ocr page 1

t/ak

91

gt;

If

.. K;:

ocr page 2
ocr page 3

- it—tXTjS'

i1

;

'

J\

'i'

ij;

-^r^^'Tquot;quot;'/]

ocr page 4
ocr page 5

Vak 91

H

MARTELAAR EN PATROON

rTiiiiinnrT-rT-rTrTCTitiTtTX»iiiTïir tTTirmtTTrT-rmrTTTTT-mrmTtïTinm IÏITI

quot;Wij cf) en.

ERVEN KOOYMANS-MES.

1898.

gmm rrrrirrTrrrrricirriimcxTimixixnxxxKnmxximrxiXCTixxmxaxam

TEGEN ALLE SCHADELIJK ONWEER

als : DONDKR, BLIKSKM, HAGKL, REGKN, DROOGTE, STORMWINDEN, enz.

Getrokken uit een fransch boekje, opgesteld door een Doctor van de Sorbonne, en gedrukt te Luik in het jaar des Heeren 1758.

Herzien en vermeerderd met gebeden en litanie door EMMANUEL.

ocr page 6

GOEDKEURING.

Daar deze levensbeschrijving van den H. Donatus, Martelaar, niets strijdigs met de leer der Catholijke Kerk bevat, en tsvens tot stichting der Geloovigen kan dienen, zoo keur ik goed, dat dezelve door den druk verspreid wordt.

Reek, den 19 Januari 1898,

A. E. Borret,

Vicarius Apostolijk over de districten van Ravenstein en Megen.

ocr page 7

SINT DONATUS.

VOORWOORD.

/4 LHOEWEL de onweders doorgaans ■*■ *- uit natuurlijke oorzaken voortkomen, is het niettemin zeker, dat, even als de geheele natuur Gods werk is, en door Gods voorzienigheid in wezen gehouden en bestuurd wordt, hetzelfde ook plaats grijpt ten opzichte der onweders, en bijgevolg dat deze soms gebruikt worden, als werktuigen der Goddelijke Voorzienigheid, om den mensch te straffen.

'tls geenszins ongerijmd, dat de christen, om tegen de verschrikkelijke uitwerkselen des onweders beveiligd te worden, zijn toevlucht neemt tot God, en de voorspraak inroept van dengene onder Gods uitverkoren vrienden, dien hij weet, als een bijzonder voorspreker en beschermer tegen deze rampen erkend tezijn. Dusdanige voorspre-

ocr page 8

VOORWOORD,

ker en beschermer is de H. Donatus, Martelaar, en wordt in deze hoedanigheid door vele geloovigen, ook in ons Vaderland, met ijver vereerd en aangeroepen.

Getuige hiervan zijno. a. de gemeenten Reek bij Grave, Altforst, Nijmegen, Her-nen en Wijchen, alwaar jaarlijks op den 20,1 zondag van Juli, onder een grooten toeloop van geloovigen, diens feestdag gevierd wordt, waar zijne heilige overblijfselen met ijver en eerbied bezocht worden, en duizenden zich in het Broederschap van den H. Donatus laten inschrijven.

Om deze heilzame godsvrucht meer en meer uit te breiden en de geloovigen aan de vele en groote voordeelen, welke door een ware vereering van den H. Donatus, naar ziel en naar lichaam kunnen verkregen worden, deelachtig te maken, zoo is op verzoek van de Eerw. Paters Capucijnen, in het klooster te Handel, bij Gemert, door Z. D. H. den Aartsbisschop van Utrecht,

ocr page 9

VOORWOORD.

en Apostolisch Administrator van 't Bisdom van 's Hertogenbosch, den 16 Augustus 1861, het broederschap van den H. Donatus, Martelaar, in hun kerk opgericht, en tevens een plechtige feestdag met octaaf ingesteld, welke jaarlijks, te beginnen met den 2en en te eindigen met den 3en zondag der maand Juli, in de kerk der Eerw. Paters voornoemd, plechtig zal gevierd worden. Vervolgens is door Z. H. Pius IX, bij Rescript van 29 Nov. 1861, een volle aflaat, ook toevoeglijk aan de geloovige zielen in 't vagevuur, verleend, welke op den feestdag en gedurende het octaaf van den H. Donatus, Martelaar, door alle geloovi-gen kan verdiend worden, die, na rouwmoedig te hebben gebiecht en waardig gecommuniceerd, eenigen tijd, volgens intentie van Z. H. den Paus van Rome, in de voorzegde kerk zullen gebeden hebben.

Nog heeft Z. H. Paus Pius IX op den 3 Aug. 1862 een vollen aflaat verleend, te

7

ocr page 10

voorwoord.

verdienen van den 2en tot den 3en zondag der maand Juli, door al degenen, welke de kerk van Oeffeit, nabij Cuik, op een dier zeven dagen bezoeken, mits gebiecht en gecommuniceerd hebbende, en zij in gezegde kerk zullen bidden volgens intentie van Z. H. en tot voortplanting van het waar Geloof.

Te Altforst in Maas-Waal ontstond het Broederschap na goedkeuring van Mgr J. Z wij sen op 14 Januari 1862, terwijl inde parochie te Hernen de Z. Ew. Heer Pastoor Van Stralen de oprichting tot stand bracht in 1876.

Gelijk blijkt uit de Statuten, hierbij aangegeven, werd ook te Wijchen, een Bioe-derschap opgericht, die door Z. D. Hoogwaardigheid Mgr W. van de Ven, bij schrijven van 21 Juni 1896 werd goedgekeurd. De oprichting geschiedde als een acte van dankbaarheid door den ijverigen Herder, Pastoor C. J, van Zuylen, nadat

8

ocr page 11

VOORWOORD.

het onweder in twee achtereenvolgende jaren op allerhevigste wijze in Pastorie en toren was ingeslagen en had gewoed, zonder evenwel brand te veroorzaken of de dienstboden te kwetsen, die in de onmiddellijke nabijheid werkzaam waren. Alleen de stoffelijke schade aan leiendak, planken, muurwerk en electrischeschellen liep tot een hoog bedrag.

Maar dewijl de voornaamste vereering van een heilige en het beste middel, om zich zijn voorspraak waardig te maken, bestaat : in zich zelf zijne deugden voor oogen te stellen en trachten na te volgen, zoo zal het den waren vereerders van S. Donatus voorzeker niet onaangenaam zijn, dat deze eenvoudige, maar tevens stichtende en opwekkende levensbeschrijving, litanie en gebeden opnieuw het licht zien.

God en de H. Donatus, Martelaar, be-scherme den lezer!

9

ocr page 12

Hoort, hoort 't gekraak van zijne stemme,

En het geluid, dat voortkomt uit zijn mond !

Hij laat het los, — onder den ganschen hemel ; Zoo ook zijn licht, — tot aan des aardrijks grenzen.

Daar achter brult de stemme ;

Hij dondert met de stemme zijner hoogheid ! Hij houdt ze nimmer op, zoo vaak zijn stemme klinkt. God dondert met zijn stemme wonderbaar !

Doet groote dingen ; wij begrijpen 't niet!

Job, XXXVI, 2-5.

ocr page 13

I. — GEBOORTE VAN DEN H. DONATUS.

N het midden der tweede eeuw werd de H. Donatus te Rome geboren. Zijn vader, Faustus ge-heeten, was een voornaam edelman uit Rome, opperveldheer der Ro-meinsche legers.

Zijn moeder, Flaminia genaamd, was gesproten uit de doorluchtige familie Lamia, van welke familie Horatius met lof gewag maakt. [Ode 17. L. 3.]

