RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
0855 5736
tuni
/i:'
ja? : tt : Veoys vo0r NecifcrJs jitjc i aal-c â¢.: crter'küticie «?,v (Ae ip- * â¢' :»!' â¢â¢- â '' quot; lt;- iit
c /
OVER
MAJESTEIT
VAN LOUIS COUPERUS,
DOOR
S. VAN W EST.
AAN MIJNE OUDERS
S v. W
lu extase schouwt Couperus vol verbazen zijn illusie* en zijn eigen holle phrasen!
Parfumeercnd strooit hij zand in 't oog dor dwazen! Zijn vaerzen zijn liquide.'
Het noodlot is zijn i/uide!
En toch..... 't geheel is ride!
liquide, en tmnide!
O lezers! drinkt zijn vloeiend proza! zucht als hij zoo zieklijk! helpt hem zijn zwaar noodlot dragen! Bij 't genieten.....V Lach en spot vooral daar niet als wij!
Xict dus Louis Couperus wil ik verder schimpen op Uw werk.
Mijn jonge spot-stem zwijge stil en ruste tijdlijk onder 'n zerk,
om vroeg of laat weer op te staan nis frisch-ontwaakte ziel, vol zucht:
te spotten met Uw Noodlot-waan!
Het past misschien mij niet te strijden tegen overdrevenheden,
aaklig zieklijk zenuw-lijden.
die Uw boek bederven.....Deden
oudren dit voor zich; verwijten moeten zij dan geenszins mij,
dat ik hen napraat! Neen! bepleiten wil ik eigen oordeel vrij!
Niet dus ga ik voort Couperus! 'k Buig de knie, ontbloot mijuXkleia^p^ hoofd / voor Uw talent; doch ik betuig
U slechts mijn spijt, dat men U looft,
want;
Prijzen maakt pedant den klant die lof aanneemt nit ied:'rs hand!
Er is nog iets Couperus! 't sterft niet door Uw fijne uitheemsche pijlen! 't heeft cle ontstelfiijklieid g'oGrf'd! O hak toch niet met botte bijlen! ])o leus: Mijn Nederlandsche Tend!
moot schittren op liet groot banier van Uwen stijl en taal! Doch faal niet met Uw vreemden vaan van zwier!
Othomar.
Kroonprins oan Lijiuric
Prinslijk is zijn blank en bleek beschenen hoofd en aangezicht,
vol diepe lijdens-trekken; week het dof-zwart zuidlijk oog, waar 't licht vol smeltend-zachte vaalheid blauw in blonk; neus vol fijne vormen; aristokratie krult flauw de dunne veego lippen; wormen knagen aan de zieke ziel,
zoo fijn doorweven met een spinsel van twijfel-draad; 'n warrend wiel draait door zijn geest! O! geen beginsel kan hij grijpen! Niets wil rijpen in zijn dor gedachten-veld !
Majesteit......? Zal hij begrijpen
wat do vorsten-plicht vertelt?
Zal hij ooit kunnen voorstaan 't ruw
geweld zijns vaders politiek:
âmet bloed maakt men de volkren schuw!quot;
Die bloed-gedachte maakt hem ziek....
O! loodzwaar drukt do centnaars-last
hem op de borst! Och! waarom pijnigt
hem het grauwe noodlot! wast
de angst die zijne ziel ontreinigt?
Daar! in de wijde reuzen-vlakten,
daar! waar golf op golf, waar stroom op stroom met woest geweld de zwakten van de hooge dijken, 't vroom gebed der nood-bcstookton, wreed
weerstreven dorst; waar rusteloos het ruischend baren-branden sneed dc stukken land woest weg en boos verbolgen, doudrend water-wanden honderd-duizend-stemmig braken op de graan-begroeide landen;
waar vlnclitelingen op de daken
angstig schuilplaat zochten......Daar!
daar kromp hem 't hart ineen bij 't zien van die ellenden! Zwaar! lood-zwaar drukt landen-last op hem! O! die keizerskroon wil hij niet dragen;
hij kan het niet; hij is te zwak, te fijngevoelig....! Maar zal vragen iemand of hij wil..of....,? Mak als 'n lam zoo moet hij buigen voor zijns vaders ijzren wil!
Siddren! beven zal hij! vuigen laster leugens zal hij stil gelaten moeten hooren: âJe bent âkrankzinnig! ziek! versuft! verdoofd! âverdomde jongen! je bent verwend âdoor je eigen moeder! beroerd stijf-hoofd. Ja hij hoorde 't duidlijk, 't was zijns vaders taal! De woorden beven
nog......J)c keizer driftkop las
verkeerd in 's prinsen ziele-leven!.....
Hier ziet hij Zanthi weer en voelt hij martlaars-bloed en moorden-gloed!
bloed-bespatten!.......Stil! hoe woelt
weer vrees in zijn ideën-vloed?
