ocr page 1

Z/ • 'i/ D .

/ /// 1-e4tesC.

HET GOH JUBELFEEST

DER

JOPfGElINGEMOtfCREGATIE

VAN

MmHA'S ONBEVLEKTE ONTVANGENIS,

GE VESTIQ-D

II DE KERK DER EERW. PATERS te TILBUEamp;.

1848 A 1898.

ocr page 2
ocr page 3

^Lan 'Jilbtirgs dierbare jongelingen, leden der Hyornjrecjatte van Solaria HJnhevlekt, worden deze Tveinye bladzijden opgedragen. S^loc/e de lezing de herinnering aan ''tgouden jubelfeest der '-Congregatie verlevendigen en de goede voornemens en besluiten in de zalige dagen van voorbereiding gevormd, verster~ lien, dit geve ^od door fijne (Heilige en Onbevlekte ^loeder! 3)it is de vurige wensch van

Den Schrijver.

ocr page 4
ocr page 5

j^et pouden ƒ

ouden Jubelfeest

DER

JONGELINGEN-CONGREGATIE.

fet heerlijk feest, met zooveel ongeduld te ^gemoet gezien, voor welks welslagen alle I Congreganisten zoo edelmoedig hun giften hadden bijgedragen, het gouden jubelfeest der hun zoo dierbare Congregatie naderde. Eene driedaagse he geestelijke oefening zou voorafgaan. Zondagavond 4 December werd deze geopend voor de trouw opgekomen leden, door den Weleerw. pater Severens van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers. Hem waren de Tilburgsche jongelingen niet vreemd. Meermalen immers had ZEw. voor velen hunner het woord gevoerd bij gelegenheid

ocr page 6

6

der Bedevaart naar O. L. V. in 't Zand. Zij waren hem reeds dierbaar en zijn eerste optreden bij de opening van dit triduüm bad hem wederkeerig aller harten gewonnen.

Met graagte kwam men dan ook den ijverigen en talentvollen missionaris hooren. Begunstigd door het zachte winterweer, spoedde men zich reeds in den vroegen morgen tegen half zes ter H. Misse, waarna eene hartelijke onderrichting volgde. Wederom waren allen trouw present in de avondoefeningen na de vermoeiende dagtaak en ondanks de huiselijke viering van het blijde St. Nicolaasfeest. —

Bij de zalvende toespraken in den morgen en de Loeiende predikatiën des avonds toonde de Eerw. missionaris op welsprekende wijze, hoe noodig het is en hoe aangenaam aan God, Hem te dienen in den tijd der jeugd. In de leerschool van Calvarië toonde hij zijnen hoorders hoe zij , die zondigen , Jesus opnieuw kruisigen in hunne harten. Den tweeden dag 's morgens stelde hij hun zijn verheerlijkten medebroeder, den beminnelijken zaligen Gerardus Majella voor, als een toonbeeld van zuiverheid en wees bun op den avond van denzelfden dag wat God in deze dagen van hen verlangde. Hij paste op zicli zeiven toe het woord door God eenmaal tot Mozes gesproken : « Vade ad populum et sanctifica illos hodie, et cms , laventque vesli-men ia sua. Et sint parati in diem tertiurn. Ga tot het volk (tot die jongelingen) en heilig

ocr page 7

hen heden en morgen, en dat zij hunne kleederen wasschen, en dat zij bereid zijn tegen den derden dag.quot; Hierbij leerde hij hun uit de zielroerende parabel van den verloren zoon, vertrouwen op Gods grenzenlooze Barmhartigheid. Het nut en het voordeel eener goede Biecht was de stof der toespraak in den derden morgen.

« O si scires donum Dei, Och ! of gij de gave Gods kendet!quot; klonk het 's avonds ; hier werd den jongelingen , toen gezuiverd in het bad der Boetvaardigheid, Gods groote gave in de H. Communie voorgehouden. Bij al die sermonen, die door duizend en meer in ademlooze stilte werden aangehoord , verbloemde de Eerw. spreker de waarheid niet, en wees herhaaldelijk op de groote gevaren, waaraan de deugd van den christen jongeling is blootgesteld.

Met nadruk, in echt welsprekende, meesleepende taal waarschuwde hij zijne hoorders toch altijd te bewaren die twee groote sieraden van den katholieken jongeling: de kuischheid in woorden en werken en den eerbied voor het ouderlijk gezag.

In stille godsvrucht werden de dagen van het triduum doorgebracht.

ocr page 8

8

8 December.

HET GOUDEN JUBELFEEST.

Is telken jare 't feest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis een plechtige dag voor de Congregatie : haar titelfeest, thans herdenkt zij met dank aan God de vijftig jaren van haai- bestaan, viert zij in blijde vervoering haar gouden juheltij. Uit alle wijken van het ver uitgestrekte Tilburg stroomen de honderden jongelingen stil en ingetogen naar het rijk versierde, schitterend verlichte Godsgebouw, verblijd om hetgeen hun gezegd is: wij zullen opgaan tot het Huis des Heer en ! (Psalm 121 ; 1.) Zij zijn gekomen om deel te nemen aan het mor-genolfer, dat de ZEw. Bestuurder der Congregatie voor hen gaat opdragen aan het heerlijk gelooide feestal taar.

Een kort, maar opwekkend woord wordt hun toegesproken door den ijvervollen missionaris, die hun nogmaals de verhevenheid der H. Communie, de grootheid dier gave Oods bij uitnemendheid aantoont, en hen ter voorbereiding wil behulpzaam zijn. Konden zij zich beter stemmen voor de komst van Jesus in hunne harten , dan door zich geheel te geven aan Maria en hunne opdracht op plechtige wijze te hernieuwen ?

ocr page 9

9

« Heilige Maria, Moeder Gods en Maagd,quot; zoo dreunde het door de gewelven, «Ik verkies U heden voor mijne Moeder, mijne Beschermster en mijne Voorspreekster. Ik neem vast voor U nooit te ver ia ten, nooit iets tegen uwe eer te zeggen of te doen, noch te gedoogen dat iets door mijne onderdanen daartegen gedaan worde. Ik hid U, ontvang mij voor uwen eeuwigen dienaar, sta mij in al mijne werken hij en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood.quot;

Het H. Ofl'er wordt voortgezet; de aanwezigen vereenigen zich met den priester en offeren God den Vader zijn eenigen Zoon , het Onbevlekt Lam, tot dank voor zooveel zegen, in de vijftig jaren over de Congregatie en elk harer leden uitgestort. —

