ocr page 1
ocr page 2

, I

_

ocr page 3

: tu. vL-. .0 3Z,

K,

V

±

ocr page 4
ocr page 5

Ter SCerinnering

AAN DE

AFfiELEGDE GELOOFSBELIJDENIS

ocr page 6

gt;OK»o£fl

ö §

i. *

W0. ÊSSt

gt;ÜO«»CXOCC

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT

2721 954 6

gt;lt;^rO'lt;cxlt;zx'Ovcrilt;rvolt;^gt;gt;cgt;x

i\

ocr page 7

.^km-Aamp;A AA/^ ^ ■ c '/-1 '«nf3 ócv Ncd. r/r' ® o

~0 cidliothcek ^ ^ j

C

\ r-'O' Jquot;

LEVENS-M«W#ffi^

woorden uit den ft

verzameld dook

dr s. d van veen,

Predikant, ie Gioni i i jwii ■■1 ■■ *

sa

/Oo amp; O J

-vx-x kj:

te groningen jjij j. b.

BIBLIOTHEEK ^ÉÖ. HÉftv. KERir


ocr page 8
ocr page 9

quot;^■■0c0gt;cx0-0lt;0.lt;r- c

Hlmacbt.

Ik bon God de Almachtige! Wandel voor mijn aangezicht, en zijt oprecht! (Gen. 17 :1.)

Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geono van uwe gedachten kan afgesneden worden. (Jol) 42 : 2.)

Al wat den heebe behaagt, doet Hij, in do hemelen en op de aarde, in de zeeün en alle afgronden. (Ps. 135:6.)

Geen ding zal bij God onmogelijk zijn. (Lnc. 1:37.)

aiwctcnObcifi.

Heer! Gij doe 'grondt en kent mij. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijne gedachten. Gij omringt mijn gaan

O I O 5 O O O ö 5 5: o o §

i

■

■CXO\lt;gt;( quot;j

ocr page 10

ALWETENDHEID.

O

ARBEID.

en mijn liggen; en Gij zijt al mijne wegen gewend. Als er nog geen woord op mijne tong is, zie, heer! Gij weet liet alles. (Ps. 189: 1-4.)

Er is geen schepsel onzichtbaar voor Hom: maar alle dingen zijn naakt en geopend voor do oogon desgonon, met welken wij te doen hebben. (Hebr. 4 ; 13.)

UrbeiÖ.

Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. (Exod. 20 ; 9.)

Alles, wat uwe hand vindt om te doen, doe dat met uwe macht: want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat. (Pred. 9 ; 10.)

Wij vermanen u, broeders! dat gij meer overvloedig wordt. En dat gi) u bonaarstigt stil te zijn, en uwe eigene dingen te doen, en te werken met uwe eigene handen, ge-ö lijk wij u bevolen hebben. Opdat gij eerlijk 0

ocr page 11

AEBEID- 3 AVONDMAAL.

wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van noode hebt. (1 Thess. 4 : 10 -12.)

Wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn. Want ook toen wij bij ii waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zoo iemand niet wil werken, hij ook niet ete. (2 Thess. 3 : 8, 10.)

Die met eeno bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk. (Spr. 10 : 4.)

Bvonömaal.

Als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak hij hot, en gaf het den discipelen, en zeide: neemt, eet, dat is mijn lichaam. En hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: drinkt allen daaruit. Want dat is mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.

ocr page 12

4 BARMHARTIGHEID.

tot vergeving der zonden. (Matth. 26:26—28.)

Zoo dikwijls, als gij dit brood zult eten, en dozen drinkbeker zult drinken, zoo verkondigt den dood des Hoeren, totdat hij komt. Zoo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of don drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mensch beproeve zich zeiven, en ete alzoo van hot brood, en drinko van den drinkbeker. Want die onwaardigi ijk eet en drinkt, die eet en drinkt zich zeiven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. (1 Cor. 11 ; 26—29.)

ÜSarmbartigbeiö.

Barmhartig en genadig is do hker, lankmoedig en groot van goedertierenheid. (Ps. 103 ; 8.)

Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. (Matth. 5 : 7.)

Een onbarmhartig oordeel sal gaan over dengenen, die geene barmhartigheid gedaan

AVONDMAAL.

ocr page 13

BARMHARTIGHEID,

lieeft: on de barmhartigheid roemt tegen het oordeel. (Jac. 2 : 13.)

Gaat hoen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande: want ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekeering. (Matth. 9 : 13.)

Die barmhartigheid doet, (doe het) in blijmoedigheid. (Eom. 12 : 8.)

ffieörog.

Wiens haat door bedrog bedekt is, diens boosheid zal in de gemeente geopenbaard worden. (Spr. 26 : 26.)

Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen, die vrede raden, hebben blijdschap. (Spr. 12 : 20.)

Zoo legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en geveinsdheid en nijdigheid, en alle achterklappingen. (1 Petr. 2 : 1.)

Bewaar uwe tong van het kwaad, en uwe lippen van bedrog te spreken. (Ps. 34 : 14.)

BEDKOG.

ocr page 14

BEUUERLIJKUEID.

0

BEDROG.

Welgelukzalig is de mensch, dien de Heek de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens goest geen bedrog is. (Ps. 32 : 2.)

JBcgcerltjftbctÖ.

Gij zult niet begeeren uws naasten huis; gij zult niet bogeeren uws naasten vrouw, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets, dat uws naasten is. (Exod. 20 : 17.)

Do begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; on de zonde voleindigd zijnde baart den dood. (Jac. 1:15.)

Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheid des vleesches niet. (Gal. 5 ; 16.)

Vlied do begeerlijkheden der jonkheid; en jaag na rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, met degenen, die den Heer aanroepen uit een rein hart. (2 Tim. 2:22.)

Die van Christus zijn, hebben het vleesch gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. (Gal. 5:24.)

Al wat in do wereld is, namelijk de begeer-

ocr page 15

voocxioooo

begeerlijkheid.

lijkheid dea vleesches, en de begeerlijkheid der oogen, en de grootschheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld. Eu ile wereld gaat voorbij, en hare begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid. (1 Joh. 2:16, 17.)

ÏScftccnng.

Voorwaar, voorwaar zeg ik u: tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. (Joh. 3 :3.)

Zou waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEEEii, zoo Jk lust heb in den dood des god-deloozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddelooze zich bekeere van zijnen weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uwe booze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels? (Ezech. 33:11.)

Nu dan ook, spreekt de heek, bekeert u tot Mij met uw gansche hart, en dat met vasten en met geween, en mot rouwklage. Eu scheurt uw hart en niet uwe kleederen,

auquot; 'cgt; c-xio ■o' 0.0 c^oocx^.ooox^oocio.ooo.^.o.-o.

bekeering.

ocr page 16

•;ooo gt;000 vocoxcxo -oiooo c

BKKEERJNG. 8 BEKEERING.

cn bekeert u tot den heek, uwen God: want Hij is genadig 011 barmhartig, lankmoedig 011 groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade. (Joël 2:12, 13.)

Do goddelooze verlate zijnen weg, en de ongerechtige man zijne gedachten; en hij bekeero zich tot den heek. zoo zal Hij zich zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk. (Jes. 55 : 7.)

Ik zeg ulieden. dat er blijdschap zal zijn in den hemel over éénen zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekeering niet v'an noode hebben. (Luc. 15: 7.)

Brengt dan vruchten voort der bekeering waardig. (Luc. 3 : 8.)

De Heer vertraagt de belofte niet, (gelijk eenigen dat traagheid achten) maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat eor.igen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekoeling komen. (2 Petr. 3; 9.)

ocr page 17

EELIJDKNIS.

9

liKLIJDEKJS

JSelijöenis.

Er is geschreven: Ik Jeef, zegt de Heer; voor Mij zal allo knie zich buigen, en alle tong zal God belijden. (Eom. 14 : 11.)

Zoo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God Is, God blijft in hem, en hij in God. (1 Joh. 4 : 15.)

Een iegelijk, die mij belijden zal voor de menschon, dien zal ik ook belijden voor mijnen Vader, die in de hemelen is. Maar zoo wie mij verloochend zal hebben voor de menschen, dien zal ik ook verloochenen voor mijnen Vader, die in do hemelen is. (Matth. 10 : 32, 33.)

Met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, en met don mond belijdt men ter zaligheid. (Rom. 10 : 10.)

Strijd don goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goedo belijdenis beleden hebt voor vele getuigen. (1 Tim. 6 ; 12.)

ocr page 18

BENAUWDHEID.

10

BENAUWDHEID.

aGeiiainvöbctt».

Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid: want des monschen heil is ijdelheid. (Ps. 108 : 13.)

Koept Mij aan in den dag der benauwdheid; ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eeren. (Ps. 50 : 15.)

Mijne genade is u genoog: want mijne kracht wordt in zwakheid volbracht. Zoo zal ik dan veel liever roemen in mijne zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in nooden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil: want als ik zwak ben, dan ben ik machtig. (2 Cor. 12 : 9, 10.)

Ik zal mij verheugen en verblijden in uwe goedertierenheid, omdat Gij mijne ellende hebt aangezien, cn mijne ziel in benauwdheden gekend. (Ps. 31 : 8.)

ocr page 19

5

BERUSTING.

11

BEROUW.

berouw.

Wasch mij wol van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonde. Want ik ken mijne overtredingen, en mijne zonde is steeds voor mij. (Ps. 51 : 4, 5.)

De tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de oogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijne borst,zeggende: o God!

zijt mij zondaar genadig! (Luu. 18:18.)

Do droefheid naar God werkt een onbe-rouwelijke bekeering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood. (2 Cor. 7 ; 10 )

Jöerustfng.

Immers is mijne ziel stil tot God; van Hem is mijn heil. (Ps. 62 ; 2.)

De heer heeft gegeven, en de heer heeft genomen; de naam des heeken zij geloofd! (Job 1 : 21.)

Zouden wij het goede van God ontvangen, ö

ocr page 20

BKZOKG0H KID.

12

BERUSTING.

en liet kwade niet ontvangen? (Job 2: 10.)

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op de aarde. (Matth. 6 : 10.)

ö

0

aecjorgöbciö.

Weest in geen ding bezorgd; maar laat uwe begeerten in alles, door bidden en smee-keti, met dankzegging bekend worden bij God. (Fil. 4 ; 6.)

Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen: dkc dag hoeft genoeg aan zijn zelfs kwaad. (Matth. 6 : 34.)

Doch wanneer zij u overleveren, zoo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult: want hot zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult. Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt. (Matth. 10 : 19, 20.)

ocr page 21

. cr- o«--o^lt;c»oc-~.ioooxrv--i

DANKBAARHEID. 13

I I

©anhbaarbeiö.

Woest dankbaar! (Col. 3 ; 15.)

Dankt God in alles; want dit is de wil van Grod in Christus Jejius over u. (1 Thoss. 5 ; 18.)

Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in don naam van onzen Hoor Jezus Christus. (Efez. 5 : 20.)

Paulus dankte God on groep mood. (Hand. 28 : 15.)

•-

0 9

©icncn.

Dient don Hooro met blijdschap. (Ps. 100: 2.)

