Maatschappij tot bevordering der Toonkunst.
Yereeniging voor Noord-Nederlands Muziekgeschiedenis,
Oud-Nederlandsche Liederen
UIT DEN
âNEDERLANDTSCHE GEDENCK-GLANCKquot;
VAN
ADRIANUS VALERIUS
(lose)
TWEEDE, HERZIENE EN VERMEERDERDE DRUK DER UITGAVE 11 VAN DE VEREENIGING
S-GKAVENI lAGE MARTIN US MIJ 11 O FF
LEIPZIG
BR KIT KOP F amp; 11 ART EL
1893 i
Prijs f l.BO. (H. M. S.öOJ.
Bk Mollzer.
Kast % PI. A ATO 5
OUD-NEDEKLAKDSCHE LIEDEREN.
De sterckste mucr of wal daer God door wil bewaren Syn kerek, sj'n vol ok, en 't land, in stormen, cnde baren, Is eendracht, on te syn, in doen, en laet, on daet, Een sin, een hert, een siel, een wil, een stem, een raet.
d'Eeiidraclitiglieijt die is de moeder van do krachten. End' 't grootst gewelt dat oyt wy by malkander brachten, (tccu wapen doet so veel, geen oorlogs tnyg so sterck, 'S is 't alder-swackste volck het sterckste Bollewerck.
(Vai.ekius, Gedenek-Clanck blz. 113).
/7 gt; 9 ? w
-/j C / ' t gt; Vgt;
Maatschappij tot bevordering der Toonkunst. Vereeniging voor Noord-Nederlands Muziekgeschiedenis.
Oud-Nedeplandsche Liedepen
UIT DEN
NEDERLANDTSCHE GEDENCK-GLANGK
VAN
ADRIANUS VALERIUS
(iese)
TWEEDE HERZIENE EN VERMEERDERDE DRUK DER UITGAVE II VAN DE VEREENIGING
S-GKAVENHAGE LEIPZIG
MARTIN US NIJ HOF F , RR KIT KOP F amp; HARTEF.
1893
Het is nu ongeveer 22 jaren geleden, flat de Oud-Nederlandsche Liederen uit den Nederlandtschen Gedenck-clanck van Adrianus Valerius in de bewerking van den eerst ondergeteekende het licht zagen.
Met die uitgave is eene belaugrijke schrede gedaan op den weg, die leiden moest tot vermeerdering der populariteit van het Oud-Neder-landsch Volkslied. Het doel, dat de Vereeniging voor Noord-Neder-landsche Muziekgeschiedenis met de uitgave zich voorstelde, werd volkomen bereikt.
De Vereeniging wenschte namelijk : âdie voortbrengselen van gezond âmuzikaal loven, die door hun natuurlijke bekoorlijkheid en frissche âkracht een hoogst bevredigenden indruk maken, en waarin een spre-,,kend beeld voor ons verrijst van dat fiere geslacht van vrije, vrome âen vroede mannen, waaraan wij ons volksbestaan te danken âhebbenquot;, (*) zooveel mogelijk te verspreiden, opdat het Oude Neder-landsche Volkslied, weder in zijne volle glorie zou herleven. Toch heeft het lang geduurd, voordat die liederen in ons land in den eigenlijken zin populair zijn geworden. Bevreemdend mag het heeten, dat zij de aandacht allereerst hebben getrokken in het buitenland. Kremser bewerkte een zestal liederen uit onze verzameling voor het Wiener Mannergescmgverein, zoodat reeds in 1879 de getuigenis kon worden vernomen, dat die Nederlandsche liederen zoowel in Weenen als elders in onderscheiden steden van Duitschland en Italië werden gehoord en bewonderd.
In ons eigen Vaderland zijn het aanvankelijk slechts enkelen geweest , die onze liederen in wijder kring hebben doen hooren. Langzamerhand echter werden zij meer algemeen bekend en geliefd. Thans kent en zingt iedereen het oude Wilhelmus-lied, en is zelfs daardoor het gewone Wilhelmus geheel op den achtergrond geraakt. Daniël
(?) Zio do Toelichting vóór ile eerste uitgave blz. 4.
VI
de Lauge heeft reeds op zijn programma's van zijn a cappella-koor, die hij in bet jaar 1S85 in Louden deed uitvoeren, vele Valerins-liederen gesteld. Zijn tegenwoordig a cappella-koor is daarmede voortgegaan, en heeft veel bijgedragen tot hunne verbreiding ook in het buitenland.
Het Willemsfonds nam een zestal liederen op in zijn: âNeder-landsch Liederboek1'. In den allerjongsten tijd worden zelfs nieuwe bewerkingen der zoo geliefd geworden volksmelodiën vervaardigd en uitgegeven door Daniël de Lauge en Richard Hol. De ingenomenheid met de Valerius Liederen is steeds stijgende: te verwonderen is het dus uiet dat de eerste oplaag van de Uitgave II onzer Vereeniging geheel uitgeput werd, en er groote navraag naar eenenieuwe uitgave ontstond.
De thans in het licht gegeven nieuwe editie voldoet dus aan eene werkelijke behoefte. Bij het bewerken daarvan moest de vraag rijzen, of men niet zou kunnen volstaan met een eenvoudigen herdruk der bestaande uitgave. Die vraag werd ontkennend beantwoord; in meer dan één opzicht scheen verbetering dringend noodig:
1°. Ten aanzien der melodie vertoonde de eerste uitgave hier en daar kleine afwijkingen van de oorspronkelijke lezing, zooals die hij Valerius genoteerd staat. Daarop meenen wij te moeten terugkomen. Van lieverlede en ten gevolge van herhaalde proefnemingen is het duidelijk gebleken, dat er niets behoefde gewijzigd te worden in het oorspronkelijke. Behoudens eene enkele uitzondering hebben wij dan ook alle bij de eerste uitgave aangebrachte verhoogings- en verlagingsteekens geschrapt, maar dan ook hier en daar eene van onze moderne harmonische afwijkende begeleiding moeten aanbrengen.
quot;2°. In de klavierbegeleiding hebben wij veel gewijzigd en, zoo wij hopen, verbeterd, door overal waar het zonder tot stijfheid te vervallen, doenlijk was, de harmonie in overeenstemming te brengen met den geest der zangwijze en van den tijd, waarin zij ontstond; voorts door het in acht nemen van nog grooter soberheid, daarbij steeds ons tot regel stellende alleen datgene te behouden, wat strikt noodig scheen om de grondlijnen der harmonische en rhytmische bewegingen te doen uitkomen (1). Slechts bij uitzondering lieten wij in de begeleiding enkele
1
liet is ons eene behoefte, ook uit naam onzer metlebesluuriJers onzen vrieml Julius Hönlgen wannen dank toe te brengen voor do welwillendheid, waarmede lnj ons bij dezen arbeid heeft tnr zijde gestaan. Op moer dan eene plaats, waar de beslissing tussclien twee lezingen der melodie, of tusschen twee wendingen in do harmonisatie ons bijzonder moeilijk was, gaf zijn raad den doorslag.
VII
imitaties en andere versieringen staan, die tot illustratie der zangwijze zoo goed als onontbeerlijk schenen.
3°. Sommige liederen, zooals N0. I, II, VI, VII, VIII, XII en XV hebben wij gemeend in een lageren toonaard te moeten transponeeren, daar de oorspronkelijke toonaard veelal voor de gewone âmiddelstemquot; te hoog is.
â¢i0. Aan den tekst der liederen hebben wij, behoudens enkele uitzonderingen, niets gewijzigd. Wel hebben wij de vraag overwogen, of het niet gewenscht ware den oorspronkelijken tekst, voorzoover de voysaanduiding dien aangaf en hij kon worden opgespoord, onder de melodie te plaatsen en die lezing als bijlage aan onze uitgave te voegen. Wij hebben daarvan afgezien eensdeels, omdat behoudens eene enkele uitzondering die oorspronkelijke teksten ons toch minder geschikt voorkwamen, anderdeels omdat het bojfddoel der uitgave toch is en blijft de liederen te geven, zooals zij bij Valerius voorkomen, en het gebruik der oorspronkelijke teksten somtijds tot wijziging der melodiön zou moeten aanleiding geven. Eene uitzondering hebben wij echter gemaakt voor het lied N0. X, waarvan de tekst van Valerius, zij hij ook eenig-zins verbeterd door Dr. Heye, (in de toelichting was er x*eeds op gewezen, zie blz. 39) al bijzonder slecht bij de krachtige en volksmatige melodie past. Hoewel wij twijfelen of het Tabakslied: âIsser iemant uyt Oost-Indiën gekomenquot; thans nog populair zal worden, hebben wij in de bijlage als N0. Xa onder de melodie dien tekst geplaatst.