Stichtend was de godsvrucht bij de voorbereiding, maar een traan van aandoening welt onwillekeurig op bij ieder, die getuige is, hoe die tallooze schare in de beste orde en de diepste ingetogenheid voortschrijdt naar 's Heeren Tafel om zich te voeden met het Brood der Engelen, zich te laven met den Wijn, die Maagden voortbrengt. Vindt men hier te lande, ik durf haast schrijven : Vindt men ergens ter wereld een schouwspel, dat evenaart, wat dit oogenblik ons hier te aanschouwen geeft ? Zooveel honderden jongelingen, die in de meest gevaarlijke jaren des levens, met zoo innige godsvrucht naderen tot de H. Communie. Ik zag het en was tot in de ziel geroerd, 't Was een tooneel,

ocr page 10

10

dat de Engelen verrukte en 't Hart van God en zijner Onbevlekte Moeder verblijdde! Konden zij der Reine Maagd op haren feestdag iets welgeval-ligers bieden, dan haar lieven Zoon rustend in hunne rein gewasschen harten ? En dan ? — Dan zag ik die breede rijen, die de gansehe kerk vulden, vroom en aandachtig in zoete samenspraak met Jesus de dankzegging na de H. Communie verrichten. « Et ambidavit in fortitudine cilri illius usque ad montem Dei.quot; En hij (Elias) wandelde in de kracht dier spijze tot aan den berg Gods. Zoo zong het koor inmiddels en de missionaris maakte die woorden tot de zijne en bad met en voor de biddende schare, dat ook zij 's levens pelgrimsreis' mocht voortzetten in de kracht van dit wonderbaar Sacrament. Er werd gedankt, er werd gebeden en allen smaakten en ondervonden hoe zoet de Heer is, wat zalige vreugde Hij zijnen vrienden weet in te storten.

Het Tantum ergo in koor gezongen, klonk machtig door den tempel; aller hoofden bogen zich , Jesus zegende de bevoorrechte kinderen zijner Onbevlekte Moeder.

Al te spoedig waren die kostbare oogenblikken voorbijgesneld. Men keerde huiswaarts, vast besloten, zoo mogelijk te voldoen aan de uitnoodiging om straks ter Hoogmis te komen en den lof der Lieve Moeder te hooren verkondigen.

En zij waren aanwezig in grooten getale.

ocr page 11

M

Met nieuwen ijver, want het gold hier den lof der nooit volprezen Moeder, toonde de nederige zoon van Sint Alfonsus aan, hoe Maria is Gloria Jerusalem : de glorie van het hemelseh Jerusalem ; Laetitia Israël: de vreugd van het strijdende Israël, de vreugd voor Tilburg in 't bijzondei', waar zij er vermaak in vindt hare liefde en goedheid uit te storten door de twee bloeiende Congregatie's der Fraters en Zusters, beide haar, de Moeder van Barmhartigheid , gewijd 1

Tal van vrome, nieuwsgierige bezoekers vulden door den dag den versierden tempel. (1)

Spreuken en jaarschriften verkondden de eer der Onbevlekte, vertolkten de vreugd der jubilaars.

Regina sine labe origin all Concept a {Koningin zonder erf smet ontvangen) prijkte in keurig rijke banderole op het hoogaltaar; daaronder in heerlijk monogram, Maria's en Sint Aloysius' namen. Hoo-ger : Memor esto Congregrationis tvae {Wees uwer Congregatie indachtig.)

Gaudens gaudeho in Domino.

{Met blijdschap zal ik mij in den Heer verheugen.)

Et exsultdbit anima mea in Deo meo.

{En mijne ziel zal zich verheugen in mijnen God.)

1

Vau het priesterkoor werd eene photo^raphie genomen, Deze is verkrijgbaar gesteld bij den Heer H. v. d. Schoot, Zomerstraat, Tilburg. De versiering te beschrijven is dus overbodig.

ocr page 12

12

Deze beide opschriften (de beginwoorden der H. Mis op den feestdag) waren op rijk gewerkte vanen aan weerszijden van het altaar geplaatst.

Voorts las men in liet priesterkoor in woord en zinnebeeld de gelijkenis uit het Boek Ecclesiasticus, die de Kerk op Maria toepast,, doch die zich heden zoo wel leent aan Maria's Congregatie.

Quasi cedrus exaltatasum in Libano , et quasi cy-pressus in monte Sion.

Quasi palma exaltata sum in Cades, et quasi plan-tatio roste in Jericho.

Quasi oliva speciosa in campis et quasi platanus exaltata sum juxta aquam in plateis.

Sicut cinnamomun , et balsamum aromatizans odorem dedi: quasi myr-rha electa dedi suavita-tem odoris.

Ik groeide op als een ceder op den Libanon, en als een cipres op den berg Sion.

Als een palmboom in Cades wies ik op, en als een rozenstruik in Jericho.

Als een schoone olijfboom in de vlakte , en als een plataan aan een watervloed op de wegen groeide ik op.

Ik gaf eenen geur af als kaneel en welriekende balsem: en als kostelijke mirre verspreidde ik een liefelijken reuk.


ocr page 13

13

Onder de schntse van Maria is het veilig leven. Hulde aan de Onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria op 'lt; gouden jubelfeest, meldden ons de zijaltaren. In 't middenschip der kerk spraken 8 chronogrammen van de Tilburgsche parochiën , die alle haar jongelingen ter Congregatie zenden.

GIJ , VoL Van gratie , OnbeVLekt,

Hebt U Uit Sint DIonYsIUs' zonen 't WeLzaLIg zeVentaL Ver Wekt,

Dat U zIJn LIefDe en troUW zoU toonen.

Er trok Uit NoorDeLIJker Wl.lk Een kLoeke sChare JongeMngen ,

Want zWak en sterk, behoeftig, rIJk , 'tGIng aL Maria's Lot' bezingen.

Uit Sint AntonlUs' kWartler Trok aan een Leger, grootsGH en fier, Maria's eerewaCht,

Die haar VerheUglng braCht.

Maria , zonDer VLek ontVangen ,

Hoor UWer kLelnen Lofgezangen,

GIJ zIJt hUn LIGht, hUn steUn en helL!

Sint Jozef, ga tot UVVe BrUID ons lelDen TraCht ons naast haar een zeteL te berelDen , WIJ hebben aLLes Voor haar VelL.

ocr page 14

14

GeLelD ons LIeVe VroUWe Tot 't aLLerhelLIgst Hart;

ZIJt belDen ons betroUWen ALs Drift of heL ons tart.