Deze Flaminia, nog heidensch zijnde, maar de beweging der goddelijke genade [ welke de barmhartige God zelfs aan onge-loovigen van tijd tot tijd geeft], waarnemende, leefde zeer eerbaar volgens de wet der natuur. Zij was de zedelijke deugden zeer toegedaan, waardoor haar dan ook de weg gebaand werd om tot het licht van het waar Geloof te geraken.

ocr page 14

12 GEBOORTE VAN DEN H. DONATUS.

Daar zij veel hoorde spreken van den H. Gervasius, die door zijn geleerdheid en nog meer door zijne deugden te Milaan zeer vermaard was, ontstond bij haar een groot verlangen: zij begeerde dezen heiligen man te zien en te hooren, hetgeen zij gemakkelijk verkreeg, aangezien Gervasius steeds vol ijver was om zielen voor God te winnen.

Onder de godvruchtige samenspraken met Flaminia leerde haarde H. Gervasius, dat het noodige en zekere middel om tot de kennis van het waar Geloof te geraken, was: de zonde te laten, dikwijls over de gedane zonden een hartelijk berouw te verwekken, dagelijks met grooten ootmoed en vurigheid den levenden God om de gave des Geloofs te bidden en te dien einde milde aalmoezen te geven en andere goede werken te beoefenen.

O, dat alle geloovigen, dat alle afgedwaalde broeders deze middelen wel gebruikten,

ocr page 15

GEBOORTE VAN DEN H. DONATUS. 13

zonder twijfel zou de goede God, die wil dat alle menschen zalig worden [I ad Th., II. 4], hun de gave des Geloofs schenken, dewijl zonder dit de zaligheid onmogelijk is.

Nadat Flaminia deze middelen getrouw gebruikt had, zeide zij tot Gervasius: « Hoe gelukkig zou ik zijn, zoo gij mij waardig achttet christen te worden. Ik verlang hiernaar des te meer, omdat ik gehoord heb, dat uw God, schoon Hij de zonde haat en verfoeit, nochtans den zondaar, die zich wil bekeeren, barmhartig is, en dat de zondaars, die boetvaardigheid doen, eens in het hemelrijk zullen verheerlijkt worden. Ik zie, dat alle wereldsche grootheid als rook voorbijgaat, en met den dood een einde neemt. Ik begeer dus uw God te dienen en te beminnen, in de vaste hoop na dit leven een eeuwig en volmaakt geluk te bezitten. »

De H. Gervasius, deze goede gesteltenis van Flaminia ziende, gaf haar ten antwoord :

ocr page 16

14 GEBOORTE VAN DEN H. DONATUS.

«Mevrouw, aan uw verlangen zal voldaan worden. Bovendien zal de almoo-ende

o

God de gezondheid aan uw echtgenoot weergeven, en hij zal u een zoon schenken, die een waardig dienaar Gods en voorstander van den christelijken godsdienst zal worden. »

De eerste voorzegging werd weldra vervuld.

Faustus, de echtgenoot van Flaminia, sedert eenige jaren door een beroerte getroffen, en dientengevolge onbekwaam iets te verrichten, werd tegen alle menschelijke verwachting en tot verbazing van de ge-heele stad Rome, volkomen genezen.

Flaminia, in dit wonderwerk de almacht van den levenden God ziende, verzocht ootmoedigaan Gervasiusgedoopt te worden.

Toen de heilige man haar wel onderwezen en bereid zag, willigde hij haar verzoek in en heeft haar te Milaan in 't jaar 159 het H. Doopsel toegediend.

ocr page 17

GEBOORTE VAN DEN H. DONATUS. 15

Weinig tijds daarna is ook de tweede voorspelling van Gervasius in vervulling gegaan.

Flaminia, tot hiertoe kinderloos, werd moeder van een zoon, dien zij uit dankbare erkentenis Donatus heeft genoemd, dat wil zeggen Gegevene, of die gegeven is. Zij wilde hiermede te kennen geve;i, dat God haar dezen zoon had geschonken.

Al deze weldaden, op zulk een wonderdadige wijs verkregen, wekten de nieuwbe-keerde Flaminia op om God haar dankbaarheid te betuigen.

Te dien einde offerde zij zich zelve en den jongen Donatus dikwijls aan den Heer op met het vaste besluit om Hem steeds getrouw en met ijver te dienen en haar zoon voor God, en volgens Gods welbehagen, op te voeden.

Zoo ook moeten wij. Katholieken, met groote zorg vervuld zijn om God te danken voor de genaden en weldaden, die wij zoo

ocr page 18

16 GEBOORTE VAN DEN H. DONATUS.

dikwerf naar ziel en lichaam ontvangen hebben en nog dagelijks ontvangen.

Bij gebrek aan deze dankbaarheid, maken wij ons vele andere weldaden, die wij anders zouden verkrijgen, onwaardig.

Deze dankbaarheid moet ook hoofdzakelijk bestaan, in de opoffering van zich zelf, gelijk Flaminia het deed, in de onderhouding van Gods geboden ; en voor de ouders, die kinderen van den Hemel verkregen hebben, in deze aan God op te dragen met het voornemen hun een deugdzame opvoeding te verschaffen.

ocr page 19

II. — DE^OPVOEDING VAN DEN

H. DONATUS.

DE opvoeding van Donatus was geë-venredigd naar zijn geboorte.E opvoeding van Donatus was geë-venredigd naar zijn geboorte.

Daar hij de eenige erfgenaam was van een der machtigste en doorluchtigste huizen van Italië, zoo zorgde men hem wel te doen onderwijzen in die wetenschappen, welke hem zouden bekwamen om de eerste ambten des rijks, waartoe hij reeds door zijn hooge geboorte kon geroepen worden, met eer te vervullen.

Te dien einde zocht men de geleerdste mannen uit om hem te onderrichten.

Donatus, goed van inborst en zeer gehoorzaam aan den wil zijner ouders, stelde ook van zijn kant alle pogingen in het werk, om zich het onderwijs ten nutte te maken.

Een treffend voorbeeld voor vele jonge lieden ! Met dit na te volgen, wanneer hun ouders hen ter school zenden, of in een of

Sint Donatus. 2

ocr page 20

18 DE OPVOEDING VAN DEN H. DONATUS.

andere kunst willen laten onderrichten, zullen zij den wil van God volbrengen, den zegen des Hemels over zich trekken en eenmaal bekwaam worden om meteere door de wereld te geraken.

Flaminia, de deugdzame moeder van Do-natus, was niet alleen bezorgd om haar zoon geleerdheid en bekwaamheid te doen verkrijgen, maar 'tmeestomhemdeugdzaam en godvreezend te doen worden.

Zij wist te goed, dat zonder de vreeze Gods geen wezenlijk geluk voor den tnensch

te hopen is.

Om hem voor alle verleiding en bederf te behoeden, zag zij altoos nauwlettend toe, met wien hij verkeerde.

Zij leerde hem van zijn prille jeugd af den godsdienst kennen. God beminnen, en de zonde vluchten als 't grootste kwaad.

Zij hield hem en met nadruk voor oogen het onuitsprekelijk geluk, dat den zaligen in den Hemel wacht, en het eeuwig en ver-

ocr page 21

DE OPVOEDING VAN DEN H, DONATUS. 19

schrikkelijk onheil, waaraan de overtreders van Gods geboden zich blootstellen.