Diont elkander door do liefde. (Gal. 5:13.)

Indien iemand dient, die dieno als uit kracht, die God verleent, opdat God in alles geprezen worde. (1 Petr. 4 : 11.)

Zoo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar. En zoo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht. (Matth. 20 : 2G, 27.)

Want ook de Zoon des menschen is niet Ó

! • _.«^gt;c»gt;0lt;x=gt;gt;0-)000^)cx)0-gt;00000öcgt;)000^tl

ocr page 22

f 1

ö w ö

(j DIENEN. 14 DOOD. (j

Ó

gekomen, om gediend te worden, maar om ■?

te dienen, en zijne ziel te geven tot een rant- | soen voor velen. (Mare. 10 : 45.)

Gij dienstknechten! zijt in alles gehoor-

zaam uwen heeren naar het vleesch, niet met •gt; oogendiensten als menschenbehagers, maar o met eenvoudigheid des harten, vreezer.de God. (Col. 3 : 22.)

2gt;00Ö.

Het is den menschen gezet eenmaal te V sterven, en daarna het oordeel. (Hebr. 9:27.) C Er is maar als eene schrede tusschen mij o | en tusschen den dood. (1 Sam. 20; 3.)

Geef bevel aan uw huis, want gij zult sterven en niet leven. (Jes. 38; 1.) o

| Bij den Heebe, den Heere, zijn uitkomsten \ tegen den dood. (Ps. 68 ; 21.)

i Jezus Christus heeft den dood te nietge-

| daan, en het leven en de onverderfelijkhoid ;

J aan het licht gebracht door het Evangelie. (•

0 (2 Tim. 1 :10.)

o v ; ö

0 0

ooooooocxrjoooooofto gt;0'gt;ooogt;o^s

ocr page 23

s £

ö ö j DOOD. 15 DOOP I)

l ■ Het leven is mij Christus, en het sterven

is mij gewin. (Fil. 1 : 21.)

De laatste vijand, die te niet gedaan wordt,

is de dood. (1 Oor. 15 : 26.)

Ik hoorde eene stem uit den hemel, die

1 tot mij zeide: schrijf, zalig zijn de dooden, ö

) die in den Heer sterven, van nu aan. Ja,

zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van |

hunnen arbeid; en hunne werken volgen 0

l met hen. (Openb. 14 ; 13.)

. 5 8

Doop.

O

Gaat dan henen, onderwijst al de volken, ö

o

o dezelve doopende in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; leerende hen onderhouden alles, wat ik u 0 geboden heb. (Matth. 28 ; 19.)

Weet gij niet, dat zoovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijnen dood 0 gedoopt zijn ? Wij zijn dan met hem begra-. ven, door den doop in den dood, opdat, gelij-0 kerwijs Christus uit de dooden opgewekt is

gt;)0gt;Cgt;lt;gt;'0- lt;gt;)0 lt;gt;10VO -0'-Oquot;k0 u

ocr page 24

BKZOKGÜHKID.

12

BF.KOSTING.

en het kwade niet ontvangen? (Job 2: 10.)

Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzoo ook op do aarde. (Matth. 6 :10.)

ö

JGcjorflCibeib.

Weeat in geen ding bezorgd; maar laat uwe begeerten in alles, door bidden en smee-ken, met dankzegging bekend worden bij God. (Fil. 4 : 6.)

Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen ; want de morgen zal voor het zijno zorgen: dkc dag hoeft genoeg aan zijn zelfs kwaad. (Matth. 6 : 34.)

Dodi wanneer zij u overleveren, zoo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult: want het zal u in dezelve uro gegeven worden, wat gij spreken zult. Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is do Geest uws Vaders, die in u spreekt. (Matth. 10 : 19, 20.)

ocr page 25

o lt;:gt;■ rgt;'lt;^cgt;gt;olt;--rgt;quot;lt;5clt;5oO'lt;gt;-o« lt;fgt;lt;xlt;rgt; «o* gt;0fcgt;,irto«rvvrgt;^0' ox ■ xno-vo- lt;r

DANKBAARHEID. 13 DIENEN.

H)anf!baarbeiö.

Woest dankbaar! (Col. 3 ; 15.)

Dankt God in alles: want dit is do wil van God in Christus Jezus over n. (1 Thoss. 5 ; 18.)

Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den naam van onzen Hoer Jezus Christus. (Efoz. 5 : 20.)

Paulus dankte God on groep moed. (Hand. 28 : 15.)

Dienen.

Dient don Hoere met blijdschap. (Ps. 100: 2.)

Dient elkander door do liefde. (Gal. 5; 13.)

Indien iemand diont, die diene als uit kracht, dio God verleent, opdat God in alles geprozon worde. (1 Petr. 4 ; 11.)

Zoo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar. En zoo wie onder u zal willen do eerste zijn, die zij uw dienstknecht. (Matth. 20 : 20, 27.)

Want ook de Zoon des menschen is niet

ocr page 26

I ^

0 v

DIEKEN. W DOOD.

gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen, en zijne ziel te geven tot oen rantsoen voor velen. (Mare. 10 : 45.)

Gij dienstknechten! zijt in alles gehoorzaam uwen heeren naar het vleesch, niet met oogendiensten als menschenbehagers, maar met eenvoudigheid dos harten, vreezende

God. (Col. 3 : 22.)

2)000.

Hot is den menschen gezot eenmaal te sterven, en daarna het oordeel. (Hebr. 9:27.)

Er is maar als eene schrede tusschen mij en tusschen den dood. (1 Sam. 20 : 3.)

Geef bevel aan uw huis, want gij zult 1 sterven en niet loven. (Jes. 38 : 1.)

Bij den Heere, den Heere, zijn uitkomsten tegen den dood. (Ps. 68 : 21.)

Jezus Christus heeft den dood to niet gedaan, on hot levon en do onverderfelijkhoi 1 aan hot licht gebracht door het Evangelie.

(2 Tim. 1 : 10.)

0 v

0 . 0

ocr page 27

O'O'OV^ftOOO'OOOOOO'OiCOinCXOOO'

ooon. 15 Doop

Het leven is mij Christus, en het sterven is my gewin. (Fil. 1 : 21.)

De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. (1 Oor. 15 : 20.)

Ik hoorde eene stem uit den hemel, die tot mij zeide: schrijf, zalig zijn do dooden, die in den Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt do Geest, opdat zij rusten mogen van hunnen arbeid; en hunne werken volgen met hen. (Openb. 14 ; 13.)

Doop.

Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve doopende in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Goestos; loerende hen onderhouden alles, wat ik n geboden heb. (Matth. 28 ; 19.)

Weet gij niet, dat zoovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijnen dood gedoopt zijn ? Wij zijn dan met hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelij-kerwijs Christus uit do dooden opgewekt is

'fij 0gt;-C -0 vcgt;lt;3-XC»'Oquot;O'Ooo-lt;r• O O-O voO -Oxo*Cgt;'■O'O

ocr page 28

EEUWIOHKID.

10

DOOP.

tot de heerlijkheid dos Vadors, alzoo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. (Rom. 6 ; 3, 4.)

Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. (Mare. 16:16.)

Êcuwigbciö.

Eer de bergen geboren waren, en Gij do aarde en do wereld voortgebracht hadt, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid, zijt Grij God, (Ps. 90: 2.)

Ik ben dat levende brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zoo iemand van dit brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. (.Joh. 6 ; 51.)

• Onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gansch zeer uitnemend eeuwig gewicht der beeiiijkhoid. Dewijl wij niet aanmerken do dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet: want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk,

ocr page 29

EEUWIGHEID.

17

ERGERNIS.

maar tlo dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig. (2 Cor. 4 : 17, 18.)

Wij weten, dat, zoo ons aardsche huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig, in de hemelen. (2 Cor. 5 : 1.)

JErgcnUs.

Indien uw rechteroog u ergert, trek het uit, en werp het van u: want liet is u nut, dat één uwer leden verga, en niet uw geheele lichaam in de hol geworpen worde. En indien uwe rechterhand u ergert, houw zo af, en werp ze van u: want het is u nut, dat één uwer leden verga, en niet uw geheele lichaam in de hel geworpen worde. (Matth. 5 : 29, 30.)

Wee der wereld van do ergernissen! want het is noodzakelijk, dat de ergernissen komen; doch wee dien mensch, door welken de ergernis komt! (Matth. 18 : 7.)

Laat ons dan elkander niet meer oordeelen;

ocr page 30

EVANGELIE.

18

ERGERNIS.

maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geenen aanstoot of ergernis geeft. (Eom. 14 : 13.)

Het is goed geen vleesch te eten, noch wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geërgerd wordt, oi waarin hij zwak is. (Eom. 14 : 21.)

Die zijnen broeder liefheeft, blijft in het licht, en geene ergernis is in hem. (1 Joh. 2:10.)

Ik bid u, broeders! neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt;

en wijkt af van dezelven. (Rom. 16 : 17.) -

ö

Evangelie.

o

Gaat heen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. (Marc.16:15.)

Tk schaam mij des Evangelies van Christus niet: want het is eene kracht Gods tot zaligheid een' iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek. (Rom. 1: 16.)

Doch al ware het ook, dat wij, of een Engel

ocr page 31

EVANGELIE.

19

GEBED.

uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten liotgeen wij u verkondigd hebben, dio zij vej-vloekt. (Gal. 1 : 8.)

Wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus. (Fil. 1 : 27.)

(5ebeD.

Bidt zonder ophouden. (1 ïhess. 5:17.)

Bidt, eu u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. (Matth. 7 : 7.)

De ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid: want do Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzoo aanbidden. God is een geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. (Joh. 4 : '23, 24.)

Gij, wanneer gij bidt. ga in uwe binnenkamer, en uwe deur gesloten hebbende, bidt uwen Vader, die in het verborgen is; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u

,:0quot;0'000.0^OJO.OJOOO'JOOO'.'OWOOCXOX^.'OC lt;Zgt; «O.O CXOOOCO C

ocr page 32

gt;,-OvCSvCXZXOfO

GEBED. 20 GEBED.

in het openbaar vergelden. En als gij bidt, zoo gebruikt geen ijdol verhaal van woorden, gelijk do Heidenen : want zij meenen, dat zij door hunne veelheid van woorden zullen verhoord worden. Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van noode hebt, eer gij Hem bidt. (Matth. 6:6—8.)

Tot nog toe hebt gij niet gebeden in mijnen naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uwe blijdschap vervuld zij. (Joh. 16; 24.)

Gij bidt, on gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uwe wellusten doorbrengen zoudt. (Jac. 4 : 3.)

En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk hot behoort, maar de Geest zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. (Rom. 8: 26.)

Indien dan gij, die boos zijt, weet uwen kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden! (Matth. 7 ; 11.)

Al wat gij zult begeeren in het gebed,

ocr page 33

GEBED. 21 GEDULD.

| geloovende, zultgij ontvangen. (Matth. 21: 22.)

Een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. (Jac. 5 :16.)

Het einde aller dingen is nabij: zijt dan nuchterenen waaktin de gebeden. (1 Petr.4:7.)

