S. qu.
1466
NAPOLEON I
KEKER DER FRANSGHEK
dook
F. J. A. L. COR DENS.
I'. S TO K V I S â W AT U I! li H L* S,
's-11 loirrcx; i;n ijoscii.
HOOFDSTUK I.
KKX CORSICAANSCHE FAMILIE. â NAPOLEON BONAPARTE AAN DE KRIJGSSCHOOL. â OE JONGE LUITENANT. â
BELEG VAN TOULON.
P den feestdag van O. L. Vrouwe Hemelvaart van het jaar 1769 werd te Ajaceio, de hoofdstad van het eiland Corsica, aan het echtpaar Karei Bonaparte en Laetitia Eamolino een zoon geboren, die naar een zijner voorzaten den naam Napoleon ontving en die door de Voorzienigheid bestemd was om in de wereldgeschiedenis een rol te vervullen, die bij het verste nageslacht steeds in levendige herinnering zal blijven.
Inderdaad, dit kind van den armen Corsicaanschen edelman zou in zijn levensloop daden verrichten, in bun werkelijkheid stouter dan de verbeelding eens romanschrijvers zich vermag te scheppen en waarvan Europa nog in onze dagen gevoelig den terugslag ondervindt. En toch, niets deed vermoeden, dat voor den nakomeling van liet oude, vervallen geslacht der Eonapartes zulk een groote toekomst was weggelegd.
He Bonapartes â Buonaparte volgens de Italiaansche schrijfwijze â waren afkomstig van Toscane; zij mengden zicb in de
Nnpuleon.
- 1 â
1
Italiannsclio aan^ologonluMlcMi en zalt;?on zich tijdons do twisten tusschen Guelfen en (Jiholijnen verplicltt liet land t(^ verlaten om o]) liet eiland Corsica, dat van do republiek Genxia ariianlvelijk was, een wijkplaats te zoeken. Een afstammeling dier familie, Kavel Bonaparte, nam in 1 TOS onder den vrijhoidsludd Paoli deel aan den opstand van liet Corsieaansclie volk tegen de (lemieeselie republiek, docb koos spoedig de partij van Frankrijk, toen (ienua bij verdrag bet eiland afstond aan di^ Fransclien, die bet ua barden strijd veroverden.
Van de dertien kindereu, die Laetitia Ramolino ter wereld bracht, stierven er vijl' op jeugdigen leeftijd; Napoleon was op een na de oudste en reeds in zijn vroegste jeugd openbaarde zieb in bem de zuebt naar overbeersching en geweld. Zijn oudsten broer Joseph liet bij in alles voor zicli onderdoen, desnoods wist bij door handtastelijkheden hem er toe te dwingen, en vermaningen of bestrafiingen bleven zonder uitwerking op den trots en de stijfhoofdigheid van den knaap.
lutusschen zag Karei Bonaparte, die ondanks zijn waardigheid van lid van den Raad van edelen niet in staat was zijn talrijk gezin te onderhouden, niet zorg de toekomst te gemoet. Een uitkomst voor hem was het besluit van koning Lodewijk XVI van Frankrijk, om een aantal zonen van Corsicaansche edelen kosteloos in Eransche inrichtingen te doen opvoeden. Napoleon behoorde onder de gelukkigen en werd door bemiddeling van graaf Marhoeuf, den gouverneur van liet eiland, op negenjarigen leeftijd geplaatst aan de militaire school van Brienne, bestuurd door religieuzen van de orde der Minderbroeders.
Bonaparte trok daar de aandacht door zijn zuidelijke tint, zijn
schorpon oogopslag en zijn Covsicaansch accent, waarmede hij den spotlust zijner jonge kameraden gaande maakte.
Door zijn gehechtheid aan den vaderlandschen grond, door hot verhollen dor Corsicaanscho herghoAvoners hoven de Franschen on vooral door do hitterheid, die hij daarbij in zijne woorden legde, vervreemdde hij van zich zijn medeleerlingen en zijn meesters.
Op zekeren dag hij pater Jierton, liet hoofd der school, aan tafel zittend, sprak een dor leeraars mot geringschatting over l'aoli, die zijn land tot liet uiterste togen de Fransehe overheer-sching liad verdedigd.
âl'aoli!quot; riep Bonaparte opgewonden uit, âwas een groot man, hij beminde zijn land, en nooit zal ik het mijn vader, die; zijn adjudant geweest is, vergeven, dat hij heeft meegewerkt aan de vereeniging van Corsica mot Frankrijk. Hij had zijn lot moeien deelen en met hem moeten bezwijken.quot;
In liet Fransch maakte Napoleon te Hrienne snelle vorderingen, maar de spelling wilde of kon hij niet loeren en op later leeftijd verborg hij zijn spelfouten onder een onleesbaar hancl-schrilt; in liet Latijn was hij zwak, doch in do wiskunde muntte hij uit; in dat vak was hij de knapste leerling der heele school.
Do jonge Corsicaan telde weinig vriondon onder zijn studie-makkers, hij ging weinig met hen om en nam zelden aan hun spelen deel. De spotternijen, waaraan hij dikwijls blootstond, hadden hem verbitterd en deden hem eenzaamheid en afzondering zoeken; onder de uren van uitspanning ging hij naar de bibliotheek, waar hij zijn tijd doorbracht met het lezen der oude geschiedschrijvers en zijn verbeelding voedde met de groote daden der klassieke helden.
In den winter van 1783â84, zoo gedenkwaardig om de menigte sneeuw, die er viel tot een hoogte van verscheidene voeten, zag zich Napoleon wel gedwongen zijn geliefkoosde eenzaamheid op te offeren; daar alles naar binnen vluchtte, ging het niet meer, zicli met een hoekje in een hoekje terug te trekken en was hij verplicht zich onder zijn kameraden te mengen, die voor eenige uitspanning niets anders te doen hadden dan in een lange zaal op en neer te wandelen. Om aan die vervelende wandeling een eind te maken, stelde Napoleon voor, op de groote speelplaats met de spade een aantal vestingwerken te graven in de sneeuw, zich dan in twee partijen te verdoelen en een belegeringsoorlog te beginnen, waarbij do hoopen sneeuw als wallen, en sneeuwballen als kogels zouden dienst doen.
Onder luidruchtig gejoel stormde liet jonge volkje naar buiten en begon onder de leiding van Bonaparte schansen en verdedigingswerken aan te leggen.
âWie zal de aanvallers commandeeren ?quot; werd er gevraagd.
âTk natuurlijk,quot; antwoordde Napoleon.
âJij ?quot; vroeg een jongen, die veel grooter en sterker was.
âJa, ik,quot; klonk het op een toon van gezag.
De kameraden wisten dat La paille-au-nez (zooals zij Bonaparte spottend noemden naar de Corsicaansche uitspraak van zijn naam : Napoilleoné) zich niet licht iets uit het hoofd liet praten en schonken hem het opperbevel, waarop hij als uitvinder van de pret trouwens wel recht had.
Be oorlog, waarin de jonge Bonaparte zich voor liet eerst in het commando oefende, duurde veertien dagen met afwisselende kans; maar eindelijk begonnen de belegerden, die het te kwaad
kregen, ('T\ op Imu voovhocld ook do belegwaars, steentjes iu de sneeuwballen te doen, /oodat ev aan beide zijden gewonden vielen. De dooi maakte ten slotte een einde aan den strijd.
Xa een vevblijl' van vijf jaren verliet Napoleon de school van lirienne om overgeplaatst te worden naar de koninklijke sebool te Parijs. Te Hrienne had hij zijn eerste II. Communie gedaan en na de plechtigheid aan zijn oom Feseh, een oom van moederszijde, die later kardinaal werd, een brief geschreven, waarin hij de teederste gevoelens van godsvrucht uitstortte. IVlaar al te spoedig zouden die vrome indrukken uit het hart van den jongeling worden weggevaagd.
Het rapport, dat door den inspecteur Keralio voor den koning werd opgemaakt, is een duidelijk bewijs dat niemand te Hi ienne een voorgevoel had van de gi'oote toekomst, die Napoleon wachtte;
het luidde als volgt;
âDe Heer liuonaparte (Nap(deon), geboren den 15'lequot; Augustus 17(*)lt;), groot 1. voet 10 duim 10 streep, heeft de vierde klas afge-werkt; li ij heeft een goed gestel, een uitmuntende gezondheid, een gehoorzaam, rechtschapen, dankbaar karakter en geregeld gediag ; hij heeft altijd uitgemunt door zijn vlijt in de wiskunde. Hij
kent vrij goed zijn geschiedenis en zijn aardrijkskunde......IIij
zal een uitmuntend zeeman worden en verdient over te gaan naar de militaire school te l'arijs.quot;
Om naar zee te gaan, daaraan had de jonge Napoleon nooit gedacht; buitengewone plannen vormde hij zich ook niet: eenmaal kolonel te worden was het toppunt zijner eerzucht.
Te l'arijs had hij zich door zijn karakter spoedig evenveel vijanden gemaakt als te Erienne. Op vijftienjarigen leeftijd durfde
hij zijn oversten een memorie voorleggen, waarin hij tegen de weelde, die aan de krijgsschool heerschte, met kracht te velde trok. De leerlingen des konings, allen zonen van arme edellieden, konden, zoo zeide hij, in zulk een omgeving niets anders opdoen dan gemakzucht en ijdelheid.
Slechts een jaar bleef Bonaparte te Parijs; zijn leermeesters hadden genoeg van zijn onhehbelijkheid om in alles luide zijn gevoelen te zeggen, dat dikwijls lijnrecht met het hnnne in strijd was ; daarom vervroegden zij zijn examens en zochten zoo spoedig mogelijk van hem ontslagen te worden.
Den 2ei1 September 17H5 verbreidde zich aan de krijgsschool plotseling de tijding, dat koning Lode wijk XVI acht en vijftig luitenants had benoemd voor de verschillende regimenten. Den l()e11 October kwamen de ollicieele aanstellingen, door den koning geteekend, en onder de uitverkorenen behoorde ook de jonge Bonaparte, die als tweede luitenant bij het artillerie-regiment La Fère werd ingedeeld, met garnizoen te Valence.
liet vrije leven van jong officier scheen den zestienjarigen Bonaparte bijzonder te bevallen. De vreugde van aan het toezicht zijner leermeesters onttrokken te zijn, scheen zelfs voor een oogenblik zijn ernstig karakter te machtig, en op weg naar zijn garnizoensplaats had hij zich met zijn kameraad, ridden1 Desmazis, die bij hetzelfde regiment was benoemd, in Lyon zóó goed geamuseerd in de theaters en koffiehuizen, dat hij geen geld meer had om de reis voort te zetten. Ken oude bekende uit Corsica, dien liij toevallig ontmoette, voorzag hem van reisgeld, maar dat werd slechts besteed om nog eenige dagen gezellig door te brengen. Eindelijk werd voorgoed de reis naar Valence aan-
âJa, dat is waar. Maar Corsica, waar nooit oen llt;anlt;m gobruikt llt;aii worden, wat zegt gij thans van Corsicü, jonge manrquot;
âIk zeg er niets van, kolonel. Corsica bestaat voor mij niet meer; maar als ooit dat land zich van Frankrijk zou afscheiden, of liever, als de Genneezen het nog eens wilden bemachtigen, zou het dan niet de plicht zijn van een artillerio-ot'licier, er batterijen op te richten en kanonnen te plaatsen, waar dat vroeger een onmogelijkheid was?quot;
âGij hebt gelijk, jonge man,quot; was liet besluit van don kolonel, âvolhard in die gevoelens, en ik verzeker u roem en fortuin, waarop ieder dapper en kundig officier hopen mag, die de eer heeft in het korps koninklijke artillerie te dienen.quot;
De vele vrije uren van zijn garnizoensleven besteedde [Napoleon aan de studie der oude en nieuwe geschiedenis; onder de groote mannen van vervlogen eeuwen zocht hij voorbeelden en leermeesters. Mevrouw Uu Colombier, die aan het hoofd stond der voorname kringen van Valence, had spoedig in den jongen luitenant een boogere bestemming ontdekt ; op haro aanbeveling kreeg hij toegang bij de beste families der stad en in die beschaafde omgeving legde hij langzamerhand het onstuimig en naargeestig humeur af, dat hem tot dusver tot de eenzaamheid had gedwongen.
Op het einde van het jaar 178(5 werd hij als eerste luitenant overgeplaatst naar Grenoble en verwierf den Februari 17'.)-den kapiteinsrang bij het vierde regiment artillerie te voet.
Gedurende zijn ofiiciersloopbaan hield -Bonaparte zich veelal met letterkundigen arbeid bezig, üp achttien jarigen leeftijd was hij overwinnaar bij de oplossing van een prijsvraag, door de academie van Lyon uitgeschreven en voorgesteld door abbé
llaynal, treurigor gedacht on is, die nauw met hem bevriend raakte en hem te Parijs, waar do jonge officier meestal zijn verloftijd doorbracht, in do wijsgoerige stelsels dor ongeloovigeencyclopedisten inwijdde.
Ondortusschen was in Frankrijk onder de bedrieglijke lenzen van âvrijheid, gelijkheid en broederschapquot; do revolutie uitgebroken en roods bad hot koninklijk gezag oen geweldige schok gekregen. Napoleon dacht niet meer aan do weldaden, dio hij en zijn familie van Lodowijk XVI hadden genoten; zijn geest was vol van de nieuwere denkbeelden en met hart en ziel omhelsde hij de zaak dos volks. âUe revolution,quot; zeido hij, âzijn een goede tijd voor militairen, die slim zijn en moed bezitten,quot; â bij zou van de tijdsomstandigheden weten gebruik te maken.
Kort na zijn aanstelling tot kapitein begaf hij zich naar J'arijs, waar hij een oud schoolkameraad, Hourrienno, wedervond. De twee vrienden verkeerden in de moeilijkste positie on iederon dag moesten zij wat anders verzinnen om aan gold te komen; een speculatie in huizen in do straat Montholon mislukte wegens te hoogo eischen dor eigenaars, en do jonge kapitein ging er zelfs toe over zijn horloge te verpanden.
hi een restauratie dor straat Saint-lionoré kwamen do vrienden gewoonlijk bij elkaar. Don 2()s,fiquot; Juni, juist toen zij op het punt stonden uit te gaan, kwam oen menigte monschen, ongeveer vijf of zes duizend personen, in lompon gehuld en mot pieken, mossen en goworon gewapend, van den kant dor hallen en richtte zich naar hot paleis der Tuiloriën; een nieuw straatoproer was togen Lodowijk XY1 uitgebroken.
gt;Iot diepe verachting zag Napoleon hot baveioozo volk voorbij-
trekken. âLaat ons dat canaille eens naloopen,quot; zeide hij tegen zijn vriend; hij wilde getuige zijn van wat er ging gebeuren. Toen hij zag, hoe het gepeupel de Tuileriën bestormde, kookte hij van woede, zooveel zwakheid en lankmoedigheid van den kant eens konings kon hij zich niet voorstellen; maar hij kon zicli niet meer bedwingen toen bij den ongelnkkigen Lodewijk XVI voor een venster zag verschijnen met de roode vrijheidsmuts op het hoofd, die hij op bevel van een der opstandelingen bad opgezet om zijn leven te redden.
âHoe hebben zij toch dat canaille binnen kunnen laten!quot; riep hij uit. âZe hadden er vier- of vijfhonderd weg moeten vegen met het kanon, dan zou de rest wel op den loop gaan!quot;
Napoleon bad de volkshartstochten aan het woeden gezien, hij vermoedde nu reeds welken loop de gebeurtenissen zouden nemen en hij bedroog zich niet. Den 10len Augustus daaropvolgende brak een nieuw oproer uit. De Zwitsersche lijfwacht des konings werd vermoord en de koning zelf gedwongen zijn toevlucht te nemen in de Nationale Vergadering, die hem in den Tempel liet opsluiten, welke gevangenis hij niet meer zou verlaten dan om het schavot te beklimmen.
Gedurende de maand September bracht Bonaparte een bezoek aan zijn geboorteland, waar l'aoli met het militair commando was bekleed. Heeds was de sluwe Corsicaan in onderhandeling met de Engelschen om hun bet eiland over te leveren, maar hij huichelde nog gehechtheid aan Frankrijk en ontving met vreugde den zoon van zijn vroegeren wapenmakker, dien hij steeds nauwer aan zich zocht te verbinden, in de hoop hem deelgenoot te maken van den opstand.
Kort daarop nam Napoleon deel aan een expeditie tegen
- U -
Sai'diniö, welke eelitcr mislukte door tegenwind, dien de schepen ondervonden. Daardoor werd de opstand van Corsica verhaast; Paoli verklaarde zich tegen Frankrijk, nog meer verbitterd om den moord van Lode wijk XVI. Napoleon zocht hem tot andere gedachten te hrengen, maar tevergeefs.
âDe Franschen hebben al hunne verbintenissen gebroken,quot; zeide hij. âDurft gij ze nog tegenover mij verdedigen? Kies tusschen Frankrijk en mij.quot;
Napoleon scheidde zich van hem af, maar nauwelijks was hij bij zijn familie teruggekeerd of een bode der Fransche volksvertegenwoordigers, die zich te Bastia in veiligheid hadden gesteld, bracht hem het dringend bevel, zich onverwijld bij hen te voegen. Napoleon gehoorzaamde en volbracht to midden der grootste gevaren de reis van Ajaccio naar Bastia.
Vergeefs streden de troepen der republiek tegen de stoutmoedige bergbewoners en tegen de Engelschen, die op het eiland waren ontscheept. Heel Corsica stond in vuur en vlam en overal werd de Fransche vlag neergehaald, behalve te Ajaccio, waar Lucicn Bonaparte, een jongere broer van Napoleon, nog grooten invloed had op het volk. Maar nauwelijks was Napoleon vertrokken of ook die stad kwam in oproer. Paoli deed vruchte-looze pogingen om de familie Bonaparte tot zijn zaak over te halen, en toen hij hierin niet slaagde, trachtte hij ze gevangen te nemen. Bijtijds vluchtte Laetitia met hare zonen en kon zich nog bij Napoleon voegen, die haar meenam naar Marseille. De familie Bonaparte werd door Paoli voor altijd van het eiland verbannen verklaard en hun huis in brand gestoken.
De jonge kapitein liet zijne familie in kommervolle omstan-
- 12 â
diglieclen te Marseille achter en keerde naar Parijs terug; zijn vurigst verlangen was aan den een of anderen veldtocht deel te nemen. Gelegenheid was daartoe te over en spoedig zou zijn wensch in vervulling gaan.
De gruwelijke Septemhermoorden en de wederrechtelijke onthoofding van koning Lodewijk XVI hadden het land met ontzetting vervuld, de Vendée en het Zuiden waren in opstand en de legers der verbonden mogendheden van Europa bedreigden het bestaan der jonge republiek. De Nationale Conventie, die het bestuur des lands had ter hand genomen, bracht veertien nieuwe legers op de been; het schrikbewind heerschte in al zijne gruwzaamheid : buiten de grenzen woedde de oorlog, binnenslands werden de verschillende oproeren in bloed gesmoord en onverpoosd werkte de guillotine in het vermoorden van hen, die nog aan den ouden regeeringsvorm hechtten ot' daarvan slechts werden verdacht.
De machtige havenstad Toulon was door de vijanden dei-republiek aan de Engelschen overgeleverd; de Conventie zond er onder bevel van generaal Carteaux een leger heen om ze heroveren, en de 21 jarige Bonaparte kreeg, door invloedrijke vrienden geholpen,, bij dat leger den rang van batajonschef en werd met het bevel over de artillerie belast. Eerst bij het beleg van Toulon zouden zijn krijgskundige bekwaamheden voor ieders oogen uitblinken; vau die stad uit zou hij zijn schitterende loopbaan hegiunen.
De omstandigheden, waarin hij voor 't eerst de aandacht op zich vestigde, heeft hij zelf volgenderwijze beschreven :
âNapoleon komt in liet hoofdkwartier aan; hij begeeft zich naar generaal Carteaux, een prachtige kerel, gegalonneerd van het hoofd tot de voeten, die hem vraagt, wat er van ziju dienst is.
De jonge officier biedt hem bescheiden zijn brief aan, die hem «veinst onder zijn bevelen de werkzaamheden der artillerie te komen besturen. âDat hoefde niet,quot; zegt de mooie man, aan zijn knevel draaiend, âwij hebben niets meer noodig om Tonlon in te nemen. Maar wees welkom, gij kunt den roem deelen het morgen te verbranden zonder er u voor vermoeid te hebben.' Vervolgens biedt de generaal welwillend aan bij hem bet avondmaal te gebruiken.
âAVij gaan met dertigen aan tafel, de generaal alleen wordt vorstelijk bediend, al de anderen moeten honger lijden, hetgeen den nieuw-aangekomene in die tijden van gelijkheid bijzonder vreemd voorkwam. Hij het krieken van den dag neemt de generaal hem mee in zijn rijtuig, om, zooals hij zeide, de stellingen voor den aanval te gaan bewonderen. Nauwelijks zijn ze de hoogten voorbij en hebben ze de reede in 't zicht of zij stappen uit en begeven zich bezijden den weg in de wijnbergen. De commandant der artillerie bemerkt alsdan eenige stukken geschut, eenige ophooging van grond, waaruit hij letterlijk niets kan maken.
âZijn dat onze batterijen?quot; vraagt de generaal aan zijn adjudant, zijn man van vertrouwen.
âJa, generaal.quot;
âEn ons artilleriepark ?quot;
âDaar, op vier schreden afstand.quot;
âEn onze roode kogels
âIn de nabijzijnde blokhuizen, waar twee compagnieën ze sinds den morgen gloeiend stoken.quot;
âMaar hoe krijgen wij die kogels gloeiend en wel hierheen gedragen
^en den artillerie-ol'liciev of hij met zijn wetenschap daar geen raad op w ist. Deze, die alles voor scherts had willen houden, als heide sprekers er minder ernst hij hadden gebruikt, bezigde alle mogelijke voorzichtigheid om hen te overreden, dat zij, alvorens gloeiende kogels aan te schallen, het eerst eens met een gewonen kogel zouden beproeven om zicli van de draagwijdte van het geschut te overtuigen ; het kostte hem heel wat moeite, en slechts door het gelukkig gebruik van den teclmischen term: proefschot, die veel uitwerking had, wist hij hen tot zijn gevoelen over te halen. Dat proefschot werd dan gedaan, maar reikte nog niet tot op een derde van den afstand, en de generaal en zijn adjudant aan 't kijven op de aristocraten, die ongetwijfeld met een boos oogmerk het kruit bedorven hadden. Middelerwijl komt de volksvertegenwoordiger te paard aangereden : het was Gasparin, een man met gezond verstand, die onder dienst was geweest. Stoutmoedig een besluit nemend, spreekt Napoleon den volksvertegenwoordiger aan, vordert voor zich uitsluitend de regeling zijner werkzaamheden, wijst zonder verschooning op de ongehoorde onwetendheid van alles wat hem omringt en grijpt van dat oogenblik af de regeling aan van het beleg, waarbij hij in 't vervolg als meester gebiedt.quot;
liet leger had de grootste; behoefte aan artillerie om het beleg van een vesting als Toulon, die van den zeekant ongenaakbaar was en aan de landzijde door een krans van forten verdedigd werd, tot een goed einde te brengen. Bonaparte toog aan den arbeid ; in minder dan zes weken bad hij de noodige kanonnen bijeen, maar toch meende de eigenzinnige Carteaux, dat de bele-
;
â 15 â
gering veel te lang duurde. Hij gaf den jongen commandant bevel de wallen plat te schieten en de vijandelijke vloot te vernielen, hij zelf zou zicli van Toulon meester maken ; dat alles moest gebeuren in drie dagen tijd. ^Bonaparte stoorde zich hoegenaamd niet aan die dwaze bevelen en zette bedaard zijn werkzaamheden voort, rekenend op den stcnui van Gasparin. Tot zijn geluk werd de onbeholpen Carteaux afgezet en vervangen door den kun-digen generaal Dugomnier, die de bekwaamheden van zijn onderbevelhebber o]) prijs wist te stellen.
De voornaamste versterking van Toulon was het fort Mul-grave, door de Engelschen onneembaar gewaand en door hen trotscii Klein Gibraltar genoemd. Bonaparte richtte er een batterij tegen op, doch deze had ontzettend te lijden onder het overstelpend vuur des vijands, en hoewel hij zelf de kanonniers moed kwam inspreken en bun geschut richten, aarzelden de manschappen op bun gevaarlijken post te blijven. De bevelhebber kende echter den geest zijner soldaten en gaf aan die versterking den naam van lidllcrij der nnnnicn zonder cvees. Dat hiel]). Om niet voor lafaards te worden aangezien, bleven zij te midden van het hevigst vuur tot het einde toe moedig op bun post.
Op zekeren morgen begaf zich Bonaparte naar de batterij en vroeg den oflicier van dienst een soldaat, die te gelijk slim en onversaagd was. De oflicier verwijderde zich en kwam eenige oogenblikken later terug met een sergeant der grenadiers. De commandant zag den man scherp aan en beval:
âTrek je uniform uit, doe andere kleeren aan en ga daarginds dit bevel overbrengen.quot; Daarbij wees hij hem naar een verwijderd punt aan de kust en legde hem zijn boodschap uit.
- 10 -
Maai' cle sergeant werd rood van kwaadheid.
â Burger commandant!quot; riep hij, âik ben geen spion, zoek iemand anders om dat bevel uit te voeren!quot;
â.Je weigert?quot; vroeg Napoleon bits. âWeet je wel, waar je u aan bloot stelt?quot;
âTk wil wel gehoorzamen, maar ik wil slechts gaan in uniform en anders niet. 't Is anders wel te veel eer voor de Engelschen ze dit te laten zien,quot; zeide hij, op de strepen van zijn mouw slaande.
Napoleon glimlachte. âMaar ze zullen je doodschieten,'' zeide hij.
âDat kan u niet schelen en 'tis mij gelijk. Wil ik gaan, burger commandant ?quot;
âJa, en ik hoop dat je terug zal komen.quot;
Een liedje zingend verwijderde zich de sergeant met zijn geweer over den schouder.
âWie is die grenadier?quot; vroeg Napoleon aan den chef van dienst.
âAndoche Junot,quot; was het antwoord.
Bonaparte schreef dien naam op. Weinige dagen later vroeg hij een soldaat, die goed kon schrijven, want hij wilde een order dicteeren. Weer werd Junot hem voorgesteld. De commandant wees hem een plaats aan achter de verschansing en begon te dicteeren, toen plotseling op nauwelijks tien sehreden afstand een En-gelsche kogel ontplofte en beide mannen met aarde en stof bedekte.
âDank je, nu heb ik geen zand noodig om den inkt te drogen,quot; sprak de sergeant, op wiens gelaat geen spier vertrok. Hiermee was zijn fortuin gemaakt; Bonaparte hield hem bij zich, en eenige jaren later zou sergeant Junot, Portugal onderwerpen en den titel voeren van hertog van Abrantès.
Het doel van Napoleon was zich van de stad meester te maken
Napoleon
- 17 â
2
zoiulcr ze te boinbavdeeivu on daarom moest het fort Mnlgrave gonomcn worden. De l)emaclitig'ing van dio geduchte versterking was een prachtig wapenlVit. MiddcMi in den nacht verzamelden zicli de Fraiische colionnes in stilte voor het dorp La Seyno, terwijl er ecu ijskoude regen viel. Om één uur in den morgen gingen zij tot den aanval over; veertig kanonnen donderden lien te gemout, maar ondanks het moordend schroot trokken zij in «ïesloten quot;('lederen onder liet ziniren der Marseillaise voor-
O O l-'
waarts en hcUloinmen de steile borstwering. Tn korten tijd was de sterkte Ix'inachligd. !)(gt; Engelsclten, ziende dat alle tegenweer vrueliieloos was, staken de Fransche schepen, die in de haven lagen, en liet arsenaal in hrand: de vernieling der sclioone marine uit den lijd van LodewijkXVl was voor hen een voldoende zegepraal.
Op harhaarsclu! w ijze nam de Conventie wraak over de opgestane stad; een groot gedeelte der bevolking werd ter dood ge-liraclit, en op last der regeeringscommissarissen kwam een leger van metselaai's naar Tonlon, om de stad, die door de kanonnen van Bonaparte zooveel mogelijk was gespaard, in een puinhoop te herscheppen. Napoleon nam aan die gruwelen geen deel; door zijn invloed wist hij zelfs voor een aantal personen lijfsbehoud te verwerven, maar toch hij wilde zich toonen als een ijverig revolutieman en schreef een brief aan de Conventie, waarin hij in de opgeschroefde taal der sans-culotten van de verwoesting en uitmoording der stad kennis gaf. l)e machtigen te vleien om tot hooger eer en aanzien te komen, was voor hem geen bezwaar; de Conventie beloonde dan ook zijn goede diensten met den rang van brigade-generaal en schonk hem tevens het commando over de artillerie in het leger van Italië.
II O O F ü STUK II.
EUX VOLKSOVUOKll TE PARIJS. â JOSÃPIIINE ])E 15KAfIIAUNAIS. â
VELDTOCHT IX ITALIÃ.
instrocks don tijd van het beleg van Toulon gaf Bonaparte een werkje uit, waarop hij zich niet weinig liet voorstaan, en dat tot titel voerde: Het so/ipei' con Jieanccirc, een samenspraak tusschcn een militair, een inwoner van Nuues, een Marseillaan en een fabrikant van Montpellier. Dat geschrift Avas geheel doortrokken van den revolutionnairen geest, die de voornaamste regeeringsmannen der Conventie bezielde. Naderhand, toen Napoleon zelf aan het bewind kwam, was hij allesbehalve een voorstander van de revolutionnaire denkbeelden, die liij indertijd gehuldigd had, en liet de politie met de grootste zorg zooveel mogelijk de verspreide exemplaren van zijn werk opsporen en vernietigen.
Ook van omstreeks den tijd zijner benoeming tot brigadegeneraal dagteckent zijn vriendschap met Robespierre den jongere en Eréron, een vriendschap, die hem bijna noodlottig werd.
De Parijsche bevolking begon de bloedige regeering van Robespierre moede te worden, zij walgde er van dagelijks karren vol
- 19 -
ongelukkigen naar het schavot te zien slepen; het uur was geslagen voor den onmensch, die zooveel onschuldig bloed vergoten had.
Den Thermidor (den 27sten Juli 171) L volgens de gewone
christelijke tijdrekening, die door de rcgcoviug was afgeschaft en vervangen door e('n ârepuhlikoinschen kalender, A\aaiop geen Zon- of heiligendagen meer voorkwamen) werd llohes-pierre in staat van beschuldiging gesteld, gevangen genomen en daags daarop ter dood gebracht met 7- zijner aanhangeis. Ook generaal Bonaparte, die zich in Italië bevond, werd in zijn commando geschorst en gevangen genomen op bevel der vólks-vertegen woordisjers Albitte en Salicetti, wier vertrouwen hij ver-
O ^
beurd had, zooals de akte van beschuldiging luidde; âdoor zijn a-edraquot; dat ten hoogste verdacht was, en vooral door een reis,
O O' ^
die hij onlangs naar Genua had ondernomen.
Die reis had hij echter op hoog bevel gedaan, en bij die gelegenheid was hem in opdracht gegeven Genua en het omliggend s-ebied te verkennen en tevens eenige verdachte personen in het
O
oog te houden.
Bonaparte was er de man niet naar om zich zonder protest willekeuriquot;- te laten gevangen nemen en richtte een nota tot Albitte en Salicetti, waarin hij eenvoudig maar krachtig zijn gedrag verdedigde. Dat hielp; zijn zaak werd onderzocht en na een gevangenschap van veertien dagen herkreeg hij de vrijheid, loch mocht hij van geluk spreken; de Conventie was gewoon snel recht te doen en op een gevangenneming volgde gewoonlijk de-dood zonder dat er ook maar van een geregeld proces sprake was. Kort na zijn invrijheidstelling wilde de regeering hem als
brigade-generaal der infanterie naar de Vendée zenden om den opstand der heldhaftige boeren te onderdrukken. Bonaparte weigerde; hij achtte het beneden zich die opdracht aan te nemen en beschouwde ze als een beleediging. Van den anderen kant wenscbte hij bij de artillerie te blijven en gaf ook officieel de verandering van wapen als oorzaak zijner weigering aan.
Daarop nam bet Comité van openhaar welzijn het besluit âdat de brigade-generaal Bonaparte zal geschrapt worden van de lijst der boofdoflicieren in actie ven dienst, met het oog op zijn weigering om zich naar den bem aangewezen post te begeven.quot;
Deze slag, dien hij niet had voorzien, bracht Napoleon in de moeilijkste omstandigbeden; met zijn vurig karakter en zijn behoefte aan werkzaambeden was liet leven zonder arbeid hem ondraaglijk. De onrechtvaardigheid der bewindvoerders to zijnen opzichte verbitterde hem; vergeefs bood hij overal zijn diensten aan, zoodat hij ten laatste het plan opvatte in dienst te treden van den sultan van Turkije. Maar ook dat voornemen kwam niet tot uitvoering, zoodat hem ten slotte niets anders overbleef dan aan het ministerie van Oorlog eenigen topographische werkzaamheden te verrichten en geduldig te wachten, tot er mannen aan het bewind kwamen, die hem meer genegen waren.
Na den val van Robespierre begon de Conventie met de samenstelling van een nieuwe grondwet, die van 175)5, in de geschiedenis bekend als de grondwet van het jaar ITI der republiek. Volgens die nieuwe wet zou het wetgevend lichaam bestaan uit twee vergaderingen, den Eaad der Vijfhonderd en den Raad der Ouden; de eerste moest de wetsontwerpen voorstellen, de andere ze onveranderd aannemen of verwerpen; het uitvoerend be-
wind werd toevertrouwd aan een Directoire van vijf leden, door het wetgevend lichaam te benoemen en aan den staat verantwoordelijk. Om echter te beletten, dat er te veel behondsgezinde elementen in 's lands raadzaal zonden zitting krijgen, vooral echter om zelve de macht in handen te houden, besloot de Conventie, dat twee derden van haar leden moesten zetelen in den llaad der Yijl'lionderd en in den Llaad der Ouden. Die maatregel veroorzaakte in heel hel land, maar vooral in Parijs geweldige opschudding; van de acht en veertig secties der hoofdstad, die elk over een bataljon nationale garde beschikten, kwam de overgroote meerderheid in opstand; de talrijke koningsgezinden staken het hoofd weer op en achtten het oogenblik gunstig om de geheele regeering omver te werpen. Een nieuwe burgeroorlog stond voor de deur.
De opstandelingen beschikten over bijna veertigduizend gewa-penden, grootendeels ongeoefende manschappen uit de burgerij gerecruteerd, maar vol geestdrift voor de zaak, die zij dienden. Tegenover die groote menigte kon de Conventie nauwelijks vijf duizend verdedigers stellen ; door den nood gedwongen wendde zi j zich om hulp tot het schuim der voorsteden, de bandieten uit de dagen van het schrikbewind, die sinds de terechtstelling van Robespierre voor het grootste gedeelte van de straat verdwenen waren. Met viji'tienhonderd man kwamen dezen onder den naam van patriotten van 'Hl) de bedreigde regeering te hulp.
Generaal Menou werd met het opperbevel over Parijs belast, maar deze had de zwakheid met de opstandelingen in onderhan-ling te treden, waardoor het verzet niet weinig gestijfd werd.
De regeering begreep het gevaar, dat haar dreigde ; zij onthielquot;
don onbekwamen Menou van zijn commando en droeg het over op den volksvertegenwoordiger liar ras, die zich jegens de Conventie verdienstelijk had gemaakt en o. a. hij de gevangenneming van Rohespierre A an krachtig optreden had blijk gegeven. Als onderbevelhebber koos deze zich den brigade-generaal Bonaparte, dien hij van nabij kende en wiens bekwaamheden hem een waarborg waren voor bet goed volvoeren van den gewichtigen last, die hem was opgedragen. Bonaparte had een oogenMik geaarzeld de* benoeming te aanvaarden, doch eindelijk stemde hij er in toe met het vooruitzicht hierdoor opnieuw in aanzien te komen.
Ue dag van den 18en Vendémiaire (5 October) brak aan. Des morgens om vijl' uur was Barras benoemd tot opperbevelhebber oArer het binnenlandsche leger en Bonaparte tot ondercommandant.
In het artillerie-park te Sablons, op eenige afstand van Parijs, bevonden zich veertig stukken geschut, door honderd vijftig soldaten bewaakt. Be koningsgezinden hadden verzuimd er zich van meester te maken, en onverwijld besloot Bonaparte de kanonnen naar Parijs te laten overbrengen, Avaar ze hem konden dienen tot demping van het oproer. Aan de spits van driehonderd dragonders ijlde de eskandronschef Murat naar Sablons en eenige uren later stonden de stukken rondom de Tuileriön opgesteld.
Den ganschen voormiddag besteedden de oproerige secties om zich te verzamelen, Avaardoor Bonaparte den tijd vond zijn legertje nog met een duizend man te vermeerderen. Waren de opstandelingen met kracht opgetreden, en had hun generaal Danican geen kostbaren tijd met onderhandelingen verspild, dan zonden de troepen der Conventie en de patriotten van 'Hl) waarschijnlijk niet bestand zijn geweest tegen de sterke bataljons der
lamingsgozindcn; nu echter liaddon zij den tijd hun stellingen te kiezen en met zorg* hun maatregelon te nemen.
Om kwart voor a ij ven begonnen dc secties door de straat Saint-Honoré en langs den Pont Uoyal op te dringen, maar werden spoedig door tal van kanonnen, mot schroot geladen, in front en flanken bestookt. De opstandelingen stonden stil en aarzelden; het oogenblik was beslissend, Bonaparte wist het te benuttigen en met gevelde bajonet deden de grenadiers der republiek den aanval. De muiters weken, maar verschansten zich in de kerk van den II. lioclius, in den schouwburg en andere groote gebouwen. Achtereenvolgens werden die stellingen genomen en van de treden der St.- Llocliuskerk kanonneerde Bonaparte zonder genade de oproerlingen. Zelf spaarde iiij zich niet en zijn paard werd in het gewoel onder hem doodgeschoten.
Een gedeelte der rebellen trok zieh terug in de me de la Loi, die door hen met barricaden versperd werd, doch zij hielden niet lang stand en op bevel van Bonaparte werd gedurende den ge-heelen nacht met los krnit gevuurd oni meerderen schrik onder hen te verspreiden. In den vroegen morgen sleepten de 1'arijsehe studenten nog twee stukken geschut aan om de secties te ondersteunen; zij werden eeliter door dragonders uiteengejaagd en de kanonnen naar de Tuileriën gebracht.
Langzamerhand verflauwde de tegenstand. Bijna vierhonderd personen hadden bij het oproer den dood gevonden; de Conventie zegevierde over de geheele linie*, de opstandelingen Avaren gevlucht of legden de wapens neer.
Napoleon's naam kwam weer op aller lippen en tot belooning bevestigde de regeering hem in het ondercommando over
het binnenlandscli leger met den rang van divisie-generaal.
Eenige dagen later, den tei1 Brumaire van liet jaar IV der republiek (don 2()quot;11 Oct. 17*.)')) trad de Conventie af en droeg het uitvoerend hewind over aan het Directoire, gevormd door vijf leden; Barras, Carnot, llewbell, Le Tourneur en La Réveillère Lepaux.
Daar de Directeurs geen militairen rang mochten bekleeden, werd Bonaparte in plaats van Barras met het opperbevelhebberschap over het binnenlandscli leger belast. Mij was nauwelijks zes en twintig jaren oud en zag zich reeds bekleed met de hoogste militaire waardigheid in den staat.
Nadat het oproer van den 13en Vendémiaire was bedwongen, moesten de opgestane secties der hoofdstad hun wapens uitleveren, een maatregel, die voor het behoud der rust noodzakelijk was.
Op zekeren morgen liet zich een kind van omstreeks dertien jaren bij Bonaparte aandienen.
âIk heet Eugène de Beauharnais,quot; zeide de knaap, toen hij binnengelaten was, âik ben de zoon van generaal de Beauharnais, die aan den llijn voor de republiek heeft gestreden; mijn vader kwam in verdenking bij de revolutionnaire rechtbank en deze heeft hem laten vermoorden twee dagen vóór den val van Robespierre.quot;
âLaten vermoorden?quot; riep Napoleon.
âJa, burger generaal, ik noem die veroordeeling een moord,quot; hernam Eugène. âUit naam mijner moeder kom ik u verzoeken, uw invloed aan te wenden bij het comité, opdat ik den degen van mijn vader terugkrijge, dien ik voortaan wil gebruiken tot bestrijding van de vijanden des vaderlands en tot bevestiging der republiek.quot;
Napoleon volrleod aan dat verzoek nog dos te gereedei', daar Iiij de moeder van den knaap reeds meermalen in gezelschappen hij Barras en hij madame Tallien, do vrouw van een der invloedrijkste personen uit den tijd van het schrikhewind, ontmoet had. Zij was geboortig van Martinique, van de rijke ';n geachte i'amilie Tascher de la l'agerie; nog zeer jong van het Znid-Anierikaanschc eiland naar Frankrijk gekomen, hmvde zij aldaar met Imrggraat' Alexander di» Beaiiharnais, kapitein der infanterie, die in de bloedige dagen der heerschappij van Kohespierre zijn leven liet op het schavot. Zelf werd zij achttien maanden lang in de gevangenis opgesloten, doch daarna weer in vrijheid gesteld. Uit haar luiAvelijk had ze twee kinderen, Eugène en Hortensia, die later met Lodevvijk Bonaparte, een hroer van Napoleon, in het huwelijk zou treden.
Op het hooren van de vriendelijke ontvangst, die haar zoon hij generaal Bonaparte te heurt was gevallen, kwam Josephine de Beauharnais hem voor die welwillendheid bedanken; spoedig werd dit hezoek met een tegenbezoek beantwoord, een meer vriendschappelijke omgang ontstond tnsschen Napoleon en de generaalsweduwe, en eindelijk kwam het tnsschen hen beiden tot een huwelijk, dat den 8stequot; Maart IT'.H) in tegenwoordigheid van Barras en Tallien voor de wet gesloten werd.
Met den godsdienst nam de jonge generaal, die er slechts op uit was om in zijn loophaan vooruit te komen, het zoo nauw niet, evenmin als de lichtzinnige, prachtlievende en behaagzieke Josephine; nog verscheidene jaren zouden er voorloopen eer hun huwelijk dooide kerkelijke inzegening werd gewettigd, en dat nog wel onder omstandigheden, die beiden op dit oogenblik onmogelijk konden voorzien,
Onmiddellijk begon Bonaparte met de organisatie der garde van liet Directoire, later dc garde der Consuls, en die de kern vormde der oude keizerlijke garde, liet schoonste keurkorps, waarop Erankrijks geschiedenis kan bogen. Maar spoedig Averd bij tot andere, gewichtiger werkzaamheden geroepen; hij ontving bet opperbevel over bet leger van Italië, en nauwelijks twaalf dagen na zijn huwelijk, den 21S,,Jquot; Maart, verliet hij Parijs en aanvaardde de reis naar Nizza om zich aan het hool'd des legers te stellen.
liet leger van Italië bestond uit 150.()()() man, voornamelijk uit het Zuiden afkomstig, troepen, gehard in den krijg, van onbezweken dapperheid, en gecommandeerd door generaals als Masséna, Augereau en Serrurk'r, die zich reeds in vele roemrijke veldslagen hadden onderscheiden. Hona parte nam niet zich Lannes, Murat en Herthior, nog jonge mannen, die door de oorlogen der revolutie tot eon sehitterende toekomst zouden worden gebracht. Met zijn leger moest Bonaparte het hoofd bieden aan 22,()()() 1'iëmonteezcn onder Colli en aan ;{(),()()() Oostenrijkers onder baron Beaulien. liet plan van Bonaparte, dat door het Directoire was goedgekeurd, bestond hierin; de Oostenrijkers en 1'iëmonteezen van elkaar te scheiden en ze daarna afzonderlijk slaan.
Den 27|,quot; Maart kwam Napoleon te IS'izza; hij vond echter niet bij zijn soldaten de geestdrift, waarop hij gerekend had. AVa armee bad hij eigenlijk zijn hoogen rang verdiend? vroegen zij zich af. Alet het neerschieten van eenige honderden burgers, met het dempen van een ellendig straatoproer. Zou hij, nog zoo jong en onervaren, den strijd durven aanbinden met de beroemdste
generaals en de beste soldaten, die Oostenrijk in het veld kon brengen? Bovendien was liet uiterlijk van den nieuwen bevelhebber weinig geschikt om indruk te maken op de ruwe krijgers der republiek. Hij was klein van gestalte, mager en bleek; zijn bolle wangen getuigden van overmatigeu aroeid en zijn lange baren, die slordig langs zijn gelaat bingen, verhoogden zijn voorkomen niet. Maar uil zijn oogen lichtte het genie, en spoedig zouden de soldaten hun aanvoerder leeren kennen.
Napoleon zag dat het leger aan alles gebrek had; hij wist dat de regeering zich weinig bekommerde om den welstand der troepen te velde, hij begreep den toestand zijner manschappen en kende het ware middel om hun moed aan te wakkeren en bun vertrouwen te winnen. âSoldaten!quot; riep hij, terwijl hij hun oj) de vruchtbare vlakten van Lombardije wees, âgij wordt slecht gevoed, slecht gekleed; de regeering is u veel verschuldigd, maar zij kan niets voor u doen. Uw geduld en uw moed strekken u tot eer, maar bezorgen uw voordeel noch roem. Ik zal u voeren naar de vruchtbaarste vlakten der wereld, gij znlt er vinden eer, roem en fortuin. Soldaten van Ital ië, zal het u ontbreken aan moed ?quot;
Dat was de taal van een gelukzoeker, maar een taal, die rechtstreeks ging tot bet hart van den soldaat, en daverende toejuichingen verkondigden lionaparte, dat het leger zijn veldheer begreep, dat bij de toekomst met gerustheid te gemoet kon gaan.
De slimme Oostenrijker Heaulieu had het krijgsplan van Napoleon doorzien, maar de maatregelen, die hij nam om het te verhinderen, vielen juist in het voordeel der Fransehen uit. Wel veroverde hij aanvankelijk eenige stellingen van weinig' gewicht, doch om
mot zijn legev tenens Genua te dekken, gaf hij aan zijn gevoelits-linic^ to voel uitgebreidheid, waarvan Napoleon gebruik maakte om hem bij Montenotte een gevoelige nederlaag toe te brengen. Voor een deel dankte hij deze overwinning aan kolonel llampon, die1 in de redoute van Montologino met weinig manschappen tot driemaal toe don schok der Oostenrijksche infanterie weerstond; de dappere kolonel dood zijn soldaten den eed afleggen in de redoute te sterven, waarop nieuwe moed ben bezielde, de aanval afgeslagen en het voortrukken des vijands belet werd.
Daags daarop werd weer een bloedig gevecht geleverd; de Oostenrijkers waren op Dógo teruggetrokken en bedreigden nog steeds het front van het Pransche leger, dat in zijn linkerflank door do IMömonteozon werd bestookt. Maar Bonaparte telde het aantal dor vijanden niet en gal' oogenblikkelijk bevel tot een dubbelen aanval. Na oen hardnekkig gevecht van 18 uren ver-droef Augeroau de Piëmonteezen uit de hergengte van Millesimo; generaal Colli week naar Mondovi, waar hem een tweede nederlaag werd toegebracht. Insgelijks moest de grijze Beaulieu na bcldhaftigen tegenstand zijn stellingen ontruimen; het doel van don Franschon opperbevelhebber was nu bereikt, het vijandelijk leger in tweeën geplitst. Oostenrijkers en Piëmonteezen vluchtten in tegenovergestelde richting. De overwinning van Mondovi leverde den koning van Sardinië aan de genade der Pranschen over; de versterkte plaatsen Ceva, Coni en Tortone vielen in hunne handen benevens een ontzaglijke krijgsvoorraad. Voortaan hoefde bet leger geen gebrek meer te lijden, het bad nu kleederen en leeftocht in overvloed.
Slechts veertien dagen had do veldtocht geduurd; de vijanden
- 30 â
waren in zes gevechten geslagen en hadden tal van versterkte plaatsen, een en twintig vaandels, vijf en vijftig kanonnen en vijftienhonderd gevangenen verloren, terwijl meer dan 10.000 man huiten gevecht waren gesteld. Maar wat voor Bonaparte nog belangrijker was: hij was in weinige dagen het voorwerp der bewondering geworden van zijn soldaten en generaals, en de wegen van Piëmont en Loinhardije lagen voor hem open. Toen het leger van de hoogten van Monte Zemoto op de groene vlakten van Italië nederzag, maakte zich een onheschrijtlijke geestdrift van de manschappen meester, en op de besneeuwde Alpentoppen wijzend, riep Napoleon hun toe: âHannibal is de Alpen overgetrokken, wij zijn er omheen gegaan!quot;
Murat en Junot werden door den opperbevelhebber naar Parijs gezonden om de behaalde overwinningen aan liet Directoire te boodschappen en de veroverde vaandels aan te bieden. De directeurs waren er niet rouwig om, dat de overwinningen in Italië een glimp van glorie kwamen geven aan hun ellendig bestuur; tot driemaal toe werd in openbare vergadering afgekondigd, dat het leger zich verdienstelijk iiad gemaakt jegens het vaderland, en in navolging der heidensche oudheid werd een Feest der Overwinning ingesteld.
Vergeefs beproefden de Oostenrijkers den zegevierenden opmarsch der Franschen tegen te houden; het roemrijke wapenfeit bij de brug van Lodi, die onder een moorddadig vuur des vijands door de troepen der republiek werd overgetrokken, schreef een nieuwe overwinning in de Fransche vanen. Cremona en Pavia werden genomen en den 15,ll'n Mei, denzelfden dag, waarop koning Victor Amedeus van Sardinië vrede sloot en zich van het bondgenoot-
- 81 -
schap mot Oostenrijk losmaakte, nikte Bonaparte Milaan binnen, waar hij met uitbundige vreugde ontvangen werd door een gedeelte der bevolking, dat door revolutionnaire onruststokers reeds voor de zaak der republiek was gewonnen. Dat eerbetoon belette den bevelhebber echter niet, het veroverd gebied te treilen met een oorlogsscbatting van 20 millioen; het hertogdom Panna moest 2 millioen betalen. Modena 10 millioen afstaan benevens ontzaglijke hoeveelheden krijgsbenoodigdheden en de schoonste schilderijen en kunstwerken uit kerken en museums, die door Napoleon naar Parijs gezonden werden.
Het Directoire, dat van de millioenen van Italië leefde, begon zich toch ongerust te maken en te vreezen, dat de jeugdige generaal te veel invloed zou krijgen; daarom werd besloten de machtsbevoegdheid van Bonaparte te verminderen. Carnot boodschapte den overwinnaar, dat generaal Kellermann aan het hoofd des legers van Milaan zou worden gesteld en dat hij zelf met de overige troepen tegen Rome en Napels moest oprukken. Napoleon zag uit dien brief al de onbekwaamheid, maar tevens ook al de kleingeestigheid van de regeering; zij begreep niet in welke moeilijkheden het Pransche leger verkeerde, evenmin als de ontzaglijke hulpmiddelen, waarover Oostenrijk beschikte; zij zag niet in, dat de versnippering des legers het verlies van ItaPë kosten zou. Bovendien wilde Bonaparte Kellermann niet naast zich hebben en kortweg diende hij zijn ontslag in. Hij voelde zich ver verheven boven het Directoire, maar bij wist ook, hoe hij de vijl' koninkjes te Parijs behandelen moest. Murat bepleitte de zaak van Napoleon bij Barras, daarin gesteund door een millioen; Josephine wist Carnot over te halen en spoedig kreeg
de oppovbevcHiclilioi' de tijding, dat zijn ontslngaamraag niet aangenomen was en dal Kellenunnn niet naar Italië zou vertrekken.
Napoleon str)iid op l\(gt;t ])init zijn kiijgsverriclitingeji voort te zetten, toen liij te Lodi ])lotseling de tijding kreeg, dat in Lombardije een opstand tegen de Franselien \v;is uitgebroken. Verbitterd door (!lt;gt; plnnderingcMi en a('persingen der soldaten, gegriefd door de onbescbaiimdbeid, \v;iarniee de beerlijkste knnstwei'ken werden vernield of geroofd, tot bet uitersf(gt; gebraebt door de sebenn is der altaren en door de beleedii^ingen, den godsdienst ojxmiüjk aangedaan, greep b(?t volk van ^Milaan en Tax ia naar de wapens, verfi'apte de ],1ranscbe vlag en ovcM-rornjjebb^ bet garnizoen.
De l'ranseblt;gt; veldheer zag in, dat er snel gehandeld moest ^'orden. Hij trok naar.Milaan, dred eengroof getal quot;ii/elaary, waaronder den aartsbisschop der stad, gevatu^Mi nenii dcvaI iedereen neer te
schieten, die met de wapens in de band werd gevat, liet volk van Pa-via, eene stad van ongevetH'MO.OOO inwoners, had zieb meteen tien duizendtal landlieden uit den omtrek versterkt. Hij Hinasco Averd bet leger der boeren door Laivnes uiteengejaagd en het gebeele dorp in brand gestoken. \ an de wallen bnnner stad zagen de bewoners van l'avia die straloeleuing aan, maar zij onderwierpen zicb niet. Oogenbükkelijk begomuvn de Franselien bet bombardement, een bataljon grenadiers verbrijzelde mei bijslagen een der poorten en in stormpas rukten de l'Vanseben binnen. De voornaamste inwoners, met de geestelijklund aan bet hoofd, kwamen zich voor de voeten van den overwinnaar neerwerpen en genade smeeken \oor hi^t. opgestane volk; maar J'onaparte ontving ben met hooghart ige minachting, liet de stad plunderen, een groot getal deelnemers van den opstand neerschieten en meende nog edelnioe-
Nuiioleon.
- 33 â
3
dig te zijn door do stad niet geheel en al in de asch te leggen.
Daarop ging hij verder met de vernietiging van het Oosten-rijksclie leger; zijn plan was het sterke Mantna in te nemen en aan do republiek Venetië de wet te stellen. De Oostenrijker werd te Eorghetto geslagen, ontruimde Peseliiera en sloot zich met 1!5,()()() man van zijn leger in Mantua op, waarvoor de Franschen het beleg sloegen. Maar reeds kwamen maarschalk Wurmser en generaal Quasdanovvitsj aan het hoofd van nieuwe legers de bedreigde vesting te hulp. In snelle marschen rukten zij aan, overal de Franschen voor zich uitdrijvend, en door geheel Italië herleefde do hoop op spoedige verlossing van het Eransche dwangjuk. liet leger van Wurmser tolde 10.000, dat van Quasdanowitsj 20.000 man; aan de punt van liet Garda-moer zouden zij hunne troepen veroenigen en gezamenlijk de 30.000 Franschen op liet lijf vallen.
Voor de eerste maal gedurende den veldtocht riep Bonaparte zijn krijgsraad hijeen om liet gevoelen zijnor generaals te loeren konnon; allen raadden hom aan terug Ie trokken, slechts de woeste Augoreau wilde Aan geen wijkon weten en stelde voor den vijand te gemoet te gaan. Bonaparte maakte een einde aan de heraadslaging, maar hield zorgvuldig zijn plannon verborgen. Onverwacht gaf hij aan generaal Serrnrior hot hevel de blokkade van Mantua op te breken; de kanonnen, die niet vervoerd kondon worden, worden onhruikbaar gemaakt en het kruit in 't water geworpen. Het lot van Italië stond op hot spel en Napoleon riep alle beschikhare troepen te hulp. Het gevocht bij Lonato, waar Augoreau overwinnaar hleef, deed de kans ton goede koeren, Quasdanowitsj week voor de onstuimige Franschen. Kort daarop
verloor AVuviuscv den 1 iloodi^'cn slni? van Castig'lione on tvok zich naar den Kant van Tirol terit^. Doch Bonaparte^ zal hem oj) de hielen en guiule den niaarschalk geen oogcnhliis rust; vei'^eels heproci'de hij door sluw herekende niarscheu aan de \(M'\oiling te ontkomen, maar de Fransehe veldheer liet zijn spoor nic*!. los, joeg hein na langs hergen en hossehen en overwon hem in (h liardnokkige gevechten hij Roacredo lt;gt;0 Hassano. 1 en einde raad quot;wierp AVnrmser zich weer in de vlakte en snelde naar Mant na, waar hij met lóOOO man, het overschot van zijn nitgepnt leger,
een schuilplaats zocht.
Maar spoedig hracht Oostenrijk een nieuw leger in het veld onder de bevelen der generaals DavidoAvitsj en Alvinzi. Mantua
Averd opnieuw door de* Franschen gehlokkeerd, die de stad trachtten uit te hongeren. Vergeefs deed het garnizoen herhaalde uitvallen, zij Averden met verlies teruggeslagen ; de cavalerie-paarden moesten hij gebrek aan levensmiddelen geslacht worden en de hospitalen vulden zich met soldaten, liet dapper garnizoen gaf echter den moed niet op, want Davidowitsj kwam!
Hoewel ühmaparte Napels tot een wapenstilstand had gedwongen, hoewel Genua hem schatting betaalde en Arenetié zich met kwalijk verborgen spijt onzijdig hield, was hij niet zonder zorg omtient
den afloop van den strijd.
âHet geheele leger is uitgeput van vermoeidheid,quot; schreci hij den l i'1011 October 17(.K) naar het Directoire, âde soldaten hebben geen schoenen meer; ik heb het leger naar Verona gebracht, waar het juist is aangekomen. Misschien zal Italië ons spoedig ontvallen. Geen enkele hul]), die wij verwacht hadden, is aangekomen. Ik doe mijn plicht, het leger doet den zijnen ; mijn hart
bloedt, maar mijn geweten is gerust. Stuur mij hulp, stuur spoedig hulplquot;
Maai' Napoleon zou ook zonder de met zooveel aandrang ge-vraagde liulp den ongel ij kou strijd tegen hot aiaohtige Ooston-rijkscho loger durven wagen, ou nog donzolt'dei; avond, dat hij dien brief sohreef, galquot; hij bevel tot den opmarsch.
L it loOOO man van de divisies JNEassoua en .Vugoreau bestond de gohoolo krijgsmacht der Franschou; zell's dc ziokop hadden de hospitalen vorlatcai om aan don strijd doel te runnen. De dapperen morden togen do regeering, die bon aan bun lot overliet; er hoorschto geen opgewektheid in hunne go lederen; zij gevoelden dat zij don dood to goinoet gingen.
Do vijand boi'ovordo liassano en maakte zich moestor van do heide oevers dor Hronta, waarna iiij op Verona aanrukte om zich te vorooiiigen met de ()lt;)slonrijkscbe logoraldooliiigen, die in Tirol stonden. l{onaj)arto. (rok met zijn legertje langs do oevers der htscli, liet bij Hduco oen schipbrug slaan en trok over do rivier. Hij liet dorp Aroolo, dat door oen rogiinent Croaton en oenige ILongaarscho rogimonton bezet was, had hot beslissend trolTon plaats. Arcole lag midden in een moeras, waarvan de Franschou de uitgostrektheid en do diepte niet kenden. Don goheolon dag wenl (!lt;gt; voorhoede van hun leger door don vijand opgehouden; do kleine, smalle brug, die over don Alpon naar hot dorp voerde, word door do Oostourijksoho kauonnon letterlijk schoongeveegd. A^orgo^el's beproeven de grenadiers de brug in stormpas over te trekken, doch zij worden mot groote verliezen teruggeworpen. Do onstuimige Aiigoreau grijpt hot regiments vaandel en draagt het voorop, door zijn mannen gevolgd; maar hot hoofd der kolonne
- 37 â
wordt neergeschoten, de mnnschappen aarzelen en de dappere generaal, die den anderen oever reeds bijna lieel't bereikt, ziet zich verplicht op zijn schreden terug te koeren. Tot allen prijs moest die brug worden genomen of een omweg van verscheidene mijlen zou noodig zijn. Bonaparte stijgt van zijn paard, grijpt op zijn beurt een vaandel en snelt te midden van een dichten kogelregen de brug op, onder den uitroep: âSoldaten, zijt ge dan niet meerde overwinnaars van Lodi!quot; Onder luid geschreeuw volgen de soldaten hun veldheer, die hen zoo dikwijls ter zege heeft gevoerd. Launes, hoewel reeds gewond, snelt hem na en wordt door drie nieuwe wonden buiten gevecht gesteld; Muiron, adjudant van Napoleon, stort doodelijk getrolTen neer, terwijl hij zijn meester met zijn lichaam dekt; zijn bloed spat den opperhevelhehber in het gelaat. Heeds is het einde der brug bijna bereikt, maar een nieuwe losbranding der Oostenrijkers brengt verwarring in de gelederen der i'ranschen; Bonaparte wordt van de brug gedrongen, valt in het moeras en wordt met levensgevaar door zijn soldaten aan den kant gebracht. âIk voer het bevel niet meer over Fransehen,quot; snauwde hij hun toe, verbitterd over het mislukken zijner poging.
De avond begon te vallen, de overtocht van den Alpon was op dat punt onmogelijk.
Des nachts vlamden groote vuren langs de oevers der Etsch; daardoor verborg Bonaparte den marsch zijner soldaten, die op eenigen afstand een brug over de rivier sloegen. Den volgenden morgen werd het gevecht met nieuwe woede hervat. De Franscben veroverden na bardnekkigen tegenweer Arcole en brachten den strijd over naar de smalle wegen, die door de moerassen liepen en waar de vijand zijn groote overmacht niet ontwikkelen kon.
â 3s -
Spoedig ondorvond Alvin/i het nadeelige zijner stelling en twee al'deelingcn van zijn leger werden door de Emnsclien in de moerassen gejaagd. Maar nog was hij in staat met kans op goeden uitslag den strijd voort te zetten. Den volgenden dag behaalde hi j zeli's belangrijke voordeden en de overwinning wankelde, totdat een krijgslist der Eranschen aan den driedaagschen slag een einde maakte. Vijf en twintig ruiters en twaalf trompetters wisten langs een grooten omweg de achterhoede van het Oostenrijksche leger te bereiken; plotseling klonk uit twaalf trompetten het signaal tot den aanval, en de vijand, in den waan gebracht dat hij in den rug door een talrijke ruiterij werd besprongen, verloor alle bezinning en sloeg in verwarring op de vlucht.
De overwinning hij Arcole verwekte te Parijs de levendigste geestdrift, en hoezeer het Directoire ook naijverig was op den roem van Bonaparte, was hot wel gedwongen, voor het uiterlijke althans, in de algemeene vreugde te deelen. Van de weinige oogenblikken rust, die hem werden gegeven, maakte de opper-hevelhebber intusschen een schitterend gebruik. De Cispadaansche en Transpadaansche republieken werden gesticht, de Alpen van roovers gezuiverd, met Napels een verdrag gesloten, Corsica heroverd en de verzwakte kaders van het Fransche leger versterkt met versehe troepen, die in de nieuwe republieken gewonnen werden.
Maar met den slag hi j Arcole was het pleit nog niet beslecht. De heldhaftige verdediging van Mantua door den ouden Wurmser deed in Oostenrijk de harten ontvlammen; versehe troepen kwamen zich onder de bevelen stellen van Alvinzi om Mantua te ontzetten. Zelfs Paus Pius VI, die door de troepen der republiek
in zijn staten bodnng'd werd, sickle (JOOD man bcsclnkhaav. Den 1 l.1'quot;quot; Januari IT'.)? werd de OosttMinjksclie krijii.Ninaclil bij llivoli vefjdettci'd; de l'r:iiis( hen stonden een tey.ii (wee, maar alles zwiclitte voor hun onstuimi^eu aanval en het vijandelijk geschut was machteloos le^en de da])])eren van Alassiaia en Jouhei't, de hidden van den da^', die ondiM' de o ^'en van [bonaparte wonderen van moed verrichtlen.
JJonaparte, wien gedurende het gevecht twee paarden waren doodgeschoten, droeg .IomIxm'I de vervolu'ing van Alvinzi op, terwijl hij zeil' generaal i'i-ovei-a Ie gemoet snelde, die met geforceerde marschen Maidua Ie hulp kwam. Rij la Favorite leverde de l'Vansche vtddheei' hem een heslissenden slag, waarhij deOoslen-i'ijker, aan alle zijden ingesloten, gedwongen werd de wapens neer te leggen ; vergeefs heproel'de Wurntser zijn vi iendiMi te hulp te komen; hij werd me( groote verliezen in de slad teruggedreven. Den 2''quot;quot; Februari wapperde de Kransche vlag van de wallen van Maulua, de dappere \Vurm.-.er had een eervolle eapilulalie he-(longiMi en de l'Vanscheii waren meester van llali(quot;'.
In nauwelijks tien maanden lij.1 hadden zij vier groote legers op de vluchl gedreven. Uonaparle had aan hel liool'd van zijn !)(j.OOà man, waarbij in den loo[) van den veldtocht slechts 2ü.()()â ) man aanvullings- en verslei-kingslroepen kwamen, JJO.OOO l'iëmon-teezen en meer dan 200.000 Oostenrijkers overwonnen, er meer dan 00.000 van gevangen genomen en oO.OOO gedood ol' gewond in zestig gevechten en twaalf groote veldslagen. Is het wonder, dat geheel Knropa op den jongen generaal de oogen gericht hield, als vermoedde het de groote dingen, die de toekomst voor hem had weggelegd.
â 4U -
Hot hol' van Home had tot don oorlog besloten, liever dan de vcrnedcM'ende voorwaarden van het Directoire aan te nemen. De geest, die de l'Vansehe regeering' bc/iclde, l)Iijkt genoeg uit een vertrouwclijkcn hricl', dien lionaparte van haar ontving. Daarin luidde het: âDe Koomsche godsdienst zal altijd de onverzoenlijke vijand zijn der repiihliek, vooreerst uit zijn wezen en ten tweede omdat zijn volgelingen en hedienaars aan de republiek nooit de slagtin zullen vergeven, door haar aan het fortuin en liet aanzien der eersten en aan de vooroordeelen en gewoonten der laatsten toegebracht, liet Directoire noodigt u uit, alles te doen wat mogelijk is om het gezag van den Pans te vernietigen en de heersehappij dei' priesters hatelijk en verachtelijk te maken.quot;
()|gt; aandoenlijke wijze werd Pius VI door zijn volk gesteund; de oude Llomeinsche adel deinsde voor geen enkel olVer terug; de kardinahMi, de prelaten, de prinsen en de rijke burgers der Tiherstad boden aan het oorlogscomité hun trekpaarden aan, waardoor er meer dan twee duizend voor het transport der artillerie en der bagage beschikbaar kwamen. Maar Colli, die het pauselijk leger connnandeerde, kon de Pranschen niet tegenhouden; in negen dagen tijd versloeg Honaparte het leger van l'ius VI en maakte zich van een groot gedeelte zijner staten meester. De doortocht der Kranschen te Loreto herinnerde aan den inval der barbaren van vroeger eeuwen. De kerk, waar het Heilig Huisje van Nazareth zich bevindt en waar voor millioenen aan schatten door den godsdienstzin der geloovigen was bijeengebracht, werd geplunderd; Honaparte stuurde er twee millioen van naar Parijs alsmede het wonderbeeld der Madonna en alle relu|uieën.
De overwinnaar wilde echter niet tot Home voortrukken; liet
was alleon zijn bodoeling den Paus schrik aan te jagen en Item ^0 ot' 80 millioen af te persen, die de overwonneling l)ij het verdrag van Tolentino aan de Pransche republiek moest betalen, benevens de voornaamste kunstwerken uit de museums en kerken van den Kerkelijken Slaat.
Meester zijnde van Italië, dacht Bonaparte er aan, Oostenrijk o]) eigen grondgebied te gaan bestoken; de verovering van Weenen was het verlokkende droombeeld van den jongen held.
Een vijfde Oostenrijksch leger werd in het veld gebracht om de nederlagen der keizerlijke troepen te wreken; het werd aangevoerd door aartshertog Karei, een der bekwaamste veldheeren van Duitschland, die aan den llijn met roem tegen de republiek gestreden had. I?ij zijn aankomst te Weenen werd hij als de redder van Oostenrijk begroet en schitterende feesten werden te zijner eere aangericht alvorens hij zich aan bet hoofd des legers ging stellen.
Bonaparte, die belangrijke versterkingen had ontvangen, rukte hem over de Norische Alpen tegemoet; aan generaal Joubert gaf bij bevel zich van Tirol meester te maken en Victor kreeg in last over de veiligheid van Italië te waken en vooral de onbetrouwbare republiek Venetië in bedwang te houden.
liet was nog volop winter en dichte sneeuw bedekte de Alpen, maar niets hield de troepen van Bonaparte tegen, die tegen alle vermoeienissen en alle ontberingen waren gehard. Den 10Maart sloeg bij den aartshertog aan de Tagliamento nabij Frioul en maakte zich van een reeks gewichtige posten meester, steeds verder op Oostenrijksch grondgebied doordringend. Joubert Aran zijn kant bemachtigde Tirol en sloot zich aan de Drave bij het
- 42 -
leger van zijn opperbevelliebber aan. Den 7l,en April kwamen de Franselien te Leoben; zij waren nog sleehls dertig mijlen van Weenen verwijderd.
Ondertusschen nam Venetië tegenover Frankrijk een vijandige houding aan. Italië was overwonnen, maar niet onderworpen; de boeren liepen te wapen en maakten op de Franscben als op wilde dieren jacht de soldaten werden vermoord in de hospitalen van Verona, en Venetië ondersteunde die oproerige beweging, terwijl generaal Victor nauwelijks in staat was de bevolking te beteugelen. Bonaparte werd van den toestand onderricht en besloot wraak te nemen over de verraderlijke republiek.
De krijgstocht tegen den dapperen aartshertog had den Fransehen duur gekost, vooral Joubert had in den strijd met de Tiroolsche bergbewoners veel volk verloren; daarentegen was het Oostenrijksche leger nog sterk genoeg om aanvallenderwijze op te treden. Bonaparte alleen wist over hoe weinig hulpmiddelen hij kon beschikken en begon aan den vrede te denken. Ook aartshertog Karei verlangde den vrede; de naam alleen van zijn tegenstander verspreidde schrik en ontzetting te Weenen, waar de komst der Franscben iederen dag werd verwacht.
Den IS'1quot;quot; April werden te Leoben de voorloopige vredesvoorwaarden geteekend, die door het Directoire werden bekrachtigd.
Nu was voor Venetië het uur der straf geslagen; den 20-quot;quot; Mei rukte op bevel van Bonaparte, een Franscb leger de stad der lagunen binnen en werd een einde gemaakt aan het bestaan der vroeger zoo machtige republiek.
Te Campo Formio, een dorp nabij Udine, werd tussehen Bonaparte en Oostenrijk over den vrede onderhandeld; maanden
- 43 -
en maanden wisten de sluwe Oostenn jksclie dijilomaten do onderhandelingen te rekken, waaraan eerst een einde kwam toen de overwinnaar bedreigingen liet liooren. Den 17quot;1quot; October 17(.gt;7 werd de vrede geteekend, die' beide partijen blt;;vredigdo. Frankrijk kreeg België en een gedeelte van Italië; de Cisalpijnsclie republiek werd erkend en baar grondgebied uitgebreid, en van zij a kant stond Bonaparte, ondanks het uitdrukkelijk verbod van Barras, de stad Venetië aan Oostenrijk af. De roemrijke veldtocht in Italië was geëindigd, en Bonaparte, wiens tegenwoordiglieid in het schiereiland niet meer gevorderd werd, keerde naar Parijs terug.
HOOFDSTUK 111.
])K IIKi;i) VAN I TA M K. NAAK 11 KT LA ND DKU l'l IJ A MIDEN.
oimjmvtc's veis naar l'rankrijk was een ware triomftocht; overal verdrong hel volk ziclt om liem to zien. Den .V'1'quot; Decomlx'r kwam hij in alle stille te Parijs aan. Aroor de regeering was liij alk'sbehalve welkom; de vijl' directeurs van liet liiixem-burg waren zoo klein in vergelijking van den jongen generaal, die rijken gesticht en aan koningen de wet had gesteld en wiens roem hun geringe populariteit geheel in de schaduw stelde.
Toch moest het Directoire wel besluiten om de overwinningen te vieren; de 10lie December 17i)7 werd daarvoor bestemd.
liet paleis het Luxemburg werd voor de leest viering in gereedheid gebracht; alle hooge staatslichamen, alle autoriteiten van Parijs, de vreemde gezanten en een groote menigte toeschouwers kwamen bijeen om van de ontvangst van Bonaparte getuige te zijn.
Onder het gedonder van het geschut werd Honapavte, gekleed in de eenvoudige unirorm van bet leger van Italic1, door Tallev-rand de schitterende vergadering binnengeleid en aan het Directoire voorgesteld. Stormachtige toejuichingen begroetten den held,
die tc midden van al de pracht en praal, waarmee de vijf directeurs zich hadden omgeven, tot zich alleen aller oogen trok.
De sluwe Talleyrand, een afvallig bisschop, maar scherpzinnig staatsman, hield een met zorg bewerkte toespraak, die als een voorspelling was van Bonaparte's toekomstige verheffing.
Daarop nam de generaal zelf het woord, waarna hij het vredesverdrag van Campo-Formio aan het Directoire overhandigde.
Barras, de president van het Directoire, antwoordde met een lange, vervelende redevoering en omhelsde ten slotte den overwinnaar van Ttali^, hierin door de andere directeurs gevolgd.
Dat vricudschapshewijs bracht een glimlach op de lippen van velen der aanwezigen; zij wisten hoe zwak en ellendig de regeering was en hoe zij vreesde voor de macht en den invloed van den man, wiens groote daden zij verheerlijkte en die zich ongetwijfeld van zijn kracht was bewust.
Nog tal van feesten ter eere van den jongen held van Arcole en Lodi volgden elkander op; maar Bonaparte was voorzichtig, bij begreep dat bet Directoire met leede oogen zijn triomfen aanzag, dat die mannen, die meer aan zichzelf dachten dan aan bet welzijn des lands, bevreesd waren door hem opzij gedrongen te worden. Om hun geen aanstoot te geven, verscheen bij meermalen niet hij de feestelijkheden, die te zijner eer werden aangericht ; trok zich terug, wijdde zich aan de studie en prikquot; helde daardoor des te meer de verbeelding des volks. Het Instituut koos hem tot lid in de afdeeling Werktuigkunde en daardoor achtte de jonge bevelhebber zich niet weinig gevleid.
In den stillen kring van zijn gezin, door eenige getrouwe vrienden omringd, ontwierp hij ondertusschen de stoutste plannen
- 40 -
voor de toekomst. De rust in de hoofdstad walgde hem, hij kende het volk genoeg om er niet op te vertrouwen, en verachtte de mannen van het Directoire. âTk lieh alles beproefd,quot; zeide hij, âmaar ze willen van mij niets weten. Ik zou ze omver moeten werpen en mij koning maken, maar daar valt nog niet aan te denken; de adellijken zouden het nooit gedoogen; ik heb bet terrein gepeild, de tijd is nog niet gekomen, ik zou alleen staan.quot;
11 ij wendde zijn blikken naar het Oosten, naar het gebeiin-zinnige land aan den Nij 1; daar was voor hem roem te behalen, misschien een koningskroon.
IIij stelde voor met een leger naar Egypte te gaan, daar de IVansche heerschappij te vestigen en Engelands invloed in het Oosten den genadeslag toe te brengen. Een aanleiding tot het bezetten van Egypte was gemakkelijk te vinden: de Mamelukken, dir onder hunne bey's het land overheerschten, hadden Eransche kooplieden uitgeplunderd, en de sultan van Turkije was onmachtig om zijn gezag over zijn roofzuchtige onderdanen te handhaven.
liet Directoire nam Bonaparte's voorstel aan, het was blijde van dien mededinger ontslagen te zijn en liet hem volle vrijheid in het uitrusten der expeditie.
Een leger van .'5(5.()()() man onder bevel der generaals Berthier, Kleber, Dessaix, Menou, Lannes, Murat, Davoust en vele anderen werd ie Toulon bijeengebracht, alsmede een sterke vloot onder commando van admiraal Bruyès; ook de wetenschap zou partij trekken van den verren tocht, en een aantal geleerden op allerlei gebied sloten zich bij de expeditie aan.
Den 12ll'u April 1798 werd Bonaparte officieel tot opperbevelhebber van het leger benoemd en den 8s,equot; Mei kwam bij te
Toulon. quot;Hij een scliittoiriHlc waponscliouw in^, in togemvoonliglund van .losóphino ^cIioikUmi, verlevendigde liij den moed zijns legers door een toes])raal\, die den (liepsten indruk niaal\te.
âSoldaten!quot; riep liij uil, âweet, dat gij nog niet genoeg gedaan hebt voor het vaderland en dat liet vaderland nog niet genoeg gedaan lieel't voor n . . . . De Uomeinsehe legioenen, die gij nn en dan liebt nagevolgd, maar nog niet geëvenaard, bestreden Cartbago o]) deze zee en in de vlakte van Zama. De overwinning verliet ben nooit, omdat zij voortdurend dapper waren, geduldig in de vermoeienissen, onderworpen en eendraebtig.
âSoldaten! Europa lieel't de oogen op u gevestigd, ü,ij liebt groote dingen te doen !quot;
Alvorens scbeep te gaan, w ist bij nog door een daad van gezag en onafbankelijkbeid zieb de adding van alle weidenkenden Ie verwerven. Kort voor zijn aankomst te I onion w as aldaar een grijsaard van meer dan SO jaren doodgeseboten; de bloedige wetten tegen de uitgewekenen werden nog in al haar strengheid gehandhaafd. Terecht was Bonaparte verontwaardigd, dat het Directoire dergelijke gruwelen liet voortbestaan en schreel daarover een hel'tigen briel' aan de militaire rechtbanken van Tonlon.
âIk spoor u aan, burgers,quot; zoo besloot hij, âom lederen keer als de wet grijsaards van meer dan zestig jaren ol vrouwen voor uw rechtbank brengt, te verklaren, dat gij te midden van den strijd de grijsaards en de vrouwen uwer vijanden hebt geëerbiedigd.
âDe militair, die een doodvonnis teekent tegen een persoon, ongeschikt de wapenen te dragen, is een lalaard.quot;
Door dien brief redde hij een ongelukkige het leven en verwierf zich den bijval van het leger.
Den 19'len ^Fci, den .SOquot;'6quot; Eloréal volgens de republikeinsche tijdrekening, stak de Arloot in zee. Zij bestond uit meer dan 500 schepen, Avaaronder 100 groote en kleine oorlogsvaartuigen, waarvan de Orient, een linieschip van 120 kanonnen, de admiraalsvlag voerde.