Om hem zijn zaligheid wel te doen behartigen, werden hem door zijn moeder en godvruchtige leermeesters de volgende lessen aanhoudend voor oogen gehouden : lessen te schoon en te nuttig voor alle men-schen, om alhier in't kort niet neergeschreven te worden.

Het ware godvruchtige leven bestaat in de zonden te haten, de deugden naarstig te beoefenen, de plichten van zijn staat nauwgezet te volbrengen, allen arbeid met een zuiver inzichten ter liefde Gods te doen en tot zijn eer en verheerlijking aan Hem op te offeren. Om dit alles wel te behartigen, onderhoud het volgende :

Ten eerste. Overweeg dikwerf het einde, waartoe de mensch is geschapen, te weten, om in dit leven God te dienen, te beminnen, en Hem hierna eeuwig te aanschouwen. Denk dat dit het eenig voor ons noodzake-

ocr page 22

20 DE OPVOEDING VAN DEN H. DONAÏUS.

lijke is, al het overige is niets dan ijdelheid.

Ten tweede. Druk diep in uw gemoed een grooten alkeer van de zonde, vooral van de doodzonde. Immers Gods rechtvaardigheid heeft een groot getal Engelen om een oogenblikkelijke hoovaardigheid uit den Hemel verdreven en tot den eeuwigen afgrond verwezen. En wat heeft Gods eenige Zoon niet gedaan en geleden om aan de goddelijke rechtvaardigheid voor de zonden der menschen te voldoen ?

Ten derde. Overweeg dikwijls de vergankelijkheid van al wat de wereld biedt, de kortheid uws levens, de zekerheid van uw aanstaanden dood, en wat gij op uw sterfbedzult wenschen gedaan te hebben ; — de altoosdurende eeuwigheid van geluk en vreugde voor de goeden, de verschrikkelijke pijnen voor de boozen, en deze woorden van Christus; « Wat zal het den mensch baten, zoo hij de heele wereld wint, indien hij zijn ziel verliest ! »

ocr page 23

DE OPVOEDING VAN DEN H. DONATUS. 2 1

Ten vierde. Houd de deugd in waarde, juist leerende, waarin zij bestaat. Wees altoos vol ijver om ze te verkrijgen en te beoefenen. Het is door de deugd, dat de mensch waarlijk gelukkig, edel en aangenaam bij God wordt; ja niet alleen bij God, maar bij ieder, die redelijk denkt, zooals blijkt uit het gevoelen, dat men over ieder heeft na zijn dood. Heeft iemand rijk, machtig, in eer, in aanzien, in weelde geleefd, zoodra hij gestorven is, zal niemand zeggen of oordeelen, dat hij daarom gelukkig was Heeft iemand deugdzaam en als een goed christen geleefd, zoodra hij overleden is, zal men hem voor zeer gelukkig houden. Dat dan al uw zorg zij om geheel deugdzaam te leven.

Dewijl wij uit onszelf niets hebben noch kunnen, zoo moeten wij de hulp der goddelijke genade dikwijls en ootmoedig afsmeeken, en dan zal ons deze genade niet geweigerd worden volgens de belofte

ocr page 24

2 2 DE OPVOEDING VAN DEN H. DONATUS.

van Christus: Vraagt en gij zult verkrijgen.

Ten slotte. Verwek menigmaal een hartelijk berouw over uwe zonden, alsook de acten van Geloof, Hoop en Liefde. Nader dikwijls en goed voorbereid tot de Heilige Sacramenten. Wees te allen tijde milddadig en barmhartig jegens de armen, enz.

Door deze en dergelijke vermaningen vaak en welmeenend herhaald, is de jonge Donatus, onder de leiding zijner godvree-zende moeder, te eenenrnale deugdzaam geworden.

God gave, dat dit door alle ouders volgens hun plicht werd nagevolgd: dan zouden zij ook brave en deugdzame kinderen opkweeken, die hier eenmaal nuttige leden der maatschappij en hiernamaals gelukzalige inwoners des Hemels zouden zijn. Maar helaas! Dewijl men dikwijls meer bezorgd is om hen volgens de regels der bedorven wereld op te voeden, om hen rijk en groot voor de wereld te maken ; dewijl

ocr page 25

DE OPVOEDING VAN DEN H. DONATUS. 23

men hun vele gevaarlijke en schandelijke vrijheden en vermaken toestaat ; dewijl men hun weinig of in het geheel niet van deugd en godsdienst spreekt, zoo gebeurt het maar al te veel, dat de jeugd noch kennis, noch liefde, noch vreeze Gods bezit, alzoo zonder zorg voor haar zaligheid in vele zonden en ongeregeldheden leeft, en van jongs af den weg van het eeuwig verderf ingaat. Ach, hoe zullen die ongelukkige kinderen hierna hun ouders als de oorzaak van hun eeuwig ongeluk vloeken !

ocr page 26

III. — DONATUS WORDT

KRIJGSMAN.

TOEN Donatus nog jong was, had hij 't ongeluk zijn vader te verliezen, in welk verlies hij zich met gelatenheid aan den wil Gods onderwierp. Dewijl hij wist, dat ons niet het minste letsel geschiedt, zonder deOEN Donatus nog jong was, had hij 't ongeluk zijn vader te verliezen, in welk verlies hij zich met gelatenheid aan den wil Gods onderwierp. Dewijl hij wist, dat ons niet het minste letsel geschiedt, zonder de bestierinor of de toelating- van den

O O

algoeden God, die, wanneer wij Hem liefhebben, alles tot ons welzijn beschikt.

Fiaminia, nu alleen de zorg over haar zoon hebbende, ging den Heer door gebeden, aalmoezen en andere goede werken te rade, tot welken staat zij haar zoon zou bestemmen.

Donatus deed hetzelfde van zijn kant; want men had hem geleerd, dat van het kiezen eens staats grootendeels het tijdelijk en eeuwig welvaren afhangt, en dat men in deze zaak niet lichtzinnig noch lichtvaardig mag te werk gaan, noch hierin iets an-

ocr page 27

DONATUS WORDT KRIJGSMAN. 25

ders bedoelen, dan God wel te dienen en zijn zaligheid te bewerken.

Flaminia werd van God bewogen haar zoon tot den krijgsdienst te doen opleiden. Hetgeen haar hoofdzakelijk hiertoe aanspoorde was, dat Donatus uit een doorluchtig geslacht geboren, in den krijgsmansstand gemakkelijk zou bevorderd en alzoo in de gelegenheid gesteld worden, om veel goeds tot eer van God, tot uitbreiding van het H. Geloof en tot zaligheid zijns naasten te bewerken.

Gelukzalige krijgsbenden, gezegende legerscharen, die zulke deugdzame en god-vreezende ofticieren als Donatus aan het hoofd hebben ! Hun ijver voor Gods eer, doet hun vele zonden en wanordelijkheden, die doorgaans onder de soldaten plaats hebben, verbeteren en beletten ; daardoor dalen de goddelijke bijstand en zegen, die anders wegblijven of onttrokken worden, in ruime mate over het leger neer.

ocr page 28

20 DONATUS WORDT KRIJGSMAN.

Donatus, nog maar zestien jaar oud, werd den keizer Marcus-Aurelius voorgesteld, die hem met de meeste blijken van goedgunstigheid aannam en bij het Militijnsche legioen, bestaande uit zes duizend man, meestal christen soldaten, aanstelde. Ziehier, hoe de goddelijke Voorzienigheid alles beschikt tot tijdelijk en eeuwig welzijn van hem, die zich ootmoedig door Haar laat leiden.