Hem nu, die machtig is meer dan over-vloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt; Hem, zeg ik. zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot allo eeuwigheid. Amen. (Ef. 3: 20, 21.)

0 | '!

i I ^

0 I 1

Zijt geduldig in de verdrukking. (Hom. | 12:12.)

©eöulö.

Zijt geduldig ii 12:12.)

Bozit uwe zielen in uwe lijdzaamheid. (Luc. 21:19.)

En wij bidden u, broeders! vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen.

ondersteunt do zwakken, zijt lankmoedig jegens allen. (1 Thess. 5 ; 14.)

Zoo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de

ö I ö ö ö

().

g

ocr page 34

GEEST (HEILIGE).

22

GEDULD.

toekomst des Heeren. Ziet. de landman vei-wacht do kostelijke vrucht des lands, lank-moodig zijnde over dezelve, totdat het don vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen. Weest gij ook lankmoedig, versterk': uwe harten; want de toekomst dos Heeren genaakt. (Jac. 5 ; 7—8.)

Oecst (Ibdlige).

De Trooster, de Heilige Geest, welken de Vader zonden zal in mijnen naam, die zal u alles leoren, en zal u indachtig maken alles, wat ik u gezegd heb. (Joh. 14:26.)

Maar wanneer die zal gekomen zijn. vnnK.-Ivjk do Greest der waarheid, hij zal u in al de waarheid leiden: want hij zal van zich zeiven niet spreken, maar zoo wat hij zal gehoord hebben, zal hij sproken, en do toekomende dingen zal hij u verkondigen. (Jon. 16:13.)

Er is verscheidenheid van gaven, doch liet is dezelfde Geest. Maar aan oen iegelijk

ocr page 35

gt;voocy ooo c

SEEST (HEILIGE). 23 GEEST (HEILIGE).

wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is. (1 Cor. 12: 4, 7.)

Wij hebben niet ontvangen den geeat dei-wereld, maar den Geest, die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn. Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de mensche-lijke wijsheid leert, maar met woorden, die do Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. Maar de natuurlijke mensch begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn: want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. (1 Cor. 2; 12-14.)

Weet gij niet,, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, die in u is, dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? (1 Cor. 6:19.)

Gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreeze; maar gij hobt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door welken wij roepen; Abba, Vader! Dezelve Geest getuigt met

ocr page 36

GEEST (HEILIGE). 24 GEEST (HEILIGE).

onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. (Rom. 8 ; 15, 16.)

Verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uwen Heiligen fi-eest niet van mij. (Ps. 51: 13.)

Leer mij uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God; uw goede Geost geleide mij in een effen land. (Ps. 143:10.)

Een iegelijk, die cenicj woord spreken zal togen don Zoon des menschen, het zal hem vergeven worden; maar wio tegen den Heiligen Geest gelasterd zal hebben, dien zal het niet vergeven worden. (Luc. 12:10.)

Bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door wolken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing. (Efez. 4 : 30.)

Do vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. (Gal. 5:22.)

ocr page 37

^gt;oyzgt;'^gt;olt;r-•oquot;,0''0,0quot;0'gt;rxgt;'0,ooO)ic*gt;0'vcgt;lt;^gt;cyogt;c»oxz»cy'0''-o?cgt;S^

O

GEHOORZAAMHEID. 25 GEHOORZAAMHEID.

§

©cbootjaambeiCi.

Men moet O-ode meer gehoorzaam zijn dan den menschen. (Hand. 5 :29.)

Heeft, de heek lust aan brandofferen en slachtoffers, als aan het gehoorzamen van ij de stem des hebben? Zie, gehoorzamen is l beter dan slachtoffer, opmerken dan hot vette der rammen. (1 Sam. 15 : 22.)

Weet gij niet, dat wien gij u zeiven stolt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt. of der zonde tot den dood, of dor gehoorzaamheid tot gerechtigheid? (liom. 6 :16.)

Die in den Zoon gelooft, die hooft hot eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. (Joh. 3 ; 36.)

En in gedaante gevonden als een mensch, heeft Christus zich zolven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja den dood des krnises. (Fil. 2 : 8.)

tl

0

ocr page 38

■■.■zxlt;zylt;^olt;^e»oo -o

GKHOORÏAAMHEID. 20 GELDOIKHIGIHKID.

CliJ kinderen! zijt uwen Ouderen gehoorzaam in don Heer: want dat is recht. Eert uwen vader on moeder (hetwelk het eerste gebod is met eene belofte), opdat het u welga, en dat gij lang loeft op de aarde. (Efoz. 6 : 1-3.)

Troeft den keizer dat des keizers is en Gode dat Gods is. (Matth. •32 : 21.)

Vermaan hen, dat zij aan de Overheden on Machten onderdanig zijn. dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn. (Tit. 3 ; 1.)

Zijt uwen voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig: want zij waken voor uwe zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende: want dat is u niet nuttig. (Hebr. 13 : 17.)

©clögicrigbdö.

De gierigheid is afgodendienst. (Col. 3 : 5.) Die gierigheid pleegt, beroert zijn huis; maar

ocr page 39

quot;Vj - ovO'-o^o-'-ooc^o^

I

GELDGIERIGHEID. 27 GELOOF.

die geschenken haat, zal leven. (Spr. 15 ; 27.)

Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke do mcn-schen doen verzinken in verderf en ondergang. Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen Inst hebbende zijn afgedwaald van liet geloof, en hebben zich zeiven met vele smarten doorstoken. (1 Tim. 6 : 9, 10.)

Ziet too on wacht u van de gierigheid: want hot is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijne goederen. (Luc. 12 :15.)

Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zilt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten. (Hebr. 13: 5.)

©eloof.

Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, e« een bewijs der zaken, die men niet ziet. (Hebr. 11:1.)

ocr page 40

GELOOF.

28

GELOOF.

Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet gelooven, dat Hij is, en een belooner is dergenen, die Hem zoeken. (Hebr. 11 ; 6.)

CtIJ gelooft, dat God een eenig God is; gij doet wel: de duivelen gelooven hot ook, en zij sidderen. (Jac. 2 : 19.)

Onderzoekt u zeiven, of gij in het geloof zijt; beproeft u zeiven. (2 Cor. 13 : 5.)

Zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben. (Joh. 20:29.)

Geloof in den Heer Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en nw huis. (Hand. 16:31.)

Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave. (Efez. 2 ; 8.)

Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heer Jezus Christus. (Rom. 5 : 1.)

Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb don loop geëindigd, ik heb hot geloof behouden. Voorts is mij weggelegd do kroon dei-rechtvaardigheid, wolko mij do Heer, do rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en

ocr page 41

I O

GELOOF. 29 GEMEENTE.

0 | niet alleen mij, maar ook allen, die zijne 0

verschijning liefgehad hebben. ('2 Tim. 4 : 7,8.)

Dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. (1 Joh. 5 : 4.)

Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heer, hebt aangenomen, wandelt alzoo in hem. Geworteld en opgebouwd in hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging. (Col. 2 : 6, 7.)

Gelijk liet lichaam zonder geest dood is, alzoo is ook het geloof zonder de werken dood. (Jac. 2 : 26.)

Vermeerder ons het geloof. (Luc. 17 : 5.)

^ I -

i $ Gemeente.

Gij zijt Petrus, en op deze Petra zal ik mijne gemeente bouwen, en de poorten dei-hel zullen dezelve niet overweldigen. (Matth. 16 : 18.)

En de Heer deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden. (Hand. 2 : 47.)

ocr page 42

GEMEENTE.

30

GEMEENTE.

Indien uw broeder tegen u gezondigd lieofi., ga Iieon en bestraf hem tussuhen u en hom alleen; indien hij u hoort, zoo hebt gij uwen broeder gewonnen. Maar indien hij it niet hoort, zoo neem nog één of twee met u; opdat in den mond van twee of drie getuigen alle woord besta. En indien hij dezelven geen gehoor geeft, zoo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zoo zij hij u als de heiden en de tollenaar. (Matth. 18 : 15-17.)

Zoo hebt dan acht op u zeiven, en op de geheele kudde, over dewelke u de Heiligo Geest tot Opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke hij verkregen hoeft door zijn eigen bloed. (Hand. 20:28.)

Christus heeft de gemeente liefgehad en zich zolven voor haar overgegeven, opdat hij haar heiligen zou met liet bad des waters door het woord, opdat hij haar zich zeiven heerlijk zou voorstellen, eene gemeente, die geene vlek of rimpel heeft of iets dorgelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onborispelijk. (Efez. 5 : 25 — 27.)

ocr page 43

GEXADE.

31

SENADE.

©cnaöe.

Bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen ; maar mijne goedertierenheid zal van u niet wijken, en liet verbond mijns vredes zal niet wankelen, zegt de hkeh, uw Ont-fermer. (Jes. 54 :10.)

Uit zijne volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en do waarheid is door Jezus Christus geworden. (Joh. 1:16, 17.1

Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde, en waaide zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest. Opdat, gelijk do zonde goheerscht heeft tot den dood, alzoo ook de genade zou heerschen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heer. (Rem. 5 : 20, 21.)

Wat zullen wij dan zeggen? zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde ? Dat zij verre. Wij, die der zonde

OOOjCXXO O.'-O.-O )OüOOC

ocr page 44

ó O

O Ö

O GENADE. 33 GENADE. f)

O ö

gestorven zijn, hoo zullen wij nog in dezelve 5

leven? (Kom. 6:1, 2.)

Want do zaligmakende genade Gods is verschenen aan allo menschen en onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid endewereld-scho begeerlijkheden verzakende, matig, en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld; verwachtende do zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den grooten God en onzen Zaligmaker, Jezus Christus; die zich zeiven voor ons gegeven hoeft, opdat hij ons zou verlossen van allo ongerechtigheid, en zich zeiven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. (Tit. 2:11-14.)

Daarom opschortende do lendenen uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt vol-komeulijk op de genade, die u toegebracht wordt in do openbaring van .Jezus Christus. (1 Petr. 1; 13.)

Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heer eu Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en inden dag der eeuwigheid. Amen. (2 Potr. 3:18.)

• 'CKSOCO-OtevCvO

ocr page 45

ÖOD.

33

GOD.

©OÖ.

In den beginne schiep God den hemel en de aarde. (G-en. 1:1.)

En God schiep den mensch naar zijn beeld, naar hot beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep hij ze. (Gen. 1 : 27.)

Weet gij het niet? hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de heer, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geene doorgronding van zijn verstand. Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geene krachten heeft. (Jes. 40 : 28, 29.)

Ik zal den naam des heeren uitroepen; geeft onzen God grootheid! Hij is de rotssteen, wiens werk volkomen is: want al zijne wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij. (Deut. 32 : 3, 4.)

God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens menschen kind, dat het Hem berouwen zou! Zou Hij het zeggen, en niet doen? of

3

ocr page 46

GODDELOOSHEID.

34

GOD.

•spreken, en niet bestendig maken? (Num. 23 : 19.)

De heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. (Ps. 23 : 1.)

Er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus. (1 Tim. 2 : 5.)

quot;Wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft. God is liefde; en die in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem. (1 Joh. 4 : 16.)