Eerst na twintig dagen kwam Malta in zicht en na een kort, onbeduidend gevecht gaf Ferdinand van llompesch, de grootmeester der ridders van Sint Jan, aan wie het eiland toebehoorde, het laatste bolwerk der orde aan de Eranschen over.
Bonaparte legde er een bezetting en zette de reis naar Alexandrië voort.
De gedwongen rust aan boord van het admiraalschip wist de geniale legeraanvoerder op nuttige wijze door te brengen. Dikwijls vergaderde hij eenige geleerden met zijn generaals en liet hen verschillende wetenschappelijke punten hespreken, waarbij hij zelf eenige personen aanwees om de door hem gekozen stelling te bestrijden of te verdedigen; somtijds werd de woordenwisseling tamelijk heltig, maar Bonaparte kwam nooit tusschenheide en daardoor leerde hi j de verschillende karakters zijner ondergeschikten kennen. Naderhand zou hij er partij van trekken bij het verdeelen der commando's.
In den morgen van den ls,en Juli stond de opperhevelhebher op de brug van de Orient in gesprek met den vlootvoogd en eenige generaals. Spoedig zou de Afrikaansche kust in zicht zijn, en inderdaad, na weinige uren rees onder het gejubel des legers een grijsblauwe streep uit de golven op en vertoonde zieh de hooge zuil van Pompejus. De vloot bevond zich in de nabijheid Aan Alexandrië.
Napoleon.
â 49 -
4
Tot tweemaal toe was Bonaparte gelukkig aan div Engelselie vloot ontsnapt, die in de Middcllandsehe Zee kruiste, en nil vrees van overvallen te worden gelastte hij admiraal Hrnyrs onmiddellijke ontscheping.
13e admiraal aarzelde. â De zee staat hol,quot; zeide hij, âde schepen kunnen de kust niet dicht genoeg naderen, de soldaten moeten in de booten overstappen, ik sta voor de gevolgen niet in.quot;
Bonaparte werd ongeduldig. âAdmiraal,quot; zeide hij op den korten, afgemeten toon, die hem zoo eigen was, âadmiraal, wij hehhen geen tijd te verliezen. De fortnin geei't mij maar drie dagen; als ik er geen gebruik van maak, zijn we verloren.quot;
De ontscheping ging met de grootste moeilijkheden gepaard; aan touwen moesten de soldaten zich in de sloepen neerlaten en hun sprong nemen, wanneet' de sterke golfslag het kleine vaarl nig langs boord had gebracht.
In den nacht van den ls,equot; op den 2'lBquot; Juli kwamen de troepen aan land, in een dorre vlakte op drie mijlen afstand van Alexandrië. De soldaten der voorposten zagen in de verte witte gedaanten heen en weer vliegen op kleine, magere paarden: het waren de Bedoeïnen der woestijn. Xu en dan losten zij een onschadelijk geweerschot, maar zoodra de Franschen aanvallendenvijs optraden, verdwenen zij met de snelheid des bliksems, zich verhergend achter de minste onregelmatigheden van het terrein.
Om drie uur in den ochtend gaf de bevelhebber het teeken tot-den opmarsch naar de stad van Alexander. De Bedoeïnen bleven op eerbiedigen afstand rondom het leger zwerven; slechts enkele achterblijvers vielen in hunne handen, zij sloegen hun het hoofd af en namen het als een zegeteeken mee. De inneming van
- ü() -
Alexandria volgde na een gevecht van slechts weinige uren; de bevolking was ket juk der Mamelukken moede en velen zagen de Franschen als bevrijders binnenrukken. Aanstonds stelde Napoleon de Muzelmannen gerust door hun te verzekeren, dat hun godsdienst en gebruiken zouden worden geëerbiedigd en reeds te voren bad bij aan het leger in dien geest dquot; stelligste bevelen gegeven.
Xa ecu oponthoud van slechts weinige dagen werd bevel gegeven naar Cairo, de hoofdstad des lands, op te rukken; Kléber zou als bevelhebber in de pas veroverde stad achterblijven.
Brandend beet schoot de zon haar stralen neer over de onafzienbare vlakte, die bet Franscbe leger moest doortrekken; niet de minste verkwikking wachtte den uitgeputten soldaat, die zich nog niet gewend bad aan het heete klimaat van Egypte. Spoedig ontstond gebrek aan drinkwater, en de weinige putten, op groote al standen van elkaar in de wildernis gegraven, waren door de Arabieren met zand en steenen gevuld. In snellen marsch trok het leger voort om zoo spoedig mogelijk betere oorden te bereiken. Plotseling blonk in de verte een kristalhelder meer; statige palmen wuifden hunne kruinen in de diepblauwe lucht; de soldaten slaakten kreten van vreugde, de doffe oogen straalden helderder, zij verhaastten hun stap, daarginds immers wachtte hun rust en verkwikking. Doch naarmate zij naderden, slonk bet aanlokkelijk beeld van bosch en water als een nevel weg in de lucht. Wat zij gezien hadden, was niets dan een bedrieglijke luchtspiegeling, eigen aan de woestijn, en voor de oogen der afgematte, teleurgestelde manschappen strekte zich weer de eindelooze vlakte uit met al hare dorheid en al haar verschrikking. Diepe neerslachtig-
â 51 â
lieid maakte zich van de soldaten meester. Was dat dan de krijgstocht, waarvan hun zooveel vas voorgespiegeld en dien zij met zooveel opgewektheid hadden aanvaard? Zij vielen bijna neer van den dorst en aan alle x ij den was het leger omringd door een dichten wolk van Arahiemi, onbereikbaar op hunne vlugge paarden en die de achterblijvers omneedoogend vermoordden.
In het dorp Damanhoer weid bet hoofdkwartier gevestigd in de woning van den sjeik. Gebouwd in den trant der Turksche woningen, stak het door zijn heldere witheid gunstig at' bij de overige huizen. Daarbinnen beerschte echter de schrikkelijkste wanorde, er was geen enkel ongeschonden meubel te vinden. Bonaparte trad binnen, gevolgd door zijn adjudant van dienst, den jeugdigen Croisier, zijn secretaris Bourrienne en eenige hoofd-ofticieren; het verwonderde liem, zoo zonderling ontvangen te worden, want hij wist dat de sjeik een rijk man was.
âHoe komt het, dat uw woning er van binnen zoo armoedig uitziet?quot; liet hij hem door zijn tolk vragen.
Ue oude Muzelman schudde bet hoofd met den langen, witten haard, maar vermeed te antwoorden.
Bonaparte hield aan; hij verzekerde den man, dat hij niets hoefde te vreezen en wist eindelijk zijn vertrouwen te winnen.
âEenige jaren geleden,quot; verhaalde de grijsaard, âliet ilv mijn woning herstellen en kocht eenige meubels. In Cairo kwamen ze het te weten en vroegen mij geld, omdat die uitgaven bewezen dat ik rijk was. Ik weigerck, maar werd mishiïndeld en gefolterd zoolang tot ik betaalde. Sinds dien tijd schaf ik niets aan dan wat ik dringend noodig bel) en laat ik niets meer aan mijn woning herstellen.quot;
â 52 â
Aldus was liet bestuur, dat de Mamelukken in Egypte uitoefenden; ieder, die iets bezat, werd het slachtoffer hunner plunderzucht.
Nauwelijks had Bonaparte zijn kamer betrokken of eenige Arabische ruiters, in hun lange fladderende mantels, kwamen onder de oogen van den opperbevelhebber de Eranschen uitdagen. Door het open venster zag de generaal al hunne bewegingen en bewonderde de zekerheid, waarmee zij hun vurige rossen bestuurden. Eindelijk bad het spel naar zijn zin lang genoeg geduurd. âCroisier,quot; zeide liij tot zijn adjudant, âneem eenige manschappen en jaag dat canaille weg.quot;
Een oogenblik later reed Croisier met vijftien ruiters de vijanden te gernoet; een kleine schermutseling volgde, die Bonaparte door het venster gadesloeg. Op onstuimige wijze deden de Arabieren den aanval, en de Franscben, die in de minderheid waren, trokken voorzichtig terug. ])e bevelhebber werd woedend over de aarzeling en het talmen van zijn adjudant. âVooruit dan! Val aan!quot; schreeuwde hij, alsof Croisier hem in de verte hooren kon. Eindelijk, na een vrij hardnekkig gevecht, reden de Arabieren weg, zonder verliezen te hebben geleden en zonder in bun aftocht verontrust te worden.
Nu kende de woede van den generaal geen grenzen meer en met een stroom van verwijten overstelpte hij den ongelukkigen adjudant, die weenend, met den zakdoek voor de oogen, de kamer verliet.
Langzamerhand bedaarde de toorn van Bonaparte.
âCa hem eens achterna,quot; zeide hij tegen Bourrienne, âen zie hem wat te troosten.quot;
Maar Croisior was ontroost haar, hij was door zijn generaal een lafaard genoemd. âIk kan het niet overleven,quot; zeide hij, âik laat mij doodschieten hij de eerste gelegenheid de hestc, ik wil niet onteerd hl ij ven.quot;
Eenigen tijd later vond liij den dood hij het heleg van Akka.
Na tal van ontherin^cn bereikte het leger de oevers van den Nijl; het vertrouwen keerde terug in het hart van den soldaat; hij hevond zich nu in een hetere streek, van alles ruimschoots voorzien, en bovendien had hij het vooruitzicht zich te meten met de Mamel ukken, van wier rijkdom en schitterenden moed hij zooveel fantastische verhalen had gehoord.
Na een vrij ernstig gevecht hij Sjéhreis rukte Napoleon op Cairo aan, eenige verstrooide henden Arabische ruiterij voor zich uit drijvend. Aan den voet der piramiden, nahij het dorp Giseh, wachtte hem een talrijk leger Mamel ukken onder de hevelen van den dapperen Moerad-hey, wiens troepen nog waren versterkt door ontelbare horden uit het diepst A an Egypte en de Arabische woestijn. Ihrahim-hey, met Moerad een der machtigste heerschers van Egypte, was te Cairo gebleven om het einde van den strijd af te wachten. Onder het spelen der krijgsmuziek marcheerde het Eransche leger langzaam de zandige vlakte op, die zich aan den voet der piramiden uitstrekt; in de verte ontvouwden zich de gelederen der vijandelijke ruiterij in haar schitterende Ooster-sche kleederdraclit; het zonnelicht fonkelde in het blinkende staal der kromzwaarden, wild fladderden de roode of groenzijden mantels over de blinkende krijgsrokken der Mamelukkcn en daarnaast vormden een scherp contrast de witte of gestreepte burnoes van de 13edoeïnen der woestijn.
Bonaparte begreep, dat hij tegenover die wilde, ontembare vijanden, grootendeels nit rniterij bestaande, een gelieel andere taktiek moest volgen dan tegenover do Europeescbe legers, te meer daar bet terrein bem slecbts weinig beschutting bood. Hij beval zijn leger zes carré's te vormen met gesehut op de hoeken, en in het midden moest de cavalerie post vatten om het geschikte oogenblik tot den aanval af te wachten.
l)e trommen roffelden, de trompetten schetterden, langs alle rangen klonken de commando's der officieren en in een oogenblik bood het Fmnsebe leger een groot vierkant, in zes afdeelingen geplitst, dat van alle zijden den vijand een haag bajonetten toekeerde.
De vi janden zagen met verwondering de bewegingen der Eranschen aan; die saamgedrongen hoopjes soldaten zouden spoedig onder hunne kromzwaarden vallen.
Een oogenblik vóór den aanval wendde Napoleon, tier op zijn schimmel gezeten, zich tot zijn soldaten, en met de hand naaide piramiden uitgestrekt, riep hij: âDenkt er aan, dat van den top dier piramiden veertig eeuwen op u neerzien!quot; Die weinige woorden waren genoeg om de soldaten in geestdrift te ontvlammen; zij zouden zich hun ouden roem waardig tooncn en wachtten met kalmle den aanval af.
Eensklaps kwam het vijandelijk leger in beweging; onder luid geschreeuw stormde de l'lgx ilt;i ische rniterij op de Eransche carré's aan; de grond dreunde onder den boefslag der duizenden paarden en te midden der dichte stofwolken II ik korde als bliksemlicht het staal van zwaarden en speren. De Eranschen lieten ben naderen tot binnen het bereik hunner gew eren en toen volgde een ratelend
snolvu^Mâ¢, dat don dood zaaide in de rijen des vijands; paarden en hnn berijders sloegen tegen den grond, die achterna kwamen vlogen met machtigen sprong over hun gevallen hamei aden heen om op hunne beurt neer te ploften, en de weinigen, die door de vuurlinie heen braken, liepen te pletter tegen den muur van bajonetten. Vergeefs dwarrelden zij als een stofwolk rondom de carry's; aan alle zijden vonden zij denzelfden gordel van ijzeren vuur en in razenden galop keerden zij terug naar het punt van uitgang, waar zij hun gehavende gelederen herstelden.
Gelijk een vloedgolf, die op de rotsen verbrijzeld wordt en een oogenhlik later terughonst op dezelfde klip, zoo hervatten de Egyptische ruiterscharen in blinde doodsverachting den aanval; maar dezelfde tegenstand wachtte hen; hun moed en vertwijfeling baatten niets tegenover de kalme taktiek hunner tegenstanders, en onverbiddelijk werden zij neergeschoten of vonden den dood aan de spits der bajonet. Plotseling openden zich de Franscbe gelederen en in gesloten drom viel Napoleon's ruiterij op de in verwarring gebrachte Mamelukken aan. Dat was het einde van den strijd; door zijn getrouwen omringd, vluchtte Moerad-bey, zoo snel zi jn Arabische hengst hem kon dragen, van het slagveld weg en voerde de resten van zijn geslagen leger naar Opper-Egypte, terwijl Ibrahim met eenige verstrooide benden uit Cairo de wijk nam naar Syrië.
Ofschoon de vloot der Mamelukken, die in den Xij 1 nabij het leger geankerd lag, in vlammen was opgegaan, behaalden de Eranschc soldaten onnoemelijken buit, en nog dagen lang vischten zij in den stroom naar de lijken van verdronken Mamelukken, om ze van hunne kostbaarheden te berooven.
De slag bij do piramiclon liet den ovenvinnaav den weg naar Cairo vrij, waar iiij weldra zijn zegevierenden intocht hield.
Heeds van uit het kamp hij Giseh had Bonaparte een genist-stellend schrijven gericht aan de bewoners van Cairo. De sjeiks hadden hem hnn onderdanigheid hetnigd en de weinige Manie-lukken, die in de stad waren achtergehleven, hoden insgelijks hun onderwerping aan. Staande voor het paleis van Moerad-bey nam Bonaparte de hulde in ontvangst der tiere krijgers, die met slaafsche gedweeheid o}) Oostersche wijze zich voor hem neerbogen in het stof; maar veel bloed zou er nog vloeien voordat de Fransche veldheer ook hun stamverwanten aan zijne voeten zou zien.
Slechts 2S dagen had de veldtocht geduurd (gt;11 reeds kon Bonaparte zich gaan wijden aan de beschikkingen voor het bestuur van het veroverd gebied; doch eerst moesten de gevaarlijkste vijanden der Pranscben, Moerad en Ibrahim, uit de omgeving van Cairo verwijderd worden. Terwijl Desaix in Opper-Hgypte Moerad-bey vervolgde, rukte de opperbevelhebber na een veertien-daagsche rust tegen Ibrahim op, versloeg diens leger in den bloedigen slag van Saheleb en wierp hem op El-A rich terug.
liet Fransche leger was vermoeid van den strijd en de lange marschen, die het achter den rug had, en genoot volop van de rust na de overwinning. Snel ging de zon onder en wierp een bloedigen schijn over de eindelooze vlakte, waar nog de lijken lagen der gesneuvelde Mamelukkeu en nu en dan een verminkt paard met klagend gehinnik den kop verhiel' als om zijn makkers te volgen, die ginds aan den woestijnrand verdwenen Avaran. Bonaparte, die zijn intrek genomen had in een kleine woning.
was ondanks de behaalde zegepraal van de somberste gedachten en voorgevoelens vervuld en betreurde met innige deelneming het lot van zijn adjudant, den jongen Sulkowski, die in den strijd zwaar was gewond. Toen de avond gevallen was, meldde een adjudant de komst van een renbode uit Cairo, door generaal Kléher nit Alexandrië afgezonden. Oogenblikkelijk begreep de bevelhebber dat er ernstig nieuws op handen was.
Zijn voorgevoel had hem niet bedrogen: de bode bracht de tijding, dat de heele Fransche vloot op de reede van Aboekir door de Engelsehen was vernield. De dapperheid van Jhnyès, die aan boord van zijn schip den dood had gevonden, kon niet opwegen tegen zijn krijgskundige fouten en de Engelsche admiraal Kelson had van de ongunstige stelling der Franschen meesterlijk partij getrokken om aan de Fransche marine in het Oosten een onherstelbaren slag toe te brengen.
Een geweldigen indruk maakte die ramp op Kapoleon; al zijn plannen en berekeningen vielen in duigen, aan zijn leger was de terugkeer naar Frankrijk afgesneden en van aanvullingstroepen ontbloot, zou hem de strijd tegen den overmachtigen vijand zwaarder en moeilijker worden. Haastig keerde hij naar Cairo terug; de soldaten morden en zagen de toekomst donker in, de generaals waren ontevreden, er openbaarden zich onder hen teekenen van verzet, zoodat Bonaparte zelfs met den kogel moest dreigen.
Hij begon met in Cairo een geregeld bestuur in te stellen en achtte het daarbij meer dan ooit noodzakelijk, de Muzelmansche bevolking voor zich te winnen; de imans en de sjeiks omga!' bij met allerlei eerbetoon, hij liet het leger deelnemen aan de feesten.
van den Tslam, o. a. aan liet feost van het wassen van den Nljl, dat met on gewonen luister werd gevierd, doch hij won slechts weinig aanhangers. Met vrees, maar ook met innerlijke verachting, zagen de Muzelmannen neer op den geweldigen Sultan des Ynurs, gelijk Bonaparte in de bloemrijke taal der Arabieren werd genoemd. Ue Christen bevolking, die op den steun der Franschen had gerekend, liet hij aan haar lot over; nu de gemeenschap met Frankrijk verbroken was, meende de hevelhebber alle middelen te moeten aanwenden om zich de vriendschap der Muzelmannen te verzekeren.
Meer roem verwierf hij zieli door de instelling van liet Egyptisch Instituut, waar de geleerde Monge voorzitter van werd en dat tot doel bail het land en zijn monumenten te bestudeeren.
Nog geen drie maanden was Napoleon met zijn hervormingen bezig, toen plotseling bet bericht kwam, dat Turkije a»n het Directoire den oorlog bad verklaard; allerlei geruchten gingen er onder de Muzelmannen rond en de bevolking nam een vijandige bonding aan; de Franschen versterkten Cairo, wat nog meer de woede des volks prikkelde.
Den 21squot;'quot; October brak plotseling een geweldige opstand uit. Yan de minaretten der moskeeën riepen de muezzins de geloovigen te wapen tot verdediging der stad en der Muzelmansche heiligdommen. Driehonderd Franschen, waaronder generaal Dupuy, die door een lanssteek getroffen werd, vonden bij het oproer den dood; twee dagen lang hielden de muiters den strijd vol, eerst den derden dag, toen alle tegenweer hopeloos was en de opstandelingen in de groote Moskee waren overgeleverd aan de kanonnen van generaal Domniartin, kwamen de sjeiks hun onderwerping aanbieden.
â uo -
til ij
Bonaparte behandelde hen met veel toegevendheid en na de rnst te hebben hersteld, maakte hij zieh gereed tot de verovering van Syrië, waar de woeste Djezzar-pas ja allerlei gruwelen pleegde. Eerst echter maakte Inj een reis naar de landengte van Suez, waar de monniken van den berg Sinaï hem een bezoek brachten, en trok vandaar naar de bronnen van Mozes.
Weinige dagen later zou hij aan het hoofd zijns legers dezelfde streken doortrekken. De verovering van Syrië was hem onontbeerlijk voor het behoud van Egypte; was dat land in zijne macht, dan stond de gelegenheid voor hem open om de Engelschen in hun Indische bezittingen te bestoken en aan iiun heerschappij in het Oosten den genadeslag toe te brengen.
Zonder veel inspanning bemeesterden de Franschen de vesting El-Arich, joegen een leger van Abdallah, een der generaals van Djezzar, uiteen en rukten (Jaza binnen. De nabijheid der heilige plaatsen maakte diepen indruk op de soldaten, die zich sedert hun verblijf in Egypte zoo weinig om den godsdienst hadden bekommerd; zij spraken van Jerusalem, van den Calvarieberg, waarvan zij slechts weinige mijlen verwijderd waren, doch om redenen van krijgskundigen aard zag Napoleon zich verhinderd de II. Stad te bezoeken en voerde zijn leger naar Jaffa, waar Abdallah zich met zijn troepen verschanst had. De Christen bevolking, voor de wraak der Muzelmannen beducht, had haar toevlucht gezocht in bet Kransche kamp. Om de stad te sparen, werd er een pa-rlementair met vredesvoorwaarden heengezonden, maar een kwartier was nauwelijks verstreken of de afireslaeen hoofden van den officier en den trompetter verschenen, aan pieken gestoken, op de twee hoogste torens der stad. Dit maakte de
s
lij
.NI li!
r
1
HU
⢠ll Mi
â
ifi
m
i
lil
f
f§
i m
ijl
m
f
1
fli 1 t ilfei
61 â
Eransclien woedend en oogenblikkelijk werd bevel tot bomliar-deeren gegeven.
]?ij dit beleg liep de Eransebe o])perbevelbel)ber bet grootste gevaar. Terwijl hij, op de bedekking van een batterij staande, aan kolonel Lejenne met den vinger naar do uitwerking van bet geschut wees, sloeg een kogel zijn bood weg, maar doodde den kolonel, dio achter hem stond en grooter van gestalte was. Bonaparte behield al zijn koelbloedigheid. âDat is al den tweeden keer,quot; zeide hij dien avond, âdat ik het leven dank aan mijn lengte van vijf voet en twee duim.quot;
, Spoedig moest de stad zich overgeven en werd tot straf voor haar verzet geplunderd.
Een gruwelijke daad van wreedheid wierp echter een schaduw op de overwinning.
Door bemiddeling der adjudanten Boauharnais, Bonaparte's stiefzoon, en Croisier hadden omstreeks vier duizend Arnauten en Albaneezen zich onder beding van lijfsbehoud overgegeven. De bevelhebber verheelde zijn ontevredenheid daarover niet. Wat moest bij met die groote menigte gevangenen. beginnen ? Ze voeden kon hij niet, want het leger had zelf gebrek aan levensmiddelen; om ze naar Egypte to zonden, ontbraken de middelen van vervoer, en liet hij ze in vrijheid, dan zouden zij aanstonds de gelederen des vijands gaan versterken. Drie dagen lang werd er over het lot der gevangenen beraadslaagd en eindelijk viel het noodlottig vonnis: terdoodbrenging. ^let de banden op den rug gebonden werden zij aan den oever der zee doodgeschoten; den geheelen voormiddag knalden de geweren en klonken de wanhoopskreten der stervenden, maar de fusillade van Jaffa zou vreeselijk
â 62 â
0]) de Franschcn wovdcii gewroken: de post brak in lum leger uit en weldra lagen er zevenhonderd ziek in de hospitalen der stad.
Weldra sloeg net leger het beleg voor Akka (St.-Jean d'Acre), het oude l'tolomaïs, den sleutel van Syrië, waar Djezzar-pasja het
1)ev«,l voerde, ter zijde gestaan door den Hngelsehen commodore sir Sydney Smith en oen Frauseh uitgewekene, Lgt;héli})peaux, een gewezen studiemakker van Napoleon.
Voor het eerst zou de generaal hier het hoofd stooten; de stad was slecht versterkt, maar het Fransclie leger had gebrek aan zwaar geschut en de toezending daarvan was door de Engelschen verhinderd. Terwijl de soldaten van lionnparte tevergeefs wonderen van dapperheid deden om de stad te bemachtigen, sloeg Murat aan het hooid van !â¢()()() man 10.000 soldaten van den pasja van Damascus op de vlucht, maakte zich meester van al den krijgsvoorraad en rukte Tiberias binnen, welks rijkvoorziene magazijnen het Fransehe leger ruimschoots van leeftocht voorzagen. Een ander schitterend wapenfeit was de slag hij den berg Thabor, door Kleber niet behulp van Bonaparte gewonnen.
Kort daarna woonde de opperbevelhebber een plechtig Tc Den ui hij in het klooster te Nazareth; het Allerheiligste was uitgesteld in een zee van licht en de bruisende tonen der muziek, die feestelijk door de ruimte schalde, herinnerden hem aan den godsdienst zijner jeugd; diepen indruk maakte die plechtigheid op zijn gemoed en nog vele jaren later zou hij zich dat treffend oogenblik herinneren.
1 ntusscben had het beleg van Akka reeds aan drie duizend Franschen het leven gekost ; Napoleon was in zijn trots gekrenkt, te meer daar hij met belegeringsgeschut de stad in weinige dagen
zou bedwongen hebben. âDe kleinste omstandigheden,quot; zeide hij later op Sint-Helena, âslepen de grootste gevolgen niet zich; als Akka gevallen was, liad ik het aanschijn dei* aarde veranderd.quot;
Maar God, die over de daden der menschen beschikt, had het anders gewild; Napoleon had een andere roeping te vervullen: niet Azië, maar Europa zou het tooneel zijner groote daden zijn.
Twee en zestig dagen had de belegering geduurd, acht bestormingen en twaalf uitvallen hadden plaats gehad, toen Bonaparte het bevel gaf het beleg op te breken. Onder een vreeselijke beschieting, die den vijand in den waan moest brengen, dat de E ransel ten een nieuwen aanval gingen wagen, begonnen zij midden in den nacht den terugtocht. Groote transporten zieken werden voornitgezonden naar Cairo, maar de pest maakte nog tal van slachtolTers, en velen moesten hulpeloos achterblijven, daar de uitgeputte soldaten geen kracht hadden hen te dragen en geen lastdieren genoeg aanwezig waren, hoewel alle paarden van het leger, zelfs die van den opperbevelhebber, tot het vervoer der zieken en gewonden werden gebruikt.
In een klooster te Haifa bezocht Bonaparte de pestlijders, die daar bun einde wachtten; haastig liep bij door de zalen, maar de meesten berkenden niet eens hun bevelhebber. In het hospitaal van Jall'a moesten eveneens verschillende gewonden en pestzieken worden achtergelaten; de woeste borden van Djezzar zaten de Pranscbeu op de bielen en om te verhoeden, dat de lijders onder de martelingen des vijands zouden bezwijken, werd bun uit een verkeerd begrip van medelijden vergif toegediend, dat aan hun vreeselijke kwelling een einde maakte.
De tocht door de woestijn ging met de zwaarste ontberingen gepaard; herhaaldelijk plaagde de bedrieglijke luchtspiegeling de
- -
afgematte manschappen en hun geest van ontevredenheid bedaarde eerst, toen in de verte de koepels en minaretten van Cairo zichtbaar werden.
Bonaparte had zich in de Egyptische hoofdstad doen voorafgaan door een bulletin, waarin hij zijn tegenspoed verbloemde en de nederlaag als een overwinning' beschreef. âIk breng vele gevangenen en vaandels mee,quot; zeide hij. âIk heb bet paleis van Djezzar en de wallen van Akka met den grond gelijk gemaakt, er blijft geen steen op den andere. Do inwoners hebben de stad verlaten en Djezzar is zwaar gewond.quot;
J)e generaal wist, hoezeer het noodig was zijn nederlaag als een overwinning voor te stellen, wilde hij den zijnen den moed niet benemen; ook in later tijd zou hij herhaaldelijk dergelijke middelen aanwenden.
Ieder oogenblik werd er een Tursch leger in Egypte verwacht om de Franschen te verdrijven, en weinige dagen na den terugkeer van het Syriseb expeditie-korps kwam inderdaad het bericht, dat een sterke Tnrksche vloot bij Aboekir troepen aan wal had gezet. Bonaparte bevond zich bij de piramiden met een commissie van geleerden; in een oogwenk over/ag hij den omvang van het gevaar en oogenblikkelijk gaf hij zijn voornaamste generaals bet bevel naar Aboekir op te rukken, üen 25sl',n Juli 1799 werd ter plaatse, waar eenige maanden geleden de Eransche vloot was vernield, die nederlaag bloedig gewroken. Het machtige Turksche leger onder bevel van Moestapha, den pasja van llomelië, werd uiteengeslagen. Door de behendige krijgsbewegingen der Eranschen werden de Turksche krijgers meer en meer naar de zee teruggedrongen, het kanonvuur bliksemde hunne rijen neer en wanhopig
â G6 â
stortten zij zich in de golven, waar er 10.000 den dood vonden.
In geen lien maanden had--Bonaparte tijding van het Directoire ontvangen, zijn verwachtingen in Egypte waren teleurgesteld en daarom vatte hij het plan op, naar Frankrijk terug te keeren. Uit Engelsche bladen vernam hij de gebeurtenissen in Europa en oordeelde het tijdstip gunstig om in Frankrijk de regeering te gaan aanvaarden. âIk zal,quot; zeide hij, âdien troep advocaten uiteenjagen, die mij voor den gek houden en onbekwaam zijn de republiek te besturen.quot;
Den 2 lslequot; Augustus,- na aan generaal Kléber het opperbevel te hebben overgedragen, ging hij 's avonds om 7 uur te Alexandria scheep en twee uur later stak het kleine flotielje in zee, dat hem met vijl'bonderd gezellen naar het vaderland bracht. Als door een wonder ontsnapte hij aan de Engelsche kruisers, die de Middellandscbe Zee bewaakten, maar God had hem bestemd om in Europa groote dingen te doen en den i)equot; October zette hij te Fivjus, aan de zuidkust van Frankrijk, voet aan wal.
afgematte manschappen en hun geest van ontevreilenlieid bedaarde eerst, toen in de verte dc koepels en minaretten van Cairo zichtbaar werden.
Bonaparte had zich in de Egyptische hoofdstad doen voorafgaan door een bulletin, waarin hij zijn tegenspoed verbloemde en de nederlaag als een overwinning beschreef. âIk breng vele gevangenen en vaandels mee,quot; zeide hij. âIk heb het paleis van Djezzar en de wallen van Akka met den grond gelijk gemaakt, er blijft geen steen op den andere, üe inwoners hebben de stad verlaten en Djezzar is zwaar gewond.quot;
De generaal wist, hoezeer het noodig was zijn nederlaag als een overwinning voor te stellen, wilde hij den zijnen den moed niet benemen; ook in later tijd zou hij herhaaldelijk dergelijke middelen aanwenden.
leder oogenhlik werd er een Tursch leger in Egypte verwacht om de Eranschen te verdrijven, en weinige dagen na den. terugkeer van het Syrisch expeditie-korps kwam inderdaad het bericht, dat tien sterke Turksche vloot bij Aboekir troepen aan wal had gezet. Bonaparte bevond zich bij de piramiden met een commissie van geleerden; in een oogwenk overzag hij den omvang van bet gevaar en oogenblikkelijk gaf hij zijn voornaamste generaals het bevel naar Aboekir op te rukken. Den 25st('quot; .1 uli 1799 werd ter plaatse, waar eenige maanden geleden de Eransche vloot was vernield, die nederlaag bloedig gewroken. Het machtige Turksche leger onder hevel van Moestapha, den pasja van llomelië, werd uiteengeslagen. Door de behendige krijgsbewegingen der Eranschen werden de Turksche krijgers meer en meer naar de zee teruggedrongen, het kanonvuur bliksemde hunne rijen neer en wanhopig
â 06 â
stortten zij zich in de golven, waar er 10.000 den dood vonden.
In geen Hen maanden had--Bonaparte tijding van het Directoire ontvangen, zijn verwachtingen in Egypte waren teleurgesteld en daarom vatte hij het plan op, naar Frankrijk terug te keeren. Uit Engelsche bladen vernam hij de gebeurtenissen in Europa en oordeelde het tijdstip gunstig om in Frankrijk de regeering te gaan aanvaarden. âTk zal,quot; zeide hij, âdien troep advocaten uiteenjagen, die mij voor den gek houden en onbekwaam zijn de republiek te besturen.quot;
Den 2 l'slequot; Augustus, v na aan generaal Kléber het opperbevel te hebben overgedragen, ging hij 's avonds om 7 uur te Alexandrite scheep en twee uur later stak het kleine flotielje in zee, dat hem met vijfhonderd gezellen naar het vaderland bracht. Als door een wonder ontsnapte hij aan de Engelsche kruisers, die de Middellandsche Zee bewaakten, maar God had hem bestemd om in Europa groote dingen te doen en den S)equot; October zette hij te Fréjus, aan de zuidkust van Frankrijk, voet aan wal.
HOOFDSTUK TV
DE STA A TSGUEKP VAX 10 BUr^fA IUE. â TORTUKT VAN HOXAPARTE.
WEER NAAR ITALIÃ.
i'oote gebeurtenissen hadden in en buiten Fnuik rijk plaats ' gegrepen. Paus l'ius VI was op bevel van het Directoire uit Rome gevoerd en in harde gevangenschap gestorven. De Kerkelijke Staat was in een Lloineiusche republiek herschapen; aan den koning van Sardinië was Piëmont ontweldigd en de hertog van Toskane had zijn hertogdom verloren. De geweldenarijen der Eransche regeering en de hooge toon, dien haar gezanten op het congres van lladstadt aansloegen, hadden een nieuw bondgenootschap van Engeland, Rusland, Oostenrijk, Turkije en Napels ten gevolge gehad.
In het begin waren de Eransche wapenen gelukkig, doch spoedig volgde nederlaag op nederlaag. Aartshertog Karei versloeg de Eranschen in Baden en wierp hen over den Pijn terug; Masséna leed bij Zurich een bloedige nederlaag tegen de Oostenrijkers; de woeste Russische generaal Soewarow sloeg de Eransche legers in Noordelijk Italië en bevrijdde het schiereiland. Onder den schuts der Russische wapenen werd Pins VII te Venetië tot
â GS â
Paus gekozen t'ii in liet bezit zijnev staten gesteld ondanks het Directoire, dat in zijn blinden waan bad gemeend, dat bet einde van bet Pausdom nabij uas en dat er na Pius VI geen Opperpriester meer zou zijn. liet gelukte eebter den Eranscben generaal Prune bij bet dorp Castricum in Noord-Holland een aanval van Pussen en Engelseben af te slaan en eindelijk wist Masséna de nederlagen in Italië eenigermate te berstellen.
Pi Frankrijk zeil' was de toestand allerellendigst.
Men vermaakte zieb in den Pirectoire-tijd, maar de feestenen vermaken dienden sleebts om zoo mogelijk de wonden des lands te bedekken.
Het Directoire bestond uit Sieves, een afvallig priester, Poger Ducos, Gobier, Moulins, wedijverend in onbeduidendheid, en den wellustigen Barras, alle vijf onbekwaam om den snellen achteruitgang van 's lands zaken tegen te houden. De Uaad der Ouden en die der Vijfhonderd waren wantrouwig en naijverig op elkaar, terwijl zij alle vaste leiding misten en met lange redevoeringen en eindeloos gekibbel een kostbaren tijd verknoeiden. Het leger werd bestolen door de leveranciers; in de administratie beerschten de scbromelijkste misbruiken en de grootste wanorde; bet open-baai' crediet verminderde met den dag en allerwegen riepen ongebondenheid en openbare zedeloosheid toestanden in het leven, die aan het oude Pomeinsche rijk deden denken. Tot overmaat van ramp was bet Zuiden in opstand : de heldhaftige Vendée greep opnieuw naar de wapenen voor troon en altaar en vergat de geleden nederlagen; bet rooverswezen bloeide en werd met vrucht uitgeoefend tot onder de muren van Parijs en met dat al deed de regeering niets ; een mislukte poging om zich nog een
greintje populariteit te verschaffen was een verscherpte vervol ging van tien godsdienst en zijne bedienaren.
Is het wonder dat de groote meerderheid des volks reikhalzend uitzag naar verandering in het bestuur 'r
Plotseling komt de tijding, dat Bonaparte te Eréjus aan land is gestapt en niet geestdrift ontvangen Avordt. De hoop herleeft, allen zien in hem den bevrijder, den redder van Frankrijk.
Aix, Avignon en Lvon boden den ovenvinnaar bij zijn doortocht schitterende feesten aan: Parijs deelde in de algemeene vreugde en uit erkentelijkheid benoemde de Raad der Vijfhonderd Lucien Bonaparte, een broer van den held van Egypte, tot president zijner vergadering.
Daags na zijn aankomst in de Pransche hoofdstad bracht de generaal een bezoek aan den Directeur Gohier, die hem ten eten hield en beloofde dat bij hem den volgenden dag aan het Directoire zou voorstellen.
Bonaparte verscheen op het bepaalde uur; hij was gekleed in een eenvoudige blauwe jas, maar aan zijne zijde hing een prachtige Mamelukken-sabel, op Oostersche wijze aan een karmozijn-kleurigen zijden sjerp gedragen. Zoodra hij op het plein van het Luxemburg uit zijn rijtuig stapte, herkenden de soldaten van de wacht hun ouden bevelhebber en hieven luide den kreet aan: âLeve Bonaparte !quot;
Aan het Directoire voorgesteld, gaf Bonaparte verslag van zijn verblijf in Egypte. Hij zeide, dat hij het opperbevel over bet leger in handen gesteld had van een bekwamen generaal en naar Frankrijk was teruggekeerd, daar hij meende, dat de republiek in gevaar was, maar dat het hem verheugde haar gered te zien
- 70 -
door de heldenfeiten zijner wapenbroeders. En de hand aan het gevest van zijn sabel slaande riep hij uit: âNooit zal ik mijn zwaard trekken dan tot verdediging der republiek !quot; Gohier, de de president van het Directoire, beantwoordde hem met een redevoering en omhelsde hem broederlijk; maar voor Bonaparte was dat alles niets dan comedie en huichelarij, het Directoire was bang voor hem, hij verachtte het en was vast besloten een einde te maken aan het bestuur van dat vijftal om zichzelf in hun plaats te stellen.
De stille woning van Bonaparte in de rue Clmntereine, latei-de rue de la Victoire, word een verzamelplaats van ontevredenen, die niets liever wenschten dan bet Directoire en de grondwet van liet jaar III omver te werpen. De generaals hannes, Murat en Berthier, die hun opperbevelhebber uit Egypte naar Frankrijk waren gevolgd, en de meeste generaals van het leger van Italië waren op de hand van Bonaparte ; bovendien kon hij rekenen op Talleyrand, den gewezen bisschop van Autun, Iloederer, Cambacérès en vele anderen, die in de salons van Josephine minzaam werden ontvangen, terwijl de broers van Bonaparte, Joseph, Lucien en Lodewijk hun best deden om zooveel als mogelijk was invloedrijke personen voor zijn zaak te winnen.
Een der werkzaamste samenzweerders was een lid van het Directoire zelf, namelijk Sieves. De ex-abbé was slim genoeg om te zien, dat het bestuur der vijf koninkjes spoedig gedaan zou zijn, en ofschoon hij Bonaparte volstrekt niet lijden mocht, zocht hij toch met hem in aanraking te komen in de hoop hem op sleeptouw te nemen en aan het bewind te kunnen blijven. Bonaparte wilde aanvankelijk niets van hem weten, hij wan-
trouwde dien intrigant, en duldde hem ongaarne naast zicli; maar Talleyrand, die van oordeel was, dat de omwenteling zonder medewerking van den invloedrijken Sieves niet gelukken zou en overal een middel op wist, slaagde er in, beide mannen tot elkaar te brengen.
Earras, die voor eigen rekening druk intrigeerde en met de royalisten onderhandelde, werd zorgvuldig buiten bet complot gebonden ; lloger-Dueos werd door Sieyès overgehaald onder belofte van een aandeel te krijgen in de regeering, en de twee overige Directeurs, Moulins en Gohier, die steeds den mond vol hadden van hun gehechtheid aan de republiek, maar zich niet durfden vertoonen en met ongerustheid bet verloop der gebeurtenissen afwachtten, hieven aan hun lot overgelaten.
Yoor den grooten veldheer, die zich in al de lage en benepen intriges eener samenzwering wierp, was het spel nog ver van gewonnen. Er was een man in Frankrijk, die al zijn gangen bespiedde en al zijn plannen doorzag; die man was Pouché, het hoofd der Fransche politie, een oud-.lacobijn, koningsmoorder en de beid en verwoester van Lyon. Een oogenhlik was Bonaparte voor hem bevreesd geweest, maar Fonché liet hem vrij spel en onder verzekering, dat hij voor de l'arijsche politie instond, gaf Inj aan de handlangers van den generaal zelfs den raad, dat deze zich haasten zou.
liet plan van Sieyès was volgenderwijze beraamd: de alge-meene vergadering zou naar St.-Cloud verlegd en onder bewaking van Bonaparte gesteld worden; de Directeurs moesten hun ontslag nemen. Barras zou door beloften wel over te halen zijn eu Gohier en Moulins konden er desnoods toe gedwongen worden; in plaats
dor vijf (lirecteurs zouden drio consuls worden benoemd, Sieves, lionaparto en llog-cr-Ducos.
De Raad lt;ler Ouden was ter gunste van Bonaparte voldoende bewerkt; vim den kant der Vijfhonderd werd tegenstand verwacht, maaT Lucien Bonaparte was president dier vergadering en die omstandigheid was den samenzweerders gunstig.
l)en IS3quot;' Brumaire (9 November) nam de Baad der Ouden het besluit, dat de vergaderingen voortaan te St.-Cloud zouden plaats hebben en droeg aan Bonaparte op, de noodige veiligheidsmaatregelen te treffen, opdat de zittingen ongestoord voortgang zouden kunnen hebben. Oogenblikkelijk begon de generaal met het verplaatsen van aanzienlijke troepenafdeelingen, om die in tijd van nood bij de hand te hebben, en droeg aan zijn meest vertrouwde krijgsoversten de bewaking der gewichtigste posten op. Genemiil Lefebvre, die te Parijs hevel voerde over de 17'le divisie, begreep niet, waartoe die troepenverplaatsing diende en kwam bij Bonaparte op hoogen toon opheldering vragen.
âGeneraal,quot; antwoordde deze, âgij zijt een der steunpilaren der republiek; ik wil haar redden met u en haar bevrijden van de advocaten, dit» ons schoon Frankrijk ten gronde richten. Neem dezen degen, ik schenk hem u, ik voerde hem in den slag der PiramideiL!quot;
En eensklaps de partij van Bonaparte kiezend, riep Lel'ehvre opgewonden uit:
â.Ta, ilc zal u helpen met het wegjagen der advocaten.quot; Ondertnsscken namen Sieyès en Uoger-Dueos als directeur luin ontslag; Ibarras, die door de gebeurtenissen overvallen werd, volgde hun voorbeeld, maar (Johier en Moulins wilden lt;gt;1' in den beginne
â 73 â
niet van weten. Bonaparte hield zieli vertoornd. âWat hebt gij gedaan,quot; riep liij luin toe, âmet dat Frankrijk, dat ik zoo bloeiend lieb aebtergelaten? Ik lieb vrede acbtergelaten, en illt; vind oorlog; ik lieb overwinningen acbtergelaten, en ik vind tegenspoed; de millioenen van Italië, en ik vind onrechtvaardige Avctton en ellende. Wat is er geworden van de 100.000 Eranscben, die ik kende als de deelgenooten van mijn roem? Zij zijn dood.quot;
Ziende, dat alle tegenstand nutteloos Was en dat zij desnoods met geweld tot aftreding zonden worden gedwongen, legden ook de twee laatste Directeurs bun ambt neer.
Den 19'lequot; Brumaire vergaderden de Raad der Ouden en der Vijfhonderd in het kasteel van Saint-Cloud.
Niemand was gerust: hoop en vrees, twijfel en bezorgdheid maakten zich van allen meester ; de oningewijden in bet complot vroegen zich met ongerustheid af, waarom het Wetgevend Lichaam niet gebleven was te Parijs, waar bet op vele getrouwen en op bet garnizoen kon rekenen.
Om twee uur in den namiddag begon de Baad der Ouden zijn vergadering. Bonaparte trad de zaal binnen, gevolgd door Bertbier, en werd tot de zitting toegelaten. Zijn plan was, de aanwezigen op de hoogte te brengen van den toestand ; maar de man, die o]) bet slagveld, met den dood voor oogen, door zijn taal de soldaten wist te bezielen, kon thans geen woorden vinden; hij sprak met overhaasting, op genielijken toon, in korte, duistere zinnen. Het was hem aan te hooren, dat hij niet gewoon was voor een vergadering op te treden; bij aarzelde bij de minste onderbreking en verviel in noodelooze herhalingen. 11 ij beschuldigde de Directeuren Barras en Moulins van een samenzwering
â 74 â
togen de vrijheid (liet gewone praatje van alle samenzweerders uit dien tijd), verklaarde dat liij de regeering zou aanvaarden, maar dat liij weer zou aftreden zoodra de republiek was gered.
De vergadering kon uit zijn woorden niet wijs worden en de voorzitter verzoold hem, zich duidelijker uit te drukken. Hierop raakte hij nog meer van streek; stamelend herhaalde hij zijn beschuldiging en daarop plotseling een besluit nemend, verliet l'ij eensklaps de zaal. waar intusschen de grootste opschudding heerschte en de kreten weerklonken : âLeve Bonaparte !quot; of âLeve de grondwet!quot; naar gelang den geest, die de schreeuwers bezielde.
Toen de generaal buiten gekomen was, gaven de toejuichingen zijner grenadiers hem weer zijn kalmte en tegenwoordigheid van geest terug. Doch het moeilijkst gedeelte zijner taak restte hem nog, namelijk den val van het Directoire te gaan melden aan den Baad der Vijfhonderd.
Sinds de opening van die vergadering, die in de Orangerie zitting hield, heerschte er tegen Bonaparte de vijandelijkste stemming. âWeg met den dictator! leve do grondwet! de grondwet of de dood !quot; werd er geroepen te midden der onheschriji'elijkste wanorde. Vergeefs trachtte Lucien Bonaparte, de voorzitter, de gemoederen tot kalmte te brengen; op voorstel van den algevaardigde Grand-Maison werd er nog in der haast trouw gezworen aan de constilutie van het jaar UT, waarna het rumoer opnieuw begon.
De generaal, die buiten van alles geregeld op de hoogte werd gehouden, oordeelde eindelijk het oogenblik gekomen om de zaal binnen te gaan; voorzichtigheidshalve nam hij echter eenige grenadiers mee. Dat veroorzaakte oogenblikkelijk eenig gemompel,
maar weldra weergalmde op liet gezicht der soldaten luide de kreet: âWeg met den tiran!quot; Bonaparte beproefde te spreken, maar kon zich niet verstaanbaar maken; verschillende afgevaardigden verlieten hun bank en omringden hem mot dreigende gebaren.
âEr uit! er uit!quot; schreeuwde men van alle kanten. âBuiten de wet!quot;
Bonaparte was geheel uit het veld geslagen. De kreet : âBuiten de wet!quot; was zoo velen, die machtiger waren dan hij, noodlottig geweest. Hij was doodsbleek en wankelde, en steunend op den arm zijner grenadiers ging hij naar buiten.
Vergeefs beproefde lAicien het gedrag van zijn broer te vergoelijken; het geschreeuw hield aan, er werd stemming geëischt om den generaal buiten de wet te stellen. Daarop legde Lueien zijn tog'.i en de teekenen van zijn voorzitterschap neer en verliet de vergadering na al het mogelijke te hebben gedaan om voor Napoleon tijd te winnen.
Deze had er gebruik van gemaakt; op het binnenplein was hij te paard gestegen en had zijn soldaten meegedeeld, dat men hem naar het leven had gestaan.
Sieyès bevond zich daar ook; voorzichtigheidshalve hield deze echter een rijtuig gereed voor het geval dat de zaken niet het gewenschte verloop mochten hebben. IFij begreep zeer goed, dat zijn leven van het gelukken der onderneming afhing, en gelukte zij niet, dan was hij besloten zicli zoo snel mogelijk uit de voeten te maken.
Bonaparte ging naar hem toe en zeide: ,,Ze hebben mij buiten de wet gesteld.quot;
maai' weldra weergalmde op het gezicht der soldaten luide de kreet: âWeg met den tiran!quot; Bonaparte beproefde te spreken, maar kon zich niet verstaanbaar maken; verschillende afgevaardigden verlieten hun bank en omringden hem met dreigende gebaren.
âEr uit! er uit!quot; schreeuwde men van alle kanten. âBuiten de wet!quot;
Bonaparte was geheel uit het veld geslagen. De kreet; âBuiten de wet !quot; was zoo velen, die machtiger waren dan hij, noodlottig geweest, liij was doodsbleek en wankelde, en steunend op den arm zijner grenadiers giug hij naar buiten.
Vergeefs beproefde Lucien het gedrag van zijn broer te vergoelijken; het geschreeuw hield aan, er werd stemming geëischt om den generaal buiten de wet te stellen. Daarop legde Lucien zijn toga en de teekenen van zijn voorzitterschap neer en verliet de vergadering na al het mogelijke te hebben gedaan om voor Napoleon tijd te winnen.
Deze had er gebruik van gemaakt; op het binnenplein was hij te paard gestegen en had zijn soldaten meegedeeld, dat men hem naar het leven had gestaan.
Sieves bevond zich daar ook; voorzichtigheidshalve hield deze echter een rijtuig gereed voor het geval dat de zaken niet het gewenschte verloop mochten hebben. Hij begreep zeer goed, dat zijn leven van het gelukken der onderneming afhing, en gelukte zij niet, dan was hij besloten zich zoo snel mogelijk uit de voeten te maken.
Bonaparte ging naar hem toe en zeide: ,,Ze hebben mij buiten de wet gesteld.quot;
âWelnu,quot; antwoordde Sieves, âzet ze buiten do deur.quot;
Die vingerwijzing was genoeg voor het onstuimig karakter van den jongen generaal; zijn leven stond op het spel, overwon liij niet, dan kon hij er zeker van zijn, den volgenden dag hot seliavot te beklimmen.
Op een wenk van hem stormde Murat met een bataljon grenadiers de vergaderzaal der Vijfhonderd binnen. Toen do afgevaardigden de gevelde bajonetten zagen, maakte zich een onbe-sehrijtlijke schrik van hen meester; in allerijl vluchtten /ij weg, de meesten klommen de ramen uit en ontdeden zich. zoo snel mogelijk van bun Romeinsche toga's, om door de soldaten van Bonaparte niet berkend te worden.
Nog laat in den avond kwamen een groot aantal leden van den Raad der Ouden, versterkt met een dertigtal aanhangers der
' O O
omwenteling uit den Raad der Vijfhonderd bijeen, om een glimp van wettigheid te geven aan den staatsgreep ; zij verklaarden het Directoire afgeschaft, ontnamen aan een groot getal afgevaardigden, wier republikeinsche gevoelens zij duchtten, hun mandaat, en benoemden een voorloopig bestuur van drie consuls, Sieyès, Roger-Dneos en Bonaparte, die in banden der vergadering den gevorderden eed allegden.
Ruim een maand bleven de voorloopige consuls aan het bewind ; in dien tusscbentijd werd een nieuwe grondwet ontworpen, volgens welken het gezag zou berusten bij een eersten consul, door twee mede-consuls ter zijde gestaan ; zi j werden gekozen voor den tijd van 10 jaren.
Eerste consul werd Bonaparte en hem werden toegevoegd Cambacérès en Lebrun; Sieyès, die voor zich de eereplaats had
gehoopt, zag zich deerlijk teleurgesteld; Bonaparte, die van den ex-abhé niets te hoopen of te vreezen had, zette hem gewoonweg op zijde en duldde hem nauwelijks als mede-consul. De samenzweerder begreep maar al te wel, dal hij tegen Bonaparte, die het leger achter zich had, niet was opgewassen; als mede-consul een ondergeschikte rol te spelen, kwam hem niet zeer aanlokkelijk voor en daarom bedankte hij liever voor de eer. Met zijn scherpe opmerkingsgave had hij spoedig het karakter van Napoleon doorgrond, en kenschetsend zijn de woorden, die hij tot de staatslieden zeide, die den eersten consul kwamen gelukwenschen. âZonder het te weten,quot; sprak hij, âhebhen wij de republiek vermoord; wij hebben een meester gevonden, die alles wil doen, die alles kan doen en alles mag doen !quot;
Het Fransche volk was er niet rouwig om, bet Directoire te zien vallen. Wuft en verblind door roem, hoopte het onder den held van Italië en Egypte een betere toekomst te zien aanbreken. De wetgevende macht berustte bij een senaat en een Wetgevend Lichaam van 300 leden; het derde staatslichaam, het Tribunaat, dat over meer invloed beschikte dan de beide vorige, zon echter
O
weinig jaren later worden opgeheven, toen het den eersten consul te lastig werd. Bij dezen berustte feitelijk alle gezag.
Aanstonds gaf hij in zijn bestuur van groote talenten blijk. Bijna met geheel Europa was Frankrijk destijds in oorlog; oogen-blikkelijk begon Bonaparte aan Engeland vredesvoorstellen te doen, maar zij hadden niet het gewenschte gevolg. Gelukkiger was hij bij den llussischen keizer. Een aantal llussisclie soldaten, die in den Zwitserschen veldtocht waren gevangen genomen, werden, van kleederen en wapens voorzien, in vrijheid naar hun
land teruggezonden; ezaar Paul à was getroffen door die edelmoedige daad, hij riep zijn legers naar llusland terug en maakte zieh los van het verhond tegen Frankrijk.
Maar de grootste moeilijkheden wachtten Napoleon in het hinnenlandsch bestuur, waar alles in wanorde was. Om zich den steun van alle partijen te verzekeren, vereenigde hij de voornaamste revolutie-mannen en uitgewekenen rondom zijn persoon, schafte het feest van den 21s,cn Januari af, waarop de dood van Lodewijk XVI werd gevierd, en nam tal van gewichtige besluiten tot regeling der administratie, tot herleving van het crediet en tot betere rechtshedeeling, en legde den grondslag van den beroemden Code Napoleon. Ter gedachtenis van Pius VI, die het vorig jaar op 82-jarigen leeftijd te Valence in ballingschap gestorven was, lieten de consuls een plechtige uitvaart houden en erkenden daardoor, tot vreugde van de overgroote meerderheid der bevolking, ot'lieieel den godsdienst, die door de revolutie zoo lang en zoo bloedig was vervolgd.
De pers werd aan banden gelegd en aan de soldaten, die zich verdienstelijk hadden gemaakt, eerewapens uitgereikt ; dat was de eerste stap tot het breken met de republikeinsche gelijkheid en het instellen van een ridderorde. Om echter de republikeinen niet van zich te vervreemden, liet Bonaparte met veel praal een beeld van Brutus in de Tuileriën plaatsen en het leger 10 dagen lang rouwen om den dood van den grooten Washington, den grooten republikein, den grondlegger der Amerikaansche onafhankelijkheid.
De eerste consul, die voorloopig het Luxemburg had bewoond, koos zich spoedig de Tuileriën tot verblijf. Tn plechtigen stoet begaf hij zich daarheen, door een ontzaglijke volksmenigte uit-
- 80 -
binidig toegejuicht. De republikeinsclie zinnebeelden en roode mvitsen, die in overvloed de muren ontsierden, werden verwijderd en een hofstaat gevoerd, die aan het oude koningschap herinnerde. De woeste republikeinen werden allengs getemd in de salons van Josephine, een meer verfijnde toon verving in de samenleving de ruwe republikeinsche vormen en de titulatuur van burger en burgeres geraakte meer en meer in onbruik.
O o
Aan den opstand der Vendée werd een einde gemaakt: aan het hoofd van 00.000 man trok generaal Erune naar bet Westen, maar de regeering was machtig genoeg om zachtheid te stellen in plaats van de onverbiddelijke gestrengheid der Conventie; er werd onderhandeld, de Vendéescbe aanvoerders legden de wapens neer en ontbonden hun troepen, en er lieerschte vrede aan beide zijden van de Loire.
Tn den eersten tijd van Bonaparte's consulaat werd het huwelijk voltrokken zijner drie zusters : Carolina Bonaparte huwde met generaal Murat, Elise met een eenvoudig officier, genaamd Baccochi, en Pauline werd de echtgenoote van generaal Leclerc.
De bekwaamste schilders en beeldbouwers hebben de trekken van Napoleon nagebootst, en toch is er volgens Bourrienne, die als secretaris van Bonaparte elf jaar lang in diens naaste omgeving heeft verkeerd, geen enkel portret van hem, dat een sprekende gelijkenis vertoont. De schilders slaagden er in zijn vooruitspringenden schedel, zijn hoog voorhoofd met den legendarischen haarlok, zijn bleek gelaat en de peinzende uitdrukking van zijn oogen weer te geven; maar de beweeglijkheid van zijn blik lag buiten het bereik der navolging. Die blik gehoorzaamde aan
Napoleon.
ü
â 81 â
zijn wil met tie snelheid des bliksems; in een minuut tijds was «ijn oogslag levendig en doordringend, nu eens zacht, dan streng, nu vreeselijk, dan weer streelend.
Bonaparte had mooie handen, lijn en blank als die eener vrouw; als bij in den tuin wandelde of de kamer op en neer ging, had hij ze meestal op den rug gekruist; bij liep een weinig voorover en bad daarbij de gewoonte met den rechter scbon-der te trekken.
's Morgens om zeven uur liet iiij zicb wekken, maar 's nachts verlangde bij zooveel mogelijk met rust gelaten te worden. âKom 's nachts zoo weinig mogelijk in mijn kamer,quot; zeide bij tegen zijn secretaris. âMaak mij nooit wakker als gij een goede tijding hebt ontvangen; met een goede tijding is er geen haast. Maar als gij slechte tijding hebt, moet gij mij oogenblikkelijk wekken, dan is er geen oogenblik te verliezen.quot;
Zoodra hij was opgestaan, kwam zijn bediende hem scheren en kappen en ondertusscben las zijn secretaris hem de kranten voor. De Eransche bladen boezemden Bonaparte weinig belang in. âSla maar over,quot; zei hij, âik weet wat er in staat, ze zeggen alleen wat ik hebben wil.quot; Meer belang stelde bij in de Duitsche en Engelsche kranten. Na toilet gemaakt te hebben begaf bij zich naar zijn kabinet om eenige loopende zaken af te doen en gebruikte om tien uur een matig ontbijt, na afloop waarvan bij nog eenige oogenblikken met zijn omgeving in gesprek bleef. Zijn ambtgenoot Cambacérès stond goed bij hem aangeschreven en dikwijls bad Bonaparte met hem een langdurig onderhoud; toch behoorde deze tot een categorie van personen, die Bonaparte oprecht verfoeide en die hij kortweg koningsmoorders noemde, om-
- 82 -
dat zij bij het proces van Lode wij k XVI voor den dood des konings hadden gestemd. Cambacérès moest zich hierover menige bittere spotternij laten welgevallen. Somtijds nam Bonaparte hem vertrouwelijk bij hot oor en zeide : âMijn beste Cambacérès, ik kan er niets aan doen, maar uw zaak is uitgemaakt; als de Bourbons terugkomen, wordt ge zeker opgehangen.quot;
Den voormiddag besteedde de eerste consul verder met recepties, wapenschouwingen en bet afdoen van regeeringszakei;. Bonaparte vergenoegde er zich dikwijls mee, gedurende de uren, dat hij voor zijn schrijftafel zat, eenige brieven ol' brochures te lezen en den leuning van zijn prachtigen fauteuil met een pennemes te doorkerven. Was hij goed geluimd, dan begon hij met vreeselijk valsche stem een deuntje te zingen, maar ondertus-schen bleef zijn geest rusteloos werkzaam en vaak vormde bij de grootste plannen terwijl bij oogenschijnlijk met de nietigste dingen bezig was.
Om vijf uur werd liet diner opgediend en den avond in de vertrekken van .loséphine doorgebracht, gewoonlijk met een kleinen kring ministers en vertrouwelingen. Tegen twaalf uur of nog vroeger maakte Bonaparte aan de gezelligheid een einde door plotseling, al was het ook midden in een gesprek, op te staan met de woorden : âKom, wij gaan slapen,quot; waarop het gezelschap zich verspreidde.
Bonaparte, die zich als de redder van Frankrijk bad opgeworpen, was er van overtuigd, dat hij bet volk, dat de oogen op hem gevestigd liad, slechts door schitterende daden aan zich kon verbinden. âMijne macht,'' zeide hij, âhangt saam met mijn roem en mijn roem met de overwinningen, die ik behaald heb. Mijne
macht zou vallen als ik haar voor grondslag geen nieuwen roem en nieuwe overwinningen gaf. Wapengeweld heeft mij gemaakt tot wat ik ben, wapengeweld alleen kan mij staande houden.
Diep besef van zijn toestand spreekt uit deze woorden. De jacht naar roem en grootheid zou beginnen, zou worden voortgezet over de lijken van duizenden heen. Maar eenmaal toch moest er een grens komen aan zijn overwinningen en dan zou zijn val nog sneller zijn dan de opkomst van zijn glorie.
Nadat het land tot rust was gebracht en een geregeld bestuur in het leven geroepen, wendde Bonaparte al zijn krachten aan tegen de vijanden, die Frank rijks grenzen bedreigden, liet leger van Moreau, die de Oostenrijkers aan den llijn beoorloogde, werd op 100.000 man gebracht en ook de troepen in Italië, ombr bevel van generaal Masséna, ontvingen nieuwe versterkingen.
Maar een zware slag had Frankrijk in Egypte getroffen. Na het vertrek van Bonaparte was generaal Kléber met het opperbevel belast; de even bekwame als dappere krijgsman bevestigde de Fransche heerschappij door schitterende zegepralen; doch de haat der Muzelmannen tegen de Christen indringers bleef onverzwakt, de heilige oorlog werd door de Mohamedaansche priesters gepredikt en Kléber viel onder den dolk van een jongen, dweepzieken sluipmoordenaar. Zijn opvolger, generaal Menou, was onbekwaam zicli te handhaven, Engelsche troepen ontscheepten in Egypte en dwongen het Eransche leger te capituleeren.
Van de veroveringen in het Oosten, waarvan Erankrijk zoo o'roote verwachtingen had gekoesterd, bleef niets meer over dan de herinnering.
Het werd tijd voor Bonaparte om door een roemvol wapenfeit
op liet vasteland de eer der Fransche Arlag te herstellen; als bij too vers lag werd te Dij on een reserveleger op de been gebracht om Masséna in Italië te hulp te komen.
Te Genève nam de eerste consul het opperbevel over bet leger op zich en rukte op Italië aan; maar de Oostenrijkers, door Itali-aansche troepen versterkt, hadden alle toegangen tot de Alpen bezet.
Doch liet genie van den grooten veldheer kende geen hinderpalen, en over de met sneeuw on ijs bedekte toppen van den Sint-Bernard baande hij zich een weg. Het was een moeilijke tocht voor zijn leger; man voor man mancbeerde liet op de steile, glibberige bergpaden, langs peillooze afgronden been, en menig soldaat stortte in de diepte en viel op de rotsen te pletter. Met de cavalerie was het nog erger gesteld; de paarden werden schichtig op den moeilijken weg te midden der glinsterende sneeuw, en vaak moesten zij bij den teugel worden voortgesleept. Maar vooral de kanonniers hadden met bijna onoverkomelijke bezwaren te kampen; op bevel van Bonaparte w erden de kanonnen van de atVuiten genomen, in uitgeholde boomstammen gelegd en door tal van krachtige armen over de sneeuw voortgetrokken, terwijl de overige deelen van bet geschut en de raderen op de schouders der manschappen werden gedragen.
Dij het klooster op den Sint-Bernard wachtte het leger een aangename verrassing ; te midden van ijs en sneeuw genoten zij eenige uren rust en de goede monikken schepten er vermaak in, zelf de manschappen te bedienen van brood, wijn en kaas, dat de eerste consul had vooruit gezonden om aan zijne troepen uit te deelen. Bonaparte zelf trok het laatste den Sint-Bernard over, gezeten op een muilezel, die door een stevigen knaap uit
het gebergte werd geleid. De generaal droeg weer zijn grijze jas, waarmee hij in liet leger zoo bekend was; bij bad geen oog voor de grootsebe natuur, die bem omgaf, nocb voor de afgronden, die zieb aan zijno zijden openden; maar stil en nadenkend zat hij op zijn muildier met de gedachte bij het leger en den gevaarvollen veldtocht, dien bij ging ondernemen.
De knaap kende hem niet en zag hem aan voor een gewonen vreemdeling; om den stillen man afleiding te verscbafl'en, vertelde bij hem allerlei bijzonderheden uit zijn nederig bestaan en klaagde zijn leed, daar hij wegens zijn armoede niet kon trouwen met een meisje uit zijn dorp. Aan het klooster aangekomen sprong Ikmaparte van den muilezel, schreef een briefje en overhandigde bet den ezeldrijver met de boodschap, dat liij het bij den administrateur v;in het leger moest afgeven,
's Avonds kwam do jongen te Saint-Pierre terug en vernam tot zijn verbazing, wie de vreemdeling was, dien hij met zijn ezel over den Sint-llcruard had gebracht; maar nog meer stond hij verwonderd, toen hij op vertoon van zijn briefje een huisje kreeg en een akker en al wat hij maar verlangen kon om zoo spoedig mogelijk aan zijn hartewensch te voldoen.
Aan de overzijde van den berg wachtten den Fransehen nieuwe moeilijkbeden; de sterke citadel van het stadje Hardi versperde bun den doortocht en al hun pogingen, om bet hoog op een rots gelegen fort te overmeesteren, bleven vruchteloos. Tot allen prijs moest bet leger de stad doortrekken, doch het scheen onmogelijk, de zware kanonnen door de straat te vervoeren zonder de aandacht des vijands te trekken, die alle pogingen der Eranschen wist te verijdelen. Doch list schafte raad. De straten
-86-
der stad worden dik met stroo belegd, de raderen der kanonnen en nnmitie-wagens met hooi omwonden en in de stilte van den nacht, door diepe duisternis begunstigd, trok het leger door de stad. Nu keerde weldra de kans ten goede; de eerste leger-ai'deelingen van generaal Melas, den Oosteririjkschen opperbevelhebber, werden teruggeworpen en vol hoop rukten de overwinnende rranschen Italië binnen.
lleeds lang voordat de veldtocht begonnen was, had Bonaparte alle kansen berekend.
Nog te Parijs zijnde, in al de drukte der regeeringsbeslom-meringen, vroeg hij eens aan zijn secretaris:
âWeet gij, waar ik Melas verslaan zal?quot;
De secretaris zag verwonderd op.
âSpreid de kaart van Italic1 oens uit,quot; vervolgde Bonaparte, âdan zal ik het u wijzen.quot;
âKijk.quot; vervolgde hij, âdie arme Melas zal zijn weg nemen door Turijn en terugtrekken naar Alessandrië. Ik ga de Po over, ik achterhaal hem op den weg van Piacenza, in de vlakten van de Scrivia, en ik zal hem verslaan diiar . . . daar...quot; en zijn vinger wees op de omstreken van Marengo.
De uitkomst bewees, dat hij goed had gezien; op alle punten teruggedreven, ontruiiude de Oostenrijker achtereenvolgens alle versterkte plaatsen. Zijn troepen verzamelde hij in de nabijheid van Alessandrië tussclien de Hormida en bet dorp Marengo, waar hij de Pranschen afwaebtte en zich sterk genoeg waande om tot den aanval over te gaan.
Den 1 |.(1en Juni van bet jaar 1800 had de beslissende veldslag plaats, liet leger van Bonaparte telde slechts 20.000 man en
moest don schok doorstaan van drie Oostenrijksche kolonnes, die over een dubbele getalsterkte beschikten, liet was acht uur in den morgen toen de slag begon. Een geweldige strijd ontspon zich om het bezit van het dorp Marengo, dat herhaaldelijk genomen en hernomen werd; de Franschen verschansten zich in de huizen en schuren en bestookten van daaruit de dappeie Oostenrijkers ; maar de overmacht zegevierde en ten slotte bleef het dorp in de macht der soldaten van Melas.
liet vijandelijk leger verspreidde zicb daarop in de vlakte om de Fransclien te omsingelen; vier divisies van Bonaparte's leger werden achtereenvolgens door de geweldige overmacht des vijands teruggedreven, en langzaam verloren de Iranscben terrein. De generaals raadden hun opperbevelhebber aan, bet sein tot den aftocht te geven, daar zij den slag verloren waanden; maar Bonaparte wanhoopte nog niet. Oj) zijn vurig wit strijdros gezeten rende hij de gelederen langs, en met zijn degen naar den vijand wijzend, riep hij zijn soldaten toe: âDenkt er aan, dat het mijn gewoonte is den nacht op het slagveld door te brengen. Doch die woorden konden den moed zijner krijgers niet verlevendigen; in de verte rukte de vijand aan, door den kruitdamp heen zagen zij de liooge sjako's der Oostenrijkers reeds opduiken en gansche rijen vielen neer onder het moorddadig kanonvuur.
Met bezorgdheid sloeg de eerste consul het verloop van den slag gade; een laatste hoop restte hem nog. Zoodra hij bemerkte, dat Melas aan het front van zijn leger te veel uitbreiding gaf om des te zekerder de Eranscben te kunnen omsingelen, gal hij aan generaal Desaix bet hevel met zijn versche divisie een laat-sten wanhopigen aanval te beproeven.
~ W -
Desaix was zoo even uit Egypte teruggekeerd en had niets liever gewensclit dan weer aanstonds met zijn vroegeren bevelhebber ten strijde te trekken. Bonaparte koesterde groote genegenheid voor den jongen man, die van de schitterendste talenten had blijk gegeven en droeg hem het commando over twee divisies op.
Met opgewektheid gehoorzaamde Desaix aan het bevel en in stormpas voerde hij zijn soldaten tegen het centrum der Oostenrijkers aan. Velen vielen onder het moordend vuur, maar de Eranschen deelden in de bezieling van hun jongen aanvoerder. Plotseling echter stortte de jonge generaal van zijn paard: een Oostenrijksche kogel had hem doodelijk getroffen. Verschrikt sprongen zijn adjudanten toe om hem bij te staan en op te beuren, maar Desaix weerde hen af met de hand en zeide; âGa zeggen aan den eersten consul, dat het mij spijt niet genoeg gedaan te hebben voor het nageslacht.quot; Hij gevoelde dat zijn stervensuur geslagen had, en spoedig blies hij in de armen der zijner den laatsten adem uit.
De dood van hun bevelhebber bracht de soldaten tot razernij; in dolle woede stormden zij op de Oostenrijkers aan, doodden met kolfslagen en bajonnetsteken de kanonniers bij hun stukken en brachten verwarring in hunne gelederen.
Een goedgerichte cavalerie-aanval deed daarop de Oostenrijkers tot den terugtocht besluiten. De slag van Marengo was door de Eranschen gewonnen en een nieuwe lauwer gevlochten in de beldenkroon van den eersten consul.
Lombardije, Piëmont en Ligurië vielen den Eranschen in handen, het hof van AVeenen had opnieuw de strijdvaardigheid der
republikeinscbe soldaten loeren kennen en toen Moreau van zijn kant het strijdtooneel van den Rijn naar den Donau verlegde, stiet Oostenrijk het zwaard in de selieede en kwam de voor Frankrijk voordeelige vrede van Lnneville tot stand.
Engeland alleen, veilig door zijn sterke vloot, bleef den strijd voortzetten, veroverde verscltillende koloniën en belemmerde op gevoelige wijze Frank rijks handel.
H O O F J) S T U K V.
MOORDAANSLAG- IN DE STRAAT SAINT-NICAISE. â CONCORDAAT. CONSUL VOOR HET LEVEN. - DE LAATSTE DER CONDE'S.
et roem beladen keerde de eerste consul in Parijs terug om zich opnieuw aan de ernstige regeeringszaken te wijden. Omstreeks dien tijd ontving liij twee brieven Aan den broeder des vermoorden konings, die als Lodewijk X\lll nog altijd aanspraak maakte op de kroon van Frankrijk. De koning drukte daarin zijn bewondering uit voor den generaal en hoopte van hem het herstel van het wettige koningschap, nu orde en rust in bet land waren teruggekeerd; als belooning daarvoor zou de vorst hem met gewichtige ambten en waardigheden bekleeden.
De eerzuchtige Bonaparte, die met geweld de eerste plaats in het land bad bemachtigd en voor de toekomst de stoutste plannen koesterde, dacbt er geenszins aan van zijn booge waardigheid afstand te doen ten behoeve van den wettigen souverein en antwoordde op bet schrijven van den verbannen vorst met het volgende briefje :
â 92 â
âPakijs, 20 Eructidor, jaar VIII.
âIk heb, mijnheer, TIw brief ontoanyen; ik bedank JJ voor de beleefdheden, die JJ mij daarin zecjt; (jij moe! niet meer hopen op een terugkeer in Frankrijk, (jij zoadt moeien (jaan otter honderddaizend lijken; offer Uw belamj lt;gt;j) voor de mul en hel geluk des lands; de geschiedenis zal U dal ten goede rekenen. Ik ben niet ongeooelig voor hel ongeluk can Ua:e familie; met genoegen zal ik het mijne bijdragen tot verzachting er van en tot de rast van Uio ambteloos leven:'
De verbanning der Bourbons bleef ten strengste gehandhaafd en nooit of nimmer hoefde Lodewijk X Vr 111 te rekenen op de welwillendheid van den fortuinlijken bedwinger der revolutie.
Tocli waren er nog velen in Frankrijk, die met de consulaire regeering allesbehalve waren gediend; vooral de oude Jacobijnen konden het Bonaparte niet vergeven, dat hij de revolutie had aan banden gelegd, en de partij der ontevredenen werd vooral versterkt door een aantal koningsgezinden, die na de ontwapening der Vendée, onder leiding van den sluwen en ondernemen-den George Cadoudal en door het geld van Engeland gesteund, tot samenzweringen hun toevlucht namen om den eersten consul op gewelddadige wijze uit den weg te ruimen.
lleeds waren verschillende aanslagen door den minister van politie, Eouché, verijdeld en een groot aantal personen door hem onder politie-toezicht gesteld. Toch kon hij niet beletten, dat
oen drietal samenzweerders, onder wie zekere Saint-Réjant de hoofdpersoon was, een nieuwen aanslag beraamde, die al hun verwachtingen verwezenlijken moest: het gold niet minder dan een geheel vat kruit te laten ontplolïen in een nauwe straat, waar Bonaparte met zijn rijtuig moest doorrijden.
liet was den 2 tslequot; December (;} Nivóse) van het jaar 1800. 's A vonds werd in de Opera voor de eerste maal de ScheppiiKj, het heerlijke toonwerk van ïïaydn, ten gehoore gebracht; Bonaparte en doséphine zouden er heengaan. De eerste consul vertrok uit de Tuileriën, vergezeld door de generaals Lannes, Berthier en Lanriston, onder geleide van een piket grenadiers te paard; eerst was hij nog van plan thuis te blijven, daar hij vermoeid was van den arbeid, doch op aansporen zijner omgeving ging hij uit, ook omdat hij Josephine niet wilde teleurstellen.
In de enge en bochtige straat Saint-Nicaise stond een kar met paard en op de kar de helsche machine; in de onmiddellijke nabijheid bevond zich Saint-Béjant, een der samenzweerders, gereed de lont van het kruitvat te ontsteken zoodra hij door zijn medeplichtigen, die op den hoek der straat op den loer stonden, gewaarschuwd was, dat de eerste consul van de Tuileriën was afgereden. Hetzij de vrees hem weerhield of de anderen het rijtuig niet herkenden, Réjant kreeg zijn waarschuwing niet, en reeds was het rijtuig van Bonaparte den wagen voorbij toen de samenzweerder het bemerkte en omniddellijk de lont ontstak.
J)e koetsier van Napoleon, die gewoon was met groote snelheid te rijden, had juist een bocht der straat ingeslagen, toen een vreeselijke ontploffing volgde; liet rijtuig werd bijna omvergeworpen en de ruiten verbrijzeld. Verschillende huizen waren zwaar
- 94 -
beschadigd, van sommige was de gevel gescheurd, en de straat lag met dooden en gewonden bedekt.
De eerste consul, die aanstonds begreep, dat er een aanslag tegen hem had plaats gehad, meende aanvankelijk, dat er op hem geschoten was; een oogenblik liet bij het rijtuig stilhouden, maar de verwoesting ziende en het gekerm der gekwetsten lioorend, reed hij in gestrekten draf door naar de Opera.
Als een loopend vuur had het gerucht van den aanslag zich verspreid; in den mond des volks nam de misdaad nog grooter verhoudingen aan en er werd al verteld, dat men, om Bonaparte zeker te dooden, een heele stadswijk in de lucht bad laten vliegen, in de schouwlmrgzaal heersebte een onbeschrijfelijke ontroering, die zich vertolkte in geestdriftige toejuichingen, toen Bonaparte ongedeerd in zijn loge verscheen. Hij toonde een kalm en strak gelaat en verried niet de minste gemoedsbeweging.
De eerste consul bleef slechts korten tijd in de Opera en keerde daarop naar de Tuilerirn terug, waar zijn lang bedwongen woede in al hare hevigheid losbarstte.
âHet zijn de Jacobijnen, de mannen van het schrikbewind,quot; riep bij uit, âhet zijn die ellendelingen, in voortdurenden opstand, in bataljon-carré tegen alle regeeringen, het zijn de moordenaars van den 2'lequot; en :Vlequot; September, het zijn die schurken, die, om mij te vermoorden, zich niet hebben ontzien duizenden slachtoffers te maken. Op voorbeeldige wijze zal ik ze straffen!quot;
Bonaparte wist echter wel dat hij door dien aanslag slechts in populariteit kon winnen en tevens werd hem daardoor een geschikte gelegenheid aangeboden om aan de oude republikeinen, die zijn bestuur vijandig waren, de macht van zijn arm te doen gevoelen
al was cr dan ook geen enkel bewijs, dat zij de hand hadden o-elmd in den quot;th wol ij ken moordaanslag, die aan ongeveer \ ijttig
O o *
menschen het leven had gekost.
l)o Jacobijnen werden voor die misdaad aansprakelijk gesteld en honderd en dertig hunner tot deportatie veroordeeld. âAls ze niet veroordeeld worden voor den 3l,equot; Nivóse, dan worden ze toch veroordeeld voor den 2,,e,, September en den 31s,equot; Mei,quot; zeide Bonaparte. Eenige dagen later werden de ware schuldigen ontdekt en terechtgesteld, maar het vonnis over de Jacobijnen bleef niettemin gehandhaaid.