Donatus, ofschoon zeer jong, gedroeg zich in het leger met zoodanige voorzichtigheid en kloekmoedigheid, dat hij weldra tot hoofdofficier of kolonel van dit Militijnsche legioen bevorderd werd.

Hij was zeer getrouw om alles wat de krijgsdienst van hem vorderde, stipt na te komen ; doch daarom veronachtzaamde hij in het minste niet zijn God en Heer wel te dienen, en voor zijn ziel te zorgen. Immers, hoe godvreezender een krijgsman is, des te beter soldaat zal hij wezen.

ocr page 29

DONATUS WORDT KRIJGSMAN. 27

De ware dapperheid van Donatus bestond in geen gevaar, geen dood te vreezen, wanneer hij op bevel des Keizers tegenover zijne vijanden moest staan.

Wetende, dat God wil en gebiedt, dat men zijn vorst gehoorzamen en diens rechten tegen zijne vijanden verdedigen moet, zoo was hij bereid zijn leven hiervoor op te offeren ; en dewijl hij zijn ziel steeds in staat van genade bewaarde, zoo was hij dapper en onverschrokken inden strijd.

God gave, dat alle krijgslieden zulk een gesteltenis hadden ; dat zij namelijk als christenen leefden, zich in staat van genade hielden, en in den strijd niet anders aanzagen dan den wil van God, die hun gebiedt den vorst te gehoorzamen : alsdan zouden zij met christelijke kloekmoedigheid en met meer voordeel de belangen van vorst en vaderland behartigen en beschermen. Maar helaas! de geest van Donatus ontbreekt bij vele krijgslieden.

ocr page 30

DONATUS WORDT KRIJGSMAN.

Men bespeurt bij velen geen deugd, veel minder godsdienst.

Men ziet dezulken integendeel zich overgeven aan wulpschheid, dronkenschap, verschrikkelijk en hemeltergend vloeken en godslasteren.

Velen, door het vloekwaardig punt van eer gedreven, verbeelden zich hart en dapperheid te bezitten, omdat zij het minste leed, hun aangedaan, niet ongewroken laten, of voor geen tweegevecht beducht zijn.

In plaats dat dit wezenlijke dapperheid zijn zou, is het veeleer, van den eenen kant, lafhartigheid, en van den anderen kant,roe-kelooze vermetelheid. Immers, wat kan er lafhartiger zijn, dan het minste ter liefde van God niet te kunnen verdragen ?

Wat kan er roekeloozer zijn, dan om een nietigheid, zijn ziel en die van anderen aan het gevaar bloot te stellen eener eeuwige verwerping ?

28

ocr page 31

DONATUS WORDT KRIJGSMAN. 29

In plaats van op deze wijze zijn eer te verdedigen, is dit zijn eer en zijn goeden naam bij God en alle weldenkende christenen voor altoos verliezen.

Dezulken zijn waarlijk de onwaardigste en onbekwaamste om iets met voordeel in den krijgsdienst uit te richten. Het is van hen, dat koning David zegt: Weg van mij, gij mannén des bloeds !

ocr page 32

u/iir^. v/i^ tr^'Sr

IV. — WONDERVOLLE OVER

WINNING, VERKREGEN DOOR

DONATUS.

OP zekeren tijd, toen de keizer in oorlog was met de Sarmaten en andere volkeren van Germanië, gebeurde het, dat de Romeinen tusschen het gebergte in een dorre landstreek door het vijandelijk leger ingesloten waren. Daar kwam nog bij, dat honger en dorst het leger overviel, zoodat de soldaten geen andere uitvlucht meer zagen, dan zich over te geven aan de genade van den vijand.P zekeren tijd, toen de keizer in oorlog was met de Sarmaten en andere volkeren van Germanië, gebeurde het, dat de Romeinen tusschen het gebergte in een dorre landstreek door het vijandelijk leger ingesloten waren. Daar kwam nog bij, dat honger en dorst het leger overviel, zoodat de soldaten geen andere uitvlucht meer zagen, dan zich over te geven aan de genade van den vijand.

In dezen dringenden nood ontbood de keizer den overste Donatus, kolonel van het Militijnsche legioen, bij zich en zeide hem :

« Ga, Donatus, met uwe christen soldaten ; ga, bid en verzoek uw God, dat Hij ons in dezen uitersten nood te hulp kome.

ocr page 33

WONDERVOLLE OVERWINNING.

Wij hebben onze goden reeds aangeroepen en kunnen niets verkrijgen. »

— « Heer en Keizer», antwoordde Do-natus, « ook onze God heeft uitgesteld ons te verhooren, totdat uw Majesteit zelf tot Hem haar toevlucht neemt en erkent, dat onze God een levende; almachtige en oneindig barmhartige God is, die al degenen verhoort, welke met ootmoedig betrouwen zijn bijstand afsmeeken. »

Donatus begaf zich alsdan tot zijne krijgslieden en sprak hen op deze wijze aan :

«Beminde Broeders! Laat ons gezamenlijk met een ootmoedig en vermorzeld hart, ons ter aarde nederwerpen ten einde God te bidden, dat Hij ons indezen dringenden nood te hulp kome ! »

Hierop begonnen de christen soldaten gezamenlijk tot den Hemel te roepen ;

«Ontferm U onzer, ontferm U onzer, o Heer, God der heerkrachten, o levende God, die oneindig, almachtig, heilig

31

ocr page 34

32 WONDERVOLLE OVERWINNING

en barmhartig zijt, ontferm U onzer! » Nauwelijks had Donatus met zijne christen soldaten dat vurig gebed gestort, of zie ! de lucht, welke kort te voren klaar en brandend heet was, werd met dikke wolken overtrokken.

Een zoete regen viel over het leger der Romeinen, waardoor zij zich in hun hitte verkoelden en hun brandenden dorst konden lesschen.

Tezelfder tijd ontstond er boven het leger der vijanden een verschrikkelijk onweer van hagel, donder en bliksem, waardoor velen van hen blind, anderen doode-lijk getroffen werden en de overigen zoodanig met schrik bevangen, dat zij in wanorde op de vlucht sloegen en hun legerplaats en hun bagage aan de Romeinen ten buit lieten.

Uit deze gebeurtenis zien wij duidelijk, hoe God, als men zich met een ootmoedig gebed tot Hem wendt, de hulp en bijstand

ocr page 35

VERKREGEN DOOR DONATUS. 33

in den nood is ; hoeveel het gebed der zielen in staat van genade, bij God vermag, volgens de getuigenis van de H. Schrift, bij Jac., v. 10 ; « Groot vermogen heeft het gedurig gebed der rechtvaardigen. »

Gij vraagt dikwijls en wordt niet verhoord. De reden daarvan ? Omdat gij niet wel bidt, omdat gij bidt zonder eerbied, zonder ootmoed of zonder genoegzaam vertrouwen ; omdat gij iets vraagt, dat u niet zalig is, of wel omdat gij in staat van doodzonde zijnde, de vijand van God zijt en blijven wilt, en alzoo niet verdient verhoord te worden.

De belofte van God : « vraag en gij zult verkrijgen! » is immers onfeilbaar!

Toen Donatus zag, dat zijn gebed op zulk een wonderbare wijs verhoord werd, sloeg hij zijne oogen ten hemel, stortte tranen van blijdschap, loofde, dankte en zegende de goedheid Gods uit de volheid van zijn hart, en schonk uit dankbaarheid zijn

Sint Donatus. 3

ocr page 36

34 WONDERVOLLE OVERWINNING

ziel en zijn lichaam als een offerande aan den Allerhoogste, belovende alle dagen zijns levens de maagdelijke zuiverheid te bewaren.