LIeVe VroUW ter HasseLt, Rozenkrans-Koningin ,

Voer Deze aLLen zeker UW sChoonen HeMeL In.

OM heUr DoChters eere JUIGht Anna bLIJ;

OCh , of We eeUWIg Vieren Feestgetij !

Met ongeduld was de avondplechtigheid tegemoet gezien. Lang te voren waren de meeste zitplaatsen reeds bezet; niet slechts de Gongreganisten, ook tal van nieuwsgierigen vulden den tempel. Klokke zes: daar klinkt Aiblingers Jubilate Deo! 't Zijn de zangers der Congregatie, die dezen avond de plechtigheid zullen opluisteren en 't zij bij voorbaat gezegd : aller verwachting verre hebben overtroffen.

De gewone Congregatie-oefening wordt besloten met het volgend feestlied in een heilig enthousiasme gezongen :

ocr page 15

15

JUBELLIED.

Broeders, vieren we opgetogen 't Dubbel plechtig feestgetij : Van Maria , rein ontvangen ,

Door Gods gunst van de erfsmet v Van de gouden jubeljaren

Saamgesloten lot een kroon ,

Sinds zich Tilburgs jongelingscharen Gaadren om Maria's troon.

Laten we ons dan vrij verblijden

Op dit dubbel hoogtij feest , En Maria's troon omringen,

Als haar kinderen onbevreesd ,

Laat ons lof en jubel zingen

Voor die Moeder onbevlekt,

En een vreugde niet bedwingen, Die het goud tot eere strekt.

o Maria , uitverkoren ,

Die de kroon der schepping spant, Leid ons op den weg des levens

Aan uw moederlijke hand.

Zegen onze Congregatie ,

Doe ze staan door de eeuwen heen, Laat haar leden al te gader 't Rijk des hemels binnentreên.

ocr page 16

IG

Het plechtig- Lof neemt een aanvang; Jesu dulcis zoo klinkt het diep eerbiedig.

Zij hadden het begrepen , de godsdienstige jongelingen : « Aan Jesus denken is zoet, maar Jesos' tegenwoordigheid smaken, ais dezen morgen in generale Communie : Super mei et omnia, 't Gaat alle vreugd te boven.quot;

't Alma Redemptoris bracht der Moeder lof: Gij , liefelijke Moeder des Verlosser, Gij , die de altijd geopende deur des Hemels blijft en de ster re der zee; o, kom uw volk te hulp, dat altijd valt, maar ook altijd weer wil opstaan; o Gij, die tot verwondering der natuur uwen Schepper gehaard hebt, Maagd blijvende te voren en daarna, uit den mond van Gabriël deze groetenis ontvangende, o, heb medelijden met ons zondaren !

Daar bestijgt voor 't laatst de gewijde redenaar in ons midden den kansel, nu om de feestpredikatie te houden. Sterk is de verwachting gespannen , verre wordt zij overtroffen. ZEw. vangt aan ;

Eene heugelijke tijding, Dierbare jongelingen, heb ik ü dezen avond mede te deelen. Aan Z. H. den Paus werd telegrafisch bericht gezonden van de feestviering der Congregatie. Langs denzelfden weg gewerd ons heden antwoord van onzen H. Vader, die U zijn Apostolischen zegen schenkt. Ook de Bisschop der diocese werd in kennis gesteld van het gouden Jubilé en ook deze betoont in een overheer-

ocr page 17

17

lijk schrijven zijne deelname in de feestelijkheid. Eerende het gezag verzoek ik U de voorlezing van een en ander staande aan te hooren.

Aan Z. II. Paus Leo XIII te Rome.

Twaalfhonderd jongelingen van de Congregatie der Onbevlekte Ontvangenis vieren het gouden ju-bilé barer stichting en verzoeken uwen Apostolischen zegen.

P. Drabbe, Directeur.

Tilburg.

c 2

ocr page 18

18

Père Directeur Congregation de Notre Dame Tilbourg.

Aux jeunes gens de la congrégation de l'immacu-lée conception qui célèbrent jubilé d'or de sa fon-dation saint père envoie de coeur bénédiction apo-stolique.

Gard. Rampolla.

Aan den Pater Directeur van de O. L. Vrouwe Congregatie Tilburg.

De H. Vader zendt van harte zijn apostoiischen zegen aan de jongelingen van de Congregatie der Onbevlekte Ontvangenis, die het gouden jubilé barer stichting vieren.

Gard. Rampolla. 's-Bosch 7 Dec. 1898.

Aan de Jongelingen-Congregatie van O. L. V. Onbevlekt Ontvangen, gevestigd in het Fraterhuis te Tilburg.

Met veel genoegen en belangstelling hebben wij kennis genomen van de heugelijke gebeurtenis, welke de jongelingen-Congregatie van O. L V. Onbevlekt Ontvangen , gevestigd in het Fraterhuis te Tilburg, morgen op het feest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis, zoo echt christelijk herdenkt. Eene Congregatie, die na een bestaan van 50 jaren 1200 leden telt en zich in zoo bloeienden staat bevindt, heeft wel redenen om te juichen en feest te

ocr page 19

19

vieren op haar gouden jubeldag-, vooral wanneer dit geschiedt onder eene voorbereiding, als hier heeft plaats gehad. Wij achten ons wel gelukkig aan die Congregatie , bij deze gelegenheid onze hartelijkste felicitatie en onze oprechte hulde te kunnen aanbieden, en onzen warmen dank te brengen aan God en aan de heilige en Onbevlekte Moedermaagd, aan de Congregatie en hare leidsmannen voor al het goede,

ocr page 20

20

dat zij in dit tijdsverloop gesticht heeft. Wij wenschen haar verder in alle oprechtheid eene toekomst , zoo gezegend, ja gezegender nog, als het zijn kan , en schitterender dan haar verleden geweest is, — en schenken Haar uit de volheid des harten met liefde onzen Bisschoppelijken zegen.

Leve de jongelingen-Congregatie van O. L. V. Onbevlekt Ontvangen, zij groeie en hloeie in lengte van dagen ! 1!

De Bisschop van 's-Bosch, -{- W. van de Ven.

Na deze tijdingen, met zooveel blijdschap vernomen, begint Z.Evv. de feestpreek;

« Memor esto Congregation is tuse, quam pos-sedisti ab initio. (Ps. LXXIII. 2).