Met kracht nam de eerste consul het herstel der geschokte maatschappij ter harte en legde de hand aan de grootste daad, waardoor de consulaire regeering zich heeft gekenmerkt, namelijk het herstel van den openbaren godsdienst. Sinds het uitbreken der revolutie was de katholieke godsdienst op de gruwzaamste wijze vervolgd en de openbare eeredienst afgeschalt; de opeenvolgende reo-eeringen, doordrongen van den geest des ongeloofs en beheerscht door de vrijmetselarij, schenen zich tot taak te hebben gesteld het katholiek geloof in Frankrijk uit te roeien ; de bezittingen van kerken en kloosters werden verbeurd verklaard en honderden priesters gevangen genomen, verbannen of gedood ; maar steeds stonden er anderen op om met onbezweken ijver het gelool levendig te houden in het diep ongelukkige Frankrijk. Onder allerlei vermommingen trotseerden die moedige mannen gevangenisstraf en dood om voor een klein getal geloovigen op zolders en in kelders de heilige geheimen op te dragen en hen te sterken in die bange tijden.
â % â
Maar Bonaparte, met zijn veelomvattend genie, begreep, dat een maatschappij zonder godsdienst onbestaanbaar is, en nam zich voor, een einde te maken aan dien droeven toestand; hij wist wel, dat hij op geweldigen tegenstand zou stuiten bij zijn ministers en zijn generaals, die in den revolutionnairen godsdiensthaat waren opgevoed, doch hij achtte zich sterk genoeg, over dien tegenstand te zegevieren bij het groote werk, dat hij gmg ondernemen.
Weinige dagen na den slag van Marengo zeide Bonaparte tegen den bisschop vau Vercelli, kardinaal Martiniana, dat het zijn plan was, in goede verstandhouding te leven met den Paus en zelfs met hem te onderhandelen over het herstel van den godsdienst in Frankrijk. De kardinaal haastte zich aan Pius VII die goede bedoelingen van den eersten consul te boodschappen, en kort daarop vertrok Mgr. Spina als gezant des Pausen naar Parijs.
Bonaparte van zijn kant zond den heer Cacault als gevolmachtigd minister naar Rome. Toen Cacault in Maart 1801 hem zijn afscheidsbezoek bracht en hem vroeg, hoe hij den Paus moest behandelen, antwoordde de consul met de rondborstigheid van een krijgsman; âBehandel hem, alsof hij over een leger van tweehonderd duizend man beschikte,quot; en voegde ei bij . âC«ij weet, dat ik u in October 1790 schreef, dat ik verlangde de redder van den H. Stoel te zijn en niet zijn verwoester, en dat wij allebei op dit punt, gij en ik, gelijkvormige begrippen hadden.quot;
Den 15',equot; Juli 1801 kwam tusschen Frankrijk en den 11. Stoel een concordaat tot stand, waarbij de openbare katholieke eere-dienst werd toegestaan, het aantal bisdommen op 00 vastgesteld en door nieuwe dignitarissen bekleed ; de regeering nam op zich
- 98 ~
de domkapittels en seminariën te bezoldigen, tlocli de kerkelijke goederen, die tijdens de revolutie waren verwereldlijkt en grooten-deels verkocht, bleven aan hun bezitters. Van zijn kant verkreeg de eerste consul van den li. Stoel in kerkelijke zaken dezelfde rechten en voorrechten, die de Fransche koningen vroeger hadden bezeten.
Eenigen tijd later echter voegde Bonaparte geheel eigenmachtig aan het Concordaat 77 artikelen toe, die als de âorganieke artikelenquot; bekend zijn en op de treurigste wijze inbreuk maakten op de rechten en vrijheden der Kerk; tevergeefs protesteerde de l'aus, de organieke artikelen hieven gehandhaafd.
Al werd de vreugde over het herstel van den godsdienst door de willekeurige handelwijze des eersten consuls getemperd, toch ging er een blijde trilling door het land, toen de heilige geheimen weer openlijk en plechtig konden worden gevierd, en als om de kroon op het werk te zetten van Bonaparte, die den vrede op godsdienstig ges-bied had hersteld, kwam er ook vrede op staatkundig gebied en legde Engeland, dat tot dusver nog alleen den strijd tegen Frankrijk had volgehouden, de wapens neer en sloot met Frankrijk te Amiens den vrede.
Op l'aaschdag van het jaar 1802 werd het concordaat, dat in alle wijken van Parijs plechtig was afgekondigd, in de kerk van Onze Lieve Vrouw der Overwinningen met een luisterrijk Tc Drum ingewijd. Na op dien dag het vredesverdrag van Amieus, waarnaar hij zoo vurig verlangd had, bekrachtigd te hebben, begaf zich de eerste consul met een schitterend gevolg naar de kerk. Hij stond er op, bij die gelegenheid zich met vorstelijke praal te omringen om daardoor des te meer indruk te maken op
de bevolking deiquot; hoofdstad, die sinds d(gt; dagen van het koningschap zooveel pracht niet meer had gezien. De rijtuigen in den stoet waren de holrijtuigen van koning Ijodowijk X\ I;detioepon der eerste militaire divisie vormden een haag langs den geheelen weg, dien de eerste consul moest atleggen, en onder het gedonder van het geschut ei\ het feestelijk luiden van alle klokken begaf
de optocht ziel» kerkwaarts.
Bonaparte had al zijn gezag en wilskracht moeten aanwenden om zijn omgeving te dwingen, hem naar de kerk te volgen; de haat tegen den godsdienst zat hij velen diep in het hait, en d( generaals Lannes en Augerean waren slechts voor bedreiging met een krijgsraad gezwicht om aan de godsdienstige plechtigheid deel te nemen.
Aan de deur der Notre-Dame, die met geloovigen was gevuld, kwam de aartsbisschop van Parijs in processie den eersten consul te gemoet en hood hem het wijwater aan, waarna deze ondei een troonhemel door de rijk versierde kathedraal naar zijn plaats gi ltid werd. De Senaat, het Wetgevend Lichaam en het Tribunaat waren aan weerszijden van het altaar geschaard en achter Bonaparte stonden zijn generaals in hun schitterende en veelkleurige uniformen. Velen gaven door hun houding te kennen, hoe weinig zij met de plechtigheid waren ingenomen, maar Bonaparte, gekleed in het roode gewaad der consuls, onbeweeglijk en streng van uiterlijk, vertoonde gedurende geheel de lange plechtigheid noch de verstrooidheid der eenen, noch de ai ome
godsvrucht der anderen.
Een juichkreet steeg op over geheel frankrijk en door het geheele land verkondigden de Baaschklokken de wederopstanding
f'
van don ouden godsdienstzin. Bonaparte hield veel van het gelui der klokken, het maakte op zijn gemoed een diepen, onbeschrijf-lijken indruk, het herinnerde hem aan zijn eerste Communie en aan zijn studietijd te Brienne, waar hij, zooals hij zeide, zijn gelukkigste jaren had doorgebracht.
Een reeks nieuwe besluiten volgde op de totstandkoming van het Concordaat. De bepalingen tegen uitgewekenen en edelen werden ingetrokken ; zij mochten weer terugkeeren in het land en werden zooveel mogelijk in het bezit hunner goederen gesteld â slechts tegen de koninklijke familie bleef het verbanningsdecreet in al zijn strengheid gehandhaafd.
Het leger, dat aan den Bijn roemrijk gestreden had, zond de eerste consul onder bevel van zijn zwager, generaal Leclerc, naar de neger-republiek Haïti, die tegen liet Fransche gezag in opstand gekomen was. Ontzaglijke offers moesten de Pranschen zich getroosten om den dapperen neger-president Toussaint Louverture te verslaan en gevangen te nemen; maar de gele koorts, die op San-Domingo woedde, sleepte duizenden ten grave, waaronder ook de opperbevelhebber, eu van het machtig expeditie-leger van 50,ÃOO man, keerden nauwelijks 6000 bruikbare soldaten naar het vaderland terug.
De keurbenden van Frankrijk waren gevallen in een verren, roemloozen oorlog, maar bet land troostte zich over dat verlies door nieuwe voordeden, die in Ttalië werden behaald, en waar de Cisalpijnsche republiek en de vorstendommen Panna en Piacenza bij Frankrijk werden gevoegd.
Met leede oogen zag Engeland die aanhoudende machtsontwikkeling van zijn geduchtsten vijand; ondanks de bepalingen
'i I 'I 31
⢠* 11
â 101 â
van liot vorth-ag van Amiens weigerde het Malta te ontruimen, de oorlog werd opnieuw verklaard en groote toebereidselen dooiden eersten consul gemaakt om den strijd in liet hart van Groot-Brittanje over te brengen. Langs de geheele kust van den Atlan-tischen Oceaan werden door Bonaparte troepen bijeengetrokken en in alle havens werkte men met koortsigen ijver aan de uitbreiding der vloot. De sterke haven Boulogne werd aangewezen als bet nitgangspunt der expeditie tegen Engeland en een groot legerkamp onder de muren dier stad gebouwd. Onder voorwendsel, dat de Engelscben in vredestijd beslag hadden gelegd o]) Bransehe schepen, gelastten de consuls in het begin van het jaar ISOH, dat alle Engelscben, die in Frankrijk reisden oi handel dreven, moesten worden aangehouden en als krijgsgevangenen beschouwd. Nooit was in een beschaafd land het volkenrecht aldus miskend, en die maatregel was des te hatelijker, omdat de Kngclsclien te Barijs eenige dagen te voren met bijzondere welwillendheid waren behandeld. ïntnsschen behaalde de Eransche staatkunde1 nieuwe overwinningen: Hannover werd door generaal Mortier bezet, Zwitserland sloot met Erankrijk en of-en defensief verbond, Spanje en Portugal beloofden onzijdig te blijven en Busland bood zijn bemiddeling aan om den vrede te herstellen,
maar Engeland weigerde.
Noquot;' slechts twee iaar was Bonaparte eerste consul, toen een besluit van den Senaat den duur zijner waardigheid met tien jaren verlengde; twee maanden later an erd hem het consulaat voor het leven opgedragen. Het Senaatsbesluit werd aan het volk ter goedkeuring voorgelegd, en van de !V);)7,b85 burgers, die hun stem uitbrachten, gaven er 308,251) een bevestigend antwoord.
- 102 -
âliet leven van een burger behoort aan zijn vaderland,quot; antwoordde de eerste consul op de boodschap van den Senaat. âHet Eransche volle wil, dat het mijne hem geheel worde gewijd; ik gehoorzaam aan zijn wil. De vrijheid, de gelijkheid en de voorspoed van ïrankrijk zullen verzekerd zijn.... liet beste der volken zal het gelukkigste zi jn. Gelukkig, geroepen te zijn op bevel van Hem, van wien alles uitgaat, om op aarde orde en gelijkheid terug te brengen, zal ik het laatste uur zonder spijt hooren slaan.quot;
Nieuwe samenzweringen tegen het leven van Napoleon waren middelerwijl op touw gezet. Zij waren ontworpen in Engeland en werden geleid door den ouden chouan Cadoudal, een onverschrokken man, die met hart en ziel gehecht was aan de zaak der Bourbons; zijn streven vond instemming bij vele ontevredenen in Frankrijk, die den eersten consul het herstel van den godsdienst niet vergeven konden en hem de snelle opkomst zijner fortuin benijdden. De pogingen der samenzweerders mislukten echter, daar Eouché hun gangen op het spoor was. Cadoudal werd met een groot aantal medeplichtigen gevangen genomen en onder dezen bevonden zich de generaals Moreau en Pichegru. De laatste, een gewezen leermeester van Bonaparte, die zich naam had gemaakt o. a. door de verovering van Holland, werd weinige dagen na zijn gevangenneming dood in zijn cel gevonden, met een doek geworgd. Was liij vermoord op last van den eersten consul oi' had hij zich zelf om het leven gebracht? Het volk beschuldigde Napoleon van het eerste, maar hij zelf wees later in zijn gedenkschriften met klem die aantijging af.
George Cadoudal toonde zich in de gevangenis en bij de verhoeren, die hij onderging, de onverzoenlijke tegenstander van
â ioü _
den eersten consul; liij weigerde gratie te vragen en werd met twintig zijner medeplichtigen ter dood veroordeeld. Mor eau, de roemrijke overwinnaar van llolienlinden, wien geen zware vergrijpen konden worden ten laste gelegd, kreeg twee jaar gevangenisstraf, door Bonaparte in twee jaar verbanning veranderd, liet algemeen gevoelen was, dat die verwijdering van den bekwamen generaal een persoonlijke wraakneming was van den eersten consul, die door de schitterende wapenfeiten van Moreau zijn eigen roem zag geëvenaard, en beducht was, in hem een gevaarlijken tegenstander te vinden bij het verwezenlijken zijner eerzuchtige plannen.
Voortdurend kwam Eouché voor den dag met nieuwe ontdekkingen van samenzweringen, die hij ais zeer uitgebreid en ernstig Avist voor te stellen. Bonaparte geraakte in een opgewonden stemming; in zijn omgeving werd slechts gesproken over moord en moordplannen, aanhoudend waande hij zich door dolk of kogel bedreigd, en toen hij vernam, dat een Eransche prins in al die complotten de hand had, ging zijn woede alle maat te buiten en besloot hij door een daad van geweld een afschrikkend voorbeeld te stellen voor allen, die het nog zouden wagen hem naar het leven te staan. Bij bet overleggen van zijn plan dacht hij niet aan recht of gerechtigheid; hij zocht een slachtoffer onder de familie der Bourbons, onverschillig wie, én de eerste, die in zijn handen viel, zou aan zijn wraak worden opgeofferd.
Maar niet alleen de Avraak bezielde hem; nog niet tevreden met zijn hoogen rang, droomde hij zich nog een grooter toekomst. De keizerskroon zich op het hoofd te drukken en de gelijke, of liever de meerdere zijn van Europa's oude vorstengeslachten, dat
was het doel zijner eerzucht. Doeli hij zou stuiten op den tegenstand der oude republikeinen, die voor een terugkeer van den vroegeren regeeringsvorm vreesden. Om de moordenaars van Lode-Avijk X V T tevreden te stellen, om een onoverkomelijke kloof te graven tusschen hem en de Bourbons en zich daardoor de sympathie der revolutionnairen te verzekeren, ging Napoleon over tot een laf hart igen moord, welke op zijn naam een vlek werpt, die door al zijn groote daden niet wordt weggewischt.
In het stadje Ettenheim, in het groothertogdom Baden, niet ver van de Fransche grens, bevond zich de jonge hertog van Enghien, de laatste afstammeling van het beroemde geslacht der Condé's. 1 )e prins stond niet in gemeenschap met de samenzweerders van Parijs en Londen ; in open, eerlijken krijg had hij tegen de revolutie gestreden, en nu de vrede gesloten was, had hij zijn degen in de scheede gestoken, hoewel vast besloten hem opnieuw voor de rechten zijns konings te trekken, zoodra er weer een oorlog mocht uitbreken.
Op hem had Bonaparte het oog gevestigd ; hoewel de hertog verbleef op het grondgebied van een vorst, die met Frankrijk in vrede leefde, besloot Napoleon, het volkenrecht met voeten tredend, hem te Ettenheim met geweld te laten ontvoeren en naar Frankrijk brengen, waar hij, onder voorwendsel van schuldig te zijn aan zamenzwering, door een krijgsraad zou worden ter dood veroordeeld.
Het gruwelijk moordplan, dat Bonaparte beraamde, liet hem echter geen oogenblik rust; hij was ongenaakbaar voor zijn omgeving, hevig opgewonden en zocht een verontschuldiging voor zijn eigen geweten.
âWeihoe!quot; vioj) hij uit, toen zijn staatsraad Ileal zijn kabinet binnentrad, âgij zegt mij niet, dat de hertog van Enghien op vier mijlen afstand van mijn grenzen militaire samenzweringen smeedt. . . . Hen ik dan een hond, dien men zoo maar op straat kan doodslaan, terwijl de persoon mijner moordenaars geheiligd is! Tk word aangevallen, ik zal oorlog om oorlog geven!quot;
Verschrikt zag de staatsraad hem aan.
â.la, oorlog om oorlog. De schuldige zal er met zijn hoofd voor hoeten!quot;
Cambacérès, die zich in het kabinet van den eersten consul bevond, vreesde staatkundige verwikkelingen over de schending van het Hadensch grondgebied; hij bezwoer Bonaparte bij zijn roem en bij de eer zijner politiek een dergelijke onrechtvaardige daad niet te beginnen, te meer daar er tegen den hertog geen enkel bewijs was van schuld.
Maar Napoleon luisterde niet naar hem; hij hoopte te Ettenheim gewichtige papieren te vinden, waaruit de schuld van den hertog kon worden bewezen, en Cambacérès, die bij het proces van Lode wijk XVI voor diens dood had gestemd, van het hoofd tot de voeten opnemend, heet hij hem verachtelijk toe: â.Ie bent wel zuinig geworden met het bloed der Bourbons.quot;
Cambacérès hield echter aan, maar tevergeefs. Toch scheen Bonaparte zachter gestemd en zeide; âIk ken de beweegreden, die u aldus doet spreken; 't is uw toewijding voor mij. Ik dank u daarvoor; maar ik zal mij niet laten dooden zonder mij te verdedigen. Tk zal die lui daar een rilling op het lijf jagen en hun leeren zich stil te honden.quot;
Alles werd in gereedheid gebracht voor de volvoering van het
â 106 â
gruwelstuk. Aim het hoofd van oen sterke troepenmacht rukte generaal Ordeuer Baden hinnen en liet het stadje Ettenheim omsingelen. Niemand had aldaar den overval der Fransche troepen verwacht; tegenweer was nutteloos, de hertog van Enghien moest zich gevangen geven en werd denzelfden nacht naar de citadel van Straatshnrg gevoerd, waar hij verblijven moest totdat nadere hevelen uit Parijs waren aangekomen.
De laatste1 dagen, die de ontknooping van het drama voorafgingen, verlangde1 Bonaparte alleen te zijn. Den is0quot; Maart, op Palmzondag, vertrok hij met .losépiiine naar Malmaison, zijn rustig hnitenvevhlijf, waar hij niemand hij zicli toeliet dan de consuls, zijn ministers en zijn naaste familie. Urenlang wandelde hij alleen door de Innen van het park en zocht door een kalm en strak gelaat de onrust van zijn hart te verbergen.
Vergeefs sprak Josephine, die een afschuw had van bloedvergieten, voor den ongelukl\igen hertog ten beste». Zorgvuldig had Bonaparte zijn plannen voor haar verborgen gebonden; maar uit de in 't oog loopende verandering, die met haar man had plaats gegrepen, vermoedde zij, waar zijn geest zich mee bezig hield. Zij sprak hem over den hertog, en toen Bonaparte begreep, dat zij zijn bedoeling geraden had, bekende hij alles. Vergeefs wierp zij zich met tranen in de oogen voor hem op de knieën, maar hij stiet haar ruw van zich af en schreeuwde woedend: âBemoei je met je eigen zaken 1 Dat zijn geen dingen voor vrouwen. Laat mij met rust!quot;
Toen de bevelen van den eersten consul te Straatsburg waren aangekomen, werd de gevangene over Parijs naar Vincennes gebracht, om voor een krijgsraad terecht te staan. Die krijgsraad
â 107 -
zou niets meer zijn clan een bespotting van het recht en vóór hij vergaderde, had de concierge van het fort reeds de aanzegging gekregen, dat hij een graf ingereedheid moest brengen.
Om zeven uur in den avond van den 20quot;' (alles hij die misdaad geschiedde in het donker) kwam de hertog te Vincennes aan; hij was afgemat van de reis en leed grooten honger en koude.
Terwijl hij zijn eenvoudig avondeten gebruikte, sprak hij met de meeste kalmte overallerlei onverschillige dingen. âWat hebben ze tegen mij r Wat willen ze van mij ?quot; vroeg hij op Inchthartigen toon.
Spoedig begaf de hertog zich ter ruste, hij had er groote behoefte aan. Doch vóór hij insliep, werd hij geroepen om voor den krijgsraad te verschijnen ; deze bestond uit eenige kolonels onder voorzitterschap van generaal Hullin. Met lierheid en kalmte onderging de jonge hertog het verhoor; er werd geen enkel bewijs van schuld aangebracht, geen enkele getuige gehoord; de hertog drong er op aan bij den eersten consul te worden toegelaten, maar 't werd hem geweigerd. d'Enghien werd naar zijn donjon teruggebracht en de krijgsraad hield daarop een vergadering, waarin het doodvonnis werd uitgesproken.
Om vijf uur in den morgen kwamen de soldaten den hertog halen; hij sliep gerust en wist niet wat hem zou overkomen. Toen hij naar de loopgraaf van het fort werd gebracht en de koude lucht hem tegensloeg, greep hij den concierge bij den arm en vroeg: âZouden ze mij ineen cachot opsluiten?quot;
Buiten gekomen, stond een peloton soldaten met geveld geweer gereed om het doodvonnis te voltrekken. Er hing een dichte nevel en bij het licht van een lantaarn werd den hertog het vonnis voorgelezen.
â 108 â
Nu eerst gingen den ongelukkige de oogen open; maar met heldhaftige gelatenheid schikte hij zich in zijn lot, sprak een laatste gebed en weinige oogenblikken later stortte hij dood neer onder de kogels der soldaten.
Kolonel Savary begaf zich naar Malinaison om Bonaparte van het gebeurde te Vincennes verslag te doen; hij was zeer ontroerd en verried door zijn uiterlijk de vreeselijke tijding, die hij brengen kwam. Zoodra Josephine den kolonel zag, begreep zij, dat alles gedaan was en barstte in tranen los. Zonder een woord van goed- of afkeuring te spreken, hoorde de eerste consul de boodschap aan en sloot zich op in de bibliotheek, waar hij uren lang alleen bleef.
's,Avonds aan het diner durfde niemand een woord spreken, eenieder was onder den indruk van den verschrikkelijken moord, en pijnlijke ernst lag op ieders gelaat; ook Bonaparte bewaarde bet stilzwijgen en nam in de somberste stemming aan de maaltijd deel.
Na afloop daarvan kwam Fontaues; deze was in Parijs geweest, waar het gerucht van den moord zich bad verspreid en de grootste opschudding had veroorzaakt, terwijl die gewelddaad algemeen werd afgekeurd.
Om een einde te maken aan de drukkende stilte begon Bonaparte met hem een gesprek, maar Fontanes antwoordde weinig, en de eerste consul had voortdurend het woord alleen.
â¢Â«ij sprak aan een stuk door over de Bomeinsche keizers en de Fransche koningen, over Tacitus en de wreedheden, die soms aan staatshoofden worden ten laste gelegd, terwijl zij niets anders deden, dan wat onvermijdelijk noodzakelijk was; en na langs een
â iuü â
grooten omweg gekomen te zijn aan de tragische gebeurtenis van den dag, riep liij meer en meer opgewonden uit: âIVIen wil de revolutie vernietigen door mijn persoon aan te vallen; ik zal ze verdedigen, want ik ben de revolutie, ik.... Ze zullen zieli van nu al' aan wel tweemaal bedenken, want ze zullen zien waartoe wij in staat zijn !quot;
üok buiten Frankrijk veroorzaakte de moord op dim hertog van Enghien de hevigste ontsteltenis; de Eonrbons aelitten zich niet meer veilig, en Engeland zou Napoleon's schending van het volkenrecht te baat nemen om een nieuw verbond tegen IVankrijk in het leven te roepen en een oorlog aan te wakkeren, die van duizenden het leven kosten zou.
H O O F ü S T U K VI.
y.Vl'OLEOX I KUIZKK DEK FUANSCHBX. - PAUS PUS VII TK l'AKIJS. â IN HET KAMI' TK «OIM.OGXE.
wm
e herhaalde samenzweringen, die tegen het leven van den eersten consul werden gesmeed, werden door Bonaparte's aanhangers benuttigd als een middel om hem tot de bereiking van zijn eerzuchtige plannen te brengen. In alle klassen der maatschappij zochten zij de meening ingang te doen vinden, dat Frankrijk aan een wissen ondergang blootstond, dat de dolk van een moordenaar genoeg was om het land weer te doen vervallen in alle ellenden der regeeringloosheid. Het eenige middel daartegen was een vaste regeeringsvorm met erfelijk gezag. Meer en meer begon men de zoo miskende monarchale ideeën op te hemelen; er werd gezegd, dat de republiek een historische onmogelijkheid was voor Frankrijk, een overgangstijdperk, waaruit men zich zoo spoedig mogelijk moest zien te ontworstelen om de beginselen der revolutie van ITW) vasten vorm te seven.
Natuurlijk was er geen denken aan, de onttroonde koningsfamilie terug te roepen; deze immers zou de oude denkbeelden weer in praktijk brengen en dat moest tot allen prijs worden vermeden.
De eenig mogelijke monarchale regeeringsvorm voor het rcvolution-naire Frankrijk was het erfelijk keizerrijk, op de beginselen der revolutie gegrondvest. Slechts een nieuwe wijze van bestuur en een nieuw vorstenhuis zouden het vernieuwde en verjongde Frankrijk tot bloei brengen, en wie kwam voor liet keizerschap eerder in aanmerking dan Napoleon Bonaparte, het hoofd van den Staat, den redder des lands!
Dergelijke redenen vonden ingang bij het volk; vooral bet leger was den eersten consul gunstig gestemd en gaf door talrijke, geestdriftige adressen van die gezindheid blijk.
Den laatsten April IS Of werd in het Tribunaat door den afgevaardigde Curée het voorstel ter tafel gebracht om Bonaparte de keizerlijke waardigheid te verleenen en tevens die waardigheid erfelijk te maken in zijn geslacht, liet voorstel vond een gunstig onthaal, weinige dagen later stemde er het Wetgevend Lichaam mee in en werd het door den gedienstigen Senaat bekrachtigd.
De IS® Mei was de aangewezen dag om Bonaparte tot keizer uit te roepen. Consul Cambacérès nam dien dag het voorzitterschap van den Senaat waar, en met algemeene stemmen werd het voorstel van den nieuwen regeeringsvorm toegejuicht; er werd besloten, dat de Senaat zich voltallig naar Saint-Cloud zou begeven om den eersten consul haar besluit voor te leggen en hem met den titel van keizer te begroeten. Nauwelijks was het Senaatsbesluit aangenomen, of de Senatoren hieven in groote verwarring de zitting op en snelden naar bun rijtuigen om het eerst te Saint-Cloud aan te komen.
Een lange rij van rijtuigen, door cavalerie van de garde geëscorteerd, bedekte den langen, stofiigen weg naar de residentie
- 112 -
van den eersten consul, waar alles voor de plechtige ontvangst in gereedheid was gebracht. Gekleed in de generaalsuniform, met Josephine aan zijne zijde, ontving Napoleon den Senaat.
Camhacérès, die onder de nieuwe dynastie met de waardigheid van grootkanselier werd vereerd, trad naar voren, en hield na een eerbiedige buiging een toespraak, aan het slot waarvan hij Napoleon tot keizer der Eranschen uitriep.
Nauwelijks had de grootkanselier zijn rede geëindigd oi' de kreet: âLeve de keizer!quot; weerklonk door de ruime zalen van het paleis. liet volk, dat zich buiten verzameld had, stemde er geestdriftig mee in, als had bet in het keizerschap den waarborg, dat nu voor langen tijd bet geluk en het welzijn van .Frankrijk verzekerd waren. Toen de stilte hersteld was, sprak de keizer, die zijn vreugde met een kalm gelaat wist te bedwingen, op eenvoudigen toon de volgende woorden:
âAlles wat tot het welzijn van het vaderland kan bijdragen, is ten nauwste met mijn geluk verbonden. Ik neem den titel aan, dien gij meent, dat nuttig is voor den roem der natie.
Ik onderwerp aan de bekrachtiging des volks de wet der erfopvolging. Ik hoop, dat Frankrijk zich nooit de eerbewijzen zal beklagen, waarmee het mijn familie heeft omringd. In ieder geval zou mijn geest niet meer zijn met mijn nakomelingschap van den dag af, waarop zij zou ophouden de liefde en bet vertrouwen der groote natie te verdienen.quot;
Uitbundige toejuichingen begroetten die woorden ; daarna richtte de Senaat bij monde van haar voorzitter eenige woorden van geluk-wensch tot de nieuwe keizerin, welke deze met de baar eigen bevalligheid aanvaardde en met diepe ontroering beantwoordde.
Napoleon.
- llü -
8
Als bi j tooverslag vovreos uit do puiuhoopen (Ier rcpublielv een schitterende hofstaat, die den luister der vroegere konhtgeu in de schaduw stelde; een groot-kausidicn*, eeu groot-schathewaarder, tal van kamerheeren, stalmeesters eu edelknapeu omgaven den eersten keizer der Frauscheu. N'ooral het leger werd l)ij liet toekennen van hooge waardigheden niet vergeten; aciittien generaals ontvingen den rang van maarschalk, liet waren Berthier, Murat, .Monecy, .lourdan, Masséna, Hernardotte, lirune, Soult, Lannes, Mortier, Augereau, lgt;ei'el)vre, Xey, Davoust, Ivellermann, Eessières, l'érignon eu Serrurier, die liet nieuwe keizerrijk met het staal van hun degen zouden stutten.
Een der eerste daden van .Napoleon I was een daad van vergevingsgezindheid. Onder degenen, die indertijd met (leorge Cadoudal wegens samenzwering tegen liet leven van den eersten consul ter dood veroordeeld waren, bevond zich de edelman Arinand de l'oiignac.
Des Zondags na de terechtstelling van (leorge trad de keizer 's morgens vroeg de kleine groene zaal van Saint-Cloud binnen, waar zijn stierdochter Hortensia, die kort geleden niet zijn broeder Lodewijk Bonaparte was gehuwd, bezig was voor liet raam de bloemen te begieten.
âHortensia, wat doe je daar al zoo vroeg alleen rquot; zei de hij.
âSire, uwe majesteit ziet het wel,quot; antwoordde de dochter van Josephine, verwonderd over het plotseling binnentreden des keizers, en zij toonde hem den kleinen gieter, dien haar moeder gewoonlijk gebruikte.
âEn hoe is het bij mijn vrouw rquot;
âSire, ze zijn allen zoo bedroefd en mama nog meer dan de anderen.quot;
- 114 -
âWat ? bedroefd!... A Vat is er dan gaande?quot; En onmiddellijk ging de keizer heen.
N au wel ij ks was Napoleon de kamer van de keizerin binnengetreden, of mevrouw de Polignac, die hem met verscheidene dames in gezelschap van Josephine daar wachtte, viel hem te voet en vroeg genade voor haar ter dood veroordeelden man. De tegenwoordigheid van mevrouw de Polignac wekte in 't begin eenige verbazing bij den keizer, die haar op deed staan en haar toevoegde :
âHet verwondert mij, mevrouw, uw man in een dergelijke zaak betrokken te zien. Heeft hij er dan nooit aan gedacht, dat hij mijn kameraad is geweest aan de militaire school van Parijs ?quot;
Door haar tranen heen trachtte de ongelukkige haar man zooveel mogelijk schoon te wasschen van alle schuld aan samenzwering.
âIk kan aan mijnheer de Polignac vergeven,quot; antwoordde Napoleon, omdat hij het slechts op mijn leven gemunt had. Ga, mevrouw, en zeg hem, dat ik, zijn oude kameraad, hem het leven schenk,quot;
Daarop verwijderde zich de keizer zonder de dankbetuiging der gelukkige vrouw te willen aanhooren.
Nog vele anderen vonden genade door de voorspraak van personen uit de omgeving des keizers, en meer dan één kleine comedie werd daartoe door Josephine oj) touw gezet. quot; Napoleon hield uiet van scènes, van voetvallen en schreiende vrouwen, en ook zijn belang bracht liet mee in den aanvang zijner regeering zich grootmoedig te toonen.
Den 15en Juli had te Parijs een schitterende plechtigheid
plaats, waarop voor het eerst de keizerlijke praal zich in al haar luister voor het Arolk ten toon spreidde : het gold de uitdeeling der kruisen van het Legioen van Eer. Reeds ten tijde van het Consulaat had Napoleon, begrijpende dat zijn onderdanen een prikkel noodig hadden om zich voor het vaderland verdienstelijk te maken, deze nieuwe ridderorde ingesteld; doch wegens den tegenstand der republikeinen, die daardoor de revolutionnaire gelijkheid bedreigd zagen, had hij de uitvoering zijner plannen moeten uitstellen.
Nu was voor den gebieder de tijd gekomen om zijn wil door te zetten. Te paard, omringd door zijn maarschalken, reed Napoleon naar het Hotel der Invaliden en nam in de kerk op een troon rechts van het altaar plaats. De keizerin had zich eveneens in plechtigen stoet daarheen begeven en ontving een plaats in de voor haar ingerichte tribune tegenover den keizerlijken troon. Na de Mis hield Lancepède, grootkanselier van het Legioen van Eer, een lofrede op de nieuwe ridderorde, waarna de keizer te midden der diepste stilte de eedsformule voorzeide :
â...(Jij zweert op uw eer, u te wijden aan den dienst van het rijk en aan het bewaren van geheel deszei I's grondgebied; aan de verdediging des keizers, der wetten van het gemeenebest en van den eigendom, dien zij gewaarborgd hebben; te strijden met alle middelen, die de rechtvaardigheid, de rede en de wetten veroorloven, tegen iedere poging, strekkende om de feodale regeering te herstellen; eindelijk zweert gij, uit al uwe macht mede te werken tot het behoud der vrijheid en gelijkheid, den eersten grondslag onzer staatsinstellingen. Zweert gij het ?quot;
En allen riepen als uit eenen mond: âIk zweer het!quot; gevolgd
- llü -
door den kreet; âLeve de keizer!quot; door alle aanwezigen met de grootste geestdrift herhaald.
Drie dagen later vertrok Napoleon naar het kamp van Boulogne, om daar insgelijks de kruisen van het Legioen van Eer uit te deelen. Met de grootste snelheid volbracht hij de reis, zoodat men te Boulogne nog druk bezig was met het maken van toe-hereidselen voor de ontvangst des keizers, toen deze reeds aan de haven was, te midden der arbeiders, om de werkzaamheden aldaar in oogensehouw te nemen. In Parijs was iedereen van oordeel, dat de uitdeeliug der ridderkruisen slechts een voorwendsel was on dat de reis naar Boulogne eigenlijk een landing in Engeland ten doel had. In Londen was men op bet uiterste voorbereid, maar men was niet zonder zorg met bet oog op de groote machtsontwikkeling van Frankrijk. Geheel de Fransche kust tot aan Ostende toe, was één groot arsenaal, waar met koortsigen ijver aan de versterking denquot; vloot werd gearbeid; en de komst des keizers te midden zijner troepen vermeerderde nog de geestdrift en verdubbelde don ijver.
Een ontzaglijke legermacht lag langs de kust verspreid en in de haven van Boulogne alleen bevonden zich tusschen de achten negenhonderd groote en kleine vaartuigen. Geen wonder, dat Engeland eveneens al zijn strijdkrachten samentrok en dat de dappere Nelson met een sterke vloot in het Kanaal kruiste om de Franschen zooveel mogelijk afbreuk te doen.
Reeds had de Fransche admiraal Bruix aan de Engelsehen een klein verlies toegebracht, maar Nelson besloot wraak te nemen. Met zijn admiraalschip, vier fregatten, drie brikken en eenige branders deed hij onverhoeds een aanval op de haven, maar vijf-
honderd kanoniHMi der l^ranschc sclu'])â¢, die vóór Houlognc la^cn, en hot zwaar goschut der l'ortcn donderden hem te gemoet.
Met was vier inir in den middag. Zooeven had Napoleon het groot arsenaal hezoeht en was teruggekeerd in de houten harak, die hem in het kamp van Boulogne tot woning diende, toen hij door het hevig geschutvuur werd opgeschrikt. Aanstonds wilde hij zich van het verloop des gevechts op de hoogte stellen en hegaf zich naar de haven; gevolgd door admiraal Ih-uix stapte dc keizer in een sloep, door mariniers der garde geroeid, en snevende onder een hevigen kogelregen naar de schepen, die de eerste verdedigingslinie vormden.
âAdmiraal, laat ons om het lort ('roï heenvaren,quot; zeide Napoleon. Ih'uix, die reeds zooveel hange oogeid)likken had doorstaan om het gevaar, dat de keizer had getrotseerd, raadde hem eerbiedig dat voornemen al'. Napoleon duldde echter geen tegenspraak en he val aan de zeelieden:
âKeeht vooruit, zeg ik u !quot;
âSire,quot; hernam Bruix, âwat winnen we er mee als we het lort voorbijvaren, waarschijnlijk niets dan een kanonskogel.quot;
âquot;Welnu, mijnheer de admiraal,quot; antwoordde Napoleon spottend, âdat is in ieder geval toch iets. Bah! de kogels zijn alleen voor hen, die er bang van zijn. Mariniers, roeit in deze richting voort.quot;
Op gevaar al' van de keizerlijke ongenade in te loopen, gaf Bruix een oogenblik later een tegenovergestelde order en beval te stoppen. De keizer bemerkte de bedoeling van den admiraal; hij was bleek van woede en riep opgewonden :
âMariniers van mijn garde, gehoorzaamt aan uw keizer!quot;
- 118-
âMariniers van do ^anle, ik verbied het u,quot; hernam de admiraal, zijn commando-staf in de hoogte heffend, en Napoleon aanziende voegde hij er hij : âIk voer hier het hevel. De mariniers staan onder mij en hehhen Aan niemand anders bevelen Ie ontvangen. Nog eens, mariniers van de garde, gehoorzaamt aan m\ admiraal.quot;
De soldaten bleven besluiteloos.
âDe eerste, die niet oogenblikkelijk gehoorzaamt, wordt gefusilleerd,quot; hernam de onverschrokken vlootvoogd. Daarop grepen zij naar de riemen, maar nog geen vier riemslagen had de sloep zich verwijderd of' een hootje met munitie verscheen vóór den toren van Croï; een oogenhlik later was het door de Mn gel sol ie kogels in stukken geschoten en zonk in de diepte weg.
âWelnu, Sire ?quot; vroeg de admiraal, den keizer aanziende. Maar Napoleon keerde hem den rug toe en haastte zicli aan land te stappen, zonder hem ook maar een blik waardig te keuren. Den geheelen avond en een gedeelte van den nacht duurde het ge-vecht, dat met den aftocht der Engelschen eindigde. Ondanks zijn koen optreden tegen den keizer bleef Bruix in zijn commando gehandhaafd; eenigen tijd later echter lie]) hij voorgoed Napoleon's ongenade in, daar hij weigerde de vloot hij storm te laten manoeuvreeren.
Den l()en Augustus verzamelden zieli SO.000 man uit de kampen van Boulogne en Montreuil, onder bevel van maarschalk Soult nabij den Caesarstoren, waar de plechtige uitreiking der kruisen van het Legioen van Eer zou plaats hebben. Nabij den toren strekte zich een efl'en vlakte uit, met een heuveltje in het midden, dat tot keizerlijke troon werd ingericht; daar nam Napo-
- 119 -
leoii plaats, omgeven door zijn schitterenden staf, en de regimenten werden opgesteld in dier voege, dat zij als even zoovele stralen vormden, waarvan de keizer het middelpunt uitmaakte. Met krachtige stem sprak deze de eedsformule uit, dezelfde als in het Ilótel der Invaliden, en onder het gedonder van het geschut en het schetteren der trompetten hechtte hij het eereteeken o]) de horst der uitverkoren (hipperen. Die plechtigheid maakte o]) geheel het leger een overweldigenden indruk en haalde den engen hand, die de soldaten aan hun chef verhond, nog nauwer samen.
Napoleon was bemind door zi jn soldaten, en alle middelen nam hij te baat om hun geestdrift op te wekken en te verlevendigen. Dikwijls gaf hij zijn adjudanten last om bij de kolonels te in-formeeren of er in hun regiment soldaten waren, die de veldtochten van Ttaliö of Egypte hadden meegemaakt. Zij moesten zich dan op de hoogte stellen van den naam, de geboorteplaats, de wapenfeiten en familie-omstandigheden van zoo iemand en alles den keizer meedeelen. AVas dan de dag der wapenschouwing gekomen, dan reed de keizer naar dien soldaat toe, sprak hem aan als was hij een oude kennis, noemde hem bij zijn naam en zeide ; âKijk, kijk, ben jij daar'r Je bent een dapper soldaat, ik heb je te Ahoekir gezien. Hoe maakt het je oude vader 'r Dn heb je nog geen eerekruis? Wacht, ik zal je er een geven!quot;
Dan brak er een storm van toejuichingen onder de soldaten los en het deed goed aan hun hart, dat de keizer hen bij name kende, belang in hen stelde en hun moed en opoll'eringen niet vergat, en meer dan ooit waren zij bereid hun bloed voor den keizer te vergieten.
â 120 â
Xa zijn bezoek aan liet kamp van Honlogne deed Napoleon een reis langs de steden in liet Uijngobied, ontving te Aken, de voormalige keizerstad van Karei den (Jroote, nu de lioofdplaats van liet departement der Hoer, een afgezant van den Oostenrijk-schen keizer en keerde na een al'weziglieid van drie maanden te Saint-Clond lenig.
Napoleon, die steeds liet voorbeeld der groote mannen uit de geschiedenis voor oogen had, verlangde voor zijn keizerlijke waardigheid een lioogere wijding dan de goedgunst iglieid van zijn Senaat. (Jewoon bij iedere1 gelegenlieid de verbeelding des volks te trelïen, dacbt hij aan Karei den (Jroote, door den Paus tot keizer gekroond. En was hij. Napoleon, dan niet de nieuwe keizer van het Westen? liet kwam echter niet in het brein van den genialen, maar trotschen gelukzoeker op, naar Home te gaan en voor de voeten des Pausen geknield de kroon uit diens handen te ontvangen ; de rollen moesten worden omgekeerd, de Paus zou komen tot hem, den machtige, die de middelen bad desnoods zijn eiselien klem bij te zetten.
Heeds vóórdat Napoleon door den Senaat tot keizer was uitgeroepen, had hij een brief geschreven naar kardinaal Caprara met het verzoek, dat de Paus hem zou komen wijden en kronen ; de zending van zijn oom Fesch, aartsbisschop van Lvon, die het jaar te voren tot kardinaal was verheven, had geen ander doel. liet verzoek des keizers bracht den Paus in lt;le grootste verlegenheid, de vriendschappelijke betrekkingen tot frankrijk waren nog zoo nieuw en stroef; bovendien had dat land in de laatste jaren zooveel geweldige veranderingen ondergaan, en hoe zouden de mogendheden die daad des Pausen beoordeelen 'r Pius VII vroeg
vaatl hij zijn kardinalon en de nioesten raadden hem aan het verzoek des keizers in te willigen, indien deze aan eenige voorwaarden wilde voldoen, door de ('«'r des Pansen en het welzijn van den II. Stoel gevorderd.
In Septemher schreef Napoleon van uit Keulen eigenhandig een hriel' aan den l'aus, waarin liij hem tot de kroning nitnoo-digde. Slechts voor het welzijn van den godsdienst stemde Pins Vil er in toe en aanvaardde midden in den winter de moeilijke reis naar de Kransche hoofdstad.
In de nabijheid van Kontainehleau had de eerste ontmoeting plaats tusschen den keizer en den l'aus. Napoleon was te paard uitgereden onder voorwendsel van op jacht te gaan ; van de nadering des Pausen onderricht, reed hij hem te gemoet en trof hem aan hij het kruis van Saint-llérem. Aanstonds waren zes hofrijtuigen ter plaatse en Pius VII verliet zijn reiskoets om in het keizerlijk rijtnigden korten afstand naar het kasteel van Fontai-nehlean af te leggen. Overeenkomstig het Ttaliaansch heleefdheids-gehruik stapte Napoleon het eerst in en nam plaats, voor Zijne Heiligheid de eereplaats aan zijne echter zijde open latend. Zijne Eminentie kardinaal ('aprara en de groot-olTicieren van het keizerlijk huis ontvingen den Paus en den keizer heneden aan de stoep Aan het paleis; het gelaat des keizers straalde van vreugde en de Paus vertoonde een kalme, rustige tevredenheid. Samen hegaven zij zich langs dq eeretra]) naar de zaal, die hun vertrekken scheidde, en daar verliet Zijne Heiligheid den keizer en hegat'zich, gevolgd door den groot-kamerheer, den groot-maarschalk van het paleis en den groot-ceremoniemeester naar de vertrekken, die voor den Pans in gereedheid waren gebracht.
- 123 -
Na eenige oogenl)likken rust genomen te hebben, ging Pius VII een bezoek brengen aan den keizer en aan de keizerin en ontving kort daarop de ministers en de grootwaardigbeidbekleeders van liet paleis. De Paus was over zijn reis zeer voldaan; ondanks de stormen der revolutie had de groote meerderheid des volks het geloof zijner vaderen bewaard, en op de vraag van Fouché, hoe Hij Frankrijk gevonden had, gaf Hij ten antwoord :
â De Hemel zij gezegend ! Wij zijn het doorgetrokken te midden van een volk, dat op de knieën lag.quot;
Na een kort oponthoud te Eontainebleau vertrok de H. Vader naar Parijs, waar de kroningsplechtigheid zou plaats hebben.
In de dagen, die de komst des Pausen voorafgingen, was er tus-schen Napoleon en zijn vromv Josephine een groote verkoeling ontstaan, die tot de treurigste oneenigheid leidde. I)e broeders en zusters van Napoleon waren afgunstig op de verheffing der keizerin en trachtten tot allen prijs te verhinderen, dat zij door den Paus zou worden gekroond. Josephine, die de kroning vurig wenschte als een bevestiging van haar hoogen rang, had vele en gegronde redenen tot klagen tegen haar man, ofschoon zij zelve door haar lichtzinnige verkwisting meermalen reden tot ontevredenheid gal'; haar licht ontvlambaar karakter uitte zich dikwijls in hartstochtelijke verwijten tegen haar keizerlijken gemaal, maar spoedig daarop toonde zij zich weer vergevingsgezind en tot de zwaarste oilers bereid.
])e prinsen en prinsessen zetten intussclien met de grootste sluwheid en volharding hun kuiperijen tegen Josephine voort, en niets werd gespaard om den keizer te bewegen, dat zij enkel getuige zou zijn van de kroningsplechtigheid, maar zelve de kroon
- 124 -
niet zou ontvangen. Joseph Bonaparte, die aan het hoofd stond der beweging tegen de keizerin, ging nog verder; daar het huwelijk van Napoleon kinderloos bleef, spoorde hij zijn keizerlijken broeder aan, tot echtscheiding zijn toevlucht te nemen m in het belang zijner dynastie een nieuwe echtverbintenis te sluiten met een buitenlandsche prinses.
Met de grootste schaamteloosheid werd die intrige afgesponnen. Alle begrippen van eerbaarheid en goede zeden werden dooide Bonapartes ter zijde gesteld, waar het de bereiking gold van hun doel: Josephine te verwijderen.
Onophoudelijk tot echtscheiding aangezet, besloot Napoleon er eindelijk toe over te gaan en deelde zijn plan Josephine mede, zonder zich om het misdadige en schandelijke daarvan te bekommeren; het kwam tot een heftig tooneel tnsschen man en vrouw, Josephine deed den keizer eenige welverdiende verwijten, waarover hij op de vreesdijkste wijze in woede ontstak; hij overstelpte haar met de grofste beleedigingen, en na in zijn drift in den salon eenige meubels, die onder zijn bereik kwamen, te hebben stukgeslagen, verklaarde hij, dat zij zich gereed moest maken Saint-Cloud te verlaten en dat haar zoon Engène de Beauhar-nais zou overkomen om de toebereidselen tot het vertrek te regelen.
Engène kwam naar Saint-Clond, maar ondanks de schitterende voorstellen, die Napoleon hem deed, besloot de jonge man het lot zijner ongelukkige moeder te deelen en met haar mee te gaan, al moest hij haar ook volgen naar Martinique. Die edele houding van den jongen Beauharnais maakte diepen indruk op het gemoed van Napoleon, maar meer nog trof hem Josephine's gedrag, die op raad van haar hofdame en vertrouwde vriendin, mevrouw de llémusat, zich
teoder (Mi voorkomend toonde tegenover haar echtgenoot en op meesterlijke wijze de rol der verdrukte onschuld speelde. De Honapartes waanden zieli intusschen reeds zeker van hun triomf en verkondigden luide hun vreugde daarover. Dat maakte den keizer niet weinig verstoord ; hij kon niet dulden, dat zijn familie er openlijk groot op ging, hem ten speelbal te hehhen gebruikt, en bovendien zachter gestemd door de onderworpenheid en gelatenheid van Josephine, deelde hij, na lang over de zaak te hebben nagedacht, haar op het onverwachtst mede, dat de Paus naar Parijs zou komen om hen beiden te kronen.
De keizerin toonde zich daarover ten zeerste verheugd, maar nog bleef een groote moeilijkheid te overwinnen.
liet huwelijk tusschen Napoleon en Josephine was alleen voor de wet voltrokken, de kerkelijke inzegening had nog niet plaats gehad; de keizer verlangde, dat de toestand zoo zou blijven en wees elk verzoek van Josephine om hun huwelijk kerkelijk te doen voltrekken, met zachtheid, maar tevens beslist van de hand; voor de keizerin, die vurig wenschte, dat haar huwelijk door den zegen des priesters zou worden bekrachtigd, bleef niets anders over dan al hare hoop te stellen op de komst des Pausen.
Den 25quot; November kwam Pius VII te Eontainebleau aan en bracht nog denzeil'den dag een bezoek aan de keizerin; den volgenden dag bracht hij haar een tweede bezoek en bij die gelegenheid deelde Josephine hem mede, dat zij nog niet kerkelijk was gehuwd. De 11. Vader prees haar om het vele goede, dat zij verrichtte, en beloofde haar, van den keizer te zullen eischen, dat hij zijne kroning door het kerkelijk huwelijk zou doen voorafgaan. Nu zag zich Napoleon wel gedwongen toe te geven. Na den
â 1-26 -
tovugkcer van liet keizerlijk paai' te» Parijs, twee dagen voor de pleclitig'heid der kroning, werd des morgens heel in de vroegte een altaar opgeslagen in het kabinet des keizers en het kerkelijk huwelijk tusschen Napoleon en Josephine in alh stilte voltrokken door kardinaal Fesch, slechts in het hijzijn van twee adjudanten, die als getuigen tegenwoordig waren.
(Jedurende de dagen, die de kroningsplechtigheid voorafgingen, Avas geheel het hof ijverig in de weer met het maken der noodige toehereidselen; er werden zelfs in het geheiai repetities gehouden van de kroning, waarhij de schilder David, die er naderhand een schilderij van moest maken, de verschillende standen der deelnemers regelde. De kroning des keizers gaf aanvankelijk aanleiding tot vrij scherpe redetwisten; als van zelf drong zich het idee op, dat de i'aus hem de kroon op het hoofd zou plaatsen, maar Napoleon verzette zich daartegen, liij weigerde de kroon te ontvangen uit de handen van wien dan ook ; zelf zou hij zich kronen en het den l'aus slechts overlaten hem zijn zegen te schenken. âIk heh de kroon van Frankrijk in het slijk gevonden, ik heh ze opgeraapt,quot; waren zijn woorden.
liet was dan ook niet met de vrome, verheven hedoelingen van een Christen, dat Bonaparte den Paus had verzocht naar l'arijs te komen ten einde van hem de kroon te ontvangen ; het waren louter staatkundige beweegreden, die den keizer hadden geleid. Hij wilde zich verhellen boven de vorsten van Europa, zijn macht bevestigen in de oogen van het Fransche volk en het gezag van den Paus ondermijnen door hem openlijk te vernederen, door zich hoven hem te stellen en hem tot een werktuiquot;' te maken
O
in zijne hand; met dergelijke redeneeringen overwon de keizer
I
ook ten slotte den tegenstand van den Raad van State, die ten zeerste gekant was tegen elke godsdienstige plechtigheid hij de kroning.
Den 2quot; December had de plechtige kroning plaats. Daags te voren vernam de keizer den uitslag der volksstemming, die hem, zooals wel te voorzien was, de erfelijkheid der keizerlijke waardigheid in zijn familie opdroeg.
De Pans reed af van de Tnilcriën in een rijtuig met acht paarden hespannen en versierd met alle teekenen der pauselijke waardigheid. Een uur later begaven zich de keizer en de keizerin langs denzelfden weg naar de Notre-Dame, in een rijtuig, insgelijks getrokken door acht paarden, die schitterend waren opgetuigd. De kroningsmantel van Napoleon was van karmozijnkleurig fluweel, met gouden bijen bestikt en met wit satijn en hermelijn gevoerd. Nooit sinds de dagen van Frans 1 en Lode wijk XIV had Parijs zulk een weelde aanschouwd, nooit was een schitterender pracht van goud en edelgesteenten tentoongespreid. Den ge-heelen morgen had een dichte nevel over de stad gezweefd, maar zoodra de keizerlijke stoet op het plein der Notre-Dame kwam, brak de zon door de wolken, en hot volk, dat hij tienduizenden was saamgestroomd, begroette Napoleon met een daverend ; âLeve de keizer !quot;
De ruime kathedraal fonkelde van licht, de muren waren behangen met kostbare tapijten en in hare ruime beuken verdrongen zich prinsen en prelaten, staatslieden en militairen in hun rijkste uniformen. Op kussens aan den voet des altaars neergeknield, ontvingen Napoleon en Josephine de zalving des Pausen, die daarna het volgende gebed sprak : âGod almachtig, die llazaël
- 128 -
hebt aangesteld tot bestuurder van Syrië en Jebu tot koning van Israël door bun Uw wil bekend te maken ))ij monde van den profeet Elias ; die eveneens de heilige zalving der koningen hebt uitgestort over het hoofd van Saül en van David door de bediening van den profeet Samuël, stort door mijne handen de schatten uwer genaden en zegeningen uit over uwen dienaar Napoleon, dien ij, ondanks Onze persoonlijke onwaardigheid, heden tot keizer wijden in Uwen naam.quot;
Daarop besteeg Napoleon de trappen des altaars, nam de keizerlijke kroon on zette die ziehzelf op liet hoofd, waarna hij Josephine kroonde, die nog altijd aan den voet van het altaar geknield lag. De plechtigheden in de Notre-Dame hadden, ondanks den spot der vele ongeloovigen met het ceremonieel der Kerk, een overweldigenden indruk gemaakt op het leger zoowel als op de burgerij. Napoleon was gestreeld in zijn trots, en Pius VII, die zich voor het welzijn van den godsdienst zooveel had getroost, was er verre af van te vermoeden, met hoeveel ondank zijn opofferingen zouden worden beloond.
Den volgenden dag liad opliet Marsveld een militaire plechtigheid plaats, die aan de waardigheid van Napoleon nieuwen luister bijzette. Fn plaats der vaandels uit den tijd der republiek had de keizer voor zijn leger als veldteeken de zinnebeeldige adelaar gekozen, (Mi zelf wilde hij de nieuwe adelaars aan zijn regimenten uitreiken ; bij wist, welk een indruk de militaire vertooningen maakten op het volk, dat hem aan de spits zijns legers, op zijn vurigen schimmel gezeten en door zijn talrijken staf' omringd, als een god des oorlogs beschouwde. Maar hier gold het vooral het leger, waarop zijn macht gebouwd was, nog nauwer aan zich te verbinden,
9
- 129 -
keeren; de Pans was in de Fransehe hoofdstad met voorkomendheid ontvangen. Napoleon had de fijngevoeligheid gehad, de vertrekken, die voor zijn hoogen gast in het paviljoen van Flora
- 130 -
in gereedheid waren gebracht, op dezelfde wijze te laten meubelen als in het pauselijk paleis op den Monte-Cavallo te Rome; maar Pins VII ging heen met droefheid in het hart, teleurgesteld in al zijn verwachtingen. Hij had zooveel gehoopt van de dankbaarheid :l('s keizers, vooral betreffende de Organieke Artikelen, door Napoleon eigendunkelijk aan het Concordaat toegevoegd; met zooveel zachtheid en beleid had bij den keizer zoeken te overtuigen, maar al zijn pogingen waren afgestuit op dc stijl1-hoofdigheid van Napoleon, die ook op geestelijk gebied de meerdere wilde zijn.
Zelfs bad de keizer getracht den Paus te Parijs te houden, maar die toeleg mislukte. Pius VII verklaarde hem namelijk, dat liij al zijne voorzorgen genomen had. Zoodra Napoleon er toe overging bem te dwingen in Parijs te verblijven, zou de Paus afstand doen van zijne waardigheid â alles was daartoe reeds van te voren in gereedheid gebracht â en de keizer zou niet den plaatsbekleeder van Christus in zijne macht hebben, maar den eenvoudigen monnik Gregorius Barnabas Chiaramonti.
Met reuzenschreden volgde de keizer den weg, dien zijne lieerseli-zucht hem aanwees; den 17quot; Maart 1805 kwamen de afgevaardigden der Italiaauselie republiek bem namens liun land de koningskroon aanbieden en Napoleon vertrok met de keizerin naar Milaan. Na e?n bezoek gebracht te hebben aan bet slagveld van Marengo, deed hij zijn plecbtigen intocht binnen het oude Milaan, waar liij in de hoofdkerk door kardinaal Caprara tot koning van Italië werd gewijd; gelijk bij de plechtigheid in de Notre-Dame zette hij zelf zich de IJzeren Kroon der Lombarden (zoo genoemd naar een nagel van het II. Kruis, die in den gouden kroonband
- 131 â
is vonverkt) oj) het hoofd on viep uit, terwijl hij de kroon v.nn het altaar nam; âGod geeft ze mij; wee die ze aanraakt!quot;
Prins Eugène de lieauharnais, de zoon van keizerin Josephine, werd daarop tot onderkoning van Italië aangesteld.
Keizer van Frankrijk en koning van Italië was Napoleon 1 do machtigste vorst van Enropa; hij was toen zes en dertig jaar oud, nog geen twintig jaar geleden diende hij als eenvoudig luitenant der artillerie en thans stond hij aan het hoofd van een rijk zooals er sinds de tijdon van Karei den Groote geen had bestaan. Behalve over het koningrijk Italië', dat nog met Genua en eenige kleinere vorstendommen werd vergroot, strekte zijn gebied zich uit over Holland, België en Hannover en een groot gedeelte van het Duitsche rijk; maar opnieuw bedreigde oorlogsgevaar het overmachtige Frankrijk en slechts door de macht van zijn zwaard zou Napoleon zich handhaven.
II O ü ¥ 1) S T UK VII.
NTKUAVE nKOKEEGrNGEN TEGEN EU.VXK K I J IC. â N.Vl'OLEOx's A NT MOOI! I) : AUSTEIILITZ, JEXV, EIUEDLAN]).
lj|^ïet leede oogen zag Engeland de snelle maclitsontwikkeling van Frankrijk; voortdurend bedreigd door de krijgstoerustingen aan den kust van den Atlantischen oceaan en door het talrijk leger, dat nabij Boulogne was saamgetrokken, zocht liet overal vijanden tegen Napoleon te verwekken. In Rusland was czaar Paul gunstig jegens Napoleon gezind geweest; de czaar werd echter in zijn paleis vermoord en zijn opvolger Alexander I sloot zicli bij de staatkunde van Engeland aan; Oostenrijk en Zweden traden tot het verbond toe, zoodat de derde groote coalitie tegen Frankrijk weldra een voldongen feit was. Spanje alleen steunde het machtige keizerrijk.
Pruisen durfden zich nog niet met de Eranschen meten, maar hesloot af te wachten, vast besloten het zwaard ter gunste der verbondenen te trekken, indien de krijgskans Napoleon ongunstig mocht zijn.
Onmiddellijk na zijn terugkeer in Frankrijk begaf Napoleon zich naar het kamp van Boulogne; hij begreep, dat er van een
- 133 -
landing in Engeland geen spraak kon zijn, te meer, daar de onbekwame admiraal Villenenve zich met een sterke at'deeling der oorlogsvloot te Cadix had laten insluiten door de Engelschen-Te Weenen, zoo besloot de keizer, moest de vrede worden veroverd. In zijn houten barak dicteerde hij aan zijn secretaris het plan tot den veldtocht; de marschen en contra-marsehen werden geregeld voor de zes legerkorpsen, die zich van de Spaansche grens tot in Holland en Hannover uitstrekten, liuiin twee uur lang vloog de pen van den geheimschrijver over het papier, met moeite het snelle dictaat van Napoleon volgend. Eindelijk was het plan gereed; geen enkele bijzonderheid was vergeten, met alle moeilijkheden was rekening gehouden, voor liet geval van tegenspoed waren maatregelen getroll'en. Nooit bad het veldheerstalent des keizers zich schitterender geopenbaard: de roemrijke slag van Austerlitz zou de bekroning zijn van zijn werk.
Gewoon als hij was, zijn troepen op de hoogte te brengen der taak, die zij hadden te volvoeren, liet bij des middags voor het verzamelde leger in zijn bijzijn de volgende proclamatie voorlezen, die overal in het kamp werd aangeplakt.
âSoldaten van het kamp van Boulogne!.. De wenschen onzer vijanden zijn vervuld; Oostenrijk en Rusland hebben zich met Engeland vereenigd.... Weinige dagen geleden hoopte ik nog, dat de vrede op het vasteland niet zou worden gestoord;.... maar het Oostenrijksch leger is de Inn overgetrokken; Munchen is bezet; de keurvorst van Heieren, onze bondgenoot, is uit zijn hoofdstad verjaagd... Soldaten van het kamp van Boulogne! in deze omstandigheid, zoo gewichtig voor uw roem en voor den mijnen, zult gij den naam verdienen van het Groote Leger,
- 131 -
waarmee ik u begroet heb te midden der slagvelden, en liet Fransebe volk zal dien van Groote Natie blijven verdienen, want zijn keizer zal zijn plicht doen en gij, soldaten, gij doet den uwen !quot;
Den 25eu September 1805 bevond Napoleon zicli te Straatsburg en trok de eerste afdeeling van het (iroote Leger over den liijn; met de snelheid hunner adelaars rukten de Eransche troepen voorwaarts in bet vijandelijk land en gingen reeds een maand later over de Inn in bet hartje van Oostenrijk. Bijna iedere dag kenmerkte zich door een overwinning en reeds waren de Oostenrijkers uit Beieren verdreven. Murat en Ney deden wonderen van ilapper-heid ; door de bloedige overwinning van den laatste bij de brug van Elebingen werd de Oostenrijksche generaal Mack verplicht zich in rim op te sluiten, waar bij zich met zijn leger van 30.000 man aan de Franschen gevangen gat'.
In het begin van November werd Tirol veroverd, den lleu de voorhoede der Russen verslagen en den IJ}611 rukte Napoleon aan het hoofd zijner oude garde de hoofdstad Weenen binnen.
Slechts twee dagen verbleef de keizer te Weenen en trok naar Moravië, waar de Russen hem wachtten, door het overschot van het Oostenrijksche leger versterkt. Na de verovering van Brimn veinsde Napoleon terug te trekken, als ware hij voor de sterke stellingen der Russen beducht, en sloeg den 1''quot; December in de vlakte van Austerlitz met 70.000 soldaten zijn kamp neer tegenover een vijandelijk leger, dat meer dan negentig duizend man telde, en waarover de keizers van Oostenrijk en Rusland in persoon het bevel voerden.
Zooals Napoleon voorzien had, gebeurde; de Russen, die in hun overmoed zich zeker van de overwinning waanden, wilden
zelfs aan hot Fransche leger de gelegenheid niet laten om te ont-snappen en heproel'den liet gedeeltelijk te omsingelen. De zon ging reeds onder over de uitgestrekte vlakte, toen Napoleon van een heuveltje de omtrekkende beweging der Russen gade sloeg; grauwer en grauwer werd de avond en altijd marcheerden in de verte achter der heuvelen de vijandelijke bataljons om den rechtervleugel der Franschen in te sluiten.
Met stralenden blik oogde de keizer hen na.
âMorgen is dat groote leger voor mij,'' sprak bij tot de hem omringende generaals en wandelde naar het hoofdkwartier terug) vanwaar bij een proclamatie richtte tot zijn soldaten om hen tot plichtsbetrachting aan te sporen en waarin hij hun de overwinning beloofde.
liet was bijna middernacht en bitter koud, maar de keizer kende geen rust, en gekleed in zijn eenvoudige grijze jas ging hij door het kamp, gevolgd door een paar adjudanten, die een grooten mantel over hun uniform luidden geslagen. Lustig brandden de kampvuren en de oude grenadiers der garde zaten er bij te praten en te zingen, terwijl zij bun wapenen poetsten voor den volgenden dag; Napoleon wilde niet herkend worden, het was hem slechts te doen om zich te overtuigen van den geest zijner troepen en bleef opzettelijk op eenigen afstand van de bivaks.
Maar een grenadier herkende hem. âDe keizer!quot; riep hij uit.
âDe keizer!quot; herhaalden de soldaten, terwijl zij opsprongen.
âDe keizer ! Leve de keizer !quot; klonk het toen over de geheele linie, zich voortplantend van rij tot rij. âLeve de keizer!quot; tot aan de uiteinden van het kamp werd die kreet beantwoord en werd in den stillen nacht vernomen tot midden in het vijandelijk leger.
â 13(i -
De soldaten drongen om hun keizer heen om hem heter te kunnen zien; ieder had hem wat te zeggen, en onder luid gejuich gaf een oude grenadier uit naam zijner makkers aan Napoleon de verzekering, dat zij hem den volgenden dag de Kussisehe vaandels zouden aanbieden als feestgeschenk voor den verjaardag zijner kroning.
Op eenige schreden alstands van het kampvuur was het echter volslagen donker; doch spoedig wonden eenige soldaten een hundel stroo, waarop zij sliepen, om de punt hunner hajonnet en staken het in hrand; onmiddellijk werd dat voorbeeld gevolgd en hij het licht van duizenden fakkels, keerde de keizer naar de hut terug, die zijn grenadiers voor hem hadden gebouwd. âTk dank u, mijn vrienden, ik dank u,quot; zeide hij diep ontroerd, âik weet, dat ik op u rekenen kan!quot;
Middernacht was lang voorhij toen Napoleon zich over drie rieten stoelen uitstrekte en een paar uren een gerusten slaap genoot, maar om vier uur in den ochtend was hij reeds te paard om de laatste maatregelen te trefïen voor den beslissenden veldslag, waarmee hij dea verjaardag zijner kroning vieren zou.
Een koude nevel hing over de aarde, maar langzaam kwam de zon op, de schitterende zon van Austerlitz.
âSoldaten, gij moet den veldtocht meteen donderslag eindigen !quot; riep Napoleon, terwijl hij langs het front der regimenten reed; de maarschalken ontvingen zijn laatste bevelen en renden in galop weg om zich aan het hoofd hunner korpsen te stellen, terwijl de keizer bij de reserve bleef, bestaande uit de keurtroepen der oude garde.
Een kanonschot gaf het sein tot den aanval. Na een hard-
- 137
nekkig gevocht van twee uren werd de Russische generaal Koetoosof verdreven van de hoogte van Pratzen, welke stelling hij te veel van troepen ontbloot had om de Franschen te kunnen insluiten. Van dat oogenhlik was Napoleon zeker van de overwinning al wist hij ook, dat zijn rechtervleugel het zwaar te verantwoorden iiad tegen de overmacht des vijands.
Tevergeefs heprod'den de keizers van Oostenrijk en Rusland hun troepen tegen to houden, die in wanorde de hoogten van Pratzen verlieten, maar Koetoosof verzamelde zijn reserve en opnieuw ontspon zich een woedend gevecht. De llussische gardo-cavalerie verrichtte wonderen van dapperheid; Napoleon zag zijn infanterie bedreigd en gaf oen toeken aan liapp, die aan het hoofd zijner ruiters den vijand te gemoed snelde, door Hessières met de cavalerie der garde gevolgd. Een bloedige strijd van man tegen man had plaats tusschen de keurkorpsen van beide legers, doch na weinige minuien weken de Kussen en namen in verwarring de vlucht, kanonnen en vaandels in handen der Franschen achterlatend.
Met gebroken dogen, met stof en bloed bedekt, keerde llapp, gevolgd door prins Repnin, dien hij gevangen genomen had, bij don keizer terug met de tijding, dat de vijand op alle punten hot veld ruimde.
De zwaarste verliezen leden do Russen nog op don rechtervleugel van hot Fransche leger; zij bevonden zich daar op oen terrein, door moortjes en ravijnen doorsneden, waar zij moeilijk een uitweg vonden. In hun angst vluchtten do soldaten over het ijs, maar dat was niet bestand tegen den last van paarden en kanonnen. De lichte artillerie van Napoleons garde richtte hare kogels op het ijs, dat krakend vaneen scheurde, en met een ontzettenden
â 138 â
kreet zonken honderden soldaten, het laatste overschot van het llussische leger, in de diepte weg.
De slag' hi j Ansterlitz Avas door Napoleon gewonnen; zijn grenadiers hadden woord gehouden : de verjaardag der kroning van hun keizer was door een overwinning gevierd.
Daags daarna liet de Oostenrijksehe keizer den overwinnaar om een onderhoud verzoeken. Napoleon beloofde hem den vrede, en czaar Alexander mocht zich nog gelukkig rekenen met het overschot zijner troepen naar llusland te kunnen terugkeeren zonder dooide Franschen vervolgd te worden. De vrede van Presburg, waarvan Napoleon de voorwaarden stelde, breidde zijner macht nog verder uit. VenetüS Albanië en Dalmatiö werden bij het koninkrijk Italië gevoegd ; Tyrol en liet land van Anspach kwamen aan Beieren, Xleel' en Herg vormden een vorstendom voor Murat, en Hert hier werd met Neuchalel beloond. Heieren kreeg zijn vorst en de hertog van Wurteniberg nam den titel van koning aan.
Om de Pruisen voor Kleef en Anspach schadeloos te stellen, beloofde Napoleon him Hannover.
Middelerwijl werd Napels, dat aan de coalit ie had deelgenomen, door de Fransehe troepen veroverd en als koninkrijk aan Joseph Bonaparte weggeschonken. Maar terwijl Napoleon de verbonden vorsten versloeg, had Iquot;Ingeland zijn heerschappij ter zee gehandhaafd ; de vloot van admiraal Villeneuve. door vijftien Spaansche schepen onderadmiraal Gravina versterkt, werd bij Trafalgar dooide Engelschen onder Nelson vernietigd. De drie admiralen vonden daarbij den dood, doch jaren zouden er voorbijgaan, voordat Prankrijk het verlies zijner vloot had hersteld.
In het jaar 1800 werd de revolutionnaire tijdrekening afgeschaft en
de Gregoriaansche kalender hersteld; de kerk der II. Genoveva werd aan den katholieken eeredienst teruggegeven en die van Saint-Denis, waar eertijds de Fransche koningen rustten, wier aseh tijden de revolutie was verstrooid, voor de begraafplaats der keizers bestemd.
Onmiddellijk na den slag bij Austerlitz had Napoleon zijn dankbaarheid jegens zijn soldaten getoond door de kinderen der gesneuvelden te adopteeren. Om den roem te verkondigen der Groote Armee liet hij op het Vendome-plein te Parijs een booge metalen zuil oprichten, vervaardigd uit het veroverd geschut. Doch bij al zijn overstelpende werkzaamheden verloor de keizer zijn hoofddoel niet uit liet oog : het verbrokkelen van Oostenrijk en het machteloos maken van bet onbetrouwbare Pruisen. In beide zaken slaagde bij door de totstandbrenging van liet llijnverbond, waartoe de koningen van Beieren en Wurtemberg en meer dan tien kleinere Duitsche vorsten toetraden en zich onder het protectoraat van Napoleon stelden.
Met sluw overleg bad de Pransclie keizer zijn plannen weten door te drijven; een aanzienlijk deel des lands bad zich van liet oude Duitsche H ijk losgescheurd en 53.000 gewapende mannen van bet llijnverbond vormden als de voorwacht van Frankrijk in het hartje van Duitschland.
Korten tijd later legde Frans II de waardigheid van Duitsch keizer neer om zich enkel met den titel van keizer van Oostenrijk te vergenoegen ; bet Heilig Iloomscbe llijk, dat sinds Otto den Groote 850 jaar, sinds Karei den Groote 1000 jaar had bestaan, was ineengestort op bet machtwoord van Napoleon.
De diensten zijner voornaamste generaals en staatslieden beloonde de keizer met een aantal leengoederen en een adellijken titel.
- UO -
on (mal'gchrokon^ing hij voort mot aan do vorhollïng zijner familie te arl)ei(len. Don (.)ei1 .Juni /ouden de Staten van Holland een gezant-schap naar Parijs, en do fabel dor kikvorschen, die een koning vragen, in praktijk brengend, vroegen zij dat een der broeders van Napoleon hun koning zou zijn. Aan dat verlangen, dooiden ovorheorscher zolven uitgelokt, word voldaan, en Lodewijk Bonaparte, gehuwd met Hortensia de Beanharnais, vertrok naar ons land om door de schittering dor kroon het pijnlijke der overheersching oenigermate te doen vergoten. Bij hot vergeven van kronen en vorstendommen word echter alierminst gelet op do grondbeginselen der rechtvaardigheid. Zoo worden Ponte Corvo en Bonevonto, die aan den Paus behoorden, het eerste aan Bornardotte, hot andere aan Talleyrand weggeschonken, terwijl Napoleon or aan de wereld konnis van gaf mot do woorden : âDaar do hertogdommen Bonovento en Ponte Corvo een twistappel waren tusschen den koning van Napels en het hof van Rome, bobben wij het geschikt geoordeeld een einde te maken aan de moeilijkhodon door zo tot onmiddellijke leengoederen van ons rijk te verheffen.quot;
Napoleon achtte hot niet noodig voor zijn wederrochtolijken roof een verontschuldiging aan te halen ; zijn avü gold voor Europa tot wet, en wie zou het hem beletten dien wil tot daad te maken ?
Niet lang echter zou do vrede in Europa duren.
Op het einde van Januari 180(5 stierf de Engolscho staatsman Pitt, de verbitterde vijand van Frankrijk ; tot aan hot einde van zijn leven had hij ten koste van allo middelen zijn oorlogszuchtige staatkunde voortgezet, die ten dool had Europa in bloedige oorlogen te wikkelen, waarvan Groot Brittanje de vruchten zou
plukken. Stroomen bloeds waren reeds vergoten, Frankrijk was echter machtiger dan ooit ; de grijze l'itt zou de zegepraal zijner politiek niet beleven en stierf met den kreet op de lippen: âO mijn land! O mijn land !quot;'
Zijn opvolger Fox was Frankrijk gunstiger gezind ; ook Napoleon verlangde den vrede met Engeland en beloofde aan Eox het dooide Pruisen reeds bezette Hannover; doch de Engelsche minister stierf reeds na verloop van zes maanden en de politiek van haat tegen Frankrijk werd voortgezet.
Rusland, dat in den laatsten veldtocht slechts betrekkelijk geringe verliezen geleden had, weigerde het vredesverdrag te bekrachtigen, dat zijn gezant met Frankrijk had gesloten; czaar Alexander stelde andere voorwaarden, die Napoleon weigerde aan te nemen. Vooral waren de Pruisen woedend, die bij de vredesonderhandelingen veel hadden verloren; Napoleon weigerde hen daarvoor schadeloos te stellen gelijk bij beloofd had, zoodat koning Frederik Willem IIT, door zijn omgeving aangespoord, er toe overging om den oorlog te verklaren.
Br had zich aan het hof van Herlijn een partij gevormd, die geestdriftig den oorlog wenscbte en waarvan de jonge, schoone koningin Louisa de ziel was. In een zilveren kuras gestoken reed zij door de straten der hoofdstad, de onderdanen van haar man te wapen roepend voor den vaderhnulseben krijg; met opgewondenheid gaf de jonge l'ruisische adel aan die roepstem gehoor; vol van berinneringen aan de roemrijke daden van den Grooten Frits sloten zij zich bij bet leger aan, dat spoedig door de llussen zou worden gesteund.
Napoleon was verheugd een gelegenheid te vinden om met de
- 142 â
gehate Pruisen af te rekenen; hun leger telde 1H,'?.()()() man, dat der F ransel len was door de laatste lichtingen der conscriptie, de loting voor den krijgsdienst, die een jaar te voren door den keizer was ingevoerd, op lt)0,00() man gebracht, die ieder oogenhlik door 1()0.()()() geoefende soldaten konden worden versterkt. Toen minister Talleyrand den keizer kennis kwam geven van het ultimatum der Pruisen, die de ontruiming van Duitsehland door de Franschen vorderden, gaf Napoleon hem den tijd niet, het stuk ten einde te lezen, maar rukte het uit zijn handen, frommelde het ineen en riep;
âGenoeg! genoeg! Ik heklaag dien koning van Pruisen, dat hij geen Franseh verstaat, want hij heeft zeker dit brutale stuk niet gelezen, dat mij uit zijn naam wordt thuisgestuurd.quot;
Met de ongekende werkkracht en liet ijzeren volhardingsvermogen, die Napoleon eigen waren, hegon hij oogenblikkelijk de toebereidselen tot den veldtocht; en als ware hij zeker van de toekomst, wist hij het verloop van den oorlog dag voor dag te beschrijven.
âDen se'1 October,quot; zeide hij, âstaat mijn leger tegenover de Pruisen, Ik zal ze den 10,,|l verslaan te Saalfeld; dan zullen zij terugtrekken op Jena of Weimar, waar ik ze opnieuw de nederlaag zal toebrengen. Den 1 teu of den 15ei1 bestaat er geen l'ruisisch leger meer en den 2Ãequot; of den 25°quot; wapperen mijn adelaars op de torens van Berlijn.quot;
De weifelende Pruisische koning durfde zelf het bevel over zijn leger niet op zich nemen en belastte er mede zijn bloedverwant, den grijzen hertog van Brunswijk; deze voelde zich voor die zware taak niet meer berekend, maar nam ze toch
- 143 -
op zich uit vrees, dat een jonger mededinger ze anders zou volvoeren. Onder lieni of liever naast hem, stond de prins van Hohenlohe, een der onttroonde Duitsche vorsten, die zich verbeeldde de plannen van Napoleon te doorgronden en die vooral onder den onhesuisden jongen adel zijn warmste voorstanders telde. Hij eischte voor zich een onafhankelijkheid van handelen, die de koning hem slechts noode toestond, en bekommerde zich weinig om den Emnswijker, waardoor de samenwerking met liet hoofdkwartier veel te wenschen overliet.