Welk een schoon voorbeeld voor alle christenen, dat hun leert, hoe bezorgd zij behooren te zijn om God voor de verkregen weldaden te danken, en hoe deze dankbaarheid hoofdzakelijk daarin moet bestaan, dat men telkens trachte zijn leven te verbeteren, en meer en meer aan God behaaglijk te maken.

Hierdoor wordt de barmhartige God bewogen, zijne genaden en weldaden hoe langer hoe overvloediger over ons uil te storten.

Maar helaas ! men vindt vele christenen, die Gods weldaden vergeten; die weinig denken om God daarvoor te bedanken ; ja, wat nog erger is, die Gods weldaden, zooals gezondheid, tijdelijke voorspoed, enz. gebruiken om God te beleedigen.

ocr page 37

VERKREGEN DOOR DONATUS.

Keizer Marcus Aurelius erkende, dat hij en geheel het Romeinsche rijk, door Dona-tus en het Christelijk Legioen van een on-vermijdelijken ondergang bevrijd waren.

Hij toonde van tijd tot tijd zijn genegenheid voor de christenen, ja, liet zelfs door geheel zijn rijk een bevel uitgaan, dat voortaan niemand op straffe des doods den christenen eenig leed of hindernis zou aandoen.

Gelukkig zou deze keizer geweest zijn, had hij de genade, die zijn hart bestraalde, waargenomen. Voorzeker was hij tot de kennis van het ware Geloof gekomen, maar, helaas! de vrees voor zijn tijdelijke kroon te verliezen, heeft hem de oogen voor het licht der waarheid doen sluiten, en de eeuwige hemelkroon doen verliezen.

Iedereen moet oordeelen, dat deze keizer zeer onvoorzichtig en kwalijk gehandeld heeft, met alzoo het eeuwige voor het tijdelijk goed op te offeren.

ocr page 38

36 WONDERVOLLE OVERWINNING.

Hetzelfde moet men zeggen van vele onkatholieken onzer dagen, die genoeg weten, dal de Roomsche Kerk alleen de ware kerk van Christus is, buiten welke de zaligheid onmogelijk is, en die desniettegenstaande uit tijdelijke inzichten hunne oogen voor het licht der waarheid sluiten.

Met nog meer redenen moeten wij de dwaasheid van vele christenen veroordee-len, die om een kleinigheid het eeuwig goed verliezen; die om een handvol geld of goed, om een nietige, ijdele eer of wat aanzien, om wat wellust van een oogenblik, zich zoo menigmaal blootstellen het oneindige geluk, waartoe zij geschapen zijn, te moeten missen en daarentegen eindeloos rampzalig te zijn.

Welk een droevige verblindheid! die met geen genoegzame tranen kan be-schreid worden ! Hoezeer zullen deze het zich beklagen, wanneer het te laat is !

• I*_

■ ■ » i

ocr page 39

V. — MARTELDOOD VAN DEN

H. DONATUS.

DEZE wonderbare overwinning heeft Donatus in de wereld groot gemaakt, en tegelijkertijd den weg gebaand tot zijn heerlijken Marteldood.EZE wonderbare overwinning heeft Donatus in de wereld groot gemaakt, en tegelijkertijd den weg gebaand tot zijn heerlijken Marteldood.

Hij werd door het geheele Romeinsche leger geacht en bemind, en door zijn bemoeiing namen velen, zoowel officieren als soldaten, het geloof der christenen aan.

De keizer, niet minder vol genegenheid en erkentelijkheid jegens Donatus, liet geen gelegenheid voorbijgaan om hem zijn goede gezindheid te betuigen.

Hij liet hem te Rome komen, en gaf hem hetopperbevel over de Pretoriaansche lijfwacht.

Uit hoofde dezer bediening was Donatus den meesten tijd te Rome aan het Hof.

De keizer, die geen kinderen had, liet zijne oogen vallen op Donatus om hem tot

ocr page 40

38 MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS,

zija opvolger te benoemen, en daarom was hij voornemens hem zijn nicht Alexandria ten huwelijk te geven.

Hij maakte dit plan aan Donatus bekend, zich vast voorstellende, dat Donatus zijn voorstel met vreugde zou aannemen. Het tegendeel had echter plaats.

Donatus herdacht, hoe hij eenmaal door belofte van eeuwige zuiverheid zich aan God had verbonden, bedankte zoo beleefd, zoo eerbiedig als mogelijk was voor het gunstige aanbod des keizers.

Welk een voorbeeldige standvastigheid!

Men ziet hier de wereld alles bieden aan een jeugdig hart, alles wat op aarde groot en wenschelijk is, te weten ; ontelbare schatten en rijkdommen, een edele en schoone vorstin tot echtgenoote, het vooruitzicht eenmaal als keizer te regeeren over een machtig rijk.

Dit jeugdig gemoed wijst alleen uit liefde tot zijn Schepper alles kloekmoedig van de

ocr page 41

MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS. 39

hand om Hem niet in het minst ontrouw te worden.

Welk een schande voor hen, die om een handvol goud of zilver, om een weinig eer of aanzien, om een kortstondig vermaak zoo menigwerf den goeden God door de doodzonde verlaten, en hun eenig dierbare ziel in gevaar stellen eeuwig verloren te gaan !

De keizer, over deze weigering van Do-natus verwonderd, ontbiedt Flaminia zijn moeder en zet haar aan om heur zoon te bewegen, ten einde een zoo groot geluk aan te nemen.

Doch deze deugdzame moeder versterkte integendeel haar zoon in zijn heilig voornemen en spoorde hem ijverig aan zijn beloofde zuiverheid ongeschonden te bewaren, al moest het zelfs zijn leven kosten.

Welk een schoon voorbeeld voor alle ouders, hoe zij hunne kinderen in de goede voornemens moeten helpen en versterken ; hoe zij de eer en de glorie van God, en de

ocr page 42

40 MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS.

zaligheid hunner kinderen moeten stellen boven tijdelijk goed.

Dit voorbeeld moet tevens tot een ernstige beschaming dienen van vele ouders, die hunne kinderen uit wereldsche inzichten van het godvruchtig en geestelijk leven trachten af te trekken, of om een tijdelijk voordeel hen noodzaken tot het aanvaarden van een levensstaat, waartoe de kinderen zich niet geroepen gevoelen.

De heldhaftige moeder ging naar den keizer en verklaarde hem, dat haar zoon zich geenszins tot den huwelijken staat voelde genegen ; maar dat hij niettemin in den dienst van zijn Majesteit getrouw volharden en ten allen tijde bereid zijn zoude voor vorst en vaderland zijn leven te wagen.

De keizer begreep genoeg, dat er iets in den christelijken godsdienst moest zijn, hetgeen Donatus weerhield om aan zijn verlangen te voldoen, en van den anderen kant de getrouwheid en deugd van den jeugdi-

ocr page 43

MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS. 41

gen held op prijs stellende, wilde hij hem met zijn aanbod niet verder lastig vallen.

Hij gaf zijn nicht Alexandria te kennen, dat het hem groot genoegen zou doen, indien zij Donatus tot dien stap kon bewegen.

Alexandria bedacht nu alle middelen om Donatus tot zonde over te halen, en deed juist als de booze vrouw van Putiphar, die den kuischen Jozef trachtte te verleiden. En juist gelijk Jozef, zoo riep ook Donatus uit: « Hoe kan ik zulk een kwaad doen en tegen mijn God zondigen ? »

De booze vrouw, geen gehoor vindend bij denGodminnenden jongeling, was woedend over de overwinning van Donatus en besloot hem in het verderf te storten.