Gij zult liefhebben den Heer, uwen God, met geheel uw hart, en met geheel uwe ziel, en met geheel uw verstand. (Matth. 22 : 37.)

Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot den dood toe. (Ps. 48 : 15.)

©oööeloosbcit1.

quot;Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddeloozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters. (Ps. 1:1.)

ocr page 47

GODDELOOSHEID.

85

GODDELOOSHEID.

De heer kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddeloozen zal vergaan. (Ps. 1:6.)

De boosheid zal den goddelooze dooden; en die den rechvaardige haten, zullen schuldig verklaard worden. (Ps. 34 : 22.)

De weg der goddeloozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zi] struikelen zullen. (Spr. 4:19.)

De goddeloozen, zegt mijn God, hebben geenen vrede. (Jes. 57 : 21.)

De goddelooze heeft vele smarten, maar die op den heer vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen. (Ps. Si : 10.)

Als Ik tot den goddelooze zeg: o goddelooze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddelooze van zijnen weg af te manen; die goddelooze zal in zijne ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uwe hand eischen. (Ezech. 33:8.)

Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddelooze en zondaar verschijnen? (1 Petr. 4:18.)

Christus, als wij nog krachteloos waren.

ocr page 48

GODDELOOSHEID.

GODSDIENST.

36

is te zijner tijd voor de goddeloozen gestorven. (Rom. 5:6.)

©oösötcnst

Ik bid u dan, broeders! door de ontfer-mingen Gods, dat gij uwe lichamen stelt tot eene levende, heilige en Gtode welbehage-lijke offerande, welke is uw redelijke Godsdienst. (Rom. 12 ; 1.)

Indien iemand onder u dunkb, dat hij godsdienstig is, en hij zijne tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, dezes Godsdienst is ijdel. (Jac. 1: 26.)

Do zuivere en onbevlekte Godsdienst voor God en den Vader is deze: weezen en weduwen bezoeken in hunne verdrukking, en zich zeiven onbesmet bewaren van de wereld. (Jac. 1 : 27.)

ocr page 49

GODSVRUCHT.

37

GODSVRUCHT.

0c»tgt;0imicbt..

Den HEERE. uwen God, zult gij navolgen, en Hem vreezen, en zijne geboden zult gij houden, en zijne stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen, en Hem aanhangen. (Deut. 13:4.)

Ken Hem in al uwe wegen en Hij zal uwe paden recht maken. (Spr. 3 : 6.)

Let op den vromen, en zie naar den op-reohten, want het einde van dim man zal vrede zijn. (Ps. 37 :37.)

De lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de Godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens. (1 Tim. 4:8.)

De godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. (1 Tim. 6; 6.)

0 hoe groot is uw goed. dat Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vreezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de tegenwoordigheid der men-schen-kinderen! (Ps. 31:20.)

ocr page 50

aoEDHi'.r D,

38

HAAT.

öocöbciö.

0 mijne ziel! gij hebt tot den heek gezegd: Gij zijt de heer, mijne goedheid raakt niet tot U. (Ps. 16 : 2.)

Uw Vader, die in de hemelen is, doet zijne zon opgaan over boozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (Matth. 5 : 45.)

De heek is aan allen goed, en zijne barmhartigheden zijn over al zijne werken. (Ps. 145 : 9.)

Ibaat.

Haat verwekt krakeelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe. (Spr. 10 : 12.)

Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij. (Spr. 15 : 17.)

Indien iemand zegt: ik heb God lief; en haat zijnen broeder, die is oen leugenaar: want die zijnen broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefheb-

ocr page 51

HART.

HAAT.

39

ben, dien hij niet gezien heeft? (1 Joh. 4 : 20.)

Een iegelijk, die zijnen broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende. (1 Joh. 3 : 15.)

Hebt uwe vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, dieuhaten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen. (Matth. 5 : 44.)

Ibart.

Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens. (Spr. 4 ; 23.)

Arglistig is het hart, meer dan eenig ding, ja doodelijk is het, wie zal het kennen? Ik, de heer, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een' iegelijk te geven naar zijne wegen, naar de vrucht zijner handelingen. (Jer. 17 ; 9, 10.)

Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijne gedachten. En zie,

ocr page 52

xoo-

hart. 40 hakt.

of bij mij een schadelijke weg zij: en leid mij op den eeuwigen weg. (Ps. 139; 23, 24.)

Want van binnen uit het hart der men-schen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hoovaardij, onverstand. Al deze booze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den mensch. (Mare. 7 : 21—23.)

Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij eenen vasten geest. (Ps. 51 : 12.)

Zalig zijn de reinen van harte; want zii zullen G-od zien. (Matth. 5 : 8.)

De mensch ziet aan wat voor oogen is, maar de heer ziet het hart aan. (1 Sam. 16 : 7.)

De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten. (Ps. 51: 19.)

Hij geneest de gebrokenen van harte, en Hij verbindt hen in hunne smarten. (Ps. 147 : 3.)

ocr page 53

V-gt;V gt;

HART. 41 HEILIGHEID.

Indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen. (1 Joh. 3 ; 20.)

■Ibeüuibciö.

Heilig, heilig, heilig is de heer der heir-scharen! De gansche aarde is van zijne heer-lijkheid vol! (Jes. 6 : 3.)

O heek! wie is als Gij onder de Goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vree-selijk in lofzangen, doende wonder! (Exod. 15 ; 11.)

Ik ben de heer uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben. (Lev. 11 ; 44.)

Laat ons ons zeiven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods. (2 Cor. 7 : 1.)

Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heer zien zal. (Hebr. 12 : 14.)

ocr page 54

ooo

HEILIGHEID. 42 IIOOSMOED.

(lelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, zoo wordt ook gij zeiven heilig in al uwen wandel. Daarom dat er geschreven is; zp heilig, want Ik ben heilig. (1 Petr. 1 : 15, 16.)

Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is. (Matth. 5 ; 48.)

Iboogmoct».

Als de hoovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid. (Spr. 11 ; 2.)

Vóór de verbreking zal des menschen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat vóór de eer. (Spr. 18 : 12.)

Tracht niet naar de hooge dingen, maar voegt u tot de nederigen. Zijt niet wijs bij u zeiven. (Rom. 12 : 16.)

Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende. (Gal. 5 : 26.)

De vreeze des heeeen is, te haten het

ocr page 55

HOOGMOED.

4s

HOOP.

kwade, de hoovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg. (Spr. 8 : 13.)

Zijt met de ootmoedigheid hekleed: want G-od wederstaat de hoovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade. Vernedert u dan onder de krachtige hand G-ods, opdat Hij u verhooge te zijner tijd. (1 Petr. 5 ; 6, 7.)

Vernedert u voor den Heer, en Hij zal u verhoogen. (Jac. 4 : 10.)

quot;Want een iegelijk, die zich zeiven verhoogt, zal vernederd worden; en die zich zeiven vernedert , zal verhoogd worden. (Luc. 14 :11.)

Iboop.

De uitgestelde hoop krenkt het hart. (Spr. 13 : 12.)

Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des heeren. (Klaagl. 3 : 26.)

En nu, wat verwacht ik, o Heer! mijne hoop, die is op ü. (Ps. 39 : 8.)

Verblijdt u in de hoop. (Rom. 12 : 12.) En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde

ocr page 56

HUWELIJK.

44

HOOP.

Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, die ons is gegeven. (Rom. 5:5.)

Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jezus Christus, die, naar zijne groote barmhartigheid, ons heeft wedergeboren, tot eene levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de dooden. (1 Petr. 1 : 3.)

De God nu der hoop vervulle uliedenmet alle blijdschap en vrede in het gelooven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, docr de kracht des Heiligen Geestes. (Rom. 15 : 13.)

Ibuweltjh.

Ook had de heeee God gesproken: het is niet goed, dat de mensch alleen zij; Tk zal hem eene hulpe maken, die als tegen hem over zij. (Gen. 2 : 18.)

Gij zult niet echtbreken. (Exod. 20 : 14.)

Van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt. Daarom zal een mensch zijnen vader en zijne moeder verlaten en zal zijne vrouw aanhangen, en

ocr page 57

die twoe zulloii tot een vleesch ziju. (Marc. 10 : 6-8.)

Den getrouwden gebiede niet ik, maar de lieer, dat do vrouw van den man niet scheido. En indien zij ook scheidt, dat zij ongetrouwd blijve, of met den man vorzoene; en dat de man de vrouw niet verlate. (1 Oor. 7 : 10, 11.)

Die eene vrouw gevonden heeft, heeft eene goede zaak gevonden, en hij heeft welgevalion getrokken van den heer. (Spr. 18 : 22.)

Zoo dan ook gijlieden, elk in liet bijzonder, een iegelijk hebbe zijne eigene vrouw alzoo lief als zich zeiven; en de vrouw sic, dat zij den man vreeze. (Efez. 5 : 33.)

Jeugö.

Verblijd u, o jongeling! in uwe jeugd, en laat uw hart zich vermaken in do dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwing uwer oogen; maar weet, dat God, om al deze

ocr page 58

JEZUS CHRISTUS.

4fi

JEUGD,

dingen, u zal doen komen voor liet gericht. (Pred. 11:9.)

En gedenk aan uwen Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en do jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: ik heb geenen lust in dezelve. (Pred. 12 : 1.)

Vlied de begeerlijkheden der jonkheid. (2 Tim. 2 : 22.)

Het is goed voor eenen man, dat hij liet juk in zijne jeugd draagt. (Klaagl. 3 : 27.)

Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar uwe goedertierenheid, om uwer goedheid wil, o heer ! (Ps. 25 : 7.)

Jcjus Cbristus.

Dit is het eeuwige leven, dat zij ü kennen, tien eenigen waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt. (Joh. 17 ; 3.)

Niemand heeft ooit God gezien; de eenig-

ocr page 59

gt;olt; o-•ooooxDoot/.:

JEZUS CHRISTUS. 47 JEZUS CHRISTUS.

geboren Zoon, die in den schoot des Vaders is, die heeft Hem ons verklaard. (Joh. 1 : 18.)

Alzoo lief heeft G-od de wereld gehad, dat Hij zijnen eeniggeboren' Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. (Joh. 3 : 16.)

quot;Wij prediken Christus, den gekruisigden, den Joden wel eene ergernis, en den Grieken eene dwaasheid. Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods. (1 Cor. 1 : 23, 24.)

God was in Christus de wereld met zich zeiven verzoenende, hunne zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zoo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade: wij bidden van Christus wege, laat u met God verzoenen. Want dien, die geene zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in hem. (2 Cor. 5 : 19—21.)

Daarom heeft hem ook God uitermate

ocr page 60

JEZUS CHRISTUS.

48

JEZUS CHRISTUS.

verhoogd, on heeft hem eenen naam gegeven, welke boven allen naam is, opdat in den naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en allo tong zou belijden, dat Jezus Christus dé Heer zi], tot heerlijkheid Gods, des Vaders. (Fil. 2 : 9-il.)

Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door den Geest Gods spreekt, Jezus eene vervloeking noemt; en niemand kan zeggen Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest. (1 Oor. 12 : 3.)

Zoo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. (Rom. 8 ; 9.)

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. (Hebr. 13 ; 8.)

Onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heer Jezus Christus. (Fil. 3 : 20.)

Deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, geloovende, het leven hebt in zijnen naam. (Joh. 20 : 31.)

ocr page 61

6

KRANKHEID. 49 LEUfifeN.

IRranhbcif».

De geest eens mans zal zijne krankheid ondersteunen; maar eenen verslagenen geest, wie zal dien opheffen? (Spr. 18 : 14.)

De heek zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijne krankheid verandert Gij zijn gansche leger. (Ps. 41 ; 4.)

Jezus zeide: die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van noode, maar die ziek zijn. (Matth. 9 : 12.)

En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden met verscheidene ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij leide een' iegelijk van hen de handen op, en genas dezelven. (Lnc. 4 : 40.)

leugen.

Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naasten. (Exod. 20:16.)

Een valsch getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal niet ontkomen. (Spr. 19:5.)

oooocxo-xtk o oovixo lt;»oooo oooooooooöooooo* ■ :r»o-quot;lt;cgt;'0quot;'0gt; o lt;r ■ - -

Ö

ocr page 62

JEZUS CHRISTUS. 48 JEZUS CHRISTUS.

verhoogd, on hoeft hem eeiion naam gegeven, welke boven allen naam is, opdat in den naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en allo tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heer zij, tot heerlijkheid Gods, des Vaders. (Fil. 2 : 9-il.)

Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door den G-eest Gods spreekt, Jezus eene vervloeking noemt; en niemand kan zeggen Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest. (1 Oor. 12 : 3.)

Zoo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. (Rom. 8 : 9.)

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. (Hebr. 13 : 8.)

Onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heer Jezus Christus. (Fil. 3 : 20.)

Deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; on opdat gü, geloovende, het leven hebt in zijnen naam. (Joh. 20 : 31.)

ocr page 63

Krankheid.

49

leugfen.

Ikranhbciti.

De geest eens mans zal zijne krankheid ondersteunen; maar oenen verslagenen geest, wie zal dien opheffen ? (Spr. 18 : 14.)

De heer zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijne krankheid verandert Gij zijn gansche leger. (Ps. 41 : 4.)

Jezus zeide: die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van noode, maai- die ziek zijn. (Matth. 9 : 12.)

En als de zon onderging, brachten allen, diekranken hadden met verscheidene ziekten bevangen, die tot Hem, on Hij leide een' iegelijk van hen de handen op, en genas dezelven. (Luc. 4 ; 40.)

Xcugen.

Gij zult geene valscho getuigenis spreken tegen uwen naasten. (Exod. 20:16.)

Een valsch getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal niet ontkomen. (Spr. 19:5.)

4

o ■c»0s)0lt;~gt;--r« -o o^ooovooxrx ■oxrvxrgt;xgt;^gt;--rgt; o ■o- -c

ocr page 64

LEDGEN. 50 LIEFDE.

Het brood der leugen is den mensch zoet; maar daarna zal zijn mond vol van zand-steentjes worden. (Spr. 20:17.)

Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugens spreekt, zal voor mijne oogen niet bevestigd worden. (Ps. 101 :7.)

En in haar zal niet inkomen iets. dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt) maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams. (Openb. 21: 27.)

Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naasten; want wij zijn elkanders leden. (Efez. 4 :25.)

Ik haat de valschheid, en heb er eenen gruwel van; maar uwe wet heb ik lief. (Ps. 119:163.) _

ÜLieföe.

God is liefde. (1 Joh. 4; 8.)

Ziet, hoe groote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zi] Hem niet kent. (1 Joh. 3:1.)

ocr page 65

O

O Ö

LIEFDE. 51 LIEFDE.

O

ö

Hierin is de liefde, niet dat wij God lief-| geliad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en zijnen Zoon gezonden heeft tot 0 eene verzoening voor onze zonden. Geliefden ! indien God ons alzoo lief heeft gehad, zoo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben. (1 Joh. 4 :10, 11.)

Al ware het, dat ik de talen der menschen en der Engelen sprak, en de liefde niet had, zoo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden. (1 Cor. 13; 1.)

Indien gy mij liefhebt, zoo bewaart mijne geboden. (Joh. 14 ; 15.)

Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij

mijne discipelen zijt, zoo gij liefde hebt onder elkander. (Joh. 13 : 35.)

Laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken. (Hebr. 10:24.)

De Heer vermeerdere u, en make ic overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u. (1 Thess. 3 :12.)

Dient elkander door de liefde. Want de

o

SS -'OO-O'ogt;o^cgt;O'-O^O'OXOlt;_-■ -O

Q

ocr page 66

LIKFDE.

52

LIEFDE.

geheele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit; gij zult uwen naasten liefhebben, gelijk u zeiven. (Gal. 5:13, 14.)

En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid. (Col. 3; 14.)

Indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon bebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? (Math. 5:46.)

Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken. (1 Petr. 4 : 8.)

De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren ; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet liehtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen. Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zich zelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad. Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid. Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen. (1 Cor. 13: 4—7.)

En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde. (1 Cor. 13 : 13.)

ocr page 67

LIJDEN.

58

LIEFDE.

De liefde vergaat nimmermeer. (1 Cor. 13 ; 8.)

Het einde des gebods is liefde uit een rein hart en uit een goed geweten en uit een ongeveinsd geloof. (1 Tim. 1 : 5.)

ïijöcn.

In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goeden moed, ik heb de wereld overwonnen. (Joh. 16 : 33.)

Mijne broeders! neemt tot een voorbeeld des lijdens en der lankmoedigheid de profeten, die in den naam des Heeren gesproken hebben. (Jac. 5 ; 10.)

Wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar zijn voornemen geroepen z\]n. (Eom. 8 : 28.)

Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waar-deeren tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. (Rom. 8 : 18.)

ocr page 68

^lt;gt;lt;gt;lt;^O^lt;!Nlt;gt;«O''Cgt;lt;gt;gt;CXlt;r^Olt;lt;S0Ogt;'Cgt;O)0O'Ogt;.quot;O0O0O0Olt;.Cgt;jOlt;lt;O0Cgt;gt;C5lt;lt;gt;gt;Olt;lt;3lt;lt;^gg

O O

LIJDEN. 54 MEDELIJDEN.

O ö

Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame ziuh niet, maar verhoerlijke God in dezen deele. (1 Petr. 4 : 16.)

Is iemand onder u in lyden? dat hij bid-de. (Jac. 5 ; 13.)

Zoo dan ook die lijden naar den wil van (rod, dat zij hunne zielen Hem, als den getrouwen Schepper, bevelen met weldoen. (1 Petr. 4 ; 19.)

flDeöeltjöen.

Draagt elkanders lasten, en vervult alzoo de wet van Christus. (Gal. 6 : 2.)

Zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk. (1 Petr. 3 : 8.)

Hetzij dat één lid lijdt, zoo lijden al de leden mede; het zij dat één lid verheerlijkt wordt, zoo verblijden zich al de leden mede. En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder. (1 Cor. 12 : 26, 27.)

Wij hebben geenen Hoogepriester, die niet

ocr page 69

)oooflt;r*gt;olt;gt;olt;lt;^oooooooolt;gt;0)olt;gt;olt;)cgt;gg ONSTERFELIJKHEID.

kan medelijden hebben mot onze zwakheden, maar die in allo dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonderzonde. (Hebr. 4:15.)

©ngeloof.

Wat zijt gij zoo vreesachtig? hoe hebt gij geen geloof? (Mare. 4 :.40.)

Zijt niet ongeloovig, maar geloovig. (Joh. 20 : 27.)

Ik geloof, Heere! kom mijne ongeloovig-heid te hulp. (Mare. 9 : 24.)

Zoo iemand de zijnen, en voornamelijk zijne huisgenooten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongeloovige. (1 Tim. 5 : 8.)

©nsterfeltifïbetö.

Jezus zeide: Ik ben de opstanding en het leven; die in mij gelooft, zal leven, al ware

ooooooc

ocr page 70

gt;JO-

ONSTERFELIJKHEID. 56 ONSTERFELIJKHEID.

hij ook gestorven. En een iegelijk, die leeft, en in mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? (Joh. 11: 25, 26.)

Vreest u niet voor degenen, die het lichaam dooden, en de ziel niet kunnen dooden; maar vreest veel meer Hem, die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel. (Matth. 10 : 28.)

Dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden dat geschreven is: de dood is verslonden tot overwinning. (1 Cor. 15 : 53, 54.)

De zalige en alleen machtige Heer, de Koning der koningen, en Heer der heeren; die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; denwelken geen mensch gezien heeft noch zien kan; welken zij eer en eeuwige kracht. Amen. (1 Tim. 6 : 15, 16.)

ocr page 71

OOTMOED.

57

OOTMOED.

©otmoeö.

Hij heeft u bekend gemaakt, o mensch! wat goed is: en wat ei.scht de heer van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te liobben, en ootmoedigiijk te wandelen met nwen God ? (Micha 6 : S.)

Met de ootmoedigen is wijsheid. (Spr. 11:2.)

Zijt niet hooggevoelende, maar vrees! (Rom. 11 : 20.)

Boet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den anderen uitnemender dan zich zeIven.(PiL 2:3.)

Zoo bid ik u dan, ik de gevangene in den Heer, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt. Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde. (Efez. 4 :1, .2.)

Zoo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, do innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid. (Col. 3: 12.)

ocr page 72

OPKECHTIIEIP,

58

OPSTANDING.

©prccbtbciö.

Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des hberen gaan. (Ps. 119:1.)

Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker. (Spr. 10 : 9.)

Want God, de heee, is eene zon en schild; de heer zal genade en eere geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen. (Ps. 84 :12.)

Zijt dan voorzichtig gelijk de slanger.. en oprecht gelijk de duiven. (Matth. 10:16.)

©pstanöing.

Uwe dooden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan: waakt op en juicht, gij, die in het stof' woont! want uw dauw zal zijn als een dauw der moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. (Jes. 26:19.)

Indien er geene opstanding der dooden is, zoo is Christus ook niet opgewekt. En indien Christus niet opgewekt is, zoo is dan onze

ocr page 73

OPSTANDING.

59

OPSTANDING.

prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof. (1 Cor. 15 :13, 14.)

Indien de Geest desgenen, die Jezus uit de dooden opgewekt heeft, in u woont, zoo zal Hij, die Christus uit de dooden opgewekt heeft, ook uwe sterfelijke lichamen levend maken door zijnen Geest, die in u woont. (Rom. 8: 11.)

Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de dooden is opgewekt. {2 Tim. 2:8.)

Want daartoe is Christus ook gestorven en opgestaan, en weder levend geworden, opdat hij beide over dooden en levenden heer-schen zou. (Rom. 14 :9.)

De ure komt, in welke allen, die in de graven zijn, zijne stem zullen hooren. En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis. (Joh. 5 : 28, 29.)

Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid ; het wordt gezaaid

ocr page 74

0

OPSTANDING. 60 OPSTANDING,

in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam. (1 Cor. 16:42-44.)

Want als zij uit de dooden zullen opgestaan zijn, zoo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk Engelen, die in de hemelen zijn. (Mare. 12 : 25.)

