog te verdwijnen, het geschenk te werpen in haren schoot zonder iets te zeggen ? O, maar dat kon hij niet! Wat hij gedaan had moest zijn belooning hebben. Slechts één half uurtje bij haar, van aangezicht tot aangezicht! Dan de deur gesloten en ... vaarwel! Waarvoor zou hij vreezen ? Hij kon zich beheerschen. Maar na al deze weken , na hun gesprek den vorigen avond, weg te gaan zonder een enkel woord, zou onbeleefd zijn — onheusch zelfs — bijna zou het een bekentenis wezen van het hoe en waarom hij zoo

gehandeld had.

Hij had een boek van haar, dat hij gezegd had zeil terug te zullen brengen. Het was een kostbaar boek, waarin zij een en ander opgeteekend had uit het leven van arme menschen die zij had gekend. Zij leende het niet aan iedereen , en had hem op het hart gedrukt er goed op te passen.

Hij haalde het uit zijn zak, bekeek het, en borg het voorzichtig weer weg. Over een paar uur zou dit boekje zijn Sesam wezen en hem in haar tegenwoordigheid brengen. Vergetend alle zelfverwijt, liep hij in den geest reeds op dit laatste oogenblik vooruit. Voorzeker — er zijn groote aandoeningen, waar wet noch regel op toepasselijk zijn, die zelf wet worden. Op zooveel maak ik aanspraak! De stem van den wil klonk helder en gebiedend.

Toen nam hij pen en papier, en begon te schrijven.

Eenigen tijd was hij verdiept in zijn werk, hij deed

ocr page 189

179

zijn best zich goed uit te drukken. Het was een brief aan zijn kiezers; het scheen wel alsof hij in zijn slaap er over gedacht had, zoo gemakkelijk vloeiden hem de volzinnen uit de pen.

Zonder twijfel zouden er een paar dagen allerlei leelijke praatjes van het Harding Watton-genre om haar naam sissen en vlammen. Enfin, hij deed beter met zijn brief te schrijven zoo goed als hij kon en hem zou gauw mogelijk naar de courant te sturen! Hij was er ruim anderhalf uur meê bezig, en toen hij hem overlas, was het geschrevene in zijn oog de beste politieke verklaring die hij ooit gegeven had. Zonder twijfel zou Fontenoy nog woedender worden. Maar Fontenoy's toon en houding in het Lagerhuis hadden hem genoeg gezegd waar 't op stond. De breuk tusschen hen was volkomen.

Eindelijk vouwde hij de beschreven vellen papier ineen. Hij zuchtte. Wat een onnoodige drukte! Zou iets hem ooit het oude zelfvertrouwen teruggeven, den frisschen moed waarmede hij zitting genomen had ? Maar het moest gedaan worden, en hij had nu gezegd waar 't op stond. Bovendien had die inspanning van de hersens gewerkt als een geneesmiddel; hij was niet langer zenuwachtig. Wederom stond hij bij het raam naar buiten te kijken, naar een snel tot-het-leven-terugkeerend Londen. Maar hij fronste de wenkbrauwen ; zijn gedachten waren elders. Hij doorleefde reeds wat de volgende uren hem brengen zouden.

Even over achten ontwaakte Letty uit een onrusti-gen slaap door het dichtslaan van een deur, Zij schelde driftig en Grier verscheen.

„Wie ging daar het huis uit?quot;

„Sir George, mylady. Sir George heeft de bood-

ocr page 190

t8o

schap achtergelaten, dat hij zelf naar 't kantoor van de Pall Mall een pakje is gaan brengen. Het moest er vroeg wezen. Sir George zou in zijn club ontbijten.quot;

Letty zat overeind in bed, terwijl zij door de kamenier de gordijnen liet optrekken en zeide wat zij haar moest brengen. De kamenier sloeg een nieuwsgierigen blik eerst op het bleeke gezicht van haar mevrouw, toen naar de schrijftafel, die zij voorbij moest om de gordijnen op te halen. Deze lag vol met allerhande schrijfgerei; een paar verscheurde velletjes waren naar de papiermand verhuisd, en een verzegelde briet lag, met het adres naar onderen, op een blotter. Maar Letty moedigde haar niet aan om te praten. Zelfs werd zij de kamer uitgestuurd; mevrouw zou zich alleen kleeden.

Een half uur later sloop Letty met hoed op, een cape om, de kamer uit. Zij gluurde over de leuning van de trap in de vestibule. Er was niemand te zien; zij sloop naar beneden, deed de voordeur open, en liet ze zacht in het slot vallen. Vijf minuten later draaide de huissleutel andermaal het slot om en Letty verscheen weer. Zij liep vlug naar haar kamer, als een geest zoo bleek en telkens angstig om zich heen kijkend.

„Is Lady Maxwell thuis?quot;

De knecht keek den spreker met een vragenden blik aan en zei:

„Sir George Tressady, meen ik? Wil u zoo goed zijn een oogenblikje te wachten. Ik zal u even aandienen. Mylady ontvangt gewoonlijk 's morgens geen bezoek.quot;

„Zeg aan mylady, dat ik haar iets terug kom brengen.quot;

De knecht verdween, en verscheen een oogenblikje

ocr page 191

i8i

later weer boven aan de trap, waar hij den bezoeker een wenk gaf dat hij gewacht worden kon.

George liep de trap op.

De lakei ging hem voor in een zaal en trok achterin het vertrek een portière open. Was het weer Februari? Een geur van narcissen en hyacinthen kwam hem tegemoet.

Hij hoorde een zacht geritsel, en een ranke gestalte trad met vluggen tred op hem toe.

„Sir George! Hoe vriendelijk van u hierheen te komen! Hoe jammer dat Maxwell niet thuis is! Het zou hem zooveel genoegen gedaan hebben u te spreken. Maar er kwam van ochtend aan 't ontbijt een briefje van Lord Ardagh, en nu is hij zooeven naar Downing Street gegaan. Hallin, schuif die legkaart wat op zij en laat Sir George eens door. Mag ik u verzoeken hier plaats te nemen ?quot;

Hallin was bij het zien van Sir George dadelijk overeind gesprongen om zijn vriend een handje te geven , en gaf nu een fermen schop tegen de legkaart.

„Owee, wat een rommel maak je!quot; lachte zijn moeder, met een verschrikt gezicht. „Probeer nu eens, vent, of je dat weer in orde kunt maken, — netjes, zoo als Sir George het gisteren avond met je vaders wet gedaan heeft.quot;

Zij keerde zich tot hem ; er lag een vreemde sluier over de zachte oogen. George bemerkte terstond dat zij niet op haar gemak was — zelfs in haar begroeting was iets verlegens geweest.

Zij begonnen over het debat. Zij vroeg naar allerlei bijzonderheden van Fontenoy's nederlaag. Zij bespraken de houding van dezen of dien, of vergeleken de bijzonderheden van deze stemming met die van de vorige.

Maar steeds had Tressady het gevoel, dat de per

ocr page 192

i82

soon die op zijn stoel zat te praten over de politiek een soort van automaat was, waarmeê de werkelijke George Tressady niets te maken had. De automaat droeg een grijs zomerpak, en praatte zeer verstandig, al wou het gesprek niet vlotten. De werkelijke Tressady zat er lijdelijk bij en lette op alles wat er gebeurde. „Wat ziet zij bleek! Zij is niets bijzonder gelukkig — noch triumfantelijk. Hoe vermijdt ze alle persoonlijke onderwerpen! — niets zegt ze, of bijna niets, — over hetgeen ik gedaan heb. Ja, wel spreekt ze met lof over mijn speech, maar er is geen animo, geen bezieling in haar toon.— Hm, ik begrijp het! zij vindt het niet plezierig zooveel verplichting aan mij te hebben. Zij is niet als anders . . . Heeft misschien Maxwell ? . . . of akelig gebabbel ? ...

Intusschen ontging het Marcella niet dat haar bezoeker steeds meer onrustig en minder spraakzaam werd. Zij zat daar bij hem, met Hallin op een laag stoeltje naast zich, het mooie hoofd rechtop, de oogen wel vriendelijk, maar meest voor zich ziende. Niets zoo eenvoudig als haar grijze japon , haar ongedwongenheid. Toch was het hem als was hij nooit zoo onder den indruk geweest van haar deftigheid: een moreele deftigheid, wonderbaar fijn en teer, uitgaand niet alleen van gelaat en bewegingen, maar zelfs van haar omgeving — van de kamer, waarin haar liefste schilderijen waren, haar particuliere boeken , de groote bouquetten wilde bloemen en grassen waarmee ze altijd zelve een donkeren hoek oplichtte. Nu en dan kon hij niet laten een blik door de kamer te slaan. Hij had zich hier immer gevoeld in een atmosfeer van reinheid, van heiligheid, als in een tempel, en nimmer zou hij er meer komen ! Zijn hart klopte heviger. Het vreemde, dubbele gevoel week.

Op eens scheen Hallin genoeg te hebben van zijn

ocr page 193

183

speelgoed en liep hij weg om zijn lessen te leeren. Zijn moeder keek hem na. Nauwelijks had de deur zich achter hem gesloten of Tressady boog zich tot haar over en zei:

„U hebt gezien... ik heb er over nagedacht!quot; „Ja, zeker!quot; zei ze, „en niet zonder resultaat.quot; Haar stem klonk onvast, was niet monter. Iets in haar aarzelende houding, in haar kort, onvolledig antwoord, verontrustte hem , deed hem zeer. Wat was er toch? Had ze een grief tegen hem? Had hij zijn rol zoo gespeeld dat zij ontevreden op hem was ? Hij ging alles in zijn herinnering na; zijn zelfbeheersching, waar hij zoo op vertrouwd had, begon hem te begeven.

„'tWas een heel ongewoon eind van de zitting, vond u niet?quot; zei hij, haar aanziende, „Zoo hadden wij het ons niet voorgesteld, toen wij de eerste maal samen spraken. Wat is het toch een wonderlijk spel! Enfin, toen mijn beurt kwam, heb ik me geweerd — zij het kort. Ik kan niet zeggen dat het me spijten zal als ik de kaarten neerleg, 'k Had ze nooit op moeten nemen!quot;

Zij keerde zich eensklaps tot hem en riep ontsteld: „U denkt er toch niet aan uw mandaat neer te leggen?... O, waarom zou u dat doen?!...quot;

„O, zeker! — dat staat bij mij vastwas het bedaarde antwoord. „En niet sedert gisteren. Ik deug niet voor 't Parlement; ik ben er van geen nut. 't Eenige nut dat ik er van gehad heb, is dat ik nu

weet dat.... enfin!____dat ik geen partij heb, en

geen overtuiging, 't Is jammer dat ik ooit in Londen ben gekomen. Ik moet er vandaan, ik moet hier niet blijven, zal niet... zal niet mijn huiselijk leven schipbreuk lijden. Zoover ik mij op het oogenblik bewust ben heeft het leven hier mij slechts éen vreugde, een geluk gebracht — namelijk, u te hebben leeren kennen!quot;

ocr page 194

184

Hij werd zeer bleek. De hand die op haar schoot lag begon plotseling te beven. Zij maakte er onmiddellijk een eind aan door een paar bloemen te verschikken in een bouquet die dicht bij haar stond. Daarna wendde ze zich tot hem, en zei zacht:

„Ik heb aan uw vriendschap veel te danken. Mijn hart — geloof dit — is vol dankbaarheid jegens u. Toen ik van nacht wakker lag, dacht ik aanhoudend aan de duizenden en duizenden die door die rede van u geholpen zouden worden — hoeveel menschen-levens daarvan afhangen.quot;

.„Aan die menschen heb ik nooit een oogenblik gedacht!quot; viel hij eensklaps hier op in.

Zij schrikte. Haar tegenwoordigheid van geest scheen haar een oogenblik te begeven. Hij maakte er terstond gebruik van en herhaalde:

„Neen, daar heb ik geen oogenblik aan gedacht! of althans . . . indien ze mij al even door 't hoofd gegaan zijn, dan wogen ze niet op tegen een ander motief. Wat de zaak zelve betreft: gisteren eerst ben ik geheel tot uwe inzichten bekeerd — ben ik eenvoudig gaan denken dat wat u wenschte goed was. Een macht, waar ik niet langer tegen op kon, dreef mij aan u te helpen uw doel te bereiken. Ziedaar het geheim van het gebeurde gisteren avond. Het overige was enkel middel tot een doel.quot;

Maar hier zweeg hij. Hij zag dat zij beefde , dat de tranen haar in de oogen stonden.

„Ik ben er bang voor geweest. . lispte ze, haar best doende kalm te blijven. „Al die dagen bezwaarde mij het gevoel... de angst dat ik . . . mijn eigen wenschen te veel op den voorgrond had gesteld.quot; — Zij kon haast niet spreken; 't scheen alsof ze de juiste woorden niet vinden kon. — „En ik heb mij de gevolgen voor u voorgesteld; ik heb gevoeld dat ik een groot

ocr page 195

I85

kwaad had gedaan met... — wanneer het niet een zaak van overtuiging was — zooveel van een vriend te eischen. Van morgen was alles... de behaalde overwinning, de . . . de vreugde dat al ons hard werken niet voor niets was geweest... voor mij bedorven.quot;

Hij zag haar een oogenblik ernstig aan, iedere trek van haar gelaat werd als gegrift in zijn geheugen. Toen hernam hij bedaard:

„Neen, zoo moet het niet zijn! Ik heb mijn moment gehad. Het valt niet iedereen te beurt het gevoel te hebben dat ik gisteren avond één uur gekend heb. Ik had u weken lang in onrust, in spanning gezien. Daar kon ik een eind aan maken ; ik kon u helpen, ik kon u plezier doen . . . dit meende ik ten minste . . — hij richtte zich overeind, een ietwat sarcastisch glimlachje speelde om zijne lippen. — „Soms had ik een vermoeden dat u .. . uit vriendelijkheid voor mij misschien... er spijt van zoudt hebben, later; maar ik zei tegen mijzelf: dat zal overgaan, en het feit zal blijven. Zij heeft dat feit verlangd. Zij zal het hebben. En als het blijkt dat zij het bij het rechte eind gehad heeft — waarom niet ? — zij heeft brave mannen en heldere hoofden om zich heen — dan zal, wait gebeurd is, haar jaren en jaren een vreugde, een voldoening zijn. Wat mij aangaat — ik zal openlijk erkend, vergolden hebben...quot;

Hij aarzelde . . . zweeg . .. zag haar aan. De schrik sloeg haar om het hart; haar mond opende zich; zij hief de hand op, en viel hem in de rede met een smeekend:

„O! dat niet! Spreek zoo niet!. ..quot;

Houding, stem, waren als van een kind dat voor straf terugdeinst.

Hij trachtte zich te beheerschen, trachtte door den chaos van gevoel heen te breken, en vroeg einde-

ocr page 196

186

lijk -- een flauw glimlachje speelde om zijn lippen - :

„Wilt u mij niet even aanhooren? Ik zal u nooit

meer lastig vallen.quot;

Antwoord geven kon zij niet. Een ondragelijk gevoel van dankbaarheid en smart weerhield haar, en hij ging langzaam voort met spreken, de oogen gevestigd op haar ontsteld gelaat.

„Ik geloof dat menschen, die, zooals ik , in een atmosfeer van proza en alledaagschheid opgegroeid zijn, op allerlei manieren veranderen. De kunst en de godsdienst — beide hebben, geloof ik, invloed op een mensch, breiden zijn gezichtskring uit. Ik weet het niet. Ik ben geen artiest, en de godsdienst spreekt tot mij van dingen waar ik niet bij kan. Voor mij zijn door u te leeren kennen de muren weggevallen, de vensters geopend. Altijd was ik gewoon — het sprak als het ware van zelf— min over de menschen te denken , minder nobele dingen van ze te verwachten; vooral van de vrouwen. De eenigen waar ik sympathie voor had, waren mannen van de daad: soldaten, ambtenaars, en het scheen mij dikwijls toe dat de vrouwen ook hèn belemmerden en het leven moeielijk maakten. Ik zei tegen mijzelf, dat een man zorgen moest de vrouwen niet te veel invloed te laten hebben op zijn leven. En het idee dat vrouwen zich bemoeiden met de politiek, met sociale vraagstukken, amuseerde mij half en stond mij half tegen. Terzelfdertijd was ik het eens met Fontenoy, die al het gewone philantropische gemaal over de armen niet kon uitstaan. Dit scheen mij geheel de verkeerde weg; ik had een indruk dat het grootendeels aanstellerij was van de menschen die 't er zoo druk over hadden. Toen leerde ik u kennen... En, ten slotte, bleek het mij dat een vrouw kon praten over algemeene toestanden en toch wddr zijn ; het echt

ocr page 197

I87

menschelijke, het vrouwelijke bleef, het waas ging niet verloren! Het was, natuurlijk, heel gemakkelijk te zeggen dat u een persoonlijk motief hadt; — anderen beweerden dit, en ik was graarne met hen meegegaan. Maar van den beginne heb ik gevoeld dat het niet zoo was. Al de vrouwen ...quot; — hij bedacht zich — „de meeste vrouwen die ik gekend heb, deden alles uit kleingeestig eigenbelang. Zij konden heel mooi praten, maar er stak èf eigenbelang öf hebzucht achter. Iets van dien aard verwachtte ik dus ook bij u te vinden. Maar in plaats daarvan kwam ik — eensklaps — tot de ontdekking, dat ik bang was iets te zeggen wat u zou mishagen of kwetsen — waardoor u niet langer vriendschappelijk met mij zoudt willen omgaan. Ik wenschte vurig dat u mij tot inzicht brengen zoudt, — en dan weer, als wij over iets gepraat hadden, verwenschte ik mijzelf om dit poseeren en omdat ik niet volkomen waar was geweest. Het was mij zoo vreemd niet met minachting af te keuren.quot;

Marcella ontwaakte uit haar roerloosheid — keek hem verbaasd aan. Maar hem daar zoo te zien — een man, wien het zweet op het voorhoofd parelde, die zich geweld aandeed om de waarheid te vertellen, niets dan de waarheid omtrent zichzelven en zijn moeielijken toestand — deed haar zwijgen. Wederom zette ze zich tot luisteren, even bleek als hij, aanvaardend wat het lot haar beschoren had.

„En sedert dien dag,quot; ging hij voort, de hand boven de oogen houdend, „toen u met mij naar huis wandelde, langs de rivier, heeft het zijn met u , het zien van u, het denken over u, een nieuwen mensch in mij doen opstaan, die strijd voert met, die zich verzet tegen den ouden. Die hemelsche, heerlijke gaven, waar sommigen den mond vol van hebben, beston-

ocr page 198

i88

den dus, waren dus waar! Ze waren waar, omdat u bestond .. . omdat ik een blik had mogen slaan in uw hart, in uw karakter.. . omdat het mij klaar was geworden wat er van een man worden kon... als hij het recht had ,..quot;

Eensklaps zweeg hij, en begroef het gelaat in de handen, prevelend eenige onverstaanbare woorden. Marcella stond haastig op, wendde het hoofd af om niets meer te hooren. Het was haar als zou ze stikken in haar tranen. Eens of tweemaal begon zij te spreken, en bestierven haar de woorden op de lippen. Eindelijk fluisterde ze, zich weer naar hem toekeerend :

„Ik heb zeer verkeerd gedaan. . .. zeer verkeerd Ik heb al dien tijd gedacht aan wat ik, persoonlijk, wenschte — aan persoonlijke overwinning.quot;

Hij schudde protesteerend het hoofd. Zij wist haast niet hoe voort te gaan. Maar eensklaps kwam het woord der natuur, der waarheid, haar te hulp, ofschoon beiden schrikten toen zij het uitsprak.

Zij stak de hand uit, raakte hem even aan en zei, beschroomd:

„Sir George . . . Mag ik eens zeggen aan wie ik op het oogenblik denk? Niet aan u... ook niet aan mij .. . aan heel iemand anders!quot;

Hij zag haar aan, en vroeg — bijna klonk zijn stem weer gewoon:

„Aan mijne vrouw?quot;

Zij knikte toestemmend; zij had moeite met zichzelf. Hij stond op, liep naar het open raam, bleef er een paar seconden en keerde toen tot haar te rug, zeggend, met een blik als van iemand die hulp zoekt;

„Dat moet ik alles weer van voren af aan beginnen en overdenken. Ik ben even ondoordacht te

ocr page 199

189

werk gegaan bij het sluiten van mijn huwelijk als in andere dingen. Ik moet mijn best doen dat te verbeteren.quot;

't Was Marcella alsof er een gordijn voor haar werd weggeschoven, waardoor haar een geheel nieuwe wereld geopend werd. Wat zou zij zelve de vrouw gehaat hebben — wat zou zij vuur en vlam zijn geweest tegen degeen die Maxwell in eene ideale wereld inwijdde! Zij dacht aan het zelfgenoegzame jonge vrouwtje in haar wit satijnen bruidsjapon, dat op Luton naast haar zat op de canapé — o, wat had ze nu een zelfverwijt! Zij bedwong hare tranen, liep weer terug, de kamer door, naar Tressady, en begon , de hand op een klein tafeltje steunend, het hoofd ietwat gebogfen;

O O

„Ik weet niet hoe mij uit te drukken ... Ik ben heel zelfzuchtig geweest, — heel verblind. Maar — kan het niet het begin zijn — van iets . . . iets . . . heel anders ? Ik heb alleen gedacht aan Maxwell .. of aan mijzelf. Maar ik had moeten denken aan u, — aan mijn vriend. Ik had moeten begrijpen. . . maar o! hoe kon ik dat!quot; Zij zweeg, worstelend met die ontzettende moeilijkheid om, tegelijk met al wat ze zou willen zeggen , iets te zeggen dat goed was — en misschien goeddoen zou. Doch eer hij haar het woord kon ontnemen, ging zij voort: „Hetverkeerde was dat ik aanhoudend handelde . . , alléén . . , alsof het enkel u en mij, en Maxwell's werk betrof. Als ik u meer met hem samen had gebracht. ., als ik had bedacht. . .quot;

Wederom zweeg ze, ten einde raad. Ach, ze begreep het nog altijd zelve niet wat haar gebeurd was — hoe het haar had kunnen gebeuren — haar, wier leven, ziel, lichaam wier diepste wezen Maxwell toebehoorde, zijn schat was, zijn kostbaar kleinood

ocr page 200

igo

Met een droef glimlachje zag Tressady haar aan, terwijl hij met trillende lippen, fluisterend zei:

„Juist die onbewustheid van wat u is, en hebt, was zoo heerlijk! . .

Thans kwam de aangeboren waardigheid weer boven, haar nobele trots als Maxwell's vrouw. Zij stond recht overeind; kalmte en zelfbeheersching keerden terug. Zij behoorde zichzelve niet dat zij zich zoo mocht vernederen.

Na een oogenblik van stilte, hernam ze , met zachte, vriendelijke stem:

„Wij moeten nooit weer dergelijke gesprekken hebben. Wij moeten elkaar trachten te verstaan — het ware, het beste in elkanders leven. — O, bewaar mij toch, Sir George! voor een oneindig zelfverwijt! —- bederf niet uw eigen toekomst en die van uw vrouw ! — leg uw mandaat niet neer! U hebt groote, groote gaven! Al wat nu gebeurd is zullen wij als een kortstondig misverstand leeren beschouwen — langzamerhand — u en ik. Wij zullen leeren — ware vrienden te worden — u en ik — niet waar?quot;

Zij zag hem smeekend aan.

Maar hij kreeg een kleur, schudde het hoofd en zei heesch:

„Neen . . ., ik moet niet meer in uw wereld komen ... ik moet heengaan.quot;

Wederom bestormde haar een gevoel van nameloos wee. Zij keerde zich van hem en zag de kamer door, de oogen vol tranen, als zocht zij een hulp die niet kwam.

Tressady liep terug naar den stoel waarop hij gezeten had, en nam zijn hoed en handschoenen om heen te gaan.

Op eens zag hij haar stille droefheid, sloeg met de glacé handschoenen tegen zijn hand en riep:

ocr page 201

igi

„O, hoe laf van mij dat ik naar u toe gekomen ben ! Ik zei tegen mijzelf — huichelaar die ik ben! — dat ik sterk gfenoee was om te komen en te o^aan —

ö O

zonder een woord te spreken O, mijn Godi... had ik het slechts gedaan ! .— de heesche stem werd een kreet vol zielesmart — „ik had ten minste de vreugde meegenomen . .

Hij kon zich nauwelijks beheerschen.

Na eenige oogenblikken klonk het weer, zacht: „'t Was krankzinnig egoïsme! Ik moet krankzinnig geweest zijn, of ik had niet hierheen kunnen gaan om u verdriet te doen! Een demon dreef mij naar u toe. Vergeef mij! Vergeef!... Vaarwel! Ik zal u mijn leven lang dankbaar blijven. Maar .. .vergeet mij .. noem mijn naam nimmermeer!...quot;

Zij voelde dat hij haar hand greep. Hij bukte zich, drukte een hartstochtelijken kus op haar vingers, haar japon. Zij stond eensklaps op: maar de deur had zich reeds achter hem gesloten voor zij een woord uiten of den snik bedwingen kon die haar benauwde.

Zij viel in een stoel, zacht schreiend van wroeging en berouw.

Eenige minuten gingen voorbij. Buiten klonk een stap. Zij vloog overeind en luisterde, als wilde ze vluchten naar het raam en zich achter de gordijnen verstoppen. Dan weer stroomde het bloed haar naar de wangen. Zij wachtte. Maxwell kwam binnen. Ook hij scheen zenuwachtig; hij was ongewoon, en borg terwijl hij in de kamer kwam met een driftig gebaar een brief in zijn zak. Maar toen zijn oog viel op zijn vrouw, schrikte hij van zichzelven. Hij ijlde haar tegemoet, en zij liet het hoofd rusten aan zijne borst, zacht snikkend:

„George Tressady is hier geweest. Ik geloof dat ik groot kwaad gedaan heb jegens hem ... en zijn

ocr page 202

Ï92

vrouw. Ik ben niet geschikt om je te helpen, Aldous! Ik doe zulke overijlde, dwaze, domme dingen ... en alles wat men gewenscht en waarnaar men gestreefd heeft, lost zich op in niets dan zelfzucht en droefheid. Wien zal ik nu weer ongelukkig maken? Jou misschien ... jou !!...quot;

En buiten zichzelve van wanhoop, sloeg ze beide armen om zijn hals.

Eenige minuten later zaten man en vrouw samen te overleggen , d. w. z. Marcella zat in een gemakke-lijken fauteuil en Maxwell stond naast haar. Marcella schreide niet langer; maar Maxwell had haar nooit zoo verslagen gezien; hij schaamde zich half dat hij zelf boos en ontstemd was over die zaak.

Zonder twijfel was, hetgeen hij vaag voorzien had dien avond toen zij van de Mile End meeting thuis kwam, gebeurd. Deze jonge man, die niet gelukkig getrouwd was en waar veel in zat, was verliefd op haar geworden, en Maxwell had zijn politieke redding te danken aan de bekoring die uitging van zijne vrouw.

Hoe meer hij haar liefhad, des te meer hinderde hem het gebeurde. Dat een verstandig mensch ook maar een zweempje aanleiding zou hebben om haar te beschouwen als een politieke coquette, die haar schoonheid gebruikte om haar doel te bereiken, was in zijn oog heiligschennis en deed hem in stilte de vuisten ballen van woede. Desniettemin voelde hij wel — en dit deed hem des te meer in stilte opstuiven — hoe juist hun ideale verhouding, die de band tusschen hen onverbreekbaar sterk deed zijn , haar als vrouw benadeelde tegenover de buitenwereld. Het bewaarde haar voor heteeen som-mige vrouwen als bij intuïtie voelen tegenover de mannen om haar heen. Het hart had geen behoeften

ocr page 203

193

en kende dus geen vrees. Zij gaf zich gelijk zij was, ongekunsteld, geheel zichzelve. Wanneer een man haar aantrok, een gunstigen indruk op haar maakte , uitte ze zich, zoo ze hem nader leerde kennen, met de vrijmoedigheid, de lieftalligheid van een onbevangen kind dat een rein, onbedorven hart in zich omdraagt. De gedachte dat zulk een man op een andere manier voor haar zou kunnen gevoelen dan zij voor hare vrienden voelde, ware in haar oog dwaze ijdelheid geweest. Dergelijke mogelijkheden kwamen nimmer in haar op; zij zou — had men in dien geest tot haar gesproken — het met minachting, lachend hebben weggeredeneerd. Ze had het véél te druk voor zulke dwaasheden, èn was véél te gelukkig! Hoe zou iemand het in zijn hoofd krijgen verliefd te worden op de vrouw van Aldous! Waarom?... Al vroeg men alleen maar dit!

Toch begreep Maxwell, toen hij daar naast haar stond met het bewustzijn van dien brief in zijn jaszak, dat, hoe weinig het onderwerp hem aantrok, neen, — hoezeer het hem tegenstond! — hij zijn best moest doen haar in te wijden in de wereld zooals zij is.

Want het betrof niet enkel een geestelijk drama, waarin slechts enkele zielen, alle even wei-gezind en het goede bedoelend, betrokken waren. Dit reeds ware, in Maxwell's oogen, onaangenaam en tragisch genoeg geweest. Maar hier was die scherp-oordeelende, spijtige Londensche wereld, altijd begeerig uitziende naar een prooi; — daar waren die akelige couranten! . . .

Het had niet ontbroken aan kleine voorteekenen en waarschuwende stemmen. Heel den loop der debatten van den vorigen dag, het uur van Tressady's speech , toen Maxwell boven, in de Speaker s Gallery zat te luisteren, was voor hem — voor haar eveneens ! — bedorven door een steeds toenemend gfevoel

ocr page 204

194

van onrust, van tegenzin in den triomf welke aan hunne voeten werd neergelegd. Zij had zich van de Ladies Gallery bij hem gevoegd, bleek en zenuwachtig, bevreesd bijna voor den druk van zijn hand.

„Wat zal er gebeuren? Heeft hij zich in het Parlement onmogelijk gemaakt?quot; had zij haar man gevraagd, toen zij een oogenblik alleen waren in de kamer van den Home Secretary. Hij begreep natuurlijk dat zij Tressady bedoelde. Wegens den stroom van menschen die hen eensklaps overstelpte, had hij geen tijd gehad haar te antwoorden, maar hij twijfelde niet of ook zij had wel iets vreemds gehoord in den toon der felicitaties die tot hen kwamen in de volle corridors en lobbies. En bij het verlaten van het gebouw, op de breede trappen van den „St. Stephen's Ingangquot;, had een oud heer met witte haren, een vriend en partijgenoot nog van zijn vader, den zegevierenden minister op den schouder geklopt, en lachend in het oor gefluisterd: „Nu nu, Aldous, zoo'n mooie vrouw te hebben is nog eens 'n felicitatie waard ! Ik hoor, je hebt alles aan haar te danken; ze heeft den jongen Tressady den weg gewezen, gezegd wat hij doen moest, al Fontenoy's plannen in duigen doen vallen; — ja, zelfs de partij uit elkaar doen spatten, 't Is prachtig, hoor!quot; En de oude heer keek met halfspotach-tigen, half bewonderenden blik naar de gestalte van Lady Maxwell, die op het punt stond in haar rijtuig te stappen.

„Ik geloof eer dat de partij zichzelf ontbonden heeftklonk het korte antwoord van Maxwell, waarmee hij zich van den vervelenden ouden heer afmaakte. Maar toen hij uit het open raampje van zijn rijtuig nog een blik sloeg naar de volte in de deur en op de gezichten die hen volgden, bracht de gedachte

ocr page 205

195

aan wat er onder die verschillende groepjes misschien verhandeld werd, zijn bloed aan het koken.

Intusschen zat zij naast hem, zonder het zelve te weten statiger, meer zelfbewust dan ooit, maar ongewoon stil, — tot eindelijk, dicht bij Trafalgar Square, hare hand de zijne zocht en ze, aarzelend bijna, vroeg:

„Je bent er toch blij om, Aldous?quot;

„Zeker,quot; zeide hij, diep ademhalend, terwijl hij hare hand drukte. „Ik g-eloof dat niets ooit gebeurt zooals men 'tverwacht heeft! Vreemd, als men aan dien zondag denkt!....quot;

Zij antwoordde hier niet op, en sedert werd Tres-sady's naam ternauwernood genoemd. Zij hadden een ieders speech besproken behalve de zijne — zelfs toen de ochtendbladen kwamen, vol van de verbazing en opgewondenheid onder het publiek. De gedachte die Marcella aanhoudend vervulde was: „Aldous denkt dat ik een persoonlijken dienst gevraagd heb. — Is dit zoo?quot; En dan ging ze angstig in hare herinnering het gesprek met Tressady na. Had ze inderdaad haar invloed doen gelden ? —- had ze gebruik gemaakt van zijn jeugd en weinige parlementaire ervaring ? In de uren van den nacht die op de stemming volgden, was die vraag alleen reeds marteling genoeg voor een hart even fier als fijngevoelig.

En nu dit bezoek! ... die ongeloofelijke verklaring .. . dit hunkeren naar belooning! Maxwell werd verontwaardigd en boos. Uit ridderlijkheid, voor zijn fatsoen, vond hij, moest een man zich schamen zoo iets te doen. Intusschen overlegde hij met zichzelf wat met dien brief in zijn zak aan te vangen, — met dien schandelijken, vuilen brief!

ocr page 206

Maar Marcella had nog meer te zeggen! Zij greep zich krachtig aan, zag haar man in de oogen, legde de hand op zijn arm en fluisterde:

„Aldous! . . . Er is één oogenblik geweest... in Mile End . . . dat ik gespeculeerd heb op zijn medelijden ... zijn vriendschap. Op een Donderdagavond kwam hij in Mile End Road. Dat heb ik je verteld. Ik zag dat hij zich ongelukkig voelde, dat hij ongelukkig was in zijn huwelijk. Hij had behoefte aan sympathie. Ik gaf ze hem. Toen ried ik hem zich krachtig aan te grijpen om de publieke zaak te dienen — om na te denken over de stem die hij zou uitbrengen. O! Ik weet het niet meer! .. . ik weet het niet...quot; viel ze zichzelve in de rede, diep verslagen het hoofd schuddend — „ik geloof wel dat ik op zijn gevoel werkte ... ik voelde dat hij sympathie voor mij had, dat ik macht over hem kreeg — het was een beetje omkoopen . . .quot;

Zij sloeg de oogen neer onder zijn blik.

„Ik geloof dat je jezelf verkeerd beoordeelt, lieveling,quot; zei hij, wel wat ontstemd. „Natuurlijk, als een man vriendelijkheid die men hem bewijst, verkeerd wil uitleggen ...quot;

„Neen!quot; viel ze hem in de rede. „Ik wist het. Het was toen heel anders dan vroegere keeren. Ik herinner mij nu dat ik later niets tevreden was over mijzelf. Ik heb mijn best gedaan invloed op hem te krijgen ... als vrouw. Ziedaar! — zoo is 't geweest.

Hij kon de oogen niet van haar afhouden, van de mengeling van trots, deemoed, hartstocht, die hem van onder de donkere wimpers tegenstraalden.

Langzaam zei hij;

„En als je dit gedaan hebt, geloof je dat z/è boos op je kan zijn ?quot;

Hij zag wel dat zij haar hart aan een gerechte-

ocr page 207

T97

lijk onderzoek onderwierp en tot hem opzag als haar rechter. Hoe zou het hem mogelijk zijn een oordeel uit te spreken ? — èls er van oordeelen sprake wezen kon. Hij aanbad haar.

Een oogenblik gaf zij geen antwoord. Zij sloeg de handen om hare knieën ineen en hernam, luid denkend:

„Van het begin af, herinner ik mij, beschouwde ik hem als iemand voor wien alles nieuw was, — iemand op wien men wellicht invloed zou kunnen uitoefenen , op wien men het doen moest. En toen . . wederom sloeg ze de oogen naar hem op, half bevreesd, „toen kwam, geloof ik, mijn antipathie tegen Lord Fontenoy er bij. Er was iets prikkelends in, hem een van zijn steunpilaren afhandig te maken ! Bovendien , na het kasteel Luton, had George Tressady zoo iets aantrekkelijks! Jij kent hem niet, Aldous, maar wezenlijk, het was prettig met hem te praten; 't was een voortdurende strijd ; telkens kreeg men lust hem weer op te vatten, 't was altijd pikant. Toen het meer en meer ernst werd, deed ik mijn best niet aan hem te denken als lid van 't Parlement; — menigmaal heb ik me weerhouden dingen te zeggen die hem hadden kunnen overhalen . . .

„En toch .. . natuurlijk . . .quot; het edele gelaat kreeg een ongewoon harde uitdrukking, „voelde ik al dien tijd dat hij meer en meer aan mij begon te denken — op mijn oordeel afging. In het eerst had hij iets tegen me, — later was 't alsof hij me liever niet wilde ontmoeten, — toen werd ik me bewust van verandering. Nü weet ik wel dat ik aldoor aan hem gedacht heb op ééne manier . . . met betrekking tot wat ik wilde, — hetzij ik hem trachtte te overreden, ja dan neen. En al dien tijd . .

Een donkere wolk deed den rimpel verdwijnen. Zij

ocr page 208

T9^

leunde het hoofd tegen haar man aan en fluisterde, met een stem vol tranen:

„Aldous!... Wat moet zijn vrouw wel van mij gedacht hebben? Ik heb na ons logeeren op 't kasteel in 't geheel geen notitie meer van haar genomen, — ik vond haar zoo ordinair-, zoo erg onbeduidend!... Maar dit is zeker: als zij ongelukkig zijn is het niet mijn schuld; er was reden genoeg . .

Haar stem klonk o zoo treurig! Er lag een berouw in als alleen zulk een vrouw heeft over zulk een oorzaak. Maxwell legde teeder de hand op haar hoofd. Allerlei gewaarwordingen waren beurtelings op zijn gezicht te lezen, tot eensklaps een vast besluit de overhand scheen te krijgen, en hij uitbarstte :

„Lieveling... 'tis geloof ik beter datje 'tweet; ik heb een brief van haar!quot;

Marcella was in een oogenblik van haar stoel. Gelaat en hals werden vuurrood, de neusvleugels trilden.

Zij zag hem vragend aan met een:

„Mag ik... mag ik hem lezen?quot;

Hij aarzelde. Toen hij dien brief voor de eerste maal las , had hij zich voorgenomen dat zij hem nooit zien zou. Maar nu haar biecht hem een licht deed opgaan voelde hij zich gedrukt door een moreelen last. Zij moest weten hoeveel macht zij had, hoe groot hare verantwoordelijkheid was! Bovendien, zij beiden die hun geweten en gezond verstand hadden om hen te leiden , moesten een weg vinden om deze netelige zaak tot een goed einde te brengen. Hij vond nu dat hij den brief niet voor haar mocht verbergen , wilden zij gemeenschappelijk handelen en elkaar wederkeerig begrijpen.

Hij gaf hem dus.

Zij las hem, de kamer op en neer loopend; van

ocr page 209

T99

tijd tot tijd ontsnapte aan hare lippen, zonder dat ze 't wist, een woord, een klank, van pijn, van protest... Met moeite weerhield hij zich om tot haar te gaan, haar in zijn armen te sluiten. — Op deze uitbarsting van gal had de arme Letty haar slape-loozen nacht doorgebracht. Iedere beschuldiging, welke een boosaardig hart kon uitdenken, de lee-lijkste uitleggingen die de jaloezie aan de eenvoudigste gebeurtenissen kon geven, elke insinuatie, die, meende zij, het zwaarst bij een man moest wegen , had Letty in dien leelijken , slecht geschreven , slecht gestileerden brief opeengehoopt, — een brief van een naaimeisje die haar „galantquot; tracht terug te winnen uit de handen eener medeminnares.

Maar elke volzin was voor Marcella een dolksteek. Toen zij hem uit had, bleef ze er mee bij de schrijftafel staan , afgetrokken door het raam turend, bleek, in gedachten verdiept. Maxwell hield de oogen niet van haar af.

Toen ze voor zichzelve tot klaarheid was gekomen, dwaalde zoekend haar blik af naar de plaats waar hij stond en zeide ze enkel:

„Ik ga er heen. Ik moet haar spreken.quot;

Maxwell dacht even na. Aarzelend klonk het eindelijk :

„Ik vrees, kind, dat ze je niet zal willen ontvangen en je zal beleedigen.quot;

„Dat moet ik doorstaan. Zóo kan en mag het einde niet zijn.quot;

Zij liep naar hem toe; hij sloeg den arm om haar heen. Zwijgend stonden zij zoo een poos bij elkaar. Toen zij eindelijk het hoofd oplichtte van zijn borst, zochten hare oogen smeekend de zijne.

„Aldous, help mij! Als wij dit kwaad niet kunnen goedmaken — jij niet en ik niet — wat zijn

ocr page 210

200

wij dan waard? — Ik zal je vertellen wat ik van plan ben . .

Er was een geritsel bij de deur. Man en vrouw

liepen uiteen daar de butler binnentrad.

„Mylord, Mrs. Allison en Lord Fontenoy zijn in

de bibliotheek. Zij wenschten uw Lordschap over een

gewichtige zaak te spreken. Ik zei dat ik meende

dat mylord belet had, maar dat ik het u zeggen ff

ZOU.

