ï-'% vrJ
mmmmm
GUNNING . 2 â¢C 66
CA-11DRB
füCniTÃSANsFÃÃR
â
_i
KINGSLEY ALS TROOSTER.
Met een inleidend woord
VAN
J. n. Gr IT N INquot; I ]V Gr,
Tweede druk.
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
0738 47
a 6
Uit de Diepte:
Ãn vu tien die tri
Uit de geschriften van
CHARLES KIi\GS1EY.
âUit de diepten roep ik tot U, o Heer!quot;
NIJMEGEN,
Firma H. TEN HOET.
DE VERTALING VAN DIT BOEKJE WORDT Opgedragen
AAN ALLEN DIE TEOOST BEHOEVEN
EN GEWIJD
AAN DE DIERBARE NAGEDACHTENIS VAN ÃÃNE
DIE DOOR DE DIEPTE INGING TER EEUWIGE RUST:
âPER CRUCEM AD L U C E M.quot;
S. B.
22 Dcceniher 1S88.
VOORREDE.
Door een bekwame en nauwkeurige hand vertolkt, verschijnt hier in onze taal een uittreksel uit Charles Kingsley's geschriften, onder den titel âOut of the deepquot;, door zijn weduwe verzameld. Die titel geeft duidelijk genoeg den inhoud aan. Woorden en gebeden zijn het, bepaaldelijk âuit de dieptequot; hetzij van zijn eigen ervaring des lijdens, hetzij van zijn medegevoel met dat van anderen , opgeweld. De aandoenlijke inhoud zal voor zichzelve spreken.
Over den auteur zeiven handelde ik in een opstel âDe kritiek der bewonderingquot; in âde Gidsquot; van October 1888. Daarheen verwijzende voeg ik hier nog slechts een woord bij uit een brief door Kingsley's gewezen huisgenoot, Mr. John Martineau, aan de treurende weduwe geschreven. Hij verklaart het ontbreken van kalm geacheveerde behandeling der dingen bij zijn vaderlijken vriend daaruit, dat Kingsley door levendig en diep gevoel voor het lijden rondom hem onophoudelijk naar rechts en links werd afgeleid om hulp of geneesmiddel te zoeken. âVan daarquot; â dus gaat Martinead dan voort â âdat wellicht een volgend geslacht niet geheel den ver-reikenden invloed, door zijn geschriften geoefend, zal besefl'en. Want in zekeren zin mag het althans aan sommigen hunner niet als de kleinste verdienste toegerekend worden, dat zij niet zullen blijven leven, tenzij dan zooals het zaad leeft in het opgroeiend koren, of het water in de plant die het drenkt. Immers lag hun kracht voornamelijk in hun richting op de bepaalde behoefte van
voorrede.
het uur waarvan de gedachtenis voorbij gaat of zal gaan.quot; Dit houde men bij het lezen der hier aangeboden fragmenten in het oog. Zij willen door ieder die ze zal lezen, opgenomen worden in de eigen bijzondere persoonlijkheid. Zoo willen ze zich ontdoen van al het bepaalde, aan Kingsley en zijn ervaringen al te zeer eigen. Het boek wil dus sterven in ieders handen voor wat den persoon des schrijvers betreft, en voor ieder lezer als tot zijn geestelijk eigendom, in den vorm die juist voor hem als voor geen ander past, herboren worden. Zoo was het exemplaar dat ter vertaling diende, voor de ontslapene die het naliet, een bron van krachtigen troost; en zoo spreke het boekjen in zijn nieuwen vorm tot vele harten als zij â ja die harten â het lezen.
amsterdam, J. H. GUNNING Jh.
viii
November 1888.
J. H. GUNNING.
Dat er van dit boekjen een tweede druk verschijnen kan, verblijdt mij zeer. Kingsley is trooster in al zijn werken, ja door zijn persoon zei ven. Want dat zulk een man onder ons heeft mogen verkeeren, is reeds op zichzelf een troost. Maar in dit geschrift doet zijne weduwe hem toch als zoodanig bij uitnemendheid spreken. Moge hij wederom tot sterking van vele neergeslagen harten in ons land rondgaan.
Leiden, Sept. 1890.
I.
UIT DE DIEPTE
VAN
LIJDEN EN SMART.
Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan mijne ziel: ik ben gekomen in de diepten der wateren en de vloed overstroomt mij. â Ps. lxix : 1, 2.
Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen, ik ga den gansclien dag in liet zwart. â Ps. xxxvm : 7.
De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijne nooden. â Ps. xxv : 17.
De Heer heeft mijne smeeking gehoord; de Heer zal mijn gebed aannemen. â Ps. vi : 10.
Als mijne gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben uwe vertroostingen mijne ziel verkwikt. â Ps. xciv : 19.
I.
UIT DE DIEPTE VAN LIJDEN EN SMART.
Elk hart kent zijne eigene bitterheid ; elke ziel kent haar eigen leed; het leven van eiken mensch heeft zijne donkere dagen van onweder en storm, waarin al zijne vreugde door een plotseling opgestoken windruk weggevaagd schijnt, en de begeerte zijner oogen van hem genomen is, en al zijne hoop, al zijne plannen, alles, wat hij zich had voorgenomen te doen of te genieten, over-togen is met een ondoordringbaren nevel, zoodat hij den weg, die voor hem ligt niet kan zien en niet weet wer-waarts te gaan, of werwaarts te vlieden om hulp; dagen, waarin het geloof in God schijnt verdwenen, waarin hij geen kracht gevoelt, geen doel heeft en niet weet wat te besluiten, wat te doen, wat te gelooven, waarvoor belangstelling te gevoelen ; dagen, waarin de aarde onder zijne voeten schijnt te schudden en de stroomen van den afgrond zijn losgelaten.
Komen die dagen, hij denke aan Gods verbond en grijpe moed. Heeft de zon aan den hemel geen warmte meer, omdat de storm hagel en snijdende winden brengt? Is Gods liefde veranderd, omdat wij in ons leed ze niet
GODS EIGENSCHAPPEN.
kunnen zien ? Heeft de zon aan den hemel geen licht meer, omdat donkere wolken en nevelen de aarde bedekken ? Heeft God vergeten lijdende zielen licht te geven, omdat wij voor eenen korten tijd verklaren, dat niet te kunnen zien ?
Neen. Gods boodschap aan elk bedroefd en treurend hart is, dat God licht is en dat in hem geen duisternis is ; dat God liefde is en dat in Hem geen wreedheid is; dat God steeds dezelfde is en dat in Hem geen schaduw van omkeering is. En daarom kunnen wij vrijmoedig tot Hem bidden en Hem vragen ons in den tijd van onze beproeving en ellende bij te staan; in de ure des doods, hetzij van onzen dood of van den dood van hen, die wij liefhebben; in den dag des oordeels, Avaarvan geschreven staat âGod is het die rechtvaardig maakt; wie zal beschuldiging inbrengen ? Christus is het, die gestorven is; ja, wat meer is, die ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, die ook voor ons bidt.quot; Aan die oneindige liefde van God, die Hij in het leven van Christus Jezus heeft geopenbaard, toen de Vader Zijnen eigenen Zoon niet heeft gespaard, maar hem voor ons heeft overgegeven, aan die oneindige liefde mogen wij onszelve, ons lot, ons gezin, ons lichaam, onze ziel, en het lichaam en de ziel van hen, die wij liefhebben, toevertrouwen.
National Sermons.
Tot een iegelijk vroeg of laat komt Christus om hem met vuur te doopen. Maar verbeeld u niet, dat de vuurdoop eens voor altijd komt in ééne hartverscheurende droefenis, in ééne vreeselijke overtuiging van eigen zon-
12
HET VERBORGEN KRUIS.
digheid en nietigheid. Neen, bij velen â en misschien bij de besten â duurt het maanden en jaren vaak. Door verborgen smart, door kastijdingen, die niemand dan God en zijzelve kennen, reinigt de Heer hen van hunne heimelijke gebreken, doet Hij hun in het verborgen Zijne wijsheid verstaan, brandt Hij hun eigen wil, hunne eigengerechtigheid en ijdelheid uit, zoodat slechts het zuivere goud der rechtvaardigheid overblijft. Hoevele liefelijke en vrome zielen, die voor 't oog der menschen welgemoed schijnen, hebben hun heimelijk verdriet. Zij torsen hun kruis van den morgen tot den avond en leggen er zich op neder te slapen ; zij dragen het misschien jarenlang, tot aan hun graf en tot voor den troon van Christus, voor zij het nederleggen, en niemand dan Christus en zij zullen ooit weten wat het was ; welke verborgen kastijding God tot die ziel heeft gezonden, die in ons oog reeds te goed was voor deze aarde. Zoo slaat God de Zijnen gade en beproeft Hij hen met vuur, evenals de affineur van het zilver bij de smeltkroes zit en het gesmolten metaal gadeslaat, totdat hij er zijn eigen gelaat in weerkaatst ziet en daaraan weet, dat het van alle schuim gezuiverd is.
Town and Country Sermons.
Door lijden werd Christus volmaakt en het pad, dat voor Jezus Christus het beste was, is voor ons zeker goed genoeg, al is het ruw en doornig. Laten wij stil liggen onder Gods hand ; want al rust Zijne hand zwaar op ons, sterk en veilig strekt zij zich ook onder ons uit, en niemand kan ons uit Zijne hand rukken, want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij. Jaren
13
HET KRUIS VAN CHEISTUS.
achtereen wacht Hij op ons, laten wij eene wijle op Hem wachten. In Hem is de volheid der verlossing en derhalve verlossing genoeg voor ons en ook voor hen, die wij liefhebben. En al dalen wij met David neder in de hel, met David zullen wij God vinden (Ps. cxxxix : 8 ; Ps. xvi : 10) en ervaren, dat Hij onze zielen niet in de hel laat, noch toelaat dat Zijne heiligen de verderving zien. Ja, vertrouw op God. Mets van hetgeen in u Zijn werk is, zal verderving zien, want het is eene gedachte van God en geen Zijner gedachten kan verloren gaan. Gij zult van niets worden gereinigd dan van uwe ziekte; niets zal u uitgebrand worden dan uw droesem ; en dat in u, waarvan in den beginne God sprak: âLaat ons menschen maken naar onze beeltenis,quot; zal worden gered en in alle eeuwigheid leven. Ja, vertrouw op God en roep tot Hem uit de diepte: âHoewel Gij mij slaat, zal ik U liefhebben, want voor de grondlegging der wereld hebt Gij mij liefgehad in Jezus Christus.quot;
SermonsâGood News of God.
O, droeve en lijdende, bevreesde en moede harten ! Zie naar het kruis van Christus. Daaraan heeft uw Koning gehangen! De Koning der lijdende zielen, ja, de Koning der Smarten. Pijn en verdriet, verdrukking en verlatenheid, dood en hel â Hij heeft het alles ondervonden, hunne kracht beproefd, ze de Zijne doen gevoelen en ze op koninklijke wijze overwonnen. En sinds Hij de marteling van het kruis heeft ondergaan, is smart goddelijk als de vreugde zelf. Alles, wat de gevallen menschelijke natuur vreest en veracht, heeft God aan het kruis geëerd, nam Hij op zich, heiligde en wijdde
14
WAKE ONDERWERPING.
Hij voor immer. En nu zijn de armen zalig, als zij even arm zijn van hart als van beurs, want Jezus was arm en het koninkrijk der hemelen is hunner. Zalig zijn zij, die hongeren, als zij zoowel naar gerechtigheid als naar brood hongeren, want Jezus heeft gehongérd ; en zij zullen verzadigd worden. Zalig zijn zij, die treuren , als zij niet alleen om hun leed maar ook om hunne zonden treuren, want Jezus treurde om onze zonden, en aan het kruis werd Hij, die geen zonde kende, voor ons tot zonde gemaakt; en zij zullen vertroost worden. Zalig zijn zij, die zich over zichzelve schamen en zich voor God vernederen, want aan het kruis heeft Jezus zich vernederd ; en zij zullen verhoogd worden. Zalig zijn zij, die verlaten en veracht zijn ; is Jezus niet in de ure van Zijn lijden door allen verlaten? En waarom gij ook niet, gij, arme eenzame ? Zal de discipel meerder zijn dan zijn Meester? Neen. Ieder die volmaakt is, moet aan Zijnen Meester gelijk Zijn. National Sermons.
Laten wij niet in de gewone fout vervallen van ongeloof onderwerping te noemen; Tan te vragen en dan, omdat wij geen geloof hebben om te vertrouwen, aan het eind een âUw wil geschiede!quot; in te voegen. Laten wij Gods wil tot den onzen maken en zóó zeggen: âUw wil geschiede.quot; Er is eene valsche, zoowel als eene ware en heilige onderwerping. Als het lijden komt, of aanstaande is, of klaarblijkelijk noodig is voor anderer welzijn, laten wij dan als onze Meester in Zijnen doodstrijd zeggen : âNiet wat wij willen, maar wat Gij wilt.quot; Maar laat ons vrijmoedig bidden, totdat wij dat punt bereikt hebben. Letters and Memories of Charles Kincjsley.
15
LETTERLIJK GELOOF IN GODS BELOFTEN.
Het Christendom schenkt meer hoogte en diepte aan de menschelijke en de goddelijke aandoeningen. Ik ben gelukkig; want hoe minder hoop, hoe meer geloof. God weet wat goed voor ons is. Ik ben overtuigd, dat wijzelf dat niet weten. Ik begin in te zien, dat voortdurende onderwerping het geheim is van voortdurende kracht. âDagelijks sterven,quot; zooals Boehme het uitdrukt, âis de weg tot dagelijks leven.quot;
Letters and Memories.
In al de beproevingen van het leven is er, als men op de rechte plaats zoekt, wel eene uitkomst, en zoo geen uitkomst dan vergoeding. Ik spreek bij ervaring. Van den troost, dien ik ondervind, zal ik niet spreken â wel van den weg, waardoor ik er toe geraakt ben. Eenvoudig door niet te worstelen; door op de plaats, waar God mij gesteld had, ijverig en krachtig mijn werk te doen en vast te gelooven, dat Zijne beloften eene letterlijke, geen figuurlijke beteekenis hadden; dat Ps. x, xxvn, XXXIV, XXXVII, cvii , cxii, cxxm, cxxvi, cxxvi, cxlvi, even waar zijn voor ons, als zij 't waren voor de oude Israëlieten, en dat het het ongeloof is van onzen tijd, dat de menschen verhindert Gods beloften aan te nemen in hunnen letterlijken zin en met een kinderlijk geloof.
Letters and Memories.
Vrees niet de wolken, het onweder, den regen; zie op naar den boog, die, juist als het regent, aan den hemel staat. Het is het teeken, dat de zon, al ziet gij die niet, nog schijnt; dat er hooger boven de wolken nog zonnelicht en â warmte en een wolkeloos blauwe hemel is. Geloof in Gods verbond. Geloof, dat de zon
16
DE REGENBOOG.
de wolken; de warmte de koude; de kalmte den storm; het goede het kwade; het licht de duisternis; de vreugde de smart; het leven den dood; de liefde de vergankelijkheid en de overstelpende watervloeden zal overwinnen, omdat God licht is, liefde is, leven is, eeuwige vrede en vreugde is, omdat in God geen verandering is, en omdat Zijn doel is leven en vreugde te schenken aan mensch en dier en aan al het geschapene. Dit was de beteekenis van den regenboog. Hij getuigt dat God, die de wereld schiep, de vriend en beschermer van den mensch is; dat Zijne beloften zijn gelijk de eeuwige zonneschijn, die boven de wolken is, zonder smet of ver-bleeken, zonder verandering of schaduw van omkeering.
National Sermons.
Als ik niet geloofde in eene bijzondere Voorzienigheid, in eene voortgaande opvoeding van den mensch door lief en door leed, door kleine zoowel als door groote dingen, â als ik dit niet geloofde â kon ik niets gelooven.
Letters of Memories.
Laten wij stil zijn; wij weten niet wat goed voor ons is en God wel. Het is waar, en gij zult er de waarheid van ondervinden, (hoewel God weet, hoe moeilijk die les te leeren is) dat er geen grooter troost voor Christenen is, dan aan Christus gelijk gemaakt te worden, door niet alleen het harde werk van het dagelijksch leven geduldig te dragen, maar ook droefheid, verdriet en ziekte en al de straffen van onzen Hemelschen Vader, wanneer het Zijne goedertieren genade zal behagen ons door tegenspoed, onder welken vorm ook, te bezoeken. Want Christus zelf ging niet in tot de vreugde, dan na
2
17
LIJDZAAMHEID.
lijden te hebben gedragen. Hij ging niet in tot Zijne heerlijkheid, voor Hij gekruisigd was geworden. En deze woorden zijn niet slechts vriendelijke woorden, die alleen voor het oogenblik troost bedoelen. Zij zijn waarheid, zij zijn een feit en bevatten tevens eene gezonde philo-sophie. Zij zijn even waar voor den knaap vol leven en gezondheid, als â voor ouden van dagen, die grafwaarts strompelen. Het is waar, dat ziekte en allerlei soort van lijden ons gezonden wordt, om in ons te veranderen en te verbeteren wat het oog van onzen Hemelschen Vader beleedigt. Het is waar, en gij zult die waarheid ervaren, dat de Heer kastijdt, dien Hij liefheeft.
All Saints-day Sermons.
âOpdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften , hoop zouden hebben,quot; zegt Paulus ; en Jacobus: âde lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk.quot; Maar hoe moeten wij lijdzaamheid verkrijgen? God weet, dat het in deze wereld voor ons arme schepselen zwaar is, altijd lijdzaam te zijn. Maar al kan lijdzaamheid niet vanzelf ontstaan, het geloof kan ze doen ontstaan ; en geloof in wien? Geloof in onzen Vader in den Hemel, in den Almachtigen God. Hij noemt zich zelf den âGod dei-lijdzaamheid en der vertroosting.quot; Bid om Zijnen Heiligen Geest en Hij zal u lijdzaam maken, bid om Zijnen Heiligen Geest en Hij zal u vertroosten. Hij heeft Zijnen Geest, den Trooster â den Geest van liefde, vertrouwen en lijdzaamheid â beloofd aan al degenen, die er Hem om vragen. Vraag Hem aan Zijne Heilige Tafel om u lijdzaam te maken; vraag Hem uwen wil eenswil-lend te maken met den Zijnen. Dan zullen uwe oogen
18
XEDEHGEBOGEXHEID VAN GEEST.
geopend worden, dan zult gij in de Schrift eene vaste belofte zien van hoop, verlossing en heerlijkheid voor uzelf en de geheele wereld ; dan zult gij in het Heilig Sacrament van des Heeren lichaam en bloed een zeker teeken en onderpand zien, van eeuw op eeuw, van jaar op jaar, van vader op zoon overgegaan, dat Zijne beloften vervuld zullen worden ; dat de lijdzaamheid een volmaakt werk zal hebben ; dat de hoop werkelijkheid zal worden; dat geen van des Heeren woorden zal te niet gedaan worden of zal voorbijgaan, totdat alle vervuld zijn.
National Serni ons.
God bedoelt iets goeds met u neder te buigen, â misschien wil Hij door u zegeningen te schenken, bijna zonder dat gij er om gevraagd hebt, u toonen, hoe weinig ziekelijke gevoeligheid of zelfkwelling helpt. Nadenkende naturen hebben daartoe neiging. Zulk een periode in uw leven is de tijd om weder een klein kind te worden ! Ik bedoel hiermede geen tweede wedergeboorte ; ik bedoel, dat het hart in die stemming van kalme verwondering en kinderlijk geloof moet komen, waardoor al het goede, wat God u geschonken heeft en wat door den storm beschadigd en gebogen is, in âden helderen zonneschijn na den regenquot; weder in uw hart moge ontluiken ; een tijd in het leven â niet voor te veel omzien en zelfonderzoek â bewaar dat voor de uren, waarin uw geest gezond en krachtig is â maar een tijd, waar ge u zwijgend koestert in het licht van Gods tegenwoordigheid; een tijd meer om te gelooven dan om te arbeiden, meer om in het algemeen en met onuitgesproken woorden, dan in het bijzonder en VUrig te bidden. Letters and Memories.
19
HET ONVERANDERLIJK KONINKRIJK.
Smart, hoewel vreeselijk, is niet onvruchtbaar. Mets behoeft onvruchtbaar te zijn voor hen, die alle dingen in het ware licht beschouwen: als schakels in die keten van steeds voortgaande ontwikkeling, die henzelve en het heelal omvat. Den tijd moeten wij beschouwen als vol leven ; elk oogenblik is in den hemel en op de aarde het graf en de wieg van tallooze gebeurtenissen en plannen, waarin God Zijnen geest openbaart â alle dingen bewegen zich ondanks schijnbare belemmeringen en teleurstellingen met zekerheid voort naar het vastgestelde doel.
Letters cnid Memories.