Den 0en October rukte het Fransche leger, dat langs de Saksische grenzen was saamgetrokken, voorwaarts en reeds den volgenden dag behaalde Napoleon de eerste voordeden in den veldtocht. Bij Sleiz werd de 1 ().()()() man sterke afdeeling van generaal Tauenzien teruggedreven en bij Saalfeld vond prins Lodewijk van Pruisen, een der aanstokers van den oorlog, de nederlaag en den dood aan het hoofd eener divisie van 9000 man. Heldhaftig had hij zich verdedigd aan het hoofd zijner troepen, doch in de algemeene vlucht meegesleept, raakte zijn paard in een heg verward. Een kwartiermeester der Fransche huzaren, niet wetend een prins van koninklijken bloede vóór zich te hebben, riep hem toe zich over te geven; een sabelhouw was liet antwoord, waarop de huzaar den prins zijn degen in de borst stiet, die hem dood van zijn paard deed tuimelen.
Napoleon was zeer tevreden over de behaalde voordeden; zijn ruiterij, onder Murat, toonde zich ten volle opgewassen tegen die der Pruisen, welke hem door zijn bondgenoot, den koning van Wurtemberg, als zoo geducht was afgeschilderd.
Vit onderschepte brieven en de berichten zijner verspieders was
het den keizei' tev k ornis gekomen, dat het Pruisische hoofdleger naar Weimar was opgerukt en de oevers der Saaie naderde. Om te verhinderen dat de vijand bij Naumhurg over de Saaie trok, zond hij er maarschalk Davoust heen, aan het hoofd van 2().(gt;()() man, met het hevel de brug aldaar te bezetten en ze tot het uiterste te verdedigen.
In den morgen van den 13quot; October kreeg Napoleon van zijn verkenners bericht, dat het vijandelijk leger zich naar Jéna verplaatste; oogenblikkelijk sprong hij te paard en reed naar die stad, welke reeds door maarschalk Lannes bezet was. Om de verbinding met het korps Davoust te onderhouden, liet bij maarschalk Bernardotte tusschen Jéna en Nanmburg stelling nemen.
De prins van llohenlohe had zich eiadelijk onder de bevelen van den hertog van Brunswijk geschikt en was teruggetrokken om zich hij het gros van bet leger te voegen. Er heerschte groote verwarring in zijn kamp; een ontzaglijke voorraad bagage was verloren geraakt, gebrek aan levensmiddelen deed zicli gevoelen en de Saksers klaagden, dat zij ter wille der Pruisen werden opgeofferd.
In den middag kwam Napoleon te Jéna, waar Lannes hem met ongeduld wachtte, en aanstonds gingen beiden bet terrein opnemen. De Pruisen lagen op den linkeroever der Saaie, waar zij op het heuvelachtig terrein een sterke stelling hadden ingenomen, die voor de Franschen moeilijk genaakbaar was; maar de wakkere verkenners van Lannes slaagden er in, een hoogte te beklimmen, vanwaar zij eensklaps het Pruisisch leger vóór zich zagen, liet was voor Napoleon van groot gewicht dat punt te bezetten, hoewel het slechts weinig oppervlakte bood en nauwelijks
Napoleon.
- Ub -
10
liet korps van Lanues en de garde bevatten kon; haastig liet bij de garde aanrukken en door 1000 soldaten een vierkant vormen, in het midden waarvan hij zijn bivak opsloeg. Uie hoogte, de Landgrai'enberg, werd naderhand Napoleonsberg genoemd en een hoop ruwe steenen wees vele jaren later aan, waar Napoleon den nacht had doorgehraclit.
(Jehoorzaam aan het hevel van Brunsvvijk, om zich in geen ernstig gevecht te wikkelen, liet lEohenlohe de Eranschen op den I/amlgral'eiihorg na een onheduideud voorpostengevecht met rust, niet vermoedend, dat van daar uit hem de nederlaag dreigde.
Ondanks do groote vermoeienissen der laatste dagen kende de keizer geen rust, en nog 's avonds laat ging hij zich persoonlijk overtuigen oi de artillerie behoorlijk was aangekomen. Deze had echter de grootste moeite om tegen de steile hoogte op te komen ondanks de zware bespanning van twaall' paarden voor ieder stuk geschut, liet diepe ravijn, waarin de kanonnen zich bevonden, was te smal om ze door te laten, en aan heide zijden schuurden ze met de assen tegen deu rotswand. Napoleon brandde van ongeduld, maar zonder tijd te verkwisten met nuttelooze verwijten tegen den bevel voerenden generaal, Hel hij aanstonds de kanonniers het houweel ter band nemen om den weg te verbreeden. Met een lantaarn in de hand lichtte de keizer in eigen persoon het werk bij en keerde eerst om één uur in den nacht in het bivak terug, nadat hij de eerste stukken voorbij bad zien rijden.
Van don Landgrafenberg af beschouwde Napoleon de uitgestrekte kampvuren van het leger van llobenlobe en in de verte zelfs die van den hertog van Brnnswijk ; hij meende daarom de geheele Pruisische troepenmacht tegenover zich te hebben, llobenlobe
â 14(i -
van zijn kant vennoodde geenszins voor een talrijk leger te staan: de Franschen hrandden slechts weinig vnren en hadden lum bewegingen inet de grootste snelheid uitgevoerd.
Den volgenden morgen, heel in de vroegte, had de keizer zijn troepen reeds onder de wapenen. Er hing een dichte nevel even als vóór den slag bi j Austerlitz ; het was Napoleon voorloopig slechts te doen aan den Landgrafenberg genoeg terrein te veroveren om zijn leger te kunnen ontplooien en dan te wachten op de versterkingstroepen, die reeds in allerijl aanrukten. Tn den dichten nevel schreed het Pransche leger op goed geluk voorwaarts en na een kort gevecht had Napoleon het noodige terrein vrijgemaakt en week de Pruisische voorhoede met achterlating van twintig kanonnen en vele gevangenen. Het was negen uur in den morgen en het gevecht werd voorloopig gestaakt, terwijl de Pransche keizer wachtte tot hij een nog aanzienlijker strijdmacht bij de hand had.
Plotseling hoorde hij om tien uur een lievig kanonvuur. Het was Ney, die met '!()(!() uitgelegen manschappen onder begunstiging van den nevel voorwaarts rukkend, eensklaps op het front der vijanden stiet. Zonder de hevelen des keizers af te wachten, begon de dappere maarschalk met zijn hoopje soldaten den aanval, maar kreeg te kampen met de heele vijandelijke ruiterij onder bevel van prins Hohenlohe in persoon; slechts ternauwernood wisten zijn grenadiers, in twee kleine carré's verdeeld, stand te houden tegen de ontzaglijke overmacht, die telkens afgeslagen, telkens weer den aanval herhaalde. De keizer was zeer misnoegd over het hervatten van den strijd, maar toen hij zag, hoe heldhaftig de maarschalk zieli verdedigde, verdween zijn wrevel en
Nai'ülkos in J)i;.\ nacht took den sl-vü hij Jk.va, na ar Ed. Riou.
oogenblikkelijk liet hij het gevecht over de heele linie beginnen.
Te laat zag Hohenlohe in, dat hij zich misrekend had ; zijn leger telde 54.000 man en Napoleon had er op het einde van den slag meer dan 180.000 onder zijn hevelen, waarvan er slechts 80.000 aan den strijd hoefden deel te nemen. Toen de Pruisen aan de heide vleugels weken, liet de keizer zonder meer troepen af te wachten zijn garde aanrukken, waardoor het pleit werd beslecht : in wanorde begon de vijand den aftocht langs de steile berghellingen, en de Pruisische generaal Ruchel, die Ilolienlohe ter hulp snelde, kwam nog juist op tijd om met zijn divisie door de Pransche lichte ruiterij te worden neergesabeld. Eindelijk rende Murat met zijn zware cavalerie het slagveld op ; onstuimig als een waterval wierpen zicli de dragonders en kurassiers op den ordeloo-zen hoop vluchtelingen en vervolgden ze zelfs tot in de straten van Weimar, dat door de Pransche houwitsers in brand werd geschoten, terwijl .Tena in vlammen opging door de kanonnen der Pruisen.
Het heele leger van Hohenlohe was verstrooid en bijna de helft er van was buiten gevecht gesteld of krijgsgevangen gemaakt ; maar terwijl er hij Jena gestreden werd, vernam Napoleon niet zonder bezorgdheid het kanon in de richting van Naumburg. Ook Hohenlohe hoorde het schieten; hij wist, dat daar het hoofdleger zich bevond met den hertog van Brunswijk, den koning van Pruisen en de Pruisische prinsen, en hoopte van dien kant hulp te zullen ontvangen.
Het Pruisisch koninklijk leger, (58.000 man sterk, was den vorigen dag van Weimar naar Naumburg opgetrokken en had des avonds in en om het dorp Auerstadt gebivakkeerd. Tot dusver had de
- 149 â
koningin liet leger gevolgd, als amazone gekleed, in krijgshaftige taal de soldaten tot plichtsbetracliting aansporend; het gevaar werd echter te groot voor haar en de koningin zag zich gedwongen het kamp te verlaten, waar zij trouwens niet op haar plaats was.
Davoust, om zijn onverbiddelijke nauwgezetheid en gestrengheid den ijzeren maarschalk genoemd, was spoedig omtrent de bewegingen des vijands ingelicht en stelde maarschalk Eernardotte, die zich nog te Tsaumburg bevond, voor, hun troepen te vereenigen en samen te strijden, waardoor het Eransebe leger op 10.000 man werd gebracht. Een bittere vijandschap heerschte echter tusschen beide veldoversten, en Eernardotte weigerde. Tevergeefs bood Davoust zelfs aan, zich onder zijn bevelen te stellen; Eernardotte weigerde opnieuw, en een verkeerde uitlegging gevend aan Napoleons bevelen trok hij met zijn troepen af, nog een afdeeling ruiterij van het korps van Davoust meenemend.
Davoust, die de krijgsmacht des vijands nog overschatte, had slechts 2().OOO man onder zijn bevelen; doch aan strenge plichtsbetrachting gewoon, aarzelde hij geen oogenblik: hi j zou de brug over de Saaie, w aar zijn keizer zooveel prijs op stelde, verdedigen desnoods tot den laatsten man toe.
Des nachts liet hij zijn soldaten reeds de wapenen opnemen en trok op; de nevel werkte belemmerend, maar toch slaagden de Eranschen er in, een sterke stelling te bezetten in en om het dorp llassenhausen, dat hun door de Eruisen vinnig betwist werd; doch hoewel de rijen der Eranschen schrikbarend werden gedund, hielden zij zich den overmachtigen vijand van het lijf. Om den bardnekkigen tegenstand der keizerlijken te breken, stelde de hertog van Erunswijk zich persoonlijk aan de spits zijner grena-
diers, maar eon kogel wierp hem doodelijk gewond van zijn paard; de oude generaal Mollendorf volgde hem op en vond op zijn beurt den dood. De koning en de prinsen stelden zich bloot als de minsten hunner soldaten, maar hun moed bleef vruchteloos. Tevergeefs voerden ] 5.000 ruiters in gesloten drom een geweldige charge uit; de Franschen ontvingen ze in gesloten carré's en Davoust ging van het een carré naar het andere om door zijn tegenwoordigheid de soldaten aan te moedigen; een wal van lijken en gedoode paarden had zich spoedig voor de l1ranschen opgehoopt en de Pruisische ruiterij deinsde af.
Eindelijk nam het koninklijk leger den terugtocht aan. Bij gebrek aan cavalerie maakte Davoust slechts JWOO man krijgsgevangen, doch veroverde 115 kanonnen terwijl hij er zelfs slechts â 14 had. i?ij quot;Weimar ontmoetten de twee geslagen legers elkander, de ontsteltenis over de dubbele nederlaag maakte den schrik nog grooter en zij vluchtten in alle richtingen weg. Aanvankelijk kon Napoleon aan de schitterende overwinning van Davoust niet ge-looven, te meer daar Bernardotte hem zeide, dat de maarschalk nauwelijks 10.000 man tegenover zich had gehad, doch later kreeg het korps van Davoust zijn welverdiende hulde ; de maarschalk werd met den titel van hertog van Auerstiidt begiftigd, en Bernardotte mocht zich gelukkig rekenen er met een geduchte berisping af te komen en niet voor den krijgsraad gebracht te worden, zooals de keizer aanvankelijk van plan was.
einige dagen na beide beslissende veldslagen deed Napoleon zijn zegevierenden intocht in Berlijn en gaf zijn leger een paar dagen rust. Vanuit de Pruisische hoofdstad dagteekende de keizer het beruchte decreet, het zoogenaamde Continentaal Stelsel, waarbij
1'ij aan al zijn onderdanen en bondgenooten den handel met Engeland verbood; op deze wijze hoopte bij bet Engelsclie volk tot den vrede te dwingen, zich er niet om bekommerend, dat de belangen van een geheel werelddeel aan zijn eerzucht moesten geofferd worden.
Nieuwe vermoeienissen wachtten het Fransche leger. In snelle marschen kwamen de H assen aanrukken, te laat echter om hun bondgenooten te redden; in een maand tijd zag de Pruisische koning zich van zijn leger en zijn staten beroofd, hem restten nog slechts 25.000 man en een enkele provincie.
Weer was liet volop winter, toen Napoleon tegen de Russen te velde trok, die hij in Polen zou ontmoeten; intusschen was zijn leger op 300.000 man gebracht, Saksen was tot een koninkrijk verheven en trad in het Eijnverbond, en door nieuwe troepen versterkt, kon hij met gerustheid den strijd te gemoet zien. Prins Murat joeg den Enssiscben generaal Eenningsen nifc Warschau, de hoofdstad van Polen, en als bevrijders werden de Franscben door de verdrukte bevolking ontvangen. Ee grootste geestdrift maakte zich van de Polen meester; op liet woord van hun landgenoot, generaal Eembrowski, die in het keizerlijk leger diende, vlogen zij te wapen om de Eranschen tegen de gehate Eussen bij te staan; zij hoopten bet herstel van bet koninkrijk Polen, en Napoleon was sluw genoeg, hen in die hoop Ie stijven, hoewel bij geen bepaalde toezegging deed.
Voor het eerst zouden de Eranschen ondervinden, dat het Eussisch klimaat een geduehter vijand was dan de Eussische legers ; de dooi had de wegen bijna onbruikbaar gemaakt, en dagen lang marcheerden de soldaten door onafzienbare vlakten, terwijl de sneeuwjacht hen omdwarrelde, of nijdige slagregens het voort-
â 154 -
gaan moeilijk maakten. Langzaam trokken de Kussen terug, hardnekkig iedere stelling verdedigend en alles verwoestend op hun aftocht.
Den 8quot; Februari 1807 kwam het eindelijk tot een bloedig treffen bij het stadje Eylau ; 72000 Kussen en 8000 1'ruisen stonden tegenover 5 L.000 Franscben. Napoleon, die slechts een paar uur van de nacht op een stoel slapend had doorgebracht, bad met zijn garde post gevat op het kleine kerkhof nabij de kerk, vanwaar bij het slagveld kon overzien. Er hing een grauwe lucht en een dichte sneeuwbui viel neer, toen de Russen met 200 kanonnen het gevecht openden. Weldra stond dc stad Eylari in brand en verlichtte spookachtig den somberen morgen. Maar de kanonnen van Napoleon, beter bediend dan die der llusscn, richtten een vree-selijke slachting aan onder de dicht opeengedrongen massa der vijanden, die echter van geen wijken wilden weten en aanhoudend de levende bressen aanvulden.
Eindelijk achtte Napoleon bet oogenblik gunstig met meer kracht-op te treden; generaal St. Hilaire en maarschalk Augereau stelden zich onder een hevig vuren met 7000 man in bewegirur. De sneeuwjacht, die een oogenblik had opgehouden, begon met verdubbelde kracht en joeg de Franscben iu het gelaat, zoodat een paar divisies int de richting raakten en daardoor wederzijdschen steun ontbeerden; plotseling ontmaiskerden de Kussen een batterij van 72 kanonnen en in een kwartier tijd was de helft van het korps van Augereau buiten gevecht gesteld, terwijl het overschot dooide talrijke ruiterij des vijands genoodzaakt werd naar het kerkhof van Eylau terug te trekken. 11 et zwaarst was het l ie regiment beproefd. âIk zie geen enkel middel om bet regiment te redden,quot;
sprak de bataljonschef tot den overste Marbot. âKeer naar den keizer terug, doe hem den laatsten groet van bet 14e linieregiment, dat getrouw zijn bevelen beeft volvoerd, en breng hem den aldelaar, dien hij ons geveven beeft en dien wij niet meer kunnen verdedigen. Met zou al te pijnlijk zijn hem in de handen der vijanden te zien vallen.quot;
Marbot nam de vlag; nog eenmaal begroetten de soldaten bet laatste overblijfsel van bun roemrijk regiment en gingen onverschrokken den dood in onder den kreet: âLeve de keizer!quot; die wegstierf te» midden van den sneeuwstorm.
Toen bet sneeuwen ophield, lagen 1000 Eranschen dood of gewond op bet bloedige veld; Augereau werd zwaar gekwetst voor de voeten van Napoleon neergelegd, die daar stond op bet kleine kerkhof, kalm en onbeweeglijk, terwijl de kogels over zijn hoofd suisden, te midden der lijken van zijn hoofdofficieren.
Een wanhopige aanval van prins Murat aan bet hoofd zijner gansche cavalerie verhoedde de neerlaag; de llussische infanterie werd verbroken en neergesabeld en begon den aftocht ; ten gevolge daarvan moest ook op andere punten van het slagveld de vijand voor de Eranschen wijken.
Somher viel de avond neer, bloedrood beschenen door de vlammen der brandende stad; de Russen hadden 15.000 gekwetsten meegevoerd; maar nog lagen ruim 12.000 der bunnen en 10.000 Eranschen dood of gewond op bet slagveld in de sneeuw. Onmogelijk was bet, hen allen te helpen, en hartverscheurend waren de kreten, die door den wind over het Eransche legerkamp werden gejaagd. Napoleon was somber gestemd; hij beval vuren aan te leggen en verbood ten strengste het kamp te verlaten. Er werd
- 156 â
besloten den volgenden dag terug te trekken, maar toen de morgen aanbrak, waren de Russen verdwenen, zich even als de Franschen de zegepraal toeschrijvend.
Hol bericht van den slag maakte te Parijs den droevigsten indruk; nog was er door de Franschen geen nederlaag geleden, maar een enkele verloren slag op zoo vele honderden mijlen afstand van hun land, zou hun de vrucht van al hun overwinningen ontrooven.
In het met sneeuw overdekte Polen betrok Napoleon zijn winterkwartieren om een beter jaargetijde af te wachten en zijn gelederen te versterken voor het hervatten van den oorlog. Vanuit zijn hoofdkwartier te Ostenrode of te Einkenstein regelde do keizer de binnenlandsche aangelegenheden van zijn rijk; niets, zelf niet de geringste zaak, ontging zijn veeloinvattenden blik, en zelfs beslechtte hij vanuit het hart van Polen een onbedui-denden tuist tusschen de admistrateurs der Parijsche Opera, die een ondergeschikten beambte zijn ontslag wilden geven. Een gewichtiger bezigheid van het Pransche leger was de verovering van de sterke vesting Dantzig, de voornaamste stad van Pruisen's koning, die van zijn Llussischen bondgenoot wel veel schoone beloften ontving, maar vergeefs naar overwinningen bleef uitzien.
In liet voorjaar werd de strijd hervat: de koning van Pruisen begaf zich naar Koningsbergen en czaar Alexander naar Tilsit om het einde van den oorlog af te wachten.
Den 10ei1 ,) Lini rukten de Pranschen voorwaarts, op Heilsberg aan, na reeds verschillende aanvallen te hebben afgeslagen. Prins Murat en maarschalk Soult kwamen met ttO.OOO man bet eerst bij de stad en gingen zonder aarzelen den driemaal sterkeren
vijand te lijf; don geheelen dag duurde het gevecht en tot geluk van den roekeloozen Murat kwamen Lannes en de keizer tegen den avond de voorhoede ter hulp, die het hard te verantwoorden had. Achttien duizend man van heide legers lagen dood of gewond op het slagveld, en ofschoon Napoleon den moed Zijner soldaten moest prijzen, was liij allesbehalve tevreden over den overhaasten aanval. Op het bloedige veld bracht de keizer den nacht dooien maakte den volgenden dag alles tot den aanval gereed, doch Eenningsen trok zich uit Heilsberg terug, de stad aan de Eranschen overlatend.
Geheel volgens de berekeningen van zijn vijand sloeg de llus-sische generaal den weg in naar Eriedland aan de Alle, en aanstonds zond de keizer maarschalk Lannes vooruit om zoo mogelijk de bruggen over die rivier te bezetten.
Het was den ll-equot; Juni toen de keizer aan het hoofd der garde oj) Friedland aanrukte; hij was bijzonder goed geluimd en in de verte het kanon hoorend, zeide bij: â't Is een gelukkige dag vandaag, 't is de verjaardag van Marengo.quot; Zijn plan was, den vijand, die in een bocht der Alle stond opgehoopt, in de rivier te dringen, maar tot dat doel moest Eriedland worden genomen; maarschalk Ney werd met die moeilijke en eervolle taak belast, en na een verwoed gevecht slaagde hij er in de Russen uit de brandende stad te drijven. Vergeefs bracht Eenningsen zijn reserve in 't vuur om Eriedland te heroveren; zij werd teruggeslagen en de bruggen over de Alle gingen in vlammen op.
Van het dorp Posthenen zag Napoleon het wclgelukken van zijn plan; het vijandelijk leger was geheel in zijn banden overgeleverd en onverwijld bracht hij zijn garde vooruit om de Kussen
naar de rivier op te dringen. Des avonds om elt' uur eindigde liet gevecht.; de overwinning der Fransehen was volkomen, 25.000 Russen waren gedood of gewond of verdronken in de Alle, terwijl het verlies der Eranschen niet meer dan 8000 man bedroeg.
Den naeht bracht Napoleon op het slagveld door, en ofschoon de grenadiers vermoeid en uitgeput waren en niets anders hadden om hun honger te stillen dan een hard stuk brood, heerschte onder hen, even als na den slag bij Austerlitz, de grootste geestdrift, die zich uitte in een herhaald : âLeve de keizer !quot;
Het onmiddellijk gevolg van den slag bij Friedland was de overgave van de vesting Koningsbergen en de overtocht der llus-sen over de Niemen, aan welker oever het Eransche leger zijn zegevierenden tocht staakte.
In tien dagen tijd hadden de Russen een groot gedeelte van hun artillerie, (50.()()() man aan dooden, gewonden of gevangenen en al hun magazijnen in een omtrek van veertig mijlen verloren.
âSoldaten!quot; riep Napoleon in een proclamatie zijn dapper leger toe, âvan de boorden van de Weichsel zijn wij gekonlen aan die der Niemen met de snelheid van den adelaar. . . .
âEranschen ! gij zijt uwer en mijner waardig geweest. Gij zult terugkeeren in Frankrijk, met lauweren bedekt en na een roem-vollen vrede verworven te hebben, die den waarborg luw ft dei-duurzaamheid. Het wordt tijd, dat ons land in rust leve, gevrijwaard voor den boosaardigen invloed van Engeland. Mijne weldaden zullen u mijne dankbaarheid bewijzen en al de uitgestrektheid der liefde, die ik u toedraag.
O
âTn het keizerlijk kamp te Tilsit, den 22quot; Juni 1S07.quot;
Drie dagen later bad te Tilsit het eerste onderhoud plaats tusschen
- 159 -
Napoleon en den jongen czaar Alexander, die vurig naar den vrede verlangde. In liet midden van de Niemen had de F ransel ie keizer op een groot houtvlot een paviljoen laten houwen, waar de samenkomst der twee machtigste mannen van Europa zou plaats hehhen; gelijktijdig staken de twee keizers aan heide oevers der rivier ai' en roeiden naar het vlot, waar zij ten aanschouwen en onder toejuichingen der heide legers, die aan den oever hadden postgevat, elkander omhelsden. In het paviljoen hadden zij een langdurig onderhoud, terwijl de koning van Pruisen in het llus-sische legerkamp geduldig afwachtte wat over zijn lot werd heslist.
De jonge, geestdriftige Alexander koesterde vurige bewondering voor het genie van zijn tegenstander; reeds den volgenden dag nam hij te Tilsit zijn intrek hij Napoleon, die op de meest vriendschappelijke en vertrouwelijke wijze met hem omging en hem zijn groote plannen voor de toekomst ontvouwde. De hoop van den Eranschen keizer werd verwezenlijkt: de Russische keizer werd zijn bondgenoot tegen ingeland, de Russische havens zouden voor Eugelsche schepen gesloten hlijven, en gevleid, met Napoleon de heerschappij over Europa te deelen, verbond zich de jonge monarch de overige landen van Europa, die het Continentaal Stelsel nog niet hadden aangenomen, tot erkenning er van te dwingen.
liet zwaarst werd Pruisen beproefd: het verloor een aanzienlijke uitgestrektheid grondgebied met de steden Maagdeburg en Dantzig; Warschau werd een groothertogdom, dat onder den koning van Saksen kwam te staan ; uit verschillende stukken van het Duitsche rijk werd voor Jéróme Bonaparte, 's keizers jongsten broeder, het koninkrijk Westfalen saamgesteld, en bovendien moest
â ico â
Fredcnlc Wilhelm zicli een aanzienlijke oorlogsschatting laten welgevallen. Vergeefs trachtte koningin Louisa zachtere voorwaarden van den overwinnaar te verkrijgen ; Napoleon behandelde haar met ruwheid en bleef bij zijn eischen volharden.
Den 27quot; .1 nli 1807 kondigden zestig kanonschoten aan, dat Napoleon in Parijs was teruggekeerd : twintig maanden geleden had het (Jroote Leger bet kamp van Boulogne verlaten; in dien tijd had het een groot gedeelte van Kuropa doorloopen, alle vijandelijke legers overwonnen, die het op zijn weg ontmoette, en was teruggekeerd, omdat bet geen vijanden meer te bestrijden vond. Die krijgstocht, waarvan de geschiedenis geen weergade aanbood, bad den Franschen naam met roem bedekt,on bet volk, zoo gevoelig voor schittering en roem, vergat de opolferingen, waarmee die glorie was gekocht ; bet vergat het lijden van zoovele duizenden, die bnn leven hadden gelaten in l'rnisen en Oostenrijk, en die eenzaam gestorven waren op de besneeuwde slagvelden van Polen ; en bij de luidruchtige toejuichingen en bet daverend âLeve de keizer!quot; dacht de opgewonden menigte niet meer aan de tranen van zoovelen, die een zoon ol' broeder betreurden, door de conscriptie onbarmhartig weggevoerd, en die voor den keizer zijn bloed bad vergoten ver van den huiselijken haard.
âBij alles wat ik gedaan heb,quot; zeide de keizer, âheb ik alleen ten doel gehad bet geluk mijner volken, dierbaarder in mijn oogen dan mijn eigen roem. Franschen ! ik ben er trotsch op, de eerste onder u te zijn. Gij zijt een goed en groot volk!quot;
Maar wat door bet zwaard veroverd was, kon slechts door het zwaard behouden blijven, en duur, vreeselijk duur zon het Fransche volk den roem van zijn keizer betalen.
Napoleon.
- 1U1 â
II
HOOFD ST I' K YIII.
AVAGUAM.
iet lani? hlt'd' Napoleon in zijn hoofdstad werkeloos; na
DE l'KANSCHK ADKI.A A KS AAN' KMItO ENquot; TAAG.
TWICE KEIZERS.
door een reeks van prachtige feesten het volk de £ru-
welen des oorlogs te hebben doen vergeten, vertrok hij over den nieuwen Simplon-weg, dien hij had laten aanleggen, naar Italië, waar liij een bezoek bracht aan de voornaamste steden en de groote werkim in oogenschouw nam, die op zijn bevel werden uitgevoerd. Hij zijn bezoek aan Italië herinnerde zich de keizer, dat daar nog een broer van hem woonde, met wien hij in onmin was, Lucien namelijk, die hem bij den staatsgreep van den ISn linimaire, toen hij de eerste schrede zette op het veld der heerschappij, zoo krachtdadig gesteund had.
Aan vele leden zijner familie had Napoleon kronen en vorstendommen uitgedeeld, en Lucien, veruit de bekwaamste en schranderste, leefde als ambteloos burger; teu gevolge van een twist had bij zich van zijn keizerlijken broeder afgescheiden en woonde in den Kerkdijken Staat vreedzaam op een stille villa, met een groot fortuin, dat hij in zijn staatkundige loopbaan verzameld had.
Napoleon hoopte liem weer aan zich te verbinden, te meer tiaar hij voor (!lt;â verwezenlijking zijner groote plannen schrandere mannen noodig had, en onthood hein te Mantua.
De samenkomst had in het geheim plaats; Napoleon was slechts vergezeld van Mnrat, Eng^'ne de Heanharnais en zijn gunsttding Dnroc. Lncien hraeht met zich een neef van zijn eerste wouw (de dochter vaneen herbergier uit Saint-Maximin) en twee vrienden nit de ilomeinsche Campagna.
Lncien wilde zijn rijtuig niet laten uitspannen, want hij dacht nog denzelfden avond te vertrekken, en na den koetsier zijn bevelen te hebben gegeven, ging hij haastig het hnis binnen, waar de keizer hem wachtte. Napoleon trad hein te ge moet en reikte hem met ontroering de hand; Lncien kuste ze en beide broeders omhelsden elkander na lange scheiding.
Op een teeken van Napoleon verwijderden zich do overigen; hij wilde alleen zijn met zijn broer, wiens zelfstandig karakter hij kende, en zonder omwegen vroeg liij hem in het Italüuinsch:
âLncien, wilt gij eindelijk den weg opgaan, dien ik volg?quot; at is die weg'rquot; antwoordde lier de gewezen president van den Raad der Vijfhonderd. âWat is die weg'r Dan kan ik zien of hij mij bevalt.quot;
Napoleon spreidde een landkaart op tafel uit en zeide : âKies, welk koninkrijk gij begeert, üp mijn broederwoord, gij zult bet hebben ; de koningen gehoorzamen mij, mijn naast bestaamlen moeten mij steunen, en de heerschappij over de wereld is nan ons. Lodewijk en .lérome zijn onbekwaam, al mijn hoop herusl op u.quot;
Hij die woorden zag Napoleon hem scherp in bet gelaat, als wilde hij het antwoord in zijn oogen lezen.
Js (lat die weg?quot; zeide Lucien. âWelnu, 't is een verkeerde, en gij zult hem niet ten einde loopen. (iij weet, ik lieb u geholpen hij het consulaat en ook hij het keizerrijk; maar de koningen zijn in uw hand niet meer dan prefecten; zij hehhen noch onafhankelijkheid noch eigen wil. Als gij mij een koninkrijk geelt, dim wil ik mijn naam niet gevloekt zien. Zie Toskane en Italië eens. Wat heht gij er van gemaakt r Er is geen handel, geen welvaart meer; op die manier koning zijn wil ik niet.quot;
âCij hlijl't altijd even koppig,quot; sprak de keizer, âmaar ik hen het ook. Gij zijt net als Joseph, die mij schrijft, dat hij als koning van Napels moet doen wat hij verkiest. Tegen mijn verlangen wil hij de het rekkingen herstellen met den Paus.
âEn waarom niet?quot; antwoordde Lucien. âAls de belangen van zijn land er mee gediend zijn, heeft hij gelijk daar op aan
te dringen.quot;
Napoleon werd bleek van woede en liep met gmote schreden
het vertrek op en neer.
âMijnheer,quot; riep hij zijn broeder toe, âgij mot I mij ^ hooi
zaïnen als aan het hoofd uwer familie; gij zult doen wat ik wil.quot;
Lucien werd op zijn beurt opgewonden.
âPas op,quot; zeide hij tegen Napoleon, âik hen geen onderdaan van u. Gij denkt me hang te maken; maar herinner u, dat ik bet niet was, die stond te heven op den 18n «ruinaire. Op Mal-maison heb ik u nog gezegd; Dat rijk, dat gij met geweld op richt en met geweld in stand wilt bonden, zal door geweld ten
gronde gaan en gij er bij.
Nu kon de keizer zijn woede niet meer bedwingen en Lucien,
die aan het onderhoud een einde wilde maken, besloot heen te
gaan. Langzaam bedaardo de toorn van Napoleon en als laatste woord riep liij zijn broeder toe ;
âAdieu, Lueien; de naebt scliaft raad; tot morgen.quot;
Maar Lueien waebtte den Aolgenden dag niet af; bij stapte in bet rijtuig, dat bem nog altijd waebtte, en verliet oogenbiikke-lijk de stad.
In bet begin van 1 SOS keerde Napoleon te Parijs terug, waar de winter werd doorgebraebt met luisterrijke feesteu, die aan de bol bonding van ]iode\vijk XIV deden denken. Om den roem van liet leger te vereeuwigen, werd de seboone Triomfboog, op^e-riebt en groote werken werden uitgevoerd tot verfraaiing der booldstad. l'arijs was langzamerband een groot museum geworden, waar de sebatten van alle volken van Europa zieb oplioop-ten; want bet was Napoleon ni(gt;t genoeg de volken te vernederen, liij beroofde ze van de seboonste voortbrengselen banner kunst, van bun dierbaarste herinneringen. In Potsdam bad bij den degen en de deeoratiën van den grooten Frits weggenomen en ze naar het hotel der Invaliden gezonden als een roemrijke trofee; Spanje liet den degen terugbrengen, dien Frans 1 eenmaal had overgegeven toen alles voor Frankrijk verloren was behalve de eer, en \ enetië moest de heerli jkste gedenkteekenen missen uit het roemrijk tijdperk zijner dogen.
Maar niet lang zou de vrede bewaard blijven.
liet noodlottig Continentaal Stelsel, waardoor Napoleon Engeland hoopte te vernederen en, zooals bij zich uitdrukte, door het land de zee dacht te veroveren, wierp hem van den eenen oorlog in den anderen.
De Zweden, door Engeland met geld gesteund, durfden Frankrijk
â 1C5 â
den liaiulsclioen toewerpen, doeh maarschalk Brune bracht hun nediü'laag op ncderlaiig' toe en veroverde het geheele kuslgebied der Oostzee. De Kngelsehen, Frank rijks onverzoenlijke vijanden, wendden zieli daarop tot Denemarken, welk land zij tot een hondgenootselinp wilden dwingen; op een weigering des konings bemachtigden zij de Deensche vloot en bombardeerden Kopenhagen. liet gevolg was, dat Denemarken de zijde van Napoleon koos en het Continentaal Stelsel aannam; ook hier Faalden de berekeningen der Kngelschen, maar gelukkiger zouden zij zijn in het l'yreneesche schiereiland.
liet koninkrijk Portugal, dat door zijn afgezonderde ligging bijna vreemd was gebleven aan de beroeringen, die Europa hadden geteisterd, had nog altijd de oude vriendsebapslietrekkingen met Engeland onderhouden en stoorde zich niet aan de hevelen van den Eranschen keizer. Napoleon verklaarde het Jluis van Braganza vervallen van den troon en zond generaal .1 uuot, zijn gewezen adjudant tijdens het beleg van Tonlon, met 27000 man naar Portugal om koning Johan van den troon te stooten. Een ander leger werd aan de Spaansche grens gereed gehouden.
Met ontzettende tegenspoeden had het leger onderweg te kampen, maar .lunot snelde met een kleine keurbende vooruit en bevond zich op slechts twintig mijlen van de l'ortugeesche hoofdstad, toen de koning het gevaar zag, dat hem dreigde, en in bet Eransehe regeeringsblad zijn vervallenverklaring las. ' In allerijl scheepte de koninklijke l'amilie zich in en vluchtte naar Brazilië. De Eransehe adelaars wapperden van de torens van Lissabon.
Intusschen koesterde Napoleon nog een ander groot plan; in zijn heerschzucht, die met zijn veroveringen gelijken tred hield,
ja ze nog verre vooruitsnelde, droomde liij zich de stichting van een groot Westerseh keizerrijk, dat hem alleen als heer zou erkennen; Spanje kwam dan aan de heurt zijner veroveringen. Bovendien had hij het voornemen, de Uourhons uit te sluiten van alle tronen van Europa, en de Bourbon, die in Spanje zetelde, had tijdens de laatste oorlogen den argwaan van den keizer gewekt.
De oude Karei IA' was echter lange jaren de trouwste hond-genoot van Napoleon geweest; hij had zijn vloot met die der Franschen laten vernielen hij Trafalgar, en een sterk Spaansch leger had deelgenomen aan den grooten krijgstocht en moedig gestreden hij Eriedland. Voor Napoleon was dat echter geen reden tot dankbaarheid; veeleer zocht hij van die omstandigheden gebruik te maken om beter zijn slag te slaan, en bracht een aanzienlijke krijgsmacht bijeen om op het gunstig oogenblik Spanje binnen te rukken.
L)e gelegenheid daartoe bleef niet lang uit.
De zwakke Spaansche koning liet bet bestuur des lands geheel over aan zijn gunsteling (Jodoï, die den titel voerde van âvorst van den vredequot;. Deze was een man van lage afkomst, die door de gunst der koningin en allerlei kuiperijen tot zijn hooge waardigheid was opgeklommen en door zijn slecht bestuur geestelijkheid en volk, de kern der natie, van zich vervreemdde. Tal van ontevredenen kozen de partij van den kroonprins, den prins van Asturië, een jongen man met een onstuimig, maar zwak karakter, die in de grootste oneenigheid leefde met zijn vader en diens alvermogenden minister. Den llhi Februari ISOH kwam het tot een bloedige opstand, waarbij de prins van Asturië overwinnaar bleef, zijn vader afstand deed doen en zich tot koning uitriep onder den naam Ferdinand A'll.
Nu was voor Napoleon liet ooi^enblik van lianclolon gekomen; liet Spaansche leger oiuler generaal La Uomana was nog niet uil-Polen teruggekeerd en stond aan de Oostzee werkeloos, zoodat liet geen invloed kon uitoefenen op de gebeurtenissen in liet vaderland ; en o)) een bevel van den keizer rukte Murat aan bet booi'd der Kransebe troepen Spanje binnen en bezette Madrid.
Nauwelijks was de seboonbroeder van Napoleon de Spaanscbe bool'dstad binnengetrokken, of Karei TV herrie}) zijn besluit en verklaarde, dat bij door zijn zoon niet geweld tot troonsafstand was gedwongen. De Kransebe generaal stelde aan bem en Ferdinand VII voor, de bemiddeling van Napoleon in te roepen en zicb naar Eayonne, in Zuid-Frankrijk te begeven, waar de keizer, overtuigd van bet welgelukken zijner pogingen, reeds was heengegaan.
Aebtereenvolgens kwam de Spaanscbe koningsfamilie te Bay-onne; Napobson weigerde den prins van Asturië als koning te begroeten en daardoor liet welslagen van den opstand te erkennen ; voor bem bleef Karei IV de wettige koning van Spanje.
Na herbaalde bijeenkomsten mei den koning en zijn zoon bad bij bun beider vertrouwen weten te winnen en de uitslag der onderbandelingen was, dat Ferdinand van de kroon afzag ter gunste van zijn vader, en dat Karei 1\ al zijn reebten op Napoleon overdroeg. De laagste buiebelarij vierde biermee baar triomf. Om de beide vorsten tot dien stap te bewogen, bad de keizer aan ieder bunner in bet gebeim beloofd, hem de kroon te zullen teruggeven; maar zoodra bij de stukken in handen bad, dat Karei IV en Ferdinand VIT van den troon afstand deden, wierp hij onbesebaamd bet masker af.
Jn plaats van zijn woord gestand te doen, zond hij Karei 1\
â 168 â
in gevangenscliaj) naar Compiognc on don prins van Asturiö naar Valencay, en om de kroon op liet werk te zetten van trouweloosheid en verraad, schonk hij de kroon van Spanje aan zijn hroelquot; Joseph, die reeds koning was van Napels, maar welk laatste koninkrijk nu aan Murat werd toebedeeld.
De keizer meende dat ook hier zi jn woord alleen voldoende zou zijn om zijn wil door Ie drijven; maar het edele Spaansehe volk verdroeg den smaad niet, zijn vorstenhuis aangedaan, en terwijl heel Europa beefde op een wenk van Napoleon, durfde Spanje, zonder koning en zonder leger, den geweldigen keizer den weerstand bieden.
Over het geheele land brak de opstand uit en nam bet volk-de wapenen op voor de zaak van koning Ferdinand. Te Cadix vergaderde de junta, de volksvergadering, die de ziel Avas van den opstand ; overal vormden zich guerilla-benden, die zich in de bergen en bosschen verspreidden, de afzonderlijke i'ransche troe-penafdoelingen aanvielen en zich, zoodra zij vervolgd werden, in hun ontoegankelijke bergpassen terugtrokken.
Jn het begin van Mei brak te Madrid plotseling een opstand uit, die aan vijfhonderd Fransehen het leven kostte. Murat, die deze uitbarsting der volkswoede niet voorzien had, nam vreese-lijke wraak en liet honderden inwoners, waaronder ook vrouwen waren, in de drukste straten der stad neerschieten ; doch die bloedige strafoefening deed de verbittering der Spanjaarden slechts stijgen. Andere steden kwamen in opstand: te Cadix werd de Fransche vloot veroverd, die daar na den slag van Trafalgar een schuilplaats had gezocht, en in alle provinciën, waar de Fran-schen zich ophielden, woedde de oorlog met ongehoorde gruwzaamheid en wreedheid.
â 17ü â
Het was geen oorlog, maar een jacht op inonsclien. De Fran-sclie soldaten, dio ziel» door Iiiih rooverijen en aunmatigingen hadden gehaat gemaakt en door hun heiligsehennissen het diep godsdienstige volk bloedig hadden gegriefd, werden door de gewapende hoeren als wilde dieren opgejaagd en neergeschoten, wat van de zijde der Franseiien tot gruwelijke wraaknemingen aanleiding gal'.
De Kransehen waren aan die nieuwe wijze van oorlogvoeren niet gewoon; hovendien bestond het leger grootendeels uit jonge recruten van de laatste lichting, die nog niet gehard waren tegen de vermoeienissen en wisselvalligheden van den oorlog Wel wisten zij in 't open veld eenige overwinningen te hevechten, maar leden een verpletterende nederlaag hij Ha\ len, waar generaal Dupont zich met ^2.()()() man aan den vijand gevangen gaf.
Die tijding maakte op Napoleon een verpletterenden indruk; hij begreep het gewicht en de uitgestrektheid dier ramp. â't Is een schandvlek voor den hVanschen naam!quot; riep hij uit. â't Was beter, dat zij allen gesneuveld waren met de wapensin de hand; wij zouden ze gewroken hebben. Soldaten vindt men terug, de eer alleen is niet weer te vinden.quot;
Nieuwe en hetere troepen werden naar Spanje gezonden, en maarschalk Hessjères wreekte den smaad der Fransche wapenen bij .Medina, waar hij met 1 !â¢.()()() man oen viermaal sterkere krijgsmacht des vijands uiteen joeg. Ondertusschen was Joseph Bonaparte naar Madrid gekomen en had de liulde ontvangen van een klein getal Spanjaarden, die liever verraders werden van hun land, dan de groote zaak der natie te dienen; maar nauwelijks had bij zich in de hoofdstad gevestigd, of het leger
van La Romana ontsnapte op lingelsclie scliopen van de kusten der Oostzee en kwam zich bij (It1 opstandelingen voegen. Den laatsten Juli ontscheepte een Engelseh leger onder bevel van Arthur Wellesley, later bekend als de hertog van Wellington, in de nabijheid van Lissabon, en dwong .Innot Portugal te ontruimen.
Joseph Bonaparte vluchtte uit Madrid; de Fransche troepen trokken zich achter de Ebro terug en opnieuw riep het Spaansehe volk Ferdinand Vil tot koning uit.
Met de grootste belangstelling hield heel Europa de oogen gevestigd op den strijd, die in Spanje gevoerd werd. Napoleon begreep, dat de mogendheden niets liever dan zijn nederlaag Avenschten en hij begreep ook, dat hij, om zijn gezag te handhaven, noodzakelijk overwinnen moest; het was noodig, dat hij zeil' naar Spanje ging om de leiding van den oorlog op zich te nemen en een einde te maken aan het gekrakeel en de oneenig-heid zijner generaals, die zich allen even voornaam achtten en aan niemand wilden gehoorzamen dan aan den keizer alleen. Maar zou Europa die gelegenheid niet aangrijpen om opnieuw de wapens op te nemen? Kou hij rekenen op de beloften van Husland, die met geweld waren afgedwongen? Kon hij zich verlaten op Pruisen, dat hij zoo diep had vernederd, maar dat hij nog sterk genoeg had gelaten om hem aan te vallen? Bovendien stond Oostenrijk ieder oogenblik gereed om de nederlaag bij Austerlitz te wreken; de vorsten van het Rijnverbond droegen slechts noode bet Fransche dwangjuk en Napoleon's eigen broeders toonden zich onwillig om hem in alle opzichten te gehoorzamen.
Napoleon zag dat alles in, en om de vrije hand te hebben in Spanje, moest de just in Europa verzekerd blijven. Tot dat doel
riep hij te Erfurt, een vredelievend congres bijeen, waar de toestand van Europa zou geregeld worden; de czaar van llusland, Alexander I, die te Tilsit zoo vertrouwelijk met Napoleon had omgegaan, zou persoonlijk op liet congres verschijnen, en de Fransche keizer hoopte niet weinig van dien machtigen hond-genoot voor liet hereiken zijner oogmerken.
Het kleine en stille stadje Erfurt, in de nabijheid van Weimar gelegen, had als hij tooverslag een ander aanzien ontvangen, liet wemelde in de straten van uniformen, schitterende livreien en prachtige hofrijtuigen; koningen en vorsten, voorname edellieden en staatsambtenaren zag men als gewone wandelaars zich bewegen door de nauwe straten der oud-Diiitsche stad.
Den 27sten September kwam de Eransche keizer te Erfurt aan, en na de aanwezige vorsten aan zich te hebben laten voorstellen, reed hij nog denzelfden middag te paard den weg op naar Weimar, van waar czaar Alexander in een open rijtuig zou aankomen. Zoodra het keizerlijk rijtuig in de verte zichtbaar werd, zette Napoleon zijn paard in galop, als wilde hij daardoor toonen hoezeer hij naar die samenkomst verlangde. Beide keizers omhelsden elkaar onder de innigste betuigingen van vriendschap en reden te zamen naar de stad. De Eransche keizer koesterde genegenheid voor den jongen, ridderlijken Alexander, en deze van zijn kant was vol bewondering voor het genie van Napoleon.
Voor den czaar en zijn gevolg waren rijpaarden in gereedheid gehouden, en naast elkaar reden de beide keizers Erfurt binnen onder een ontzaglijken toeloop van mensehen, die van heinde en verre waren toegestroomd om den intocht der beide monarchen te zien. Een donderend: âLeve Alexander! Leve Napoleon!quot;
stfie» o)) uit het saamgetlrongon volk, dat in de goede verstandhouding tusschen de twee machtigste vorsten van Kuropa het onderpand zag van den vrede, waaraan het geschokte Dnitsch-land zoo innig behoefte had.
Napoleon kon trotsch zijn bij het aanschouwen van dien hofstoet van vorsten, die hem omringden, die allen op zijn woord naar Erfurt waren gekomen en waarvan de meesten hem als suzerein huldigden: nooit had Europa zulk een verzameling van gekroonde hoofden gezien. Om de keizers Napoleon en Alexander verdrongen zich grootvorst Constantijn, prins Willem van J'ruisen, de koningen van Saksen, Beieren en Wurtemberg, de koning en de koningin van Westfalen, de kanselier van het Rijnverbond en een menigte hertogen en groothertogen van kleinere Duitsche staten.
Geen wonder, dat de Fransche grenadiers in Erfurt hun hart sneller voelden kloppen bij het zien van al die vorsten, die zij door hun goed zwaard hadden overwonnen en die nu hun keizer huldigden; geen wonder ook, dat zij voor die vorsten, die zoo menigmaal voor hen van het slagveld waren gevlucht, niet meer dan uiterlijk eerbetoon over hadden. Zij wisten, hoe weinig hun meester ze telde.
Aan de feestelijkheden kwam geen einde, en Napoleon spreidde de schitterendste pracht en praal ten toon. Iedere dag was er diner bi j den Franschen keizer, die als gastheer optrad van den Kussischen monarch ; de tooneelspelers van den Franschen schouwburg, die Napoleon opzettelijk uit Parijs had ontboden, brachten 's avonds voor het vorstelijk auditorium hun beste stukken ten gehoore, waarna de tijd verder werd doorgebracht in de salons van czaar Alexander.
- 174 -
Czaar en keizer ^avcn elkander de ondubbelzinnigste blijken van vriendschap. Oj) zekeren dag, toen /ij samen gearmd door het paleis gingen, zag Napoleon een reusacbt igen Franscben grenadier op post staan, wiens gelaat door een litteeken van het voorhoofd tot de kin doorkliefd was, en met rquot;chtmatigen trots vroeg hij aan zijn metgezel: âWat dunkt n wel, broeder, van soldaten, die aan zulke wonden overleven rquot;
âEn wat dunkt u wel, broeder, van soldaten, die zulke wonden kunnen toebrengen rquot; zeide Alexander gevat.
âDie zijn dood,quot; antwoordde de grenadier ongevraagd, terwijl geen spier op zijn gelaat vertrok.
Napoleon was door de handige opmerking van den czaar niet weinig iu verlegenheid gebracht en zag dankbaar den soldaat aan.
Alexander glimluclite. âUier evenals elders blijft u de overwinning,quot;' zeide hij.
â Die beh ik ook bier, evenals elders aan mijn garde te danken,quot; antwoordde Napoleon, en vervolgde zijn weg, na den soldaat tevreden gegroet te hebben.
De beste verstandhouding bleef bestaan tusseben de beide keizers, die de weinige uren, die door genoegens niet werden in beslag genomen, besteedden tot het regelen der gewichtige aangelegenheden, waar de vrede van Europa van afhing. Door die twee mannen werd over liet lot der volken beslist; de overige vorsten waren niet meer dan de figuranten op het tooneel, waar Napoleon en Alexander de rollen vervulden. Maar wat door beide keizers in het diepst geheim werd besproken, raakte de belangen A an iedereen; geen wonder, dal de koningen en staatslieden, te Erfurt aanwezig, met angstvallige zorg heide
kei/ors in al hun doen en laten gadesloegen, om althans to kiinnon vorinoodcn wolko gevoelens hen ten opzichte van elkaar bezielden. Mochten de onderhandelingen tusschen Napoleon en Alexander tot geen goeden uitslag leiden, dan stond de oorlog met al zijn verschrikkingen weer voor de deur; maar de czaar zeil' zorgde er voor, dat de aanwezige vorsten zich in zijn bedoelingen niet vergisten. Op een avond, dat in den schouwburg bet treurspel Koniinj Ocdipns werd opgevoerd en een der tooneel-spelers de woorden sprak; âl'Amitié d'un grand homme est un bienfait des dieux!quot; ') sprong czaar Alexander op en drukte ten aanschouwen van alle aanwezigen keizer Napoleon de hand.
Den October waren de onderhandelingen geëindigd; beide
keizers stegen te paard en verlieten de stad, terwijl de troepen onder de w apenen stonden en de volksmenigte geestdriftig juichte. Een eindweegs buiten de poorten stonden de rijtuigen voor den czaar gereed; beide keizers stapten van hun paard en wandelden vertrouwelijk nog eenigen tijd naast elkander voort; zij spraken nog eens over bet nut, en de grootheid van bun verbond en drukten de hoop uit hun vriendschapsband nog nauwer toe te balen; een laatste handdruk werd gewisseld en de czaar sloeg den weg in naar Sint-l'etersburg, waarna de keizer spoedig naar Parijs terugkeerde. Beide mannen zouden elkaar op aarde niet meer wederzien en al hun schoone plannen in rook verdwijnen, gelijk bet laatste bouquet van een schitterend vuurwerk.
Napoleon was tevreden met den atloop der onderhandelingen ; hij had ten minste zekerheid, dat de vrede tot het volgend voorjaar niet verstoord zou worden; door aan Alexander een groote
1 j De vi'iendsi liap van «en grout man is een weldaad der goden.
â 17Ã â
uitgestrektheid grondgebied aan den Donau toe te staan, had lüj de llussisclie vriendschap gewonnen en tevens een l)ondgenoot-schap tot stand gebracht, waardoor Oostenrijk werd in toom gehouden. Do jonge czaar liad zich laten verlokken door het vooruitzicht, met Napoleon de heerschappij over Europa te deelen, en de laatste kon zijn aandacht nu onverdeeld wijden aan de ernstige aangelegenheden in Spanje.
Als bij tooverslag veranderde de toestand zoodra Napoleon in persoon zich aan het hoofd des legers stelde. Hij Espinoza en Tudela weken het Spaansche en het Engelsche leger; de keizer liet zijn troepen in grooten haast voortrukken, want hij stond er op, spoedig na zijn vertrek uit Parijs in Madrid aan te komen. Bij de bergengte van Somo-Sierra vooral stiet hij op geduchten tegenstand; achttien kanonnen bestreken den bergweg en reeds zag de keizer eenige regimenten neergemaaid bij hun pogingen om dien doortocht te forceeren. Toen sloeg hij zijn oogen op de Poolse)ie eskadrons zijner garde, waarin de bloem van Polen's jongelingschap diende. âKomaan, neemt die batterij daar weg,quot; zeide hij, âmaar in galop, zonder op te houden.quot;
De ruiters stelden zich in beweging; de kogels Moten door bun omhoog geheven lansen en het moordend schroot deed ze bij tientallen in het stol' bijten; maar na een oogenblik van aarzeling ging bet weer voort in razenden galop over den rotsach-tigen weg; manschappen en paarden sloegen tegen den grond, maar voort gingen de anderen, in wolken van stof en rook, met hun schitterende uniformen en wuivende pluimen. De slag van Somo-Sierra werd gewonnen en de weg van Madrid lag voor de Eranschen open, waar Napoleon den 2lequot; December, den ver-
Napoleon.
- 177 -
12
jaardag zijner kroning en van Ansterlitz, aankwam en de stad na een ]lt;ort, maar lievig gevecht door zijn troepen liet bezetten.
Xooit had de keizer heter de gruwelen van den krijg aanschouwd dan in Spanje; de oorlog werd met de uiterste verbittering gevoerd en hier had hij niet alleen te strijden tegen legers, maar tegen een geheel volk, dat voor zijn vrijheid opkwam en in sombere doodsverachting iedere nederlaag te wreken zocht. Napoleon was bang van het Spaansche volk; ieder oogenblik achtte hij zijn leven bedreigd en nam de uitgebreidste veiligheidsmaatregelen. Hij reed niet meer aan de spits zijner regimenten, maar stapte voort te midden der soldaten zijner garde, stoere mannen met gerimpeld gelaat, die al zijn veldtochten hadden meegemaakt en die met moederlijke bezorgdheid over hun keizer waakten.
Napoleon trok zeil' ^Madrid niet binnen, maar sloeg zijn kamp op in de nabijheid der stad, het gunstig oogenblik afwachtend om tegen het Engelsch leger van generaal Moore op te trekken.
Daags voor Kerstmis ging hij op marseh; het was bitterkoud en een hevige sneeuwstorm woedde in het gebergte. De avond brxron te irrauwen en de boeren zeiden, dat er gevaar bestoud
O O
met zulk weer over den berg te gaan, maar Napoleon had haast om het Engelsch leger in te halen : een dag oponthoud kon al zijn berekeningen te niet doen. In gesloten gelid, om de kracht van den wind te breken, gingen de jagers der garde voorop, hun paarden bij den teugel leidend over het glibberig pad ; de keizer zell' ging te A'oet, geleund op den arm van generaal Savary ; hij was somber gestemd, het ging hem niet naar wensch, maar toch werd in één nacht de Sierra overgetrokken.
- 178 -
Een reeks gevechten met het terugtrekkend Engelsch leger volgde.
Te Benavente werd gebivakkeerd ; groote sneeuwvlokken, dwarrelden neer en de manschappen bevroren bijna bij hun kampvuur. Een renbode uit Parijs bracht den keizer eenige brieven; het gelaat van Napoleon werd somber en teekenrle bezorgdheid ; oogenblikkelijk sprong hij te paard en reed heen in galop zonder een woord te spreken. Na een rit van 4 uren te Asborga aangekomen, liet hij maarschalk Soult ontbieden en droeg hem het opperbevel over het leger op. âIk zal nog een of twee dagen te Asborga blijven,quot; zeide hij, ,,dan ga ik naar Valladolid en keer van daar naar Erankrijk terug.quot;
Te Valladolid vernam Napoleon, dat de Engelsehen zich weer hadden ingescheept, nadat generaal Moore den dood gevonden had bij zijne nederlaag onder de muren van Coruna; in geheel bet schiereiland zegevierden de Eranschen, -Joseph Bonaparte keerde terug in Madrid en de keizer spoedde zich naar Parijs, waar ernstige gebeurtenissen zijn tegenwoordigheid vereischten.
Be zwaie oorlog, dien Napoleon in Spanje had te voeren, was voor Oostenrijk de aanleiding geweest om opnieuw naar de wapenen te grijpen; in allerijl werden groote krijgstoerustingen gemaakt terwijl de Oostenrijksche gezant te Parijs, de graaf Von Metternich, alle listen zijner staatsmanskunst aanwendde om de openbare meening in Erankrijk op een dwaalspoor te brengen.
Napoleon was echter van alles onderricht en besloot zijn misnoegen te kennen te geven op een wijze, die op de vertegenwoordigers van andere mogendheden tevens een heilzamen indruk moest maken.
Tweemaal in de maand werden de buitenlandsche gezanten
ten pal ei ze ontvangen; een groote menigte verdrong zicli dan in de zalen der Tuileriën, en de keizer sprak met hen op vriendelijken of min of meer strengen toon, naar gelang hij over hen tevreden was. Van die gelegenheid zou hij gehruik maken oin
zijn toorn te luchten.
Na Napoleon's terugkeer verscheen graaf Metternich weer op de gewone audiëntie; hij vermoedde reeds, dat de keizer het wooid tot hem zou richten en had veel zorg besteed aan zijn toilet om op waardige wijze zijn land te vertegenwoordigen. Napoleon trad de zaal binnen en ging langs den kring der rijk gegalonneerde diplomaten; voor de meesten had hij een vriendelijk woord over, maar toen hij Von Metternich in het oog kreeg, stapte hij naar hem toe, zag hem vertoornd in het gelaat en vroeg op afgemeten toon :
âWil Oostenrijk ons nu den oorlog aandoen of ons bang maken?quot;
Metternich was doodkalm gebleven toen de keizer driftig op hem kwam toeschieten en antwoordde bedaard ;
âGeen van beide, Sire; verkeerde rapporten hebben Uwe Majesteit zeker op een dwaalspoor gebracht.quot;
âWaarom dan die groote toebereidselen tot den ooilog:
âSire, zij zijn slechts gemaakt met het oog op onze verdediging.
âMaar wie valt u dan aan, dat gij u verdedigen moet? Wie bedreigt u dan?quot; Napoleon sprak op luiden toon om door de andere diplomaten gehoord te worden en vervolgde:
âAls t^ij een nieuwe legerorganisatie op het oog hadt, zoudt gij ze langzamer, zonder groote onkosten hebben uitgevoerd. Gij hebt al uw regimenten met 1300 man vermeerderd, gij hebt
- iso -
400,000 man beschikbaar, die reeds ten deele zijn gekleed en gewapend, en wat voor mij een zeker teeken van oorlog is : gij hebt paarden laten opkoopen, gij hebt nu 14000 artillerie-paarden en in vollen vrede doet men zulke groote uitgaven niet. Uwe manschappen moeten gevoed en betaald worden, dat brengt zeer groote kosten mee, en de koers van uw geld, die toch al zoo laag staat, is nog meer gedaald.quot;
âSire, wij getroosten ons al die opofferingen voor onze veiligheid,quot; antwoordde de onverstoorbare Metternich, die nauwelijks den tijd had een woord in het midden te brengen.
Napoleon werd hoe langer hoe meer opgewonden en sprak zeer haastig.
âGij wilt mij bang maken,quot; zeide hij, âmaar 't zal u niet gelukken,quot; en de aanwezige gezanten aanziende, ging hij in eenen adem tegen Metternich voort:
âDenkt gij, dat het oogenblik gunstig voor u is? Gij vergist u. Ik neem honderdduizend man van mijn troepen uit Duitsch-land om ze naar Spanje te sturen, en ik ben nog sterk genoeg tegen u; gij wapent u, ik zal het ook doen; ik zal, als 't moet, nog tweehonderd duizend soldaten op de been brengen.quot;
Nog geruimen tijd bleef de keizer op den zelfden toon voortspreken als stond liij tegenover een ondergeschikten beambte; toen hij gedaan had, zeide de Oostenrijker geen enkel woord, waarop Napoleon woedend de zaal uitliep, de aanwezigen nauwelijks groetend.
Zooals de keizer voorzien had, gebeurde het echter. Steunend op zijn machtig leger durfde Oostenrijk opnieuw het bloedige kansspel des oorlogs wagen, en den 8n April liet de opper-
â 181 -
hevellicbiH'i', ani'tslici'tog Kavel, zijn troc-pcMi de givuzeu van hot Rijnvorljoiul ovovsclivijden.
(Jewoon snol to havuloloii, had do Franscho koizer zijn leger lt;))) de vereischte sterkte gebracht en bevond zich den Kin op het oorlogsterroin bij zijn bondginoot, den koning van Beieren. Terwijl hannes en Masséna voornitsneldon, stelde zich de keizer aan het hoofd der vroennlo troepen nit liaden, Wnrtomberg en Beieren; vergezeld van den Boierschen kroon])rins ging hij do legerplaats rond, en ofschoon hij geen Dnitsch sprak, was zijn tegenwoordigheid reeds voldoende om do soldaten voor zich te 'winnen. ^Mct lier gebaar wees hij den kroonprins op de geestdriftige schare soldaten, klopte hom op den schondor en zeido: âPrins, de oorlog is uw ambacht; koningen, die nietsdoeners zijn, kunnen we tegenwoordig niet gebruiken!quot; Do woorden van Napoleon gingen van mond tot mond, en de tooverkracht, die hij uitoefende, was voldoende om die vreemde soldaten in helden te herscheppen, gereed hun bloed te vergieten voor een goedkeurend woord van
don groeten keizer.
Beeds bij het begin van den oorlog schaarde zich de overwinning onder de vanen der Franschen ; Landshut werd ingenomen en Davoust, de held van Auerstiidt, verwierf zich nieuwe lauweren in den slag hij Eckmühl. Daags daarop streed Napoleon onder de muren van Uegensburg. liet gevecht was in vollen gang en de keizer stond met de maarschalken Lannes en Berthier in gesprek, terwijl hij zijn veldkijker op de stad richtte, toen een kogel, die van do wallen geschoten was en langs den grond streek, hem aan don grooten teen van den linker voet kwetste. De wonde had weinig te beduiden, maar was zeer pijnlijk, daar de voeten
(les keizers, die in do laatste dagen niet uit de kleeren geweest was, van vermoeienis sterk gezwollen waren. Onmiddellijk was de keizerlijke lijfarts, dokter Yvan, ter plaatse om de wonde van zijn meester te verbinden; de soldaten, die liet ongeval bemerkt hadden, drongen angstig naderbij; vergeefs werd hen gelast zich te verwijderen, zij sloten den kring nog nauwer, en Napoleon zag zich verplicht met zijn verbonden voet te paard tc stijgen om zijn soldaten gerust te stellen.
Toch maakte zich een geheime vrees van velen meester. Stond de keizer niet even als de anderen aan de vijandelijke kogels bloot? En wat zou het lot des legers en van Frankrijk zijn als de dood hem trof midden op het slagveld ?
Als overwinnaars trokken de Pranschen llegensbnrg binnen. Ruime belooningen werden aan soldaten en oflicieren uitgedeeld; Napoleon vleide de Beieren, die met ware doodsverachting gestreden hadden, en gewoon als hij was zijn overwinningen van te voren aan te kondigen, riep hij in een proclamatie het leger toe; âVoor het een maand verder is, zijn wij in Weenen!quot; â En hij hield woord.
Den lOn Mei stond de Fransche keizer onder de muren der Uonaustad. Vruchteloos trachtten de inwoners ze te verdedigen ; des nachts begon het bombardement, en een regen van gloeiende kogels zette tal van gebouwen in brand. Terwijl Napoleon's kanonnen de stad in een puinhoop dreigden te veranderen, kwam een Oostenrijksch ofticier hem melden, dat de aartshertogin Maria Louisa in het paleis ziek lag en aan het vuur der belegeraars was blootgesteld. Onmiddellijk liet de keizer aan zijn batterijen een andere richting geven, maar het bombardement werd niet
â 183 -
oiiclerbvoktMi on de kringelende, zwarte rookwolken en de vuurgloed, die boven AVeenen zweefde, getuigden van de werking van zijn geschut.
Na drie dagen gal' de* stad zich over. Napoleon, die van zijn wonde, bij Regensbnrg opgedaan, geheel hersteld was, nam slechts een korte rust in het paleis van Schönbrunn, in de buurt van AVeenen, en zette niet kracht zijn toebereidselen voort om den oorlog aan de andere zijde van den Donau over te brengen, waar aartshertog Karei gereed stond om de geleden verliezen te wreken.
Na een verwoed gevecht veroverde Napoleon het eilandje Lo-bau, dat midden in de rivier gelegen is, en hein een geschikt punt bood voor den overtocht zijner troepen. Den ^ln Mei stonden de maarschalken Lannes en Masséna op den linker Donau-oever met een gedeelte des legers en wachtten met beslistheid den aanval van den ovennachtigen vijand af.
Den geheelen dag duurde de strijd en werd eerst laat in den avond gestaakt. Er volgde een sombere nacht; bij stroomen gudste de regen neer, het water van den Donau begon sterk te wassen en donderend sloegen de golven onder de drie bouten bruggen door, waarmee Napoleon het eiland met den linkeroever verbonden had. Aan den anderen kant bevond zich het gros van het Fransche leger en de keizer wilde dien nacht zooveel mogelijk troepen op den linker oever overbrengen; van slapen was geen sprake, en den gansehen nacht stond bij in het slijk en den stroomenden regen, met een lantaarn in de hand, zijn manschappen, die over de brug trokken, tot spoed aanwakkerend.
Toen de morgen aanbrak, stond aartshertog Karei, aan het hoofd van 150,000 man tegenover 55000 Eranschen. Nauwelijks
was de zon hoven de lai^c daken van de dorpen .Vspei'ii en Essling opgegaan ol' tweehonderd kanonnen donderden de Franschen te gemoet.
Lannes en Masséna verdedigden zich heldhal'lig tegen de ontzaglijke orermaclit, zi j hoopten op de komst van maarschalk Davoust, die zich nog aan den anderen oever bevond en lnm ter hulp moest snellen ; een oogenhlik deden zij de Oostenrijkers wijken, toen plotseling het gerucht ; âde bruggen zijn weggeslagen,quot; schrik en ontsteltenis verspreidde in de gelederen.
(rebruik makend A'an het wassen der rivier en den sterken stroom had aartshertog Karei een aantal met steenen beladen schuiten en zware boomstammen den Donan laten afzakken, en deze hadden achtereenvolgens de drie bruggen vernield, zoodat Napoleon met nauwelijks 50,00(1 weerbare mannen van alle hulp verstoken aan een driemaal sterkeren vijand het hoofd moest bieden. Met alle kracht hervatten de Oostenrijkers den aanval; het regende kogels in de gelederen der Franschen, die zich met de kracht der wanhoop verweerden. De dappere maarschalk Lannes bevond zich in het heetste van het gevecht, in de nabijheid van het stadje Enzersdorll', toen een kanonskogel hem beide heenen verbrijzelde. Napoleon stond op eenigen afstand, met over elkaar gekruiste armen en onbeweeglijk gelaat den strijd gade te slaan; door den kruitdamp heen zag hij een hoofdoflicier ter aarde storten en vroeg op koelen toon :
âWie valt daarginds rquot;
Een adjudant ging heen en kwam terug met de boodschap: â't Is maarschalk Lannes.quot;
Een hevige ontroering teekende zich op het gelaat des keizers,
'uulers altijd zoo kalm te midden van het strijdgewoel en het kermen dor gekwetsten. De maarschalk was een der weinige mannen, â¢Â»)) wien hij volkomen rekenen kon, iemand met groote veldheerstalenten en oen trouw wapenmakker A an Napoleon sinds den eersten Ttaliaansclien veldtocht.
Op het slagveld zelve, in een schuur nahij het stadje Enzers-dorlï, die met gewonden gevuld was, werd den maarschalk een heen afgezet. 11 ij lag huiten kennis toen de keizer bij hem kwam ; deze knielde neer naast zijn trouwen generaal en zeide met trillende stem : â Lannes! herkent ge me niet ? Ik hen het, Bonaparte, uw vriend.quot; Napoleon was doodsbleek, zijn lippen beefden, en de hand van den gewonde grijpend, herhaalde hij : âIk ben het. Bonaparte, uw vriend.quot;
Eindelijk kreeg de maarschalk het bewustzijn terug, en zaquot;- den keizer aan met een verwijtenden blik. De ruwe krijgsman, die den dood zoo menigmaal onverschrokken in het aangezicht had gezien, huiverde er nu voor; hij klemde zich wanhopig aan het leven vast, dat hij nog niet verlaten wilde. De lijfarts van Napoleon, dokter Yvan, was tegenwoordig. âGij zult hem redden niet waarr Ciij zult hem in het leven houden rquot; vroeg de keizer op smeekenden toon.
De dokter gaf eenige hoop, maar zijn bezorgde blik zeide het tegendeel, en weinige dagen later stierf de dappere maarschalk aan zijn hekomen wonden.
Intusschen werd de strijd voortgezet en meer en meer werd voor de Eranschen de uitslag hopeloos. In overleg met Masséna liet Napoleon zijn leger naar Lohau terugtrekken; en met behulp van een aantal schuiten en eenige in der haast geslagen schip-
- 188 -
bruggen werd de overtocht bewerkstelligd. Vreeselijk was de toestand der 35.000 soldaten, die in bet kleine eiland stonden opgehoopt; er was gebrek aan levensmiddelen en ammunitie en voor de meer dan (5000 gewonden waren er nocli verbandstoll'en uoeb geneesmiddelen voorbanden; de grenadiers staarden somber voor zieli uit, bet was de eerste maal dat zij voor den vijand het veld ruimden.
Toch waagde aartshertog Karei het niet met zijn talrijk leger de Franschen daar aan te vallen, zoo groot was nog de schrik, dien Napoleon's naam zijn vijanden inboezemde. De keizer trok van die aarzeling partij, zijn genie voorzag in alles, cn in weinige dagen was het eiland Lobau herschapen in een sterke vesting, van waaruit hij weer spoedig aanvallend hoopte op te treden. Gedurende de dagen, die op den slag van Essling volgden, hield hij zich meestal te Schönbrunn op; hij kwam slechts zelden op het eiland, waar al de gruwelen des oorlogs zich zoo vreeselijk tastbaar ten toon spreidden. De oorlog was voor hem niet meer een gemakkelijk spel; zijn vijanden hadden uit hun vroegere nederlagen veel geleerd on beter doorzicht gekregen in zijn krijgs-taktiek. Bovendien werden de veldslagen steeds bloediger en namen er grooter troepenmassa's aan deel.
Nieuwe bruggen werden over den Domui geslagen. Napoleon bad belangrijke versterkingen gekregen, die prins Eugène hem bracht, en den tn Juli werden de vijandelijkheden hervat, waarbij Masséna de eerste voordeelen behaalde. In den nacht van den In op den 5n Juli had uit Lobau de overtocht plaats van het gros van het Fransche leger naar den linker oever. Op een gegeven oogenblik donderden de kanonnen tegen het ongelukkige
stadje Euzevsclorlt', en met het oovverdoovend geraas der artillerie mengden zich ratelende donderslagen en oogverblindende bliksemflitsen. liet was een ontzettende nacht; de hemel stond in vuur en een geweldige stortregen plaste neer; en terwijl de Franscbe kanonnen onophoudelijk een hagelbui van kogels uitwierpen, trokken de troepen in de beste orde naar de andere zijde van den Donau om de nederlaag van Essling te wreken.
Den (in Juli werd bij Wagram de beslissende slag geleverd, een der beroemdste gevechten, waarin Napoleon overwinnaar bleet'. Over een uitgestrektheid van drie mijlen stonden 300.000 soldaten met 1100 kanonnen tegenover elkander; de dappere Masséna, die zwaar gekneusd was ten gevolge van een val van zijn paard, nam, met doeken en compressen bedekt, in een open kales aan den strijd deel en was steeds ter plaatse, waar het gevecht het hevigst was. Van weerszijden werd met vertwijfeling gestreden; de Saksers, die aan de zijde van Napoleon stonden, werden in verwarring gebracht en sloegen op de vlucht, doch Masséna reed hun te ge moet; met den degen in de vuist wees hij ze terug en liet ze door sabelslagen weer in de gelederen drijven.
Heeds begon de kans ten nadeele der Fransehen te keeren, toen de keizer door een geniale manoeuvre de zegepraal greep, die hem dreigde te ontsnappen. Aan het hoofd van drie divisies stormde generaal Macdonald, door Oudinot ter zijde gestaan, tegen het middelpunt van de gevechtsliuie der Oostenrijkers. âHet Oostenrijksche centrum moet neergebliksemd worden als een vestingmuur !quot; riep Napoleon, en door een ontzagwekkende batterij van honderd kanonnen gesteund deden infanterie en cavalerie gemeenschappelijk
den aanval. Voor dien regen van vuur on de onstuimige aanvallen der ruiterij, aanhoudend tegen een en hetzelfde punt, waren de Oostenrijkers niet bestand: aartshertog Karei gal' het sein tot den aftocht, die in goede orde plaats had. De verliezen der Oostenrijkers bedroegen ïiü.OOO man, het dubbele van die der Franschen.
Groote helooningen deelde Napoleon aan zijn leger uit; de generaals Oudinot en Macdonald verwierven den maarschalkstar en Davoust kreeg den titel van prins van Eckmi'dil, waar liij zich met zijn gewone dapperheid bij het begin van den veldtocht had onderscheiden.
Vijf' dagen na den slag van AVagram vroeg Oostenrijk oen wapenstilstand, die te Znaïm geteekend werd en tot den vrede van Weenen leidde.
Napoleon had overwonnen, maar eens te meer had hij kunnen opmerken, dat bij niet meer tegen legers alleen, maar tegen volken te strijden bad. Bij bet begin van den veldtocht waren de boeren in Westfalen en AVurternberg in opstand gekomen, Tyrol stond iu vuur en vlam en kwam eerst tot rust toen de edele Andreas Holer door de Kranschen werd gegrepen en doodgeschoten. De 1'ruisisebe majoor Schill deserteerde uit zijn land en voerde op eigen vuist oorlog tegen de Franschen ; prins Frederik Willem van Hrunsnijk volgde zijn voorbeeld en overal vond hun onderneming warme belangstelling in bet Duitsche land. Er ging door de volken een zucht naar bevrijding van bet Fransche dwangjuk, de wanhoop gaf hun krachten, en de haat, dien Napoleon overal had verwekt, bracht hen tot de meest vertwijfelde ondernemingen.
Op zekeren dag toen de keizer te Schönbrunn een wapenschou-
wing hield over de garde, liet zicli een jonge vreemdeling aanmelden onder voorwendsel, een verzoekschrift te overhandigen. Men beduidde hem, dat de tijd daartoe niet geschikt was en dat liij een andere gelegenheid moest afwachten; maar de vreemdeling hield aan en met zooveel aandrang, dat de omgeving des keizers argwaan begon op te vatten. Hij was een Duitscher, Stabs genaamd, de zoon van een protestantsch godsdienst-leeraar, en bleek bij onderzoek, in het bezit te zijn van een dolk; in een zijner zakken vond men het portret van een jong meisje, üogenblikkelijk werd hij gevangen genomen en in verzekerde bewaring gebracht.
Na de wapenschouwing liet de keizer hem voor zich brengen; de Duitscher toonde niet de minste vrees.
âWaar komt gij vandaan?quot; vroeg Napoleon. âEn sinds hoelang zijt gij te AVeenen ? '
âTk kom van Naumburg en verblijf te Weenen omstreeks tien dagen.quot;
âHoe oud zijt gij ?quot;
âAchttien jaren.quot;
âWat waart gij van plan te doen met den dolk, die hij u is gevonden ?quot;
âU te vermoorden'', gaf Stabs met dezelfde kalmte ten antwoord.
Napoleon kon een rilling niet onderdrukken. âGij zijt krankzinnig !quot; riep hij, âgij zijt hersensziek!quot;
âIk ben niet ziek, ik hen niet krankzinnig,quot; was het antwoord. âIk heb u willen dooden, omdat gij mijn land in het ongeluk-stort. Ik heh u eens gezien, te Erfurt, en was toen een uwer grootste bewonderaars omdat ik dacht, dat gij Duitschland den oorlog niet meer zoudt aandoen.quot;
O
- 192 â
âGij zijt gek,quot; lierliaalde de keizer. â âRoep Corvisart!quot;
Dokter Corvisart Inram binuen, hij voelde Stabs den pols en verklaarde, dat deze ilocIi ziek noch krankzinnig was.
âDat had ik u wol gezegd,quot; sprak Stabs, met zekere voldoening tien keizer aanziende.
Napoleon was zichtl)aar ontroerd en hervatte zijn ondervraging.
â(Jij zijt een heethoofd,quot; sprak hij, âgij zult uw familie nog in liet ongeluk storten. Vraag vergilVenis voor uw misdaad en ik zal u vergeven.quot;
âIk vraag geen vergillen is, liet spijt me alleen maar, dat ik niet geslaagd ben. T dooden is geen misdaad, maar een plicht.quot;
âVan wie is dat portret, dat hij u is gevonden
âVan een meisje, dat ik liefheb.quot;
âZij zal nu wel bedroefd zijn?quot;
âZij zal bedroefd zijn, omdat mijn onderneming niet is gelukt, want zij verfoeit u evenveel als ik.quot;
Na deze woorden werd de gevangene weggebracht en Napoleon onderhield zich nog geruimen tijd met zijn omgeving over de secte dei' geïlluminecrden en andere geheime genootschappen, of-selioon Stabs beweerde daarvan geen deel uit te maken en alleen lt;)}) eigen aandrift gehandeld te hebben.
Den volgenden morgen werd Stabs achter een muur van het park van Schönbruini doodgeschoten ; onverschrokken stapte de jonge, blonde Duitsclicr naar de plaats der terechtstelling; hij had verzocht ongeboeid ea zonder blinddoek voor de oogen temogen sterven, omdat hij tot het laatste toe de schoone zon wilde zien. In de verte dreunde het kanon en de veroordeelde vroeg wat dat beteekende.
Napoleon.
- 11)3 -
13
âDat is het signaal, dat de vrede geteekend is,quot; werd hem geantwoord, on in vervoering riep de jonge dweper int: âDe vrede ! God, ik dank n. Duitschland zal dan eindelijk verademen !quot; Een ooirenhlik later stortte hij dood neer onder de kogels der karahmiers.