Marcella en Maxwell zagen elkander aan. Ancoats! Zeker was de catastrophe, die men zoo lang had kunnen tegenhouden, gekomen. Maxwell's onderdrukte uitroep was de zucht van den overwerkten man, die niet weet hoe hij de kracht van geest hebben zal om zich door nieuwe moeielijkheden heen te slaan. Maar de oogen zijner echtgenoote straalden plotseling van een nieuw licht. Driftig bijna keerde zij zich tot den dienaar met het bevel;

„Laat Mrs. Allison en Lord Fontenoy boven komen.quot;

NEGENTIENDE HOOFDSTUK.

De deur werd langzaam geopend en Ancoats' arme moeder kwam binnen, bleek, ineengekrompen als het ware onder den last van een groot zieleleed, de donkere oogen de plaats zoekend waar Maxwell zich bevinden moest. Zij was in het zwart; het gelaat, eerst zichtbaar nu zij achteloos den dichten sluier terugsloeg, was verwrongen van droefheid en slapelooze nachten. Een oogenblik hadden noch Maxwell noch zijne vrouw haar herkend.

Doch Marcella ijlde haar terstond tegemoet en Mrs. Allison nam, met de zacht smeekende uitdrukking die zij hebben kon, de haar toegestoken hand in

ocr page 211

20T

beide de hare en sprak fluisterend, de oogen steeds op Maxwell gericht:

„Maxwell, mijn jongen is weg .. . Eergisteren heeft hij mij verlaten ... 'In mijn radeloosheid van morgen heb ik Lord Fontenoy laten roepen, mijn trouwe, hartelijke vriend. En hij heeft mij overgehaald dadelijk hierheen te gaan. Ik heb hem gevraagd mij niet alleen te laten ...quot;

Aarzelend, bang bijna, keek zij van den een naar den ander.

Maar Maxwell's begroeting van zijn verslagen antagonist was volkomen in de vormen. Aangeboren hoffelijkheid doet een man als hij den triomf der overwinning verbergen onder verdubbelde beleefdheid. Wel bracht een artikeltje van dien morgen in Fon-tenoy's blad — dat hij toevallig in Lord Ardagh's kamer had gezien — hem onder een anderen sterken indruk, van verbazing, namelijk, dat zelfs een dergelijke nood en Mrs. Allison's overredingen den uitgever van het blaadje juist dezen morgen zijn huis konden doen binnentreden.

Evenwel — Fontenoy had dien ochtend de handen vol gehad met zijne correspondentie, en het artikeltje — dat van Harding Watton was — nog niet gelezen. Maar zelfs al ware dit zoo, hij had niet stijver, niet meer met zijn figuur verlegen kunnen zijn. Hij was hier gekomen onder een drang, waaraan hij geen weerstand had kunnen bieden, een drang van droefheid en tranen; doch het instinctief in acht nemen der vormen, dat den man van geboorte in moeielijke omstandigheden zoo dikwijls te pas komt, — evenveel misschien als fijn gevoel of beschaving een ander helpen, — werd voor het oogen-blik verstompt door de uitputting na den politieken strijd, en hij voelde zich niet zeker van zichzelf. Nog

ocr page 212

202

ondervond hij de pijn der nederlaag in alle zenuwen, en vooral de wijze waarop Maxwell's echtgenoote hem begroette was voor hem een bittere druppel in den beker. Doch terwijl Marcella hem tegemoet trad, dacht zij het meest aan zijn onberispelijk morgentoilet. Een angstvallige correctheid ten opzichte van zijne steeds nieuw-modische kleeding verbaasde doorgaans wie hem enkel van naam kenden.

Na een vijf minuten van vragen en antwoorden begrepen de Maxwells iets van den toestand. Men had een kamerdienaar van Ancoats aan het praten weten te krijgen. Er bestond geen twijfel of de jonge lord was naar Normandië vertrokken, naar een zijner villa's dicht bij Trouville, in afwachting van zijne schoone, die er hem onmiddellijk volgen zou. Zij was nog niet vertrokken. Zooveel wist Fontenoy reeds. Maar zij had in de laatste dagen zich weten los te maken van eene pas aangegane verbintenis; reeds vóór Ancoats' vlucht deden allerlei berichten een der-gelijken coup voorzien. De knaap zelf had van zijne moeder drie dagen geleden op het kasteel Luton afscheid genomen , omdat hij — zoo heette het — een uitstapje naar Schotland ging maken; in plaats daarvan had hij den avondtrein genomen naar Parijs, met achterlating van een brief aan zijne moeder, waarin de invloed van zekere psychologische Fran-sche romannetjes duidelijk merkbaar was. „De roepstem van het hart,quot; zoo schreef dit raadselachtige jonge mensch , „die mij dringt u te verlaten, wordt mij te machtig. Ik wring mijne handen, doch moet volgen waar zij mij leidt. De liefde heeft hare verkeerdheden — ik stem het toe — maar deze alleen brengen ons ervaring. En om ondervinding op te doen , daarvoor wil ik leven! — In elk geval, ik kan mij niet onderwerpen, moeder, aan de banden waarin gij

ocr page 213

203

mij gekneld houdt. Beiden moeten wij elkanders persoonlijkheid eerbiedigen. Ik heb getracht u genoegen te doen nemen met eene liefde, die niet anders wezen kan dan onstuimig, ongestadig. Doch gij wijst ze af; gij stoot mij terug onder den invloed van een godsdienst, waar ik mij niet langer meê vereenigen kan. Laat mij dan handelen volgens eigen beginselen. Ten allen tijde wanneer gij bij mij komen wilt, zal ik een liefhebbend zoon voor u zijn zoolang dit onderwerp niet tusschen ons genoemd wordt. En wat ik u bidden mag; moei geen derden in deze zaak. Zij hebben reeds genoeg kwaad gedaan. Tegen hen zou ik weten hoe mij te beschermen.quot;

Maxwell gaf den brief terug met een minachting, een tegenzin, die hij moeite had te verbergen. Ieder woord scheen hem even gemaakt als zijn opgeschroefde liefde.

Mrs. Allison nam hem aan met dezelfde rampzalige uitdrukking op haar gezicht, waarin, vond Marcella, een vreemde strengheid lag, als van een zwak karakter, dat zich aangordt tot wanhopige dingen.

Eensklaps zeide Maxwell;

„Maar wat te doen ?quot;

Fontenoy vroeg, naar voren tredend;

„Kunt u nog altijd beschikken over dezelfde personen die u vroeger eens geholpen hebben ? Zoudt u ze vandaag kunnen bereiken?quot;

Maxwell dacht even na. „Ja, de dominé althans. De broer woont te ver af. — Uw idee is zeker het meisje te verhinderen het Kanaal over te steken ? . . .quot;

„Als dat kon...quot; Fontenoy's stem daalde; een bijna onmerkbaar gebaar dat hij maakte deed Maxwell hem volgen naar een raam achter in de kamer.

„De voornaamste moeielijkheidging Fontenoy

ocr page 214

204

voort, „betreft den jongen zelf. U begrijpt, men mag zijne moeder niet blootstellen aan de kans met dat vrouwspersoon in aanraking te worden gebracht! Ook is zij lichamelijk totaal ongeschikt om op reis te gaan. Maar er moet iemand heen, al was 't alleen om haar rust te geven. Hij schijnt wel eens gebazeld te hebben over zelfmoord, — enkel bombast, natuurlijk, zooals meest alles, maar met dat al heeft zij den schrik beet.quot;

„Zoudt u willen gaan ?quot;

„Ik zou niets uitwerken,quot; antwoordde Fontenoy beslist.

Maxwell had reden om hiervan evenzeer overtuigd te zijn, en drong er niet op aan. Zij waren weldra in een druk gesprek.

Inmiddels had Marcella Mrs. Allison naast zich op de canapé gekregen, en trachtte zij haar troost en moed in te spreken. Mrs. Allison zeide niet veel, haar oogen dwaalden onrustig door de kamer. Eindelijk sprak ze zacht maar zeer rad, zich meer tot zichzelve richtend dan tot Marcella:

„Als niets helpt, als al onze pogingen schipbreuk lijden, dan staat mijn besluit vast. Dan verlaat ik zijn huis. Dan kan ik niets meer van hem aannemen.quot;

Marcella schrikte. „Maar daarvoor zoudt u meteen alle hoop, alle kans om invloed op hem te krijgen opgeven,quot; riep zij ontsteld, vol liefde de arme moeder aanziende.

„Neen, het zou mijn plicht zijn,quot; was het eenvoudige antwoord, terwijl zij de handen ineenlegde op haar schoot. De zachtblauwe oogen, gezwollen van het schreien, het grijze haar, waarvan een lok, die ontsnapt was, over de bleeke wang hing, het etherische en tevens onbuigzame van haar blik —

ocr page 215

205

al deze bijzonderheden in het veranderde uiterlijk maakten op Marcella diepen indruk. Zij begon te begrijpen waartoe de christin in staat wezen zou, al zou de moeder er mee heen gaan.

Intusschen lette zij steeds op de beide heeren aan den anderen kant van de kamer, als verlangde zij naar hun terugkomst. Eindelijk stond zij half overeind en riep:

„Aldous!quot;

Lord Maxwell keerde zich om.

„Denk je over iemand die naar Trouville zou kunnen gaan ?quot;

„Ja; maar we weten niemand,quot; antwoordde hij, ten einde raad.

Zij liep naar hem toe — hare houding was statiger en waardiger dan ooit — en zei bedaard:

„Zou het mogelijk wezen het aan Sir George Tres-sady te vragen ?quot;

Maxwell zag haar een oogenblik aan, sprakeloos van verbazing. Fontenoy, die achter hem stond, sloeg vluchtig een onderzoekenden blik op de schoone, in het grijs gekleede gestalte.

„Wij zijn het er immers allen over eens, niet waar?quot; vervolgde ze, zich tot de moeder keerende, „dat An-coats ingenomen is met Sir George?quot;

Mrs. Allison deinsde even terug voor dien helderen oogopslag. Fontenoy's woede over zijn nederlaag, hoe ook in haar bijzijn bedwongen, had zich toch tegenover haar geuit in enkele volzinnen en toespelingen , waarvan ze geschrikt was en die haar bijbleven. Had Marcella wezenlijk gebruik gemaakt van hare schoonheid, om een zwakken jongen man ontrouw te doen worden aan zijn eens gegeven woord ? En nu sprak ze zijn naam zoo eenvoudig uit.

Maar de vluchtige gewaarwording van* verbazing

ocr page 216

206

drong niet door in het brein der moeder, en op droeven toon antwoordde zij:

„Ik herinner mij een keer dat hij heel lief met mij over mijn jongen gesproken heeft.quot;

„En hij oordeelde altijd verschoonend over hem,quot; voegde Marcella terstond er aan toe; „zijn hart is zoo goed. O, Aldous, als nicht Charlotte er in toestemt, zouden we 't dan hèm niet vragen? Hij is van alles op de hoogte. Hij zou misschien willen ondernemen wat ons noodig schijnt, om harentwil — ter wille van ons allen — én wie weet of het hem niet zou gelukken.quot;

Het besliste, maar bedaarde optreden van zijne vrouw was Maxwell steeds meer een raadsel. Zijn blik zocht de hare; de anderen verwachtten een scène. Fontenoy's wraakzuchtige nieuwsgierigheid deed hem zelfs een oogenblik de treurende op de canapé vergeten.

Eindelijk klonk Maxwells stem:

„Wat dunkt u hiervan, nicht Charlotte?quot;

Zijn toon was kort en zaakrijk. Alleen de echtge-noote, die de oogen niet van hem afhad, begreep het voorname zwijgen waarmede hij op haar voorstel

was ingegaan.

Hij zette zich naast Mrs. Allison, en sprak zacht met haar. Het duurde niet lang of zij klemde zich aan Marcella's voorstel vast en riep nu, met het vuur der wanhoop om terstond te handelen:

„Maar hoe zullen wij hem vinden?quot;

Hulpeloos keek zij de kamer rond, tot zelfs naar den stoel waarop Tressady een oogenblik te voren gezeten had.

Maxwell voelde den humor van den toestand, maar hij was ontstemd en antwoordde kortaf:

3,Of in zijn eigen woning, öf in het Lagerhuis.

ocr page 217

207

„Wie weet of hij van ochtend niet uit de stad is gegaan. Lord Fontenoy meende ...quot; — aarzelend keek zij den vriend aan — „dat hij zich wel onmiddellijk bij zijn kiezers zou moeten verantwoorden.quot;

„Nu, we kunnen het onderzoeken. Als u mij zegt wat u wenscht — als u zeker weet dat u dit wenscht — dan ga ik nu dadelijk. U weet het dus wèl?quot;

„Ik kan niets beters bedenkenzeide zij , met tranen in de oogen. „En als hij gaat heb ik slechts ééne boodschap mee te geven. Ancoats weet dat ik ten einde raad ben, nu al mijn redeneeren en smeeken niets gebaat hebben. Laat hem dus aan mijn zoon zeamp;genquot; — de stem kreeg steeds meer vastheid, hoe wanhopig ook de uitdrukking van het gezicht — „dat, als hij er in blijft volharden een zondig leven te leiden, ik niet langer met hem samenwonen kan. Ik zal dan zijn huis verlaten, en ergens gaan, alleen, om voor hem te bidden.quot;

Maxwell trachtte haar te kalmeeren, en wederom werd er op de canapé zacht gefluisterd, terwijl zij telkens zich de tranen van de wanden veesfde.

O O

Marcella en Fontenoy zaten een eind van hen af tegenover elkander, hij in het eerst Mrs. Allison bespiedend , zij zwijgend, haar plichten als vrouw des huizes geheel vergetend. Langzamerhand echter begon het bewustzijn van hare nabijheid, de gedachte aan Tressady's speech, aan het tooneel in het Huis den vorigen avond, in hem te werken, te gisten. Zijne familie had den naam van ruwheid en ongegeneerdheid in den omgang met dames; zijn vader, de thans bejaarde, half kindsche markies, was van zijn moeder gescheiden toen hij nog een kind was, na huiselijke tooneelen die in de gelagkamer van een herberg een schandaal zouden geweest zijn. Fontenoy zelf had als onverschillig jongmensch het

ocr page 218

2o8

vrouwelijk geslacht steeds zooveel mogelijk vermeden, tot éene vrouw, door sympathie, door zijn ijdel-heid te streelen misschien, door een wonderlijk samengaan in haar karakter van zachtheid en fermeteit, hem had weten te temmen.

Thans echter, terwijl hij naast Marcella Maxwell zat, werd het ruwe element in hem wakker, en met de eene hand op zijn knie, met de andere zenuwachtig het glaasje in zijn oog drukkend, zonder hetwelk hij feitelijk blind was, begon hij:

„Ik geloof dat uw partij beter dan wij den uitslag van gisteren avond voorzien had?quot;

Onmiddellijk was zij zichzelf.

„Dat ben ik niet met u eens. Mij dunkt eer dat het geheele Huis verbaasd was, vondt u dat ook niet? Niemand had trouwens het aantal stemmen vooruit kunnen berekenen.quot;

Zonder blikken of blozen doorstond zij zijn blik, de blanke hand speelde met Mrs. Allisons kaartje.

„Och,quot; zei Fontenoy, „als men zich eenmaal op die manier glijden laat, dan gaat het vlot voor den wind. — En... is u nog al gerust omtrent uw wet? Niet bezorgd voor de mooie beloften — voor al de Edens die u ze hebt voorgespiegeld?quot;

Het glimlachje dat hij trachtte te voorschijn te roepen, wekte in Marcella zulke leelijke gedachten op, — zij moest een of ander zeggen om het minachtende lachje te onderdrukken en vroeg:

„Dacht u misschien dat wij reeds en penitence wa-ren r

De ander werd woedend. Dus zou Engeland — dus zou al wat in het land ernstig dacht, ernstig wilde — voortaan meer en meer afhangen van iets als nu gebeurd was! Hij was den strijd begonnen met souvereine minachting voor de praatjes waar-

ocr page 219

209

van hij niets verkoos te gelooven. Hij — op politiek en zedelijk gebied de schepping eener vrouw — hij was nog niet zoover gekomen dat hij bang zou kunnen wezen voor eene vrouw. En daar zat hij thans, zich verbijtend van spijt nu hij zichzelf moest bekennen dat deze, het oude spelletje spelend onder nieuwe namen, hem te slim was geweest.

„Hm, ik begrijp het,quot; zei hij. „U is van het stelsel van den Oxfordschen Don — nooit spijt hebben, nooit achteruit krabbelen, nooit zich verontschuldigen ?quot;

De roode oogjes vestigden zich als naalden op het gezicht tegenover hem. Zij zag op, de schoone mond opende zich. Zij voelde de beleediging, — zij was verbaasd hoe zoo iets mogelijk kon zijn! In haar eigen huis nog wel! Maar minachting won het van verbazing, en bedaard gaf zij ten antwoord:

„Eene aanhaling die niemand weet thuis te brengen, is 'tniet? Als een verstandig man het gezegd heeft, denk ik dat hij bedoelde: „Geef nooit rekenschap van uwe daden aan menschen die u toch niet begrijpen kunnenquot; , wat mij een wijze raad toeschijnt; u niet?quot;

Al sprekende stond ze op en liep een eindje de kamer door om te hooren wat haar man zeide; en Fontenoy kon in zijn eentje nadenken over de dwaasheid van een man, die zich eerst laat meetroonen om van zijn vijand een vriendendienst te vragen en ten slotte zich in het huis van dien vijand niet weet te beheerschen. Toch was zijn humeur sedert hij het binnengetreden was, andermaal op een zware proef gesteld. Heel dat voorstel om Tressady's tusschen-komst in te roepen was hem meer dan onaangenaam.

„Er steekt iets achter,quot; dacht hij: „ze hoopt zeker dat ze daarmeê den schijn redden zal!quot;

ocr page 220

2 IO

Er kon niets wezen zoo dwaas, zoo slecht, of deze ijskoude beoordeelaar van 's menschen drijfveeren was op dit oogenblik bereid het te gelooven.

Desniettemin, toen hij achterover in zijn stoel leunde en Mrs. Allison's gebogen gestalte in den anderen hoek van de kamer zag, wist hij dat hij zich zou moeten onderwerpen. En hij onderwierp zich, — aan alles wat die arme geteisterde ziel rust kon geven. Van zijn twee machtige hartstochten scheen de eene,die voor de politiek, voor het oogenblik zich te hebben opgelost in een gevoel van tegenzin en teleurstelling ; met des te meer kracht gaf hij zich thans over aan de andere. Eens of tweemaal in haar gesprek met Maxwell sloeg Mrs. Allison de zachte oogen op, en keek zij door de kamer heen naar Fontenoy.

„Ben je daar, lieve vriend?quot; scheen de blik te vragen, en door de kolossale gestalte ging een schok van onuitsprekelijke vreugde. Ach ja! de dwaasheden van dezen jongen deugniet zouden er mettertijd wel uitgaan; hij zou öf trouwen en hierdoor zijne moeder van een last bevrijden, of zóó strijdig met haar geweten handelen, dat zij apart zou gaan wonen. Dan was de tijd daar om anderen te beloonen.

Eensklaps stond Mrs. Allison op, en kwam met haastigen tred naar hem toe.

„Ik geloof dat wij het nu gevonden hebben; Max-wel zal doen wat hij kan. 't Is wel erg zooveel in handen te geven aan een vreemde , maar als Sir George Tressady gaan wil... als Ancoats van hem iets zou willen aannemen.. . Wij moeten toch doen wat het beste is, vind je niet ?quot;

Zij hief het fijne, smalle gezichtje naar hem op, vol beminnelijke afhankelijkheid. Fontenoy deed zelfs geen poging om haar tot andere gedachten te brengen, maar zei integendeel:

ocr page 221

211

„Zeker, — een kans als deze mogen wij niet verloren laten gaan. Mag ook ik hierbij den raad voegenquot; — hij zag Maxwell aan — „om met den meest mogelijken spoed te handelen?quot;

„Geef mij tien minuten, en ik ga,quot; zeide Maxwell, haastig een pakje brieven meênemend naar een hoek van de kamer. Hij keek ze door, om te weten of er iets dringends bij was wat hij zijn secretaris zou moeten opdragen.

„Zal ik u thuisbrengen?quot; vroeg Fontenoy aan Mrs. Allison.

Zij trok den dichten sluier voor het gelaat en prevelde met bevende stem eenige woorden, die, zonder dat hij het wist, den somberen trek op Fontenoy's gezicht verergerden.

Ze kwamen hierop neer dat zij , vóór zij naar huis ging, den Anglicaanschen geestelijke wilde bezoeken, in wien zij veel vertrouwen stelde, een zekeren Vader White, die in alles haar raadsman was. Want in zijn vereering van deze vijftigjarige vrouw, met haar eigenaardige distinctie en etherische behoorlijkheid, welke met de jaren eer schenen toe te nemen, had Fontenoy niet één concurrent, maar twee: haar zoon en haar godsdienst.

Fontenoy's vingers raakten ternauwernood die van Maxwell en zijn vrouw aan. Toen hij de deur achter Mrs. Allison sloot en het tweetal alleen liet, zei hij bij zichzelf, met genadige minachting, dat hij den man beklaagde.

Maar Maxwell wierp terstond alle brieven op zijde, trad op zijne vrouw toe en zei, terwijl een blos het mannelijke gelaat kleurde:

„Ik heb je maar half begrepen. Meen je het wezenlijk dat wij, — en juist nu — dat ik, persoonlijk, dezen dienst moet vragen aan George Tressady?quot;

ocr page 222

212

„Zeker bedoel ik dat!quot; riep zij. „O, kon ik het zelf maar doen!quot;

„Dat is onmogelijk!quot; zei hij terstond.

„Dan jij, lieve man, ga jij het vragen in mijne plaats! Moeten wij niet — o, zie het toch alles in zooals ik! — moeten wij niet trachten op de een of andere manier weer goede vrienden te worden, dat halve uurtje voor goed te doen vergeten. . — met een gebaar van ongeduld wuifde zij met de hand. „Als jij gaat, zal hij begrijpen dat wij dit bedoelen. .. hij zal ons dadelijk begrijpen... er is niets onedels in hem — niets!... Lieveling, nooit vóór dezen morgen heeft hij één woord tot mij gezegd dat ik kwalijk zou kunnen nemen. En ach... helaas! was het niet eenigszins mijn eigen schuld?quot; Een oogenblik zonk het gelaat op de leuning van den stoel waar hare hand op rustte. „Hoe ik mijn eigen dingen doen zal ... enfin, ik moet er over nadenken. Maar ik kan er niet mêe blijven rond-loopen, Aldous, — dat kan ik niet!quot;

Een paar seconden bleef hij zwijgen, en zei toen:

„Laat mij ten minste precies weten wat we eigenlijk doen. Is je idee, het voor ons allen mogelijk te maken elkaar te ontmoeten als ware er niets gebeurd ?quot;

Een oogenblik schrikte zij van zijn praktisch gezond verstand ; toen, zich beheerschend, antwoordde zij:

„Alleen niet de open wond te laten blijven, — hem te helpen vergeten! Hij moet weten — hij weet het...quot; — trotsch richtte zij zich in haar volle lengte overeind — „dat ik geen geheimen voor je heb. Zoodat, wanneer de tijd komt van herinnering, van nadenken, hij bang voor je wordt, of je gaat haten. Terwijl juist wat ik hebben wouquot; — hare oogen

ocr page 223

213

vulden zich met tranen — „is dat hij je kennen leert, anders niet. Ik had daar al veel vroeger voor moeten zorgen.quot;

„Vergeet niet dat ik van ochtend aan hem mijn politiek bestaan te danken heb!quot;

De stem verried wat er in den man omging.

quot;Hij is de laatste die je zoo iets nahouden zou!quot; riep zij. „Waarom het niet heel eenvoudig op te nemen? — waarom niet met een paar woorden tegen hem gezegd: „Wees onze vriend — vereenig je met ons om weg te doen al wat ons niet minder pijn doet dan jou. Sluit de deur van de oude kamer — ga met ons in de nieuwe!quot; — O, kon ik maar uit-leggen hoe ik het bedoel!quot;

Wederom borg ze het gelaat in de handen.

Na een lange poos van stilte hernam hij:

„Ik begrijp je. Ik herken er je geheel uit! Of het verstandig is .. . ik weet het niet. Ik voor mij zou zeggen; laat zulke dingen loopen. Maar ik heb Mrs. Allison mijn woord gegeven; en wat jij wilt, kind, zal gebeuren. Zoo zij het.quot;

Haastig hief ze het hoofd op, ze schrikte van zijn ontroerd gelaat. Half verlegen liep ze hem na, legde de hand op zijn arm en zei:

„En dan ...quot;

Haar stem daalde tot een smeekend fluisteren.

Hij wilde haar hand nemen, maar zij trok ze haastig terug.

„Dan moeten jij en ik samen afrekenen. Denk je dat ik het niet weet hoe ik al je werk, en al je triumf vergald heb ? . . . Denk je dat ik het niet weet en niet voel?quot;

Zij zag hem door haar tranen heen aan, met een wereld van liefde, toch hem door haar houding verbiedend bij haar te komen. Welke man zou niet

ocr page 224

214

duizendmalen voor zulk een blik hetzelfde gaarne hebben doorgemaakt?

Hij bukte zich tot haar en fluisterde:

„Dat bepraten we dus als ik terugkom? — Kijk, geef deze brieven aan Saunders, — haast is er niet

bij. Ik ga allereerst naar Tressady.quot;

* *

*

Terwijl Maxwell door de zwoele straten reed, dacht hij aan niets anders dan aan wat hij vrijwillig had op zich genomen. Het scheen hem dat in heel zijn politieke loopbaan nog niets hem zoo zwaar was gevallen. De knecht, die in Upper Brook Street open deed, kon alleen zeggen dat zijn heer niet thuis was.

„Denk je dat ik mijnheer in het Lagerhuis zou vinden?quot;

De knecht wist het niet. Maar Lady Tressady was thuis, ofschoon ze op het punt stond uit te gaan. Zou hij het haar vragen ?

De bezoeker mompelde iets dat hij Lady Tressady liever geen moeite geven en zelf wel onderzoeken zou. Hij gaf zijn kaartje.

„Wie was daar, Kenrick?quot; klonk een scherpe stem achter den knecht toen de hansom wegreed. Letty Tressady, prachtig getoiletteerd, met grooten ronden hoed en kanten parasol, stond halverwege op de trap, het bleeke gezichtje wit uitkomend in de schaduw. De knecht bood haar het kaartje aan, en na hem gezegd te hebben een cab voor haar aan te roepen, ijlde ze terug de kamer in.

Intusschen reed Maxwell verder, fronsend de wenkbrauwen terwijl hij over het probleem nadacht. De zon brak door de wolken en deed den mist langzaam

ocr page 225

215

optrekken. Het verguldsel van den Tower-klok schitterde in het nieuwe licht; zelfs de stoffige, benauwde straat kreeg eensklaps een vroolijke tint. Een paar ambtenaren of kennissen uit het Parlement groetten in 't voorbijrijden den triumfeerenden minister, en de een zoowel als de ander ergerde zich aan den somberen ernst van het bekende gelaat. Dat een groot man niet openlijk toonen wilde blij te wezen met zijne overwinning, was in hun oog een beetje huichelen.

In het Lagerhuis werden nog enkele nietige zaken afgedaan voor ledige banken. Tressady was er niet, evenmin in de bibliotheek. Maxwell liep naar de boven-lobby, waar bij de ramen eenige lessenaars stonden met schrijfmateriaal ten dienste der Afgevaardigden.

Nauwelijks was hij hier binnengetreden, of achterin het langwerpige vertrek kreeg hij de lange kin en den blonden kop in het oog van den man dien hij zocht. En bijna op hetzelfde oogenblik sloeg Tressady, die tusschen een berg paperassen en couranten zat te schrijven, de oogen op en zag hij Lord Maxwell naar zich toe komen.

Hij schrikte en rees halverwege overeind, waardoor hij al zijn papieren in de war bracht.

Maxwell boog naderend even met het hoofd, bleef ietwat op zijde van den lessenaar staan zonder den ander de hand toe te steken, en begon beleefd maar stijf:

„Ik vrees dat ik u stoor. Ik heb echter een dringende, geldige reden voor mijne komst, die mij, hoop ik, excuseeren zal. Zou ik u in mijn kamer een oogenblik kunnen spreken?quot;

„Zeker,quot; antwoordde Tressady. Hij trachtte zijn papieren bijeen te halen, maar tot zijn ergernis beefde zijn hand. Hij wist er geen raad meê.

ocr page 226

2 r6

„Laat mij u niet haastenzei Maxwell op denzelfden toon. „Misschien wilt u liever even iets afdoen , en dan bij mij komen ?quot;

„Ik kom onmiddellijk,quot; zeide Tressady, „zoodra ik dit boeltje achter slot heb.quot;

Maxwell vertrok. Tressady stond een oogenblik bij de tafel, met groote blauwe oogen afgetrokken te staren naar de rivier, een donkere blos verfde het gelaat. Toen wierp hij gauw alle papieren in een zwarte tasch en bezorgde deze in zijn kastje in den muur.

Een uur lang, nadat hij Marcella Maxwell verlaten had, had hij blindelings Green Park op en neer ge-loopen; toen had een plotselinge ingeving hem naar het Huis gedreven, als de beste schuilplaats tegen Letty en zichzelf. Daar had hij een pak brieven en telegrammen gevonden van zijn kiezers, waarin hij juist verdiept was toen Maxwell hem kwam storen. Een paar uren van hard werken en ernstig nadenken zouden hem misschien, dacht hij , réactie brengen, en eenig inzicht geven hoe de eerstvolgende dagen en nachten te handelen, hoe weer van voren af aan het leven te beginnen.

Thans, nu hij den sleutel uit het slot haalde, in een corridor waar bijna geen sterveling liep, werd het hem wederom zoo wonderlijk te moede. Een oogenblik bleef hij tegen den muur staan, de handen in de zakken, ziende haar gelaat, de tranen op hare wangen, voelend het weefsel van haar japon tegen zijne lippen. Slechts twee uur geleden! Zeker had zij in dien tijd alles verteld! De jonge man werd verteerd van schaamte en ergernis beide. Door dit onderhoud met den echtgenoot werd het gebeurde een vaudeville, zoo niet een farce. Hoe zou hij op de meest waardige wijze, zichzelven beheerschend, zich er uit

ocr page 227

217

redden ? Bovendien welde in hem een stille woede tegen Maxwell. Het openbaren van zijn geheim was niet iets voor een gewoon schandaaltje, voor laffe jaloezie. Zij wist dat, — zij kon hem niet zoo verkeerd hebben voorgesteld. Het besef van hetgeen hij zichzelven van alle zijden op den hals gehaald had, was voor zijn mannelijk eergevoel als bevond hij zich in de macht van iets dat zijne onderwerping eischte. Maar waarom, en aan wien ?

Hij liep door de eindeloos lange gangen naar Maxwell's kamer in het Hoogerhuis, geslingerd door wat hem later toescheen het minst nobele moment van zijn leven. Weinig vermoedend op welk een wijze eene vrouw over hem gesproken had, zeide hij bij zichzelf dat Maxwell veel aan hem te danken had, — dat hij zich niet geroepen voelde alles te verdragen van een man wien hij in zijn hooge positie bevestigd had. En al dien tijd plantte hij in zijn gedachten een doornenhaag om haar gelaat, om haar medelijden. Laat hij ze niet meer zien, zelfs niet in den spiegel van den geest! Goede hemel! welk kwaad konden dezulken als hij haar doen ?

Toen hij eindelijk voor Maxwell's deur stond, achtte hij zichzelven even koel en onverschillig als altijd. Bij zijn binnenkomen stond de minister voor een boogvenster, dat uitzag op de rivier, den inhoud na te zien van een portefeuille met stukken die men hem juist gebracht had. Hij trad dadelijk naar voren; Tressady merkte op dat hij zijn secretaris reeds weggezonden had.

„Wilt u niet liever bij 't raam plaats nemen?quot; vroeg Maxwell. „Ik geloof dat we een warm dagje krijgen.'

Tressady nam den hem aangewezen stoel. Maxwell's grijze oogen volgden de houding, heel het

ocr page 228

2 18

voorkomen van den jongen man. Toen begon hij, ietwat naar voren gebogen, zittend op een stoel aan den anderen kant van een klein tafeltje:

„U vermoedt zeker reeds wat de reden is waarom ik u zoo kwam overvallen .. . Wij hebben die onaangename geschiedenis reeds meer samen besproken. . . En de vriendschappelijke wijze waarop u toen in onze bezorgdheid deeldet .

„Ancoats!quot; riep Tressady, op een verschrikten toon, die hem in weerwil van zichzelf ontsnapte. „Wou u mij over Ancoats spreken?...quot;

Een uitdrukking van verbazing vertoonde zich op het gelaat van den ander. „Hij dacht. . Onwillekeurig werd Maxwell's vriendelijke toon koud en vormelijk toen hij vervolgde:

„Ik vind het wel veel gevergd u met dit alles lastig te vallen, maar van morgen, een uurtje geleden, kregen wij bezoek van Ancoats' moeder, die ons vertelde dat hij twee dagen geleden op reis was gegaan en men nu te weten gekomen was dat hij zich in Trouville bevond, op een villa die hij daar heeft, in afwachting dat het meisje, waarvan wij allen op de hoogte zijn, zich bij hem voegen zou. U kunt u Mrs. Allison's wanhoop voorstellen. Het feit is op zichzelf al erg genoeg. Maar zij is — ik geloof dat u dit evenzeer voelt — geen gewone vrouw; ook kan zij de zaak zelfs niet van den philosophischen kant beschouwen. Het grijpt haar geducht aan; de indruk dien zij van ochtend op mij maakte, en op Lady Maxwellquot; —langzaam, met nadruk sprak hij haar naam uit — „was ontzettend droevig en deerniswaardig. Zooals u, geloof ik, eveneens bekend is, is het mij een paar malen gelukt eenigen invloed op het meisje te krijgen; wel is het geen meisje, maar een degelijk getrouwde vrouw, met een man die ieder oogenblik

ocr page 229

219

dreigt voor den dag te komen om zich te wreken. We hebben een paar maal reeds hulp gehad van een dominé. Hem heb ik getelegrafeerd ; ik denk dat hij wel spoedig zal komen. Wij hebben zekerheid dat zij nog in Londen is; het zou dus misschien mogelijk wezen, op het laatste moment, haar hier te houden. Maar dat...quot;

„Is niet genoeg,quot; viel Tressady hem in de rede. „U moet iemand hebben die Ancoats aanpakt.quot;

Stem en gezicht beide waren als van een ander man, — geheel bij de zaak, normaal, sympathiek. Maxwell zag hem scherp aan.

„Wij hebben iemand noodig die naar Ancoats gaat; die hem vertelt dat zijn moeder besloten heeft zich niet meer met hem in te laten als hij deze schandelijke levenswijze voortzet; iemand die hem er op voorbereidt dat het meisje niet komt, wanneer het ons gelukken mocht haar er van terug- te houden, en die een paar dagen bij hem blijft om te verhoeden dat er iets komt van de dwaze praatjes over zelfmoord, waarmede hij zijne moeder schijnt te dreigen.quot;

„O hé, zelfmoord! Ancoats!quot; riep Tressady, het hoofd achterover werpend.

„Wij schatten hem zoowat even hoog, schijnt het,quot; hernam Maxwell droog. „Maar 't is geen wonder dat de moeder het anders opneemt. Zij heeft mij voor uquot; — de spreker zweeg een oogenblik — „een aandoenlijke boodschap meegegeven.quot;

Tressady luisterde.

„ „Zeg hem dat ik het recht niet heb hem dit te vragen — dat ik het nauwelijks dztrf vragen. Maar hij heeft eenmaal heel lief met mij over mijn zoon gesproken, en ik weet dat Ancoats prijs stelde op zijn goede meening. Hij zou onze redding kunnen zijn. Meer kan ik niet zeggen.quot; quot;

ocr page 230

2 20

Tressady zag snel op; hij kreeg zonder het zelf te weten een kleur, en vroeg;

„Was Fontenoy er bij? Vond hij het ook?quot;

„Ja, Fontenoy vond het ook,quot; antwoordde Maxwell, op denzelfden afgemeten toon. „Enfin, u weet nu wèt wij van u vragen. Om u de waarheid te zeggen: mijne vrouw is het eerst op het denkbeeld gekomen , en men heeft mij naar u afgevaardigd. Maar ik behoef u niet te zeggen dat wij ons zeer goed zou den kunnen voorstellen dat u iets dergelijks niet gaarne op u zoudt nemen, of dat uw bezigheden het niet toelaten.quot;

Een vreemd gevoel van beklemdheid belette Tressady terstond te antwoorden. Hij begreep haar — o! hij begreep haar zoo goed!

Achterover in zijn stoel liggend, keek hij door het open raam naar de Theems. De wind was opgestoken , en joeg de zware wolken uiteen, groote plekken wit en blauw achterlatend. De rivier stroomde met hooge golven wegens den opkomenden vloed, die massa's schepen en schuiten binnenloopen en een plaatsje zoeken deed aan den wal. De voorgevels der huizen en gebouwen aan den overkant staken zwart af tegen het hel blauw van het met zilver geplekte water. Hier, bij de rivier, was zelfs in Londen de zomer nog frisch en aantrekkelijk; iedere mast en stoompijp, elk scheepje of sloepje, dat in het zonlicht kwam, was een weelde voor het oog.

Als een photographic drukten alle tinten en lijnen zich af op Tressady's brein. Toen keerde hij zich langzaam tot zijn bezoeker.

Maxwell zat geduldig op zijn antwoord te wachten, en voor de eerste maal kreeg Tressady als het ware een vollen indruk van een persoonlijkheid, dien hij tot nog toe of niet geteld of onsympathiek

ocr page 231

22 1

gevonden had. In zijn jonge jaren was Maxwell nooit geweest wat men knap noemt. Maar de jaren en een nobele levenswijze gaven steeds meer uitdrukking en kracht aan de fijne trekken, en terwijl de natuur het bruine haar verzilverde, en de lijnen, getuigend van denken en ervaring, dieper groef, bracht zij meer dan zij nam. Bedaardheid, bescheidenheid, zouden Maxwell's hoofdeigenschappen blijven zijn leven lang; geest, vernuft, zou men nimmer van hem behoeven te verwachten; meer en meer zou hij zich weten te voegen onder het juk van alledaagschheid dat het leven en de wereld opleggen; nooit zou men hem hooren spreken over geestelijke dingen, maar wel zou hij er naar leven; — toch scheen hij een man op wien Engeland meer en meer zou kunnen rekenen in haar bezwaren en moeielijkheden.

Tressady keek hem aan; een tot nu toe ongekende gewaarwording van eerbied, van wroeging werd in hem wakker. Maxwell sloeg onwillekeurig de oogen naar hem op — vriendelijke, doordringende oogen, waarin Tressady meende te lezen wat geen woorden hem ooit zouden zeggen. Toen vloog hij op van zijn stoel.

„Er is deze maand een nieuwe middagtrein. Dien kan ik nog halen. Vertel mij, als u kunt, nog een paar bijzonderheden.quot;

Maxwell haalde eenige aanteekeningen uit zijn zak, en samen verdiepten zij zich in een paar feiten, die Tressady noodig had te weten. Deze had een levendige manier van vragen, van op eens in de hoofdzaak in te grijpen, wat Maxwell telkens herinnerde aan zijn kranigen speech van den vorigen avond; ook ontging het hem niet, dat hij, onder dit haastig bespreken van een vulgair geval, zeer zenuwachtig en gejaagd was.

ocr page 232

222

Eindelijk was alles in orde. Op het laatste oogen-blik voelde Maxwell een pijnlijke vraag in zich opkomen. „Mogen wij in zulk een crisis hem wegzenden van zijne vrouw?quot; Maar hij durfde ze niet uitspreken.

Gelukkig kwam Tressady hem zelf te hulp. Terwijl hij zijn hoed zocht, dien hij in zijn zenuwachtige gejaagdheid niet terstond kon vinden, zei hij, ter aanvulling misschien van een pijnlijke stilte:

„Het doet mij plezier dat ik nog hier was. Ik wilde juist van avond op reis gaan. Maar mijne zaken kunnen best wachten. — Ziezoo, nu geloof ik dat ik alles heb.quot;

Hij nam een nieuwen Guide-Chaix op, dien Maxwell hem gegeven had, overtuigde zich dat hij het papiertje met aanteekeningen in zijn portefeuille geborgen had, en nam hoed en stok. Terwijl hij sprak , schoot Maxwell te binnen wat Mrs. Allison gezeg'd had. Zeker was Tressady's plan geweest dien avond het noorden in te gaan, om zich bij zijne kiezers van Market Malford te verantwoorden ; het hinderde hem nu, zelf zoo stipt in zaken, dat hij aldus meewerkte om private aangelegenheden te doen voorgaan bij een publiek belang. Maar gedane zaken nemen geen keer. En het leek wel alsof geen van beiden het woord politiek over de lippen konden krijgen.

„Ik moet nog even releveeren zeide Tressady, andermaal stilstaande toen zij samen de kamer uitgingen, „dat ik eigenlijk weinig hoop heb voor Mrs. Allison. Is eenmaal deze netelige zaak uit de voeten, dan krijgen we weer iets anders. Trouville, bijvoorbeeld, is in Augustus een plaats vol bonnes fortunes voor iemand die daarvan houdt, en Ancoats denkt nergens anders aan.quot;

Hij sprak met animo, als iemand die van te voren

ocr page 233

223

hoopt dat men zijn goeden wil niet zal beoordeelen naar zijn al of niet slagen.