In al de veranderingen en wisselvalligheden van dit voorbijgaand leven, is het onze eenige troost vast en krachtig in het onveranderlijke koninkrijk en in den on-veranderlijken Koning te gelooven. Dit alleen zal ons kalmte, geduld, geloof en hoop schenken al daveren hemelen en aarde. Want dan alleen zullen wij zien, dat het koninkrijk, waarvan wij burgers zijn, een koninkrijk is van licht en niet van duisternis ; van waarheid en niet van leugen ; van vrijheid en niet van slavernij ; van goedertierenheid en genade en niet van toorn en vrees; dan alleen weten wij, dat wij leven, ons bewegen en zijn niet in eenen âDeus quidam deceptorquot; (den een of anderen bedriegelijken God) die Zijnen kinderen wijsheid misgunt â maar in eenen Vader van Licht, van wien elke goede en volmaakte gave nederdaalt, en die wil, dat alle menschen behouden zullen worden en tot de kennis der waarheid zullen komen. Wij zijn in Zijn koninklijk gebied en in den Koning, dien Hij er over
20
HET ONVEBANDEELIJKE KONINKRIJK,
gesteld heeft, kunnen wij het volkomenste vertrouwen hebben. Voor ons is die Koning uit den hemel op aarde nedergedaald, voor ons werd Hij geboren, voor ons arbeidde Hij, voor ons leed Hij, voor ons stierf Hij, voor ons verrees Hij weder, voor ons is Hij in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand des Vaders. En kunnen wij Hem niet volkomen vertrouwen ? Laat Hij doen wat Hij wil. Laat Hij ons leiden werwaarts Hij wil. Waarheen Hij leidt, moet de weg van waarheid en leven zijn. quot;Wat Hij doet, moet in overeenstemming zijn met die oneindige liefde, die Hij aan het Kruis voor ons heeft ten toon gespreid. Wat Hij doet, moet in overeenstemming zijn met dat eeuwige plan, waardoor Hij den menschen God hunnen Vader openbaart. Daarom zullen wij, al schudden hemel en aarde ook op hunne grondvesten, op Hem vertrouwen ; want wij weten, dat Hij gisteren, vandaag en in alle eeuwigheid dezelfde is.
National Sermons.
Als wij gelooven, dat God de menschen opvoedt, is het wanneer, waar en hoe niet alleen onverschillig, maar, met het oog op Hem, die ons opvoedt, voor ons ondoorgrondelijk, en het is voldoende te kunnen gelooven, dat de Heer van alle dingen door alle dingen invloed op ons uitoefent.
Essays.
Mits wij eindelijk het waarlijk groote en goddelijke leven verwerven, namelijk het goede en ware leven, zullen wij er ons weinig om bekommeren langs welke vreemde en moeilijke wegen, of door welke zware en vernederende ondervindingen wij daar gekomen zijn. Als
21
SMART DRAGENquot;.
God ons heeft liefgehad, als God ons wil aannemen, laten wij ons dan nederig en trouw aan Zijne wet onderwerpen: âdien de Heer liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geeselt eenen iegelijken zoon, dien Hij aanneemt.quot;
All Saints-Day Sermons.
Ik geloof, dat het wijste plan om smart te dragen somtijds dit is: dat wij ze niet trachten te dragen â zoolang als wij nog in staat zijn onze dagelijksche plichten te vervullen â maar ons vrijelijk er aan overgeven. Misschien wordt de smart ons gezonden, opdat wij er ons aan zouden overgeven; opdat wij, door den beker tot den bodem toe te ledigen, er een geneesmiddel in zouden vinden, dat wij niet zouden vinden, als wij begonnen met over onszelf den dokter te spelen, of toelieten. dat anderen dat over ons deden. Als wij eenvoudig zeggen: âik ben ellendig, ik kan niet anders dan ellendig zijn,quot; clan zullen wij misschien eene stem hoo-ren: âWie anders dan God maakte u ellendig? En wat kan Hij anders bedoeld hebben dan uw welzijn?quot; En als het hart vol ongeduld antwoordt: âMijn welzijn? Ik vraag niet om mijn welzijn, ik vraag om wat ik liefheb!quot; dan zal de stem misschien antwoorden: âDanzult gij beide ontvangen, als de tijd zal gekomen zijn.quot;
Letters and Memories.
Wel bezien is het levensraadsel niet moeilijk, want het lost zichzelf op â en zoo spoedig â door den dood. Doe het goede zoo goed mogelijk en wacht tot het einde om te weten...
Als deze wereld ondanks oorlogen, ziekten, rampen, en de slagen van het lot, schoon is, wat moet dan de
22
HET LEVEXSKAADSEL.
toekomende wereld zijn? Laten wij ons troosten op de wijze, zooals â in oneindig boozer tijden â Paulus deed met de gedachte, âdat het lijden van dezen tegenwoor-digen tijd niet is te waardeeren tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.quot; Het is niet recht eenen tekst aan te halen, waarin van het zuchten en zwoegen der aarde sprake is, zonder ook den anderen aan te halen, waarin gezegd wordt, dat zij niet lang zal zuchten en zwoegen. Zou de moeder, die gezucht, geleden en kinderen ter wereld gebracht heeft, van die kinderen afstand doen, om de weeën niet te hebben gehad? Wees verzekerd, dat de dag zal komen, wanneer de wereld en elk mensch, die in waarheid gezucht en gezwoegd heeft om der wille van de volmaking, die dan tegenwoordig zal zijn, geen afstand meer zou willen doen van het leed, dat hij heeft geleden, maar dat hij op dit leven terug zal zien, zooals de moeder op de doorgestane smarten: met trots en vreugde.
Letters and Memories.
23
Ik schrijf u, omdat elke betuiging van medegevoel eenig goed doet, al zou het alleen zijn door treurenden als gij te herinneren, dat zij niet alleen zijn op de Ave-reld. Ik weet, dat niets een verlies als het uwe1) vergoeden kan. Maar gij zult toch op aarde nog omringd zijn van liefde, en zijne liefde is niet gestorven. Zij leeft nog voor u hierboven, misschien leeft zij hier met u mede. Want waarom zouden degenen, die zijn heengegaan, als zij naar hunnen Heer zijn gegaan, in den he-
1
Het overlijden van eenen echtgenoot.
DE EEUWIGHEID VAN HET HUWELIJK.
mei zijnde niet dichter bij ons zijn, in plaats van verder van ons af; waarom zouden zij daar niet voor ons bidden, wellicht invloed op ons oefenen en ons leiden op duizenderlei wijzen, waarvan wij, in dit ons sterfelijk omhulsel gekluisterd, niet kunnen droomen ?
Ja, schroom niet te gelooven, dat hij, dien gij hebt liefgehad nog in uwe nabijheid is, gij in de zijne, en gij beide in die van God, die voor u aan het Kruis stierf. Dat is alles, wat ik kan zeggen. Maar wat een troost is er in gelegen, indien wij ons hart er toe kunnen brengen, het te gelooven!
Letters and Memories.
.. . Alles wat ik van dien tekst Matth. xxn: 80 (over het huwelijk hiernamaals) kan zeggen, is dat hij niet op mij en mijne vrouw slaat. Ik weet, dat ik, indien onsterfelijkheid persoonlijk zelfbewustzijn insluit, vóórhaar zal voelen, wat ik nu voel. Dat gevoel zal wellicht worden ontwikkeld op eene wijze, die ik nu niet kan vermoeden ; de uitdrukking er van wellicht zeer verschillend zijn van de heiligste, waarvan wij ons in dit leven bedienen. Dat doet er niet toe. De innerlijke vereeni-ging geloof ik dat eeuwig is als mijne eigene ziel, en ik laat alles over in de hand van een liefderijk God.
Komt het huwelijk niet het dichtst bij die eenheid, die in den hemel volmaakt zal zijn ? En zouden wij door dien nog inniger band, niet in den hemel hereenigd worden? Zekerlijk, als Christus, onze Heer, op aarde heeft liefgehad â sommigen meer dan anderen, â waarom zouden wij in den hemel dan niet insgelijks doen, en toch tevens allen liefhebben ?
24
SCHADUW EN WEZEN.
Heb ik den schijn van den zegen des huwelijks hier op aarde niet naar waarde te schatten ? Neen, ik verhoog er de waarde van door het te verheften tot het sacrament eener hoogere vereeniging. Geeft deze gedachte geen inniger genot, ontdoet zij elke roos niet van haren doorn ; en wijdt zij eiken beker nectars in dit leven niet met de volmaakte zekerheid, dat de zegen zal voortduren, dat er meer voor ons is weggelegd, dat elke uitdrukking van liefde hier slechts eene donkere schaduw is van eene vereeniging, die volmaakt zal zijn, indien wij hier slechts zóó handelen, dat wij met vreezen en beven onze eigene zaligheid werken.
Letters and Memories.
Het is een vreeselijk gevoel, wanneer de wortels, die ons met het voorgaande geslacht verbinden, schijnbaar verscheurd worden en wij moeten zeggen: âNu ben ikzelf de wortel; ik sta in eigen kracht, op geen andere kracht kan ik rusten1).quot; Maar hij, dien dit treft, moet gelooven, dat God is de God van Abraham, dat allen in Hem leven en dat wij niet meer verlaten en aan eigen kracht overgegeven zijn, dan toen wij als kinderen rustten aan de borst onzer moeder.
Letters and Memories.
25
Geloof, dat zij die zijn heengegaan, ons naderbij zijn dan ooit; en dat indien zij, wat ik stellig geloof, treuren over het leed, dat hen, die zij hebben achtergelaten, treft, en over de overtredingen, die deze begaan, â dat treuren voor hen niet verloren is. Hunne sympathie
1
De dood van Vader en Moeder.
DE IN CHRISTUS GESTORVENEN.
is eene voortgaande opvoeding voor hen, en, naar ik geloof, tevens een waarborg dat eenmaal de verlossing zal komen voor degenen, op wie zij in liefde nederzien.
Letters and Memories.
âZalig zijn de dooden, die in den Heersterven; want zij rusten van hunnen arbeid, en hunne werken volgen met hen.quot;
Zij rusten van hunnen arbeid. Al hun strijd, hunne teleurstellingen, tekortkomingen, struikelingen, die hen ongelukkig maakten, omdat zij niet volkomen den wil van God konden doen, zijn voor altijd over en voorbij. Maar hunne werken volgen hen. Het goede, wat zij op aarde deden, â dat is niet over en voorbij. Dat kan niet sterven. Het leeft en groeit eeuwig, het volgt hunne schreden lang na hunnen dood, het draagt vruchten ten eeuwigen leven, niet alleen in hen, maar in menschen, die zij nooit hebben gezien en in nog ongeboren geslachten.
Good Nervs of God-Sermons.
âEenen kleinen tijd en gij zult mij niet zien, en wederom eenen kleinen tijd en gij zult mij zien, want ik ga heen tot den Vader,quot; zeide onze Heer, toen Hij sprak tot Zijne treurende apostelen over Zijnen eigenen dood. En als dat waar is voor Christus, is het waar voor degenen, die van Christus zijn, voor hen, die wij liefhebben. Zij zijn de deelgenooten van Zijn sterven, daarom zijn zij deelgenooten van Zijne opstanding. Laten wij die gezegende boodschap in al hare volheid gelooven en vrede hebben. Eene kleine wijle en wij zien hen, en wederom eene kleine wijle en wij zien hen niet.
26
ONZICHTBARE TEGENWOORDIGHEID.
Maar waarom? Omdat zij gegaan zijn naar den Vader, â naar de bron en oorsprong van alle leven en macht, alle licht en liefde, opdat zij leven uit Zijn leven, macht uit Zijne macht, licht uit Zijn licht, liefde uit Zijne liefde zouden verwerven ; â en dat zeker niet zonder doel. Zeker niet zonder doel. Want als zij op aarde waren gelijk Christus, en hunne gaven niet voor zichzelf alleen aanwendden, zullen zij, als zij gelijk Christus zullen zijn, wanneer zij Hem zullen zien gelijk Hij is, dan ook zeker hunne gaven niet voor zichzelf aanwenden, maar evenals Christus Zijne macht doet, voor hen, die zij liefhebben. Zeker, evenals Christus kunnen zij nu onzichtbaar komen en gaan. Evenals Christus kunnen zij over ons rusteloos hart hunnen adem doen gaan, en zeggen: âVrede zij met u.quot; En niet tevergeefs, â want wat zij voor ons deden, toen zij nog op aarde waren , kunnen zij, nu zij in den hemel zijn, des te beter doen. Het moge schijnen, alsof zij ons hebben verlaten en wij mogen weenen en klagen ; maar de dag zal komen , waarop de sluier zal worden weggenomen van onze oogen en wij hen zullen zien, zoo als zij zijn, â met Christus en in Christus voor eeuwig, â en onze smart niet meer zullen gedenken, uit vreugde dat wederom een mensch is ingegaan in die eenige ware, werkelijke en eeuwige wereld, waarin noch ziekte, noch wanorde, noch verandering, noch verkwijning, noch dood is â want die wereld is de schoot des Vaders.
AU Saints-Day Sermons.
En als aardsche liefde zoo heerlijk schijnt, dat elke verandering slechts eene verandering ten kwade zou kun-
HULP VAN DE GEZALIGDEN.
nen zijn, waarom zullen wij dan treuren? Wat vraagt de rede (en het geloof, dat is: de rede toegepast op het onzichtbare) van ons, dan dit: dat wij het besluit trekken dat, als daar verandering is, het eene verandering zal zijn ten goede, dat daar iets beters zal zijn?
Letters and Memories.
Wat is het waarachtig eeuwige leven â het leven van God en Christus â anders dan een leven van liefde, een leven van volmaakt zelfopofferende en steeds werkzame goedheid, dat het eenig waarachtige leven is voor alle redelijke schepselen, zoowel op aarde als in den hemel, â in den hemel, zoowel als op aarde. Vorm uwe eigene voorstellingen van engelen en gezaligden in den hemel (want iedereen moet er eenigerlei voorstelling van hebben) en tracht u te denken, wat de ziel van hen, die gij hebt liefgehad en verloren, in de andere wereld doet, maar onthoud dit: dat als de zaligen in den hemel het eeuwige leven leven, zij een leven moeten leiden van nut, liefde en goede werken.
Daar zijn er die gelooven, wat wij te geneigd zijn te vergeten, dat, namelijk, het eeuwige leven geen zelfzuchtig en in ledigheid doorgebracht leven kan zijn, waarin wij niets te doen zouden hebben, dan zelf gelukkig te zijn. Zij gelooven, dat de zaligen in den hemel niet ledig zijn, dat zij de menschen bijstaan en allerlei goede diensten bewijzen aan de zielen, die daaraan behoefte hebben. Ik zie niet in, waarom zij geen gelijk zouden hebben. Want indien de vreugde van hen, die nu zalig zijn, op aarde was: goed te doen, zoo zal in den hemel goed te doen hun nog grooter vreugde zijn.
28
BESCHERMENGELEN.
Troostten zij de lijdenden en hielpen zij de beproefden hier op aarde, des te meer zullen zij gezind zijn hen hij te staan, nu zij de volle macht, de volle vrijheid, de volle liefde en den vurigen ijver des eeuwigen levens deelachtig zijn. Werd hun harte hier door den gloed van Gods liefde verwarmd en verzacht, hoeveel te meer daar! Leefden zij hier Gods leven van liefde, hoeveel te meer daar voor den troon van God en het aangezicht van Christus!
En zegt de een of ander, dat de zielen der vromen in den hemel, ons, die hier op aarde zijn, niet kunnen bijstaan â dan antwoord ik met de vraag: Wanneer zijt gij ten hemel opgevaren om daarvan zekerheid te verkrijgen ? Laten wij ons verzekerd houden, dat als iemand daar geweest ware, hij ons iets beters thuis zou hebben gebracht dan het bericht dat zij, die wij op aarde hebben vereerd en liefgehad, de macht hebben verloren, die zij weleer plachten te bezitten, van ons, die hier beneden strijden, te vertroosten.
Neen, wij willen gelooven â wat ieder, die een geliefd vriend verliest, vroeger of later zal gelooven â dat zij, die wij hebben vereerd en liefgehad, al zijn zij onzichtbaar voor onzen blik, ons in den geest nabij zijn; dat zij nog voor ons strijden onder de banier van hunnen Meester, Christus, en nog voor ons werken door de kracht van Zijn leven van liefde, dat zij voor eeuwig in en door Hem leven.
Tot hen bidden, alsof zij uit eigen wil en kracht ons zouden helpen, behoeven wij wel is waar niet. Zij zijn uitvoerders van Gods wil, van Gods opdracht, niet van
29
30 HET GEESTELIJKE LICHAAM HET WAKE LICHAAM.
hunnen eigenen wil en hun eigen voornemen. Tot God, onzen Vader, zeiven te bidden, dat is voldoende. En wat zullen wij bidden? âVader, uw wil geschiede gelijk in den hemel alzoo ook op de aarde.quot;
Good News of God-Sennons.
Is niet die ééne gedachte, dat onze geliefden in Christus Jezus slapen, genoeg? Zij slapen in Jezus en dus in oneindige liefde, oneindig medegevoel, oneindige zorgen teederheid. Zij slapen in Jezus; Hij is het leven, dus slapen zij in het leven. Zij slapen in Jezus; Hij is het Licht, dus slapen zij in het Licht. Zij slapen in Jezus; Hij is Liefde, dus slapen zij in de Liefde. Wat kan er beter zijn dan dat? Dit is beter, â dat zij, die in Jezus slapen, zekerlijk moeten ontwaken. Want, zooals geschreven staat. Zijn geest is levenwekkend, levengevend. Zijn geest doet ontwaken, en in Hem te slapen is derhalve te slapen in de bron, den oorsprong van alle leven en macht. Als al onze talenten, al wat wij kunnen, hier op aarde van Jezus komt, zal Hij ons zekerlijk nog beter en edeler gaven schenken, wanneer wij in Hem slapen en in Hem ontwaken ten eeuwigen leven. En nog meer: er staat geschreven, dat Jezus hen, die in Hem slapen, met zich zal brengen. Ten laatsten dage zullen wij hen, die wij liefhadden, zien van aangezicht tot aangezicht, en tot dien dag â o twijfel niet! Meermalen, wanneer Christus nederdaalt tot onzen geest, komt Hij niet alleen, maar geliefde zielen, zielen, die wij in het leven hebben gekend, vergezellen Hem, omzweven ons hart, voegen hun gefluister bij de stem en de influistering van Hem, die ons heeft liefgehad, en
VAX WIEX KOMT HET LEED.
die ons hier met Zijnen raad wil geleiden en daarna opnemen in Zijne heerlijkheid, waar wij onze geliefden zullen wedervinden; â niet, zooals onze voorouders waanden, als schimmen, die door eenen woesten en vorme-loozen chaos zweven â maar zooals wij hen eenmaal hebben gekend. Het vleeschelijke lichaam echter zullen zij dan hebben afgelegd, maar het ware lichaam, het geestelijke, waarvan vleesch en bloed slechts het omhulsel was, zal meer in volheid leven en liefhebben dan ooit te voren, omdat het leeft in Christus, die de bron is van alle leven, en omdat het in Hem voor eeuwig-van hel en dood is verlost.
En indien gij een teeken verlangt , dat deze dingen alzoo zijn, nader tot het Heilige Avondmaal en neem het brood en den wijn ten teeken, dat uw lichaam en het hunne, uwe ziel en de hunne gevoed worden uit dezelfde bron van eeuwig leven â het gestorven en opgewekte en eeuwig levende lichaam van Christus Jezus, dat Hij heeft overgegeven om het leven te zijn der wereld.
il.S.S. Sermons.
Wij weten dat droefenis zal komen â vreeselijke verliezen, droevig en ongewoon leed. Daar zijn ze â G-od helpe ons allen. Maar van wie komen zij ? Wie is de Heer van leven en dood ? Wie is de Heer van vreugde en verdriet? Is dat niet de eerste en voornaamste van alle vragen? En is het antwoord niet het voornaamste van alle antwoorden? Het is de Heilige Geest Gods, de Geest, die uitgaat van den Vader en den Zoon, de Geest van den Vader, die de wereld zoo liefgehad heeft, dat Hij zijnen eengeboren Zoon niet heeft gespaard; de Geest
31
DE GEZEGENDE BOODSCHAP.
van den Zoon, die de wereld zoo liefgehad heeft, dat Hij zich vernederd heeft om voor haar te sterven aan het kruis; de Geest die de Trooster is en spreekt: ,.Ik zie hunne wegen, en ik zal hen genezen, en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hunne treu-rigen. Ik schep vrede dengenen, die verre zijn, endengenen, die nabij zijn, zegt de Heer, en ik zal hen genezen.quot; Is dat niet de heerlijkste boodschap, dat Hij die heeft weggenomen, dezelfde is, die heeft gegeven ? Dat Hij, die bedroeft, dezelfde is die vertroost ?
All Saints-Day Sermons.
O, gezegende boodschap, dat God zelf de Trooster is! Gezegende boodschap, dat Hij, die slaat, ook zal genezen; dat Hij, die den beker der smarte reikt, ook de kracht zal geven om dien te drinken. Gezegende boodschap, dat kastijding geen straf is, maar de opvoeding van eenen Vader. Gezegende boodschap, dat onze geheels plicht, de plicht van een kind is, â van den Zoon, die in Zijnen doodsangst zeide: âYader, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede.quot; Gezegende boodschap, dat onze Trooster de Geest is, die Christus den Zoon zelf vertroostte; de Geest, die uitgaat van den Vaderenden Zoon, en die ons zal leeren, dat wij in Christus inderdaad en in letterlijken zin de kinderen van God zijn, die in onzen diepsten nood tot Hem mogen roepen: âVader,quot; in de volle beteekenis van alles, wat dat koninklijke woord bevat.
AU Saints-Day Sermons.
32
11.
UIT DE DIEPTE
VAN
ZONDE.
Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijne ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten. Ps. xl : 13.
Want ik ken mijne overtredingen, en mijne zonde is steeds voor mij. Tegen U, U alleen heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uwe oogen. Ps. li : 5, 6.
Ik zeide: ik zal belijdenis van mijne overtredingen doen voor den Heer, en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Ps.xxxn : 5.
Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Ps. xxxii ; 1.
Bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ps. cxxx : 4.
11.
UIT DE DIEPTE VAK ZONDE.