Naar aanleiding eener opmerking van M. L. in het mengelwerk der Arnhemsche courant van Vrijdag 14 October 1892 hebben wij den tekst van het Wilhelmus herzien en in overeenstemming gebracht met de lezing in de oudste uitgaven van het Geuzen-Liedboek voorkomende. Op dezelfde wijze hebben wij gehandeld met het lied op Maximilianus de Bossu. In beide liederen toch veroorloofde Valerius zich kleine wijzigingen van den tekst, die ons het tegendeel van verbeteringen bleken te zijn.
5». Het is verder raadzaam bevonden, met het oog op het ons gestelde practische doel de literarisch-historische inleiding der eerste uitgave en hare muziekbijlagen achterwege te laten. Voorzoover ons noodig en gewenscht mocht blijken de bedoelde aanteekeningen van onze eerste editie te verbetereu of aan te vullen, zullen volgens be-
VI
de Lange heeft reeds op zijn programma's van zijn a cappella-koor, die hij in het jaar 1885 in Londen deed uitvoeren, vele Valerius-liederen gesteld. Zijn tegenwoordig a cappella-koor is daarmede voortgegaan, en heeft veel biigedragen tot hunne verbreiding ook in het buitenland.
Het Willemsfonds nam een zestal liederen op in zijn; âNeder-landsch Liederboekquot;. In den allerjongsten tijd worden zelfs nieuwe bewerkingen der zoo geliefd geworden volksmelodiën vervaardigd en uitgegeven door Daniël de Lange en Richard Hol. De ingenomenheid met de Valerius Liederen is steeds stijgende: te verwonderen is het dus niet dat de eerste oplaag van de Uitgave H onzer Vereeniging geheel uitgeput werd, en er groote navraag naar eene nieuwe uitgave ontstond.
De thans in het licht gegeven nieuwe editie voldoet dus aan eene werkelijke behoefte. Bij het bewerken daarvan moest de vraag rijzen, of men niet zou kunnen volstaan met een eenvoudigen herdruk der bestaande uitgave. Die vraag werd ontkennend beantwoord; in meer dan één opzicht scheen verbetering dringend noodig:
1°. Ten aanzien der melodie vertoonde de eerste uitgave hier en daar kleine afwijkingen van de oorspronkelijke lezing, zooals die bij Valerius genoteerd staat. Daarop meenen wij te moeten terugkomen. Van lieverlede en ten gevolge van herhaalde proefnemingen is het duidelijk gebleken, dat er niets behoefde gewijzigd te worden in het oorspronkelijke. Behoudens eene enkele uitzondering hebben Avij dan ook alle bij de eerste uitgave aangebrachte verhoogings- en verlagingsteekens geschrapt, maar dan ook hier en daar eene van onze moderne harmonische afwijkende begeleiding moeten aanbrengen.
â J0. In de klavierbegeleiding hebben wij veel gewijzigd en, zoo wij hopen, verbeterd, door overal waar het zonder tot stijfheid te vervallen, doenlijk was, de harmonie in overeenstemming te brengen met den geest der zangwijze en van den tijd, waarin zij ontstond; voorts door het in acht nemen van nog grooter soberheid, daarbij steeds ons tot regel stellende alleen datgene te behouden, wat strikt noodig scheen om de grondlijnen der harmonische en rhytmisclie bewegingen te doen uitkomen (1). Slechts bij uitzondering lieten wij in de begeleiding enkele
1
Het is ons cone behoefte, ook uit naam onzer meilebcstnuniers onzen vriend Julius Könffjen warmen dank tou te brongen voor de welwillendheid, waarmede luj ons bij dezen arhoid lieeft ter zijde gestaan. Op moer dan eene plaats, waar de beslissing tussclien twee lezingen der melodie, of tussehen twee wendingen in de harmonisatie ons bijzonder moeilijk was, gaf zijn raad den doorslag.
VII
imitaties en andere versieringen staan, die tot illustratie der zangwijze zoo goed als onontbeerlijk schenen.
3°. Sommige liederen, zooals N0. I, 11, VI, VIT, VIII, XII en XV hebben wij gemeend in een lageren toonaard te moeten transponeeren, daar de oorspronkelijke toonaard veelal voor de gewone âmiddelstemquot; te hoog is.
4°. Aan den tekst der liederen hebben wij, behoudens enkele uitzonderingen, niets gewijzigd. Wel hebben wij de vraag overwogen, of het niet gewenscht ware den oorspronkelijken tekst, voorzoover de voysaanduiding dien aangaf en hij kon worden opgespoord, onder de melodie te plaatsen en die lezing als bijlage aan onze uitgave te voegen. Wij hebben daarvan afgezien eensdeels, omdat behoudens eene enkele uitzondering die oorspronkelijke teksten ons toch minder geschikt voorkwamen, anderdeels omdat het hoofddoel der uitgave toch is en blijft de liederen te geven, zooals zij bij Valerius voorkomen, en het gebruik der oorspronkelijke teksten somtijds tot wijziging der melodiën zou moeten aanleiding geven. Eene uitzondering hebben wij echter gemaakt voor het lied N0. X, waarvan de tekst van Valerius, zij hij ook eenig-zins verbeterd door Dr. Heye, (in de toelichting was er reeds op gewezen, zie blz. 39) al bijzonder slecht bij de krachtige en volksmatige melodie past. Hoewel wij twijfelen of het Tabakslied: âIsser iemant uyt Oost-Indiën gekomenquot; thans nog populair zal worden, hebben wij in de bijlage als N0. X' onder de melodie dien tekst geplaatst.
Naar aanleiding eener opmerking van M. L. in het mengelwerk der Arnhemsche courant van Vrijdag li October 1892 hebben wij den tekst van het Wilhelmus herzien en in overeenstemming gebracht met de lezing in de oudste uitgaven van het Geuzen-Liedboek voorkomende. Op dezelfde wijze hebben wij gehandeld met het lied op Maximilianus de Bossu. In beide liederen toch veroorloofde Valerius zich kleine wijzigingen van den tekst, die ons het tegendeel van verbeteringen bleken te zijn.
5°. Het is verder raadzaam bevonden, met het oog op het ons gestelde practische doel de literarisch-historische inleiding der eerste uitgave en hare muziekbijlagen achterwege te laten. Voorzoover ons noodig en gewenscht mocht blijken de bedoelde aanteekeningen van onze eerste editie te verbeteren of aan te vullen, zullen volgens be-
VIII
sluit van het Bestuur der Vereeniging de desbetreffende mededeelingen in ons Tijdschrift worden opgenomen.
6°. Eindelijk heeft de tweede ondergeteekende gemeend een negental nieuwe liederen uit Valerius' Gedenckelanck aan die der eerste uitgave te moeten toevoegen.
Alvorens omtrent die nieuwe liederen (N0. XXâXXVIII) in bijzonderheden te treden, worde hier eerst nog eene plaats ingeruimd aan datgene, wat rechtstreeks met de uitvoering onzer volksliederen in verband staat.
Hoe meer wij door herhaald aanhooren dezer melodiën ons hebben ingeleefd in het eigenaardige van dezen kunstvorm, des te stelliger hebben wij ons overtuigd van de waarheid, dat bij de voordracht op den voorgrond moet staan het streven om den daarin sprekenden geest van opgewekten zin en frissche levenskracht te doen uitkomen. Met uitzondering van die liederen waarin de toon van het smeekgebed het tegendeel gebiedt, moet steeds een tamelijk snel tempo worden gekozen. Het is daarom dat wij in het bijzonder de aandacht vestigen op de aangebrachte metronoom-cijfers.