Daar drinkt hij lieete liefde-kussen
uit Alexa's zoete mond!.....
Dan weer voelt hij zich zacht sussen in hypnootschen slape-stond door wonder-groote menschen-macht gevloeid uit dokter Biarza's brein!
Zijn keizerlijke bruid die wacht,
hem tegenlacht.....â O! ziele-rein
van plooien is heur lach en zoet de zilvren klanken! â als hij beweert: âIk heb het innig-luf, mijn goed arm volk dat mij bemint en eert!quot;
Lucht-kasteclen bouwde broos
hij op zijn broertjes sterk jong hoofd
dut hij eens vorst-gekroomï verkoos;
maar 's prinjes levens-geest werd uitgedoofd!
Ach eindlijk moet hij stil berusten
in zijn lot. Hij zal!.â want 't moet
zoo zijn â de bloed-bevlekt', bewuste
keizers-kroon toch torsen!
Stoet
vol stijve statie, hoofsche sleur
vol pracht en pronk-zucht volgt voortdurend
hem met huichelaars gezeur,
hèm steeds bespiedend en beglurend
hèm steeds vleiënd valsch!....Waarom
heeft hèm het Noodlot Majesteit
beschoren? waarom heerscht nog 't dom
successie-recht uit ouden tijd?
Green antwoord op zijn droeve vragen.
Rustig moet hij 't leed verdragen.
Neen! Niet zuchten! en niet klagen!
niet meer denken, wat in vagen mist van noodlots-droomen lagen rouw-zwart krip voorspelden; zagen zijne oogen het, behagen moest het niet zijn hart! wagen moest hij liever kracht in slagen zeegnend tegen noodlotsâ 'dagen!
T)e kroonprins, bleek en blank wordt forscher! wordt dan Majesteit! O! wordt dan keizer....van ... (Goddank)
Liparië!..... En wijd en zijd
zoo klinkt zijn naam..... vol majesteit!
....⢠in de vergetelheid....!
Elizabeth
Kcizerinne eau Liparië.
Wie ook do toekomst gissen mogen; wat zal zijn is voor Haar oogen door het noodlot niet verborgen!
O
Moedor-angsten, moeder-zorgen kwellen Haar; Keur levens-paden worden zwaar belast, beladen met 't gewicht van Majesteit en moeder-taak! Haar angst gedijt als tijd-snelheid, om Haar gemaal, om Hare kindren, wien zoo vaal en grauw en grijs een duister lot
aangrijnst!..... Behoede hen O God....
En toch, er dringt tot 't luistrend ooi-van Haar een stem van Hoop zoet door; maar 't hart hoort deze klanken niet: het ziet slechts noodlot's ver verschiet!.... Arme, kalme keizerinne!
moede moeder! smart-vorstinne!
al weegt Liparië's keizers kroon zoo zwaar op 't hoofdje van Uw zoon; despoten-last drukt minder zwaar op 't volkren-hoofd! Neen! Geen gevaar bedreigt nu Uwen Othomar in 'a levens-loop vol woel-gewar!
Oscar.
Keizer van Liparië.
Wrecde, tyranieke keizer!
bloedig onderdrukkend wat
niet buigen wil voor Uwe ijzer-
sterke macht!... Het Yolk?... Ach 't bad
vergeefs om volks-vrijheid! Door bloed
werd hun gebod verhoord!.. gesmoord!
Die stumpers 1... Wat verbeelding!... Goed
ia niet der volkren wil; dat stoort
geducht despoten-zin en orde;
want 't volk is maar een domme horde!
Prins Herman
cmt Gothland.
Een kloeke neef dor zachte keizerin; zeer deeglijk spreekt gezond gedachte
uit zijn iloon; beweeglijk,
blij, vol levens-lust is deze stevig-stoore jongeling 1 Smarten sust hij zacht in slaap! Hem voere nimmer Noodlot mede op een lange, droeve levens-vaart, in slede glijdend naar zijn groeve! Gezellig blinkt en blikt zijn oog vol lieflijkbeid' Germaan-kalm weegt en wikt hij zware Majesteit.
Berengar
Markies van Th racy nu {Ridder can St. Ladislm.)
Klein kleutertje! door fijne teedre moeder-mond zoo zacht gezoend, als reine Hare liefde, stond op stond je ziel bestuurde,
terwijl je keizer-vader streng je ruw aanvuurde om te volgen nader 't bloed-spoor van zijn zware stappen! Prinsje! Jong despootje! mooglijk ware 'tâ zoo gcweldnaars-tong der middeleeuwsche keizer-voorzaat-rij je mond niet ruw ontsierde â wijzer,
dat je vorstlijk rond gemoed en hoofd den dood niet prijs gegeven werd....!