Na den vrede van AVeenen bereikte Napoleon het toppunt zijner macht. Uit het veroverd Oostenrijksch gebied vormde hij zeven nieuwe provinciën voor zijn machtig rijk; zijn bondgenoot, de koning van Beieren, kreeg Salzburg, terwijl het groot-hertogdom Warschau met West-Galicië werd vergroot.
Vergeefs hadden de Engelsclien beproefd zich van Antwerpen
O ^
meester temaken; op Walcheren geland, veroverden zij Vlissingen, maar werden door de Zeeuwsche koortsen tot den aftocht gedwongen. Ook daar hoefde de keizer geen gevaar meer te duchten, en rijk aan macht keerde hij naar Parijs terug, diepen wrok in Duitschland achterlatend.
HOOFDSTUK IX.
l'A I'S ION KKIZKR. â TIET AFSCHEID VAN .fOSÃl'IHNE. â 1gt;E DOCHTER VAX KEIZER FRANS.
oheel Eui'opa l)oo^ voor den wil van den machtigen heerscher. Zegevierend hadden zijne adelaars hnn vlucht genomen over Alpen, Apenijnen en Pyreneën en over de vlakten van J'ruisen en Oostenrijk; de machtige czaar aller Kussen rekende liet zicli tot eer zijn bondgenoot te zijn, Oostenrijk's macht was gebroken, Pruisen vernederd, Duitscbland verbrokkeld en onder zijn vazallen verdeeld, Italië aan hem onderworpen. Engeland, de eenige mogendheid, die hem hardnekkig bleef' weerstand bieden, was in den ban der volken, en wat beteekende nu nog het oproer van eenige havelooze Spanjaarden tegen de duizenden geoefende soldaten des keizers I
In de lange reeks zijner overwinningen was Napoleon er aan gewoon geraakt alles voor zijn genie te zien zwichten; het voortdurend succes zijner wapenen, en de onophoudelijke vleierijen zijner hovelingen waren niet zonder invloed gebleven op zijn toch reeds onstuimig karakter. Door de omgeving, waarin hij verkeerde, en door de omstandigheden, die tot zijne machtsvergrooting bijdroegen, was de heerschzucht, die reeds van zijn jeugd af een
m
- 195 -
kenmerkende cn overkccrschende trek bij hem was geweest, thans zoodanig ontwikkeld 011 gescherpt, dat d(; minste tegenstand hom verbitterde en Imiteu zichzelven l)racht. Hij droomde van een Europeeschen statenbond, die hem alleen als hoofd zou erkennen; het leger beschouwde hij als een werktuig tot verbreiding en vermeerdering van zijn roem, en het volk had in zijn oogen slechts één doel en slechts één en plicht te vervullen; onvoorwaardelijk te gehoorzamen aan den keizer en jaarlijks de dooiden oorlog gedunde gelederen zijner legers met nieuwe soldaten aan te vullen.
Sedert lang reeds koesterde Napoleon den wensch, ook de Kerk aan zich te onderwerpen, gelijk hij koninkrijken onderworpen had. en den Paus, wiens invloed zich over de gansehe wereld uitstrekt, te maken tot een willoos werktuig in zijne hand.
âSlechts de koning vnn Engeland en de keizer van liusland,quot; zeide hij dikwijls, â/.ijii inderdaad meester in hun rijk; zij kunnen onbeperkt over alle kerkelijke aangelegenheden naai- willekeur beschikken quot; Maar terwijl gansch hluropa aan den machtigen keizer slaai'scli gehoorzaamde, was er één, die het hoofd voor den trotschen geweldenaar niet boog, en die man was de eenvoudige Benedictijner monnik G regorius-J?ainabas Chiaramonti, die den Stoel van Petrus bekleedde onder den naam van l'ins VIT.
âEr is een priester, die machtiger is dan ik,quot;' zeide Napoleon, op den Paus doelende, tegen zijn raadsman Pontanes, âwant hij regeert over de geesten en ik regeer slechts over de stol'.quot;
Het was zijn eerzucht te veel, dat iemand boven hem stond, en geen middel zon hij onbeproefd laten om over den Pans te zegevieren. Bovendien verlokte hem het vooruitzicht, het opper-
â ivu -
hooi'cl der Kerk aan zijn plannen dienstbaar te maken ; dat zou de grootste triomf zijn zijner politiek ; zijn positie en invloed zonden daardoor bovenmate versterkt worden. Maar tot dat doel kon hij niet anders geraken door dwang; bi j besloot dus tot dat middel zijn toevlucht te nemen en den Paus te laten gevoelen, dat bij, do keizer, zijn meerdere was.
Reeds spoedig na zijn kroning zocht Napoleon twist met den H. Stoel. In Lornbardijo mengde hij zieb in kerkelijke aangelegenheden, die buiten zijn bevoegdheid lagen ; kort daarop wilde bij den Paus dwingen, het hu wc lij k nietig te verklaren van zijn broeder Jerome, die in de Vereenii^lc Staten in den echt Avasgetreden met mejulVromv Patterson, de dochter vaneen koopman uit Baltimore. Napoleon was er weinig op gesteld een koopmansdochter tot zwa-gerin te hebben en eischte, dat de Paus dat huwelijk zou ontbinden. Standvastig weigerde Pins VII de heiligheid des huwelijks te schenden en trotseerde manmoedig de gramschap des keizers.
Tijdens den veldtocht, die met schitterende overwinning hij
nsterlitz eindigde, liet Napoleon eensklaps zonder oorlogsverklaring de pauselijke havenstad Ancona door zijn soldaten bezetten onder voorwendsel, dat hij zijn krijgsverriebtingen in het Zuiden dekken moest, en om te verhoeden, dat de Engelschen, die in de JMiddellandsehe Zee kruisten, zich van die stad meester maakten. De Kerkelijke Staat was door de mogendheden als neutraal grondgebied erkend, en tevergeefs protesteerde Pins VII tegen die schending van bet volkenrecht.
Met hel bezetten van Ancona gaf Napoleon een begin van uitvoering aan zijn plannen om den geheelen Kerkelijken Staat te overweldigen.
- 197 â
âGij zijt tie souverein ran Home,quot; schreef hij na den slag van Austerlitz in een hoogst aanmatigenden brief aan den II. Vader, âmaar ik hen er de keizer van ; dus moeten mijn vijanden ook uw vijanden zijn.quot; Opnieuw protesteerde de Paus, die ook
weigerde Jozef Bonaparte, door den machtigen gebieder tot koning
\
van Napels aangesteld, als zoodanig te erkennen. Napoleon wilde Pius VII dwingen, zijn havens voor den Engelschen handel te sluiten en aan dat land den oorlog te verklaren, en voortdurend zette bij aan zijn hooge eischen meer klem en meer bedreigingen bij. De Paus antwoordde, dat bij aan plicht en geweten tekort zou doen als bij de eischen des keizers inwilligde; als plaatsbe-kleeder van den God des vredes op aarde zou bij veeleer bidden om het einde dezer gruwzame oorlogen en om den terugkeer der eendracht en der algemeene rust.
Napoleon achtte ondertusscben het oogenblik gekomen om zijn voornemen uit te voeren. Generaal Miollis, die den 1'aus vrijen overtocht met zijne troepen over diens grondgebied gevraagd had, rukte den 2L'11 Februari 1 SOS) aan het hoofd der E ranse be troepen Home binnen en liet onverwacht de gewichtigste punten dei-stad bezetten. Verschillende personen uit de naaste omgeving des Pausen werden gevangen genomen of gedwongen Home te verlaten, en den 17el1 Mei maakte Napoleon vanuit A\ eenen een decreet openbaar, waarbij de Kerkelijke Staat bij Frankrijk werd ingelijfd.
Met de grootste droefheid, maar ook met bet heldhaltigst geduld bad de grijze Opperpriester den loop der gebeurtenissen gevolgd; doch zijn lankmoedigheid mocht niet in zwakheid ontaarden, en nu Napoleon openli jk het masker al wierp, zag de
â 198 â
Pans zicli wel verpliclit met apostolische macht en strengheid tegen hem op te treden. De aanmatiging des keizers werd met den banvloek beantwoord, en ondanks alle waakzaamheid der Franscbe politie werd de pauselijke bulla in den nacht van den 10e» op den llen Juni in het geheim aan de kerken van Rome aangeplakt.
In dit stuk werd Napoleon niet bij name genoemd, maar de banvloek strekte zich uit over allen, die tot den roof van den Kerkelijken Staat hadden meegewerkt.
Napoleon bad van zijn tegenstander zulk een krachtig optreden niet verwacht en was er diep door getroffen. Oogenschijnlijk echter bad bij voorheen voor den kerkelijken ban de grootste onverschilligheid aan den dag gelegd, zelfs had hij geschreven aan prins Eugène, den onderkoning van Italië : âWat wil de Pans doen ? Mijn troon met het interdict beleggen, mij in den ban slaan ? Denkt bij dan, dat de wapens uit de handen mijner soldaten zullen vallen ?quot; De keizer vermoedde niet, boe spoedig dat woord letterlijk in vervulling zou gaan.
Toen nu de Paus zijn toevlucht genomen bad tot dit geduchte strafmiddel, dat vroeger zooveel machtigen der aarde bad tot rede gebracht, kende de woede des keizers geen grenzen meer. Het was hem niet genoeg den l'aus zijn staten te hebben ontroofd, hij wilde den Stedehouder van Christus zelf in zijne macht hebben, dan eerst kon bij de geschikte middelen aanwenden om den grijsaard te doen buigen.
Jlet was in den nacht van den 5en op den Oquot;'1 Juli van het jaar
- 199 -
IHO'.). Zwijgend en sli! marchccrdcu talrijke afdeelingeu soldaten door de straten van Honie en richtten hare schreden naar het pauselijk paleis van het Quirinaal en naar de straten, die er toegang toe verleenen. Sommigen droegen lange ladders, en alles verried, dat zij voor een ongewone onderneming uitgingen ; hier en daar op de hoeken der straten stonden gewapende wachtposten, de bruggen over den Tiher en de Engelenburcht waren door de militaire macht bezet. Alles was er op berekend, bij de burgerij geen achterdocht te verwekken.
Bij de Pilotta-kazerne, nabij het plein der Apostelen, waren verschillende troepenafdeelingen vereenigd, maar in do gelederen heersehte de diepste stilte ; onopgemerkt hadden zij hun stellingen ingenomen, zoodat de pauselijke officier, die op een vooruitspringenden toren van het Quirinaal de wacht hield, niets van de nabijheid des vijands scheen te bespeuren.
In de groote wachtzaal der Pilotta-kazerne ging een man, gekleed in de generaals-unil'orni der keizerlijke gendarmen, onrustig met groote schreden op en neer. Die man was de luitenant-generaal Kadet, die door den Fransehen opperbevelhebber belast was den Paus te dwingen afstand te doen van zijn rijk of anders hem gevangen weg te voeren. Tevergeefs had de jonge militair zich aan die opdracht zoeken te onttrekken ; graaf Miollis had hem herinnerd aan zijn eed van trouw aan den keizer en voor die valsche redeneering was Padet gezwicht.
âIs Bassala hier rquot; vroeg bij eensklaps, zich tot een adjudant wendend. Eenige oogenblikken later trad een manbinnen met eenglniperig en laag voorkomen. Eranceseo Bassala, vroeger bediende in het pauselijk paleis, maar eenigen tijd geleden wegens diefstal ontslagen.
- 'iUU -
âTs alles in orde?quot; was de barsclie vraag, waarmee de generaal hem ontving.
Francesco Bassala sloeg zijn kleine, sluwe oogen op en antwoordde :
â.Vlies is in orde, generaal, u kan op mij rekenen, alles is veilig.quot;
âMaar die oilicier, die daarboven op den toren de wacht houdt rquot;
âDat is niets; in het Quirinaal wordt slecht de wacht gehouden tot het aanbreken van den dag, dan zal die oilicier zijn post wel verlaten. Tot zoolang moeten we geduld hehhen.quot;
De generaal fronste de wenkhrauwen.
âGeen slinksche streken, Bassala; als de ondcrneiuing mislukt, hen jij er de schuld van, De keizer, je weet wel, is edelmoedig in 't heloonen, maar wee, wie hem slecht dient.quot;
De schurk, die nog altijd in verlegen houding voor Uadet stond, gat' opnieuw de verzekering zijner trouw.
âU kan op mij rekenen, generaal, over een paar uur zal de wachthebbende officier zijn post op den toren verlaten. Mijn mannen staan met de ladders gereed; we klimmen door de ramen, want do Paus heeft verschillende toegangen tot het paleis laten dichtmetselen. Ik ken daarbinnen den weg door en door, en hen ik met mijn mannen er eenmaal in, dan openen we n de groote poort.quot;
âGoed, ik zal afwachten.quot; Daarop gal' de generaal hem een teeken dat hij heen kon gaan.
Om halfdrie, toen de sterren begonnen te verbleeken, verliet de pauselijke officier zijn wachtpost op den toren van het Quirinaal en vijf minuten later gaf genernaal Uadet het teeken tot den overval. In de diepste stilte werden de ladders tegen dc
muren gezet, en eensklaps weerklonk in den stillen naclit het rinkelen van ingeslagen ruiten en het dreunen van bijlslagen, waarmee do vensters van het pauselijk paleis werden verbrijzeld.
Spoedig waren een vijftigtal Eransehen binnengedrongen en doorliepen met brandende fakkels in alle richtingen bet paleis. Generaal lladet hoorde de Zwitsersche garde roepen ; âTe wapen ! Verraad !quot; De alomiklok werd geluid, maar bij kon bet paleis nog niet binnendringen, daar de ladder, waarmee bij wilde inklimmen, gebroken was.
Tntusscben was de Paus door het gedruisch en het geschreeuw wakker geworden; gewaarschuwd, dat de Eransehen in bet paleis waren, kleedde bij zich haastig in zijn pauselijk gewaad en begaf zich naar de audiëntiezaal, waar zijn staatssecretaris, kardinaal I'acca, en zijn bofbouding zich bij liem voegden.
Eindelijk werd voor den Eransehen generaal door zijn handlangers de groote poort geopend en met alle beschikbare manschappen stormde hij binnen. De Zwitsersche lijfwacht, tegen de overmacht niet bestand, legde overeenkomstig 's Pausen bevel zonder strijden de wapens neer. Pij het licht der flambouwen liep de generaal door de breede, donkere gangen en verlaten zalen en bereikte eindelijk de audiëntiezaal, waarde Paus met zijn getrouwen bem wachtt '. Daar zat de grijze, eerbiedwaardige opperherder, in plechtigen ernst omgeven door de kardinalen en groot-Avaardigheidsbekleeders van zijn bof, en tegenover hem stond weldra generaal Radet, omringd door een kleinen kring van ofli-cieren en eenige Romeinsche verraders.
Er heersehte een oogenblik van pijnlijke stilte ; de Eransche krijgsman ontging den invloed niet, dien Christus' Stedehouder
- 202 -
o]) allen, zelfs op zijne vijanden uitoefent, en bleef besluiteloos staan. Ten laatste trad bij na een eerbiedige buiging een schrede naderbij en zeide doodsbleek en met bevende stem tot den Paus, bem zijn bevelschrift toonend, dat bij een onaangename en pijnlijke zending liad te vervullen, maar dat bij den eed van gehoorzaamheid en trouw aan den Keizer gezworen bad en zicli daar niet aan kon onttrekken; dat hij belast Mas don II. Vader het hevel over te leggen om afstand te doen van zijn heerschappij over Home en den Kerkelijken Staat, en dat, indien Zijne Heiligheid hieraan niet voldeed, hij den II. Vader bij den boofdcom-mandant moest brengen, die verder over hem zou beslissen.
De Paus had al zijn kalmte behouden en zeide met vaste stem ;
âAls gij gemeend hebt dergelijke bevelen van uw keizer te moeten uitvoeren ter oorzake van den eed, dien gij heht afgelegd, denkt gij dan, dat Wij de rechten van den II. Stoel kunnen op-oll'eren, waaraan Wij door zoovele eeden verhonden zijn ? W ij kunnen geen afstand doen van wat Ons niet toebehoort ; het tijdelijk goed behoort aan de Roomsche Kerk en \\ ij zijn er slechts de bestuurders van. De keizer kan Ons vermoorden, maar dat zal hij nooit van Ons verkrijgen. Trouwens na al wat \\ ij voor hem lu i hen gedarn, hadden Wij zulk een hebandeling niet verwacht.quot;
De generaal wist, welke ontberingen Pius VII zich had getroost om den keizer te Parijs te gaan kronen en welke inschikkelijkheid hij altijd tegenover Napoleon had aan den dag gelegd. Daarom antwoordde bij :
âHeilige Vader, ik weet, dat de keizer veel verplichtingen aan u beeft.quot;
âNog meer dan gij wel denkt,quot; hernam de Paus met nadruk.
â Ã04 â
en met één oogslag :il den ernst van zijn toestand begrijpend, voegde liij er bij : âMoet ik alleen vertrekken rquot;
âl we Heiligheid kan haar minister, kardinaal Pacca, meenemen,quot; was het antwoord.
De staatssecretaris verwijderde zich om zich te gaan kleeden en ondertiisschen maakte de Paus een lijst van personen op, die hij in zijn gevolg wenschte. De Eransche generaal scheen haast te hebben om het paleis te verlaten ; de Paus stond op en omringd door gendarmen, begaf hij zich naar buiten, geleund op den arm van generaal Uadet, en hier en daar met moeite over verbrijzelde deuren en glasscherven heengaande.
lt; )|) het plein waren de Eransche soldaten in slagorde geschaard, en buiten het paleis, op het Cavallo-plein, stonden de Xapolitaansche troepen, die waren overgekomen om de Franschen hij de ontvoering des Pausen behulpzaam te zijn; daar wachtte het rijtuig van generaal Uadet. Aan den kant, waar de Paus moest plaats nemen, was hel raampje dichtgespijkerd, de portieren werden door een gendariiie met de sleutel gesloten, Uadet zelf klom op den bok en gaf het teoken tot vertrek. In plaats van naar het paleis Doria te gaan, waar de hoofdcommandant, generaal Miollis, verbleef, reed het rijtuig langs een grooten omweg naar de Porta del Popoio, waar een brigade cavalerie met getrokken sabel de wacht liield.
Puiten de poort werden versche paarden aangespannen, en van dat oponthoud maakte de Paus gebruik om den generaal op zachten toon te verwijten, dat hij hem bedrogen had, dat hij met geweld uit Uomo werd ontvoerd zonder gevolg, zonder andere kleedereu dan die hij aanhad. Een oogenblik later vroeg hij aan
kardinaal Pacca, of deze geld bij zich had; maar de staatssecretaris had geen tijd gevonden zicli van geld te voorzien. Beiden haalden hun beurs voor den dag en de verheven banneling kon bij al zijn droefheid een glimlach niet onderdrukken toen hij bemerkte, dat hij slechts een pupelto (ongeveer 50 cent) bij zich had; de kardinaal had ongeveer zeven stuivers.. De Paus toonde zijn jmpello aan generaal Radet en zeide met een weemoedigen glimlach; âZie, van heel mijn rijk is mij dit nog overgebleven.quot; Zoo reisde de plaatsbekleeder van Christus in ware apostolische armoede, zonder geld, zonder andere kleedoren dan die hij droeg.
Daar er in het pauselijk paleis reeds dagen te voren op een mogelijken overval der Pranschen gerekend was, had kardinaal Pacca in tijds bevel gegeven tot het aanplakken in Home van een pauselijk schrijven, dat een hartroerend afscheid bevatte van Pius VII aan zijn volk. En terwijl de Pransche generaal zijn slachtoffer in grooten haast buiten Home voerde, hadden verschillende trouwe Romeinen de stoutmoedigheid overal in de stad groote plakkaten aan te hechten, waarop met duidelijke letters deze verzen geschreven stonden uit liet Puryalorio van Dante : Veggio......
E nel Vicario Christo esser catto.
Veggiolo un' altra volte esser deriso,
Veggio rinovellar 1'aceto e'1 Hele. 1)
In snelle vaart werd de reis voortgezet.
liet landvolk, dat zich op den grooten weg bevond om naar
e
1) Ik zag Christus in zijn Stedehouder geboeid Ik zag Iiem oen andermaal ten spot gesteld, ik zag hem opnieuw met azijn en gal gelaafd.
â 2ü(i â
liet veld te gaan of zich naar de stad te begeven, zag met verwondering naar het gesloten rijtuig, omringd door dragonders met getrokken sabel, als werd een staatsmisdadiger vervoerd. Eenige vrouwen hadden echter den Opperpriester herkend. âDen Heiligen Vader : ze nemen den Heiligen Vader mee !quot; schreeuwden zij. lladet, die in de meer bevolkte streken voor volksoploopen en ongeregeldheden bevreesd was, verzocht zijn gevangene de gordijntjes van het rijtuig neer te laten. In stille berusting stemde de Paus er in toe, en ofschoon hij reeds lijdend was, zette hij de reis voort, uren lang, onder de brandend lieete zon van Italië in een aan alle zijden gesloten rijtuig.
Den geheel en dag en den daarop volgenden nacht werd met korte tusschenpoozen voortgereden ; te Siëna werd slechts korten tijd halt gehouden en daarna ging het weer verder, In het dorp Poggibonzi wilde Kadet stilhouden gedurende de heetste uren van den dag; langer dan twintig minuten moest het rijtuig voor de deur eener herberg blijven staan in de blakerende zon, want de gendarme, die den sleutel der portieren had, was er niet; eindelijk kon de Paus uitstappen, omringd door een ontzaglijke volksmenigte, die met buitengewonen aandrang zijn zegen vroeg. Na eenige uren van rust werd de reis vervolgd ; met verbazende snelheid werden de paarden door de postiljons voortgejaagd zonder te letten op de gesteldheid van den weg. Plotseling stiet een dei-wielen tegen een grooten steen, de as brak en het rijtuig sloeg om. Het volk liep te hoop. âHonden 1 Honden!quot; schreeuwde het tegen de gendarmen, die met de wapens in de vuist het rijtuig omringden. Het portier werd geopend, maar de Paus had geen letsel bekomen; hij glimlachte zelfs over het ongeval, terwijl
kardinaal Pacca zijn niterste best deed om liet razende volk in toom te honden en tot bedaren te brengen.
Hij aankomst te Florence om één nnr in den nacht was Pius VII geheel en al uitgeput; gedurende de drie laatste nachten had liij niet geslapen ; aan de diepste neerslachtigheid ter prooi zette hij zich lt;gt;]) een canapé neer en was bijna niet in staat een woord te spreken. âIk zie wel,quot; zeide hij eindelijk, âdat ze mij door slechte behandeling willen laten sterven, en ik gevoel, als dat lang duurt, dat ik spoedig bezwijken zal.quot;
Maar de lijdensweg des Pausen was nog niet ten einde. Nauwelijks had hij eenige uren rust genoten of vanwege de zuster des keizers, Elisa Bonaparte, Hertogin van Toskane, kwam het bevel, den gevangene onverwijld naar Alessandria te voeren, een reis van verscheidene dagen, liet was er blijkbaar om te doen, den Paus van vermoeienis en ontbering af te matten, zijn lichaamskracht te breken, om dan des te gemakkelijker over zijn wil te kunnen zegevieren.
Van Alessandria werd Pius VJ1 naar de Eransche vesting Grenoble gebracht ; de geheele bevolking lag op de knieën, toen de onver-winnelijke grijsaard zijn intocht deed in de stad, en nauwelijks was hij daar aangekomen of kardinaal Fesch, oom des keizers en aarts-bisschop van Lyon, zond hem zijn groot-vicarissen te gemoet met een wissel van honderdduizend franks. Dat was het eerste protest in de lamilie des keizers zeiven tegen de gewelddaad van Napoleon 1.
Maar nog was de keizer niet voldaan. Van Grenoble moest de Opperherder weer naar Savona worden gevoerd, waar ook de groote l'ius VI had gevangen gezeten; een groot deel der reis moest alzoo weer in omgekeerde richting worden afgelegd.
- ÃU8 -
Een harde gevangenschap Avachtte den Paus te Savona. Ifet was hem verheden aan iemand audiëntie te verleenen dan in tegenwoordigheid zijner bewakers ; hij was geheel van de huiten-wereld algesloten, zelfs sciirijrgereedscha]) werd hem ontnomen, en zijn meeste getrouwen waren van hem verwijderd.
Nn begon Napoleon al de kunstgrepen zijner politiek om den Paus Ie doen zwichten. In zijn oogon was Gregorius-Barnahas Chiaramonti een man zonder talenten, weinig thuis in de wetenschappen, met een zwak karakter; de daden, waarhij Pius Vil eenigen moed had getoond, moesten volgens den keizer worden toegeschreven aan zijn ministers en raadslieden. Daarom nam hij die raadslieden uit de omgeving des Pausen weg, overtuigd, dat hij hem door helol'ten en bedreigingen gemakkelijk zou overwinnen, ais hij geheel aan zich zeil'overgelaten en van allen steun was beroofd. Maar de Paus bleef standvastig, en alle pogingen om hem te bewegen afstand te doen van zijn rijk, wees hij met beslistheid van de hand.
De overwinning van Wagram had opnieuw de macht van Napoleon in Kuropa bevestigd ; maar nooit had een zegepraal den keizer duurder gekost, nooit was hem geduchter tegenstand geboden. Bovendien begon de buigerij te morren wegens de zware lasten, die van haar werden gevergd, en nu en dan kreeg de keizer als een voorgevoel, een oubesteinde waarschuwing van zijn naderenden val. 11 ij begreep dat de macht hem zou ontzinken als bij verplicht was nog meer dergelijke oorlogen te voeren ; toch kwam de gedachte niet bij hem op, zijn politiek van verovering
Nai'üleon.
14
â 200 -
to latoii varen ; met gewold was hij op den troon gekomen, met geweld zon liij zich handhaven, en hoe verder de fortuin zich van hom schoen te verwijderen en zich naar zijn vijanden te
koeren, met dos te meer hardnekkigheid 011 verblinding dreel hij zijn plannen door. Hij werd achterdochtig en terughoudend en hehaudolde zijn omgeving met nog meer stugheid dan voorheen;
- ÃU) -
hij voelde dat hij voor de instandhouding van zijn machtig rijk slechts kon rekenen op zich zelf en op zijn genie.
Maar wat zon or worden van dat rijk ais hij er niet meer was r Die gedachte had hem reeds sinds jaren hezig gehouden. Zijn huwelijk met Josephine hleelquot; kinderloos en voorlang was het plan hij hem tot rijpheid gekomen, van haar te scheiden en in den echt te treden met een huitenlandsche prinses, die hem een opvolger schenken zou.
Gernimen tijd had Josephine dien slag voorzien; zij telde geen vrienden, maar vijanden onder de familie des keizers; zij werd tegengewerkt door de hooge staatsambtenaren en de genegenheid, die het volk haar toedroeg, kon de ramp niet afweren, die haar boven het hoofd hing.
Toch aarzelde Napoleon haar zijn besluit mee te deelen; zijn echtbreuk zou de grootste opspraak wekken in het land, al werd ook alles in het werk gesteld om zijn misdadige handelwijze te vergoelijken en er een schijn van recht aan te geven; bovendien kende hij bet hartstochtelijk karakter der keizerin, en hij hield niet van droevige en heftige tooneelen.
Na lang beraad besloot hij Josephine's dochter, de koningin van Holland, te belasten aan baar moeder zijn besluit tot echtscheiding kenbaar te maken.
Hortensia weigerde echter. âNooit,quot; zeide zij, âzal ik mijne moeder den dolk in het hart stooten.quot;
âMaar er is hier geen spraak van een dolk,quot; hernam Napoleon schouderophalend, âdie vrouwen overdrijven altijd. Ik zal het haar dan zelf wel zeggen; er zijn van die dingen, die men zelf moet weten te doen.quot;
- '211 -
Denzelf'den middag gingen de keizer en de keizerin als naar gewoonte om zeven uur aan tafel. Josephine had den heelen dag geschreid en durfde haar man niet aanspreken; Napoleon sprak evenmin, hij hield de oogen strak op zijn hord en sloeg ze slechts even op, om steelsgewijze een blik op zijn vrouw te werpen. Het diner nad nauwelijks langer dan tien minuten geduurd; de ofticieren van dienst staarden met bekommering naar het stille tooneel, waarvan zij getuigen waren en waarvan zij met zorg den afloop te gemoet zagen. Eindelijk wierp Napoleon zijn mes neer, waarmee hij geruimen tijd doelloos op den rand van zijn bord had getikt, en vroeg, zonder tot iemand persoonlijk-het woord te richten: âWat is 't voor weer?quot;
Hij wachtte het antwoord niet af, maar stond op en ging naar de aangrenzende kamer, waar iiij gewoon was kol'lie te drinken. Josephine volgde hem. Op een teeken des keizers verwijderden zich alle bedienden en paleisbeambten en bleven wachten in de zaal, waar zooeven het diner was gebruikt. Spoedig hoorden zij den keizer luid en op barschen toon spreken, onderbroken door het snikken en schreien van Josephine, die op hartver-scheurenden toon riep: âNeen, gij zult het niet doen ! Gij zult mij niet ongelukkig maken. Bonaparte, ik smeek het u.quot;
Plotseling klonk er een slag als van een meubel, waar ruw tegenaan gestooten wordt en op hetzelfde oogenblik rukte de keizer de deur open. Een der kamerheeren ziende, wenkte bij hem en beval kortaf :
âBeausset, kom binnen en sluit de deur dicht.quot;
De beambte gehoorzaamde en trad binnen; hij den schoorsteen lag de keizerin op den grond uitgestrekt in hevige stuiptrekkingen.
terwijl zij met het hool'd tegen tien poot van een fauteuil sloeg, voortdurend uitroepend: âIk sterf... ik sterf!quot;
Napoleon knielde naast haar neer en zocht haar op allerlei wijzen tot bedaren te brengen, maar niets hielp. âZe heeft een zenuwtoeval gekregen,quot; zeide do keizer, tegen Jieausset, terwijl hij vergeefsche pogingen deed om haar op te richten, âwe zullen haar naar haar kamer brengen.quot;
Met vereende krachten werd de ongelukkige keizerin, die nu in onmacht scheen te liggen, opgenomen en naar haar kamer gedragen, waar spoedig een dokter en een aantal hofdames verschenen. Napoleon was hevig aangedaan ; hij had niet gedacht, dat Josephine zijn besluit tot echtscheiding zicli zoo hevig zou hebben aangetrokken. âHoor eens, Heausset,quot; sprak hij tot den beambte toen deze wilde heengaan, âje weet, hoe nieuwsgierig en praatziek ze hier zijn; om alle praatjes te vermijden, zeg je eenvoudig, dat de keizerin een klein zenuwtoeval heeft gehad, veroorzaakt door een slechte spijsvertering.quot;
Josephine was spoedig van haar onmacht weer hersteld; nog o]) de trap, waarlangs Napoleon en Beausset haar naar haar kamer droegen, had zij tegenwoordigheid van geest genoeg gehad om den laatste toe te fluisteren; âJe houdt me te stijf vast.quot;
De volgende dagen hield de keizer zich slechts bezig met de formaliteiten voor de echtscheiding; om Josephine en haar kinderen eenigermate tevreden te stellen, beloofde hij haar rijkdommen en waardigheden ; zij zou de eerste zijn aan het hof naast de nieuwe keizerin, en op allerlei wijze verzekerde haar Napoleon, dat zij niet verstouten werd, maar dat echtscheiding noodzakelijk was in het belang des lands en zijner dynastie. In
den avond van den 15lt;lequot; December werd in de Tuileriën een familie-vergadering geliouden, waarin Napoleon en -losépiiine in tegenwoordigheid van den groot-kansclicr Cambaeérès een tocquot;-spraak voorlazen, waarin zij beiden verzaakten aan den band, die ben sinds vijftien jaren vereenigde. Twee dagen later verklaarde; de senaat bet lui wol ijk des keizers ontbonden, docb voor de eerste maal verzette zieb in die vergadering een sterke minderbeid, de wetten van eer en pliebt hoog boudend, tegen den wil des meesters.
Maar ook van den band van bet kerkelijk huwelijk wilde Napoleon zieb ontslagen zien â het belang zijner staatkunde braebt het mee. Daar de menseh echter niet scheiden kan wat God vereenigd heeft, besloot hij zijn huwelijk voor de Kerk nietig te laten verklaren onder voorwendsel, dat er bij de voltrekking daarvan onregelmatigheden hadden plaats gehad, waardoor het ongeldig was. De Paus, de gevangene des keizers, werd buiten de kwestie gehouden en kon in zijn gevangenschap de stem tegen den trouweloozen vorst niet verheffen; de al te gedweeë kerkelijke rechtbank van l'arijs, die in deze zaak echter geheel onbevoegd was, zou 's keizers verlangen te gemoet komen en verklaarde wegens onregelmatigheden in den vorm het huwelijk des keizers nietig en ongeldig.
Napoleon zag zijn wenseh vervuld, en Josephine ontvluchtte spoedig de Tuileriën om in bet lustverblijf Malmaison haar intrek te nemen.
Het Fransche volk was ten zeerste begaan met bet lot der keizerin; door baar edelmoedigheid en innemende manieren deed zij zich steeds haar lichtzinnigheid vergeven, en velen vreesden, dat met de verwijdering van Josephine ook het geluk den keizer
- 2U -
verlaten zon. Maar in liet snelle J'arijsclie leven maakte de nieuwsgierigheid, wie haar nis keizerin zou opvolgen, spoedig voor alle andere gevoelens plaats. Eerst had Napoleon de oogen geslagen op een Kussische grootvorstin, de zuster van zijn machtigen bondgenoot Alexander; maar de Russische alleenlieerscher koesterde voor den Franschen keizer niet meer die vriendschap als bij de samenkomst te Ert'urt, en de onderhandelingen vlotten uiterst langzaam. Napoleon, ongeduldig geworden, brak plotseling de onderhandelineen met Jhisland al' en liet aan keizer Frans
O
van Oostenrijk om de hand vragen van de aartshertogin Maria Louisa. De Oostenrijksche vorst, die na de laatste vreeselijke oorlogen in Napoleon een vriend in plaats van een vijand hoopte te vinden, stemde in het huwelijk toe en met keizerlijke eerbewijzen omringd vertrok Maria Louisa naar Frankrijk.
Napoleon was met dat huwelijk ten zeerste ingenomen, en de dagen, die de komst der vorstin voorafgingen, bracht hij in het grootste ongeduld door. Ais hij over haar s])rak, werd iiij vertrouwelijk met zijn omgeving en legde de strenge terughoudendheid af, die hij iu den laatsten tijd zich had eigen gemaakt. (Jencraal Lejeune had te Weenon een portret geteekend van de keizerin; Napoleon beschouwde hlt;'t herhaaldelijk en vroeg of liet goed geleek, of het niet gellatteerd was, â.la, zij beel't lippen juist als alle Ilabsburgers,quot; zeide hij; âen haar oogen, zijn die ook zoor En is ze nogal innemend, is ze groot van gestalte, heeft ze dien geestigen oogslag?quot; Eu dan wreef hij zich de handen als een man, dil' zich gelukkig gevoHl.
De keizer bevond zich op het jachtslot Compiègne toen Maria Louisa verwacht werd in gezelschap van Napoleon's zuster, de
koningin van Napels, die haar tot de grensstad Mraunan was te gemoet gereisd. Te ('onipiègne zou de eerste ontmoeting tussclien Napoleon en ^laria iiouisa plaats hebben, en met veel zorg was bet ceremonieel voor die samenkomst geregeld; maar de keizer gunde zieb geen tijd om te waebten; gekleed in zijn eenvoudige grijze jas en alleen door koning Mural vergezeld, sprong liij te paard en reed spoorslags den weg op, \\a;trlangs bet vorstelijk gezelschap komen zou. Bij bet postbuis van ('oureelles trol bij bet rijtuig der aartshertogin; haastig liep bij naar het portier, opende bet zelf en stapte in. Maria Louisa schrok bij bet'binnendringen van den eenvoudig gekleeden vreemdeling, maar de koningin van Napels stelde haar gevnsl, zeggende, dal het de keizer zeil' was, waarop gezamenlijk de reis naar het kasteel van Compiègne werd voortgezet.
Den fquot;'quot; April IKK» bad te Saint-Clond het burgerlijk luiwelijk plaats en den volgenden dag zon in bet Lonvre bet huwelijk kerkelijk voltrokken worden. De groote zaal van bet paleis was als kapel ingeriebt en op kwistige wijze versierd; langs de gebeele lengte waren tribunes opgeslagen voor de genoodigde vorstelijke personen en diplomaten, die in de rijkste toiletten en de schitterendste nnirormeu verschenen, zoodat bet gebeel een aanblik opleverde van pracht en rijkdom als de verbeelding zich nauwelijks vermag te scheppen.
's Avonds werd in gansch Parijs een sell it terende illuminatie ontstoken. Alle gebouwen straalden in lijnen van vuur, en reusachtige fakkels met Eengaalsch licht wierpen een veelkleurigen gloed over de stad, die in de bedwelming der feest vreugde uitbundig bet keizerlijk paar toejuichte.
Toch was dien dng do vreugde des keizers verstoord. Sinds de geviingenneniing van 1'ius \'1 i had hij alle kardinalen naar Parijs ontboden en ten getale van /es en twintig bevonden zij zicli in de Eraiiseho hoofdstad. Dertien hunner hadden echter geweigerd de echtscheiding van den kerk vervolger goed te keuren en bij liet kerkelijk huwelijk met Maria Louisa tegenwoordig te zijn. Napoleon ontstak daarover in woede; hij verbood hun het purper te dragen en zond ze later iu ballingschap naar verschillende steden van Frankrijk.
Inmiddels wilde liij zijn jonge vrouw toonen, dat niets hem te veel was om haar het leven te veraangenamen; hij voerde haar naar een afwisselende reeks van feesten, het een al schitterender dan het andere, door het hof en door de voornaamste rijksgrooten o}) 's keizers verlangen gegeven, en overal werd de jonge vorstin toegejuicht en werden haar talenten en begaafdheden bewonderd.
In Juli was het feest bij prins Schwartzenberg, die tot het tot stand komen des huwelijks veel had bijgedragen. Zijn hotel in de toenmalige line du Mont-Blanc lag te midden van een tuin, waarin tal van gebouwen waren opgetrokken in navolging der lustverblijven, waar de keizerin haar jeugd had doorgebracht.
Om zijn meer dan twaalfhonderd gasten behoorlijk te ontvangen, had de prins een planken feestzaal doen bouwen, rijk versierd met bloemen, spiegels, schilderwerk en draperieën, en door duizenden kaarsen verlicht. De waudbeschildering was uitgevoerd met alcohol-houdende verf, om ze spoediger te doen drogen, het houtwerk was kurkdroog, geblakerd door de Julizon, maar niemand dacht er aan dat te midden der feestvreugde een ongeluk tc duchten zou zijn.
- 217 -
Eensklaps, terwijl het bal in vollen gang was, geraakte door het omvallen eener kaars een gordijn in brand; tevergeefs beproefde een der aanwezigen de draperie ai' te rukken: het vuur greep om zich heen met de snelheid des bliksems en in weinige oogenblikken stond de gansehe zaal in vuur en sloegen de vlammen over de hoofden der feestvierenden heen.
Zoodra Napoleon zag, dat er aan blussehen niet te denken viel, trad hij op de keizerin toe, reikte haar de hand en leidde haar kalm buiten de feestzaal naar den tuin, die bij het schijnsel der vlammen even helder verlicht was als midden op den dag.
De koelbloedigheid des keizers beheerscbte alle genoodigden; zij volgden hem zwijgend in de volmaaktste orde. Maar spoedig werd de hitte ondraagli jk; groote stukken brandend doek dwarrelden naar omlaag, lichtkronen ploften naar beneden, de kleederen van verschillende personen geraakten in brand, en toen ontstond een vreeselijk gegil en grenzenlooze verwarring. In het gedrang werd er getrapt op de lange sleepjaponnen der dames, verschillende personen raakten daardoor onder den voet en versperden den uitgang. Kn altijd door zwalpte de vlammenzee, en het geloei der vlammen en het kraken van het gebalkte mengde zich in het ontzettend gehuil der ongelukkigen, die door een regen van vonken en vuur werden overstelpt.
De keizer had Maria Louisa haastig naar haar rijtuig gebracht en keerde naar de plaats des onheils terug om zooveel mogelijk hulp te verleenen.
Een zeer groot getal personen hadden ernstige brandwonden of kwetsuren bekomen; sommigen vonden bij die ramp den dood, waaronder de ongelukkige prinses Schwartzenberg, die bij
- US -
hot zoeken naar liaav doclitev oinkwam oiidei'de hraiKlencli'l)alken der ingestorte feestzaal.
Diepe verslagenheid heerschte er in de hoofdstad; de oude generaals, die Napoleon's huwelijk met de dochter van Frankrijks gevaarlijksten vijand in het diepst van hun hart hadden afgekeurd, zagen in die ramp oen onheilspellend voorteeken. Zij dachten aan Lodew ijk XVI en Marie Antoinette ook een Oostenrijksche prinses â hij wier huwelijk een dergelijke ramp, doch van veel grooter omvang, had plaats gehad.
li O O V 1) S T ü K X.
AAN HUT HOF DER 'J'I TLKKIKX. â 1)K KONING VAN KOM IC.--
DK GKVANOENK VAN SAVONA.
I mmen'Sc dagen na zijn huwelijk ondernam Napoleon met Maria Louisa een reis door Helgië en Holland. Koning Lodewijk had reeds dikwijls de gramschap des keizers gaande gemaakt door meer te letten op het welzijn van zijn volk dan op de hevelen uit Parijs; het Continentaal Stelsel was de doodsteek voor onzen handel, en Napoleon oordeelde, dat zijn broer niet streng genoeg de hand hield aan de bepalingen van het beruchte decreet van Herlijn.
Koning Lodewijk, bij zijn broer in ongenade gevallen, legde, toen Napoleon de Fransche troepen met ontplooide vaandels Amsterdam liet binnenrukken, ter gunste van zijn zoon de kroon neer; maar de keizer vond het beter Holland eenvoudig tot een Fransche provincie te verlagen. Ons land was volgens hem niets anders dan een aanslibbing van drie Fransche rivieren, Pijn, Maas en Schelde, en vormde, bij Frankrijk ingelijfd, eenige nieuwe departementen, terwijl Amsterdam werd verheven tot derde stad des Kijks, waarvan Parijs de eerste en Eome de tweede
was. Met verschillende streken van üuitscliland, Zwitserland en Italiiquot;' vergrootte hij nog zijn uitgestrekt gebied.
Te dien tijde ook verloor Napoleon een zijner bekwaamste
r
generaals bij de vele, die in den laatsten oorlog gevallen waren. Maarschalk Bernardotte, prins van Ponte Curvo, een gelukskind der revolutie, was door Zweden tot adoptiet-kroonprius gekozen. Ongaarne zag Napoleon die keuze; bij had Hornardotte nooit onder zijn vrienden geteld, en lioewel iiij vreesde in iiem eerder een vijand dan een bondgenoot aan te trell'en, durfde hij zich tegen diens verheffing niet verzetten. Zijn scherpziend oog en zijn groote menschenkennis bedrogen hein ook ditmaal niet; spoedig zou de maarschalk tegen zi jn vaderland de wapens opnemen met dezelfde onverschilligheid als waarmee hij den katholieken godsdienst afzwoer om tot het protestantisme over te gaan.
Na zijn verbintenis met de keizersdochter uit het roemrijke Kuis der llabsburgers had Napoleon het toppunt zijner macht bereikt. De oude republikeinsche vrijlieid was aan banden gelegd door hem, die had voorgegeven de redder der vrijheid te zijn. Nooit had het revoiutionnaire Frankrijk onder strengere tucht gestaan; in het begin vond het in den krijgsroem des keizers een afleiding, maar spoedig ondervond het al de zwaarte van het juk der conscriptie en de nadeelen van het Continentaal Stelsel, die zich in schrale jaren nog scherper deden gevoelen. Het landvolk ging slecht gekleed, terwijl heele stapels Engelsche manufacturen op de stadspleinen werden verbrand; koffie en suiker bereikten zeer hooge prijzen en toch liet de keizer duizenden balen, van Engelsche schepen afkomstig, in zee werpen. Maar het volk durfde niet klagen; de strenge politie, onder bevel
- 221 -
van don geslopen en gewetenlnozen koningsmoovder Fonclié, had haai' vertakkingen over liet gansehe land en ontwikkelde een waakzaamheid, die in de ondraaglijkste tivannie ontaarde en waarvoor liet bijzonder leven zei I's niet veilig bleef.
Napoleon had een nieuwen adel in bet leven geroepen niet hooge titels en klinkende namen, die velen een glimlach op de lippen brachten en vooral in Engeland aanleiding gaven tot bijtenden spot. Men lachte met die rijkgcgalonneerde hertogen en graven, die bnn repnblikeinsche ongcmanierdbeid en de ruwheid van het soldatenleven, gebreken, welke de keizer zeil' in zijn oogenblikken van opgewondenheid nog dikwijls door liet stralen, â nooit geheel konden afleggen. Voor het uiterlijk echter was de hofhouding van Napoleon op den weelderigsten voet ingericht. In de Tuileriën, door het volk de fabriek van koningen bijgenaamd, was het een komen en gaan van vorsten; Napoleon hield er van, omringd te zijn door een schitterenden stoet, terwijl hij alleen zich de weelde veroorloven mocht te midden zijner njkuitgedoste hovelingen te verschijnen, gekleed in zijn eenvoudige grijze jas en het hoofd gedekt door het onooglijke steekje.
De feestelijkheden aan het hof overtroffen in pracht en kostbaarheid die van alle andere hoven, en toch vermaakte men zich niet in de omgeving van Napoleon; te midden van het feest bleef hij de strenge heerscher, die door allen gevreesd, niet bemind werd. Zelf gevoelde hij dat, maar xijn bevel om vroolijk te zijn en zich te vermaken had dan juist de tegenovergestelde uitwerking.
De tooneelvoorstellingen aan het hof droegen denzelfden stempel; gedwongenheid en verveling; terwijl de spelers hun beste
krachten inspanden, zat de keizer dikwijls met stroef en strak gelaat in zijn zetel, verdiept in het uitwerken van een wetsbepaling ol' in het ontwerpen van nieuwe krijgsplannen, en de aanwezigen onthielden zich van toejuichingen als hij er niet het sein toe gaf.
Voor afwisseling werden gemaskerde bals gegeven; Napoleon verscheen daarop, gekleed als domino, maar iedereen kende hem aan zijn gang; ook gaf hij zich niet de minste moeite om zijn stem te veranderen, en als de bekende domino hier een woordje van lof en daar een vermaning uitdeelde, wist ieder, waaraan hij zich te houden had.
De oude adel uit de dagen van het koningschap en de nieuwe adel van het keizerrijk maakten van die bals gebruik om elkander harde waarheden te zeggen. Vreeselijk moest de groot-kanselier Cambacérès, de koningsmoorder uit de dagen der Conventie, het soms ontgelden. Op een avond dat hij zich in de groote balzaal bevond, trad een gemaskerde op hem toe met de woorden: âSchoone prins, kom even mee, ik heb u iets zeer gewichtigs mee te deelen.quot;
De kanselier aarzelde, maar de onbekende hield aan: âKom mee, het zijn zaken van het grootste belang,quot; en hij troonde hem mee naar een eenzaam hoekje in de zaal.
Daar hoorde de groot-kanselier tot zijn schrik het verhaal van zijn geheele levensgeschiedenis, waarbij zijn verborgenste kuiperijen werden blootgelegd en zijn verleden onbarmhartig werd aan de kaak gesteld.
âquot;Wilt gij nu weten wie ik ben?quot; vervolgde de onbekende, âzie maar.quot; Met deze woorden sloeg deze zijn masker op en vertoonde1
daaronder een tweede, dat sprekend de trekken droeg van den onthoofden koning Lodevvijk XVI. Terwijl den prins een rilling door de leden voer, was de vreemdeling verdwenen, even geliehn-zinnig als hij gekomen was.
Dergelijke akelige tooneelen luidden meer dan eens plaats; de politie deed niets om ze te verhinderen, en velen meenden, dat Fouché er niet vreemd aan was, daar hij heter dan iemand anders de geheimen der Fransche grooten kende.
De familie des keizers genoot volop van de weelde aan het hof en bekommerde zicli hitter weinig om den dag van morgen. Alleen Napoleon's moeder, de grijze Laetitia Ramolino, een flinke, verstandige vronw, die den tegenspoed had gekend, liet zich niet verhlinden en had een dieperen blik in de toekomst dan's keizers broeders en zusters; zij bespaarde van haar rijkdommen zooveel zij kon, zeggende: âWie weet, over eenige jaren heb ik misschien een half dozijn koningen te onderhouden.quot;
Voor een oppervlakkig beschouwer scheen die tijd echter nog verre. De vrede verschafte aan Frankrijk voorspoed en bloei, en Napoleon, wiens rustelooze geest zich steeds nieuwe bezigheden schiep, maakte van dit tijdperk gebruik om groote werken te laten uitvoeren op alle punten van zijn uitgestrekt rijk. Havens, dijken, kanalen en wegen werden aangelegd of verbeterd; te Antwerpen werden groote arsenalen gebouwd; de havens van Rotterdam en Ilellevoetshüs hersteld en vergroot; de haven van Amsterdam en de scheepvaart op de Zuiderzee ondergingen belangrijke verbeteringen; en gelijk van het oude Rome als even zoovele stralen de groote heirbanen uitgingen naar alle deelen van het Romeiusche rijk, zoo werd Parijs door groote wegen
rechtstreeks in verbinding gesteld met Mainz, Amsterdam, Hamburg en Bayonne.
Vooral Parijs werd door Napoleon begunstigd; niets scheen hem te veel voor de verfraaiing der hoofdstad van liet land, dat
lii
hij tot het eerste land der wereld maken wilde. Tal van nieuwe straten en paleizen werden gebouwd, machtige bruggen over de Seine geworpen, en al die grootsche monumenten zouden met den triomfboog voor bet Groote Leger en de bronzen zegezuil
Napoleon.
O]) het Vendóme-plein aan liet nageslacht getuigenis afleggen van den roem en de werkdadigheid dos grooten keizers.
In den morgen van den 2()s,lt;'n Mei 1811 donderde liet kanon der Invaliden en verkondigde aan Parijs, dat de hartewensch des keizers vervuld en liem een zoon geboren was. Een straal van vrengde blonk op liet gelaat van Napoleon; in zijn kind zag liij een bestendiging van zijn grootheid en van zijn roem; en als erfprins van het nieuwe Weslersebe rijk ontving de kleine reeds in zijn wiegje den titel van koning van Home.
Met groote feestelijkheden werd door bet gebeele land die blijde gebeurtenis gevierd, en zelfs liet buitenland nam met geveinsde vreugde er aan deel, al zagen ook de vorsten van Europa in den zoon van den geweldigen keizer een nieuwe bedreiging voor de rnst van luin land, een toekomstigen erfgenaam van zijns vaders onmetelijke eerznelit en onbedwingbare strijdlnstigbeid.
liet volk nam in opgewonden vreugde aan die feestvieringen deel, doch toen alles voorbij was en de gang der zaken weer in de gewone orde terugkeerde, kwamen weer de dagelijksche zorgen en de vrees voor de toekomst. Een bang voorgevoel had de gemoederen aangegrepen, een onbestemde vrees, dat er opnieuw een oorlog zon uitbarsten, maakte zich van allen meester, en die vrees werd nog versterkt, daar de gebate conscriptie niet de uiterste strengheid werd toegepast en de lichtingen zelfs vroeger dan anders onder de wapenen werden geroepen.
De zuidelijke gewesten wemelden van lieden, die zich aan den krijgsdienst hadden onttrokken of uit de gelederen waren
woggevluclit, on vliegende kolonnes doorkruisten die streken om de weerspannigen oj) te vangen en ze met geweld naar hnnne regimenten te brengen.
Een voortdurende onrust hield de gemoederen in spanning; daarbij kwam dat de oogst dat jaar mislukte, en ondanks de doelt rellende maatregelen, die Napoleon had laten nemen, om den nood zooveel mogelijk te lenigen, werd er door de bevolking bitter geklaagd. De keizer ging intusschen voort met zijn krijgstoerustingen; kinderen van veertien jaar werden met geweld aan het ouderlijke huis ontrukt om op de vloot te dienen, en nieuwe troepen werden aanhoudend naar Spanje gestuurd, waar het dappere volk, in bond met de Engelschen, nog hardnekkig aan de Franschen weerstand bood.
Spanje was het graf der Eransche legers geworden; in ieder huis vonden zij een vesting, in lederen bewoner een vijand, en iedere overwinning van Napoleon's beproefde soldaten was slechts het voorspel van nieuwen strijd, die steeds grootere otters kostte.
Bij al de gebeurtenissen, die in zijn rijk plaats grepen, vergat Napoleon zijn gevangene te Savona niet en meer dan ooit verdroot het hem, dat Pius A' 11 weigerde het hoofd voor hem te buigen en zijn onbillijke eisehen in lt;e willigen. Verschillende bisschopszetels in Frankrijk stonden leeg of waren bezet door prelaten, die de keizer had aangesteld; maar standvastig weigerde de Paus die wederrechtelijke handelwijze goed te keuren en de keizerlijke inmenging in godsdienstzaken te dulden, (lebeel eigendunkelijk beriep Napoleon, door een in soldatentaal geschreven brief, een nationaal Concilie te Parijs om de bisschopskwestie te regelen ; zijn doel bereikte iiij echter hierdoor niet, verschillende bisschoppen
kwamen daarbij met kracht o]) tegen de vorderingen des keizers en eischten de invrijheidstelling van den Paus. üe getrouwe prelaten werden daarvoor met de gevangenis gestraft. I'ius VII was geheel van de gi'iueensciiaj) met de geloovigen afgesloten, en de keizer liet sleelits lieden bij Iiimu toe van w ie liij verwachten kon, dat zij den Paus tot zijn gevoelen zouden overhalen. Naar lichaam en geest verzwakt liet zich de grijze opperherder eindelijk tot helangrijke concessiën hewegen; maar de keizer was nog niet voldaan, en na zijn gevangene eenige maanden schijnbaar met rust te iiehben gelaten, zond liij plotseling het hevel naar Savona om den Paus naar Fontainehleau over te brengen. Als voorwendsel diende, dat Engelsche schepen in de Aliddellandsche Zee kruisten en zich misschien van den persoon des Pausen zouden meester maken.
Den (.)',equot; Juni IS] 2, om negen uur 's avonds, kreeg de Paus hevel om te vertrekken ; eerst echter werd hij gedwongen andere kleederen aan te trekken om door het volk niet te worden herkend. Na een lange, vermoeiende reis, kwam hij uitgeput van krachten o]) den berg Cenis aan; het doorgestane lijden was voor zijn zwakke gezondheid te veel geweest en in het klooster op den berg verviel hij in de zware ziekte. De oi'licieren, die hem begeleidden, maakten zich over zijn toestand ongerust en vroegen aan de regeering te Tinijn ol' zij de reis moesten staken ol'voortzetten; het ant woord w as, dat zi j hun opdracht kenden en die ten uitvoer moesten brengen.
De ziekte des Pausen was bedenkelijk verergerd en den 1 l'lequot; Juni werden hem de 11. Sacramenten der stervenden toegediend; maar de bevelen van Napoleon moesten worden opgevolgd, en
- 228 â
(It'ii/elfdcn avond nog werd de I). Vader in een rijtuig' geworpen en begon de moeilijke reis nanr Fontaineblean. N ier dagen duurde ze, en op dien lijdenstoelil moest Clirislus' ])laatslgt;ekleeder, afgemarteld en doodziek, zich on(Leringen getroosten, die den gemeen-sten misdadiger zonden worden bespaard. In al dien tijd was bet hem niet vergund liet rijtuig te verlaten, en als hij voedsel moest nemen werd bij een ot' ander koetsbuis binnengereden, dat daarop zorgvuldig gesloten werd.
Den 2()s,equot; .Inni kwam de Paus voor bet kasteel van Fontaine-bleau; de Voorzienigheid had zichtbaar over hem gewaakt en zijn zwakke krachten staande gebonden.
Den afgetobden lijder, die vurig verlangde naar een oogenblik van rust, wachtte eeliter nog een laatste teleurstelling. De concierge van bet kasteel weigerde hem de poort te openen, omdat bij geen bevelen daartoe uit Parijs bad ontvangen, docb bij bracht den Paus in zijn eigen woning onder dak. Eenige uren later kwam bet bevel voor Zijne Heiligheid kamers in gereedheid te brengen; de heldbartige I'aus betrad zijn nieuwe gevangenis, waar bij weken lang een pijnlijk ziekbed vond ten gevolge der geleden ontberingen.
Door die gewelddaden boopte Napoleon de laatste krachten des 1'ansen uit te putten ; maar voor den trotschen keizer zelf zon spoedig bet uur van (iods gereebtigbeid aanbreken, en evenals zoovele zijner voorgangers zou hij ondervinden, dat geen macht ter wereld zich ongestraft aan Cbristus' plaatsbekleedcr vergrijpen kan.
â â¢p if ^
- aan -
HOOFDSTUK XT.
1)1quot;. TOCHT NAAK IM S 1,ANI). â liUANI) VAN JfOSKOr. â AAN DK
OEVIOKS DKK JiKRKSlNA.
e vrienclschai) met Kusland zou niet van langen duur zijn. Czaar Alexander had zich te Erl'iirt eenigermate door Napoleon laten verhlinden, maar in zijn staten teruggekeerd, zou hij spoedig al de nadeelen inzien van het Continentaal Stelsel, dat hem door den Fransehen keizer was opgedrongen, liovendien Avas hij ontevreden over de vergrooting van het hertogdom Warschau en over de herooving van zijn bloedverwant, den hertog van Oldenburg, wiens staten door Napoleon bij Frankrijk werden gevoegd. De verhouding tusschen hoide hoven werd meer en meer gespannen en leidde langzamerhand tot een vredebreuk, die door beide keizers gewenscht werd ; door Napoleon om zijn macht te bevestigen, en door Alexander om zich en zijn volk aan de ondraaglijke eischen van het Continentaal Stelsel te onttrekken.
Met huivering echter zag het Fransche volk den oorlog te ge-moet ; de herinnering aan den laatsten oorlog met Rusland en aan de muunlooze ontberingen, die het leger in de Poolsche gewesten had verduurd, waren nog levendig, en allen dachten met
â 230 â
schrik aan een nieuwen krijgstocht in het geheimzinnige Noorden.
Napoleon zette ondertnsschen met kracht de krijgstoerustingen voort; hij was zich bewust, dat hij hoog spel speelde, en met de uiterste zorg waakte hij over de samenstelling des legers. Met Oostenrijk en het nog altijd onbetrouwbare Pruisen werd een bondgenootschap aangegaan en beide landen zouden troepen te zijner beschikking stellen.
Czaar Alexander zag het onweer zich in het Westen samenpakken en kloekmoedig wachtte Itij liet af; Zweden wist hij aan zich te verbinden, en don toorn des keizers tartend, zette hij moedig de Russische havens voor den Engelschen handel open.
Het leger, dat Napoleon op de been bracht, zou al wat Europa tot dusver aan legers gezien had, in macht en sterkte verre over-trelTen; 100,000 man infanterie, 80,000 man ruiterij en 1200 stukken geschut werden tot den verren krijgstocht bijeengebracht. Dnitschers, Oostenrijkers, Pruisen, Hollanders en Polen schaarden zich onder de Pransche adelaars om met Napoleon's dapperen op te trekken; het was een volkrnheweging zooals Europa in langen tijd niet had aanschouwd, het Westen dat gewapend optrok tegen het Noorden.
Nog eenige weken werden de onderhandelingen gerekt. Alvorens echter tot vijandelijkheden over te gaan, wilde Napoleon zijn tegenstander een schitterend bewijs geven zijner macht, om hem zoo mogelijk schrik in te boezemen en tot den vrede te dwingen.
Alvorens den oorlog te beginnen wilde Napoleon te Dresden de voornaamste vorsten van Europa om zich vcreenigen en een hofstoet verzamelen zooals geen monarch vóór hem aanschouwd had.
Den Srquot; Mei vertrok Napoleon met keizerlijke praal in een met acht paarden bespannon rijtuig van Saint-Clond naar de Saksische hoofdstad. Maria Louisa vergezelde hem. Onderweg reeds had dc keizer de hulde ontvangen van verschillende Dnitsche vorsten; de oude koning van Saksen kwam hem huiten zijn hoofdstad Dresden te gemoet en hood hem het prachtig paleis Marcolini tot verblijf aan.
Keizer Erans van Oostenrijk met de keizerin en de aartshertogen, de koningen van Beieren, AVurtemberg en Westfalen, en dc vorsten van het lUjnverbond kwamen Napoleon hun opwachting maken. Het laatst van allen kwam de koning van Pruisen en de kroonprins; beiden droegen den rouw over koningin Maria Louisa, die door den Franschen keizer zoo diep was gekrenkt, en beiden gingen nog gebukt onder al de vernederingen, waarmee Napoleon Pruisen overladen bad.
In bet heerlijke paleis Marcolini beerschte Napoleon als heer en meester; zijn gastheer, de koning van Saksen was tot een hofmaarschalk verlaagd.
In de bedwelming zijner grootheid scheen de keizer er vermaak in te scheppen de vorsten, die voor hem in het stof bogen, te vernederen en aan allen zijn overmacht te doen gevoelen. Toen op zekeren dag de koningen van Peieren en Wurtemberg werden aangediend, gaf bij den dienstdoenden kamerheer ongeduldig ten antwoord: âLaat ze maar wachten!quot; Peide koningen voelden zich door die woorden diep gegriefd; in zijn verblinding lette Napoleon er niet eens op of bij zijn bondgenooten beleedigde; maar menig vorst en staatsman zou hem de in bet Marcolini-paleis ondervonden vernederingen later met woeker betalen.
Ifet verblijf van Napoleon te Dresden had niet alleen ten doel zijn eigenliefde te streelen en de vorsten van Europa als vazallen aan zijne voeten te zien ; onder de lommerrijke dreven der Mar-colini-tninen regelde liij al de bewegingen van het groote leger, dat, in talrijke korpsen verdeeld, voor den veldtocht gereed stond. Niets ontging zijn veelomvattenden blik; om zijn half millioen soldaten behoorlijk van voeding en krijgsvoorraad te voorzien, waren uitgebreide maatregelen noodig; duizenden wagens, met paarden en ossen hespannen, werden aangeschaft, en langzaam werd de voorhoede van het leger vooruitgeschoven naar de Russische grens.
Czaar Alexander van zijn kant verzuimde niet zich tot ge-duchten tegenweer gereed te maken en bracht een leger van ruim 210,000 man op de been. De Russische hoeren namen geestdriftig de wapens op voor de verdediging hunner vrijheid, van alle kanten des rijks kwamen de kozakken toegesneld, en de Tartaren verlieten bun eenzame steppen om den geineenschappelijken vijand te keeren.
Den 20stequot; Mei nam Napoleon afscheid van de keizerin en verliet met militair geleide de Saksische hoofdstad. Vier dagen later stond hij aan de spits des legers voor de Hnssische grens en richtte tot zijn geestdriftvol leger een proclamat ie, die echter heler paste in den mond van een M uzelman dan van een Christen vorst. âDe tweede i'oolsclie veldtocht is begonnen,quot; zeide hij. âRusland wordt door het noodlot meegesleept, zijn lotsbestemming zal vervuld worden.quot;
Geheel anders was de oproep van Alexander aan zijn volk. Daarin brandmerkte hij den, wederrechtelijken inval der Eranschen
- übij
en besloot: âl)e Voorzienigheid zal onze rechtvaardige zaak steunen. Om het vaderland te verdedigen, om de onafhankelijkheid van Rusland en de nationale eer te handhaven heb ik den degen getrokken, ik zal hem niet in de scheede stooten zoolang er nog een enkele vreemdeling is in mijn rijk !quot;
Den Juni 1lt;S12 beval Napoleon drie bruggên over de
Jsiemen te slaan; de nacht was gevallen, en eenige sapeurs, die den bouw der bruggen inspecteerden, bereikten met een schuitje liet eerst den anderen oever en betraden het Russisch grondgebied. Alles was rustig, doch spoedig vertoonde zich een officier der kozakken met een kleine patrouille en vroeg wie zij waren.
âFranschen,quot; werd er geantwoord.
âWat komt gij doen?quot; hernam de officier, âwaarom komt gij in Rusland ?quot;
âWij komen oorlog voeren,quot; antwoordde een ruwe sapeur. âWij zullen Wilna innemen en Polen bevrijden.quot; De kozak reed weg en verdween in de duisternis, terwijl eenige soldaten hem een kogel achterna zonden.
Drie geweerschol en, die door de Russen niet eens werden beantwoord, kondigden de opening aan van den grooten veldtocht.
Den volgenden morgen trok de keizer met het leger over de rivier. Er waren geen Russen te zien, en onder hevige onweersbuien en geweldige slagregens, waardoor vele voertuigen moesten achterblijven en paarden verloren gingen, trokken de Franschen het vijandelijk land in. Napoleon had gehoopt vóór Wilna slag te leveren, doch de stad was door den vijand verlaten en deze had vóór zijn vertrek alle magazijnen in brand gestoken. Tc Wilna kwamen afgevaardigden uit de Poolsche hoofdstad Warschau den
keizer smeeken, liet koninkrijk Polen te herstellen. Duizenden Polen vochten onder de Pransche adelaars, maar Napoleon moest zijn hondgenooten Oostenrijk i'n l'ruisen, die heiden een stuk van Polen in hezit hadden, naar de oogen zien en gat' een ontwijkend antwoord.
Om tijd te winnen en om zijn leger te verzamelen hood ezaar Alexander een wapenstilstand aan op voorwaarde, dat de Pransehen achter de Niemen terugtrokken. De keizer weigerde en gaf aan tOO,000 man hevel tot den opinarseli. De soldaten brandden van begeerte om handgemeen te worden, maar overal weken de Russen, en de soldaten des keizers vonden slechts verwoeste dorpen en platgetreden velden, waar het onrijpe graan was afgemaaid. De llussische generaals Hagration en Barclay de Tolly en de kozakkenhoofdman Platof vermeden zorgvuldig iederen veldslag; slechts eenige onbeduidende scherinutselingen vonden ])laats, ten gevolge waarvan AVitepsk door de Pranschen bezet werd.
Napoleon had nu geheel Litbauwen veroverd. De voorzichtigheid gebood hem, daar zijn legertros af te wachten, voor proviandeering te zorgen en het volgend voorjaar den strijd weer te beginnen. Zijn Poolsche hulptroepen verlangden echter den strijd voort te zetten, en ook Murat, de koning van Napels, hoopte nog altijd de Russen te aehterhalen en tot een grooten veldslag te dwingen.
De keizer glimlachte. âMurat,quot; zeide hij, âde eerste Uussisehe veldtocht is geëindigd; laat ons bier onze adelaars planten. In 1813 zijn we te Moskon,-in IKll te St.-Peterslmrg. De Russische oorlog is een oorlog van drie jaren.quot; Denzelfden dag deelde hij bevelen uit om vóór de geregelde voeding des legers te zorgen.
âwant,quot; zoidc liij, zich tot zijiv oflicicren wendend, âwij zullen niet zoo dwaas zijn als Karei Xlf.quot;
Maar reeds na weinige dagen werd de rust hem ondraaglijk, en evenals de roekelooze Zweedsdie koning, wiens voorbeeld hij had aangehaald, zou Napoleon het gevaarlijk waagstuk onder nemen van midden in den winter den veldtocht voort te zetten in het moordend klimaat van Husland.
Het Fransche leger rukte op Smolensk aan, een groote stad, door sterke vestingwerken omringd. Onder bescherming van Barclay de Tolly verlieten de burgers hmmo stad en moedig weerstond de Uussische generaal den schok van bet Fransche leger. De avond A-iel en alles was door de Fransehen voor het bombardement in gereedheid gebracht ; doch midden in den nacht zagen de schildwachten op verschillende punten /ware rookwolken opstijgen, door een regen van vonken en een zee van vlammen gevolgd. Geheel Smolensk stond in brand; den volgenden morgen trokken de Franschen, met de militaire muziek voorop, over de puinhoopen de stad binnen; Smolensk was doodsch en verlaten en het litissisch leger was afgetrokken om den weg naar Moskou te dekken.
Een bang voorgevoel begon zich van de Franschen meester te maken. Dergelijke wijze van oorlogvoeren hadden zij nog niet ondervonden ; zij zegevierden slechts over verbrande steden en verwoeste dorpen, en nergens vonden zij de hulpmiddelen en de verkwikking, die de soldaat in liet overwonnen land gewoonlijk aantreft.
De transportwagens bleven soms lang onderweg of werden door rondtrekkende kozakken buitgemaakt, dan was er gebrek in het kamp en vaak was dan een harde korst brood het eenig
voedsel na oen vermoeienden clay. De Eranschen, de soldaten der garde vooral, verdroegen die ontl)eringen met geduld, maar anderen waren er niet tegen bestand; de hospitalen vulden zich met duizenden zieken, en van de 22.()()() Beieren, die den keizer gevolgd waren, moest meer dan de helft wegens ziekte achterblijven, zonder nog een schot te hebben gelost.
Na het verbranden van Smolensk hadden de lUissische generaals Bagration en Barclay de Tolly hun troepen op den weg naar Moskou vereenigd ; Barclay werd afgezet en door den ouden Koetoesof vervangen. Czaar Alexander had zijn oude hoofdstad Moskou verlaten en ging te 8t.-Petersburg zijn volk oproepen tot den algemeenen oorlog, waaraan met geestdrift beantwoord werd; rijk en arm vereenigde zich tot de bevrijding des vaderlands.
Xog had Napoleon den veldtocht kunnen staken en te Smolensk aan de wegen van Moskou en St.-Petersburg de lente afwachten, maar zijn verblinding dreef hem voort, het verderf in, dat God over hem beschikte.
lletgroote leger, reeds aanzienlijk ver/wakt, trok over den Dnieper en bereikte na ecu moeitevollen tocht en een reeks gevechten met de llussische achterhoede het dor]) Borodino nabij de rivier de Moskowa, waar de vijand eindelijk standhield. De keizer was verheugd, dat het tot een beslissend treilen zou komen, waarin hij de Bussische legers met één slag hoopte te vernietigen; hij schonk zijn troepen een paar dagen rust om de achterblijvers tijd te gunnen zich bi j hem te voegen en om versterking af te wachten voor zijn artillerie. De Uussen telden 120.000 soldaten, ter zijde gestaan door 20.000 gewapende boeren; het leger, dat Napoleon voor de hand had, was ongeveer even sterk, maar de keizer
- 237 â
âwant,quot; zcido hij, zich tot zijn oflieieren wendend, âwij zullen niet zoo dwaas zijn als Karei XIT.quot;
^laar reeds na weinige dagen word de rust hem ondraaglijk, en evenals de roekelooze Zwoedsche koning, wiens voorbeeld hij had aangehaald, zou Napoleon het gevaarlijk waagstuk onder nemen van midden in den winter don veldtocht voort te zetten in het moordend klimaat van Uushmd.
liet Fransche leger rukte op Smolensk aan, een groote stad, door sterke vestingwerken omringd. Onder hescherming van Barclay de Tolly verlieten de burgers hunne stad en moedig weerstond de Uussische generaal den schok van het Krausche leger. De avond viel en alles was door de Fransehen voor het bombardement in gereedheid gebracht ; doch midden in den nacht zagen de schildwachten op verschillende punten zware rookwolken opstijgen, door een regen van vonken en een zee van vlammen gevolgd. (ïeheel Smolensk stond in brand; den volgenden morgen trokken de Pranschen, met de militaire muziek voorop, over de puinhoopen de stad binnen; Smolensk was doodsch en verlaten en het Uussisch leger was afgetrokken om den weg naar Moskou te dekken.
Men bang voorgevoel begon zich van de Franschen meester te maken. Dergelijke wijze van oorlogvoeren hadden zij nog niet ondervonden ; zij zegevierden slechts over verbrande steden en verwoeste dorpen, en nergens vonden zij de hulpmiddelen en de verkwikking, die de soldaat in het overwonnen land gewoonlijk aantreft.
De transportwagens bleven soms lang onderweg ot werden door rondtrekkende kozakken buitgemaakt, dan was er gebrek in het kamp en vaak was dan een harde korst brood het eenig
voedsel na een vevmoeienclen dag. De Franschen, de soldaten dei-garde vooral, verdroegen die ontberingen met geduld, maar anderen waren er niet tegen bestand ; de hospitalen vulden zieli met duizenden xieken, en van de 22.()()() Beieren, die den keizer gevolgd waren, moest meer dan de helft wegens ziekte achterblijven, zonder nog een schot te liebben gelost.
Na liet verbranden van Smolensk hadden de iJussische generaals Rig ration en Barclay de Tolly hun troepen op den weg naar Moskou vereenigd ; Barclay werd afgezet en door den ouden Koetoesolquot; vervangen, Czaar Alexander luid zijn oude hoofdstad Moskou verlaten en ging te St.-Petersburg zijn volk oproepen tot den algemeenen oorlog, waaraan met geestdrift beantwoord werd; rijk en arm veveenigde zich tot de bevrijding des vaderlands.
Nog had Napoleon den veldtocht kunnen staken en te Smolensk aan de we^en van Moskou en St.-Betersburg de lente afwachten, maar zijn verblinding dreef hem voort, het verderf in, dat God over hein beschikte.
liet groote leger, reecis aanzienlijk verzwakt, trok over den Dnieper en bereikte na een moeite vollen tocht en een reeks gevechten met de Uussische achterhoede het dorp Borodino nabij de rivier do Moskowa, waar de vijand eindelijk standhield. De keizer was verheugd, dat het tot een beslissend treilen zou komen, waarin hij de liussisclie legers met één slag hoopte te vernietigen; hij schonk zijn troepen een paar dagen rust om de achterblijvers tijd te gunuen zich bij hem te voegen en om versterking af te wachten voor zijn artillerie. De Bussen telden 120.000 soldaten, ter zijde gestaan door 20.000 gewapende boeren; het leger, dat Napoleon voor de hand had, was ongeveer even sterk, maar de keizer
vreesde slechts, dat de Kussen volgens hun gewoonte den strijd zouden ontwijken.
âSoldaten,quot; zeide hi j tot zijne troepen, âdaar is eindelijk de slag, waarnaar gij zoolang hebt verlangd. De overwinning hangt van ii af; zij is voor ons noodzakelijk ; zij zal ons overvloed geven, goede winterkwartieren en een spoedigen terugkeer in het vaderland. (Jedraagt u als te Austerlitz, te iViedland, te AVitepsk en te Smolensk, en dat het verste nageslacht nog met trots uw gedrag in dezen strijd moge herdenken; dat men van u zegge: Hij was hij dien grooten veldslag onder de muren van Moskou!quot;
Den avond vóór het gevecht, terwijl in het Fransehe kamp de ruwe soldatenliedjes weerklonken, had in het Russisch leger een treilende plechtigheid plaats. De grijze generaal Koetoesoi' ging aan het hoofd van een lange processie langs de gelederen dei-soldaten ; een schaar (Jrieksehe priesters volgde hem met brandende Ãaiuhouwen en onder vrome gezangen; overal lagen de soldaten (gt;]) de knieën en ontvingen ouder het uitspreken van gebeden den zegen hunner priesters, om hen voor te bereiden tot den dood.
Eenige uren voordat de strijd begon, ontving de Fransehe keizer twee renboden uit Parijs; de eene bracht hem het portret van den koning van Home; de andere meldde nieuwe nederlagen der Fransehe legers in Spanje. Napoleon was door die tijding pijnlijk getrolfen; hij begreep ook, dat bij zich in het hart van Rusland in een moeilijken toestand had geplaatst. De laatste dagen verkeerde hij in een gedrukte stemming en een zware verkoudheid, die hem zoodanig liad aangegrepen, dat het spreken hem bijna onmogelijk was, belemmerde hem in zijn werkzaamheden van lichaam en geest.
J let zal morgen een zware dag zi jn ; gelooft gij, dat wij den slag zullen winnen ?quot; vroeg hij met heesche stem aan generaal llapp.
âOngetwijfeld,quot; was liet antwoord, âmaar wij zullen veel volk verliezen.quot;
âIk weet het,quot; hernam Napoleon, maar ik heb 80.000 man; ik zal er 2(),()(K) van verliezen, met 00,000 trek ik Moskou hiu-nen, de achterblijvers en de bataljons op marsch zullen zich bij ons voegen en dan zijn wij sterker dan vóór den slag.quot;
Napoleon telde zijn beste troepen, de oude keizerlijke garde, niet moe. Op haar rokende hij als op zijn laatsten steun, die hem slechts in geval van uitersten nood hulp verleeuen zou.
Den 7'quot;quot; September, een ijskouden morgen, ging de zon in dichte nevelen op. âZietdaar de zon van Austerlitz,quot; zeide de keizer tegen zijne ot'licieren. Hij bevond zich in een redoute, die twee dagen te voren op de Russen verlt;5verd was; de koorts ondermijnde hem, zoodat hij zich niet naar de bedreigde punten kon begeven en alles aan zijn generaals moest overlaten. Die kleine, schijnbaar nietige ongesteldheid verhoedde de Russen van een algeheelen ondergang.
Om zeven uur maakte prins Eugène zich meester van het dorp Borodino en spoedig werd de strijd algemeen. De Russen wilden van geen wijken weten en iedere duim grond moest met de bajonet worden veroverd. Aanhoudend werd den keizer geboodschapt, dat deze of geue zijner generaals gesneuveld of gewond was ; hij bewaarde een somher stilzwijgen en wachtte geduldig het verloop af van den strijd. Eindelijk weken de Russen, maar een oogenblik later keerde het gros des legers tot den aanval terug; 300 ka-
- 239 -
nonnen donderden lien te gemoet en met verwonderlijke doodsverachting lieten de Kussen zich bij hoopen neerschieten. Herhaaldelijk werd Napoleon verzocht de garde in het vnnr te brengen, maar liij weigerde hardnekkig op HOO mijlen van Frankrijk zijn laatste reserve aan het vuui' des vijands bloot te stellen. Maarschalk Ney, die wonderen van dapperheid verrichtte en aan wien vooral de overwinning te danken was, werd er woedend over, en in zijn ruwe soldaten-openhartigheid riep hij : âAls hij dan geen generaal meer is, en altijd keizer wil spelen, waarom blijft hij dan niet in de Tuileriim en laat ons het werk doen!quot;
Eindelijk, na langdurig talmen en na zich van het nut van den aanval overtuigd lt;e hebben, liet Napoleon de jonge garde vooruit rukken, maar liet was te laat, de vijand bad tijd gevonden zich te dekken en maakte daarvan gebruik om in den nacht in goede orde at' te trekken.