Een bijzonder woord meenen wij te moeten wijden aan het Wilhelmus. In de laatst verloopen drie jaren is het oude Wilhelmus gemeen goed geworden: alle muziekcorpsen, militaire als andere, beijv^eren zich om dat lied meer en meer ingang te doen vinden bij ons volk; maar het is ons toegeschenen dat in twee opzichten meestal de uitvoering van het lied niet aan de eischen beantwoordt. (1) In de eerste plaats; het tempo wordt veel te langzaam genomen: men speelt het als een koraal; en door eene koraalmatige uitvoering wordt aan het krachtige en frissche lied te kort gedaan. Noch de aard van de melodie, noch hare geschiedenis wijst op een geestelijken oorsprong. Het is en blijft eene ware volksmelodie, en als zoodanig moet zij ook worden uitgevoerd. In de tweede plaats heeft men over 't hoofd gezien de verhouding van de twee- en driedeelige maat, die zulk een
1
Dit golilt ook van de uitvoering van hot Wilhelniuslieil Joor het tegenwoordige koor a cappella van Daniël (te Lange. Dg geachte Directeur van dit koor, onze medebestuurder duide ons dozo aanmerking niet ten kwade. Maar een bewijs van de julslheid dier aanmerking vinden wij in het feit, dat voor-zoover onze persoonlijke ervaring aangaat, wij na de uitvoering door het a cappella-koor van hot Wilhelmuslied niels hij het belangstellend publiek hebben bemerkt, dat naar ware geestdrift geleek, een geestdrift, die het krachtig Wilhelmuslied steeds had moeien opwekken. Het deed ons altijd leed, dat do uilvoering van dit lied nooit meer dan een suceijs d'estimo kon verwerven.
IX
hoofdrol speelt in de Wilhelmus melodie. Men heeft niet gelet op de zeer duidelijke metronoom-aanduiding die in de eerste uitgave is aangebracht, volgens welke aan de gepuncteerde halve noot ( a!.) in de drie-deelige maat dezelfde tijdwaarde moet worden gegeven, die in de twee-deelige maat aan de halve noot (si) toekwam. Men heeft te veel waarde gehecht aan de aanduiding van de 8/4 maat, waardoor men zich heeft hit en verleiden om aan de kwartnoot in de driedeelige maat dezelfde waarde toetekennen als aan de kwartnoot in de tweedeelige maat.
In dit opzicht heeft de eerste uitgave misschien tot de misvatting aanleiding gegeven. Tn het oorspronkelijke staat dan ook de 3/4 niet, maar alleen eene 3 en op grond van de toenmalige schrijfwijze, die ook bij S wee li nek dikwijls voorkomt, durven wij veilig adviseeren bij de uitvoering van het driedeelige gedeelte van het Wilhelmus als grondslag aan te nemen de volgende verhouding: [5= 3 j5 f . Wij willen echter gaarne toegeven, dat het punt questieus blijft in verband met de bij Valerius voorkomende notatie, en dat elke twijfel zou zijn weggenomen , indien Valerius in plaats van in de 3 deelige maat eene minima
⢠â¢
met eene semi-minima: j® f , had geschreven eene semi-minima zonder staart en daarop volgende gewone semi-minima: # # zooals dikwijls bij Sweelinck voorkomt. Maar de overweging, die ons doet besluiten bij ons advies te blijven, is vooral ontleend aan het karakter van de melodie zelve. Immers het slot moet noodwendig een onnoodig sleepend karakter krijgen, indien men de driedeelige maat als 3/4 maat opvat, terwijl de opgewektheid en het krachtige karakter van het eerste deel der melodie bewaard blijven, wanneer men zoowel in de twee- als driedeelige maat de alia breve maatindeeling van het eerste doel behoudt. Wij vertrouwen dat de lezing, die nu N0. III vertoont, de zaak duidelijk genoeg maakt, en vleien ons met de hoop, dat de wenken door ons gegeven de aandacht van allen zullen trekken, die zich geroepen achten om het oude Wilhelmus in zijne volle glorie te doen schitteren.
De nieuwe liederen, N0, XXâXXVIII zijn niet gerangschikt door Valerius blijkens âden tafel van de stemmen ofte Voysenquot; onder de ,,Nederlundsche stemmenquot;, zooals wèl het geval is met de liederen N0. IâVIII, en XIâXVI. Maar evenmin als men N0. IX, X en XVIIâ XIX in onze uitgave misplaatst heeft geacht, omdat zij door Valerius niet onder de Nederlandsche Stemmen zijn opgenomen, zal men aan
de nieuwe eene plaats in onzen bundel kunnen ontzeggen. Dat zij âvreemde voysenquot; zijn beteekent niet dat zij destijds in ons vaderland niet populair waren. Het feit, dat Valerius ze heeft opgenomen en enkele daarvan ook in andere liedboeken voorkomen, bewijst reeds het tegendeel.
Bij de keuze heeft de tweede ondergeteekende zich laten leiden zoowel door de melodieën zelve als door den daaronder geplaatsten tekst; waar beiden hem voorkwamen belangrijk genoeg te zijn, achtte hij de opneming gewettigd. De melodieën behoeven naar zijn oordeel niet voor die der eerste uitgave onder te doen; de tekst verdient ook aan de vergetelheid te worden ontrukt.
Eone korte toelichting betreffende de chronologische rangorde, waarin de liederen bij Valerius voorkomen zal zeker niet overbodig zijn.
N0, XX. ,,Bitter droeve klachtenquot; heeft betrekking op de Spaansche Sententie van 20 Februari 15G8 waarbij alle privilegiën, vrijheden en wetten der Landen en Steden werden vernietigd. (Zie Valerius blz. 20).
N0. XXI. âMen brand, men blaektquot; staat in verband met de Inquisitie en den bloedraad 15G9â1571. (Val. blz. 30).
N0. XXII. âLaet sang en spelquot; is een lied op de inneming van den Briel 1572. (Val. blz. 33).
N0. XXIII. ,,Com nu met sangquot;, een loflied naar aanleiding van het goed geslaagd verzet der Zeeuwsche steden tegen Alva, 1572. (Val. blz. 37).
N0, XXIV. âDe vogel wert gelockt gefluytquot; een spotlied op Alva, naar aanleiding van zijn opdracht aan ,,de Bossuquot; om aan de Vergadering te Dordrecht (Juli 1572) der in verzet gekomen Steden, die den Prins van Oranje uit Duitschland hadden ontboden om met raad en daad ,,de Landen te dienen en bij te staanquot; te âver-thoonenquot; dat hij bereid was om ,, niet alleen d'opgesette schattingen af te schaffen ende alle abuysen te weeren, maar oock der Landen Steden en Borgheren vrijheden te bevestigenquot;. (Val. blz. 40.)
N0. XXV. âHeere, keere van ons afquot; een lied naar aanleiding van de belegering van Haarlem. (Val. blz. 54).
XI
N0. XXVI, âGelijck den grootsteu rapsackquot;, een lied op Leidens ontzet. (Val. blz. 74).
N0. XXVII. âBatavia, ghy sijt de Bruydquot; Lied op de belegering van Slnys. 1G()4. (Val. blz. 198).
N0. XXVIII. âO Heemskerekquot;, lied op de overwinning van Jacob van Heemskerck âden Zeeridderquot; op de Spaansche Vloot bij Gibraltar. 1607. (Val. 202).
Amsterdam _ September ]893
Utrecht.