Maxwell haalde de schouders op en zei ernstig:

„Wat er gebeuren moge, niets zal onze dankbaarheid jegens u ook maar een grein verminderen.quot;

„Dankbaarheid!quot; mompelde de jonge man. Zijn lippen trilden. Hij keek den ander vragend aan. Maxwell stak hem niet de hand toe, doch toen hij de deur opende om zijn bezoeker uit te laten, was er in zijn houding iets vriendschappelijks, wat een vernieuwde betuiging van dankbaarheid in Tressady's ooren klinken deed als liefelijke muziek.

Toen de minister zich wederom alleen bevond, liep hij terug naar het raam, en bleef lang in gepeins verzonken staan turen naar de vroolijke levendigheid op de rivier. Zij had gelijk, — zij had altijd gelijk. Er was niets onedels in dien jongen man; en zijn gelaat droeg een trek van stil lijden die Maxwell pijn deed nu hij er aan dacht. Waarom had hij hem persoonlijk niet beter leeren kennen?

„Ik denk te weinig aan de menschen, te veel aan hun onderling verband,quot; zei hij tot zichzelf; „ongemerkt laat ik den omgang met mannen en vrouwen veel te veel aan haar over, en verwonder mij dan nog dat een man haar ziet en begrijpt zooals zij is!quot;

Toch sloop, terwijl hij daar in het zonnetje naar buiten stond te kijken, een gevoel van verademing zijn hart binnen, dat gevoel, dat het loon is van hem, die in een persoonlijk-onaangename quaestie zich heeft weten te beheerschen.

Later, nu nog niet, zou Tressady, hoopte hij , zijn vriend worden. Hij vroeg niet eens of dit mogelijk wezen zou; hij wist het.

Tenzij ... de vrouw! — Hij bracht de hand aan

ocr page 234

224

het hoofd en keerde terug naar zijn schrijftafel. Wat te doen met dien brief? Wist Tressady er van ? Maxwell achtte dit niet mogelijk. Maar zonder twijfel zou hij er eenmaal van hooren, evenals van Maxwell's antwoord.

Want hij nam zich voor te antwoorden. Hij wierp even een blik op het klokje , dat op tafel stond, en zag dat hij nog een half uur tijd had voordat de dominé komen kon. Onmiddellijk nam hij pen en papier ter hand, doch het schrijven kostte hem moeite.

Ziehier wat hij eindelijk te voorschijn bracht;

„Geachte Lady Tressady.

„Uw brief heeft mij zeer verwonderd en geschokt. „Ik ben overtuigd dat u weldra zelve zult gevoelen „dat gij u vergist hebt, en u op een onheuschen „en onrechtvaardigen toon hebt uitgelaten over „iemand die u, noch iemand anders, ooit zou kunnen „kwetsen.

„Mijne vrouw heeft uw brief gelezen, want zij „en ik hebben geen geheimen voor elkander. Zij „hoopt u straks te bezoeken, en mij dunkt dat u „niet zult weigeren haar te ontvangen. Ik ben over-„tuigd dat gij uzelve noodeloos gekweld hebt; — „waarvoor zij wel niet aansprakelijk gesteld worden „mag, maar wat haar niettemin om uwentwil innig „leed doet.

„Ik heb aan uwe woorden dezen uitleg gegeven, „omdat ik gevoel hoe groot uw smart heeft moeten „zijn dat u aldus hebt kunnen schrijven. Ik behoef „u niet te zeggen dat, als ik op een andere manier „mij uiten of handelen moest, ik alleen denken zou „aan mijne vrouw. Maar ik heb alle vertrouwen op „de uitwerking welke hare woorden, hare geheele „persoonlijkheid op u zullen hebben, en kan mij niet

ocr page 235

225

„voorstellen dat haar edelmoedig tot u gaan verkeerd „zou worden uitgelegd.

„Is het tevens niet mogelijk, dat gij uw man even-„zeer verkeerd begrijpt als Lady Maxwell ? Deze vraag „zult u mij wel ten goede houden.

„Hoogachtend,

„uw dw. dr.

„Maxwell.quot;

Hij las den brief over, nam er even kopie van, verzegelde en verzond hem. Hij was er maar half over voldaan. Hoe zulk een brief in te kleeden zonder argumenten of tegenbeschuldigingen ? Het arme vrouwtje had geen beminnelijk, geen hoog-voe-lend karakter, dit bleek duidelijk uit haar manier van schrijven. Ook sprak er uit dat ze zich diep ongelukkig voelde; trouwens — Maxwell kon niet ontkennen dat ze daar wel reden toe had. Een ander man zou aan die harde waarheid met al haar onverkwikkelijke gevolgen nu niet denken, zou in ieder geval de daad van George Tressady dien morgen hebben willen verkleinen en luchtig opnemen. Op Maxwell daarentegen had, na een eerste opwelling van drift en boosheid, waarin echter niets was van gewone jaloezie, zijne houding eene gansch andere uitwerking ; ze neigde hem tot verzoening, hij wilde trachten te herstellen hetgeen verkeerd was geweest. Marcella had dit voorzien, en, in haar droefheid en berouw, er den eersten stoot toe gegeven. Want voor waarachtige liefde zijn alle dingen mogelijk, wanneer zij haar oorsprong heeft in een reine, krachtige natuur.

Toch, toen Maxwell wederom in zijn kabinet in de Privy Council overstelpt werd door brieven, door menschen die op audiëntie kwamen, door heel de officiëele routine van bezigheden, vonden allen die met hem spraken, den anders zoo kalmen minister

ocr page 236

226

buitengewoon zenuwachtig. En dit was hij. Telkens wanneer een kleine pauze hem even tot zichzelf deed komen, rezen er allerlei vragen in hem op: „Zou zij er nu zijn ? Is die vrouw nu bezig haar te kwetsen en te beleedigen ? Kan ik niets voor haar doen ? O lieveling! mijn arme lieveling!...quot;

Intusschen had Marcella tot nog toe geen voorspoed op haar plannen.

Toen George Tressady, na in het Huis met den meest mogelijken spoed de dringendste zaken te hebben afgedaan, in den namiddag naar zijn eigen woning reed, nog even den tijd hebbend om voor zijn koffertje te zorgen en den trein naar Parijs te halen, vond hij niemand thuis. De butler vertelde hem dat Letty met Miss Tulloch naar Hampton Court gereden was , waar dien dag eene groote roei- en zeilpartij gegeven werd. George herinnerde 't zich nu; de gedachte aan het gezelschap dat zij daar vinden zou, hinderde hem; zijn instinct zeide hem dat Ca-thedine er ook was.

Een wervelwind van rampzalige gedachten bestormde hem. Mocht hij haar wel alleen laten ?

Eensklaps viel hem in het halve licht der vestibule een visitekaartje in het oog, dat op een tafeltje lag. Haar kaartje! Verbazing belette hem bijnaden naam te lezen, terwijl de knecht vertelde;

„Lady Maxwell is er geweest, kort na de lunch. Zij hoopte Mylady thuis te vinden, voor Mylady uitreed. Maar Lady Maxwell komt terug, misschien van avond nog, want zij wiMe Lady Tressady absoluut spreken.quot;

Tressady gaf den knecht orders onmiddellijk zijn valies in te pakken, nam het kaartje meê naar zijn kamer en bleef er op turen, overweldigd door een

ocr page 237

227

chaos van gewaarwordingen. O , hemelsche goedheid en medelijden! Het was hem nu reeds alsof een engel zijn donker huis binnengetreden was en het vervuld had van een andere atmosfeer. ..

Dit was zijn eerste gedachte. Maar bijna terstond deed het pijnlijk gevoel van verlangen, van ondragelijke zelf-verachting den demon in hem weer ontwaken. Wat bemoeide ze zich met hem en Letty? Wat konden menschen als zij haar schelen?

Hij liep naar boven om zich gereed te maken voor de reis, schreef een kort brieve aan Letty, waarin hij haar vertelde van Mrs. Allison's droefheid en van de taak die hij op zich genomen had, en bevond zich een half uur later op het perron van het station Charing Cross.

TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

„Hebt u gescheld, Mylady?quot;

„Ja. — Als Lady Maxwell van avond terugkomen mocht, Kenrick, zeg dan dat ik belet heb en niemand ontvangen kan.quot;

Letty Tressady was juist van haar partij teruggekeerd. In een zeer kostbaar toilet, van kant en zeegroen crêpe de chine, stond ze , met Lady Maxwell's kaartje in de hand, bij haar schrijftafel. Kenrick had het haar dadelijk gegeven, met de boodschap door Lady Maxwell er bijgevoegd, en ze had er een paar minuten over nagedacht. Toen zij haar antwoord zeide, gaf de vastberaden houding waarmede het kleine vrouwtje zich naar de deur keerde, het schitteren harer oogen onder het witte voiletje dat ze gedeeltelijk opgeslagen had, en het snibbige van haar toon, den knecht de overtuiging dat noch het verwachte bezoek, noch de orders van zijne meesteres,

ocr page 238

228

tot de gewone dingen behoorden. Terwijl hij zich naar de beneden-appartementen begaf, kwam Grier hem op de trap tegen. Hij wenkte haar, en te zamen gingen zij in een binnenkamer de geheimen hunner mevrouw bespreken.

Inmiddels liep Letty, na het electrische licht opgedraaid te hebben, naar het raam, en zette dit achter de neergelaten gordijnen half open. Zoo kon ze het rijtuig hooren aankomen, 't Was tusschen acht en negen uur. Zeker zou Lady Maxwell dadelijk na het diner haar rijtuig besteld hebben.

Toen ging ze wat op de canapé liggen, nog altijd met het kaartje in de hand. Zij was moe, maar zoo geagiteerd, dat ze geen oogenblik rust vinden kon, — ten eerste wegens de herinnering aan hetgeen er dien dag gebeurd was, ofschoon meer nog door te denken over de manier waarop ze dif groote dame, die haar zoo schandelijk behandeld had, eens flink de waarheid zeggen zou. Zonder twijfel had haar brief gewerkt. Uitstekend; ze was er blij om. Zou George er al van gehoord hebben ? Enfin , dat kon haar niet schelen. Lady Maxwell kwam natuurlijk zoete broodjes bakken; natuurlijk hoopte zij die zaak in de doos te stoppen. Stellig was er een scène geweest tusschen haar en haar plechtstatigen man. Letty was verrukt nu ze zich dat voorstelde. Tranen, vernedering, verwijten , — met welbehagen mat zij ze uit voor de vrouw die zij haatte. Ook zou het daar niet mee uit zijn. Geen kwestie! — heel Londen praatte er over! Harding's artikeltje — want natuurlijk had Harding dat geschreven — had daar wel voor gezorgd. Wat knap van hem! Geen enkelen naam genoemd! — geen woord waar men hem op zou kunnen vatten! — En toch zoo duidelijk. Welnu! — als zij, Letty, zich moest laten vertrappen en op zij schuiven, mochten an

ocr page 239

229

dere menschen ook wel eens vervelende dingen hebben.

Dus was George naar Frankrijk.. .. weggegaan zonder haar goeden dag te zeggen... Ze geloofde geen woord van zijn excuus, en was het waar, dan was het dubbel erg dat hij op dit oogenblik zich met zoo iets wilde inlaten. Maar waarschijnlijk was 't niets dan een verzinsel van hem en van haar; — ze zou wel uitvinden waarvoor.

Zoo overspannen was ze, dat ze geen vijf minuten op dezelfde plaats kon blijven. Ze stond op en ging bij den schoorsteenmantel voor den spiegel staan. Ze trok de spelden uit haar grooten ronden hoed, en begon met de vingertjes het vóórhaar in orde te brengen, hier een krul op zijn plaats leggend, daar een haarlok vaststekend Zij had, zooals wij weten, bevel gegeven niemand binnen te laten; het heette dus dat zij vroeg naar bed ging. Niettemin zou men, te oordeelen naar hetgeen ze nu deed, denken dat ze iemand verwachtte.

Toen zij voldaan was over de herstelde symmetrie van het gekrulde en gefriseerde hoofdje, bleef ze met het gezichtje in de handen staan kijken naar haar beeld in den spiegel. Allerlei herinneringen aan de partij waar zij juist vandaan kwam, vervulden haar: de warmte op het water, de langzaam zich vullende sluizen , de uitgelaten vroolijkheid , de champagne , maar vooral een zeker wandelingetje door het bosch. Met uitdagenden blik zag zij het gezichtje in den spiegel rood worden, de oogleden trillen. Toen, als werkte er binnen in haar een vulkanisch vuur, voer haar een rilling door de leden. Het kopje verdween in de handjes. Zij haatte hem — o, zij haatte hem! Was het morgen-avond dat ze hem permissie gegeven had bij haar te komen ? Ze zou naar Ferth gaan.

ocr page 240

230

Wielgeratel in de stille straat! Letty vloog naar het raam, het wit en groen van haar japon als golfjes zich reppend door de kamer.

Een elegante coupé; een statige gestalte in het zwart die er uitstapte. Letty verschool zich achter de gordijnen, hield den adem in en luisterde.

Op eens betrok haar gezichtje. Wat deed Kenrick nu weer? De voordeur was dicht en Lady Maxwell was niet weer in haar rijtuig gestapt.

Voorzichtig opende zij de deur van haar salon en gluurde over de leuning van de trap, waar zij Kenrick in het oog kreeg. Hij scheen uit George's zitkamer te komen.

„Wat voer je toch uit?quot; beet zij hem toe, boos, maar heel zacht sprekend. „Je hebt immers order Lady Maxwell niet binnen te laten?quot;

„Ik heb gezegd, Mylady, dat u belet hadt en niemand ontvangen kon. Maar Mylady vroeg of zij even iets voor u op een stukje papier zetten mocht, om u te vragen wanneer u haar dan zoudt kunnen ontvangen. Nu heb ik Mylady in Sir George's kamer gelaten, en zij schrijft u een briefje aan Sir George's bureau.quot;

„Dat had je niet moeten doen!quot; snauwde Letty. „Wat is dat voor 'n brief?quot;

Zij griste hem uit zijn hand nog eer de man, ontsteld daar hij iets niet goed gedaan had, kon vertellen dat hij dien brief nu eerst in de brievenbus vond, waar hij misschien reeds een poos in gelegen had, daar hij niet had hooren schellen.

Zij zond hem weer naar beneden om Lady Maxwell uit te laten, en liep zelf de kamer in om haar brief te lezen, met kloppend hart, want de naam van den afzender was op het couvert gedrukt.

ocr page 241

231

Toen zij hem uit had, wierp zij hem op de tafel; zij stikte haast van ergernis.

„Hm, nu word ik nog de les gelezen en beknord ! Goeie hemel! Zeker die pedante toon waar iedereen 't over heeft. Zoo'n aap, zoo'n onuitstaanbare aap! Dus begrijp ik George niet? Ei ei! Mijn eigen man! En ik heb haar beleedigd. .. haar!! En daar is ze me nu waarachtig in m'n eigen huis bezig aan me te schrijven!quot;

Driftig sloeg zij de handen ineen en begon de kamer op en neer te loopen. De gedachte dat haar vijandin slechts enkele meters van haar af, over George's tafel gebogen zat, werkte als vergif. Eensklaps rende ze naar de schel; lang hield ze den vinger op het knopje. Beneden werd een deur geopend — ze ijlde naar het portaal.

„Kenrick!quot;

„Ja, Mylady.quot;

Stilte, en het zacht ruischen van een zijden japon.

„Zeg eens aan Lady Maxwellquot;, — zij deed haar best een kalmen, hautainen toon aan te slaan, — „dat, als het haar niet te laat wordt, ik haar nu wel zou kunnen ontvangen.quot;

Zij rende terug naar het salon en wachtte. Zou ze komen? Alles aan Letty trilde nu van woest verlangen om Lady Maxwell te spreken. Kenrick liet haar toch niet gaan ? . ..

Maar er klonken voetstappen; de deur werd wijd geopend, en Marcella Maxwell trad binnen, beschroomd , doodsbleek, de donkere oogen knippend onder het plotselinge licht van de schitterende ontvangkamer. Zij was zonder hoed, alleen had zij een langen, zwart kanten mantel over de witte avondjapon omgeslagen. Tweeërlei indrukken flitsten Letty, zoodra zij haar zag, door het hoofd: van haat om

ocr page 242

232

hare schoonheid, van triumf omdat zij merkbaar gejaagd en zenuwachtig was.

Zonder in het minst van houding te veranderen, nam de vrouw des huizes allereerst het woord.

„Mag ik vragen,quot; klonk het op Letty's schelsten, scherpsten toon, „waaraan ik de eer van uw bezoek te danken heb ?quot;

„Ik heb uw brief aan mijn man gelezen,quot; was het bedaarde antwoord, al trilde de stem, „en ik hoopte dat u mij niet zoudt weigeren naar aanleiding daarvan even met u van gedachten te wisselen.quot;

„Dan wil u misschien liever gaan zitten,quot; hernam Letty op denzelfden toon, zelve plaats nemend.

Als zij door deze lompheden het Marcella dubbel moeielijk hoopte te maken, dan gelukte dit haar niet. Eer kwam deze er door tot zichzelf. Rustig nam zij een stoel, en zette dien dicht genoeg bij Letty om samen te kunnen praten, — wederom zich bewegend met die gratie, die onbewuste statigheid , welke Letty haar zoo dikwijls, als zij samen in gezelschap waren, benijd had.

Maar gratie noch waardigheid beletten Marcella aan de ontroering lucht te geven die haar hart beklemde. Zich naar Letty toe buigend, de handen op de knieën ineengeslagen, begon zij, — smeekend, nederig —:

„Uw brief aan mijn man heeft mij zoo innig leed gedaan. . . ik kon het niet laten eens naar u toe te komen. Niet dat wij — natuurlijk niet — het een ware — ot een juiste — opvatting vonden van wat er gebeurd isquot; — langzaam richtte zij zich overeind — „maar hij deed mij gevoelen — wat ik trouwens reeds gedacht had nog voor ik hem las — dat ik, in mijn vriendschappelijken omgang met uw man, vergeten had. . . waar ik in de eerste plaats aan had moeten

ocr page 243

233

denken. Ik mag u zeker wel alles op mijn eigen manier vertellen , zooals ik het zelf vind, niet waar ?. . . Op Luton voelde ik mij erg tot Sir George aangetrokken. Zijn aangename manier van praten deed voor het eerst den wensch in mij opkomen te trachten zijn inzichten te wijzigen. . . hem in aanraking te brengen met mijn armen. . . hem onze vrienden te doen kennen. Zoo is er gaandeweg tusschen hem en mij een eigenaardige band ontstaan ten opzichte van die gewichtige zaak, waarvoor mijn man en ikquot; — zij sloeg de oogen neer om niet altijd op Letty's verhit gelaat te kijken — „zoo geijverd hebben. Maar wat ik... . van het eerste oogenblik af.. . had moeten bedenken. .. was, dat er nog iets bij behoorde. Menschen die getrouwd zijnquot; — zij sprak gejaagd, zij was zéér geagiteerd — „zijn één. . . en het eerste wat ik had moeten doen. .. was naar u toe te komen. . . en. .. en u te vragen ook met u nader kennis te mogen maken.. . om te weten hoe tc dacht of u een vriendschap welkom zou zijn die. . . die ik misschien het recht niet had aan Sir George alléén aan te bieden. Ik heb mijn eigen hart onderzochtquot;, — wederom beefde de stem — „en ik zie in dat het een fout van mij was, een groote fout. Als ik mij voorstel dat mijn man innig bevriend was met iemand die ik bijna niet kende, ik zou mij diep rampzalig voelen!quot; — De wanhoop in haar blik toen zij de oogen opsloeg, deed zelfs de booze, hardvochtige Letty even aan. „Dat wilde ik u het eerst van al zeggen. Ik heb gezondigd tegen mijn eigen opvatting van het huwelijk, en u hadt het volste recht boos op mij te zijn!quot;

„Ja; 't was ten minste heel duidelijk, geloof ik, dat u van 't eerste oogenblik af vergat dat George ook een vrouw had!quot; krijschte Letty, op beleedi-

ocr page 244

234

genden toon. „Dit zal niemand ontkennen. Op Luton , ten minste, kon ieder 't zien met eigen oogen.quot;

Marcella keek haar aan, verstomd, verbaasd. Wat zou haar ingeven het rechte woord te spreken, den rechten snaar aan te roeren ? Zou zij meer kunnen doen dan haar eigen geweten tot rust brengen en heengaan, om deze kleine furie te laten praten over dit bezoek en hare bekentenis zooals zij goed vond ?

Een oogenblik hield zij de hand voor de oogen als dacht zij na. Toen hernam zij:

„Misschien helpt het mij niets of ik er u al aan herinner hoe vervuld wij waren — mijn man en ik — van éen ding. .. van éen groot feit Maar als ik u niet te lang ophoud, zou ik u zoo graag van mijn standpunt vertellen hoe de vriendschap tusschen Sir George en mij ontstaan is. Ik geloof dat ik mij ieder gesprek tusschen ons kan herinneren , van onze eerste ontmoeting in het gasthuis af tot... tot van morgen.quot;

„Van morgen!!quot; riep Letty, opvliegend van haar stoel. „Wat zegt u? Van morgen?!... Is hij dan vandaag bij u geweest?quot;

Het jeugdige gezichtje, zoo verwrongen van boosheid , wekte in Marcella een oneindig medelijden op.

„Ja, hij is bij mij geweest,quot; antwoordde zij, de donkere oogen vol deernis en wederom met die smeekende uitdrukking op Letty gevestigd. „Maar laat mij het u vertellen. Ik heb nooit iemand zoo ontroerd gezien — ontroerd om zichzelfs — ontroerd om uwentwil.quot;

Letty barstte uit in een akelig schrillen lach.

„Natuurlijk! Hij is zich zeker over mij komer. beklagen, dat ik coquetteerde — dat ik zijn moeder slecht behandelde — dat ik te veel geld uitgaf—en 'k weet niet wat al lievigheidjes meer! O, ik begrijp 't best! Misschien ging hij nog bovendien om een

ocr page 245

235

bedankje! Nu, dat verdiende hij wel! Hij heeft zijn carrière weggegooid ten pleziere van u; dus als u hem niet heel lief bedankt hebt, zou dat niet mooi van u zijn ! Iedereen zegt dat hij zijn positie in 't Parlement weggegooid heeft, — dat hij zijn mandaat moet neerleggen ; — nog al plezierig voor z'n vrouw, vindt u niet ? En ik heb 't allemaal van den beginne af zien aankomen; — ik begreep precies wat u wou, op 't kasteel Luton; — alleen. . . toen kon ik nog niet gelooven, . . 'k was nog geen zes weken getrouwd..

De zenuwen overmanden haar nu ze haar droevig lot beschreef. Ze bleef snikkende steken.

Marcella wist geen raad. Zij kende de ware Letty Tressady in het geheel niet. Het was de echtgenoote, de veronachtzaamde, op zijde gezette echtgenoote, die indruk op haar maakte; 'twas het verdriet van deze gelukkige , deze beminde vrouw. Zij stond eensklaps op , stak beide handen toe aan het kleine, vinnige schepseltje dat haar zoo beleedigd had, en riep aangedaan:

„O, geloof zulke dingen toch niet! Nooit heb ik één oogenblik u met bewustzijn onrecht gedaan. Kunt u het niet gelooven, dat Sir George en ik bevriend werden omdat wij ons in dezelfde dingen interesseerden; omdat ik vol was van den arbeid van mijn man en al wat daarmede in verband stond; omdat ik er gaarne over sprak, en hoopte voor hem aanhangers te winnen ? Als het ooit in mij opgekomen was dat zoo iets voor u onaangenaam en kwetsend kon zijn...quot;

„Waar hebt u hem vandaag heen gestuurd?quot; viel Letty haar gebiedend in de rede, met een boos gebaar zich de oogen afwrijvend.

Op eens voelde Marcella hoe moeielijk het wezen zou haar eigen beweegredenen en Maxwell's ver-

ocr page 246

236

zoek uit te leggen ! Langzaam , aarzelend begon zij :

„Sir George vertelde mij. dat hij dadelijk uit de stad moest voor een onaangename zaak, die hem al veel hoofdbreken had gekost. Even nadat hij weg was, hoorden wij van Mrs. Allison dat zij in grooten angst verkeerde omtrent haar zoon. Feitelijk was het doel harer komst alleen, ons te vragen haar te helpen om hem te vinden. Ik zal nu die heele geschiedenis niet ophalen ; u weet er zeker alles van. Mijn man en ik spraken er over wat te doen. Toen bedachten wij dat, als Maxwell naar hem toeging — naar Sir George — en hem vroeg haar en ons den grooten dienst te bewijzen Ancoats op te zoeken en te trachten hem bij zijne moeder terug te brengen, dat misschien dan alles anders loopen zou. Maxwell zou hem leeren kennen... zooals ik hem had leeren kennen. Het zou een middel wezen — om een eind te maken aan de dwaze, onware dingen — die men gezegd heeft — geloof ik — ik weet het niet. ..quot;

Zij zweeg, verward in het netwerk van akeligheden waarin zij zich gewikkeld voelde; het gelaat koortsachtig heet. Doch het hart had rust in de verzekerdheid harer onschuld.

Weldra herstelde zij zich, trad een paar stappen nader en vervolgde:

„Als ik. . . u maar tevens. . . de overtuiging kon geven.. . hoe innig. . . hoe diep ik met u meegevoeld zou hebben... . alles wat u misschien voor uzelve doorgemaakt hebt... Als ik u slechts kon overhalen.. . het te beschouwen — de handelwijze van uw man... en van mij... in het ware licht... en te gelooven dat niets, niets in de wereld hem zoo dierbaar is — moet zijn — als zijn eigen gezin, als u en uw geluk!quot;

De edele bedoelingen van de spreekster, en het on-

ocr page 247

237

beduidende van hetgeen zij zeide, wogen tegen elkaar op. Openhartiger te spreken was onmogelijk, zij het slechts uit vriendelijkheid. En het verhaal aldus gegeven, was niet alleen niet overtuigend, het was voor Letty zelfs niet te volgen. Want de twee personen bewogen zich in geheel verschillende werelden, en wat voor de vrouw , die enkel volgens kiesche impulsie en idealistische behoeften handelde, de gewone en rechte weg was geweest, wekte in Letty, niet geheel zonder reden, nieuwen argwaan en nieuwe boosheid. Als woorden alleen het hadden moeten doen, zou Mar-cella niets gewonnen hebben.

Maar een wonderbare strijd woelde meer en meer in Letty's binnenste. Er was iets in deze zelfvernedering tegelijk met een buitengewoon hoog voelen en zelfbewustzijn, er was iets in die oogen, in die handen, die zoo gaarne de hare gegrepen en tegen zich aan gedrukt zouden hebben, wat haar bijna ontzag inboezemde. En wederom barstte zij uit, als wilde zij dat gevoel onderdrukken:

„V/elk recht hadt u hem de stad uit te sturen — een plan te maken voor mijn man zonder mijne toestemming? O, zeker u weet er een heel mooien draai aan te geven; ik geloof graag dat u een massa dingen weet waar ik geen verstand van heb; ik ben volstrekt niet geleerd, ik kan niet praten over de politiek! Maar ik zie daar het goede niet van in, als 't er enkel om te doen is de mannen van hun vrouwen af te trekken. Wat hiervan wezen mag, ik huichel niet, en 'k zal evenmin beweren dat ik een heilige ben. Verre van dien. Ik twijfel niet of George denkt dat hij van 't begin af aan alles heel goed gedaan heeft, en dat het allemaal mijn schuld is! Nu, 't is best, ik zal er niet over kibbelen. Maar verbeeld u, als je blieft, niet, dat ik al dien tijd de verwaarloosde

ocr page 248

238

vrouw gespeeld heb! Als de menschen mij beleedi-gen, ben ik niet gewoon mijn mond te houden, en 'k geloof dat ik per slot van rekening mijn eigen man wel begrijp, al is Lord Maxwell zoo vriendelijk te zeggen van niet!quot; — Met een minachtend gebaar wees zij naar Maxwell's brief die op de tafel lag. „Maar zoodra ik merkte dat het George allemaal niets schelen kon, wat ik ook zei, dat hij alleen dacht aan u en hoe hij u ontmoeten kon, welnu, toen ben ik natuurlijk mijn eigen weg gegaan! Er zijn wel meer mannen in de wereld — en een is er onder die me op 't oogenblik nog al amuseert, 't Is uw schuld, en George's, hoor! als hij 't niet plezierig vindt!quot;

Marcella deinsde ontsteld achteruit, met verschrikte ooo-en het jonge vrouwtje aanstarend. Letty doorstond dien blik met een uitdagende houding, de droge lippen samengeperst tot een schrillen glimlach. Zij was zeer klein en elegant zooals ze daar stond bij haar schrijftafel, de hand, schitterend van ringen , even er op rustend \ alleen het heete, rood gevlekte gezichtje verried hoe zenuwachtig ze was.

Een paar seconden duurde dit tafereel; toen repte Marcella zich met vluggen stap naar een stoel die achter in de kamer stond, en begroef het gelaat in de handen.

Het was Letty alsof haar hart in een afgrond ronk. Toch was er voor haar een waanzinnige tnunif in het schouwspel van Marcella s smart en tranen.

Marcella Maxwell zóo verslagen, zóo onderworpen! ... De wijdvermaarde naam, met alles wat hij in Letty's gedachten vertegenwoordigde aan benijdbare, wenschelijke dingen, klonk haar in de ooren, deed haar groeien in hare wraak. Zij deed haar best in haar rol te blijven.

ocr page 249

239

„Ik begrijp niet waarom u u zoo aantrekt wat ik daareven zei,quot; prevelde ze onverschillig, na eenige oogenblikken.

Marcella gaf geen antwoord. Op eens zag Letty dat zij met het gezicht in de hand doelloos voor zich uit zat te staren. Eindelijk keerde zij zich om, en Letty had de voldoening van te zien dat inderdaad de oogen vochtig glinsterden.

„Is er niet iemand...quot; vroeg de klankvolle, bevende stem, „van wie u veel houdt . . die u zoudt kunnen laten halen om u te raden en te helpen?quot;

„Dank u wel,quot; zei Letty bedaard, leunend tegen de schrijftafel, en zenuwachtig met haar voetje tegen den grond tikkend. „Ik heb niemand noodig. En 'k begrijp niet wat u daarmee te maken hebt.quot;

Doch voor de eerste maal, en tegen den wil der eigenaresse, trilde de harde stem.

Wederom stond Marcella haastig op van haar stoel. Wederom kwam zij naar Letty toe en zei — nog zenuwachtig bevend —:

„Als men denkt aan al de lange jaren die u nog wachten... aan de kinderen die komen kunnen. .

Letty zette groote oogen op.

„Als men ze hebben wil! Maar ik zou u danken, ik begeer geen kinderen, ik heb er nooit van gehouden ! 'k Geloof graag dat het heel hardvochtig klinkt. Hoe het zij, düt punt kunt u er wel af laten.quot;

„En uw man? Uw man, die zich diep ongelukkig moet gevoelen, wiens groote gaven niet tot hun recht zullen komen, tenzij u op de een of andere manier die boosheid wilt laten varen en u met hem verzoenen. In plaats daarvan denkt u er alleen aan hoe u te kunnen wreken, hoe nog méér verdriet en ellende in de wereld te brengen! 't Is hartbrekend

ocr page 250

240

om aan te hooren! En er zou wezenlijk slechts zoo'n kleinigheid van uw kant noodig zijn ; slechts een paar woorden behoeft u te spreken of te schrijven om hem aan uwe voeten te brengen, om een eind te maken aan dit grievende leed!quot;

„O, George kan wel voor zichzelf zorgen,quot; zei Letty tergend; „en ik ook. Bovendien, — u hebt hem weggestuurd.quot;

Marcella zag haar aan, zij was wanhopend. Toen keerde zij zich zwijgend om, en Letty zag haar zoeken naar een paar handschoenen en een zakdoekje, die zij in de hand had toen zij binnen kwam.

Letty zag haar ze opnemen, en vroeg eensklaps:

„Gaat u heen?quot;

„Ik geloof dat 't het beste is. Ik kan niets doen.quot;

„Ik wou dat ik toch wist waarom u eigenlijk gekomen is! Iedereen zegt dat u doodelijk is van uw man. Misschien . . misschien hebt u daarom medelijden met mij ?quot;

Marcella's trots voelde zich gekrenkt nu zulke lippen van haar huwelijksleven spraken. Doch zij onderdrukte die opwelling en zei fluisterend, met een droevig glimlachje;

„U hebt het met dit enkele woord beter uitgedrukt dan ik met al mijn redeneeren! Goeden nacht.quot;

Letty sloeg geen acht op dien afscheidsgroet. Zij ging op de leuning van een stoel zitten die bij haar stond. Haar oogen schoten vlammen, haar gezichtje werd doodsbleek, terwijl ze begon:

„Als u het dan weten wilt — neen, ga niet heen — ik wil niet dat u al weggaat — ik ben het ongelukkigste schepsel dat er leeft! Ziedaar; u moogt het gelooven of niet, maar 't is zoo. Ik weet wel dat ik niet veel om George gaf toen ik met hem trouwde — een massa meisjes trouwen zonder liefde.

ocr page 251

241

Maar zoodra hij u begon na te loopen, was 't juist t omgekeerde, —ja, ik geloof dat ik iedereen had kunnen vermoorden die hem mij ontfutselde, en daarna mezelf! — Och hemeltje! hij had reden genoeg om los van me te worden Ik ben niet van dien aard om den baas over me te laten spelen, en ik wou zijn geld uitgeven zooals ik het 't prettigst vond, en ik wou bij ons zien wie ik wilde; en, dat vooral, — ik bedankte er voor altijd te worden nageloopen met en visites te moeten maken bij die akelige moeder van hem, die me 't leven tot een last maakte! Hè, wat wordt u op eens bleek! — Nu ja, ik wil wel gelooven dat 't akelig klinkt voor een ander. Maar dat kan me niet schelen. Misschien zult u nof veel

o

meer schrikken als u hoort dat er van middag- een boodschap kwam — ik was uit, en George was uit

— dat Lady Tressady heel ziek is — 'k geloof dat mijn kamenier zei dat ze op sterven ligt. En 'k heb er geen oogenblik meer aan gedacht! — geen minuut!quot; — zij sloeg de handen in elkander — „omdat de knecht dadelijk daarop vertelde dat u er van middag geweest waart en terug zoudt komen; — en ik wou aan niets anders in de wereld denken dan aan u en aan George. Neen , kijk me maar niet zoo aan,

— kom liever niet dicht bij mij , — gek ben ik niet. Ik verzeker u, ik ben heel goed bij mijn zinnen ! Maar dat doet er allemaal niet toe. Wat zei ik ook? O ja, dat George alle reden had om niet meer van me te houden. Zeker had hij dat; maar nu hij me eenmaal heeft laten glippen , zal ik er hem nog heel wat meer reden toe geven vóór we afgerekend hebben ! Die andere — u kent hem ? — Cathedine — heeft me van middag een kus gegeven toen we samen in een donker laantje liepen!quot; — weer die onwillekeurige rilling, terwijl ze nog altijd haar bezoek-

I'- ié

ocr page 252

242

ster op een afstand hield. „O, het is een beest — een beest!! Maar wat geef ik er om wat er met mij gebeurt? Toch is 't vreemd dat 't mij niet schelen kan — want ik ben dol op partijen,'k heb graag dat de menschen mij vragen. Maar nu George een hekel aan mij heeft, en zich door u van mij laat wegsturen, — me dunkt nu is 't alles zoo duidelijk als 't maar kan! Ik... Neen! — kom niet bij me! Ik vergeef het nooit, nooit!... 't is alleen dat ik zoo moe ben...quot;

Maar Marcella vloog naar haar toe. Gode zij dank is er een grens aan overspanning, en Letty was in haar wartaal zich te buiten gegaan. Naar adem hijgend zonk zij op een canapé, nog steeds door gebaren alle hulp afwerend. Maar Marcella knielde bij haar neder, de tranen stroomend langs de wangen, en sloeg de armen — armen gemaakt voor teeder-heid, voor moederlijk zorgen — om de slanke gestalte van het kleine vrouwtje, smeekend, met bevende lippen: „Neen!... stoot mij niet af!quot;... En eensklaps gaf Letty zich over. Zonder zelf te weten hoe het gebeurde lag zij snikkende in Lady Maxwell's armen, terwijl al de troost, al het berouw, al de heelende kracht van zelfovergave en medelijden, op haar nederdaalden door Marcella's vertroostende nabijheid , hare haastig geprevelde fluisterwoordjes. Zij verzekerde Letty dat alles in orde komen zou; zij bezwoer haar geduldig te worden en zacht; zij liet haar een blik slaan in haar eigen hart, in haar diepste voelen en denken als echtgenoote, — te heilig haast voor de ooren eener Letty Tressady — kleinigheden, momenten uit haar eigen leven en rijke ervaring. De vrouw, op wie Letty haar felste slagen had doen regenen, hield niets voor zich , schonk haar het beste wat zij had.

ocr page 253

243

Toen zij eindelijk alle punten van overreding en troost had uitgeput, had Marcella bijna zichzelve en Letty overtuigd dat George Tressady nooit een woord tot haar gesproken had dat méér was dan vriendschappelijk; zij had zich met heel haar ziel en zinnen voorgenomen dat dit rampzalige huwelijk beter kon en moest worden, en dat het op hiar weg lag dit te bewerken; met den moed harer jeugd had zij heel den last van Letty's karakter en Letty's omstandigheden op de schouders genomen, vast besloten dit werk der liefde en des gedulds tot stand te brengen. Haar eigen aard maakte het haar misschien mogelijk Letty's hartstochtelijke uitbarstingen met meer geduld aan te hooren dan een andere vrouw gedaan zou hebben; berouw en zelfverwijt, gevoegd bij haar onbekendheid met Letty's verleden en de détails van Letty's leven, deden ze haar zelfs beschouwen als de gevolgen van teleurgestelde liefde en de kwellingen der jaloezie, wat zij vergefelijk vond.

Wat Letty betreft — het was bij haar een voortdurende eb en vloed van verschillende gewaarwordingen. Dat zij aldus die ongenaakbare Lady Maxwell had kunnen temmen, gal haar door alles heen, in haar hartstochtelijke droefheid zoowel als in haar oogenblikken van overgave, een blij gevoel van triomf. Telkens had ze een visioen van een vorstinne-gestalte, stijf en plechtstatig naast haar zittend in de zaal van het kasteel Luton, wat hare verbazing over deze smeekende stem , die vertrouwelijke woordjes, dit medelijden, slechts deed toenemen. Maar er was meer en beter dan dit. Vreemde gevoelsopwel-lingen, lang onderdrukt en vertrapt; vluchtig ontwakende stemmen van het geweten, van berouw, van spijt; krachtige aanvallen van een jaloezie.

ocr page 254

244

niet langer onedel maar begrijpelijk; zachtere gedachten over George; het al tegenstribbelend dee-moedisr erkennen van wat de liefde beteekende in het leven eener andere vrouw — al deze boden en voorloopers van goddelijker dingen woelden door de ledige ruimten van Letty's zieltje terwijl ze doodsbleek en lijdelijk in Marcella's armen lag. En dan was er een wondere verluchting, een fysiek gevoel van herademen in deze stilte, in dit zwijgen na al het beleedigende razen en tieren van daar straks.

Nog altijd zat Marcella met Letty's hand in de hare, de oogen smeekend op haar gericht, met zachte stem tegen haar te praten, toen plotseling een harde schel galmend weerklonk door het huis. Letty vloog verschrikt op.

„Wat kan dat zijn? 't Is al over tienen. Voor een telegram is 't te laat.quot;

Eensklaps herinnerde ze zich iets, met een schok van zelfverwijt. Zij liep ijlings naar de deur. Juist kwam Kenrick binnen.

„De kamenier van Lady Tressady vraagt of zij u even kan spreken, Mylady. Zij weten 't adres niet van Sir George. De doktoren denken dat zij den morgen niet zal halen.quot;

En reeds kwam Justine, de Fransche kamenier, schreiend en weeklagend achter Kenrick aan. Lady Tressady, vertelde zij, had heel den middag hevige pijnen gehad. Op het oogenblik was het iets beter, maar uitputting van krachten maakte haar toestand zeer gevaarlijk. Indien de aanvallen binnen de vier en twintig uur terugkeerden, kon niets haar leven redden. Eene herhaling was zeer waarschijnlijk; en zij riep aanhoudend om haar zoon, die, meende Justine, haar opgezocht had den dag voor het zoo

ocr page 255

245

erg werd, kort voor zijn vertrek naar Parijs, wat hij haar geschreven had.

„Et la pauvre amp;me!quot; bracht de francaise ten slotte al snikkende uit, zich niets om die vreemde schoondochter bekommerend, „elle est lè. toujours, quand les douleurs s'apaisent un peu , écoutant, espérant — et personne ne vient — personnel Voulez-vous bien, madame, me dire oü on put trouver Sir George

„Poste Restante, Trouville,quot; zei Letty gemelijk. „Dat is 't eenige wat ik weet.quot;

Maar zij stond daar als onzeker wat te doen, met diepe rimpels in het voorhoofd, terwijl hetFransche meisje, dat moeite had zich in te houden, het behuilde gezichtje aanstaarde, en door haar hijgen en zwijgen, door heel haar houding, iets anders, méér vroeg dan Sir George's adres.