God is niet tegen u maar voor u, in al den strijd van het leven; Hij wil gaarne dat gijquot;' er behouden nit te voorschijn komt; dat gij slaagt; dat gij overwint; en Hij zal uw roepen uit de diepte hooren en u helpen. En daarom, wanneer gij gevoelt dat gij op den verkeerden weg zijt, roep dan niet tot dezen of genen mensch: âHelp gij mij ; breng gij mij op den rechten weg, voordat G-od komt, en mij op den slechten weg vindt en mij straft.quot; Roep tot God zelf, tot Christus zelf; vraag Hem u op te heffen ; vraag Hem u op den rechten weg te leiden. Wees niet als Petrus vóór zijne bekeering, roep niet: âHeer, ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch! Wacht eene wijle tot ik zal zijn opgestaan, en mij van mijne vlekken gereinigd heb, en mij eenigszins waardig heb gemaakt om te worden aangezien.quot; â- Neen. Roep: âKom haastelijk. Heer, - kom nu â juist omdat ik een zondig mensch ben ; juist omdat ik door mijne zonden en mijne slechtheid belemmerd word mijnen weg te wandelen ; omdat ik traag en dwaas ben ; omdat ik slecht en verdorven ben, daarom toon Uwe macht en
UIT DE DIEPTE
kom tot mij, die Uw ongelukkig kind, Uw verloren kind ben, en sta mij bij met Uwe kracht. Hef mij op, want ik ben zeer laag gevallen ; verlos mij, want ik heb Uwen goeden en veiligen weg verlaten, en ben in eenen diepen poel vervallen, die geen grond heeft. Mijzelf helpen kan ik niet, en indien Gij mij niet helpt, ben ik verloren.quot;
Doe dat. Bid zoo. Laten uwe zonden en verdorvenheid geen reden voor u zijn, om u te verbergen voor Christus, die u nabij is ; maar eene reden, de voornaamste van alle redenen, om te roepen tot Christus, die u nabij is. En dan, of Hij het doet door zachte of door harde middelen, zal Hij u helpen, en uwen voet op vasten grond stellen en uwe gangen bewaken, opdat gij met lijdzaamheid de voor u afgeperkte baan door het leven moogt wandelen, en in den weg blijven van Gods geboden, waarin geen dood is.
Good News of God, Sermons.
Wat moeten wij, â als onze zonden ons te eeniger tijd, zooals zij stellig zullen doen, in ongelegenheid brengen , â anders doen dan onze oogen openen en zien dat het eenige, wat Gods schepselen te doen hebben, is: Hem te gehoorzamen ? Hoe kan het ons goed gaan, indien wij iets anders doen ? Tegen God worstelen is zwaar. Maar misschien zegt deze of gene : âIk weet, dat ik gezondigd heb, en ik wensch en verlang God te gehoorzamen, maar ik ben zoo zwak en zoo in het net der zonde verward, dat ik God niet kan gehoorzamen. Ik wensch het te doen. Ik weet en gevoel, wanneer ik zie naar wat achter mij ligt, dat al mijne zonde en schande en
36
BEROUW EN VERNIEUWING.
ellende hieruit voorkomen, dat ik trotsch en eigenzinnig ben en mijnen eigenen weg wil gaan. Maar ik kan mij niet verbeteren.quot;
Wanhoop niet, arme ziel! Ik hoor u duizendmaal liever zeggen, dat ge u niet kunt beteren, dan dat gij kunt. Want zij, die dat werkelijk gevoelen â zij, die werkelijk vermoeid zijn door en gebukt onder den last hunner zonden, â zij, die hunne eigenzinnigheid moede zijn, die bereid zijn neder te liggen en te sterven, als een paard, dat niet meer kan, en te zeggen: âGod neem mij weg, breng mij waarheen gij wilt, ik ben niet geschikt op deze aarde te leven, waar ik dag en nacht mijzelf eene schande en kwelling ben,quot; â zij, die zoo gezind zijn, zijn niet zeer verre van het vernemen der gezegende tijding. God weet evengoed als gij, waartegen gij hebt te strijden. Ja, Hij weet het duizendmaal beter. Hij weet ~ ja, wat weet Hij niet? Bid daarom tot Hem. Smeek Hem uwen wil eenswillend te maken met den Zijnen, opdat gij moogt liefhebben wat Hij liefheeft, haten wat Hij haat, en doen wat Hij verlangt, dat gij doen zult; en gij zult ondervinden, dat het waar is, dat God hen, die zich willen beteren en weten, dat zij het zichzelf niet kunnen doen, zal helpen ; dat Hijzelf hen zal beteren.
Nation al Sermons.
Zonde ^ af-iaoxia, beteekent letterlijk het ontbreken van eenen stempel; en dat elk gebrek geboet moet worden, of juister zelf de boete is, is mij de gezegendste aller tijdingen en geeft mij hoop voor mijzelf en voor eiken mensch, die geleefd heeft, leeft, of leven zal; want het
37
UIT DE DIEPTE
doet mij hen allen beschouwen als kinderen, die door eenen Vader worden opgevoed en opgeleid tot het bewustzijn en het gebruik hunner vermogens in Gods tempel, d. i. in het heelal, en tot het volbrengen van Gods werk daarin. En naarmate zij daarin vorderingen maken, bereiken zij de zaligmaking, owx^oia, dat letterlijk beteekent gezondheid en gaafheid van geest, die evenals de gezondheid des lichaams hare eigene belooning is.
Letters and Memories.
Indien, wanneer gij in leed verkeert, de gedachte u treft, dat gij om uwe zonden gestraft wordt, treur dan om die zonden, niet om het geluk, dat van u genomen is. Dank God liever, dat Hij u bijtijds heeft weerhouden, en denk aan Zijne beloften van ons wederom te verheugen, indien wij Zijne kastijding ter harte nemen.
Letters and Memories,
O, hoe menig arm, dwaas schepsel, dat in ellende en schande verkeert, wiens geweten hem schuldig verklaart, wiens hart bedroefd is, tracht zijne zonde en zijn leed te vergeven, maar vermag het niet. Hij is de zonde moede ; hij walgt er van. Hij voelt zich ellendig, en weet nauwelijks waarom. Er is in zijn hart een verlangen, een hongeren en dorsten naar iets beters. Dan begint hij te denken aan het huis van zijnen Hemelschen Vader. Op wonderlijke wijze doemen oude woorden, die hij leerde, toen hij nog een kind was, goede oude woorden uit zijnen Catechismus en zijnen Bijbel, op in zijnen geest. Hij had ze vergeten, er in zijn dolle dagen misschien om gelachen. Maar nu komen ze, vanwaar weet hij niet, als schoone gestalten hem voorbijzweven. Hij
38
DE GOEDE GENEESHEER.
schaamde zich voor hen. Zij verwijten hem die goede oude lessen, en eindelijk zegt hij: âGave God, dat ik wederom een klein kind was, een onschuldig kind aan den schoot mijner moeder. Misschien ben ik een dwaas geweest en hadden die hoeken, die ik des Zondags las, toch gelijk. Ik ben ten minste ellendig! Ik dacht dat ik mijn eigen meester was, maar misschien is toch Hij, over wien ik in die boeken placht te lezen, mijn Meester. Ik voel ten minste, dat ik niet mijn eigen meester ben: ik ben een slaaf. Misschien heb ik al den tijd gestreden tegen Hem, tegen den Heere God en heeft Hij mij nu getoond, dat Hij de sterkste is van ons beide.quot;
En als de Heer iemand zoo ver heeft gebracht, houdt Hij dan op ? Niet alzoo. Hij laat Zijn werk niet half gedaan. Als het werk half gedaan blijft, is het omdat wij ophouden, niet omdat Hij het doet. Die tot Hem komt, â hoe verslagen, hoe linksch, hoe traag zelfs hij kome, â zal Hij geenszins uitwerpen. Hij moge hem nog meer slaan, om hem van die verslagenheid en traagheid te genezen; maar Hij is een geneesheer, die nimmer eenen zieke wegzendt, of één enkel uur laat wachten.
National Sermons.
De Heilige Augustinus bevond, dat hij zijne zonden niet kon overwinnen door tegen zichzelf te redeneeren, of door andere middelen, totdat Hij God vond en zag dat God de Heer was. En toen zijn geest gebroken was, toen hij zag, dat hij al den tijd dwaas en blind was geweest, â toen herinnerde hij zich de woorden, die hij leerde aan zijn moeders schoot, en wist hij, dat God over hem gewaakt had ; dat Hij hem geleid had;
39
UIT DE DIEPTE
dat Hij had toegelaten, dat hij op den verkeerden weg geraakte; dat Hij voor hem had gezorgd, hem had gedragen, met zijn geweten gepleit, dat Hij hem teruggelokt had naar het eenige, ware geluk, zooals een liefhebbend vader zijn wederstrevend en eigenzinnig kind doet, â en toen werd hij een ander mensch.
Moge God in Zijne groote genade ook ons te Zijner tijd tot dien gelukzaligen staat brengen. En zoo Hij dat doet, dan is het onverschillig, of Hij ons leidt door vreugde of door smart, door eer of door schande, dooiden Hof van Eden of door de Vallei der Schaduwen des Doods. Want wat deert het, hoe bitter het geneesmiddel is, ZOO het slechts ons leven redt ? National Sermons.
..... Uw zoudebewustzijn is geen dweperij; het is,
veronderstel ik, de eenvoudige erkenning van een feit. Maar om u tot Christus te brengen, â ik geloof niet, dat ik u een stroobreed vooruit kan helpen. Ik kan slechts heil zien in uw bidden, in uw gaan tot Hem, in uw zeggen: âHeer, indien Gij hier zijt, indien Gij sijt, indien niet alles, alles, leugen is, vervul dan de beloften, die Gij gegeven hebt, en geef mij vrede ; doe mij gevoelen, dat, hoe slecht ik ook ben. Gij mij toch lief hebt; dat Gij alles ziet, alles begrijpt en daarom alles vergeeft!quot; Ik heb dat in vroegere dagen moeten doen ; ik heb Hem in dikke duisternis en in nachtelijke stilte moeten uitdagen, totdat ik bijna verwachtte, dat Hij Zijne eer zou wreken door te verschijnen, zooals Hij aan Paulus en Johannes verscheen ; maar Hij antwoordde slechts met stille, zachte stem -- en dat was genoeg.
Letters and Memories.
40
DB ZONDEN DER JEUGD.
...... Lieve vriend, het geheim van het leven voor
u en voor mij is, dat wij onze bedoelingen en eigenschappen gedurig bloot leggen voor Hem, die ze formeerde, en uitroepen: âReinig Gij mij, dan alleen zal ik rein worden. Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.quot; Welk geloof kan redelijker zijn ? Want zeker, indien er een God is, een God, die ons heeft geschapen, dan kan Hij het werk, dat Hij maakte, ook herstellen, indien het onklaar is geworden. Wat meer verwonderlijks is er in de leer der wedergeboorte en bekeering, dan in het bloote feit der schepping ?
Letters and Memories.
Wat de zonden der jeugd betreft, wat zegt de 130,te Psalm ? Zoo Gij, Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer! wie zal dan bestaan ? Maar bij Hem is vergeving, opdat Hij gevreesd worde. En ik weet geen betere manier om God te vreezen dan deze: dat wij voortwerken aan het werk, dat Hij ons te doen heeft gegeven, in het vertrouwen, dat Hij het, zoo Hij ons noodig heeft, nuttig zal doen zijn voor Zijne schepselen. Daarom; tob niet, en wees niet twijfelmoedig, maar volbreng den plicht, die voor de hand ligt.
Letters and Memories.
Ja, dit is onze troost, dit onze hoop: Christus, de groote Heelmeester en Geneesheer, kan en zal ons verlossen van de overblijfselen van onze oude zonden, de gevolgen van onze eigene dwaasheden. Niet echter in eens of door een wonder, maar door eene gestadige opvoeding. Het is misschien beter voor ons, dat Hij ons
41
UIT DE DIEPTE
niet opeens geneest, opdat wij ons niet zouden verbeelden, dat zonde eene lichte zaak is, die wij kunnen afschudden, wanneer wij willen; in plaats van eene inwendige kwaal, die voortwoekert en bederf verspreidt, en waarvan het loon is de dood. Omdat Christus ons liefheeft, haat Hij onze zonden en kan Hij ze dragen noch dulden ; daarom straft Hij ze, en toont Hij Zijne genade en liefde door ons te straffen, zoolang er nog een zweem van zonde in ons overgebleven is. Laten wij ons daarom overgeven in de handen van Christus, den Grooten Geneesheer, en Hem vragen onze gewonde zielen te heelen, onze verdorvene zielen te reinigen en aan Hem de keus laten, hoe Hij dat wil doen. Laten wij ons straffen en kastijdingen getroosten. Laat Hij, als Hij dat goed acht, met ons doen, zooals Hij oudtijds met David deed, wiens zonden Hij vergaf, maar toch strafte door den dood van zijn kind. Laat Hij met ons doen wat Hij wil, mits Hij â wat Hij stellig zal doen â vrome menschen van ons make.
All Saints-Day Sermons.
Ik geloof, dat God (is Hij niet reeds begonnen het te doen ?) al het kwaad zal straffen, dat ik ooit heb gedaan, tenzij ik er berouw over hebbe, dat is: mijn gedrag in dat opzicht verander; â en ook geloof ik, dat Zijn lichtste slag hard genoeg is, om merg en been te verbrijzelen. Maar van eenen mensch. wie ook, te zeggen, dat er voor hem geen hoop meer is; dat, indien hij ooit onder de bittere pijn van eene rechtvaardige straf zijne oogen opende voor zijne dwaasheid en zich bekeerde van de dwaling zijns wegs. God hem toch geen vergiffenis
42
DE OPVOEDING DOOR EENEN VADER.
zou schenken; dat te zeggen zou ik voor de geheeie wereld en al hare machthebbers niet willen. Ik heb nooit eenen mensch gezien, waarin niet eenig goed was, en ik geloof, dat God dat goede veel duidelijker ziet en het veel warmer liefheeft, dan ik kan doen, omdat Hij zelf dat goede zaadje daar heeft gelegd en daarom is het redelijk te gelooven, dat Hij dat goede zal opvoeden en versterken en den bezitter er van zal kastijden, totdat deze het gehoorzaamt en liefheeft en volgt. Ook twijfel ik niet, of die bezitter, als hij onvolgzaam en eigenzinnig is, zal de kastijding vreeselijk vinden â zooveel te beter, indien dit het geval is. Meer kan ik niet zeggen.
Letters and Memories.
Als iemand zich werkelijk hield voor eenen zoon, die door eenen vader werd opgevoed, zou hij alles, wat gebeurde, beschouwen als deel uitmakende van die opvoeding. En zulk een mensch biddend en werkend en als zijne poolstar beschouwende het: âOnzeVader, Uw naam worde geheiligd. Uw wil geschiede gelijk in den hemel alzoo ook op de aarde,quot; om zijn dagelijksch brood vragende, ten einde dien wil te kunnen volbrengen en om geen andere reden, zou alle zelfzucht en zelfbejag voelen wegsterven en eene werkdadige liefde tot den naaste wortel in hem schieten. Hij zou bevinden dat zijn leed en zijne struikelingen onverwacht ten goede gedijden voor herazelven en voor anderen, en tot zijne vreugde ontdekken, dat zijn Vader hem opvoedde, terwijl hij zich verbeeldde, dat hij zichzelf opvoedde; en hij zou noch tijd vinden, noch het noodig achten om zich te kwellen over
43
UIT DE DIEPTE
de roerselen zijner daden, maar wat zijne hand te doen vond, dat zou hij doen met al zijne macht.
Letters and Memories,
Voorwaarts! God leidt ons; al zijn wij blind, zullen wij bevreesd zijn. Hem te volgen? Ik zie mijnen weg niet; het doet er ook niet toe; want ik weet, dat Hij Zijnen weg ziet, en dat ik Hem zie, en ik kan niet ge-looven, dat Hij, trots al onze zonden. Zijne goedgunstige beloften zal vergeten. âZij, die hun vertrouwen op Hem stellen, zullen niet worden beschaamd.quot;
Ik weet, welk een ellendig, eigenzinnig, traag, eigengerechtigd , schepsel zonder geloof en gebed ik ben ; maar ik weet tevens dit: dat Eén mij leidt en mij, wanneer ik niet geleid wil worden, drijft; Eén, die mij Zijnen weg zal doen gaan en heeft doen gaan en Zijn werk zal laten doen, hetzij dan door zachte of harde middelen.
Letters and Memories.
AVees blijmoedig. Wanneer de booze zich bekeert van de boosheid zijns wegs, dan zal hij te zelfder stond en te zelfder plaats zijne ziel redden, â en al zijne zonde en boosheid zal hem kwijtgescholden worden. Ik weet niet welken maatstaf gij hebt voor schuld (als er een maatstaf mogelijk is voor het volmaakt onstoffelijke). Maar dit weet ik, dat gij, zoolang als gij in uw hart het bewustzijn van schuld levend houdt, gerechtvaardigd zult zijn in het oog van God; dat, zoolang als gij uwe zonden voor Zijn aangezicht brengt. Hij ze achter uwen rug zal stellen.
Letters and Memories,
Dit is het Evangelie, de blijde boodschap, voor den
44
DE BLIJDE BOODSCHAP.
gevallen mensch, dat er in het midden van den troon van God een Mensch is gezeten, aan wien alle macht is gegeven in den hemel en op de aarde ; dat het lot der wereld en alles wat zij bevat, het lot der zon en sterren , het lot der koningen en volkeren, het lot van lederen tollenaar en iedere hoereerster, van lederen heiden en uitgeworpene, het lot van allen, die dood en in de hel zijn, afhangt van het heilige hart van Jezus; dat hart, dat treurde bij het graf van Lazarus, Zijn vriend; dat hart, dat weende over Jeruzalem; dat hart, dat tot Magdalena, de vrouw die eene zondares was, zeide : âGa in vrede, uwe zonden zijn u vergeven;quot; dat hart, dat bedroefd is over eiken zondaar en zwerver op Gods aarde en dat tot allen roept: âWaartoe wilt gij sterven ? Heb ik lust in den dood des goddeloozen, zegt de Heer, heb ik niet eerder lust daarin, dat de goddelooze zich bekeere van zijnen weg en leve ? Komt herwaarts tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en ik zal u rust geven.quot;
National Sermons.
Dit is de boodschap, die het heilige Sacrament van het lichaam en het bloed van Christus u brengt, dat gij, ondanks al uwe dagelijksche zonden en tekortkomingen, nog tot God moogt opzien, als tot uwen Vader; tot den Heer Jezus als uw leven; tot den Heiligen Geest als uw gids en uwen bezieler; dat, hoewel gij een verloren zoon zijt, het huis uws Vaders nog voor u open staat; dat de eeuwige liefde uws Vaders gereed is u van verre te ge-moet te komen op het oogenblik, dat gij van ganscher harte uitroept: âVader, ik heb gezondigd, en ik ben niet
45
UIT DE DIEPTE
meer waardig uwen zoon genoemd te worden en dat gij u moet bekeeren en teruggaan naar God uwen Vader, niet slechts eens voor al, maar elke week, eiken dag, elk uur, zoo dikwijls als gij Hem vergeet en ongehoorzaam zijt. Dit is de boodschap, die het heilige Sacrament u brengt, dat gij, hoewel gij het niet kunt naderen in het vertrouwen op uwe eigene rechtvaardigheid, dat moogt doen in het vertrouwen op Zijne menigvuldige en groote genade ; dat, hoewel gij niet waard zijt onder Zijne tafel de kruimelen te verzamelen, Hij dezelfde Heer is, wiens eigenschap is: steeds genadig te zijn, en Hij zal toestaan, dat uwe ziel worde gewasschen in het kostbare bloed van Christus, opdat gij in Hem en Hij in u moge blijven voor eeuwig.
National Sermons.
Leden van Christus, kinderen van God, erfgenamen van het koninkrijk der hemelen, erfgenamen van eene onverwelkbare, onsterfelijke hoop, gij bezit een recht, u door het woord en de belofte des Almachtigen Gods gegeven, om altijd voor uzelven, voor uwe naasten, voor deze arme, verdwaasde wereld te hopen; een recht te gelooven, dat er een eeuwigdurende dag van recht, van vrede en geluk bestemd is voor de geheele wereld, en dat gij, zoo gij wilt, uw deel moogt hebben aan dien heerlijken zonsopgang, waarop geen ondergang zal volgen. Ga tot de Schrift en lees daar de beloften Gods, de gronden voor de rechtmatige hoop, die gij voor hemel en aarde koestert. âZie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt.quot; Hoe durven wij, die ons Christenen noemen, die in Zijnen naam gedoopt zijn, die
46
DE ONSTERFELIJKE HOOP.
Zijne genade gesmaakt hebben, die de macht Zijner liefde kennen en de bekeerende en hernieuwende kracht van Zijnen Geest â hoe durven wij er aan twijfelen, dat Hij de zonden der wereld zal wegnemen? Ja, jaar na jaar, stap na stap, volk na volk zal de Heer veroveren ; want Hij moet regeeren, totdat Hij al Zijne vijanden zal hebben gezet tot eene voetbank Zijner voeten.... Hij heeft beloofd, dat Hij de zonden der wereld zou wegnemen, en Hij is God en kan niet liegen.
Xational Sermons.
47
III.
UIT DE DIEPTE
VAN
VREES EN ANGST.
Mijn hart krimpt weg in liet binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen. Vrees en beving overvalt mij, en siddering overdekt mij. â Ps. lv : 5, 6.
Gij hebt mijn hart beproefd, des nachts bezocht. â Ps. xvn ; 3.
Ten dage als ik zal vreezen, zal ik op U vertrouwen. â Ps. lvi : 4.
De Hoer is mijn licht en mijn heil, voor wien zou ik vreezen? De Heer is mijne levenskracht, voor wien zou ik vervaard zijn ? â Ps. xxvii : 1.
Ik heb den Heer gezocht en Hij heeft mij geantwoord en mij uit al mijn vreezen gered. â Ps. xxxiv ; 5.
III.
UIT DE DIEPTE VAN ANGST EN VREES.