A. D. LOMAN.
J. C. M. VAN RIEMSDIJK.
INHOUD
BEVATTENDE DE AANDUIDING DER VERSCHILLENDE VOYSEN.
|
N0. |
1. |
Sal ick noch laugher met heete tranen . . . |
. . blz. 2 |
|
N0. |
2 |
Stndenten-dans............ |
. . â 4 |
|
N0. |
3. |
Wilhelmus van Nassouwe........ | |
|
N0. |
4. |
rH | |
|
Nfl. |
5. |
.... 8 | |
|
Nn. |
6. |
Ghy die my met u braef gelaet...... |
. . â 9 |
|
Mquot;. |
rH 4. |
's Nachts daer een blauw gestarde kleet. . . |
. . 10 |
|
N0. |
8. |
Het was een rijck mans burgers zoon. . |
. . â11 |
|
N0. |
Op de Eugelsche Min. ......... |
. ⢠â 12 | |
|
^0. |
10. |
Isser yemant nyt Oost-Indiën gekomen . . . |
⢠â â 13 |
|
N0. |
11. |
Hey wilder dan wild.......... |
â14 |
|
N». |
12. |
Windeken daer het bosch van drilt . . . . |
â15 |
|
N0. |
13. |
Pots hondert duysent slapperment..... |
. â 16 |
|
Nn. |
14. |
0 Heere! geeft so lange leeft....... |
. . .,18 |
|
Nü. |
15. |
Comedianten-dans........... |
⢠â19 |
|
Nquot;. |
i6. |
Schoonste Nimphe van het Wout..... |
⢠⢠â 20 |
|
N0. |
n. |
Op 't Engels Lapperken......... |
. . â22 |
|
Nquot;. |
18. |
0 Angenietje............ |
â23 |
|
N0. |
19. |
Gallarde Sint Margriet......... |
⢠â24 |
|
N». |
20. |
Ballet La dnrette........... |
⢠â â26 |
|
N0. |
21. |
Engelsche Daphne.......gt;..... | |
|
N0. |
22. |
Op de Engelsche Fonlle......... |
⢠⢠â 28 |
|
No. |
23. |
⢠â â 29 | |
|
No. |
24. | ||
|
N0. |
25. |
Engels Nou, non .......... |
⢠â â 31 |
|
No. |
26. |
Alraande guerre, guerre gay...... | |
|
N0. |
27. | ||
|
N0. |
28. | ||
|
Bijli |
ige |
Oud-Nederlandsche Volksliederen.
I.
Op de Stem: Sal ick nooh langher met heete tranen,amp;o.
ei
S
JJâJ-
Ons aen op
(triet? welt, lof,
poo -met
scha -
i
bI »-
=223;
ha - ters tween, en dij - ne
Ã
- gen t'saem een Sol - daet en die gh'oni
pen,
5±E
f
w~
te der wil
volck on om
het
tot daer
siet, helt, stof',
saeiTtT: iraitüh; ick__
dat u - wen
in Span - jaerts vrij son - tier
ê
f-
T
p
rrrsr.
uL
t
A_i-
^EEE^E
r- r r
'd: 1
li it,
doch.
Oud-Nederlandsche Volksliederen.
I.
Op de Stem*. Sal iek noch langher met heete tranen,amp;o.
(J=72.)
ÃÃÃÃÃiÃÃ.
m
$
(ó
tels
ons
Heer)
en schilt,
Hoe 'sLants Ghij
iiue sta helit
groot
sleu
zijt
en
luier en
ver le
dijn
3
T
'quot;f
*
« f » f T
poo â met
scha
- pen,
Ã
3
f: f J
| |||||||||||||||||||||||
|
Ons ha - ters aen tweea, en op dij - ne - gen t'saem een Sol - daet en die gh'om | |||||||||||||||||||||||
^^
r
f
|
m-~£i -«f #=? |
)aer - li 'en - de lioo . gl jâ- â ^â- |
-*-*----1 c te dein - pt Is sij 't Land sch ie noch snit vt - |..........- |
Ml ier M' - |
nl p-he - lijck men ma - - ken dat - tet_ - het' - - fen uijt_ den_ |
|
4gt;: |
;⢠Eà |
--J--quot;l l-f---^-dl |
i i- |
- |
|
.s . |
9- 1 |
^ âT |
* |
L-4- 7quot; gt; Tâquot; ! |
é
Pi
wen jaerts ' der
siet, helt, stof.
het tot (liter
voick on om
(lilt in
vrij
tf der wil
saeiir^i-
Lraiiuii ick,_
ii
Span son
P i -f
T
J-' ^ J ' ^ ^
'M: r}.
mmm
i
»- r r r~
lijt, o lieer! In
schijnt een He - inel-
süiü'Ii vast set - ten
leijr
ó
|
sen noot ons tint luier te mijn heil, mijn doch_ sa e ui_ sterckt,- tie - vrijt. ver - dwijnt. mijn borüii. | ||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||
25
1
II.
Stem: Studenten Dans.
(J = fMi.)
Al ti - wf liuos'âiipii sin - gen, ver
O Heer! O (iod_der hel - den! Siet
Aij keert torli weerâ O - ran - jen, en
keer - de mensch van toch dit jam - mer biet ons mi_ de
ff
4-'
Â¥
i
e
mmm^:
^-
lén Godt_ mis - ha - gen, want
Due d'Ait'_ ver - gel - den al
hert! aen!
|
Die sid Kn wil wreeckt, wreeokt ons leet. ver - | |||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||
ifefe
mm
pÃ
= I J
hij se wat hij lost ons
ge -schen - ve!
5
III
Stem: Alst begint.
(J = 00.)
Ã
$
⢠é
â»â
Wil Mijn Oor
lu'1 - mus van Nas - sou - we, hi'ii ick van duijt-schen schilt en mijn lie - trou - wen sijt fi'hi.j, o Godt, mijn lof! mijn ar - me_ scha - pen, die /ijt in fjioo - ten
%
üi
f
f
ü
w
|
hloet, het Va - der Heer! Op u soo noot; u Her der landt frhe - trou - we, hlijf wil ick bon - wen, ver sal niet sla - pen, al doedt-, een meer! Dat stro it! Tot in den uim - mer nu ver ick tot laet mij zijt |
=f=
i
f
mi
j
EPSSE
s:
Prin - c.e van 0 ick doch vroom mach fiodt wilt u be
-r
(J.= J voorfTHanile r eo
m
I
m
ê â¢r
ran - giën ben ick vrij on - ver - veert; den blij - ven, n die - naer t'al - Ier stont de ghe-ven, sijn beijl - saem woord neemt aen, als
Ãüüi*
m
'w:
£L
m^ÃÃÃm
m
l f. f
Ã
mÃÃÃ
$
T^m
- ninck van
- ran - nij
- me Chris - ten
Co -tij -vro -
25
*
IV.
Stem: Alst begint.
(J:
100.)
i
t
f
i .
j
3Le
Max - i - mil - Jii - tins Marr doen ick qitntn voor't Otilt ilaer ick placht pom
r=r=r^
^5=3
f
}»lt;
do FJns - sit, ben ick een Graef Hoor - tier hop, irk werd wel an - ders Heer te zijn! Dacr liti ick nn ge -
H
T
3
1
P
|
- ten, Duo d'Aif dion ick - re, dat sal ttoch stc ⢠- gen, nn Ant - ster-dam hee -wa -va n - |
Iron diend'heeft nu niij schoon etigantschver â ken in mijn krop, al leefd' ick vijf - titr op dit tpr - mijtt waer be - ter mijt) ver |
frr^
* :
r
w
T
7
V
Stem: Alst begint
(si - 72.)
S3
3
|
Hoort al - lo -Sofr tri - inn -{â¢â a or, lioo pliant, voer ine ii kliifr, van kunt, in't o - pen van Ber - gen dat Hek |
%
r
f
SÃ
i
lï--rl':
à ⢠J
baer sag ko - infii daer, int vior - ent - se - ven - tic-h - ste jaer, (Inf 'tLand, met kloeck ver - stand, elrk schip seer vroom en wel - ge - mand, met
PIPH j
-méÃÃÃi
m
r
m
m
fT
TT
^-r
|
m m'm ---------------------â» ^ d'Al - vens groot ar - meij - en, met trom Span-jaerts en - de Wa - len, sij meen |
JZ pet en schal - meij - en seer_ den prijs te ha - len, maer_ |
Ã
*
n
W
TT
r
TTf
fp
Ã
11
8
i!
«i CT Cl
^EEE^E
f
O
O
quot;O-
'1
25
8
VI.
Stem: Ghij die mij met u braef gelaet, amp;o.
(J.: 5(1.)
Een moii - ster van ppii valsch jzp - lapt, o grand Cotninan - deur, sijt Ooh ueen! op 11 - we spo - 1lt;p - rij mpii hipr te wel past. Ick 't Recht-veei- - di}/; recht van Go - des ra pt, 't welck nie - mant ver-schoont, vpr-
i
rf
f
'»/
W
Wf
rJ J
Wf
amp;
r
ÃÃ
4
E
i
i
f
â fe
|
sel-vpr vpr-kleen-je, ghij hoos wicht,wie nieen-je ghij naer u wereken ge - kort wert u vlercken, g'in u kri - oe-len, u dra-ven en woe-len, iipen-je, u mereken, als vop-lpn, dat |
te heh-hen voor? en seer he - nout. snit staenals geck. |
(1^
j-
E
a
f==p
f
r
n
m:
âlt;9
nrr f
£
VII.