Wees uwer Congregatie gedachtig, welke gij van den beginne bezeten hebt.quot;

Haec est dies quam fecit Dominus, exultemus et laetemur in ea. Deze is de dag, dien de Heer gemaakt heeft! Laat ons er op juichen en ons verblijden. Ja, wij kunnen juichen en jubelen ! Wij zijn er reeds toe opgewekt door het zielroerend gezang « Jubilate Deo, omnis terra, Jubelt voor God geheel de aarde 1quot; Wij juichen in de blijdschap onzer harten. Wij gevoelen het: 't is de dag, dien de Heer ons heeft bereid, wij smaken zooveel vreugd en zegening op dezen gouden jubeldag! —

ocr page 21

21

Heilig hen, zoo sprak de Heer, heilig hen heden en morgen en dat zij hunne kleederen wasschen en dat zij bereid zijn tegen den derden dag.

En zie, die dag is gekomen, die dag ging heerlijk op ; heerlijk voor U, die U reeds in den vroegen morgen mocht voeden met het hemelsch Manna, die Jesus ontvingt in uwe welbereide harten, Jesus, vart wien zooeven nog en met zooveel recht gezongen werd , dat Hij onze vreugde is: Sis nostrum gaudium; — heerlijk voor den hemel, die 't verrukkelijk schouwspel zag, dat 1200 jongelingen in ééne liefde vergaderd , neerzaten aan 's Heeren Tafel om zich te spijzen met het Brood der Engelen. —

En nu, dezen avond zijt gij weder saamgestroomd naar dit heerlijk versierd tempelgebouw, ten einde de kroon te zetten op het werk. Opnieuw gaat gij eene feestvreugde genieten , die , hoop ik , onvergetelijk zal wezen. Hsec est dies, quam fecit Do-minus ! 't Is heden de dag, dien de Heer heeft gemaakt! — Ons juichen echter is niet genoeg, wij moeten feest vieren zóó, dat het ons strekke tot blijvend heil. Om uwen ijver, reeds hoog opgevoerd , zoo mogelijk nog te vermeerderen, wil ik U gaan aantoonen , wat uwe Congregatie voor den Hemel gedaan heeft, en wat ik hoop , dat zij voor den Hemel nog doen zal. —

Memor esto Congregationis tuse, quam possedisti ab initio. Wees Gij, Onbevlekte Maagd, uwer

ocr page 22

22

Congreiratie gedachtig, stort dezen avond bijzonder uw moederlijken zegen over haar uit ; geef, dat ik zoo spreke, als gij het verlangt, en zij, die mij aanhooren heil putten uit deze feestpredikatie.

Ave Maria.

Tilburg mag, met het oog op zijne jongelingschap , van deze Congregatie zeggen : « Venerunt mihi omnia bona pariter cum ilia (Sap. VII. fl.) Met haar zijn mij alle goederen geworden. De vijftig jaren, die wij heden herdenken, zijn daar om het te bewijzen. Werpen wij een vluchtigen blik op de geschiedenis, wijl het eervol is de werken Gods te openbaren.

In 't jaar 1848 besloten zes edele jongelingen te Korvel eene vereeniging te stichten. Bij die kleine keurbende sloten zich spoedig acht anderen aan. Dit veertiental begon het werk Gods zoo nederig in den beginne —- kenmerk van alle werken des Heeren ; — maar God wilde hier toonen de almacht zijner rechterhand. Van 't woonhuis, waar in den aanvang de vergaderingen werden gehouden, werd ze om het toenemend ledental aldra verplaatst naar 'tfraterhuis, eerst in de weezenzaal, waar ze twee jaar zou voortwerken. Toen trok zich Mgr. Zwijsen, roemrijker gedachtenis, de zaak aan , keurde de Congregatie goed en schonk haar daardoor een kerkelijk karakter; op den 6deu December 1851 werd haar door Z. D. H. de eerste bestuurder toegevoegd in den persoon van den HEw. pater Superior, die

ocr page 23

23

thans nog zoo wijselijk de Congregatie der Moeder van Barmhartigheid bestuurt. —

Nu sloeg zij spoedig als een schutsengel over Tilburg haar vleugelen uit. Zij werd verplaatst naar de kapel, naar deze kerk ; zag zich achtereenvolgens gesplitst eerst in twee, daarna in drie afdee-lingen ; en vraagt ge mij, wat die vereeniging, door

ocr page 24

24

God zoo zichtbaar beschermd, voor den hemel heeft verricht, dan luistert:

Het ledental bedroeg sinds het begin 3644, waarvan 181 in de Congregatie tot een beter leven overgingen ; 352 hunner hebben den religieusen staat omhelsd en één dezer zien we op Molokaï, 't eiland van den heldhaftigen pater Damiaan, als een anderen liefdeheid onder de melaatschen; — 42 leden zijn thans werkzaam als priester; bij hoevelen hunner werd de grondslag hiertoe gelegd in uwe Congregatie !

Wilt ge meer, verneemt dan, dat in de laatste 16 jaren door ijveraars onder u meer dan ƒ 10.000 werden gecollecteerd ten bate van het Genootschap tot Voortplanting des Geloots. Vijftig jaren lang heeft de Congregatie aan de H. Kindsheid voor een twaalftal arme kinderen betaald.

Wie zal ons zeggen wat goed zij voorts gesticht en geoefend heeft, waardoor zij tot heil strekte aan Tilburg niet alleen, maar ook verre daarbuiten ! Hoeveel jongelingen zijn door de Congregatie voor zonden behoed! Hoevelen in de deugd versterkt , opgeleid voor den Hemel! Wat al verdiensten heeft zij voor hare leden vergaderd, wat al vertroostingen over hen uitgegoten in dit dal van tranen ! In waarheid , dierbare jongelingen, Introduxit vos Dominus in terram fluentem lac et mei: Go.1 heeft u binnengeleid in een land overvloeiend van melk en honing. Maar 't zij gezegd

ocr page 25

25

tot lof der Gongreganisten , ook zij hebben zich der Congregatie waardig getoond ! Zij schonken Maria haar heerlijke banier, en dank hunne vrijgevigheid mag ook hun tweede patroon de H. Aloysius zich in de zijne verheugen. De twee prachtige tronen , waarop heden de beeltenissen uwer beide beschermers prijken, zijn het bewijs uwer milddadigheid. De zilveren kroon, die't hoofd van Maria's beeld versiert, spreekt mede van uwe kinderlijke vereering. Diepe erkentelijkheid dreef U aan, zelfs ten koste van offers, uwe Moeder te eeren, die door hare Congregatie zooveel goed stichtte en zich voor Tilburg toonde eene bron van onuitputtelijk en zegen.