Wie is de man, die niet somwijlen tot zichzelf gezegd heeft: âGod is zoo heilig, zoo rein, zoo heerlijk, en ik ben zoo onheilig, zoo onrein, zoo laag! God is zoo groot en machtig en ik ben zoo nietig en zwak! AVat zal ik doen? Haat en veracht God mij niet? Zal Hij al wat ik het meest liefheb niet van mij nemen ? Zal Hij mij, wanneer ik sterf, niet tot eindelooze pijnigingen verwijzen? Hoe kan ik Hem ontkomen? Ik, ellendige, ik kan Hem niet ontkomen ! Hoe kan ik Zijnen haat afwenden ? Hoe kan ik Hem te mijwaarts doen veranderen ? Hoe kan ik Zijnen toorn stillen en bevredigen ? Wat zal ik doen om Hem te ontkomen ?quot;
Hebt gij wel eens zulke gedachten gehad ? En hebt ge ooit bevonden, dat die gedachten, die slaafsche vrees voor Gods toorn, die vrees voor de hel, u tot een beter mensch maakten ? Ik niet. Tenzij gij er doorheen en ze zoover voorbijgaat, als de hemel voorbij de hel is ; tenzij ge er boven rijst, zoover als een vrije zoon is boven een ellendigen, in 't stof kruipenden slaaf, zullen die gedachten u meer kwaad dan goed doen. Die geest van
UIT DE DIEPTE
slavernij, die slaafsche vrees, in plaats van ons nader tot God te brengen, verwijdert ons slechts verder van Hem. quot;Wij leeren er het kwade niet door haten, maar alleen de straf van het kwade vreezen. â Hoe zullen wij dan de verschrikking en de ellende van een slecht geweten ontkomen en uit onze zonde oprijzen ? Geloof in het onderpand van uwen doop. Uw doop zegt u: âGod is uw Vader; Hij haat u niet, al zijt gij de grootste zondaar ter wereld. Hij heeft u lief, want gij zijt Zijn kind, en Hij wil niet den dood des zondaars, maar dit: dat allen komen en behouden worden. Hij haat niets van hetgeen Hij heeft geschapen.quot; Dit is de blijde boodschap van uwen doop: dat gij Gods kind zijt en dat het Gods wil en verlangen is, dat gij zult opgroeien tot Zijnen Zoon, om Hem vol liefde, vertrouwen en manlijke kracht te dienen en dat Hij u daartoe de kracht wil en kan geven, ja, ze u reeds gegeven heeft, als gij ze slechts wilt vragen en gebruiken. Maar gij moet ze vragen en gebruiken, omdat gij niet bestemd zijt om slechts Gods eigenzinnig, onwetend, zelfzuchtig kind te zijn, dat Hem alleen uit vrees voor de roede gehoorzaamt, maar om Zijn eenswillende, liefhebbende en trouwe zoon te zijn.
National Sermons.
God is geen dwingeland, die met geschenken moet worden gepaaid, noch een meester, die door het werk van zijnen slaaf moet worden voldaan. Hij is een Vader, die Zijne kinderen liefheeft, die geeft en behagen schept in geven, die rijkelijk geeft en niet verwijt. Hij wil in waarheid niet den dood van den zondaar, maar dit: dat deze zich bekeere van de slechtheid zijns wegs
52
ONEINDIGE LIEFDE.
53
en leve. Zijn wil is goed, en hoezeer ook de menschen met hunne zonde en dwaasheid dien mogen weerstreven en voor eenen tijd schijnbaar wederstaan, toch is Hij te groot en te goed om eenen mensch, zelfs den slechtsten, den geringsten wrevel of wrok toe te dragen. Geduldig, edelmoedig en goedertieren wacht God â wacht, tot de -dwaze mensch ontdekt heeft, dat hij dwaas is; wacht, tot het hart, dat getracht heeft in alles buiten Hem vermaak te vinden, bevonden heeft, dat alles teleurstelt en tot het tot Hem terugkeert, die de oorsprong is van elke gezonde vreugde, de bron van dat leven, dat voor den mensch geschikt is. Wanneer de dwaas zijne dwaasheid inziet, wanneer de eigenzinnige afstand doet van zijne eigenzinnigheid, wanneer de oproerling zich onderwerpt aan de wet, wanneer de zoon terugkeert tot het huis zijns vaders â vindt hij daar gestrengheid, verwijt noch wraak, maar de oneindige en onmetelijke liefde Gods, die weder even rijkelijk vloeit als ooit te voren. De Schepper heeft zich verwaardigd op Zijn schepsel te wachten, omdat Hij niet de vrees maar de liefde verlangde van het schepsel, dat Hij geschapen heeft; niet zijne onderwerping met de lippen maar met het hart; omdat Hij verlangde, dat de mensch niet zou terugkeeren als een van angst bevende slaaf tot zijnen meester, maalais een zoon, die eindelijk heeft ingezien welke vader hem overgebleven is, als al het andere hem bedrog is gebleken te zijn. Laat hij dus terugkeeren om te ondervinden, dat alles vergeven is en om den Vader te hoo-ren zeggen : âDeze mijn zoon was dood en is weder le-
UIT DE DIEPTE
vend geworden, hij was verloren en is wedergevonden.quot;
Discipline and other Sermons.
Wanneer de storm losbreekt, wanneer beproeving, vrees, angst, schande komen, dan begint het Kruis van Christus voor ons zijne beteekenis te erlangen. Want dan zien wij in onze ellende en verslagenheid op ten hemel , en vragen wij : Is daar iemand, die dit alles begrijpt? Begrijpt God mijne droefheid? Voelt God voor mijne droefheid? Laat God zich aan mijne droefheid gelegen liggen? Weet God wat droefheid is? Of moet ik den levensstrijd alleen strijden, zonder dat God, die mij heeft geformeerd en in deze omstandigheden gebracht, voor mij voelt en mij helpt? â Dan brengt het Kruis van Christus eene boodschap tot ons hart, zooals niets of niemand op aarde kan brengen. Want het zegt ons: God verstaat u ten volle, want Christus verstaat u, Christus gevoelt voor u : Christus gevoelt met u ; Christus heeft voor u en met u geleden. Gij kunt niets ondervinden , dat Christus niet ondervonden heeft. Hij, de Zoon van God, heeft armoede, vrees, schande, doodsangst, den dood voor u geleden, opdat Hij door het gevoel van uw lijden mocht worden bewogen, en u mocht helpen dragen, en u veilig door alles heen tot overwinning mocht brengen en vrede.
11'eslminster Sermons.
Hoewel wij gelukkig niet meer gelooven in de des nachts rondwarende verschrikking, die men vroeger toeschreef aan heksen, geesten, demonen, toch is er in den nacht eene verschrikking, waarin wij moeten gelooven, want zij wordt ons gezonden van God en wij behooren
54
EENS WAARSCHUWING VAN GOD.
er naar te luisteren als naar eene stem van God: de verschrikking, die in drooraen en slapelooze nachten over ons komt van wege onze zonden. Wij kunnen uit deze droombeelden en nachtgedachten leeren; want dikwijls zijn zij eene boodschap ons door God gezonden, om ons tot inkeer en verbetering van ons leven op te wekken. Dikwijls is het het Boek des Oordeels, waarin onze zonden staan opgeschreven, dat God ons dus vertoont, om ons het kwaad, dat wij hebben bedreven, indachtig te maken. God zendt den mensch droomen, die hem in staat stellen den blik achterwaarts te wenden, en zich dingen uit het verledene te herinneren, die hij slechts te gemakkelijk had vergeten; en die stille en tot inkeer manende droomen zijn eene waarschuwing van God, dat de verdorvenheid onzer natuur zelfs in hen, die zijn wedergeboren , blijft voortbestaan en dat niets dan de voortdurende hulp van Gods Geest ons kan weerhouden van terug te vallen in het kwaden en te vergaan.
Discipline and other Sermons.
De godsdienst van vrees is de oppervlakkigste van alle godsdiensten. Gods oppermachtige wil en almacht kunnen in zichzelf duister, hoewel diep, schijnen, zooals zij den Calvinisten doen, omdat zij Zijn zedelijk wezen niet insluiten. Paar ze aan het feit, dat Hij een God van genade is, zoowel als van gerechtigheid ; herinner u dat Zijn wezen liefde is, â en de donderwolk zal van eenen gouden gloed blaken en eenen zachten regen en een rein licht in haren schoot bergen. Al de diepten Gods zijn helder, want God is licht.
Letters and Memories.
55
UIT DE DIEPTE
Ik ben over geen ding bezorgd en â (God helpe er mij toe, zooals Hij tot hiertoe gedaan heeft) zal dat ook niet zijn. quot;Waarom zouden wij het weinigje leven, dat er nog in ons gloort, uitdooven door zorgen, waar Hij heeft beloofd voor ons te zorgen en onze jeugd te vernieuwen, en ons te overladen met alles, wat goed voor ons is ?
En wat de moeielijkheden aangaat, waarin wij ons bevinden. Is het daarin niet vervuld geworden; uwe sterkte zal zijn gelijk uwe dagen ? Heeft God ze ons niet gezonden ? Heeft God daarmede niet willen voorkomen , dat de beker des heils te zoet zou wezen ? en, bedenk u, zijn ze geen gezegende lessen geweest'? Hebben wij niet in alles met de verzoeking ook het middel ontvangen om te ontkomen ? Zoo doet God uit het kwade het goede voortkomen, of liever: uit de noodzakelijkheid doet Hij kracht geboren worden. In de onbe-teekenendste uiterlijke voorvallen ligt de hoogste geestelijke opvoeding, en de geringste behoefte kan het middel zijn om uit den sluimerenden kiem de edelste hoedanigheden in het leven te doen treden.
Dit is een groot geheimenis, maar wij zijn wezens, die aan tijd en ruimte gebonden zijn, en door tijd en ruimte en onze dierlijke natuur worden wij opgevoed. Laten wij daarom maar geduldig, geduldig zijn, en laat God onze Vader, ons Zijne les leeren op Zijne wijze. Laten wij trachten, ze goed en snel te leeren; maallaten we ons niet verbeelden, dat Hij de schoolbel zal luiden en ons zal laten gaan spelen, voor wij de les kennen. Letters and Memories.
56
IJDELE VREES.
Beschouw, wat ik u bidden mag, in alle omstandigheden des levens, toch alles, wat God ons niet geeft, als niet goed voor ons, en vertrouw, dat Hij ons zal geven, wat goed voor ons is. Bedenk dat dit alles goed is en reden, doel en beteekenis bezit; hij die er tegen mort, gelooft niet (althans niet op dat oogenblik) aan den Levenden God.
O, denk niet, dat ook ik niet dikwijls verslagen ben â âTernedergeslagen, maar niet wanhopend.quot; Neen, Christus regeert, zooals Luther placht te zeggen â en daarom zal ik niet vreezen, âal veranderde de aarde hare plaats (en ik met haar) en al werden de bergen verzet in het hart van de zeeën.quot;
Letters and Memories.
Al die angsten zullen goed voor u zijn. Zij werken alle mede om een waar mensch te maken â door dat vertrouwen op God in hem te voorschijn te roepen, dat het ware zelfvertrouwen, de eenige ware kracht is. Te recht zeide de oude Hiskia: âHeer, bij deze dingen leeft men, (bij verdriet, smart, ziekten,) en in dat alles is het leven mijns geestes.quot;
M. S. Letters.
Onze Heer sprak : âZijt niet bezorgd tegen den morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.quot; Matth. vi: 3-i. En bevinden wij niet, dat de woorden van onzen Heer waar zijn? Welke menschen slaan zich door 't meeste werk in hun leven heen met het minste verlies van kracht en vermogens ? De lieden die zich bezorgd maken ? Zij, die zich mogelijke ongelukken inbeelden en voortdurend vragen :
57
UIT DE DIEPTE
Wat, als dit of dat gebeurde? Hoe zou ik daar of daar doorheen komen? Dat zij verre, verre van ons. Laten wij de kracht, die God ons heeft gegeven voor heden, niet verspillen in ijdele vrees voor den dag van morgen. De dag van heden is vol genoeg van angst en zorg. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad, en elke dag heeft genoeg aan zijn eigen goed. Vandaag en morgen beide zullen misschien geheel anders eindigen, dan wij hopen. Ja. Maar ze zullen misschien geheel anders eindigen, dan wij vreezen. Zie niet te veel vooruit, opdat gij niet misschien zien zult wat aanstaande is, voor gij voor dien aanblik bereid zijt. Als wij de wederwaardigheden, die aanstaande zijn, voorzagen, ons hart zou er misschien door breken; en als wij het geluk voorzagen, dat in het verschiet ligt, het zou ons misschien buiten onszelf maken. Laten wij ons niet bemoeien met de toekomst, maar onze ziel beheerschen en ten onder houden ; als kleine kinderen tevreden zijn met het ons toegediende deel, met de lessen en speeluren van den dag, verzekerd dat de Goddelijke Meester weet wat goed is, hoe wij moeten worden opgevoed en werwaarts wij geleid moeten worden, hoewel wij niets weten en niets behoeven te weten dan dit ééne: dat de weg, waar langs Hij ieder onzer leidt â als wij slechts willen gehoorzamen en stap voor stap volgen â voert ten Eeuwigen Leven.
AU Saints-Day Sermons.
58
IV.
UIT DE DIEPTE
VAN
VERLATENHEID EN TELEURSTELLING-.
Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zoodat ik vergeten heb mijn brood te eten. Ik waak en ben geworden als eene eenzame musch op het dak. â Ps. en : 5, 8.
Gij hebt vriend en metgezel van mij verwijderd, mijne bekenden zijn in duisternis. Ps. lxxxviii : 19.
Ik zag uit ter rechterhand, en zie, zoo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij ; niemand zorgde voor mijne ziel. Tot U riep ik, o Heer; ik zeide : Gij zijt mijne toevlucht, mijn deel in het land der levenden ! Ps. cxlii : 5, 6.
De Heer is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermend. Ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost. Ps. cxvi : 5, 6.
IV.
UIT DE DIEPTE VAN VERLATENHEID EN TELEUESTELLING.
Het is smart â smart en tegenspoed â die den mensch noodzaakt te gelooven, dat er Eén is, die het gebed verhoort ; hem noodzaakt de oogen op te heffen tot Ãén, van wien de hulpe komt. Voor de vreeselijke werkelijkheid van gevaar, dood, teleurstelling, schande, ondergang â en bovenal voor verdiende schande en verdienden ondergang â vallen alle redeneeringen weg; en de man of vrouw, die een dag te voren slechts te geneigd was om te zeggen : âStil, God zal het niet hooren of zien,quot; begint vurig te hopen, dat God wèl ziet, wèl hoort. In de ure der duisternis, als er geen troost of hulp bij menschen is, wanneer de mensch geen plaats heeft om heen te vlieden, wanneer niemand zorgt voor zijne ziel, dan is de ontzettendste maar ook de gezegend-ste van alle vragen: Maar is er niemand, hooger dan menschen, tot wien ik kan vlieden ? Niemand hooger dan menschen, die voor mijne ziel zorgt en voor de ziel van hen, die mij dierbaarder zijn dan mijne eigene ziel? Geen vriend ? Geen helper ? Geen verlosser ? Geen raadsman ? Zelfs geen rechter ? Geen straffer ? Geen God, al is Hij
UIT DE DIEPTE
een verterend vuur ? Ben ik met mijne ellende alleen in het heelal? Is mijne ellende zonder bedoeling en zonder hoop? Als er geen God is, is alles wat mij overschiet wanhoop en dood. Maar als er een God is, dan kan ik hopen, dat mijne ellende eene bedoeling heeft; dat ze mij niet zonder reden gezonden wordt, al ligt die in mijne eigene schuld. Dan kan ik, al zou het evenals Job in onstuimige bewoordingen zijn, met Hem twisten en vragen : Wat beteekent deze smart ? Wat heb ik gedaan? Wat moet ik doen? Ik zal tot God zeggen : âVerdoem mij niet! doe mij weten, waarover Gij met mij twist.quot; Zekerlijk, ik zou tot den Almachtige willen zeggen ; ik wensch met God te redetwisten. O, mijne vrienden, ik geloof dat de mensch alleen door de ingeving van Gods Geest moed kan vatten om dat te zeggen. Maar als hij dat eenmaal met zijn gansche hart heeft gezegd, dan begint hij gerechtvaardigd te worden door het geloof; want hij gelooft in God. Hij heeft God vertrouwd â en wat meer zegt â hij heeft God gerechtvaardigd. Hij heeft beleden, dat God niet maar eene natuurkracht of eene natuurwet is ; niet maar een dwingeland of een kweller; maar een Redelijk Wezen, die naar rede wil luisteren, en een Rechtvaardig Wezen, die rechtvaardigheid zal bewijzen aan de schepselen, die Hij gemaakt heeft.
Westminster Sermons.
Hoe dieper, hoe bitterder uwe verlatenheid is, hoe meer gij zijt als Hij, die aan het Kruis uitriep: âMijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?quot; Hij weet, wat ook dat leed is. Hij ten minste voelt voor
62
VERBLIJDING IN DRUK,
u. Al wordt gij door allen verlaten, Hij blijft u toch nabij, en als Hij u nabij is, wat doet het er dan toe, wie u voor eene wijle verlaten heeft? Ja, gezegend zijn zij, die nu weenen, want wien de Heer liefheeft, kastijdt Hij ; en omdat Hij de armen van geest liefheeft, maakt Hij hen nederig. Alles is gezegend behalve de zonde, want alle dingen behalve de zonde zijn geheiligd door het leven en den dood van Gods Zoon. Gezegend zijn wijsheid en moed, vreugde en gezondheid, schoonheid, liefde en huwelijk, kindsheid en mannelijke leeftijd, koren en wijn, vruchten en bloemen, want Christus heeft ze door Zijn leven geheiligd. En gezegend zijn ook tranen en schande, zwakheid en leelijkheid, angsten en ziekten, de droeve herinnering aan onze zonden, en een gebroken hart en een berouwhebbende geest. Gezegend is de dood en gezegend zijn de onbekende gewesten, waar de zielen den opstandingsdag verwachten, want Christus heeft hen door Zijnen dood geheiligd. Gezegend is alles, het zwakke zoowel als het sterke. Gezegend zijn alle dagen, duistere en heldere, want zij behooren Hem en Hij behoort ons, en wij zijn de Zijnen voor eeuwig.
Daarom, gij treurenden, treurt voort en verheugt u in uwe droefheid; lijdt voort, gij lijdenden, en verheugt a in uw lijden. Verheugt u, dat gij zijt toegelaten tot de heilige broederschap der treurenden; verheugt u, dat gij waardig zijt geacht deelgenoot te worden in het lijden van Gods Zoon. Verheugt u en blijft vertrouwen, want na het lijden zal de vreugde dagen. Blijft vertrouwen, want de dood is de poort des levens. Volhardt tot den
63
UIT DE DIEPTE
einde toe, en bezit uwe zielen in lijdzaamheid voor éene wijle, misschien voor eene zeer kleine wijle. De dood komt snel en sneller nog wellicht de dag des Heeren. Hoe dieper het lijden, hoe naderbij de redding.
Als de nacht is het donkerst, dan daagt het licht;
Als de smart is het hevigst, dan krijt het wicht;
En nabij is de dag van den Heer.
National Sermons.
Gij, die vermoeid zijt en zwaar beladen; gij, die soms waant, dat de hand des Heeren is verkort en niet kan redden ; gij, die op het punt zijt uit te roepen: God heeft mij vergeten â zijt getroost en zie op Christus. Gij zult nimmer zeker zijn van Gods liefde, tenzij gij er aan denkt, dat zij dezelfde is als Christus' liefde, en tenzij gij, door den blik op Christus te vestigen, uwen Vader en Zijnen Vader, wiens beeltenis Hij is, leert kennen en ziet, dat de Geest, die gelijkelijk van den Vader en den Zoon uitgaat, de Geest is van welwillendheid en liefde, die niets anders kan dan u zoeken en redden, alleen omdat gij verloren zijt. Zie, herhaal ik, naar Christus en wees overtuigd, dat Hij voor u zal doen wat de barmhartige Samaritaan voor den gewonden reiziger deed, omdat Hij de Zoon des Menschen is: menschelijk en menschlievend.
Zijt gij beroofd, gewond, verlaten, stervend, geslagen in den strijd des levens en nedergezeten op den ruwen weg, zonder raad, zonder kracht, zonder hoop, zonder doel? Herinner u dan, dat er Ãén is, die de wereld doorwandelt, onzichtbaar, maar altijd tegenwoordig en wiens gedaante is, als die van den Zoon des menschen.
64
GENEZING EN BUST.
En Hij heeft èn den tijd èn den wil om ter zijde te treden en u en uws gelijken bij te staan. Geen men-schelijk wezen is zoo gering, geen menschelijk leed zoo nietig, of Hij heeft den tijd, de wil en de macht het Zijne genade te betoonen, omdat Hij de Zoon des Men-schen is. Daarom wil Hij zelfs tot u, wie gij ook zijt, die vermoeid en beladen zijt en geen ruste kunt vinden voor uwe ziel, komen op het oogenblik en op de wijze, die voor u het best is. Wanneer gij genoeg hebt geleden, zal Hij u oprichten, sterken en bevestigen. Hij zal uwe wonden verbinden en daarin de olie en den wijn van Zijnen Geest â den Heiligen Geest, den Troosterâ gieten, en u naar Zijne eigene stad brengen, waarvan geschreven staat: âHij verbergt hen in het verborgene Zijns aangezichts voor de hoogmoedigheden des mans; Hij versteekt hen in eene hut voor de twist der tongen. Hij zal Zijne Engelen van u bevelen, dat zij u bewaren op al uwe wegen,quot; en Hij zal u eindelijk rust geven in den schoot des Vaders, uit welken gij, en alle menschen-kinderen voortgekomen zijt en tot welken gij zult terug-keeren evenals alle menschenkinderen, die den Geest van God, van Christus en van het eeuwige leven in zich hebben.