Stem: 's Nachts doen een blauw gestarde kleet, amp;c.
('J ; .)
Ã
â i
tzL^r r r ^
U Nr - dor - laml! lot op n saeck, (ie tijt en stout is Nopint acht op u - wei' Lnn - den staet, n volck end' ste - den Re _ schut, he-scherint, be - waerd 11 land, let op het Spaensch he -
z
1 ⢠-
â 4
'n t
mi
f
râF »i i i
m
iȉ0-
i
daer, op - dat nu in den hoeck niet raeck u vrij-!ieit, die voor - waer U rneest sijn aterck, end'daer is raet en duet van outs al - tijt ge . weest. ö drog, eij laet niet tie - men uijt n hant n Pre - vi - le - gien toch; maer
m
f¥
FT
TTJf f â¢
F=f
m
Ã
*=
£
ou - (Iers heli-hen dier gp-cocht, met goet en hloet en le - ven; a - del is man - liaf - tich vroom, men vind niet haers ge - lij - eken; thoont u elck een man vnl moet, in 'thou den van n wet- ten.
I
f
i
Â¥
i
t
$
i
\ i m
want rtij werd nu gantsch en 'tee. ne-mael ge-socht tot niet te zijn ver - dre-ven. houd den Spanjaert doch, ick hid u, in denthoom dat hij van ons mach wijeken. bo - ven al dient God, en valt hem sleets te voet, dat lüj op n mach let-ten.
P
if
f
r-
f-
25
10
VIII.
Stem*. Het was een rijck mans burgers zoon, amp;e.
(J z H4.)
. .e
ê
Be . geer - tens lust baert al - tijt qiuiet in God - de - loo - se Ge - lijok eon ap - pel buij - ten aen wel schoon schijnt, end' van Be - driogt u niet, sict toe, sict toe! schijn - heij - li - je*1 ge -
«f
$
I
r
Vl,1' 0 \
i
SE
siel ver - koo - pen sij a 1st gaet hier slechts maer naer liaer niet en (loogt; soo siet men 'tgaen met dees fe - nijn ge -zijt nu Gods - ge - salf - de moe, end' heht poo gaen ver-
'f-v
2
-«M-
p
men - schen,haer bin - nengantsch soor - den, ghij
*
f
fWt
f
T
*- '1
wen . schen.rinch spin - nen. Sij moor - den. den
des Moe . ren nen wat van der n - wer
quot; fJT^
'm 't i
itm
kna stuij ban
M
fcr
;â¢
gen, dan ist te taet, daer is_geen raet, te
ten; door - trapt,door-naeijt sijns' en_daer leijt int den,doch wat u daer, voor naeckthier naer suit
14
doen be-rou der daet. hert geen heij - lig - heijt. ghij wel wor-den waer.
m
quot;fi ':
m
11
IX.
Stem: Op de Engelscho Min.of: Noch leef ick in verdriet,
(J=fiK.)
1
dat (iod den Heer he -die slaapt noch sliiij - inert de (iod die eon - wiji
-k
a
t
EfE
en
ir(»
dor
brand
quels eer.
de
sijii
dees
schermt, uls noijt, hij leeft! Dat
-fiP
daer met inoonl helpt uijt veel hij ons 'tzijn -
vij - and ront - om volck, 'twelck was ver-o - ver - win - nintr
m
P
f
I
quot;if
m j
i m ;
-p-
Se
ân:
W-----6Hâ:âdâ*-
Ã^Ã
a.
|
swennt. End' dat men meent stroijt door 'tSpaensche lioos geeft; wat won - der heeft ge de |
sal 'tschier o - ver win - nen hroet end' doet haer noch dit kracht des Hee - ren al ge - |
mi
r,--
'O
A.
r
r
0
m
m
|
al, dat dan, dat dan, dat goet, dat self, dat self, dat wracht? O Heer! O Heer! O |
self's komt totâ den val. vij - and loo - pen moet. irroot is n - we macht! |
12
X.
Stem: Isser ijemant uijt Oost-Indien gekomen.
|
(J r 69.) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
|
Wel - ge - luc - kig is, die_ â la lt;les Hee - ren wefr is_ wel leert te ster - ven, waer - heijt en le - ven, |
m
-m
3^
r 1 f
f ^ f
als voor 'tLand hij heeft ge - icefd, die hot hij spijst ons met hemelse,h liroot, maer een
He - mei - rijck door. an - dre weg die_
WT
m
i
tâFâi
i
w=*
gf
f
t
Gods gunst wil er-ven, en zich vroegtot Hem be-geeft. tAerd dioht leijt he-ne-ven, is de weg die leijt ten (loot. Sinfil_
sche goet. is't pad _
M r gt;
g:
0 p
i i
wâgt;
i
_
Oock hoe soet voor het Hemelsch een-wig niet en acht, end'van'tqnaet sich wacht, 'tge- ne dat naer den schat des Hemels he-nen treed'tan - der ruijm en breet.
1
pE
* V
25
XI.
Stem: Heij wilder dan wild,
(J ⢠- 44.)
13
ÃK
3S^eb35
£
IF
Wilt TPF Bid
den u be
God. al_ g'in.
he - den nu ee - ren, ons wa - kft, end'
tre - den voor Hee - ren, wilt ma - ket dat
!
*
r
j-
quot;MM
r
r
| ||||||||||||||||||
|
van ten eken en | ||||||||||||||||||
da - gen, dit ko - ring end'
won - der, bij 'tqiia - de, met
son - der scha - de.
den niet.
Se toch
m
iiE5±
J
f1 -i-
i^râr
-i.
amp;
M
m
f
| ||||||||||||||||||||||
|
sijns mensch! voor bronst de | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||
|
ee - re, die dra - gen, doet sto - ring, al - daer nu on - sen ij - der recht en waer sijn rijck noch vij - ant wachtâ u slaet ter voor he sterek be neer. drog. walt. |
eens.
soo
f
r
r
r
1
f1
as
XII.
Stem: Windeken daer het bosch van drilt,
('Jz72.)
:S
0
tSpaen Mijn Maer
sche den die
haer_
gantscli. pas -
met den nen
ge - drocht en storm vai\ bin
ge - spuijs ver - wo et, ten oock
1
T ./â
r
f
afE
25
15
|
mm à scho - ten (Ip wal - len de - se daer - uijt en me - niu; jong kloerk en bij - naer plat. zij daer - in. fraeij ge - sel. |
4'.' t'ti S^r r-nuplet. Trom-mel pii fluijt en 'tls waer- de stad werd |
p. f p
r
m
r
m
r ;
-9-
|
noch so_ groot, aen ons_ land, lid - scha |
in blijd - schap werd ver daer - voor ge - bracht tot wacht de 'loot, siju - der achand. |
|
-iâ .j_ J---Jâ | ||||
|
â-f â« |
r-⢠|
â |
quot;T......fquot; M j ^ | |
|
- .... ⢠|
ȉ |
â¢# | ||
as
i
XIII.
Stem*. Pots hondert duijsent slapperment
(J; so.)