Doch werpen we niet slechts een dankbaren blik in 't verleden , zien we dezen avond ook vertrouw-vol de toekomst tegemoet. Wat moet en zal de Congregatie doen voor den hemel ?

Was het zilveren jubelfeest, in 1873 gevierd, een machtige spoorslag om de Congregatie in haren ijver te doen volharden , te doen toenemen zelfs, zoodat sedert dien het ledental verdubbeld is, het gouden jubelfeest moet haar wijder nog de vleugelen doen uitslaan. Zij moet groeien , zoodat dra de muren dezer kerk te eng geworden zijn om allen samen te bevatten; de leden moeten door haar meer veredeld worden , zoodat allen zonder uitzondering sieraden zijn voor Tilburg, uitmunten

ocr page 26

26

door hunne edele zielsgesteltenis, door onverschrokken belijdenis van het Heilig R. K. Geloof'.

De Congregatie, zij zal blijven, als de arke, zooals Sint Alfonsus elke Congregatie noemt, als de arke, die redden moet in den zondvloed dezer wereld. Uwe Congregatie, de grootste die ik ken, zij strekke talloozen nog tot behoud.

Wilt gij liever, dat ik ze vergelijk bij Davids toren « Turris Davidis ... mille clypei pendent ex ea, omnis armatura fortium iCant. IV. 4.) «Toren van David ... duizend schilden hangen er aan, geheel de wapenrusting der sterkenquot;; welaan, strijdt dan als soldaten van Christus den goeden strijd ten einde toe, om eenmaal de gloriekroon van J.C. uw aanvoerder zelf te ontvangen.

0 Congregatie — nooit genoeg te prijzen , wat sijt gij een zegen voor Tilburg 1

Hoort naar de uitspraak der heiligen, zij zullen, Deter dan mijne zwakke woorden zulks vermogen, J de waarde der Congregatie schetsen. De H. Ufbnsus leert, dat men in 't algemeen minder ;onden vindt bij twintig, die trouw de Congregatie )ezoeken, dan bij één daarbuiten.

De H. Carolus Borromeus, de H. Franciscus van Sales, zij weten niet hoe eene Congregatie genoeg-aam te prijzen! De H. Bernardinus van Siëna arzelt niet op haar toe te passen wat de H. Ber-ardus van de kloosters zegt: « Men leeft er zui-erder, valt er zeldzamer in zonde , heft zich ge-

ocr page 27

27

makkelijker op , wandelt voorzichtiger , rust vreedzamer, wordt overvloediger besproeid met den zegen der genade en de gunsten des hemels, geeft Gode voldoening en vermijdt gemakkelijker het vagevuur; men sterft met meer vertrouwen en tevredenheid en wordt glorievoller gekroond in den hemel.quot; — Dierbare Gongreganisten, als gij volhardt in uwe trouw zult gij een gelukkig leven leiden en eens getroost den dood ingaan.

Als P. Leon. Lessius den stervenden geleerde, Justus Lipsius vroeg, welke daad van zijn leven hem op dit oogenblik het meest genoegen verschafte, antwoordde hij : « Dat ik mij heb laten opnemen in de Congregatie!quot;

Mgr. George, Bischop van Périgueux, deed zich in zijn laatste uur zijn diploom brengen. Daar zijne krachtelooze handen het niet meer konden vasthouden, deed hij het aan zijn voeteneind plaatsen en bleef er zachtkens zijne blikken op vestigen.

Hij beschouwde het als een vrijbrief, om gelukkig in de armen zijner geliefde Moeder over te gaan. Op het punt den geest te geven , kon hij Maria in waarheid zeggen: « H. Maagd , mijne Moeder, ik heb U wel bemind ! —

Gaat ook gij er groot op te kunnen zeggen : « Ik ben lid der Congregatie van Onze lieve Vrouw !quot; Draagt met heilige fierheid het eereteeken van Maria op uwe borst, 't is ook U, een vrijbrief ten hemel, ten eeuwigen leven.

ocr page 28

'28

Weest ijverige Congreganisten: volhardt in het trouw bijwonen der vergaderingen en in 't vervullen der plichten aan 't lidmaatschap der Congregatie verbonden, 't Moge zijn de vrucht dezer feestviering : Vlucht de gelegenheden tot zonden, vermijdt met de meeste zorg alle losse en dubbelzinnige gesprekken , ontvangt dikwijls de H. Sacramenten en bidt, wordt mannen van gebed , dan toont ge U trouwe Congreganisten, ware kinderen van Maria, niet voor korten tijd, maar voor immer — dan leeft en sterft ge onder Maria's schutse.

Nu mint ge haar en juicht haar toe: Tu gloria Jerusalem, tu Icvlitia Israel!quot; « Gij zij t de glorie van Jerusalem , de vreugd van Israël /quot; « Gij zijt geheel schoon , o Maria en er is geen vlek in U!quot; Zoo gij volhardt, zult gij niet slechts door het geloot opstaren tot die vvonderschoone Maagd en tot Jesus, die haar aan U tot Moeder gaf maai' aanschijn aan aanschijn zult gij beiden zien en eeuwig zingen, het Jubilate Deo voor den God van glorie ! Gij zult lof en jubel geven aan uwe Onbevlekte Moeder en het driewerf heilig herhalen voor den God der eindelooze liefde !quot; Amen.

Na dit treilend sermoon, dat we zoo graag woor-lelijk en met al den gloed van den spreker hadden veergegeven, had de opdracht plaats van 128 nieuwe eden, die zich gingen scharen onder de banier der )nbevlekte. Een zevental, laat ik ze nog eens ver-

ocr page 29

29

gelijken met het zevengesternte , had 25 jaar door zijne trouw geschitterd; de zilveren medaille zal voortaan prijken op hunne borst. Twee oud-krijgers in Maria's leger, die van den beginne af aan de spits stonden der keurbende, hun wordt het gouden eermetaal geschonken !

Intusschen werd het « Vaandelliedquot; door allen uit volle borst gezongen.

YAAHDKLLÏED.

Ziet gij , o Broeders,

Uw strijdbanier ?

Ziet, hoe ze schittert Edel en fier !