Donatus streed met de beste wapenen en overwon daarmee. En met welke wapenen? Door de vreeze Gods, door de hoop op den Hemel, door gebeden, vasten, versterving en aalmoezen en door het vluchten der naaste gelegenheid.

ocr page 44

42 MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS.

Alexandria, in plaats van zich over de deugd en standvastigheid van Donatus te verwonderen, werd zoodanig met haat en wraakplannen vervuld, dat zij naar zijn dood verlangde.

Listig en geveinsd wist zij haar voornemen te verbergen.

Zoodra Donatus aan't Hof kwam, ging zij hem in schijn van vriendschap te gemoet en vroeg hem, of hij met haar naar den tempel van Jupiter wilde gaan om aldaar voor de welvaart des keizers en des rijks te bidden.

Alhoewel Donatus voorzag, dat zij een voorwendsel zocht, antwoordde hij echter onverschrokken en met korte woorden :

« Ik ben een christen, en de christenen mogen niet zondigen en geen valsche goden aanbidden ! »

Zoodra zij dit hoorde, beschuldigde zij hem als versmader der goden, als vijand van het rijk; als iemand, die weigert voor de

ocr page 45

marteldood van den h. donatus. 43

welvaart des keizers en des rijks te bidden.

De onrechtvaardige rechters, door Alexandria opgehitst, veroordeelden onzen krijgsman weldra onthoofd te worden.

De boosaardigheid der vrouw was hierbij zoo groot, dat zij dit vonnis in haar eigen paleis deed voltrekken, om alzoo het helsche genoegen te hebben, met haar eigen oogen het onschuldig bloed van Donatus te zien vloeien.

Donatus hoorde zijn doodvonnis met gelatenheid aan, boog gewillig zijn hals onder het zwaard der onrechtvaardige rechters en achtte zich gelukkig zijn bloed ter liefde van Jezus te mogen vergieten.

Hij hield zich verzekerd, dat hij, door dezen weg zou geraken tot een kroon, een geluk, een heerlijkheid, een vreugde, die alle kronen, alle geluk, alle heerlijkheid en vreugde der wereld zou overtreffen.

Donatus is op deze wijze een martelaar der zuiverheid geworden.

ocr page 46

44 MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS.

Als zoodanig moet hij door ons vereerd worden, en zijn treffend voorbeeld ons een spoorslag zijn om volgens onzen staat steeds eerbaar en zuiver te leven.

Laat ons dan even als hij de zuiverheid altoos hoogachten, deze deugd beschouwen als een engelachtige, als een hemelsche deugd, die ons zoo lief en aangenaam maakt in de oogen van onzen goddelijken Verlosser, dat Hij hen zalig noemt, die zuiver van harte zijn.

Laat ons ook nimmer vergeten, dat deze deugd aan vele gevaren is blootgesteld.

Immers ons vleesch is krank en bedorven, en de duivel, die dit zeer goed weet, gebruikt alle geweld om door zijne inwendige bekoringen als door zijne handlangers en belagers onze deugd te bevechten.

Lichtvaardige bijeenkomsten van ongelijke personen, danspartijen, ijdele opschik, onkuische woorden en gesprekken, oneerbare en zedelooze boeken, bladen en tijd-

ocr page 47

MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS. 45

schriften, onzedelijke deunen en liedjes, het lichaam in eten, drinken, slapen en andere zinnelijkheden te veel toegeven: 'tzijn alle strikken en lagen, die voor de deugd van kuischheid gelegd worden; alle middelen om ons de zuiverheid te doen verliezen.

Alzoo om niet te vallen, gelijk velen, die deze gevaren niet genoeg gevreesd hebben, toch gevallen zijn en ter oorzake eener oogenblikkelijke vuige wellust thans eeuwig ongelukkig zijn; om ook niet zoo ongelukkig te zijn, vlucht alle gevaarlijke gelegenheden, want met vluchten slechts is hier de zegepraal te bekomen.

Wees matig in eten, drinken, slapen, wacht u van al te zinnelijk te zijn; want een lichaam, dat te veel gekoesterd is, wordt weerspannig aan den geest, en brengt de zuiverheid in groot gevaar.

Overweeg dikwerf de waarheden van ons H. Geloof, en de voorbeelden van den H. Donatus en andere Heiligen.

ocr page 48

46 MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS.

Vraag God om zijn genade, neem uw toevlucht tot de allerheiligste en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, tot sint Donatus en andere Heiligen.

Dan zult gij de kuischheid bewaren en na dit leven, volgens de belofte van den Goddelijken Verlosser, God zien alle eeuwen door.

De heldhaftige moeder Flaminia vernam met blijdschap den marteldood van haar eenig en teergeliefd kind Donatus, en stortte zich uit in dankzeggingen aan den Heer voor deze roemrijke zegepraal.

Zij snelde oogenblikkelijk naar het paleis der wreede Alexandria, omhelsde met tee-dere liefde het doode lichaam van haar zoon, en besproeide het met hare tranen : tranen van blijdschap over zijn groot geluk.

Zij verzamelde al het bloed in een kostbare vaas, vervoerde het lichaam naar heur huis, balsemde het en legde het in een schoone kist.

ocr page 49

MARTELDOOD VAN DEN H. DONATUS. 47

Naderhand isdit heiliglichaam begraven in de catacombe of grafplaats, welke eenigen tijd daarna het kerkhof van de H. Agnes werd genoemd.

Korten tijd na den dood van sint Dona-tus is ook zijn godvruchtige moeder Fla-minia in den Heer ontslapen, en alzoo, ver-eenigd met haar lieven zoon, de hemelsche vreugde gaan genieten, welke God bereid heeft aan al degenen, die Hem hier op aarde getrouw dienen, navolgen en beminnen.

Zoo is het leven van sint Donatus, martelaar der zuiverheid, geweest, gelijk het Lactantius beschreven heeft in zijn boek over de vervolging der eerste christenen.

ocr page 50

VI. — VERHEFFING DER RELI-

KWIEN VAN SINT DONATUS.

't T IGT in den aard der zaak, dat het

1 gt; veel moeilijkheden in heeft rijke bijzonderheden bijeen te voegen omtrent de lotgevallen der overblijfselen van een Heilige, die reeds in de eerste eeuwen van het christendom geleefd heeft.

Die moeilijkheid vermeerdert niet weinig, wanneer men bij de Bollandisten 70 verschillende martelaren hoort opgeven, die den naam van Donatus hebben gedragen enop verschillende plaatsen en in onderscheiden tijden zijn gemarteld.

Op den 30sten Juni echter komt bij de Bollandisten een omstandig verhaal van de overbrenging des lichaams van den H. Donatus, martelaar te Rome, uit het coemeterium of de begraafplaats van de H, Agnes buiten de Porta Nomentana naar

ocr page 51

verhef. der relikwien van s. donatus. 49

Münster-Eifel in Duitschland, behoorende tot het aartsbisdom Keulen.

Het lichaam was bestemd voor de nieuwe kerk van het college der Paters van de Sociëteit Jesu aldaar.

Het verhaal met al de plechtigheden is ontleend aan de «Annuae litterae» van hetjaar 1652.

Bij de overbrenging van sint Donatus stoffelijk overschot heeft de volgende gebeurtenis plaats gehad, die niet weinig zal hebben bijgedragen tot de verspreiding der vereering van den grooten heiligen Donderman, gelijk de volksmond sint Donatus noemt.