Ziet, ik zeg u eene verborgenheid; wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden. In een punt des tijds, in een oogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de dooden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. (1 Oor. 15 : 51, 52.)

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter/tawd Gods. (Col. 3 ; 1.)

ocr page 75

OPVOEDING.

61

OPVOEDINO.

©pvocötng.

Jezus zeide : laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen. (Matth. 19 : 14.)

Leer den jongen de eerste beginselen naar don eisch zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken. (Spr. 22: 6.)

Gij vaders ! verwekt uwe kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de leering en vermaning des Heeren. (Efez. 6 : 4.)

Gij vaders! tergt uwe kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. (Col. 3:21.)

Tuchtig uwen zoon, en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uwe ziel vermakelijkheden geven. (Spr. 29 ; 17.)

Tuchtig uwen zoon, als er nog hoop is: maar verhef uwe ziel niet, om hem te dooden. (Spr. 19:18.)

ocr page 76

OUT'ER [)OM.

G2

ODDEHb.

©uöerbom.

De grijsheid is eene sierlijke kroon, zij wordt op den weg dei- gerechtigheid gevonden. (Spr. 16 : 31.)

Bestraf eenen ouden man niet hardel ijk, maar vermaan hem als eenen vader; de jongen als broeders. (1 Tim. 5 : 1.)

O Grod ! G-ij hebt mij geleerd van mijne \ jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik uwe wonderen. Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God! ; totdat ik dezen geslachte verkondige uwen arm, allen nakomelingen uwe macht. (Ps. 71; 17, 18.)

©uöers.

Gij kinderen! zijt uwen ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Hoere wol-behagelijk. (Col. 3 : 20.)

Eert uwen vader en uwe moeder, opdat c uwe dagen verlengd worden in het land, c dat u de heer uw God geeft. (Exod. 2G : 12.)

o

ocr page 77

SCHRIFTEN (HEILIGE).

Hoor naar uwen vader, die n gewonnen heeft; en veracht uwe moeder niet, als zij oud geworden is. (Spr. 23 : 22.)

Het oog, dat den vader bespot, of de gehoorzaamheid der moeder veracht, dat zullen de raven der beek uitpikken, en des arends jongen zullen het eten. (Spr. 30 : 17.)

Wie zijnen vader of zijne moeder vloekt, diens lamp zal uitgebluscht worden in zwarte duisternis. (Spr. 20 : 20.)

o

Scbnftcn (Ibeilige).

Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van mij getuigen. (Joh. 5 : 39.)

Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens menschen, maaide heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben se gesproken. (2 Petr. 1 : 21.)

Al de Schrift is van God ingegeven, en is

63

ocr page 78

SCHRIFTEN (HEILIGE). (gt;4

nuttig tot leering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is. (2 Tim. 3 ; 16.)

Maar blijf gij in hetgeen gij geloerd hebt, en imarvan u verzekering gedaan is, wetende van wien gij het geleerd hebt, en dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is. (2 Tim. 3 : 14, 15.)

En die van Beréa waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzoo waren. (Hand. 17 ; 11.)

Uw woord is eene lamp voor mijnen voet, en een licht voor mijn pad. (Ps. 119 :105.)

Spot.

De spottor zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wi/zen. (Spr. 15 : 12.)

SPOT.

ocr page 79

STRIJD.

65

SPOT.

Gerichten zijn voor de spottors bereid, en slagen voor den rug der zotten. (Spr. 19:29.)

Maar geliefden! gedenkt gij der woorden, die voorzegd zün van de Apostelen van onzen Heer Jezus Christus: Dat zij ugezegd hebben, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hunne goddelooze begeerlijkheden wandelen zullen. (Jud.: 17, 18.)

Dwaalt niet; G-od laat zich niet bespotten: want zoo wat de mensch zaait, dat zal hij ook maaien. (Gal. 6 : 7.)

Zekerlijk de spotters zal Hij bespotten; maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven. (Spr. 3:34.)

StrfjÖ.

Heeft niet de mensch eenen strijd op de aarde? en zijn zijne dagen niet als de dagen des daglooners? (Job 7:1.)

Strijdt om in te gaan door de enge poort: want velen, zeg ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen. (Luc. 13 : 24.)

ocr page 80

STRIJD.

66

STRIJD.

Strijd den goeden strijd des geloofs. (1 Tim. 6 ; 12.)

Wij hebben den strijd niet tegen vleeseli en bloed, maar tegen de Overheden, tegen de Machten, tegen de geweldhebbers dei-wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Daarom neemt aan de geheele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den boozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. (Ef. 6 ; 12, 13.)

Gij hebt nog tot den bloede toe niet tegengestaan, strijdende tegen de zonde. (Hebr. 12 : 4.)

En in zwaren strijd zijnde, bad Jez.is te ernstiger. (Luc. 22 ; 44.)

Indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zoo hij niet wettelijk heeft gestreden (2 Tim. 2 : 5.)

[k bid u, broeders! door onzen Heer Jezus Christus, en door de liefde des Geestos, dat gij met mij strijdt in de gebeden tot God voor mij. (Rom. 15 : 30.)

Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb

ocr page 81

TEVREDENHEID.

67

STRIJD.

den loop geëindigd, ik heb liet geloof be-houden; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid. (2 Tim. 4 : 7, 8.)

tTcvreöcnbdö.

Do godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging. (1 Tim. 6: 6.)

Ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft. (Fil. i; 11—13.)

Wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen. Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn. (1 Tim. 6 : 7, 8.)

Uw wandel zij zonder geldgierigheid en zijt vergenoegd met het tegenwoordige, want

ocr page 82

TEVREDENHEID.

Hij lieoft gezegd: Ik zal u niet begeven en ik zal u niet verlaten. (Hebr. 13:5.)

ïloorn.

Zijt niet haastig in uwen geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen. (Pred. 7:9.)

Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uwe toornigheid. (Efoz. 4 : 26.)

Zoo dan, mijne geliefde broeders! een iegelijk mensch zij rasch om te hoeren, traag om te spreken, traag tot toorn. Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet. (Jac. 1; 19, 20.)

Do toorn Q-ods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der menschen, als die de waarheid in ongerechtigheid te onderhouden. (Eom. 1: 18.)

O heer! straf mij niet in uwen toorn, en kastijd mij niet in uwe grimmigheid! (Ps. 6:2.)

ooxrxo'.ovo«oolt;oooooo-exoxsnoo

TOORN.

ocr page 83

THOUW.

09

TOOBN.

Wie is een God, gelijk Gij, die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt zijnen toorn niet in eeuwigheid: want Hij heeft lust aan goedertierenheid. (Micha 7 :18.)

Want Goa heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onzen Heer Jezus Christus. (1 ïhess.5:9.)

Crouw.

Een gansch getrouw man zal veelvoudig zijn in zegeningen. (Spr. 28; 20.)

Die getrouw is in het minste, die is ook in het groote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het groote onrechtvaardig. Zoo gij dan in den onrecht-vaardigen Mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen ? En zoo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven. (Luc. 16: 10—12.)

Maar de Heer is getrouw, die u zal ver-

ocr page 84

TROUW. 70 TWIST.

sterken en bewaren van den boozen. (2 Thess. 3 : 3.)

Gij zult dan weten, dat de heeb, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en zijne geboden houden, tot in duizend geslachten. (Deut. 7 :9.)

Zijt getrouw tot don dood en ik zal u geven de kroon des levens. (Openb. 2 : 10.)

Cwtst.

Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief. (Spr. 17 ; 19.)

Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar do lankmoedige zal den twist stillen. (Spr. 15 ; 18.)

Vaar niet haastelijk voort om te twisten, opdat gij misschien in het laatste daarvan niet wat doet, als uw naaste u zou mogen beschaamd hebben. Twist uwe twistzaak met uwen naaste; maar openbaar het heimelijke van oen ander niet. Opdat degene, die

ocr page 85

TWIJFEL.

71

TWIST.

het hoort, u niet smade, want uw kwaad gerucht zou niet afgekeerd worden. (Spr. 25 : 8-10.)

Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zich zeiven. (Fil.2 : 3.)

Dengenen, die twistgierig zijn, en die dei-waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden. (Eom. 2 : 8.)

Waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle booze handel. (Jac. 3; 1(5.)

Betuig voor den Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut is dan tot verkeering der toehoorders (2 Tim. 2 : 14.)

Cwijfcl.

Voorwaar zog ik u, dat, zoo wie tot dezon borg zal zeggen: word opgeheven en in do zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal golooven, dat hetgeen hij

ocr page 86

VERGELDING.

72

TWIJFEL,

zegt geschieden zal, het zal hem geworden, zoo wat hij zegt. (Mare. 11 : 23.)

Hebt gij geloof? heb dat bij u zeiven voor God. Zalig is hij, die zich zeiven niet oordeelt in hetgeen hij voor goed houdt. Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde. (Rom. 14 : 22. 23.)

Die twijfelt, is eene baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op- en nederge-worpen wordt. (Jac. 1 : 6.)

Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijne wegen. (Jac. 1 : 8.)

IDergclötug.

Die zich des armen ontfermt, leent den heere ; en Hij zal hem zijne weldaad vergelden. (Spr. 19:17.)

Al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere, en niet den menschen. Wetende, dat gij van den Heer zult ontvangen de ver-

ocr page 87

gt;oooolt;rgt;lt;r-- lt;

VF.RüELDIKG. 73 VERGELDING.

gelding der erfenis; want gij dient den Heero Christus. Maar die onrecht doet. die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft: en er is geene aanneming des persoons. (Col. 3:23—25.)

Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle menschen (Eom. ]2:17.)

Ziet. dat niemand kwaad voer kwaad iemand vergel®; maar jaagt allen tijd het goede na. zoo jegens elkander als jegens allen. (1 Thess. 5 :15.)

Indien degene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zoo hij dorstig is, geef hem water te drinken. Want gij zult vurige kolen op zijn hoofd hoepen, en de heek zal het u vergelden. (Spr. 25:21, 22.)

Wreekt u zeiven niet, beminden! maar geeft den toorn plaats: want er is geschreven : Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heer. (Rom. 12 ; 19.)

De Zoon des menschen zal komen in do heerlijkheid zijns Vaders, met zijne Engelen, en alsdan zal hij een' iegelijk vergelden naar zijn doen. (Matth. 16 : 27.)

ocr page 88

veroevino.

IDcrgcvfng.

Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. (Ps. 32 :1.)

Om uws naams wil, heer! zoo vergeef mijne ongerechtigheid, want die is grooc. (Ps. 25:11.)

Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. (Matth. 6:12.)

Indien gij don monschon hunne misdaden vergeeft, zoo zal uw hemelsche Vader ook u vergeven. Maar indien gij den menschen hunne misdaden niet vergeeft, zoo zal ook uw Vader uwe misdaden niet vergeven. (Matth. 6 :14, 15.)

Zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwljs ook God in Christus ulieden vergeven heeft. (Efez. 4:32.)

Indien wij onze zonden belijden. Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinigo van allo ongerechtigheid. (1 Joh. 1:9.)

Ciod was iu Christus do wereld met zich

veikievino.

ocr page 89

VERGEVING. 75 VERTROUWEN.

zeiven verzoenende, hunne zonden hun niet toerekenende. (2 Cor. 5 :19.)

Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben eenen Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den rechtvaardige. Eu hij is eene verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor do zonde der geheele wereld. (1 Joh. 2:1, 2.)

hertrouwen.

Het is beter tot den heee toevlucht te nemen, dan op den mensch te vertrouwen. (Ps. 118 :8.)

Zoo zogt de heer ; vervloekt is do man, die op eenen mensch vertrouwt, en vleesch tot zijnen arm stolt, en wiens hart van den heer afwijkt! Gezegend daarentegen is de man, die op den heeke vertrouwt, en wiens vertrouwen de heer is! (.Ier. 17:5, 7.)

In de vreeze des heeben is een sterk vertrouwen, en Hij zal zijnen kinderen eene toevlucht wezen. (Spr. 14 : 26.)

ocr page 90

VERTROUWEN. 70 VERZOEKING.

Mijn God ! op U vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden ; laat mijne vijanden niot van vreugde opspringen over mij. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die tronwolooslijk handelen zonder oorzaak. (Ps. 25:2, 3.)

IDcrsoefting.

Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak. (Mare. 14 : 38.)

Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den booze. (Matth. 6 :18.)

Acht het voor groote vreugde, mijne broeders! wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt. (Jac. 1 : 2, 3.)

Zalig is de man, die verzoeking verdraagt: want als hij beproefd zal geweest zijn, za. hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heer beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben. (Jac. 1 : 12.)

ocr page 91

VERZOEKING.

Een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijne eigene begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. (Jao. 1 : 14.)

Ulieden heeft geene verzoeking bevangen dan menschelijke; doch God is getrouw, die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt, maar Hij zal met do verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen. (1 Cor. 10 :13.)

Doet aan de geheele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. (Efez. 6 ; 11.)

Dlockcn.

Gij zult den naam des heeken uws Gods niet ijdelijk gebruiken: want de heer zal niet onschuldig houden, die zijnen naam ijdelijk gebruikt. (Exod. 20 : 7.)

Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de menschen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels. (Matth. 12 : 36.)

VLOEKEN.

ocr page 92

VOEDSKL.

78

VLIJT.

Wijt.

Do band der vlijtigen maakt rijk. (Spr. 10:4.)

De ziel des luiaards is begeerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden. (Spr. 13 : 4.)

Ga tot de mier, gij luiaard! zie hare wegen eu word wijs. (Spr. 6 : 6.)

Doeöscl.

Geef ons beden ons dageiijkscb brood. (Mattb. 6 : 11.)

Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geene spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven? (Luc. 12 : 24.)

Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: wat zullen wij eten? of wat zullen wij drinken? of waarmede zullen wij ons kleeden? Want al deze dingen zoeken de Heidenen: want uw hemelsche Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft. (Mattb. 6 : 31, 32.)

ocr page 93

VOEDSEL. 79 VOORBEELD.

De arbeider is zijn voedsel waardig. (Matth. 10: 10.)

Hetzij dat gijlieden eet. hetzij dal gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doch het al ter eere Gods. (1 Cor. 10 ; 31.)

Woorbeclö.

Betoon u zeiven in alles een voorbeeld van goede werken. (Tit. 2 : 7.)

Niemand verachte uwe jonkheid; maar zijt een voorbeeld der geloovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid. (1 Tim. 4 : 12.)

Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij zijne voetstappen zoudt navolgen. (1 Petr. 2 ; 21.)

Ik heb ii een voorbeeld gegeven, opdat, gel ijkerwijs ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. (Joh. 13 : 15.)

quot;VVeest mijne navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus. (1 Cor. 11 : 1.)

ocr page 94

VOO HZ I EN I ti HEID,

80

VKKDE.

Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kiu-deren. (Efoz. 5 : 1.)

Doorsicnfgbciö.

De heere zal hot voorzien. (Gen. 22 : 14)

Zoo de heer het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zoo de heer de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. (Ps. 127 ; 1.)

Mijn raad zal bestaan en Ik zal al mjjn welbehagen doen. (Jes. 46 ; 10.)

quot;Worden niet vijf muschjes verkocht voor twee penningskens? En niet een van die is voor God vergoten. Ja ook de haren uws hoofds zijn allen geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele muschjes te boven. (Luc. 12: 6, 7.)

ürcamp;c.

Zalig sijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. (Matth. 5 :9.)

ocr page 95

DOOcoolt;quot;OoC*IO«C~- gt;:

31sg 0

-oooooo-oo o ■

81

De heek zal zijnen volke sterkte geven; de heer ;zal zijn volk zegenen met vrede. (Ps. 29 ; 11.)

Die uwe wet beminnen, hebben groeten vrede, en zij hebben geenen aanstoot. (Ps. 119 : 165.)

Let op den vrome en zie naar den oprechte, want het einde van dien man zal vrede zijn. (Ps. 37 : 7.)

De goddeloozen hebben geenen vrede, zegt de heeb. (Jes. 48 : 22.)

De vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen, die vrede maken. (Jac. 3 : 18.)

Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen! (Ps. 133 ; 1.)

Indien het mogelijk is, zooveel in u is, houdt vrede met alle monschen. (Rom. 12 ; 18.)

De vrede Gods heerscho in uwe harten, tot welken gij ook geroepen zijt in één lichaam; en weest dankbaar. (Col. 3 : 15.)

Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij Crod, door onzen Heere Jezus Christus. (Rom. 5 : 1.)

'XXOOOOOOOnCX.'C*-OOOOO^OOO

ocr page 96

VRunu.

Vrede laat ik u, mijnen vrede geef Ik u: niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. (Joh. 14 : 27.)

Och of gij ook bekendet, ook nog in dezen uwen dag, hetgeen tot uwen vrede dient! (Luc. 19 : 42.)

Drces.

Vreest niet voor degenen, die het lichaam dooden en de ziel niet kunnen dooden; maar vreest veelmeer Hem, die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel. (Matth. 10: 28.)

Ik heb den heee gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vreezen gered. (Ps. 34:5.)

Al ging ik ook in een dal der scha-duwe des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij. (Ps. 23 : 4.)

Ten dage, als ik zal vreezen, zal ik op U vertrouwen. In God zal ik zijn woord prij-

VKEES.

ocr page 97

VBIENDSCHAF.

as

VREES.

zen; ik vertrouw op God, ik zal niet vreezen; wat zou mij vleesch doen ? (Ps. 56:4,5.)

Vrees niet, geloof alleenlijk. (Mare. 5:36.)

Er is in de liefde geene vrees, maar de | volmaakte liefde drijft de vrees buiten; want de vrees heeft pijn, en die vreest, is niet volmaakt in de liefde. (1 Joh. 4:18.)

ürienöecbap.

Het geschiedde dat de ziel van Jonathan

verbonden werd aan de ziel van David; en

7 i'

Jonathan beminde hem als zijne ziel. (1 Sam.

!! 18: u

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren. (Spr. 17 :17.)

Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder. (Spr. 18: 24.)

De arme wordt zelfs van zijnen vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn

vele. (Spr. 14:20.)

O o

O O

ocr page 98

VRIENDSCHAP.

84

VIJAND.

Maakt n zeiven vrienden uit den onrecht-vaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen. (Luc. 16 : 9.)

Niemand heeft meer liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijne vrienden. Gij zijt mijne vrienden, zoo gij doet wat ik u gebiede. (Joh. 15 :13, 14.)

quot;Weet gij niet, dat de vriendschap der wereld eene vijandschap G-ods is ? Zoo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een

vyand van God gesteld. (Jac 4:4.)

_

ItMjanÖ.

Hebt uwe vijanden lief; zegent ze die u vervloeken, doet wel dengenen, die u haten en bidt voor degenen, die u geweld doen en die u vervolgen. (Matth. 5 : 44.)

Indien dengene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zoo hij dorstig is, geef hem water te drinken; want gij zult vurige kolen op zijn hoofd hoopen en de

ocr page 99

WAAKZAAMHEID.

85

VIJAND.

Heere zal het u vergelden. (Spr. 25:21, 22.)

Verblijd u niet, als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen. (Spr. 24:17.)

Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grootelijks verheven. (Ps. 41 :10.)

Als iemands wegen den heere behagen, zoo zal Hij ook zijne vijanden met hem bevredigen. (Spr. 16 : 7.)

Word van het kwade niet overwonnen, maar overwin het kwade door het goede. (Rom. 12:21.)

Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood zijns Zoons, veelmeer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door zijn leven. (Rom. 5:10.)

liHlaahsaambctb.

Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak. (Matth. 26 : 41.)

ocr page 100

V—vlt;gt;lt;30cxlt;gt;gt;0clt;cgt;lt;gt;lt;xlt;gt; -Ov-c:- '^'OOtO-OCOOOCO OvC- -OüO -T lt; O O lt;300- fiö

0

WAAKZAAMHEID. Sli WAAKZAAMHEID.

ö

Eq hetgeen ik u zeg, dat zeg ik allen; waakt. (Matth. 13 : 37.)

Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk. (1 Coi. 16:13.)

Laat uwe lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende. En zijt gij den menschen gelijk, die op hunnen heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen. Zalig zijn die dienstknechten, welke de heer, als hij komt, zal wakende vinden. Voorwaar ik zeg u, dat hij zich zal omgorden, en zal hen doen aanzitten, en bijkomende zal hij hen dienen. (Luo. 12:35—37.)

Waakt dan, want gij weet niet, in welke ure uw Heer komen zal. (Matth. 24: 42.)

Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt,

niet als on wijzen, maar als wijzen, den tijd uitkoopende, dewijl de dagen boos zijn. (Efez. 5:15, 16.)

Zijt nuchteren, en waakt; want uwe tegenpartij, de duivel, gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zou mogen ver-slinden. (1 Petr. 5:8.)

ocr page 101

WAAKZAAMHEID.

87

WAABHEID.

Houdt stork aan in het gebed, on waakt in hetzelve met dankzegging. (Col. 4; 2.) U w Bewaarder zal niet sluimeren. (Ps. 121:3.)

Maarbdö.

Heer ! wie zal verkeeren in uwe tont ? wie zal wonen op den berg uwer heiligheid? Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt. (Ps. 15: 1, 2.)

Zend uw licht en uwe waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg uwer heiligheid, en tot uwe woningen. (Ps. 43:8.)

Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uwe poorten. (Zach. 8:16.)

Hebt dan de waarheid en den vrede lief. (Zach. 8:19.)

Wij vermogen niets tegen de waarheid, maar voor de waarheid. (2 Cor. 13:8.)

ocr page 102

■ o yoxr»oco g(

c

WAAKHEID. 88 WAARHEID.

c

Dio de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijne werken openhaar worden, dat zij in God gedaan zijn. (Joh. 3:21.)

Jezus zeido tot de Joden, die in hem geloofden : indien gijlieden in mijn woord blijft, zoo zijt gij waarlijk mijne discipelen, en zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. (Joh. 8 : 31, 32.)

Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende ? (Gal. 4 :16.)

Jezus antwoordde: Hiertoe ben ik geboren, eu hiertoe ben ik in de wereld gekomen, opdat ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort mijne stem. (Joh. 18:37.)