Intusschen hield Marcella zich op den achtergrond, nolens volens alles hoorend, sprakeloos van verbazing. Het is misschien meer waar van de moreele dan van de maatschappelijke wereld, dat de eene helft geen begrip heeft van de manier waarop de andere leeft. George Tressady's moeder alleen! — stervende — in de afwezigheid van haar zoon! — En Letty Tressady wist niets van haar ziekte vóór het een vraag van leven of dood geworden was, en had toen werkelijk geweigerd er heen te gaan! — had zelfs de boodschap om te komen vergeten!!

Toen Letty, met koortsigen, ontstelden blik, zich weder naar de vrouw keerde die in dit laatste veelbewogen uur haar een blik had doen slaan in haar hart, zag zij in die van Lady Maxwell een uitdrukking waarvoor zij verschrikt terugdeinsde, terwijl ze toch, de hand voor de oogen brengend als een kind dat stout is, half knorrig zei:

„Moet ik er heen ?quot;

ocr page 256

246

„Mijn rijtuig staat er nog,quot; fluisterde Marcella haar haastig in het oor. „Ik kan er u dadelijk brengen.quot; En zich tot de kamenier wendend, vroeg ze: „Is er eene verpleegster?quot;

O zeker, er was zooeven eene flinke verpleegster gekomen, of Justine zou hare mevrouw niet verlaten hebben; en de dokter woonde vlak bij , men kon hem ieder oogenblik roepen. Maar de arme Mylady wilde haar zoon bij zich hebben, of althans iemand van de familie; — Justine beet zich op de lippen, met een schichtiger! blik naar Letty — 't was hartbrekend om haar te zien! — Het scheen het meisje goed te doen over haar arme mevrouw te spreken tegen die ernstige en vriendelijke dame; zij gaf blijk van meer gevoel en medelijden dan men achter iemand met een zoo opgeschikte kleeding en geaffecteerde stem gezocht zou hebben.

Intusschen liep Letty onrustig de kamer op en neer. Marcella ging naar haar toe.

„Uw hoed ligt hier, op deze stoel. Een shawl heb ik voor u in het rijtuig. Zou u niet liever dadelijk meegaan en voor uw kamenier een boodschap achterlaten dat zij u bezorgt wat u noodig hebt ? Dan kan ik doorrijden, als u wilt, en uw telegram afzenden aan Sir George.quot;

„Maar hij moet immers iets voor u doen ?quot; zei Letty, haar aanziende met twijfelenden blik.

„Moeders gaan voor, dunkt mij!quot; zei Marcella met een glimlachje van verbazing. „Het beste zal zijn, het telegram te schrijven vóór wij weggaan. Wilt u mij zeggen wat ik telegrafeeren moet?quot;

Zij zette zich voor de schrijftafel, en moest het telegram schrijven zonder veel hulp van Letty, die, half versuft, zich diep rampzalig voelend, nog strijd voerde met een demonische stem in haar binnenste om

ocr page 257

247

niet te doen wat men van haar vroeg. Doch langzamerhand, onwillekeurig, kreeg Marcella macht over haar. Een paar gefluisterde woorden tegen Justine zonden deze de kamer uit, om alles met Grier te regelen. Toen merkte Letty dat een avondmantel, dien men was gaan halen, haar om de schouders geslagen werd, en dat men haar met lieve woordjes zocht te bewegen haar hoed op te zetten. Een minuut later zat zij in den coupé der Maxwells, met de hand in die van Marcella.

Toen zij wegreden zuchtte zij, een traan afvegend : „Ze zullen willen dat ik bij haar blijf waken!... En ik ben zoo moe.. . en ik vind zieke menschen zoo akelig om te zien!quot;

„Zeer waarschijnlijk zullen ze u van avond niet meer bij haar laten. Maar u is er dan toch als de pijnen weer erger worden. U zoudt het immers héél naar vinden als. . . als zij geheel alléén stierf. . . terwijl Sir George uit de stad was?quot;

„Als zij stierf!quot;... herhaalde Letty, half boos. „Maar dat zou vreeselijk wezen! — wat kan ik toch doen?quot;

Marcella zag haar aan met een treurigen glimlach en antwoordde:

„Wees maar vriendelijk ; vergeet alle andere dingen en denk alleen aan haar!quot;

De zachte stem verborg een strengheid, waaraan Letty, al voelde zij ze, geen weerstand kon bieden. Eer wekte ze in haar het pijnlijk bewustzijn dat, ten slotte, niet zij overwinnaar was gebleven in den strijd. De gebeurtenissen van het laatste half uur schenen op een vreemde manier het blaadje omgekeerd te hebben. Letty voelde met stille ergernis dat hare verhouding- tot George's stervende moeder

O O

haar veel meer aan Lady Maxwell had doen kennen

ocr page 258

248

dan alle mogelijke hartstochtelijke en half oprechte bekentenissen hadden kunnen doen. Hare ijdelheid voelde zich gekwetst, toch op een andere manier dan vroeger. In ieder geval — Marcella's oogenblik van zelfvernedering was voorbij , en Letty voelde bij instinct dat het nimmer terug zou komen, terwijl in haar zelve een nieuwe behoefte, een behoefte aan liefde ontstaan was. Alleen reeds de nabijheid van deze persoonlijkheid werkte op haar, had macht over haar. Vroeger had zij enkel gedacht — met haat, met nijd gedacht — aan al de voorrechten en eigenschappen welke Maxwell's echtgenoote eene vrouw van naam deden zijn in Londen. Waar zij thans oog voor begon te krijgen was grootheid, rang en invloed, van een anderen aard.

Toch niet onvermengd — kon het anders? — met meer wereldsche gedachten! Geen gewone prediker, geen middelmatige welsprekendheid, zouden misschien geholpen hebben, — niets wat minder dramatisch en exquis was dan het tooneel dat werkelijk had plaats gegrepen , dan een Marcella aan hare voeten. Welnu! er zijn vele wijzen en graden van bekeering ! Hetzij door wat het slechtste of het beste in haar was; hetzij dezelfde zwakheden van karakter, die het van den beginne hadden vergiftigd, thans hadden geholpen, ja dan neen, om haar tot onderwerping te brengen, wat doet het er toe? Dit stond vast — dat één kort uur lang genoeg geweest was om dit ijdele, zelfzuchtige schepseltje te brengen onder een zedelijke macht, die zij nimmermeer van zich zou schudden.

Intusschen was Marcella, terwijl zij naar Warwick Square reden, enkel vervuld van de gedachte hoe Letty veilig aan haar man over te geven. Een radeloos gevoel van verantwoordelijkheid maakte

ocr page 259

249

zich van haar meester als zij dacht aan Cathedine. Maar neen... nu geen aandoeningen meer!— alleen gezond verstand en zachtheid.

Dicht bij Warwick Square trok Letty hare hand terug en zei met heesche stem, terwijl ze het hoofd afwendde;

„Ik denk dat u wel nooit meer bij mij zult willen komen ?quot;

„Gelooft u wezenlijk dat dit mogelijk is voor twee menschen, die zooveel samen hebben doorgemaakt als u en ik?quot; klonk Marcella's wedervraag. „Wanneer mag ik u morgen komen opzoeken? Natuurlijk zal ik al vroeg eens laten vragen.quot;

Iets wat haar eensklaps te binnen schoot, deed Letty, naar adem hijgend, haastig antwoorden:

„Zoudt u. . . 's middags willen komen tecjen vier

o o

uur?quot; — Het rijtuig hield stil. — „Ik geloof dat we er hier zijn. U zoudt mij nog vertellen. ..quot;

„Ja, ik heb u heel veel te vertellen! Ik kom dus, en hoor dan wel of u gemist kunt worden... Goeden nacht. Ik hoop dat zij wat beter is! Ik ga nu dadelijk het telegram verzenden.quot;

Letty voelde een ernstigen handdruk; de palfrenier hielp haar met uitstappen, en een minuut later liep zij de trap op naar Lady Tressady's slaapkamer, na iemand vooruit gezonden te hebben om de verpleegster in kennis te stellen met hare komst.

De zuster kwam de kamer uit, den vinger op de lippen. Zij was zeer blijde Lady Tressady te zien, maar de dokter had bevolen alles te vermijden wat de patiënte zou kunnen opwinden of vermoeien. Natuurlijk , bij een vernieuwden aanval. .. Maar op het oogenblik was er hoop. Alleen was het erg moeielijk haar kalm te houden. In plaats van haar best te doen

ocr page 260

250

te slapen, vroeg zij telkens naar Justine, die haar uit een Fransch romannetje moest voorlezen en een paar gekleede japonnen voor den dag halen om te spreken over veranderingen in de garneering. „Ik durf er mij niet tegen verzetten,quot; zei de verpleegster, ten einde raad. „Maar alleen reeds zich op te richten in bed, kan den dood ten gevolge hebben.quot;

Zij ging terstond weer naar haar zieke terug, met de verzekering dat zij de schoondochter zou roepen als de toestand verergerde, en met een verlicht hart begaf Letty zich naar de logeerkamer, waar Grier reeds bezig was hare zaakjes te ontpakken.

Na zich vlug ontkleed te hebben, legde zij zich te bed. Zij had behoefte aan slaap. Doch midden in een onrustigen droom werd zij met schrik wakker. Waar was zij ? In het huis barer schoonmoeder, — werkelijk hoorde zij de schelle, geaffecteerde stem lachen en praten in de kamer naast haar — en gebracht door Marcella Maxwell! Het ongehoorde dezer twee feiten deed haar onrustig woelen. En waar was George? Misschien kwam hij op dit oogenblik in Parijs aan. Zij stelde zich de lichten en de drukte voor van de Gare du Nord, — zij hoorde zijn vigilante ratelen door de lange straten. In de duisternis voelde ze zich o zoo verlaten bij de gedachte hoe hij met iedere minuut hoe langer hoe verder van haar ging. Zou hij haar ooit dien brief aan Lord Maxwell vergeven, als hij er van hoorde ? .. . Zou ze graag willen dat hij haar vergaf? .. .

Langzamerhand werd ze zoo week dat ze zacht beeon te schreien. Misschien hadden die tranen haar oorsprong in het bewustzijn van de vele scheidsmuren welke ze had opgeworpen tusschen zich en het geluk. De golfjes van het gevoel kwamen en

ocr page 261

251

gingen. Het eene oogenblik verlangde zij naar het uur als Marcella terugkomen zou, dan weer kon zij de gedachte aan haar niet uitstaan. Zoo, half droo-mend, half schreiend, gefolterd door een chaos van gedachten, ging Letty's nacht voorbij. Toen de morgen aanbrak wist zij dat zij ouder geworden was, dat haar leven een andere phase was ingetreden en nooit weer zijn kon als den vorigen dag. Twee aandoeningen , ten minste, of indrukken, hadden zich afgescheiden van alle andere en hielden haar geest geheel bezig — de herinnering aan het gebeurde met Marcella — en de gedachte aan George's terugkomst.

EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

„Kom, dat meen je niet! Zij al acht dagen bij je gelogeerd ?!quot;

De spreekster was Betty Leven, die zooeven op Maxwell Court gekomen was en met hare gastvrouw onder de ceders zat van het prachtige kasteel, dat Marcella aanhoudend in overeenstemming trachtte te brengen met hare democratische opvatting der dingen.

Het was een mooie September-middag. Een fijne herfstnevel hing over het park. Betty was in haar vroolijkste stemming en in haar elegantste toilet. Een aardig rond hoedje, oogenschijnlijk uit enkel papavers bestaande, rustte op een even bevallig kopje met haar. Haar beige japon, slechts door een ongeoefend oog eenvoudig te noemen, deed het jeugdige van het meisjesachtige figuurtje te meer uitkomen; zelfs de voetjes in onmogelijk kleine schoentjes gestoken, hadden iets kinderlijks in hun losse bewege-

ocr page 262

252

lijkheid, terwijl ze, over elkaar geslagen, rustten op het voetbankje dat Marcella haar toegeschoven had.

De straks aangehaalde uitroep gold een opmerking van de gastvrouw, dat Letty Tressady tegen de thee wel verschijnen zou.

„Maar nu, Betty,quot; zei Marcella ernstig, al lachte zij, „moet ik allereerst hierover een woordje met je wisselen. Ben je van zins heel lief tegen mij te zijn, of, zou je willen dat ik het was tegen jou?quot;

Betty dacht even na, en antwoordde toen, met een zoo wijs gezichtje als ze met mogelijkheid zetten kon :

„Je kunt lang niet zooveel voor mij doen als vroeger, nu Frank uit het Parlement gaat. En toch ben ik van dien aard om tegen jou lief te kunnen zijn al is 't niet uit eigenbelang. Maar... eerst vertellen, en dan beloften! Waarom logeert ze bij je?quot;

„Omdat ze, geheel öp van vermoeidheid, alleen in Londen achterbleef toen haar man zijn moeder naar een badplaats ging brengen, nadat hij eerst Maxwell een grooten dienst bewezen had,quot; antwoordde Marcella, niet — zooals Betty opmerkte — zonder een zweempje verlegenheid, „en ik hoop zéér datje een beetje toeschietelijk tegen haar wezen zult.quot;

„De eerste reden en de tweede reden zijn in 't geheel geen redenen,quot; hernam Betty peinzend, „en over de derde moet ik eens nadenken. — Bedoel je dat George Tressady Ancoats nagereisd is?quot;

Marcella haalde de schouders op en zweeg.

„Hoor eens,quot; stoof Betty op, „alsje zoo vervelend geheimzinnig bent, dan weet je wat een akelig schepsel ik word! Denk je nu dat ik lief tegen Letty Tressady zijn kan, als jij me niet eerst een beetje belang in haar doet stellen ?quot;

„O, Betty, wat ben je toch een kind! Nu dan: hij is Ancoats nagereisd; heeft hem uit Trouville

ocr page 263

253

tcmggchaalcl; heeft hem naar Parijs gebracht bij Mrs. Allison, — enfin, hij heeft ons allen een zeer grooten dienst bewezen. In dien tijd had zij zich erg overspannen met haar zieke schoonmoeder. ..quot;

„En dan zulk een schoonmama!quot; riep Betty. „Een juweel van 't zuiverste water!quot;

„En nu heb ik haar meegenomen om hier wat uit te rusten, tot hij uit Wildheim terugkomt en haar afhaalt om samen naar huis te gaan. Waarschijnlijk zien we hem van avond nog.quot;

De spreekster kreeg onder 't vertellen wat meer kleur, hetgeen voor Betty niet onopgemerkt bleef.

„Grootendeels wist ik dat al,quot; zei Betty. „En hoe heb je 't in die acht dagen met haar gehad?quot;

„O, ik heb haar met veel plezier bij mij,quot; klonk onmiddellijk het antwoord; „ik had haar veel vroeger moeten kennen.quot;

Betty zag haar vriendin met een ongeloovig glimlachje aan.

„Je bent bij haar aan 't „verzamelenquot; geweest, zooals Hallin schelpjes verzamelt! Natuurlijk brand ik nu van verlangen om te hooren hoe zij 't hier gevonden heeft! Jij bent 5ok geen gemakkelijk persoontje om mêe om te gaan, Mylady!quot;

„Dat weet ik wel,quot; zuchtte Marcella; „toch geloof ik niet dat zij zich hier niet op haar gemak gevoeld heeft.quot;

Betty zette groote oogen op. „Wanneer zal je nu toch met de waarheid voor den dag komen? Heb je haar onder den duim? Is ze in aanbidding van je?quot;

„Bettyü Wees toch niet zoo flauw!quot;

„Ik wed dat het zoo is,quot; ging Betty peinzend voort; — een chaos van gedachten en vermoedens bestormde haar terwijl ze het gezicht en de houding harer vriendin aan een nauwkeurig onderzoek onder-

ocr page 264

254

wierp. „Ik voor mij zie duidelijk hoe het met jou gaan zal als je nog een beetje ouder bent. Je eigen sekse kon niet met je opschieten toen je een jongmeisje waart, — jij gaf niet om haar, zij niet om jou; en nu. .. Wciar ik kom hoor ik de jonge vrouwtjes over je praten, vooral die pas getrouwd zijn ; en over een paar jaar zul je ze allen achter je aan hebben als een troep roekoeënde duifjes, om je 't leven tot een last te maken met al haar confidenties.quot;

„Nu, maak jij dan vast een begin,quot; zei Marcella ernstig. „Ik ben bereid te luisteren. Hoe voelt Frank zich wel sedert de beslissing genomen is?quot;

„Hoe Frank zich voelt?quot; Betty trok langzaam de lange handschoenen uit. „Als je dat weten wilt, lieve schat: Frank's stemming is een affront voor zijn vrouw! Mijn teleurgestelde illusies hebben op hem dezelfde uitwerking als „Parrish' meelquot; op het kind. Ik voorspel dat hij met Kerstmis ettelijke kilo's zal zijn aangekomen.quot;

Want... de groote stap was gedaan; Betty had toe gegeven, en Frank mocht de politiek vaarwel zeggen. Drie jaar lang had ze hem aan den gang weten te houden — had ze zijn speeches geschreven, had ze voor hem gedacht, en haar best gedaan hem voor politicus te trainen. Maar de jonge man zelf had feitelijk geen andere opinie dan dat de Hemel hem gemaakt had voor een landedelman en sportsman, en voor niets anders. Tot hij eindelijk kribbig en melancholiek werd en het jonge vrouwtje aljeremi-eerende hare eerzuchtige plannen voor hun toekomst had opgegeven. In plaats daarvan had ze haar aanbidder van vroeger terug.

„Frank is gisteren bij mij geweest,quot; zei Marcella glimlachend.

Betty vloog van haar stoel.

ocr page 265

255

„Wat heeft hij gezegd? Vond hij mij niet een engel?... Luister eens: Vertel jij mij ieder woord dat Frank gezegd heeft, en ik zal me heelemaal. met hart en ziel, aan Letty Tressady wijden.quot;

„Sst!quot; gebood Marcella, twee vingers tegen het aardige mondje leggend. „Daar is ze.quot;

Wezenlijk werd er op zijde van het huis een deur geopend en Letty naderde langzaam de beide vriendinnen. Lady Leven's scherpe blik nam de naderende gestalte van het hoofd tot de voeten op. Marcella hoorde haar een zachten uitroep doen, waarna ze opstond en het jonge vrouwtje vriendelijk tegemoet ging.

De manier waarop Letty dit beantwoordde bewees dat zij minder op haar gemak was. Marcella lachte even tegen haar en schoof een laag stoeltje bij, waarin Letty eenigszins stijf, gedwongen, plaats nam. Marcella zag duidelijk dat zij bang was voor Lady Leven, die, trouwens, op Luton zich alles behalve toeschietelijk tegen haar getoond had.

Maar quot;B.etty had de wapenen neergelegd. Het „heksjequot; had haar frissche kleur verloren, en, voor het oogenblik, haar schoonheid. Zij scheen neerslachtig en sprak weinig. Omtrent de verhouding tusschen haar en Marcella verdiepte Betty zich met haar gewone nieuwsgierigheid in duizend gissingen. „Op en top Marcella,quot; dacht zij; „eerst het bestaan van de vrouw te negeeren, en dan haar het hof te maken om den man op een afstand te houden.quot;

Luid verklaarde Lady Leven dat zij alles behalve tevreden was over de ontvangst. Waar waren de heeren ? Moest men daarom zijn mooiste toilet voor den dag halen om op Zaterdag naar Maxwell Court te komen en enkel kippen te vinden ? Marcella trachtte haar tevreden te stellen met de verzekeringf

O

ocr page 266

256

dat er reeds meer heeren dan dames waren en dat er met den volgenden trein nog meer verwacht werden. Maxwell maakte met de reeds aanwezige heeren een groote wandeling op het landgoed.

Betty wilde de namen weten en Marcella gehoorzaamde. Betty bemerkte aldra dat het gezelschap bestond uit de partij van een politieleen leider, die zich kwijten moet van zekere verplichtingen jegens zijn partij. Zij nam de vrijheid nu en dan met minachting de schoudertjes op te halen. „Hm, Mrs. Lechain, —'n heel lief mensch natuurlijk, maar wat heb je aan iemand tegen wie wel vijf honderd men-schen in Londen „Nellyquot; roepen? — Lady Wendo-ver ? Dat had ik vooruit moeten weten! Een goeie moeder voor haar kinderen? Of ze dat is! Dat is 't eenige wat ze in mijn oog tegen heeft. Als je haar met dat stralende gezicht naar haar kinderen ziet kijken, schaam ik me heusch dat ik zelf ook dien weg op ga! Kunt u daar in komen, Lady Tressady?quot;

Maar Letty, die een maand geleden met de grootste animo zou zijn ingegaan op een dergelijke vraag, om te pronken met wat ze wist van Lady A. en Lady B., bleef lusteloos achter in haar stoel leunen en antwoordde enkel met een flauw glimlachje.

„Sir George komt van avond, is 't niet ?quot; vroeg Lady Leven.

„Ja, mijn man wacht ik van avond,quot; zei Letty onverschillig, zonder de spreekster aan te zien. Betry wierp een vluchtigen blik naar de oogen die den kant van het park op tuurden; toen boog ze zich tot Letty's verwondering eensklaps naar haar toe, legde de hand op haar arm en zei, met een knipoogje naar de plaats waar Marcella zat:

„Vertelt u mij eens. Lady Tressady, hoe vindt u haar in haar rol van chatelaine?quot;

ocr page 267

257

Letty schrikte van die vraag en keerde met een verlegen lachje het hoofd om, maar Betty ratelde door. „Hebt u wel opgemerkt dat ze haar meiden behandelt als de verpleegsters in het gasthuis? dat zij op vaste uren haar werk en haar vrijheid hebben ? dat ze, op zij van 't kasteel, een paar gebouwtjes voor hen heeft laten inrichten om te werken en de schoone kunsten te beoefenen? en dat de chef van 't personeel een cantate gecomponeerd heeft, die zij heeft gezonden aan de commissie voor het Festival in Worcester? (Houd je stil, Marcella; als hetgeen cantate is, lijkt het er toch op!) Dat zij de staljongens en de waschmeisjes om de veertien dagen oude En-gelsche dansen leert èn dendas de quatre, en eenmaal in de week, aan al wie uit de buurt lust heeft te komen, haar schilderijen laat zien? Eens ben ik er ook heen gegaan om te hooren hoe ze dat deed, maar ik vond haar en den smid uit Gairsley bezig de ooren van de Holbeins te meten! — 'tschijnt dat men tegenwoordig pas verstand krijgt van schilderijen als men de maat heeft van ooren en pink; — ik hoop voor u dat u 't weet! Ik wist er niets van, dus liep ik zoo gauw mogelijk weg, want ze zei toch geen woord tegen mij, al behoorde ik tot het publiek! Dan weet u, misschien, nog niet dat zij een heel nieuw systeem uitgedacht heeft om het wild te beschermen , — zij en Frank kibbelen er aanhoudend over! — dat zij heel den loonenstandaard in het graafschap omvergehaald heeft, — dit zult u waarschijnlijkwèl weten, want 't heeft in al de couranten gestaan — en nog een massa dingen meer! Heeft ze er u van verteld?quot;

Letty keek beurtelings, niet wetend wat te zeggen , van Betty's ondeugend , lachend gezichtje naar Marcella, en antwoordde eindelijk, aarzelend;

ocr page 268

258

„Zij heeft er nog niet over gesproken. Maar och, er zijn hier natuurlijk zooveel dingen die ik niet begrijp.quot;

„Probeer het ook maar niet!quot; zei Marcella, eerst glimlachend, toen zuchtend.

Betty Leven liet zich echter niet uit het veld slaan en rammelde door, terwijl Letty zwijgend haar gastvrouw aanzag. Zij was naar Maxwell Court gegaan, ondanks haar wezenlijk verdriet zich eenigszins spitsend op den rijkdom en de pracht die haar daar wachten zouden. En de ontdekking dat een groot fortuin enkel oorzaak wezen kon van een onafgebroken moreelen strijd voor de menschen die het bezaten, dat het hen onder den druk bracht van allerlei problemen en gemoedsbezwaren, waar een gewoon mensch zich het hoofd niet mee breekt, was voor Letty even vreemd als raadselachtig. Natuurlijk moesten er rijken en armen wezen, heeren en dienaren. Marcella's rebellie tegen de scheidsmuren in het leven had Letty al den tijd dien zij er logeerde geërgerd; zij vond er iets vermoeiends in. En het dagelijks in aanraking komen met de eenvoudige, zelfs Spartaansche levensmanier, — althans van de eigenaars van dat prachtige huis — met de zelfopofferende menschlie-vendheid der meesteres, waardoor deze zichzelve dikwijls parten speelde, had in het bekrompen, kleingeestige gemoed der logée tot menige minachtende opmerking aanleiding gegeven. Desniettegenstaande, als Marcella lief tegen haar was, als zij haar drong wat op de canapé te liggen, zeggend dat zij er moe uitzag en zichzelve beschuldigend dat zij niet genoeg voor haar zorgde, als zij haar 's avonds naar hare kamer bracht, om zich te overtuigen of alles wel in orde was, ën dacht aan tal van kleine weelden en gemakken, waar zij in haar hart

ocr page 269

259

groote minachting voor had; of wanneer zij, een heel enkele maal en ietwat bleek wordend, een enkel woordje zei — een hartelijk, hoopvol, bemoedigend woordje — over George's terugkomst, dan voelde Letty iets in zich . .. een tot nog toe ongekend gevoel . . . wat haar bijna in snikken deed uitbarsten , dat als het ware een nieuwe kamer voor haar opende in het Huis van het Leven. Marcella had haar sedert die scène nooit weer een kus gegeven; zij waren al dien tijd „Lady Maxwellquot; en „Lady Tressadyquot; voor elkaar geweest, en Letty wa§ steeds meer tot het inzicht gekomen van haar insolente, onbeschofte houding, naarmate zij de geestelijke grootheid van de vrouw, tegen wie zij zoo schandelijk had uitgevaren, had leeren kennen. En soms, als Marcella gewoon bij haar stond te praten, over Londensche families of over Ancoats, of een en ander vroeg over haar levensmanier op Ferth, dan besefte het jonge vrouwtje met weemoed wat het beteekenen moest de intieme vriendschap te genieten van een vrouw als deze ; die lange , fijne armen weder om zich heen te voelen slaan, niet uit medelijden of om te overreden, niet om een boozen demon te bezweren , maar uit liefde alléén, als eene die vraagt zoowel als geeft. Teedere, innige vriendschap, gelijk men ze een enkele maal tusschen twee vrouwen aantreft, is voor een Letty niet mogelijk, Letty had ze nooit gekend. Thans, in omstandigheden welke zij nimmer voorzien had, werd er iets in haar wakker dat haar het geluk van eene dergelijke ideale verhouding deed vermoeden, dat haar deed hunkeren naar dien zegen, ofschoon tegelijkertijd alles in haar drong tot de vraag: „Mag ik daar aanspraak op maken?quot;

Eéns nog was Marcella na haar eerste stormachtig onderhoud op de aanleiding daarvan terug-

ocr page 270

200

gekomen. Zij had, toen ze later bij de oude Lady Tressady, tijdens de vreemde beterschap van deze vreemde zieke, vertrouwelijk zaten te praten, het verhaal g-edaan van haar vriendschap met George Tressady, voorzichtig, ofschoon niets terughoudend, — tot ze aan het laatste bedrijf kwam. Dit in alle bijzonderheden weer te geven , — zij kon er niet toe komen. Het was ook niet noodig. Lang geleden had Letty's jaloezie haar vrij wel de waarheid doen vermoeden. Maar toen al het andere verteld was, had Letty in het eerst een pijnlijk gevoel van boosheid dat het zoo weinig be-teekende. In het binnenste van haar hart wist ze zeer wel hoe het George daarbij gegaan was. In het ge-dachtenleven van haar man was langzamerhand een ander ideaal binnengeslopen, waaraan zij geen deel had; ook kon ze niet ontkennen dat hij ontzettend had geleden. De herinnering aan de uitdrukking op zijn gezicht, toen hij haar vroeg hem te vergeven, dien laatsten rampzaligen avond, toen zij hem driftig voorbijstoof, zei genoeg. Maar geleden om wat? Een paar korte gesprekken over de politiek, eenige bezoeken aan arme huisgezinnen, een gewonen vriendendienst na een ongeluk op straat, waarvoor de eerste de beste vreemde zich aangeboden zou hebben, een enkele ontmoeting in het Huis en bij anderen !

Letty's ijdelheid werd andermaal een gevoelige schok toegebracht door het feit dat Lady Maxwell's misdrijf zoo gering was. Het deed haar tevens be seffen welk een groote plaats,ze zelve innam bij haar man.

Wel had eenmaal Marcella's stem gebeefd en was ze bleek geworden toen ze zich dwong tot de bekentenis hoe zij, dien avond in Mile End, met bewustzijn persoonlijken invloed aanwendde om een politieke zaak er door te helpen. Maar lieve hemel!

ocr page 271

26 r

Letty begreep niet eens wat die wroeging- van de spreekster gold. Ach! enkel Maxwell! Waaraan anders had zij al dien tijd gedacht dan aan Maxwell ? Letty voelde zich steeds kleiner in eigen oog naarmate haar hierover een licht opging, en nu ze in de rust van Maxwell Court man en vrouw te za-men zag.

Haar boosheid en ergernis hadden even goed met des te meer kracht op George kunnen neerkomen. Maar deze nieuwe geestelijke invloed had een eenigs-zins verlammende uitwerking. Het gebeurde in de weken vóór de crisis vervulde haar van een akelig gevoel van schaamte als zij er nu aan dacht. Want in contact te komen met menschen, die een geheel andere levensopvatting hebben , kan heilzaam werken op vrouwen, vooral op persoontjes als Letty, wanneer ze eenmaal zoover zijn dat ze er oog voor hebben. Het bestaat enkel hierin, dat men voor zichzelve erkent niet geschikt te zijn om met een zeker soort van menschen om te gaan; en weinig geestelijke processen zijn misschien meer ingrijpend. Wellicht ware Letty naar haar graf gegaan zonder er iets van te vermoeden, had niet een toeval haar een blik doen slaan in het zieleleven van eene vrouw, met wie zij daarna, hoe ijdel ook, zich niet durfde meten.

George en zij hadden elkaar reeds weer ontmoet na den dag dat hij naar Parijs vertrokken was om Ancoats te zoeken. Het telegram, hem den avond van zijn moeders ernstige ziekte gezonden, was reeds den volgenden dag herroepen. Lady Tressady, zelf even wonderlijk als hare kwaal, keerde binnen enkele uren van den dood tot het leven terug —- en wel tot het leven van de vroolijkste zijde. De vervallen oude vrouw, met haar grijze haren — ach, zoo oud! wat zij ook deed, onder de verraderlijke hand van

ocr page 272

202

lichamelijk verval — hoorde nauwelijks dat men George terug had laten komen of zij wilde hem absoluut zelf telegrafeeren om weg te blijven.

„Ik ben nog niet dood, hoor!quot; — schreef ze hem daarna, „al hebben ze zooveel drukte over mij gemaakt. 'tWas alleen dat ik me schaamde over zoo'n cadaver van 'n zoon als jij waart toen je de laatste maal bij me kwaamt; volg mijn raad, jongenlief, blijf een poosje in Trouville bij Lord Ancoats en amuseer je wat. Dat jonge mensch.... natuurlijk helpt het toch niets; zijn moeder lijkt wel gek met te denken dat jij of een ander hem verhinderen kunt een beetje plezier in zijn leven te hebben ! Maar och, die orthodoxe dames hebben zulke vreemde idéés!quot;

Inderdaad was Letty, die zich haar schjonmoe-der's manieren van vroeger herinnerde en deze weinig veranderd vond ten opzichte van hóar, verbaasd over de nieuwe verhouding tusschen moeder en zoon. Een jaar geleden zou Lady Tressady, om de nietigste reden of om geen reden, er geen bezwaar in gezien hebben hem uit het achterste hoekje van Indië terug te laten komen. Thans dacht zij onophoudelijk aan hem, of voor hem. Op zekeren dag zelfs vond Letty haar in tranen over een offi-ciëele mededeeling van haar advocaat, dat binnen vier weken een nieuwe termijn van de Shapetsky-schuld kwam te vervallen. Maar kribbig droogde ze haar tranen zoodra ze Letty zag, en Letty zeide niets.

George keerde echter binnen de acht dagen terug en scheen zich naar wensch van zijn opdracht gekweten te hebben, ofschoon Letty zóo weinig belangstelde in die Ancoats-geschiedenis, dat zij de passages in zijn brief, waarin hij er van vertelde, haast niet las. Eigenlijk handelden zijn brieven, met uitzondering van een paar dubbelzinnige woorden hier

ocr page 273

203

en daar, enkel over Trouville, Ancoats, of de gunstige en ongunstige publieke opinie omtrent zijn optreden en zijn rede in het Parlement. Letty kon enkel uit een paar losse zinnetjes opmaken dat hij onvatbaar was om van iets te genieten, maar hij scheen niet te kunnen besluiten over het gebeurde te spreken.

Toen hij terugkwam zagen man en vrouw weinig van elkaar. Het was het eenvoudigst dat hij in Upper Brook Street bleef en zij bij haar schoonmoeder; — trouwens, hij was slechts drie dagen in Londen. Hij vloog dadelijk weer naar Market Malford om de beloofde toespraak tot zijn kiezers te houden, en vertrok, onmiddellijk na afloop, op aanhouden van de doktoren, met zijne moeder en de nicht wier hulp hij vroeger reeds ingeroepen had, naar Bad Wildheim. Vóór zijn vertrek bedankte hij zijne vrouw, die niet meer dan strikt noodig was met hem gesproken had, voor hare attentie jegens zijn moeder, waarna hij nog even in de kamer hangen bleef, waarlijk niet minder gelijkend op een „cadaverquot; dan vóór zijn Fransche reis, en blijkbaar wenschend nog iets meer te zeggen.

Eindelijk klonk het:

„Ik zal wel een dag of veertien dienen weg te blijven, wil ik haar daar goed installeeren. Ik weet nog niet wat jij in dien tijd doen wilt. Zou Miss Tulloch niet met je naar Ferth willen gaan, of ga je misschien liever die veertien dagen bij je familie logeeren ?quot;

Hij had zoo gaarne gevraagd hoe het beloofde bezoek van Lady Maxwell afgeloopen was, maar schriftelijk noch mondeling had Letty dit onderwerp aangeroerd. En hij wist niet hoe er over te beginnen. Zoolang hij bij zijn vrouw en moeder was zag men Marcella niet in Warwick Square, en van een conferentie die hij met Maxwell hebben zou, kwam

ocr page 274

264

niets, wegens beider drukke bezigheden. Hij bleef hieromtrent dus in het duister.

Letty gaf niet terstond antwoord op zijn tamelijk onverschillige voorstellen wat haar betrof. Maar juist keerde hij zich met een wanhopige uitdrukking op zijn gezicht om, toen zij zeide:

„Neen, ik ga liever niet naar huis; en Ferth trekt mij nog minder aan.quot;

„Maar in Londen kun je niet blijven. Er is hier geen sterveling; je zoudt je verschrikkelijk vervelen.quot;

Hij keek haar aan, niet wetend wat te doen, wat te zeggen, maar in stilte den Hemel smeekend hem te bewaren voor een scène, want ieder oogenblik kon het rijtuig voorkomen om hen naar den trein te brengen.

Letty stond langzaam op, en rolde een handwerkje ineen, waarmeê ze wat had zitten spelen. Toen haalde ze een brieve uit haar werkmandje, legde het voor hem op de tafel en zei;

„Lees dit maar als je wilt. Dadr ga ik heen.quot;

Meteen liep ze de kamer uit.

George las het briefje, kreeg een kleur als vuur. en haalde gejaagd nog eenige reisbenoodigdheden bijeen. Toen zijn vrouw weer binnenkwam, liep hij haai iirect tegemoet en zei, met heesch geluid;

„Je hadt niets beters kunnen doen om ons beiden te helpen.quot; Meer wist hij niet te zeggen. Hij trok haar naar zich toe om haar een kus te geven, maar een blind gevoel van de oude woede tegen hem en de omstandigheden overmande haar, en zij rukte zich van hem los. De herinnering aan dat oogenblik had misschien meer dan iets anders haar zoo mager en bleek gemaakt sedert zij op Maxwell Court logeerde.

En nu kon hij van avond komen. Zij wist, door haar gastheer zoovel als door George's brieven, dat

ocr page 275

265

Lord Maxwell hem speciaal geïnviteerd had op de terugreis op het kasteel af te stappen om zijn vrouw te halen en hem al datgene te vertellen waarvoor tijdens zijn verblijf in Londen de gelegenheid ontbroken had. Maxwell had met haar gesproken over zijn verlangen om haar man te ontmoeten zonder iets in toon of stem dat kon doen denken aan iets anders dan de van zelf sprekende welwillendheid van den man, wien een veel jongere een gewichtigen dienst bewezen heeft. Maar Letty vermeed Maxwell zooveel zij kon; ook zou hij niet gaarne alleen geweest zijn met dat magere, bleeke vrouwtje, wier brief aan hem gelijk stond met het wegtrekken van een valen sluier van dingen welke men niet noemt en nauwelijks gelooven kan. Hij had medelijden met haar, doch in zijn eerlijk mannenhart was een gevoel van weerzin, dat hij zich niet kon verklaren; en hoe Marcella zoo met haar kon omgaan, was hem een raadsel.

Pas was de thee weggenomen of Lady Leven's beklag over het gezelschap werd glansrijk door de feiten weerlegd. De middagtrein voerde een menigte gasten aan, en alle mogelijke heeren, haar man nummer een , verlangden weldra niets liever dan haar bezig te houden.

Ondertusschen keek Lady Tressady eenige minuten naar het schitterende gewemel op het terras, met het pijnlijk gevoel dat niemand op haar lette, dat zij niet meetelde. Gemelijk zei ze tot zichzelf dat dit van zelf sprak; het was niet haar kring en zij kende er bijna niemand van.

Spoedig echter bemerkte zij tot haar verbazing, dat zij voor velen een voorwerp van belangstelling was. Het ontging haar niet dat haar naam van mond

ocr page 276

206

tot mond ging, en zij ondervond weldra dat ver-scheidenen zich tot Marcella gewend hadden om aan haar voorgesteld te worden, zelfs heeren en dames, wier toeschietelijkheid een paar weken vroeger het toppunt van geluk geweest zou zijn voor haar eerzuchtig hartje. De kleur keerde op haar wangen terug; zij zat weer recht overeind, vergat haar hoofdpijn en redeneerde druk.

„'t Is mij aangenaam in de gelegenheid te zijn, Lady Tressady, u te zeggen hoezeer ik de rede van uw man bewonderd heb,quot; zei de zware stem van den grijzen Procureur-Generaal, terwijl hij in een stoel naast haar plaats nam. „We hebben er niet alleen onze Bill door gekregen, — ze heeft het Lagerhuis tevens een nieuwen redenaar bezorgd. Houding, stem, inhoud — alles uitstekend! Ik hoop dat de geruchten, dat hij er over denkt zijn mandaat neer te leggen, uit de lucht gegrepen zijn. U moet het niet gedoogen! Het zal niet lang duren of hij staat weer recht overeind op zijn beenen, en u zult wat trotsch op hem worden!quot;

„Lady Tressady, u zult me, vrees ik, niet meer kennen,quot; lispte een klagend stemmetje, en zich om-keerend zag Letty het roode haar van Lady Madeleine, die, met vriendelijke lachjes, hare aanspraken als oude kennis kwam laten gelden. „Weet u wel, dat ik het geluk gehad heb op den gewichtigen dag in het Huis te zijn! Wat een opschudding! U was er natuurlijk ook?quot;

Toen Letty bekennen moest „neenquot;, ging er een koor op van verbazing.

„Nu, volg mijn raad, m'n lieve mevrouwtje,quot; hernam de Procureur-Generaal, met deftige bezadigdheid achter uit zijn gemakkelijken stoel (hij nam altijd een vaderlijken toon aan tegen jonge vrouwtjes),

ocr page 277

267

„en sla voortaan geen enkelen speech van uw man meer over. We kunnen onze huis-critici niet missen. Als die dame daar mij niet zoo menigmaal op de vingers getikt had, wie weet of 't met mij niet totaal misgeloopen was.quot;

En hij knikte vriendelijk tegen zijn wederhelft, die, even welgedaan als hij, een eindje verder zat. Zij, haar naam hoorend, knikte terug, glimlachend tegen de omstanders. Doch de meeste toeschouwers kenden dit echtelijk comediespelletje dat men algemeen niet overeenkomend met de waarheid achtte.

Straks stond Mr. Bennett, het werkmanslid voor het Noorden, achter Letty, om eenige hartelijke woorden te zeggen over den afwezigen George. Ook Bayle, de onberispelijkste en meest exclusieve aller secretarissen , die, op de huwelijksreis met zijn tweede vrouw een bezoek aflegde op het kasteel, bewees Lady Tressady voor de eerste maal sedert maanden de eer zich haar bestaan te herinneren en eenige zijner met zorg gekozen woorden aan haar te wijden.

En waarlijk, ten laatste kwam ook Eduard Watton naar haar toe, met een neef-achtige hartelijkheid, gelijk hij haar nimmer betoond had. Hij schoof een stoel bij en bleef eenige oogenblikken babbelen over George en de Bill, en over den toestand in Market Malford. Zelfs de verbaasde Letty moest erkennen, dat, zoolang men haar man miste, zij, voor het oogen-blik misschien, de meest gewichtige persoon was in het oog van dezen schitterenden stoet dames en heeren, vertegenwoordigers eener zegevierende partij.