Een bloedig slagveld was de venige verovering der Eranschen ; meer dan !SO,000 dooden en gewonden, waaronder 20,000 der hunnen, lagen dood of gewond op den grond uitgestrekt, en toen de keizer, zooals altijd kalm, zw ijgend en nadenkend, het dooden-veld rondreed, verried slechts nu en dan een lichte trilling zijner lippen de ontroering, die deze gruwzame menschenslacbting bij hem teweeg bracht.
Acht dagen later kwamen de Eranschen in het gezicht van Moskou, de oude Russische hoofdstad.
liet was een schoone dag; lier verhieven zich de honderden torens, en de vergulde koepels straalden in de helderblauwe lucht. In die groote, half-üostersche, half-Europeesche stad hoopte het leger rust en verkwikking te vinden na al het doorgestane leed.
â 210 -
Maai' meer nog deed de trots der overwinning de borst zwellen van de soldaten; de Unssisclie hoofdstad lag daar in al hare pracht vóór hen als het loon hunnor overwinningen, en âMoskou ! Moskou!quot; klonk het door de gelederen, tintelend van de vurigste geestdri l't.
Napoleon hield onwillekeurig zijn paard in bij den eersten aanblik der stad; een straal van vreugde lichtte in zijn oogen bij het beschouwen van het heilig Moskou, met zijn reusachtig keizerlijk paleis, het Kremlin, en zijn honderden kerken. Hij had het einde van zijn tocht bereikt, nog eens had hij gezegevierd zooals niemand vóór hem, en nog een oogenblik lang smaakte hij een geluk als hij nog niet had genoten en waarvan hij de herinnering nooit vergeten zou. Zijn garde om hem heen deelde in zijn glorie; er waren mannen hij, die de piramiden hadden gezien, die zegevierend waren binnengetrokken in Madrid, in Rome, in Weenen en Eerlijn, en nogmaals daverde de kreet: âMoskou! Moskou!quot; ids eertijds het âJerusalem! Jerusalem!quot; der kruisvaarders bij het aanschouwen der Heilige Stad.
Het 1 tussiseh leger was Moskou doorgetrokken en de gouverneur Hostopsjin had aan de burgers bevel gegeven de stad te verlaten, waaraan door de meesten was voldaan.
Uostopsjin was een man, die voor de geweldigste maatregelen niet terugdeinsde; in /.ijn gloeieuden haat tegen de Franschen had hij een plan bedacht, zooals slechts kon opkomen in het brein van den hall'wilden, wraakzuchtigen Tartaar, en dat zijn naam onafscheidelijk zou verbinden aan een der meest aangrijpende tafereelen der geschiedenis.
Toen de burgerij grootendeels vertrokken was, liet hij de
Napoleon.
- 241 -
16
gevangenissen openen en beval aan liet geboefte de stad, die destijds voornamelijk uit bouten buizen bestond, na den intoebt der bVanscben op alle punten in brand te steken, om aldus bet leger in een ontzaglijken vuuroven te doen omkomen; strall'eloos-beid avjis bun verzekerden bovendien konden zij rooven en plunderen naar hartelust. Om bet blnsscbingswerk te beletten, bad de gouverneur alle brandspuiten laten wegvoeren en zeil' verliet bij de stad met acbterlaling van al zijne rijkdommen.
Den ]5'lequot; September trok Napoleon Moskou binnen, maar de doodsclie stilte, die in de straten beersebte, en de afwezigheid der bewoners maakten op Jillen een beklemmenden indruk; de stad van driemaal bonderddnizend inwoners sebeen gebeel uitgestorven.
De keizer nam met een gedeelte der garde zijn intrek in bet Kremlin, bet oude paleis der Hussiscbe ezaren, en bet leger verdeelde zicb in de verseliillende wijken, waar bet in de paleizen der rijke Jiojaren en in de andere woningen een goed onderkomen en levensmiddelen in overvloed vond.
Denzellden dag reeds brak bier eu daar brand uit, die aanvankelijk aan bet toeval geweien werd; men zoebt naar de brandspuiten, maar vond ze niet, en was bet vimr op eene plaats met met moeite bedwongen, dan sloegen de vlammen op versebeidene andere punten weer uit. In verseliillende straten werden Kussen ontdekt, ball'dronken mannen met verdierlijkt gelaat, die op lange staken brandende stollen droegen en daarmee de bouten buizen in vuur zetten; door de aanhoudende brands!iebtingen kregen de Franseben een voorgevoel van bet lot, dat ben wacbtte, en kort reebt doende, werden de braiidsticliters zonder genade ncergescboten.
212
Tn den nacht nam liet vuur no^ toe on op onverklaarbare wijze sloegen overal de vlammen uit. Tot overmaat van ramp stak een geweldige oostenwind op en wakkerde den brand aan ; een groot gedeelte der stad was weldra een bruisende zee van vlammen, zoodat aan blusseben niet meer te denken viel. Plotseling sloeg de wind naar bet noord-westen over en dreel' de vlammen over bet quot;gedeelte der stad, dat nog door bet vuur was gespaard. Van de wallen van bet Kremlin zag Napoleon macbteloos de gruwelijke verwoesting aan ; een regen van vonken viel neer op bet trotscbe paleis, waar bonderdduizenden ponden kruit werden bewaard, leder oogenblik kon een onlploriing volgen, en vorsebeidene generaals smeekten den keizer, zijn gevaarlijken post te verlaten. Napoleon weigerde; in zijn bardnekkiglieid wilde hij liet Kremlin, zijn duur gewonnen verovering, aan het vuur betw isten, maar eindelijk liet bij zieb overbalen en verliet, door eenige olTieieren vergezeld, te voet bet paleis en begaf zieli naar de kade der Moskowa, waar paarden voor liem en zijn gevolg gereed stonden.
In de grootste wanorde vluelitte lief l'Vansehe leger uit de stad; te midden der brandende liuizen was de adembaling bijna onmogelijk, en velen kwamen om in de vuurzee of vonden den dood bij bet veelvuldig ontplolVen der kruitwagens.
Drie dagen duurde de brand en hield slechts op toen vier vijfden der stad in aseh lagen ; het Kremlin was gespaard gebleven, gevrijwaard door zijn liooge muren en de onverpoosde werkzaamheid van de soldaten der garde. Het leger keerde naar de stad terug en zocht zoo goed mogelijk een onderkomen in de nog overeind staande huizen en te midden der pninhoopen. Walgelijke tooneelen van plundering volgden. Onder de verbrande
- M -
huizen lagen schatten bedolven; men zag soldaten, op zijden divans uitgestrekt, uit zilveren schotels hun bloederig paardovleesch eten; anderen hadden kostbare pelterijen bemachtigd olquot; gingen zich te buiten aan de lijne wijnen, die in de kelders voorhanden waren. Vele dagen duurde het eer het legerhestuur aan de slemppartijen paal en perk kon stollen.
Vijl' en dertig dagen bleel'Napoleon te Moskou ; czaar Alexander liet onderhandelingen aanknoopen om zijn vijand langer op te houden; doch heele zwermen kozakken, die liet leger omvingden, en voortdurende bloedige gevechten met de Hussische voorposten bewezen genoeg, dat er van geen vrede sprake kon zijn. Napoleon had, met gonialen hlik den toestand overziende, het stoute plan opgevat door de rijke provincie Kaloega noordoostwaarts te trekken en St.-Petersburg te bedreigen; maar zijn generaais waren ontmoedigd, hun veerkracht was gebroken en het heilloos besluit werd genomen langs denzell'dcn weg terug te keeren, waarlangs men gekomen was.
In goede orde begon het Fransche leger den terugtocht, op duizenden wagens den rijken buit van Moskou meesleepend. Nauwelijks waren zij op eenige uren van de stad, oi' een dreunende slag weerklonk: liet Kremlin, het heilig paleis der czaren, was in de lucht gevlogen en het overige gedeelte der stad ging in vlammen op. Op hevel van Napoleon voltooide maarschalk Mortier de verwoesting van Moskou.
Het weer was de eerste dagen gunstig, maar spoedig viel de vreeselijke winter in. lievige slagregens «mi sneeuwstormen teisterden het leger, en bij honderden bezweken de paarden der cavalerie. Een felle vorst was ingevallen en maakte de weiren
onbegaanbaar, de uit Moskou meegebrachte leeftocht was spoedig opgeteerd, en in sombere wanhoop schreed het leger voort, achtervolgd door de llussen (gt;11 omringd door heele drommen kozakken. Met schrik aanschouwden de Franschen weer het slagveld Aan Borodino; de duizenden lijkon waren onbegraven blijven liggen en heele zwermen roofvogels vlogen krassend en klapwiekend op bij de nadering der soldaten.
De koude werd steeds vinniger; duizenden soldaten wierpen hun wapens weg, die zij niet meer in hun verstijfde handen konden houden, en vóór de achterhoede, door den dapperen maarschalk Ney gecommandeerd, vormde zich een ordelooze troep, die van de hand in don tand leefde en waarvan er iederen (hig honderden door de Kussen werden gevangen genomen. De paarden stierven in onrustbarend aantal, kanonnen en met kost-baariieden beladon wagens moesten worden achtergelaten en vielen in handen van den vijand. Erger nog werd het met de gewonden ; bij gebrek aan transport middelen moesten ook zij langs den weg worden neen-gelegd, waar zij stierven van koude of waar zij door de kozakken en de hardvochtige boeren meedoogenloos werden afgemaakt.
Vreeselijk waren de nachten, gedurende welke de troepen sleehts weinig gelegenheid hadden zich tegen de koude te beschutten, en als 's morgens de marsch werd voortgezet, zaten langs de gedoofde kampvuren soms heele rijen doodgevroren soldaten, die nog met verglaasde oogen hun makkers schenen na te staren. Ook het gebrek aan levensmiddelen deed zich vreeselijk gevoelen; bij drommen wierpen de ongelukkigen zich op de doode paarden eu vochten om een ruw stuk vleesch tot stilling van hun honger.
- 246 -
En onophoudelijk deden de llussisclie legers hun aanvallen op de heldhaftige achterhoede, waar maarschalk Ney met een luttele hende soldaten, nog in staat de wapens te dragen, wonderen van dapperheid verrichtte en den vijand nog ontzag wist in te hoeze-men en op een afstand te houden.
De keizer bevond zich steeds in de voorhoede, te midden zijner garde, die liet best de orde bewaarde; hij vervolgde zijn weg te paard ol' in een rijtuig, ook dikwijls te voet, op een wandelstok leunend, tusschen Muntt en Herthier. Zijn gelaat was ernstig en somber, urenlang ging hij voort zonder te spreken, en als hij eindelijk het stilzwijgen verbrak, uitte hij bittere klachten over zijn dapperste generaals, als wilde hij op hun schouders de zware vfM'antwoordelijkheid laden, die hij alleen op zich genomen had.
Eindelijk bereikte het overschot van het Groote Leger, na Smolensk voorbijgetrokken te zijn en menigvuldige gevechten te hebben geleverd, de oevers der Boresina. De koninklijke garde van Italië was van koude bezweken, het leger van Murat bestond niet meer, zelfs de l'olen hadden door den vreeselijken winter zware verliezen geleden; in het geheel waren er nog 30000 bruikbare mannen, door 800 ruiters gesteund, behalve het weinige, dat er van de garde nog overbleef.
Napoleon had gehoopt de Heresina ongehinderd over te kunnen trekken, maar de Kussen waren hem vóór; op den anderen oever stond een vijandelijk leger, terwijl de Kransehen in den rug nog aanhoudend werden bestookt. Tot overmaat van ramp was plotseling de dooi ingevallen, en in plaats van over het ijs te kunnen gaan, zagen de soldaten in de Heresina slechts drijvende ijsschotsen, die door een hevigen wind werden voortgejaagd.
- 247 -
iS'abij Siocd/.iniilca werden mei bovonmeuscltolijlvo insp.'inning twee bruggen over de rivier geslagen ; uren en uren stonden de wakkere pontonniers tot aan den bals in liet ijskoude water, velen stierven van koude ol' werden door de ijssebotsen meegevoerd, maar de bruggen kwamen gereed.
Den 2(»'itequot; November om I mir in den namiddag begon bet korps Ondinot den overtocbt over de eene bi'tig, terwijl de artillerie en de bagagewagens over de andere den tegenovergestelden oever bereikten. Den volgenden dag was bet de beurt aan bet hoofdkwartier en de keizerlijke garde, die nog 5000 man telde; aan de overzijde vereenigde Napoleon zieb met generaal Ney. die van bet bevel over de achterhoede ontheven was en wiens legerkorps nog slechts (500 man bedroeg.
Middelerwijl begonnen de Itnssen aan beide kanten den aanval, maar overal hielden de heldhaltige Fransehen den overmaehtigen vijand tegen. In de achterhoede beschermde generaal Victor den overtocht over de rivier, die zonder oponthoud werd voortgezet; maar zijn legertje was op den duur tegen de Klissen niet bestand en langzaam drongen de vijanden voorwaarts. Steeds werd tot grooter baast aangespoord bij bet overtrekken der troepen; de brug, die voor de artillerie bestemd en te haastig was opgebouwd, kon het zware gewicht niet torscbeu en brak plotseling middendoor. Een geweldige angstkreet ging nit de menigte op; ontelbare manschappen werden in 't water gedrongen, en alles richtte zich naar de ééne brug, die nog vrij was.
13e tooneelen, die daar voorvielen, zijn niet te beschrijven. Te midden van de dichte drommen vluchtelingen, die de brug bedekten en elkaar in 't water drongen, zochten ruiters met de
- (.U8 -
blanlce sabel zicli een weg te banen; kanonnen en wagons, alles stornule er been; velen werden onder den voet gereden en verplettert!, en te midden der vreeselijkste verwarring zoelit ieder liet veege lijl' te bergen. Aan den oever stond nog een ontelbare inenigle opeengepakt, toen plotseling de kanonskogels der Klissen neerploften in dien weerlonzen hoop; velen zochten over de drijvende ijsscbotsen te ontsnappen, maar de meesten vonden hnn graf in de golven, en altijd door dreunde het kanon, en nit die talloo/.e schaar ongelnkkigen steeg een ontzettende angstkreet op, die als om wraak riep ten Hemel om al het bloed, dat ter wille van één man zoo nutteloos werd vergoten.
Den 2Slt;,Pquot; werd aan de lieresina de laatste strijd gestreden. Met moeite was de gebroken brug hersteld en zooveel mogelijk gal' generanl Vict or aan de duizenden tijd om te ontsnappen; toen lii j eindelijk zag, dat de Kussen zich A'an de bruggen zouden meester maken, trok hij met zijn geregelde troepen naar den anderen oever en liet de bruggen vernielen. De duizenden achterblijvers werden zonder tegenstand door de Kussen gevangen genomen, terwijl bet treurig overschot van het Groote Leger zijn vlucht voortzette.
Orde en tucht bestonden niet meer, er was geen vóór-ot'achterhoede meer te bekennen; generaals zonder soldaten liepen te voet naast cavaleristen, wier paarden waren doodgevroren ; Ney, üudinot en prins Eugène wisten nog eenige manschappen onder de wapens te honden en daarmee de geheele vernietiging des legers te voorkomen.
Tot dusver was Tsapoleon hij het leger gebleven, maar onrustbarende berichten uit Parijs riepen hem dringend naar zijne hool'd-
- 249 â
stad; bovendien vermoedde hij, dat de wraak van Europa over hem zou losbarsten nu zijn leger vernietigd was, en volgens zijn gewone taldiek wilde liij zijn vijanden vóór zijn om door doel-trelTende maatregelen het gevaar te keeren.
Te Smorgoni nam hij afscheid van zijn voornaamste generaals en verliet in den nacht van den n1'011 December het leger. Met een gevolg van drie personen stapte hij in een onaanzienlijke slede, doorreisde met ongelooflijke snelheid het vijandig Europa en stond veertien dagen daarna voor het hek der Tuileriën. Alvorens te vertrekken, had hij het oorlogsbulletin naar
l'arijs gezonden, waarin hij van de vernietiging des legers kennis gal' en dat met de merkwaardige woorden sloot, die zooveel als een bedreiging voor de toekomst inhielden: âDe gezondheid des keizers is nooit beter geweest.quot;
De tijding, dat Napoleon naar zijn hoofdstad was teruggekeerd, werd door de soldaten met de grootste ontsteltenis vernomen; de tegenwoordigheid des keizers bad bij weinigen althans den moed nog hoog gehouden, maar nu maakte zich de diepste neerslachtigheid van allen meester.
Bovendien deed zich de koude weer op gruwzame wijze gevoelen ; de thermometer daalde tot 27 graden onder nul en in vier dagen verloren 10.000 man hef leven. De koning van Napels, zoo dapper op het slagveld, miste tijdens den terugtocht alle geestkracht en beleid. De stad Wilna met haar rijkvoorziene magazijnen werd spoedig verlaten en het leger vervolgde zijn weg in de richting van Kol'no. Niet ver van Wilna, bij de met ijs bedekte hoogten van Ponavi, moesten de kanonnen en bagagewagens achtergelaten worden: de krijgskas, die tien millioen aan goud en zilver bevatte,
- 250 -
werd nog gedeeltelijk door de iVansclie acliterblijvers leeggeplunderd, maar do laatste kostbnarlieden, die het legger met zieli voerde, vielen weer in de handen der Kussen.
Te Kofno vonden de uitgeputte Pi'anschen eensklaps den groot-sten overvloed; uitgehongerd wierpen zij zieli op de levensmiddelen en verwarmende dranken, die in de magazijnen overvloedig voorhanden waren, en velen, die niet meer aan krachtig voedsel gewoon waren, bekochten hun onmatigheid met den dood.
Murat, slechts op eigenbelang bedacht, vluchtte op het voorbeeld van Napoleon uit het leger weg en keerde naar zijn koninkrijk terug. De Russen gaven de jacht op het Fransche leger nog niet op, en weer was maarschalk Xey de redder des legers; aan het hoofd van dertig soldaten hield hij in de achterhoede de aanslormende kozakken tegen en nauwelijks stonden zijn manschappen in gelid of eenigen hunner stortten van koude verstijfd ter aarde. Maar de dappere maarschalk hield stand tot hij eenige versterking kreeg, en de vijanden, door zooveel stoutmoedigheid verbaasd, deinsden af.
Na het ontruimen van Kofno bestond er geen enkel geregeld korps meer, en bij kleine troepjes vluchtte het overschot des legers door Polen heen om zich bij Koningsberg te verzamelen, :?()().000 dooden in de sneeuw- en ijsvelden van Eusland achterlatend.
Maar ook de Kussen hadden veel geleden en bijna twee derde van hun leger was in den buitengewoon strengen winter en door de kogels der bVanschen omgekomen.
- 261 -
HOOFDSTUK XII.
I'KIU (iKKKU IN PAKIJS. â NIKT WE POGINGEN. â NAl'OLEON* EX METTEKXICIl. DE VOMCEXSLAG Jil.l LEIPZIG.
zoi- had geheel Frankrijk liet begin van clen veldtocht BfiiWwB naar Rusland gadegeslagen; de meesten zagen er liet nut niet van in, dat IS'apoleon oorlog ging voeren aan het uiteinde van Europa. Er was in de laatste jaren al zoo ontzettend veel bloed vergoten en algemeen was er behoefte aan vrede, maar de vrees voor den geduchten keizer onderdrukte iedere uiting van ontevredenheid.
De eerste oorlogsbulletins, die overwinning op overwinning meldden, stelden aanvankelijk het volk gerust, doch weldra werden de berichten schaarscher oi' onduidelijker, en bange vrees maakte zich van de gemoederen meester. De republikeinen, die zich door liet keizerlijk bestuur in hun verwachtingen zagen teleurgesteld; die de vrijheid, waarvoor zij in Frankrijk een wereldschokkende omwenteling hadden gemaakt, door Napoleon aan ijzeren banden zao'en gelegd, staken de hoofden weer bijeen om hun verloren invloed te herwinnen.
Terwijl de keizer op de pmnhoopen van Moskou kampeerde, beproefde zekere generaal Malet, een lid van het geheim genoot-
st'liiip tier Pliilddcliilicii, to L'arijs de rcgoeriny ouivor te werpen, üj) behendige wijze werd het gerucht uitgestrooid, dat de keizer dood was en dat de Senaat zijn Familie vervallen verklaard luid van den troon.
Malet was vroeger wegens revolutionnaire woelingen tot gevangenisstraf veroordeeld, maar na eenige jaren hechtenis in een gesticht geplaatst; daar maakte hij kennis met zekeren ahhé Lai'on, en heiden beraamden hef plan tot een nieuwe omwenteling.
In den avond van den â 22s,equot; Octoher wisten Malet en Lai'on uit het gesticht te ontsnappen; de generaal kleedde zich in groot tenue en ging met eenige medeplichtigen, die de adjudants-uniform hadden aangetrokken, naar de kazerne l'opineourt. Den diensldoenden kolonel wist hij o]) vertoon van valsche papieren over te halen hem zijn soldaten mee te geven; daarop liet Malet liet stadhuis bezetten en begaf zich met den troep naar de gevangenis La Force, waar twee zijner geestverwanten, de generaals Lahorie en Gnihal, zaten opgesloten. Hij gaf linn de vrijheid, stelde ben in weinige woorden met den toestand op de hoogte en zond ben iii( met een at'deeling soldaten om den prefect van politie en de ministers van Politie en Oorlog gevangen te nemen. Daarin slaagden zij maar al te goed. Gnihal maakte zich meester van de prelect uur van politie en liet den prefect opsluiten in de gevangenis La Force, waar hij zelf juist vandaan kwam; Lahorie van zijn kant nam met het grootste gemak den minister van Politie, destijds generaal Savary, hertog van Eovigo, benevens den prefect der Seine gevangen, daarin geholpen door de soldaten, die niet wisten wat zij deden en de bevelen der regeering meenden uit te voeren.
Oiulerf usscluMi was Malet naar het A'endómc-plcin gemarcheerd, naar het hotel van generaal Hullin, den gouverneur van Parijs. Daar berichtte hij den dood des keizers en beweerde, dat hij in opdracht had hem als gouverneur te vervangen; Hullin werd echter niet bereid gevonden, zoo maar aanstonds van zijn waardigheid afstand te doen en vroeg Malet naar zijn papieren; een pistoolschot was het antwoord, en badend in zijn bloed stortte de gouverneur ter aarde.
Bij liet gebouw van den generalen stal', op hetzelfde plein, vond de samenzwering echter haar einde; Malet werd door een inspecteur van politie berkend en hij den kraag gepakt, nadat hij vergeefs getracht had opnieuw van zijn wapens gebruik te maken. De commandant Laborde herstelde de orde, en de soldaten, die onbewust Malet hadden geholpen om de regeering omver te werpen, riepen: âLeve de keizer!quot;
Om negen uur in den morgen was heel Parijs weer rustig en bijna niemand had van de samenzwering gehoord; later vermaakte zich het volk er kostelijk mee, dat liet hoofd der politie zelve in zijn bed was opgelicht en gevangen genomen. Maar Savary kende geen gekscheren en van de samenzweerders worden er een twaalftal doodgeschoten, terwijl vele arrestaties plaats hadden.
Pij zijn terugkeer in Parijs was de keizer niet weinig over het gebeurde ontstemd, en hij verweet den minister in scherpe bewoordingen, dat liij van die zaak zooveel drukte gemaakt had. Napoleon zag uit het gebeurde, hoe wankelbaar zijn regeering was, hoe een stoute zet van een halven krankzinnige bijna voldoende was geweest om ze omver te werpen; hoe meer gewicht
- 2:4 -
cr dus aan liet voorgevallene werd geliech!, des te meer zou liet volk den indruk krijgen, dat de keizerlijke regeering zwak stond.
De vernietiging van liet Kransclic leger in Rusland deed een juiclikreet ojtgaan door Huropa : de volken hadden zoolang gezucht onder liet loodzware dwangjuk der Fransclien; liet uur van bevrijding brak aan. Pruisen brandde van verlangen om de nederlaag van -léna te wreken, bet volk in Oostenrijk riep om den oorlog, want allen waanden Napoleon's macht gebroken.
De Fransclie keizer bedacht zich geen oogenblik om opnieuw aan geheel Europa het hool'd te bieden; hij had in llusland geen enkele nederlaag geleden, slechts het klimaat had zijn leger vernietigd. De berinnenng aan vervlogen roem verblindde hein ; in plaats van de stoere soldaten van Austerlitz en Friedland moest bij nu kinderen in het veld brengen, niet bestand tegen de vermoeienissen van den krijg; maar hij vertrouwde op zijn geluk en zette alles in het werk om in staat te wezen zijn gezag over de overwonnen volken te handhaven.
Met onverpoosde werkzaamheid begon hij aan de organisatie van zijn leger; van de 1300 kanonnen, die de Niemen waren overgetrokken, waren er nauwelijks tien teruggekomen, nochtans was er in de vestingen en artillerieparken van Frankrijk en Italië geschut genoeg voorhanden, maar moeilijker was het, aan geoefende kanonniers te komen. Ken gedeelte der kanonniers van de vloot, die werkeloos in de havens lag, werd bij het landleger ingedeeld en aldus in de eerste behoefte voorzien. Nog erger was het met de cavalerie gesteld; de meeste paarden waren in llusland doodgevroren, en om een geoefende ruiterij te krijgen
â 255 â
was clt' niorilijkluMd voor Na])oleon nog grooter dan om voor dc noo-dige artilleristen to zorgen. Doch ook hierin liet zijn vindingrijkheid hem niet in den steek; eenige korpsen ruiterij werden uit Spanje ontboden en remonte-paarden hij duizenden opgekocht. Bovendien richtte de keizer een narde op, in welk eerekorps jongelieden
(tit de voornaamste families van liet aan Napoleon onderworpen gehied verplicht werden dienst te nemen. Die tYvrwacht moest zelve haar uitrusting bekostigen, en aldus kreeg de keizer op goedkoope wijze een aanzienlijke ruiterij, bestaande uit voorname jongelieden, die hem in geval van opstand tevens als gijzelaars konden dienen. De gelederen der infanterie werden door nieuwe lichtingen aangevuld, en na weinig maanden had de keizer weer :}()().(gt;()() man onder zijn bevelen, terwijl het leger in Spanje insgelijks op ;{()().000 man werd gebracht.
Inmiddels was de keizer nog niet genezen van zijn betreurenswaardige verblindheid, en in zijn trotschheid, die door den ondervonden tegenspoed nog niet gebogen was, meende hij nog altijd te kunnen ingrijpen op kerkelijk gebied.
Pius VII bracht in het slot van Fontainehleau kommervolle dagen door. Uitgeput naar lichaam en geest was hij slechts omringd door prelaten, die den keizer tot werktuig dienden en hem op allerlei wijzen tot inwilliging van diens onrechtmatige eischen zochten te bewegen.
Met Nieuwjaar van T818 liet Napoleon den Paus door een kamerheer gelukwenschen en naar zijn gezondheid informeeren. De Paus beantwoordde die beleefdheid door kardinaal Doria naar Parijs te zenden, met wien overeengekomen werd de onderhandelingen weer aan te knoopen. Toen de Paus, zwichtend voor
don drang zijner omgeving, bijna geneigd scheen aan de vorderingen des keizers toe te geven, moest aan Napoleon de eer der overwinning worden gegund.
Fn den avond van den l(.gt;lequot; Januari kwam hij, door Maria Louisa vergezeld, onverwachts te Fontainehieai! aan; hij omhelsde den Paus en bewees hem allerlei betuiquot;huren van eerbied en
O O
vriendschap. De grijze l'ius VIT, die in harde gevangenschap zijn krachten voelde sloopen en door de koorts was ondermijnd, had reeds zoo lang ieder vriendschapsbewijs ontbeerd en was er gevoelig door getrolVen; de keizer bleef eenige dagen bij hem en trachtte door sluwheid, door vleierij en ook weldra door bedreigingen den Paus voor zijn wil te doen bukken. De afgestreden grijsaard weerstond nog met zijn laatste krachten; de heftige Corsicaansche natuur des keizers kwam in opstand tegen de kalme berusting van den grijsaard, die in zijn leuningstoel gedoken met gebogen hoofd naar hem luisterde. Zijn woorden bleven zonder uitwerking, zijn moeite was vergeefscb. âComediant,quot; mompelde l'ius VII op bet hooren van de vleitaal des keizers. Maar na al zijn welsprekendheid te hebben uitgeput, ontstak Napoleon in de hevigste woede; in zijn blinde drift verweet hij zelfs den Paus, dat deze geen verstand had van kerkelijke zaken, en zijn waardigheid vergetend, smeet hij een paar meubels omver en balde dreigend de vuist tegen den weerloozen grijsaard.
Pius VII behield echter zijn onverstoorbare kalmte. âTragediant,quot; lluisterde hij, wel wetend, dat die vlagen van drift tot 's keizers overredingsmiddelen behoorden.
Op den duur echter werd de strijd hem te zwaar, zijn geestkracht was verlamd, zijn krachten waren gebroken en eindelijk
Napoleon.
â 257 â
17
teekende li i j de voorlooplge nriikelen van liet noodlottig Concordaat, waarbij hij afstand deed van zijn tijdelijke macht en in nog andere even onrechtvaardige eischen bewilligde. Toen de Paus in een oogenhlik van zwakte zijn naam onder het stnk plaatste, deed hij het onder voorbehoud, dat het Concordaat eerst dan zon worden openbaar gemaakt, wanneer hij over alle artikelen afzonderlijk in een consistorie had beraadslaagd.
Napoleon luisleide echter niet meer; in zijn blijdschap rukte hij den Paus het papier uit de handen en snelde heen om genoemde artikelen oogenblikkelijk te laten afkondigen als het Concordaat van Fontainebleau en met een Te Dcnm zijn overwinning te vieren. JSTa het vertrek des keizers verviel de Paus in een diepe neerslachtigheid; de kardinalen, die uit de gevangenis werden ontslagen, wezen hem op de gevaarlijke gevolgen, die uit het gebeurde konden voortvloeien, en Pius YTT, die met hun raad volkomen instemde, herriep in een brief van den keizer alle artikelen van het zg. Concordaat, dat hem met geweld was afgedwongen.
Nieuwe onderhandelingen werden aangeknoopt, maar de H. Vader antwoordde met den moed van een geloofsbelijder, dat hij niet onderhandelen zou vooraleer hij in zijn stad Rome was teruggekeerd, en de keizer had met al zijn pogingen niets anders gewonnen dan een groote teleurstelling en een grootere mate van verantwoordelijkheid voor God, waarvoor hij Aveldra op het slagveld weer vrceselijk zou worden gestraft.
Zoodra de Pussen vasten voet gekregen hadden over de Weichsel, greep Pruisen naar de wapenen. Den Maart werd tusschen
czaar Alexander on den Pruisisch en koning een aanvallend en verdedigend verbond gesloten; twee dagen later koos Bernardotte, de koninklijke prins van Zweden, de zijde van Engeland, en er werd overeengekomen, dat hij de verbonden legers zou aanvoeren in den strijd tegen Napoleon, zijn vroegeren meester. Keizer Frans van Oostenrijk, Napoleon's schoonvader, bewaarde den vrede, maar zorgde er toch voor, zijn leger op voet van oorlog te brengen en op alle gebeurtenissen voorbereid te zijn; Beieren, Wurtemburg en Saksen bleven nog de bondgenooten der Eranscben, maar stonden gereed bij het eerste kanonschot tot den vijand over te loopen.
Een aanzienlijk gedeelte van Duitschland was reeds in de macht der verbondenen; prins Eug(Nne, die na het vertrek van Murat het opperbevel over het leger in Duitschland had aanvaard, had aan de Elbe stelling genomen, waar hij met moeite het hoofd hood aan Pruisen en Bussen. Hij bestormde den keizer met dépêches, waarin liij met schrille kleuren den henarden toestand des legers schilderde en te kennen gaf, dat het Eransche leger de wapens zou moeten neerleggen, indien Napoleon niet spoedig te hulp kwam.
Het uur van handelen was geslagen; indien den Eranscben de linie der Elbe ontnomen werd, zouden zij naar den Rijn moeten terugtrekken, en dan was gansch Duitschland voor hen verloren.
Den 15'quot;' April 181:5 vertrok Napoleon uit Parijs, na vooraf het regentschap aan Maria Louisa te hebben opgedragen. Veertien dagen later vereenigde hij zijn troepen met het leger van prins Eugène en reeds denzelfden dag had bij Weisseul'els het eerste treffen met den vijand plaats, waarin de Eranscben overwinnaars bleven.
- 2.VJ -
Do czaar van Rusland on de koning van Prnisen hadden zich aan liet hoofd Imnnor legers gesteld, geharde troepen, vol hoop op â dtf zege])raal, en in de gelederen der Pruisen streed de hloein der Dnitsclie jongelingschap, gereed haar hloed te vergieten voor de rechtvaardige zaak des vaderlands, liet Fransche leger daarentegen bestond voor de grootste helft uit jonge lotelingen, die nooit het vnur hadden gezien, doch zij waren vol moed en hegeerig zich onder het oog van hun keizer te onderscheiden. Terwijl Napoleon naar Leipzig oprukte, leverden hem de verbondenen den 2 'Mei een hloedigen slag in de vlakte van Lützen; die aanval, die met snelheid en tact werd uitgevoerd, verraste den keizer en dwong hem onder het vuur des vijands van stelling te veranderen. Reeds was het korps van maarschalk Ney in verwarring gebracht, het dorp Kaya, het centrum der gevechtsiinie, veroverd, en weldra klonk het hoera-geroep der Pruisen. De jonge Fransche recruten sloegen op de vlucht, maar de keizer kwam in hun midden en bracht ze tot staan; de hetoovering, die op het slagveld van hem scheen uit te gaan, deed ook hier weer wonderen cn zijn jonge soldaten hielden stand, om te sneuvelen onder het vreeselijk kanonvuur, dat onophoudelijk hunne rijen dunde.
âDe garde! de garde!quot; riep Napoleon. De garde kwam en rukte in gesloten gelederen zonder een schot te lossen tegen het dorp Kaya op; een lange streep van dooden en gewonden duidde den weg aan, dien het beroemde keurkorps nam, een kort gevecht en eindelijk zweeg het kanon des vijands; het dorp was in de macht der Franschen.
Nog eens werd het genomen en hernomen; toen deinsden de vijanden af en lieten Napoleon een duurgekochte overwinning.
- 260 â
Leipzig werd bezet, Dresden ingenomen, en in het paleis Mareolini ontving de Fransehe keizer opnieuw de vriendschapsbetuigingen van den ouden Saksiselien koning en tevens diens verontsehul-digingen over de anti-Pransche gezindheid van zijn leger en zijn volk. Er was den keizer veel aan gelegen Saksen in zijn hondgenootschap te houden en daarom toonde hij zich vergevingsgezind jegens de hoofdstad, die de sonvereinen van Rusland en Pruisen feestelijk had ingehaald.
Terwijl Napoleon de Russen en Pruisen versloeg, gt;vas Oostenrijk geen onverschillig toeschouwer gebleven en nam zich voor als bemiddelaar op te treden tnsschen de strijdende partijen.
Den 20slequot; Mei beproefden de verbondenen opnieuw het geluk hunner wapenen in de vlakte van Bautzen; weer behaalden de Eranschen een bloedige zegepraal, door de overwinning van Wurtchen gevolgd, waardoor de wegen van Silezië voor hen open lagen. Op alle punten geslagen, zonden de verbonden vorsten parlementairs naar de Eransche voorposten om een wapenstilstand te vragen; Napoleon weigerde aanvankelijk, doch de dreigende houding van Oostenrijk deed hem besluiten er in toe te stemmen. De wapenstilstand zou van den 1®quot; Juni tot den 20quot;quot; Juli duren en de keizer kon zich dien tijd ten nutte maken door de groote verliezen te herstellen, die zijn leger geleden bad, en nieuwe troepen naar het oorlogsterrein te ontbieden.
In de twintig dagen, dat de veldtocht geduurd had, waren ()().()()() soldaten gevallen, een eerlijke vrede was in ieders belang.
(iedurende den wapenstilstand werden van weerszijden groote krijgstoerustingen gemaakt. Oostenrijk was gereed in bet veld te trekken en heel Europa begreep, dat de overwinning aan dien
- 2(51 -
kant zou zijn, waar keizer Frans zijn zwaard in de schaal wierp; aan Oostenrijk bleef het voorbehouden de redder van Europa te zijn en aan de zwaarbeproefde volken den lang gcwenschten vrede weer te geven.
Hiervan wist de geslepen Oostenrijksclie staatsman Metternich gedurende een onderbond, dat iiij met czaar Alexander bad, den Russiseben alleenheerscber te overtuigen, waarop deze Oostenrijk's gewapende tusscbenkomst aannam.
Napoleon, die niet onkundig was gebleven van Metternicli's onderbond met czaar Alexander, verlangde op zijn beurt een samenkomst met den Oostenrijkscben diplomaat; ook bij bad behoefte aan den vrede, bij bad de laatste krachten van Frankrijk bijeengebraebt om overwinnaar te blijven in den bopeloozen oorlog, die, hoewel met overwinningen begonnen, allicht kon eindigen met onberstelbare nederlagen tegen een overmachtigen vijand. Bovendien hoopte hij op de welwillendheid van Oostenrijk ; keizer Frans was immers zijn schoonvader, en al zou deze op de allereeste plaats het heil zijns volks in 't oog houden, zoo nam dit de herinnering toch niet weg, dat zijn dochter de kroon van Frankrijk droeg.
Ben 25«» Juni kwam Metternich te Bresden aan en begaf zich den volgenden dag om 12 uur naar de Marcoiinische tuinen, waar Napoleon zijn hoofdkwartier bad gevestigd. Be uitnoodiging des keizers was voor den slimmen staatsman een bewijs te meer, dat deze zich zwak gevoelde, en dat Oostenrijk het lot van Europa in handen had.
Napoleon stond midden in bet vertrek met den steek onder den arm. In de laatste dagen had bij veel nagedacht over de
vreclesvOorwaai'den, die men hem wilde doen aannemen. Ten gevolge daarvan zou hij zijn voornaamste veroveringen moeten prijsgeven en dat kon, dat wilde hij niet, te meer niet, daar het eerste gedeelte van den veldtocht hem gunstig was geweest;
eenige jaren geleden was lii j de man, die de wet stelde in Europa, en al nam liij de bemiddeling van zijn schoonvader aan, liij wilde zich door dozen toch niet laten overheerschen, liever nog zou liij hem tarten met zijn heele krijgsmacht.
13e begroeting met den Oostenrijkschen minister was spoedig
â 2ü:( -
argeloopcn on na een kort gesj)rek zeido opeens de keizer, Metternicli strak in liet gelaat ziende:
â(iij wilt dan den oorlog? (Joed, gij znlt oorlog hebben. A) ij zullen elkaar wederzien binnen AVeenen. Driemaal beb ik keizer Frans o]) den troon hersteld, ik heb beloofd altijd met hem in vrede te leven, ik heb zelfs zijn dochter getrouwd, een dwaasheid, die ik thans betreur.quot;
Metternich antwoordde, dat hij. Napoleon, den vrede in de hand had, mits liij van zijn dwaze veroveringen afzag.
Maar Napoleon stoof woedend op. âMijn heerschappij hondt op, zoodra ik opbond sterk en gevreesd te zijn,quot; riep hij nit, en na allerlei onderwerpen te hebben aangeroerd, den noodlottigen tocht naar Rusland in herinnering brengend, ging hij voort : âDe koude heeft mij ten gronde gericht; tegen menscben kan ik strijden, tegen de elementen niet. Maar de verliezen van verleden jaar heb ik goedgemaakt; zie mijn leger eens! Voor veertien dagen kon ik vrede sluiten, nu niet meer; ik heb twee veldslagen ge-Avonnen, ik doe het niet!quot;
âliet geluk kan u weer verlaten even als in isi-i,quot; zeide Metternicli. â(iij hebt uw gansche volk onder de wapenen geroepen, ik heb uw soldaten gezien, '1 zijn kinderen! En als dit leger vernietigd is, wat dan ?quot;
De keizer was bleek van woede; de woorden van Metternicli hadden doel getrolTen. â(iij zijt geen soldaat!quot; riep bij met trillende stem, âgij kent geen soldatenhart! Maar ik, ik ben in 't leger opgegroeid, en ik bekommer me niet om een millioen menscbenlevens!' En driftig smeet bij zijn steek op den grond en schopte hem in een hoek der kamer,
Do Oostcnvijkschc staatsman bleef volkomen kalm en verwaardigde zich niet den steek des keizers van den grond oj) te rapen. Napoleon, die wel bemerkte, dat zijn heftige uitval niet den minsten indruk maakte, hervatte op meer bedaarden toon het gesprek, om Metter-nich te overtuigen van de geduchte macht, waarover Frankrijk beschikte. Weer kwam daarbij de tocht naar Moskou ter sprake.
âTk heb de Duitschers en Polen opgeolTerd,quot; zeide de keizer, âik heb in Kusland 800,000 man verloren, waaronder maar 150,000 Kranschen.quot;
âSire, gij vergeet, dat gij tot een Duitscher spreekt,quot; bracht Metternich met een lijn lachje in het midden. De keizer liep met groote schreden het vertrek op en neer en raapte in 't voorbijgaan zijn steek weer op.
âWil keizer Frans dan zijn dochter van den troon stooten ?quot; vroeg hij plotseling.
âDe keizer zal doen wat zijn plicht hem gebiedt,quot; was het antwoord, âvóór alles moet hij rekening honden met het belang zijner volken.quot;
âIk heb een domheid begaan met een aartshertogin te trouwen,quot; sprak Napoleon. âjMi zie ik, dat ik een domheid begaan heb. De oorlog kan mij den troon kosten, maar dan zal ik de wereld onder de puinen er van begraven.quot;
Tot hallnegen 's avonds duurde het gesprek, dat tot geen uitkomst leidde.
âGij zult mij den oorlog niet verklaren,quot; was het laatste woord des keizers tegen Metternich ; deze stapte naar zijn rijtuig onder geleide van generaal Eerthier, die van de gelegenheid gebruik maakte om te ini'ormeeren hoe het onderhoud was afgeloopen.
â'tis gedaan met den man,quot; was het eenig antwoord van den Oostenrijksclien minister.
Toen Metternich drie dagen later op het punt stond uit Dresden te vertrekken en zijn rijtuig reeds stond ingespannen, liet Napoleon hem nogmaals hij zich ontbieden. Op het allerlaatste oogenhlik kwam het tusschon den keizer en den minister nog tot een overeenkomst, waarbij de eerste de gewapende tussehenkoinst van Oostenrijk aannam en waarbij werd vastgesteld, dat den lOquot;quot; J uli te Praag tussehen de gevolmachtigden der verschillende mogend-beden de onderhandelingen zouden beginnen, die uiterlijk tot den ]()RI1 Augustus zouden duren.
Er bleef nog een flauwe hoop op den vrede, die door Napoleon's onverklaarbare eigenzinnigheid verijdeld werd; hij wilde slechts tijd winnen om zijn leger te versterken, dan zou hij de beperking van zijn grondgebied tot aan de grenzen van den iliju wel gewapenderhand weten te beletten. De Eransche gezanten kwamen te Praag, doch hadden geen volmacht bij zich, zoodat de onderhandelingen niet konden aanvangen; herhaaldelijk werd om de noo-dige volmacht gevraagd, maar de Eransche keizer zond ze niet. In den avond van den 10quot;11 Augustus voltooide prins Metternich, de huichelarij van Napoleon moede, de oorlogsverklaring van keizer Erans aan Napoleon, en zoodra het middernaebtuur geslagen liad, verkondigden lichtsignalen van de torens van Praag, dat Oostenrijks keizer zijn zwaard ten dienste der verbondenen getrokken had. Twee dagen later kwamen de volmachten voor Napoleon's afgevaardigden, maar nu was het te laat en bet bloedig kansspel des oorlogs zou over bot lot van den overmoedigen keizer beslissen.
â 200 -
Tijdens den wapenstilstand had Napoleon tijdingen uit Spanje gekregen ; zij luidden ongunstig. Do Spanjaarden, vorsterkt door Engelsche troepen onder den hertog van Wellington, hadden koning .Joseph ten derden male gedwongen uit Madrid te vluchten. Sinds het verraad van Hayonne had de Spaansche oorlog aan een half millioen Fransehen het leven gekost en al de krijgskunst en de moed van Napoleon's sold iten was vruchteloos tegonover de liard-nekkigheid van het dappere volk, dat voor zijn heiligste rechten streed. De vreeselijke slag van Vittoria besliste over liet koningschap van Joseph Bonaparte; wapenen, bagage, zijn schatkisten zijn kroon liet hij in de handen der vijanden achter en vluchtte ijlings naar Bayonne.
Voordat de vijandelijkheden aan de Elbe opnieuw begonnen, had Napoleon eenige versterkte plaatsen bezocht en de versterkingen geïnspecteerd, die hem uit Frankri jk waren toegezonden; hij had 28();()00 man onder zijn bevelen, meestal ongeoel'ende soldaten ; zijn beste generaals, wapenmakkers uit zijn eerste veldtochten, waren in de vorige gevechten gesneuveld, maar nog hoopte bij op de overwinning tegen de (500.()()() soldaten, die de verbondenen in het veld brachten. Onder hen bevond /,ich ook de Fransche generaal Moreau, de overwinnaar van llolieulinden, die indertijd door Napoleon uit Frankrijk was verbannen ; hij had het bevel over een legeraf'deeling aanvaard en schaamde zich niet de wapenen te voeren tegen zijn eigen vaderland.
Het krijgsplan der verbondenen was door den Zweedschen kroonprins Bernardotte opgemaakt en er op berekend langs drie wegen op Dresden aan te rukken en Napoleon zijn verdedigingslinie aan de Elbe te ontnemen, Deze hoopte nog altijd zegevierend Berlijn
â 2(j7 â
binnen te rukken, en als hervatting der vijandelijkheden bracht l'ij den 1'ruisischen generaal Blüeher een gevoelige nederlaag toe. Plotseling kreeg hij de tijding, dat het leger der bondgenooten voor Dresden was verschenen, en haastig keerde op zijn schreden terug ; een verwoede aanval op de stad werd afgeslagen en alles in gereedheid gebracht voor een veldslag, die den volgenden dag moest plaats hebben. De regen viel bi j stroomen neer, en van de heuvelen rondom Dresden donderden eenige honderden kanonnen en zonden zonder verpoozing dood en verderf in de gelederen der Franschen; de keizer reed rond in de omgeving dei-stad, overal de bewegingen des vijands bespiedend en zijn garde steeds voerend naar het meest bedreigde punt. Eindelijk klaarde het weer op.
Napoleon was doorweekt van den regen en dc opslagen van zijn steek hingen slap langs zijn gelaat ; eensklaps zag hij door zijn verrekijker vlak vóór zich het vijandelijk hoofdkwartier; daar stonden czaar Alexander met de voornaamste generaals der verbondenen en oogenblikkelijk werd aan een batterij der garde bevel gegeven liaar vuur daarop lt;e richten. âMikt goed,quot; beval hij aan zijn grenadiers. De kogels doorwoelden den grond in de nabijheid van den czaar, verschillende hoofdoflicieren werden gewond en aan generaal Moreau de dijen afgeschoten. Stervend viel hij neer in de armen van czaar Alexander en werd van het slagveld weggedragen. âDie schurk van een Bonaparte is toch altijd gelukkig,quot; schreef hij in zijn laatsten brief aan zijn vrouw, en inderdaad, opnieuw lachte de overwinning den Franschen keizer toe. 's Avonds trokken onafzienbare rijen soldaten in witte uniform door de straten van Dresden; het waren Oostenrijksche
gevangenen, en op alle punten waren de verbondenen, ondanks hunne overmacht, voor de Franschon gevlucht.
Een kleine ongesteldheid, die de keizer tijdens het slechte weer had opgedaan, noodzaakte hem eenige uren in Dresden te blijven. De uiensch wikt, maar God beschikt. Die schijnbaar nietige ongesteldheid had de ernstigste gevolgen en belette Napoleon het vijandelijk leger te vernietigen, dat, in zijn aftocht niet verontrust, gelegenheid vond de geleden verliezen te herstellen.
Toen was het gedaan met den voorspoed der Fransche wapenen. Oudinot werd door JJernardotte overwonnen op weg naar Berlijn; Macdonald werd door Hliieher aan de Katzbach geslagen, maarschalk Ney leed eveneens ecu nederlaag, en tot overmaat van ramp moest generaal Vandamme, ondanks den wanhopigsten tegenweer, zich met een gedeelte van zijn leger aan den vijand overgeven.
Napoleon begreep het gevaarlijke van zijn toestand en verduh-behle zijne pogingen; na Dresden versterkt te hehhen, toog hij uit om de nederlagen zijner onderbevelhebbers op Bliicher te wreken; daarop keerde hij zijn zegevierende wapenen tegen den Oostenrijker Schwarzenberg en bracht daarna opnieuw aan Hliieher een nederlaag toe.
Maar alles was vruchteloos, de vijanden waren te talrijk, en eindelijk hadden zij bun legers vereenigd om zoo mogelijk met één slag Duitscblaud van het Fransche dwangjuk te bevrijden. De Beieren scheidden zich op hun beurt van de Franschen af, Westfalen, het koninkrijk van Jerome, was in vollen opstand, en als éénige bondgenooteu hield Napoleon slechts de onbetrouwbare Saksers en de Polen over.
I'e toestand te Dresden werd wanhopig, en op raad zijner gene-
vaals trok Napoleon naar Leipzig terug. Den lllt;en October kwam hot leger voor die stad, terwijl de cavalerie van Murat in een moorddadig gevecht gewikkeld was met de voorhoede des vijands. Napoleon liet zijn troepen stelling nemen en rustte zich uit voor den groote volkenslag, zooals de vreeselijke driedaagsclie strijd rondom Leipzig in de geschiedenis zou genoemd worden. Een half millioen soldaten met '2000 kanonnen stonden in en rondom de stad. Russen, Pruisen, Oostenrijkers en Zweden stonden ge» reed om de 150.000 Franschen te verpletteren, die aan een meer dan dubbele overmacht het hoofd moesten bieden.
Pen 1(5 quot; October begon de strijd op drie punten te gelijk. Schwarzcnberg opende het vuur, en in dichte drommen rukte het verbonden leger tegen de Franschen op; hevig woedde de strijd bij het dorp Waschau; Schwarzenberg werd teruggeslagen, maar onder luid hoera-geroep kwam hem Bliicher met zijn Pruisen te ladp. Poniatowski, een neef van den laatsten Poolschcn koning, deed wonderen van dapperheid en ontving op liet slagveld den maarschalkstaf uit de handen van Napoleon; de ruiterij van Murat en Kellermann sloeg breede bressen in de vijandelijke gelederen, maar van ieder oogenblik oponthoud of aarzeling maakten ontelbare scharen kozakken gebruik om zich tusschen de gelederen te dringen en de Franschen gevoelige verliezen toe te brengen, terwijl de Zweedsche artilleristen met moorddadige juistheid hun kanonnen richtten.
Er was een oogenblik, dat de keizer zich zeker waande van de zegepraal; de klokken van Leipzich luidden reeds ten teeken zijner overwinning, toen de verbondenen 80.000 man versche troepen mot 80 kanonnen in het vuur hrachten.
De dag spoedde ten einde; de verbondenen varen voor de Franselien geweken, maar zij waren niet verslagen, en ieder uur voerde hen nieuwe versterkingen toe.
Napoleon zag het hachelijke van zijn toestand in, en zond den gevangen genomen Oostenrijkselicn generaal Meirl'eldt met vredesvoorstellen naar het vijandelijk leger.
âCiij ziet, hoe ik wordt aangevallen, gij ziet hoe ik mij verdedig,quot; sprak Napoleon ; âik wil den vrede, weet liet wel; gij vreest den leeuw nog iu zijn slaap. (Jij wilt hem zijn nagels uitrukken en zijn manen knippen. Ziehier mijn voorstel; ik zie at' van Polen, van Illyrië, van het Rijnverbond, is dat niet genoeg ineens? Italië zal onafhankelijk zijn. quot;Wat Holland, Spanje en de llanzasteden betreft, die wil ik behouden otn met Engeland over den vrede te onderhandelen.quot;
Merl'eldt vertrok, maar zijn zending bleef vruchteloos ; lioe kon er van vrede sprake zijn, nu de aarde zooveel bloed had gedronken'r De dag van den 1 71'quot; werd groot endeels gebruikt om andere stellingen te nemen, en den 18®quot; begon de strijd met verdubbelde lievigheid ; hij zon beslissend zijn voor de onafhankelijkheid van Dtiitsch-land. Napoleon had zijn leger enger om Leipzig saamgetrokken, en verdedigde zich met hardnekkigheid, maar alle tegenstand was vruchteloos tegen de ontzettende overmacht; nog een enkel oogen-bl ik scheen de zege hem toe te lachen ; er kwamen gapingen in de gelederen des vijands; een aanval met kracht uitgevoerd, kon hem misschien de overwinning bezorgen. Op het uiterste oogenblik echter verlieten de Saksers, tot dusver Napoleon's bondgenooten, met deWurtembergsche ruiterij degelederen der Pranschen en liepen naar den vijand over, waar zij met gejubel werden ontvangen.
- '.gt;71 -
Van nabij schoten hun kanonnen bloedige openingen in de rijen hunner strijdmakkers van zooeven ; de Franscbe linkervleugel kwam in verwarring en slechts met de uiterste moeite slaagden de grenadiers er in, aan die zijde voorloopig de eenheid der geveehtslinie te herstellen ; aan de nederlaag viel echter niet meer te twijfelen. De Franschen hadden 30.000, de bondgenooten 00.000 man aan dooden en gewonden verloren.
J)e Franscbe keizer gal' het bevel tot den terugtocht, die 's nachts in goede orde begon over de breede steenen brug, de eenige, die naar de overzijde van de Elster voerde; maar naarmate zich meer troepen verzamelden, begon er wanorde te heerscben, en iedereen haastte zich den anderen oever te bereiken. Aan den Poolschen maarschalk i'oniatowski was liet bevel over de achterhoede opgedragen om den aftocht te dekken, en om den vijand de vervolging te beletten, wüs een pijler van de brug ondermijnd om ze op bet geschikte oogenblik te laten springen.
In den morgen van den 19a October ontdekte liet vijandelijk leger den aftocht der Franschen en oogenblikkelijk begon het den aanval om ben te verontrusten en tot een nieuw gevecht te dwingen. Op zijn vurigen schimmel gezeten reed Napoleon door de overvolle straten, maar het was onmogelijk zich door bet gewoel een doortocht te banen; hier en daar werden gebouwen in brand geschoten, waardoor de schrik onder de soldaten nog vermeerderde en de keizer zich gedwongen zag langs een omweg de Elsterbrug te bereiken. Aan den anderen oever nam hij zijn intrek in een kleinen molen, waar bij, uitgeput van de vermoeienis der laatste dagen, in diepen slaap viel ondanks bet ratelen der kanonnen en bet gejoel en geschreeuw der voorbijtrekkende soldaten.
Met, lielclenmowl verdedigde Poniatowski de voorsteden van Leipzig1 tegen den o vertalrijken vijand; plotseling echter dreunde een vervaarlijke slag ; de brug over de Elster was in de lucht gevlogen en voor 20.()()() man der achterhoede, henevens de duizenden zieken in de hospitalen, alle hoop oj) redding alge-sneden. Een ondergeschikt militair had in zijn overijling die ontzettende ramp veroorzaakt. De achtergehleven Franschen besloten hun leven zoo duur mogelijk te verknopen ; zij verschansten zich in de huizen en deden menigen vijand den dood vinden. Anderen zochten zwemmende de rivier over te steken, maar de meesten hunner kwamen in het water om, en onder dezen bevond zich de dappere maarschalk Poniatowski, die zijn graf in de grauwe golven vond, niet zoo gelukkig als maarschalk Macdonald, die zich met ziju gewond paard zwemmende wist te redden.
Tot den middag duurde het gevecht met het overschot van Napoleon's leger, dat nog Hauwen weerstand hood; toen zweeg het kanon en vernam men slechts het gekreun der stervenden en gekwetsten; 1 (),()()() Franschen en 250 kanonnen vielen in handen des vijands, en terwijl de verbondenen elkander geluk wenschten met de behaalde zegepraal, voerde Napoleon met snelle marschen zijn geslagen leger den weg op naar Erfurt.
Den 2:}'quot; October bereikte hij die stad, en na een korte rust van vier en twintig uren vervolgde hij den tocht naar den Rijn. Hij llanau trachtte het leger der Beieren hem den doortocht te versperren, maar de Eranschen sloegen er zich doorheen en voor de laatste maal behaalde Napoleon een overwinning aan gene zijde van den llijn. Te Mainz verzamelde zich het leger, maar
Napoleon.
- 273 -
lö
Gen andere plaag kwam de TVanschen bezoeken, en een vreeselijke typlms-ziekte sleepte honderden weg.
De keizer spoedde zich naar Parijs om de laatste krachten des lands te verzamelen, nu niet meer om veroveringen te maken, maar tot verdediging van den vaderlandschen grond, liet blind vertrouwen van Napoleon in zijn onoverwinnelijkheid was ontzettend zwaar gestraft; het groote leger van 1H18 was vernietigd en de toegangen tot Frankrijk stonden voor den vijand open.
II O OF DST UK XT I.
1)K l!OMJ(i KNOOTKN IN FRANK Kl.l K. LAATSTK SIT I l'TKKK K I N(i KN.
NAI'OMOON's AFSI'A X I). â ])K Ki:i/,KK OP ICI.IiA.
en h^er van (100,000 man nilvfc togen Frankrijk op; weldra zou liet aangroeien tot 1.100.000 man enden keizer verpletieren, die zoo dikwijls aan Europa de wet had gesteld. Deze zag het dreigend gevaar; om de vijanden te keeren, liet hij den vrede aanbieden op de voorwaarden, die hem te Dresden waren gesteld ; maar met de overwinningen der verhon-denen klommen hun eischen. liet diep vernederde Pruisen wilde wraak nemen over den geleden hoon en vorderde, dat Frankrijk zou terugkeeren binnen zijn grenzen van 178(.). De opstand van Holland, dat zich onafhankelijk verkliiarde, deed Engeland besluiten, Pruisen in diens eischen te steunen.
\ oor Napoleon was die eisch onaannemelijk; daardoor zou hij het land in grondgebied kleiner achterlaten dan hij het gevonden had, en wat zou er dan overblijven van zijn schoone beloften, dat hij Frankrijk machtig zou maken en groot? Opnieuw moesten de wapens beslissen.
Door de oorlogen der laatste jaren was Frankrijk echter uit-
geput; iiiou vond cv wel grijsjifivtls en kiiuleren, niafiv gecu weevhave mannen meer; tevergeefs riep de gedwoöe Senaat versclüllende lichtingen op om een leger te vormen van (jOO.OOO man , liet ofticieele papier was geduldig, maar de krachten der natie schoten te kort.
De moeders vloekten den oorlog, en met schrik vroeg men zich ai', wat het einde zou zijn van den naderenden krijg. Kr kwam een zekere verlamming in alle takken van staatsbestuur; hooge beambten, legerhoofden en hovelingen voelden, op weinige uitzonderingen na, hun hoop op de toekomst verdwijnen, hun trouw aan den keizer wankelen. Er was een groote ommekeer op handen, dat denkbeeld zat als in de lucht, allen voelden het en allen zochten naar het zekerste middel om hun fortuin, hun waardigheid of hun persoon te redden uit de ontzettende schipbreuk van het keizerrijk.
Het Wetgevend Lichaam, dat zoovele jaren zwijgend den wil des meesters had gehoorzaamd, scheen zich eensklaps te herinneren, dat het op grondwettige rechten aanspraak kon maken. Jaren lang had het den keizer gevleid en bewierookt, nu durfde het een onafhankelijken toon aanslaan en den keizer trotseeren.
Napoleon was er geweldig over verstoord. Toen met Nieuwjaarsdag van het jaar 181 |. een deputatie van het Wetgevend Lichaam hem haar hulde kwam betuigen, voer hij in heftige taal tegen haar uit en verweet, dat zij het durfde wagen van grondwetsverandering te spreken op het oogenblik dat de vijand aan de grenzen stond.
âVolgt liever het voorbeeld,quot; zeide bij, âvan den Elzas, van rranche-Comté en de Vogezen! De inwoners daar vragen om
wapenen. Gij zijt de vertegenwoordigers der natie niet, maar ik, ik alleen ben de vertegenwoordiger des volks. (Jij hebt mij met slijk willen gooien ; maar ik ben een van die mannen, die men doodt, maar die men niet onteert....quot; En antwoordend op liet denkbeeld, dat velen reeds koesterden, maar dat nog niemand durfde uitspreken, nl. dat zijn bopelooze strijd hem den troon kon kosten, vervolgde liij : âquot;Wat is de troon? Vier planken met een lap fluweel er over.... De troon is bij, die op den troon verbeven is; van hem hangt alles al'. Wij bebben nu geen praters en geen redenaars meer noodig, maar generaals, en wie zijn dat onder u ? Ik ga mij aan bet booi'd des legers stellen, ik zal den vijand over de grenzen terugwerpen en vrede sluiten, wat bet ook kosten moge aan wat gij mijn eerzucht noemt.....quot;
Den ^l011 December trok prins Scbwarzenberg met 1(50.000 Beieren, Kussen en Oostenrijkers te Bazel over den Bijn, bet onzijdig Zwitsersch grondgebied schendend ; den eersten Januari trok Bliicber tusschen Mainz en Coblenz bij Caub over die rivier met het Bruisiscb leger, dat voorlooj)ig (iO.OOO man telde ; de czaar van Mus-land, de keizer van Oostenrijk en de koning van Bruisen, die nog min olquot; meer huiverig waren, hun geducbten vijand in zijn eigen land te gaan bestoken, waren te Brankl'ort ])ijcengekomen en namen den weg naar Freiburg.
De plotselinge inval der verbondenen had Napoleon verrast en benam hem den tijd zijn leger te orgauiseeren ; tegenover die ontzettende lawine van vijanden kon hij slechts (IO.OOO soldaten stellen, verdeeld over de korpsen van Maraiont, Ney, Mortieren Victor. Uit Italië hoefde hij op geen hulp meer te rekenen ; zijn
zwager Mvirat lieuIde mei den vijand en hoopte zich ten koste van verraad met de kroon van Italië te verrijken.
Pen 'i.Vquot; Januari vertrok Napoleon uit Parijs. Daags tevoren liad Iiij de ot'liciercn der nationale garde in de Tuileriën ontvangen om zijn vrouw, zijn zoon en de hoofdstad in hunne zorg aan te bevelen. Weenend omlielsdo hem Maria Pouisa, en de keizer sprong in zijn rijtuig om zich aan liet hoofd zijner troe-pen te gaan stellen, niet vermoedend, dat dit afscheid het laatste was en dat zijn cchtgenoote hem zoo spoedig vergeten zou.
's Avonds kwam de keizer in het liool'dkwarlier te Chalons en wist zijn generaals wat moed in te spreken; 10.000 Franschen stonden tegenover een bijna vijfmaal sterkeren vijand. De strijd zou beginnen, een ongelijke, hachelijke strijd ; maar nooit zou het krijgstalen! des keizers meer uitblinken dan in den korten veldtocht van het jaar '1 i, en zeii's in zijn nederlagen zou bij zich den grootsten veldheer toonen zijner eeuw.
Pij Saint-Pizier en bij Prienne, waar hij zijn kinderjaren had doorgebracht, behaalde Napoleon een klein voordeel op dj verbondenen, maar twee dagen later dwongen 100.000 Pruisen en Oostenrijkers zijn legertje van 552.000 man tot den aftocht ; in goede orde voerde de keizer zijn troepen naar Troves.
Nabij Prienne had hij nog een oogenblik gevaar geloopen in de handen der stoutmoedige kozakken te vallen en krijgsgevangen te worden gemaakt, doch gelukkig wist hij aan de vlugge Pussische ruiters te ontsnappen.
Om langer nutteloos bloedvergieten te voorkomen, werden te Chatillon nieuwe vredesonderhandelingen aangeknoopt, en opnieuw
werd de eiscli gesteld, dat Frankrijk zich met zijn grenzen van 171)1 moest vergenoegen. Napoleon hield de onderhandelingen slepende; hij hoopte steeds, dat de vijanden door een krijgskundige fout hem in staat zonden stellen een grooten slag te slaan en door een schitterende overwinning den loop der onderhandelingen te dwingen.
Zooals hij voorzag, gebeurde; het verbonden leger splitste zich in twee afdcolingcn: Sclnvarzenben? rukte lanscs de Seine voort
O O O
en Hliicher volgde den loop der Marue om zich bij Parijs met Sch warzenberg te vereenigen.
.Met de snelheid des bliksems vloog Napoleon den ouden Hiücher te gemoel ei; lu'acht hem ondanks de dapperheid en de woede zijner Pruisen van den 10quot; tol den 1 !â¢quot; Februari iederen dag een nederlaag toe, die het Pruisisch leger 10.000 dooden en 20.()()() gevangenen kostten, terwijl de Franschen slechts geringe verliezen leden.
Maar de keizer diende overal te gelijk te zijn ; reeds was Schwarzeuberg te ver langs de Seine voortgernkt , en nauwelijks was de dreun van het laatste kanonsehut weggestorven in de vlakte van \ aiichaiii|), waarden l'rnisen nog op een bloedig gevecht waren onthaald, ol' het Franselie legertje verliet de boorden van de Marne om zich naar de Seine te begeven. Den 18quot; en 10quot; der zelfde maand behaalde Napoleon op Oostenrijkersen Kussen de bloedige overwinningen van Xangis en IMontereau. De krijgskans scheen ten goede gekeerd ; vijl' dagen later kwam de keizer te Troves, dat door de Oostenrijkers was ontruimd, en nam bloedige wraak op de inwoners, die zich voor de dynastie der Bourbons hadden verklaard. Het succes bedwelmde den keizer. âIk ben dichter bij Weenen,
â 279 ^
Op den wkö saau Pakijs, j
DE ScUlLUERU VAN KliAÃKÃ.
dan zij bij Parijs,quot; zeitle hij tegen hen, die hom over den vrede spraken, en door zijn hooge eischen kwam voorgoed een einde aan liet vredescongres te Chatilion.
Meer om zich uit moeilijke omstandigheden te redden dan wel uit een gevoel van rechtvaardigheid gaf Napoleon aan l'aus Tins VIT, die te Eontainebleau nog altijd zijn gevangene was, de vrijheid terug. Eens te meer bleek het, hoe de Voorzienigheid, die met menschelijke macht eu berekening spot, met vaderlijke waakzaamheid Christus' Kerk beschut. Ue geduchte geweldenaar plofte van zijn hoog voetstuk neder, eu de zwakke, de vertreden Opperpriester keerde naar zijn staten terug om in vrijheid zijn apostolisch amht weer te gaan vervullen tot heil van allen, ook van zijn verdrukkers en beleedigers.
Spoedig hadden de verbondenen zich van hun nederlagen hersteld ; iedere dag voerde hun nieuwe versterkingen toe, terwijl iedere overwinning van Napoleon moest gekocht worden met het bloed zijner beste soldaten. Een oude grenadier der garde zeide, van de vijanden sprekend: âZe zijn met te velen,quot; en kenschetste met dat enkel woord geheel den veldtocht. Vereenigd met de korpsen van üulow en Wintzingerode, trad Hliicher weer aanvallend op en dreef de legertjes van .Mortier en Macdonald voor zich uit. Nog eens bracht Napoleon redding; aan de Aisne leed de Pruisische vechtgeneraal een gevoelige nederlaag, hij werd van de verbondenen gescheiden en gedwongen de rivier over te trekken ; dit kon echter slechts geschieden over de brug van Soissons, en die stad was in handen der Eransehen. Slechts twee dagen behoefde Soissons de Pruisen tegen te houden, dan zou Napoleon gelegenheid hebben het gansche leger te vernietigen; maar de
bevelhebber bezweek voor de bedreigingen der Pruisen, en guf de stad over, zoodat Hliiclier over de Aisne ontsnapte.
Uen 7quot;quot; Maart bielden .'50,000 Franscben bij Craonne den gan-scben dag den strijd vol tegen 100.000 Pruisen; drie dagen latei-leed Napoleon een nederlaag voor Laon. Infiisseben was Sebwar-zenberg weer voortgerukt. Te Areis-snr-Anbe bood Napoleon met 20.000 man liet liooid aan 1)0.000 Oostenrijkers en Kussen ; de keizer scheen het gevaar te zoeken en meermalen stelde bij zijn leven in de waagschaal om zijn soldaten aan te moedigen. Toen een hom vlak voor liet front der troepen neerviel en de inan-scbappen acbternit weken, dreef Napoleon er zijn paard been en dwong liet de brandende lont te hesnull'elen. Met een geweldigen knal spatte de hom uiteen, en toen de rook was weggetrokken, stond Napoleon naast zijn gedood paard en zeide : âGij ziet wel, dat dit niets te beteekenen beeft.quot; Oogenblikkelijk besteeg bij een ander en reed verder, kalm en nadenkend zooals gewoonlijk.
In bet Zuiden, aan de Spaansche grens, streed maarschalk Soult tevergeefs tegen het 72.000 man sterke leger van den hertog van Wellington en langzaam wonnen de Kngelscben veld. Den 12,'M Maart deed de hertog van Angoulême, zoon van den graaf van Artois zijn intocht in Hor.leanx, dat door de Engelschen was veroverd, en de stad juichte bij den terugkeer der Hourbons. Ook te Parijs werd openlijk saamgezworen ter gunste van bet oude koningschap ; de val van bet keizerrijk was voor niemand een golieitn meer.
Twee maanden lang bad Napoleon niet zijn klein leger de overmacht der verbondenen tegengehouden ; de vijanden badden.
â 2S3 â
tot dusver den oorlog met de uiterste omzichtiglieid gevoerd, en vooral Schwarzenberg ging met behoedzame langzaamheid tewerk. Vreesden zij in Parijs een t weede Moskou te vinden ? Op aandrijven van czaar Alexander werd eindelijk liet bevel gegeven tot den algemeenen opmarsch naar de Fransehe hoofdstad.
In drie legers rukten de hondgenooten op de hoofdstad aan, terwijl Wintzingerode aan het hoofd van een talrijke ruiterij en een geduchte artillerie naar Saint-Dizier moest trekken om Napoleon's aandacht op dat punt te vestigen.
De maarschalken Marmont en Mortier werden na een gevoelige nederlaag verplicht op Parijs terug te trekken. De grootste ontsteltenis heerschte in de stad, koning Joseph en generaal Clarke hadden verzuimd ze in staat van tegenweer te stellen en er was aan alles gebrek. Den 2lt;.)equot; verliet Maria Louisa met den koning van Home de stad om zich to Blois in veiligheid te stellen, spoedig door den onbekwamen Joseph gevolgd.
De verdedigers van Parijs telden uog geen 27000 man, eenige duizenden ongeoefende nationale gardes en de leerlingen der polytechnische school daaronder begrepen; zij hadden het hoofd te bieden aan 170.000 vijanden. Hi j bet eerste treffen zond koning Joseph aan Marmont de volmacht om te capituleeren en ontvluchtte ijlings het gevaar, doch Napoleon's getrouwen deden moedig bun plicht. Duizenden werklieden en vrijwilligers riepen om geweren, maar zij waren er niet door de onverklaarbare zorgeloosheid der regeering, die op het oogenblik van strijd zich lafhartig in veiligheid stelde.
Den ISOquot;1 Maart had de beslissende slag plaats; de weinige Franschen deden wonderen van dapperheid, maar toen de avond
begon te vallen, werd de toestand hopeloos, en om Parijs voor een bombardement te sparen, teekende Marmont de capitulatie, welke de stad aan den vijand overleverde.
Waar bleef intusscben de keizer? Hij had liet plan opgevat zijn legertje te versterken met de garnizoenen der verscliillende vestingen en den vijand in den rug aan te vallen, doch inmiddels werd hij misleid door het korps van Wintzingerode, dat hij vervolgde en bij Saint-Dizier versloeg; te laat zag bij in, dat bij niet het leger van Schwarzenberg voor zich bad, maar een afzonderlijke afdeeling; bet leed geen twijfel meer of de vijand was op weg naar Parijs,
Als instinctmatig riepen Napoleon's soldaten om naar do hoofdstad te snellen, en eindelijk, .den 28°quot; Maart, gaf bij bet bevel daartoe. Een flauwe hoop bleef hem nog, dat de verloren tijd kon worden ingehaald; als het garnizoen van Parijs tot bet laatste toe weerstand bood, zou hij onverhoeds de bondgenooten van achteren kunnen aanvallen en onder de muren zijner hoofdstad den veldtocht met een donderslag eindigen.
Brandend van ongeduld spoedde Napoleon, in een postrijtuig gezeten, het leger vooruit. Hier en daar nam hij rust in een posthuis of kleine herberg, maar niet langer dan noodig was om van paarden te verwisselen en dan ging het weer verder in vliegende vaart, 's Avonds om tien uur bevond hij zich op nog slechts vijf mijlen afstand van Parijs, toen hij bet overschot van Mor-tier's leger ontmoette en de vreeselijke waarheid vernam, dat zijn leger verslagen en Parijs verloren was. Om vier uur in den morgen ontving bij een afschrift van de capitulatie. De keizer was als verpletterd onder den slag en bleef een kwartier lang spra-
keloos en in gedachten verdiept ; maar nog had hij alle hoop niet opgegeven; in l'arijs zelf wilde hij den vijand verslaan, maar daarvoor had iiij tijd noodig om zijn leger te verzamelen (311 tot dat doel zou generaal Conlainconrt eenige dagen lang de onderhandelingen met de verbondenen moeten rekken. Napoleon begaf zicli naar Eontaineblean om den loop der gebeurtenissen af te wachten, en in den morgen van den :?len Maart trokken de verbondenen zegevierend Parijs binnen.
De gebeurtenissen volgden elkander met verbazende snelheid op ; de bondgenooten verklaarden bij monde van czaar Alexander dat zij niet meer zouden onderhandelen met Napoleon noch met iemand van de keizerlijke familie ; minister Talleyrand verklaarde zich voor de herstelling der Bourbons en zijn stem vond instemming l)ij het volk, dat met vreugde de witte kokarde aannam. Den lei1 April verklaarde de Senaat Napoleon vervallen van den troon en onthief de Eranschen van den eed van trouw, dien zij hem hadden gezworen. Een voorloopige regeering onder presidentschap van Talleyrand werd ingesteld, en weldra schonken de ambtenaren, de nationale garden en de bevolking hun goedkeuring aan den nieuwen staat van zaken.
Den :{len Maart was Napoleon te Eontaineblean aangekomen in betzelfde paleis, waar l'ius VII zijn gevangenschap had doorgebracht en dat nu getuige zou worden van den val des overwinnaars.
Langzamerhand verzamelde het overschot des legers zich in en rondom Eontaineblean, zoodat Napoleon den In April een kleine dertig duizend man onder zijn bevelen bad. Twee dagen bleef de keizer werkeloos, het oog op Parijs gericht. De soldaten ontvingen bun keizer met hun gewone geestdrift; het denkbeeld van
- 28() -
naar Parijs to marclieeren prikkelde hun verbeelding ; zij hadden zoo lang hun keizer gediend, zij hieven hem trouw tot het laatste toe.
Anders was hot mot de maarschalken. Zij iiadden ieder hun eigen persoonI ijkc belangen, zij waren hot oorlogvoeren moede en zelfs in do omgeving dos keizers bespraken zij de kwestie van zijn troonsafstand.
Ook Napoleon had daar in zijn eenzaamheid veel over nagedacht, doch in zijn aarzeling om een besluit te nemen ging een kostbare tijd verloren, waarvan de verbondenen zich iedere minuut ten nutte maakten.
In don nacht van den 2⢠op den 8en April keerde Coulain-court uit Parijs terug met de tijding, dat de bondgenooten met Napoleon alle ondorhandolingen hadden afgebroken en dat hom, om te minste zijn dynastie te redden, niets anders ovorbloof dan afstand te doen van den troon.
Den 1' quot; April scheen do keizer eindelijk uit zijn toestand van werkeloosheid op Ie staan en tot handelend optreden bereid ; er werd bevel gegeven liet hoolVlkwartior over te brengen tusschou l'onlhierrv en Kssonne. Na de middagparade, die altijd op liet plein van liet Witte I'aard te IVmtainebleau plaats had, geleidden do voornaamste legeroversten als naar gewoonte den keizer naar zijn vertrekken terug. Do maarschalken staarden somber voor zich heen, hot oogenblik was gekomen, dat er een einde zou gemaakt worden aan de geweldige crisis, de laatste stuip-trokkingen van het keizerrijk.
In de kamer bij Napoleon bevonden zich Herthier, Nov, Ou-dinot, Lefehvre, Macdonaid, met Marot, Coulaincourt en den groot-
maarschalk Bertram!. Hun besluit stond vast: de keizer moest afdanken.
Maedonald opende liet gesprek met den keizer het besluit der verbonden vorsten en zijn vervallenverklaring door den Senaat onder oogen te brengen. Napoleon toonde zich verwonderd noch ontroerd en deelde mee, dat hij van plan was naar Parijs op te rukken en dat hij op ben rekende. Nu kwamen de tongen los. De maarschalken begonnen op eerbiedigen toon bedenkingen te maken, spoedig kwam bet tot verwijten en eindelijk verklaarden zij beslist, niet te zullen optrekken.
Ney, Oudinot en* Lefebvre voegden er bij, dat een marsch naar de hoofdstad een wanhopige daad was, waanzinnig en misdadig, daar zij de vernietiging van Parijs en van het leger ten gevolge zou hebben. Zij herhaalden, dat, om aan zulk een bevel te gehoorzamen, geen enkele degen uit de scheede zou worden getrokken.
âHet leger ten minste zal mij volgen!quot; riep Napoleon dreigend.
âHet leger zal gehoorzamen aan zijn generaals,quot; antwoordden Ney en Oudinot.
Napoleon zag hen beurt om beurt aan; bij begreep, dat erop zijn maarschalken niet meer te rekenen viel. Plotseling ontstak hij in hevige woede; bij was gewoon ieders wil voor zich te zien zwichten en nu kwamen zijn laatste getrouwen tegen hem in opstand. Geruimen tijd duurde die spanning, eindelijk werd de keizer kalm en vroeg :
âWat denkt gij dan, dat ik doen moet ?quot;
En als uit één mond klonk het: âHoe afstand van den troon.quot;
Ue keizer was overwonnen, hij greep een pen en schreef met koortsig bevende hand :
-m -
âDaar dc verbonden mogendheden verklaard hebben, dat keizer Napoleon de eenigc hinderpaal is voor het herstel van den vrede in Europa, verklaart keizer Napoleon, getrouw aan zijn eed, dat bij bereid is afstand te doen van den troon, dat bij Frankrijk én zelfs bet leven wil ver-
laten voor bet welzijn des vaderlands, met voorheboud van de reciiten van zijn zoon, liet regentschap der keizerin en de bandbaving der wetten van het rijk.