Wij schenken ze blijde

Aan U , zoete Maagd ,

Die daarvoor van Jesus Weer gunsten ons vraagt.

't Hemelsche blauwe,

't Wijst ons omhoog ,

Waar gij thans zetelt Op 's Hemels hoog ;

En 't goud , dat er schittert,

Het zegt, welk een glans Uw troon moet omstralen ,

Zoo hoog in den trans.

ocr page 30

30

Schitterende vane,

Licht ons steeds voor !

Wijs met uw kleuren Ons 't rechte spoor.

Wij scharen ons samen En zweren u trouw!

Wat strijd er ook kome ,

Wij volgen uw blauw !

Zooals een Here

Dapp're soldaat Nooit in den oorlog 't Vaandel verlaat;

Zoo strijden wij dapper

Voor godsdienst en deugd;

En niets zal ons scheiden In smart of in vreugd.

Was het niet passend God in deze oogenblikken van zegen en genade luide lof te brengen in een krachtig en daverend « Te Deum !quot;

Je JDeum.

Groote God ! U loven wij ,

Onbepaald is uw vermogen ;

Voor uwe opperheerschappij Buigt zich 't aardrijk opgetogen ; Gij bestondt voor allen tijd,

Blijvende eeuwig wat Gij zijt.

ocr page 31

31

Alles heft een loflied aan ;

Cherubijnen , Serafijnen,

Duizende Engelen , die staan Rond uw troon om U te dienen ,

Alles roept U, nimmer moe,

Heilig , heilig , heilig ! toe.

Al wat op uw vruchtbaar woord , Groote God der legerscharen ,

Uit het niet sprong dankend voort,

Alle schepslen , die ooit waren ;

Hemel, aarde en oceaan ,

Alles heft een danklied aan.

Een hartelijken gelukwensch bood de Ew. Pater van den kansel aan de nieuwe leden en de gedecoreerden , een wensch namens Bestuur en medeleden der Congregatie: aan de beide gouden Jubilaars standvastige getrouwheid tot het einde ; aan de jongeren, dat zij het voetspoor der oud-strijders volgen , opdat veler borst nog 't zilver en 't goud der Congregatie mogen sieren ! —

« Nuquot; — zoo vervolgde ZEw. « is 't oogenblik gekomen dat ik U den zegen ga schenken van Christus' Plaatsbekleeder. Ontvangt dien in den geest van geloof en liefde als den zegen eens grijzen Vaders, die weet dat gij feestviert, wiens hart zich heden met U en om U verblijdt. Al had ik ook, als Missionaris , reeds de macht U dien zegen te verleenen, nu de H. Vader U dien persoonlijk

ocr page 32

32

toezendt, spreek ik dien met nog meer liefde en toewijding uit. Vernedert U nog eens voor den goeden God, terwijl Z. H. Leo XIII U zegent met al de liefde van zijn vaderhart.

Plechtig werd aan 't altaar het Confiteor gezongen en de zegen des H. Vaders daalde over de kinderen af.

Men kon het den goeden Pater aanzien , dat het hem moeilijk viel te scheiden van die dierbare jongelingen. Hij verzocht hen staande zijn laatste woord aan te hooren en sprak toen te midden dei-feestvreugde uit de volheid des harten :

« Zoo dikwijls heb ik rein en waar genoegen in en door U gesmaakt, genoeglijke uren met velen uwer doorgebracht, als ik uwe talrijke processie in 'tZand mocht begroeten en bij uw ontplooide banieren U den lof mocht verkondigen der Zoete Lieve Vrouw in Roermonds kloostertuin. O dan juichte mijn priesterhart, dan vloeide het over van vreugde. Maar wat dan te zeggen van de gelukkige dagen, die ik hier in uw midden mocht arbeiden, van de reine genoegens, die ik met U deelde, op dit gouden jubel tij ! Ik zie het U aan , Gij hebt het in deze dagen beter begrepen, dat gij eene Moeder in den hemel hebt; de Onbevlekte Moeder, nooit genoeg te prijzen.

Eer en liefde aan U, Onbevlekte Maagd !

Eer en liefde aan U, gekroond door den Vader met zijne macht!

ocr page 33

Eer en liefde aan U, gekroond door den Zoon met zijne wijsheid 1

Eer en liefde aan U, gekroond door den H. Geest met zijne goedheid !

Eer en liefde aan U, Koningin der Engelen en menschen, schooner dan de zon, lieflijker dan de maan, meer schitterend dan de sterren !

O Maria is uw hart aan ons, 't onze is aan U en stervend no - willen wij herhalen ; « Maria, Maria, Maria!quot; om dan eeuwig dankbaar te juichen en te jubelen !

Jesus zij glorie, die ons zulk eene Moeder schonk. Wij verlangen den Hemel slechts om voor God en Maria te jubelen , hen te zien en te loven. Deze wensch stijgt op uit ons hart; Geef ons uw hemel, o God, en in dien hemel U en uwe lieve Moeder. Amen.

De feestredenaar zweeg maar 't koor zette den lof van Maria voort in een keurig « A.ve Maria.quot;

Een statige Benedictie volgde en weder mocht de godvruchtige menigte Jesus' zegen ontvangen. Een dankbaar Laudate ontsteeg aller hart; « Looft den Heer, want zijne barmhartigheid is over ons uitgestort en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid : de wa rheid, die 't goed en aangenaam heet als broeders saam te leven, die één dag in c 3

ocr page 34

34

's Heeren voorzalen stelt boven duizend daarbuiten ; de waarheid, dat hij , die zijne Moeder eert zich schatten vergadert, en die gelukkig prijst 't volk, dat weet te jubelen !

Jubelen, dat verstaan de Gongreganisten en nu nog in den laten avond uit zich hun juublend hart in eene heerlijke feestcantate voor deze gelegenheid gedicht en getoonzet.

Met wat geestdrift wordt de dag van gouden glansen bezongen in een machtig dubbelkoor, dat met der Engelen zang ; het statig alleluja, sluit. Afwisselend bezingen de verschillende partijen het ontstaan , de ontwikkeling der Congregatie , baai-leven, haar zegen ; dan zingt en herhaalt het koor in vervoering : « A Domino factum est istud : Van den Heer is dit geschied en 'tis wonder in onze oogen lquot;

In het tweede gedeelte worden allen uitgenoodigd lof en hulde te brengen aan God, den Gever van zooveel goeds, aan de luistervolle, vlekkelooze Moedermaagd , aan Sint Aloysius, den machtigen Beschermer !