Ondertusschen werd zij er telkens aan herinnerd dat haar gastvrouw aan haar dacht. Eens, toen Mar-cella verder ging na iemand aan haar voorgesteld te hebben, voelde ze even een hand zacht op haar schouder rusten. Een ongfekende ontroerinsr

O O

ocr page 278

268

maakte zich van het jeugdige schepseltje meester. Wanneer zou George komen? Tegen zeven uur, dacht zij, als ieder boven was om zich te kleeden. Hij kwam 's morgens van Wildheim in Londen terug, en zou dien dag voor zaken in de stad blijven.

TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Letty lag in haar slaapkamer op een canapé. Haar kamenier kon ieder oogenblik binnenkomen; vol ongeduld luisterde ze naar elk geluid dat haar deur naderde of voorbij ging. De antieke klok in de vestibule sloeg zeven uur; het scheen haar een eeuwigheid eer ze in de gang beweging hoorde en kort daarna Maxwell's stem:

„Hier is uw kamer, Sir George. U is, hoop ik, niet bang voor spoken ! 't Is het oudste gedeelte van het huis.quot;

Letty vloog overeind. Zij hoorde de kamerdeur dichtdoen; even daarna werd de deur van de kleedkamer geopend en George verscheen.

„Zoo, ben je daar,quot; begroette ze hem. Zij keek hem aan, hare wangen kleurden zich. „Je bent laat.quot;

Hij kwam naar haar toe en zei, de armen om haar heen slaand, wat ze lijdelijk toeliet: — ze. hoorde dat zijn stem ietwat beefde — „Hoe gaar het mijn vrouwtje? Kom, geef me een kus, en zeg eens dat je blij bent me terug te zien!quot;

Hij zag haar onderzoekend aan. In den trein had hij zich zeer vermoeid gevoeld, uitgeput naar lichaam en geest, vol van een vurig verlangen om zich te onttrekken aan allen strijd; hij had behoefte aan den balsem van lieve oogen en zoete woordjes. Hij was tot haar teruggekeerd met een hart vol be-

ocr page 279

269

rouw, — had zij het slechts geweten! — vol ook van een natuurlijk verlangen naar vrede en geluk.

Zij liet zich kussen, maar toen hij zich bukte trof het haar eensklaps dat hij er nimmer zoo bleek en afgetobd had uitgezien. En dat na zijn vacantie! Hoe was het toch mogelijk! Uit liefde voor een vrouw, die geen ander gevoel voor hem had dan medelijden. Zij kon het niet uitstaan. Onverschillig keerde zij zich af en zei:

„Nu, je hebt nog net tijd om je te kleeden. Is er iemand die je koffer uitpakt?quot;

Hij keek haar aan.

„Is dat alles wat je mij te zeggen hebt?quot;

Zij wierp het hoofd in den nek en zweeg.

„Ik verlangde weer bij je te zijn ,quot; hernam hij, een zucht slakend, „ofschoon... ik liever ergens anders bij je gekomen was dan hier. Maar alles in aanmerking genomen kon ik niet bedanken. — En heb je

hier al die dagen gelogeerd ?quot;

Jffff

a.

„Heb je..— hij aarzelde — „ben je veel samen geweest met Lady Maxwell ?quot;

„Wel, me dunkt dat is nog al waarschijnlijk — aangezien ik met haar in 't zelfde huis was.quot; Toen barstte ze op eens uit: — men kon het zwoegen harer borst zien onder den luchtigen peignoir — „Ik beschuldig /zaar van niets meer, als het dat is wat je weten wilt; zij denkt aan niemand in de wereld dan aan haar man.quot;

Haar handgebaar volgde als het ware de stem, die even te voren in den corridor gesproken had.

Hij glimlachte en zei bedaard:

„Ik moet blij wezen dat je dit althans ingezien hebt. — En is dat alles ?quot;

Hij liep in tegenovergestelde richting van de plaats

ocr page 280

270

waar ze zat, maar keerde bij deze vraag zich plotseling om en wandelde naar haar terug, de handen in de zakken. Een seconde ondervond ze eene gewaarwording van blijdschap, van trots op zijn bezit toen ze hem zoo zag; ze toonde dit echter niet.

„Neen, 't is niet alles.quot; De bleekblauwe oogen doorboorden hem. „Waarom ben je haar dien morgen gaan opzoeken? en waarom heb je mij dit nooit verteld ?quot;

Hij schrikte, haalde even de schouders op.

Een oogenblik later antwoordde hij: „Als je veel met haar gesproken hebt, weet je waarschijnlijk alles wat ik je zou kunnen vertellen.quot;

„Neen,quot; hernam ze, strak, „ze heeft me uitvoerig alles verteld — behalve dat.quot;

Een paar seconden liep hij zenuwachtig de kamer op en neer, kwam toen weer bij haar staan, stak haar beide handen toe en zei:

„Nu dan, kindlief, ik heb een paar dwaze, akelige dingen gezegd, die nu even dood en vergeten zijn als had ik ze nimmer gesproken. Het was ook niets van liefde — het was roepen om de maan. Neem wij weer in genade aan en vergeet het. Ik ben een miserabele kerel, maar ik zal zooveel mogelijk mijn best doen.quot;

„Wacht even,quot; hernam ze, achteruitgaande, met een scherp snijdenden klank in haar stem. „Er is nog ren massa dat je niet weet. Je weet, bijvoorbeeld, misschien nog niet, dat ik toen een brief aan Lord Maxwell geschreven heb? Ik ben er dien nacht voor opgebleven; — dienzelfden morgen dat jij bij haar geweest bent heeft hij hem gekregen.quot;

„Jij aan Maxwell geschreven?!...quot; riep hij verbaasd; en liet er halfluid op volgen: „om je over haar te beklagen!... Goeie God!quot;

ocr page 281

271

Wederom liep hij den anderen kant op, zich inspannend om zich te beheerschen.

„Je dacht toch niet,quot; hernam ze, heesch fluisterend, „dat ik me jou veronachtzaming kalmpjes zou laten aanleunen ? Al was ik zoo flauw van haar niet te doorzien, — dat 's iets anders; bovendien, — ze had natuurlijk meer aan mij moeten denken. Maar 't is nog niet alles.quot;

Het handje, dat op de leuning van de canapé lag, trilde. George keerde zich om en zag haar op-J lettend aan.

„Dien dag, dat jij op reis gingt, ben ik met de Lucys naar Hampton Court geweest. Cathedine was er ook. Natuurlijk heb ik al den tijd met hem ge-coquetteerd; en toen we door een boschje liepen, dicht bij de rivier, zei hij heel leelijke dingen .. . . en . .. kuste me.quot;

Tartend trok ze de wenkbrauwen samen. Haar oogen bleven als hangen aan de zijne. Een oogen-blik zweeg hij, een donkere blos verfde de bleeke wangen. Toen hoorde ze hem diep ademhalen en sarcastisch klonk het:

„Ziezoo, nu zijn we dus wel quitte! Heb je hem sedert nog ontmoet?quot;

„Neen. — Dat 's Grier die klopt. Ga je nu maar kleeden.quot;

Hij aarzelde en bleef; maar Letty riep: „Binnenquot; en hij stapte naar zijn eigen kleedkamer.

Man en vrouw liepen zonder verder een woord meer gewisseld te hebben, naar beneden. Toen George zich eindelijk aan tafel zitten vond tusschen Lady Leven en Mr. Bayle's jong en levenslustig vrouwtje, was hij nooit zoo dankbaar geweest voor de radheid van sommige vrouwentongen. Ook had hij nimmer zoo sterk als nu gevoeld — hier, in Maxwell's vor-

ocr page 282

272

stelijke omgeving, aan haar tafel — een innerlijke vermoeidheid en tegenzin in alles, wat al hetgeen hem omringde, zelfs de herinnering aan vroeger denken en gevoelen onwelkom, ja bijna hatelijk maakte.

Wat deed hij hier? Nog geen maand geleden had hij in die kamer vol bloemen uiting gegeven aan eene émotie, eene bekentenis, waarover hij zich in de herinnering schaamde. En hier zat hij nu, slechts enkele weken later, als haar en Maxwell's gast, als lag er niets tusschen hen dan een politieke gebeurtenis. O, de kleinheid, o, het triviale van het dagelij ksch leven in onze moderne maatschappij!

Wès het slechts vier weken, of dit nog niet eens? Wat had hij in dien tijd veel doorleefd! Toen Betty een oogenblik zich met haar linkerbuurman moest bezighouden en hij tijd had om even zich aan zijn eigen gedachten over te geven, voer hem een rilling door de leden. Allerlei momenten uit de maand die nu voorbij was, Ancoats' leelijke absurditeiten, de humor van het strand te Trouville, de grauwe golven van de zee, de kuurtjes en klachten zijner moeder, de volte en de hitte van het kleine Duitsche badplaatsje, waar hij haar had verlaten — was hij het wel, George Tressady, die zich door al die omstandigheden en personen heen geslagen had, zich er in werpend of er naast blijvend? Het was bijna ongeloofelijk. Wat werkelijkheid had, wat bleef, was enkel de gedachte aan eenige uren van eenzaam slenteren op de Normandische kust, of in de groote beukenbosschen op de bergen rond Bad Wildheim. Die uren — deze alleen — hadden een indruk achtergelaten , waren doorgedrongen, hadden de ineenkrimpende kern van de ziel gevonden.

Wat was er feitelijk met hem gebeurd ? Na weken

ocr page 283

273

van toenemenden waanzin had hij eindelijk zijn zelf-beheersching- verloren, had hij gesproken, met hartstocht , zooals alleen de liefde spreekt, tot een getrouwde vrouw, die aan geen man ter wereld ooit een ernstige gedachte wiidde dan aan haar echtofe-noot; een vrouw, die onmiddellijk — zoo had hij zich Maxwell's raadselachtige houding altijd verklaard — haar man deelgenoot had gemaakt van alle bijzonderheden van hun gesprek en toen, gedreven door zelfverwijt en door haar innig lief karakter, getracht had het kwaad, dat in hare lieftalligheid zijn oorsprong vond, ongedaan te maken. Voor die poging allereerst was George, geschokt door hetgeen hij gedaan had en door hare smart, haar in stilte dankbaar geweest. Thans was het hem alsof haar poging en Maxwell's aandeel daarin hem drukten met een zwaarte die hij niet langer torsen kon. Het aannemen van Maxwell's uitnoodigfingf had ein-

ö O

delijk zijn krachten uitgeput tot het spelen der bo-venmenschelijke rol waarvoor zij hem hier had gehaald. Hij wenschte vurig dat hij ze niet aangenomen had! Van het oogenblik dat zij hem in haar huis welkom heette, met die eigenaardige toeschietelijkheid en gereserveerdheid beide, had hij gevoeld dat zijn tegenwoordigheid in haar huis dwaas, ja vernederend voor hem was. Hij kon zich niet opheffen — 't was afschuwelijk, belachelijk bijna dat zij dit wenschte — tot wat zij van hem scheen te willen.

Waarop was hij verliefd geweest? Hij zag haar eens of tweemaal ontsteld aan. Had zij niet zelf, had niet haar bedwelmende, onbewuste reinheid, hem altijd bewaard voor de gewone illusies en gedachten van den zinnelijken man? Zelfs in zijn gedachten was hij haar met eerbied en ontzag genaderd , knielend voor haar in het stof. Een enkele maal was het hem door

II. 18

ocr page 284

274

't hoofd gegaan wat de hedendaagsche Franschman of een ander kroniekschrijver van den toestand d trois uit zijn omstandigheden gezogen zou hebben. Maar Goddank! er zijn meer nuancen in de verhouding der menschen onderling, er zijn meer en edeler schakeeringen in de zedelijke wereld dan sommige naturen zich voorstellen kunnen. Hij was verliefd geweest op de liefde, op gratie, op teederheid, op frisschen levenslust. Hij had te laat een visioen gezien van het beste; hij had ontdekt welk een wonderland het leven bezit voor enkelen, voor de uitverkorenen ; hij wist thans wat de vrouw, in haar rijkste ontplooiing, zijn kan voor den man. En er was in zijn ziel een kreet opgegaan van persoonlijk verlangen, persoonlijk smachten....

Enfin 1 — het was gebeurd Vriendschap ? .. neen , dat was onmogelijk, belachelijk! Laat hem naar huis gaan, laat hem Letty tot kalmte brengen en zijn leven van voren af aan beginnen Hij voelde nu weer telkens, met dezelfde gewaarwording van verbazing als dien nacht voor zijn biecht, het ontstaan binnen in hem — onafhankelijk als het ware van zijn gewoon willen en tegelijk met de stem van hartstocht of droefheid — van een nieuwen zedelijken drang. Met minachting half ontdekte hij in zichzelf den aard dien een man erft van geslachten van brave, saaie voorvaders, die de wet, zooals zij ze opvatten, in praktijk hebben gebracht. Hij voelde zich doortrillen van hetzelfde heilige „moetenquot;, dat hun meer bekrompen bestaan en gemoedsleven beheerscht had. Inderdaad, het is het al of niet aanwezig zijn van deze stemmelooze,onwederstaanbare macht in oogenblikken van crisis dat den eenen mensch van den anderen onderscheidt. George Tressady gevoelde ze; hij verwonderde er zich haast over dat hij ze gevoelde, maar

ocr page 285

275

wist niettemin dat hij er aan moest g-ehoorzamen. Ja, laat hem naar huis gaan, trachten vergiffenis te krijgen van zijne vrouw, zijn kinderen opvoeden, —hij smeekte den Hemel hem kinderen te schenken ! — en zijn ziel in lijdzaamheid bezitten. Hoe vreemd, dien storm in zich te voelen razen, dit ijzeren pantser rond zijn lichaam , hier, in deze omgeving, deze kamer, een paar meters van die magische bekoring, die stem...

„Ziezoo! ik ben eindelijk van mijn cavalier af!quot; fluisterde Betty hem lachend in 't oor. „Drie hondengeslachten heb ik van den wieg tot het graf gevolgd. Daar moogt u me wel dadelijk schadeloos voor stellen , Sir George! Vertel me nu eens alles; ik brand van verlangen om er van te hooren!quot;

Glimlachend zao^ Georcre haar aan.

O O

„Van Ancoats?quot;

„Natuurlijk. Wees nu niet bang om te veel te zeg gen. Ik weet toch al zooveel. Hoe ontving hij u?quot;

George lachte, eerst om haar vuur, toen om hetgeen de vraag hem voor den geest bracht. Het deed hem goed dat hij wat vertellen kon.

„Om te beginnen inviteerde hij mij voor een duël, den volgenden morgen om acht uur, koffie en pistolen, in den tuin van zijn chalet, — waar'twezenlijk nog al uit te houden zou zijn geweest, want hij is er prachtig geïnstalleerd! Ik kwam van zijn vijanden, beweerde hij. Zij hadden de vrouw die hij liefhad verhinderd hem te volgen, en hij was de risé van iedereen. Daar ik hen vertegenwoordigde, moest ik als een man de g-evolgen op mij nemen. Terwijl hij mij al die dingen vertelde, liep hij als een razende Roelant heen en weer, in een sierlijk lichtblauw costuum...quot;

„Natuurlijk; dat kleurt het best bij zijn haar,quot; liet Betty hier in vloeien.

ocr page 286

276

„Ik zei dat hij me liever eerst wat te eten moest geven, voor we verder praatten. Toen werd hij heel verlegen en vertelde me dat hij een paar kennissen wachtte. „Tant mieux!quot; zei ik —Hij vroeg met een stentorstem of dat de handelwijze was van een gentleman , te komen waar men van zijn gezelschap niet gediend was. Ik bleef bedaard en zei dat ik te veel honger had om daarover na te denken. Toen liep hij met voorname onverschilligheid de kamer uit, en een oogenblik later kwam er een knecht vragen of hij mijn bagage, die ik aan 't station gelaten had, halen zou, en mij in een slaapkamer brengen.Maar daar verscheen Ancoats nog eens met verzoek of ik wou opstappen, en om een paar getuigen te noemen, die, zeide hij, mij met plezier zouden bijstaan. Ik wees hem mijn valies, dat ik uitgepakt had, en zei dat het barbaarsch wezen zou mij zonder eten weg te sturen. Na mij nog een beetje verveeld te hebben, begon hij op een allergekste manier te lachen en eindigde met te zeggen: „Goed dan, maar onthoud het: je hebt je zelf gevraagd.quot; — Nu... ik vond natuurlijk een partij van belang.quot;

George v/achtte even.

„U hoeft geen bijzonderheden van het feest te vertellen!quot; zei Betty geagiteerd, „behalve als 't bij 't verhaal hoort.quot;

„Nu. . . veel bijzonders was het niet. En er waren twee jonge dames bij.quot;

„Neen, van die dames weet ik liever niets!quot; riep Betty terstond.

George boog nederig het hoofd.

„Ik noemde ze alleen omdat ze eigenlijk bij 't verhaal hooren. Enfin, tegen dat het gezelschap voltallig was gaf Ancoats eensklaps den brui van verlegenheid , en bewoog zich — met nu en dan een woedenden blik

ocr page 287

277

naar mij — zooals hij, geloof ik, geweest zou zijn als ik er niet was. Toen de gasten vertrokken waren , vroeg ik hem of hij nu nog langer die farce van een grande passion wou volhouden. Hij werd woedend, en bezwoer mij dat, als „Zij!quot; gekomen was, hij al dat gespuis, heeren en dames, de deur gev/ezen zou hebben. Dacht ik misschien dat hij de vrouw die hij liefhad in hun nabijheid zou gedoogen ? Ik haalde de schouders op en zei dat ik liever niet „dachtquot; over zijn liefdesaangelegenheden, dat ze me wel wquot;at gecompliceerd schenen. Toen moest ik natuurlijk voor den dag komen met wat ik te zeggen had, en over zijn moeder beginnen.quot;

„Hoe het toch mogelijk is dat^z/'zoo'n akelig wezen heeft voortgebracht!quot; riep Betty; „dat hij iets met haar te maken heeft!quot;

„Dat haar hart zoo aan hem hangen blijft!quot; vulde George aan, de wenkbrauwen optrekkend. „Ik zag hem met plezier een beetje bleek worden toen ik haar boodschap overbracht, dat zij niet langer in zijn huis wilde blijven wonen als dat zaakje in Londen niet tot een einde kwam. Nu , we drentelden den halven nacht al rookend zijn tuin op neer; — ik viel haast om van vermoeidheid. Ancoats vloog telkens naar de veranda om van zijn cognac-grogje te drinken, en onthaalde mij intusschen op hoogdravende bespiegelingen over het huwelijk, de pruderie van de Engelschen, de Engelsche dames, op aanhalingen van Gautier en Renan, en de Hemel weet wat meer. Eindelijk, toen we beiden niet meer konden van moeheid, bleef hij eensklaps stilstaan om mij zijn ultimatum te zeggen. „Hoor eens, als je denkt dat ik alles goed en aangenaam vind, dan vergis je je zeer. Vertel jij als je blieft aan mijne moeder dat, als zij morgen met Fontenoy trouwt, ik afstand zal doen van Marguérite.quot; — Ik

ocr page 288

278

zei dat ik zoo'n boodschap niet wilde overbrengen. „Goed,quot; zei hij, „dan doe ik 't zelf. Zeg dat ik over acht dagen naar Parijs ga, en vraag of zij daar bij mij komt. Wanneer vertrek je?quot; — „Wel,quot; zei ik, een beetje verbaasd dat alles zoo liep, „ik heb wel eens gehoord van brieven die men per post zend. Wat zou je er van denken als je mij , nu ik eenmaal die groote reis gedaan heb, eens wat van Trouville liet zien?quot; Hij mompelde 't een of ander, en we gingen naar bed. — Na dien is hij allercharmantst tegen me geweest, wilde niet hooren van weggaan , en ik ben geëindigd met afscheid van hem te nemen voor de deur van een hotel in Parijs waar hij zijne moeder vinden zou Maar het punt Fontenoy is een idee fixe bij hem! Hij kan die verhouding niet uitstaan, en wil niets doen voor een man, die, zooals hij het noemt, geen locus standi heeft. Maar als zijn eergevoel niet langer gekwetst werd door de praatjes dat zijn moeder haar geluk aan hem ten offer brengt, als die zaak uitgemaakt werd, dan.. . dunkt mij, dat hij wel handelbaarder zou worden. Ik wed dat hij dan wel te bewegen zou zijn tot een huwelijk.quot;

„Hm; net iets voor een man om zoo te spreken!quot; riep Betty verontwaardigd. „Natuurlijk, voor een vrouw is ieder huwelijk goed!quot;

„Ik dacht aan Mrs. Allison,quot; verdedigde George zich. „Men kan zich geen Lady Ancoats voorstellen zoolang zij niet bestaat.quot;

„Merci! Geef u geen moeite! U hoeft het standpunt der mannen niet te verdedigen ! Dat moet men op den koop toe met ulieden aannemen. Weet u wel dat van avond de lucht vol is van huwelijksplannen ? Hebt u Lady Madeleine al gesproken ?quot;

„Neen, nog niet. Maar wat ziet zij er goed uit! Ik zie dat Naseby niet ver af is.quot;

ocr page 289

279

George keek zijn dame lachend in het gelaat. Maar een kille, vreugdelooze uitdrukking, welke achter dien glimlach verborgen was, deed de kleine Betty pijnlijk aan. Marcella had haar niets verteld, doch gepraat was er genoeg; en alleen reeds LettyTres-sady's logeeren op het kasteel deed de intieme vriendin de waarheid eenigszins vermoeden.

Zij deed haar best door te babbelen, om hem althans voor het uiterlijk aangenaam bezig te houden. Maar beiden geraakten steeds meer vervuld van twee personen, zagen er slechts twee aan de lange tafel: Letty Tressady, die lusteloos, met zware oogleden en weggezonken oogen, zat te luisteren naar Eduard Watton, en Lady Maxwell.

Ja, George lette aanhoudend op zijn vrouw. Hij verlangde vurig wat meer te weten van die eerste ontmoeting tusschen haar en Lady Maxwell; dan weer dacht hij met ergernis en minachting aan den brief, waarvan zij hem verteld had. Had hij er van geweten, hij zou — ondanks dien vreemden, dringenden brief van Maxwell — onmogelijk bij Maxwell hebben kunnen logeeren. Wat haar bekentenis Cathedine, betreit, och, betrekkelijk trok hij zich dit weinig aan ! Men zou voor 't vervolg een brutalen wellusteling op een afstand moeten houden; anders niet. 't Was zijn eigen schuld, vond hij; veel meer dan de hare. De stem van binnen sprak wederom zeer duidelijk. „Ik moet haar meê naar huis nemen, en geduld met haar hebben. Zij is voor niets teruggedeinsd, zeker verwacht ze nu dat de rollen omgekeerd worden.quot;

„Hebt u wel op de prachtige juweelen gelet, die Lady Maxwell van avond draagt?quot; zei Betty eindelijk. Ze moest den naam toch eens noemen!

„Ze zijn zeker heel bijzonder?quot;

„Ze hebben aan Maria Antoinette toebehoord. Met

ocr page 290

28o

veel moeite heeft Maxwell er haar eindelijk toe gekregen ze te laten schoonmaken en verzetten. Wat vreeselijk jammer toch, zóóveel gemoedsbezwaren te hebben over het dragfen van mooie dingren!quot;

O O

„Moeten diamanten en robijnen dan van den aardbodem verdwijnen ?quot; vroeg hij , afgetrokken , terwijl zijn oogen wederom rustten op het schoongevormde hoofd en den buigzamen hals.

Betty gaf een onbeduidend antwoord, maar toen ze hem aanzag stemde dit haar niet vroolijk.

George had voor het middagmaal slechts een enkel vluchtig woordje met zijn gastvrouw gewisseld; ook daarna schenen beiden genoeg te hebben aan een nietig praatje. En zij had er zich zooveel van voorgesteld , ze had zoo groote plannen!

In haar verbeelding — voor hij kwam — had ze dit uur reeds menigmaal doorleefd. Alles zou vergeven en vergeten zijn, en dit pijnlijke bezoek, op een natuurlijke wijze en voor altijd, tot een andere en prettiger verhouding leiden. En nu hij er was kon ze geen woord over de lippen krijgen! Beiden voelden denzelfden druk van wat wezen moest, van wat onherroepelijk gebeurd was, en als bij stilzwijgende overeenkomst, spraken zij en antwoordden elkander zonder toespelingen op vorige ontmoetingen , wat hen toch niets verder brengen kon. Eens of tweemaal, toen zij na het eten bij elkaar stonden, merkte hij, hoe, onder haar hartelijk, belangstellend vragen naar Mrs. Allison of zijn rnoeder, haar oogen Letty zochten, en het duurde niet lang of ze begon met zenuwachtige gejaagdheid, met iets smeekends haast in haar stem, te praten over Letty's vermoeidheid van het verplegen zijner moeder, en hoeveel behoefte ze had aan rust en verandering van omgeving

ocr page 291

28i

George betrapte er zich op dat de manier waarop zij sprak hem ietwat ongeduldig maakte. Hij voelde dat zij gaarne invloed oefende, en zijn antwoord was niet vrij van sarcasme. In weerwil van zijn innige dankbaarheid jegens haar kwam de vraag in hem op; verbeeldde ze zich misschien dat een man of een huwelijk in één maand te veranderen zijn? De idees van vrouwen over dergelijke zaken waren toch wel naïef, kinderlijk naïef haast!

Toen hij haar verliet, werd hij weldra omringd door een troepje heeren, met wie hij na tafel reeds gepraat had, en eenige lang niet onbeduidende dames, die hem het middelpunt maakten van een druk gesprek over de hoofdpersonen en de kansen van den huidigen politieken toestand. Hij was niet minder verbaasd dan Letty over zijn positie onder de logés van den huize Maxwell. Nooit was men hem teg-emoet gekomen met zooveel sympathie, zooveel eerbied haast. Ja, als hij het zoo zou willen uitleggen, zou hij even goed kunnen zeggen dat, wat het einde geschenen had, het begin wezen kon van een carrière.

Onzin! Hij was van plan er een eind aan te maken, zoodra in Februari het Parlement weer bijeenkwam. Alleen reeds de toestand zijner financiën gaf den doorslag. Het werd met den strike hoe langer hoe erger. Hij moest zich op zijn buiten vestigen en zelf zijn zaken in handen nemen, 't Was dwaasheid dat hij zich ooit in de politiek geworpen had. Met dat al gevoelde hij den prikkel van zijn ontvangst in een gezelschap, waar de knapste koppen van Engeland vertegenwoordigd waren De intellectueele mensch werd opgewekt, de man. En zij antwoordden. Toen Letty in den loop van den avond eens naar hem keek, zag ze dat hij druk stond te praten, en zei ze boos tot zichzelf, dat hij er weer goed

ocr page 292

282

uitzag en zeker plan had te doen alsof er niets gebeurd was.

„Wel, wat scheelt u toch van avond, mylady?quot; vroeg Naseby, naast zijne gastvrouw plaats nemend. „Mag ik eens heel brutaal wezen en er naar raden ? U is op voet van oorlog met uw juweelen! Lady Leven heeft er me van verteld. Ik heb nooit zoo iets moois gezien. Ik condoleer u.quot;

Ze keerde zich lusteloos tot hem, om zijn scherts te beantwoorden , en zei: „Komt u als vriend of als vijand? Ik ben niet in een schermutseling-stemming, maar heb u veel te vertellen.quot;

Hij kreeg even een kleur, doch herstelde zich terstond en zei vroolijk:

„Ik ook heb veel te vertellen! In de eerste plaats: ik heb berichten van Mile End.quot;

Zij lachte even, en zette zich met vreugde tot luisteren. Juist toen hij kwam, had ze, oogenschijn-lijk druk pratend met een oude nicht van Maxwell, zoo'n groot gevoel van medelijden met George Tres-sady — wiens blond hoofd zij geen minuut uit het oog verloor, waar hij zich ook bevond — dat ze moeite had zich goed te houden en hare plichten als gastvrouw naar behooren te vervullen.

Maar Naseby schudde haar wakker. En wel was hetgeen hij vertelde geschikt om het bloed sneller te doen vloeien van iemand die, aan de eene ziide door en door vrouwelijk, aan de andere half dichter, half hervormer was. Sedert de aanneming der Maxwell-wet hadden Naseby en een paar vrienden, te zamen met eenige ervaren trade-unionisten, wonderen gedaan. Zij hadden plannen uitgedacht voor de industrieele reorganisatie van een geheel district, door zijn twee voornaamste takken van han-

ocr page 293

283

del, gesteund door de enthousiastische medewerking' van de werklieden — en het resultaat hiervan overtrof tot dusverre de verwachting. Overal zouden de onde werkinrichtingen worden opgekocht, verbeterd of gesloten ; overal zou men fabrieken bouwen, waarin men ruim ademhalen en met plezier werken kon; overal was het vooruitzicht van vermindering van werkuren en de afschaffing van de meest drukkende huis-industrieën reeds merkbaar als het langzaam opkomen van een zwaar deinend tij, dat een geheele bevolking opwerkte tot een hooger standpunt van welvaren en van levensmoed.

Wat men gedaan of ontworpen had was Maxwell's gemalin natuurlijk grootendeels bekend ; want steeds had ze Naseby met krachtige hulp ter zijde gestaan. Maar Naseby had nieuwe feiten te vertellen, gebeurd sedert haar laatste bezoek in het oostelijk deel van Londen; en zij hoorde ze aan met een vreugdevolle belangstelling, die balsem werd voor een verborgen wond, terwijl hij, met zijn filosofen-natuur, zich misschien verwonderde over de hedendaagsche vrouw, met haar gemoedsbezwaren en altruïsmen, haar ontevredenheid met oude toestanden , haar hunkeren naar nieuwe. Meermalen had hij bij zichzelf gezegd dat een nihilistische opvoeder onder de Russische boeren te zijn oneindig gemakkelijker taak wezen zou dan iemand, die zoozeer de maatschappelijke ellende voelde en er onder leed, te verzoenen met den schitterenden staat, waarin zij , hoezeer deze haar tegenstond, haar leven moest doorbrengen. Hij wist dat zij, evenals Maxwell, te verstandig was om niet te erkennen dat er geen ontkomen was aan ongelijke toestanden, ongelijke verteringen, ongelijke belooningen, wilde men de beschaafde maatschappij bijeen houden; maar hij zag hoe zij, mo-

ocr page 294

284

reel, er onder leed. Waarom? Omdat zij, en niet een ander, gekozen was om te heerschen in het paleis, en de juweelen te dragen, die men immers niet in den grond stoppen kon? Het slot was altijd dat Na-seby er de schouders over ophaalde. Doch zelfs zijn sceptische geest trok haar oprechtheid geen oogen-blik in twijfel.

Toen hij met zijn budget klaar was en zij met haar opmerkingen, leunde zij achterover in haar stoel en zag hem oplettend aan. De lippen plooiden zich tot een glimlachje.

„Nu, wat hadt u mij te vertellen?quot; vroeg hij, eensklaps zich tot haar keerend.

Zij sloeg even een blik in het rond, om zich te verzekeren dat niemand hen hooren kon.

„Wanneer hebt u Madeleine het laatst gezien?quot;

„Bij haar broeder, een dag of veertien geleden.quot;

„En, — was ze nog al lief tegen u ?quot;

Hij beet zich op de lippen en zei, de wenkbrauwen samentrekkend onder haar vorschenden blik:

„Denkt u dat ik mij zoo vrijwillig een verhoor laat afnemen?quot;

„Ja zeker! — kom, antwoord eens gauw!quot;

„Nu dan; ik weet niet of haar opvatting van „lief zijnquot; overeenkomt met de mijne, maar dit is zeker: ik vind lief zijn anders. Zij had zich in 't hoofd gezet dat ik „medelijdenquot; met haar had , wat bij haar gelijk schijnt te staan met een misdaad. Ik kon het feit niet ontkennen, en daarmeê heb ik den aftocht geblazen.quot;

Hij zei dit alles quasi onverschillig, maarzij voelde den angst en de onrust, die onder zijn toon verborgen lagen. Zij boog zich naar hem toe.

„Weet u waar Madeleine nü te vinden is?quot;

„Volstrekt niet.quot;

ocr page 295

285

„In de Lange Galerij. Ik heb haar er heen gestuurd.quot;

„'t Is wat moois !quot; prevelde hij , na even nagedacht te hebben. „Moet u dan iedereen patroniseeren ?quot; — De kleur was weer op zijn wangen gekomen; er was iets weerspannigs in zijn blik.

Haar vroolijk gelaat kreeg een droeven trek .terwijl ze protesteerde:

„Neen, neen! Maar ik weet... wat u niet weet!quot;

Hij stond bedaard op, het hoofd buigend als ging hij haar bevelen gehoorzamen. Toen bukte hij zich eensklaps en fluisterde:

„Ik wist wel dat zij in de Lange Galerij was! Maar ik wist ook dat Mrs. Bayle daar wat met haar liep te praten. De kust is nu vrij zooals u ziet.quot;

Hij verwijderde zich. Marcella keek om en zag een elegant persoontje, Mr. Bayle's tweede vrouw, ruischend de kamer binnenkomen. Marcella zette zich op haar gemak in haar stoel; er speelde een lachende trek op haar gezicht, maar haar oogen waren vochtig. De nieuwe vreugde verzachtte het oude verdriet. Alleen dat „patroniseerenquot; schrijnde een beetje.

Toch werd het oude verdriet terstond weer even diep gevoeld. Het was onmogelijk nu met George Tressady te praten, door den scheidsmuur heen te breken die zich tusschen hen verhief; maar even onmogelijk was het niet aan hem te denken! — aan den jongen man, die Maxwell zijn belooning had verzekerd en tegenover haar zulke droeve, agitee-rende dingen uitgesproken had' Zij dacht wèl aan hem. Ze wenschte vurig dat ze hem helpen kon. De toestand deed een nieuw beroep op haar vrouwenhart.

ocr page 296

286

Het was een warme, stille avond; de ramen stonden open, precies als dien avond in Mei op het kasteel Luton. Maxwell kwam eens kijken of Tressady voor hem te bereiken was, en nam hem meê naar het breede terras dat langs heel dien vleugel van het kasteel liep.

Eerst bespraken zij het geval Ancoats. George vulde hetgeen hij geschreven had aan, door een en ander uit Ancoats' leven en omgeving te vertellen, wat Maxwell van tijd tot tijd een minachtend lachje ontlokte. Ten opzichte van Mrs. Allison kon Maxwell vertellen dat Ancoats zijn zin scheen gekregen te hebben. Hij had gehoord dat het huwelijk in den loop van den winter zou plaats hebben.

„Nu, Fontenoy heeft die belooning wel verdiend,quot; meende Tressady.

„Ze schelen ruim twaalf jaar,quot; zei Maxwell, „maar in mijn oog is zij een van die vrouwen die nooit oud worden. Ik heb haar gekend in tijden van droefheid waar de meeste vrouwen onder door zouden zijn gegaan, maar bij haar is het geweest als een storm over een bloem.quot;

„Ik geloof dat godsdienst, vertrouwen op een Godsbestuur, in zulke gevallen veel helpt,quot; zei George, wien de geheele zaak, of Mrs. Allison, nu zijn taak eenmaal afgeloopen was, niet veel schelen kon.

„En vooral een godsdienst waardoor men zijn ziel geeft in de hoede van een ander. Neen, zulk een geneesmiddel is er niet!quot; zei Maxwell peinzend. „Ik heb me dikwijls verwonderd hoe Katholieke vrouwen haar jeugd en frischheid zoo lang bewaren. Maar permitteer me nu een enkele vraag aangaande u zelf. Zijn de ge-ruchten waar, dat u uit het Parlement zoudt willen gaan, en staat dat plan onherroepelijk vast?quot;

George's antwoord gaf aanleiding tot een lang

ocr page 297

287

gesprek, waarin Maxwell, zonder een poging tot proselietenmakerij, zijn best deed den tegenzin van den jongen man, in zooverre hij dien begreep, te bestrijden, — een tegenzin die zoowel in zijn weinig vaststaande overtuisfinsf als in het agfeeren van de

O O O

partij haar oorsprong had.

„Waar hoor ik bij ?quot; zei hij. „Ik ken mezelf niet. Ik had nooit als afgevaardigde moeten optreden! Hoe het zij, 't is beter dat ik mij een poosje op den achtergrond houd.quot;

„Maar 't schijnt toch dat ze u voor Malford willen behouden ?quot;

„Goed ; ik zal zien in hoeverre hun wenschen en belangen met de mijne overeenkomenantwoordde George, —- maar meer wilde hij niet beloven.

Inderdaad kon niets meer vleiend, meer geruststellend zijn dan Maxwell's ernstige toon, dan de bijzonder sympathieke, vriendelijke manier, waarop de oudste het vertrouwen van den jongste zocht te winnen; maar George kon er niet op ingaan. Daarvoor was hij inwendig te zeer gekwetst, en zijn gedachten waren feitelijk meer bij dien ellendigen brief, die ergens in de archieven van het geheugen van den man die met hem sprak verborgen moest zijn, dan bij zijn eigen politieke vooruitzichten. Het gesprek eindigde voor Maxwell in een gevoel van teleurstelling. Hij zeide bij zichzelf dat Marcella zich vergist had en hij eigenlijk niet naar haar had moeten luisteren.

Toen de dames naar boven gingen stond er een oogenblik een schitterende groep op het eerste portaal van de breede staatsietrap, druk te babbelen onder het aansteken harer kaarsen. Madeleine Penley nam afgetrokken haar blaker van Marcella aan zonder iets te zeggen. Het vreemde gezichtje van het

ocr page 298

288

meisje, onder den krans van rood-goud haar, werd verheerlijkt tot een wonderbare schoonheid. De verschrikte trek om den open mond en de opgetrokken wenkbrauwen waren een uitdrukking van vreugdevolle verbazing geworden, als van eene die eindelijk het geheim der liefde heeft leeren kennen.

„Ik kom straks even bij jefluisterde Marcella, haar wang tegen die van het meisje leggend.

„O ja, toe, kom vooral even!quot; antwoordde Madeleine , diep ademhalend, en statig zweefde zij in haar eentje den corridor door, de witte japon zacht ruischend over den grond.

Marcella keek haar na met schitterende oogen, en wendde zich toen tot Letty Tressady. De uitdrukking van haar gezicht veranderde geheel toen ze op meewarigen toon zeide:

„Ik vrees dat u den heelen avond last van die nare hoofdpijn hebt gehad! Toe, mag ik even méégaan en u helpen ?quot;

Zij bracht Letty naar haar kamer, en zette haar in een gemakkelijken stoel bij het houtvuur dat, al was het een warme avond, niet onaangenaam aandeed in een zoo ruim vertrek. Letty huiverde zelfs toen zij zich er over heen boog.

„En moet u nu wezenlijk zoo vroeg weg ?quot; babbelde Marcella, de hand op Letty's schouder leggend. „Ik heb Sir George iets hooren zeggen van den trein van tien uur.quot;

„O ja,quot; zei Letty, „'t is zoo het beste.quot;

Zij bleef zonder te spreken in het vuur staren. Marcella knielde naast haar neer, nam de koude handjes in de hare en vroeg, met zacht smeekende stem:

„Zult u nu een klein beetje vriendschappelijk aan mij blijven denken ?quot;

ocr page 299

289

Letty keek op en antwoordde: — 't was als kon ze niet uit haar woorden komen —

„Ik zou u zoo graag .. . van tijd tot tijd eens bij mij zien . . . als u het ook wilt.quot;

„Zeg maar wanneer, en ik komantwoordde Marcella, een vluchtigen kus op de handjes drukkend. — Toen aarzelde zij even, maar barstte eensklaps uit, op denzelfden zacht smeekenden toon: „O, geloof toch dat alles weer in orde komen kan! Laat hem slechts merken dat u hem liefhebt, — vergeet alles wat er gebeurd is, — en het geluk moet komen! Het huwelijk is zoo moeielijk — het is een kunst! — zelfs voor de gelukkigste menschen; men moet het iederen dag van nieuws leeren.quot;

Letty sloeg de vermoeide oogen neer onder den blik der andere en prevelde:

„Ik kan er zoo niet aan denken... ik voel het heel anders. . . Zij schoof onrustig op haar stoel heen en weer. — „Ferth is vreeselijk! Ik weet niet hoe ik 't er uithoud!quot;

Een uur later verliet Marcella Madeleine Penley en ging zij terug naar haar eigen kamer. De glimlach en den blos, waarmede zij de laatste kussen van het gelukkige jonge meisje beantwoord had, verdwenen terwijl ze door den corridor liep Het hoofd was moedeloos naar den grond gebogen, de armen hingen slap naar omlaag

Maxwell vond zijn vrouw in haar boudoir, waar het nagenoeg donker was. Hij zette zich naast haar en nam haar hand in de zijne.

„Heb je geen invloed op hem gehad wat het Parlement betreft?quot; vroeg ze, fluisterend.

„Neen ; hij blijft er bij dat hij zijn mandaat moet neerleggen. Ik geloof wel dat zijn moeielijk-II. 19

ocr page 300

290

heden op Ferth er grootendeels schuld aan zijn.quot;

Zij schudde het hoofd, keerde zich van hem af, nam een vouwbeen op en liet het weer vallen op het tafeltje dat bij haar stond. Hij meende te merken dat ze geschreid had voor hij bij haar kwam, en zasf dat ze de rechte woorden zocht om hem te zeggen wat haar op 't hart lag. Teeder nam hij hare hand weer in de zijne, en hield ze zacht tegen zijne lippen gedrukt.