Daags voor de aankomst van het Heilig lichaam des Martelaars teMünster-Eifelwas een Pater van de Sociëteit, Herde genaamd, naar Euskirchen gezonden, een plaats drie uur van Münster-Eifel gelegen, om aldaar met de burgers in processie den H. Donatus te gemoet te gaan en uitgeleide te doen.

Sint Donatus. 4

ocr page 52

50 verheffing der relikwien

Daags daarna droeg Pater Herde zeer vroeg het H. Misoffer op tereere van den H. Donatus, in welk uur een allerhevigst onweder ontstond.

Onmiddellijk kwam de Priester op de gedachte de hulp en de bescherming in te roepen van den H. Donatus en Hem tot zijn Patroon te verkiezen.

Na dit gedaan te hebben, zette hij onbevreesd het H. Misoffer voort.

Zich evenwel omkeerend om den laatsten zegen te geven, sloeg de bliksem in de kerk en trof den Pater zoo geweldig aan de rechterzijde van de borst, dat hij halfdood ter aarde stortte, stamelend de H. Namen van J ezus, Maria en Jozef, aanroepend en de bescherming afsmeekend van den H. Donatus.

De bliksem was door zijn priesterlijk gewaad, zijn toog en onderkleederen binnengedrongen, had deze gedeeltelijk verbrand en zijn lichaam op verscheidene plaatsen zwaar gewond.

ocr page 53

VAN SINT DONATUS.

Hoe vreeselijk echter ook getroffen, zijn leven bleef gespaard.

En als een duidelijk bewijs, zeggen de Bollandisten, dat zijn leven door de gunst en bescherming van den H. Martelaar Do-natus is gespaard gebleven, moet men bemerken, dat Pater Herde meer dan een halfuur lang in zijn borst een verschrikke-lijken en onuitstaanbaren brand gevoelde, zoodat hij meende ieder oogenblik door het vuur verteerd te worden ; maar ook aanhoudend riep hij den H. Donatus aan.

« Heilige Donatus, bid voor mij! » bad hij luide en verzocht den omstaanders met hem te bidden, met dat gevolg, dat hij langzamerhand beter werd en eindelijk geheel herstelde, zonder den balsem en de zalven te willen gebruiken, welke men hem aanbood.

Tegen den middag, kon hij zonder ongemak weder naar Münster-Eifel, een afstand van drie uren, terugkeeren.

51

ocr page 54

52 verheffing der relikwien

Om de vereering van hun nieuwen Patroon te vermeerderen en overal te verspreiden, hebben de Paters der sociëteit van Jesus zijn beeltenis, in koper gegraveerd, laten vervaardigen met dit opschrift :

« Heilige Donatus, .Martelaar, bid voor ons, opdat wij bewaard worden van bliksem en onweder. »

Op den achtergrond van die beeltenis ziet men een kerk met een klokketoren, die door den bliksem getroffen wordt, om daardoor het bovenvermelde voorval van Pater Herde aan te duiden, die het eerst in zoodanig gevaar dien Heilige heeft aangeroepen en anderen door zijn voorbeeld is voorgegaan om dit eveneens te doen.

Alhoewel de overbrenging op den 30 Juni heeft plaats gehad, zoo heeft men tot grooter gerief der bevolking de plechtige feestviering vastgesteld op den tweeden zondag van Juli.

Door het voorval te Münster-Eifel is de

ocr page 55

VAN SINT DONATUS.

godsvrucht tot den H. Donatus Martelaar wijd en zijd verspreid geworden, en is men op vele plaatsen begonnen hem aan te roepen als een bijzonder beschermer tegen de rampen, welke door het onweer veroorzaakt worden.

Vele christenen hebben ook ondervonden, dat zij, die te voren een overdreven schrik en angst voor het onweder hadden, naderhand, door betrouwen te stellen in de voorspraak van sint Donatus, veel kalmer en geruster zijn geworden.

Om de godsvrucht tot den Heilige te vermeerderen zijn van tijd tot tijd aan sommige kerken van zijne heilige overblijfselen meegedeeld, o. a. hebben de parochiekerken te Reek, in 1799, te Altforst in 1801 deze relikwiën verkregen met de vergunning door het zichtbaar opperhoofd onzer H. Kerk van een vollen aflaat voor al degenen, die, waardig gebiecht en gecommuniceerd hebbende, voornoemde kerken op

53

ocr page 56

54 VERHEFFING DER RELIKWIEN

den tweeden zondag van Juli bezoeken en aldaar eenigen tijd bidden ter gewone intentie.

In 1861 is dezelfde vergunning verleend met een octaaf aan de parochiekerk te Oeffelt.

In de stad Arlon, alwaar men sedert het jaar 1738 overblijfselen bezit en steeds veel godsvrucht tot den H. Donatus koestert, heeft men een Broederschap ter eere van sint Donatus opgericht, in welk Broederschap men insgelijks te Reek, te Oeffelt, te Handel kan ingeschreven worden.

Ook in de Minderbroederskerk, Dodden-daal, te Nijmegen, te Hernen en in de parochie Lagewier wordt deze Heilige veelvuldig aangeroepen. In eerstgenoemde kerk vindt men een prachtig beeld van den H. Donderman.

Te Ulenkoten bij Meersel in België komen jaarlijks 4 en meer processies te zijneteer.

ocr page 57

VAN SINT DONATUS.

Duizenden menschen van allen staat en stand zijn reeds in dit Broederschap opge-teekend, welk getal nog jaarlijks buitengewoon vermeerdert.

Dit broederschap geeft zoo goed als geen verplichting, maar met de inschrijving getuigt men, dat men zich onder de bescherming van sint Donatus begeeft, en voorneemt tot hem een bijzondere godsvrucht te hebben, ten einde door zijn voorspraak tegen de schade en schrik des onweders beveiligd te worden.

Deze godsvrucht bestaat hoofdzakelijk : i0 Het leven van sint Donatus, hoe eenvoudig ook medegedeeld, nu en dan overwegen en trachten hem na te volgen, voornamelijk in de deugd van zuiverheid ; immers het zou een groote tegenstrijdigheid zijn door de voorspraak van sint Donatus van de goddelijke straffen bevrijd te willen blijven en tegelijk deze door zijn zonde in te roepen.

55

ocr page 58

56 verhef. der relikwien van s. donatus.

2° Geen dag laten voorbijgaan zonder ten minste iets te doen te eer van sint Donatus, al was het maar het bidden van één Onze Vader.

30 Ten tijde van onweer dadelijk sint Donatus aanroepen, gewijd licht branden voor zijn beeltenis, het huis zegenen en dan zijn Litanie of andere oefeningen bidden.

Zoo men dit alles wel in acht neemt, mag men vertrouwen door de verdienste en voorspraak van sint Donatus beschermd te zullen worden, tegen alle schadelijke uitwerkselen van het onweer, en door een christelijk leven eens te geraken tot de eeuwige heerlijkheid des Hemels.

Geloofd zij Jezus-Christus !

In alle eeuwigheid. Amen.

ocr page 59

BROEDERSCHAP

TER EERE VAN DEN

HEILIGEN DONATUS

MARTELAAR

bijzonderen Patroon tegen de schadelijke uitwerkselen des onweders.

wettig opgericht in de Parochiekerk van den H. Antonius Abt te Wijchen,

bij Nijmegen. -«»-

STATUTEN.