Maar keizers-kroon? die bood bet Lot je niet! Slechts smert des stervens kerfde kruisend 't droomend zieltje! Klagend zong het Prinsje, suizend smeekte 't, droomrig-vragend:
O Othomar van Xara!
kroonprins van Lipara:
wat moois breng jij voor mij
kleiner dan een paard
maar zwaarder? is 'i: een zwaard?...
een groot kanon?....voor mij?...
Klein Prinsje! de zin van je sterven â een droevige speling van het lot! â was het sein dat de kroonprinsen erven do kroon van don keizer van Grod!
Valérie
Aartshertogin van Oostenrijk.
liionde, blanke, bleeke bruid,
âwier duitsclio kuische ziele zweeft, zoo zachtkens als een droom-geluid in vreemde, ilroeve sferenâbeeft en leeft van eerste liefde, lang vervlogen met haar rozen-krans vmi min I Nog zingt de minne-zang van vroeger in hour hart; de kans op minne-beurtzang is niet niear!
zij is nu bruid van Othomar;
toch kan zij hein niet minnen; weer drukt loodzwaar dt; oude wee, 't gesar dat siddrend haar doet beven. Geven moet zij toch ilen Prins beur hand, al blijft henr bloedend harte leven voor haar lief in quot;t verre land!
Vorsten kiezen de uitverkoot nen niet, want zij zijn vorst-geboornen! en 's keizers-liefde-kroon draagt doornen pijnlijk als des duivels hoornen!
Alexa
Hertogin van Yemena
Hloed-roode bloemen en rozen geeft haar uw genr cn uw jeugd!
purpert lienr wangen niet l)lo.1.en! 'sproeit, ha.tr met 't frischte geneugt dat heur uw leute kan jreven;
kleurt ook huur leven niet minnen ! doch laat haar geen valstrikken weven om Koonprins te vMiigen er binnen!
Zanthi
Afgeleefde grijsaard! schermend voor der comtiiunistendroomen,
zich zoo vroom en vroed ontfermeud zonder aarzien, zonder schroomen over 't droeve lot der armen wien het levens-brood ontbreekt en over wie^ zich geen erbarmen kan of wil! Waarom tocli weekt zijn woord, zijn taal. zijn doen, zijn denken andren, die dom deinzen voor zijn vroom beginsel? Waar hij schenken wil aan 't arme volk zoo door en door zijn zuivre ziele weiding;
waar zijn vroom gemoed de lippen bevend preevlen doet; ^Bevrijding v.van despoten-last! De slippen ,,vaii het troon-fluweel verglippen â en vergaan in zee voi klippen ,vergaan als vage nevelstippen.. ..!quot;
waar zijn rechts-begrip de kroon des vorsten dreigt met, groote kracht, aan wreeden b!oed-druk ongewoon ,
daar wankelde de keizers macht op 't sterke fundament waar eeuw aan eeuw zij vreezend siddren. beven deed de volkren !
Der vorsten leeuw zal voor en door den volke sneven!
rj
Generaal Ducardi.
Een streng en stipt soldaat, een oude snorbaard, die den baas wou spelen over Othomarâdie bouwde op zi}n awakke ik â Vervelen zal liet wei den generaal die knipnies-achtig buigen moet voor 'n niindre! (militair schandaal !)
omdat het Hof die eischen doet!
Prins Dutri.
Een nolijke vroolijke klant
wien de ernst heel ontbreekt; die zoo licht
en zoo losjes de zaken aan kant
zet om lustig te , flirtenquot;, 't Gezicht
van een Schoone heeft veel grooter waarde
dan zijn plicht die hem roept op deez' aarde!
Majesteitsche weidsche banden binden alle deze menschen aan de tijdsche orde! hoop en vreeze mengelt zich in 't kleur-gewoel des levens! ,,i\lenquot; draagt en zwoegt en zucht en zeurt vol dwaling â die niet schraagt de rede â dat het ,.Lot '
beschikt! ..Menquot; zegt:,,,'t Is God!quot;
S v. VV.
Haarlent April 1805.
WBSmslÃmÃÃ
WÃÃÃèmm f
|
'i.^ |
en ^^^abfikvi j |
|
2^M:tëamp;4 | |
|
gt;»tólt;iï'J*!¥a^'U Ssf r^BP.^TK. .4;/W -r^5.2-. | |
|
mmm | |
|
fwamp;KSÃp' Skïf^a ^iv1 | |
|
gp | |
|
S%5 | |
|
â¢â¢ rf-r | |
tï-^^SÃ^ i^^Pl
*$kï$
mm^Mm mm*T(^é*é
ifil
w,quot;
UyiS*%': â
feë'aSial'1'
mm
EMréi ^--1
Jamp;mg [^.-â â '^/1
wmê
LE
ti» SBiÃFii®' -V â
E.lt;' ' /â¢â¢ 1
1
m
^â¢; V-,
, -
y^TOisMMamp;lMÃr'iéM-h, * i ^ i\ é^}
;
'^l^ÃflirJi
ü