Eensklaps barstte ze uit; „O! waarom ben ik zoo ofelukkiof! Ik heb soms een gevoel alsof ik an-

00 o

deren ontneem wat hun toekomt, alsof ik mij verrijk met hun vreugde — waar honderden van moesten genieten en die enkel tot mij komt! En dat ik dan, bovendien . . . hun pijn doe. .. en kwets. .

Haar stem liet haar in den steek.

„Ochzei Maxwell, na een oogenblik van stilte, „het lot is ten slotte vrij eerlijk in wat het beschikt. Wat Tressady aangaat, — niemand kan zeggen hoe de toekomst nog voor hem heeft weggelegd, 't Is een eigenaardige vent, — zéér sympathiek. Hij zal zijn weg wel maken! En de vrouw. . . wel, ik geloof dat je bij haar al heel wat uitgewerkt hebt! Het trof me van avond hoe ze je aanzag, — toen je even je hand op haar schouder legde. Zeg kindlief, welke betoo-vering oefen je toch uit?quot;

„O, ik wil alles, alles doen wat ik kan !quot; riep Mar-cella met vuur, als iemand die voor zichzelve een gelofte aflegt.

„Maar als hij morgen afscheid genomen heeft, zal hij wel zorgen dat onze wegen zich vooreerst niet meer kruisen,quot; zei Maxwell. „Dat heb ik wel aan hem gemerkt.quot;

Met een treurig hoofdknikje stemde zij dit toe.

ocr page 301

291

DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Letty Tressady zat bij de openstaande deur van een der kleine, roodsteenen huisjes, waaruit het dorpje Ferth bestaat. Het was een regenachtige Octobermiddag; zij kon de zwarte dorpsstraat zien — woningen en weg beide even vuil en nat van regen en modder. Haar oog viel op een troepje vrouwen en kinderen, de meesten met een lap of een doekje over 't hoofd geslagen ter beschutting tegen de nattigheid. Letty wist waarom zij daar stonden. Zij wachtten, nu als iederen dag, op het openen der deur van de soepuitdeeling, waar de Baptisten do-miné — volgens de couranten „de ergste raddraaier van het districtquot; — de derde week van den strike mee begonnen was. Een eind verder de straat op was nog een soepkokerij , waaraan George dadelijk na zijn terugkomst was gaan bijdragen. Letty had het heel dwaas gevonden dat hij op die manier zijn volk steunde om des te langer den strijd tegen hem te kunnen volhouden. Thans echter — terwijl zij naar de stakkers keek die zich schaarden voor en om de Baptistenkapel — voelde zij weer sterk den pijnlijken druk dier nieuwe bezwaren van haar huwelijksleven, dat tot dusverre, vond zij, niet veel meer had uitgewerkt dan haar allen levenslust te benemen.

Naast haar zat een oude vrouw met een bijna tandeloozen mond te rammelen, op een toon, dien Letty wist dat voor twee derden gehuicheld was.

„Och heere ja, d'r is met de mans niet te praten als ze zich eenmaal wat in 't hoofd eezet hebben! D'r zijn 'r genoeg, mylady, die niets niemendal met de werkstaking op hebben, maar denk je dat ze 'r voor uit komen ? Dat durven ze niet! De anderen

ocr page 302

292

zouën ze 'n ongeluk slaan; want die jongens van Bewick ontzien geen mensch ; 't is allemaal ruw volk; ze vragen niet wie ze voor zich hebben; dus begrijp je wel dat geen mensch die van rust en vrede houdt zeggen zal „'k doe niet meêquot;. M'n eigen jongen komt alle avonden moei en miserabel thuis, en vraag ik: „Hoe is 't, Jan; heeft 't commitee gezeid dat 't uit is?quot;, dan is 't altijd 't zelfde antwoord: „Neen, moeder, 't blijft zooquot;. En och heere, dan kijkt die jongen zoo melankeliek uit z'n oogen als i dat onnoozele beetje eten ziet waar-i 't mee doen moet! Ik hoor gelukkig tot de menschen die nooit nergens behoefte S.n hebben. De dokter zeit tegen me: „Je hebt geen bloed in je lijf, vrouw 'Ammersley, wat wou je nou eens hebben ?quot; Maar ik zeg : „Dank je, meneer, niets'. Dat 's 't gauwst klaar en 't gauwst gegeten, — niets! — Nee, van de armen heb ik nog nooit in me leven wat gehad ! — 't kan nog wel 'ns gebeuren , later, weetje. — Nee, ik ben niet voor werkstakingen. Och, och, 't is hier zoo'n armoei in 't dorp! — dat zie je toch zelf ook wel, hè ? — En anders niet dan 'n stuk droog brood en 'n kommetje koffie, waar je mee opstaat en naar je bed gaat.quot;

De oude vrouw liet de oogen dwalen door haar keukentje, tot ze met een sluwen blik op Letty bleven rusten. Letty eindigde met haar eenig geld te geven, en liep het huisje uit, even onvoldaan over haar weldadigheid als over de persoon aan wie zij ze bewezen had. Misschien was deze oude ziel de eenige in het dorp die op 't oogenblik zou hebben willen bedelen bij „Tressady's wiefquot;. Bovendien had Letty reden om te gelooven dat haar zoon een der ergsten was van Bewick's bende; ook was het oudje er stellig niet erger aan toe dan hare buren.

Buiten gekomen vond zij tot haar schrik de dorps-

ocr page 303

293

straat vol menschen, niettegenstaande den regen , — vermagerde mannen en uitgemergelde vrouwen, die haar, toen zij ze voorbijging, met vijandige blikken aangluurden. Letty repte zich er gauw door heen. Hoe kwam het dat zij niets van hen wist — behalve misschien van een paar kruiperige parasieten onder hen ? Hoe kon men in deze onaesthetische, onbegrijpelijke wereld van „het volkquot; doordringen! Alleen reeds de gedachte er een poging toe te doen, vervulde haar van afkeer en ennui. Zij was bang voor hen. 't Speet haar nu dat ze zoo lang bij de oude vrouw Ham-mersley gebleven was; ze wenschte ook dat er niet zoo'n lang, donker eind weg was tusschen haar en het hek van Ferth. Waar was George? Zij wist dat hij dien middag naar de mijnen was gegaan om met zijn opzichter te spreken over een defect in het ventileersysteem. Ze wilde dat ze hem ergens besproken had om samen naar huis te kunnen loopen.

Maar eer ze het dorp verliet, bleef ze besluiteloos staan, sloeg een zijstraatje in en ging Mary Batche-lor opzoeken, George's oude min, de moeder, die haar eenigen zoon in den bloei van het leven verloren had.

Toen zij eenige minuten later het steegje weer uitkwam, had ze een vaag bewustzijn iets goeds gedaan te hebben — véél goeds dien middag, zij het niet con amore. Zij schoot niet op met Mary, en Mary niet met haar. 't Was alsof het tragische zich vermeien der moeder in haar dooden zoon — wat sedert het voorjaar er niet op verbeterd was — Letty het spreken onmogelijk maakte. Zij had er medelijden mee, en töch was het een leed dat eenigszins buiten haar omging, ze deinsde er huiverend voor terug. Wat Mary betreft, zij ontving Lady Tressady's bezoeken met een zekere doffe verbazing, met altijd weer de-

ocr page 304

294

zelfde, niet vleiende verbazing. Letty geloofde dat de arme bedroefde in den grond van haar hart zich telkens teleurgesteld voelde dat het niet George was die verscheen. Bovendien, al sprak zij dit niet uit tegenover Tressady's echtgenoote, ieder wist dat ze met hart en ziel op de hand van de stakers was, en haar houding gaf den indruk dat ze niet graag praatte met hun verdrukkers. Misschien had haar dit verzoend met den slungel, die bij haar inwoonde en tweemaal na de uitbarsting der werkstaking door de politie opgepikt was wegens steenen gooien naar niet-unionisten. Wat hiervan zij, ze was nu veel meer op hem gesteld dan vroeger.

Neen, — Letty had weinig eer van haar toeschietelijkheid in het dorp. Onder het naar huis wandelen maakte die gedachte haar wanhopig. Ze had een paar oude en zieke menschen bezocht, en gedaan alsof er geen werkstaking bestond. Maar in haar hart was ze woedend op die akelige leegloo-pers, die de dorpsstraat versperden in plaats van in de mijnen aan 'twerk te zijn, — mannen, die niet alleen hun kinderen honger lieten lijden, maar ook hun meerderen in hun inkomen benadeelden. Dachten ze misschien dat men voor zijn plezier mijnen liet ontginnen? Hun drinken, hun godsdienstig gefemel — alles vervulde haar met afkeer. En ze had bijna evenzeer een hekel aan de twee Dissenter-domine's van het dorp als aan Valentyn Bewick; trotsch wierp ze het hoofd in den nek toen zij hun vrouwen tegenkwam.

Als dit over 't algemeen hare gevoelens waren, waartoe dan die pogingen om de menschen te troosten en te helpen ? Och , die oude stakkers konden het niet helpen; met dat al zag ze niet dat er iets goeds uit voortgevloeid was. Zij had bij George nimmer over

ocr page 305

295

haar bezoeken gerept; ook geloofde ze niet dat hij er van wist. Hij had het sedert den dag hunner komst zoo ontzettend druk gehad met vergaderingen en besprekingen, dat ze hem weinig zag. Algemeen dacht men dat de strike welhaast zou eindigen, dat het volk het niet langer volhouden kon; maar ze vond George nog niet zeer hoopvol.

Een oogenblik later, toen ze aan een donker, hellend gedeelte van den weg kwam, met aan de eene zijde boomen en aan de andere de hooge „bankquot; van de voornaamste mijn, keerden haar gedachten terug tot hetgeen haar gewoonlijk èn het meest vervulde — haar eigen persoontje. O, het eentonige van het leven op Ferth, de laatste drie weken! Ze dacht aan haar amusementen in de stad, aan de buitens waar zij nu konden gelogeerd zijn als George niet zoo trotsch was, aan Cathedine zelfs. Alles in haar kwam in opstand en ze had diep medelijden met zichzelf. George altijd weg, niets te doen in dat leelijke huis, en Lady Tressady die al gauw verwacht werd — ze zeide tegen zichzelf, de handjes krampachtig ineen geklemd , half stikkend van ergernis , dat ze grooten lust had een eind aan haar leven te maken.

Halverwege den heuvel hoorde ze achter zich voetstappen in de toenemende duisternis, en op hetzelfde oogenblik plofte er iets met kracht tegen haar schouder. Ze gaf een gil, en stak de hand uit naar een houten hekje aan den kant van den weg om zich staande te houden, terwijl de kluit aarde, waarmeê men haar van de hoogte gegooid had, naast haar neerviel.

„Letty, ben jij dat?quot; klonk een stem van den kant van het dorp, — de stem van haar man. Zij hoorde iemand hard komen aanloopen. Een paar seconden

ocr page 306

296

later was George bij haar en sloeg- hij de armen om haar heen.

„Waarmeê hebben ze je gegooid? O, ik zie het al! Lafaards! vervloekte lafaards! Is je arm gebroken ? Probeer eens of je hem bewegen kunt.quot;

Wee van pijn trachtte ze te doen wat hij vroeg, terwijl ze met zwakke stem uitbracht:

„Neen, gebroken is hij niet, geloof ik.quot;

„Gelukkig!quot; riep hij verheugd, „misschien enkel een beetje gekneusd. De ellendeling heeft. Goddank , niets hards opgeraapt,quot; — hij schopte met den voet tegen den aardklomp. „Laat mij je arm opbinden met mijn zakdoek, kind. Ha! — wat was dat? Letty! durf je even alleen blijven? kan ik éen minuutje weg? Ik ga niet ver.quot;

En met een kleur van verontwaardiging wees hij naar een donkere stip, die langs de struiken zich voortbewoog onder aan de mijnhoogte.

Letty knikte toestemmend. „Ik kan hier wel even blijven.quot;

George vloog er heen als een pijl uit den boog. De donkere stip zette er ook vaart achter, maar met vreemde bochten en sprongen. Men hoorde een geluid als een schermutseling, waarna George terugkeerde , iets of iemand achter zich aan sleepende.

„'k Dacht het wel,quot; riep hij hijgend, toen hij zoo dicht bij zijn vrouw kwam dat ze hem verstaan kon, „'twas die schobbejak van een kleinzoon van Mary Batchelor. — Nu houd je je bedaard, hoor je! Ik zou er wel twee van jou met één hand aan kunnen. Madan!quot;

Hij had zijn opzichter zooeven pas verlaten op het pad, dat van een zijweg naar de „bankquot; voert, en spande zich in om te luisteren of zijn stem tot het oor van den Schot was doorgedrongen. Maar niemand

ocr page 307

297

antwoordde. Hij riep nogmaals, stak toen twee vingers in den mond en floot scherp naar den kant van de mijn, zonder den worstelenden knaap los te laten.

Juist kwamen een paar vierkante kerels, blijkbaar mijnwerkers, den weg van het dorp af. George riep hen dadelijk.

„Kom jullie eens hier! Die ellendige jongen heeft Lady Tressady met een kluit aarde gegooid en haar arm bezeerd. Wil jullie hem voor mij naar't politiebureau brengen, terwijl ik mijn vrouw naar huis help ?quot;

De beide mannen bleven een oogenblik zwijgend de dame aangapen , die bij het hek stond, en Sir George, die den knaap bij den kraag hield , wiens bleek, grijnslachend gezicht in de toenemende duisternis nauwelijks zichtbaar was. Eindelijk zei een van de twee:

„Nee, dat gaat ons niet an. Wat zeg jij, Willem ?quot;

„Nee... zeker niet,quot; stemde de ander toe, en zij klotsten voort.

„O, jullie bent helden!quot; beet George hen toe. „Een weerlooze vrouw aanvallen in het donker, dat kun je ! — Madan !quot;

Wederom floot hij, en ditmaal hoorde hij boven zijn hoofd een stem.

„Sir George!quot;

„Kom dadelijk hier, als je blieft.quot;

Een paar minuten later werd de jongen in den ijzeren greep van den stevigen Schot naar het politiebureau gebracht, en had George de handen vrij om Letty te helpen.

Hij maakte vlug een bandeau voor den gekwetsten arm, trok den gezonden in den zijne, en weldra bevonden zij zich binnen het hek, op hun eigen terrein.

ocr page 308

298

Vol bezorgdheid zei hij :

„Je kunt die hoogte niet oploopen. Wacht hier even in 't tuinmanshuis, dan haal ik het rijtuig.quot;

„Ik kan best loopen — en dan zijn we veel gauwer thuis.quot;

Onwillekeurig bemerkte hij met verbazing dat zij het gebeurde eer verkleinde dan overdreef.,Toen zij in het donker de hoogte opliepen, hij haar zooveel mogelijk steunend en helpend, dachten beiden aanhoudend aan een andere dergelijke gebeurtenis en aan een ander slachtoffer. Letty trachtte zich steeds voor te stellen het tooneeltje met Lady Maxwell na de meeting in het East End, terwijl hij, George, in de regenachtige duisternis een gezicht voor zich zag, dat hij niet kon verbannen. Het was een zonderling en niet aangenaam samentreffen, 't Besef hiervan maakte hem dubbel vriendelijk, en zich naar haar toebuigend vroeg hij:

„Hoe kom je zoo in het dorp? Ik wist niet dat je er wezen moest!quot;

„Ik had de oude Bessie Hammersley en vrouw Batchelor opgezocht,quot; antwoordde ze, met opzet stijf en onverschillig. „Bessie bedelde weer, als gewoonlijk.quot;

„Dat is heel lief van je! Heb je dus al die dagen , die ik van huis geweest ben, visites gemaakt ?quot;

„Ja — bij een paar.quot;

George zuchtte diep.

„Och, wat helpt het! —Wat we ook doen,'t geeft allemaal niets! Zij zijn tegen ons en wij tegen hen. Die strike is voor mij een moord! En je zult het zien: het volk zal al gauw moeten bijdraaien en de gevoelens tegen de bazen zullen erger worden dan ooit.quot;

„Weet je 't zeker dat ze zullen bijdraaien?quot;

„Vóór Kerstmis stellig. Ik denk dat we eerst nog

ocr page 309

299

een moeilijken tijd krijgen. — 't Idee dat een vrouw zelfs niet over den weg kan loopen zonder gevaar voor mishandeling! Hoe kan men met zulk vee omgaan of er mee verzoend raken!quot;

Zijn verontwaardiging deed haar de pijn minder gevoelen. Ze keek hem aan en protesteerde:

„Och, 'twas maar een jongen; en vroeger zei je altijd dat hij niet recht bij zijn verstand is quot;

„O! ze zouden allemaal rijp zijn voor een krankzinnigengesticht, als men die verontschuldiging voor hen kon aanvoeren! Geen dag gaat er voorbij, waarop je niet hoort van een schurkenstreek hier of daar, tegen de lui, die zich niet bij de vakveree-nigingen hebben aangesloten. Van morgen nog hoorde ik van twee man, die ze in een reservoir bij Rilston in het water en daarna met steenen gegooid hebben!quot;

„Misschien zouden wij hetzelfde doen,quot; zei ze, onwillekeurig.

„Leun wat meer op me; we zijn er nu gauw. — Geloof je dat wij ook zoo beestachtig wezen zouden ? 't ïs mogelijk! 't Heeft er wel wat van alsof we allemaal ons als beesten tegenover mekaar aanstellen ! — nog al 'n plezierige wereld! Dus ben je de oudjes in 't dorp eens gaan opzoeken, hè ? 't Moet vreesdij k vervelend voor je geweest zijn deze drie weken! — denk niet dat ik 't niet weet!quot;

Hij was aangedaan. Hij meende dat hij haarbandje op zijn arm voelde beven; maar zij sprak niet.

„Wat dunkt je... Als ik, wanneer deze période voorbij is . . . den heelen boel er aan gaf? — Als ik de mijnen en het huis verhuurde en er me niets meer van aantrok? Dat zou best kunnen.quot;

„Zou dat heusch kunnen?quot; riep zij verheugd.

„We zouden wel minder inkomen hebben dan in de beste jaren, begrijp je. Maar we zouden zeker

ocr page 310

3°°

weten waar we op konden rekenen. Wat zou jij zeggen van duizend pond'sjaars minder ?quot; vroeg hij, zijn best doende een luchtigen toon aan te slaan.

„Och , 't is al moeielijk genoeg, rond te komen met wat we hebben — zelfs als we dat haddenzei ze scherp.

Hij begreep dat ze op zijn moeder's schulden doelde, en zweeg.

Maar het scheen dat, eenmaal dit onderwerp aangeroerd zijnde, de oude boosheid en ergernis op nieuw werden opgewekt, want toen zij reeds dicht bij de voordeur waren, viel ze eensklaps uit, op den scherpen , bitteren toon dien hij in lang niet gehoord had:

„Natuurlijk is 't heel onplezierig en vervelend een buiten te hebben en geen cent er aan te kunnen besteden, — geen logés te kunnen vragen, niets te hebben van 'tgeen een ander heeft die buiten woont. En vooral omdat we hier in de maand October niet hadden behoeven te zijn . .

Zij zweeg eensklaps, ze durfde den volzin niet voltooien. Maar hij had toch reeds tijd gehad om te denken: „Zegt zij dat! — Vreeselijk!quot;

Luid gaf hij op koelen toon ten antwoord:

„Ik begrijp niet waar wij anders geweest zouden zijn dan hier, deze Octobermaand.quot;

Toen ging de deur open en zag hij bij het licht haar bleek gezichtje, de lippen vast opeengeklemd van de pijn. Onmiddellijk weken alle gevoelens op den achtergrond voor zijn aangeboren ridderlijkheid tegenover de vrouw. Hij hielp haar het huis in en droeg haar half de trap op. Een oogenblik later lag zij rustig te bed en had hij alles voor haar gedaan wat hij bedenken kon vóór de komst van den dokter. Zij scheen weer in een knorrige bui te zijn, en hij oogstte weinig dank.

ocr page 311

30!

De avondpost bezorgde haar een brief, dien hij zelf boven bracht. Hij kende de losse, duidelijke hand; hij wist ook dat Letty de vorige maand veel zulke brieven gekregen had. Een oogenblikje bleef hij bij haar staan; bijna had hij gevraagd of hij hem lezen mocht. Maar de woorden bestierven hem op de lippen. En, ziende dat zij hem niet opende zoolang hij in de kamer was, ging hij weer heen.

Toen hij terugkwam met een nieuw boek, om te vragen of hij haar wat zou voorlezen, vond hij haar met de wang- in de hand leunend in het vuur lioro-en kijken, zoo bleek en treurig dat het hart hem in de schoenen zonk. Had hij haar ddarom getrouwd, een meisje van vier en twintig jaar, om haar alle levensgeluk te ontnemen ? De schrik greep hem aan. Hij was sedert hun terugkomst „lief voor haarquot; geweest, voor zoover zij en zijn zaken het toelieten; er hadden bijna geen huiselijke kibbelpartijen plaats gehad; maar niemand wist beter dan hij dat ze niet één oogenblik vertrouwelijk en geheel open tegenover elkaar geweest waren. Zijn eigen innerlijk leven bleef een voortdurende strijd, waarin hij nergens licht zag. En zij had zich stelselmatig op een afstand van hem gehouden.

Hij knielde naast haar neer, legde zijn gezicht tegen het hare en fluisterde, de vrije hand in de zijne nemend; „Kijk toch niet zoo treurig, kind!quot;

Zij antwoordde niet, zij bleef geheel lijdelijk, tot hij in wanhoop, niet wetend wat te zeggen of te doen, opstond, en zij eensklaps vroeg:

„Is de politie al bij je geweest?quot;

Hij keek haar verbaasd aan.

„Ja. Alles is in orde. De jongen komt Donderdag voor.quot;

Zij scheen onrustig. Op eens zei ze:

ocr page 312

302

„Ik wou dat je hem weer vrij liet!quot;

Hij aarzelde.

„Dat is erg lief van je, maar 't zou voor het district niet goed zijn.quot;

Zij drong niet verder aan, doch toen hij wegliep om naar beneden te gaan, zei ze kribbig:

„Lees je mij wat voor? —Die pijn is vreeselijk!quot;

Dankbaar in zijn zelfverwijt dat hij iets voor haar doen kon, trachtte hij haar zooveel in zijn vermogen was afleiding te geven en te amuseeren. Maar midden in een verhaal viel zij hem in de rede:

„Komt niet morgen je Mama?quot;

„Dat schrijft ze ten minste.quot; Hij legde het boek neer. „Maar ik vind je niet geschikt om haar nu te hebben. Zal ik van avond schrijven of zij vooreerst nog in Londen blijft ?quot;

„Neen. De dokter zegt dat ik wel gauw beter zal zijn. Ik zal aan Esther zeggenquot; — Esther was de werkmeid — „niet de Blauwe kamer voor haar in orde te maken. Ik ben er vandaag eens gaan kijken en vond het er zoo vochtig. De achterkamer boven de eetkamer is kleiner, maar veel warmer.quot;

Zij keerde zich tot hem en zag hem aan. Haar gezichtje was zeer rood.

Hij glimlachte en antwoordde: „Jij weet wel wat het beste is. 't Zal zeker goed wezen zooals jij 'tdoet. Maar ik laat haar niet komen tenzij je geheel beter bent,quot;

Hij ging voort met lezen tot laat in den avond, tot hij meende dat zij ingedommeld was. Zacht sloop hij de kamer uit, naar de aangrenzende kleedkamer, waar hij sedert hun terugkomst geïnstalleerd was , toen zij met zachte stem prevelde: „Goeden nacht!quot;

Hij keerde terug en voelde het heete handje hem tot zich trekken. Hij bukte zich en kuste haar. Toen

ocr page 313

303

keerde zij zich om en scheen terstond in te slapen.

Hij liep de trap af naar de bibliotheek om eenige papieren te halen die hij van de laatste patroonsvergadering had meegebracht en nog lezen moest. Feitelijk echter bleef hij een uur lang zitten peinzen. Wanneer zou zij hem iets vertellen van haar verhouding tot Lady Maxwell, van den aard en de oor-'zaak dier vreemde onderworpenheid, die, dit zag hij duidelijk, er een gevolg van was ? Zij moest weten dat hij vurig verlangde er van te hooren; toch bewaarde ze haar geheim des te zorgvuldiger, zonder twijfel om hem te straffen.

Hij dacht aan haar bezoeken in het dorp; hij voelde er al den humor van, al het tragische; toen herinnerde hij zich hetgeen zij gezegd had van de Blauwe kamer en van zijne moeder 't Bewees hem dat een invloed van buiten op haar werkte.

Maar ten slotte keerde hij met een diepen zucht tot zijn paperassen terug. Met den donkeren blik, waarmede hij alles bezag wat op hem zelf betrekking had, bleef hij al wat hem omringde even somber en akelig vinden als ooit: dit naargeestige huis, een rumoerig district, zijn geldzaken , het eeuwigdurende bezwaar van zijn moeder, Letty's behoefte aan afleiding en pretjes, en het wegsterven in hemzelf van de gevoelens, die eenmaal — misschien ! — veel voor haar zouden hebben goedgemaakt. De gevoelens zou men kunnen voorwenden. Zou de vrouw zich gemakkelijk laten misleiden? Dat zij verschrikkelijk ja-loersch was, en hierdoor tot alles in staat, was reeds duidelijk genoeg gebleken; en wanneer in een dergelijk karakter eenmaal dit gif werkte, dan zou het dag aan dag nieuwe oorzaken vinden in al het doen en laten van een man die had opgehouden verliefd te zijn.

ocr page 314

304

Twee dagen later kwam Lady Tressady, met Justine, de schoothondjes, en al haar paraphernalia. Zij verklaarde zich geheel hersteld, maar was een schim van de vrouw die George een jaar geleden op Malford Hoiise het plezier in zijn leven bedierf door haar schulden en malle affectatie. Zij had, als gewoonlijk, allerlei aanmerkingen op Ferth, en was vooral boos omdat Letty de achterkamer voor haar in orde had laten maken in plaats van de grootere logeerkamer aan den voorkant van het huis.

„Vochtig?... Gekheid!quot; zei ze tot Justine, die den avond van hare komst haar met het feit trachtte te verzoenen. „Ik denk dat Lady Tressady zelf eene logée krijgt, een vriendin, — natuurlijk, dat is 't, anders niet! C' est parfaitement clair, je te dis—par-faitementP'

De Fransche kamenier herinnerde er aan hoe hare schoondochter, toen zij haar naar deze kamer bracht, gezegd had dat zij slechts één woord behoefde te spreken en dadelijk kon veranderen.

„Wel zeker!quot; spotte Lady Tressady. „Maar ik zal haar oreen orunsten vragen! — dat wist ze heel

O O O

goed.quot;

„Maar, mylady, ik behoef slechts één woord aan de meid te zeggen.quot;

„Dank je hartelijk! Om later, als ik maar pijn in mijn pink had, te hooren: „'k heb het welgezegd!quot; en al die dingen meer. Neen, ze heeft het slim overlegd! — heel slim, moet ik zeggen!— en 'k zal me er in vredesnaam bij neerleggen.quot;

Van nu aan, echter, waren er aanhoudend klachten , wat men ook voor haar deed — over haar kamer, het eten, de stilte, de manieren van haar schoondochter. .. Of haar ziekte thans een phase bereikt had, waarin de wil bijna geen macht had en alleen de-

ocr page 315

305

moraliseerend werkte, dan wel of de vreemde opflikkering van moed en natuurlijke liefde, door de eerste vermaning van den dood in haar vlinder-natuur opgewekt, in geen geval blijvend had kunnen zijn, is moeilijk te beslissen. Hoe het zij : ook George kostte het moeite op den nieuwen, beteren voet met haar te blijven omgaan. De waarheid was : hij leed er onder voor Letty. Na enkele dagen was hij geheel op hare hand, en tot zijne verbazing merkte hij al spoedig dat, ondanks herhaalde scherpe uitvallen en knorrige oogenblikken, waaronder alleen een engel het geduld bewaard zou hebben, zij feitelijk de eigenaardigheden en grillen zijner moeder beter droeg dan hij. Toch was Lady Tressady, zelfs nu, in zijn tegenwoordigheid zelden lastig, nèg kon zij zich inhouden om hèm rust te geven en plezier te doen, terwijl aan den anderen kant duidelijk bleek dat zij er een katachtig plezier in vond Letty te plagen zoodra zij met haar samen was.

Doch van een nieuwe gril kreeg hoofdzakelijk hij den last. Hoe vreemd het klinken moge — het werd een manie om godsdienstige vraagstukken te berde te brengen. Lady Tressady had in gezonde dagen er zich nooit in het minst om bekommerd wat de geneesheeren van de ziel wellicht zouden zeggen, en dikwijls lachend verklaard dat zij een skepticus was op godsdienstig gebied, voornamelijk, had George dikwijls gedacht, om op die manier zich te kunnen onttrekken aan allerlei lastige verplichtingen — als: het lezen uit den Bijbel 's morgens en 's avonds, het vieren van den Zondag, het in acht nemen van de vasten — die haar dikwijls verhinderd zouden hebben uit te gaan.

Maar nu, de arme! was zij steeds vervuld van, wilde . zij alles weten omtrent deze onbekende andere zijde

ocr page 316

3o6

der dingen, en tevens was ze trotsch op het origi-neele van haar vragen over dit onderwerp. Zoodat zij, avond aan avond, George na een vermoeienden dag tot laat in den nacht aan de praat hield, haar eigen gezichtspunten omtrent God, de Natuur en het Menschelijk Leven in het breede besprak en trachtte de zijne te weten te komen. Dit laatste vooral scheen groote bekoring voor haar te hebben; zeker omdat het niet lukte. George was zijn leven lang ten opzichte van deze groote vraagstukken zeer terughoudend geweest, en had nu geen lust de rol te spelen van een „kolenaderquot;, waar zijn moeder op kon inhakken. Maar „hakkenquot; deed zij zonder ophouden.

„Toe, George, zeg me nu eens: wai denk jij toch eigenlijk van een Hiernamaals? Neen, praat er nu eens niet om heen! En kom niet met allerlei onzin aan omdat je denkt dat ik ziek ben. Ik ben geen kind — alles behalve! Zeg eens — in ernst — watje er van denkt. Geloof jij heusch dat er een leven is na den dood ?quot;

„Och, mama, ik heb u al meer gezegd dat ik daar geen opinie over heb. Ik praat niet graag over zulke dingen ,quot; antwoordde George dan, met een spottend glimlachje, maar niet op zijn gemak, en zich afvragend hoe lang deze nieuwe gril duren zou.

„Doe nu niet zoo akelig onverschillig, George! Je moet er een opinie over hebben! Zit als je blieft niet zoo te kuchen en te hummen, — zeg me liever wat jij er van denkt.quot; En vol verlangen, dringend zelfs door haar houding, boog ze het bovenlijf luisterend naar hem toe.

Een oogenblik van stilte volgde, waarin George s gedachten zich enkel bezighielden met de schimach-tige gestalte op de sofa. Gewoonlijk zat zij rechtovereind, door kussens gesteund, in een witte Parijsche

ocr page 317

3° 7

tea-gown, die haar wel heel slank maakte, doch nu veel te wijd was voor het verschrompelde lichaam, een heldere plek rouge op beide ingevallen wangen, en de geverfde „ponyquot; en „lokjesquot; het vroeger mooie voorhoofd bedekkend. Intusschen klopte zij hem telkens ongeduldig op de knie. De hand was enkel vel en been; de ringen, waarmee de vingers overladen waren, gleden er dikwijls af en rolden op den grond — eene afleiding die George altijd welkom was.

Eindelijk klonk dan zijn antwoord: „Waarom praat u er niet eens over met Mr. Fearon? 't Is zijn werk om over die dingen te praten.quot;

„Met een dominé praten? Dank je hartelijk! 'k Hoop dat ik meer eerbied zal hebben voor mijn eigen verstand. Wat heb je aan zoo'n dominé? Weet hij zooveel meer dan 'n ander? Maar wel wil ik weten wat mijn zoon denkt. Kom, George, geef nu eens antwoord. A/s er een volgend leven isquot; — langzaam spreidde ze de vingers op haar schoot uit — „wat denk je dan dat je vader op dit oogenblik doet? Dat stel ik me zoo dikwijls voor, George. Ik geloof niet dat ik erg gesteld zou zijn op een toekomstig leven als 't precies als het vorige wezen moest. Je weet — je herinnert je Papa toch nog? — hoe hij in huis altijd overal zijn neus in stak, meeging de mijnen in, en... en... vloekte tegen de meiden en de knechts, en tegen mij opspeelde over de rekeningen , en welke plezierige gewoonten hij meer had ? En toch, wat ter wereld zou je anders kunnen verwachten dat hij doet? Psalmen zingen?quot;

Veelbeteekenend sloeg ze de handen ten hemel.

George lachte en blies de rookwolkjes uit zijn cigarette. Maar daar hij in zijn zwijgen volhardde, fronste Lady Tressady de wenkbrauwen en zei kribbig:

ocr page 318

308

„Zie je, zoo maak je je nu altijd van mijn vragen af. 't Is niets lief van je, George 1quot;

„Wel, ik heb u verwezen naar den man van het vak,quot; zei hij, haar de hand streelend. „Wat kon ik meer doen ?quot;

De ingevallen wangen werden vuurrood.

„Alsof we niet op onze vingers konden narekenen dat de Christenen er niets van weten! Zooals Monsieur d'Estrelles in Monte Carlo altijd tegen mij zei — één ding is zeker: met hun leer hebben wij niets te maken.quot;

„Ei. ei,quot; prevelde George. Toen, haar aanziende, vroeg hij glimlachend: „En is Monsieur d'Estrelles voor u een autoriteit

Herinneringen uit vroeger jaren kwamen in hem op van dezen ouden Eranschen bewonderaar zijner moeder, dien hij dikwijls om hun huis in Londen had zien fladderen, wanneer hij als jongen met de vacanties thuis was.

„Als je blieft niet zoo minachtend spreken, George !quot; knorde de zieke. „Monsieur d'Estrelles was een zeer ontwikkeld man, al was hij een aartsspeler. Ieder was 't er over eens dat hij een merkwaardig geheugen bezat. Hij kon heele bladzijden van Voltaire en die anderen voor mij opzeggen, als wij 's avonds de tuinen van Monte Carlo op en neer liepen, wanneer hij zijn speelschulden afbetaald had. Hij zei altijd dat hij niet begreep waarom men die dingen voor de vrouwen moest verbergen, — waarom de mannen niet precies aan de vrouwen zouden zeggen wat zij denken. En ik weet dat hij als jongen Katholiek was, dus kon hij over beide meespreken. Maar Monsieur d'Estrelles kan mij niets schelen! Jou opinie wil ik weten. Toe George!quot; — de stem begon dan steeds meer te trillen — „hoe kun je toch zoo onaardig zijn !

ocr page 319

309

/

Je mocht heusch wel denken aan wat de dokters zeggen, en mij een beetje tot kalmte brengen.quot;

En door haar onverbeterlijke loszinnigheid heen zag hij een oogenblik den angst schemeren die haar nimmer verliet. Dan werd het tijd voor hem om de armen liefkoozend om haar heen te slaan en zijn best te doen haar naar bed te krijgen.

Eens op een avond, toen hij haar naar boven gebracht had, kwam hij zoo vermoeid en prikkelbaar beneden, dat hij alle paperassen van zich schoof en zijn zorgen trachtte te vergeten door wat te lezen.

Zijn kennis van de letterkunde was al even onvolledig als zijn karakter. Een paar nieuwere Engel-sche dichters — Rossetti, Morris, Keats en Shelley — kende hi] nagenoeg van buiten. Reisbeschrijvingen en biographieën had hij in vroegere tijden, om zoo te zeggen, verslonden. Maar de klassieken, die hij niet kende, zouden, als bij de meesten onzer, een treurig lange lijst geleverd hebben.

Toch had hij, sedert hij op Perth terug was, vrij wat gesnuffeld in de boeken door zijn grootvader bijeengebracht, voornamelijk om, na de zorgen en bezwaren van den dag, zijne gedachten met iets anders bezig te houden.

Dezen avond lagen er twee boeken op zijn tafel. Het eene was een bundel brieven van Madame de Sévigné, het andere de „Confessionsquot; van den H. Augustinus. Hij nam eerst het eene ter hand, toen het andere.

„Au reste, ma fille, une de mes grandes envies, ce serait d'être dévote; je ne suis ni au Dieu, ni au Diable; eet état m'ennuie, quoiqu' entre nous je le trouve le plus naturel du monde. On n'est point au Diable paree qu'on craint Dieu, et qu'au fond on a un principe de religion; on n'est point a Dieu

ocr page 320

3io

aussi, paree que sa loi paroit dure, et qu'on n'aime point è. se détruire soi-même.quot;

„Prachtig!quot; dacht hij bij zichzelf, „prachtig! Daar sluiten we ons allemaal bij aan, mama en ik — drie vierden van de menschheid!quot;

Maar in het andere boek had hij op een bladzijde deze regels aangestreept: — omdat hij ze zoo mooi vond —

„Beatus qui amat te, et amicum in te, et inimi-cum propter te. Solus enim nullum eorum amittit, cui omnes in illo cari sunt qui non amittitur.quot;

(Zalig is hij, die in God vriend en vijand liefheeft.

Want hij alleen verliest geene vrienden, omdat allen hem lief zijn in God, die Zelf eeuwig blijft.)

Hij stond bij het vuur over beide uitspraken na te denken.

„Heerlijke muziek,quot; dacht hij van de laatste. „Maar mij evenzeer te hoog als een symphonie van Brahms. Toch zijn er die beweren dat zij ze begrij-nen. Van haar zou ik het kunnen gelooven.quot;

De weken gingen voorbij. Buitenshuis had de werkstaking haar hoogste punt bereikt, ofschoon George nog altijd geloofde dat het volk tegen Kerstmis wel zou bijdraaien. In vele gedeelten van het land heerschte bittere armoede en hoorde men van samenscholingen en opstootjes. Door de werkgevers was op allerlei wijze beproefd werklieden te gebruiken en te beschermen die zich niet bij de Union hadden aangesloten, maar de storm van verontwaardiging, die hierover was opgegaan, was te dreigend geweest; hoezeer tegen hun zin — de patroons hadden moeten toegeven. De Pers en het publiek lieten nu ernstig hun stemmen hooren ; „iedere gek verbeeldt zich dat hij voor onze zaken zorgen kan,quot; zooals George vol bitterheid tegen Letty zei. Bewick liep met boven-

ocr page 321

3ii

menschelijke energie het heele district af om toespraken te houden , afgewisseld door dagen van drinken, waar hij zich van tijd tot aan overgaf, en George ging niet meer uit zonder een geladen revolver.

De strijd was moordend voor zijn gestel; nooit was hij zóo somber en gedrukt geweest. Tevens vond Letty in hem een doffe vastberadenheid, een onverzettelijke wilskracht, als Fontenoy had, —waarover ze zich verwonderde, 't Was of er twee menschen in hem strijd voerden. Hij kon zeer philosophisch redeneeren van het mijnwerkersstandpunt, en met eerbied voor het physieke weerstandsvermogen waarmede de onverschilligsten onder hen besloten waren den strijd vol te houden ; maar terzelfdertijd behoorde hij tot de halsstarrigsten onder de patroons.

Intusschen was er thuis onophoudelijk gehaspel en onrust. In den loop van drie of vier weken had Lady Tresady herhaalde aanvallen van haar kwaal; het was duidelijk dat deze veel verergerde. En tegelijk met de ziekte verergerde , helaas! ook die akelige prikkelbaarheid, die het medelijden harer verzorgsters op een harde proef stelde en van de ziekekamer een vechtterrein maakte. Ofschoon men haar nooit kon bezweren in haar kamer te blijven, werd zij boos als men haar een oogenblik alleen liet. Zij wilde ondanks de spanning en onrust, waarin men verkeerde, vroolijke gezichten om zich heen zien en afleiding hebben, en hoewel het George somtijds gelukte haar te voldoen, niets wat Letty zeide, of deed, of vroeg, vond ooit genade in de oogen eener vrouw, die door het jeugdige schepseltje aan hare zijde enkel pijnlijk herinnerd werd aan haar eigen jeugd.

Eindelijk, op zekeren dag in het begin van November, verergerde de toestand. De dokter bleef een groot deel van den dag, maar George was voor de

ocr page 322

312

uitbarsting naar een gehucht gegaan ver het graafschap in, en eerst 's avonds bereikbaar.

Thuiskomend vond hij Letty in de vestibule op hem wachten. Er was een oogenblik van verademing; de dokter was vertrokken, verbaasd over hetgeen hij had bijgewoond, en had verklaard dat voor het oogenblik het gevaar was geweken.

„Maar o, die pijnen!quot; zei Letty zacht huiverend, de handen in elkaar slaande. Haar oogen waren rood van het schreien, haar wangen spierwit; hij zag dat het haar moeite kostte zich overeind te houden, en vermoedde dat zij nooit zoo iets bijgewoond had.

Hij begaf zich terstond naar zijn moeder, die nauwelijks spreken kon van uitputting, maar toch boos en ongeduldig was omdat haar middagmaal nog niet kwam. En terwijl hij en Letty hun somber maal gebruikten, vloog Justine in tranen de kamer binnen. Mylady wilde hetgeen men haar boven gestuurd had , niet eten. Zij maakte zich zoo boos, er zou stellig weer een nieuwe aanval volgen.

Man en vrouw ijlden de kamer uit. In de gang kwamen zij den huisknecht tegen, die juist een pak in ontvangst genomen had dat per spoor was verzonden.