16
t. Wiicr dut nion sich al kpoid of wend, end' waer niPti loopt of pp - nifjd vrij (TP - vooh - tPii volck mapckt Span-jen d'oor - log Nppt - land! so gliij mapr en bout op God (Ipii fleer al -
j'1 j
i
f
9 *
quot;if
Ã=Ã _ j '
J-
lt;gt;
o
O
TT
TT
TT
|
W Ã staet, mop, tijdt, waer dat men reijst of sulox dat luj zij - tien II pij - len vast ge |
5 rotst, of rend, end' waer men lie - tien vre - den-tolck dit Land moet sen - den bon - den hont, end' 'tsaem een-drach-tig |
Ã
j-
t
-tgt;
O
O
11
'TT
TT
m
gaet. Daer vint mpn,'tsij oock op wat ree, d'IIol - lan - der end' de Zeeuw. Sij toe. Wie soud' oijt heli-ben dit ge-dacht, dat d'hoog-moet van Fa - pon, dat zijt-, so kan u Duij-vcl, Hel,noch Poot, niet krencken noch ver-treen, Al
0'-
f
i
SiEg
_. ë
ÃÃÃt-
%
! !t. butste iquot;ouiil'. lëlÃ
1 ii ,8
O-----V
loo - pen door de woe-ste zee, als door het bosch ' de Leeuw.'i'.tVer -soo een groo-tp trot-se macht so buijg saem wor-den sou? 3. O waer oock Span-jen noch so groot, Ja s'wer-elts machten een
é
f
z*âi:
t
- j ^
T
â f
â éi ^ *
r
25
17
XIV.
Stem: O Heere! g-eeft so lange leeft.
('J= 58.)
te
|
G'lijck 'teel - fiP - stepnt, niPt Sijn k'lopck bp - staen, pikI' |
Dpps' trou - wen Vorst heeft gout ver - eent, ver -dap - per slaen, doet noijt ge - dorst, naer |
|
ciert werd, en ons ruij - men 'tspaenscli ge sij - nes vij - ands |
-w-m---â jeuclit ver - hpiigt, so weld, het vplt, die bloet, muer doet voor |
e - ven is ons daer be - stand, soeckt al - le quaet, oock |
18
XV.
Stem: Comedianten Dans.
(J-7a.)
|
hoc sterck, nu in't u:*», liloi» - di - fi'e, O - rnu - Jen, quam Merck, tnch 't Mop Dio di va n quot;if WS- w |
wcrck sich al steld! woo - di - fsf swaerd Span - jen aen boord. w i |
é â¢
die 'tal - len tij. soo ons vrij - heijt heeft, blonck en het kloiick, dat de von - eken daer om uijt het velt, als een Helt, 'tge - welt _
A--
l-
be - stre - den. uijt vlo - gen. te wee - reii;
I
i
i
m j
=1^quot;^ â é' *' '' ' â - é' '---* - ^
Siet hoe hij slaef't, trraeft en draeft met ge-weld! om on - se goet, en ons
Be - ving en Ie - ving op - ge - ving der aerd, won - der ge - don - der nu
tuaer al - so dra, Spi - no - la 'theeft ge-hoord, treckt hij flox heeu op de
* 1 i
g
h
m
i
Ei
$
n
m
Hoor door Cor -
⢠sche nen kruijd
hloet, on heen
se nu zijn
en der met
:h
f i
on -
was,_ al'_
ste - den. ho - ven, Ilee - ren
1 i ^
de Spaen al 'tmij du - a
Ã
ââ¦â f
i
w-
4 *
25
19
r r r tir r
Ber - fjen te be - set - - ten.
in_ sijn blo^t ver - smoor - de.
't Vlasâ was niet te spin - nen.
⢠â¢
I
#
w
la et 's Lands boom, 't Heeft 'sLands boom, 't Heeft 'sLands boom.
20
XVI.
Stem*. Schoonste Nimphe van het Wout.
m
(Jriao.)
ÃÃi
|
Sul - Ipii ons ver Dio ii doe, o Dooh de Heei', die bluf - fou does1, Ne - der - land, dit al siet, die door vrees', in de hand sal hem niet |
ÃÃÃÃÃ
f
i
P
l
|
eer sij't woord schrijft als - nu maer hij sai -öâ van sto-coord al wat ii hem noch al |
h9- van ons Sta - ten krij-füen moch-ten? {joet mach zijn en best be - ha - gen. eens ver - gel - den zijn God' - loos-heijt. |
ï
r
r
-w-
f
f
s
IE
o
amp;
r
TT
r
-f7
UT
25
21
XVII.
Stem: Op'tEngels Lapperken.
(J riSO.)
J J | r r p
Wie dat sich Kelfs ver - heft te - met, wert wel een ar - me
Doch 'tschijnt dat ner - gens frhij nae vraegt,ghij wilt het al ver-
De God - loos groeijt een wijl seer wel, doch 'teijn - de staet te
h'
|
jföfj |
é |
F=j|= #=j=j |
f4-Jj j j i |
j j J j i |
|
f -P- r |
--iâ1 JâJ |
M f gt; - â â |
W
slo - ter-, Pnc d'Alf u beeld, tot spijt ge - set, wa^r af - ge - hro - ken scheu - ren, maer die daer doet wat (iod mis-haegt sal 'teijn - de noch he . vree - sen; siet Lu - ci - fer qnam in de hel door zijn hoo-veer-dig
iM
rnm
f
ÃT-f-
â
WW
ÃE
ïf'^f--|-tJâ-1
toch on -oor - deel soe - eken
he . ter. lT hoo - se daed, dii» ghij he-gaet hij al - len tren - ren, als hij vol noot, sul naeckt en hloot voor Go - des we - sen; daer 'tvolck sich al aeu spipg1- len sal, in - dien se
Hm J
EÃip
Ã
ï
;S
f
f
TP
H
i
T
é=Ã^=Ã
quot;rT
1
ii
£
oMf
22
XVIII.
Stem: O A nge nietje.
ê
(J. = 5H.)
|
Chris - ten men - sclien! hoe hem_ t)e - nou - de te |
zijn__ont-spron - gen, los dat_ naer wen-sclien, tie Siet Maer Wij seer_ de kou - de, des on be - dwon - gen, en |
m
r^7
F
Y
T
L^ii
r
quot;if
^hrl; ft r
^ * JLâ
fmm
i
m
Heer_ Mee
wig
go
gel
door
rle
vo
die een ren stren
een
leeft, ii locht soo springt, die
weer ge - hol - pen dap - per hem be
stri - cken
___j
Â¥
2:
-dâ
f
fj'-
F a___
J_J J
9' (9 â¢
fi
doo vlo we
heeft;, vocht,. dringt.
g'als
le moet
wil n dat De
- neer-s'al Heer.
den, door den, en sen ge
|
j.- t TZ Ar M m r -l |
wm i f r i |
25
28
----^ -
Ãi
I
|
swa - ro noo - den, soliier hij - voel doo - den, most looft,â ge - pre - sen, dio waert_ gp - wor - den |
schun - dig In - ten ons_van't Spaensch ge al, van naer, en vaerd, nu |
Ã
dn-'' J'â¢
r
'g^üüÃ
'f
P
|
Span - jens o - ver schu - wen het ge we - der soo be |
val-- - vaer__ - waerd__ Die Geen End' |
door_ het mensch en niet__ge ijs,_ woud1 |
deedâ hem stelt_ heeft |
Jqr,j==j
h:.^4
f
f
..i
I
T^r Jrz^
IL..,!, é ^
3
al
hin
in_
les der luier
ken te
ge
ma of
l)(JOS_
pnjs i-
leed welt. _
m en tot
Stut
lie
end' nieijnd' ons Land, maer God al - leen,
ve Heer!
é
m
i
ï-
~n-'âr~ n J -
if~ Tquot;fârz
f T
r j-
â¢T
f
f
r
:ö
kant. tieen. meer.
ne - men
op_ zijn
vij - and
van len
sul - eken stand, te au - ders geen, quain u - wer eer, ons
hie
langs_ hoe
in.
24
XIX.
Stem: Gallarde Suit Margriet.
?os.)
i
fcpEEÃ
3
|
Heer; die daer des He (ill ij (o vro - me!) dick 0 Als |
mels ten - te wijls liebt ge |
r
r
i
Ã
ik i
-.-4
be te
aerd' nu
heht dat
a! 'tu
leen her
spreijt, smaeckt,
is vrij
op u
end' wat ver - inaeckt
t
T
r
Jz
-i.
i
T
jy
i ^
f
reijt, Het schuij - mig woe - dig tneijr raeckt. Looft God den Heer_ met sin
kond ma - ken gen en - de
as
25
| ||||||||||||||||||||||||
|
stil - le, spe - len, end1 end' al roept les vrij doet. nijt. naer n wen lie - ven te saem met luij - der | ||||||||||||||||||||||||
208.)