Discipline and other Sermons.
Wij wenschen alle gaarne troost. Maar welke soort van troost wenschen wij niet alleen, maar hebben wij noodig ? Alleen om getroost te zijn? Om verlost te zijn van vrees, angst en verdriet? De troost, die wij arme menschen in eene wereld als deze noodig hebben, is niet â de troost, die geruststelt, maar de troost, die kracht
5
65
UIÃ DE DIEPTE
66
schenkt. Den trooster, dien wij noodig hebben, is niet een, die slechts vriendelijke woorden ten beste geeft, maar een die hulp verleent, â hulp voor het moede, eenzame, zwaar gedrukte hart, dat geen tijd heeft om te rusten. Wij hebben geen zonnig, glimlachend gelaat maar een sterken, helpenden arm noodig. quot;Want misschien bevinden we ons in zulk eenen toestand, dat een glimlach ons ergert en vriendelijkheid â al zijn wij er dankbaar voor â ons niet meer troost dan muziek iemand doet, die bezig is te verdrinken. AVij zijn ellendig ; wij kunnen er niets aan doen dat wij het zijn, en wij willen het ook niet. Wij wenschen niet onze smart te ontvluchten : wij wenschen niet ze te vergeten. Wij durven niet. Zij is zoo vreeselijk, zoo hartverscheurend, zoo openbaar dat G-od, de meester en leeraar van ons hart, zelf moet willen, dat wij ze onder de oogen zien en ze dragen. Onze Vader heeft ons den beker gegeven - zullen wij dien niet drinken? O, wat verlangen wij naar eenen trooster, die ons den bitteren beker zal helpen drinken, die ons geloof wil geven, om met Job te zeggen: âZoo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? die ons het kalme verstand wil geven om onze smart onder de oogen te zien en de les te leeren, die zij ons moet leeren ; die ons den rustigen wil zal geven om nuchter en kalm te blijven te midden der schokken en veranderingen van het leven hier op aarde. Bezaten wij zulk eenen trooster, het zou ons niet deren, dat hij nu en dan evengoed streng als vriendelijk was; wij zouden zijne verwijtingen kunnen dragen, als wij slechts wijsheid van hem verkregen om het verwijt te begrijpen en
NIETS GAAT WAARLIJK VERLOKEN.
moed, om de kastijding te dragen. Waar is die trooster ? God antwoordt: Die Trooster ben ik, de God van Hemel en aarde. Sr zijn op aarde troosters, die u kunnen helpen met wijze woorden en goeden raad, die sterk kunnen zijn als een man en teeder als eene vrouw. Maar God kan sterker zijn dan een man en teederder dan eene vrouw; en als de sterke arm van den man u niet langer steunt, dan draagt u nog de arm des Eeuwigen.
All Saints-Day Sermons.
.... Gij zijt teleurgesteld. Bedenk, wanneer de moed u ontzinkt over uw werk, dat er niets verloren gaat. Dat het goede van elke goede daad eeuwig blijft voortleven en voortwerken; dat alles wat mislukt en verloren gaat, de buitenzijde er van is, die misschien beter gedaan had kunnen worden; maar beter of slechter heeft niets te maken met het geestelijk goede, wat gij aan het hart der menschen verricht hebt, en wat God u zekerlijk op Zijne wijze en in Zijnen tijd zal vergelden.
Letters and Memories.
quot;Wees niet verslagen, als gij eerst vernederingen, teleurstellingen , mislukking ondervindt. Als God inderdaad en in de ware beteekenis onze Vader is, dan kastijdt Hij dengene, dien Hij liefheeft, evenals een vader den zoon, in wien hij zich verblijdt. En âtotdatgij ontledigt zijt van uzelven, kan God u niet vervullen;quot; â dat moge eene uitspraak der oude Mystieken zijn, het is eene juiste en practisch gezonde beschouwing. Vervolg uwen weg, al is de weg, die omhoog voert naar het lichteen lange weg. £e«e).s
and Memories.
67
UIT DE DIEPTE
Wat sommige mijner plannen aangaat, het komt er weinig op aan, of zij mislukt zijn of niet. Maar het mislukken van honderd plannen, zou mijne overtuiging niet veranderen, dat zij pogingen zijn in de juiste richting ; en ik zal sterven in de hoop, zonder de beloften te hebben ontvangen, maar ze van verre aanschouwende, en erkennende dat ik een vreemdeling en een pelgrim ben.
Ik getroost mij dus het mislukken. Ik heb in de proefneming kostelijke waarheden geleerd omtrent mijzelve, mijne medemenschen en de Stad Gods, die eeuwig is in de hemelen en nederdalende onder de menschen, en die van eeuw tot eeuw zich meer verwezenlijkt.
Letters and Memories.
Wij hopen op Christus, zoowel voor het volgende als voor dit leven â hopen, dat Hij ons in het volgend leven de macht zal geven te volvoeren, wat ons hier is mislukt; dat Hij ons in staat zal stellen goed te zijn en goed te doen, en al is het dan niet dat wij anderen goed zullen maken (want wij vertrouwen, dat allen daar goed zullen zijn,) het volle genot te smaken, waarnaar wij hier op aarde hebben verlangd, â het genot van anderen te zien, zooals Christus goed en volmaakt is, zooals hun Vader in den Hemel volmaakt is.
All Saints-Day Sermons.
Er zijn velen, die door Gods genade, den goddelijker, dorst naar een hooger leven in zich gevoelen; die over zichzelf ontevreden zijn, zich over zichzelf schamen; die gekweld worden door een verlangen, dat niet bevredigd kan worden; door eenen aandrift, dien zij niet kunnen
68
DORST NAAK DEN LEVENDEN GOD.
ontleden ; door vermogens, die zij niet kunnen aanwenden ; door plichten, die zij niet kunnen volbrengen ; door leerstellige verwarring, die zij niet kunnen opklaren ; die elke verandering, zelfs de ontzettendste, welkom zouden heeten, die hen edeler, reiner, rechtvaardiger, liefhebbender, nuttiger, blijder van hart en gezonder van geest zou maken, en die, als zij aan den dood denken, met den dichter zeggen :
Naar 't leven hijgt mijn ziel, niet naar den dood;
Wat aan en in mij is gaat uit naar leven,
Het leven, 't volle leven is mijner ziele nood.
Tot hen kunnen wij zeggen, want voorlang heeft God het gezegd: Hebt goeden moed. God komt op Zijne gaven noch op Zijn roepen terug. Gevoelt gij dien godde-lijken dorst, â hij zal zekerlijk worden gelescht. Indien gij verlangt betere mannen en vrouwen te zijn, zult gij het zekerlijk worden. Maar zijt trouw aan die hoogere aandrift; gewent u niet, dien goddelijken dorst gering te achten ; worstelt voort ondanks vergissingen, tekortkomingen, ja zelfs zonden, voor welke laatste uw Hemel-sche Vader u, terwijl Hij u vergeeft, zal kastijden; â ondanks alle teleurstelling worstelt voort. Zalig zijt gij, die hongert en dorst naar de gerechtigheid, want gij zult verzadigd worden. Tot u en niet tevergeefs zeggen âde Geest en de Bruid: kom! En wie dorst heeftkome; en die wil, neme het water des levens om niet!quot;
Water of Lifc-Sermons.
's Menschen hart en ziel hebben meer noodig dan âeen godsdienst,quot; zooals geschreven staat: âMijne ziel dorst naar God, naar den levenden God.quot; Zij hebben eenen
69
UIT DE DIEPTE
levenden God noodig, die zich om de menschen bekommert, die hun vergiffenis schenkt, die ze van hunne zonden verlost; en Hem heb ik in den Bijbel en nergens anders gevonden behalve in het werkdadige leven, dat de Bijbel alleen leert verstaan.
Letters and Memories.
Wat was het leven van Christus? 't Was geen leven van diepe overpeinzingen, ongestoord denken en heerlijke visioenen; maar een leven van strijd tegen het kwade, van ernstig, aangrijpend gebed en inwendigen strijd, van aanhoudenden arbeid van lichaam en geest; een leven, dat hoon en gevaar, groote krachtsinspanning en bittere smart had te dragen. Zoo was het leven van Christus â zoo is het leven van bijna eiken goeden en grooten mensch, van wien ik gehoord heb. Dit was de beker van Christus, waaruit Zijne discipelen evenzeer hadden te drinken als Hijzelf; dit de vuurdoop, waarmede zij evenzeer moesten gedoopt worden als Hij; dit moest hun geloofsstrijd zijn ; dit was de beproeving, door welke zij en alle andere groote heiligen het koninkrijk der hemelen zouden binnengaan. Want zeker is het, dat, hoe harder de mensch tegen het kwaad strijdt, hoe harder het kwaad ook tegen hem zal strijden ; maar het is ook zeker, dat, hoe harder de mensch tegen het kwaad strijdt, hoe meer hij gelijk wordt aan zijnen Zaligmaker Christus , en hoe heerlijker het loon zal zijn, dat voor hem in den hemel is weggelegd !
Vi Ha (je Som t ons.
70
V.
UIT DE DIEPTE
VAN
TWIJFEL, DUISTERNIS EN HEL.
O Heer, God mijns heils, bij dag, bij nacht roep ik voor U. Laat mijn gebed voor Uw aanschijn komen; neig Uw oor tot mijn geschrei. Want mijne ziel is der tegenheden zat en mijn leven raakt tot aan het graf. Gij hebt mij in den ondersten kuil gelegd, in duisternissen, in diepten. â Ps. lxxxvih : 2, 3, 7.
Lei ik mij neder in de hel, zie, Gij zijt daar! Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht. â Ps. cxxxix ; 8, 12.
Ik heb den Heer lang verwacht en Hij heeft zich tot mij geneigd en mijn geroep gehoord. En Hij heeft mij uit eenen ruischenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijne voeten op eenen rotssteen gesteld, Hij heeft mijne gangen vastgemaakt. En Hij heeft een nieuw lied in mijnen mond gegeven, eenen lofzang onzen God! â Ps. XL : 2, 3, 4.
God zal mijne ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. â Ps. xlix : 16.
V.
UIT DE DIEPTE VAN TWIJFEL, DUISTERNIS EN HEL.
Het is somtijds waar dat na regen zonneschijn komt. Somtijds â wie zou anders kunnen bestaan? â maar niet altijd. Ook is het waar, dat er in de meeste men-schenlevens tijdperken zijn van druk, waarin de eene slag op den anderen, de eene golf op de andere volgt van tegenovergestelden en onverwachten kant, totdat al de baren Gods over de ziel zijn heengeslagen. Hoe on-beteekenend en hulpeloos zijn in zulke donkere tijden alle trotsche pogingen om zonder tegenwicht in eigen kracht in 't midden van den afgrond te hangen en met behulp der omstandigheden eene soort van waardigheid op te houden. Het kan iemand, terwijl hij gemakkelijk en lui op de sofa ligt uitgestrekt, licht genoeg schijnen zichzelf te vormen zonder God. Maar hoe zou het hem zijn, als hij met kracht midden in de algemeene ondervindingen van het werkelijke leven werd geslingerd, en ondanks zichzelf, door twijfel, vrees en diepe duisternis opgenomen werd in de broederschap van het lijden, dat de eenvoudigste boerin gemeen heeft met elke groote ziel, die in het hart van nakomende geslachten eenen indruk
UIT DE DIEPTE
nalaat ? Jood, Heiden of Christen, mannen van 't meest uiteenloopende geloof en doel â Mozes of Socrates, Je-saja of Epictetus, Augnstinus of Mohammed, Dante of Bernardus, Shakespeare of Bacon â ieder hunner heeft met allen dit feit gemeen, dat hij ten minste één maal in zijn leven in den ondersten knil is nedergedaald en daar in de buitenste duisternis die grootste van alle vragen heeft gedaan â âIs er een God ? en als Hij is, wat heeft Hij dan met mij voor?quot; Wat helpt het dan â als de mensch zich hulpeloos in den greep van eene onzichtbare en onwederstaanbare macht gevoelt en niet weet, of dat toeval, noodzakelijkheid of een verslindende duivel is â zich trotsch in zichzelf te hullen en uit te roepen: âIk zal stand houden, al is ook het heelal tegen mij?quot; Wat klinkt het fraai! Maar wie heeft het gedaan ?
Neen, er is slechts ééne uitkomst, ééne reet, waardoor wij licht kunnen zien, één rots, waarop onze voet eene standplaats kan vinden, en dat is het bezielde, spontane geloof, dat noch op redeneeringen noch op studie berust, dat de golven Gods golven zijn en dat, al bedden wij ons in de Hel, Hij ook daar is; het geloof, dat niet wij onszelve, maar dat Hij ons opvoedt; dat de schijnbaar onsamenhangende rampen, storm na aardbeving en na aardbeving vuur, alsof alle duivelen met ons hun spel dreven, voor Hem eenen geestelijken samenhang bezitten, eene organische eenheid en bedoeling, al zien wij die niet; dat dat leed niet afzonderlijk komt, alleen omdat Hij onze ziel krachtig aanpakt, en omdat, hoe meer uitwerking Hij ziet van den eenen slag, hoe sneller Hij er eenen anderen op doet volgen, totdat onze
74
TWIJFEL EN WANHOOP.
geest in éénen grooten en aan afwisseling rijken crisis is, die ons lang schijnt, maar die in vergelijking met de eeuwigheid kort is.
Geblakerd door folterende angsten,
In heete tranen gebaad,
Gebeukt door de slagen van quot;t lot,
Gevormd is tot werktuig van God.
Two Years Acjo.
Er kan geen vreeselijker verzoeking over den mensch komen dan dat de duivel hem gedachten influistert als de volgende: âGod bekommert zich niet om mij â God haat mij. Alle kansen zijn tegen mij. Er schijnt een vloek op mij te rusten. Waarom zou ik anders worden ? Laat God eerst anders worden tegen mij, dan zal ik anders worden tegen Hem. Maar God zal niet anders worden ; Hij is besloten zich niet over mij te ontfermen. Dat zie ik duidelijk, want alles loopt mij tegen. Waartoe zou ik dan berouw hebben ? Ik zal mijnen eigenen weg gaan â en wat gebeuren moet, zal gebeuren.quot; Hebt gij ooit zulke gedachten gehad ? Luister dan naar het woord des Heeren tot u: âWanneer ook en waar ook de goddelooze zich bekeert van de boosheid zijns wegs en doet wat recht is en goed, zal hij zijne ziel levend redden. Heb ik een welbehagen in den dood van hem, die sterft, zegt de Heer, en niet liever daarin dat hij zich bekeere en leve?quot; Geloof den duivel niet, wanneer hij u zegt, dat God u haat. Geloof hem niet, wanneer hij u zegt, dat God te hard voor u is geweest en u in zulk eene verzoeking, onwetendheid, armoede, of wat ook, geleid heeft, dat gij onmogelijk beter kunt
75
UIX DE DIEPTE
worden. Wat zegt de belofte van uwen Doop? âWees arm, verzocht, onwetend, dom, wees wat gij wilt, gij zijt Gods kind, â de liefde van uwen Vader omringt u ; Hij houdt Zijne genade voor u gereed.quot; Gij gevoelt u te zwak om u te veranderen. Vraag den geest van God u eene kracht te geven, die gij nimmer te voren gevoeld hebt. Gij gevoelt u te trotsch om te veranderen. Vraag Gods Geest uw trotsch hart nederig, uw hard harte week te maken ; en als uw trots is geweken, en gij u diep over uzelf schaamt, wanneer gij uwe zonden in al hare zwartheid ziet, en u onwaardig gevoelt om op te zien tot God, dan zult gij tot uwe verwondering een edeler, heiliger, manlijker gevoel in u voelen ontwaken â eerbied voor uzelven ; gij zult u in een rein geweten en in de gedachte verblijden, dat zwak en nietig als gij zijt, gij op den rechten weg zijt; dat God en Zijne engelen u toelachen ; dat gij met aarde en hemel wederom eenstemmig zijt, omdat gij zijt, wat God wil, dat gij wezen zult. Niet Zijn trotsch, morrend, eigenzinnig kind, dat zich sterk genoeg waant om alleen te gaan, terwijl het in waarheid de slaaf is van eigen hartstochten en lusten en de speelbal van den duivel; maar door de kracht van God Zijn trouwe, liefhebbende Zoon, die Zijnen eigenen wil mag volgen, omdat Zijn wil één is met den wil
Van God. National Sermons.
Laten wij, om aan het atheïsme en de wanhoop te ontkomen, in gedachtenis houden, dat de Schepper en Bestuurder van al de omstandigheden des levens, het toeval noch de natuur is, maar de Vader van onzen Heer Jezus Christus en de onze.
76
GELOOF UIT TWIJFEL GEBOREN.
Wanneer gij in den diepsten en donkersten twijfel verkeert, bid dan het gebed der wanhoop; roepuit: âHeer, als Gij zijt, doe mij Uw bestaan gevoelen! Leid mijnen geest door eenen weg, die mij onbekend is, tot Uwe waarheid,quot; en God zal u helpen.
Letters and Memories.
Droevig als uw brief was, heb ik er mij toch over verheugd ; want het is eene vreugde het leven te zien geboren worden uit den dood, de gezondheid terug te zien keeren na ziekte, al is het herstel van verstikken of verdrinken gewoonlijk even pijnlijk als de schijnbare dood pijnloos was. Het geloof wordt geboren uit twijfel. âNiet in het leven maar in den dood, is alles stil.quot; Beschouw al uwe twijfelingen en al uwen strijd eenvoudig als zoovele teekenen, dat uw Vader in den hemel u als vader behandelt, dat Hij u niet heeft verlaten, dat Hij niet verstoord op u is, maar u op de manier, die voor uwe bijzondere gemoedsstemming het best geschikt is, die grootste van alle lessen leert: âOntledig u van uzelf en God zal u vervullen.quot; Breng uwe bekommernissen voor uwen Vader in den hemel. Als die naam Vader iets beteekent, moet hij dit beteekenen: dat God zich niet van zijn dwalend kind zal afwenden op eene wijze, waarop gij u zoudt schamen u van het uwe af te wenden. Als er medelijden, blijvende genegenheid, geduld in den mensch woont, moeten zij van God zijn nedergedaald. Zij vooral moeten naar Zijn beeld zijn. Geloof dan, dat Hij die eigenschappen millioenen malen meer bezit dan eenig menschelijk wezen.
Paulus kende den gemoedstoestand, waarin gij ver-
UIT DE DIEPTE
keert. Hij zeide, dat hij er een geneesmiddel voor had gevonden. En te oordeelen naar de wijze, waarop zijne woorden wortel geschoten, zich verbreid en veld gewonnen hebben, moet daarin diepte en leven zijn. Waarom zoudt gij ze niet beproeven ? Lees de eerste negen hoofdstukken van Paulns' brief aan de Romeinen en wees overtuigd, dat zij de eenvoudigste en duidelijkste betee-kenis hebben, die er aan kan worden gegeven.
Letters and Memories.
Als de ure der verzoeking komt, ga dan, als gij wilt ontkomen, terug tot hetgeen gij aan den schoot uwer moeder over de genade van God hebt geleerd ; want dat alleen zal u, eiken engel of aartsengel en elk schepsel in dit en het toekomende leven, bewaren.
Sermons on David.
Wat beteekent dit alles ? roep ik uit. Nacht en dag is de hemel zwart voor mij geweest. Geloof, dat het zondig is zulke gedachten te koesteren. Mijne ondervinding is, dat men, als zij het hoofd opsteken, met hen moet worstelen; ze onder de oogen moet zien, en geduld hebben, als zij voor eene wijle de overhand hebben. Door al dergelijke dingen leven wij; daarin openbaart zich het leven des geestes. Slechts door neder te dalen ter helle, kan men ten derden dage weder opstaan. Ik ben meermalen ter helle gedaald in mijn leven, daarom heb ik misschien eenigen invloed verkregen op de harten der menschen. Maar nooit heb ik de hel zoo vlak onder de oogen gezien als onlangs. Waarom ik hoop, dat ik daardoor nieuwe kracht heb verkregen om te rijzen en anderen te doen rijzen.
78
IK WEET NIETS.
Ik kan slechts uitroepen â â0 Heer op U heb ik vertrouwd, laat mij niet beschaamd worden. Waarom zou de goddelooze zeggen: âWaar is nu zijn God ?quot; Maar wanneer ik het diepst ter neder gedrukt ben, komteene stem binnen in mij, die tot mij spreekt: âWat doet het er toe, of gij beschaamd zijt? God is het niet. Geloof slechts vast, dat God zoo liefderijk is, als gij met uw eindig verstand kunt denken; en eindelijk zal Hij u doen begrijpen hoe goed Hij is, en zult gij den volmaakten zegen genieten van God te zien.quot; Gij zult zeggen, dat ik ongelijk ben. Dat ben ik ook, en, eerlijk gelezen, zijn de psalmen van David dat ook. Maar juist die ongelijkheid doet hen den weg vinden tot elk menschen-hart. Het zijn de woorden van eenen mensch, die waarlijk in twijfel en diepe duisternis verkeert en om licht roept, en die niet tevergeefs roept, zooals ik vertrouw, dat ik niet zal doen.
.... Ik weet alleen dit: dat ik niets weet, maar hoop, dat Christus, die de Zoon des Menschen is, mij, als ik geduldig en oplettend hen, stuk voor stuk leeren zal, wat ik ben en wat de mensch is.
Letters and Memories.