George liet een onderdrukten uitroep hooren van schrik bij het zien van het pak. Er was een groot papier opgeplakt met „Van Worth en O6.quot; en het adres van Lady Tressady. Maar Letty bleef staan, met een plotselinge uitdrukking van vreugde op haar gezicht, en zei:

„Ga jij naar haar toe. Ik laat dit even uitpakken.quot;

Hij ging naar boven en deed met zoete woordjes, als tegen een kind, zijn best om zijn moeder haar soep en champagne te doen gebruiken. En juist toen hij haar zoover gekregen had dat zij weer met hem praatte, kwam Letty binnen. Het gezicht der

ocr page 323

313

schoonmoeder betrok terstond, maar Letty trad vroo-lijk op het bed toe en zei vriendelijk:

„Er is een pak voor u uit Parijs. Ik heb het open gemaakt. Zal ik het hier laten brengen?quot;

Lady Tressady begon eerst met een beetje te kermen en te zeggen dat het teruggezonden moest; — wat had een vrouw die ieder oogenblik kon sterven aan zulke dingen? Toen op eens wilde ze het zien.

Letty bracht het zelve binnen. Het was een nieuwe gekleede japon, zacht groen en rose, een toilet voor een jonggetrouwd vrouwtje. De uitgeteerde, doods-bleeke zieke er de hand naar te zien uitsteken om de stof te betasten, werd George haast te machtig. Maar Letty schudde de ruischende rok uit, wierp ze over haar hoofd, opdat Lady Tressady beter zou kunnen zien, en liep een paar malen de kamer op en neer, vol lof over den snit en op een aardige manier alle bijzonderheden prijzend.

„Ik draag hem natuurlijk niet voor na Kerstmis,quot; zei Lady Tressady eindelijk, nog steeds de halfgesloten oogen er op gericht houdend. „Wat snoezig hebben ze die kant er op gelegd, hè? Berg hem nu maar weg. George!... dit is de eerste die ik van 'tjaar van hem heb.quot;

Zij zag hem aan, als vreesde ze dat hij haar aankoop niet goed zou vinden. Hij bukte zich en kuste haar.

„Ik ben zoo blij dat u er plezier in hebt, moederlief. Zou u nu niet wat kunnen slapen?quot;

„Ik denk 'twel. Goeden nacht. 'Nacht Letty.quot;

Letty trad naderbij en Lady Tressady hield haar hand vast, terwijl de blauwe oogen, steeds met die droeve uitdrukking van lijden, haar op een vreemde manier aankeken.

„'tWas lief van je, Letty, die rok aan te trekken. Ik dacht niet dat je 't zou willen doen. En ik ben

ocr page 324

314

blij dat je 't mooi vindt. Jij moet er ook zoo een nemen. Geef mij een kus.quot;

Letty kuste haar. Toen stak George den arm van zijn vrouw door den zijne en te zamen gingen zij de kamer uit. Op het portaal werd Letty eensklaps doodsbleek; bijna was zij neergevallen. George sloeg de armen om haar heen, en droeg haar naar zijn kamer. Daar legde hij haar op een sofa, wreef de koude handjes en wachtte vol bezorgdheid tot zij wat bijkwam.

Toen hij eindelijk zag dat zij weer kon spreken zei hij zacht:

„O, hoe kon je dat doen! Hoe kon je het van jezelf gedaan krijgen! Nooit van mijn leven vergeet ik dat oogenblik!quot;

„Jij zoudt tot alles in staat zijn geweest als je haar van morgen gezien hadt,quot; prevelde zij, nog steeds met gesloten oogen.

Zwijgend bleef hij naast haar zitten, denkend aan al de misères der laatste weken. Het slot, het totaal van alles — moest hij zichzelven met verbazing bekennen — was, zoo het scheen, dat er tusschen hem en Letty een nieuwe band ontstaan was. Al den tijd, terwijl hij zich op het ergste voorbereidde, had dit wonderlijke proces plaats gehad. Hoe was het haar mogelijk geweest zoo betrekkelijk lief en zacht te zijn? Niets in haar, zooals hij haar vroeger gekend had, gaf er hem den sleutel toe.

Hij herinnerde zich met hoeveel tegenzin ze alles in orde gebracht had om Lady Tressady te ontvangen. Toch had ze voor alles gezorgd. Schuilt er waarlijk, zooals de christenen beweren, een mystieke kracht in iedere, hoezeer gebrekkige, daad van zelfverloochenende liefde — een kracht, die tegelijkertijd spreekt van den bezielenden èn den beloonen-

ocr page 325

3i5

den God, die bovendien, door te werken het vermogen voortbrengt om zich te vermenigvuldigen ? Hij persoonlijk bekommerde zich hier weinig om; ook stond hij er niet lang bij stil. Al wat hij wist was, dat een engel het water beroerd had, — dat oude wonden minder pijn deden, — dat de hoop minder onmogelijk scheen.

Letty voelde zeer wel dat hij haar op een andere manier aanzag, dat er in zijne aanraking iets anders gekomen was. Even weinig als hij begreep ze wat er in haar werkte. Van tijd tot tijd waren er in deze weken van pijnlijke spanning uren geweest waarin alles in haar in opstand kwam , waarin ze even hartgrondig als ooit haar geheele omgeving , haar schoonmoeder, haar ongelukkig lot verwenscht had. Dan waren er oogenblikken gevolgd van verwonderlijke kalmte en berusting, — waarin ze hetgeen in haar woelde en stormde had kunnen uiten tegen eene die met belangstelling luisterde, die haar vertrouwelijkheid beantwoordde met een sympathie, waarvan kracht uitging en die werkte als balsem.

Eensklaps sloeg ze de oogen op.

„Wou je graag iets weten van dien eersten maal toen ze mij kwam opzoeken ?quot; fluisterde ze , de oogen bijna neerslaand onder zijn blik.

Hij kreeg een kleur en aarzelde. Toen kuste hij haar hand en antwoordde;

„Neen, nu niet. Je bent geheel óp. Een ander maal. Maar 'tis lief van je, hoor, dat je 't mij vertellen wilt!quot;

Een gevoel van rust en welbehagen kwam over haar. Gelukkig volgden er van zijn kant geen liefdesbetuigingen , ook begeerde zij ze niet, maar er was een zacht uitgaan van het eene hart tot het andere. En de herinnering aan dat uur, aan dien avond,

ocr page 326

3i6

was, in de dagen die volgden, een voorname veiligheidsklep tegen de wanhoop.

Twee dagen later kwam de dood tot Lady Tres-sady, zonder pijn, in haren slaap. Het fijn besneden gelaat, thans met de gewone trekken van den ouderdom en met het grijze haar haar door de natuur gegeven, was in George's oogen, toen hij haar ging zien in de kist, voor de eerste maal werkelijk mooi. Hij kon zich niet herinneren dat hij haar ooit, zelfs niet toen hij een jongen was, bewonderd had; toch ging zij in haar goeden tijd door voor een beauté. Het scheiden van haar was als het breken van een touw, dat het leven uit zijn eigenlijke voegen en verhoudingen gerukt had. Een onbeschrijfelijke gewaarwording van verlichting, wat niet uitblijven kon, volgde. Maar na haar dood sprak Letty nimmermeer over haar op een onvriendelijken toon, en George kwam tot het eigenaardig, deemoedig bewustzijn, dat hij ten slotte wezenlijk nog een gevoel van verplichting tegenover haar krijgen zou.

Want toen November en December voorbij gingen werd de verhouding tusschen man en vrouw gaandeweg beter en aangenamer. „We zullen er wel komen,quot; zei George bij zichzelf, heel in stilte, — „'tzal eindelijk nog véél beter worden dan een van ons ooit had durven hopenquot;. Dit was zeer zeker het meeste wat men ooit zou kunnen zeggen, maar het was veel.

Den nacht na zijn moeders overlijden vertelde Letty hem plotseling, driftig bijna, als werkte er iets binnen in haar dat er haar toe aandreef, de geschiedenis van haar ruzie met Marcella. Aan het einde stopte ze hem een pakje brieven in de hand en liep schreiende weg. Toen hij haar later opzocht, waren zijn oogen vochtig. „Zou ooit een ander op

ocr page 327

317

die manier gehandeld hebben ?quot; zei hij, en Letty uitte geen woord van protest.

De brieven gaven dagen lang voedsel aan zijn gedachten. Zij waren hem haast evenzeer eene openbaring als de drijfveeren en de persoonlijkheid die er aan ten grondslag lagen dit voor Letty waren geweest. In weerwil van alles wat hij voor de vrouw die ze geschreven had, gevoeld had, vervulden ze hem steeds met stille verbazing. Wij zijn gewoonde woorden „geestelijkquot;, „dichterlijkquot;, toe te passen op het menschelijk karakter; wij doen alsof wij al hetgeen die woorden in zich sluiten ten volle begrijpen; en toch , wanneer werkelijk het geestelijke of het dichterlijke vorm voor ons aanneemt, wanneer wij het aantreffen in de gestalten en gebeurtenissen van ons gemeenschappelijk leven, dan treft ons dit als iets vreemds, bijna vinden wij het onnatuurlijk. Het kost ons eenige moeite het aan te nemen als een gewone zaak, er eenvoudig geloof aan te slaan.

En toch kon niets inderdaad meer de onvermijdelijke proef wezen op een karakter, en het gevolg van omstandigheden, dan deze brieven van Marcella Maxwell aan Tressady 's echtgenoote. Marcella had geleden onder een zeer groot, begrijpelijk zelfverwijt, en, om dien last af te wentelen van haar hart, had zij een poging tot verzoening en boete aangewend met al de kracht, al den tact, al de wilskracht van haar karakter. Zij had Letty Tressady thans weken lang hartelijke brieven geschreven, en de wijze waarop ze met hart en ziel zich aan hare taak gegeven had, werd wèl beloond. Letty, kersversch onder den nieuwen indruk van Marcella in haar hui-selijken kring èn als echtgenoote, onder den indruk van een schoonheid die haar niet langer ergerde en van een bekoring waarvoor zij ten laatste had moe-

ocr page 328

318

ten zwichten, had langzamerhand, in de eenzaamheid en eentonigheid van Ferth, denzelfden invloed opnieuw in zich voelen werken, en was iedere week meer gaan handelen als eene die vrijwillig zich onderwerpt aan een beteren invloed.

Wat, om te beginnen, kon vleiender zijn voor het hart of de ijdelheid dan de volharding waarmede een der beroemdste vrouwen van haar tijd — die, dit wist Letty, van den morgen tot den avond het voorwerp was van een ieders belangstelling, die werd geprezen, aangevallen, nageaapt, omringd — zich er op had toegelegd eerst om het kleinere, meer bekrompen leven te begrijpen, daarna het te vangen. Met de réactie tot een begrijpelijke teruggetrokkenheid, een zeker onwillekeurig in fierheid zich verschansen, dat Marcella's houding gekenmerkt had tijdens Letty's logeeren op „de Courtquot;, werd in deze brieven stelselmatig gebroken, eerst met eenige moeite, toen steeds meer van harte. Dag aan dag, dit wist Letty, had Marcella tijd moeten uitkoopen van politieke werkzaamheden , van haar verkeer in de wereld, van haar liefste bezigheden, om te schrijven aan dit schepseltje in de verte, van wie zij niets had te hopen of te vreezen; die, ware alles gewoon geloopen, geen aanspraken had kunnen doen gelden op haar vriendschap , terwijl het begin der nadere kennismaking omsluierd bleef door de herinnering aan Letty's be-leedigingen en Letty's ruwheid.

En de brieven waren zoo vertrouwelijk i In den regel was Marcella te ongeduldig om rustig zich op het papier te uiten. Zij vond brieven-schrijven tijd verknoeien; er was iederen dag waarlijk reeds genoeg te doen! Maar in dit geval met Letty had ze tijd, getroostte ze zich gaarne de moeite. De meesteres van Les Rockers, schrijvend aan hare afwezige ,

ocr page 329

3^9

veeleischende Pauline, had niet meer kunnen wen-schen een goeden indruk te maken. Zij redeneerde — rustig, uitvoerig — over alles wat haar betrof, over man en kind, over de politiek, de menschen die zij ontmoette , de vermaken waaraan zij deelnam, de boeken die zij las, de dingen die haar vervulden; daarna, veel hartelijker nog, veel uitvoeriger nog, over de bezwaren, het eentonige van Letty's leven op Ferth, dat Letty zelve in hare treurige brieven beschreven had. De prettige, hartelijke toon alleen was reeds weldadig; het volkomen zichzelf geven, waarvan iedere bladzijde getuigde, deed veel meer.

Vreemd'... terwijl George die brieven las voelde hij zijn hart sneller kloppen. Waren ze in zekeren zin ook voor hèm bestemd ?.. . Het was hem als hoorde hij er een stille boodschap uit, de smeekbede eener vrouw, het antwoord eener vrouw.

Wat hiervan zij, de liefdevolle poging tot verzoening had gunstig gewerkt. Letty kon niet ongevoelig blijven voor iets zoo vleiend, voor een zoo onverwachte , zoo overstelpende hulde: het hart van een Marcella Maxwell tot haar uitgaande, zoodat zij het slechts behoefde tot zich te nemen. Zij besefte de beteekenis daarvan niet zoo diep, niet zoo in al haar volheid, als honderden andere vrouwen gedaan zouden hebben. Toch had haar vreugde er over aan het eigen karakter een schok toegebracht , — het was gebroken. En met elk toegeven van haar kant was dit haar een volgenden keer gemakkelijker geworden, had ze nieuwe aandoeningen in zich voelen ontwaken, die haar zelf verbaasden; tot zij zichzelve als het ware in den blinde vond rondtasten in een onbekende wereld, zich vastklemmend aan Marcella's hand, trachtend uitdrukking te geven aan gewaarwordingen welke zij vroeger nooit

ocr page 330

320

gekend had, het eene oogenblik trotsch op haar nieuwe vriendin, met een half edelen, half zelfzuch-tigen trots, dan weer niet met haar op haar gemak, en door alles heen flauw het licht ziende van nieuwe idealen.

Toen George op zekeren dag Letty's boudoir binnenliep om een paar kleinigheden te vertellen, welke dien middag voorgevallen waren, zag hij op haar schrijftafel diezelfde photographie van Lady Maxwell met haar zoontje, waarvan een vorig exemplaar in Letty's handen een zoo tragisch einde had gevonden. Hij liep er heen met een uitroep van verrassing; Letty was niet in de kamer. Eensklaps echter verscheen ze. Hij deed geen poging om te verbergen dat hij het portret bekeek; integendeel keek hij er nog een oogenblik langer naar. Toen slenterde hij naar het raam en begon te spreken over hetgeen hem in zijn vrouw's kamer had gebracht. Letty was afgetrokken en gaf weinig antwoord. Haar gelaat was bloedrood geworden. Hare handen verlegden zenuwachtig eenige boeken en papieren, die op de tafel lagen, en haar geest hield zich bezig met tal van herinneringen.

Een oogenblik later, toen hij verteld had waar hij voor kwam, zweeg ook hij. Maar hij bleef nog bij het natgeregende raam staan turen naar de in winterslaap zich uitstrekkende vallei in de diepte, met haar schoorsteenen en de verspreide huisjes van het dorp. Letty, die deed alsof ze een briefje schreef, lichtte het hoofd op en keek hem aan, met open mond, gejaagde ademhaling, de blauwe oogen vol onuitsprekelijke droefheid. Zij was lang zoo mooi niet als een jaar geleden. George had dit dikwijls opgemerkt; zijn zelfverwijt verminderde er niet door. Doch het gezichtje had meer uitdrukking, was on-

ocr page 331

2,21

eindig menschelijker; ook kende hij het veel beter, lette hij meer op de steeds wisselende uitdrukking-dan hij ooit gedaan had in de dagen van hun engagement.

Eer hij de kamer uitging sloeg hij de armen om zijn vrouwtje en kuste heur haar. Zij lichtte het hoofd niet op en zeide niets. Maar toen hij weg was keek ze eensklaps op; met een kort afgebroken snik nam ze het portret van zijn plaats en wierp het boos in een lade. Waarna ze een paar minuten roerloos zitten bleef, met den zakdoek voor den mond, om de tranen die haar bestormden terugf te drinsren.

O O

Ten slotte haalde ze met bevende vingers het portret er weer uit, wikkelde het in een zacht papiertje dat dicht bij haar lag, als wilde ze die ruwheid van zooeven goedmaken, en borg het wederom weg.

Wat was de reden dat zij er eerst Marcella om gevraagd en toen het op de tafel gezet had, waar George het misschien, neen, waar hij het zien moest ? Stellig en zeker een onbestemd verlangen om iets goed te maken, om zichzelve te straffen door haar man genoegen te doen. Maar de gedachte aan hem, zooals hij daar over het portret gebogen stond, was haar een marteling, gaf haar dagen lang een gevoel van beklemdheid om het hart. Zij zette het niet meer op haar schrijftafel. Maar in diezelfde week schreef zij uitvoeriger, onstuimiger, treuriger brieven aan Marcella dan ooit te voren. Zij sprak, niet zonder bitterheid en zeer onbillijk, over haar opvoeding, vroeg wat zij lezen zou, vertelde hetgeen haar bezwaarde ten opzichte van haar armen of van het huishouden — boos half, als beschuldigde ze iemand. Voor de eerste maal zocht zij als het ware, een mensch, die haar onderwees in de kunst van te leven. En ofschoon de toon nog ontevreden was, wist zij, en II. 21

ocr page 332

322

Marcella durfde het weldra vermoeden, dat het leelijke huis op den heuvel inderdaad opgehouden had eentonig of somber te zijn in haar oog. George ging er in en er uit. En voor de vrouw, die het zoover gebracht heeft dat zij verlangend luistert naar den voetstap van haar man, is er niet langer sprake van verveling.

Eigenlijk wist Letty niet hoe sterk hare positie was. Het lezen van Lady Maxwell's brieven aan zijne vrouw had tal van relieken en herinneringen uit George's geest weggevaagd. De dag van hartstocht was niet meer. Zeker! — maar haar dikwijls te zien, den vroegeren omgang met haar en Maxwell, hetzij in de maatschappij of op politiek terrein, weer van voren af aan te beginnen, hiervoor deinsden trots en geweten terug. Toch was er onder zijn kiezers een sterke partij, en daaronder mannen wier eerlijkheid en gezond verstand hij hoog had leeren waardeeren, die er op aandrongen dat hij niet alleen in Februari zijn mandaat niet neerleggen, maar nimmer zijn zetel in het Parlement opgeven zou. Op de'enkele openbare bijeenkomsten, waar hij tot nu toe het woord had gevoerd, was het stormachtig toegegaan, evenwel, alles bij elkaar genomen , bleek het dat men hem goed gezind was; men wilde absoluut dat hij zich ten minste opnieuw candidaat zou stellen; de partij zou de onkosten dragen der verkiezingscampagne, en hij volkomen vrij wezen in het nemen van een besluit. Sedert de aanneming der wet was de reactionnaire beweging, door Fontenoy in het district op touw gezet, sterk aan het luwen, en de positie van onafhankelijk lid, overhellend tot de Regeeringspartij, was voor George Tressady gemakkelijk te veroveren.

Maar met heel zijn ziel deinsde hij terug voor zulk eene herhaling van de politieke soesah — misschien

ocr page 333

323

om dat je ne sais cpioi in zijn karakter, dat verslappende, verlammende, dat hem, waar hij ook keek, werkelijk de helft deed verkiezen boven het geheel, en hinderpalen zien bij al wat met geestdrift ondernomen werd. Zoo werden deze weken, door de vele vragen die hij had te beantwoorden en de vriendelijke overredingen, waaraan hij geen gehoor geven mocht, hem niet licht gemaakt.

De tweede Decemberweek brak aan, het begin van het eind wat de werkstaking betreft. De hulpbronnen waren uitgeput; de patroons hadden niets geleden. Te zamen hadden zij de mannen te woord gestaan, maar van een uitspraak door scheidsrechters hadden zij niet willen hooren. In het begin der week had er een opstootje plaats in een district waar de Union het minst sterk was, — waarschijnlijk een uitvloeisel der verontwaardiging over de dreigende nederlaag. Tegen het midden der volgende week toog het volk hier en daar weer aan 'twerk en was hun nederlaag een voldongen feit.

Wanneer George, door het dorp loopend, de ingevallen wangen en neergeslagen oogen zag, dan haatte hij den triumf van zich en de zijnen. Den een-en-twintigsten reed hij naar een stadje in de buurt, waar plaatselijke comité's van patroons en werklieden zitting hadden , om te zien of er nog geen bericht was omtrent zijn eigen mijnen.

Tegen acht uur des avonds hoorde Letty de hoefslagen van zijn paard. Zij wist dat hij gewoon was in het donker te rijden, maar daar men allerlei geruchten hoorde van opgewondenheid en gepleegd geweld, had ze reeds lang in zenuwachtigen angst

naar ieder geluid sfe! isterd.

ö ö

Toen de voordeur openging vloog zij de kamer uit hem tegemoet.

ocr page 334

324

„Ja, ik ben laatzei George, toen ze hem een beetje beknorde, „maar alles is in orde, — 'twas wel de moeite waard even te wachten, 't Is nu klaar. Eenigen gaan morgen over acht dagen naar beneden, en de rest zoodra we ze kunnen gebruiken.quot;

„Op de voorwaarden van de patroons?quot;

„Natuurlijk, — of althans nagenoeg.quot;

Zij klapte in de handen.

„O, als je blieft, dat niet!quot; riep hij, terwijl hij zijn hoed ophing, en begrijpend dat hij door overver-moeienis wat prikkelbaar was, deed ze haar best zich niet te ergeren aan zijn scherpen toon.

Het Kerstfeest brachten ze met hun tweetjes door. George, die tot zijn verdriet meer en meer oog kreeg voor het weinig geschikte van Ferth voor een jong vrouwtje dat van leven en vroolijkheid hield, had Letty trachten over te halen, niettegenstaande den rouw, eenige kennissen te logeeren te vragen. Maar zij had het niet willen doen, en nog waren ze met hun beidjes toen het eind der werkstaking naderde.

Den dae voordat het volk weer aan den arbeid zou gaan, keerde George laat in den avond van een laatste vergadering der werkgevers naar huis terug. Letty , die reeds met het middagmaal begonnen was, zag, toen hij de eetkamer binnentrad, terstond dat hij zich meer dan anders opgewonden of ingespannen had.

„Laat me eerst wat eten 1quot; was het eenige wat ze op haar vragen ten antwoord kreeg, en ze liet hem met rust. Doch zoodra de bedienden de kamer uit waren, zag hij haar aan en zei:

„'k Heb een standje met Bewick gehad, kind; 't is nog al hoog geloopen. Maar daarmêe is 't ook uit. Ik liep met Ashton naar 't station— Ashton

ocr page 335

325

was rechter en tevens een mijneigenaar uit de buurt — „daar vonden we Valentijn Bewick. Twee of drie van zijn kornuiten waren bij hem ; men zegt dat hij in den laatsten tijd toevallen heeft, ten gevolge van overspanning. 't Eenige wat ik zag was dat hij erger dronken was dan ooit — waarschijnlijk om zijn ergernis over den nederlaag te vergeten. Hoe het zij, zoodra hij mij in 't oog kreeg begon hij spektakel te maken ; — hij schold mij uit voor al wat leelijk is en schuimbekte van woede. Volgens hem ben ik alleen de oorzaak dat ze hebben moeten bijtrekken, 't Is alleen omdat ik, als een wild dier, er een genot in vind de kerels te zien lijden; omdat ik mij wil „vetmesten en den mijnwerker laten verhongerenquot;; mijn schurkenaard is alleen verantwoordelijk voor alles. Hij heeft me heel wat naar 't hoofd gegooid! Toen werd hij driftig — wilde me met zijn met lood beslagen stok te lijf. Ashton en ik, en de lui die bij hem waren, hebben hem gelukkig tot rust kunnen brengen zonder dat de politie er bij hoefde.— Ik denk niet dat het gevolgen hebben zal.quot;

En hij stak de hand uit naar eenig zuur, waarvan hij zich met overleg bediende.

Evenwel, zoodra de maaltijd afgeloopen was, ging hij in Letty's zitkamer wat op een canapé liggen, en moest hij bekennen dat hij öp was van vermoeidheid. Zij hielp hem om 't zich zoo gemakkelijk mogelijk te maken, en toen zij een kussentje onder zijn hoofd legde, bukte ze zich over hem heen en gaf hem een kus.

Hij glimlachte, stak de hand uit om haar te grijpen, met een „kom eens hier!quot;, maar met een verlegen blosje ontweek ze hem.

Toen ze een poosje later met een handwerkje bij hem kwam zitten, vond ze hem onrustig en spraakzaam.

ocr page 336

326

Hij wierp de courant neer waarin hij had gelezen, en zei kribbig:

„'t Zal me toch benieuwen of we altijd zoo zullen moeten vechten om aan een stuk brood te komen! — 't Leven wordt er alles behalve plezierig door, hè ? En toch . . . wat ter wereld . . .

Hij wierp protesteerend het hoofd achterover in het kussen, en keek boos de kamer rond.

Letty merkte op eens dat hij niet tegen haar praatte, maar tegen een derde, dien men niet zag.

„Of het kapitaal krijgt zijn behoorlijke rentequot; — ging hij voort, op argumenteerenden toon — „en kennis wordt naar verdienste beloond, — of de Karl Marx-staat, arbeidslijsten en al die dingen meer. Er is geen huisje ten halve — geen quaestie van! Wat mij betreft — ik ben niet van plan mijn kapitaal te leenen voor niets ! ik wil zelfs niet toezicht houden voor niets! En voor geen van beide vraag ik meer dan ik eischen mag. 't Is doodeenvoudig; mijn geweten is volkomen zuiver.quot;

„Nu, dat zou ik waarlijk denken!quot; viel Letty op minachtenden toon hier op in. „'k Wou wel eens weten of Marcella heelemaal op de hand van het volk is ? Ze heeft in haar brieven nooit een woord van de werkstaking gezegd.quot;

Toen onwillekeurig het „Marcellaquot; haar ontglipte kreeg zij een kleur, en voelde hij dat hem een gebaar van verbazing ontsnapte. Maar Letty had zich reeds lang voorgenomen een eind te maken aan dat gedwongen stilzwijgen.

„Zeer waarschijnlijk is zij geheel op de hand van de stakers,quot; zei hij onverschillig, na een oogenblik van stilte. „Ze hield zich bij een strike nooit onzijdig. Ze kon 't niet laten den een of anderen stok te nemen om er de werkgevers mee te slaan. — Wat-

ocr page 337

327

ton en ik hebben er haar dikwijls mee geplaagd!quot;

Hij ging weer achterover liggen, met een lachje dat Letty als muziek in de ooren klonk.'t Was voor de eerste maal dat Lady Maxwell's naam zoo gewoon tusschen hen genoemd werd. Het jonge vrouwtje zat recht overeind druk te werken, de wangen nog rood gekleurd, de oogen schitterend.

Doch na eenige minuten van stilzwijgen wip'te George eensklaps van de canapé af en begon het kleine vertrfekje op en neer te loopen, telkens een vreemden uitval doende in verband met den strike en het werkvolk, wat Letty haar werk neerleggen en verschrikt naar hem opzien deed, de naald in de hand.

Eindelijk vroeg ze, beangst: „Wat is er toch, George ?quot;

„O! niets. Ik ben 'n beetje aan 't doorslaan, hè? — Lievelingetje, wie is er toch ziek? Toen ik naar huis reed kwam ik den ouden dokter tegen, en hij riep me in 't voorbijgaan toe dat hij hier geweest was, — met zoo'n vroolijk gezicht, de man had de grootste pret! Wat is het, kind? — een van de dienstboden ?quot;

Letty legde het werkje op haar schoot en de handjes er boven op. Zij werd beurtelings rood en bleek, keerde zich van hem af, en borg het gezichtje weg in haar stoel.

Hij vloog naar haar toe en zij fluisterde hem iets in het oor.....

Wat ze zeide was volstrekt niet alles lief. Letty behoorde niet tot die vrouwen, wier leven in haar oog niet tot zijn recht komt zonder de weelde van het moederschap.

Maar ze was zenuwachtig en moest even uitschreien

ocr page 338

328

George was uitgelaten, dol van vreugde. Hij wierp zich voor haar op de knieën, legde het hoofd in haar schoot, en zei, op een toon zoo vroolijk en luchtig alsof er nimmer sprake was geweest van vermoeidheid;

„Als hij niet jou oogen en haar heeft, erken ik hem niet!quot;

„Ik wil geen hijklonk het knorrige antwoord, „maar als zij jou kin heeft, ga ik haar uitbesteden. O, wat vind ik het toch vree-se-lijk!quot; Zij rilde.

Hij greep haar hand en troostte haar. Toen stak hij beide de zijne naar haar uit, en trok haar tot zich.

„Toch is alles ten slotte nog zoo heel slecht niet uitgekomen, is 't wel, vrouwtje?quot; fluisterde hij haar in het oor, op droef-smeekenden toon. Hun lippen ontmoetten elkander, bevend. Eensklaps barstte Letty in hartstochtelijk snikken uit. George vloog van zijn stoel, trok haar op zijn knie en lang zaten zij zoo, zwijgend, de armen om elkaar geslagen.

Eindelijk richtte Letty zich overeind, hield, de hand tegen zijn schouder gedrukt, zich op een afstand, en zei, half knorrig half schreiend;

„Weet je .... je hieldt eigenlijk niets van mij — toen je met me trouwde.quot;

„Zoo-o?... En jij dan?quot; vroeg hij, de wenkbrauwen optrekkend.

„O, daar weet ik niets meer van!quot; gaf ze haastig ten antwoord, het hoofdje tegen hem aan vleiend.

„Nu, voortaan . ..hernam hij een oogenblik later met zachte stem, „zullen wij veel van elkaar houden. Dat is nu de hoofdzaak, is 'tniet?quot;

Zij antwoordde niet, maar stak de hand uit en streek er mee over zijn wang. Hij bracht ze aan zijn lippen en kuste ze teeder. Er was een wonde plek in beider hart, en noch de een noch de ander

ocr page 339

329

durfde een blik slaan in de toekomst. Doch heden avond waren zij zich bewust dat zij elkaar toebehoorden op een nieuwe, een heilige manier; dat zij zich afscheidden van de wereld, man en vrouw, te zamen. In George's brein was een vaag besef van verwondering over die vreemde, onweerstaanbare macht, die van het huwelijk uitgaat,— zoo diep ingrijpend in het leven, — als met een machine allen tegenstand te niet doend; — alleen een zeker zelfverwijt, een zekere wroeging overlatend om verder op door te werken.

George sliep licht, hij was oververmoeid. Heel den nacht zag hij als in een nachtmerrie de verslagen werklieden met loomen tred en norsche gezichten naar de vroegschoft gaan. Hij voelde zich gedrukt door een geestelijke malaise; het was als had hij geen rechten, geen plaats in deze wereld van strijd.

„Ik zal het wel te boven komen, en er me doorheen slaan,quot; zei hij bij zichzelf, toen hij eenmaal half wakker werd. „'t Is al te gek.quot;

Tusschen zeven en acht uur ontwaakte hij met een schrik. Hij was eer hij het wist het bed uit, zich dwingend klaar wakker te worden en tot bezinning te komen.

Een dof geluid, dreunend heel de vallei door . . . George ontstelde; een rilling voer hem door de leden. Hij keek even naar Letty, die vast lag te slapen; liep toen zoo zacht mogelijk naar zijn kleedkamer, en schoot haastigf eenig-e kleeren aan.

lt;~gt; o

Vijf minuten later rende hij zoo hard hij kon den heuvel af. Het was bitter koud en doodstil; de eerste sneeuw bedekte het gras; een kille, grijze nevel omhulde de heuvels. Toen hij de verste mijn in het oog kreeg zag hij een menigte vrouwen in die richting

ocr page 340

33°

loopen; een verward, akelig geluid, van schreien en gillen drong tot hem door, en op hetzelfde oogen-blik bijna vloog een jongen, hijgend en doodsbleek, hem tegemoet.

„Waar is het, Sprowston?quot;

„In de No. 2, Sir! Er komt een dikke rookkolom uit de schacht, en de bak is in stukken de lucht in gevlogen. Maar de schacht zelf is nog in orde;juist toen ik naar u toe liep zag 'k Mr. Madan en Mr. Mac-gregor naar beneden gaan. Er waren met de vroeg-schoft zes-en-tachtig mannen en jongens neergelaten.quot;

Van George's lippen klonk een gesmoorde wanhoopskreet, en hij rende voort.

VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Engeland kent die tooneelen maar al te goed!

Toen Tressady, buiten adem van het loopen, op den mijnheuvel kwam, was het hem, bij een eersten vluchtigen blik op het tooneel voor zich, alsof hij dit alles reeds meer had gezien: den winterschen dageraad; de rijen doodsbleeke mannen en schreiende vrouwen aan weerskanten; de politie, het terrein rond de mijningangen vrij houdend voor de mijnbe-ambten; zelfs het vastberaden, bleek gelaat van zijn opzichter die, met Macgregor, den stoker, en twee mijnwerkers juist uit den bak gekropen waren welke bij de opening der schacht stond.

Zoodra Madan Tressady den hoek om zag komen van het machine-gebouw, ijlde hij zijn chef tegemoet.

„Ben je al beneden geweest?quot; riep Tressady hem toe.

„'k Kom net boven, meneer. We konden zoowat vijftig meters dalen — lucht tamelijk goed — toen

ocr page 341

331

begonnen we neerstortingen te zien langs den hoofdingang. We konden 'r drie of vier voorbij, maar we kregen 't met den damp te kwaad, —'t had heel wat in om weer boven te komen. Ik dacht wel dat 'k u hier vinden zou. Macgregor zegt, naar de richting te oordeelen waar 'talles lag, dat de ontploffing aan den kant van Hol ford's Heading of daarom-streeks wezen moet.quot;

Meteen sloeg de opzichter met een vlugge beweging een kaart van de mijn tegen den muur van het machinehuisje en wees de plek aan.

„Hoeveel man waren er in?quot;

„Ongeveer twee en dertig man in de buitenste eang-en — voor zoover ik berekenen kan.quot;

lt;_gt; O

„En de anderen? Weet men daar iets van? Hoeveel zijn er neergelaten?quot;

„Zes en tachtig. Een bak vol mannen en jongens —- allen uit de onderste schacht — zijn dadelijk na de ontploffing opgehaald. Sedert is er geen geluid meer o-ehoord. De bovenschacht is een en al kolen-

O

damp. Mitchell, die in de ventilator-kamer stond, was de eerste die z'n leven zocht te redden; in een oogenblik was de lucht verpest!quot;

„Goeie God!quot; prevelde George, stil voor zich heen , en de beide mannen zagen elkaar aan met een wereld van droefheid in hun blik.

Een oogenblik later vroeg Tressady:

„Heb je een boodschap gestuurd naar den inspecteur?quot;

„Hij kan hier over een minuut wezen, meneer.quot;

„Heb je balken bij de hand?quot;

„Ze zijn juist bezig ze bij de schacht te brengen.quot;

„De ventilator in orde?quot;

„Zeker, meneer — en hij loopt zoo hard als't kan.quot;

Door Madan gevolgd, begaf Tressady zich naar den

ocr page 342

332

ingang der mijn, en liet zich persoonlijk door Mac-gregor en de beide mijnwerkers op de hoogte stellen.

Toen wenkte hij Madan, en het tweetal begaf zich in druk gesprek naar het lampenhuis, overleggend hoe te handelen. Terwijl ze langzaam de bank afliepen, werden al hun bewegingen door de oogen der met ontzetting geslagen rijen van toeschouwers gevolgd. Maar geen geluid ontsnapte aan hunne lippen. Eens keek Tressady op en ontmoette hij de blikken van een paar kerels die dicht bij hem stonden, — booze blikken, waarin een uitdrukking, die éen seconde hem haast de kracht benam om te doen wat hij zich voorgenomen had.

„Ik wacht nog drie minuten op Dixonzei hij, ongeduldig op zijn horloge kijkend ; „dan gaan we zonder hem.quot;

Dixon was de inspecteur. Hij stond in heel het district bekend als een flinke, moedige kerel, die, zoodra er een ongeluk gebeurde, er bij was, en altijd vol vuur om met de reddingsploeg mee te gaan, hoe gevaarlijk het nederdalen ook wezen mocht, enkel, gelijk hij beweerde, voor zijn vak, ter wille van de wetenschap. In dit geval woonde hij niet ver af, slechts een minuut of twintig gaans, aan den anderen kant van 't dorp, zoodat de jongen, dien Madan naar hem toe gezonden had, niet ver behoefde te loopen.

Terwijl hij sprak voelde George iemand aan zijn arm trekken. Hij keerde zich om en zag Mary Bat-chelor, die uit een troepje vrouwen naar voren getreden was.

„Sir George! Luister eens, Sir George.quot; Het gerimpelde gelaat, de beschreide oogen, werden smee-kend tot hem opgeheven. „De jongen is om vijf uur met de anderen mee naar beneden gegaan. Wees

ocr page 343

333

maar niet boos op 'm. Hij is nooit goed gezond geweest, en de Heer heeft 'm niet z'n volle verstand gegeven.quot;

George glimlachte over de bezorgdheid der arme ziel en zei, vriendelijk de hand op haar schouder leggende:

„Wees niet ongerust, Mary; al wat er gedaan kan worden zullen we doen, — voor iedereen. We wachten nog één minuut op Mr. Dixon, dan gaan we naar beneden. Luister eens,quot; — hij trok haar mee het lampenhuis in, waar zij vlak bij stonden, want een troep mannen en vrouwen, allen even nieuwsgierig om elk woord dat hij zeggen mocht op te vangen, drong steeds dichter om hen heen. „Zou je deze boodschap voor mij naar mijn huis kunnen brengen? Ze hooren daar in de eerste uren nog van niets, begrijp je, en Lady Tressady sliep nog toen ik hierheen ging.quot;

Hij scheurde den onbeschreven kant af van een brief dien hij in den zak had, krabbelde er vlug eenige woorden op en stopte Mary het papier in de hand.

De stakker liep, haar doekje om het hoofd samentrekkend , zoo gauw de stramme beenen haar dragen konden het hek door, terwijl George zich weer bij Madan voegde.

„Ha, daar is hij !quot;

Want de kleine gestalte van den inspecteur kwam het hek door.

Tressady ging hem ijlings tegemoet.

Toen de eerste vragen en antwoorden gewisseld waren, keek Tressady om naar Madan, dien hij op boozen toon hoorde spreken tot een langen kerel, met een groven kiel en bruin linnen broek aan, die achter Mr. Dixon het terrein om de schacht was opgeloopen.

ocr page 344

334

„Maak dat je weg komt, Bewick! We hebben je hier niet noodig.quot;

„Madan !quot; riep Tressady, „kom even bij Mr. Dixon. Ik zal met hèm wel spreken.quot;

Hij liep naar Bewick, — terwijl het volk, dat achter de gespannen lijn moest blijven, zich naar voren boog om te luisteren, — en vroeg, zoodra hij dicht genoeg bij hem stond:

„Wat wou je?quot;

„Ik kom mij aanbieden om met de reddingsploeg mêe te gaan. Ik heb jarenlang in de mijnen gewerkt, 'k Heb meer dan eens na 'n ontploffing geholpen. Geeneen hier die zoo sterk is als ik.quot;

Terwijl de stoere, vierkante kerel dit zeide, keek hij om zich heen; onder de omstanders hoorde men een gemompel van instemming.

Tressady nam hem van het hoofd tot de voeten op en zei niets dan:

„Ben je nuchter?quot;

Bewick kreeg een kleur. Doch Tressady's doordringende blik dwong hem de oogen op te slaan, en trotsch klonk het antwoord:

„'k Ben net zoo nuchter als u.quot;

„Welnu,quot; hernam Tressady, langzaam en duidelijk sprekend, „we hebben sterke, flinke kerels noodig. Als Madan je meenemen wil, mij is't wel! Maar denk er om: allen staan we onder zijn orders.quot;

Hij begaf zich naar den opzichter, met wien hij fluisterend een paar woorden wisselde. Madan verwaardigde den man, die besproken werd, met woord noch blik; 't scheen dat hij hem, nog meer dan zijn chef, van harte verfoeide. Doch hij maakte verder geen bezwaar om hem meê te nemen.

Een oogenblik later was men met de toebereidselen gereed. Eerst daalden stokers en mijnwerkers

ocr page 345

335

met houweelen gewapend naar omlaag, — Maclan aan het hoofd. Daarna George, Mr. Dixon, een paar dokters uit de buurt, die terstond hun diensten waren komen aanbieden, en Bewick.

Toen zij pijlsnel in de duisternis verdwenen had George een vreemd gevoel van kracht en opgewondenheid. Vervuld van hetgeen de eerste ploeg hem verteld had, verdiepte hij zich in gissingen omtrent de oorzaak van het onheil, en van plannen omtrent hetgeen hij doen zou als er iets gebeuren mocht.

Nimmer in al deze weken van strijd, moeite en bezwaren had hij zich zoo flink, zoo krachtig gevoeld. Onder in de mijn gekomen, moest hij zelfs zich huiverend te binnen roepen hoeveel dooden er misschien in deze zwarte diepten op hen wachtten.