Gedaan in ()ns palcis te Eontainebleau, den 4el1 April 1804,
Nai-olkon.quot;
Napoleon.
l'j
â 28» â
tronen van Frankrijk on Italiö en dat er geen enkel oiler is, zeli's niet van liet leven, dat liij niet bereid is te brengen voor bet welzijn van Frankrijk.quot;
De üjevolginacbtijden vertrokken opnieuw en keerden don 12n terug met het antwoord der verbondenen, ('zaar Alexander toonde zich edelmoedig na zijn overwinning. N olgens overeenkomst der mogendheden kon Napoleon den titel van keizer behouden en kreeg in sonvereinitcit het eiland Elba, in de Middellandsche Zee, waarheen hem eenigc iionderdt n soldaten zijner garde mochten volgen. Bovendien werd op rnime wijze voorzien in zijne behoefte en die zijner l'amilieleden, die den ])rinselijken titel behielden.
Het was een ontzettend zwaar oil'er, dat Napoleon door eigen schuld gedwongen was geweest t«' brengen; de heerschappij was hem ontnomen, /.ijn vrienden, die hij met weldaden had overladen, verlieten hem, en in zijn toestand van zenuwoverprikke-ling begon de keizer de vraag te overwegen, of hij ook geen afstand zou doen van het leven, dat voortaan al het aantrekkelijke voor hem verloren liad. In den nacht van den 12quot; kwam plotseling het geheele paleis vat» Fontainebleau in opschudding. Bedienden en een dokter snelden naai' de slaapkamer des keizers, die kermend van pijn op zijn bed lag en aan hevige krampen leed. liet overschot van een glas water op zijn naehttareltje maakte den dokter alles duidelijk de keizer had vergif ingenomen. Tijdens den terugtocht uit Rusland bad Napoleon zich door zijn lijfarts Y van een poeder laten geven om een eind aan zijn leven te maken voor het geval, dat hij in handen der Russen mocht vallen, en sinds dien tijd had hij dat vergif zorgvuldig bewaard.
Hetzij de dosis te zwak was of bet vergif zijn kracht had ver-
loren, de keizer ondervond er geen verdere gevolgen van dan een hevige maagkramp, die na een korte verdooving en overvloedig zweeten ophield.
âGod wil het niet,quot; zeide hij, toen hij tot zichzelven kwam en met verglaasde oogen in de kamer staarde. In den morgen werd Macdonald aangediend, die het verdrag omtrent 's keizers verhlijf op Hlha hij zicii iiad. Napoleon zat voor den schoorsteen, met het hoofd in de handen geleund, hij zag doodsbleek en hief met moeite het hooi'd op.
âIk heh een slechten nacht gehad,quot; sprak hij, toen Macdonald hem naar zijn gezondheidstoestand vroeg; hij was gebroken, vernietigd en teekende zonder moeite het hem voorgelegde verdrag.
De volgende dagen bracht Napoleon in eenzaamheid door; zijn laatste getrouwen verlieten hem, en als hij nu en dan het oor leende aan het ratelen van een rijtuig over het slotplein, vernam hij slechts het vertrek van een zijner hoot'dolTicieren, die terugkeerde naar Parijs. In treurige herinnering wandelde bij door de zalen van het slot; zijn vrouw en zijn kind zou lquot;.i niet meer wederzien, de overwonnen keizer werd door allen verlaten; slechts de soldaten zijner garde, die te Fontainebleau kampeerden, hieven hem trouw en bespiedden hem als hij het paleis verliet om hem nog eens met den gewonen kreet: âLeve de keizer!quot; te begroeten.
Den lHeu kwamen vier cominissarissen der verbondenen te Fontainebleau om Napoleon tot de haven te begeleiden, waar hij zich voor het eiland Elba zou inschepen; het waren generaal Sjoewa-lof voor Rusland, generaal Kohier voor Oostenrijk, voor Engeland kolonel Campbell en generaal Waldburg Tmchsess voor Pruisen.
Het vertrek werd bepaald op den 20''quot;. De dagen vóór zijn vertrek gebruikte de keizer met het uitkiezen der personen, die hein naar Elba zonden volgen, en 's middags om twaali' uur van den bepaalden dag kwam maarschalk Bertrand den keizer mee-deelen, dat de rijtuigen op het plein van het Witte Paard gereed stonden.
Op het plein stond het laatste overblijfsel der garde ouder de wapenen en in de gang hadden zich in twee rijen de weinige bedienden van het paleis verzameld. Zwijgend ging Napoleon door hun midden, hier en daar een handdruk wisselend; toen li ij de trap afdaalde, rolTeiden de trommen en presenteerden de soldaten hel geweer. Geen woord werd gesproken, doodsche slilte zweefde over het plein, slechts onderbroken door het gerofTel der trommen, die als het ware den doodemnarsch sloegen hij de begrafenis van het keizerrijk.
Napoleon trad «naar voren en gaf een teeken met de hand, dat hij spreken wilde :
âGeneraals, oflieieren, onder-officieren en soldaten mijner oncle garde,quot; zeide bij, âik breng u mijn afscheidsgroet. Sedert twintig jaren hen ik over u tevreden, ik heb u altijd gevonden op het pad van eer en roem. In de laatste dagen, evenals in de tijden van voorspoed, zijt gij altijd toonbeelden geweest van dapperheid en trouw. Met mannen zooals gij was onze zaak niet verloren; maar het zon een eindelooze oorlog zijn geworden, een oorlog, die Frankrijk nog ongelukkiger maken zou. Ik heb dus al onze belangen opgeofferd aan die van het vaderland. Ik vertrek, Gij, mijn vrienden, gaat voort met Frankrijk te dienen ; zijn geluk was mijn eenige gedachte en zal altijd het voorwerp mijner
wenschen zijn. Hcklaag mijn lot niet. Tk wil de groote dingen beschrijven, die wij samen hebben gedaan Vaartwel, kinderen, ik z m u allen aan mijn hart willen drukken, laat mij ten minste mv vaandel omhelzen.quot;
Oj) een teeken des keizers trad generaal Petit, die het vaandel droeg, naderbij ; de keizer omhelsde hem en drukte een kus op den doorschoten adelaar.
Men hoorde slechts een onderdrukt snikken, een dof gemompel of een hall' gesmoorde kreet, en de oude grenadiers, die den dood hadden getrotseerd op alle slagvelden van Europa, wischten zich de tranen van de gebronsde wang. Ook de keizer was hevig ontroerd. Toch bedwong hij zich, hij hief het hoofd op en riep nog eenmaal met krachtige stem : âVaartwei, vrienden, vaartwel 1quot; en met de handen het gelaat bedekkend sprong hij in zijn rijtuig, dat haastig den weg insloeg naar het land der ballingschap.
Ifet was een treurige reis van Fontainehleau naar Fréjus. De kreten: âLeve de keizer!quot; hielden op, toen het escorte van Fran-sche soldaten achterbleef ; te Moulins zag men de eerste witte kokarden, te Lyon werd er nog door weinigen geroepen : âLeve Napoleon,quot; maar toen veranderde liet tooneel.
Nabij Valence ontmoette Napoleon maarschalk Augereau, zijn krijgsmakker uit de eerste Italiaansche oorlogen, maar die nu partij gekozen had tegen hem. De keizer stapte nit zijn rijtuig en groette hem, maar de ruwe soldaat liet den groet onbeantwoord ; hij behandelde Napoleon als zijn gelijke en verweet hem in ruwe taal zijn onverzadelijke eerzucht. Toen de gevallen keizer in zijn rijtuig stapte, stond Angereau met de handen op den rng en bracht niet eens de hand aan zijn reispet.
Die eerste beleediging zou door andere gevolgd worden.
Te Orgon had het volk vóór de herberg, waar van paarden verwisseld moest worden, een met bloed besmeurde stroopop aan een galg gehangen, en onder moordzuehtige kreten liep de menigte te hoop. Vooral de vrouwen, waaronder vele kinderlooze moeders en weduwen, toonden zich onbarmhartig en vroegen het bloed van Napoleon voor al hetgeen zij hadden doorstaan en geleden. Het gepeupel bestormde de herberg met het doel den keizer te vermoorden; deze verborg zich achter Hertrand, terwijl graaf Sjoe-walof de menigte tot bedaren zocht te brengen, waarin hij gelukkig ook slaagde. Even buiten Orgon trok Napoleon, uit vrees voor de dorpsbewoners, een oude blauwe jas aan, zette een ronden hoed op met witte kokarde en galoppeerde voor zijn rijtuig om zich voor een koerier te laten doorgaan.
Een eindweegs verder trok bij de uniform aan van den Oos-tenrijkschen generaal Kohier om zoodoende de aandacht der bevolking van zijn persoon al' te leiden, terwijl een adjudant van Sjoewalof de kleeren des keizers had aangetrokken.
Te Saint-Maximin liet Napoleon den onderprefect bij zich ontbieden. âGij moest n schamen,quot; viel hij uit, âmij in Oosten rij Icsche uniform te zien. Ik heb ze aan moeten trekken om mij te beveiligen tegen de beleedigingen der Pro venealen. Met volle vertrouwen kom ik in uw midden, terwijl ik had kunnen komen met (5000 man van mijn garde. Ik vind hier niets dan een hoop ra zenden, die mijn leven bedreigen, 't Is een kwaadaardig ras die IVovenralen ; zij hebben allerlei misdaden en gruwelen bedreven onder de revolutie en zijn gereed opnieuw te beginnen ; maar als 't er op aan komt dapper te vechten, zijn het lafaards.
Nooit heeft de Provence mij een regiment geleverd, waiivover ik tevreden kon zijn; maar morgen zijn ze misschien even woedend op Lodewijk X^rll[ als ze mi schijnen tegen mij.quot;
En zich tot zijn gevolg wendend, zeide hij : âLodewijk X VJII zal nooit iets gedaan krijgen van het Kransche volk, als hij het te omzichtig hehandelt.quot;
Van Lnc al' werd de reis vervolgd onder een escorte Oostenrijk-sche cavalerie, en in de iiaven van Fréjns, aan Frankrijk's zuidkust, scheepte de keizer zich in naar het kleine eiland, dat hem tot hallingsoord was aangewezen.
De lange lijdensweg was afgelegd. De zegevierende verbondenen hadden hun overwinning geschandvlekt door hun gevangene niet heter te heschermen tegen de heleedigingen van het i?rauw ; de waardigheid van den keizer was te grahhel gegooid voor een bloedgierig gejxMipel. Hoe geheel anders was de reis geweest van Napoleon's doorluchtigen gevangene, (hm roemrijken Paus Pius Vil! Zegevierend keerde deze naar Home terug temidden van een jubelend volk, dat knielend zijn zegen vroeg.
De verdrukker werd vernederd, de verdrukte verheven.
De lessen der geschiedenis zijn altijd dezelfde, klaar en duidelijk voor wie ze begrijpen willen.
HOOFDSTUK XIV.
UK KEtZKU Ol1 ELUA. â J)K IIONDEUI) DAG EX. â- WATERLOO. â ENGEESCIIE (iASTVKIJHEID.
odewijk XVIIF, dio als koning van Frankrijk tien troon zijner vaderen weer had beklommen, slaagde er niet in zich het gezng te verwerven, dat hij voor de uitoefening der regeering in zoo moeilijke omstandigheden noodig had. Hoewel de vrede voor de bevolking de dringendste behoefte was, waren er onder de burgerij nog vele ontevredenen, die de nederlagen van Frankrijk niet verkroppen konden; hun nationale trots was gekrenkt; de overwinnende vreemdelingen hadden in hun bagage een koning meegebracht, die niet eens te paard kon stijgen en die in zijn uiterlijk niéts vertoonde van die geweldige macht, welke van Napoleon uitstraalde en niet naliet diepen indruk te maken op de verbeelding des volks.
Maar vooral uitte het leger luide klachten ; de soldaten waren nog bedwelmd door twintig jaren van zegepraal, en de duizenden mindere ol licieren, die op halve soldij waren gesteld en werkeloos rondslenterden, verlangden niets liever dan den terugkeer van een tijdperk, waarin voor ben roem en fortuin viel te behalen.
Napoleon werd hiervan op Elba op de hoogte gehouden; zoo dicht hij Frankrijk sloeg hij aandachtig de gebeurtenissen gade en hield tevens het oog gericht op Weenen, waar de groote mogendheden een congres belegd hadden om de Europeesche aangelegenheden te regelen en waar ieder zijn best deed om de kaart van Europa tot zijn eigen voordeel te verknippen.
âOm de waarheid te zeggen, mijn eiland is heel klein,' had Napoleon gezegd, toen hij na zijn aankomst eenige uren in zijn nieuw rijk had rondgereden; maar aanstonds begon hij zijn werkzaamheden. Op kleine schaal richtte hij zijn hofstoet in, bracht de hoofdstad Porte-Eerrajo, een stadje van drie duizend inwoners, in goeden staat van verdediging, liet wegen aanleggen en wapende zelfs eenige kleine vaartuigen om zijn handel (e beschermen tegen de Harbarijsche zeeroovers, maar waarmee hij echter in't geheim heel andere bedoelingen had. Heeds in Januari ISIT) bad hij bet vaste plan naar Frankrijk terug te keeren zoodra de gelegenheid gunstig was. Die terugkeer werd bespoedigd, doordat er op bet congres van Weenen over gesproken werd Napoleon naar een ander eiland over te brengen, dat verder van de Eransche kust lag.
Den 'iü011 Februari ISIT), na een verblijf op Elba van nauwelijks tien maanden kwam zijn plan tot uitvoering. Om acht uur 's avonds, tijdens een feestmaal in het kasteel te 1'orte-Eerrajo, waar de keizerin-moeder en prinses Pauline de honneurs waarnamen, scheepte Napoleon zich in op de brik VInconstant, die de vlag van Elba voerde, en ging onder zeil, door eenige transportschepen gevolgd. Zijn g( 'iieele legermacht bestond uit M»0 man der oude garde, 200 Corsicaansche jagers, 100 man Poolsche lichte ruiterij en 200 llankeurs. Den volgende dag ontmoette de Incoustdiit
liet Fvansche oorlogsschip Z^phjir, dat met eenige andere vaartui-o-en een wakend oog moest houden op het eiland Klha.
Voor Napoleon was het een gevaarvol oogeuhlik. Mij achtte zich wel is waar sterk genoeg om zich van het Eransche oorlogsschip meester te maken, doch zonder noodzakelijkheid wilde hij tot /.ulk uiterst middel zijn toevlucht niet nemen. Jli.j beval zijn grenadiers plat op het dek te gaan liggen en wachtte tot beide schepen onder het bereik van den scheepsroeper zouden zijn.
Toevallig kende kapitein Taillade, die op de Inconstioif het bevel voerde, den commandant der Zéplnir.
âWaar gaat gij heen?quot; vroeg hij.
âNaar Livorno. Kn gij Vquot;
âNaar Genua,quot; antwoordde Taillade en bood tevens aan zich zoo noodig met boodschappen voor de Zrphjir in die stad te belasten.
De andere bedankte en vroeg hoe de keizer op Elba het maakte.
âUitmuntend,quot; werd geantwoord, en daarop vervolgde de commandant van het Pransche oorlogsschip zijn reis, niet vermoedend welke groote gebeurtenissen het gevolg zouden zijn van zijn
geringe waakzaamheid.
J)en 1quot; Maart kwam de kleine vloot in den golf van Juan bij de Fransclw kust en op vollen middag had de ontscheping plaats; de bijenvlag van Elba werd neergehaald en onder kanongedonder vervangen door de Fransche driekleur.
Een daverend: âLeve de keizer!quot; steeg op uit de horst dei-grenadiers, toen zij opnieuw den Franscben grond betraden; die dapperen hadden zooveel stoutmoedige tochten gemaakt naai
Eerlijn en Weenen, naar .Madrid imi Moskou, zij zouden ze bekronen voor de stout,sten van allen: van Kilm naar l'arijs.
Napoleon had drie ])roclaiiiaties in gereedheid gebracht, één aan het Fransehe volk, oen andere aan liet leger; de derde was uit naam der generaals, oflieiereii en soldaten van de keizerlijken garde en gericht tot de generaals, ol'ticieren, en soldaten van lu't leger. Zij behelsden vele onrechtvaardigheden tegen de regeering van Lodewijk XVI] 1, maar waren geschreven in den gloeienden, wegslependen stijl, waarvan de keizer het geheim had en waarmee hij noodzakelijk indruk moest maken, vooral op het leger, dat twintig jaar lang zijn triomfen had gedeeld.
liet begin der onderneming was verre van schitterend; het landvolk liet niet de minste geestdrift blijken en de ambtenuren bleven aan de regeering getrouw. Napoleon haastte zich voorwaarts ; hoe sneller hij het land introk, hoe beter. Onderweg werden paarden gekocht voor zijn generaals en zijn l'oolsche ruiterij ; t wintig mijlen werden in één dag afgelegd, en de keizer onl moettc wel verbazing maar nergens geestdrift.
Militaire tegenstand had de gevangene van Elba nog niet ontmoet ; de zwakke bezettingen van verschillende plaatsen trokken bij zijn nadering terug ; Masséna, die te Marseille commandeerde, zond hem een legerafdeeling achterna, maar weifelend tusschen zijn plicht en zijn gehechtheid aan den keizer, deed hij al het mogelijke om een treffen met de keizerlijke troepen te vermijden. In den avond van den (5quot; kwam Napoleon te Corps, het eerste dorp van het departement Tsère en zond een kleine voorhoede, onder Cam-bronne naar Mure, dat door ruim 700 man van het 5e regiment, in garnizoen te Grenoble, was bezet om den keizer tegen te houden.
In don morgen van den volgenden dag rukte de keizer voorwaarts en spoedig waren de twee al'deelingen tegenover elkander, liet was een pleelitig oogenblik, waarvan de uitslag der onderneming afhing.
Napoleon beval zijn soldaten bet geweer onder den linkerarm te nemen en voorwaarts te rukken. De twee legertjes waren nog o]) een pistoolschot afstand van elkander.
âLeg aan!quot; commandeerde de bataljonsebef der koninklijke troepen.
De soldaten des keizers hadden nog altijd het geweer ouder den arm; Napoleon wenkte bun stil te houden en ging alleen vooruit; ieder hield den adem in, en bet landvolk, dat zich in groote menigte op de hoogte langs den weg verzameld had, verbeidde met spanning den atloop.
Napoleon schreed voort tot voor het front der koninklijke troepen, groette hen en riep met krachtige stem ;
âHoe maakt bet 't öe regiment :' Soldaten, hier is uw generaal, bier i-i uw keizer ! Die hem dooden wil geve vuur !quot;
De bedaardheid van Napoleon, de klank van die bekende stem, zijn vurige blik en de gebiedende beweging zijner baud werkten bezielend op de soldaten. âLeve de keizer!quot; riepen zij opgewonden ; zij luisterden niet meer naar hun officieren, rukten de witte kokarde af, tooiden zich met de keizerlijke kleuren en in een oogwenk waren zij verbroederd met bun onde wapenmakkers.
Grenoble maakte zich intusscben tot tegenstand gereed, maar generaal Marchand, die in de vesting het bevel voerde, kon niet verhinderen, dat zijn ondergeschikt en tot Napoleon overliepen. Daarop verliet liij de stad, de sleutels der poorten meenemend.
De jonge kolonel LahédoW'iv voerde den keizer uit (irenoble een heel regiment te gemoet en 's avonds stond Napoleon, door :?()()() soldaten vergezeld, voor de muren der stad. De poorten waren gesloten, maar werden met bijlslagen geopend ; binnen schreeuwden het volk en de soldaten: âLeve de kei ze i'!quot; te midden der grootste verwarring, en buiten werd die kreet door de soldaten der oude garde beantwoord.
Te midden van een ontzettend gedrang en omringd door een aantal lakkeldragers deed Napoleon zijn intocht, toegejuicht door de soldaten en het mindere volk ; de keizer was nu meester van een sterke stad met vele kanonnen en tyoed voorziene magazijnen, en kon oogenblikkelijk (JOOO man naar Lyon zenden om ook die stad te bemachtigen.
âDe keizerlijke adelaar zal vliegen van toren tot toren tot op de tinnen der Notre-Dame,quot; had Napoleon gezegd, en de betoo-vering van zijn naam, de herinneringen, die hij opwekte, maakten dat gezegde tot waarheid.
Het garnizoen van Lyon omhelsde de zaak des keizers en spoedig deed deze zijn intocht in de tweede stad van Frankrijk, waaide graaf van Artois vergeefs beproefd had de bezetting in 's ko-nings gehoorzaamheid te houden.
Van Lyon uit gaf Napoleon verschillende bevelen en zette den 13e11 Maart zijn tocht naar Parijs voort,
Te Lons-le-Saulnier bevond zich maarschalk Ney met een sterke troepenmacht om Napoleon den weg te betwisten; de dappere prins van de Moskowa was getrouw aan de Bourbons en hadhe-loold Napoleon naar Parijs le brengen âin een ijzeren kooi,quot; zooals hij zich uitdrukte. Toen de intocht des keizers te Lyon bekend
werd, begon er onder de soldaten van Ney een onbeschrijfelijke â i'istinü: te beerscben ; nu en dan weerklonk de kreet: âLeve de keizer !quot; en sommigen verklaarden de gelederen te zullen verlaten om zieb onder de vanen te scbaren van bun vroegeren gebieder. Voor Ney werd de toestand moeilijk ; hij bad gezworen zijn pliebt te doen, maar toen bet op liandelen aankwam, overzag bij eerst al de moeilijkbeden der onderneming ; bovendien was de geest zijner troepen niet betrouwbaar. In den uaebt van den 1 2, u op den 1ÃV'11 ontving de maarscbalk twee brieven van Napoleon, vol behendige vleierijen en herinneringen aan zijn roemrijk verleden. Die bekoring was den ouden krijgsman te maebtig, bij vergat zijn eed en zijn pliebt, en met de onstuimigheid, die hij op het slagveld aan den dag legde, omhelsde bij de zaak van zijn vroegeren keizer en voerde Napoleon een geheel legerkorps te gemoet.
De plotselinge afval van Ney was de genadeslag voor de koninklijke regeering en zou een spoorslag zijn voor andere bevelhebbers om insgelijks de witte kokarde af te rukken.
Den 17'lpn had te Auxerre de eerste ontmoeting plaats tusscben Napoleon en den maarsehalk, en den 2()equot;, des morgens om vier uur kwam de keizer te Fontainebleau. De zwakke koning Lo-dewijk X\Til had bij het ernstig bericht van Napoleon's ontscheping, die den rgt;Lquot;quot; te Parijs was bekend geworden, geen doortastende maatregelen weten te nemen; op den geest der troepen viel nu niet meer te vertrouwen en bovendien had de gevangene van Elba reeds een sterk leger te zijner beschikking. De eenige weg, die hem nog open stond, was de weg der ballingschap, en weinige uren voordat Napoleon fontainebleau binnenreed, verliet de koning met zijn hofhouding bet paleis der Tuileriën en vluchtte naar Gent.
_ :5ii4 -
Den ^O1'11 Maart, om !) uur des avonds, deed de keizer zijn intocht in de hoofdstad te midden van het gejubel des legers : de adelaar had zijn zegetocht volbracht.
Als hij tooverslag veranderde de. toestand in Frankrijk. Daags na Napoleon's intocht in Parijs waren de laatste sporen der koninklijke regeering verdwenen en vervangen door de keizerlijke heerschappij. Maar in den korten tijd, dat Lodewijk XVITl over het rijk zijner voorzaten den schepter gevoerd had, was er vreel veranderd, en de keizer bevond zich in een toestand, die onoverkomelijke moeilijkheden aanbood.
Alleen het verraad des legers had de tocht van Napoleon naar l'arijs mogelijk gemaakt; de soldaten beminden vurig hun keizer, die hen zoo dikwijls ter zegepraal had gevoerd en die zich, ondanks de zware oilers, die hij van hen vorderde, steeds hun vriend betoonde. De generaals en maarschalken bleven echter langer aan Lodewijk XVill getrouw en waren grootendeels slechts voor den drang hunner ondergeschikten gezwicht.
In de ambtenaarswereld was het nog erger gesteld; de hooge staatsbeambten, die een jaar geleden Napoleon hadden verraden, om over te loopen naar de Bourbons, en die zich over den gevallen keizer vaak allesbehalve eerbiedig hadden uitgelaten, kwamen weer bij hem terug om hem hun diensten aan te bieden en hoog op te geven van hunne trouw en aanhankelijkheid. Napoleon nam ze in genade aan, hij toonde zich vriendelijk en voorkomend, want hij kon hun diensten niet ontberen; maar de groote klove van trouweloosheid en verraad werd niet gedempt; de eerste staatsdienaren hadden in korten tijd tot tweemaal toe het bewijs geleverd, met hoeveel lichtvaardigheid zij van den
Napoleou.
â 305 â
'20
eenen meestor naar den aiuleren ovevliejjon als hun eigenbelang zulks medebracht. Ook op do goede gezindheid van het Fran-sche volk in zijn gciiccl genomen hoefde de keizer weinig te rekenen; Frankrijk was nog verwonderd over den snellen loop der gebeurtenissen en de plotselinge verandering in het hestunr des lands; maar de eigenlijke kern des volks betoonde noch geestdrift over den terugkeer van Napoleon, noch vreugde over het vertrek des konings.
De burgerij verlangde slechts met rust gelaten te worden, zij was de eindelooze oorlogen van het keizerrijk moede, en het betrekkelijk korte tijdperk van vrede, dat zoo langdurig beloofde te zijn, had bij bet opleven van handel en industrie bet verlangen naar een duurzame rust nog sterker gemaakt. Het Zuiden en bet Westen, dat de vuiigste aanbangers van bet koningschap telde, dreigden met opstand, doch werden bedwongen door de overmacht des legers. De slechts te elementen echter, die altijd in revolutie maken hun geluk zoeken, begroetten Napoleon's komst met geestdrift. De revolutionaire denkbeelden, die de keizer tijdens zijn regeeving had weten te bedwingen, maar die hij niet had uitgeroeid, waren weer uit liet gareel gesprongen en vonden onder de bede des volks duizenden aanhangers. Er werd geschimpt op den adel en op de geestelijklieid gelijk in de woeligste dagen van bet schrikbewind; en bet grauw, dat steeds in troebelen zijn heil zoekt, zag in Napoleon den man, die de om wentel ingstbeorieën in praktijk moest brengen, vormde op zijn weg als een in lompen gebuide eerewacht en beweerde de wenschen en verlangens van heel het Fransche volk te vertolken.
J)e revolutionaire toon, dien de keizer in zijn proclamaties aan-
sloeg, teekexit, hoezeer hij het gespuis ontzag, dat hij gewoon was met den naam van canaille te betitelen en dat hij vroeger liefst met het kanon van de straat liad weggeveegd. Zelfs hij het vormen van zijn ministerie moest hij aan den volkswil offeren, dooier twee mannen in op te nemen, die hij oprecht verfoeide: Fou-ché namelijk en Carnot.
Fonché, de voormalige minister van Politie, de sluwe, geslepen intrigant, die alle partijen had gediend en door allen ontzien werd, omdat hij te veel geheimen kende, deelde in de oprechte verachting des keizers; hij was zooveel als de bemiddelaar tusschen de revolutionaire woelwaters en Napoleon. Carnot was de man der democraten, die wel oppastte, dat de keizer niet huiten den hand van de grondwet sprong, en die in een dictatoriale regeering de grootste ram]) zag, die Frankrijk kon treilen.
Met de opgedrongen medewerking van dergelijke mannen nam Napoleon het bestuur ter hand en deed zijn best om de verschillende partijen tevreden te stellen door aan liet volk grootere vrijheden toe te staan ; maar ernstiger moeilijkheden wachtten hem buitenslands.
Hot congres van Weenen was nog niet uiteengegaan, toen de gevangene van Elba van zijn eiland was ontvlucht, en oogen-blikkeli jk beraamde het vereenigd Europa maatregelen om het gevaar te keeren, dat in de verte dreigde. De eerste depêche, aan de regeering van Lode wijk XVI11 gericht, en die Napoleon zelf te Parijs opende, was een verklaring die den 1Maart was geteekend, en waarbij de verbonden mogendheden den keizer in den ban der volken deden.
âDe terugkeer van Bonaparte in Frankrijk,quot; zoo luide het, âis
niet een oorlogsdaad, 't is een aanslag tegen de sociale orde.....
De mogendheden verklaren bijgevolg, dat Napoleon Bonaparte
zicli buiten cle burgerlijke en sociale betrekkingen lieeft ge])laatst en dat bij zieb als vijand en verstoorder aan den wereldvrede, aan de openbare veroordeeling beeft prijs gegeven.quot;
Den 2Iâ ',quot; Maart kwam te AVeenen bet beriebt, dat Lodewijk XVIII den Franscben grond verlaten bad, en daags daarop sloten Engeland, Pruisen, Oostenrijk en Rusland een verdrag, waarbij zij zieb verbonden al bun krachten tegen Napoleon aan te wenden tot bandbaving van bet verdrag van Parijs, dat op 150 Mei des vorigen ja ars met Frankrijk was aangegaan. Zes dagen later kwamen dezell'de mogendheden overeen tot de vorming van drie groote legers, die samen bijna SOO.()()() manscbappen telden.
Vergeefs sloeg Napoleon een vredelievenden toen aan en liet aan alle boven van Europa don vrede aanbieden; maar nergens vond hij gehoor. Zijn koeriers werden aan de grenzen tegenge-bouden en zelfs de eigenhandig geschreven brieven des keizers aan de Europeesche vorsten werden door dezen geweigerd; geen enkele regeering wilde met hem in onderhandeling treden.
])e Eransche keizer had van het eerste oogenblik af aan al begrepen, dat het laatste woord aan de kanonnen zou zijn, en terwijl hij van vrede sprak, gaf hij de uitvoerigste bevelen, om alles tot den oorlog gereed gemaken.
Murat, de koning van Napels, die bet vorig jaar zijn keizerlijken zwager had verraden, in de hoop, bij de gratie der mogendheden zijn koninkrijk te mogen behouden, oordeelde het nu goed en voordeelig de partij van Napoleon te kiezen, en begon onverwachts met Oostenrijk den oorlog; maar door die roekelooze daad, die spoedig tot zijn schade zou uitvallen, benadeelde bij den Eranschen keizer nog meer dan hij 't vroeger met zijn verraad had gedaan, want daardoor
kregen de verbondenen den indruk, dat hij op aansporing van Napoleon had gehandeld.
Jlet Fransch leger telde hij hei vertrek van koning Lodewijk omstreeks 175,000 man; Napoleon riep er nog 200,000 onder de wapenen, maar om die menigte volks van voldoende uil rusting te voorzien, was tijd noodig. Dag en nacht werkten de geweerfahrie-ken en aanhoudend zond de keizer boodschappen naar den minister van Oorlog om tot grooteren spoed bij het werk aan te sporen.
De werkkracht des keizers grensde aan 't ongelooflijke: in korten tijd had hij 217,000 soldaten bij de hand, geschikt om in 't veld te trekken; de overigen moesten dienen tot handhaving der hinuenlandsche rust: op vele plaatsen was er nog gisting in het land en de Westelijke departementen, die met opstand dreigden, maakten alleen een observatiekorps van 15000 man noodzakelijk. Met zijn ongemeen veldheerstalent had Napoleon al aanstonds begrepen, dat het grootste gevaar hem dreigde aan de noordergrens des rijks, en alle pogingen stelde hij in 't werk om daar voorloopig 115.000 man been te zenden. Maar wat heteekende dat leger tegen de meer dan dnhhele macht des vijands, wiens eerste legerkorps zich in de zuidelijke Nederlanden samentrok. Ook de Nationale garde werd gewapend om de orde hinnenslands te handhaven; het gepeupel schreeuwde om geweren om de vrijheid te verdedigen, en Napoleon, die daar allesbehalve mee gediend was, talmde zoolang bij kon en liet Parijs op sommige punten versterken, wat hem te pas zou kunnen komen niet alleen tegen een buitenlandschen vijand, maar ook om die verdedigers der vrijheid te beteugelen.
Om de rcvolntionnairen en de z.g. volksvrienden te believen.
had Napoleon een herziening beloofd van de grondwet des rijks, en ()|) het voorbeeld van Karei den Groote beriep hij een Meiveld, waarop de belangen des lands zouden besproken worden. De vergadering, saanigesteld uit afgevaardigden der kiescolleges van alle departementen, vergaderde den lei1 Juni op het Marsveld te Parijs, waar zich de keizerlijke praal luisterrijk ten toon spreidde tot groote ontstichting der onverbeterlijke republikeinen, liet voorstel des keizers, dat nooit de Bourbons of een prins uit hun geslacht op den Franschen troon hersteld zouden worden, werd aangenomen met slechts 1.288.357 stemmen. Napoleon had bij zijn verheffing tot de keizerlijke waardigheid meer dan het dubbele getal stemmen behaald. Er was dus reeds een sterke oppositie-partij, velen waren voor de, Hourbons en alles, wat geen soldaat was, zag met schrik den door den keizer aangekondigden oorlog te gemoet.
De plechtigheid op het Marsveld kreeg slechts beteekenis dooide ongemeene geestdrift van het leger. De soldaten zwoeren te sterven voor den keizerlijken adelaar, en die eed zou gehouden worden. En al moge men gruwen van de bloedige oorlogen, die Napoleon als een andere geesel (Jods over Europa bracht, er licht toch iets groots en verhevens in den moed dier gladiatoren van het keizerrijk, die hun leven ten offer brachten uit gehechtheid aan den man, die Frankrijks geschiedenis heeft doorweven met de schitterendste krijgstafereelen, waarvoor het nageslacht, meer bewondering gevoelt dan afschuw.
In den nacht van den 1 lequot; op den Juni verliet Napoleon de Fransche hoofdstad om zich aan het hoofd te stellen des legers, dat te Valenciennes, Maubcuge en Avesnes was saamgetrokken, en den 11°quot; Juni, den verjaardag der groote dagen van Marengo
en Erieclland, vaardigde de keizer in zijn Loofdkwartier te Avesnes een proclamatie uit, dat het signaal was tot den veldtocht.
De soldaten behoefden echter geen aanmoediging, zij hijgden naar den strijd ; maar anders was het met de generaals. De dagen, dat hunne heldenfeiten de belichaming waren van Napoleon's leidende gedachte, waren lang voorbij; als kinderen der revolutie hadden zij hun hoogen rang veroverd en zicli een fortuin verworven, waarvan zij nu in vrede wenschten te genieten. Gr was voor hen bij liet oorlogvoeren niets weer te winnen, maar veel te verliezen daarvandaan hun onverschilligheid en hun langzaamheid in bet gehoorzamen. Zelfs Ney, die zich den eerenaam van de dappere onder de dapperen bad verworven, bevond zich den 12t'11 nog op zijn landgoed te Coudreaux en vertrok eerst naar het leger na een achterstallige schuld van 20.000 franks te hebben opgevorderd.
Voor Napoleon stonden twee wegen open: ofwel den vijand aanvallen, of den aanval in Frankrijk afwachten. Met laatste middel bood grootere kans van welslagen, daar de keizer behalve oj) een sterk leger nog op zijn vestingen kon rekenen en de bekendheid met de streek in zijn voordeel had; het eerste kwam meer met zijn wijze van oorlogvoeren overeen en had bet voordeel, dat de oorlog op vijandelijk grondgebied werd overgebracht, zoodat het Fransche volk er niet onder hoefde te lijden. Het Fransebe leger aan de noordergrens kwamen echter te staan tegenover 2:50.000 Engelsehen, Nederlanders en Pruisen, en achter dezen rukten Oostenrijkers en 1 lussen in snelle marsehen aan.
.Met bewonderenswaardige behendigheid had Napoleon zijn plannen voor de verbondenen verborgen gehouden; de Duitsche veld-
- 311 -
maarsclialk Bli'icli(,r en de Kngelsclie opperbevelhebber Wellington schenen volkomen gerust, en groot was de opgewondenheid, toen Wellington in den namiddag van den 15'quot; Juni de tijding kreeg, dat de Fransehen tot den aanval overgingen. Dezen waren inderdaad in den ochtend van dien dag met omstreeks 1 2S.()()() man de grens overgetrokken en richtten zich in drie kolonnes naar de Sambre.
(Jeneraal Ziethen, die het eerste i'ruisiseii legerkorps commandeerde, werd teruggedreven en een aantal plaatsen, waaronder Charleroi, vielen in handen van Napoleon.
Ifet plan van den Eranschen keizer bestond liierin: de Pruisen en het Engelsch-Hollandsch leger van elkaar te scheiden en elk afzonderlijk te verslaan. De Pruisen onder Blücher telden omstreeks 317.000 man, het Engelsch-11ollandsch leger, onder den hertog van Wellington ruim DC).000, waarvan de dappere prins Willem van Oranje, later koning Willem IJ, den linkervleugel commandeerde.
Om te kunnen slagen vereischten de berekeningen van Napoleon een nauwkeurige! en snelle uitvoering, doch deze ontbrak; zijn bevelen werden niet met den noodigen spoed uitgedeeld en onder de opmarcheerende troepen bestond niet bet noodzakelijk verband, zoodat de Pruisen, aanvankelijk door de Fransclieu verrast, al vechtende in goede orde op Kleurus konden terugtrekken, 's Avonds omstreeks zeven uur kwam Xev, wien eerst op hel slagveld het bevel over twee korpsen was opgedragen, voor Quatre-Bras op den straatweg naar Brussel, welke sterke stelling slechts door een zeer geringe; legermacht van het Engelsch-llollandsch leger bezet was. Maar Ney, die het aantal der vijanden zeer overschatte, durfde niet aanvallen, te meer daar zijn soldaten,
sinds 's morgens drie uur op de been, totaal waren uitgeput; hij besloot dus te Frasne stelling te Deinen en den volgenden dag af te wacbten, terwijl Napoleon 's avonds om 10 uur zijn hoofdkwartier te Charleroi betrok.
liet succes des keizers was verre van volledig; wel waren de vijanden overvallen en hadden bij de twee duizend man buiten gevecht, doch de Engelsehen behielden nog als vereenigingspunt Quatre-liras en de Pruisen Fleurus en Sombref. De verbonden legers waren slechts op geringen afstand van elkander en konden zich vereenigen, zoodat Napoleon slechts ten koste van veel bloed die stellingen zou kunnen veroveren, welke hij, zoo zijn bevelen sneller waren uitgevoerd en zoo er in betere orde was opgerukt, gemakkelijk zou hebben bemachtigd.
Zoodra Hlücher en AVeilingtou tijding hadden gekregen van den aanval der Eranschen, gaven zij onmiddellijk aan hun respectieve legers het bevel zich bij Fleurus en Quatre-Bras samen te trekken, om wanneer Napoleon bf de Pruisen bf de Kngelschen mocht aanvallen, langs den weg van Sombref met elkaar in gemeenschap te blijven.
In den morgen van den verliet Napoleon Charleroi
en begaf zich naar Fleurus; op een molen in den omtrek van het dorj) kon hij zich overtuigen, dat de Pruisen die plaats hadden ontruimd, maar zich in de naburige dorpen Hry, Lignv en Saint-Amand in grooten getale hadden vereenigd de oude Pincher had door de snelheid zijner bewegingen des keizers berekeningen te niet gedaan.
Saint-Amand, het dichtst bij Fleurus gelegen, moest het eerst den aanval der Franschen doorstaan en werd na bloedigen strijd
veroverd. Toen kwam de beurt aan liet dorp Ingny, dat door de Pruisen hardnekkig verdedigd werd; vergeefs wachtte Napoleon op de komst van maarschalk Xey, die er niet in geslaagd was Qnatre-15ras te veroveren, waar hij door AVellington werd opgehouden, terwijl deze daardoor op zijn beurt was verhinderd Blücher ter hulp te snellen, lleeds vier uren lang waren de Eranschen te Ligny in bloedigen strijd gewikkeld, en Xa])lt;)leon, van den kant van Quatre-Hras geen hulp ziende opdagen, besloot ten laatstede divisie Gérard met een talrijke cavalerie en de inranterie van de garde in 't vuur te brengen. Daardoor werd de overwinning der Fransehen beslist, de Pruisen sloegen op de vhieht en Hliïcher, wiens paard onder hem doodgeschoten werd, had het slechts aan de invallende duisternis te danken, dat hij niet krijgsgevangen werd gemaakt.
Wat deed intusscben maarschalk Ney bij Quatrc-ib'as ? Den geheelen morgen stond hij werkeloos, wachtend op het eerste legerkorps van graat' d'Erlon, dat nog onderweg was, en op nadere bevelen des keizers, die misschien een deel zijner troepen noodig kon hebben voor den slag bij Ligny. Ondertnsschen ging de Engel-sche opperbevelhebber voort, zooveel mogelijk troepen te zenden naar de zwak bezette stelling van Quatre-Eras. Om zes uur in den morgen was de prins van Oranje daar aangekomen en er zelfs in geslaagd een gedeelte van bet terrein te bezetten, dat den vorigen dag verloren was. Om elf uur kwam de hertog van Wellington in persoon, en de geduchte overmacht van Ney voor zich ziende, riep hij uit: âAls hij aanvalt, zijn wij verloren.quot;
Xey viel echter niet aan; alle beslistheid scheen hem te ontbreken, hij wilde geen verantwoordelijkheid op zich nemen en
wachtte altijd nog op nadere bevelen des keizers, die hij eindelijk tegen twaalf uur ontving en welke van dien aard waren, dat don maarschalk niet eens de vrije beschikking over zijn troepen macht gewaarborgd bleef. Had hij in den morgen den aanval op (^natro-Uras met zijn quot;iO.()()() man ondernomen, dan zou die stelling zeker in zijn handen gevallen zijn, doch Ney hlcel' werkeloos, en toen hij eindelijk tot den aanval overging, had hij een gelijk getal vijanden tegenover zich, dat na vier nren tot lö,()()() man was aangegroeid. Om twee uur liet hij eindelijk zijn soldaten voorwaarts rukken en toonde zich na al te lange aarzeling weer de dappere onder de dapperen.
De regimenten van Xassan en Urunswijk werden teruggeworpen oi' neergesabeld en Xev meende de overwinning reeds te grijpen, toen versche Engelsche troepen in stormpas aanrukten.
Onmiddellijk zond de maarschalk een adjudant naar graaf d'Krlon met het hevel den marsch van het eerste legerkorps te bespoedigen, doch de adjudant vond hem niet meer op weg naar lt;v)uatre-Uras. d Krlon bad een met potlood geschreven hriet'je ontvangen, waarbij aan bet eerste corps gelast werd naar bigny te trekken tot ondersteuning van Napoleon, en hij had zich onmiddellijk daarheen begeven. (Jroot was de vertwijfeling van Ney; zijn aanvankelijke zegepraal dreigde in een nederlaag te veranderen, en op het kritieke moment zag hij zich plotseling van de helft zijner troepen beroofd.
In zijn wanhoop gat hij aan generaal Kellennann het bevel tot een wanhopige aanval met zijn cavalerie, en ondertusselien zond bij een dringende boodschap naar d'Erlon met hef uitdrukkelijk bevel, op zijn schreden terug te keeren. De 700 kurassiers
van Kollermann voerden oogenblikkelijk een scliitterende charge nit; al wat in den weg kwan, werd neergesabeld en een breede bres opende zich voor het voetvolk van maarschalk Ney; de Engelschen waren verrast, doch kregen spoedig hun bezinning terug; de Fran-sche ruiterij bevond zich midden in het vijandelijk leger en werd van alle zijden beschoten; eenige ruiters reden voort tot bi j de hoeve van Quatre-Bras, waar zij den dood vonden ; de overgeblevenen werden verstrooid en keerden in razenden galop terug, zoodat de reserve-ruiterij van den maarschalk zelfs de lansen moest vellen om de vluchtelingen tegen te houden.
De maarschalk liad echter van den kurassiers-aanval gebruik gemaakt om een flink stuk terrein door zijn infanterie te laten bezetten, doch 'savonds om halfacht brachten de Engelschen weer f()()0 man versche troepen in 't vuur, spoedig door fi.jOO man garde gevolgd. Nu was de overmacht des vijands te groot; Ney deed wonderen van dapperheid en trok zich al vechtende terug om zijn stellingen van den ochtend weer in te nomen. Hij had KM)0 man verloren, de vijand een derde meer; 's avonds om halftien, na het zwijgen van het kanon, sloeg hij zijn bivak opâentoen eerst kwam graaf d'Erlon met liet eerste legercorps op bet slagveld aan.
Het was te laat. Toon d'Erlon, op Aveg naar Ligny, het bevel van Ney kreeg om terug te keeren, was hij drie uren van hem verwijderd en bevond zich vlak in de nabijheid der rruisen, Avier leger het reeds met Napoleon te kwaad had en dat hij met één slag had kunnen vernietigen. Maar d'Erlon gehoorzaamde blindelings aan het ontvangen bevel en keerde bij Ney terug toen alle hulp te laat was. Een groot gedeelte van het Eransche leger had dus doelloos op neer getrokken zonder ergens krachtige hul]) te verleenen.
ITet Pruisisch leger was verslagen, maar niet verstrooid, cn trok in vrij goede orde terug naar Gembloux. Met liet korps van Kulow telde het nog altijd 1)0,000 man, en om te verhinderen, dat het zich met de Engelschcn vereenigde, gelastte Napoleon aan maarschalk Grouchy de Pruisen te volgen, waarvoor deze 32.000 man beschikbaar kreeg. Wellington, die in den ochtend vernam, dat de Pruisen verplicht waren Sombret' te verlaten, gaf bevel, de stelling van Quatre-Bras te ontruimen, die hem nu van geen nut meer was, en post te vatten te Mont-Saint-.lean, vóór Prussel ; inmiddels liet hij Hlücher weten, dat hij in die stelling den aanval der Franschen zou afwachten, als hij op den steun van twee Pruisische legerkorpsen kon rekenen. De oude Hlücher antwoordde, dat liij met zijn heele leger komen zou.
Na bet in toom houden der Pruisen aan Grouchy te hebben opgedragen, besloot de keizer zijn slagen tegen de Engelschen te richten.
In den morgen van den 17en hield Napoleon een revue over zijn troepen en rukte tegen de Engelschen op; liet regende bij stroomen en de wegen waren doorweekt zoodat de Franschen na het doorworstelen van ontzaglijke moeilijkheden eerst laat in den avond bij Planchenois en liossomme aankwamen en hun kwartieren betrokken tegenover de sterke stellingen der Engelschen en H ollanders, die den weg van Charleroi naar Erussel hadden bezet op eenigen afstand van het dorp Waterloo, dat zijn naam zou geven aan den vreeselijken veldslag van den volgenden dag.
De Engelschen en Nederlanders telden 7(5.000, Napoleon 72.000 man; maar op geringen afstand van het slagveld stonden DO.000 Pruisen, die door Grouchy met slechts 32.000 man moesten worden bedwongen worden.
De keizer twijfelde echter niet aan de overwinning en had reeds
bevel gegeven, dat tie garde haai' beste uniform moest aantrekken voor den intocht in Brussel.
Hoewel de stortregen gedurende den naclit het terrein voor de artillerie uiterst moeilijk had gemaakt, liet Napoleon in den ochtend van den IS011 Juni zijn leger in gevechtslinie plaatsen ; onder het spelen van vroolijke krijgsmuziek werden de verschillende manoeuvres uitgevoerd en om halfelf stonden de Franschen in zesdubele rij vóór de stellingen van het Kugelsch-llollandsch leger. Een weinig voordat het Angelus klepte van den toren van Planchenois losten de Engelsehen het eerste kanonschot, en kort daarop ontbrandde de strijd tegen het front der Engelsehen, waar maarschalk Ney in last had zich van La-lIaie-Sainte en het kasteel llougoumont meester te maken.
Alvorens het teeken tot den aanval te geven, had de keizer met zijn veldkijker het slagveld nog eens overzien, en in de verte op den weg van Saint-Lambert een grooten stofwolk ziende, vroeg hij aan de hem omringende generaals, wat dat zijn kon. Alle veldkijkers richtten zich naar dat punt ; de eene hield vol, dat het een al'deeling was van het corps van (Jrouchy, een ander beweerde) dat het Pruisen waren, terwijl een derde volhield, dat zich geen soldaten op den weg bevonden. Ken patrouille ruiterij, die werd afgezonden om het raadsel op te lossen, keerde weldra terug met een gevangen l'ruisischen ofhcier der zwarte huzaren, uit wiens papieren bleek, dat de troepen oj) den weg van Saint-Lambert de voorhoede vormden van (50.000 Pruisen onder Ihdow, die in aantocht was om Wellington de hand te reiken. Napoleon zonderde 10.000 man van zijn leger af om lUilow in toom te houden en liet onverwijld den slag beginnen.
De eerste aanval van Xey mislukte echter; de doodsverachting der Franschen was vruchteloos tegen den heldenmoed van En-gelschen en Hollanders. Vergeefs trachtte de maarschalk zijn kanonnen tegen La-IIaie-Sainte in batterij te brengen, zij bleven in het slijk steken en Wellington's Schotsche ruiterij maakte van die gedegenheid gebruik om te kanonniers neer te sabelen en 30 kanonnen onbruikbaar te maken. Wel vonden de Schotten bijna allen den dood onder de sabels der Fransche kurassiers, maar aan het Fransche leger \vas een onherstelbaar nadeel toegebracht. Twee uren wa.vn voorbijgegaan in nuttelooze pogingen en onder-tusschen rukte het heele Pruisisch leger tegen de Fransehen op. De onbekwame (Iroucliy had zich door de Pruisen laten verschalken, die in drie korpsen onder Bulow, Pirch en Plüeher de» Engelscben te hulp snelden, terwijl de Pruisische generaal Thiel-man met 25.000 man Grouchy nabij het duvp Waveren moest bezigliouden.
Napoleon moest onmiddellijk de Engelschen overwinnen of de kans zou keeren. Weer deed Ney een wanhopigen aanval; met ware dood verachting drongen de Franschen op hun vijanden in en riepen om de garde om den strijd te beslechten. Maar met de gierigheid van een speler, die zijn laatsten troef in de hand houdt, hield Napoleon de garde bij zich, die sinds het begin van den slag nog geen schot had gelost en ongeduldig was zich op den vijand te werpen. Een geweldige en herhaalde aanval van SOOO ruiters kon de dappere soldaten van Wellington niet in verwarring brengen ; wel had het Engelsch-ltollaudsch leger ontzettend geleden; vele bevelhebbers waren gedood of gewond â- en onder deze laatsten onze dappere prins van Oranje â wel was
- 319 -
|
de weg naar Brussel reeds met vluchtelingen bedekt, maar Wel |
! 1 .'li iji|| ' | | |
|
lington wist zijn dapperen om zich heen te bezielen en stand te | ||
|
doen honden in de onvevwinhare sterkte van den Mont-Saint-Jean. |
. , | |
|
Inmiddels waren de Pruisen op het slagveld aangekomen, 80.000 man. | ||
|
spoedig door het gros van bet leger gevolgd. Met de uiterste krachts | ||
|
inspanning wist de jonge garde het eerste Pruisisch legerkorps | ||
|
tegen te houden, maar de toestand van Napoleon werd bedenke | ||
|
lijk ; van drie zijden ingesloten, besloot hij eindelijk zijn laatste | ||
|
kans te wagen en de oude garde tegen de Engelschen in 't vuur | ||
|
te brengen, 't Was al bijna halfacht 's avonds. , | ||
|
Wellington begreep, dat slechts bet kanon bestand was tegen | ||
|
die mannen van ijzer en staal en bracht alles in gereedheid om | ||
|
de garde te ontvangen. Deze marcheerde voorwaarts ten getale | ||
|
van ruim 5000 man, op twee kolonnes, in gesloten gelid, zwijgend. | ||
|
bet geweer onder den arm. Hij de eerste losbranding van het | ||
|
Engelsch geschut kwam er een golving in de gelederen; 800 man | ||
|
waren gevallen, maar een oogenblik later sloten de berenmutsen | ||
|
zich weer nauw aaneen en vervolgden zwijgend hun weg als bij | ||
|
een parade. Bij de tweede losbranding was de golving sterker ; | ||
|
er lagen 800 man, doch weer sloten zich de overigen aan en | ||
|
togen voorwaarts tot onder bet bereik der kanonniers âLeve de | ||
|
keizer!quot; daverde het toen door de lucht, en in een oogwenk waren | ||
|
de Kngelscbe artilleristen afgemaakt en de eerste rijen der infan | ||
|
terie in verwarring uiteengedreven. | ||
|
De garde was nog op een kwart pistoolschot afstand van de | ||
|
tweede linie van Wellington's leger, toen plotseling een donderend | ||
|
geschutvuur haar in front en flanken bestookte; op dat punt had | ||
|
de Engelsche opperbevelhebber zijn voornaamste verdedigingsmid- | ||
|
_ | ||
|
â 3-2U â | ||
Napoleon.
delen bijeengebracht. âOp jongens, mikt goed !quot; riep liij zijn soldaten toe, die in een plooi van het terrein verscholen lagen ; de garde van Wellington sprong overeind en een ratelend inns-ketvuur, dat op den korten afstand niet missen kon, mengde zich met het schroot der kanonnen.
Bij hoopcn vielen de grenadiers; de weinigen, die gespaard hieven, zagen elkander aan en beproefden tevergeefs zich te hereenigen ; bijna alle ofileieren waren gesneuveld, en met woede in het hart trok zich het overschot der garde, nauwelijks 800 man, naar den voet van den heuvel terug. â De slag van Waterloo was voor Napoleon verloren.
Van alle kanten begonnen de vijanden op te dringen en Napoleon gaf het sein tot den aftocht, die aanvankelijk in orde geschiedde. Maar de stroom der verbondenen werd steeds breeder en machtiger en veegde alle hinderpalen weg. De aftocht der Fransehen werd eene vlucht, die spoedig overging in een paniek. Hot laatst hield de garde nog stand nabij Rossomme; zij vielen, de dapperen, zonder zich over te geven, en met hen liet laatste bolwerk van Napoleon's militaire macht en grootheid. De keizer, die een oogenblik in den strijd den dood gezocht had, werd met geweld van het slagveld weggevoerd en meegesleept in de algemeene verwarring. Den ganschen nacht duurde de vervolging, die door de versche Pruisische troepen werd voortgezet, daar de Engelschen van een ganschen dag strijdens te zeer waren afgemat ; kwartier werd niet gegeven en duizenden l'ranschen vielen in dezen schrik-wekkenden nacht, waarin voor Europa de dageraad van vrijheid zou aanbreken als een lentemorgen na een vreeselijken storm.
In den slag bij Waterloo had bet Fransche leger meer dan
25.()()() man verloren, doch liet overschot, dat zich de volgende dagen weer verzamelde, vormde nog altijd een strijdmacht, waarmee te rekenen viel. Ook had het korps van Grouchy, dat, zooals Napoleon meende, heelemaal vernietigd was, nog niets geleden, en met deze hulpmiddelen, versterkt door de garnizoenen in het Noorden des lands, henevens eenige tienduizenden reservisten, kon de keizer de Belgische grens verdedigen, te Laon oJ' aan de Samhre het overschot van het leger van Waterloo reorganiseeren en den voorttrekkenden vijand een geduchten dam opwerpen, zoo niet zelf aanvallend optreden.
Napoleon deed noch het een noch het ander ; de politiek had hein tijdens den veldtocht van het jaar '15 meer heheerscht dan de krijgskunst, en na eenige uren te hebben uitgerust, te Laon, waar hij in den ochtend van den 1 (.)uquot; al vluchtende aankwam, snelde hij naar Parijs om een beroep te doen op de vaderlandsliefde der Kamers. Evenals bij Leipzig en bij de Beresina snelde hij zijn geslagen leger vooruit, zich weinig bekommerd op het lot der soldaten.
De keizer kwam te Parijs gelijktijdig met het bericht zijner nederlaag, en de indruk die de tijding van den verloren veldslag op de Pransche hoofdstad maakte, was ontzettend. Een gevoel van machteloosheid kwam over het volk ; reeds zag liet een vreemdeling opnieuw op Pranscben bodem en de verbonden legers weer onder de muren van Parijs, vergezeld van al de gruwelen, die de oorlog in zijn gevolg met /,ich voert; en al die rampen en vernederingen waren de schuld van dien éénen man, die tijdens zijn kortstondige heerschappij honderdduizenden voor zijn eigen glorie had geslachtofferd en die nauwelijks drie maanden' geleden als een avonlu-
rier van zijn eiland was komen vluchten om nieuwe ellende over Frankrijk te brengen.
De Kamer van Afgevaardigden telde zeer veel leden, dit1 Napoleon allesbehalve gunstig waren gezind; in de hooge ambtenaarswereld waren er niet minder, die uit latl'e vrees en met tegenzin hun eed van trouw aan Lade wijk XVIIÃ hadden gebroken. Slechts een reeks van overwinningen luul die mannen in onderdanigheid kunnen houden, maar nauwelijks hadden zij de tijding van een groote nederlaag vernomen, of de geest van verzet werd wakker en allen staken te gelijk het hoofd op om den keizer weerstand te bieden en hem de gehoorzaamheid op te zeggen.
De leden van den middelstand, die in de regeering het sterkst vertegenwoordigd waren, hadden met tegenzin den oorlog zien uitbreken, en daar zij wisten hoe weinig Napoleon zich doorgaans aan de volksvertegenwoordiging liet gelegen liggen, besloten zij, nu de gelegenheid gunstig was, zooveel mogelijk van hun grondwettige rechten partij te trekken en hun Avil tegenover den keizer door te drijven. De volksvertegenwoordiging zou alles zijn, de keizer niets.
Er werd rumoerig vergaderd en gestemd, en van welke staatkundige richting de afgevaardigden der natie ook waren, hierin trokken zij allen één lijn, n.1. om de positie der Kamers zooveel mogelijk te versterken tegenover Napoleon. En als waren zij bang, dat deze inbreuk zou maken op hun rechten, of zich niet zou storen aan de decreten der vergadering, namen zij een wet aan, waarbij bepaald werd, dat eenieder, die bet zou wagen de vergadering te ontbinden, een verrader des vaderlands was. Hierdoor bekleedden zij zich als met het gewaad der onschendbaar-
â 324 -
heid ovonals indertijd de Raad der Ouden en die der Vijfhonderd.
De keizer had nog wel grenadiers om hot spel van den 18ei1 Brumaire te herhalen en de vergadering de deur uit te jagen, maar de omstandigheden waren geheel gewijzigd: toen was hij de hoop, nu de schrik van allen; toen word alle goeds van zijn regeering verwacht, maar nu zag Frankrijk reikhalzend uit naar het oogenblik, dat hij de kroon zou neerleggen, die een oogenhlik voor de oogen des volks had geschitterd, maar die op het slagveld haar glans in het hloed van duizenden Franschen verloren had.
Napoleon begreep dat de kern der natie hem vijandig was ; slechts twee wegen stonden hem open: ofwel zich meester maken van de regeering en den strijd aanbinden tegen het buiten- en binnenland te gelijk, ofwel A'an zijn waardigheid afstand doen. Het eerste bood geen kans van slagen; tegen het buitenland had hij de partij verloren, en ontzaglijke offers zouden noodig zijn om den aanrnkkenden vijand het hoofd te bieden. Bovendien was bet hoogst twijfelachtig of Frankrijk nog de middelen bezat dien stroom te koeren; geheel onmogelijk zou het zijn, indien het land zelf in opstand kwam en de keizer een dool des legers zou moeten gebruiken om een oproer van zijn eigen onderdanen te dempen. Beeds gaf het Westen, dat steeds voor de Bourbons ijverde, aan Napoleon meer dan genoeg te doen.
Wat het tweede betreft: afstand doen van den troon, daar kon de keizer evenmin toe hesluiton, en niet genegen tusschen twee kwaden te kiezen, zocht hij naar een middelweg. In het Elysée hield hij raad met zijn getrouwen en met hen, die zich als zijn getrouwen voordeden, terwijl zij zijn zaak met evenveel lucht hartigheid verrieden als zij die van den koning gedaan hadden. Het
- 325 -
kwam er voor cle meesten maar op aan, uit to visschen wat de toekomst zou brengen, en zieh bij cle toekomstige regeering â want ieder wist, dat or wat anders komen zon â een zoo good mogelijke positie te verschatïon. Een ieder intrigeerde naargelang zijn neigingen zijn temperament of zijn staatkundige beginselen.
De eenige partij, waar Napoleon op kon rekenen, was de onver-valschte revolutionnaire partij, die indertijd ten bate van den derden stand de kastanjes uit bet vuur iiad gebaald en met dolle woede stroomen bloed over bet land bad gebracht. Onder bet keizerrijk was een nieuwe adel ontstaan, die, boewei met andere begrippen groolgebraebt dan vele leden van den adel onder Lodewijk XVI, zieb nog veel meer scliraapzucbtig toonde en trotscb op zijn voorreebten. Duizenden personen, door Napoleon met den allesbehalve vleienden naam van canaille betiteld, waren nog met de ideeën van 17i)3 bebept, en daar de keizer bij zijn terugkeer uit Elba zicb niet ontzien bad de revolutionnaire drilt en te vleien, meenden zeer velen in vollen ernst, dat voor ben weer bet langverwachte uur zou aanbreken ; zij verbeidden slechts een teeken des keizers om opnieuw te beginnen met het vermoorden der priesters en het plunderen der rijken.
Napoleon zag zeer goed in, dat met het gepeupel niet te regeeren viel; liet hij het den vrijen teugel, dan zou bij zelf bet slachtoffer er van worden. Een andere weg moest worden ingeslagen.
Den 20e11 Juni, 's avonds om elf uur, was hij in 't Elysée gekomen. Den volgenden dag reeds benoemde de Kamer een commissie van vijf leden om voor de veiligheid der vergadering te waken.
- 320 -
Napoleon zond zijn broer Lueien mot een boodschap naar do Kamer om iu overleg mot haar maatregelen to nomen; doch die staj), die do zwakheid dos keizers verried, stijfde haar slechts in haar verzot, on onder daverend applaus deed oen dor loden hot voorstel, dat do voi'gadering oen commissie zon benoemen om Napoleon to verzoeken afstand te doen van don troon en in geval van weigering zijn vervallenverklaring uit to spreken.
Den 22'quot; Tuni om acht uur begon do Kamer opnieuw te vergaderen, terwijl Napoleon mot zijn broeders en ministers nog beraadslaagde in hot Elysóo. Lucion was voor maatregelen van gowold; minister ïVmché stelde mot eon schijnheilig gezicht voor, dat Napoleon do kroon zou neerleggen tor gunste van zijn zoon, en -lozef Bonaparte, die voor zich het regentschap hoopte, steunde die meening. Do keizer was allesbehalve op zijn gemak; ieder oogenblik sprong hij van zijn stool op en liep hot vertrok op on neer; do helderheid van geest, die hom vroeger in moeilijke omstandigheden steeds de juiste beslissing dood nemen, had hem verlaten; achter zijn onrust verborg zich (gt;011 groote mate van matheid, en al zijn werkkracht diende niet om oen pijnlijk ontknooping te koeren, maar slechts om ze nog oenigo minuten togen te bondon.
In de Kamor ging het intusschon rumoerig too, en met zitten ou opstaan werd ten slotte oon besluit genomen, waarbij aan Napoleon een uur bedenktijd werd gelaten om van zijn waardigheid afstand te doen.
Het uur verstreek en Napoleon kon maar tot geen besluit komen, terwijl veel afgevaardigden op de onoerbiedigste wijze hun ongeduld luchtten ; aanhoudend gingen er boodschappen naar het
Elysóc, en toon ton slotte don keizer geboodschapt werd dat zijn vervlt;illenvlt;gt;rl\lai-ing van don troon zou worden uitgesproken, dicteordo liij aan Lueion do volgende boodschap, die gelijktijdig aan lvnni(gt;r on Senaat wonl bezorgd :
âEranschon !quot;
Toon illt; den oorlog begon voor do verdediging dor nationale onarimnkolijkbeid, rekende, ik op het samengaan van ieders pogingen, ieders wil en op de medewerking van allo autoriteiten ; ik was gerechtigd op oen goeden uitslag te hopen en ik zou alle verklaringen der mogendheden tegen mij getrotseerd hebben.
De omstandigheden schijnen veranderd ; ik bied mij aan als slachtolTer van den haat der vijanden van Frankrijk... M ijn staatkundig leven is geëindigd en ik roep mijn zoon uit, ouder den titel van Xn^ulcoit / /, tot ki'lzmli'r Fraiischen quot;
\
Met vreugde werd die boodschap begroet, doch spoedig begon liet getwist opnieuw. Velen wilden niets weten van Napoleon II, die nog maar oou kind was on bovendien zich in den vreemde bevond, ovenals zijn moeder, Maria lionise, die in 1814 naar haar vader, don Oostenrijkscbon keizer, was teruggekeerd on zich na Napoleon's vlucht uit Elba niet meer bij hom wilde voegen. Na een onstuimige zitting ging de Kamer over tot de orde van don dag, ouder vermelding, dat Napoleon II door den afstand van
Napoleon I en uit kracht van de grondwet des rijks keizer der Franschen was geworden.
Den 25eu Juni verliet Napoleon Parijs op uitnoodiging van liet hoofd der voorloopige regeering, die bevreesd was, dat hij zon trachten den verloren invloed te herwinnen, en hegaf zich naar Malniaison ; den volgenden dag nam de regeeringscommissie het besluit, dat alle offlcieele stukken getiteld zouden worden Vil naam ran het Fransche volk â dat was een nieuwe stap tot ter-zijde-stelling van Napoleon II.
lederedag, ieder uur bracht nieuwe verwikkelingen mee. Grouchy, die zonder verliezen uit Vlaanderen was gekomen, had 00,000 man verzameld en rukte op naar Parijs, op eenige uren afstand door Engelsehen en Pruisen gevolgd. Nog konden de Franschen een hardnekkigen tegenstand bieden, en Napoleon, hoewel onttroond, stelde zijn degen ten dienste van Frankrijk en bood aan, den vijand naar de grenzen terug te drijven ; tijdens den inval iu 1813 had hij met 1-0.000 man wonderen gedaan, en nu lagen 100.000 Franschen voor Parijs. Hem weer aan het hoofd des legers te zien was echter de grootste vrees, die de Kamer koesterde, en Napoleon's aanbod werd niet aangenomen. Fouché vooral was bezorgd, dat de gewezen keizer met het leger in aanraking zou komen, hij liet hem op Malniaison zoo zorgvuldig mogelijk bewaken en nam zich voor, hem zoo spoedig mogelijk uit de buurt van Parijs te verwijderen.
t zijn oken, tijdig
r na-
g van itslair
I aan â¢ijk... zoon henr
;gon mi rr, einde haar li na . Na den van
Napoleon was het duidelijk, dat zijn staatkundige rol voorgoed was afgespeeld. Hij besloot het land te verlaten en zich in het vrije Amerika als vrij burger te vestigen. Den 29°quot; Juni, 's namiddags om half zes, kwam generaal Becker, die het bevel
- 32a -
voerde over de troepen te Malmaison, den gewezen keizer mede-deelen, dat alles voor de reis gereed was. Napoleon stapte in het rijtuig, gevolgd door generaal Hecker, den hertog van Uovigo en generaal Bertram! ; den 3ftU der volgende maand bereikte hij de havenstad lioehel'ort, waar hij zich voor Amerika hoopte in te schepen.
Denzelt'den dag, 8 Juli gaf Parijs, ])educht voor de wraak der. verbondenen, zich over; het Fransche leger moest de hoofdstad ontruimen, en 100,000 Franschen trokken terug voor 80,000 Engelsehen en Pruisen.
Den spi1 Juli deed koning Lodewijk XVTII, uit de ballingschap teruggekeerd, weer zijn intocht, in de hoofdstad des rijks en werd op den troon hersteld.
De aankomst van Napoleon te Hochefort had onder de Fransche troepen niet de minste geestdrift gewekt. Van de reede kon men de Engelsche schepen zien, die de haven blokkeerden, de keizer was dus gevangen. Nog vier dagen talmde hij en volgde angstig de ge beurtenissen te Parijs; eindelijk den 8equot; .Juli scheepte hij zich in op de Saaie, en gevolgd door de Médme ging hij een bezoek brengen aan het eilandje Aix, waar hij den nacht doorbracht. Den volgenden dag was de wind gunstig om te vertrekken, maar de Engelsche scltepen hielden de twee Fransche fregatten scherp in 't oog. 's Avonds wilde Napoleon, om de aandacht niet te trekken, in een bootje weer naar Koelie fort varen, maar het strand werd bewaakt, en hij keerde naar Aix terug. Op dat kleine eilandje was hij thans geheel en al ingesloten, zonder uitweg noch naar het vaste land noch naar de open zee. Er hleef hem niets anders over dan een geheime vlucht, die natuurlijk van duizenden gevaren ver-
gezeld ü;ing. Vergeefs boden eenige onverschrokken en geestdriftige adelborsten den keizer aan, dat bij oj) een vlet met ben in zee zou steken ; een' Anierikaanscb zee-ka])itein, wiens scbip aan den mond der Gironde voor anker lag, wilde bem gaarne aan boord nemen, doch Napoleon wees al die aanbiedingen van de band : bij bad zich reeds in 't boofd gezet, dat bij meer succes zou bebben door met de Engelscben te onderhandelen, 't Was trouwens tijd zich te baasten, want alles bewees, dat er plan bestond zich met geweid van zijn persoon meester te maken.
Den 10 quot; Juli zond Napoleon den bertog van liovigo en graaf Las Cases naar het Engelscbe oorlogsschip licllerophou om met den commandant, kapitein Maitland, besprekingen te houden over 's keizer voorgenomen reis en om vrijen doortocht te erlangen voor zijn schepen. De Engelschman weigerde beslist, maar toen de* beide onderhandelaars herhaaldelijk verzekerden, dat Napoleon zijn rol als geëindigd beschouwde en niets anders verlangde dan de rust van het ambteloos leven, gat' Maitland ten antwoord : âAls dat de gesteltenis van Napoleon is, waarom vraagt iiij dan geen schuilplaats in Engeland ?quot;
De keizer begon over die woorden na te denken en drie dagen later schreef bij den volgenden brief aan den Engelscben prins-regent ;
âKoninklijke Hoogheid,
Ten doelwit der partijschappen, die mijn land verdeden, en der vijandigheid der groote mogendheden van Europa, heb ik mijn staatkundige loopbaan geëindigd en kom ik mij, als Themistocles, neerzetten aan den haard van bet iiritsche volk. Ik stel mij onder de bescherming zijner
wetten, die ik vraag van Uwe Hoogheid als van den maehtigsten, den stand vast igsten en edelmoedigsten mijner vijanden.quot;
Die l)rief werd door een snelvarend schip der Engelsche kruisers-vloot naar den prins-regent gebracht.
Doch twee dagen later scheepte Napoleon zich in op de Fran-sche brik Epenuer en zette koers naar de BcUcrophon, ITet antwoord van den prins-regent was nog niet gekomen, maar den vorigen dag had Napoleon aan kapitein Maitland doen weten, dat hij hij hem aan boord zou komen om zich naar Engeland te laten brengen. De keizer werd op het oorlogsschip met eerbied ontvangen, doch zonder vorstelijke hulde, en toen kapitein Maitland op hem toetrad om hem naar de achterkajuit te geleiden, sprak Napoleon met luider stem : âIk stel mij onder de bescherming van uw vorst en van uwe wetten.quot;
Den volgenden morden beajon de reis naar Engeland. Na een
O O O O
lange vaart wierp de Bellerophoti den 2i0quot; .lull tegen het vallen van den avond het anker uit in de baai van Torbay. Een bevel van admiraal Keith, door nadere orders der Engelsche admiraliteit bevestigd, verbood aan het oorlogsschip alle gemeenschap met den vasten wal, en twee dagen later kreeg de licllcrophon in last naar Plymouth te vertrekken.
Daar wachtte den gevallen keizer de droevigste teleurstelling; kolonel Gourgaud, die met een brief van Napoleon naar den prins-regent was gereisd, was bij dezen niet toegelaten; in de Engelsche regeeringskringen heerschte groote verbittering tegen Napoleon, en vergetend dat de Eransche keizer geen krijgsgevau-
gene was, maar zich vrijwillig onder de besclierming der Engel-sehe wet had gesteld, nam de regeering de hardste maatregelen om hem voorgoed onschadelijk te maken.
De groote mogendheden van Europa waren niet vreemd aan hetgeen er over het toekomstig lot des keizers beslist werd; liij zou boeten voor den angst, dien hij haar zoovele jaren had ingeboezemd, en Engeland zou de uitvoerder zijn van het wrekend vonnis.
Er werd besloten, dat Napoleon alleen zou worden aangesproken met den titel van generaal en dat hij als krijgsgevangene zou worden beschouwd; het eiland St.-Helena werd hem tot verblijfplaats aangewezen en slechts drie hoofdot'licieren en twaalf bedienden zouden hem daarheen mogen vergezellen. Een onderstaatssecretaris kwam met lord Keith aan boord van de licllem-phon om den keizer met die besluiten in kennis tc stellen. Zonder ontroering te doen blijken hoorde Napoleon de lezing aan dér bevelen van de admiraliteit ; het was alsof het ongeluk hem grooter waardigheid verleende dan het keizerlijk purper, en zonder in toorn te ontsteken of tot heftige woorden zijn toevlucht te nemen, antwoordde hij met een kalm en waardig protest.
âVrijwillig,quot; zeide hij, âheb ik mij aan de edelmoedigheid uwer natie toevertrouwd. Ik ben geen krijgsgevangene; als ik het was, zou ik recht hebben overeenkomstig het volkenrecht te worden behandeld; maar ik ben in dit land gekomen als passagier aan boord van een uwer schepen, na een voorloopige onderhandeling met den commandant. Als hij mij gezegd had, dat
ik krijgsgevangene zou zijn, was ik niet gekomenquot;..... âEn wal
den ij lier
sers-
quot;^ran-Ilet den , dat Jaten ontland ~prak
St. Helena betreft,quot; vervolgde bij, âik zou er geen drie maanden kunnen leven; met mijne gewoonten is een verblijf aldaar doodelijk
- aaa -
voor mijn gestel. Tk ben gewoon dagelijks twintig mijlen te paard af te leggen, en wat zal er van mij worden op die kleine rots aan het einde der aarde. Ik verkies den dood boven een verblijf op St. Helena.quot;
Admiraal Keith en de onder-staatssecretaris lieten don keizer uitspreken en vergenoegden zich op te merken, dat zij alleen in last hadden hem bet bovengenoemde te boodschappen en dut zij niet over andere zaken konden redeneeren.
Maar Napoleon ging voort: âIk had mij tot mijn schoonvader kunnen wenden of tot czaar Alexander, die mijn persoonli jke vriend is. Als uwe regeering aldus handelt, zal zij u met schande overdekken voor het aangezicht van Europa.quot;
Aanhoudend sprak hij over den strik, die, naar hij zcide, hem gespannen was, en een plotselinge wending gevend aan liet gesprek, bracht hij bet verledene in herinnering, niet zonder hooghartigheid zeggende :
âHerinnert u, wat ik geweest ben en welke plaats ik heb ingenomen onder de souvereinen van Europa. Deze zocht mijn steun, gene gaf mij zijn dochter, allen zochten mijn viieiidsehap. Ik was als keizer erkend door alle mogendheden behalve door Engeland, en dat land had mij te voren erkend als eersten consul. Uw gouvernement heeft bet recht niet, mij generaal Bonaparte te noemen; ik ben vorst of consul, en ik moest als zoodanig behandeld worden, als er ten minste nog een behandeling voor mij is. Toen ik op Elba was, was ik op dat eiland even goed souverein als Lodewijk XVIII over de kusten van Frankrijk. Er bestaat geen reden om mij van mijn rang te berooveu als een der vorsten van Europa.quot;
Den Leu Augustus 1815 werd Napoleon gcwaarscltuwd, dat hij den volgenden dag ton overgel)racht worden op liet oorlogsschip de Xoi'lliiuiihcrhiiKl, dat hein naar zijn nieuwe gevangenis zou brengen. Ue onttroonde monarch bood geen weerstand meer, maar liet aan admiraal Keith het volgvud protest overhandigen, waarin hij duidelijk de rol at'teekemle, die iiij voor Frankrijk, voor Europa en het nageslacht wilde vervullen:
âIk protesteer plechtig voor het aangiesdcbt van den hemel en der menschen tegen het geweld, dut mij wordt aangedaan, tegen de schending mijner heiligste recliten en het gebruiken van geveld om over mijn persoon te beschikken. Ik ben vrijwillig aan boord van de licllfvophon gekomen, ik ben niet de gevangene, ik ben de gast van Engeland- Ik ben gekomen op aansporing van den kapitein, die mij zeide orders te hebben om mij aan boord te ontvangen en mij met mijn gevolg naar Engeland te brengen als mij dat aangenaam was. Ik heb mij te goeder trouw aangemeld. Gezeten aan boord van de Bcllcj-ophoii was ik te midden van liet Enurelsche volk. Indien de reireeriiiquot;'.
â¢' V-v O5
door aan den kapitein bevel te geven mij alsook mijn gevolg te ontvangen, slechts van plan was mi j een hinderlaag te leggen, heeft zij aan de eer te kort gedaan en Imjir vlag bezoedeld. Als die daad volvoerd werd, zouden de Engelschen in de toekomst vergeefs willen spreken van hunne ridderlijkheid, van hunne vrijheid. De Britsebe goede trouw is ondergegaan in de gastvrijheid van de Jirllcrophoii. Ik beroep niij op de geschiedenis; zij zal zeggen, dat een vijand, dit» twintig jaar lang oorlog voerde met de Engelschen, in zijn ongeluk vrijwillig een schuilplaats
kwam zoeken onder hunne wetten. Kon hij een schitterender bewijs geven van zijne achting en vertrouwen? Maar hoe antwoordde men in Engeland op een dergelijke grootmoedigheid ? Men veinsde dien vijand een gastvrije hand te reiken, en te en hij zich had overgeleverd, bracht men hem om.quot;
Napoleon's protest bleef zonder uitwerking. De mogendheden van Europa hadden besloten zich voorgoed van hem te ontdoen en hem een opnieuw verstoren van den Europeeschen vrede onmogelijk te maken.