$
ifc
|
slaen het oo^c; tot ons de Heer (Hem wil ke le, wij len. Hadd' f 7 n i rt è |
u_ om - hooit_ die sij_ de eer)_ al â m i . * |
|
ââ--4vâ |
_K â J - i* | |
|
g» j-â* ' *âdâ-â ons_ in ancxst en soo_ niet bij - - ge - j ââ âjâ |
noot, ver -staeti,_ wij F=4â.1 N=| |
â â ' â ⢠⢠n los - sen kont,_ tot wa - ren lang,_ (ons |
|
r T r j â-⢠. - $ |
âfârââ* â â r ff r j=^=| |
XX.
Stem: Ballet. La durette.
A lt; J = «« )
f ; I ^ i j Ii
3!
â4
Hit-'ter droe-ve klaeh-ten, ijs-sp-li.jck ge-ween, hoort men nu aen groot en klcen. Heer hoe lang salt due-rcn, ilat n svva-re hand (Ireij-fihon sal ons va-der - land?
s ji
Ã
3i=
P
êi
-^v-
s
«T
;FEEEPFE
j
I
3
.:o_quot;
'tVroom volck siet men siacli-leu en met voc-ten treen, dat nauw o - ver 1)1 ij It niet een. Wilt den hooswicht stue-ren, die suoimmnl en hrand, Heer! en maeekt sijn doen tol scliand
j J -
r
j j.
w
T
r
Spanjen zoekt te hren - pen 'tNeorlund giintsch tot niet, en in 'tui - ter ste ver - driet. en'them soo ver-gel - den, dat des (juaets vol - op kom1 op zij - nen ei.j-ghen kop.
lp
j,.
f......it
xr
f i i j r----------' *
^ r
m
r
I j Jij) .
1
O
Wilt' et niet ge - hen - gen Heer! en ne - der siet, en ons u - we hul-pe biet. Laet zijn vloecken, schel-den, en zijns lioosheyts krop we-sen zij - nen ei j-gen strop.
f
quot;XV
^ ö |i^p Tï
8
m
i
^f=-
2.r)
1
XXI.
27
Stem: Ensrelsohe Daphne.
(J =144)
fes
amp;
ft
Â¥
|
Men brand, men blaeckt, men schend, men moort:'tar-nie vole laes recli-te voort | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
P
SÃ
druijpen men sag, ge - lijek men'tvolfk wee-nen siet al - - den dag. Hechtvaerdig
i^ülB
w
r
f
5
5Ã
é;:
r
m
m
i
Hee-re! siet ons aeii; en wil de tra-nen noch ont-faen, in een vat, en thoont dat
rd in i â^
#.ââ¢
.ff
m
m
BE
|
G1 -Ahâ |
ij dier-ba ij bi |
w-- ar |
^ Ji'jT iebt de on - 4âf?quot;: |
noo-zel ziel, J ' | quot; |
die ii steeds -T T~ |
% JTJ) such-ten-de te voet |
i.=l viel. | |
|
tJ -⬠|
-H4â^ -«i- âi*â. |
!⢠|
=i=i^f=£rj -1-4â |
-1 |
#â i _JF~ - |
â « -----j |
r* -â¢-- | |
|
------ |
P---- |
-=5=- |
é...........^ |
^...........é- |
J --------------------~ â ? |
---f :i |
⢠.. ... | |
25
28
XXII.
Stem: Op de Engelsche Foulle. of: Walsch Wailinneken.
.(J
Kâm
Laet saiifi- en spel, tam - hour en flui.jt, nu klincken tot Gods eer; dat
Gods goet-heijt we - sen moet ver-telt, die noch so voor ons sorgt, en
De Spanjaert wert nu een ge - liit in si.j - nen muijl ge - leijt; God
Ghi.j Prin-cen, Heer - en van ons Land, maeckt ons de spanjaert quijt. Mal
72)
Ã
i
pi
m
pü
SS
Heer, \ gt;rgt. ( 'jt ( ijt. ;
Or - gel, Chi - ter, ons den Hriel_ en
Die
die daer_
S'J,
om
cand'- ren trouw' lijc
Harp en Lui.jt, oock op - gaen voor den
Ma - se stelt als tot een vas te borgt
hoo - ge sit, ge - danckt in eeuw-ich - eijt
biet de hand, in Go - des vrees al - tijt
Pi
$
1»
Ã
ü:
|
Jf------tn w---- |
1 |
â |
âjâ | ||||
|
ha Ff- |
---â g'L-J est wel van ons |
^=^=U=i=i kee - ren kan Due |
â quot; d'Al - vf |
m de â- |
-- n T |
- y â |
ââi ran. |
|
4......' |
L- ii- - 1 5»-- rj |
-M -quot; 4 i |
⢠|
â | |||
|
* âJ |
m â w |
« |
- |
_ ^ ⢠:i | |||
ar,
29
XXIII.
Stem-. Branie Guinee.
'mm.
1(J =
73)
ES
Kom nu met sang van soe - te to - nen, en u met sna - ren In Is - ra - el was dat een wij - se valt met haer oock den
frj- i g:ïl jt
ff
t
s
⦠⦠quot;S-
spel ver-bli.jt; sing op, en wilt al - om be-tho - nen, dat ghij van her-ten Heer te voet; dat elck nu toch God roem' en prij - se, die ons soo veel wel -
i
i
1 i
? f i
iÃ
|
vro - li.jck si.jt. da - den doet. |
Jui.jcht God ter eer sijn Hoep o - ver - al met ver - meer, die ge - schal: lof lof___ groot |
*â
i
i
i
i
3Ã:
|
sgt;ilc - ken groo - ten prijs en danck al daen heeft voor sijn kerck. God, en an - ders geen. werek leen gtv sij |
^
f
ti
m
iâfï'i
mm
25
»0
XXIV.
A'o - gel wert ge - loekt quot;ge - fluijt, ties
(i'Alf_ (lieu ou - den snoo - den gast, fluijt
nes - telt hem de liroeck eens op, en
svveept hem met de lan - ge roe, en
van - gers me - de smijt hem de
Stem: La Dolphinee.
(J. Z (gt;!â¢)
t»--V
:'\4
p
^
,/â
I
S3
Ã
Ã
3
==#
f
---*
J-
vu
*
i
|
£ hij dan naer_ sijn volek mocht krij - gen steert als een__hout lijc hij and'â ren $ net, 'twelck slick, het jangt, sijn slaen, ge - |
â han - den set, en breng - tet in__zijn strick. Maer vrien - den re - kei hangt. Strijt vroom voor heeft ge - daen. Voor al - le »---- |
pÃÃ:
.Ãi I B
ÃÃÃ
m
y*-
V
zij - neu zang.
nietâ be - drieg.
Lant._ ge - raeck.
van_ u keer.
fi
is
P
m
f
fi
»1
XXV.
Stem.- Engels Nou nou.
gt;«= in;)
'-OS
4
Ã
|
Hee - re! kee - re van ons af Toomt en lireij dclt sVi.j - ants iiiaclit, Doch so 'tu lx» - lie - ven sal |
u ver-too - rent aen - ge-sicbt, die 't dus al in roe - ren stelt, dat gJiij ons noch lan - ger snit |
w
m
f
f
w pf ^i;r......r
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en door dees ver-dien-de straf, ons ver-Mint ver-stant ver - licht; Heer! verschijnt eens so niet kracht dat hij mij - men mach het velt,, la - ten in dit on - ge - vul; geef ons llee - re toch ge - dnlt^. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
- gt; Ui |
~~iâ]-- |
4-iKh1 |
\ - |
. | | |||
|
--f=^ |
f v m f-f ^ f â |
ij* |
- ^ -ft/ |
MF=J |
diit ii vrien - de - lijck ge - laet lich-tend o - ver ons mach staen. en ii volck, naer snlc - ken werck, veij - lich een-mael op-gaen mach. en laet u - wen wil ge-schiem want gij se - ker en ge - wis_
iP
si
m
di
w
UJl----«
3^
r
m ê i
ÃÃë
3
u-I
XXVI.
Stem: Allemande Guerre guerre gay.