Ook de roemrijke Stichter der Congregatie Mgr. Joannes Zwijsen wordt herdacht, den Jubilaars wordt een heilgroet gewijd en een smeekzang rijst voor de overledene medebroeders, opdat het jubelfeest ook hun een feesttij weze ! Na dezen plicht van broederliefde nog een opgewekt vivat voor de Bestuurders, voor de leden, voor de Congregatie zelve ;

ocr page 35

35

't Was een enthousiasme, dat geen eind scheen te kennen.

Vraagt nu iemand , wat het meest te prijzen en te bewonderen is, wie lieden het. meest lof inoogstten, of dichter, of componist, of zangers, of decorateurs, of feestredenaar, of wie dan ook , dan zij het antwoord : Al wat wij hier heden smaakten was 't antwoord van dankbare kinderen op Maria's vraag: Amas me , Bemint gij mij ?

Doet men ooit te veel waar het. geldt Maria's glorie ?

ocr page 36

30

*

Het verlangen om Maria's eer te bevorderen deed ook den schrijver besluiten deze herinneringen op schrift te stellen. Een tweede beweegreden was : Naastenliefde , 't welzijn der Congreganisten.

Hun worden daarom tot besluit de volgende goede voornemens, als vrucht van 't jubelfeest voorgelegd :

1. Nooit zal ik. mijne tong misbruiken tot min passende gesprekken ; ik zal die zooveel mogelijk , zelfs bij anderen trachten te beletten.

2. Nooit zal ik mij door onmatigheid in sterken drank te buiten gaan.

3. Nimmer wil ik mij aansluiten bij slechte of verdachte gezelschappen.

4. Waar het eer en deugd geldt, wil ik mannelijk, heldhaftig mijn plicht doen, met verachting van alle menschelijk opzicht.

5. De Maria-vereering wil ik mijn leven lang voorstaan en verbreiden.

Geloofd zij Jesus Christus!

Gezegend zij de Heilige en Onbevlekte Ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria ! —

Met meer recht dan de verslaggever van het Zilveren Jubelfeest in 1873 mag ik hier aan toevoegen : «Zoo eindigde voor onze jongelingschap een feest, waarop Jesus en zijne H. Moeder ongetwijfeld met welgevallen hebben neergezien. Zoo bood dit feest aan de wereld een tooneel, zoo schoon , zoo indrukwekkend, als het Catholicisme alleen in staat

ocr page 37

37

is te vertoonen. Tilburg bezit in deze Congregatie eene keurbende van moedige dienaren van Jesus en zijne heilige Moeder, een waarborg voor zijne toekomst, een paladium zijner godsdienstige en zedelijke belangen. Zoolang hier eene zoodanige ion-gelingscbap, bezield met dien geest van ware godsvrucht, woont, zullen de pogingen van moderne volksbeschavers schipbreuk lijden en de woorden van een groot geschiedschrijver bewaarheid worden, dat de Katholiek buiten zijnen godsdienst geen verlichting of beschaving behoeft te zoeken.quot;

----ÏXW5--

CANTATE.

——

Dithbelkoor.

O Congregatie , juich !

Een dag van gouden glansen Klom beden aan uw transen ,

Een dag van heerlijkheid ,

U door den Heer bereid !

O uitverkoren bond Van de onbevlekte Moeder,

Hoe heeft de Heer, uw Hoeder, Uw heilig werk geloond ,

Uw vijftig jaar bekroond !

ocr page 38

38

O dierbaar Godsgezin,

Maria's Congregatie ,

Verblijd U in die gratie;

En brenge uw jubelklank Den hemel lof en dank !

Alleluja.

Bassi.

Schoone boom , door 's Heeren hand Hier in Tilburgs grond geplant,

Met uw kruin ten hemel strekkend ,

Met uw schaduw Tilburg dekkend , Forschgetakte , kloeke stam ,

Waarvan toch uw zeegning kwam ?

Tenori.

Want, nu half een eeuw, wie zag het, teedre

(spruit, U aan , Dat de majesteit van heden uit U op zou gaan ? . .. Wie hield de elementen tegen, toomloos in hun

(kracht;

Zomerschroeien , najaarstormen , d'ijsbren winternacht ?

Banjtoni.

Neen , zij kwamen !... En zij spaarden U, o

(kleene, niet 1 Maar steeds dieper drongt ge uw wortlen in uw

(grondgebied;

ocr page 39

39

Breeder, hooger steeds uw tamp;kken naar den hemel

(heen,

Tot aldra het jubelzilver om uw kruine scheen. Quartet.

Boom van leven, boom van zegen, rijke, kloeke stam, O , vanwaar toch dit uw leven , deze uw zeegning

(kwam ?

Duhbelkoor.

Van den Heer is dit geschied ,

En 't is wonder in onze oogen !

Van den Heer, die 't al gebiedt En U aanzag uit den hoogen !

Van den Heer, die 't al regeert En in U zijn Moeder eert!

Tenor solo.

't Stralen van uw zilver schonk U frisch verjongde

(kracht,

Blijder leven, rijker vruchten, schooner bloesempracht.

Bart/ton solo.

Heden , vijftig jaar voleindigd , wie, die 't schouw-

(spel maalt,

Nu de gouden jubelglorie om uw krone straalt!

ocr page 40

40

Quartet met Bas solo.

Boom van leven, boom van zegen, rijke, kloeke slam, O, vanwaar toch dit uw leven , deze uw zeegning

(kwam ?

Duhbelkoor.

Van den Heer is dit geschied ,

En 't is wonder in onze oogen !

Van den Heer, die 't al gebiedt En U aanzag uit den hoogen !

Van den Heer, die 't al regeert En in U zijn Moeder eert!

Slotkoor. «A Domino factum est istud, et est mirabile in oculis nostris.quot;

II

Allen.

(Wijze: Moeder des Heeien.)

Broeders , een feestzang !

Broeders , een lied !

Heilige geestdrift,

Zwijg langer niet!

Het vuil' de gewelven ,

Ons machtige koor,

Het dring tot de heemlen Al juublende door!

ocr page 41

41

God in den hooge

Glorie en eer!

Hem, aller gaven Liefdrijke Heer!

Den Vader , den Zone , Den Heiligen Geest,

Wien alles wij danken Op 't huidige feest.

O Zaligmaker,

Maria's Zoon,

U lof' en eere,

U dankbetoon!