Jezus zeide; ik ben de weg, en de waarheid, en het leven. .Niemand komt tot den Vader, dan door mij. (Joh. 14:6.)

Staat dan, uwe lendenen omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid. (Efez. 6:14.)

KCXO /OuOOCXC

Heilig ze in uwe waarheid; uw woord is de waarheid. (Joh. 17; 17.)

■OJOÖOOOWC* OöO

ocr page 103

gt;cxlt;rgt;quot;OAo«gt;ogt;o',o- o^o- 'C^'Cx'O'.-oio-.-cx^A^-oooooco.-vo^occx^Jcxo'

WELDADIGHEID. 89 WELDADIGHEID.

TKHelöaöigbdÖ.

Wat zal ik den heeee vergelden voor al zijne weldaden, aan mij bewezen? {?s,. 116 :12.)

Ik ben geringer, dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan uwen knecht gedaan hebt. (Gen. 32 ; 10.)

Die zich des armen ontfermt, leent den heeee. (Spr. 19 : 17.)

Die den armen geeft, zal geen gebrek hebben ; maar die zijne oogen verbergt, zal veel vervloekt worden. (Spr. 28 : 27.)

Vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zoodanige offeranden heeft God een welbehagen. (Hebr. 13 ; 16.)

Want alzoo is het de wil van God, dat gij, weldoende, den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze menschen. (1 Petr 2:15.)

Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen. (Hos. 6 : 6.)

Als gij aalmoes doet, zoo laat uwe linker-hand niet weten, wat uwe rechter doet; opdat uwe aalmoes in het verborgen zij:

ocr page 104

WELDADIGHEID.

no

WIJSHEID.

en uw Vader, die in het verborgen ziet, dio zal het u in het openbaar vergelden. (Matth. 6 : 3, 4.)

Indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? want ook do zondaars doen hetzelfde. (Luc. 6 : 33.)

TOjöbciö.

[ndien iemand van u wijsheid ontbreeki:, dat hij sc van God begeere, die een' iegelijk inildelijk geeft, en niet verwijt; en zij za' hem gegeven worden. (Jae. 1 : 5.)

Welgelukzalig is de mensch, die wijsheid vindt, en de mensch, die verstandigheid voortbrengt! (Spr. 3 ; 18.)

Wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeeren mag is met haar niet te vergelijken. (Spr. 8 ; 11.)

Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud! en uitnemender verstand te bekomen, dan zilver! (Spr. 16 : 16.) De vreeze des heeeen is het beginsel der

ocr page 105

■ gt;-mÊÊÊ

ITDELirEin.

91

WIJSHEID.

wijsheid, en de wetenschap dor heiligen is verstand. (Spr. 9 : 10.)

Het dwaze Gods is wijzer dan do menschon; en liet zwakke Gods is sterker dan do mon-sclien. (1 Oor. 1 : 25.)

De wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God, want er is geschreven: Hij vat do wijzen in hunne arglistigheid. En wederom: do Heer kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn. (1 Cor. 3 ; 19, 20.)

Do wijsheid, die van boven is, dio is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, ■ vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordeelende, en ongeveinsd. (Jac. 3 ; 17.)

Ziot dan, hoe gij voorzichciglijk wandelt, niet als onwijzon, maar als wijzen. (Efez. 5:15.)

JJ)öelbeiö.

IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker; ijdelheid der ijdelheden, hot is al ijdelheid. (Prod. 1 : 2.)

ocr page 106

IJDELHEID. 92 ZACHTMOEDIGHEID.

Zio, Gij hebt mijne dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor u; immers is oen ieder mensch, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid. (Ps. 39 : 6.)

De jeugd en de jonkheid is ijdelheid. (Pred. 11 : 10.)

Goed, van ijdelheid gekomen, zal verminderd worden. (Spr. 13 : 11.)

De heer weet de gedachten des menschen, dat zij ijdelheid zijn. (Ps. 94 : 11.)

's Menschen heil is ijdelheid. (Ps. 60 : 13.)

Gelijk in de veelheid der droomen ijdel-heden zijn, alzoo in vele woorden; maar vrees gij God! (Spr. 5 : 6.)

Dat u niemand verleide met Ijdele woorden. (Ef. 5 ; 6.)

Xacbtmoeöigbctö.

Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven. (Matth. 5 : 5.)

De man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle menschen, die op den aardbodem waren. (Num. 12 ; 3.)

ocr page 107

ZACHTMOEDIGHEID. 93 ZACHTMOEDIGHEID

De heek houdt de zachtmoediger! staande; de goddeloozen vernedert Hij tot de aarde toe. (Ps. 147 : 6.)

Zoekt den heee, alle gij zachtmoedigen des lands, die zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des heeeek. (Zef. 2 : 3.)

Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedigen zijnen weg leeren. (Ps. 25 : 9.)

De zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in den heeee. (Jes. 29 : 19.)

Neemt mijn juk op u, en leert van mij, dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult ruste vinden voor uwe zielen. (Matth. 11 ; 29.)

Broeders! Indien ook een mensch overvallen ware door eenige misdaad, gij, dio geestelijk zijt, brengt den zoodanige terecht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op u zeiven, opdat ook gij niet verzocht wordt. (Gal. 6 : 1.)

Ontvangt met zachtmoedigheid het woord.

ocr page 108

5

^ooörtoooocvvr

ZELFVERLOOCHENING. 94

dat in u geplant wordt, hetwelk uwe zielen kan zalig maken. (Jac. 1 ; 21.)

^clfvcrloocbcning.

o

Toen zeide Jezus tot zijne discipelen: Zco iemand achter mij wil komen, die verloochene zich zeiven. on neme zijn kruis op en volgo mij. (Matth. 16 : 24.)

De lankmoedige is heter dan de sterke; en die heerscht over zijnen geest, dan die eene stad inneemt. (Spr. 16 ; 32.)

Doet alle dingen zonder murmureeren en tegenspreken. (Fil. 2 : 14.)

Q

Zenöing.

Gaat heen in do geheele wereld, predikt hot evangelie aan alle creaturen. (Mare. 0 16:15.)

Do oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige. Bidt dan den Hoer des oogste.s, '

r lt;gt;vcgt;-0^o*gt;cgt;oolt;lt;gt;y=xioooocgt;gt;o )Cxlt;gt;)Cgt;

0

ocr page 109

ZENDISa.

1)5

ZINGEX.

dat Hij arbeiders in zijnen oogst uitstoote (Matth. 9 : 37, 38.)

Wij zijn Gods medearbeiders: Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij. (1 Cor. 3:9.) Zoo zijn wij dan gezanten van Christus 0 wege, alsof God door ons bade, wij bidden 0 van Christus wege, laat u met God verzoenen. (2 Cor. 5:20.)

Zlmcn.

Zingt den heere een nieuw lied; zingt den iieere, gij gansche aarde! Zingt den heere, looft zijnen naam; boodschapt zijn heil van dag tot dag. (Ps. 96:1, 2.)

Ik zal den heere zingen, omdat liii aan mij welgedaan heeft. (Ps. 13 :G.)

Die liederen zingt bij oen treurig hart, is gelijk hij, die een kleed aflegt ten dage dei-koude, en als edik op salpeter. (Spr. 25:20.)

Is iemand goedsmoeds ? dat hij psalmzinge. (Jac. 5:13.)

Leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zin-

ocr page 110

ZINGEN. 9g ZONDAG.

gende den Heoro met aangenaamheid in uw hart. (Col. 3:16.)

z;onöag.

Gedenkt den Sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. Maar de zevende dag is de Sabbat des heeeen uws Gods; dan zult gi] geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uwe poorten is. Want in zes dagen heeft de heee den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevendon dage: daarom zegende de heee den Sabbatdag, en heiligde denzel-ven. (Exod. 20:8—11.)

De Sabbat is gemaakt om den mensch, niet de mensch om den Sabbat. (Mare. 2 :27.)

De Zoon des menschen is een Heer ook van den Sabbat. (Matth. 12 :8.)

Op eiken eersten dag der week, legge een

xxyo

ocr page 111

zokdao.

iegelijk van n iets lii) zich zeiven weg, vergaderende oenen schat, naar dat hij wolvaren verkregen heeft. (1 Oor. 16:2.)

Zonöe.

Zoo Gij, heer! de ongerechtigheden gadeslaat; heer! wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. {Ps. 130: 3, 4.)

Mijne zonde maakte ik U bekend, en mijne ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeido: ik zal belijdenis van mijno overtrodingen doen voor den heek; en Gij vergaaft do ongerechtigheid mijner zonde. (Ps. 32 ; 5.)

O heer! zijt mij genadig; genees mijne ziel, want ik heb tegen ü gezondigd. (Ps. 51 ; 5.)

Wie kan zeggen; ik heb mijn hart gezuiverd,ik l)en rein van mijne zonde? (Spr. 20 :9.)

Al wat uit het geloof niet is, dat is zonde. (Rom. 14 : 23.)

Gerechtigheid verhoogt oen volk; maar

7

zomie.

ocr page 112

ZONDE.

98

ZONDE.

do zonde is oono schandvlek der natiën. (Spr. 14 : 34.)

Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde. (.Toh. 8 : 34.)

Gij zult nwen broeder in uw hart niet haten; gij zult uwen naasten naarstiglijk berispen, on zult de zonde in hom niet verdragen. (Lev. 19 : 17.)

Wat klaagt een levend mensch ? Een ieder Jdagc vanwege zijne zonden. (Klaagl. 3:39.)

Indien wij zeggen, dat wij geene zonde hebben, zoo verleiden wij ons zeiven, en oe waarheid is in ons niet. (1 Joh. 1 ; 8.)

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid. (1 Joh. 1 : 9.)

Do bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegifte Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heer. (Rom. 6: 23.)

Wat zullen wij dan zeggen? zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre. Wij, die der zonde

ocr page 113

ZONDK. 99 zona.

gestorven zijn. hoe zullen wij nog in dezelve leven? (Rom. G : 1, 2.)

Christus hoeft ook eens voor de zonden geleden, hij rechtvaardig voor de onrecht-vaardigen, opdat hij ons tot God zou brengen. (1 Petr. 3 : 18.)

Want dien, die geene zonde gekend heefr, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in hem. (2 Cor. 5 ; 21.)

Wie dan weet goed te doou. en niet doet, dien is hot zonde. (Jac. 4 ; 17.)

Zorci.

En Jezus zoide: Martha, Martha! gij be-kommort en ontrust u over vele dingen. Maar één ding is noodig: doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden. (Luc. 10:41,42.)

Werp uwe zorg op den heer, eu Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. (Ps. 55 : 23.)

ocr page 114

ZORG.

too

ZOBO.

Doch zoo iemand de zijnen, on voornamelijk zijne hnisgenooten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend en is erger dan een ongeioovige. (1 Tim. 5 : 8.)

Werpt al uwe bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. (1 Petr. 5 ; 7.)

Alle goede gave, en idle volmaakte gifto is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij welken geene verandering is, of scbaduw van omkoering. (Jac. 1 : 17.)

ocr page 115
ocr page 116

' ' /

ocr page 117
ocr page 118

?•