Sommige dingen zie ik duidelijk en houd ik vast als met de kracht der wanhoop â eenen Vader in den Hemel voor allen ; eenen Zoon van God, vleesch geworden, voor allen (die vleeschwording is het feit, dat voor mij alle andere overtreft, omdat het alle andere mogelijk en begrijpelijk maakt, â ik zou zonder dat feit mijn verstand verliezen); en eenen Geest van den Vader en den Zoon, die de bron is van al het goed hier beneden â die
79
UIT DE DIEPTE
naar Zijn welbehagen het willen en het doen werkt â in wien ? In eiken mensch, in wien één sprank gloort van wat goed is, in wien de geringste wensch om goed of nuttig te zijn, aanwezig is. Behalve dat zie ik weinig meer dan dat het goede goddelijk en aloverwinnend is, en onrecht in één woord eene hellevrucht en toch te gelijkertijd zwak, dwaas, een veelschijnend gedrocht, dat op de vlucht zal slaan voor eiken dapperen slag, als wij maar den moed hebben dien te slaan in den naam van God.
Letters and Memories.
Er is geen smart, door een mensch ondervonden, die Christus niet geleden heeft. Hij heeft den lijdensbeker tot den rand toe gevuld en tot den bodem toe geledigd. Hij heeft voor lederen mensch den dood gesmaakt en is nedergedaald in de diepste diepten van vrees en schande en angst en dood en, wat van alles het ergst is, in het gevoel, dat God Hem had verlaten; dat er hulp noch hoop voor Hem was in Hemel noch op aarde ; in één woord : Hij is nedergedaald ter helle ; zelfs in die buitenste duisternis, waar voor een oogenblik de mensch gevoelt , dat God niets voor hem is en dat hij niets is voor God. Zelfs in die diepte heeft Jezus zich verwaardigd voor ons neder te dalen. Die vreeselijkste van alle verzoekingen , waarvan David slechts éénen druppel proefde, toen hij uitriep: âMijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten ?quot; â heeft Jezus voor ons in hare volste diepte gepeild. Hij is voor ons ter helle nedergedaald, en heeft hel en dood en de duisternis der onbekende gewesten voor ons verwonnen en is daaruit weder heerlijk
80
DE ONDERWERPING DES GELOOFSj.
te voorschijn gekomen, opdat Hij ons mocht leeren dood en hel niet meer te vreezen ; opdat Hij ons zou kunnen vertroosten in de ure des doods en in den dag des ge-richts, wanneer op ons ziekbed of in bitter verdriet en bittere schande de duivel, die een leugenaar is, ons zegt, dat wij verdoemd en verloren en door God verlaten zijn, en wanneer elke zonde, die wij ooit hebben bedreven, voor onzen blik oprijst en ons aangrijnst.
National Sermons.
Wat ook het raadsel van het leven en van den dood moge zijn â er is één raadsel, dat het kruis van Christus ons openbaart, en dat is de oneindige en volmaakte goedheid van God. Laat al het overige een raadsel blijven, zoolang het Kruis van Christus ons geloof en vertrouwen schenkt voor al het overige. Geloof, zeg ik. Het Evangelie beweert niet het raadsel van het kwaad, van de innerlijke verschrikking, van den dood op te lossen, maar het zegt ons, dat het bewezen is, dat het raadsel kan worden opgelost, want God zelf heeft de taak op zich genomen dat te doen; en Christus heeft door Zijnen dood bewezen, dat, als er kwaad in de wereld is, het niet van Hem komt, want Hij haat het, vecht er tegen en heeft er tot den dood toe tegen gevochten. Het Kruis predikt: geloof in God. Vraag Hem niet langer: âWaarom hebt Gij mij zóó gemaakt ?quot; Vraag niet langer: âWaarom zijn de goddeloozen voorspoedig hier op aarde?quot; Vraag niet langer: âVanwaar het lijden en de dood, de oorlog en de hongersnood, de aardbeving en de storm en al de rampen, waaraan het vleesch onderworpen is?quot; Alle vruchtelooze vragen, alle gemelijk
6
81
UIT DE DIEPTE
gemor zijn voortaan uitgesloten door het lijden en den dood van Christus.
Lijdt gij? Gij kunt niet meer lijden dan de Zoon van God. Hebt gij medegevoel voor uwe deelgenooten in het lijden ? Gij kunt dat niet meer hebben dan de Zoon van God. Wenscht gij hen op den rechten Aveg te brengen, hen te verlossen, zelfs ten koste van uw eigen leven ? Gij kunt dat niet vuriger wenschen, dan de Zoon van God, die Zijnen wensch tot daad heeft gemaakt, en voor hen en u is gestorven. Wat maakt het uit, dat het eind nog niet daar is? Wat, dat het kwaad nog voortduurt? Wat, dat het geneesmiddel de ziekte nog niet heeft overwonnen? Heb geduld, heb geloof, heb hoop, daar gij aan den voet van het Kruis van Christus staat en u daaraan vasthoudt, als het Anker van uwe zielen van uw verstand, zoowel als van uw hart. Want, hoe slecht het met de wereld moge gaan, of moge schijnen te gaan, het Kruis is het eeuwige teeken, dat God de wereld zoo heeft liefgehad, dat Hij Zijnen eeniggeboren Zoon niet heeft gespaard, maar Hem vrijwillig voor haar heeft overgegeven. Wat er ook twijfelachtig moge zijn, dit ten minste is zeker: dat God moet overwinnen, omdat God goed is; dat het kwade moet te niet gaan, omdat God het kwade haat met een doodelijken haat.
Westminster Sermons.
Hoe zal de bodemlooze afgrond, als wij er in vallen, een pad zijn naar den Rots der Eeuwen ? David zegt het ons: âUit de diepten roep ik tot U, o Heer!quot; Hij riep tot God - niet tot zichzelven, zijne eigene geleerdheid, voorzichtigheid of talenten - om hem uit dien afgrond
82
LESSEN UIT DE DIEPTE.
te helpen. Niet tot leerstellingen, boeken, kerkbezoek; niet tot zijnen dierbaarsten aardschen vriend ; niet tot zijne eigene ervaringen, verzekerdheid van het geloof, stemmingen en gevoelens. De zaak was te vreeselijk om op die of op eene andere wijze verbloemd te kunnen worden. Hij was van aangezicht tot aangezicht alleen met God, en in al de zwakheid en naaktheid zijner ziel riep hij tot God zelf. Dat was de les, die hij had te leeren. God nam alles van hem weg, opdat hij tot niemand zon kunnen roepen dan tot God.
En met elke menschenziel, die, in de diepte zijnde., uit de diepte tot God roept, zal het zijn als met Mozes, toen hij alleen den berg des Heeren beklom en veertig-dagen en veertig nachten vastte te midden van aardbevingen en onweders en van rotsen, die wegsmolten voor den Heer. En zie, toen dat alles was voorbijgegaan, sprak hij met den Heer van aangezicht tot aangezicht, zooals een mensch spreekt met zijnen vriend, en zijn gelaat straalde van hemelsch licht, toen hij zegepralend omlaag daalde van den berg des Heeren.
Good News of God-Sermons.
Aan het kruis der smarte bad Christus voor Zijne moordenaars: âVader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.quot; En dit kan menigeen in de donkere diepte leeren. Voor en met allen te gevoelen ; zich te verblijden met de blijden, te weenen met de weenenden ; anderer beproeving te begrijpen en anderer verzoeking-mild te beoordeelen; zich in anderer plaats te stellen, totdat wij zien met hunne oogen en voelen met hun hart, totdat wij niemand oordeelen en voor allen hopen; vrien-
83
UIT DE DIEPTE
delijk, geduldig en teeder te zijn voor allen, die wij op onzen weg ontmoeten; niemand te verachten, aan niemand te wanhopen, omdat Christus niemand veracht en aan niemand wanhoopt; op ieder dien wij ontmoeten met liefde en schier met medelijden neder te zien, omdat ook zij wellicht in de diepte van zielsangst zijn geweest, of te eeniger tijd zullen afdalen ; onze zonden te zien in de zonden van anderen; te gevoelen, dat wij zouden kunnen doen wat zij doen en gevoelen wat zij gevoelen, indien God ons verliet; te geven en te vergeven, te leven en te laten leven, zooals Christus ons geeft en vergeeft , en voor ons leeft en ons trots al onze zonden laat leven.
Good Neivs of God.
Verheug u dat een vuur van God den Vader, wiens naam Liefde is, onuitbluschbaar brandt om uit het hart van eiken mensch en het hart van alle volken, en uit de zichtbare en de geestelijke wereld alles weg te branden, wat ergernis geeft en leugen is, en dat de Zoon in dat vuur alle bedrog, alle huichelarij, alle dwingelandij en alle valsche leering zal werpen. Is het geen goede tijding, dat dat vuur onuitbluschbaar is, dat die worm niet kan sterven ? Dat vuur kan ook voor ons ontstoken zijn â die worm in ons hart nestelen. Geve God, dat wij op dien dag den moed mogen hebben het vuur en den worm het voor hen bestemde werk te laten doen, en tot Christus te zeggen : âOok deze zijn van U en voortgekomen uit Uwe oneindige liefde. Gij verlangt waarheid van binnen, en ik zal u dankbaar zijn voor elk middel, boe bitter ook, dat Gij aanwendt om mij waar
84
HET ONUITBLUSCHBAEE VUUE.
te maken. Ik wensch eerlijk en waar te zijn. En, o vreugde! Gij wenscht ook dat ik het zij. O, vreugde ! dat ik, hoewel ik lafhartig verlang Uw vuur te blus-schen, dat niet kan doen. Reinig mij, o Heer, al is het met vuur. Verbrand het kaf van ijdelheid en toegevendheid voor mijzelve, van haastige vooroordeelen, van overgeleverde dogma's â schillen, die mijne ziel niet kunnen voeden, waarmede ik mij niet tevreden kan stellen, waarover ik mij dagelijks schaam â en indien er ook slechts een enkele korrel graan in mij is, een woord, eene gedachte, eene werkkracht, dat van nut kan zijn als een zaadkorrel voor hen, die na mij komen, verzamel het dan, o Heer, in Uwe voorraadschuur.quot; Amen.
Letters and Memories.
Het vuur van God staalt den mensch en maakt hem te zelfder tijd zacht. Hij komt er uit te voorschijn gestaald voor die verdrukking, waarvan geschreven is : âGij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus,quot; en wederom: âIk heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden en verzacht tot die zachtmoedigheid, waarvan geschreven is: âZoo doet dan aan de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid , zachtmoedigheid, langmoedigheid, vergevende de een den ander, gelijk Christus u vergeven heeft,quot; en wederom: âWij hebben geenen Hoogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar die in alle dingen, gelijk wij, is verzocht geweest.quot;
Gelukkig, driewerf gelukkig zij, die aldus door de Vallei der Schaduwe des Doods zijn doorgegaan en die on-
85
UIT DE DIEPTE
dervonden hebben, dat het een pad is, dat ten eeuwigen leven leidt. Gelukkig zijn zij, die zich gekromd hebben in het vuur van God, en uit wien het kaf', de droesem en alles, wat aanstoot of ergernis kan geven en hen ijdel en lichtzinnig, en tegelijkertijd onverschillig maakt en omlaag trekt, weggebrand is; totdat slechts het echte goud van Gods gerechtigheid, zeven malen in het vuur gelouterd en kostelijk voor het aangezicht van God en menschen, overblijft. Dezulken behoeven, hetgene zij doorstaan hebben, niet te betreuren, en zullen dat ook niet doen. Het heeft hen dapper, nuchter en geduldig gemaakt. Het heeft hun verstand gestaald, hun wil gebogen , hun lijdzaamheid, voorzichtigheid, sterkte en daadkracht geschonken, en hen zoo naar de gelijkenis van Christus gevormd, die door lijden volmaakt is, en die, hoewel Hij de Zoon was, in de dagen van Zijne omwandeling in het vleesch sterke smeekingen opgezonden en met tranen tot Zijnen Vader geroepen heeft, en verhoord werd, omdat Hij God vreesde, en die dus, hoewel Hij aan het Kruis stierf en ter Helle nederdaalde, toch in Zijnen dood en Zijne nederdaling over Dood en Hel zegepraalde en ze overwon, door zich aan hen te onderwerpen.
Good Neirs of God-Sennons.
86
VI.
UIT DE DIEPTE
DES
DOODS.
Mijn hart krimpt weg in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen. Ps. lv ; 4.
Bezwijkt mijn vleesch en mijn hart, zoo is God de rotssteen mijns harten, en mijn deel in eeuwigheid. Ps. lxxiii ; 26.
Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij ; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Ps. xxm: 4.
Gij, Heer, hebt mijne ziel gered van den dood, mijne oogenvan tranen, mijnen voet van aanstoot. Ps. cxvi: 8.
VI.
UIT DE DIEPTE DES DOODS.
Wat zal er van ons worden, als wij gestorven zijn? Hoe zal het in de andere wereld zijn ? Hoe zal het in den hemel zijn ? Zal ik in staat zijn daar genot te smaken ? Zal ik een mensch zijn, of slechts een geest zonder lichaam?
Hierop antwoordt Panlns, dat Christus, de Zoon van God, nadat Hij in het vleesch was geopenbaard, in de heerlijkheid inging. Hij zegt ons niet, hoe het er in den hemel uitziet, hoewel hij opgetrokken geweest was in den derden hemel, want wat hij gezien had, was in woorden niet uit te drukken. Hij zegt ons evenmin, hoe het volgend leven zijn zal; alles wat hij zegt is, dat de Mensch Christus Jezus, die op deze aarde rondwandelde gelijk andere menschen, in heerlijkheid inging, en dat Hij noch Zijnen geest, noch Zijn hart, noch Zijn lichaam achterliet. Alles, wat tot Zijne menschelijke natuur behoorde, nam Hij met zich mede naar den hemel: geest, ziel, lichaam, zelfs de kenteekenen van de nagels in Zijne handen en Zijne voeten, en de wonde, door de speer Hem in de zijde toegebracht. Dat is genoeg voor ons ;
UIT DE DIEPTE
omdat de Mensch Christus Jezus in den hemel is, kunnen wij, als menschen, in den hemel worden opgenomen. Waar Hij is, zullen wij zijn. En wat Hij is, voor zoover Hij Mensch is, dat zullen ook wij zijn. En dit weten wij, dat wij zullen zijn gelijk Hij is, want wij zullen Hem aanschouwen zooals Hij is.
National Sermons.
De menschen zijn bang voor sterven; voornamelijk, geloof ik, omdat zij hang zijn voor het onbekende. Niet omdat zij de pijn van het sterven vreezen. Niet omdat zij vreezen, dat zij naar de hel zullen gaan. Ook niet omdat zij vreezen, niet naar den hemel te zullen gaan. Maar wanneer zij werkelijk aan sterven denken, hebben zij een gevoel, alsof de overgang tot de andere wereld gelijk stond met buiten geworpen te worden in den duisteren nacht, in een vreemd land, ver van huis en haard, ver van allen, die zij hebben gekend en liefgehad, en daarom huiveren zij voor den dood.
AU Saints-Day Sermons.
Wanneer gij in vrees, in druk, in droefenis verkeert, ja, wanneer gij u in den zwarten muil van den dood bevindt, en niet weet werwaarts u te keeren, zal die zalige gedachte: âChristus is uit den dood opgestaan,quot; u een schild zijn en eene kracht, die geen andere gedachte u geven kan. De Heer is opgestaan â met Zijn menschelijk lichaam, liefde en teederheid; Hij heeft dat alles medegenomen in den Hemel. Nog is Hij mensch, al is Hij God, God zelf; als mensch is Hij uit den dood opgestaan en daarom kan Hij mij begrijpen en voor mij gevoelen, â op dit oogenblik, in de negentiende eeuw.
90
CHRISTUS UIT DEN DOOD OPGESTAAN.
hier in Nederland, evengoed als Hij dat kon, toen Hij weleer in Judea op aarde rondwandelde.
Wanneer deze wereld voor onzen blik verdwijnt en wij, met achterlating van al wat wij kennen, liefhebben en begrijpen, weggaan zonder te weten waarheen, dan is die heerlijkste aller gedachten: âChristus is uit den dood opgestaan,quot; de eenige, die ons kan redden van droeve, sombere gedachten, van vrees en wanhoop, of van doffe onverschilligheid en den dood van een redeloos dier, dien zoovelen sterven. âChristus is opgestaan en ik zal opstaan. Christus heeft den dood verwonnen voor zich en zal dien verwinnen voor mij. Christus nam Zijnmen-schelijk lichaam en Zijne menschelijke ziel met zich uit het graf naar Gods rechterhand, en Hij zal mijn lichaam en mijne ziel opwekken ten laatsten dage, opdat ik eeuwig met Hem moge zijn en Hem moge zien waar Hij is.quot;
In leven en sterven is dit het eenige, wat ons van zonde, van angst en van vrees voor het hiernamaals kan redden.
National Sermons.
Waarom is hij gestorven, vragen wij? Er moet eene oorzaak voor, eene bedoeling met het sterven van eiken mensch zijn, of het zou een afschuwelijk feit wezen â een letterteeken zonder zin, een geraamte zonder ziel. Waarom is hij gestorven? âIk ben verstomd, ik zal mijnen mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan,quot; zegt David. Laten ook wij die woorden tot de onze maken. âIk ben verstomd,quot; niet van woede, niet van wanhoop, maar omdat G-ij het gedaan hebt en daarom was
91
UIT DE DIEPTE
het wèl gedaan. Het was noch de hand van het toeval, noch de hand van het noodlot. Niet alzoo. Het was de hand van den Vader, zonder wiens wil geen muschje ter aarde valt; van den Zoon, die door Zijne innige begeerte om redding te brengen aan het Kruis stierf; van den Heiligen Geest, die de Schenker en Onderhouder van het leven van al het geschapene is. Het was de daad van Eén, die welbehagen heeft in het Leven, niet in den Dood ; in zegenen, niet in bedroeven ; in licht, niet in duisternis ; in orde, en niet in wanorde ; in goed, en niet in kwaad. Zijn doen had eene oorzaak, eene beteekenis, eene bedoeling, en die bedoeling is volmaakt goed. Welke zij is, weten wij niet en behoeven wij niet te weten. Er naar te gissen, zou zijn ons te bemoeien met dingen, die te hoog voor ons zijn. Laten wij dan verstomd zijn. Verstomd, niet uit wanhoop, maar uit geloof; verstomd, niet als een ongelukkige, die moede is van het vruchteloos om hulp roepen ; maar verstomd als het kind, dat aan de voeten zit zijner moeder, dat naar haar opziet en haar doen en laten gadeslaat, zonder vooralsnog het een noch het andere te begrijpen, maar zeker dat alles uit liefde geschiedt.
Westminster Sermons.
Christus is opgestaan! quot;Welk eene gedachte was dat voor de heilige martelaren, voor arme schepselen, vervuld van vrees en schande, en die niets anders verwachtten dan vaneengereten of levend verbrand te zullen worden. âZwak en vol vrees als ik ben, kan de Dood, de vreeselijke Dood, mij niet overwinnen, want mijn Heer en Meester, voor wien ik op het punt ben gemar-
92
DE DOOD OVERWONNEN.
teld te worden, heeft den Dood overwonnen en zal niet toestaan, dat deze mij overwint. Hij is sterker dan hel en dood, en Hij zal niet toestaan, dat ik in mijne laatste ure, door angst voor den dood, van Hem afval. Hij is de Koning van Hemel en Aarde en Hij zal zorg dragen voor de Zijnen.quot; Welk een troost te kunnen zeggen : âJa, ik ben van vrouw en kind en van alles, wat ik op aarde liefheb, weggerukt; maar niet voor eeuwig, niet voor eeuwig; want Christus is uit den dood opgestaan, en ik, die van Christus ben, zal opstaan, zooals Hij is opgestaan. Dit mijn ellendig lichaam moge door de vlammen verteerd, door wilde dieren verscheurd worden. Wat deert dat? Christus, de Koning der menschen, is opgestaan uit den dood, en is de eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. Diezelfde Geest, die Zijn lichaam uit graf en hel terugvoerde, zal ook mijn lichaam uit graf en hel opvoeren tot een edeler, gelukkiger leven met Hem in onuitsprekelijke vreugde, daar waar Christus aan Gods rechterhand is gezeten en mij verdedigt, medelijden met mij heeft, mij zegent, en mij eene heerlijke kroon voorhoudt, welker luister nimmer zal tanen.quot;
National Sermons.
93
Deze dingen zijn bitter1), en de eenige troost, dien ik er in kan zien, is, dat zij ons tegenover de werkelijkheid van het menschelijk leven stellen, zooals zich die in alle eeuwen heeft geopenbaard, en dat zij ons ernstiger en toch liefdevoller, menschelijker en goddelijker gedachten geven ten opzichte van onszelve en ons werk hier en
1
De dood op het slagveld.
UIT DE DIEPTE
van het lot van hen, die zijn heengegaan; en dat zij ons opschrikken uit den wellustigen, lichtzinnigen, onwezenlijken droom, (die toch zoo vol is van harde oordeelvellingen) waarin wij zoolang hebben voortgeleefd, om ons te leeren ons vertrouwen te stellen in eenen Levenden Vader, die in waarheid deze wereld en alle werelden regeert; wiens wil het is dat niemand verloren ga, en die dus geen enkele arme ziel, die uit dit leven in een ander is overgegaan, vergeet of eensklaps is gaan haten of kwellen. Zij zijn alle in de hand van onzen Vader en, o gezegende gedachte! hoewel zij ânederdalen in de hel, ook daar
Zijt Crlj.quot; Letters and Memories.