Den 7°quot; Augustus werd Napoleon aan boord van de Xorlliunt.-herlaml overgebracht. Alvorens de Bellcruphou te verlaten, vroeg admiraal Keith den hoogen gevangene zijn degen met de woorden: âGeneraal, Engeland beveelt mij, uwen degen te vragen.quot;
Al de trots van den machtigen heerscher werd op eenmaal in den weerloozen gevangene wakker; hij deed een schrede achteruit, sloeg de hand aan het gevest en zag den admiraal aan met een vernietigenden blik. Keith drong niet langer aan; in een oogwenk had liij begrepen, dat Napoleon zich niet dan met geweld zou laten ontwapenen, en deze behield zijn roemrijken degen.
Admiraal Cockburn, die op de jVorf/i/n/thcrhuid het bevel voerde, ontving zijn hoogen gevangene met de meest mogelijke beleefdheid, alsook diens gezellen Montholon, (Jourgaud, Bertram! en Las Cases. In haast werden de toebereidselen tot het vertrek gemaakt en den volgenden dag reeds werd de reis aanvaard naar het verre St.-Helena.
Bij het verlaten van het Kanaal aanschouwde Napoleon door den mist heen nog eenmaal de kust van Erankrijk, en met diepe
â asc -
ontroering' begroette hij voor het laatst liet land, dat zoovele jaren getuige was van zijn grootheid en zijn roem. Langzaam verdween de Fransehe kust in den nevel, die opsteeg uit de zee, langzaam slonk zij weg, alles medenemend wat den gevallen keizer nog aan Europa hechtte. Voor den gevangene te midden der onafzienbare zee was het alsof hot heldentijdvak van zijn leven met de laatste begroeting van Frankrijk zioli afsloot en in de nevelen van het verleden zich oploste; terwijl vóór hem niets meer lag dan de lange, eentonige weg naar het land der bal-lingscliap, met een toekomst van bitter lijden en smartelijke herinnering.
II oor D S T U K XV
NAPOLEON OP STVT-HELENA. â KEUZE VAN VERHLIJF. â GOUVEKXKEU SU! HUDSON LOWE.
et kleine eiland St.-ITelena, in den Atlatischen Oceaan gelegen, heeft sleclits een oppervlakte van 1i/., vierk. En-gelsche mijl. Van uit de zee gezien is liet omsloten door een gordel zwarte, onbegroeide rotsen van vulkanischen oorsprong, waarboven de piek van Diana zich dreigend verheft; enkele nauwe valleien doorsnijden bijna evenwijdig het eiland, en in een dezer smalle dalen, dat iets breeder is dan de overige, ligt de haven van Jamestown, de eenige, waar schepen kunnen binnenloopen. De rotsen aan de zeezijde rijzen bijna overal loodrecht uit het water op, zoodat de landing voor vaartuigen onmogelijk is ; bovendien is de kust door de Engelschen nog geducht versterkt door hoven-elkander liggende batterijen, die aan alle zijden de zee bestrijken, en het eiland tot een onnoembare vesting maken.
Aan den zuidkant is het eilandje steeds blootgesteld aan de verzengende winden van de Kaap, die allen plantengroei beletten, terwijl de valleien aan de noordzijde, die door den piek van
Diana eonigszins worden beschut, eenigen plantengroei en vruelit-])aarheicl vertoonen.
1).' bevolking, die ten tijde van Napoleon., omstreeks vier duizend zielen bedroeg, behalve het Engelsche garnizoen, leefde van vee- en groententeelt en dreef een kleinen handel met de schepen der Indische Compagnie, die nu en dan het eiland aandeden, als een pleisterplaats op den langen weg over den oceaan, honderden mijlen verwijderd van ieder vasteland.
Den 1 r)ftquot; October, na een zeereis van OS dagen, kwam de Xorlliit)tihei'laiid in liet gezicht van St.-Helena. Napoleon ging op liet dek en wierp een treurigen blik op de sombere rotsen van bet nietige eilandje, waar hij het overige zijns levens als gevangene door zou brengen, 's Middags ankerde het oorlogsschip te Jamestown; bijna heel de bevolking was aan den kant der haven, nieuwsgierig om Napoleon te zien, wiens aankomst reeds door een paar andere Engelsche oorlogsschepen was aangekondigd. De keizer bleef den ganschen dag stil en in zichzelf gekeerd; liij scheen onverschillig voor alles wat er met hem gebeurde, vroeg nergens naar en liet het geheel aan den admiraal over, om het oogenblik der ontscheping te bepalen.
Al was de aankomst van Napoleon reeds te voren op het eiland bekend, toch waren er hoegenaamd geen maatregelen genomen om een geschikt verblijf voor den hoogen gevangene in gereedheid te brengen. Bij aankomst te Jamestown ging de admiraal onmiddellijk aan wal om een woning voor Napoleon te zoeken ; eerst twee dagen later keerde hij terug met de boodschap, dat hij een klein, maar geriefelijk huis had gevonden, dat onmiddellijk kon betrokken worden.
Den 17611 October verliet Napoleon de Noi'lluitiiJiprlinid en begaf zicli naar de woning, die de admiraal voor hem bad uitgezocht; een drom van volk bevond zich in de nabijheid, en de keizer vond zijn nieuw verblijf zoozeer blootgesteld aan de onbescheiden nieuwsgierigheid der menigte, dat hij verklaarde er niet langer dan één ol' twee dagen te kunnen blijven.
De admiraal beloofde voor een ander huis te zorgen.
Er bevond zich op St.-Helena een aardig kasteeltje, Plan la Hou House, gelegen in een frissche, beschaduwde vallei aan de noordzijde van het eiland ; maar die woning was voor den gouverneur bestemd, en voor den keizer wist men niets beter te vinden dan een oude hoeve op de bergvlakte van Longwood ; de hoeve was ingericht tot residentie van den onder-gouverneur, maar kon met eenige nevengebouwen volstaan om een twintigtal personen te buis-vesten. De bergvlakte bood ruimte genoeg voor wandelingen te voet en te paard on was gedeeltelijk met schrale gomboomen begroeid, maar ongelukkigerwijze lag ze in het zuidwesten, in een ongezonde streek, blootgesteld aan den Kaapschen wind, doch dat nadeel was op het eerste gezicht niet te bemerken. Bovendien bood de vlakte voldoende ruimte voor het kampeeren der troepen, die met Napoleon's bewaking waren belast; vooral daarom beviel dat gedeelte des eilands aan den admiraal, die er met Napoleon heenreed. Deze was verheugd, na de lange zeereis wat hoornen en groen te zien ; op de stille bergvlakte van Longwood was hij genoegzaam beveiligd voor de nieuwsgierigheid des volks, waarom hij gelastte onmiddellijk met de noodige herstellingen aan het gebouw te beginnen.
Tijdens den rit van Jamestown naar Longwood was Napoleon
- aw -
een klein zomerhuisje voorbij gekomen, dat hem aanstonds beviel; (gt;]gt; den terugweg ging hij bet bezichtigen en gaf als zijn verlangen te kennen, daar te blijven wonen totdat de inrichting van Long-wood gereed zou zijn.
liet zomerhuisje behoorde aan een koopman van het eiland, die in de nabijheid woonde en het volgaarne aan Napoleon afstond. Het was echter te klein om 's keizers gezellen te huisvesten ; met voel moeite werd er nog een kamertje gevonden voor Las Cases, dien de keizer gaarne in zijn nabijheid hield, want hij was bezig liem het verhaal te dicteeren van zijn veldtocht in Italië, waarmee liij aan boord der XorllniDihcrhunl reeds was begonnen. Het dicteeren zijner veldtochten en van zijn veel bewogen leven zou voor den keizer de voornaamste bezigheid vormen voor zijn rusteloos werkzamen geest.
In zijn kleine woning, waar hij in dezelfde kamer moest eten, slapen en werken, bemerkte de keizer spoedig hoe streng hij door zijn Engelsche cipiers werd bewaakt; een rij schildwachten omringde het huis en verloor hem niet uit het oog, en die ontdekking was voor Napoleon een der pijnlijkste oogenblikken zijner gevangenschap. Admiraal Cockbnrn, die voorloopig tot gouverneur van St.-Helena was aangesteld, had voor rijpaarden gezorgd ten gebruike des keizers, maar nauwelijks bad deze een voet in den stijgbeugel gezet, of hij zag een Kngelsch officier eveneens te paard stijgen om hem te volgen ; die bewaking was voor Napoleon ondraaglijk en hij zag van het paardrijden af, hoezeer die ontspanning ook noodig was voor zijn gezondheid.
bogaf ïocht;
vond lenws-m één
elation âlOOl'd-
rneur âi dan
Langzaam gingen de maanden October en November voorbij; toen kwamen de eerste berichten uit Europa. Ieder van de
- iui -
Dfii 1 7en October verliet. Napoleon de Xoylhiiiiihcrldiiil m begaf zich naar de woning, die de admiraal voor hem had uitgezocht; een drom van volk bevond zich in de nabijheid, en de keizer vond zijn nieuw verhlij 1' zoozeer blootgesteld aan de onbescheiden nieuwsgierigheid der menigte, dat hij verklaarde er niet langer dan één of twee dagen te kunnen blijven.
De admiraal beloofde voor een ander huis te zorgen.
Er bevond zich op St.-Helena een aardig kasteeltje. Plan lal ion Ilonso, gelegen in een i'rissche, beschaduwde vallei aan de noordzijde van bet eiland ; maar die woning was voor den gouverneur bestemd, en voor den keizer wist men niets beter te vinden dan een oude hoeve op de bergvlakte van Longwood ; de hoeve was ingericht tot residentie van den oudcr-gouverneur, maar kon met eenige nevengebouwen volstaan om een twintigtal personen te huisvesten. De bergvlakte bood ruimte genoeg voor wandelingen te voet en te paard en was gedeeltelijk met schrale gomboomen begroeid, maar ongelukkigerwijze lag ze in het zuidwesten, in een ongezonde streek, blootgesteld aan den Kaapschen wind, doch dat nadeel was op bet eerste gezicht niet te bemerken. Bovendien bood de vlakte voldoende ruimte voor het kampeeren der troepen, die met Napoleon's bewaking waren belast ; vooral daarom beviel dat gedeelte des eilands aan den admiraal, die er met Napoleon heenreed. Deze was verheugd, na de lange zeereis wat hoornen en groen te zien ; op de stille bergvlakte van Longwood was hij genoegzaam beveiligd voor de nieuwsgierigheid des volks, waarom l'ij gelastte onmiddellijk met de noodige herstellingen aan hot gebouw te beginnen.
Tijdens den rit van Jamestown naar Longwood was Napoleon
- aiu â
een klein zomerhuisje voorbij gekomen, dat hem aanstonds beviel; op den terugweg ging hi j het bezichtigen en gaf als zijn verlangen te kennen, daar te blijven wonen totdat de inrichting van Long-wood gereed zou zijn.
Het zomerhuisje behoorde aan een koopman van liet eiland, die in de nabijheid woonde en het volgaarne aan Napoleon afstond. Het was echter te klein om 's keizers gezellen te huisvesten ; met veel moeite werd er nog oen kamertje gevonden voor Las Cases, dien de keizer gaarne in zijn nabijheid hield, want hij was bezig hem het verhaal te dicteeren van zijn veldtocht in Italië, waarmee hij aan boord der XorlliiDiiherUiml reeds was begonnen. Het dicteeren zijner veldtochten en van zijn veel bewogen leven zou voor den keizer de voornaamste bezigheid vormen voor zijn rusteloos werkzamen geest.
In zijn kleine woning, waar hij in dezelfde kamer moest eten, slapen en werken, bemerkte de keizer spoedig hoe streng hij door zijn Engelsche cipiers werd bewaakt: een rij schildwachten omringde het huis en verloor hem niet uit het oog, en die ontdekking was voor Napoleon een der pijnlijkste oogenblikken zijner gevangenschap. Admiraal Cockburn, die voorloopig tot gouverneur van St.-Helena was aangesteld, had voor rijpaarden gezorgd ten gebruike des keizers, maar nauwelijks liad deze een voet in den stijgbeugel gezet, of hij zag een Kngelsch oflieier eveneens te paard stijgen om hem te volgen ; die bewaking was voor Napoleon ondraaglijk en hij zag van het paardrijden af, hoezeer die ontspanning ook noodig was voor zijn gezondheid.
Langzaam gingen de maanden October en November voorbij; toen kwamen de eerste berichten uit Europa. Ieder van de
- :hi -
ballingen, die hot lot van de keizer hadden gedeeld, kreeg tijdingen van zijn familie en vrienden, Napoleon alleen kreeg er geen; zijn moeder, zijn broers en zusters waren overal verdreven, zijn vrouw, Maria Louise, bekommerde zieh niet om hem en vond het zelfs niet noodig hem iets te doen weten omtrent zijn eenigen zoon. Napoleon had dat kind hartstochtelijk liefgehad, en in de lange uren zijner gevangenschap dacht hij nog vaak aan de gelukkige oogenblikken in de Tuilerien, wanneer hij vol vaderlijken trots den kleine zag rondrijden in zijn schelpvormig, ivoren wagentje, met tamme hinden bespannen, of wanneer hij met hem speelde en solde gelijk slechts een vader doen kan met een kind, dat hij boven alles ter wereld lief heeft.
De keizer vergenoegde zich met het nieuws uit de dagbladen en stelde levendig belang in de berichten uit Frankrijk; vooral trok hij zich het lot aan van Ney en Labédoyère, die wegens hun verraad aan de zaak der Bourbons in staat van beschuldiging waren gesteld en hun aanhankelijkheid aan Napoleon zouden boeten met den dood.
In het begin van December betrok de gevangene zijn nieuw verblijf te Longwood, dat inderhaast bewoonhaar was gemaakt; die oude halfvervallen schuur der Indische Compagnie was inderhaast wat bijgetimmerd en het dak met geteerd linnen bedekt. Toen Napoleon er aankwam, stond het 5l{*,e regiment, dat in de buurt kampeerde, onder de wapenen; de officieren werden hem voorgesteld, welke formaliteit spoedig was afgeloopen, en daarop leidde admiraal Cockburn hem zijn vertrekken binnen. De keizer nam een oogenblik het gebouw en het nederig meubilair in oogen-schouw, hij keurde niets goed of af, maar begon zich aanstonds
bezig te houden met de inrichting van zijn verblijf: ineen ka mei-liet hij zijn veldbed plaatsen, in een vertrek daarnaast rangschikte hij zijn boeken en liet hij de portretten ophangen van zijn zoon en enkele leden zijner familie.
Achter beide vertrekken volgden de ontvangstzaal en de ge-meenschappelijke eetzaal. De bedienden waren op meer of min bekrompen wijze gehuisvest, deels nabij den vleugel, door Napoleon betrokken, deels in het ander gedeelte, waar Napoleon's lotge-nooten. Las Cases en zijn zoon, de heer en mevrouw Montholon en generaal Gourgaud hun kamers hadden. De groot-maarschalk Bertrand en zijn echtgenoote hadden een afzonderlijke woning op eenigen afstand van Longwood.
Het leven, dat Napoleon leidde, was zeer eentonig; zijn voornaamste bezigheid was het dicteeren zijner veldtochten aan de deelgenooten zijner ballingschap. Evenals in zijn vorige woning was de strenge bewaking, waaraan bij blootstond, zijn grootste kwelling, die herhaaldelijk aanleiding gaf tot moeilijkheden met de Britsche autoriteiten. Met r)3ste regiment lag op een mijl afstand van Longwood gekampeerd en overdag waren er geen schildwachten van te zien, maar 's avonds om uur trokken zij een dichten kring rondom Longwood, zoodat niemand onbemerkt kon in- of uitgaan. Als Napoleon te paard reed buiten een kleinen kring rondom zijn woning, moest hem een Engelsch officier op korten afstand volgen ; bovendien was een officier van dienst op Longwood zelf ingekwartierd, die in last had den keizer minstens eenmaal daags te zien, ten einde zich aldus persoonlijk van diens aanwezigheid te over-overtuigen. Op alle hoogten van het eiland waren seintoestellen geplaatst, om onmiddellijk aan den gouverneur op Phmlolioii Ifonsc te
- U48 -
berichten als er op Ijongwood iets bijzonders voorviel; ieder seliip, dat het eiland naderde, werd reeds oj) twaalf mijlen afstand gesignaleerd ; een oorlogsschip geleidde het dan naar de haven en zorgde er voor, dat niemand of niets zonder toezicht ontscheepte. Geen enkel schip mocht brieven of paketten afgeven voor de bewoners van Longwood zonder de bemiddeling van den gonverneur en bij vertrek van het eiland werden de vaartnigen nauwkeurig doorzocht. Zelfs de En-gelsche onderdanen op St.-Helena mochten niet met de ballingen gemeenschap onderhonden zonder toestemming der overheid. Aldus waren de maatregelen, die de Britsche admiraliteit meende te moeten nemen om de ontvluchting te beletten van den man, voor wien Europa herhaaldelijk had gebeefd; maatregelen, die evenzeer getuigden van grooten schrik als van grooten haat.
Die scherpe reglementen wekten inhoogemate de verontwaardiging van Napoleon, die den schijn van gevangenschap evenzeer verfoeide als de gevangenschap zelve. Mij gelaste zijn lotgenooten Las Cases, Gonrgaud, Montholon en Bertrand er met den gonverneur over te spreken; hun redeneering, dat Napoleon geen gevangene was, maar zich vrijwillig in handen der Engelschen had eresteld, hield natuurlijk i?een steek voor admiraal Cockburn; deze
o ~ tl O
was soldaat, hij gehoorzaamde slechts aan de bevelen, die liij uit Londen ontving; maar was hij van de goede bewaking van Napoleon verzekerd, dan zou liij zijn best doen, diens verblijf op het eiland zoo draaglijk mogelijk te maken.
De eerst maand, dit' Napoleon op Longwood doorbracht, ging vrij rustig voorbij; de keizer genoot steeds een goede gezondheid, men was in het schoone jaargetijde, de omgeving was nog nieuw en hij leed nog niet aan de ondraaglijke verveling, die werkeloos-
â m ~
heicl met zich brengt, Hij maakte wandelingen te voet en te paard en bracht nu en dan een bezoek in liel kamp van het 58^ regiment. Thuis dicteerde hij den Italiaanscben veldtocht aan den heer Las Cases, den veldtocht in Egypte aan maarschalk Eertrand en den veldtocht van het jaar 1S15 aan generaal Gour-gaud. In den namiddag ging iiij rijden met de dames Bertrand en Montholon, en de avond werd gewoonlijk doorgebracht met het lezen der voornaamste Fransche schrijvers.
Toen hij echter de bergvlakte van Longwood herhaaldelijk in alle richtingen had doorkruist, vond liij ze vervelend en eentonig; bij zijn wandelritten werd hem het gezelschap van den Hngelschen ol'ticier onuitstaanbaar en de invloed van het klimaat begon zich oj) zijn gestel te doen gevoelen; de vlakte, waar zijn woning stond, was onophoudelijk blootgesteld aan den hevigen Kaapschen wind, gras groeide er bijna niet ondanks de vochtige luchtgesteldheid, en een boschje magere gomboomen, die bijna geen schaduw afwierpen, was de eenige beschutting tegen de zon, die haar stralen brandend heet neerschoot op het geteerd linnen dak van Longwood. Bovendien was er geen water in de buurt; zijn bedienden moesten het op grooten afstand gaan halen en dan was bet nooit frisch of zuiver.
Op zijn uitstapjes te paard vergeleek Napoleon zijn ellendig, ongezond verblijf met de frisschere, beschaduwde valleien aan de noordzijde van het eiland en maakte de opmerking, dat men hem in een ongezonde en onaangename streek had geplaatst om hem des te beter te kunnen bewaken. Zijn gezellen verklaarden onomwonden, dat de Hngelschen hem door het klimaat wilden vermoorden. Napoleon glimlachte pijnlijk, hij had reeds lang
bemerkt, dat zijn kleine omgeving nog minder dan hij tegen de kwellingen der ballingschap bestand was; bun wrevel uitte zicli in scberpe woorden en in onderlinge twisten. Gourgaud was naijverig en jaloersch op lias Cases, die de bijzondere vertrou-weling des keizers scheen te zijn ; tusscben Hert rand en Montbolon ontstond eveneens herbaaldelijk ongenoegen. Evenals in de Tuileriën betwistte men elkander ook bier de gunst van Napoleon. Deze deed zijn best de herbaalde gesebillen bij te leggen en hen tevreden te stellen door aan ieder op de beurt bewijzen zijner genegenheid te geven.
April was begonnen en daarmee het slechte jaargetijde. Den 5Pn derzelfde maand kwam er een Engelscb schip te Jamestown met een nieuwen gouverneur voor het eiland, sir Hudson Lowe, die zich met de bewaking van den gevallen keizer een treurige vermaardheid zou verwerven.
Sir Hudson Lowe was een oflicier, half militair, half diplomaat, weinig welwillend van aard en lastig van humeur; hoewel hij niet de dwingeland was, die zijn afstuitend gelaat in liem deed vermoeden, lag het toch in zijn karakter, zijn wil door te drijven en zich scherp te zetten tegen den invloed van wien dan ook.
Nauwelijks was hij aan wal of hij begeerde van admiraal Cock-burn, wiens zending nu was afgeloopen, aan Napoleon te worden voorgesteld. Op Longwood beerschte de gewoonte, dat ieder, die bij Napoleon verlangde toegelaten te worden, zich aandiende hij maarschalk Bertrand en de admiraal zelf had steeds die gewoonte geëerbiedigd, waardoor den keizer althans nog een scliijn van vrijheid gelaten werd.
Hezen keer week de admiraal van die gewoonte af en reed
mot Hudson Lowe naar Longwoocl zonder zich van te voren te laten aandienen; zij werden echter niet toegelaten, Napoleon liet antwoorden, dat hij ongesteld was en niemand ontvangen kon.
Ãe gouverneur heet zich op de lippen, en op de vraag, wanneer generaal Bonaparte voor hem te spreken zou zijn, werd hem hescheid gegeven voor den volgenden dag.
Den volgenden dag hegaf zich sir Hudson Lowe in gezelschap van admiraal Cockhurn opnieuw naar Longwood, waar hij door Bertrand en Gourgaud hij den keizer werd toegelaten. Op het oogenhlik dat de gouverneur hij Napoleon binnentrad, stond de admiraal zonder daar op te letten met een der aanwezige personen te praten; onmiddellijk werd de deur achter sir Hudson Lowe gesloten en de bedienden, die in de meening waren, dat alleen den nieuwen gouverneur een onderhoud met den keizer was toegestaan, weigerden voor admiraal Cockhurn de deur te openen. Deze was over die weigering ten zeerste gestoord en reed met zijn adjudanten onmiddellijk naar Jamestown terug.
De begroeting tusschen Napoleon en sir Hudson Lowe was uiterst koel; de gevangen keizer ontving hein met vooringenomenheid en het gelaat van zijn bezoeker maakte op hem een allesbehalve aangenamen indruk; hij beklaagde zich over de harde behandeling, waaraan hij blootstond, waarop de gouverneur antwoordde, dat hij zijn best zou doen zijn moeilijke plichten overeen te brengen met het welzijn der ballingen; doch de toon, waarop hij dat zeide, voorspelde weinig goeds.
Nauwelijks had hij Plantiilioii House betrokken of hij beval, dat alle reglementen voor de bewaking der gevangenen met de uiterste strengheid zouden worden nageleefd; vele kleine, maar
daarom niet minder kwellende bepalingen, die onder admiraal Cockburn min of meer in onbruik waren geraakt, werden met alle scherpte toegepast en brachten onder de gevangenen een hevige verbittering te weeg. Toen sir Hudson Lowe op Longwood een tweede bezoek kwam brengen, ontving Napoleon hem nog met meer koelheid dan den eersten keer en verwees hem naar maarschalk Bertrand om over de toepassing der reglementen te spreken. Eer tra ml beklaagde zich op heftigen toon over de kwellingen, die de keizer te verduren had, en verklaarde, dat deze, indien de gouverneur zijn eischen niet matigde, zijn kamer niet meer zou verlaten; en indien die levenswijze voor zijn gezondheid nadeelig werd, zou hij, sir Hudson Lowe, zich voorde opinie der geheele wereld te verantwoorden hebben.
De gouverneur stoorde zich niet aan die bedreiging en vond zijn gedrag heel natuurlijk.
Eenigen tijd later kwam de Indische vloot to St.-Helena ankeren. Aan boord van een der schepen bevonden zich de gouverneur van Indië, Lord Moira, en zijn echtgenoote en beide booggeplaatste personen waren zeer verlangend Napoleon te zien. Daar deze echter bij zijn verklaring bleef, dat bij niemand wilde ontvangen, die niet eerst zijn toestemming daartoe verzocht had door bemiddeling van maarschalk Bertrand, verzon sir Hudson Lowe een ander middel om aan de nieuwsgierigheid zi jner gasten te voldoen zonder op Longwood een audiëntie aan te vragen. Hij zond een uitnoodiging aan Bertrand om op Phnilalioii Ifoiisr te komen dineeren en voegde er een bij voor Napoleon, met de woorden, âdat, indien (/CDontdl liotuipavlc zoo vriendelijk wilde zijn die aan te nemen, lady Moira zich zeer vereerd zou gevoelen, aan
hem to worden voorgesteld.quot; Hoewel de gouverneur volstrekt niet de bedoeling had, zijn gevangene te beleedigen, toonden zich Eertrand en Napoleon ten hoogste verontwaardigd over den vorm, waarin de uitnoodiging was gedaan (gt;11 zonden ze eenvoudig terug. Den eerstvolgenden keer dat Hudson Lowe op Long wood kwam, was de ontvangst niet alleen koel, maar Napoleon galquot; hem in scherpe taal van zijn misnoegen blijk.
âHet verwondert mij,quot; sprak hij, âdat gij de uitnoodiging hebt durven doen, die de groot-maarschalk n heeft teruggezonden. Zijt gij vergeten, wie gij /ijt en wie ik ben? Noch gij, noch uw regeering hebben het recht mij den titel te ontnemen, dien Frankrijk mij gegeven heeft, dien heel Europa beeft erkend en waarmee de nakomelingschap mij noemen zal. Of gij of Engeland dien erkent of niet, ik ben en blijf keizer Napoleon. Ik stel er trouwens weinig belang in, hoe gij mij noemt. Maar ik acht mij beleedigd, dat gij mij bij u in huis hebt willen lokken om mij voor te stellen aan de nieuwsgierigheid uwer gasten. De fortuin heeft mij verlaten, maar geen mensch ter wereld beeft het recht van keizer Napoleon een voorwerp van bespotting te maken.quot;
Hudson Lowe verontschuldigde zich en verliet den keizer, vol spijt en woede. Spoedig kwamen er nieuwe moeilijkheden. Lord Bathurst in Engeland eischte, dat de gezellen van Napoleon een acte zouden ondertcekenen, waarbij zij beloofden zich te onderwerpen aan alle maatregelen, die de Britsche regeering te hunnen opzichte beliefde te nemen; hij weigering zouden ze naar Europa worden teruggezonden. Hudson Lowe stelde liet stuk op, dat de ballingen moesten onderteekenen en waarin Napoleon weer als generaal Bonaparte werd betiteld. De gevangenen weigerden te
- ai'j -
onderteekonen; voor lion althans bleef Napoleon keizer. âTeekont niet,quot; raadde deze hen zelf aan, âlaat u liever naar Europa inschepen. Ik zal hier wel alleen blijven, mijn leven duurt toch niet lan^ meer, en dan kan de heele wereld weten, dat men mij om zulk een nietigheid van mijn laatste vrienden heeft beroofd.quot; De gouverneur was woedend, maar hij durfde zijn bedrei-
»
ging niet ten uitvoer leggen, en er Averd overeengekomen, dat Napoleon noch als generaal, noch als keizer zou worden betiteld, maar met zijn eigen naam zou worden genoemd. Hiermee namen de gevangenen ook genoegen.
Een andere plagerij was van ernstiger aard. Het geheele gevolg van Napoleon, de dienstboden meegerekend, bestond uit ongeveer 50 personen, en lord Bathurst had voor bun onderhoud een som vastgesteld van 20.000 p. st. (210.000 gulden). De Britsche regeering vond die som echter to lioog en wilde ze tot 8000 pond inkrimpen.
Het hatelijke van dien maatregel moest zelfs een man als Hudson Lowe erkennen, maar toch sprak hij er over met maarschalk Bertrand. Deze antwoordde op boogen toon, dat hij er niets van wist, waar de gouverneur hem over kwam spreken; dat zij het tocli al slecht genoeg hadden, maar dat niemand zich had beklaagd; dat niemand ooit had gevraagd hoeveel die levenswijze kostte, maar vooral dat zij er geen woord van tegen hun meester zouden zeggen. Toen sir Hudson Lowe echter rondweg verklaarde, dat bij dergelijke groote uitgaven niet kon toestaan, besloot Bertrand er Napoleon over te spreken. De keizer liet onmiddelijk antwoorden, dat het hem reeds hard genoeg viel het genadebrood van Engeland te moeten eten, dat hij op eigen
kosten verlangde te leven, en dat hij nogmaals eisehte vrij te zijn in zijn correspondentie met Europa door middel van gezegelde brieven. Mij had immers nog familie en vrienden en dezen zouden hem geen gehrek laten lijden, zoodat Engeland dan zelfs zijn 8()()() p. st. houden kon.
Hudson Lowe liet zeggen, dat Bonaparte kon schrijven zooveel hij wilde, maar dat zijn hrieven geopend moesten worden afgegeven. Als antwoord op die nieuwe plagerij heval Napoleon aan zijn intendant Marchand een gedeelte van zijn zilverwerk, dat toch in te groote hoeveelheid voorhanden was, naar Jamestown te hrengen om daarmee de leveranciers te helaIen; vooraf echter werd alles stukgeslagen, opdat met die voorwerpen, geen handel zou kunnen gedreven worden als hebbende aan Napoleon toebehoord. Die maatregel verwekte heel wat opschudding op het eiland, de bewoners vonden het laag, dat de keizer verplicht was zijn zilverwerk te verkoopen om in zijn onderhoud te voorzien, en sir Hudson Lowe liet spoedig meedeelen, dat hij het op zich nam de kosten Aran het onderhoud der gevangenen voorloopig te houden op 12(K)() pond.
Zonder dat iemand er iets van wist, had Napoleon bij den bankier Laffitte te Parijs een som van vier millioen franks gedeponeerd; bovendien had hij ongeveer JJó0.000 t'rs. naarSt. Helena meegenomen en zijn gezellen ongeveer 200.000 frs. Napoleon bewaarde dat geld in 't geheim als zijn laatste reserve en gebruikte het om nu en dan kleine diensten te beloonen.
Inmiddels was admiraal Cockburn teruggeroepen en opgevolgd door sir Pulteney Malcolm; deze legde hij Napoleon verschillende bezoeken af en was niet ongevoelig voor het lijden van den
- 351
hoogon balling. Naast Longwood liet liij door zijn matrozen een groote fraaie tent opslaan, opdat de keizer ook buitenshuis zich eenigermate tegen de zonnestralen zou kunnen beschutten; oprecht speet hem de slechte verstandhouding tusschen den keizer en sir ITudson Lowe, en met veel moeite wist hij Napoleon over te halen, den Engelschen gouverneur nogmaals bij zich te ontvangen.
Na vele bedenkingen stemde Napoleon toe en ontving in tegenwoordigheid van den admiraal met beleefdheid den gouverneur, die niet zonder schroom voor zijn lieren gevangene stond; de gouverneur verontschuldigde zijn gedrag, maar toen hij op onhandige wijze de kosten van het onderhoud der gevangenen ter sprake bracht, verloor de keizer alle gematigdheid.
âliet verwondert mij, mijnbeer,quot; zoo viel bij uit, âdat gij met mij over zulk een zaak durft spreken. Ik ben niet gewoon mij te bemoeien met wat er in mijn keuken omgaat ; als gij er wilt gaan kijken, doe bet dan, maar spreek er mij niet over.quot; Tegenover dien man, wiens gelaat alleen hem reeds afschuw inboezemde, kon Napoleon zich niet bedwingen, en den gouverneur den rug toekeerend, begon bij met sir Malcolm te praten, alsof Hudson Lowe zich niet in hun tegenwoordigheid bevond. De admiraal trachtte den gouverneur te verontschuldigen met te zeggen, dat deze slechts aan bevelen van hooger band gehoorzaamde. Napoleon antwoordde, dat er bevelen zijn, die een man van eer niet ten uitvoer legt, dat Hudson Lowe trouwens geen echte soldaat was cn meer gewoon was met de pen dan met den degen om te gaan.
Na die nieuwe beleediging ging sir Hudson Lowe heen en
verklaarde driftig, dat hij nooit meer een voet op Long wood zou zetten.
Er volgden weer treurige dagen voor den gevangene; het paardrijden had hij geheel opgegeven, daar het hem verveelde steeds in denzelfden lering rond te draaien en daarbij door een Engelsch officier gevolgd te worden. Als de Kaapsclie wind vaakdagen achtereen over de hoogvlakte van Longwood streek, verliet de keizer zijn woning in 't geheel niet, en dat gemis aan beweging en frissche lucht werkte nadeelig oj) zijn gezondheid en stemde hem tot sombere gedachten; dikwijls leed hij aan pijn in de zijde, het eerste voorteeken der kwaal, waaraan hij sterven zon, en zocht daarvoor leniging in het baden, doch het veelvuldig en langdurig gebruik daarvan verzwakte zijn gestel. Zijn cenig tijdverdrijf bestond in het opstellen zijner gedenkschriften, in het lezen van geschiedkundige boeken en in gesprekken over den vervlogen tijd. De keizer scheen er dan behoefte aan te hebben zijn vroeger gedrag te rechtvaardigen en zicli te verdedigen tegen de aantijgingen zijner vijanden. Vaak sprak hij over Kleber en Desaix, beiden op één dag gestorven, de eerste vermoord in Egypte, de tweede gesneuveld in den slag bij Marengo, en l'ij wees er op, hoeveel hem gelegen was aan liet behoud dier mannen, van wier dood hij beschuldigd werd.
Doch als hij zich rechtvaardigen wilde over het donkerste punt in zijn leven, den moord op den hertog van Enghien, dan werd hij driftig en opgewonden, dan riep hij met trillende stem, dat hij uit zelfverdediging bad gehandeld en weer zoo handelen zou â maar hij kon het schrikbeeld van den vermoorden jongen Condé niet van zich verwijderen, en de pijnlijkste uren
Napoleon.
- 353 -
23
zijner gevangenschap waven die, waarop hij dacht aan den on-golukldgen hertog.
Fn December vertrok Las Cases met zijn zoon naar Europa; hij had twist gehad met den gouverneur wegens het ontduiken der hevelen omtrent de hriei'wissoling, en hoewel het geschil in zooverre was bijgelegd, dat Las Cases op bet eiland kon blijven, liesloot iii j toch naar Europa terug te keeren om daar ter gunste van Napoleon werkzaam te zijn, tevens, en wellicht nog het meest, omdat de gezondheid van zijn zoon, die het tropisch klimaat niet verdragen kon, te wenschen overliet.
Mi 011-
O U F l) S T Li Jv X V I.
iropa; uiken liil in
ij ven, quot;quot;imsto g het
fiA.VJ'STK f)()(i ION' ItM K K KN ION DOOI) 1JES k'EIZKKS. â NASCHRIFT,
l Kll-
o invloed van liet klimaat deed /icli ook op Najioleon gevoelen, li ij leed veel aan pijn in de zijde en koude voeten, terwijl zijn beenen sterk waren opgezwollen; de Engelsche scheepsdokter O'Mearn had van sir Hudson Lowe verlol' gekregen op liongwood te verblijven en raadde zijn patiënt dringend aan meer beweging te nemen. De gouverneur zeil' maakte zich omtrent den gezondheidstoestand van zijn gevangene ongerust; zei I's in l'higeland waren stemmen opgegaan, die de behandeling afkeurden, welke de gevangene van St.-Helena onderging, en Hudson Lowe was bang, dat de keizer te spoedig zou sterven. Dit belette hem echter niet Napoleon weer spoedig van zijn dokter te berooven, daar het ontdekt was, dat O'Meara meer dan wenschelijk was den keizer met liet nieuws uit Europa op de hoogte hield. Eenigen tijd vroeger was een der gezellen van Napoleon, generaal Gourgaud, eveneens naar Europa teruggekeerd; aanhoudende twisten om den voorrang met de i'amilie Monthoion en Bertrand hadden Napoleon doen besluiten, den generaal zijn ontslag te geven.
Naarmate de» ziekelijke toestand des keizers verergerde, begon liij ernstiger na te denken over God en godsdienst. Napoleon was niet godsdienstloos, hij was geen vrijdenker, maar omtrent den godsdienst hield hij er zonderlinge begrippen op na; zijn machtige geest begreep dat er een God bestaat, die de wereld richt, maar diezelfde geest verzette zich tegen de verplichtingen Aan een godsdienst, dien hij menschenwerk noemde. âAlles verkondigt het bestaan van God,quot; zeide hij in liet dagboek van St.-Helena, âdat is ontwijfelbaar; maar al de godsdiensten zijn blijkbaar kinderen der mensclien. Toch, zoodra ik de macht in handen kreeg, heb ik mij gehaast den godsdienst te lier-stellen. Ik bediende er mij van als van grondslag en wortels. Zij was in mijn oogen de steun der goede moraal, der ware grondbeginselen, der goede zeden.'
Toen iemand uit zijn omgeving hem durfde zeggen, dat hij o]) het einde zijns levens nog godvruchtig zou worden, antwoordde de keizer met overtuiging, dat hij vreesde van niet en dat hij dat zeide met groote spijt, want het zou ongetwijfeld een groote vertroosting voor hem zijn. âEn toch,quot; vervolgde hij, âde mensch moet nergens op zweren, vooral niet wat zijn laatste oogenblikken betreft .... Onder het keizerrijk en vooral na mijn huwelijk met Maria Louise stelde men alles in het werk, opdat ik even als de vroegere koningen met groote plechtigheid in de Notre-Dame te communie zou gaan, maar ik deed het niet, ik geloofde niet genoeg om daar vrucht uit te trekken en ik geloofde te veel om mij aan een heiligschennis bloot te stellen.quot;
Op aandringen van Montholon en Marchand hervatte Napoleon weer voor korten tijd bet paardrijden en die beweging werkte
â 356 â
gunstig op zijn gestel, zoodat hij zijn werkzaamheden en studimi hervatte. Ue beterschap hield echter niet lang aan. In de eerste maanden van 1815) leed de keizer weer aan hevige maagpijn, vergezeld van brakingen, en had een he vigen af keer van alle voedsel ; de Engelsche dokter Stokoe bezocht hem eenige malen, doch liet vertrouwen, dat Napoleon in hem stelde, wekte de argwaan van Hudson Lowe en aan Stokoe werd de toegang tot Longwood ontzegd. Napoleon voelde dat zijn einde niet ver meer af was; hij had weinig vertrouwen in de kunst der geneesheeren en zag den dood met kalmte te gemoet; des te pijnlijker in zijn zieko lijken toestand viel hem het vertrek van mevrouw Montholon, die naar Europa terugkeerde om do opvoeding van haar kinden,1-a te voltooien.
Tegen het einde van het jaar 'It) nam de ziekte langzaam maar voortdurend toe. Napoleon verliet zijn kamer niet meei', en de officier, die in last had zich dagelijks van Napoleon's aamvezigheid te overtuigen, kreeg hem soms in geruiinen tijd niet te zien. De gouverneur, die maar bang was dat zijn gevangene ontsnappen zou, vond daarop een middel uit om zijn ondergeschikten rechtstreeks met den bewoner van Longwood in gemeenschap te brengen. Tot dusver ontving Napoleon zijn correspondentie door bemiddeling van maarschalk Eertrand, doch nu verordende Hudson Lowe, dat brieven enz., den keizer persoon-lijk moesten worden ter hand gesteld. Na eenige dagen meldde zicli op Longwood een officier aan met een briefje voor Napoleon Eonaparte ; Marchand, die lont rook, zeide dat iedere boodschap aan keizer Napoleon moest bezorgd worden door bemiddelin»-van maarschalk Eert rand; de officier verwijderde zich daarop.
â 357 â
Do keizer toonde zieli over de handehvijze van den gouverneur ten hoogste verontwaardigd, en vreczond, dat men zicli missel tien met geweld toegang tot zijn vertrekken zou verseliaf-fen, nam liij een kras besluit. Hij laadde zijn pistolen, beval zijn bedienden eveneens te doen, en er werd besloten den eerste den beste, die bet zou wagen zijn kamer binnen te dringen, een kogel door den kop te jagen.
Den volgenden dag kwam de gouverneur zelf met een talrijken staf en verklaarde aan Montbolon, dat bij met geweld zijn zin door zou drijven. Daags daarop verscheen er weer een officier, die aan Napoleon Bonaparte een boodschap had af te geven. Marehand verwees hem weer naar Bertrand, doch de oflicier liet zich niet afschepen en drong bet huis binnen; Napoleon zat te lezen en hield zijn pistolen gereed; zijn bedienden stonden allen bij de deur om hun meester tegen die laatste beleediging te ver, dedigen. De oflicier stiet tegen alle deuren, doch ze waren gesloten; hij waagde bet niet ze door zijn gevolg te laten open breken en keerde onverriebterzake naar Planlalion House terug.
Hudson Lowe durfde niet verder gaan en bepaalde zich tot bedreigingen, waarvan het eenig gevolg was, dat de afkeer tussehen den gouverneur en zijn gevangene nog grooter werd.
(Jeruinu'n tijd geleden bad Napoleon naar zijn oom, kardinaal Fesch, geschreven dat deze hem een dokter zou zenden en een lloomseh-Katholiek priester; op het eiland bevond er zich geen, en toen een van 's keizers bedienden was komen te overlijden, waren de begrafenispleehtigheden door een protestantschen aalmoezenier verricht. Tegen het einde van het jaar 1S1!) ontscheepten op St.-Helena de jonge Italiaansche dokter Antomarchi en twee
â 358 -
geestelijken, die door kardinaal Eescli waren gezonden; de eene was de ahbé Bnonavita, gewezen missionaris in Mexico en reeds een man op jaren; zijn jonger gezel was de abbé Yignale.
Zij werden met hartelijkheid door Napoleon ontvangen; zij brachten hem berichten van zijn moeder, van zijn zuster Pauline en van zijn broers Lucien en Joseph, die aanboden naar St.-Helena te komen, maar dat aanbod wees Napoleon van de hand.
Hij was nu in do gelegenheid de 11. Mis te hooren en gaarne , maakte hij er gebruik van; de groote gemeenschappelijke eetzaal werd tot kapel ingericht en daar konden de ballingen iederen Zondag aan hun godsdienstplichten voldoen. De keizer ging er altijd heen, maar dwong niemand zijn voorbeeld te volgen; evenmin duldde hij op dat punt ongepaste opmerkingen, en de jonge, verwaande dokter Antomarchi, die voor het Mis hooren den neus optrok, haalde zich spoedig een geduchte berisping op den hals.
Ook in de bekwaamheid van den dokter scheen Napoleon niet A'cel vertrouwen te stellen â over 't algemeen gelooide hij niet aan de kunst dei geneesheeren; toch liet iiij zich onderzoeken, maar verklaarde al heel spoedig, dat hij aan zijn ziekte wilde sterven en niet aan de geneesmiddelen.
Met het schip, dat de twee geestelijken en den dokter aan land had gezet, waren ook eenige kisten boeken gekomen. Hoe ziekelijk Napoleon ook was, toch wilde bij, dat ze in zijn tegenwoordigheid geopend werden; hij hoopte namelijk dat ze nog iets anders dan boeken zouden bevatten. En inderdaad, op den bodem van een der kisten vond hij een geschilderd portret van zijn zoon, die onder den naam van hertog van Keichstadt
in Oostenrijk leefde. Met ontroering greep de keizer het portret
van zijn eenig kind; langen tijd bescliouwdc liij liet en hing ||
het zelf in zijn kamer op om het altijd onder oogen te hebhen.
De hoeken, die hem uit Europa werden gezonden, verschaften hem wel is waar eenige afleiding, doch ten gevolge van het gemis aan vrije beweging in de open lucht verergerde zijn ziekte met den d;ig. Even als de doctoren ü'Meara en Stokoe verzekerde Antomarchi, dat lichaamsbeweging allernoodzakelijkst was voor het herstel zijner gezondheid, maar Napoleon had nog altijd een afkeer van paardrijden, daar het gezelschap van den Engelschen ofticier hem onuitstaanbaar was. Op zijn desbetreffende opmerking verzekerde Antomarchi, dat het omspitten van den grond een even gezonde beweging was als paardrijden ; dat was voor Napoleon een lichtstraal, oogenblikkelijk ging hij aan 't werk en de heele kolonie werd verplicht mee te arbeiden.
liet was in het begin van 1820 en mooi weer. 's Morgens al om vier uur gingen de bewoners van Longwood mot de spade aan den arbeid, en Montholon, Bertrand en Marchand moesten evengoed die karwei mee maken als de minste bedienden. Napoleon, gekleed als een Oost-Indischen planter en mot een hreed-geranden stroohoed, geleidde de werkzaamheden, die hern oen aangename afwisseling boden en weldra een gunstigen invloed hadden op zijn gezondheid. Het eerste werk bestond in het op-werpen van een hoogen aarden wal om de gebouwen en den tuin van Longwood tegen de zuid-oostemvind te beschutten;
daarna werden hoornen geplant en een waterleiding gegraven.
Tegen tien of elf uur, als de zon te warm werd, stak men de spade in den grond; dan ging de keizer met zijn lieden ontbijten
- 1)6(1 â
ondor de groote tent, naar twee tafels gedekt stonden, een voor liem en zijn voornaamste gezellen, do andere voor de dienstboden; na alloop van liet ontl)ijl hloef de keizer van het werk uitrusten en bracht het overige van den dag met wetenschappelijken arbeid door. Napoleon las de hem toegezonden boeken, maakte er kantteekeningen bij en dicteerde aan Marchand bet leven van den Uomeinschen veldheer .1alius Caesar.
Deze levenswij/e werd verscheidene maanden lang gevolgd. De ziekte des keizers scheen echter reeds te krachtig wortel te hebben geschoten, zij kon tegengehouden, maar niet meer uitgeroeid worden; toen het schoone seizoen op St.-Helena ten einde liep, begonnen ook de krachten des keizers af te nemen. Op zijn ijver en werklust der laatste maanden volgde een tijdperk van uitputting; Napoleon bleef weer dagen lang in zijn kamer, zwaarmoedig gestemd en lusteloos, ter prooi aan zijn oude kwalen : gezwollen beenen, koude voeten en moeilijke spijsvertering, liet einde des jaars bracht geen verandering in dien toestand, de balling voelde zijn einde nabij en zag met kalmte bet naderen van den dood.
liet jaar 1K21 zou voor Napoleon bet laatste zijn. In 't begin van Januari ondervond hij eenige beterschap, doch ze hield geen stand. âDat is een uitstel van een of twee weken, dan herneemt de kwaal weer haar loop,quot; zeide liij tegen den getrouwen Mar-chand, wien bij zijn laatste bladzijden over Julius Caesar dicteerde. Korten tijd later vernam hij uit de dagbladen den dood zijner zuster Elisa ; de keizer w as er door aangedaan. âKomaan,quot; sprak hij, âzij wijst mij den weg, illt; zal baar volgen.quot;
De ziekteverschijnselen openbaarden zich weldra bij den
keizer met meer hevigheid dan ooit; zijn gelaat was matbleek, zijn oogen diep in de kassen gezonken en zijn maag gaf alle voedsel terug. Dientengevolge namen zijn krachten snel af; een brandende dorst begon hem te kwellen en zijn pols koortsig te slaan. Hij verlangde naar frissche lucht, maar kon ze niet meer verdragen; het licht pijnigde zijn oogen, hij kwam niet meer bniten de twee kleine vertrekken, waar zijn beide veldbedden stonden, en liet zich van het eene bed op het andere dragen. Het dicteeren had hij opgegeven, maar hij liet zich nog voorlezen uit Homerus en uit de krijgsverrichtingen van den Car-thager Hannibal.
Februari ging tusscben hoop en vrees voorbij. Maart bracht slechts vererging zijner ziekte mee. Den 17equot; kwam Napoleon voor de laatste maal buiten ; hij snakte naar versche lucht en wilde een rijtoertje maken, doch nauwelijks was hij buitenshuis of hij dreigde in zwijm te vallen en werd weer naar binnen gedragen en op zijn bed gelegd, waar hij niet meer van zou opstaan.
âIk kan niet meer,quot; kermde de keizer, âde monarchen, die mij kwellen, kunnen weldra gerust zijn.quot;
De man, die over bijna een half werelddeel had geheerscht, die als een geesel des oorlogs Europa was doorgetrokken en volken had vertiapt onder de hoeven van zijn paard, lag nu hulpeloos neer op bet ziekbed, wachtend op het uur, dat hij even als de minste zijner onderdanen door den dood zou worden opgeroepen. âGod alleen is groot!quot; Dat woord, dat Massillon eenmaal sprak bij de lijkbaar van Lodewijk XIV, zou nog trell'ender bevestiging vinden bij het sterfbed van den eersten Napoleon.
â 3Ã2 -
Dag on nacht waakten zijn trouwe dienaren aan zijn legerstede; de gordijnen bleven zorgvuldig gesloten, daar het licht den hoogen lijder hinderde, en gedurende meer dan veertien dagen l\on de Engelsche oflicier, die te Longvood verbleef, zich niet van de aanwezigheid des keizers overtuigen.
Sir Hudson Lowe maakte zich doodelijk ongerust; hij vreesde maar, dat er comedie gespeeld werd en dat zijn gevangene plannen smeedde om te ontsnappen. De ofliciei slaagde er niet in hem gerust te stellen en ontving bevel desnoods de deur open te breken om zich van de aanwezigheid van Napoleon te overtuigen. Hij paste er echter wel op tot dat laatste middel zijn toevlucht te nemen, maar sprak er met Montholon en Mar-chand over of er geen mogelijkheid bestond den keizer te zien. Montholon, die niet even als de groot-maarschalk lierthrand overal de eer des keizers mee gemoeid zag, liet den oflicier buiten voor een raam gaan staan en zette het half open op het oogenhlik dat de zieke; van het eene bed naar het andere werd gedragen.
Denzelfden dag kreeg Hudson Lowe bericht, dat de ziekte des keizers niet was geveinsd, maar integendeel dat hij den dood nabij was. Die tijding stelde den gouverneur op dat eene punt gerust, maar was tevens oorzaak van nieuwe zorg. Als hij er niet voor waakte, dat Napoleon voldoende geneeskundige hulp ontving, zou de heele wereld hem beschuldigen, dat' hij zijn gevangene bad laten sterven zonder iets te doen om hem te red-0 /
den, wat bijna met een moord gelijk stond; hij drong er dus op aan dat Dr. Antomarclu de hulp zou aanvaarden van een dokter van het eiland, en Antomarclu, die niet graag alleen de verantwoorde-
lijklieid droeg der vei,2)leging des keizers, vroeg uit eigen beweging de assistentie van een of twee doctoren. Napoleon wilde er echter niets van weten, maar op aandringen zijner vrienden stemde hij er ten laatste in toe dat een Engelscli militair dokter liem behandelen zou. Hij ontving den dokter met welwillendheid, luisterde aandachtig naar zijn raadgevingen, maar volgde er geen eene van op, zeggende, dat hij rustig wilde sterven.
April was half voorbij, zonder dat er beterschap kwam. De keizer begreep dat zijn dagen geteld waren en besloot zijn testament te maken. Hij bezat nog een som van vier millioen franks, die heimelijk bij den Parijschen bankier Laffltte was gedeponeerd, benevens de rente van dat kapitaal en een som gelds, die hij aan prins Eugène had toevertrouwd. Zijn 350.000 franks in goud, die hij naar St.-ITelena had meegebracht, waren nog onaangeroerd. Hij verdeelde ze onder Montholon, Bertram!, Mar-chand en zijn overige bedienden om lum allen de middelen te verschaffen naar Europa terug te keeren en de eerste onkosten hunner vestiging te bestrijden. A an de vier millioen franks, die in Frankrijk op rente stonden, vermaakte hij er twee aan Montholon, 700.()()() aan den groot-maarschalk Bertrand en omstreeks 500.000 aan zijn trouwen Marchand, die tevens den diamanten collier van koningin Hortensia ontving. Het overige verdeelde hij onder zijne dienaren naar gelang den rang, dien zij bekleedden, en deed zijn best allen een onbekommei'den ouden dag te bezorgen na hun terugkeer in Europa. Dokter Antomarchi en abbé Vignale, de eenige der twee priesters, die op St.-Helena was gebleven, (Buonavita was reeds naar Europa teruggekeerd) deelden ook in de goedgunstigheid des keizers.
- 'M -
Versclioidcne dagen liad Napoleon doorgebracht om die uiterste wilsbeschikkingen te treffen en ze oi) schrift te brengen. Tot uitvoerders van zijn testament werden Montbolon, Bertrand en Marchand benoemd en aan hen gaf hij al zijn bezittingen over, opdat er later bij de verdeeling geen twist zou ontstaan.
Napoleon's testament, dat den 1 r)ei1 April gedagteekend was, begon met de woorden: âIk sterf in den schoot der katholieke, apostolische en lloomsche kerk, in wier schoot ik voor meer dan vijftig jaren geboren ben. Ik verlang, dat mijne assche zal nisten aan de oevers der Seine, te midden van het Fransche volk, dat ik zoozeer heb liefgehad.quot; Het opschrift van zijn testament was ongetwijfeld de uiting van een overtuigd katholiek, maar met minder christelijke gevoelens sprak liij over den dood van den hertog van Enghien. Jlet spookbeeld van den jongen hertog scheen hem nog altijd voor oogen te zweven en zelfs in zijn testament beproefde Napoleon zich van dien ge-rochtelijken moord te rechtvaardigen met de betuiging, dat hij in gelijke omstandigheden eveneens handelen zou. Ook aan Engeland kon liij zijn verbanning oj) St.-Helena niet vergeven. Toen de Engelsche regiments-dokter Arnold de ziekekamer binnentrad, zeide de keizer :
â't Ts gedaan, de slag is gevallen. Mijn einde nadert en ik ga mijn lichaam aan de aarde teruggeven. Treed nader, Bertrand, en vertaal aan mijnheer wat ik u zeggen ga.
â Ik kwam mij neerzetten aan den haard van het Britsche volk, ik vroeg een ridderlijke gastvrijheid. Tegen alle recht ter wereld antwoordde men mij door mij in kluisters te slaan. Anders zou ik ontvangen zijn door Alexander, door keizer Erans,
door den koning van Pruisen. Maar Engeland was bestemd om de koningen te overvallen en weg te voeren en aan de wereld het ongehoord schouwspel te leveren van vier mogendheden, die hun woede koelen aan een enkel man. Uw ministerie heeft deze afschuwelijke rots uitgekozen, waar in minder dan drie jaren het leven der Europeanen verwoest wordt, om er het mijne te eindigen door een moord. En hoe hen ik behandeld sinds ik op deze klip verbannen hen? Er is niet één onwaardige behandeling of gij hebt zlt;1 mij met vreugde aangedaan. De eenvoudigste gemeenschap met mijn familie, die zelfs, welke nooit aan iemand verboden wordt, gij hebt ze mij geweigerd; mijn vrouw en mijn zoon hebben niet geleefd voor mij; gij hebt mij zes jaren lang in de pijnlijkste onzekerheid gelaten. Op dit ongastvrij eiland hebt gij mij de minst bewoonbare streek tot woning aangewezen, die, waar het moordend klimaat der tropen zich het meest doet gevoelen; gij hebt mij opgesloten binnen vier planken wanden, ik, die te paard heel Europa doorkruiste! Gij hebt mij langzaam vermoord, met voorbedachten rade. . . . Gij zult ten gronde gaan gelijk de trotsche republiek Venetië, en ik, stervend op deze akelige rots, beroofd van de mijnen en alles ontberend, ik vermaak de bitterheid van mijn dood aan het huis van Engeland.quot; Maar spoedig vonden in het hart van Napoleon zachtere gevoelens plaats. Toen zijn ziekte nog meer verergerde, liet hij den abbé Vignale aan zijne legerstede komen en sprak hem zijne biecht. Wegens herhaalde brakingen kon hij de II. Communie niet ontvangen, maar hij biechtte drie keer en ontving het II. Oliesel.
De stervende keizer voelde zich gelukkig, nu hij in zijn hart
3ü6 â
een vrede smaakte, die hij sinds lange jaren niet meer gekend had.
âTk hen gelukkig,quot; zeide hij tegen Montholon, ânu ik mijn plichten vervuld heb! Generaal, ik wensch u hij uw dood een zelfde geluk toe. Ik liad er behoefte aan, ziet gij, want ik ben Italiaan, een kind van Corsica. Op den troon heb ik mijn plichten niet vervuld, omdat de heerschappij de menschen bedwelmt; maar ik heb toch altijd het geloof behouden. Het gelui der klokken deed mij genoegen en ik werd ontroerd bij het zien van een priester. Ik wilde hier een geheim van maken, doch dat zou maar zwakheid zijn. Ik wil eere geven aan God, generaal ; geef bevel, om in de aangrenzende kamer een altaar op te richten en het allerheiligste uit te stellen. Ik geloof niet, dat het God behaagt mij de gezondheid terug te geven, maar ik wil er om bidden. Laat daar het veertig-urengebed verrichten....quot; Maar na een oogenblik nadenken hervatte de keizer: âNeen, waarom u met die verantwoordelijkheid belasten? Men zou zeggen, dat gij het uit eigen beweging hebt bevolen. Ik zal zelf de noodige orders geven.quot;
Hij gal' ze inderdaad en gelaste abbé Vignale de voorschriften van den katholieke godsdienst bij zijn begrafenis in acht te nemen.
Dokter Antomarchi, die bij het gesprek tegenwoordig was, glimlachte daarover, als wilde hij zeggen, dat hij zich boven die kinderachtigheden verheven waande; maar Napoleon meende het anders.
âJongmensch,quot; zeide hij op strengen toon tegen den dokter, âgij hebt misschien te veel verstand om aan God te gelooven;
ik ben nog zoo ver niet..... Al wie wil is nog geen god-
looclienaai'.quot;
Dc dokter boog liet hoofd onder die welverdiende bestralTing en haastte zich van betere en meer christeli jke gevoelens blijk te geven.
Al die toebereidselen hadden Napoleon afgemat en de daarbij gevorderde inspanning zijn einde verhaast, maar altijd kalm wachtte hij het laatste uur at' en zeide tegen Montholon en Marchand : âNu ik zoo goed orde op mijn zaken heb gesteld, zou het wezenlijk jammer zijn niet te sterven.quot;
Langzaam liep April ten einde. 13e krampen, de brakingen, de koorts en de brandende dorst hielden aan en de krachten des keizers namen meer en meer af.
Een oogenblik nog was er beterschap gekomen in zijn toestand en zijn omgeving verheugde zich daarover. âGij bedriegt u niet,quot; sprak de keizer, âik ben beter, maar ik voel niettemin, dat mijn dood nabij is. Gij zult terugkeeren naar Europa met de afstraling van mijn roem, met de eer van een edele toew ijding. (Jij zult geacht worden en gelukkig zijn. Tk, ik ga terugkeeren naar Kléber, Lannes, Desaix, Masséna, l{essi(Nres, Duroc, Ney !... Zij zullen mij te gemoet komen, zij zullen nog eenmaal de bedwelming smaken der menschelijke glorie. Wij zullen samen praten over wat we gedaan hebben; we zullen over ons ambacht praten met Erederik, Turenne, Condé, Caesar, Hannibal...quot; en glimlachend voegde hij er bij; âals ze ten minste niet bang zijn daarboven zooveel militairen bij elkaar te zien.quot;
Den lequot; Mei voelde Napoleon zich zoo goed, dat hij wilde opstaan, maar hij had zijn krachten overschat, een flauwte dwong hem zich weer naar bed te begeven.
- 368 -
De twee volgende dagen namen de koorts en krampen toe, docli in zijn heldere oogenblikken vond de keizer nog de kracht om twee nota's te dicteeren over de verdediging Aan Frankrijk tegen een vijandelijken inval. Den 3en Mei begon hij te ijlen: zijn einde naderde met rassche schreden. Men was in liet slechte seizoen op St.-Helena; een vreeselijke storm, met regenvlagen vermengd, gierde over de vlakte van Longwood en deed de huizen schudden; met donderend geraas beukte de zee de rotsen van het eiland en voor de woning des keizers werden verschillende boomen ontworteld door den geweldigen wind ; maar het woeden der elementen stoorde den zachten doodstrijd niet van den lijder, die zoovele stormen over Europa ontketend had.
Den .V'11 Mei was het ieder duidelijk, dat de laatste dag voor den keizer was aangebroken, en al zijne dienaren wachtten, om zijn sterfbed geknield, zijn laatsten ademtocht af. Buiten de deur der kamer stonden zwijgend en stil een aantal Engelsche officieren, die niet eerbiedige belangstelling van het verloop dei-ziekte kennis namen.
Tegen den middag verminderden de pijnen, de keizer scheen in lichte sluimering te liggen; eindelijk tegen halfzes verbrak liij de doodsche stilte en riep met verzwakte stem: âMijn zoon! Frankrijk!.... Frankrijk!quot; Een kwartier later kruiste hij de armen over de borst en fluisterde: âHoofd!..., leger!....quot; nog een zucht, en keizer Napoleon de Eerste had den geest gegeven.
Juist ging de zon in de wateren der wereldzee onder en kondigde het kanon der forten het uur aan voor het betrekken der wachtposten.
â ym» â
Napoleon,
Nauwelijks was Napoleon overleden, of zijn gezellen legden hem oj) een ijzeren veldbed en Marchand bedekte lieiu met den langen mantel, dien bij als eerste consnl te Marengo bad gedragen.
Van alle kanten van bet eiland kwamen de Engelscbe troepen en de bewoners toegesneld om den doode te zien; ook sir Hudson
Ã
ÃUAK VAX IsrAPOLKON I 01' ÃT. IIELENA.
Lowe was een der eersten, die buide kwam betuigen aan bet stoffelijk overschot van zijn gevangene. Twee dagen bleef bet lijk tentoongesteld, den 8quot; Mei werd bet gebalsemd, bekleed met de uniform der jagers te paard van de keizerlijke garde en in een vierdubbele kist besloten. Het bleek, dat maagkanker de
â 37ü â
T
hoofdoorzaak was geweest van Napoleon's dood, maar ook verdriet, verkropte spijt en gemis aan de noodige lichaamsbeweging hadden zijn einde verhaast.
Den !)quot; had de plechtige uitvaart plaats; geheel de bewolking van het eiland was er hij tegenwoordig; voort)]) ging de kleine Fransche kolonie, dan volgden de Engelsclien, ieder naar zijn rang en stand, met sir Hudson en lady Lowe aan het hoofd, die heiden den rouw droegen.
Toen het stoffelijk overschot des keizers den laatsten zegen van den priester had ontvangen, werd het neergelaten in het graf, dat bereids was gereed gemaakt, en twaalf kanonschoten verkondigden aan den oceaan, dat de balling van St.-Helena in den schoot der aarde rustte onder de hoede der Engelsche vlag.
Het graf van Napoleon lag in de schilderachtige (Jeranium-vallei, waar hij menigmaal rust en verkwikking gezocht had; ook had bij verlangd op die plaats begraven te worden indien zijn lijk niet naar Frankrijk kon worden gebracht.
Nauwelijks was Napoleon overleden, of zijn gezellen legden hem op een ijzeren veldbed en Marcliand bedekte bem niet den langen mantel, dien bij «Is eerste consul te Marengo bad gedragen.
Van alle kanten van bet eiland kwamen de Engelscbe troepen en de bewoners toegesneld om den doode te zien; ook sir Hudson
Ã
Ou af van Napoleon I oi' Ãt. IIelkna.
Lowe was een der eersten, die buide kwam betuigen aan bet stoffelijk overschot van zijn gevangene. Twee dagen bleef bet lijk tentoongesteld, den 8quot; Mei werd bet gebalsemd, bekleed met de uniform der jagers te paard van de keizerlijke garde en in een vierdubbele kist besloten. Het bleek, dat maagkanker de
- 370 -
hoofdoorzaak was geweest van Napoleon's dood, maar ook verdriet, verkropte spijt en gemis aan de noodige lichaamsbeweging hadden zijn einde verhaast.
Den i)quot; had do plechtige uitvaart plaats; geheel de bevolking van hot eiland was or bij tegenwoordig; voorop ging de kleine Fransclie kolonie, dan volgden de Engelsehen, ieder naar zijn rang en stand, mot sir Hudson on lady Lowe aan hot hoofd, die heiden den rouw droegen.
Toen liet stoll'olijk overschot dos keizers don laatsten zegen van den priester had ontvangen, werd het neergelaten in het graf, dat bereids was gereed gemaakt, en twaalf kanonschoten verkondigden aan den oceann, dat do balling van St.-Helena in den schoot der aarde rustte onder de hoede der Engelscbe vlag.
Het graf van Napoleon lag in de schilderachtige Geraniumvallei, waar liij menigmaal rust en verkwikking gezocht had; ook had hij verlangd op die plaats begraven te worden indien zijn lijk niet naar Frankrijk kon worden gebracht.
De dood van den Franschen keizer vond weerklank in Europa, vooral in Frankrijk. Zijn aard getrouw, was liet Fransche volk al spoedig het doorgestane leed vergeten, liet luid slechts oog voor den roem, die van Napoleon uitstraalde, en reeds begon zich om den naam van grooten keizer een krans van legenden te slingeren en hem te omtooveren uict een luister, die de oogen der menigte verblindde.
Onder het koningschap had Napoleon nog een groot getal vurige aanhangers en bewonderaars hehouden, die iedere gelegenheid aangrepen om zijn naam te verheerlijken.
Den â 22quot; Juni 1832 stierf in het kasteel Schönbrunn bij Weenen de hertog van Eeichstadt, die in zijn wieg den titel van koning van Home gedragen had, en door zijn keizerlijken vader was aangewezen als zijn opvolger onder den naam van Napoleon 11. De eenige zoon van den grooten Napoleon bewees door zijn dood opnieuw, hoe God alle berekeningen der menschen te schande maakt, doch tevens deed hij in Frankrijk opnieuw aller oogen zich richten naar St.-Helena, waar zijn keizerlijke vader rustte.
Het volgend jaar werd het standbeeld van Napoleon I opnieuw geplaatst op de Vendóme-zuil, vanwaar het door het volk hij de herstelling der Bourbons verwijderd was, en reeds gingen er stemmen op om het stotïelijk overschot des keizers naar Parijs over te brengen.
Den len Mei 1X10 ontving koning Louis IMiillippe, die in 1880 den Franschen troon beklommen had, zijn ministers, waaronder Adolf Thiers, den geschiedschrijver van het Consulaat en het Keizerrijk, den vurige hewonderaar van Napoleon, en zeide hein : âGij verlangt het slollVlijk hulsel van Napoleon naar Frankrijk
3 7 li â
te laten terugbrengen; ik geef mijne toestemming daartoe; versta u op dit punt met de Britsche regeering en avij zullen den prins van Joinville naar St.-Helena zenden.''
Hot Engelscli gouvernement maakte geen bedenkingen om bet lijk des keizers af te staan, en weldra vertrok de prins van Joinville met twee oorlogsschepen naar de baven van Jamestown om op waardige wijze zicb van zijn last te kwijten. Aan boord der sebepen bevonden zicb mede de generaals Bertrand en Gour-gaud met de boeren Las Cases en Marcband, die Napoleon's ballingschap hadden gedeeld, om hem in triomf terug te voeren naar zijn land.
Het graf des keizers, beschaduwd door een grooten treurwilg en omgeven door een eenvoudig ijzeren hekwerk, stond nog altijd onder de schuts dei' Engelsche schildwachten, maar de gebouwen van Longwood begonnen iu puin te vallen en een gedeelte was door een molenaar in bezit genomen.
Den 1 r)011 October juist 25 jaar geleden, dal di* keizer den voet op liet eiland zette, werd zijn lijk opgegraven; liet was nog volkomen gaaf en ongesciionden en de aanwezigen konden hun ontroering niet bedwingen bij liet zien van den doode, die zooveel geweldige berinneringen opwekte uit een groot verleden. Terwijl de kanonnen der forten en der JPransche oorlogsschepen minuut-schoten losten, reed de lijkwagen, door vier paarden getrokken en bedekt met de keizerlijke waardigheidsteekenen, naar de havenkade van Jamestown, waar het door den prins van Joinville aan boord van bet fregat Ja UcUc- Poule in ontvangst genomen werd.
Den volgenden dag had op het dek van het vaartuig een plechtige lijkdienst plaats en de geheele bemanning, met den prins
373 -
voorop, spvenkolde wijwater over de doodkist. Na afloop dor plechtigheid donderden vijftig' kanonschoten ten feeken dat de halling-schap van Napoleon geëindigd was.
Na oen reis van zes weken liet ht licUc- Poule, geëscorteerd door het oorlogskorvet Farorilc het anker vallen in de haven van (quot;herhourg; het lijk des keizers werd aan boord gehracht van het stoomschip XoniKuulic, dat den S'1'1 Decemher naar de Seine vertrok. Hij Val de Have, waar de Xoni/ai/dü; wegens haar grooten diepgang niet verder kon, nam de DovaiJc het overschot des keizers aan boord en voer de rivier verder op. Met den eenvoud, die hij de treilende plechtigheid paste, had de prins van Joinville het vaartuig laten inrichten. Het was geheel zwart geschilderd, aan den mast woei de keizerlijke vlag en op hef voordek stond de lijkkist met een zwart kleed bedekt. Een groot kruis was aan den voorsteven opgericht, de priester stond voor het altaar en daarachter de prins met zijn generale-staf; de matrozen waren onder de wapens en bet kanon aan den achtersteven kondigde de komst van het doodenschip aan.
Den 11quot; December stopte de Dorade voor de brug van Cour-hevoie en daags daarna reed de kist op een praehtigen wagen Parijs binnen, geëscorteerd door de 500 matrozen der Bcllc-Ponle, met de enferbijl over den schouder,te midden van een ontelbare menigte, die van heinde en ver was toegestroomd, liet leger en de nafionale garde stonden langs den weg geschaard en de honderdduizenden, die zich achter de soldaten verdrongen, zagen nieuwsgierig en bewonderend den stoet voorbijtrekken met het lijk van den man, die zijn volk zoo dikwijls over de slagvelden van Europa gejaagd bad naar de glorie of' den dood. Maar geen
- 374 -
pijnlijke horinncriii^cu hci'lci'i'dcn, hot l'ai'ijsciic volk genoot van liet schouwspel en was gelukkig zijn held weer in zijn midden terug te zien.
lt; )m twee nnr in don middag bereikte de stoet het Hotel der Invaliden, waar koning Lonis Philippe, de prinsen, de Kamers en de ministers en een groot aantal soldaten uit het heldentijdperk van het keizerrijk hijeen waren. Op den drempel van het gebouw werd het lijk ontvangen door de geestelijkheid, onder het geschetter der militaire mnziek en het kanongedonder; de prins van Joinville trad voor den koning, zijn vader, boog den degen ter aarde en bood hem het lichaam van Napoleon aan.
âIk ontvang het in naam van Frankrijk,quot; antwoordde Louis l'hilippe, en nit de handen van maarschalk Sonlt den degen van Napoleon nemend, gelastte hij generaal Hert rand dien op de lijkkist neer te leggen.
Met een schitterende lijkdienst waren de plechtigheden al'ge-loopen, die menigen invalide tranen hadden gekost, en overeenkomstig zijn verlangen rustte voortaan de keizer âaan de oevers der Seine, te midden van het volk dat hij zoozeer heel't liei'gehad.quot;
Ontzaglijk veel is er over Napoleon I geschreven ; hij behoort tot die mannen in de geschiedenis, die men niet over het hool'd kan zien, die bun bewonderaars en him vijanden hebben, maar die nooit vergeten worden.
Fit de voorgaande bladzijden zal de lezer zich een karakterbeeld van den eersten Franschen keizer hebben kunnen vormen.
Belieersclit, door een ontembare zucht naar heerschappij, was liij sluw en hardvochtig in het nastreven zijner zelfzuchtige plannen, voor welker verwezenlijking liij zelfs den godsdienst wilde dienstbaar maken, den godsdienst, dien hij eerst leerde waardeeren in liet ongeluk. Maar klein als karakter, was hij groot als genie in het ordenen eener uiteengespatte maatschappij ; hij kende de menschen van zijn tijd en wist van hun neigingen, krachten en begaafdheden partij te trekkken voor zoover zij hem ten dienste konden staan.
Weinig bemind en veel gevreesd, wist hij jaren lang het Pransche volk te begeesteren en een toewijding aan te kweeken, die eerst verslapte, toen Frankrijk geen bloed meer had om den krijgsroem zijns keizers te betalen. Men heeft opgemerkt, dat Napoleon, hoewel een der grootste, zoo niet de grootste veldheer zijner eeuw, van zijn talrijke overwinningen zoo weinig duurzaam partij beeft kunnen trekken; de verovering van Egypte, met zooveel zorg voorbereid, ging weldra verloren nadat Napoleon in Frankrijk was teruggekeerd. Op denzelfden dag, dat de eerste consul den slag van Marengo won, werd zijn opvolger in Egypte, generaal Kléher door een Muzelman vermoord, en een jaar later, in 1801, ontruimden de Eranschen het land der piramiden. De overwinningen in Italië leidden slechts tot nieuwe verwikkelingen, en nieuwe oorlogen in schier alle landen van Europa, voerden wel is waar tot andere zegepralen, maar brachten tevens een krachtsoverspanning teweeg, waarop een geweldige reactie volgen moest.
Tn den betrekkelijk korten tijd, dat Napoleon over Frankrijk heeft geheerscht, beeft hij het groot en machtig gemaakt; maar
de grenzen des lands, die hij had vooruitgeschoven tot in het hart van Duitschland, krompen weer in tot het grondgebied van vóór de omwenteling.
Napoleon en de revolutie! â Als men er op let, in welke omstandigheden Napoleon op het wereldtooneel werd geroepen, op hoe vreeselijke manier hij ons werelddeel met de plaag des oorlogs heeft geteisterd, vraagt men zich af, of hij niet een strafwerktuig is geweest in de hand der Voorzienigheid, een andere geesel Gods.
In Frankrijk was de gansche maatschappelijke orde aangetast, de godsdienst verdrukt en met ondergang bedreigd ; de vrijheid was in bandeloosheid ontaard en de afgrijselijkste willekeur had wet en plicht vervangen. Met ijzeren hand bracht Bonaparte Frankrijk weer in het spoor der orde, op geweldige wijze wist hij het te temmen en te beteugelen, gelijk het wilde ros der steppen door zijn berijder met zweep en sporen wordt afgebeuld, totdat bet gewillig luistert naar den toom.
Zwaar deed Napoleon Bonaparte liet Fransche volk voor de revolutie boeten, maar ook voor andere volken zou hij een geesel zijn. De verderfelijke leerstellingen, die door de ongeloovige Encyclopedisten der XVrlllft eeuw waren rondgestrooid, hadden heel Europa besmet, en ook buiten Frankrijk bracht het giftig zaad kiemen van bederf voort. Over het Jozefisme, dat Oostenrijk verkankerde, over het wassend ongeloof in Pruisen en Duitschland kwamen stroomen bloeds tijdens de talrijke Napoleontische oorlogen; en wat door volken en regeeringen was misdaan, werd geducht gestraft in de eerste jaren dezer eeuw, toen de kruitdamp niet wegtrok van de velden van Europa, en er bijna geen
familie was, die* den vouw niet droeg over een ol' meer dierbare betrekkingen.
Maar ook plotseling kwam er verandering. Het was den Eranscben keizer niet gegeven een dynastie te stiebten en zijn geslacbt door een reeks van opvolgers te vereenzelvigen met bet land, dat bein tot beerseber verkozen bad ; de onverbreekbare band van trouw en gebeebtbeid, die een volk met zijn vorstenbuis samensnoert, bestond voor Napoleon niet; zijn optreden was geheel persoonlijk, bij kwam aan bet bestuur met zijn eigen ideeën, waarvoor alle andere moesten zwiebten ; bij was boven, maar niet met zijn volk, en toen bij de taak bad vervuld, waarvoor bij geroepen was, werd bij plotseling van zijn zetel weggerukt om op de barre rots van St.-Helena tot erkentenis te komen, dat er Hén is, die over vorsten en volken gebiedt en zoowel aan de massa's als aan de individuen de paden aanwijst, die zij te bewandelen hebben.
INHOUD.
Ui,a I)/..
HOOFDSTUK T.
hou Corsicaauschc familie. â Napoleon Bonaparte aan de krijgsseliool.â De jonge Luitenant. â Beleg van Toulon. 1
HOOFDSTUK II.
Een volksoproer te Parijs. â Josephine de Beauliarnis. _
Veldtocht in Italië...............
HOOFDSTUK, in.
De held van den dag. â Naar het land der Piramiden. . 95
HOOFDSTUK IV.
De staatsgreep van den 10quot; Brumaire. â Weer naar Italië. OS
HOOFDSTUK V.
Moordaanslag in de straat St.-Nicaise. â Concordaat, â
Consul voor het leven. â De laatste der Condé's. . . 1)2
HOOFDSTUK VI.
Napoleon I keizer der Franselwn. Paus l'ius VII te Parijs. â Het kamp te Boulogne......
HOOFDSTUK VII.
Nieuwe bedreigingen tegen Frankrijk. Napoleon's antwoord: Austerlits, .léna, Friedland,..........ir\
'
HOOFDSTUK VIII. Blauz. De Fransclic adolaars iiiui Ebro en Taag. â Twee Keizers. â AV a gram.................
HOOFDSTUK IX.
Paus en Keizer. liet afscheid van Josephine. â De
dochter van Keizer Frans...........l*.);')
HOOFDSTUK X.
Aan het hof der Tuileriën. â De Koning van Home. â
De gevangene van Savona...........--0
HOOFDSTUK XI.
De tocht naar Rusland. â Brand van Moskou. â Aan de
oevers der Beresina.............230
HOOFDSTUK XII.
Terugkeer in Parijs, Xienwe pogingen. â Napoleon en
Aletternicli. â De volkenslag bij Leipzig.....202
HOOFDSTUK XIII.
De hondgenooten in Frankrijk. Laatste stuiptrekkingen. â
Xapoleon's afstand â De Keizer op Elba.....270
HOOFDSTUK XIV.
De lionderd dagen. â Waterloo. Engelsche gastvrijheid. 2(.)S
HOOFDSTUK XV.
Napoleon op St. Helena. â Sir Hudson Lowe .... 338
HOOFDSTUK XVI.
Laatste ooffenhlikken en dood des Keizers. â Naschrift. 355
O
/Vm