A (J = 72)
^ i) I J ^
rap - sack, vloot den Speck ver - Itaest, als een va - lien vlo - gen op de vluclit, met een - en, die nu kleijn en groot vrij
den groot - ston Do Bour-goen-sehe Wilt Gods eer ver
t n ^
i
T
m
in der haest, als een hond - die raest. O ghi.j stad van
oock vol sncht, en ge - heel__be-ducht, door de hoo - ge
Leij - den! dit stio - men, en ee - re moet
sent in noot o - ver - vloe - dig hroot. Lof' dan, prijs en
1
i
m
Mr f
â
|
stuckâ be - nierck, en laet toch ver me - nig man die sij sa - gen sijn_ ge i seijt God, ons al - Ier hreij - den, Gods ko - men dick Hee - re, in won - der werck. krie - len aen. eeu - wig - heyt. |
w
1
'O'
XXVII.
Stem; Engels Woddecot. Ofte: Dat men eens van drincken
spraeck.
(J.-. 00)
i
mMI
ders cker zijt
sijt door
ïUlt'll
niet
de ii
RO SO
ilacr end en
dat
a won snor vi er
hand, seer, sot,
Ra - ta - - vi
God doef veel
Al pocht de
Gliij Ba - - ta
i
3
h
^3
f
4 f;
Ã
g
al de We - relt is om nijt. De pronck van vthee
inaeckt uw's vij - ands doen ter schand, hoe - wel hij IniJ
acht sijn stof' - feu gantsch niet meer, sijn Ifoom - sche Spaen
g'an - iler roem dra egt als in God, dwijl d'o - ver - win -
Ie de sche ning
Ã
Ã
Ã
Â¥
W
i4
SS i --
P
Chris - ten
tiert__en
groo - te
en__liet
hm - den
si.jt niet
wei' - den
God den
veel
dam eens niet ko -
en di.jck.
ver - vaerd.
ge - bracht,
men moet.
nen hem tot al
ee -van haest Heer
sal van
â
;}4
i-
P
« W J
'inskcfek! noiit u kloe-l
/-
0 Heemskerck! noijt u kloe-ke duet uijt ons ge-dach-tcn guet, die met Doen , g'op der blaeu-wen 0-ce.-uen liet waeij-en Sta-ten vaen: al't ge-
Stem: Ballet.
.(J = 80)
XXVIII.
$
$
at
as
Â¥
1
y ^ 5 w
m
slaen, met me - nicli kloe - eken Held, die u te sche - pe was be -hoop, de vlot - ten dre - ven seer vol Cas - til - ja - nen heen en
fc-T-
iüi
ü
f
tt
m
steld, elck ge - aerd als een Leeuw, on - ver - vaerd voort ge-sdireuw van het
die best
m
P
i
Ppap
m
steid, eicilt; ge - aerd als een heeuw, on - ver - vaerd voort ge-st'Hreuw weer, groot kri - oei en ge - woel sach men daer, voor en naer
i~-3:
s
i
f
t t
m â¢
*__L
Ãmm
|
snoo - de Spaenscli ge - dFociit; twus een won -kon - de, packt hem dra op de vlucht,. -------- |
- der soo elck vocht, of tot ge - na. |
r
r
1
H l
⢠-
s ⢠»
:a'
p^p
ar.
Bijlage X^.
Stem: Isser ijemant nijt Oost-Indien gekomen.
.'{3
(J-100.)
J Jâ
|
Is ~ ser ie - mant uijt Oost Toe - back drin - cken is oen Al - le din - ghen doet in |
In - diën ge - ko - men, goe - de mede - ci.j - ne, poe - - der ma - te |
E±
f
r
f
Ã
v e i
mm
f 1
Das-schen is goet voor - - de Al - te veel waer se - ker
stelt na er
u
s'wijf's
| ||||||||||||||||||||||
|
er va n te be weet? vree! vel! | ||||||||||||||||||||||
mm
é
w
ri
f gt;
|
back ver - no-men, gheef't-tan - de pij - ne, wrijft â be - ter ghe-la - ten, dat we fg f 7 |
nn.) be - scheet? se daer meê: ten wij wel. |
Is hij wel goed voor Soo is den roock voor Soo drinckt dan hier naer =j=r^- -^ |
Ã
vroed, loock. bier.
smenschenbloet? of hij deugt doet seg: - g'et mij vroed, seg-- get mij den n)an oock al ist maarsmoock be.ter dan loock, be - ter dan u plai- sir een pijp of vier bij wijn of bier, bij wijn of
1 ' if
r
P
«5
--
â¢p- â
s. â lt;â¢â¢â¢â
-
i ?â¢â¢
VBBEENIGING
VOOR
NOOED-NEI)ERLAN])S MUZIEKGESCHIEDENIS.
De vroeger door de Yereenigüay nitgogevoi werken zijn tot de volgende prijzen â voor ieder verkrijgbaar als:
Houwsteenen: Eerste, Tweede en Derde Jaarboek der Ver-
eeniging; ieder..........,..........Æ j
I. J. 1'. Swniii.iNCK, Regina Coeli.....Partituur . ... - ].50
1 Stel Stemmen. . - 0.75 If. XIX O ii d-X e d e r 1 a n d s c h e Liederen, uit den âNederlandt-
sclien Oedeuck-claiik'* van Adrianus Valerius. (Uitverkocht) .... - 1.50
lil. .). T. Swkku.nck, Zeven Orgelstukken (Uilverkochl)........2.â
n. 1 w a a H Ge u z el i e dj es uit den tSpaanscben tijd. Met klavierbegeleiding en toelichting, door Prof. A. D. Loman.......- 0 90
V. Cok.nkus Som-\-T, Drie Madrigalen en J. P. Sw,kki ikck . Twee
Chansons.............Partituur.....1,75
, I Stel Stemmen. . - 1,50
\ I. .1. W . Swkkmkck, Acht Zes-stemmige Psalmen met hio-bibliografiselie Schets door H. F. L. Tikuk.man en pliotograpliisch i)ortret van Stvek-
1INC'K................Partituur .... - 4.â
1 Stel Stemmen. . - 1,50
Til. J. P. Swekusck , Chanson. ................- 0 50
VIII. .1. W anniko , Bloemlezing uit de [gt;2 Sententiae, bewerkt door
Koukkt Eitnkk.............Partituur ..... 1.75
1 Stel Stemmen. . - 1.75 IX. Jac. OiiiiKCiiT. Missa Forlwia (kspcmla, bewerkt door, Robert Eitnee.
Partituur .... - i ,75
1 Stel Stemmen. . - 1.20 X. Oud-Nederlandsclie Danswijzen, bewerkt voor vierhandig klavier
door Ihi'. Mr. J. ('. M. van Riemsdijk (wordt herdrukt)......- 0,75
XI. Const. IIi vckns. Pathodm ment tl proj'ana en muzikale Briefwisseling,
bewerkt door Prof. Jonckbi.oet en Prof Land..........- J5__
XII. J. P. SwKKi.iNTK. Zes \ ierstemmige Psalmen . . Partituur .... - 2 25
) 1 Stel Stemmen. . - 0.75
XIII. A. Reinken, Hortus Musicus. ...... Partituur . ... . 4.20
1 Stel Stemmen. . - 2.r0 XIA. J, A Lkinken, Partite diverse sopra I Aria; Sehweiget mir von
V\ eiber nehuien......â¢........... . - OIO
X\. .). P. Swkki.inck, Cantio Sacra: Ilodic Christus nntus est. Partituur. . - 0..0
1 Stel Stemmen. . - 0.30 X\ I. Vier en twintig liederen uit de I5l10 en eeuw, met geestelijken en weieldlijken tekst, voor eeue zangstem met klavierbegeleiding,
bewerkt door Juk. Mr. J. C. M. van Riemsdijk .........-1.50
X\IL J. P. Sweemkck, Psalm 150 (achtstemmig). . . . Partituur ... - '1,50
I Stel Stemmen. . - 'l.75
Amsterdam, November 1893. H. C. ROGGE, Secretaris.
Het Tijdschrift wordt uitgegeven in Afleveringen van I a 5 vel druks met Platen en Muziekbijlagen. Vier Afleveringen vormen één deel.
De prijs van elke Aflevering is Ãén Gulden.
Achtereenvolgens zullen worden uitgegeven:
Registers op de drie jaarboeken, getiteld: Bomvstcenen, bewerkt door Paul Beikimans te dent.