Jezus is de Zaligmaker, de Verlosser, de groote Medicijnmeester , de Geneesheer van lichaam en ziel. Er wordt geen pijn gevoeld, geen traan vergoten op aarde, of Hij heeft er leed over. Ik geloof dat niemand jong sterft of Hij heeft er leed over. Wat Hem belet elke ziekte te genezen , elk verdriet te lenigen, elke traan weg te wisschen, kunnen wij niet zeggen. Maar dit kunnen wij zeggen, dat het Zijn wil is, dat niemand verloren ga. Dit kunnen wij zeggen, dat Hij even bereid is als immer om de zieken te genezen, de melaatschen te reinigen, de duivelen uit te werpen, den onwetende te onderrichten, den gebrokene van hart te verbinden. Dit kunnen wij zeggen, dat Hij steeds meer en meer zal doen, elk jaar en elke eeuw. Dit kunnen wij zeggen, uit de Schrift, dat Christus sterker is dan de duivel. Dit kunnen wij zeggen, dat Christus en alle vromen, de geesten der rechtvaardigen , die volmaakt zijn geworden, de wijzen en grooten in het oog van God, die ons hunne boeken,
94
HET GOEDE STEEKEfi DAN HET KWADE.
95
hunne spreuken, hunne geschriften hebben nagelaten als eene kostelijke erfenis, gestreden hebben, nog strijden en strijden zullen tot het einde roe, tegen den duivel, tegen zonde, tegen verdrukking, tegen ellende, tegen kwalen en tegen alles, wat het aangezicht van deze aarde Gods bederft en verduistert. En dit kunnen wij zeggen, dat zij ten laatste zullen overwinnen, omdat Christus sterker is dan de duivel; het goede sterker dan het kwade; het licht sterker dan de duisternis; de Geest van God, die de schenker is van leven, gezondheid en orde, sterker dan al de kwade gewoonten, al de zorgeloosheid, al de wreedheid en het bijgeloof, die het leven van duizenden ellendig maken, en, zoover wij kunnen zien, hunne ziel verderven. Ja, ik zeg, het Koninkrijk van Christus is een Koninkrijk van gezondheid en van verlossing naar lichaam en ziel ; en het zal overwinnen en zich uitbreiden en toenemen, totdat alle volkeren dei-wereld zijn opgenomen in het Koninkrijk van God en Zijnen Christus. Christus regeert en zal regeeren, totdat Hij alle vijanden heeft gesteld onder Zijne voeten en de laatste Zijner vijanden, die vernietigd zal worden, is de Dood. De dood is Zijn vijand, dien Hij heeft overwonnen door op te staan uit den dood, en de dag zal komen, wanneer er geen Dood meer zijn zal â wanneer ziekte en smart onbekend zullen zijn en God alle tranen zal wegwisschen uit alle oogen. Ik herhaal het â vergeet het nooit â dat Christus Koning is, en dat Zijn koninkrijk is een koninkrijk van gezondheid, van leven, van verlossing van alle kwaad. Zoo is het altijd geweest van den eersten keer af dat onze Heer in Galilea de
UIT DE DIEPTE
melaatschheid genas â en zoo zal het zijn tot aan het einde der wereld.
National Sermons.
Wat deed de geestelijke glans van het gelaat van Christus bij Zijne verheerlijking Zijnen discipelen zien, zoo niet dat Hij een geestelijk Koning was, wiens macht gelegen was in den geest van kracht, wijsheid, schoonheid en liefde, dien God Hem zonder mate had geschonken ; en dat er iets bestond als een geestelijk lichaam ; â een lichaam, zooals ieder van ons te eeniger tijd zal deelachtig worden, indien wij in Christus zijn gegrondvest, een lichaam, dat de ziel van den mensch niet zal verbergen, zooals hier op aarde het geval is, waar het onderworpen is aan de rampen en wederwaardigheden des levens, aan ziekte en verval; maar een geestelijk lichaam â een lichaam, dat vervuld zal zijn door onzen geest; dat volkomen gehoorzaam zal zijn aan onzen geest; een lichaam, waarin de heerlijkheid van onzen geest zich zal openbaren, zooals de heerlijkheid van den geest van Christus geopenbaard werd door Zijne verheerlijking. âBroeders, wij weten niet, wat wij zullen zijn; maar dit weten wij, dat, wanneer Hij zal verschijnen, wij zullen zijn gelijk Hij, want wij zullen Hem zien, zooals Hij is.quot;
Village Sermons.
Ik geloof, zegt de Geloofsbelijdenis, in de wederopstanding des vleesches. De Bijbel leert ons gelooven, dat wij, ieder van ons, als menschelijke wezens, mannen en vrouwen, deel zullen hebben aan dien heerlijken dag; niet slechts als onthchaamde geesten, (waarvan de Bijbel , Goddank, weinig of niets zegt) maar als levende we-
96
ZIJ BUSTEN.
zens met nieuwe lichamen, op eene nieuwe aarde en onder eenen nieuwen hemel. Daarom zegt David: âmijn vleesch zal zeker wonen,quot; niet slechts mijne ziel, mijn geest, maar mijn vleesch. Want de Heer, die niet slechts stierf maar lichamelijk opstond, zal onze lichamen opwekken, door de groote kracht, waarmede Hij alle dingen aan zich onderwerpt, en dan zal ons lichaam, onze ziel, onze geest, dat alles wat ons wezen uitmaakte, tot volmaaktheid en tot zaligheid geraken in Zijne eeuwige en nimmer eindigende heerlijkheid. Dat is onze hoop.
National Sermons.
Zij, die in de vreeze Gods en in het geloof aan Christus , sterven, smaken eigenlijk den dood niet; voor hen is er geen dood, maar slechts eene verandering van plaats, van toestand ; zij gaan over tot een nieuw leven, zonder verandering van hunne vermogens, van hun gevoel; dezelfde levende, denkende en werkende wezens, als zij op aarde waren...............
Rusten mogen zij, rusten zullen zij, als zij rust behoeven. Maar waarin bestaat hunne rust ? Niet in ledigheid , maar in vrede. Uit te rusten van zonde, smart, vrees, twijfel, zorg, dat is de ware rust. En bovenal van de allerergste matheid â zijnen plicht te kennen en niet in staat te zijn dien te doen. Dat is de ware rust â de rust van God, die eeuwig werkt en eeuwig rust; zooals de sterren boven onze hoofden zich eeuwig voortbewegen, duizenden mijlen per dag, en toch in volmaakte rust verkeeren, omdat zij zich met orde, met harmonie bewegen, daar zij de wet vervullen, die God hun gesteld heeft. Volmaakte rust bij volmaakt werk ; datvoor-
7
97
UIT DE DIEPTE
zeker is de rust der gezaligden tot de vervulling der tijden , wanneer Christus het getal Zijner uitverkorenen zal hebben volgemaakt. En indien dat zoo is, wat een troost is dat dan voor ons, die moeten sterven, wat een troost voor ons, die anderen hebben zien sterven, indien de dood slechts is de geboorte tot een hooger leven; indien alles, wat hij in ons verandert, ons lichaam is -ons omhulsel â eene verandering, zooals er voorvalt met de slang, wanneer zij hare oude huid afwerpt en er frisch en vroolijk uit te voorschijn komt, of met de rups, die hare gevangenis verbreekt en als een fraaie vlinder zijne vleugeltjes uitspreidt naar de zon. Waar is dan de prikkel van den dood, als de dood niets van hetgeen, waarom onze vrienden ons liefhebben, kan dooden, vergiftigen noch bederven ? Niets van ons, waarmede wij de menschen of God kunnen dienen ? Waar is de overwinning van het graf, indien het graf, verre van ons omlaag te houden, ons juist vrij maakt van datgene, wat ons omlaag houdt - ons sterfelijk lichaam ?
Water of Life-Sermons.
Aanschouw de leliën des velds. Wij moeten de woorden van onzen Heer letterlijk opnemen. Hij spreekt van de leliën, de bolgewassen, die elke lente bij duizenden ontluiken op de heuvelen van Oostersche landen. Den geheelen winter zijn zij als dood en hare wortels onzichtbaar in den grond verborgen. Maar niet zoodra schijnt de lentezon op hare graven, of zij verrijzen eensklaps naar Gods wil tot leven en schoonheid, en elk zaadje neemt zijn eigen lichaam aan. Gezaaid in verderfelijkheid , wordt het opgewekt in onverderfelijkheid ; ge-
98
WAT DE LENTE ONS LEERT.
zaaid in oneer, wordt het opgewekt in heerlijkheid ; gezaaid in zwakheid, wordt het opgewekt in kracht; schoon van kleur, de lucht met geuren vervullende, zijn zij toonbeelden der onsterfelijkheid, geschikt voor de kroon der engelen.
Aanschouw de leliën des velds, hoe zij wassen. Want zoo is het in de opstanding der dooden. Ja, niet zonder eene goddelijke beschikking â eene goddelijke ingeving â is het gezegende Paaschfeest door de Kerk in alle tijden vastgesteld op het tijdstip, wanneer de aarde haren winterslaap afschudt, de vogels wederkeeren en de bloemen beginnen te bloeien; wanneer elk zaadje, dat in den grond valt en sterft en weder opstaat met een nieuw lichaam, ons een getuige is van de opstanding van Christus; en tevens een getuige van de waarheid, dat wij zullen opstaan, dat in ons, als in dat zaad, het leven den dood zal overwinnen; wanneer elke vogel, die wederkeert om te zingen en zich een nestje te bouwen, elke bloem, die bloeit, een getuige is van de opstanding-van den Heer en van onze opstanding. Zij gehoorzamen aan de roepstem van den Heer, den Levenschenker, wanneer zij tot het leven terugkeeren, en zijn ons een teeken en bewijs van Christus, hunnen Schepper, die dood was en weder levend is geworden, die den avond vóór Paschen ter helle nederdaalde en weder in den hemel werd gevonden om daar eeuwig te blijven. Zoo herinnert ons het herleven der aarde bij de nadering van elk Paaschfeest de opstanding van onzen Heer Jezus Christus, en is ons een getuige, dat vroeg of laat het leven den dood zal overwinnen, het licht de duisternis,
99
UIT DE DIEPTE
de rechtvaardigheid de zonde, de vreugde het leed; wanneer de geheele schepping, die tot nu toe zucht en zwoegt als in barensnood, dat zal hebben voortgebracht, waarvan het nu de barensweeën gevoelt â den nieuwen hemel en de nieuwe aarde, waarin gezucht noch geleden zal worden, maar waar God van alle oogen de tranen zal wegwisschen.
Discipline and other Sermons.
Dood is geen dood, als hij niets van ons doodt dan datgene wat ons een beletsel was tot een volmaakt leven. Dood is geen dood, als hij ons in één oogenblik uit de duisternis doet overgaan tot het licht, uit zwakheid tot kracht, uit zondigheid tot heiligheid. Dood is geen dood, als hij ons nader brengt tot Christus, die de bron is van alle leven. Dood is geen dood, als hij ons geloof door aanschouwing volmaakt en ons Hem doet zien, in wien wij geloofd hebben. Dood is geen dood, als hij ons vereenigt met hen, die wij hebben liefgehad, voor wie wij hebben geleefd, voor wie wij vurig verlangen opnieuw te leven. Dood is geen dood, als hij het kind tot de moeder brengt, die voorgegaan was. Dood is geen dood, als hij die moeder voor altijd ontheft van alle moederlijke angsten en zorgen en haar in het liefderijk aangezicht van haren Heiland eene vaste en zekere belofte doet lezen dat zij, die zij verlaten heeft, veilig zijn, veilig met en in Christus, door al de wisselvalligheden en gevaren van dit aardsche leven heen. Dood is geen dood, als hij ons bevrijdt van twijfel en vrees, van onzekerheid en verandering, van ruimte en tijd en al wat deze eerst voortbrengen en dan vernietigen. Dood is geen
100
DE BRON DES LEVENS.
dood, want Christus heeft den dood overwonnen voor zichzelven en voor degenen, die op Hem vertrouwen.
Water of LifeâSermons.
Uit Gods oneindigen schoot, de bron van alle leven, zijn wij voortgekomen ; door eene zelfzuchtige jeugd en tranen van verbrijzeling â die nog juist bijtijds kwamen ; door eenen manlijken leeftijd, die niet volkomen nutteloos was ; door eenen tragen en kouden ouderdom henen , keeren wij terug tot den schoot van God, waaruit wij zijn gekomen â om, met nieuwe kennis en nieuwe vermogens toegerust, wellicht weder tot edeler werk te worden uitgezonden. Amen.
Essays.
101
VIL
G-EBED UIT DE DIEPTE.
O, God! neem mijn gebed ter oore en verberg U niet voor mijne smeeking. Merk op en verhoor mij ; ik bedrijf misbaar in mijne klacht, en maak getier! â Ps. lv : 1, 2.
Als mij bange was, riep ik den Heer aan. en riep tot mijnen God; Hij hoorde mijne stem uit Zijn paleis, en mijn geroep voor Zijn aangezicht kwam in Zijne ooren. â Ps. xvm ; 7.
De Heer is nabij allen, die Hem aanroepen ; Hij hoort hun geroep en verlost hen. â Ps. cxlv : 18, 19b.
Ten dage als ik riep, zoo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijne ziel. â Ps. cxxxvm : 3.
VIL
GEBED UIT DE DIEPTE.
Hoe ouder ik word, en hoe meer ik van de onzekerheid en wisselvalligheid van dit aardsche leven, en van de nooden en begeerten van het menschenhart zie, des te gewichtiger wordt mij deze vraag: Is er ergens in het heelal een wezen, dat onze gebeden kan hooren? Is het gebed eene overbodige dwaasheid, of de hoogste voorzichtigheid ? Ik zeg : er is een wezen dat ons gebed kan hooren ? Ik zeg niet: een wezen, dat die gebeden altijd zal verhoeren en ons alles zal geven, wat wij vragen ; maar een wezen dat ten minste wil hooren, dat wil luisteren, wikken wat kan worden toegestaan en wat niet, en dien overeenkomstig toestaan of weigeren ?
Moet die zonderlinge aandrang tot aanbidden, die in het hart van den mensch ontwaakt, zoodra hij begint te denken ; zoodra hij een beschaafd wezen begint te worden en geen wilde meer is, moet die aandrang wanneer de mensch nog hooger rijst in beschaving met een schouderophalen beschouwd worden als een kinderachtige droom ? Moet de eeuwenlange ondervinding der mensch-heid, van heidenen en christenen beide, voor niets ge-
UIT DE DIEPTE
teld worden ? Is elke verzuchting, ooit door de lijdende menschheid geslaakt, opgestegen in de ijdele ruimte? Zijn de gebeden der heiligen, de hymnen der psalmisten, de doodsangsten der martelaren, het hooge streven dei-dichters, het denken der wijzen, de kreten der verdrukten, de smeekingen der moeder voor haar kind, het gebed der maagd, die in de binnenkamer voor haren geliefde op het slagveld bidt, diens antwoord uit de verte : âWees onbezorgd, ik ben in Gods hand,quot; zijn al die uitstortingen van het menschelijk gevoel, die wij het edelst, het reinst, het schoonst, het goddelijkst achtten, â niets geweest ? Slechts dwaasheid, het gebeuzel van een droombeeld , uitgestort in het niets, tot niets, voor niets ? Heeft elke lijdende, zoekende ziel, die ooit in de duisternis van het ongekende opwaarts blikte in de hoop van iets te bespeuren van een goddelijk oog, dat alles ziet, alles regelt, alles met medelijden gadeslaat, tevergeefs opwaarts geblikt? O, mijne vrienden, zij die zulke dingen gelooven, en die zonder leed en mededoogen zulke leerstellingen kunnen verkondigen, weten niet wat zij het menschdom, door eigen dwaasheid en zonde reeds te ellendig , ontrooven ; â een menschdom, dat als het niet in God en Christus kan hopen, inderdaad ellendiger zou zijn, zooals de oude Homerus zeide, dan de dieren des velds.
Westminster Sermons.
Als het hart van den mensch vraagt: âHebben wij niet slechts eenen God, maar eenen Vader in den Hemel?quot; kan alleen onze Heer Jezus op die vraag antwoorden. Hij heeft gezegd : âNiemand komt tot den Vader
106
DE GEEST DES VADERS EN DES ZOONS.
dan door mij. De eeniggeboren Zoon, die in den schoot des Vaders is, die heeft Hem ons geopenbaard.quot; En daarom zijn de woorden: âZooals de Vader is, is de Zoon en de Heilige Geest,quot; ons tot eenen onmetelijken troost. Want nu weten wij, dat er in het midden van Gods troon een Mensch is gezeten, die de volheid is van Gods heerlijkheid en Zijn evenbeeld â een hoogepriester, die kan worden geroerd door het gevoel onzer onvolkomenheden, omdat Hij in alle dingen is verzocht geworden als wij. Tot Hem kunnen wij roepen metmenschen-woorden en menschensmart, want wij weten, dat Zijn menschenhart ons menschenhart verstaat, en dat Zijn hart Zijnen goddelijken Geest verstaat, en dat Zijn Geest dezelfde is als de Heilige Geest van Zijnen Vader, want Hun beider wil is één, en Hun wil is grenzenlooze liefde tot ons zondige menschen.
Ja, door het geloof kunnen wij in onzen nood opzien in het heilige gelaat van Christus en aan Zijn heilig hart vluchten en zeggen: als liet goed voor mij is, zal Hij geven wat ik vraag ; en als Hij het weigert, geschiedt zulks, omdat ook dat goed voor mij is en voor anderen daarenboven. In al de wisselvalligheden van dit leven kunnen wij tot Hem zeggen, zooals Hij in Zijne laatste ure zeide: âIndien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van mij voorbijgaan; doch niet mijn wil, maar de Uwe geschiede,quot; en verzekerd zijn, dat Hij die bede tot Zijnen Vader en onzen Vader, tot Zijnen God en onzen God zal brengen en dat, wat het antwoord zij door Hem gegeven, wiens wegen niet zijn als onze wegen en wiens
107
UIT DE DIEPTE
gedachten niet zijn als onze gedachten, die bede niet te vergeefs tot Christus zal zijn opgezonden.
Westminster Sermons.
Ik heb lang en ernstig gebeden en ben nu niet meer bevreesd. âWat gij ook vragen zult in mijnen naam geloovencle, zult gij ontvangen.quot; âHeer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.quot; Die beide teksten waren mijne kracht, toen de duisternis van den nacht van ellende het dichtst was, en in die kracht zullen wij overwinnen. Tob dan niet en wees niet bezorgd ; wat God voorheeft, zal Hij doen.
Letters and Memories.
Hoe ouder ik word, hoe meer ik inzie, dat het gebed des Heeren het model is van elk gebed, en of het daarmede bestaanbaar is, dat wij in denzelfden adem zeggen: âUw wil geschiede,quot; en God vragen, den loop van het heelal te veranderen moogt gijzelf beoordeelen. Ik heb er geen bezwaar tegen om de eene of andere bepaalde zaak te bidden; ikzelf doe dat. Ik doe het onwillekeurig, evenals een kind in den donker onwillekeurig om zijne moeder roept. Maar het komt mij voor, dat wij, als wij bidden : âGeef, dat wij heden niet in gevaar geraken,quot; den nadruk meer op âgerakenquot; dan op âgevaarquot; moeten leggen, en God moeten vragen, niet om het gevaar weg te nemen en daarvoor den loop der natuur te veranderen, maar om ons licht en beleid te schenken ten einde het te vermijden.
Letters and Memories.
Bid dag en nacht in stilte als een klein, zwak kindje om alles, wat gij noodig hebt voor uw lichaam en voor uwe
108
JOODSCH EN CHRISTELIJK GEBED.
ziel â om het geringste zoowel als om het grootste â niets is te veel om er God om te vragen â niets is te groot voor Hem om het te geven â en tracht Hem voor alles te danken. U, o God, zij de heerlijkheid!
Letters and Memories.
Wanneer gij in de diepte zijt â in welke diepte ook â roep tot God: tot God zelf, tot niemand dan God. Indien gij tot de zuivere bron zelf kunt gaan, waarom zult gij dan van den stroom drinken, die in zijnen loop verontreinigd kan zijn geworden ? Indien gij tot God zelf kunt gaan, waarom zult gij dan tot een van Gods schepselen gaan, al is dat nog zoo volmaakt rein en liefhebbend? Ga tot God, die het licht van het licht, het leven van het leven is. Al het goede vloeit voort uit Hem.
Ga dan tot Hemzelf. Roep uit de diepte â hoe diep die zij â tot God, tot God zelf. Indien David, de Israëliet, dat kon doen, des te meer kunnen wij het, die in Christus gedoopt zijn; die tot den Vader toegang hebben door éénen Geest, die, indien wij weten, wie wij zijn en waar wij zijn, stoutmoedig tot den troon der Genade kunnen naderen om bijstand en genade te vinden in den nood. Heeft Hij beloofd en zal Hij het niet doen? Aan een iegelijk uwer â hoe zwak, hoe onwetend, ja, hoe zondig, â wordt, als gij van uwe zonden verlost wenscht te worden, deze genade gegeven : vrijheid om uit de diepte te roepen tot God, tot dien God, die de zon en sterren, den hemel en de aarde heeft geformeerd; vrijheid om u voor het aangezicht te stellen van Hem, die de Vader is van den geest, die in alle vleesch leeft;
109
UIÃ DE DIEPTE
vrijheid om u vast te houden aan dat Eéne wezen, dat nimmer kan veranderen of omkeeren: den Eénen, on-sterfelijken, eeuwigen God.
Westminster Sermons.
Het zaad, dat wij zaaien â het zaad van berouw, het zaad van nederigheid, het zaad van ootmoedig gebed om hulp â zal wortel schieten en opgroeien en vrucht dragen â hoe weten wij niet â in den tijd, dien God, in wien geen schaduw van omkeering is, goed oordeelt. Wij mogen moede zijn en bedroefd; onze oogen mogen uitzien naar en wachten op den Heer, meer dan de oogen van hen, die uitzien naar den morgen; maar wij moeten het doen, zooals zij die wachten op den morgen, die zeker moet en zal komen; want de zon zal zeker verrijzen en de dag zal zeker aanbreken en de Verlosser zal hen, die tot Hem roepen, zeker verlossen.