Bij 'tjuublen van heden,

Uw Moeder gewijd,

Bij 't goud , haar ter eere Door U ons bereid i

Koor met tenor-solo.

Aan wie. Broeders, danken na God wij het meest

En wiens Congregatie geldt heden ons feest ? ...

Een lied dan, een dankbaar, een juichend Ave!

De hemelsche koren , zij zingen het mee !

Allen.

O luistervolle,

Vleklooze Maagd ,

Wier glorietitel Onze erve draagt!

ocr page 42

42

U , hemelsche Moeder ,

Aan wie ze is vertrouwd, U, rijker haar sierend Dan 't huidige goud !

U, bij des jubels

Feestlijke pracht,

U zij ons groetnis Juublend gebracht! Gegroet, onze Moeder ,

Gegroet van uw bond , Wiens gouden verleden Uw weldaan verkondt!

Roem van Gonzaguas

Vorstlijke bloed , O Aloysius,

U ook ons groet! Een gouden tal jaren

Ons tweede Patroon! O trouwe Beschermer, quot;Wat dank U geboón ?

Koor.

4* I»

Den grooten doorluchtigen Bisschop en Heer, Den Stichter van onze vereenging zij eer!

ocr page 43

43

Allen.

Joannes Zvvijsen ,

Gij zacht en sterk,

Hoe draairt deez' stichting Uw «irootsche merk! Uw stempel, uw zegen , Wat werkten zij uit!

Hoe tuigt dit nog heden Ons feesttijde luid !

Koor.

Nu, Broeders, uw eerstlingen plechtig herdacht! Een « Vivat!quot; die edele vrienden gebracht!

Allen.

Vivat, Gij zestal !

Vivat! bij 't goud ,

Dat, hier of boven ,

Gij thans aanschouwt.

O zestal, hoe ziet gij

Uw aantal vermeerd, Uw wenschen bevredigd,

Maria geëerd !

Koor.

Ons Broeders, gegaan reeds naar 't betere land , Maar één met ons blijvend door eeuwigen band!

ocr page 44

44 Allen.

Langzamer. Broeders , reeds juichend ,

In Sions woon ,

Voert onze zangen Tot voor Gods troon.

En gij , dierbren , wachtend

In 't reinigingsoord,

Ons feesttij ontsluite U Der hemelen poort!

Koor.

En wie steeds zoo waakzaam , zoo wijslijk en goed Ons hebben geleid , geregeerd en gehoed!

Allan.

Eedle bestierders,

Dank U gezeid !

Neen , geen ondankbren Hebt Ge U gewijd !

O , ons Congregatie ,

Gesierd thans met goud ,

Zij blijve nog jaren

Uw zorgen vertrouwd !

Koor.

En eindlijk, aan allen ten feest hier vergaard, En rondom den troon hunner Moeder geschaard , Aan al onze Leden een daavrenden zang: « Zij leven , zij leven, zij leven nog lang!quot;

ocr page 45

45

Allen.

Leven de Leden

Van ons gezin !

Leven ze in zoete Broederen min !

Zij leven in godsvrucht,

In deugd en in eer, Zij leven gelukkig,

Verheugd in den Heer !

Leven de Leden

Hier jaren saam ,

Lovend hun Moeders Heiligen Naam ! Zij leven, Maria's

Geliefkoosde pand , Beschermd door haar mantel Geleid aan haar hand !

Leven de Leden ,

Leven zij blij !

Leven ze in altijd Breeders rij 1 Zij leven gezegend

Hun bloeiende jeugd ! Zij leven, gansch Tilburg Een toonbeeld van deugd !

ocr page 46

46

Leef, Congregatie !

Leef, heiige Bond, Waar ik mijn reinste Vreugde steeds vond! Dat God U doe groeien En bloeien op aard , Tot Ge eens al uw Leden Bij God hebt vergaard 1

't Is ons een waar genoegen, hier ook de keurige dichtregelen te mogen plaatsen, door den Heer H. J. Dolmans bij deze gelegenheid opgezonden aan de Tilburgsche courant en den Congreganisten gewijd.

ocr page 47

Al

OP DEM GOUDEN JUBELDAG

DER

JONGELINGEN-CONGREGATIE

VAN

0. L. V. ONBEVLEKT Oi\TVANGEi\,

l — !■« llgt;eceiiilgt;er —

Ego mater pulchrae dilectionis.

Ik beo de Moeder der schoone Liefde.

Eccli XXIV . vs. 24

Nu, bloem der Jonglingschap van Tilburg's zonen,

Nu rijz' de geestdriftvolle zegengroet,

Waar Gouden glans U 't fiere hoofd mag kronen En 'tjuuh'lend lied den tempel daav'ren doet.

Volheerlijk schouwspel, ons door U geboden,

Dat aarde en Hemel door zijn schoon verrukt, Nu de adeldom der wereld is ontvloden,

En lafheid op onze eeuw haar stempel drukt.

Gij rijst in breede en dichtgesloten rangen,

Gij, wien het jonge bloed door de aad'ren jaagt, Vertreedt de wereld met haar wufte zangen En houdt het vaandel hoog der reine Maagd.

ocr page 48

48

Zij won uw hart met al zijn eedle tochten Zij, die der schoone Liefde Moeder is,

Die , of de hel en wereld U bevochten,

Het pand zal zijn van uw Behoudenis.

Gij tracht haar spoor, haar edel spoor te volgen,

Dat in uw ziel de reinste deugden wekt, En heeft de wereld talloozen verzwolgen — U uit haar poel naar hooger sferen trekt.

Zij weet de vrees, de heil'ge vrees des Heeren,

Haar, die 't begin der wijsheid in zich draagt, Uw jeugdig hart met zoeten dwang te leeren Daar, waar de wereld slechts genieten vraagt.

Moge in des levens strijd uw hart ooit bloeden,

Zij steunt uw jongelingsmoed, uw mannenkracht, Zij zal nog 't zilver van uw haren hoeden, ' U veilig leiden door der stormen nacht.

Win, juuh'lend keurkorps, win nog, dag bij dagen,

In aantal, win in liere en hooge deugd, Die , waar de donder knalt, de stormen jagen, Door t man lijk voorbeeld Christus' Kerk verheugt.

Dat zij , na 't koor der aardsche jubelzangen ,

De zoete en rijke vrucht van 't Gouden uur, Tot Ginds de schoone Liefde U zal ontvangen

Waar 't hart zal jimb'len door der eeuwen duur.

---

Tilburg, 8 December '98. H. J. Dolmans.