Een eindje voorbij de schacht zag men nog niets dat van een ontploffing getuigde. Eenige lampjes in de gang en langs den hoofdweg brandden als gewoonlijk, en de trein van kipkarretjes, door de rangeerders en machinisten bij het eerste teeken van onheil in den steek gelaten, stond volgeladen aan den ingang van de mijn. De deur der kamer van den onderbaas, dicht bij den bodem van de schacht, stond open. Madan sloeg even een blik in het kleine hokje, waar het lampje nog brandende aan den wand hing; een kermende zucht ontsnapte hem. De jonge man, dien men daar bijna altijd op zijn post vond, was een zijner beste vrienden. Een eindje verder zag men een openstaande kast, waar een bosje pikdraad uithing, zeer ontvlambaar, maar geheel gaaf. Doch een dertig meters verder kregen zij de eerste bewijzen van de catastrophe. Men moest zich al klimmende over een ingrestort aewelf heen-

ö o

werken; en verderop was de kolendamp duidelijk merkbaar.

ocr page 346

336

Hier klonk een uitroep van Bewick, die vooraan ging, en het eerste slachtoffer werd in de duisternis zichtbaar toen het glimwormpjes-licht der lampjes op hem viel. Een mijnwerker lag op zijde tegen den muur; een geopende lamp in de handen, welke met brandwonden bedekt waren. Verder was er niets aan hem verbrand; er kon geen twijfel wezen of hij was door de kolendamp gestikt toen hij trachtte te ontsnappen. Zeer waarschijnlijk was hij van een plaats in de buurt waar hij werkte wegge-loopen, en, een paar meters van de plek waar hij veilig zou geweest zijn, gevallen. De inspecteur maakte zich terstond van het lampje meester, de artsen knielden bij het lijk neer. Doch het lampje op zichzelf zeide niets. Indien al het door de wet verboden openen van de lamp het onheil had veroorzaakt, noch dit lampje noch deze man kon er de schuld van dragen, want het bleek duidelijk dat hij gestikt was in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de ontploffing ontstaan was en door de gevolgen van de ramp. Doch de inspecteur, die nauwelijks een blik op den doode geslagen had, bekeek met een gezicht vol afkeuring de lamp in zijne handen, en prevelde in zichzelf, hoewel duidelijk verstaanbaar:

„Een slecht model! slecht model! Als ik mijn zin had zou iedere inspecteur wiens lamp open kon, beboet worden.quot;

„Misschien heeft de stoker hem geopend, sir om de zijne of die van 'n ander aan te steken zei Madan stijf, dadelijk er op uit om zich te verdedigen.

„O, ik weet wel dat het recht aan uw zijde is, Mr. Madan,quot; klonk aanstonds het antwoord van den inspecteur. „Ik maak de wetten niet.quot;

ocr page 347

337

Hij ging op den grond zitten, haalde het lampje uit elkaar, en bekeek het nauwkeurig, met zijn donkere oogen en zijn scherpzinnig gezicht, terwijl de doktoren den eigenaar onderzochten. Hij behoorde misschien tot de meest humane mannen van zijn beroep, maar een jarenlange ondervinding had hem geleerd, dat, in een geval als dit, de stukken van een lampje, of van een mijnlading, van meer beteekenis zijn voor het groot geheel dan verkoolde lichamen.

Intusschen lag George bij de mannen der wetenschap op den grond geknield, hen gadeslaand in al wat zij deden. De eigenaar van de lamp was een krachtige, blonde, jonge kerel, die, behalve de brandwonden aan de handen, geenerlei sporen van lijden droeg; de oogen waren gesloten, het gelaat had geen enkelen pijnlijken trek. Een der mijnwerkers van de zoekploeg barstte toen hij hem zag in tranen uit. De jongen was zijn neef, en was zeer in aanzien bij het mijnwerkersvolk, voornamelijk wegens zijn bedrevenheid in het voetbalspel. Maar hetjonge leven was onherroepelijk verloren. De dokter schudde het hoofd terwijl hij opstond, en zij lieten hem op dezelfde plaats liggen om zoo mogelijk nog te redden wat te redden viel.

Twintig meters verder vond men weer een paar lijken; twee oude mannen en een jongen, zeer weinig verbrand. Ook zij waren midden in hun poging om zich te redden door den dood overvallen, door de onverbiddelijke kolendamp neergeveld.

Een eindje verder was de weg zóo versperd door brokken steen en kolen, die van de zoldering neergeploft waren, dat de mijnwerkers en timmerlieden allereerst aan het werk moesten om de gangen open te maken en te stutten. Intusschen werd de lucht in

II. 22

ocr page 348

'■j *■» R 00°

den afvoergang merkbaar beter. George kon reeds op een steenblok gaan zitten kijken naar den arbeid der mannen, wier forsche gestalten fantastisch uitkwamen in het flauwe licht der mijnwerkerslampjes. Dof klonken de slagen die door het verwulf werden weerkaatst; het werken der bloote armen en ruggen, die steeds op en neer gingen, wekte leven in heel de mijn. Waren er achter die massa nog ooren die het hooren konden ? George had moeite om rustig te zitten toekijken, zoo ongeduldig en zenuwachtig was hij. Bewick had intusschen ook een houweel genomen, en hielp ijverig meê; George benijdde hem de lichaamskracht en behendigheid, welke hij, niettegenstaande zijn slechte levenswijze, nog niet verloren had.

Het eerste wat hun te doen stond, was: te zorgen voor luchtverversching, en nauwelijks hadden de voorsten den weg aan den anderen kant bereikt, of men voelde een krachtige luchtstroom. Madan's gezicht klaarde op. De circulatie tusschen de neergaande en opgaande schachten moest reeds een weinig hersteld zijn. Als het hun gelukken mocht nog een paar stop- en stempelstukken tijdelijk in orde te brengen, dan zou de ventilator, met alle kracht in werking gezet, spoedig een stroom versche lucht aanvoeren, en het mogelijk maken heel de mijn door gaan. Het gat, eenmaal daar, was spoedig vergroot, en de redders klauterden er door.

Maar ook verderop werden zij telkens door nieuwe aardstortingen in hun reddingswerk belemmerd, en het in orde brengen van de weggeslagen stopstukken , door hout dat bij de hand lag, kostte veel tijd en was zeer vermoeiend. Het zweet liep den mannen van inspanning langs het lijf; van tijd tot tijd moesten zij even ophouden om te eten en te drinken van wat men hun achterna gezonden

ocr page 349

339

had; ongemerkt vlogen de uren voorbij. Eindelijk, toen de ergste instortingen overwonnen waren — een verwarde, losliggende massa rots- en kolen-blokken — kregen zij de bewijzen dat ze zich in het hart, in het centrum van de ramp bevonden. Een deur, rechts, die toegang gaf tot een der zijgangen van de mijn, bekend als Holford's Heading, was naar buiten ingestort, en de voorste kipkarren, door den hoofdingang heengeslingerd, lagen in een verwarde massa, in stukken en brokken tegen den muur. Even voorbij die deur lag het eene slachtoffer na het andere, de meesten voorover op hun gezicht, de stakkers! juist zóo als ze, op het hooren van den knal der ontploffing, uit hun werkgangen waren komen loopen, enkel om den vuurgloed tegen te gaan die hun dood zou zijn. Twee of drie waren met kracht op zijde tegen den ingang gesmeten, waar zij lagen, half verscheurd, met nog bloedende wonden, en geschroeid, verkoold door de vlam. Van zestien mannen en jongens, die in deze plaats des doods lagen, was niet éen in het leven gebleven om de gesmoorde wanhoopskreten — half kermen, half snikken —- te hooren van de kameraden die hen vonden.

„Maar, Goddank! geen marteling, geen tijd tot denkenquot; zei George bij zichzelf, toen hij van het eene gezicht naar het andere liep; „één ondeelbaar oogenblik — éen flikkering — toen het Niet.quot;

Velen der mannen waren hem bekend. De laatste maal had hij ze door het dorp zien slenteren, bleek, uitgehongerd, hem volgend met oogen vol haat.

Een oogenblik knielde hij neer bij een oud man, dien hij zich van zijn jongensjaren kon herinneren — met zijn bleekgeel gezicht en fletse oogen, een man die dikwijls in de open lucht preekte, die ook —

ocr page 350

340

zei men — zijn vrouw en kinderen sloeg als de Geest wat veel over hem kwam. Hoe het zij, een man die gevoel had, wiens zenuwen hem, zelfs in het gewone, dagelijksche leven, niet met rust lieten, hem de baas werden. Hij lag met half geopende oogen, het gezicht gedeeltelijk verkoold, de handen tot vuisten gebald, als worstelde hij nog met den dood die hem was overvallen.

Toen de dokter van het lijk wegging bedekte George het gezicht met zijn zakdoek, terwijl hij stil voor zich heen prevelde: „Die man heeft geleden.quot;

De dokter verstond de woorden en knikte.

Hoor! Wat was dat? Er roept iemand, — een zwak geroep!

„Er zijn 'r nog levend aan 't eind van den gang!quot; riep Madan, met een snik van vreugde. „Komt mee, jongens! mee!quot;

En allen — Mr. Dixon uitgezonderd — verlieten de dooden, baanden zich een weg door de bedorven atmosfeer, over hoopen losgeraakte steen en steenkool , om de levenden te zoeken.

„Laat éen man bij mij achter,quot; zei Mr. Dixon, den opzichter een oogenblik tegenhoudend. „Ik blijf hier. Jij hebt er genoeg bij je. Als ik 't wel heb, is 't hier begonnen.quot;

Een mijnwerker bleef bij hem, ofschoon niet van harte. De kerel hijgde van aandoening bij de gedachte aan de redding die hij zich voorstelde, maar niet zien mocht.

Want terwijl de inspecteur aan het meten en teekenen was, stuitte Bewick, ver de mijn in , in een zijgang waar men nu niet meer werkte, het eerst op vijf en twintig man, waarvan er achttien bij hun bewustzijn en ongedeerd waren. Twee hadden nog de kracht om, toen zij voetstappen en stemmen hoor-

ocr page 351

34^

den, de gang in te loopen , hun redders tegemoet. Een , een lange , magere slungel kwam al springende en ondanks zijn zwakheid allerlei gekke kapriolen makend, en plofte vlak voor Tressady neer. Toen hij den man, die zich over hem heenboog, herkende, vertrokken zich de bloedelooze lippen tot een bree-den grijnslach en smeekte hij :

„Toe, breng ons er uit! Red mij, als je blieft!quot; Het was de kleinzoon van Mary Batchelor. Wegens zijn misdrijf tegen Letty had hij drie weken in de ofevangenis doorgebracht. George had hem na dien

O O O ö

tijd nog niet gezien. Thans bukte hij zich over den knaap heen , liet hem een slok cognac drinken en zei;

„We zullen je er dadelijk uit helpen; eerst moeten we even naar de anderen zien.quot;

„De meesten hebben't niet meer noodig,quot; kermde de jongen, zich vastklampend aan George's been. „Ze zijn dood. Breng mij eerst er uit!quot; — En terwijl George zich van hem losmaakte, grinnikte hij: „'n Paar liggen 'r te bidden !quot;

Inderdaad was de eerste blik op dat kleine groepje vreemd en aandoenlijk tegelijk. Een twaalftal mannen zaten om een hunner, een Wesleyaansch voorganger, die voor hen gebeden en stukken uit het Evangelie van Johannes opgezegd had. Allen, 't zij oud of jong, zaten versuft en ineengedoken ten gevolge van de kolendamp; geeneen bijna had de kracht om op te staan voor men hem hielp. Toch was het geluid, dat hun redders gehoord hadden, geen hulpgeschrei geweest, maar de zwakke stemmen der biddend vergaderden ; die in de duisternis den ouden hondersten psalm zongen

Op eenigen afstand stonden de ongeloovigen, zonder ergens acht op te slaan, öf tegen den muur geleund öf op den grond liggend; terwijl zeven man

ocr page 352

342

bewusteloos waren , misschien reeds stervende. Maar twee of drie jonge kerels, die het minst door kolendamp bevangen waren, hadden zooals zij het uitdrukten „lol gemaaktquot; door op de kipkarren der kameraden heen en weer te rijden.

„Was je niet bang?quot; vroeg Tressady een hunner, hem met verwondering aanziende, terwijl de genees-heeren de ergsten hulp boden, en ruwe, stoere kerels elkaar snikkende de hand drukten.

„Nee...,quot; zei de jonge mijnwerker, met zijn in het licht der mijnwerkerslamp wasbleek gezicht. „Nee..., we waren met z'n allen. De ouwe Mozes, daar, heeft ons gered.quot;

„De ouwe Mozesquot; was de voorganger der psalmenzingenden. Hij was tevens stoker en had zes en twintig jaar in de mijn gewerkt. Het bleek dat hij, toen de ontploffing plaats had, aan het werk was vlak bij de deur van den hoofdingang, waar de dood zoo verschrikkelijk had huis gehouden. Maar de grillige vlam had hem gespaard, en hij met nog een ander hadden zich met moeite door de kolendamp een weg terug kunnen banen, intijds om den stroom van mannen en jongens, die aan het uiterste eind werkten, te keeren. Dezen, op dat oogen-blik waanzinnig van angst en schrik, zouden willens en wetens zich geworpen hebben in den bleeken, doodelijken mist die hen tegenwolkte, door hetzelfde instinct gedrongen als het in een kooi gevangen dier, dat „er uitquot; wil. Maar Mozes had hen weten te kalmeeren, had hen langzamerhand terug gekregen langs den hoofdingang, tot, in de afgelegen gedeelten waar men hen gevonden had, de atmosfeer dragelijk werd en zij op redding konden wachten.

George hielp allereerst den ouden stoker op de been. Maar in plaats van te luisteren naar den lof over

ocr page 353

343

zijn kranige houding, riep hij, nauwelijks aan Tres-sady's arm overeind staande:

„Mr. Madan!quot;

„Wat wou je, Mozes?quot;

„Weet u al iets van de jongens in de West Heading?quot;

„Neen, Mozes; eerst moeten we dezen er uithelpen. Dan gaan we 'r dadelijk heen.quot;

„Van ochtend om half zeven, toen 'k er vandaan ging, waren er alles bij mekaar dertig man en jongens. 'tWas er meer dan vol.quot; De stem van den ouden werkman beefde.

Intusschen zorgden Madan en de doktoren voor het transporteeren der zeven bewusteloozen , waarvan sommigen reeds zoo goed als verloren waren. Elk moest op zijn rug gedragen worden door twee man; en toen de sombere stoet zich gevormd had, bleek dat slechts drie van de reddingsploeg over bleven: Tressady, Bewick, en de Schot, Macgregor.

De gang door, voorbij het punt waar Dixon nog aan het werk was, over de kleinere instortingen heen, die overal aanduidden hoever de ontploffing zich uitstrekte, wadend door waterpoelen, welke hier en daar door het druipen van de mijn ontstonden, werden de zeven mannen zorgvuldig gedragen of gesleept, tot de ploeg eindelijk den hoofdweg of gang bereikte.

Hier keerde George zich tot Madan en zei:

„Je zult met deze arme stakkers de handen vol hebben. Macgregor en ik — Mr. Bewick, als hij wil — zullen in de West Heading zien te komen.quot;

Madan scheen dit niet goed te vinden en gaf fluisterend ten antwoord:

„Gaat u liever naar boven, Sir George, en laat mij verder zoeken. U kent niet zoo goed als ik de

ocr page 354

344

teekenen aan het verwulf. Acht of negen uur na een ontploffing is voor instortingen de gevaarlijkste tijd. Zend zoo gauw u kunt een nieuwe ploeg naar beneden, Sir.quot;

„Waarom zou jij meer wagen dan ik?quot; wierp George hier terstond tegen in. „Wacht even . . . Hoe laat is 't?quot; Hij keek op zijn horloge. Vijf uur! — bijna negen uur geleden dat zij waren neergelaten! Hij zou misschien geraden hebben drie uur, als men 't hem gevraagd had. De tijd is bij zulk eene gebeurtenis als een speldeknop. Doch het zien op zijn. horloge gaf hem een pijnigend gevoel van zelfverwijt.

„Stuur dadelijk een boodschap aan Lady Tressa-dy,quot; fluisterde hij Madan in het oor, terwijl hij hem ietwat op zijde trok. „Laat haar weten dat ik een eindje verder gegaan ben, en misschien nog wel een paar uur wegblijven zal. Als zij boven aan de mijn wezen mocht, dring er dan uit mijn naam op aan dat zij naar huis gaat. Vertel haar dat de mogelijkheid bestaat dat wij de anderen evenzeer heelhuids terugvinden als dezen.quot;

Aarzelend stemde Madan toe. George nam een paar beschuitjes van hem aan, nam ook zijn sleutels over — die hem te pas zouden kunnen komen om een paar deuren te openen, verder in de mijn.

„Macgregor, ga jij mee?quot;

„Zeker, Sir George.quot;

„En u, Mr. Bewick?quot;

„Natuurlijk ga ik mee,quot; antwoordde Bewick, met een onverschillig gebaar het hoofd in den nek werpend.

Eenigen der geredden keerden zich moeizaam om en sloegen uit de diepliggende oogen een langen blik op hun chef en hun leider. Anderen letten er niet op. Hij had door de geleden nederlaag zijn prestige bij hen verloren; George had reeds opge-

ocr page 355

345

merkt dat zij vermeden met hem te spreken. Zeker was deze reddingsploeg voor den opzichter een aanleiding geweest, welke hij niet durfde laten voorbij gaan.

„Vooruit dan,quot; kommandeerde George ; en de drie mannen keerden zich om , naar het hartje van de mijn.

De oude Mozes, van wiens krampachtigen greep George zich juist bevrijd had, bleef stilstaan om hen na te kijken. Eensklaps verhief hij een schorre stem:

„Gaat u naar de West Heading, Sir George?quot;

„Ja,quot; riep George hem van uit de verte toe, het hoofd omkeerend.

„Dan moge de Heer met u zijn, Sir George!quot;

Geen antwoord. De oude man, wien iedere ademhaling moeite kostte, klampte zich vast aan een der kameraden , die krachtiger was dan hij , en sukkelde wankelend naar den uitgang. Twee of drie kwamen bij hem loopen. En toen Madan hem niet hooren kon, zei er een: „Ja, hij heeft ons net zoo lang uitgeknepen , tot we den grond in gingen; maar 't is toch geen jonge juffrouw, onze baas! 't Is 'n kerel waar wat in zit.quot;

„Ze zeggen alsdat Bewick 'm gisteren, voor't station , 'r van langs gegeven heeft,quot; klonk een andere schorre stem. „Een van de jongens die 'r bij waren zei dat-ie 'm 'n losgelaten duvel noemde.quot;

De eerste spreker, nog gebogen en ontdaan door het gif in zijn bloed, antwoordde niet, en het stil bewegen van des ouden Mozes' lippen, terwijl hij met behulp der beide anderen voortstrompelde, het hoofd hangend op de borst, deed vermoeden dat hij bad.

Intusschen vervolgden George en zijn twee gezellen behoedzaam hun weg. Macgregor hield van

ocr page 356

346

tijd tot tijd zijn lampje bij het verwulf om te zien of er iets te bespeuren was van gas. Aan twee kolen-aderen in de mijn werd gewerkt, waarvan de eene „vurigquot; was. Open lampjes waren dus niet geoorloofd, en alle „schotenquot; of „mijnladingenquot; om de kool los te maken, geschiedden electrisch.

Onder het loopen spraken zij nu en dan over de mogelijke oorzaak van de ramp ; waarover Dixon , toen zij hem voorbij kwamen, botweg geweigerd had zich uit te laten eer hij zijn taak volbracht had.

Met de karakteristieke minachting van den man die weet, voor hem die fouten maakt, liet George zich eenige scherpe woorden ontvallen over de hardnekkige ongehoorzaamheid of onvoorzichtigheid van een zeker type van mijnwerkers, — ongehoorzaamheid die, zelfs zoolang hij aan het hoofd stond, reeds tal van ongelukken ten gevolge had gehad. Bewick, waarschijnlijk geprikkeld door zijn minachtenden toon, begon op een hatelijke manier te antwoorden. Stel dat een mijnwerker, die te kiezen had tusschen de mogelijkheid dat het kolenverwulf op zijn hoofd zou neerkomen bij gemis van goed licht om bij te werken, en de kans dat hij „naar de helquot; zou vliegen wanneer hij zijn lampje opende, een enkele maal iets waagde, mochten anderen hem daarom veroordee-len? De groote oogen in zijn stierenkop schitterden in het licht van het lampje, toen hij met een minachtenden blik zijn chef aanzag. „Je moest het zelf maar eens ondervinden, jij fijne meneerquot;, spraken die oogen.

„'t Is niet alleen zijn eigen leven dat hij waagt,quot; was 't eenige wat George hierop zeide. „Dat is 't antwoord. — Zeg eens, Macgregor, is dit niet de deur naar de Meadows Pit? Als er een of ander gebeurde, waardoor we van den koker afgesneden werden, en

ocr page 357

347

we konden nog niet den anderen kant terug, dan zouden we 't hierdoor kunnen probeeren, is 't niet ?quot;

Macgregor stemde met een hoofdknik toe. George stapte hem voorbij naar de zware houten deur, en stak een der sleutels die hij in de hand hield in het slot, om zeker te wezen dat hij het in geval van nood open krijgen kon.

De deur was in lang niet open geweest; hij schudde en rukte om den sleutel te doen pakken.

Macgregor was een weinig achter gebleven, en Bewick voortgeloopen. Eensklaps hoorde men boven de deur een krakend geluid. Een rauwe angstkreet klonk door de gang.

„Loop , Sir George, loop !quot;

Een gerommel als van donder deed heel de mijn dreunen. Men hoorde het boven aan den in^anof der

o «_gt;

schacht; en allen die daar stonden renden ontsteld heen en weer, niet anders denkend of er was wederom een ontploffing.

Uren gingen voorbij. Eindelijk daagde er in George's beneveld brein eenig bewustzijn. Langzaam sloeg hij de oogen op.

O wreedheid! o ontzetting! terug te keeren uit den zegen van het Niets tot dit verterende, dit ondragelijk wee, deze pijn naar lichaam en ziel. „Ik ben dood geweest,quot; dacht hij, „het is met mij gedaan geweest! ...quot; en een waanzinnige, machtelooze woede, als werd hem onrecht gedaan, maakte zich van hem meester.

Eerst een oogenblik later kon hij zich een weinig verroeren, wat terstond beantwoord werd door iemand die naast hem zat. De man bukte zich in de duisternis over hem heen, tastend naar zijn pols.

ocr page 358

348

„Bewick...!quot; Het gefluister was ternauwernood verstaanbaar.

„Ja, Sir George.quot;

„Wat is er gebeurd? Waar is Macgregor? Geef me wat cognac. .. daar, in mijn binnenzak.quot;

„Neen, ik heb de flesch al. Kunt u drinken? Ik heb 't een paar malen geprobeerd, maar u hieldt de tanden zoo vast op mekaar geklemd, 't liep mij alles tusschen de vingers.quot;

„Geef ze mij maar.quot;

Hun vingers ontmoetten elkaar toen George de zijne naar de flesch uitstak. Zoodra hij den arm bewoog kreunde hij van pijn.

„Drink wat — als u eenigszins kunt.quot;

George spande zich zooveel mogelijk in om een paar droppels naar binnen te krijgen. Maar die pijn!.. „O God, mijn rug! En mijn beenen. . . verlamd!quot;

De woorden werden enkel door het brein gesproken , maar het was hem als schreeuwde hij ze uit. Een paar minuten raakte hij het bewustzijn weer kwijt; toen begon de cognac te werken.

Hij bracht langzaam eene hand naar omlaag, ondanks de pijn welke dit hem deed , om zijn rechterbeen te betasten. De broek was om de dij in flarden gescheurd, die als een harde koek op het vleesch lagen ; en onder zich voelde hij een plas. Zijn verstand werkte met moeite, maar helder. „Er is iets gebeurd met mijn been ,quot; dacht hij. „Veel bloedverlies, — misschien heb ik daardoor de ergste pijn niet gevoeld. Rug en schouders verschroeid. . .quot;

Daarna gelukte het hem , op dezelfde voorzichtige, pijnlijke manier, de hand te brengen aan het hoofd; de hoofdpijn was ondragelijk. De rechterslaap en het haar aan dien kant waren ook nat en als met een koek bedekt.

ocr page 359

-

349

Hij liet de handen zakken. „Hoe lang heb ik . . , ?quot; dacht hij. Want reeds begon het pas herkregen bewustzijn hem te begeven; het was als kwam er aanhoudend iets uit die donkere tunnels van de mijn, dat het terugdrong, dat hem dreigde op te slokken gelijk een waterstroom.

„Bewick...quot; — weer stak hij tastend de hand uit — „waar is Macgregor?quot;

Uit de duisternis naast hem klonk een snik.

„In een oogenblik verpletterd. Ik heb maar eén gil gehoord. Waarom wij ook niet!quot;

„Was de instorting zoo erg?quot;

„'t Leek wel dat de heele mijn naar beneden kwam.quot; George voelde de rilling die de forsche gestalte deed schudden. „Ik bleef vrij; u moet een gedeelte er van op u gekregen hebben. Macgregor stond er vlak onder. Maar er is ook nog een ontploffing geweest.quot;

„Macgregor's lampje ?. .. Gebroken ? . ..quot; fluisterde Georgfe een oog-enblik later.

O O

„Misschien. Veel kan 't niet beteekend hebben, of we waren onmiddellijk dood geweest. Ik was alleen bedwelmd — een beetje gebrand ook, — niet erg. U is de orelukkig-e. Ik zal een langrzamen dood sterven.quot;

ö O O

„Moed gehouden!quot; bracht George met zwakke stem uit. „Ik kan het niet lang meer maken — maar jou zullen ze vinden.quot;

„Neen, 't is met ons allebei gedaan,quot; kreunde Bewick. „De terugweg moet ook geblokkeerd zijn, of ze zouden nu al bij ons wezen.quot;

„Hoe lang..

„Dat weet God alleen. Te rekenen naar den tijd dien ik hier zit — nadat ik u hierheen gesleept heb, — is 't al lang avond.quot;

„Sedert je mij hierheen gesleept hebt?quot; herhaalde George, op zacht vragenden toon.

ocr page 360

35°

„Toen ik bijkwam lag ik met mijn gezicht ineen vochtige soort van put; ik geloof dat de kolendamp wat was weggetrokken, want ik kon mijn hoofd oplichten. Ik voelde u vlak bij mij. Ik sleepte mezelf een eindje verder, tot ik tegen een hoop puin stootte. Daar kwam ik over, vond een gangetje waar betere lucht was, keerde terug om u te halen en sleepte u hierheen. Eerst dacht ik dat u dood waart; toen voelde ik het kloppen van uw hart. En sedert we hier zijn heb ik boven me, langs den muur, een lucht-pijp gevonden en stuk geslagen.quot;

George antwoordde niet. Maar de betere lucht deed hem goed, — reeds begon hij bij te komen. Alleen bezwaarde hem iets wat hem een luid geraas toescheen — wat een marteling was voor de wond aan zijn hoofd. Langzamerhand, toen hij zijn best deed er aan te blijven denken, begreep hij wat het was: het langzaam druppen van water, of van een dun straaltje uit den wand. Het contrast tusschen zijn verbeelding en de werkelijkheid deed hem zich eenigszins een voorstelling vormen van de stilte die hem omringde — een stilte waarin leven scheen, vol van de wraak der aarde op de menschen die hadden gegraven in haar hart.

„Bewick!., dat water... ik word er gek van!quot; Mismoedig keerde hij het hoofd om, als wist hij niet waarheen zich te wenden. „Zou je er wat van kunnen krijgen ? Er hoort een glaasje bij de cognacflesch.quot;

„Er is daar ergens een waterpoel. Ik heb er met mijn pet een beetje uitgeschept toen we er voorbij kwamen, en het over uw hoofd gegooid. Ik zal nog eens gaan.quot;

George hoorde het zware lichaam met moeite zich voortsleepen. Toen verloor hij wederom alle besef van tijd en hoorde hij niets, tot hij opgewekt werd

ocr page 361

35 1

door het water aan zijn lippen en een hand die het koele vocht op zijn hoofd sprenkelde.

Hij dronk met graagte.

„Dank! Zet het naast mij neer — daar; zoo kan ik er bij. En nu luister, Bewick. Ik sterf; ga jij nu heen. Je kunt niets voor mij doen, en jij... je zoudt het kunnen probeeren. Er zijn een paar gangen, die mogelijk nog goed zijn. Neem die sleutels mee. Ik kan het je misschien wel uitleggen. ..quot;

Maar de dunne levensdraad haperde verschrikkelijk toen hij sprak. Bewick moest zijn oor vlak bij de verschroeide lippen brengen.

„Neen,quot; antwoordde hij somber, „ik laat geen mensch aan zijn lot over, zoolang er nog leven in is. Bovendien, 'tzou mij niets helpen — ik ken de mijn niet.quot;

Eensklaps, als in antwoord op de wanhoop van den ander, schokte George's lichaam van een zoo hartverscheurenden snik, alsof ziel en lichaam vaneen gereten werden. Zijn arme Letty! — zijn kind dat geboren worden zou! — De lust en de kracht om te leven, die hij juist op het oogenblik toen hij afdaalde tot dezen afschuwelijken dood zoo sterk gevoeld had — alles weg, alles uit! — zijn kortstondig oogenblik van geluk hem ontscheurd door de onverbiddelijke macht die niets teruggeeft en geen rekenschap aflegt van haar daden! .. .

Eensklaps stond een schilderij hem voor den geest, een ets, die hij te Parijs in een winkelraam had gezien — en die hem altijd was bijgebleven. „Levend Begravenquot;, stond er onder. Het stelde voor een eenzame mijnwerker, achter wien de deur in het slot is gevallen, de handen voor het gezicht slaande, met een laatsten wanhoopskreet tegen het heelal dat hem het leven ingeblazen heeft, dat hem zenuwen en hersens gfesreven heeft — voor dit!

O O

ocr page 362

352

Waarheen hij in de duisternis de oogen wendde zag hij het; de opgeheven armen, het naakte bovenlijf van den man, zich wringend in allerlei bochten, gemarteld door het bewustzijn van hetgeen hem te wachten stond, — zijn gereedschap, symbolen van levenslangen arbeid, naast hem op den grond liggend zóo als ze voor altijd gevallen waren uit de handen die niet meer werken zouden. Het had hem doen huiveren van ontzetting, zelfs te midden der vroo-lijkheid van een Parijsche straat.

Toen werd dit eerste beeld vervangen door een tweede. Het scheen hem dat hij weer boven op den mijnheuvel stond. Het was avond , maar de menschen stonden er nog, en groote vuren, die men er had aangestoken om wat warmte te hebben, wierpen een rossen gloed op de gezichten. De sterren schitterden aan de lucht, bleekwitte sneeuw glom op de heuvels. Hij sloeg een blik in het machinegebouw. Daar was ze — zijn arme Letty! O, mijn God! Hij trachtte door de menschen heen te dringen, bij haar te komen en met haar te spreken. Onmogelijk!

Een geluid dat hij hoorde bracht stoornis in zijn droomen.

Gehoor en denkvermogen worstelden er mee —■ trachtten het een naam te geven. De lange, pijnlijke ademhaling van een man — snikken half. Zeker Bewick — denkend aan de vrouw die hij liefhad — aan het arme, uitgeteerde schepsel, waar George hem dien Aprildag in het tuintje voor de hut voor had zien zorgen.

Hij stak de hand uit, raakte zijn metgezel aan en fluisterde:

„Moed gehouden ! Je zult haar weerzien. Hoe vreemd toch .. . wij beiden .. . zulke vijanden . ..; maar dit is het einde. Vertel me iets van haar.quot;

ocr page 363

353

„Ik heb haar weggehaald van een schurk, die haar en het kind zoo goed als vermoord hadsprak de heesche stem een oogenblik later. „Zij was gelukkig — ondanks de drank, ondanks wat ook; zij had gelukkig kunnen zijn tot het uur van haren dood. Mij haar alleen voor te stellen is hartverscheurend. Als de menschen haar den rug toekeerden, heb ik 't haar altijd vergoed.quot;

„Je zult haar weerzien,quot; herhaalde George, ofschoon zelf nauwelijks wetend wat hij zeide.

Toen hij wederom sprak klonk zijn stem zoo sterk , dat de ander er verbaasd over was.

„Bewick, beloof me iets. Breng een boodschap van mij aan mijn vrouw over. . . Kom wat dichterbij . .

Toen hij den adem van zijn lotgenoot tegen zijn wang voelde, deed hij zich geweld aan om duidelijk en verstaanbaar te spreken:

„Zeg haar . .. dat mijn liefde ... altijd voor haar geweest is . . . dat ik haar . . . met heel mijn hart dankbaar geweest ben voor hare liefde ... dat het heel hard was . . . haar te verlaten en ... en ons kind. Schrijf het voor haar op, Bewick. Zeg haar . .. dat ik het onmogelijk zelf doen kon . . . maar dat ik het je gedicteerd heb.quot; Geruimen tijd zweeg hij , en hernam toen: „En zeg haar ook... dat mijn laatste wensch was. . . dat zij Lord en Lady Maxwell vraagt... — je verstaat mij toch wel?quot; — hij herhaalde de namen — „haar vrienden en raadslieden te blijven. En zeg dat zij hun. . . uit mijn naam vraagt. . . haar nooit aan haar lot over te laten. Heb je 'tgoed begrepen? Wil je 'teens over zeggen?quot;

Bewick, die den stervende niets wilde weigeren, herhaalde woord voor woord wat hem gezegd was, terwijl zijn lager gestemde, zinnelijke natuur voort-

ocr page 364

354

durend ten prooi was aan al de angsten voor een dood, slechts één stap verder van hem dan van Tressady. Toch deed hij zijn best te begrijpen en te onthouden; en aan de boodschap, aldus in zijn ontstelden geest gegrift, vond een diep rampzalige vrouw haar eenigen troost in de dagen die volgden.

„Dank,quot; fluisterde Tressady, zich inspannend om tot het laatste woord te verstaan. „Geef mij nu een hand. Vaarwel. Jij en ik .. . De wereld is een wonderlijke wereld! . .. 'k wou dat 'k je niet meegenomen had. 'tWas om je te bewijzen dat alles vergeven en vergeten was. Nu , — ik weet ten minste . .

De stem gfinquot;- over in een onsamenhangend sje-

O O O O

prevel. Bewick verstond nog het woord „lijdenquot;, en iets van „het volkquot;; toen zakte Tressady's hoofd achterover tegen den muur en hij sprak niet meer.

Maar de geest werkte nog lang naderhand. Telkens weer was het als zag hij zichzelf, vrij en vol levenslust, staan in een helder licht. Tallooze visioenen wisselden zich af voor het oog van zijn geest. In een der duidelijkste, der langst aanhoudende, beklom hij, op een heerlijken Meimorgen, een met gras begroeiden heuvel. O ! de verrukkelijke geur der narcissen, vochtig nog van den morgendauw, — het prettig ruischen van het gras, dat tot de enkels zijn voeten in zich opnam — de zachtgele anemonen onder de pijnboomen, — het bruisen der rivier in de bergspleet beneden hem, — en, hoog boven zijn hoofd , de grijze piek , scherp zich afteekenend tegen de heerlijk blauwe lucht. Dan weer reed hij in zijn eentje te paard door een bergstreek, rood en paarsch van de bloeiende rhododendrons, en diep in het dal — in de heete, Indische vlakte — lag een stad. Of hij zag de zee, getooid met al de warme kleuren van een mooien zonsondergang, de

ocr page 365

355

witte zeilen zich spiegelend in het heldere, doorzichtige blauw en rose, tot het oog zich verloor in een nimmer eindigende afwisseling van schakeeringen en tinten, welke de grillige wind — o, die heerlijk frissche wind! — elk oogenblik veranderde — ze kleurend en uitvegend, telkens opnieuw, wanneer het water golfjes maakte door een schip.

Maar door al die grillen der herinnering heen, had hij een gewaarwording van iets vreemds dat hem overkomen was. Hij droeg iets in zijn armen — op zijn borst. Zijn groot, zijn diep medelijden met Letty, dat alle andere gewaarwordingen overstemde , uitte zich aldus.

Doch somtijds, wanneer de geest een oogenblikje helderder werd, verwonderde hem zelf, bijna op zijn oude, cynische manier verwonderde hij zich over dit medelijden. Het was hem alsof ze hem was gaan liefhebben. Maar was het toch eigenlijk niet beter voor haar, dat zijn bedorven, onharmonisch leven op eens van haar afgesneden werd ? Zou hun huwelijk — verkeerd geplant, verkeerd gegroeid — ooit redelijk goede vruchten hebben kunnen dragen? In den geest ging hij vol bitterheid de negen maanden na; geen bitterheid tegen hdar — het was hem al dien tijd alsof hij fluisterend tegen haar praatte terwijl haar kopje tegen zijn schouder rustte — neen, bitterheid tegen zichzelf, over de onbeduidendheid van zijn leven en streven en wenschen.

Maar waarom van het zijne meer dan van een ander ? De nietigheid, de onbeduidendheid van alles wat de mensch begeert, van alles wat hem eigen is — die oude zelfmiskenning, die tegelijk mèt het menschenras haar oorsprong had, kwelde hem in zijn stervensure niet minder, al hadden duizenden vóór hem diezelfde kwellingen doorgemaakt. Een

O O

ocr page 366

356

beeld van 's menschen lot, dat hem in een of ander boek getroffen had, stond hem thans voor den geest — een beeld van een grasveld, bezaaid met madeliefjes , één oogenblik leven hebbend in het avondlicht — een wereld van trillende grashalmpjes en dauw, van insecten en bloembladen, een bosch van ontelbare lijnen, afgesneden door de aanhoudende beweging van levende wezens — het volgende oogenblik zich oplossend in den nacht, alles stil, alles weg.

Zoo het leven. Behalve , misschien, wat betreft het lijden ! Zijn eigen lijden hield nimmer op. De eenige eeuwigheid dus, die denkbaar scheen, was een eeuwigheid van lijden. Het was voor hem de laatste werkelijkheid geworden. Met welk een ontzettende snelheid was de beteekenis van het woord lijden tot hem gekomen, dat ondragelijk gevoel van medelijden, dat hij tijdens zijn leven beschouwde als de dood voor eens menschen energie! En telkens, zoodra er eenig bewustzijn daagde in het omfloersde brein, was het hem als hoorde hij stemmen in de mijn en hamergeklop. Wanneer hij dan luisterde opende zich de dichte, eeuwige duisternis welke hem omringde, en een sombere, treurige stoet trad naar voren: vaag uitkomende gestalten van mannen of jongens, gebrand en verminkt en gedood evenals hij, allen hem een gezicht toekeerend dat hij zich herinnerde. Het was alsof het spotten met medelijden, wat hij eens in tegenwoordigheid van Marcella Maxwell gedaan had, enkel de vrucht was geweest van een onbestemd, angstig voorgevoel, dat hij zijn dood vinden zou door zichzelven te vergeten uit medelijden; want terwijl hij op den dood wachtte, was het hem als zonk zijne ziel weg in het wee der wereld, gelijk een zwemmer, wiens krachten uitgeput zijn, in de golven verdwijnt.

ocr page 367

357

Maar één bewustzijn, en niet van smartelijken aard, scheen geboren te worden juist uit dit gevoel van totale verslagenheid , van hulpelooze, onbeperkte onderwerping. De beschuldigende blikken van hongerige mannen, het raadsel van zijn eigen weifelend hart, alle sociale gemoedsbezwaren en zelfverwijt — kwelden hem niet langer. Terwijl de dood reeds in het denkvermogen verwarring bracht, werd hem nog het bewustzijn geschonken dat ten slotte hij, George Tressady, een man die geen betrekking bekleedde in de maatschappij, die zich niet spoedig warm voor iets maakte, toch zijn steentje bijgebracht en zijn werk gedaan had.

Was er iets in deze gedachte dat den droeven gang lichter maakte? Eens — bijna op het laatst — sloeg hij met een schrik de oogen op.

„Wat is er? Er is iets dat over mij waakt. Ik voel iets dat mij steun geeft — dat berusten doet. Als.. . als. . . hoe weinig zou het er dan alles op aankomen! O! wat is dit dat den weg weet dien ik gekomen ben. .. de vlam wolk geworden , de wolk tot vlam teruggekeerd... de moeilijkheden opgeheven, verdwenen!quot; Stervende hield zijn geest zich bezig met woorden lang gekend, gelijk anderen zich zouden hebben vastgehouden aan een gebed. Een oogen-blik was er een gewaarwording van extase, van iets onuitsprekelijks.

En tegelijk met die gewaarwording werden alle scheidsmuren verbroken, kwam er ontspanning, baadde zich zijn ziel in een grenzenlooze vreugde. Ging zij over tot nieuwe wetten, tot een nieuwe geestelijke staatsregeling? Hij wist het niet; doch toen hij de oogen opsloeg, waaruit het licht reeds weggenomen was, zag hij de donkere gang in de mijn ruimer worden, en eene vrouw, zich voortbe-

ocr page 368

358

wegend met heerlijk lichten, vrijen tred, trad op hem toe. Geen van beiden aarzelden of deinsden terug. Zij ijlde tot hem, knielde bij hem neder en nam zijne handen in de hare. Hij zag de vriendelijke uitdrukking in hare donkere oogen. „Is hei zoo erg, lieve vriend? Houd moed, —- het einde is nabij.quot; „Heb haar lief —- en schenk ook mij een blijvende plaats in uw hartquot; riep hij haar toe, vol nameloos wee. Zij glimlachte. Toen werd het visioen overgoten van licht — van verblindend, wonderbaar licht — en George Tressady had opgehouden te leven.

Einde.

ocr page 369
ocr page 370
ocr page 371
ocr page 372