1. In deze Broederschap kan eenieder door den Pastoor van bovengenoemde kerk of door een anderen Priester, door den Pastoor daartoe gemachtigd, worden ingeschreven.

2. Deze Broederschap heeft ten doel den H. Donatus op een bijzondere wijze te vereeren, ten einde door Zijn voorspraak bevrijd te blijven van alle ongelukken, die door het onweder ontstaan,en tevens deelachtig te worden aan de H.H. Missen, die voor de leden opgedragen, en aan de gebeden en goede werken, die door de leden voor elkander worden verricht.

3. Jaarlijks worden zes hoogmissen voor de leden dezer Broederschap in de Parochiekerk van den H. Antonius Abt te Wijchen opgedragen; namelijk: de Hoogmis op den 2den Zondag van de maanden Mei, Juni, Juli, Augustus, September voor de levende, en op den 2den Zon-

ocr page 60

STATUTEN.

dag van de maand November voor de overledene leden, dan nog 25 stille H. H. Missen.

4. Door ieder lid van deze Broederschap zal jaarlijks in de maand Juni tien ets. contributie worden betaald. Deze gelden zullen dienen om daarvoor H. H. Missen te doen voorde leden en verder tot andere goede werken, met goedvinden der kerkelijke overheid.

5. De 2de Zondag van de maand Juli is de dag, waarop het Feest van den H. Donatus in de Parochiekerk van den H. Antonius Abt te Wijchen jaarlijks plechtig wordt gevierd.

6. Op de Zondagen, waarop de H. Mis ter eere van den H. Donatus wordt opgedragen, zal na de H. Mis vijf Onze Vaders en vijf Wees ge-groeten en even zooveel Eere zij den Vader, enz. door den Priester tot geestelijk en tijdelijk welzijn der leden worden voorgebeden.

N0 1775.

Gezien en goedgekeurd door ons Bisschop van 's Bosch

* W. VAN DE VEN.

Gedaan te 's Bosch den 21 Juni 1896.

58

ocr page 61

LITANIE

VAN DEN

HEILIGEN DONATUS.

Als gij deze Litanie bidt ten tijde van onweder, verwek eerst een oprecht berouw over al uwé zonden, met èen vast voornemen U te beteren......

besproei U en uw huis met wijwater.

-«•»-

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer !

Heer, ontferm U onzer!

Christus,hoor ons!

Christus, verhoor ons!

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosserder wereld, ontferm U onzer! God, H. Geest, ontferm U onzer!

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!

Heilige Maagd Maria, bid voor ons!

Moeder van Barmhartigheid, bid voor ons! Toevlucht, Hulp en Troost der Christenen,

Alle H. H. Engelen en Aartsengelen, cr

Alle H. H. Oudvadersen Propheten, Squot;

Alle H. H. Apostelen en Discipelen van o Christus, °

Alle H. H. Martelaren en Martelaressen, § Alle H. H. Bisschoppen, Leeraars en Belijders, ü AlleH. H. Priesters, monniken en Eremieten,

ocr page 62

6o LITANIE VAN DEN HEILIGEN DONATUS.

Alle H. H. Maagden en Weduwen, bidt voor ons ! Alle gelukzalige inwoners des Hemels, H. DONATUS, onze Beschermer,

Uitverkoren Martelaar van Christus,

Die, om uw zuiverheid te bewaren, den Marteldood hebt ondergaan,

Die over de wereld, den duivel en het vleesch

met glorie hebt getriompheerd,

Bijzondere Patroon tegen onweder van wind,

hagel, donder en bliksem, St

Opdat wij van de vreeselijke uitwerkselen des quot;quot; onweders bevrijd blijven, o

O, waardige Martelaar Gods! opdat de kerken n huizen, steden, landen en menschen, door 3

' 'in

winden, hagel, donder en bliksem niet ge- — troffen of beschadigd worden, O, H. DONATUS! opdat wij door waardige boetvaardigheid ons bekeeren, de zonden laten, christelijk leven, en alzoo den vergramden God verzoenen, en zijn straffen afweren,

O, H. DONATUS! het onweder dreigt ons (^, Wees genadig, spaar ons. Heer!

Wees genadig, verhoor ons, Heer!

Van alle zonden, verlos ons, Heer !

Van uw gramschap en verdiende straffen, verlos ons. Heer!

i. Deze woorden worden alleen uitgesproken wanneer men de Litanie bidt tijdens onweder ; op andere tijden worden zij weggelaten.

ocr page 63

LITANIE VAN DEN HEILIGEN DONATUS. 6l

Van alle schadelijke onweders, verlos ons, Heer!

Van vuur en brand, verlos ons, Heer !

Van een onvoorzienen dood, verlos ons Heer!

Van den eeuwigen dood, verlos ons. Heer !

Door uw oneindige goedheid, liefde en barmhartigheid, verhoor ons. Heer!

Door alle mysteriën van uw heilig leven en dood.

Door de voorspraak van de Allerheiligste Maagd Maria,

Door de voorspraak van den H. DONATUS, on- ^ zen beschermer, n-

O

Door de voorspraak van alle Heiligen, ^

Opdat wij in rust en vrede U dienen en § beminnen, -tn

Opdat alle zondaars en ongeloovigen zich be-keeren, ^

Opdat alle rechtvaardigen in uw dienst volharden,

Opdat alle geloovige zielen in vrede rusten,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Onze Vader, enz.

ocr page 64

62 litanie van den heiligen donatus.

v. H. donatus, Martelaar van Christus, bid voor ons!

a. Opdat wij van alle zonden en de schade des onweders bevrijd blijven.

GEBED.

O eeuwige en almogende God! die door de gevaarlijke onweders uw rechtvaardige gramschap tegen de zondaars laat blijken, ontferm U onzer, die U vreezen, die in U gelooven, die in U hopen, die U begeeren te beminnen, en die uit geheel ons hart bedroefd zijn U vergramd te hebben; ontvang onze ootmoedige gebeden, bevrijd ons van stormwinden, hagel, regens, droogte, overstrooming van water, van donder en bliksem; bewaar ons van een haastigen en onvoorzienen dood, opdat wij in rust en vrede U dienen en beminnen in dit leven, en ons hiernamaals met U in de eeuwige glorie mogen verblijden; door Jezus-Chris-tus, onzen Heer. Amen.

O Allerheiligste Maagd Maria! H. Donatus, verheven Martelaar en onze Patroon! alleH. H. Engelen, onze Beschermers, alle gelukzalige inwoners des Hemels, wij verheugen ons in uw allerhoogste geluk, wij loven den goeden God, dat Hij u in de glorie gekroond heeft: bidt voor ons, opdat wij van alle schadelijke onweders bewaard worden, en dooreen deugdzaam en christelijk leven eens mogen komen tot uw gelukkig gezelschap in den Hemel. Amen.

ocr page 65

INHOUDSTAFEL.

Voorwoord ........................

I. — Geboorte van den H. Donatus.........

II. — De opvoeding van den H. Donatus......

III. — Donatus wordt krijgsman............

IV. — Wondervolle overwinning, verkregen door Donatus............................

V. — Marteldood van den H. Donatus.........

VI — Verheffing der relikvviën van Sint Donatus .. Broederschap ter eere van den H. Donatus. — Sta

tuten............................

6 ii 17 24

30

37 48

57 59

Litanie van den H. Donatus.............

Drukkerij Dcsclce, De Brouwer en Cie, Brugge,

* .3.

■4

ocr page 66
ocr page 67
ocr page 68

to-

)

/

4-fJi