Westminster Sermons.
Voor de arme ziel, die verslagen en ternedergedrukt is, die in de diepte wijlt, die hare eigene zwakheid, dwaasheid, onwetendheid, zondigheid gevoelt en die uit de diepte tot God roept zooals een verdwaald kind, dat om zijnen vader roept, zooals een verloren lam, dat om het moederschaap blaat â voor die arme ziel, al zijn hare gebeden nog zoo verward, onverstandig en slecht uitgedrukt, voor die arme ziel staat er geschreven: âDe Heer helpt hen, die vallen ; Hij is nabij degenen, die tot Hem roepen ; Hij zal de begeerten vervullen dergenen , die Hem vreezen ; Hij zal hun geschrei hooren en zal hen helpen.quot;
Westminster Sermons.
110
G-EBEDEX EN BEKENTENISSEN.
OM VERGEVING EN GELIJKWORDING AAN GOD.
O, eeuwig Lam, dat boven plaats en tijd zijt! O, Lam Gods, dat voor de zonden der wereld geofferd zijt! O, Lam, dat in het midden van Gods troon geslacht-ligt ! Laat het bloed, dat uit U vloeit en leven schenkt, mij vergiffenis verwerven voor het verledene ; laat het water des levens, dat uit U vloeit, mij kracht geven voor de toekomst. Ik kom om mijn eigen leven van mij te werpen, mijn leven van zelfzucht en eigenbelang, dat verdorven is door bedriegelijke lusten, opdat ik het niet langer moge leven â en om Uw leven te ontvangen, dat in rechtvaardigheid en heiligheid, naar Gods gelijkenis geschapen is, opdat ik dat onveranderlijk moge leven en het eene bron moge bevinden, die in mij vloeit ten eeuwigen leven. Eeuwige Goedheid, maak mij goed als Gij. Eeuwige Wijsheid, maak mij wijs als Gij. Eeuwige Rechtvaardigheid, maak mij rechtvaardig als Gij. Eeuwige Liefde, maak mij liefhebbend als Gij. Amen.
OM LICHT.
O Heer! Liefde, die de aarde omvat, Licht, dat eiken
112 UIT DE DIEPTE
mensch, die geboren wordt, verlicht, neem van mij weg alle duisternis van ziel, alle hardheid van hart. Vervul mij met Uw licht, opdat ik alle dingen moge zien in het licht. Vervul mij met Uwe liefde, opdat ik alle dingen, die Gij gemaakt hebt, moge liefhebben. Amen.
Kom tot ons, o Heer! Open de oogen onzer ziel en toon ons den weg des levens en de dingen, die tot onzen vrede behooren, opdat wij mogen zien, dat, hoewel al de bedenkingen en plannen van den mensch eindig zijn, Uwe wet echter breed is â breed genoeg voor rijk en arm, voor geleerde, koopman en landbouwer; voor ons welzijn in dit, en voor onze zaligheid in het toekomstige leven. Amen.
OM WARE HEERLIJKHEID.
O God, dood in ons alles, wat zelfzuchtig, ij del, laag is en wek in ons op tot leven alles, wat goddelijk is en naar God uitgaat, opdat wij aldus ten laatste de ware heerlijkheid mogen verwerven ; de heerlijkheid, die niet voortspruit uit zelfzuchtige eerzucht, niet uit zelfzuchti-gen trots, niet uit zelfzuchtige gemakzucht, maar daaruit, dat wij van alle vormen van zelfzucht verlost worden ; â de heerlijkheid, die alleen Christus in volmaaktheid bezit; de heerlijkheid, waarvoor eenmaal elke knie, hetzij in hemel of op aarde, zich buigen zal; â de heerlijkheid van, onverschillig wat het ons koste, op de post, waartoe ieder van ons door zijnen Hemelschen Vader is geroepen, onzen plicht te vervullen. Amen.
GEBEDEN EN BEKENTENISSEN.
OM HEILIGHEID.
O Heer Jezus Christus! Hef mij tot U op, opdat ik zoo het raadsel des levens kenne, dat ik het aardsche leven gebruike als de vastgestelde uitdrukking, de voorafschaduwing van het hemelsche, en opdat ik, tot Uwe verheerlijking dit natuurlijke lichaam aanwendende, geschikt moge worden om te worden verheven tot het gebruik van het geestelijk lichaam. Amen.
OM REINHEID EN GOEDHEID.
Reinig Gij mij, o Heer, of ik zal nimmer rein zijn; wasch Gij mij, dan alleen zal ik schoon zijn. Want Gij wilt geen aandoening of gevoel, geen hoogmoed of zelfverheffing ; â Gij eischt waarheid in het binnenste, en zult mij in het verborgene Uwe wijsheid doen verstaan.
O God, Gij zijt goed en ik ben slecht; juist daarom kom ik tot U. Ik kom, opdat Gij mij goed zoudt maken. Ik aanbid Uwe goedheid, ik wensch vurig die na te volgen, maar ik kan niet, tenzij Gij mij helpt. Zuiver mij ; reinig mij. Wasch mij schoon van mijne verborgene gebreken en schep waarheid in mijn binnenste. Doe met mij wat Gij wilt. Voed mij op, zooals Gij wilt. Straf mij, als het noodig is. Maar maak mij goed.
Amen.
Gij, o Heer, kent de schuilhoeken van ons hart. Sluit het oor van Uwe genade niet voor ons gebed ; spaar ons, o heilige God! O, almachtige Heer! Gij, Eeuwige Rechter, gedoog niet, dat wij door de verzoekingen van de
113
114 UIT DE DIEPTE
wereld, van het vleesch, of van den duivel van U afvallen. Ik ben slechts een arm, ellendig, zondig schepsel. Maar Gij zijt de Heer; Gij zijt de Volmaakte. Gij zijt de Goedheid zelf. En daarom kunt en wilt Gij mij maken, wat ik behoor te zijn: een goed mensch. Yoor Uwe voeten kan ik den last brengen van die nimmer wegstervende ikheid, dien ik, en te dikwijls, helaas, in schande en droefenis, met mij tors. U vraag ik, mij dien last te helpen dragen. Leid mij, onderricht mij, sterk mij, totdat ik word zooals Gij wilt, dat ik zijn zal; zacht en rein. waarheidlievend en strevend naar het hooge ; moedig en tot handelen bekwaam ; welwillend en edelmoedig, mijnen plicht liefhebbende en goeddoende, zooals Uw Zoon Jezus Christus. Amen.
GEBED OM NIET BESCHAAMD TE WOEDEN.
O Heer, ik ben beangst, verslagen, â mijn moed is van mij geweken. Ik heb niets voor mijzelf te zeggen. Leid gij mij. O Heer, beschaam mij niet. Ik weet, dat ik zwak en onwetend ben en niets vermag; ik ben vol gebreken en tekortkomingen, waarover ik mij eiken dag van mijn leven moet schamen. Ik ben afgedwaald als een verloren schaap. O, zoek Uwen knecht. Heer; want ik vergeet niet Uwe geboden. Ik doe mijn best om mijnen plicht te leeren. Ik doe mijn best om mimen plicht te doen. Ik heb mij vastgehouden aan Uwe getuigenissen. O Heer, ontferm U en beschaam mij niet. De menschen mogen mij beschamen, maar doe Gij het niet, o Heer, niet Gij, om der wille van Uwe genade en Uw
GEBEDEN EN BEKENTENISSEN. 115
mededongen. Laat mij niet, wanneer ik sterf of voordat ik sterf, bevinden, dat al mijn arbeid vruchteloos is geweest, dat ik toch niet wijzer, niet nuttiger ben. Laat niet mijne grijze haren met verdriet ten grave dalen. Laat mij niet sterven met de ellendige gedachte, dat, ondanks al mijn worstelen om mijnen plicht te doen, mijn leven mislukt is, en ik een dwaas ben. Laat mij in het toekomende leven niet ontwaken om ten eenen-male beschaamd uit te komen ; om te bevinden, dat alles verkeerd is geweest en dat mij niets overschiet dan teleurstelling en beschaming. O Heer, die elke schande voor mij leedt â red mij van die uiterste schande. Gij zijt goed en rechtvaardig. Gij zult mijne ziel in de hel niet verlaten. O God, op U stel ik mijn vertrouwen, laat mij niet beschaamd worden. Amen.
OM INNEELIJKEN VREDE.
O Vader, schenk mij Uwen vrede. Er woont geen vreedzame geest in mij, en ik weet, dat ik dien niet zal verkrijgen door denken, lezen en begrijpen, want hij is meer dan dat alles ; de vrede gaat dat alles verre te boven en is het innige wezen van Uwe ondeelbare, onveranderlijke, absolute. Eeuwige Godheid die noch door verandering of verval van deze door U geschapene wereld, noch door de zonde of dwaasheid van menschen of duivelen ooit kan veranderen ; maar die eeuwiglijk blijft wat zij is in volmaakte rust, volmaakte macht en volmaakte liefde. Stil mijne rustelooze, begeerende, ontevredene ziel, zooals eene moeder haar ziek kind stilt. Hoe Gij
8*
UIT DE DIEPTE
dat zult doen weet ik niet. Dat gaat mijn begrip verre te boven. Maar al kan het zieke kind niet tot de moeder gaan, de moeder is daar en kan tot het kind gaan. En meer dan eene moeder zijt Gij, o Eeuwige Vader! Al kan de arend in zijne vlucht de zon niet bereiken, toch is de zon daar en kan de aarde bereiken, en over alles haar licht en hare warmte uitgieten.
Meer dan de zon zijt Gij : Gij zijt het Licht en Leven van alles, wat bestaat. Giet Uw Licht en Leven over mij uit, opdat ik moge zien, zooals Gij ziet, leven zooals Gij leeft en vrede moge hebben met mijzelf en da geheele wereld, zooals Gij vrede hebt met Uzelf en de geheele wereld. Giet Uwe liefde over mij uit, opdat ik moge liefhebben, zooals Gij lief hebt. Wederom zeg ik, hoe weet ik niet, want het gaat alle verstand te boven; maar ik hoop en vertrouw, dat Gij het voor mij wilt doen, want ik geloof, dat Gij liefde zijt en dat Gij u ontfermt over al het werk Uwer handen. Ik geloof dat Gij de wereld alzoo lief hebt, dat Gij Uwen Zoon hebt gezonden om de wereld en ook mij te redden. Hoe weet ik niet, want ook dat gaat alle verstand te boven; maar ik geloof, dat Gij het wilt doen, want ik geloof, dat Gij Liefde zijt en dat Gij U ontfermt over al het werk Uwer handen, zelfs over mij. Ik geloof dat Uw wil is vrede op aarde, zelfs vrede voor mij, onrustig en rusteloos als ik ben, en welbehagen in 'alle menschen, zelfs in mij, den grootsten van alle zondaren. Amen.
GEBED VOOR HET HEILIGE AVONDMAAL.
O gezegende Jezus! Zaligmaker, die voor ons den
116
GEBEDEN EN BEKENTENISSEN. 117
doodstrijd hebt gestreden! Almachtige God, die U zwak hebt gemaakt uit liefde tot ons ! 0, grift ons die liefde in het hart, zoo diep dat vreugde noch smart, leven noch dood die kunnen uitwisschen! Gij hebt Uzelf voor ons ten ofter gebracht, o geef ons in het hart, dat wij onszelve voor U ten offer mogen brengen ! Gij zijt de Wijngaard en wij de ranken. Laat Uw kostelijk bloed, voor ons aan het kruis vergoten, als levenwekkend sap door ons aller hart en geest vloeien, en vervul ons met Uwe gerechtigheid, opdat wij voor u gepaste offeranden mogen wezen. Beziel ons, o Heer, om U op te offeren ons lichaam, onze ziel, onzen geest, en om in alles wat wij liefhebben en alles wat wij leeren, in alles wat wij besluiten en alles wat wij volbrengen, onszelve, ons werk, onze vreugde, onze smart; U op te offeren; te werken voor Uw Koninkrijk; te leven, als die zichzelven niet behooren, maar gekocht zijn met Uw bloed en gespijzigd zijn met Uw lichaam ; en geef ons nu, aan Uwe Heilige Tafel, U op te offeren ons berouw, onze gebeden, onze dankzeggingen â levende, redelijke en geestelijke offeranden â en te gevoelen, dat wij U behooren van het uur onzer geboorte â U op dit oogenblik â U voor eeuwig! Amen.
BELIJDENIS VAN ZONDE.
Vader, ik heb gezondigd tegen U en ben niet waardig Uw kind genoemd te worden, maar ik kom tot U. Vader, ik haat mijzelven, maar Gij hebt mij lief. Ik begrijp mijzelven niet, maar Gij begrijpt mij en Gij wilt U ontfermen over het werk Uwer eigene handen. Ik
UIT DE DIEPTE
kan mijzelf niet leiden en helpen, maar Gij kimt mij helpen en Gij wilt het ook, omdat Gij mijn Vader zijt en niets mij kan scheiden van Uwe liefde en van de liefde van Uwen Zoon, mijnen Koning. Ik kom mijn deel in U vragen, omdat ik niets bezit, en U niets kan brengen, maar aan Uwe poort lig als een met zweren bedekte bedelaar, die met de kruimkens van Uwe tafel wenscht verzadigd te worden. En als ik de ongelukki-gen zou willen helpen, hoeveel te meer dan wilt Gij mij helpen. Uw naam is Liefde, en Uwe heerlijkheid in ons geopenbaard in de gestalte van Uwen Zoon Jezus Christus, die zeide: âKom tot mij, gij allen die vermoeid en beladen zijt, en ik zal u ruste geven;quot; âIndien gij, die boos zijt, weet uwen kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Hemelsche Vader Zijnen Heiligen Geest geven, dengenen, die Hem bidden.quot; Amen.
BELIJDENIS VAN ZWAKHEID.
O, mijn God en Vader, ik ben Uwer; red mij, want ik heb Uwe geboden gezocht. Ik ben Uwer â niet alleen ben ik Uw schepsel, o God, â dat zijn ook de vogelen, de bijen, de bloemen, die hunnen plicht veel bfiter doen dan â vergeef het mij, Heer â ik den mijnen doe.
Ik ben Uwer â niet alleen Uw kind â maar Uw leerling. O Heer Jezus Christus, ik roep U aan om hulp als mijn leermeester niet minder dan als mijn Heer en Zaligmaker. Ik ben de minste Uwer leerlingen, de onwetendste, de domste misschien. Ik houd mij niet voor een en geleerde, eenen wijsgeer, eenen heilige. Ik ben een
118
GEBEDEN EN BEKENTENISSEN.
zeer zwakke scholier, die in Uwe groote school, die de geheele wereld omvat, op de laagste plaats zit, en nog slechts de letters van Uw alphabet beproef te spellen, in de hoop, dat ik later geheele woorden en zinnen van Uwe geboden zal kunnen lezen en dat ik, wanneer ik ze geleerd heb, in staat zal zijn ze op te volgen. Indien Gij, o Heer, mij slechts in Uwe geboden wilt onderrichten, dan zal ik trachten ze tot aan het einde mijner dagen te bewaren, want ik wensch vurig van de Uwen te zijn en gebruikt te worden als medewerker aan Uw werk. Ik wensch vurig, iets te mogen toebrengen â zij het dan nog zoo weinig â tot de verbetering van mijzelf en mijnen naaste. Ik wensch vurig nuttig en niet nutteloos te zijn, een vruchtdragende boom in Uwen hof, geen schadelijk onkruid ; en daarom smeek ik U mij niet af te snijden of uit te roeien, noch toe te laten dat snoodaards mij vertreden.
Ontferm U mijner, o Heer, in mijne verslagenheid, om der wille van de waarheid, die ik verlangend ben te leeren en van het goede, wat ik verlangend ben te doen. Al ben ik een nietig, zwak plantje, toch ben ik een plantje, door U geplant, dat worstelt om te groeien, te bloeien en vrucht te dragen ten eeuwigen leven, en Gij, o Heer, die gestorven zijt, opdat ik zou leven, zult immers het werk Uwer eigene handen niet versmaden ? Gij zult mij niet laten verloren gaan ! Ik houd vast aan Uwe beloften. O Heer, beschaam mij niet! Amen.
Ii9
UIT DE DIEPTE
BELIJDENIS VAN EENEN VERSLAGENE VAN GEEST.
O God, Gij, en Gij alleen, weet in hoever ik goed, in hoever verkeerd handel. Ik geef mij volkomen over in Uwe handen, verzekerd dat Gij oprecht, billijk en vriendelijk met mij zult handelen, zooals een Vader met zijnen Zoon doet. Ik wil mij noch voor beter, noch voor slechter geven, dan ik ben. Inderdaad weet ik daarvan ook niets. Ik, onwetend schepsel dat ik ben, kan nooit met volkomen zekerheid weten, in hoeverre ik goed, in hoever ik verkeerd handel. Ik voel licht en duisternis strijd voeren in mijn hart en kan tusschen die beide niet onderscheiden. Maar Gij, o Heer, kunt het. U is het bekend. Gij hebt mij gemaakt; Gij hebt mij lief; Gij hebt Uwen Zoon in de wereld gezonden om mij te maken, wat ik moest zijn. Gij wilt niet, dat ik zal verloren gaan, maar dat ik tot de kennis der waarheid zal komen, en daarom geloof ik, dat ik niet zal verloren gaan, maar tot de kennis der waarheid komen omtrent U, omtrent mijn eigen karakter, mijnen eigenen plicht, omtrent alles, wat ik noodig heb te weten. Daarom Heer wil ik moedig voorwaarts streven, dag aan dag-mijnen plicht vervullen zoo goed als ik kan, hoewel niet volmaakt, en U dag aan dag vragen mijne ziel haar da-gelijksch voedsel te geven. Gij voedt mijn lichaam met het dagelijksch brood. Hoeveel te meer, zult Gij mijnen geest en mijn hart voeden, die zooveel kostelijker zijn dan mijn lichaam. Heer, voor mijn lichaam en mijne ziel beide zal ik op U mijn vertrouwen stellen ; en als ik om mijne zonden straf verdien, dan weet ik toch dit.
120
GEBEDEN EN BEKENTENISSEN. 121
dat het ergste, wat mij en ieder mensch kan overkomen, dit is: verkeerd te handelen en niet gestraft te worden, en dat het beste is, zoo dikwijls ik van den weg afdwaal, daarop, al is het door harde slagen, teruggebracht te worden. Daarom, o Heer, zal ik stil en manlijk de straf dragen, en trachten er U dank voor te brengen, zooals het behoort; want ik weet, dat Gij mij niet meer zult straffen dan ik verdien, maar oneindig minder. Ik weet, dat Gij mij slechts straft om mij tot mijzelf te doen in-keeren, om mij beter, reiner, sterker te maken. Ik geloof, o Heer, omdat Gij Uw eigen woord tot pand hebt gegeven geloof ik het, dat Gij â al is de eer nog zoo onverdiend â mijn Vader zijt en mij lief hebt. Gij bedroeft niemand uit lust daartoe, noch plaagt de kinderen der menschen uit boosheid of toorn. Gij wilt niet, dat ik of eenig mensch verloren ga, maar Gij wilt, dat alle menschen behouden zullen worden en tot de kennis der waarheid zullen komen, om der wille van Jezus Christus.
Amen.
BELIJDENIS VAN EENE ONTRUSTE ZIEL.
O Heer, ik ben ellendig en mijne ziel is ontzet in het binnenste van mij, want ik heb gezondigd, en ik beken, dat ik slechts het verschuldigde loon ontvang voor mijne daden. Ik heb mijne schande, mijn verdriet, ik heb alles verdiend, o Heer. Ik zie terug op verspilden tijd en verspilde vermogens. Ik zie rond op verloren gezondheid , verloren fortuin, verloren hoop ; ik beken, dat ik alles heb verdiend. Maar Gij hebt meer dan dit alles
UIT DE DIEPTE
voor mij geleden, en Gij hebt niets verkeerds gedaan. Voor mij hebt Gij geleden, voor mij zijt Gij gekruisigd en in al de jaren mijner ijdelheid en dwaasheid hebt Gij gepoogd mij te redden. Misschien heb ik Uwe liefde niet uitgeput, Uw geduld niet overmeesterd. Ik zal de gezegende proef wagen. Nu nog zal ik mij aan Uwe Liefde overgeven. O Heer, ik heb al mijne ellende verdiend. Maar toch, o Heer, wil mijner gedenken, als Gij in Uw koninkrijk zult ingaan. Amen.
Vader! niet onze wil maar de Uwe geschiede. Alle dingen kome van Uwe hand, dus komen alle dingen van Uwe liefde. Wij hebben het goede van Uwe hand ontvangen, en zullen wij dan het kwade niet ontvangen? Al slaat Gij ons, toch zullen wij op U vertrouwen. Want Gij zijt liefderijk en genadig, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Gij zijt liefderijk voor alle men-schen, en Uwe genade omvat al Uwe werken. Gij zijt rechtvaardig in al Uwe wegen en heilig in al Uwe daden. Gij zijt nabij degenen, die U aanroepen. Gij zult hun geroep hooren en hen helpen, want alles, wat Gij wilt met ons leed te zenden, is: ons wijzer en beter te maken. En dat kunt Gij ons slechts maken, door ons te onderrichten in de kennis van Uzelven. U, o God, zij de roem en de heerlijkheid ! Amen.
122
EINDE.
% J (c ET Oy
inhoud.
I.
Bladz.
Uit de Diepte van Smart en Lijden.......... 9
II.
Uit de Diepte van Zonde...............33
III.
Uit de Diepte van Vkees en Angst..........49
IV.
Uir de Diepte van Veblateniieid en Teleurstelling ... 59
V.
Uit de Diepte van Duisternis en Hel..........71
VI.
Uit de Diepte van Dood...............87
VII.
Gebed uit de Diepte.................103